Verslag Belgische Inspiratiemeeting Mobiliteitsmanagement Tools voor een duurzaam lokaal mobiliteitsbeleid in steden en gemeenten

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Verslag Belgische Inspiratiemeeting Mobiliteitsmanagement Tools voor een duurzaam lokaal mobiliteitsbeleid in steden en gemeenten"

Transcriptie

1 Verslag Belgische Inspiratiemeeting Mobiliteitsmanagement Tools voor een duurzaam lokaal mobiliteitsbeleid in steden en gemeenten Brussel, 19 maart 2013 De vierde editie van de Belgische inspiratiemeeting Mobiliteitsmanagement focuste op het belang van effectieve tools voor een duurzaam lokaal mobiliteitsbeleid in steden en gemeenten. De nadruk lag op de uitwisseling van goede voorbeelden van duurzame mobiliteitsplanning over de drie regio s heen. Programma Plenaire sessies Welkomstwoord Patrick Auwerx (Mobiel 21 vzw) Toelichting thema en relatie met het Europese beleid rond duurzame mobiliteitsplanning (SUMP) Raf Canters (Mobiel 21 vzw / Eltis) Hoe kunnen Federale data (beter) gebruikt worden voor het lokale mobiliteitsbeleid? Peter Andries en Christophe Pauwels (FOD Mobiliteit en Vervoer) Het Kenniscentrum van de Mobiliteit in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en zijn toepassing in het mobiliteitsbeleid Philippe Barette (Brussels Hoofdstedelijk Gewest) Duurzaam lokaal mobiliteitsbeleid in Vlaanderen: de sterkte van samenwerking Patrick D haese (Vlaamse Overheid) De vernieuwingsgolf in Waalse steden: aanpak vanuit het EU Quest-project Dirk Dufour (Timenco) en Marie-Claire Schmitz (Stad Luik) Vragenronde en interactie met de sprekers moderator Jan Christiaens (Mobiel 21 /Eltis) Parallelle interactieve sessies Verbeteren van het lokale fietsbeleid: toepassing BYPAD en CHAMP Dirk Dufour (Timenco), Chantal Jacobs (Service Public de Wallonie) en Eliene van Aken (Technum) Aan de slag met indicatoren om het lokale beleid inzake duurzame mobiliteit te evalueren: aanzet vanuit Europese auditsystemen Katrien Backx en Etienne Doyen (Traject nv) MaxSumo in de praktijk: plannen, monitoren en evalueren van mobiliteitsmanagementmaatregelen Friso Metz (Kennisplatform Verkeer en Vervoer, Nederland) en Daan Pelckmans (Universiteit Gent) Afsluiting Bruno De Lille (Staatssecretaris van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest) 1

2 PLENAIRE SESSIES Welkomstwoord Patrick Auwerx Projectleider Campagnes en Educatie, Mobiel 21 vzw BEPOMM is het Belgisch Platform voor Mobiliteitsmanagement; een nationaal netwerk voor Belgische professionals die werken rond of geïnteresseerd zijn in mobiliteitsmanagement. Sedert 2012 is BEPOMM lid van EPOMM, het Europees Platform voor Mobiliteitsmanagement. De stuurgroep van BEPOMM wordt gevormd door de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer, Mobiel Brussel, le Service public de Wallonie en de Vlaamse overheid. Mobiel 21 vzw neemt de dagelijkse uitvoering van BEPOMM voor haar rekening. BEPOMM heeft de volgende hoofddoelstellingen: Netwerking: het bevorderen van inspirerende contacten Kennisuitwisseling: praktijk- en vraaggericht Training en vorming: gerichte samenwerking Om die doelstellingen te realiseren, organiseert BEPOMM jaarlijks een Inspiratiemeeting Mobiliteitsmanagement. De rode draad van BEPOMM en de inspiratiemeetings is vooral de relatie tussen mobiliteitsplanning en het verplaatsingsgedrag. De Inspiratiemeeting is een netwerkmeeting die zich telkens op een ander thema focust. Dit jaar is het centrale thema van de inspiratiemeeting het belang van effectieve tools voor een duurzaam lokaal mobiliteitsbeleid in steden en gemeenten. De focus ligt op België, en vooral op het uitwisselen van ervaringen tussen de verschillende regio s. Ook komen de actuele richtlijnen van Europa aan bod, bijvoorbeeld met de mobiliteitsplannen van SUMP. De relatie tussen mobiliteitsplanning De powerpoint presentaties zullen na de inspiratiemeeting op de website onder BEPOMM beschikbaar zijn. 2

3 Toelichting thema en relatie met het Europese beleid rond duurzame mobiliteitsplanning (SUMP) Raf Canters, Projectleider Educatie en Beleid, Mobiel 21 vzw / Eltis Meer en meer wordt de nadruk gelegd op duurzame en inclusieve planningsprocessen met betrekking tot de stedelijke mobiliteit. Op Europees niveau is belang van SUMP (Sustainable Urban Mobility Plan) de laatste jaren steeds toegenomen (Action Plan on Urban Mobility, White Paper, ). Een SUMP is een strategisch plan dat is opgezet om aan de mobiliteitsbehoeften van vandaag en morgen te voldoen en om een betere kwaliteit van leven in steden en hun omgeving te realiseren. Het bouwt voort op bestaande planpraktijken en houdt rekening met integratie-, participatie- en de evaluatieprincipes. Het doel is om een duurzaam stedelijk vervoerssysteem te creëren door: - het waarborgen van de toegankelijkheid van werkgelegenheid en diensten voor iedereen; - het verbeteren van verkeersveiligheid en sociale veiligheid; - het verminderen van vervuiling, broeikasgassen, emissies en het energieverbruik; - het verhogen van de efficiëntie en de kosteneffectiviteit van het vervoer van personen en goederen; - het bijdragen aan een aantrekkelijke en kwalitatieve stedelijke omgeving. SUMP is een manier om mobiliteit gerelateerde problemen in stedelijke gebieden efficiënter aan te pakken. De kenmerken van SUMP zijn: - een participatieve aanpak waarin burgers en andere stakeholders doorheen heel het proces betrokken worden; - een streven naar duurzaamheid in de zin van sociale rechtvaardigheid, omgevingskwaliteit en economisch ontwikkeling in balans brengen; - een integrale benadering, tussen beleidssectoren (bv. mobiliteit, ruimtelijke ordening, milieu, economische ontwikkeling, sociale integratie, gezondheid, veiligheid), andere overheden (bv. wijk, gemeente, agglomeratie, regio's, landen, EU) en tussen de naburige autoriteiten (bv. intercommunale, interregionale, transnationale); - een focus op het bereiken van haalbare en meetbare doelen die in lijn liggen van een lange termijn visie; - het in kaart brengen van kosten en baten, met inbegrip van externe effecten; - een duidelijke beleidscyclus, van analyse huidige situatie tot en met monitoring en evaluatie. Een state-of-the-art in de PowerPointpresentatie geeft visueel weer hoever Europese landen staan met betrekking tot SUMP (blauw = koplopers, geel = goed op weg zijn, paars = starters). De aanduiding op landniveau middelt over steden. Voor België, waar mobiliteit een gewestelijke zaak is zou Vlaanderen blauw gekleurd zijn en Wallonië geel. Is SUMP dan nog iets voor ons? Toch wel: - De Europese commissie overweegt om SUMP als voorwaarde mee te nemen bij het toekennen van Europese subsidies. - SUMP is geen doel, maar wel een middel om het mobiliteitsbeleid duurzamer te maken, de kwaliteit van leven in steden te verbeteren en een aanleiding om procesmatige en inhoudelijke verbeteringen door te voeren. 3

4 Hoe kunnen Federale data (beter) gebruikt worden voor het lokale mobiliteitsbeleid? Peter Andries en Christophe Pauwels, FOD Mobiliteit en Vervoer Christophe Pauwels: Twee enquêtes zorgden voor belangrijke data over de mobiliteit van de Belgen, met name de enquête BELDAM en de enquête woon-en werkverkeer. Het BELDAM project (BELgian DAily Mobility) bestaat erin een onderzoek te voeren over de mobiliteit van de Belgen. Een dergelijk onderzoek werd in 1999 uitgevoerd. Dit onderzoek over De dagelijkse mobiliteit van de Belgen, MOBEL genoemd, had talrijke troeven: rijkdom aan informatie inzake mobiliteit (in het bijzonder over activiteitenketens), antwoord op de eisen van internationale instanties, Het is absoluut noodzakelijk om dit onderzoek te verlengen, omdat er sindsdien geen enkel ander nationaal onderzoek werd gedaan, en omdat België na 2000 geen tellingen meer uitvoert. Immers, de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer moet over recente statistieken kunnen beschikken over de mobiliteit in België om haar voorstellen te kunnen rechtvaardigen en het vervoerbeleid te ondersteunen. Vanuit dit idee werd er beslist om in 2010 een tweede grote nationale enquête over de mobiliteit in België te lanceren. Dit is dus een vervolg op de Nationale Enquête over mobiliteit van Huishoudens (MOBEL) in Het wordt uitgevoerd volgens dezelfde methodologie zodat de evolutie van de mobiliteit tijdens het vorige decennium kan aangetoond worden. Aangezien mobiliteit als één van grootste uitdagingen voor een duurzame ontwikkeling wordt aanschouwd, is het doel van deze enquête, besteld door de FOD Mobiliteit en Vervoer en de POD Wetenschapsbeleid (BELSPO), om het fenomeen beter te begrijpen en de reële handelingsmogelijkheden te bepalen. De statistische inzameling van gegevens bedekte een steekproef van personen en verplaatsingen. De enquête behandelde zeer diverse aspecten, zoals de beschrijving van het huishouden, de leefomgeving en hun mobiliteitsmiddelen, de analyse van socio-economische factoren in de dagelijkse verplaatsingen, de verdeling van die verplaatsingen in de tijd, de motieven en de manier van verplaatsen, een beschrijving van de verplaatsingsketen gelinkt aan de activiteiten van de Belgen en vele meer. Christophe Pauwels lichtte drie toepassingen toe: mode-leeftijd, informatie-gewest en tijdstippen van verplaatsingen. Bovendien benadrukte hij dat de enquête BELDAM voornamelijk geschikt is op nationaal vlak, maar niet op gemeentelijk niveau. Het aantal respondenten per gemeente is immers te laag en zou weinig bijbrengen aan de nationale resultaten, die de situatie reeds goed in kaart brengen. Resultaten op gemeentelijk niveau zouden dus weinig nieuws kunnen aanbrengen. Pieter Andries: De enquête Woon-werkverkeer richt zich op de dagelijkse verplaatsingen van, naar en voor het werk. De Federale Overheidsdienst organiseert de diagnostiek van het woon-werkverkeer driejaarlijks ( ). Het is een wettelijke verplichting voor ondernemingen en publieke instellingen die over meer dan 100 werknemers beschikken. Voor België spreekt men over sites en 1,3 miljoen werknemers. De enquête polst naar gegevens over vervoersmodi van werknemers, genomen 4

