JOURNAAL. vba _beleggingsprofessionals jaargang 30_nummer 119. Hedging

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "JOURNAAL. vba _beleggingsprofessionals jaargang 30_nummer 119. Hedging"

Transcriptie

1 jaargang 30_nummer 119 JOURNAAL najaar 2014 Hedging De toegevoegde waarde van optiestrategieën voor verzekeraars 9 Afdekken van valutarisico 21 De tweede jeugd van balansmanagement 25 Een flexibel en efficiënt ontwerp van LDI-strategieën gegeven de nieuwe EMIR richtlijnen 44

2 Na jaren van uitstel is het inmiddels vrijwel zeker dat Solvency II op 1 januari 2016 wordt Auteurs Willem van Dommelen ingevoerd. Solvency II heeft verstrekkende gevolgen voor verzekeraars. Niet alleen beïnvloedt 1 Paul Verloop het processen en rapportages, ook de kapitaalvereisten worden aangescherpt. Een verzekeraar met een meer risicovolle beleggingsportefeuille wordt geacht een grotere kapitaalbuffer aan te houden. Het beleggingsbeleid, traditioneel gericht op de balans tussen risico en rendement, krijgt er hierdoor een nieuwe dimensie bij: het vereiste kapitaalbeslag. De relatie tussen het vereiste kapitaal en het beleggingsrisico verandert de aantrekkelijkheid van beleggingscategorieën. Zo krijgen vooral aandelenbeleggingen te maken met een substantieel hoger kapitaalbeslag dan bijvoorbeeld obligaties. Dit terwijl aandelen voor veel verzekeraars aantrekkelijk kunnen zijn in de huidige lage renteomgeving. Betekent dit dat aandelen te kostbaar worden voor verzekeraars? In dit artikel tonen wij de toegevoegde waarde aan van optiestrategieën voor verzekeraars. Met een gedegen ontwerp van de strategie kan het kapitaalbeslag voor aandelenbeleggingen aanzienlijk worden gereduceerd, zonder te veel afbreuk te doen aan het rendementspotentieel. Paul Verloop (l) en Willem van Dommelen (r) Auteur Frank Smeltink 1 Nummer 119_najaar Bij hedging wordt vaak aan hedging van risico s kunnen worden en in de return portefeuille worden gedacht. In het toezichtskader voor verzekeraars de beleggingen beheerd om (beleggings)rendement en pensioenfondsen is deze uitleg van hedging voor de aandeelhouder te genereren. ook impliciet toegepast in het Solvency II en FTK De verzekeringsverplichtingen worden economisch gezien over het algemeen gewaardeerd met framework. Echter, hierdoor vermindert de aandacht voor het hedgen van rendement op de lange de swap curve. Om het (rente)risico in de matching portefeuille te hedgen wordt vaak belegd termijn. Zodoende lopen verzekeraars en pensioenfondsen het (rendements)risico dat de beleggingen in staatsobligaties en renteswaps. Echter, hierbij niet genoeg renderen t.o.v. de verplichtingen en loopt de verzekeraar het gevaar dat het rendement van de vastrentende waarden achterblijft binnen het ALM framework dit risico als een sluipmoordenaar kan optreden. bij de verplichtingen. Oorzaak is dat de verplichtingen verdisconteerd worden (en dus renderen Bij de inrichting van het beleggingsbeleid bij verzekeraars en pensioenfondsen wordt vaak in de tijd) met de swap rente en de assets met de gewerkt met een matching en return portefeuille. desbetreffende vastrentende assetcurve, waarbij Hierbij wordt met de matching portefeuille bedoeld er geen beleggingen bestaan die rechtstreeks het de beleggingen die tegenover de verzekeringsverplichtingen staan en met de return portefeuille lende curves ook niet perfect met elkaar gecorre- swap rendement behalen. Doordat de verschil- de beleggingen die tegenover het eigen vermogen leerd zijn, ontstaan hier economisch gezien naast staan. Door deze uitsplitsing wordt het (conceptueel) duidelijker welke assets welk doel dienen binnen de beleggingsportefeuille. De beleggingen Opvallend is dat binnen Solvency II deze risico s in de matching portefeuille zijn zo belegd dat de niet bestaan. 3 Solvency II is een 1 jaars framework, verplichtingen aan de polishouders uitgekeerd terwijl het rendementsrisico ontstaat op de lange Achtergrond Solvency II Op 11 maart 2014 is de Omnibus II richtlijn goedgekeurd door het Europese Parlement. Hoewel de uitvoerende maatregelen (ook wel genoemd Delegated Acts ) en de technische standaarden en richtsnoeren komend jaar verder moeten worden uitgewerkt, is de doelstelling duidelijk: Solvency II moet leiden tot een meer risicogericht solvabiliteitsregime. Terwijl Solvency I bijna uitsluitend is gericht op verzekeringstechnische risico s, vereist Solvency II een allesomvattend kapitaal en risicobeheer. Naast verzekeringstechnische risico s worden operationeel risico, marktrisico, tegenpartijrisico en risico van immateriële vaste activa in kaart gebracht. Deze risico s bepalen de hoeveelheid kapitaal die een verzekeraar moet aanhouden. Het meten, beheersen, monitoren en rapporteren van alle relevante risico s wordt in Solvency II ondervangen in drie pilaren: Pilaar 1: Kapitaaleisen Pilaar 2: Governance en risicomanagement Pilaar 3: Rapportagevereisten Vooruitlopend op de invoering van Solvency II heeft het Ministerie van Financiën, in overleg met DNB en het Verbond van Verzekeraars, besloten het toezicht aan te scherpen. Dit heeft geleid tot de invoering van het theoretisch solvabiliteitscriterium levensverzekeraars Wft (kortweg TSC ) per 1 januari 2014, gericht op de 40 middelgrote en grote levensverzekeraars en natura uitvaartverzekeraars. Het TSC hanteert een berekeningswijze voor het vaststellen van het kapitaalbeslag analoog aan de kapitaalsbepaling in het Solvency II standaardmodel. Als een verzekeraar niet aan de solvabiliteitsvereiste voldoet, of binnen twaalf maanden kan voldoen, dan heeft de verzekeraar een verklaring van geen bezwaar nodig alvorens dividend uitgekeerd mag worden. Solvency Capital Requirement, een nieuwe dimensie in het beleggingsbeleid Het nieuwe solvabiliteitsregime past een totale balansbenadering toe. Het vereiste kapitaal, de Solvency Capital Requirement (hierna SCR ), legt zich dus niet alleen toe op de passivazijde, maar ook op de activazijde van de balans. Dit houdt onder andere in dat een verzekeraar kapitaal moet aanhouden voor de blootstelling aan financiële marktrisico s, oftewel het risico op waardevermindering van de beleggingen. De SCR is gebaseerd op een Value-at-Risk maatstaf gekalibreerd op een 99,5% betrouwbaarheidsinterval over een tijdshorizon van 1 jaar. Simpel gezegd: des te risicovoller een belegging is, des te meer kapitaal ervoor moet worden aangehouden. Het rendement op eigen vermogen is een veelgebruikte financiële ratio om inzicht te krijgen in de winstgevendheid van een onderneming. Het rendement op eigen vermogen wordt beïnvloed door twee beslissingen: investeringsbeslissingen (hoe wordt het vermogen geïnvesteerd of belegd?) en financieringsbeslissingen (op welke wijze wordt vermogen aangetrokken?). Onder Solvency I kunnen deze twee beslissingen onafhankelijk van elkaar genomen worden. Solvency II koppelt daarentegen deze twee beleidsbeslissingen onlosmakelijk. Met de SCR heeft het beleggingsbeleid, dat veelal is gericht op de balans tussen risico en rendement, er een extra dimensie bij gekregen. Grafiek 1 geeft de SCR weer voor verschillende beleggingscategorieën. Alternatieve beleggingen zoals Hedge Funds en Private Equity krijgen een fors kapitaalbeslag toegekend van 49%. 2 De impact hiervan zal voor de meeste verzekeraars beperkt zijn, omdat slechts een relatief klein deel van de beleggingsportefeuille is gealloceerd aan deze beleggingscategorieën. Opvallend is dat ook aandelen mogen rekenen op een aanzienlijk kapitaalbeslag. Zouden verzekeraars daarom de allocatie naar aandelen moeten verlagen? Wat ons betreft niet. Strenge voorwaarden voor het toepassen van risico mitigerende technieken Er kan op verschillende manieren invulling worden gegeven aan het beheersbaar maken van risico. De meeste risicomitigerende technieken worden echter niet als zodanig erkend door de European Insurance and Occupational Pensions Authority 4 ( EIOPA ). Zonder de erkenning van EIOPA is er geen sprake van een verlaging van het vereiste kapitaal. 5 Om een idee te geven van de aard en omvang van de voorwaarden op hoofdlijnen, geven we hieronder een korte opsomming: Algemene kwalitatieve criteria de contractuele overeenkomst (lees: het financiële instrument) is rechtsgeldig en af te dwingen in alle relevante jurisdicties. de verzekeraar kan de effectiviteit van de overeenkomst en de bijbehorende risico s voortdurend controleren. de risicomitigerende techniek moet consistent zijn met het geschreven beleid van risicomanagement van de verzekeraar. Tabel 1 Tabel 2 Startportefeuille matching Assets Liabilities Optimale matching portefeuille Assets Liabilities portefeuille Matching Portefeuille 1. Matching Portefeuille i. Governments % i. Governments % - Germany Germany Nederland Nederland Frankrijk Frankrijk 676 ii. Investment Grade Credits - 0% ii. Investment Grade Credits % iii. Overlayportefeuille iii. Overlayportefeuille iv. Cash iv. Cash subtotaal matching subtotaal matching Return Portefeuille 2. Return Portefeuille Aandelen - b. Aandelen - Vastgoed - c. Vastgoed - Alternatives - d. Alternatives - subtotaal return - - subtotaal return - - Totaal Totaal Risico's 1 jaar 5 jaar Risico's 1 jaar 5 jaar Rendement Aandeelhouder Rendement Aandeelhouder ,5% VaR ,5% VaR termijn. Dit rendementsrisico is niet in scope van dus het swap rendement moeten gaan opleveren. de Solvency II regelgeving. In Solvency II wordt Vervolgens wordt bekeken hoe de portefeuille het renterisico bepaald door de mismatch in duratie eruit ziet als de gehele balans geoptimaliseerd tussen de vastrentende assets en de verplichtingen. Hierbij wordt vaak het renterisico niet als een toegevoegd die tegenover het eigen vermo- wordt. Hierbij wordt 1 mrd aan beleggingen aantrekkelijke risicobron gezien (risico/rendementsverhouding is in vergelijking met andere asset is dan uiteraard afhankelijk van het maximaal gen staat. De verdeling van de optimale mix classes laag), waardoor de duratie mismatch met wenselijk te lopen (markt)risico. Hierbij wordt staatsleningen en renteswaps dichtgezet wordt. gekeken naar een 1 jaars 99,5% Value at Risk In dit artikel zal empirisch bekeken worden hoe raamwerk, wat in lijn ligt met Solvency II. een optimale portefeuille ingericht kan worden Eenvoudigheidshalve veronderstellen we dat er zodat de beleggingsportefeuille een rendementshedge ten opzichte van de verplichtingen oplevert alleen marktrisico aanwezig is en dus geen verzekeringsrisico. De risk appetite is gekalibreerd waarbij de marktrisico s minimaal zijn. Hierbij zal eerst gekeken worden hoe in de matching portefeuille de samenstelling (govern ments versus credits) van een beleggingsportefeuille met alleen vastrentende waarden er uit kan zien. Vervolgens zal ook de return portefeuille meegenomen worden in de optimalisatie en wordt bekeken of de verhouding tussen credits en governments hierdoor verandert. Uitgangspunten zodanig dat het risico van de bestaande portefeuille niet mag toenemen. Uitgangspunt bij deze berekeningen is dat 10 mrd aan fictieve verzekeringsverplichtingen (gewaardeerd op de swap curve) 4 wordt Resultaten Optimale Matching gematched met 10 mrd aan beleggingen (incl. portefeuille overlay). Hierbij is reeds een overlay swap en Als eerste wordt een fictieve matching portefeuille met 100% governments (41% Duitsland, swaption portefeuille aanwezig. De optimalisatie vindt plaats met scenario s waarbij belegd 47% Nederland en 13% Frankrijk) doorgerekend, waarbij de duratie van de (vastrentende) kan worden in Nederlandse, Duitse en Franse staat en in een mandje van investment grade credits (mix van AAA t/m BBB ratings). is. Tabel 1 laat zien dat deze portefeuille op basis beleggingen en verplichtingen gelijk aan elkaar Het doel van de optimalisatie is om een van de 31 december 2013 startrentes een lager beleggingsmix te vinden die over een 5 jaars rendement genereert dan het swap rendement. horizon het cumulatieve (swap)rendement van Na 5 jaar is het verwachte tekort 52 mln en het de verzekeringsverplichtingen behaalt met zo 1 jaars 99,5% VaR bedraagt 358 mln. In het weinig mogelijk marktrisico. Met andere woorden een mix van staatsleningen en credits zal risico en het landenspread niet aanwezig en zal Solvency II standaard model zijn het swap spread Nummer 119_najaar OPINIE De toegevoegde waarde van optiestrategieën voor verzekeraars PRAKTIJK Hedging van rendement, een andere kijk op risicobeheersing JOURNAAL 30 dit rendementsrisico ook andere risico s (swap spread risico en landenspread risico). 2 JOURNAAL 10 CALL FOR PAPERS Swap rendement kan niet risicoloos behaald worden Het voorjaarsnummer 2015 van het VBA Journaal heeft als thema Transparantie: is vooruitgang ook verbetering? In de afgelopen jaren is de financiële sector transparanter geworden. Denk daarbij aan de afschaffing van het provisieverbod bij effectendienstverlening, de opkomst van vergelijkingssites, transparantie over kosten bij pensioenfondsen, nieuwe rapportage eisen voor alternatieve beleggingsfondsen en de openheid over beloningen. De vraag is nu of de doorgevoerde veranderingen echt verbeteringen zijn. Door de afschaffing van het provisieverbod vragen veel klanten geen advies meer. Door de transparantie komt de nadruk op kosten te liggen, maar verliest men de aandacht voor kwaliteit. Banken herintroduceren huisfondsen en verschralen zo het aanbod. Transparantie op het gebied van beloningen leidt tot hogere salarissen omdat men niet voor elkaar onder wil doen. Toegenomen transparantie geeft ons meer data en informatie, maar leidt niet altijd tot meer kennis en betere beslissingen. Bereiken we met transparantie dat de markt echt beter zal gaan werken? Leiden de nieuwe verdienmodellen die ontstaan tot betere resultaten voor de klant? Ontslaat transparantie ons van de plicht om ons te verantwoorden? Wij nodigen u graag uit om uw licht te laten schijnen over dit thema. Het voorjaarsnummer verschijnt in april Via deze call for papers roepen wij geïnteresseerde auteurs van harte op vóór 31 oktober 2014 contact op te nemen met de redactie OPINIE De trein richting Solvency II heeft het station al verlaten en alle (middel) grote verzekeraars zitten erin, of ze het nu leuk vinden of niet INHOUD OPINIE De toegevoegde waarde van optiestrategieën voor verzekeraars 9 Willem van Dommelen en Paul Verloop Post crisis waardering van derivaten Achtergrond, methoden en uitdagingen 15 Michiel Lodewijk en Hans van Leeuwen PRAKTIJK Afdekken van valutarisico 21 Frank van Weegberg en Marten Naaktgeboren De tweede jeugd van balansmanagement 25 Janwillem Engel, Bart Oldenkamp en Mark Petit Hedging van rendement, een andere kijk op risicobeheersing 30 Frank Smeltink INTERVIEW Met derivaten op zich is niets mis 34 Jaap Koelewijn DOSSIER De betekenis van de nieuwe regelgeving voor hedging door buy-side financiële instellingen 38 Rezah Stegeman en Pim Heemskerk VBA SCRIPTIE De optimale beleggingsstrategie voor het pensioen 43 Patrick Tijmstra REVIEW Een flexibel en efficiënt ontwerp van LDIstrategieën gegeven de nieuwe EMIR richtlijnen 44 David van Bragt en Martin Bottenberg COLUMN Derivaten: haat of liefde? 49 Ido de Geus BOOKREVIEW The Alpha Masters: in vogelvlucht langs enkele top hedgefonds managers 50 Wilbert Huizing Verder in dit nummer Uit de vereniging Verantwoord Beleggen in Private Equity als verzekeringspolis? 4 Van duurzaam beleggen naar verantwoord beleggen What s in a name? 5 Meer risico en minder rendement?! Bail-in instrumenten 6 Permanente educatie 7 JOURNAAL nummer 119, najaar 2014

