VOORONDERZOEK HBO-SAM KWALITEITSZORG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "VOORONDERZOEK HBO-SAM KWALITEITSZORG"

Transcriptie

1 VOORONDERZOEK HBO-SAM KWALITEITSZORG Eindrapport Martine Boschmans (CVO HIK) Vera Pletincx (Arteveldehogeschool) 31 augustus 2009

2 Inhoudstafel 1 REGELGEVING Decreet betreffende het secundair na secundair onderwijs en het hoger beroepsonderwijs (30/04/2009; B.S. 20/07/2009) Regelgeving buiten HBO-decreet Decreet betreffende het volwassenenonderwijs (15 juni 2007; B.S. 31/08/2007) Decreet betreffende de kwaliteit van onderwijs (30 april 2009; Stuk 2160 nr. 4) Decreet betreffende het onderwijs XIX (30 april 2009; Stuk 2159 nr. 5) Decreet betreffende de kwalificatiestructuur (30 april 2009; B.S. 16/07/2009) 7 2 BEOORDELINGSKADERS EN OPERATIONELE PROCEDURES Onderwijsinspectie Gedifferentieerde doorlichting Onderzoek van gecombineerd onderwijs Het huidige visitatie-accreditatiestelsel Situering Huidige accreditatiestelsel bachelor- en masteropleidingen Huidige onderwijsvisitaties bachelor- en masteropleidingen Toetsingskader nieuwe opleidingen hoger onderwijs Vlaanderen Associate Degrees in Nederland Concept accreditatiestelsel bachelor- en masteropleidingen in te voeren vanaf Concept accreditatiestelsel bachelor- en masteropleidingen na Concept visitatiestelsel bachelor- en masteropleidingen na Het concept accreditatiekader HBO5-opleidingen / Associate Degrees (AD) Situering Concept accreditatiekader HBO5 / Associate Degrees 20 3 INVENTARISATIE KNELPUNTEN EN KANSEN TOT AFSTEMMING BIJ DE VISITATIES VAN DE HBO5- OPLEIDINGEN Situering Probleemstelling Inventarisatie knelpunten Mogelijke ideeën tot afstemming 24 4 INFORMATIETABEL VERSCHILLENDE BEOORDELINGSKADERS Doorlichting SO & CVO (vernieuwde CIPO-kader) Instellingsevaluatie 27 Projectoutput vooronderzoek HBO-SAM kwaliteitszorg 31 augustus 2009 Pagina 1

3 4.3 Beoordelingskader HBO5-opleiding (decreet) Visitatie professionele bachelor vóór Visitatie SLO (concept) Beperkte opleidingsbeoordeling (professionele bachelor na 2012) (concept NVAO 21 april 2009) Associate Degrees in Nederland Conceptkaders HBO5 / Associate Degrees (15 juli 2009) 34 Bijlage 1 Omschrijving niveau Short Cycle Dublindescriptoren Projectoutput vooronderzoek HBO-SAM kwaliteitszorg 31 augustus 2009 Pagina 2

4 1 REGELGEVING 1.1 Decreet betreffende het secundair na secundair onderwijs en het hoger beroepsonderwijs (30/04/2009; B.S. 20/07/2009) De regelgeving met betrekking tot kwaliteitszorg is opgenomen in artikel 5 van het bovenstaande decreet, hierna genoemd HBO-decreet. In dit artikel wordt het beoordelingskader beschreven dat garandeert dat de instellingen een onderwijs aanbieden dat de cursisten bij het voltooien van de opleiding van het hoger beroepsonderwijs leidt naar een erkende onderwijskwalificatie van kwalificatieniveau 5. Het beoordelingskader omvat een aantal criteria zoals de onderwijsinhoud, het onderwijsproces, de uitkomst van het onderwijs en de materiële voorzieningen (zie verder 4.3). De visitaties van de opleidingen van het hoger beroepsonderwijs worden gecoördineerd door de VLHORA en de decretale stuurgroep. Ze verlopen op grond van een protocol van kwaliteitszorg dat afgestemd is op de criteria. Het protocol wordt vastgelegd en openbaar gemaakt door de Onderwijsinspectie, de VLHORA, de decretale stuurgroep en het accreditatieorgaan. In het protocol worden minimaal volgende onderwerpen opgenomen: 1. de wijze van afstemming op elkaar van de beoordelingskaders van het hoger beroepsonderwijs, enerzijds, en de beoordelingskaders gebruikt door de Onderwijsinspectie bij de doorlichtingen van secundaire scholen en centra voor volwassenenonderwijs die hoger beroepsonderwijs inrichten, en de beoordelingskaders gebruikt door de VLHORA bij de visitaties van hogescholen die hoger beroepsonderwijs inrichten, anderzijds; 2. de afspraken over de afstemming van de visitaties van de opleidingen van het hoger beroepsonderwijs, enerzijds, op de doorlichtingen van secundaire scholen en centra voor volwassenenonderwijs en de visitaties van de professionele bacheloropleidingen, anderzijds. Deze afspraken omvatten minimaal afspraken over de beoordeling van de materiële voorzieningen, de kwaliteit van het personeel, de organisatie en de interne kwaliteitszorg; 3. de afspraken over de wijze van organisatorische samenwerking bij de visitatie van opleidingen van het hoger beroepsonderwijs; 4. de criteria voor de samenstelling van de visitatiecommissies die ervoor zorgen dat de leden in onafhankelijkheid kunnen oordelen; 5. de mogelijkheid voor het instellingsbestuur om technische opmerkingen en inhoudelijke bezwaren over te maken alvorens de visitatiecommissie de externe beoordeling definitief vaststelt en de plicht voor de visitatiecommissie om ten aanzien van het instellingsbestuur schriftelijk te antwoorden op de geformuleerde inhoudelijke bezwaren. Dit protocol wordt door de Vlaamse Regering bekrachtigd na advies van de Vlaamse Onderwijsraad. Voor de toepassing van dit decreet richt de Vlaamse Regering een Commissie Hoger Beroepsonderwijs op bij de Vlaamse overheid. Deze commissie oordeelt over de macrodoelmatigheid van een nieuwe opleiding van het hoger beroepsonderwijs. Daarnaast wordt de Vlaamse regering gemachtigd de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie aan te wijzen om de toets nieuwe HBO5-opleiding uit te voeren en de accreditatie te verlenen voor het hoger beroepsonderwijs. Een instellingsbestuur kan een opleiding van het hoger beroepsonderwijs programmeren als voldaan is aan volgende voorwaarden: 1. de opleiding heeft de macrodoelmatigheidstoets met positief gevolg ondergaan; 2. de opleiding heeft de toets nieuwe HBO5-opleiding met positief gevolg ondergaan. Indien een instellingsbestuur een nieuwe opleiding van het hoger beroepsonderwijs wil inrichten moet zij hiertoe een aanvraag indienen. Het instellingsbestuur dient daartoe één dossier in bij de Projectoutput vooronderzoek HBO-SAM kwaliteitszorg 31 augustus 2009 Pagina 3

5 Commissie Hoger Beroepsonderwijs en de NVAO. Zij bepalen in overleg de vorm en de inhoud van het dossier dat bij de aanvraag wordt gevoegd. De regelgeving inzake kwaliteitszorg wordt verder beschreven in hoofdstuk II van het decreet. De instellingen die opleidingen van het hoger beroepsonderwijs aanbieden zorgen voor de interne kwaliteitszorg van de onderwijsactiviteiten in het kader van de opleidingen van het hoger beroepsonderwijs. Ze zien permanent en op eigen initiatief toe op de kwaliteit van hun opleidingen van het hoger beroepsonderwijs. De externe kwaliteitszorg voorziet in visitatie en accreditatie. De visitatie vindt ten minste om de acht jaar plaats voor de opleidingen van het hoger beroepsonderwijs. De visitatie wordt uitgevoerd, naar gelang het geval, per opleiding hoger beroepsonderwijs of per cluster van opleidingen voor alle instellingen die de opleiding of de cluster van opleidingen organiseren. De VLHORA en de decretale stuurgroep Volwassenenonderwijs bepalen de clusters van opleidingen in overleg met de Onderwijsinspectie. In elk geval worden opleidingen geclusterd binnen eenzelfde studiegebied. De visitatie wordt uitgevoerd door een visitatiecommissie. De VLHORA en de decretale stuurgroep Volwassenenonderwijs stellen de visitatiecommissies samen. Ze dragen er zorg voor dat de leden van de visitatiecommissie in onafhankelijkheid kunnen oordelen overeenkomstig het protocol zoals hiervoor vermeld. Van de visitatiecommissie maakt ten minste één deskundige deel uit die het beroepenveld van de opleiding of cluster van opleidingen vertegenwoordigt. Van de visitatiecommissie maakt ten minste één cursist deel uit die op het moment van de samenstelling van de commissie ingeschreven is aan een opleiding hoger beroepsonderwijs. Als blijkt dat geen cursist gevonden wordt om zitting te nemen in een visitatiecommissie, kan de visitatiecommissie toch haar taak uitvoeren. De Commissie Hoger Beroepsonderwijs verleent haar akkoord of niet-akkoord over de samenstelling van de visitatiecommissie. Indien zij niet akkoord gaat met de samenstelling legt de VLHORA en de decretale stuurgroep Volwassenenonderwijs een nieuw voorstel voor. De visitatiecommissie brengt de uitkomst van hun beoordeling van de opleiding of cluster van opleidingen samen in een openbaar visitatierapport. De visitatierapporten worden door de VLHORA en de decretale stuurgroep Volwassenenonderwijs integraal openbaar gemaakt. Het instellingsbestuur vraagt een accreditatie aan binnen 60 dagen na de vaststelling van het visitatierapport. De accreditatie van een opleiding van het hoger beroepsonderwijs is afhankelijk van het voldoende beantwoorden aan de criteria van het beoordelingskader zoals eerder beschreven. Het accreditatiekader is afgestemd op het protocol van kwaliteitszorg. De NVAO neemt een positief of een negatief accreditatiebesluit. Een opleiding van het hoger beroepsonderwijs wordt afgebouwd als het instellingsbestuur nalaat een accreditatieaanvraag in te dienen bij de NVAO of ingeval van een negatief accreditatiebesluit door de NVAO of een negatief besluit van de Vlaamse Regering over de tijdelijke erkenning van de opleiding. De opleiding 4 de graad verpleegkunde wordt ingevolge dit decreet aangeduid als hoger beroepsonderwijs. Per 1 september 2009 wordt de opleiding verpleegkunde van de vierde graad van het beroepssecundair onderwijs van rechtswege omgezet naar een gelijknamige opleiding van het hoger beroepsonderwijs met een duurtijd van zes semesters. Ze kan evenwel uitsluitend worden ingericht door instellingen voor voltijds secundair onderwijs. Alle wettelijke, decretale en reglementaire bepalingen die van toepassing zijn op het voltijds secundair onderwijs of op instellingen voor voltijds secundair onderwijs, zijn, in voorkomend geval en tenzij uitdrukkelijk anders vermeld, ook onverminderd van toepassing op de opleiding verpleegkunde van het hoger beroepsonderwijs. Projectoutput vooronderzoek HBO-SAM kwaliteitszorg 31 augustus 2009 Pagina 4

6 1.2 Regelgeving buiten HBO-decreet Decreet betreffende het volwassenenonderwijs (15 juni 2007; B.S. 31/08/2007) De regelgeving met betrekking tot kwaliteitszorg voor de Centra voor Volwassenenonderwijs vindt hoofdzakelijk zijn oorsprong in het decreet van 15 juni 2007 betreffende het Volwassenenonderwijs waarin aan de centra de opdracht gegeven wordt een kwaliteitszorgsysteem te ontwikkelen met betrekking tot zeven aspecten: 1. de organisatie van het onderwijsaanbod; 2. de leertrajectbegeleiding op het niveau van de individuele cursist; 3. de uitvoering van andere onderwijsopdrachten en -bevoegdheden die door dit decreet of door de Vlaamse Regering worden toegekend aan de centra; 4. de organisatie en het beheer van de instelling zodat de doelstellingen van de organisatie behaald kunnen worden; 5. de behandeling van de cursist en van de personeelsleden met respect voor hun rechten en plichten; 6. de uitvoering van de administratieve en organisatorische opdrachten en bevoegdheden die door dit decreet of door de Vlaamse Regering worden toegewezen aan de centra; 7. de permanente vorming van het personeel. De centra realiseren dit kwaliteitszorgsysteem door permanent en op eigen initiatief toe te zien op de kwaliteit van hun onderwijsactiviteiten. De bevoegde inspectie gaat tijdens de doorlichting van de centra na of ze de opdracht inzake kwaliteitszorg uitvoeren. Voor de Specifieke Lerarenopleiding wordt in het decreet betreffende het Volwassenenonderwijs verwezen naar artikel 93 van het decreet van 4 april 2003 betreffende de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen, zoals gewijzigd door artikel V.20 van het decreet van 19 maart 2004 (zie 4.5 Visitatie SLO (concept)). De Vlaamse Regering kan initiatieven nemen met betrekking tot de kwaliteitszorg van de lerarenopleidingen door een beleidsevaluatie te organiseren. Deze zal worden uitgevoerd door een commissie van onafhankelijke deskundigen. De Vlaamse Regering bepaalt de samenstelling van de commissie. Projectoutput vooronderzoek HBO-SAM kwaliteitszorg 31 augustus 2009 Pagina 5