5 maatregelen, problemen,... Op die manier beschikt met over gegevens en indicatoren om het mobiliteitsbeleid op elk niveau te ondersteunen, bijvoorbeeld waar de knelpunten zijn. Bovendien kan er aan de hand van de enquête een debat op gang getrokken worden binnen de onderneming of publieke instelling waardoor duurzame verplaatsingen van en naar het werk in de kijker gezet kunnen worden. Pieter Andries gaf een algemeen overzicht van de resultaten van de enquête van Uit de resultaten bleek dat het fietsgebruik (vooral in Vlaanderen) en gebruik van het openbaar vervoer (in Brussel) t.o.v en 2008 toegenomen zijn. Ook negatieve tendensen werden bemerkt: een lichte stijging van het wagengebruik en een daling van carpool en collectief vervoer van de werkgever. Toch kunnen er een aantal positieve conclusies getrokken worden, zoals het stijgen van het aantal genomen maatregelen door de ondernemingen, een verminderde signalisatie van verkeersproblemen in de enquête en het effect van de genomen maatregelen op de vermindering van het autogebruik. Ten slotte sloot Pieter Andries af met enkele besluiten en vooruitzichten. Hij toonde de vernieuwende elementen van de enquête van In de nieuwe diagnostiek van 2011 werd bijvoorbeeld een extra tabel toegevoegd waarin vervoersmodi gekoppeld werden aan waar de mensen gaan werken en vanwaar ze komen. Dit zorgt voor meer kwalitatieve gegevens over oorsprong en bestemming. Ook kunnen de resultaten van verschillende bronnen geïntegreerd worden, bijvoorbeeld gegevens van het DIV-bestand over de afgelegde kilometers door wagens in het bezit van inwoners van een gemeente vergelijken met gegevens diagnostiek woon-werkverkeer Extra informatie op Vragen uit publiek: De diagnostiek is enkel beschikbaar voor openbare besturen, maar is het niet interessant om deze ook beschikbaar te stellen voor een groter publiek? De resultaten van diagnostiek kunnen enkel vrijgegeven worden indien mobiliteit hierdoor duurzaam bevorderd wordt. Deze mogen noch om commerciële redenen, noch voor misbruikpraktijken, zoals het willen wegsluipen via bepaalde straten, gebruikt worden. De mogelijkheid om de gegevens beschikbaar te stellen wordt dus per vraag geanalyseerd. Waarom worden kleinere bedrijven niet opgenomen in de enquête? De data zouden dan toch correcter zijn? Het is inderdaad waar dat het niet altijd eenvoudig is om gegevens te extrapoleren naar de volledige bevolking, want kleine bedrijven zijn niet altijd hetzelfde als grote bedrijven. Het is interessant om enkel grote bedrijven te onderzoeken, omdat het gaat over de evolutie. Data waarin kleinere bedrijven inbegrepen zouden zijn, zouden correcter zijn, maar voegen geen extra data toe over de algemene evolutie en geven weinig input op het beleidsniveau binnen kleine bedrijven. 5

6 Het Kenniscentrum van de Mobiliteit in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en zijn toepassing in het mobiliteitsbeleid Philippe Barette, Directeur, Directie Beleid Mobiel Brussel, Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest Mobiel Brussel heeft het Centre d études sociologiques (CES) des Facultés universitaires Saint-Louis (FUSL) gevraagd een samenvatting te maken van alle beschikbare gegevens met betrekking tot de mobiliteit in Brussel. Deze opdracht gebeurt in nauwe samenwerking met andere onderzoekers (VUB en ULB), zodat uitwisseling en een interdisciplinaire benadering van het mobiliteitsprobleem aangemoedigd worden. Het kenniscentrum Mobiliteit streeft drie grote doelstellingen na: gegevens uit tal van rapporten en gegevensbanken van verschillende Brusselse mobiliteitsactoren bundelen, de kennis is momenteel immers nog te veel versnipperd deze gegevens met elkaar in verband brengen om hun bereik en grenzen te onderzoeken en om bepaalde tendensen hieruit te distilleren of te relativeren (analyse en opvolging van de gegevens) deze gegevens toegankelijk maken voor een publiek van specialisten (verkozenen, kabinetten, besturen, studiebureaus...) en geïnteresseerden (journalisten, burgers...) zodat zij ze vlot kunnen gebruiken Het werk van de universitaire onderzoekers resulteert in de publicatie van de Katernen van het Kenniscentrum van de mobiliteit van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. De eerste publicatie van deze reeks verscheen in juni 2012 en gaat over het vervoeraanbod. Philippe Barette lichtte enkele resultaten over parkeren toe. Uit de gegevens van het kenniscentrum bleek dat de meerderheid van de parkeerplaatsen zich op de openbare weg of aan woningen bevinden. Hoewel er in Brussel meer parkeerplaatsen zijn dan aantal auto s, zijn de problemen nog steeds niet opgelost. Sommige buurten beschikken immers over te weinig plaatsen, andere te veel. Een analyse per buurt lijkt vandaar voordelig. De modal split MOBEL 1999 BELDAM 2010 toont de evolutie van de interne en inkomende verplaatsingen aan. In de interne verplaatsingen is het autogebruik gedaald en is het openbaar vervoer, de fiets en te voet gestegen. Er is bovendien een duidelijke noodzaak aan het valoriseren van het treinverkeer. Wat de inkomende verplaatsingen betreft, stijgt het treinverkeer sterker dan de interne verplaatsingen. Ook het gebruik van het openbaar vervoer neemt toe. Philippe Barette was bovendien fier te kunnen vertellen dat vrijwel 50% van de Brusselaars over een openbaarvervoerabonnement beschikt. De kernboodschap van zijn uiteenzetting was dat men op beschikbare data en evoluties moet steunen om maatregelen te ontwikkelen die beantwoorden aan de vraag en het aanbod van de burgers. 6

7 Duurzaam lokaal mobiliteitsbeleid in Vlaanderen: de sterkte van samenwerking Patrick D haese, Raadgever Mobiliteit Vlaams minister Hilde Crevits, Vlaamse Overheid Het nieuwe mobiliteitsdecreet van Vlaanderen wil de autonomie en inspraak van gemeenten verhogen en de procedure vereenvoudigen: minder vergaderen en minder papier. Het moederconvenant wordt geschrapt en de PAC (Provinciale Auditcommissie) en OVC (Openbaarvervoercommissie) worden geïntegreerd in de RMC (Regionale Mobiliteitscommissie). Bij consensus in de GBC (Gemeentelijke Begeleidingscommissie), bv. over ligging nieuw fietspad, is het niet langer nodig om dit nog eens te bespreken in de RMC. Het is ook niet langer nodig om én een startnota én een projectnota op te maken. Eén unieke verantwoordingsnota volstaat. De sterke punten blijven behouden: het blijft een overlegmodel om mobiliteit te bespreken (proces van participatie), ook gedeelde verantwoordelijkheid blijft (gemeenten participeren in het efficiënter beheren van gewestweg, ook gewest helpen bij gemeentewegen) alsook het controleren van de kwaliteit. Daar waar vroeger de opmaak van een gemeentelijk mobiliteitsplan vrijwillig was, is dit vanaf nu wel verplicht (bijna iedere gemeente heeft wel reeds een mobiliteitsplan). Bestaande plannen blijven geldig tot de herziening, alleen een sneltoets om de zes jaar is verplicht. De GBC bestaat zowel uit vaste (verplichte kern: gemeente, De Lijn, MOW, wegbeheerder) als variabele (bv. provincie, LNE, NMBS, ) en adviserende leden (bv. middenstand, Fietsersbond, ). Bedoeling is om zoveel mogelijk mensen bij het proces te betrekken zodat zoveel mogelijk belemmeringen al van bij de voorbereiding kunnen worden meegenomen. De RMC (MOW, AWV, De Lijn, RO, gemeente, provincie) is een multidisciplinaire en beleidsdomeinoverschrijdende beoordelingscommissie die aan kwaliteitsbewaking doet en inspringt wanneer de GBC niet tot consensus is kunnen komen. In het nieuwe decreet verdwijnt de gekende module-aanpak en maakt men een onderscheid tussen subsidies en investeringen. Subsidies zijn er onder meer voor het (inter)gemeentelijk mobiliteitsplan, projecten die de Vlaamse overheid mee financiert maar waarvan het project eigendom is van de lokale overheid (schoolomgevingen langs gemeentewegen, aanleg/herinrichting fietsinfrastructuur langs gemeentewegen, ontsluiting bedrijvenzones). Voor werken op wegen in beheer van de Vlaamse overheid (bv. herinrichting wegen, aanleg tram- en busbanen, plaatsen geluidsmuren, ) vallen onder investeringsprojecten. Hiervoor wordt een samenwerkingsovereenkomst gesloten. Vragen uit publiek: De oude module 10, de herinrichting van een schoolbuurt aan of in de nabijheid van een gewestweg, had betrekking op de gewestweg. Nu komt dit anders te liggen? Nu is de herinrichting van een schoolomgeving aan een gemeenteweg voorwerp van subsidie (zoals in de huidige module 10) en moet voor de gewestweg een samenwerkingsovereenkomst (SW5) worden afgesloten. De gemeente kan beide combineren. 7

8 De vernieuwingsgolf in Waalse steden: aanpak vanuit het EU Quest-project Dirk Dufour, Directeur senior consultant, Timenco Marie-Claire Schmitz, Consulente duurzame mobiliteit, cel strategie, Stad Luik Dirk Dufour QUEST is een kwaliteitsmanagementmethode die grote en middelgrote steden (vanaf inwoners) helpt om een duurzaam mobiliteitsbeleid te ontwikkelen. De methode werd ontwikkeld in het kader van een Europees project en werd reeds uitgetest in 45 Europese steden, waaronder de stad Luik. De QUEST-methode is niet bedoeld om steden onderling mee te vergelijken. Het is een methodiek die een stad inzicht biedt in waar ze zelf kan in verbeteren om zo zelf hoger op te klimmen op een niveauladder. De audit neemt ongeveer 4 à 5 maanden in beslag en kost ongeveer euro. De audit start met een interne audit waarbij de auditor samen met de mobiliteitsverantwoordelijke(n) informatie verzamelt over het lokale mobiliteitsbeleid. Er wordt een audit-vragenlijst ingevuld en additionele informatie, zoals beleidsdocumenten, verzameld. De resultaten worden neergeschreven in een auditrapport. In een tweede fase volgt een zelfevaluatie door een ruime groep van betrokken stakeholders: personen uit de administratie (mobiliteit, werken, stedenbouw, openbare ruimte, ), politici, transportoperatoren (stedelijk transport, taxi, parking, ), socio-economische actoren (ondernemingen, onderwijs, ) en gebruikers (mindervaliden, fietsers, automobilisten, ). Iedere stakeholder vult een zelfevaluatievragenlijst waarin zowel procesindicatoren (bv. mobiliteitsplanning, leadership en politieke steun, uitvoering en evaluatie, ) als domeinen (fiets, OV, parkeren, goederentransport, ) worden bevraagd. Voor iedere vraag worden vier beschrijvende antwoordalternatieven voorgesteld (en één antwoordalternatief Ik weet het niet/ik heb hier geen mening over ), die overeenkomen met verschillende ontwikkelingsniveaus (zie slides voor voorbeeld). De gegevens worden door de auditor geanalyseerd en verschillen in opinie worden uitgeklaard tijdens een stakeholdermeeting. Na keuze van de cruciale thema s/pijnpunten waaraan de stad verder dient te werken, maakt de auditor een stakeholderrapport op. In een tweede vergadering met de stakeholders wordt dan een actieplan uitgewerkt waarmee de stad aan de slag kan om die pijnpunten aan te pakken. De auditor reikt hierbij voorbeelden aan uit ander landen, die van toepassing kunnen zijn in de huidige stad. Het auditrapport, stakeholderrapport en actieplan vormen samen het QUEST CITY report en de stad ontvangt een certificaat. Dit kan van belang zijn in de toekomst, wanneer de EU subsidies zou koppelen aan het bezit van een SUMP. Marie-Claire Schmitz Stad Luik doorliep de QUEST-audit. Voor de interne audit werden bestaande planning tools geanalyseerd (gemeentelijk mobiliteitsplan, stedelijk plan op agglomeratieniveau) en een analyse gemaakt van de situatie op basis van verschillende thema s. Het resultaat was een mooi overzicht waarbij lopende projecten geïntegreerd werden. Zo kreeg Openbaar vervoer een score van 2.5 op 4 en werd de link gelegd met het project tram (2017) waarbij aan de vallei een tramlijn zal worden 8