3 EDITORIAL Samenwerkingsnummer: Hedging Het VBA Journaal met het thema hedging verschijnt deze keer in een unieke samenwerking met De Actuaris, het magazine van het Koninklijk Actuarieel Genootschap. De samenwerking houdt in dat beide bladen hetzelfde thema belichten, ieder vanuit het eigen perspectief. Dankzij een financiële bijdrage van de onafhankelijke actuariële en consultancy firma Milliman ontvangt u niet alleen het u vertrouwde VBA Journaal, maar ook het hedgingnummer van De Actuaris. Dankzij diezelfde bijdrage kunnen de actuarissen ook kennismaken met ons blad. In de periode dat staatssecretaris Klijnsma van Sociale Zaken het wetsvoorstel voor de herziening van het pensioenstelsel bij de Tweede Kamer indiende en de parlementaire enquêtecommissie Woningcorporaties zich boog over de rentederivaten van Vestia, werkten de auteurs aan hun artikelen over verschillende aspecten van hedging. Met hun bijdragen denken we erin geslaagd te zijn verschillende aspecten van het onderwerp de revue te laten passeren, een evenwichtig beeld te schetsen van de huidige hedging theorie en praktijk en inzicht te verschaffen in verwachte ontwikkelingen, vaak als gevolg van veranderende weten regelgeving. Houd het simpel en pas op, u zwemt tussen haaien was de waarschuwing die de schuldagent van het Ministerie van Financiën gaf aan woningcorporaties die rentederivaten kochten. 1 Michiel Lodewijk en Hans van Leeuwen laten met hun artikel echter zien dat het uitvoeren van een rentehedingstrategie en het waarderen van rentederivaten beslist niet simpel is. Na de crisis zijn de ogen geopend voor het feit dat bijvoorbeeld ook de kredietwaardigheid van beide contractpartijen bij de waardering een rol moet spelen. David van Bragt en Martin Bottenberg betogen dat de nieuwe EMIR richtlijnen voor OTC-derivaten een grote impact zullen hebben op de wijze waarop LDI strategieën worden geïmplementeerd om renterisico te verminderen. In hun artikel werken zij een EMIRproof LDI strategie uit, toepasbaar voor onder andere verzekeraars en pensioenfondsen. Janwillem Engel, Bart Oldenkamp en Mark Petit gaan in hun artikel in op rentehedging in het kader van het balansrisicomanagement van pensioenfondsen. Zij evalueren drie methoden waarmee pensioenfondsen renterisico kunnen adresseren, waarbij het werken met een matching- en returnportefeuille als winnaar uit de bus komt. Ook in het artikel van Frank Smeltink staat het werken met een matching- en returnportefeuille centraal, maar in zijn geval toegepast op de beleggingsproblematiek van verzekeraars onder Solvency II. Naast deze artikelen die zich richten op het hedgen van renterisico, gaan voorts een tweetal bijdragen in op andere vermogenscategorieën en risico s. Marten Naaktgeboren en Frank van Weegberg staan in hun bijdrage stil bij de voor- en nadelen van valutahedging bij beleggingen buiten de Euro-zone. Willem van Dommelen en Paul Verloop betogen dat voor verzekeraars opererend onder Solvency II, ondanks het relatief hoge kapitaalsbeslag van aandelenbeleggingen, het toevoegen van de combinatie van aandelen en putopties het rendement op kun kapitaal kan verbeteren. Naast bovenstaande artikelen die inzoomen op specifieke aspecten van hedgingstrategieën, belichten een tweetal andere bijdragen de naar verwachting negatieve impact van recente en komende regelgeving. Pim Heemskerk en Rezah Stegeman voorzien diverse belemmeringen voor buy-side financiële instellingen op grond van de EMIR, CRD 4 en MiFID 2, terwijl Ido de Geus in zijn column juist zijn zorgen uit over de positie van pensioenfondsen onder EMIR. Het interview met Angelien Kemna, Chief Investment Officer van APG, blikt onder andere terug op de ontwikkeling van het gebruik van opties en andere derivaten op de financiële markten vanaf 1978, het jaar waarin de optiebeurs in Amsterdam werd geopend. De bookreview komt van Wilbert Huizing. Hij behandelt daarin The Alpha Masters, een boek over de werkwijze van een aantal succesvolle hedge fund managers. Ten slotte is een samenvatting opgenomen van de VBA scriptie van Patrick Tijmstra. Rest ons niets anders dan u dubbel leesplezier toe te wensen. Namens de redactie, Jan Jaap Hazenberg Manon Hosemann Noot 1 Het Financieele Dagblad, 9 juli 2014, p. 5. Nummer 119_najaar

4 UIT DE VERENIGING Verantwoord Beleggen in Private Equity als verzekeringspolis? Op 3 juli 2014 organiseerden de Commissie Verantwoord Beleggen en de Commissie Private Equity een conferentie met als titel Responsible Private Equity Investing: Window dressing or value creation? Net als bij de vorige drie jaarlijkse Private Equity conferenties werden ook uitnodigingen verstuurd door zusterorganisaties CAIA en CFA. De middagbijeenkomst trok ruim honderd deelnemers. Dagvoorzitter Daan Spaargaren van Eumedion wist met behulp van een vraag-enantwoord-spel de aanwezigen gelijk enthousiast te maken. Er waren levendige discussies over o.a. in hoeverre de integratie van ESG (environmental, social, governance)-aspecten in de bedrijfvoering op een authentieke manier gebeurt. Zit het in de genen van het bedrijf en de mensen die de leiding hebben of zijn marketingoverweging de belangrijkste drijfveer? Silva Dezelan, Senior Program Manager Sustainability van Rabobank Nederland, gaf aan dat Private Equity beleggers door hun lange termijn focus en actief aandeelhouderschap ESG-aspecten prima kunnen integreren in hun beleggingsproces. Op dit moment worden bij de beoordeling van beleggingen en het jaarlijkse engagement proces om de ESG-performance te verbeteren een veelheid aan ESG-vragenlijsten gebruikt. Silva zag een gebrek aan standaarden. Zij concludeerde ook dat voor ESG-integratie een one-fits-all benadering niet werkt en de eindhalte van de ESG-reis nog niet is bereikt. Alvar de Wolff, Investment Director van AAC Capital, belegt in mid-market bedrijven in de Benelux. Hij betoogde dat vermogensbehoeften, beperking van middelen en reputatie nauw in verbinding staan met duurzaamheidsvraagstukken via de managementagenda van een bedrijf. Zicht op ESG leert om een bedrijf beter te begrijpen. Een voorbeeld is de bedrijfshistorie op het gebied van veiligheid. ESG geeft een duidelijke potentie voor kostenverlagingen. Alvar achtte de implementatie van ESG-factoren nodig voor de strategische positionering als dienstverlener. Kayode Akinola, Director Private Equity van Kohlberg Kravis Roberts (KKR), vertelde over de ESG-implementatie bij hun Ethiopische acquisitie Agriflora. De afgelopen 10 jaar hebben ervaren Nederlandse rozenkwekers Ziway in Ethiopië ontdekt als ideale locatie om hun kassen neer te zetten. Zij hebben ruim werknemers in dienst. Dertig- tot veertigduizend gezinnen profiteren van de bedrijvigheid, een school, een ziekenhuis en een stadion. Het gebruik van water, afval, pesticides en mest is geoptimaliseerd. De positie van vrouwen is enorm verbeterd. Volgens Ebel Kemeling, CEO van Spring Associates, beperkt duurzaamheid of ESG zich bij de meeste Private Equity ondernemingen tot risicomanagement als verzekeringspolis. Vervolgstappen zijn kostenbesparingen, reputatiemanagement en het ontwikkelen van duurzame producten die een hogere toegevoegde waarde hebben dan de oorspronkelijke producten. Tim van der Weide, Senior Advisor Responsible Investment van PGGM, vulde in de gezamenlijke presentatie met Ebel aan dat het uitsluiten van sectoren zoals tabak op de korte termijn financieel nadelig kan zijn, maar op de lange termijn het risico beperkt. De paneldiscussie onder voorzitterschap van Marta Jankovic, Head of ESG Integration Alternatives van APG Asset Management werd naast Ebel Kemeling bemand door Kris Douma, Head of Responsible Investment van MN, Ludo Bammens, Head of EMEA Corporate Affairs van KKR en Jesse de Klerk, Investment Director Private Equity van Robeco. Laatstgenoemde gaf aan dat transparantie de trend is. Samenwerking tussen beleggers is nodig om verbeteringen door te voeren, maar standaardrapportage is geen vereiste. Na het beluisteren van de uitgebalanceerde reeks presentaties en discussies concludeer ik dat Private Equity als beleggingscategorie zeer geschikt is om ESG-aspecten te integreren in het beleggingsproces. Private Equity aanbieders hebben veel interactie met het management van de bedrijven en invloed op de ESG-aspecten van de bedrijfsvoering. Het is belangrijk dat beleggers voldoende mogelijkheden krijgen om duidelijk te maken dat ze willen beleggen in duurzame bedrijven die ESG zien als meer dan een verzekeringspolis. Hieraan heeft de bijeenkomst een goede bijdrage geleverd. Robert Klijn Fotografie Cees Kemps JOURNAAL 4

5 Van duurzaam beleggen naar verantwoord beleggen What s in a name? Jaap van den Ende Nina Hodzic Martijn Huijnen Robert Klijn impact investing, betrokken aandeelhouderschap en ESG integratie. Als VBA Commissie willen we geen uitspraak doen over welke strategie en welke terminologie beter is. Duurzaamheid is een containerbegrip en betekent voor iedereen iets anders. De ene klant denkt een duurzame impact te creëren door een bedrijf uit te sluiten, een andere klant gelooft meer in het bevorderen van positieve verandering middels engagement. De ene strategie is niet per definitie beter of duurzamer dan de andere. De mogelijkheden verschillen ook sterk per klantgroep en per asset class. Marieke de Leede David Richert De VBA Commissie Duurzaam Beleggen heet tegenwoordig de VBA Commissie Verantwoord Beleggen. Betekent dit dat de focus van de Commissie veranderd is of dat de focus in de sector veranderd is? De leden van de Commissie geven inzicht in de ontwikkelingen. Voorzitter Robert Klijn: Ooit was het doel om duurzaamheid onder de aandacht te brengen van beleggingsprofessionals in Nederland. Dat doel lijkt grotendeels bereikt. Recent verscheen er een dik VBA zomernummer over maatschappelijk verantwoord beleggen. Er waren veel meer inzendingen ontvangen dan geplaatst konden worden. Dit is toonaangevend voor de ontwikkelingen in de sector. Er is veel aandacht voor verantwoord beleggen. Het is duidelijk; alle beleggers willen laten zien dat ze hoe dan ook iets met verantwoord beleggen doen. De groeiende belangstelling voor verantwoord beleggen betekent echter niet dat er geen werk meer is voor deze Commissie. Er is nog veel ruimte voor verdieping, groei en verbetering. Dennis Siemelink Berrie Verwey David Richert: Verantwoord beleggen is een must have Enkele jaren geleden was verantwoord beleggen nog onderscheidend, nu is het een must have. Zeker in Nederland. Of je nou een bank, pensioenfonds of vermogensbeheerder bent, of je nou met aandelen, obligaties, of vastgoed werkt; klanten verwachten dat je op een verantwoorde manier met hun geld omgaat. Verantwoord in brede zin: de beleggingen moeten voldoen aan wet en regelgeving, moeten voldoende transparant zijn, en moeten naast financiële overwegingen ook rekening houden met mens, milieu en maatschappij. Er is echter een verschil tussen strategieën die negatieve maatschappelijke impact vermijden en strategieën die bewust een positieve maatschappelijke impact bevorderen. Dennis Siemelink: Duurzaam of verantwoord? Uiteindelijk gaat het om de impact, niet om de terminologie Wanneer is een belegging duurzaam en wanneer noemen we het verantwoord? Er is veel discussie over deze terminologie: we spreken over uitsluiting, engagement, best-in-class, Jaap van den Ende: De term verantwoord beleggen heeft meer potentie om het mainstream te maken Door de benaming verantwoord kiezen we als Commissie voor een brede term waar zowel uitsluiting, best-in-class, engagement, impact investing en ESG integratie onder vallen. Middels deze brede terminologie kunnen we streng duurzame en ethische beleggers verbinden met de mainstream beleggers. Het doel van de Commissie is om de aandacht voor ESG factoren binnen het gehele beleggingsproces te vergroten. We denken dat dit beter lukt met de term verantwoord in plaats van duurzaam beleggen. We sluiten hierbij ook direct aan bij het internationaal meest bekende en gewaardeerde initiatief op dit gebied: de Principles for Responsible Investment (PRI). Berrie Verwey: We willen kennis delen en verbinden Het doel van de Commissie is niet om alle beleggingsprofessionals in één richting te duwen. Als Commissie willen we best practices en uitdagingen delen en de bewustwording rondom de verschillende manieren van verantwoord beleggen vergroten. Wij streven ernaar dat beleggingsprofessionals bewust worden van de impact van ESG factoren en we willen beleggers een breder kader bieden dan de puur financiële analyse. Iedere organisatie AGENDA _ 28 oktober 2014 Algemene ledenvergadering en jaardiner IGC te Amsterdam 1 punt _ 28 oktober en 4 november 2014 Cursus PE Auditing the Future Paul de Beus 10 punten _ 6 november 2014 VBA ALM-conferentie 2014: This time it s different? Science Center NEMO te Amsterdam 8 punten _ 2 en 9 december 2014 Cursus PE The importance of costs within the Investment Process Fons Lute en Tim Mortelmans 10 punten _ 13 en 20 januari 2015 Cursus PE Gedragspsychologie en modelonzekerheid Theo Kocken en Peter Schotman 10 punten Nummer 119_najaar

