Analyse Jeugdconsul Fundament voor de Toekomst

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Analyse Jeugdconsul 2011. Fundament voor de Toekomst"

Transcriptie

1 Jeugdconsul 2011 Fundament voor de Toekomst Juni 2012

2 Inhoud 1 Inleiding 4 2 Kwantitatieve analyse Kwalitatieve analyse 18 4 Stand van zaken aanbevelingen analyse Borging jeugdconsulfunctie 33 6 Observaties en aanbevelingen Bijlage 1: Overzicht casuistiek Bijlage 2: Staal + afspraken 54 2 jeugdconsul 2011 jeugdconsul

3 1 Inleiding Voor u ligt de analyse 2011 van de jeugdconsul van de gemeente Rotterdam. In 2011 zijn 140 casussen onder de aandacht van de jeugdconsul gebracht. Het verschil ten opzichte van 2010 is minimaal. De constatering is dat de daling van het aantal casussen waarin de jeugdconsul daadwerkelijk moest interveniëren in 2011 doorzette. Het aantal consultaties ten opzichte van 2010 is gestegen. Partijen weten elkaar anno 2011 steeds beter te vinden. De veronderstelling is gerechtvaardigd dat (ook) daarom steeds minder escalaties nodig zijn. In ruim 65 procent van de casussen was een telefonische melding (van een burger of professional) aanleiding om met de melder na te gaan welke mogelijkheden er nog waren. Welke instellingen of organisaties waren nog te benaderen om een (dreigende) impasse te doorbreken? Is alle essentiële informatie wel meegenomen in een onderzoek? Is echt het onderste uit de kan gehaald? Er wordt gewezen op eventuele risico s en meegedacht over hoe daarop kan worden voorgesorteerd. In 46 van de 140 casussen was het echter nodig om daadwerkelijk doorzettingsmacht te gebruiken. Dit om te voorkomen dat een kind tussen wal en schip zou vallen. Hoofdstuk 3 van deze analyse gaat hier nader op in. In 2011 is het stadsregionale programma Ieder Kind Wint, zorg voor de toekomst gestart. Dit programma besteedt nadrukkelijk aandacht aan de conclusies die de jeugdconsul eerder heeft getrokken over het functioneren van het systeem van zorg- en hulpverlening. Goede regievoering, professionalisering van de hulpverleners en kwaliteitsbewaking vormen onderdeel van dit programma. De casuïstiek van de jeugdconsul over 2011 levert wederom een aantal punten op waar in het systeem van zorg- en hulpverlening verdere verbeteringen te behalen zijn. Informatiedeling is nog niet altijd vanzelfsprekend en de casuïstiek laat zien dat de gevolgen daarvan soms ingrijpend kunnen zijn. In de meeste gevallen gaat het hierbij om basale zaken zoals (telefonische) bereikbaarheid, terugbellen, overdragen van informatie en werkzaamheden aan een collega bij afwezigheid, nakomen van afspraken en (tijdig) delen van informatie. Ook handelingsverlegenheid of het gebrek aan slagkracht bij professionals komt in de analyse van de casuïstiek over 2011 als thema naar voren. De noodzaak van de al ingezette lijn van (doorlopende) professionalisering wordt daarmee opnieuw onderstreept. Adequate hulpverlening vraagt om professionals die durven door te pakken. Professionals die het veld goed kennen. Die in staat zijn op casusniveau partijen met elkaar te verbinden en die gestelde doelen weten te bereiken. Hulpverlening aan ouders / volwassenen of jongeren die daaraan zelf geen behoefte (meer) hebben, blijft een forse uitdaging. Het contact met deze gezinnen / jongeren verloopt vaak zeer moeizaam en vraagt van hulpverleners veel inzet, creativiteit en doorzettingsvermogen. Bij de aanpak van hulpverleningsresistente jongeren valt op dat met name in de overgang van 18- naar 18+ de kans nog steeds groot is dat ze in een vacuüm terecht komen. Deze jongeren vinden hulp niet (meer) nodig en weigeren mee te werken aan wat hen aangeboden wordt. De betrokkenheid van jeugdzorg eindigt met het 18e jaar. Bij de groep jongeren waar volgens de hulpverleners (vervolg)hulpverlening duidelijk noodzakelijk is, is de trend zichtbaar dat ze geen hulp (meer) willen, maar er zelf echter ook niet in slagen om hun leven op de rit te krijgen. Ze vinden geen aansluiting bij de voorzieningen die er zijn of slagen er niet in hiervan goed gebruik te maken. Het in beeld houden van deze jongeren is nog onvoldoende sluitend georganiseerd. Daardoor is het risico groot dat jongeren bij gebrek aan scholing, werk en inkomen op een andere wijze in hun levensonderhoud gaan voorzien. Ook is het risico groot dat ze (mede door het gebrek aan een dagbesteding) op straat gaan rondhangen. Je kunt meerderjarige jongeren niet dwingen om hulp te accepteren. Maar met een sluitende aanpak en tijdige informatiedeling valt zeker nog winst te behalen. De voorbereidingen voor de transitie van de jeugdzorg zijn in volle gang. Een complexe operatie, die echter kansen biedt om sneller tot passende hulpverlening te komen. Daarmee zijn ernstige(r) problemen te voorkomen. Daarnaast worden er op het gebied van zorg en welzijn verschillende andere sporen uitgewerkt. Het herontwerp van de zorgcoördinatiestructuur, de herziening van het aanbod aan jeugd-, jongeren- en gezinsinterventies en een verkenning op mogelijke besparingen op het gebied van zorg- en welzijn. Nauwe samenwerking en afstemming tussen deze verschillende sporen is van belang. Ook mogen deze ontwikkelingssporen niet leiden tot minder aandacht voor de thema s professionaliteit, houding en gedrag. Een goed georganiseerd systeem helpt, maar de professional maakt uiteindelijk het verschil. Dit is de laatste analyse van het jeugdconsulaat in haar huidige vorm. Na vijf jaar in de huidige opzet te hebben gefunctioneerd, is in opdracht van het college van B&W een voorstel uitgewerkt om de verschillende onderdelen van de taak van de jeugdconsul te borgen binnen de staande organisatie van de gemeente Rotterdam. Dit voorstel staat in hoofdstuk 5 van deze analyse. De afzonderlijke functionaliteiten blijven wel bestaan. Met deze functionaliteiten zijn de afgelopen vijf jaar concrete resultaten geboekt. Hierdoor is het systeem van zorgen hulpverlening effectiever en sluitender geworden. Hiermee is de basis gelegd: een fundament voor de toekomst. 4 jeugdconsul 2011 jeugdconsul

4 2 Hier gaat het veelal om het tot stand brengen van informatiedeling, het uitzetten van een gezamenlijk gedragen koers of daadwerkelijke doorzettingsmacht. Het gaat nadrukkelijk om interventies gericht op het proces van hulpverlening. Tabel 1: Aan de jeugdconsul voorgelegde casuïstiek Periode Totaal casussen Interventie casussen* Consultatie casussen** Januari Februari Maart April Mei Juni Juli Augustus September Oktober November December Totaal Kwantitatieve analyse 2011 Aantallen casuïstiek In 2011 zijn in totaal 140 casussen onder de aandacht van de jeugdconsul gebracht. Dit betekent een minimale daling ten opzichte van het jaar Toen werd 145 keer opgeschaald naar de jeugdconsul. Van de 140 keer dat een casus in 2011 werd aangemeld bij de jeugdconsul, ging het 46 keer om een interventie en 94 keer om een consultatie (zie tabel 1). In het geval van consultatie wordt er advies gegeven of meegedacht met professionals in het veld. Bij een interventie is er sprake van actieve bemoeienis vanuit de jeugdconsul. * interventie = actieve bemoeienis ** consultatie = advies, meedenken De verhouding interventies en consultaties is gewijzigd ten opzichte van eerdere jaren. In figuur 1 wordt de voorgelegde casuïstiek in de jaren 2008, 2009, 2010 en 2011 in percentages tegen elkaar afgezet. Hierin wordt duidelijk dat er in 2008 relatief vaker sprake was van interventies. In 2009 was er relatief gezien even vaak sprake van een consultatie- als een interventiecasus. Vanaf 2010 is het aantal consultaties toegenomen. In 2010 ging het in 55 procent van de casussen nog om een consultatie. In 2011 is dit percentage gestegen naar 67 procent. In figuur 2 wordt dit verloop over de jaren heen ook zichtbaar. Een volledige verklaring voor deze verschuiving is niet te geven. Wel zijn er een aantal denkbare oorzaken. Een daarvan is het feit dat professionals in het veld elkaar de afgelopen jaren steeds beter gevonden hebben en het opschalen binnen de eigen organisatie steeds meer een gemeengoed is geworden. Daarnaast is de nadruk vanuit het jeugdconsulaat de afgelopen jaren verschoven van het daadwerkelijk overnemen van casuïstiek die werd opgeschaald, naar het in hun eigen kracht zetten van professionals. 6 jeugdconsul 2011 jeugdconsul