7 1.2.2 Decreet betreffende de kwaliteit van onderwijs (30 april 2009; Stuk 2160 nr. 4) Elke onderwijsinstelling is, rekening houdend met haar pedagogisch of agogisch project, ervoor verantwoordelijk kwaliteitsonderwijs te verstrekken en het geboden onderwijs kwaliteitsvol te ondersteunen. Het verstrekken van kwaliteitsonderwijs houdt minimaal in dat de onderwijsinstelling de onderwijsreglementering respecteert. De realisatie hiervan veronderstelt dat de instelling beschikt over het beleidsvoerend vermogen dat haar in staat stelt om zelfstandig een kwaliteitsbeleid te voeren. Dat zelfstandige beleid respecteert de beleidscontext die door de overheid wordt vastgelegd in de regelgeving. Elke instelling onderzoekt en bewaakt op systematische wijze haar eigen kwaliteit. De instelling kiest zelf de wijze waarop zij dit doet. Ter ondersteuning van de kwaliteit wordt voorzien in nascholingsmiddelen voor de instellingen. Elke instelling stelt jaarlijks een nascholingsplan op. Dit nascholingsplan bevat op een samenhangende wijze alle vormingsinspanningen die erop gericht zijn de kennis, vaardigheden en attitudes van de personeelsleden van de instelling te ontwikkelen, te verbreden of te verdiepen en begeleidingsinitiatieven die gericht zijn op organisatieontwikkeling. De Vlaamse Gemeenschap stelt elk jaar nascholingsmiddelen ter beschikking van de instellingen om het nascholingsplan uit te voeren. Titel IV van dit decreet beschrijft de opdrachten en bevoegdheden van de Onderwijsinspectie. Deze bepalingen zijn niet van toepassing op: 1. de specifieke lerarenopleiding in het volwassenenonderwijs; 2. het hoger beroepsonderwijs De Onderwijsinspectie oefent volgende opdrachten uit: 1. het verlenen van advies bij de opname van instellingen in de erkenning; 2. het uitvoeren van doorlichtingen van instellingen 3. alle andere opdrachten die haar worden toegekend bij decreet of besluit van de Vlaamse Regering. Volgens art. 33 is de Onderwijsinspectie niet bevoegd voor de controle op de invulling van het pedagogisch of agogisch project, noch voor de controle op de gebruikte pedagogische, agogische, artistieke of begeleidingsmethoden. Iedere instelling komt binnen een periode van tien jaar minimaal één keer aan bod om te worden doorgelicht. Een doorlichting wordt uitgevoerd door een doorlichtingsteam dat bestaat uit ten minste twee inspecteurs. Het doorlichtingsteam kan worden uitgebreid met één of meer externe deskundigen. Tijdens een doorlichting van een onderwijsinstelling gaat de Onderwijsinspectie na of de onderwijsinstelling de onderwijsreglementering respecteert en of de onderwijsinstelling op systematische wijze haar eigen kwaliteit onderzoekt en bewaakt. De Vlaamse Regering expliciteert het referentiekader dat de Onderwijsinspectie hanteert bij de doorlichtingen en kan daarbij differentieringen aanbrengen per onderwijsniveau. Het referentiekader is opgebouwd rond de componenten context, input, proces en output. De component proces wordt verder onderverdeeld in de domeinen algemeen beleid, personeelsbeleid, logistiek beleid en onderwijskundig beleid. De componenten en domeinen worden verder onderverdeeld in indicatoren en variabelen. De Onderwijsinspectie stelt op basis van het referentiekader de doorlichtingsinstrumenten vast en maakt die bekend. De Onderwijsinspectie baseert zich voor de bepaling van de frequentie en de intensiteit van de doorlichting op het profiel van de instelling dat tot stand komt op basis van een reeks vooraf vastgestelde een meegedeelde gegevens met betrekking tot de instelling en op het vorige doorlichtingsverslag (en eventueel de opvolgingsverslagen). In afwijking hiervan kan de Projectoutput vooronderzoek HBO-SAM kwaliteitszorg 31 augustus 2009 Pagina 6

8 Onderwijsinspectie, naar aanleiding van ernstige klachten over een instelling, op vraag van de Vlaamse Regering een doorlichting uitvoeren. Het toezicht op de voorwaarden inzake hygiëne, veiligheid en bewoonbaarheid van de gebouwen en lokalen kan afzonderlijk van de doorlichting uitgevoerd worden. Elke doorlichting resulteert in een schriftelijk doorlichtingsverslag dat bestaat uit een beschrijvend gedeelte, een concluderend gedeelte en een advies aan de Vlaamse Regering. Het advies, dat betrekking heeft op de hele instelling of op een structuuronderdeel afzonderlijk, kan op drie manieren worden uitgebracht: een gunstig advies, een beperkt gunstig advies of een ongunstig advies Decreet betreffende het onderwijs XIX (30 april 2009; Stuk 2159 nr. 5) Met Onderwijsdecreet XIX zijn vanaf 1 september 2009, tal van wijzigingen aangebracht in het begrip gecombineerd onderwijs. De Onderwijsinspectie geeft geen advies op basis van het dossier en dus geen voorlopige goedkeuring voor 1 jaar. De Onderwijsinspectie verstrekt advies na onderzoek ter plaatse. Zie ook punt voor een uitgebreidere bespreking van deze wijzigingen. OD XIX voorziet eveneens in de oprichting van een VZW door de hogescholen, de universiteiten en de associaties onder de benaming VLUHR (Vlaamse Universiteiten en Hogescholen Raad) vóór eind De VLUHR vertegenwoordigt alle hogescholen, alle universiteiten en alle associaties in de Vlaamse Gemeenschap. De VLUHR is ondermeer bevoegd voor de externe kwaliteitsbeoordelingen van de instellingen zoals bepaald in artikel 93 van het decreet van 4 april 2003 betreffende de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen. De VLUHR kan daartoe een verzelfstandigd orgaan oprichten. De VLIR en de VLHORA blijven werkzaam onder de huidige constellatie tot de VLUHR operationeel is. De VLUHR treedt vanaf de visitaties die plaatsvinden op basis van zelfevaluatierapporten die op 1 september 2010 klaar moeten zijn, in de plaats van de VLIR en de VLHORA als evaluatieorgaan voor de externe evaluatie van de opleidingen. Daarnaast worden een aantal operationele procedures inzake visitatie en accreditatie verfijnd of gewijzigd. Deze wijzigingen komen, indien van toepassing, in latere hoofdstukken aan bod Decreet betreffende de kwalificatiestructuur (30 april 2009; B.S. 16/07/2009) De kwalificatiestructuur is een systematische ordening van erkende kwalificaties op basis van een algemeen geldend raamwerk. Deze ordening beoogt kwalificaties en hun onderlinge verhoudingen transparant te maken zodat onderwijs, opleidingsverstrekkers alsook maatschappelijke actoren eenduidig over kwalificaties en de daarin vervatte competenties kunnen communiceren. Het kwalificatieraamwerk onderscheidt acht niveaus, die oplopen van niveau één naar niveau acht. Onderwijskwalificaties die zich situeren op de niveaus één tot en met vijf bestaan uit eindtermen, specifieke eindtermen of erkende beroepskwalificaties. De onderwijskwalificaties op niveau vijf bestaan uit één of meerdere beroepskwalificaties op niveau vijf. De bevoegde dienst van de Vlaamse Regering werkt voorstellen van onderwijskwalificaties uit op eigen initiatief of op vraag van iedere belanghebbende. Ieder voorstel of iedere vraag zal voor advies aan de Vlaamse Onderwijsraad worden voorgelegd. Voor de onderwijskwalificaties van niveau vijf werkt de bevoegde dienst van de Vlaamse Regering haar voorstellen uit uiterlijk zestig dagen na de erkenning van de desbetreffende beroepskwalificatie(s). De Vlaamse Regering erkent de onderwijskwalificaties op gezamenlijk voorstel van de minister bevoegd voor Vorming en de minister bevoegd voor Onderwijs. Projectoutput vooronderzoek HBO-SAM kwaliteitszorg 31 augustus 2009 Pagina 7

9 2 BEOORDELINGSKADERS EN OPERATIONELE PROCEDURES 2.1 Onderwijsinspectie Gedifferentieerde doorlichting De overheid verwacht dat onderwijsinstellingen kwaliteit leveren. De regelgeving creëert een kader om die kwaliteit te waarborgen. De Onderwijsinspectie heeft de verwachtingen die via dit regelgevende kader verduidelijkt worden, verzameld en geordend in een referentiekader: het CIPO-referentiekader. CIPO als generiek instrument voor kwaliteitszorg, bestaat uit 4 componenten C, I, P, O onderverdeeld in domeinen, indicatoren en variabelen. CIPO vindt zijn basis in het EFQMmodel. Toegepast op onderwijs omvat CIPO specifieke indicatoren en variabelen die betrekking hebben op onderwijs. Deze variabelen vinden hun legitimatie vanuit de regelgeving (zie 4.1 Doorlichting So & CVO vernieuwde CIPO-kader). Het vernieuwde CIPO-kader is geactualiseerd op basis van de evolutie in opvattingen over de kwaliteit van onderwijs. Het kader werd afgeslankt. Vroeger bestond er per onderwijsniveau een CIPO-kader, met gemeenschappelijke stam. Nu is er één generiek kader voor onderwijsinstellingen (alle onderwijsvormen) en centra voor leerlingenbegeleiding. De frequentie en intensiteit van de doorlichtingen is gebaseerd op indicatoren van het referentiekader en vorige doorlichtingsverslagen. Minstens om de tien jaar vindt een doorlichting plaats. Toezicht op de infrastructuur kan afzonderlijk van de doorlichting gebeuren. De doorlichting bestaat uit drie fasen: 1. Vooronderzoek Het vooronderzoek vertrekt steeds vanuit een integrale benadering om van daaruit de focus voor de doorlichtingsfase te bepalen. Het vooronderzoek speelt een cruciale rol en mondt uit in de focus. De focus geeft een representatief beeld tussen zwakke/sterke punten van de school. Het doorlichtingsteam spitst zich enkel toe op de focus en onderzoekt de feitelijke kwaliteit van de elementen in de focus. Het advies creëert een hefboom voor scholen naar algemeen beleid. Het vooronderzoek bevat verschillende fasen: bronnenonderzoek bezoek ter plaatse door 2 inspecteurs + soort Quickscan deliberatiefase en bepalen van de focus Belangrijk hierbij is dat deze fase van het vooronderzoek integraal is (alle indicatoren uit het CIPOreferentiekader komen aan bod) en voor alle onderwijsinstellingen gelijk verloopt. Het bronnenonderzoek baseert zich o.m. op vorige doorlichtings- en opvolgingsverslagen, klachten, databanken en een beperkt informatiedossier. Dit bronnenonderzoek gebeurt in samenwerking met het beleidsdomein onderwijs en vorming. Een eerste bron zijn de cijfergegevens uit de databanken van de overheid. Dit zijn de data die onderwijsinstellingen via Edison doorsturen aan het Departement Onderwijs. Uit deze databanken werden de nodige gegevens betreffende instellingen, leerlingen/cursisten en personeel samengebracht in een nieuw ontworpen datawarehouse. Via intelligente software is het mogelijk om deze gegevens onderling te relateren. Met deze data worden een aantal schoolindicatoren samengesteld en in een standaardrapport opgenomen. Een tweede bron is het informatiedossier. Dit dossier is afgeslankt en beknopt gehouden. Het bevat Ja/Neen-vragen (op basis van sjabloon). In de toekomst zoekt men naar een tussenoplossing en worden ook open vragen opgenomen. In max. 1-2 items/onderwerpen kan een instelling aangeven waaraan het de laatste jaren gewerkt heeft i.f.v. zelfevaluatie. Een derde bron is alle informatie i.s.m. beleidsdomein onderwijs en vorming (vorige doorlichtingsen opvolgingsverslagen, schooldossier, ). Uit de drie gegevensbronnen heeft de Onderwijsinspectie een reeks data ter beschikking voor verschillende indicatoren. Deze gegevens komen in een rapport. Het standaardrapport van een Projectoutput vooronderzoek HBO-SAM kwaliteitszorg 31 augustus 2009 Pagina 8

10 individuele instelling bevat gegevens voor een aantal leerling/cursist- en personeelsgebonden indicatoren. Dit rapport krijgt pas betekenis wanneer een individuele instelling zich voor elke indicator kan positioneren binnen een aantal vergelijkbare referentiegroepen. Op basis van 3 criteria kunnen verschillende referentiegroepen samengesteld worden: geografisch criterium onderwijsniveau aanbod De indicatorwaarden van alle instellingen in een referentiegroep worden in een spreidingsmaat weergegeven zodat elke school zich kan positioneren binnen een vergelijkbare groep van instellingen. Tijdens het bezoek ter plaatse wordt er verder verfijnd. Tijdens dit bezoek krijgt de school de mogelijkheid om het bronnenmateriaal verder aan te vullen, te concretiseren of te nuanceren. Op basis van observaties, gesprekken, documentanalyse, niveau van school en aanbod kan de focus bepaald worden en kunnen vakspecialisten maximaal ingepland worden. De interpretatie- en deliberatiefase vertrekt vanuit een integrale benadering van de ingeschatte sterktes en zwaktes. Van hieruit komt men tot een representatieve selectie van ingeschatte sterktes en zwaktes en tot de doorlichtingsfocus. Om de gelijkgerichtheid van de inspecteurs in het deliberatieproces te garanderen, hanteren de inspecteurs hiervoor een stappenplan (intern werkinstrument) dat hen helpt reliëf aan te brengen in het CIPOreferentiekader van een instelling. De resultaten worden voorgelegd en de eigenlijke focus wordt gepland en verdeeld over het team. 2. Doorlichtingsfase De feitelijke doorlichting zelf gebeurt ter plaatse in de instelling op basis van onderzoek en analyse van documenten en gegevens, observaties en gesprekken. Deze observaties en gesprekken verlopen in functie van de beeldvorming van wat gebeurt. De waarde en de betekenis van andere gegevens zoals documenten worden in kaart gebracht. De doorlichting wordt een tweetal weken vooraf aangekondigd. De doorlichting zelf gebeurt in principe door een team van inspecteurs. De instelling ontvangt vooraf de doorlichtingsfocus, het aantal dagen, de samenstelling van het doorlichtingsteam, praktische afspraken, een overzicht van klaar te leggen documenten en een planning van observaties en gesprekken. Het doorlichtingsonderzoek ter plaatse gebeurt met volgende basisvragen als leidraad: Welke initiatieven worden ontplooid? Welke effecten wil men met deze initiatieven bereiken? Welke ontwikkelingen zijn aan de gang? Hoe verantwoordt men de gekozen initiatieven, effecten, ontwikkelingen, Hoe evalueert men zelf het bekomen resultaat? Hoe worden (verwante) evaluaties door anderen gebruikt? Deze gegevens worden verder geïnterpreteerd om te bepalen in welke mate de gegevens getuigen van een weloverwogen aanpak. Gaat het om in de instelling algemeen verspreide trends en bestaat er voldoende samenhang? Op basis van de gegevens van de feitelijke doorlichting en rekening houdend met de verzamelde gegevens, de context en de input gaat de Onderwijsinspectie na: Realiseert de instelling met haar leerlingen/cursisten in voldoende mate de wettelijk vastgelegde verwachtingen? (beoordeling-advies) Wat is het huidige kwaliteitsniveau van de instelling? (stimulerende situering) 3. Adviesverstrekking en verslaglegging Het onderzoek mondt uit in een verslag. Er werd één verslagsjabloon uitgewerkt voor alle instellingen. In het verslag worden relevante kenmerken, de focus van de doorlichting, het Projectoutput vooronderzoek HBO-SAM kwaliteitszorg 31 augustus 2009 Pagina 9

