BEHOEFTEONDERZOEK KINDEROPVANG DORDRECHT 2004

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "BEHOEFTEONDERZOEK KINDEROPVANG DORDRECHT 2004"

Transcriptie

1 BEHOEFTEONDERZOEK KINDEROPVANG DORDRECHT 2004 Sociaal Geografisch Bureau Gemeente Dordrecht drs. J.M. Schiff dr. M.G. Weide juli 2004

2 Colofon Opdrachtgever: Tekst: Drukwerk: Informatie: Onderwijs en Welzijn Sociaal Geografisch Bureau Stadsdrukkerij Gemeente Dordrecht Sociaal Geografisch Bureau (SGB) Postbus AA Dordrecht telefoon: Het overnemen van delen van de tekst is toegestaan onder voorwaarde van een duidelijke bronvermelding.

3 INHOUD 0. SAMENVATTING EN CONCLUSIES 1. INLEIDING Aanleiding Kinderopvang in Dordrecht Onderzoeksvragen Onderzoeksmethode Opzet van het rapport 5 2. HUIDIGE BELANGSTELLING KINDEROPVANG Belangstelling kinderopvang in cijfers Kinderdagverblijf Buitenschoolse opvang Gastouderopvang Informele opvang Formele en informele opvang voor kinderen Combinatie formele en informele kinderopvang Gebruik opvang voor kinderen in het weekend, s avonds en de schoolvakanties Regelingen op het werk Bijdrage formele kinderopvang Loket Kinderopvang Belangstelling kinderopvang alleenstaande en allochtone ouders Alleenstaande ouders Allochtone ouders REDENEN WEL EN GEEN GEBRUIK KINDEROPVANG Redenen gebruik kinderopvang Redenen gebruik informele kinderopvang Redenen geen gebruik kinderopvang TOEKOMSTIGE BEHOEFTE AAN KINDEROPVANG Demografische ontwikkelingen Ontwikkeling in belangstelling Toekomstige belangstelling opvang voor kinderen Alleenstaande ouders Allochtone ouders 23 Bijlagen 1. Vragenlijst kinderopvang Dordrecht 2. Respons naar wijk en etnische groep 3. Representativiteit onderzoeksgroep 4. Beschrijving onderzoeksgroep 5. Aanvullende tabellen

4

5 0. SAMENVATTING EN CONCLUSIES i 0.1 Inleiding Begin 2004 heeft het Sociaal Geografisch Bureau in opdracht van de sector Onderwijs & Welzijn van de gemeente Dordrecht een behoefteonderzoek uitgevoerd naar kinderopvang in Dordrecht. Dit is een herhaling van een onderzoek dat in 2001 is uitgevoerd. De aanleiding tot het onderzoek in 2001 was een aanzet voor nieuw gemeentelijk beleid, waarbij de gemeente een vraaggestuurd aanbod en een evenwichtige spreiding over de wijken wilde realiseren. Deze verandering ging gepaard met een drastische uitbreiding van het aantal kindplaatsen. Via het behoefteonderzoek verkreeg de gemeente inzicht in de (toekomstige) vraag naar kinderopvang op wijkniveau. Tevens werd een beeld verkregen van de redenen waarom ouders wel of niet gebruik maken van kinderopvang, eventuele drempels die zij ervaren, aspecten die zij bij kinderopvang belangrijk vinden en het oordeel over de kinderopvang van ouders die hier gebruik van maken. Inmiddels is de kinderopvang in Dordrecht fors uitgebreid en zijn er nieuwe kinderopvangvoorzieningen gerealiseerd. Drie jaar na het genoemde behoefteonderzoek bestond er bij de gemeente de behoefte dit onderzoek gedeeltelijk te herhalen. Hiertoe heeft een representatieve steekproef van 4330 gezinnen met kinderen van 0 tot 16 jaar een schriftelijke vragenlijst ontvangen. Ruim 2000 gezinnen hebben meegedaan aan het onderzoek, een respons van 47%. In deze samenvatting wordt verslag gedaan van de belangrijkste uitkomsten en wordt een aantal conclusies getrokken. Kinderopvang in Dordrecht In het onderzoek hebben we ons gericht op opvang voor kinderen van 0 tot 16 jaar. Er is een onderscheid gemaakt tussen formele en informele kinderopvang. Formele opvang betreft: - kinderdagverblijf voor 0 tot 4-jarigen (dagopvang), - buitenschoolse opvang (BSO voor 4-12 jarigen en tieneropvang voor jarigen), - gastouderopvang voor 0 tot 13-jarigen. Hoewel de peuterspeelzaal wel is meegenomen in het onderzoek, ligt het accent op de andere vormen van kinderopvang. Dit omdat peuterspeelzaalwerk niet gericht is op het bieden van opvang die nodig is vanwege werk of studie. Worden kinderen opgevangen door een betaalde oppas of familie, vrienden of buren, dan spreken we van informele opvang. De huidige capaciteit van de formele kinderopvang in Dordrecht bestaat per 1 maart 2004 uit 1055 plaatsen voor dagopvang en 1025 plaatsen voor BSO. Gezien het geringe aantal responderende gebruikers blijft tieneropvang buiten beschouwing.

6 0.2 Huidige belangstelling kinderopvang Formele opvang ii Drie op de tien Dordtse kinderen van 0 tot 4 jaar worden opgevangen in een kinderdagverblijf of staan ervoor op de wachtlijst; wat betreft BSO geldt dit voor twee op de tien kinderen tussen 4 en 12 jaar. Het gebruik van het kinderdagverblijf verschilt niet ten opzichte van 2001; bij BSO is er sprake van een duidelijke toename in het gebruik. Tussen 2001 en 2004 is de capaciteit voor kinderdagopvang en BSO in Dordrecht behoorlijk toegenomen. Voor het kinderdagverblijf geldt dat er overall voldoende capaciteit aanwezig is; het aanbod ligt momenteel zelfs wat boven de vraag. In de wijken Noordflank en Oud-Krispijn is er meer vraag dan aanbod. Dit wordt naar verwachting opgevangen door het overschot aan capaciteit in de Binnenstad. De capaciteit van BSO is de afgelopen jaren flink toegenomen, maar de vraag is ook gestegen. De belangstelling overtreft momenteel de capaciteit. Met name in Oud-Krispijn is dit het geval. In de Binnenstad daarentegen is er sprake van een overschot. De gastouderopvang wordt door een 1,3% van de Dordtse kinderen tot 12 jaar benut. Het gebruik is licht gedaald ten opzichte van Wat betreft het kinderdagverblijf is belangstelling in Wielwijk en Sterrenburg het meest toegenomen. In Oud-Krispijn en Stadspolders is de belangstelling voor BSO het hardst gestegen. Informele opvang Net als in 2001 kiezen ouders meestal of voor formele opvang of voor informele opvang. Informele opvang wordt voor een vijfde van de kinderen tot 16 jaar ingeschakeld. Voor jarigen wordt in slechts beperkte mate informele opvang geregeld. De belangstelling voor informele opvang is in Wielwijk en Crabbehof/Zuidhoven relatief het hardst gestegen sinds Opvang s avonds, in het weekend en schoolvakanties Voor opvang s avonds, of in het weekend heeft ongeveer één op de tien ouders belangstelling. De helft wil opvang voor de kinderen in de schoolvakanties benutten. De belangstelling voor opvang in schoolvakanties is sinds 2001 toegenomen. Regelingen en bijdragen formele opvang Werkgevers kunnen meebetalen aan formele kinderopvang. Dit is geregeld bij tweederde van de tweeverdienende tweeoudergezinnen, bij de helft van de tweeoudergezinnen met één werkende ouder en vier op de tien werkende alleenstaande ouders. Desondanks vindt driekwart van de werkende ouders de eigen bijdrage aan de formele kinderopvang hoog. Dit geldt vooral in tweeoudergezinnen waarin één of beide ouders werken.

7 iii Vanwege een te hoge bijdrage maakt eenderde van alle ouders minder gebruik van formele opvang of overweegt dat te doen. Men schakelt dan vaak informele opvang in of gaat minder werken. Loket Kinderopvang Eén op de acht ouders is bekend met het Loket Kinderopvang van de gemeente Dordrecht. De belangrijkste informatiekanalen voor het loket zijn de sociale dienst en de krant. In hoeverre het Loket Kinderopvang bekend is bij haar doelgroepen kunnen we niet precies achterhalen. Op grond van de groep alleenstaande ouders kunnen we echter wel een inschatting maken. Een kwart van de ouders uit deze doelgroep is hier bekend mee. Het betreft vooral studerende en werkende alleenstaande ouders. Doelgroepen Eenoudergezinnen en tweeoudergezinnen maken even vaak gebruik van kinderopvang. Formele opvang wordt vaker door eenoudergezinnen benut; informele opvang vaker door tweeoudergezinnen. Ten opzichte van 2001 maken alleenstaande ouders die studeren of vrijwilligerswerk verrichten vaker gebruik van formele kinderopvang. Tweeouder- gezinnen, waarin één ouder werkt en één vrijwilligerswerk doet of studeert, benutten formele opvang anno 2004 juist minder vaak. Bij Turkse en Marokkaanse gezinnen is er minder belangstelling voor kinderopvang dan bij andere bevolkingsgroepen. Dit is niet veranderd sinds De verklaring hiervoor ligt in de huishoudensamenstelling en arbeidssituatie van deze groepen. Het gebruik van formele opvang onder Antilliaanse gezinnen is sinds 2001 toegenomen en is nu hoger dan bij de andere groepen. In het vorige onderzoek kwam al naar voren dat de toekomstige behoefte bij de Antilliaanse gezinnen aanzienlijk was. 0.3 Redenen wel/geen gebruik kinderopvang Motieven gebruik kinderopvang De motieven voor gebruik van kinderopvang zijn voornamelijk werk gerelateerd. Ruim acht op de tien gezinnen maken gebruik van formele of informele kinderopvang omdat het nodig is vanwege werk. Een vijfde heeft opvang nodig vanwege andere activiteiten, zoals studie of vrijwilligerswerk. Voor één op de tien gebruikers van formele of informele opvang geldt ook de ontwikkeling van het kind als motief. Bij de gebruikers van de peuterspeelzaal is dit veruit het belangrijkste motief: 92% noemt de ontwikkeling van het kind. Motieven gebruik informele opvang Het inschakelen van informele opvang is vaak een bewuste keuze. Opvang in de eigen omgeving en/of bij één vertrouwd persoon is voor de helft van de ouders belangrijk.

8 iv Verder spelen naast het gemak van informele opvang ook praktische belemmeringen van formele opvang een rol. De helft van de gezinnen vindt formele opvang te duur; voor een kwart is dat de belangrijkste reden om voor informele opvang te kiezen. Ook is voor een deel de formele opvang niet flexibel genoeg. En een kwart heeft gewoonweg geen behoefte aan formele kinderopvang. Ten opzichte van 2001 is het aandeel ouders dat formele opvang te duur vindt en daarom informele opvang verkiest bijna verdubbeld. Motieven geen gebruik kinderopvang Het niet gebruiken van kinderopvang wordt voor een groot deel verklaard door een gebrek aan behoefte. Daarnaast spelen de kosten geen onbelangrijke rol. Dit speelt voor één op de zes gezinnen mee en is voor één op de acht ouders het belangrijkste motief. Anderen vinden opvang niet goed voor het kind of geven aan dat het kind te jong dan wel te oud is voor opvang. In vergelijking met drie jaar terug is geen behoefte vaker de belangrijkste reden om geen gebruik te maken van kinderopvang. Ook de kosten zijn anno 2004 vaker de belangrijkste reden voor geen gebruik dan in Doelgroepen De motieven om gebruik te maken van informele opvang verschillen niet tussen alleenstaande ouders en gezinnen met twee ouders. Het belangrijkste motief om geen gebruik te maken van kinderopvang is bij alleenstaande ouders minder vaak geen behoefte dan bij tweeoudergezinnen. Daarnaast is de groep eenoudergezinnen die geen behoefte als belangrijkste motief opgeeft niet groter geworden sinds 2001, dit in tegenstelling tot de tweeoudergezinnen. Voor allochtone en autochtonen ouders gelden dezelfde beweegreden om voor informele opvang te kiezen. Opvallend is dat het belang van opvang in de eigen religieuze / culturele gemeenschap als mogelijke drempel bij een aantal groepen voor het gebruik van formele opvang minder een rol lijkt te spelen dan in De motieven om geen gebruik te maken van kinderopvang verschillen wel wat tussen de bevolkingsgroepen. Geen behoefte is bij allochtone ouders minder vaak de belangrijkste reden. De kosten zijn voor hen daarentegen vaker de belangrijkste reden om geen kinderopvang te benutten. Dit geldt voor een kwart van de allochtone gezinnen. 0.4 Toekomstige behoefte aan kinderopvang Demografische ontwikkelingen Naar verwachting zal de komende jaren het aantal kinderen van 0 tot 4 jaar licht dalen. In Stadspolders zal het aantal 0-4 jarigen het meest afnemen en in Nieuw-Krispijn zal het aantal kinderen juist toenemen. Wat betreft het aantal kinderen van 4 tot 12 jaar is de verwachting dat de populatie stabiel zal blijven.