5 Figuur 1: Percentages consultaties-interventies van totale casuïstiek Tabel 2: Casuïstiek voorgaande jaren Casuïstiek voorgaande jaren Naast de 140 aangemelde casussen in 2011, was de jeugdconsul op 1 januari 2011 ook actief betrokken bij 15 casussen uit voorgaande jaren (13 uit 2010 en 2 uit 2009) (zie tabel 2). Percentages Casuïstiek 2011 Doorlopende casuïstiek uit voorgaande jaren 15 (op)nieuw binnengekomen in Totaal 155 Afgesloten / afgeschaald in Doorlopend in Totaal Consultaties Interventies Totaal Consultaties Interventies Totaal Consultaties Interventies Totaal Consultaties Interventies De 140 casussen die in 2011 onder de aandacht van de jeugdconsul zijn gebracht, betreffen geen unieke casussen. In 2011 zijn 7 casussen, nadat ze eerder waren afgesloten, opnieuw bij de jeugdconsul aangemeld. Deze casussen zijn in de berekening van het totaal aantal casussen over 2011 dus dubbel (en in 2 gevallen zelfs drie- en vierdubbel) geteld (zie tabel 3) Daarnaast zijn er 15 casussen voorgelegd die in voorgaande jaren al eerder onder de aandacht van de jeugdconsul zijn gebracht. De jeugdconsul schaalde deze casussen in de periode 2008 t/m 2010 af, maar in 2011 werd toch opnieuw om advies (8 keer) of actieve bemoeienis (7 keer) van de jeugdconsul gevraagd. Figuur 2: Verloop aantallen consultaties-interventies over de jaren Tabel 3: Casuïstiek meerdere keren aangemeld Aantallen casuïstiek uit voorgaande jaren opnieuw aangemeld in 2011 Uit Uit Uit Aantallen casuïstiek Totaal casuïstiek Interventies Consultaties Jaartal Totaal 15 Uit Totaal 22 Onderzoeken naar aanleiding van bijzondere gebeurtenissen In 2011 is een aantal onderzoeken uitgevoerd naar aanleiding van bijzondere gebeurtenissen. Drie onderzoeken zijn uitgevoerd naar aanleiding van een vermissing van een tien dagen oude baby, een incident rond een poging tot zelfdoding en het overlijden van een peuter. Bij de betreffende zaken waren op het moment van het incident verschillende zorg- en hulpverlenende instanties betrokken. Een vierde onderzoek is ingesteld naar aanleiding van een nadrukkelijk verschil van mening tussen de politie en Bureau Jeugdzorg over het in sociale bewaring (moeten) nemen van een minderjarig meisje. Die was in bewaring gesteld op basis van de wet BOPZ, in afwachting van een daadwerkelijke plaatsing binnen een instelling. Daarnaast wordt gewerkt aan een business case. Daarin worden de (maatschappelijke) kosten en baten van de zorg- en hulpverlening aan een bij de jeugdconsul bekend multiprobleemgezin in kaart gebracht en afgezet tegen de kosten en baten van alternatieve trajecten. 8 jeugdconsul 2011 jeugdconsul

6 Tabel 4: Casuïstiek geclassificeerd naar melder Melder Casuïstiek via opschalingsmodel DOSA / GOSA / ROSA In 2011 is het aantal casussen dat via DOSA / GOSA / ROSA naar de jeugdconsul is opgeschaald, weer toegenomen. In 2011 werden 54 casussen opgeschaald vanuit DOSA / GOSA / ROSA (39 procent van de totale casuïstiek). In 2010 gebeurde dat nog 34 keer (23 procent van de totale casuïstiek) (zie tabel 4). Hiermee komt het aantal opschalingen vanuit DOSA in 2011 uit op ongeveer hetzelfde niveau als in Toen was 36 procent van de totale casuïstiek opgeschaald vanuit DOSA / GOSA / ROSA. Periode Wethouder / burgemeester Ander politiek kanaal Tabel 6: Casuïstiek via burgemeester / wethouder Casuïstiek vanuit andere partijen Ook vanuit andere partijen zijn casussen voorgelegd aan de jeugdconsul (zie tabel 4). Via de bestuurlijke lijn van burgemeester en wethouder(s) zijn in totaal 39 casussen binnengekomen. Dit aantal is hoger dan in Toen kwamen 21 casussen via deze bestuurlijke lijn binnen. Nadere analyse casuïstiek aangemeld via wethouder / burgemeester Van de 39 casussen die via de burgemeester / wethouder(s) zijn aangemeld bij de jeugdconsul, hebben er 23 geleid tot een interventie vanuit de jeugdconsul. 16 tot een consultatie (zie tabel 6). Melder Totaal Interventie Consultatie burgemeester wethouder(s) burgemeester wethouder(s) DOSA / GOSA / ROSA CJG Binnengekomen via burgemeester / wethouder LZN / LTHG GGD Bureau Jeugdzorg William Schrikker Groep 3... Raad voor de Kinderbescherming Overige (hulpverlenings) instanties Politie / justitie Ouders / verzorgers Onderwijs / leerplicht Stadsmarinier Reclassering Nederland Veiligheidshuis Vanuit media Anders Totaal Tabel 5: Casuïstiek via DOSA / GOSA / ROSA Van de 54 opgeschaalde casussen via DOSA / GOSA / ROSA ging het 46 keer om een consultatiecasus en 8 keer om een interventiecasus. 47 casussen werden opgeschaald door een DOSA-regisseur binnen de gemeente Rotterdam. In 7 casussen werd er opgeschaald door een GOSA / ROSA regisseur uit één van de omliggende gemeenten (zie tabel 5). Melder Totaal Interventie Consultatie DOSA GOSA / ROSA Totaal Tabel 7: Thema s problematiek in casuïstiek via burgemeester / wethouder Thema s problematiek burgemeester Aantal casussen wethouder(s) Klacht BJZ / div. jeugdzorginstanties / politie 8 5 Wachtlijstproblematiek jeugdzorginstelling / speciaal onderwijs 1 1 Huisvestingsproblematiek 5 1 Zorgen eigen kinderen 2 2 Zorgen verwaarlozing niet eigen kinderen 1 2 Verzoek aan jeugdconsul onderzoek n.a.v. incident Totaal 39 In 13 van de 39 casussen die via de wethouder of burgemeester bij de jeugdconsul terecht zijn gekomen, betrof het casussen die betrekking hebben op klachten van ouders over diverse jeugdzorginstanties. Naast deze casussen via de bestuurlijke lijn, zijn er ook ouders die zichzelf hebben gemeld bij de jeugdconsul. In deze gevallen gaat het vaak om ouders die in een (vaak al jarenlang durende) strijd zijn verwikkeld met jeugdzorg instanties. Zogenaamde vechtscheidingen zijn dikwijls oorzaak voor de slechte relatie met jeugdzorg. Zo worden gezinsvoogden van bijvoorbeeld de William Schrikker Groep, Bureau Jeugdzorg en het Leger des Heils in de uitvoering van een OTS geconfronteerd met dilemma s over wat te doen met de kinderen, als ouders hun scheiding uitvechten over de ruggen van hun kinderen. Het onderling zwart maken door de ouders gaat soms zo ver dat ouders elkaar over en weer beschuldigen van kindermishandeling. Als het daadwerkelijk zo ver gaat dat het welzijn en de veiligheid van kinderen in het geding komt, dan zijn ingrijpende maatregelen nodig. In sommige gevallen wordt er dan voor gekozen om kinderen op een neutrale plek onder te brengen. Ze worden dan uit huis geplaatst. Vaak ligt hier wel een hele historie aan problematiek aan ten grondslag. 10 jeugdconsul 2011 jeugdconsul

