Conflicten in de voormalige Sovjetunie

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Conflicten in de voormalige Sovjetunie"

Transcriptie

1 Conflicten in de voormalige Sovjetunie Een vergelijking tussen Transdnestrië en Abchazië Erik van Ooyen ( ) Rick Schukking ( ) Begeleider: B.M. de Jong November 2005 Opleiding Europese Studies Universiteit van Amsterdam

2 Woord Vooraf Een scriptie schrijven met twee personen ligt niet direct voor de hand. Omdat we beiden al een doctoraalscriptie hadden gemaakt en elkaar langer dan vandaag kennen leek het ons desalniettemin een goed idee. Ons inziens mag het resultaat er zijn, in ieder geval qua omvang. Hierbij dank aan onze begeleider Ben de Jong en aan iedereen die op wat voor manier en op welk moment dan ook zijn of haar interesse heeft getoond. Voor de goede orde: de taakverdeling. Samen hebben wij de inleiding, hoofdstuk III en de conclusie geschreven. Erik heeft hoofdstuk I en deel 2, over Transdnestrië geschreven, Rick hoofdstuk II en deel 3, over Abchazië. Utrecht, november 2005 ii

3 Inhoudsopgave Woord Vooraf ii Samenvatting vi Lijst met afkortingen ix Lijst met figuren en tabellen x Inleiding 1 Deel 1: Algemeen 4 I Nationaliteiten in de Sovjetunie 4 Marxisme versus nationalisme 4 De Bolsjewistische Revolutie en de nationaliteitenkwestie 5 De periode Chroesjtsjov en Breznjev 8 Gorbatsjov en het uiteenvallen van de Sovjetunie 9 Conclusie 10 II De Russische politiek ten aanzien van het nabije buitenland 11 De periode Jeltsin: het GOS 11 Peacekeeping 12 De periode Poetin 14 Conclusie 17 III Theoretische verkenningen van nationalisme 18 Deel 2: Transdnestrië 23 IV Historisch overzicht tot Vroegste geschiedenis 24 Het interbellum: de Roemeense periode 26 De Tweede Wereldoorlog en de Sovjetperiode 27 iii

4 V Nationalistische wederopleving en oorlog 30 Moldavië eind jaren tachtig 30 De taalkwestie 31 Het ontstaan van een tweedeling 33 Onafhankelijkheid en oorlog 35 Conclusie 38 VI Feitelijke ontwikkelingen na Moldova 39 PMR 42 De relatie Tiraspol-Chişinău: de basis van de onderhandelingen 45 VII De rol van Rusland in het conflict 47 Waarom Rusland s interesse in Moldova (en de rest van het nabije buitenland)? 47 Het 14 de leger 48 De relatie Tiraspol/Chişinău-Moskou: bekoeling na Rusland s invloed na Conclusie 53 VIII Andere actoren 55 De OVSE 55 Roemenië 56 Oekraïne 58 De Europese Unie 59 De Verenigde Staten 60 IX Vredesonderhandelingen en toekomstperspectieven 62 De jaren negentig 62 Het Kiev-document 64 Het Kozak-meomorandum 65 Joesjtsjenko s plan 66 Een federale oplossing 68 Een three-tier oplossing 68 iv

5 Deel 3: Abchazië 71 X Georgië en Abchazië tot de perestrojka 73 XI Perestrojka tot het einde van de oorlog 77 Algemeen Abchazisch-Georgische oorlog 81 XII Ontwikkeling van de partijen in het conflict na Georgië: het bewind van Sjevardnadze 85 Georgië: de Rozenrevolutie en het bewind van Saakasjvili 88 Abchazië 90 XIII De rol van Rusland 94 Tijdens de oorlog, augustus 1992 tot en met september Na de oorlog, tot De Rozenrevolutie en daarna 99 XIV De rol van de internationale gemeenschap 102 De Verenigde Naties 102 De Verenigde Staten 103 De Europese Unie en haar lidstaten 105 Regionale partijen en andere internationale organisaties 107 XV Vredesonderhandelingen en toekomstperspectieven Na de Rozenrevolutie 113 Toekomstperspectieven 114 Deel 4: Vergelijking en conclusie 116 XVI Deelvragen 116 XVII De hoofdvraag 127 Referenties 130 v

6 Samenvatting Processen van natievorming hebben in veel nieuw ontstane staten op het territorium van de voormalige Sovjetunie geleid tot onvrede onder minderheden. In een aantal gevallen leidde dit tot gewapende conflicten en het ontstaan van de facto onafhankelijke gebieden binnen soevereine landen. In deze scriptie is onderzocht hoe twee van deze de-factostaten, Transdnestrië (in Moldova) en Abchazië (in Georgië), tot stand zijn gekomen, zich hebben ontwikkeld en in hoeverre ze te vergelijken zijn. De scriptie bestaat uit een algemeen gedeelte over de Sovjetunie, Rusland en nationalisme, en uit twee case studies over Transdnestrië en Abchazië. Nationalisme en Marxisme bleken in de Sovjetunie een moeizame combinatie te vormen. De politiek ten aanzien van de vele minderheden in het land was dan ook inconsistent. Waar de Abchaziërs door Moskou zoveel mogelijk van de Georgiërs verwijderd werden, werd er in het interbellum in Transdnestrië juist gepoogd een kunstmatige Moldavische identiteit te kweken buiten Moldavië. Na de Tweede Wereldoorlog vond er in beide gebieden een politiek van russificatie plaats, maar deze was in geen geval volledig. Met de perestrojka van Gorbatsjov kwamen oude nationalistische sentimenten, zowel van nationale meerderheden als minderheden, weer naar boven. Nadat de Sovjetunie uiteen was gevallen poogde Rusland, het kernland van de unie, haar invloed in de regio te behouden. In eerste instantie zou dat via het GOS moeten gaan, maar toen bleek dat deze organisatie weinig effectief was werd het heil vooral gezocht in bilaterale overeenkomsten. Een belangrijk machtsmiddel van de Russen was het inzetten van vredestroepen in het nabije buitenland. In zowel Transdnestrië als Abchazië werden Russische troepen die betrokken waren bij het conflict na het staken van de gevechten ingezet als vredestroepen. Op deze manier kreeg Moskou directe invloed op de binnenlandse politiek van Moldova en Georgië. Er kan onderscheid gemaakt worden tussen etnisch en civic (burgerlijk) nationalisme. Beide hebben in meer of mindere mate een rol gespeeld in de conflicten in Transdnestrië en Abchazië. Met name voor de conflicten voerden Moldova, Georgië en Abchazië een politiek van etnisch nationalisme; het multinationale Transdnestrië legde de nadruk op civic nationalisme. Via een model van Brubaker is ook Rusland betrokken bij de conflicten, als moederland van de bedreigde minderheden in Moldova en Georgië. vi

7 Moldova is in de afgelopen eeuw steeds onderdeel geweest van grotere rijken: eerst van het Russische Rijk, toen van Roemenië en ten slotte van de Sovjetunie. Transdnestrië werd pas tijdens de Sovjettijd onderdeel van Moldavië. Rond 1989 ontstond er een tweedeling in de MSSR door de angst bij Russen en Oekraïners in Transdnestrië voor een toekomstige incorporatie van Moldova in Roemenië, wat echter al snel van de agenda van beide landen verdween. Uiteindelijk leidde dit, nadat Moldova en Transdnestrië zich in 1991 beiden onafhankelijk verklaarden, tot een kortstondig conflict. Hierbij werd Transdnestrië openlijk geholpen door het voormalige 14 de leger van de Sovjetunie. Na dit ingrijpen bleven de troepen aanwezig als zogenaamde vredestroepen, iets wat een doorn in het oog is gebleven van Moldova omdat Rusland ondanks gedane beloften de troepen niet terugtrekt. Deze door Moldova gewenste terugtrekking staat steeds centraal bij de vredesonderhandelingen. Onderwijl hebben beide gebieden zich grotendeels onafhankelijk van elkaar ontwikkeld. In Moldova is een relatief stabiele democratie ontstaan, die over het algemeen zowel goede contacten met het Westen als met Rusland voor ogen heeft. Vooral onder de laatste president, Voronin, lijkt de blik steeds meer naar het Westen gericht te worden. Transdnestrië is een dictatuur geworden, onder leiding van Igor Smirnov, en is een vrijhaven voor criminelen. Opvallend is dat Smirnov doorgaans, ondanks de aanwezigheid van Russische troepen, geen zeer innige contacten onderhoudt met Moskou. Sinds het einde van het conflict bemoeien met name Rusland, Oekraïne en de OVSE zich actief met het vinden van een oplossing. In de loop der jaren zijn er verschillende vredesdocumenten gepresenteerd. Hoewel deze nog niet hebben geleid tot een definitieve oplossing, zijn de onderhandelingen constructief te noemen en is er redelijk goed contact tussen Voronin en Smirnov. Hierdoor is een toekomstige federalisering van Moldova niet ondenkbaar. Binnen de Sovjetunie had Abchazië al enige malen getracht bij Rusland te gaan horen in plaats van bij Georgië. Toen Georgië onafhankelijk werd veranderde dit niet. Na politieke strubbelingen in het land, onder andere een coup en een andere strijd voor autonomie, in Zuid- Ossetië, richtte Tbilisi het vizier op het autonoom opererende Abchazië. Medio 1992 vielen Georgische troepen Abchazië binnen en al snel was de hoofdstad Soechoemi veroverd. Een bonte pro-abchazische coalitie, waaronder ook Russische troepen, zorgde er echter voor dat in september alle Georgische troepen uit Abchazië waren verdreven met in hun kielzog ongeveer etnische Georgiërs. Na het einde van de gewapende strijd werd op de vrede vii