9 v Wederom zien we in Stadspolders een duidelijke afname. De toename van 4-12 jarigen zal het grootst zijn in Dubbeldam en Crabbehof/Zuidhoven. De demografische ontwikkelingen op zich geven geen aanleiding tot een grote uitbreiding (of inkrimping) van het toekomstige aanbod. Toekomstige belangstelling kinderopvang Van de ouders die nu geen gebruik maken van formele kinderopvang heeft 9% in de toekomst wel belangstelling voor formele opvang. De helft geeft aan binnen twee jaar (misschien) gebruik te willen maken van formele kinderopvang. In vergelijking met 2001 is het aandeel potentiële toekomstige gebruikers van formele kinderopvang iets kleiner. De (toekomstige) behoefte aan opvang op flexibele tijden is groter dan het huidige gebruik. Bijna de helft van de ouders heeft toekomstige belangstelling voor kinderopvang op (deels) flexibele tijden. Op dit moment maken drie op de tien ouders gebruik van (deels) flexibele opvang. Doelgroepen Van de alleenstaande ouders die nu geen gebruik maken van formele kinderopvang heeft 11% toekomstige belangstelling voor formele opvang. Bij tweeoudergezinnen ligt dat aandeel op 6%. Het aandeel potentiële toekomstige gebruikers is onder de Marokkaanse, Antilliaanse en Surinaamse gezinnen het grootst. Bij deze groepen heeft een vijfde van de ouders die nu geen formele opvang benutten daar in de toekomst wel interesse in. Bij de Nederlandse gezinnen ligt het aandeel potentiële toekomstige gebruikers slechts op 3%. Sinds 2001 is het aandeel potentiële toekomstige gebruikers het meest toegenomen bij de Marokkaanse doelgroep. Bij de Antilliaanse, Nederlandse en overige allochtone gezinnen is deze groep juist wat kleiner geworden. 0.6 Conclusies Wat kan er op basis van de uitkomsten nu geconcludeerd worden? Door de uitbreidingen van de kinderopvangvoorzieningen in de afgelopen jaren sluit het aanbod anno 2004 redelijk aan bij de vraag. De capaciteit van de kinderdagverblijfvoorzieningen is ruim voldoende. Wat betreft de BSO is er ruimte voor een - kleine - uitbreiding van de voorzieningen. In een aantal wijken kan bezien worden of de capaciteit beter afgestemd kan worden op de (toekomstige) belangstelling. De toename in het gebruik van formele opvang door alleenstaande ouders en Antilliaanse ouders die deels overlappen duidt op een succes van het gemeentelijk beleid in de afgelopen jaren.

10 vi Toch bestaan er op dit moment voor een deel van de Dordtse gezinnen drempels die gebruik van formele opvang in de weg staan. De voornaamste drempel wordt op dit moment opgeworpen door de kosten. Vooral voor werkende ouders zijn de kosten van formele kinderopvang een flinke financiële last. Het meebetalen door werkgevers lijkt daar niets aan af te doen. Bij een deel van de ouders bestaat er zelfs een kans dat zij ervoor kiezen minder te gaan werken. Ook voor een aanzienlijk deel van de allochtone ouders vormen de kosten van kinderopvang een belemmering. Daarnaast is er behoefte aan meer flexibele opvangmogelijkheden. Het aanbod dient daarbij meer vraaggericht zijn. Gedacht kan worden aan het makkelijker kunnen regelen van kinderopvang, opvang voor ouders met alternatieve werktijden, mogelijkheden tot onregelmatige opvang en opvang in vakanties en bij ziekte van het kind. Tot slot dient de bekendheid van het Loket Kinderopvang vergroot te worden. We zien namelijk dat het loket haar doelgroepen maar voor een deel bereikt.

11 1 1. INLEIDING 1.1 Aanleiding Begin 2001 heeft het Sociaal Geografisch Bureau in opdracht van de sector Onderwijs & Welzijn van de gemeente Dordrecht een behoefteonderzoek uitgevoerd naar kinderopvang in Dordrecht. Het betrof zowel kinderdagopvang voor 0-4-jarigen als buitenschoolse opvang voor 4-16 jarigen. De aanleiding hiertoe was een aanzet voor nieuw gemeentelijk beleid, waarbij de gemeente een vraaggestuurd aanbod en een evenwichtige spreiding over de wijken wilde realiseren door kindplaatsen in te huren in de wijken waar behoefte is aan kinderopvang. Deze verandering ging gepaard met een drastische uitbreiding van het aantal kindplaatsen. Via het behoefteonderzoek verkreeg de gemeente inzicht in de (toekomstige) vraag naar kinderopvang op wijkniveau. Tevens werd een beeld verkregen van de redenen waarom ouders wel of niet gebruik maken van kinderopvang, eventuele drempels die zij ervaren, aspecten die zij bij kinderopvang belangrijk vinden en het oordeel over de kinderopvang van ouders die hier gebruik van maken. Inmiddels is de kinderopvang in Dordrecht fors uitgebreid en zijn er nieuwe kinderopvangvoorzieningen gerealiseerd. Drie jaar na het genoemde behoefteonderzoek bestond er bij de gemeente de behoefte dit onderzoek gedeeltelijk te herhalen. Daartoe heeft zij het SGB benaderd. Men wil inzicht in het huidige gebruik van de kinderopvang en de (toekomstige) vraag ten opzichte van het huidige aanbod. Hierbij is, evenals in het eerste onderzoek, specifieke aandacht voor allochtone groepen (Turken, Marokkanen, Surinamers en Antillianen). In dit rapport wordt verslag gedaan van het onderzoek. 1.2 Kinderopvang in Dordrecht Afbakening De definitie van kinderopvang die de gemeente Dordrecht hanteert luidt: Het op één of meer dagen per week, buiten de eigen huishouding, in georganiseerd verband en tegen geldelijke vergoeding bieden van onderdak, verzorging en begeleiding gedurende meer dan twee uur per dag voor kinderen van 0 tot 16 jaar. Hieronder vallen de volgende vormen van kinderopvang: - kinderdagverblijf voor 0 tot 4-jarigen (dagopvang), - buitenschoolse opvang voor 4 tot 16-jarigen, - gastouderopvang voor 0 tot 13-jarigen. De buitenschoolse opvang (BSO) kan onderverdeeld worden in BSO voor kinderen van 4-12 jaar en tieneropvang voor jarigen. Ook het peuterspeelzaalwerk valt onder de hiervoor geformuleerde definitie. Deze vorm van kinderopvang is echter, in tegenstelling tot het kinderdagverblijf, BSO en gastouderopvang, niet primair gericht op het bieden van opvang bedoeld om ouders in staat te stellen te werken of te studeren. Het accent ligt in dit onderzoek dan ook op de drie eerder genoemde vormen van kinderopvang. Behalve de formele kinderopvang, waartoe we hier het kinderdagverblijf, BSO en gastouder-opvang rekenen, kunnen ouders ook een beroep doen op informele opvang, zoals een betaalde oppas of opvang door een familielid, kennis of buren. Ouders kunnen bewust kiezen voor informele opvang, omdat ze dit prettiger vinden voor hun kind(eren), maar deze keuze kan ook voortkomen uit gebrek aan alternatieven. Inzicht hierin is van belang om een goed beeld te krijgen van de behoefte aan formele kinderopvang.

12 2 Aanbod Het aanbod van formele kinderopvang in Dordrecht wordt verzorgd door twee grote organisaties, Centrale Organisatie Kinderopvang Drechtsteden en Stichting Dordtse Kinderopvang, en 14 kleinere organisaties/instellingen. De huidige capaciteit van de kinderopvang bestaat per 1 maart 2004 uit 1055 plaatsen voor dagopvang en 1025 plaatsen voor BSO. De capaciteit van kinderdagverblijfvoorzieningen is vooral toegenomen in de Binnenstad en Dubbeldam en afgenomen in Noordflank. De BSO is vooral in Stadspolders uitgebreid (tabel 1.1). Tabel 1.1 Capaciteit kinderopvang Dordrecht per wijk per 1 maart 2004 (exclusief gastouderopvang) wijk capaciteit dagopvang 0-4 jaar capaciteit BSO 4-12 jaar Binnenstad Noordflank Oud Krispijn Nieuw Krispijn Het Reeland Staart Wielwijk Crabbehof/Zuidhoven Sterrenburg Dubbeldam Stadspolders totaal Gastouderopvang wordt aangeboden door één gastouderbureau. Ten slotte is er in Dordrecht sinds september 1999 een opvangproject voor tieners van 12 tot 16 jaar. Beleid De gemeente Dordrecht streeft naar kinderopvang als een voor iedereen toegankelijke basisvoorziening (beschikbaar, bereikbaar en betaalbaar), gericht op ouders met kinderen van 0 tot 16 jaar, die de kinderen een aantrekkelijk aanbod biedt ter bevordering van hun ontwikkeling en vrijetijdsbesteding. Bij de realisatie van kinderopvang dragen ouders/verzorgers, bedrijven en instellingen, de uitvoerende organisaties en de gemeente elk een eigen verantwoordelijkheid. De algemene doelen van kinderopvang richten zich op het bieden van opvang om ouders in staat te stellen zorgtaken met arbeid en/of studie te combineren. Kinderopvang heeft daarnaast een rol in het signaleren van ontwikkelingsachterstanden en het bieden van opvoedingsondersteuning. Naast deze algemene doelen noemt de gemeente als specifiek doel van kinderopvang kinderen zo goed mogelijk toe te rusten voor de start in het basisonderwijs. Zoals hiervoor reeds gezegd, wil de gemeente financiële verantwoordelijkheid dragen voor het realiseren van kinderopvang voor de gemeentelijke doelgroepen. Dit zijn: - alleenstaande ouders met een uitkering van de sociale dienst; - inburgeraars die vallen onder Wet Inburgering Nieuwkomers en mensen die al wat langer in Nederland wonen en taalles volgen; - ouders met een sociaal-medische indicatie; - ouders die geen regeling op het werk hebben en een belastbaar inkomen hebben onder de ziekenfonds grens. Behoren ouders tot één van deze doelgroepen, dan betaalt de gemeente mee aan een kindplaats in een kinderopvangorganisatie. In dit onderzoek staan de doelgroepen alleenstaande ouders en allochtone ouders centraal.

