Overzicht De FOD Economie en het concurrentievermogen van onze economie

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Overzicht 2012. De FOD Economie en het concurrentievermogen van onze economie"

Transcriptie

1 Overzicht 2012 De FOD Economie en het concurrentievermogen van onze economie

2

3 Overzicht 2012 De FOD Economie en het concurrentievermogen van onze economie

4 2 Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie Vooruitgangstraat Brussel Ondernemingsnr.: tel Vanuit het buitenland: tel Verantwoordelijke uitgever: Jean-Marc Delporte Voorzitter van het Directiecomité Vooruitgangstraat Brussel Wettelijk depot: D/2013/2295/37 T/

5 "De voorwaarden scheppen voor een competitieve, duurzame en evenwichtige werking van de goederen- en dienstenmarkt in Sergey Nivens - Photolia.com Voorwoord 3 Met enthousiasme en vastberadenheid nam ik op 25 juni 2012 het roer van de FOD Economie in handen. Ik ontdekte er een uitstekende organisatie, een grote technische expertise en een diversiteit aan bevoegdheden die een reële impact hebben op het economische leven. De FOD Economie, die efficiëntie hoog in het vaandel draagt en zin wil geven aan zijn actie, ging eind 2011 van start met een update van zijn strategie, die heel 2012 in beslag nam. Ons Directiecomité, dat aandacht heeft voor de evolutie van de internationale vraagstukken, op één lijn zit met de Europese verbintenissen en de sociaaleconomische prioriteiten van onze regering rechtstreeks ondersteunt, voerde een grondige strategische reflectie aangaande de aanwezige bedreigingen en kansen, de aan te nemen uitdagingen en de te halen doelstellingen. Deze strategie wil de vier kerntaken van onze FOD: de markt kennen, ze reglementeren, ze controleren en het Belgische standpunt coördineren, kruisen met de vier krachtlijnen : de consument beschermen, streven naar een duurzame economie, een competitieve economie ondersteunen en een transparante markt waarborgen.

6 De actie van de FOD sluit aan bij een kwetsbaar economisch klimaat en een evoluerende institutionele context die hij volledig tracht te doorgronden. De FOD baseert zich op zijn exclusieve federale opdracht om de voorwaarden te creëren voor een competitieve, evenwichtige en duurzame werking van de goederen- en dienstenmarkt en om in die hoedanigheid de ambities van de Interne Markt op Belgisch niveau om te zetten. Tegelijk schenkt onze FOD bijzondere aandacht aan een open, loyaal en constructief partnerschap met de gewesten, waarmee hij in voortdurende dialoog staat. De FOD is zich ook volkomen bewust van de moeilijke budgettaire context die hem, net zoals alle overheidsdiensten, verplicht in de toekomst meer te doen met minder. Dit is een intern leidmotief dat organisatorische keuzes vergt evenals een heroriëntering van zijn middelen ten voordele van de echte prioriteiten. 4 In juli 2012 startte de federale regering een relancestrategie om het concurrentievermogen van onze ondernemingen te versterken, de koopkracht van de burgers te vrijwaren en meer kwaliteitsbanen te scheppen. De FOD Economie heeft deze strategie in het kader van zijn bevoegdheden dan ook overgenomen door zijn expertise en zijn beheers- en analyse-instrumenten te benutten en zo innovatie te stimuleren, evenwichtige betrekkingen tussen de marktspelers tot stand te brengen en de concurrentiekracht van onze economie te bevorderen. Onze FOD is vastberaden van plan zijn taak en zijn verantwoordelijkheden op te nemen, in uitstekende verstandhouding en nauwe samenwerking met alle bevoegde administratieve spelers. Deze editie 2012 van het jaaroverzicht, die grotendeels gestructureerd is volgens de hoofdlijnen van het relanceplan van de regering, belicht de door de FOD Economie gevoerde acties en projecten in domeinen als marktwerking, prijzen en mededinging, netwerkindustrieën, innovatie, kmo s, overheidsopdrachten, administratieve vereenvoudiging en fraudebestrijding. Ik ben ervan overtuigd dat dit overzicht de fundamentele en verwachte rol van de FOD Economie ten gunste van het concurrentievermogen nog meer bevestigt. Veel leesgenot. Jean-Marc Delporte Voorzitter van het Directiecomité

7 "De voorwaarden scheppen voor een competitieve, duurzame en evenwichtige werking van de goederen- en dienstenmarkt in België." INHOUDSTAFEL Voorwoord...3 Inleiding: concurrentievermogen in het middelpunt van elk debat De elementen van het concurrentievermogen Definitie en concept Het Scorebord Concurrentievermogen Doelstelling van het project De dimensies van het concurrentievermogen Monitoring en federale relancestrategie De marktwerking De mededinging De strategische doelstellingen van de Mededingingsautoriteit Gerealiseerde acties Consumptieprijsindex Het Prijzenobservatorium De sectorale screening De netwerkindustrieën: sleutelsectoren van het concurrentievermogen in België De energie De zekerheid van de energiebevoorrading Prijs van elektriciteit en aardgas Administratieve vereenvoudiging Nucleaire energie Interne energiemarkt SET-Plan Monitoring van de op de markt gebrachte apparaten...35

8 Controle van petroleumproducten Demand Side Management en Demand Response De telecommunicatie Vast internet Mobiel internet Telefoon Maatregelen De strategie voor innovatie Intellectuele eigendom Nieuwe stap naar hervorming van het Europese octrooisysteem Benelux Patent Platform project De handhaving van auteursrecht en naburige rechten op het internet Intellectuele eigendom en elektronische economie Normalisatie Overheidsopdrachten De innovatiestrategie Concrete acties Luchtvaart Defensie-industrie Economische weerslag bij defensiebestellingen Firmaveiligheidsmachtiging Reach Duurzame ontwikkeling Ondernemingen en kmo s Het Kmo-plan

9 "De voorwaarden scheppen voor een competitieve, duurzame en evenwichtige werking van de goederen- en dienstenmarkt in België." 5.2. De Belgische omzetting van de Europese Small Business Act De SBA Fact Sheets Het netwerk van kmo-vertegenwoordigers Bedrijven en internationalisering Onze bedrijven ondersteunen in een internationale omgeving Economische douaneregelingen Opvolgen van vrijhandelsovereenkomsten Markttoegang derde landen Promotie van België in het buitenland Administratieve vereenvoudiging Het federale actieplan administratieve vereenvoudiging De Kruispuntbank van Ondernemingen Dienstenrichtlijn Peer review Criteria voor de vergunningsstelsels Centraal contactpunt en elektronisch loket Werkgroep EUGO E-government en elektronische economie De statistieken De strijd tegen de economische fraude en piraterij Klachtenbeheer ADR en BELMED: een alternatieve oplossing voor geschillen Fraudebestrijding Specifieke acties op het vlak van controle op de markt Opkopen van goud preventieve witwaswetgeving OPSON II...91

10 Problematiek in de meubelsector Controle van de aardolieproducten Diamant De elektronische handel Coördinatie van de economische-fraudebestrijding Bestrijding van namaak en piraterij Het Belgische model De acties van de ADCB in Enkele kerncijfers van de FOD Economie Dienst voor de Intellectuele Eigendom Economische inspectie Telecommunicatie en informatiemaatschappij Kruispuntbank van Ondernemingen Het Contact Center Klachten over de dienstverlening...110

11 "De voorwaarden scheppen voor een competitieve, duurzame en evenwichtige werking van de goederen- en dienstenmarkt in België." Lijst van tabellen Tabel 1. Marktaandeel Belgacom...44 Tabel 2. Onderzoek over handel op internet...97 Tabel 3. Aanvragen voor titels van intellectuele eigendom Tabel 4. Verleningen van titels van intellectuele eigendom Tabel 5. Bescherming en veiligheid van de consument Tabel 6. Top 5 van vragen aan het Contact Center in Lijst van grafieken Grafiek 1. Penetratiegraad van het aantal breedbandverbindingen Grafiek 2. Internetsnelheden en ultrasnelle breedbandverbindingen...42 Grafiek 3. Penetratiegraad van het aantal mobiele breedbandverbindingen...43 Grafiek 4. Aantal vaste en mobiele telefonieabonnementen per 100 inwoners (2011)...45 Grafiek 5. De tien beginselen van de Small Business Act...67

12 Inleiding: concurrentievermogen in het middelpunt van elk debat Op Europees vlak In een economische context die door globalisering en door een exponentiële toename van de internationale handel wordt gekenmerkt, is het concurrentievermogen van essentieel belang voor de economieën. Het oprukken van de opkomende landen verplicht de gevorderde industrieën in te spelen op de structurele hefbomen van hun concurrentievermogen om hun marktaandelen in de internationale handel te behouden. 10 Het verbeteren van het concurrentievermogen van de ondernemingen en economieën staat centraal in de strategieën van de Europese Unie. De Lissabonstrategie streefde er inderdaad naar om van de EU de meest competitieve economie ter wereld te maken, evenals de huidige EUROPA 2020-strategie waarin drie prioriteiten, die elkaar verstevigen, bepaald werden: slimme, duurzame, en inclusieve koy979 - Photolia.com In het licht hiervan heeft de EU vijf ambitieuze doelstellingen vastgelegd, te bereiken tegen 2020, op het vlak van tewerkstelling, innovatie, onderwijs en sociale inclusie en energie. Alle lidstaten hebben zich ertoe verbonden deze doelstellingen te verwezenlijken en te vertalen in realistische nationale doelstellingen. Om de inspanningen van alle lidstaten te coördineren, werd het Europees semester ingevoerd: een jaarlijkse cyclus voor de coördinatie van de economische beleidslijnen. Deze begint met de goedkeuring door de Europese Commissie van een jaarlijkse groeianalyse die de prioriteiten op het vlak van economische herstel en jobcreatie voor het eerstvolgende jaar vastlegt. Na het ene soberheidsplan na het andere tegen de schuldencrisis aaneen te hebben geregen, besloten de staatshoofden en regeringsleiders op de Europese top van 28 en 29 juni 2012 tot een Pact voor groei en banen met als doel de economie te stimuleren zonder het overheidstekort te doen oplopen. In dit pact verschijnen de vijf prioriteiten van de jaarlijkse groeianalyse 2012: een begrotingssanering zonder de groei te fnuiken, de normale kredietverlening aan de economie herstellen, de groei en de competitiviteit

13 "De voorwaarden scheppen voor een competitieve, duurzame en evenwichtige werking van de goederen- en dienstenmarkt in België." bevorderen, de werkloosheid bestrijden en maatregelen nemen om de sociale gevolgen van de crisis op te vangen, en ten slotte de overheid moderniseren. Het Pact voor groei en banen steunt eveneens op het verder uitbouwen van de interne markt. De voorjaarsbijeenkomst van de staatshoofden en regeringsleiders sluit de eerste fase van het Europees semester af en evalueert zodoende de geboekte vooruitgang bij de tenuitvoerlegging van de aanbevelingen 2012 en bij de aangegane verbintenissen voor het Euro Plus-pact. De lidstaten zullen bovendien richtsnoeren aangereikt krijgen voor de verwezenlijking van hun nationale hervormingsprogramma s en stabiliteits- (of convergentie-) programma s op basis van de jaarlijkse groeianalyse evenals voor de tenuitvoerlegging van de vlaggenschipinitiatieven van de Europa 2020-strategie. In dit kader buigt de Europese Raad zich over de stand van zaken van de tenuitvoerlegging van het Pact voor groei en banen, met name wat betreft de eengemaakte markt en slimme regelgeving. Op Belgisch vlak De federale regering is vastbesloten om België opnieuw op weg naar duurzame groei te zetten en kwaliteitsvolle banen te creëren. Zo initieerde ze een nieuwe relancestrategie die in de lijn ligt van de sinds het begin van de nieuwe legislatuur genomen structurele maatregelen, rekening houdend met de begrotingsdiscipline. Dit plan sluit ook aan bij de Europese prioriteiten als vastgelegd op de Europese Raad van juni 2012 met als doel de competitiviteit van de ondernemingen te stimuleren, de arbeidsmarkt te herstellen, de koopkracht te beschermen om de binnenlandse vraag te ondersteunen, en dit zonder de openbare financiën aan te tasten. Deze strategie wordt vertaald in een reeks concrete maatregelen, onderverdeeld in 3 grote domeinen (concurrentievermogen van de ondernemingen, scheppen van banen, koopkracht van de burgers en de overheden) en 12 pijlers. Een aantal van deze pijlers hebben rechtstreeks betrekking op de competenties van de FOD Economie, met name energie, werking van de markt, onderzoek en innovatie, kmo s, overheidsopdrachten en administratieve vereenvoudiging. Het is dus logisch dat de FOD Economie werd aangeduid als een van de actoren van de opvolgings- en monitoringprocedure van de relancestrategie. RealPhotoItaly - Photolia.com

14 @ alphaspirit - Photolia.com De elementen van het concurrentievermogen 1.1. Definitie en concept Het concurrentievermogen is een complex concept waarvoor geen algemeen geldende definitie bestaat. Het heeft verschillende betekenissen al naargelang het verwijst naar een land, een sector of een onderneming. Het concurrentievermogen heeft niettemin twee kenmerken: enerzijds is het een relatief concept, omdat het pas zin heeft bij een vergelijking met een soortgelijke grootheid (land, sector of onderneming), en anderzijds verwijst het naar een dynamisch en veranderlijk concept dat een constante bijsturing veronderstelt naargelang de economische omstandigheden van het land en van de internationale markt. De complexiteit van het concept noopt tot het in ogenschouw nemen van verschillende complementaire invalshoeken om de concurrentiepositie van een economie volledig te kunnen beoordelen. In dit kader selecteerde de FOD Economie drie invalshoeken in het hierna volgende Scorebord Concurrentievermogen. De eerste betreft de samengestelde indicatoren van het concurrentievermogen die ontwikkeld werden door internationale organisaties, met als bekendste het World Economic Forum (WEF) en het International Institute for Management Development (IMD). Deze organisaties rangschikken de landen op grond van verschillende (gewogen) indicatoren die betrekking hebben op het concurrentievermogen. Deze invalshoek heeft het voordeel dat men snel de positie van een economie kan vergelijken en bepalen, maar werpt wel enkele bezwaren op over methodiek en betrouwbaarheid van de gebruikte gegevens.

15 "De voorwaarden scheppen voor een competitieve, duurzame en evenwichtige werking van de goederen- en dienstenmarkt in België." De tweede invalshoek bekijkt de buitenlandse prestaties, meer bepaald de betalingsbalans en de exportmarktaandelen. Deze macro-economische invalshoek moet men aanvullen met een meer gerichte meso-economische invalshoek over het sectorale concurrentievermogen. De derde invalshoek vloeit voort uit de recente werkzaamheden over de internationale handel en neemt de structurele factoren van het concurrentievermogen onder de loep, meer bepaald alle elementen die langetermijneffecten kunnen hebben op de prestaties van een economie. De OESO geeft daarvan een eenvoudige definitie: een indicator die het voor- of nadeel van een land meet bij het verkopen van zijn producten op de internationale markten. Deze definitie berust op twee belangrijke dimensies: het prijsconcurrentievermogen en het niet-prijsconcurrentievermogen. Het prijsconcurrentievermogen hangt, naast de wisselkoers, vooral af van de arbeidskosten en kapitaalkosten en van de directe en indirecte productiekosten. Er is een rechtstreekse weerslag op de verkoopprijs van de producten. Het niet-prijsconcurrentievermogen gaat over structurele en kwalitatieve aspecten en berust voornamelijk op het O&O-aandeel en het innovatie-, kwaliteits-, productiviteits- en aanpassingsvermogen. 13 Het is de actie maar vooral ook de interactie van het geheel van deze factoren die het mogelijk maakt om de concurrentiepositie van een economie te bepalen. Het concurrentievermogen is dan ook de resultante van een veelheid aan zowel nationale als internationale factoren. Met de toegenomen slagkracht van de nieuwe lidstaten van de EU en van de opkomende landen wordt het echter steeds duidelijker dat ontwikkelde en rijpe economieën zoals België hun concurrentievermogen vooral structureel moeten aanpakken om hun exportprestaties te verbeteren of ten minste toch te behouden. Daartoe zijn maatregelen nodig, waarvan er sommige tot de bevoegdheid van het departement behoren, met name op het gebied van O&O en innovatie, onderwijs en scholing, ondernemerschap, marktwerking, duurdere marktsegmenten in de uitvoerstructuur, 1.2. Het Scorebord Concurrentievermogen Doelstelling van het project Het Scorebord Concurrentievermogen, het nieuwe hulpmiddel ontworpen door de FOD Economie, is bedoeld om de concurrentiepositie van de Belgische economie te situeren ten opzichte van onze belangrijkste handelspartners, met name Duitsland, Frankrijk en Nederland. Dankzij een kleurencode kan men direct zien op welke gebieden België be-

16 ter of minder goed presteert dan de genoemde handelspartners. Naast de algemene positie van België kan men dankzij dit hulpmiddel ook de belangrijkste sterke en zwakke punten bepalen. Het Scorebord Concurrentievermogen berust daartoe op een aantal kwantitatieve gegevens die voornamelijk uit officiële bronnen afkomstig zijn en die de belangrijkste indicatoren van het prijsconcurrentievermogen en het niet-prijsconcurrentievermogen weergeven. Voor de toelichting van de voornaamste indicatoren en de evaluatie van de concurrentiepositie van België worden verschillende jaren bekeken. De eerste publicatie is voorzien voor het tweede semester 2013 en zal enkel online beschikbaar zijn, op de website van het departement, in een aangepaste gebruiksvorm. Het scorebord wordt halfjaarlijks bijgewerkt De dimensies van het concurrentievermogen 14 Het concurrentievermogen mag niet gezien worden als een doel op zich, maar als een middel voor een duurzame economische groei die een verhoging van het tewerkstellingspeil, van de levensstandaard en van het sociale welzijn van de bevolking in de hand werkt. Er werden zeven dimensies onderscheiden. Ze bestrijken een voldoende ruim spectrum om verschillende aspecten van het concurrentievermogen te omvatten. Elke dimensie bevat een aantal statistische indicatoren. Deze lijst met indicatoren is niet vast, maar kan evolueren naargelang het onderzoeksveld of de economische actualiteit. Economische prestaties Verschillende macro-economische aggregaten die in verband staan met het concurrentievermogen komen in dit deel aan bod. Bij de keuze werd rekening gehouden met de indicatoren die gekozen werden in het kader van de door de EU ingevoerde procedure voor de aanpak van macro-economische onevenwichtigheden (PMO). Het bbpverloop, het saldo op de lopende rekening, de inflatie, de interestvoeten, het begrotingssaldo, de schuld en het exportmarktaandeel alsook de inkomende en uitgaande investeringsstromen worden bestudeerd in het licht van het concurrentievermogen. Prijsconcurrentievermogen In dit deel worden de voornaamste factoren van het prijsconcurrentievermogen behandeld, meer bepaald de handelsvoorwaarden, de wisselkoersen, de arbeidskosten, de arbeidsproductiviteit en de totale factorproductiviteit. Globaal is het prijsconcurrentievermogen van België de laatste jaren verslechterd, voornamelijk als gevolg van de gestegen arbeidskosten en een stagnatie van de arbeidsproductiviteit. Niet-prijsconcurrentievermogen Innovatie, kenniseconomie, onderwijs en scholing alsook ondernemerschap vormen de belangrijkste studiegebieden van dit deel. In de ontwikkelde economieën speelt het niet-concurrentievermogen een fundamentele rol, want het kan op lange termijn de concurrentiepositie van een economie consolideren. Voor innovatie en kennis-

17 "De voorwaarden scheppen voor een competitieve, duurzame en evenwichtige werking van de goederen- en dienstenmarkt in België." economie ligt België globaal genomen rond het gemiddelde van de EU, maar het blijft toch vaak achterop bij zijn handelspartners. België neemt wel een vrij gunstige plaats in op het vlak van octrooien. Voor onderwijs lopen de resultaten enigszins uiteen: voor de totale overheidsuitgaven voor onderwijs en ook qua aandeel diploma s hoger onderwijs behoort België tot de beste leerlingen van de EU, maar bij diploma s voor wetenschappelijke richtingen scoort België iets minder goed. Het ondernemerschap vormt evenwel een aandachtspunt. Marktwerking In dit deel worden de mededinging, het prijspeil en de tevredenheid van consumenten in netwerkindustrieën onder de loep genomen. De keuze voor deze facetten hangt samen met de bevoegdheden van ons departement. Ook de aspecten business facilitation en fiscaliteit (voor de economie in haar geheel) komen aan bod. België behaalt globaal genomen gemiddelde EU-resultaten voor prijzen en concurrentie in netwerkindustrieën, maar blijft achterop ten opzichte van onze drie belangrijkste handelspartners. Arbeidsmarkt Deze dimensie omhelst een gedetailleerde evolutie van de tewerkstellingsgraad en van de werkloosheidsgraad. 15 Duurzame ontwikkeling en sociale samenhang Het concurrentievermogen is een instrument in dienst van een duurzame economische groei. Bovendien zijn milieuvraagstukken en economische vraagstukken meer en meer met elkaar verweven. Beide laatste dimensies bieden kernindicatoren die een algemeen beeld vormen van de vorderingen op weg naar duurzame ontwikkeling in het licht van de doelstellingen die in de strategie bepaald zijn Monitoring en federale relancestrategie Het Federaal Planbureau is belast met het ontwikkelen van een procedure om de doeltreffendheid van de maatregelen die werden genomen in het kader van de federale relancestrategie, op te volgen. Deze federale monitoring moet gebeuren op basis van een halfjaarlijkse reporting waarvan het eerste rapport tegen september 2013 wordt verwacht. In het kader hiervan staat de FOD Economie in voor de coördinatie van twee van de vijf aangekaarte domeinen, met name Concurrentievermogen van de ondernemingen en Energieprijzen en werking van de markten. Hij heeft dus als taak de gegevens van de voorgestelde indicatoren te verzamelen en een beschrijvende analyse ervan uit te Sergey Nivens - Photolia.com

18 @ Sergey Nivens - Photolia.com De marktwerking Zoals elders in dit verslag werd gesteld, wordt het concurrentievermogen van een land beïnvloed door een veelheid van factoren. Eén van de onderliggende determinanten is de functioneringswijze van een product- en of goederenmarkt. In een optimaal werkende markt, winnen efficiënte ondernemingen het ten opzichte van minder efficiënte ondernemingen, waardoor de gemiddelde productiviteit van de in die markt actieve ondernemingen er op vooruitgaat. Op zijn beurt heeft deze efficiëntiewinst een opwaartse impact op het concurrentievermogen van de ondernemingen in die sector. Naast de specifieke aandacht voor de marktwerking, volgt de FOD Economie van dichtbij het concurrentievermogen op voor een aantal specifieke sectoren De mededinging De strategische doelstellingen van de Mededingingsautoriteit Het realiseren van de doelstellingen van de Mededingingsautoriteit draagt bij tot de verbetering van de marktwerking, wat het concurrentievermogen van de Belgische ondernemingen op de internationale markten ten goede komt, maar draagt ook bij om aan de consumenten kwaliteitsproducten en -diensten te leveren tegen een redelijke prijs.