9 geïnstalleerd. Fietspaden en fietsbeleid kregen een score van 2.5 op 4 en meer investeringen volgen (4M op 4 jaar) binnen het project Wallonie Cyclable. Voor de tweede fase in de audit werden 25 stakeholders gecontacteerd uit de verschillende groepen van stakeholders, rekening houdende met een evenwichtige verdeling. De responsrate bedroeg 80%. Uit de resultaten blijkt dat de stad zich in een overgang bevindt tussen niveau 2 en 3, met vele bedenkingen en projecten maar ook nog in te vullen lacunes. Belangrijke actievelden waren 1) de rustige buurten (zone 30, buurtverkeersplan, meerwaarde openbare ruimte), de ontwikkeling en toegankelijkheid van de plateauzone en het parkeren. Qua parkeren haalde de stad een zeer zwak resultaat. Tijdens een tweede bijeenkomst werd op dit aspect ingezoomd. Prioritaire maatregelen om de situatie te verbeteren werden vastgelegd en aanbevelingen werden neergeschreven in een actieplan. Een overzichtje van enkele aanbevelingen: - Verplaatsen van parking in straten naar parkeerterreinen buiten het openbaar wegennet en P+R - uitbreiden van de betalende zone in de binnenstad - verwijderen van systeem met wegenbelastingstickers - langdurig parkeren leiden naar de parkeerterreinen buiten het openbaar wegennet - bouwen van reisparkeerterreinen in verbinding met de tram - opzetten van een globaal tarifair beleid met de P+R - Partnerships ontwikkelen met de bedrijfswereld - Faciliteiten behouden voor omwonenden In conclusie kan worden gesteld dat het QUEST-project het mogelijk gemaakt heeft om het duurzaam parkeerbeleid in samenwerking met betrokken stakeholders te verbeteren. 9

10 Vragenronde en interactie met de sprekers Moderator Jan Christiaens, Projectleider Beleid en Campagnes, Mobiel 21 vzw / Eltis Panelleden: Patrick D Haese: Vlaamse overheid, Raadgever Mobiliteit Vlaams minister Hilde Crevits Philippe Lorent: Service Public de Wallonie, Direction de la Planification de la Mobilité Peter Andries: Federale overheid, Mobiliteit en vervoer Nguyen Thao : Bruxelles Mobilité Direction Stratégie Cellule Planification De vertegenwoordigers van de drie gewesten en de federale overheid reflecteerden samen met de 83 aanwezigen onder andere over het nut van SUMP. Uit de discussie kwamen de volgende kerngedachten naar voren: - In de drie regio s zijn er wat betreft mobiliteitsplanning duidelijk overlappingen met de SUMPmethodologie. De evolutie naar SUMP is duidelijk aanwezig maar er dienen nog wel wat tussenstappen te worden gezet alvorens met echt kan spreken over een SUMP-benadering. - In Wallonië hebben 100 van de 160 steden een mobiliteitsplan. In die mobiliteitsplannen zitten aspecten van duurzaamheid vervat. Stad Luik kan als een voorloper in de regio beschouwd worden. - Van de 308 steden en gemeenten in Vlaanderen zijn er slechts 3 zonder mobiliteitsplan. Vlaanderen laat het oorspronkelijke moederconvenant, waarin de opmaak van een mobiliteitsplan enkel een voorwaarde was voor het kunnen verkrijgen van subsidies, los. In het nieuwe decreet is de opmaak van een mobiliteitsplan verplicht. - In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest komt een overkoepelend regionaal mobiliteitsplan waaronder de gemeentelijke mobiliteitsplannen dienen vervat te zitten. Het Gewest legt de krijtlijnen vast waarbinnen de Brusselse gemeenten hun eigen plan kunnen vormgeven en speelt hierbij een sterk sturende rol. - Ook al hanteert men Vlaanderen reeds een SUMP-benadering, toch kan het qua monitoring en evaluatie nog beter. De regio is betrekkelijk goed in het realiseren van mobiliteitsmaatregelen, maar de opvolging van de effecten ervan schiet regelmatig te kort. Daardoor blijven belangrijke leerprocessen en inzichten nog te vaak liggen. - Op het lokale niveau, is naast het financiële aspect ook het gebrek aan continuïteit - het ontbreken van een langetermijnplanning over legislaturen heen - een belangrijke barrière voor SUMP. De meerwaarde van SUMP zit dan ook vooral in de kracht van het creëren van een draagvlak. Zoveel mogelijk betrokkenen activeren doorheen het proces zorgt voor conclusies waar iedereen achter kan staan, vandaag en morgen. - Voor zowel provinciale als regionale overheden is daarbij een belangrijke rol weggelegd voor het delen van voorbeelden en expertise, maar ook cofinanciering blijft belangrijk, zeker wanneer het gaat over maatregelen die de gemeentegrenzen overstijgen. Algemeen mag gesteld worden dat SUMP de lokale praktijk dynamiseert en inspiratie biedt. 10

11 PARALELLE INTERACTIEVE SESSIES Verbeteren van het lokale fietsbeleid: toepassing BYPAD en CHAMP Dirk Dufour, Directeur senior consultant, Timenco Chantal Jacob, Directeur Manager vélo régional, Service Public de Wallonie Eliene van Aken, Consultant, Technum Workshop 1 handelde over welke middelen ingezet kunnen worden om het lokale fietsbeleid te verbeteren. In dit kader werden twee verschillende methodieken besproken, nl. BYPAD en CHAMP. Dirk Dufour Dirk Dufour nam als eerste het woord en lichtte de BYPAD toepassing toe. BYPAD staat voor Bicycle Policy Audit, een instrument om het lokale en regionale fietsbeleid te evalueren en te verbeteren. Het werd ontwikkeld door een internationaal consortium van fietsdeskundigen in het kader van een door de EU gefinancierd project. Bovendien is BYPAD gebaseerd op de internationale Best Practice methoden en geeft het een overzicht van de toepaste maatregelen en structuren in het lokale fietsbeleid. BYPAD werd in de periode uitgevoerd in 10 Waalse pilootgemeenten en 6 Brusselse gemeenten. Volgens Dirk Dufour is het erg van belang om BYPAD in te zetten om Jan met de pet zin te geven en te overtuigen zich dagelijks met de fiets te verplaatsen. Nieuwe fietsers moeten dus gemotiveerd worden. Het is dan ook belangrijk iets interessants en vernieuwends aan hen te kunnen aanbieden, bijvoorbeeld een aangenaam en aantrekkelijk fietsklimaat waarin voldoende ruimte is om te fietsen. Ook kan BYPAD als hefboom functioneren in het kader van het lokale fietsbeleid. Het is een methode om stil te staan bij en te evalueren wat al dan niet aanwezig is in de huidige situatie. Negen verschillende thema s worden onderzocht: gebruikersbehoeften, leiderschap en coördinatie, fietsbeleid op papier (actieplannen, programma s), middelen en personeel (genoeg personeel, budget), infrastructuur & veiligheid, communicatie en promotie, educatie, complementaire maatregelen en evaluatie & effecten. Aan de hand van de audit wordt een spinnenweb opgemaakt dat aangeeft waar de lacunes zijn, welke de sterke punten zijn en waar aan gewerkt moet worden. Dit proces kan na een paar jaar herhaald worden en zo kunnen evoluties bemerkt worden en maatregelen aangepast worden aan de actuele knelpunten. De auditor zal de audit begeleiden, terwijl de werkgroep de eigenlijke evaluatie uitvoert. Die werkgroep bestaat uit meerdere actoren: mandatarissen, administratie en fietsers. Uit de uitgevoerde audits in de Waalse en Brusselse gemeenten werden reeds een aantal bevindingen en algemene tendensen opgemerkt. Zo bleek er op verschillende vlakken knelpunten te bestaan: weinig of geen coördinatie tussen naburige gemeenten, variabele kwaliteit in het netwerk, aanbod van fietsparking is onbekend of slechts gedeeltelijk gekend en zwakke monitoring en evaluatie. Op basis van die resultaten zullen gemeenten een effectiever actieplan kunnen opstellen waarin dagelijks fietsen mogelijk gemaakt en aangemoedigd wordt. De doelstellingen van het dit actieplan zijn niet alleen de verbetering van het fietsnetwerk en het beschikbaar stellen van veilige fietsparkings, maar ook fietsers aan te zetten tot fietsen (door informatie, promotie,...) en dit fietsbeleid te verankeren aan de hand van voldoende financiële middelen en personeel. 11

12 Chantal Jacobs De Waalse overheid wenst alle burgers aan te zetten zich duurzame te verplaatsen. Vanuit dit idee werd sinds december 2010 het Plan Wallonie cyclable geïntroduceerd. Het plan bestaat uit een reeks activiteiten om praktische fietsomstandigheden te verbeteren en het aantal fietsers te doen toenemen voor Er werden al een aantal stappen ondernomen: de financiering van 10 Waalse pilootgemeenten, het sensibiliseren van werknemers, verbeteringen van fietsinfrastructuren,... Het plan bestaat zowel uit een operationeel als een structureel gedeelte. Het eerste gedeelte houdt 9 strategische doelstellingen in: het ontwikkelen van Waalse fietsgemeenten, aanzetten tot fietsen, het verbeteren van de fietsinfrastructuren, een beter inzicht hebben in fietsparkeermogelijkheden, intermodaliteit, educatief materiaal, promotie, fietstoerisme en promotie. Het structurele gedeelte bestaat uit 12 doelstellingen die voornamelijk handelen over coördinatie, monitoring en evaluatie. Bovenstaande doelstellingen kunnen in detail op geraadpleegd worden. In werd er een oproep gelanceerd aan de Waalse gemeenten om zich kandidaat te stellen voor het project pilootgemeenten Wallonie cyclabe. Hieruit werden 15 gemeenten voorgeselecteerd die zelf een gemeentelijk fietsplan moesten opstellen. Op basis van een BYPAD audit, werden van die 15 gemeenten 10 pilootgemeenten Wallonie cyclable gekozen. De opvolging van die gemeenten zal in de periode plaatsvinden. Vraag: De strategische doelstelling 7 handelt over het bevorderen van het fietsgebruik in de werkcontext. Kunnen werkgevers zelf problemen aankaarten? Momenteel is er veel werk met de 10 pilootgemeenten en is er niet veel tijd vrij voor werkgevers. In de toekomst zal er hier echter wel aan gewerkt worden. Eliene Van Aken Eliene Van Aken, consultant bij Technum, lichtte het Europese CHAMP-project toe dat een aantal toonaangevende fietssteden samenbrengt. CHAMP geeft hen de gelegenheid ideeën en ervaringen uit te wisselen met andere fietskampioenen. Zo kunnen ze hun eigen beleid optimaliseren en wordt het fietsen in hun stad nog veiliger en aantrekkelijker. Technum heeft de analysefase van het CHAMP-project uitgewerkt. Het fietsbeleid werd onder de loep genomen waarbij sterktes en zwaktes geïdentificeerd werden. De methodiek bestaat uit drie verschillende stappen: een zelfanalyse en een peer review die in een gap analysis geïntegreerd worden. De zelfanalyse houdt een vragenlijst in die 10 verschillende thema s behandelt. Eliene Van Aken geeft hierbij aan dat de thema s vrijwel overeenkomen met die van BYPAD, echter werd het thema fietsbeschikbaarheid toegevoegd (parking, comptabiliteit met openbaar vervoer, fietsdelen). De zelfevaluatie kan bijvoorbeeld een indicatie geven aan de steden waar ze op vlak van evaluatie van het fietsbeleid kunnen verbeteren. Na de zelfevaluatie wordt een peer review door een team van experten uitgevoerd. Zij staan in voor de uitwisseling van ervaringen tussen de deelnemende steden. Ook zullen zij de zelfevaluatie analyseren, een niet uitgestippelde fietsrit maken langs de 12