13 3 In 2005 zal de Wet Kinderopvang in werking treden. Dit zal vele veranderingen in het (gemeentelijk) beleid omtrent kinderopvang met zich meebrengen. Aangezien de doelgroepen voor beleid landelijk zullen worden vastgelegd heeft dit consequenties voor het huidige doelgroepenbeleid van de gemeente Dordrecht. 1.3 Onderzoeksvragen Naar aanleiding van het voorgaande kunnen de volgende onderzoeksvragen geformuleerd worden: 1. Hoeveel ouders/verzorgers met kinderen tussen de 0 en 16 jaar maken gebruik van kinderopvang? Hoe is het gebruik in de verschillende wijken? Hoe is het gebruik onder alleenstaande ouders en allochtone ouders? Is hierin vergeleken met drie jaar geleden iets veranderd? 2. Wat zijn de motieven voor gebruik en wat zijn de redenen om geen gebruik te maken van kinderopvang? Is er sprake van drempels voor bepaalde groepen? Is hierin vergeleken met drie jaar geleden iets veranderd? 3. Wat is de toekomstige behoefte aan kinderopvang, algemeen en voor alleenstaande ouders en allochtone ouders? 1.4 Onderzoeksmethode Onderzoeksopzet Bij een representatieve steekproef van gezinnen met kinderen in de leeftijd van 0 tot 16 jaar is een schriftelijke vragenlijst afgenomen. Hiertoe is uit het bevolkingsbestand van de gemeente Dordrecht een naar wijk gestratificeerde steekproef getrokken van 3630 gezinnen. Dat betekent dat per wijk 1 evenveel gezinnen zijn geselecteerd. Om in het onderzoek ook uitspraken te kunnen doen over Turkse, Marokkaanse, Surinaamse en Antilliaanse/Arubaanse gezinnen is een aanvullende steekproef getrokken van 700 gezinnen uit deze vier etnische groepen. Deze gezinnen ontvingen in maart 2004 een schriftelijke vragenlijst met het verzoek deze binnen tien dagen ingevuld te retourneren. De vragenlijst bevatte, naast een aantal vragen over de samenstelling en kenmerken van het gezin, vragen over het al dan niet gebruik van formele kinderopvang en informele kinderopvang, redenen van wel en geen gebruik, oordeel over de formele opvang, toekomstige behoefte aan kinderopvang en bekendheid met Loket Kinderopvang. Ouders die gebruik maken van kinderopvang of hiervoor op een wachtlijst staan hebben voor elk kind apart ingevuld van welk soort opvang men gebruik maakt en voor hoeveel dagen. De vragen zijn deels afgeleid uit het vorige behoefteonderzoek naar kinderopvang 2 en deels specifiek voor dit onderzoek ontwikkeld. De volledige vragenlijst is als bijlage 1 achter in het rapport opgenomen. Veldwerk Om de respons onder Turkse en Marokkaanse gezinnen te bevorderen zijn enquêteurs van Turkse en Marokkaanse komaf ingeschakeld. In de wijken Binnenstad, Noordflank, Oud-Krispijn, Nieuw-Krispijn en Het Reeland hebben zij bij een deel van de Turkse en Marokkaanse gezinnen die nog niet hadden gereageerd de vragenlijst mondeling afgenomen. 1 Het betreft elf wijken in Dordrecht volgens de indeling van wijkbeheer: Binnenstad, Noordflank, Oud-Krispijn, Nieuw-Krispijn, Het Reeland, Staart, Wielwijk, Crabbehof/Zuidhoven, Sterrenburg, Dubbeldam en Stadspolders. De gebieden die hier buiten vallen, blijven in dit onderzoek buiten beschouwing. 2 Behoefteonderzoek kinderopvang Dordrecht, Sociaal Geografisch Bureau, 2001.

14 4 Dit geschiedde in de eigen taal of in het Nederlands, afhankelijk van de voorkeur van de respondent. De enquêteurs hebben in totaal 113 adressen - soms tot drie keer toe - bezocht. Zij hebben bij 49 gezinnen een enquête afgenomen, dan wel opgehaald. Respons De respons in de gestratificeerde steekproef is 48%, in de aanvullende steekproef 38% en in de totale steekproef 47%. Dit is voor een schriftelijke enquête redelijk te noemen. Deze respons is wat lager dan de respons in het onderzoek naar kinderopvang in Desalniettemin is de onderzoeksgroep in 2004 groter dan in 2001, dit vanwege de grotere steekproefomvang. Voor een uitgebreid overzicht van de respons per wijk en per etnische groep wordt verwezen naar bijlage 2. Representativiteit Om na te gaan of de onderzoeksgroep representatief is voor Dordtse gezinnen met kinderen tot 16 jaar, hebben we een tweetal vergelijkingen gemaakt. We hebben de onderzoeksgroep en de populatie vergeleken wat betreft het aandeel kinderen per wijk van 0 tot 4 jaar, 4 tot 12 jaar en 12 tot 16 jaar. Daarnaast hebben we het berekende gebruik van kinderdagverblijf en BSO vergeleken met de daadwerkelijke capaciteit. Op basis hiervan is bij het berekenen van de belangstelling voor kinderopvang per wijk gewogen naar de drie leeftijdscategorieën. Meer informatie over de representativiteit van de onderzoeksgroep is te vinden in bijlage 3. Voor een beschrijving van de samenstelling van de onderzoeksgroep wordt verwezen naar bijlage 4. Analyses De analyses zijn deels uitgevoerd op het niveau van kinderen, deels op het niveau van ouders. Hierbij is doorgaans gebruik gemaakt van de onderzoeksgroep op basis van de gestratificeerde steekproef. Uitsluitend wanneer verschillen zijn onderzocht tussen etnische groepen is van de onderzoeksgroep uit de totale steekproef gebruik gemaakt. De belangstelling voor kinderopvang is berekend op het niveau van kinderen. Met behulp van een wegingsprocedure naar wijk en leeftijdscategorie is berekend hoeveel kinderen op dit moment gebruik maken van kinderopvang of op de wachtlijst staan. Waar mogelijk zijn de resultaten per wijk uitgesplitst. De (toekomstige) belangstelling onder de doelgroepen en de redenen voor wel / geen gebruik zijn op het niveau van ouders onderzocht. Door middel van kruistabelanalyse is vastgesteld in hoeverre een- en tweeoudergezinnen en gezinnen van verschillende etnische herkomst verschillen in belangstelling voor formele en informele kinderopvang. 3 3 Alleenstaande ouders en allochtone ouders zijn potentiële doelgroepen van het gemeentelijk kinderopvangbeleid. Om daadwerkelijk in aanmerking te komen voor een door de gemeente ingehuurde kindplaats, dienen ze wel aan bepaalde criteria te voldoen wat betreft inkomen, de noodzaak voor formele kinderopvang in verband met werk of studie en, voor werkende ouders, niet in aanmerking komen voor een bedrijfsplaats. Een dergelijke afbakening is echter in dit onderzoek niet mogelijk.

15 5 1.5 Opzet van het rapport Het rapport is als volgt ingedeeld. In de hoofdstukken 2 t/m 4 wordt antwoord gegeven op de onderzoeksvragen. Hoofdstuk 2 gaat in op de huidige belangstelling voor kinderopvang. De motieven voor het gebruik van formele en informele kinderopvang en de redenen van ouders om geen gebruik te maken van opvang voor hun kinderen komen in hoofdstuk 3 aan bod. De toekomstige behoefte aan kinderopvang wordt in hoofdstuk 4 besproken. Voorin het rapport worden de belangrijkste resultaten nog eens bondig samengevat en wordt een aantal conclusies getrokken.

16

17 2. HUIDIGE BELANGSTELLING KINDEROPVANG 7 In dit hoofdstuk komt de huidige belangstelling voor kinderopvang aan bod. Allereerst komt de belangstelling voor de verschillende vormen van opvang in cijfers aan bod (paragraaf 2.1). Vervolgens gaan we in op mogelijke combinaties van opvang, op het gebruik van opvang s avonds, in het weekend en in de schoolvakanties, regelingen op het werk en het Loket Kinderopvang (paragraaf 2.2). In paragraaf 2.3 wordt de belangstelling voor kinderopvang bij de doelgroepen beschreven. 2.1 Belangstelling kinderopvang in cijfers Op 1 januari 2004 waren er in Dordrecht, in de elf wijken die in het onderzoek betrokken zijn, kinderen tussen 0 en 16 jaar. Een kwart is jonger dan 4 jaar, de helft is 4 tot 12 jaar en een kwart tussen de 12 en 16 jaar. We hebben berekend voor hoeveel kinderen er belangstelling (gebruik en wachtlijst) is voor kinderopvang, waar mogelijk uitgesplitst naar wijk Kinderdagverblijf Van de 100 kinderen tot 4 jaar in Dordrecht maken er 31 gebruik van kinderopvang in een kinderdagverblijf of staan hiervoor op de wachtlijst (tabel 2.1). In de wijken Dubbeldam en de Binnenstad is de belangstelling het hoogst (zo n 50% van de 0-4 jarigen). De belangstelling is het laagst in Nieuw-Krispijn (13%) en Oud-Krispijn (15%). Gemiddeld bedraagt het gewenste gebruik van het kinderdagverblijf 2,4 dagen per week. Tabel 2.1 Huidige belangstelling kinderdagverblijf per wijk in aantallen kinderen en kindplaatsen (gewogen gegevens) aantal kinderen gebruik 1 aantal kinderen wachtlijst 2 aantal kinderen totaal 1 aantal kinderen per 100 belangstelling omgezet in aantal huidige capaciteit in kindplaatsen wijk 0-4- jarigen kindplaatsen Binnenstad Noordflank Oud-Krispijn Nieuw-Krispijn Het Reeland Staart Wielwijk Crabbehof/Zuidhoven Sterrenburg Dubbeldam Stadspolders totaal gewogen gegevens Nieuw-Krispijn gebaseerd op <10 kinderen 2 gewogen gegevens per wijk gebaseerd op <10 kinderen Sinds 2001 is de capaciteit van de kinderdagverblijfvoorzieningen toegenomen van 745 naar 1055 kindplaatsen. Per jarigen is het aantal kinderen dat gebruik maakt of zal maken van deze opvangvoorziening licht gestegen (van 28 naar 31). Het gemiddeld aantal dagen van het gewenstegebruik ligt echter wat lager dan in De belangstelling voor het kinderdagverblijf is in 2004 per saldo vrijwel gelijk aan dat in 2001 (935 kindplaatsen en 923 kindplaatsen). Kijken we naar het aantal kindplaatsen per wijk, dan is de belangstelling voor het kinderdagverblijf in de meeste wijken licht gestegen. De belangstelling is het meest toegenomen in Wielwijk en Sterrenburg, namelijk met 30 kindplaatsen. In Stadspolders echter is de belangstelling voor het kinderdagverblijf met 67 kindplaatsen gedaald (zie tabel 1 in bijlage 5).

18 8 Gemiddeld ligt de capaciteit op dit moment dus wat hoger dan de belangstelling, met name in de Binnenstad overtreft het aanbod de vraag. In de wijken Noordflank en Oud-Krispijn ligt de vraag echter nog ruim boven de capaciteit Buitenschoolse opvang Vijf kinderen uit de onderzoeksgroep maken gebruik van tieneropvang. Vanwege dit kleine aantal blijft de tieneropvang buiten beschouwing. De BSO hier heeft dus alleen betrekking op kinderen van 4 tot 12 jaar. Van de 100 jongeren van 4-12 jaar maken er 19 gebruik van BSO of staan er voor op de wachtlijst (tabel 2.2). De belangstelling is het grootst in de Binnenstad (32%) en het kleinst in Nieuw-Krispijn (7%). Gemiddeld maken kinderen 2,5 dagen per week gebruik van BSO. Voor kinderen op de wachtlijst ligt het gewenste gemiddelde op 2,8 dagen. Tabel 2.2 Huidige belangstelling BSO per wijk in aantallen kinderen en kindplaatsen (gewogen gegevens) aantal aantal aantal aantal belangstelling kinderen kinderen kinderen kinderen omgezet in gebruik 1 wachtlijst 2 totaal 1 per 100 aantal huidige capaciteit in kindplaatsen wijk 4-12-jarigen kindplaatsen Binnenstad Noordflank Oud-Krispijn Nieuw-Krispijn Het Reeland Staart Wielwijk Crabbehof/Zuidhoven Sterrenburg Dubbeldam Stadspolders totaal gewogen gegevens Nieuw-Krispijn gebaseerd op <10 kinderen 2 gewogen gegevens per wijk gebaseerd op < 5 kinderen De capaciteit van BSO is sinds 2001 gegroeid van 650 naar 1025 kindplaatsen. Ook de belangstelling in aantal kindplaatsen is in de afgelopen drie jaar gestegen, van 775 naar Dit heeft te maken met een stijging van het aantal kinderen per jarigen dat gebruik maakt of wil maken van BSO (van 12 naar 19). De belangstelling in aantal kindplaatsen is het hardst gestegen in Stadspolders en Oud-Krispijn, namelijk met 132 en 94 kindplaatsen (zie tabel 1 in bijlage 5). Gemiddeld ligt de capaciteit van BSO dus wat lager dan de belangstelling. Dit geldt vooral voor de wijk Oud-Krispijn. In de Binnenstad daarentegen overtreft het aanbod de vraag Gastouderopvang In Dordrecht maken 232 kinderen gebruik van gastouderopvang, van wie 80 kinderen jonger dan 4 jaar en 152 kinderen tussen 4 en 12 jaar (tabel 2.3). Het betreft 1.3% van de 0-12 jarigen. Gemiddeld worden de kinderen 2,7 dagen per week bij gastouders opgevangen. Het aantal kindplaatsen voor 0-4 jarigen bedraagt 29 en voor 4-12 jarigen 97.

