doelgericht investeren in onderwijs advies

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "doelgericht investeren in onderwijs advies"

Transcriptie

1 doelgericht investeren in onderwijs advies

2 Doelgericht investeren in onderwijs

3 Colofon De Onderwijsraad is een onafhankelijk adviescollege, opgericht in De raad adviseert, gevraagd en ongevraagd, over hoofdlijnen van het beleid en de wetgeving op het gebied van het onderwijs. Hij adviseert de ministers van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. De Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal kunnen de raad ook om advies vragen. Gemeenten kunnen in speciale gevallen van lokaal onderwijsbeleid een beroep doen op de Onderwijsraad. De raad gebruikt in zijn advisering verschillende (bijvoorbeeld onderwijskundige, economische en juridische) disciplinaire aspecten en verbindt deze met ontwikkelingen in de praktijk van het onderwijs. Ook de internationale dimensie van educatie in Nederland heeft steeds de aandacht. De raad adviseert over een breed terrein van het onderwijs, dat wil zeggen van voorschoolse educatie tot aan postuniversitair onderwijs en bedrijfsopleidingen. De producten van de raad worden gepubliceerd in de vorm van adviezen, studies en verkenningen. Daarnaast initieert de raad seminars en websitediscussies over onderwerpen die van belang zijn voor het onderwijsbeleid. De raad bestaat uit veertien leden die op persoonlijke titel zijn benoemd. Advies Doelgericht investeren in onderwijs, uitgebracht aan de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Nr /846, juni Uitgave van de Onderwijsraad, Den Haag, ISBN-10: X ISBN-13: Bestellingen van publicaties: Onderwijsraad Nassaulaan JS Den Haag (070) of via de website: Ontwerp en opmaak: Maarten Balyon grafische vormgeving Drukwerk: Drukkerij Artoos Onderwijsraad, Den Haag Alle rechten voorbehouden. All rights reserved.

4 Doelgericht investeren in onderwijs Wat brengt Nederland als kennisnatie dichterbij?

5

6

7

8 Inhoudsopgave Samenvatting 1 Inleiding: waarom dit advies over investeren in onderwijsambities? 1.1 Aanleiding: ambitie om tot de Europese top te behoren 1.2 Adviesvraag: welke instrumenten brengen Nederland als kennisnatie dichterbij? 1.3 Over dit advies 2 Ambities voor Nederland als kennisnatie: waar moet OCW op inzetten? 2.1 Nederlandse onderwijsambities afgeleid van Europees streven 2.2 Kennisinvesteringsquote is geen doel op zich 2.3 Acht ambities volgens de Onderwijsraad 3 Ambities bereiken met effectieve interventies: welke investeringen werken? 3.1 Productiviteit in het onderwijs 3.2 Het verhogen van de productiviteit 3.3 Studies naar onderwijseffecten 4 Publieke en private financiering van onderwijs: wie betaalt nu wat en waarom? 4.1 Verdeling publieke en private bronnen en combinaties van beide 4.2 Redenen voor publieke financiering: doelmatigheid en rechtvaardigheid 4.3 Meer private bijdragen mogelijk in het niet-leerplichtige onderwijs 4.4 Waarin willen particulieren investeren? 5 Financiering van onderwijsambities: mogelijke instrumenten 5.1 Gezins- en kindvriendelijke voorzieningen stimuleren 5.2 Achterstanden voorkomen 5.3 De functie van de leraar versterken 5.4 Alle talenten benutten door maatwerk en differentiatie 5.5 Internationalisering integreren in het onderwijs 5.6 Een leven lang leren bevorderen 5.7 Opwaarderen onderwijsinfrastructuur 6 Aanbevelingen: investeringsagenda voor Nederland als kennisnatie in Meer publieke en private bijdragen in het onderwijs nodig 6.2 Programma s om ambities te bereiken: gewenste investeringen en innovaties en gewenst effectiviteitsonderzoek Doelgericht investeren in onderwijs 7

9 Afkortingen Figurenlijst Literatuur Bijlagen Bijlage 1 Adviesvragen B.1-81 Bijlagen 2 tot en met 5 staan alleen op de versie van het rapport zoals die op cd staat. Het gedrukte rapport heeft slechts één bijlage. Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Lissabon-doelstellingen Ambities in internationaal perspectief Kosteneffectiviteit van onderwijsinterventies Bekostiging Nederlandse onderwijs B.2-87 B.3-93 B B Onderwijsraad, juni 2006

10 Samenvatting Het waarmaken van de Nederlandse ambitie om een kennisnatie in Europa te zijn vraagt om extra publieke én private investeringen in het onderwijs, maar ook om een betere benutting en evaluatie van de bestaande investeringen. Aan toponderwijs hangt een prijskaartje, of het nu gaat om voor- en vroegschoolse educatie of om maatwerk in het hoger onderwijs. De vraag die de Onderwijsraad op verzoek van de minister van OCW (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) in dit advies beantwoordt, luidt dan ook: welke instrumenten brengen Nederland als kennisnatie dichterbij? Hierbij legt de raad de nadruk op financiële instrumenten, maar ook komen niet-financiële instrumenten aan bod. De ambitie om tot de Europese top te behoren vraagt niet alleen om extra investeringen, maar ook om innovatieve maatregelen die een effectievere inzet van bestaande middelen mogelijk maken. Meer investeringen nodig, maar ook meer aandacht voor kosteneffectiviteit Extra publieke investeringen zijn vooral wenselijk in het leerplichtige onderwijs. Daarbij moet met name geïnvesteerd worden in gezins- en kindvriendelijke voorzieningen, het voorkomen van achterstanden bij leerlingen en het versterken van de functie van de leraar. De leraar is immers als beste in staat om talent te benutten en uitval te voorkomen. In het niet-leerplichtige onderwijs zullen vooral meer private investeringen moeten worden gedaan. De bestaande publieke investeringen blijven echter nodig om onderwijs van hoge kwaliteit toegankelijk te houden voor getalenteerden uit alle lagen van de bevolking. De overheid moet daarom niet alleen een breed onderwijsaanbod garanderen, maar ook een sociaal beurzenstelsel bieden, waarbij talentbeurzen beschikbaar worden gesteld voor specifieke achterstandsgroepen. Daarnaast betekent een doelmatige inzet van publieke en private middelen dat moet worden geïnvesteerd in de onderwijsinterventies die het hoogste rendement opleveren. Verhoging van de onderwijskwaliteit bij gelijkblijvende middelen kan alleen door een verhoging van de productiviteit, oftewel een verschuiving naar onderwijsinvesteringen met een hoger rendement. Publieke middelen moeten daarom gericht worden op activiteiten met de grootste maatschappelijke externe effecten. Vooral van interventies in het initiële onderwijs zijn grote besparingen te verwachten op de maatschappelijke kosten van bijvoorbeeld sociale zekerheid, criminaliteit en gezondheid. Daarbij is het van belang dat maatregelen om te investeren en innoveren zo worden ingezet dat de (kosten)effectiviteit ervan uiteindelijk ook kan worden nagegaan. In een aantal gevallen kan dit door een experiment op te zetten met een controlegroep; in andere gevallen is een quasi-experimentele benadering mogelijk door bijvoorbeeld groepen te vergelijken die toevallig net wel en net niet in aanmerking komen voor een regeling. Dit neemt natuurlijk niet weg dat bepaalde effecten soms moeilijk (of pas op lange termijn) meetbaar zullen zijn, maar ook dan is het van belang dat een maatregel zo is opgezet dat de (administratieve) kosten relatief beperkt zijn. Anders dan bijvoorbeeld in Doelgericht investeren in onderwijs 9

11 de gezondheidszorg wordt in het onderwijs nog relatief weinig onderzoek gedaan naar de kosteneffectiviteit van interventies. Op welke onderwijsterreinen moet Nederland investeren en innoveren? De Onderwijsraad heeft acht ambities geformuleerd die vragen om extra investeringen en innovaties. Deze ambities komen voort uit de Lissabon-doelstellingen, eerdere ambities van de raad en recente maatschappelijke ontwikkelingen. Deze ambities staan in acht programma s van maatregelen uitgewerkt: (1) gezins- en kindvriendelijke voorzieningen stimuleren; (2) achterstanden voorkomen; (3) de functie van de leraar versterken; (4) alle talenten benutten door maatwerk en differentiatie; (5) internationalisering integreren in het onderwijs; (6) de cultureel-pedagogische taak van het onderwijs verstevigen; (7) een leven lang leren bevorderen; en (8) de onderwijsinfrastructuur opwaarderen. Deze ambities vragen om extra investeringen en om innovaties in het onderwijs. Een aantal van deze voorgestelde aanbevelingen komt ook in andere adviezen aan de orde. De volgende maatregelen springen het meest in het oog. (1) Extra onderwijstijd om achterstanden te voorkomen Voorkomen is beter dan genezen. Daarom is het van groot belang dat de overheid investeert in de preventie van achterstanden. Dit kan door extra onderwijstijd in de vorm van voor- en vroegschoolse educatie, maar ook door in het primair en voortgezet onderwijs innovatieve programma s aan te bieden na schooltijd en in weekends en vakanties. De effectiviteit van dergelijke programma s is zeer hoog, terwijl de kosten relatief beperkt kunnen zijn door een betere benutting van bestaande voorzieningen. Ook naschoolse opvang kan hierbij een belangrijke rol spelen. Bovendien maakt die opvang het aantrekkelijker om zorg en werk te combineren. (2) Meer ruimte voor maatwerk en differentiatie, ook in bekostiging Vooral in het niet-leerplichtig onderwijs is meer ruimte voor innovatie, differentiatie en een grotere private bijdrage. Het vergt bijvoorbeeld 600 miljoen euro extra per jaar om 20% van de studenten in het hoger onderwijs een opleiding aan te kunnen bieden zoals die op Europese topinstituten. De overheid kan een deel hiervan voor haar rekening nemen door intensieve vormen van toponderwijs extra te bekostigen. Tegelijkertijd is een grotere private bijdrage gewenst. Dit kunnen giften en beurzen van bedrijven zijn. Maar ook is het mogelijk om, zonder dat dit ten koste gaat van de toegankelijkheid, hogere eigen bijdragen van studenten te vragen. (3) Verruiming fiscale aftrek studiekosten Leren houdt niet op bij het verlaten van het initiële onderwijs. De snelle toevoeging van kennis vraagt om een continue bijscholing. Daarnaast moeten groepen die in het initiële onderwijs kansen hebben laten liggen, de mogelijkheid hebben om op latere leeftijd hun talenten alsnog te ontplooien. Daarbij mag van individuele werknemers een eigen bijdrage worden verwacht, maar de overheid moet dit fiscaal ruimhartig ondersteunen. Dit geldt ook voor het gebruik van de levensloopregeling voor scholingsdoeleinden. 10 Onderwijsraad, juni 2006

