De statistiek per kinderbijslagfonds

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "De statistiek per kinderbijslagfonds"

Transcriptie

1

2

3 De statistiek per kinderbijslagfonds Jaar 2013

4

5 Verantwoordelijke uitgever: Federaal Agentschap voor de Kinderbijslag (FAMIFED) Voor alle inlichtingen kunt u terecht bij: FAMIFED Departement Ondersteuning - Research en Financiën Trierstraat Brussel U kunt op aanvraag extra exemplaren verkrijgen. Uittreksels van dit rapport mogen enkel mits bronvermelding worden overgenomen. Deze studie is louter informatief en mag niet beschouwd worden als een document waaruit bepaalde rechten afgeleid kunnen worden.

6

7 INHOUDSOPGAVE Inleiding Methodologie Algemeen Parameters die in aanmerking genomen worden Overzicht van de bestudeerde parameters Socioprofessionele parameters Grootte volgens het aantal rechthebbenden Grootte van het fonds volgens het aantal rechtgevende kinderen Grootte volgens het aantal aangesloten werkgevers per fonds Aantal aangesloten werkgevers per fonds Aantal bijslagtrekkenden per aangesloten werkgever per kinderbijslagfonds Bewegingen van de werkgevers tussen de fondsen Kinderbijslag volgens sociale categorie per fonds Verdeling van de schaalcategorieën tussen de fondsen Kinderbijslag met compensatie Kinderbijslag zonder compensatie Typologie van de kinderbijslagfondsen op basis van de leeftijd van de rechtgevende kinderen Typologie van de kinderbijslagfondsen volgens gezinsgrootte Typologie van de kinderbijslagfondsen volgens het aantal geboortes Typologie per kinderbijslagfonds volgens de evolutie van de rechtgevende kinderen Algemene evolutie in percentages - alle schalen Evolutie in absolute cijfers - alle schalen Evolutie van de rechtgevende kinderen schaal art. 40 KBW Evolutie van de rechtgevende kinderen - schaal 42bis KBW Evolutie van de rechtgevende kinderen - schaal 50bis KBW Evolutie van de rechtgevende kinderen - schaal 50ter KBW Evolutie van het aandeel van de fondsen en van de RKW in de verhoogde schalen Typologie van de kinderbijslagfondsen volgens de geografische verdeling van de rechtgevende kinderen Algemeen profiel van de fondsen volgens percentage van de rechtgevende kinderen per gewest Percentage van rechtgevende kinderen per fonds in het Vlaams Gewest Percentage van rechtgevende kinderen per fonds in het Waals Gewest Percentage van rechtgevende kinderen per fonds in de Duitstalige Gemeenschap Percentage van rechtgevende kinderen per fonds in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest Aandeel van de rechtgevende kinderen per gewest per schaalcategorie... 52

8 9. Enkele financiële gegevens per kinderbijslagfonds Netto totale kinderbijslag betaald per kinderbijslagfonds Gemiddelde kinderbijslag betaald per kind per fonds Typologie per kinderbijslagfonds: samenvattende tabellen Besluit... 62

9 Inleiding Sinds het ontstaan van de kinderbijslagregeling voor werknemers is het aantal kinderbijslagfondsen gestaag afgenomen. Waren er in 1932 niet minder dan 82 fondsen, dan zijn er dat in 2012 nog 18 (waaronder de NMBS). De laatste fusie dateert van Het hoofddoel van deze studie is het opmaken van een typologie per kinderbijslagfonds aan de hand van een aantal socioprofessionele en demografische parameters (zie schema 2). De primaire gegevens van de analyse komen uit de demografische en geografische statistieken die de fondsen aan FAMIFED bezorgen. Ze betreffen de situatie op 31 december Daarnaast worden ook enkele financiële parameters uit de financiële verklaringen van de fondsen bekeken. De gegevens betreffen uitsluitend de werknemersregeling, in de studie eenvoudig aangeduid als de regeling, vóór de bevoegdheidsoverdracht naar de deelentiteiten. De aangeslotenen van de regeling van de gewaarborgde gezinsbijslag, de regeling van de overheidssector en die van de zelfstandigen komen in deze studie dus niet aan bod. Dit document bevat ook twee bijlagen. De eerste bestaat uit een reeks fiches ( fact sheet ), één per fonds, met 9 grafieken. Zo kan het betrokken fonds met de regeling worden vergeleken. De gekozen parameters betreffen zowel de aangeslotenen op 31 december 2013 als het aspect evolutie. In de tweede bijlage worden de beschikbare cijfers overzichtelijk gegroepeerd. De fondsen worden zoveel mogelijk onderling en met de werknemersregeling vergeleken. Zo kunnen de algemene tendensen, de afwijkende waarden en zelfs de atypische profielen belicht worden. Daar het historische gegevens betreft die op 2013 en de tien voorgaande jaren slaan, wordt in de studie en haar bijlagen de oude benaming van FAMIFED 1 gebruikt, zijnde RKW. 1 De RKW veranderde op 1 juli 2014 in FAMIFED. 1

10 1. Methodologie 1.1. Algemeen Sedert de overname in 2011 van het fonds De Regionale door het fonds ADMB telt de werknemersregeling in 2013 nog 18 betaalinstellingen: 14 vrije kinderbijslagfondsen 2, 2 bijzondere kinderbijslagfondsen 3, de RKW en de NMBS. Die laatste is aangesloten bij de Rijksdienst maar is gemachtigd om zelf de kinderbijslag te betalen aan zijn actieve personeel 4. Het schema 1 op de volgende pagina geeft de lijst met de fondsen op 31/12/2013 en hun afkortingen weer. Voor alle duidelijkheid worden de fondsen voortaan aangeduid met hun naam of hun afkorting, in plaats van met de codes gebruikt in de vorige uitgaven van deze studie. Aan de hand van de tabel kan men zien welke nieuwe en oude benamingen overeenstemmen. Ter herinnering, de afkortingen C, F en C/F staan voor: C (Caisse) fonds dat voornamelijk betaalt in het Waals Gewest (met inbegrip van de Duitstalige Gemeenschap), F (Fonds) fonds dat hoofdzakelijk in het Vlaams Gewest betaalt, C/F (Caisse/ Fonds) fonds dat betaalt in het Vlaams Gewest, het Waals Gewest en voor een groot deel in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. 2 Dit zijn de kinderbijslagfondsen waarbij de werkgevers zich vrij kunnen aansluiten. 3 Die twee fondsen omvatten alle werkgevers van de binnenscheepvaartsector (BK4) en de ladings- en lossingsondernemingen van havens en losplaatsen (BK1) die zich daarbij moeten aansluiten. Het fonds BK1 wordt sinds 2014 door MENSURA beheerd en het fonds BK4 wordt door Groep S beheerd. 4 Vanaf 1/1/2014 worden alle nieuwe aanvragen van de NMBS en vanaf 1/4/2014 worden alle dossiers van de NMBS door FAMIFED beheerd. 2

11 Schema 1: Lijst met de kinderbijslagfondsen op

12 1.2. Parameters die in aanmerking genomen worden Om een typologie op te stellen van de kinderbijslagfondsen wordt elk fonds onderzocht vanuit het oogpunt van diverse socioprofessionele maar ook demografische en geografische parameters (zie schema 2 hieronder). De financiële gegevens worden in een afzonderlijk hoofdstuk behandeld. De resultaten van deze analyse worden vervolgens achteraan de studie samengevat in een synoptische tabel (zie tabel A, p. 59). Schema 2: Typologie per kinderbijslagfonds volgens 8 parameters 4

13 1.3. Overzicht van de bestudeerde parameters Socioprofessionele parameters Grootte van het fonds: Die variabele meet de grootte van het fonds op basis van het aantal rechthebbenden 5, het aantal aangesloten werkgevers en het aantal rechtgevende kinderen op 31 december Op basis van die variabele worden de fondsen gerangschikt in grote, middelgrote of kleine fondsen (zie punt 2.1 voor de concrete verdeling). Zo kunnen de fondsen zich ook situeren in de benchmarking. Kinderbijslagschaal: Die variabele beschouwt het percentage van de rechtgevende kinderen per fonds in de volgende schaalcategorieën: art. 40 KBW (gewone schaal), art. 42bis KBW (toeslag op de kinderbijslag voor langdurig werklozen en gepensioneerden of ex-langdurige werklozen die het werk hervatten en tot 8 kwartalen na de werkhervatting recht hebben op de toeslag), art. 50ter KBW (toeslag op de kinderbijslag voor invaliden en ex-invaliden die het werk hervatten en tot 8 kwartalen na de werkhervatting recht hebben op de toeslag), art. 50bis KBW (verhoogde wezenbijslag) en art. 41 KBW (toeslag voor eenoudergezinnen). De studie analyseert ook de kinderbijslag toegekend op andere basis dan arbeidsprestaties zoals studenten, mindervaliden (rechthebbende of kind) of gevangenen. Die indicator is interessant vanuit het perspectief van de financiering van de regeling, want hij geeft per fonds op voor welk percentage rechtgevende kinderen er kinderbijslag wordt betaald zonder socialezekerheidsbijdragen als compensatie. 5 Kinderbijslagdossiers worden per rechthebbende geopend. 5

14 Demografische parameters Gezinsgroottte: Voor een overzicht van de gezinsgrootte per kinderbijslagfonds berekent men het aantal rechtgevende kinderen per bijslagtrekkende. Zo kan men aantonen in welke mate een fonds vooral kleine of grote gezinnen telt. Leeftijd van de kinderen: Deze variabele geeft de verdeling per leeftijd van de rechtgevende kinderen weer. Hiertoe geeft men voor elk kinderbijslagfonds het percentage rechtgevende kinderen van 18 of ouder weer. Onvoorwaardelijk recht op kinderbijslag wordt immers toegekend aan rechtgevende kinderen tot 31 augustus van het waarin ze 18 worden. Geboortes: Deze variabele geeft de verhouding weer tussen het aantal geboortes en het totale aantal bijslagtrekkenden voor elk fonds. Op basis hiervan kunnen de fondsen gerangschikt worden volgens hun nataliteitspercentage. Evolutie: De evolutie van de fondsen wordt onderzocht op het vlak van de rechtgevende kinderen, zowel alle schalen samen als bij de verschillende schaalcategorieën. De vergelijking wordt gemaakt voor de jaren 2003 tot Geografische parameter Geografische verdeling: Deze parameter geeft voor elk kinderbijslagfonds weer welk percentage rechtgevende kinderen verbonden is aan een bijslagtrekkende van het Vlaams Gewest, het Waals Gewest, 6

15 de Duitstalige Gemeenschap of van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Een tweede analyseniveau geeft tevens het aandeel van elk fonds in elk gewest. De verdeling werd gemaakt op basis van het percentage rechtgevende kinderen per fonds en per gewest 6. (zie grafiek 23). Financiële parameter Gemiddelde kinderbijslag per kind: De financiële parameter geeft het bedrag aan kinderbijslag dat elk fonds in 2013 betaalde. Het betreft de netto-uitgaven die men verkrijgt na aftrek van de onverschuldigde betalingen van de verschuldigde betalingen. Het gemiddelde van de per kind en per gezin betaalde kinderbijslag kan zo op basis van deze gegevens voor elk fonds berekend worden. 6 De geografische verdeling van de rechtgevende kinderen gebeurt volgens het arrondissement waar de rechthebbende gedomicilieerd is. 7

16 2. Socioprofessionele parameters 2.1. Grootte volgens het aantal rechthebbenden Daar de kinderbijslagdossiers worden geopend volgens de rechthebbende werd de vergelijking volgens dat criterium gemaakt. De eerste vaststelling is dat er een groot verschil is in de grootte van de fondsen. Die varieert namelijk van 356 rechthebbenden voor het kleinste (BK4) tot voor het grootste (RKW). Die twee aantallen aangeslotenen maken in relatieve waarde respectievelijk 0,03 % en 12,77 % uit van het totale aantal rechthebbenden. Tussen die twee uitersten bieden de 16 andere fondsen uiteenlopende profielen zoals we kunnen vaststellen in grafiek 1 hierna: Grafiek 1: Aantal rechthebbenden per kinderbijslagfonds situatie op 31 december

17 In schema 3 zijn de fondsen onderverdeeld in drie groepen: kleine fondsen (tot rechthebbenden), middelgrote (van tot rechthebbenden) en grote (vanaf rechthebbenden). Schema 3: Typologie per kinderbijslagfonds op basis van het aantal rechthebbenden Uit de analyse van de effectieven blijkt het volgende: De rangschikking voor 2013 van de fondsen op basis van het aantal rechthebbenden is volledig gelijk aan die van Het gemiddelde aantal is en 10 fondsen hebben een aantal onder dat gemiddelde, dat in vergelijking met 2012 met 0,78 % is gestegen (63.068). De mediaanwaarde is rechthebbenden 7. Er zijn in totaal rechthebbenden. Met een gecumuleerd totaal van rechthebbenden vormen alle 8 kleine fondsen 6,36 % van het totale aantal rechthebbenden, terwijl de rechthebbenden van de 3 middelgrote fondsen 16,03 % van het totaal uitmaken. Die 11 fondsen, ongeveer twee derden van de 18 fondsen, maken dus maar 22,39 % uit van het totaal. De grote fondsen ( rechthebbenden) hebben in 2013 hun relatief gewicht dus lichtjes zien afnemen (van 77,64 % naar 77,61 %). In absolute cijfers kenden ze een gecumuleerde stijging met eenheden, of 0,74 %. De 4 grootste fondsen XERIUS, ACERTA, PARTENA en de RKW alleen nemen bijna de helft van de aangeslotenen voor hun rekening ( aangeslotenen, hetzij 49,95 %). Dit 7 De mediaan is de waarde waarboven en waaronder we een gelijkwaardig aantal fondsen vinden. Er zijn dus negen fondsen met minder aangeslotenen dan de mediaanwaarde en negen met meer aangeslotenen. 9

18 niveau komt ongeveer overeen met dat van 2012 (49,80 %), ook al was er in 2013 een stijging met (+ 1,08 %) voor die vier fondsen. Hoewel het totale aantal rechthebbenden steeg met 0,78 % in 2013, van naar , kenden niet alle fondsen een stijging. Zo ziet men een sterke daling van rechthebbenden bij ATTENTIA (-1,10 %), van rechthebbenden bij HDP (-5,09 %) en van rechthebbenden bij ACERTA (-0,82 %). Bij de stijgingen onderscheiden PARTENA ( , of 2,20 %) en XERIUS ( , of 2,25 %) zich van de andere fondsen Grootte van het fonds volgens het aantal rechtgevende kinderen In punt 2.1 werd de grootte van de fondsen geanalyseerd op basis van het aantal rechthebbenden. In dit punt wordt het criterium van het aantal rechtgevende kinderen gehanteerd. In grafiek 2 op de volgende pagina werden de fondsen in oplopende volgorde gerangschikt volgens het aantal rechtgevende kinderen, terwijl grafiek 3 de stijgende gecumuleerde frequentie 8 weergeeft. Hieruit blijkt het volgende: In tegenstelling tot de vorige jaren verschilt de rangschikking lichtjes van die uit grafiek 1. De RKW, die in 2012 op de derde plaats stond, is immers naar de eerste plaats doorgestoten, vóór PARTENA en ACERTA. Anderzijds zijn sommige fondsen van plaats verwisseld, zoals bij CICAF1 en de NMBS of ADMB en MENSURA. Maar men kan toch zeggen dat de fondsen op gelijkaardige wijze zijn gerangschikt, of men nu naar het aantal rechthebbenden of naar het aantal rechtgevende kinderen kijkt, behalve bij het CICAF 1 en de NMBS die in de twee grafieken van plaats wisselden. Het gemiddelde is kinderen, of 724 meer dan in 2012 (+ 0,64 mediaanwaarde bedraagt %). De 8 De gecumuleerde frequentie wordt berekend door de frequentie van een vaststelling (in dit geval het percentage vertegenwoordigd door een fonds) te voegen bij de som van de frequenties van de vaststellingen (van de fondsen) waarmee al rekening gehouden werd. De rangschikking begint bij de kleinste frequentie en eindigt met de grootste. Bijvoorbeeld: de 9 fondsen die ADMB voorafgaan in de grafiek met een gecumuleerde frequentie van 11,24 % en de toevoeging van het fonds ADMB, met als frequentie 5,11 %, geeft een gecumuleerde frequentie van 16,35 %, enzovoort. Het totaal is altijd 100 %. Op die manier kan men het aantal vaststellingen (van fondsen) bepalen die boven of onder een bepaalde waarde vallen. 10

19 De acht kleinste fondsen tellen tussen 567 et kinderen voor een gecumuleerd totaal van of 6,18 %. De drie middelgrote fondsen betalen voor kinderen, hetzij 15,70 %. Die beide categorieën halen samen een percentage van 21,88 %. Dat is iets minder (- 0,51 %) dan op het vlak van de rechthebbenden. De 7 grootste fondsen vertegenwoordigen dus 78,12 % van de kinderen, hetzij een gecumuleerd totaal van kinderen. In 2012 bedroeg dat aandeel 78,18 %. Net als bij de rechthebbenden nemen de vier grootste fondsen (XERIUS, ACERTA, PARTENA en de RKW) de helft van de kinderen voor hun rekening (50,51 %, hetzij ietsje meer dan de 50,24 % in 2012). Dat aandeel ligt iets hoger dan hun representativiteit op het vlak van de rechthebbenden (49,95 %). Waar het totale aantal rechtgevende kinderen steeg met 0,64 % in 2013, van naar , kenden sommige fondsen echter een daling. De grootste dalingen betreffen de fondsen ACERTA ( , hetzij 1,38 %), Groep S ( , hetzij 1,63 %), ATTENTIA ( , hetzij - 1,16 %) en HDP ( , hetzij - 5,04 %). Wat de stijgingen betreft, onthouden we vooral die van de RKW ( , hetzij 3,31 %), XERIUS ( , hetzij 2,25 %) en ADMB ( , hetzij 3,36 %). Die stijgingen zijn gedeeltelijk het gevolg van een natuurlijke toename van het aantal kinderen. Grafiek 2: Aantal rechtgevende kinderen per kinderbijslagfonds - situatie op 31 december

20 Grafiek 3: Gecumuleerd percentage van het aantal rechtgevende kinderen (fondsen gerangschikt van klein naar groot) - situatie op 31 december 2013 Zoals we kunnen vaststellen in onderstaande schema 4, zijn de percentages voor de rechtgevende kinderen en voor de rechthebbenden min of meer gelijk. Schema 4: Vergelijking tussen het percentage van de rechthebbenden en dat van de rechtgevende kinderen voor de drie categorieën van fondsen 12

21 Daar de percentages voor de rechtgevende kinderen en voor de rechthebbenden tamelijk gelijklopen en de meeste inlichtingen op het gebied van het kind voorhanden zijn (leeftijd, aantal geboortes, rang, enz.) zal deze analyse zich verder op de rechtgevende kinderen per kinderbijslagfonds concentreren. Schema 3 wordt dus aangepast om een verdeling in drie groepen te krijgen, op basis van het aantal rechtgevende kinderen: kleine fondsen (tot kinderen), middelgrote (van tot kinderen) en grote (vanaf rechthebbenden). Schema 5: Typologie per kinderbijslagfonds op basis van het aantal rechtgevende kinderen Dit schema 5 bepaalt de categorisering van de eerste kolom van tabel A, p. 59: "Grootte van het fonds". 13

