Visites bij de Centrale Huisartsenposten ZOB en Huisartsenpost HOV

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Visites bij de Centrale Huisartsenposten ZOB en Huisartsenpost HOV"

Transcriptie

1 Visites bij de Centrale Huisartsenposten ZOB en Huisartsenpost HOV Wat zijn de verschillen? Céline de Weerd Lisette Keppel i i Faculty of Health, Medicine and Life Sciences, opleiding Geneeskunde Universiteit Maastricht Mei 2009 Centrale Huisartsenposten ZOB, Huisartsenpost HOV Externe begeleider: Dhr. W. Verstappen, huisarts/medisch manager Facultaire begeleider: Dhr. O. van Schayck

2 Voorwoord Met heel veel plezier hebben wij 18 weken aan dit onderzoek gewerkt. Graag willen wij een aantal mensen bedanken voor hun medewerking aan dit onderzoek. Ten eerste alle medewerkers van de CHP ZOB en huisartsenpost HOV die ons geholpen hebben. Dank voor de gastvrijheid en het snelle handelen. RAV Eindhoven en Den Bosch bedankt voor jullie data, we hebben het helaas niet kunnen verwerken in ons onderzoek. Dhr. P. Giesen, bedankt voor uw proefschrift. Lies Martens, heel erg bedankt voor je geduld en uitleg, je hebt ons wegwijs gemaakt in de wondere wereld van de statistiek. En tot slot natuurlijk Wim Verstappen, dankjewel voor al je tijd, mailtjes, belletjes, steun en begeleiding. We hebben de eerste stappen gezet op onderzoeksgebied, nu gaan we op weg naar onze eerste publicatie. Veel leesplezier. Lisette Keppel en Céline de Weerd 1

3 Voorwoord Inhoudsopgave pagina 1. Inleiding 6 2. Centrale Huisartsenposten Zuidoost Brabant Algemeen Werkgebied Samenwerkende zorgvoorzieningen Team Callcenter Taak triagist Taak callcenterarts Taak visitecoördinator Huisartsenpost Taak assistent Taak consultarts Taak visitearts Locatie posten Eindhoven Helmond Geldrop Verrichtingen Huisartsenpost s-hertogenbosch - Oss Veghel Algemeen Werkgebied Samenwerkende zorgvoorzieningen Team Callcenter 18 2

4 3.2.1 Taak triagist Taak callcenterarts Taak centralist Huisartsenpost Taak assistent Taak consultarts Taak visitearts Locatie posten s-hertogenbosch Oss Veghel Zaltbommel/Bommelerwaard Maas en Waal Verrichtingen Triage Telefonische triage Doel Leidraad triage Urgentieclassificatie Visites Aanrijrijden Kwaliteitsnormen aanrijtijden Optische en geluidssignalen Registratie Visiteprocedure Afspraken visites Samenwerking Regionale Ambulance Voorziening Schouwen 32 3

5 6. Methode Onderzoeksdesign Onderzoekspopulatie Privacy en Informed consent Bronnen van dataverzameling Definitie en extractie van data en variabelen Urgentie Leeftijd Diagnose Uitkomst Stedelijkheidsklasse U1-visites Statistische analyse Resultaten Verschillen in visites tussen CHP ZOB en huisartsenpost HOV Leeftijd Geslacht Urgentie Uitkomst Stedelijkheidsklasse Verschillen in uitkomst van visites CHP ZOB en huisartsenpost HOV Uitkomst van de visites CHP ZOB Leeftijd Geslacht Urgentie ICPC-code Multivariabel verband Uitkomst van de visites huisartsenpost HOV Leeftijd Geslacht Urgentie 50 4

6 7.4.4 ICPC-code Multivariabel verband U1-visites en ambulance(dienst) Meerijden ambulance Aanmelding via ambulancedienst Invloed meerijden ambulance op uitkomst insturen U1-visites met vermoeden TIA/CVA en ingangsklacht pijn op de borst ICPC-code en uitkomst bij vermoeden TIA/CVA ICPC-code en uitkomst bij ingangsklacht pijn op de borst Visites met diagnose-code Circulatorius Onderverdeling naar ziektebeeld Onderverdeling naar urgentie Onderverdeling naar uitkomst Discussie Samenvatting belangrijkste bevindingen Sterke en zwakke punten van het onderzoek Conclusie en aanbevelingen Samenvatting 68 Literatuur 70 Bijlagen 73 I: Kaart verzorgingsgebied Centrale Huisartsenposten ZOB 73 II: Kaart verzorgingsgebied Huisartsenpost HOV 74 III: International Classification of Primary Care (ICPC)-codes 75 IV: Visites naar postcode 84 V: Resultaten 89 5

7 1. Inleiding Huisartsenposten nemen sinds begin jaren negentig een steeds belangrijker plaats in binnen de huisartsgeneeskunde. 1 De spoedeisende huisartsenzorg buiten kantooruren staat erg in de belangstelling. Heden ten dage zijn bijna alle huisartsen in Nederland aangesloten bij een huisartsenpost. 2 De grote deelname van huisartsen aan de huisartsenpost is mede een gevolg van de sterk toenemende werkdruk. Door samen de diensten te verdelen, kunnen huisartsen efficiënter werken en kan de kwaliteit van de zorg nu en in de toekomst gewaarborgd worden. 3 Er zijn in Nederland ongeveer 130 huisartsenposten. 4 Op de verschillende huisartsenposten wordt in de avond, nacht, weekenden en op feestdagen aan patiënten uit het betreffende verzorgingsgebied spoedeisende huisartsenzorg geleverd in de vorm van een telefonisch consult, een consult op de huisartsenpost of een visite bij de patiënt thuis. Een studie uit Engeland en Schotland heeft bepaald hoe groot de vraag naar en het leveren van zorg buiten kantooruren is en welke factoren hierop van invloed zijn % van de telefoontjes werden afgehandeld aan de telefoon, 23.6% werd een visite en 29.8% werd een consult op de huisartsenpost. Opvallende feiten over het telefonische contact met de post zijn dat er een kleine variatie zichtbaar is in de dagen van de week en tussen seizoenen (november tot maart een lichte verhoging, laagst aantal telefoontjes in september en oktober). Daarnaast is gebleken dat patiënten uit minder bevolkte regio s 70.0% meer bellen dan patiënten uit meer bevolkte gebieden. Ook patiënten uit achterstandswijken bellen meer dan patiënten uit niet-achterstandswijken, namelijk 239 per 1000 patiënten in achterstandswijken (95% BI ) tegenover 141 per 1000 patiënten (95% BI ) in niet-achterstandswijken. Van de telefoontjes wordt 5.5 % gevolgd door een verwijzing naar het ziekenhuis. Dit komt neer op 8.2 verwijzingen per 1000 patiënten per jaar (95% BI 8,1-8,5). De mate van ziekenhuisverwijzingen stijgt van 3 per 1000 patiënten per jaar voor jarigen tot 21 per 1000 patiënten per jaar bij ouderen boven 75 jaar. In Nederland vinden per jaar in totaal 3.29 miljoen contacten op de huisartsenpost plaats, waarvan 1.25 miljoen (38.0%) een telefonisch consult betreft en 0.41 miljoen (12.0%) een visite. De overige 50.0% van de verrichtingen betreffen een consult, in totaal 1.63 miljoen. 4 6

8 Van al deze verrichtingen wordt van tevoren de mate van spoed geschat. Aan de telefoon vindt triage plaats. De triagist bepaalt de urgentie van een zorgvraag. De verdeling van urgentie op de huisartsenposten in de provincie Utrecht in 2005 ziet er als volgt uit: 1.7% levensbedreigend, 6.8% spoed, 61.9% dringend en 29.6% routine. 6 De totale zorgvraag op de huisartsenposten in Nederland neemt elk jaar toe. 4 Het totale aantal hulpvragen is de laatste jaren met 6.8% per jaar toegenomen. 7 Er is meer inzicht nodig in de oorzaken van deze stijgende zorgvraag. Ondanks de stijgende zorgvraag is in de meeste Europese landen en in Noord-Amerika het aantal visites dat gereden wordt door huisartsen flink gedaald. Dit is het gevolg van nietmedische factoren, als verhoogde mobiliteit van patiënten en tijdsdruk van de huisarts. Nederlands onderzoek, waarin het aantal visites in 1987 is vergeleken met het aantal in 2001, toont deze daling eveneens aan. 8 De mate van daling van het aantal visites is afhankelijk van de diagnose en de grootste daling wordt gezien in de groep van klachten met gemiddelde urgentie. Hoe urgenter de klacht, hoe kleiner de daling. Uit cijfers van de Vereniging Huisartsenposten Nederland (VHN) blijkt dat de totale kosten van de in 2005 in Nederland gereden visites miljoen euro bedroegen. 9 Een factor die een rol lijkt te spelen in het aantal visites dat wordt gereden door de huisartsenpost is het al dan niet bestaan van afspraken tussen de huisartsenpost (HAP) en de regionale ambulance voorziening (RAV). Uit onderzoek uit blijkt dat als de huisartsenpost en de regionale ambulance voorziening afspraken hebben gemaakt en ritten van elkaar overnemen of beide rijden, het aantal visites 9.0% hoger is dan gemiddeld. Als er geen onderlinge afspraken zijn, zorgt dit voor een daling van 14.0%. Geen afspraken tussen HAP en RAV leidt tot een daling van de kosten met 6.0% ten opzichte van het landelijke gemiddelde, terwijl de kosten bij specifieke afspraken 3.0% hoger uitvallen. Uit ditzelfde onderzoek blijkt ook dat huisartsenposten die in stedelijke gebieden zijn gevestigd, een kortere aanrijtijd hebben dan posten uit een landelijk of gemengd gebied. Hierdoor zijn de kosten in stedelijke gebieden 9.0% lager dan het landelijk gemiddelde en in gemengde en landelijke gebieden 2.0% hoger dan gemiddeld. Ook van belang is de wijze van inzet van chauffeurs. Het merendeel van de posten varieert inzet van chauffeurs niet (geen inzet naar verwacht volume). De posten die de inzet van chauffeurs wel variëren en meer huisartsen inzetten op zaterdag overdag dan op weekavonden of op weekavonden meer dan in weeknachten (deels inzet naar verwacht volume) hebben een 7

9 hogere efficiëntiegraad dan de posten die dit niet doen. Dit vertaalt zich in 17.0% lagere kosten dan het gemiddelde. Worden de chauffeurs niet ingezet naar volume, dan zijn de kosten 13.0% boven gemiddeld. Uit onderzoek bij de Huisartsenpost Oost Achterhoek 11 blijkt dat er een opvallend hoog percentage U4 ritten is in het werkgebied. Dat zijn de visites waarbij in feite geen tijdslimiet geldt, omdat het niet gaat om ernstige gezondheidsklachten. Deze U4-ritten maken 73.0% uit van het aantal visites, terwijl dit percentage bij andere posten in ons land gemiddeld op 33.0% ligt. De reden van dit hoge percentage U4-ritten ligt in de lage drempel voor het afleggen van visites die gehanteerd wordt, vooral bij ouderen. Hier staan service en kwaliteit met elkaar op gespannen voet: hoe meer visites er afgelegd worden, hoe groter de kans dat er een visite niet op tijd afgelegd kan worden, omdat de huisarts bij een andere patiënt is. Er is nog weinig onderzoek gedaan naar de visites die gereden worden door de huisartsenpost. Iedere huisartsenpost heeft een andere aanpak, maar wat voor verschillen levert dit op? Doel van dit onderzoek is dan ook om een vergelijking te maken tussen twee huisartsenposten, namelijk Centrale Huisartsenposten ZuidOost Brabant en Huisartsenpost s-hertogenbosch Oss Veghel, voor wat betreft de gereden visites. Eventuele verschillen hierin worden aangetoond en waar mogelijk wordt er een verklaring voor gezocht. In dit onderzoek worden de volgende onderzoeksvragen beantwoord: 1. Welke verschillen zijn er in de visites tussen de CHP ZOB en huisartsenpost HOV wat betreft het aantal ritten, gespecificeerd naar leeftijd, geslacht, urgentie, uitkomst en stedelijkheidsklasse? 2. Wat is de invloed van de variabelen geslacht, leeftijd, urgentie, diagnosecode en post op de uitkomst van de gereden visites? Naast deze twee grote onderzoeksvragen wordt eveneens getracht de volgende specifiekere vragen in dit onderzoek te beantwoorden: 3. Welke verschillen bestaan er tussen de CHP ZOB en huisartsenpost HOV bij U1-visites wat betreft het aantal ritten, onderverdeeld naar visite met of zonder ambulance gereden en al dan niet aangemeld via de ambulancedienst? 8

10 Wat is het verband tussen het wel of niet meesturen van de ambulance en het zich voordoen van het insturen van de patiënt als uitkomst van de visite? 4. Welke verschillen bestaan er tussen de CHP ZOB en huisartsenpost HOV bij U1-visites die gereden zijn bij een vermoeden op TIA/CVA en ingangsklacht pijn op de borst, onderverdeeld naar diagnosecode en uitkomst? 5. Welke verschillen zijn er tussen de CHP ZOB en huisartsenpost HOV wat betreft alle gereden visite met als diagnosecode Circulatorius, onderverdeeld naar ziektebeelden, uitkomst en urgentie? Leeswijzer Dit verslag is opgebouwd uit een negental hoofdstukken, gevolgd door vijf bijlagen. In hoofdstuk 1 staat de inleiding met het doel van dit onderzoek en de onderzoekvraagstellingen. In hoofdstuk 2 en 3 wordt ingegaan op de structuur en organisatie van de CHP ZOB en huisartsenpost HOV. Aan de orde komen algemene zaken als de populatie van de betreffende huisartsenpost, en informatie over het werkgebied, samenwerkende zorgvoorzieningen, het team, de verschillende locaties en het aantal verrichtingen dat jaarlijks wordt uitgevoerd. Vervolgens wordt in hoofdstuk 4 het proces van triage op de huisartsenpost beschreven en hoofdstuk 5 gaat nader in op de visiteprocedure. Hoofdstuk 6 geeft de methode van het onderzoek weer. De resultaten worden geschetst in hoofdstuk 7, met daarin uitgebreide tabellen. In hoofdstuk 8 is de discussie uiteengezet, met daarin de belangrijkste bevindingen, de sterke en zwakke kanten van dit onderzoek, evenals enkele conclusies en aanbevelingen. Tot slot geeft hoofdstuk 9 een samenvatting van het verslag. Als vanzelfsprekend eindigt dit verslag met een uitgebreide literatuurlijst en bijlagen ter verduidelijking en ondersteuning. 9

11 2. Centrale Huisartsenposten Zuidoost Brabant 2.1 Algemeen De organisatie Centrale Huisartsenposten (CHP) Zuidoost Brabant (ZOB) bestaat uit drie huisartsenposten, welke zich bevinden in Eindhoven, Helmond en Geldrop, een centraal Callcenter en een backoffice. De totale populatie van het werkgebied van de CHP ZOB telt inwoners. Hiervan is 50.3% van het mannelijk geslacht, 49.7% van het vrouwelijk geslacht en de gemiddelde leeftijd is jaar. 12 Binnen de CHP ZOB zijn in totaal 247 huisartsen werkzaam, verdeeld over 31 HAGRO s Werkgebied Het verzorgingsgebied van de CHP ZOB beslaat de regio Zuidoost Brabant. 13 Dit gebied loopt globaal in horizontale richting van Oirschot tot Deurne en in verticale richting van Gemert tot Maarheeze (zie bijlage I). De drie locaties van de huisartsenposten hebben ieder hun eigen verzorgingsgebied (zie tabel 1). Er zit overlap in het gebied van post Geldrop en post Eindhoven en in het gebied van post Geldrop en post Helmond. De spreiding van de visites in het gebied van de CHP ZOB gebeurt aan de hand van een postcodeverdeling. 14 Tabel 1: Postcodeverdeling naar gemeente CHP ZOB 14 Eindhoven Postcode Helmond Postcode Geldrop Postcode Eindhoven Helmond Geldrop-Mierlo Best Asten Oirschot 5688 Deurne Son en Breugel Gemert-Bakel Laarbeek Someren Heeze-Leende Nuenen, Gerwen, Nederwetten Waalre

12 Het werkgebied beslaat zowel landelijke als stedelijke gebieden en eveneens gemengde gebieden. Van de totale populatie van het verzorgingsgebied is 47.0% woonachtig in landelijk gebied, 38.3% in stedelijk gebied en 14.7% in gemengd gebied Samenwerkende zorgvoorzieningen In de regio zijn de volgende vier ziekenhuizen gelegen: - Catharina ziekenhuis, te Eindhoven - Máxima Medisch Centrum (locaties Eindhoven en Veldhoven) - Elkerliek ziekenhuis, te Helmond - St. Anna ziekenhuis, te Geldrop De geestelijke gezondheidszorg in de regio wordt geleverd door de crisisdienst van de GGZe en GGZ OostBrabant, vestiging Helmond. In Brabant Zuidoost is de Regionale Ambulance Voorziening (RAV) Zuidoost Brabant werkzaam met een meldkamer in Eindhoven en standplaatsen in Best, Deurne, Eersel, Eindhoven, Gemert, Helmond, Valkenswaard en Maarheeze. De posten in Gemert en Maarheeze zijn alleen overdag bemand, de overige posten 24 uur per dag Team Tijdens de diensten vormen de triagisten, visitecoördinator, callcenterarts(en), assistenten, consultarts(en), visitearts(en) en de chauffeur(s) een team. Allen zijn werkzaam op het Callcenter of vanuit één van de posten. 2.2 Callcenter Het Callcenter van de CHP ZOB, gevestigd in Eindhoven, is op werkdagen geopend van tot uur, in de weekenden en op feestdagen van tot uur. Het Callcenter verzorgt binnen deze tijden de telefonische triage, indien mogelijk bellen de assistenten op de posten mee. In de nachten wordt de triage verzorgd door de posten in Eindhoven en Helmond. 12 Op het Callcenter zijn de volgende leden van het team werkzaam: triagisten, callcenterarts(en) en een visitecoördinator. 11

13 2.2.1 Taak triagist Er werken ongeveer 45 triagisten op het Callcenter. 13 De triagisten op het Callcenter (en op de posten vooral in de nachten) dragen zorg voor de telefoonfunctie van de huisartsenpost. Dit is onderverdeeld in een aantal stappen: intake, triage, zorgplanning en waar mogelijk een direct telefonisch advies. De eerste stap bestaat uit het opnemen van de zorgvraag en deze waar nodig verhelderen. Vervolgens wordt tijdens de triage de zorgvraag beoordeeld op mate van urgentie, conform de urgentieklassen van de NHG-Telefoonwijzer. De volgende stap is de zorgplanning, waarin wordt bepaald wat de inzet van de juiste hulpverlener (triagist, assistent, huisarts of verwijzing) en de juiste middelen (telefonisch consult, consult op de huisartsenpost, visite) is. Bij een telefonisch consult handelt de triagist de vraag zelfstandig telefonisch af (voorlichting over zelfzorg, verwijzing eigen huisarts, etc.) Taak callcenterarts Sinds 2005 is de functie van callcenterarts ingevoerd binnen de CHP ZOB. De callcenterarts is werkzaam op het Callcenter en wordt ingezet voor de begeleiding van de triage. Hiervoor heeft hij/zij een speciale cursus gevolgd. De doelen van de functie callcenterarts is het creëren van meer continuïteit, vermindering van de verschillen van opvatting en handelen, het veiliger voelen van de huisarts en het verbeteren van de betrokkenheid van de huisarts bij de triage, en daarmee het verhogen van de kwaliteit van de telefonische triage op de huisartsenpost. De callcenterarts adviseert de triagisten bij hun werkzaamheden aan de telefoon in de breedste zin des woord. De door de triagisten gegeven telefonische adviezen worden geautoriseerd. Bij twijfel wordt de patiënt zonodig teruggebeld. De autorisatie vindt tenminste plaats binnen één uur na het advies. De indicatie van een door de triagist voorgestelde visite wordt door de callcenterarts gesteld conform het visiteprotocol. Daarnaast beslist de callcenterarts over de inzet van de ambulancedienst bij urgente visites of capaciteitstekort. Tijdens alle avonddiensten is één callcenterarts aanwezig, tijdens de weekenddagen en feestdagen van werken er twee callcenterartsen. 13, Taak visitecoördinator De visitecoördinator is eerstverantwoordelijke voor de coördinatie van de visiteauto s en heeft het overzicht over de visites. Tevens is de visitecoördinator aanspreekpunt voor de meldkamer van de CPA. Het is de taak van de visitecoördinator om de afgesproken visites aan de juiste visite auto toe te wijzen en deze vervolgens aan te sturen. Wanneer een visite moet worden gereden, belt de 12

14 visitecoördinator volgens een postcode indeling de desbetreffende visiteauto. De urgentie, klachten, naam-/adresgegevens, leeftijd, CPA wel of niet mee wordt doorgebeld aan de visiteauto en het journaal wordt gefaxt. Door de visitecoördinator wordt zorggedragen voor een snelle en adequate afhandeling van de visiteopdracht volgens de urgentiecodes Huisartsenpost Vanaf de huisartsenpost wordt buiten kantooruren zorg verleend in de vorm van consulten en visites. Net als op het Callcenter zijn op de posten verschillende disciplines werkzaam, te weten assistent(en), consultarts(en), visitearts(en) Taak assistent Op alle locaties van de posten zijn een of meerdere assistenten werkzaam, die de patiënten opvangen en ondersteunende werkzaamheden uitvoeren, als urinecontrole, ECG, wondbehandeling, etc Taak consultarts De consultarts is tijdens de dienst werkzaam op één van de drie huisartsenposten. Deze neemt op betreffende post alle consulten, die door de triagisten zijn ingepland, voor zijn rekening en de volledige afhandeling hiervan. In de nacht belt de consultarts tevens zgn. terugbelpatiënten. De consultarts is de eerst verantwoordelijke op de post tijdens een dienst. 20 In Eindhoven is er op alle doordeweekse avonden en nachten één consultarts aanwezig, van uur is er een extra consultarts. In het weekend en op feestdagen zijn er overdag afhankelijk van het tijdstip twee of drie artsen voor de consulten, in de nachten is er één consultarts. Op de locatie Geldrop is altijd één consultarts aanwezig tot uur. In Helmond heeft elke avond en nacht één consultarts dienst, en in het weekend en op feestdagen één of twee artsen Taak visitearts De taak van de visitearts is het afleggen van visites aan patiënten. De visitearts volgt hierin de beslissing van de callcenterarts. Als de visitearts het niet eens is met het oordeel van de callcenterarts, over de actie of urgentiecode die toegekend is, dan overlegt de visitearts dit met de callcenterarts. 22 Uiteindelijk beslist de callcenterarts. 13

15 De visitearts moet binnen de aanrijtijd bij de patiënt aanwezig zijn. De aanrijtijd is afhankelijk van de toegekende urgentiecode (zo spoedig mogelijk bij U1, binnen een uur bij U2, etc.). Op de huisartsenpost zorgt de visitearts voor de afhandeling en autorisatie van de visite. 17 Op momenten dat er geen visites zijn die gereden moeten worden, is de visitearts aanwezig op de post om bij drukte consulten te verzorgen. 22 Tot uur worden in Eindhoven visites gereden door twee artsen, in Helmond door één. In de nachten is er op beide locaties één visitearts. Op weekenddagen en feestdagen geldt dezelfde verdeling, maar rijdt in de middag van tot uur in Helmond een arts extra visite. 2.4 Locatie posten De huisartsenpost heeft drie locaties, gevestigd in Eindhoven, Helmond en Geldrop. Elke post heeft zijn eigen structuur Eindhoven De huisartsenpost in Eindhoven is op werkdagen geopend van tot uur en in het weekend 24 uur per dag. Op de post in Eindhoven wordt naast de telefonische triage hulp verleend in de vorm van consulten en visites. Er werken 140 gevestigde huisartsen op deze locatie en 15 assistenten. De huisartsenpost was tot 1 december 2008 gevestigd op het terrein van het Máxima Medisch Centrum locatie Eindhoven. Per 1 december 2008 is de huisartsenpost locatie Eindhoven geïntegreerd in de Spoedpost, bij het Catharina Ziekenhuis Helmond Ook in Helmond wordt naast de telefonische triage hulp geboden in de vorm van consulten en visites. Hier werken 88 gevestigde huisartsen en 7 assistenten. De post, gevestigd in het Elkerliek ziekenhuis, is op werkdagen geopend van tot uur en in het weekend en op feestdagen 24 uur per dag. 13 Per 1 april 2009 is ook hier een Spoedpost geopend Geldrop De huisartsenpost in Geldrop biedt naast de telefonische triage alleen zorg in de vorm van consulten. Er werken 19 gevestigd huisartsen uit de regio Geldrop en enkele huisartsen uit de regio Eindhoven. Daarnaast zijn er 8 assistenten werkzaam. De post, gevestigd op het terrein 14