7 Tabel 8: Casuïstiek geclassificeerd naar (deel)gemeente Deelgemeente Periode Centrum Charlois Delfshaven Feijenoord Hillegersberg-Schiebroek Hoek van Holland De interventie vanuit de jeugdconsul was er in deze gevallen op gericht om een zo compleet mogelijk beeld te krijgen van de betrokken partijen. Wat de inzet was, de plannen van deze partijen en de relatie tussen hulpverleners en ouders. Uitgangspunt is altijd het welzijn en de veiligheid van de kinderen. In de gesprekken met ouders wordt nadrukkelijk aangegeven dat de jeugdconsul geen rol als klachtencoördinator vervult en dat de jeugdconsul zich niet kan mengen in rechterlijke uitspraken. Wel wordt met ouders gesproken over de (negatieve) consequenties die een strijd met de gezinsvoogd kan opleveren. Ook krijgen ze advies over hoe de communicatie en samenwerking weer tot stand kan komen. Als de ouders hier nog geen gebruik van hebben gemaakt, worden zij gewezen op de klachtenregelingen van verschillende instanties en krijgen zij het advies over het indienen van een mogelijke klacht met hun advocaat in overleg te gaan. Geografische herkomst gezinnen In de casuïstiek wordt vastgelegd óf en in welke deelgemeente binnen Rotterdam het betreffende gezin woont op het moment dat de casus wordt opgeschaald naar de jeugdconsul. De verdeling van gezinnen over Rotterdam wordt zichtbaar in tabel 8. De kinderen / jongeren wonen in de meeste gevallen nog bij hun ouders. Als kinderen zijn ondergebracht in een pleeggezin, bij familie, in een opvanginstelling of in een andere woonvoorziening, wordt de (deel)gemeente geregistreerd waar de kinderen verblijven. De categorie geen vaste woon-/verblijfplaats Rotterdam is in 2011 nieuw toegevoegd. Opvallend is dat er meer casussen van gezinnen / jongeren, die niet woonachtig zijn in Rotterdam maar in een andere gemeente van de stadsregio, onder de aandacht van de jeugdconsul zijn gebracht. Ten opzichte van 2010 kreeg de jeugdconsul minder zaken van gezinnen uit de deelgemeente Prins Alexander en Delfshaven en meer zaken van gezinnen uit Hillegersberg-Schiebroek onder de aandacht gebracht. Dit verloopt overigens niet altijd via de DOSA van de betreffende deelgemeente. Burgers benaderen de jeugdconsul of een wethouder ook rechtstreeks. De zaken waarvan de herkomst onbekend is, zijn consultatiecasussen. Daarvan was het niet noodzakelijk om verdere gegevens vast te leggen. Hoogvliet IJsselmonde Kralingen-Crooswijk Noord Overschie Pernis Prins-Alexander Rozenburg * Geen vaste woon-/verblijfplaats Rotterdam 5... Stadsregio Buiten regio Onbekend Totaal * per 18 maart 2010 deelgemeente van Rotterdam Inhoudelijke analyse casuïstiek De inhoudelijke analyse van de casuïstiek die in 2011 is voorgelegd aan de jeugdconsul, is gebaseerd op 140 casussen. Per casus is geanalyseerd op welke leefgebieden de problematiek in het gezin betrekking heeft, welke hulpverleningspartijen bij het gezin betrokken zijn en op welke thema s het hulpverleningsproces stagneert. Een schematisch overzicht van deze casuïstiek is als bijlage 1 bij deze rapportage gevoegd. leefgebieden Figuur 3 geeft aan op welke leefgebieden er problemen waren in de betreffende gezinnen. Casussen kunnen op meerdere leefgebieden tegelijk scoren, aangezien het om multiprobleemgezinnen gaat. De leefgebieden zijn gebaseerd op de 9 leefgebieden die de DOSA-methodiek hanteert. Hieraan is het criterium illegaliteit/verblijfsstatus toegevoegd. In het overzicht valt op dat in 2011 de problematiek overwegend betrekking had op opvoeding (gezin), gezondheid en sociale omgeving (zie figuur 2). Vergeleken met 2010 is er relatief vaker sprake van problematiek op de leefgebieden sociale omgeving en huisvesting (zie tabel 9). 12 jeugdconsul 2011 jeugdconsul

8 Figuur 3 Problematiek op leefgebieden Problematiek op leefgebieden Leefgebieden Aantal keren in cases Opvoeding Gezondheid Sociale omgeving Huisvesting Scholing Politie / justitie Financiën Vrije tijd Werk Illegaliteit / verblijfstatus Figuur 4 betrokken instanties Betrokken instanties betrokken instanties Figuur 4 is een overzicht van de instanties die betrokken zijn bij naar de jeugdconsul opgeschaalde casuïstiek. Bij 92 van de in totaal 140 casussen (ruim 65 procent) is Bureau Jeugdzorg betrokken. Het gaat hier om betrokkenheid vanuit de jeugdbescherming, jeugdreclassering, het advies- en meldpunt kindermishandeling (AMK) en vanuit het vrijwillige kader (de Toegang). Politie en/of justitie zijn in 71 van de 140 casussen betrokken (vijftig procent). Betrokken instanties Bureau Jeugdzorg Politie / justitie Raad voor de Kinderbescherming JOS (leerplicht / jongerenloket) GGZ-instelling Opvoedingsondersteuning GGD (LTHG/ASHG/LZN/KIZ) Residentiële jeugdzorgvoorziening Centrum voor Jeugd en Gezin Tabel 9: Problematiek op leefgebieden als percentage van totale casuïstiek Sozawe Leefgebieden % casuïstiek in 2011 % casuïstiek in 2010 % casuïstiek in 2009 % casuïstiek in 2008 Aantal keren in cases William SchrikkerGroep Opvoeding (gezin) Gezondheid Sociale omgeving Huisvesting Scholing Politie / justitie Financiën Vrijetijdsbesteding Werk Illegaliteit / verblijfsstatus Aantallen betrokken instanties per gezin Bij een gezin zijn vaak meerdere partijen betrokken. Zeker als het gaat om complexe multiprobleemsituaties. Dit hoeft niet per se knelpunten op te leveren. Zo wordt in het dagelijks leven ook de glazenwasser gebeld voor het lappen van de ramen, de schoorsteenveger voor het schoonmaken van de schoorsteen en de elektricien als er problemen zijn met de stroomvoorziening. Ook bij multiprobleemgezinnen is het (meestal) noodzakelijk dat problematiek op verschillende leefgebieden wordt aangepakt door verschillende professionals vanuit diverse disciplines. Zo begeleidt de klantmanager van de kredietbank mensen in geval van financiële problematiek. Een GGZ-instelling behandelt mensen voor psychische problematiek. De politie kan betrokken zijn in geval van een strafbaar feit. Het Centrum voor Jeugd en Gezin is betrokken als een ouder met zijn of haar kind naar het consultatiebureau komt. Leerplicht handhaaft als er sprake is van schoolverzuim en er zijn (behandel)- instellingen betrokken als kinderen uit huis zijn geplaatst. Als al deze partijen betrokken zijn bij één en hetzelfde gezin, is het van belang dat ze van elkaar weten dát ze betrokken zijn, dat ze het eens zijn over de probleemstelling en de oplossingsrichting én daar ook naar handelen. Het is van belang dat er wordt gewerkt vanuit de gedachte één kind, één gezin, één plan en één regisseur. In tabel 10 wordt zichtbaar hoeveel partijen betrokken zijn bij de naar de jeugdconsul opgeschaalde casussen. Dit zijn niet alleen de betrokken partijen op het moment van opschaling. Dit zijn ook partijen die in de periode voorafgaand aan en na de opschaling betrokken zijn geweest of zijn geraakt. 14 jeugdconsul 2011 jeugdconsul

9 Tabel 10: Aantal betrokken partijen per casus Figuur 5 Functioneren systeem Aantal betrokken partijen betrokken bij een gezin / jongere Aantal casussen Functioneren systeem Gebrekkige informatiedeling Onvoldoende slagkracht Hulpverleningsresistentie jongeren / ouders Niet-pluis gevoel < Thema s Onvoldoende regievoering Wachtlijst problematiek Klacht instantie jeugdzorgveld Gering ketenbesef > onbekend Totaal Aantal keren in cases Trage hulpverlening Niet (tijdig) opschalen In bovenstaande tabel wordt zichtbaar dat het aantal betrokken partijen bij een gezin ongeveer gelijkbaar is gebleven in 2011, ten opzichte van In 2011 was in ongeveer 50 procent van de casuïstiek sprake van 5 of minder betrokken partijen bij één gezin / jongere (in 2010 was dit 44 procent). Daarnaast was in 2011 in ongeveer 30 procent van de casuïstiek sprake van betrokkenheid van 5 tot 10 partijen (net als in 2010). Dit betekent echter niet dat deze partijen allemaal op hetzelfde moment betrokken waren bij het gezin. Het betreft ook partijen die elkaar afgewisseld hebben. In slechts 5 procent van de casussen in 2011 was sprake van meer dan 10 betrokken partijen. Dit zijn de zogenaamde buitencategorie multiprobleemgezinnen waar vaak al jarenlang betrokkenheid is vanuit hulpverlenende partijen. Van een aantal casussen is niet bekend hoeveel partijen betrokken zijn. Deze zijn gerekend onder de categorie onbekend. functioneren systeem Met het systeem van zorg- en hulpverlening aan multiprobleemgezinnen worden alle partijen bedoeld die een rol spelen in de zorg- en hulpverlening aan deze gezinnen en jongeren. De gezamenlijke opgave van de partijen is om het systeem zodanig te laten functioneren dat de zorg- en hulpverlening aan gezinnen optimaal is. Gebrekkige informatiedeling stond ook in 2010 bovenaan als het ging om knelpunten in het functioneren van het systeem. Het gaat hier in de meeste gevallen om basale, relatief kleine zaken. Als ze niet opgevolgd worden, kunnen ze leiden tot stagnatie van trajecten. Een opvallende verschuiving ten opzichte van 2010 is dat regievoering minder vaak een knelpunt vormt. In 2011 vormde regievoering in een kwart van de casuïstiek (in meer of mindere mate) een knelpunt. In 2010 was dit nog in de helft van de casussen het geval. Daarnaast is de problematiek rond hulpverleningsresistente jongeren en/of ouders in de casuïstiek van de jeugdconsul over 2011 toegenomen ten opzichte van In 2011 ging het in 31 procent van de casuïstiek om knelpunten met betrekking tot deze groep. In 2010 was dit nog 14 procent. Deze thema s worden in het volgende hoofdstuk nader toegelicht en geïllustreerd aan de hand van voorbeeldcasuïstiek. In de casussen die worden opgeschaald naar de jeugdconsul functioneert het systeem niet optimaal. De 140 casussen zijn gescoord op een aantal vooraf gedefinieerde thema s, waar het systeem niet goed functioneerde op het moment van de opschaling. Een casus kan op meerdere thema s tegelijk scoren. In de casussen die in 2011 zijn aangemeld liggen de knelpunten in het functioneren van het systeem vooral op de thema s: gebrekkige informatiedeling (44 procent v.d. totale casuïstiek), onvoldoende slagkracht bij professionals (31 procent v.d. totale casuïstiek) en problematiek rondom hulpverleningsresistente jongeren / ouders (29 procent v.d. totale casuïstiek) (zie figuur 5). Deze thema s worden verderop in deze analyse nader uitgewerkt. 16 jeugdconsul 2011 jeugdconsul