13 belangrijkste herkomstrelaties (station, universiteit,...) en zullen ze de gaststad in feedback voorzien. Het peer review team zal daarna een gap analysis uitvoeren die zal bepalen welke de belangrijkste doelstellingen zijn die de stad moet bereiken. De CHAMP-analyse geeft de sterktes en zwaktes aan van het fietsbeleid van verschillende steden zonder scores te geven. Volgens Eliene van Aken heeft het vergelijken van steden vrijwel zinloos, omdat de steden vaak zelf weten hoeveel ze waar op scoren. Wat echter wel interessant is, is om na te gaan aan welke punten ze kunnen werken en ook te vragen hoe andere steden die knelpunten aanpakken. Elk van de drie fases duurt ongeveer een maand, dus in het totaal 3 maanden. Steden die over een beperkter budget beschikken krijgen de mogelijkheid louter de zelfevaluatie uit te voeren. Ter illustratie werd het verloop en de resultaten van de CHAMP-methodiek in Groningen besproken. In die stad lagen de uitdagingen vooral in het parkeermogelijkheden van fietsen. Het doel van de peer review was om hiervoor een oplossing te vinden. Uit de analyse is gebleken dat de problemen rond fietsparkeren erg gerelateerd waren met fietsdiefstal. Aangezien er veel fietsen gestolen worden, kopen mensen goedkope fietsen, wat als gevolg heeft dat er nog meer fietsen gestolen worden. De stad werd dus geconfronteerd met een vicieuze cirkel. Op basis van die resultaten kon de stad Groningen hierop inspelen door aangepaste acties naar de doelgroepen te organiseren, bijvoorbeeld het promoten van residentieel parkeren. Er zullen CHAMP workshops rond bepaalde thema s plaatsvinden: 1. Relatie met andere beleidsdomeinen (Kaunas) 2. Beginnen met een fietsbeleid (Edinburgh) 3. Parkeeroplossingen voor fietsen (Groningen) 4. Sensibilisering, marketing, campagnes (Bolzano) 5. Monitoring en evaluatie (Burgos/Madrid) 6. Interactie fietsers & voetgangers (Ljubljana) 7. Optimalisering netwerk (Örebro) Inschrijven is mogelijk op de website Vragenronde: CHAMP en BYPAD zijn twee verschillende methodes om tot acties te komen. Welke is volgens u de beste? En zijn er grote verschillen? CHAMP lijkt praktischer te zijn voor resultaten op korte termijn, terwijl BYPAD meer algemeen is. Ook gaat BYPAD een stuk verder. De hoeveelheid werk zou de gemeenten kunnen afschrikken. Bovendien is het interessant om te werken met een peer review, zoals in het CHAMP-project. Dit is een duidelijk verschil tussen de twee methodieken. In BYPAD wordt er echter gewerkt met een werkgroep van ambtenaren, fietsers,... 13

14 Eliene Van Aken voegt hieraan toe dat het van belang is dat de steden steeds het gevoel hebben dat ze van de andere steden iets kunnen leren, ongeacht of ze een beginnende of een kampioenstad zijn. BYPAD en CHAMP zijn vooral geschikt voor het stedelijke en lokale niveau, maar bestaat er ook variant aangepast voor landelijke gemeenten? De problemen op stedelijk en ruraal niveau zijn inderdaad niet dezelfde. Zo zijn de te verbinden punten en routes veel duidelijker in rurale gemeenten, omdat er minder wegen zijn. In steden echter moet een veel groter gebied bijvoorbeeld in fietspaden voorzien worden. Ook zijn er verschillen op het budgettaire vlak. Rurale gemeenten beschikken vaak kleinere budgeten dan steden. Chantal Jacobs geeft aan dat aan de hand van de evaluatie in 2013, er zal getracht worden het Plan Wallonie cyclable aan te passen. 14

15 Aan de slag met indicatoren om het lokale beleid inzake duurzame mobiliteit te evalueren: aanzet vanuit Europese auditsystemen Katrien Backx, Mobility expert, Traject nv Etienne Doyen, Mobility expert, Traject nv Traject is betrokken bij twee Europese projecten die tot doel hebben een auditsysteem te creëren waarmee steden een analyse kunnen maken van het lokale beleid inzake duurzame mobiliteit: EcoMobility Shift en Advance. Katrien Backx EcoMobility SHIFT is een meetinstrument voor steden en gemeenten om na te gaan hoe duurzaam hun mobiliteitsbeleid is. Centraal in het instrument staat een lijst met 20 indicatoren waarvan sommige kwantitatief en andere kwalitatief zijn. De indicatoren hebben zowel betrekking op de beleidsaanpak (Enablers), het gerealiseerde vervoerssysteem (Transport Systems & Services) als de effecten daarvan in termen van modal split, veiligheid, en milieu-impact (Results & Impacts). Er wordt een werkgroep opgericht met vertegenwoordigers van verschillende departementen (die verantwoordelijk zijn voor de verschillende aspecten die aan bod komen bij de indicatoren), eventueel aangevuld met andere stakeholders (bv. openbaarvervoersmaatschappij, fietsersbond, ). Binnen de werkgroep wordt het bewijsmateriaal verzameld en wordt gediscussieerd over de prestatie van de stad/gemeente voor elke indicator. Er is een handleiding voorzien waarin elke indicator wordt omschreven en aangegeven wordt hoe deze kan gemeten worden. Elke indicator krijgt uiteindelijk één score op een schaal van 1 tot 5. Een speciale Excel-tool staat toe om de resultaten te visualiseren. Op basis van deze resultaten kan de stad/gemeente haar beleid aanpassen en een actieplan opstellen. Het beoordelingsproces kan, maar hoeft niet, ondersteund worden door een externe begeleider. Na de zelfevaluatie kan de stad/gemeente beslissen om een externe audit te laten doen (met het oog op een formele erkenning van de status van hun mobiliteitsbeleid) en eventueel een label aan te vragen. De stad Turnhout was als pilootstad betrokken bij het opstellen van het auditsysteem: ze deed een zelfevaluatie (onder begeleiding van een externe begeleider) en doorliep een externe audit. Etienne Doyen Het ADVANCE schema is een auditinstrument waarmee de kwaliteit van de lokale duurzame mobiliteitsplanning in steden en gemeenten kan worden beoordeeld. Het doel van het instrument bestaat uit het verbeteren van de kwaliteit van SUMPS. Het auditproces bestaat uit vijf opeenvolgende stappen. In een eerste stap wordt de huidige situatie geanalyseerd door de auditor via desk research en een plaatsbezoek. Tijdens de tweede stap wordt door een werkgroep, samengesteld uit de administratie en andere stakeholders, een beoordeling gemaakt van iedere Mission Field uit de kwaliteitscirkel (Voorwaarden, Visie & Strategie, Organisatie, Implementatie en Monitoring & Evaluatie). Binnen het Mission Field Implementatie wordt via acht verschillende Action Fields dieper ingegaan op verschillende types implementaties, bv. wandelen, 15

16 fietsen, parkeermanagement, management rond goederenvervoer, Elke Mission Field wordt gemeten aan de hand van een aantal indicatoren die dienen gescoord te worden op een schaal van 1 tot 4, gaande van een ad hoc benadering tot een systematische benadering met bereik van goede resultaten. De Action Fields worden beoordeeld op drie niveaus: ja, ingevoerd / ja, gepland / neen. Een aangepaste Excel-tool geeft een samenvattend overzicht van de uiteindelijk in consensus bereikte resultaten. In de volgende stappen worden prioriteiten gelegd en een actieplan ontwikkeld. In de laatste stap wordt een auditverslag aangeleverd en een certificaat uitgereikt ter bekroning van het geleverde werk. Het Advance auditsysteem wordt uitgetest in acht Brusselse gemeenten. Het instrument is niet bedoeld om steden en gemeenten onderling mee te vergelijken. Wel als hulpmiddel om kwaliteitsvoller te werken rond duurzame mobiliteit in de stad, gemeente zelf. Oefening 1 De deelnemers werden ingedeeld in vier groepen. Iedere groep kreeg een indicator uit hetzij EcoMobility SHIFT, hetzij uit Advance, over een vergelijkbaar aspect binnen de duurzame mobiliteitsplanning. Het doel van de oefening was om de indicator te beoordelen vanuit de visie van een stad/gemeente en hierover feedback te geven. Enkele opmerkingen: - In EcoMobility SHIFT leek het moeilijk werken met de subindicatoren. De niveauverschillen zijn niet geheel duidelijk.het bleek moeilijk om voor elke subindicator een score te geven. - Het is niet gemakkelijk om binnen EcoMobility Shift vanuit de scores op de subindicatoren te komen tot één enkele score voor de indicator. - De antwoordcategorie Do not know is vreemd binnen Advance. Er wordt toch een werkgroep samengesteld die kennis van zaken heeft? Dit is gedeeltelijk zo, er zijn verschillende stakeholders betrokken, die daarom niet over ieder aspect kennis hebben. - Het is moeilijk om objectieve beoordeling te maken met de auditsystemen. Terminologie is vatbaar voor interpretatie. Oefening 2 Binnen dezelfde groepen werden nu voorbeelden van resultaten (a.d.h.v. grafieken) besproken en teruggekoppeld naar iedereen. Enkele opmerkingen: - De grafieken bieden een goed beeld over de prestatie op de verschillende indicatoren en bieden hulp bij het bepalen van verbeteraspecten. - De overzichtsgrafiek van EcoMobility SHIFT zegt niet zoveel wanneer je niet vergelijkt met andere steden of met eerdere prestaties. - Oppassen voor trekken van te snelle conclusies! 16

17 MaxSumo in de praktijk: plannen, monitoren en evalueren van mobiliteitsmanagementmaatregelen Friso Metz, Programmamanager, Kennisplatform Verkeer en Vervoer, Nederland Veronique Van Acker, Onderzoeker Vakgroep Geografie: Onderzoeksgroep Sociaal & Economische Geografie, Universiteit Gent (vervangt Daan Pelckmans) Het Kennisplatform Verkeer en Vervoer is de Nederlandse National Focal Point voor EPOMM. KpVV haalde de Max-Sumo tool naar Nederland, waar de methodiek nu ook wordt toegepast bij het monitoren en evalueren door het Ministerie van Infrastructuur en Milieu. De UGent was opdrachtnemer voor het toepassen van Max-Sumo voor maatregelen ter beïnvloeding van het mobiliteitsgedrag bij Gentenaars in het kader van het Civitas-Elan project. Gent is één van de 25 Europese Civitas-steden. Friso Metz Spreker situeert de monitoring en evaluatiemethode. Max-Sumo komt uit Zweden en stelt (verplaatsings-)gedrag van mensen centraal. Het is geen wondermethodiek om te evalueren maar moet eerder als een denkkader (structuur, denkwijze) worden gehanteerd om meer uit projecten te halen en tijdig te kunnen bijsturen. Max-Sumo bekijkt dan ook het gehele (mobiliteits)proces. (Max)-Sumo wordt pas interessant als het echt de standaard wordt. Max verwijst naar maximalisatie van de inspanningen op vlak van ander verplaatsingsgedrag en probeert diverse effecten (minder autokm. Betekent ook minder C02, minder congestie, meer tevreden mensen, nieuwe klanten, meer opbrengst Max was ook de naam van het Europese onderzoeksproject dat de tool verder ontwikkelde. Met Max-Sumo zijn ook andere tools verbonden, vb. MaxEva, dat een vergelijkende database wil worden/zijn ( EPOMM-website) die European-wide projectgegevens zal ontsluiten. Friso licht Max-Sumo toe a.d.h.v. het concrete voorbeeld E bikepromotie in Twente. Tot slot werken we in kleine groepjes een aanzet tot Max-Sumo projectplan uit om voor een bedrijventerrein de spitscongestie te verminderen. Meer info: of Veronique Van Acker Spreker gaat aanvullend in op de toepassing van Max-SEM als model om het stapsgewijze proces (pre-contemplatie, contemplatie, voorbereiding, actie, handhaving) van gedragswijziging voor te bereiden, te implementeren en te analyseren. De stad Gent wilde in het Civitas project ook de juiste deelnemers bereiken. Niettegenstaande de tegenvallende resultaten (grote kloof tussen geïnteresseerden en uiteindelijke aantal deelnemers ) werd de Gentse Max-Sumo try-out als leerrijk en voor herhaling vatbaar beschouwd. Stapsgewijs handelen vergemakkelijkt voorbereiding, monitoring, implementatie en vooral ook evaluatie van projecten. De spreker duidt op het belang van SMART-doelstellingen van bij het begin. Ook externe factoren (vb. weersomstandigheden, nieuwe infrastructuur ) moeten mee in rekening gebracht geworden. Meer info: 17

www.eu-advance.eu Workshop ADVANCE VSV - Mechelen 13-03-2014

www.eu-advance.eu Workshop ADVANCE VSV - Mechelen 13-03-2014 www.eu-advance.eu Workshop ADVANCE VSV - Mechelen 13-03-2014 Programma 8u30 Verwelkoming 9u15 Toelichting Eddy Klynen, coördinator VSV 9u20 Toelichting Frank Leys, mobiliteitscoördinator BMW 9u40 Toelichting