11 kwaliteitsprofiel, de resultaten en de aspecten van de werking beschreven. In een conclusie worden sterktes en zwaktes en dringende actiepunten weergegeven. Het verslag besluit met een advies (één advies per schoolnummer) en regeling voor het vervolg. Het doorlichtingsverslag resulteert in één van drie mogelijke adviezen: gunstig, beperkt gunstig of ongunstig. De Inspecteur-verslaggever stuurt een ontwerpverslag door. Daarna volgt de bespreking van het ontwerpverslag en tenslotte wordt het verslag gefinaliseerd door de Inspecteurverslaggever. Het definitieve verslag wordt doorgestuurd aan de directie en het schoolbestuur, de inrichtende macht en eventueel de algemeen directeur van de scholengroep. Het verslag is openbaar en wordt gepubliceerd op de website van het departement onderwijs. Na een beperkt gunstig advies volgt er een opvolgingsdoorlichting en een opvolgingsverslag. Dit verslag kan een gunstig of ongunstig advies geven. Nieuwe tekortkomingen vastgesteld tijdens de opvolgingsdoorlichting kunnen opgenomen worden in een aanvullend doorlichtingsverslag. Na een ongunstig advies start de procedure tot intrekking erkenning. Op vraag kan er een tijdelijke erkenning met verbeterplan toegestaan worden. Er volgt een nieuwe doorlichting, met paritair college. Het advies van deze doorlichting kan gunstig of beperkt gunstig zijn of kan aanleiding geven tot de definitieve intrekking van de erkenning (van de hele instelling of structuuronderdeel / beperkingen) Onderzoek van gecombineerd onderwijs In functie van het advies over de verlenging van een project gecombineerd onderwijs in de centra voor volwassenenonderwijs voert de Onderwijsinspectie een onderzoek uit naar de kwaliteit van deze projecten. De Onderwijsinspectie zal zich daarbij focussen op onderstaande indicatoren. De projectrealisatie heeft betrekking op de modules/vakken zoals vermeld in de geadviseerde projectaanvraag. Het project respecteert de verhouding contact- / afstandsonderwijs zoals vermeld in de geadviseerde projectaanvraag. Het centrum screent de deelnemers op het vlak van ICT-vaardigheid. Het centrum onderzoekt de beschikbaarheid van ICT-apparatuur bij de deelnemers. Het centrum bewaakt de groepsgrootte i.f.v. de kwaliteit van het project. Het centrum communiceert op transparante wijze de doelstellingen van het project met de doelgroep. Het cursusmateriaal is afgestemd op de leerplandoelstellingen, (specifieke) eindtermen. Het cursusmateriaal wordt aangewend voor multimediaal gebruik i.c. e-leren (discussieforum, chatsessies, online toetsen, interactieve lessen,...) en er is een actieve inbreng van de cursisten. Het cursusmateriaal is interactief en dynamisch van aard (o.m. embedded support devices). Het centrum doet een beroep op de nodige technische expertise. Het centrum beschikt over de nodige hardware om het afstandsonderwijs te realiseren. Het centrum beschikt over de geschikte media o.m. een elektronisch leerplatform of elektronische leeromgeving. De leervorderingen van de cursisten worden opgevolgd via een volgsysteem. De cursisten kunnen een beroep doen op technische ondersteuning. De cursisten krijgen in het afstandsonderwijs mogelijkheden tot oriëntering en bijsturing van het individuele leerproces. De gehanteerde of voorziene evaluatie-instrumenten zijn afgestemd op de leerplandoelstellingen. De evaluatieprocedures en -criteria zijn transparant. Het centrum bevordert de deskundigheid van de lesgevers. Het centrum heeft een inschatting gemaakt van de opportuniteiten en de valkuilen (teamoverleg, planlast, taakverdeling, ontwikkeling van cursusmateriaal, ). Het project wordt tussentijds en/of op het einde geëvalueerd. De cursisten worden bij de evaluatie betrokken. De leerkrachten worden bij de evaluatie betrokken. De evaluatie leidt tot bijsturing. Binnen de regio zijn afspraken gemaakt omtrent het project. Het centrum respecteert de regio-afspraken. Projectoutput vooronderzoek HBO-SAM kwaliteitszorg 31 augustus 2009 Pagina 10

12 Het project heeft een aantoonbare meerwaarde voor de cursist. Het project heeft een aantoonbare meerwaarde voor de leerkracht. Het project heeft een aantoonbare meerwaarde voor het centrum De Onderwijsinspectie vraagt voor dit onderzoek inzage in diverse documenten die door de centra voorgelegd worden tijdens een onderzoek ter plaatse. In de huidige definitie omvat gecombineerd onderwijs ten minste 25% contactonderwijs. Er bestaat een aanvraagprocedure met voorlopige goedkeuring. Mits goedkeuring wordt er 120% financiering/subsidiëring voorzien, ongeacht het aandeel afstandsonderwijs. Met Onderwijsdecreet XIX zijn tal van wijzigingen aangebracht. Vanaf 1 september 2009 dient enkel nog het evaluatiemoment als contactmoment voorzien te zijn. Een andere belangrijke wijziging is de voorwaarde waaraan het gecombineerd onderwijs moet voldoen vooraleer het volume aan lesurencursist dat gegenereerd wordt in dit gecombineerd onderwijs, vermenigvuldigd wordt met een factor 1,2. De nieuwe voorwaarde is dat gecombineerd onderwijs minimaal 25% afstandsonderwijs dient te bevatten. Enkel voor deze modules moet een aanvraag ingediend worden. Dit betekent dat projecten gecombineerd onderwijs die minder dan 25% afstandsonderwijs bevatten geen dossier moeten indienen maar enkel de bevoegde administratie op de hoogte moeten brengen. De Onderwijsinspectie geeft geen advies op basis van het dossier en dus geen voorlopige goedkeuring voor 1 jaar. De Onderwijsinspectie verstrekt advies na onderzoek ter plaatse. Bij een gunstig advies is er 120% financiering vanaf het schooljaar waarin het gecombineerd onderwijs van start is gegaan en voor vijf opeenvolgende schooljaren. Ongunstig advies resulteert in 100% financiering. Het volume aan lesurencursist gegenereerd in gecombineerd onderwijs waaraan de Onderwijsinspectie voor de schooljaren tot en met een positief advies heeft verleend, wordt tot en met met een factor 1,2 vermenigvuldigd, ongeacht het aandeel afstandsonderwijs. Naast 120% financiering voorziet Onderwijsdecreet XIX in een aanvullende financiering/ subsidiëring van projecten die gecombineerd onderwijs ondersteunen en stimuleren. Projectoutput vooronderzoek HBO-SAM kwaliteitszorg 31 augustus 2009 Pagina 11

13 2.2 Het huidige visitatie-accreditatiestelsel Situering Het Structuurdecreet (Artikel 93) bepaalt dat de hogescholen en universiteiten verantwoordelijk zijn voor de interne en de externe kwaliteitszorg van het onderwijs. Er wordt gezamenlijk voorzien in een regelmatige externe beoordeling van de kwaliteit van hun onderwijsactiviteiten, en dit per opleiding of cluster van opleidingen. Naast het systeem van interne en externe kwaliteitszorg vormt de accreditatie het sluitstuk van het proces van externe kwaliteitszorg. Het globale visitatiestelsel bestaat uit een aantal opeenvolgende stappen: de opleidingen schrijven een zelfevaluatierapport, een visitatiecommissie brengt vervolgens een bezoek aan de opleidingen en ten slotte wordt een openbaar rapport gepubliceerd. Deze externe beoordeling die ten minste om de 8 jaar plaatsvindt, is een taak van de visitatiecommissie die onder coördinatie van VLIR/VLHORA haar werkzaamheden uitvoert. Accreditatie gebeurt in Vlaanderen door de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO). De opleidingen moeten, na de publicatie van het visitatierapport, een accreditatie aanvragen bij de NVAO. Het oordeel van de NVAO over een opleiding wordt gebaseerd op het visitatierapport dat zij aftoetst aan haar eigen accreditatiekader. Accreditatie is de formele erkenning van een opleiding op grond van een beslissing van een onafhankelijk orgaan waarin vastgesteld wordt dat de opleiding voldoet aan vooraf vastgestelde minimale kwaliteits- en niveauvereisten. Ze is afhankelijk van de aanwezigheid van voldoende generieke kwaliteitswaarborgen. Accreditatie vormt het sluitstuk van de beoordeling van de kwaliteit van opleidingen door het verlenen van een formeel kwaliteitskeurmerk. Het keurmerk wordt toegekend door een Accreditatieorgaan na toetsing van een externe beoordeling die is opgesteld door een visitatiecommissie onder coördinatie van een evaluatieorgaan. Het aangrijpingspunt voor accreditatie is de opleiding. Het initiatief voor aanvraag van de accreditatie ligt bij de instelling. Het accreditatiekader bachelor- en masteropleidingen is momenteel ter discussie in Nederland en derhalve ook in Vlaanderen. Een kantelmoment vormt het jaar Op dat moment zal de tweede ronde van visitaties ten einde lopen. Momenteel ligt het nieuwe visitatiestelsel na 2012 ter discussie. VLIR/VLHORA wensen een externe kwaliteitszorgsystematiek uit te bouwen die uit twee componenten bestaat: een inhoudelijke en op verbetering gerichte en afgeslankte opleidingsvisitatie en een op ondersteuning en verbetering gerichte instellingsaudit. De voorbije maanden hebben zich gekenmerkt door de evaluatie van de pilots die het concept van het nieuwe accreditatiekader bachelor- en masteropleidingen zowel in Vlaanderen als in Nederland hebben uitgetest Huidige accreditatiestelsel bachelor- en masteropleidingen De accreditatie van bestaande opleidingen wordt gebaseerd op een beoordeling van zes onderwerpen (zie 4.4 visitatie professionele bachelor vóór 2012): doelstellingen programma inzet van personeel voorzieningen interne kwaliteitszorg resultaten Optioneel kan een instelling een evaluatieorgaan verzoeken om een beoordeling van bijzondere kwaliteitskenmerken van de opleiding te laten uitvoeren, waarover in het accreditatierapport een aantekening kan worden opgenomen. De beoordeling van bijzondere kwaliteitskenmerken is niet van invloed op de uitkomst van de accreditatie. Bij de beoordeling wordt een beoordelingsschaal toegepast en worden beslisregels gehanteerd die gebaseerd zijn op een weging van de facetten. Accreditatie is afhankelijk van validering door het Accreditatieorgaan van de externe beoordeling. Hiertoe zijn criteria vastgesteld voor beoordeling van de gevolgde werkwijze en het rapport van het evaluatieorgaan. Uiterlijk 6 maanden voor het verstrijken van de geldigheid van de lopende accreditatie of van de erkenning als nieuwe opleiding of van de tijdelijke erkenning moet het instellingsbestuur een Projectoutput vooronderzoek HBO-SAM kwaliteitszorg 31 augustus 2009 Pagina 12

14 accreditatieaanvraag indienen bij de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO). De NVAO accrediteert een opleiding op basis van een accreditatieaanvraag: deze bevat tenminste een gepubliceerde externe beoordeling (visitatierapport). De accreditatieorganisatie beoordeelt het visitatierapport van de visitatiecommissie en het daarin uitgesproken samenvattend oordeel over de opleiding en toetst het aan het accreditatiekader bestaande opleidingen hoger onderwijs. Indien een instelling daarom heeft verzocht, toetst de NVAO tevens of is voldaan aan de criteria voor de bijzondere kwaliteitskenmerken. Het instellingsbestuur vraagt een accreditatie aan binnen een periode van 2 maanden na de publicatie van het visitatierapport. Voor een accreditatieaanvraag, gebaseerd op een eerder verkregen buitenlands accreditatierapport, geldt een indieningstermijn van 90 kalenderdagen na de oplevering van het buitenlandse accreditatierapport. Er wordt nadrukkelijk gesteld dat elk visitatieprotocol moet voorzien in de mogelijkheid voor het instellingsbestuur om inhoudelijke bezwaren over te maken aan de visitatiecommissie, die in haar eindrapport inzichtelijk moet maken waarom (niet) is ingegaan op de aangebrachte opmerkingen. De NVAO toetst het visitatierapport op zijn regelmatigheid en volledigheid. Daarbij kan de NVAO rekening houden met de bijkomende nota die is toegevoegd aan de accreditatieaanvraag en waarin wordt aangegeven dat de instelling bezwaren heeft geformuleerd die door de visitatiecommissie kennelijk zijn veronachtzaamd. Indien de NVAO eenvoudig herstelbare onregelmatigheden of onvolledigheden vaststelt, dan kan zij het evaluatieorgaan of het instellingsbestuur hierover aanspreken die schriftelijk aanvullende inlichtingen, toelichtingen of zienswijzen kunnen verstrekken. Volstaan deze aanvullingen om te komen tot een helder en onderbouwd accreditatierapport en besluit, dan gaat de accreditatieprocedure gewoon verder. De NVAO neemt binnen 4 maanden na ontvangst van de aanvraag een besluit dat positief of negatief kan zijn. Het besluit wordt onderbouwd door bevindingen die zijn vastgelegd in een accreditatierapport. Het ontwerp van accreditatierapport en van accreditatiebesluit worden, vooraleer ze definitief worden vastgelegd, aan het instellingsbestuur bezorgd dat binnen een termijn van 15 kalenderdagen na ontvangst, bezwaren en opmerkingen kan formuleren. Het accreditatiebesluit treedt bij bekendmaking in werking of - in de toekomst - met ingang van de vervaldag van het vorige besluit. Indien de NVAO binnen de gestelde termijn geen besluit heeft getroffen, wordt de geldigheidsduur van de lopende accreditatie verlengd tot het einde van het academiejaar waarin het accreditatiebesluit uiteindelijk wordt genomen. Indien de NVAO oordeelt dat het visitatierapport onvoldoende zorgvuldig is uitgevoerd of geformuleerd om op basis daarvan een accreditatiebeslissing te kunnen nemen, geldt de volgende procedure: de leden van de visitatiecommissie worden door de NVAO gehoord (schriftelijk en/of mondeling). Hiervan wordt een proces-verbaal opgemaakt dat bij het accreditatiedossier wordt toegevoegd. Indien het proces-verbaal en het visitatierapport onvoldoende elementen bevatten om tot een accreditatiebeslissing te kunnen komen, wordt het instellingsbestuur daarvan op de hoogte gebracht. De NVAO vermeldt daarbij door welke gebreken de externe beoordeling is aangetast en binnen welke termijn een nieuwe dan wel aanvullende externe beoordeling moet worden afgeleverd. De NVAO neemt geen accreditatiebeslissing waardoor de lopende accreditatie wordt verlengd tot het einde van het academiejaar waarin het accreditatiebesluit wordt genomen. Een positief besluit van de NVAO leidt tot accreditatie van de opleiding voor een periode van 8 jaar, gemeten in academiejaren, vanaf het academiejaar waarin de bestaande accreditatie (van rechtswege) vervalt. Bij een negatief besluit kan de instelling voor de betreffende opleiding niet langer de graad van bachelor of master uitreiken. Verder wordt de opleiding geschrapt uit het Hoger Onderwijsregister. In het geval dat een opleiding niet langer wordt aangeboden moet het instellingsbestuur maatregelen nemen ten aanzien van de studenten die de opleiding nog niet hebben voltooid. Indien het instellingsbestuur instemt met een negatief accreditatiebesluit kan het binnen een termijn van 30 kalenderdagen na de bekendmaking van het negatief besluit een aanvraag voor een tijdelijke erkenning, vergezeld van een gedetailleerd verbeterplan, indienen bij de Vlaamse regering. De Vlaamse regering neemt binnen een termijn van 3 maanden, na advies van de erkenningscommissie, een besluit dat bij de bekendmaking in werking treedt. Indien het besluit niet binnen de gestelde termijn is genomen, wordt het geacht positief te zijn. Tijdelijke erkenning kan variëren van één tot drie jaar. Projectoutput vooronderzoek HBO-SAM kwaliteitszorg 31 augustus 2009 Pagina 13