19 "De voorwaarden scheppen voor een competitieve, duurzame en evenwichtige werking van de goederen- en dienstenmarkt in België." De strategische prioriteiten van de Algemene Directie Mededinging laten zich door volgende twee doelstellingen omschrijven: bijdragen aan het definiëren en het verwezenlijken van een ambitieus mededingingsbeleid, met als doel het structurele concurrentievermogen van de Belgische economie te verbeteren en de koopkracht van de burgers te ondersteunen; aan België de mogelijkheid geven om bij te dragen aan het concurrentienetwerk van de EU (European Competition Network). Om dit te bewerkstelligen heeft de directie steeds gestreefd naar: het uitbreiden van de samenwerking met de andere algemene directies van de FOD Economie in het uitwerken en uitvoeren van het mededingingsbeleid; een versterking van de samenwerking met de sectorale regulatoren; het verbeteren van de Belgische bijdrage aan het Europese en internationale mededingingsbeleid Gerealiseerde acties 17 Naar een nieuwe mededingingsautoriteit De Algemene Directie Mededinging heeft in 2012 bijgedragen tot de vorming en de opstart van de nieuwe Belgische Mededingingsautoriteit. Volgens het voorontwerp van wet, momenteel ter discussie in het parlement, zal de huidige mededingingsautoriteit omgevormd worden tot een onafhankelijke autoriteit, met behoud van het onderscheid tussen onderzoeks- en beslissingsbevoegdheid. Dat vertaalt zich naar een eenvoudiger structuur met een voorzitter van de nieuwe instelling die het beslissingscollege zal voorzitten, altijd bijgestaan door twee onafhankelijke experten. De onderzoeken worden geleid door de auditeur-generaal. Het voorontwerp voorziet in een herschikking van de huidige taken van het auditoraat en van de algemene directie naar een auditoraat als onderzoeksdienst, geleid door de auditeur-generaal. Het voorontwerp voorziet ook in een aantal procedureverbeteringen: een efficiëntere procedure op het vlak van voorlopige maatregelen; een procedure op het vlak van transacties om het afsluiten van inbreukprocedures te versnellen, wat zowel in het belang van de ondernemingen is, die de onzekerheid en de kosten voor een langdurige procedure willen vermijden, als in het belang van de toepassing van de mededingingsregels;

20 een meer flexibele procedure voor administratieve beslissingen zonder de onafhankelijkheid van het Mededingingscollege in het gedrang te brengen, en sancties voor fysieke personen. Een samenwerking binnen de FOD Om haar opdrachten en doelstellingen te realiseren legt de Algemene Directie Mededinging de nadruk op een nauwe samenwerking met de andere algemene directies van de FOD Economie. Voor de realisatie van dit doel werd gewerkt op twee actieterreinen. 18 De systematische samenwerking met het Prijzenobservatorium (de Algemene Directie Economisch Potentieel en de Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie) laat toe om instrumenten te ontwikkelen voor een proactief mededingingsbeleid. Meer specifiek richt deze samenwerking zich op het identificeren van sectoren met een zwakke mededinging. Deze samenwerking werd progressief gestructureerd rond de verslagen van het Prijzenobservatorium die in belangrijke mate bijdragen tot de bepaling van de prioriteiten van de Mededingingsautoriteit. Specifieke kennis of competentie ontwikkelen op het vlak van huiszoekingen. Naast de samenwerking met de Algemene Directie Controle en Bemiddeling, werd de vorming van de inspecteurs in Forensic IT verhoogd, in samenwerking met de ICT-dienst, om de knowhow voor de huiszoekingen te verbeteren op het vlak van informaticagegevens. Een externe samenwerking met de belanghebbenden De Algemene Directie Mededinging zorgt voor een nauwere samenwerking met de sectorale regulatoren. Bovendien is ze een actieve speler in het Europese netwerk van mededingingsautoriteiten (ECN), het mededingingscomité van de OESO en het internationale netwerk van mededingingsautoriteiten. Zij heeft bijdragen geleverd in het bijzonder met bettrekking tot vorderingen tot schadevergoeding wegens schending van de mededingingsregels, de richtlijnen met betrekking tot de toepassing van artikel 82 EG, de clementieprogramma s, de verbintenissen, de impact van de economische en financiële crisis op het mededingingsbeleid, de prijzen en de koopkracht (onderzoek van voedingsproducten en van distributieketens), de getrouwheidskortingen en koppelverkopen, de verbintenissen, de weigering tot verkoop, de uitwisseling van informatie tussen concurrenten, de herziening van verordening 1/2003, de herziening van verordening 139/2004 van de Raad (de concentratieverordening), de herziening van verordening 1400/2002 (autodistributie) en de toepassing van de mededingingsregels in kleine economieën.

21 "De voorwaarden scheppen voor een competitieve, duurzame en evenwichtige werking van de goederen- en dienstenmarkt in België." Andere acties De directie heeft honderden vragen behandeld over de meest diverse markten en producten (de luchthaventarieven, het onderhoud van alarmsystemen, de architecten, de rijscholen, banken in IJsland, bakkerijen, bunkering, kredietkaarten, spaarrekeningen, de brandstofdistributie, elektrische en optische apparatuur, duivenwedstrijden, geneesmiddelen, zware voertuigen, elektriciteit, frieten, vers en verwerkt fruit, groenten, melk, varkens, lokale radiostations, doe-het-zelfzaken, telecommunicatiediensten, een regeling tussen de dagbladuitgevers en Apple). De directie is ook ingegaan op kwesties over schade die werd veroorzaakt door een schending van de mededingingsregels, de rechten van de bedrijven tijdens de inspecties, legal privilege, de berekening van de omzet volgens de regels van de Belgische controle op concentraties, clausules van niet-concurrentiebedingen, enz Consumptieprijsindex Elke maand worden ongeveer prijzen opgenomen in verkooppunten. Al deze prijzen leiden uiteindelijk tot de consumptieprijsindex en de daarvan afgeleide gezondheidsindex. In België zijn de lonen en sociale uitkeringen rechtstreeks gekoppeld aan de gezondheidsindex. 19 In 2012 werd de negende indexhervorming opgestart die van kracht wordt in januari Zoals bij de vorige indexhervorming werd het prijsopnamestaal, de lijst van getuigenproducten en hun gewichten geactualiseerd. Bovendien worden de berekeningsmethodes geëvalueerd en indien nodig aangepast. In afwachting van het in werking treden van de nieuwe index, werden een aantal maatregelen genomen. Met die maatregelen beoogt de regering de index nauwer te laten aansluiten bij het werkelijk koopgedrag van de consumenten. Sinds januari 2013 wordt in de index rekening gehouden met het prijseffect van solden en wordt voor de berekening van de indexen voor huisbrandolie rekening gehouden met het seizoenspatroon in de gezinsaankopen van huisbrandolie. De Indexcommissie bestudeerde, op vraag van de minister van Economie, nog bijkomende maatregelen voor de berekening van de consumptieprijsindexen voor aardgas, elektriciteit en de telecomdiensten.

22 Voor aardgas en elektriciteit werd onderzocht op welke manier er in de index beter rekening gehouden kan worden met de energiefactuur van de consument. De liberalisering van de markt voor elektriciteit en aardgas dwong de administratie vanaf 2005 tot een geleidelijke herziening van de berekeningswijze van de indices voor deze producten. Inderdaad ging de berekeningswijze van een betalingsbenadering (index gebaseerd op de prijs van de jaarlijkse factuur die slaat op de voorbije twaalf maanden) naar een verwervingsbenadering (index gebaseerd op de geschatte kostprijs op jaarbasis bij de ondertekening van een contract). In functie van de indexhervorming wordt geëvalueerd op welke manier de telecomdiensten beter kunnen verrekend worden. Er wordt een methodologie uitgewerkt om in de index de prijzen voor bundels (bv. televisie, internet en telefoon in één pakket) te verrekenen en om rekening te houden met het koop- en switchgedrag van de consument. 20 Ten slotte wordt nagegaan of men gebruik kan maken van kassascangegevens van supermarkten voor het berekenen van de indexen voor de voedings- en huishoudartikelen. Het gebruik van gescande gegevens heeft een aantal onmiskenbare voordelen, maar de praktische uitwerking vormt hierbij een grote uitdaging. Via gescande gegevens kunnen de prijzen van vrijwel alle verkochte goederen gevolgd worden, in plaats van de huidige selectie van representatieve getuigen. Men houdt rekening met werkelijke transactieprijzen, zoals ze aan de kassa betaald worden, in plaats van de geafficheerde prijzen. Men volgt het prijsverloop van die producten die consumenten daadwerkelijk kopen, in plaats van bij de bepaling van het staal te moeten inschatten welke de meest representatieve goederen zijn. Er kan een betere gewichtsbepaling gebeuren door weging per distributieketen en productgroep. Bovendien kan het wijzigend aankoopgedrag van de consument op een systematische manier geïmplementeerd worden in de index. Dit alles moet leiden tot een betere inflatiemeting. Bepaalde regeringsbeslissingen zijn conform de regelgeving voor de geharmoniseerde consumptieprijsindex (GICP), andere echter niet. De geharmoniseerde index van de consumptieprijzen is een maatstaf die een correcte vergelijking mogelijk maakt tussen de inflatie van de lidstaten van de Europese Unie. Uit de geharmoniseerde index van de lidstaten wordt door Eurostat tevens een GICP van de eurozone (alsook van de hele Europese Unie) berekend. Rekening houden met het prijseffect van solden is conform de GICP-regelgeving. De solden worden trouwens sinds 2000 verrekend in de GICP. Een afvlakking of spreiding in de tijd is echter niet toegelaten in de GICP. Overstappen naar de betalingsbenadering voor aardgas en elektriciteit is niet conform de GICP-regelgeving.

23 "De voorwaarden scheppen voor een competitieve, duurzame en evenwichtige werking van de goederen- en dienstenmarkt in België." Net zoals het overstappen naar een soortgelijke benadering voor huisbrandolie, aan de hand van een twaalfmaandelijks voortschrijdend gemiddelde. Gebruik van scangegevens van supermarkten voor het berekenen van de indexen voor de voedings- en huishoudartikelen is daarentegen wel conform de GICP-regelgeving. Eurostat stimuleert bovendien het onderzoek en de implementatie via een aantal projecten. Men moet echter wel opmerken dat de (nationale) consumptieprijsindex (CPI) en de geharmoniseerde consumptieprijsindex (GICP) een verschillende finaliteit hebben. Hierdoor is een verschillende methodologische behandeling gerechtvaardigd. De methodologie van de GICP is ontwikkeld vanuit het monetaire beleid van de ECB, waarbij een van de doelstellingen het aftoetsen van de prijsstabiliteit is. Hierbij moet de inflatie van de lidstaten uiteraard volgens dezelfde normen berekend worden en moet ze gebaseerd zijn op de actuele prijsniveaus. De nationale CPI s daarentegen hebben een finaliteit die door elk land onafhankelijk bepaald kan worden. De hierboven vermelde maatregelen voor de CPI zijn perfect te legitimeren omdat ze overeenstemmen met de doelstelling om het koopkrachtbehoud via de automatische koppeling van lonen en uitkeringen op een correcte manier te verzekeren Het Prijzenobservatorium Toen de inflatie piekte in 2008, werd in de regeringsverklaring 1 van Leterme I, voor het eerst gewag gemaakt van een Prijzenobservatorium. Begin 2009 werd het takenpakket van het Instituut voor Nationale Rekeningen dan ook uitgebreid met het luik prijsobservatie en prijsanalyse. De wet (wet van 8 maart 2009, tot wijziging van de wet van 21 december 1994 houdende diverse en sociale bepalingen) stipuleerde dat de FOD Economie deze taak moet uitvoeren. De dienst sector- en marktmonitoring staat in voor de analyse en de redactie van deze verslagen. In de verslagen wordt er aandacht besteed aan de totale inflatie en aan het prijsstijgingstempo en de bijdrage tot de inflatie van elk van de vijf grote productgroepen: energiedragers, bewerkte en nietbewerkte levensmiddelen, diensten en ten slotte industriële, niet-energetische goederen. Voor elke productgroep wordt eerst de inflatie in België toegelicht en wordt het verloop van de consumptieprijzen vervolgens vergeleken met dat in de Andrey Burmakin - Photolia.com 1 Zie hoofdstuk 3 van het federale regeerakkoord van 8 maart 2008.

24 De analyses van het Prijzenobservatorium worden, conform de wet, enkel gepubliceerd na de goedkeuring van de Raad van Bestuur van het INR en de validering door het Wetenschappelijk Comité voor Analyse van de Prijzen. In een aantal gevallen werd in de verslagen gewezen op een afwijkend prijsverloop in België, zonder dat daar op basis van publieke cijfers een afdoende verklaring voor was. Diverse instellingen, waaronder het federale parlement, waren vragende partij om de scope van het onderzoeksdomein van het Prijzenobservatorium uit te breiden en om maatregelen te koppelen aan de vaststellingen die door het Prijzenobservatorium gedaan worden. 22 In de federale regeringsverklaring van Di Rupo 2, werd er dan ook expliciet verwezen naar maatregelen gericht op een effectieve (prijs-)analyse en op prijsbeheersing. De tekst stelt verder dat het Prijzenobservatorium in zijn opdrachten zal worden versterkt en dat het de nodige middelen zal krijgen om marges te analyseren en abnormale prijsschommelingen op te sporen. Deze acties worden gekoppeld aan het voeren van een ambitieus concurrentiebeleid. De federale regering keurde intussen, op 7 december 2012, een wetsontwerp goed waarin deze maatregelen een uitwerking krijgen. Aan de hand van de beschikbare statistieken zal het Prijzenobservatorium deze bijkomende taken invullen De sectorale screening Sinds enkele jaren realiseert de dienst Sector- en Marktmonitoring studiewerk op het vlak van indicatoren van marktwerking. Het directoraat-generaal voor Economische en Financiële zaken van de Europese Commissie (DG ECFIN) ontwikkelde in 2007 een methodologie voor sectorale screening. In 2009 werd de methodologie van de Commissie toegepast op de Belgische sectoren en België was de eerste lidstaat die de oefening voltooide 3. In 2009 zette de dienst Monitoring samen met de Hogeschool- Universiteit Brussel (HUB) en de KULeuven een studieproject op Monitoring of Markets and Sectors (een zgn. Agora-project ), gericht op de ontwikkeling en toepassing op de Belgische marktsectoren van individuele en samengestelde indicatoren van marktwerking. De resultaten van het project werden begin 2012 gepubliceerd op de website van de FOD Economie 4. 2 Zie deel II.2.4 Koopkracht, prijsbeheersing, bescherming van de consument en financiële regulering van de ontwerpverklaring over het algemeen beleid van 1 december Zie FOD Economie (2011), Panorama van de Belgische economie 2010, blz Zie: and_sectors_mms_project_final_report.jsp.

25 "De voorwaarden scheppen voor een competitieve, duurzame en evenwichtige werking van de goederen- en dienstenmarkt in België." Voorbeelden van deze individuele indicatoren zijn de Herfindahl-Hirschman index (HHI), een graadmeter voor marktconcentratie of de invoerpenetratie, een indicator voor de mate waarin Belgische ondernemingen, behorende tot een bepaalde sector, te maken hebben met concurrentie op de Belgische markt vanwege ingevoerde producten. Een hoge importpenetratie betekent dat ondernemingen die lokaal produceren voor de prijszetting op de Belgische markt zullen moeten rekening houden met de buitenlandse concurrentie. Al deze indicatoren worden top-down berekend per sector, gedetailleerd tot op Nace-4- of zelfs -5-digits-niveau. Individuele indicatoren kunnen op verschillende manieren (via wegingen, enz.) omgezet worden naar een samengestelde indicator per sector, die tussen 0 en 1 ligt en een benadering wil geven van de kans op mededingingsbeperkend gedrag vanwege de ondernemingen behorende tot de sector. De dienst Sector en Marktmonitoring bouwde een groeiende kennis op van de mogelijkheden en ook de inherente zwakheden van het gebruik van dergelijke top-down - indicatoren. De voornaamste les is dat dergelijke indicatoren wel degelijk een interessante en waardevolle inspiratiebron kunnen vormen voor instanties of autoriteiten, bevoegd voor een bepaald aspect van de marktwerking (bv. de Mededingingsautoriteit of diensten belast met consumentenbescherming) maar zeker niet meer dan dat zonder een veldonderzoek. Inderdaad, zowel de variabelen zelf, gebruikt voor de berekeningen, als de indeling in Nace-sectoren vormen slechts een zeer gebrekkige benadering van de relevante markt dat een basisbegrip is voor het concept marktwerking. In dit verband startte de FOD Economie in 2012 een uitwisseling met de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMA), wiens ervaringen met de Competition Index inspirerend zijn De waarden van de top-down -indicatoren komen dan ook best tot hun recht wanneer ze aangevuld worden met kwalitatieve bottom-up informatie. De analyse van de kleinhandelssector en het Panorama van de Belgische economie 6 zijn er goede voorbeelden van. 5 Zie discussion_papers/the_economic_detection_instrument_of_the_netherlands_competition_authority.aspx 6 Zie FOD Economie, Panorama van de Belgische economie van 2011, blz en Bijlage 2 (blz ).

26 @ anekoho - Photolia.com 3. De netwerkindustrieën: sleutelsectoren van het concurrentievermogen in België 3.1. De energie De zekerheid van de energiebevoorrading a) De situatie in België Met het publiceren van nauwkeurige en betrouwbare statistieken over het verbruik per economische sector, verstrekt de Algemene Directie Energie waardevolle informatie over de evolutie van de trends of over de energieafhankelijkheid van een bepaald product, met betrekking tot een land of regio van de gehele wereld. 24 In 2010 heeft het primaire energieverbruik in België een record van 61,9 Mtoe bereikt. Het finale energieverbruik bedroeg 42,5 Mtoe. Het aandeel van de industrie in het totale eindverbruik was goed voor 26,9 %, dat van de huishoudelijke sector 35,2 %, het vervoer 20,9 % en de niet-energetische toepassingen 17 %. Aangezien België geen eigen fossiele brandstoffen heeft, is de continuïteit van de energievoorziening sterk afhankelijk van de invoer (energieafhankelijkheid van 88,34 % in 2010), wat een aanzienlijke kost en risico vertegenwoordigt.

27 "De voorwaarden scheppen voor een competitieve, duurzame en evenwichtige werking van de goederen- en dienstenmarkt in België." Een diversificatie van de energiemix, inzonderheid door de ontwikkeling van hernieuwbare energiebronnen en gedecentraliseerde productie, diversificatie van de invoer (met concurrentie en gunstige effecten op de prijzen) en de instelling van energie-efficiëntiemaatregelen zijn oplossingen voor deze afhankelijkheid. Met de doelstelling van 13 % voor het aandeel energie uit hernieuwbare bronnen in het bruto eindverbruik in 2020 (klimaat- en energiepakket) ligt België net als zijn Europese partners, in de lijn van de ontwikkeling van hernieuwbare energie. De studie Towards 100 % renewable energy in Belgium by 2050 gepubliceerd in december 2012 schat overigens in het kader van haar eigen veronderstellingen, dat er tussen en banen zullen worden gecreëerd tegen Hierna volgt een overzicht van de bevoorradingszekerheid in ons land voor elektriciteit, aardgas en aardolieproducten. Bevoorradingszekerheid voor elektriciteit Het aandeel van de elektriciteit geproduceerd vanuit hernieuwbare energiebronnen in de totale elektriciteitsproductie in België neemt toe: het gaat van 6,83 % in 2010 naar 9,29 % in 2011, ver boven de indicatieve doelstelling van 6,2 % die was vastgelegd voor 2011 in het Nationale Actieplan op het gebied van duurzame energie. 25 De massale ontwikkeling van intermitterende hernieuwbare energie en de prioriteit die er op het netwerk werd aan gegeven, verminderen het aantal uren waarin thermische elektriciteitscentrales nodig zijn. Dit verkleint hun winstgevendheid en roept de vraag op van hun voortgezette werking en van het niveau van de elektrische voorraadzekerheid. Hun aandeel in de productie in de elektrische mix is al gedaald van 45,6 % in 2010 tot 40,99 % in Uit deze waarneming blijkt een onrustwekkende bevriezing van de investeringen in projecten die niet voldoen aan de financiële closing (6 projecten voor gasturbines met gecombineerde gascyclus die de noodzakelijke federale vergunning hebben ontvangen zijn in dit geval). Op vraag van de staatssecretaris voor Energie heeft de Algemene Directie Energie in juni 2012 het verslag gepubliceerd over de mogelijkheden voor elektriciteitsproductie teneinde een evenwicht tussen vraag en aanbod te realiseren.

28 Op basis van het hiervoor genoemde rapport, besloot de Ministerraad tot: de verlenging met 10 jaar van de uitbating van de centrale van Tihange 1, de terbeschikkingstelling op de markt van 1000 MW kernenergie om de concurrentie te bevorderen, de goedkeuring van een juridisch kader om de sluiting van de centrales te voorkomen, de goedkeuring van steunmaatregelen voor investeringen in flexibele units door erover te waken dat de rendabiliteit van de bestaande installaties niet wordt aangetast. Deze maatregelen worden ontwikkeld in het uitrustingsplan van de staatssecretaris voor Energie, Melchior Wathelet in De acties voor het beheer van de vraag en de versterking van de interconnecties vormen ook aanvullende maatregelen voor de bevoorradingszekerheid. De netto-invoer draagt immers bij tot het evenwicht van vraag en aanbod. In 2011 beliep de invoer GWh, 3,04 % van het waargenomen verbruik. Op langere termijn zullen het onderzoek en de ontwikkeling voor opslag worden bevorderd om de bevoorradingszekerheid te garanderen. Enkele technologieën geven nu al veelbelovende resultaten (verbeterde batterijcomponenten en het integreren ervan in het netwerk, de technologie power to gas, het gebruik van elektrische autobatterijen als reserves R1 en R2, etc.). Bevoorradingszekerheid voor aardgas Het aandeel van aardgas in de totale primaire energieconsumptie in België is de laatste jaren steevast gestegen en bedraagt nu 27 % (in 2010). België produceert zelf geen gas en is dus volledig afhankelijk van zijn gasinvoer. Om te vermijden dat deze afhankelijkheid zich vertaalt in een dreiging voor de bevoorradingszekerheid is het essentieel dat de invoer voldoende gediversifieerd is. De belangrijkste leveranciers, langs pijpleidingen, zijn Nederland (29 %) en Noorwegen (37 %). Qatar (14 %) is de enige lng-leverancier (cijfers 2010). Op dit moment is de diversificatie voldoende en zodoende is er geen onmiddellijke dreiging voor de bevoorradingszekerheid. De HHI index (Herfindahl-Hirschman Index) is een maatstaf voor marktconcentratie en België haalt hier een gemiddelde score in een vergelijking met de andere EU landen. Daarnaast is het transmissienet van België het meest uitgebreide en gebruikte net van Noordwest-Europa. België is een draaischijf geworden voor aardgas in de regio. Dit draagt ontegensprekelijk bij tot de bevoorradingszekerheid.

29 "De voorwaarden scheppen voor een competitieve, duurzame en evenwichtige werking van de goederen- en dienstenmarkt in België." Ondanks de huidige goede papieren van ons land in termen van bevoorradingszekerheid, zijn er een aantal risico s voor de toekomst. Zowel de voorraden L-gas uit Nederland als de reserves in Noorwegen dreigen vanaf 2030 uitgeput te raken. Die afhankelijkheid van Noors gas kan ook nadelig zijn als er een technisch mankement ontstaat aan de Zeepipe (de pijplijn die Noorwegen met België verbindt). Van zodra de bevoorrading uit deze landen daalt, zullen substantiële alternatieven nodig zijn. Dit zal allicht leiden tot een grotere afhankelijkheid van Rusland en het Midden-Oosten. Voor de levering van lng is België volledig afhankelijk van Qatar. Dit maakt ons land bijzonder kwetsbaar voor een onderbreking van de lng-import uit dit land, bijvoorbeeld naar aanleiding van politieke onrust in het Midden-Oosten. Voor L-gas is er op dit moment geen opslagmogelijkheid in België. Ook de opslagmogelijkheden voor H-gas in België zijn beperkt. Dit maakt seizoensbalancering moeilijk en is dus nadelig voor de bevoorradingszekerheid. Onze buurlanden (e.g. Duitsland, Frankrijk, GB en Nederland) beschikken wel over voldoende gasopslagruimte en wij profiteren mee van hun opslagflexibiliteit. Bevoorradingszekerheid voor aardolieproducten 27 Voor ruwe olie is België volledig afhankelijk van invoer (ongeveer 30 miljoen ton in 2011, voornamelijk uit Rusland en het Midden-Oosten). Alhoewel de geïmporteerde olie wordt verwerkt in de Belgische raffinaderijen en een deel van de binnenlandse vraag bijgevolg wordt gedekt door deze productie, wordt toch een aanzienlijk percentage van het verbruik van aardolieproducten (afgewerkte producten) ingevoerd (meer dan 2 miljoen ton netto-invoer in 2011), vooral uit de buurlanden (52 % van de stromen gaan naar of komen uit Nederland). Elke verstoring in de bevoorradingsketen kan een grote impact hebben op het bedrijfsleven en de Belgische marcus dehlzeit - Photolia.com De vorming van strategische voorraden onder internationale regelgeving (EU en IEA) zorgt ervoor dat aan de vraag wordt voldaan in het geval van een crisis, en stelt aldus de markt gerust over de beschikbaarheid van brandstoffen of andere energieproducten.

30 b) Het plan Wathelet Na vele beraadslagingen, analyses en voorbereidende werkzaamheden heeft de regering een plan ontwikkeld om de zekerheid van de elektriciteitsvoorziening te waarborgen op korte, middellange en lange termijn. Dit plan schetst ook het pad naar een elektrisch model op basis van een groeiende bijdrage van hernieuwbare energie; dit impliceert eveneens de ontwikkeling via flexibele productiecapaciteiten (in aanvulling op hernieuwbare capaciteiten) en het gebruik van innovatieve instrumenten, niet alleen meer op basis van productie als zodanig, maar ook op basis van het vraagbeheer, de opslag, de interconnecties, enz. De bevoorradingszekerheid op korte termijn: mechanismen voor shutdowns (tijdelijke of definitieve) van thermische productie-eenheden van elektriciteit 28 Om te voorkomen dat een afzonderlijke beslissing leidt tot de declassering van een eenheid die nog nuttig zou zijn voor de markt, wordt voorgesteld dat na de mededeling aan de autoriteiten van een definitieve sluiting, de productie-eenheid wordt aangeboden op de markt, bijvoorbeeld met een veiling. Zijn een of meerdere marktspelers geïnteresseerd in de overname van deze eenheid, dan kunnen ze elk een bod doen. De producent die van plan is om een eenheid definitief stil te leggen kan geen aanbod afslaan dat wordt beschouwd als zijnde in overeenstemming met de totale kosten van het sociale passief, de milieu- en technische kosten die direct verband houden met het productiemiddel in kwestie. Een dergelijke mechanisme maakt het mogelijk om de productie-eenheden te behouden die nog aangepast zijn aan de markt, zonder dat er kosten ontstaan, noch voor de staat noch voor de verbruiker. Het heeft ook een positief effect op de versterking van de concurrentie op de productiemarkt. In geval de commercialisering van deze productie-eenheid niet tot stand komt, moet het mogelijk zijn om deze eenheid te blijven gebruiken gedurende een bepaalde periode indien dit nodig is om de bevoorradingszekerheid te handhaven in afwachting van de komst van nieuwe productiemiddelen. In dit geval kan de productie-eenheid per ministerieel besluit worden opgenomen voor een hernieuwbare periode in een systeem van strategische reserve. In het geval van een tijdelijke stopzetting van een productie-eenheid en als men op basis van de beschikbare eenheden op het netwerk, de mogelijkheden zou inschatten op het gebied van import en strategische reserves, zou de bevoorradingszekerheid kunnen worden bedreigd op korte termijn, aangezien de producenten waarvan de eenheden tijdelijk uitgeschakeld zijn, hun eenheden opnieuw op het net moeten brengen/ operationeel maken binnen de eerder vastgestelde termijn. De criteria voor het op gang brengen van de verplichting tot opstarten zouden natuurlijk openbaar en transparant worden gemaakt.

