Hoofdstuk 14. De kapitaalkost van de onderneming

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Hoofdstuk 14. De kapitaalkost van de onderneming"

Transcriptie

1 Hoofdstuk 14. De kapitaalkost van de onderneming 1 Bron: Laveren E., Engelen P., Limère A. & Vandemaele S. (2002), Handboek Financieel beheer, Intersentia,1ste druk. Inleiding Het begrip kapitaalkost wordt veelvuldig besproken en gehanteerd in zowel de financieringstheorie als in de praktijk van het financieel ondernemingsbeleid. Het concept wordt in de financiële literatuur vooral besproken in verband met investeringsbeslissingen. De kapitaalkost, of anders gezegd de vermogenskost van de onderneming, wordt hierbij dan gebruikt hetzij als discontovoet in de Net Present Value-methode, hetzij als afkapgrens in de interne rendementsmethode (zie hoofdstukken 2 en 9). Het begrip cost of capital is oorspronkelijk afkomstig uit de Verenigde Staten en het bepaalt het rendement dat openbare nutsbedrijven mogen incalculeren bij de tariefbepaling van de geleverde goederen en diensten. Het begrip kapitaalkost wordt sindsdien eveneens gebruikt in privéondernemingen. Allereerst wordt gepoogd de essentiële kenmerken van het begrip te omschrijven. In een tweede afdeling worden een aantal toepassingsgebieden aangehaald. De meeste aandacht zal besteed worden aan de bepaling van de gewogen gemiddelde kapitaalkost van de onderneming. Aan de hand van een uitgewerkt voorbeeld zullen de besproken concepten geïllustreerd worden Begripsomschrijving Het begrip kapitaalkost verwijst enerzijds naar de minimaal vereiste opbrengstvoet voor nieuwe investeringsprojecten, maar anderzijds ook naar de opbrengstvoeten die de kapitaalverschaffers verwachten te bekomen op de door hen verstrekte geldmiddelen. De kapitaalkost komt in deze betekenis overeen met de kost welke aan de aantrekking van kapitaal verbonden is of anders uitgedrukt, de opbrengstvoet waartegen het voor de onderneming mogelijk is om nieuwe effecten uit te geven. Het begrip legt aldus de band tussen de investeringsbeslissing en de financieringsbeslissing. Dit betekent dat de minimaal te behalen rendabiliteit voor investeringsprojecten gemeten wordt als een functie van de door de kapitaalverstrekkers verwachte opbrengstvoeten. De kapitaalkost van de onderneming kan berekend worden als een gewogen gemiddelde van de rendabiliteitseisen van de verschillende groepen

2 van kapitaalverschaffers. 2 Uit de voorgaande omschrijving van het begrip kunnen een viertal kenmerken worden afgeleid. Ten eerste is de kapitaalkost een opportuniteitskost. Kapitaalverschaffers hebben meerdere aanwendingsmogelijkheden voor hun beschikbare geldmiddelen. De vereiste opbrengstvoet dient voldoende te zijn om de investeerder te vergoeden voor de gemiste opbrengst die hij had kunnen bekomen door te investeren in andere aanwendingsmogelijkheden met een vergelijkbaar risico in plaats van in het project.. Ten tweede wordt de kapitaalkost bepaald in de kapitaalmarkten. Aangezien de kapitaalverschaffers hun geldmiddelen steeds kunnen beleggen op de kapitaalmarkt, komt de minimaal vereiste opbrengstvoet voor een investering overeen met de verwachte opbrengstvoet voor een belegging met eenzelfde risicograad. De minimaal te behalen rendabiliteit voor nieuwe investeringsprojecten is niet niet het gevolg van een interne beleidsbeslissing van de ondernemingsleiding, maar zij wordt bepaald door de opbrengstvoeten die de kapitaalverschaffers verwachten te bekomen op de door hen verstrekte geldmiddelen. Bovendien kan elke onderneming beschouwd worden als een open financieel systeem, waarbij zij voortdurend in relatie staat met de kapitaalmarkten (zie hoofdstuk 1). Zij kan zich maar bevoorraden met financiële middelen uit deze kapitaalmarkten zolang zij aan de marktvoorwaarden inzake vergoeding kan voldoen. Ten derde is de kapitaalkost afhankelijk van het risico inherent aan de aanwending van de geldmiddelen. De verklaring hiervoor dient gezocht te worden in de houding van de investeerders ten opzichte van risico. Uit heel wat studies blijkt dat de investeerders over het algemeen risicoafkerig zijn. Dit betekent dat zij slechts bereid zijn hun geldmiddelen aan te wenden voor projecten met een hoger risico indien zij daarvoor een voldoende vergoeding krijgen. Ten vierde is de kapitaalkost een toekomstgericht begrip. De kost van de geldmiddelen aangetrokken ter financiering van de investeringen in het verleden is niet relevant voor het nemen van investeringsbeslissingen. De berekening van de kosten van de verschillende financieringsbronnen dient te gebeuren op marginale basis, d.w.z. rekening houdend met het toekomstig financieringspatroon en de hieraan verbonden kosten.

3 14.2. Toepassingsgebieden 3 In dit hoofdstuk wordt het begrip kapitaalkost besproken met het oog op het beoordelen van investeringsprojecten. Andere toepassingsgebieden van dit begrip zijn o.a. het nemen van beslissingen inzake het beheer van werkkapitaal (debiteurenbeheer, voorraadbeheer en cash management), het evalueren van leasingbeslissingen, het beoordelen van de behaalde resultaten en de bepaling van de waarde van de onderneming. Het financieel management heeft eveneens nood aan een goed inzicht in de kapitaalkost doordat heel wat belangrijke financiële beslissingen een impact hebben op de hoogte van de kosten. Zo zijn er bijvoorbeeld de investeringsbeslissingen die het bedrijfsrisico veranderen, de beslissingen omtrent de financieringsmix alsook de beslissingen die kaderen binnen het fiscaal beheer Methode De bepaling van de gewogen gemiddelde kapitaalkost (k g ) kan gebeuren in drie stappen: - stap 1: bepaling van de kosten van de verschillende financieringsbronnen, - stap 2: bepaling van het relatieve aandeel van elke financieringsbron in de kapitaalstructuur van de onderneming, - stap 3: berekening van de gewogen gemiddelde kapitaalkost. Als de onderneming N verschillende financieringsbronnen gebruikt, elk met hun eigen kost (k i ) en aandeel in de kapitaalstructuur (w i ), dan luidt de algemene formulering van de gewogen gemiddelde kapitaalkost (k g ) : k = w k + w k w k = w k [14.1] g N N N i= 1 i i waarbij k g w i k i = gewogen gemiddelde kapitaalkost = het relatieve aandeel van elke financieringsbron in de kapitaalstructuur (of de wegingsfactoren) = kost van de verschillende soorten financieringsmiddelen die de onderneming aanwendt bij de financiering van haar investeringen

4 De eerste stap: Bepaling van de marginale kosten van de verschillende financieringsbronnen De kost van het vreemd vermogen op lange termijn (k SL ) De marginale kost komt overeen met de huidige marktopbrengstvoet die door de verschaffers van het vreemd kapitaal geëist wordt op nieuwe emissies. Deze vereiste opbrengstvoet kan berekend worden door de discontovoet te zoeken die de contante waarde van de interest- en aflossingsbetalingen gelijkmaakt met de opbrengsten van de emissie. Deze discontovoet is het werkelijk rendement (zie hoofdstuk 5). In formulevorm geeft dit : I 0 C1 C2 CT = * + * * k ( 1+ k ) ( 1+ k ) SL SL waarbij I 0 = de opbrengsten van de uitgifte op tijdstip 0 C t = * k SL SL T het bedrag van de periodieke interest- en aflossingsbetalingen = de kost van het vreemd kapitaal op lange termijn voor belastingen [14.2] Bij de uitgifte van leningen dient men rekening te houden met een aantal kostenelementen, waaronder de uitgiftepremie, de terugbetalingspremie en een aantal administratieve kosten. Bij de verwerking van deze kosten kan men twee werkwijzen volgen: men kan de kosten meerekenen in de bepaling van de kasstromen ofwel kan men de kost van het vreemd kapitaal verhogen met een procentuele kostentoeslag. Wij zijn voorstander om bij de bepaling van de kost van het vreemd kapitaal (alsook van de andere financieringsbronnen) geen rekening te houden met dergelijke uitgiftekosten. Wij stellen voor deze kosten te becijferen en in rekening te nemen bij de bepaling van de kasstromen (i.c. een verhoging van de uitgaande kasstromen of de investeringsuitgave). De bekomen kost dient nog aangepast te worden voor het belastingvoordeel verbonden aan de interestkosten. Deze interestkosten zijn immers fiscaal aftrekbaar van de belastbare winst. Deze aanpassing kan gebeuren door de kost van het vreemd kapitaal voor belastingen ( vermenigvuldigen met de factor (1-t) : k SL = ( 1 t) k * [14.3] waarbij k SL SL = de kost van het vreemd kapitaal op lange termijn na belastingen * k SL ) te

5 t = marginale belastingvoet op de ondernemingswinsten De kost van het vreemd vermogen op korte termijn (k SK ) Een onderscheid dient gemaakt te worden tussen rentedragende en niet-rentedragende schulden. Onder rentedragende schulden dient verstaan te worden al de schulden waarop, op basis van een expliciete overeenkomst, interestbetalingen verschuldigd zijn. Bij de bepaling van de gewogen gemiddelde kapitaalkost dient enkel rekening gehouden te worden met de kost van de rentedragende schulden. De niet-rentedragende schulden op korte termijn (o.a. leveranciersschulden, achterstallige sociale zekerheidsbedragen en belastingschulden) hebben eveneens een opportuniteitskost, maar deze kost is impliciet opgenomen in de kost van de aangekochte en geproduceerde goederen. Het is zeer moeilijk en onnodig om deze impliciete kosten uit de operationele kosten trachten af te leiden (Copeland, Koller & Murrin, 2000). Deze niet-rentedragende schulden worden beschouwd als spontane financieringsmiddelen die dienen ter dekking van financieringsbehoeften op korte termijn en die bij de bepaling van de kasstromen in mindering worden gebracht van de toename in de exploitatieactiva (zie tabel 9.1 in hoofdstuk 9). De kost van de rentedragende schulden op korte termijn kan op dezelfde wijze berekend worden als de kost van de schulden op lange termijn. Bij de bepaling van deze kost spelen diverse elementen een rol. Zo dient men bijvoorbeeld bij de bepaling van de kost van het kaskrediet rekening te houden met de basisrentevoet, de marge, de reserveringscommissie en de overschrijdingscommissie. Voor het verkrijgen van een schatting van de kost verbonden aan nieuwe schulden kan men contact opnemen met potentiële kapitaalverschaffers. De marktinterestvoeten op andere schulden van eenzelfde risicograad of de effectieve interestvoeten op de bestaande schulden van de onderneming (zie hoofdstuk 5) kunnen hierbij nuttige informatie geven De kost van het eigen vermogen (k e ) Vele auteurs halen terecht aan, zoals hierna nog zal duidelijk worden, dat de kost van het eigen vermogen de moeilijkst te bepalen kostencomponent is. Dit volgt uit het feit dat de opbrengsten voor de gewone aandeelhouders moeilijker te voorspellen zijn dan de opbrengsten voor de obligatiehouders.