22 2.3. Grootte volgens het aantal aangesloten werkgevers per fonds Aantal aangesloten werkgevers per fonds Een derde manier om een idee te krijgen van de grootte van een fonds is via het aantal aangeslotenen. Grafiek 4 op de volgende pagina geeft een overzicht van het aantal werkgevers per kinderbijslagfonds. De drie fondsen met het grootste aantal aangeslotenen zijn de RKW (43.274), ACERTA (29.855) en ADMB (25.289): zij vertegenwoordigen respectievelijk 18,22 %, 12,57 % en 10,65 % van het totaal van aangeslotenen. De RKW situeert zich dus ruim voor de andere, en dat zonder een actief aanwervingsbeleid te voeren om werkgevers aan te trekken. Men moet echter weten dat de werkgevers van sommige sectoren van rechtswege worden aangesloten bij de Rijksdienst (bijvoorbeeld de horecasector en de thuisarbeiders), wat ook het geval is met werkgevers die negentig dagen na het begin van hun activiteit niet bij een vrij kinderbijslagfonds zijn aangesloten (art. 34 KBW). Het is interessant op te merken dat de rangschikking van de fondsen op basis van het aantal aangeslotenen niet volledig overeenkomt met die op basis van het aantal rechthebbenden en/of rechtgevende kinderen. De fondsen met het grootste aantal rechthebbenden of rechtgevende kinderen zijn immers niet per se diegene met het grootste aantal aangesloten werkgevers en omgekeerd. Zo staat PARTENA als eerste gerangschikt voor de rechthebbenden, als tweede voor de rechtgevende kinderen, maar slechts als vijfde voor wat de aangesloten werkgevers betreft. De vergelijking van grafiek 4 hierna met grafieken 1 en 2 is op dit vlak veelzeggend. We stellen dan namelijk vast dat de RKW in tegenstelling tot de vorige jaren op de eerste plaats komt qua aantal aangeslotenen, maar ook qua aantal rechthebbenden en rechtgevende kinderen. 14

23 Grafiek 4: Aantal aangeslotenen per kinderbijslagfonds situatie op 31 december

24 Aantal bijslagtrekkenden per aangesloten werkgever per kinderbijslagfonds Op 31 december 2013 telden alle fondsen gemiddeld 4,99 bijslagtrekkenden per aangeslotene. Grafiek 5 toont duidelijk de grote variaties in het aantal bijslagtrekkenden per aangeslotene op het vlak van de fondsen. Het aantal bijslagtrekkenden per aangeslotene wordt niet alleen bepaald door het aantal aangeslotenen van het fonds, maar ook door de grootte van de werkgevers die bij een fonds zijn aangesloten. Die grootte hangt echter vaak af van de sector waarin de aangeslotene actief is. Het beperkte aantal bijslagtrekkenden per aangeslotene voor de RKW (3,51) kan verklaard worden door het feit dat de horecasector (die vooral kleine werkgevers telt) verplicht is zich aan te sluiten bij de RKW (op 31/12/2013 behoorde 10,37 % van de kinderen die door de RKW werden betaald tot die bedrijfstak). Het fonds BK 4 (2,33 bijslagtrekkenden per aangeslotene) vormt een ander bijzonder geval omdat zijn doelgroep (de binnenscheepvaartondernemingen) voornamelijk bestaat uit werkgevers die een beperkt aantal personen tewerkstellen. Andere fondsen kennen de omgekeerde situatie, zoals het fonds BK 1 (30,01 bijslagtrekkenden per aangeslotene) waarbij de Antwerpse havenbedrijven zijn aangesloten, die zelden van kleine omvang zijn. Grafiek 5: Gemiddeld aantal bijslagtrekkenden per aangesloten werkgever per fonds - situatie op 31 december

25 Bewegingen van de werkgevers tussen de fondsen Op basis van de statistiek van de aangesloten werkgevers kunnen ook de bewegingen van de aangeslotenen tussen de verschillende fondsen geanalyseerd worden. Grafieken 6 A en B tonen aan dat de kleine fondsen zeer weinig werkgevers aantrekken en niet veel werkgevers van andere fondsen overnemen 9. Wat het netto aantal bewegingen van aansluitingen betreft 10, komt de RKW met voorsprong op de eerste plaats. In 2013 sloten zich werkgevers al of niet van ambtswege bij de RKW aan. Het ging daarbij om nieuwe werkgevers en 13 die van een ander fonds overkwamen. Anderzijds hebben werkgevers de RKW verlaten, waaronder die niet langer verzekeringsplichtig waren en 712 die ontslag genomen hebben om zich bij een ander fonds aan te sluiten. Het aantal werkgevers dat niet meer onderworpen was bij de RKW steeg met 7,95 % in vergelijking met Een evolutie die misschien kan verklaard worden door het gestegen aantal faillissementen (+ 10,89 %) in 2013 in vergelijking met De horecasector, die ambtshalve aangesloten is bij de RKW, was immers een van de sectoren met het hoogste aantal faillissementen (stijging met 9,65 % voor die sector). 9 Dit zou het gevolg kunnen zijn van de activiteitssector van de werknemers, die zeer specifiek kan zijn zoals voor de fondsen BK 1 en BK 4 (binnenscheepvaart, dokwerkers), maar het zou ook verband kunnen houden met de zeer beperkte geografische zone zoals bij het fonds FZK, dat hoofdzakelijk actief is in de Duitstalige Gemeenschap. 10 De netto beweging is het resultaat van de som van de nieuwe werkgevers plus de werkgevers die ontslag nemen, min de uittredende werkgevers. 11 Volgens de FOD Economie waren er in faillissementen in België, tegenover in

26 Grafieken 6 A: Nieuwe aangeslotenen tussen 31 december 2012 en 31 december 2013 Grafieken 6 B: Uittredende aangeslotenen tussen 31 december 2012 en 31 december

27 We stippen ten slotte aan dat in 2013 de gehele regeling nieuwe aangeslotenen registreerde ( in 2012) en dat werkgevers ( in 2012) ontslag namen, wat een negatief resultaat biedt van aangeslotenen (2.776 in 2012). Het aantal mutaties van het ene fonds naar het andere bedroeg (3.211 in 2012). 19

28 3. Kinderbijslag volgens sociale categorie per fonds In dit deel wordt een typologie per fonds bepaald op basis van het aandeel van de verschillende door elk van hen betaalde schalen. Sommige fondsen worden immers gekenmerkt door een hoog percentage kinderen van werklozen (bijvoorbeeld de RKW), terwijl andere fondsen eerder een hoog percentage kinderen in de gewone schaal hebben (bijvoorbeeld ACERTA). In schema 6 staat een overzicht van de vijf schaalcategorieën 12. Schema 6: Overzicht van de schaalcategorieën In deze analyse is de gewone schaal samengesteld uit kinderen die geen sociale toeslag ontvangen voor eenoudergezinnen, werklozen, gepensioneerden, invaliden of wezen bovenop de gewone schaal. Deze kinderen kunnen echter recht geven op een toeslag als ze gehandicapt zijn. Schaal 41 KBW is van toepassing op kinderen van alleenstaande ouders die de toeslag voor eenoudergezinnen ontvangen 13 bovenop de gewone schaal. Kinderen die worden opgevoed in een eenoudergezin maar die al recht hebben op een toeslag voor invaliden (art. 50ter KBW) of een toeslag voor langdurig werklozen of gepensioneerden (art. 42bis KBW) ontvangen de 12 De voorwaarden voor de "eenoudergezinnen" en sociale toeslagen en de verhoogde wezenkinderbijslag vind je op de website van FAMIFED: 13 Voor de schalen art. 40 KBW maken deze statistieken geen onderscheid tussen de twee groepen; de kinderen van de schaal art. 41 KBW. Dat geldt ook voor de tabellen in de bijlage van die statistiek per kinderbijslagfonds. 20

29 eenoudertoeslag pas vanaf de derde rang en hun bestanden zijn opgenomen in de totalen van schalen art. 50ter KBW en art. 42bis KBW. Schaal art. 42bis KBW betreft langdurig werklozen, gepensioneerden en werkhervatters die nog maximum acht kwartalen recht hebben op een sociale toeslag. Schaal art. 50ter KBW heeft betrekking op invaliden en langdurig zieken die recht hebben op de sociale toeslag en op werkhervatters die voordien invalide of langdurig ziek waren. De laatste categorie is die van de wezen die recht hebben op wezenbijslag tegen de schaal 50bis KBW, die deze toeslag ontvangen op voorwaarde dat de overlevende ouder niet is hertrouwd of geen feitelijk gezin heeft gevormd. Sommige fondsen hebben een hoger percentage rechtgevende kinderen in de gewone schaal dan het gemiddelde, terwijl andere meer rechtgevende kinderen tellen in de schaal art. 42bis KBW dan het gemiddelde. Voor gedetailleerde grafieken per fonds zie de fact sheets in bijlage 1. Punt 3.1. is toegespitst op de verdeling van de verschillende kinderbijslagschalen, punt 3.2. op de kinderbijslag met compensatie op basis van de categorie arbeidsprestaties en punt 3.3. op dekinderbijslag zonder compensatie Verdeling van de schaalcategorieën tussen de fondsen Grafiek 7 op pagina 22 geeft een overzicht van het aandeel rechtgevende kinderen van alle fondsen in de verschillende schaalcategorieën en in de gehele werknemersregeling. We stellen vast dat het aandeel van elk fonds in de gehele regeling niet noodzakelijk representatief is voor het relatief deel in elke schaalcategorie. Bepaalde fondsen hebben atypische profielen. Dat is het geval voor de RKW, die 12,85 % van de rechtgevende kinderen van de volledige regeling vertegenwoordigt (alle schalen samen), maar meer dan het dubbele in de verhoogde schalen art. 50ter KBW (31,44 %) en art. 42bis KBW (28,91 %). Hij heeft ook een groot aandeel in art. 50bis KBW (19, 56 %) en art. 41 KBW (15,60 %). De RKW heeft dan ook een veel kleiner aandeel in de gewone schaal (9,49 %). 14 Dat is de kinderbijslag voor gezinnen waarvoor geen enkele sociale bijdrage aan de RSZ voor de rechthebbenden is betaald, behalve voor de personen die het werk hebben hervat en die nog gedurende maximaal 8 kwartalen de verhoogde schaal krijgen. 21

30 PARTENA, het tweede fonds met het grootste aantal rechtgevende kinderen na de RKW ( tegenover voor de RKW) heeft daarentegen een veel homogener profiel aangezien zijn aandeel in de verschillende schalen gelijksoortig is aan zijn aandeel (alle schalen samen) in de volledige regeling (12,84 %). Het grootste verschil is 2,55 % (bij art. 50bis KBW met 15,39 %). Dat is eveneens het geval voor de andere fondsen, met uitzondering van XERIUS, ATTENTIA en ACERTA (naast de RKW) waarvan het globale aandeel vrij duidelijk verschil van het specifieke aandeel voor elke schaal. Voor de RKW is het zelfs opvallend om vast te stellen dat hij oververtegenwoordigd is in alle verhoogde schalen. Dat is ook het geval voor UCM maar met duidelijk minder grote verschillen. De RKW is bovendien het grootste fonds bij alle verhoogde schalen. Voor de andere fondsen is het standaardprofiel eerder een oververtegenwoordiging bij de basisschaal en een ondervertegenwoordiging bij de verhoogde schalen. Dat is logisch want het grote aandeel van de RKW bij de verhoogde schalen trekt alle andere aandelen naar beneden. 22

31 Grafiek 7: Aandeel van de fondsen in de verschillende schaalcategorieën en in de gehele werknemersregeling ( rechtgevende kinderen) situatie op 31 december 2013 De overige fondsen vertegenwoordigen samen 6,45% van artikel 40. De overige fondsen vertegenwoordigen samen 6,64% van artikel 41. De overige fondsen vertegenwoordigen samen 4,79% van artikel 42bis. De overige fondsen vertegenwoordigen samen 4,48% van artikel 50ter. De overige fondsen vertegenwoordigen samen samen 4,98% van artikel 50bis. De overige fondsen vertegenwoordigen samen 6,18% van het totaal stelsel. BK 4 FZK MENSURA UCM ADMB SECUREX Groep S 5,16% 4,93% 5,29% 6,81% 5,44% 5,15% 7,40% 7,29% 8,82% 9,77% 4,69% 4,53% 4,14% 6,17% 6,59% 6,76% 3,32% 3,57% 3,86% 7,96% 7,75% 6,73% 7,99% 9,19% 9,73% 5,05% 5,53% 5,11% 7,45% 8,83% BK 1 Horizon het gezin CAFWaPi CICAF 1 NMBS RKW ATTENTIA PARTENA XERIUS ACERTA 9,49% 19,56% 12,85% 15,60% 28,91% 31,44% 12,63% 11,34% 8,50% 10,73% 12,72% 5,04% 11,77% 5,53% 12,84% 13,47% 15,39% 13,25% 13,97% 12,68% 12,31% 9,53% 7,52% 3,76% 13,36% 10,90% 8,15% 9,18% 10,59% 12,50% ART. 40 ART. 41 ART. 42bis ART. 50ter ART. 50bis Totaal werknemersstelsel Totaal werknemersstelsel HDP MENSURA UCM ADMB SECUREX Groep S 1,58% 9,15% Art. 40 Art. 41 Art. 42bis Art. 50ter Art. 50bis Gewone schaal 23 79,11%

32 Grafiek 8 geeft voor alle fondsen de verdeling weer van het aantal kinderen over de verschillende schalen. Uit de statistieken van de regeling blijkt dat ongeveer 1 kind op 5 (20,90 %) een van de verhoogde schalen ontvangt maar er bestaan vrij grote verschillen tussen de fondsen. Wat betreft dit criterium is de RKW ook atypisch aangezien 41,60 % van de kinderen een verhoogde schaal ontvangen, in het bijzonder door een heel hoog aantal kinderen dat schaal art. 42bis KBW ontvangt (20,58 %). Als de RKW buiten beschouwing wordt gelaten is het gemiddelde van de verhoogde schalen voor de grote fondsen 18,21 % (21,55 % met de RKW). Het gemiddeld percentage van de verhoogde schalen van de middelgrote fondsen is 19,85 %. Van de kleine fondsen is dat 14,97 %. Over het algemeen kunnen de fondsen verdeeld worden volgens hun percentage verhoogde schalen (zie schema 7). Schema 7: Verdeling van de fondsen op basis van hun percentage verhoogde schalen ten opzichte van de volledige regeling (20,90 %) Dit schema is de legende van de tweede kolom van tabel A, p. 59: Percentage verhoogde kinderbijslag. 24

33 25 Grafiek 8: Verdeling van de schaalcategorieën tussen de fondsen en de gehele werknemersregeling (rechtgevende kinderen) op

34 3.2. Kinderbijslag met compensatie De kinderbijslag met compensatie, m.a.w. gefinancierd door socialezekerheidsbijdragen, is opgenomen onder de benaming arbeidsprestaties. Het percentage rechtgevende kinderen in de categorie van de arbeidsprestaties geeft per fonds het aandeel weer van de kinderbijslag met compensatie 15. Grafiek 9: Percentage rechtgevende kinderen per kinderbijslagfonds in de categorie arbeidsprestaties - situatie op 31 december De ex-werklozen en de ex-invaliden die het werk hebben hervat maar die nog altijd gedurende 8 kwartalen de sociale toeslag krijgen komen in hoofdstuk 3.3. aan bod. 26

35 Op basis van het onderstaande schema zijn de fondsen onderverdeeld in verschillende groepen ten opzichte van het gemiddelde van de regeling (73,37 %). Uit grafiek 9 blijkt dat vier fondsen in de groep onder het gemiddelde zitten, dat drie fondsen zich rond het gemiddelde situeren (Groep S, PARTENA en SECUREX) en dat de elf andere in de hogere groepen zitten. De NMBS kent het hoogste aandeel rechtgevende kinderen in de categorie arbeidsprestaties (99,80 %), wat kan worden verklaard door het feit dat deze instelling enkel kinderbijslag betaalt voor zijn actief personeel van De RKW betaalt de kinderbijslag voor de andere categorieën 16. Het overschot van 0,32 % bestaat uit de werkhervatters die nog gedurende acht kwartalen de verhoogde schalen krijgen. Schema 8: Verdeelschaal van de fondsen volgens het percentage rechtgevende kinderen in de categorie arbeidsprestaties in vergelijking met die van de algemene regeling (73,37 %). Dit schema kenschetst de rangschikking van de derde kolom van tabel A, p. 59: "Percentage in de categorie arbeidsprestaties" Kinderbijslag zonder compensatie De kinderbijslag zonder compensatie, dus niet gefinancierd door sociale bijdragen betaald door een werkgever, wordt onderverdeeld in vier groepen: werklozen, gepensioneerden, wezen en invaliden. Deze vier groepen zijn op hun beurt onderverdeeld in twee categorieën: kinderen rechtgevend aan de gewone schaal die geen recht hebben op de sociale toeslag en kinderen die een verhoogde schaal krijgen (invaliden, wezen) of met een recht op een sociale toeslag. De sociale toeslagen worden toegekend onder bepaalde voorwaarden met betrekking tot de gezinssamenstelling en -inkomsten. Merk op dat ex-werklozen en ex-invaliden die het werk hebben hervat maar de sociale toeslag gedurende een maximaal aantal van acht kwartalen blijven ontvangen, in dit hoofdstuk worden vermeld. Grafiek 10 (A en B) geeft voor alle fondsen de verdeling van het aantal rechtgevenden op kinderbijslag zonder compensatie volgens hun categorie (werklozen, invaliden, wezen, gepensioneerden) en of het al dan niet een verhoogde schaal betreft. Aan de hand van de analyse van grafiek 10 kunnen enkele atypische profielen bestudeerd worden, die het gevolg zijn van de sector waarvoor het fonds actief is. Zo worden de rechtgevenden op 16 Vanaf 1/1/2014 worden de nieuwe aanvragen van de NMBS en vanaf 1/4/2014 alle dossiers van de NMBS door FAMIFED beheerd en betaald. 27

36 kinderbijslag zonder compensatie van het fonds BK 1 voornamelijk geteld in de categorie van de langer dan zes maanden werklozen aan de gewone schaal (75,32 %, terwijl het gemiddelde van de fondsen 18,55 % bedraagt). Dit kan verklaard worden door het bijzonder statuut van de dokwerkers, die beschouwd worden als dagarbeiders en die, wanneer ze geen werk hebben, door de RVA beschouwd worden als volledig werklozen. Een ander voorbeeld, MENSURA, onderscheidt zich op het vlak van zijn percentage van gepensioneerden, zowel aan de verhoogde schaal (art. 42bis KBW) als aan de gewone schaal. Dat fonds was immers lange tijd het voornaamste fonds van de Limburgse mijnwerkers, een categorie van jongere gepensioneerden die dus meer kans hebben om nog rechthebbende te zijn voor hun kinderen hoewel ze met pensioen zijn. Grafiek 10 B geeft voor alle fondsen de verhouding weer van de rechtgevenden op kinderbijslag zonder compensatie ten opzichte van het totale aantal rechtgevenden. De RKW heeft met 55,82 % het hoogste percentage, ver boven het gemiddelde van de regeling (26,63 %). We stellen overigens vast dat de fondsen op dit criterium sterk uiteenlopende waarden vertonen. 28

37 Grafiek 10 A: Verdeling per subcategorie van kinderbijslag zonder compensatie op basis van het aantal rechtgevende kinderen per fonds op 31 december 2013 Grafiek 10 B: Percentage van de kinderen rechtgevend op kinderbijslag zonder compensatie per fonds op 31 december

38 4. Typologie van de kinderbijslagfondsen op basis van de leeftijd van de rechtgevende kinderen Op basis van de demografische statistieken kan men de verdeling maken per leeftijd van de rechtgevende kinderen per kinderbijslagfonds voor de volgende categorieën: 0-5, 6-11, 12-17, 18-24, en ten slotte meer dan 25. In de volgende grafiek worden de kinderbijslagfondsen voorgesteld volgens de grootte van elke leeftijdsgroep. Grafiek 11: Percentage van de rechtgevende kinderen per leeftijdsgroep en per kinderbijslagfonds situatie op 31 december 2013 Een vergelijking van al die leeftijdsgroepen voor de verschillende fondsen zou te uitgebreid zijn. Om een vereenvoudigde visie van de situatie te verkrijgen zal het leeftijdsprofiel van de kinderen per kinderbijslagfonds dan ook beschouwd worden op basis van het percentage kinderen van 18 tot 24 ten opzichte van het totale aantal kinderen. Aangezien kinderbijslag onvoorwaardelijk verschuldigd is tot de leeftijd van 18, is het nuttig om het percentage van rechtgevenden te kennen dat verder studeert na Zo kan men fondsen met "eerder jonge kinderen (laag 17 Zo kan men het gewicht ervan bepalen in het budget van de kinderbijslagregeling voor werknemers. 30