12 1 Inleiding: waarom dit advies over investeren in onderwijsambities? Volgens een themanummer van The Economist is het niet erg waarschijnlijk dat Europa in 2010 de meest concurrerende kenniseconomie ter wereld zal zijn. Europese universiteiten moeten daartoe bijvoorbeeld steeds meer studenten afleveren, maar krijgen geen extra publieke middelen en ook niet de ruimte om extra private middelen binnen te halen. Bezuinigingen op de kwaliteit lijken daarmee onvermijdelijk. Tegelijkertijd groeit de achterstand op bijvoorbeeld Amerikaanse topuniversiteiten die wel kunnen putten uit een grote verscheidenheid aan financieringsbronnen. Mede dankzij private investeringen zijn de uitgaven aan hoger onderwijs in de Verenigde Staten twee keer zo hoog als in Europa, wat mogelijk verklaart dat zeventien van de twintig topuniversiteiten ter wereld in de Verenigde Staten staan en 70% van de Nobelprijswinnaars er werken. Landen als China en India volgen het Amerikaanse voorbeeld en dreigen Europa in rap tempo in te halen. 1 Dit advies gaat in op de mogelijkheden om de ambitie van Nederland te bereiken om in ieder geval in Europa een voorhoederol te vervullen op het gebied van onderwijs en met name op de financieringsinstrumenten die hiervoor geschikt zijn. Maar eerst beschrijft dit hoofdstuk de aanleiding voor dit advies, de adviesvraag en de afbakening en opbouw van het advies. 1.1 Aanleiding: ambitie om tot de Europese top te behoren Onderwijsinvesteringen zo doelmatig en productief mogelijk inzetten Aanleiding voor het advies is de Nederlandse ambitie om tot de Europese top te behoren. Veel Nederlandse onderwijsinstellingen en hun docenten slagen er tot dusver in om met beperkte middelen internationaal redelijk goede resultaten te behalen. Nederland heeft echter de ambitie om permanent de onderwijsprestaties te verbeteren. Dit kan op de volgende manieren: Een doelmatiger inzet van de bestaande onderwijsmiddelen. Bijvoorbeeld door binnen of tussen onderwijssectoren gelden te verschuiven van investeringen met een laag rendement naar investeringen met een hoog rendement. Of door verhoging van het rendement van bestaande investeringen (productiviteitsverbetering); of door de inzet van kostenbesparende technologieën en een efficiëntere organisatie, zodat geld overblijft voor verbetering van het onderwijs. Extra publieke én private investeringen om ambities waar te kunnen maken. 1 How Europe fails its young (2005). Doelgericht investeren in onderwijs 11

13 Naar een investeringsagenda voor onderwijs De publieke en private investeringen in kennis in het algemeen (inclusief onderwijs) zijn in Nederland lager dan het gemiddelde van andere OESO-landen (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling). Dit blijkt onder meer uit een recente verkenning van het kabinet naar de kennisinvesteringsquote (KIQ). 2 Bij nadere beschouwing blijkt Nederland met name minder private middelen te besteden aan r&d (research en development) en hoger onderwijs, en minder publieke middelen uit te geven aan het funderend onderwijs. 3 Het kabinet pleit in de KIQ-verkenning voor onderzoek naar de mogelijkheden om in de toekomst een groter deel van het FES (Fonds Economische Structuurversterking) te benutten voor kennisinvesteringen. In een reactie hierop heeft de AWT (Adviesraad voor het Wetenschaps- en Technologiebeleid) gepleit voor extra publieke investeringen in onderwijs en onderzoek, die ook extra private investeringen moeten uitlokken. 4 Het Innovatieplatform heeft onlangs een discussienotitie uitgebracht met voorstellen voor een kennisinvesteringsagenda. Daarbij ligt de nadruk op publieke investeringen in het funderend onderwijs en een combinatie van publieke en private investeringen in het hoger onderwijs en een leven lang leren. 5 Na de zomer van 2006 komt het Innovatieplatform met een definitieve investeringsagenda voor het onderwijs. In vervolg op deze investeringsagenda en dit advies van de Onderwijsraad werkt het ministerie van OCW (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) een meerjarige investeringsagenda uit ten behoeve van de kabinetsformatie in Uit de discussies die daar op dit moment al over worden gevoerd, komt naar voren dat naast de aandacht voor knelpunten (bijvoorbeeld in het kader van de Lissabon-doelstellingen) er ook aandacht zou moeten zijn voor kansen, zoals de creatieve industrie. Ook de publieke en private investeringen in het hoger onderwijs vormen een belangrijk thema. Ontwikkelingen die vragen om nieuwe financieringsarrangementen De toekomstige welvaart staat onder druk door toenemende concurrentie en de globalisering van de economie en de vergrijzing en krimp van de beroepsbevolking. 6 Dit vraagt om verhoging van de productiviteit door innovatie en een betere benutting van het beschikbare talent. Het bijbehorende beleid moet daarom gericht zijn op investeringen in de kenniseconomie om het opleidingsniveau en de arbeidsparticipatie te verhogen. Tegelijkertijd gaan door de vergrijzing de uitgaven aan zorg en sociale zekerheid in de komende decennia naar verwachting sterk omhoog, met als risico dat er weinig ruimte is voor extra publieke investeringen in onderwijs. Voldoende publieke investeringen in onderwijs zijn echter hard nodig. De schaarste aan publieke middelen benadrukt de noodzaak van een kritische beoordeling van de kosteneffectiviteit van publieke uitgaven: ze moeten alleen worden aangewend voor maatschappelijk pro- 2 De KIQ is een indicator van de publieke en private investeringen in onderwijs, scholing en r&d als percentage van het bbp (Ministerie van EZ & Ministerie van OCW, 2005). 3 Overigens zijn de private investeringen in hoger onderwijs wel redelijk hoog ten opzichte van de meeste landen in continentaal Europa, maar relatief laag in vergelijking met de Angelsaksische landen. Adviesraad voor het Wetenschaps- en Technologiebeleid, Innovatieplatform, Zie bijvoorbeeld Raad van Economische Adviseurs, Onderwijsraad, juni 2006

14 ductieve investeringen. Tegelijkertijd rechtvaardigt een hoog privaat rendement van onderwijs ook meer private investeringen dan nu het geval is. Als gevolg van de groeiende internationalisering in het (hoger) onderwijs verbreden steeds meer studenten hun horizon door (een deel van) hun opleiding in het buitenland te volgen. Het betekent ook dat Nederlandse onderwijsinstellingen op kwaliteit moeten concurreren met het buitenland en een zesjescultuur moeten vermijden. Anders dreigt het gevaar dat steeds meer goede studenten Nederland verlaten voor buitenlandse topuniversiteiten, zonder dat daar goede buitenlandse studenten voor in de plaats komen. Andere landen hebben hier al ervaring mee, zoals blijkt uit bijlage 3. Dit versterkt de roep om een betere inzet van de bestaande middelen en extra investeringen in het onderwijs. Tot slot is er in Nederland een groeiende groep ouders en deelnemers die bereid is om zelf meer te investeren in het onderwijs. Hoewel de omvang van het particuliere onderwijs nog relatief klein is, is de laatste jaren wel sprake van een sterke groei. Draagkrachtige ouders, leerlingen en studenten kiezen in een aantal gevallen voor een (dure) particuliere school boven een (betaalbare) publiek bekostigde school. Blijkbaar hebben sommige ouders veel geld over voor een privéschool, met kleine selecte klassen, andere methoden, andere leraren en betere materiële voorzieningen en leermiddelen. 7 Ook huiswerkinstituten lijken een grote groei door te maken. Deze ontwikkelingen laten zien dat er groepen bestaan die bereid en in staat zijn om meer te investeren in het onderwijs dan ze nu doen. Zij zijn bijvoorbeeld bereid om onder bepaalde voorwaarden te betalen voor een hogere kwaliteit of snelheid. 1.2 Adviesvraag: welke instrumenten brengen Nederland als kennisnatie dichterbij? Het advies neemt de Nederlandse onderwijsambities onder de loep en kijkt naar de implicaties van deze ambities. Welke instrumenten brengen Nederland als kennisnatie dichterbij? Nederland als kennisnatie betekent dat studenten uit de hele wereld hier graag naar toe willen komen om te studeren en te werken. Een grote concentratie aan hoogwaardige kennisinstellingen en kennisintensieve bedrijvigheid is daarbij een voorwaarde. Daarbij ligt de nadruk op financiële instrumenten, maar komen ook niet-financiële instrumenten aan bod. De ambitie om tot de Europese top te behoren vraagt niet alleen om extra investeringen, maar ook om innovatieve maatregelen die een effectievere inzet van bestaande middelen mogelijk maken. Daarnaast vraagt de minister om te reflecteren op de verkenning van de kiq en ook de reactie daarop van de AWT mee te nemen. De volledige adviesvragen over investeren en innoveren staan in bijlage 1. Het percentage deelnemers aan particulier onderwijs bedraagt naar schatting minder dan 2% van het totaal in het funderend onderwijs (Waslander & Hopstaken, 2005). In het hoger onderwijs ligt dit percentage met 12% een stuk hoger. Hierbij gaat het in de meeste gevallen om korte en/of deeltijdopleidingen (Onderwijsraad, 2004b). De laatste jaren zijn veel niet-bekostigde scholen gestart (zie bijvoorbeeld Het particulier onderwijs in de lift, 2004). Met name de opkomst van scholen volgens het Iederwijs-concept heeft tot veel kamervragen geleid. In reactie hierop heeft de Inspectie deze scholen beoordeeld. Ook laat de Minister onderzoek doen naar de motieven van ouders die kiezen voor particulier onderwijs (Brief over particulier onderwijs aan de Tweede Kamer, 25 augustus 2005, kenmerk PO/KO/2005/37233). Doelgericht investeren in onderwijs 13