6 Bovendien blijven deze opbrengsten niet constant, zodat ingewikkelder berekeningen dienen gemaakt te worden. 6 Van Horne (1995) definieert de kost van het eigen vermogen als the minimum rate of return that a company must earn on the equity-financed portion of its investments in order to leave unchanged the market price of its stock. De bronnen van eigen kapitaal zijn het nieuwe aandelenkapitaal ingebracht door de aandeelhouders enerzijds en de winsten die worden gereserveerd en aangewend voor investeringen anderzijds. Het vereiste rendement voor de aanwending van deze geldmiddelen komt overeen met de opbrengst die de aandeelhouders wensen te behalen op de door hen beschikbaar gestelde geldmiddelen. Er bestaan verschillende modellen om de kost van het eigen kapitaal (k e ) te bepalen. Hierna wordt vooreerst het dividendwaarderingsmodel besproken. Daarna wordt het Capital Asset Pricing Model (CAP-model) gebruikt als een alternatieve methode om k e te schatten Het dividendwaarderingsmodel Volgens deze benadering komt de kost van het eigen vermogen overeen met de discontovoet die de contante waarde van de verwachte toekomstige dividenden per aandeel gelijkmaakt aan de huidige marktprijs. Afhankelijk van de veronderstellingen die men aanneemt omtrent de toekomstige groei van de dividenden, bekomt men meerdere modellen om k e te schatten (zie hoofdstuk 6). Het meest gehanteerde model is het Gordon model (of ook genoemd het Gordon-Shapiro model) dat steunt op een constante groei van de dividenden en waarbij men aanneemt dat deze groei onbegrensd is in de tijd. De kost van het eigen vermogen (k e ) kan bepaald worden op de volgende wijze: DIV1 ke = * + g ( g < ke ) [14.4] P 0 waarbij DIV 1 = het verwachte dividend in de eerstvolgende periode P 0 * = de marktprijs van het aandeel in periode 0 g = groeivoet van de toekomstige dividenden De groeivoet van de toekomstige dividenden (g) kan bepaald worden : 1. als de procentuele toe- of afname van het dividend (of de netto-winst) per aandeel over de voorbije periode; 2. als een gemiddelde van de procentuele toe- of afnames van het dividend (of de netto-winst) per

7 7 aandeel over een aantal periodes; 3. als de samengestelde groeifactor van het dividend (of de netto-winst) per aandeel over een periode van N jaar, in formulevorm: N DIV ( + g) = DIV of g = 0 1 N N DIV DIV N 0 1 [14.5] waarbij DIV 0 en DIV N de dividendbedragen in periode 0, respectievelijk periode N voorstellen; 4. door toepassing van de regressieanalysemethode (zie Lee & Finnerty,1990); 5. als het product van de winstinhoudingsvoet (b) en het rendement op het eigen vermogen (REV) (zie hoofdstuk 6). Een aantal waarschuwingen kunnen geformuleerd worden bij het gebruik van het Gordon model (zie ook Brealey & Myers, 2000). Ten eerste is dit model niet geschikt voor ondernemingen met een hoge groeivoet: een dergelijke groei kan niet eeuwig blijven duren. Ten tweede is het moeilijk om k e nauwkeurig te schatten op basis van de analyse van één aandeel. Een andere mogelijkheid bestaat erin om k e te schatten op basis van meerdere aandelen met eenzelfde risico, zodat de fouten bij het schatten van k e elkaar (gedeeltelijk) kunnen compenseren. Het Gordon-Shapiromodel kan eveneens in bepaalde gevallen niet toegepast worden, namelijk indien de groei (g) groter zou zijn dan k e en in het geval dat er geen dividenden worden uitbetaald in de toekomst Het Capital Asset Pricing Model (CAP- Model) Een tweede methode om k e te schatten is een benadering die gebruik maakt van de effectenmarktlijn of de basisrelatie uit het CAP-model. Deze methode houdt op een expliciete wijze rekening met het systematisch risico om het vereist rendement van een effect te bepalen. Het CAP-model stelt dat het minimum rendement dat de verschaffers van eigen vermogen vereisen gelijk is aan de risicovrije marktopbrengstvoet (R f ) plus een risicopremie overeenkomstig het (systematisch) risico verbonden aan de aanwending van de geldmiddelen. Uit hoofdstuk 6 weten we dat deze relatie formeel kan voorgesteld worden als: e = f + [ M f ] e k R E( R ) R β [14.6] waarbij R f = de risicovrije rentevoet

8 E(R m ) = het verwachte rendement op de marktportefeuille [E(R M ) - R f ] = de marktrisicopremie β e = de beta-coëfficiënt van het eigen vermogen van de onderneming 8 De betacoëfficiënt, berekend op basis van aandelengegevens van ondernemingen die schuldfinanciering gebruiken, noemen wij de levered beta. Deze betacoëfficiënt incorporeert zowel het bedrijfs- als het financieel risico. Het financieel risico is het gevolg van het gebruik van schuldfinanciering waaraan vaste interestverplichtingen zijn verbonden zodat het residuele aandeelhoudersinkomen onderhevig zal zijn aan grotere fluctuaties. De betacoëfficiënt die we nodig hebben voor de bepaling van de kost van het eigen vermogen kan berekend worden door de betacoëfficiënt van de aandelen van de onderneming te schatten. Dit is enkel juist indien het project dat beoordeeld wordt eenzelfde risico heeft als het risico van de ganse onderneming. Anders gezegd, indien het project ligt in de lijn van de bestaande activiteiten van de onderneming en indien de financiering van het project gebeurt overeenkomstig de huidige financieringswijze van de onderneming, kunnen de betacoëfficiënt en de relevante kosten van het eigen vermogen bepaald worden op basis van de gegevens afkomstig van de onderneming. Indien het bedrijfsrisico tussen het project en het geheel van bestaande projecten verschillend is, is het beter de betacoëfficiënt te bepalen op basis van gegevens afkomstig van een aantal ondernemingen die een vergelijkbaar bedrijfsrisico hebben als het beschouwde project (bijvoorbeeld ondernemingen uit dezelfde sector). Indien het financieel risico verbonden aan de uitvoering van het project verschillend is van het financieel risico van de onderneming (of van de geselecteerde vergelijkbare ondernemingen) dient de berekende betacoëfficiënt aangepast te worden aan het niveau van het financieel risico van het project. Dit kan gebeuren in twee stappen : 1. stap 1: de berekende betacoëfficiënt (β e of levered beta) wordt gezuiverd voor het financieel risico, zodat een unlevered betacoëfficiënt ( β u ) wordt bekomen die enkel het bedrijfsrisico weerspiegelt. 2. stap 2: de unlevered beta ( β u ) wordt terug verhoogd zodat een levered beta wordt bekomen aangepast aan het financieel risico van het project.

9 De relatie tussen β u en β e kan volgens Hamada (1972) uitgedrukt worden als volgt 1 : β = u β e BL + t ( ) S L [14.7] waarbij β u = de unlevered betacoëfficiënt β e t = de levered betacoëfficiënt van het eigen vermogen = de belastingvoet op de ondernemingswinsten B L /S L = de schuldfinancieringsgraad gemeten door de verhouding tussen de marktwaarde van het vreemd vermogen (B L ) en de marktwaarde van het eigen vermogen (S L ) Bovenvermelde werkwijze kan ook worden toegepast bij de bepaling van een betacoëfficiënt (β e ) voor een niet-beursgenoteerde onderneming. Dit wordt geïllustreerd aan de hand van een cijfervoorbeeld. Voorbeeld 14.1: Bepaling van de betacoëfficiënt voor een niet-beursgenoteerde onderneming Stel dat we de betacoëfficiënt wensen te bepalen van een niet-beursgenoteerde chemische onderneming NV Chemie. Deze onderneming heeft een kapitaalstructuurverhouding (vreemd vermogen/eigen vermogen) gelijk aan 1,50. Om de betacoëfficiënt van de NV Chemie te bepalen, dient een vergelijkbare beursgenoteerde onderneming met eenzelfde bedrijfsrisico te worden gezocht. Na onderzoek van de activiteiten blijkt dat het bedrijfsricico van de onderneming UCB vergelijkbaar is. De betacoëfficiënt van UCB wordt geschat op 1,28. De onderneming UCB heeft echter een kapitaalstructuurverhouding (vreemd vermogen/eigen vermogen) van 0,84. Om een schatting van de beta van de NV Chemie te bekomen, dient de betacoëfficiënt van UCB aangepast te worden zoals beschreven in de twee stapsprocedure hierboven. Stap 1: Berekening van de unlevered betacoëfficiënt van UCB β u = 1,28 : (1+(1-0,40) x 0,84) = 0,85 1 De formule van Hamada gaat ervan uit dat de belastingvoordelen met zekerheid kunnen gerealiseerd worden. In het geval dat de realisatie van belastingvoordelen onzeker is, dient de unleveringsformule aangepast te worden als volgt (zie Laveren, 1990): β u = β e x [S L /(S L + B L )]