8 toegezien door Russische vredestroepen, onder een mandaat van het GOS. Daarnaast werd er een observatiemacht van de VN gestationeerd in Abchazië. Abchazië ontwikkelt zich sindsdien los van Georgië en verklaarde zich in 1999 onafhankelijk. Het gebied stond lang onder leiding van de dictator Ardzinba en werd een soort provincie van Rusland, dat, ondanks economische sancties van het GOS tegen Abchazië, bijvoorbeeld de pensioenen betaalt en in 2002 het Russisch staatsburgerschap aanbood aan de Abchaziërs. Dat Rusland niet almachtig is in het gebied bleek in 2004, toen niet haar kandidaat Chajimba werd verkozen als president, maar zijn tegenstrever Bagapsj. Ook hij voert overigens een uitgesproken pro-russische en anti-georgische koers. In Georgië ontwikkelde ook president Sjevardnadze zich in de loop van de jaren negentig steeds meer tot dictator. Na de Rozenrevolutie in 2003 en de verkiezing van Saakasjvili werd het herstel van de territoriale integriteit van Georgie een speerpunt van het beleid, zonder dat dit in het geval van Abchazië tot opzienbarende ontwikkelingen heeft geleid. Zowel onder de oude als onder de nieuwe presidenten was er weinig contact tussen Soechoemi en Tbilisi. Wanneer beide gebieden vergeleken worden valt een aantal dingen op. Ten eerste houdt de onafhankelijkheid van Transdnestrië en Abchazië lang stand. Moldova en Georgië zijn niet in staat gebleken om de controle over deze gebieden te herstellen, al hebben ze dit beiden, eerst gewapend en later via onderhandelingen en blokkades, wel geprobeerd. Zowel Moldova als Georgië zijn voor de opstandige gebieden economisch niet aantrekkelijk genoeg om bij te horen. Daarnaast is de bemoeienis van de internationale gemeenschap niet dusdanig intensief dat Rusland, dat koste wat kost haar invloed in de regio lijkt te willen behouden, minder belangrijk wordt; zowel in Transdnestrië en Abchazië zijn nog Russische vredestroepen gestationeerd. In Transdnestrië lijkt een federatieve oplossing binnen handbereik, al is het steeds misgegaan. Een oplossing voor Abchazië lijkt verder weg, wat voor een belangrijk deel nog terug te voeren is op (de nasleep van) de bloedige oorlog. viii

9 Lijst met afkortingen ABM: Anti Ballistic Missiles ASSR: Autonome Sovjet Socialistische Republiek BTC: Bakoe-Tbilisi-Ceyhan CDVP: Christen-Democratische Volkspartij CP: Communistische Partij CPSU: Communistische Partij van de Sovjetunie EBRD: European Bank for Reconstruction and Development ENP: European Neighbourhood Policy FSSSRZ: Federale Sovjet Socialistische Republieken van Transkaukasus GOS: Gemenebest van Onafhankelijke Staten GTEP: Georgia Training and Equip Program GU(U)AM: Georgia, Ukraine, (Uzbekistan), Azerbaijan, Moldova IMF: Internationaal Monetair Fonds MASSR: Moldavische ASSR MSSR: Moldavische SSR NDP: Nationale Democratische Partij OPEC: Organization of the Petroleum Exporting Countries OSTK: Ob edinnenji Sovet Trudovitsj Kollektivov OVSE: Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa PCA: Partnership and Cooperation Agreement PMR: Pridnestrovskaja Moldavskaja Respublika (Transdnestrië) PMSSR: Transdnestrische SSR RSFSR: Russische Sovjet Federale Socialistische Republiek SSR: Sovjet Socialistische Republiek (Unierepubliek) TACIS: Technical Aid to the Commonwealth of Independent States UNHCR: United Nations High Commissioner for Refugees UNICEF: United Nations International Children's Emergency Fund UNOMIG: United Nations Observation Mission In Georgia WTO: World Trade Organisation ZFSFR: Transkaukasische Socialistische Sovjet Republiek ix

10 Lijst met figuren en tabellen Figuren 1 Conceptueel model 2 2 Walachije, Transsylvanië en Moldova voor Groot-Roemenië, MASSR, MSSR en Transdnestrië, 1918-heden 27 4 Kaart van Moldova, Transdnestrië en Gagaoezië 34 5 Georgië 71 6 Georgische koninkrijken in het midden van de 16e eeuw 74 7 Georgië en haar nationaliserende regio s 77 8 Abchazië 90 Tabellen 1 Aandeel verschillende bevolkingsgroepen in 1989 in procenten 31 2 Etnische verdeling in Georgië en Abchazië in 1989 in procenten 78 x

11 Inleiding Door de sterke positie van het centrale gezag in Moskou vonden intrastatelijke conflicten in de Sovjetunie zelden plaats, ondanks het grote aantal minderheden in het land. Al tijdens de perestrojka onder president Gorbatsjov werd duidelijk dat nationalistische gevoelens onder de verschillende volkeren wel degelijk konden leiden tot het ontstaan van gewapende conflicten, zoals, vanaf 1988, in Nagorno-Karabach. Ook elders in het land begonnen minderheden zich te roeren. Uiteindelijk leidde een samenloop van omstandigheden tot het uiteenvallen van de Sovjetunie in Onder andere het ontstaan van nieuwe minderheden in de vijftien nieuwe landen die hierdoor ontstonden leidde in veel gevallen tot instabiliteit en in een aantal gevallen zelfs tot gewapende conflicten. Twee van deze conflicten, die beide uitliepen op het ontstaan van door niemand erkende de-factostaten, in Transdnestrië (Moldova) en Abchazië (Georgië), zullen in deze scriptie worden geanalyseerd. Uitgangspunt hierbij is de volgende hoofdvraag: Hoe zijn de de-factostaten Transdnestrië en Abchazië tot stand gekomen, hoe hebben ze zich ontwikkeld en in hoeverre zijn ze te vergelijken? Om tot een beantwoording van de hoofdvraag te komen, is er een aantal deelvragen geformuleerd: 1. Tot de perestrojka: hoe ging men in de Sovjetunie met de nationaliteitenkwestie om en hoe heeft dit doorgewerkt in Transdnestrië en Abchazië? 2. Tussen de perestrojka en het einde van de conflicten: wat zijn de belangrijkste theoriëen over nationalisme en hoe is nationalisme tot uiting gekomen in Moldova, Transdnestrië, Georgië en Abchazië (MTGA)? 3. Wat is de Russische politiek ten aanzien van het nabije buitenland in het algemeen en MTGA in het bijzonder? 4. Wat zijn de belangrijkste ontwikkelingen in MTGA na het einde van de gewapende conflicten? 5. Wat is de rol van de internationale gemeenschap? 6. Hoe zijn de vredesonderhandelingen verlopen en wat zijn de mogelijke toekomstperspectieven? 1

12 De deelvragen zijn uitgesplitst in een aantal variabelen. De variabelen moeten in eerste instantie leiden tot beantwoording van de deelvragen. Als dit gebeurd is kan de hoofdvraag beantwoord worden. De verantwoording voor en de onderlinge samenhang van de variabelen is te vinden in onderstaand conceptueel model. 1 Figuur 1: Conceptueel model Rol van de internationale gemeenschap Nationaliteitenpolitiek in de Sovjetunie Conflicten Toekomstperspectieven Gedrag MTGA rond het uiteenvallen van de Sovjetunie Feitelijke rol en nabijebuitenland politiek van Rusland Nationalisme Zoals te zien is in figuur 1 zijn alle genoemde variabelen, die in grote lijnen overeenkomen met de deelvragen, direct of indirect van invloed op de afhankelijke variabelen. Dit zijn de conflicten in Transdnestrië en Abchazië en de toekomstperspectieven. Zo is bijvoorbeeld te zien dat de internationale gemeenschap direct invloed heeft op de feitelijke ontwikkelingen na de conflicten (de vetgedrukte pijl) en op de toekomstperspectieven, maar zelf als enige variabele niet wordt beïnvloed door het nationalisme. Het onderzoek is kwalitatief van aard. Door middel van uitgebreid literatuuronderzoek is getracht een antwoord te vinden op hoofd- en deelvragen. Er zijn drie variabelen die van toepassing zijn op zowel Transdnestrië als Abchazië. Deze, de nationaliteitenpolitiek in de 1 Voor een beknopte duiding van het conceptuele model, zie Segers (1999: 62 en verder) 2

13 Sovjetunie, nationalisme en de politiek ten aanzien van het nabije buitenland van Rusland, zullen worden behandeld in de eerste drie hoofdstukken. De overige variabelen, waaronder ook de feitelijke rol van Rusland, worden afzonderlijk besproken in de case-studies over Transdnestrië (deel 2) en Abchazië (deel 3). Tot slot zullen in de conclusie de deelvragen en de hoofdvraag beantwoord worden. 3

14 Deel 1: Algemeen Hoofdstuk I: Nationaliteiten in de Sovjetunie In de tijd van de Sovjetunie was het veel duidelijker dan nu tot waar de invloed in Moskou reikte. Desalniettemin was de eenheid van de Sovjetunie verre van vanzelfsprekend. Binnen het rijk woonden vele kleinere en grotere volkeren, die op één of andere wijze deel uitmaakten van het grotere geheel. In dit hoofdstuk zal de Sovjetperiode besproken worden ten aanzien van de nationaliteitenkwestie en het belang dat deze kwestie had door de jaren heen onder de verschillende leiders. Er zal bovendien wat dieper ingegaan worden op de ideologische achtergrond, die in het feitelijke beleid een aanzienlijke rol speelde. Marxisme versus nationalisme Het nationalisme is vanaf de 19 de eeuw een belangrijke ideologische stroming. De relatie tussen het marxisme of internationale socialisme en het nationalisme is een moeizame en tweeslachtige. Enerzijds is in staten die door nationalisten of communisten geleid worden het individu ondergeschikt aan collectieve spirituele waarden. Anderzijds bestaat er een inherente tegenstelling tussen de twee, iets wat tijdens de Eerste Wereldoorlog naar boven kwam. 2 De leiders van de Tweede Internationale geloofden immers dat er geen oorlog kon uitbreken tussen proletariaten in verschillende staten omdat klassensolidariteit boven de nationale solidariteit zou staan. 3 Nationalisme staat zo tegenover de klassensolidariteit, die de naties zou moeten overstijgen. Volgens Marx zou de natie als middel van de samenbinding van individuen door deze klassensolidariteit naar de achtergrond gedrukt moeten worden. 4 Hij zag nationalisme niet als een bepalende factor. Nationalisme was volgens Marx een historisch bepaald fenomeen dat voortkwam uit de opkomst van het kapitalisme en was voornamelijk een instrument van de imperialisten, die door middel van het nationalisme hun eigen klassenbelangen konden dienen door de hele samenleving te verenigen. 2 Simon (1986): 22 3 Bremmer (1993): 7 4 Simon (1986): 23 4