19 9 Tabel 2.3 Huidige gebruik gastouderopvang in aantallen kinderen en kindplaatsen (gewogen gegevens) aantal kinderen gemiddeld aantal dagen aantal kindplaatsen 0-4 jarigen 4-12 jarigen ,8 3, totaal 232 2,7 126 In vergelijking met 2001 is het gebruik van de gastouderopvang met 16 kindplaatsen gedaald. Het betreft vooral kindplaatsen voor 0-4 jarigen. Het totaal aantal kinderen dat gebruik maakt van gastouderopvang is gestegen, het gemiddeld aantal dagen dat men naar het gastoudergezin gaat is lager dan in Informele opvang Wanneer kinderen worden opgevangen door een betaalde oppas of familie, vrienden of buren spreken we van informele opvang. In tabel 2.4 zien we dat 21% van de kinderen tussen 0 en 16 jaar gebruik maakt van informele opvang. Het betreft 31% van de 0-4 jarigen, 22% van de 4-12 jarigen en 8% van de jarigen. Tabel 2.4 Huidige gebruik informele opvang per wijk in aantallen kinderen (gewogen gegevens) wijk aantal kinderen 0-4 jaar aantal kinderen 4-12 jaar aantal kinderen jaar 1 aantal kinderen totaal aantal kinderen per jarigen Binnenstad Noordflank Oud-Krispijn Nieuw-Krispijn Het Reeland Staart Wielwijk Crabbehof/Zuidhoven Sterrenburg Dubbeldam Stadspolders totaal gewogen gegevens per wijk gebaseerd op <10 kinderen In vergelijking met 2001 is het aandeel kinderen jonger dan 4 jaar dat informele opvang benut wat gestegen, namelijk van 26% naar 31%. Het aandeel Dordtse kinderen van 0-16 jaar dat gebruik maakt van informele opvang is even hoog als in Op wijkniveau zien we wel verschillen. Het gebruik van informele opvang is in Wielwijk en Crabbehof/Zuidhoven het meest gestegen, namelijk met respectievelijk 12 en 11 procentpunten. In Nieuw-Krispijn en de Staart is het aandeel kinderen met informele opvang juist gedaald, namelijk met 8 kinderen per jarigen. 2.2 Formele en informele opvang voor kinderen De mate waarin ouders verschillende vormen van kinderopvang combineren komt in deze paragraaf aan bod. Verder kijken we naar de belangstelling voor opvang s avonds, in het weekend en de schoolvakanties. Ook is er aandacht voor het bestaan en het gebruik van regelingen op het werk met betrekking tot kinderopvang. De bekendheid met het Loket Kinderopvang komt als laatste aan bod.

20 Combinatie formele en informele kinderopvang Opvang voor kinderen van 0 tot 4 jaar De meeste ouders met kinderen van 0 tot 4 jaar kiezen of voor formele of voor informele kinderopvang. Beide komen ongeveer even vaak voor. Een combinatie van formele en informele opvang komt relatief weinig voor. Tot slot maakt een behoorlijk deel van de Dordtse ouders met kinderen van 0 tot 4 jaar die opvang hebben alleen gebruik van de peuterspeelzaal (tabel 2.5). Tabel 2.5 Belangstelling voor opvang van kinderen van 0-4 jaar op gezinsniveau kinderdagverblijf kinderdagverblijf + informele opvang kinderdagverblijf + peuterspeelzaal kinderdagverblijf + informele opvang + peuterspeelzaal kinderdagverblijf + gastouderopvang + informele opvang/peuterspeelzaal totaal aantal % gastouderopvang gastouderopvang + informele opvang/peuterspeelzaal totaal informele opvang informele opvang + peuterspeelzaal totaal peuterspeelzaal totaal Het aandeel ouders met opvang dat anno 2004 alleen gebruik maakt van informele opvang is hoger dan in 2001 (28% versus 15%). Het gebruik van louter de peuterspeelzaal ligt daarentegen wat lager dan in 2001 (23% versus 31%). Opvang voor kinderen van 4 tot 16 jaar Ook voor kinderen tussen 4 en 16 jaar kiezen ouders meestal voor of formele opvang of informele opvang. Vier op de tien ouders met opvang maken alleen gebruik van BSO en de helft heeft alleen informele opvang geregeld. Een combinatie van BSO en informele opvang komt bij 7% voor (tabel 2.6). Tabel 2.6 Belangstelling voor opvang van kinderen van 4-16 jaar op gezinsniveau BSO BSO + informele opvang totaal aantal % gastouderopvang 24 3 informele opvang totaal Door ouders die opvang hebben wordt BSO in 2004 vaker benut dan in 2001 (46% versus 34%). Louter informele opvang voor 4 tot 16-jarigen komt in verhouding minder vaak voor dan in 2001 (51% versus 63%).

21 2.2.2 Gebruik opvang voor kinderen in het weekend, s avonds en de schoolvakanties 11 Ongeveer één op de tien ouders heeft belangstelling voor kinderopvang in het weekend en/of s avonds. De helft wil in de schoolvakanties opvang voor de kinderen. In de belangstelling voor opvang in het weekend, s avonds en in de schoolvakanties zijn er geen verschillen tussen eenouderen tweeoudergezinnen (tabel 2.7). Tabel 2.7 Gebruik opvang voor kinderen in het weekend, s avonds/ s nachts en de schoolvakanties eenoudergezin tweeoudergezin totaal aantal % ja aantal % ja aantal % ja weekend s avonds/ s nachts schoolvakanties De belangstelling voor opvang in de schoolvakanties is bij tweeoudergezinnen gestegen sinds 2001, namelijk van 37% naar 49%. Bij eenoudergezinnen is nu juist sprake van relatief minder belangstelling dan in 2001 (46% versus 53%). Ook lijken eenoudergezinnen wat minder gebruik te willen maken van opvang s avonds (12% versus 19%) Regelingen op het werk Ouders die gebruik maken van formele opvang, hebben we gevraagd naar regelingen omtrent kinderopvang op het werk. Volgens tweederde van de ouders bestaan er regelingen op het werk als het gaat om kinderopvang (tabel 2.8). Van de gezinnen waarin beide ouders werken geeft viervijfde aan dat er regelingen zijn en volgens 63% van de tweeoudergezinnen waarvan één ouder werkt bestaan er regelingen. Bij de helft van de werkende alleenstaande ouders is er sprake van regelingen op het werk. Veruit de meeste ouders bij wie een regeling op het werk aanwezig is, hebben om een regeling voor kinderopvang gevraagd. De werkgever betaalt in vrijwel al deze gevallen mee aan de kinderopvang. Tabel 2.8 Regelingen op werk, naar arbeidssituatie eenoudergezinnen, werkend bestaan regelingen regeling gevraagd meebetalen door werkgever tweeoudergezinnen, beide werkend tweeoudergezinnen, één werkend aantal % ja aantal % ja aantal % ja Per saldo betaalt de werkgever bij 68% van alle tweeverdienende tweeoudergezinnen, bij 50% van alle tweeoudergezinnen met één werkende ouder en 42% van alle werkende alleenstaande ouders mee aan de formele kinderopvang Bijdragen formele kinderopvang We hebben ouders gevraagd wat zij vinden van de bijdrage die zij betalen aan formele kinderopvang. Werkende tweeoudergezinnen vinden hun bijdrage aan formele kinderopvang vaker hoog dan werkende alleenstaande ouders (tabel 2.9). Van de gezinnen waar beide ouders werken, vindt 82% de eigen bijdrage hoog, in tweeoudergezinnen met één werkende ouder is dat 74%. Van de werkende alleenstaande ouders vindt 57% de eigen bijdrage hoog.

22 12 Tabel 2.9 Oordeel eigen bijdrage formele kinderopvang, naar arbeidssituatie eenoudergezin tweeoudergezin aantal % hoog % goed % laag aantal % hoog % goed % laag werk beiden werk één werk,één anders Bij een deel van de werkende ouders betaalt de werkgever mee aan de formele kinderopvang, bij een deel niet. Opvallend genoeg vinden beide groepen even vaak dat hun eigen bijdrage hoog is. Ruim driekwart van de werkende ouders, met of zonder bijdrage van de werkgever, vindt de eigen bijdrage aan de kinderopvang hoog. Niemand vindt de eigen bijdrage laag (zie tabel 2.10). Tabel 2.10 Oordeel eigen bijdrage formele kinderopvang, naar meebetalen werkgever aantal % hoog % goed % laag werkgever betaalt mee werkgever betaalt niet mee In hoeverre is een te hoge bijdrage aan formele kinderopvang voor ouders een reden om er minder gebruik van te maken? Voor vier op de tien ouders is een te hoge bijdrage geen reden om minder formele kinderopvang te benutten. Daarentegen overweegt 19% minder gebruik te gaan maken en geeft een kwart aan nu al minder formele opvang te benutten omdat de bijdrage te hoog is. De overige 17% geeft aan het niet te weten. De vraag is vervolgens hoe men het mindere gebruik van formele kinderopvang oplost. Een derde van de ouders brengt de kinderen naar een onbetaalde oppas, zoals familie en 3% naar een betaalde oppas. Door minder te werken probeert een kwart het mindere gebruik op te lossen. Een klein deel stopt helemaal met werken (3%) of stopt/vermindert andere activiteiten (4%), zoals studie of vrijwilligerswerk. Bijna een kwart van de ouders weet (nog) niet hoe zij het mindere gebruik van formele opvang oplossen en 12% noemt andere oplossingen. Dit komt meestal neer op het inschakelen van oppas of de kinderen laten overblijven op school / bij vriendjes, de werktijden aanpassen aan de schooltijden, het kind zelfstandigheid leren / alleen thuis laten of als ouder thuis blijven Loket Kinderopvang Sinds januari 2002 bestaat het Loket Kinderopvang van de gemeente Dordrecht. Ouders uit de doelgroepen van het gemeentebeleid (zie paragraaf 1.2) kunnen hier terecht voor ondersteuning bij kinderopvang door de gemeente. Dit kan financiële ondersteuning en / of hulp bij plaatsing inhouden. In hoeverre zijn ouders bekend met dit Loket? Van de ondervraagde ouders is 13% bekend met het Loket Kinderopvang. Men kent het loket voornamelijk via de sociale dienst (24%), via familie of vrienden (14%) of via een folder (13%). Ook andere kanalen (26%) worden vaak genoemd, waarbij de krant veruit het vaakst wordt geopperd. Alleenstaande ouders zijn vaker bekend met het Loket Kinderopvang dan tweeoudergezinnen (24% versus 10%). Gezien alleenstaande ouders met een uitkering één van de doelgroepen zijn van het gemeentelijk beleid is dat niet vreemd. De bekendheid met het loket is het grootst bij studerende alleenstaande ouders (53%) en werkzoekende alleenstaande ouders (37%). Alleenstaande ouders met zorg voor het huishouden (11%) zijn weinig bekend met het loket.