15 1.3 Over dit advies Afbakening Het advies is niet opgebouwd per onderwijssector, maar bestrijkt het hele spectrum van de voor- en vroegschoolse educatie tot en met een leven lang leren. Hoe kunnen de onderwijsambities het beste verwezenlijkt worden en op welke manier zouden daarvoor middelen kunnen worden gemobiliseerd? Bij de aanbevelingen gaan we vervolgens na op welke specifieke sector(en) en activiteiten een bepaalde financieringsvorm zou kunnen worden toegepast. Daarnaast wordt ook beschreven wat de opgave voor innovatie is bij de betreffende ambities. Bij financieringsaspecten kijken we naar de totale geldstromen ongeacht de herkomst. We nemen dus zowel publieke als private geldstromen mee. Het advies kijkt met name naar mogelijke interacties en combinaties van publieke en private geldstromen. Welke interacties en combinaties zijn potentieel interessant voor het bereiken van welke specifieke ambities? Het is uitdrukkelijk niet de bedoeling om een nieuw bekostigingssysteem te ontwerpen. Ook is het niet de bedoeling om een uitputtende beschrijving te geven van bekostigingssystemen in verschillende landen. Het advies zoekt wel naar manieren waarop bestaande publieke en private middelen efficiënter kunnen worden ingezet. Hoe kunnen (extra) publieke en private middelen verdeeld worden in het onderwijs? En: op welke terreinen ligt een nieuwe verdeling het meest voor de hand? Relatie met eerdere adviezen van de raad De raad is in eerdere adviezen al ingegaan op het belang van een doelmatige inzet van middelen in het onderwijs en de mogelijkheden en grenzen van private bijdragen aan de bekostiging van het onderwijs. In de verkenning Bureaucratisering in het onderwijs (2004f) is gewezen op het risico van een ondoelmatige inzet van middelen door voortgaande (bestuurlijke) schaalvergroting. In het advies Publiek en privaat (2001a) geeft de raad aan dat private financiering een mogelijkheid kan zijn, maar dat de overheid garant moet staan voor de basisfinanciering. Zo mogen de verplichte kernactiviteiten in het leerplichtige onderwijs niet afhankelijk gemaakt worden van private inzet. De overheid dient deze basiskwaliteit in elke onderwijssector te garanderen, onder andere via bekostiging en kwaliteitscontrole. Scholen kunnen wel gebruikmaken van private middelen voor incidentele projecten en speciale extra activiteiten, mits zij de inzet van deze middelen kunnen verantwoorden. Uit de verkenning De markt meester? (2001b) blijkt dat positieve effecten van marktwerking niet zonder overheidsbemoeienis (het stellen van randvoorwaarden) tot stand zullen komen. De verkenning reikt thema s aan die nader onderzocht moeten worden om duidelijk te maken om welke randvoorwaarden het gaat. De overheid zou bijvoorbeeld kunnen overwegen een basispakket af te bakenen waarvoor overheidsbemoeienis noodzaak is; voor alles wat daarboven ligt, is deze overheidsbemoeienis niet noodzakelijk. In de adviezen Bekostiging hoger onderwijs (2003a) en Hoger onderwijs: meer kenniswerkers en betere kennisbenutting (2004a) geeft de raad aan ruimte te zien voor een grotere private bijdrage in het hoger onderwijs, met name bij de 14 Onderwijsraad, juni 2006

16 masteropleidingen. Hierbij spreekt de raad ook van de mogelijkheden van collegegelddifferentiatie. In het advies De stand van educatief Nederland (2005a) heeft de raad zich uitgesproken voor meer publieke en private investeringen in het onderwijs. De raad geeft daarbij prioriteit aan investeringen in de leraar en, wat betreft leerlingen en studenten, aan investeringen in zowel de onderkant als de bovenkant van de verschillende onderwijstypes. Bovenstaande aanbevelingen zullen in dit advies meegenomen worden bij de opstelling van een investeringsagenda voor het onderwijs. Aanpak Het advies maakt gebruik van bevindingen uit de internationale economische en onderwijskundige literatuur over de financiering en effecten van onderwijs. Ook zijn enkele deskundigen op het gebied van de financiering van onderwijs geraadpleegd. Helaas ontbreekt het aan systematisch onderzoek naar de effecten van onderwijsinterventies, zodat de bevindingen onvolledig zijn. Dit betekent dat we over sommige onderdelen wel wat kunnen zeggen maar dat op andere terreinen kennis ontbreekt. Dit wijst op de noodzaak van systematisch onderzoek naar de kosteneffectiviteit van onderwijsinterventies en de opbouw van evidence-based education. Daarnaast is er een casusstudie uitgezet bij het IOO (Instituut voor Onderzoek van Overheidsuitgaven). Het doel van deze studie was het identificeren van verschillende mogelijke financieringsinstrumenten die in het buitenland worden toegepast, en het doordenken van de eventuele toepasbaarheid op de Nederlandse situatie. Dit heeft geresulteerd in het rapport Financieringsmogelijkheden in het onderwijs. 8 Deze studie beschrijft veertien instellingen voor middelbaar en hoger beroepsonderwijs en wetenschappelijk onderwijs in het buitenland, die een relatief hoog aandeel private financiering kennen. Elke instelling is vergeleken met een Nederlandse instelling van een vergelijkbare omvang en met een vergelijkbaar onderwijsaanbod. Opbouw Hoofdstuk 2 stelt de ambities centraal vanuit de doelen die het kabinet zich in het kader van de Lissabon-doelstellingen heeft gesteld. De raad adviseert hierin prioriteit te geven aan acht onderwijsambities. In hoofdstuk 3 bekijken we welke onderwijsinterventies ingezet kunnen worden om deze ambities te bereiken en wat bekend is over de effectiviteit van deze interventies. Hoofdstuk 4 beschrijft de huidige inzet van publieke en private middelen in het onderwijs om vervolgens te bekijken welke verschuivingen daarbij denkbaar zijn. Hoofdstuk 5 beschrijft welke instrumenten kansrijk zijn om de acht onderwijsambities mee te financieren. Hoofdstuk 6, ten slotte, bekijkt de mogelijkheden voor publiek-private financieringscombinaties voor het bereiken van de gestelde ambities. Hier vloeit een investeringsagen- Instituut voor Onderzoek van Overheidsuitgaven, Doelgericht investeren in onderwijs 15

17 da voor het onderwijs uit voort, waarbij ook aandacht besteed wordt aan de gewenste innovaties op de gestelde ambities. Dit advies verschijnt zowel in boekvorm als in de vorm van een cd. De bijlagen 2 tot en met 5 zijn niet opgenomen in het boek, maar staan wel in de versie die op cd verschijnt. 16 Onderwijsraad, juni 2006

18 2 Ambities voor Nederland als kennisnatie: waar moet OCW op inzetten? Acht ambities vormen volgens de raad de basis voor toekomstig onderwijsbeleid: gezins- en kindvriendelijke voorzieningen stimuleren, achterstanden voorkomen, de functie van de leraar versterken, alle talenten benutten, internationalisering integreren in het onderwijs, het verstevigen van de culturele taak van het onderwijs, een leven lang leren bevorderen en de onderwijsinfrastructuur opwaarderen. Dit hoofdstuk beschrijft hoe de raad tot deze keuze gekomen is. 2.1 Nederlandse onderwijsambities afgeleid van Europees streven In de discussie over de toekomst van het Nederlands onderwijs en het verbeteren van de kwaliteit worden vele ranglijsten genoemd waarop wij nummer één willen zijn. De Onderwijsraad vindt het belangrijk om prioriteiten aan te brengen in deze stapel ranglijsten en aan te geven waarop onderwijsbeleid en onderwijsinstellingen daadwerkelijk moeten inzetten. Lissabon-doelstellingen De EU (Europese Unie) heeft in 2000 in Lissabon een ambitieuze agenda vastgesteld (zie ook bijlage 2). Europa moet de meest concurrerende en dynamische kenniseconomie ter wereld worden. Het uitgangspunt is dat de kenniseconomie bijdraagt aan duurzame groei, meer werkgelegenheid en een hechtere sociale cohesie. Onderwijs draagt bij aan deze sterke nationale en internationale kenniseconomie. De Europese Raad nodigde de onderwijsministers uit in te stemmen met concrete doelstellingen voor onderwijsen opleidingsstelsels. De Raad stelde vervolgens drie strategische doelstellingen voor onderwijs vast: het bereiken van hogere kwaliteit en grotere effectiviteit van de onderwijs- en opleidingsstelsels in de EU; het bereiken van grotere toegankelijkheid van de onderwijs- en opleidingsstelsels; en het binnenhalen van de wereld in de onderwijs- en opleidingsstelsels. Tijdens een volgende ronde in Barcelona in 2002 zijn deze drie doelstellingen nader uitgewerkt in een gedetailleerd werkplan met dertien subdoelstellingen. Per doelstelling is een werkgroep opgezet die indicatoren ontwikkelt om de vooruitgang te kunnen meten. Deze kwaliteitsindicatoren vormen de bouwstenen voor de jaarlijkse vergelijkende rapporten. In 2004 heeft een High Level Group onder leiding van Wim Kok aangegeven dat forse extra inspanningen nodig zijn om van de Lissabon-strategie een succes te maken. 9 High Level Group, Doelgericht investeren in onderwijs 17

