Vrouwen in hogere functies Ontwikkeling benchmark

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Vrouwen in hogere functies Ontwikkeling benchmark"

Transcriptie

1 Vrouwen in hogere functies Ontwikkeling benchmark Eindrapport Opdrachtgever: Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Kees Zandvliet Met medewerking van: René Blanken Hassel Kroes Peter van Nes SEOR BV Rotterdam, november 2002

2

3

4 Inhoudsopgave Voorwoord Samenvatting en conclusies 1 Inleiding, doel en achtergrond Achtergrond Doelen en vraagstelling van het onderzoek Opzet van het onderzoek Opzet van het rapport 7 2 Ontwikkeling methodiek Inleiding Onderscheiden dimensies Wat is een hoge functie? Vergelijkingsmaatstaven Aandelen en verhoudingscijfers De toevalsfactor Specifieke meetproblemen Bestaande databronnen Additionele dataverzameling Conclusies 37 3 Aandeel vrouwen naar salarisklasse Inleiding Landelijk beeld Sectoren en branches Omvang van de organisatie Regio Overige kenmerken Leeftijd Opleidingsniveau Conclusies 66

5 4 Benchmark: aandeel vrouwen in topposities Inleiding Aandeel vrouwen in topposities naar bedrijfstak, bedrijfsomvang en echelon Toezichthoudend orgaan Eerste echelon (hoogste dagelijkse leiding) Tweede echelon (2e leidinggevend niveau) Vergelijking bedrijfstakken Aandeel vrouwen naar grootte van de organisatie Aandeel vrouwen naar regio Etniciteit Bedrijfsgroepen Conclusies 79 5 Benchmark: andere referentiewaarden Inleiding Benchmarks naar bedrijfstak Benchmarks naar bedrijfsgrootte Conclusie: het vaststellen van prestatie -indicatoren of streefcijfers 85 6 Verdere ontwikkeling, opzet en implementatie van de benchmark Ervaring huidig onderzoek Monitoring en actualisering Mogelijkheden voor uitbouw en verbetering Benutting internet Uitbouw van de vragenlijst Implementatie Conclusies en aanbevelingen 96 Literatuur 99 Afkortingen en begrippenlijst 101

6 Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Vragenlijst Veldwerk Bruikbaarheid van de steekproefresultaten Positionering bedrijfsgroepen op doorstroom vrouwen

7 Voorwoord Medio november 2001 heeft het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan SEOR BV opdracht gegeven tot het ontwikkelen van een benchmark voor het vaststellen van de positie van vrouwen in hogere en leidinggevende functies. De benchmark is vooral ook bedoeld voor individuele bedrijven en organisaties; zij kunnen daarmee hun eigen prestatie op het gebied van de vertegenwoordiging van vrouwen vergelijken met andere bedrijven binnen en buiten de branche. Het voorliggende rapport beschrijft de ontwikkelde methodie k en de resultaten van een meting die in maart/april 2002 heeft plaatsgevonden. De analyse wordt aangevuld met gegevens uit bestaande bronnen. Het onderzoek is uitgevoerd door een team bestaande uit Kees Zandvliet (projectleider), Peter van Nes, Joost van Acht, René Blanken en Hassel Kroes. Darina Nykl heeft gezorgd voor het invoeren van de data. Het telefonische deel van het veldwerk is uitgevoerd door bureau Mediad. Het onderzoek is vanuit het Ministerie begeleid door Els Veenis en Nuria Ringe van de Directie Coördinatie Emancipatiebeleid en Myra Keizer van de Directie Onderzoek en Ontwikkeling. In de begeleidingsgroep is het Sociaal en Cultureel Planbureau vertegenwoordigd door Saskia Keuzenkamp en Opportunity in Bedrijf door Lizzy Venekamp. Wij danken alle bedrijven en instellingen die aan het onderzoek hebben meegewerkt via het invullen van een vragenlijst. Dank gaat uit naar de Arbeidsinspectie en de Organisatie voor Strategische Arbeidsmarktonderzoek voor het beschikbaar stellen van databestanden voor analyses. De Uitvoering Werknemers-

8 verzekeringen (UWV) danken we in het bijzonder voor het aanleveren van gedetailleerde gegevensoverzichten.

9 Samenvatting en conclusies Achtergrond en doel Het bereiken van een evenredige positie van vrouwen op invloedrijke posities in de samenleving is één van de hoofddoelen van het Nederlandse emancipatiebeleid. Het onderzoek waarvan dit rapport verslag doet, is uitgevoerd in het licht van dit beleidsdoel en gericht op de ontwikkeling van een benchmark die op gestructureerde wijze representatieve cijfers levert over de vertegenwoordiging van vrouwen in hoge posities. Deze benchmark, of set van referentiepunten, is bedoeld voor het volgen van de ontwikkelingen in de beleidsdoelstellingen en om individuele organisaties de mogelijkheid te bieden hun eigen prestatie op het gebied van de vertegenwoordiging van vrouwen te vergelijken met vergelijkbare organisaties (binnen of buiten de branche). Het onderzoek kent de volgende doelstellingen: Het leveren van een actueel en representatief beeld van de vertegenwoordiging van vrouwen in hoge functies, in ieder geval uitgesplitst naar: Bedrijfstak, bedrijfsgrootte en zo mogelijk bedrijfsgroepen. Diverse echelons (toezichthoudend niveau en 1 e tot en met 3 e leidinggevende niveau). De ontwikkeling van een methode om de benchmark desgewenst systematisch verder uit te kunnen bouwen. Een zodanige oplevering van de informatie dat individuele arbeidsorganisaties hun eigen positie kunnen spiegelen aan andere bedrijven en/of branches.

10 Onderzoeksopzet Het onderzoek is uitgevoerd in twee fasen. In de eerste fase is de methodiek ontwikkeld, uitgaande van de bestaande literatuur en wensen voor de benchmark. Op basis van de afgeleide gegevensbehoefte en de beschikbare statistische informatie is een methode voorgesteld en aansluitend in de tweede fase van het onderzoek toegepast. In de gehanteerde benadering wordt maximaal gebruik gemaakt van bestaande gegevensbronnen. Het gaat dan om populatiegegevens of bronnen op basis van omvangrijke steekproeven. Additionele gegevensverzameling via een enquête is nodig voor het in kaart brengen van de vertegenwoordiging van vrouwen in specifieke topfuncties, omdat de bestaande statistische bronnen daarover geen of onvoldoende gegevens leveren. Bij steekproefonderzoek moet echter altijd rekening worden gehouden met selectiviteit. Resultaten Het onderzoek heeft de volgende beoogde resultaten opgeleverd: 1. Een methode waarmee structureel de positie van vrouwen in hogere posities in kaart kan worden gebracht. Met de uitkomsten kan tevens een redelijk geobjectiveerde vergelijking worden gemaakt tussen verschillende groepen organisaties en kunnen individuele organisaties zichzelf positioneren op dit gebied. De methode omvat: a. Een overzicht van maatstaven die kunnen worden gebruikt voor het meten van hoge functies, alsmede de voor- en nadelen van iedere maatstaf. De begrippen functieniveau, salarisniveau en echelon zijn het meest geschikt. De beschikbare data en de mogelijkheden en beperkingen van additionele dataverzameling bepalen in hoge mate welke maatstaf bruikbaar is.

11 b. Een set van vergelijkingsmaatstaven om de positie van vrouwen te duiden en de relatieve omvang van de belemmeringen die zij ondervinden bij doorstroom naar hoge functies. Deze set omvat maatstaven die de feitelijke vertegenwoordiging van vrouwen aangeven, zoals het aandeel vrouwen in specifieke functiegroepen, als ook maatstaven die rechtstreekse vergelijking van bedrijfsgroepen mogelijk maken, zoals indicatoren voor belemmeringen voor doorstroom (indices voor de dikte van het glazen plafond). c. Een vragenlijst om het aandeel vrouwen in hoge functies vast te stellen, in combinatie met achtergrondkenmerken zoals branche, organisatiegrootte en regio. Tevens kan het aandeel vrouwen uit etnische minderheden via deze vragenlijst worden gemeten. 2. Concrete benchmarks (referentiepunten) die een indicatie geven van de positie van vrouwen in hoge functies en indicatoren voor de (relatieve) omvang van de belemmeringen die vrouwen ondervinden bij de doorstroom naar hogere functies. Deze indicatoren zijn representatief en geschikt om de verschillen tussen bedrijfstakken en naar bedrijfsomvang in kaart te brengen. Met wisselende mate van betrouwbaarheid is tevens een beeld verkregen van de verschillen binnen bedrijfstakken, dat wil zeggen voor verschillende bedrijfsgroepen (of branches). 3. Bouwstenen voor de implementatie van de benchmark als instrument voor individuele organisaties om zichzelf te positioneren voor wat betreft de vertegenwoordiging van vrouwen in hoge functies. Omdat bij de bezetting van de top van individuele organisaties de toevalsfactor een belangrijke rol speelt en omdat er binnen branches sprake is van een grote spreiding is het wenselijk om voor gebruik van de benchmark voor individuele organisaties verschillende referentiewaarden naast elkaar te benutten.

