Infectieziekten Bulletin

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Infectieziekten Bulletin"

Transcriptie

1 Jaargang 22 nummer 8 oktober 2011 Themanummer MRSA MRSA in Nederland: Het water stijgt, maar de dijken houden stand

2 Colofon Hoofdredactie Mw. W.L.M. Ruijs, Landelijke Coördinatie Infectieziektebestrijding, RIVM Eindredactie L.D. van Dooren, Landelijke Coördinatie Infectieziektebestrijding, RIVM Postbus 1, 3720 BA Bilthoven Tel.: / Fax: Bureauredactie Mw. M. Bouwer, Landelijke Coördinatie Infectieziektebestrijding, RIVM Tel.: / Fax: Redactieraad G.R. Westerhof, namens de Inspectie voor de Gezondheidszorg Mw. E.M. Mascini, namens de Nederlandse Vereniging voor Medische Microbiologie C.A.J.J. Jaspers, namens de Vereniging voor Infectieziekten H.C. Rümke, namens de Interfacultaire Werkgroep Pediatrische Infectiologie Mw. A. Rietveld, namens het Landelijk Overleg Infectieziektebestrijding van de GGD en Mw. T.D. Baayen, namens de V&VN verpleegkundigen openbare gezondheidszorg Mw. C.A.C.M van Els, namens Vaccinologie, RIVM J.H. Richardus, namens afdeling Maatschappelijke Gezondheidszorg, Erasmus MC B. Wilbrink, namens het Laboratorium voor Infectieziekten en Screening, RIVM A.J.M.M. Oomen, namens de Landelijke Coördinatie Infectieziektebestrijding, RIVM Mw. F.D.H. Koedijk, namens Epidemiologie en Surveillance, RIVM Mw. L.P.B. Verhoef, namens het Laboratorium voor Infectieziekten en Screening, RIVM Ontwerp / layout Uitgeverij RIVM Nieuwe abonnementen of adreswijzigingen RIVM, Postbus 1 Postbak 13, 3720 BA Bilthoven Telefoon: (030) / Fax: (030) Aanmelden voor de maandelijkse digitale editie van het IB: Inzending van kopij Het Infectieziekten Bulletin ontvangt graag kopij uit de kring van zijn lezers. Auteurs worden verzocht rekening te houden met de richtlijnen die te vinden zijn op Het Infectieziekten Bulletin op Internet: ISSN-nummer: X Het Infectieziekten Bulletin is een uitgave van het Centrum Infectieziektebestrijding van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), in samenwerking met de GGD en, de Nederlandse Vereniging voor Medische Microbiologie, de Vereniging voor Infectieziekten en de Inspectie voor de Gezondheidszorg. Het Infectieziekten Bulletin is een medium voor communicatie en informatie ten behoeve van alle organisaties en personen die geïnformeerd willen zijn op gebied van infectieziekten en infectieziektebestrijding in Nederland. De verantwoordelijkheid voor de artikelen berust bij de auteurs. Overname van artikelen is alleen mogelijk na overleg met de redactie, met bronvermelding en na toestemming van de auteur. 246 Nummer 8 Jaargang 22 Themanummer MRSA

3 Thema MRSA 248 MRSA in Nederland: Het water stijgt, maar de dijken houden stand J.A.J.W. Kluytmans 250 Surveillance van meticilline-resistente Staphylococcus aureus in Nederland in 2010 AP.J. Haenen, X.W. Huijsdens, G.N. Pluister, M. van Luit, T. Bosch, M.G. van Santen-Verheuvel, E. Spalburg, M.E.O.C. Heck, A.J. de Neeling 256 Cluster MRSA in verpleeghuis en thuiszorg augustus 2010: contactonderzoek of toch massascreening? J. Kraan, O. Visser, M. Toet, T. Le, J. Schilpzand, F. Woonink 262 Een multidisciplinaire aanpak bij uitbraken van MRSA in een instelling met verstandelijk gehandicapte bewoners E.M. Mascini, C. Oldenkamp-Berkelaar, A. Schenk, P. van Kempen, C. Waegemaekers, W.J.J. Kok 267 MRSA in een verzorgingshuis W.L.M. Ruijs, P. J. Cornelissen, N. Nutma, M.A. Schouten 271 Verspreiding van een multi-resistente veterinaire MRSA-stam in een verpleeghuis in de Achterhoek E.M. Mascini, G. van der Wal C. Reinalda, H. Siers, B.U.H. Overbeek 273 Antibioticaresistentie bij verpleeghuisbewoners A.J. de Neeling, E.E. Stobberingh 275 Staphylococcusneusdragerschap bij huisartsen in Nederland M.I.A. Rijnders, S. Nys, C. Driessen, C.J.P.A. Hoebe, R.M. Hopstaken, G.J. Oudhuis, A.Timmermans, E.E. Stobberingh 279 Stoppen met de studie geneeskunde omwille van MRSA-dragerschap? B. Rump, M. Wassenberg, E. Fanoy, A. Krom, J. van Steenbergen, M. Verweij 282 Commentaar op Stoppen met studie Geneeskunde omwille van MRSA-dragerschap? P.J. van den Broek 284 MRSA-dragerschap bij vleeskalverhouders, hun familieleden en dieren H. Graveland, D. Heederik en J.A. Wagenaar Proefschrift 290 De invloed van methicillineresistente Staphylococcus aureus op morbiditeit, mortaliteit en ziektelast in de klinische praktijk H.S.M. Ammerlaan 294 Kosten en gevolgen van het MRSA-beleid in Nederlandse ziekenhuizen M.W.M. Wassenberg Vraag uit de praktijk 298 Gezelschapsdieren: bron van MRSA? J.A. Wagenaar, D.J. Houwers en E. van Duijkeren Gesignaleerd 300 Overzicht van bijzondere meldingen, clusters en epidemieën van infectieziekten in binnen- en buitenland E. Fanoy Aankondigingen 303 Congressen en symposia 304 LCI-Richtlijn 305 Diversen Registraties infectieziekten 306 Meldingen Wet publieke gezondheid 307 Meldingen uit de virologische laboratoria 307 MRSA-overzicht 308 Lijst van afkortingen 288 MRSA bij paarden in Nederland E. van Duijkeren, K. Verstappen, B. Duim en J.A. Wagenaar Themanummer MRSA Jaargang 22 Nummer 8 247

4 Thema MRSA MRSA in Nederland: het water stijgt, maar de dijken houden stand J.A.J.W. Kluytmans Dit themanummer bevat een bloemlezing over Meticillineresistente Staphyloccocus aureus (MRSA) in Nederland. De onderwerpen die aan bod komen zijn divers en een groot deel is pas recent aan de orde gekomen. Dit laat zien dat de epidemiologie van resistente micro-organismen de laatste jaren in een stroomversnelling is gekomen. MRSA was van oudsher een ziekenhuisbacterie, maar de laatste jaren manifesteert MRSA zich ook in de bevolking en in de veehouderij. Desalniettemin is het Nederlandse MRSA-beleid nog altijd succesvol. Transmissie in de ziekenhuizen komt vrijwel niet voor en invasieve infecties zijn mede daardoor een zeldzaamheid. Dit is in sterk contrast met de situatie in landen om ons heen. Een vergelijking tussen Nederland en Duitsland in 2009 liet zien dat in een Duitse deelstaat grenzend aan Nederland met een vergelijkbare populatie ruim 1000 MRSA bacteriëmieën werden gevonden, terwijl dat in Nederland nog geen 40 gevallen waren. Het is duidelijk dat in Nederland de morbiditeit en mortaliteit die gepaard gaat met MRSA sterk is ingeperkt en daarmee is de patiëntveiligheid gebaat. Haenen et. al. tonen de Nederlandse surveillanceresultaten uit Deze laten een lichte stijging zien van het aantal gevonden gevallen. Dit wordt met name veroorzaakt door een toename van MRSA van onbekende oorsprong. De gevallen afkomstig uit het buitenland of met een direct verband met de veestapel (v-mrsa) zijn gestabiliseerd. Het lijkt er op dat MRSA dus ook in Nederland in de open bevolking is genesteld. Het is niet precies bekend wat de bronnen zijn en op dit moment lopen er meerdere studies om dit nader te onderzoeken. Naast de surveillance van MRSA in Nederland worden een aantal zaken aan de orde gesteld die aandacht behoeven. Zo zijn er recentelijk diverse meldingen van uitbraken met v-mrsa in zorginstellingen, wat er op kan duiden dat deze variant zich in de bevolking kan verspreiden. De meldingen in dit themanummer maken duidelijk dat er uitgebreide verspreiding plaats kan vinden in verpleeg en verzorgingshuizen. De bestrijdingsmaatregelen zijn lastig omdat bewoners soms langdurig in hun leefsituatie worden ingeperkt. In ziekenhuizen is dit in de regel voor een zeer beperkte periode en daardoor minder belastend. Om een balans te vinden tussen effectieve bestrijding en een acceptabele leefsituatie worden compromissen gezocht die niet goed uit te leggen zijn. Dit vraagt een hoge mate van deskundigheid van de professionals die bij de bestrijding betrokken zijn. Wellicht is het te overwegen om een landelijk expertisecentrum in te stellen wat met raad en daad kan assisteren als er een uitbraak is in verpleeg- of verzorgingshuizen. Een ander reservoir zijn de veehouderijen. Het is duidelijk dat de meeste varkens- en kalverhouderijen inmiddels besmet zijn en dat de mensen die daar werken en wonen ook vaak drager zijn. Dit hangt vooral samen met de mate van blootstelling aan de dieren. Nadat v-mrsa in werd herkend volgde een sterke toename, maar het niveau van v-mrsa is nu gestabiliseerd. Dit reservoir lijkt inmiddels verzadigd. Tevens is duidelijk geworden dat v-mrsa minder goed overdraagbaar is van mens op mens. Op zich is dat geruststellend maar de vraag is of dit zo blijft. In de loop van een beperkt aantal jaren heeft v-mrsa al een indrukwekkende evolutie doorgemaakt. Zo is deze variant steeds vaker resistent voor diverse klassen van antibiotica (multiresistent) en met name deze multiresistente varianten veroorzaken de laatste tijd epidemieën in ziekenhuizen en verpleeghuizen. Ook worden steeds vaker mensen bij toeval ontdekt die v-mrsa blijken te hebben terwijl ze geen direct contact met dieren hebben. Dit alles maakt dat we de ontwikkeling van v-mrsa in de toekomst nauwkeurig moeten monitoren. Een ander knelpunt is de besmetting van medewerkers in de zorg. Van oudsher wordt in Nederland een beleid gevoerd om deze medewerkers niet in de directe patiëntenzorg te laten werken zolang ze drager zijn. Tot voor kort lukte het in vrijwel alle gevallen om dragers succesvol te behandelen. Dit is duidelijk anders voor mensen die wonen op een varkens- of kalverhouderij. Deze worden na behandeling vrijwel altijd opnieuw besmet in de thuissituatie. Daarmee dreigt een situatie van beroepsongeschiktheid te ontstaan. De beste oplossing zou zijn om het reservoir, in dit geval de dieren, MRSA vrij te maken. Het ligt echter niet in de lijn der verwachting dat we daar op korte termijn in zullen slagen. Rump et al geven in dit themanummer een treffend voorbeeld van de dilemma s die dit oplevert. Het is zeker een onderwerp wat 248 Nummer 8 Jaargang 22 Themanummer MRSA

5 nader onderzoek verdient om de optimale balans te vinden tussen patiëntveiligheid en beroepskeuze. Op het moment van schrijven van dit voorwoord wordt de richtlijn van de Werkgroep Infectie Preventie (WIP) voor de bestrijding van MRSA herzien. De belangrijkste discussiepunten betreffen de maatregelen bij opname in relatie tot de beschikbaarheid van sneldiagnostiek, de maatregelen op poliklinische afdelingen en de inzet van medewerkers die op varkens- of kalverhouderijen wonen. In al deze gevallen wordt overwogen om de maatregelen enigszins te versoepelen zodat de processen in de zorg minder frequent worden verstoord. Het is aannemelijk dat door de voorgestelde aanpassingen de kans op verspreiding niet of nauwelijks zal verhogen maar zeker is dat niet. De meningen hierover zijn dan ook verdeeld. Om in de toekomst de voeten droog te houden zullen we de ontwikkelingen van MRSA en andere resistente micro-organismen nauwkeurig moeten volgen en zonodig de bestrijdingsmaatregelen of -structuur aanpassen. De diversiteit van de artikelen en de groepen die daaraan meewerkten in dit bulletin geeft goede hoop dat we dit nog wel even volhouden. Auteur J.A.J.W. Kluytmans, VU Medisch Centrum, Amsterdam, Amphia Ziekenhuis, Breda, Tweesteden Ziekenhuis, Tilburg Correspondentie: J.A.J.W. Kluytmans Themanummer MRSA Jaargang 22 Nummer 8 249