16 van het St. Annaziekenhuis, is op werkdagen geopend van tot uur en in het weekend van tot uur. Tijdens de nachten is de locatie gesloten. 13 In maart 2009 is ook hier een Spoedpost geopend. 2.5 Verrichtingen Van de verrichtingen die door de huisartsenpost worden uitgevoerd betreft ongeveer de helft een consult op één van de locaties, eenderde een telefonisch consult en ongeveer 10% een visite. 13 Tabel 2: Totaal aantal verrichtingen en verdeling over de middelen, , CHP ZOB Aantal % Aantal % Aantal % Aantal % Telefonisch consult Consult Visite Totaal verrichtingen

17 3. Huisartsenpost s-hertogenbosch - Oss - Veghel 3.1 Algemeen De organisatie Huisartsenpost s-hertogenbosch - Oss - Veghel (HOV) bestaat uit vier centrale huisartsenposten, gevestigd in s-hertogenbosch, Oss, Veghel en Zaltbommel, een centraal Callcenter en een backoffice. Samen verzorgen zij hulp aan inwoners. Hiervan is 50.1% van het vrouwelijk geslacht, 49.9% van het mannelijk geslacht en de gemiddelde leeftijd is jaar. 12 Een groot deel van de 31 HAGRO s uit de regio Noord-Brabant Noordoost neemt deel aan de huisartsenpost HOV. In totaal zijn er 260 huisartsen aangesloten. Er is een samenwerkingsverband met de huisartsengroep uit het Land van Heusden, genaamd huisartsendienst Tussen Maas en Waal, welke hulp verleend aan inwoners Werkgebied Het werkgebied van de huisartsenpost HOV omvat het District Huisartsen Vereniging (DHV) Noord-Brabant Noordoost. Dit gebied loopt van Vlijmen tot Ravenstein (in horizontale richting) en van Zaltbommel tot St. Oedenrode (in verticale richting). De noordelijke begrenzingen worden door de natuurlijke waterwegen gevormd (zie bijlage II). Het gebied van Land van Heusden en Altena, Bommelerwaard kent zijn specifieke geografische begrenzingen en wordt als het ware omgeven door de natuurlijke waterwegen, namelijk Waal en Maas en haar zijtakken. De andere gebieden zijn niet middels natuurlijke geografische grenzen afgescheiden. De vier locaties van de huisartsenpost HOV hebben ieder hun eigen verzorgingsgebied (zie tabel 3). Enkele woonplaatsen van de regio rond s- Hertogenbosch (ten zuiden van de Maas) bevinden zich in een grensgebied. Het visiteteam uit Zaltbommel verzorgt ook een deel van de visites in deze regio, waardoor de visiteauto in s- Hertogenbosch een kleiner gebied hoeft te bezoeken. 24 Het werkgebied beslaat zowel landelijke als stedelijke gebieden en eveneens gemengde gebieden. Van de totale populatie van het verzorgingsgebied is 69.0% woonachtig in landelijk gebied, 22.6% in stedelijk gebied en 8.4% in gemengd gebied

18 Tabel 3: Postcodeverdeling naar gemeente huisartsenpost HOV Den Bosch Postcode Oss Postcode Veghel Postcode Zaltbommel Postcode Den Bosch Oss Veghel Zaltbommel Boxtel Haaren St. Michiels- Gestel Vught Landerd Bernheze Aalburg Lith Boekel Heusden Maasdonk Schijndel Maasdriel St Oedenrode Uden Samenwerkende zorgvoorzieningen In de regio zijn de volgende ziekenhuizen gelegen: - Jeroen Bosch Ziekenhuis (locaties Willem Alexander, GZG en Carolus), te - s-hertogenbosch - Ziekenhuis Bernhoven, locatie Oss - Ziekenhuis Bernhoven, locatie Veghel In de omliggende regio s: - Maasziekenhuis, te Boxmeer - Academisch ziekenhuis Nijmegen en Canisius Wilhelmina ziekenhuis, te Nijmegen - Twee Steden ziekenhuis, Elizabeth ziekenhuis, te Tilburg - Elkerliek ziekenhuis, te Helmond - Catharina ziekenhuis, Maxima medisch centrum, te Eindhoven/Veldhoven - Beatrix ziekenhuis, te Gorinchem In de regio zijn twee instellingen voor geestelijke gezondheidszorg te weten GGZ s- Hertogenbosch en GGZ Oost Brabant met twee vestigingen in Oss en Veghel. 17

19 In Noord-Brabant Noordoost is de Regionale Ambulance Voorziening (RAV) Brabant Noord werkzaam met een meldkamer in s-hertogenbosch en standplaatsen in s-hertogenbosch, Oss, Veghel, Uden en Boxmeer. In de Bommelerwaard is de RAV Rivierenland werkzaam met een meldkamer in Nijmegen en een standplaats in Zaltbommel. In het Land van Heusden is de RAV West Brabant werkzaam met een meldkamer in Roosendaal en een standplaats in Giessen Team Tijdens de diensten vormen de triagisten, centralisten, callcenterarts(en), assistenten, consultarts(en), visitearts(en) en de chauffeur(s) een team. Allen zijn werkzaam op het Callcenter of vanuit één van de posten. 3.2 Callcenter Het Callcenter van huisartsenpost HOV, gevestigd in s-hertogenbosch, is op werkdagen geopend van tot uur en daarnaast in het weekend en op feestdagen tot uur. 22 Hier wordt de telefonische triage uitgevoerd. Op het Callcenter zijn enkele leden van het team werkzaam, te weten triagisten, callcenterarts(en) en centralist(en) Taak triagist De triagisten op het Callcenter nemen de taak van de telefoonfunctie van de huisartsenpost op zich, zoals reeds beschreven onder Taak triagisten in het hoofdstuk over CHP ZOB (zie paragraaf 2.2.1). Er werken ongeveer 31 triagisten op het Callcenter Taak callcenterarts Sinds 2004 is de functie van callcenterarts ingevoerd binnen huisartsenpost HOV. 28 De taak van de callcenterarts is vergelijkbaar met die van de callcenterarts bij de CHP ZOB (zie paragraaf 2.2.2). Tijdens alle diensten in de avonden is er één callcenterarts aanwezig op het Callcenter, in het weekend en op feestdagen zijn overdag twee callcenterartsen aanwezig. Degene die werkzaam is op de begane grond vervult de coördinerende taken. 18

20 3.2.3 Taak centralist Bij aanvraag van een visite zorgt de centralist ervoor dat de visiteprocedure in gang wordt gezet. De centralist noteert de NAW-gegevens en het bezoekadres, de klacht, de reden van de visite en de urgentiecode U1-U4. 29 Vervolgens stelt de centralist de patiënt op de hoogte van de procedure (terugbellen binnen 30 minuten indien de visite niet gehonoreerd wordt). s Nachts zet de centralist de visite in de visiteagenda. Aanvullend hierop wordt de visite mondeling overgedragen aan de callcenterarts. 30 Er zijn altijd twee centralisten aanwezig. Zij hebben beiden de taak om visites van huisartsenpost HOV te coördineren en wachttijden voor samenwerkingspartners te reduceren tot maximaal drie minuten. De centralist die op plek C11 zit is eindverantwoordelijk. 30 Bij een hoog callvolume neemt de centralist op C11 uitsluitend telefoontjes op die te maken hebben met de visiteregie en dus géén telefoontjes van patiënten. 31 C11 is verantwoordelijk voor het directe patiëntencontact. Bij langere aanrijdtijden of wijzigingen in de afspraak wordt de patiënt door C11 hiervan op de hoogte gebracht. De centralist op C13 neemt alleen de telefoon in opdracht van C11 over en heeft als toegevoegde taak het mede beantwoorden van inkomend telefoonverkeer via Televantage en het handmatig faxen van patiëntendossiers naar de visiteauto s Huisartsenpost Vanaf de huisartsenpost wordt buiten kantooruren zorg verleend in de vorm van consulten en visites. Net als op het Callcenter zijn op de posten verschillende disciplines werkzaam, te weten assistenten, consultarts(en), visitearts(en) Taak assistent Op de verschillende locaties van de huisartsenposten zijn assistenten werkzaam, voor de functieomschrijving zie CHP ZOB (zie paragraaf 2.3.1) Taak consultarts De taak van de consultarts is vergelijkbaar met de taak van de consultarts bij de CHP ZOB (zie paragraaf 1.3.2). Er is in s-hertogenbosch, Oss en Veghel per locatie op alle avonden en nachten één consultarts werkzaam. In Oss en Veghel is de consultarts in de nachten tevens de visitearts. In het weekend zijn op elk van de locaties s-hertogenbosch, Oss en Veghel twee consultartsen aanwezig. 19

21 Op de locatie Zaltbommel is altijd één arts aanwezig (en een deel van de weekenddagen twee) die zowel de consulten als de visites voor zijn rekening neemt Taak visitearts De taak van de visitearts komt overeen met de beschrijving van de taak bij de CHP ZOB (zie paragraaf 1.3.3). Op de locatie s-hertogenbosch zijn in het weekend overdag twee visiteartsen werkzaam, in Oss en Veghel is één visitearts aanwezig en in Zaltbommel één (en een deel van de dag een extra) arts voor zowel de consulten als de visites. Op de avonden is op alle vier de locaties één visitearts en visiteauto beschikbaar. In de nachten worden geen visites gereden vanuit Zaltbommel. In s-hertogenbosch is s nachts één visitearts aanwezig. Indien nodig rijdt er een tweede arts met de eigen auto vanuit s-hertogenbosch. Op zowel locatie Oss als locatie Veghel doet één arts de consulten en de visites. De beschikbaarheid van huisartsen op de posten is dus aangepast aan de zorgvraag, doordat de visiterijdende huisartsen tijdens de nacht in de gebieden Oss en Veghel de consulten op de post verrichten. 3.4 Locatie posten De huisartsenpost heeft vier locaties, gevestigd in s-hertogenbosch, Oss, Veghel en Zaltbommel, en daarnaast is er een samenwerkingsverband met het Land van Heusden s-hertogenbosch De post is geopend op werkdagen van tot uur de volgende dag. In het weekend en tijdens feestdagen is de post 24 uur per dag open. Er zijn 91 huisartsen werkzaam en 12 assistenten Oss De post is geopend op werkdagen van tot uur de volgende dag. In het weekend en tijdens feestdagen is de post 24 uur per dag open. Er zijn 71 huisartsen werkzaam en 10 assistenten

22 3.4.3 Veghel De post is geopend op werkdagen van tot uur de volgende dag. In het weekend en tijdens feestdagen is de post 24 uur per dag open. Er zijn 63 huisartsen werkzaam en 8 assistenten Zaltbommel/Bommelerwaard De satellietpost Zaltbommel is geopend van tot uur op werkdagen en van tot uur op zater-, zon- en feestdagen. Er werken 35 gevestigde huisartsen op deze locatie en gemiddeld 4 assistenten. De basisbezetting per dienst is één huisarts, één assistent en één chauffeur (assistent visiteteam). In het weekend van tot uur is er een tweede huisarts. Oproepen waarbij de patiënt voor 2 (geen spoed) gekozen heeft komen binnen op een aparte lijn in Zaltbommel. Indien deze lijn bezet is, of de assistent kan het gesprek niet beantwoorden wordt het gesprek na bepaalde tijd doorgeschakeld naar het Callcenter. Op zater-, zon- en feestdagen is er een visiteblok van tot uur. Visites worden zoveel mogelijk gepland in dit blok (U3- en U4-visites). In het weekend worden ook visites gereden in het noorden van s-hertogenbosch. Bij het uitgeven van een visite wordt buiten de tijdvakken dat er een visitearts aanwezig is, in de consultagenda Zaltbommel een blokkade geplaatst. Visites met urgentie U1 en U2 worden direct doorgegeven aan het visiteteam per mobiele telefoon. De huisarts onderbreekt zonodig het spreekuur en voert de visite uit. Zaltbommel werkt met de MKA Nijmegen Maas en Waal Maas en Waal kent één huisartsengroep, namelijk Land van Heusden. De huisartsen werken niet vanuit huisartsenpost HOV, maar maken wel gebruik van de faciliteiten van het Callcenter. Een huisarts doet dienst vanuit zijn eigen werkplaats. Op werkdagen is een spreekuurblok van tot uur. Op zater-, zon- en feestdagen zijn de spreekuurtijden van tot uur, tot en tot uur

23 3.5 Verrichtingen Van de verrichtingen die door de huisartsenpost worden uitgevoerd, wordt ongeveer de helft gevormd door de consulten, eenderde door de telefonisch consulten en ongeveer 10% door een visite. Tabel 4: Totaal aantal verrichtingen en verdeling over de middelen, , Aantal % Aantal % Aantal % Aantal % Telefonisch consult Consult Visite Totaal verrichtingen

24 4. Triage 4.1 Telefonische triage Triage op de huisartsenpost wil zeggen het door de assistent beoordelen en selecteren van de urgentie van de hulpvraag. Op de huisartsenposten verloopt de triage volgens een door het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG) samengesteld protocol, namelijk de NHG- Telefoonwijzer. 35 Voor het consequent toepassen van het gevolgde protocol, snelle triage en opname in het medisch dossier wordt het digitale triagesysteem MediTra gebruikt, wat in 2007 geïntroduceerd is. Dit is een systeem wat interactief helpt de medische urgentie van een klacht te bepalen, specifiek ontwikkeld ter ondersteuning van de triagisten op het Callcenter en de posten Doel Een belangrijk doel van de telefonische triage op de huisartsenpost is een zo efficiënt mogelijke inzet van medewerkers op de huisartsenpost: de juiste medewerker op het juiste moment op de juiste plaats. Daarnaast is de triage van grote waarde in het zo goed mogelijk garanderen van gepast gebruik van het zorgaanbod: alleen zorg die aan het zorgaanbod van de huisartsenpost voldoet, dus zorg die niet tot de volgende werkdag kan wachten, en met niet meer inzet van zorg dan nodig is. Maar ook wordt zorg die toehoort aan de tweede lijn daar naartoe doorverwijzen zonder onnodige tussenkomst van een huisarts. Tevens is het bewaken van de veiligheid van de patiënt een doel: lichamelijke en/of psychische schade voor de patiënt als gevolg van een foutieve inschatting van de zorgvraag en/of foutief advies 12, 35 voorkomen. Een goede beoordeling van de klacht aan de telefoon is voor dit alles van groot belang. Op de huisartsenpost is dit complexer dan in de huisartsenpraktijk overdag. Patiënt en achtergrond zijn veelal onbekend. Bovendien komen vaker hulpvragen aan de orde die in verband staan met levensbedreigende aandoeningen Leidraad triage De NHG-Telefoonwijzer is, aangevuld met protocollen ontwikkeld door de huisartsenpost en met regionale werkafspraken, een leidraad voor triage en telefonisch advies. In de NHG- Telefoonwijzer worden in totaal zestig klachten besproken, elk in een apart hoofdstuk. Elk 23

25 hoofdstuk is onderverdeeld in vier rubrieken: triagecriteria, vragen, advies en achtergrondinformatie. De triagecriteria dienen voor het vaststellen van de urgentie. Aan de hand van de informatie van en/of over de patiënt en de antwoorden op de aanvullende vragen die door de assistent gesteld worden, wordt de urgentieklasse bepaald. De vragen die staan beschreven zijn gericht op de triage en het geven van advies. Als de klacht niet valt onder een van de triagecriteria geeft de assistente voorlichting en (zelfzorg)advies. Daarnaast kan de triagist, dan wel de callcenterarts, de beller aan de telefoon houden ter overbrugging tot de visitearts ter plaatse is, voor geruststelling en het geven van uitleg en advies. In de achtergrondinformatie wordt extra uitleg over de ziektebeelden gegeven Urgentieclassificatie De volgende urgentieklassen worden onderscheiden, conform de NHG-Telefoonwijzer: 35 U1: levensbedreigend Vitale functies zijn in gevaar. Er is sprake van een (mogelijke) bedreiging van Airway (A), Breathing (B), Circulation (C) of Disability (D). De patiënt moet met spoed, zonder uitstel, medische hulp krijgen. De assistente informeert meteen de huisarts. Deze onderbreekt onmiddellijk het werk en gaat naar de patiënt. Eventueel tegelijkertijd de ambulancedienst waarschuwen. Voorbeelden zijn shock, hartinfarct en bewusteloosheid. Tijdscriterium: 15 minuten. U2: spoed Er bestaat op korte termijn het gevaar dat de toestand van de patiënt verslechterd en vitale functies uitvallen. De patiënt dient met voorrang medische hulp te krijgen. De assistente informeert de huisarts. Hij ziet zo snel mogelijk de patiënt. Voorbeelden zijn instabiele angina pectoris en epiglottitis. Tijdscriterium: binnen één uur. 24

26 U3: dringend Klachten die binnen enkele uren moeten worden beoordeeld om medische of emotionele redenen. De patiënt krijgt medische hulp op een in overleg bepaald tijdstip. Voorbeelden zijn pneumonie en delier. Tijdscriterium: binnen 3 uur. U4: routine Geen tijdsdruk, de normale gang van zaken volgen. Symptomen of condities die reden zijn voor een contact met de huisarts staan in de NHG- Telefoonwijzer per klacht onder het kopje routine genoemd. Tijdscriterium: binnen 12 uur 25

27 5. Visites 5.1 Aanrijtijden Er zijn normen vastgelegd waarbinnen de aanrijtijden worden beschreven. Onder aanrijtijden wordt verstaan de tijd tussen het binnenkomen van een zorgvraag op de huisartsenpost en een daaruit voortvloeiende visite bij de patiënt aan huis. De aanrijtijd omvat dus de tijd die nodig is voor het beoordelen van de urgentie, de zorgplanning (het doorsluizen van de aanvraag naar de visitearts, dan wel naar de ambulancedienst) en de rit naar de patiënt. Kwaliteitseisen voor de aanrijtijden hebben als doel het bewaken van de veiligheid voor de patiënt, die zorg moet ontvangen binnen de tijd die volgens medische criteria wenselijk is. Als voorwaarde bij de kwaliteitseisen geldt dat de melding aan degene die de visite gaat uitvoeren bij een U1-melding binnen 1 minuut en bij een U2-melding binnen 15 minuten plaatsvindt. Bij U3- en U4-meldingen vindt de overdracht op een redelijke termijn plaats, conform het in overleg met de patiënt vastgestelde tijdstip van visite Kwaliteitsnormen aanrijtijden - Levensbedreigend, U1: zorg is binnen 15 minuten aanwezig voor 95% van alle als U1 aangemerkte zorgvragen en 100% binnen 30 minuten - Spoed, U2: zorg is zeker binnen één uur aanwezig voor 90% van alle als spoed aangemerkte zorgvragen, binnen anderhalf uur voor 100% - Dringend, U3: zorg is binnen drie uur aanwezig voor 80% van alle als U3 aangemerkte zorgvragen, binnen vier uur voor 100% - Routine, U4: 100% binnen 12 uur Optische en geluidssignalen Gezien het potentiële verkeersrisico van U1-rijden, met optische en geluidssignalen (zwaailicht en sirene), moet het uitgangspunt zijn dat iedere seconde telt! De A1-urgentie van de ambulancedienst komt overeen met de eerder besproken U1-urgentie. In geval van een A1-/U1-urgentie wordt er in principe als eerste een ambulance gestuurd met gebruik van optische en geluidssignalen. Er zijn echter enkele specifieke indicaties om een huisartsenauto met optische en geluidssignalen als eerste te sturen. Uitgangspunt hierbij is dat de huisarts deze U1-26

28 spoedindicaties vaak prima in de eerste lijn (zonder noodzaak van assistentie/vervoer ambulance) kan behandelen. Wettelijk is geregeld dat een aanvraag voor medisch spoedvervoer per ambulance of een hiermee te vergelijken voorrangsvoertuig dient te lopen via de Meldkamer Ambulancezorg (MKA). Dus er wordt altijd door de chauffeur toestemming gevraag aan de MKA om met optische en geluidssignalen te rijden. Tevens bestaat de mogelijkheid om de visiteauto als first responder met optische en geluidssignalen te sturen indien deze sneller ter plaatse kan zijn, of indien er op dat moment geen ambulance beschikbaar is. Dit geldt zowel voor meldingen die binnenkomen bij de MKA, als bij de huisartsenpost. Voor U2-urgenties geldt dat als de visiteauto niet binnen het tijdscriterium van één uur aanwezig kan zijn, er aangevraagd kan worden om met optische en geluidssignalen te gaan rijden. Bij U3-urgentie is het streven om de patiënt binnen 3 uur te bezoeken, altijd zonder gebruik van optische en geluidssignalen. U1- en U2-urgenties hebben voorrang. Mocht de patiënt niet binnen drie uur bereikt kunnen worden, dan wordt de patiënt gebeld en de situatie opnieuw ingeschat. Indien mogelijk wordt uitgelegd dat de arts onderweg is en dat de patiënt door omstandigheden helaas nog even moet wachten. Bij U4-urgentie is het streven om de patiënt dezelfde dag te bezoeken, in ieder geval binnen 12 uur. Hierbij geldt eveneens dat er geen gebruik wordt gemaakt van optische en geluidssignalen Registratie De registratie van de visites vindt plaats via SOEP-verslaglegging in Callmanager. In de S wordt door de triagist de beller en tevens de telefonisch afgenomen anamnese genoteerd. Bij de CHP ZOB wordt in de S ook vastgelegd of er bij een U1-visite een ambulance meegaat. De visitearts rijdt de visite en noteert naderhand tevens in de S informatie over de anamnese. In de O worden de bevindingen bij het lichamelijk onderzoek genoteerd, bij de E de evaluatie en zo mogelijk een diagnose. De P wordt gebruikt om het beleid in te noteren. 5.4 Visiteprocedure Vanaf de aanvraag van een visite tot het afhandelen van een viste wordt een procedure doorlopen die bestaat uit enkele stappen. Onderstaande stappenplannen geven hiervan een schematisch overzicht. 27

29 Schema 1: Stappenplan visiteprocedure CHP ZOB Beoordeling visitevoorstel Aan de hand van de triage en de hulpvraag van de patiënt bepaalt de triagist of een visite noodzakelijk is. Zij overlegt direct met de callcenterarts over de visiteaanvraag. De callcenterarts bepaald de urgentie. Bovendien bepaalt deze bij een U1-visite of er een ambulance mee moet naar de patiënt. 2. Agendering visitevoorstel De triagist zet de visite in de agenda van Eindhoven. Deze geeft mondeling aan de visitecoördinator door dat er een visite in de agenda is gezet en met welke urgentie. 3.Visitecoördinator De visitecoördinator bepaalt welke visiteauto de visite moet gaan rijden. Deze beslissing wordt genomen aan de hand van het postcodegebied en de beschikbaarheid van de auto s. De visitecoördinator is verantwoordelijk voor de tijdsbewaking. Als het bijvoorbeeld niet mogelijk blijkt om een U2-visite binnen een uur te rijden, zal deze contact opnemen met de patiënt. 4. Opdracht aan team door visitecoördinator De visitecoördinator belt bij een U1-visite meteen de chauffeur met de opdracht direct een visite uit te voeren en stuurt per fax de gegevens uit het Callmanagerdossier. Een U2-visite wordt zo mogelijk ook gelijk doorgegeven aan de chauffeur. Afgesproken is dat het visiteteam niet gestoord mag worden als zij bezig zijn met een U1-visite. U3- of U4- visites worden pas doorgegeven wanneer het visiteteam zich afmeldt na een eerdere visite. 5. Visiteteam De chauffeur belt zo nodig de MKA om toestemming te vragen om met optische en geluidssignalen te mogen rijden en als er een ambulance moet worden ingeschakeld. 6. Afhandeling visite In Callmanager voert de visitearts alle gegevens over de visite in. 28