23 13 Wat betreft de verschillende bevolkingsgroepen zien we dat Antilliaanse (30%) en Surinaamse (24%) ouders het vaakste bekend zijn met het loket, gevolgd door overige allochtonen (17%). In deze groepen komen eenoudergezinnen vaker voor. Marokkanen (8%), Turken (10%) en Nederlanders (11%) zijn het minst vaak bekend met het Loket Kinderopvang. 2.3 Belangstelling kinderopvang alleenstaande en allochtone ouders De belangstelling voor kinderopvang bij alleenstaande en bij allochtone ouders is vastgesteld op gezinsniveau. Een berekening op het niveau van kinderen was vanwege de kleine aantallen niet mogelijk. Hiertoe zijn vier groepen onderscheiden: (1) ouders die gebruik maken van formele kinderopvang (kinderdagverblijf, BSO of gastouderopvang) of een kind op de wachtlijst hebben staan; zij kunnen daarnaast gebruik maken van informele opvang en/of de peuterspeelzaal; (2) ouders die geen gebruik maken van formele kinderopvang, maar wél van informele opvang, een betaalde oppas en/of familie, kennissen of buren; ook deze ouders kunnen daarnaast gebruik maken van de peuterspeelzaal; (3) ouders die uitsluitend gebruik maken van de peuterspeelzaal, maar geen formele en/of informele opvang gebruiken; (4) ouders die geen gebruik maken van kinderopvang in welke zin dan ook Alleenstaande ouders In hoeverre verschillen alleenstaande ouders van tweeoudergezinnen als het gaat om opvang van hun kinderen? Ruim vier op de tien gezinnen maakt gebruik van formele of informele kinderopvang. Dit geldt voor zowel eenoudergezinnen als tweeoudergezinnen. Eenoudergezinnen maken vaker gebruik van formele opvang dan tweeoudergezinnen (29% versus 21%). Tweeoudergezinnen schakelen daarentegen vaker informele opvang in (22% versus 14%). Alleenstaande ouders die studeren of vrijwilligerswerk verrichten maken het vaakst gebruik van kinderopvang, gevolgd door werkende alleenstaande ouders. Van de tweeoudergezinnen maken gezinnen waar beide ouders werken het vaakst gebruik van kinderopvang (tabel 2.11). Tabel 2.11 Belangstelling kinderopvang een- en tweeoudergezinnen uitgesplitst naar arbeidssituatie (% berekend over aantal respondenten) werk studie/ huishouden/ totaal EENOUDERGEZIN vrijwilligerswerk anders (n=138)* (n=39) (n=166) (n=343) formeel informeel peuterspeelzaal geen TWEEOUDERGEZIN formeel informeel peuterspeelzaal geen * n= aantal respondenten beiden werk (n=557) één werk, één studie/ vrijwilligerswerk (n=45) één werk, één huishouden/ anders (n=606) geen van beiden werk (n=101) totaal (n=1309) In vergelijking met 2001 valt op dat alleenstaande ouders die vrijwilligerswerk doen of studeren vaker gebruik maken van formele kinderopvang. Maakte in 2001 van deze groep nog 26% gebruik van formele opvang, in 2004 is dat 59%.

24 14 Bij tweeoudergezinnen is dat juist andersom. Gezinnen waarin één ouder werkt en één vrijwilligerswerk doet of studeert maken in 2004 minder vaak gebruik van formele opvang dan in 2001 (7% versus 22%) Allochtone ouders Welke verschillen zien we in de belangstelling voor kinderopvang op basis van etnische achtergrond? De belangstelling voor kinderopvang is het kleinst bij Turkse en Marokkaanse gezinnen (tabel 2.12). Gezien het feit dat het in deze gezinnen minder vaak voorkomt dat beide ouders werken en eenoudergezinnen bij hen relatief weinig voorkomen is dit niet vreemd. Verder zien we dat Antilliaanse gezinnen relatief vaker gebruik maken van formele opvang dan de andere groepen. Informele opvang wordt door Surinaamse, Antilliaanse en Marokkaanse gezinnen minder vaak benut dan bij de andere groepen. Tot slot maken Marokkaanse gezinnen in vergelijking met de andere gezinnen vaker gebruik van uitsluitend de peuterspeelzaal. Tabel 2.12 Belangstelling kinderopvang per etnische groep (% berekend over aantal respondenten) Turks (n=80)* Marokkaans (n=115) Surinaams (n=135) Antilliaans (n=164) Overige all. (n=289) formeel informeel peuterspeelzaal geen * n= aantal respondenten Nederlanders (n=1431) Antilliaanse ouders maken anno 2004 vaker gebruik van formele kinderopvang dan in 2001 (33% versus 20%). Overige allochtonen maken in 2004 vaker gebruik van informele kinderopvang dan in 2001 (18% versus 8%).

25 3. REDENEN WEL EN GEEN GEBRUIK KINDEROPVANG 15 De redenen van ouders om wel of geen gebruik te maken van kinderopvang staan centraal in dit hoofdstuk. In paragraaf 3.1 komen de beweegredenen van gebruik van kinderopvang aan bod, gevolgd door de redenen om gebruik te maken van informele opvang (paragraaf 3.2). Vervolgens gaan we in op de vraag waarom ouders geen gebruik maken van kinderopvang (paragraaf 3.3). 3.1 Redenen gebruik kinderopvang De beweegredenen van ouders om gebruik te maken van kinderopvang zijn voornamelijk werk gerelateerd. Ruim acht op de tien gezinnen maken gebruik van formele of informele kinderopvang omdat het nodig is vanwege werk. Nog eens een vijfde heeft opvang nodig vanwege andere activiteiten, zoals studie of vrijwilligerswerk. Verder noemen 7% van de gebruikers van formele opvang en 14% van de informele opvang gebruikers de ontwikkeling van het kind als motief. Bij de peuterspeelzaal is dit veruit het belangrijkste motief: 92% van de ouders met kinderen op de peuterspeelzaal zegt dat het belangrijk is voor de ontwikkeling van het kind. Slechts een klein deel maakt gebruik van de peuterspeelzaal in verband met werk of andere bezigheden (tabel 3.1). De categorie anders wordt door 4% genoemd en is veelal een herhaling van of variant op de eerder genoemde redenen. Andere redenen die genoemd worden, zijn ziekte van ouder of kind en opvang om een avondje uit te kunnen gaan. Tabel 3.1 Redenen gebruik kinderopvang naar type opvang (% ouders dat reden heeft genoemd) formeel (n=354)* informeel (n=173) nodig in verband met werk nodig in verband met andere activiteiten, bijv. studie goed/belangrijk voor ontwikkeling kind 7 14 anders 4 5 * n= aantal respondenten peuterspeelzaal (n=64) Redenen gebruik informele kinderopvang Waarom kiezen ouders voor informele kinderopvang? Betreft het hun eigen voorkeur of zijn er belemmeringen voor formele opvang? In deze paragraaf worden de motieven voor (toekomstige) informele opvang in kaart gebracht. Algemeen Voor een aanzienlijk deel van de ouders is informele opvang een bewuste keuze (tabel 3.2). Bijna de helft vindt het belangrijk om het kind bij één vertrouwd persoon en/of in de eigen omgeving op te vangen. Ook gemak wordt vaak als een van de redenen genoemd; 28% vindt informele opvang gemakkelijker. Ook praktische belemmeringen voor formele kinderopvang spelen een belangrijke rol. Vooral de kosten van formele opvang vormen een belemmering. Maar liefst de helft van de ouders vindt de formele opvang te duur en kiest (mede) daarom voor informele opvang. Een ander veel genoemde reden is dat formele opvang niet flexibel genoeg is; voor één op de vijf ouders is dit een reden om informele kinderopvang te benutten.

Tabellenboek Wijkkranten

Tabellenboek Wijkkranten Tabellenboek Wijkkranten Sociaal Geografisch Bureau bureau voor beleidsonderzoek en statistiek Dordrecht drs. J.M.A. Schalk januari 2007 Colofon Opdrachtgever Tekst Drukwerk Informatie Maatschappelijke

Nadere informatie

Doel van het onderzoek Inzicht bieden in de gevolgen van de Wet kinderopvang voor de verschillende gebruikersgroepen.

Doel van het onderzoek Inzicht bieden in de gevolgen van de Wet kinderopvang voor de verschillende gebruikersgroepen. SAMENVATTING 1. Doel en onderzoeksopzet De invoering van de Wet kinderopvang per 1 januari 2005 heeft veel veranderingen gebracht voor de gebruikers van formele kinderopvang in kinderdagverblijven (KDV),

Nadere informatie

Samenvatting 3-meting effectonderzoek integratiecampagne. Onderzoek onder allochtone Nederlanders

Samenvatting 3-meting effectonderzoek integratiecampagne. Onderzoek onder allochtone Nederlanders Samenvatting 3-meting effectonderzoek integratiecampagne Onderzoek onder allochtone Nederlanders Samenvatting 3-meting effectonderzoek integratiecampagne Onderzoek onder allochtonen 1) Integratiecampagne

Nadere informatie

Behoefteonderzoek opvang kinderen basisschoolleeftijd

Behoefteonderzoek opvang kinderen basisschoolleeftijd Behoefteonderzoek opvang kinderen basisschoolleeftijd Totaal alle deelnemers Project: Dagarrangementen en Combinatiefuncties In opdracht van: DMO Weesperstraat 79 Postbus 658 1018 VN Amsterdam 1000 AR

Nadere informatie

Gebruik van kinderopvang

Gebruik van kinderopvang Gebruik van kinderopvang Saskia te Riele In zes van de tien gezinnen met kinderen onder de twaalf jaar hebben de ouders hun werk en de zorg voor hun kinderen zodanig georganiseerd dat er geen gebruik hoeft

Nadere informatie

Kinderopvang in Helmond

Kinderopvang in Helmond Kinderopvang in Helmond colofon Titel: Kinderopvang in Helmond Opdrachtgever: Gemeente Helmond Opdrachtnemer: Afdeling Onderzoek en Statistiek Gemeente Helmond Marian Foolen-Huys Datum: Januari 211 Gemeente

Nadere informatie

HET GEBRUIK VAN EN DE BEHOEFTE AAN KINDEROPVANG IN DE GEMEENTE NIJMEGEN

HET GEBRUIK VAN EN DE BEHOEFTE AAN KINDEROPVANG IN DE GEMEENTE NIJMEGEN HET GEBRUIK VAN EN DE BEHOEFTE AAN KINDEROPVANG IN DE GEMEENTE NIJMEGEN HET GEBRUIK VAN EN DE BEHOEFTE AAN KINDEROPVANG IN DE GEMEENTE NIJMEGEN - eindrapport - Drs. Janneke Stouten Dr. Marga de Weerd

Nadere informatie

Cijfers kinderopvang derde kwartaal Tabel 1: Gemiddelde aantallen met kinderopvangtoeslag 12 2 e. 3 e. heel kwartaal kwartaal 2015

Cijfers kinderopvang derde kwartaal Tabel 1: Gemiddelde aantallen met kinderopvangtoeslag 12 2 e. 3 e. heel kwartaal kwartaal 2015 Cijfers kinderopvang derde 1. Gebruik kinderopvangtoeslag Tabel 1: Gemiddelde aantallen met kinderopvangtoeslag 12 heel 2013 2014 2015 2015 2015 Aantal kinderen (x 1000) Totaal 3 622 620 641 631 638 682

Nadere informatie

Welke opvangmogelijkheden zijn er in principe voor kinderen van inburgeraars?

Welke opvangmogelijkheden zijn er in principe voor kinderen van inburgeraars? INBURGERING EN KINDEROPVANG/VVE Welke opvangmogelijkheden zijn er in principe voor kinderen van inburgeraars? (1)Formele opvang onder de Wet kinderopvang (kinderen van 0-4 jaar) Onderscheid wordt gemaakt

Nadere informatie

Allochtonen op de arbeidsmarkt 2009-2010

Allochtonen op de arbeidsmarkt 2009-2010 FORUM Maart Monitor Allochtonen op de arbeidsmarkt 9-8e monitor: effecten van de economische crisis In steeg de totale werkloosheid in Nederland met % naar 26 duizend personen. Het werkloosheidspercentage

Nadere informatie

10. Veel ouderen in de bijstand

10. Veel ouderen in de bijstand 10. Veel ouderen in de bijstand Niet-westerse allochtonen ontvangen 2,5 keer zo vaak een uitkering als autochtonen. Ze hebben het vaakst een bijstandsuitkering. Verder was eind 2002 bijna de helft van

Nadere informatie

Alleenstaande moeders op de arbeidsmarkt

Alleenstaande moeders op de arbeidsmarkt s op de arbeidsmarkt Moniek Coumans De arbeidsdeelname van alleenstaande moeders is lager dan die van moeders met een partner. Dit verschil hangt voor een belangrijk deel samen met een oververtegenwoordiging

Nadere informatie

Zoals u in de SCP-brief heeft kunnen lezen, gaat deze vragenlijst over de gevolgen van de Wet kinderopvang op de opvang van uw kinderen.