6 Thema MRSA Surveillance van Methicillineresistente Staphylococcus aureus in Nederland in 2010 A. Haenen, X.W. Huijsdens, G.N. Pluister, M. van Luit, T. Bosch, M.G. van Santen-Verheuvel, E. Spalburg, M.E.O.C. Heck, A.J. de Neeling Infecties veroorzaakt door MRSA zijn moeilijk te behandelen door de ongevoeligheid van deze bacterie voor alle beta-lactam antibiotica (zoals penicillines, cefalosporines en carbapenems) en hun wisselende gevoeligheid voor andere groepen antibiotica. Nederland heeft samen met Noorwegen en Zweden de laagste MRSA-prevalentie van Europa. (1) In 2010 was 1,6% van de S. aureus-isolaten in Nederland een MRSA. Dit percentage was gelijk aan het percentage in (4) In elk van beide jaren werden ruim 8000 isolaten van S. aureus getest. Surveillance is een belangrijk instrument om het effect van het MRSA-beleid te monitoren en te toetsen. Dit artikel beschrijft de bevindingen en bijzonderheden van de nationale surveillance van MRSA in De medisch microbiologische laboratoria in Nederland zenden sinds 1989 één MRSA-isolaat van iedere patiënt of medewerker voor kosteloze typering naar het RIVM. Bovendien wordt de inzenders gevraagd een vragenlijst in te vullen voor ieder ingestuurd isolaat (https://mrsa.rivm.nl/images/mrsa_vragenlijst2.doc). De ingevulde vragenlijst wordt per post of via de beveiligde webapplicatie OSIRIS naar het RIVM gestuurd (https://osiris.rivm.nl/osiris.htm). De vragenlijst bevat naast beknopte epidemiologische gegevens ook vragen over mogelijke besmettingsroutes, en meer in het bijzonder tot welke WIP (Werkgroep Infectie Preventie)- categorie de MRSA-drager behoort (3). De WIP onderscheidt op basis van het risico op MRSA-dragerschap een viertal categorieën: (I) bewezen MRSA-dragerschap, (II) hoog risico op dragerschap, (III) matig verhoogd risico op dragerschap en (IV) geen verhoogd risico op dragerschap. De genetische karakterisering van de MRSA-isolaten gebeurt met spa-typering. Bij Spa-typering bepaalt men de DNA-sequentie van de repeatregio in het Staphylococcus proteïne A-(Spa)gen.(2) Informatie over het Spa-type is terug te vinden op de website van de Ridom Spa-server (http://www.spaserver.ridom.de). Op basis van het Spa-type kan men een uitspraak doen over een eventuele epidemiologische link. De verspreiding van de verschillende MRSA-Spa-typen in Nederland wordt in kaart gebracht op een interactieve website (https://www.rivm.nl/flash/flash.aspx). De resultaten van de typeringen zijn voor de deelnemende laboratoria in te zien op de MRSA website (http://www.rivm.nl/mrsa). Het aantal unieke MRSA s (1 per patiënt of medewerker) die het RIVM heeft getypeerd staan op het publieke deel van deze website. Resultaten Vóórkomen van MRSA in Nederland microbiologische analyse In 2010 hebben 65 laboratoria in totaal 3262 unieke MRSAisolaten (1 isolaat per persoon) voor Spa-typering ingestuurd naar het RIVM (figuur 1). Dit is een stijging van 10% ten opzichte van 2009 (n=2969). (6) Het aantal veegerelateerde isolaten (v-mrsa), isolaten met een Spa-type behorend tot het veegerelateerde CC398 (5), was met n=1245 vrijwel gelijk aan het aantal van n=1249 wat gevonden werd in Het aantal unieke isolaten niet behorend tot v-mrsa steeg: 1826 in 2007, 1570 in 2008, 1723 in 2009 en 2013 in Van de in 2010 gestuurde isolaten was 65% (n=2135) afkomstig uit keel- neus- en perineumkweken. Het percentage isolaten uit wonden en pus was 20% (n= 644) en uit bloed 1% (n=22). Van 6% betrof het ander materiaal zoals urine of sputum en van 8% was het materiaal onbekend. Het percentage v-mrsa-isolaten uit keel/neus en perineum was 81% (n=1013). Bij de v-mrsa-isolaten was 7,5% (n=97) afkomstig uit wonden en pus en 0,5% (n=3) uit bloed. Van de niet-veegerelateerde isolaten was 56% (n=1122) afkomstig uit keel/ neus en perineum, 27% (n=547) uit wonden en pus en 1% (n=19) uit bloed. Deze percentages bleven nagenoeg gelijk aan die van vorig jaar (tabel 1). PVL-genen coderen voor een toxine, het Panton-Valentine leucocidine. Dat toxine kan leiden tot een hogere virulentie van de MRSA. PVL-genen werden bij 15% (n=486) van de isolaten 250 Nummer 8 Jaargang 22 Themanummer MRSA

7 v-mrsa MRSA Vragenlijst deel A: algemeen Bijna driekwart van de MRSA-isolaten werd, net als vorig jaar, gevonden door middel van gericht onderzoek (n=1846), de overige MRSA werd bij toeval gevonden. Het merendeel van de MRSAdragers verbleef op het moment van kweekafname in het ziekenhuis, 66% (n=1732). Een percentage van 24% (n=636) verbleef thuis en 7,5% (n=203) in een verpleeghuis. De andere isolaten kwamen uit verzorgingshuizen (n=12), verloskundige praktijken (n=5), psychiatrische instellingen (n=3), revalidatiecentra (n=2), asielzoekerscentra (n=2) en een privékliniek (n=1). Van de overige isolaten (n=20) was de verblijfplaats van de drager onbekend * Figuur 1 Aantal isolaten per jaar geïsoleerd tussen 2002 en 2009, en de proportie v-mrsa- isolaten. * In 2006 zijn de richtlijnen van de WIP aangepast en werd screening van varkens- en vleeskalverhouders ingevoerd. gedetecteerd en het percentage steeg daarmee voor het eerst sinds jaren met 3%. Spa-type t008 was net als vorig jaar het meest voorkomende PVL-positieve Spa-type (153 van 244). Van de PVL-positieve isolaten was 44% (n=214) afkomstig uit keel/ neus- en perineumkweken versus 69% (n=921) van de PVLnegatieve isolaten. Van de PVL-positieve isolaten was 48% (n=231) afkomstig uit wonden en pus en 0,5% (n=2) uit bloed. Van de PVL-negatieve isolaten was 15% (n= 413) afkomstig uit wonden en pus en 1% (n=18) uit bloed. Spa-type t011 werd gevonden bij 24% (n=784) van de MRSA en dit was net als vorig jaar het meest voorkomende Spa-type, gevolgd door spa-type t108 bij 8% (n=253) en t008 bij 7% (n=244) van de isolaten. Spa-type t011 en t108 behoren beide tot het veegerelateerde CC398. Epidemiologische analyse Met 81% (n=2643) van de isolaten werd ook een ingevulde vragenlijst meegestuurd. De resultaten van de vragenlijsten staan in tabel 2 en 3. De hierna besproken resultaten hebben, tenzij anders vermeld, betrekking op de 2643 isolaten waarvan een vragenlijst beschikbaar was. De resultaten worden per onderdeel van de vragenlijst weergegeven. Tabel 1 Aantal isolaten uit verschillende materialen, v-mrsa vergeleken met de overige MRSA. Totaal (N=3262) v-mrsa (N=1249) Overige MRSA (N=2013) Uit pus, abces en wond Uit bloed Keel/neus/perineum Onbekend Overig Vragenlijst deel B: WIP-categorieën Categorie I: Bewezen MRSA-dragerschap Een percentage van 6% (n=150) was in 2010 bij opname of behandeling al bekend met MRSA. Categorie II: Hoog risico op MRSA-dragerschap In categorie II vallen een aantal risicogroepen. Varkens- en vleeskalverhouders en andere mensen die beroepsmatig contact hebben met levende varkens en of vleeskalveren vormden net als het jaar ervoor met 26% (n=697) de grootste groep in categorie II. Personen die 2 maanden voorafgaand aan de opname of behandeling langer dan 24 uur in een buitenlands ziekenhuis opgenomen waren volgen met 5,5% (n=146). Een groep van 3% (n=69) kwam over uit een Nederlandse instelling waar een MRSA-epidemie heerste die niet onder controle was. Het aantal mensen dat onbeschermd contact had met een MRSA-drager bedroeg 3% (n=76). De laatste 2 groepen in categorie II, adoptiekinderen en personen die met een onverwachte MRSA drager op één kamer lagen, kwamen met respectievelijk 2,4% en 2% voor. Categorie III: Matig verhoogd risico op MRSA-dragerschap In totaal viel 1,3% (n=36) van de MRSA-dragers in categorie III; 50% (n=18) daarvan waren mensen die langer dan 2 maanden voorafgaand aan de opname of behandeling in Nederland in een buitenlands ziekenhuis waren opgenomen. Een kwart van de personen had beschermd contact gehad met een MRSAdrager. Slechts 14% (n=5) werkte regelmatig in een buitenlands ziekenhuis en 11% betrof Nederlandse patiënten die in het buitenland gedialyseerd waren. Anders (geen WIP-categorie) Bijna een kwart van alle 2643 MRSA-dragers met een ingevulde vragenlijst viel net als vorig jaar niet in een WIP-categorie. Het percentage mensen dat werd gevonden bij een contactonderzoek was 15% (n=397). Bij 9,5% (n=253) van de MRSA-dragers was community onset aangegeven. Op 1% (n=34) van de vragenlijsten was niets aangegeven over de mogelijke oorzaak van het MRSA-dragerschap. Het percentage anders (geen WIP-catagorie) ingevulde vragenlijsten bedroeg 24% (n=637). Bij het grootste deel daarvan was de bron onbekend, 75% (n=480). Verder werden genoemd: een positief familielid 9% (n=58), personen die uit het buitenland kwamen of daar gereisd hadden 7% (n=47), contact met vee anders dan omschreven in de WIP 5,5% (n=34). In kleinere aantallen werden genoemd: afkomstig uit Themanummer MRSA Jaargang 22 Nummer 8 251

8 Tabel 2 Resultaten vragenlijst Karakteristiek Algemeen (Deel A) Totaal (N=2643) Patiënten (N=2312) Personeel (N=137) Anders (N=194) Geslacht Man Vrouw Niet ingevuld Microbiologie Gericht onderzoek Toevalsbevinding Niet ingevuld Herkomst drager Ziekenhuis Verpleeghuis Thuis Anders Niet ingevuld Bron van besmetting (Deel B-WIP-categorieën) Contactonderzoek Categorie I: Bewezen MRSA-dragerschap Was eerder MRSA-positief Categorie II: Hoog risico op dragerschap <2mnd >24 uur in buitenlands ziekenhuis Overname uit andere NL-instelling met MRSA-problematiek Gastdialysant Met onverwachte MRSA op 1 kamer Adoptiekind Beroepsmatig contact met levende varkens Onbeschermd contact met MRSA-drager Categorie III: Matig verhoogd risico op dragerschap Patiënt in buitenland gedialyseerd >2mnd opgenomen in buitenlands ziekenhuis Beschermd contact met MRSA-drager Werkt regelmatig in buitenlands ziekenhuis Anders (geen WIP-categorie): Community onset (CA) Aanstellingskeuring Iets anders ingevuld Niets ingevuld Nummer 8 Jaargang 22 Themanummer MRSA

9 Tabel 3 Karakteristieken vmrsa versus overige MRSA Karakteristiek Algemeen (Deel A) Totaal (N=2643) v-mrsa (N=955) Overige MRSA (N=1688) Geslacht Man Vrouw Niet ingevuld Microbiologie Gericht onderzoek Toevalsbevinding Niet ingevuld Herkomst drager Ziekenhuis Verpleeghuis Thuis Anders Onbekend Bron van besmetting (Deel B-WIP-categorieën) Contactonderzoek Categorie I: Bewezen MRSA-dragerschap Was eerder MRSA positief Categorie II: Hoog risico op dragerschap <2mnd >24 uur in buitenlands ziekenhuis Overname uit andere NL-instelling met MRSA-problematiek Gastdialysant Met onverwachte MRSA op 1 kamer Adoptiekind Beroepsmatig contact met levende varkens Onbeschermd contact met MRSA-drager Categorie III: Matig verhoogd risico op dragerschap Patiënt in buitenland gedialyseerd >2mnd opgenomen in buitenlands ziekenhuis Beschermd contact met MRSA drager Werkt regelmatig in buitenlands ziekenhuis Anders (geen WIP-categorie): Community onset (CA) Aanstellingskeuring Iets anders ingevuld Niets ingevuld Themanummer MRSA Jaargang 22 Nummer 8 253