31 "De voorwaarden scheppen voor een competitieve, duurzame en evenwichtige werking van de goederen- en dienstenmarkt in België." Timing die resoluter en geschikter is voor de progressieve uitstap uit de kernenergie De timing van de uitstap uit de kernenergie is aangepast om rekening te houden met de noodzaak om de bevoorradingszekerheid en de logica van het sluiten van kernreactoren onmiddellijk na de winter, die het seizoen is waarin het verbruik het hoogste is, te waarborgen: 1 april 2016: sluiting van Doel 1 en 2 (in plaats van februari-december 2015) 1 april 2022: sluiting van Doel 3 (in plaats van 1 oktober 2022) 1 april 2023 sluiting Tihange 2 (in plaats van 1 februari 2023) 1 april 2025 sluiting Tihange 1, sluiting Doel 4 (in plaats van 1 juli 2025) en Tihange 3 (in plaats van 1 september 2025) Terbeschikkingstelling van de productie van de kerncentrale waarvan het leven werd verlengd met tien jaar Om meer concurrentie mogelijk te maken en te voorkomen dat de nieuwe timing voor de kernuitstap een destabiliserende invloed zou hebben op de marktwerking, zou de schijf kernenergie waarvan het leven zou worden verlengd met tien jaar, ter beschikking worden gesteld van de markt vanaf 1 april 2015 tot aan de stopzetting van de productie. De exploitant van de installatie zal worden vergoed tegen een prijs die zijn kosten dekt (met inbegrip van de investeringen voor de veiligheid) verhoogd met een billijke marge (kost +). 29 Aanbestedingsprocedure voor nieuwe capaciteit op aardgas (STEG) In een perfect functionerende markt, moet de brutomarge op een niveau liggen dat toelaat om de kosten van de flexibele centrales te dekken en een voldoende marge te bieden, zelfs als hun productie daalt. Dit is thans niet het geval. Daarom wordt voorgesteld om een aanbestedingsprocedure op starten 7 om steun te bieden voor de nieuwe productiecapaciteiten, door de investeerders te verzekeren tegen het risico van een gebrek aan rendabiliteit. Wanneer het rendement van de jaaropbrengst lager is dan het gewaarborgde rendement, zal de exploitant van de centrale een financiële tegenprestatie ontvangen ten belope van het gederfde bedrag. Het systeem van gewaarborgd rendement zal worden toegekend op basis van een aanbesteding in functie van het gevraagde niveau van gewaarborgd rendement. Er kunnen andere criteria worden ingevoerd zoals de mogelijkheid om deel te nemen aan het balanceren van het netwerk, de verwachte datum van het productiebegin, de noodzakelijke capaciteit, enz.. 7 Op basis van artikel 5 van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt.

32 Leveringszekerheid op de langere termijn Vanuit het perspectief van de bevoorradingszekerheid op langere termijn, zullen maatregelen worden genomen op verschillende gebieden met betrekking tot de werking van de elektriciteitssector, inzonderheid voor de volgende aspecten: een beter beheer van de stromen op het transmissienet, een betere integratie van hernieuwbare energie of een actiever beheer van de vraag naar elektriciteit (de ontwikkeling van interconnecties, actief beheer van de vraag, met inbegrip van onderbreekbare contracten), opslag, een betere integratie van de hernieuwbare energie, beter structureel beheer van ondersteunende diensten, markttoezicht, administratieve vereenvoudiging, enz Prijs van elektriciteit en aardgas 30 In 2012 staat de prijs van elektriciteit en aardgas nog steeds in het middelpunt van de actualiteit. Veel studies hebben gewezen op de prijsverschillen tussen België en zijn buurlanden. Het was onder meer duidelijk dat de prijs van de molecule zelf (het product zelf: de elektriciteit of het gas zonder vervoer- en distributiekosten, exclusief belastingen en diverse kosten) hoger is in ons land, terwijl de markten van Centraal- en West-Europa steeds meer met elkaar verbonden zijn en de beurzen van deze landen aan elkaar gekoppeld zijn. Afgezien van de relatieve waarde van deze prijs, was hun variabiliteit ook hoger in België. De Belgische consument moest daarom het hoofd bieden aan frequentere prijswijzigingen dan de consumenten van de buurlanden. Dit had ook een negatieve invloed op de Kautz15 - Photolia.com In januari 2012, ter gelegenheid van de omzetting in Belgisch recht van het derde Europese energiepakket, kreeg de CREG nieuwe bevoegdheden op het vlak van toezicht op de prijzen van elektriciteit en gas (creatie van een zogenaamde veiligheidsnet ). Voortaan zal elke indexering van het variabele deel eerst worden gecontroleerd door de CREG en elke wijziging in de prijsformule of elke nieuwe prijsformule eerst worden goedgekeurd door de CREG. Bovendien kan een indexatie van het variabele deel van de prijs niet vaker dan 4 keer per jaar (voordien was de indexering meestal maandelijks). De CREG bepleitte om de criteria voor de toelaatbaarheid van de indexeringsparameters te bepalen om ze transparanter en begrijpelijker te maken voor de consu-

33 "De voorwaarden scheppen voor een competitieve, duurzame en evenwichtige werking van de goederen- en dienstenmarkt in België." ment, en representatiever voor de werkelijke kosten voor de voorziening van elke leverancier. Een van de doelstellingen nagestreefd door de vastlegging van deze nieuwe indexeringscriteria bestond erin om te verhinderen dat de prijzen van elektriciteit en gas stijgen wanneer de oliequoteringen stijgen, dat wil zeggen om eens en voor altijd de band tussen de olieprijs, en de prijzen voor het gas en de elektriciteit te verbreken. Na lange maanden van discussie, werden de nieuwe toelaatbaarheidscriteria van de indexeringsparameters gepubliceerd einde december Een overgangsperiode van twee jaar, die deze link beperkt tussen de aardolieprijzen op de internationale markten en de prijzen van aardgas werd uiteindelijk voorzien (in het geval waarin de werkelijke levering van de leverancier bestaat uit gas waarvan de indexering ten minste gedeeltelijk gebaseerd is op de olie-index, voorziet de indexeringsformule een maximumpercentage dat de koersen van de beursquoteringen op de Europese oliemarkt verhoogt met 50 % voor 2013, met 35 % voor 2014 en met 0 % vanaf 2015). Gelet op de prijsstijgingen voor elektriciteit en gas en de prijsverschillen met de buurlanden en in afwachting van deze nieuwe indexeringscriteria die door de toezichthouder zijn bepaald, besloot de regering om de opwaartse indexering van het variabele gedeelte van de prijzen van elektriciteit en gas te bevriezen vanaf 1 april tot 31 december Neerwaartse indexeringen bleven natuurlijk toegestaan. 31 Na publicatie (in december 2012) van deze nieuwe criteria voor het indexeren en integreren hiervan in de nieuwe prijsformules (voor de leveranciers die ze nog niet geïntegreerd hadden), werd deze bevriezing van opwaartse indexering opgeheven op 1 januari De ingewikkelde en vaak onbegrijpelijke indexatieformules zijn sindsdien verdwenen. Vervolgens waren we getuige van een algemene prijsdaling, hoofdzakelijk bij de historische operatoren (Electrabel en EDF-Luminus). De prijsafwijkingen tussen de duurste en goedkoopste prijsaanbiedingen voor alle regio s, werden bijgevolg sterk kleiner. Zelfs de prijzen voor historische contracten (voor slapende of inactieve verbruikers) daalden. Parallel met deze tijdelijke bevriezing van de indexeringen, lanceerde de regering een grote voorlichtings- en sensibiliseringscampagne over de prijsverschillen tussen de verschillende energieleveranciers, met het doel het publiek aan te moedigen om de prijsoffertes van de verschillende aanbieders te vergelijken. Deze campagne ( Durf vergelijken ) kende een groot succes en bracht honderdduizenden huishoudens ertoe om van leverancier van elektriciteit en/of gas te veranderen, aan de hand van beschikbare simulaties en vergelijkingen van prijzen op de websites van verschillende gewestelijke regulatoren of andere particuliere organisaties. Het aantal verbruikers dat formules van groepsaankoop toepaste steeg ook aanzienlijk.

34 Enkele opvallende gegevens voor 2012: de energierekening van een huishouden dat zich met gas verwarmt daalde met +/-250 euro per jaar, de gasprijzen daalden met 5 tot 6 % en deze van elektriciteit met 2 tot 3 %, de grootste van de twee gevestigde exploitanten (Electrabel) heeft meer dan klanten verloren voor elektriciteit en klanten voor gas Administratieve vereenvoudiging Het vereenvoudigen van de vergunningsverleningsprocedures voor energieinfrastructuur (netwerken en productiefaciliteiten) werd door staatssecretaris Wathelet als één van zijn prioriteiten naar voor geschoven. De nodige vergunningen worden echter niet enkel afgeleverd door de federale overheid, maar eveneens door de gewestelijke administraties bevoegd voor ruimtelijke ordening en leefmilieu. 32 Daarom ondertekende de federale staatssecretaris en de gewestelijke ministers bevoegd voor Energie op 21 mei 2012 een intentieverklaring waarin ze zich engageren om hun collega s bevoegd voor ruimtelijke ordening en leefmilieu actief te betrekken bij het doorvoeren van vereenvoudigingsmaatregelen en de uitvoering van de Europese verordening over richtsnoeren voor een trans-europese energie-infrastructuur. Deze Europese wetgeving voorziet in het stroomlijnen van de milieu-gerelateerde vergunningen, de oprichting van een one-stop shop voor het coördineren van de vergunningsverlening en deadlines voor het afronden van alle procedures. In 2013 zullen op federaal niveau wetswijzigingen voor het vereenvoudigen van de procedures met betrekking tot de verklaring van openbaar nut, de wegvergunning en de productievergunning worden doorgevoerd, zal de discussie met alle betrokken overheden over de invulling van de one-stop shop worden afgerond en zal een studie voor een herziening ten gronde van de basiswetten voor netwerken en productie-installaties in de gas- en elektriciteitssector worden opgestart. Al deze maatregelen moeten het investeringsklimaat in de energiesector en het concurrentievermogen van de Belgische projecten in de geïntegreerde energiemarkt verbeteren.

35 "De voorwaarden scheppen voor een competitieve, duurzame en evenwichtige werking van de goederen- en dienstenmarkt in België." Nucleaire energie Verschillende initiatieven zijn aan de gang om het concurrentievermogen van de Belgische industrie in de nucleaire sector te verbeteren. Een contactcel werd opgericht bij AGORIA (de federatie voor de technologische industrie) voor de bevordering van de contacten tussen de ITER-Organisatie (de bouwheer van de ITER-machine die de wetenschappelijke en technische haalbaarheid van fusie als waardevolle energiebron moet aantonen) en de Gemeenschappelijke Onderneming F4E (de onderneming in Barcelona, die de Europese bijdrage aan ITER coördineert en beheert). De bedoeling is zoveel mogelijk bestellingen te bekomen vanwege ITER en F4E bij de Belgisch industrie. Er werd tot nu toe een redelijk succes geboekt, maar de inspanningen moeten gehandhaafd worden om het succes van het verleden te bestendigen. De federale staat verleent steun aan de Belgische onderzoeksinstellingen en industrie voor de levering en de bouw van prototypes voor ITER. Door deze steun wordt de kans van de Belgische bedrijven, die de prototypes bouwen, vergroot om bestellingen te bekomen vanwege ITER en F4E voor de levering van gelijksoortige componenten. 33 België neemt deel aan de bredere aanpak in het fusiedomein (drie projecten in Japan als compensatie voor ITER in Europa). Door deze deelname kunnen bepaalde Belgische bedrijven spitstechnologiecomponenten leveren, waardoor zij hun bekwaamheid kunnen uitbreiden, hun marktpositie kunnen versterken en goede referenties kunnen voorleggen voor het bekomen van andere bestellingen. België biedt ook steun aan de verbetering van de nucleaire veiligheid in de vroegere Oostbloklanden. Door de uitvoering van een aantal bilaterale projecten, wordt niet alleen de situatie in de genoemde landen verbeterd, maar kunnen de betrokken Belgische firma s en instellingen hun deskundigheid tentoonspreiden, waardoor zij een grotere bekendheid verwerven. Dat laat hen toe contracten en bestellingen te bekomen van derden, wat de tewerkstelling in ons land ten goede meryll - Photolia.com Dank zij het SCK.CEN en het I.R.E. dekt België een belangrijk deel van de wereldbehoeften van medische radio-isotopen. Beide doen inspanningen om hun markt-

36 positie te bestendigen en eventueel zelfs uit te breiden. Om hun toekomst veilig te stellen doen beide op het ogenblik grote inspanningen om de medische radio-isotopen te kunnen produceren op basis van laagverrijkt uranium. Tevens verrichten zij onderzoeks- en ontwikkelingswerk om nieuwe radio-isotopen te ontwikkelen ten behoeve van de geneeskunde. Dat verzekert niet alleen een betere behandeling van de patiënten, maar verhoogt ook hun afzetgebied en versterkt hun positie in het domein. 34 Naast allerlei onderzoeksactiviteiten over nucleaire veiligheid, stralingsbescherming en het beheer van het radioactief afval, heeft de regering het SCK.CEN toegestaan over te gaan tot de verwezenlijking van het MYRRHA-project (een nieuwe onderzoeksreactor ter vervanging van de huidige BR2-reator). De regering heeft een financiële bijdrage goedgekeurd aan de detailstudie van de nieuwe reactor. Naast de bestendiging van de huidige toepassingen van de BR2-reactor (ontwikkeling en productie van medische radio-isotopen, dopering van silicium voor de vermogenelektronica gebruikt in windturbines, zonnecellen, hydride elektrische wagens) zal deze reactor onder meer ook studies toelaten op de transmutatie van radioactief afval (vermindering van het volume en verkorting van de levensduur, met het oog op een gemakkelijker aanvaarding van de geologische berging), op materialen voor fusiereactoren, enz. De tot nu toe gestarte activiteiten hebben reeds een verhoging van de tewerkstelling toegelaten op het SCK.CEN. Dat zal in de toekomst nog versterkt worden. Het zal tevens de tewerkstelling bevorderen, niet alleen in de streek, maar ook in de rest van België en erbuiten. Dank zij zijn grote expertise opgebouwd in het beheer van radioactief afval krijgt België herhaalde verzoeken vanuit het buitenland om radioactief afval te verwerken en te conditioneren in de installaties van Belgoprocess te Dessel, onder toezicht van NIRAS om te verzekeren dat alles veilig en financieel correct verloopt. Vorig jaar is gestart met de eerste verwerkingscampagnes van buitenlands afval. Dat draagt bij tot de tewerkstelling in de streek en vermindert de lasten voor de Belgische afvalproducenten (waaronder de Belgische staat). Tevens heeft NIRAS een afvalplan uitgewerkt voor het beheer op lange termijn van afval. De bedoeling van dit plan is een veilige en betrouwbare oplossing uit te werken, die de toekomstige generaties beschermt tegen de mogelijke gevaren van het genoemde afval, zodat zij geen lasten meer te dragen hebben met betrekking tot dit afval. Het plan is overgemaakt aan de regering voor goedkeuring Interne energiemarkt Op 15 november 2012 publiceerde de Europese Commissie een mededeling over de stand van zaken van de Europese interne energiemarkt. De Commissie besloot dat de voordelen van het liberaliseringsproces duidelijk beginnen te worden, maar dat de deadline van 2014 voor het afronden van het proces niet gehaald lijkt te worden.

37 "De voorwaarden scheppen voor een competitieve, duurzame en evenwichtige werking van de goederen- en dienstenmarkt in België." Bovendien zouden de introductie van gereguleerde energieprijzen, capaciteitsmechanismen, en andere nationale maatregelen de huidige verwezenlijkingen bedreigen. De Commissie stelt dan ook meerdere acties voor om de liberalisering tot een goed einde te brengen. Tijdens het eerste semester van 2013 zullen binnen de Raad van de Europese Unie raadsconclusies over het thema Interne Energiemarkt worden onderhandeld. Bovendien wordt uitgekeken naar de richtsnoeren van de Commissie over capaciteitsmechanismen, een onderwerp dat brandend actueel is in West- Europa. Het is dus essentieel dat de Belgische visie in beide documenten vertegenwoordigd is SET-Plan Het SET-Plan is het energietechnologiebeleid voor Europa. Het strategische plan zorgt voor de versnelling van de ontwikkeling en de toepassing van kosteneffectieve lage koolstoftechnologie. Het omvat maatregelen gerelateerd aan planning, implementatie, middelen en internationale coöperatie in het gebied van energietechnologie. België neemt binnen het SET-Plan deel aan verschillende activiteiten zoals de European Industrial Initiatives (Wind, Solar, CCS, Bio-energy, Grid, Nuclear), EERA (Europeaan Energy Research Alliance) en de European Technology Platform. 35 De Steering Group, waaraan de directeur-generaal van de Algemene Directie Energie deelnam, overziet de implementatie van het SET-Plan en het herzien van zijn progressie. Ze is verantwoordelijk voor het coördineren van het beleid en de programma s, het promoten van gemeenschappelijke activiteiten en het identificeren van middelen om op deze manier de implementatie van het SET-Plan te verzekeren. Het SET-Plan stelt concrete acties voor om een coherent energieonderzoekslandschap te creëren binnen Europa. Het idee is om de onderzoeksactiviteiten zo te organiseren dat de juiste technologieën, met het grootste potentieel, worden geselecteerd om zo samen te plannen hoe het geld het best geïnvesteerd wordt Monitoring van de op de markt gebrachte apparaten De AD Energie neemt deel aan het opstellen van richtlijnen van de Europese Unie (EU) over de veiligheid en energie-efficiëntie van apparaten die werken op elektriciteit of op gas en zorgt voor hun omzetting in Belgisch recht. Voor de bestaande richtlijnen waakt zij over hun uitvoering. Het betreft:

38 4 richtlijnen die minimumeisen opleggen over het niveau van veiligheid (2006/95/ EG - Laagspanning 2004/108/EG - EMC 94/9/EG /142/EG en ATEX - Gastoestellen); en twee kaderrichtlijnen: richtlijn 2009/125/EG (ecoconcept), die minimale eisen oplegt voor energieefficiëntie met regelgeving per productcategorie; richtlijn 2010/30/EU (ELD), die de meest efficiënte producten promoot via de informatie op het etiket, zoals vereist door de voorschriften van de gedelegeerde regelgevingen (stijgende prestatieniveaus van G/rood naar A+++/donkergroen). 36 In 2012 werden vier nieuwe ecoconcept-regelgevingen bekrachtigd met betrekking tot lampen met gerichte stralenbundels, wasdrogers, pompen en airconditioningtoestellen wat leidt tot een totaal van 16 bestaande regelgevingen (op een geschat totaal van 35 à 40 finale regelgevingen). Voor de gedelegeerde regelgeving van energie-etikettering, zijn er op dit moment 7 (op een geschat totaal van 15), waarvan 2 zijn verschenen in 2012 (over lampen en armaturen en over wasdrogers). De AD Energie stuurt de energie-etikettering en werkt nauw samen (technische en reglementaire expertise) met het Directoraat-generaal Leefmilieu voor het ecoconcept gelet op de gemeenschappelijke aspecten die vallen onder de twee verordeningen. Na de publicatie van het nieuwe Europese wettelijke kader in 2008 (reglementen 764 en 765 en besluit 768), worden 3 veiligheidsrichtlijnen herzien om ze af te stemmen op het besluit 768: de richtlijnen Laagspanning, EMC en ATEX. De AD Energie neemt actief deel aan de werkzaamheden op dit gebied. De publicatie van de nieuwe richtlijnen wordt verwacht in het najaar van De toepassing van deze Europese regelgeving maakt het mogelijk om een minimumniveau aan veiligheid van deze toestellen aan te houden en hun energie-efficiëntie te bevorderen. Dit resulteert eveneens in een eerlijke concurrentie op de Europese markt op het gebied van veiligheid en energiebesparing. Het resulteert ook in een toename van het concurrentievermogen van de Belgische en Europese ondernemingen op de internationale markt. Maar opdat deze EU-maatregelen echt effectief zouden zijn, is markttoezicht essentieel. De herziene richtlijnen over ecoconcept en energie-etikettering benadrukken duidelijk dit punt. Dit is ook het geval in het nieuwe wettelijke kader. Inzonderheid de verordening bevat een belangrijk hoofdstuk over het markttoezicht en het besluit verduidelijkt de rol van de marktspelers. Het markttoezicht wordt door de EU volgens het subsidiariteitsbeginsel toevertrouwd aan de lidstaten.

39 "De voorwaarden scheppen voor een competitieve, duurzame en evenwichtige werking van de goederen- en dienstenmarkt in België." In deze context voert de AD Energie reeds jaren toezicht uit op de elektrische- en gastoestellen die worden verkocht op de Belgische markt. Zij controleert of deze apparaten inderdaad voldoen aan de Europese richtlijnen en voorschriften. Hiervoor gaat de AD Energie op twee manieren te werk. Ten eerste: een visueel toezicht (onderzoek naar zichtbare technische gebreken) en een administratief toezicht (controle op de markeringen, technische documentatie, verklaringen over conformiteit met de richtlijnen,...) laten toe om een eerste screening uit te voeren van de apparaten die op de markt worden gebracht. Dit toezicht verplicht de marktspelers ook om te voldoen aan Europese voorschriften en om de aanpassingen uit te voeren wanneer niet-nalevingen worden vastgesteld. In het geval van een ernstige tekortkoming van een apparaat, kan de controle leiden tot het verbod op het op de markt brengen van het product. De AD Energie heeft zo een degelijke kennis ontwikkeld van de markt voor energieproducten, gepaard met een goede kennis van de netwerken van commercialisering en van de marktspelers. Ten tweede: de contacten met de Belgische overheidsdiensten (douane, politie, parket,...) en Europese (andere lidstaten) administraties, in combinatie met ervaring, klachten en andere bronnen van informatie, laten toe om de toestellen te traceren die het voorwerp moeten uitmaken van een doorgedreven analyse. Dit meer doorgedreven toezicht wordt dan uitgevoerd op deze apparaten, geconcretiseerd via het bemonsteren en testen in erkende en geaccrediteerde laboratoria. Het betreft hier de controle van de conformiteit van deze toestellen met de Europese geharmoniseerde normen. 37 Zo werden in 2012 meer dan 200 apparaten getest op hun veiligheid en/of de juistheid van de gegevens op het energielabel. Dit resulteerde in 19 verboden Controle van petroleumproducten Het Fonds voor de Analyse van Aardolieproducten (Fapetro) waakt over de kwaliteit van de aardolieproducten die in België op de markt worden gebracht. Hiervoor worden jaarlijks en steekproefsgewijs ong monsters over heel België genomen. Er wordt nagegaan of deze stalen in overeenstemming zijn met de geldende nationale en Europese normen. In geval van non-conformiteit met de geldende normen moet een boete betaald worden door de persoon die verantwoordelijk is voor het op de markt brengen van het sdecoret - Photolia.com

40 De monstername is aangepast in functie van het aandeel diesel, benzine en gasolie verwarming dat in België verbruikt wordt. Fapetro controleert de kwaliteit van: de motorbrandstoffen bij publieke verdeelpunten (tankstations), de motorbrandstoffen bij de pompen voor eigen gebruik, de gasolie verwarming en diesel bij primaire depots, bij levering, lampolie Demand Side Management en Demand Response 38 Demand Side Management (DSM) en Demand Response (DR) zijn essentieel om de flexibiliteit van het netwerk te versterken en om eventuele (dagelijkse en seizoengebonden) piekperiodes op te vangen. DSM en DR hebben tot gevolg dat de consumenten actiever zijn op de energiemarkt. Ze hebben het gevoel mee te werken aan de oplossing door efficiënter met energie om te gaan en door zelf energie te produceren (SER). Zo kunnen de consumenten een actieve rol spelen bij het in evenwicht brengen van het netwerk. Daarvoor zijn er een aantal instrumenten beschikbaar: dynamische tarieven (de door de eindverbruiker betaalde prijs wordt rechtstreeks aangepast volgens bepaalde factoren, zoals de marktprijs, de prijs op piekmomenten of andere parameters die geïntegreerd worden in het leveringscontract), informatiecampagnes, energie-efficiënte maatregelen aan de vraag- en aanbodzijde, grootschalige installatie van nieuwe technologieën (slimme meters, lastcontrole op elektrische apparaten, ), maar ook rantsoenering (geforceerde beperking) van de energievraag, aansporings- of beloningsprogramma s en andere marktinstrumenten. Om een efficiënt DSM-beleid op te stellen is het primordiaal dat de belangrijkste stakeholders geïdentificeerd en betrokken worden. De aggregatoren (die de energievraag samenbrengen om zich als unieke gesprekspartner te profileren tegenover de energieleveranciers) spelen hierin een rol en moeten samenwerken om tot een gemeenschappelijke aanpak te komen om op consumentenniveau de inspanningen te verhogen. De netbeheerders zijn eveneens betrokken partij omdat DSM een oplossing biedt op 3 soorten problemen: het helpt een economisch evenwicht (tussen vraag en aanbod) te garanderen, het netwerkevenwicht te versterken en het congestierisico (last- en ook spanningsproblemen) te verminderen.