10 3 Kwalitatieve analyse Zoals in het vorige hoofdstuk geschetst zijn in 2011, 140 casussen voorgelegd aan de jeugdconsul. De kwalitatieve analyse van deze 140 casussen komt in dit hoofdstuk aan de orde. In de analyse van de casuïstiek van 2011 vallen een drietal punten op waar het systeem van zorg- en hulpverlening (nog) sluitender georganiseerd kan worden. Dit zijn: gebrekkige informatiedeling onvoldoende slagkracht bij professionals / professionaliteit problematiek rondom hulpverleningsresistente jongeren / ouders 1. Gebrekkige informatiedeling In 44 procent van de casuïstiek uit 2011 was gebrekkige informatiedeling (een van de) redenen waarom er in een casus geen sprake was van een sluitende aanpak en escalatie naar de jeugdconsul nodig was. Gebrekkige informatiedeling de kleine dingen Bij gebrekkige informatiedeling gaat het onder andere om relatief kleine dingen. Denk hierbij aan het niet goed regelen van vervanging bij afwezigheid, slechte telefonische bereikbaarheid waardoor informatie niet snel beschikbaar komt en / of het niet (snel) reageren op mail. Ook het niet informeren van andere betrokken partijen over zaken die spelen valt hieronder. Op zich lijken dit geen dramatische zaken, maar de uitwerkingen van dit soort omissies kunnen fors zijn. Vooral als het gaat om informatiedeling of terugbellen op cruciale momenten of als er bijvoorbeeld sprake is van casuïstiek waarin sprake is van het tegen elkaar uitspelen van hulpverlenende partijen. Als partijen op een dergelijk moment niet direct met elkaar, maar via een gezinslid communiceren, kan dit grote gevolgen hebben voor een traject. Voorbeeldcasus: onvoldoende informatiedeling De jeugdconsul wordt benaderd door een DOSAregisseur. Verschillende bij een gezin betrokken partijen zijn afwezig in verband met vakantie. Het is de week voor kerst en bij dit gezin (bestaande uit een alleenstaande moeder met vier kinderen, waarvan één met een ernstige longziekte en een tweeling van een paar maanden oud) is de energie afgesloten vanwege een betalingsachterstand. Het gezin kan tijdelijk bij kennissen verblijven, maar hier is de situatie verre van ideaal. De DOSA-regisseur krijgt bij de netbeheerder niemand te spreken met mandaat die de situatie in de winterse kou op korte termijn voor het gezin kan oplossen. Ook de bij het gezin betroken gezinsvoogd en een gezinscoach zijn vanwege vrije dagen niet bereikbaar. Wel aanwezige collega s van de gezinsvoogd en gezinscoach zijn niet op de hoogte van wat er in het gezin speelt. Enkel een verpleegkundige van Thuiszorg, die betrokken is bij het gezin in verband met de medische zorg voor een van de kinderen, probeert uit alle macht een aantal praktische zaken te regelen (waaronder een nieuwe energieleverancier), maar komt er bij de netbeheerder ook niet doorheen. Na de opschaling wordt vanuit het jeugdconsulaat beoordeeld dat - los van alle knelpunten die op dat moment spelen - het van belang is dat de energievoorziening in de woning van het gezin zo spoedig mogelijk wordt hersteld. De inzet van de jeugdconsul richt zich in eerste aanleg op contact met de netbeheerder. Dit contact komt tot stand door tussenkomst van een teamleider van de Kredietbank. De netbeheerder geeft in eerste instantie aan dat voor heraansluiting de normale, tenminste een aantal weken vragende, procedure moet worden doorlopen. Volgens de netbeheerder is moeder al minstens een maand op de hoogte van de betalingsachterstand en de gevolgen daarvan. Via een hulpverlener in het gezin wordt vervolgens duidelijk dat moeder de betreffende brief van de netbeheerder heeft laten zien aan haar gezinscoach, maar dat die hier vervolgens niets mee heeft gedaan. Door de jeugdconsul wordt besloten een interventie te plegen richting de netbeheerder. Het kan niet zo zijn dat een moeder met vier kleine kinderen, waarvan één met forse medische problemen, in de kou zit. In het kader van de interventie wordt een beroep gedaan op twee afspraken. Namelijk dat in een periode met strenge vorst niet wordt afgesloten wegens wanbetaling. En indien afsluiting zou (kunnen) leiden tot het ontstaan van een levensbedreigende situatie bij ernstige of chronische ziekte, wordt er ook niet afgesloten. Wat betreft dit tweede punt kan moeder een doktersverklaring overleggen. Bij de netbeheerder wordt er op aangedrongen om een uitzondering te maken voor de kerstdagen en het gezin spoedig aan te sluiten op de energie. De netbeheerder gaat na diverse telefonische contacten akkoord met een spoedaansluiting van mevrouw. Wat de situatie helpt, is dat mevrouw al in begeleiding is bij de Kredietbank (in budgetbeheer) en dat de schuldhulpverlening op korte termijn kan starten. Ook is er een doktersverklaring dat één van de kinderen van mevrouw een ernstige longziekte heeft, waarbij de aanwezigheid van een stroomvoorziening noodzakelijk is. Hiermee wordt aan twee van de gestelde voorwaarden door de netbeheerder voldaan. Daarnaast wordt de voorwaarde gesteld dat er een toezegging moet komen dat er iemand garant staat voor de schuld die mevrouw bij de netbeheerder heeft. Omdat de schuld een relatief laag bedrag betreft (ongeveer 700 euro) in vergelijking met andere zaken en mevrouw meewerkt aan de trajecten die zij heeft lopen bij de Kredietbank, spreekt de Kredietbank de intentie uit om de schuld op korte termijn te gaan voldoen. De budgetconsulent heeft aangegeven dat dit past binnen het budgetplan dat met mevrouw is opgesteld. Hiermee kon de netbeheerder nog diezelfde middag (twee dagen voor kerst) de stroomvoorziening herstellen. Ook gaat de netbeheerder akkoord met een verruimde termijn tot terugbetaling door moeder, vanwege de vakantieperiode. De betrokken verpleegkundige van Thuiszorg begeleidt moeder in deze dagen bij de praktische zaken die geregeld moeten worden, vanwege afwezigheid van andere betrokken partijen. Na de vakantieperiode wordt er onder leiding van de jeugdconsul een regieoverleg georganiseerd met de betrokken partijen. Hierbij zijn aanwezig: de gezinsvoogd, de gezinscoach, de verpleegkundige van Thuiszorg en de DOSA-regisseur. Hier worden de betrokken partijen aangesproken op hun afwezigheid zonder vervanging tijdens de crisissituatie. Ook worden afspraken gemaakt over zaken die geregeld moeten worden. Dit gebeurt aan de hand van een leefgebiedenplan, waarin voor elke actie een verantwoordelijke wordt benoemd. 18 jeugdconsul 2011 jeugdconsul