Zoals u in de SCP-brief heeft kunnen lezen, gaat deze vragenlijst over de gevolgen van de Wet kinderopvang op de opvang van uw kinderen. SCP 9037702384 - Hoe het werkt met kinderen Bijlage Vragenlijst 2-1 INLEIDING Zoals u in de SCP-brief heeft kunnen lezen, gaat deze vragenlijst over de gevolgen van de Wet kinderopvang op de opvang van

Nadere informatie

Dordtse jeugd in cijfers

Dordtse jeugd in cijfers Dordtse jeugd in cijfers stand van zaken en ontwikkelingen kerncijfers Hoe staat het met de jeugd in? Hoeveel kinderen groeien op in een bijstandsgezin? Hoeveel jongeren zijn werkloos en welk aandeel heeft

Nadere informatie

Kinderopvang in aandachtswijken

Kinderopvang in aandachtswijken Kinderopvang in aandachtswijken Significant Thorbeckelaan 91 3771 ED Barneveld +31 342 40 52 40 KvK 3908 1506 info@significant.nl www.significant.nl Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Barneveld,

Nadere informatie

Samenvatting 2-meting effectonderzoek integratiecampagne. Onderzoek onder allochtone Nederlanders

Samenvatting 2-meting effectonderzoek integratiecampagne. Onderzoek onder allochtone Nederlanders Samenvatting 2-meting effectonderzoek integratiecampagne Onderzoek onder allochtone Nederlanders Samenvatting 2-meting effectonderzoek integratiecampagne Onderzoek onder allochtonen 1) Integratiecampagne

Nadere informatie

Sterke toename alleenstaande moeders onder allochtonen

Sterke toename alleenstaande moeders onder allochtonen Carel Harmsen en Joop Garssen Terwijl het aantal huishoudens met kinderen in de afgelopen vijf jaar vrijwel constant bleef, is het aantal eenouderhuishoudens sterk toegenomen. Vooral onder Turken en Marokkanen

Nadere informatie

Kinderen in Nederland - Bijlage B Respons, representativiteit en weging

Kinderen in Nederland - Bijlage B Respons, representativiteit en weging Kinderen in Nederland - Bijlage B Respons, representativiteit en weging Respons thuiszorgorganisaties en GGD en In deden er tien thuiszorgorganisaties mee aan het, verspreid over heel Nederland. Uit de

Nadere informatie

FORUM Factsheet Jeugdwerkloosheid,

FORUM Factsheet Jeugdwerkloosheid, FORUM Factsheet Jeugdwerkloosheid, @ FORUM, Instituut voor Multiculturele Ontwikkeling, september 29 Samenvatting De werkloosheid onder de 1 tot 2 jarige Nederlanders is in het 2 e kwartaal van 29 met

Nadere informatie

Dordrecht D O. fl) EVALUATIE DORDTPAS Sociaal Geografisch Bureau (SGB) gemeente Dordrecht. drs. L. Mellema drs. J.M. Schiff dr. M. G.

Dordrecht D O. fl) EVALUATIE DORDTPAS Sociaal Geografisch Bureau (SGB) gemeente Dordrecht. drs. L. Mellema drs. J.M. Schiff dr. M. G. Dordrecht LO O 03 m i ċqj D O EVALUATIE DORDTPAS 2003 fl) l/l NJ O OU) Sociaal Geografisch Bureau (SGB) gemeente Dordrecht drs. L. Mellema drs. J.M. Schiff dr. M. G. Weide oktober 2003 Colofon Opdrachtgever:

Nadere informatie

Achtergrond en aanleiding. Opzet en uitvoering van het onderzoek

Achtergrond en aanleiding. Opzet en uitvoering van het onderzoek Achtergrond en aanleiding Zuiveringsschap Hollandse Eilanden en Waarden bewaakt een goede waterkwaliteit van water in sloten, plassen, singels en meren, het zogenaamd oppervlaktewater. Bestrijdingsmiddelen

Nadere informatie

De betekenis van informele opvang voor de arbeidsparticipatie

De betekenis van informele opvang voor de arbeidsparticipatie De betekenis van informele opvang voor de arbeidsparticipatie Raadpleging van het Panel RADAR-Klanttevredenheidsonderzoek n.a.v. kabinetsvoornemens Kinderopvang 20 juni 2008 Maria Jongsma Arie Luiten Theo

Nadere informatie

Ruimte voor groei in de kinderopvang. Sociaal en Cultureel Planbureau in opdracht van het

Ruimte voor groei in de kinderopvang. Sociaal en Cultureel Planbureau in opdracht van het Ruimte voor groei in de kinderopvang Sociaal en Cultureel Planbureau in opdracht van het Ruimte voor groei in de kinderopvang De vraag naar kinderopvang per gemeente Om een goed beeld te krijgen van de

Nadere informatie

Samenvatting 3-meting effectonderzoek integratiecampagne. Onderzoek onder autochtone Nederlanders

Samenvatting 3-meting effectonderzoek integratiecampagne. Onderzoek onder autochtone Nederlanders Samenvatting 3-meting effectonderzoek integratiecampagne Onderzoek onder autochtone Nederlanders Samenvatting 3-meting effectonderzoek integratiecampagne Onderzoek onder autochtonen 1) Integratiecampagne

Nadere informatie

Uitkomsten enquête Andere Tijden

Uitkomsten enquête Andere Tijden Uitkomsten enquête Andere Tijden Een peiling van de wensen en behoeften onder Zeeuwse ouders met jonge kinderen op het gebied van schooltijden, schoolvakantie, school en opvang Voorjaar 2012 Uitkomsten

Nadere informatie

FORUM Monitor Allochtonen op de arbeidsmarkt: effecten van de economische crisis 2 e kwartaal 2009

FORUM Monitor Allochtonen op de arbeidsmarkt: effecten van de economische crisis 2 e kwartaal 2009 FORUM Monitor Allochtonen op de arbeidsmarkt: effecten van de economische crisis 2 e kwartaal 29 Groei van werkloosheid onder zet door! In het 2 e kwartaal van 29 groeide de werkloosheid onder (niet-westers)

Nadere informatie

Kinderopvang in de Drechtsteden

Kinderopvang in de Drechtsteden Kinderopvang in de Drechtsteden Ouders over kinderopvang en hun betrokkenheid daarbij Inhoud: 1. Samenvatting en conclusies 2. Gebruik van kinderopvang 3. Tevredenheid over kinderopvang 4. Ouderbetrokkenheid

Nadere informatie

Toelichting bij de SZW-Adviestabel ouderbijdragen kinderopvang 2004 Percentagetabel

Toelichting bij de SZW-Adviestabel ouderbijdragen kinderopvang 2004 Percentagetabel Toelichting bij de SZW-Adviestabel ouderbijdragen kinderopvang 2004 Percentagetabel Begrippen Hele dagopvang Halve dagopvang Buitenschoolse opvang Naschoolse opvang Onafgebroken opvang van 0-4 jarigen

Nadere informatie

12. Vaak een uitkering

12. Vaak een uitkering 12. Vaak een uitkering Eind 2001 hadden niet-westerse allochtonen naar verhouding 2,5 maal zo vaak een uitkering als autochtonen. De toename van de WW-uitkeringen in 2002 was bij niet-westerse allochtonen

Nadere informatie

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE > Retouradres Postbus 90801 2509 LV Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE 2513AA22XA Postbus 90801 2509 LV Den Haag Parnassusplein 5 T 070 333

Nadere informatie

8. Werken en werkloos zijn

8. Werken en werkloos zijn 8. Werken en werkloos zijn In 22 is de arbeidsdeelname van allochtonen niet meer verder gestegen. Onder autochtonen is het aantal personen met werk nog wel licht toegenomen. De arbeidsdeelname onder Surinamers,

Nadere informatie

Niet-westerse allochtonen behoren minder vaak tot de werkzame beroepsbevolking 1) Arbeidsdeelname niet-westerse allochtonen gedaald

Niet-westerse allochtonen behoren minder vaak tot de werkzame beroepsbevolking 1) Arbeidsdeelname niet-westerse allochtonen gedaald 7. Vaker werkloos In is de arbeidsdeelname van niet-westerse allochtonen gedaald. De arbeidsdeelname onder rs is relatief hoog, zes van de tien hebben een baan. Daarentegen werkten in slechts vier van

Nadere informatie

Werkwijze Dordtse Felicitatiedienst (kortweg DFD) Inleiding:

Werkwijze Dordtse Felicitatiedienst (kortweg DFD) Inleiding: Dordtse Felicitatiedienst Werkwijze Dordtse Felicitatiedienst (kortweg DFD) Inleiding: De Gemeente Rotterdam heeft de ambitie dat voor 2010 alle achterstandskinderen tussen twee en vier jaar naar de voorschool

Nadere informatie

Het aanbod van kinderopvang per eind 2004

Het aanbod van kinderopvang per eind 2004 Het aanbod van kinderopvang per eind 2004 Eindrapport Een onderzoek in opdracht van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Sonja van der Kemp Marianne Kloosterman B2944 Leiden, 22 maart 2005

Nadere informatie

Steeds meer niet-westerse allochtonen in het voltijd hoger onderwijs

Steeds meer niet-westerse allochtonen in het voltijd hoger onderwijs Steeds meer niet-westerse allochtonen in het voltijd hoger onderwijs Esther van Kralingen Tussen studiejaar 1995/ 96 en 21/ 2 is het aandeel van de niet-westerse allochtonen dat in het hoger onderwijs

Nadere informatie

Toezichthouders in de wijk

Toezichthouders in de wijk Toezichthouders in de wijk Hoe ervaren inwoners uit Dordrecht, Hendrik-Ido-Ambacht en Zwijndrecht de aanwezigheid van Toezichthouders? Inhoud: 1 Conclusies 2 Bekendheid 3 Effect 4 Waardering taken Hondengerelateerde

Nadere informatie

10. Banen met subsidie

10. Banen met subsidie 10. Banen met subsidie Eind 2002 namen er 178 duizend personen deel aan een van de regelingen voor gesubsidieerd werk. Meer dan eenzesde van deze splaatsen werd door niet-westerse allochtonen bezet. Ze

Nadere informatie

Meer of minder uren werken

Meer of minder uren werken Meer of minder uren werken Jannes de Vries Een op de zes mensen die minstens twaalf uur per week werken (de werkzame beroeps bevolking) wil meer of juist minder uur werken. Van hen heeft minder dan de

Nadere informatie

Langdurige werkloosheid in Nederland

Langdurige werkloosheid in Nederland Langdurige werkloosheid in Nederland Robert de Vries In 25 waren er 483 duizend werklozen. Hiervan waren er 23 duizend 42 procent langdurig werkloos. Langdurige werkloosheid komt vooral voor bij ouderen.

Nadere informatie

Rapport monitor Opvang asielzoekers. week 28 t/m 39. Onderzoek naar houding van Nederlanders t.a.v. de opvang van asielzoekers.

Rapport monitor Opvang asielzoekers. week 28 t/m 39. Onderzoek naar houding van Nederlanders t.a.v. de opvang van asielzoekers. Rapport monitor Opvang asielzoekers week 28 t/m 39 Onderzoek naar houding van Nederlanders t.a.v. de opvang van asielzoekers 29 september 2016 Projectnummer: 20672 Inhoudsopgave Voorwoord Samenvatting

Nadere informatie

Omnibusenquête 2015. deelrapport. Studentenhuisvesting

Omnibusenquête 2015. deelrapport. Studentenhuisvesting Omnibusenquête 2015 deelrapport Studentenhuisvesting Omnibusenquête 2015 deelrapport Studentenhuisvesting OMNIBUSENQUÊTE 2015 deelrapport STUDENTENHUISVESTING Zoetermeer, 9 december 2015 Gemeente Zoetermeer

Nadere informatie

Factsheet. Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2014. Werkloosheid stijgt naar 24% Definities. Nummer 6 juni 2014

Factsheet. Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2014. Werkloosheid stijgt naar 24% Definities. Nummer 6 juni 2014 Nummer 6 juni 2014 Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2014 Factsheet Ondanks eerste tekenen dat de economie weer aantrekt blijft de werkloosheid. Negen procent van de Amsterdamse beroepsbevolking is werkloos

Nadere informatie

Rapportage BMKO Panelonderzoek Internetgebruik op de BSO. april 2009. Drs. M. Jongsma R. H. Rijnks BSc. Paterswolde, april 2009

Rapportage BMKO Panelonderzoek Internetgebruik op de BSO. april 2009. Drs. M. Jongsma R. H. Rijnks BSc. Paterswolde, april 2009 Rapportage BMKO Panelonderzoek Internetgebruik op de BSO april 2009 Drs. M. Jongsma R. H. Rijnks BSc Paterswolde, april 2009 Postbus 312 9700 AH Groningen Pr. Irenelaan 1a 9765 AL Paterswolde telefoon:

Nadere informatie

Bereikscijfers FunX. Rapportage Auteurs: Ahmed Ait Moha, Marleen de Graaf & Fenneke Vegter Project Z