41 "De voorwaarden scheppen voor een competitieve, duurzame en evenwichtige werking van de goederen- en dienstenmarkt in België." Bij het gebruik van DSM-instrumenten moet er gelet worden op bepaalde noodzaken en mogelijke tegenstrijdigheden (een plaatselijke congestie kan voor een probleem op het transportnetwerk zorgen, sommige industriële processen hebben nood aan een constante energievoorziening, ). En tenslotte moet ook de consument overtuigd zijn van (en toegang krijgen tot) potentiële winsten van deze nieuwe instrumenten, om hierbij een rol te kunnen spelen. Om het evenwicht tussen vraag en aanbod van energie en de noodzakelijke flexibiliteit van de energiemarkt te garanderen, wordt er meer en meer beroep gedaan op marktkoppelingen met de buurlanden, alsook op de zogenaamde ondersteunende diensten. Deze diensten worden door bepaalde actoren (die over capaciteitsvoorraden beschikken) met de netwerkoperatoren onderhandeld om het beheer van het elektriciteitsnetwerk te vergemakkelijken. De overheid is er verantwoordelijk voor om een gunstig wettelijk kader te scheppen dat deze nieuwe praktijken en een nieuwe aanpak van de energiemarkt bevordert. Met het oog hierop hield de FOD Economie op 14 december 2012 een eerste rondetafel over DSM & DR De telecommunicatie 39 Hoewel België al over een uitgebreide internetinfrastructuur (vast en mobiel) met snelle internettoegang beschikt, is de volgende stap het ontwikkelen van internetnetwerken van de volgende generatie, die zeer snelle, zelfs ultrasnelle verbindingen mogelijk maken. Daartoe moeten operatoren aanzienlijke investeringen doen. De overheid moet van haar kant diverse belemmeringen opheffen die toe te schrijven zijn aan een zeer strikte milieuwetgeving (4G-normen) of aan soms logge en ingewikkelde administratieve procedures (kabelvergunning). Tot slot moet er een national broadband -actieplan worden uitgestippeld waaraan de betrokken partijen kunnen deelnemen om de te ondernemen stappen te violetkaipa - Photolia.com De internetpenetratiegraad ligt in België op een respectabel peil, maar er kan nog vooruitgang worden geboekt. Daarom moeten er aantrekkelijker tarieven worden aangeboden, vooral dan op het vlak van packages (multiple play). Bovendien moet het computergebruik in kleine ondernemingen enerzijds en in bepaalde lagen van de bevolking anderzijds worden opgedreven. Ook de competenties in informatie-

42 technologieën kunnen nog worden verbeterd. In dat verband heeft België de eerste stappen gezet door een Digital Champion aan te wijzen die onder meer als taak heeft acties te ondernemen om digitale vaardigheden te stimuleren in onderwijs, economie en bij de zwakste groepen in de Belgische samenleving. De instanties voor de regulering van elektronische communicatie en de mededingingsautoriteiten moeten maatregelen treffen om de mededinging in de ICT 8 te verscherpen. Tot slot zal de aanneming van het nationale plan Digital Agenda.be op termijn het concurrentievermogen van onze economie versterken. De uitvoering van dit plan moet toelaten dat België tot de koplopers kan behoren op het vlak van ICT-gebruik door alle burgers in alle economische en sociale sectoren Internetpenetratiegraad Grafiek 1. Penetratiegraad van het aantal breedbandverbindingen 40 45% 40% 38,5% Penetratie % januari 2011 Penetratie % januari ,6% 35% 30% 30,8% 32,4% 32,7% 35,0% 32,0% 33,3% 26,5% 27,7% 25% 20% 15% 10% 5% 0% België Nederland Frankrijk Duitsland EU27 Bron: Communications Committee. 8 Informatie- en Communicatietechnologie.

43 "De voorwaarden scheppen voor een competitieve, duurzame en evenwichtige werking van de goederen- en dienstenmarkt in België." De Belgische penetratiegraad van vaste breedbandverbindingen ligt boven het EU27- gemiddelde, maar ons land heeft een achterstand vergeleken met zijn drie buurlanden 9. Dit is des te verbazender omdat België de hoogste territoriale breedbanddekking 10 heeft binnen de EU. Om deze slechte prestatie van België te verklaren, kunnen er verschillende hypothesen worden aangehaald, waaronder de kostprijs voor toegang, het computergebruikspercentage en het competentieniveau op het vlak van informatietechnologie. Samengevat kan worden gesteld dat de internetpenetratiegraad via vaste lijnen in ons land tamelijk hoog ligt, maar onze drie buurlanden, en vooral Nederland, behalen hogere scores. De tarieven voor packages (multiple play) zijn in ons land minder aantrekkelijk. Het computergebruik is in het algemeen minder verbreid in onze kleine ondernemingen. Hoewel vele landgenoten al gebruik maken van een computer, is er bij de bevolking op dat vlak nog vooruitgang te boeken. Tot slot moeten de vaardigheden verder verbeterd worden, wil België bij het koppeloton van landen behoren die het internet gebruiken Vast internet 41 Als we naar de snelheid van de breedbandverbindingen kijken, zien we dat het grootste deel van de Belgische breedbandverbindingen een snelheid hebben tussen 10 en 30 Mbps (39,2 %). Nog opvallender is echter het hoge aantal snelle (28,5 %) en ultrasnelle (1,5 %) breedbandverbindingen in ons land. Dit is voornamelijk te danken aan het historisch uitgebreide koperen kabelnetwerk (twistedpair of coax) in ons land. Op het vlak van snel internet ( 30 Mbps) situeert ons land zich dus al op een zeer goed niveau 11, maar er moeten nog inspanningen worden geleverd, net zoals in de andere EU-landen, om de ambitieuze doelstellingen van de Digital Agenda for Europe (DAE) tegen 2020 te halen. Om dit te realiseren moeten de volgende jaren vooral door de telecomoperatoren aanzienlijke investeringen worden gedaan, wil België een internetinfrastructuur uitbouwen die zeer hoge snelheden aankan. 9 Duitsland, Frankrijk, Nederland. 10 Het dekkingspercentage voor vast basisbreedbandinternet bedraagt 100 % van de Belgische bevolking (tegen 95,3 % voor het Europese gemiddelde). 11 In België biedt 30 % van de vaste breedbandverbindingen een snelheid van 30 Mbps of meer, wat ruim boven het Europese gemiddelde ligt (8,5 %).

44 Grafiek 2. Internetsnelheden en ultrasnelle breedbandverbindingen België Nederland Frankrijk Duitsland EU27 60% 56,7% 58,0% 50% 40% 35,8% 43,4% 39,2% 39,1% 39,9% 30% 29,4% 28,5% 20% 17,6% 21,4% 12,0% 23,0% 19,3% 42 10% 0% 1,3% 3,7% 8,2% > 144 Kbps en < 2 Mbps min. 2 Mbps en < 10 Mbps min. 10 Mbps en < 30 Mbps min. 30 Mbps en < 100 Mbps Bron: Communications Committee Mobiel internet 2,9% 7,8% 7,2% 1,5% 2,1% 0,0% 0,4% 1,3% 100 Mbps en hoger Als we naar de penetratiegraad voor mobiele breedbandverbindingen gaan kijken, stellen we vast dat ons land het op dit gebied een heel stuk slechter doet. In januari 2012 was de gemiddelde penetratiegraad voor de EU27 43,1 %, terwijl dit voor België slechts 19,1 % bedroeg. Ook in vergelijking met onze buurlanden doen we het opvallend minder goed. Als reden voor de lage penetratiegraad van België kunnen we aanhalen dat mobiel internet pas sinds de opkomst van de smartphones en tablets in ons land veelvuldig aangeboden wordt door de mobiele telecomoperatoren, en dat de tarieven voor mobiel dataverbruik aanvankelijk vrij hoog lagen.

45 "De voorwaarden scheppen voor een competitieve, duurzame en evenwichtige werking van de goederen- en dienstenmarkt in België." Grafiek 3. Penetratiegraad van het aantal mobiele breedbandverbindingen Penetratie % juli 2011 Penetratie % januari % 49,2% 45% 43,1% 40% 39,3% 38,7% 35% 35,0% 34,6% 30% 29,2% 29,1% 25% 20% 15% 16,0% 19,1% 10% 5% 43 0% België Nederland Frankrijk Duitsland EU27 Bron: Communications Committee. In België blijven de prijzen doorgaans vrij hoog. Volgens een door de OESO in 2012 gevoerde studie zijn de in België aangeboden basistarieven voor mobiel internet relatief concurrerend, maar er wordt een omgekeerde trend waargenomen voor intensieve gebruikers of voor diegenen die een hogesnelheidsverbinding willen. Bovendien bemoeilijkt de veelheid aan voorgestelde tariefformules in België de taak van de klant die een aantrekkelijk aanbod zoekt. Ook bedrijven zien het potentieel van mobiel internet en bieden hun personeelsleden vaak toestellen (smartphones, tablets, laptops, ) aan met een mobiel dataabonnement. Uit onderzoek van Eurostat 12 blijkt dat in januari 2012 maar liefst 45 % van de Belgische ondernemingen aan bepaalde personeelsleden dit extralegaal voordeel toekende. Onze buurlanden kunnen gelijkaardige percentages voorleggen. 12 Bron: Eurostat, Statistics in focus, 46/2012.

46 Om het mobiel internetgebruik in ons land te stimuleren, heeft het BIPT eind 2011 vier 4G-licenties (LTE) geveild. 4G moet het mogelijk maken om veel sneller mobiel te surfen dan het geval is op het bestaande 3G-netwerk. De drie grote operatoren Belgacom Mobile (Proximus), Orange Group (Mobistar) en KPN Group (Base) kochten elk een 4G-licentie. De vierde licentie werd toegekend aan BUCD. Op dit moment wordt mobiel surfen op het 4G-netwerk enkel, en in zéér beperkte mate, aangeboden door Proximus. Het aantal Belgische steden waar 4G beschikbaar is, zou geleidelijk moeten toenemen, maar Brussel maakt hier geen deel van uit gelet op de strikte milieunormen. Een onvolledige 4G-dekking vormt een belemmering voor de internetontwikkeling bij mobiele stadsgebruikers, maar ook in sommige minder dichtbevolkte gebieden waar vaste breedbandverbindingen een rendabiliteitsprobleem vormen Telefoon 44 Elk jaar neemt het gewicht van de historische telecomoperator in België licht af, maar het blijft nog groot vooral op de markt van de vaste telefonie. Tabel 1. Marktaandeel Belgacom Toegang tot netwerk voor vaste telefonie 77,0 % 73,0 % 69,0 % Toegang tot netwerk voor mobiele telefonie 42,0 % 41,5 % 40,6 % Bron: BIPT, Situatie van de elektronische communicatiesector in De prijzen voor telecommunicatie in België dalen (5% in 2011 voor vaste telefonie en 12% voor mobiele telefonie) in vergelijking met vorig jaar. Grafiek 4 geeft de penetratiegraad van (vaste en mobiele) telefonie in België weer in vergelijking met onze buurlanden.

47 "De voorwaarden scheppen voor een competitieve, duurzame en evenwichtige werking van de goederen- en dienstenmarkt in België." Grafiek 4. Aantal vaste en mobiele telefonieabonnementen per 100 inwoners (2011) 140% Aantal vaste telefonieabonnementen per 100 inwoners Aantal mobiele telefonieabonnementen per 100 inwoners 132,3% 120% 116,6% 119,0% 105,0% 100% 80% 60% 55,9% 63,0% 40% 43,1% 42,8% 20% 45 0% Bron: ITU. België Nederland Frankrijk Duitsland Wat het gebruik van vaste telefonie betreft, zijn de Belgische en Nederlandse resultaten vergelijkbaar terwijl de penetratiegraad van de vaste telefonie blijkbaar hoger is in Frankrijk en Duitsland. Dit is waarschijnlijk toe te schrijven aan een substitutie-effect dat veroorzaakt wordt door een veel sterkere kabelnetdekking in België en Nederland. In de meeste zones van beide landen is het perfect mogelijk een abonnement voor vaste telefonie via de kabel (teledistributie) of via het klassieke telefoonnetwerk (koperdraad) te nemen. Dergelijke keuze is daarentegen onmogelijk of zeldzaam in de twee buurlanden. Door actief gebruik te maken van deze mogelijkheid, hebben operatoren zoals Telenet en Voo Belgische consumenten ertoe gebracht hun vaste lijn op te zeggen. Voor mobiele telefonie zijn er zelfs meer abonnementen dan inwoners in België: 116,6 mobiele telefonieabonnementen per 100 inwoners. Wat de netwerken en infrastructuur betreft kunnen we hier nog even roaming aanhalen. Het is belangrijk voor de consument dat hij ook over de landsgrenzen heen nor-

48 maal gebruik kan maken van zijn gsm of smartphone en dat de tarieven voor roaming ook niet te hoog zijn. In 2011 daalde de prijs van een uitgaande spraakoproep naar het buitenland met 11,5 % t.o.v. het jaar voordien. De gemiddelde prijs voor een sms over de grenzen heen daalde met maar liefst 16,7 % Maatregelen De instanties voor de regulering van elektronische communicatie en de mededingingsautoriteiten moeten maatregelen treffen om de mededinging in de telecommunicatiesector, maar eventueel ook in andere ICT-markten, te verscherpen. Als voorbeeld kunnen twee in 2011 genomen maatregelen worden aangehaald: 46 Het BIPT en de mediaregulatoren in België hebben een beslissing genomen over de analyse van de radio-omroepmarkt. Deze beslissing gelast de verschillende kabeloperatoren om hun netwerk open te stellen voor alternatieve operatoren. Het is de bedoeling dat deze operatoren de kabeloperatoren met gelijke wapens kunnen beconcurreren. De mededinging op de radio-omroepmarkt zal daardoor gestimuleerd worden, wat zal leiden tot tariefvoordelen en een meer gediversifieerd aanbod voor de eindgebuiker. Het BIPT en de mediaregulatoren in België hebben een beslissing goedgekeurd op basis waarvan Belgacom verplicht wordt toegang te bieden tot alternatieve spelers op het vlak van ontbundeling van de lokale lus en toegang tot bitsnelheid. Zo kunnen alternatieve operatoren de eindgebruiker internetproducten aanbieden via het Belgacomnetwerk. In 2012 diende de FOD Economie een ontwerp van nationaal plan Digital Agenda.be in bij de minister voor telecommunicatie. Bedoeling is dat het in 2009 gestarte plan wordt aangepast, rekening houdend met de doelstellingen van de Europese strategie A Digital Agenda for Europe. Met de verwezenlijking van dit plan moet België tot de koplopers behoren voor het ICT-gebruik door alle burgers in alle economische en sociale sectoren. Om alle actiepunten uit te voeren, zal nauw overleg tussen alle bevoegde spelers nodig zijn. Een gecoördineerde aanpak die rekening houdt met de institutionele verdeling tussen de verschillende beleidsniveaus in ons land is dan ook essentieel. In 2012 organiseerde de FOD Economie op initiatief van de Algemene Directie Telecommunicatie en Informatiemaatschappij drie conferenties over thema s die het concurrentievermogen van de in België gevestigde ondernemingen kan verbeteren:

49 "De voorwaarden scheppen voor een competitieve, duurzame en evenwichtige werking van de goederen- en dienstenmarkt in België." De RFID-technologie, een meerwaarde voor ondernemingen: werking, voordelen, en risico s ( ) Deze conferentie had als doel ondernemingen duidelijke en begrijpbare informatie te geven over de werking van de RFID-technologie en hun met concrete voorbeelden aan te tonen welke voordelen zij eruit kunnen puren. Met deze conferentie wilde de FOD Economie het gebruik van RFID-chips promoten om de positie van de Belgische ondernemingen voor innovatie en concurrentievermogen te versterken, rekening houdend met de specifieke risico s die aan deze technologie verbonden zijn. Connecting Europe Facility ( ) De Europese Commissie heeft een ontwerpverordening tot oprichting van de Connecting Europe Facility (CEF) goedgekeurd. De bedoeling van de CEF is om grote pan-europese projecten over energie, transport en informatie- en communicatietechnologieën te financieren om zo de interne markt te versterken. De CEF is dan ook een niet-onbelangrijk instrument om de telecommunicatiesector te helpen bij de ontwikkeling van internetnetwerken in Europa. Deze conferentie maakte het mogelijk de sector te sensibiliseren voor de mogelijkheden van dit nieuwe financieringsmechanisme. 47 E-skills, een sleutel voor het concurrentievermogen van de ondernemingen ( ) In haar Digital Agenda for Europe vraagt de Europese Commissie de lidstaten om beleidslijnen te implementeren met het oog op de bevordering van digitale vaardigheden. Deze vaardigheden vormen immers de grondslag van kennismaatschappijen. In die context en met het oog op het toekomstige nationale plan voor de ontwikkeling van digitale vaardigheden organiseerde de FOD Economie, in samenwerking met de Europese Commissie, een conferentie over dit thema. Tot slot lanceerde de FOD Economie in 2012 een overheidsopdracht met als voorwerp de verwezenlijking van een studie over cloud computing die gebaseerd is op een juridische benadering en waarbij het economische aspect in aanmerking wordt genomen. Het eindrapport moet de FOD Economie informeren over dit fenomeen en maatregelen voorstellen om de ontwikkeling van de Belgische economie te stimuleren dankzij innoverende en betrouwbare cloud computing. De opdracht werd in september 2012 gegund. Er werd een tussentijds rapport ingediend en het eindrapport wordt verwacht voor de tweede helft van 2013.

50 @ alphaspirit - Photolia.com De strategie voor innovatie 4.1. Intellectuele eigendom Nieuwe stap naar hervorming van het Europese octrooisysteem Na decennia van onderhandelingen over een verbetering van het Europese octrooisysteem, hebben de lidstaten van de Europese Unie in december 2012 twee verordeningen aangenomen die een Europees octrooi met eenheidseffect creëren, en een ontwerpovereenkomst voor een eengemaakt octrooigerecht goedgekeurd. Deze hervormingen zijn noodzakelijk om de innovatie in Europa te stimuleren. Het huidige Europese octrooisysteem is immers complex. Een eengemaakt octrooi Momenteel moet een octrooiaanvrager bij het Europees Octrooibureau, na verlening van zijn Europees octrooi, het octrooi nog valideren in de verschillende lidstaten. Na validatie wordt dit Europees octrooi dan als een nationaal octrooi in elk van deze lidstaten behandeld (betaling van jaarlijkse instandhoudingstaksen, vertaling van de octrooien naar de nationale talen, procedures voor de rechtbank in verband met geldigheid, ).

51 "De voorwaarden scheppen voor een competitieve, duurzame en evenwichtige werking van de goederen- en dienstenmarkt in België." Er werd daarom overeengekomen dat de octrooiaanvragers bij het Europees Octrooibureau ervoor kunnen kiezen om, in plaats van het Europees octrooi in verschillende lidstaten afzonderlijk te valideren, eenheidswerking aan te vragen waardoor het Europees octrooi automatisch een eenvormige bescherming op het grondgebied van de 25 deelnemende lidstaten biedt. Het Europees octrooi met eenheidseffect kan alleen worden beperkt, overgedragen, herroepen of vervallen worden verklaard voor het volledige grondgebied van alle deelnemende lidstaten. Het Europees octrooi wordt verleend in het Engels, Frans of Duits. Er is slechts tijdens een overgangsperiode van 6 jaar nog een vertaling nodig voor het verkrijgen van het Europees octrooi met eenheidswerking (een vertaling naar het Engels indien het octrooi wordt verleend in het Frans of het Duits, en een vertaling naar een EU-taal indien het octrooi wordt verleend in het Engels). Na deze overgangsperiode zal geen vertaling meer nodig zijn, maar zal het Europees octrooi met eenheidswerking via automatische vertaalsoftware geconsulteerd kunnen worden in gelijk welke EU-taal. Een eengemaakte geschillenregeling Momenteel zijn de nationale rechtbanken bevoegd om uitspraken te doen over de geldigheid van de nationale octrooien en van de Europese octrooien die nationaal gevalideerd worden, en over de inbreuken op deze octrooien. Met andere woorden, om een Europees octrooi effectief te verdedigen op het grondgebied van de EU, zal de octrooihouder vaak verschillende procedures voor de rechtbanken van verschillende lidstaten moeten voeren. Dit is uiteraard zeer tijdrovend en duur. Bovendien zijn er ook risico s op tegenstrijdige uitspraken. 49 Het eengemaakte octrooigerecht biedt een eengemaakte gerechtelijke structuur aan voor procedures in verband met geldigheid van het Europese octrooi (zowel de klassieke Europese octrooien, als de Europese octrooien met unitair effect), en voor inbreukprocedures (namaak). Dergelijke eengemaakte structuur belet dat de octrooihouder in verschillende lidstaten moet procederen. Het gerecht van eerste aanleg van het eengemaakte octrooigerecht zal bestaan uit een centrale afdeling, en uit lokale en regionale afdelingen. Op deze manier kan de nabijheid van de rechtspraak steeds worden gegarandeerd aan de gebruikers. Alle afdelingen van het eengemaakte octrooigerecht (gerecht van eerste aanleg en hof van beroep) zullen multinationaal zijn samengesteld waardoor er naar een geharmoniseerde octrooipraktijk wordt gestreefd.

52 Kalender Deze hervormingen treden nog niet dadelijk in werking. De verschillende staten moeten immers nog de overeenkomst over het eengemaakte octrooigerecht ondertekenen en ratificeren. Er moeten ook nog een hele reeks maatregelen genomen worden voordat de hervormingen effectief zijn (de oprichting van een nieuwe rechtbank heeft uiteraard heel wat voeten in de aarde). Normaal gezien zou het eerste Europese octrooi met eenheidseffect ten vroegste worden verleend in de loop van Benelux Patent Platform project In 2011 hebben de nationale octrooidiensten van de Benelux (België, Nederland en Luxemburg) besloten om samen een gemeenschappelijke informaticastructuur te ontwikkelen voor het beheer van octrooiprocedures (zowel voor nationale, Europese en internationale octrooiaanvragen als voor aanvullende beschermingscertificaten). 50 Deze informaticastructuur trekt volop de kaart van de digitalisering: elektronische indiening, elektronische betaling, elektronische online publicatie, geavanceerde zoekfaciliteiten, worden allemaal mogelijk. Een specifieke interface voor businesspartners (octrooigemachtigden, het Europees Octrooibureau en de Wereldorganisatie voor de Intellectuele Eigendom) wordt gecreëerd. Deze gemeenschappelijke structuur biedt daarnaast nog verschillende voordelen: het ontwikkelen van een gemeenschappelijke structuur biedt uiteraard heel wat schaalvoordelen, en laat toe de kosten te drukken, zowel bij de ontwikkeling zelf als bij het onderhoud van het systeem; het Benelux Patent Platform zal de positie van de Benelux-landen kunnen versterken bij de onderhandelingen over standaarden en interfaces met de intergouvernementele IE-organisaties (World Intellectual Property Organization, Europees Octrooibureau). De openbare aanbesteding van het Benelux Patent Platform project werd in 2012 gecoördineerd door de Raad van Bestuur van het Benelux Bureau voor de Intellectuele Eigendom. De uitvoering van het project zal officieel worden opgestart begin 2013 en in 2014 worden voltooid.