30 Schema 2: Stappenplan visiteprocedure huisartsenpost HOV Agendering visitevoorstel De call met voorstel tot visite wordt in de visite-voorstellenagenda geplaatst en heeft het icoontje auto met klokje. Daarbij zijn de urgente visites (U2) rood gemarkeerd. Alle visitevoorstellen staan op tijdstip van inplannen, niet van uitvoering. In de S-regel wordt de urgentie U1-U4 vermeld, evenals de initialen van de centralist. U1 wordt meteen mondeling doorgegeven aan callcenterarts en later in de visiteagenda gezet. 2. Beoordeling visitevoorstel door callcenterarts De indicatie en urgentie van de visite wordt beoordeeld door de callcenterarts. Via Call wijzigen beoordeelt de huisarts de gegevens en sluit de call weer. De callcenterarts controleert binnen 5 minuten tot 30 minuten de beloofde visites. Indien de callcenterarts de visite anders beoordeelt wat betreft indicatie of urgentie wijzigt hij de aanduiding U1-U4 in de Subjectiefregel. De arts belt in dit geval zelf met de patiënt om de status rondom de visite te bespreken. Indien visite wordt overgedragen aan ambulance, dan neemt de callcenterarts contact met hen op. 3. Centralist Indien de callcenterarts akkoord gaat met de indicatie en urgentie van de visite, wordt dit persoonlijk overgebracht naar de centralist op plaats C11 die de visiteregie blijft uitvoeren. De centralist zet de afspraak op het juiste tijdstip in de verschillende agenda s (de automatische fax wordt dan verzonden) van auto Als een U2-visite niet binnen de gestelde tijd bij de patiënt aanwezig kan zijn, dient de patiënt hiervan op de hoogte worden gesteld. Dit is de verantwoordelijkheid van de callcenterarts. 4. Opdracht aan team door centralist De centralist belt bij U1 of U2 het visiteteam met de opdracht een visite uit te voeren en stuurt per fax de gegevens uit het Callmanagerdossier. U3- of U4-visites worden pas doorgegeven wanneer het visiteteam zich afmeldt na een eerdere visite. 5. Visiteteam De chauffeur belt zo nodig de MKA om toestemming te vragen om met optische en 29

31 geluidssignalen te mogen rijden. De visitearts voert overleg met de callcenterarts als hij het niet eens is met het oordeel van de callcenterarts 6. Afhandeling visite In Callmanager voert de visitearts alle gegevens omtrent de visite in. 5.5 Afspraken visites Er zijn enkele afspraken omtrent de te rijden visites, die structureel verschillen voor beide huisartsenposten Samenwerking Regionale Ambulance Voorziening Om de spoedzorg zo optimaal en effectief mogelijk te regelen zijn er afspraken gemaakt tussen de RAV en de CHP ZOB. Deze afspraken zijn vastgelegd in onderstaande convenanten. Uitgangspunt is dat de meest geëigende zorgverlener de zorgvraag uitvoert. Naast snelle hulp wordt beoogd hiermee ook de schaarse capaciteit doelmatig in te zetten. Schema 3: Convenant CHP ZOB en RAV In principe gaat bij ritten met een A1/U1-urgentie een ambulance erheen met gebruik van optische en geluidssignalen. Indien protocollen bepalen dat RAV en CHP ZOB beiden tegelijkertijd naar de patiënt gaan, rijdt alleen de ambulance met A1/U1- urgentie. De visiteauto van de CHP volgt zo spoedig mogelijk zonder optische en geluidssignalen. 2. Bij (sterk) vermoeden acuut hartinfarct geldt het PreHospital Thrombolysis (PHT) protocol. Dat betekent dat zowel huisarts als ambulance de patiënt bezoeken, en daarbij elkaar oproepen. 3. Bij een vermoedelijk CVA bezoekt de huisarts de patiënt, en laat eventueel de ambulance meerijden. 4. Bij een U2-urgentie, waarbij de patiënt binnen een uur gezien moet worden, rijdt de visiteauto zonder gebruik te maken van optische- en akoestische signalen. Uitgangspunt daarbij is dat de visite waar de huisarts mee bezig is afgemaakt wordt en de visiteauto vervolgens direct vertrekt naar de patiënt. 5. In gevallen van overmacht zijn de ambulancevoorziening en CHP ZOB bereid elkaar 30

32 te vervangen. 6. In die gevallen waarin de RAV geen indicatie ziet voor eigen actie, maar wel voor mogelijke huisartsenhulp, wordt door patiënt of eventueel door RAV de CHP ZOB gebeld. 7. De CHP ZOB regelt intern dat als de RAV zelf belt, deze zonder wachttijd direct wordt doorverbonden met de callcenterarts. Deze is bevoegd spoedvisiteaanvragen te beoordelen en te prioriteren. Schema 4: Convenant huisartsenpost HOV en RAV, tot 1 januari Huisartsenzorg, die door huisartsenpost HOV als spoed (U1) geïndiceerd wordt, waarbij de spoedopname van de patiënt in het ziekenhuis redelijkerwijs te verwachten is, wordt primair door de RAV uitgevoerd. 2. Bij spoed met A1/U1-urgentie rijdt de ambulance. Er zijn echter een aantal U1- indicaties die door de visitearts afgehandeld kunnen worden: - Bewustzijnsverandering bij bekende diabeet - Insult (niet zijnde status epilepticus) bij bekende epilepsiepatiënt - Insult bij kind (6 maanden - 6 jaar) met koorts (koortsstuip) - First Responder (visiteauto is vlakbij patiënt of er is geen ambulance beschikbaar). 3. Bij een vermoedelijk CVA bezoekt de huisarts de patiënt. Hij laat eventueel de ambulance meerijden. 4. U2 is gelijkgesteld aan A2; de arts moet dus binnen een half uur gearriveerd zijn. Deze afspraak wijkt af van het landelijk gevolgde protocol waarin U2 gelijkstaat aan binnen een uur arriveren. 5. Indien huisartsenpost HOV tijdelijk capaciteitstekort heeft voor dringende zorgvragen dan mag men de CPA verzoeken de zorg over te nemen in afwachting van inzet door huisartsenpost HOV zelf. 6. In die gevallen waarin de RAV geen indicatie ziet voor eigen actie, maar wel voor mogelijke huisartsenhulp wordt door patiënt of eventueel door RAV het Callcenter van huisartsenpost HOV gebeld. 7. Huisartsenpost HOV regelt intern dat als de RAV zelf belt, deze zonder wachttijd direct wordt doorverbonden met de callcenterarts. Deze is bevoegd spoedvisite- 31

33 aanvragen te beoordelen en te prioriteren. 8. In gevallen van overmacht zijn de ambulancevoorziening en huisartsenpost HOV bereid elkaar te vervangen. Dit is ter beoordeling aan de RAV en de callcenterarts van huisartsenpost HOV. Schema 5: Convenant huisartsenpost HOV en RAV, vanaf 1 januari Er zijn 4 specifieke indicaties waarbij de visiteauto als eerste, met optische en geluidssignalen (U1-urgentie) naar de patiënt rijdt: - Bewustzijnsverandering bij bekende diabeet - Insult (niet zijnde status epilepticus) bij bekende epilepsiepatiënt - Insult bij kind (3 maanden - 6 jaar) met koorts (koortsstuip) - First Responder (visiteauto vlakbij patiënt of indien geen ambulance beschikbaar). 2. Bij een U2-urgentie moet in principe de visiteauto meteen uitrukken, zonder gebruik te maken van optische en akoestische signalen, waarbij het doel is om binnen 60 minuten bij de patiënt te zijn. 3. Mocht het voorkomen dat er sprake is van ernstige verkeerscongestie waardoor de visiteauto er niet in lijkt te slagen om bij een U2-urgentie binnen de afgesproken 60 minuten ter plaatse te zijn, dan is het mogelijk om, na overleg en toestemming met de MKA, verder te rijden met U1-urgentie (met optische en akoestische signalen) Schouwen Bij huisartsenpost HOV is er een protocol van kracht aangaande schouwingen, waarin is vastgelegd dat bij het aanmelden van een overledene op de huisartsenpost de visitearts een U2-visite aflegt. Een uitzondering hierop is wanneer telefonisch duidelijk is dat er een forensisch arts bij betrokken moet worden, dan zal de visitearts proberen zo snel mogelijk ter plaatse te gaan. Indien het niet mogelijk is de visite binnen een uur af te leggen, stelt de callcenterarts de familie hiervan op de hoogte. 42 In het protocol van de CHP ZOB wordt geen urgentieklasse toegekend aan een schouwing. 43 In de praktijk wordt een schouwing getierd als U3 of U4, maar er wordt uiteraard getracht de visite zo snel mogelijk te rijden. 32

34 6. Methode 6.1 Onderzoeksdesign Het onderzoek betreft een cross-sectioneel, observationeel onderzoek en is uitgevoerd op twee huisartsenposten in de regio Brabant, waar buiten kantooruren huisartsgeneeskundige zorg wordt geleverd, namelijk de CHP ZOB en huisartsenpost HOV. Gedurende een periode van een jaar zijn alle zorgvragen die binnenkwamen op beide huisartsenposten en die geleid hebben tot een visite bekeken. De onderzoeksperiode met een duur van twaalf maanden is gestart op 1 februari 2008 en geëindigd op 31 januari Onderzoekspopulatie De onderzoekspopulatie bestaat uit alle patiënten die gedurende bovengenoemde periode op werkdagen in de uren van tot uur, in het weekend en op feestdagen zorg ontvingen in de vorm van een visite door een visitearts van de CHP ZOB (locatie Eindhoven, Helmond, Geldrop) of huisartsenpost HOV (locatie s-hertogenbosch, Oss, Veghel, Zaltbommel). De onderzoekspopulatie bevat daarmee een deel van de patiënten van de huisartsenpraktijken uit de betreffende regio die op dat moment aangesloten waren bij één van de twee huisartsenposten Privacy en Informed consent De gegevens werden anoniem verwerkt. De patiënten werden niet op de hoogte gesteld van het onderzoek. In de folder van beide huisartsenposten, en later van de spoedposten, staat vermeld dat gegevens gebruikt kunnen worden voor wetenschappelijk onderzoek. De patiënten ondervonden geen belasting of hinder van dit onderzoek en hebben geen risico gelopen, aangezien de zorgvraag op geen enkele manier beïnvloed werd door het onderzoek. Er is retrospectief gekeken naar de gereden visites via de databestanden, waarbij vertrouwelijke informatie, zoals geboortedatum en postcode, alleen voor de onderzoekers toegankelijk was. De twee deelnemende huisartsenposten hebben toestemming gegeven voor dit onderzoek Bronnen van dataverzameling De gegevens van dit onderzoek zijn verkregen uit bestaande registratiesystemen en cijfers van het Centraal Bureau van Statistiek (CBS). 33

35 Op beide huisartsenposten verloopt de registratie van visites door triagist en visitearts via Callmanager. Hieruit is voor beide huisartsenposten apart een Excel bestand gemaakt met de gegevens van de betreffende visites. Tevens was er de beschikking over een bestand waarin de chauffeurs van de visiteauto s kort enkele ritgegevens registreren. Hierin wordt onder andere datum, tijdstip en plaats van alle ritten bijgehouden, maar ook of er gereanimeerd is, of er een ambulance is meegereden en of de herkomst van de oproep de Centrale Post Ambulance Vervoer (CPA) is geweest. Via het CBS zijn gegevens verkregen over het aantal inwoners per postcode en het aantal adressen per km 2, gerangschikt op postcode. 6.2 Definitie en extractie van data en variabelen De data uit de hiervoor genoemde bestanden van Callmanager vormen de basis van dit onderzoek. Allereerst zijn uit de bestanden, waarin alle contacten met de huisartsenpost geregistreerd stonden over de betreffende periode, alle visites geïncludeerd. Het bestand van de CHP ZOB bevatte visites en van de huisartsenpost HOV visites. Alle visites uit beide bestanden zijn nagelopen op de volgende exclusiecriteria: - De visite is alleen gereden door de ambulance - Afgesproken als visite, maar de patiënt is niet bereikt (bijvoorbeeld omdat de patiënt al naar de eerste hulp is gegaan of de deur niet opendoet) - De eigen huisarts was al ter plekke - Registratiefout, dus gedocumenteerd als visite, maar er is alleen telefonisch contact geweest of er heeft een consult op de post plaatsgevonden - Er zijn geen gegevens ingevoerd van de gereden visite 169 visites van de CHP ZOB en 60 visites van de huisartsenpost HOV werden geëxcludeerd. Het totaal van geïncludeerde visites van de CHP ZOB komt daarmee op visites en van de huisartsenpost HOV op visites. Van alle visites waren de volgende gegevens beschikbaar: datum van de gereden visite, urgentie, postcode en huisnummer van het bezoekadres, geslacht en geboortedatum van de patiënt, aanvrager van de visite, SOEP-verslag ingevuld door triagist en visitearts en bij een deel van de visites de door de huisarts ingevulde diagnosecode. 34

36 Het bestand is vervolgens aangevuld met gegevens uit het registratiebestand van de chauffeurs. Dit laatste bestand is voornamelijk gebruikt om het wel of niet meerijden van de ambulance te achterhalen en om te bepalen of de oproep binnengekomen is via de CPA Urgentie Het registratiesysteem Callmanager geeft een viertal urgenties aan, namelijk: - Hoge prioriteit, noodmelding - Hoge prioriteit, normale melding - Normale prioriteit, normale melding - Routine (CHP ZOB), Lage prioriteit, normale melding (Huisartsenpost HOV) Deze urgentiebepalingen hebben conform de eerder genoemde NHG-Telefoonwijzer achtereenvolgens de volgende betekenis: U1, U2, U3, U4. Om een goede vergelijking mogelijk te maken zijn de urgentie aanduidingen uit Callmanager omgezet in de urgentieklassen van de NHG-Telefoonwijzer Leeftijd Aan de hand van de geboortedatum is van alle patiënten de leeftijd berekend. In de berekeningen betreffende de leeftijd zijn van het totale aantal visites gereden door de CHP ZOB twee visites geëxcludeerd, omdat van deze patiënten geen leeftijd bekend is (n=11.691). De gemiddelde leeftijd is berekend. Voor de verdere analyse is besloten de variabele leeftijd te dichotomiseren (jonger dan 70 jaar en 70 jaar en ouder) om een betere vergelijking mogelijk te maken tussen beide huisartsenposten Diagnose Alle visites zijn handmatig doorgelopen om aan elke visite een diagnose en een uitkomst te koppelen. De diagnose die gesteld is bij de patiënten zijn gecodeerd aan de hand van de International Classification of Primary Care (ICPC). De ICPC is in Nederland geaccepteerd als standaard voor het coderen en classificeren van klachten, symptomen en aandoeningen in de huisartsgeneeskunde. 44 Er is gekozen voor deze classificering om een goede vergelijking mogelijk te maken tussen de beide huisartsenposten aan de hand van een goede, veelgebruikte standaard. Bij een groot deel van de visites heeft de visitearts een ICPC-code toegekend. Hiervan is de lettercodering overgenomen. Er is gekozen om alleen de lettercode te gebruiken en de cijfercodering achterwege te laten. Bij de code A99.00 (Andere gegeneraliseerde/niet 35

37 gespecificeerde ziekte(n)) en bij alle niet ingevulde ICPC-codes is handmatig door de twee onderzoekers een lettercode aan de visite gegeven. Hierbij is uitgegaan van het hoofdprobleem, zover te halen uit de S, O en E van het verslag van de visitearts. De lijst met ICPC-codes is hierbij strikt gehanteerd (zie bijlage III). Voor ICPC-code Tractus Circulatorius (K) K geldt dat in deze groep onder andere zowel de (vermoedelijke) hartinfarcten als de TIA s en CVA s vallen. Vanwege de grote variatie aan problemen die daardoor ontstaat binnen deze groep, is ervoor gekozen om deze groep verder te analyseren. Aan de hand van het SOEP-verslag zijn alle visites met ICPC-code K onderverdeeld in de volgende groepen: cardiaal, neurologisch, aneurysma, arterieel vaatlijden, bloedend vat, hemorroïd, hypertensie, hypotensie, hypovolemische shock, liesprobleem, longembolie, oedeem, orthostatische hypotensie, perifeer vaatlijden, reanimatie, tromboflebitis, trombosebeen en varices. Van de totale groep met ICPC-code K zijn bij de CHP ZOB 14 visites en bij huisartsenpost HOV 9 visites geëxcludeerd. De reden hiervoor is dat er aan de hand van het SOEP-verslag geen diagnose toegekend kon worden, bijvoorbeeld door het niet volledig ingevuld zijn van het SOEP-verslag. Er is dus gekeken naar 2202 visites bij de CHP ZOB en 2243 visites bij huisartsenpost HOV Uitkomst Aan elke visite is een uitkomst gekoppeld. Een vijftal uitkomsten is geformuleerd, te weten: dood, ingestuurd, verrichting, medicatie, expectatief. Deze begrippen worden hierna verder toegelicht. Dood: de patiënt is overleden en waar mogelijk door de huisarts geschouwd. Ingestuurd: de patiënt is ingestuurd naar een ziekenhuis, een verpleegtehuis of overgedragen aan de crisisdienst van de Geestelijke Gezondheidszorg. Verrichting: toedienen van zuurstof, prikken van infuus, alle vormen van wondbehandeling (hechten, plakken, verbinden, spoelen), incisie van een abces, dichtdrukken van een bloedvat, inbrengen van een neustampon, het verrichten van een punctie (kniepunctie, ascitespunctie), doorspoelen, inbrengen of verwijderen van een katheter, doorspuiten van een ascitesdrain, doorspuiten van een PEG-sonde, maagsonde inbrengen dan wel verwijderen, klysma zetten, plaatsen van een stomazakje, ring inbrengen bij een uterusprolaps, repositie van de voorhuid, reposisite van een rectumprolaps, reponeren van een beklemde liesbreuk, reponeren heup na luxatie en reponeren van de kaak. 36

38 Medicatie: de patiënt heeft medicatie voorgeschreven gekregen door de visitearts, heeft advies gekregen betreffende medicatiegebruik (bijvoorbeeld verhogen of verlagen van reeds voorgeschreven medicatie) of heeft ter plekke medicatie toegediend gekregen, bijvoorbeeld door middel van een injectienaald. Ook ORS is geschaard onder medicatie. Expectatief: de visitearts heeft advies gegeven anders dan over de medicatie. Voorbeelden hiervan zijn wekadvies, zelfzorgadvies, advies in de nabije toekomst contact op te nemen met de eigen (huis)arts en uitleg en geruststelling. De volgorde van deze uitkomsten zijn van boven naar beneden gerangschikt naar zwaarte. In geval van de aanwezigheid van meerdere uitkomsten, is de zwaarste uitkomst aan de visite toegekend (bijvoorbeeld wanneer medicatie is toegediend en een katheterisatie is uitgevoerd, dan is de uitkomst verrichting) Stedelijkheidsklasse Tevens is gekeken naar de stedelijkheid van de verzorgingsgebieden van beide huisartsenposten en het effect hiervan op het aantal visites. Er is voor gekozen om alle visites gereden voor patiënten die niet woonachtig zijn binnen het postcodegebied van de betreffende huisartsenpost (zoals vermeld in tabel 1 en tabel 3) te excluderen. Het gaat hier immers specifiek om inwoners in het verzorgingsgebied van de huisartsenpost zelf. Ook de visites waarbij geen postcode bekend was zijn geëxcludeerd. Van de CHP ZOB zijn in totaal 176 visites geëxcludeerd, van huisartsenpost HOV 236 visites. Hiermee komt het totale aantal visites wat meegenomen is in de analyse betreffende stedelijkheid voor de CHP ZOB op visites en voor huisartsenpost HOV op visites. Aan de hand van de gegevens van het CBS zijn de postcodegebieden van beide huisartsenposten ingedeeld naar landelijk, stedelijk of gemengd. Aan elke postcode uit de bestanden is een label gehangen van landelijk, stedelijk of gemengd. Deze indeling is tot stand gekomen door de stedelijkheidsklasse die het CBS hanteert. De stedelijkheidsklasse is gebaseerd op de omgevingsadressendichtheid, welke bestaat uit vijf categorieën, te weten: 1. Zeer sterk stedelijk: adressen per km 2 2. Sterk stedelijk: adressen per km 2 3. Matig stedelijk: adressen per km 2 4. Weinig stedelijk: adressen per km 2 5. Niet stedelijk: <500 adressen per km 2 37

39 Postcodegebieden met voornamelijk stedelijkheidsklasse 1 en 2 zijn geclassificeerd als stedelijk, postcodegebieden met voornamelijk 4 en 5 als landelijk en de overige postcodegebieden als gemengd. (zie tabel 27 en 28 bijlage IV) U1-visites Vanwege de grote verschillen in de convenanten met de RAV van beide huisartsenposten voor wat betreft de visites met U1-urgentie (CHP ZOB n=2231, HOV n=261) is besloten om deze groep nader te bekijken. Alle U1-visites waarbij de ingangsklacht pijn op de borst was, zijn nader geanalyseerd (CHP ZOB n=1103, HOV n=8), evenals alle visites die gereden zijn vanwege een vermoeden van een TIA of CVA (CHP ZOB n=161, HOV n=4). Daarnaast is van alle U1-visites bekeken of deze al dan niet samen met de ambulance gereden is, of de oproep binnengekomen is via de CPA en wat de verschillen in uitkomsten van de visites zijn. Er zijn hiervoor 37 visites geëxcludeerd bij huisartsenpost CHP ZOB en 7 visites bij huisartsenpost HOV in verband met het ontbreken van informatie over het meerijden van de ambulance en aanmelding via de CPA in het SOEP-verslag (CHP ZOB n=2194, HOV n=254). 6.3 Statistische analyse Alle gegevens afkomstig uit het hiervoor beschreven Excel bestand zijn omgezet naar SPSS Van dit computerprogramma is gebruik gemaakt voor de statistische data-analyse. Om een overzicht te geven van de verdeling van de visites tussen de beide huisartsenposten, gespecificeerd naar geslacht, leeftijd, urgentie, uitkomst van de visite en stedelijkheidsklasse is gebruik gemaakt van kruistabellen. De weergegeven relaties in deze tabellen zijn getoetst met de Chi-kwadraat toets en voor toetsing van de verschillen in de gemiddelde leeftijd is gebruik gemaakt van de T-toets. Voor de onderverdeling van de visites naar visites gereden met of zonder ambulance en aanmelding van de visite al dan niet via de CPA is eveneens gebruik gemaakt van kruistabellen en toetsing door middel van de Chi-kwadraat toets. Daarnaast is voor beide huisartsenposten afzonderlijk een Chi-kwadraat toets uitgevoerd om de relatie tussen het wel of niet meerijden van de ambulance en het vóórkomen van het insturen van de patiënt als uitkomst van de visite te toetsen. Het verband tussen de uitkomst van een visite en enkele variabelen is voor beide huisartsenposten afzonderlijk getoetst met een multinomiale logistische regressie vergelijking, welke zowel univariaat als multivariaat is uitgevoerd. In deze analyse worden de uitkomsten 38

40 van welke de Chi-kwadraat toets een significant verschil aantoonde tussen de CHP ZOB en huisartsenpost HOV meegenomen als afhankelijke variabelen. De onafhankelijke variabelen (predictoren) in het model zijn geslacht, leeftijd, urgentie en ICPC-code. Besloten is om de onafhankelijke variabelen die slechts een verwaarloosbaar percentage visites vertegenwoordigen in de verdere analyse te excluderen. Het meenemen van deze visites in de analyse zou vanwege de kleine percentages een onbetrouwbaar resultaat opleveren. Op basis van de tabel met de univariate regressieanalyse is een multivariate regressie analyse uitgevoerd, waarbij de significante univariate predictoren worden meegenomen. De grootte van het effect van elke predictor is weergegeven als odds ratio (OR) met het 95% betrouwbaarheidsinterval (95% BI). Een OR van minder dan 1.0 duidt aan dat de betreffende predictor een lagere kans geeft op de uitkomst, een OR van meer dan 1.0 geeft aan dat de predictor een hogere kans geeft op de uitkomst. De visites met een expectatief beleid functioneren als referentiecategorie. Om te onderzoeken wat de invloed is van de variabele huisartsenpost (CHP ZOB vs. HOV) op de uitkomst van de visite is een aparte multinomiale logistische regressieanalyse uitgevoerd. Een p-waarde < 0,05 is beschouwd als zijnde statistisch significant. 39