10 een Nederlands ziekenhuis zonder MRSA-probleem 1% (n=6), mensen met onderliggend lijden 1% (n=5), langdurig antibioticagebruik 0,5% (n=2) en verzorgd door de thuiszorg 0,5% (n=2). v-mrsa Bij 76% (n=995) van de veegerelateerde isolaten was een vragenlijst ingevuld. In tabel 3 staan de karakteristieken van de v-mrsa versus de niet veegerelateerde MRSA (overige MRSA). Bij de v-mrsa was 32% vrouw en 67% man en bij de overige MRSA was dat 50% versus 48%. MRSA bij toeval gevonden in een kweek kwam vaker voor bij personen met overige MRSA 36% (n=615) dan bij personen met v-mrsa 14% (n=138). Zowel kweken van v-mrsa dragers als van overige MRSA-dragers komen voor het grootste deel uit een ziekenhuis, respectievelijk 73% (n=694) en 61,5% (n=1038). Slechts 1,5 % (n=15) van de v-mrsa-dragers was gekweekt in een verpleeghuis, binnen de overige MRSA-dragers was dat percentage 11% (n=188). Het grootste deel van de v-mrsa-dragers had contact met levende varkens en/of vleeskalveren, 67% (n=641). Bij 33% (n=314) was er een andere bron van MRSA, 7% (n=71) daarvan behoorde tot een WIP-categorie. Vier procent (n=39) was al eens eerder positief voor MRSA getest en viel daarmee in WIPcategorie I. Bij 3.0% (n=30) van de v-mrsa werd community onset vermeld. Bij 2,5% (n=25) werd een diercontact omschreven dat anders was dan de contacten omschreven in de WIP. Bij 0.9% (n=9) was er contact geweest met een MRSA-positief familielid. Twee mensen (0.2%) waren in het buitenland geweest zonder daar in een ziekenhuis opgenomen of behandeld te zijn geweest. Bij 0,2% (n=2) was er onderliggend lijden, 0,2% (n=2) was langdurig met antibiotica behandeld. Vragenlijst deel B: Contactonderzoek In totaal waren er 217 contactonderzoeken waar 397 personen bij betrokken waren (tabel 2). Bijna 70% (n=151) resulteerde in een bron met een besmet contact. In de overige contactonderzoeken werden naast de bron 2 of meer positieve contacten gevonden met als maximum 15 positieve contacten. Bij 30% (n=66) van de contactonderzoeken werden 2 of meer positieve contacten gevonden. Bij 79% (n=52) daarvan werd hetzelfde Spa-type gevonden als bij de bron. Bij 21% (n=14) was het gevonden Spa-type bij de bron anders dan van het contact c.q. de contacten. In totaal werden 44 personen met een v-mrsa gevonden bij 32 contactonderzoeken (tabel 3). Bij 78% (n=25) van deze v-mrsa contactonderzoeken was er een bron met een besmet contact. Bij 16% (n=5) van de v-mrsa-contactonderzoeken was er een bron en 2 positieve contacten en bij 6% (n=2) van de v-mrsa-contactonderzoeken was er een bron met 3 positieve contacten. Van de 32 v-mrsa contactonderzoeken hadden in 24 onderzoeken bron en contact hetzelfde Spa-type. Bij 5 contactonderzoeken was de bron niet te achterhalen uit de vragenlijstgegevens. Bij 3 onderzoeken hadden contact en bron een ander Spa-type. Discussie In 2010 is het aantal ingestuurde unieke isolaten met 10% gestegen ten opzichte van Deze stijging is in zijn geheel toe te schrijven aan een stijging in de groep niet-veegerelateerde isolaten. Het absolute aantal veegerelateerde isolaten bleef gelijk aan het aantal in 2010, het percentage veegerelateerde isolaten daalde dus. In 2009 stabiliseerde het percentage v-mrsa al, nadat het de jaren daarvoor steeds was gestegen tot 42% in 2008 en Het lijkt erop dat de risicogroep in kaart is gebracht. Verder is het percentage wat al bekend MRSA-positief was bij opname gestegen van 3,5% in 2009 naar 6% in Binnen de groep v-mrsa steeg dit percentage van 2% in 2009 naar 4% in Het werkelijke percentage bekende dragers was waarschijnlijk hoger want maar 1 isolaat per drager wordt kosteloos getypeerd. Het percentage mensen met MRSA dat uit een buitenlands ziekenhuis kwam, is in 2010 gedaald naar 5,5%. In 2008 en 2009 was dat percentage 8%. Als de veegerelateerde isolaten, vanwege het noemereffect, buiten beschouwing worden gelaten, bleef het percentage in 2010 (8%) nagenoeg gelijk aan het percentage in 2009 (9%). Bijna de helft van alle MRSA-dragers behoorde niet tot de bekende risicocategorieën van de WIP. Bij 75% hiervan was de bron onbekend, vorig jaar was dat percentage 65%. Het percentage mensen met een onbekende MRSA-bron stijgt dus; het is onduidelijk of er een gezamenlijke, nog onbekende bron is. Naar deze zogenaamde MUO (MRSA of unknown origin) loopt momenteel nader onderzoek. De afgelopen jaren waren de PVL-genen bij 12% van de MRSAisolaten aantoonbaar, dit jaar is dit percentage gestegen naar 15%. Er zijn vaker PVL-genen aangetoond in isolaten afkomstig uit keel/ neus en perineum dan vorig jaar (35% in 2009, 44% in 2010). Het percentage MRSA-isolaten met PVL-genen in zowel wonden en pus als bloed is nagenoeg gelijk gebleven. Vorig jaar is de laboratoria gevraagd om voor de typering, indien voorhanden, het isolaat van een infectie in te sturen en niet een screeningsisolaat van de betreffende persoon. In 2010 was net als in % van de isolaten een zogenaamd infectie-isolaat (verkregen uit bloed, pus, abces of wond). Er is wel een verschuiving van het aantal infectie-isolaten in de v-mrsa-groep versus de overige MRSA. Het aantal infectie-isolaten is in de groep v-mrsa gestegen met 1,5% en het aantal infectie-isolaten in de groep overige MRSA is gedaald met 3%. M. Wulf et.al. zagen de laatste jaren in hun regio een toename van het aantal ST398-isolaten, zowel bij de screeningsisolaten als bij de infectie-isolaten (7). Tot besluit Recent beschreven Garcia-Alvarez et.al. een nieuw meca-gen.(8) Dit gen heeft slecht 60% homologie met de reeds bekende mecagensequentie. De nieuwe variant is daardoor met de tot nu toe gebruikte confirmatie niet detecteerbaar. Bij een eerste screening van Nederlandse stammen in het RIVM bleek dat het nieuwe type ook in Nederland aanwezig is. De Nederlandse laboratoria zijn via een op de hoogte gebracht en kunnen stammen met een hoge MIC-waarde van oxacilline of cefoxitine en een negatieve MRSA-confirmatietest insturen naar het RIVM voor typering via de reguliere MRSA-surveillance. Deze isolaten worden onderzocht met een aangepaste confirmatietest. 254 Nummer 8 Jaargang 22 Themanummer MRSA

11 Met dank aan alle participerende laboratoria. Auteurs A. Haenen, X.W. Huijsdens, G.N. Pluister, M. van Luit, T. Bosch, M.G. van Santen-Verheuvel, E. Spalburg, M.E.O.C. Heck, A.J. de Neeling, Centrum Infectieziektebestrijding, RIVM, Bilthoven Correspondentie: A. Haenen Literatuur 1. Antimicrobial resistance surveillance in Europe Annual report of the European Antimicrobial Resistance Surveillance Network (EARS-net): 2. Harmsen D., H. Claus, et al. Typing of methicillin-resistant Staphylococcus aureus in a university hospital setting by using novel software for spa repeat determination and database management J Clin Microbiol 2003; 41(12): MRSA-richtlijn Werkgroep Infectie Preventie (WIP): 4. Stichting Werkgroep Antibioticabeleid (SWAB). NethMap 2011 Consumption of antimicrobial agents and antimicrobial resistance among medically important bacteria in the Netherlands: 5. Huijsdens X. W., T. Bosch, et al. Molecular characterisation of PFGE non-typable methicillin-resistant Staphylococcus aureus in the Netherlands, 2007 Eurosurveillance 2009; 14 (38). 6. Haenen A. et al. Surveillance van MRSA in Nederland in 2009 Infectieziekten Bulletin 2010; 21 (10): Wulf M.W.H. et al. Infection and colonization with methicillin resistant Staphylococcus aureus ST398 versus other MRSA in an area with a high density of pig farms Eur J Clin Microbiol Infect Dis 2011; 1 Mei [Epub ahead of print] 8. Garcia-Alvarez L. et al. Methicillin-resistant Staphylococcus aureus with a novel meca homologue in human and bovine populations in the UK and Denmark; a descriptive study Lancet Infect dis 2011; 2 Juni [Epub ahead of print] Themanummer MRSA Jaargang 22 Nummer 8 255

12 Thema MRSA Cluster MRSA in verpleeghuis en thuiszorg augustus 2010: contactonderzoek of toch massascreening? J. Kraan, O. Visser, M. Toet, T. Le, J. Schilpzand, F. Woonink Op 6 augustus 2010 werd aan de GGD Midden-Nederland door een verpleeghuis in Veenendaal een cluster van Meticillineresistente Staphylococcus aureus (MRSA)-dragers gemeld. Het ging om een MRSAcluster met Spa-type 064. In de regio waren in die periode verschillende uitbraken van MRSA, een verband kon echter niet worden aangetoond omdat het vaak om andere Spa-typen ging. In het verleden waren er afspraken gemaakt tussen de verpleeg- en ziekenhuizen over hoe om te gaan met MRSA. Dit netwerk was echter ten tijde van deze casus niet meer actief. Gedurende het verloop van deze uitbraak is het beleid aangepast en ging men over van bron- en contactonderzoek naar massascreening, waarbij de betrokken afdelingen en alle thuiszorgmedewerkers werden gescreend. Deze 2 maatregelen worden in dit veldbericht tegenover elkaar gezet. Beschrijving uitbraak Patiënt 1 was een 88-jarige terminaal zieke dame, bij wie MRSAdragerschap bekend werd in ziekenhuis 1 op 9 juni Zij werd op 8 juli 2010 ontslagen uit het ziekenhuis en verhuisde naar afdeling 1 van het verpleeghuis (figuur 1). Vanwege het stadium van haar ziekte, werd in overleg met de microbioloog van het ziekenhuis besloten haar geen dragerschapsbehandeling te geven. Ze werd verzorgd volgens de richtlijn van de Werkgroep Infectie Preventie (WIP) MRSA Verpleeghuis. (1) Patiënt 2 was een 79-jarige man van afdeling 1 van het verpleeghuis die op 17 juli 2010 was opgenomen in ziekenhuis 1. Op 31 juli 2010 bleek ook hij MRSA-drager te zijn. Het verpleeghuis werd gewaarschuwd, waarna kweken werden afgenomen bij enkele bewoners en medewerkers. Hierbij werd op 6 augustus 2010 een nieuwe MRSA-drager gevonden: patiënt 3. Patiënt 3 was een 79-jarige man die in mei 2010 opgenomen was geweest in ziekenhuis 1. Na ontslag op 22 mei 2010, werd hij tijdelijk verzorgd door thuiszorg 1, waarna hij werd opgenomen op afdeling 1 van het verpleeghuis. (figuur 2) Nog voor de uitslagen van de MRSA-screening naar aanleiding van patiënt 2 bekend waren, was hij overgeplaatst naar afdeling 2. Nadat bij hem het MRSA-dragerschap was vastgesteld, werd hij verzorgd volgens de WIP-richtlijn MRSA Verpleeghuis. (1) Uit Spa-typering door het RIVM bleek dat patiënt 1 en 3 Spa-type t064 hadden en patiënt 2 spa-type t011. Contactonderzoek Naar aanleiding van de melding van het cluster bij de GGD werd, in overeenstemming met de WIP-richtlijn MRSA Verpleeghuis, gestart met contactonderzoek op de afdelingen 1 en 2 van het verpleeghuis (figuur 1). (1) Omdat zowel patiënt 2 als patiënt 3 langer dan 10 dagen onbeschermd waren verzorgd op afdeling 1, werden alle medewerkers van die afdeling gescreend. (1) Omdat patiënt 3 slechts 3 dagen onbeschermd was verzorgd op afdeling 2, werden alleen de medewerkers die directe zorg hadden gegeven gescreend. Van de medewerkers werden inventarisatiekweken afgenomen van keel en neus. Van de bewoners werden inventarisatiekweken afgenomen van keel, neus en perineum. De kweken werden opgehoopt ingezet en er werd PCR gedaan. In deze screeningsronde werd op beide afdelingen een personeelslid met MRSA-dragerschap gevonden. Spa-type t064 op afdeling 1 en Spa-type t108 op afdeling 2. (figuur 2, tabel 1). 256 Nummer 8 Jaargang 22 Themanummer MRSA

13 Patiënt 1 Patiënt 2 Patiënt 3 Mei 28/04/ /07/2010 Opgenomen in ziekenhuis 1 12/05/ /05/2010 Opgenomen in ziekenhuis 1 Juni MRSA+ kweek op 09/06/ /06/ /07/2010 Opgenomen in ziekenhuis 1 22/05/2010 Ontslagen naar thuiszorg 1 Juli 08/07/2010 Ontslagen naar verpleeghuis afd 1 08/07/ /08/2010 Beschermende maatregelen nav MRSA-dragerschap 17/07/ /08/2010 Opgenomen in ziekenhuis 1 MRSA+ kweek op 31/07/ /08/2010 Ontslagen naar verpleeghuis afd 1 10/06/2010 Opgenomen in verpleeghuis afd 1 04/08/ /08/2010 Beschermende maatregelen nav MRSA-dragerschap MRSA + kweek op 06/08/2010 Augustus 06/08/2010 Melding cluster MRSA bij GGD Midden-Nederland 12/08/ /08/2010 Screening contacten rondom 3 MRSA-dragers ring B 18/08/ /08/ Nieuwe MRSA-dragers uit contacten ring B 30/08/2010 Screening contacten rondom nieuw bekend geworden MRSA-dragers ring C 31/08/ Nieuwe MRSA-dragers uit contacten ring C September 03/09/2010 Overleg bestuur verpleeghuis, thuiszorg, GGD Midden-Nederland en ziekenhuis besluit tot massascreening 07/09/2010 en 08/09/2010 Massascreening 14/09/2010 Bekend worden laatste 2 MRSA-dragers binnen de ringen waar al beschermende maatregelen gelden, en 1toevalsbevinding MRSA-drager Figuur 1 Tijdslijn uitbraak mei-september Themanummer MRSA Jaargang 22 Nummer 8 257

14 Verpleeghuis Afdeling 1 Somatische afdeling 31 bewoners, 38 personeel MRSA+: Bewoners: Personeel: Patiënt 1 (T64) Patiënt 2 (T11) Patiënt 3 (T64) 30/08 6 Nieuwe MRSA+ 08/09: 2 Nieuwe MRSA+ Medewerker 1 (T64) 08/09: Geen nieuwe MRSA+ 3 Verpleeghuis Afdeling 2 Psychosomatische afdeling MRSA+: Bewoners: Personeel: Patiënt 3 (T64) Medewerker afd 2 (T108) Geen nieuwe MRSA+ Geen MRSA-T64-probleem Ziekenhuis 1 Rookhok Gedeeld door afd 1, 3 en 2 bewoners van afdeling 4 Verpleeghuis afdeling 3 08/09: Wel volledig gescreend, geen MRSA + Patiënt Verpleeghuis dagbehandeling 08/09: 1 Nieuwe MRSA+ (T04) Verpleeghuis afdeling 4 08/09: Contacten met rookhok gescreend, geen MRSA + Thuiszorg 1 Thuiszorg in verschillende aanleunflats 14 personeel, 68 bewoners MRSA +: Bewoners: Personeel: Patiënt 3, (T64) 30/08 6 Nieuwe MRSA+ 08/09: Geen nieuwe MRSA+ 2 Medewerkers MRSA+ (T64) 08/09: Medewerker 3 MRSA+ Zelfstandige behandelaars: Huisartsen Fysiotherapeuten Pedicures Kappers 08/09: Geen nieuwe MRSA+ Thuiszorg 2 Eerste ringonderzoek gestart 24/09/2010 Uitslag: geen MRSA+ gevonden Legenda: Lichtgrijze letters en lijnen = Index Medium grijze lijnen = Overkoepelende organisatie van verpleeghuis en thuiszorg 1 Donkergrijs = Thuiszorg 2 Zwart = Zelfstandige behandelaars 08/09 = Moment van massascreening Figuur 2 Schematische weergave casus MRSA, augustus-september Nummer 8 Jaargang 22 Themanummer MRSA