Nadere informatie

TUSSENTIJDSE EVALUATIE VAN HET FIETSPLAN 2010-2015 VAN HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST. Etienne Holef R&D verantwoordelijke

TUSSENTIJDSE EVALUATIE VAN HET FIETSPLAN 2010-2015 VAN HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST. Etienne Holef R&D verantwoordelijke TUSSENTIJDSE EVALUATIE VAN HET FIETSPLAN 2010-2015 VAN HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST Etienne Holef R&D verantwoordelijke - Context - Doelstelling - Methodologie - Resultaat - Conclusie 2 Fietsplan

Nadere informatie

Het Europese CHAMP-project brengt een aantal toonaangevende fietssteden samen.

Het Europese CHAMP-project brengt een aantal toonaangevende fietssteden samen. Het Europese CHAMP-project brengt een aantal toonaangevende fietssteden samen. CHAMP geeft hen de gelegenheid ideeën en ervaringen uit te wisselen met andere fietskampioenen. Zo kunnen ze hun eigen beleid

Nadere informatie

Infodagen mobiliteit. Provinciaal Mobiliteitscharter. Provinciaal Mobiliteitsbeleid 6/02/2013

Infodagen mobiliteit. Provinciaal Mobiliteitscharter. Provinciaal Mobiliteitsbeleid 6/02/2013 Infodagen mobiliteit 7 februari 2013 Vereniging van Vlaamse Provincies Provincie Oost-Vlaanderen Gedeputeerde Mobiliteit Peter Hertog Directeur directie Ruimte R01 Mark Cromheecke 1 Provinciaal Mobiliteitscharter

Nadere informatie

Basisopleiding mobiliteitscoördinatoren Takenpakket mobiliteitscoördinator. Delphine Eeckhout, Traject 28 april 2014

Basisopleiding mobiliteitscoördinatoren Takenpakket mobiliteitscoördinator. Delphine Eeckhout, Traject 28 april 2014 Basisopleiding mobiliteitscoördinatoren Takenpakket mobiliteitscoördinator Delphine Eeckhout, Traject 28 april 2014 Takenpakket Mobiliteitscoördinator - page 2 Mobiliteit veranderen veronderstelt begrip

Nadere informatie

Burgerparticipatie in het stedelijke mobiliteitsplan van Amiens Métropole

Burgerparticipatie in het stedelijke mobiliteitsplan van Amiens Métropole BEPOMM Inspiratiemeeting Mobiliteitsmanagement Brussel - 24 februari 2015 Burgerparticipatie in het stedelijke mobiliteitsplan van Amiens Métropole Pierre TACHON PDU (Plans de Déplacements Urbains) Stedelijke

Nadere informatie

Fietsen, het spreekt van zelf, of niet?

Fietsen, het spreekt van zelf, of niet? Fietsen, het spreekt van zelf, of niet? Ook bij minder weer Wat cijfers Gent = 250,000 inwoners UGent + Hoge scholen = > 65,000 students Gemiddeld 2,6 fietsen per huishouden > 200,000 fietsbewegingen per

Nadere informatie

Hoofddoelstelling. Brugge wordt DÉ fietsstad van Vlaanderen INFRASTRUCTUUR. Lange termijn visie op fietsbeleid in Brugge

Hoofddoelstelling. Brugge wordt DÉ fietsstad van Vlaanderen INFRASTRUCTUUR. Lange termijn visie op fietsbeleid in Brugge FIETS PLAN BRUGGE Hoofddoelstelling Lange termijn visie op fietsbeleid in Brugge Brugge wordt DÉ fietsstad van Vlaanderen Veiligheid Fietscomfort INFRASTRUCTUUR Strategische doelstelling Het stadbestuur

Nadere informatie

Het departement MOW als partner in de samenwerking rond duurzame lokale mobiliteit Infosessies gemeenten Departement Mobiliteit en Openbare Werken

Het departement MOW als partner in de samenwerking rond duurzame lokale mobiliteit Infosessies gemeenten Departement Mobiliteit en Openbare Werken Het departement MOW als partner in de samenwerking rond duurzame lokale mobiliteit Infosessies gemeenten Departement Mobiliteit en Openbare Werken Februari 2013 Inhoud Rol Kwaliteitszorg Financiering Situering

Nadere informatie

BIJLAGE EEN CONCEPT VOOR DUURZAME STEDELIJKE MOBILITEITSPLANNING. bij de

BIJLAGE EEN CONCEPT VOOR DUURZAME STEDELIJKE MOBILITEITSPLANNING. bij de EUROPESE COMMISSIE Brussel, 17.12.2013 COM(2013) 913 final ANNEX 1 BIJLAGE EEN CONCEPT VOOR DUURZAME STEDELIJKE MOBILITEITSPLANNING bij de MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD,

Nadere informatie

Provinciale infodagen mobiliteitsdecreet

Provinciale infodagen mobiliteitsdecreet Provinciale infodagen mobiliteitsdecreet 28 februari 2013 Vereniging van Vlaamse provincies provincie Antwerpen gedeputeerde Luk Lemmens Departement Ruimtelijke Ordening en Mobiliteit dienst Mobiliteit

Nadere informatie

Benchmark uw. productielogistiek. Productiebedrijven in Vlaanderen. met uitsterven bedreigd. springlevend

Benchmark uw. productielogistiek. Productiebedrijven in Vlaanderen. met uitsterven bedreigd. springlevend Iedere ochtend in Afrika ontwaakt een leeuw met de wetenschap dat hij sneller moet lopen dan de traagste gazelle Productiebedrijven in Vlaanderen met uitsterven bedreigd springlevend of? Benchmark uw productielogistiek

Nadere informatie

Korte beschrijving van het ISEMOA Kwaliteitszorgsysteem

Korte beschrijving van het ISEMOA Kwaliteitszorgsysteem Korte beschrijving van het ISEMOA Kwaliteitszorgsysteem www.isemoa.eu Het project ISEMOA ging van start in mei 2010 en loopt tot mei 2013. ISEMOA wordt gesubsidieerd door de Europese Unie onder het IEE

Nadere informatie

Bijlage 1. Model van huishoudelijk reglement van de Gemeentelijke en Intergemeentelijke Begeleidingscommissie als vermeld in artikel 2

Bijlage 1. Model van huishoudelijk reglement van de Gemeentelijke en Intergemeentelijke Begeleidingscommissie als vermeld in artikel 2 Bijlage 1. Model van huishoudelijk reglement van de Gemeentelijke en Intergemeentelijke Begeleidingscommissie als vermeld in artikel 2 Gemeentelijke en Intergemeentelijke Begeleidingscommissie Huishoudelijk

Nadere informatie

Brussel, 8 juli 2009 07082009_SERV-advies projecten VSDO. Advies. Projecten Vlaamse strategie duurzame ontwikkeling

Brussel, 8 juli 2009 07082009_SERV-advies projecten VSDO. Advies. Projecten Vlaamse strategie duurzame ontwikkeling Brussel, 8 juli 2009 07082009_SERV-advies projecten VSDO Advies Projecten Vlaamse strategie duurzame ontwikkeling 1. Inleiding Op 8 juni 2009 werd de SERV om advies gevraagd over de fiches ter invulling

Nadere informatie

Mobility Management. Hans Van Neyghem. Mobility Manager

Mobility Management. Hans Van Neyghem. Mobility Manager Mobility Management binnen ING Bank Hans Van Neyghem Mobility Manager Inhoudstafel Even kort voorstellen Eerste stappen in Mobility Management Ken de mobiliteit binnen je bedrijf Focus in 2012 Focus in

Nadere informatie

Het Dream-project wordt sinds 2002 op ad-hoc basis gesubsidieerd.

Het Dream-project wordt sinds 2002 op ad-hoc basis gesubsidieerd. Naam evaluatie Volledige naam Aanleiding evaluatie DREAM-project Evaluatie DREAM-project De Vlaamse overheid ondersteunt een aantal initiatieven ter bevordering van het ondernemerschap en de ondernemerszin.

Nadere informatie

Evaluatie National Contact Point-werking van het Vlaams Contactpunt Kaderprogramma

Evaluatie National Contact Point-werking van het Vlaams Contactpunt Kaderprogramma Evaluatie National Contact Point-werking van het Vlaams Contactpunt Kaderprogramma Departement Economie, Wetenschap en Innovatie Afdeling Strategie en Coördinatie Koning Albert II-laan 35 bus 10 1030 Brussel

Nadere informatie

Parkeren Quick wins Prof. Dirk Lauwers

Parkeren Quick wins Prof. Dirk Lauwers Parkeren Quick wins Prof. Dirk Lauwers verbonden aan IDM - Instituut Duurzame Mobiliteit - Universiteit Gent Faculteit Ontwerpwetenschappen Universiteit Antwerpen VLITS Verkeer, logistiek en intelligente

Nadere informatie

Federaal Plan Armoedebestrijding. Reactie van BAPN vzw. Belgisch Platform tegen Armoede en Sociale Uitsluiting EU2020 30/11/2012

Federaal Plan Armoedebestrijding. Reactie van BAPN vzw. Belgisch Platform tegen Armoede en Sociale Uitsluiting EU2020 30/11/2012 Belgisch Platform tegen Armoede en Sociale Uitsluiting EU2020 30/11/2012 Federaal Plan Armoedebestrijding Reactie van BAPN vzw BAPN vzw Belgisch Netwerk Armoedebestrijding Vooruitgangstraat 333/6 1030

Nadere informatie

Kinderen en verkeersveiligheid: hoe kijken ze er zelf tegen aan?