19 Vijf richtpunten De Europese Commissie stelde vijf richtpunten voor onderwijs voor om de voortgang van de afzonderlijke lidstaten te meten. Deze richtpunten zijn gerelateerd aan de best presterende EU-landen op een bepaalde indicator. De Europese Raad stelde de richtpunten in 2003 als volgt vast: in 2010 is in de EU het gemiddelde percentage van vroegtijdige schoolverlaters niet meer dan 10%; het aantal afgestudeerden in wiskunde, exacte vakken en technologie is in de EU in 2010 met ten minste 15% gestegen. Ook is er meer evenwicht tussen mannen en vrouwen; in 2010 heeft ten minste 85% van de 22-jarigen in de EU het hoger secundair onderwijs afgerond; in 2010 is in de EU het percentage 15-jarigen die slecht lezen met ten minste 20% gedaald ten opzichte van 2000; en in 2010 bedraagt de gemiddelde deelname aan levenslang leren in de EU ten minste 12,5% van de volwassen beroepsbevolking (25- tot 64-jarigen). De toenmalige Nederlandse minister van Onderwijs heeft deze richtlijnen in 2003 toegespitst op de Nederlandse situatie in het Actieplan EU-benchmarks Onderwijs. Wat daarin opvalt is dat de minister inhoudelijk nauw aansluit bij de vijf richtpunten en soms zelfs de lat een stukje hoger legt. Reactie Onderwijsraad op Europese richtpunten In het advies Europese richtpunten voor het Nederlandse onderwijs (2003c) heeft de raad voor elk Europees richtpunt aangegeven op welke terreinen nadere aandacht of intensivering van nationaal beleid gewenst is. Ten eerste zijn verbeteringen nodig als het gaat om het realiseren van een sluitende aanpak van melding, registratie en doorverwijzing van voortijdige schoolverlaters die niet meer leerplichtig zijn. Ook kan het risico van voortijdig schoolverlaten preventief aangepakt worden met meer voor- en vroegschoolse educatie. Ten tweede zouden, om het aantal afgestudeerden in bèta en techniek te verhogen, het beleid en de praktijk in belangrijke mate verbeterd moeten worden. Dit kan volgens de raad onder andere door het verstevigen van de banden tussen onderwijs en bedrijfsleven, het vergroten van de aantrekkelijkheid van bèta-studies en het verbeteren van het imago van exacte vakken, onder andere door leerlingen attent te maken op de maatschappelijke relevantie van deze vakken. Ten derde zijn verbeteringen mogelijk als het gaat om het omhoog brengen van het percentage leerlingen met ten minste hoger secundair onderwijs. Met name de doorstroom binnen het mbo van niveau 1 en 2 naar niveau 3 en 4 verdient de aandacht. Ten vierde: Nederland heeft een relatief goede positie binnen Europa als het gaat om de taal- en leesprestaties van vijftienjarigen, gelet op de scores binnen het PISA (Programme for International Student Assessment). Echter, deze positie wordt bedreigd door de geringe animo voor het lerarenberoep en de daardoor verwachte tekorten. Beleid gericht op bestrijding van deze tekorten is daarom nodig. Binnenkort zal de Onderwijsraad in een ander advies ingaan op mogelijkheden om meer docenten te werven en te behouden. 18 Onderwijsraad, juni 2006

20 Ten vijfde doet Nederland het twee keer zo goed als het Europese gemiddelde op het terrein van een leven lang leren. Echter, het motiveren van kwetsbare groepen die ook gebaat zijn bij een leven lang leren is moeilijk. Het is van belang dat werkenden en werkgevers geprikkeld worden te investeren in scholing en personeelsbeleid. Tot slot heeft de raad voorgesteld om als zesde richtpunt te kijken naar het niveau van de basisvaardigheden van de Nederlandse beroepsbevolking. In dit advies bouwt de raad hierop voort door het formuleren van acht ambities voor het onderwijsbeleid in het komende decennium: gezins- en kindvriendelijke voorzieningen stimuleren, achterstanden voorkomen, de functie van de leraar versterken, alle talenten benutten, internationalisering integreren in het onderwijs, het verstevigen van de cultureel-pedagogische taak van het onderwijs, een leven lang leren bevorderen en de onderwijsinfrastructuur opwaarderen. 2.2 Kennisinvesteringsquote is geen doel op zich In het kader van het Lissabon-akkoord is ook afgesproken dat lidstaten streven naar een forse jaarlijkse groei van de investeringen in menselijk kapitaal. Voor de nagestreefde verhoging van de onderwijsuitgaven als percentage van het bbp (bruto binnenlands product) is echter geen concrete doelstelling vastgelegd. 10 In dit verband is het relevant dat het kabinet onlangs een verkenning heeft uitgevoerd naar de kennisinvesteringsquote (KIQ) en de prestaties van de kenniseconomie op hoofdlijnen. 11 Doel van deze verkenning is om te bezien hoe het staat met de Nederlandse investeringen in kennis en de effecten daarvan op de kenniseconomie, en in hoeverre de KIQ daarbij kan dienen als een nuttige indicator voor het beleid. Hoewel de KIQ een beeld geeft van de kennisinvesteringen ten opzichte van andere landen, gaat het volgens het kabinet uiteindelijk om het rendement en de resultaten van deze investeringen. In dat licht zijn de prestaties van het Nederlandse onderwijssysteem goed te noemen. Wel bestaan er zorgen over het relatief hoge aantal voortijdige schoolverlaters, de duur van de onderwijsdeelname, het gemiddelde opleidingsniveau en het geringe aantal bèta s. Conclusie van het kabinet is dat de KIQ onderdeel kan zijn van een bredere analyse van investeringen in onderwijs en onderzoek. Aanvullende instrumenten zijn echter noodzakelijk om zicht te krijgen op het rendement en de effecten van deze investeringen. Om de kennis over de resultaten van het onderwijs- en onderzoeksbeleid te vergroten, stelt het kabinet met het oog op de volgende kabinetsperiode een onderzoeksagenda Kennis en Innovatie voor. Deze agenda moet in overleg met onderzoeksinstellingen, het Innovatieplatform en andere belanghebbenden worden opgesteld. Mogelijke onderwerpen daarbij zijn nader onderzoek naar de maatschappelijke effecten van onderwijs en naar de mogelijkheden om in de toekomst een groter deel van het FES (Fonds Economische Structuurversterking) te benutten voor kennisinvesteringen. De AWT (Adviesraad voor het Wetenschaps- en Technologiebeleid) heeft in een 10 Voor O&O en innovatie is wel een streefcijfer van 3% van het bbp afgesproken. 11 Ministerie van EZ & Ministerie van OCW, Doelgericht investeren in onderwijs 19

Voortgangsrapportage Onderwijs en Opleiding 2010 Beschrijving prestaties Nederland en andere lidstaten op EU benchmarks

Voortgangsrapportage Onderwijs en Opleiding 2010 Beschrijving prestaties Nederland en andere lidstaten op EU benchmarks ANNEX Voortgangsrapportage Onderwijs en Opleiding 21 Beschrijving prestaties Nederland en andere lidstaten op EU benchmarks 1. Deelname voor- en vroegschoolse educatie (VVE) De Nederlandse waarde voor

Nadere informatie

Talent in eigen hand. De positie van jonge wetenschappers in Nederland. december 2006

Talent in eigen hand. De positie van jonge wetenschappers in Nederland. december 2006 Talent in eigen hand De positie van jonge wetenschappers in Nederland december 2006 Statement Talent in eigen hand: De positie van jonge wetenschappers in Nederland Talent heeft de toekomst. In het akkoord

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2011 2012 33 000 VIII Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2012 Nr. 229 BRIEF

Nadere informatie

Voorstel voor een aanbeveling van de Raad inzake beleid ter bestrijding van voortijdig schoolverlaten

Voorstel voor een aanbeveling van de Raad inzake beleid ter bestrijding van voortijdig schoolverlaten Fiche 2: Mededeling voortijdig schoolverlaten aanpakken 1. Algemene gegevens Titel voorstel Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en

Nadere informatie

Datum 09 september 2014 Betreft Aanbieding OESO-rapport Education at a Glance 2014 Onze referentie 659029

Datum 09 september 2014 Betreft Aanbieding OESO-rapport Education at a Glance 2014 Onze referentie 659029 >Retouradres Postbus 16375 2500 BJ Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag.. Kennis IPC 5200 Rijnstraat 50 Den Haag Postbus 16375 2500 BJ Den Haag

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2007 2008 31 200 VIII Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2008 Nr. 183 BRIEF

Nadere informatie

Datum Betreft Bestuursakkoord PO-Raad-OCW 2012-2015. Geacht schoolbestuur,

Datum Betreft Bestuursakkoord PO-Raad-OCW 2012-2015. Geacht schoolbestuur, a 1 > Retouradres Postbus 16375 2500 BJ Den Haag Rijnstraat 50 Den Haag Postbus 16375 2500 BJ Den Haag www.rijksoverheid.nl Onze referentie 349195 Datum Betreft Bestuursakkoord PO-Raad-OCW 2012-2015 Geacht

Nadere informatie

Hoofdlijnenakkoord voor het inrichten van een Regionaal Arrangement Beroepsonderwijs Amsterdam

Hoofdlijnenakkoord voor het inrichten van een Regionaal Arrangement Beroepsonderwijs Amsterdam Afdeling Onderwijs, Jeugd en Educatie Team Onderwijs VO Hoofdlijnenakkoord voor het inrichten van een Regionaal Arrangement Beroepsonderwijs Amsterdam Betrokken partijen: De instellingen voor Beroepsonderwijs

Nadere informatie

Aandacht voor jouw ambitie!