Bereikscijfers FunX. Rapportage Auteurs: Ahmed Ait Moha, Marleen de Graaf & Fenneke Vegter Project Z Bereikscijfers FunX Rapportage Auteurs: Ahmed Ait Moha, Marleen de Graaf & Fenneke Vegter Project Z4009 29-4-2014 Methodologie Periode: De onderzoeksgegevens zijn in de periode van 4 februari tot en met

Nadere informatie

LelyStadsGeluiden. De mening van de jongeren gepeild. School en werk 2007

LelyStadsGeluiden. De mening van de jongeren gepeild. School en werk 2007 LelyStadsGeluiden De mening van de jongeren gepeild School en werk 007 In 007 hebben.37 jongeren meegewerkt aan de jongerenenquête. Het onderzoek had als doel om in kaart te brengen wat jongeren doen,

Nadere informatie

Fact sheet. Dienst Wonen, Zorg en Samenleven. Eigen woningbezit 1e en 2e generatie allochtonen. Aandeel stijgt, maar afstand blijft

Fact sheet. Dienst Wonen, Zorg en Samenleven. Eigen woningbezit 1e en 2e generatie allochtonen. Aandeel stijgt, maar afstand blijft Dienst Wonen, Zorg en Samenleven Fact sheet nummer 1 januari 211 Eigen woningbezit 1e en Aandeel stijgt, maar afstand blijft Het eigen woningbezit in Amsterdam is de laatste jaren sterk toegenomen. De

Nadere informatie

Rapportage trendonderzoek, prognose vraag naar kinderopvang

Rapportage trendonderzoek, prognose vraag naar kinderopvang Rapportage trendonderzoek, prognose vraag naar kinderopvang pagina 1. Inleiding 3 2. Vraagstelling 4 2.1. De algemene trends.. 4 2.2 Factoren die verschillen bepalen... 4 3. Onderzoeksopzet 5 3.1 Opzet

Nadere informatie

Inhoud. Samenvatting 3. 1 Inleiding 9. 2 Het basisonderwijs 11

Inhoud. Samenvatting 3. 1 Inleiding 9. 2 Het basisonderwijs 11 Inhoud Samenvatting 3 1 Inleiding 9 2 Het basisonderwijs 11 3 De Kinderopvang 13 3.1 Het kinderdagverblijf 13 3.2 Het gastouderbureau 15 3.3 Buitenschoolse opvang en overblijven 16 3.4 De kinderopvang

Nadere informatie

Winterswijk, 1 januari 2015. Beste ouders en verzorgers,

Winterswijk, 1 januari 2015. Beste ouders en verzorgers, Winterswijk, 1 januari 2015 Beste ouders en verzorgers, Met ingang van 1 januari 2015 hebben wij nieuwe tarieven doorgevoerd. Hierbij krijgt u als ouder of verzorger meer keuzemogelijkheden. Met de bijgevoegde

Nadere informatie

SWW Kinderopvang. Hieronder een voorbeeld van twee werkende ouders die hun kinderen naar de kinderopvang op de Springplank brengen (zorgeloos pakket).

SWW Kinderopvang. Hieronder een voorbeeld van twee werkende ouders die hun kinderen naar de kinderopvang op de Springplank brengen (zorgeloos pakket). Tarieven en toeslagen Met ingang van 1 januari 2017 hebben wij nieuwe tarieven. Hieronder vindt u de mogelijkheden voor: Kinderopvang Buitenschoolse opvang (inclusief voorschoolse opvang) Peuteropvang

Nadere informatie

1 Opzet tabellenboek, onderzoeksopzet en respondentkenmerken

1 Opzet tabellenboek, onderzoeksopzet en respondentkenmerken 1 Opzet tabellenboek, onderzoeksopzet en respondentkenmerken 1.1 Opzet tabellenboek Dit tabellenboek geeft een uitgebreid overzicht van de uitkomsten van de Leefbaarheidsmonitor 2004. Het algemene rapport,

Nadere informatie

Alfahulp en huishoudelijke hulp. Rapportage Ons kenmerk: 11110 Juni 2014

Alfahulp en huishoudelijke hulp. Rapportage Ons kenmerk: 11110 Juni 2014 Alfahulp en huishoudelijke hulp Rapportage Ons kenmerk: 11110 Juni 2014 Inhoudsopgave Geschreven voor Achtergrond & doelstelling 3 Conclusies 5 Resultaten 10 Bereidheid tot betalen 11 Naleven regels 17

Nadere informatie

Afhankelijk van een uitkering in Nederland

Afhankelijk van een uitkering in Nederland Afhankelijk van een uitkering in Nederland Harry Bierings en Wim Bos In waren 1,6 miljoen huishoudens voor hun inkomen afhankelijk van een uitkering. Dit is ruim een vijfde van alle huishoudens in Nederland.

Nadere informatie

Stand van zaken huisvesting kinderopvang in Nederland 2011

Stand van zaken huisvesting kinderopvang in Nederland 2011 Stand van zaken huisvesting kinderopvang in Nederland 2011 Utrecht, juli 2011 Buitenhek Management & Consult Winthontlaan 200 Postbus 85183 3508 AD Utrecht T +030 287 59 59 F +030 287 59 60 info@buitenhek.nl

Nadere informatie

Openingstijden Stadswinkels 2008

Openingstijden Stadswinkels 2008 Openingstijden Stadswinkels 2008 Openingstijden Stadswinkels 2008 René van Duin & Maaike Dujardin Centrum voor Onderzoek en Statistiek (COS) december 2008 In opdracht van Publiekszaken afdeling Beleid

Nadere informatie

Trends in het gebruik van informele zorg en professionele zorg thuis: gebruik van informele zorg neemt toe

Trends in het gebruik van informele zorg en professionele zorg thuis: gebruik van informele zorg neemt toe Deze factsheet is een uitgave van het NIVEL. De gegevens mogen met bronvermelding (Trends in het gebruik van informele zorg en professionele zorg thuis: gebruik van informele zorg neemt toe, G. Waverijn

Nadere informatie

Bijlage III Het risico op financiële armoede

Bijlage III Het risico op financiële armoede Bijlage III Het risico op financiële armoede Zoals aangegeven in hoofdstuk 1 is armoede een veelzijdig begrip. Armoede heeft behalve met inkomen te maken met maatschappelijke participatie, onderwijs, gezondheid,

Nadere informatie

Rapport Oosterschelderegio

Rapport Oosterschelderegio Rapport Oosterschelderegio Middelburg, december Colofon SCOOP Samenstelling Kris Louwerse Herman Braat SCOOP Kousteensedijk 7 Postbus 407 4330 AK Middelburg Telefoon (0118) 682500 Telefax (0118) 635311

Nadere informatie

Herhaalmeting Kennis over de AOW-partnertoeslag

Herhaalmeting Kennis over de AOW-partnertoeslag Herhaalmeting Kennis over de AOW-partnertoeslag Een internetonderzoek in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Uitgevoerd door: Intomart GfK bv Projectnummer: 21095 Datum: 28-5-

Nadere informatie

Rapport monitor Opvang asielzoekers. week 44 t/m Onderzoek naar houding van Nederlanders t.a.v. de opvang van asielzoekers.

Rapport monitor Opvang asielzoekers. week 44 t/m Onderzoek naar houding van Nederlanders t.a.v. de opvang van asielzoekers. Rapport monitor Opvang asielzoekers week 44 t/m 47 2015 Onderzoek naar houding van Nederlanders t.a.v. de opvang van asielzoekers 23 november 2015 Projectnummer: 20645 Inhoudsopgave Voorwoord Samenvatting

Nadere informatie

Oudere minima in Amsterdam en het gebruik van de AIO

Oudere minima in Amsterdam en het gebruik van de AIO Oudere minima in Amsterdam en het gebruik van de AIO In opdracht van: DWI Projectnummer: 13010 Anne Huizer Laure Michon Clemens Wenneker Jeroen Slot Bezoekadres: Oudezijds Voorburgwal 300 Telefoon 020

Nadere informatie

Opinie Buurtwerk. Sociaal Geografisch Bureau gemeente Dordrecht. drs. J.M.A. Schalk

Opinie Buurtwerk. Sociaal Geografisch Bureau gemeente Dordrecht. drs. J.M.A. Schalk Opinie Buurtwerk Sociaal Geografisch Bureau gemeente Dordrecht drs. J.M.A. Schalk augustus 2005 Colofon Opdrachtgever Tekst Fotografie Drukwerk informatie Gemeente Dordrecht, Sector Onderwijs en Welzijn

Nadere informatie

De klant in beeld Wet kinderopvang en de gevolgen voor de gebruikers. Eindrapportage gevolgen Wet kinderopvang voor de gebruikers

De klant in beeld Wet kinderopvang en de gevolgen voor de gebruikers. Eindrapportage gevolgen Wet kinderopvang voor de gebruikers De klant in beeld Wet kinderopvang en de gevolgen voor de gebruikers Eindrapportage gevolgen Wet kinderopvang voor de gebruikers Ten behoeve van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Drs.

Nadere informatie

Tweemeting Trendonderzoek Kinderopvang

Tweemeting Trendonderzoek Kinderopvang Tweemeting Trendonderzoek Kinderopvang Eindrapport Een onderzoek in opdracht van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Marcia van Oploo Mirjam Engelen B3194 Leiden, 31 oktober 2006 Voorwoord

Nadere informatie

Centraal Bureau voor de Statistiek. Persbericht. Werkloosheid niet-westerse allochtonen nauwelijks toegenomen in 2005

Centraal Bureau voor de Statistiek. Persbericht. Werkloosheid niet-westerse allochtonen nauwelijks toegenomen in 2005 Centraal Bureau voor de Statistiek Persbericht PB06-015 13 februari 2006 9.30 uur Werkloosheid niet-westerse allochtonen nauwelijks toegenomen in 2005 In 2005 is de werkloosheid onder niet-westerse allochtonen

Nadere informatie

Coffeeshop in de buurt

Coffeeshop in de buurt Coffeeshop in de buurt De herhalingsmeting: ervaringen van direct omwonenden in 2013 Dordrecht telt van oudsher acht coffeeshops gelegen in de Binnenstad. De gemeente Dordrecht zet zich in om overlast

Nadere informatie

Klanttevredenheid WMO vervoer Haren 2013

Klanttevredenheid WMO vervoer Haren 2013 Klanttevredenheid WMO vervoer Haren 2013 Colofon "Klanttevredenheid WMO vervoer Haren 2013" Klanttevredenheidsonderzoek naar het WMO vervoer in de gemeente Haren. Uitgave Deze publicatie is een uitgave

Nadere informatie

Nieuwsbrief November 2011

Nieuwsbrief November 2011 Nieuwsbrief November 2011 In deze nieuwsbrief willen wij u informeren omtrent een aantal wijzigingen die worden doorgevoerd in de Wet Kinderopvang per 1 januari 2012 en (naar verwachting) per 1 januari

Nadere informatie

Stand van zaken huisvesting kinderopvang in Nederland

Stand van zaken huisvesting kinderopvang in Nederland Stand van zaken huisvesting kinderopvang in Nederland Utrecht, januari 2010 Buitenhek Management & Consult Winthontlaan 200 Postbus 85183 3508 AD Utrecht T +030 287 59 59 F +030 287 59 60 info@buitenhek.nl

Nadere informatie

HET GEBRUIK VAN EN DE BEHOEFTE AAN KINDEROPVANG IN DE GEMEENTE AMERSFOORT

HET GEBRUIK VAN EN DE BEHOEFTE AAN KINDEROPVANG IN DE GEMEENTE AMERSFOORT HET GEBRUIK VAN EN DE BEHOEFTE AAN KINDEROPVANG IN DE GEMEENTE AMERSFOORT HET GEBRUIK VAN EN DE BEHOEFTE AAN KINDEROPVANG IN DE GEMEENTE AMERSFOORT - eindrapport - Natascha van den Berg Marga de Weerd

Nadere informatie

3.5 Voorzieningen in de buurt

3.5 Voorzieningen in de buurt 3.5 Voorzieningen in de buurt Samenvatting: Straatverlichting en straatmeubilair Veruit de meeste (8%) bewoners zijn (zeer) tevreden over de straatverlichting in hun buurt. De verschillen naar wijk zijn