39 percentage kinderen van 18 tot 24 ) onderscheiden van fondsen met minder jongere kinderen (hoog percentage kinderen van 18 tot 24). In de bijlage I, met de verschillende fact sheets, wordt in grafiek B een vergelijking gemaakt tussen het percentage van de kinderen van het betrokken fonds en dat van de regeling. Grafiek 12: Percentage van de rechtgevende kinderen van 18 tot 24 per kinderbijslagfonds situatie op 31december 2013 Van alle fondsen behoort de RKW tot die welke verhoudingsgewijs het grootste aandeel jonge kinderen tellen. Het percentage kinderen van 18 tot 24 bedraagt er maar 14,65 %, tegen 17,31 % voor de regeling (een lichte stijging ten opzichte van de 17,18 % van 2012). Het lage percentage van kinderen van 18 tot 24 bij de RKW kan verklaard worden door het feit dat dit fonds veel rechtgevende kinderen van langdurige werklozen telt. Het is minder waarschijnlijk dat deze groep kinderen na hun 18 de zal voortstuderen. Studies toonden namelijk aan dat er nog altijd een groot verschil bestaat op het vlak van deelname aan het hoger 31

40 onderwijs op basis van het sociaal kader 18. Anderzijds kent de RKW in vergelijking met de andere fondsen een grote instroom van jonge kinderen via geboortes. Op basis van grafiek 12 op de vorige pagina zijn de fondsen verdeeld in de volgende groepen ten opzichte van het nationale gemiddelde dat 17,31 % bedraagt: Schema 9: Verdeelschaal van de fondsen volgens het percentage rechtgevende kinderen van in vergelijking met dat van de algemene regeling (17,31 %) Dit schema geeft de typologie van de vierde kolom van tabel A, p. 59: "Percentage van kinderen van " 18 Student in de 21 ste eeuw, Studiefinanciering voor het hoger onderwijs in Vlaanderen, Bea Cantillon, Gerlinde Verbist en Ian Segal, februari Centrum voor Sociaal Beleid. 32

41 5. Typologie van de kinderbijslagfondsen volgens gezinsgrootte De gezinsgrootte wordt bepaald in grafiek 13 door het aantal rechtgevende kinderen te delen door het aantal bijslagtrekkende gezinnen. Bijna de helft van de fondsen situeert zich in het gemiddelde van de regeling (1,72) of bijna (1,71 en 1,73), maar sommige wijken sterk af. De verschillen in gemiddelde gezinsgrootte hebben betrekking op verschillende factoren zoals de sociale samenstelling van de populatie van het fonds of zijn geografische ligging. Zo is bijvoorbeeld het fonds FZK actief in de regio Eupen, waar blijkens de geografische statistiek deze regio wordt gekenmerkt door een hoog gemiddeld aantal kinderen per gezin (1,75 tegen 1,72 voor de regeling). Het grote aandeel van gezinnen met twee kinderen verklaart de hoge gemiddelde gezinsgrootte bij de fondsen ACERTA en XERIUS (zie verder analyse grafiek 14). Grafiek 13: Gemiddeld aantal kinderen per bijslagtrekkende per fonds situatie op 31 december 2013 Die gemiddelde grootte mag men niet beschouwen als een precieze nataliteitsindicator. Ook al geeft hij het gemiddelde aantal rechtgevende kinderen per bijslagtrekkende aan, hij houdt geen rekening met de kinderen die het gezin al hebben verlaten of niet meer zijn opgenomen in de statistieken van de categorie van omdat ze niet meer aan de toekenningsvoorwaarden voldoen. Zo telt een 33

42 gezin met vier kinderen, waarvan er twee ouder zijn dan 25 en twee jonger dan 18, twee kinderen, en geen vier. Op basis van grafiek 13 zijn de fondsen verdeeld in de volgende groepen ten opzichte van het nationale gemiddelde dat 1,72 kind bedraagt: Schema 10: Verdeelschaal van de fondsen volgens het aantal kinderen per bijslagtrekkende in vergelijking met dat van de algemene regeling (1,72) Dit schema geeft de typologie van de vijfde kolom van tabel A, p. 59: "Gezinsgrootte" Uit grafiek 13 mogen ook geen overhaaste conclusies getrokken worden over de werkelijke gezinsgrootte. Een gemiddelde van 1,72 kinderen kan het gevolg zijn van een mix van kleine en grote gezinnen, maar ook van hoofdzakelijk gezinnen van gemiddelde grootte. Zo telt de RKW, die zich net in het gemiddelde van 1,72 kinderen per bijslagtrekkende bevindt, het grootste aandeel gezinnen met drie kinderen of meer, zoals blijkt uit grafiek 14. De HDP daarentegen vertoont, met eenzelfde gemiddelde grootte van 1,72 kinderen, een veel evenwichtiger profiel. Om een genuanceerd beeld te hebben van de werkelijke gezinsgrootte moet men de gegevens van de grafieken 13 en 14 combineren. Grafiek 14 geeft namelijk een overzicht van de gezinsgrootte door voor elk fonds het percentage te berekenen van de gezinnen met respectievelijk één kind, twee kinderen en drie of meer kinderen. Uit deze analyse blijkt dat het percentage van de grote gezinnen (drie of meer kinderen) het hoogst is bij de RKW met 17 % (gevolgd door ACERTA, PARTENA, XERIUS en HDP). Omgekeerd, daar de gemiddelde grootte van de RKW overeenstemt met die van de regeling, telt zij noodgedwongen een tamelijk klein, zelfs het kleinste, deel van de gezinnen met twee kinderen (31 %). Het kleinste aantal grote gezinnen wordt vastgesteld bij de fondsen BK 4, BK 1 en de NMBS. 34

43 Grafiek 14: Overzicht van de fondsen per gezinsgrootte - situatie op 31 december Typologie van de kinderbijslagfondsen volgens het aantal geboortes Door het aantal geboortes te delen door het aantal bijslagtrekkenden kan men het nataliteitspercentage bepalen. Grafiek 15 toont de aldus verkregen ratio per fonds. In de regeling is het gemiddelde 8,40 geboortes per 100 bijslagtrekkenden en slechts zeven fondsen hebben een hogere waarde, waaronder de RKW met 9,79 geboortes. Enkel MENSURA doet met 9,90 geboorten nog beter. In de samenvattende tabel op p. 59 zijn de kinderbijslagfondsen opgedeeld als volgt ten opzichte van het gemiddelde van de regeling (8,40 geboortes per 100 bijslagtrekkenden): Schema 11: Verdeelschaal van de fondsen volgens het aantal geboortes per 100 bijslagtrekkenden in vergelijking met dat van de algemene regeling (8,40) 35

44 Dit schema geeft toelichting bij de rangschikking van de zesde kolom van tabel A, p. 59: "Geboortes per 100 bijslagtrekkenden". Grafiek 15: Aantal geboortes per 100 bijslagtrekkenden en per kinderbijslagfonds situatie in

45 7. Typologie per kinderbijslagfonds volgens de evolutie van de rechtgevende kinderen Om de evolutie van het aantal rechtgevende kinderen per fonds correct te kunnen evalueren moet rekening gehouden worden met de diverse fusies. Om een betrouwbaar beeld van de evolutie van de effectieven te krijgen, werden ze gegroepeerd voor de jaren vóór de fusie (voor een overzicht van de fusies, zie bijlage II, p. 52) 19. Dat betekent dus dat wanneer twee fondsen fuseerden in 2011, hun effectieven werden samengeteld voor de vorige jaren tot in 2003, ons vergelijkingspunt. In bijlage I geven de grafieken E-F-G-H en I van de fact sheets een gedetailleerd overzicht per kinderbijslagfonds van de evolutie tussen voor de volgende variabelen: aangeslotenen, rechtgevende kinderen en bijslagtrekkende gezinnen. De gedetailleerde cijfers vindt u in bijlage II Algemene evolutie in percentages - alle schalen Grafiek 16 illustreert de evolutie van het aantal rechtgevende kinderen van 2003 tot 2013, uitgedrukt in percentages. In dat decennium steeg het aantal rechtgevende kinderen voor alle kinderbijslagfondsen samen met 10,08 % (van tot ). Bij de fondsen kende de NMBS de grootste daling (- 39,74 %), gevolgd door het fonds CAFWaPi (- 14,25 %) en BK 4 (- 11,96 %). Omgekeerd zijn HDP (+ 67,01 %), XERIUS (+ 50,76 %), CICAF 1 (+ 24, 10 %) en de RKW (+ 20,68 %) de groep fondsen met een stijging van meer dan 20 %. Dat zijn uiteraard relatieve variaties die, vertaald in absolute cijfers, minder spectaculair blijken voor de kleine fondsen (zie 7.2. op p. 38). HDP kende de grootste stijging, wat kan verklaard worden door zijn integratie in de groep sociale verzekeringen HDP. Ook de RKW kende een sterkere stijging dan het gemiddelde (+ 20,68 %), vooral gekenmerkt door de groei van sommige categorieën van rechtgevende kinderen die verhoogde kinderbijslag ontvangen (zie verder). 19 In de grafieken die de evolutie geven van de schalen art. 50bis KBW, art. 50ter KBW en art. 42bisKBW werd de categorie kinderen ouder dan 25 (gehandicapten geboren voor juli 1966) weggelaten in de totalen voor 2003, aangezien dat ook het geval was voor Een juiste interpretatie van de evolutie is enkel zo mogelijk. In de bijlage werden echter de cijfers behouden zoals ze gepubliceerd werden in het verleden. 37

46 Grafiek 16: Evolutie van het aantal rechtgevende kinderen per kinderbijslagfonds in percentages - verschil tussen de effectieven op en Een sterke stijging bij een fonds kan vaak verklaard worden doordat het aangeslotenen van andere fondsen overneemt. Sinds lange tijd is een convergentiebeweging aan de gang van een groot aantal kleine fondsen naar een beperkt aantal grote fondsen. Uit grafiek 16 kan afgeleid worden of de fondsen de tendens van de regeling (+ 10,08 %) al dan niet volgen. Zo kunnen we vaststellen welke fondsen de tendens volgden en welke ervan afweken, in beide richtingen. 38

47 Schema 12: Verdeling van de fondsen volgens hun afwijkingspercentage tegenover de globale regeling tussen 2003 en 2013 Schema 12 bepaalt de typologie van de zevende kolom van tabel A, pagina 59: "Evolutie " Evolutie in absolute cijfers - alle schalen Aangezien de fondsen sterk variëren qua grootte, moet de relatieve analyse van de evolutie in 7.1. aangevuld worden met een onderzoek naar de verschillen in absolute cijfers. Grafiek 17 hieronder illustreert die evolutie. In de periode steeg het aantal rechtgevende kinderen in de globale regeling met kinderen. 39

48 Grafiek 17: Evolutie van het aantal rechtgevende kinderen per kinderbijslagfonds - verschil tussen de effectieven op 31 december 2003 en 31 december 2013 De rangschikking van de fondsen verschilt van die op basis van de relatieve variaties. XERIUS - op de tweede plaats bij de relatieve evolutie - is eerste in de rangschikking van de toenames ( kinderen). De stijging bij de RKW is ook aanzienlijk met kinderen extra. Ook SECUREX, Groep S en HDP (respectievelijk , en rechtgevende kinderen) boekten ruime vooruitgang. HDP staat ditmaal echter op de vijfde plaats, hoewel het de hoogste relatieve stijging kende. PARTENA en ATTENTIA kenden de grootste terugval in absolute cijfers, met respectievelijk en kinderen minder. Ook de NMBS kende een sterke daling ( kinderen). Ondanks de sterke daling van het aantal rechtgevende kinderen, is PARTENA nog altijd een van de fondsen met de grootste aantallen kinderen in de kinderbijslagregeling voor werknemers (vlak na de RKW). Drie andere fondsen (SNCB, CAFWaPi en BK 4) deden het trouwens minder goed in relatieve cijfers. Die evoluties moeten dus met de nodige nuanceringen geanalyseerd worden. 40

49 7.3. Evolutie van de rechtgevende kinderen schaal art. 40 KBW Deze vergelijking betreft de groep art. 40 KBW de kinderen die recht hebben op de basiskinderbijslag en sinds 2007 eventueel op de toeslag voor eenoudergezinnen. Het gaat voornamelijk om kinderbijslag uitgekeerd aan actieve werknemers. Onder de gewone schaal vallen echter ook de kinderen van werklozen, gepensioneerden en invaliden voor wie de voorwaarden voor de toekenning van een sociale toeslag niet vervuld zijn. Grafiek 18 geeft de evolutie van de totale groep kinderen in de schaal art. 40 KBW. Grafiek 18 toont aan dat XERIUS de grootste stijging kent met een toename van rechtgevenden. De RKW staat op de tweede plaats met een stijging van kinderen. De fondsen Groep S, SECUREX en HDP kenden ook grote stijgingen tijdens het decennium. Uitgedrukt in percentages is het weer het fonds HDP dat de grootste vooruitgang boekt met een stijging van 55,69 %. PARTENA, het tweede grootste fonds van de regeling, registreerde in de onderzochte periode daarentegen een daling met rechtgevende kinderen in de schaal van art. 40 KBW. Ook twee andere fondsen kenden vrij grote dalingen in absolute cijfers: ATTENTIA ( ) en de NMBS ( ). De stijging met kinderen komt ten slotte overeen met 11,42 % (terwijl de regeling, alle schalen samen, een stijging van 10,08 % kende). 41

50 Grafiek 18: Evolutie van het aantal kinderen rechtgevend op de schaal art. 40 KBW in de regeling in absolute cijfers - vergelijking tussen de situatie op 31 december 2003 en de situatie op 31 december Evolutie van de rechtgevende kinderen - schaal 42bis KBW Grafiek 19 illustreert de evolutie van het aantal kinderen die recht hebben op de schaal art. 42bis KBW. Het betreft kinderen van langdurig werklozen, gepensioneerden en werklozen die recht hebben op een sociale toeslag en het werk hervatten terwijl ze de sociale toeslag behouden (als ze voldoen aan de inkomensvoorwaarden) 20. Sinds 2003 telt men kinderen minder in de schaal art. 42bis KBW, een daling van 14,37 %. 20 Bij werkhervatting, en voor zover de inkomsten de toegelaten grens niet overschrijden, wordt de sociale toeslag (ook die toegekend in de regeling van de gewaarborgde gezinsbijslag) doorbetaald gedurende maximaal acht kwartalen, buiten het kwartaal in de loop waarvan de rechthebbende de activiteit aanvat. 42

51 De RKW, die nochtans nog altijd het grootste percentage kent van kinderen met recht op art. 42bis KBW, registreerde een daling met kinderen. De andere fondsen met sterke dalingen zijn PARTENA ( ), ATTENTIA ( ) en Groep S ( ). De sterkste stijging van de kinderen met recht op art. 42bis KBW werd opgetekend bij XERIUS ( ), gevolgd door HDP ( ). De evoluties, stijgend of dalend, hebben betrekking op het type van werkgevers aangesloten bij het fonds (bedrijfsgrootte, activiteitssector) en hangen ook af van het vergelijkingspunt (het 2003 in deze uitgave 2013 van de studie). Grafiek 19: Evolutie van het aantal kinderen met recht op de schaal art. 42bis KBW in de regeling - vergelijking tussen 31 december 2003 en 31 december

52 7.5. Evolutie van de rechtgevende kinderen - schaal 50bis KBW Grafiek 20 illustreert de evolutie van het aantal kinderen die recht hebben op de schaal art. 50bis KBW. Het betreft de kinderen die de voorwaarden vervullen om een recht te openen op wezenbijslag 21. Het aantal kinderen met recht op de schaal art. 50bis KBW is zeer laag in vergelijking met de andere categorieën; de evoluties in absolute cijfers zijn dus beperkt. Binnen de regeling kende de categorie van de wezen een zeer kleine daling van 31 kinderen, wat erop neerkomt dat die categorie min of meer stabiel bleef (- 0,10 % in 10 ). Aangezien het totale aantal kinderen van de regeling echter steeg met 10,08 % in dezelfde tijdspanne, daalde het relatieve aandeel van de kinderen met recht op wezenbijslag uiteraard in de hele regeling (van 1,74 % naar 1,58 %). Bij de fondsen is er een stijging bij XERIUS, RKW en SECUREX. ATTENTIA zag een sterke daling, net als PARTENA en UCM. Grafiek 20: Evolutie van het aantal kinderen met recht op de schaal art. 50bis KBW in de regeling - vergelijking tussen 31 december 2003 en 31 december De wees van wie de overlevende ouder opnieuw trouwt of een gezin vormt, krijgt kinderbijslag aan de gewone schaal. 44

53 7.6. Evolutie van de rechtgevende kinderen - schaal 50ter KBW Grafiek 21 geeft de evolutie van het aantal kinderen die recht hebben op de schaal art. 50ter KBW. Het betreft kinderen van invaliden, langdurig zieken of werkhervatters na invaliditeit of langdurige ziekte, die recht hebben op een sociale toeslag. Op tien tijd kende de regeling een stijging van het aantal rechtgevende kinderen van invalide rechthebbenden met 68,12 %. Die sterke toename loopt parallel met de grote stijging van het aantal invaliden bij het RIZIV 22 en het aantal personen met een handicap met recht op een inkomensvervangende tegemoetkoming 23. Ook voor die parameter stellen we grote verschillen vast tussen de fondsen. HDP kent opnieuw de grootste relatieve toename met 329,76 % ( ). Dat was niet het enige fonds met een aanzienlijke relatieve stijging, want ook FZK (+ 136,54 %), SECUREX (+ 121,93 %) en CICAF 1 (+ 111,05 %) zagen hun effectieven meer dan verdubbelen. Over het algemeen zien alle fondsen een stijging. 22 Focus : De kinderbijslag voor invalide rechthebbenden. 23 Tussen 2004 en 2013 is dat aantal gestegen met 28,07 % volgens de gegevens van de FOD Sociale Zekerheid - Directie-generaal Personen met een Handicap. 45

54 Grafiek 21: Evolutie van het aantal kinderen die recht hebben op de schaal art. 50ter KBW - vergelijking tussen de situatie op 31 december 2003 en de situatie op 31 december Evolutie van het aandeel van de fondsen en van de RKW in de verhoogde schalen Tot nu toe werden de statistieken onderzocht op het niveau van elk kinderbijslagfonds afzonderlijk. Uit die analyses blijkt dat de RKW een sterk afwijkend profiel heeft met een groot aantal rechtgevende kinderen in de schalen art. 42bis KBW, art. 50ter KBW en, in mindere mate, art. 50bis KBW. Grafiek 22 geeft de evolutie van het aandeel van de RKW in de verhoogde schalen. Daaruit blijkt dat het aandeel van de RKW in de verschillende schalen tijdens het laatste 46

55 decennium niet spectaculair is veranderd, met een variatie van ongeveer 3 %. Schaal 50ter KBW vormt echter een uitzondering, want die schaal evolueerde van 26 naar 31 %. Grafiek 22: Vergelijking ( ) van de verdeling per schaalcategorie van de rechtgevende kinderen tussen de RKW en de fondsen (met inbegrip van de NMBS) 47

56 8. Typologie van de kinderbijslagfondsen volgens de geografische verdeling van de rechtgevende kinderen 8.1. Algemeen profiel van de fondsen volgens percentage van de rechtgevende kinderen per gewest Op 31 december 2012 telde de regeling 56,95 % rechtgevende kinderen in het Vlaams Gewest, 31,79 % in het Waals Gewest, 10,82 % in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en 0,44 % in de Duitstalige Gemeenschap. De fondsen kunnen onderverdeeld worden in drie types: de fondsen die voornamelijk betalen in de Duitstalige Gemeenschap (uiterst links in grafiek 23), de fondsen die vrijwel uitsluitend betalen in het Waals Gewest (tweede kader links in grafiek 23), de fondsen die in de drie grote gewesten betalen (midden van grafiek 23) en de fondsen die hoofdzakelijk in het Vlaams Gewest betalen (rechterkant van grafiek 23). De NMBS bevindt zich bijvoorbeeld in het middenste deel omdat zijn personeel over het hele land verspreid is. UCM en BK 1 (de uitersten van grafiek 23) betalen respectievelijk hoofdzakelijk voor kinderen van het Waals en het Vlaams Gewest, terwijk FZK, dat vooral actief is in de regio rond Eupen, voornamelijk betaalt in de Duitstalige Gemeenschap. Grafiek 23: Verdeling van de rechtgevende kinderen per fonds en per Gewest - situatie op 31 december