15 Tabel 1a MRSA-dragers gevonden door ringonderzoek en massascreening. Ring Aantal personen gekweekt VPH (type MRSA) Thuiszorg 1 (type MRSA) Afd 1 Afd 2 Dagbeh Totaal P MW P MW P MW P P MW Indexpatiënt (A) 3 index patiënten uit ZKH 2 (t064) 1 (t011, vee) B (5,8% positief) C (9% positief) Massascreening 50 VPH 19 TZ 70 VPH 63 TZ 330 VPH 150 TZ (t064) 1 (t108, vee) 42 6 (t064) 6 (t064) (t064) 1 (t064) 1 (t004) 1 (t064) ZKH = ziekenhuis 1, VPH = verpleeghuis, TZ = Thuiszorg, Afd = afdeling, Dagbeh = dagbehandeling, P = aantal gevonden MRSA-dragers onder patiënten, MW = aantal gevonden MRSA-dragers onder medewerkers Het bron- en contactonderzoek werd voortgezet door steeds een ring te trekken rondom een gevonden MRSA-drager (ronde B, C), waaruit weer nieuwe MRSA-dragers werden gevonden (tabel 1). Uiteindelijk werden ook MRSA-dragers gevonden bij medewerkers van thuiszorg 1 (figuur 1). Wat opvalt is dat in ronde C meer MRSA-dragers werden geïdentificeerd dan in ronde B. De reden hiervoor is niet te achterhalen. Een hypothese is dat een medewerker sneller MRSA overbrengt dan een patiënt en zo meerdere patiënten kan besmetten. Er waren geen aanwijzingen dat deze verheffing veroorzaakt werd door falen van de hygiënemaatregelen. Er was in deze uitbraak alleen sprake van ongecompliceerd en gecompliceerd MRSA-dragerschap. Primaire MRSA-infectie was uitgesloten. Uit de Spa-typering van MRSA-dragers door het RIVM bleek dat het merendeel van hen MRSA-t064 drager was.(2,3) Dit type MRSA werd ook gevonden bij een uitbraak in ziekenhuis 1 in ongeveer dezelfde periode. Het is echter niet bekend of de uitbraak in het verpleeghuis de oorzaak was van de uitbraak in het ziekenhuis of andersom. Tevens is niet te zeggen of er in het verpleeghuis sprake was van een endemische situatie of een epidemie, omdat in de dagelijkse praktijk van het verpleeghuis niet standaard op MRSA wordt getest. Bij patiënt 2 en de medewerker van afdeling 2 bleek sprake te zijn van veegerelateerde MRSA, respectievelijk t011 en t108. Beide waren in contact geweest met vee maar er waren geen andere personen besmet. Dit ondersteunt het beleid van het verpleeghuis om de medewerker met vee-gerelateerde MRSA te attenderen op het belang van hygiënisch werken, maar deze verder geen aanwezigheidsbeperkingen op te leggen. Voor alle positieve personeelsleden en bewoners/cliënten werden hygiënemaatregelen genomen volgens de WIP-richtlijnen MRSA Verpleeghuis en MRSA Thuiszorg.(1,4) Daarnaast werd voor de afdelingen die gescreend werden een opnamestop ingesteld. De maatregelen veroorzaakten wat onrust bij een aantal bewoners. Massascreening In de laatste screeningsronde (ronde C) werden 12 MRSA-dragers gevonden. Omdat het cluster inmiddels 19 MRSA-dragers telde, de typering deels nog onbekend was en er verschillende zorgafdelingen en thuiszorgmedewerkers betrokken waren, besloot de raad van bestuur van de overkoepelende zorggroep van het verpleeghuis en thuiszorg 1, over te gaan op massascreening. De afdelingen 1 en 3 van het verpleeghuis werden gescreend, en verder de rookruimtecontacten van afdeling 4, de thuiszorgmedewerkers, de gezondheidsondersteuners (fysiotherapeuten, pedicures, kappers), de huisartsen en de contacten op de afdeling dagbehandeling. De massascreening werd uitgevoerd op 8 september 2010 en er werden 320 kweken afgenomen bij het verpleeghuis en 150 kweken bij de thuiszorg. Er werden nog 3 MRSA-dragers gevonden (tabel 1). Omdat zij niet eerder waren getest, is niet bekend wanneer zij werden besmet. Aan deze uitslag kunnen daarom geen conclusies worden verbonden over de kwaliteit van de beschermende maatregelen. De drie nieuwe dragers waren een bewoner van afdeling 1, een medewerker van thuiszorg 1 (beiden t064) en een cliënt van de dagbehandeling die werd verzorgd door thuiszorg 2. Deze cliënt had een MRSA t004: een niet veel voorkomend, ziekenhuisgerelateerde MRSA. Dit was een toevalsbevinding. Bron-en contactonderzoek rondom deze cliënt liet geen nieuwe dragers zien. Alle MRSA-dragers werden behandeld volgens de SWAB-richtlijn.(5) Ongecompliceerd dragerschap werd behandeld met mupirocinezalf 2% en chloorhexidinezeepoplossing 40 mg/ml.(5) Bij gecompliceerd dragerschap werden deze middelen aangevuld met een systemische behandeling in overleg met de medisch microbioloog van het ziekenhuis. Na de behandeling waren MRSA-dragers MRSA-vrij behalve 1 bewoner bij wie na enkele negatieve kweken, toch een positieve kweek werd afgenomen in januari Deze bewoner had een verblijfskatheter. De genomen hygiënemaatregelen zijn geëvalueerd. Er waren verschillende protocollen beschikbaar die zo goed werden opgevolgd dat er eerder teveel dan te weinig hygiënemaatregelen zijn genomen. Na de uitbraak heeft het verpleeghuis voor de duidelijkheid verschillende protocollen samengevoegd. Themanummer MRSA Jaargang 22 Nummer 8 259

16 Tabel 2 Aantal kweken, contactonderzoek ten opzichte van massascreening. Gescreend Gevonden MRSA-dragers Gevonden MRSA-dragers (%) Massascreening (t064) 1 (t004) 0,63 Contactonderzoek (t064) 0,95 Discussie De vraag is wat een goede methode is om controle te krijgen over een uitbraak zoals hier beschreven: het voortzetten van contactonderzoek in het kader van search and destroy, of overgaan tot massascreening. Op het moment dat nog eens 12 nieuwe MRSA-dragers waren gevonden, leek de verspreiding van MRSA niet meer begrensd. Vanuit de ziekenhuishygiëne werd gepleit voor grootschalig screenen mensen - mede met het oog op herintroductie van MRSA vanuit het verpleeghuis naar het ziekenhuis. Verder gaf ook het bestuur van de instelling aan over te willen gaan op massascreening. En tenslotte waren de kosten declarabel bij de Nederlandse Zorg Autoriteit (NZA) (bijlage 1). Het voordeel van massascreening voor de instelling was dat verspreiding en begrenzing van MRSA-dragers binnen relatief korte tijd in beeld kan worden gebracht. Mocht er sprake zijn van een ijsbergeffect, waarbij nog ongeïdentificeerde dragers aanwezig zijn, dan zouden de overige dragers alsnog bekend worden. De GGD ging hiermee akkoord, al ligt deze actie buiten het protocol. Op deze manier werd ook voor de GGD inzichtelijk wat een grootschalige screening oplevert. Het voordeel van het voortzetten van bron- en contactonderzoek zou zijn geweest dat men slechts 210 personen hoefde te screenen en dat er minder afdelingen gesloten waren geweest. Afdeling 3 en de dagbehandeling zouden bijvoorbeeld niet gescreend zijn. De 2 t064-mrsa-dragers zouden uiteindelijk ook gevonden zijn in de volgende ring van 210 personen (tabel 2). Alleen de patiënt met de MRSA-t004-stam zou niet gevonden zijn bij screening van de volgende ring. Het is echter de vraag of dit klinische betekenis heeft, omdat de eerste ring rondom deze patiënt geheel negatief bleek. De normale achtergrondprevalentie van MRSA onder de Nederlandse bevolking is 0,13%. (6,7) Over de prevalentie van MRSA-dragers in verpleeghuizen in Nederland zijn geen recente getallen bekend, maar in een surveillanceproject in 2002 werd een prevalentie van 0.7% gevonden. (8,9,10) Op basis van deze getallen zouden we bij het screenen van in totaal 480 personen in verpleeghuis en thuiszorg verwachten dat maximaal 4 MRSA-dragers gevonden worden. In deze massascreening worden 3 positieven gevonden (0,63%), dit lijkt gelijk aan de achtergrondprevalentie. Conclusie De GGD Midden-Nederland zal bij een nieuwe uitbraak terughoudend zijn ten aanzien van massascreening, indien dat afwijkt van het protocol. De meerwaarde van (ongerichte) massascreening is in deze casus naar onze mening niet aangetoond. Gezien het tijdsbeloop zou massascreening op een eerder moment in deze casus ook niet nuttig zijn geweest. De gevonden MRSA-t064- dragers zouden immers ook gevonden zijn als bron- en contactonderzoek was gecontinueerd. Tenslotte blijken ook de kosten, in dit geval ten laste van de NZA, relatief hoog. Het voordeel van massascreening is wel dat uitslagen zekerheid bieden waardoor onrust sneller kan worden beteugeld. Auteurs J. Kraan 1, O. Visser 1, M. Toet 2, T. Le 3, J. Schilpzand 4, F. Woonink 1 1. GGD Midden-Nederland, Zeist 2. Charim zorggroep, VeenendaalZiekenhuis Gelderse Vallei Ziekenhuis, Ede 3. Gelderse Vallei Ziekenhuis, Ede 4. Arbo Unie BV, Utrecht Correspondentie: J. Kraan Literatuur 1. Werkgroep Infectieziekten Preventie. Richtlijn MRSA Verpleeg-huis. Werkgroep infectieziektepreventie januari Bron: verpleeghuis pdf Werkgroep Infectieziekten Preventie. Richtlijn MRSA Thuiszorg. Werkgroep infectieziektepreventie januari Bron: 5. Stichting Werkgroep Antibioticabeleid. Richtlijn Behandeling MRSA-dragers. Maart Landelijke Coördinatie Infectieziektebestrijding/RIVM. Richtlijn Staphylococcus aureus-infecties, inclusief MRSA. Bron: nl/bibliotheek/professioneel_praktisch/richtlijnen/infectieziekten/ LCI_richtlijnen/LCI_richtlijn_Staphylococcus_aureus_infecties 7. H.F.L. Wertheim et al. Low prevalence of methicillin-resistant Staphylococcus aureus (MRSA) at hospital admission in the Netherlands: the value of search and destroy and restrictive antibiotic use. Journal of Hospital Infection (2004) 56, A.J. de Neeling et al. Het vóórkomen van MRSA bij verpleeghuis- 9. patiënten. Infectieziektebulletin (2003) jaargang 14: nummer 10, Gezondheidsraad. MRSA-beleid in Nederland. Den Haag: Gezondheidsraad, 2006; publicatie nr 2006/ B. Hendrickx, R. de Bakker, R. van Hevele, A. Muylaert. MRSA in Zeeuws-Vlaanderen, de problematiek van een grensstreek. Infectieziekten Bulletin: Jaargang 20; Nummer 3, april 2009, blz Nummer 8 Jaargang 22 Themanummer MRSA

17 Bijlage 1 Nederlandse Zorgautoriteit: Beoordelingscriteria voor financiële compensatie bij MRSA in verpleeghuizen (Bron: ( ) Zorg aan MRSA-positieve/-verdachte bewoners in verpleeghuizen In de verpleeghuizen kan men de MRSA-positieve/-verdachte bewoners verplegen volgens een protocol op basis van de richtlijn van de WIP. Deze vorm van zorg valt binnen de reguliere exploitatiekosten van het verpleeghuis inclusief inventarisatiekweken van de contacten van de betreffende patiënt conform de richtlijn van de WIP-richtlijn. Extra maatregelen = extra kosten Indien uit de inventarisatiekweken transmissie van de MRSA is aangetoond naar één of meer medebewoners of personeel, zijn in overleg met een arts-microbioloog en ziekenhuishygiënist bijzondere maatregelen en extra onderzoek noodzakelijk in het kader van search and destroy. Deze kosten moeten declarabel zijn via de beleidsregels van CTG/ZAio. ( ) ( ) Eigen risico Verpleeghuizen zullen bij de exploitatie altijd rekening houden met onvoorziene kosten (niet alleen op het terrein van MRSA) die niet via financieringssystemen te declareren zijn. Om bovenmatige kosten te kunnen declareren dienen deze inzichtelijk gemaakt te worden, hetgeen een goede administratie noodzakelijk maakt. Het is dan ook redelijk dat verpleeghuizen een vergoeding krijgen wanneer de kosten een bepaald bedrag te boven gaan. Gelet op de budgetten van verpleeghuizen lijkt een eigen risicobedrag van , per jaar redelijk. Zelfstandige instellingen die een eigen exploitatiebudget hebben dat kleiner is dan 5 miljoen, hebben een eigen risicobedrag naar evenredigheid. Het eigen risico van deze instellingen is 1% van het exploitatiebudget (en dus lager dan de eerdergenoemde , ). ( ) Nederlandse Zorgautoriteit: Nacalculatie kosten MRSA. (Bron: ( ) Onderdeel 5. Nacalculatie op extra kosten Omdat onder de oude bekostigingssystematiek de vergoeding voor een leegstandsdag hoger lag, is het drempelbedrag verlaagd van , naar ,. Het drempelbedrag heeft betrekking op alle kostenelementen die staan genoemd in onderdeel 3.1 a t/m f. Met de vergoeding van een MRSA-leegstandsdag (maximaal 61,98) en een verlaging van het drempelbedrag (van , naar , ) wordt een vergelijkbare vergoeding gegeven zoals tot 2010 van toepassing was. Themanummer MRSA Jaargang 22 Nummer 8 261