10 10 Stap 2: Berekening van de levered betacoëfficiënt van NV Chemie β e = 0,85 x (1+(1-0,40) x 1,50) = 1,61 In het geval dat het bedrijfsrisico en de kapitaalstructuurverhouding van NV Chemie en een andere vergelijkbare onderneming hetzelfde zijn, dient de twee-stapsprocedure niet te worden uitgevoerd en kan men de geschatte betacoëfficiënt van de andere vergelijkbare onderneming gebruiken als schatting voor de betacoëfficiënt van de onderneming NV Chemie. De betacoëfficiënt kan worden berekend door toepassing van regressieanalyse (zie hoofdstuk 6). De betacoëfficiënt wordt gedetermineerd door een aantal karakteristieken van de onderneming. De unlevered betacoëfficiënt ( β u ) wordt bepaald door de cyclische aard van de inkomsten, alsook door de kostenstructuur van ondernemingsactiviteiten (Ross, Westerfield & Jaffe, 2002). Bepaalde sectoren zoals technologie, kleinhandel en autoindustrie worden sterk gedreven door de conjunctuur- of bedrijfscyclus. Hoge cyclische aandelen hebben hoge beta s. Daarnaast speelt ook de operationele hefboomwerking (zie hoofdstuk 3) een rol. De winstgevendheid van ondernemingen met veel vaste kosten is gevoeliger voor veranderingen in omzetvolume. Ondernemingen met een hoge operationele hefboomwerking zullen ook hoge beta s hebben. Indien men de betacoëfficiënt van een aandeel niet rechtstreeks kan berekenen, kan men indirect op basis van deze determinanten van de beta s een schatting maken van de grootte van de betacoëfficiënt. Een derde factor die de levered betacoëfficiënt determineert is de financiële hefboomwerking (zie de twee-stapsbenadering hierboven) De kost van andere financieringsbronnen Preferente of bevoorrechte aandelen zijn een tussenvorm tussen gewone aandelen en vreemd kapitaal op lange termijn. Enerzijds dient de onderneming aan de houders ervan bij voorrang een al dan niet vast percentage van de winst uit te keren, en anderzijds is er geen verplichting een vergoeding uit te keren indien de winsten dit niet toelaten. Er is meestal geen terugbetalingstermijn vooropgesteld. De kost van preferente aandelen komt overeen met de discontovoet die de contante waarde van de verwachte preferente dividenden per aandeel gelijkmaakt aan de huidige marktprijs. Indien de dividenden constant blijven en een perpetuïteit vormen, kan de kost berekend worden als de verhouding tussen het

11 11 verwachte preferente dividend en de marktprijs van het aandeel. Indien de dividenden een constante groeivoet g vertonen, kan formule [14.5] worden toegepast. Vermits de dividendbetalingen niet fiscaal aftrekbaar zijn, is het bekomen cijfer de kost van de preferente aandelen na belastingen. Leasing is een financieringsvorm waarbij de leasingnemer tegen betaling van periodieke huurgelden het gebruik van een roerend of onroerend goed verwerft zonder de juiridische eigenaar ervan te zijn. De leasingnemer beschikt op het einde van de leasingperiode meestal over een optie om het geleasde goed aan te kopen. Operationele leasing gaat in vergelijking met financiële leasing meestal gepaard met het leveren van bijkomende diensten (zie hoofdstuk 11). De kost van leasing komt overeen met de discontovoet die de contante waarde van de toekomstige huurgelden en de optiepremie gelijkmaakt aan de kapitaalwaarde van het geleasde goed. Vermits de leasebetalingen fiscaal aftrekbaar zijn, dient het bekomen cijfer nog aangepast te worden voor het belastingvoordeel. De kost van andere financieringsinstrumenten, zoals converteerbare obligaties en leningen met warrants, komen in dit hoofdstuk niet aan bod. De bepaling van deze kosten kan gebeuren op een gelijkaardige manier als de bepaling van de kost van het vreemd vermogen op lange termijn. In het geval er sprake is van bepaalde optiemogelijkheden (in de vorm van de mogelijkheid tot omwisseling van schulden in aandelen, aankoopmogelijkheid van aandelen, tussentijdse terugbetalingsmogelijkheden) dienen de formules aangepast te worden. De toepassing van optiewaarderingsmodellen is in dit geval nodig Tweede stap: Bepaling van de wegingsfactoren Om de gewogen gemiddelde kapitaalkost te bepalen, dienen de berekende kosten van de verschillende financieringsbronnen gewogen te worden overeenkomstig een bepaalde methode. Hierbij kan men uitgaan van drie standpunten: (1) hetzij de bestaande kapitaalstructuur van de onderneming; (2) hetzij de werkelijke financieringswijze; (3) hetzij de gewenste (of target) kapitaalstructuurverhouding die de onderneming in de toekomst wenst te bekomen of te behouden. Het gebruik van historische wegingsfactoren afgeleid uit de bestaande kapitaalstructuur doet zich in de praktijk veel voor. Hierbij veronderstelt men dat de huidige financieringsmix optimaal is en derhalve is er geen reden om de toekomstige financiering op een andere wijze te laten verlopen dan deze overeenkomstig de huidige kapitaalstructuurverhouding.

12 12 Indien de weging gebeurt op basis van historische verhoudingen in de kapitaalstructuur stelt zich het probleem of men de wegingscoëfficiënten gaat berekenen op basis van balanswaarden (boekwaarden) dan wel op basis van marktwaarden. Het gebruik van wegingsfactoren gebaseerd op het relatieve aandeel van elke financieringsbron in de totale financiering berekend op basis van marktwaarden is theoretisch aan te bevelen. De onderneming moet immers haar kapitaalverschaffers vergoeden aan marktvoorwaarden, of anders gezegd de kosten van de verschillende financieringsbronnen worden uitgedrukt in marktwaarden zodat ook de wegingsfactoren berekend in termen van marktwaarden dienen gebruikt te worden. Een andere motivering kan men vinden in de financiële doelstelling die wordt nagestreefd, namelijk de maximalisatie van de marktwaarde van de onderneming. Een nadeel van deze werkwijze is dat de marktwaarden fluctueren in de tijd en dat de bepaling ervan moeilijk is vooral wat het eigen vermogen betreft. Daarom adviseren sommige auteurs de kapitaalstructuurverhouding te berekenen in termen van balans- of boekwaarden. Bij toepassing van werkelijke of marginale wegingsfactoren worden de proporties berekend van elke financieringsbron in het totale kapitaal dat wordt aangetrokken. Hierbij berekent men de werkelijke hoeveelheden die van elke financieringsbron zullen aangewend worden. Deze werkwijze houdt geen rekening met de lange termijn impact van de huidige financieringsbeslissingen. Het aanwenden van goedkope financieringsbronnen nu kan aanleiding geven tot impliciete kosten doordat in de toekomst nieuwe projecten met duurdere financieringsbronnen dienen gefinancierd te worden. In hoofdstuk 15 wordt aandacht besteed aan de redenen waarom de projectbeoordeling niet mag gekoppeld worden aan de werkelijke financieringswijze. Er wordt algemeen aangenomen dat er voor elke onderneming een optimale of een range van optimale kapitaalstructuurverhoudingen bestaat 2 (zie hoofdstuk 12). De ondernemingsleiding zal dit vertalen naar een target kapitaalstructuurverhouding die zij wenst te bekomen of te behouden omdat zij voor de onderneming optimaal is. Het verdient volgens ons in de meeste gevallen de voorkeur de gewogen gemiddelde kapitaalkost te berekenen op basis van deze target kapitaalstructuurverhouding, liefst 2 Er bestaan meerdere manieren om een idee te krijgen van de optimale kapitaalstructuurverhouding: - de kapitaalstructuurverhouding kan vergeleken worden met deze van andere vergelijkbare ondernemingen; - informatie kan verzameld worden bij bankiers en andere financiers over de potentiële impact van nieuwe schulden; - de mogelijkheid kan beoordeeld worden in welke mate hogere schulden kunnen aangegaan worden zonder de kans op het niet kunnen naleven van aflossingen te verhogen.

13 13 uitgedrukt in termen van marktwaarden. De gehanteerde wegingsfactoren komen in dit geval overeen met de proporties van elke component in het financieringspatroon dat de onderneming in de toekomst (op lange termijn) wenst aan te wenden Derde stap: Berekenen van de gewogen gemiddelde kapitaalkost Om de gewogen gemiddelde kapitaalkost (k g ) te berekenen, berekenen wij het product van de kosten van de verschillende financieringsbronnen (zie stap 1) en de wegingsfactoren (zie stap 2) en maken hiervan de som. Het hierna uitgewerkte voorbeeld zal deze werkwijze verduidelijken. Voorbeeld 14.2: Berekenen van de gewogen gemiddelde kapitaalkost De onderneming wenst een investering te doen in een project dat ligt in de lijn van de bestaande activiteiten van de onderneming en dat bijgevolg eenzelfde risicograad heeft als het risico van de onderneming. De investeringsuitgave, inclusief de behoefte aan bedrijfskapitaal, bedraagt EUR. De huidige kapitaalstructuur uitgedrukt in marktwaarden wordt beschouwd als zijnde de optimale kapitaalstructuur. Balansgegevens van de onderneming (in EUR): Actief Passief Vaste activa Kapitaal * Vlottende activa Reserves Leningen op lange termijn ** Bankkredieten Leverancierskredieten Totaal actief Totaal passief * Nominale waarde = 100 EUR per aandeel ** Nominale waarde = 500 EUR per obligatie Bijkomende informatie: - De netto winst in periode 1 is EUR; de ondernemingsleiding stelt voorop dat 40% van de netto-winst jaarlijks wordt ingehouden om te investeren.