15 Na afloop van de tijdelijke erkenning kan de accreditatie van een opleiding via een verkorte procedure verlopen. De beoordeling (zelfevaluatie, visitatie en beoordeling door de NVAO) wordt beperkt tot de onderwerpen, afstudeerrichtingen en/of locaties die oorspronkelijk ondermaats werden geëvalueerd. De rest van de opleiding werd immers reeds positief beoordeeld. Indien het instellingsbestuur niet instemt met een negatief accreditatiebesluit kan bij de Vlaamse regering beroep worden aangetekend. De Vlaamse regering toetst de betwiste beslissing en kan deze, afhankelijk van haar bevindingen, vernietigen. In bepaalde gevallen kan een opleiding bij een negatief accreditatiebesluit, genieten van een tijdelijke erkenning van rechtswege. De Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie actualiseert het Hoger Onderwijsregister (HOR) permanent in functie van het reële opleidingenaanbod Huidige onderwijsvisitaties bachelor- en masteropleidingen Bij de invoering van het Structuurdecreet werd er door VLIR/VLHORA een tijdspad opgesteld waarbij van alle bachelor- en masteropleidingen in Vlaanderen bepaald wordt wanneer het zelfevaluatierapport moet worden ingediend, wat de termijnen van (overgangs)accreditatie zijn en welke opleidingen eventueel geclusterd kunnen worden. VLIR/VLHORA zijn tevens verantwoordelijk voor de uitgave van de handleiding onderwijsvisitaties als een schriftelijke weergave van het visitatieprotocol van VLIR/VLHORA en afgestemd op de accreditatievereisten. Momenteel wordt versie september 2008 gehanteerd. Hierin worden de verschillende fasen van het visitatiestelsel zorgvuldig uitgewerkt: 1. Het schrijven van het zelfevaluatierapport; 2. De samenstelling van de visitatiecommissie; 3. Het visitatieproces; 4. De publicatie van het openbaar visitatierapport; 5. De indiening van de accreditatieaanvraag. 1. Het schrijven van het zelfevaluatierapport Naast het bepalen van een aantal vormelijke vereisten waaraan dit zelfevaluatierapport dient te beantwoorden, wordt aangegeven hoe het zelfevaluatierapport moet worden opgebouwd. Opdat het informatiegehalte voldoende zou zijn voor een gefundeerde oordeelsvorming door de visitatiecommissie ten aanzien van de door de NVAO opgelegde onderwerpen, facetten en criteria van het accreditatiekader zijn er aanwijzingen gegeven voor zelfevaluatie. Er wordt eveneens aangegeven welke bijlagen minimaal moeten worden opgenomen bij het zelfevaluatierapport. Sommigen van deze verplichte bijlagen zijn zorgvuldig uitgewerkt in sjablonen en tabellen die aldus moeten worden gebruikt, dit om tegemoet te komen aan het vergelijkend perspectief van de opleidingen. 2. De samenstelling van de visitatiecommissie Een visitatiecommissie telt in de regel vijf leden, met name drie vakdeskundigen, een onderwijsdeskundige en een student. Onafhankelijkheid, deskundigheid en gezag zijn belangrijke eisen die aan de visitatiecommissie worden gesteld. Verder worden een aantal criteria uitgewerkt voor de samenstelling van de commissie. Decretaal is tevens bepaald dat het voorstel voor de samenstelling van de visitatiecommissie ter bekrachtiging aan de Erkenningscommissie Hoger Onderwijs moet worden voorgelegd. Vervolgens wordt de taak, de verwachtingen ten aanzien van de visitatiecommissie en de deontologische code en gedragsregels verder geëxpliciteerd. Projectoutput vooronderzoek HBO-SAM kwaliteitszorg 31 augustus 2009 Pagina 14

16 3. Het visitatieproces Volgende fasen komen daarbij aan bod: 3.1 De voorbereiding Het is de bedoeling dat de commissieleden de zelfevaluatierapporten bestuderen ter voorbereiding van de bespreking ervan tijdens de installatievergadering. De commissieleden bestuderen de zelfevaluatierapporten tegen de achtergrond van het visitatieprotocol dat hen vooraf is overgemaakt. In de zelfevaluatierapporten van de opleidingen is telkens een lijst van maximaal 30 recente masterproeven/eindwerken en/of stageverslagen opgenomen. Aan de vakdeskundige commissieleden wordt gevraagd uit deze lijst minimaal twee werken te kiezen en deze keuze aan de projectbegeleider / secretaris over te maken. Voor iedere (groep van) opleiding(en) moet een eigen domeinspecifiek referentiekader worden ontwikkeld dat door de commissie zal worden gebruikt bij de beoordeling van de opleidingen. De visitatiecommissie is verantwoordelijk voor het tot stand komen van dit domeinspecifiek referentiekader en steunt daarbij op de domeinspecifieke referentiekaders die worden aangeleverd door de opleidingen. 3.2 De installatievergadering De installatievergadering wordt aangegrepen als eerste moment waarop de commissieleden kennis kunnen maken met elkaar, verdere toelichting krijgen bij het visitatieproces en zich voorbereiden op de werkzaamheden. Het domeinspecifiek referentiekader dat door de voorzitter en de projectbegeleider/secretaris is opgesteld (zie 4.4), wordt met de visitatiecommissie besproken en, na eventueel door de commissie noodzakelijk geachte of gewenste aanpassing, vastgelegd. Vervolgens wordt het voorgelegd aan de betrokken opleidingen. Het domeinspecifiek referentiekader wordt tijdens de bezoeken bediscussieerd met de opleidingen. Bedoeling is tot een eerste oordeel te komen over de opleidingen en specifieke vragen en aandachtpunten te formuleren die tijdens de bezoeken aan de orde moeten komen. De masterproeven/eindwerken en/of stageverslagen worden eveneens beoordeeld zodat de meningen van de leden kunnen worden betrokken bij de bespreking van de eerste algemene indrukken en de formulering van de vragen en aandachtspunten. De onderwerpen en facetten waarover de commissie zich een oordeel moet vormen, zijn uitgewerkt in een beoordelingsformulier dat de commissie hanteert tijdens de bezoeken. Het beoordelingsformulier volgt het NVAO-accreditatiekader en biedt de commissieleden de mogelijkheid om zich meer in detail uit te spreken over de opleiding, enerzijds door een kwalitatieve uitspraak te doen en anderzijds door persoonlijke opmerkingen te formuleren. Tijdens de installatievergadering worden ook de bezoekschema s besproken en worden concrete afspraken gemaakt over een mogelijke taakverdeling binnen de visitatiecommissie, de manier waarop de commissie zal omgaan met eventuele verzoeken tot het beoordelen van bijzondere kwaliteitsaspecten. 3.3 Het visitatiebezoek De visitatiecommissie bezoekt de instellingen in principe gedurende twee en een halve dagen, waarbij zij afzonderlijke gesprekken voert met de verschillende geledingen die bij het onderwijs betrokken zijn op het centraal niveau, het niveau van het departement/de faculteit en op het niveau van de opleiding. Deze gesprekken gebeuren op basis van de lectuur van het zelfevaluatierapport en de bijlagen, een representatieve set van studiemateriaal, relevante verslagen van vergaderingen, een aantal masterproeven, eindwerken en/of stageverslagen dat vooraf wordt bestudeerd. Een gedeelte van het programma is voorzien voor het bekijken van de gebouwen en infrastructuur: collegezalen en werkgroepruimten, bibliotheek, computerruimten, laboratoria, atelierruimte en dergelijke. Afhankelijk van de situatie kan de commissie zich voor deze bezoeken opsplitsen. Projectoutput vooronderzoek HBO-SAM kwaliteitszorg 31 augustus 2009 Pagina 15

17 Na het laatste gesprek, trekt de commissie zich terug ter voorbereiding van de mondelinge rapportering. Aan de hand van de onderwerpen, facetten en criteria evalueert de commissie de opleiding. Ieder commissielid vult het beoordelingsformulier in die hij/zij aan het begin van elk bezoek van de projectbegeleider / secretaris heeft gekregen. Van de commissieleden wordt verwacht dat ze het ingevulde beoordelingsformulier op het einde van het visitatiebezoek zouden overhandigen aan de projectbegeleider / secretaris van de commissie. Het bezoek van de commissie wordt afgesloten met een mondelinge rapportering van de eerste voorlopige bevindingen, conclusies en aanbevelingen. Zowel sterke als zwakke punten van de opleiding worden tijdens de rapportering aangegeven De rapportering Nadat alle bezoeken zijn afgelegd, schrijft de projectbegeleider/secretaris van de commissie op basis van de zelfevaluaties en de ingevulde beoordelingsformulieren, nota s van de gesprekken die de commissie tijdens haar bezoeken heeft gevoerd, het intern beraad en de mondelinge rapportering en eventueel bijkomende informatie ter verduidelijking opgevraagd na het visitatiebezoek, het concepteindrapport. Het eindrapport van de commissie, dat openbaar is, bevat een algemeen inleidend deel, een specifiek deel waarin de opleidingsrapporten zijn opgenomen en een aantal verplichte bijlagen. De ontwerpen van de opleidingsrapporten worden aan de commissieleden voorgelegd en tijdens een vergadering besproken. Na goedkeuring worden de opleidingsrapporten naar de betrokken opleiding en instelling gezonden voor een reactie. Elke opleiding/instelling krijgt hierbij enkel zijn eigen opleidingsrapport toegestuurd. De opleidingen/instellingen worden verzocht om alleszins feitelijke onjuistheden in het concept opleidingsrapport te corrigeren, maar ook opmerkingen van inhoudelijke aard kunnen aan de visitatiecommissie worden overgemaakt. De reacties van de opleidingen worden met instemming van het instellingsbestuur aan de (projectbegeleider van de) visitatiecommissie overgemaakt, drie weken na het ontvangen van het ontwerp opleidingsrapport. 4. De publicatie van het openbaar rapport Het vergelijkend hoofdstuk dat een onderdeel vormt van het algemeen deel van het visitatierapport, geeft de belangrijkste conclusies en aanbevelingen van de commissie vergelijkenderwijs weer. Dit hoofdstuk wordt geschreven op basis van de definitief vastgelegde opleidingsrapporten. De oordelen van de visitatiecommissie worden ook in een vergelijkende tabel weergegeven, waarbij per onderwerp en de bijbehorende facetten wordt weergegeven in welke mate de opleiding volgens de visitatiecommissie aan de gestelde eisen voldoet. Het vergelijkend gedeelte wordt, samen met de reacties van de opleidingen/instellingen in een slotvergadering met alle commissieleden besproken, en wordt vervolgens voor reactie aan de opleidingen toegezonden. Indien de opleiding/instelling niet tevreden is over de wijze waarop de commissie met de bemerkingen heeft rekening gehouden, en indien de opleiding/instelling het noodzakelijk acht, kan er een reactie in te sturen binnen de drie weken - van de instelling als bijlage bij het eindrapport worden opgenomen. Het geheel van reacties wordt in een dossier bijeengebracht binnen de cel kwaliteitszorg van VLIR en/of VLHORA. De opleiding/instelling kan ook beroep aantekenen tegen het oordeel van de visitatiecommissie, als het oordeel op facet of onderwerp onvoldoende is. Daartoe kan zij een klacht indienen volgens de modaliteiten van de interne beroepsprocedure. Als laatste stap in het visitatieproces wordt het eindrapport persklaar gemaakt en gepubliceerd. Het rapport wordt op een bijeenkomst formeel door de voorzitter van de visitatiecommissie aangeboden aan de bestuursorganen van VLIR en/of VLHORA. De bestuursorganen van VLIR en/of VLHORA geven ook in onderling overleg met de voorzitter van de commissie een persbericht uit waarin de belangrijkste bevindingen van de commissie worden samengevat. Het visitatierapport wordt, met een duidelijke datering, op de webstek van de VLIR en VLHORA geplaatst zodat het publiek toegankelijk is. Projectoutput vooronderzoek HBO-SAM kwaliteitszorg 31 augustus 2009 Pagina 16