Aandacht voor jouw ambitie! Aandacht voor jouw ambitie! ROC Rivor is hét opleidingscentrum van regio Rivierenland. Wij bieden een breed scala aan opleidingen, cursussen en trainingen voor jongeren en volwassenen. Toch zijn we een

Nadere informatie

Samenvatting. Achtergrond en adviesvraag. Wie is de kenniswerker? Innovatieve vaardigheden zijn hèt onderscheidende kenmerk

Samenvatting. Achtergrond en adviesvraag. Wie is de kenniswerker? Innovatieve vaardigheden zijn hèt onderscheidende kenmerk Samenvatting Achtergrond en adviesvraag De vraag naar kenniswerkers groeit wereldwijd sterker dan ooit. Kenniswerkers zijn de hoeksteen van de samenleving geworden, en zijn in toenemende mate bepalend

Nadere informatie

Als je te weinig van een kind verwacht, komt er niet uit wat er in zit. Onderwijsminister Marja van Bijsterveldt INTERVIEW

Als je te weinig van een kind verwacht, komt er niet uit wat er in zit. Onderwijsminister Marja van Bijsterveldt INTERVIEW INTERVIEW Auteur: René Leverink Fotografie: Rijksoverheid Onlangs hebben minister Van Bijsterveldt en staatssecretaris Zijlstra van OCW drie actieplannen gelanceerd, gericht op een ambitieuze leercultuur

Nadere informatie

Beantwoording vragen Tweede Kamer bij rapport Financiering onderwijs vernieuwingen voortgezet onderwijs 1990-2007 (30 november 2007)

Beantwoording vragen Tweede Kamer bij rapport Financiering onderwijs vernieuwingen voortgezet onderwijs 1990-2007 (30 november 2007) Algemene Rekenkamer Lange Voorhout 8 Postbus 20015 2500 EA Den Haag T 070-3424344 BEZORGEN F 070-3424130 De Voorzitter van de Tweede Kamer E voorljchting@rekenkamer.ni der Staten-Generaal w www.rekenkamer.ni

Nadere informatie

EXAMENBESLUIT HAVO/VWO

EXAMENBESLUIT HAVO/VWO EXAMENBESLUIT HAVO/VWO De Onderwijsraad is een onafhankelijk adviescollege, ingesteld bij wet van 15 mei 1997 (de Wet op de Onderwijsraad). De Raad adviseert, gevraagd en ongevraagd, over hoofdlijnen van

Nadere informatie

Financiële bijlage D66-verkiezingsprogramma

Financiële bijlage D66-verkiezingsprogramma Financiële bijlage D66-verkiezingsprogramma D66 staat garant voor een solide financieel beleid, dat ruimte biedt voor investeringen in de kwaliteit van de samenleving en economische dynamiek. Het verkiezingsprogramma

Nadere informatie

Datum 23 mei 2011 Betreft Aanbieding Actieplannen Primair Onderwijs, Voortgezet Onderwijs en Leraren

Datum 23 mei 2011 Betreft Aanbieding Actieplannen Primair Onderwijs, Voortgezet Onderwijs en Leraren a 1 > Retouradres Postbus 16375 2500 BJ Den Haag De voorzitter van de Tweede Kamer Postbus 20018 2500 EA Den Haag Rijnstraat 50 Den Haag Postbus 16375 2500 BJ Den Haag www.rijksoverheid.nl Contactpersoon

Nadere informatie

Ter attentie van de leden van de Vaste Kamercommissie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

Ter attentie van de leden van de Vaste Kamercommissie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap De Kinderombudsman Visie op het verlengen van de kwalificatieplicht tot 21 jaar 7 september 2015 Ter attentie van de leden van de Vaste Kamercommissie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Aanleiding De

Nadere informatie

./. Hierbij zend ik u de antwoorden op de vragen van het lid Bussemaker (PvdA) over de arbeidsproductiviteit van oudere werknemers.

./. Hierbij zend ik u de antwoorden op de vragen van het lid Bussemaker (PvdA) over de arbeidsproductiviteit van oudere werknemers. Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1a 2513 AA s-gravenhage Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4 Telefoon

Nadere informatie

Onderwijsraad, Den Haag, juli 2009. De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag

Onderwijsraad, Den Haag, juli 2009. De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag a 1 > Retouradres Postbus 90801 2509 LV Den Haag De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag Directie Leren en Werken Anna van Hannoverstraat 4 Den Haag Postbus

Nadere informatie

Er blijft gezondheidswinst liggen doordat vaccins onvoldoende benut worden

Er blijft gezondheidswinst liggen doordat vaccins onvoldoende benut worden Samenvatting Er blijft gezondheidswinst liggen doordat vaccins onvoldoende benut worden Nieuwe biotechnologische methoden, met name DNA-technieken, hebben de vaccinontwikkeling verbeterd en versneld. Met

Nadere informatie

Datum 16 september 2009 Betreft Advies scenario's open bestel. Geachte heer De Vijlder,

Datum 16 september 2009 Betreft Advies scenario's open bestel. Geachte heer De Vijlder, a 1 > Retouradres Postbus 16375 2500 BJ Den Haag Commissie experimenten open bestel hoger onderwijs t.a.v. dr. F.J. de Vijlder, voorzitter Hogeschool van Arnhem en Nijmegen postbus 30011 6503 HN NIJMEGEN

Nadere informatie

Samen. stevige. ambities. werken aan. www.schoolaanzet.nl

Samen. stevige. ambities. werken aan. www.schoolaanzet.nl Samen werken aan stevige ambities www.schoolaanzet.nl School aan Zet biedt ons kennis en inspiratie > bestuurder primair onderwijs Maak kennis met School aan Zet School aan Zet is de verbinding tussen

Nadere informatie

Onderwijs. Hoofdstuk 10. 10.1 Inleiding

Onderwijs. Hoofdstuk 10. 10.1 Inleiding Hoofdstuk 10 Onderwijs 10.1 Inleiding Leiden kennisstad heeft een hoog opgeleide bevolking en herbergt binnen haar grenzen veel onderwijsinstellingen. In dit hoofdstuk gaat het zowel om de opleiding die

Nadere informatie

Aanpak arbeidsmarkt Zuidoost-Nederland 2016-2020. Illustratie regionaal arbeidsmarkt dashboard. Inleiding

Aanpak arbeidsmarkt Zuidoost-Nederland 2016-2020. Illustratie regionaal arbeidsmarkt dashboard. Inleiding Aanpak arbeidsmarkt Zuidoost-Nederland 2016-2020 Illustratie regionaal arbeidsmarkt dashboard. Inleiding Wil Zuidoost-Nederland als top innovatie regio in de wereld meetellen, dan zal er voldoende en goed

Nadere informatie

Leeftijdbewust personeelsbeleid De business case

Leeftijdbewust personeelsbeleid De business case Leeftijdbewust personeelsbeleid De business case Inleiding Binnen de sector ziekenhuizen is leeftijdsbewust personeelsbeleid een relevant thema. De studie RegioMarge 2006, De arbeidsmarkt van verpleegkundigen,

Nadere informatie

Aan de slag met duurzame inzetbaarheid 3 november 2015

Aan de slag met duurzame inzetbaarheid 3 november 2015 Duurzame inzetbaarheid uitgangspunt personeelsbeleid Het voorstel is duurzame inzetbaarheid centraal te stellen in het personeelsbeleid om medewerkers van alle levensfasen optimaal inzetbaar te houden

Nadere informatie

Leeftijdbewust personeelsbeleid Ingrediënten voor een plan van aanpak

Leeftijdbewust personeelsbeleid Ingrediënten voor een plan van aanpak Leeftijdbewust personeelsbeleid Ingrediënten voor een plan van aanpak Inhoud Inleiding 3 Stap 1 De noodzaak vaststellen 4 Stap 2 De business case 5 Stap 3 Probleemverdieping 6 Stap 4 Actieplan 8 Stap 5

Nadere informatie

Verbeteren van de slechte schoolresultaten voor wiskunde en wetenschap blijft uitdaging voor Europa

Verbeteren van de slechte schoolresultaten voor wiskunde en wetenschap blijft uitdaging voor Europa EUROPESE COMMISSIE - PERSBERICHT Verbeteren van de slechte schoolresultaten voor wiskunde en wetenschap blijft uitdaging voor Europa Brussel, 16 november 2011 Beleidsmakers moeten scholen beter ondersteunen

Nadere informatie

Landelijke ontwikkeling professionalisering MBO. Myriam Lieskamp beleidsmedewerker CNV Onderwijs Master HRM