6 UIT DE VERENIGING moet voor zichzelf bepalen welke strategie het best hij haar producten en klanten past. Belangrijk is om kennis en ervaringen met elkaar te delen. De focus van de activiteiten van de Commissie blijft dan ook grotendeels hetzelfde. We organiseren seminars en bijeenkomsten over verantwoord beleggen en doen dit bij voorkeur steeds in samenwerking met een andere VBA Commissie om zo de doelgroep en de thema s te verbreden. Nina Hodzic: ESG integratie is een belangrijke thema voor deze Commissie Het feit dat er veel aandacht is voor verantwoord beleggen betekent nog niet dat ESG aspecten daadwerkelijk geïntegreerd zijn in het mainstream beleggingsproces. Bij veel vermogensbeheerders werken de duurzaamheids- of ESG analisten nog steeds afgezonderd van de beleggingsprofessionals. Op deze manier is het meenemen van ESG factoren in het mainstream beleggingsproces eerder een ESG overlay dan daadwerkelijke integratie. Dit is een van de uitdagingen waar de Commissie zich graag op wil richten. Een onderdeel dat hierbij aansluit is integrated reporting. De sector verwacht steeds meer dat bedrijven hun financiële en duurzaamheidsrapportages gaan samenvoegen. Dit zal bijdragen aan verdere ESG integratie, omdat de materiële ESG informatie op deze manier de mainstream beleggers veel beter zal kunnen bereiken. Martijn Huijnen: Een lange termijn beleggingshorizon in noodzakelijk bij een verantwoord beleggingsstrategie Veel beleggers willen als lange termijn betrokken aandeelhouders optreden. In de praktijk blijkt het echter niet altijd gemakkelijk on deze belofte waar te maken. Klanten vragen vaak om korte termijn resultaten. De media reageert op korte termijn rapportages. In feite is de hele sector gericht op korte termijn performance. Het is een uitdaging voor alle beleggers om deze korte termijn cirkel te doorbreken en daadwerkelijk te focussen op ESG factoren die op lange termijn waarde toevoegen. Als Commissie willen we beleggers stimuleren om weer meer na te denken over het maatschappelijk nut van bedrijven. Marieke de Leede: Verantwoord beleggen moet geïntegreerd worden in de opleiding van beleggers Naast verdieping over verantwoord beleggen onder huidige beleggers wil de Commissie zich actief inzetten om verantwoord beleggen onder de aandacht te brengen onder toekomstige beleggers. Essentieel voor ESG integratie en lange termijn beleggen is dat beleggingsprofessionals in hun opleiding direct leren welke invloed ESG factoren in het beleggingsproces kunnen hebben. De Commissie streeft naar integratie in de VBA opleiding en ook in andere opleidingen op universiteiten en hoge scholen. Idealiter gaat het dan niet om een gastcollege, maar om daadwerkelijke integratie van verantwoord beleggen in de fundamentele lesstof voor beleggers. Dit is niet iets wat we snel kunnen realiseren. Hier is nog veel bewustwording en groei van kennis en ervaring voor nodig. Voldoende werk dus nog voor de Commissie Verantwoord Beleggen! Meer risico en minder rendement?! Bail-in instrumenten De Dutch Commission on Bonds en de Commissie Risk Management hebben op 20 juni 2014 het seminar Bail-in instrumenten: meer risico en minder rendement? georganiseerd. Met 5 prominente sprekers en 70 bezoekers is dit een succesvol seminar geweest. Dagvoorzitter Erik van Leeuwen (Robeco) schetste de markt voor bail-in instrumenten, vanaf hier AT1 (additional tier-1) instrumenten genoemd. In de presentaties gebruikte men vaak de algemene term coco s (contingent convertibles). Met elke week nieuwe issues in de markt kan deze beleggingscategorie groeien naar mrd. Oliver Burrows (Senior Bank Analyst Rabobank) vertelde dat AT1 s schuldinstrumenten zijn welke in gewone aandelen kunnen worden omgezet of waarop afgeschreven kan worden als de CET1 (common equity tier1) ratio onder een bepaald niveau komt. Toezichthouders dwingen banken als het ware leningen structuren zoals AT1 s uit te geven. AT1 s is een nieuwe leningvorm naast gewone senior, tier-2 en tier-1 s obligaties. Dr. Martijn Boermans (Economist DNB/ Researcher Universiteit Utrecht) focuste op marktontwikkelingen en effecten van nieuwe regelgeving. Er zal versnelde uitgifte plaatsvinden. Coco s worden gezien als instrumenten om het financiële systeem robuuster te maken en de sociale kosten bij faillissement te verlagen. Dit betekent dat beleggers meebetalen en niet alleen de belastingbetaler. In diverse landen zijn er verschillende kapitaaleisen en triggers (CET1 niveaus moeten minimaal 5,125% zijn, maar issuers kunnen kiezen bij 7 of zelfs al 8% de trigger in werking te stellen). Alexander Birry en Nigel Greenwood (Standard & Poor s) vertelden dat systeembankenratings 1-2 notches hoger waren dan hun stand-alone ratings, omdat er een hoge kans was dat overheden zouden ingrijpen bij grote problemen. Die visie blijft overeind staan. Wel worden ratings naar beneden bijgesteld door resolution regimes zoals EU BRRD (Bank Recovery and Resolution Directive) welke bail-in mechanismen in werking stellen. In april 2014 heeft S&P hierdoor de meeste outlooks van europese banken op negative gezet of laten staan. Bail-in instrumenten kunnen ondersteunend zijn voor senior ratings. Dit komt omdat een trigger kan ontstaan waardoor couponinhouding, hoofdsomafschrijving of aandelenconversie plaatsvindt zonder een default of herstructurering van de bank. Ook is er minder voorspelbaarheid in kapitaalratio s omdat regulators in landen verschillende maatregelen en berekeningsmethoden voor interne risico-gewichten voor assets aan banken opleggen. Jos Jetten (Senior Portfoliomanager APG) vertelde over het risico-rendementsprofiel van AT1 s. Een verschil met oude tier-1 s is dat AT1-beleggers een coupon kunnen missen terwijl er wel dividend wordt uitgekeerd (no coupon pusher, no dividend stopper). Een AT1 heeft geen enkele verplichting ooit af te lossen en de couponbetaling moet aan een aantal voorwaarden voldoen. Hij vond de huidige gemiddelde yields van 6% laag. Deze instrumenten kunnen zeker interessant zijn maar je moet selectief zijn, je huiswerk doen en van te voren je maximale exposure definiëren. Het is raadzaam een jurist in te huren omdat de structuren per land kunnen verschillen. Het seminar werd afgesloten met een paneldiscussie door de aanwezige sprekers. Het panel benadrukte dat een AT1 juridisch gezien een obligatie is. Het verwachtte gezien de lage rente-omgeving en de aantrekkende economische groei geen trigger van coco s. Kiemthin Tjong Tjin Joe JOURNAAL 6

7 Permanente educatie In het winternummer van 2013 pleit het Bestuur aan de hand van een artikel van Johan van der Ende voor een verplichtstelling van permanente educatie voor leden van de vereniging, onder de titel Zorgplicht voor u zelf. Ook onder de leden zien we een toenemend aantal dat zich sterk maakt voor verplichtstelling. In het voorjaarsnummer van dit jaar worden de op de website verschenen reacties op zijn artikel door Van der Ende samengevat. Constructieve en genuanceerde reacties, zo stelt hij vast. Leden pleiten voor een geleidelijke invoering en kunnen zich vinden in 20 punten per jaar. Zorgen worden echter uitgesproken over een mogelijke verdubbeling van PE verplichtingen omdat er al verplichtingen bestaan uit bijvoorbeeld DSI registratie. Deze zorg wordt in de reactie- en overigens ook al in het artikel Zorgplicht voor u zelf - weggenomen omdat dit soort PE inspanningen ook door de VBA als PE activiteit worden erkend. Een tweede bron van zorg is het ontbreken van een breed aanbod van PE activiteiten door het VBA zelf. Deze zorg verbaast het curatorium. Dit omdat het VBA, in vergelijk met andere beroepsgroepen, een veelheid aan mogelijkheden biedt om PE punten te behalen. Publiceren in het VBA Journaal, het volgen van speciale VBA PE cursussen (normaal zo n zes per jaar), het volgen van blokken uit de reguliere opleiding, het volgen van lezingen en bijeenkomsten georganiseerd door het VBA, lidmaatschappen van commissies etc. Dit alles ook nog eens uitermate goed gefaciliteerd door het Bureau. U bezoekt een bijeenkomst en na enkele dagen krijgt u in een het verzoek om aan te klikken dat u de bijbehorende punten graag geregistreerd ziet op uw persoonlijke PE lijst. Wat wil men nog meer? Het kan niet de bedoeling zijn dat de vereniging zelf een zodanig uitgebreid aanbod creëert dat alle activiteiten u als gebraden PE-duiven in de mond vliegen. Terecht stelt het Bestuur in het PE reglement dat beleggingsprofessionals zelf verantwoordelijk zijn voor hun permanente educatie. U krijgt als professional, om uw kennisniveau op peil te houden, uit velerlei hoeken de nodige opleidingen, seminars en andere activiteiten onder ogen. Er bestaat al bijna drie jaar een accreditatiecommissie onder voorzitterschap van Fons Lute, die graag door u aangedragen PE voorstellen beoordeelt en van punten voorziet. Punten zijn in de afgelopen periode bijvoorbeeld toegekend aan deelname aan de EFFAS summer school, CAIA opleidingen, INQUIRE seminars, CFA activiteiten, maar ook aan inhoudelijk goed verzorgde seminars van commerciële organisaties en publicaties in andere vaktijdschriften. Alles gereglementeerd en met mogelijkheden tot beroep. In de afgelopen jaren zijn een redelijk aantal verzoeken beoordeeld door de commissie, maar in voornoemd voorjaarsnummer van het VBA Journaal stelt Lute dat er, wat de commissie betreft wel wat meer activiteit in de zin van verzoeken om PE punten toe te kennen, mag plaatsvinden. Hier ligt een taak voor u zelf! In 2005 is het curatorium PE ingesteld en sindsdien zijn we bezig geweest om PE zodanig in de organisatie te verankeren, dat verplichtstelling verantwoord is. Aanbod van activiteiten, accreditatie, reglementering en een prima registratiesysteem, alles is er nu. Johan van der Ende noemt naast de persoonlijke voldoening nog drie relevante redenen voor een verplichtend karakter van PE. De maatschappij verwacht het van een organisatie als de onze, de klanten verwachten het van ons en het zelf goed regelen is beter dan dat anderen het voor ons gaat regelen. Redenen die het curatorium van harte onderschrijft. Ook wij en de accreditatiecommissiebeseffen dat we de zichtbaarheid van PE en de toegankelijkheid tot PE verder kunnen vergroten. Wij zullen ons blijven richten op een breed aanbod voor alle leden en u daarop aangesloten houden. Ongetwijfeld zal op de volgende ledenvergadering de verplichtstelling weer op de agenda staan. Het curatorium adviseert u om volmondig ja te zeggen op verplichtstelling. Er is sinds 2005 een geleidelijke weg bewandeld rond dit dossier, die verplichtstelling inmiddels meer dan verantwoord maakt. Namens het curatorium PE, Jan Overmeer, voorzitter Permanente Educatie: blijf bij op uw vakgebied! volg onze korte modules haal 20 PE punten per jaar PUNTEN- WAARDERING 20 PUNTEN Nummer 119_najaar

8 (Advertentie) Wat weet de actuaris van beleggingen? Van de 40 Milliman medewerkers in de Benelux zijn de meeste actuarissen. Dit betekent echter niet dat Milliman zich in haar dienstverlening beperkt tot de markten waar de actuaris traditioneel actief is. Onze kennis rondom de modellering en analyses van financiële risico s gebruiken wij naast de verzekerings- en pensioenmarkt ook in andere markten. Zo adviseren onze medewerkers ook zorgaanbieders, woningcorporaties, de overheid en bedrijven in de energiesector. Een diversiteit aan markten, maar steeds ligt de focus van onze dienstverlening op onze expert rol: het analyseren, modelleren en kwantificeren van kansen en risico s, maar ook onze kennis van beleggingsinstrumenten en instrumenten om risico s te managen. We maken veel gebruik van financiële projecties. Deze vormen de basis voor een doordacht en gezond beleggingsbeleid, rekening houdend met de onzekerheden waarmee uw bedrijf te maken heeft. Set a new course with Milliman, go to milliman.com. Binnen Milliman zien we de rol van de actuaris duidelijk breder dan in de huidige opleiding terugkomt. In onze advisering aan verzekeraars en pensioenfondsen onderscheiden we ons niet alleen door onze technische kennis en kunde maar ook door onze aanpak, waarbij we altijd samen met de klant tot de voor hen optimale oplossing komen. Milliman biedt mij de ideale omgeving waarin ik de door mij gewenste advisering kan vormgeven. Laurens Roodbol

9 OPINIE De toegevoegde waarde van optiestrategieën voor verzekeraars Na jaren van uitstel is het inmiddels vrijwel zeker dat Solvency II op 1 januari 2016 wordt ingevoerd. Solvency II heeft verstrekkende gevolgen voor verzekeraars. Niet alleen beïnvloedt het processen en rapportages, ook de kapitaalvereisten worden aangescherpt. Een verzekeraar met een meer risicovolle beleggingsportefeuille wordt geacht een grotere kapitaalbuffer aan te houden. Het beleggingsbeleid, traditioneel gericht op de balans tussen risico en rendement, krijgt er hierdoor een nieuwe dimensie bij: het vereiste kapitaalbeslag. De relatie tussen het vereiste kapitaal en het beleggingsrisico verandert de aantrekkelijkheid van beleggingscategorieën. Zo krijgen vooral aandelenbeleggingen te maken met een substantieel hoger kapitaalbeslag dan bijvoorbeeld obligaties. Dit terwijl aandelen voor veel verzekeraars aantrekkelijk kunnen zijn in de huidige lage renteomgeving. Betekent dit dat aandelen te kostbaar worden voor verzekeraars? In dit artikel tonen wij de toegevoegde waarde aan van optiestrategieën voor verzekeraars. Met een gedegen ontwerp van de strategie kan het kapitaalbeslag voor aandelenbeleggingen aanzienlijk worden gereduceerd, zonder te veel afbreuk te doen aan het rendementspotentieel. Auteurs Willem van Dommelen 1 Paul Verloop Paul Verloop (l) en Willem van Dommelen (r) Nummer 119_najaar

10 OPINIE Achtergrond Solvency II Op 11 maart 2014 is de Omnibus II richtlijn goedgekeurd door het Europese Parlement. Hoewel de uitvoerende maatregelen (ook wel genoemd Delegated Acts ) en de technische standaarden en richtsnoeren komend jaar verder moeten worden uitgewerkt, is de doelstelling duidelijk: Solvency II moet leiden tot een meer risicogericht solvabiliteitsregime. Terwijl Solvency I bijna uitsluitend is gericht op verzekeringstechnische risico s, vereist Solvency II een allesomvattend kapitaal- en risicobeheer. Naast verzekeringstechnische risico s worden operationeel risico, marktrisico, tegenpartijrisico en risico van immateriële vaste activa in kaart gebracht. Deze risico s bepalen de hoeveelheid kapitaal die een verzekeraar moet aanhouden. Het meten, beheersen, monitoren en rapporteren van alle relevante risico s wordt in Solvency II ondervangen in drie pilaren: Pilaar 1: Kapitaaleisen Pilaar 2: Governance en risicomanagement Pilaar 3: Rapportagevereisten Vooruitlopend op de invoering van Solvency II heeft het Ministerie van Financiën, in overleg met DNB en het Verbond van Verzekeraars, besloten het toezicht aan te scherpen. Dit heeft geleid tot de invoering van het theoretisch solvabiliteitscriterium levensverzekeraars Wft (kortweg TSC ) per 1 januari 2014, gericht op de 40 middelgrote en grote levensverzekeraars en natura-uitvaartverzekeraars. Het TSC hanteert een berekeningswijze voor het vaststellen van het kapitaalbeslag analoog aan de kapitaalsbepaling in het Solvency II standaardmodel. Als een verzekeraar niet aan de solvabiliteitsvereiste voldoet, of binnen twaalf maanden kan voldoen, dan heeft de verzekeraar een verklaring van geen bezwaar nodig alvorens dividend uitgekeerd mag worden. Solvency Capital Requirement, een nieuwe dimensie in het beleggingsbeleid Het nieuwe solvabiliteitsregime past een totale balansbenadering toe. Het vereiste kapitaal, de Solvency Capital Requirement (hierna SCR ), legt zich dus niet alleen toe op de passivazijde, maar ook op de activazijde van de balans. Dit houdt onder andere in dat een verzekeraar kapitaal moet aanhouden voor de blootstelling aan financiële marktrisico s, oftewel het risico op waardevermindering van de beleggingen. De SCR is gebaseerd op een Value-at-Risk maatstaf gekalibreerd op een 99,5% betrouwbaarheidsinterval over een tijdshorizon van 1 jaar. Simpel gezegd: des te risicovoller een belegging is, des te meer kapitaal ervoor moet worden aangehouden. Het rendement op eigen vermogen is een veelgebruikte financiële ratio om inzicht te krijgen in de winstgevendheid van een onderneming. Het rendement op eigen vermogen wordt beïnvloed door twee beslissingen: investeringsbeslissingen (hoe wordt het vermogen geïnvesteerd of belegd?) en financieringsbeslissingen (op welke wijze wordt vermogen aangetrokken?). Onder Solvency I kunnen deze twee beslissingen onafhankelijk van elkaar genomen worden. Solvency II koppelt daarentegen deze twee beleidsbeslissingen onlosmakelijk. Met de SCR heeft het beleggingsbeleid, dat veelal is gericht op de balans tussen risico en rendement, er een extra dimensie bij gekregen. Grafiek 1 geeft de SCR weer voor verschillende beleggingscategorieën. Alternatieve beleggingen De trein richting Solvency II heeft het station al verlaten en alle (middel) grote verzekeraars zitten erin, of ze het nu leuk vinden of niet zoals Hedge Funds en Private Equity krijgen een fors kapitaalbeslag toegekend van 49%. 2 De impact hiervan zal voor de meeste verzekeraars beperkt zijn, omdat slechts een relatief klein deel van de beleggingsportefeuille is gealloceerd aan deze beleggingscategorieën. Opvallend is dat ook aandelen mogen rekenen op een aanzienlijk kapitaalbeslag. Zouden verzekeraars daarom de allocatie naar aandelen moeten verlagen? Wat ons betreft niet. Strenge voorwaarden voor het toepassen van risico mitigerende technieken Er kan op verschillende manieren invulling worden gegeven aan het beheersbaar maken van risico. De meeste risicomitigerende technieken worden echter niet als zodanig erkend door de European Insurance and Occupational Pensions Authority 4 ( EIOPA ). Zonder de erkenning van EIOPA is er geen sprake van een verlaging van het vereiste kapitaal. 5 Om een idee te geven van de aard en omvang van de voorwaarden op hoofdlijnen, geven we hieronder een korte opsomming: Algemene kwalitatieve criteria de contractuele overeenkomst (lees: het financiële instrument) is rechtsgeldig en af te dwingen in alle relevante jurisdicties. de verzekeraar kan de effectiviteit van de overeenkomst en de bijbehorende risico s voortdurend controleren. de risicomitigerende techniek moet consistent zijn met het geschreven beleid van risicomanagement van de verzekeraar. JOURNAAL 10