57 De volgende grafieken (24, 25, 26 en 27) geven het aandeel weer van de verschillende fondsen in de vier gewesten. Het aandeel van de rechtgevende kinderen per kinderbijslagfonds in de gehele kinderbijslagregeling voor werknemers wordt voor elk gewest weergegeven in bijlage II, p Percentage van rechtgevende kinderen per fonds in het Vlaams Gewest Grafiek 24: Aandeel van het aantal rechtgevende kinderen per fonds in percentages voor het Vlaams Gewest op 31 december 2013 ACERTA, XERIUS en ATTENTIA zijn de enige fondsen die met meer dan 10 % vertegenwoordigd zijn in het Vlaams Gewest. Alle drie samen vertegenwoordigen ze overigens bijna de helft van de effectieven (47,61 %). BK 4 is voornamelijk aanwezig in Vlaanderen maar heeft zeer kleine effectieven, wat zijn positie in de grafiek verklaart. De RKW telt 12,85 % van de rechtgevende kinderen in de werknemersregeling, maar slechts 8,28 % in het Vlaams Gewest. 49

58 8.3. Percentage van rechtgevende kinderen per fonds in het Waals Gewest Grafiek 25: Aandeel van het totale aantal rechtgevende kinderen per fonds in percentages voor het Waals Gewest op 31 december 2013 (Duitstalige Gemeenschap niet inbegrepen 24 ) In het Waals Gewest heeft de RKW het grootste marktaandeel met 18,84 %, gevolgd door het fonds PARTENA met 16,32 %. Dat zijn echter twee fondsen die actief zijn in het hele land, terwijl het grootste specifiek Franstalige fonds UCM is met een aandeel van 14,95 % van de kinderen. Net zoals in het Vlaams Gewest, vertegenwoordigen de drie grootste fondsen ongeveer de helft van de rechtgevende kinderen (50,11 %). In tegenstelling tot het Vlaams Gewest, waar de twee grootste fondsen hoofdzakelijk in dat gewest betalen, betalen de twee grootste fondsen in dit geval zowel in het Vlaams Gewest, het Waals Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. 24 In tegenstelling tot de vorige edities van deze studie, worden de effectieven van de Duitstalige Gemeenschap niet langer bij die van het Waals Gewest geteld, zodat in de toekomst goed het onderscheid tussen de vier deelentiteiten gemaakt kan worden. 50

59 8.4. Percentage van rechtgevende kinderen per fonds in de Duitstalige Gemeenschap Grafiek 26: Aandeel van het aantal rechtgevende kinderen per fonds in percentages voor de Duitstalige Gemeenschap op 31 december 2013 Ook de situatie van de Duitstalige Gemeenschap met rechtgevende kinderen werd onderzocht. FZK domineert de markt met kinderen, of 27,07 % van het totaal. Het is een bijzonder geconcentreerde markt, aangezien de vier grootste fondsen (FZK, RKW, CICAF 1 en SECUREX) bijna vier kinderen op vijf vertegenwoordigen (80,16 %) Percentage van rechtgevende kinderen per fonds in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest De twee best vertegenwoordigde fondsen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zijn de RKW (21,91 %) en PARTENA (21,66 %). Die twee fondsen hebben een ruime voorsprong op ATTENTIA (11,14 %). Samen vertegenwoordigen de drie 54,71 % van de rechtgevende kinderen. Interessant is dat de rechtgevende kinderen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest meer geconcentreerd zijn bij een bepaald aantal grote fondsen dan in het Waals en zeker in het Vlaams Gewest. FZK, BK 4 en BK 1 zijn trouwens vrijwel niet vertegenwoordigd in het Brussels 51

60 Hoofdstedelijk Gewest wegens hun specifieke aard. Het eerste fonds is voornamelijk actief in de Duitstalige Gemeenschap en de twee andere in zeer specieke sectoren: de binnenscheepvaart en de dokken. Grafiek 27: Aandeel van het aantal rechtgevende kinderen per fonds in percentages voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest op 31 december Aandeel van de rechtgevende kinderen per gewest per schaalcategorie Het aandeel van de RKW en de fondsen wordt hierna onderzocht, per gewest en per schaalcategorie. In de gewone schaal is het aandeel van de vrije fondsen en van de NMBS opmerkelijk in het Vlaams Gewest (93,09 %); het aandeel van de RKW is hier het kleinst (6,91 %). Ook in de andere gewesten domineren de vrije fondsen en de NMBS ruim de markt met respectievelijk 85,93 % in het Waals Gewest, 82,77 % in de Duitstalige Gemeenschap en 82,32 % in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Bij art. 42bis KBW ligt de situatie gevoelig anders, omdat de RKW ongeveer één kind op drie 52

61 vertegenwoordigt in het Waals Gewest, de Duitstalige Gemeenschap en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. In Vlaanderen is dat wat minder met iets minder dan 20 %. Het ligt echter driemaal hoger dan voor de gewone schaal. Voor de rechtgevende kinderen in de verhoogde schaal voor kinderen van invaliden (art. 50ter KBW) wordt een gelijkaardige situatie vastgesteld als voor de schaal art. 42bis KBW, maar met een meer uitgesproken aanwezigheid van de RKW (gemiddeld marktaandeel van 32,08 % tegen 29,19 % voor art. 42bis KBW). In de Duitstalige Gemeenschap heeft de RKW zelfs een marktaandeel van 46,15 %. Net zoals voor art. 42bis KBW, is hij het minst vertegenwoordigd in het Vlaams Gewest (22,98 %), dat is aanzienlijk minder dan in het Waals Gewest (39,23 %) en in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (33,54 %). Voor de wezen in de verhoogde schaal art. 50bis KBW ten slotte is het aandeel van de kinderen van de RKW beperkter: een kind op vier in het Waals Gewest en in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, ongeveer een kind op drie in de Duitstalige Gemeenschap en slechts één kind op acht in het Vlaams Gewest. 53

62 Tabel 1: Aandeel van de rechtgevende kinderen van de RKW en van de fondsen per schaalcategorie en gewest in de hele regeling - situatie op 31 december 2013 art art. 42bis art. 50ter art. 50bis Totaal Aantal % Aantal % Aantal % Aantal % Aantal % Brussels Hoofdstedelijk Gewest RKW ,68% ,60% ,54% ,29% ,91% Fondsen (+ NMBS) ,32% ,40% ,46% ,71% ,09% Totaal ,- % ,- % ,- % ,- % ,- % Vlaams Gewest RKW ,91% ,32% ,98% ,24% ,28% Fondsen (+ NMBS) ,09% ,68% ,02% ,76% ,72% Totaal ,- % ,- % ,- % ,- % ,- % Waals Gewest RKW ,07% ,33% ,23% ,03% ,84% Fondsen (+ NMBS) ,93% ,67% ,77% ,97% ,16% Totaal ,- % ,- % ,- % ,- % ,- % Duitstalige gemeenschap RKW ,23% ,36% ,15% 48 34,78% ,43% Fondsen (+ NMBS) ,77% ,64% ,85% 90 65,22% ,57% Totaal ,- % ,- % ,- % ,- % ,- % RKW ,06% ,19% ,08% ,37% ,17% Fondsen (+ NMBS) ,94% ,81% ,92% ,63% ,83% Totaal ,- % ,- % ,- % ,- % ,- % Inclusief art. 41.

63 9. Enkele financiële gegevens per kinderbijslagfonds In dit luik worden een aantal financiële gegevens geanalyseerd op basis van de financiële aangifte van elk fonds. De analyse heeft betrekking op twee niveaus: - de totale kinderbijslag betaald per fonds; - de gemiddelde kinderbijslag betaald per rechtgevend kind, per fonds Netto totale kinderbijslag betaald per kinderbijslagfonds Het nettototaal van de kinderbijslag wordt berekend door de ten onrechte betaalde kinderbijslag af te trekken van de betaalde kinderbijslag. Uit de analyse van de effectieven blijkt een sterke concentratie van het aantal dossiers bij enkele grote fondsen. Logischerwijs wordt een identiek verschijnsel vastgesteld bij de uitgaven. De rangschikking van de fondsen verschilt echter naargelang het aantal dossiers of het financiële luik. Op basis van het aantal dossiers heeft de RKW, als grootste fonds, slechts een lichte voorsprong op het tweede fonds PARTENA (0,06 % kinderen meer voor de RKW), maar wat betreft de betalingen is het verschil aanzienlijk groter (de RKW betaalt 12,78 % meer). Dat komt voornamelijk omdat de Rijksdienst in verhouding meer rechtgevenden in de verhoogde schalen telt. 55

64 Grafiek 28: Uitgaven per kinderbijslagfonds in 2013 Grafiek 29 toont duidelijk de concentratie van de betalingen bij enkele grote fondsen. Die concentratie is overigens nog meer uitgesproken dan bij de rechtgevende kinderen, aangezien de vier grootste fondsen 51,15 % van het budget vertegenwoordigen voor een aandeel van 50,51 % van de kinderen. De categorie van de grote fondsen maakt 78,36 % uit van de betaalde sommen. De negen kleinste fondsen samen nemen echter slechts 10 % van het budget voor hun rekening. 56

65 Grafiek 29: Cumulatieve verdeling van de uitgaven per kinderbijslagfonds in Gemiddelde kinderbijslag betaald per kind per fonds Om de gemiddelde kost per kind per maand te berekenen worden de netto-uitgaven voor 2013 gedeeld door het aantal kinderen dat het fonds telde op 31 december 2013 en daarna gedeeld door 12. In vergelijking met 2012 is er een stijging met 3,96 EUR voor de hele regeling (tussen 2011 en 2012 bedroeg de stijging 4,81 EUR), zodat de gemiddelde kost per kind per maand nu 188,41 EUR bedraagt. Uit onderstaande grafiek blijkt duidelijk dat de gemiddelde kost per kind bij de RKW veel hoger ligt dan het gemiddelde (+13,86 %). Dat houdt uiteraard verband met het groter aandeel van de verhoogde schalen dan bij de andere fondsen (zie 8.5.). 57

66 Grafiek 30: Gemiddelde kost per kind per kinderbijslagfonds in 2013 Een andere factor die bepalend is voor de gemiddelde kost, is het aantal kinderen per gezin, omdat de rang van het kind een invloed heeft op het bedrag van de kinderbijslag. Zo telt de RKW bijvoorbeeld een groot aantal gezinnen met drie kinderen of meer. De gezinsgrootte verklaart bijvoorbeeld ook de hoge gemiddelde kost van de FZK (zie grafiek 14, p. 34). Het aandeel van de verhoogde schalen, de gezinsgrootte of nog de verdeling per leeftijdsgroep verklaren de verschillen in de gemiddelde kost uit grafiek

67 10. Typologie per kinderbijslagfonds: samenvattende tabellen De typologie van de fondsen in deze studie werd systematisch opgesteld op basis van de parameters gedefinieerd in schema 2 op p. 4. Tabel A geeft een globaal overzicht van de waarden toegekend aan elk fonds. De specifieke legenda bij alle parameters werden gedefenieerd in de overeenkomstige hoofdstukken (hoofdstukken 2 tot 9). Een gedetailleerd overzicht van de cijfers wordt gegeven in tabel B. De resultaten uit tabel A geven snel een beeld van het profiel van de fondsen. Om een meer genuanceerd beeld te krijgen, worden best de studie zelf of de cijfers en grafieken als bijlage geraadpleegd. 59

68 Tabel A: Typologie per kinderbijslagfonds volgens 7 parameters (2013) Fonds Grootte van het fonds % verhoogde kinderbijslag % in de categorie arbeidsprestaties (gemiddelde=73,37%) % van de kinderen van (gemiddelde=17,31%) Gezinsgrootte (gemiddelde=1,72) Geboorten per 100 bijslagtrekkenden (gemiddelde=8,403) Evolutie CICAF 1 Klein - Boven Gemiddeld Gemiddeld Onder + Groep S Groot = Gemiddeld Gemiddeld Gemiddeld Gemiddeld = MENSURA Middelgroot - Gemiddeld Onder Onder Boven = ATTENTIA Groot -- Boven Boven Gemiddeld Onder - ACERTA Groot -- Boven Boven Boven Gemiddeld = CAFWaPi Klein = Gemiddeld Boven Duidelijk onder Onder -- SECUREX Groot = Gemiddeld Onder Gemiddeld Gemiddeld + ADMB Middelgroot -- Boven Gemiddeld Gemiddeld Gemiddeld = PARTENA Groot = Gemiddeld Boven Gemiddeld Onder - UCM Middelgroot + Onder Boven Onder Onder - XERIUS Groot -- Boven Gemiddeld Boven Gemiddeld +++ HDP Klein + Onder Gemiddeld Gemiddeld Gemiddeld +++ FZK Klein -- Boven Boven Gemiddeld Gemiddeld = Horizon het gezin Klein -- Boven Gemiddeld Gemiddeld Gemiddeld - BK 1 Klein -- Duidelijk onder Onder Zeer duidelijk onder Duidelijk onder - BK 4 Klein -- Boven Boven Zeer duidelijk onder Zeer duidelijk onder -- SNCB Klein --- Duidelijk boven Boven Zeer duidelijk onder Onder --- ONAFTS Groot +++ Duidelijk onder Onder Gemiddeld Boven

69 Tabel B: Typologie per kinderbijslagfonds volgens 8 parameters - basisgegevens (2013) Fonds Totaal aantal rechtgevende kinderen Aantal rechtgevende kinderen in de gewone kinderbijslag Met art. 41 Zonder art.41 Aantal rechtgevende kinderen in de verhoogde schalen Aantal rechtgevende kinderen in de arbeidsprestaties Rechtgevende kinderen (%) Gezinsgrootte Geboortes (per 100 bijslagtrekkenden) Evolutie CICAF ,28% 1,71 7, ,10% Groep S ,48% 1,71 8, ,65% MENSURA ,98% 1,69 9, ,82% ATTENTIA ,63% 1,72 7,297-6,35% ACERTA ,76% 1,75 8, ,04% CAFWaPi ,27% 1,64 6,445-14,25% SECUREX ,68% 1,72 8, ,34% ADMB ,37% 1,69 8, ,64% PARTENA ,64% 1,73 7,672-6,68% UCM ,77% 1,68 7, ,24% XERIUS ,58% 1,76 8, ,76% HDP ,99% 1,72 8, ,01% FZK ,61% 1,75 8, ,92% Horizon het gezin ,15% 1,70 8,959-3,77% BK ,82% 1,54 5, ,56% BK ,58% 1,53 3,774-11,96% NMBS ,36% 1,61 7,849-39,74% RKW ,65% 1,73 9, ,68% STELSEL ,31% 1,72 8, ,08% 61

70 11. Besluit Sinds vele jaren is er een groepering van aangeslotenen, rechthebbenden en rechtgevende kinderen bij de grootste kinderbijslagfondsen. Dat is voornamelijk het gevolg van de vele fusies in de sector. Zo vertegenwoordigen XERIUS, de RKW, ACERTA en PARTENA - de 4 grootste fondsen op een totaal van 18 - bijvoorbeeld wel 50,51 % van de kinderen. De 8 kleinste fondsen tellen echter minder dan 7 % van de rechtgevende kinderen. Zelfs met de 3 middelgrote fondsen erbij komen ze niet aan 1 kind op 4 (21,88 %). Die percentages zijn vergelijkbaar met die van Bij de verdeling tussen de verschillende schalen stellen we vast dat 20,90 % van de kinderen een sociale toeslag of wezenbijslag krijgen. Dat is echter maar een gemiddelde en sommige fondsen hebben op dat vlak zeer verschillende profielen. Zo telt de RKW 41,60 % van de verhoogde schalen. De NMBS betaalt daarentegen bijna uitsluitend basisschalen. Het is dan ook logisch dat de RKW het grootste marktaandeel heeft in alle verhoogde schalen. Zo wordt 28,91 % van alle kinderen in de verhoogde schaal voor langdurig werklozen en gepensioneerden betaald door de RKW. Voor de kinderen van invaliden met recht op een sociale toeslag bedraagt het aandeel 31,44 % en 19,56 % voor de kinderen met wezenbijslag. Dat is ten minste drie tot viermaal meer dan bij de andere fondsen. Een hoog aandeel bij de verhoogde schalen hangt uiteraard samen met een relatief laag aandeel bij de gewone schaal: met 9,49 % komt de RKW maar op de vijfde plaats, terwijl hij het eerste fonds is voor alle schalen samen (12,85 % van het totaal). In deze studie werd ook de evolutie van het aantal rechtgevende kinderen in de werknemersregeling in de loop van de laatste jaren bestudeerd. Daaruit bleek dat het aantal rechtgevende kinderen steeg met sinds 2003 (+ 10,08 %). Die evolutie verschilt echter sterk van schaal tot schaal, met stijgingen voor art. 50ter KBW ( , of 68,12 %) en art. 40 KBW ( , of 11,42 %), een status quo voor art. 50bis KBW (- 31, of - 0,10 %) en een daling voor art. 42bis KBW ( , of 14,37 %). De toename bij art. 40 KBW is voor bijna de helft te danken aan het fonds XERIUS ( rechtgevende kinderen). Dat geldt overigens ook voor de algemene stijging, aangezien de toename met rechtgevende kinderen bij XERIUS 45,26 % van het totaal vormt. De schaal art. 42bis KBW kende een grote daling, maar ook daar grote verschillen per fonds. De RKW ( ), PARTENA ( ) en ATTENTIA ( ) registreerden de grootste dalingen in absolute cijfers, terwijl XERIUS ( ) en HDP ( ) de meest spectaculaire stijgingen sinds 2003 zagen. 62

71 Op 31 december 2013 telde de regeling 56,95 % rechtgevende kinderen in het Vlaams Gewest, 31,79 % in het Waals Gewest, 0,44 % in de Duitstalige Gemeenschap en 10,82 % in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. In de Duitstalige Gemeenschap en in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest wordt de grootste concentratie bij de grote fondsen vastgesteld. Omgekeerd is de markt het meest opgesplitst in het Vlaams Gewest. In laatste instantie werden de financiële parameters onderzocht. daaruit blijkt dat de RKW op het vlak van uitgaven ruim het grootste fonds is, hoewel hij maar net boven het tweede fonds PARTENA uitsteekt wat betreft het aantal rechtgevende kinderen. Dat kan verklaard worden door het hoge aantal verhoogde schalen bij de RKW, wat de gemiddelde kost per kind uiteraard omhoog trekt. De gemiddelde maandelijkse kost varieert overigens sterk van fonds tot fonds, van 170,83 EUR (SNCB) tot 214,54 EUR (RKW). Die diversiteit komt tot uiting in de sterk verschillende profielen op het vlak van de rechthebbenden en/of de rechtgevende kinderen. In het algemeen volgt de uitgave 2013 de tendens van de vorige edities, waarbij de begrippen concentratie en diversiteit actueler dan ooit zijn. 63