14 14 - De beurskoersen van de genoteerde aandelen en obligaties bedragen 155 EUR respectievelijk 487,50 EUR. - Men mag aannemen dat de marktwaarden van de bankkredieten en de leverancierskredieten overeenkomen met de boekwaarden. - De betalingsvoorwaarden van de leveranciers zijn: 2% korting indien men contant betaalt (binnen de 10 dagen) en uiterlijk betalen op het einde van de maand volgend op de maand van levering. - De financiële directeur is van oordeel dat de onderneming kan lenen op korte termijn tegen een rentevoet van 10% en dat een nieuwe lening op 6 jaar kan worden uitgegeven tegen een rente van 8%. - Uitgiftekosten worden opgenomen in de bepaling van de kasstromen. - De risicovrije marktopbrengstvoet bedraagt momenteel 7%. De historische marktrisicopremie wordt geschat op 4%. De levered betacoëfficiënt van het eigen kapitaal werd berekend op basis van regressieanalyse en bedraagt 1,50. - De belastingvoet is 41%. - De lange termijn groeivoet van de netto-winst, alsook van de toekomstige dividenden wordt geschat op 6%. Berekening van de gewogen gemiddelde kapitaalkost: De berekening van de gewogen gemiddelde kapitaalkost van de onderneming (k g ) kan gebeuren in 3 stappen : (1) het berekenen van de specifieke kosten van de verschillende soorten financieringsbronnen; (2) het bepalen van wegingsfactoren; (3) het berekenen van k g. STAP 1: Het berekenen van de afzonderlijke kosten 1. de kost van het eigen vermogen (k e ) : a. volgens het dividendwaarderingsmodel: k e (1 0,40) DIV1 = + g = % = 12,26% P b. volgens het CAP- model: k e = R f + marktrisicopremie x β e = 7% + 4% x 1,5 = 13% 2. de kost van het vreemd kapitaal op lange termijn (k SL ) :

15 15 k * SL = 8% en k SL = (1-t) k * SK = 4,72% 3. de kost van het vreemd kapitaal op korte termijn (k SK ) (i.c. de kost van de bankkredieten): k * SK = 10 % en k SK = (1-t) k * SK = 5,90% STAP 2: Het bepalen van de wegingsfactoren Relatieve aandelen van de verschillende soorten financieringsmiddelen in de bestaande kapitaalstructuu: Marktwaarde Relatief aandeel Eigen vermogen x ,82% Leningen op lange termijn x ,88% Bankkredieten ,30% Totaal % STAP 3: Het berekenen van k g De gewogen gemiddelde kapitaalkost ( k g ) wordt als volgt berekend + : Vermogensbestanddelen Verhoudingen Kosten Bijdrage tot k g Eigen vermogen 41,82% 12,26% 5,13% Leningen op lange termijn 32,88% 4,72% 1,55% Bankkredieten 25,30% 5,90% 1,49% k g = 8,17% + Indien de kost van het eigen vermogen berekend wordt op basis van het CAP- model, bekomt men als gewogen gemiddelde kapitaalkost: (41,82% x 13%) + (32,88% x 4,72%) + (25,30% x 5,90%) of k g = 8,48% Beoordeling van investeringsprojecten met verschillende risicograden

16 16 De bepaling van de gewogen gemiddelde kapitaalkost (k g ) is een complexe aangelegenheid. In afdeling 1 werd gesteld dat de kapitaalkost afhankelijk is van het risico inherent aan de aanwending van de geldmiddelen. Het gebruik van de betacoëfficiënt van de onderneming veronderstelt dat het risico van het investeringsproject hetzelfde is als het risico van de onderneming. Aan de hand van onderstaande figuur kan aangetoond worden waarom het conceptueel verkeerd is één afkapgrens (i.c. de gewogen gemiddelde kapitaalkost van de onderneming) voor de beoordeling van investeringsprojecten met een verschillende risicograad te hanteren. Figuur 14.1: Beoordeling investeringsprojecten met verschillende risicograden Minimum vereiste opbrengstvoet voor projecten (M) C D A B M gewogen gemiddelde kapitaalkost van de onderneming Risico van het project Uit figuur 14.1 kan worden afgeleid dat de projecten A en B ten onrechte worden aanvaard en dat de projecten C en D ten onrechte zouden verworpen worden indien de ondernemingsleiding slechts één afkapgrens (i.c. de gewogen gemiddelde kapitaalkost van de onderneming toepast. Bij de toepassing van de gewogen gemiddelde kapitaalkost van de onderneming voor het beoordelen van investeringsprojecten gaat men er impliciet van uit dat het risico van het project geheel in de lijn ligt van het risico van de onderneming die het betreffende project wenst door te voeren. Is dit niet het geval dan dient de minimum vereiste opbrengstvoet voor het beoordelen van het project aangepast te worden.

17 14.5. Besluit 17 In dit hoofdstuk werd uiteengezet op welke wijze de gewogen gemiddelde kapitaalkost kan berekend worden. Hierbij werd gesteld dat de bepaling van de kapitaalkost kan gebeuren in drie stappen. Nadat de kosten van de verschillende financieringsbronnen is bepaald (stap 1), dient het relatieve aandeel bepaald te worden van elke financieringsbron in de kapitaalstructuur van de onderneming (stap 2). Het verdient aanbeveling om de keuze van wegingsfactoren te bekijken in een lange termijnperspectief, namelijk overeenkomstig de optimale financieringswijze. Daarom dient erover gewaakt te worden de wegingsfactoren slechts in uitzonderlijke omstandigheden afhankelijk te maken van de werkelijke financieringswijze die voor het individuele project zal gebruikt worden. In een derde stap worden de kosten en de relatieve aandelen van de verschillende financieringsbronnen vermenigvuldigd om te komen tot een gewogen gemiddelde kapitaalkost. Bibliografie Brealey, R. en S. Myers, Principles of Corporate Finance, Mc Graw-Hill, 2000, 1093 p. Copeland, T., T. Koller & J. Murrin, Valuation. Measuring and Managing the Value of Companies, John Wiley, 2000, 494 p. Hamada, R.S., The Effect of the Firm's Capital Structure on the Systematic Risk of Common Stock, Journal of Finance, 1972, Lee,C.F. & J.E. Finnerty, Corporate Finance: Theory, Method and Applications, Harcourt Brace Jovanovitch Publishers, 1990, 765 p. Van Horne, J.C., Financial Management and Policy, Prentice-Hall, 1995, 852 p.

Hoofdstuk 15. Alternatieve NPV-modellen

Hoofdstuk 15. Alternatieve NPV-modellen Hoofdstuk 15. Alternatieve NPV-modellen Bron: Laveren E., Engelen P., Limère A. & Vandemaele S. (2002), Handboek Financieel beheer, Intersentia, 1ste druk. Inleiding Bij de beoordeling van een investeringsvoorstel

Nadere informatie

De gemiddelde vermogenskosten en optimale vermogensstructuur

De gemiddelde vermogenskosten en optimale vermogensstructuur Hoofdstuk 5 De gemiddelde vermogenskosten en optimale vermogensstructuur 5.1 Inleiding In de vorige hoofdstukken hebben we het vreemd vermogen en het eigen vermogen van een onderneming besproken. De partijen

Nadere informatie

Rentabiliteitsratio s

Rentabiliteitsratio s 18 Rentabiliteitsratio s Nu we de begrippen balans, resultatenrekening en kasstromentabel onder de knie hebben, kunnen we overgaan tot het meer interessante werk, nl. het onderzoek naar de performantie

Nadere informatie

Toepassen van Adjusted Present Value

Toepassen van Adjusted Present Value Toepassen van Adjusted Present Value Blz. 1 van 8 In deze bijdrage wordt ingegaan op het berekenen van economische waarde. Naast de bekende discounted cash flow (DCF) methode wordt ook wel gebruik gemaakt

Nadere informatie

INHOUD. Beknopte biografie van de auteurs. HOOFDSTUK 1 Draagwijdte van het financieel beheer 1. HOOFDSTUK 2 Inleiding tot de jaarrekening 19

INHOUD. Beknopte biografie van de auteurs. HOOFDSTUK 1 Draagwijdte van het financieel beheer 1. HOOFDSTUK 2 Inleiding tot de jaarrekening 19 INHOUD Beknopte biografie van de auteurs v HOOFDSTUK 1 Draagwijdte van het financieel beheer 1 1.1. Het financieringsvraagstuk 1 1.2. Draagwijdte, organisatie en stijgend belang van de financiële functie

Nadere informatie

BEDRIJFSWETENSCHAPPEN. 2. De investeringsbeslissing en de verantwoording ervan

BEDRIJFSWETENSCHAPPEN. 2. De investeringsbeslissing en de verantwoording ervan BEDRIJFSWETENSCHAPPEN Hoofdstuk 2: INVESTERINGSANALYSE 1. Toepasbare beoordelingsmethodes 1.1. Pay-back 1.2. Return on investment 1.3. Internal rate of return 1.4. Net present value 2. De investeringsbeslissing

Nadere informatie

Waardering van een Onderneming

Waardering van een Onderneming Waardering Congres Financieele Dagblad: Private Equity in de Praktijk 6 april 2006 Dr Michel van Bremen Partner First Dutch Capital B.V. Waardering, essentie: Res tantum valet quantum vendi potest Iets

Nadere informatie

Oefenopgaven Hoofdstuk 8

Oefenopgaven Hoofdstuk 8 Oefenopgaven Hoofdstuk 8 Opgave 1 Hazelkoning Onderneming Hazelkoning NV heeft 7 jaar geleden een obligatielening uitgegeven met een oorspronkelijke looptijd van 30 jaar. De couponrente van de lening bedraagt

Nadere informatie

Oefenopgaven Hoofdstuk 4

Oefenopgaven Hoofdstuk 4 Oefenopgaven Hoofdstuk 4 Opgave 1 De NV Red Mobile verkoopt smartphones in Nederland en heeft de volgende aandeelhouders: KPN NV heeft 35% van de 10 miljoen gewone aandelen, France Telecom 30% van de aandelen

Nadere informatie

De meest frequente Engelse waarderingstermen toegelicht

De meest frequente Engelse waarderingstermen toegelicht De meest frequente Engelse waarderingstermen toegelicht In publicaties betreffende waarderingen van ondernemingen worden we vaak geconfronteerd met diverse Engelse termen, al dan niet eenvoudig te plaatsen

Nadere informatie

Uitgebracht aan de directie en aandeelhouder van: Vinc Vastgoed Management I B.V. inzake. tussentijds bericht per 30 juni 2011

Uitgebracht aan de directie en aandeelhouder van: Vinc Vastgoed Management I B.V. inzake. tussentijds bericht per 30 juni 2011 Uitgebracht aan de directie en aandeelhouder van: inzake tussentijds bericht per 30 juni 2011 25 augustus 2011 Barendrecht INHOUDSOPGAVE Pagina Balans per 30 juni 2011 2 Winst- en verliesrekening over

Nadere informatie

Uitgebracht aan de directie en aandeelhouder van: Vinc Vastgoed Management I B.V. inzake. tussentijds bericht per 30 juni 2012

Uitgebracht aan de directie en aandeelhouder van: Vinc Vastgoed Management I B.V. inzake. tussentijds bericht per 30 juni 2012 Uitgebracht aan de directie en aandeelhouder van: inzake tussentijds bericht per 30 juni 2012 28 augustus 2012 Barendrecht INHOUDSOPGAVE Pagina Balans per 30 juni 2012 2 Winst- en verliesrekening over

Nadere informatie

Financiële hefboomwerking

Financiële hefboomwerking 17 Financiële hefboomwerking Waarom gaan ondernemingen dan schulden aan, kan men zich terecht afvragen? Het antwoord ligt bij de kost van het alternatief. Schulden kosten aanzienlijk minder dan. Er werd

Nadere informatie

Vermogensbehoefte en financiering

Vermogensbehoefte en financiering Hoofdstuk 1 Vermogensbehoefte en financiering Opgave 1.1 Een groothandel heeft in de maanden maart tot en met oktober 600.000, extra vermogen nodig. Het benodigde extra vermogen kan voor deze periode worden

Nadere informatie

Financiële analyse. Les 2 Vermogensbehoefte en financiering. Auteur: Witek ten Hove, MBA

Financiële analyse. Les 2 Vermogensbehoefte en financiering. Auteur: Witek ten Hove, MBA Financiële analyse Les 2 Vermogensbehoefte en financiering Auteur: Witek ten Hove, MBA In deze les gaan we kijken naar onderdelen uit de balans. Er wordt aangenomen dat de student weet hoe een balans is

Nadere informatie

VOORBEELDEXAMENVRAGEN ( VOORBEELDEXAMEN!!!!)