18 Thema MRSA Een multidisciplinaire aanpak bij uitbraken van MRSA in een instelling met verstandelijk gehandicapte bewoners E.M. Mascini, C. Oldenkamp-Berkelaar, A. Schenk, P. van Kempen, C. Waegemaekers, W.J.J. Kok De meeste studies naar het effect van hygiënische maatregelen op het beloop van van Methicillinerestistente Staphylococcus aureus (MRSA)-uitbraken zijn verricht in ziekenhuizen en in mindere mate in verpleeghuizen. Gegevens over bestrijding van MRSA in instellingen voor verstandelijk gehandicapten zijn nauwelijks voorhanden. In Nederland, waar de prevalentie van MRSA in zorginstellingen laag is en zorggerelateerde infecties en kolonisatie met MRSA bestreden worden, lijkt het gerechtvaardigd om actief beleid ten aanzien van MRSA te voeren, als een infectie of kolonisatie met MRSA vastgesteld is in een (te)huis voor verstandelijk gehandicapte bewoners. (1-3) Onze instelling voor verstandelijk gehandicapten is de afgelopen 6 jaar 2 keer geconfronteerd met verspreiding van MRSA onder bewoners en personeel. Met beleid op maat is een sociaal acceptabele situatie bereikt die ook vanuit het oogpunt van infectiepreventie verantwoord is. Nadat MRSA voor de eerste keer was vastgesteld bij een bewoner hebben we bestrijdingsbeleid van multidisciplinaire aanpak met strakke coördinatie opgesteld. Hier beschrijven we dit beleid en evalueren de eerste 6 jaar dat we ermee gewerkt hebben. Patiënten en methoden Siza is een instelling voor personen met een verstandelijke en/of lichamelijke beperking en heeft 146 vestigingen in Gelderland, die voornamelijk bestaan uit woningen voor 6-12 bewoners. In totaal worden 1200 intramurale cliënten door 1700 FTEmedewerkers behandeld en verzorgd. Indexpatiënten Patiënt A was een 40-jarige verstandelijk gehandicapte vrouw met diabetes mellitus, die in 2005 enkele weken in het ziekenhuis was opgenomen voor amputatie van een teen en voor behandeling met clindamycine en ciprofloxacin in verband met een chronische zweer van de voet. Tijdens haar opnameperiode was er een uitbraak van emrsa 15 (Spa-type t032) in het ziekenhuis. Na contactonderzoek bleek zij MRSA-positief te zijn. Ze was erg angstig door de isolatiemaatregelen en wilde zo spoedig mogelijk naar huis gaan. Het ziekenhuis gaf bij ontslag een document mee met infectiepreventierichtlijnen gebaseerd op de WIP-richtlijnen, met daarin onder andere het advies om bij medewerkers in de instelling kweken af te nemen nadat zij in contact waren geweest met de patiënt A. Patiënt A woonde in een zespersoons unit, geschakeld met een andere zespersoons unit. Toen zij weer thuis kwam had zij nog een slecht genezende wond op haar voet. Patiënt B was een 22-jarige verstandelijk gehandicapte vrouw met spasmen en diabetes insipidus die in 2007 in het ziekenhuis opgenomen werd vanwege een gecompliceerde urineweginfectie. Een standaard urinekweek leverde MRSA Spa-type t1129 op (komt overeen met PFGE-type 36B), een toevalsbevinding, waarna ze in isolatie werd verpleegd. Na terugkomst in haar woonunit met 11 bewoners werd zij gevoed via een PEG-sonde vanwege recidiverende episoden van aspiratie. Infectiepreventie maatregelen Zodra er sprake bleek te zijn van transmissie binnen de instelling werd een outbreak management team (OMT) gevormd bestaande uit leden van de medische en verpleegkundige staf, de bedrijfsarts, de arts infectieziektebestrijding van de GGD en de artsmicrobioloog. Een adviseur infectiepreventie werd ingehuurd voor het mede opstellen van hygiënemaatregelen en het toezicht houden op de implementatie. Deze maatregelen staan beschreven in tabel 1. Controlekweken op MRSA vonden plaats zoals beschreven in tabel Nummer 8 Jaargang 22 Themanummer MRSA

19 Tabel 1 Maatregelen uitgevaardigd door het OMT tijdens MRSA-uitbraken. Protocollen infectiepreventie Modificatie van nationale richtlijnen voor beheersing van MRSA in ziekenhuizen en verpleeghuizen voor de specifieke omstandigheden Aanscherpen van hygiënische maatregelen zoals handhygiëne Persoonlijke bescherming door het dragen van handschoenen, schort, neusmondmasker en een muts tijdens medische of verpleegkundige handelingen met MRSA-positieve bewoners MRSA-positieve bewoners Zij deelden geen badkamers met MRSA-negatieve bewoners: hun badkamers werden dagelijks gedesinfecteerd. Zij mochten in de huiskamer komen, maar lichamelijk contact werd zoveel mogelijk vermeden. Zij mochten niet naar de dagbesteding Medebewoners van MRSA-positieve bewoners Zij werden gekweekt op MRSA-dragerschap Zij mochten niet naar de dagbesteding tot de uitbraak onder controle was gebracht Medewerkers Medewerkers mochten niet in andere units werken tot ze MRSA-negatief bleken te zijn MRSA-positieve medewerkers mochten tijdelijk geen patiëntgebonden werkzaamheden verrichten tot zij een succesvolle dekolonisatiebehandeling hadden ondergaan. Contactonderzoek werd verricht bij Bewoners van de unit Medewerkers Ouders en broers/zussen Bezoekers van de dagbesteding (tweede ring: alleen als verspreiding binnen de unit was aangetoond) Bewoners van aangrenzende units (tweede ring: alleen als verspreiding binnen de unit was aangetoond) Dekolonisatie behandeling Gebaseerd op de SWAB-richtlijn (6) Van toepassing op alle bewoners en medewerkers van units met een MRSA-positieve bewoner Bewoners en medewerkers werden tegelijkertijd behandeld Kuur van 5 dagen mupirocineneuszalf 3x per dag en chloorhexidinezeep voor lichaam en haren 1x per dag Dagelijks wisselen en wassen op hoge temperatuur van kleding en beddengoed gedurende dekolonisatiebehandeling Aanvullend behandeling met trimetoprim-sulphamethoxazol en rifampicine voor MRSA-positieve bewoners met wonden of huidafwijkingen of COPD Maatwerk inclusief medebehandeling door internist-infectioloog bij falen van dekolonisatietherapie Reiniging en desinfectie De badkamer en toilet van MRSA-positieve bewoners werden na gebruik gedesinfecteerd tot de uitbraak onder controle was Op de laatste dag van de dekolonisatiebehandeling werd de hele unit grondig gereinigd en gedesinfecteerd Verstrekken van informatie De adviseur infectiepreventie voorzag de staf van MRSA-protocollen en praktische adviezen voor implementatie van het infectiepreventiebeleid. De arts-microbioloog informeerde de arts verstandelijk gehandicapten en de bedrijfsarts over MRSA-dekolonisatietherapie en informeerde de Inspectie voor de Gezondheidszorg. De verpleegkundige en medische staf informeerden de familie van de MRSA-positieve bewoners en van alle bewoners van wie MRSA-kweken werden afgenomen. De bedrijfsarts informeerde medewerkers over consequenties van MRSA-dragerschap De arts-infectieziektebestrijding verstrekte informatie over MRSA aan overige belanghebbenden. Tabel 2 MRSA-kweekbeleid. MRSA-positieve bewoner Swabs afgenomen van Neus, keel, perineum, wonden, huid laesies, urine in geval van catheter Frequentie van postexpositie screening n.v.t. Beleid ten aanzien van controlekweken na dekolonisatie therapie 3 sets met 1 week interval; 3 sets met 1 maand interval; 3 sets met 3 maand interval Onbeschermde medewerker Neus en keel Na ieder contact 3 sets met 1 week interval Beschermde medewerker Neus en keel Iedere 3 maanden zolang er MRSA+ personen in de unit woonden Medebewoners Neus, keel, perineum, wonden, huid laesies, urine in geval van catheter Iedere 3 maanden zolang er MRSA+ personen in de unit woonden Familieleden van MRSA-positieve bewoners Neus en keel n.v.t. n.v.t. Bezoekers van dagbesteding en bewoners van aangrenzende units Medewerkers van dagbesteding en aangrenzende units Neus, keel, perineum, wonden, huid laesies, urine in geval van catheter Neus en keel Alleen indien verspreiding binnen de unit was aangetoond Alleen indien verspreiding binnen de unit was aangetoond 3 sets met 1 week interval 3 sets met 1 week interval n.v.t. n.v.t. Themanummer MRSA Jaargang 22 Nummer 8 263

20 Microbiologie Materialen werden gekweekt in een phenolmannitolzoutbouillon. Identificatie van S. aureus en resistentie tegen Meticilline werden bepaald zoals eerder beschreven is. (4) Alle MRSA- isolaten werden opgestuurd naar het RIVM voor moleculaire typering. (5) Resultaten Beschrijving van de uitbraak gerelateerd aan patiënt A Na ontslag uit het ziekenhuis werden voor de medewerkers van de unit contactisolatiemaatregelen getroffen bij de verzorging van de wond, conform de instructies van het ziekenhuis. Deze medewerkers hadden geen specifieke expertise op het gebied van infectiepreventie. Na enkele maanden werden controlekweken van medewerkers afgenomen waarna MRSA bij een verpleegkundige werd vastgesteld. Naar aanleiding hiervan werden 6 medebewoners en 15 medewerkers, die intensief contact hadden met patiënt A, gescreend op MRSA. MRSA 15 werd aangetoond in uitstrijken van 3 medebewoners en 2 medewerkers (tabel 3). Geen van hen ontwikkelde een infectie. Het contactonderzoek werd uitgebreid met een tweede ring bestaande uit bewoners van de geschakelde woning en de contacten van de dagbesteding: 42 cliënten en 67 medewerkers. Zij bleken geen van allen MRSA-positief te zijn. Daarnaast werden 4 familieleden van MRSA-positieve bewoners gekweekt die allen MRSA-negatief bleken te zijn. De MRSA-stam was resistent tegen clindamycine en ciprofloxacin; de antibiotische behandeling van de infectie van patiënt A werd daarop omgezet naar trimethoprim-sulphamethoxazol, waarvoor de stam wel gevoelig was. De MRSA-positieve cliënten waaronder patiënt A, overige bewoners en de medewerkers van de unit startten tegelijkertijd met dekolonisatie-behandeling om een ping-pongeffect te voorkomen; het geven van orale antibiotica aan patiënt A werd nog gecontinueerd nadat de andere personen hun kuur hadden beëindigd. Controlekweken werden afgenomen van alle bewoners en de 15 medewerkers van de eerste cirkel; zij waren allemaal negatief. Vervolgens werden gedurende een half jaar maandelijks followupkweken afgenomen van patiënt A en ook deze bleven allemaal negatief. Ondertussen was de wond aan de voet van patiënt A genezen. Infectiepreventiemaatregelen voor patiënt A werden 6 maanden gehandhaafd tot zij MRSA-negatief werd beschouwd. Ook tot 2 jaar later afgenomen MRSA-kweken van patiënt A bleven negatief. In totaal zijn 374 MRSA-kweken bij 54 bewoners c.q. contacten van de dagbesteding en 82 medewerkers afgenomen. Beschrijving van de uitbraak gerelateerd aan patiënt B Naar aanleiding van de onverwachte bevinding van MRSA bij patiënt B werd in het ziekenhuis gestart met bron- en contactonderzoek onder 42 patiënten en 54 medewerkers. Dit leverde geen MRSA-positieve personen op afgezien van een verpleegkundige met transiënt dragerschap met dezelfde stam als patiënt B. Om de bron van de MRSA te achterhalen werden kweken afgenomen van 10 medebewoners, 4 familieleden en 16 medewerkers die intensief contact met patiënt B hadden gehad voorafgaand aan haar ziekenhuisopname. Twee medebewoners van deze eerste cirkel bleken MRSA-positief te zijn, terwijl de familieleden en de medewerkers niet met MRSA gekoloniseerd waren (tabel 4). Hierop werd MRSA-screening uitgebreid naar 5 familieleden van de MRSA-positieve medebewoners, 11 andere medewerkers van de unit, 8 verpleegkundigen van de nachtdienst, en 10 vaste bezoekers van de dagbesteding. Een van de medewerkers van de dagbesteding bleek ook MRSA-positief te zijn met dezelfde stam. De MRSA-positieve bewoners, waaronder patiënt B, overige bewoners en de medewerkers waaronder de MRSA- Tabel 3 MRSA-positieve personen gerelateerd aan indexpatiënt A. MRSA-positief MRSA-positief materiaal MRSA-type Details 1 Index Neus, keel, wond 15 2 Medebewoner Neus, keel 15 COPD-patient 3 Medebewoner Neus, keel, wond, oor 15 Wond; reinigingsprocedure voor gehoorapparaat opgesteld 4 Medebewoner Neus 15 Verhuizen naar een andere unit werd uitgesteld 5 Verpleegkundige Neus 15 6 Verpleegkundige Neus 15 7 Verpleegkundige Neus 15 Tabel 4 MRSA-positieve personen gerelateerd aan indexpatiënt B. MRSA-positief MRSA-positief materiaal MRSA-type Details 1 Index Urine, keel, neus, perineum 36B 2 Medebewoner Neus, keel 36B Ernstig acné 3 Medebewoner Keel 36B 4 Medewerker dagbesteding Neus 36B 264 Nummer 8 Jaargang 22 Themanummer MRSA

Wat is M RSA? Wat zijn de ziekteverschijnselen van M RSA? Hoe kun je M RSA krijgen en hoe kun je anderen besmetten?