Landelijke ontwikkeling professionalisering MBO. Myriam Lieskamp beleidsmedewerker CNV Onderwijs Master HRM Landelijke ontwikkeling professionalisering MBO Myriam Lieskamp beleidsmedewerker CNV Onderwijs Master HRM programma Nederland een kenniseconomie Leven lang leren Wat zijn de actuele ontwikkelingen? Wat

Nadere informatie

Topsectoren. Hoe & Waarom

Topsectoren. Hoe & Waarom Topsectoren Hoe & Waarom 1 Index Waarom de topsectorenaanpak? 3 Wat is het internationale belang? 4 Hoe werken de topsectoren samen? 5 Wat is de rol voor het MKB in de topsectoren? 6 Wat is de rol van

Nadere informatie

Nieuw krachtenveld rond de Hogeschool Inleiding Werkconferentie Beroepsonderwijs in de Versnelling Haagse Hogeschool 23 februari 2006

Nieuw krachtenveld rond de Hogeschool Inleiding Werkconferentie Beroepsonderwijs in de Versnelling Haagse Hogeschool 23 februari 2006 Nieuw krachtenveld rond de Hogeschool Inleiding Werkconferentie Beroepsonderwijs in de Versnelling Haagse Hogeschool 23 februari 2006 A.M.L. van Wieringen Inhoudsopgave Naar 50% in de beroepsbevolking

Nadere informatie

BIJDRAGEN VAN HOGESCHOOL LEIDEN AAN HET HOGER ONDERWIJS

BIJDRAGEN VAN HOGESCHOOL LEIDEN AAN HET HOGER ONDERWIJS BIJDRAGEN VAN HOGESCHOOL LEIDEN AAN HET HOGER ONDERWIJS Opening Cursusjaar Hogeschool Leiden 6 september 2006 A.M.L. van Wieringen Inhoudsopgave Positie van het hoger beroepsonderwijs Bijdragen van Hogeschool

Nadere informatie

2011D63989. Inbreng verslag van een schriftelijk overleg

2011D63989. Inbreng verslag van een schriftelijk overleg 2011D63989 Inbreng verslag van een schriftelijk overleg Binnen de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap hebben enkele fracties de behoefte om vragen en opmerkingen voor te leggen over de

Nadere informatie

ONDERWIJS EN BEROEPSOPLEIDING

ONDERWIJS EN BEROEPSOPLEIDING ONDERWIJS EN BEROEPSOPLEIDING In het onderwijs- en beroepsopleidingsbeleid vindt de besluitvorming plaats via de gewone wetgevingsprocedure. Overeenkomstig het subsidiariteitsbeginsel is elke lidstaat

Nadere informatie

Professionele Masters. Uitgangspunten verdere uitbouw aanbod professionele masters

Professionele Masters. Uitgangspunten verdere uitbouw aanbod professionele masters Professionele Masters Uitgangspunten verdere uitbouw aanbod professionele masters Professionele Masters Uitgangspunten verdere uitbouw aanbod professionele masters Inhoud 5 Voorwoord 7 Inleiding 8 Professionele

Nadere informatie

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag.. Datum 3 maart 2014 Betreft Uitwerking Begrotingsafspraken 2014

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag.. Datum 3 maart 2014 Betreft Uitwerking Begrotingsafspraken 2014 >Retouradres Postbus 16375 2500 BJ Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag.. Financieel-Economische Zaken IPC 5350 Rijnstraat 50 Den Haag Postbus 16375

Nadere informatie

Kinderopvang in eigen beheer. Resultaten marktonderzoek

Kinderopvang in eigen beheer. Resultaten marktonderzoek Kinderopvang in eigen beheer Resultaten marktonderzoek Opgesteld door K. Soldaat Kenmerk Resultaten marktonderzoek Datum 26 juli 2011 Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 2 Resultaten algemeen 4 3 Het makelaarsmodel

Nadere informatie

Aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG

Aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG a 1 > Retouradres Postbus 16375 2500 BJ Den Haag Aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Datum: 22 april 2013 Betreft: Beleidsreactie op het advies "De

Nadere informatie

Verkiezingsprogramma D66 Maastricht 2014-2018. Samen Sterker

Verkiezingsprogramma D66 Maastricht 2014-2018. Samen Sterker Samen Sterker Internationalisering > wegnemen barrières grensoverschrijdend vervoer > werken waar je wilt > meer innovatie over de grenzen heen Internationalisering Maastricht is de meest internationale

Nadere informatie

'Maak werk van Vrije tijd in Brabant'

'Maak werk van Vrije tijd in Brabant' 'Maak werk van Vrije tijd in Brabant' OPROEP VANUIT DE VRIJETIJDSSECTOR Opgesteld door: Vrijetijdshuis Brabant, TOP Brabant, Erfgoed Brabant, Leisure Boulevard, NHTV, MKB, BKKC, Stichting Samenwerkende

Nadere informatie

OECD Programme for International Student Assessment PISA-2015

OECD Programme for International Student Assessment PISA-2015 OECD Programme for International Student Assessment PISA-2015 Praktische kennis en vaardigheden van 15-jarigen Wat is PISA PISA (Programme for International Student Assessment) is het internationaal peilingonderzoek

Nadere informatie

Meer kansen door internationaal basisonderwijs

Meer kansen door internationaal basisonderwijs Meer kansen door internationaal basisonderwijs Initiatiefvoorstel D66, VVD en Groenlinks Oktober 2013 Amsterdam is een wereldstad en de meest internationale stad van het land. De haven, het toerisme, de

Nadere informatie

Duurzame inzetbaarheid in de HR praktijk Onderzoeksrapport 2012

Duurzame inzetbaarheid in de HR praktijk Onderzoeksrapport 2012 Duurzame inzetbaarheid in de HR praktijk Onderzoeksrapport 2012 Zicht krijgen op duurzame inzetbaarheid en direct aan de slag met handvatten voor HR-professionals INHOUDSOPGAVE 1. Duurzame inzetbaarheid

Nadere informatie

1. De detailhandel in Nederland

1. De detailhandel in Nederland 1 2 1. De detailhandel in Nederland De detailhandel is een belangrijke economische sector die wordt gekenmerkt door een zeer arbeidsintensief karakter. Er werken ongeveer 750.000 mensen. Het belang voor

Nadere informatie

Personeel op peil. Onderzoek naar de positie van mkb-werknemers

Personeel op peil. Onderzoek naar de positie van mkb-werknemers Personeel op peil Onderzoek naar de positie van mkb-werknemers Personeel op peil, onderzoek naar de positie van mkb-werknemers Personeel op peil Onderzoek naar de positie van mkb-ondernemers MKB-Nederland

Nadere informatie

Toegankelijkheid hoger onderwijs en de rol van studiefinanciering

Toegankelijkheid hoger onderwijs en de rol van studiefinanciering Toegankelijkheid hoger onderwijs en de rol van studiefinanciering Achtergrondnotitie van de HBO-raad n.a.v. ideeën over een leenstelsel Den Haag, 3 september 2012 Inleiding In het recente debat over mogelijk

Nadere informatie

Wat gaan we doen? Colofon. Almeerse Scholen Groep. Koersplan maart 2015

Wat gaan we doen? Colofon. Almeerse Scholen Groep. Koersplan maart 2015 Colofon De uitgebreide versie van het ASG Koersplan 2015-2018 kunt u vinden op www.almeersescholengroep.nl. Dit is een uitgave van de Almeerse Scholen Groep. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd

Nadere informatie

Samenvatting Flanders DC studie Internationalisatie van KMO s

Samenvatting Flanders DC studie Internationalisatie van KMO s Samenvatting Flanders DC studie Internationalisatie van KMO s In een globaliserende economie moeten regio s en ondernemingen internationaal concurreren. Internationalisatie draagt bij tot de economische

Nadere informatie

Wat doen ingenieurs en wat verdienen ze ermee?

Wat doen ingenieurs en wat verdienen ze ermee? 8 Wat doen ingenieurs en wat verdienen ze ermee? 80 8 Wat doen ingenieurs en wat verdienen ze ermee? Arnaud Dupuy en Philip Marey Na hun afstuderen kunnen ingenieurs in verschillende soorten functies aan

Nadere informatie

voorkomt schooluitval en afstand tot de arbeidsmarkt voorkomt jeugdwerkloosheid en uitkeringsafhankelijkheid

voorkomt schooluitval en afstand tot de arbeidsmarkt voorkomt jeugdwerkloosheid en uitkeringsafhankelijkheid voorkomt schooluitval en afstand tot de arbeidsmarkt voorkomt jeugdwerkloosheid en uitkeringsafhankelijkheid biedt jongeren Entreeopleiding- / Startkwalificatie biedt leerwerk-trajecten, stages en baangaranties;

Nadere informatie

EUROPEES PARLEMENT WERKDOCUMENT. Commissie cultuur en onderwijs 7.3.2008

EUROPEES PARLEMENT WERKDOCUMENT. Commissie cultuur en onderwijs 7.3.2008 EUROPEES PARLEMENT 2004 Commissie cultuur en onderwijs 2009 7.3.2008 WERKDOCUMENT inzake het voorstel voor het besluit van het Europees Parlement en de Raad tot invoering van een actieprogramma ter verhoging

Nadere informatie

Personeelsvoorziening van de toekomst

Personeelsvoorziening van de toekomst Personeelsvoorziening van de toekomst een transitienetwerk voor Noordoost-Brabant Food & Feed Noordoost-Brabant Wie doet over tien jaar het werk? Waar staat uw bedrijf over tien jaar? De crisis voorbij,

Nadere informatie

Education at a Glance 2010: OECD Indicators. Education at a Glance 2010: OESO indicatoren. Summary in Dutch. Samenvatting in het Nederlands

Education at a Glance 2010: OECD Indicators. Education at a Glance 2010: OESO indicatoren. Summary in Dutch. Samenvatting in het Nederlands Education at a Glance 2010: OECD Indicators Summary in Dutch Education at a Glance 2010: OESO indicatoren Samenvatting in het Nederlands Binnen de OESO landen zijn overheden op zoek naar beleid om onderwijs

Nadere informatie

Onderwijsagenda. D66 Tilburg. Februari 2014

Onderwijsagenda. D66 Tilburg. Februari 2014 Onderwijsagenda D66 Tilburg Februari 2014 1 Onderwijsagenda voor Tilburg Onderwijs is prioriteit nummer 1. Dat is een heldere keuze. Goed onderwijs is de sleutel voor de ontwikkeling van een kind én van

Nadere informatie

Nederland zakt vier plaatsen op Human Capital Index: vaardigheden en kennis van oudere leeftijdscategorieën blijven onbenut.