VOORBEELDEXAMENVRAGEN ( VOORBEELDEXAMEN!!!!) VOORBEELDEXAMENVRAGEN ( VOORBEELDEXAMEN!!!!) VRAAG 1 WELKE VAN DE VOLGENDE UITSPRAKEN ZIJN JUIST? 1) IRR HOUDT GEEN REKENING MET DE GROOTTE VAN DE INVESTERING. 2) INDIEN EEN ONDERNEMING PROJECTEN DOORVOERT

Nadere informatie

Uitgebracht aan de directie en aandeelhouder van: Vinc Vastgoed Management I B.V. inzake. tussentijds bericht per 1 juli 2010

Uitgebracht aan de directie en aandeelhouder van: Vinc Vastgoed Management I B.V. inzake. tussentijds bericht per 1 juli 2010 Uitgebracht aan de directie en aandeelhouder van: inzake tussentijds bericht per 1 juli 2010 7 juli 2010 Barendrecht INHOUDSOPGAVE Pagina Balans per 1 juli 2010 2 Winst- en verliesrekening over de periode

Nadere informatie

Crowdfunding: publiek laten betalen, d.m.v. vermogen aan te trekken.

Crowdfunding: publiek laten betalen, d.m.v. vermogen aan te trekken. Crowdfunding: publiek laten betalen, d.m.v. vermogen aan te trekken. Informal investors: informele investeerders, bv particulieren Gebruiken is vast. Verbruiken is vlot. Materieel: tastbaar Immaterieel:

Nadere informatie

1 november 2011 Examenhal (18:30 21:30)

1 november 2011 Examenhal (18:30 21:30) Faculteit Ruimtelijke Wetenschappen Naam: Studentnummer: Tentamen Financiering voor Vastgoedkunde Antwoordsuggesties 1 november 2011 Examenhal (18:30 21:30) Omcirkel het meest juiste antwoord bij de Multiple

Nadere informatie

Financiering 2 (323029)

Financiering 2 (323029) Financiering 2 (323029) DEEL I Multiple choice vragen (12 vragen, 60 punten, 5 punten per vraag) Beantwoorden met de schrapkaart (uitsluitend met potlood één antwoord per vraag aangeven). DEEL II Open

Nadere informatie

Dit voorbeeldexamen bestaat uit 27 vragen. De opbouw en het aantal vragen komt overeen met het online examen.

Dit voorbeeldexamen bestaat uit 27 vragen. De opbouw en het aantal vragen komt overeen met het online examen. Financiering niveau 4 Examenopgaven voorbeeldexamen Belangrijke informatie Dit voorbeeldexamen bestaat uit 27 vragen. De opbouw en het aantal vragen komt overeen met het online examen. Dit voorbeeldexamen

Nadere informatie

a. U hebt voor deze toets 75 minuten de tijd. VERGEET U NIET UW GEMAAKTE TOETS IN TE LEVEREN BIJ DE SURVEILLANT?

a. U hebt voor deze toets 75 minuten de tijd. VERGEET U NIET UW GEMAAKTE TOETS IN TE LEVEREN BIJ DE SURVEILLANT? TOETS JAARREKENINGLEZEN BEROEPSOPLEIDING ADVOCATUUR VOORJAARSSCYCLUS 2012 EN INHALERS 11 OKTOBER 2012 (12.00 13.15 UUR) Naam :..... Cursusgroep :..... a. U hebt voor deze toets 75 minuten de tijd. VERGEET

Nadere informatie

Activa met lange omloop vastliggende activa Activa met korte omloop Vermogensbronnen (passief) Eigen vermogen

Activa met lange omloop vastliggende activa Activa met korte omloop Vermogensbronnen (passief) Eigen vermogen Activa met lange omloop vastliggende activa Kenmerken: -activa die blijvend of toch duurzaam in de onderneming aanwezig zijn -kunnen niet aan de onderneming onttrokken worden zonder het bestaan van de

Nadere informatie

Belang van managerial balance sheet en uitwerking ervan

Belang van managerial balance sheet en uitwerking ervan Belang van managerial balance sheet en uitwerking ervan In dit artikel wordt het belang van de managerial balance sheet of compressed balance sheet aangetoond. Hiervoor beginnen wij met een uitdieping

Nadere informatie

Inhoud. Voorwoord. Handboek Corporate Finance & Treasury Een verantwoording 15

Inhoud. Voorwoord. Handboek Corporate Finance & Treasury Een verantwoording 15 Inhoud Voorwoord Handboek Corporate Finance & Treasury Een verantwoording 15 deel a De interne en externe omgeving van Corporate Finance en Treasury 17 deel b Vermogenskosten 18 deel c Selectie van bedrijfsactiviteiten

Nadere informatie

Business Valuation : groeiend belang

Business Valuation : groeiend belang Business Valuation : groeiend belang Inleiding Vandaag de dag worden we steeds vaker geconfronteerd met de vraag hoeveel een onderneming waard is en of ze gelet op de huidige crisis financieel gezond is.

Nadere informatie

BIJLAGE B BIJ ONTWERP X-FACTORBESLUIT

BIJLAGE B BIJ ONTWERP X-FACTORBESLUIT Nederlandse Mededingingsautoriteit BIJLAGE B BIJ ONTWERP X-FACTORBESLUIT Nummer: 101847-57 Betreft: Bijlage B bij het besluit tot vaststelling van de korting ter bevordering van de doelmatige bedrijfsvoering

Nadere informatie

Persbericht BERICHT OVER HET EERSTE HALFJAAR 2006

Persbericht BERICHT OVER HET EERSTE HALFJAAR 2006 Persbericht HAL BERICHT OVER HET EERSTE HALFJAAR 2006 De nettowinst voor aandeelhouders van HAL Holding N.V. bedroeg over de eerste zes maanden van 2006 300,7 miljoen ( 4,72 per aandeel) vergeleken met

Nadere informatie

HOLLAND IMMO GROUP BEHEER B.V. TE EINDHOVEN. Halfjaarcijfers per 30 juni 2014. Geen accountantscontrole toegepast

HOLLAND IMMO GROUP BEHEER B.V. TE EINDHOVEN. Halfjaarcijfers per 30 juni 2014. Geen accountantscontrole toegepast HOLLAND IMMO GROUP BEHEER B.V. TE EINDHOVEN Halfjaarcijfers per 30 juni 2014 Balans per 30 juni 2014 Vóór resultaatbestemming ACTIVA 30 juni 2014 31 december 2013 Vlottende activa Handelsdebiteuren 1.624

Nadere informatie

Het eigen vermogen is permanent dat wil zeggen voor onbepaalde tijd (blijvend)aanwezig in de onderneming.

Het eigen vermogen is permanent dat wil zeggen voor onbepaalde tijd (blijvend)aanwezig in de onderneming. www.jooplengkeek.nl Eigen vermogen bij een bv en een nv Het eigen vermogen is permanent dat wil zeggen voor onbepaalde tijd (blijvend)aanwezig in de onderneming. Het bestaat uit aandelenkapitaal en opgebouwde

Nadere informatie

P E R S B E R I C H T

P E R S B E R I C H T Rotterdam, 13 februari 2004 P E R S B E R I C H T DIM VASTGOED: OVER BOEKJAAR 2003 TOTAALRENDEMENT 13,7% DIM Vastgoed NV heeft in 2003 een totaalresultaat behaald van USD 11.697.000, overeenkomend met

Nadere informatie

Kenmerken financiële instrumenten en risico s

Kenmerken financiële instrumenten en risico s Kenmerken financiële instrumenten en risico s Inleiding Aan alle vormen van beleggen zijn risico s verbonden. De risico s zijn afhankelijk van de belegging. Een belegging kan in meer of mindere mate speculatief

Nadere informatie

Toets 3 HAVO 5 g Diagnostische toets 2012

Toets 3 HAVO 5 g  Diagnostische toets 2012 Uitwerkingen/waardering Toets 3 HAVO 5 20 12 MO Onderdeel 3.1 Hoger Algemeen Voortgezet Onderwijs Diagnostische toets 2012 Uitwerkingen/waardering Voor deze toets zijn maximaal 35 punten te behalen; De

Nadere informatie

Delhaize Groep NV Osseghemstraat 53 1080 Brussel, België Rechtspersonenregister 0402.206.045 (Brussel) www.delhaizegroep.com

Delhaize Groep NV Osseghemstraat 53 1080 Brussel, België Rechtspersonenregister 0402.206.045 (Brussel) www.delhaizegroep.com Delhaize Groep NV Osseghemstraat 53 1080 Brussel, België Rechtspersonenregister 0402.206.045 (Brussel) www.delhaizegroep.com BIJZONDER VERSLAG VAN DE RAAD VAN BESTUUR OPGESTELD IN UITVOERING VAN DE ARTIKELEN

Nadere informatie

COMMISSIE VOOR BOEKHOUDKUNDIGE NORMEN. CBN-advies 2015/XX - Verrichtingen met betrekking tot inschrijvingsrechten. Ontwerpadvies van 9 september 2015

COMMISSIE VOOR BOEKHOUDKUNDIGE NORMEN. CBN-advies 2015/XX - Verrichtingen met betrekking tot inschrijvingsrechten. Ontwerpadvies van 9 september 2015 COMMISSIE VOOR BOEKHOUDKUNDIGE NORMEN CBN-advies 2015/XX - Verrichtingen met betrekking tot inschrijvingsrechten Ontwerpadvies van 9 september 2015 In het kader van een individuele vraagstelling omtrent

Nadere informatie

KEUZEDIVIDEND INFORMATIEDOCUMENT TER ATTENTIE VAN DE AANDEELHOUDERS VAN COFINIMMO

KEUZEDIVIDEND INFORMATIEDOCUMENT TER ATTENTIE VAN DE AANDEELHOUDERS VAN COFINIMMO Woluwedal 58 1200 Brussel BE 0 426 184 049 RPR Brussel Naamloze vennootschap en Openbare Vastgoedbeleggingsvennootschap met vast kapitaal naar Belgisch Recht KEUZEDIVIDEND INFORMATIEDOCUMENT TER ATTENTIE

Nadere informatie

BUSINESS VALUATION UITWERKING TOPAAS B.V.