Wat is M RSA? Wat zijn de ziekteverschijnselen van M RSA? Hoe kun je M RSA krijgen en hoe kun je anderen besmetten? MRSA In deze folder leest u wat MRSA is, welke gevolgen dit kan hebben voor uw opname en behandeling en welke maatregelen er genomen worden om de verspreiding van MRSA te voorkomen. U wordt behandeld

Nadere informatie

MRSA Radboud universitair medisch centrum

MRSA Radboud universitair medisch centrum MRSA U wordt behandeld in het Radboudumc en bent mogelijk in contact gekomen met de MRSA bacterie (Meticilline Resistente Staphylococcus Aureus). Dit kan zijn doordat u Beroepsmatig in aanraking komt

Nadere informatie

Beroepsmatig in aanraking komt met levende varkens, vleeskalveren of vleeskuikens.

Beroepsmatig in aanraking komt met levende varkens, vleeskalveren of vleeskuikens. MRSA 1 U wordt behandeld in een zorginstelling en bent mogelijk in contact gekomen met de MRSA bacterie (Meticilline Resistente Staphylococcus Aureus). Dit kan zijn doordat u Beroepsmatig in aanraking

Nadere informatie

MRSA-bacterie. 'ziekenhuisbacterie' Afdeling Medische Microbiologie en Ziekenhuishygiëne

MRSA-bacterie. 'ziekenhuisbacterie' Afdeling Medische Microbiologie en Ziekenhuishygiëne 00 MRSA-bacterie 'ziekenhuisbacterie' Afdeling Medische Microbiologie en Ziekenhuishygiëne 1 Inleiding MRSA staat voor Meticilline-resistente Staphylococcus aureus. De Staphylococcus aureus is een bacterie

Nadere informatie

MRSA-positief, wat nu?

MRSA-positief, wat nu? Infectiepreventie MRSA-positief, wat nu? www.catharinaziekenhuis.nl Inhoud Wat is MRSA?... 3 Wie loopt het meeste risico MRSA op te lopen?... 3 MRSA-dragerschap... 4 Verspreiding van MRSA voorkomen...

Nadere informatie

MRSA. Maatregelen bij (mogelijke) dragers van Meticilline-resistente Staphylococcus aureus. Afdeling Infectiepreventie

MRSA. Maatregelen bij (mogelijke) dragers van Meticilline-resistente Staphylococcus aureus. Afdeling Infectiepreventie MRSA Maatregelen bij (mogelijke) dragers van Meticilline-resistente Staphylococcus aureus Afdeling Infectiepreventie Inleiding U bezoekt de polikliniek van het Amphia Ziekenhuis of u bent in ons ziekenhuis

Nadere informatie

Maatregelen voor drager van MRSA-bacterie

Maatregelen voor drager van MRSA-bacterie MRSA positief Maatregelen voor drager van MRSA-bacterie Inleiding Bij u is vastgesteld dat u drager bent van de MRSA-bacterie. MRSA staat voor Meticilline-Resistente Staphylococcus Aureus. Dit is een bacterie

Nadere informatie

Verpleeghuis- woon- en thuiszorg. MRSA, thuiszorg

Verpleeghuis- woon- en thuiszorg. MRSA, thuiszorg Verpleeghuis- woon- en thuiszorg MRSA, thuiszorg Werkgroep Infectiepreventie Vastgesteld: januari 2007 Wijziging: november 2007 Revisie: januari 2012 Dit document mag vrijelijk worden vermenigvuldigd en

Nadere informatie

MRSA in verpleeghuis en woonzorgcentrum

MRSA in verpleeghuis en woonzorgcentrum Verpleeghuis- woon- en thuiszorg MRSA in verpleeghuis en woonzorgcentrum Dit document mag vrijelijk worden vermenigvuldigd en verspreid mits steeds de Werkgroep Infectiepreventie als auteur wordt vermeld.

Nadere informatie

MRSA; informatie voor huisartsen

MRSA; informatie voor huisartsen MRSA; informatie voor huisartsen Het St. Jansdal ziekenhuis vindt het belangrijk om een goede samenwerking te onderhouden met zijn zorgpartners, waaronder de huisartsen. Belangrijk in deze samenwerking

Nadere informatie

*PDOC01/229345* PDOC01/229345. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG

*PDOC01/229345* PDOC01/229345. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG > Retouradres Postbus 20401 2500 EK Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Prins Clauslaan 8 2595 AJ Den Haag Postbus 20401 2500 EK Den Haag www.rijksoverheid.nl/eleni

Nadere informatie

De zin of onzin van MRSA-contactonderzoek bij medewerkers na beschermd contact

De zin of onzin van MRSA-contactonderzoek bij medewerkers na beschermd contact De zin of onzin van MRSA-contactonderzoek bij medewerkers na beschermd contact Willemien Maathuis-de Haan 1, Ellen van Luijtelaar-Boot 1, Annet Troelstra 1, 2. 1 Afdeling Medische Microbiologie en Infectiepreventie,

Nadere informatie

De ziekenhuisbacterie MRSA. Contactonderzoek

De ziekenhuisbacterie MRSA. Contactonderzoek De ziekenhuisbacterie MRSA Contactonderzoek Inleiding Op de afdeling waar u verblijft of opgenomen bent geweest, is bij een patiënt de ziekenhuisbacterie MRSA aangetoond. Om te controleren of de bacterie

Nadere informatie

Ziekenhuizen. MRSA, ziekenhuis

Ziekenhuizen. MRSA, ziekenhuis Ziekenhuizen MRSA, ziekenhuis Werkgroep Infectiepreventie Vastgesteld: januari 2007 Wijziging: september 2007 Wijziging: november 2007 Revisie: januari 2012 Dit document mag vrijelijk worden vermenigvuldigd

Nadere informatie

Opname: na een verblijf in een buitenlands ziekenhuis nadat u in contact bent geweest met varkens of vleeskalveren.

Opname: na een verblijf in een buitenlands ziekenhuis nadat u in contact bent geweest met varkens of vleeskalveren. Opname: na een verblijf in een buitenlands ziekenhuis nadat u in contact bent geweest met varkens of vleeskalveren (MRSA-bacterie) Als u in het buitenland in het ziekenhuis bent behandeld, bestaat de

Nadere informatie

De meest gestelde vragen over MRSA

De meest gestelde vragen over MRSA De meest gestelde vragen over MRSA Inleiding In deze brochure treft u de meest gestelde vragen aan over MRSA en de antwoorden daarop. De brochure is een aanvulling op de ziekenhuisfolder waarin algemene

Nadere informatie

MRSA Ongevoelige of resistente bacterie

MRSA Ongevoelige of resistente bacterie MRSA Ongevoelige of resistente bacterie Via deze folder proberen wij u antwoord te geven op enkele van de meest gestelde vragen over MRSA. Wat is MRSA? Staphylococcus aureus, is een bacterie die in veel

Nadere informatie

MRSA. Wat is MRSA, wat zijn de gevolgen voor u, uw familie, voor medewerkers en andere patiënten?

MRSA. Wat is MRSA, wat zijn de gevolgen voor u, uw familie, voor medewerkers en andere patiënten? MRSA Wat is MRSA, wat zijn de gevolgen voor u, uw familie, voor medewerkers en andere patiënten? 2 Wat is MRSA? MRSA staat voor Methicilline Resistente Staphylococcus Aureus. Stafylokokken zijn bacteriën

Nadere informatie

Ziekenhuishygiëne en infectiepreventie MRSA

Ziekenhuishygiëne en infectiepreventie MRSA Ziekenhuishygiëne en infectiepreventie MRSA Via deze folder geven wij u antwoorden op de enkele van de meest gestelde vragen over MRSA. Wat is MRSA? Staphylococcus aureus, is een bacterie die in veel gevallen

Nadere informatie

Maatregelen tegen overdracht van Klebsiella Oxa-48 buiten het ziekenhuis

Maatregelen tegen overdracht van Klebsiella Oxa-48 buiten het ziekenhuis Maatregelen tegen overdracht van Klebsiella Oxa-48 buiten het ziekenhuis LCI-RIVM en Werkgroep Infectiepreventie (WIP) Versie 16/6/2011 1. Bacteriologisch onderzoek Bacteriologisch onderzoek 1.1 Soorten

Nadere informatie

Deze informatie is bestemd voor patiënten met een mogelijke of aangetoonde MRSA besmetting.

Deze informatie is bestemd voor patiënten met een mogelijke of aangetoonde MRSA besmetting. Deze informatie is bestemd voor patiënten met een mogelijke of aangetoonde MRSA besmetting. Wat is MRSA? Staphylococcus aureus, is een bacterie die bij 20-60% van gezonde personen voorkomt op de huid.

Nadere informatie

Beleidswijziging LA-MRSA

Beleidswijziging LA-MRSA Beleidswijziging LA-MRSA Een project over veegerelateerde MRSA in het Jeroen Bosch Ziekenhuis en ziekenhuis Bernhoven Jamie Meekelenkamp, deskundige infectiepreventie Wat is MRSA? Staphylococcus aureus

Nadere informatie

MRSA in verpleeghuizen

MRSA in verpleeghuizen Verpleeghuizen MRSA in verpleeghuizen Dit document mag vrijelijk worden vermenigvuldigd en verspreid mits steeds de Werkgroep Infectiepreventie als auteur wordt vermeld. Vergewis u er van dat u de meest

Nadere informatie

MRSA informatie voor de (poli)klinische patiënt

MRSA informatie voor de (poli)klinische patiënt MRSA informatie voor de (poli)klinische patiënt Volgens landelijk beleid controleert Gelre ziekenhuizen patiënten die mogelijk de MRSA bacterie bij zich dragen. Het gaat om patiënten die horen bij de volgende

Nadere informatie

Maatregelen bij mogelijke dragers

Maatregelen bij mogelijke dragers Maatregelen bij mogelijke dragers van MRSA Omdat u mogelijk drager bent van een bijzondere bacterie (MRSA-bacterie), gelden voor u isolatiemaatregelen. In deze brochure kunt u meer lezen over deze bacterie

Nadere informatie

Verpleeghuizen. MRSA, verpleeghuis

Verpleeghuizen. MRSA, verpleeghuis Verpleeghuizen MRSA, verpleeghuis Werkgroep Infectie Preventie Vastgesteld: januari 2007 Wijziging: november 2007 Revisie: januari 2012 Dit document mag vrijelijk worden vermenigvuldigd en verspreid mits

Nadere informatie

Inleiding Wat is MRSA? Waarom maatregelen nemen?

Inleiding Wat is MRSA? Waarom maatregelen nemen? Maatregelen MRSA 1 Inleiding In deze brochure vindt u informatie over de bacterie MRSA. Wat is het, waarom nemen wij maatregelen bij (een verdenking op) MRSA en welke maatregelen zijn dat? Wat is MRSA?

Nadere informatie

De ziekenhuisbacterie MRSA Sluiting van een verpleegafdeling

De ziekenhuisbacterie MRSA Sluiting van een verpleegafdeling De ziekenhuisbacterie MRSA Sluiting van een verpleegafdeling Albert Schweitzer ziekenhuis juli 2014 pavo 0638 Inleiding Op de afdeling waar u verblijft is een patiënt opgenomen (geweest) waarbij onverwacht

Nadere informatie

Ziekenhuizen. Meticilline-resistente Staphylococcus aureus (MRSA)

Ziekenhuizen. Meticilline-resistente Staphylococcus aureus (MRSA) Ziekenhuizen Meticilline-resistente Staphylococcus aureus (MRSA) Werkgroep Infectiepreventie Vastgesteld: december 2012 Revisie: december 2017 Dit document mag vrijelijk worden vermenigvuldigd en verspreid

Nadere informatie

MRSA, revalidatiecentrum

MRSA, revalidatiecentrum Revalidatiecentra MRSA, revalidatiecentrum Werkgroep Infectiepreventie Vastgesteld: juli 2009 Revisie: juli 2014 MRSA, revalidatiecentrum 1 Disclaimer: Dit document mag vrijelijk worden vermenigvuldigd

Nadere informatie

Dragerschap en behandeling van MRSA

Dragerschap en behandeling van MRSA Er is bij u besmetting met de bacterie MRSA (Methicilline resistente Staphylococcus aureus) ontdekt. S. aureus is een bacterie die tot de normale huidbewoners van de mens behoort. Daarnaast staat hij bekend

Nadere informatie

Bijzonder Resistente Micro-Organismen. Isolatiemaatregelen infectiepreventie bij BRMO

Bijzonder Resistente Micro-Organismen. Isolatiemaatregelen infectiepreventie bij BRMO Bijzonder Resistente Micro-Organismen Isolatiemaatregelen infectiepreventie bij BRMO In deze folder vindt u meer informatie over Bijzonder Resistente Micro Organismen (BRMO) en Extended Spectrum Beta-Lactamase

Nadere informatie

Ziekenhuizen. Persoonlijke hygiëne patiënt en bezoeker

Ziekenhuizen. Persoonlijke hygiëne patiënt en bezoeker Ziekenhuizen Persoonlijke hygiëne patiënt en bezoeker Werkgroep Infectiepreventie Vastgesteld: juli 2012 Revisiedatum: juli 2017 Dit document mag vrijelijk worden vermenigvuldigd en verspreid mits steeds

Nadere informatie

Beheersen van BRMO in de regio

Beheersen van BRMO in de regio Beheersen van BMO in de regio Miriam Beerens specialist ouderengeneeskunde Laura van Dommelen arts-microbioloog Danielle van Oudheusden arts infectieziektebestrijding Marjolijn Wegdam- Blans arts-microbioloog