12 Daarnaast heeft het onderzoek additioneel de volgende resultaten opgeleverd: 4. Een beschrijving van de positie van vrouwen in het totale salarisgebouw en de bijbehorende indicatoren voor belemmeringen voor doorstroom. Daarmee zijn indicaties verkregen van belemmeringen voor doorstroom op alle functie-niveaus en niet alleen voor doorstroom naar de top. 5. Inzicht in de rol van overige factoren die van invloed zijn op het aandeel vrouwen in hogere functies. Nagegaan is hoe het aandeel vrouwen samenhangt met de regio van vestiging en voorts naar leeftijd en opleidingsniveau. Conclusies: antwoorden op de onderzoeksvragen Hieronder geven we enkele belangrijke uitkomsten weer. Voor gedetailleerde uitkomsten verwijzen we naar de tabellen en figuren in de hoofdtekst van het rapport. De eerste twee onderzoeksvragen worden tegelijkertijd besproken. Onderzoeksvraag 1: Wat is het aandeel vrouwen in hogere functies van Nederlandse arbeidsorganisaties in de profit en non-profit sector en bij de overheid? Onderzoeksvraag 2: Wat zijn de verschillen binnen en tussen sectoren voor wat betreft het aandeel vrouwen in de top? Aandeel in het hoogste salarisdeciel Het aandeel vrouwen in hogere functies hangt natuurlijk sterk samen met het gemiddelde aandeel van vrouwen in specifieke sectoren. Uitgaande van het aandeel vrouwen in het hoogste salarisdeciel 1 loopt het aandeel vrouwen in de top in de profitsector uiteen van 3% in de bouwnijverheid tot 28% in de horeca. In de nonprofit sector ligt het aandeel hoger en is dit 31% in de sector cultuur, recreatie en 1 Dat wil zeggen de 10% van de werkzame personen die het hoogste salaris verdienen.

13 overige diensten en 47% in de zorg en welzijnssector. Binnen de overheid en het onderwijs loopt het percentage uiteen van 4% bij Defensie tot 33% in het basisonderwijs. Bij de cijfers van de overheid en het onderwijs is uitgegaan van salarisschalen. Topfuncties Wordt in het bijzonder gekeken naar absolute topfuncties, dan ligt het aandeel vrouwen in het algemeen lager. In toezichthoudende organen (besturen, Raden van Commissarissen) en de hoogste dagelijkse leiding (1 e echelon) van grote organisaties in de profitsector ligt het aandeel vrouwen in het algemeen tussen 2% en 10%. Bij grote organisaties in de non-profitsector ligt het aandeel in de orde van grootte van 15% tot 30%. Deze aandelen zijn beduidend lager dan het aandeel vrouwen in het hoogste salarisdeciel. Bij de overheid en het onderwijs hebben we gekeken naar de 1% werkzame personen in de hoogste salarisschalen, als indicator voor de topfuncties. Dan loopt het aandeel vrouwen uiteen van 1% bij Defensie en 2% in het Wetenschappelijke Onderwijs tot 16% bij gemeenten, onderzoeksinstellingen, basisonderwijs en 21% bij gemeenschappelijke regelingen van gemeenten. Ook deze cijfers liggen beduidend onder het aandeel vrouwen in het hoogste salarisdeciel. Aandeel vrouwen en overige indicatoren De zojuist genoemde cijfers wijzen op een grote variatie in het aandeel vrouwen in de top, welke echter voor een belangrijk deel samenhangt met het gemiddelde aandeel vrouwen in verschillende economische activiteiten. Wanneer naar het totale salarisgebouw wordt gekeken, dan vertonen alle bedrijfstakken en branches een overeenkomst, namelijk een aandeel vrouwen dat afneemt met het salarisniveau. Gemiddeld loopt het aandeel terug van zo n 50%-60% in het laagste salarisdeciel tot iets minder dan 20% in het hoogste salarisdeciel. Een dergelijk beeld is voor alle branches waarneembaar en duidt op een structureel fenomeen.

14 Dit wijst er namelijk op dat bij vrijwel alle overgangen naar een hoger gelegen niveau sprake is van een onevenredig lage doorstroom van vrouwen. Daarom is gekeken naar indicatoren die een beeld kunnen geven van de mate waarin branches verschillen in de belemmeringen voor doorstroom. Er zijn twee indicatoren benut: één algemene indicator die een beeld geeft van de generieke belemmeringen voor doorstroom naar de top Deze zogenaamde glazen plafond index geeft de verhouding tussen het gemiddelde aandeel vrouwen en het aandeel vrouwen in de top (het hoogste salarisdeciel); één indicator voor de belemmeringen aan de top, dat wil zeggen wanneer vrouwen eenmaal een hogere positie hebben bereikt. Deze (top)index geeft de verhouding tussen het aandeel vrouwen in de subtop en het aandeel vrouwen in de top. Hoe hoger deze indices, hoe groter de belemmeringen voor doorstroom en hoe lager de doorstroom. De algemene index heeft een gemiddelde waarde van ongeveer 2,5. Dit betekent dat het aandeel vrouwen in het hoogste salarisdeciel landelijk 2,5 keer lager is dan het aandeel vrouwen in de werkzame beroepsbevolking. De topindex ligt gemiddeld genomen iets lager, op ongeveer 2. Dit betekent dat de belemmeringen aan de top, dat wil zeggen wanneer vrouwen eenmaal een hogere positie hebben verworven verhoudingsgewijs iets lager liggen dan de algemene belemmeringen. Maar er is een grote variatie tussen en binnen bedrijfstakken, zelfs zodanig dat iedere bedrijfstak een uniek beeld geeft. De algemene GP-index ligt verhoudingsgewijs laag in de non-profit sector en binnen de profit-sector bij de bedrijfstakken openbaar nut, delfstoffenwinning en in het bijzonder de horeca. Maar ook in de industrie en bouwnijverheid is de index iets lager dan gemiddeld. De algemene index is hoog in de zakelijke dienstverlening, de handel en de

15 bedrijfstak vervoer, opslag en communicatie. Binnen de overheid en het onderwijs is de algemene index verhoudingsgewijs laag bij de rechterlijke macht, het HBO, gemeenschappelijke regelingen van gemeenten, de BVE-sector en het Rijk. Verhoudingsgewijs hoog is de index voor het Wetenschappelijk Onderwijs, Waterschappen, Politie en Defensie. In de overige onderdelen van de profitsector, overheid en onderwijs ligt de index rond het gemiddelde (2,2 tot en met 2,8). We tekenen aan dat binnen de zakelijke dienstverlening het uitzendwezen en de schoonmaakbranche een afwijkende score kennen. De GP-index is in deze branches lager dan gemiddeld. Bij de topindex liggen de verhoudingen tussen en binnen bedrijfstakken anders. Hier springen met name de zakelijke dienstverlening (opnieuw met uitzondering van uitzendwezen en schoonmaakbranche), Defensie en het Wetenschappelijke Onderwijs in ongunstige zin boven de andere activiteiten uit. Verhoudingsgewijs beperkte belemmeringen aan de top doen zich binnen de profitsector voor bij openbaar nut, delfstoffenwinning, financiële instellingen en de handel, die zelfs een lagere waarde van de topindex kennen dan de non-profitsector. De waarde van de topindex ligt voor horeca, bouwnijverheid en vervoer en opslag duidelijk beneden het gemiddelde en iets boven de non-profitsector. Binnen overheid en onderwijs kennen met name gemeenten en gemeenschappelijke regelingen, waterschappen en onderzoeksinstellingen weinig belemmeringen aan de top. Omdat het gaat om analyses op basis van bestandscijfers is de feitelijke doorstroom niet gemeten en kan op grond van de cijfers alleen worden geconcludeerd dat er sprake is van knelpunten bij en belemmeringen voor doorstroom van vrouwen. Deze belemmeringen zullen samenhangen met factoren aan de aanbodzijde en de vraagzijde van de arbeidsmarkt. Uit de literatuur valt af te leiden dat het dan gaat om wensen en behoeften van vragers en aanbieders, maar ook om culturele aspecten.