41 7. Resultaten 7.1 Verschillen in visites tussen de CHP ZOB en huisartsenpost HOV Een stroomdiagram met het proces van selectie van data welke in dit onderzoek gebruikt zijn is weergegeven in Figuur 1. Een totaal van visites is geanalyseerd: visites gereden door de CHP ZOB en visites gereden door huisartsenpost HOV. Van alle visites zijn enkele karakteristieken bekeken en vergeleken tussen beide huisartsenposten. Figuur 1: Dataselectie CHP ZOB en HOV Leeftijd De gemiddelde leeftijd in jaren (± standaarddeviatie) van de totale populatie in deze analyse is ± De gemiddelde leeftijd van de patiënten van de CHP ZOB uit de analyse is significant hoger dan de gemiddelde leeftijd van de patiënten bij huisartsenpost HOV (71.11 ± vs ± 18,84 jaar, P ). De tabel 29 in bijlage V geeft een overzicht van de leeftijdsverdeling naar aantal en percentage in beide huisartsenposten, ingedeeld in dertien leeftijdscategorieën. Voor de zes leeftijdscategorieën van jaar zijn significant meer visites gereden door huisartsenpost HOV, voor de drie leeftijdscategorieën van jaar zijn significant meer visites gereden door CHP ZOB (Tabel 5) Geslacht Van alle patiënten waarvoor een visite is gereden is 54.6% van het vrouwelijke geslacht. Ook wanneer afzonderlijk gekeken wordt naar de CHP ZOB en huisartsenpost HOV is bij beide huisartsenposten meer dan de helft van de patiënten waarvoor een visite is gereden van het vrouwelijke geslacht. Bij de CHP ZOB zijn significant meer visites gereden voor vrouwen dan bij huisartsenpost HOV (55.9 vs. 53.4% P ) (Tabel 5). 40

42 7.1.3 Urgentie Van het totale aantal visites is bij ruim eenderde van de visites de urgentie gesteld op U2, bij ruim eenderde op U3 en bij de overige visites op U1 of U4. Wanneer afzonderlijk naar het aantal visites met urgentie U3 van de CHP ZOB en huisartsenpost HOV wordt gekeken, wordt geen significant verschil gevonden (39.5 vs.40.2% P = 0.287). Bij de CHP ZOB worden significant meer U1-ritten gereden dan bij huisartsenpost HOV (19.1 vs. 1.9% P ). Dit geldt ook voor de U2-ritten (37.4 vs. 34.2% P ). Visites met urgentie U4 worden significant meer gereden door huisartsenpost HOV in vergelijking met de CHP ZOB (23.7 vs. 4.1% P ) (Tabel 5) Uitkomst Van alle gereden visites is de uikomst het vaakst gerelateerd aan medicatie (42.3%). Deze uitkomst wordt significant vaker gezien bij de visites gereden door huisartsenpost HOV in vergelijking met de CHP ZOB (43.5 vs. 41.0% P ). Ongeveer 30 procent van de patiënten waarvoor een visite is gereden wordt ingestuurd. Bij de CHP ZOB zijn significant meer patiënten ingestuurd dan bij huisartsenpost HOV (33.0 vs. 28.9%, P ). Bij 3.2% van het totale aantal visites is het plaatsvinden van een verrichting de uitkomst. Dit komt significant vaker voor bij huisartsenpost HOV dan bij de CHP ZOB (3.4 vs. 3.0% P = 0.025). Een expectatief beleid wordt gevoerd in 17.8% van het totale aantal visites en significant vaker bij huisartsenpost HOV dan bij de CHP ZOB (18.4 vs.17.0% P = 0.005). Dood als uitkomst komt in 5.9% van alle visites voor en toont geen significant verschil tussen de CHP ZOB en huisartsenpost HOV (6.0 vs. 5.8% P = 0.321) (Tabel 5) Stedelijkheidsklasse Van de visites die gereden zijn naar patiënten die woonachtig zijn binnen het postcodegebied van de CHP ZOB en huisartsenpost HOV en waarvan de postcode bekend is, betreft ruim de helft een rit naar landelijk gebied. Door de huisartsenpost HOV zijn significant meer visites gereden naar landelijk gebied dan door de CHP ZOB (67.8 vs. 40.5% P ). Er is in 34.8% van het totale aantal visites gereden naar een stedelijk gebied. Dit was significant vaker het geval bij de CHP ZOB dan bij huisartsenpost HOV (48.3 vs. 23.1% P ). Naar een gemengd gebied is gereden in 10.1% van het totale aantal visites en significant vaker door de CHP ZOB dan door huisartsenpost HOV (11.2 vs. 9.1% P ) (Tabel 5). 41

43 Tabel 5: Verschillen tussen de huisartsenposten per variabele geslacht, leeftijd, urgentie, uitkomst en stedelijkheidsklasse Totaal CHP ZOB HOV n (%) n (%) n (%) p-waarde* Leeftijd (jr.) Mean ± SD ± ± ± Geslacht Man (45.4) 5151 (44.1) 6286 (46.6) Vrouw (54.6) 6542 (55.9) 7207 (53.4) Urgentie U (9.9) 2231 (19.1) 261 (1.9) U (35.7) 4368 (37.4) 4613 (34.2) U (39.8) 4619 (39.5) 5419 (40.2) U (14.6) 475 (4.1) 3200 (23.7) Uitkomst Dood 1483 (5.9) 707 (6.0) 776 (5.8) Ingestuurd 7762 (30.8) 3862 (33.0) 3900 (28.9) Verrichting 804 (3.2) 342 (3.0) 462 (3.4) Medicatie (42.3) 4791 (41.0) 5874 (43.5) Expectatief 4472 (17.8) 1991 (17.0) 2481 (18.4) Totaal (100) (100) (100) Stedelijkheidsklasse Stedelijk 8626 (34.8) 5562 (48.3) 3064 (23.1) Landelijk (55.1) 4665 (40.5) 8991 (67.8) Gemengd 2491 (10.1) 1289 (11.2) 1202 (9.1) Totaal (100) (100) (100) * X 2 of T-test, waar van toepassing Totale populatie in categorie leeftijd n= Verschillen in uitkomst van visites CHP ZOB en huisartsenpost HOV In totaal is van visites onderzocht wat de invloed van de variabelen huisartsenpost, geslacht, leeftijd, urgentie en diagnosecode op de uitkomst van de gereden visite is, waarvan visites gereden door de CHP ZOB en visites gereden door huisartsenpost HOV. De uitkomst dood, welke geen significant verschil aantoonde tussen beide huisartsenposten en bovendien Figuur 2: Dataselectie regressieanalyse CHP ZOB en HOV 42

44 overwegend vertegenwoordigd is in slechts één enkele ICPC-variabele, is geëxcludeerd voor deze analyse. Omdat slechts een verwaarloosbaar percentage visites is gereden voor de ICPCcodes B, F, H, W, X en Y, zijn ook de visites met deze ICPC-codes in deze analyse weggelaten. Zie tabel 30, 31 en 32 in bijlage V voor de tabellen zonder exclusie van hiervoor genoemde visites. Bij zowel de CHP ZOB als huisartsenpost HOV was de uitkomst bij het grootste deel van de visites gerelateerd aan medicatie (43.5 vs. 46.1%), gevolgd door de uitkomst ingestuurd (35.3 vs. 30.8%, Tabel 6) en expectatief (18.0 vs. 19.5%) en verrichting is de minst voorkomende uitkomst bij beide huisartsenposten (3.1 vs. 3.6%) (Tabel 6). Tabel 6: Uitkomst per huisartsenpost na exclusie voor regressieanalyse Ingestuurd Verrichting Medicatie Expectatief Totaal n (%) n (%) n (%) n (%) n (%) CHP ZOB 3829 (35.3) 340 (3.1) 4722 (43.5) 1957 (18.1) (100) HOV 3857 (30.8) 455 (3.6) 5767 (46.1) 2436 (19.5) (100) Totaal 7686 (32.9) 795 (3.4) (44.9) 4393 (18.8) (100) Tabel 7 geeft het verband tussen de onafhankelijke variabele huisartsenpost en de afhankelijke variabele uitkomst van de visite (ingestuurd, verrichting en medicatie met als referentiecategorie de uitkomst expectatief) weer. De variabele huisartsenpost toont bij de uitkomst ingestuurd een significant effect; bij CHP ZOB worden ten opzichte van huisartsenpost HOV significant meer patiënten ingestuurd (OR % BI ). Er is geen significant verschil gevonden tussen beide huisartsenposten op de uitkomsten verrichting en medicatie (Tabel 7). Tabel 7: Verband tussen de onafhankelijke variabele huisartsenpost en de afhankelijke variabele uitkomst Ingestuurd Verrichting Medicatie OR Sig. 95%BI OR Sig. 95%BI OR Sig. 95%BI CHP ZOB* Gebaseerd op visites; afhankelijke variabele uitkomst van de visite, categorie ingestuurd n=7686, verrichting n=795, medicatie n=4393. Referentiecategorie expectatief OR=odds ratio, 95%BI=95% betrouwbaarheidsinterval *Onafhankelijke variabele huisartsenpost, gemodelleerd als dummy-variabele, referentie huisartsenpost HOV 43

45 De volgende predictoren worden per huisartsenpost afzonderlijk univariaat geëvalueerd: geslacht, leeftijd, urgentie en de ICPC-codes A, D, K, L, N, P, R, S, T, U en Z. 7.3 Uitkomst van de visites CHP ZOB Van de door de CHP ZOB gereden visites is meer dan de helft 70 jaar of ouder (64.9%) en eveneens meer dan de helft van de patiënten van het vrouwelijk geslacht (56.2%). Dit geldt ook wanneer per uitkomst afzonderlijk naar de variabelen leeftijd en geslacht wordt gekeken, met uitzondering van de uitkomst verrichting waar 52.9% van de patiënten waarvoor een visite is gereden van het mannelijk geslacht is. Voor de variabele urgentie geldt dat urgentie U2 en U3 ieder ruim eenderde van het totale aantal visites vertegenwoordigen (39.1 vs. 38.2%). Van alle visites met uitkomst ingestuurd vormt urgentie U2 met 40.5% de grootste groep, voor de uitkomsten verrichting, medicatie en expectatief is dit urgentie U3 (57.9 vs vs. 40.6%) (Tabel 8). Tabel 8: Uitkomst per variabele na exclusie voor regressieanalyse, CHP ZOB Ingestuurd Verrichting Medicatie Expectatief Totaal n (%) n (%) n (%) n (%) n (%) Leeftijd (jr.) < (36.6) 84 (24.7) 1623 (34.4) 702 (35.9) 3812 (35.1) (63.4) 256 (75.3) 3099 (65.6) 1253 (64.1) 7034 (64.9) Geslacht m 1776 (46.4 ) 180 (52.9) 1993 (42.2) 807 (41.2) 4756 (43.8) v 2053 (53.6 ) 160 (47.1) 2729 (57.8) 1150 (58.8) 6092 (56.2) Urgentie U (31.4) 20 (5.9) 554 (11.7) 340 (17.4) 2115 (19.5) U (40.5) 103 (30.3) 1844 (39.1) 746 (38.1) 4243 (39.1) U (26.2) 197 (57.9) 2144 (45.4) 795 (40.6) 4140 (38.2) U4 74 (1.9) 20 (5.9) 176 (3.7) 76 (3.9) 346 (3.2) ICPC A 290 (7.6) 8 (2.4) 621 (13.2) 498 (25.4) 1417 (13.1) D 480 (12.5) 6 (1.8) 738 (15.6) 229 (11.7) 1453 (13.4) K 1432 (37.4) 15 (4.4) 461 (9.8) 299 (15.3) 2207 (20.3) L 386 (10.1) 12 (3.5) 617 (13.1) 166 (8.5) 1181 (10.9) N 182 (4.8) 2 (0.6) 285 (6.0) 180 (9.2) 649 (6.0) P 153 (4.0) 1 (0.3) 197 (4.2) 182 (9.3) 533 (4.9) R 640 (16.7) 47 (13.8) 1135 (24.0) 204 (10.4) 2026 (18.7) S 52 (1.4) 133 (39.1) 156 (3.3) 51 (2.6) 392 (3.6) T 72 (1.9) 1 (0.3) 181 (3.8) 32 (1.6) 286 (2.6) U 111 (2.9) 113 (33.2) 294 (6.2) 47 (2.4) 565 (5.2) Z 31 (0.8) 2 (0.6) 37 (0.8) 69 (3.5) 139 (1.3) Totaal 3829 (100) 340 (100) 4722 (100) 1957 (100) * (100) *Totale populatie in categorie leeftijd n=

46 Wanneer gekeken wordt naar de variabele ICPC-code worden de meeste visites gereden voor ICPC-code K (20.3%). Dit geldt eveneens voor de uitkomst ingestuurd, waar 37.4% van alle visites met deze uitkomst ICPC-code K betreft. Voor de uitkomst verrichting worden de meeste visites gereden voor ICPC-code S, gevolgd door ICPC-code U (39.1 vs. 33.2%). ICPC-code R vormt de grootste groep bij de uitkomst medicatie, ICPC-code A bij de uitkomst expectatief (24.0 vs. 25.4%) (Tabel 8). Tabel 9 toont de univariabele verbanden van alle onderzochte onafhankelijke variabelen met de afhankelijke variabele uitkomst van de visite (ingestuurd, verrichting en medicatie met als referentiecategorie de uitkomst expectatief). Tabel 9: Univariabel verband tussen de onafhankelijke variabelen leeftijd, geslacht, urgentie en ICPC-code en de afhankelijke variabele uitkomst, CHP ZOB Ingestuurd Verrichting Medicatie OR Sig. 95%BI OR Sig. 95%BI OR Sig. 95%BI Leeftijd, jr Geslacht v Urgentie* U U U U ICPC* A D K L N P R S T U Z Gebaseerd op visites; afhankelijke variabele uitkomst van de visite categorie ingestuurd n=3829, verrichting n=340, medicatie n=4722. Referentiecategorie expectatief OR=odds ratio, 95%BI=95% betrouwbaarheidsinterval *Gemodelleerd als dummy-variabelen 45

47 7.3.1 Leeftijd De onafhankelijke variabele leeftijd 70 jaar geeft een significant hogere kans op de uitkomst verrichting (OR 1.71, 95% BI ). Er is geen significant effect gevonden op de uitkomsten ingestuurd en medicatie (Tabel 9) Geslacht Vrouwelijk geslacht als onafhankelijke variabele geeft een significant lagere kans op de uitkomsten ingestuurd (OR 0.81, 95% BI ) en verrichting (OR 0.62, 95% BI ). Geen significant effect is aangetoond op de uitkomst medicatie (Tabel 9) Urgentie De onafhankelijke variabele urgentie is onderverdeeld in vier dummy-variabelen. Urgentie U1 geeft een significant hogere kans op de uitkomst ingestuurd (OR 2.17, 95% BI ) en een significant lagere kans op de uitkomsten verrichting en medicatie. Urgentie U2 geeft een significant lagere kans op verrichting. Er is geen significant effect gevonden op de uitkomsten ingestuurd en medicatie. De kans op de uitkomsten verrichting (OR 2.01, 95% BI ) en medicatie (OR 1.22, 95% BI ) wordt significant groter door de onafhankelijke variabele urgentie U3. De kans op de uitkomst ingestuurd wordt significant kleiner. Urgentie U4 geeft een significant lagere kans op de uitkomst ingestuurd. Geen significant effect wordt gevonden voor de uitkomsten verrichting en medicatie (Tabel 9) ICPC-code De kans op de uitkomst ingestuurd wordt significant groter door de onafhankelijke variabelen ICPC-code K (OR 3.31, 95% BI ), ICPC-code L (OR 1.21, 95% BI ) en ICPC-code R (OR 1.73, 95% BI ). Door de variabelen ICPC-code A, N, P, S en Z wordt deze kans significant kleiner en ICPC-codes D, T en U hebben geen significant effect op de uitkomst ingestuurd. De ICPC-codes S (OR 24.01, 95% BI ) en ICPC-code U (OR 20.23, 95% BI ) geven een significant hogere kans op een verrichting, terwijl de ICPC codes A, D, K, L, N, P en Z een significant lagere kans op de uitkomst verrichting geven. Geen significant effect wordt gevonden op de uitkomst verrichting door ICPC-codes R en T. De kans op de uitkomst medicatie wordt significant groter door de aanwezigheid van de variabelen ICPC-code D (OR 1.40, 95% BI ), ICPC-code L (OR 1.62, 95% BI

48 1.94), ICPC-code R (OR 2.72, 95% BI ), ICPC-code T (OR 2.40, 95% BI ) en ICPC-code U (OR 2.70, 95% BI ). De variabelen ICPC-codes A, K, N, P en Z geven een significant lagere kans en ICPC-code S heeft geen significant effect op de uitkomst medicatie (Tabel 9) Multivariabel verband Tabel 10 toont de multivariabele verbanden van de onafhankelijke variabelen leeftijd, geslacht, urgentie en ICPC-code met de afhankelijke variabele uitkomst van de visite (ingestuurd, verrichting en medicatie met als referentiecategorie de uitkomst expectatief). Per uitkomst zijn slechts die variabelen meegenomen die univariaat significantie vertoonden. Tabel 10: Multivariabel verband tussen de onafhankelijke variabelen leeftijd, geslacht, urgentie en ICPC-code en de afhankelijke variabele uitkomst, CHP ZOB Ingestuurd Verrichting Medicatie OR Sig. 95%BI OR Sig. 95%BI OR Sig. 95%BI Leeftijd, jr Geslacht v Urgentie* U U U U ICPC* A D K L N P R S T U Z Gebaseerd op visites; afhankelijke variabele uitkomst van de visite categorie ingestuurd n=3829, verrichting n=340, medicatie n=4722. Referentiecategorie expectatief. OR=odds ratio, 95%BI=95% betrouwbaarheidsinterval *Gemodelleerd als dummy-variabelen 47

49 In het multivariate model blijven de volgende predictoren een significant hogere kans op de uitkomst ingestuurd geven: urgentie U1 (OR 1.32, 95% BI ), ICPC-code K (OR 1.86, 95% BI ) en ICPC-code R (OR 1.42, 95% BI ). Voor de uitkomst verrichting zijn dit ICPC-code S (OR 12.32, 95% BI ) en ICPC-code U (OR 10.77, 95% BI ). De predictoren die in het multivariate model stand houden voor een significant hogere kans op de uitkomst medicatie zijn ICPC-code R (OR 1.91, 95% BI ), ICPC-code T (OR 2.14, 95% BI ), ICPC-code U (OR 2.06, 95% BI ). De indicatoren vrouwelijk geslacht, urgentie U3, urgentie U4, ICPC-code A, ICPC-code N, ICPC-code P, ICPC-code S en ICPC-code Z geven ook in het multivariate model een significant lagere kans op de uitkomst ingestuurd. Voor de uitkomst verrichting zijn dit de variabelen vrouwelijk geslacht, ICPC-code A, D, K, L, N, P en Z en voor de uitkomst medicatie de variabelen urgentie U1, ICPC-code A, K, N, P en Z (Tabel 10) Uitkomst van de visites Huisartsenpost HOV Van de visites die gereden zijn door huisartsenpost HOV is meer dan de helft 70 jaar of ouder (58.0%) en eveneens meer dan de helft van de patiënten van het vrouwelijk geslacht (53.4%). Ook wanneer per uitkomst afzonderlijk naar de variabelen geslacht en leeftijd wordt gekeken geldt dit, met de uitkomst verrichting als enige uitzondering waar 57.6% van de patiënten waarvoor een visite is gereden van het mannelijk geslacht is. Voor de variabele urgentie geldt dat urgentie U2 en U3 samen bijna driekwart van het totale aantal visites vertegenwoordigen (31.4 vs. 42.1%). Van alle visites met uitkomst ingestuurd vormt urgentie U2 met 45.7% de grootste groep, voor de uitkomsten verrichting, medicatie en expectatief is dit urgentie U3 (49.0 vs vs. 40.9%). Wanneer naar de variabele ICPC-code wordt gekeken, worden de meeste visites gereden voor ICPC-code K, gevolgd door ICPC-code R (17.9 vs. 17.8%). Als per uitkomst afzonderlijk wordt gekeken vormt eveneens ICPC-code K met 36.8% de grootste groep bij de uitkomst ingestuurd. Voor de uitkomst verrichting worden de meeste visites gereden voor ICPC-code S, gevolgd door ICPC-code U (38.9 vs. 33.2%). ICPC-code R vormt de grootste groep bij de uitkomst medicatie, ICPC-code A bij de uitkomst expectatief (23.2 vs. 30.3%) (Tabel 11). 48

50 Tabel 11: Uitkomst per variabele na exclusie voor regressieanalyse, huisartsenpost HOV Ingestuurd Verrichting Medicatie Expectatief Totaal n (%) n (%) n (%) n (%) n (%) Leeftijd, jr < (43.4) 121 (26.6) 2426 (46.1) 1037 (42.6) 5259 (42.0) (56.6) 334 (73.4) 3341 (57.9) 1399 (57.4) 7256 (58.0) Geslacht m 1821 (47.2) 262 (57.6) 2648 (45.9) 1105 (45.4) 5836 (46.6) v 2036 (52.8) 193 (42.4) 3119 (54.1) 1331 (54.6) 6679 (53.4) Urgentie U1 72 (1.9) 0 (0.0) 119 (2.1) 44 (1.8) 235 (1.9) U (45.7) 42 (9.2) 1359 (23.6) 767 (31.5) 3931 (31.4) U (36.4) 223 (49.0) 2652 (46.0) 997 (40.9) 5275 (42.1) U4 619 (16.0) 190 (41.8) 1637 (28.4) 628 (25.8) 3074 (24.6) ICPC A 360 (9.3) 35 (7.7) 933 (16.2) 739 (30.3) 2067 (16.5) D 460 (11.9) 11 (2.4) 865 (15.0) 275 (11.3) 1611 (12.9) K 1418 (36.8) 15 (3.3) 538 (9.3) 272 (11.2) 2243 (17.9) L 387 (10.0) 14 (3.1) 701 (12.2) 215 (8.8) 1317 (10.5) N 182 (4.7) 2 (0.4) 299 (5.2) 214 (8.8) 697 (5.6) P 189 (4.9) 3 (0.7) 282 (4.9) 183 (7.5) 657 (5.2) R 609 (15.8) 45 (9.9) 1340 (23.2) 233 (9.6) 2227 (17.8) S 42 (1.1) 177 (38.9) 178 (3.1) 74 (3.0) 471 (3.8) T 96 (2.5) 1 (0.2) 206 (3.6) 86 (3.5) 389 (3.1) U 91 (2.4) 151 (33.2) 388 (6.7) 72 (3.0) 702 (5.6) Z 23 (0.6) 1 (0.2) 37 (0.6) 73 (3.0) 134 (1.1) Totaal 3857 (100) 455 (100) 5767 (100) 2436 (100) (100) Tabel 12 geeft de univariabele verbanden van alle onderzochte onafhankelijke variabelen met de afhankelijke variabele uitkomst van de visite (ingestuurd, verrichting en medicatie met als referentiecategorie expectatief) weer Leeftijd De onafhankelijke variabele leeftijd 70 jaar geeft een significant hogere kans op de uitkomst verrichting (OR 2.05, 95% BI ). Er is geen significant effect gevonden op de uitkomsten ingestuurd en medicatie (Tabel 12) Geslacht Vrouwelijk geslacht als onafhankelijke variabele geeft een significant lagere kans op de uitkomst verrichting. Geen significant effect is aangetoond op de uitkomsten ingestuurd en medicatie (Tabel 12). 49

51 7.4.3 Urgentie De onafhankelijke variabele urgentie is onderverdeeld in vier dummy-variabelen. Urgentie U1 heeft geen significant effect op de uitkomsten ingestuurd en medicatie. Urgentie U2 geeft een significant hogere kans op de uitkomst ingestuurd (OR 1.83, 95% BI ) en een significant lagere kans op de uitkomsten verrichting en medicatie. De kans op de uitkomsten verrichting (OR 1.39, 95% BI ) en medicatie (OR 1.23, 95% BI ) wordt significant groter door de onafhankelijke variabele urgentie U3. De kans op de uitkomst ingestuurd wordt significant kleiner. Urgentie U4 geeft een significant grotere kans op de uitkomsten verrichting (OR 2.06, 95% BI ) en medicatie (OR 1.14, 95% BI ). De kans op de uitkomst ingestuurd wordt significant kleiner (Tabel 12) ICPC-code De kans op de uitkomst ingestuurd wordt significant groter door de onafhankelijke variabelen ICPC-code K (OR 4.63, 95% BI ) en ICPC-code R (OR 1.77, 95% BI ) en significant kleiner door aanwezigheid van de variabelen ICPC-code A, N, P, S, T en Z. De ICPC-codes D, L en U hebben geen significant effect op de uitkomst ingestuurd. De ICPC-codes S (OR 20.32, 95% BI ) en ICPC-code U (OR 16.31, 95% BI ) geven een significant hogere kans op de uitkomst verrichting, terwijl de ICPC codes A, D, K, L, N, P, T en Z een significant lagere kans geven op de uitkomst verrichting. Geen significant effect wordt gevonden op de uitkomst verrichting door ICPC-code R. De kans op de uitkomst medicatie wordt significant groter door de aanwezigheid van de variabelen ICPC-code D (OR 1.39, 95% BI ), ICPC-code L (OR 1.43, 95% BI ), ICPC-code R (OR 2.86, 95% BI ) en ICPC-code U (OR 2.37, 95% BI ) en significant kleiner door de ICPC-codes A, K, N, P en Z. Voor de ICPC-codes S en T wordt geen significant effect gevonden op de uitkomst medicatie (Tabel 12). 50