18 5. De opvolging en het indienen van de accreditatieaanvraag Wat er uiteindelijk met de resultaten van de visitaties wordt gedaan is in eerste instantie een aangelegenheid van de instellingen zelf. Het is de verantwoordelijkheid van de instellingen om acties te ondernemen op basis van de bevindingen en aanbevelingen van visitatiecommissies. Ook het initiatief voor accreditatie ligt bij de instellingen zelf Toetsingskader nieuwe opleidingen hoger onderwijs Vlaanderen De instellingsbesturen vragen een toets nieuwe opleiding aan voor elk voorstel van nieuwe opleiding: een bachelor- of masteropleiding die in hoofde van de instelling nog niet voorkomt in het Hogeronderwijsregister (HOR). De Toets Nieuwe Opleiding is een onderdeel van de erkenningsprocedure voor nieuwe opleidingen. Dit proces omvat de volgende stappen: 1. Het bestuur dient een aanvraag in bij de Erkenningscommissie met het oog de toetsing van de macrodoelmatigheid van de nieuwe opleiding; 2. Het instellingsbestuur dat een positief macrodoelmatigheidsoordeel heeft verkregen, bezorgt vervolgens een aanvraag voor de Toets Nieuwe Opleiding aan de NVAO; 3. De NVAO onderzoekt de ontvankelijkheid van de aanvraag; 4. De NVAO installeert voor elke ontvankelijke aanvraag een commissie; 5. De procescoördinator van de NVAO informeert vervolgens de commissie en nodigt de leden uit voor een installatievergadering; 6. Op de installatievergadering bespreekt de commissie voor de eerste maal het aanvraagdossier en spreekt zich uit over de aanvaarding van het door het instellingsbestuur aangereikte referentiekader betreffende de domeinspecifieke eisen; 7. De procescoördinator legt in samenspraak met het instellingsbestuur een bezoekschema vast voor de vraaggesprekken en het eventuele plaatsbezoek; 8. De commissie legt vervolgens haar bevindingen vast in het adviesrapport. Alle leden zijn bij de beraadslaging en de beslissing over het adviesrapport betrokken; 9. De NVAO stelt eerst een ontwerp van toetsingsrapport op. Dit ontwerp van rapport wordt bezorgd aan het instellingsbestuur; 10. De instelling kan aan de NVAO opmerkingen van technische aard aangaande een ontwerp overmaken. Er is een procedure voorhanden voor bezwaren. 11. Het definitief vastgestelde toetsingsrapport wordt overgemaakt aan de Vlaamse Regering. Het rapport wordt ook aan het instellingsbestuur bezorgd. De opleidingen worden geacht geaccrediteerd te zijn tot en met het einde van het vierde academiejaar na de opstart van de opleiding. Daarna komt men terecht in de normale visitatieaccreditatiecyclus Associate Degrees in Nederland Een Nederlandse hogeschool kan binnen een (geaccrediteerde) hbo-bacheloropleiding een tweejarig Associate-degreeprogramma instellen. De studielast van het Ad-programma bedraagt ten minste 120 ECTS. Studenten die het examen met goed gevolg hebben afgelegd, krijgen de graad Associate degree, afgekort Ad. De Tweede Kamer heeft in mei 2007 ingestemd met de wettelijke verankering van de Associate degree. De NVAO beoordeelt de kwaliteit van de aanvragen voor Ad-programma's en heeft hiervoor in februari 2008 het Accreditatiekader Associate-degreeprogramma's ontwikkeld. Wanneer de bacheloropleiding moet worden beoordeeld, wordt conform de wens van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap tevens het Associate-degreeprogramma bekeken (zolang de pilot duurt). De NVAO heeft de VBI's in november 2007 geïnformeerd dat de mate van beoordeling afhankelijk is van de startdatum van het aangeboden Ad-programma (het peilmoment is de visitatiedatum van de bachelor): nog geen jaar geleden = geen uitspraak van het panel noodzakelijk. een jaar tot twee jaar geleden = het Ad-programma wordt licht getoetst. Het panel beoordeelt hierbij de uitvoering en zo mogelijk de resultaten van het programma. Dit Projectoutput vooronderzoek HBO-SAM kwaliteitszorg 31 augustus 2009 Pagina 17

19 oordeel heeft geen consequenties voor de beoordeling van de bachelor. Het panel besteedt in het rapport in een apart hoofdstuk aandacht aan het Ad-programma. twee jaar of langer geleden = het Ad-programma wordt getoetst. Dit oordeel heeft consequenties voor de beoordeling van de bachelor, conform die van de varianten en locaties van een opleiding (indien wenselijk kunnen deze uit de aanvraag worden teruggetrokken). De positionering van de Associate degrees is momenteel nog ter discussie in Nederland. De derde ronde van maximaal 40 pilots in 2008 was speciaal bestemd voor Ad-programma's van hbo-bacheloropleidingen die leiden tot een onderwijsbevoegdheid voor voortgezet onderwijs of beroepsonderwijs. De instellingen konden tot november 2008 een aanvraag voor een pilot indienen. De werkwijze die gebruikt werd bij de beoordeling om tot de pilots te behoren is de volgende: 1. De instelling dient een aanvraagdossier in; 2. De NVAO beoordeelt of het informatiedossier voldoende volledig is en voldoet aan de eisen van de aanvraag om de behandeling te starten; 3. De NVAO stelt een beoordelingspanel aan bestaande uit een groep van onafhankelijke externe en inhoudelijke vakdeskundigen en dito onderwijsdeskundigen; 4. Het beoordelingspanel hanteert bij de beoordeling het domeinspecifiek referentiekader; 5. Het beoordelingspanel kan om aanvullende informatie verzoeken of zonodig een hoorzitting houden; 6. De beoordeling resulteert in een advies naar de NVAO, die vervolgens haar definitief advies over de aanvraag formuleert aan de hogeschool; 7. De NVAO stuurt dit advies naar het ministerie dat een beslissing neemt over de toewijzing van de aanvraag. 2.3 Concept accreditatiestelsel bachelor- en masteropleidingen in te voeren vanaf Concept accreditatiestelsel bachelor- en masteropleidingen na 2012 In het nieuwe concept accreditatiestelsel blijft men uitgaan van een accreditatie op het niveau van de opleiding. Maar daarnaast kan de instelling een instellingsaudit laten verrichten door de NVAO. Wanneer immers door de NVAO kan worden vastgesteld dat de kwaliteitszorg van een instelling dermate goed is georganiseerd dat de kwaliteit van de opleidingen continu wordt verbeterd, komt de instelling in een ander accreditatieregime terecht. In een dergelijk regime gebeurt de accreditatie van de opleidingen op een andere wijze dan in het geval er geen positieve instellingsaudit is. In dit regime beoordeelt een visitatiecommissie een opleiding op een klein aantal standaarden die het hart van de onderwijskwaliteit betreffen en accrediteert de NVAO op basis daarvan de opleiding. Op instellingsniveau is dan immers al aangetoond dat een instelling voor de randvoorwaardelijke facetten vertrouwen verdient. Het is dus een stelsel waarin : door de instellingsaudit de interne kwaliteitscultuur instellingsbreed een impuls krijgt; bij de opleidingsaccreditatie de aandacht ligt bij de essentie van het onderwijs: (verbetering van) de inhoudelijke kwaliteit; een goede balans ontstaat tussen de kwaliteit van de opleidingen vaststellen enerzijds en de verbeterfunctie anderzijds. Het concept van het nieuwe accreditatiestelsel bevat zes beoordelingskaders: 1. Een kader op instellingsniveau voor de instellingstoets kwaliteitszorg, de zogenoemde instellingsaudit; 2. Een kader op opleidingsniveau met beperkte beoordelingscriteria accreditatie bij instellingen die met positief gevolg de instellingsaudit hebben doorlopen, met name de beperkte opleidingsbeoordeling 3. Een kader op opleidingsniveau met uitgebreide beoordelingscriteria voor verlenen van accreditatie, met name de uitgebreide opleidingsbeoordeling (noodzakelijk bij negatieve instellingsaudit of indien een instelling geen instellingsaudit heeft aangevraagd); Projectoutput vooronderzoek HBO-SAM kwaliteitszorg 31 augustus 2009 Pagina 18

20 4. Een kader op opleidingsniveau met beperkte beoordelingscriteria toets nieuwe opleiding bij instellingen die met positief gevolg de instellingsaudit hebben doorlopen, met name de beperkte TNO; 5. Een kader op opleidingsniveau met uitgebreide beoordelingscriteria voor verlenen toets nieuwe opleiding, met name de uitgebreide TNO (noodzakelijk bij een negatieve instellingsaudit of indien een instelling geen instellingsaudit heeft aangevraagd); 6. Een beoordelingskader aan de hand waarvan vastgesteld kan worden of een instelling of een opleiding beschikt over een bijzonder kenmerk Concept visitatiestelsel bachelor- en masteropleidingen na 2012 Het nieuwe concept visitatiestelsel ligt momenteel ter discussie. Een binair stelsel wordt gepromoot: een verplichte instellingsaudit en een beperkte opleidingsbeoordeling. De complementariteit van een instellingsaudit met opleidingsbeoordelingen heeft een dubbel nut met name een verdere ontwikkeling en verbetering van de kwaliteit van de instelling en de opleidingen en een lastenvermindering. 1. De instellingsaudit VLIR en VLHORA coördineren de instellingsaudit. De voorkeur gaat uit naar het werken met één evaluatieorgaan nl. de NVAO. De instellingen moeten de aanbevelingen van de instellingsaudit ter harte nemen. Follow-up wordt daarom georganiseerd in twee richtingen: Follow-up van de instellingsaudit in de opleidingsbeoordeling door de aanbevelingen van de instellingsaudit te checken tijdens de opleidingsbeoordeling maar dan toegepast in de opleiding. Follow-up van de opleidingsbeoordelingen in de instellingsaudit door de verbeterpunten uit de opleidingsbeoordelingen mee te nemen bij de bepalingen van de audittrails. De eerste ronde loopt van 2012 tot De volgende ronden hebben een periodiciteit van zes/acht jaar (nog punt ter discussie). 2. De opleidingsbeoordeling De opleidingsbeoordeling richt zich uitsluitend op de essentie van de (onderwijs)kwaliteit van de opleiding. Door de focus op de kern van de opleiding te leggen dient minder informatie te worden aangeleverd. De voorbereidingstijd zal verminderen omdat de organisatie van de instellingsaudit zal leiden tot het verder uitwerken van de reeds aanwezige kwaliteitscultuur en kwaliteitsbewustzijn op instellingsniveau waardoor informatie voorhanden zal zijn en dus efficiënter zal kunnen worden aangeleverd aan de opleidingen. VLIR/VLHORA organiseren de visitaties. Follow-up wordt daarom georganiseerd in twee richtingen: Follow-up van de instellingsaudit in de opleidingsbeoordeling door de aanbevelingen van de instellingsaudit te checken tijdens de opleidingsbeoordeling maar dan toegepast in de opleiding. Follow-up van de opleidingsbeoordelingen in de instellingsaudit door de verbeterpunten uit de opleidingsbeoordelingen mee te nemen bij de bepalingen van de audittrails. De periodiciteit is acht jaar. Projectoutput vooronderzoek HBO-SAM kwaliteitszorg 31 augustus 2009 Pagina 19

VOORONDERZOEK HBO-SAM KWALITEITSZORG

VOORONDERZOEK HBO-SAM KWALITEITSZORG KZ 01 2009 onderliggend document VOORONDERZOEK HBO-SAM KWALITEITSZORG Projectoutput Martine Boschmans Vera Pletincx 31 augustus 2009 Inhoudstafel 1 REGELGEVING 3 1.1 Decreet betreffende het secundair na

Nadere informatie

Eindrapport HBO-SAM Kwaliteitszorg

Eindrapport HBO-SAM Kwaliteitszorg Einddocument Vast Bureau 10 juni 2010 AR/VB/KST/END/003 Eindrapport HBO-SAM Kwaliteitszorg VLAAMSE ONDERWIJSRAAD, KUNSTLAAN 6 BUS 6, 1210 BRUSSEL www.vlor.be Eindrapport HBO-SAM Kwaliteitszorg Situering...

Nadere informatie

BESLUIT: HOOFDSTUK I. ALGEMENE BEPALINGEN

BESLUIT: HOOFDSTUK I. ALGEMENE BEPALINGEN Reglement betreffende de vormvereisten voor aanvragen tot uitvoering van een accreditatie, een instellingsreview of een toets nieuwe opleiding ten aanzien van opleidingen in de Vlaamse Gemeenschap Gelet

Nadere informatie

Nieuw accreditatiestelsel: de opleidingsbeoordeling

Nieuw accreditatiestelsel: de opleidingsbeoordeling Wie zijn wij? Patrick van den Bosch Expert Kwaliteitszorg Patrick.vandenbosch@vluhr.be Nieuw accreditatiestelsel: de opleidingsbeoordeling Wouter Teerlinck Expert Kwaliteitszorg Wouter.teerlinck@vluhr.be

Nadere informatie

Informatievergadering. Hervisitatie Specifieke lerarenopleiding

Informatievergadering. Hervisitatie Specifieke lerarenopleiding Informatievergadering Hervisitatie Specifieke lerarenopleiding Wie zijn we? Besluit Vlaamse Regering Visitatieprotocol Planning ZER en beoordelingskader Visitatieproces Visitatiecommissie 23/04/2014 2

Nadere informatie

Kwaliteitszorg en accreditatie

Kwaliteitszorg en accreditatie Infofiche Kwaliteitszorg en accreditatie Om kwaliteitsvol onderwijs te garanderen, worden opleidingen en instellingen beoordeeld. Enerzijds is er interne kwaliteitszorg die binnen de hogeschool of universiteit

Nadere informatie

Handreiking aanvraag Toets Nieuwe Opleiding Nederland

Handreiking aanvraag Toets Nieuwe Opleiding Nederland Handreiking aanvraag Toets Nieuwe Opleiding Nederland 17 december 2015 Inhoud 1 Inleiding 3 2 Wanneer een Toets Nieuwe Opleiding? 4 3 Werkwijze Toets Nieuwe Opleiding 5 4 Aanvraagdossier ten behoeve van

Nadere informatie

Addendum (april 2014) bij de Handleiding onderwijsvisitatie Specifieke lerarenopleiding, Brussel, 2009

Addendum (april 2014) bij de Handleiding onderwijsvisitatie Specifieke lerarenopleiding, Brussel, 2009 Addendum (april 2014) bij de Handleiding onderwijsvisitatie Specifieke lerarenopleiding, Brussel, 2009 Nieuwe organisatiestructuur VLUHR Sinds 1 januari 2013 zijn de Cellen kwaliteitszorg van VLIR en VLHORA

Nadere informatie

2 Situering van beleidsvoerend vermogen binnen het referentiekader en instrumentarium van de doorlichting

2 Situering van beleidsvoerend vermogen binnen het referentiekader en instrumentarium van de doorlichting B ELEIDSVOEREND VERMOGEN ALS CRITERIUM BIJ EEN DOORLICHTING 1 Inleiding De beleidskracht van scholen en centra zal vanaf het schooljaar 2008-2009 een belangrijke rol spelen als criterium voor de kwaliteit

Nadere informatie

Voorontwerp van decreet betreffende het secundair na secundair onderwijs en het hoger beroepsonderwijs DE VLAAMSE REGERING,

Voorontwerp van decreet betreffende het secundair na secundair onderwijs en het hoger beroepsonderwijs DE VLAAMSE REGERING, Voorontwerp van decreet betreffende het secundair na secundair onderwijs en het hoger beroepsonderwijs DE VLAAMSE REGERING, Op voorstel van de Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming; Na beraadslaging,

Nadere informatie

Kader Opleidingsaccreditatie. - Vlaanderen 2015-2021

Kader Opleidingsaccreditatie. - Vlaanderen 2015-2021 Kader Opleidingsaccreditatie - Vlaanderen 2015-2021 20 maart 2015 Pagina 2 van 17 Inhoud 1 Opzet 5 2 Beoordelingskader 6 3 Beoordelingsschaal en beslisregel 7 4 Samenstelling van de visitatiecommissie

Nadere informatie

Visitaties in de hogescholen en universiteiten. VEP 7 december 2012

Visitaties in de hogescholen en universiteiten. VEP 7 december 2012 Visitaties in de hogescholen en universiteiten VEP 7 december 2012 1 Visitaties in de hogescholen en universiteiten 1. Situering van de visitaties in de kwaliteitsbewaking 2. Onderzoek van Belgische Rekenhof

Nadere informatie

GOUVERNEMENTS DE COMMUNAUTE ET DE REGION GEMEENSCHAPS- EN GEWESTREGERINGEN GEMEINSCHAFTS- UND REGIONALREGIERUNGEN

GOUVERNEMENTS DE COMMUNAUTE ET DE REGION GEMEENSCHAPS- EN GEWESTREGERINGEN GEMEINSCHAFTS- UND REGIONALREGIERUNGEN 49999 GOUVERNEMENTS DE COMMUNAUTE ET DE REGION GEMEENSCHAPS- EN GEWESTREGERINGEN GEMEINSCHAFTS- UND REGIONALREGIERUNGEN VLAAMSE GEMEENSCHAP COMMUNAUTE FLAMANDE N. 2009 2582 VLAAMSE OVERHEID 30 APRIL 2009.