15 De Bolsjewistische Revolutie en de nationaliteitenkwestie Tijdens de roerige jaren rond de bolsjewistische revolutie en de Eerste Wereldoorlog was de vraag op welke manier de nieuwe machthebbers de macht zouden moeten consolideren. Er waren hierbij twee opties: ofwel een gecentraliseerde staat opbouwen, ofwel een federale staat met het recht voor de volkeren op zelfbeschikking en eventueel afscheiding van het nieuwe bolsjewistische rijk. Het vraagstuk van de naties en nationaliteiten binnen de Sovjetunie speelde op deze manier al direct een hoofdrol in de machtspolitiek van de bolsjewieken op een zowel ideologische als pragmatische wijze. 5 De praktische uitvoering van de ideologie was immers zeer moeilijk te verenigen met de basisideeën van deze ideologie die stelde dat de opbouw van een socialistische staat een centralistische administratie vereiste. 6 Het voorhouden van de mogelijkheid tot onafhankelijkheid van niet-russische volkeren was een van de belangrijkste instrumenten om ervoor te zorgen dat deze volkeren niet zouden gaan morren of zelfs opstandig zouden worden ten opzichte van de nieuwe machthebbers; Lenin maakte dit al duidelijk in 1913 toen hij zei: Das Recht auf Selbstbestimmung ist eine Ausnahme von unseren allgemeinen zentralistische Politik. Im allgemeinen sind wir gegen Abtrennung. Aber wir sind für das Recht auf Abtrennung. 7 Zowel Lenin als Stalin stelden in navolging hiervan dat afscheiding en de vorming van een onafhankelijke staat mogelijk zouden moeten zijn. Maar zoals gezegd was dit meer om de verschillende volkeren rustig te houden en waren de leiders geenszins voornemens ooit aan dit recht gehoor te geven. Desalniettemin werd al snel duidelijk, dat de partij het liefst toch de touwtjes in handen hield toen Stalin als Volkscommissaris van Nationaliteitenkwesties stelde dat het principe van zelfbeschikking ondergeschikt moest zijn aan de principes van het socialisme; ofwel, Stalin vond dat zelfbeschikking van het proletariaat boven de zelfbeschikking van de natie stond; of nog anders gesteld: de Partij zou moeten beslissen over de zelfbeschikking, die daarmee in feite waardeloos was geworden. In de eerste Grondwet van Sovjet-Rusland van 1918 stond geen enkele wetsbepaling ten aanzien van de relaties tussen de federale regering en de individuele staten. Het hele woord federatie kwam zelfs niet voor in de Grondwet. Het was kortom niet duidelijk wat voor verschil er in status bestond tussen de autonome regio s, de autonome republieken, en de Sovjetrepublieken. Pas tussen 1919 en 1923 werd een en ander duidelijk en werden binnen de federatie zeventien autonome regio s en republieken gesticht onder decreet van het Al- 5 Denber et al. (1992): 20 6 Ibid. (1992): 36 7 Simon (1986): 34 5

16 Russische Centrale Uitvoerende Comité, een constructie die ervoor zorgde dat deze autonome onderdelen van de federatie zich niet konden losmaken van het centrale gezag: Autonomy does not mean seccession, zo zei Stalin in Lenin was wat dit betreft veel voorzichtiger door een tussenweg te vinden in zijn uitspraken tussen het formeel toestaan van afscheiding en onafhankelijkheid van naties en de ondergeschiktheid van deze naties aan de Partij. Hij had hier een aantal redenen voor. Zo was het toestaan van onafhankelijkheid een mooi propagandamiddel voor zowel het binnen- als het buitenland. Ook kon hij zo de deur openhouden voor naties buiten de Sovjetunie om zich aan te sluiten bij de Unie, en kon de Sovjetunie anders goed dienen als socialistisch moederland voor andere naties. 9 Lenin s compromis ten aanzien van de nationaliteitenkwestie kwam feitelijk tot uitdrukking in het creëren van een federale structuur, die gebaseerd was op de leuze nationaal in vorm, socialistisch in inhoud. 10 Deze structuur was in theorie een transitionele. In de ideologie van de bolsjewieken bestond namelijk een streven naar een eindtoestand van zogenaamde slijanije, vrij vertaald de fusie of samensmelting van alle nationaliteiten, door middel van sblizjenije, ofwel toenadering. Hiermee verbonden is het Marxistische idee van arbeiders kennen geen vaderland. In plaats van dat verschillende arbeiders gebonden zijn aan verschillende naties zouden zij samen vredig moeten samenleven in de enige natie, de natsija, de socialistische natie. Met de slijanije en sblizjenije zullen alle verschillende narodnosti, ofwel alle volkeren waarvan de arbeiders oorspronkelijk deelgenoot van waren, assimileren en zullen de echte eenheden binnen de staat geen naties meer zijn, maar klassen. Ze gingen er vanuit, dat de ontwikkeling van het communisme uiteindelijk zou leiden tot een gerussificeerde Sovjetmens (homo sovieticus). Lenin wilde de slijanje bereiken door te beginnen met het neutraliseren van onderlinge nationale tegenstellingen door de vorming van eigen republieken voor alle nationaliteiten. 11 Hierbij werd het begrip natie gebruikt naar de definitie die Stalin ervan gaf in 1913, namelijk voldoend aan vier basisvoorwaarden: gemeenschappelijkheid van het economische leven, de taal, het territorium en de psychische Wesensart (cultuur en karakter van de natie). Een natie was pas een natie voor de partij als er minstens tot mensen toe behoorden Denber et al. (1992): 41 9 Ibid. (1992): Bremmer (1993): Huttenbach (1990): Simon (1986): 29 6

17 Lenin s strategie had in wezen iets paradoxaals; waar hij streefde naar de slijanije, creëerde hij met het toekennen van SSR s en ASSR s aan volkeren toch nationale identiteiten in bijvoorbeeld Centraal-Azië, en versterkte hij nationale identiteiten in de Kaukasus en Moldavië, met de intentie van het versnellen van hun in Lenin s ogen onvermijdelijke verdwijnen. 13 Belangrijk hierbij is de strategie van de Sovjets: het maken van een verbinding tussen enerzijds nationaliteit en de rechten van naties en anderzijds territorium. Zo kreeg bijna elk volk, of elke natie, een eigen gebied dat zij konden beschouwen als hun thuisland waarin naast het Russisch hun eigen taal gesproken kon worden. De nationaliteiten die in de Sovjetunie leefden werden dus gedefinieerd volgens etnische criteria. Desalniettemin werden de Russische cultuur en taal niet met zoveel woorden als deel van de Sovjet-identiteit gezien. Zo ontstond een tegenstelling tussen de ideologisch, economisch en politiek bepaalde Sovjet-identiteit en de in cultuur en geschiedenis ingebedde Russische identiteit, beide in de ASSR s en SSR s van de Sovjetunie gecombineerd nog met de daar aanwezige taal, cultuur en geschiedenis. 14 Dit beleid van korenizatsija (verinheemsing) werd officieel ingesteld in 1923 door Lenin. Hij beoogde hiermee het bevorderen van nationale culturen binnen de Sovjetunie door de leden van deze naties voordelen te geven op het gebied van onder andere onderwijs en arbeid. 15 Stalin echter was bezorgd over deze indigenisering van de niet-russische volkeren, wat hij waarschijnlijk zag als tegengesteld aan de effectieve invoering van zijn verregaande economische beleid. Zo werd nationalisme van de minderheid gezien als belangrijkste kracht achter de tegenstand die bestond in de collectivisering van Oekraïne. Stalin sprak in een toespraak in 1934 erover, dat de overblijfselen van het kapitalisme met betrekking tot de nationaliteitenkwestie het langst in de hoofden van de mensen bleef doorwerken. Hierop stelde hij een rigoureuze russificatiepolitiek in, wat er onder andere toe leidde dat alle talen 16 werden gerussificeerd door middel van het gebruik van het Cyrillische schrift en het invoeren van zoveel mogelijk Russische leenwoorden. Overal werden Russische scholen opgericht en werd de Russische taal zo veel mogelijk gebruikt. Vooral na de Tweede Wereldoorlog werd steeds vaker gesteld dat de Russen het leidende volk waren van alle tot de Sovjetunie behorende volkeren Bremmer (1993): Szporluk (1994): Bremmer (1993): Met uitzondering van het Armeens en het Georgisch 17 Smith (1996): 7-8 7