53 "De voorwaarden scheppen voor een competitieve, duurzame en evenwichtige werking van de goederen- en dienstenmarkt in België." De handhaving van auteursrecht en naburige rechten op het internet Een competitieve, duurzame en evenwichtige markt voor producten die beschermd worden door het auteursrecht, veronderstelt dat ook op het internet de auteursrechten gerespecteerd worden. De auteursrechtelijke principes die in de fysieke wereld gelden, gelden ook in de digitale wereld: wanneer men muziek wil beluisteren, films wil bekijken, boeken wil lezen, dan moeten daarbij de rechten van de auteurs en de naburige rechthebbenden gerespecteerd worden. Meestal zal dit concreet betekenen dat toestemming van de rechthebbenden bekomen moet worden. Toestemming zal doorgaans verleend worden tegen de betaling van een vergoeding. Men kan hierbij bv. denken aan het downloaden van muziek, films of boeken via onlineplatformen. Soms zal die vergoeding betaald worden door de aanbieder van de dienst, en moet de eindgebruiker niet rechtstreeks iets betalen. Men kan hierbij denken aan het online beluisteren van radiostations, of beluisteren van muziek via streamingsites die bv. gefinancierd worden via reclame-inkomsten. De naleving van de intellectuele eigendomsrechten in een digitale omgeving is een complexe problematiek, waarbij rekening moet worden gehouden met verschillende juridische domeinen, met de ontwikkelingen op Europees niveau en met de rechtstechnische aspecten van de verschillende benaderingswijzen. Gezien de noodzaak van een evenwichtige benadering van de handhaving van het auteursrecht op het internet, heeft de minister van Economie de Raad voor de Intellectuele Eigendom 13 verzocht een advies uit te brengen over deze problematiek. 51 Aldus heeft de Raad voor de Intellectuele Eigendom op 29 juni 2012 een advies verleend over de handhaving van auteursrechten en naburige rechten op het internet 14. Uit de discussies binnen de Raad kunnen, onder voorbehoud van de specifieke bemerkingen in het verdere advies, volgende algemene krachtlijnen en standpunten worden opgetekend. 13 De Raad voor de Intellectuele Eigendom is een raadgevend orgaan in de FOD Economie, samengesteld uit experten in intellectuele eigendomsrechten en uit vertegenwoordigers van verschillende sectoren (bedrijfswereld, rechthebbenden, gemachtigden, vertegenwoordigers van beheersvennootschappen en consumenten). 14 Raad_Intellectuele_Eigendom/adviezen/Advies_29_06_2012/

54 Het is in het algemeen belang dat wetten ook hun volle toepassing kennen op het internet. Zo ook moet het auteursrecht en de naburige rechten nageleefd en effectief gehandhaafd worden voor de verschillende vormen van exploitaties van werken en prestaties op het internet. Een status-quo van de huidige situatie zou schadelijk zijn voor de auteurs en andere rechthebbenden. De juridische middelen om het auteursrecht op internet te doen naleven moeten in verhouding staan tot het legitieme doel dat wordt nagestreefd, namelijk de houders van rechten in staat stellen om ook op het internet hun werken en prestaties te valoriseren. Die maatregelen moeten niet absoluut zijn en, zoals aangegeven door het Hof van Justitie van de Europese Unie, rekening houden met andere vrijheden en fundamentele rechten zoals de vrijheid van meningsuiting, de vrijheid van ondernemen, de bescherming van de privacy en het recht op een eerlijk proces. Ze moeten bovendien in overeenstemming zijn met de specifieke regels over de aansprakelijkheid voor bepaalde activiteiten van internetdienstverleners die als tussenpersoon optreden, zoals bedoeld in het Europese recht. 52 De juridische middelen om het auteursrecht te doen naleven op het internet moeten een aanvulling zijn bij maatregelen die het wettelijke aanbod van beschermde werken op het internet stimuleren, en moeten samen met andere maatregelen bijdragen tot de uitbreiding en de bescherming van dergelijk aanbod. De juridische middelen om het auteursrecht te doen naleven op het internet moeten een juridische zekerheid en voorspelbaarheid bieden aan alle betrokkenen. Het bestaande juridische kader moet geanalyseerd worden om duplicatie en overlapping van rechtsmiddelen te vermijden. Er bestaat geen uniek juridisch model om een effectieve naleving van het auteursrecht op het internet te verzekeren. Men moet veeleer, rekening houdende met het bestaande juridische arsenaal, een reeks maatregelen overwegen gericht op enerzijds, het onwettig ter beschikking stellen van beschermde werken en prestaties (maatregelen stroomopwaarts ) en, anderzijds, het ontvangen/reproduceren van beschermde werken en prestaties die illegaal op internet werden geplaatst (maatregelen stroomafwaarts ). De Raad is daarbij van oordeel dat er voorrang moet worden gegeven aan maatregelen, die erop gericht zijn die activiteiten te stoppen waarbij op duidelijk onwettige wijze en op grote schaal, beschermde werken en prestaties op het internet ter beschikking worden gesteld. Ten aanzien van consumenten is volgens de Raad een pedagogische aanpak te verkiezen.

55 "De voorwaarden scheppen voor een competitieve, duurzame en evenwichtige werking van de goederen- en dienstenmarkt in België." Om de fundamentele vrijheden en rechten te eerbiedigen, moeten deze maatregelen meer bepaald de vorm aannemen van notice and action procedures en, indien mogelijk, gebaseerd zijn op een nauwe en actieve samenwerking tussen houders van rechten, internetproviders en overheden. Om het proportionaliteitsprincipe te garanderen, zullen deze maatregelen voldoende precies moeten worden verwoord. Dit advies van de Raad toont aan dat hoewel het respect voor het auteursrecht op het internet een complexe zaak is, waarbij er verschillende belangen spelen, er toch enkele krachtlijnen zijn die zowel door rechthebbenden, consumenten als internet service providers kunnen gedragen worden Intellectuele eigendom en elektronische economie Invoering van een algemeen juridisch kader voor de verleners van vertrouwensdiensten In België bestaat sinds juli 2001 een wetgeving over de elektronische handtekening en de verleners van certificatiediensten, en sinds maart 2003 een wetgeving over bepaalde juridische aspecten van de diensten van de informatiemaatschappij. Nadere analyse leidt evenwel tot de vaststelling, dat deze nieuwe wetteksten nog niet volstaan om een juridische zekerheid te garanderen die op zijn minst gelijkwaardig is aan de zekerheid die in de papieren wereld wordt geboden, toch althans niet zolang er niet snel antwoorden worden gegeven op vragen in verband met de elektronisch aangetekende brief, de elektronische tijdsregistratie en de archivering van elektronische documenten. Binnen deze context ijvert de Algemene Directie Regulering en Organisatie van de Markt van de FOD Economie voor het invoeren van een algemeen, samenhangend en transparant juridisch stelsel voor de derde vertrouwenspersonen en de diensten die zij verlenen. Dergelijk stelsel moet de rechtszekerheid vergroten, de consument en de burger bescherming garanderen, en een eerlijke, gezonde concurrentie tussen de operatoren verzekeren. Het zal daarnaast ook innovatiebevorderend werken en het creëren van nieuwe activiteiten en duurzame ondernemingen stimuleren. 3desc - Photolia.com

56 De goedkeuringsprocedure van deze wetgeving werd in 2012 opnieuw in gang gezet door de minister van Economie Normalisatie Voor onze ondernemingen en in het bijzonder onze kmo s zijn de normen het beste middel om de conformiteit van hun producten en diensten aan te tonen, vertrouwen te scheppen en marktaandeel te verwerven, meer specifiek voor de uitvoer. De normen vormen eveneens de ideale basis van waaruit innovatie zich op een stevig fundament kan ontwikkelen. 54 Normen maken middelen vrij die kunnen worden geïnvesteerd in innovatie dankzij kostenverlagingen die voornamelijk voortkomen uit schaalvoordelen, uit de vermindering van transactiekosten en uit het sluiten van eenvoudigere handelsovereenkomsten. Bovendien bevorderen normen ook innovatie doordat ze het mogelijk maken om te anticiperen op technische voorschriften en om toegang te krijgen tot gestandaardiseerde onderdelen. Vooruitgang die tot innovatie leidt kan ook worden bereikt dankzij normalisatie, om zo de belangrijkste maatschappelijke uitdagingen aan te gaan, namelijk de bescherming van consumenten en werknemers, de ontwikkeling van een groenere en duurzamere economie en de inachtneming van problemen in verband met gehandicapte personen en de vergrijzing. In 2012 heeft de FOD Economie actief bijgedragen aan de ontwikkeling van de nieuwe Europese verordening over de Europese normalisatie, om de voordelen van de normalisatie te kunnen versterken en een beter antwoord op deze uitdagingen te kunnen bieden. Op nationaal vlak is de FOD Economie ook een belangrijke motor geweest bij de reflectie over de invoeging van normalisatie in de economische en sociale structuur. Als zodanig en in symbiose met de Hoge Raad voor Normalisatie en het Bureau voor Normalisatie, heeft de FOD Economie op een gerichte manier zijn steun versterkt, en zal deze verder versterken, voor de acties ondernomen op sectorale basis door de collectieve onderzoekscentra, om de toegang van de kmo s tot de normalisatiewerkzaamheden en de normen zelf te vergemakkelijken. Deze acties betreffen enerzijds de sensibilisatie van de kmo s voor normen via de Normen-Antennes, en anderzijds de studies voor prenormalisatie. De ondernemingen die door de Normen-Antennes over de inhoud van de toekomstige normen worden ingelicht, verwerven een beter inzicht in de trends en de praktijken van de sector, zodat ze hun strategie voor onderzoek en ontwikkeling en hun investe-

57 "De voorwaarden scheppen voor een competitieve, duurzame en evenwichtige werking van de goederen- en dienstenmarkt in België." ringen in overeenstemming hiermee kunnen oriënteren. Zij kunnen ook de ontwerpnormen bijsturen om de invoering van voor hen nadelige specificaties te vermijden. De studies voor prenormalisatie laten de ontwikkeling van technische en wetenschappelijke kennis toe die voor de ontwikkeling van normen vereist is, in het bijzonder rekening houdend met de belangen van onze meest innovatieve ondernemingen. Bovendien zullen meer in het bijzonder door het Bureau voor Normalisatie andere acties ondernomen worden om de toegang van de maatschappelijke actoren en de academische wereld tot de normalisatiewerkzaamheden en tot de normen zelf te vergemakkelijken. Op het vlak van telecommunicatie Het ETSI (European Telecommunications Standards Institute) is in 1988 door de CEPT (European Conference of Postal and Telecommunications Administrations) en de EU opgericht met als opdracht technische normen over telecommunicatie op te stellen. Het instituut telt 617 leden uit 56 verschillende landen: administraties, operatoren, fabrikanten, dienstverleners, universiteiten, onderzoekslaboratoria en consumenten. België wordt vertegenwoordigd door het BIPT. Dit neemt echter niet weg dat de FOD Economie zich ook engageert in specifieke projecten zoals netneutraliteit, IPv6 en RFID om zo in samenwerking met het BIPT tot degelijke standaarden te komen. 55 Als voorbeeld kunnen we het nationale IPv6-plan aanhalen dat de Belgische Ministerraad op 22 juni 2012 goedkeurde. Dit ambitieuze plan, opgesteld door de Algemene Directie Telecommunicatie en Informatiemaatschappij, omvat tien concrete acties die in de toekomst uitgevoerd worden. IPv6 zal binnenkort de opvolger zijn van IPv4, aangezien de voorraad IPv4-adressen bijna opgebruikt is. Aangezien deze twee protocollen niet onderling compatibel zijn, voorziet het plan dat er bij publieke aanbestedingen een clausule opgenomen moet worden, die vermeldt dat de geleverde informaticatoepassingen zowel gebruikt moeten kunnen worden met IPv4 als met IPv6. Er zullen dus steeds twee versies gemaakt moeten worden, aangezien de IPv6-adressen nieuwe adressen zijn, terwijl de IPv4-adressen blijven bestaan. Verder moeten de bedrijven, die IPv6- compatibel materiaal leveren aan een overheidsinstantie, ook zorgen voor een degelijke alphaspirit - Photolia.com

58 4.3. Overheidsopdrachten De innovatiestrategie Reeds een aantal jaren werkt de FOD Economie aan de uitbouw van het project, innovatie via overheidsopdrachten. Dit project werd geënt op de doelstellingen van de EU-strategie. Inderdaad, onder het kerninitiatief Innovatie-unie stelt de Europese Commissie dat de randvoorwaarden voor bedrijven die willen innoveren, moeten worden verbeterd (d.w.z. het EU-octrooi invoeren en een gespecialiseerde octrooirechtbank oprichten, de regelgeving over auteursrecht en merken moderniseren, de toegang van kmo s tot intellectuele-eigendomsbescherming verbeteren, vaart zetten achter interoperabele normen, de toegang tot kapitaal verbeteren en meer gebruik maken van de vraagzijde, bv. met overheidsopdrachten en slimme regelgeving). 56 Dit project heeft als doel om vanuit de vraag van de overheid de markt te stimuleren om innovatieve ideeën effectief om te zetten in producten en diensten. Door hun omvang kunnen overheidsopdrachten immers een belangrijke rol spelen om de innovatie vanuit de vraagzijde bij ondernemingen aan te wakkeren. Het basisidee hierbij is dat de overheidsopdrachten als economisch instrument moet worden ingezet. Het project beoogt de voorwaarden te scheppen om: 1. de aanbestedende overheden te stimuleren het instrument van de overheidsopdrachten optimaal te benutten en hen aan te zetten innovatieve oplossingen aan te trekken door onder andere de vraagspecificatie prestatiegericht in de markt te zetten, en 2. de overheidsopdrachten toegankelijker te maken voor ondernemingen en hen in staat te stellen aanbiedingen te formuleren door gebruik te maken van hun innovatiekracht. Het is genoegzaam gekend dat een open en prestatiegerichte omschrijving van de behoefte in bestekken, een doordachte keuze van de meest geschikte procedure, het toelaten van variante oplossingen, een evenwichtige omgang met de intellectuele eigendomsrechten, belangrijke instrumenten binnen de regelgeving overheidsopdrachten zijn die innovatie kunnen stimuleren. Vertrekkende vanuit zijn bevoegdheden en competenties die aansluiten op de hierboven genoemde instrumenten trekt de FOD Economie dan ook de kaart van de optimale toepassing en benutting van de aanbestedingsregels voor de aankoop van innovatieve producten en diensten, waarbij vorming en ondersteuning van de overheidsaankopers centraal staan.

59 "De voorwaarden scheppen voor een competitieve, duurzame en evenwichtige werking van de goederen- en dienstenmarkt in België." Van dit project wordt als resultaat verwacht dat: de aanbestedende overheden betere impulsen zullen kunnen geven bij hun aanbestedingen om innovatie in de producten en bij de uitvoering van werken en diensten te stimuleren; de ondernemingen beter in staat zullen zijn om offertes op te stellen die beantwoorden aan de innovatieve vraag van de aanbestedende overheden; meer innovatieve producten en diensten sneller in de markt worden opgenomen; de verschillende actoren beter toegang krijgen tot de reglementeringen die hen moet helpen vraag en aanbod te optimaliseren. De FOD Economie wil dit realiseren door: te voorzien in uitwisseling van informatie en inzichten tussen de actoren om de verschillende belangen duidelijker op elkaar te kunnen afstemmen; te zorgen voor een transversale, gestructureerde doorstroom van informatie. de toegang tot de reglementeringen die wegen op overheidsopdrachten te vergemakkelijken en dit zowel voor de overheidsaankopers als voor de bieder op overheidsopdrachten; de toegang tot de overheidsopdrachten voor de ondernemingen te verbeteren met bijzondere aandacht voor kmo s, gezien het voor hen niet altijd even gemakkelijk is om zich op deze markt te begeven; te zorgen voor ondersteuning en vorming ten behoeve van de aanbestedende overheden inzake de reglementering overheidsopdrachten en technische materies zoals normalisatie, intellectuele eigendom, technische specificaties voor bouwmaterialen, die overheidsopdrachten sterk beïnvloeden; een actieve rol te vervullen bij de Commissie Overheidsopdrachten en dit via de leden die de FOD vertegenwoordigen in de Commissie, waarbij zij via voorstellen de economische aspecten van overheidsopdrachten bespreekbaar kunnen maken Concrete acties Vorige jaren werden reeds twee seminaries georganiseerd waarin onder andere het financieel programma van de Europese Commissie en initiatieven van overheden over précommerciële inkoop werden besproken. Ook werd het groenboek voor modernisering van het EU-beleid van overheidsopdrachten door het Directoraat-generaal Interne Markt van de Europese Commissie voorgesteld en besproken. Einde 2011 werd een bevraging bij de overheidsaankopers georganiseerd die peilde naar hun kennis en problemen die zij ondervinden en hun ondersteuningsnoden bij

60 overheidsopdrachten. In totaal hebben 383 personen deelgenomen aan de bevraging. Uit deze bevraging is onder andere gebleken dat: de complexiteit van de wetgeving en de procedures als belangrijke hindernis worden gezien om aankoopprocedures tot een goed einde te brengen; het moeilijk blijkt om de vraagspecificatie zodanig te formuleren dat die zowel nauw aansluit bij de behoefte van de aanbestedende overheid en terzelfdertijd toch voldoende open is naar de markt toe; het moeilijk kan zijn om de geschikte normen te vinden die voldoen aan de vraagspecificatie; het niet gemakkelijk is om de voorwaarden voor intellectuele eigendomsrechten te formuleren, in het bijzonder wanneer deze intellectuele rechten te maken hebben met gebruikslicenties, methodes en knowhow. 58 Uit de bevraging blijkt ook dat er wel degelijk een opleidingsnood is bij de aanbestedende overheden, waarbij er vooral interesse is voor praktisch gerichte ondersteuning, zoals uitgewerkte voorbeelden en uitwisseling van goede praktijken. In hun suggesties schuiven de bevraagden een viertal ondersteuningsnoden naar voor: een helpdesk/juridische ondersteuning per telefoon; een gecentraliseerde bibliotheek waar bestekken kunnen gecentraliseerd worden en waar typebestekken en typeclausules te vinden zijn. een bespreking van praktijkdossiers met de gevolgen en oplossingen; een netwerk/aankopersplatform om best practices uit te wisselen, informatie te delen. Zich steunend op conclusies van hogergenoemde bevraging wil de FOD Economie dit doen door het organiseren van participatieve workshops en het opzetten van een kennispool waarbij de deelnemers vooral praktijkvoorbeelden, best practices,, kunnen bespreken en aan elkaar doorgeven. De resultaten van dergelijke workshops kunnen vervolgens opnieuw worden gecommuniceerd naar een breder publiek. In oktober 2012 werd in deze context een workshop georganiseerd met als titel opstellen van technische specificaties en prestatie-eisen, gebruik en verwijzen naar normen: Hoe pakt u het aan? Wat is uw ervaring? Dit thema werd gekozen omdat een juiste manier van omschrijven van de vraagspecificatie in bestekken van groot belang is, niet alleen voor de aanbestedende overheid

61 "De voorwaarden scheppen voor een competitieve, duurzame en evenwichtige werking van de goederen- en dienstenmarkt in België." maar ook voor de economische partners. Dit kan door prestatie-eisen of functionele eisen te formuleren of door naar normen te verwijzen. Als een dergelijke verwijzing onoordeelkundig gebeurt, kan dit er toe leiden dat de aangeboden oplossingen niet overeenstemmen met de behoefte van de aanbestedende overheid, en bovendien kan dit het innovatievermogen van de aanbieders hinderen. Omgekeerd kan een juist gebruik van normen er voor zorgen dat makkelijker en innovatiegericht aangekocht kan worden. Een goed geformuleerde technisch neutrale vraagspecificatie opstellen, is voor de overheidsaankoper vaak een moeilijke opdracht. Omwille van de expertise die de FOD Economie in dit domein heeft, werd deze workshop gezien als een eerste stap om tot een kennispool te komen waarin naast het theoretische kader dat werd geschetst ook praktijkdossiers werden besproken. Zowel experten overheidsopdrachten uit overheidsdiensten, vertegenwoordigers van onderzoekscentra als sectorfederaties hebben hun bijdrage geleverd aan deze workshop. Het project wil de weg verder opgaan om de aanbestedende overheden verder te stimuleren innovatiegericht aan te kopen en dit te integreren in hun aankoopbeleid. In de loop van 2013 zullen verdere initiatieven worden genomen om de aanbestedende overheden en de economische actoren samen te brengen. Naar alle waarschijnlijkheid worden in 2013 ook de nieuwe regels over plaatsing overheidsopdrachten en algemene aannemingsvoorwaarden van toepassing. Het verdient hier ook de aandacht om wijzigingen / vernieuwingen onder de loep te nemen en de nodige informatie-uitwisseling hieromtrent te organiseren Luchtvaart Op het vlak van innovatie in de sector van de Belgische luchtvaartindustrie is een belangrijke taak weggelegd voor de Algemene Directie Economisch Potentieel. Deze directie ondersteunt innovatie via het financieren van onderzoek, ontwikkeling en innovatie, de O&O&I-projecten, in het kader van de AIRBUS-programma s. Deze financiering gebeurt onder de vorm van terugbetaalbare voorschotten volgens de Europese regels voor staatssteun, vervat in de communautaire kaderregeling over staatssteun voor O&O&I, goedgekeurd door de Europese Commissie. Op basis van deze regels moeten de projecten een sterk innovatief karakter hebben om in aanmerking te komen voor staatssteun. De FOD Economie, in overleg met de POD Wetenschapsbeleid en de luchtvaartindustrie onderzoeken hoe dit systeem uitgebreid kan worden naar andere Vitas - Photolia.com

62 4.5. Defensie-industrie Economische weerslag bij defensiebestellingen De FOD Economie is bevoegd voor de behandeling van de economische weerslag die verbonden wordt aan bestellingen van typisch militair materiaal door het Ministerie van Defensie. Hij beschouwt de economische weerslag in de eerste plaats als een hefboom om het technologische peil van onze bedrijven te behouden of zelfs op te krikken. Daarnaast is het een stimulans op het vlak van tewerkstelling of handels(on) evenwicht. Bij de evaluatie van voorstellen van economische weerslag primeren innovatieaspecten op andere criteria. Zo bevat de economische clausule van een bestek elementen om nieuwe innoverende projecten te stimuleren. Stages voor jonggediplomeerden in buitenlandse hoogtechnologische bedrijven en investeringen in Belgische innovatiefondsen zijn daarvan concrete voorbeelden. 60 Bij de uitvoering (follow-up) van lopende compensatiedossiers werden voorstellen enkel als economische compensaties goedgekeurd als ze conform de economische bedingen waren en een aanvaardbaar technologisch peil hadden. De economische weerslag verbonden aan defensiebestellingen die gecatalogeerd worden onder art. 346 (ex-223, ex-296) van het EU-verdrag, behoren tot de bevoegdheid van de minister van Economie. De wettelijke basis voor dit soort overheidsaankopen is gedefinieerd in volgende criodyn - Photolia.com het KB van 6 februari 1997 betreffende militaire bestellingen, gewijzigd door het KB van 6 december 2001; het KB van 29 april 2001 betreffende militaire bestellingen in het kader van internationale samenwerking; in België werden de nodige acties ondernomen om de omzetting van de nieuwe Europese Defensierichtlijn naar onze wetgeving door te voeren. De desbetreffende wet werd op 13 augustus 2011 door het parlement gestemd. Deze wet en de KB s van uitvoering werden op in het Staatsblad gepubliceerd. De bestellingen die bij wijze van industriële return bij de Belgische nijverheid werden geplaatst, gekoppeld aan reeds vroeger bestelde programma s, en als dusdanig als economische weerslag (alle

63 "De voorwaarden scheppen voor een competitieve, duurzame en evenwichtige werking van de goederen- en dienstenmarkt in België." categorieën samen: directe deelname, semidirecte en indirecte compensatie) goedgekeurd en gefactureerd, waren goed voor een totaal bedrag van 39,4 miljoen euro in De daadwerkelijke economische compensaties waren echter groter dan deze bedragen, aangezien er nog een aantal projecten, alhoewel de contractuele uitvoeringstermijn reeds verlopen is, nog steeds voortduren. Dit onderstreept het belang van het compensatiebeleid op lange termijn Firmaveiligheidsmachtiging De firmaveiligheidsmachtiging (rechtspersoon) vindt haar wettelijke basis in de wet van 11 december 1998 betreffende de classificatie en de veiligheidsmachtigingen, veiligheidsattesten en veiligheidsadviezen. Artikel 8 van deze wet stelt: Niemand heeft toegang tot geclassificeerde informatie, documenten of gegevens, materieel, materialen of stoffen, tenzij hij houder is van een overeenstemmende veiligheidsmachtiging en voor zover de kennisname en de toegang noodzakelijk zijn voor de uitoefening van zijn functie of zijn opdracht. Onder noodzakelijke kennisname verstaat men de redenen die de toegang tot de informatie, documenten, enzovoort, rechtvaardigen. 61 De toegang tot lokalen, gebouwen of terreinen die geclassificeerde informatie, documenten, gegevens, materieel of materialen bevatten is aan dezelfde regels onderhevig. Een rechtspersoon die, om een bepaalde overeenkomst uit te voeren, wegens een aantoonbare noodzaak van kennisname toegang moet verkrijgen tot geclassificeerde gegevens of installaties, moet dus houder zijn van een veiligheidsmachtiging. Ook bepaalde leden van deze rechtspersoon moeten in geval van noodzakelijke kennisname over een veiligheidsmachtiging beschikken. In beide gevallen moet het bedrijf een aanvraag indienen om dergelijke machtigingen te verkrijgen. Het is de Nationale Veiligheidsoverheid (NVO) die de veiligheidsmachtigingen verleent. De Algemene Directie Economisch Potentieel werd door de NVO belast met de administratieve fase van het veiligheidsonderzoek industrie. Dit onderzoek bestaat uit een grondige studie van de financiële situatie van de rechtspersoon door een financieel analist. De financieel analist maakt een verslag op met de adresgegevens van de rechtspersoon, de rechtsvorm, de activiteiten, het aantal tewerkgestelden, de kapitaalsituatie, het aandeelhouderschap, kerncijfers, de resultaten, de financiële structuur, de betaalwijzen, bestaande schulden bij de RSZ en de fiscale administraties, de sectorscore, commentaren en conclusies. De financieel analist beschikt daarbij over informatiebronnen zoals de Kruispuntbank van Ondernemingen,

64 Belfirst, Graydon, Dun & Bradstreet, Nationale Bank van België, gespecialiseerde pers. Na dit onderzoek wordt een advies over de soliditeit en bestendigheid van de onderneming ingediend bij de NVO. Wanneer de volledige procedure afgewerkt is, beslist de NVO de veiligheidsmachtiging te verlenen en wordt het bedrijf op de hoogte gebracht. Op basis van deze beslissing neemt de Directie Luchtvaart en Defensie de informatie op in haar interne database, die ook andere nuttige inlichtingen over ondernemingen bevat. Deze database zal de directie met name van pas komen wanneer zij aanbestedingen vanuit de NAVO of andere instellingen moet aankondigen. Op grond van de vereiste criteria, meer bepaald dat de bedrijven over een veiligheidsmachtiging moeten beschikken, wordt deze database geraadpleegd en worden de aanbestedingen naar de bedrijven gestuurd die aan deze criteria voldoen. In de loop van 2012 werkte de Directie Luchtvaart en Defensie 152 dossiers met een grondige financiële analyse af Reach De REACH-verordening moet voornamelijk een hoog niveau van bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu waarborgen 15. Met name innovatie moet aangemoedigd worden om te komen tot de vervanging van de meest verontrustende stoffen door alternatieven die milieuvriendelijker zijn en beter voor de gezondheid van de Sergey Nivens - Photolia.com Met de goedkeuring van de REACH-verordening kwam de EU de verklaring na die ze afgelegd had op de Wereldtop Duurzame Ontwikkeling van Johannesburg, namelijk aiming to achieve by 2020 that chemicals are used and produced in ways that lead to the minimization of significant adverse effects on human health and the environment. Deze verbintenis gold voor alle ondertekenaars, en de EU wilde hierbij een voorlopersrol vervullen. Als bedrijven die op wereldvlak actief zijn, zich aan de REACH-verordening moeten aanpassen en analyses en studies moeten uitvoeren, hebben ze er alle belang bij dat de andere internationale partners compatibele regels aannemen en dat er in verschillende derde landen zogenaamde REACH-like reglementen opduiken. 15 Artikel 1, paragraaf 1 van verordening (EG) nr. 1907/2006.