Nadere informatie

Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming Onderwijsinspectie Hendrik Consciencegebouw Koning Albert II-laan 15 1210 BRUSSEL

Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming Onderwijsinspectie Hendrik Consciencegebouw Koning Albert II-laan 15 1210 BRUSSEL Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming Onderwijsinspectie Hendrik Consciencegebouw Koning Albert II-laan 15 1210 BRUSSEL doorlichtingssecretariaat@ond.vlaanderen.be www.onderwijsinspectie.be Verslag

Nadere informatie

Doelstellingen Onderwerp niet behandeld tijdens de verkorte procedure na tijdelijke erkenning.

Doelstellingen Onderwerp niet behandeld tijdens de verkorte procedure na tijdelijke erkenning. Ontwerp van accreditatierapport en -besluit met een positieve beoordeling van de accreditatieaanvraag voor de opleiding Master of Science in de architectuur (master) van de Universiteit Antwerpen (na tijdelijke

Nadere informatie

Voorontwerp van decreet betreffende het hoger beroepsonderwijs DE VLAAMSE REGERING,

Voorontwerp van decreet betreffende het hoger beroepsonderwijs DE VLAAMSE REGERING, VVKSO STAF/DOC/08/188 BU/DOC/08/44 CODIS/DOC/08/28 CEPOC/DOC/08/28 2008-09-01 1 Voorontwerp van decreet betreffende het hoger beroepsonderwijs DE VLAAMSE REGERING, Op voorstel van de Vlaamse minister van

Nadere informatie

ERKENNING NIEUWE OPLEIDING VLAANDEREN SJABLOON AANVRAAGDOSSIER AMBTSHALVE GEREGISTREERDE INSTELLINGEN MACRODOELMATIGHEIDSTOETS TOETS NIEUWE OPLEIDING

ERKENNING NIEUWE OPLEIDING VLAANDEREN SJABLOON AANVRAAGDOSSIER AMBTSHALVE GEREGISTREERDE INSTELLINGEN MACRODOELMATIGHEIDSTOETS TOETS NIEUWE OPLEIDING ERKENNING NIEUWE OPLEIDING VLAANDEREN SJABLOON AANVRAAGDOSSIER AMBTSHALVE GEREGISTREERDE INSTELLINGEN MACRODOELMATIGHEIDSTOETS TOETS NIEUWE OPLEIDING Opzet en structuur De sjabloon van het aanvraagdossier

Nadere informatie

Voorontwerp van decreet betreffende het hoger beroepsonderwijs DE VLAAMSE REGERING,

Voorontwerp van decreet betreffende het hoger beroepsonderwijs DE VLAAMSE REGERING, 1 Voorontwerp van decreet betreffende het hoger beroepsonderwijs DE VLAAMSE REGERING, Op voorstel van de Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming; Na beraadslaging, BESLUIT: De Vlaamse minister

Nadere informatie

Arteveldehogeschool. Bachelor in het onderwijs: lager onderwijs. (professioneel gerichte bachelor)

Arteveldehogeschool. Bachelor in het onderwijs: lager onderwijs. (professioneel gerichte bachelor) Arteveldehogeschool Bachelor in het onderwijs: lager onderwijs (professioneel gerichte bachelor) Accreditatie bestaande Opleiding NVAO Ontwerp van Accreditatierapport en besluit 2 december 2008 Inhoud

Nadere informatie

Verslag over de opvolgingsdoorlichting van GO! basisschool Hofkouter Sint-Lievens-Houtem te Sint-Lievens-Houtem

Verslag over de opvolgingsdoorlichting van GO! basisschool Hofkouter Sint-Lievens-Houtem te Sint-Lievens-Houtem Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming Onderwijsinspectie Hendrik Consciencegebouw Koning Albert II-laan 15 1210 BRUSSEL doorlichtingssecretariaat@ond.vlaanderen.be www.onderwijsinspectie.be Verslag

Nadere informatie

Toetsingskader nieuwe opleidingen hoger onderwijs Vlaanderen 2 de ronde

Toetsingskader nieuwe opleidingen hoger onderwijs Vlaanderen 2 de ronde Toetsingskader nieuwe opleidingen hoger onderwijs Vlaanderen 2 de ronde 25 januari 2013 Inhoud 1 Opzet 4 2 Generieke kwaliteitswaarborgen 4 2.1 Generieke kwaliteitswaarborg 1: beoogd eindniveau 4 2.2

Nadere informatie

Verslag over de opvolgingsdoorlichting van Gemeentelijke Basisschool - De Start te Kluisbergen

Verslag over de opvolgingsdoorlichting van Gemeentelijke Basisschool - De Start te Kluisbergen Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming Onderwijsinspectie Hendrik Consciencegebouw Koning Albert II-laan 15 1210 BRUSSEL doorlichtingssecretariaat@ond.vlaanderen.be www.onderwijsinspectie.be Verslag

Nadere informatie

Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming Onderwijsinspectie Hendrik Consciencegebouw Koning Albert II-laan 15 1210 BRUSSEL

Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming Onderwijsinspectie Hendrik Consciencegebouw Koning Albert II-laan 15 1210 BRUSSEL Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming Onderwijsinspectie Hendrik Consciencegebouw Koning Albert II-laan 15 1210 BRUSSEL doorlichtingssecretariaat@ond.vlaanderen.be www.onderwijsinspectie.be Verslag

Nadere informatie

Standpunt nieuw accreditatiestelsel

Standpunt nieuw accreditatiestelsel Standpunt nieuw accreditatiestelsel VVS heeft in de discussie rond het nieuw accreditatiestelsel volgend standpunt a) met betrekking tot de instellingsaudits: - akkoord met het principe van instellingsaudits

Nadere informatie

De Vlaamse kwalificatiestructuur

De Vlaamse kwalificatiestructuur De Vlaamse kwalificatiestructuur 3 februari 2009 Rita Dunon Strategisch Onderwijs- en Vormingsbeleid Wat is een kwalificatie? Afgerond en ingeschaald geheel van competenties Competenties: geheel van kennis,

Nadere informatie

IV.4 PA/E/S IBO MB Dit is een gecoördineerde versie. De datum van de laatste versie is steeds de datum van het laatste wijzigingsbesluit

IV.4 PA/E/S IBO MB Dit is een gecoördineerde versie. De datum van de laatste versie is steeds de datum van het laatste wijzigingsbesluit Ministerieel besluit van 12 juni 2001 houdende vaststelling van de procedure tot het verlenen, het verlengen, het weigeren of het intrekken van een principieel akkoord, een erkenning en subsidiëring van

Nadere informatie

Dat de instellingen en evaluatieorganen voldoende kwaliteitsbewustzijn zullen tonen om de verbeterfunctie van de externe kwaliteitszorg

Dat de instellingen en evaluatieorganen voldoende kwaliteitsbewustzijn zullen tonen om de verbeterfunctie van de externe kwaliteitszorg Accreditatie hoger onderwijs Onder welke voorwaarden kan accreditatie in de toekomst een bijdrage leveren aan de ontwikkeling van de kwaliteit van het Nederlandse en Vlaamse hoger onderwijs. Blijvend succes

Nadere informatie

ONTWERP VAN DECREET. betreffende de kwalificatiestructuur AMENDEMENTEN

ONTWERP VAN DECREET. betreffende de kwalificatiestructuur AMENDEMENTEN Zitting 2008-2009 25 maart 2009 ONTWERP VAN DECREET betreffende de kwalificatiestructuur AMENDEMENTEN Zie: 2158 (2008-2009) Nr. 1: Ontwerp van decreet 5571 OND 2 AMENDEMENT Nr. 1 Artikel 7 In a), tweede

Nadere informatie

Accreditatiestelsel hoger onderwijs Vlaanderen Kader voor de opleidingsaccreditatie 2 de ronde

Accreditatiestelsel hoger onderwijs Vlaanderen Kader voor de opleidingsaccreditatie 2 de ronde Accreditatiestelsel hoger onderwijs Vlaanderen Kader voor de opleidingsaccreditatie 2 de ronde 13 mei 2013 pagina 2 Inhoud 1 Opbouw van het stelsel 4 2 Kader voor de opleidingsaccreditatie 2 de ronde 6

Nadere informatie

COMMISSIE HOGER ONDERWIJS VLAANDEREN

COMMISSIE HOGER ONDERWIJS VLAANDEREN COMMISSIE HOGER ONDERWIJS VLAANDEREN SJABLOON AANVRAAGDOSSIER AMBTSHALVE GEREGISTREERDE INSTELLINGEN MACRODOELMATIGHEIDSTOETS M.H.O. OP TOETS NIEUWE OPLEIDING Opzet en structuur Dit sjabloon met richtlijnen

Nadere informatie

Toetsingskader Nieuwe om te vormen en nieuwe HBO5-opleidingen

Toetsingskader Nieuwe om te vormen en nieuwe HBO5-opleidingen Toetsingskader Nieuwe om te vormen en nieuwe HBO5-opleidingen 20 september 2013 Inhoud 1 Opzet 3 2 Toetsingskader 4 2.1 Onderwerp 1: Programma/opleidingsprofiel 4 2.2 Onderwerp 2: Inzet van personeel 4

Nadere informatie

Het Vlaamse kwalificatieraamwerk. Internationaal seminarie 30 november 2009 Rita Dunon

Het Vlaamse kwalificatieraamwerk. Internationaal seminarie 30 november 2009 Rita Dunon Het Vlaamse kwalificatieraamwerk Internationaal seminarie 30 november 2009 Rita Dunon Inhoud Doelstellingen Raamwerk Niveaudescriptoren Kwalificaties Ontwikkelproces Ervaringen Uitdagingen Doelstellingen

Nadere informatie

Advies over het nieuwe NVAO-reglement

Advies over het nieuwe NVAO-reglement Raad Hoger Onderwijs 8 oktober 2013 RHO-RHO-ADV-002 Advies over het nieuwe NVAO-reglement Vlaamse Onderwijsraad Kunstlaan 6 bus 6 BE-1210 Brussel T +32 2 219 42 99 F +32 2 219 81 18 www.vlor.be info@vlor.be

Nadere informatie

Dit document legt de procedure en de criteria vast om te komen tot dit advies.

Dit document legt de procedure en de criteria vast om te komen tot dit advies. Raad levenslang en levensbreed leren RHE / 20 september 2011 RLLL-RLLL-BSL-001 RLLL-RLLL-ADV-002Bijl29 Procedure en criteria voor de beoordeling van opleidingsprofielen in het volwassenenonderwijs 1 Situering

Nadere informatie

Kader Toets Nieuwe Opleiding. - Vlaanderen 2015-2021

Kader Toets Nieuwe Opleiding. - Vlaanderen 2015-2021 Kader Toets Nieuwe Opleiding - Vlaanderen 2015-2021 28 mei 2015 Pagina 2 van 13 Inhoud 1 Opzet 5 2 Beoordelingskader 6 3 Beoordelingsschaal en beslisregel 7 4 Samenstelling van de visitatiecommissie 8

Nadere informatie

Specifieke bevoegdheden

Specifieke bevoegdheden Specifieke bevoegdheden Wet van 6 juli 1970 op het buitengewoon en geïntegreerd onderwijs Art. 20 Adviesbevoegdheid over de regels waaronder de Vlaamse Regering de reiskosten van gehandicapten ten laste

Nadere informatie

SAMENWERKINGSOVEREENKOMST

SAMENWERKINGSOVEREENKOMST SAMENWERKINGSOVEREENKOMST werving kandidaat-student-commissieleden Algemeen Het decreet van de Vlaamse Gemeenschap van 4 april 2003 betreffende de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen

Nadere informatie

Advies over het voorstel van onderwijskwalificatie graduaat in het winkelmanagement

Advies over het voorstel van onderwijskwalificatie graduaat in het winkelmanagement Algemene Raad 20 december 2012 AR-AR-ADV-010 Advies over het voorstel van onderwijskwalificatie graduaat in het winkelmanagement Vlaamse Onderwijsraad Kunstlaan 6 bus 6 BE-1210 Brussel T +32 2 219 42 99

Nadere informatie

Hoofdstuk I - Algemene bepalingen

Hoofdstuk I - Algemene bepalingen SAMENWERKINGSOVEREENKOMST TUSSEN DE VLAAMSE REGERING EN HET VLAAMS ONDERSTEUNINGSCENTRUM VOOR HET VOLWASSENENONDERWIJS Tussen de Vlaamse Regering, vertegenwoordigd door de heer Frank Vandenbroucke, Vlaamse

Nadere informatie

Advies over de voorstellen van opleidingsprofielen voor het secundair volwassenenonderwijs

Advies over de voorstellen van opleidingsprofielen voor het secundair volwassenenonderwijs Raad Levenslang en Levensbreed Leren 28 april 2015 RLLL-RLLL-ADV-14-15-005 Advies over de voorstellen van opleidingsprofielen voor het secundair volwassenenonderwijs Vlaamse Onderwijsraad Kunstlaan 6 bus

Nadere informatie

Handreiking Toetsingskaders Opleidingsschool en academische kop 2013

Handreiking Toetsingskaders Opleidingsschool en academische kop 2013 Handreiking Toetsingskaders Opleidingsschool en academische kop 2013 NVAO en OCW 30 augustus 2013 Inhoud 1 Algemeen 3 2 Toelichting op de toetsingskaders 5 3 Werkwijze beoordelingen 6 Bijlage Aanleveren

Nadere informatie

Conceptkaders HBO5 3 november 2009

Conceptkaders HBO5 3 november 2009 Conceptkaders HBO5 3 november 2009 Inhoud 1 Inleiding 3 2 Toetsing van tot HBO 5 om te vormen opleidingen 5 2.1 Opzet 5 2.2 Beoordelingskader voor tot HBO 5 om te vormen opleidingen 6 2.2.1 Basisgegevens

Nadere informatie

COMMISSIE ZORGVULDIG BESTUUR. BETREFT: Secundair onderwijs: Politieke uitspraken in de les zedenleer.