16 Andere factoren In het onderzoek is gekeken naar het verband tussen het aandeel vrouwen (in de top) en diverse andere grootheden, te weten de organisatiegrootte, de regio van vestiging en de individuele kenmerken leeftijd en opleidingsniveau. Het patroon van de belemmeringen voor doorstroom verschilt naar organisatiegrootte. In grote lijnen lijken de belemmeringen voor doorstroom (de GP-index) toe te nemen met de bedrijfsomvang, maar het patroon is grillig. Er zijn regionale verschillen, maar deze lijken voor het grootste deel samen te hangen met verschillen in werkgelegenheidsstructuur. Leeftijd speelt een rol, maar de interpretatie van de uitkomsten is niet eenduidig. Vooralsnog wijzen de cijfers uit dat het doorstroompatroon van jonge mannen en vrouwen niet uiteenloopt. Vanaf de leeftijdsgroep 30 jaar en ouder neemt het aandeel vrouwen in de top sterker af dan het aandeel vrouwen in de subtop. Maar dit geeft een beeld van de bestaande situatie, waarvan niet zeker is of deze zich in de toekomst (in vergelijkbare mate) voortzet. Er zijn verschillen in doorstroom naar opleidingsniveau, maar ook hier is de informatie niet volledig eenduidig vanwege het steekproefkarakter van de databestanden. Bij alle opleidingsniveaus neemt het aandeel vrouwen af met het salarisniveau. Dit is in lijn met het gemiddelde landelijke beeld. Onderzoeksvraag 3: Welke methodiek kan worden ontwikkeld om het aandeel vrouwen in het (hogere) middenkader in Nederlandse arbeidsorganisaties te meten? In de gehanteerde methodiek is het (hogere) middenkader impliciet meegenomen. In de analyses op basis van het bestaande datamateriaal is namelijk het gehele salarisgebouw meegenomen. Er is (impliciet) verondersteld dat een belangrijk deel

17 van het hogere middenkader in het op één na hoogste salarisdeciel is vertegenwoordigd. De methodiek laat overigens zonder problemen toe dat in de toekomst het hogere middenkader meer expliciet in termen van salarishoogte wordt afgebakend en in de analyse betrokken. In de schriftelijke variant van de additionele dataverzameling is gevraagd naar de vertegenwoordiging van vrouwen tot en met het tweede echelon. Op dat niveau gaat het incidenteel om hogere middenkaderfuncties. In de telefonische variant is afhankelijk van de respondent doorgevraagd tot en met het vierde echelon. In die gevallen is de kans op meten van hogere middenkaderfuncties groot. Het aantal waarnemingen is echter onvoldoende voor representatieve uitkomsten. De schriftelijke variant van de methodiek kan in principe worden uitgebreid tot het derde en mogelijk vierde echelon. Deze vragen hebben overigens alleen zin voor grotere organisaties. Daarbij moet echter rekening worden gehouden met effecten op de respons. Onderzoeksvraag 4: Welke methode kan worden ontwikkeld om het aandeel allochtone vrouwen in hogere en hogere middenkaderfuncties te meten? Via de enquête zijn niet meer dan indicaties verkregen van de vertegenwoordiging van vrouwen uit etnische minderheidsgroepen. Gemiddeld is 2 tot 3% van de vrouwen in topfuncties afkomstig uit etnische minderheden. Eveneens gemiddeld zijn in 5% van de onderzochte organisaties vrouwen uit etnische minderheden werkzaam in de top (tot en met het 2 e echelon). De indicaties van de verschillen tussen bedrijfstakken wijzen op een samenhang met verschillen in het aandeel vrouwen in het algemeen. Het geringe aantal vrouwelijke etnische minderheden in de top maakt duidelijk dat een betrouwbare meting een zeer omvangrijke steekproef vereist. Niettemin is meting via een enquête (of bestaand steekproefonderzoek) de enig aangewezen

18 weg, omdat er geen basisregistraties zijn waarin het kenmerk etnicite it is opgenomen. Onderzoeksvraag 5: Welke prestatie-indicatoren voor de doorstroom van vrouwen naar hogere functies kunnen worden gesteld voor verschillende sectoren? Deze vraag verwijst naar de prestatie-indicatoren en streefcijfers voor de vertegenwoordiging van vrouwen in hoge functies die in het Meerjarenbeleidsplan Emancipatie zijn opgenomen, uitgesplitst naar deelsectoren. Bij de vaststelling daarvan is aangesloten op de trends in het aandeel vrouwen die in de loop van de negentiger jaren zijn gesignaleerd. Deze hebben merendeels betrekking op de overheid. Voor de Eerste en Tweede Kamer, Europarlement en Provinciale Staten geldt een streven naar evenredige vertegenwoordiging (50%), te bereiken in 2010, vanuit een situatie van rond 30% nu. Voor andere onderdelen van de politiek en het openbaar bestuur gelden wisselend streefcijfers van 30% tot 50%, mede afhankelijk van het huidige aandeel vrouwen in de topfuncties aldaar (8% tot 23%). Voor de ambtelijke top gelden eveneens lagere streefcijfers, voornamelijk vanwege de bijzondere lage vertegenwoordiging van vrouwen in deze functiegroepen in de huidige situatie (rond 8%). Voor de non-profitsector wordt gestreefd naar 45% vrouwen in topfuncties in de zorg en welzijn in 2010 en 35% in de sociaaleconomische non-profitsector. De streefcijfers gaan gemiddeld uit van een toename van het aandeel vrouwen met grofweg 2 procentpunten per jaar. In het Meerjarenbeleidsplan worden voor de 100 grootste bedrijven eveneens streefcijfers aangegeven, maar deze worden niet opgelegd. Het bedrijfsleven dient zelf streefcijfers te stellen en maatregelen te nemen om hun doelen te halen. De resultaten van dit onderzoek biedt individuele sectoren en organisaties de mogelijkheid hun positie te bepalen en, uitgaande van hun eigen visie en beleidsdoelen, concrete streefcijfers te benoemen. Het is aan de organisaties zelf

19 om vast te stellen of het landelijke streefcijfer van grofweg een stijging van 2 procentpunten op jaarbasis haalbaar is. In branches waar het huidige aandeel van vrouwen in de top bijzonder laag is, zoals onderdelen van de industrie en bouw, is dit misschien (nog) hoog gegrepen. In andere branches, waarronder de non-profit sector zijn dergelijke cijfers als streven goed denkbaar, uitgaande van het huidige aandeel vrouwen in de top. Maar het is natuurlijk aan organisaties zelf om dat te bepalen. Er is een duidelijke samenhang tussen het aandeel vrouwen in de top en de (indicatoren voor) de belemmeringen die vrouwen ondervinden bij doorstroom. Daarom kan worden overwogen streefcijfers niet alleen te definiëren voor het aandeel vrouwen in de top als zodanig, maar tevens streefcijfers te hanteren voor de indicatoren voor belemmeringen (de indices voor het glazen plafond). Onevenredige doorstroom doet zich op vrijwel alle salarisniveaus of functieniveaus voor. Door te streven naar reductie van de indices wordt mede gestuurd op (reductie van) de belemmeringen die worden ervaren in de doorstroom. Dit zal uiteindelijk ook resulteren in een toename van het aandeel vrouwen in de top. Verdere ontwikkeling, opzet en implementatie van de benchmark De gepresenteerde resultaten wijzen uit dat zowel op basis van bestaand datamateriaal als op basis van additionele dataverzameling veel gegevens beschikbaar zijn of komen die inzicht geven in de positie van vrouwen (in hogere functies). Op basis van de gekozen methodiek zijn deze vertaald in referentiepunten voor de benchmark. Voor de verdere ontwikkeling en uitbouw van de benchmark dienen de doelen en gebruik van de benchmark nader te worden bepaald. Referentiepunten kunnen naar behoefte worden vastgesteld. In het kader van monitoring is het vooral zaak om de stand van zaken in groepen van bedrijven en organisaties (bedrijfstakken, grote bedrijven) weer te geven op basis van gemiddelden. Bij toepassing van de

20 benchmark op individuele organisaties dient nadrukkelijk rekening te worden gehouden met de toevalsfactor en de variatie binnen branches. Voor die toepassing is het nodig om verschillende referentiewaarden naast elkaar te gebruiken. Wanneer de benchmark (tevens) tot doel heeft om bedrijven en organisaties te stimuleren tot het versterken van de positie van vrouwen, dan zijn additionele activiteiten rond het benutten van de benchmark onmisbaar. In zo n proces zijn de ontwikkelde methodiek en de enquête voor additionele dataverzameling goed bruikbaar. Uitbreiding of aanpassing van de vragenlijst (gegevensset) is op sommige punten noodzakelijk, op andere punten wenselijk en is in principe mogelijk, maar rekening moet worden gehouden met relatief hoge kosten. Het gebruik van internet dient ook om die reden nadrukkelijk te worden overwogen. Voor monitordoeleinden bieden bestaande dataregistraties en periodiek uitgevoerde steekproefonderzoeken voldoende informatie. Op enkele punten kennen de in dit onderzoek gebruikte databronnen enkele tekortkomingen. Benutting van de informatie uit de EWL (Enquête Werkgelegenheid en Lonen) van het CBS is aan te bevelen, omdat dat onderzoek alle noodzakelijke gegevens omvat, met de gewenste specificaties en voldoende omvangrijk is voor het afleiden van representatieve referentiewaarden. Bestaande bronnen geven geen inzicht in de exacte bezetting van de topfuncties (toezichthoudende organen, hoogste dagelijkse leiding). Deze dient periodiek via een enquête te worden gemeten. Omdat veranderingen in het aandeel vrouwen geleidelijk optreden is het niet nodig zo n meting jaarlijks uit te voeren. Gegeven de ervaringen van dit onderzoek lijkt verdere ontwikkeling van de benchmark langs de volgende lijn aan te bevelen. Door een goede benutting van het bestaande datamateriaal wordt regelmatig een representatief beeld van de vertegenwoordiging van vrouwen op diverse functieniveaus verkregen. Aanvullend op deze representatieve basisgegevens, volgt dataverzameling bij bedrijven en

21 instellingen zelf. Daardoor krijgt de benchmark daadwerkelijk handen en voeten, doordat organisaties tegelijkertijd de mogelijkheid krijgen zich te vergelijken met andere organisaties en mede op basis daarvan op de organisatie toegespitste kwantitatieve doelen te stellen.