52 Tabel 12: Univariabel verband tussen de onafhankelijke variabelen leeftijd, geslacht, urgentie en ICPC-code en de afhankelijke variabele uitkomst, huisartsenpost HOV Ingestuurd Verrichting Medicatie OR Sig. 95%BI OR Sig. 95%BI OR Sig. 95%BI Leeftijd, jr Geslacht V Urgentie* U U U U ICPC* A D K L N P R S T U Z Gebaseerd op visites; afhankelijke variabele uitkomst van de visite categorie ingestuurd n=3857, verrichting n=455, medicatie n=5767. Referentiecategorie expectatief. OR=odds ratio, 95%BI=95% betrouwbaarheidsinterval *Gemodelleerd als dummy-variabelen Geen waarden te berekenen, n= Multivariabel verband Tabel 13 toont de multivariabele verbanden van de onafhankelijke variabelen leeftijd, geslacht, urgentie en ICPC-code met de afhankelijke variabele uitkomst van de visite (ingestuurd, verrichting en medicatie met als referentiecategorie de uitkomst expectatief). Per uitkomst zijn slechts die variabelen meegenomen die univariaat significantie vertoonden. 51

53 Tabel 13: Multivariabel verband tussen de onafhankelijke variabelen leeftijd, geslacht, urgentie en ICPC-code en de afhankelijke variabele uitkomst, huisartsenpost HOV Ingestuurd Verrichting Medicatie OR Sig. 95%BI OR Sig. 95%BI OR Sig. 95%BI Leeftijd, jr Geslacht v Urgentie* U U U ICPC* A D , K L N P R S T U Z Gebaseerd op visites; afhankelijke variabele uitkomst van de visite categorie ingestuurd n=3857, verrichting n=455, medicatie n=5767. Referentiecategorie expectatief. Per uitkomst zijn slechts die variabelen meegenomen die univariaat significantie vertoonden. OR=odds ratio, 95%BI=95% betrouwbaarheidsinterval *Gemodelleerd als dummy-variabelen Geen waarden te berekenen, n=0 In het multivariate model blijven de volgende predictoren een significant hogere kans op de uitkomst ingestuurd geven: ICPC-code K (OR 2.80, 95% BI ) en ICPC-code R (OR 1.50, 95% BI ). Voor de uitkomst verrichting zijn dit leeftijd 70 jaar (OR 1.70, 95% BI ), ICPCcode S (OR 11.30, 95% BI ) en ICPC-code U (OR 9.10, 95% BI ). De predictoren die in het multivariate model stand houden voor een significant hogere kans op de uitkomst medicatie zijn ICPC-code D (OR 1.39, 95% BI ), ICPC-code L (OR 1.42, 95% BI ), ICPC-code R (OR 2.61, 95% BI ) en ICPC-code U (OR 2.28, 95% BI ). De indicatoren urgentie U3, urgentie U4, ICPC-code A, N, P, S, T en Z geven ook in het multivariate model een significant lagere kans op de uitkomst ingestuurd. Voor de uitkomst verrichting zijn dit de variabelen vrouwelijk geslacht, ICPC-code A, D, K, L, N, P, T en Z en voor de uitkomst medicatie de variabelen urgentie U1, ICPC-code A, N, P en Z (Tabel 13). 52

54 7.5 U1-visites en ambulance(dienst) In totaal zijn 2492 visites gereden met urgentie U1, waarvan 2231 door de CHP ZOB en 261 door huisartsenpost HOV (Tabel 5). Hiervan is van 2194 visites van de CHP ZOB en van 254 visites van huisartsenpost HOV bekend of de ambulance is meegereden en of de melding via de CPA is gelopen. Deze gegevens van de beide huisartsenposten zijn met elkaar vergeleken. Tevens is bekeken wat het verband is tussen het wel en niet meerijden van de ambulance en het zich voordoen van het insturen van de patiënt als uitkomst van de visite. Figuur 3: Dataselectie U1-visites en ambulance(dienst) CHP ZOB en HOV Meerijden ambulance Voor de U1-visites geldt dat bij de CHP ZOB ruim de helft van de visites gereden worden samen met de ambulance, terwijl bij de huisartsenpost HOV de U1-visites overwegend zonder ambulance worden gereden. Bij de CHP ZOB rijdt de ambulance significant vaker mee dan bij huisartsenpost HOV (55.8 vs. 14.6% P ) (Tabel 14) Aanmelding via ambulancedienst De melding verloopt bij beide huisartsenposten in een kleine minderheid van de U1-visites via de CPA. Bij huisartsenpost HOV wordt de U1-visite significant vaker via de CPA gemeld in vergelijking met de CHP ZOB (28.7 vs. 11.1% P ) (Tabel 14). Tabel 14: Invloed van wel of niet meerijden ambulance en melding al dan niet via CPA op aantal U1-visites Totaal CHP ZOB HOV n (%) n (%) n (%) p-waarde* Ambulance Wel 1262 (51.6) 1225 (55.8) 37 (14.6) Niet 1186 (48.4) 969 (44.2) 217 (85.4) CPA Wel 317 (12.9) 244 (11.1) 73 (28.7) Niet 2131 (87.1) 1950 (88.9) 181 (71.3) Totaal 2448 (12.9) 2194 (100) 254 (100) * X 2 -toets 53

55 7.5.3 Invloed meerijden ambulance op uitkomst insturen Van de in totaal 2448 visites waarvan bekend is of de ambulance is meegereden, is de patiënt bij 1253 visites (51.2%) ingestuurd. Van de 2194 visites gereden door de CHP ZOB zijn 1182 patiënten (53.9%) ingestuurd. Voor de CHP ZOB geldt voor U1-visites dat bij de visites die gereden zijn met ambulance significant meer patiënten ingestuurd zijn dan bij visites die zonder ambulance gereden zijn (60.8 vs. 45.1% P ) (Tabel 15). Tabel 15: Invloed van wel of niet meerijden ambulance op uitkomst insturen bij U1-visites, CHP ZOB Totaal Met ambu Zonder ambu n (%) n (%) n (%) p-waarde* Ingestuurd Ja 1182 (53.9) 745 (60.8) 437 (45.1) Nee 1012 (46.1) 480 (39.2) 532 (54.9) Totaal 2194 (100) 1225 (100) 969 (100) * X 2 -toets Door de huisartsenpost HOV zijn van de voor in totaal 254 patiënten gereden visites 71 patiënten (28.0%) ingestuurd. Voor huisartspost HOV heeft het wel of niet meerijden van de ambulance geen significant effect op het voorkomen van de uitkomst ingestuurd (37.8 vs. 26.3% P = 0.147) (Tabel 16). Tabel 16: Invloed van wel of niet meerijden ambulance op uitkomst insturen bij U1-visites, huisartsenpost HOV Totaal Met ambu Zonder ambu n (%) n (%) n (%) p-waarde* Ingestuurd Ja 71 (28.0) 14 (37.8) 57 (26.3) Nee 183 (72.0) 23 (62.2) 160 (73.7) Totaal 254 (100) 37 (100) 217 (100) * X 2 -toets 54

56 7.6 U1-visites met vermoeden TIA/CVA en ingangsklacht pijn op de borst In totaal zijn 2492 visites gereden met urgentie U1, waarvan 2231 door de CHP ZOB en 261 door huisartsenpost HOV (Tabel 5). Bij in totaal 1275 visites bestond een vermoeden op TIA/CVA of was de ingangsklacht pijn op de borst. Figuur 4: Dataselectie U1-visites bij vermoeden TIA/CVA en ingangsklacht pijn op de borst CHPZ ZOB en HOV ICPC-code en uitkomst bij vermoeden TIA/CVA Van het totale aantal U1-visites is bij 165 visites (6.6%) het vermoeden op een TIA/CVA geregistreerd. Hiervan zijn 161 visites (97.6%) door de CHP ZOB gereden en 4 visites door de huisartsenpost HOV. Tabel 17: Uitkomst per huisartsenpost bij U1-visites met vermoeden TIA/CVA Dood Ingestuurd Medicatie Expectatief Totaal n (%) n (%) n (%) n (%) n (%) CHP ZOB 1 (0.6) 97 (60.2) 27 (16.8) 36 (22.4) 161 (100) HOV 0 (0.0) 4 (100.0) 0 (0.0) 0 (0.0) 4 (100) Totaal 1 (0.6) 101 (61.2) 27 (16.4) 36 (21.8) 165 (100) De ICPC-codes die voorkomen bij deze groep visites zijn A, D, K, L, N, P, R, T en Z. Er hebben geen verrichtingen plaatsgevonden. Er is 1 patiënt (0.6%) overleden bij de CHP ZOB, 60.2% is ingestuurd, 22.4% van de visites resulteerde in een expectatief beleid en bij 16.8% van de visites was de uitkomst gerelateerd aan medicatie. De overgrote meerderheid van de 55

57 vermoedens op een TIA/CVA bij de CHP ZOB zijn vertegenwoordigd in de groepen ICPCcode K en N (69.0 vs. 13.7%). Voor de huisartsenpost HOV geldt dat alle patiënten ingestuurd zijn, waarbij 50% met ICPC-code K, 25% ICPC-code A en 25% met ICPC-code N (Tabel 17 en 18). Tabel 18: ICPC-code per uitkomst voor beide huisartsenposten bij U1-visites met vermoeden TIA/CVA Dood Ingestuurd Medicatie Expectatief Totaal* n (%) n (%) n (%) n (%) n (%) ICPC CHP HOV CHP HOV CHP HOV CHP HOV CHP HOV A 1 (100) 0 (0.0) 4 (4.1) 1 (25.0) 0 (0.0) 0 (0.0) 8 (22.2) 0 (0.0) 13 (8.1) 1 (25.0) D 0 (0.0) 0 (0.0) 0 (0.0) 0 (0.0) 1 (3.7) 0 (0.0) 0 (0.0) 0 (0.0) 1 (0.6) 0 (0.0) K 0 (0.0) 0 (0.0) 77 (79.4) 2 (50.0) 12 (44.5) 0 (0.0) 22(61.1) 0 (0.0) 111(69.0) 2(50.0) L 0 (0.0) 0 (0.0) 2 (2.1) 0 (0.0) 3 (11.1) 0 (0.0) 0 (0.0) 0 (0.0) 5 (3.1) 0 (0.0) N 0 (0.0) 0 (0.0) 10 (10.3) 1 (25.0) 7 (25.9) 0 (0.0) 5 (13.9) 0 (0.0) 22 (13.7) 1(25.0) P 0 (0.0) 0 (0.0) 1 (1.0) 0 (0.0) 0 (0.0) 0 (0.0) 0 (0.0) 0 (0.0) 1 (0.6) 0 (0.0) R 0 (0.0) 0 (0.0) 2 (2.1) 0 (0.0) 3 (11.1) 0 (0.0) 0 (0.0) 0 (0.0) 5 (3.1) 0 (0.0) T 0 (0.0) 0 (0.0) 1 (1.0) 0 (0.0) 1 (3.7) 0 (0.0) 0 (0.0) 0 (0.0) 2 (1.2) 0 (0.0) Z 0 (0.0) 0 (0.0) 0 (0.0) 0 (0.0) 0 (0.0) 0 (0.0) 1 (2.8) 0 (0.0) 1 (0.6) 0 (0.0) Totaal 1 (100) 0 (100) 97 (100) 4 (100) 27 (100) 0 (100) 36 (100) 0 (100) 161 (100) 4 (100) *Uitkomst verrichting niet vertegenwoordigd in de groep U1-visites met vermoeden TIA/CVA ICPC-code en uitkomst bij ingangsklacht pijn op de borst Van het totale aantal U1-visites (n=2492) uit dit onderzoek is bij 1110 visites (44.5%) de ingangsklacht pijn op de borst, waarvan 1102 visites (99.3%) bij de CHP ZOB en 8 bij de huisartsenpost HOV. De ICPC-codes bij de ingangsklacht pijn op de borst zijn A, B, D, H, K, L, N, P, R, S, T, U en Z. Tabel 19: Uitkomst per huisartsenpost bij U1-visites met ingangsklacht POB Dood Ingestuurd Verrichting Medicatie Expectatief Totaal n (%) n (%) n (%) n (%) n (%) n (%) CHP ZOB 7 (0.6) 695 (63.1) 8 (0.7) 243 (22.1) 149 (13.5) 1102 (100) HOV 0 (0.0) 8 (100.0) 0 (0.0) 0 (0.0) 0 (0.0) 8 (100) Totaal 7 (0.6) 703 (63.3) 8 (0.7) 243 (21.9) 149 (13.5) 1110 (100) Er zijn 7 patiënten overleden bij de CHP ZOB (0.6%), waarvan 57.1% met ICPC-code A en 42.9% met ICPC-code K. Voor de overige uitkomsten is de meest voorkomende ICPC-code K ( %). 56

58 Van alle patiënten van de CHP ZOB waarvoor een visite is gereden is 63.1% ingestuurd, 22.1% had als uitkomst medicatie, in 13.5% van de visites werd een expectatief beleid gevoerd en 0.7% van de visites resulteerde in een verrichting. Voor de huisartsenpost HOV geldt dat alle patiënten zijn ingestuurd, waarvan 62.5% met ICPC-code K, 37.5% ICPC-code R (Tabel 19 en 20). Tabel 20: ICPC-code per uitkomst voor beide huisartsenposten bij U1-visites met ingangsklacht POB Dood Ingestuurd Verrichting Medicatie Expectatief Totaal n (%) n (%) n (%) n (%) n (%) n (%) ICPC CHP CHP HOV* CHP CHP CHP CHP HOV A 4 (57.1) 8 (1.2) 0 (0.0) 1 (12.5) 12 (4.9) 25 (16.8) 50 (4.5) 0 (0.0) B 0 (0.0) 1 (0.1) 0 (0.0) 0 (0.0) 0 (0.0) 0 (0.0) 1 (0.1) 0 (0.0) D 0 (0.0) 10 (1.5) 0 (0.0) 1 (12.5) 53 (21.8) 13 (8.7) 77 (7.0) 0 (0.0) H 0 (0.0) 0 (0.0) 0 (0.0) 0 (0.0) 0 (0.0) 1 (0.7) 1 (0.1) 0 (0.0) K 3 (42.9) 626 (90.1) 5 (62.5) 5 (62.5) 73 (30.1) 48 (32.2) 752 (68.5) 5 (62.5) L 0 (0.0) 14 (2.0) 0 (0.0) 1 (12.5) 54 (22.2) 30 (20.1) 99 (9.0) 0 (0.0) N 0 (0.0) 2 (0.3) 0 (0.0) 0 (0.0) 3 (1.2) 2 (1.3) 7 (0.6) 0 (0.0) P 0 (0.0) 3 (0.4) 0 (0.0) 0 (0.0) 4 (1.7) 8 (5.4) 15 (1.3) 0 (0.0) R 0 (0.0) 30 (4.3) 3 (37.5) 0 (0.0) 39 (16.1) 19 (12.7) 88 (8.0) 3 (37.5) S 0 (0.0) 0 (0.0) 0 (0.0) 0 (0.0) 2 (0.8) 0 (0.0) 2 (0.2) 0 (0.0) T 0 (0.0) 0 (0.0) 0 (0.0) 0 (0.0) 0 (0.0) 1 (0.7) 1 (0.1) 0 (0.0) U 0 (0.0) 1 (0.1) 0 (0.0) 0 (0.0) 3 (1.2) 1 (0.7) 5 (0.4) 0 (0.0) Z 0 (0.0) 0 (0.0) 0 (0.0) 0 (0.0) 0 (0.0) 1 (0.7) 1 (0.1) 0 (0.0) Totaal 7 (100) 695 (100) 8 (100) 8 (100) 243 (100) 149 (100) 1102 (100) 8 (100) *Geen visites bij huisartsenpost HOV voor andere uitkomst dan ingestuurd 7.7 Visites met diagnosecode Circulatorius In totaal zijn er 4468 visites met ICPC-code tractus circulatorius (K), 17.7% van het totaal aantal visites. Uit deze groep zijn 4445 visites onderverdeeld naar ziektebeeld, urgentie en uitkomst van de visite. Van deze visites zijn 2202 visites (49.5%) gereden zijn door de CHP ZOB en 2243 visites (50.5%) door huisartsenpost HOV. Figuur 5: Dataselectie visites met ICPC-code K, CHP ZOB en HOV 57

59 7.7.1 Onderverdeling naar ziektebeeld Wanneer gekeken wordt naar de verdeling van de visites met ICPC-code K naar ziektebeeld, wordt bij zowel CHP ZOB als huisartsenpost HOV een rangschikking gezien waarbij een cardiale oorzaak het meest voorkomt (77.2 vs. 77.2%) gevolgd door een neurologische oorzaak (16.8 vs.16.2%). De overige rangschikking naar voorkomen van het ziektebeeld is per post verschillend (Tabel 21 en 22). Tabel 21: Ziekteverdeling bij ICPC-code K, Tabel 22: Ziekteverdeling bij ICPC-code K, CHP ZOB huisartsenpost HOV Totaal n (%) Ziekte Cardiaal 1701 (77.2) Neurologisch 371 (16.8) Oedeem 31 (1.4) Hypertensie 26 (1.2) Aneurysma 15 (0.7) Trombosebeen 12 (0.5) Hypotensie 10 (0.5) Orthostatische hypotensie 10 (0.5) Arterieel vaatlijden 8 (0.4) Perifeer vaatlijden 6 (0.3) Longembolie 5 (0.2) Lies 3 (0.1) Hypovolemische shock 2 (0.1) Tromboflebitis 1 (0.1) Varices 1 (0.1) Totaal 2202 (100) Totaal n (%) 1732 (77.2) Cardiaal Ziekte 363 (16.2) Neurologisch 21 (0.9) Hypertensie 21 (0.9) Trombosebeen 16 (0.7) Aneurysma 15 (0.6) Oedeem 13 (0.6) Orthostatische hypotensie 13 (0.6) Reanimatie 11 (0.5) Hypotensie 9 (0.4) Arterieel vaatlijden 9 (0.4) Longembolie 7 (0.3) Perifeer vaatlijden 4 (0.2) Tromboflebitis 4 (0.2) Bloedend vat 3 (0.1) Hemorroïd 1 (0.1) Lies 1 (0.1) Varices 2243 (100) Totaal Onderverdeling naar urgentie Per ziektebeeld van ICPC-code K is de urgentieverdeling bepaald. Tabel 23 geeft een overzicht van de grootste verschillen tussen CHP ZOB en huisartsenpost HOV. Zie tabel 33 in bijlage V voor een totaaloverzicht van de onderverdeling naar urgentie per ziektebeeld bij ICPC-code K. Opvallend is dat voor de grote ziektegroepen cardiaal en neurologisch grote verschillen worden gezien tussen CHP ZOB en huisartsenpost HOV in de urgentie waarvoor de visites zijn gereden. Voor beide groepen geldt dat er minder visites gereden worden door huisartsenpost HOV betreffende urgentiecode U1 ten op zichte van CHP ZOB (cardiaal 0.6 vs. 53.0%, neurologisch 1.9 vs. 36.4%), maar beduidend meer visites in de urgentiecodes U2 58

60 (cardiaal 67.7 vs. 34.4%, neurologisch U vs. 42.9%), U3 (cardiaal 24.1 vs. 11.7%, neurologisch 29.5 vs. 20.4%) en U4 (cardiaal 7.6 vs. 0.9%; neurologisch 12.7 vs. 0.3%). Daarnaast valt op dat voor de huisartsenpost HOV bij de ziektegroepen aneurysma, arterieel vaatlijden, longembolie, orthostatische hypertensie, perifeer vaatlijden, tromboflebitis en trombosebeen U4-visites gereden zijn, terwijl dat bij CHP ZOB niet het geval is (Tabel 23). Tabel 23: Deeltabel ICPC-code K met onderverdeling in urgentie per ziekte voor beide huisartsenposten U1 U2 U3 U4 n (%) n (%) n (%) n (%) CHP HOV CHP HOV CHP HOV CHP HOV Aneurysma 4 (26.7) 0 (0.0) 9 (60.0) 10 (62.4) 2 (13.3) 3 (18.8) 0 (0.0) 3 (18.8) Art. vaatlijden 0 (0.0) 1 (11.1) 3 (37.5) 2 (22.3) 5 (62.5) 3 (33.3) 0 (0.0) 3 (33.3) Cardiaal 902 (53.0) 11 (0.6) 585 (34.4) 1172 (67.7) 199 (11.7) 417 (24.1) 15 (0.9) 132 (7.6) Longembolie 1 (20.0) 0 (0.0) 4 (80.0) 5 (55.6) 0 (0.0) 2 (22.2) 0 (0.0) 2 (22.2) Neurologisch 135 (36.4) 7 (1.9) 159 (42.9) 203 (55.9) 76 (20.4) 107 (29.5) 1 (0.3) 46 (12.7) Orth. hypotensie 4 (40.0) 0 (0.0) 4 (40.0) 7 (53.8) 2 (20.0) 3 (23.1) 0 (0.0) 3 (23.1) Per. vaatlijden 0 (0.0) 0 (0.0) 2 (25.0) 0 (0.0) 4 (75.0) 4 (57.1) 0 (0.0) 3 (42.9) Tromboflebitis 0 (0.0) 0 (0.0) 0 (0.0) 0 (0.0) 1 (100) 1 (25.0) 0 (0.0) 3 (75.0) Trombosebeen 0 (0.0) 0 (0.0) 4 (33.3) 1 (4.8) 8 (66.7) 11 (52.4) 0 (0.0) 9 (42.8) Art. = arterieel. Orth. = orthostatische. Per. = perifeer. De belangrijkste bevindingen betreffende de ziektebeeldverdeling per urgentie is weergegeven in tabel 24 (zie tabel 34 in bijlage V voor de totale tabel). Per urgentiecode worden, net als bij de totale ziektebeeldverdeling voor ICPC-code K (Tabel 21 en 22), bij beide posten de meeste visites gereden voor cardiale ziekten, gevolgd door neurologische ziektebeelden (Tabel 24). De enige uitzondering hierop is de U4-urgentie bij huisartsenpost CHP ZOB waar na cardiale ziekten de meest voorkomende reden voor de visite oedeem was (Tabel 34, bijlage V). Tabel 24: Deeltabel ICPC-code K met onderverdeling in ziekte per urgentie voor beide huisartsenposten U1 U2 U3 U4 n (%) n (%) n (%) n (%) CHP HOV CHP HOV CHP HOV CHP HOV Cardiaal 902 (85.5) 11 (45.8) 585 (73.0) 1172 (82.7) 199 (60.9) 417 (71.7) 15 (75.0) 132 (60.0) Neurologisch 135 (12.8) 7 (29.2) 159 (19.9) 203 (14.3) 76 (23.2) 107 (18.4) 1 (5.0) 46 (20.9) Reanimatie 0 (0.0) 5 (20.8) 0 (0.0) 7 (0.5) 0 (0.0) 1 (0.2) 0 (0.0) 0 (0.0) Overig* 17 (1.7) 1 (4.2) 57 (7.1) 35 (2.5) 52 (15.9) 57 (9.7) 4 (20.0) 42 (19.1) Totaal 1054 (100) 24 (100) 801 (100) 1417 (100) 327 (100) 582 (100) 20 (100) 220 (100) *Ziektebeelden aneurysma, arterieel vaatlijden, bloedend vat, hemorroïd, hypertensie, hypotensie, hypovolemische shock, lies, longembolie, oedeem, orthostatische hypotensie, perifeer vaatlijden, thromboflebitits, trombosebeen en varices samengevoegd, zie Tabel 34 Bijlage V 59