11 In de casus is ook sprake van miscommunicatie, omdat verschillende hulpverleners via moeder communiceren en moeder tegenstrijdige uitspraken doet richting de verschillende hulpverleners. Hierdoor dreigen de verschillende hulpverleners tegen elkaar uitgespeeld te worden. Ook hier worden duidelijke afspraken over gemaakt. De regie wordt na dit overleg teruggelegd bij de gezinsvoogd en vanuit het jeugdconsulaat is de zaak nog 1,5 maand gemonitord. Na een afsluitend telefonisch contact waaruit bleek dat de zaak inmiddels vlot verliep, is de casus weer overgedragen aan de DOSA-regisseur. Gebrekkige informatiedeling in complexe casuïstiek Zeker in zeer complexe gevallen is het zaak dat betrokken partijen elkaar voortdurend informeren over de laatste stand van zaken en de gevolgde strategie. Daarbij moet van beide kanten oog worden gehouden voor de dilemma s die dat kan opleveren. Dat gaat niet vanzelf. Zeker niet als een traject al langdurig loopt, er meerdere partijen bij een gezin betrokken zijn en er wisselingen plaatsvinden in personen. Regelmatige afstemming in regie-overleggen is in dit soort gevallen een belangrijk middel. Daarnaast zijn er de korte lijntjes via telefoon en mail tussen betrokken partijen in geval van urgente zaken. Het elkaar informeren over de voortgang, het delen van dilemma s en hier met elkaar over spreken en het maken van duidelijke afspraken over monitoring en het nakomen van die afspraken zijn van groot belang. Voorbeeldcasus: informatiedeling in complexecasuïstiek In deze casus gaat het over een buitencategorie multiprobleemgezin. In het gezin is al jarenlang sprake van zorg- en hulpverlening, zowel in het vrijwillig als in het gedwongen kader. Onder regie van de jeugdconsul is medio 2009 een gezamenlijk plan van aanpak opgesteld. Hieraan hebben alle partijen zich gecommitteerd. Dit plan is in uitvoering genomen en er zijn regelmatig regieoverleggen gevoerd onder leiding van de jeugdconsul. Medio 2011 schaalt de jeugdconsul de casus af, omdat de situatie op dat moment stabiel is. De drie jongste kinderen in het gezin zijn op dat moment nog uit huis geplaatst. De twee oudste kinderen wonen (weer) thuis. In december 2011 wordt de zaak echter opnieuw onder de aandacht van de jeugdconsul gebracht. Er blijkt sprake te zijn van visieverschillen op de te volgen koers tussen de gezinsvoogdij-instelling en de (behandel)instellingen waar de uit huis geplaatste kinderen verblijven. Die koers is er op gericht om, alvorens de kinderen weer thuis te plaatsen, helder te krijgen of thuisplaatsing een reëel en duurzaam perspectief is. Deze lijn is heel bewust gekozen. Dit moet een herhaling van zetten - die in de ruim 15 jaar hulpverleningsgeschiedenis die dit gezin kent gezet zijn - voorkomen (uithuisplaatsing, weer terug naar huis, uithuisplaatsing, weer terug naar huis enz.). Een onafhankelijk onderzoek naar de (pedagogische) vaardigheden van moeder moet een antwoord geven op deze vraag. Ook de kinderrechter heeft hierom gevraagd. In afwachting van de uitvoering en uitkomst van dit onderzoek bestaat er een discrepantie tussen verschillende partijen over hoe het traject met het gezin er in de tussentijd uit moet zien. Omdat hier tussen de partijen onderling onvoldoende over wordt gecommuniceerd, dreigt een impasse te ontstaan. Om die reden wordt er een regieoverleg georganiseerd onder leiding van de jeugdconsul. In dit overleg praten de betrokken partijen elkaar bij op de laatste stand van zaken. Tijdens dit overleg wordt opnieuw duidelijk hoe belangrijk het is om nauw samen te werken, elkaar op de hoogte te houden van trajecten die lopen en met elkaar te delen welke visie daarachter zit. Helemaal in een dergelijk langjarig traject met een buitencategorie multiprobleemgezin. Zo was het in deze casus te prijzen dat de gezinsvoogdij-instelling, ondanks de ontwikkelingen, de hectiek en de verstreken tijd, bleef vasthouden aan de lange termijn visie. Deels waren ze echter vergeten om de uitvoerende partijen mee te nemen in dit plan en de consequenties daarvan samen te bespreken. Om de aanpak te laten slagen zijn in het regieoverleg heldere afspraken gemaakt over het belang van communicatie en informatie-uitwisseling. Ook zijn de onderlinge verantwoordelijkheden besproken. Daarnaast is besproken dat het van belang is dat iedereen op dezelfde wijze communiceert naar moeder, om onduidelijkheden te voorkomen. Vanuit het jeugdconsulaat is benadrukt dat het, gezien de lange geschiedenis van zorg- en hulpverlening die het gezin kent, van groot belang is vast te houden aan de uitgezette koers / de lange termijn visie. Na afloop van het regieoverleg hebben tussen de gezinsvoogdij-instelling en de verschillende behandelinstellingen gesprekken plaatsgevonden. Die communicatie heeft een groot deel van de onderlinge ruis weggenomen. Verwachting is dat het onderzoek naar de vaardigheden van moeder op korte termijn wordt afgerond. Daarna kan het vervolgtraject voor de kinderen en moeder bepaald worden. Dit vervolgtraject zal vorm krijgen onder regie van het jeugdconsulaat. Gebrekkige informatiedeling in kader overgang 18- naar 18+ Om een sluitende aanpak te bewerkstelligen bij de overgang van 18- naar 18+ is (tijdige) informatiedeling van groot belang. Dit om te voorkomen dat er discontinuïteit ontstaat in de hulpverlening. Bijvoorbeeld in de overgang tussen Bureau Jeugdzorg of een andere gezinsvoogdij-instelling en de gemeente, na het beëindigen van een OTS (en/of UHP) op 18-jarige leeftijd. Dit loopt nog niet altijd goed. Dat wreekt zich met name bij (kwetsbare) jongeren. Die staan niet (meer) open voor hulpverlening, hebben geen of nauwelijks zicht op hun eigen problematiek en (zullen) zelfstandig niet in staat zijn hun problemen op te lossen. De overgang van 18- naar 18+ kan er bij deze jongeren toe leiden dat ze in een vacuüm terechtkomen. Ze zijn bij niemand (meer) in beeld. De problemen worden steeds groter. Ze willen geen hulp maar slagen er zelf - als ze dat al proberen ook niet in om de problemen (inkomen, werk, woning, soms de zorg voor kinderen) op te lossen. Vaak is er bij deze jongeren ook sprake van problematiek die te maken heeft met verstandelijke beperkingen. In het werkproces van Bureau Jeugdzorg is nadrukkelijk aandacht voor de aanloop naar de beëindiging van een OTS/UHP als een jongere 18 jaar wordt. Ongeveer 6 maanden voordat een jongere 18 jaar wordt, verkent de gezinsvoogd samen met de jongere of vervolghulp nodig en/of gewenst is. Zit de jongere op een goede woonplek en heeft de jongere een dagbesteding en een inkomen. Wanneer een jongere open staat voor vervolghulp en er is sprake van geïndiceerde jeugdzorg die na de 18 e verjaardag doorloopt, dan wordt het casemanagement overgedragen naar de afdeling Toegang binnen Bureau Jeugdzorg. Als er geen geïndiceerde zorg is, wordt gezocht naar de geschikte vervolghulp bij een andere (lokale) instantie (bijvoorbeeld AMW of Stichting MEE). Volgens Bureau Jeugdzorg kan deze vervolghulp, als deze door een jongere gewenst wordt, ook altijd geleverd worden. Staat een jongere niet open voor vervolghulp, maar acht BJZ een vervolgtraject wel noodzakelijk, dan wordt maximaal ingezet op het motiveren van de jongere tot het accepteren van vervolghulp. Er blijft echter altijd een groep afwijzend tegenover elke vorm van vervolghulp staan, waarbij echter duidelijk is dat zij hun problematiek niet (alleen) gaan oplossen. Op zo n moment zou een melding vanuit Bureau Jeugdzorg naar de gemeente (bijv. DOSA) uitkomst kunnen bieden. DOSA kan dan vanuit het lokale veld trachten nazorg te organiseren en/of het netwerk scherp te stellen om de jongere in beeld te houden. Als een jongere hier echter niet mee akkoord gaat, dan ontstaat een probleem. BJZ mag deze jongeren niet zo maar aanmelden bij DOSA. Om te voorkomen dat deze jongeren daardoor uit beeld verdwijnen, is het aan te bevelen dat in 2012 dan ook (nadere) afspraken gemaakt worden tussen de betrokken jeugdzorginstellingen (Bureau Jeugdzorg, William Schrikker Groep en Leger des Heils) en de gemeente. Die maken het wel mogelijk om die jongeren in beeld te houden. Dit onderwerp heeft ook de belangstelling van de Inspectie Jeugdzorg. In 2012 zal de Inspectie een landelijk, thematisch onderzoek uitvoeren naar de kwaliteit van de zorg die jongeren van 18 jaar ontvangen als zij een residentiële instelling of een pleeggezin verlaten. Het onderzoek richt zich met name op de kwaliteit van de voorbereiding en begeleiding van jongeren die deze stap (gaan) maken. Ontwikkelingen 18-/18+ Op het gebied van de overgang 18- / 18+ zijn overigens ook positieve ontwikkelingen te melden. Stichting MEE en het Jongerenloket werken al twee dagdelen per week samen om de mogelijkheden van jongeren met een licht verstandelijke beperking in beeld te krijgen en dat te vertalen in gerichte dienstverlening aan jongeren waarbij (mogelijk) sprake is van een verstandelijke beperking. Stichting MEE, de William Schrikker Groep, Bureau Jeugdzorg, FlexusJeugdplein, Pameijer en Stichting Mozaïek hebben een voorstel uitgewerkt om in 2012 in de vorm van een pilot na te gaan of de hulpverlening aan jongeren met een verstandelijke beperking kan worden verbeterd door te werken met plannen op maat. Zo wordt met een beperkte groep jongeren van 17 jaar gewerkt om in een vroeg stadium de dienstverlening voort te zetten. Op basis van praktische knelpunten uit de praktijk wordt de samenwerking met andere partijen gezocht. In het kader van het Plan van aanpak Maatschappelijke Opvang- II is een (deel) programma uitgewerkt voor kwetsbare jongeren. Dit plan zet in op de volgende doelen: beter starten op de arbeidsmarkt minder schooluitval betere gezondheid minder dak/thuisloosheid minder jongeren met een uitkering minder jeugdoverlast en criminaliteit. Het voorstel in dit plan is jongeren in de leeftijdscategorie jaar, die begeleiding krijgen vanuit jeugdzorg en naar verwachting een doorlopend traject na hun 18 e jaar behoeven, te selecteren en van een plan op maat te voorzien. Het leefgebied huisvesting kan daarbij bijvoorbeeld onderscheidend zijn. Jongeren die aan het eind van hun jeugdzorgtraject (tussen jaar) geen stabiele woonsituatie hebben, vallen in deze categorie. Deze jongeren worden dan vóór hun 18 e jaar aangemeld voor trajectregie / zorgcoördinatie bij de GGD. Zo blijven ze in beeld en verkleint de kans op (verder) afglijden. Het plan raakt (de uitvoering van) andere programma s, zoals Aanval op Uitval en het Jeugd Veiligheids Actieprogramma. In het Veiligheidshuis vindt het Risico Overleg Jeugd (ROJ) plaats. Dit is het overleg waar de integrale aanpak van jongeren (-23 jaar) en hun gezinsysteem tot stand komt. Het zijn die cliënten bij wie de reguliere aanpak in de straf- bestuurlijke- of zorgketen niet volstaat. Voor hen is een integrale aanpak van vastpakken en niet meer loslaten vereist. Voorbeeldcasus: overgang 18- / 18+ De jeugdconsul wordt benaderd door een familielid van een jongen die 17 jaar is en over een aantal maanden 18 wordt. De jongen (hierna: X.) staat al meerdere jaren onder toezicht van Bureau Jeugdzorg. Het familielid (dat lange tijd als pleegouder heeft opgetreden) en de moeder van X. maken zich zorgen om hem. 20 jeugdconsul 2011 jeugdconsul