65 "De voorwaarden scheppen voor een competitieve, duurzame en evenwichtige werking van de goederen- en dienstenmarkt in België." Gezien de grote krachtinspanning die nodig was om chemische producten beter te leren kennen heeft REACH duidelijk een groot aantal wetenschappers uit de chemische nijverheid en talrijke andere sectoren (metaal, textiel, bouwmaterialen, elektronica...) van hun wetenschappelijk basisonderzoek weggehaald om tijdig met de registratiefase klaar te zijn. De betere kennis van de eigenschappen van chemische stoffen zorgt niettemin voor een verbeterde uitwisseling van informatie over de veiligheid van de producten in de waardeketens. Daarnaast wil de REACH-verordening in de eerste plaats de meest zorgwekkende stoffen ( kandidatenlijst ) opsporen om gepaste maatregelen te kunnen treffen, met name in de vorm van een beperking of vergunningsplicht om ze te kunnen gebruiken. Deze maatregelen moeten vooral de vervanging door andere stoffen of procedés aanmoedigen. De Commissie zou tegen 1 juni 2012 haar eerste herziene versie van de verordening publiceren. De afkondiging werd weliswaar uitgesteld tot februari 2013, maar de Commissie publiceerde anderzijds 12 studies over de toepassing en de gevolgen van de verordening, onder meer Impact of the REACH regulation on the innovativeness of EU chemical industry 16. De resultaten waren tot eind 2011 niet helemaal overtuigend, maar de vooruitzichten op middellange termijn blijven gunstig. 63 De FOD Economie volgt de evolutie van de REACH-verordening op de voet, in nauwe samenwerking met zijn collega s van de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu, niet alleen door deel te nemen aan de werkzaamheden van het nieuwe nationale REACH-Comité, maar ook door via zijn helpdesk de ondernemingen te informeren, met name de kleine of middelgrote ondernemingen, door deel te nemen aan de werkzaamheden van het Comité Sociaaleconomische Analyse van het Europees Agentschap voor chemische stoffen (ECHA) te Helsinki en via de talrijke contacten die gelegd werden met de Belgische federaties en bedrijven die actief zijn in België voor een grondige analyse van de dossiers. Uit deze contacten blijkt inderdaad dat Belgische bedrijven erg begaan zijn met het probleem van de meest zorgwekkende stoffen en de vervanging ervan. Zij trachten vaak op deze evolutie naar veiligere nieuwe producten te anticiperen. Ook op internationaal vlak verdedigen wij in de lopende bilaterale akkoorden de samenwerkingsclausules en de afschaffing van technische hinderpalen voor de handel. Zo kunnen de bedrijven die in deze nieuwe producten investeren deze ook wereldwijd 16 Zie:

66 aanbieden doordat ze reeds klaar zijn voor de nieuwe eisen die geleidelijk in de aanloop van 2020 opgelegd zullen worden Duurzame ontwikkeling België steunt de strategie Europa 2020, die onder andere de bevordering van duurzame groei van onze economie beoogt, en wil zich daarmee bij de groep van de Europese pioniers aansluiten bij de overgang naar nieuwe vormen van duurzame economische productie en consumptie. Door in zijn doelstellingen de voorwaarden scheppen voor een duurzame werking van de goederen- en dienstenmarkt op te nemen, benadrukt het departement het belang van een duurzame ontwikkeling van onze economie. De krachtlijn duurzame economie van de strategische matrix van onze FOD toont eveneens aan hoe belangrijk het voor de FOD is om op strategisch en operationeel vlak transversaal bij te dragen aan de duurzame ontwikkeling. 64 Overeenkomstig het koninklijk besluit van 22 september 2004 coördineert de cel Duurzame Ontwikkeling, die in 2012 een nieuwe impuls kreeg, de transversale acties over duurzame ontwikkeling binnen het departement. Ze beoogt meerdere doelen: de verschillende initiatieven voor de uitwerking en de uitvoering van het federale plan voor duurzame ontwikkeling coördineren, de bestaande synergiën tussen de verschillende initiatieven over duurzame ontwikkeling in de FOD versterken, bijdragen tot de ontwikkeling van transversale initiatieven en nieuwe acties, of beschouwingen uitwerken, zowel op strategisch, functioneel, personeels- en reglementair vlak, alsook op vrijwillige basis. De cel Duurzame Ontwikkeling steunt op de actieve bijdrage en samenwerking van alle algemene directies van het departement. Ze kan met name rekenen op de expertise van de werkgroep Task Force Duurzame economie die ondernemingen de weg wil wijzen naar een duurzame economische groei. In 2012 focusten de acties van de cel zich vooral op de definitie van de term duurzame economie, maar ook op de deelname aan en de organisatie van de Dag van de duurzame ontwikkeling. Daarnaast droeg de cel ook bij tot de langetermijnvisie van de overheid op het vlak van duurzame ontwikkeling, tot de opmaak van een derde federaal plan voor duurzame ontwikkeling en werd er aandacht besteed aan de organisatie van de Middag van de duurzame ontwikkeling die de medewerkers over dit onderwerp bewust wil maken. Het overwegen van nieuwe acties, het uitwisselen van goede praktijken en het ontmoeten van de stakeholders stonden vorig jaar ook op het programma van de cel.

67 "De voorwaarden scheppen voor een competitieve, duurzame en evenwichtige werking van de goederen- en dienstenmarkt in pershkova - Photolia.com 5. Ondernemingen en kmo s 65 De zesde as van de relancestrategie betreft de ondersteuning van de kmo s, die als een essentiële motor van onze economie gezien worden. Aangezien de kmo s betrokken zijn bij de meeste federale administraties, zijn voor de maatregelen van deze as een zestal overheidsdiensten bevoegd. In aansluiting op deze kmo-as heeft de regering op 20 juli 2012 kennis genomen van het Kmo-plan 2012 voorgelegd door de minister van Zelfstandigen en Kmo Het Kmo-plan 2012 De bedoeling van dit specifiek voor de kmo en zelfstandigen bestemde plan is de oprichting van ondernemingen aan te moedigen, hun werking te bevorderen en de zelfstandigen beter te beschermen. Het bevat een veertigtal over zes gebieden verdeelde maatregelen: de toegang tot financiering (8 maatregelen), de administratieve vereenvoudiging (14), de verbetering van het sociaal statuut voor zelfstandigen (4), hulp bij tewerkstelling (3), sectorale maatregelen (7) en de ondersteuning van de internationalisering (2).

68 Het Kmo-actieplan 2012 kadert ook in de voor de kmo s op Europees vlak vastgelegde prioriteiten, met name de Europese Small Business Act (SBA). De bedoeling van de SBA is echter de algemene aanpak op het gebied van ondernemerschap te verbeteren, het denk eerst klein -beginsel onomkeerbaar te verankeren in zowel het wetgevende proces als de werkwijze van de administraties, en kmo-groei te bevorderen. In dit opzicht sluiten de volgende maatregelen van het Kmo-plan 2012 aan bij de Europese doelstellingen: de versterking van het één-loket, de veralgemening van het only once -beginsel, met name via de Kruispuntbank van Ondernemingen, om te vermijden dat de ondernemingen herhaaldelijk door de overheden bevraagd worden, en ten slotte de toepassing van een kmo-toets ter beoordeling van de impact op de kmo van de voor hen aangenomen wet- en regelgevende maatregelen. De FOD Economie neemt deel aan de uitwerking van deze kmo-toets die in een globale, door de Dienst voor Administratieve Vereenvoudiging gecoördineerde regelgevingseffectbeoordeling moet kaderen De Belgische omzetting van de Europese Small Business Act De SBA Fact Sheets De omzetting van de 10 beginselen van de SBA door de lidstaten is het onderwerp van een jaarlijkse opvolging door de Europese Commissie met de SBA Fact Sheets 17. Deze fiches geven een overzicht van het ondernemerschapsklimaat in elke lidstaat. Ze worden opgesteld op de basis van talrijke zowel kwalitatieve (een inventaris van de politieke maatregelen) als kwantitatieve gegevens (cijfergegevens en statistieken) die elk van de tien beginselen van de Small Business Act verduidelijken. Globaal gezien heeft België in 2012 een positief SBA-profiel. Ons land zit boven het Europese gemiddelde op het vlak van toegang tot financiering, vaardigheden en innovatie, tweede kans en staatssteun en overheidsopdrachten. De andere domeinen situeren zich rond het Europese gemiddelde: het adequaat reageren van de overheid, de eengemaakte markt en het milieu. Daarentegen zijn de Belgische prestaties voor de SBA-beginselen van ondernemerschap, denk eerst klein en internationalisering onvoldoende. 17 en.htm#h2-2.

69 2. Tweede kans 0,68 0,57 3. Denk eerst klein 0,55 0,65 4. Adequaat reagerende overheid "De voorwaarden scheppen 0,67 voor een competitieve, 0,71 duurzame en evenwichtige werking 5. Staatssteun van de goederen- & overheids- en dienstenmarkt in België." opdrachten 0,47 0,41 6. Toegang tot financiering 0,69 0,58 7. Eengemaakte markt 0,58 0,54 8. Vaardigheden en innovatie 0,57 0,4 9. Milieu 0,53 0, Internationalisering 0,41 0,48 Grafiek 5. De tien beginselen van de Small Business Act 10. Internationalisering 1. Ondernemerschap 0,8 0,6 2. Tweede kans België EU27 0,4 9. Milieu 0,2 3. Denk eerst klein 0,0 8. Vaardigheden en innovatie 4. Adequaat reagerende overheid 7. Eengemaakte markt 6. Toegang tot financiering 5. Staatssteun & overheidsopdrachten 67 Bron: EU- SBA fact sheet Het netwerk van kmo-vertegenwoordigers In het kader van de revisie van de SBA in 2011 heeft de Commissie een nieuwe beheerstructuur opgericht met het oog op een betere opvolging van de voortgang van de omzetting. De lidstaten hebben hiervoor hun nationale vertegenwoordiger van kmo s ( SME Envoy ) benoemd. Voor België heeft de minister van kmo de directeur-generaal van de Algemene Directie K.M.O.-beleid van de FOD Economie aangewezen om deze opdracht uit te voeren. De bedoeling van het netwerk van kmo-vertegenwoordigers 18 is de omzetting van de SBA te verzekeren, verslag uit te brengen over zijn voortgang op nationaal vlak, de uitwisseling van goede praktijken te bevorderen en nieuwe initiatieven ten gunste van de kmo s voor te stellen. Het netwerk van kmo-vertegenwoordigers is in 2012, op initiatief van de Europese Commissie vier keer bijeengekomen. De vertegenwoordiger van de Europese kmo s, de heer Calleja, heeft het eerste activiteitenverslag van het netwerk voorgelegd tijdens de kmo-vergadering die in november 2012 in Cyprus plaatsvond. 18

70 @ Franck Boston - Photolia.com Bedrijven en internationalisering Onze bedrijven ondersteunen in een internationale omgeving Oorsprong De FOD Economie ijvert niet alleen voor de toepassing maar ook voor de vereenvoudiging en modernisering van de oorsprongsregels. Hij verdedigt de offensieve en defensieve belangen van de Belgische sectoren. Zijn inspanningen dragen bij tot een versteviging van het externe concurrentievermogen van België. De Algemene Directie Economische Potentieel volgde de werkzaamheden in Genève over de harmonisatie van niet-preferentiële oorsprongsregels op. In het kader van de UCC-onderhandelingen (Union Customs Code) pleitte de dienst voor het behoud van de huidige EU-voorschriften voor het bepalen en certificeren van de oorsprong van goederen. Het doel is te komen tot een duidelijk, samenhangend, voorspelbaar en ondernemingsvriendelijk wettelijk kader. Daarnaast werd het gebruik van het elektronische systeem (DigiChambers) voor het aanvragen van oorsprongscertificaten aantrekkelijker gemaakt door een lagere vergoeding te vragen dan voor de klassieke procedure op papier. Bovendien kan de verbinding met het systeem DigiChambers voortaan gebeuren met de e-id (elektronische identiteitskaart). Op horizontaal vlak bleef de Algemene Directie Economische Potentieel deelnemen aan de besprekingen over de herziening van het stelsel van preferentiële oorsprongs-

71 "De voorwaarden scheppen voor een competitieve, duurzame en evenwichtige werking van de goederen- en dienstenmarkt in België." regels APS. Het ging daarbij om de tweede pijler van de herziening van het APS, gewijd aan het systeem van geregistreerde exporteurs (REX) en de invoering van zelfcertificatie. De bedoeling is de procedures te verlichten en het concurrentievermogen van de bedrijven te versterken. In het kader van de herziening van de pan-euro-med -oorsprongsregels alsook in het kader van onderhandelingen over een vrijhandelsakkoord met India, Canada, Singapore en Maleisië ijverde de dienst daarnaast voor vereenvoudiging en modernisering van de oorsprongsregels, waarbij tegelijk de offensieve en defensieve belangen van de Belgische sectoren verdedigd werden 19. Bovendien organiseerde de dienst in het kader van de prinselijke economische zending naar Turkije voor de bedrijven een seminarie over het begrip oorsprong in het kader van de handelsbetrekkingen met Turkije. De bedoeling was de bedrijven te informeren over de talrijke kansen die de preferentiële oorsprongsregels te bieden hebben. Analyses van de OESO Het handelscomité van de OESO heeft als taak nauwkeurige en objectieve analyses over het handelsbeleid te verspreiden. De Algemene Directie Economisch Potentieel neemt deel aan de besprekingen van het Comité en organiseert eventueel de verspreiding van de resultaten onder de beroepsorganisaties. Faciliteren van de handel 69 De FOD Economie nam deel aan de voorbereidingen van de WTO-onderhandelingen. Het akkoord in wording bevat talrijke bepalingen die de handel kunnen vergemakkelijken door verschillende maatregelen te treffen en/of te rationaliseren, die genomen worden in het kader van met name voorafgaande beslissingen, bezwaarprocedures, grotere onpartijdigheid, transparantie en strijd tegen discriminatie, invoer- en uitvoerheffingen, beslag en uitklaring van de goederen, doorvoer, enz. De meeste van deze maatregelen hebben een invloed op het concurrentievermogen van de ondernemingen. Handelsbeschermende instrumenten Handelsbeschermende instrumenten (antidumping, antisubsidie en vrijwaring) zijn een tweesnijdend zwaard: terwijl ze de producenten in de EU beschermen, worden de kosten gedragen door een diffuse groep van vaak niet gecoördineerde invoerders, verwerkers en eindconsumenten. De dienst Handelsbeleid volgt, steunend op de kennis van de sectorloketten, de handelsbeschermende dossiers van de EU op, is het aanspreekpunt voor de verschillende belanghebbenden (Belgische 19 Meer info over pan-euro-med:

72 en buitenlandse bedrijven, beroepsfederaties, buitenlandse ambassades, ) en vertegenwoordigt ons land in het Antidumpingcomité. De EU opende in nieuwe antidumping- en antisubsidieonderzoeken. De meest spraakmakende case is ongetwijfeld de start van een antidumping- en antisubsidieonderzoek tegen de invoer van Chinese zonnepanelen en hun belangrijkste onderdelen. In termen van invoervolume gaat het om de grootste EU-case ooit (21 miljard euro invoer in 2011). Het initiatief leidde al tot felle kritiek en zelfs vergeldingsacties vanwege China. Tegen juni 2013 zal de EC, na consultatie van de lidstaten, een besluit moeten nemen over het instellen van voorlopige maatregelen. Tegen december 2013 zal de beslissing over definitieve maatregelen vallen Economische douaneregelingen Tariefschorsingen en contingenten 70 Conform artikel 31 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, komen tariefschorsingen en -contingenten overeen met vrijstellingen van invoerrechten bij goedereninvoer uit een derde land voor een onbeperkte hoeveelheid (tariefschorsing) of een beperkte hoeveelheid (contingent). In dit kader van vrijstelling van de betaling van invoerrechten voor zowel landbouwals niet-landbouwproducten speelt de Algemene Directie Economisch Potentieel een zeer actieve rol. Zij helpt met name de bedrijven bij het indienen van hun aanvragen en verdedigt deze dossiers op Europees niveau. In 2012 werden 342 nieuwe schorsings- en 11 nieuwe contingentsaanvragen ingediend waarvan 11 en 1 Belgische. Dit resulteerde voor de Belgische bedrijven in een aanzienlijke besparing op de douanerechten van respectievelijk 2 miljoen en euro. Als hier ook de lopende schorsingen worden bijgeteld, schommelt de besparing op douanerechten voor de Belgische bedrijven rond 105 miljoen euro per jaar. Deze besparingen zijn zeker in tijden van economische crisis van cruciaal belang voor het behoud of de verbetering van de concurrentiepositie en het concurrentievermogen van onze bedrijven, alsook voor het aantrekken van investeringen. Elk semester wordt er een oproep gelanceerd opdat bedrijven nieuwe aanvragen zouden indienen. Actief veredelingsverkeer Actieve veredeling is een economische douaneregeling die de bedrijven toelaat grondstoffen of halfafgewerkte producten uit derde landen in te voeren, in de Europese Unie te verwerken en deze verwerkte goederen terug uit te voeren buiten de EU zonder betaling van invoerrechten.

73 "De voorwaarden scheppen voor een competitieve, duurzame en evenwichtige werking van de goederen- en dienstenmarkt in België." De wetgeving hiervoor vindt men in het Communautair Douanewetboek en de bijhorende toepassingsbepalingen. De FOD Economie is in deze dossiers bevoegd voor het verifiëren of de economische voorwaarden voor het verlenen van een vergunning zijn vervuld. Uit contacten met onze bedrijven is gebleken dat het verkrijgen van een vergunning actieve veredeling hen de mogelijkheid biedt te concurreren op derde landen markten met andere wereldspelers en dus hun externe concurrentievermogen aanzienlijk te verhogen. Behandeling onder douanetoezicht Behandeling onder douanetoezicht is een economische douaneregeling die bedrijven toelaat grondstoffen of halfafgewerkte producten in te voeren tegen het voordelige invoerrecht (soms zelfs nulrecht), dat op de eindproducten van toepassing is, en deze te verwerken. De eindproducten mogen in de EU in het vrije verkeer worden gesteld. De dienst Handelsbeleid gaf in adviezen voor be- en verwerkingsdossiers onder douanetoezicht op een totaal van 30 door Douane & Accijnzen afgeleverde vergunningen. 71 Protocol met FOD Financiën In 2012 werd een protocol afgesloten tussen de FOD Financiën, Douane & Accijnzen en de FOD Economie over de maandelijkse informatieverstrekking inzake economische douaneregelingen en preferentiële handel. Deze informatie is van groot belang voor de Algemene Directie Economisch Potentieel om in het kader van het externe concurrentievermogen beleidsvoorstellen te kunnen formuleren Opvolgen van vrijhandelsovereenkomsten De Algemene Directie Economische Potentieel maakt nota s op met betrekking tot de belangen van het Belgische handelsbeleid in het kader van toekomstige handelsakkoorden tussen de Europese Unie en haar partners. Dit gebeurt in samenwerking met de beroepsfederaties en, in het kader van de Interministeriële Economische Commissie, met de gewesten. In 2012 werd dit gedaan voor de Verenigde Staten en voor Vietnam. De federaties beschikken over de eindversie van het document zodat ze hun leden kunnen aanmoedigen om nieuwe uitvoermarkten voor hun producten (goederen en diensten) aan te boren. Naast dit voorbereidende werk voor de onderhandelingen die door de Europese Commissie gevoerd worden, volgt de Algemene Directie de voorbereiding en de spe-

74 cifieke vergaderingen op van de Raad van de Europese Unie (georganiseerd volgens artikel 207 van het Verdrag betreffende de Europese Unie). Op die manier worden de belangen van de sectoren verdedigd van bij de mandaatbespreking tot de ondertekening van de handelsakkoorden. De Belgische bedrijven worden via hun beroepsfederaties geïnformeerd op de overlegvergaderingen die door het departement worden georganiseerd Markttoegang derde landen Markttoegangstrategie van de EU 72 De Europese markttoegangstrategie beoogt, dankzij een nauwe samenwerking tussen EC, lidstaten en bedrijfsleven, handelsbelemmeringen in derde landen stelselmatig op te sporen, te analyseren en weg te werken. Uitvoer wordt beschouwd als de motor van onze economie en de FOD Economie bleef zich dan ook in 2012 samen met andere federale en gefedereerde entiteiten inzetten voor Belgische ondernemingen die moeilijkheden ondervinden bij uitvoer naar derde landen. De dienst Handelsbeleid neemt in dit kader deel aan de maandelijkse meetings van het Comité Markttoegang. De thematische werkgroepen (chemie, alcoholische dranken, medische apparatuur, ) worden gevolgd door de sectorale loketten. Handelsbelemmeringen kunnen diverse vormen aannemen: hoge invoerrechten, omslachtige douaneprocedures, sanitaire maatregelen, normen en standaarden, uitvoerrestricties op grondstoffen, local content vereisten, Maar ook antidumping-, antisubsidie- en vrijwaringsmaatregelen die derde landen instellen kunnen een handelsbelemmering vormen voor onze Belgische exporteurs. Zo startte Zuid-Afrika in 2012 een vrijwaringsonderzoek tegen de invoer van diepvriesfrieten, waarvan België de belangrijkste exporteur is. Het gaat om een zwakke case die niet aan de WTOstandaarden voldoet en dus als protectionistisch kan worden bestempeld. De dienst Handelsbeleid, alsook de ambassade in Pretoria, ijverden bij de industrie en de EC voor het afsluiten van deze zaak. In 2012 liet de EC alle bestaande instrumenten, maatregelen en diensten ter ondersteuning van de exportactiviteiten van kmo s in kaart brengen. Het betreft zowel de gratis als de betalende ondersteunende diensten in de 27 lidstaten en in 25 prioritaire derde landen. Kmo s blijken vaak onvoldoende op de hoogte van het grote aanbod aan dergelijke diensten. Alle contactpunten zullen daarom samengebracht worden op één portaalsite. Overheidsopdrachten Opdat onze bedrijven maximaal de vruchten zouden kunnen plukken van opportuniteiten die zich wereldwijd aandienen op het vlak van overheidsopdrach-

75 "De voorwaarden scheppen voor een competitieve, duurzame en evenwichtige werking van de goederen- en dienstenmarkt in België." ten is het essentieel dat ze op buitenlandse aanbestedingsmarkten op gelijke voet kunnen meedingen met binnenlandse bedrijven. Helaas blijven nog te veel aanbestedingsmarkten in derde landen afgesloten voor EU- en Belgische ondernemingen. WTO-overeenkomst voor overheidsopdrachten De plurilaterale WTO-overeenkomst voor overheidsopdrachten (GPA) is momenteel de enige juridisch bindende overeenkomst binnen de WTO op het vlak van overheidsopdrachten. 15 industrielanden (EU + o.a. US, Japan, Canada en Korea) verbinden er zich via de GPA toe hun markten wederzijds open te stellen voor bepaalde soorten aankopen van bepaalde overheidsdiensten boven specifieke drempels. In 2012 boog het Comité voor Overheidsopdrachten in Genève zich o.m. over de toetredingsaanvraag van China. China diende in november 2012 een nieuw GPA-marktaanbod in (derde herziene bod). De GPA-leden beschouwen dit aanbod nog als ruimschoots onvoldoende. China moet meer inspanningen leveren op het vlak van subcentrale entiteiten en de soorten overheidsopdrachten die opengesteld zouden worden. Daarnaast zijn er ook toetredingsonderhandelingen aan de gang met 9 andere kandidaat-landen (Nieuw-Zeeland, Oekraïne, Jordanië, ). Vrijhandelsakkoorden 73 Een ander instrument om meer markttoegang op het gebied van overheidsopdrachten te bekomen zijn bilaterale akkoorden met derde landen. De EU streeft bij het afsluiten van nieuwe vrijhandelsovereenkomsten dan ook naar een ambitieus en zo uitgebreid mogelijk hoofdstuk over overheidsopdrachten. Zo bevatten de in 2012 afgesloten FTA met Singapore en de DCFTA met Oekraïne een betekenisvol aanbestedingshoofdstuk en maken overheidsopdrachten een essentieel deel uit van de lopende onderhandelingen met o.a. Japan (FTA), Canada (CETA), India (FTA), Vietnam (FTA) en Armenië (DCFTA). Voorstel voor een instrument inzake internationale overheidsopdrachten In maart 2012 lanceerde de EC een voorstel voor een verordening over de toegang van goederen en diensten uit derde landen tot de interne aanbestedingsmarkt van de Unie [COM(2012) 124 final]. Individuele aanbestedende diensten zouden onder bepaalde voorwaarden en mits toestemming van de EC inschrijvingen mogen weigeren als die voor meer dan de helft bestaan uit goederen/diensten uit derde landen die geen wederkerige markttoegang toekennen. Wanneer Europese leveranciers in derde landen herhaaldelijk ernstig gediscrimineerd worden kan de EC daarnaast beslissen om de toegang van dit derde land tot de EU-markt te beperken/verbieden.