61 Opvallend is dat er bij de CHPZOB geen visites gereden worden voor een reanimatie, terwijl dit bij de U1-visites van huisartsenpost HOV 20.8% het geval is en ook bij de U2-visites neemt reanimatie met 0.5% een gedeelde vierde plek in als ziekte waarvoor gereden is (Tabel 24). Wanneer specifiek naar de U4-visites wordt gekeken, valt op dat de CHP ZOB alleen voor de ziektebeelden cardiaal, neurologisch, oedeem en hypertensie een U4-rit gereden heeft, terwijl dit voor huisartsenpost HOV vrijwel alle ziekten betreft, uitgezonderd hypovolemische shock, reanimatie en varices (Tabel 25). Tabel 25: Onderverdeling in ziekten bij visites met ICPC-code K en U4-urgentie voor beide huisartsenposten U4 n (%) CHP ZOB HOV Aneurysma 0 (0.0) 3 (1.4) Arterieel vaatlijden 0 (0.0) 3 (1.4) Bloedend vat 0 (0.0) 1 (0.4) Cardiaal 15 (75.0) 132 (60.0) Hemorroïd 0 (0.0) 1 (0.4) Hypertensie 1 (5.0) 8 (3.6) Hypotensie 0 (0.0) 2 (0.9) Hypovolemische shock 0 (0.0) 0 (0.0) Lies 0 (0.0) 1 (0.4) Longembolie 0 (0.0) 2 (0.9) Neurologisch 1 (5.0) 46 (20.9) Oedeem 3 (15.0) 3 (1.4) Orthostatische hypotensie 0 (0.0) 3 (1.4) Perifeer vaatlijden 0 (0.0) 3 (1.4) Reanimatie 0 (0.0) 0 (0.0) Tromboflebitis 0 (0.0) 3 (1.4) Trombosebeen 0 (0.0) 9 (4.1) Varices 0 (0.0) 0 (0.0) Totaal 20 (100) 220 (100) Onderverdeling naar uitkomst Tabel 26 geeft de belangrijkste bevindingen weer betreffende de uitkomstenverdeling van de visites naar ziektebeeld binnen de groep van ICPC-code K (zie tabel 35, bijlage V voor de totale tabel met alle ziektebeelden). Uit de tabel kan opgemaakt worden dat voor zowel de CHP ZOB als huisartsenpost HOV geldt dat de meeste van de visites resulteren in de uitkomst ingestuurd (64.8 vs. 63.0%), gevolgd door de uitkomst medicatie (22.6 vs. 23.9%), expectatief (13.5 vs %), verrichting (0.7 vs.0.6 %) en dood (0.4 vs. 0.4 %) Over het algemeen geldt dit ook per ziektebeeld. 60

62 Voor de visites voor cardiale ziekten worden zowel op de CHP ZOB als huisartsenpost HOV de meeste patiënten ingestuurd (68.6% vs. 65.6%), gevolgd door de uitkomst medicatie (20.6 vs. 25.6%; Tabel 26) en expectatief (9.7 vs. 8.2%). Bij de CHPZOB hebben meer visites de uitkomst verrichting dan de uitkomst dood (0.6 vs. 0.5%), voor huisartsenpost HOV geldt het omgekeerde (0.2 vs. 0.4%) Voor neurologische ziekten is de verdeling van de uitkomst van de visites van meest voorkomend tot minst voorkomend voor de CHP ZOB en huisartsenpost HOV beide posten achtereenvolgens ingestuurd (56.6 vs. 56.2%), expectatief (27.8 vs. 26.7%) en medicatie (15.6 vs. 16.5%) en voor huisartsenpost HOV geldt dat in 0,6% van de visites de uitkomst dood is. Verder valt op dat bij beide huisartsenposten alle patiënten met verdenking longembolie ingestuurd zijn (Tabel 26). Tabel 26: Deeltabel ICPC-code K met onderverdeling in uitkomst per ziekte voor beide huisartsenposten Dood Ingestuurd Verrichting Medicatie Expectatief n (%) n (%) n (%) n (%) n (%) CHP HOV CHP HOV CHP HOV CHP HOV CHP HOV Cardiaal 9(0.5) 6(0.4) 1166(68.6) 1137(65.6) 11(0.6) 3(0.2) 350(20.6) 444(25.6) 165(9.7) 142(8.2) Longembolie 0(0.0) 0(0.0) 5(100.0) 9(100.0) 0(0.0) 0(0.0) 0(0.0) 0(0.0) 0(0.0) 0(0.0) Neurologisch 0(0.0) 2(0.6) 210(56.6) 204(56.2) 0(0.0) 0(0.0) 58(15.6) 60(16.5) 103(27.8) 97(26.7) Overig* 0(0.0) 1(0.7) 45(36.0) 64(46.1) 4(3.2) 10(7.2) 45(36.0) 32(23.0) 31(24.8) 32(23.0) Totaal 9(0.5) 9(0.4) 1426(64.8) 1414(63.0) 15(0.7) 13(0.6) 453(20.6) 536(23.9) 299(13.5) 271(12.1) *Ziektebeelden aneurysma, arterieel vaatlijden, bloedend vat, hemorroïd, hypertensie, hypotensie, hypovolemische shock, lies, oedeem, orthostatische hypotensie, perifeer vaatlijden, reanimatie, thromboflebitits, trombosebeen en varices samengevoegd, zie Tabel 35 Bijlage V Tabel 36 in bijlage V geeft de resultaten van de ziektebeeldverdeling per uitkomst voor ICPCcode K. Wanneer gekeken wordt naar de ziekteverdeling per uitkomst geldt voor alle uitkomsten afzonderlijk, bij beide huisartsenposten, dat het grootste deel van de visites voor cardiale ziekten gereden wordt. De enige uitzondering hierop is de uitkomst verrichting, waarbij geldt dat bij huisartsenpost HOV het hoogste percentage visites gereden is voor een bloedend vat, gevolgd door cardiale ziekten en oedeem. Voor de uitkomst dood geldt dat deze bij de CHP ZOB 100% veroorzaakt wordt door een cardiale ziekte. Voor de uitkomst verrichting wordt bij CHP ZOB na cardiale ziekten het vaakst gereden voor oedeem, bij huisartsenpost HOV geldt dat naast cardiale ziekten een bloedend vat vaak een reden is voor een verrichting. Voor alle overige uitkomsten geldt dat bij beide posten na een cardiale oorzaak het meest gereden wordt voor een neurologische ziekte (Tabel 36, bijlage V). 61

63 8. Discussie 8.1 Samenvatting belangrijkste bevindingen Dit cross-sectionele observationele onderzoek met een onderzoeksperiode van twaalf maanden had de focus op de verschillen in gereden visites tussen de CHP ZOB en huisartsenpost HOV. Enkele grote verschillen zijn gevonden tussen beide huisartsenposten, waarvoor voor een deel mogelijke verklaringen te noemen zijn. Uit dit onderzoek komen enkele verschillen naar voren wat betreft de visites die gereden zijn tussen de CHP ZOB en huisartsenpost HOV, gespecificeerd naar leeftijd, geslacht, urgentie, uitkomst en stedelijkheidsklasse. De gemiddelde leeftijd van de patiënten voor wie een visite gereden is, is bij de CHP ZOB significant hoger dan bij huisartsenpost HOV. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door het grotere aantal visites voor patiënten in de leeftijd van jaar bij de CHP ZOB. Deels kan een verklaring gezocht worden in de hogere gemiddelde leeftijd van de totale populatie woonachtig in het verzorgingsgebied van CHP ZOB in vergelijking met huisartsenpost HOV. Bij de CHP ZOB zijn significant meer visites gereden voor vrouwen dan bij huisartsenpost HOV. Dit verschil kan niet verklaard worden door een verschil in het aantal vrouwen woonachtig in het verzorgingsgebied van beide huisartsenposten, aangezien er in het werkgebied van CHP ZOB minder vrouwen wonen dan in het werkgebied van huisartsenpost HOV. Wel is uit eerder onderzoek gebleken dat vrouwen relatief meer gebruik maken van een huisartsenpost, behalve als het gaat om U1-urgentie waar mannen in de meerderheid zijn. 45 U1- en U2-ritten zijn significant meer gereden door de CHP ZOB. Op basis van de verschillen in de convenanten met de ambulancedienst tussen CHP ZOB en huisartsenpost HOV kan het grotere aantal U1-visites door de CHP ZOB verklaard worden. De visites die bij huisartsenpost HOV volgens afspraak rechtstreeks worden doorgestuurd naar de ambulancedienst worden wel zelf door de CHP ZOB gereden. Een verklaring voor het verschil in U2-visites hebben we niet. Er is geen significant verschil in het aantal U3-ritten tussen beide huisartsenposten. Voor de U4-visites geldt dat deze significant meer worden gereden door huisartsenpost HOV dan door de CHP ZOB. Ook uit onderzoek van Huisartsenpost Oost Achterhoek 11, blijkt dat er veel U4-visites gereden worden. De reden van dit hoge percentage U4-ritten ligt in de lage 62

64 drempel voor het afleggen van visites die gehanteerd wordt, vooral bij ouderen. Dit zou ook bij huisartsenpost HOV een verklaring kunnen zijn. De uitkomst van de gereden visites betreft bij huisartsenpost HOV significant vaker medicatie dan bij de CHP ZOB. Dit geldt ook voor de uitkomsten verrichting en expectatief beleid. Het vaker voorkomen van de uitkomst medicatie en het expectatieve beleid zou verklaard kunnen worden door het grote aantal U4-visites dat door huisartsenpost HOV gereden wordt. Bij de visites gereden door CHP ZOB worden significant vaker patiënten ingestuurd dan door huisartsenpost HOV. Een verklaring hiervoor kan zijn dat bij U1-visites die samen met de ambulance worden gereden veel patiënten worden ingestuurd. Bij huisartsenpost HOV rijdt voor deze visites geen huisarts mee. Voor de uitkomst dood is er geen significant verschil tussen de beide huisartsenposten. Van alle visites zijn er door huisartsenpost HOV significant meer visites naar landelijk gebied gereden dan door de CHP ZOB. Voor visites naar stedelijk en gemengd gebied geldt dat daar de CHP ZOB significant vaker naar gereden heeft. Dit verschil is waarschijnlijk te verklaren doordat het percentage van de totale populatie van het verzorgingsgebied van huisartsenpost HOV, dat woonachtig is in landelijk gebied groter is dan het percentage in het verzorgingsgebied van de CHP ZOB. Stedelijke en gemengde gebieden beslaan in het werkgebied van de CHP ZOB een groter percentage dan bij huisartsenpost HOV. 12 Voor beide huisartsenposten is bekeken wat de invloed is van de variabelen geslacht, leeftijd, urgentie, diagnosecode en post op de uitkomst van de gereden visites en wat hierin de verschillen zijn tussen huisartsenposten. Voor de CHP ZOB zijn de volgende predictoren gevonden die een significant voorspellende waarde hebben op het zich voordoen van de uitkomst ingestuurd: urgentie U1, ICPC-code K en ICPC-code R. Voor huisartsenpost HOV zijn dit alleen ICPC-code K en ICPC-code R. Dat urgentie U1 een voorspellende variabele is op de uitkomst ingestuurd, is vanwege de grote mate van spoed en de grote kans op behoefte aan ziekenhuiszorg coherent. ICPC-code K en R beslaan veelal ziektebeelden waarbij de patiënt ABC-bedreigd kan zijn en daarom bestaat er vaak een indicatie voor ziekenhuisopname. Uit eerder onderzoek is gebleken dat problemen met hoge urgentie vaak veroorzaakt worden door het hartproblemen en vervolgens door problemen van de luchtwegen. 45 Voor de uitkomst verrichting zijn bij de CHP ZOB de significante voorspellende indicatoren ICPC-code S en ICPC-code U. Dezelfde voorspellende indicatoren worden gevonden bij huisartsenpost HOV, met toevoeging van de variabele leeftijd 70 jaar. 63

65 ICPC-code S en U betreffen veel problemen die in het bijzonder een verrichting vereisen, bijvoorbeeld het hechten van wonden en inbrengen van katheters. Vanwege de veelal verminderde mobiliteit bij patiënten van 70 jaar en ouder wordt patiënten in deze leeftijdscategorie bij de noodzaak van een verrichting eerder een visite dan een consult aangeboden in vergelijking met patiënten die jonger zijn dan 70 jaar. Bij de CHP ZOB zijn de volgende predictoren significante voorspellers voor de uitkomst medicatie: ICPC-code R, ICPC-code T en ICPC-code U. Bij huisartsenpost HOV zijn dit naast ICPC-code R en ICPC-code U, tevens ICPC-code D en ICPC-code L. De visites met ICPC-code D betreffen vaak buik- en maagklachten en visites met ICPC-code T ontregeling in de suikerhuishouding, waarvoor als eerste actie relatief vaak medicatie vereist is. Dit geldt ook voor veel ziektebeelden binnen de groep van ICPC-code L (zoals pijnstilling bij aandoeningen van het bewegingsapparaat), ICPC-code R (zoals pneumonie, COPD, astma) en ICPC-code U (zoals urineweginfectie). Het vinden van meer significante voorspellers binnen groep van ICPC-codes voor de huisartsenpost HOV kan verklaard worden door het feit dat er meer ritten worden gereden met U4-urgenties dan bij de CHP ZOB. Van urgentie U4 is uit onderzoek gebleken dat bij deze zorgvragen naast urinewegproblemen (ICPC-code U), vaak aandoeningen van het bewegingsapparaat (ICPCcode L) en problemen aan maag en buik (ICPC-code D) voorkomen. 45 Enkele verschillen tussen de visites gereden door de huisartsenposten zijn aangetoond wat betreft het meerijden van de ambulance, het effect hiervan op het zich voordoen van de uitkomst ingestuurd, en aanmelding via de CPA. Bij de U1-visites gereden door de CHP ZOB rijdt significant vaker de ambulance mee dan bij de visites gereden door huisartsenpost HOV. Een verklaring hiervoor ligt in de structurele verschillen in de convenanten met de ambulancedienst. De afspraken tussen de ambulancedienst en huisartsenpost HOV zijn vrij strikt en in principe geldt dat óf de visiteauto van huisartsenpost HOV óf de ambulance de visite rijdt, waardoor maar weinig visites met zowel visiteauto als ambulance worden gereden. De melding van U1-visites wordt bij huisartsenpost HOV significant vaker gedaan door de CPA dan bij de CHP ZOB. Ook dit kan waarschijnlijk verklaard worden door de verschillende RAV-convenanten. Voor de CPA omgeving s-hertogenbosch is het door de specifieke afspraken duidelijker welke visites door de huisartsenpost gereden moeten worden. Het kan mogelijk ook verklaard worden door een verschil in voorlichting aan de patiënten. 64

66 Wellicht wordt er door de patiënten in regio s-hertogenbosch sneller en/of vaker gebeld naar de CPA dan door patiënten uit de regio Eindhoven. Bij de CHP ZOB geldt voor U1-visites dat bij de visites die gereden zijn met ambulance significant vaker de uitkomst ingestuurd is, dan bij de visites gereden zonder ambulance. Dit komt waarschijnlijk doordat volgens PHT-protocol bij vermoeden op een myocardinfarct, wat een groot deel van het totale aantal U1-visites vertegenwoordigt en waarvoor geldt dat de patiënten vaak worden ingestuurd naar het ziekenhuis, de visiteauto en de ambulance in principe altijd samen rijden. Mogelijk speelt ook een rol dat de inschatting om al dan niet een ambulance mee te sturen naar de visite soms deels gebaseerd kan zijn op de inschatting of een patiënt ingestuurd zal moeten worden. Bij huisartsenpost HOV is een dergelijk verschil niet aangetoond. 8.2 Sterke en zwakke punten van het onderzoek Een belangrijk sterk punt van dit onderzoek betreft de grote omvang van de gegevens; een dataset met ruim visites is geanalyseerd, met relatief weinig uitval. Bovendien beslaat het onderzoek met een duur van een jaar een reële onderzoeksperiode. Er is geen sprake van belangenverstrengeling van de onderzoekers. Ons onderzoek maakt door het observationele karakter gebruik van gegevens die huisartsen op de huisartsenpost routinematig registreren. De gegevens, die direct beschikbaar waren uit het registratiesysteem op de beide huisartsenposten, zijn hierdoor een reële afspiegeling van de dagelijkse praktijkvoering in Nederland. Routinematig registreren kent echter ook zijn beperkingen. Een mogelijke beperking van observationele onderzoeken is de aanwezigheid van selectiebias in de verschillende groepen door onbekende, maar prognostisch belangrijke verschillen tussen de gereden visites in beide groepen of tussen geïncludeerde en geëxcludeerde visites binnen één groep. Er moet altijd rekening gehouden worden met een mogelijke discrepantie tussen de kliniek en het schriftelijk registreren. Bij een groot deel van de visites werd door de visitearts geen ICPC-code (of onterecht de ICPC-code A99.00) aan de visite gekoppeld, wat de ICPC-codering minder betrouwbaar maakt. Aan deze visites is handmatig een ICPC-code toegekend door de twee onderzoekers, die geen langdurige ervaring in het gebruik van ICPC-codes hadden. Bij twijfel heeft overleg plaatsgevonden. Hierbij waren we afhankelijk van de registratie door de visitearts, welke wisselend van aard is. Deze procedure kan bias tot gevolg hebben, die de uitkomst van dit 65

67 onderzoek mogelijk kan hebben beïnvloed. Er zijn echter geen redenen om aan te nemen dat iets dergelijks selectief plaatsvindt specifiek bij bepaalde uitkomsten. Ook zijn van enkele gereden visites geen nadere gegevens bekend, doordat de visitearts de inhoud van de visite niet geregistreerd heeft. Een klein deel van de visites is om deze reden geëxcludeerd voor dit onderzoek. De selectiebias die hierdoor kan zijn ontstaan, heeft mogelijk gevolgen voor de onderzochte karakteristieken van een visite en het verband tussen de verschillende voorspellers (onafhankelijke variabelen) en de uitkomst van een visite (afhankelijke variabele). De gegevens over pijn op de borst en vermoeden TIA/CVA zijn door de onderzoekers zelf geëxtraheerd, waarvoor ook de registratie van de visiteartsen van groot belang was. Niet afdoende informatie van de visiteartsen kan tot gevolg hebben gehad dat bepaalde visites niet meegenomen zijn in dit deel van het onderzoek, terwijl in feite wel voldaan werd aan de inclusiecriteria. Een zwak punt van dit onderzoek is eveneens het feit dat we geen totaaloverzicht hebben van de gereden U1-visites, omdat geen gegevens bekend zijn van de U1-visites die gelijk zijn doorgestuurd naar de ambulancedienst. Om echt een goed beeld te geven van de karakteristieken van de visites en factoren die van invloed zijn op de uitkomst van een visite is het vanzelfsprekend noodzakelijk ook deze U1-visites mee te nemen in de analyses. De informatie over specifiek deze visites was helaas niet te achterhalen bij de ambulancedienst. Omdat dit onderzoek alleen heeft plaatsgevonden op de huisartsenposten binnen één regio, is de generaliseerbaarheid naar heel Nederland mogelijk beperkt. 8.3 Conclusies en aanbevelingen Visites worden vooral gereden voor oudere patiënten. Omdat deze groep patiënten in de nabije toekomst alleen maar toe zal nemen, moet rekening gehouden worden met een grotere vraag naar visites. Er worden vooral visites gereden voor patiënten die wonen in landelijk gebied, wat waarschijnlijk deels te verklaren is door de afstand van de patiënt tot de huisartsenpost. Bij de locatieplanning van huisartsenposten kan hier in de toekomst mogelijk rekening mee gehouden worden. Een aanzienlijk deel van de visites wordt gereden voor ICPC-code K (17.7%). Hierbij gaat het voornamelijk over ziekten met een cardiale oorsprong en neurologische ziektebeelden. Bij scholing van medewerkers op een huisartsenpost zou hier rekening mee gehouden kunnen worden. 66

68 Bij de huisartsenpost HOV worden in vergelijking met de CHP ZOB meer U4-visites gereden, wat mogelijk komt door een lagere drempel voor het afleggen van visites die gehanteerd wordt, vooral bij ouderen. Zeker ook gezien het feit dat het aantal ouderen in Nederland de komende jaren sterk toeneemt, is het noodzakelijk de balans tussen het bieden van hoge service en het leveren van een hoge kwaliteit scherp in de gaten te houden. Immers, bij een gelijke capaciteit geldt dat hoe meer visites er gereden moeten worden, des te groter de kans dat een patiënt niet op tijd bereikt wordt. Er is een groot verschil in aantal U1-visites tussen beide huisartsenposten. Onderzoek naar de U1-visites die alleen gereden zijn door de ambulance is nodig om uitspraken te doen over de uitkomsten van U1-visites. Van de U1-visites gereden met de ambulance is gebleken dat de uitkomst vaker ingestuurd is dan van de visites waar geen ambulance meegestuurd is. Bij huisartsenpost HOV waar de meeste U1-visites door alleen de ambulance gereden worden, is dit verband niet aangetoond. Een mogelijke conclusie zou kunnen zijn dat een groot deel van de U1- visites (met uitkomst ingestuurd) bij de CHP ZOB ook door de ambulance alleen gereden zou kunnen worden (zoals beschreven in het nieuwe RAV-convenant). Het herhalen van dit onderzoek over een jaar kan bewijzen tonen of het vernieuwde beleid bij de CHP ZOB effectief blijkt in de praktijk. Eveneens is meer onderzoek nodig naar aanvullende factoren die van invloed kunnen zijn op de uitkomst van een visite, bijvoorbeeld mate van ervaring van de visitearts en tijdstip van de visite, voordat een definitieve uitspraak gedaan kan worden over de voorspellende waarde van de in dit onderzoek onderzochte onafhankelijke variabelen, en mogelijke andere factoren, op de uitkomst van een visite. 67

69 9. Samenvatting Huisartsenposten nemen een steeds belangrijkere rol in binnen de huisartsgeneeskunde, bijna alle huisartsen in Nederland zijn aangesloten bij een huisartsenpost. De laatste jaren neemt het totaal aantal hulpvragen per jaar met 6,8% toe. Er is nog weinig onderzoek gedaan naar de visites die gereden worden in de avond,- nacht- en weekenddiensten. Doel. Belangrijkste doel is het achterhalen welke variabelen van invloed zijn op de uitkomst van de visites en wat de verschillen zijn van de variabelen geslacht, leeftijd, urgentie, uitkomst en stedelijkheidsklasse op het aantal visites bij de huisartsenposten ZOB en HOV. Opzet. Cross-sectioneel, observationeel onderzoek. Methode. Alle zorgvragen die van tot en met geleid hebben tot een visite op de CHP ZOB en huisartsenpost HOV zijn bestudeerd. Geïncludeerd zijn visites, waarvan gereden door CHP ZOB en door huisartsenpost HOV. Aan de hand van de registratie van de visiteartsen in Callmanager zijn ICPC-codes gebruikt als diagnose en door de onderzoekers zijn de uitkomsten dood, ingestuurd, verrichting, medicatie en expectatief toegekend. Door middel van T-toets, Chi-kwadraat toets, univariate en multivariate regressieanalyse is getracht de onderzoeksvragen te beantwoorden. Resultaten. Verschillen tussen de huisartsenposten zijn dat voor de visites gereden door CHP ZOB geldt dat de gemiddelde leeftijd van de patiënten hoger is, er meer voor vrouwen gereden wordt, meer voor urgentie U1 en U2, meer voor uitkomst ingestuurd en meer voor stedelijkheidsklasse stedelijk en gemengd. Voor de visites gereden door huisartsenpost HOV geldt dat er meer gereden wordt voor urgentie U4, voor de uitkomsten verrichting, medicatie en expectatief en meer voor stedelijkheidsklasse landelijk. De huisartsenpost zelf heeft een invloed op de uitkomst ingestuurd, bij CHP ZOB worden significant meer patiënten ingestuurd. Bij CHP ZOB zijn positieve predictoren in het multivariate regressiemodel voor uitkomst ingestuurd urgentie U1, ICPC-code K en R, voor de uitkomst verrichting zijn dit ICPC-code S en U en voor uitkomst medicatie zijn dit ICPC-code R, T en U. Negatieve predictoren voor uitkomst ingestuurd zijn vrouwelijk geslacht, urgentie U3, urgentie U4, ICPC-code A, N, P, S en Z. Voor de uitkomst verrichting zijn dit vrouwelijke geslacht, ICPC-code A, D, K, L, N, P en Z en voor de uitkomst medicatie zijn dit urgentie U1, ICPC-code A, K, N, P en Z. 68