18 De periode Chroesjtsjov en Breznjev Met de verkiezing van Chroesjtsjov als nieuwe partijsecretaris in 1953 werd het proces van destalinisatie ingezet. Onderdeel hiervan was het deels terugkeren van minderheden die onder Stalin onder dwang hadden moeten verhuizen. Bovendien werd de nationaliteitenpolitiek gekoppeld aan de economische ontwikkeling van unierepublieken, door bijvoorbeeld ministeries (zoals de ministeries van kolenindustrie en graanproducten) die eerst voor de hele Sovjetunie waren om te vormen naar ministeries voor iedere unierepubliek afzonderlijk. 18 Terwijl Chroesjtsjov dit beleid doorvoerde, werd tegelijkertijd nog steeds de sblizjenje nagestreefd, onder andere door het verder promoten van de Russische taal. Officieel werd dit in 1961 vastgesteld: de afzonderlijke nationale culturen zouden moeten bloeien en tegelijkertijd zouden zij samengebracht moeten worden tot de slijanje. Chroesjtsjov besefte wel, dat de slijanje ook onder zijn heerschappij nog heel lang op zich zou laten wachten. 19 Daarom werd het begrip edinstvo belangrijker: eenheid, of meer specifiek de broederlijke alliantie van de Sovjetnaties onder de beschermende paraplu van de CPSU. Kort gezegd kan gesteld worden dat Chroesjtsjov grotendeels de nationaliteitenpolitiekkoers van Lenin volgde. 20 Breznjev voerde meer dan Chroesjtsjov een voorzichtige en conservatieve politiek door onder andere de ministeriële controle weer te recentraliseren. Om de territoriale stabiliteit te behouden en de economische achterstand die sommige etnische republieken hadden gaf Breznjev de regionale elites meer vrijheid om zijn politiek in te voeren en bovendien kregen deze regionale leiders meer vrijheid in het aanstellen van personen van de minderheid zelf op hogere posities binnen de etnische republieken. 21 Bovendien hield hij grotendeels vast aan de in 1961 ingestelde koers, met dien verstande dat hij in het Partijcongres van 1971 nadrukkelijk inging op de samenhang van de nieuwe gemeenschap van mensen die in de Sovjetunie aan het ontstaan was en die gezamenlijke doelen had (de Sovjetski narod). 22 Hij was zich wel zeer goed bewust van de moeilijkheden op de weg naar sblizjenje en dat de volkeren in de Sovjetunie in werkelijkheid nog steeds problemen opleverden voor de eenheid. Tijdens het Partijcongres van 1981 hield hij een soortgelijk verhaal; nog steeds was de nationaliteitenkwestie niet opgelost, ook al was de economische ontwikkeling in de meeste republieken goed op gang gekomen. Breznjev s opvolger, Andropov, sprak in 1982 nog 18 Simon (1986): Smith (1996): Denber et al. (1992): Smith (1996): Bremmer (1993):11 8

19 openlijk zijn verlangen naar slijanje uit, maar stelde wel dat nationale verschillen langer zouden doorwerken dan de klassenverschillen in de Sovjetunie. 23 Gorbatsjov en het uiteenvallen van de Sovjetunie Gorbatsjov s leiderschap vanaf 1985 betekende op veel terreinen de instelling van een geheel nieuwe aanpak; op het gebied van de nationaliteiten gebeurde er aanvankelijk echter weinig, wat opvallend is gezien de grote rol die zijn politiek uiteindelijk heeft gespeeld voor de naties. Gorbatsjov had weinig oog voor de kwestie, noemde deze nauwelijks en herhaalde als hij dit wel deed de uitspraken van Breznjev met referenties naar de Sovjetski narod, zonder de slijanje te noemen. Over het algemeen negeerde hij de kwestie echter grotendeels; zo kon het gebeuren dat er etnisch getinte rellen uitbraken in onder andere Kazachstan en Nagorno- Karabach. Pas later kwam er serieus aandacht voor de kwestie, toen door deze rellen duidelijk werd dat door Gorbatsjov s politiek de territoriale integriteit en de legitimiteit van de Sovjetunie in gevaar kwam. 24 Het leidde er uiteindelijk toe dat Gorbatsjov stelde dat de hervormingen in de nationaliteitenpolitiek geheel binnen het door Lenin gestelde raamwerk zouden moeten geschieden. In de ogen van Gorbatsjov was door Stalin en zijn opvolgers van het juiste pad van Lenin afgeweken, waardoor er onder hemzelf zoveel etnische onrust bestond. 25 Feitelijk deed hij er zelf echter ook weinig aan; van daadwerkelijke federalisering kwam zoals bij zijn voorgangers weinig tot niets terecht en de Partij bleef de leiding hebben. Bovendien zorgde zijn politiek van glasnost ervoor dat de unierepublieken hun politieke, economische en culturele gewicht sterk konden vergroten. In veel republieken werden vragen gesteld bij hun rol in de federatie en vroegen zich af hoe en waarom zij eigenlijk met Moskou verbonden waren. 26 Het Federale Verdrag, waarin de unierepublieken de mogelijkheid kregen vrijwillig in de erg losse federatie te blijven of deze te verlaten, was Gorbatsjov s laatste kans de Sovjetunie bijeen te houden. Hij verklaarde hiermee in feite de unierepublieken soeverein, als zij dat zelf al niet hadden gedaan. De al ontstane onrust, het nationalisme en de wil om onafhankelijk(er) te worden, en daar overheen nog de coup van 19 augustus 1991, betekenden uiteindelijk de doodsteek voor de Sovjetunie: Lenin s ideaal van het creëren van een federatie om volkeren 23 Smith (1996): Denber et al. (1992): Smith (1996): Denber et al. (1992):

20 bijeen te houden was definitief mislukt. Doordat Gorbatsjov geen dwang meer gebruikte was het uiteenvallen van de federatie onvermijdelijk geworden. 27 Conclusie Het probleem met de verschillende nationaliteiten binnen de Sovjetunie heeft altijd een rol gespeeld in de binnenlandse politiek. Wel is duidelijk geworden, dat de verschillende leiders er verschillend mee omgingen. Vooral grondlegger Lenin hechtte altijd een groot belang aan de nationaliteitenkwestie en probeerde er op een op papier relatief decentrale manier oplossingen voor te vinden, zolang deze oplossingen maar pasten binnen de marxistischleninistische ideologie en zolang Moskou maar de feitelijke leiding had. Zijn opvolger Stalin had minder op met decentralisatie, maar onder zijn leiding is wel de indeling in republieken ontstaan, die nu nog steeds grotendeels intact is met dien verstande uiteraard dat de unierepublieken onafhankelijk zijn geworden. Ook Chroesjtsjov heeft vanuit het perspectief van de republieken relatief veel betekend, vooral wat betreft de toekenning van een zekere economische autonomie. Breznjev en Gorbatsjov waren minder begaan met de kwestie; onder de laatste echter is er dusdanig weinig rekening mee gehouden dat de glasnost en perestrojka een opleving van het nationalisme in de verschillende republieken teweeg kon brengen, dat deze opleving de Sovjetunie uiteindelijk uiteen heeft doen vallen. In het volgende hoofdstuk zal ingegaan worden op de ontwikkelingen na 1990, waarbij de nadruk zal liggen op hoe Jeltsin en Poetin omgaan en om zijn gegaan met de onafhankelijk geworden unierepublieken en hoe zij Rusland s invloed in deze regio willen behouden. 27 Smith (1996):

Vervolg en einde van De Koude Oorlog: 1953-1995 (10.1 & 10.3)

Vervolg en einde van De Koude Oorlog: 1953-1995 (10.1 & 10.3) Vervolg en einde van De Koude Oorlog: 1953-1995 (10.1 & 10.3) Na de dood van Stalin leek de Sovjet greep op het Oost Europa wat losser te worden. Chroesjtsjov maakte Stalins misdaden openbaar (destalinisatie),

Nadere informatie

De nieuwe landen in het oosten

De nieuwe landen in het oosten De nieuwe landen in het oosten Sinds het einde van de Koude Oorlog is de kaart van Europa ingrijpend gewijzigd. Sommige staten zijn verdwenen om op te gaan in een groter geheel ( denk aan de DDR), maar

Nadere informatie

Eindexamen aardrijkskunde vwo 2008-I

Eindexamen aardrijkskunde vwo 2008-I LET OP: De cursieve regel achter de vraagzin kan afhankelijk van de feitelijke vraag bijvoorbeeld vermelden: dat een verklaring een situatiebeschrijving en een algemene regel (= verklarend principe) moet

Nadere informatie

DE GESCHIEDENIS VAN RUSLAND MET POSTZEGELS

DE GESCHIEDENIS VAN RUSLAND MET POSTZEGELS DE GESCHIEDENIS VAN RUSLAND MET POSTZEGELS De eerste postzegels van Rusland werden uitgegeven in 1858.Rusland was toen een Keizerrijk, dat door de familie Romanov ( de Tsaren) Alexander I, Alexander II,

Nadere informatie

Hoofdstuk 5: Koude Oorlog en Dekolonisatie

Hoofdstuk 5: Koude Oorlog en Dekolonisatie Hoofdstuk 5: Koude Oorlog en Dekolonisatie Geschiedenis VWO 2011/2012 www.lyceo.nl Nieuwe ontwikkelingen na de Tweede Wereldoorlog Nieuwe machtsverhoudingen: Verenigde Staten en de Sovjet-Unie nieuwe supermachten

Nadere informatie

Nederlandse Samenvatting

Nederlandse Samenvatting Nederlandse Samenvatting De Protestantse Kerk in Nederland (PKN) onderhoudt middels de organisaties Kerk in Actie (KiA) en ICCO Alliantie contacten met partners in Brazilië. Deze studie verkent de onderhandelingen

Nadere informatie

Cover Page. The handle http://hdl.handle.net/1887/25770 holds various files of this Leiden University dissertation.