Kinderen en verkeersveiligheid: hoe kijken ze er zelf tegen aan? Kinderen en verkeersveiligheid: hoe kijken ze er zelf tegen aan? Samenvatting In het kader van een belevingsonderzoek gaven 2500 Vlaamse jongeren tussen 10 en 13 jaar hun mening over mobiliteit en hun

Nadere informatie

Op weg naar een veilig en duurzaam lokaal mobiliteitsbeleid

Op weg naar een veilig en duurzaam lokaal mobiliteitsbeleid Op weg naar een veilig en duurzaam lokaal mobiliteitsbeleid Inleiding Structuur 1. Mobiel 21 2. Duurzame mobiliteit en verkeersleefbaarheid (in dorpen) 3. Mobilometer - Testinstrument voor steden en gemeenten

Nadere informatie

Gemeentelijke Begeleidingscommissie Huishoudelijk Reglement

Gemeentelijke Begeleidingscommissie Huishoudelijk Reglement Gemeentelijke Begeleidingscommissie Huishoudelijk Reglement Inhoud 1. Juridisch kader... 1 2. Verantwoordelijkheid van de (I)GBC in het plan- en ontwerpproces... 1 3. Oprichting en samenstelling van de

Nadere informatie

Randstad Diversity. voor een succesvol diversiteitsbeleid. www.randstad.be/diversity

Randstad Diversity. voor een succesvol diversiteitsbeleid. www.randstad.be/diversity Randstad Diversity voor een succesvol diversiteitsbeleid www.randstad.be/diversity inhoud Randstad en diversiteit Wat is diversiteit? Waarom diversiteit? Onze dienstverlening Coaching 22 Consulting onze

Nadere informatie

VIGeZ, 2014. De evaluatiematrix: Een planningsmodel voor de evaluatie van projecten binnen de gezondheidsbevordering, geïntegreerd met RE-AIM.

VIGeZ, 2014. De evaluatiematrix: Een planningsmodel voor de evaluatie van projecten binnen de gezondheidsbevordering, geïntegreerd met RE-AIM. VIGeZ, 2014 De evaluatiematrix: Een planningsmodel voor de evaluatie van projecten binnen de gezondheidsbevordering, geïntegreerd met RE-AIM. PROJECT- DOELSTELLINGEN? Welke projectdoelstellingen staan

Nadere informatie

BASISOPLEIDING VOOR MOBILITEITSCOÖRDINATOREN INHOUD VAN DE OPLEIDING

BASISOPLEIDING VOOR MOBILITEITSCOÖRDINATOREN INHOUD VAN DE OPLEIDING BASISOPLEIDING VOOR MOBILITEITSCOÖRDINATOREN INHOUD VAN DE OPLEIDING Module 1 Mobiliteitsmanagement en verkeersveiligheid in alle facetten In module 1 wordt het verband gelegd tussen mobiliteitsmanagement

Nadere informatie

Diagnostiek woon-werkverkeer 2014. Informatiesessiete Antwerpen op 19-06-2014

Diagnostiek woon-werkverkeer 2014. Informatiesessiete Antwerpen op 19-06-2014 Diagnostiek woon-werkverkeer 2014 Informatiesessiete Antwerpen op 19-06-2014 Toestand van de mobiliteit in België Stijgende vraag naar vervoer Verzadiging van de infrastructuur Budgettaire context Wiekanhandelen?

Nadere informatie

10op10 subsidies... 2. Subsidies voor kwaliteitsvolle fietsinfrastructuur - fietsfonds... 3

10op10 subsidies... 2. Subsidies voor kwaliteitsvolle fietsinfrastructuur - fietsfonds... 3 Mobiliteit 10op10 subsidies... 2 Subsidies voor kwaliteitsvolle fietsinfrastructuur - fietsfonds... 3 Subsidies voor kwaliteitsvolle fietsinfrastructuur toeristische fietspaden... 4 Projectsubsidies mobiliteit

Nadere informatie

Inhoud en vorm van het actieplan van het gemeentelijk mobiliteitsplan. mei 2009. Afdeling Beleid Mobiliteit en Verkeersveiligheid

Inhoud en vorm van het actieplan van het gemeentelijk mobiliteitsplan. mei 2009. Afdeling Beleid Mobiliteit en Verkeersveiligheid Inhoud en vorm van het actieplan van het gemeentelijk mobiliteitsplan mei 2009 Afdeling Beleid Mobiliteit en Verkeersveiligheid Inhoud 1. Algemeen: een actieplan vanuit vijf verschillende invalshoeken...3

Nadere informatie

Randstad Diversity. voor een succesvol diversiteitsbeleid. www.randstad.be/diversity

Randstad Diversity. voor een succesvol diversiteitsbeleid. www.randstad.be/diversity Randstad Diversity voor een succesvol diversiteitsbeleid www.randstad.be/diversity inhoud Randstad en diversiteit Wat is diversiteit? Waarom diversiteit? Onze dienstverlening Coaching 22 Consulting onze

Nadere informatie

DEEL F FIETSBALANS IN DRENTHE

DEEL F FIETSBALANS IN DRENTHE DEEL F FIETSBALANS IN DRENTHE 54 21 Inleiding De Fietsbalans is een onderzoek naar het fietsklimaat in de verschillende gemeentes in Nederland. Vanaf 2000 is de Fietsbalans in 123 gemeenten uitgevoerd,

Nadere informatie

Ruimte voor verandering Transitie Ruimtelijke Ordening

Ruimte voor verandering Transitie Ruimtelijke Ordening Ruimte voor verandering Transitie Ruimtelijke Ordening een tussentijdse balans Netwerk organisatiebeheersing, 7 juni 2012 Christophe Pelgrims, transitiemanager Decreet van 1999: ontvoogding Beleidscontext

Nadere informatie

ZELFEVALUATIE VAN DE THEMA S HOOG RISICO MEDICATIE IDENTITOVIGILANTIE

ZELFEVALUATIE VAN DE THEMA S HOOG RISICO MEDICATIE IDENTITOVIGILANTIE COÖRDINATIE KWALITEIT EN PATIËNTVEILIGHEID TWEEDE MEERJARENPLAN 2013-2017 Contract 2013 ZELFEVALUATIE VAN DE THEMA S HOOG RISICO MEDICATIE IDENTITOVIGILANTIE Sp-ziekenhuizen 1 1. Inleiding Hierna volgt

Nadere informatie

Slim reizen in het buitenland: is het gras bij de buren groener?

Slim reizen in het buitenland: is het gras bij de buren groener? Slim reizen in het buitenland: is het gras bij de buren groener? Friso Metz KpVV Ook in het buitenland is mobiliteitsmanagement in opkomst. Wij kunnen veel leren van de landen om ons heen. Het KpVV heeft

Nadere informatie

VLAAMSE RAAD VOOR WETENSCHAPSBELEID

VLAAMSE RAAD VOOR WETENSCHAPSBELEID VLAAMSE RAAD VOOR WETENSCHAPSBELEID ADVIES BETREFFENDE DE ORGANISATIE VAN DE INFORMATIE EN DE BEVORDERING VAN DE VLAAMSE PARTICIPATIE INZAKE DE EUROPESE R & D-PROGRAMMA S. VRWB-R/ADV- 15 16 november 1989.

Nadere informatie

Integrale Kwaliteitszorg met het CAF en BSC als ondersteunende systemen Patrick Van Hamme

Integrale Kwaliteitszorg met het CAF en BSC als ondersteunende systemen Patrick Van Hamme GOEDE PRAKTIJK/BONNE PRATIQUE Integrale Kwaliteitszorg met het CAF en BSC als ondersteunende systemen Patrick Van Hamme Doelstelling Kwaliteitszorg in de Stad Gent : Structuur Gemeenteraad College Schepenen

Nadere informatie

1. Bepalen van de prioriteiten

1. Bepalen van de prioriteiten 1 1. Bepalen van de prioriteiten Bij het bepalen van prioriteiten heeft men aandacht voor: bevestigen en borgen van wat goed gebleken is (= behoud-punten); verbetering van de vastgestelde werkpunten (=

Nadere informatie

IN 4 STAPPEN NAAR EEN VERKEERSVEILIGE GEMEENTE. Eef Delhaye

IN 4 STAPPEN NAAR EEN VERKEERSVEILIGE GEMEENTE. Eef Delhaye IN 4 STAPPEN NAAR EEN VERKEERSVEILIGE GEMEENTE Eef Delhaye Inhoud presentatie Idee 4 stappen Doel Rol van steden en gemeentes Rekening houdend met bevoegdheden Waar zit het probleem? Probleemanalyse Doelstellingen

Nadere informatie

VSV Vlaamse Stichting Verkeerskunde

VSV Vlaamse Stichting Verkeerskunde VSV Vlaamse Stichting Verkeerskunde Vlaams Congres Verkeersveiligheid Themasessie: verkeersveiligheid bij bedrijven - Truckveilig Charter en VSV-aanbod bedrijven - Dries Rombouts en Kirsten De Mulder 13

Nadere informatie

Niewsbrief nr. 3 / November 2014 Januari 2015

Niewsbrief nr. 3 / November 2014 Januari 2015 Niewsbrief nr. 3 / November 2014 Januari 2015 1. Inleiding De laatste maanden is er hard gewerkt aan enkele SEFIRA werkpakketten. Onder de leiding van de universiteit van Urbino werd een theoretisch en

Nadere informatie

Pendelfonds UGent UGent Pendelfonds Pieter Van Vooren 22/04/2014

Pendelfonds UGent UGent Pendelfonds Pieter Van Vooren 22/04/2014 Pendelfonds UGent UGent Pendelfonds Pieter Van Vooren 22/04/2014 Mobiliteitsbeleid UGent 1999 fietsvergoedingen woon-werkverkeer 2001 integrale terugbetaling ov investeringen in fietsenstallingen 2003

Nadere informatie

Gezondheid & verkeer: de rol van lokale besturen. Stefanie Vanhoutte Medisch milieukundige Logo Midden-West-Vlaanderen 2 december 2013

Gezondheid & verkeer: de rol van lokale besturen. Stefanie Vanhoutte Medisch milieukundige Logo Midden-West-Vlaanderen 2 december 2013 Gezondheid & verkeer: de rol van lokale besturen Stefanie Vanhoutte Medisch milieukundige Logo Midden-West-Vlaanderen 2 december 2013 Inhoud Uitgangspunt & feiten Waarom lokaal? Hoe? Wat kan je concreet

Nadere informatie

DE PROVINCIE ALS COÖRDINATOR FIETSBELEID

DE PROVINCIE ALS COÖRDINATOR FIETSBELEID PROVINCIAAL FIETSBELEID DE PROVINCIE ALS COÖRDINATOR FIETSBELEID De Vlaamse provincies namen de laatste jaren tal van initiatieven inzake fietsbeleid. Ze hebben de ambitie om uit te groeien tot het fietsbestuur

Nadere informatie

Mobiscan. Sint-Denijs-Westrem

Mobiscan. Sint-Denijs-Westrem Mobiscan Sint-Denijs-Westrem Mobiscan Doel: Optimaliseren van duurzaam woonwerkverkeer Inhoud: Bereikbaarheidsprofiel Mobiliteitsprofiel Kansrijke maatregelen (maatwerk) Schematisch BEREIKBAARHEIDSPROFIEL

Nadere informatie

SYNTHESERAPPORT EVALUATIE WETENSCHAPPELIJKE OLYMPIADES SAMENVATTING

SYNTHESERAPPORT EVALUATIE WETENSCHAPPELIJKE OLYMPIADES SAMENVATTING SYNTHESERAPPORT EVALUATIE WETENSCHAPPELIJKE OLYMPIADES SAMENVATTING Studiedienst en Prospectief Beleid 1 Departement Economie, Wetenschap en Innovatie Vlaamse Overheid Koning Albert II-laan 35 bus 10 1030

Nadere informatie

Fietsklimaattest. Benchmarken. www.trendy-travel.eu. supported by

Fietsklimaattest. Benchmarken. www.trendy-travel.eu. supported by Benchmarken Fietsklimaattest supported by www.trendy-travel.eu De verantwoordelijkheid voor de inhoud van deze publicatie ligt volledig bij de auteurs. Het vertegenwoordigt niet noodzakelijk de mening

Nadere informatie

FUNCTIEFAMILIE 5.3 Projectmanagement

FUNCTIEFAMILIE 5.3 Projectmanagement Doel van de functiefamilie Leiden van projecten en/of deelprojecten de realisatie van de afgesproken projectdoelstellingen te garanderen. Context: In lijn met de overgekomen normen in termen van tijd,

Nadere informatie

Periodieke Rapportage Werelderfgoed. Actieplan 2015-2022. Piet Geleyns / Onroerend Erfgoed Dré van Marrewijk / Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

Periodieke Rapportage Werelderfgoed. Actieplan 2015-2022. Piet Geleyns / Onroerend Erfgoed Dré van Marrewijk / Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed Periodieke Rapportage Werelderfgoed Actieplan 2015-2022 Piet Geleyns / Onroerend Erfgoed Dré van Marrewijk / Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed Periodieke rapportage Basis in Werelderfgoedverdrag (art.