11 Voorwaarden met betrekking tot het gebruik van financiële instrumenten een financieel instrument met een looptijd langer of gelijk aan 12 maanden mag volledig worden meegerekend. een financieel instrument met een looptijd korter dan 12 maanden wordt op een pro rata basis meegerekend, tenzij de verzekeraar zich committeert aan vervanging van het instrument ten tijde van expiratie. Additionele restricties en voorwaarden liggen hieraan ten grondslag ten aanzien van liquiditeit, kosten van herfinanciering, tegenpartijrisico, etc. het financiële instrument dat gebruikt wordt als risicomitigerende techniek mag niet leiden tot materieel basisrisico. 6 De toezichthouder blijkt dus terughoudend in de toepassing van risicoreducerende technieken. Maar wat mag dan wel? EIOPA geeft één duidelijk voorbeeld: het kopen van putopties die het risico van een waardedaling van beleggingen afdekt. 7 Aandelen blijven een aantrekkelijke beleggingscategorie vanuit een rendement-risicoperspectief en zijn waarschijnlijk voor de meeste verzekeraars een noodzaak om de lange termijn rendementsdoeleinden te realiseren. De oplossing kan worden gezocht in het beheersen van het (staart)risico door toepassing van zogenoemde Risk-Mitigating Techniques. 3 In de brede zin van het woord vallen hier alle contractuele overeenkomsten onder waarbij er sprake is van een risico-overdracht van de verzekeraar naar een derde partij. Dit is makkelijk gezegd, maar minder makkelijk gedaan. De toegevoegde waarde van aandelenputopties Een putoptie is een effectief instrument om het staartrisico van aandelen af te dekken. Voor aandelen(-indices) is er een liquide optiemarkt die veel flexibiliteit biedt. 8 Hierdoor kan aan de vereiste voorwaarden die voor risicomitigerende technieken gelden worden voldaan en het kapitaalbeslag van aandelen dus significant worden gereduceerd. Dit laatste lichten we toe aan de hand van een strategie waarin iedere maand putopties worden gekocht voor 1/12e deel van een aandelenportefeuille die de DJ EuroStoxx 50 volgt. De opties hebben een looptijd van 1 jaar en een beschermingsniveau van 90%. 9 Na een jaar bevat de portefeuille dus 12 opties die variëren in looptijd van 1 maand tot 12 maanden. Om het kapitaalbeslag 10 stabiel te houden is een dynamisch beleid noodzakelijk. Immers, als markten stijgen zal het beschermingsniveau dalen en daardoor het kapitaalbeslag stijgen en vice versa. Met een vereenvoudigd voorbeeld kunnen we deze dynamiek verduidelijken: stel we hebben een aandelenportefeuille van 100,- beschermd met een putoptie met een beschermingsniveau van 90,- (gelijk aan 90% van de waarde van de aandelenportefeuille). Het vereiste kapitaalbeslag is nu slechts 10%, omdat het maximale verlies van de portefeuille inclusief de putoptie beperkt is tot 10% ( 10/ 100). Indien de aandelenkoersen stijgen naar 120,- dan daalt het relatieve beschermingsniveau naar 75% ( 90/ 120) en daardoor neemt het vereiste kapitaalbeslag toe tot 25%, het maximale verlies dat op dat moment geleden kan worden op de hele portefeuille. In de strategie die we hier laten zien hebben we Een interessante ontwikkeling, de toezichthouder erkent expliciet de toegevoegde waarde van financiële derivaten, terwijl de sector terughoudender is geworden in het gebruik ervan het beschermingsniveau van de optieportefeuille daarom aangepast zodra de SCR van de aandelenportefeuille inclusief de putopties meer is dan 15% of minder dan 5%. Indien de SCR buiten deze bandbreedte valt dan wordt het beschermingsniveau van (een deel) van de putopties opnieuw vastgesteld op 90% van de nieuwe aandelenkoers. Dit betekent dat in het geval van een gedaalde (gestegen) aandelenmarkt de optieportefeuille wordt vervangen door opties met een lagere (hogere) uitoefenprijs. Grafiek 2 toont hoe deze strategie zou hebben gepresteerd over de periode , 11 een Grafiek 1 Solvency II kapitaalsvereisten. Bron: ING Investment Management 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0% Solvency II kapitaalsvereisten voor verschillende beleggingscategorieën Aandelen Hedge Funds Vastgoed Private Equity Investment grade credits High Yield obligaties Staatsobligaties Hypotheken Covererd Bonds Nummer 119_najaar

12 OPINIE periode waarin aandelenmarkten gemiddeld zijn gestegen. Deze periode wordt gekenmerkt door sterke bull- en bear-markten en er is betrouwbare data 12 over deze periode voorhanden. Tabel 1 hieronder laat het historische rendement, volatiliteit, Sharpe ratio, kapitaalbeslag en rendement-op-kapitaal zien voor deze strategie en een passieve strategie met dezelfde onderliggende aandelenindex. Over deze 10-jaars periode is er gemiddeld gezien een kapitaalreductie gerealiseerd 13 van ongeveer 26 procentpunt, van 39% naar 12,8%. Hoewel Optiestrategieën kunnen het rendement-opkapitaal van aandelen aanzienlijk verbeteren het rendement is achtergebleven bij dat van de DJ EuroStoxx 50 index is deze uitruil positief: het rendement-op-kapitaal is sterk toegenomen. Enige terughoudendheid is wel gepast bij het trekken van conclusies op basis van historische data-analyses. Resultaten uit het verleden bieden geen garantie voor de toekomst. Echter, de kapitaalreductie die door middel van bovenstaande strategie verkregen kan worden is niet afhankelijk van (historische) rendementen, en kan daarom onder andere scenario s ook worden gerealiseerd. Een daling van het rendement versus een niet-beschermde aandelenportefeuille kan ook in de toekomst worden verwacht. Het beschermen van Tabel 1 Backtestresultaten Dow Jones Eurostoxx50 (SX5E) + Putoptiestrategie SX5E SX5E+Put Rendement per jaar 4,3% 3,2% Volatiliteit 17,2% 10,7% SCR (gem. kapitaalbeslag) 39,0% 12,8% Sharpe ratio 0,15 0,14 Rendement-op-kapitaal 11,0% 25,2% Grafiek 2 Total return DJ Eurostoxx50 (SX5E) + Putoptiestrategie Total Return 1-Dec-03 1-Apr-04 1-Aug-04 1-Dec-04 1-Apr-05 1-Aug-05 1-Dec-05 1-Apr-06 1-Aug-06 1-Dec-06 1-Apr-07 1-Aug-07 1-Dec-07 1-Apr-08 1-Aug-08 1-Dec-08 1-Apr-09 1-Aug-09 1-Dec-09 1-Apr-10 1-Aug-10 1-Dec-10 1-Apr-11 1-Aug-11 1-Dec-11 1-Apr-12 SXSE SX + PutSE de portefeuille door middel van opties gaat namelijk met kosten gepaard. Zo worden er transactiekosten gemaakt als gevolg van bied- en laatkoersen en wordt er minder geprofiteerd van stijgende aandelenmarkten omdat de putopties dan minder waard worden ( opportunity kosten). Daarnaast wordt er in het algemeen te veel betaald voor opties. Dit komt door de natuurlijke preferentie van beleggers voor een asymmetrische beleggingsresultaat. Dit komt door de natuurlijke preferentie van beleggers voor een asymmetrische beleggingsresultaat (Ilmanen 2012). Oftewel, beleggers zien graag een kleine kans op verliezen en een grote kans op winsten. Dit vertaalt zich in een prijsopslag, ook wel de volatiliteitsrisico premie genoemd, waardoor de prijs van de optie hoger is dan de verwachte uitbetaling ervan. Ook dit heeft een negatieve impact op het verwachte rendement van de koper van de optie. Met meer complexe optiestrategieën kan het absolute rendement en het rendement-op-kapitaal verder worden verbeterd ten opzichte van de simpele strategie zoals hierboven is beschreven. Dit lichten we toe aan de hand van twee voorbeelden: Zero Cost Calendar Collars putopties financieren door opgeven van opwaarts potentieel Volatility Controlled Equity Investments - risicogecontroleerd beleggen in aandelen Zero Cost Calendar Collars Waar bij het kopen van opties de volatiliteitsrisicopremie wordt betaald, wordt deze ontvangen wanneer opties worden verkocht. De implicaties die het verkopen van opties heeft, wordt getest door bij de eerder besproken putoptiestrategie ook 1-maands ATM callopties 14 te verkopen. Hierbij is het aantal opties dat verkocht wordt zodanig dat de premie die ontvangen wordt, gelijk is aan de premies die aan putopties wordt uitgegeven. Dit wordt ook wel een Zero Cost Calendar Collar genoemd. De resultaten van deze strategie worden in kolom 4 (SX5E + Put Call) van Tabel 2 weergegeven. Deze optiestrategie heeft een vergelijkbare kapitaalreductie gerealiseerd als de simpele optiestrategie. Het rendement, de Sharpe ratio en het rendement-op-kapitaal is over deze 10-jaars periode verbeterd. Dat het rendement is toegenomen terwijl opwaarts potentieel is opgegeven druist tegen de intuïtie in. De verklaring ligt in de eerder genoemde volatiliteitsrisicopremie. Deze heeft een negatieve impact op het rendement voor de koper van de optie, maar juist een positieve impact voor de verkoper van de optie. Ondanks dat de aandelenmarkt over deze periode een positief rendement heeft behaald van 4,3% per jaar blijkt uit de resultaten dat het verkopen van kortlopende call opties waarde heeft toegevoegd. Volatility Controlled Equity Investments Een Volatility Controlled Equity Investment (hierna VCEI ) is een beleggingsstrategie waarbij beoogd wordt een constante volatiliteit op een aandelenbelegging te realiseren. Dit wordt bewerkstelligd door dynamisch te alloceren tussen aandelen JOURNAAL 12

13 Figuur 1 Werking Volatility Control Cash Equity Allocatie naar aandelen neemt toe als de volatiliteit is gedaald Equity + Volatiliteit Control Overlay = Cash Allocatie naar aandelen neemt af als de volatiliteit is gestegen Equity Tabel 2 Historische resultaten optiestrategieën SX5E SX5E + Put SX5E + Put - Call SX5E + VC + Put Rendement per jaar 4,3% 3,2% 4,0% 4,2% Volatiliteit 17,2% 10,7% 9,6% 12,0% SCR (gem. kapitaalbeslag) 39,0% 12,8% 12,9% 11,8% Sharpe Ratio 0,15 0,14 0,24 0,21 Rendement-op-kapitaal 11,0% 25,2% 31,1% 35,7% en een risicovrije belegging. Figuur 1 is hiervan een visuele weergave. Allereerst wordt het volatiliteitsdoel vastgesteld, deze is vrij te bepalen en afhankelijk van de risicobereidheid van de investeerder. De gewenste allocatie naar aandelen wordt vervolgens bepaald door een schatting van de huidige volatiliteit te vergelijken met het volatiliteitsdoel. Zo zal er bijvoorbeeld bij een volatiliteitsdoel van 15% en een ingeschatte volatiliteit van 20%, voor 75% in aandelen (15%/20%) en 25% risicovrij worden belegd. Door OTC putopties op deze beleggingsstrategie te kopen kan ook hier het kapitaalbeslag worden gereduceerd. Een OTM putoptie 15 op een VCEI heeft een relatief lage premie ten opzichte van een putoptie op een reguliere aandelenindex (bij eenzelfde looptijd en uitoefenniveau). Voor de laatste geldt dat de geïmpliceerde volatiliteit, die als input dient voor het bepalen van de optieprijs, varieert met het uitoefenniveau. Dit is het gevolg van de onzekerheid over de toekomstige volatiliteit van de aandelenindex. In de regel geldt: hoe lager het uitoefenniveau, hoe hoger de geïmpliceerde volatiliteit. Dit wordt de volatility skew genoemd. Doordat er bij een VCEI geen onzekerheid bestaat over de volatiliteit zal de putoptie worden geprijsd met een relatief beperkte volatility skew. Dit leidt tot een lagere optiepremie en komt het verwachte rendement ten goede. In Tabel 2 zijn de historische resultaten van de optiestrategie op de VCEI toegevoegd. Ter vergelijking met de eerder beschreven strategieën hebben we voor deze strategie ook de DJ EuroStoxx 50 als onderliggende aandelenindex gebruikt, in combinatie met eenzelfde opzet van de putoptiestrategie. Ook de Volatility Control optiestrategie heeft over deze 10-jaars periode een aanzienlijke kapitaalreductie gerealiseerd, ongeveer 27 procentpunt. Het rendement, de Sharpe ratio en het rendement-op-kapitaal is wederom verbeterd ten opzichte van de simpele optiestrategie. Conclusies Met Solvency II worden de kapitaalvereisten aangescherpt voor verzekeraars. Een verzekeraar die meer beleggingsrisico s neemt wordt geacht een grotere kapitaalbuffer aan te houden. Het nemen van deze beleggingsrisico s is voor veel verzekeraars een noodzaak om de lange termijn rendementsdoeleinden te realiseren. Optiestrategieën op aandelen kunnen hier een uitkomst bieden. In dit artikel hebben we laten zien dat door middel van het kopen van putopties een aanzienlijke kapitaalreductie kan worden gerealiseerd waarbij het rendement-op-kapitaal significant verbetert. Verzekeraars die ervaring hebben met het gebruik van derivaten zouden Nummer 119_najaar

14 OPINIE ook meer complexe optiestrategieën kunnen toepassen. Zero Cost Calender Collars en Volatility Control optiestrategieën verminderen aanzienlijk het kapitaalbeslag en kunnen de Sharpe ratio en het rendement-op-kapitaal verder verbeteren. Hoewel in dit artikel is uitgegaan van een passieve indexbelegging biedt de aandelen optiemarkt in veel gevallen voldoende liquiditeit en flexibiliteit om vergelijkbare verbeteringen te realiseren op (actief beheerde) aandelenportefeuilles met andere onderliggende waarden. Het onderzoeken van de mogelijkheden die aandelenopties bieden is dan ook voor iedere verzekeraar de moeite waard. Literatuur _Ilmanen, A., 2012, Do financial markets reward buying or selling insurance and lottery tickets, Financial Analyst Journal, vol. 68 nr. 5: Noten 1 De auteurs zijn werkzaam bij ING Investment Management. Drs. Willem van Dommelen RBA is Head of Systematic Strategies en Paul Verloop MScBA CFA is Senior Portfolio Manager. 2 Op basis van het Standaard Model. 3 Draft Delegated Acts Solvency II, gepubliceerd door de Europese Commissie op 14 maart EIOPA is een Europees toezichthoudend instituut met als belangrijkste verantwoordelijkheid handhaving van de stabiliteit van het financiële systeem, transparantie van markten en financiële producten en het beschermen van verzekeringsnemers en pensioendeelnemers (https://eiopa.europa.eu/). 5 Voor een volledig overzicht van alle restricties en voorwaarden verwijzen we naar de (concept) wetgeving ( Draft Delegated Acts Solvency II, gepubliceerd door de Europese Commissie op 14 maart 2014) en naar de technische richtlijnen ( Technical Specification for the Preparatory Phase, gepubliceerd door EIOPA op 30 April Definitie: Het risico dat compenserende beleggingen in een hedging strategie prijsveranderingen laten zien die niet exact tegenovergesteld zijn. 7 Technical Specification for the Preparatory Phase, SCR.11.3, gepubliceerd door EIOPA op 30 april Indien via de beurs ( listed ) opties worden gehandeld dient gekozen te worden uit standaard looptijden, onderliggende waarden en uitoefenniveaus. In de Over- The-Counter ( OTC ) markt is maatwerk mogelijk. 9 We nemen hierbij aan dat er gecommitteerd wordt aan het vervangen van de putopties op expiratiedatum. Hierdoor kan iedere optie volledig worden meegenomen in het bepalen van de reductie in kapitaalbeslag. 10 Het kapitaalbeslag wordt hierbij bepaald aan de hand van een neerwaartse schok van 39% plus de symmetric adjustment zoals deze bepaald is in Artikel 106 van de Directive 2009/138/EC. 11 Transactiekosten zijn niet meegenomen in de analyses die zijn uiteengezet in dit artikel. 12 Data van de risicovrije rente en aandelenrendementen komt van Bloomberg, data van optieprijzen komt van een van de grote brokers in de aandelenoptiemarkt. 13 Het betreft hier een stand-alone kapitaalbeslag. Onder Solvency II zullen er op balansniveau diversificatievoordelen zijn, deze kunnen voor verzekeraars onderling verschillen. 14 ATM calloptie: At-The-Money calloptie: een calloptie waarbij het uitoefenniveau op de huidige koers ligt van de onderliggende waarde. 15 OTM putoptie: Out-of-The-Money putoptie: een putoptie waarbij het uitoefenniveau onder de huidige koers ligt van de onderliggende waarde. JOURNAAL 14