Cover Page. The handle http://hdl.handle.net/1887/25770 holds various files of this Leiden University dissertation. Cover Page The handle http://hdl.handle.net/1887/25770 holds various files of this Leiden University dissertation. Author: Van Thuy, Pham Title: Beyond political skin : convergent paths to an independent

Nadere informatie

maatschappijwetenschappen pilot vwo 2015-I

maatschappijwetenschappen pilot vwo 2015-I Opgave 1 Kroatië toegetreden tot de EU Bij deze opgave horen de teksten 1 tot en met 3 en figuur 1. Inleiding Kroatië is een van de staten in de Balkan die voorheen tot Joegoslavië behoorden. In 1991 verklaarde

Nadere informatie

SO 2 Tijdvak I AVONDMAVO 2012-2013. Staat en Natie. Dit SO bestaat uit 37 vragen. 29 openvragen en 8 meerkeuze vragen.

SO 2 Tijdvak I AVONDMAVO 2012-2013. Staat en Natie. Dit SO bestaat uit 37 vragen. 29 openvragen en 8 meerkeuze vragen. SO 2 Tijdvak I AVONDMAVO 2012-2013 Staat en Natie Dit SO bestaat uit 37 vragen. 29 openvragen en 8 meerkeuze vragen. In de 17 e en de 18 e eeuw ontstond er in Europa een politieke en filosofische stroming,

Nadere informatie

Eindexamen geschiedenis en staatsinrichting vmbo gl/tl 2005 - II

Eindexamen geschiedenis en staatsinrichting vmbo gl/tl 2005 - II Meerkeuzevragen Schrijf alleen de hoofdletter van het goede antwoord op. DE KOUDE OORLOG + NEDERLAND EN DE VERENIGDE STATEN NA DE TWEEDE WERELDOORLOG Gebruik bron 1. 1p 1 De bron maakt duidelijk dat de

Nadere informatie

GESCHIEDENIS EN STAATSINRICHTING CSE KB

GESCHIEDENIS EN STAATSINRICHTING CSE KB Examen VMBO-KB 2005 tijdvak 1 woensdag 25 mei 9.00 11.00 uur GESCHIEDENIS EN STAATSINRICHTING CSE KB Gebruik het bronnenboekje. Dit examen bestaat uit 35 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 50 punten

Nadere informatie

Tijdvak I. 31 oktober 2013 8: 30-10:00.

Tijdvak I. 31 oktober 2013 8: 30-10:00. 1 SCHOOLONDERZOEK Tijdvak I GESCHIEDENIS 31 oktober 2013 8: 30-10:00. Dit onderzoek bestaat uit 38 vragen. Bij dit onderzoek behoort een antwoordblad. Beantwoord de antwoorden uitsluitend op het antwoordblad.

Nadere informatie

Het belang van Georgië in de olieen gasvoorziening van Europa

Het belang van Georgië in de olieen gasvoorziening van Europa Het belang van Georgië in de olieen gasvoorziening van Europa door dr Givi Taktakishvili In de energievoorziening van de industriële landen speelden de landen van de Kaspische regio s vroeger een kleine

Nadere informatie

De koude oorlog Jesse Klever Groep 7

De koude oorlog Jesse Klever Groep 7 De koude oorlog Jesse Klever Groep 7 1 Voorwoord Tijdens het maken van mijn spreekbeurt over Amerika kwam ik de Koude oorlog tegen. De koude oorlog leek mij een heel interessant onderwerp waar ik niet

Nadere informatie

Bijlage VMBO-KB. geschiedenis en staatsinrichting CSE KB. tijdvak 2. Bronnenboekje. KB-0125-a-12-2-b

Bijlage VMBO-KB. geschiedenis en staatsinrichting CSE KB. tijdvak 2. Bronnenboekje. KB-0125-a-12-2-b Bijlage VMBO-KB 2012 tijdvak 2 geschiedenis en staatsinrichting CSE KB Bronnenboekje KB-0125-a-12-2-b Staatsinrichting van Nederland bron 1 Een beschrijving van een politieke stroming (rond 1870): Zij

Nadere informatie

SCHOOLONDERZOEK GESCHIEDENIS

SCHOOLONDERZOEK GESCHIEDENIS SCHOOLONDERZOEK Tijdvak I GESCHIEDENIS Dit onderzoek bestaat uit 40 vragen. Bij dit onderzoek behoort een antwoordblad. Beantwoord de antwoorden uitsluitend op het antwoordblad. Meerkeuze antwoorden worden

Nadere informatie

SO 1. Tijdvak II AVONDMAVO 2013-2014. Historisch Overzicht

SO 1. Tijdvak II AVONDMAVO 2013-2014. Historisch Overzicht SO 1 Tijdvak II AVONDMAVO 2013-2014 Historisch Overzicht 1. Welke doelstelling had Wilhelm II bij zijn aantreden als Keizer van Duitsland? 2. Welk land behoorde niet tot de Centralen tijdens de Eerste

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2014 2015 34 114 Goedkeuring van de op 27 juni 2014 te Brussel tot stand gekomen Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap

Nadere informatie

T4 Oefen SED Geschiedenis Module 6

T4 Oefen SED Geschiedenis Module 6 T4 Oefen SED Geschiedenis Module 6 1. Bekijk bron 1. De titel van de onderstaande Russische cartoon is: De Amerikaanse stemmachine. De Verenigde Staten drukken op het knopje voor, dat naast het knopje

Nadere informatie

S.O. 2 Tijdvak I AVONDMAVO 2014-2015

S.O. 2 Tijdvak I AVONDMAVO 2014-2015 S.O. 2 Tijdvak I AVONDMAVO 2014-2015 Dit S.O. bestaat uit 41 vragen. Je schrijft met een blauwe of zwarte pen. Schrijf netjes en duidelijk. Indien bij een vraag een verklaring wordt gevraagd en de verklaring

Nadere informatie

DE DEMOCRATIE-INDEX GROEP 1: 1815-1848. 3. Hebben alle partijen min of meer gelijke kansen in de campagneperiode?

DE DEMOCRATIE-INDEX GROEP 1: 1815-1848. 3. Hebben alle partijen min of meer gelijke kansen in de campagneperiode? DE DEMOCRATIE-INDEX GROEP 1: 1815-1848 ACHTERGRONDINFORMATIE PERIODE 1815-1848 DE EERSTE JAREN VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN Tussen 1795 en 1813 was Nederland overheerst geweest door de Fransen. In

Nadere informatie

Het conflict in Oekraïne: nieuwe breuklijn tussen Oost en West?

Het conflict in Oekraïne: nieuwe breuklijn tussen Oost en West? Het conflict in Oekraïne: nieuwe breuklijn tussen Oost en West? Ria Laenen (Faculteit Sociale Wetenschappen, KU Leuven) Seniorenuniversiteit Hasselt, 5.10.2015 Overzicht Het conflict in Oekraïne: van de

Nadere informatie

Samenvatting (Summary)

Samenvatting (Summary) Zijn de internationale besturen in Bosnië-Herzegovina (Bosnië) en Kosovo er in geslaagd om in beide gebieden duurzame politieke instituties op te zetten die los van verdere buitenlandse bemoeienis zelf

Nadere informatie

1. WAT VOORAFGING...1 2. HET CONGRES VAN WENEN...2 2.1. BESLISSINGEN...3 2.2. GEVOLGEN...6 2.3. BELANG VAN HET CONGRES VAN WENEN...

1. WAT VOORAFGING...1 2. HET CONGRES VAN WENEN...2 2.1. BESLISSINGEN...3 2.2. GEVOLGEN...6 2.3. BELANG VAN HET CONGRES VAN WENEN... HET CONGRES VAN WENEN 1. WAT VOORAFGING...1 2. HET CONGRES VAN WENEN...2 2.1. BESLISSINGEN...3 2.2. GEVOLGEN...6 2.3. BELANG VAN HET CONGRES VAN WENEN...7 3.1. Het Congres van Wenen en de restauratie Het

Nadere informatie

Belangen: Rusland versus de EU

Belangen: Rusland versus de EU Belangen: Rusland versus de EU Korte omschrijving werkvorm Leerlingen denken na over de redenen waarom Rusland en de EU zich met het conflict in Oekraïne bemoeien. Dit doen zij door eerst een tekst te

Nadere informatie

Samenvatting geschiedenistoets hoofdstuk 6: Een tijd van revoluties

Samenvatting geschiedenistoets hoofdstuk 6: Een tijd van revoluties Samenvatting geschiedenistoets hoofdstuk 6: Een tijd van revoluties Dit hoofdstuk gaat over opstand in Amerika, Frankrijk en Nederland. Deze opstanden noemen we revoluties. Opstand in Amerika (1775). De

Nadere informatie

EUROPEES PARLEMENT. Zittingsdocument 28.5.2008 B6-0290/2008 ONTWERPRESOLUTIE. naar aanleiding van de verklaringen van de Raad en de Commissie

EUROPEES PARLEMENT. Zittingsdocument 28.5.2008 B6-0290/2008 ONTWERPRESOLUTIE. naar aanleiding van de verklaringen van de Raad en de Commissie EUROPEES PARLEMENT 2004 Zittingsdocument 2009 28.5.2008 B6-0290/2008 ONTWERPRESOLUTIE naar aanleiding van de verklaringen van de Raad en de Commissie ingediend overeenkomstig artikel 103, lid 2, van het

Nadere informatie

1. WAT VOORAFGING...1 2. HET CONGRES VAN WENEN...2 2.1. BESLISSINGEN...3 2.2. GEVOLGEN...6 2.3. BELANG VAN HET CONGRES VAN WENEN...