Nederland zakt vier plaatsen op Human Capital Index: vaardigheden en kennis van oudere leeftijdscategorieën blijven onbenut. ONDERZOEKSRAPPORT Nederland zakt vier plaatsen op Human Capital Index: vaardigheden en kennis van oudere leeftijdscategorieën blijven onbenut. Introductie In het Human Capital 2015 report dat het World

Nadere informatie

1.4 Factoren die bepalend zijn voor reële convergentie

1.4 Factoren die bepalend zijn voor reële convergentie Productiviteit, concurrentiekracht en economische ontwikkeling Concurrentiekracht wordt vaak beschouwd als een indicatie voor succes of mislukking van economisch beleid. Letterlijk verwijst het begrip

Nadere informatie

Uw brief van. 2 en 5 april 2004

Uw brief van. 2 en 5 april 2004 logoocw De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag Den Haag Ons kenmerk Uw brief van Uw kenmerk 21 april 2004 AP/AOM/2004/17149 2 en 5 april 2004 2030411790 en

Nadere informatie

Onderwijstijd; een middel om kwaliteit te genereren. Els de Ruijter Maartje van den Burg

Onderwijstijd; een middel om kwaliteit te genereren. Els de Ruijter Maartje van den Burg Onderwijstijd; een middel om kwaliteit te genereren Els de Ruijter Maartje van den Burg 1 oktober 2015 Onderwerp workshop 1. Wetgeving per 01-08-2014 2. Toezicht 3. BOT & Beroepspraktijkvorming 4. Afwijken

Nadere informatie

Verslag van de internetconsultatie

Verslag van de internetconsultatie Verslag van de internetconsultatie In de periode van 4 juli tot 8 september is het wetsvoorstel voor internetconsultatie opengesteld. Er zijn iets minder dan veertig reacties binnengekomen, over het algemeen

Nadere informatie

2500EA20018. Leden Vaste Commissie SZW van de Tweede Kamer der Staten-Generaal t.a.v. M. Esmeijer, griffier Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG

2500EA20018. Leden Vaste Commissie SZW van de Tweede Kamer der Staten-Generaal t.a.v. M. Esmeijer, griffier Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Hoofdkantoor Jaarbeursplein 22 Postbus 2875 3500 GW UTRECHT Leden Vaste Commissie SZW van de Tweede Kamer der Staten-Generaal t.a.v. M. Esmeijer, griffier Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG 2500EA20018 Datum

Nadere informatie

INSPECTIE. hetonderwus RAPPORT VAN BEVINDINGEN

INSPECTIE. hetonderwus RAPPORT VAN BEVINDINGEN INSPECTIE RAPPORT VAN BEVINDINGEN School : o.b.s. De Hanwizer Plaats : Vrouwenparochie BRIN-nummer : 18TK Datum uitvoering onderzoek : 10 juni 2008 Datum conceptrapport bevindingen: 19 juni 2008 Datum

Nadere informatie

Overzicht gespreksonderwerpen uit de afgelopen IP-vergaderingen

Overzicht gespreksonderwerpen uit de afgelopen IP-vergaderingen Bijlage 1 Overzicht gespreksonderwerpen uit de afgelopen IP-vergaderingen Vergadering van 7 juli Sociale innovatie Gesproken over sociale innovatie. Er is een eerste gesprek geweest tussen leden van de

Nadere informatie

Quickscan ICT 2012 samenvatting

Quickscan ICT 2012 samenvatting Quickscan ICT 2012 samenvatting Vraag & aanbod personeel in de ICT sector KBB 2012.25 Curaçao, november 2013 Kenniscentrum Beroepsonderwijs Bedrijfsleven Curaçao kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven

Nadere informatie

TOETSINGSKADER INNOVATIEPLANNEN LERARENOPLEIDINGEN HB0 1999-2004

TOETSINGSKADER INNOVATIEPLANNEN LERARENOPLEIDINGEN HB0 1999-2004 TOETSINGSKADER INNOVATIEPLANNEN LERARENOPLEIDINGEN HB0 1999-2004 De Onderwijsraad is een onafhankelijk adviescollege, ingesteld bij wet van 15 mei 1997 (de Wet op de Onderwijsraad). De Raad adviseert,

Nadere informatie

De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG

De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG >Retouradres Postbus 16375 2500 BJ Den Haag De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG.. Voortgezet Onderwijs IPC 2650 Rijnstraat 50 Den Haag Postbus 16375 2500

Nadere informatie

Het creëren van een innovatieklimaat

Het creëren van een innovatieklimaat Het creëren van een innovatieklimaat Bertholt Leeftink Directeur- Generaal Bedrijfsleven & Innovatie Inhoud 1. Waarom bedrijven- en topsectorenbeleid? 2. Verdienvermogen en oplossingen voor maatschappelijke

Nadere informatie

De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA..DEN HAAG

De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA..DEN HAAG >Retouradres Postbus 16375 2500 BJ Den Haag De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA..DEN HAAG Kennis IPC 5200 Rijnstraat 50 Den Haag Postbus 16375 2500 BJ Den Haag www.rijksoverheid.nl

Nadere informatie

-2- Opleiding, opleidingen en onderwijs aan de universiteiten

-2- Opleiding, opleidingen en onderwijs aan de universiteiten Verklaring van Münster omtrent de onderlinge relaties op het gebied van hoger onderwijs, wetenschap en onderzoek tussen Nederland, de Vlaamse Gemeenschap van België, het Groothertogdom Luxemburg, Nederland

Nadere informatie

STRATEGISCH BELEID EFFICIËNT EN ZICHTBAAR NAAR EEN CENTRUM VOOR REVALIDATIE

STRATEGISCH BELEID EFFICIËNT EN ZICHTBAAR NAAR EEN CENTRUM VOOR REVALIDATIE STRATEGISCH BELEID 2013 2014 NAAR EEN EFFICIËNT EN ZICHTBAAR CENTRUM VOOR REVALIDATIE UMCG Centrum voor Revalidatie Strategisch beleidsplan 2013-2014 Vastgesteld op 1 november 2012 Vooraf Met het strategisch

Nadere informatie

Factsheet 1 WAAROM EEN INVESTERINGSPLAN VOOR DE EU?

Factsheet 1 WAAROM EEN INVESTERINGSPLAN VOOR DE EU? Factsheet 1 WAAROM EEN INVESTERINGSPLAN VOOR DE EU? Als gevolg van de wereldwijde economische en financiële crisis heeft de EU met een laag investeringsniveau te kampen. Alleen met gezamenlijke gecoördineerde

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2014 2015 31 524 Beroepsonderwijs en Volwassenen Educatie Nr. 214 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP Aan de Voorzitter van de Tweede

Nadere informatie

De chemie tussen onderwijs en bedrijfsleven; een natuurlijk bondgenootschap

De chemie tussen onderwijs en bedrijfsleven; een natuurlijk bondgenootschap De chemie tussen onderwijs en bedrijfsleven; een natuurlijk bondgenootschap Kwaliteitscentrum Examinering (KCE) Het Kwaliteitscentrum Examinering beoordeelt de kwaliteit van de examens van alle beroepsopleidingen

Nadere informatie

Toespraak staatssecretaris H.A.L. van Hoof bij de opening van de miniconferentie O&O-fondsen op 10 september 14.00u in Den Haag

Toespraak staatssecretaris H.A.L. van Hoof bij de opening van de miniconferentie O&O-fondsen op 10 september 14.00u in Den Haag Toespraak staatssecretaris H.A.L. van Hoof bij de opening van de miniconferentie O&O-fondsen op 10 september 14.00u in Den Haag Welkom, blij dat u er bent. Uit het feit dat u met zovelen bent gekomen maak

Nadere informatie

Aanval op de uitval. perspectief en actie

Aanval op de uitval. perspectief en actie Aanval op de uitval perspectief en actie Fatma wil fysiotherapeut worden. En dat kan ze ook. Maar ze heeft nog een wel een lange leerloopbaan te gaan. Er kan in die leerloopbaan van alles misgaan waardoor

Nadere informatie

Niets is moeilijk voor wie weet hoe het werkt.