Nadere informatie

Vragen en antwoorden m.b.t. de VRE-bacterie

Vragen en antwoorden m.b.t. de VRE-bacterie Infectiepreventie Vragen en antwoorden Vragen en antwoorden m.b.t. de VRE-bacterie Juli 2015 Algemene vragen en antwoorden 1. Wat is een VRE-bacterie? VRE staat voor Vancomycine Resistente Enterokok. De

Nadere informatie

Transmurale Richtlijn MRSA

Transmurale Richtlijn MRSA Transmurale Richtlijn MRSA Colofon De Transmurale Richtlijn MRSA is opgesteld door een projectgroep bestaande uit R. Ballering (beleidsmedewerker Transmuraal Netwerk Midden-Holland), D. Beaujean (beleidsmedewerker

Nadere informatie

Succesvolle eradicatie bij gecompliceerd MRSA dragerschap

Succesvolle eradicatie bij gecompliceerd MRSA dragerschap Home no. 4 Augustus 2014 Eerdere edities Verenso.nl Succesvolle eradicatie bij gecompliceerd MRSA dragerschap Drs. Suzan Shaker, specialist ouderengeneeskunde, Het Dorp Arnhem Drs. Saskia S.L. Mol, huisarts-docent,

Nadere informatie

Bedrijfseconomische impact

Bedrijfseconomische impact Bedrijfseconomische impact van infectieziekten 22 september 2009 Drs. Chrétien Haenen Coördinator Kwaliteitszorg Atrium Medisch Centrum Parkstad To help protect your privacy, PowerPoint prevented this

Nadere informatie

Protocollen Voorbehouden, Risicovolle en Overige handelingen Hygiene en infectiepreventie 48. Inleiding... 48 Definities... 49

Protocollen Voorbehouden, Risicovolle en Overige handelingen Hygiene en infectiepreventie 48. Inleiding... 48 Definities... 49 Protocollen Voorbehouden, Risicovolle en Overige handelingen Hygiene en infectiepreventie 48 MRSA, thuiszorg Inhoudsopgave Inleiding... 48 Definities... 49 1 Risicocategorieën... 50 1.1 Overzicht 1, Cliënten

Nadere informatie

Casus: is MRSA een beroepsgebonden infectie? 1

Casus: is MRSA een beroepsgebonden infectie? 1 Beroepsinfectieziekten uit volksgezondheidskundig perspectief Jim van Steenbergen LCI, Centrum Infectieziektebestrijding, Bilthoven Casus: is MRSA een beroepsgebonden infectie? 1 Volksgezondheidskundig

Nadere informatie

Bijzonder Resistente Micro-Organismen: informatie over bacteriën die in het ziekenhuis kunnen voorkomen

Bijzonder Resistente Micro-Organismen: informatie over bacteriën die in het ziekenhuis kunnen voorkomen Infectiepreventie Bijzonder Resistente Micro-Organismen: informatie over bacteriën die in het ziekenhuis kunnen voorkomen www.catharinaziekenhuis.nl Inhoud Wat is een BRMO... 3 Gevolgen... 4 Onderzoek...

Nadere informatie

Infectiepreventie regio. i t Anja Schreijer, MD, PhD IVVU 16 september 2014 Arts Maatschappij & Gezondheid GGD regio Utrecht

Infectiepreventie regio. i t Anja Schreijer, MD, PhD IVVU 16 september 2014 Arts Maatschappij & Gezondheid GGD regio Utrecht Infectiepreventie regio Utrecht: casus antibioticaresistentie i t Anja Schreijer, MD, PhD IVVU 16 september 2014 j j,, p Arts Maatschappij & Gezondheid GGD regio Utrecht Disclosure Belangenverstrengeling:

Nadere informatie

Bouwen aan BRMO beleid in verpleeg- en verzorgingshuizen en extramuraal

Bouwen aan BRMO beleid in verpleeg- en verzorgingshuizen en extramuraal Bouwen aan BRMO beleid in verpleeg- en verzorgingshuizen en extramuraal Zorg dat de basis goed is Mari van der Most Deskundige infectiepreventie 29 januari 2015 Disclosure belangen spreker (potentiële)

Nadere informatie

9 e Post-O.N.S. Meeting

9 e Post-O.N.S. Meeting 9 e Post-O.N.S. Meeting Neutropenie & Antibiotica resistentie Heleen Klein Wolterink Research verpleegkundige Medische Oncologie UMC Utrecht Schiphol introductie Neutropenie: Definitie Symptomen MASSC

Nadere informatie

Infectiepreventie. Dragerschap van resistente bacteriën (behalve van MRSA)

Infectiepreventie. Dragerschap van resistente bacteriën (behalve van MRSA) Infectiepreventie Dragerschap van resistente bacteriën (behalve van MRSA) Drager van resistente bacteriën Er is geconstateerd dat u drager bent van een bacterie die ongevoelig (resistent) is voor bepaalde

Nadere informatie

Nieuwe Influenza A (H1N1)

Nieuwe Influenza A (H1N1) Nieuwe Influenza A (H1N1) Overzicht 23 oktober 29, week 43 Samenvatting In de afgelopen week is het aantal ziekenhuisopnamen wegens een laboratoriumbevestigde infectie met Nieuwe Influenza A (H1N1) verdubbeld

Nadere informatie

Isolatiemaatregelen bij ESBL op de dialyseafdeling. Inhoudsopgave

Isolatiemaatregelen bij ESBL op de dialyseafdeling. Inhoudsopgave Inhoudsopgave 1. Inleiding en probleemstelling 5 1.1 Inleiding 5 1.2 Probleemstelling 6 2. Doel- en vraagstelling 7 2.1 Doelstelling 7 2.2 Vraagstelling 7 2.2.1 Deelvragen 7 3. Methode van onderzoek 8

Nadere informatie

Wat ziet de inspecteur: infectiepreventie vanuit het oogpunt van de IGZ. Marijke Bilkert Senior inspecteur

Wat ziet de inspecteur: infectiepreventie vanuit het oogpunt van de IGZ. Marijke Bilkert Senior inspecteur Wat ziet de inspecteur: infectiepreventie vanuit het oogpunt van de IGZ Marijke Bilkert Senior inspecteur Wat ziet de inspecteur: infectiepreventie vanuit het oogpunt van de IGZ De inhoud van deze presentatie

Nadere informatie

Informatie over de MRSA (Methicilline Resistente Staphylococcus Aureus) ziekenhuisbacterie. MRSA positief in het ziekenhuis en thuis

Informatie over de MRSA (Methicilline Resistente Staphylococcus Aureus) ziekenhuisbacterie. MRSA positief in het ziekenhuis en thuis MRSA positief in het ziekenhuis en thuis Informatie over de MRSA (Methicilline Resistente Staphylococcus Aureus) ziekenhuisbacterie MRSA positief in het ziekenhuis en thuis 1. Inleiding 3 2. MRSA positief

Nadere informatie

nr. 372 van ELS ROBEYNS datum: 25 februari 2016 aan JO VANDEURZEN Veegerelateerde MRSA - Screening, preventie en aanpak

nr. 372 van ELS ROBEYNS datum: 25 februari 2016 aan JO VANDEURZEN Veegerelateerde MRSA - Screening, preventie en aanpak SCHRIFTELIJKE VRAAG nr. 372 van ELS ROBEYNS datum: 25 februari 2016 aan JO VANDEURZEN VLAAMS MINISTER VAN WELZIJN, VOLKSGEZONDHEID EN GEZIN Veegerelateerde MRSA - Screening, preventie en aanpak In een

Nadere informatie

Nieuwe Influenza A (H1N1)

Nieuwe Influenza A (H1N1) Nieuwe Influenza A (H1N1) Overzicht 6 november 29, week 45 Samenvatting In de afgelopen week is het aantal ziekenhuisopnamen wegens een laboratoriumbevestigde infectie met Nieuwe Influenza A (H1N1) wederom

Nadere informatie

Isolatiemaatregelen. Infectiepreventie

Isolatiemaatregelen. Infectiepreventie Isolatiemaatregelen Infectiepreventie Inleiding Ieder mens draagt miljarden bacteriën met zich mee. Bacteriën worden ook wel micro-organismen genoemd omdat zij niet met het blote oog te zien zijn maar

Nadere informatie

Bestuurlijke afspraken antibioticaresistentie in de zorg

Bestuurlijke afspraken antibioticaresistentie in de zorg Bestuurlijke afspraken antibioticaresistentie in de zorg Inleiding Antibiotica zijn in de eerste plaats nodig voor het bestrijden van bacteriële infecties. Antibiotica zijn daarnaast onmisbaar voor het

Nadere informatie

MRSA : wat te doen als varkenshouder? Dr. B. Gordts AZ Sint Jan, Brugge Federaal platform voor ziekenhuishygiëne bart.gordts@azbrugge.

MRSA : wat te doen als varkenshouder? Dr. B. Gordts AZ Sint Jan, Brugge Federaal platform voor ziekenhuishygiëne bart.gordts@azbrugge. MRSA : wat te doen als varkenshouder? Dr. B. Gordts AZ Sint Jan, Brugge Federaal platform voor ziekenhuishygiëne bart.gordts@azbrugge.be 1 Schatting van de impact van verschillende soorten ziekenhuisinfecties

Nadere informatie

Draaiboek MRSA in de openbare gezondheidszorg

Draaiboek MRSA in de openbare gezondheidszorg Draaiboek MRSA in de openbare gezondheidszorg April 2005 Landelijke Coördinatiestructuur Infectieziektebestrijding Adriaen van Ostadelaan 140 Postbus 85300 3508 AH Utrecht T 030 252 50 99 F 030 251 18

Nadere informatie

MRSA verklaring. Naam + initialen Geboortedatum Naam leidinggevende Datum start werkzaamheden: Telefoon/mobiel nummer:

MRSA verklaring. Naam + initialen Geboortedatum Naam leidinggevende Datum start werkzaamheden: Telefoon/mobiel nummer: MRSA verklaring Naam leidinggevende start werkzaamheden: Telefoon/mobiel nummer: Ik ga in het AVL werken op een afdeling waar patiënten verblijven/aanwezig zijn: Nee ga direct naar de ondertekening van

Nadere informatie

Hepatitis B Inleiding Hepatitis A Preventie hepatitis B Preventie hepatitis A

Hepatitis B Inleiding Hepatitis A Preventie hepatitis B Preventie hepatitis A Naast deze infokaart over hepatitis zijn er ook infokaarten beschikbaar over: infectieziekten algemeen, tuberculose, seksueel overdraagbare aandoeningen, jeugd en onveilig vrijen en jeugd en vaccinatie.

Nadere informatie

Samenvatting. Etiologie. samenvatting

Samenvatting. Etiologie. samenvatting Samenvatting Hoofdstuk 1 is een algemene inleiding op dit proefschrift. Luchtweginfecties zijn veel voorkomende aandoeningen, die door een groot aantal verschillende virussen en bacteriën veroorzaakt kunnen

Nadere informatie

Ziekenhuizen. Strikte isolatie

Ziekenhuizen. Strikte isolatie Ziekenhuizen Strikte isolatie Werkgroep Infectiepreventie Vastgesteld: november 2006 Revisie: november 2011 Dit document mag vrijelijk worden vermenigvuldigd en verspreid mits steeds de Werkgroep Infectiepreventie

Nadere informatie

Bijlage 1: Nederlandse samenvatting Projectbeschrijving

Bijlage 1: Nederlandse samenvatting Projectbeschrijving Bijlage 1: Nederlandse samenvatting Projectbeschrijving Algemene gegevens: Projectcoördinator Münsterland: Dr. med. A.W. Friedrich mede-projectcoördinator: Dr. med. A.K. Sonntag Tel: +49-251-83 55366 Projectcoördinator

Nadere informatie

> Retouradres Postbus 20350 2500 EJ Den Haag. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG

> Retouradres Postbus 20350 2500 EJ Den Haag. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG > Retouradres Postbus 20350 2500 EJ Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Bezoekadres: Rijnstraat 50 2515 XP DEN HAAG T 070 340 79 11 F 070 340 78

Nadere informatie

Bijzonder resistente micro-organismen/ BRMO

Bijzonder resistente micro-organismen/ BRMO Patiënteninformatie Bijzonder resistente micro-organismen/ BRMO Informatie over resistente bacteriën anders dan MRSA 1234567890-terTER_ Bijzonder resistente micro-organismen/ BRMO Informatie over resistente

Nadere informatie

Staphylococcus aureus-infecties, inclusief MRSA

Staphylococcus aureus-infecties, inclusief MRSA Staphylococcus aureus-infecties, inclusief MRSA A41 Bijlage II Vragenlijst voor een persoon met MRSA t.b.v. bron- en contactonderzoek door de GGD Datum - - Vragenlijst ingevuld door (naam): GGD-medewerker

Nadere informatie

MRSA positief: wat betekent dat?