COMMISSIE ZORGVULDIG BESTUUR. BETREFT: Secundair onderwijs: Politieke uitspraken in de les zedenleer. COMMISSIE ZORGVULDIG BESTUUR CZB/KL/KSO/2007/185 BETREFT: Secundair onderwijs: Politieke uitspraken in de les zedenleer. 1. PROCEDURE 1.1 Ontvangst: 16.11.2007 1.2 Verzoeker Ouder van een leerling. 1.3

Nadere informatie

Gecoördineerde tekst:

Gecoördineerde tekst: Gecoördineerde tekst: Decreet van 27 oktober 1998 houdende de erkenning en subsidiëring van organisaties voor volkscultuur en de oprichting van het Vlaams Centrum voor Volkscultuur (B.S.22-12-1998) Decreet

Nadere informatie

DE VLAAMSE REGERING, Gelet op het decreet van 20 januari 2012 houdende een vernieuwd jeugd- en kinderrechtenbeleid;

DE VLAAMSE REGERING, Gelet op het decreet van 20 januari 2012 houdende een vernieuwd jeugd- en kinderrechtenbeleid; Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de kadervormingstrajecten, vermeld in artikel 17/1 van het decreet van 20 januari 2012 houdende een vernieuwd jeugd- en kinderrechtenbeleid DE VLAAMSE REGERING,

Nadere informatie

Verslag over de controle van bewoonbaarheid, veiligheid en hygiëne van Gemeentelijke Basisschool - Albrecht Rodenbachschool te Hove

Verslag over de controle van bewoonbaarheid, veiligheid en hygiëne van Gemeentelijke Basisschool - Albrecht Rodenbachschool te Hove Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming Onderwijsinspectie Hendrik Consciencegebouw Koning Albert II-laan 15 1210 BRUSSEL doorlichtingssecretariaat@ond.vlaanderen.be www.onderwijsinspectie.be Verslag

Nadere informatie

Besluit. Voozieningen (facet 4.1 )

Besluit. Voozieningen (facet 4.1 ) n ed erl a n d s - v I a a ms e a ccr ed itati eo r ga ni sati e Besluit Accreditatierapport en -besluit met een positieve beoordeling van de accreditatieaanvraag voor de opleiding Bachelor in de interieurvormgeving

Nadere informatie

MINISTERIEEL BESLUIT VAN 17 MAART 2000 inzake de kwaliteitszorg in de opleidingscentra voor polyvalente verzorgenden (B.S. 20.V.

MINISTERIEEL BESLUIT VAN 17 MAART 2000 inzake de kwaliteitszorg in de opleidingscentra voor polyvalente verzorgenden (B.S. 20.V. MINISTERIEEL BESLUIT VAN 17 MAART 2000 inzake de kwaliteitszorg in de opleidingscentra voor polyvalente verzorgenden (B.S. 20.V.2000) Artikel 1. De sectorspecifieke minimale kwaliteitseisen voor de opleidingscentra

Nadere informatie

Brussel september 2008. Deel 1 Handleiding onderwijsvisitaties

Brussel september 2008. Deel 1 Handleiding onderwijsvisitaties Brussel september 2008 Deel 1 Handleiding onderwijsvisitaties Brussel september 2008 Handleiding onderwijsvisitaties DEEL 1 VLIR Ravensteingalerij 27 B 1000 Brussel t e l +32 (0)2 792 55 00 f a x +32 (0)2

Nadere informatie

VLAAMSE REGERING Vlaams minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel. Conceptnota

VLAAMSE REGERING Vlaams minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel. Conceptnota VLAAMSE REGERING Vlaams minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel Conceptnota Betreft : Nieuw stelsel van kwaliteitszorg en accreditatie in het hoger onderwijs 1 Context 1.1 Aanleiding In

Nadere informatie

Politieonderwijs & externe kwaliteitszorg op weg naar accreditatie

Politieonderwijs & externe kwaliteitszorg op weg naar accreditatie Politieonderwijs & externe kwaliteitszorg op weg naar accreditatie dr. Steven Van Luchene [VLIR Cel Kwaliteitszorg] op weg naar accreditatie 1. routebeschijving: tno visita e accredita e 2. de meet: generieke

Nadere informatie

Verpleegkunde HBO 5. 1. Situatie van de HBO 5 opleiding verpleegkunde

Verpleegkunde HBO 5. 1. Situatie van de HBO 5 opleiding verpleegkunde 1. Situatie van de HBO 5 opleiding verpleegkunde 1.1. Aantal scholen in Vlaanderen: 20 met regionale spreiding, waarvan 16 uit het katholieke net, 2 gemeenschapsonderwijs, 1 stedelijke en 1 van het provinciaal

Nadere informatie

COMMISSIE ZORGVULDIG BESTUUR. BETREFT: Misleidende informatie op website over het onderwijsaanbod

COMMISSIE ZORGVULDIG BESTUUR. BETREFT: Misleidende informatie op website over het onderwijsaanbod COMMISSIE ZORGVULDIG BESTUUR CZB/KL/VO/2012/316 BETREFT: Misleidende informatie op website over het onderwijsaanbod 1. PROCEDURE 1.1. Ontvangst: 25.09.2012 1.2. Verzoeker [A], directeur cvo 1.3. Verweerder

Nadere informatie

Advies over programmatie in hbo5

Advies over programmatie in hbo5 Algemene Raad 26 februari 2015 AR-AR-ADV-1415-010 Advies over programmatie in hbo5 Vlaamse Onderwijsraad Kunstlaan 6 bus 6 BE-1210 Brussel T +32 2 219 42 99 F +32 2 219 81 18 www.vlor.be info@vlor.be Advies

Nadere informatie

Handleiding onderwijsvisitaties aangevuld protocol ter ondersteuning an de opleidingen in academisering DEEL 1

Handleiding onderwijsvisitaties aangevuld protocol ter ondersteuning an de opleidingen in academisering DEEL 1 Brussel september 2008 Handleiding onderwijsvisitaties aangevuld protocol ter ondersteuning an de opleidingen in academisering DEEL 1 VLIR Ravensteingalerij 27 B 1000 Brussel TEL +32 (0)2 792 55 00 FAX

Nadere informatie

(B.S.18.V.1997) 1. Hoofdstuk I. Definities en toepassingsgebied

(B.S.18.V.1997) 1. Hoofdstuk I. Definities en toepassingsgebied Besluit van de Vlaamse Regering van 18 februari 1997 tot vaststelling van de procedure voor het verkrijgen van een planningsvergunning en een exploitatievergunning voor intramurale en transmurale voorzieningen

Nadere informatie

Het decreet betreffende de Vlaamse kwalificatiestructuur: aandachtspunten

Het decreet betreffende de Vlaamse kwalificatiestructuur: aandachtspunten VVKSO STAF/DOC/15/42 CODIS/DOC/15/05 2015-02-25 Het decreet betreffende de Vlaamse kwalificatiestructuur: aandachtspunten en voorstellen 1 Bedenkingen 1.1 Finaliteit VKS finaliteit onderwijs Het eenzijdig

Nadere informatie

Tussen de Vlaamse Regering, vertegenwoordigd door de heer Frank Vandenbroucke, Vlaamse minister van Onderwijs en Vorming,

Tussen de Vlaamse Regering, vertegenwoordigd door de heer Frank Vandenbroucke, Vlaamse minister van Onderwijs en Vorming, SAMENWERKINGSOVEREENKOMST TUSSEN DE VLAAMSE REGERING, DE PEDAGOGISCHE BEGELEIDINGSDIENSTEN EN HET VLAAMS ONDERSTEUNINGSCENTRUM VOOR HET VOLWASSENENONDERWIJS Tussen de Vlaamse Regering, vertegenwoordigd

Nadere informatie

Projectoproep Kankerplan Actie 24 : Wetenschappelijke analyse in de onco-geriatrie

Projectoproep Kankerplan Actie 24 : Wetenschappelijke analyse in de onco-geriatrie B Projectoproep Kankerplan Actie 24 : Wetenschappelijke analyse in de onco-geriatrie Inleiding Deze projectoproep kadert binnen de verderzetting van Actie 24 van het Kankerplan: Steun aan pilootprojecten

Nadere informatie

ONTWERP VAN SAMENWERKINGSOVEREENKOMST TUSSEN DE VLAAMSE REGERING EN HET CONSORTIUM VOLWASSENENONDERWIJS (NN) vzw

ONTWERP VAN SAMENWERKINGSOVEREENKOMST TUSSEN DE VLAAMSE REGERING EN HET CONSORTIUM VOLWASSENENONDERWIJS (NN) vzw ONTWERP VAN SAMENWERKINGSOVEREENKOMST TUSSEN DE VLAAMSE REGERING EN HET CONSORTIUM VOLWASSENENONDERWIJS (NN) vzw Tussen de Vlaamse Regering, vertegenwoordigd door de heer Frank Vandenbroucke, Vlaamse minister

Nadere informatie

De doelstellingen van directie en personeel worden expliciet omschreven in een beleidsplan en worden jaarlijks beoordeeld door de directie.

De doelstellingen van directie en personeel worden expliciet omschreven in een beleidsplan en worden jaarlijks beoordeeld door de directie. FUNCTIE: Directeur POC AFKORTING: DIR AFDELING: Management 1. DOELSTELLINGEN INSTELLING De doelstellingen staan omschreven in het beleidsplan POC. Vermits de directie de eindverantwoordelijkheid heeft

Nadere informatie

Advies over de decreetwijziging betreffende de Regionale Technologische Centra (RTC)

Advies over de decreetwijziging betreffende de Regionale Technologische Centra (RTC) ALGEMENE RAAD 25 november 2010 AR-AR-KST-ADV-005 Advies over de decreetwijziging betreffende de Regionale Technologische Centra (RTC) Vlaamse Onderwijsraad Kunstlaan 6 bus 6 BE-1210 Brussel T +32 2 219

Nadere informatie

Programmatiecriteria CVO - onderwijsbevoegdheid 2010 2011

Programmatiecriteria CVO - onderwijsbevoegdheid 2010 2011 Vlaamse Onderwijsraad Raad Levenslang en Levensbreed Leren Kunstlaan 6 bus 6 27 oktober 2009 1210 Brussel RLLL/MDR/DOC/021 Programmatiecriteria CVO - onderwijsbevoegdheid 2010 2011 1 Situering Het decreet

Nadere informatie

DECREET. houdende de erkenning en de subsidiëring van organisaties voor volkscultuur en de oprichting van het Vlaams Centrum voor Volkscultuur

DECREET. houdende de erkenning en de subsidiëring van organisaties voor volkscultuur en de oprichting van het Vlaams Centrum voor Volkscultuur VLAAMS PARLEMENT DECREET houdende de erkenning en de subsidiëring van organisaties voor volkscultuur en de oprichting van het Vlaams Centrum voor Volkscultuur HOOFDSTUK I Algemene bepalingen Artikel 1

Nadere informatie

DE VLAAMSE REGERING, Gelet op het Woonzorgdecreet van 13 maart 2009, artikel 48, 86, eerste lid, 1, en 87;

DE VLAAMSE REGERING, Gelet op het Woonzorgdecreet van 13 maart 2009, artikel 48, 86, eerste lid, 1, en 87; Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van de specifieke brandveiligheidsnormen waaraan ouderenvoorzieningen en centra voor herstelverblijf moeten voldoen en tot bepaling van de procedure voor

Nadere informatie

Uitbreiding studieomvang

Uitbreiding studieomvang Infofiche Uitbreiding studieomvang Om te voldoen aan internationale verwachtingen en de studiedruk te verlagen, werd de mogelijkheid gecreëerd de masteropleidingen in de humane wetenschappen te verlengen

Nadere informatie

Accreditatiekader bestaande opleidingen hoger onderwijs [hbo-bachelor]: uitwerking voor Associate degree-programma s tijdens de pilotfase

Accreditatiekader bestaande opleidingen hoger onderwijs [hbo-bachelor]: uitwerking voor Associate degree-programma s tijdens de pilotfase Accreditatiekader bestaande opleidingen hoger onderwijs [hbo-bachelor]: uitwerking voor Associate degree-programma s tijdens de pilotfase 11 februari 2008 Inhoud 1 Inleiding 3 2 Accreditatiekader, toegespitst

Nadere informatie

UITKOMST KWALITEITSONDERZOEK NIET BEKOSTIGD PRIMAIR ONDERWIJS

UITKOMST KWALITEITSONDERZOEK NIET BEKOSTIGD PRIMAIR ONDERWIJS UITKOMST KWALITEITSONDERZOEK NIET BEKOSTIGD PRIMAIR ONDERWIJS Basisschool Aquamarin te Bonaire School: Aquamarin Plaats: Jato Baco, Bonaire BRIN-nummer: 30KX Datum uitvoering onderzoek: 20 mei 2014 Datum

Nadere informatie

Netwerkdag volwassenenonderwijs: VOL-OP Levenslang Leren. Inzetbaar op de arbeidsmarkt door Levenslang Leren TITEL. subtitel. 14 juni 2011 - Antwerpen

Netwerkdag volwassenenonderwijs: VOL-OP Levenslang Leren. Inzetbaar op de arbeidsmarkt door Levenslang Leren TITEL. subtitel. 14 juni 2011 - Antwerpen Netwerkdag volwassenenonderwijs: VOL-OP Levenslang Leren Inzetbaar op de arbeidsmarkt door Levenslang Leren TITEL 14 juni 2011 - Antwerpen subtitel Het programma 09.30 10.00u 10.00 10.10u 10.10 10.45u

Nadere informatie

Functionerings- en evaluatiereglement in het kader van loopbaanbegeleiding Goedkeuring Schoolbestuur: 10/02/2010 Goedkeuring LOC: 10/02/2010