Niets is moeilijk voor wie weet hoe het werkt. Kennis in beweging eten werkt Niets is moeilijk voor wie weet hoe het werkt. Weten werkt Partner in praktijkleren en personeelsontwikkeling. Dat wil Kenniscentrum GOC zijn voor alle bedrijven en medewerkers

Nadere informatie

SAMENVATTING. Aanleiding

SAMENVATTING. Aanleiding SAMENVATTING Aanleiding Op verzoek van de staatssecretaris voor primair onderwijs en kinderopvang heeft de Inspectie van het Onderwijs in 2008 de kwaliteit van het basisonderwijs in de drie noordelijke

Nadere informatie

Samen aan de IJssel Inleiding

Samen aan de IJssel Inleiding Samen aan de IJssel Samenwerking tussen de gemeenten Capelle aan den IJssel en Krimpen aan den IJssel, kaders voor een intentieverklaring en voor een onderzoek. Inleiding De Nederlandse gemeenten bevinden

Nadere informatie

Samenvatting. Balans van de topsectoren 2014 5

Samenvatting. Balans van de topsectoren 2014 5 Samenvatting Aanleiding In 2010 kondigde het kabinet Rutte I de topsectorenaanpak aan. Inmiddels is de aanpak een aantal jaren in uitvoering en kan er worden geleerd van de ervaringen tot nu toe. Daarom

Nadere informatie

Via de wijk aan het werk

Via de wijk aan het werk Via de wijk aan het werk Focus op de arbeidsmarkt Naast het erkennen van leerbedrijven is Calibris verantwoordelijk voor ontwikkeling en onderhoud van kwalificaties in de sectoren zorg, welzijn en sport.

Nadere informatie

Deze brochure schetst de onderwijsvisie van onze universiteit op hoofdlijnen. De doelen die horen bij die visie kunnen we alleen samen bereiken.

Deze brochure schetst de onderwijsvisie van onze universiteit op hoofdlijnen. De doelen die horen bij die visie kunnen we alleen samen bereiken. ONDERWIJSVISIE OP HO OFDLIJNEN Geachte collega s, 1 Deze brochure schetst de onderwijsvisie van onze universiteit op hoofdlijnen. De doelen die horen bij die visie kunnen we alleen samen bereiken. We

Nadere informatie

Afgesproken maatregelen

Afgesproken maatregelen logoocw De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag Den Haag Ons kenmerk 4 april 2005 PO/KO/2005/14655 Onderwerp particulier onderwijs Tijdens het vragenuurtje

Nadere informatie

Fact sheet. Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2013

Fact sheet. Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2013 Fact sheet nummer 9 juli 2013 Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2013 Er zijn in Amsterdam bijna 135.000 jongeren in de leeftijd van 15 tot 27 jaar (januari 2013). Veel jongeren volgen een opleiding of

Nadere informatie

Een verkenning van de toekomstige arbeidsmarkt van de overheid

Een verkenning van de toekomstige arbeidsmarkt van de overheid Een verkenning van de toekomstige arbeidsmarkt van de overheid Maikel Volkerink Jules Theeuwes Utrecht, 10 oktober 2012 www.seo.nl - secretariaat@seo.nl - +31 20 525 1630 SEO Economisch Onderzoek Onafhankelijk

Nadere informatie

Samenvatting van de partnerschapsovereenkomst voor Nederland, 2014-2020

Samenvatting van de partnerschapsovereenkomst voor Nederland, 2014-2020 EUROPESE COMMISSIE Samenvatting van de partnerschapsovereenkomst voor Nederland, 2014-2020 Algemene informatie De partnerschapsovereenkomst (PO) van Nederland is het overkoepelende strategische document

Nadere informatie

De motor van de lerende organisatie

De motor van de lerende organisatie De motor van de lerende organisatie Focus op de arbeidsmarkt Naast het erkennen van leerbedrijven is Calibris verantwoordelijk voor ontwikkeling en onderhoud van kwalificaties in de sectoren zorg, welzijn

Nadere informatie

Hoofdlijnen voor het plan van aanpak voor de bestrijding van jeugdwerkloosheid 2013 2014

Hoofdlijnen voor het plan van aanpak voor de bestrijding van jeugdwerkloosheid 2013 2014 Hoofdlijnen voor het plan van aanpak voor de bestrijding van jeugdwerkloosheid 2013 2014 Aanpak jeugdwerkloosheid In een brief van 5 maart jl. hebben de Ministeries van SZW en OCW aangegeven dat zij een

Nadere informatie

solidariteit van jong met oud, of ook omgekeerd?

solidariteit van jong met oud, of ook omgekeerd? Bijdrage prof. dr. Kees Goudswaard / 49 Financiering van de AOW: solidariteit van jong met oud, of ook omgekeerd? Deze vraag staat centraal in de bij drage van bijzonder hoogleraar Sociale zekerheid prof.

Nadere informatie

Tussen de opvang en ontwikkeling van kinderen staan wetten in de weg en praktische bezwaren

Tussen de opvang en ontwikkeling van kinderen staan wetten in de weg en praktische bezwaren Tussen de opvang en ontwikkeling van kinderen staan wetten in de weg en praktische bezwaren Presentatie voor de bijeenkomst Van nul tot twaalf in 2024; De toekomst van de kinderopvang en de relatie met

Nadere informatie

Advies Universiteit van Tilburg

Advies Universiteit van Tilburg Advies Universiteit van Tilburg De Reviewcommissie (hierna commissie) heeft kennisgenomen van het voorstel van de Universiteit van Tilburg (hierna UvT) dat het College van Bestuur met zijn brieven van

Nadere informatie

De oplossing voor duurzame inzetbaarheid van uw personeel. Brochure

De oplossing voor duurzame inzetbaarheid van uw personeel. Brochure Brochure Uw situatie Nederlandse werkgevers zijn ervan overtuigd dat een vergrijzende en ontgroenende arbeidsmarkt leidt tot stijgende personeelskosten [bron: CBS/2013]. De kans dat relatief meer ouderen

Nadere informatie

Subsidieprofiel vestigingsregeling. 1. Probleemanalyse. Welk probleem moet worden opgelost?

Subsidieprofiel vestigingsregeling. 1. Probleemanalyse. Welk probleem moet worden opgelost? Subsidieprofiel vestigingsregeling 1. Probleemanalyse Welk probleem moet worden opgelost? De Friese economie heeft de laatste jaren last gehad van de economische crisis. Ondanks een voorzichtig herstel

Nadere informatie

Regeling aanvullende bekostiging maatschappelijke stage in het voortgezet

Regeling aanvullende bekostiging maatschappelijke stage in het voortgezet Algemeen Verbindend Voorschrift Betreft de onderwijssector(en) Informatie CFI/ICO Voorgezet onderwijs vo 079-3232.444 Regeling aanvullende bekostiging maatschappelijke stage in het voortgezet onderwijs

Nadere informatie

In de tegenaanval; Investeren in mensen en kennis om sneller uit de crisis te komen

In de tegenaanval; Investeren in mensen en kennis om sneller uit de crisis te komen In de tegenaanval; Investeren in mensen en kennis om sneller uit de crisis te komen Het kabinet bezint zich op een pakket van maatregelen ter stimulering van de Nederlandse economie in de huidige cyclus.

Nadere informatie

Examen HAVO. economie. tijdvak 2 woensdag 23 juni 13.30-16.00 uur. Bij dit examen hoort een bijlage.

Examen HAVO. economie. tijdvak 2 woensdag 23 juni 13.30-16.00 uur. Bij dit examen hoort een bijlage. Examen HAVO 2010 tijdvak 2 woensdag 23 juni 13.30-16.00 uur economie tevens oud programma economie 1,2 Bij dit examen hoort een bijlage. Dit examen bestaat uit 27 vragen. Voor dit examen zijn maximaal

Nadere informatie

Een Werkende Arbeidsmarkt

Een Werkende Arbeidsmarkt Een Werkende Arbeidsmarkt Bas ter Weel 16 mei2014 Duurzame inzetbaarheid Doel Langer werken in goede gezondheid Beleid gericht op Binden: Gezondheid als voorwaarde voor deelname Ontbinden: Mobiliteit als

Nadere informatie

Economie en arbeidsmarkt in Noord-Nederland

Economie en arbeidsmarkt in Noord-Nederland Economie en arbeidsmarkt in Noord-Nederland Jan Dirk Gardenier 17 april 2015 Lokale verschillen in leefbaarheid veel gesloten platteland Economie is afhankelijk van ruimtelijke gebiedsontwikkeling en de

Nadere informatie

Brainport Monitor 2010 Samenvatting. Van crisis naar kracht

Brainport Monitor 2010 Samenvatting. Van crisis naar kracht Brainport Monitor 2010 Samenvatting Van crisis naar kracht People De effecten van de crisis laten zien dat de arbeidsmarkt in Brainport conjunctuurgevoelig is. Technology Brainport blijft goed presteren

Nadere informatie

Factsheet. Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2014. Werkloosheid stijgt naar 24% Definities. Nummer 6 juni 2014

Factsheet. Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2014. Werkloosheid stijgt naar 24% Definities. Nummer 6 juni 2014 Nummer 6 juni 2014 Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2014 Factsheet Ondanks eerste tekenen dat de economie weer aantrekt blijft de werkloosheid. Negen procent van de Amsterdamse beroepsbevolking is werkloos

Nadere informatie

Verkiezingsprogramma D66 Maastricht 2014-2018. Samen Sterker

Verkiezingsprogramma D66 Maastricht 2014-2018. Samen Sterker Samen Sterker Werk > flexibelere arbeidsmarkt > verminderen bureaucratie > betere kansen voor startende (jonge) ondernemers Werk Algemeen Op dit moment hebben mensen die langs de kant staan te weinig kans

Nadere informatie

ARBEIDSMARKT. in de Vlaams-Nederlandse Delta 2015-2040. Van knelpunt naar slimme kracht. Dick van der Wouw Joris Meijaard

ARBEIDSMARKT. in de Vlaams-Nederlandse Delta 2015-2040. Van knelpunt naar slimme kracht. Dick van der Wouw Joris Meijaard ARBEIDSMARKT in de Vlaams-Nederlandse Delta 2015-2040 Van knelpunt naar slimme kracht Dick van der Wouw Joris Meijaard Typisch VN Delta Doorvoerhavens en (petro)chemische industrie Goede universiteiten

Nadere informatie