Nadere informatie

GfK Group Media RAB Radar- Voorbeeldpresentatie Merk X fmcg. Februari 2008 RAB RADAR. Radio AD Awareness & Respons. Voorbeeldpresentatie Merk X

GfK Group Media RAB Radar- Voorbeeldpresentatie Merk X fmcg. Februari 2008 RAB RADAR. Radio AD Awareness & Respons. Voorbeeldpresentatie Merk X RAB RADAR Radio AD Awareness & Respons Voorbeeldpresentatie Inhoud 1 Inleiding 2 Resultaten - Spontane en geholpen bekendheid - Herkenning radiocommercial en rapportcijfer - Teruggespeelde boodschap -

Nadere informatie

Uitgevoerd in opdracht van de afdeling Beleid, dienst Sociale Zaken en Werk, gemeente Groningen

Uitgevoerd in opdracht van de afdeling Beleid, dienst Sociale Zaken en Werk, gemeente Groningen Meer of Minder Heden Verschillen tussen, en trends in, de verhouding allochtone en autochtone klanten van de dienst SOZAWE Alfons Klein Rouweler Ard Jan Leeferink Louis Polstra Uitgevoerd in opdracht van

Nadere informatie

Bezuinigingen openbaar groen Branche vereniging VHG Uitvoering augustus 2013 VELDWERK OPTIMAAL

Bezuinigingen openbaar groen Branche vereniging VHG Uitvoering augustus 2013 VELDWERK OPTIMAAL Bezuinigingen openbaar groen Branche vereniging VHG Uitvoering augustus 2013 VELDWERK OPTIMAAL Veldwerk Optimaal B.V. 's-hertogenbosch, september 2013 INHOUDSOPGAVE Pagina 1. ONDERZOEKSVERANTWOORDING 2

Nadere informatie

Steeds meer mensen zijn bewust flexitariër

Steeds meer mensen zijn bewust flexitariër bezoekadres Marnixkade 109 1015 ZL Amsterdam postadres Postbus 15262 1001 MG Amsterdam E moti@motivaction.nl T +31 (0)20 589 83 83 F +31 (0)20 589 83 00 W www.motivaction.nl Steeds meer mensen zijn bewust

Nadere informatie

Sociaal-economische schets van Leiden Zuidwest 2011

Sociaal-economische schets van Leiden Zuidwest 2011 Sociaal-economische schets van Zuidwest 2011 Zuidwest is onderdeel van het en bestaat uit de buurten Haagwegnoord en -zuid, Boshuizen, Fortuinwijk-noord en -zuid en de Gasthuiswijk. Zuidwest heeft een

Nadere informatie

Klanttevredenheidsonderzoek Wmo 2012 Wmo-hulpmiddelen onder de loep. Gemeente Ubbergen Juni 2013

Klanttevredenheidsonderzoek Wmo 2012 Wmo-hulpmiddelen onder de loep. Gemeente Ubbergen Juni 2013 Klanttevredenheidsonderzoek Wmo 2012 Wmo-hulpmiddelen onder de loep Gemeente Ubbergen Juni 2013 Colofon Uitgave I&O Research BV Zuiderval 70 7543 EZ Enschede tel. (053) 4825000 Rapportnummer 2013/033 Datum

Nadere informatie

SOCIALE STAAT VAN DORDRECHT 2003

SOCIALE STAAT VAN DORDRECHT 2003 SOCIALE STAAT VAN DORDRECHT 2003 Sociaal Geografisch Bureau gemeente Dordrecht drs. J.M. Schiff dr. M.G. Weide juni 2004 Colofon Opdrachtgever: Tekst: Drukwerk: Informatie: Sector Onderwijs en Welzijn

Nadere informatie

Kinderopvang tot 2015: krimp en yuppificatie zet door

Kinderopvang tot 2015: krimp en yuppificatie zet door Kinderopvang tot 2015: krimp en yuppificatie zet door Utrecht, 20 april 2012 Buitenhek Management & Consult Winthontlaan 200 Postbus 85183 3508 AD Utrecht T +030 287 59 59 F +030 287 59 60 info@buitenhek.nl

Nadere informatie

Vrijwilligersbeleid. Rapportage flitsenquête ActiZ. ActiZ, organisatie van zorgondernemers. ICSB Marketing en Strategie Drs.

Vrijwilligersbeleid. Rapportage flitsenquête ActiZ. ActiZ, organisatie van zorgondernemers. ICSB Marketing en Strategie Drs. Rapportage flitsenquête ActiZ Vrijwilligersbeleid Voor ActiZ, organisatie van zorgondernemers Van ICSB Marketing en Strategie Drs. Yousri Mandour Datum 7 maart 2011 Pag. 1 Voorwoord Voor u liggen de resultaten

Nadere informatie

Evaluatie Dordtse speelvoorzieningen

Evaluatie Dordtse speelvoorzieningen Evaluatie Dordtse speelvoorzieningen Onderzoekcentrum Drechtsteden drs. S.A.W. van Oostrom-van der Meijden dr. B.J.M. van der Aa augustus 2011 Colofon Opdrachtgever Tekst Foto Drukwerk Informatie gemeente

Nadere informatie

Van Klacht Naar Kracht deelnemersresultaten april 2010-2011

Van Klacht Naar Kracht deelnemersresultaten april 2010-2011 Feitenkaart Van Klacht Naar Kracht deelnemersresultaten april 010-011 In september 007 is de uitvoering van het Rotterdamse leefstijlprogramma Van Klacht naar Kracht gestart. Het doel van het programma

Nadere informatie

Monitor Jeugdwerkloosheid Amsterdam over 2015

Monitor Jeugdwerkloosheid Amsterdam over 2015 1 Monitor Jeugdwerkloosheid Amsterdam over 2015 Fact sheet juni 20 De werkloosheid onder Amsterdamse jongeren is het afgelopen jaar sterk gedaald. Van de 3.00 Amsterdamse jongeren in de leeftijd van 15

Nadere informatie

Fact sheet. Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam. nummer 5 maart 2013

Fact sheet. Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam. nummer 5 maart 2013 Fact sheet nummer 5 maart 2013 Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam Er zijn ruim 133.000 jongeren van 15 tot en met 26 jaar in Amsterdam (januari 2012). Met de meeste jongeren gaat het goed in het onderwijs

Nadere informatie

Artikelen. Overwerken in Nederland. Ingrid Beckers en Clemens Siermann

Artikelen. Overwerken in Nederland. Ingrid Beckers en Clemens Siermann Overwerken in Nederland Ingrid Beckers en Clemens Siermann In 4 werkte 37 procent de werknemers in Nederland regelmatig over. Bijna een derde het overwerk is onbetaald. Overwerk komt het meeste voor onder

Nadere informatie

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE > Retouradres Postbus 90801 2509 LV Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE 2513AA22XA Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4

Nadere informatie

Thuis voelen in Nederland: stedelijke verschillen bij allochtonen

Thuis voelen in Nederland: stedelijke verschillen bij allochtonen Thuis voelen in Nederland: stedelijke verschillen bij allochtonen Jeroen Nieuweboer Allochtonen in, en voelen zich minder thuis in Nederland dan allochtonen elders in Nederland. Marokkanen, Antillianen

Nadere informatie

Afdeling Samenleving Richtlijn 3.7 en KINDEROPVANG

Afdeling Samenleving Richtlijn 3.7 en KINDEROPVANG Afdeling Samenleving Richtlijn 3.7 en 3.7.1 KINDEROPVANG Algemeen Sedert 1 januari 2005 is de Wet kinderopvang in werking getreden. Deze wet regelt de kwaliteit en financiering van kinderopvang. Uitgangspunt

Nadere informatie

Participatie-effect kinderopvangtoeslag

Participatie-effect kinderopvangtoeslag Participatie-effect kinderopvangtoeslag Amsterdam, november 2009 In opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Participatie-effect kinderopvangtoeslag Caroline Berden Lucy Kok Roetersstraat

Nadere informatie

Rapport monitor Opvang asielzoekers. week 16 t/m 19. Onderzoek naar houding van Nederlanders t.a.v. de opvang van asielzoekers.

Rapport monitor Opvang asielzoekers. week 16 t/m 19. Onderzoek naar houding van Nederlanders t.a.v. de opvang van asielzoekers. Rapport monitor Opvang asielzoekers week 16 t/m 19 Onderzoek naar houding van Nederlanders t.a.v. de opvang van asielzoekers 17 mei 2016 Projectnummer: 20672 Inhoudsopgave Voorwoord Samenvatting Resultaten

Nadere informatie

Zorggebruik. 5.1 Inleiding. 5.2 Contact eerste lijn

Zorggebruik. 5.1 Inleiding. 5.2 Contact eerste lijn Dit rapport is een uitgave van het NIVEL in 2004. De gegevens mogen met bronvermelding (H van Lindert, M Droomers, GP Westert.. Een kwestie van verschil: verschillen in zelfgerapporteerde leefstijl, gezondheid

Nadere informatie

Het belang van begeleiding

Het belang van begeleiding Het belang van begeleiding Langdurig zieke werknemers 9 en 18 maanden na ziekmelding vergeleken Lone von Meyenfeldt Philip de Jong Carlien Schrijvershof Dit onderzoek is financieel mogelijk gemaakt door

Nadere informatie

Hoofdstuk 17. Kinderopvang

Hoofdstuk 17. Kinderopvang Hoofdstuk 17. Kinderopvang Samenvatting Van de ouders met kinderen van 0-3 jaar maakt tweederde gebruik van kinderopvang. Ouders die hier geen gebruik van maken noemen hiervoor met name als reden dat ze

Nadere informatie

Bereik peuterspeelzalen

Bereik peuterspeelzalen afdeling Onderzoek en Statistiek Gemeente Nijmegen 4 maart 2003 Inhoudsopgave 1 Vraagstelling, onderzoeksopzet en uitvoering 3 1.1 Vraagstelling 3 1.2 Uitwerking van de probleemstelling 3 1.3 Onderzoeksopzetten

Nadere informatie

Scholen in de Randstad sterk gekleurd

Scholen in de Randstad sterk gekleurd Scholen in de Randstad sterk gekleurd Marijke Hartgers Autochtone en niet-westers allochtone leerlingen zijn niet gelijk over de Nederlandse schoolvestigingen verdeeld. Dat komt vooral doordat niet-westerse

Nadere informatie

Motieven voor gastouderopvang. Een onderzoek in opdracht van het Ministerie van SZW. Uitgevoerd door: Intomart GfK bv

Motieven voor gastouderopvang. Een onderzoek in opdracht van het Ministerie van SZW. Uitgevoerd door: Intomart GfK bv Een onderzoek in opdracht van het Ministerie van SZW Uitgevoerd door: Intomart GfK bv Uw contact: Kim Versluijs en Carlijn Ritzen Tel.: +31 (0)35-6258411 / Fax: +31 (0)35-6246532 E-mail: kim.versluijs@gfk.com

Nadere informatie

Sociale contacten, vrijetijdsbesteding en praktische ondersteuning

Sociale contacten, vrijetijdsbesteding en praktische ondersteuning Sociale contacten, vrijetijdsbesteding en praktische ondersteuning Resultaten van de tweede schriftelijke vragenronde onder de deelnemers aan het GGZ-panel regio Delft Westland Oostland juli 2006 - L.M.

Nadere informatie

Het geheel moet meer worden dan de som der delen

Het geheel moet meer worden dan de som der delen Bijlage 2. Het geheel moet meer worden dan de som der delen 26-08-09 1 Inleiding 3 Werkwijze 4 Resultaten ouders 5 De steekproef Uitkomsten gesloten vragen ouders Uitkomsten open vragen ouders Resultaten

Nadere informatie

Communicatie, lokale media en samenwerking 2015

Communicatie, lokale media en samenwerking 2015 Communicatie, lokale media en samenwerking 2015 Gemeente Amersfoort Dymphna Meijneken April 2016 De Stadsberichten, een aantal pagina s in het lokale blad Amersfoort Nu, is al jaren de meest benutte bron

Nadere informatie

School-Muziek-Sport: Doen meer kinderen mee?

School-Muziek-Sport: Doen meer kinderen mee? School-Muziek-Sport: Doen meer kinderen mee? SMS-Kinderfonds Dordrecht 2006-2012 Inhoud: 1. Conclusies 2. Doelgroep, harde kern 3. Bekendheid en gebruik 4. Participatie Kinderen die opgroeien in arme gezinnen

Nadere informatie