Functionerings- en evaluatiereglement in het kader van loopbaanbegeleiding Goedkeuring Schoolbestuur: 10/02/2010 Goedkeuring LOC: 10/02/2010 Breekiezel 27, 3670 Meeuwen-Gruitrode Functionerings- en evaluatiereglement in het kader van loopbaanbegeleiding Goedkeuring Schoolbestuur: 10/02/2010 Goedkeuring LOC: 10/02/2010 Artikel 1: Wettelijk kader

Nadere informatie

OPROEP TOT DE KANDIDATEN VOOR TOELATING TOT DE PROEFTIJD IN EEN HALFTIJDSE BETREKKING VAN ADVISEUR-COORDINATOR BIJ DE PEDAGOGISCHE BEGELEIDINGSDIENST

OPROEP TOT DE KANDIDATEN VOOR TOELATING TOT DE PROEFTIJD IN EEN HALFTIJDSE BETREKKING VAN ADVISEUR-COORDINATOR BIJ DE PEDAGOGISCHE BEGELEIDINGSDIENST OPROEP TOT DE KANDIDATEN VOOR TOELATING TOT DE PROEFTIJD IN EEN HALFTIJDSE BETREKKING VAN ADVISEUR-COORDINATOR BIJ DE PEDAGOGISCHE BEGELEIDINGSDIENST Uiterste kandideringsdatum: 9 juli 2010. 1. Halftijdse

Nadere informatie

Vlaamse overheid Departement Economie, Wetenschap en Innovatie Afdeling Strategie en Coördinatie Koning Albert II-laan 35, bus 10 1030 Brussel

Vlaamse overheid Departement Economie, Wetenschap en Innovatie Afdeling Strategie en Coördinatie Koning Albert II-laan 35, bus 10 1030 Brussel Evaluatie van beleid en beleidsinstrumenten Protocol tussen de entiteit 1 verantwoordelijk voor de (aansturing van de) evaluatie en (de instelling verantwoordelijk voor) het beleidsinstrument Vlaamse overheid

Nadere informatie

DE VLAAMSE REGERING,

DE VLAAMSE REGERING, Opschrift Datum Gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de kadervormingstrajecten, vermeld in artikel 17/1 van het decreet van 20 januari 2012 houdende een vernieuwd jeugd- en kinderrechtenbeleid

Nadere informatie

Decreet van 17 oktober 2003 (BS 10 november 2003) betreffende de kwaliteit van de gezondheids- en welzijnsvoorzieningen 1

Decreet van 17 oktober 2003 (BS 10 november 2003) betreffende de kwaliteit van de gezondheids- en welzijnsvoorzieningen 1 1 Decreet van 17 oktober 2003 (BS 10 november 2003) betreffende de kwaliteit van de gezondheids- en welzijnsvoorzieningen 1 Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen Artikel 1. Dit decreet regelt een gemeenschapsaangelegenheid.

Nadere informatie

2. Kan de minister voor de afgelopen drie schooljaren en referteperiodes de volgende gegevens verschaffen?

2. Kan de minister voor de afgelopen drie schooljaren en referteperiodes de volgende gegevens verschaffen? SCHRIFTELIJKE VRAAG nr. 556 van JORIS POSCHET datum: 8 september 2015 aan HILDE CREVITS VICEMINISTER-PRESIDENT VAN DE VLAAMSE REGERING, VLAAMS MINISTER VAN ONDERWIJS Hoger beroepsonderwijs - Gegevens,

Nadere informatie

Accreditatie in Nederland en Vlaanderen

Accreditatie in Nederland en Vlaanderen Vlaanderen en Nederland werken samen bij de invoering van accreditatie in het hoger onderwijs. Dit komt onder meer tot uitdrukking in de oprichting van een gezamenlijke accreditatieorganisatie en afstemming

Nadere informatie

Van onderwijskwalificatie niveau 5 naar opleidingsprofiel hoger beroepsonderwijs

Van onderwijskwalificatie niveau 5 naar opleidingsprofiel hoger beroepsonderwijs Handleiding Van onderwijskwalificatie niveau 5 naar opleidingsprofiel hoger beroepsonderwijs September 2014 Pagina 0 Inleiding De handleiding Van onderwijskwalificatie niveau 5 naar opleidingsprofiel hoger

Nadere informatie

RAPPORT Onderzoek in het kader van het vierjaarlijks bezoek bij Anne Frankschool

RAPPORT Onderzoek in het kader van het vierjaarlijks bezoek bij Anne Frankschool RAPPORT Onderzoek in het kader van het vierjaarlijks bezoek bij Anne Frankschool Plaats : Doesburg BRIN-nummer : 23ED Onderzoeksnummer : 123094 Datum schoolbezoek : 17 Rapport vastgesteld te Zwolle op

Nadere informatie

De Vlaamse kwalificatiestructuur

De Vlaamse kwalificatiestructuur De Vlaamse kwalificatiestructuur Onderwijskwalificaties niveau 1-5 11 mei 2009 Rita Dunon en Kaat Huylebroeck Strategisch Onderwijs- en Vormingsbeleid Onderwijskwalificaties Een onderwijskwalificatie is:

Nadere informatie

Kwaliteitstoetsing cursorisch onderwijs en praktijkopleiding

Kwaliteitstoetsing cursorisch onderwijs en praktijkopleiding Kwaliteitstoetsing cursorisch onderwijs en praktijkopleiding Beleidsregel Uitwerking van de specifieke bepalingen inzake de erkenning van opleidingsinstellingen en hoofdopleiders, alsmede de erkenning

Nadere informatie

Externe mandatenlijst (2014-2015)

Externe mandatenlijst (2014-2015) Externe mandatenlijst (2014-2015) In het Vlaamse hoger onderwijslandschap bestaat een cultuur van overleg. Dit overleg komt tot uiting binnen diverse werkgroepen waarin standpunten, adviezen en beleidsaanbevelingen

Nadere informatie

Verslag over de controle van bewoonbaarheid, veiligheid en hygiëne van. Technisch Instituut Heilige Familie

Verslag over de controle van bewoonbaarheid, veiligheid en hygiëne van. Technisch Instituut Heilige Familie Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming Onderwijsinspectie Hendrik Consciencegebouw Koning Albert II-laan 15 1210 BRUSSEL doorlichtingssecretariaat@ond.vlaanderen.be www.onderwijsinspectie.be Verslag

Nadere informatie

RAPPORT Onderzoek in het kader van het vierjaarlijks bezoek bij Basisschool Woold. : Winterswijk Woold

RAPPORT Onderzoek in het kader van het vierjaarlijks bezoek bij Basisschool Woold. : Winterswijk Woold RAPPORT Onderzoek in het kader van het vierjaarlijks bezoek bij Basisschool Woold Plaats : Winterswijk Woold BRIN-nummer : 19BC Onderzoeksnummer : 127559 Datum schoolbezoek : 8 november 2012 Rapport vastgesteld

Nadere informatie

Concept. Algemene toelichting bij de Accreditatiekaders NOVA

Concept. Algemene toelichting bij de Accreditatiekaders NOVA Versie juli 2013 Concept Algemene toelichting bij de Accreditatiekaders NOVA Algemene toelichting bij de Accreditatiekaders April 2012 0 Inhoud Gebruikte begrippen en afkortingen... 2 Inleiding... 5 Opbouw

Nadere informatie

BESLUIT COLLEGE VAN BESTUUR

BESLUIT COLLEGE VAN BESTUUR BESLUIT COLLEGE VAN BESTUUR Nummer : 743 Paraaf: Onderwerp : Klachtenregeling en Reglement van orde klachtencommissie Besluit : Het College van Bestuur besluit tot vaststelling van de Klachtenregeling

Nadere informatie

PROCEDURES COMMISSIE ZORGVULDIG BESTUUR

PROCEDURES COMMISSIE ZORGVULDIG BESTUUR www.ond.vlaanderen.be/zorgvuldigbestuur PROCEDURES COMMISSIE ZORGVULDIG BESTUUR - ZORGVULDIG BESTUUR Kosteloosheid basisonderwijs, kosteloze toegang secundair onderwijs, oneerlijke concurrentie, handelsactiviteiten,

Nadere informatie

Kwaliteitstoezicht in het DBSO. 14 december 2009

Kwaliteitstoezicht in het DBSO. 14 december 2009 Kwaliteitstoezicht in het DBSO 14 december 2009 Voorbereiding op onze taak in een CDO complexiteit begrijpen complexiteit hanteren MAATWERK screenen Input en proces evaluatie en studiebekrachtiging trajectbegeleiding

Nadere informatie

JAARVERSLAG VAN DE COMMISSIE HOGER BEROEPSONDERWIJS

JAARVERSLAG VAN DE COMMISSIE HOGER BEROEPSONDERWIJS JAARVERSLAG VAN DE COMMISSIE HOGER BEROEPSONDERWIJS Werkjaar 2012 INHOUDSOPGAVE Vooraf 1. Samenstelling Commissie Hoger Beroepsonderwijs p. 4 2. Taken en werkwijze p. 5 3. Concrete werkzaamheden uitgevoerd

Nadere informatie

Verslag over de controle van bewoonbaarheid, veiligheid en hygiëne van Steinerschool Antwerpen Middelbare School te Antwerpen

Verslag over de controle van bewoonbaarheid, veiligheid en hygiëne van Steinerschool Antwerpen Middelbare School te Antwerpen Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming Onderwijsinspectie Hendrik Consciencegebouw Koning Albert II-laan 15 1210 BRUSSEL doorlichtingssecretariaat@ond.vlaanderen.be www.onderwijsinspectie.be Verslag

Nadere informatie

Werkveld Datum Instemming/Advies GMR Vastgesteld R v T

Werkveld Datum Instemming/Advies GMR Vastgesteld R v T Werkveld Datum Instemming/Advies GMR Vastgesteld R v T Organisatie Januari 2012 nvt 18 Januari 2012 Zelfevaluatie Raad van Toezicht Organisatie/Zelfevaluatie Inhoudsopgave 1. PROCEDURE ZELFEVALUATIE RAAD

Nadere informatie

RAPPORT ONDERZOEK REKENEN-WISKUNDE BASISSCHOOL 'PATER VAN DER GELD'

RAPPORT ONDERZOEK REKENEN-WISKUNDE BASISSCHOOL 'PATER VAN DER GELD' RAPPORT ONDERZOEK REKENEN-WISKUNDE BASISSCHOOL 'PATER VAN DER GELD' School : basisschool 'Pater van der Geld' Plaats : Waalwijk BRIN-nummer : 13NB Onderzoeksnummer : 94513 Datum schoolbezoek : 12 juni

Nadere informatie

Onderzoek naar de evalueerbaarheid van gemeentelijk beleid

Onderzoek naar de evalueerbaarheid van gemeentelijk beleid Onderzoek naar de evalueerbaarheid van gemeentelijk beleid Plan van aanpak Rekenkamer Maastricht februari 2007 1 1. Achtergrond en aanleiding 1 De gemeente Maastricht wil maatschappelijke doelen bereiken.

Nadere informatie

BIJLAGE 1: UITKOMST ONDERZOEK NEWSCHOOL.NU TE HARDERWIJK

BIJLAGE 1: UITKOMST ONDERZOEK NEWSCHOOL.NU TE HARDERWIJK BIJLAGE 1: UITKOMST ONDERZOEK NEWSCHOOL.NU TE HARDERWIJK INHOUD Uitkomst onderzoek Newschool.nu te Harderwijk 3 2 en oordelen per onderliggende onderzoeksvraag 4 3 Samenvattend oordeel 10 Bijlage 1A: Overzicht

Nadere informatie

Specifieke lerarenopleiding

Specifieke lerarenopleiding Aanvraag tot vrijstelling van een of meerdere modules. Algemene informatie De directie van het centrum kan vrijstellingen van opleidingsonderdelen (modules) verlenen. Deze kunnen leiden tot studieduurverkorting.

Nadere informatie

L 120/20 Publicatieblad van de Europese Unie 7.5.2008 AANBEVELINGEN COMMISSIE

L 120/20 Publicatieblad van de Europese Unie 7.5.2008 AANBEVELINGEN COMMISSIE L 120/20 Publicatieblad van de Europese Unie 7.5.2008 AANBEVELINGEN COMMISSIE AANBEVELING VAN DE COMMISSIE van 6 mei 2008 inzake de externe kwaliteitsborging voor wettelijke auditors en auditkantoren die

Nadere informatie

RAPPORT JAARLIJKS ONDERZOEK R.K. BASISSCHOOL KLAVERTJE VIER

RAPPORT JAARLIJKS ONDERZOEK R.K. BASISSCHOOL KLAVERTJE VIER RAPPORT JAARLIJKS ONDERZOEK R.K. BASISSCHOOL KLAVERTJE VIER School : R.K. Basisschool Klavertje vier Plaats : Hoofddorp BRIN-nummer : 27NT Onderzoeksnummer : 71286 Datum schoolbezoek : 6 maart 2006 Datum

Nadere informatie

Deze notitie schetst op hoofdlijnen de opbouw en inrichting van dat stelsel.

Deze notitie schetst op hoofdlijnen de opbouw en inrichting van dat stelsel. Preambule [1] De Nederlandse Universiteiten willen naar een stelsel van kwaliteitszorg waarbij de verbeterfunctie van het onderwijs weer centraal komt te staan, en de externe verantwoording op instellingsniveau

Nadere informatie

Rekenkamercommissie Wijdemeren

Rekenkamercommissie Wijdemeren Rekenkamercommissie Wijdemeren Protocol voor het uitvoeren van onderzoek 1. Opstellen onderzoeksopdracht De in het werkprogramma beschreven onderzoeksonderwerpen worden verder uitgewerkt in de vorm van

Nadere informatie

Kwaliteitscode - Vlaanderen 2015-2017

Kwaliteitscode - Vlaanderen 2015-2017 Kwaliteitscode - Vlaanderen 2015-2017 Situering van de Kwaliteitscode Afstemming op Europese referentiekaders De regie-pilots De uitgebreide instellingsreview In de periode 2015-2017 krijgen de universiteiten

Nadere informatie

Advies over de keuzemodule 'armoede en sociale uitsluiting' in enkele opleidingsprofielen basiseducatie

Advies over de keuzemodule 'armoede en sociale uitsluiting' in enkele opleidingsprofielen basiseducatie Raad Levenslang en Levensbreed Leren 24 februari 2015 RLLL-RLLL-ADV-1415-003 Advies over de keuzemodule 'armoede en sociale uitsluiting' in enkele opleidingsprofielen basiseducatie Vlaamse Onderwijsraad

Nadere informatie