MRSA positief: wat betekent dat? MRSA positief: wat betekent dat? Onder ouders verstaan wij ook verzorger(s), pleeg- of adoptieouder(s) U kunt wijzigingen of aanvullingen op deze informatie door geven per e-mail: patienteninformatiewkz@umcutrecht.nl

Nadere informatie

Nieuwe Influenza A (H1N1)

Nieuwe Influenza A (H1N1) Nieuwe Influenza A (H1N1) Overzicht 11 december 29, week 5 Samenvatting In de afgelopen week is het aantal ziekenhuisopnamen wegens een laboratoriumbevestigde infectie met Nieuwe Influenza A (H1N1) afgenomen

Nadere informatie

c. De Beleidsregel kosten MRSA met nummer CA-300 eindigt op 31 december 2009.

c. De Beleidsregel kosten MRSA met nummer CA-300 eindigt op 31 december 2009. Bijlage 13 bij circulaire AWBZ/Care/10/10c BELEIDSREGEL Kosten MRSA 1. Algemeen a. Deze beleidsregel is van toepassing op de zorg of dienst als omschreven bij of krachtens de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten

Nadere informatie

Jan Kluytmans, Greet Vos, Christina Vandenbroucke-Grauls, Alexander W. Friedrich,

Jan Kluytmans, Greet Vos, Christina Vandenbroucke-Grauls, Alexander W. Friedrich, Nederland groen in 2025: Hoe antibiotica resistentie optimaal te bestrijden. Jan Kluytmans, Greet Vos, Christina Vandenbroucke-Grauls, Alexander W. Friedrich, Andreas Voss en Marc Bonten Juni 2014 Al sinds

Nadere informatie

Hygiëne en Infectiepreventie

Hygiëne en Infectiepreventie Hygiëne en Infectiepreventie Wat betekent dit voor jou als doktersassistente? donderdag 12 november 2015 Wat is Infectiepreventie? Wie/wat zijn deskundigen infectiepreventie? Wat is de rol van medewerkers

Nadere informatie

!"#!$#%!$&' over mensen, bacteriën en antibiotica. goedkoop is duurkoop. Jan Kluytmans. antibiotica

!#!$#%!$&' over mensen, bacteriën en antibiotica. goedkoop is duurkoop. Jan Kluytmans. antibiotica over mensen, bacteriën en antibiotica goedkoop is duurkoop Jan Kluytmans antibiotica $' Two is a company De gevolgen van resistentie!"""# $%%%# $%%$# $%%&# $%%+# $%%"# $%%!# $%%'# $%%(# $%%)# $%%*#! Behandeling

Nadere informatie

PATIËNTEN INFORMATIE. Verpleging in isolatie

PATIËNTEN INFORMATIE. Verpleging in isolatie PATIËNTEN INFORMATIE Verpleging in isolatie 2 PATIËNTENINFORMATIE Algemeen U bent opgenomen, of uw naaste is opgenomen, in het Maasstad Ziekenhuis en wordt in isolatie verpleegd. U bent door uw behandelend

Nadere informatie

Protocol MRSA VSV Helmond

Protocol MRSA VSV Helmond Protocol MRSA VSV Helmond 1.0 Definitie MRSA (Meticilline Resistente Staphylococcus Aureus) is een bacterie die resistent is voor de meeste antibiotica en daardoor in geval van infectie moeilijk te bestrijden.

Nadere informatie

Rapport naar aanleiding van het inspectiebezoek in het kader van het toezicht infectiepreventie aan het Ikazia ziekenhuis op 28 mei 2015 te Rotterdam

Rapport naar aanleiding van het inspectiebezoek in het kader van het toezicht infectiepreventie aan het Ikazia ziekenhuis op 28 mei 2015 te Rotterdam Rapport naar aanleiding van het inspectiebezoek in het kader van het toezicht infectiepreventie aan het Ikazia ziekenhuis op 28 mei 2015 te Rotterdam Utrecht, juli 2015 Inhoud 1 Inleiding 5 1.1 Aanleiding

Nadere informatie

BRMO uitbraak in een verpleeghuis. Veronica Weterings Deskundige Infectiepreventie Amphia ziekenhuis, Breda

BRMO uitbraak in een verpleeghuis. Veronica Weterings Deskundige Infectiepreventie Amphia ziekenhuis, Breda BRMO uitbraak in een verpleeghuis Veronica Weterings Deskundige Infectiepreventie Amphia ziekenhuis, Breda Disclosure belangen spreker (potentiële) belangenverstrengeling Voor bijeenkomst mogelijk relevante

Nadere informatie

INLEIDING. 20.03.15 Agentschap Zorg en Gezondheid 2

INLEIDING. 20.03.15 Agentschap Zorg en Gezondheid 2 MULTIDRUG RESISTENTE ORGANISMEN (MDRO) IN WOONZORGCENTRA EN THUISZORG: WAT TE DOEN? Caroline Broucke en Hanna Masson Agentschap Zorg en Gezondheid, Afdeling Preventie INLEIDING > Multidrug Resistente Organismen

Nadere informatie

Bijzonder Resistente Micro Organismen (BRMO) Wat is het probleem

Bijzonder Resistente Micro Organismen (BRMO) Wat is het probleem Bijzonder Resistente Micro Organismen (BRMO) Wat is het probleem Regionale nascholing Samen krachtig tegen BRMO! Hoe pakken we dat aan? 29 januari 2015 dr F. Vlaspolder, arts microbioloog Maasstad ziekenhuis

Nadere informatie

Rapportage. Kennis omtrent voorschriften voor handhygiëne bij verpleegkundigen. In opdracht van: Utrecht, oktober 2008

Rapportage. Kennis omtrent voorschriften voor handhygiëne bij verpleegkundigen. In opdracht van: Utrecht, oktober 2008 Rapportage Kennis omtrent voorschriften voor handhygiëne bij verpleegkundigen In opdracht van: Contactpersonen: Utrecht, oktober 2008 REED BUSINESS / NEWCOMPLIANCE Marcellino Bogers/ Bo Wiesman DUO MARKET

Nadere informatie

Samenvatting. Achtergrond van de aanvraag

Samenvatting. Achtergrond van de aanvraag Samenvatting In dit advies beoordeelt de Commissie Wet bevolkingsonderzoek van de Gezondheidsraad een vergunningaanvraag voor tuberculosescreening. Op basis van de Wet op het bevolkingsonderzoek (WBO)

Nadere informatie

AFKORTINGEN IN TABELLEN

AFKORTINGEN IN TABELLEN VERANTWOORDING Dit document bevat de tabellen waarop het volgende artikel gebaseerd is: Veer, A.J.E. de, Francke, A.L. Verpleegkundigen positief over bevorderen van zelfmanagement. TVZ: Tijdschrift voor

Nadere informatie

Verzorgenden over kwaliteit van de zorg in verpleeg- en verzorgingshuizen Factsheet Panel Verpleegkundigen en Verzorgenden, september 2004

Verzorgenden over kwaliteit van de zorg in verpleeg- en verzorgingshuizen Factsheet Panel Verpleegkundigen en Verzorgenden, september 2004 LEVV Landelijk Expertisecentrum Verpleging & Verzorging Verzorgenden over kwaliteit van de zorg in verpleeg- en verzorgings Factsheet Panel Verpleegkundigen en Verzorgenden, september 2004 Tien procent

Nadere informatie

KPC uitbraak. Veronica Weterings Deskundige Infec4epreven4e Amphia ziekenhuis, Breda

KPC uitbraak. Veronica Weterings Deskundige Infec4epreven4e Amphia ziekenhuis, Breda KPC uitbraak Dress code bij een KPC uitbraak Veronica Weterings Deskundige Infec4epreven4e Amphia ziekenhuis, Breda Inhoud Uitbraak stam Verspreiding ziekenhuis Verspreiding verpleeghuis Uitbraak stam

Nadere informatie

BELANGRIJKSTE BEVINDINGEN

BELANGRIJKSTE BEVINDINGEN APRIL 213 INHOUD Het doel van de thermometer is een eerste berichtgeving over de stand van zaken in 212 over seksuele gezondheid in Nederland. De thermometer bevat nieuwe gegevens van de soa-centra, aangiftecijfers,

Nadere informatie

Clostridium difficile

Clostridium difficile Clostridium difficile 2 Inleiding U heeft van uw arts gehoord dat bij u de ziekenhuisbacterie Clostridium difficile aanwezig is. Deze folder geeft informatie over deze bacterie. Ook leest u in deze folder

Nadere informatie

Ondertekening MRSA verklaring

Ondertekening MRSA verklaring MRSA verklaring (Methicilline Resistente Staphylococcus aureus) Naam start werkzaamheden: Tot welke MRSA risicocategorie behoor je? Ik ga in het AVL werken op een afdeling waar patiënten verblijven / aanwezig

Nadere informatie

Ziekenhuizen. Scabiës. Werkgroep Infectiepreventie Vastgesteld: februari 2008 Revisie: februari 2013. Scabiës 1

Ziekenhuizen. Scabiës. Werkgroep Infectiepreventie Vastgesteld: februari 2008 Revisie: februari 2013. Scabiës 1 Ziekenhuizen Scabiës Werkgroep Infectiepreventie Vastgesteld: februari 2008 Revisie: februari 2013 Scabiës 1 Disclaimer: Dit document mag vrijelijk worden vermenigvuldigd en verspreid mits steeds de Werkgroep

Nadere informatie

Extended Spectrum Beta-Lactamase (ESBL)-producerende bacteriën

Extended Spectrum Beta-Lactamase (ESBL)-producerende bacteriën Extended Spectrum Beta-Lactamase (ESBL)-producerende bacteriën Inleiding U ontvangt deze folder omdat u mogelijk ESBL-drager bent. In deze folder kunt u lezen meer over ESBL zoals wat het is, hoe het wordt

Nadere informatie

PATIËNTENINFO. Uw kind is drager van de MRSA-bacterie Hoe pakken we dit samen aan? Intensieve neonatale zorg / Ziekenhuishygiëne

PATIËNTENINFO. Uw kind is drager van de MRSA-bacterie Hoe pakken we dit samen aan? Intensieve neonatale zorg / Ziekenhuishygiëne PATIËNTENINFO Uw kind is drager van de MRSA-bacterie Hoe pakken we dit samen aan? Intensieve neonatale zorg / Ziekenhuishygiëne Beste ouders, U hebt net vernomen dat bij uw kind de bacterie met de naam

Nadere informatie

Patiënteninformatie. ca-mrsa bacterie

Patiënteninformatie. ca-mrsa bacterie Patiënteninformatie ca-mrsa bacterie Inhoud Inhoud... 2 Inleiding... 3 Informatie over ca-mrsa... 3 Wat is ca-mrsa?... 3 Hoe wordt ca-mrsa overgedragen?... 4 Hoe wordt ca-mrsa opgespoord?... 4 Preventieve

Nadere informatie

Expertise en ondersteuning infectiepreventie

Expertise en ondersteuning infectiepreventie Expertise en ondersteuning infectiepreventie Ziekenhuizen Privéklinieken/ ZBC s Tandheelkundige klinieken Verpleeg- en verzorghuizen Sinds 2006 Gezelschapsdierenkliniek KNMvD Sinds 2013 app: InfectionGuide

Nadere informatie

Samenvatting. Griepvaccinatie: wie wel en wie niet?

Samenvatting. Griepvaccinatie: wie wel en wie niet? Samenvatting Griepvaccinatie: wie wel en wie niet? Griep (influenza) wordt veroorzaakt door het influenzavirus. Omdat het virus steeds verandert, bouwen mensen geen weerstand op die hen een leven lang

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2012 2013 32 620 Beleidsdoelstellingen op het gebied van Volksgezondheid, Welzijn en Sport 32 793 Preventief gezondheidsbeleid Nr. 91 BRIEF VAN DE MINISTER

Nadere informatie

15-07-2008 Kamervragen aan de ministers van VWS en LNV over de explosieve stijging van het aantal Q-koorts gevallen in Brabant

15-07-2008 Kamervragen aan de ministers van VWS en LNV over de explosieve stijging van het aantal Q-koorts gevallen in Brabant 15-07-2008 Kamervragen aan de ministers van VWS en LNV over de explosieve stijging van het aantal Q-koorts gevallen in Brabant Kamervragen van het lid Thieme aan de minister van Volksgezondheid, Welzijn

Nadere informatie

MRSA-beleid in Nederland

MRSA-beleid in Nederland MRSA-beleid in Nederland Gezondheidsraad Health Council of the Netherlands Voorzitter Aan de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Onderwerp : Aanbieding advies MRSA-beleid in Nederland Uw kenmerk

Nadere informatie

2 e SMT Workshop Moleculaire Typeringen spa typering en MLST

2 e SMT Workshop Moleculaire Typeringen spa typering en MLST 2 e SMT Workshop Moleculaire Typeringen spa typering en MLST 28 30 Januari, 2013 UMC Utrecht en RIVM Leo M Schouls Laboratorium voor Infectieziekten en Screening (LIS) Centrum voor Infectieziektebestrijding

Nadere informatie

Bijzondere Resistente Micro-Organismen (BRMO, inclusief MRSA en VRE) Informatie en maatregelen

Bijzondere Resistente Micro-Organismen (BRMO, inclusief MRSA en VRE) Informatie en maatregelen Bijzondere Resistente Micro-Organismen (BRMO, inclusief MRSA en VRE) Informatie en maatregelen Inleiding...3 Wat zijn BRMO s?...3 De meest bekende BRMO s...3 De gevolgen van een BRMO-besmetting...4 Wanneer

Nadere informatie

De Infectie preventie RIsico Scan (IRIS), een tool waar we allemaal mee aan de slag moeten?

De Infectie preventie RIsico Scan (IRIS), een tool waar we allemaal mee aan de slag moeten? 24 e dag van de ziekenhuishygiene, 15 december Gent De Infectie preventie RIsico Scan (IRIS), een tool waar we allemaal mee aan de slag moeten? dr. Ina (L.E.) Willemsen Consultant Infectiepreventie Amphia

Nadere informatie

Azool resistentie in Aspergillus fumigatus in Nederland

Azool resistentie in Aspergillus fumigatus in Nederland Azool resistentie in Aspergillus fumigatus in Nederland - Het totaal aantal aspergillose patiënten in Nederland Het totaal aantal gevallen van invasieve aspergillose in Nederland is niet goed bekend. Mijn

Nadere informatie

KPC uitbraak in verpleeghuis

KPC uitbraak in verpleeghuis KPC uitbraak in verpleeghuis Eliane Thewessen, Raad van Bestuur Symposium Screenen aan de poort Fontys Hogeschool, Eindhoven 22 mei 2014 Aan bod komen: ü beschrijving KPC-uitbraak ü stand van zaken infectiepreventie

Nadere informatie

HKM-er via het oog van de inspectie voor de gezondheidszorg (IGZ)

HKM-er via het oog van de inspectie voor de gezondheidszorg (IGZ) HKM-er via het oog van de inspectie voor de gezondheidszorg (IGZ) Marijke Bilkert inspecteur HKM-ers-Fontis 26 april 2 De inhoud van deze presentatie De rol van de inspectie voor de gezondheidszorg Relevante

Nadere informatie