22 1 Inleiding, doel en achtergrond 1.1 Achtergrond In het Meerjarenbeleidplan Emancipatie wordt het bereiken van een evenredige positie van vrouwen op invloedrijke posities in de samenleving als één van de hoofddoelen gedefinieerd. De beleidsnota verduidelijkt dat vrouwen in de meeste gevallen nog sterk zijn ondervertegenwoordigd in bestuurlijke en hogere functies bij overheid en bedrijfsleven. Voor de verandering in het aandeel van vrouwen in vooraanstaande posities lijken er wisselende trends te bestaan. Deze conclusies zijn gebaseerd op diverse gegevens die de laatste jaren beschikbaar zijn gekomen over het aandeel vrouwen in hogere functies in de profit en non-profitsector. Genoemd kunnen worden de gegevens vanuit de Emancipatiemonitor 2000 en de Toptelling 2000, het jaarboek Emancipatie 2000 en de Balansmeter van Opportunity in Bedrijf (OiB). Het beschikbare materiaal biedt bedrijven en instellingen echter geen handzame informatie waarmee zij zichzelf kunnen vergelijken met soortgelijke organisaties in bijvoorbeeld dezelfde sector of regio. De gegevens zijn daarvoor te weinig systematisch uitgesplitst naar bedrijfstak en functieniveau, of zij hebben betrekking op een beperkte of geselecteerde, niet representatieve, groep bedrijven. Om de ontwikkelingen in de beleidsdoelstellingen te kunnen volgen (monitor) en om individuele organisaties de mogelijkheid te bieden hun eigen prestatie op het gebied van de vertegenwoordiging van vrouwen te vergelijken met andere bedrijven en sectoren is er behoefte aan de ontwikkeling van een benchmark die representatieve cijfers over de vertegenwoordiging van vrouwen in (met name) het 1

23 hogere kader levert. Daarbij dient op korte termijn in ieder geval uitsplitsing naar bedrijfstak mogelijk te zijn. Daarnaast is het wenselijk dat op basis van de te ontwikkelen benchmark: Gegevens worden opgenomen over het aandeel vrouwen in (hogere) middenkaderfuncties in de profitsector. Uitsplitsing naar groepen van bedrijven of branches binnen bedrijfstakken mogelijk is (bedrijfsklassen of bedrijfsgroepen 2 ). Ontwikkelingen in de tijd kunnen worden gevolgd. Gegevens worden opgenomen over het aandeel allochtone vrouwen in hogere functies (in de profitsector). Uitgaande van deze situatie is het onderzoek gericht op de volgende aspecten: Het verkrijgen van een representatief beeld van de vertegenwoordiging van vrouwen in hoge posities voor verschillende bedrijfstakken in de profitsector, de non-profitsector en het openbaar bestuur. Dit op basis van analyse van bestaande gegevens én additionele dataverzameling. Een zodanige verwerking van de beschikbare gegevens dat deze voor arbeidsorganisaties op een toegankelijke wijze kunnen worden gepresenteerd. Het voorzien in een methodische basis van de benchmark, waardoor mogelijkheden voor verdere uitbouw worden geboden. 2 De termen bedrijfsklassen en bedrijfsgroepen worden gehanteerd door het CBS. De bedrijfsindeling (SBI of Standaard Bedrijfsindeling) is gebaseerd op het samenvoegen van bedrijven met vergelijkbare economische activiteiten. Een voorbeeld ter verduidelijking. De bedrijfsgroep slachterijen en vleesverwerking vormt een onderdeel van de bedrijfsklasse vervaardiging van voedingsmiddelen en dranken, welke op zijn beurt onderdeel is van de bedrijfstak industrie. 2

24 1.2 Doelen en vraagstelling van het onderzoek In het onderzoek gaat het om de concrete ontwikkeling van een benchmark, ofwel een set van referentiepunten voor de vertegenwoordiging van vrouwen in de hogere beroepssegmenten van de arbeidsmarkt. Op basis van de beschreven behoefte kent het onderzoek de volgende doelstellingen: Verkrijgen van een (actueel) representatief beeld van het aandeel vrouwen in hogere functies in diverse sectoren. De ontwikkeling van een methode, op basis waarvan de benchmark systematisch verder kan worden uitgebouwd met meer, of meer gedetailleerde, prestatie-indicatoren. Verzorging van een toegankelijke presentatie van de informatie, zodanig dat (individuele) arbeidsorganisaties hun eigen pos itie kunnen spiegelen aan andere bedrijven in de sector en andere sectoren. Dit mondt uit in de volgende vraagstelling van het onderzoek: 1. Wat is het aandeel vrouwen in hogere functies van Nederlandse arbeidsorganisaties in de profit- en non-profit sector en bij de overheid? Het gaat hierbij om: Een representatief beeld van het aandeel vrouwen in toezichthoudende topfuncties in besturen, raden van commissarissen, raden van toezicht, e.d. en in de hoogste dagelijkse leiding (directies, raden van bestuur, management teams, e.d.). Een representatief beeld van het aandeel vrouwen in hogere functies (1 e tot en met 3 e echelon 3 onder topfuncties). 3 De t erm "echelon" wordt gehanteerd zoals in de Emancipatiemonitor. 3

Vrouwen in hogere functies Ontwikkeling benchmark

Vrouwen in hogere functies Ontwikkeling benchmark Vrouwen in hogere functies Ontwikkeling benchmark Eindrapport Opdrachtgever: Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Kees Zandvliet Met medewerking van: René Blanken Hassel Kroes Peter van Nes

Nadere informatie

Mannen geven veel vaker leiding dan vrouwen

Mannen geven veel vaker leiding dan vrouwen nen geven veel vaker leiding dan vrouwen Astrid Visschers en Saskia te Riele In 27 gaf 14 procent van de werkzame beroepsbevolking leiding aan of meer personen. Dit aandeel is de afgelopen jaren vrijwel

Nadere informatie

Meer of minder uren werken

Meer of minder uren werken Meer of minder uren werken Jannes de Vries Een op de zes mensen die minstens twaalf uur per week werken (de werkzame beroeps bevolking) wil meer of juist minder uur werken. Van hen heeft minder dan de

Nadere informatie

Inkomsten uit arbeid van vrouwen en hun partners

Inkomsten uit arbeid van vrouwen en hun partners Inkomsten uit arbeid van vrouwen en hun s Karin Hagoort en Maaike Hersevoort In 24 verdienden samenwonende of gehuwde vrouwen van 25 tot 55 jaar ongeveer de helft van wat hun s verdienden. Naarmate het

Nadere informatie

De verdeling van arbeid en zorg tussen vaders en moeders

De verdeling van arbeid en zorg tussen vaders en moeders De verdeling van arbeid en zorg tussen vaders en moeders Marjolein Korvorst en Tanja Traag Het krijgen van kinderen dwingt ouders keuzes te maken over de combinatie van arbeid en zorg. In de meeste gezinnen

Nadere informatie

Het hoofdstuk effectiever werken aan diversiteit geschreven door lector Dr. Sjiera de Vries is onderdeel van De Staat van de Ambtelijke Dienst (STAD)

Het hoofdstuk effectiever werken aan diversiteit geschreven door lector Dr. Sjiera de Vries is onderdeel van De Staat van de Ambtelijke Dienst (STAD) Het hoofdstuk effectiever werken aan diversiteit geschreven door lector Dr. Sjiera de Vries is onderdeel van De Staat van de Ambtelijke Dienst (STAD) 2013. De gehele publicatie is na te lezen op de website

Nadere informatie

Herintreders op de arbeidsmarkt

Herintreders op de arbeidsmarkt Herintreders op de arbeidsmarkt Sabine Lucassen Voor veel herintreders is het lang dat ze voor het laatst gewerkt hebben. Herintreders zijn vaak vrouwen in de leeftijd van 35 44 jaar en laag of middelbaar

Nadere informatie

CBS-berichten: Veranderingen in de arbeidsparticipatie in Nederland sinds 1970

CBS-berichten: Veranderingen in de arbeidsparticipatie in Nederland sinds 1970 CBS-berichten: Veranderingen in de arbeidsparticipatie in Nederland sinds 1970 Lian Kösters, Paul den Boer en Bob Lodder* Inleiding In dit artikel wordt de arbeidsparticipatie in Nederland tussen 1970

Nadere informatie

Arbeidsgehandicapten in Nederland

Arbeidsgehandicapten in Nederland Arbeidsgehandicapten in Nederland Ingrid Beckers In 2003 waren er in Nederland ruim 1,7 miljoen arbeidsgehandicapten; 15,8 procent van de 15 64-jarige bevolking. Het aandeel arbeidsgehandicapten is daarmee

Nadere informatie

Artikelen. Overwerken in Nederland. Ingrid Beckers en Clemens Siermann

Artikelen. Overwerken in Nederland. Ingrid Beckers en Clemens Siermann Overwerken in Nederland Ingrid Beckers en Clemens Siermann In 4 werkte 37 procent de werknemers in Nederland regelmatig over. Bijna een derde het overwerk is onbetaald. Overwerk komt het meeste voor onder

Nadere informatie

Monitor Werkgeversbijdragen Kinderopvang

Monitor Werkgeversbijdragen Kinderopvang Monitor Werkgeversbijdragen Kinderopvang Eindrapport Een onderzoek in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Marieke Vossen