15 OPINIE Post crisis waardering van derivaten Achtergrond, methoden en uitdagingen De crisis die de financiële markten vanaf de zomer van 2007 in zijn greep heeft gehouden, lijkt wat te zijn geluwd. Deze crisis heeft een enorme invloed op burgers, overheden en financiële instellingen gehad. Als één van de effecten van deze crisis is de waardering van derivaten ingrijpend veranderd. De waardering van zelfs de meest eenvoudige derivaten is uitdagender dan het voor de crisis het geval leek te zijn. Deze complexiteit lijkt op dit moment eerder toe dan af te nemen. In dit artikel wordt een overzicht gegeven van de impact van de crisis op de waardering van derivaten. Deze impact wordt geïllustreerd aan de hand van de waardering van één van de meest verhandelde derivaten: de plain vanilla renteswap. Voor het doel van dit artikel bedoelen we hiermee een contract tussen twee partijen voor de uitwisseling van op rente gebaseerde kasstromen waarbij een partij een in de markt observeerbare variabele rente betaalt en de andere partij een in de markt observeerbare vaste rente. Alhoewel dit artikel ingaat op één specifiek derivaat gelden de beschreven uitdagingen en mechanismen voor het waarderen van derivaten in het algemeen. Het waarderen van renteswaps voor de crisis Voor de crisis was de waardering van renteswaps redelijk eenvoudig. Marktpartijen waren zich ervan bewust dat voor de waardering van swaptransacties met of zonder onderpand, of van swaptransacties met verschillende variabele rentelooptijden (bijvoorbeeld eenmaands tenor, driemaands tenor of zesmaands tenor) verschillende waarderingsbenaderingen nodig waren. De verschillen in waarderingen waren echter zo klein dat er door de meeste marktpartijen voor één swapcurve werd gekozen: de meest liquide swapcurve. Deze methode wordt ook de single-curve methode genoemd. De methode die opgang deed tijdens en na de crisis is de multiple-curve methode en deze wordt later in dit artikel toegelicht. Hoewel voor de crisis dus bekend was dat de single-curve methode een benadering was werd algemeen aangenomen dat de kwaliteit van de benadering zo goed was dat het nauwelijks een verschil in waardering opleverde. Sterker nog, vanwege de liquiditeit van de beschikbare swapcurves werd aangenomen dat deze methode beter was dan het alternatief, de multiple curve methode. Tot aan het begin van de crisis klopten deze aannamen vrij goed. Een andere belangrijke reden voor de voorkeur voor single-curve methode was de implementeerbaarheid van deze waarderingsmodellen in bestaande Michiel Lodewijk Auteurs Michiel Lodewijk 1 Hans van Leeuwen Nummer 119_najaar

16 OPINIE IT-systemen. Dit is namelijk aanzienlijk lastiger voor de multiple-curve methode. De single-curve methode Bij de single-curve methode worden voor de waardering van een plain vanilla renteswap globaal de volgende stappen doorlopen: bijvoorbeeld aan de keuze voor interpolatiemethoden. Deze keuzes moeten voor alle in dit artikel besproken waarderingsmethoden worden gemaakt. Dit gaat echter het bestek van dit artikel te buiten en zal dan ook verder buiten beschouwing worden gelaten. 1 Selecteer de van toepassing zijnde swapcurve of construeer deze uit beschikbare instrumenten zoals geldmarktpapier, rentefutures en renteswaps. 2 Bereken verdisconteringsfactoren op basis van de swapcurve uit stap 1. 3 Bereken forwardrentes met behulp van de verdisconteringsfactoren De impact van de crisis op de waardering van renteswaps In de zomer van 2007 werden de eerste barsten in de single-curve methode als hierboven beschreven zichtbaar. In deze periode liepen de verschillen tussen de swapcurves zozeer op (zie figuur 2), dat de single-curve methode in veel gevallen prijzen uit stap 2. 4 Bereken de verwachte kasstromen van het swapcontact onder de aanname dat de toekomstige rentes gelijk zijn aan de berekende forwardrentes uit stap 3. 5 Bereken de waarde van de renteswap als som van de verwachte kastromen uit stap 4 contant gemaakt met de verdisconteringsfactoren uit stap 2. Bij stappen 1 t/m 4 moeten verschillende keuzes worden gemaakt die ook van invloed zijn op de waardering van de renteswap. Denk hierbij Complexiteit rondom waardering van derivaten neemt momenteel alleen maar toe Hans van Leeuwen begon op te leveren die materieel afweken van de marktprijzen (zie voorbeeld in afzonderlijk kader op pagina 19). Tegenpartijrisico, dat tot de crisis nauwelijks een rol speelde, begon wezenlijke invloed op de waardering van derivaten te krijgen. Een instrument dat een belangrijke rol zou gaan spelen naar aanleiding van de crisis is de zogenaamde overnight index swap ( OIS ). Dit is in principe een normale swap maar de variabele rente die betaald wordt is gekoppeld aan een overnight rentevergoeding. De betaling uit hoofde van de variabele rente wordt bepaald als een geometrische gemiddelde over de overnight rentes. De rente die vergoed wordt aan de partij die de variabele rente betaalt heet de OIS rate. De zesmaands Euribor-OIS spread, vaak gezien als indicator voor het vertrouwen tussen banken onderling, was tot de kredietcrisis vrijwel steeds constant gebleven. In de zomer van 2007 steeg deze indicator van minder dan 0.1% tot ongeveer 2% op het moment dat Lehman Brothers failliet ging. Klassieke no-arbitrage relaties, waarbij de forwardrente geobserveerd op de markt gelijk is aan de forwardrente geïmpliceerd door reguliere rentetarieven, gingen hierdoor niet meer op. Deze gebeurtenissen hadden forse impact op de verschillende swaprentes. Dit had als gevolg dat het gebruik van verschillende swapcurves voor de waardering van renteswaps leidde tot materiële verschillen in waardering. De klassieke single-curve methode was niet meer toereikend. Marktpartijen en academici begonnen aan de zoektocht hoe deze nieuwe realiteit het beste in de waarderingsmodellen te verwerken. De reeds bekende multiple curve methode kwam hierbij al snel naar voren als een goede basis voor verdere ontwikkeling. JOURNAAL 16

17 De waardering van renteswaps na de crisis Hoewel de verschillen tussen de swapcurves de laatste jaren aanzienlijk zijn afgenomen (zie figuur 3), zijn deze nog altijd fors en volatiel in vergelijking met de situatie voor de crisis (zie figuur 1). In ieder geval is het de verwachting dat de verschillen, ook al zouden ze weer kleiner worden, volatieler blijven dan voor de crisis toen deze verschillen vrijwel geen volatiliteit lieten zien. Mede hierdoor blijven de (materiële) verschillen tussen de waardering van transacties met onderpand, transacties zonder onderpand en transacties met verschillende rentetenors naar alle waarschijnlijkheid bestaan. Het waarderen van een renteswap met onderpand Uit een Survey van de International Swaps and Derivatives Association (2014) blijkt dat op ongeveer 90% van de over-the-counter (OTC) derivatentransacties onderpandovereenkomsten (vastgelegd in een Credit Support Annex of CSA) van toepassing zijn. Het doel van een onderpandovereenkomst is het reduceren van het tegenpartijrisico in een transactie. Het tegenpartijrisico wordt gereduceerd doordat de partij voor wie de transactie een negatieve marktwaarde heeft, zekerheid (onderpand) stelt ter grootte (van een deel) van de marktwaarde van de transactie. De onderpandovereenkomst (CSA) specificeert onder andere: Welke typen onderpand gestort mogen worden. Of alleen onderpand gestort dient te worden voor veranderingen in marktwaarde (variation margin) of ook voor potentiële veranderingen in marktwaarde (initial margin). Of reeds gestort onderpand omgewisseld mag worden voor ander toegestaan onderpand. Of ontvangen onderpand aan een derde verpand mag worden. Het rendement dat door de ontvanger op het onderpand vergoed dient te worden. Drempels waarboven het onderpand gestort moet worden. De minimale hoeveelheid onderpand die per keer overgemaakt dient te worden. De frequentie waarmee de onderpand berekening uitgevoerd moet worden. De wijze van berekening van de beëindigingsvergoeding indien de transactie voortijdig wordt beëindigd. Figuren 1, 2 en 3 illustreren de verschillen tussen de renteswapcurves op respectievelijk 4 januari 2007, 15 september 2008 en 10 juli De figuren laten de swaprentes zien voor renteswaps met een Overnight tenor (Overnight Index Swap of OIS), eenmaands (Euribor) tenor, driemaands (Euribor) tenor en een zesmaands (Euribor) tenor. Figuur 1 4 Jan D Figuur 2 15 Sept D Figuur 3 10 juli Y 10Y 15Y 20Y 25Y 30Y 3M Euribor Swap Curve (%) 6M Euribor Swap Curve (%) 1M Euribor Swap Curve (%) Eonia Swap Curve (%) 5Y 10Y 15Y 20Y 25Y 30Y 3M Euribor Swap Curve (%) 6M Euribor Swap Curve (%) 1M Euribor Swap Curve (%) Eonia Swap Curve (%) Het waarderen van een renteswap met een CSA is meestal wezenlijk verschillend van het waarderen van een renteswap zonder CSA en hangt af van de specifieke eisen die gesteld worden in de CSA. Zo zal de partij die het onderpand dient te storten het onderpand kiezen waarop effectief de hoogste vergoeding wordt ontvangen. Indien onderpand niet opnieuw verpand mag worden, dient het enkel ter mitigatie van tegenpartijrisico en kan het niet gebruikt worden voor eventuele financiering van andere transacties. Er is nog steeds veel D 5Y 10Y 15Y 20Y 25Y 30Y 3M Euribor Swap Curve (%) 6M Euribor Swap Curve (%) 1M Euribor Swap Curve (%) Eonia Swap Curve (%) Nummer 119_najaar

18 OPINIE discussie gaande over de wijze waarop onderpandspecificaties in de waardering moeten worden meegenomen. De variëteit aan onderpandspecificaties is een belangrijke drijfveer geweest voor de ontwikkeling van een gestandaardiseerde CSA (SCSA) door de International Swaps and Derivatives Association (ISDA). De SCSA zoals die nu is gedefinieerd door de ISDA dient drie hoofddoelen: 1 Standaardiseren van marktpraktijken door het elimineren van de impliciete optionaliteiten zoals hierboven beschreven. 2 Bevordering van OIS-verdiscontering (dat wil zeggen het berekenen van verdisconteringsfactoren ten behoeve van de waardering op basis van de Overnight Index Swap curve) voor derivaten. 3 De economische drijfveren achter OTCderivatenmarkten en gereguleerde derivatenmarkten meer met elkaar in overeenstemming te brengen. Hoewel de SCSA, gezien de doelen die het dient, dus een flinke versimpeling/standaardisering van de waardering van derivaten belooft, heeft deze onbedoeld een aantal nieuwe uitdagingen/ optionaliteiten geïntroduceerd (zie bijvoorbeeld Camaron 2014a). Daarom is de ISDA op dit moment bezig met de ontwikkeling van een nieuwe SCSA, SCSA II. Desalniettemin is er een marktstandaard ontstaan voor onderpandovereenkomsten waarbij beide partijen enkel cash in één valuta als onderpand storten waarop de overnight rate wordt vergoed met dagelijkse verrekening. Deze methode wordt ook gebruikt voor de waardering van renteswaps met onderpandovereenkomsten waarbij in plaats van cash, de hoogst kredietwaardige en liquide staatsobligaties (near cash) gestort kunnen worden. Bij de waardering van een plain vanilla renteswap met onderpand worden globaal de volgende stappen doorlopen: 1 Selecteer de instrumenten (rentes) om de swapcurve en de OIS-curve te construeren. 2 Bereken de verdisconteringsfactoren op basis van de swapcurve uit stap 1. 3 Bereken de verdisconteringsfactoren op basis van de OIS-curve uit stap 1. 4 Bereken de forwardrentes uit de swapcurve uit stap 1 met behulp van de verdisconteringsfactoren uit stap 3. 5 Bereken de verwachte kasstromen van het swapcontact onder de aanname dat de toekomstige rentes gelijk zijn aan de berekende forwardrentes uit stap 4. 6 Bereken de waarde van de renteswap als som van de verwachte kastromen uit stap 5 contant gemaakt met de verdisconteringsfactoren uit stap 3. De waarde van de renteswap is hier dus een functie van twee rentecurves; de reguliere swapcurve (tenorcurve) en de OIS-curve. Vandaar dat men over OIS-verdiscontering of de multi-curve methode spreekt. Het waarderen van een renteswap zonder onderpand Op een deel van de renteswaptransacties in de markt zijn geen onderpandafspraken van toepassing of de onderpandafspraken zijn zodanig dat nog een materieel tegenpartijrisico resteert. Bij CSA s waarbij niet voldoende initieel onderpand wordt gestort resulteert er altijd tegenpartijrisico, het zogenaamde close-out risico. Dit komt doordat de waarde van zowel onderpand als de renteswap kunnen wijzigen gedurende de periode tussen verrekeningen van onderpand of het in gebreke raken van een tegenpartij. Sommige marktpartijen willen ook geen onderpandafspraken. Dit kan bijvoorbeeld zijn omdat het juridisch niet is toegestaan onderpand uit te De waarde van een renteswap hangt nu af van meer factoren dan voor de crisis wisselen of omdat zij het resulterende fundingrisico van het onderpand niet willen lopen. Een marktpartij die gebruik maakt van een onderpandovereenkomst dient namelijk wel altijd in voldoende mate toegang te hebben tot onderpand. Daarnaast kan het ook zijn dat men operationeel niet in staat is de administratieve en IT processen, die voor onderpandmanagement noodzakelijk zijn, te ondersteunen. Er is op dit moment geen consensus over de wijze waarop tegenpartijrisico, in transacties die niet volledig door onderpand gedekt worden, in de waardering dient te worden meegenomen. Wel is er consensus over de wijze waarop de forwardrentes uitgerekend dienen te worden. De standaard swap quotes in de markt veronderstellen de aanwezigheid van een CSA waarbij beide partijen (near) cash in één valuta als onderpand storten. De standaard swap quotes in de markt veronderstellen ook dat er in geval van cash de overnight rate wordt vergoed en dat er dagelijkse verrekening plaatsvindt. De forwardrentes worden berekend met de hierboven beschreven multi-curve methode waarbij de verdisconteringsfactoren worden berekend op basis van de OIS-curve. Op dit moment is er veel discussie over de wijze waarop en de mate waarin tegenpartijrisico en fundingkosten in de waardering van renteswaps meegenomen dienen te worden. Veel besproken aanpassingen zijn de Credit Valuation Adjustment (CVA), Debt Valuation Adjustment (DVA) en de Funding Valuation Adjustment (FVA). De CVA JOURNAAL 18