76 Ondanks het nobele beoogde doel, nl. het creëren van een instrument dat derde landen aanzet hun aanbestedingsmarkten open te stellen voor EU-ondernemingen, zijn de reacties binnen de Raad, het EP en het bedrijfsleven op het voorstel erg verdeeld. Er rijzen immers twijfels bij de effectiviteit en praktische toepasbaarheid ervan. Het grootste risico is dat de EU in eigen vel snijdt door de EU-markt af te sluiten voor buitenlandse concurrentie. Via twee vergaderingen van de in 2012 in het leven geroepen IEC Opening overheidsopdrachten vergaarde de Algemene Directie Economische Potentieel de standpunten van de verschillende stakeholders. De discussie omtrent dit voorstel zal in de Raadswerkgroep Handelsvraagstukken alsook in het EP verdergezet worden. Het aankaarten van specifieke problemen bij prinselijke zendingen 74 De Algemene Directie Economisch Potentieel stelt voorbereidende dossiers op voor de minister naar aanleiding van de prinselijke economische zendingen. In samenwerking met de algemene directies die kandidaat zijn, worden de dossiers samengesteld, om de stand van de handelsbetrekkingen tussen België en de bezochte partner toe te lichten, te kijken welk sectorenbeleid deze landen voeren en welke investeringskansen en welke hinderpalen er voor de bedrijven kunnen zijn tijdens de zendingen in Vietnam in maart, in Japan in juni, in Turkije in oktober, in Australië en Nieuw-Zeeland in november. Deze dossiers werden systematisch bezorgd aan de minister, aan Buitenlandse Zaken en aan het Agentschap Buitenlandse Handel. Exportondersteuning en exportbevordering De FOD economie maakt deel uit van Finexpo, het federale instrument dat subsidies geeft aan exportprojecten in het buitenland onder zeer strikte voorwaarden en conform het OESO-arrangement. Zo gaat het enkel om projecten die niet commercieel leefbaar zijn, in de uitrustingssector, en enkel voor die landen waar nog steun mag gegeven worden. De taak is de vinger aan de pols te houden om te zien hoe er flexibel, maar toch binnen het wettelijke kader (zowel Belgisch als internationaal) kan ingespeeld worden op de noden van het bedrijfsleven zodat ze de concurrentie met de bedrijven uit andere landen aankunnen. Er wordt daarom vergeleken met de instrumenten die in andere landen bestaan. Voor 2012 hebben de hoge liquiditeitskosten van de Belgische banken een belangrijke rol gespeeld. Oplossingen worden gezocht voor de concurrentienadelen ten opzichte van bedrijven die gevestigd zijn in landen die aan direct lending doen, en dus deze handicap van de hoge liquiditeitskosten niet hebben. De FOD Economie onderzocht welke andere instrumenten ons Belgisch bedrijfsleven kunnen helpen om dit soort projecten nog te kunnen uitvoeren. Daarnaast heeft hij als taak ieder project op het Belgische belang van de transactie te toetsen.

77 "De voorwaarden scheppen voor een competitieve, duurzame en evenwichtige werking van de goederen- en dienstenmarkt in België." Ook in de verzekeringsinstelling Nationale Delcrederedienst heeft de FOD een vertegenwoordiger die er vooral op toeziet dat het Belgische bedrijfsleven zijn producten en projecten ook kan uitvoeren naar landen waarvoor er een politiek risico bestaat. De dossiers van de Raad worden voorbereid door de dienst Buitenlandse Investeringen, gezien de nauwe samenhang met Finexpo. Hij bestudeert de houding van andere exportkredietagentschappen in andere landen Promotie van België in het buitenland Buitenlandse investeringen Het samenwerkingsakkoord van 1995 inzake het aantrekken van buitenlandse investeringen geeft de taken van iedere bevoegde instantie duidelijk aan. De maandelijkse verbindingscel voor buitenlandse investeringen wordt alternerend voor 6 maanden voorgezeten door een regio. De FOD Economie verzorgt het secretariaat. Binnen de verbindingscel worden o.m. de topics aangekaart die het concurrentievermogen en het imago van België kunnen verbeteren. Er worden gezamenlijke studies gemaakt, een gemeenschappelijke presentatie over België, gezamenlijke acties tijdens prinselijke missies enz. Met de stakeholders zoals ambassades en internationale kamers van koophandel worden nauwe contacten onderhouden. 75 De FOD Economie staat verder in voor de coördinatie tussen de federale en regionale overheden en zorgt voor informatiepakketten (in het Engels, Chinees en Japans) voor investeerders via onze ambassades in het buitenland, via buitenlandse ambassades in België en via allerhande evenementen. De website wordt steeds actueel gehouden. Als lid van het OESO-investeringscomité wordt, op zijn verzoek, ook het investeringsbeleid van diverse niet-lidstaten onderzocht en worden aanbevelingen pico - Photolia.com De dienst doet onderzoek naar de investeringsbeschermingsakkoorden die diverse landen hebben, en volgt wereldwijd de huidige tendensen. De EU is op dit vlak bevoegd voor directe buitenlandse investeringen en neemt deze als aparte topic op in de vrijhandelsakkoorden. Dit alles wordt getoetst aan de ervaring van een aantal lidstaten met hun bilaterale investeringsverdragen, en de interpretaties ervan in concrete arbitragegevallen.

78 Deelname aan internationale tentoonstellingen De belangrijkste opdracht van de Dienst Internationale Tentoonstellingen bestaat erin België en de gewesten en gemeenschappen maar ook de bedrijven van het land op economisch en sociaaleconomisch gebied te vertegenwoordigen door het organiseren van de deelname aan internationale tentoonstellingen en wereldtentoonstellingen. Via deze evenementen draagt de dienst bij tot de bevordering van de Belgische buitenlandse investeringen en de commerciële en culturele betrekkingen. De dienst vervult daarnaast ook zijn rol van vertegenwoordiger van België bij het Internationaal Bureau voor Tentoonstellingen in Parijs, waar hij deelneemt aan de werkzaamheden en bijdraagt tot de werking en de ontwikkeling van de organisatie. Internationale tentoonstelling van Yeosu Van 12 mei tot 12 augustus 2012 vond in Zuid-Korea de internationale tentoonstelling van Yeosu plaats. De organisator wou de aandacht van een internationaal publiek vestigen op het thema levende kusten en oceanen. Tijdens het drie maanden durende evenement kwamen niet minder dan bezoekers de realisaties bewonderen die 104 landen en 10 internationale organisaties - waaronder de OESO, de UNO en de FAO - rond dit thema hadden uitgewerkt. Gezien zijn band met de Noordzee en zijn kennis over vele van de betrokken materies kon België niet afwezig zijn. Het Belgische paviljoen telde vele originele attracties met een mengeling van traditie en innovatie, vakmanschap en technologie. Met als resultaat dat iets meer dan bezoekers kwamen wandelen langs een virtuele dijk in Oostende op een kermisavond. Dankzij de talrijke schermen had men uitzicht op het offshore windmolenpark en kon men niet alleen zandwinningsschepen bewonderen, maar ook de schatten aan biodiversiteit van de Belgische kust en waterlopen. In totaal deelden 6 gewestelijke en federale instellingen en een dertigtal privépartners in het succes van de Belgische deelname aan de Expo Yeosu 2012, waar hun aanwezigheid verdiend opgemerkt werd.

Prijzenobservatorium: Historiek en werking

Prijzenobservatorium: Historiek en werking Prijzenobservatorium: Historiek en werking Seminarie FEVIA - BABM 17 september 2013 Peter Van Herreweghe Agenda 1. Prijzenobservatorium : Historiek en taken 2. Werking : Gegevens, aanpak, procedure, timing

Nadere informatie

ENERGIE- OBSERVATORIUM. Kerncijfers 2013 20% 80% 60% 40%

ENERGIE- OBSERVATORIUM. Kerncijfers 2013 20% 80% 60% 40% ENERGIE- OBSERVATORIUM Kerncijfers 2013 20% 80% 60% 40% Deze brochure wordt gepubliceerd met als doel door een efficiënt en doelgericht gebruik van de statistische gegevens, van marktgegevens, van de databank

Nadere informatie

Kernenergie in de Belgische energiemix

Kernenergie in de Belgische energiemix Kernenergie in de Belgische energiemix 1. Bevoorradingszekerheid De energie-afhankelijkheid van België is hoger dan het Europees gemiddelde. Zo bedroeg het percentage energie-afhankelijkheid van België

Nadere informatie

PERSBERICHT Brussel, 7 november 2014

PERSBERICHT Brussel, 7 november 2014 01/2010 05/2010 09/2010 01/2011 05/2011 09/2011 01/2012 05/2012 09/2012 01/2013 05/2013 09/2013 01/2014 05/2014 09/2014 Inflatie (%) PERSBERICHT Brussel, 7 november 2014 Geharmoniseerde consumptieprijsindex

Nadere informatie

ENERGIE- OBSERVATORIUM. Kerncijfers 2010 60%

ENERGIE- OBSERVATORIUM. Kerncijfers 2010 60% ENERGIE- OBSERVATORIUM Kerncijfers 2010 20% 80% 60% 40% Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie Vooruitgangstraat 50 1210 BRUSSEL Ondernemingsnr.: 0314.595.348 http://economie.fgov.be

Nadere informatie

ENERGIE- OBSERVATORIUM. Kerncijfers 2011 60%

ENERGIE- OBSERVATORIUM. Kerncijfers 2011 60% ENERGIE- OBSERVATORIUM Kerncijfers 2011 20% 80% 60% 40% Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie Vooruitgangstraat 50 1210 BRUSSEL Ondernemingsnr.: 0314.595.348 http://economie.fgov.be

Nadere informatie

PERSBERICHT Brussel, 13 mei 2015

PERSBERICHT Brussel, 13 mei 2015 01/2010 05/2010 09/2010 01/2011 05/2011 09/2011 01/2012 05/2012 09/2012 01/2013 05/2013 09/2013 01/2014 05/2014 09/2014 01/2015 Inflatie (%) PERSBERICHT Brussel, 13 mei 2015 Geharmoniseerde consumptieprijsindex

Nadere informatie

PERSBERICHT Brussel, 11 december 2015

PERSBERICHT Brussel, 11 december 2015 PERSBERICHT Brussel, 11 december 2015 Geharmoniseerde consumptieprijsindex - november 2015 De Belgische inflatie volgens de Europees geharmoniseerde consumptieprijsindex stijgt in november naar 1,4%, ten

Nadere informatie

PERSBERICHT Brussel, 19 januari 2016

PERSBERICHT Brussel, 19 januari 2016 01/2010 05/2010 09/2010 01/2011 05/2011 09/2011 01/2012 05/2012 09/2012 01/2013 05/2013 09/2013 01/2014 05/2014 09/2014 01/2015 05/2015 09/2015 Inflatie (%) PERSBERICHT Brussel, 19 januari 2016 Geharmoniseerde

Nadere informatie

Goedkeuring plan Wathelet door kern

Goedkeuring plan Wathelet door kern Staatssecretaris voor Leefmilieu, Energie, Mobiliteit en Staatshervorming Secrétaire d Etat à l'environnement, à l'energie, à la Mobilité et aux Réformes institutionnelles Melchior Wathelet Goedkeuring

Nadere informatie

Perscommuniqué. Het Federaal Planbureau evalueert de gevolgen van de duurdere dollar en de hogere olieprijzen voor de Belgische economie

Perscommuniqué. Het Federaal Planbureau evalueert de gevolgen van de duurdere dollar en de hogere olieprijzen voor de Belgische economie Federaal Planbureau Economische analyses en vooruitzichten Perscommuniqué Brussel, 15 september 2000 Het Federaal Planbureau evalueert de gevolgen van de duurdere dollar en de hogere olieprijzen voor de

Nadere informatie

De Octrooicellen. Bescherm en valoriseer uw uitvindingen. Gratis sectorale ondersteuning rond intellectuele eigendom op maat van uw onderneming

De Octrooicellen. Bescherm en valoriseer uw uitvindingen. Gratis sectorale ondersteuning rond intellectuele eigendom op maat van uw onderneming De Octrooicellen Bescherm en valoriseer uw uitvindingen Gratis sectorale ondersteuning rond intellectuele eigendom op maat van uw onderneming De octrooicellen Bescherm en valoriseer uw uitvindingen Gratis

Nadere informatie

Samenvatting voor beleidsmakers

Samenvatting voor beleidsmakers Road book towards a nuclear-free Belgium. How to phase out nuclear electricity production in Belgium? rapport door Alex Polfliet, Zero Emissions Solutions, in opdracht van Greenpeace Belgium Samenvatting

Nadere informatie

technisch verslag CRB 2012-1603

technisch verslag CRB 2012-1603 technisch verslag CRB 2012-1603 CRB 2012-1603 DEF CM/V/CVC/SDh Technisch verslag van het secretariaat over de maximale beschikbare marges voor de loonkostenontwikkeling 21 december 2012 2 CRB 2012-1603

Nadere informatie

Een stand van zaken van ICT in België in 2012

Een stand van zaken van ICT in België in 2012 Een stand van zaken van ICT in België in 2012 Brussel, 20 november 2012 De FOD Economie geeft elk jaar een globale barometer van de informatie- en telecommunicatiemaatschappij uit. Dit persbericht geeft

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 21 januari 2003 (28.01) (OR. en) 15528/02 ADD 1. Interinstitutioneel dossier: 2001/0077 (COD) ENER 315 CODEC 1640

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 21 januari 2003 (28.01) (OR. en) 15528/02 ADD 1. Interinstitutioneel dossier: 2001/0077 (COD) ENER 315 CODEC 1640 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 21 januari 2003 (28.01) (OR. en) Interinstitutioneel dossier: 2001/0077 (COD) 15528/02 ADD 1 ENER 315 CODEC 1640 ONTWERP-MOTIVERING VAN DE RAAD Betreft: Gemeenschappelijk

Nadere informatie

De FOD Economie informeert u! De innovatiepremie. Een creatieve werknemer belonen? Ja! Dankzij de fiscale vrijstelling van de innovatiepremies

De FOD Economie informeert u! De innovatiepremie. Een creatieve werknemer belonen? Ja! Dankzij de fiscale vrijstelling van de innovatiepremies De FOD Economie informeert u! De innovatiepremie Een creatieve werknemer belonen? Ja! Dankzij de fiscale vrijstelling van de innovatiepremies De innovatiepremie Een creatieve werknemer belonen? Ja! Dankzij

Nadere informatie

Niet-preferentiële certificaten van oorsprong

Niet-preferentiële certificaten van oorsprong Niet-preferentiële certificaten van oorsprong Eerste zes maanden van 2015 De opdracht van de FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie bestaat erin de voorwaarden te scheppen voor een competitieve,

Nadere informatie

Samenvatting Flanders DC studie Internationalisatie van KMO s

Samenvatting Flanders DC studie Internationalisatie van KMO s Samenvatting Flanders DC studie Internationalisatie van KMO s In een globaliserende economie moeten regio s en ondernemingen internationaal concurreren. Internationalisatie draagt bij tot de economische

Nadere informatie

Deze nota bevat ook een planning voor de verdere behandeling van dit dossier in de aanloop naar de zitting van de Raad TTE (8-9 juni 2006).

Deze nota bevat ook een planning voor de verdere behandeling van dit dossier in de aanloop naar de zitting van de Raad TTE (8-9 juni 2006). RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 24 februari 2006 (16.03) (OR. en) 6682/06 ENER 61 NOTA Betreft: Werking van de interne energiemarkt - Ontwerp-conclusies van de Raad De delegaties treffen in bijlage

Nadere informatie

PAKKET ENERGIE-UNIE BIJLAGE STAPPENPLAN VOOR DE ENERGIE-UNIE. bij de

PAKKET ENERGIE-UNIE BIJLAGE STAPPENPLAN VOOR DE ENERGIE-UNIE. bij de EUROPESE COMMISSIE Brussel, 25.2.2015 COM(2015) 80 final ANNEX 1 PAKKET ENERGIE-UNIE BIJLAGE STAPPENPLAN VOOR DE ENERGIE-UNIE bij de MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD, HET

Nadere informatie

Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling Sociale Zekerheid

Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling Sociale Zekerheid Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling Sociale Zekerheid SCSZ/12/320 BERAADSLAGING NR 12/097 VAN 6 NOVEMBER 2012 INZAKE DE MEDEDELING VAN PERSOONSGEGEVENS DOOR HET RIJKSINSTITUUT

Nadere informatie

De FOD Economie publiceert zijn Barometer van de informatiemaatschappij 2013

De FOD Economie publiceert zijn Barometer van de informatiemaatschappij 2013 De FOD Economie publiceert zijn Barometer van de informatiemaatschappij 2013 Brussel, 25 juni 2013 De FOD Economie publiceert jaarlijks een globale barometer van de informatiemaatschappij. De resultaten

Nadere informatie

De FOD Economie informeert u! De innovatiepremie. Een creatieve werknemer belonen? Ja! Dankzij de fiscale vrijstelling van de innovatiepremies

De FOD Economie informeert u! De innovatiepremie. Een creatieve werknemer belonen? Ja! Dankzij de fiscale vrijstelling van de innovatiepremies De FOD Economie informeert u! De innovatiepremie Een creatieve werknemer belonen? Ja! Dankzij de fiscale vrijstelling van de innovatiepremies De innovatiepremie Een creatieve werknemer belonen? Ja! Dankzij

Nadere informatie

Verdere evolutie van de geharmoniseerde werkloosheid in ruime zin

Verdere evolutie van de geharmoniseerde werkloosheid in ruime zin Verdere evolutie van de geharmoniseerde werkloosheid in ruime zin ruime zin in België, Duitsland, Frankrijk en Nederland in 2014 Directie Statistieken, Begroting en Studies stat@rva.be Inhoudstafel: 1

Nadere informatie

Evaluatie National Contact Point-werking van het Vlaams Contactpunt Kaderprogramma

Evaluatie National Contact Point-werking van het Vlaams Contactpunt Kaderprogramma Evaluatie National Contact Point-werking van het Vlaams Contactpunt Kaderprogramma Departement Economie, Wetenschap en Innovatie Afdeling Strategie en Coördinatie Koning Albert II-laan 35 bus 10 1030 Brussel

Nadere informatie

Standaard Eurobarometer 80. DE PUBLIEKE OPINIE IN DE EUROPESE UNIE Najaar 2013 NATIONAAL RAPPORT BELGIË

Standaard Eurobarometer 80. DE PUBLIEKE OPINIE IN DE EUROPESE UNIE Najaar 2013 NATIONAAL RAPPORT BELGIË Standaard Eurobarometer 80 DE PUBLIEKE OPINIE IN DE EUROPESE UNIE Najaar 2013 NATIONAAL RAPPORT BELGIË Opiniepeiling besteld en gecoördineerd door de Europese Commissie, Directoraat-generaal Communicatie.

Nadere informatie

Impact van de Russische boycot op de prijzen en de uitvoer van bepaalde landbouwproducten

Impact van de Russische boycot op de prijzen en de uitvoer van bepaalde landbouwproducten Impact van de Russische boycot op de prijzen en de uitvoer van bepaalde landbouwproducten FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie Algemene Directie Economische Analyses en Internationale Economie

Nadere informatie

De horizontale sociale clausule en sociale mainstreaming in de EU

De horizontale sociale clausule en sociale mainstreaming in de EU Belgisch voorzitterschap van de Raad van de Europese Unie De horizontale sociale clausule en sociale mainstreaming in de EU De horizontale sociale clausule als oproep voor het intensifiëren van de samenwerking

Nadere informatie

Hoe beïnvloedt het Europese beleid de uitvoering van het arbeidsmarktbeleid in Vlaanderen?

Hoe beïnvloedt het Europese beleid de uitvoering van het arbeidsmarktbeleid in Vlaanderen? Hoe beïnvloedt het Europese beleid de uitvoering van het arbeidsmarktbeleid in Vlaanderen? Cascade van beleidsniveaus en beleidsteksten Beleid EU Strategie Europa 2020 Europees werkgelegenheidsbeleid Richtsnoeren

Nadere informatie

Factsheet 1 WAAROM EEN INVESTERINGSPLAN VOOR DE EU?

Factsheet 1 WAAROM EEN INVESTERINGSPLAN VOOR DE EU? Factsheet 1 WAAROM EEN INVESTERINGSPLAN VOOR DE EU? Als gevolg van de wereldwijde economische en financiële crisis heeft de EU met een laag investeringsniveau te kampen. Alleen met gezamenlijke gecoördineerde

Nadere informatie

Betreft: Geïntegreerd inspectieverslag. Geachte Voorzitter,

Betreft: Geïntegreerd inspectieverslag. Geachte Voorzitter, Aan de Voorzitter van het OCMW van Kinrooi Breeërsesteenweg 146 Postcode en plaats Geïntegreerd inspectieverslag POD MI Inspectiedienst POD MI Kinrooi/W65B-SFGE/2016 2 Betreft: Geïntegreerd inspectieverslag

Nadere informatie

De nieuwe energie-efficiëntierichtlijn - Uitdagingen & oplossingen -

De nieuwe energie-efficiëntierichtlijn - Uitdagingen & oplossingen - De nieuwe energie-efficiëntierichtlijn l - Uitdagingen & oplossingen - DG Energie 22 juni 2011 ENERGIEVOORZIENING NOG AFHANKELIJKER VAN IMPORT Te verwachten scenario gebaseerd op cijfers in 2009 in % OLIE

Nadere informatie

STUDIE (F)050908-CDC-455

STUDIE (F)050908-CDC-455 Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas Nijverheidsstraat 26-38 1040 Brussel Tel. : 02/289.76.11 Fax : 02/289.76.09 COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS STUDIE

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 11 november 2010 (16.11) (OR. en) 15697/1/10 REV 1 ENER 301 CONSOM 100

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 11 november 2010 (16.11) (OR. en) 15697/1/10 REV 1 ENER 301 CONSOM 100 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 11 november 2010 (16.11) (OR. en) 15697/1/10 REV 1 ENER 301 CONSOM 100 NOTA van: aan: Betreft: het secretariaat-generaal van de Raad de delegaties Een energiebeleid voor

Nadere informatie

Regionale economische vooruitzichten 2014-2019

Regionale economische vooruitzichten 2014-2019 2014/6 Regionale economische vooruitzichten 2014-2019 Dirk Hoorelbeke D/2014/3241/218 Samenvatting Dit artikel geeft een bondig overzicht van enkele resultaten uit de nieuwe Regionale economische vooruitzichten

Nadere informatie

De rol van biomassa in de energietransitie.

De rol van biomassa in de energietransitie. De rol van biomassa in de energietransitie. Bert de Vries Plaatsvervangend directeur-generaal Energie, Telecom en Mededinging, Ministerie van Economische Zaken Inhoud 1. Energieakkoord 2. Energietransitie

Nadere informatie

Niet-preferentiële certificaten van oorsprong

Niet-preferentiële certificaten van oorsprong Niet-preferentiële certificaten van oorsprong Jaarverslag 2014 Niet-preferentiële certificaten van oorsprong afgeleverd door de Belgische kamers van koophandel Jaarverslag 2014 De opdracht van de FOD

Nadere informatie

Boordtabel van het concurrentievermogen van de Belgische economie. 04 Duurzame ontwikkeling en sociale cohesie

Boordtabel van het concurrentievermogen van de Belgische economie. 04 Duurzame ontwikkeling en sociale cohesie Boordtabel van het concurrentievermogen van de Belgische economie Executive summary 01 Algemene context 02 Prijs- en kostenconcurrentievermogen 03 Niet-kostenconcurrentievermogen 04 Duurzame ontwikkeling

Nadere informatie

Goede ICT-prestaties voor België volgens de Barometer van de Informatiemaatschappij 2015

Goede ICT-prestaties voor België volgens de Barometer van de Informatiemaatschappij 2015 Goede ICT-prestaties voor België volgens de Barometer van de Informatiemaatschappij 2015 Brussel, 16 juli 2015 De editie 2015 van de jaarlijkse Barometer van de Informatiemaatschappij kunt u nu raadplegen.