Nadere informatie

Zzp ers in de provincie Utrecht 2013. Onderzoek naar een groeiende beroepsgroep

Zzp ers in de provincie Utrecht 2013. Onderzoek naar een groeiende beroepsgroep Zzp ers in de provincie Utrecht 2013 Onderzoek naar een groeiende beroepsgroep Ester Hilhorst Economic Board Utrecht Februari 2014 Inhoud Samenvatting Samenvatting Crisis kost meer banen in 2013 Banenverlies

Nadere informatie

Verdringing op de Nederlandse arbeidsmarkt: sector- en sekseverschillen

Verdringing op de Nederlandse arbeidsmarkt: sector- en sekseverschillen 1 Verdringing op de Nederlandse arbeidsmarkt: sector- en sekseverschillen Peter van der Meer Samenvatting In dit onderzoek is geprobeerd antwoord te geven op de vraag in hoeverre het mogelijk is verschillen

Nadere informatie

Mantelzorgers maken weinig gebruik van verlofregelingen

Mantelzorgers maken weinig gebruik van verlofregelingen Mantelzorgers maken weinig gebruik van verlofregelingen Martijn Souren Ongeveer 7 procent van de werknemers met een verleent zelf mantelzorg. Ze maken daar slechts in beperkte mate gebruik van aanvullende

Nadere informatie

Arbeidsgehandicapten in Nederland

Arbeidsgehandicapten in Nederland en in Nederland Ingrid Beckers In 22 waren er in Nederland ruim anderhalf miljoen arbeidsgehandicapten. Dit komt overeen met 14,7 procent van de 15 64-jarigen. Het aandeel arbeidsgehandicapten is daarmee

Nadere informatie

Artikelen. Meer ouderen aan het werk. Hendrika Lautenbach en Marc Cuijpers

Artikelen. Meer ouderen aan het werk. Hendrika Lautenbach en Marc Cuijpers Meer ouderen aan het werk Hendrika Lautenbach en Marc Cuijpers Het aantal werkzame 5-plussers is sinds 1992 bijna verdubbeld. Ouderen maken ook een steeds groter deel uit van de werkzame beroepsbevolking.

Nadere informatie

M200413 Beperkte groei werkgelegenheid in het MKB

M200413 Beperkte groei werkgelegenheid in het MKB M200413 Beperkte groei werkgelegenheid in het MKB A.M.J. te Peele Zoetermeer, 24 december 2004 Beperkte groei werkgelegenheid MKB in 1999-2002 De werkgelegenheid in het MKB is in 2002 met 3% toegenomen

Nadere informatie

Factsheet uitstroom van werknemers

Factsheet uitstroom van werknemers Doel De verwachting is dat, als gevolg van de voorgenomen beleidsmaatregelen in de langdurige zorg, er in de komende jaren personeel moet afvloeien uit de branches gehandicaptenzorg, GGZ, verpleging &

Nadere informatie

NULMETING WETTELIJKE STREEFCIJFERS

NULMETING WETTELIJKE STREEFCIJFERS NULMETING WETTELIJKE STREEFCIJFERS VROUWEN IN DE TOP Opdrachtgever Het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Olivier Tanis Kees Zandvliet Rotterdam, 15 februari 2012 NULMETING WETTELIJKE STREEFCIJFERS

Nadere informatie

Ontwikkeling werkdruk in het onderwijs 1999-2003

Ontwikkeling werkdruk in het onderwijs 1999-2003 Ontwikkeling werkdruk in het onderwijs 1999-2003 Eindrapport Een onderzoek in opdracht van het Vervangingsfonds Frank Schoenmakers Rob Hoffius B3060 Leiden, 21 juni 2005 Inhoudsopgave 1 Inleiding 4 2 Verantwoording:

Nadere informatie

Vacatures in de industrie 1

Vacatures in de industrie 1 Vacatures in de industrie 1 Martje Roessingh 2 De laatste jaren is het aantal vacatures sterk toegenomen. Daarentegen is in de periode 1995-2000 het aantal geregistreerde werklozen grofweg gehalveerd.

Nadere informatie

Aantal werkzoekenden en aantal WWuitkeringen

Aantal werkzoekenden en aantal WWuitkeringen April 2009 Aantal werkzoekenden en WW-uitkeringen blijven stijgen 2 Ingediende vacatures 5 Vraag en aanbod bij UWV WERKbedrijf 6 Ingediende ontslagaanvragen en verleende ontslagvergunningen 7 Statistische

Nadere informatie

Werkloosheid nauwelijks veranderd

Werkloosheid nauwelijks veranderd Persbericht Pb14-084 18-12-2014 09.30 uur Werkloosheid nauwelijks veranderd - Werkloosheid blijft 8 procent - Meer mensen aan het werk in de afgelopen drie maanden - Aantal WW-uitkeringen met 6 duizend

Nadere informatie

De arbeidsmarktpositie van werknemers in 2006

De arbeidsmarktpositie van werknemers in 2006 Kantoor Den Haag Afdeling Concernbeleid Team Monitoring en Beleidsinformatie De arbeidsmarktpositie van werknemers in 2006 Een onderzoek naar de verschillen in beloning en mobiliteit tussen groepen werknemers

Nadere informatie

Alleenstaande moeders op de arbeidsmarkt

Alleenstaande moeders op de arbeidsmarkt s op de arbeidsmarkt Moniek Coumans De arbeidsdeelname van alleenstaande moeders is lager dan die van moeders met een partner. Dit verschil hangt voor een belangrijk deel samen met een oververtegenwoordiging

Nadere informatie

Buitenlandse arbeidskrachten en vraag en aanbod op de arbeidsmarkt van Curaçao.

Buitenlandse arbeidskrachten en vraag en aanbod op de arbeidsmarkt van Curaçao. Buitenlandse arbeidskrachten en vraag en aanbod op de arbeidsmarkt van Curaçao. Zaida Lake Inleiding Via de media zijn de laatste tijd discussies gaande omtrent de plaats die de buitenlandse arbeidskrachten

Nadere informatie

Aantal werkzoekenden en aantal WWuitkeringen

Aantal werkzoekenden en aantal WWuitkeringen September 2009 Aantal werkzoekenden en WW-uitkeringen 2 Ingediende vacatures 5 Vraag en aanbod bij UWV WERKbedrijf 6 Ingediende ontslagaanvragen en verleende ontslagvergunningen 7 Statistische bijlage

Nadere informatie

Maandelijkse cijfers over de werkloze beroepsbevolking van het CBS en nietwerkende werkzoekenden van het UWV

Maandelijkse cijfers over de werkloze beroepsbevolking van het CBS en nietwerkende werkzoekenden van het UWV 16 februari 2012 Maandelijkse cijfers over de werkloze beroepsbevolking van het CBS en nietwerkende werkzoekenden van het UWV Samenvatting Het CBS (Centraal Bureau voor de Statistiek) en UWV publiceren

Nadere informatie

Werkbelevingsonderzoek 2013

Werkbelevingsonderzoek 2013 Werkbelevingsonderzoek 2013 voorbeeldrapport Den Haag, 17 september 2014 Ipso Facto beleidsonderzoek Raamweg 21, Postbus 82042, 2508EA Den Haag. Telefoon 070-3260456. Reg.K.v.K. Den Haag: 546.221.31. BTW-nummer:

Nadere informatie

ECONOMISCHE MONITOR EDE 2015 I

ECONOMISCHE MONITOR EDE 2015 I ECONOMISCHE MONITOR EDE 2015 I In deze economische monitor vindt u cijfers over de werkgelegenheid en de arbeidsmarkt van de gemeente Ede. Van de arbeidsmarkt zijn gegevens opgenomen van de tweede helft

Nadere informatie

Werkgelegenheidsonderzoek 2010

Werkgelegenheidsonderzoek 2010 2010 pr ov i nc i e g r oni ng e n Wer kgel egenhei dsonder zoek Eenanal ysevandeont wi kkel i ngen i ndewer kgel egenhei di nde pr ovi nci egr oni ngen Werkgelegenheidsonderzoek 2010 Werkgelegenheidsonderzoek

Nadere informatie

Allochtonen op de arbeidsmarkt 2009-2010

Allochtonen op de arbeidsmarkt 2009-2010 FORUM Maart Monitor Allochtonen op de arbeidsmarkt 9-8e monitor: effecten van de economische crisis In steeg de totale werkloosheid in Nederland met % naar 26 duizend personen. Het werkloosheidspercentage

Nadere informatie

Aantal werkzoekenden en aantal WWuitkeringen

Aantal werkzoekenden en aantal WWuitkeringen Juni 2009 Aantal werkzoekenden en WW-uitkeringen 2 Ingediende vacatures 5 Vraag en aanbod bij UWV WERKbedrijf 6 Ingediende ontslagaanvragen en verleende ontslagvergunningen 7 Statistische bijlage 8 Toelichting

Nadere informatie

Burn-out: de rol van psychische werkbelasting

Burn-out: de rol van psychische werkbelasting Burn-out: de rol van psychische werkbelasting Christianne Hupkens Ongeveer een op de tien werkenden heeft last van burnout klachten. Burn-out blijkt samen te hangen met diverse aspecten van psychische