Nadere informatie

Actie ter ondersteuning van de federale beleidsnota drugs

Actie ter ondersteuning van de federale beleidsnota drugs FEDERAAL WETENSCHAPSBELEID Wetenschapsstraat 8 B-1000 BRUSSEL Tel. 02 238 34 11 Fax 02 230 59 12 www.belspo.be Actie ter ondersteuning van de federale beleidsnota drugs Projectformulier ten behoeve van

Nadere informatie

Brussel, 4 juli 2008 080704 Advies interregionale mobiliteit. Advies. fysieke interregionale mobiliteit

Brussel, 4 juli 2008 080704 Advies interregionale mobiliteit. Advies. fysieke interregionale mobiliteit Brussel, 4 juli 2008 080704 Advies interregionale mobiliteit Advies fysieke interregionale mobiliteit Inhoud Advies... 3 1. Situering... 3 2. Nota werkgroep mobiliteit... 3 3. Rol sociale partners... 5

Nadere informatie

Observatorium voor Gezondheid en Welzijn OPERATIONEEL PLAN 2011-2014

Observatorium voor Gezondheid en Welzijn OPERATIONEEL PLAN 2011-2014 Observatorium voor Gezondheid en Welzijn OPERATIONEEL PLAN 2011-2014 1. OPDRACHTEN VAN HET OBSERVATORIUM VOOR GEZONDHEID EN WELZIJN 1.1 Wettelijke basis De opdrachten van het Observatorium staan opgesomd

Nadere informatie

SENSIBILISATIE VOOR EEN POSITIEVE MODAL SHIFT BIJ EEN VERHUIS

SENSIBILISATIE VOOR EEN POSITIEVE MODAL SHIFT BIJ EEN VERHUIS SENSIBILISATIE VOOR EEN POSITIEVE MODAL SHIFT BIJ EEN VERHUIS 19/01/2015 ELIEN SPOOREN ENVIRONMENTAL SPECIALIST BENELUX THOMAS VANDER PUTTEN DELIVERY SERVICES MANAGER BENELUX NESPRESSO BELGIË N.V. Nespresso

Nadere informatie

De positie van de Vlaamse kust op de Belgische reismarkt

De positie van de Vlaamse kust op de Belgische reismarkt Kusttoerisme West-Vlaanderen Werkt 3, 28 De positie van de Vlaamse kust op de Belgische reismarkt Foto: Evelien Christiaens Rik De Keyser bestuurder-directeur en hoofd afdeling toerisme, WES Evelien Christiaens

Nadere informatie

Stappenplan voor het opstellen van een mobiliteitsplan

Stappenplan voor het opstellen van een mobiliteitsplan Stappenplan voor het opstellen van een mobiliteitsplan Duurzame mobiliteit hoeft niet noodzakelijk veel te kosten of veel tijd in beslag te nemen. Heel wat maatregelen zijn heel eenvoudig en hebben toch

Nadere informatie

Stappenplan voor Brede Schoolcoördinatoren Het proces van een Brede School: van evaluatie tot afsprakenkader & actieplan

Stappenplan voor Brede Schoolcoördinatoren Het proces van een Brede School: van evaluatie tot afsprakenkader & actieplan Stappenplan voor Brede Schoolcoördinatoren Het proces van een Brede School: van evaluatie tot afsprakenkader & actieplan Van evaluatie Evaluatie op actieniveau Wanneer? Heel het jaar door, op de momenten

Nadere informatie

BBC EN PLANNING IN GEEL

BBC EN PLANNING IN GEEL BBC EN PLANNING IN GEEL Geel? GEEL? Geel? 38.000 inwoners Antwerpse Kempen Gezinsverpleging - Barmhartige Stede Uitgestrekt grondgebied: ca 11.000 ha Stedelijke kern versus landelijk buitengebied Aanwezigheid

Nadere informatie

Pilootproject VVM De Lijn

Pilootproject VVM De Lijn Pilootproject VVM De Lijn Netwerk organisatiebeheersing 24 januari 2013 Dominiek Viaene VVM De Lijn Jo Fransen IAVA Agenda 1. Kerncijfers VVM De Lijn 2. Situering pilootproject single audit 3. Methodiek

Nadere informatie

Spoor 3: Bevestigen-actualiseren van het gemeentelijk mobiliteitsplan

Spoor 3: Bevestigen-actualiseren van het gemeentelijk mobiliteitsplan Spoor 3: Bevestigen-actualiseren van het gemeentelijk mobiliteitsplan Stappenplan mei 2009 Afdeling Beleid Mobiliteit en Verkeersveiligheid Inhoud 1. Inleiding...3 1.1. Achtergrond...3 1.2. Doel...3 2.

Nadere informatie

Preview. De vragenlijst kan uitsluitend online worden ingevuld.

Preview. De vragenlijst kan uitsluitend online worden ingevuld. Preview. De vragenlijst kan uitsluitend online worden ingevuld. Vragenlijst "Een tussentijdse herziening van Europa 2020 - het standpunt van de EU-regio's en -steden" Achtergrond De tussentijdse herziening

Nadere informatie

Regioscreening. Fase 2 evaluatie Turnhout 10 juni 2013

Regioscreening. Fase 2 evaluatie Turnhout 10 juni 2013 Regioscreening Fase 2 evaluatie Turnhout 10 juni 2013 1 Regioscreening Agenda 1. Inleiding 2. Synthese zelfevaluatie 3. Debat Stadsregio Turnhout Tafelronde 4. Verder vervolg regioscreening 2 Regioscreening

Nadere informatie

Digitale (r)evolutie in België anno 2009

Digitale (r)evolutie in België anno 2009 ALGEMENE DIRECTIE STATISTIEK EN ECONOMISCHE INFORMATIE PERSBERICHT 9 februari Digitale (r)evolutie in België anno 9 De digitale revolutie zet zich steeds verder door in België: 71% van de huishoudens in

Nadere informatie

Bedrijven en vervoerplannen: de praktijk

Bedrijven en vervoerplannen: de praktijk Bedrijven en vervoerplannen: de praktijk Pieter Derudder Diensthoofd Mobiliteit 18/11/2014 Inspiratiedag Leg de Link Bedrijfsvervoerplan Een bedrijfsvervoerplan is een pakket van maatregelen op maat van

Nadere informatie

Hoe kan u strategie implementeren en tot leven brengen in uw organisatie?

Hoe kan u strategie implementeren en tot leven brengen in uw organisatie? Hoe kan u strategie implementeren en tot leven brengen in uw organisatie? De externe omgeving wordt voor meer en meer organisaties een onzekere factor. Het is een complexe oefening voor directieteams om

Nadere informatie

Ondersteuningsproject bij de uitvoering van de reemonitoring in het Zoniënwoud

Ondersteuningsproject bij de uitvoering van de reemonitoring in het Zoniënwoud Ondersteuningsproject bij de uitvoering van de reemonitoring in het Zoniënwoud Periode 2008-2013 Céline Malengreaux, Jan Vercammen, Alain Licoppe, Frank Huysentruyt, Jim Casaer Dankwoord Het uitvoeren

Nadere informatie

Tabel competentiereferentiesysteem

Tabel competentiereferentiesysteem Bijlage 3 bij het ministerieel besluit van tot wijziging van het ministerieel besluit van 28 december 2001 tot uitvoering van sommige bepalingen van het koninklijk besluit van 30 maart 2001 tot regeling

Nadere informatie

De Mobiliteitsbrief wordt verspreid in een oplage van ongeveer 3300 exemplaren. De steekproef van 152 enquêtes vormt dus bijna 5% van het bereik.

De Mobiliteitsbrief wordt verspreid in een oplage van ongeveer 3300 exemplaren. De steekproef van 152 enquêtes vormt dus bijna 5% van het bereik. ALGEMEEN Over de betrouwbaarheid van de gegevens : De gegevensset kan als erg betrouwbaar beschouwd worden. Over de volledigheid van de gegevens : Er werden in totaal 152 enquêtes ingevuld. Niet alle vragen

Nadere informatie

De FOD Economie publiceert zijn Barometer van de informatiemaatschappij 2013

De FOD Economie publiceert zijn Barometer van de informatiemaatschappij 2013 De FOD Economie publiceert zijn Barometer van de informatiemaatschappij 2013 Brussel, 25 juni 2013 De FOD Economie publiceert jaarlijks een globale barometer van de informatiemaatschappij. De resultaten

Nadere informatie

Resultaten van de maturiteitsscan procesoptimalisatie in de publieke sector

Resultaten van de maturiteitsscan procesoptimalisatie in de publieke sector Resultaten van de maturiteitsscan procesoptimalisatie in de publieke sector Ann Peirs, Geert Brandt, Partners Covista 15 mei 2015 Intro maturiteitsmodel 150 medewerkers uit de publieke sector waren aanwezig

Nadere informatie

Hoe kan worden gegarandeerd dat mensen met osteoartritis en reumatoïde artritis overal in Europa optimale zorg krijgen: aanbevelingen van EUMUSC.

Hoe kan worden gegarandeerd dat mensen met osteoartritis en reumatoïde artritis overal in Europa optimale zorg krijgen: aanbevelingen van EUMUSC. Hoe kan worden gegarandeerd dat mensen met osteoartritis en reumatoïde artritis overal in Europa optimale zorg krijgen: van EUMUSC.NET In partnerverband met EULAR en 22 centra in Europa - Met steun van

Nadere informatie

HET BVP formulier Deel 1 : diagnose

HET BVP formulier Deel 1 : diagnose Vorming Bedrijfsvervoerplan (BVP) HET BVP formulier Deel 1 : diagnose Barbara Bautmans INFORMATIESESSIE 27/06/2014 HET FORMULIER BVP Wat? Waar? Hoe? Elektronisch en uniek formulier (diagnostiek + actieplan)

Nadere informatie

Renovatiepact. Werkgroep communicatie. Startvergadering 12 februari 2015, Brussel

Renovatiepact. Werkgroep communicatie. Startvergadering 12 februari 2015, Brussel Renovatiepact Werkgroep communicatie Startvergadering 12 februari 2015, Brussel Het Vlaamse regeerakkoord 2014-2019 Vlaanderen maakt van energie-efficiëntie een topprioriteit door o.a. gebouwen en bedrijven

Nadere informatie

Mobiliteitsmanagement Patrick Auwerx Mobiel 21

Mobiliteitsmanagement Patrick Auwerx Mobiel 21 Managing mobility for a better future Mobiliteitsmanagement Patrick Auwerx Mobiel 21 E P O M M De doelstellingen van EPOMM Mobiliteitsmanagement (MM) in Europa promoten en verder ontwikkelen. Actieve informatie-uitwisseling

Nadere informatie

Mobiliteit in de Thuiszorg

Mobiliteit in de Thuiszorg Mobiliteit in de Thuiszorg Mobiliteit is uitgerekend in de Thuiszorg enorm belangrijk Dienst/zorgverlening gebeurt aan huis: wij gaan naar de cliënt Aantal cliënten dat door het departement geholpen wordt

Nadere informatie

DEELNAME AAN NATIONALE RADEN EN COMITÉS

DEELNAME AAN NATIONALE RADEN EN COMITÉS O6 DEELNAME AAN NATIONALE RADEN EN COMITÉS 6.1. Nationale Hoge Raad voor personen met een handicap De Nationale Hoge Raad voor personen met een handicap (NHRPH) onderzoekt dossiers die te maken hebben

Nadere informatie

u i t n o d i g i n g www.fietsersbond.be/ontmoetingsdag2010

u i t n o d i g i n g www.fietsersbond.be/ontmoetingsdag2010 uitnodiging www.fietsersbond.be/ontmoetingsdag2010 v a n h a r t e w e l k o m! De Fietsersbond nodigt alle leden op 9 oktober uit in het Geuzenhuis in Gent, voor een dag boordevol boeiende informatie

Nadere informatie

Hoe ruimtelijke planning fietsen HOD maakt

Hoe ruimtelijke planning fietsen HOD maakt Hoe ruimtelijke planning fietsen HOD maakt Inzichten vanuit de RO ploeg van de Tour de Force Groningen, 2 juni 2016 Lucas Harms Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid Ministerie van IenM Onderzoeker Urban

Nadere informatie

Preventie van wiegendood bij zuigelingen

Preventie van wiegendood bij zuigelingen Preventie van wiegendood bij zuigelingen Edith Hesse Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid Operationele Directie Volksgezondheid en surveillance J. Wytsmanstraat, 14 B - 1050 Brussel 02 / 642 57 71

Nadere informatie

Opmaak van een strategisch meerjarenplan?