72

73 BIJLAGE I "FACT SHEETS" PER KINDERBIJSLAGFONDS

74

75 NUMMER VAN HET FONDS BENAMING VAN HET FONDS IN 2013 PAGINA C 1 CICAF1 - Caisse Interprofessionnelle de Compensation pour Allocations Familiales C/F 2 Groep S - Kinderbijslagfonds voor Werknemers 2 F 3 MENSURA KINDERBIJSLAG 3 C/F 13 ATTENTIA kinderbijslag 4 F 19 ACERTA Kinderbijslagfonds 5 C 24 Kinderbijslagfonds van Picardisch Wallonië 6 C/F 32 Kinderbijslagfonds SECUREX 7 F 35 ADMB Kinderbijslagfonds 8 C/F 39 PARTENA Kinderbijslagfonds 9 C 41 Kinderbijslagfonds UCM 10 F 43 Xerius Kinderbijslagfonds 11 C/F 53 HDP Verrekenkas voor kinderbijslag 12 1 C 62 Familienzulagenkasse Ostbelgien - Caisse d'allocations familiales de l'est de la Belgique 13 F78 Kinderbijslagfonds Horizon Het Gezin 14 F 80 F83 Bijzondere Verrekenkas voor Gezinsvergoedingen ten bate van de Arbeiders gebezigd door de Ladings- en Lossingsondernemingen en door de Stuwadoors in de Havens, Losplaatsen, Stapelplaatsen en Stations (BK 1) Bijzondere Verrekenkas voor Gezinsvergoedingen ten bate van de Arbeiders der Ondernemingen voor Binnenscheepvaart (BK 4) C/F 98 NMBS-HOLDING 17 C/F 99 RKW (Rijksdienst voor Kinderbijslag voor Werknemers) 18

76

77 TOESTAND OP 31 DECEMBER 2013 BIJ C 1 "CAISSE INTERPROFESSIONNELLE DE COMPENSATION POUR ALLOCATIONS FAMILIALES" 1 RECHTGEVENDE KINDEREN IN PERCENTAGES EVOLUTIE VAN DE GEZINNEN EN KINDEREN A. Vergelijking van het percentage kinderen per schaalcategorie bij het fonds en in het stelsel 100% 80% 60% 40% 20% 0% 80% 60% 40% 20% 0% art. 40 art. 42bis CICAF 1 art. 50ter stelsel art. 50bis C. Vergelijking van het percentage kinderen per rang bij het fonds en in het stelsel CICAF 1 stelsel rang 1 rang 2 rang 3 rang 4 rang 5 en + B. Vergelijking van het percentage kinderen per leeftijd bij het fonds en in het stelsel 40% 30% 20% 10% 0% CICAF stelsel + 25 DD. Percentage kinderen met een aandoening in het totale aantal kinderen bij het fonds en in het stelsel 3,0% 2,0% 1,0% 0,0% oud systeem CICAF 1 nieuw systeem stelsel G. Evolutie van de gezinnen en kinderen bij het fonds en in het stelsel** 170 Gezinnen stelsel Kinderen stelsel Gezinnen CICAF 1 Kinderen CICAF 1 H. Evolutie van de kinderen per schaal schaalcategorie bij het fonds** 240 art. 40 CICAF 1 art. 42bis CICAF 1 40 art. 50ter CICAF 1 art. 50bis CICAF 1 AANGESLOTEN LEDEN I E. Evolutie van het aantal aangeslotenen F. Evolutie van de aangeslotenen bij het fonds en in het stelsel** I. Evolutie van de kinderen per schaalcategorie in het stelsel** CICAF art. 40 stelsel art. 42bis stelsel CICAF 1 stelsel art. 50ter stelsel art. 50bis stelsel *Stelsel = kinderbijslagstelsel voor werknemers **Index basis 2003 = 100

78 TOESTAND OP 31 DECEMBER 2013 BIJ C/F 2 "GROEP S, KINDERBIJSLAGFONDS VOOR WERKNEMERS" 2 RECHTGEVENDE KINDEREN IN PERCENTAGES EVOLUTIE VAN DE GEZINNEN EN KINDEREN A. Vergelijking van het percentage kinderen per schaalcategorie bij het fonds en in het stelsel 100% 80% 60% 40% 20% 0% art. 40 art. 42bis Groep S art. 50ter stelsel art. 50bis C. Vergelijking van het percentage kinderen per rang bij het fonds en in het stelsel B. Vergelijking van het percentage kinderen per leeftijd bij het fonds en in het stelsel 40% 30% 20% 10% 0% Groep S stelsel DD. Percentage kinderen met een aandoening in het totale aantal kinderen bij het fonds en in het stelsel G. Evolutie van de gezinnen en kinderen bij het fonds en in het stelsel** 170 Gezinnen stelsel Kinderen stelsel 150 Gezinnen Groep S Kinderen Groep S % 60% 40% 20% 0% Groep S stelsel rang 1 rang 2 rang 3 rang 4 rang 5 en + 3,0% 2,0% 1,0% 0,0% oud systeem Groep S nieuw systeem H. Evolutie van de kinderen per schaal schaalcategorie bij het fonds** 240 art. 40 Groep S art. 42bis Groep S 40 AANGESLOTEN LEDEN I E. Evolutie van het aantal aangeslotenen F. Evolutie van de aangeslotenen bij het fonds en in het stelsel** I. Evolutie van de kinderen per schaalcategorie in het stelsel** Groep S Groep S stelsel art. 40 stelsel art. 42bis stelsel art. 50ter stelsel art. 50bis stelsel stelsel art. 50ter Groep S art. 50bis Groep S *Stelsel = kinderbijslagstelsel voor werknemers **Index basis 2003 = 100

79 TOESTAND OP 31 DECEMBER 2013 BIJ F 3 "MENSURA KINDERBIJSLAG" 3 RECHTGEVENDE KINDEREN IN PERCENTAGES EVOLUTIE VAN DE GEZINNEN EN KINDEREN A. Vergelijking van het percentage kinderen per schaalcategorie bij het fonds en in het stelsel 100% 80% 60% 40% 20% 0% 80% 60% 40% 20% 0% art. 40 art. 42bis MENSURA art. 50ter stelsel art. 50bis C. Vergelijking van het percentage kinderen per rang bij het fonds en in het stelsel MENSURA stelsel rang 1 rang 2 rang 3 rang 4 rang 5 en + B. Vergelijking van het percentage kinderen per leeftijd bij het fonds en in het stelsel MENSURA stelsel 40% 30% 20% 10% 0% DD. Percentage kinderen met een aandoening in het totale aantal kinderen bij het fonds en in het stelsel MENSURA stelsel 3,0% 2,0% 1,0% 0,0% oud systeem nieuw systeem G. Evolutie van de gezinnen en kinderen bij het fonds en in het stelsel** 170 Gezinnen stelsel Kinderen stelsel H. Evolutie van de kinderen per schaal schaalcategorie bij het fonds** 240 art. 40 MENSURA art. 42bis MENSURA 200 art. 50ter MENSURA art. 50bis MENSURA 40 AANGESLOTEN LEDEN I E. Evolutie van het aantal aangeslotenen F. Evolutie van de aangeslotenen bij het fonds en in het stelsel** I. Evolutie van de kinderen per schaalcategorie in het stelsel** MENSURA MENSURA stelsel art. 40 stelsel art. 42bis stelsel art. 50ter stelsel art. 50bis stelsel Gezinnen MENSURA Kinderen MENSURA *Stelsel = kinderbijslagstelsel voor werknemers **Index basis 2003 = 100

80 TOESTAND OP 31 DECEMBER 2013 BIJ C/F 13 "ATTENTIA KINDERBIJSLAG" 4 RECHTGEVENDE KINDEREN IN PERCENTAGES EVOLUTIE VAN DE GEZINNEN EN KINDEREN A. Vergelijking van het percentage kinderen per schaalcategorie bij het fonds en in het stelsel ATTENTIA stelsel 100% 80% 60% 40% 20% 0% 80% 60% 40% 20% 0% art. 40 art. 42bis art. 50ter art. 50bis C. Vergelijking van het percentage kinderen per rang bij het fonds en in het stelsel ATTENTIA stelsel rang 1 rang 2 rang 3 rang 4 rang 5 en + B. Vergelijking van het percentage kinderen per leeftijd bij het fonds en in het stelsel ATTENTIA stelsel 40% 30% 20% 10% 0% DD. Percentage kinderen met een aandoening in het totale aantal kinderen bij het fonds en in het stelsel ATTENTIA stelsel 3,0% 2,0% 1,0% 0,0% oud systeem nieuw systeem G. Evolutie van de gezinnen en kinderen bij het fonds en in het stelsel** 170 Gezinnen stelsel Kinderen stelsel H. Evolutie van de kinderen per schaal schaalcategorie bij het fonds** 240 art. 40 ATTENTIA art. 42bis ATTENTIA 200 art. 50ter ATTENTIA art. 50bis ATTENTIA 40 AANGESLOTEN LEDEN I E. Evolutie van het aantal aangeslotenen F. Evolutie van de aangeslotenen bij het fonds en in het stelsel** I. Evolutie van de kinderen per schaalcategorie in het stelsel** ATTENTIA ATTENTIA stelsel art. 40 stelsel art. 42bis stelsel art. 50ter stelsel art. 50bis stelsel Gezinnen ATTENTIA Kinderen ATTENTIA *Stelsel = kinderbijslagstelsel voor werknemers **Index basis 2003 = 100

81 TOESTAND OP 31 DECEMBER 2013 BIJ F 19 "ACERTA KINDERBIJSLAGFONDS" 5 RECHTGEVENDE KINDEREN IN PERCENTAGES EVOLUTIE VAN DE GEZINNEN EN KINDEREN A. Vergelijking van het percentage kinderen per schaalcategorie bij het fonds en in het stelsel ACERTA stelsel 100% 80% 60% 40% 20% 0% 80% 60% 40% 20% 0% art. 40 art. 42bis art. 50ter art. 50bis C. Vergelijking van het percentage kinderen per rang bij het fonds en in het stelsel ACERTA stelsel rang 1 rang 2 rang 3 rang 4 rang 5 en + B. Vergelijking van het percentage kinderen per leeftijd bij het fonds en in het stelsel ACERTA stelsel 40% 30% 20% 10% 0% DD. Percentage kinderen met een aandoening in het totale aantal kinderen bij het fonds en in het stelsel ACERTA stelsel 3,0% 2,0% 1,0% 0,0% oud systeem nieuw systeem G. Evolutie van de gezinnen en kinderen bij het fonds en in het stelsel** 170 Gezinnen stelsel Kinderen stelsel H. Evolutie van de kinderen per schaal schaalcategorie bij het fonds** 240 art. 40 ACERTA art. 42bis ACERTA 200 art. 50ter ACERTA art. 50bis ACERTA 40 AANGESLOTEN LEDEN I E. Evolutie van het aantal aangeslotenen F. Evolutie van de aangeslotenen bij het fonds en in het stelsel** I. Evolutie van de kinderen per schaalcategorie in het stelsel** ACERTA art. 40 stelsel art. 42bis stelsel ACERTA stelsel art. 50ter stelsel art. 50bis stelsel Gezinnen ACERTA Kinderen ACERTA *Stelsel = kinderbijslagstelsel voor werknemers **Index basis 2003 = 100

82 TOESTAND OP 31 DECEMBER 2013 BIJ C 24 "KINDERBIJSLAGFONDS VAN PICARDISCH WALLONIE" 6 RECHTGEVENDE KINDEREN IN PERCENTAGES EVOLUTIE VAN DE GEZINNEN EN KINDEREN A. Vergelijking van het percentage kinderen per schaalcategorie bij het fonds en in het stelsel CAFWaPi stelsel 100% 80% 60% 40% 20% 0% 80% 60% 40% 20% 0% art. 40 art. 42bis art. 50ter art. 50bis C. Vergelijking van het percentage kinderen per rang bij het fonds en in het stelsel CAFWaPi stelsel rang 1 rang 2 rang 3 rang 4 rang 5 en + B. Vergelijking van het percentage kinderen per leeftijd bij het fonds en in het stelsel CAFWaPi stelsel 40% 30% 20% 10% 0% DD. Percentage kinderen met een aandoening in het totale aantal kinderen bij het fonds en in het stelsel CAFWaPi stelsel 3,0% 2,0% 1,0% 0,0% oud systeem nieuw systeem G. Evolutie van de gezinnen en kinderen bij het fonds en in het stelsel** 170 Gezinnen stelsel Kinderen stelsel H. Evolutie van de kinderen per schaal schaalcategorie bij het fonds** 240 art. 40 CAFWaPi art. 42bis CAFWaPi 200 art. 50ter CAFWaPi art. 50bis CAFWaPi 40 AANGESLOTEN LEDEN I E. Evolutie van het aantal aangeslotenen F. Evolutie van de aangeslotenen bij het fonds en in het stelsel** I. Evolutie van de kinderen per schaalcategorie in het stelsel** CAFWaPi art. 40 stelsel art. 42bis stelsel CAFWaPi stelsel art. 50ter stelsel art. 50bis stelsel Gezinnen CAFWaPi Kinderen CAFWaPi *Stelsel = kinderbijslagstelsel voor werknemers **Index basis 2003 = 100

83 TOESTAND OP 31 DECEMBER 2013 BIJ C/F 32 "KINDERBIJSLAGFONDS SECUREX" 7 RECHTGEVENDE KINDEREN IN PERCENTAGES EVOLUTIE VAN DE GEZINNEN EN KINDEREN A. Vergelijking van het percentage kinderen per schaalcategorie bij het fonds en in het stelsel SECUREX stelsel 100% 80% 60% 40% 20% 0% 80% 60% 40% 20% 0% art. 40 art. 42bis art. 50ter art. 50bis C. Vergelijking van het percentage kinderen per rang bij het fonds en in het stelsel SECUREX stelsel rang 1 rang 2 rang 3 rang 4 rang 5 en + B. Vergelijking van het percentage kinderen per leeftijd bij het fonds en in het stelsel SECUREX stelsel 40% 30% 20% 10% 0% DD. Percentage kinderen met een aandoening in het totale aantal kinderen bij het fonds en in het stelsel SECUREX stelsel 3,0% 2,0% 1,0% 0,0% oud systeem nieuw systeem G. Evolutie van de gezinnen en kinderen bij het fonds en in het stelsel** 170 Gezinnen stelsel Kinderen stelsel H. Evolutie van de kinderen per schaal schaalcategorie bij het fonds** 240 art. 40 SECUREX art. 42bis SECUREX art. 50ter SECUREX art. 50bis SECUREX AANGESLOTEN LEDEN I E. Evolutie van het aantal aangeslotenen F. Evolutie van de aangeslotenen bij het fonds en in het stelsel** I. Evolutie van de kinderen per schaalcategorie in het stelsel** SECUREX art. 40 stelsel art. 42bis stelsel SECUREX stelsel art. 50ter stelsel art. 50bis stelsel Gezinnen SECUREX Kinderen SECUREX *Stelsel = kinderbijslagstelsel voor werknemers **Index basis 2003 = 100

84 TOESTAND OP 31 DECEMBER 2013 BIJ F 35 "ADMB KINDERBIJSLAGFONDS" 8 RECHTGEVENDE KINDEREN IN PERCENTAGES EVOLUTIE VAN DE GEZINNEN EN KINDEREN A. Vergelijking van het percentage kinderen per schaalcategorie bij het fonds en in het stelsel ADMB stelsel 100% 80% 60% 40% 20% 0% 80% 60% 40% 20% 0% art. 40 art. 42bis art. 50ter art. 50bis C. Vergelijking van het percentage kinderen per rang bij het fonds en in het stelsel ADMB stelsel rang 1 rang 2 rang 3 rang 4 rang 5 en + B. Vergelijking van het percentage kinderen per leeftijd bij het fonds en in het stelsel ADMB stelsel 40% 30% 20% 10% 0% DD. Percentage kinderen met een aandoening in het totale aantal kinderen bij het fonds en in het stelsel ADMB stelsel 3,0% 2,0% 1,0% 0,0% oud systeem nieuw systeem G. Evolutie van de gezinnen en kinderen bij het fonds en in het stelsel** 170 Gezinnen stelsel Kinderen stelsel H. Evolutie van de kinderen per schaal schaalcategorie bij het fonds** 240 art. 40 ADMB art. 42bis ADMB 200 art. 50ter ADMB art. 50bis ADMB 40 AANGESLOTEN LEDEN I E. Evolutie van het aantal aangeslotenen F. Evolutie van de aangeslotenen bij het fonds en in het stelsel** I. Evolutie van de kinderen per schaalcategorie in het stelsel** ADMB art. 40 stelsel art. 42bis stelsel ADMB stelsel art. 50ter stelsel art. 50bis stelsel Gezinnen ADMB Kinderen ADMB *Stelsel = kinderbijslagstelsel voor werknemers **Index basis 2003 = 100

85 TOESTAND OP 31 DECEMBER 2013 BIJ C/F 39 "PARTENA KINDERBIJSLAGFONDS" 9 RECHTGEVENDE KINDEREN IN PERCENTAGES EVOLUTIE VAN DE GEZINNEN EN KINDEREN A. Vergelijking van het percentage kinderen per schaalcategorie bij het fonds en in het stelsel PARTENA stelsel 100% 80% 60% 40% 20% 0% 80% 60% 40% 20% 0% art. 40 art. 42bis art. 50ter art. 50bis C. Vergelijking van het percentage kinderen per rang bij het fonds en in het stelsel PARTENA stelsel rang 1 rang 2 rang 3 rang 4 rang 5 en + B. Vergelijking van het percentage kinderen per leeftijd bij het fonds en in het stelsel PARTENA stelsel 40% 30% 20% 10% 0% DD. Percentage kinderen met een aandoening in het totale aantal kinderen bij het fonds en in het stelsel PARTENA stelsel 3,0% 2,0% 1,0% 0,0% oud systeem nieuw systeem G. Evolutie van de gezinnen en kinderen bij het fonds en in het stelsel** 170 Gezinnen stelsel Kinderen stelsel H. Evolutie van de kinderen per schaal schaalcategorie bij het fonds** 240 art. 40 PARTENA art. 42bis PARTENA 200 art. 50ter PARTENA art. 50bis PARTENA 40 AANGESLOTEN LEDEN I E. Evolutie van het aantal aangeslotenen F. Evolutie van de aangeslotenen bij het fonds en in het stelsel** I. Evolutie van de kinderen per schaalcategorie in het stelsel** PARTENA art. 40 stelsel art. 42bis stelsel PARTENA stelsel art. 50ter stelsel art. 50bis stelsel Gezinnen PARTENA Kinderen PARTENA *Stelsel = kinderbijslagstelsel voor werknemers **Index basis 2003 = 100

86 TOESTAND OP 31 DECEMBER 2013 BIJ C 41 "KINDERBIJSLAGFONDS UCM" 10 RECHTGEVENDE KINDEREN IN PERCENTAGES EVOLUTIE VAN DE GEZINNEN EN KINDEREN A. Vergelijking van het percentage kinderen per schaalcategorie bij het fonds en in het stelsel UCM stelsel 100% 80% 60% 40% 20% 0% 80% 60% 40% 20% 0% art. 40 art. 42bis art. 50ter art. 50bis C. Vergelijking van het percentage kinderen per rang bij het fonds en in het stelsel UCM stelsel rang 1 rang 2 rang 3 rang 4 rang 5 en + B. Vergelijking van het percentage kinderen per leeftijd bij het fonds en in het stelsel UCM stelsel 40% 30% 20% 10% 0% DD. Percentage kinderen met een aandoening in het totale aantal kinderen bij het fonds en in het stelsel UCM stelsel 3,0% 2,0% 1,0% 0,0% oud systeem nieuw systeem G. Evolutie van de gezinnen en kinderen bij het fonds en in het stelsel** 170 Gezinnen stelsel Kinderen stelsel H. Evolutie van de kinderen per schaal schaalcategorie bij het fonds** 240 art. 40 UCM art. 42bis UCM 200 art. 50ter UCM art. 50bis UCM 40 AANGESLOTEN LEDEN I E. Evolutie van het aantal aangeslotenen F. Evolutie van de aangeslotenen bij het fonds en in het stelsel** I. Evolutie van de kinderen per schaalcategorie in het stelsel** UCM art. 40 stelsel art. 42bis stelsel UCM stelsel art. 50ter stelsel art. 50bis stelsel Gezinnen UCM Kinderen UCM *Stelsel = kinderbijslagstelsel voor werknemers **Index basis 2003 = 100