Nadere informatie

Vraag naar Arbeid 2013

Vraag naar Arbeid 2013 Bijlage A: Opzet van het onderzoek Auteurs Patricia van Echtelt Jan Dirk Vlasblom Marian de Voogd-Hamelink Bijlage A. Opzet van het onderzoek Het rapport Vraag naar Arbeid 2013 beschrijft de ontwikkelingen

Nadere informatie

Locatie van banen, opleiding van niet werkend werkzoekenden, in- en uitstroom van uitkeringen

Locatie van banen, opleiding van niet werkend werkzoekenden, in- en uitstroom van uitkeringen Locatie van banen, opleiding van niet werkend werkzoekenden, in- en uitstroom van uitkeringen Gemeente Enschede 2002-2006 Centrum voor Beleidsstatistiek Frank van der Linden, Mariëtte Goedhuys-van der

Nadere informatie

Rapportage Vergelijkend Onderzoek naar Ziekteverzuim SW-sector 2003

Rapportage Vergelijkend Onderzoek naar Ziekteverzuim SW-sector 2003 Rapportage Vergelijkend Onderzoek naar Ziekteverzuim SW-sector 2003 Inleiding In het arboconvenant Sociale Werkvoorziening is bepaald dat jaarlijks een vergelijkend onderzoek naar de hoogte van het ziekteverzuim

Nadere informatie

Bedrijfsopleidingen in de industrie 1

Bedrijfsopleidingen in de industrie 1 Bedrijfsopleidingen in de 1 M.J. Roessingh 2 Het aantal bedrijfsopleidingen dat een werknemer in de in 1999 volgde, is sterk gestegen ten opzichte van 1993. Ook zijn er meer opleidingen gaan volgen. Wel

Nadere informatie

Vrouwen In maatschappelijke Besluitvorming (VIB 2010) Onderzoeksverantwoording. Sociaal en Cultureel Planbureau

Vrouwen In maatschappelijke Besluitvorming (VIB 2010) Onderzoeksverantwoording. Sociaal en Cultureel Planbureau Vrouwen In maatschappelijke Besluitvorming (VIB 2010) Onderzoeksverantwoording In opdracht van: Sociaal en Cultureel Planbureau Datum: 20 augustus 2010 Referentie: 14665.PW/SD/ND GfK Panel Services Benelux

Nadere informatie

Aantal werkzoekenden en WW-uitkeringen opnieuw toegenomen

Aantal werkzoekenden en WW-uitkeringen opnieuw toegenomen Maart 2009 Aantal werkzoekenden en WW-uitkeringen opnieuw toegenomen 2 Ingediende vacatures 5 Vraag en aanbod bij UWV WERKbedrijf 6 Ingediende ontslagaanvragen en verleende ontslagvergunningen 7 Statistische

Nadere informatie

Langdurig ziekteverzuim van werknemers met een chronische ziekte of beperking Geeke Waverijn, Mieke Rijken

Langdurig ziekteverzuim van werknemers met een chronische ziekte of beperking Geeke Waverijn, Mieke Rijken Deze factsheet is een uitgave van het NIVEL. De gegevens mogen met bronvermelding (Langdurig ziekteverzuim van werknemers met een chronische ziekte of beperking, G. Waverijn & M. Rijken, NIVEL, januari

Nadere informatie

stad cijfers Inleiding Kerncijfers Werkgelegenheid Toename aantal banen Tabel 1: Banen en vestigingen

stad cijfers Inleiding Kerncijfers Werkgelegenheid Toename aantal banen Tabel 1: Banen en vestigingen stad cijfers Inleiding Deze aflevering van Stadcijfers presenteert de nieuwste informatie over de ontwikkeling van het aantal banen en het aantal vestigingen in de gemeente Groningen. Deze belangrijke

Nadere informatie

Factsheet. Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2014. Werkloosheid stijgt naar 24% Definities. Nummer 6 juni 2014

Factsheet. Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2014. Werkloosheid stijgt naar 24% Definities. Nummer 6 juni 2014 Nummer 6 juni 2014 Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2014 Factsheet Ondanks eerste tekenen dat de economie weer aantrekt blijft de werkloosheid. Negen procent van de Amsterdamse beroepsbevolking is werkloos

Nadere informatie

M200513 Tijdsbesteding ondernemend Nederland

M200513 Tijdsbesteding ondernemend Nederland M200513 Tijdsbesteding ondernemend Nederland R. Hoevenagel Zoetermeer, december 2005 Tijdsbesteding ondernemend Nederland Ondernemers in Nederland maken lange werkweken. Uit onderzoek van EIM komt naar

Nadere informatie

Negende voortgangsrapportage gelijke beloning

Negende voortgangsrapportage gelijke beloning De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE 2513AA22XA Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4 Telefoon (070) 333 44 44 Fax (070) 333 40 33

Nadere informatie

Centraal Bureau voor de Statistiek. Maandelijkse cijfers over de werklozen en niet-werkende werkzoekenden van het CBS en UWV WERKbedrijf.

Centraal Bureau voor de Statistiek. Maandelijkse cijfers over de werklozen en niet-werkende werkzoekenden van het CBS en UWV WERKbedrijf. 9 juli 2010 Maandelijkse cijfers over de werklozen en niet-werkende werkzoekenden van het CBS en UWV WERKbedrijf Samenvatting Het CBS (Centraal Bureau voor de Statistiek) en UWV publiceren maandelijks

Nadere informatie

Veranderingen in arbeidsparticipatie van gescheiden moeders

Veranderingen in arbeidsparticipatie van gescheiden moeders Veranderingen in arbeidsparticipatie van gescheiden moeders Suzanne Peek Gescheiden moeders stoppen twee keer zo vaak met werken dan niet gescheiden moeders. Ook beginnen ze vaker met werken. Wanneer er

Nadere informatie

FORUM Monitor Allochtonen op de arbeidsmarkt: effecten van de economische crisis 2 e kwartaal 2009

FORUM Monitor Allochtonen op de arbeidsmarkt: effecten van de economische crisis 2 e kwartaal 2009 FORUM Monitor Allochtonen op de arbeidsmarkt: effecten van de economische crisis 2 e kwartaal 29 Groei van werkloosheid onder zet door! In het 2 e kwartaal van 29 groeide de werkloosheid onder (niet-westers)

Nadere informatie

Centraal Bureau voor de Statistiek. Maandelijkse cijfers over de werklozen en niet-werkende werkzoekenden van het CBS en UWV.

Centraal Bureau voor de Statistiek. Maandelijkse cijfers over de werklozen en niet-werkende werkzoekenden van het CBS en UWV. 17 maart 2011 Maandelijkse cijfers over de werklozen en niet-werkende werkzoekenden van het CBS en UWV Samenvatting Het CBS (Centraal Bureau voor de Statistiek) en UWV publiceren maandelijks in een gezamenlijk

Nadere informatie

Prijsindexcijfers 0f Reclamediensten

Prijsindexcijfers 0f Reclamediensten 07 Prijsindexcijfers 0f Reclamediensten Michel van Veen Publicatiedatum CBS-website: 20 november 2008 Den Haag/Heerlen, 2008 Verklaring van tekens. = gegevens ontbreken * = voorlopig cijfer x = geheim

Nadere informatie

Inhuur in de Kempen. Eersel, Oirschot en Reusel-De Mierden. Onderzoeksaanpak

Inhuur in de Kempen. Eersel, Oirschot en Reusel-De Mierden. Onderzoeksaanpak Inhuur in de Kempen Eersel, Oirschot en Reusel-De Mierden Onderzoeksaanpak Rekenkamercommissie Kempengemeenten 21 april 2014 1. Achtergrond en aanleiding In gemeentelijke organisaties met een omvang als

Nadere informatie

Offerte. Inleiding. Projectopdracht

Offerte. Inleiding. Projectopdracht Offerte aan van Directeur MEVA drs. C.E. M., Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Centrum voor Beleidsstatistiek, Centraal Bureau voor de Statistiek onderwerp Offerte Inkomenspositie Chronisch

Nadere informatie

Prijsindexcijfers advocatuur, 2002 2004

Prijsindexcijfers advocatuur, 2002 2004 Centraal Bureau voor de Statistiek Telefoon: 0900-0227 ( 0,50 p/m) E-mail: infoservice@cbs.nl Bron: CBS Prijsindexcijfers advocatuur, 2002 2004 Mw. M. Noordam en mw. R. Vleemink Centraal Bureau voor de

Nadere informatie

Centraal Kantoor Afdeling Monitoring en Beleidsinformatie LEGIONELLA. dr. P. J. M. Martens

Centraal Kantoor Afdeling Monitoring en Beleidsinformatie LEGIONELLA. dr. P. J. M. Martens Arbeidsinspectie Centraal Kantoor Afdeling Monitoring en Beleidsinformatie LEGIONELLA Februari 2001 drs. Ö. Erdem dr. P. J. M. Martens INHOUDSOPGAVE BLZ. SAMENVATTING 1 INLEIDING 1 2 DOEL VAN HET ONDERZOEK

Nadere informatie

WERKGELEGENHEID REGIO WATERLAND 2012

WERKGELEGENHEID REGIO WATERLAND 2012 1.1 Arbeidsplaatsen De regio Waterland telt in totaal 61.070 arbeidsplaatsen (dat zijn werkzame personen). Daarvan werkt 81 procent 12 uur of meer per week (49.480 personen). Het grootste deel van de werkgelegenheid