1. WAT VOORAFGING...1 2. HET CONGRES VAN WENEN...2 2.1. BESLISSINGEN...3 2.2. GEVOLGEN...6 2.3. BELANG VAN HET CONGRES VAN WENEN... HET CONGRES VAN WENEN 1. WAT VOORAFGING...1 2. HET CONGRES VAN WENEN...2 2.1. BESLISSINGEN...3 2.2. GEVOLGEN...6 2.3. BELANG VAN HET CONGRES VAN WENEN...7 3.1. Het Congres van Wenen en de restauratie Het

Nadere informatie

geschiedenis en staatsinrichting CSE KB

geschiedenis en staatsinrichting CSE KB Examen VMBO-KB 2010 tijdvak 1 vrijdag 21 mei 9.00-11.00 uur geschiedenis en staatsinrichting CSE KB Gebruik het bronnenboekje. Dit examen bestaat uit 39 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 54 punten

Nadere informatie

Oekraïne: Poetins boemerang?

Oekraïne: Poetins boemerang? Datum 01-04-2014 1 Oekraïne: Poetins boemerang? Prof. Dr. J.S.A.M.van Koningsbrugge Nederland-Rusland Centrum Rijksuniversiteit Groningen Datum 01-04-2014 2 De historische wortel: Kiëv Rus Bogdan Chmelnitski;

Nadere informatie

De NAVO na de. Koude Oorlog

De NAVO na de. Koude Oorlog De NAVO na de Koude Oorlog Inleiding Het websheet De NAVO na de Koude Oorlog is het tweede websheet dat in het teken staat van internationale organisaties en Europese veiligheid. Het sheet heeft als doel

Nadere informatie

MODULE I EUROPA: NOOIT MEER OORLOG!

MODULE I EUROPA: NOOIT MEER OORLOG! MODULE I EUROPA: NOOIT MEER OORLOG! I.I De geboorte van de Europese Unie Zoals jullie waarschijnlijk wel weten zijn er de vorige eeuwen veel oorlogen in Europa geweest. Vooral de Eerste en de Tweede Wereldoorlog

Nadere informatie

Opgave 4 Conflict Noord-Korea en Zuid-Korea

Opgave 4 Conflict Noord-Korea en Zuid-Korea Opgave 4 Conflict Noord-Korea en Zuid-Korea Bij deze opgave horen figuur 3 en de teksten 7 tot en met uit het bronnenboekje. Gebruik tekst 7. Er zijn twee vormen van dictaturen: autoritaire en totalitaire

Nadere informatie

Voor wie? Omschrijving

Voor wie? Omschrijving Minor MOES Voor wie? Een opleidingsgebonden minor voor studenten Geschiedenis en tevens toegankelijk voor andere BA-studenten (bijvoorbeeld van de opleiding Internationale Betrekkingen en Internationale

Nadere informatie

Hoe hieraan exact wordt vormgegeven binnen onze school, wordt duidelijk in dit document.

Hoe hieraan exact wordt vormgegeven binnen onze school, wordt duidelijk in dit document. SOCIALE COHESIE EN BURGERSCHAP Inleiding Een school maakt deel uit van de maatschappij en bouwt mee aan de vorming van jonge burgers. Een groot deel van de dag, brengen jongeren door op school. Zij krijgen

Nadere informatie

Kijktip: Nieuwsuur in de Klas

Kijktip: Nieuwsuur in de Klas Kijktip: Nieuwsuur in de Klas Korte omschrijving werkvorm De leerlingen beantwoorden vragen over de Europese politiek aan de hand van korte clips van Nieuwsuur in de Klas. Leerdoel De leerlingen leren

Nadere informatie

Koude Oorlog. Geschiedenis SO I 4 november 2010. Tijdvak 1

Koude Oorlog. Geschiedenis SO I 4 november 2010. Tijdvak 1 Geschiedenis SO I 4 november 2010 Tijdvak 1 Koude Oorlog Dit SO bestaat uit 40 vragen. 25 openvragen en 15 gesloten vragen. Schrijf de antwoorden op je antwoordblad. 1 2 3 4 5 6 7 In het jaar 1938 werd

Nadere informatie

De 1 e Wereldoorlog. inleiding (9.1) HC onderdelen: conferentie van Berlijn (1884-85) + vlootwet (1898)

De 1 e Wereldoorlog. inleiding (9.1) HC onderdelen: conferentie van Berlijn (1884-85) + vlootwet (1898) De 1 e Wereldoorlog inleiding (9.1) HC onderdelen: conferentie van Berlijn (1884-85) + vlootwet (1898) Onderzoeksvraag: Wat waren de oorzaken van de 1 e Wereldoorlog en wat maakte deze oorlog uniek in

Nadere informatie

Moeilijke besluiten voor de Europese Raad

Moeilijke besluiten voor de Europese Raad Moeilijke besluiten voor de Europese Raad Korte omschrijving: Leerlingen gaan aan de slag met actuele Europese dilemma s. Er zijn vijf dilemma s. U kunt zelf kiezen welke dilemma s u aan de orde stelt.

Nadere informatie

7. Het ontstaan van het nationalisme

7. Het ontstaan van het nationalisme 7. Het ontstaan van het nationalisme Artikel 3 uit de Verklaring van de rechten van de mens en de burger, 1789. De oorsprong van iedere soevereiniteit ligt wezenlijk bij het volk/de natie. Geen instantie,

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2013 2014 21 501-20 Europese Raad Nr. 909 LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN Vastgesteld 2 september 2014 De vaste commissie voor Buitenlandse Zaken heeft een

Nadere informatie

Faculteit der Rechtsgeleerdheid Amsterdam Center for International Law Postbus 1030 1000 BA Amsterdam

Faculteit der Rechtsgeleerdheid Amsterdam Center for International Law Postbus 1030 1000 BA Amsterdam Faculteit der Rechtsgeleerdheid Amsterdam Center for International Law Postbus 1030 1000 BA Amsterdam T 020 535 2637 Advies Luchtaanvallen IS(IS) Datum 24 september 2014 Opgemaakt door Prof. dr. P.A. Nollkaemper

Nadere informatie

5. Protocol tot vaststelling van het statuut van de. Europese Investeringsbank

5. Protocol tot vaststelling van het statuut van de. Europese Investeringsbank De Slotakte vermeldt de verbindende protocollen en de niet-verbindende verklaringen Slotakte De CONFERENTIE VAN DE VERTEGENWOORDIGERS VAN DE REGERINGEN VAN DE LIDSTATEN, bijeen te Brussel op 30 september

Nadere informatie

Wat is een dictatuur?

Wat is een dictatuur? Wat is een dictatuur? Een dictatuur is een regeringsvorm waarin alle macht in handen is van één persoon of van één groep mensen. In verreweg de meeste gevallen komt een dictatuur tot stand na gebruik van

Nadere informatie

PULO / MULO staatsexamen lesmateriaal Vak: Geschiedenis Les 6

PULO / MULO staatsexamen lesmateriaal Vak: Geschiedenis Les 6 PULO / MULO staatsexamen lesmateriaal Vak: Geschiedenis Les 6 Thema: DEKOLONISATIE Het dekolonisatieproces heeft in de ex-kolonies veranderingen teweeg gebracht op politiek, sociaal en economisch gebied.

Nadere informatie

Hierbij gaan voor de delegaties de conclusies die de Europese Raad tijdens de in hoofde genoemde bijeenkomst heeft aangenomen.

Hierbij gaan voor de delegaties de conclusies die de Europese Raad tijdens de in hoofde genoemde bijeenkomst heeft aangenomen. Europese Raad Brussel, 16 juli 2014 (OR. en) EUCO 147/14 CO EUR 9 CONC 3 BEGEEIDENDE NOTA van: het secretariaat-generaal van de Raad aan: de delegaties Betreft: Bijzondere bijeenkomst van de Europese Raad

Nadere informatie

De Vietnam-oorlog. De Vietnam-oorlog. De Vietnam-oorlog. De Vietnam-oorlog. Twee grote processen

De Vietnam-oorlog. De Vietnam-oorlog. De Vietnam-oorlog. De Vietnam-oorlog. Twee grote processen Koude Oorlog Amerikaanse buitenlandse politiek communisme rivaliteiten tussen de Sovjet-Unie en China nationalistische bewegingen dekolonisatie Twee grote processen Koude oorlog Nationalisme en dekolonisatie

Nadere informatie

Tijd van burgers en stoommachines 1800 1900. 8.3 Nationalisme en Duitse eenwording.

Tijd van burgers en stoommachines 1800 1900. 8.3 Nationalisme en Duitse eenwording. Onderzoeksvraag: Hoe zorgden nationalistische gevoelens ervoor dat de Duitstalige gebieden één staat werden? Kenmerkende aspect: De opkomst van de politiek maatschappelijke stromingen nationalisme, liberalisme,

Nadere informatie

Herdenking Capitulaties Wageningen

Herdenking Capitulaties Wageningen SPEECH SYMPOSIUM 5 MEI 2009 60 jaar NAVO Clemens Cornielje Voorzitter Nationaal Comité Herdenking Capitulaties Wageningen Dames en heren, De détente tussen oost en west was ook in Gelderland voelbaar.