87 TOESTAND OP 31 DECEMBER 2013 BIJ F 43 "XERIUS KINDERBIJSLAGFONDS" 11 RECHTGEVENDE KINDEREN IN PERCENTAGES EVOLUTIE VAN DE GEZINNEN EN KINDEREN A. Vergelijking van het percentage kinderen per schaalcategorie bij het fonds en in het stelsel XERIUS stelsel 100% 80% 60% 40% 20% 0% 80% 60% 40% 20% 0% art. 40 art. 42bis art. 50ter art. 50bis C. Vergelijking van het percentage kinderen per rang bij het fonds en in het stelsel XERIUS stelsel rang 1 rang 2 rang 3 rang 4 rang 5 en + B. Vergelijking van het percentage kinderen per leeftijd bij het fonds en in het stelsel XERIUS stelsel 40% 30% 20% 10% 0% DD. Percentage kinderen met een aandoening in het totale aantal kinderen bij het fonds en in het stelsel XERIUS stelsel 3,0% 2,0% 1,0% 0,0% oud systeem nieuw systeem G. Evolutie van de gezinnen en kinderen bij het fonds en in het stelsel** 170 Gezinnen stelsel Kinderen stelsel H. Evolutie van de kinderen per schaal schaalcategorie bij het fonds** 240 art. 40 XERIUS art. 42bis XERIUS 200 art. 50ter XERIUS art. 50bis XERIUS 40 AANGESLOTEN LEDEN I E. Evolutie van het aantal aangeslotenen F. Evolutie van de aangeslotenen bij het fonds en in het stelsel** I. Evolutie van de kinderen per schaalcategorie in het stelsel** XERIUS art. 40 stelsel art. 42bis stelsel XERIUS stelsel art. 50ter stelsel art. 50bis stelsel Gezinnen XERIUS Kinderen XERIUS *Stelsel = kinderbijslagstelsel voor werknemers **Index basis 2003 = 100

88 TOESTAND OP 31 DECEMBER 2013 BIJ C/F 53 "HDP VERREKENKAS VOOR KINDERBIJSLAG" 12 RECHTGEVENDE KINDEREN IN PERCENTAGES EVOLUTIE VAN DE GEZINNEN EN KINDEREN A. Vergelijking van het percentage kinderen per schaalcategorie bij het fonds en in het stelsel HDP stelsel 100% 80% 60% 40% 20% 0% 80% 60% 40% 20% 0% art. 40 art. 42bis art. 50ter art. 50bis C. Vergelijking van het percentage kinderen per rang bij het fonds en in het stelsel HDP stelsel rang 1 rang 2 rang 3 rang 4 rang 5 en + DD. Percentage kinderen met een aandoening in het totale aantal kinderen bij het fonds en in het stelsel HDP stelsel AANGESLOTEN LEDEN B. Vergelijking van het percentage kinderen per leeftijd bij het fonds en in het stelsel HDP stelsel 40% 30% 20% 10% 0% 3,0% 2,0% 1,0% 0,0% 0-5 oud systeem nieuw systeem G. Evolutie van de gezinnen en kinderen bij het fonds en in het stelsel** 240 Gezinnen stelsel Kinderen stelsel H. Evolutie van de kinderen per schaal schaalcategorie bij het fonds** art. 40 HDP art. 42bis HDP 400 art. 50ter HDP art. 50bis HDP I E. Evolutie van het aantal aangeslotenen F. Evolutie van de aangeslotenen bij het fonds en in het stelsel** I. Evolutie van de kinderen per schaalcategorie in het stelsel** HDP HDP stelsel art. 40 stelsel art. 42bis stelsel art. 50ter stelsel art. 50bis stelsel Gezinnen HDP Kinderen HDP *Stelsel = kinderbijslagstelsel voor werknemers **Index basis 2003 = 100

89 TOESTAND OP 31 DECEMBER 2013 BIJ C 62 "FAMILIENZULAGENKASSE OSTBELGIEN - CAISSE D'ALLOCATIONS FAMILIALES DE L'EST DE LA BELGIQUE" 13 RECHTGEVENDE KINDEREN IN PERCENTAGES EVOLUTIE VAN DE GEZINNEN EN KINDEREN A. Vergelijking van het percentage kinderen per schaalcategorie bij het fonds en in het stelsel FZK stelsel 100% 80% 60% 40% 20% 0% 80% 60% 40% 20% 0% art. 40 art. 42bis art. 50ter art. 50bis C. Vergelijking van het percentage kinderen per rang bij het fonds en in het stelsel FZK stelsel B. Vergelijking van het percentage kinderen per leeftijd bij het fonds en in het stelsel FZK stelsel 40% 30% 20% 10% 0% DD. Percentage kinderen met een aandoening in het totale aantal kinderen bij het fonds en in het stelsel FZK stelsel 3,0% 2,0% 1,0% G. Evolutie van de gezinnen en kinderen bij het fonds en in het stelsel** 170 Gezinnen stelsel Kinderen stelsel H. Evolutie van de kinderen per schaal schaalcategorie bij het fonds** ,0% rang 1 rang 2 rang 3 rang 4 rang 5 oud nieuw 50 art. 40 FZK art. 42bis FZK en + systeem systeem art. 50ter FZK art. 50bis FZK 0 AANGESLOTEN LEDEN I E. Evolutie van het aantal aangeslotenen F. Evolutie van de aangeslotenen bij het fonds en in het stelsel** I. Evolutie van de kinderen per schaalcategorie in het stelsel** FZK FZK art. 40 stelsel art. 42bis stelsel 150 stelsel 200 art. 50ter stelsel art. 50bis stelsel Gezinnen FZK Kinderen FZK *Stelsel = kinderbijslagstelsel voor werknemers **Index basis 2003 = 100

90 TOESTAND OP 31 DECEMBER 2013 BIJ F 78 "KINDERBIJSLAGFONDS HORIZON HET GEZIN" 14 RECHTGEVENDE KINDEREN IN PERCENTAGES EVOLUTIE VAN DE GEZINNEN EN KINDEREN A. Vergelijking van het percentage kinderen per schaalcategorie bij het fonds en in het stelsel 100% 80% 60% 40% 20% 0% 80% 60% 40% 20% 0% art. 40 Horizon het Gezin art. 42bis art. 50ter stelsel art. 50bis C. Vergelijking van het percentage kinderen per rang bij het fonds en in het stelsel Horizon het Gezin stelsel rang 1 rang 2 rang 3 rang 4 rang 5 en + B. Vergelijking van het percentage kinderen per leeftijd bij het fonds en in het stelsel 40% 30% 20% 10% 0% 0-5 Horizon het Gezin DD. Percentage kinderen met een aandoening in het totale aantal kinderen bij het fonds en in het stelsel Horizon het Gezin stelsel 3,0% 2,0% 1,0% 0,0% oud systeem nieuw systeem G. Evolutie van de gezinnen en kinderen bij het fonds en in het stelsel** 170 Gezinnen stelsel Kinderen stelsel 150 Gezinnen Horizon het Gezin Kinderen Horizon het Gezin H. Evolutie van de kinderen per schaal schaalcategorie bij het fonds** 240 art. 40 Horizon het Gezin art. 42bis Horizon het Gezin 200 art. 50ter Horizon het Gezin art. 50bis Horizon het Gezin AANGESLOTEN LEDEN I E. Evolutie van het aantal aangeslotenen F. Evolutie van de aangeslotenen bij het fonds en in het stelsel** I. Evolutie van de kinderen per schaalcategorie in het stelsel** art. 40 stelsel art. 42bis stelsel Horizon het Gezin stelsel Horizon het Gezin 190 art. 50ter stelsel art. 50bis stelsel stelsel *Stelsel = kinderbijslagstelsel voor werknemers **Index basis 2003 = 100

91 TOESTAND OP 31 DECEMBER 2013 BIJ F 80 "BK 1 (bijzondere verrekenkas voor gezinsvergoedingen ten bate van de arbeiders gebezigd door ladings- en lossingsondernemingen en door de stuwadoors in de havens, losplaatsen, stapelplaatsen en stations)" 15 RECHTGEVENDE KINDEREN IN PERCENTAGES EVOLUTIE VAN DE GEZINNEN EN KINDEREN A. Vergelijking van het percentage kinderen per schaalcategorie bij het fonds en in het stelsel BK 1 stelsel 100% 80% 60% 40% 20% 0% 80% 60% 40% 20% art. 40 art. 42bis art. 50ter art. 50bis C. Vergelijking van het percentage kinderen per rang bij het fonds en in het stelsel BK 1 stelsel B. Vergelijking van het percentage kinderen per leeftijd bij het fonds en in het stelsel BK 1 stelsel 40% 30% 20% 10% 0% DD. Percentage kinderen met een aandoening in het totale aantal kinderen bij het fonds en in het stelsel BK 1 stelsel 3,0% 2,0% 1,0% G. Evolutie van de gezinnen en kinderen bij het fonds en in het stelsel** 170 Gezinnen stelsel Kinderen stelsel 150 Gezinnen BK 1 Kinderen BK H. Evolutie van de kinderen per schaal schaalcategorie bij het fonds** % rang 1 rang 2 rang 3 rang 4 rang 5 en + 0,0% oud systeem BK 1 nieuw systeem stelsel art. 40 BK 1 art. 42bis BK 1 0 art. 50ter BK 1 art. 50bis BK 1 AANGESLOTEN LEDEN I E. Evolutie van het aantal aangeslotenen F. Evolutie van de aangeslotenen bij het fonds en in het stelsel** I. Evolutie van de kinderen per schaalcategorie in het stelsel** BK art. 40 stelsel art. 42bis stelsel art. 50ter stelsel art. 50bis stelsel *Stelsel = kinderbijslagstelsel voor werknemers **Index basis 2003 = 100

92 TOESTAND OP 31 DECEMBER 2013 BIJ F 83 "BK 4 (bijzondere verrekenkas voor gezinsvergeodingen ten bate van de arbeiders der ondernemingen voor binnenscheepvaart)" 16 RECHTGEVENDE KINDEREN IN PERCENTAGES EVOLUTIE VAN DE GEZINNEN EN KINDEREN A. Vergelijking van het percentage kinderen per schaalcategorie bij het fonds en in het stelsel 100% 80% 60% 40% 20% 0% art. 40 art. 42bis BK 4 art. 50ter stelsel art. 50bis C. Vergelijking van het percentage kinderen per rang bij het fonds en in het stelsel B. Vergelijking van het percentage kinderen per leeftijd bij het fonds en in het stelsel BK 4 stelsel 40% 30% 20% 10% 0% DD. Percentage kinderen met een aandoening in het totale aantal kinderen bij het fonds en in het stelsel G. Evolutie van de gezinnen en kinderen bij het fonds en in het stelsel** 170 Gezinnen stelsel Kinderen stelsel 150 Gezinnen Groep BK 4 Kinderen Groep BK % 60% 40% BK 4 stelsel 3,0% 2,0% BK 4 stelsel H. Evolutie van de kinderen per schaal schaalcategorie bij het fonds** 175 art. 40 Groep BK 4 art. 42bis Groep BK art. 50ter Groep BK 4 art. 50bis Groep BK % 1,0% 100 0% rang 1 rang 2 rang 3 rang 4 rang 5 en + 0,0% oud systeem nieuw systeem 25 AANGESLOTEN LEDEN I E. Evolutie van het aantal aangeslotenen F. Evolutie van de aangeslotenen bij het fonds en in het stelsel** I. Evolutie van de kinderen per schaalcategorie in het stelsel** BK art. 40 stelsel art. 42bis stelsel 170 BK 4 stelsel 200 art. 50ter stelsel art. 50bis stelsel *Stelsel = kinderbijslagstelsel voor werknemers **Index basis 2003 = 100

93 TOESTAND OP 31 DECEMBER 2013 BIJ C/F 98 "NMBS-HOLDING" 17 RECHTGEVENDE KINDEREN IN PERCENTAGES EVOLUTIE VAN DE GEZINNEN EN KINDEREN A. Vergelijking van het percentage kinderen per schaalcategorie bij het fonds en in het stelsel NMBS stelsel 100% 80% 60% 40% 20% 0% 80% 60% 40% 20% 0% art. 40 art. 42bis art. 50ter art. 50bis C. Vergelijking van het percentage kinderen per rang bij het fonds en in het stelsel NMBS stelsel rang 1 rang 2 rang 3 rang 4 rang 5 en + B. Vergelijking van het percentage kinderen per leeftijd bij het fonds en in het stelsel NMBS stelsel 40% 30% 20% 10% 0% DD. Percentage kinderen met een aandoening in het totale aantal kinderen bij het fonds en in het stelsel NMBS stelsel 3,0% 2,0% 1,0% 0,0% oud systeem nieuw systeem I E. Evolutie van de gezinnen en kinderen bij het fonds en in het stelsel** 160 Gezinnen stelsel Kinderen stelsel 140 Gezinnen NMBS Kinderen NMBS F. Evolutie van de kinderen per schaalcategorie in het stelsel** 240 art. 40 stelsel art. 42bis stelsel 200 art. 50ter stelsel art. 50bis stelsel *Stelsel = kinderbijslagstelsel voor werknemers **Index basis 2003 = 100

94 TOESTAND OP 31 DECEMBER 2013 BIJ C/F 99 "RIJKSDIENST VOOR KINDERBIJSLAG VOOR WERKNEMERS (RKW)" 18 RECHTGEVENDE KINDEREN IN PERCENTAGES EVOLUTIE VAN DE GEZINNEN EN KINDEREN A. Vergelijking van het percentage kinderen per schaalcategorie bij het fonds en in het stelsel RKW stelsel 100% 80% 60% 40% 20% 0% 80% 60% 40% 20% 0% art. 40 art. 42bis art. 50ter art. 50bis C. Vergelijking van het percentage kinderen per rang bij het fonds en in het stelsel RKW stelsel rang 1 rang 2 rang 3 rang 4 rang 5 en + B. Vergelijking van het percentage kinderen per leeftijd bij het fonds en in het stelsel RKW stelsel 40% 30% 20% 10% 0% DD. Percentage kinderen met een aandoening in het totale aantal kinderen bij het fonds en in het stelsel RKW stelsel 3,0% 2,0% 1,0% 0,0% oud systeem nieuw systeem G. Evolutie van de gezinnen en kinderen bij het fonds en in het stelsel** 170 Gezinnen stelsel Kinderen stelsel H. Evolutie van de kinderen per schaal schaalcategorie bij het fonds** 240 art. 40 RKW art. 42bis RKW 200 art. 50ter RKW art. 50bis RKW 40 AANGESLOTEN LEDEN I E. Evolutie van het aantal aangeslotenen F. Evolutie van de aangeslotenen bij het fonds en in het stelsel** I. Evolutie van de kinderen per schaalcategorie in het stelsel** RKW art. 40 stelsel art. 42bis stelsel RKW stelsel art. 50ter stelsel art. 50bis stelsel Gezinnen RKW Kinderen RKW *Stelsel = kinderbijslagstelsel voor werknemers **Index basis 2003 = 100

DEMOGRAFISCH VERSLAG - 2003 -

DEMOGRAFISCH VERSLAG - 2003 - RKW KINDERBIJSLAG VOOR WERKNEMERS GEWAARBORGDE GEZINSBIJSLAG DEMOGRAFISCH VERSLAG - 2003 - STATISTISCHE REEKSEN 1993-2003 Uitgave 2004 Verantwoordelijke uitgever: Rijksdienst voor Kinderbijslag voor Werknemers

Nadere informatie

DEMOGRAFISCHE EN FINANCIËLE STATISTIEKEN TWEEDE HALFJAAR 2010

DEMOGRAFISCHE EN FINANCIËLE STATISTIEKEN TWEEDE HALFJAAR 2010 Rijksdienst voor Kinderbijslag voor Werknemers DEMOGRAFISCHE EN FINANCIËLE STATISTIEKEN TWEEDE HALFJAAR 2010 HALFJAARLIJKSE STATISTIEKEN NR 142 Verantwoordelijk uitgever: Rijksdienst voor Kinderbijslag

Nadere informatie

BAREMA VAN DE KINDERBIJSLAG

BAREMA VAN DE KINDERBIJSLAG BAREMA VAN DE KINDERBIJSLAG A. ALGEMENE KINDERBIJSLAGWET Schaal tegen spilindex 119,62 (Basis 2004 = 100) van toepassing op 01/07/2014 Aanpassingen: 1. Aanpassing van de grensbedragen voor de inkomsten

Nadere informatie

BAREMA VAN DE KINDERBIJSLAG

BAREMA VAN DE KINDERBIJSLAG A. ALGEMENE KINDERBIJSLAGWET Schaal tegen spilindex 101,02 (Basis 2013 = 100) van toepassing op 01/06/2016 Aanpassing van het barema aan de nieuwe spilindex I. BASISKINDERBIJSLAGEN 1. GEWONE KINDERBIJSLAG

Nadere informatie

KINDERBIJSLAG VOOR ZELFSTANDIGEN STATISTISCHE REEKSEN UITGAVE 2007

KINDERBIJSLAG VOOR ZELFSTANDIGEN STATISTISCHE REEKSEN UITGAVE 2007 STATISTISCHE REEKSEN UITGAVE 2007 Rijksdienst voor Kinderbijslag voor Werknemers Trierstraat 70 1000 BRUSSEL Verantwoordelijke uitgever: Rijksdienst voor Kinderbijslag voor Werknemers Voor alle inlichtingen

Nadere informatie

Vlaanderen is sinds de zesde staatshervorming bevoegd voor de kinderbijslag.

Vlaanderen is sinds de zesde staatshervorming bevoegd voor de kinderbijslag. SCHRIFTELIJKE VRAAG nr. 643 van CHRIS JANSSENS datum: 12 mei 2015 aan JO VANDEURZEN VLAAMS MINISTER VAN WELZIJN, VOLKSGEZONDHEID EN GEZIN Kinderbijslag - Controles Vlaanderen is sinds de zesde staatshervorming

Nadere informatie

Departement Controle

Departement Controle Trierstraat 70 B-1000 Brussel Departement Controle CO 1377 Afzender RKW Trierstraat 70 B-1000 Brussel datum 08.12.2008 uw ref. contact Hugo Bogaert attaché telefoon 02-237 23 61 02-237 21 11 Betreft: Herziening

Nadere informatie

IV. Trimestrialisering van de sociale toeslagen

IV. Trimestrialisering van de sociale toeslagen IV. Trimestrialisering van de sociale toeslagen Vragen Oplossing 1. Situatie Referentie RKW: II/A/21/F00221/T/ced voor alle voorbeelden 1. een moeder woont met haar twee kinderen bij haar vader (grootvader

Nadere informatie

Gezinsbijslag in 15 vragen

Gezinsbijslag in 15 vragen Gezinsbijslag in 15 vragen 1. Wat is gezinsbijslag? Gezinsbijslag omvat: - het kraamgeld dat eenmalig wordt uitbetaald bij de geboorte - de adoptiepremie die eenmaal wordt uitbetaald bij de adoptie - de

Nadere informatie

Bijlage 1 bij dienstbrief 996/93bis: vragen en antwoorden

Bijlage 1 bij dienstbrief 996/93bis: vragen en antwoorden Principe 1 2 De algemene afwijking primeert op de individuele afwijking. De MO 599 vermeldt een groep personen gedefinieerd als de niet-voorrangsgerechtigde rechthebbende vader, moeder, stiefvader, stiefmoeder

Nadere informatie

De administrateur-generaal

De administrateur-generaal Trierstraat 70 B-1000 Brussel De administrateur-generaal Afzender RKW Trierstraat 70 B-1000 Brussel datum 18.12.2009 uw ref. contact Hugo Bogaert adviseur telefoon 02-237 23 61 02-237 21 11 Betreft: Artikel

Nadere informatie

Barema. Kinderbijslag voor werknemers KINDERBIJSLAG

Barema. Kinderbijslag voor werknemers KINDERBIJSLAG Barema Kinderbijslag voor werknemers KINDERBIJSLAG 1. BASISBEDRAGEN 1.1 Premies Eénmalig KRAAMGELD 1ste geboorte 2de geboorte en elk der volgende Elk kind uit een meerlingenzwangerschap 1.223,11 920,25

Nadere informatie

Barema. Kinderbijslag voor werknemers KINDERBIJSLAG

Barema. Kinderbijslag voor werknemers KINDERBIJSLAG Barema Kinderbijslag voor werknemers KINDERBIJSLAG 1. BASISBEDRAGEN 1.1 Premies Eénmalig KRAAMGELD 1 ste geboorte 1.223,11 2 de geboorte en elk der volgende 920,25 Elk kind uit een meerlingenzwangerschap

Nadere informatie

Hierbij vindt u de lijst met controles en codes gebruikt in de toepassing NRW.