Nadere informatie

Opzetten medewerker tevredenheid onderzoek

Opzetten medewerker tevredenheid onderzoek Opzetten medewerker tevredenheid onderzoek E: info@malvee.com T: +31 (0)76 7002012 Het opzetten en uitvoeren van een medewerker tevredenheid onderzoek is relatief eenvoudig zolang de te nemen stappen bekend

Nadere informatie

De vragenlijst van de openbare raadpleging

De vragenlijst van de openbare raadpleging SAMENVATTING De vragenlijst van de openbare raadpleging Tussen april en juli 2015 heeft de Europese Commissie een openbare raadpleging gehouden over de vogel- en de habitatrichtlijn. Deze raadpleging maakte

Nadere informatie

Stoppen als huisarts: trends in aantallen en percentages

Stoppen als huisarts: trends in aantallen en percentages Dit rapport is een uitgave van het NIVEL. De gegevens mogen worden gebruikt met bronvermelding. Stoppen als huisarts: trends in aantallen en percentages Een analyse van de huisartsenregistratie over de

Nadere informatie

vinger aan de pols van werkend Nederland

vinger aan de pols van werkend Nederland Innovaties voor Gezond en Veilig Werken IMPLEMENTATION AND EVALUATION OSH POLICIES NEA: vinger aan de pols van werkend Nederland De NEA Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden is het grootste iodieke onderzoek

Nadere informatie

FNV Vakantiewerk onderzoek 2013

FNV Vakantiewerk onderzoek 2013 FNV Vakantiewerk onderzoek 2013 Datum: 31 Mei 2013 Opdrachtgever: FNV Jong Onderzoeksbureau: YoungVotes TM (DVJ Insights) Contactpersoon FNV Jong: Esther de Jong, Kim Cornelissen Contactpersoon YoungVotes:

Nadere informatie

Hoge werktevredenheid geen garantie voor doorwerken tot pensioen

Hoge werktevredenheid geen garantie voor doorwerken tot pensioen Hoge werktevredenheid geen garantie voor doorwerken tot pensioen 11 Meeste werknemers tevreden met het werk Acht op de tien werknemers (zeer) tevreden met hun werk Vrouwen vaker tevreden dan mannen Werknemers

Nadere informatie

Prestatiebeloning werkt nauwelijks, maar prestatieafstemming

Prestatiebeloning werkt nauwelijks, maar prestatieafstemming Prestatiebeloning werkt nauwelijks, maar prestatieafstemming werkt wel André de Waal Prestatiebeloning wordt steeds populairder bij organisaties. Echter, deze soort van beloning werkt in veel gevallen

Nadere informatie

De arbeidsmarktpositie van werknemers in 2004

De arbeidsmarktpositie van werknemers in 2004 Arbeidsinspectie Kantoor Den Haag Directie Concernbeleid Team Monitoring en Beleidsinformatie De arbeidsmarktpositie van werknemers in 2004 Een onderzoek naar de verschillen in beloning en mobiliteit tussen

Nadere informatie

Verzuimanalyse MBO-sector

Verzuimanalyse MBO-sector Verzuimanalyse MBO-sector 3 e kwartaal 2011 t/m 2 e kwartaal 2012 MBO Raad Woerden, November 2012 2 Inhoudsopgave 1. Inleiding... 3 2. Het genereren van de verzuimgegevens... 4 3. Van registratie naar

Nadere informatie

De arbeidsmarktpositie van werknemers in 2002

De arbeidsmarktpositie van werknemers in 2002 Arbeidsinspectie Kantoor Den Haag Directie Concernbeleid Team Monitoring en Beleidsinformatie De arbeidsmarktpositie van werknemers in 2002 Een onderzoek naar de verschillen in beloning en mobiliteit tussen

Nadere informatie

Succesvolle toepassing van 360 graden feedback: De keuze van het 360 instrument en de voorbereiding op het 360 traject

Succesvolle toepassing van 360 graden feedback: De keuze van het 360 instrument en de voorbereiding op het 360 traject Succesvolle toepassing van 360 graden feedback: De keuze van het 360 instrument en de voorbereiding op het 360 traject Augustus 2011 Waar werknemers onderdeel zijn van een organisatie, wordt beoordeeld.

Nadere informatie

Monitor Arbeid en Gezondheid update eerste halfjaar 2013 Cijfers & trends over Inzetbaarheid van werknemers

Monitor Arbeid en Gezondheid update eerste halfjaar 2013 Cijfers & trends over Inzetbaarheid van werknemers Monitor Arbeid en Gezondheid update eerste halfjaar 2013 Cijfers & trends over Inzetbaarheid van werknemers Oktober 2013 1 Inhoud Inleiding... 3 Belangrijkste resultaten/bevindingen... 5 Verzuimpercentage...

Nadere informatie

Vakantiewerkonderzoek 2014 FNV Jong

Vakantiewerkonderzoek 2014 FNV Jong Vakantiewerkonderzoek 2014 FNV Jong Leon Pouwels 11 juni 2014 Achtergrond Achtergrond 2 Achtergrond - onderzoeksopzet Doelstelling Steekproef Methode De doelstelling van dit onderzoek is het verkrijgen

Nadere informatie

Rapportage beoordelen en incidenteel belonen 2012

Rapportage beoordelen en incidenteel belonen 2012 Rapportage beoordelen en incidenteel belonen 2012 Oktober 2013 Samenvatting Provinciebreed wordt er in 2012 met 91% van de medewerkers een planningsgesprek gevoerd, met 81% een voortgangsgesprek en met

Nadere informatie

Vormgevers in Nederland (verdieping) Uitkomsten en toelichting

Vormgevers in Nederland (verdieping) Uitkomsten en toelichting Centraal Bureau voor de Statistiek Centrum voor Beleidsstatistiek in Nederland (verdieping) Uitkomsten en toelichting Daniëlle ter Haar en Frank van der Linden juni 2007 Inleiding In februari 2007 heeft

Nadere informatie

SZ.Y. Arbeidsgehand icapten 2002. lngrid Beckers. Astrid Smits. Arbeidssituatie van mensen met een langdurige aandoening.

SZ.Y. Arbeidsgehand icapten 2002. lngrid Beckers. Astrid Smits. Arbeidssituatie van mensen met een langdurige aandoening. SZ.Y o O Minister e yan Sociale Zaken en Werkgelegenheid Arbeidsgehand icapten 2002 Arbeidssituatie van mensen met een langdurige aandoening lngrid Beckers Jan Besseling Astrid Smits Ministerie van Sociale

Nadere informatie

1. Wetenschappers in Nederland M/V

1. Wetenschappers in Nederland M/V 1. Wetenschappers in Nederland M/V 14,8 procent vrouwelijke hoogleraren in 2011 In 2011 studeerden meer vrouwen (53,6%) dan mannen af aan de Nederlandse universiteiten. Het aandeel vrouwen in wetenschappelijke

Nadere informatie

VESTIGINGENREGISTER PARKSTAD LIMBURG

VESTIGINGENREGISTER PARKSTAD LIMBURG Rapportage door bureau Onderzoek en Statistiek van de gemeente Heerlen Telefoon: 45 564741 E-mail: o&s@heerlen.nl Limburg, februari 27 VESTIGINGENREGISTER PARKSTAD LIMBURG METING 26 INHOUD INLEIDING...-

Nadere informatie

Managementsamenvatting

Managementsamenvatting Managementsamenvatting CQI Oncologie Generiek 2014 Significant Thorbeckelaan 91 3771 ED Barneveld +31 342 40 52 40 KvK 3908 1506 info@significant.nl www.significant.nl Stichting Miletus Barneveld, 18 juni

Nadere informatie

M200412 Opleidingsniveau in MKB stijgt

M200412 Opleidingsniveau in MKB stijgt M200412 Opleidingsniveau in MKB stijgt A.M.J. te Peele Zoetermeer, 24 december 2004 Meer hoger opgeleiden in het MKB Het aandeel hoger opgeleiden in het MKB is de laatste jaren gestegen. Met name in de

Nadere informatie

szw0001052 Aan de Voorzitter van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid s-gravenhage, 23 november 2000 Aanleiding

szw0001052 Aan de Voorzitter van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid s-gravenhage, 23 november 2000 Aanleiding szw0001052 Aan de Voorzitter van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid s-gravenhage, 23 november 2000 Aanleiding Naar aanleiding van vragen over de hoge arbeidsongeschiktheidspercentages

Nadere informatie

Ziekteverzuim het laagst bij werknemers met een hoge mate van autonomie en veel steun van collega's en leidinggevenden

Ziekteverzuim het laagst bij werknemers met een hoge mate van autonomie en veel steun van collega's en leidinggevenden Ziekteverzuim het laagst bij werknemers met een hoge mate van autonomie en veel steun van collega's en leidinggevenden Martine Mol en Jannes de Vries Een hoge werkdruk onder werknemers komt vooral voor

Nadere informatie

Breuk in de tijdreeks internationale ale handel in diensten0t

Breuk in de tijdreeks internationale ale handel in diensten0t 07 Breuk in de tijdreeks internationale ale handel in diensten0t Publicatiedatum CBS-website: 24 november 2008 Den Haag/Heerlen Verklaring van tekens. = gegevens ontbreken * = voorlopig cijfer x = geheim

Nadere informatie

PREAMBULE TALENT NAAR DE TOP. Doelstelling. Noodzaak tot behoud van vrouwelijk talent in Nederland

PREAMBULE TALENT NAAR DE TOP. Doelstelling. Noodzaak tot behoud van vrouwelijk talent in Nederland CHARTER TALENT NAAR DE TOP PREAMBULE Doelstelling Met het Charter Talent naar de Top (ofwel het Charter ) wil de Taskforce een hogere toestroom, doorstroom en behoud van vooral vrouwelijk talent in topfuncties

Nadere informatie

MOA 2005: weging en correctie voor allochtonen zonder Internet

MOA 2005: weging en correctie voor allochtonen zonder Internet Stichting voor Economisch Onderzoek der Universiteit van Amsterdam MOA 2005: weging en correctie voor allochtonen zonder Internet Djoerd de Graaf Onderzoek in opdracht van Intelligence Group Amsterdam,

Nadere informatie

Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 11 maart 2003, Directie Sociale Verzekeringen, nr SV/A&L/2003/17748, houdende regels omtrent

Nadere informatie

(Hoe) kan onze communicatie beter?