70 Bij huisartsenpost HOV zijn positieve predictoren in het multivariate regressiemodel voor uitkomst ingestuurd ICPC-code K en R, voor de uitkomst verrichting zijn dit leeftijd 70 jaar of ouder, ICPC-code S en U, voor uitkomst medicatie ICPC-code D, L, R en U. Negatieve predictoren voor uitkomst ingestuurd zijn urgentie U3 en U4, ICPC-code A, N, P, S, T en Z, voor uitkomst verrichting zijn dit vrouwelijk geslacht, ICPC-code A, D, K, L, N, P, T en Z en voor uitkomst medicatie zijn dit urgentie U1, ICPC-code A, N, P en Z. Conclusie. Op basis van dit onderzoek blijkt dat er verschillen zijn tussen de beide huisartsenposten, hiermee kan rekening gehouden worden binnen de organisatie. Er kunnen geen definitieve uitpraken gedaan worden over de invloed van predictoren op de uitkomst van de visite, omdat er waarschijnlijk meer predictoren hun invloed uitoefenen, die niet meegenomen zijn in dit onderzoek. 69

71 Literatuur 1. R. Verheij, D. Somai, W. Tiersma, P. Giesen, H. van den Hoogen. Haalbaarheidsstudie Landelijk Informatienetwerk Huisartsenposten (LINHAP). NIVEL Giesen P, Maassen I, Padros-Goossens M, Oude Bos A. Rapportage Huisartsenpost Oost Achterhoek, Huisartsenposten: Het oordeel van de patiënt. Nederlands Kenniscentrum, Huisartsenposten en Spoedzorg afdeling Kwaliteit van Zorg (WOK)UMC St Radboud Nijmegen. Juli Salisbury C, Trivella M, Bruster S. Demand for and supply of out of hours care from general practitioners in England and Scotland: observational study based on routinely collected data. BMJ. 2000;320: Lezing van prof. Dr. Guus Schrijven. Het spoedzorgplein en de ivoren toren. Hoogerveen. 20 Maart Giesen P, Hammink A, Mulders A, Oude Bos A. Te snel naar de Huisartsenpost. Spoedbeleving patiënten is amper te beïnvloeden. Medisch Contact. 2009; 64 (6): Berg van den MJ, Cardol M, Bongers FJM, Bakker de DH. Changing patterns of home visiting in general practice: an analysis of electronic medical records. BMC Family Practice. 2006;7: Visie van de VHN op acute zorg en de rol van de huisartsenpost. November Walter Balestra, Jet Wiechers, Arjo Rozeboom, Jeroen van Dalen. Analyse huidige situatie huisartsen dienstenstructuren. Een onderzoek naar de variabelen van invloed op de grootste kostenposten van huisartsen dienstenstructuren. Plexus Medical Group. Amsterdam. 29 maart Kerngroep Spoedeisende Huisartsenzorg en Spoedzorg van de Radboud Universiteit Nijmegen. Aanrijtijdenonderzoek. Huisartsenpost Oost Achterhoek P.M.M Crooijmans. Kwaliteitsjaarverslag 2007 Centrale Huisartsen Posten Zuidoost Brabant. April Werkinstructies CHP ZOB Callcenter: Patiëntenstromen visites

72 15. =ambulancedienst&sub3=algemeen Protocollen CHP ZOB. Kwaliteitseisen (normering) kkk's: telefoonfunctie assistent 17. Kwaliteitshandboek CHP Zuidoost Brabant deel 4: Protocollen. Triage codering en coördinatie visites Kwaliteitshandboek CHP Zuidoost Brabant deel 4: Protocollen. Positie regiearts Functieprofielen CHP ZOB. Taakomschrijving visitecoördinator. Oktober Kwaliteitshandboek CHP Zuidoost Brabant deel 4: Protocollen. Positie consultarts Instructie klapper callcenter Kwaliteitshandboek CHP Zuidoost Brabant deel 4: Protocollen. Positie visitearts J. Kegels. Kwaliteitsjaarverslag 2007 Huisartsenpost HOV. Juni Kwaliteitshandboek Huisartsenpost HOV, deel 4 Werkinstructies. Werkgebied per post Kwaliteitshandboek Huisartsenpost HOV, deel 4 Werkinstructies. Werkgebied en deelnemende hagro s Grenzenbeleid tussen Huisartsenpost HOV en CHP ZOB. 27. Verzorgingsgebied Huisartsenpost HOV. 28. Kwaliteitshandboek Huisartsenpost HOV, deel 4 Werkinstructies. Taken en werkwijze callcentrumarts Kwaliteitshandboek Huisartsenpost HOV, deel 4 Werkinstructies. Visites centralisten Kwaliteitshandboek Huisartsenpost HOV, deel 4 Werkinstructies. C11 en C13: snelle doorloop visites Kwaliteitshandboek Huisartsenpost HOV, deel 4 Werkinstructies. Visites - C Kwaliteitshandboek Huisartsenpost HOV, deel 4 Werkinstructies. Intake satelliet Zaltbommel Kwaliteitshandboek Huisartsenpost HOV, deel 4 Werkinstructies. Aanvullende werkwijze Maas & Waal J. Kegels. Kwaliteitsjaarverslag 2006 Huisartsenpost HOV. Mei

73 35. NHG-Telefoonwijzer. Een leidraad voor triage en advies. NHG-Publicatie praktijkassistentes. Nederlandse Huisartsen Genootschap (NHG). Herzien editie P.M.M Crooijmans. Kwaliteitsjaarverslag 2007 Centrale Huisartsen Posten Zuidoost Brabant, bijlage 2 Kwaliteitseisen (normering) KKK's. April Convenant RAV en HOV tot Kwaliteitshandboek CHP Zuidoost Brabant deel 4: Protocollen. Triage codering en coördinatie visites Kwaliteitshandboek Huisartsenpost HOV, deel 4 Werkinstructies. Visiteprocedure Convenant RAV en CHP ZOB. 41. Kwaliteitshandboek Huisartsenpost HOV, deel 7 Overige documenten. Convenant RAV en HOV vanaf Kwaliteitshandboek Huisartsenpost HOV, deel 4 Werkinstructies. Overlijden patiënt Kwaliteitshandboek CHP Zuidoost Brabant deel 4: Protocollen. Overleden patiënt International Classification of Primary Care-1 versie Drs. P.H.J. Giesen. Proefschrift Qualitity of out-of-hours primary care in the Netherlands

74 Bijlage I: Kaart verzorgingsgebied Centrale Huisartsenposten ZOB 73

75 Bijlage II: Kaart verzorgingsgebied Huisartsenpost HOV 74

Huisartsenzorg Veen, Genderen en Wijk en Aalburg

Huisartsenzorg Veen, Genderen en Wijk en Aalburg Huisartsenzorg Veen, Genderen en Wijk en Aalburg Ontstaan huisartsenpost Oprichting 2002 Posten in s-hertogenbosch, Zaltbommel, Oss en Uden Lagere dienstbelasting voor huisartsen Van circa 700 naar 225

Nadere informatie

CVA / TIA. Dr. Wim Verstappen, huisarts, medisch manager HOV

CVA / TIA. Dr. Wim Verstappen, huisarts, medisch manager HOV CVA / TIA Dr. Wim Verstappen, huisarts, medisch manager HOV Casus I Patiënt, man, 79 jr. Bellen om 15.00u Vanmorgen periode alles uit de hand laten vallen Traag Van de trap gevallen. Bloedende hoofdwond

Nadere informatie

1 Telefonisch triëren

1 Telefonisch triëren 1 Telefonisch triëren 1.1 Inleiding Telefonisch triëren is een nieuw begrip binnen de gezondheidszorg. Het woord triëren komt uit het Frans en betekent sorteren. In het Nederlandse leger en bij rampen

Nadere informatie

De mensen van de huisartsenpost Wie er werken en wat ze doen

De mensen van de huisartsenpost Wie er werken en wat ze doen De mensen van de huisartsenpost Wie er werken en wat ze doen De mensen van de huisartsenpost Wie er werken en wat ze doen Op de huisartsenpost van Doktersdienst Groningen werken natuurlijk huisartsen.

Nadere informatie

Spoedgeval s avonds of in het weekend? Wij zijn er voor u! 010 249 39 39

Spoedgeval s avonds of in het weekend? Wij zijn er voor u! 010 249 39 39 Centrale Huisartsen Post Nieuwe Waterweg Noord Spoedgeval s avonds of in het weekend? Wij zijn er voor u! U leest hier wat u kunt doen als u met spoed een huisarts nodig heeft: tussen 17.00 s avonds en

Nadere informatie

Hoofdstuk 7 Wachttijden bij de doktersdiensten in de provincie Groningen

Hoofdstuk 7 Wachttijden bij de doktersdiensten in de provincie Groningen Hoofdstuk 7 Wachttijden bij de doktersdiensten in de provincie Groningen J. Post, J. de Haan Samenvatting Doel: Het bepalen van wachttijden bij de doktersdienst voor de provincie Groningen en kop van Drenthe

Nadere informatie

Benchmarkbulletin 2010

Benchmarkbulletin 2010 Benchmarkbulletin 2010 Inleiding De benchmark 2010 is in augustus 2011 afgerond. In dit bulletin wordt een overzicht gegeven van de belangrijkste landelijke resultaten. Alle leden van de VHN hebben meegedaan

Nadere informatie

Heeft u met spoed een huisarts nodig? 0900-9229. s avonds, s nachts, in het weekend en op feestdagen

Heeft u met spoed een huisarts nodig? 0900-9229. s avonds, s nachts, in het weekend en op feestdagen Heeft u met spoed een huisarts nodig? 0900-9229 s avonds, s nachts, in het weekend en op feestdagen Als medische hulp niet kan wachten Stel, het is weekend en uw kind wordt plotseling flink ziek. Of u

Nadere informatie

Regionale samenwerking in de triage in de acute (huisartsen)zorg

Regionale samenwerking in de triage in de acute (huisartsen)zorg Regionale samenwerking in de triage in de acute (huisartsen)zorg Symposium Samen in de acute zorg 2016 14 maart 2016 Inhoud presentatie: Visie op spoed (huisartsen)zorg tijdens ANW-uren Dokterswacht Friesland

Nadere informatie

DE HUISARTSENPOST. Armslag voor een goed eerstelijns loket

DE HUISARTSENPOST. Armslag voor een goed eerstelijns loket DE HUISARTSENPOST Armslag voor een goed eerstelijns loket De acute zorg in Nederland is volop in ontwikkeling. Gewerkt wordt aan het vormen van een effectieve en aaneengesloten keten voor acute zorg. Beschikbaarheid,

Nadere informatie

Lagerhuisdebat spoedzorg shertogenbosch. keuzestress in de spoedzorg 26 september en 3 oktober 2014 gespreksleiders Paul Jorna en Marian Frijters

Lagerhuisdebat spoedzorg shertogenbosch. keuzestress in de spoedzorg 26 september en 3 oktober 2014 gespreksleiders Paul Jorna en Marian Frijters Lagerhuisdebat spoedzorg shertogenbosch keuzestress in de spoedzorg 26 september en 3 oktober 2014 gespreksleiders Paul Jorna en Marian Frijters Toelichting werkwijze; Landelijke ontwikkelingen Visie en

Nadere informatie

Nieuwsflits Arbeidsmarkt. Noord-Brabant, oktober 2014

Nieuwsflits Arbeidsmarkt. Noord-Brabant, oktober 2014 Nieuwsflits Arbeidsmarkt Noord-Brabant, oktober 2014 Lichte daling WW-uitkeringen In oktober daalt het aantal WW-uitkeringen opnieuw. Het aantal WW-uitkeringen is nog wel hoger dan een jaar geleden. In

Nadere informatie

ZEKERHEID EN PERSPECTIEF

ZEKERHEID EN PERSPECTIEF ZEKERHEID EN PERSPECTIEF Toekomstvisie Huisartsenposten 2011-2015 Voor de patiënt die buiten de reguliere praktijktijden acuut zorg nodig heeft is de huisartsenpost bereikbaar en beschikbaar. Daarnaast

Nadere informatie

RESULTATEN PATIENTEN ENQUETE 2015. Hoe vaak heeft u in de afgelopen 6 maanden contact (spreekuur, huisbezoek, telefonisch consult) gehad met de HAPEC?

RESULTATEN PATIENTEN ENQUETE 2015. Hoe vaak heeft u in de afgelopen 6 maanden contact (spreekuur, huisbezoek, telefonisch consult) gehad met de HAPEC? RESULTATEN PATIENTEN ENQUETE 2015 Hoe vaak heeft u in de afgelopen 6 maanden contact (spreekuur, huisbezoek, telefonisch consult) gehad met de HAPEC? Gemiddeld 5 x Vind u dat u altijd door een arts geholpen

Nadere informatie

Blokfluitlaan 19 7577 LB Oldenzaal

Blokfluitlaan 19 7577 LB Oldenzaal Blokfluitlaan 19 7577 LB Oldenzaal Kort en overzichtelijk Dan zullen wij hier nog even wat nummers voor u op een rijtje zetten. Hr. F.P. Greeven 0541 627 030 Mw. Y.J. Schilthuis 0541 627 040 Receptenlijn

Nadere informatie

Leefbaarheid: feiten in beeld Zorgvoorzieningen

Leefbaarheid: feiten in beeld Zorgvoorzieningen Leefbaarheid: feiten in beeld Zorgvoorzieningen Deze vierde uitgave van Leefbaarheid: feiten in beeld gaat over zorgvoorzieningen in Noord-Brabant. Een goede gezondheid is voor iedereen belangrijk. En

Nadere informatie

Centrum voor Maatschappelijke Deelname (CMD) Tel: 14040 Brabant Noordoost

Centrum voor Maatschappelijke Deelname (CMD) Tel: 14040 Brabant Noordoost Routing aanmelding EED gemeenten Regio Gemeenten Aanmelding EED Dommelvallei + Geldrop-Mierlo * (zie bijlage onderaan pagina), Nuenen, Son en Breugel, Waalre Centrum voor Maatschappelijke Deelname (CMD)

Nadere informatie

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG. Datum 14 april 2015 Betreft Kamervragen. Geachte voorzitter,

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG. Datum 14 april 2015 Betreft Kamervragen. Geachte voorzitter, > Retouradres Postbus 20350 2500 EJ Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Bezoekadres: Rijnstraat 50 2515 XP DEN HAAG T 070 340 79 11 F 070 340 78

Nadere informatie

Welkom op de Spoed Eisende Hulp (SEH)

Welkom op de Spoed Eisende Hulp (SEH) Welkom op de Spoed Eisende Hulp (SEH) Welkom op de afdeling Spoed Eisende Hulp (SEH) van het St. Anna Ziekenhuis. Op deze afdeling zien we dagelijks dertig tot veertig patiënten. Een deel van deze patiënten

Nadere informatie

Scholingsbeleid. Kwaliteitsvisie

Scholingsbeleid. Kwaliteitsvisie Registratie outcomeparameters Procedure melden inspectie Procedure melden incidenten Procedure voor interne klachten Scholingsbeleid Certificering vóór 2006 Kwaliteitscommissie/functionaris Kwaliteitsjaarverslag

Nadere informatie

HET REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG TE EINDHOVEN

HET REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG TE EINDHOVEN HET REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG TE EINDHOVEN heeft het volgende overwogen en beslist omtrent de op 15 oktober 2008 binnengekomen klacht van: A wonende te B klaagster tegen: C verpleegkundige

Nadere informatie

Op de Spoedpost en dan?

Op de Spoedpost en dan? Spoedeisende Hulp / Spoedpost Op de Spoedpost en dan? www.catharinaziekenhuis.nl Inhoud Samenwerking huisartsen en ziekenhuis... 3 Gang van zaken op de Spoedpost... 3 Aanmelding... 3 Eerste inschatting

Nadere informatie

Nieuwsflits Arbeidsmarkt. Noord-Brabant, oktober 2015

Nieuwsflits Arbeidsmarkt. Noord-Brabant, oktober 2015 Nieuwsflits Arbeidsmarkt Noord-Brabant, oktober 2015 Toename WW-uitkeringen Het aantal WW-uitkeringen is afgelopen gestegen. Ten opzichte van vorig jaar is het aantal WW-uitkeringen eveneens toegenomen.

Nadere informatie

Indeling bibliotheken in groot, middelgroot en klein

Indeling bibliotheken in groot, middelgroot en klein Inleiding Kerncijfers is onderdeel van het Cubiss-werkplan van 214. In opdracht van de Provincie Noord- Brabant wordt sinds 211 jaarlijks een analyse gemaakt van de kerncijfers die door het VOB worden

Nadere informatie

Benchmarkbulletin 2012

Benchmarkbulletin 2012 1 / 10 Samenvattend beeld van de huisartsenposten in 2012 Dit benchmarkbulletin bevat de kerncijfers 2012 van de huisartsenposten in Nederland; de acute huisartsenzorg tijdens avond-, nacht- en weekenduren.

Nadere informatie

Bereikbaarheid Huisartsenpraktijken Nijmegen en omgeving

Bereikbaarheid Huisartsenpraktijken Nijmegen en omgeving Bereikbaarheid Huisartsenpraktijken Nijmegen en omgeving Voorwoord In het voorliggende rapport worden de resultaten van het onderzoek weergegeven die de HA Kring Nijmegen en omgeving heeft verricht om

Nadere informatie

Nieuwsflits Arbeidsmarkt. Noord-Brabant, augustus 2015

Nieuwsflits Arbeidsmarkt. Noord-Brabant, augustus 2015 Nieuwsflits Arbeidsmarkt Noord-Brabant, augustus 2015 Arbeidsmarkt wordt krapper Het aantal ontstane vacatures is in het tweede kwartaal van 2015 verder toegenomen. De spanning op de arbeidsmarkt neemt

Nadere informatie

Afdeling Spoedeisende hulp (SEH) B54

Afdeling Spoedeisende hulp (SEH) B54 Afdeling Spoedeisende hulp (SEH) B54 Welkom op de afdeling Spoedeisende Hulp (SEH) van het Canisius-Wilhelmina Ziekenhuis in Nijmegen. Per jaar melden zich 28.000 mensen op de SEH voor een medische behandeling,

Nadere informatie

Nieuwsflits Arbeidsmarkt. Noord-Brabant, juni 2016

Nieuwsflits Arbeidsmarkt. Noord-Brabant, juni 2016 Nieuwsflits Arbeidsmarkt Noord-Brabant, juni 2016 Minder nieuwe WW-uitkeringen Noord-Brabant In het eerste halfjaar van 2016 zijn 39.400 nieuwe WW-uitkeringen verstrekt in Noord-Brabant. Dat zijn er 7.200

Nadere informatie

Regeling spoedzorg GZ Zorgkantoorregio Noordoost Brabant

Regeling spoedzorg GZ Zorgkantoorregio Noordoost Brabant Regeling spoedzorg GZ Zorgkantoorregio Noordoost Brabant Originele versie: februari 2007 Laatst bijgewerkt: september 2012 1 Regeling spoedzorg Dit document beschrijft de regeling spoedzorg, zoals deze

Nadere informatie

register gemeenteschappelijke regelingen gemeente s- als bedoeld in artikel 27 Wet Gemeenschappelijke regelingen

register gemeenteschappelijke regelingen gemeente s- als bedoeld in artikel 27 Wet Gemeenschappelijke regelingen Register van Gemeenschappelijke regelingen gemeente s-hertogenbosch als bedoeld in artikel 27 Wet Gemeenschappelijke regelingen stand van zaken 2015 Toelichting Ter behartiging van één of meerdere doelstellingen

Nadere informatie

Nieuwsflits Arbeidsmarkt. Noord-Brabant, december 2015

Nieuwsflits Arbeidsmarkt. Noord-Brabant, december 2015 Nieuwsflits Arbeidsmarkt Noord-Brabant, december 2015 Toename WW-uitkeringen Het aantal WW-uitkeringen is in december toegenomen ten opzichte van vorige. Deze toename is vrijwel ieder jaar in december

Nadere informatie

Aanpak kindermishandeling en huiselijk geweld

Aanpak kindermishandeling en huiselijk geweld Op de Aanpak kindermishandeling en huiselijk geweld in de huisartsenzorg De aanpak van kindermishandeling en huiselijk geweld is een complex thema. Omdat het gaat om een kwetsbare groep patiënten en ingewikkelde

Nadere informatie

Protocol verantwoordelijkheidsverdeling prehospitale zorgverlening

Protocol verantwoordelijkheidsverdeling prehospitale zorgverlening Protocol verantwoordelijkheidsverdeling prehospitale zorgverlening 1. Doelstelling Preshospitale zorgverlening, die acuut van aard kan zijn, wordt in dit protocol gedefinieerd als zorg, die om reden van

Nadere informatie

Stad en land. Bijlagen. ten tijden van demografische krimp. een blik op de eenentwintig gemeenten in de regio Zuidoost-Brabant

Stad en land. Bijlagen. ten tijden van demografische krimp. een blik op de eenentwintig gemeenten in de regio Zuidoost-Brabant Stad en land ten tijden van demografische krimp een blik op de eenentwintig gemeenten in de regio Zuidoost-Brabant Bijlagen Fabiënne Nota Januari 2012 Afstudeerscriptie Sociale Geografie Radboud Universiteit

Nadere informatie

VWS-Discussienotitie Acute zorg 2015: commentaar van een wetenschapper Lezing Guus Schrijvers, hoogleraar Public Health, Julius Centrum UMC Utrecht

VWS-Discussienotitie Acute zorg 2015: commentaar van een wetenschapper Lezing Guus Schrijvers, hoogleraar Public Health, Julius Centrum UMC Utrecht VWS-Discussienotitie Acute zorg 2015: commentaar van een wetenschapper Lezing Guus Schrijvers, hoogleraar Public Health, Julius Centrum UMC Utrecht Wie ben ik? Hoofd Unit Zorginnovatie Wat houdt een innovatie

Nadere informatie

Een gearrangeerd huwelijk of ware liefde?

Een gearrangeerd huwelijk of ware liefde? Een gearrangeerd huwelijk of ware liefde? Een kwalitatief onderzoek naar de samenwerking binnen de Spoedposten Zuidoost Brabant tussen de Spoedeisende Eerste Hulp en de Centrale Huisartsenposten Zuidoost

Nadere informatie

De kindcheck op de huisartsenpost: mogelijkheden voor het signaleren van kindermishandeling

De kindcheck op de huisartsenpost: mogelijkheden voor het signaleren van kindermishandeling Deze factsheet is een uitgave van het NIVEL. De gegevens mogen met bronvermelding (M. Zwaanswijk. De kindcheck op de huisartsenpost: mogelijkheden voor het signaleren van kindermishandeling, NIVEL, 2014)

Nadere informatie

MEE Zuidoost Brabant. Ondersteuning bij leven met een beperking. MEE helpt u op weg

MEE Zuidoost Brabant. Ondersteuning bij leven met een beperking. MEE helpt u op weg MEE Zuidoost Brabant Ondersteuning bij leven met een beperking MEE helpt u op weg We redden het niet met de opvoeding van ons kind. Wie wijst ons de weg? Thuis, begeleid zelfstandig of groepswonen. Wat

Nadere informatie

De patiënt wil één aanspreekpunt, de huisarts lagere. werkdruk en de verzekeraar goede zorg voor het geld.