Hierbij vindt u de lijst met controles en codes gebruikt in de toepassing NRW. Hierbij vindt u de lijst met controles en codes gebruikt in de toepassing NRW. 1) Controles Een controle wordt aangemaakt in drie types situaties: - wanneer de situatie van de aansluiting bij het fonds

Nadere informatie

DE KINDERBIJSLAG IN DE OVERHEIDSSECTOR. Tellingen 2007. Rijksdienst voor Kinderbijslag voor Werknemers Trierstraat 70-1000 BRUSSEL

DE KINDERBIJSLAG IN DE OVERHEIDSSECTOR. Tellingen 2007. Rijksdienst voor Kinderbijslag voor Werknemers Trierstraat 70-1000 BRUSSEL DE KINDERBIJSLAG IN DE OVERHEIDSSECTOR Tellingen 2007 Rijksdienst voor Kinderbijslag voor Werknemers Trierstraat 70-1000 BRUSSEL Verantwoordelijke uitgever: Rijksdienst voor Kinderbijslag voor Werknemers

Nadere informatie

Betreft: Toepassing van artikel 44bis KBW ingeval van plaatsing van het kind met een beschermd recht

Betreft: Toepassing van artikel 44bis KBW ingeval van plaatsing van het kind met een beschermd recht Trierstraat 70 B-1000 Brussel dienst Controle Afzender RKW Trierstraat 70 B-1000 Brussel datum 21.12.2012 uw ref. contact Peter Savat Guy Tillieux sociaal inspecteurs telefoon 02-237 21 07 02-237 23 60

Nadere informatie

Aandeel van de gerechtigden op wachten overbruggingsuitkeringen. volledige werkloosheid - analyse volgens arrondissement

Aandeel van de gerechtigden op wachten overbruggingsuitkeringen. volledige werkloosheid - analyse volgens arrondissement Aandeel van de gerechtigden op wachten overbruggingsuitkeringen in de volledige werkloosheid - analyse volgens arrondissement Inleiding In ons recent onderzoek betreffende de gerechtigden op wacht- en

Nadere informatie

BIJLAGEN. Bijlage 1: Bijdragereeks en de impact op het recht op kinderbijslag I II III IV V

BIJLAGEN. Bijlage 1: Bijdragereeks en de impact op het recht op kinderbijslag I II III IV V BIJLAGEN Bijlage 1: Bijdragereeks en de impact op het recht op kinderbijslag Naar aanleiding van de Algemene Kinderbijslagwet heeft FAMIFED een tabel opgemaakt met de impact van de verschillende bijdragereeksen

Nadere informatie

FOCUS 2009-3. Typegezinnen in de kinderbijslag: kenmerken, evoluties en bedragen. Rijksdienst voor Kinderbijslag voor Werknemers

FOCUS 2009-3. Typegezinnen in de kinderbijslag: kenmerken, evoluties en bedragen. Rijksdienst voor Kinderbijslag voor Werknemers FOCUS 2009-3 Typegezinnen in de kinderbijslag: kenmerken, evoluties en bedragen Rijksdienst voor Kinderbijslag voor Werknemers Trierstraat 70 1000 Brussel Tel.: 02-237 26 48 Fax: 02-237 24 35 E-mail: research@rkw-onafts.fgov.be

Nadere informatie

FOCUS 2013-1. De kinderbijslag voor kinderen met een aandoening: tien jaar na de hervorming. Rijksdienst voor Kinderbijslag voor Werknemers

FOCUS 2013-1. De kinderbijslag voor kinderen met een aandoening: tien jaar na de hervorming. Rijksdienst voor Kinderbijslag voor Werknemers FOCUS 2013-1 De kinderbijslag voor kinderen met een aandoening: tien jaar na de hervorming Rijksdienst voor Kinderbijslag voor Werknemers Trierstraat 70 1000 Brussel Tel.: 02-237 26 51 E-mail: research@rkw-onafts.fgov.be

Nadere informatie

Verantwoordelijke uitgever: Federaal Agentschap voor de Kinderbijslag (FAMIFED)

Verantwoordelijke uitgever: Federaal Agentschap voor de Kinderbijslag (FAMIFED) Verantwoordelijke uitgever: Federaal Agentschap voor de Kinderbijslag (FAMIFED) Voor inlichtingen: FAMIFED Departement Ondersteuning Research en Financiën Trierstraat 7 1 BRUSSEL e-mail: research@famifed.be

Nadere informatie

FOCUS 2009-2. De maandelijkse kinderbijslag per kind in het kinderbijslagstelsel voor werknemers. Rijksdienst voor Kinderbijslag voor Werknemers

FOCUS 2009-2. De maandelijkse kinderbijslag per kind in het kinderbijslagstelsel voor werknemers. Rijksdienst voor Kinderbijslag voor Werknemers FOCUS 2009-2 De maandelijkse kinderbijslag per kind in het kinderbijslagstelsel voor werknemers Rijksdienst voor Kinderbijslag voor Werknemers Trierstraat 70 1000 Brussel Tel.: 02-237 26 46 Fax: 02-237

Nadere informatie

Vragen en antwoorden over de toepassing van het gewijzigde artikel 48 KBW en de toepassing van de 240-uren norm

Vragen en antwoorden over de toepassing van het gewijzigde artikel 48 KBW en de toepassing van de 240-uren norm Vragen en antwoorden over de toepassing van het gewijzigde artikel 48 KBW en de toepassing van de 240-uren norm Ontstaan van een recht in de werknemersregeling als gevolg van een wijziging in de socio-professionele

Nadere informatie

Verantwoordelijke uitgever: Federaal Agentschap voor de Kinderbijslag. Voor inlichtingen:

Verantwoordelijke uitgever: Federaal Agentschap voor de Kinderbijslag. Voor inlichtingen: Verantwoordelijke uitgever: Federaal Agentschap voor de Kinderbijslag Voor inlichtingen: Federaal Agentschap voor de Kinderbijslag Departement Ondersteuning - Research en Financiën Trierstraat 70 1000

Nadere informatie

PERSBERICHT Brussel, 20 december 2013

PERSBERICHT Brussel, 20 december 2013 PERSBERICHT Brussel, 20 december 2013 Werkgelegenheid stabiel, werkloosheid opnieuw in stijgende lijn Arbeidsmarktcijfers derde kwartaal 2013 Na het licht herstel van de arbeidsmarkt in het tweede kwartaal

Nadere informatie

Brevet van rechthebbende

Brevet van rechthebbende Identificatie van de volgende instelling Kenmerk van de werkgever Brevet van rechthebbende Identificatie van het oorspronkelijke fonds Naam van de beheerder verantwoordelijk voor het dossier e-mail : tel.

Nadere informatie

De administrateur-generaal

De administrateur-generaal Trierstraat 70 B-1000 Brussel De administrateur-generaal Afzender RKW Trierstraat 70 B-1000 Brussel datum 09.11.2010 uw ref. contact Herman Stuyver attaché telefoon 02-237 23 98 02-237 21 11 Betreft: Ouderlijk

Nadere informatie

Kinderarmoede, de erosie van de kinderbijslagen en de staatshervorming

Kinderarmoede, de erosie van de kinderbijslagen en de staatshervorming Kinderarmoede, de erosie van de kinderbijslagen en de staatshervorming Bea Cantillon, Universiteit Antwerpen, Centrum voor Sociaal Beleid Herman Deleeck De evolutie van de kinderarmoede Functies en belang

Nadere informatie

VOOR HET SOCIAAL STATUUT DER ZELFSTANDIGEN

VOOR HET SOCIAAL STATUUT DER ZELFSTANDIGEN !ALGEMEEN rn5eheers(çomite VOOR HET SOCIAAL STATUUT DER ZELFSTANDIGEN Opgericht bij de wet van 30 december 1992 Jan Jacobsplein,6 1000 Brussel Tel. : 02 546 43 40 Fax :02 546 21 53 ABC ADVIES 2011/04 erratum

Nadere informatie

Gezinsbijslag (schaal van kracht vanaf 1 mei (maandelijkse bedragen in EUR)

Gezinsbijslag (schaal van kracht vanaf 1 mei (maandelijkse bedragen in EUR) Gezinsbijslag (schaal van kracht vanaf 1 mei (maandelijkse bedragen in EUR) I. Samengeordende wetten betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders 1. Gewone kinderbijslag (artikel 40) eerste kind 86,77

Nadere informatie

De vrouwen hebben dan ook een grotere kans op werkloosheid (0,39) dan de mannen uit de onderzoekspopulatie (0,29).

De vrouwen hebben dan ook een grotere kans op werkloosheid (0,39) dan de mannen uit de onderzoekspopulatie (0,29). In het kader van het onderzoek kreeg de RVA de vraag om op basis van de door het VFSIPH opgestelde lijst van Rijksregisternummers na te gaan welke personen op 30 juni 1997 als werkloze ingeschreven waren.

Nadere informatie

PERSBERICHT Brussel, 25 juni 2013

PERSBERICHT Brussel, 25 juni 2013 PERSBERICHT Brussel, 25 juni 2013 Meer 55-plussers aan het werk Arbeidsmarktcijfers eerste kwartaal 2013 66,7% van de 20- tot 64-jarigen is aan het werk. Dat percentage daalt licht in vergelijking met

Nadere informatie

Evolutie van het arbeidsongevallenrisico in de privésector in België tussen 1985 en 2013

Evolutie van het arbeidsongevallenrisico in de privésector in België tussen 1985 en 2013 Evolutie van het arbeidsongevallenrisico in de privésector in België tussen 1985 en 2013 Verschillende factoren bepalen het aantal arbeidsongevallen. Sommige van die factoren zijn meetbaar. Denken we daarbij

Nadere informatie

Meeruitgaven in 2005 t.o.v. 1996 voor vrouwelijke 60-plussers als gevolg van de pensioenhervorming in 1996

Meeruitgaven in 2005 t.o.v. 1996 voor vrouwelijke 60-plussers als gevolg van de pensioenhervorming in 1996 Meeruitgaven in 2005 t.o.v. 1996 voor vrouwelijke 60-plussers als gevolg van de pensioenhervorming in 1996 Inleiding Bij de pensioenhervorming van 1996 werd besloten de pensioenleeftijd van vrouwen in

Nadere informatie

Verantwoordelijke uitgever: Rijksdienst voor Kinderbijslag voor Werknemers

Verantwoordelijke uitgever: Rijksdienst voor Kinderbijslag voor Werknemers Verantwoordelijke uitgever: Rijksdienst voor Kinderbijslag voor Werknemers Voor inlichtingen: RKW Departement Ondersteuning Research en Financiën Trierstraat 70-1000 Brussel e-mail: research@rkw.be www.rkw.be

Nadere informatie

Met dit formulier kunt u als u met uw gezin in België woont een VOORLOPIGE toeslag op de kinderbijslag aanvragen als:

Met dit formulier kunt u als u met uw gezin in België woont een VOORLOPIGE toeslag op de kinderbijslag aanvragen als: Mevrouw Mijnheer Met dit formulier kunt u als u met uw gezin in België woont een toeslag op de kinderbijslag aanvragen als: - Langdurig werkloze (tenminste 6 maanden) - Zieke (tenminste 6 maanden) - Bruggepensioneerde

Nadere informatie

II/C/996/111 - bijlage 2 Aanknopingsfactoren voor het aanrekenen van de betaalde gezinsbijslag aan de deelstaten 1. Doelstellingen Aan elk kind een regiocode 1 toekennen om zodoende: de betaalde gezinsbijslag

Nadere informatie

Met dit formulier kun je als je met je gezin in België woont een toeslag op de kinderbijslag aanvragen als:

Met dit formulier kun je als je met je gezin in België woont een toeslag op de kinderbijslag aanvragen als: Model S Mevrouw Mijnheer Met dit formulier kun je als je met je gezin in België woont een toeslag op de kinderbijslag aanvragen als: - langdurig werkloze (ten minste 6 maanden), - zieke (ten minste 6 maanden),

Nadere informatie

Cijferbijlage Wonen in Nederland en werken in België

Cijferbijlage Wonen in Nederland en werken in België Cijferbijlage Wonen in Nederland en werken in België Inhoud Algemeen 2 Gezin 2 Medische zorg 3 Nabestaanden 3 Werkloos 4 Ziek of arbeidsongeschikt 5 Zwangerschap en bevalling 5 Zo blijft u op de hoogte

Nadere informatie

Nr. Situatie Recht op toeslag voor eenoudergezinnen

Nr. Situatie Recht op toeslag voor eenoudergezinnen Programmawet (1) van 27 april 2007 - Maatregelen voor de eenoudergezinnen - Voorbeelden Eenoudergezinnen die enkel de gewone schaal ontvangen: specifieke toeslag van 20 EUR 1. Een koppel gaat gescheiden

Nadere informatie

Tabel 2.1 Overzicht van de situatie op de arbeidsmarkt van de onderzochte personen op 30/06/97. Deelpopulatie 1996

Tabel 2.1 Overzicht van de situatie op de arbeidsmarkt van de onderzochte personen op 30/06/97. Deelpopulatie 1996 Dit deel van het onderzoek omvat alle personen tussen de 18 en 55 jaar oud (leeftijdsgrenzen inbegrepen) op 30 juni 1997, wiens dossier van het Vlaams Fonds voor de Sociale Integratie van Personen met

Nadere informatie

Verdere evolutie van de geharmoniseerde werkloosheid in ruime zin

Verdere evolutie van de geharmoniseerde werkloosheid in ruime zin Verdere evolutie van de geharmoniseerde werkloosheid in ruime zin ruime zin in België, Duitsland, Frankrijk en Nederland in 2014 Directie Statistieken, Begroting en Studies stat@rva.be Inhoudstafel: 1

Nadere informatie

Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling «Sociale Zekerheid»

Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling «Sociale Zekerheid» Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling «Sociale Zekerheid» SCSZ/10/109 BERAADSLAGING NR 98/60 VAN 13 OKTOBER 1998, GEWIJZIGD OP 7 SEPTEMBER 2010, BETREFFENDE EEN MACHTIGINGSAANVRAAG

Nadere informatie

«Bestaat er een verband tussen de leeftijd van de werkloze en de werkloosheidsduur?» (1 ste deel)

«Bestaat er een verband tussen de leeftijd van de werkloze en de werkloosheidsduur?» (1 ste deel) «Bestaat er een verband tussen de leeftijd van de werkloze en de werkloosheidsduur?» (1 ste deel) Eerste deel Evolueert de werkloosheidsduur naargelang de leeftijd van de werkloze? Hoe groot is de kans

Nadere informatie

De honden en katten van de Belgen

De honden en katten van de Belgen ALGEMENE DIRECTIE STATISTIEK EN ECONOMISCHE INFORMATIE PERSBERICHT 13 juli 2010 De honden en katten van de Belgen Enkele conclusies Ons land telde in 2008 1.167.000 honden en 1.974.000 katten; In vergelijking

Nadere informatie

Nieuwe uitkeringen vanaf 1 mei 2011

Nieuwe uitkeringen vanaf 1 mei 2011 Nieuwe uitkeringen vanaf 1 mei 2011 Door de overschrijding van de index worden de bedragen van de sociale uitkeringen opnieuw aangepast. De bedragen zijn geldig vanaf 1 mei 2011. 1. KINDERBIJSLAGEN Gewone

Nadere informatie

Grafische sector West-Vlaanderen Werkt 2, 2009

Grafische sector West-Vlaanderen Werkt 2, 2009 Grafische sector West-Vlaanderen Werkt 2, 2009 De grafische sector in West-Vlaanderen Foto: : Febelgra Jens Vannieuwenhuyse sociaaleconomisch beleid, WES De grafische sector is zeer divers. Grafische bedrijven

Nadere informatie

VLAAMS WONINGFONDS VAN DE GROTE GEZINNEN cvba PERSBERICHT de Meeûssquare, 26-27 21 mei 2008 1000 BRUSSEL BLIKVANGER VAN HET ACTIVITEITENVERSLAG 2007

VLAAMS WONINGFONDS VAN DE GROTE GEZINNEN cvba PERSBERICHT de Meeûssquare, 26-27 21 mei 2008 1000 BRUSSEL BLIKVANGER VAN HET ACTIVITEITENVERSLAG 2007 VLAAMS WONINGFONDS VAN DE GROTE GEZINNEN cvba PERSBERICHT de Meeûssquare, 26-27 21 mei 2008 1000 BRUSSEL KBO 0421 111 543 RPR Brussel BLIKVANGER VAN HET ACTIVITEITENVERSLAG 2007 Dankzij het ter beschikking

Nadere informatie

Juridisch bulletin. www.rkw.be

Juridisch bulletin. www.rkw.be Juridisch bulletin www.rkw.be Dienstvoorschriften 2008 Inhoud 1 Ministeriële omzendbrieven 3 1.1 Ministeriële omzendbrief nr. 601 van 30 januari 2008 (Artikel 76bis, 1, KBW. Bedragen van de gezinsbijslag

Nadere informatie

Perequatie van de overheidspensioenen

Perequatie van de overheidspensioenen 1/6 Perequatie van de overheidspensioenen 1. Ter herinnering: Wat is perequatie? Het huidige ingevoerde systeem dateert van de wet van 9 juli 1969 tot wijziging en aanvulling van de wetgeving betreffende

Nadere informatie

De positie van de Vlaamse kust op de Belgische reismarkt

De positie van de Vlaamse kust op de Belgische reismarkt Kusttoerisme West-Vlaanderen Werkt 3, 28 De positie van de Vlaamse kust op de Belgische reismarkt Foto: Evelien Christiaens Rik De Keyser bestuurder-directeur en hoofd afdeling toerisme, WES Evelien Christiaens

Nadere informatie

Nota Vlaamse Regionale Analyse: De Vlaamse regering bereikt een akkoord over de hervorming van de kinderbijslag

Nota Vlaamse Regionale Analyse: De Vlaamse regering bereikt een akkoord over de hervorming van de kinderbijslag Nota Vlaamse Regionale Analyse: De Vlaamse regering bereikt een akkoord over de hervorming van de kinderbijslag De Vlaamse regering hakte uiteindelijk de knoop door over de hervorming van de Vlaamse kinderbijslag.

Nadere informatie

1,9 miljoen Belgen hebben nog nooit een computer gebruikt; 2,6 miljoen Belgen hebben nog nooit op het internet gesurft.

1,9 miljoen Belgen hebben nog nooit een computer gebruikt; 2,6 miljoen Belgen hebben nog nooit op het internet gesurft. ALGEMENE DIRECTIE STATISTIEK EN ECONOMISCHE INFORMATIE PERSBERICHT 8 november 2006 1,9 miljoen Belgen hebben nog nooit een computer gebruikt; 2,6 miljoen Belgen hebben nog nooit op het internet gesurft.