BUSINESS VALUATION UITWERKING TOPAAS B.V. BUSINESS VALUATION UITWERKING TOPAAS B.V. VERONDERSTELLINGEN Vraagprijs 2.500.000 (pand en inventaris). Inkomsten: In totaal 40 kamers; Bezetting kamers: T1 45%, T2 52%, T3 63%, vanaf T4 en verder 68%;

Nadere informatie

2015 Nederlandse Associatie voor Examinering Financiering niveau 4 1 / 10

2015 Nederlandse Associatie voor Examinering Financiering niveau 4 1 / 10 Financiering niveau 4 Correctiemodel voorbeeldexamen 2015 Nederlandse Associatie voor Examinering Financiering niveau 4 1 / 10 Vraag 1 Toetsterm 1.1 - Beheersingsniveau: K - Aantal punten: 1 Wat is de

Nadere informatie

Werkkapitaal, Equity cashflow, Entity cashflow en Discretionary Cashflow

Werkkapitaal, Equity cashflow, Entity cashflow en Discretionary Cashflow Werkkapitaal, Equity cashflow, Entity cashflow en Discretionary Cashflow Er is al heel wat gezegd en geschreven over het onderwerp Cash Flows. Wat ons blijft verbazen is hoe onvolledig deze publicaties

Nadere informatie

Hoe cashflow te interpreteren. Volgens de lesgever <> begin liquiditeit einde liquiditeit hoewel alle reporting modellen wel zo

Hoe cashflow te interpreteren. Volgens de lesgever <> begin liquiditeit einde liquiditeit hoewel alle reporting modellen wel zo Hoe cashflow te interpreteren. Volgens de lesgever begin liquiditeit einde liquiditeit hoewel alle reporting modellen wel zo zijn opgemaakt (ook onder IFRS) IAS 7 maakt gebruik van cashstroom tabellen,

Nadere informatie

Onderbouwing van de rendementsverwachtingen

Onderbouwing van de rendementsverwachtingen Onderbouwing van de rendementsverwachtingen 2013 Portfolio Management Ostrica BV Februari 2013 Rendementsverwachtingen Ostrica 2013 In dit document wordt een onderbouwing gegeven van de rendementsverwachtingen

Nadere informatie

Onderbouwing van de rendementsverwachtingen 2014

Onderbouwing van de rendementsverwachtingen 2014 Onderbouwing van de rendementsverwachtingen 2014 Portfolio Management Ostrica BV Januari 2014 Rendementsverwachtingen Ostrica 2014 In dit document wordt een onderbouwing gegeven van de rendementsverwachtingen

Nadere informatie

Verkorte jaarrekening

Verkorte jaarrekening Geconsolideerde winst- en verliesrekening voor het jaar eindigend op 31 december 2012 x miljoen Doorlopende activiteiten Beëindigde Vóór Bijzondere activiteiten bijzondere posten posten Netto-omzet 9.131-9.131-9.131

Nadere informatie

PROEFEXAMEN 2 Praktijkdiploma Boekhouden

PROEFEXAMEN 2 Praktijkdiploma Boekhouden PROEFEXAMEN Praktijkdiploma Boekhouden onderdeel Bedrijfseconomie Beschikbare tijd uur. Op de netheid van het werk zal worden gelet. Deze opgave is eigendom van de Examencommissie en dient, tezamen met

Nadere informatie

De Grafiek. De waarde van een onderneming. Het lezen van de grafiek. Value drivers Interactief gebruik van de grafiek. Het lezen van de grafiek.

De Grafiek. De waarde van een onderneming. Het lezen van de grafiek. Value drivers Interactief gebruik van de grafiek. Het lezen van de grafiek. De Grafiek De waarde van een onderneming John Burr Williams definieerde al in 1938 de waarde van een onderneming: De waarde van een onderneming wordt bepaald door de netto verwachte kasstroom gedurende

Nadere informatie

Hoofdstuk 12. Vreemd vermogen op lange termijn. Een lening (schuld) met een looptijd van langer dan een jaar. We bespreken 3 verschillende leningen:

Hoofdstuk 12. Vreemd vermogen op lange termijn. Een lening (schuld) met een looptijd van langer dan een jaar. We bespreken 3 verschillende leningen: www.jooplengkeek.nl Vreemd vermogen op lange termijn Een lening (schuld) met een looptijd van langer dan een jaar. We bespreken 3 verschillende leningen: 1. Onderhandse lening. 2. Obligatie lening. 3.

Nadere informatie

Oefenopgaven Hoofdstuk 5

Oefenopgaven Hoofdstuk 5 Oefenopgaven Hoofdstuk 5 Opgave 1 Leg uit waarom een bank in de regel bereid is een lening die gedekt is door een zekerheid, tegen een lagere rente te verstrekken dan een gelijkwaardige lening zonder zekerheid.

Nadere informatie

De opgaven 6.4a en 6.4b horen bij paragraaf 6.2, De rentabiliteit van het vermogen

De opgaven 6.4a en 6.4b horen bij paragraaf 6.2, De rentabiliteit van het vermogen Hoofdstuk 6 Beoordeling van de rentabiliteit Extra opgaven De opgaven 6.4a en 6.4b horen bij paragraaf 6.2, De rentabiliteit van het vermogen Opgave 6.4a Per 31 december 2013 en 2014 heeft Geurtsen de

Nadere informatie

HOLLAND IMMO GROUP INSINGER DE BEAUFORT BEHEER B.V. TE EINDHOVEN. Halfjaarcijfers per 30 juni 2014. Geen accountantscontrole toegepast

HOLLAND IMMO GROUP INSINGER DE BEAUFORT BEHEER B.V. TE EINDHOVEN. Halfjaarcijfers per 30 juni 2014. Geen accountantscontrole toegepast HOLLAND IMMO GROUP INSINGER DE BEAUFORT BEHEER B.V. TE EINDHOVEN Halfjaarcijfers per 30 juni 2014 Balans per 30 juni 2014 Vóór resultaatbestemming ACTIVA 30 juni 2014 31 december 2013 Vlottende activa

Nadere informatie

HOOFDSTUK 7. Schulden op meer dan één jaar

HOOFDSTUK 7. Schulden op meer dan één jaar HOOFSTUK 7 Schulden op meer dan één jaar Blz. 149 tot 189 ATIVA BALANS per --/--/-- PASSIVA I. KAPITAAL A. Geplaatst kapitaal 10 100 B. Niet-Opgevraagd kapitaal (-) 101 II. UITGIFTEPREMIES 11 III. HERWAARERINGS-

Nadere informatie

OEFENINGEN HOOFDSTUK 4

OEFENINGEN HOOFDSTUK 4 OEFENINGEN HOOFDSTUK 4 1 2 OEFENING 1 NA HET LEZEN VAN EEN ARTIKEL IN DE TIJD RAAKT DE ONDERNEMING FLUXUS GEÏNTERESSEERD IN HET VERSCHIL TUSSEN MARKTWAARDE EN BOEKWAARDE. HET MANAGEMENT, DAT ER ALTIJD

Nadere informatie

Global Opportunities (GO) Capital Asset Management BV gevestigd te AMSTERDAM. Rapport inzake de jaarrekening 2013

Global Opportunities (GO) Capital Asset Management BV gevestigd te AMSTERDAM. Rapport inzake de jaarrekening 2013 Global Opportunities (GO) Capital Asset Management BV gevestigd te AMSTERDAM Rapport inzake de jaarrekening 2013 Inhoudsopgave Pagina Opdracht 1 Algemeen 1 Resultaten 1 Financiële positie 2 Kengetallen

Nadere informatie

inhoud voorwoord lijst van figuren inleiding hoofdstuk 1. de jaarrekening

inhoud voorwoord lijst van figuren inleiding hoofdstuk 1. de jaarrekening inhoud 5 inhoud voorwoord 11 lijst van figuren 13 inleiding 17 hoofdstuk 1. de jaarrekening 19 1.1 Inleiding 19 1.2 De onderdelen van de jaarrekening 22 1.2.1 De balans 22 1.2.2 De resultatenrekening 23

Nadere informatie

Agenda. Wie is De Hooge Waerder?

Agenda. Wie is De Hooge Waerder? 1 Agenda 1. Wie is De Hooge Waerder? 2. Wat is mijn bedrijf waard? 3. Is uw bedrijf verkoopklaar? Vestigingen Wie is De Hooge Waerder? 2 Wie is De Hooge Waerder? Divisies: op alle vestigingen zijn alle

Nadere informatie

HOLLAND IMMO GROUP BEHEER B.V. TE EINDHOVEN. Halfjaarcijfers per 30 juni 2015. Geen accountantscontrole toegepast

HOLLAND IMMO GROUP BEHEER B.V. TE EINDHOVEN. Halfjaarcijfers per 30 juni 2015. Geen accountantscontrole toegepast HOLLAND IMMO GROUP BEHEER B.V. TE EINDHOVEN Halfjaarcijfers per 30 juni 2015 Balans per 30 juni 2015 Vóór resultaatbestemming ACTIVA 30 juni 2015 31 december 2014 Vaste activa Immateriële vaste activa

Nadere informatie

Global Opportunities (GO) Capital Asset Management BV gevestigd te AMSTERDAM. Rapport inzake de jaarrekening 2014

Global Opportunities (GO) Capital Asset Management BV gevestigd te AMSTERDAM. Rapport inzake de jaarrekening 2014 Global Opportunities (GO) Capital Asset Management BV gevestigd te AMSTERDAM Rapport inzake de jaarrekening 2014 Inhoudsopgave Pagina Opdracht 1 Algemeen 1 Resultaten 1 Financiële positie 2 Kengetallen

Nadere informatie

1 Het kasstroomoverzicht

1 Het kasstroomoverzicht Oefeningen Kasstroomoverzicht 1 Het kasstroomoverzicht De gegevens van een bedrijf zijn: Balans per 31 december 2011 en 2012 dec-12 dec-11 dec-12 dec-11 Vaste Activa 1.000.000 1.200.000 Eigen Vermogen

Nadere informatie

2015 Nederlandse Associatie voor Examinering Financiering niveau 5 1 / 12

2015 Nederlandse Associatie voor Examinering Financiering niveau 5 1 / 12 Financiering niveau 5 Correctiemodel voorbeeldexamen 2015 Nederlandse Associatie voor Examinering Financiering niveau 5 1 / 12 Vraag 1 Toetsterm 6.4 - Beheersingsniveau: K - Aantal punten: 1 Voor welke

Nadere informatie

Thema 10 De financiering van de onderneming

Thema 10 De financiering van de onderneming Thema 10 De financiering van de onderneming Wat zul je leren? Enkele belangrijke bronnen van ondernemingsfinanciering op lange termijn beschrijven en de voor- en nadelen van deze financieringsbron afwegen.