12 Na afwisselend bij het betreffende familielid en zijn moeder te hebben gewoond, zwerft X. nu rond. Hij kampt met de nodige problemen (agressie, gedragsproblemen, blowen). Hij gaat niet naar school en is verstandelijk beperkt. Het familielid en de moeder van X. zijn bang dat het zicht en /of de invloed op hem na zijn 18e helemaal verdwijnt, wanneer de OTS beëindigd wordt en zijn bang dat hij dan verder zal afglijden. Zij zijn er van overtuigd dat X. (psychische) begeleiding nodig heeft, maar X. weigert (tot dan toe) alle medewerking. Om de urgentie in de casus te bepalen, wordt vervolgens vanuit het jeugdconsulaat contact opgenomen met Bureau Jeugdzorg en DOSA. Ook wordt uitgebreider gesproken met het familielid van de jongen. In dit gesprek wordt duidelijk dat de familie zich zorgen maakt over de situatie waarin X. zich bevindt. De veiligheid van X. is echter niet in het geding. Hij verblijft bij vrienden, heeft sinds een week een baantje en er is regelmatig contact met de familie. De familie is van mening dat X. afglijdt en heeft het gevoel dat de hulpverlening niets doet. Om hierover meer duidelijkheid te krijgen neemt het jeugdconsulaat contact op met de gezinsvoogd van Bureau Jeugdzorg. De gezinsvoogd geeft aan dat er de afgelopen jaren drie keer is gewisseld van gezinsvoogd. Ook is er een periode van vier maanden geen gezinsvoogd geweest. De huidige gezinsvoogd, de vierde in rij, is gestart driekwart jaar voordat X. 18 jaar zal worden. Uit dit contact wordt ook duidelijk dat X. in 2011 zijn behandeling vanuit een GGZ-instelling heeft afgesloten. De instelling heeft X. nog enige tijd begeleid, maar uiteindelijk is dat ook gestopt. Vanaf dat moment gaat het bergafwaarts met X. De huidige gezinsvoogd is met X. en de familie gaan verkennen of er sprake is van niet willen of niet kunnen. Er is nagegaan welke opties voor begeleiding mogelijk zouden zijn. X. is volgens de gezinsvoogd niet altijd even gemotiveerd om zijn (leef)situatie te veranderen. Daardoor verloopt het geven van hulp niet altijd even gemakkelijk. Daarnaast speelt de familie een ambivalente rol. BJZ probeert een aantal keren om X. geplaatst te krijgen in een opvangvoorziening. Dit is echter niet gelukt omdat het gedrag van X. (agressie / het niet willen stoppen met blowen) bij de betreffende instellingen een contraindicatie vormde voor plaatsing. X. heeft wel aangegeven dat hij zelfstandig wil wonen. Uit de check bij DOSA blijkt dat X. daar ook bekend is. In samenwerking met de DOSA-regisseur wordt vervolgens een regieoverleg belegd. In overleg met de familie nodigt DOSA ook een veldwerker van YOUZ uit bij dit overleg. Deze outreachende veldwerkers gaan vaak net een stapje verder in het daadwerkelijk bereiken van een jongere dan reguliere (jongeren)coaches. Daarnaast zijn de DOSA-regisseur, het jeugdconsulaat en het familielid van X. aanwezig. Tijdens dit regieoverleg wordt de situatie van X. besproken en duidelijk gemaakt welke begeleidingsmogelijkheden er zijn tot aan - en na - zijn 18e verjaardag. Er wordt onder andere gesproken over de mogelijkheid om X. aan te melden voor begeleid wonen. Daarnaast oppert de veldwerker van YOUZ de mogelijkheid om X. (als hij hiermee instemt) aan te melden bij de poli verslavingszorg van YOUZ. Na zijn 18e verjaardag zal de OTS van X. eindigen. De betrokkenheid van de gezinsvoogd zal dan eindigen. De voortgang van de hulpverlening kan vanaf dat moment worden gemonitord op deelgemeentelijk niveau vanuit DOSA of vanuit de afdeling Toegang (vrijwillige tak) van Bureau Jeugdzorg. Tijdens het overleg vertelt het familielid ook dat X. op dat moment een baantje heeft, wat hij tot dan toe netjes volhoudt. In het nieuwe schooljaar wil hij opnieuw aan een opleiding beginnen. Na het overleg worden het advies van de veldwerker van YOUZ en het begeleid wonen met X. besproken. X. accepteert de hulp van YOUZ (begeleiding door veldwerker en hulp bij zijn verslaving). DOSA meldt X. vervolgens aan voor begeleid wonen. De familie is nauw bij het proces betrokken. Bij het jeugdconsulaat wordt de casus ten slotte afgesloten en DOSA monitort de voortgang van de begeleiding aan X. Voorbeeldcasus: handhaving dwangkader in overgang 18- / 18+ Een moeder maakt zich veel zorgen over haar 17-jarige dochter (hierna: M). Ze zoekt contact met het jeugdconsulaat en doet haar beklag over de samenwerking met en het handelen van Bureau Jeugdzorg. M. staat al een paar jaar onder toezicht van Bureau Jeugdzorg en zal over een paar maanden 18 jaar worden. De casus van M. is in 2010 ook al een keer onder de aandacht van de jeugdconsul gebracht. Ruim een jaar later (in september 2011) zoekt moeder dus opnieuw contact in verband met zorgen over haar dochter. M. woont op dat moment (weer) thuis bij moeder, nadat zij een periode op vrijwillige basis uit huis geplaatst is geweest. De situatie thuis is gespannen. Moeder geeft aan geen invloed te hebben op het doen en laten van haar dochter. M. blijft vaak s nachts weg en gaat niet naar school (en heeft ook nog geen startkwalificatie). Ook zijn er vermoedens van psychische problematiek. M. heeft hiervoor onderzoeken ondergaan bij een GGZinstelling. Een daadwerkelijke behandeling is (nog) niet van de grond gekomen. Moeder is van mening dat haar dochter behandeling nodig heeft, maar voelt zich door de gezinsvoogd niet gehoord en niet begrepen. Moeder is bang dat als M. straks 18 jaar is, zij niet meer wil meewerken aan behandeling in het vrijwillig kader. Hierop zoekt het jeugdconsulaat contact met de gezinsvoogd van BJZ. Deze geeft aan dat er vanuit BJZ verschillende acties zijn ondernomen in aanloop naar de 18e verjaardag van M. Zo is er bij M. een psychologisch onderzoek afgenomen. Omdat M. ouder is dan 16 jaar, mag zij zelf beslissen wie er op de hoogte wordt gebracht van de uitkomst. Vanwege de gespannen relatie tussen moeder en M. heeft M. ervoor gekozen dat haar moeder niet op de hoogte is van de uitkomst van het onderzoek. Ook heeft de gezinsvoogd voorgesteld om M. aan te melden voor begeleid wonen. BJZ geeft aan dat M. haar afspraken met de gezinsvoogd en de GGZ-instelling nakomt. De verstandhouding met moeder is echter minder goed. De ervaring van de gezinsvoogd is dat moeder tegenstrijdig is in wat ze wil en aankan. Ook wil moeder niet in overleg met de gezinsvoogd om de situatie van haar dochter te bespreken. De gezinsvoogd geeft aan dat de relatie tussen moeder en M. dusdanig verstoord is dat het beter zou zijn als M. uit huis gaat. De gezinsvoogd heeft een aantal zaken in gang proberen te zetten in aanloop naar de 18e verjaardag van M., maar M. wil vrijwillig geen vervolghulpverlening. Niet vanuit BJZ en ook niet vanuit de GGZ-instelling. Toch zijn er nog wel degelijk zorgen over M. Op advies van de gezinsvoogd en de jeugdconsul wordt door Leerplicht een proces verbaal (PV) opgesteld in verband met het schoolverzuim van M. De inzet is dat M. via die weg jeugdreclassering (JR) krijgt opgelegd, waarmee het dwangkader en daarmee het zicht op M. gecontinueerd kan worden. De zitting naar aanleiding van het PV kan nog voor de 18e verjaardag van M. gepland worden, maar de zitting wordt vervolgens aangehouden. Voor de kinderrechter is namelijk onvoldoende helder waar het schoolverzuim daadwerkelijk uit bestaat. De zitting wordt drie maanden verplaatst, waarmee het dwangkader alsnog dreigt te komen vervallen, omdat M. dan inmiddels 18 jaar zou zijn geworden. Hierop wordt een interventie gepleegd door de jeugdconsul. De gezinsvoogd vraagt rechtstreeks bij de Raad voor de Kinderbescherming om een (tijdelijke) jeugdreclasseringsmaatregel (JR-maatregel). Hiermee zou het dwangkader tussen het moment van de 18e verjaardag van M. en de zitting drie maanden later, overbrugd kunnen worden. Deze JR-maatregel wordt afgegeven. Vanuit het jeugdconsulaat wordt de casus vervolgens overgedragen aan de DOSA-regisseur. Die kon de casus vanuit het lokale veld (in aanloop naar de zitting) verder monitoren. Gebrekkige informatiedeling bij AMK-meldingen Weer een ander aspect van informatiedeling speelt rond AMK-meldingen. In een aantal zaken klaagden hulpverlenende instellingen over het feit dat voor hen onduidelijk was of, en zo ja tot welke acties hun AMKmelding had geleid. Hierdoor was het voor hen lastig / onmogelijk om in de tussentijd de veiligheid van de betreffende kinderen voldoende te waarborgen. Het beleid van zowel het Advies en Meldpunt Kindermishandeling (AMK) is erop gericht om altijd een terugkoppeling te doen aan de melder. In de terugkoppeling wordt relevante informatie verschaft over de uitkomst van onderzoek en of, en in hoeverre, er hulpverlening is opgestart. Het onderzoek van het AMK kan veel tijd in beslag nemen waardoor het soms lang kan duren vooraleer de melder een terugkoppeling ontvangt. De melder kan tijdens het onderzoek ook altijd zelf contact opnemen met het AMK om te informeren over de voortgang van het onderzoek. Het doen van een terugkoppeling heeft hoge prioriteit, mede door signalen vanuit het veld en eerdere kritiek vanuit de Inspectie Jeugdzorg. Indien dit onverhoopt niet gebeurt dan weten organisaties van de mogelijkheid om te escaleren via de GGD of de jeugdconsul. Daarnaast kent Bureau Jeugdzorg Stadsregio Rotterdam, waaronder het AMK valt, een eigen klachtenafhandeling. De Inspectie Jeugdzorg heeft in 2011 overigens positief geoordeeld over het AMK in onze regio en ziet daarom geen reden hier momenteel actie op te ondernemen. Voorbeeldcasus: geen terugkoppeling onduidelijkheid over verantwoordelijkheden De volgende casus is door DOSA opgeschaald naar de jeugdconsul. Het betreft een gezin waar sprake is van huiselijk geweld van vader naar moeder. Er zijn drie kinderen in huis. In verband met het huiselijk geweld kreeg vader al twee keer een huisverbod opgelegd. Vanuit dit huisverbod zijn het LTHG en het Crisis Interventie Team (CIT) van Bureau Jeugdzorg bij het gezin betrokken. Hulpverlening komt echter niet van de grond, omdat zowel vader als moeder hier niet voor open staan. Moeder bagatelliseert de problemen van haar man en geeft instanties de schuld. Het CIT doet daarom een AMK-melding. Vervolgens ontstaat bij het LTHG en andere bij het gezin betrokken partijen de indruk dat het CIT en het AMK er samen niet uitkomen en dat daardoor het doen van een raadsmelding stagneert / achterwege blijft, terwijl daar in hun ogen wel aanleiding toe is. De betrokken organisaties leggen zich hier bij neer. Wel zorgen ze ervoor dat door de school van de kinderen een extra oogje in het zeil wordt gehouden bij het betreffende gezin. Het LTHG gaat over het verloop van de casus in overleg met DOSA. DOSA brengt de casus naar aanleiding daarvan onder de aandacht van de jeugdconsul. Er zijn op dat moment weliswaar geen acute zorgen over de kinderen, maar DOSA (en LTHG) geven aan dat het niet is gelukt duidelijkheid te verkrijgen over de verantwoordelijkheidsverdeling tussen CIT, AMK en Raad voor de Kinderbescherming. Die onduidelijkheid is - zeker bij deze casus met een gewelddadige context - onverantwoord. De jeugdconsul legt de casus en de daaruit voortkomende verantwoordelijkheidsvraag voor aan het AMK. Uit de terugkoppeling van het AMK blijkt dat het CIT 22 jeugdconsul 2011 jeugdconsul