Nadere informatie

Vraag nr. 351 van 26 februari 2013 van PAUL DELVA

Vraag nr. 351 van 26 februari 2013 van PAUL DELVA VLAAMS PARLEMENT SCHRIFTELIJKE VRAGEN PASCAL SMET VLAAMS MINISTER VAN ONDERWIJS, JEUGD, GELIJKE KANSEN EN BRUSSEL Vraag nr. 351 van 26 februari 2013 van PAUL DELVA Nederlandstalig onderwijs Brussel Capaciteit

Nadere informatie

FUSIE VAN KINDERBIJSLAGFONDSEN

FUSIE VAN KINDERBIJSLAGFONDSEN FUSIE VAN KINDERBIJSLAGFONDSEN De wet van 27 juni 1921 gewijzigd door de wet van 2 mei 2002 over de VZW s is van toepassing op alle erkende vrije kinderbijslagfondsen. In dit document zullen wij echter

Nadere informatie

CIRCULAIRE. Sociale uitkeringen Bedragen per 1 januari 2014

CIRCULAIRE. Sociale uitkeringen Bedragen per 1 januari 2014 Anneleen Bettens Adjunct-adviseur Competentiecentrum Werk & Sociale Zekerheid T +32 2 515 09 27 F +32 2 515 09 13 ab@vbo-feb.be CIRCULAIRE Sociale uitkeringen Bedragen per 1 januari 2014 19 februari 2014

Nadere informatie

Betreft: Aanvraag voor een toeslag op de kinderbijslag voor gezinnen buiten België

Betreft: Aanvraag voor een toeslag op de kinderbijslag voor gezinnen buiten België MOD. 19_Fisc dienst datum onze ref. uw ref. contact telefoon telefax De gegevens die u op dit formulier invult, worden verzameld voor de vestiging van het recht op kinderbijslag en de betaling ervan. Ze

Nadere informatie

Kredietverlening aan Vlaamse ondernemingen

Kredietverlening aan Vlaamse ondernemingen Kredietverlening aan Vlaamse ondernemingen Monitoring Rapport: Januari 2012 Jan van Nispen Inleiding Sinds 2008 zijn woorden zoals crisis, financieringsproblemen, waarborgen en bailouts niet meer uit de

Nadere informatie

Gelet op de aanvraag ingediend door de RKW bij brieven van 28 februari 1995 en 15 juni 1995;

Gelet op de aanvraag ingediend door de RKW bij brieven van 28 februari 1995 en 15 juni 1995; TC/95/24 BERAADSLAGING Nr. 95/48 VAN 12 SEPTEMBER 1995 BETREFFENDE EEN AANVRAAG VAN DE RIJKSDIENST VOOR KINDERBIJSLAG VOOR WERKNEMERS (RKW) TOT MACHTIGING, ALSOOK VOOR ALLE KINDERBIJSLAGFONDSEN, VOOR HET

Nadere informatie

Aanvraag voor een toeslag op de kinderbijslag voor gezinnen BUI TEN België

Aanvraag voor een toeslag op de kinderbijslag voor gezinnen BUI TEN België Terug te sturen naar: PB 10020 1070 ANDERLECHT Ons kenmerk: Dossierbeheerder: Telefoon: 02 643 18 11 E-mail: infokbaf@attentia.be De gegevens die u op dit formulier invult, worden verzameld voor de vestiging

Nadere informatie

HET STELSEL VAN DE KINDERBIJSLAG VOOR WERKNEMERS

HET STELSEL VAN DE KINDERBIJSLAG VOOR WERKNEMERS HET STELSEL VAN DE KINDERBIJSLAG VOOR WERKNEMERS Exemplaren zijn verkrijgbaar bij: Rijksdienst voor Kinderbijslag voor Werknemers (RKW) Trierstraat 70, 1000 BRUSSEL 02-237 20 20 www.rkw.be Reproductie

Nadere informatie

FOCUS "RVA-SANCTIE EN DOORSTROOM NAAR DE OCMW'S"

FOCUS RVA-SANCTIE EN DOORSTROOM NAAR DE OCMW'S FOCUS "RVA-SANCTIE EN DOORSTROOM NAAR DE OCMW'S" Nummer 8 Juli 2014 1. Inleiding De activering van het zoekgedrag naar werk is het geheel van acties die de RVA onderneemt om de inspanningen van werklozen

Nadere informatie

Nieuwsbrief van Acerta Kinderbijslagfonds 46ste jaargang nr. 1 maart 2002. In dit nummer

Nieuwsbrief van Acerta Kinderbijslagfonds 46ste jaargang nr. 1 maart 2002. In dit nummer Allocatief Nieuwsbrief van Acerta Kinderbijslagfonds 46ste jaargang nr. 1 maart 2002 In dit nummer Nieuwe barema s Kinderbijslag betalen aan de vader? Het kan! Papier hier... Vragenlijsten al teruggestuurd?

Nadere informatie

67,3% van de 20-64-jarigen aan het werk

67,3% van de 20-64-jarigen aan het werk ALGEMENE DIRECTIE STATISTIEK EN ECONOMISCHE INFORMATIE PERSBERICHT 28 oktober 67,3% van de 20-64-jarigen aan het werk Tegen 2020 moet 75% van de Europeanen van 20 tot en met 64 jaar aan het werk zijn.

Nadere informatie

R A P P O R T Nr. 67 ------------------------------- RAPPORT BETREFFENDE HET TIJDSKREDIET - JAARLIJKSE EVALUATIE

R A P P O R T Nr. 67 ------------------------------- RAPPORT BETREFFENDE HET TIJDSKREDIET - JAARLIJKSE EVALUATIE R A P P O R T Nr. 67 ------------------------------- RAPPORT BETREFFENDE HET TIJDSKREDIET - JAARLIJKSE EVALUATIE ---------------- 9 november 2005 1.984-1 Blijde Inkomstlaan, 17-21 - 1040 Brussel Tel: 02

Nadere informatie

FONDS VOOR ARBEIDSONGEVALLEN 11/12/2007

FONDS VOOR ARBEIDSONGEVALLEN 11/12/2007 FONDS VOOR ARBEIDSONGEVALLEN 11/12/2007 Statistisch verslag van de arbeidsongevallen in 2006 1 Inleiding De arbeidsongevallenaangifte vormt de basis voor de verzameling van de gegevens met betrekking tot

Nadere informatie

De administrateur-generaal

De administrateur-generaal Trierstraat 70 B-1000 Brussel De administrateur-generaal Afzender RKW Trierstraat 70 B-1000 Brussel datum 15.05.2008 II/C/999/146 onze ref. uw ref. contact Inge Vandenbosch attaché telefoon 02-237 25 29

Nadere informatie

Tekst opgesteld door Dirk Torfs, augustus 2000, laatst aangepast in januari 2013.

Tekst opgesteld door Dirk Torfs, augustus 2000, laatst aangepast in januari 2013. 1 Sociaal statuut van de zelfstandige Tekst opgesteld door Dirk Torfs, augustus 2000, laatst aangepast in januari 2013. 1. Wie is een zelfstandige? Een zelfstandige is een persoon die in België een beroepsbezigheid

Nadere informatie

«Bestaat er een verband tussen de leeftijd van de werkloze en de werkloosheidsduur?» (2 de deel)

«Bestaat er een verband tussen de leeftijd van de werkloze en de werkloosheidsduur?» (2 de deel) «Bestaat er een verband tussen de leeftijd van de werkloze en de werkloosheidsduur?» (2 de deel) Tweede deel In de vorige Stat info ging de studie globaal (ttz. alle statuten bijeengevoegd) over het verband

Nadere informatie

OBSERVATORIUM VAN DE GAS- EN ELEKTRICITEITSPRIJZEN BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST

OBSERVATORIUM VAN DE GAS- EN ELEKTRICITEITSPRIJZEN BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST OBSERVATORIUM VAN DE GAS- EN ELEKTRICITEITSPRIJZEN BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST 4 de kwartaal 2012 + Januari 2013 Inleiding Hoewel de CREG (de federale regulator) bevoegd is voor de tarieven, publiceert

Nadere informatie

De honden en katten van de Belgen

De honden en katten van de Belgen ALGEMENE DIRECTIE STATISTIEK EN ECONOMISCHE INFORMATIE PERSBERICHT 31 juli 2007 De honden en katten van de Belgen Highlights Ons land telde in 2004 1.064.000 honden en 1.954.000 katten; In vergelijking

Nadere informatie

OBSERVATORIUM VAN DE GAS- EN ELEKTRICITEITSPRIJZEN BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST

OBSERVATORIUM VAN DE GAS- EN ELEKTRICITEITSPRIJZEN BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST OBSERVATORIUM VAN DE GAS- EN ELEKTRICITEITSPRIJZEN BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST 1 ste kwartaal 2012 Inleiding Hoewel de CREG (de federale regulator) bevoegd is voor de tarieven, is het Brugel die sinds

Nadere informatie

Hoe heeft de sociale zekerheid de crisis doorstaan?

Hoe heeft de sociale zekerheid de crisis doorstaan? Hoe heeft de sociale zekerheid de crisis doorstaan? Hoe heeft de sociale zekerheid de economische crisis van 2009 en 2012 doorstaan? Die twee jaar bedraagt de economische groei respectievelijk -2,8% en

Nadere informatie

nr. 46 van ROBRECHT BOTHUYNE datum: 14 oktober 2014 aan PHILIPPE MUYTERS Dienstencheques - Gebruikers

nr. 46 van ROBRECHT BOTHUYNE datum: 14 oktober 2014 aan PHILIPPE MUYTERS Dienstencheques - Gebruikers SCHRIFTELIJKE VRAAG nr. 46 van ROBRECHT BOTHUYNE datum: 14 oktober 2014 aan PHILIPPE MUYTERS VLAAMS MINISTER VAN WERK, ECONOMIE, INNOVATIE EN SPORT Dienstencheques - Gebruikers De dienstencheque (DC),

Nadere informatie

Omzendbrief betreffende de verwarmingsperiode 2007-2008

Omzendbrief betreffende de verwarmingsperiode 2007-2008 Vragen naar: Petra Romelart E-mail: petra.romelart@mi-is.be Tel 02/5078727 Url : www.mi-is.be Aan de dames en heren Voorzitters van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn Dienst Juridisch en Beleidsondersteunend

Nadere informatie

INHOUD AFDELING 1 GRONDSLAGEN VAN HET SOCIAAL STATUUT

INHOUD AFDELING 1 GRONDSLAGEN VAN HET SOCIAAL STATUUT INHOUD AFDELING 1 GRONDSLAGEN VAN HET SOCIAAL STATUUT HOOFDSTUK 1... 3 EEN SOCIAAL STATUUT VOOR ONTHAALOUDERS... 3 1. Inleiding... 3 2. De Belgische sociale zekerheid: hoe werkt dat?... 3 3. Is een onthaalouder

Nadere informatie

Studies. Wijzigingen van gezinstoestand tijdens volledige werkloosheid

Studies. Wijzigingen van gezinstoestand tijdens volledige werkloosheid Studies Wijzigingen van gezinstoestand tijdens volledige werkloosheid Maart 1999 Voorwoord Deze studie zal in 4 delen worden gepubliceerd in de RVA Stat info. In deze Stat info vindt u Deel I. Deel I omvat:

Nadere informatie

CIRCULAIRE. Sociale uitkeringen Bedragen per 1 januari 2013 S.2013/004 AB/LP/S.5000 CI13-004N.AB. 11 januari 2013. Samenvatting

CIRCULAIRE. Sociale uitkeringen Bedragen per 1 januari 2013 S.2013/004 AB/LP/S.5000 CI13-004N.AB. 11 januari 2013. Samenvatting Anneleen Bettens Adjunct-adviseur AB/LP/S.5000 CI13-004N.AB CIRCULAIRE Sociale uitkeringen Bedragen per 1 januari 2013 11 januari 2013 Samenvatting Sedert 1 december 2012 is het bedrag van bepaalde socialezekerheidsuitkeringen

Nadere informatie

Omgevingsanalyse Oostende Ifv nieuwe locatie kinderdagverblijf In opdracht van CM Oostende

Omgevingsanalyse Oostende Ifv nieuwe locatie kinderdagverblijf In opdracht van CM Oostende Omgevingsanalyse Oostende Ifv nieuwe locatie kinderdagverblijf In opdracht van CM Oostende 1 Inleiding In deze analyse worden een aantal cijfers meegegeven die van belang kunnen zijn in het kader van de

Nadere informatie

Bios2 Thema in de kijker Personeel in de bibliotheek

Bios2 Thema in de kijker Personeel in de bibliotheek Bios2 Thema in de kijker Personeel in de bibliotheek Bios2 thema reeks Oktober 2014 Het agentschap Sociaal-Cultureel Werk voor Jeugd en Volwassenen verzamelt via de rapporteringstool Bios2 al geruime tijd

Nadere informatie

1.1 Aantal levend geborenen dat bij geboorte woont in het Vlaamse Gewest sinds 2001

1.1 Aantal levend geborenen dat bij geboorte woont in het Vlaamse Gewest sinds 2001 Bijlage bij het persbericht dd. 08/06/15: 1 Vrouwen krijgen hun kinderen in toenemende mate na hun dertigste verjaardag 1. Het geboortecijfer volgens Kind en Gezin 67 875 geboorten in 2014, daling van

Nadere informatie

West-Vlaanderen performant in tewerkstelling kansengroepen

West-Vlaanderen performant in tewerkstelling kansengroepen Werkt 2, 2007 performant in tewerkstelling kansengroepen Ilse Van Houtteghem Coördinator sociale economie, POM presteert goed op gebied van de tewerkstelling van kansengroepen. Dit blijkt uit de pas verschenen

Nadere informatie

Meer weten over kinderbijslagen

Meer weten over kinderbijslagen Troonstraat 125-1050 Brussel Tel. 02 507 89 37 - studiedienst@gezinsbond.be Meer weten over kinderbijslagen 1. Waarvoor dient de kinderbijslag? De kinderbijslag is een tussenkomst van de overheid om deels

Nadere informatie

Ouderschapsverlof. 13.04.2006 Rev. 04.06.2012 Juridische dienst info@salar.be

Ouderschapsverlof. 13.04.2006 Rev. 04.06.2012 Juridische dienst info@salar.be 13.04.2006 Rev. 04.06.2012 Juridische dienst info@salar.be Ouderschapsverlof De redactie en uitgever streven naar optimale betrouwbaarheid en volledigheid van de verstrekte informatie, waarvoor ze echter

Nadere informatie

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE > Retouradres Postbus 90801 2509 LV Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE 2513AA22XA Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4

Nadere informatie

U woont alleen met de kinderen: uw belastbare beroepsinkomsten en/of uitkeringen mogen maximum 2309,58 EUR per maand bedragen.

U woont alleen met de kinderen: uw belastbare beroepsinkomsten en/of uitkeringen mogen maximum 2309,58 EUR per maand bedragen. MODEL S Stuur alle documenten ingevuld en ondertekend terug naar: Acerta Kinderbijslagfonds vzw, Groenenborgerlaan 16, B-2610 Wilrijk. Gelieve uw dossiernummer (ons kenmerk) of indien u het niet kent uw

Nadere informatie

De administrateur-generaal

De administrateur-generaal Trierstraat 70 B-1000 Brussel De administrateur-generaal Afzender RKW Trierstraat 70 B-1000 Brussel datum 07.11.2006 uw ref. contact Hugo Bogaert attaché telefoon 02-237 23 61 02-237 21 11 Betreft: Brevet

Nadere informatie

Notarisbarometer Vastgoed - familie - vennootschappen

Notarisbarometer Vastgoed - familie - vennootschappen Notarisbarometer Vastgoed - familie - vennootschappen Oktober - december 2014 n 20 T/1 5 jaar www.notaris.be VASTGOEDACTIVITEIT IN BELGIË 99,2 99,8 101 102,1 102,6 106,4 106,8 101,7 102,8 94,1 94,9 98,9

Nadere informatie

STUDIE FAILLISSEMENTEN. Zomer 2015

STUDIE FAILLISSEMENTEN. Zomer 2015 STUDIE FAILLISSEMENTEN Zomer 2015 01/09/2015 Overname en gebruik van dit onderzoek wordt aangemoedigd bronvermelding Graydon Belgium. Deze brochure is louter ter informatie opgesteld. De gegevens zijn

Nadere informatie

Regionale economische vooruitzichten 2014-2019

Regionale economische vooruitzichten 2014-2019 2014/6 Regionale economische vooruitzichten 2014-2019 Dirk Hoorelbeke D/2014/3241/218 Samenvatting Dit artikel geeft een bondig overzicht van enkele resultaten uit de nieuwe Regionale economische vooruitzichten

Nadere informatie

Kredietverlening aan Vlaamse ondernemingen

Kredietverlening aan Vlaamse ondernemingen Kredietverlening aan Vlaamse ondernemingen Monitoring Rapport: Mei 212 Jan van Nispen Inleiding De start van de financiële crisis ligt nu al enkele jaren achter ons, maar in 211 voelden we nog steeds de

Nadere informatie

SOCIAAL STATUUT VAN DE BEDRIJFSLEIDER Stef Van Attenhoven 20 december 2005 SITUERING SOCIAAL STATUUT. Inhoud Zeven vragen over het sociaal statuut

SOCIAAL STATUUT VAN DE BEDRIJFSLEIDER Stef Van Attenhoven 20 december 2005 SITUERING SOCIAAL STATUUT. Inhoud Zeven vragen over het sociaal statuut Inhoud Zeven vragen over het sociaal statuut Waar moet ik het sociaal statuut situeren? Wat moet ik doen? Hoeveel kost mijn sociaal statuut? SOCIAAL STATUUT VAN DE BEDRIJFSLEIDER Stef Van Attenhoven 20

Nadere informatie

Wie valt onder toepassing van het sociaal statuut?

Wie valt onder toepassing van het sociaal statuut? Statuut van de Gepensioneerde zelfstandige Statuut van de Gepensioneerde zelfstandige... Wie valt onder toepassing van het sociaal statuut?... Verplichtingen... Bijdrageplicht... Mag ik werken als gepensioneerde?...

Nadere informatie

Informatie 10 januari 2015

Informatie 10 januari 2015 Informatie 10 januari 2015 ARMOEDE: FEITEN EN CIJFERS ARMOEDE WERELDWIJD Wereldwijd leven ongeveer 1,2 miljard mensen in absolute armoede leven: zij beschikken niet over basisbehoeften zoals schoon drinkwater,

Nadere informatie

Pensioenplan voor de arbeiders van de baksteensector

Pensioenplan voor de arbeiders van de baksteensector Pensioenplan voor de arbeiders van de baksteensector www.federale.be www.baksteen.be Voorwoord Eind 2011 werd een sectoraal pensioenplan ingevoerd voor de arbeiders van de baksteensector. Met dit sectorpensioenplan

Nadere informatie

Profiel van de asielzoekers in opvang op 31 december 2015

Profiel van de asielzoekers in opvang op 31 december 2015 Monitoring asielinstroom Profiel van de asielzoekers in opvang op 31 december 2015 Nota in het kader van de coördinatieopdracht monitoring asielinstroom van het Agentschap Integratie en Inburgering Publicatiedatum:

Nadere informatie

De verwarmingstoelage

De verwarmingstoelage Versie nr: 1 Laatste wijziging: 04-02-2009 1) Waartoe dient deze fiche? 2) Wat is dat een verwarmingstoelage? 3) Wordt elke brandstof in aanmerking genomen voor de toekenning van de verwarmingstoelage?

Nadere informatie

Werkgelegenheidsonderzoek 2010

Werkgelegenheidsonderzoek 2010 2010 pr ov i nc i e g r oni ng e n Wer kgel egenhei dsonder zoek Eenanal ysevandeont wi kkel i ngen i ndewer kgel egenhei di nde pr ovi nci egr oni ngen Werkgelegenheidsonderzoek 2010 Werkgelegenheidsonderzoek

Nadere informatie

Een regionale opsplitsing van de sociale balansen

Een regionale opsplitsing van de sociale balansen Een regionale opsplitsing van de sociale balansen Nationale Bank van België (2004). De sociale balans 2003, Economisch Tijdschrift 4-2004. Voor het eerst heeft de Nationale Bank van België de sociale balansen

Nadere informatie

SECTORFOTO Verhuissector 2008 DEpaRTEmEnT WERk En SOCialE ECOnOmiE

SECTORFOTO Verhuissector 2008 DEpaRTEmEnT WERk En SOCialE ECOnOmiE SECTORFOTO Verhuissector 2008 Departement Werk en Sociale Economie Colofon Samenstelling: Vlaamse overheid Beleidsdomein Werk en Sociale Economie Departement Werk en Sociale Economie Koning Albert II-laan

Nadere informatie