19 Swapwaardering, een concreet voorbeeld Om inzicht te geven in verschillen die kunnen ontstaan in de waardering van renteswaps ten gevolge van verandering van de waarderingsmethoden als besproken in dit artikel, laten we hier een concreet voorbeeld zien. Als voorbeeld nemen we een renteswap die is afgesloten voor de kredietcrisis en nu nog loopt. Voor die renteswap zullen we de waardering op verschillende punten in de tijd voor de pre-crisis (single curve) methode en de post-crisis (multi-curve) methode laten zien. We gaan uit van een fictieve renteswap met de volgende eigenschappen: Ontvang 12-maands vaste rente en betaal zesmaands Euribor Hoofdsom = EUR 250m Startdatum: 4 januari 2007 Einddatum: 4 januari 2017 Standaard day count conventies Onderpandovereenkomst waarbij beide partijen enkel cash in Euro als onderpand storten waarop de overnight rate (EONIA) wordt vergoed met dagelijkse verrekening Uitgaande van deze veronderstellingen komen we op de volgende waarderingen door de tijd: Waarderingsdatum Pre-crisis waarde Post-crisis waarde Absoluut verschil Relatief verschil 04-jan ,99% 04-jan ,48% 04-jan ,74% 04-jan ,66% 04-jan ,19% 04-jan ,74% 04-jan ,45% Uit bovenstaande tabel is duidelijk dat, afhankelijk van de marktomstandigheden, de waarderingsmethoden sterk van elkaar verschillende uitkomsten kunnen geven. is een negatieve correctie van de waardering als gevolg van het tegenpartijrisico dat op de transactie wordt gelopen. De DVA is een positieve correctie omdat de tegenpartij zelf ook tegenpartijrisico op de transactie loopt (own credit adjustment). De FVA is een correctie die zo wel positief als negatief kan zijn en corrigeert voor het verschil in opbrengst en kosten van onderpand. Er is zowel discussie over de vraag of het economisch juist is een FVA mee te nemen in de waardering van derivaten als ook over de vraag hoe de FVA uitgerekend moet worden. Zie bijvoorbeeld Cameron (2014b) voor een overzicht van de discussie. Een complicerende factor bij bovenstaande correcties is de veelvuldige aanwezigheid van break-clauses. Een break-clause geeft de houder het recht om de transacties op vooraf bepaalde momenten te beëindigen tegen een beëindigingsvergoeding. Deze beëindigingsvergoeding komt meestal niet precies overeen met de marktwaarde van de transactie indien deze wordt voortgezet. Hierdoor is het vaak economisch optimaal de transactie voortijdig te beëindigen. Dit heeft tot gevolg dat de feitelijke looptijd van een transactie vaak niet overeen met de beoogde looptijd van een transactie. Invloed wet- en regelgeving Nieuwe wet- en regelgeving zoals Basel III, Solvency II, UCITS IV en V, MiFID 2, IFRS en EMIR, zal zijn invloed op de handel in en de waardering van renteswaps niet missen. Het is te verwachten dat transacties zonder (bilaterale) onderpandafspraken minder aantrekkelijk worden als gevolg van onder andere additioneel kapitaal dat aangehouden zal moeten worden voor dergelijke transacties als gevolg van het tegenpartijrisico. Daarnaast zal ook een grote groep marktpartijen voor een aantal aangewezen type derivatentransacties verplicht gebruik moeten maken van Central Counterparties (CCP). Dit helpt veel tegenpartijen met het mitigeren van het tegenpartijrisico maar het is ook te verwachten dat ze een materiële invloed zullen hebben op de operationele functies in de organisatie van veel gebruikers van derivaten. Als voorbeeld kan gedacht worden aan de invloed die bovengenoemde wetgeving zal hebben op de inrichting van een treasury functie. Een dergelijke treasury functie zal nu op de hoogte moeten zijn van de nieuwste waarderingstechnieken maar ook operationeel de behandeling van collateral aan moeten kunnen. De waardering van renteswaps met een CCP als tegenpartij is redelijk overzichtelijk indien er geen onderpand voor potentiele waardeveranderingen Nummer 119_najaar

20 OPINIE (initial margin) hoeft te worden gestort. In dit geval komt deze in het algemeen overeen met de bovenbeschreven waarderingsmethode voor rente swaps met cash onderpand waarop de overnight rate wordt vergoed met dagelijkse verrekening. De discussie rondom de onderpandovereenkomsten waarbij wel initial margin moet worden gestort is complexer. Daar speelt momenteel de vraag of en hoe de funding van dit onderpand in de waardering moet worden meegenomen. Belang voor derivatengebruikers De hamvraag is natuurlijk waarom al het bovenstaande belangrijk is voor minder geavanceerde gebruikers van derivaten. Zij kopen een derivaat van een bank en daarmee is de kous af, toch? Dat is niet zo, de veranderingen rondom de waardering van derivaten raken alle gebruikers van derivaten. Fair Value Het feit dat het speelveld voor derivatenwaardering is veranderd en nog steeds aan verandering onderhevig is als gevolg van de crisis maakt dat gebruikers niet meer, zoals vroeger, bijna blindelings kunnen vertrouwen op de waardering die hun bank aan hen oplevert. Deze waardering moet grondig worden geanalyseerd om te bepalen of deze aansluit bij de eigen waarderingsprincipes. Risk Management Risk managers hebben door de crisis veel nadrukkelijker dan voorheen de taak gekregen van poortwachter om de going-concern toestand van een instelling te bewaken. Dit betekent dat zij met name waar derivaten worden gebruikt, geacht worden zeer goed inzicht te hebben in de risico s (en dus ook de waardering en hoe deze zich kan ontwikkelen). Het gaat zelfs nog een stap verder, aangezien de risk manager in zijn rol als bewaker van de going-concern van een instelling wordt geacht de ontwikkeling van de diverse portefeuilles (en dus ook de derivatenportefeuilles) in adverse scenario s te kunnen beoordelen. Dit vereist een zeer goed inzicht in de waardering van derivatenportefeuilles maar ook de bijbehorende onderpandovereenkomsten. Accounting Vanuit het perspectief van een accountant geeft IFRS 13 derivatengebruikers aan hoe een waardering van bezittingen en verplichtingen in de jaarrekening plaats kan vinden. Onder IFRS 13 moet de uitdaging om een fair value voor derivaten te bepalen zeker niet onderschat worden. IFRS 13 geeft namelijk duidelijk aan dat er bij de waardering ook rekening moet worden gehouden met het tegenpartijrisico dat beide partijen met de transactie lopen. Ten slotte De waarde van een renteswap is niet alleen meer een functie van de onderliggende swapcurve maar ook van de kredietwaardigheid van beide contractpartijen, onderpandafspraken, de aanwezigheid van break-clauses en (wijzigingen in) fundingkosten. Dit resulteert voor een gebruiker van een renteswap dan ook in een wezenlijk additioneel risico omdat de bovengenoemde factoren normaliter geen rol spelen in de berekening van de risicofactor(en) waarvoor het derivaat ter afdekking dient. De gebruiker van derivaten dient vandaag de dag dan ook regelmatig de afweging te maken of deze additionele risico s en de organisatorische implicaties opwegen tegen het risico waarvoor het derivaat ter afdekking dient. Het is dan ook zeer goed mogelijk dat de nieuwe realiteit tot een afname van het gebruik van derivaten zal leiden. Literaruur _Cameron, M, 2014a, Isda forced to rework year-old standard credit support annex, Risk Magazine, vol. 27 nr. 3: 8. _Cameron, M, 2014b, The black art of FVA, Part II, Risk Magazine, vol. 27 nr. 4: _International Swaps and Derivatives Association, 2014, ISDA Margin Survey 2014, Noot 1 Michiel Lodewijk is Director Deloitte Financial Risk Management en Hans van Leeuwen PhD is Partner bij Deloitte Financial Advisory Services in Kopenhagen. JOURNAAL 20

De toegevoegde waarde van optiestrategieën voor verzekeraars

De toegevoegde waarde van optiestrategieën voor verzekeraars De toegevoegde waarde van optiestrategieën voor verzekeraars Na jaren van uitstel is het inmiddels vrijwel zeker dat Solvency II op 1 januari 2016 wordt ingevoerd. Solvency II heeft verstrekkende gevolgen

Nadere informatie

Effectief gebruik van kapitaal in een Solvency II context

Effectief gebruik van kapitaal in een Solvency II context Effectief gebruik van kapitaal in een Solvency II context door: Drs. Wouter Elshof AAG Solvency II lijkt in eerste instantie voornamelijk de focus te leggen op het beheersen en managen van risico s zonder

Nadere informatie

Stichting Pensioenfonds Huntsman Rozenburg Beleggingsplan 2011

Stichting Pensioenfonds Huntsman Rozenburg Beleggingsplan 2011 Stichting Pensioenfonds Huntsman Rozenburg Beleggingsplan 2011 April 2011 ING Investment Management / ICS Inleiding Jaarlijks stelt het Bestuur van de Stichting Pensioenfonds Huntsman Rozenburg (Huntsman)

Nadere informatie

Solvency voor pensioenfondsen. Actuariaatcongres 2011 VSAE Agnes Joseph

Solvency voor pensioenfondsen. Actuariaatcongres 2011 VSAE Agnes Joseph Actuariaatcongres 2011 VSAE Agnes Joseph Agenda Pensioenfondsen Huidig toezicht op Nederlandse pensioenfondsen Europees toezicht financiële instellingen Solvency II voor pensioenfondsen Tot slot: Aangekondigde

Nadere informatie

Verklaring inzake de beleggingsbeginselen

Verklaring inzake de beleggingsbeginselen Verklaring inzake de beleggingsbeginselen van Stichting Bedrijfspensioenfonds AVH 1. Introductie 1.1 Inleiding Deze verklaring inzake de beleggingsbeginselen geeft beknopt de uitgangspunten weer van het

Nadere informatie

VBA ALM Congres. ALM + Risk Budgeting binnen een verzekeraar. Otto Veldt. Directeur Balansmanagement Eureko

VBA ALM Congres. ALM + Risk Budgeting binnen een verzekeraar. Otto Veldt. Directeur Balansmanagement Eureko VBA ALM Congres ALM + Risk Budgeting binnen een verzekeraar Otto Veldt Directeur Balansmanagement Eureko 1 Agenda Aansturing Verzekeraar Ontwikkeling ALM Risk Budgeting Conclusies 2 Verzekeraar vs pensioenfonds

Nadere informatie

Kwartaalbericht Pensioenfonds KLM-Cabinepersoneel. Vierde kwartaal 2014-1 oktober 2014 t/m 31 december 2014

Kwartaalbericht Pensioenfonds KLM-Cabinepersoneel. Vierde kwartaal 2014-1 oktober 2014 t/m 31 december 2014 Kwartaalbericht Pensioenfonds KLM-Cabinepersoneel Vierde kwartaal 2014-1 oktober 2014 t/m 31 december 2014 Samenvatting: dalende euro en dalende rente Nominale dekkingsgraad gedaald van 117,4% naar 115,1%

Nadere informatie

Consumentenbrief beleggingen van. Tielkemeijer & Partners Vermogensbeheer

Consumentenbrief beleggingen van. Tielkemeijer & Partners Vermogensbeheer Consumentenbrief beleggingen van Tielkemeijer & Partners Vermogensbeheer Introductie Een groot aantal brancheorganisaties waaronder DSI, DUFAS, NVB, VBA en VV&A hebben het initiatief genomen om Consumentenbrief

Nadere informatie

Terug naar de kern Bob Hendriks

Terug naar de kern Bob Hendriks Terug naar de kern Bob Hendriks Oktober 2013 Waarom nog beleggen? 2 Agenda BlackRock? Sparen & beleggen We leven langer/pensioen Inkomsten uit beleggen Conclusie 3 BlackRock is opgericht voor deze nieuwe

Nadere informatie

Investment beliefs. Uitgangspunten vermogensbeheer. bpfhibin.nl. stichting bedrijfstakpensioenfonds voor de handel in bouwmaterialen

Investment beliefs. Uitgangspunten vermogensbeheer. bpfhibin.nl. stichting bedrijfstakpensioenfonds voor de handel in bouwmaterialen Investment beliefs bpfhibin.nl stichting bedrijfstakpensioenfonds voor de handel in bouwmaterialen Uitgangspunten vermogensbeheer Milieu, maatschappij en corporate governance zijn belangrijk Inhoudsopgave

Nadere informatie

Beleggingsbeleid Ardanta Risicobewustzijn Doelstellingen Beleggingsbeleid

Beleggingsbeleid Ardanta Risicobewustzijn Doelstellingen Beleggingsbeleid Beleggingsbeleid Ardanta Het beleggingsbeleid van Ardanta is uitbesteed aan de afdeling Financial Markets van ASR Nederland. Jaarlijks stellen wij het beleid in samenspraak met deze afdeling vast, waarna

Nadere informatie

Levensverzekeraars reduceren renterisico met derivaten

Levensverzekeraars reduceren renterisico met derivaten Levensverzekeringen worden in de regel voor een lange periode afgesloten. De rente speelt hierdoor voor levensverzekeraars een belangrijke rol. Bij een rentedaling daalt het eigen vermogen van deze sector

Nadere informatie

Renteafdekking op basis van de ultimate forward rate: Bezint eert ge begint?

Renteafdekking op basis van de ultimate forward rate: Bezint eert ge begint? Renteafdekking op basis van de ultimate forward rate: Bezint eert ge begint? Drs. Dr. Ir. David van Bragt RBA 1 Senior Consultant Investment Solutions, Aegon Asset Management Samenvatting Binnen het Financieel

Nadere informatie

Verklaring van Beleggingsbeginselen. Joachim Aelvoet CBFA

Verklaring van Beleggingsbeginselen. Joachim Aelvoet CBFA Verklaring van Beleggingsbeginselen Joachim Aelvoet CBFA 17 maart 2011 Onderzoek 29 IBP's +/- 4,5 miljard euro vermogen +/- 100.000 aangeslotenen methode: eerste analyse individueel gesprek conclusies

Nadere informatie

VERKLARING BELEGGINGSBEGINSELEN STICHTING PENSIOENFONDS AVEBE 19 APRIL 2011

VERKLARING BELEGGINGSBEGINSELEN STICHTING PENSIOENFONDS AVEBE 19 APRIL 2011 VERKLARING BELEGGINGSBEGINSELEN STICHTING PENSIOENFONDS AVEBE 19 APRIL 2011 VERKLARING BELEGGINGSBEGINSELEN STICHTING PENSIOENFONDS AVEBE 1.1 Het beleggingsproces Het beleggingsproces vormt de randvoorwaarden

Nadere informatie

Onderbouwing van de rendementsverwachtingen 2014

Onderbouwing van de rendementsverwachtingen 2014 Onderbouwing van de rendementsverwachtingen 2014 Portfolio Management Ostrica BV Januari 2014 Rendementsverwachtingen Ostrica 2014 In dit document wordt een onderbouwing gegeven van de rendementsverwachtingen

Nadere informatie

Renterisico Scan. Een second opinion voor pensioenfondsen. met betrekking tot hun rente afdekkingsbeleid. For professional investors

Renterisico Scan. Een second opinion voor pensioenfondsen. met betrekking tot hun rente afdekkingsbeleid. For professional investors Renterisico Scan Een second opinion voor pensioenfondsen met betrekking tot hun rente afdekkingsbeleid For professional investors 1 Onderwerpen > Waarom deze Scan? > Hoe werkt het? > Contact over de scan

Nadere informatie

Hét middel om bij te blijven is de rest vooruit te zijn!