Nadere informatie

Examen VMBO-GL en TL 2005

Examen VMBO-GL en TL 2005 Examen VMBO-GL en TL 2005 tijdvak 2 dinsdag 21 juni 9.00 11.00 uur GESCHIEDENIS EN STAATSINRICHTING CSE GL EN TL Gebruik het bronnenboekje. Dit examen bestaat uit 41 vragen. Voor dit examen zijn maximaal

Nadere informatie

De rol van Georgië in de olie- en gasvoorziening van Europa

De rol van Georgië in de olie- en gasvoorziening van Europa De rol van Georgië in de olie- en gasvoorziening van Europa Givi Taktakishvili De geïndustrialiseerde landen voorzien grote problemen op het gebied van hun energievoorziening. Ze gebruiken enorme hoeveelheden

Nadere informatie

2016D05361 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

2016D05361 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG 2016D05361 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG Binnen de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken bestond bij enkele fracties de behoefte de Minister van Buitenlandse Zaken enkele vragen en opmerkingen

Nadere informatie

Examen VMBO-GL en TL 2005

Examen VMBO-GL en TL 2005 Examen VMBO-GL en TL 2005 tijdvak 1 woensdag 25 mei 9.00 11.00 uur GESCHIEDENIS EN STAATSINRICHTING CSE GL EN TL Gebruik het bronnenboekje. Dit examen bestaat uit 38 vragen. Voor dit examen zijn maximaal

Nadere informatie

Nederland en het communisme

Nederland en het communisme Nederland en het communisme Naam: Fred Roustaie Profiel: C&M Vak: Geschiedenis School: Fons Vitae Lyceum Klas: 5HA Naam Begeleider: B. Steenhof Datum: Blz.1 Inhoudsopgave: 1. Inleiding (blz. 3 t/m 4) 1.1

Nadere informatie

Belangen: argumenten van voor- en tegenstanders

Belangen: argumenten van voor- en tegenstanders Belangen: argumenten van voor- en tegenstanders Korte omschrijving werkvorm Welke argumenten dragen voor- en tegenstanders van het associatieverdrag met Oekraïne aan? Leerlingen concentreren zich in kleine

Nadere informatie

Eindexamen geschiedenis vwo 2009 - I

Eindexamen geschiedenis vwo 2009 - I Ten oorlog! Europese oorlogen 1789-1919. Oorlog als maatschappelijk fenomeen In de landen die Napoleon veroverde, voerde hij een beleid dat: enerzijds paste binnen het gelijkheidsideaal van de Franse Revolutie

Nadere informatie

In de laatste vijftien jaar is de invloed

In de laatste vijftien jaar is de invloed De veiligheidspolitiek van Turkije in de Kaukasus Dr. C.M.L. Hille* Inleiding In de laatste vijftien jaar is de invloed van Turkije in de Kaukasus aanzienlijk toegenomen, onder meer op politiek en economisch

Nadere informatie

Grondwet van de Tweede Republiek der Nederlanden Neerlandiæ

Grondwet van de Tweede Republiek der Nederlanden Neerlandiæ Grondwet van de Tweede Republiek der Nederlanden Neerlandiæ De Republiek der Nederlanden, verenigd in een micronatie sinds de uitroeping van de Unie van Utrecht 2007, beseffend dat een grondige hervorming

Nadere informatie

De Voorzitter van de Adviesraad Internationale Vraagstukken De heer Mr. F. Korthals Altes Postbus 20061 2500 EB Den Haag. Den Haag, november 2004

De Voorzitter van de Adviesraad Internationale Vraagstukken De heer Mr. F. Korthals Altes Postbus 20061 2500 EB Den Haag. Den Haag, november 2004 De Voorzitter van de Adviesraad Internationale Vraagstukken De heer Mr. F. Korthals Altes Postbus 20061 2500 EB Den Haag Den Haag, november 2004 Hierbij dank ik u mede namens de Minister voor Ontwikkelingssamenwerking

Nadere informatie

Eindexamen geschiedenis havo 2009 - II

Eindexamen geschiedenis havo 2009 - II Ten oorlog! Europese oorlogen 1789-1919. Oorlog als maatschappelijk fenomeen In 1792 begon de eerste Coalitieoorlog. 1p 1 Welk politiek doel streefde Oostenrijk met de strijd tegen Frankrijk na? Gebruik

Nadere informatie

Maatschappijleer par. 1!

Maatschappijleer par. 1! Maatschappijleer par. 1 Iets is een maatschappelijk probleem als: 1. Het groepen mensen aangaat 2. Het samenhangt met of het is gevolg is van maatschappelijke verandering 3. Er verschillende meningen zijn

Nadere informatie

Het voormalige Oostblok en Rusland: perspectieven op het post-koude Oorlog tijdperk

Het voormalige Oostblok en Rusland: perspectieven op het post-koude Oorlog tijdperk Onderwijsconferentie Het voormalige Oostblok en Rusland: perspectieven op het post-koude Oorlog tijdperk Woensdag 18 maart 2015 Academiegebouw, Utrecht Op 18 maart organiseerde de Atlantische Onderwijscommissie

Nadere informatie

Etnisch separatisme in de voormalige Sovjet-Unie

Etnisch separatisme in de voormalige Sovjet-Unie Etnisch separatisme in de voormalige Sovjet-Unie René Does februari 2009 NEDERLANDS INSTITUUT VOOR INTERNATIONALE BETREKKINGEN CLINGENDAEL CIP-Data Koninklijke bibliotheek, Den Haag Does, René Etnisch

Nadere informatie

Koloniën worden onafhankelijk

Koloniën worden onafhankelijk Koloniën worden onafhankelijk 10.2 Onderzoeksvragen : Wat waren de oorzaken en gevolgen van de dekolonisatie na 1945? Kenmerkende aspecten : De dekolonisatie die een eind maakte aan de westerse hegemonie

Nadere informatie

geschiedenis en staatsinrichting CSE GL en TL

geschiedenis en staatsinrichting CSE GL en TL Examen VMBO-GL en TL 2008 tijdvak 2 dinsdag 17 juni 9.00-11.00 uur geschiedenis en staatsinrichting CSE GL en TL Gebruik het bronnenboekje Dit examen bestaat uit 38 vragen. Voor dit examen zijn maximaal

Nadere informatie

Macht en waarden in de wereldpolitiek

Macht en waarden in de wereldpolitiek Rik Coolsaet Macht en waarden in de wereldpolitiek Actuele vraagstukken in de internationale politiek Editie 2006-2007 2 Inhoud Inleiding... Deel 1. De jaren 90: het transitiedecennium 1. Van illusie naar

Nadere informatie

Simulatiespel: Bron: The Economist. Crisisoverleg Rusland en de EU

Simulatiespel: Bron: The Economist. Crisisoverleg Rusland en de EU Simulatiespel: Bron: The Economist Crisisoverleg Rusland en de EU Inleiding: Simulatiespel: crisisoverleg EU en Rusland Dit simulatiespel is gebaseerd op realistische veronderstellingen. Rusland heeft

Nadere informatie

Samenvatting Moderne Geschiedenis ABC

Samenvatting Moderne Geschiedenis ABC Samenvatting Moderne Geschiedenis ABC Week 1ABC: De Franse Revolutie Info: De Franse Tijd (1795 1814) Na de Franse Revolutie werd Napoleon de baas in Frankrijk. Napoleon veroverde veel Europese landen,

Nadere informatie

1.3.1. De samenleving is organisch 26 1.3.2. De nationalistische correctie van het sociaal contract 28

1.3.1. De samenleving is organisch 26 1.3.2. De nationalistische correctie van het sociaal contract 28 Inhoud Over deze analyse 13 De structuur van dit onderzoek 14 De bronnen en citaten 16 Referenties 17 Dankwoord 17 1. Inleiding. De Wever en de schaduw van Burke 19 1.1. Edmund Burke, een moderne held?

Nadere informatie

Het conflict in de Kaukasus Vier perspectieven

Het conflict in de Kaukasus Vier perspectieven Het conflict in de Kaukasus Vier perspectieven Françoise Companjen De kortstondige maar heftige oorlog in Georgië van augustus 2008 heeft duidelijk gemaakt hoezeer dit conflict aan de rand van Europa ook

Nadere informatie

Instructie: Landenspel light

Instructie: Landenspel light Instructie: Landenspel light Korte omschrijving werkvorm In dit onderdeel vormen groepjes leerlingen de regeringen van verschillende landen. Ieder groepje moet uiteindelijk twee werkbladen (dus twee landen)

Nadere informatie

Onrust in het Oosten van Europa

Onrust in het Oosten van Europa THEMA ARTIKEL Onrust in het Oosten van Europa De EU moet het Oostelijk Partnerschap herzien Jos Boonstra EU-initiatieven op het gebied van buitenlands beleid zijn doorgaans als een mammoettanker. De start

Nadere informatie

Samenvatting. 1. Wat houdt het begrip internationale samenwerking in?

Samenvatting. 1. Wat houdt het begrip internationale samenwerking in? Aanleiding voor het onderzoek Samenvatting In de 21 ste eeuw is de invloed van ruimtevaartactiviteiten op de wereldgemeenschap, economie, cultuur, milieu, etcetera steeds groter geworden. Ieder land dient

Nadere informatie

ESSAY ACTUELE VRAAGSTUKKEN. Sebastian Kügler VAN OORLOG EN VREDE. Vossendijk 95-6 6534 TH Nijmegen Studentnummer: 9801278 Nijmegen, juni 2005 1/7

ESSAY ACTUELE VRAAGSTUKKEN. Sebastian Kügler VAN OORLOG EN VREDE. Vossendijk 95-6 6534 TH Nijmegen Studentnummer: 9801278 Nijmegen, juni 2005 1/7 ESSAY ACTUELE VRAAGSTUKKEN VAN OORLOG EN VREDE Vossendijk 95-6 6534 TH Nijmegen Studentnummer: 9801278 Nijmegen, juni 2005 1/7 Opdracht: De Europese Grondwet, die op 1 juni a.s. in een referendum ter instemming/afwijzing

Nadere informatie

Toetsvragen geschiedenis toelating Pabo. Tijdvak 9 Toetsvragen

Toetsvragen geschiedenis toelating Pabo. Tijdvak 9 Toetsvragen Tijdvak 9 Toetsvragen 1 De Eerste Wereldoorlog brak uit naar aanleiding van een moordaanslag in Serajewo. Maar lang daarvoor groeiden er al tegenstellingen waarbij steeds meer landen werden betrokken.

Nadere informatie

Tijd van burgers en stoommachines 1800 1900. 8.6 Emancipatie en democratisering. Onderzoeksvraag: Hoe werd de politiek gedemocratiseerd?