Nadere informatie

Hoofdstuk 8. Vreemd vermogen

Hoofdstuk 8. Vreemd vermogen Hoofdstuk 8 Vreemd vermogen Prijsvorming Vreemd vermogen Interest (rente) = vergoeding voor beschikbaar stellen geld. NB: rente is ook gelijkblijvend periodiek bedrag uit FRK 1. Tarief vraag en aanbod

Nadere informatie

Waarom gaan we investeren We verwachten winst te maken! Alleen rekening houden met toekomstige ontvangsten en uitgaven.

Waarom gaan we investeren We verwachten winst te maken! Alleen rekening houden met toekomstige ontvangsten en uitgaven. www.jooplengkeek.nl Investeringsselectie Waarom gaan we investeren We verwachten winst te maken! Alleen rekening houden met toekomstige ontvangsten en uitgaven. belangrijk Calculaties voor beslissingen

Nadere informatie

Aurington. Administratie en Advies

Aurington. Administratie en Advies Aurington Administratie en Advies Let op de houdbaarheidsdatum! Mei 5 Pincode 6 7 8 Boetes Dit jaar Deze maand De balans Tandorine B.V. Debet Activa Bezittingen Wat heb ik? Credit Passiva Vermogen Hoe

Nadere informatie

AANVULLING NAAMLOZE VENNOOTSCHAP HAVO

AANVULLING NAAMLOZE VENNOOTSCHAP HAVO AANVULLING NAAMLOZE VENNOOTSCHAP HAVO HOOFDSTUK 2 1. SOORTEN AANDELEN 1 Aandelen zijn eigendomsbewijzen van een nv of bv. Naast gewone aandelen zijn er preferente aandelen. De aandeelhouders die preferente

Nadere informatie

KEUZEDIVIDEND INFORMATIEDOCUMENT TER ATTENTIE VAN DE AANDEELHOUDERS VAN COFINIMMO

KEUZEDIVIDEND INFORMATIEDOCUMENT TER ATTENTIE VAN DE AANDEELHOUDERS VAN COFINIMMO Woluwedal 58 1200 Brussel BE 0 426 184 049 RPR Brussel Naamloze vennootschap en Openbare Vastgoedbeleggingsvennootschap met vast kapitaal naar Belgisch Recht KEUZEDIVIDEND INFORMATIEDOCUMENT TER ATTENTIE

Nadere informatie

J A A R STUKKEN 2014. Pertax BV Ede

J A A R STUKKEN 2014. Pertax BV Ede J A A R STUKKEN 2014 Pertax BV Ede Opmaakdatum: 21 mei 2015 Jaarstukken 2014 - Jaarrekening - Overige gegevens Opmaakdatum: 21 mei 2015 1 Jaarrekening - Balans - Winst-en-verliesrekening - Toelichting

Nadere informatie

Oefenopgaven Hoofdstuk 8A

Oefenopgaven Hoofdstuk 8A Oefenopgaven Hoofdstuk 8A Opgave 1 1. Welke vormen van dividend kunnen worden onderscheiden? 2. Een NV heeft in 2013 in maanden januari, april en juli per keer 0,34 aan dividend uitgekeerd. Het totale

Nadere informatie

BIJZONDER VERSLAG VAN DE RAAD VAN BESTUUR AAN DE AANDEELHOUDERS

BIJZONDER VERSLAG VAN DE RAAD VAN BESTUUR AAN DE AANDEELHOUDERS UCB NV - Researchdreef 60, 1070 Brussel - Ondernemingsnr. 0403.053.608 (RPR Brussel) BIJZONDER VERSLAG VAN DE RAAD VAN BESTUUR AAN DE AANDEELHOUDERS over het gebruik en de nagestreefde doeleinden van het

Nadere informatie

DIM VASTGOED: NETTOWINST OVER EERSTE DRIE MAANDEN 2005 USD 5,6 MILJOEN

DIM VASTGOED: NETTOWINST OVER EERSTE DRIE MAANDEN 2005 USD 5,6 MILJOEN 15 april 2005 DIM VASTGOED: NETTOWINST OVER EERSTE DRIE MAANDEN 2005 USD 5,6 MILJOEN DIM Vastgoed N.V. heeft over de eerste drie maanden van het boekjaar 2005 een nettowinst na belastingen behaald van

Nadere informatie

Uitwerking opgaven Brugboek 19.3, 19.5, 19.6 t/m 19.20 en 19.22

Uitwerking opgaven Brugboek 19.3, 19.5, 19.6 t/m 19.20 en 19.22 Uitwerking opgaven Brugboek 19.3, 19.5, 19.6 t/m 19.20 en 19.22 T/m 19.12 zijn activiteitskengetallen. Vanaf 19.13 Rentabiliteitskengetallen Opgave 19.3 A. Bereken de gemiddelde voorraad over 2013 Q1 1-1

Nadere informatie

IBUS FONDSEN BEHEER B.V. JAARVERSLAG 2011. Krijgsman 6 - Postbus 8010-1180 LA AMSTELVEEN Telefoon 020-7559000 - Fax 020-7559090

IBUS FONDSEN BEHEER B.V. JAARVERSLAG 2011. Krijgsman 6 - Postbus 8010-1180 LA AMSTELVEEN Telefoon 020-7559000 - Fax 020-7559090 IBUS FONDSEN BEHEER B.V. JAARVERSLAG 2011 Krijgsman 6 - Postbus 8010-1180 LA AMSTELVEEN Telefoon 020-7559000 - Fax 020-7559090 INHOUDSOPGAVE Pagina JAARVERSLAG 3 JAARREKENING Balans per 31 december 2011

Nadere informatie

12 Het eigen vermogen

12 Het eigen vermogen 12 Het eigen vermogen hoofdstuk 12.1 C 12.2 C 12.3 C 12.4 A 12.5 B 12.6 D 12.7 B 12.8 A 12.9 D 12.10 A 12.11 C 12.12 B 12.13 B 12.14 D 12% van 30.000.000 = 3.600.000 12.15 C 1.000.000 / 20.000.000 = 0,05

Nadere informatie

Financiële overzichten. Geconsolideerde tussentijdse cijfers voor het derde kwartaal 2015

Financiële overzichten. Geconsolideerde tussentijdse cijfers voor het derde kwartaal 2015 Financiële overzichten Geconsolideerde tussentijdse cijfers voor het derde kwartaal 2015 Geconsolideerde resultatenrekening en overzicht van het totaalresultaat (niet-geauditeerd) Geconsolideerde resultatenrekening

Nadere informatie

informatie verschaffen: Boekwaarde begin van het boekjaar + som van de waarden waartegen in het boekjaar verkregen activa zijn opgenomen

informatie verschaffen: Boekwaarde begin van het boekjaar + som van de waarden waartegen in het boekjaar verkregen activa zijn opgenomen e f g Effecten in het kader van deelnemingsverhoudingen en andere duurzaam bedoelde participaties worden gerekend tot de financiële vaste activa; overige effecten tot de vlottende activa. Bij de waardering

Nadere informatie

123WatEenSite C. van de PC Teststraat 1 3351 ZZ Alblasserdam

123WatEenSite C. van de PC Teststraat 1 3351 ZZ Alblasserdam C. van de PC Teststraat 1 3351 ZZ Alblasserdam INHOUDSOPGAVE Pagina Accountantsrapportage 3 Voorwoord 4 Resultaten 5 Financiële positie 7 Ondertekening van de accountantsrapportage 9 Jaarstukken 2008 Jaarrekening

Nadere informatie

Management en Organisatie VWO 6 Hst 31, 37 t/m 43

Management en Organisatie VWO 6 Hst 31, 37 t/m 43 Management en Organisatie VWO 6 Hst 31, 37 t/m 43 25 januari 2011 proeftoets 100 minuten Opgave 1 Handelsonderneming Astan bv heeft gegevens verzameld. Deze gegevens zijn nodig voor het opstellen van de

Nadere informatie

Externe Financiële Verslaggeving

Externe Financiële Verslaggeving FACULTEIT ECONOMIE EN BEDRIJFSWETENSCHAPPEN DEPARTEMENT ACCOUNTANCY, FINANCE & INSURANCE (AFI) NAAMSESTRAAT 69 B-3000 LEUVEN KATHOLIEKE UNIVERSITEIT LEUVEN Naam student: Voornaam student Richting en studiejaar:

Nadere informatie

Aanvulling Management en organisatie in Balans havo in verband met de expliciteringen van de examencommissie

Aanvulling Management en organisatie in Balans havo in verband met de expliciteringen van de examencommissie Aanvulling Management en organisatie in Balans havo in verband met de expliciteringen van de examencommissie Eindterm: het noemen van de relevante belastingen bij de diverse rechtsvormen Je kunt - de relevante

Nadere informatie

CIRCULAIRE CPA-2006-2-CPA AAN DE VERZEKERINGSONDERNEMINGEN

CIRCULAIRE CPA-2006-2-CPA AAN DE VERZEKERINGSONDERNEMINGEN Prudentiële controle op de verzekeringsondernemingen Brussel, 19 september 6 CIRCULAIRE CPA-6-2-CPA AAN DE VERZEKERINGSONDERNEMINGEN BETREFT : VRIJSTELLING VAN SAMENSTELLING VAN DE AANVULLENDE VOORZIENING