Nadere informatie

STUDIE (F)110519-CDC-1047

STUDIE (F)110519-CDC-1047 Niet vertrouwelijk Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas Nijverheidsstraat 26-38 1040 Brussel Tel. : 02/289.76.11 Fax : 02/289.76.09 COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT

Nadere informatie

Federaal Plan Armoedebestrijding. Reactie van BAPN vzw. Belgisch Platform tegen Armoede en Sociale Uitsluiting EU2020 30/11/2012

Federaal Plan Armoedebestrijding. Reactie van BAPN vzw. Belgisch Platform tegen Armoede en Sociale Uitsluiting EU2020 30/11/2012 Belgisch Platform tegen Armoede en Sociale Uitsluiting EU2020 30/11/2012 Federaal Plan Armoedebestrijding Reactie van BAPN vzw BAPN vzw Belgisch Netwerk Armoedebestrijding Vooruitgangstraat 333/6 1030

Nadere informatie

EUROPEES PARLEMENT. Commissie interne markt en consumentenbescherming. Commissie interne markt en consumentenbescherming

EUROPEES PARLEMENT. Commissie interne markt en consumentenbescherming. Commissie interne markt en consumentenbescherming EUROPEES PARLEMENT 2004 2009 Commissie interne markt en consumentenbescherming 9.11.2007 WERKDOCUMENT over het voorstel voor een Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn

Nadere informatie

Visie voor 2020 voor de Europese energieconsumenten Gezamenlijke verklaring

Visie voor 2020 voor de Europese energieconsumenten Gezamenlijke verklaring Visie voor 2020 voor de Europese energieconsumenten Gezamenlijke verklaring 13 november 2012 Bijgewerkt in juni 2014 E nergie is van vitaal belang in ons leven. Teneinde ons welzijn te garanderen en ten

Nadere informatie

Digital agenda Deel V. juli 2015

Digital agenda Deel V. juli 2015 Digital agenda Deel V juli 2015 Inhoudstafel Deel V - Bescherming en beveiliging van digitale gegevens... 1 V.1 Cybersecurity... 1 V.2 Beveiliging van betalingen... 3 V.3 Vertrouwen van de consumenten

Nadere informatie

Advies. Besluit haalbaarheidsstudie alternatieve energiesystemen

Advies. Besluit haalbaarheidsstudie alternatieve energiesystemen Brussel, 12 september 2007 091207 Advies besluit haalbaarheidsstudie alternatieve energie Advies Besluit haalbaarheidsstudie alternatieve energiesystemen Inhoud Inhoud... 2 1. Inleiding en krachtlijnen...

Nadere informatie

Gepubliceerd. CRB evalueert interprofessioneel akkoord 2003-2004. Arbeidsmarktbeleid. Inhoud van het Technisch Verslag 2003

Gepubliceerd. CRB evalueert interprofessioneel akkoord 2003-2004. Arbeidsmarktbeleid. Inhoud van het Technisch Verslag 2003 Gepubliceerd Arbeidsmarktbeleid CRB evalueert interprofessioneel akkoord 2003-2004 CRB (2003).. Brussel: CRB, CRB 2003/1000 CCR 11. De ontwikkeling van de uurloonkosten en de werkgelegenheid loopt volgens

Nadere informatie

ENERGIEPRIORITEITEN VOOR EUROPA

ENERGIEPRIORITEITEN VOOR EUROPA ENERGIEPRIORITEITEN VOOR EUROPA Presentatie door de heer J.M. Barroso, Voorzitter van de Europese Commissie, voor de Europese Raad van 4 februari 2011 Inhoud 1 I. Waarom energiebeleid ertoe doet II. Waarom

Nadere informatie

Boordtabel van het concurrentievermogen van de Belgische economie. juni 2015

Boordtabel van het concurrentievermogen van de Belgische economie. juni 2015 Boordtabel van het concurrentievermogen van de Belgische economie juni 2015 Executive summary In een economisch klimaat dat wordt gekenmerkt door de mondialisering en door een exponentiële groei van de

Nadere informatie

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN. Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN. Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN Brussel, 14.3.2003 COM(2003) 114 definitief 2003/0050 (CNS) Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende de statistische gegevens die moeten worden gebruikt

Nadere informatie

A D V I E S Nr. 1.917 ----------------------------- Zitting van dinsdag 25 november 2014 -----------------------------------------------------

A D V I E S Nr. 1.917 ----------------------------- Zitting van dinsdag 25 november 2014 ----------------------------------------------------- A D V I E S Nr. 1.917 ----------------------------- Zitting van dinsdag 25 november 2014 ----------------------------------------------------- Nationaal profiel voor veiligheid en gezondheid op het werk

Nadere informatie

Afschakelplan en Stroomtekort 2014

Afschakelplan en Stroomtekort 2014 Afschakelplan en Stroomtekort 2014 Komt het tot afschakelen? Wat is het afschakelplan / Ben ik erbij betrokken? Verloop van het afschakelplan 2 13. 225 MW De afnamepiek op het net van Elia in 2013: 13.225

Nadere informatie

REGULERINGSCOMMISSIE VOOR ENERGIE IN HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST

REGULERINGSCOMMISSIE VOOR ENERGIE IN HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST REGULERINGSCOMMISSIE VOOR ENERGIE IN HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST VERSLAG (BRUGEL-RAPPORT-20130823-16) over de uitvoering van haar verplichtingen, over de evolutie van de gewestelijke elektriciteits-

Nadere informatie

02/02/2001. 1. Aanwijzing van Belgacom Mobile NV als operator met een sterke marktpositie

02/02/2001. 1. Aanwijzing van Belgacom Mobile NV als operator met een sterke marktpositie ADVIES VAN HET BIPT OVER DE AANWIJZING VAN BELGACOM MOBILE NV ALS OPERATOR MET EEN STERKE POSITIE OP DE MARKT VOOR OPENBARE MOBIELE TELECOMMUNICATIENETWERKEN EN OP DE NATIONALE MARKT VOOR INTERCONNECTIE

Nadere informatie

TETRALERT - ONDERNEMING VOORSTEL TOT HERZIENING VAN DE RICHTLIJN AANDEELHOUDERSRECHTEN

TETRALERT - ONDERNEMING VOORSTEL TOT HERZIENING VAN DE RICHTLIJN AANDEELHOUDERSRECHTEN TETRALERT - ONDERNEMING VOORSTEL TOT HERZIENING VAN DE RICHTLIJN AANDEELHOUDERSRECHTEN 1. Inleiding Op 9 april 2014 maakte de Europese Commissie aan het Europees Parlement een voorstel van richtlijn over

Nadere informatie

Consultatie volumebepaling strategische reserve

Consultatie volumebepaling strategische reserve Consultatie volumebepaling strategische reserve Samenvatting Een consultatie aangaande de volumebepaling in het kader van de strategische reserve is georganiseerd. Dit document omvat feedback van Elia

Nadere informatie

NOTA (Z)140109-CDC-1299

NOTA (Z)140109-CDC-1299 Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas Nijverheidsstraat 26-38 1040 Brussel Tel.: 02/289.76.11 Fax: 02/289.76.09 COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS NOTA

Nadere informatie

REKENHOF. Consolideren en motiveren om vooruitgang te boeken

REKENHOF. Consolideren en motiveren om vooruitgang te boeken REKENHOF Consolideren en motiveren om vooruitgang te boeken STRATEGISCH PLAN 2010-2014 2 Inleiding Dit document stelt de resultaten voor van de strategische planning van het Rekenhof voor de periode 2010-2014.

Nadere informatie

ADVIES DIENST REGULERING. het ontwerp van indicatief plan van bevoorrading in aardgas 2004-2014. betreffende

ADVIES DIENST REGULERING. het ontwerp van indicatief plan van bevoorrading in aardgas 2004-2014. betreffende DIENST REGULERING ADVIES SR- 20040528-19 betreffende het ontwerp van indicatief plan van bevoorrading in aardgas 2004-2014 gegeven op vraag van de Staatssecretaris voor Energie 28 mei 2004 Dienst Regulering

Nadere informatie

Compliance Charter ERGO Insurance nv

Compliance Charter ERGO Insurance nv Compliance Charter ERGO Insurance nv Inleiding Op basis van de circulaire PPB/D. 255 van 10 maart 2005 over compliance aan de verzekeringsondernemingen werd een wettelijke verplichting opgelegd aan de

Nadere informatie

Macro-economische impact van hernieuwbare energie productie in België

Macro-economische impact van hernieuwbare energie productie in België Macro-economische impact van hernieuwbare energie productie in België SAMENVATTING Context van het onderzoek september 2014 Hernieuwbare energie is één van de belangrijkste oplossingen die door de beleidsmakers

Nadere informatie

Structurele ondernemingsstatistieken

Structurele ondernemingsstatistieken 1 Structurele ondernemingsstatistieken - Analyse Structurele ondernemingsstatistieken Een beeld van de structuur van de Belgische economie in 2012 en de mogelijkheden van deze databron De jaarlijkse structurele

Nadere informatie

Beste collega s, Prettig weekend, Philippe ********

Beste collega s, Prettig weekend, Philippe ******** Beste collega s, Energie is brandend actueel. Elke dag heeft de pers het over het risico dat België loopt op het vlak van bevoorradingszekerheid, de nieuwe beleidslijnen in het federale regeerakkoord,

Nadere informatie

Preview. De vragenlijst kan uitsluitend online worden ingevuld.

Preview. De vragenlijst kan uitsluitend online worden ingevuld. Preview. De vragenlijst kan uitsluitend online worden ingevuld. Vragenlijst "Een tussentijdse herziening van Europa 2020 - het standpunt van de EU-regio's en -steden" Achtergrond De tussentijdse herziening

Nadere informatie

Kostprijs van een zichtrekening in België Analyse voor de periode 2008 tot 2011

Kostprijs van een zichtrekening in België Analyse voor de periode 2008 tot 2011 Kostprijs van een zichtrekening in België Analyse voor de periode 2008 tot 2011 1 2 De voorwaarden scheppen voor een competitieve, duurzame en evenwichtige werking van de goederen- en Inhoud 1. Achtergrond

Nadere informatie

Niet-preferentiële certificaten van oorsprong

Niet-preferentiële certificaten van oorsprong Niet-preferentiële certificaten van oorsprong Overzicht 2013 Niet-preferentiële certificaten van oorsprong Overzicht 2013 In het kader van de opdracht van de FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie,

Nadere informatie

betreffende het komen tot een energievisie en een energiepact en de rol daarin van het Vlaams Parlement

betreffende het komen tot een energievisie en een energiepact en de rol daarin van het Vlaams Parlement ingediend op 342 (2014-2015) Nr. 1 29 april 2015 (2014-2015) Voorstel van resolutie van Robrecht Bothuyne, Andries Gryffroy, Willem-Frederik Schiltz, Jos Lantmeeters, Valerie Taeldeman en Wilfried Vandaele

Nadere informatie

Energieprijs en energiearmoede

Energieprijs en energiearmoede 1 Energieprijs en energiearmoede Een artikel van het Trefpunt Economie - een publicatie van de FOD Economie Voorgesteld in november 2013 op het 20 e congres van de Franstalige economen Auteurs: Bonnard,

Nadere informatie

HOGE RAAD VOOR DE ZELFSTANDIGEN EN DE KMO

HOGE RAAD VOOR DE ZELFSTANDIGEN EN DE KMO HOGE RAAD VOOR DE ZELFSTANDIGEN EN DE KMO N EU - Contractenrecht A03 Brussel, 9 december 2010 MH/SL/AS A D V I E S over DE CONSULTATIE VAN DE EUROPESE COMMISSIE OVER HET EUROPEES CONTRACTENRECHT VOOR CONSUMENTEN

Nadere informatie

Aanbeveling voor een AANBEVELING VAN DE RAAD. over het nationale hervormingsprogramma 2014 van Nederland

Aanbeveling voor een AANBEVELING VAN DE RAAD. over het nationale hervormingsprogramma 2014 van Nederland EUROPESE COMMISSIE Brussel, XXX [ ](2014) XXX draft Aanbeveling voor een AANBEVELING VAN DE RAAD over het nationale hervormingsprogramma 2014 van Nederland en met een advies van de Raad over het stabiliteitsprogramma

Nadere informatie

Persconferentie «Ecobouw stimuleren» 8 februari 2007 Toespraak van Evelyne Huytebroeck

Persconferentie «Ecobouw stimuleren» 8 februari 2007 Toespraak van Evelyne Huytebroeck Persconferentie «Ecobouw stimuleren» 8 februari 2007 Toespraak van Evelyne Huytebroeck De potentiële verbetering van de energie- en milieuprestaties van gebouwen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is

Nadere informatie

PLAN VOOR ULTRASNEL INTERNET IN BELGIË 2015-2020

PLAN VOOR ULTRASNEL INTERNET IN BELGIË 2015-2020 PLAN VOOR ULTRASNEL INTERNET IN BELGIË 2015-2020 België speelt momenteel een voortrekkersrol in het uitrollen van nieuwe technologieën voor ultrasnel internet. De Belgische overheid moet er alles aan doen

Nadere informatie

Standpunt van Synergrid met betrekking tot electrische voertuigen. Seminarie van 20 april 2010 FOD EKME

Standpunt van Synergrid met betrekking tot electrische voertuigen. Seminarie van 20 april 2010 FOD EKME Standpunt van Synergrid met betrekking tot electrische voertuigen Seminarie van 20 april 2010 FOD EKME INHOUD Voorstelling van Synergrid en de rol van de netbeheerders Integratie van elektrische voertuigen

Nadere informatie

De overheid geeft (te)veel uit? Weet u hoeveel

De overheid geeft (te)veel uit? Weet u hoeveel Page 1 of 6 Gepubliceerd op DeWereldMorgen.be (http://www.dewereldmorgen.be) De overheid geeft (te)veel uit? Weet u hoeveel en aan wat? door Phi-Rana di, 2013-11-12 15:45 Phi-Rana Er wordt vaak gezegd

Nadere informatie

FARMACIJFERS 2014. De geneesmiddelenindustrie in België : een vector voor groei. De kerncijfers

FARMACIJFERS 2014. De geneesmiddelenindustrie in België : een vector voor groei. De kerncijfers FARMACIJFERS 214 De geneesmiddelenindustrie in België : een vector voor groei De kerncijfers Verantwoordelijke uitgever : Catherine Rutten voor pharma.be, Algemene Vereniging van de Geneesmiddelenindustrie

Nadere informatie

Economische voorjaarsprognoses 2015: herstel wint aan kracht dankzij economische rugwind

Economische voorjaarsprognoses 2015: herstel wint aan kracht dankzij economische rugwind Europese Commissie - Persbericht Economische voorjaarsprognoses 2015: herstel wint aan kracht dankzij economische rugwind Brussel, 05 mei 2015 De economie in de Europese Unie profiteert dit jaar van een

Nadere informatie

Indien u vragen hebt over deze controle, kunt u contact opnemen met uw inspecteur via mi.inspect_office@mi-is.be.

Indien u vragen hebt over deze controle, kunt u contact opnemen met uw inspecteur via mi.inspect_office@mi-is.be. Aan de Voorzitter van het OCMW van Knokke-Heist Kraaiennestplein 1 bus 2 8300 Knokke-Heist Geïntegreerd inspectieverslag POD MI Inspectiedienst POD MI Aantal 2 OCMW / RMIB-SFGE / 2015 Betreft: Geïntegreerd

Nadere informatie

EUROPESE U IE HET EUROPEES PARLEME T

EUROPESE U IE HET EUROPEES PARLEME T EUROPESE U IE HET EUROPEES PARLEME T DE RAAD Brussel, 13 december 2011 (OR. en) 2011/0209 (COD) PE-CO S 70/11 CODEC 2165 AGRI 804 AGRISTR 74 WETGEVI GSBESLUITE E A DERE I STRUME TE Betreft: VERORDENING

Nadere informatie

Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)!

Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)! Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)! Vragen aangeduid met een * toetsen in het bijzonder het inzicht en toepassingsvermogen. Deze vragenreeksen zijn vrij beschikbaar.

Nadere informatie

Gelet op het auditoraatsrapport van de Kruispuntbank ontvangen op 24 juni 2005; A. SITUERING, ONDERWERP EN RECHTVAARDIGING VAN DE AANVRAAG

Gelet op het auditoraatsrapport van de Kruispuntbank ontvangen op 24 juni 2005; A. SITUERING, ONDERWERP EN RECHTVAARDIGING VAN DE AANVRAAG SCSZ/05/97 1 BERAADSLAGING NR. 05/034 VAN 19 JULI 2005 M.B.T. DE MEDEDELING VAN PERSOONSGEGEVENS BETREFFENDE BUITENLANDSE VERZEKERDEN, DOOR DE VERZEKERINGSINSTELLINGEN AAN HET VLAAMS ZORGFONDS, MET HET

Nadere informatie

Studie over uitvoerpotentieel agrovoedingssector

Studie over uitvoerpotentieel agrovoedingssector Studie over uitvoerpotentieel agrovoedingssector Brussel, 20 januari 2016 Uit een studie van de FOD Economie over de Belgische agrovoedingsindustrie blijkt dat de handel tussen 2000 en 2014 binnen de Europese

Nadere informatie

ADVIES VAN HET BIPT BETREFFENDE DE OPERATOREN MET EEN STERKE POSITIE OP DE NATIONALE MARKT VOOR INTERCONNECTIE.

ADVIES VAN HET BIPT BETREFFENDE DE OPERATOREN MET EEN STERKE POSITIE OP DE NATIONALE MARKT VOOR INTERCONNECTIE. ADVIES VAN HET BIPT BETREFFENDE DE OPERATOREN MET EEN STERKE POSITIE OP DE NATIONALE MARKT VOOR INTERCONNECTIE. 02/02/2001 INLEIDING 1. Het artikel 7 van Richtlijn 97/33/EG van het Europees Parlement en

Nadere informatie

Door de Europese Raad te volgen aanpak tot en met 2014

Door de Europese Raad te volgen aanpak tot en met 2014 EUROPESE RAAD DE VOORZITTER NL Brussel, 29 juni 2012 (OR. en) EUCO 133/12 PRESSE 318 PR PCE 115 Door de Europese Raad te volgen aanpak tot en met 2014 In de afgelopen twee en een half jaar heeft de Europese

Nadere informatie

EUROPEES PARLEMENT. Commissie economische en monetaire zaken. MEDEDELING AAN DE LEDEN nr. 22/2005

EUROPEES PARLEMENT. Commissie economische en monetaire zaken. MEDEDELING AAN DE LEDEN nr. 22/2005 EUROPEES PARLEMENT 2004 ««««««««««««2009 Commissie economische en monetaire zaken MEDEDELING AAN DE LEDEN nr. 22/2005 Betreft: Bijdrage van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Bijgevoegd vindt u de bijdrage

Nadere informatie

Digitale (r)evolutie in België anno 2010.

Digitale (r)evolutie in België anno 2010. ALGEMENE DIRECTIE STATISTIEK EN ECONOMISCHE INFORMATIE PERSBERICHT 23 februari 2011 Digitale (r)evolutie in België anno 2010. De digitale revolutie zet zich steeds verder door in België: 73% van de Belgische

Nadere informatie

Kalender voor het uitbrengen van de indicatoren... 5 Indexcijfers van de consumptieprijzen Juni tot juli 2008... 6

Kalender voor het uitbrengen van de indicatoren... 5 Indexcijfers van de consumptieprijzen Juni tot juli 2008... 6 05.08.2008 Nr 3214 I. ECONOMIE EN FINANCIEN Conjunctuurindicatoren Kalender voor het uitbrengen van de indicatoren... 5 Indexcijfers van de consumptieprijzen Juni tot juli 2008... 6 II. INDUSTRIE EN BOUWNIJVERHEID

Nadere informatie

Hoe heeft de sociale zekerheid de crisis doorstaan?

Hoe heeft de sociale zekerheid de crisis doorstaan? Hoe heeft de sociale zekerheid de crisis doorstaan? Hoe heeft de sociale zekerheid de economische crisis van 2009 en 2012 doorstaan? Die twee jaar bedraagt de economische groei respectievelijk -2,8% en

Nadere informatie

HOGE RAAD VOOR DE ZELFSTANDIGEN EN DE KMO

HOGE RAAD VOOR DE ZELFSTANDIGEN EN DE KMO HOGE RAAD VOOR DE ZELFSTANDIGEN EN DE KMO N EUROPA - ADR A2 Brussel, 26 mei 2011 MH/SL/AS A D V I E S over DE RAADPLEGING VAN DE EUROPESE COMMISSIE OVER HET GEBRUIK VAN ALTERNATIEVE GESCHILLENBESLECHTING

Nadere informatie

Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling Sociale Zekerheid

Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling Sociale Zekerheid Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling Sociale Zekerheid SCSZG/15/020 BERAADSLAGING NR. 15/007 VAN 3 MAART 2015 INZAKE DE TOEGANG TOT DE PERSOONSGEGEVENSBANK E-PV DOOR

Nadere informatie

De Belgische farmaceutische industrie in een internationale context

De Belgische farmaceutische industrie in een internationale context As % of total European pharmaceutical industry De Belgische farmaceutische industrie in een internationale context Terwijl België slechts 2,6 % vertegenwoordigt van het Europees BBP, heeft de farmaceutische

Nadere informatie

Studiedag over pensioenen 09.06.2015

Studiedag over pensioenen 09.06.2015 Dames en heren, Studiedag over pensioenen 09.06.2015 Vooreerst dank ik u voor de uitnodiging op deze studiedag. U hebt mij uitgenodigd om te spreken over een fundamentele kwestie: «Met welke uitdagingen

Nadere informatie

GEDELEGEERDE RICHTLIJN../ /EU VAN DE COMMISSIE. van 30.1.2015

GEDELEGEERDE RICHTLIJN../ /EU VAN DE COMMISSIE. van 30.1.2015 EUROPESE COMMISSIE Brussel, 30.1.2015 C(2015) 383 final GEDELEGEERDE RICHTLIJN../ /EU VAN DE COMMISSIE van 30.1.2015 tot wijziging, met het oog op aanpassing aan de technische vooruitgang, van bijlage

Nadere informatie

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN. Voorstel voor een RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN. Voorstel voor een RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN Brussel, 29.4.2003 COM(2003) 219 definitief 2003/0084 (COD) Voorstel voor een RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot wijziging van Richtlijn 2002/96/EG

Nadere informatie

AANBEVELING VAN DE COMMISSIE. van XXX. betreffende toegang tot een elementaire betaalrekening. (Voor de EER relevante tekst)

AANBEVELING VAN DE COMMISSIE. van XXX. betreffende toegang tot een elementaire betaalrekening. (Voor de EER relevante tekst) EUROPESE COMMISSIE Brussel, XXX C(2011) 4977 AANBEVELING VAN DE COMMISSIE van XXX betreffende toegang tot een elementaire betaalrekening (Voor de EER relevante tekst) {SEC(2011) 906} {SEC(2011) 907} NL

Nadere informatie

COUNTRY PAYMENT REPORT 2015

COUNTRY PAYMENT REPORT 2015 COUNTRY PAYMENT REPORT 15 Het Country Payment Report is ontwikkeld door Intrum Justitia Intrum Justitia verzamelt informatie bij duizenden bedrijven in Europa en krijgt op die manier inzicht in het betalingsgedrag

Nadere informatie

ADVIES UITGEBRACHT DOOR DE ECONOMISCHE EN SOCIALE RAAD VOOR HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST TIJDENS ZIJN ZITTING VAN 16 DECEMBER 2010.

ADVIES UITGEBRACHT DOOR DE ECONOMISCHE EN SOCIALE RAAD VOOR HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST TIJDENS ZIJN ZITTING VAN 16 DECEMBER 2010. ADVIES UITGEBRACHT DOOR DE ECONOMISCHE EN SOCIALE RAAD VOOR HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST TIJDENS ZIJN ZITTING VAN 16 DECEMBER 2010 inzake het ontwerp van besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke

Nadere informatie

INSCHATTING VAN DE IMPACT VAN DE KILOMETERHEFFING VOOR VRACHTVERVOER OP DE VOEDINGSINDUSTRIE. Studie in opdracht van Fevia

INSCHATTING VAN DE IMPACT VAN DE KILOMETERHEFFING VOOR VRACHTVERVOER OP DE VOEDINGSINDUSTRIE. Studie in opdracht van Fevia INSCHATTING VAN DE IMPACT VAN DE KILOMETERHEFFING VOOR VRACHTVERVOER OP DE VOEDINGSINDUSTRIE Studie in opdracht van Fevia Inhoudstafel Algemene context transport voeding Enquête voedingsindustrie Directe

Nadere informatie

Workshop 3. Digitale inclusie. E-inclusion. Rondetafel De Digitale Agenda voor Europa. Brussel, 11.10.2011

Workshop 3. Digitale inclusie. E-inclusion. Rondetafel De Digitale Agenda voor Europa. Brussel, 11.10.2011 Workshop 3 Digitale inclusie Rondetafel De Digitale Agenda voor Europa Brussel, 11.10.2011 2 E-inclusion e-inclusie (of digitale inclusie) verwijst naar alle beleidslijneninitiatieven die een inclusieve

Nadere informatie

ONTWERPBESLISSING (B)150129-CDC-1402

ONTWERPBESLISSING (B)150129-CDC-1402 Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas Nijverheidsstraat 26-38 1040 Brussel Tel.: +32 2 289 76 11 Fax: +32 2 289 76 09 COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS

Nadere informatie

Een overzicht van de hernieuwbare-energiesector in Roemenië

Een overzicht van de hernieuwbare-energiesector in Roemenië Een overzicht van de hernieuwbare-energiesector in Roemenië Roemenië ligt geografisch gezien in het midden van Europa (het zuidoostelijk deel van Midden-Europa). Het land telt 21,5 miljoen inwoners en

Nadere informatie