Hét middel om bij te blijven is de rest vooruit te zijn! Hét middel om bij te blijven is de rest vooruit te zijn! vba beroepsvereniging van beleggings professionals Beursplein 5 1012 JW Amsterdam Telefoon: +31(0)20 618 28 12 E-mail: secretariaat@nvba.nl website:

Nadere informatie

Onderbouwing van de rendementsverwachtingen

Onderbouwing van de rendementsverwachtingen Onderbouwing van de rendementsverwachtingen 2013 Portfolio Management Ostrica BV Februari 2013 Rendementsverwachtingen Ostrica 2013 In dit document wordt een onderbouwing gegeven van de rendementsverwachtingen

Nadere informatie

Search for Yield versus Capital

Search for Yield versus Capital Search for Yield versus Capital De huidige situatie op de financiële markten zorgt voor een uitdagende zoektocht naar rendement voor institutionele beleggers. Verzekeraars en pensioenfondsen hebben verplichtingen

Nadere informatie

NN First Class Balanced Return Fund

NN First Class Balanced Return Fund NN First Class Balanced Return Fund Alle Fonds onder de loep cijfers zijn per 31/03/015 Het NN First Class Balanced Return Fonds won in het eerste kwartaal 8,9% Zeer sterke performances van aandelen en

Nadere informatie

Voor een houdbaar en betaalbaar inkomen voor later

Voor een houdbaar en betaalbaar inkomen voor later Vermogensbeheer Voor een houdbaar en betaalbaar inkomen voor later Een houdbaar en betaalbaar inkomen voor later. Dat is de belofte van uw pensioenfonds aan uw deelnemers. Verder gaan is nu zorgen voor

Nadere informatie

Het beleggingsbeleid van Berben s Effectenkantoor

Het beleggingsbeleid van Berben s Effectenkantoor Het beleggingsbeleid van Berben s Effectenkantoor Waarschijnlijk baseert u uw keuze voor een vermogensbeheerder op diverse gronden. Mogelijk heeft u binnen uw netwerk al goede berichten over ons vernomen.

Nadere informatie

Flexibel Spaarpensioen Stichting GE Pensioenfonds

Flexibel Spaarpensioen Stichting GE Pensioenfonds Worksheet A Factsheets Fondsen Flexibel Spaarpensioen Stichting GE Pensioenfonds Datum: ultimo juni 2009 In het kader van het Flexibel Spaarpensioen zijn door uw pensioenfonds 8 fondsen geselecteerd, waarin

Nadere informatie

Solvency II: Impact op Financiële instellingen

Solvency II: Impact op Financiële instellingen Solvency II: Impact op Financiële instellingen Op weg naar een risico georiënteerde financiële branche Eye on Insurance 9 December 2009 Niek Hoek Agenda Belang risico management voor financiële instellingen

Nadere informatie

investment academy BNPP IP Campus Welkom bij de Investment Academy

investment academy BNPP IP Campus Welkom bij de Investment Academy investment academy Welkom bij de Investment Academy OpleIdIngen voor pensioenfondsbestuurders In 2013 investment academy Investment Academy Kennis en deskundigheid met u delen BNP Paribas Investment Partners

Nadere informatie

Waarom onze beleggingsstrategie staat als een huis

Waarom onze beleggingsstrategie staat als een huis Waarom onze beleggingsstrategie staat als een huis Het strategisch beleggingsplan van ABP is stapsgewijs opgebouwd. De strategie is gebaseerd op vier pijlers: 1) de doelstelling van ABP 2) beleggingsovertuigingen

Nadere informatie

Welkom Perspresentatie jaarcijfers ASR 2011

Welkom Perspresentatie jaarcijfers ASR 2011 Welkom Perspresentatie jaarcijfers ASR 2011 Jos Baeten, voorzitter Raad van Bestuur Roel Wijmenga, CFO 29 februari 2012 ASR in 2011 Resultaat 212 miljoen Dividendvoorstel 71 miljoen Solvabiliteit naar

Nadere informatie

Lange termijn betrokken aandeelhouderschap bij small cap ondernemingen. Lars Dijkstra 11 februari 2014, Amsterdam

Lange termijn betrokken aandeelhouderschap bij small cap ondernemingen. Lars Dijkstra 11 februari 2014, Amsterdam bij small cap ondernemingen Lars Dijkstra 11 februari 2014, Amsterdam Lange termijn betrokken aandeelhouderschap bij small cap ondernemingen Agenda De rol van aandeelhouders Betrokken aandeelhouderschap

Nadere informatie

De Dynamische Strategie Portefeuille DSP

De Dynamische Strategie Portefeuille DSP De Dynamische Strategie Portefeuille DSP Onderdeel van het beleggingsbeleid van Pensioenfonds UWV 1 Inhoudsopgave Waarom beleggen? 4 Beleggen is niet zonder risico s 4 Strategische beleggingsportefeuille

Nadere informatie

Vergelijking verzekeraars en banken

Vergelijking verzekeraars en banken Vergelijking verzekeraars en banken Level playing field vanuit toezicht en kapitaaleisen? Presentatie door drs. Juriaan Borst AAG ACIS Symposium - Universiteit van Amsterdam 5 september 2014 2014 Towers

Nadere informatie

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE > Retouradres Postbus 90801 2509 LV Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE 2513AA22XA Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4

Nadere informatie

Verklaring inzake beleggingsbeginselen

Verklaring inzake beleggingsbeginselen STICHTING PENSIOENFONDS RECREATIE Mei 2011 INHOUDSOPGAVE 0. Introductie 3 1. Doelstelling van het beleggingsbeleid 4 2. Organisatie en risicobeheerprocedures 5 3. Beleggingsbeginselen 7 Mei 2011 Pagina

Nadere informatie

Stichting Pensioenfonds Ballast Nedam

Stichting Pensioenfonds Ballast Nedam Stichting Pensioenfonds Ballast Nedam Deelnemersvergadering Arthur van der Wal Nieuwegein, 28 september 2006 Agenda < Huidig Mandaat bij ING IM < Performance, Beleid en Vooruitzichten < Financieel Toetsingskader

Nadere informatie

Waarom onze beleggingsstrategie staat als een huis

Waarom onze beleggingsstrategie staat als een huis Waarom onze beleggingsstrategie staat als een huis Het strategisch beleggingsplan van ABP is stapsgewijs opgebouwd. De strategie is gebaseerd op vier pijlers: 1) de doelstelling van ABP 2) beleggingsovertuigingen

Nadere informatie

Stichting Pensioenfonds Ballast Nedam Deelnemersvergadering

Stichting Pensioenfonds Ballast Nedam Deelnemersvergadering Stichting Pensioenfonds Ballast Nedam Deelnemersvergadering Arthur van der Wal Matthijs Claessens 30 september 2010 www.ingim.com Agenda Huidig mandaat bij ING IM Performance, beleid en vooruitzichten

Nadere informatie

ETF s als bouwblokken voor een goed gespreide portefeuille Kant-en-klaar indexbeleggen

ETF s als bouwblokken voor een goed gespreide portefeuille Kant-en-klaar indexbeleggen ETF s als bouwblokken voor een goed gespreide portefeuille Kant-en-klaar indexbeleggen Vrijdag 22 april 2016 Wie geeft deze presentatie? Martijn Rozemuller Voormalig arbitrage handelaar bij Optiver Oprichter

Nadere informatie

Portefeuilleprofielen

Portefeuilleprofielen Portefeuilleprofielen Rood BANDBREEDTE van de portefeuille Laatste update: 1 oktober 2015 ROOD Minimum Maximum Tactisch Aandelen 80,00% 100,00% 95,00% Obligaties 0,00% 15,00% 0,00% Onroerend Goed 0,00%

Nadere informatie

Vervolg solvabiliteitsrichtlijnen DNB vanaf 2010

Vervolg solvabiliteitsrichtlijnen DNB vanaf 2010 Vervolg solvabiliteitsrichtlijnen DNB vanaf 2010 Ontwikkelde oplossingen voor FOV-leden Out of the box actuaries and risk professionals 1 SOLVENCY II In 2012 zal de Europese Commissie (EC) het huidige

Nadere informatie

Aanpassing Prospectussen Aegon, AEAM en Aegon Paraplu 1 Funds Per 1 augustus 2016

Aanpassing Prospectussen Aegon, AEAM en Aegon Paraplu 1 Funds Per 1 augustus 2016 Aanpassing Prospectussen Aegon, AEAM en Aegon Paraplu 1 Funds Per 1 augustus 2016 Per 1 augustus 2016 voert de beheerder van de Aegon Funds, de AEAM Funds en de Aegon Paraplu 1 Funds, Aegon Investment

Nadere informatie

Update UFR. Update UFR 17 juli 2015 For professional investors. Inleiding

Update UFR. Update UFR 17 juli 2015 For professional investors. Inleiding 1 5 10 15 20 25 30 35 40 45 50 55 60 65 70 75 80 85 90 95 100 Zero rentes Update UFR 17 juli 2015 For professional investors Update UFR Voor een gemiddeld pensioenfonds stijgt de waardering van de verplichtingen

Nadere informatie

2012 in het kort TOELICHTING OP HET JAARVERSLAG

2012 in het kort TOELICHTING OP HET JAARVERSLAG 2012 in het kort TOELICHTING OP HET JAARVERSLAG 1 Toelichting op het jaarverslag In het Jaarverslag 2012 legt het pensioenfonds uitgebreid verantwoording af over de ontwikkelingen, besluiten en gebeurtenissen

Nadere informatie

Populair beleggingsplan

Populair beleggingsplan Populair beleggingsplan versie 22 november 2013 1 Inhoudsopgave Wat belegt het pensioenfonds? 4 Wat is het doel van beleggen? 4 Wat levert beleggen op? 4 Er gaan toch ook risico s gepaard met beleggen?

Nadere informatie

2014 KPMG Advisory N.V

2014 KPMG Advisory N.V 02 Uitbesteding & assurance 23 Overwegingen bij uitbesteding back- en mid-office processen van vermogensbeheer Auteurs: Alex Brouwer en Mark van Duren Is het zinvol voor pensioenfondsen en fiduciair managers

Nadere informatie

1. Organisatie BIJLAGE I: VERKLARING BELEGGINGSBEGINSELEN STICHTING PENSIOENFONDS ACHMEA. ABTN 2014 versie 21-3-2014 1. Stichting Pensioenfonds Achmea

1. Organisatie BIJLAGE I: VERKLARING BELEGGINGSBEGINSELEN STICHTING PENSIOENFONDS ACHMEA. ABTN 2014 versie 21-3-2014 1. Stichting Pensioenfonds Achmea BIJLAGE I: VERKLARING BELEGGINGSBEGINSELEN Introductie Deze Verklaring inzake beleggingsbeginselen (hierna: Verklaring) beschrijft op beknopte wijze de uitgangspunten van het beleggingsbeleid van SPA.

Nadere informatie

Beleggingsbeginselen

Beleggingsbeginselen Beleggingsbeginselen Stichting Pensioenfonds voor de Architectenbureaus Versie april 2015 Deze Verklaring beleggingsbeginselen maakt onderdeel uit van het beleggingsbeleid van het pensioenfonds en is aangepast

Nadere informatie

Herstel van de verzekeringsbranche in 2003

Herstel van de verzekeringsbranche in 2003 Herstel van de verzekeringsbranche in 2003 Uit voorlopige cijfers 1 van de Pensioen- & Verzekeringskamer (PVK) blijkt dat de verzekeringsbranche na een moeizame periode (vanaf 1999) zich enigszins hersteld

Nadere informatie

Verklaring inzake beleggingsbeginselen 2015-2017

Verklaring inzake beleggingsbeginselen 2015-2017 Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor de Zuivel en aanverwante industrie (BPZ) Verklaring inzake beleggingsbeginselen 2015-2017 Inleiding Deze verklaring inzake de beleggingsbeginselen geeft de uitgangspunten

Nadere informatie

Persbijeenkomst ABP Jaarverslag 2010

Persbijeenkomst ABP Jaarverslag 2010 Persbijeenkomst ABP Jaarverslag 2010 Joop van Lunteren, vicevoorzitter Xander den Uyl, vicevoorzitter Amsterdam, 11 mei 2011 2010: jaar van contrasten Positief: - goed rendement - dekkingsgraad op 105%

Nadere informatie

Risico pariteit -1- 1 Aandelen Wereldwijd Ontwikkelde Markten - MSCI World Index MSCI Daily Net TR World Euro, Aandelen Wereldwijd

Risico pariteit -1- 1 Aandelen Wereldwijd Ontwikkelde Markten - MSCI World Index MSCI Daily Net TR World Euro, Aandelen Wereldwijd Risico pariteit Risico pariteit is een techniek die wordt ingezet om de risico s in een beleggingsportefeuille te reduceren. Sinds 2008 heeft risico pariteit om drie redenen veel aandacht gekregen: 1.

Nadere informatie

Beleggingsovertuigingen

Beleggingsovertuigingen Beleggingsovertuigingen Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor de Drankindustrie 13 januari 2015 Beleggingsovertuigingen Een beleggingsovertuiging is kortweg de perceptie van het pensioenfonds van de

Nadere informatie

Toenemende concurrentie op de Nederlandse hypotheekmarkt

Toenemende concurrentie op de Nederlandse hypotheekmarkt Toenemende concurrentie op de Nederlandse hypotheekmarkt FEBRUARI 2016 www.dmfco.nl Met de toenemende beleggingen van Nederlandse pensioenfondsen in Nederlandse hypotheken kent de hypotheekmarkt nu drie

Nadere informatie

VERVANGENDE FONDSEN VOOR DE BLACKROCK FUNDS OF ISHARES

VERVANGENDE FONDSEN VOOR DE BLACKROCK FUNDS OF ISHARES ONDERZOEK NAAR VERVANGENDE FONDSEN VOOR DE BLACKROCK FUNDS OF ISHARES NOVEMBER 2014 Met dank aan: Naar aanleiding van het besluit van BlackRock om per 31 december 2014 de Funds of ishares op te heffen

Nadere informatie

Persbericht. Kwartaalbericht: vierde kwartaal 2011

Persbericht. Kwartaalbericht: vierde kwartaal 2011 Persbericht Kwartaalbericht: vierde kwartaal 2011 Hoofdpunten: Dekkingsgraad van 94% is te laag: aanvullende maatregelen nodig Beschikbaar vermogen stijgt met ruim 11 miljard Door gedaalde rente nemen

Nadere informatie

Toelichting beleggingsbeleid Triodos Bank Private Banking

Toelichting beleggingsbeleid Triodos Bank Private Banking Toelichting beleggingsbeleid Triodos Bank Private Banking Heeft u vragen? Neemt u dan telefonisch contact op met Triodos Bank Private Banking via 030 693 65 05. Of stuur een e-mail naar private.banking@triodos.nl.

Nadere informatie

Kwartaalbericht Pensioenfonds KLM-Cabinepersoneel. Tweede kwartaal 2015-1 april 2015 t/m 30 juni 2015. Samenvatting:

Kwartaalbericht Pensioenfonds KLM-Cabinepersoneel. Tweede kwartaal 2015-1 april 2015 t/m 30 juni 2015. Samenvatting: Kwartaalbericht Pensioenfonds KLM-Cabinepersoneel Tweede kwartaal 2015-1 april 2015 t/m 30 juni 2015 Samenvatting: De maandelijkse nominale dekkingsgraad is fors gestegen van 105,7% naar 115,4%. Dit komt

Nadere informatie

Stichting Pensioenfonds SABIC

Stichting Pensioenfonds SABIC Stichting Pensioenfonds SABIC Presentatie SPF tijdens algemene ledenvergadering VGSE 15 april 2010 Jan van den Berg, voorzitter SPF 1 Programma 1. Algemeen 2. Situatie SPF eind 2008 3. Ontwikkelingen SPF

Nadere informatie

Jaarlijks gemiddeld Cumulatief vanaf 1970 2008 Q2 2008 Q1 2008 Q4 2007 Q3 2007 Q2 2007 Dekkingsgraad (kwartaalultimo) 143% 137% 148% 153% 153%

Jaarlijks gemiddeld Cumulatief vanaf 1970 2008 Q2 2008 Q1 2008 Q4 2007 Q3 2007 Q2 2007 Dekkingsgraad (kwartaalultimo) 143% 137% 148% 153% 153% Kwartaalbericht 2e kwartaal 2008 Dekkingsgraad op 143% Rendement 0,2% in tweede kwartaal Belegd vermogen 86,3 miljard Klein positief resultaat in moeilijke markt In het tweede kwartaal is een totaalrendement

Nadere informatie

Solvency II. Vanaf 1 januari 2016 is Solvency II van kracht. Waarom wordt Solvency I vervangen? Voor welke verzekeraars geldt het nieuwe kader?