13 de casus intern heeft doorgezet naar het AMK. Als een casus intern binnen BJZ wordt overgedragen van de ene afdeling naar de andere, dan krijgt de externe melder hiervan een terugkoppeling. Dat is ook in deze casus gebeurd. Vervolgens heeft het AMK naar aanleiding van de melding van het CIT een onderzoek gestart. Naar aanleiding van dat onderzoek is besloten om geen raadsmelding te doen. Wel is het gezin door het AMK aangemeld bij Algemeen Maatschappelijk Werk, waarna het AMK de zaak heeft afgesloten. Het feit dat er door het AMK onderzoek is gedaan en is besloten om niet tot een raadsmelding over te gaan is echter niet teruggekoppeld naar de buitenwereld. Dat was op het moment dat deze casus speelde nog niet vastgelegd in het werkproces. Reden waarom voor de buitenwereld het beeld bleef bestaan dat het CIT en het AMK er met elkaar niet uitkwamen en dat dat de reden was waarom er geen raadsmelding was gedaan. Er was in de casus naar mening van het AMK dan ook geen onduidelijkheid over verantwoordelijkheden. Terugkoppeling vanuit het AMK over ondernomen acties en genomen besluiten door het AMK naar de oorspronkelijke melder heeft echter ontbroken. Het AMK heeft daarop aangegeven het bestaande werkproces aangescherpt te hebben. 2. Onvoldoende slagkracht bij professionals (professionaliteit) In 31 procent van de casuïstiek uit 2011 was onvoldoende slagkracht bij professionals (een van de) redenen waarom er in een casus geen sprake was van een sluitende aanpak. Daarom was escalatie naar de jeugdconsul nodig. Bij onvoldoende slagkracht wordt in deze analyse gedoeld op onvoldoende daadkracht, wilskracht, doorzettingsvermogen en energie vanuit professionals in de uitvoering van trajecten in gezinnen en met jongeren. Het gaat om nét dat ene stapje harder lopen als het in een traject soms niet zo gemakkelijk verloopt. Over de grenzen van je eigen organisatie heen durven kijken. Je niet zomaar bij een situatie neerleggen. Tot het uiterste gaan. Al deze acties kunnen worden samengevat onder de noemer professionaliteit. Waarmee je weer uitkomt op de gedachte: die éne professional die het verschil kan maken. Je hoort het mensen die een casus opschalen of die anderszins bij een casus betrokken zijn soms ook expliciet zeggen: het hangt er maar net vanaf wie je aan de telefoon krijgt of bij wie de aanmelding binnenkomt. Deze knelpunten openbaren zich in de casuïstiek over 2011 in meerdere vormen. Bijvoorbeeld als het gaat om dreigende huisuitzettingen waarbij door betrokken hulpverleners onvoldoende wordt geacteerd. In een van de casussen die onder de aandacht van de jeugdconsul is gebracht had bijvoorbeeld een gezinscoach de betreffende papieren van de voornemens van de woningcorporatie wel gezien, maar deze vervolgens ook weer opzij gelegd, zonder hier met moeder afspraken over te maken. Toen de gezinscoach vervolgens drie weken met vakantie ging, dreigde de situatie te escaleren. Een andere kwestie waarop deze knelpunten zich manifesteren is dat er vaak in een hulpverleningsproces niet wordt nagegaan of cruciale acties zijn uitgevoerd. Daardoor worden hulpverleners verrast door ontwikkelingen die met een goede check voorkomen hadden kunnen worden. Ook komt het regelmatig voor dat hulpverleners onvoldoende op de hoogte zijn van de mogelijkheden die het systeem kent. Bijvoorbeeld als het gaat om het realiseren van plaatsingen, het inzetten van bepaalde behandeltrajecten of het volgen van een bepaalde route om tot een woning of verblijfplaats te komen. Het gaat bijvoorbeeld om professionals uit het veld die een casus opschalen omdat er geen geschikte plek beschikbaar is voor een kind of jongere. Het gebrek aan plaatsen binnen de jeugdzorg is een groot probleem, dat het werk van professionals lastig maakt. Aan de andere kant laat de praktijk ook zien dat er als de nood aan de man komt wel oplossingen te vinden zijn. Ook daarbij geldt, dat de slagkracht van de professional daarbij het verschil kan maken. Bijvoorbeeld door te werken vanuit een lange termijn visie (weten wat eigenlijk de meeste geschikte plek is voor een jongere, ook al is daar nog geen plek). Vervolgens overbruggingsmogelijkheden onderzoeken en alternatieve mogelijkheden voor plaatsing verkennen (buiten de regio). Samengevat kunnen al deze acties worden gevat onder de noemer professionaliteit. Net als in 2010 het geval was, onderstrepen deze voorbeelden dat de met IKW Zorg voor de Toekomst ingezette lijn van (doorlopende) professionalisering nodig is. Tevens onderstreept het de noodzaak dat instellingen hun kwaliteitsbewaking op orde hebben en (laten) controleren of gemaakte afspraken worden nagekomen. Voorbeeldcasus: slagkracht van een individuele professional De jeugdconsul wordt geconfronteerd met een casus waar sprake is van een alleenstaande moeder die uit de ouderlijke macht is ontheven. Haar kind is al langere tijd uit huis geplaatst. Op een zeker moment raakt moeder opnieuw zwanger. Vanaf dat moment wordt onder regie van de jeugdconsul gewerkt aan een intensief maatwerktraject, met begeleiding voor moeder en kind op alle leefgebieden gedurende (bijna) alle dagen van de week. Gedachte hierachter is om moeder een tweede kans te geven met haar nieuwe kindje. De begeleiding heeft als resultaat dat het nieuwe kindje, weliswaar onder toezicht van een gezinsvoogd en met intensieve begeleiding vanuit verschillende partijen, bij moeder thuis kan blijven wonen. Ondanks dat de situatie kwetsbaar blijft en moeder waarschijnlijk nog langdurig begeleiding nodig zal hebben, zijn de betrokken hulpverleners positief over de ontwikkelingen in het gezin. Met name op het opvoedingsvraagstuk. Het op orde krijgen van de financiële situatie blijft echter een struikelblok De financiële problematiek beïnvloedt ook de rest van de situatie. Moeder heeft in het verleden grote schulden gemaakt. Sinds vijf jaar is zij in begeleiding bij budgetbeheer, waarna de situatie gestabiliseerd is. In de periode daarna is getracht schuldhulpverlening op te starten. Door het gedrag van moeder zelf is dit in eerste instantie niet van de grond gekomen. Begin 2011 heeft moeder zich samen met haar gezinscoach opnieuw gemeld voor een schuldhulpverleningstraject. Tien maanden later zit er nog geen schot in de daadwerkelijke start van dit traject. Dit ligt op dat moment volgens de betrokken hulpverlenende partijen niet aan het gedrag van moeder, maar aan het feit dat eerder met moeder gemaakte afspraken door de Kredietbank niet worden nagekomen en steeds nieuwe voorwaarden worden gesteld rondom de aanmelding. De betrokken hulpverleners geven aan dat het er maar net aan ligt welke medewerker je bij de Kredietbank te pakken krijgt. Zij zien ook dat de ene medewerker een stuk verder gaat in het bereiken van bepaalde doelen voor hun cliënten dan andere medewerkers. Om het proces vlot te trekken wordt door de jeugdconsul een interventie gepleegd richting de Kredietbank. Moeder krijgt kort daarop een uitnodiging om opnieuw een intake te doen bij de Kredietbank. Ook de gezinscoach is hierbij aanwezig. Het schuldhulpverleningstraject is daarmee alsnog van de grond gekomen. Uit dit voorbeeld blijkt duidelijk hoe de slagkracht van een bepaalde medewerker / professional een traject richting een gezin kan bepalen. Voor een gezin kan dit leiden tot ingrijpende, vervelende gebeurtenissen. Samenwerkende partijen in het veld geven dit zelf ook duidelijk aan. Voorbeeldcasus: onvoldoende slagkracht Begin 2011 belt een verontrust familielid van de 16-jarige D. de jeugdconsul. De moeder van D. is een aantal jaren daarvoor overleden en D. verblijft vanaf dat moment bij pleegouders. Bij D. is sprake van gedragsproblematiek en trauma s uit het verleden, waardoor hij na een periode bij pleegouders te hebben verbleven op vrijwillige basis wordt geplaatst in een behandelinstelling. Pleegouders vragen voor deze plaatsing hulp van een casemanager van een jeugdzorginstelling. Vervolgens verstrijken er 2 jaar. Op het moment dat het familielid contact zoekt met de jeugdconsul, dreigt de 16-jarige D. op straat te worden gezet (hij is volgens de instelling uitbehandeld) en er is nog geen vervolgplaatsing. Terug naar pleegouders is volgens het familielid geen optie. De problematiek van D. zou hiervoor te heftig zijn en pleegouders kunnen deze zorg niet aan. 24 jeugdconsul 2011 jeugdconsul