Tijd van burgers en stoommachines 1800 1900. 8.6 Emancipatie en democratisering. Onderzoeksvraag: Hoe werd de politiek gedemocratiseerd? Onderzoeksvraag: Hoe werd de politiek gedemocratiseerd? Kenmerkende aspecten: * Voortschrijdende democratisering, met deelname van steeds meer mannen en vrouwen aan het politiek proces. * De opkomst van

Nadere informatie

Eindexamen geschiedenis en staatsinrichting vmbo gl/tl 2005 - I

Eindexamen geschiedenis en staatsinrichting vmbo gl/tl 2005 - I Meerkeuzevragen Schrijf alleen de hoofdletter van het goede antwoord op. DE KOUDE OORLOG + NEDERLAND EN DE VERENIGDE STATEN NA DE TWEEDE WERELDOORLOG Gebruik bron 1. 1p 1 Welke kaart geeft de historisch

Nadere informatie

Werkvel opdracht 9 (Onderhandelingsspel: hoe neem je samen moeilijke besluiten?)

Werkvel opdracht 9 (Onderhandelingsspel: hoe neem je samen moeilijke besluiten?) Werkvel opdracht 9 (Onderhandelingsspel: hoe neem je samen moeilijke besluiten?) Toelichting op de opdracht Tijdens deze opdracht gaan jullie in kleine groepjes in onderhandeling met elkaar over een pakket

Nadere informatie

A. LEER EN TOETSPLAN. Vak: Geschiedenis Leerjaar: 3 Onderwerp: De Eerste en Tweede Wereldoorlog (H1 en 2) Kerndoel(en):

A. LEER EN TOETSPLAN. Vak: Geschiedenis Leerjaar: 3 Onderwerp: De Eerste en Tweede Wereldoorlog (H1 en 2) Kerndoel(en): A. LEER EN TOETSPLAN Vak: Geschiedenis Leerjaar: Onderwerp: De Eerste en Tweede Wereldoorlog (H1 en ) Kerndoel(en): 7. De leerling leert een kader van tien tijdvakken te gebruiken om gebeurtenissen, ontwikkelingen

Nadere informatie

Hoort Rusland wel of niet bij Europa?

Hoort Rusland wel of niet bij Europa? Lezingenserie Rusland, Holten. 9-11-2015 Rusland, Westerlingen versus Slavofielen? Helga Salemon Hoort Rusland wel of niet bij Europa? * Russen kampen al zolang het land bestaat met een identiteitscrisis:

Nadere informatie

geschiedenis en staatsinrichting CSE KB

geschiedenis en staatsinrichting CSE KB Examen VMBO-KB 2008 tijdvak 2 dinsdag 17 juni 9.00-11.00 uur geschiedenis en staatsinrichting CSE KB Gebruik het bronnenboekje Dit examen bestaat uit 38 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 54 punten

Nadere informatie

Tijd van pruiken en revoluties 1700 1800

Tijd van pruiken en revoluties 1700 1800 Onderzoeksvraag: Hoe probeerde men tijdens de Franse Revolutie enkele Verlichtingsidealen in praktijk te brengen? Kenmerkende aspect: De democratische revoluties in westerse landen met als gevolg discussies

Nadere informatie

UITWERKING OEFENVRAGEN NEDERLAND EN INDONESIE VIER EEUWEN CONTACT EN BEINVLOEDING GESCHIEDENIS

UITWERKING OEFENVRAGEN NEDERLAND EN INDONESIE VIER EEUWEN CONTACT EN BEINVLOEDING GESCHIEDENIS UITWERKING OEFENVRAGEN NEDERLAND EN INDONESIE VIER EEUWEN CONTACT EN BEINVLOEDING VAK: NIVEAU: GESCHIEDENIS MAVO De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen.

Nadere informatie

Welkomstwoord commissaris van de koningin Max van den Berg viering Russisch Nieuwjaar, 13 januari 2013, provinciehuis Groningen

Welkomstwoord commissaris van de koningin Max van den Berg viering Russisch Nieuwjaar, 13 januari 2013, provinciehuis Groningen Welkomstwoord commissaris van de koningin Max van den Berg viering Russisch Nieuwjaar, 13 januari 2013, provinciehuis Groningen Namens de stuurgroep Noord Nederland Rusland 2013 wil ik graag met u het

Nadere informatie

MODULE V. Ben jij nou Europees?

MODULE V. Ben jij nou Europees? MODULE V Ben jij nou Europees? V.I Wat is Europees? Wat vind jij typisch Europees? En wie vind jij typisch Europees? Dat zijn moeilijke vragen, waarop de meeste mensen niet gelijk een antwoord hebben.

Nadere informatie

geschiedenis geschiedenis

geschiedenis geschiedenis Examen HAVO 2009 tijdvak 2 woensdag 24 juni 9.00-12.00 uur tevens oud programma geschiedenis geschiedenis Bij dit examen hoort een bijlage. Dit examen bestaat uit 29 vragen. Voor dit examen zijn maximaal

Nadere informatie

Hoofdstuk 7: De Vietnam Oorlog (1963-1973)

Hoofdstuk 7: De Vietnam Oorlog (1963-1973) Hoofdstuk 7: De Vietnam Oorlog (1963-1973) Geschiedenis HAVO 2011/2012 www.lyceo.nl 1963-1973 De oorlog in Vietnam De oorlog aan het thuisfront 1963 1969: Johnson 1969 1973: Nixon De rol van de media De

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal De heer J. Voordewind Binnenhof 4 Den Haag. Den Haag, 26 juni 2008

Tweede Kamer der Staten-Generaal De heer J. Voordewind Binnenhof 4 Den Haag. Den Haag, 26 juni 2008 Tweede Kamer der Staten-Generaal De heer J. Voordewind Binnenhof 4 Den Haag Den Haag, 26 juni 2008 Dank voor het verslag van uw bezoek begin april aan Noord-Irak dat u mij 10 juni jl. aanbood. Uw reis

Nadere informatie

Turken in Kreuzberg. Bram Vrielink en Jens Barendsen (2de)

Turken in Kreuzberg. Bram Vrielink en Jens Barendsen (2de) Turken in Kreuzberg Bram Vrielink en Jens Barendsen (2de) 1 OPDRACHT 1 Waarom werd de Berlijnse muur opgericht? Na de 2 e Wereldoorlog werd Duitsland in 2 gedeeltes opgesplitst, te weten West-Duitsland

Nadere informatie

Examenopgaven VMBO-GL en TL 2004

Examenopgaven VMBO-GL en TL 2004 Examenopgaven VMBO-GL en TL 2004 tijdvak 2 woensdag 23 juni 9.00-11.00 uur GESCHIEDENIS EN STAATSINRICHTING CSE GL EN TL GESCHIEDENIS EN STAATSINRICHTING VBO-MAVO-D Gebruik het bronnenboekje. Dit examen

Nadere informatie

Dodenherdenking. Beuningen, 4 mei 2015

Dodenherdenking. Beuningen, 4 mei 2015 Dodenherdenking Beuningen, 4 mei 2015 Voor het eerst in mijn leven bezocht ik twee weken geleden Auschwitz en Birkenau. Twee plekken in het zuiden van Polen waar de inktzwarte geschiedenis van Europa je

Nadere informatie

Om een zo duidelijk mogelijk verslag te maken, hebben we de examenvragen onderverdeeld in 4 categorieën.

Om een zo duidelijk mogelijk verslag te maken, hebben we de examenvragen onderverdeeld in 4 categorieën. Beste leerling, Dit document bevat het examenverslag van het vak Geschiedenis (Pilot) vwo, eerste tijdvak (2014). In dit examenverslag proberen we zo goed mogelijk antwoord te geven op de volgende vraag:

Nadere informatie

Naam: FLORIS DE VIJFDE

Naam: FLORIS DE VIJFDE Naam: FLORIS DE VIJFDE Floris V leefde van 1256 tot 1296. Hij was een graaf, een edelman. Nederland zag er in de tijd van Floris V heel anders uit dan nu. Er woonden weinig mensen. Verschillende edelen

Nadere informatie

geschiedenis en staatsinrichting CSE KB

geschiedenis en staatsinrichting CSE KB Examen VMBO-KB 2013 tijdvak 1 dinsdag 21 mei 9.00-11.00 uur geschiedenis en staatsinrichting CSE KB Bij dit examen hoort een bijlage. Dit examen bestaat uit 41 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 55

Nadere informatie

geschiedenis en staatsinrichting CSE GL en TL

geschiedenis en staatsinrichting CSE GL en TL Examen VMBO-GL en TL 2008 1 tijdvak 1 donderdag 22 mei 9.00-11.00 uur geschiedenis en staatsinrichting CSE GL en TL Gebruik het bronnenboekje. Dit examen bestaat uit 42 vragen. Voor dit examen zijn maximaal

Nadere informatie

Samenwerking als ideaal voor een verscheurd Europa

Samenwerking als ideaal voor een verscheurd Europa Samenwerking als ideaal voor een verscheurd Europa INE MEGENS EIGENTIJDSE GESCHIEDENIS Opbouw college: Vooruitgangsgeloof 19 e eeuw Nationalisme en politieke kaart van Europa Eerste Wereldoorlog Cultuurpessimisme

Nadere informatie

Persconferentie 7 april 2014 REFORMA

Persconferentie 7 april 2014 REFORMA Persconferentie 7 april 2014 REFORMA Nederland heeft in het kader van de dekolonisatiegolf na de tweede wereldoorlog en in afwachting van een oplossing van haar problemen met Indonesië en een meer definitieve

Nadere informatie

Toetsvragen Geschiedenis toelating Pabo. Tijdvak 10 Toetsvragen

Toetsvragen Geschiedenis toelating Pabo. Tijdvak 10 Toetsvragen Tijdvak 10 Toetsvragen 1 In de loop van de twintigste eeuw zijn er grote veranderingen geweest in de relatie tussen de Europese landen en hun kolonies overzee. De Europese landen kregen steeds minder greep

Nadere informatie