(Hoe) kan onze communicatie beter? Deel 3 Onderzoek (Hoe) kan onze communicatie beter? Marijke Manshanden* Uw organisatie heeft een communicatieprobleem. U wilt dit probleem oplossen, maar mist de informatie om tot een goede oplossing te

Nadere informatie

Loopbanen in het onderwijs? Analyse van de loopbaanontwikkeling van onderwijspersoneel

Loopbanen in het onderwijs? Analyse van de loopbaanontwikkeling van onderwijspersoneel Loopbanen in het onderwijs? Analyse van de loopbaanontwikkeling van onderwijs 1 Inhoudsopgave 1. Inleiding 2. Resultaten Karin Jettinghoff en Jo Scheeren, SBO Januari 2010 2 1. Inleiding Tot voor kort

Nadere informatie

HET NIEUWE WERKEN IN RELATIE TOT PERSOONLIJKE DRIJFVEREN VAN MEDEWERKERS. Onderzoek door TNO in samenwerking met Profile Dynamics

HET NIEUWE WERKEN IN RELATIE TOT PERSOONLIJKE DRIJFVEREN VAN MEDEWERKERS. Onderzoek door TNO in samenwerking met Profile Dynamics HET NIEUWE WERKEN IN RELATIE TOT PERSOONLIJKE DRIJFVEREN VAN MEDEWERKERS Onderzoek door TNO in samenwerking met Profile Dynamics 1 Inleiding Veel organisaties hebben de afgelopen jaren geïnvesteerd in

Nadere informatie

Meeste werknemers tevreden met aantal werkuren

Meeste werknemers tevreden met aantal werkuren Meeste werknemers tevreden met aantal werkuren Christianne Hupkens De meeste werknemers zijn tevreden met de omvang van hun dienstverband. Ruim zes op de tien werknemers tussen de 25 en 65 jaar wil niet

Nadere informatie

Vrouwen op de arbeidsmarkt

Vrouwen op de arbeidsmarkt op de arbeidsmarkt Johan van der Valk Annemarie Boelens De arbeidsdeelname van vrouwen lag in 23 op 55 procent. De arbeidsdeelname van vrouwen stijgt al jaren. Deze toename komt de laatste jaren bijna

Nadere informatie

Monitoring gebruikerstevredenheid invoering 130 km/h

Monitoring gebruikerstevredenheid invoering 130 km/h TNS Nipo Grote Bickersstraat 74 1013 KS Amsterdam t 020 5225 444 e info@tns-nipo.com www.tns-nipo.com Rapport Monitoring gebruikerstevredenheid invoering 130 km/h Rick Heldoorn & Matthijs de Gier H1630

Nadere informatie

Werkloosheid verder toegenomen

Werkloosheid verder toegenomen Persbericht PB14-019 20 maart 09.30 uur Werkloosheid verder toegenomen - Werkloze beroepsbevolking in februari met 13 duizend gestegen - Vrijwel evenveel werkloze jongeren als drie maanden geleden - Aantal

Nadere informatie

Vrijwilligersbeleid. Rapportage flitsenquête ActiZ. ActiZ, organisatie van zorgondernemers. ICSB Marketing en Strategie Drs.

Vrijwilligersbeleid. Rapportage flitsenquête ActiZ. ActiZ, organisatie van zorgondernemers. ICSB Marketing en Strategie Drs. Rapportage flitsenquête ActiZ Vrijwilligersbeleid Voor ActiZ, organisatie van zorgondernemers Van ICSB Marketing en Strategie Drs. Yousri Mandour Datum 7 maart 2011 Pag. 1 Voorwoord Voor u liggen de resultaten

Nadere informatie

Jaarrapportage 2010. Branche informatie voor Welzijn en Maatschappelijke Dienstverlening

Jaarrapportage 2010. Branche informatie voor Welzijn en Maatschappelijke Dienstverlening Jaarrapportage 2010 Branche informatie voor Welzijn en Maatschappelijke Dienstverlening Inhoud Inleiding... 3 Samenvatting... 3 Kerncijfers 2008, 2009, 2010... 4 Participatie... 5 Verzuimontwikkeling...

Nadere informatie

Geen tekort aan technisch opgeleiden

Geen tekort aan technisch opgeleiden Geen tekort aan technisch opgeleiden Auteur(s): Groot, W. (auteur) Maassen van den Brink, H. (auteur) Plug, E. (auteur) De auteurs zijn allen verbonden aan 'Scholar', Faculteit der Economische Wetenschappen

Nadere informatie

Deelname aan post-initieel onderwijs, 1995 2005

Deelname aan post-initieel onderwijs, 1995 2005 Deelname aan post-initieel onderwijs, 1995 2005 Max van Herpen De deelname aan opleidingen na het betreden van de arbeidsmarkt ligt in Nederland op een redelijk niveau. Hoger opgeleiden, jongeren, niet-westerse

Nadere informatie

Het belang van begeleiding

Het belang van begeleiding Het belang van begeleiding Langdurig zieke werknemers 9 en 18 maanden na ziekmelding vergeleken Lone von Meyenfeldt Philip de Jong Carlien Schrijvershof Dit onderzoek is financieel mogelijk gemaakt door

Nadere informatie

Werkloosheid in oktober vrijwel onveranderd

Werkloosheid in oktober vrijwel onveranderd Persbericht Pb14-070 20 november 2014 09.30 uur Werkloosheid in oktober vrijwel onveranderd - Meer mensen aan het werk - Aantal WW-uitkeringen vrijwel onveranderd - WW-uitkeringen toegenomen vanuit seizoengevoelige

Nadere informatie

OBS A.M.G. Schmidt 7 februari 2014

OBS A.M.G. Schmidt 7 februari 2014 OBS A.M.G. Schmidt 7 februari 2014 Managementrapportage Scholengemeenschap Veluwezoom wil periodiek meten hoe de tevredenheid is onder haar belangrijkste doelgroepen: leerlingen, ouders, leerkrachten en

Nadere informatie

Jongeren en ouderen zonder startkwalificatie op de arbeidsmarkt

Jongeren en ouderen zonder startkwalificatie op de arbeidsmarkt Jongeren en ouderen zonder startkwalificatie op de arbeidsmarkt Harry Bierings en Robert de Vries Uit onderzoek blijkt dat jongeren van 15-24 jaar zonder startkwalificatie meer moeite hebben om een (vaste)

Nadere informatie

ONTSLAGSTATISTIEK. Jaarapportage 2008

ONTSLAGSTATISTIEK. Jaarapportage 2008 ONTSLAGSTATISTIEK Jaarapportage 2008 Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Directie Arbeidsverhoudingen Mei 2009 Inleiding Een arbeidsovereenkomst kan op verschillende wijzen eindigen. De gegevens

Nadere informatie

Artikelen. Arbeidsmarktdynamiek en banen. Peter Kee en Robin Milot

Artikelen. Arbeidsmarktdynamiek en banen. Peter Kee en Robin Milot Artikelen Arbeidsmarktdynamiek en banen Peter Kee en Robin Milot Dit artikel bespreekt de dynamiek op de Nederlandse arbeidsmarkt aan de hand van het aantal afgesloten en ontbonden arbeidscontracten. De

Nadere informatie

Werkloosheid opnieuw gestegen

Werkloosheid opnieuw gestegen Persbericht PB14-012 20 februari 09.30 uur Werkloosheid opnieuw gestegen - Werkloze beroepsbevolking in januari met 10 duizend toegenomen - Aantal WW-uitkeringen met 23 duizend gestegen De voor seizoeninvloeden

Nadere informatie

Verwachte baanvindduren werkloze 45-plussers

Verwachte baanvindduren werkloze 45-plussers Sociaaleconomische trends 213 Verwachte baanvindduren werkloze 45-plussers Harry Bierings en Bart Loog juli 213, 2 CBS Centraal Bureau voor de Statistiek Sociaaleconomische trends, juli 213, 2 1 De afgelopen

Nadere informatie