De patiënt wil één aanspreekpunt, de huisarts lagere. werkdruk en de verzekeraar goede zorg voor het geld. Discussie zorgverleners over ontwikkeling eerstelijns spoedzorg : De patiënt wil één aanspreekpunt, de huisarts lagere werkdruk en de verzekeraar goede zorg voor het geld. De inwoner van Noord-Nederland

Nadere informatie

Register van Gemeenschappelijke Regelingen als bedoeld in artikel 27 van de Wet Gemeenschappelijke regelingen

Register van Gemeenschappelijke Regelingen als bedoeld in artikel 27 van de Wet Gemeenschappelijke regelingen Register van Gemeenschappelijke Regelingen als bedoeld in artikel 27 van de Wet Gemeenschappelijke regelingen Versiebeheer Aanpassing d.d... Bijgewerkt door: 22 november 2010 N. Vintcent (nv404) 7 juli

Nadere informatie

NHG/LHV-Standpunt. Het elektronisch huisartsendossier (H-EPD) Gelukkig staat alles in mijn dossier, dokter. standpunt

NHG/LHV-Standpunt. Het elektronisch huisartsendossier (H-EPD) Gelukkig staat alles in mijn dossier, dokter. standpunt NHG/LHV-Standpunt Het elektronisch huisartsendossier (H-EPD) Gelukkig staat alles in mijn dossier, dokter standpunt Continuïteit van zorg vergt continuïteit van gegevensbeheer Mevrouw De Waal, 60 jaar,

Nadere informatie

MedPsych Center (MPC) Voor klinische patiënten

MedPsych Center (MPC) Voor klinische patiënten MedPsych Center (MPC) Voor klinische patiënten Brengt medische en psychische kennis samen MedPsych Center (MPC) voor klinische patiënten 1. Welkom 3 2. Voor welke patiënten is de MPU bedoeld? 3 3. Wachtlijst

Nadere informatie

AD(H)D poli voor kinderen

AD(H)D poli voor kinderen AD(H)D poli voor kinderen De AD(H)D poli is bedoeld voor kinderen en jongeren die, vaak van jongs af aan, aandachts- en concentratieproblemen hebben en/of hyperactief en/of impulsief gedrag vertonen. Deze

Nadere informatie

BENCHMARKBULLETIN HUISARTSENPOSTEN 2013

BENCHMARKBULLETIN HUISARTSENPOSTEN 2013 BENCHMARKBULLETIN HUISARTSENPOSTEN 2013 VERSIE 1.0 COLOFON InEen, augustus 2014 Leden van InEen kunnen dit document voor eigen gebruik vrijelijk kopiëren en bewerken. Anderen kunnen daarvoor een verzoek

Nadere informatie

Algemene informatie huisartspraktijk

Algemene informatie huisartspraktijk Algemene informatie huisartspraktijk Adres en telefoon Kruidentuin 5d 2991 RK Barendrecht Telefoonnummer: 0180-617141 Receptenlijn: (24 uur per dag bereikbaar): 0180-617141 (optie 2) (alleen voor herhaalrecepten/chronische

Nadere informatie

Beleidsplan huisartsenpraktijk Metz & Smits 2015 2018 versie september 2015

Beleidsplan huisartsenpraktijk Metz & Smits 2015 2018 versie september 2015 Beleidsplan huisartsenpraktijk Metz & Smits 2015 2018 versie september 2015 Inhoud 1. inleiding 2. de organisatie 3. de populatie 4. missie 5. samenwerking 6. zorgaanbod 7. zorgvraag 8. automatisering

Nadere informatie

Inhoud. 2.5 De comateuze patiënt 22 2.6 Herhalen van receptuur voor bloedglucoseverlagende

Inhoud. 2.5 De comateuze patiënt 22 2.6 Herhalen van receptuur voor bloedglucoseverlagende Inhoud 1 Inleiding 7 11 Ontregelde diabetes mellitus en de werkwijze op de huisartsenpost 7 12 Contact op de huisartsenpost: verschillende patiënten, verschillende artsen 9 2 Hulpvragen rond diabetes mellitus

Nadere informatie

Passend Onderwijs. voor leerlingen met een taalontwikkelingsstoornis of een gehoorbeperking. Voor ouders en leerkrachten

Passend Onderwijs. voor leerlingen met een taalontwikkelingsstoornis of een gehoorbeperking. Voor ouders en leerkrachten Passend Onderwijs voor leerlingen met een taalontwikkelingsstoornis of een gehoorbeperking Voor ouders en leerkrachten U wilt voor uw kind de beste en meest passende school. Voor kinderen met een taalontwikkelingsstoornis

Nadere informatie

" # Tweede lijn. Eerstelijn. Spoedeisende Hulp. Ambulance. Incident HAP. Callcenter HAP/ huisarts

 # Tweede lijn. Eerstelijn. Spoedeisende Hulp. Ambulance. Incident HAP. Callcenter HAP/ huisarts Incident 112 Callcenter HAP/ huisarts! " # Spoedeisende Hulp Ambulance HAP Tweede lijn Eerstelijn 1 Medisch Manager Ambulancezorg Regionale Ambulance Voorziening Agglomeratie Amsterdam 2 Hoogleraar Zorglogistieke

Nadere informatie

IVBOB. Illlllllll IIII llllllll II. Platform Samenwerkende Ouderenorganisatíes Brabant IO16004186 21/01/2016. VBOB Project Cliëntondersteuning

IVBOB. Illlllllll IIII llllllll II. Platform Samenwerkende Ouderenorganisatíes Brabant IO16004186 21/01/2016. VBOB Project Cliëntondersteuning Illlllllll IIII llllllll II IO16004186 21/01/2016 IVBOB Stichting Verenigde Bonden Overleg Brabant Gemeente Oosterhout T.a.v. College van Burgemeesters en Wethouders Postbus 10150 4900 GB OOSTERHOUT NB

Nadere informatie

e-health op de HAP door de zorg voor de zorg Gert-Jo van Doornik Vera van Andel Ilva Schoorlemmer

e-health op de HAP door de zorg voor de zorg Gert-Jo van Doornik Vera van Andel Ilva Schoorlemmer e-health op de HAP door de zorg voor de zorg Gert-Jo van Doornik Vera van Andel Ilva Schoorlemmer Filmpje HAP Onderzoek IQ healthcare heeft onderzocht: 40% twijfelt óf men wel naar de dokter moet Ons devies:

Nadere informatie

Nieuwsflits Arbeidsmarkt. Noord-Brabant, april 2016

Nieuwsflits Arbeidsmarkt. Noord-Brabant, april 2016 Nieuwsflits Arbeidsmarkt Noord-Brabant, april 2016 Minder nieuwe WW-uitkeringen Noord-Brabant In de eerste vier en van 2016 zijn 27.700 nieuwe WW-uitkeringen verstrekt in Noord-Brabant. Dat zijn er 7.800

Nadere informatie

Nieuwsflits Arbeidsmarkt. Noord-Brabant, maart 2016

Nieuwsflits Arbeidsmarkt. Noord-Brabant, maart 2016 Nieuwsflits Arbeidsmarkt Noord-Brabant, maart 2016 Doorstroom van WW naar bijstand in grotere gemeenten hoger Het aantal mensen dat na afloop van de WW in de bijstand terecht komt groeide de afgelopen

Nadere informatie

Verbeteraanpak TOB praktijk voor telefonische bereikbaarheid huisartsen.

Verbeteraanpak TOB praktijk voor telefonische bereikbaarheid huisartsen. Fact sheet Verbeteraanpak TOB praktijk voor telefonische bereikbaarheid huisartsen. Bureau Obelon voorwoord Iedereen kent de huisartsenpraktijk die s ochtends heel moeilijk bereikbaar is en waar s middags

Nadere informatie

Feedbackrapport: Heeft de inzet van een telefoonarts op de huisartsenpost invloed op de telefonische triage?

Feedbackrapport: Heeft de inzet van een telefoonarts op de huisartsenpost invloed op de telefonische triage? Feedbackrapport: Heeft de inzet van een telefoonarts op de huisartsenpost invloed op de telefonische triage? Drs. Drieske Halink, junior onderzoeker Drs. Paul Giesen, huisarts-onderzoeker Nederlands Kenniscentrum

Nadere informatie

/// Help ons beter helpen.

/// Help ons beter helpen. /// Help ons beter helpen. Als je 112 belt In het verkeer Bij zorgverlening ////////////////////////////////////////////////////////////// /// de mensen van de ambulance /// de mensen van de ambulance

Nadere informatie

Een andere huisarts kiezen

Een andere huisarts kiezen Een andere huisarts kiezen Aanleiding voor deze brochure Patiënten zijn doorgaans tevreden over hun huisarts. Maar Patiëntenfederatie NPCF krijgt wel regelmatig vragen en klachten van patiënten over het

Nadere informatie

Het gebruik van Spoedzorg Regio Utrecht 2009. Julius Centrum voor Gezondheidswetenschappen en Eerstelijns Geneeskunde

Het gebruik van Spoedzorg Regio Utrecht 2009. Julius Centrum voor Gezondheidswetenschappen en Eerstelijns Geneeskunde Het gebruik van Spoedzorg Regio Utrecht 2009 Julius Centrum voor Gezondheidswetenschappen en Eerstelijns Geneeskunde 2 Het gebruik van spoedzorg Regio Utrecht 2009 N. Bos T.M. Lever H.F. van Stel A.J.P.

Nadere informatie

Benchmarkbulletin 2011

Benchmarkbulletin 2011 Benchmarkbulletin 2011 Inleiding De landelijk benchmark 2011 van de huisartsenposten die lid zijn van de Vereniging Huisartsenposten Nederland, is in augustus 2012 afgerond. Dit bulletin geeft een overzicht

Nadere informatie

De kwaliteitseisen voor telefonische triage Roeland Drijver en Paul Giesen

De kwaliteitseisen voor telefonische triage Roeland Drijver en Paul Giesen De kwaliteitseisen voor telefonische triage Roeland Drijver en Paul Giesen 1. Inleiding Telefonische triage vormt een essentieel, maar kwetsbaar onderdeel van de patiëntenzorg op de huisartsenpost (HAP).

Nadere informatie

Herkennen en signaleren van mogelijke kindermishandeling en huiselijk geweld

Herkennen en signaleren van mogelijke kindermishandeling en huiselijk geweld Doel Herkennen en signaleren van mogelijke kindermishandeling en huiselijk geweld Afkortingen AMHK : Advies- en meldpunt kindermishandeling/veilig thuis HAP : Huisartsenpost SEH : Spoed eisende hulp Indien

Nadere informatie

Nieuwsflits Arbeidsmarkt. Noord-Brabant, september 2015

Nieuwsflits Arbeidsmarkt. Noord-Brabant, september 2015 Nieuwsflits Arbeidsmarkt Noord-Brabant, september 2015 Daling WW-uitkeringen Het aantal WW-uitkeringen is afgelopen gedaald. Ten opzichte van vorig jaar is het aantal WW-uitkeringen eveneens afgenomen.

Nadere informatie

Sociaal kwetsbare burgers in Eersel. Antje Eugster Onderzoeksfunctionaris

Sociaal kwetsbare burgers in Eersel. Antje Eugster Onderzoeksfunctionaris Sociaal kwetsbare burgers in Eersel Antje Eugster Onderzoeksfunctionaris Prestatievelden Wmo 1. Het bevorderen van sociale samenhang en leefbaarheid dorpen 2. Op preventie gerichte ondersteuning van jeugdigen

Nadere informatie

Praktijkfolder Nederlands Huisarts aan de Herengracht

Praktijkfolder Nederlands Huisarts aan de Herengracht Praktijkfolder Nederlands Huisarts aan de Herengracht Beste Patiënt, Welkom bij Huisarts aan de Herengracht! Service staat bij ons naast goede zorg hoog in het vaandel. Om je nog sneller bij ons thuis

Nadere informatie

Crisisplan HAWB Huisartsenzorg West Brabant

Crisisplan HAWB Huisartsenzorg West Brabant Crisisplan HAWB Huisartsenzorg West Brabant Samenvatting Kaderplan Samenvatting Scenario Flitsramp Samenvatting Scenario Infectieziekte Versie 05-01-2016 1 Samenvatting Crisisplan HAWB Inleiding Deze samenvatting

Nadere informatie

WensenAmbulance Amsterdam e.o. Richtlijnen WensenAmbulance Versie 1.3

WensenAmbulance Amsterdam e.o. Richtlijnen WensenAmbulance Versie 1.3 Criteria wens De patiënt bevindt zich in een (pre-) terminale fase of lijdt aan een ernstige chronische ziekte ten gevolge waarvan hij/zij niet in staat is op een andere manier dan liggend vervoerd te

Nadere informatie

Leefbaarheid: feiten in beeld Jeugd. Samenvatting

Leefbaarheid: feiten in beeld Jeugd. Samenvatting Leefbaarheid: feiten in beeld Jeugd In deze uitgave van Leefbaarheid: feiten in beeld staat de jeugd van Brabant centraal. Het gaat over alle jeugd en jongeren in Noord-Brabant in de leeftijd van tot 25

Nadere informatie

Tarievenregeling. Per 1 januari 2013. Behorend bij de Algemene Voorwaarden Drinkwater

Tarievenregeling. Per 1 januari 2013. Behorend bij de Algemene Voorwaarden Drinkwater Tarievenregeling Per 1 januari 2013 Behorend bij de Algemene Voorwaarden Drinkwater 1 1 Inhoudsopgave 1. Tarieven van Brabant Water 2013 3 1.1 Abonnementstarief 3 1.2 Hoe zijn de tarieven opgebouwd? 3

Nadere informatie

register gemeenteschappelijke regelingen gemeente s- als bedoeld in artikel 27 Wet Gemeenschappelijke regelingen

register gemeenteschappelijke regelingen gemeente s- als bedoeld in artikel 27 Wet Gemeenschappelijke regelingen Register van Gemeenschappelijke regelingen gemeente s-hertogenbosch als bedoeld in artikel 27 Wet Gemeenschappelijke regelingen stand van zaken 2016 Toelichting Ter behartiging van één of meerdere doelstellingen

Nadere informatie

Informatie over de afdeling Spoedeisende Hulp. Spoedeisende Hulp

Informatie over de afdeling Spoedeisende Hulp. Spoedeisende Hulp 00 Informatie over de afdeling Spoedeisende Hulp Spoedeisende Hulp 1 Welkom op de afdeling Spoedeisende Hulp (SEH) Op de SEH ontvangen en behandelen we volwassenen en kinderen met acute gezondheidsklachten,

Nadere informatie

Doelmatige personeelsinzet in huisartsen dienstenstructuren

Doelmatige personeelsinzet in huisartsen dienstenstructuren Rapportdeel 2 Doelmatige personeelsinzet in huisartsen dienstenstructuren Een onderzoek naar de wijze waarop huisartsen, assistenten, chauffeurs en indirect personeel efficiënt kunnen worden ingezet in

Nadere informatie

Analyserapport van de patiëntenvragenlijsten over de huisarts: MimpenMG

Analyserapport van de patiëntenvragenlijsten over de huisarts: MimpenMG Analyserapport van de patiëntenvragenlijsten over de huisarts: MimpenMG Datum aanmaak rapport:11-11-2015 1 Laatste ronde patiëntenvragenlijsten huisarts Periode waarin ingevuld van: 1-3-2014 tot 1-3-2014

Nadere informatie

Bedrijvigheid & werkgelegenheid in Zuidoost-Brabant. Tabellenboek Vestigingsregister 2014

Bedrijvigheid & werkgelegenheid in Zuidoost-Brabant. Tabellenboek Vestigingsregister 2014 Bedrijvigheid & werkgelegenheid in Zuidoost-Brabant Tabellenboek Vestigingsregister 2014 1 Bedrijvigheid en Werkgelegenheid in Zuidoost-Brabant Tabellen- en trendboek Vestigingenregister 2014 juni 2015

Nadere informatie

Programma espoed. Gert Koelewijn Project Manager 23 november 2012

Programma espoed. Gert Koelewijn Project Manager 23 november 2012 Programma espoed Gert Koelewijn Project Manager 23 november 2012 Boodschap Voor het verbeteren van de medicatieveiligheid in de acute zorg zijn standaarden beschikbaar. Zij hebben gegevens nodig Inhoud

Nadere informatie

Heeft de inzet van een telefoonarts op de huisartsenpost invloed op de telefonische triage?

Heeft de inzet van een telefoonarts op de huisartsenpost invloed op de telefonische triage? Heeft de inzet van een telefoonarts op de huisartsenpost invloed op de telefonische triage? Drs. Drieske Halink studentnummer 0031127 Nederlands Kenniscentrum Huisartsenposten en Spoedzorg Afd. Kwaliteit

Nadere informatie

Vroeghulp Zuidoost Brabant. Jaarverslag 2012. Hulp op maat voor ouders van kinderen van 0 tot 8 jaar met ontwikkelingsproblemen

Vroeghulp Zuidoost Brabant. Jaarverslag 2012. Hulp op maat voor ouders van kinderen van 0 tot 8 jaar met ontwikkelingsproblemen Vroeghulp Zuidoost Brabant Jaarverslag 01 Hulp op maat voor ouders van kinderen van 0 tot 8 jaar met ontwikkelingsproblemen Waarom Vroeghulp? Sommige kinderen hebben een achterstand in hun Hoe werkt Vroeghulp?

Nadere informatie

FACTSHEET. Voorlegger bij rapport De brede betekenis van acute zorg, Twijnstra Gudde, 5 augustus 2013

FACTSHEET. Voorlegger bij rapport De brede betekenis van acute zorg, Twijnstra Gudde, 5 augustus 2013 FACTSHEET Voorlegger bij rapport De brede betekenis van acute zorg, Twijnstra Gudde, 5 augustus 2013 Benadrukt wordt dat de kwaliteitsvisie van ZN over de complexe spoedeisende zorg gaat, niet over de

Nadere informatie

Huisartsenzorg buiten kantoortijd in regio Kampen

Huisartsenzorg buiten kantoortijd in regio Kampen Huisartsenzorg buiten kantoortijd in regio Kampen Onderzoek naar de wachttijd van de patiënt bij hoog urgente visites Judith Vanthoor student geneeskunde Studentnr: 0037656 Nederlands Kennisnetwerk Huisartsenposten

Nadere informatie

Spoedeisende Hulp en triage

Spoedeisende Hulp en triage Spoedeisende Hulp en triage Welkom op de afdeling Spoedeisende Hulp (SEH) van het Laurentius Ziekenhuis. Op de afdeling SEH komen dagelijks 40 tot 70 patiënten. Een kwart van deze personen wordt met de

Nadere informatie

Factsheet Indicatoren Beroerte (CVAB)

Factsheet Indicatoren Beroerte (CVAB) Factsheet en Beroerte (CVAB) A. Beschrijving CVAB 2014 [2.0.; 10102014] Registratie gestart: 2014 Nr. Type Uitvraag Bron indicator over (jaar) 1. Percentage TIA en CVA patiënten ingevuld in de CVAB (2014)

Nadere informatie

Hij draagt in deze hoedanigheid zorg voor:

Hij draagt in deze hoedanigheid zorg voor: Inleiding Patiënten worden in het ziekenhuis regelmatig door meerdere medisch specialisten tegelijk behandeld. In het verleden is verschillende malen geconstateerd dat de onderlinge verantwoordelijkheden

Nadere informatie

Nieuwsflits Arbeidsmarkt. Noord-Brabant, januari 2016

Nieuwsflits Arbeidsmarkt. Noord-Brabant, januari 2016 Nieuwsflits Arbeidsmarkt Noord-Brabant, januari 2016 Toename WW-uitkeringen Het aantal WW-uitkeringen is in januari 2016 toegenomen ten opzichte van vorige. Deze toename is vrijwel ieder jaar te zien door

Nadere informatie

Het psychosociaal kinderteam (PST)

Het psychosociaal kinderteam (PST) Het psychosociaal kinderteam (PST) Het bezoek van u en uw kind aan de kinderarts is aanleiding voor de kinderarts om de zorgen en vragen rondom uw kind te bespreken in het psychosociaal kinderteam. Deze

Nadere informatie

Crisisopvang. onderzoek naar het oneigenlijk gebruik

Crisisopvang. onderzoek naar het oneigenlijk gebruik onderzoek naar het oneigenlijk gebruik Gemeente Nijmegen Afdeling Onderzoek en Statistiek april 2003 Inhoudsopgave 1 Probleemstelling en onderzoeksopzet 3 1.1 Aanleiding van het onderzoek 3 1.2 Probleemstelling

Nadere informatie

Ontstaan en werkwijze van de centrale huisartsenposten voor de hele provincie Groningen en kop van Drenthe

Ontstaan en werkwijze van de centrale huisartsenposten voor de hele provincie Groningen en kop van Drenthe Hoofdstuk 2 Ontstaan en werkwijze van de centrale huisartsenposten voor de hele provincie Groningen en kop van Drenthe Inleiding De huisartsenzorg heeft in de laatste jaren een verandering ondergaan in

Nadere informatie

Consulten bij de huisarts en de POH-GGZ in verband met psychosociale problematiek. Een analyse van NIVEL Zorgregistraties gegevens van 2010-2014

Consulten bij de huisarts en de POH-GGZ in verband met psychosociale problematiek. Een analyse van NIVEL Zorgregistraties gegevens van 2010-2014 Dit factsheet is een uitgave van het NIVEL. De gegevens mogen met bronvermelding (Magnée, T., Beurs, D.P. de, Verhaak. P.F.M. Consulten bij de huisarts en de POH-GGZ in verband met psychosociale problematiek.

Nadere informatie

Door Cliënten Bekeken voor Gezondheidscentra. Vervolgmeting. Rapportage Gezondheidscentrum Maarn-Maarsbergen

Door Cliënten Bekeken voor Gezondheidscentra. Vervolgmeting. Rapportage Gezondheidscentrum Maarn-Maarsbergen Door Cliënten Bekeken voor Gezondheidscentra Vervolgmeting Rapportage Gezondheidscentrum Maarn-Maarsbergen ARGO BV 2014 Vervolgmeting Door Cliënten Bekeken In het gezondheidscentrum is een vervolgmeting

Nadere informatie

Enquête Patiënttevredenheid + Wensen en Verbeterpunten ten aanzien van het Gezondheidscentrum

Enquête Patiënttevredenheid + Wensen en Verbeterpunten ten aanzien van het Gezondheidscentrum Enquête Patiënttevredenheid + Wensen en Verbeterpunten ten aanzien van het Gezondheidscentrum W.N van Tuijl, huisarts Klaver 1, 9761 LD Eelde Geachte patiënten, beste mensen, Zoals de meesten van jullie

Nadere informatie

Meststoffenwet 2013 Van beleid naar praktijk

Meststoffenwet 2013 Van beleid naar praktijk Meststoffenwet 2013 Van beleid naar praktijk Mestverwerking centraal VP Minovia BV, 21 februari 2013 Venray Mr Frank R. Veeke Agenda Beleid en visie EZ: Bleker, Verdaas, Dijksma Wetsvoorstel juni 2012

Nadere informatie

Hoofdstuk 1. Inleiding.

Hoofdstuk 1. Inleiding. 159 Hoofdstuk 1. Inleiding. Huisartsen beschouwen palliatieve zorg, hoewel het maar een klein deel van hun werk is, als een belangrijke taak. Veel ongeneeslijk zieke patiënten zijn het grootse deel van

Nadere informatie

87,6 (bevolkingsonderzoek, inentingen) Voor het uitleg geven over wat de bedoeling is van onderzoeken en

87,6 (bevolkingsonderzoek, inentingen) Voor het uitleg geven over wat de bedoeling is van onderzoeken en Uitkomst Patiëntenoordeel Huisarts GezondheidsCentrum Beverwaard Onderstaande vragenlijst weerspiegelt de prioriteiten van patiënten en huisartsen, is gevalideerd en toepasbaar gebleken. De uitkomst is

Nadere informatie

Vragen naar aanleiding van informatiebijeenkomsten

Vragen naar aanleiding van informatiebijeenkomsten UMC St Radboud bouwt gespecialiseerde MS-zorg af De afdeling Neurologie van het UMC St Radboud heeft besloten om de gespecialiseerde MS-zorg die we de afgelopen jaren boden af te gaan bouwen. MS zal geen

Nadere informatie

GGD Brabant-Zuidoost: een gezonde keuze

GGD Brabant-Zuidoost: een gezonde keuze GGD Brabant-Zuidoost: een gezonde keuze Als u ziek bent of iets mankeert, dan gaat u naar de dokter of het ziekenhuis. Maar als u gezond wilt blijven, dan zit u goed bij de GGD. De Gemeentelijke Gezondheids

Nadere informatie

Beschikbaarheid voor terminale patienten. Vraagstelling onderzoek database SHDA. PACT project PALLIATIEVE ZORG PROJECT

Beschikbaarheid voor terminale patienten. Vraagstelling onderzoek database SHDA. PACT project PALLIATIEVE ZORG PROJECT PACT project PALLIATIEVE ZORG PROJECT Palliatieve zorg buiten kantooruren door een huisartsenpost : De patiënten, en de rol van informatieoverdracht Bart Schweitzer Literatuuronderzoek Focusgroepen Webenquete

Nadere informatie

Informatie voor patiënten

Informatie voor patiënten Informatie voor patiënten Inhoud Welkom bij MoleMann Mental Health 3 Informatie voor patiënten 3 Werkwijze 3 KENNISMAKING EN START BEHANDELING 3 Behandelplan 3 Uw omgeving is welkom! 3 Behandelen = samenwerken

Nadere informatie

Auteur: Thomas Peters Opdrachtgever: Gezondheidscentrum Velserbroek

Auteur: Thomas Peters Opdrachtgever: Gezondheidscentrum Velserbroek Auteur: Thomas Peters Opdrachtgever: Gezondheidscentrum Velserbroek Inhoudsopgave Inhoudsopgave... 2 Inleiding... 3 Geslacht/Leeftijd... 4 Assistentes... 4 Huisartsen... 5 Algemeen... 6 Management samenvatting...

Nadere informatie

Wat moet ik doen als assistente?

Wat moet ik doen als assistente? Wat moet ik doen als assistente? Ruggespraak Julius Centrum voor Gezondheidswetenschappen en Eerstelijns Geneeskunde Huisartsgeneeskunde, Huisartsopleiding Dorpsstraat 12-14 3732 HJ Utrecht Contactpersoon:

Nadere informatie