Solvency II. Vanaf 1 januari 2016 is Solvency II van kracht. Waarom wordt Solvency I vervangen? Voor welke verzekeraars geldt het nieuwe kader? Solvency II Een nieuw raamwerk voor prudentieel toezicht op verzekeraars 1 Vanaf 1 januari 2016 is Solvency II van kracht. Solvency II is een nieuw raamwerk voor prudentieel toezicht op verzekeraars. Dit

Nadere informatie

Van ALM naar beleggingsbeleid

Van ALM naar beleggingsbeleid Van ALM naar beleggingsbeleid IIR Seminar Professioneel Risicomanagement voor Pensioenfondsen November 26, 2007 ORTEC bv P.O. Box 4074 3006 AB Rotterdam Tel. 010 498 6660 Fax. 010 498 6667 info@ortec.nl

Nadere informatie

S&V Reflector. Dienen de pensioenfondsen hun langlopende swaps te verkopen? Een risicomanagement discussie

S&V Reflector. Dienen de pensioenfondsen hun langlopende swaps te verkopen? Een risicomanagement discussie S&V Reflector Dienen de pensioenfondsen hun langlopende swaps te verkopen? Een risicomanagement discussie Juni 2011 Sprenkels & Verschuren wil met dit document haar bijdrage leveren aan een verantwoord

Nadere informatie

POPULAIR JAARVERSLAG 2013

POPULAIR JAARVERSLAG 2013 POPULAIR JAARVERSLAG 2013 2 Het herstel van onze financiële positie blijft absolute topprioriteit. Twee gezichten Het jaar 2013, maar ook 2014 dat nog grotendeels voor ons ligt, kent twee gezichten. Enerzijds

Nadere informatie

De onmisbare actuaris. VSAE congres 20 september 2011 Sabijn Timmers

De onmisbare actuaris. VSAE congres 20 september 2011 Sabijn Timmers De onmisbare actuaris VSAE congres 20 september 2011 Sabijn Timmers Eigenaar van de Black Box Inhoud Introductie Ontwikkelingen in S2 Waar we vandaan komen Waar we heen gaan Waarom we onmisbaar zijn En

Nadere informatie

Verder gaan is elke stap zorgvuldig zetten.

Verder gaan is elke stap zorgvuldig zetten. Integrale aanpak Verder gaan is elke stap zorgvuldig zetten. Integrale aanpak Risicobeheersing staat aan de basis van elk beleggingsbeleid. Omdat het renterisico het belangrijkste risico voor pensioenfondsen

Nadere informatie

Portefeuillekeuze voor lange-termijn beleggers met liquiditeitsrisico's. Joost Driessen 26 maart 2013

Portefeuillekeuze voor lange-termijn beleggers met liquiditeitsrisico's. Joost Driessen 26 maart 2013 Portefeuillekeuze voor lange-termijn beleggers met liquiditeitsrisico's Joost Driessen 26 maart 2013 Illiquide assets voor lange-termijn beleggers? David Swensen, CIO Yale endowment: "Accepting illiquidity

Nadere informatie

Kwartaalbericht 2e kwartaal 2009

Kwartaalbericht 2e kwartaal 2009 Kwartaalbericht 2e kwartaal 2009 Dekkingsgraad 100% Belegd vermogen 74,7 miljard Rendement tweede kwartaal 8,4% Herstelplan goedgekeurd In het tweede kwartaal heeft Pensioenfonds Zorg en Welzijn een rendement

Nadere informatie

Verzekeraars, Lange-Termijn Garanties Investeringen en Toezicht De curve kwestie. Theo Berg

Verzekeraars, Lange-Termijn Garanties Investeringen en Toezicht De curve kwestie. Theo Berg Verzekeraars, Lange-Termijn Garanties Investeringen en Toezicht De curve kwestie Theo Berg Veranderende kapitaal regimes Sinds begin jaren 70 Solvency I regime: Wettelijk kader en volume gedreven In Nederland

Nadere informatie

Transparantie van de solvabiliteit Presentatie Actuariaatcongres 2014 Bevordert de regelgeving de transparantie van de solvabiliteit?

Transparantie van de solvabiliteit Presentatie Actuariaatcongres 2014 Bevordert de regelgeving de transparantie van de solvabiliteit? Transparantie van de solvabiliteit Presentatie Actuariaatcongres 2014 Bevordert de regelgeving de transparantie van de solvabiliteit? Wouter Elshof Wouter Klaassen 5 maart 2014 Inleiding Thema Actuariaatcongres:

Nadere informatie

ING Dynamic Mix Fondsen Vol vertrouwen aan uw vermogen bouwen

ING Dynamic Mix Fondsen Vol vertrouwen aan uw vermogen bouwen ING Fondsen Vol vertrouwen aan uw vermogen bouwen Zoekt u een aantrekkelijke manier voor vermogensopbouw zonder veel omkijken? Dan zijn de ING Fondsen wellicht iets voor u. ING Fondsen als een moderne,

Nadere informatie

Straks ook een Vestia onder de pensioenfondsen?

Straks ook een Vestia onder de pensioenfondsen? ROCK note Juli 2012 Alleen voor professionele beleggers Straks ook een Vestia onder de pensioenfondsen? Johan Duyvesteyn Quantitative Research Martin Martens Quantitative Research Tom Steenkamp Co-head

Nadere informatie

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE > Retouradres Postbus 90801 2509 LV Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE 2513AA22XA Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4

Nadere informatie

Ambassador Investments Fondsen

Ambassador Investments Fondsen Ambassador Investments Fondsen Ambassador Investments Fondsen Vanaf het vierde kwartaal 2013 is het voor beleggers mogelijk te participeren in de beleggingsstijl van Ambassador Investments door zelfstandig

Nadere informatie

KWARTAALVERSLAG. Philips Pensioenfonds. 1. In het kort. 2. Financiële positie Philips Pensioenfonds 1/5 DERDE KWARTAAL 2015

KWARTAALVERSLAG. Philips Pensioenfonds. 1. In het kort. 2. Financiële positie Philips Pensioenfonds 1/5 DERDE KWARTAAL 2015 KWARTAALVERSLAG DERDE KWARTAAL 2015 1. In het kort De beleidsdekkingsgraad per 30 september 2015 bedroeg 112,6% Het rendement van 1 juli tot en met 30 september 2015 bedroeg -1,6% Het pensioenvermogen

Nadere informatie

Kwartaalbericht Pensioenfonds KLM-Cabinepersoneel. Eerste kwartaal 2014-1 januari 2014 t/m 31 maart 2014. Samenvatting: stijgende aandelen

Kwartaalbericht Pensioenfonds KLM-Cabinepersoneel. Eerste kwartaal 2014-1 januari 2014 t/m 31 maart 2014. Samenvatting: stijgende aandelen Kwartaalbericht Pensioenfonds KLM-Cabinepersoneel Eerste kwartaal 2014-1 januari 2014 t/m 31 maart 2014 Samenvatting: stijgende aandelen Nominale dekkingsgraad gestegen van 123,0% naar 123,6% Reële dekkingsgraad

Nadere informatie

Kwartaalbericht. 4e kwartaal 2014 Den Haag, 30 januari 2015. Samenvatting cijfers per 31 december 2014

Kwartaalbericht. 4e kwartaal 2014 Den Haag, 30 januari 2015. Samenvatting cijfers per 31 december 2014 Kwartaalbericht 4e kwartaal 2014 Den Haag, 30 januari 2015 Samenvatting cijfers per 31 december 2014 Dekkingsgraad: 111,5% Beleidsdekkingsgraad: 112,6% Belegd vermogen: 19,6 miljard Rendement 2014: 27,6%

Nadere informatie

Vraag en antwoord: waarom beleggen in staatsobligaties?

Vraag en antwoord: waarom beleggen in staatsobligaties? ING Investment Office Publicatiedatum: 13 maart 2014 Vraag en antwoord: waarom beleggen in staatsobligaties? In onze beleggingsvisie op 2014 ( Visie 2014: minder crisis, meer groei ) kunt u lezen dat we

Nadere informatie

Kort jaarverslag Stichting Pensioenfonds nv Linde Gas Benelux

Kort jaarverslag Stichting Pensioenfonds nv Linde Gas Benelux Kort jaarverslag Stichting Pensioenfonds nv Linde Gas Benelux Beleggingen Het totaal rendement over het afgelopen boekjaar 2010 is uitgekomen op 15,6%. Als we naar de onderverdeling kijken zien we het

Nadere informatie

ALM als basis van Zorgvuldig Beleggen

ALM als basis van Zorgvuldig Beleggen ALM als basis van Zorgvuldig Beleggen Samenhang en voorbeelden Ronald Janssen, Ortec Finance 1 Klant centraal stellen: Doelstelling Managen van de verwachtingen van onze cliënten Hoe kunnen we dat doen?

Nadere informatie

Kwartaalbericht Pensioenfonds KLM-Cabinepersoneel. Eerste kwartaal 2015-1 januari 2015 t/m 31 maart 2015

Kwartaalbericht Pensioenfonds KLM-Cabinepersoneel. Eerste kwartaal 2015-1 januari 2015 t/m 31 maart 2015 Kwartaalbericht Pensioenfonds KLM-Cabinepersoneel Eerste kwartaal 2015-1 januari 2015 t/m 31 maart 2015 Samenvatting: dalende euro en dalende rente door monetair beleid De beleidsdekkingsgraad is gedaald

Nadere informatie

Achmea life cycle beleggingen

Achmea life cycle beleggingen Achmea life cycle beleggingen Scheiden. Uw pensioengeld in vertrouwde handen Wat betekent dat voor uw ouderdomspensioen? Interpolis. Glashelder Achmea life cycle beleggingen Als pensioenverzekeraar beleggen

Nadere informatie

Risicoprofielen voor Vermogensbeheer A la Carte

Risicoprofielen voor Vermogensbeheer A la Carte Risicoprofielen voor Vermogensbeheer A la Carte Inleiding Onze risicoprofielen 1. Wat is een risicoprofiel? 2. Wat zijn vermogenscategorieën? 3. Welke risicoprofielen gebruiken wij? Uw risicoprofiel 4.

Nadere informatie

Risico s en kenmerken van beleggen

Risico s en kenmerken van beleggen Risico s en kenmerken van beleggen 1. Risico s en kenmerken in het algemeen Beleggen brengt risico s met zich mee. Vaak geldt: hoe hoger het verwachte rendement, hoe meer risico s. Ook geldt dat in het

Nadere informatie

ONS BELEGGINGSBELEID PAST ONZE BELEGGINGSFILOSOFIE BIJ U?

ONS BELEGGINGSBELEID PAST ONZE BELEGGINGSFILOSOFIE BIJ U? ONS BELEGGINGSBELEID PAST ONZE BELEGGINGSFILOSOFIE BIJ U? Waarschijnlijk baseert u uw keuze voor een vermogensbeheerder op diverse gronden. Mogelijk heeft u binnen uw netwerk al goede berichten over ons

Nadere informatie

Pensioenfonds Robeco. Populair Jaarverslag 2014

Pensioenfonds Robeco. Populair Jaarverslag 2014 Pensioenfonds Robeco Populair Jaarverslag 2014 2014 was een bewogen jaar voor Pensioenfonds Robeco door de sterk dalende rente en de veranderende wet- en regelgeving. In het jaarverslag blikken wij als

Nadere informatie

Theta Legends Fund Unieke toegang tot legendarische beleggingsfondsen

Theta Legends Fund Unieke toegang tot legendarische beleggingsfondsen Theta Legends Fund Unieke toegang tot legendarische beleggingsfondsen Theta Legends Fund Theta Legends Fund is een fund of hedge funds met de volgende kenmerken: Toegang. Theta Capital geeft toegang tot

Nadere informatie

Onafhankelijk en rationeel. Professioneel. Transparant en veilig

Onafhankelijk en rationeel. Professioneel. Transparant en veilig Today s Vermogensbeheer Wij verzorgen persoonlijk en onafhankelijk vermogensbeheer voor zowel particulieren als ondernemingen. Op basis van uw specifieke situatie geeft Today s Vermogensbeheer invulling

Nadere informatie

Alternatives vanuit een ALM perspectief

Alternatives vanuit een ALM perspectief Alternatives vanuit een ALM perspectief Inleiding Het doel van een ALM studie is om tot een integraal premie-, indexatie- en beleggingsbeleid te komen. Onder beleggingsbeleid werd, tot een aantal jaren

Nadere informatie

Vastgoed in ALM context

Vastgoed in ALM context Vastgoed in ALM context april 2010 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 2 Nieuw uitgevoerde ALM analyses... 4 2.1 Huidige economische basisset... 4 2.2 Direct OG in goed gespreide portefeuille... 5 2.3 Beursgenoteerd

Nadere informatie

Maximale transparantie voor Stichtingen en Instellingen

Maximale transparantie voor Stichtingen en Instellingen Maximale transparantie voor Stichtingen en Instellingen WMP heeft zowel de UN PRI als de UN Global Compact getekend Wealth Management Partners is actief als vermogensbeheerder en vermogensregiseur (investment

Nadere informatie

NN Dynamic Mix Fondsen Vol vertrouwen aan uw vermogen bouwen

NN Dynamic Mix Fondsen Vol vertrouwen aan uw vermogen bouwen NN Fondsen Vol vertrouwen aan uw vermogen bouwen Zoekt u een aantrekkelijke manier voor vermogensopbouw zonder veel omkijken? Dan zijn de NN Fondsen wellicht iets voor u. NN Fondsen als een moderne, heldere

Nadere informatie

Rapport beleggingsopbrengst pensioenfondsen 2000-2010 (in het kader van de motie Van den Besselaar c.s.)

Rapport beleggingsopbrengst pensioenfondsen 2000-2010 (in het kader van de motie Van den Besselaar c.s.) Rapport beleggingsopbrengst pensioenfondsen 2000-2010 (in het kader van de motie Van den Besselaar c.s.) November 2011 1. Inleiding In het onderzoek beleggingen pensioenfondsen van 2009 heeft De Nederlandsche

Nadere informatie

Van Stuiver tot Miljardair

Van Stuiver tot Miljardair Van Stuiver tot Miljardair Slim beleggen met een hefboom Rob Stuiver 29 september Programma Het ver-1000 voudigen van uw vermogen in 20 jaar Bouwen van de portefeuille Bouwstenen: Aandelen, Alternatives,

Nadere informatie

Begrippenlijst. Algemeen Pensioenfonds 1 / 5. Aandeel

Begrippenlijst. Algemeen Pensioenfonds 1 / 5. Aandeel Begrippenlijst Aandeel Aandelenfonds Achtergestelde obligatie Actief beheer AFM Allocatie Bewijs van deelneming in het kapitaal van een vennootschap. Bezit van een aandeel geeft het recht om te delen in

Nadere informatie

Populair beleggingsplan

Populair beleggingsplan Populair beleggingsplan versie oktober 2015 1 Inhoudsopgave Waarom belegt het pensioenfonds? 4 Wat is het doel van beleggen? 4 Wat levert beleggen op? 4 Er gaan toch ook risico s gepaard met beleggen?

Nadere informatie

VERKLARING INZAKE BELEGGINGSBEGINSELEN STICHTING CRH PENSIOENFONDS 18 JUNI 2012

VERKLARING INZAKE BELEGGINGSBEGINSELEN STICHTING CRH PENSIOENFONDS 18 JUNI 2012 VERKLARING INZAKE BELEGGINGSBEGINSELEN 18 JUNI 2012 INHOUD 1. Inleiding... 1 2. Organisatie... 2 2.1 Het fonds... 2 2.2 Organisatie... 2 2.3 Toeslagenbeleid... 3 3. Beleggingsbeleid... 4 3.1 Doel van het

Nadere informatie

Beleggingsbeginselen 2012

Beleggingsbeginselen 2012 Beleggingsbeginselen 2012 1 Verklaring inzake beleggingsbeginselen Algemeen Beleggingsbeginselen vormen de fundamenten en richtlijnen voor het vermogensbeheer van het Pensioenfonds. Het Bestuur moet bereid

Nadere informatie

Jaarcijfers 2012. 6 maart 2013

Jaarcijfers 2012. 6 maart 2013 Jaarcijfers 2012 6 maart 2013 Overzicht Klantbelang gediend met stevig financieel fundament Resultaat 255 miljoen Dividendvoorstel 88 miljoen Solvabiliteit 293% Kosten verder verlaagd met 6% Eigen Vermogen

Nadere informatie

Duurzaam Vermogensbeheer

Duurzaam Vermogensbeheer Duurzaam Vermogensbeheer Een keuzeafweging Keuze maken, afwegingscriteria Wat zijn de mogelijke afwegingscriteria bij het maken van een keuze uit de mogelijke oplossingen binnen het beleggingsbeleid. Versie:2001-11-02

Nadere informatie