Nadere informatie

PUNCH INTERNATIONAL NAAMLOZE VENNOOTSCHAP 9830 Sint-Martens-Latem, Koperstraat 1A RPR 0448.367.256. (Hierna, de Vennootschap )

PUNCH INTERNATIONAL NAAMLOZE VENNOOTSCHAP 9830 Sint-Martens-Latem, Koperstraat 1A RPR 0448.367.256. (Hierna, de Vennootschap ) PUNCH INTERNATIONAL NAAMLOZE VENNOOTSCHAP 9830 Sint-Martens-Latem, Koperstraat 1A RPR 0448.367.256 (Hierna, de Vennootschap ) BIJZONDER VERSLAG VAN DE RAAD VAN BESTUUR OVEREENKOMSTIG ARTIKEL 582 VAN HET

Nadere informatie

PROEFEXAMEN Praktijkdiploma Boekhouden

PROEFEXAMEN Praktijkdiploma Boekhouden PROEFEXAMEN Praktijkdiploma Boekhouden onderdeel Bedrijfseconomie Beschikbare tijd 2 uur. Op de netheid van het werk zal worden gelet. Deze opgave is eigendom van de Examencommissie en dient, tezamen met

Nadere informatie

Checklist voor mogelijk incorrect gebruik van het kaskrediet

Checklist voor mogelijk incorrect gebruik van het kaskrediet 28/03/2013 P11905 FEB177194 Published Checklist voor mogelijk incorrect gebruik van het kaskrediet Aan de hand van onderstaande checklist kan de ondernemer aftoetsen of hij op een correcte manier gebruik

Nadere informatie

HALFJAARBERICHT 2015. uitgebracht door de directie. aan de aandeelhouders van. TRUSTUS Capital Management B.V. te Joure

HALFJAARBERICHT 2015. uitgebracht door de directie. aan de aandeelhouders van. TRUSTUS Capital Management B.V. te Joure HALFJAARBERICHT 2015 uitgebracht door de directie aan de aandeelhouders van TRUSTUS Capital Management B.V. te Joure INHOUD blad HALFJAARBERICHT 2015 Financiële positie 3 Geconsolideerd halfjaarbericht:.

Nadere informatie

Examen PC 2 vak Cash Management

Examen PC 2 vak Cash Management Examen PC 2 vak Cash Management Instructieblad Betreft: examen: PC 2 leergang 5 onderdeel: Cash Management datum: 28 juni 2013 tijd: 16.00 17.30 uur Deze aanwijzingen goed lezen voor u met uw examen start

Nadere informatie

4. Wat moet ik als lid doen om een lijfrenteschenking te verstrekken?

4. Wat moet ik als lid doen om een lijfrenteschenking te verstrekken? VEELGESTELDE VRAGEN OVER DE FINANCIERINGSMOGELIJKHEDEN DOOR LEDEN 1. Zijn er methoden waarbij een lening of schenking voor ons leden fiscaal aantrekkelijk gemaakt kan worden? Ja er zijn enkele financieringsmogelijkheden

Nadere informatie

ABN AMRO Investment Management B.V. Jaarrekening 2013

ABN AMRO Investment Management B.V. Jaarrekening 2013 Jaarrekening 2013 Pagina 1 van 12 INHOUD Pagina Directieverslag 3 Balans per 31 december 2013 4 Winst- en verliesrekening 2013 5 Toelichting algemeen 6 Toelichting op de balans per 31 december 2013 8 Toelichting

Nadere informatie

BIJZONDER VERSLAG VAN DE RAAD VAN BESTUUR AANGAANDE DE INBRENG IN NATURA IN HET KADER VAN EEN KEUZEDIVIDEND (ARTIKEL 602 W.VENN.)

BIJZONDER VERSLAG VAN DE RAAD VAN BESTUUR AANGAANDE DE INBRENG IN NATURA IN HET KADER VAN EEN KEUZEDIVIDEND (ARTIKEL 602 W.VENN.) Tessenderlo Chemie Naamloze Vennootschap (de "Vennootschap") Zetel: Troonstraat 130, 1050 Brussel (België) RPR 0412.101.728 Rechtsgebied Brussel BIJZONDER VERSLAG VAN DE RAAD VAN BESTUUR AANGAANDE DE INBRENG

Nadere informatie

ANNEX II BIJ DE AGENDA VAN DE BUITENGEWONE ALGEMENE VERGADERING VAN AANDEELHOUDERS VAN ROYAL IMTECH N.V. TE HOUDEN OP 8 OKTOBER 2013

ANNEX II BIJ DE AGENDA VAN DE BUITENGEWONE ALGEMENE VERGADERING VAN AANDEELHOUDERS VAN ROYAL IMTECH N.V. TE HOUDEN OP 8 OKTOBER 2013 ANNEX II BIJ DE AGENDA VAN DE BUITENGEWONE ALGEMENE VERGADERING VAN AANDEELHOUDERS VAN ROYAL IMTECH N.V. TE HOUDEN OP 8 OKTOBER 2013 Deze Annex II bevat voorgestelde voorwaarden (de "Conversievoorwaarden")

Nadere informatie

Hoofdstuk 6: Beoordelen

Hoofdstuk 6: Beoordelen Hoofdstuk 6: Beoordelen M&O VWO 2011/2012 www.lyceo.nl Overzicht H6: Beoordelen Management & Organisatie Centraal Examen (CE) 1. Rechtsvormen 2. Prijsberekening 3. Resultaten 4. Balans 5. Liquiditeitsbegroting

Nadere informatie

www.jooplengkeek.nl Hoofdstuk 42 belangrijk

www.jooplengkeek.nl Hoofdstuk 42 belangrijk www.jooplengkeek.nl belangrijk 1 Liquiditeitskengetallen Current ratio Quick ratio Working capital (werkkapitaal) Cashflow Kengetallen Kengetallen zijn verhoudingsgetallen, ze geven de verhouding aan tussen

Nadere informatie

16. Financiële Informatie Old Liquors Invest B.V.

16. Financiële Informatie Old Liquors Invest B.V. 16. Financiële Informatie Old Liquors Invest B.V. 16.1 Algemeen In dit hoofdstuk worden bepaalde juridische en financiële aspecten van Old Liquors Invest B.V. beschreven. Old Liquors Invest B.V. heeft

Nadere informatie

Inhoudstafel. Winstdelingsreglement Allianz Invest V896 NL Ed. 04/13 2

Inhoudstafel. Winstdelingsreglement Allianz Invest V896 NL Ed. 04/13 2 Inhoudstafel HOOFDSTUK I WINSTDELINGSREGLEMENT...3 1. Doel van het reglement...3 2. Quotiteit van de verzekerde prestaties gebonden aan elk van de gekantonneerde fondsen...3 3. Bepaling van het globaal

Nadere informatie

Schiphol Nederland B.V. 2011. Vennootschappelijke balans en winst- en verliesrekening

Schiphol Nederland B.V. 2011. Vennootschappelijke balans en winst- en verliesrekening Schiphol Nederland B.V. 2011 Vennootschappelijke balans en winst- en verliesrekening Jaarverslag 2011 Schiphol Nederland B.V. is onderdeel van de Schiphol Group (N.V. Luchthaven Schiphol voert Schiphol

Nadere informatie

Financiële overzichten. Geconsolideerde halfjaarcijfers voor de eerste helft van 2015

Financiële overzichten. Geconsolideerde halfjaarcijfers voor de eerste helft van 2015 Financiële overzichten Geconsolideerde halfjaarcijfers voor de eerste helft van 2015 Geconsolideerde resultatenrekening en overzicht van het totaalresultaat (niet-geauditeerd) Geconsolideerde resultatenrekening

Nadere informatie

VOORBEELD JAARREKENING B.V. TE HOOFDDORP. Rapport inzake jaarstukken 2010

VOORBEELD JAARREKENING B.V. TE HOOFDDORP. Rapport inzake jaarstukken 2010 VOORBEELD JAARREKENING B.V. TE HOOFDDORP Rapport inzake jaarstukken 2010 INHOUDSOPGAVE Pagina RAPPORT 1 Opdracht 3 2 Samenstellingsrapport 3 3 Resultaat 4 4 Financiële positie 6 JAARREKENING 1 Balans per

Nadere informatie

Geconsolideerde winst- en verliesrekening

Geconsolideerde winst- en verliesrekening Jaaroverzicht Geconsolideerde winst- en verliesrekening Opbrengsten 17.123 16.133 Overige baten 64 239 Grondstoffen, materialen en diensten (10.966) (10.291) Personeelslasten (2.838) (2.665) Afschrijvingen,

Nadere informatie

IBUS Fondsen Beheer B.V. Jaarverslag 2013

IBUS Fondsen Beheer B.V. Jaarverslag 2013 IBUS Fondsen Beheer B.V. INHOUDSOPGAVE JAARVERSLAG 4 JAARREKENING Balans per 31 december 2013 5 Winst- en verliesrekening over 2013 6 Kasstroomoverzicht 7 Grondslagen van waardering en resultaatbepaling

Nadere informatie

Halfjaarbericht 2015. N.V. Dico International

Halfjaarbericht 2015. N.V. Dico International Halfjaarbericht 2015 N.V. Dico International Inhoud Jaarverslag Directieverslag N.V. Dico International Verkorte halfjaarcijfers 2015 1. Verkort overzicht financiële positie per 30 juni 2015 2. Verkort

Nadere informatie

Rafaël Nederland te Giessenlanden. Rapport inzake jaarstukken 2014 27 februari 2015

Rafaël Nederland te Giessenlanden. Rapport inzake jaarstukken 2014 27 februari 2015 Rapport inzake jaarstukken 2014 27 februari 2015 INHOUDSOPGAVE Pagina 2 Financiële positie 3 Jaarrekening 1 Balans per 31 december 2014 5 2 Winst-en-verliesrekening over 2014 7 3 Toelichting op de jaarrekening

Nadere informatie

2. Geconsolideerde verkorte halfjaarcijfers

2. Geconsolideerde verkorte halfjaarcijfers 2. Geconsolideerde verkorte halfjaarcijfers 2.1 Verkorte geconsolideerde winst- en verliesrekening in duizenden 30.06.2014 30.06.2013 Huurinkomsten 19.844 19.882 Met verhuur verbonden kosten -9-31 Nettohuurresultaat

Nadere informatie