Opmaak van een strategisch meerjarenplan? Opmaak van een strategisch meerjarenplan? Hypothetisch voorbeeld opgemaakt door medewerkers van de VVSG - zomer 2013 De VVSG helpt u graag op weg bij de opmaak van de strategische meerjarenplanning. Naast

Nadere informatie

04 Support staff training

04 Support staff training Het introduceren van referentiekaders voor kwaliteitsborging op het gebied van beroepsonderwijs en training (VET) is de afgelopen jaren tot een prioriteit uitgegroeid. Tijdens de vroege stadia van de ontwikkeling

Nadere informatie

Mobiliteit en het MINA-plan 4. Axel Verachtert Planningsgroep MINA-plan

Mobiliteit en het MINA-plan 4. Axel Verachtert Planningsgroep MINA-plan Mobiliteit en het MINA-plan 4 Axel Verachtert Planningsgroep MINA-plan Overzicht 1. Inleiding 2. Milieuproblemen door vervoer 3. Beleidscyclus, MINA-plan 4, MOB-plan 4. raakvlak Omgevingskwaliteit 5. raakvlak

Nadere informatie

Actieplan Verkeersveiligheid Sint-Niklaas

Actieplan Verkeersveiligheid Sint-Niklaas Actieplan Verkeersveiligheid Sint-Niklaas Er moet de nadruk worden gelegd op het creëren van een veiligheidscultuur in de stad Sint- Niklaas. Het is beter dat er een beperkt aantal acties worden uitgewerkt,

Nadere informatie

Marktverkenning. Mobiliteit en ICT in België. Dr. Sven Maerivoet. 11 April 2011

Marktverkenning. Mobiliteit en ICT in België. Dr. Sven Maerivoet. 11 April 2011 Marktverkenning Mobiliteit en ICT in België 11 April 2011 Overzicht : Overheden. Steden. Openbaar vervoer. Privé bedrijven. :.... : Het oerwoud van aanbestedingen... 2 1 Wat is België (op dit moment) juist?

Nadere informatie

Beste ondernemer, hoe ziet uw zaak eruit in 2025?

Beste ondernemer, hoe ziet uw zaak eruit in 2025? Beste ondernemer, hoe ziet uw zaak eruit in 2025? Het detailhandelslandschap evolueert snel. Internet is alomtegenwoordig. Sociale media, e-commerce, m-commerce, etc. zetten de klassieke, fysieke detailhandelszaken

Nadere informatie

STRATEGIE EN JEUGD STAD ANTWERPEN

STRATEGIE EN JEUGD STAD ANTWERPEN STRATEGIE EN JEUGD STAD ANTWERPEN De stad Antwerpen Antwerpen = stad + 9 districten Stad : bovenlokale bevoegdheden: ruimtelijk structuurplan, Districten: lokale bevoegdheden: cultuur, sport, jeugd, senioren,

Nadere informatie

Stadsmonitor 2014 Een samenwerking tussen het Agentschap Binnenlands Bestuur en de Studiedienst van de Vlaamse Regering

Stadsmonitor 2014 Een samenwerking tussen het Agentschap Binnenlands Bestuur en de Studiedienst van de Vlaamse Regering Stadsmonitor 2014 Een samenwerking tussen het Agentschap Binnenlands Bestuur en de Studiedienst van de Vlaamse Regering Situering Opdracht: minister, bevoegd voor het Stedenbeleid De stadsmonitor is een

Nadere informatie

Stappenplan voor het opstellen van een schoolvervoerplan

Stappenplan voor het opstellen van een schoolvervoerplan Procedures - Schoolvervoerplan stappenplan / 1 Stappenplan voor het opstellen van een schoolvervoerplan I N H O U D 1. Inventarisatie van de vervoermiddelen... 2 2. Inventarisatie van de knelpunten...

Nadere informatie

*U14.04544* Ruimtelijke Ontwikkeling. De leden van de gemeenteraad. Onderwerp Aanpak veilig fietsen - fase 1. Geachte raadsleden,

*U14.04544* Ruimtelijke Ontwikkeling. De leden van de gemeenteraad. Onderwerp Aanpak veilig fietsen - fase 1. Geachte raadsleden, *U14.04544* *U14.04544* De leden van de gemeenteraad Afdeling Ruimtelijke Ontwikkeling Postbus 1 2650 AA Berkel en Rodenrijs Nadere informatie Ron van Noortwijk Telefoon 14 010 E-mail info@lansingerland.nl

Nadere informatie

functiebenaming : cultuurbeleidscoördinator hoofdafdeling : cultuur en vrije tijd : cultureel centrum, bibliotheek, heemkunde, musea, toerisme

functiebenaming : cultuurbeleidscoördinator hoofdafdeling : cultuur en vrije tijd : cultureel centrum, bibliotheek, heemkunde, musea, toerisme functiebenaming : cultuurbeleidscoördinator hoofdafdeling : cultuur en vrije tijd dienst : cultureel centrum, bibliotheek, heemkunde, musea, toerisme niveau : A weddenschaal : A4a-A4b prestatie : 1/1 bezetting

Nadere informatie

Thomas Voorbeeld. Thomas Leiderschap Vragenlijst. Persoonlijk & Vertrouwelijk

Thomas Voorbeeld. Thomas Leiderschap Vragenlijst. Persoonlijk & Vertrouwelijk 360-rapport Thomas Voorbeeld Thomas Leiderschap Vragenlijst Persoonlijk & Vertrouwelijk Inhoud Inleiding Toelichting bij het 360-rapport Gemiddelde per competentie Weergave van de 5 hoogste en 5 laagste

Nadere informatie

Beleidsplanning en opvolging G2020

Beleidsplanning en opvolging G2020 Beleidsplanning en opvolging G2020 Kader opleiding Streefdoel van nieuwe BBC-wetgeving = meer resultaatsgericht werken een aantal wettelijke en organisatorische maatregelen Koppeling van strategie, financiën

Nadere informatie

egovernment projecten evalueren op lokaal niveau

egovernment projecten evalueren op lokaal niveau egovernment projecten evalueren op lokaal niveau De I-scan: E-government met en voor uw org@nisatie Sabine Rotthier (Hogeschool Gent) Sabine.rotthier@hogent.be in samenwerking met Uitspraken uit de praktijk

Nadere informatie

Mobiliteitsmanagement. Mobiliteits- en inspraakcommunicatie

Mobiliteitsmanagement. Mobiliteits- en inspraakcommunicatie Mobiliteitsmanagement Mobiliteits- en inspraakcommunicatie Mobiliteitsmanagement Samenwerking met verkeersgeneratoren Drie doelgroepen 1. Bedrijven 2. Scholen 3. Evenementen Mobiliteitsmanagement Bedrijven:

Nadere informatie

Organisatie van de hulp- en dienstverlening aan gedetineerden

Organisatie van de hulp- en dienstverlening aan gedetineerden Organisatie van de hulp- en dienstverlening aan gedetineerden De organisatie van de hulp- en dienstverlening aan gedetineerden wordt vandaag geregeld met het decreet van 8 maart 2013 betreffende de organisatie

Nadere informatie

Aanwezig : Julien Bogaert, Herman De Backer, Rik Sagaert, Ingrid Vyvey, Silvie Vanhoutteghem, Jeroen Terryn en Ann De Bruyckere. 1 Verwelkoming...

Aanwezig : Julien Bogaert, Herman De Backer, Rik Sagaert, Ingrid Vyvey, Silvie Vanhoutteghem, Jeroen Terryn en Ann De Bruyckere. 1 Verwelkoming... Dagelijks Bestuur W.O.A.S. Verslag Datum vergadering : Betreft : Dagelijks bestuur W.O.A.S. 8 november 2010, Provinciehuis Boeverbos Brugge, 10.00 uur Onze ref.: P10/8/2/14/6 Verslaggever: Ann De Bruyckere

Nadere informatie

Audiovisuele Mediacademie

Audiovisuele Mediacademie Audiovisuele Mediacademie mediarte.be, als spil voor talentmanagement in de audiovisuele sector mediacademie.be, als regisseur, moderator, facilitator en monitor voor talentmanagement in de audiovisuele

Nadere informatie

Dit moet gemotiveerd worden in het projectvoorstel en wordt mee beoordeeld bij de evaluatie.

Dit moet gemotiveerd worden in het projectvoorstel en wordt mee beoordeeld bij de evaluatie. 0 OP ESF Vlaanderen 2014-2020 FAQ oproep 315 Innovatie door adaptatie Prioriteit uit OP: 5 Innovatie en Transnationaliteit 1. Moeten de promotor en partners Vlaamse dienstverleners zijn? De promotor en

Nadere informatie

Slimme IT. Sterke dienstverlening. E-START ONDERSTEUNING OP MAAT VAN LOKALE BESTUREN BIJ E-GOVERNMENT EN ORGANISATIEONTWIKKELING

Slimme IT. Sterke dienstverlening. E-START ONDERSTEUNING OP MAAT VAN LOKALE BESTUREN BIJ E-GOVERNMENT EN ORGANISATIEONTWIKKELING Slimme IT. Sterke dienstverlening. 1 E-START ONDERSTEUNING OP MAAT VAN LOKALE BESTUREN BIJ E-GOVERNMENT EN ORGANISATIEONTWIKKELING 2Dienstverlenende vereniging E-START WAAROM? 3 Lokale besturen komen steeds

Nadere informatie

Aan het einde van STARS:

Aan het einde van STARS: www.starseurope.org Aan het einde van STARS: hebben negen Europese steden het STARS-programma uitgevoerd hebben minimum 180 lagere scholen meegedongen naar het STARS-label en het bronzen niveau bereikt

Nadere informatie

Rapport 833 Derriks, M., & Kat, E. de. (2020). Jeugdmonitor Zeeland Amsterdam: Kohnstamm Instituut.

Rapport 833 Derriks, M., & Kat, E. de. (2020). Jeugdmonitor Zeeland Amsterdam: Kohnstamm Instituut. Samenvatting Rapport 833 Derriks, M., & Kat, E. de. (2020). Jeugdmonitor Zeeland Amsterdam: Kohnstamm Instituut. De Jeugdmonitor Zeeland De Jeugdmonitor Zeeland is een plek waar allerlei informatie bij

Nadere informatie

REKENHOF. Consolideren en motiveren om vooruitgang te boeken

REKENHOF. Consolideren en motiveren om vooruitgang te boeken REKENHOF Consolideren en motiveren om vooruitgang te boeken STRATEGISCH PLAN 2010-2014 2 Inleiding Dit document stelt de resultaten voor van de strategische planning van het Rekenhof voor de periode 2010-2014.

Nadere informatie