14 De casemanager doet in de ogen van pleegouders echter weinig tot niets om een vervolgplaats voor D. te zoeken. Ook de samenwerking tussen de huidige behandelinstelling en de casemanager is volgens pleegouders onvoldoende. Hierdoor dreigt het traject rondom D. te stagneren. Om de urgentie te bepalen wordt vanuit het jeugdconsulaat contact gelegd met de betreffende casemanager en de behandelinstelling. De casemanager schetst dat hij de casus een aantal maanden daarvoor gebrekkig overgedragen heeft gekregen van een collega. Ook heeft hij gemerkt dat de samenwerking met de behandelinstelling niet altijd even effectief is verlopen. De casemanager geeft aan dat er drie weken daarvoor voor het laatste contact is geweest met de huidige instelling. De casemanager had destijds niet in de gaten dat de einddatum van de plaatsing van D. in zicht was. Ook niet hoe dringend de situatie was. Toen dit voor hem (twee maanden voor daadwerkelijke afloop van de plaatsing) duidelijk werd, is hij op zoek gegaan naar een vervolgplek en heeft hiervoor een indicatie aangevraagd. De indicatie is een maand later afgegeven en weer een maand later bij de vervolginstelling binnengekomen. De casemanager heeft geen zicht op de precieze wachtlijst voordat D. geplaatst kan worden. Uit contact met de behandelinginstelling blijkt vervolgens dat de einddatum van de plaatsing van D. definitief is. Zij hebben als behandelinstelling ruim van tevoren (driekwart jaar) aangegeven dat de plaatsing van D. zou eindigen. Ook hebben ze de plaatsing al een aantal keer verlengd, omdat de casemanager niet tot nauwelijks reageerde en handelde naar aanleiding van de signalen over de aflopende plaatsing. Voor de behandelinstelling is de maat vol. De instelling geeft aan dat in eerste instantie de casemanager, maar ook pleegouders, verantwoordelijk zijn voor het oppakken van dit signaal en het organiseren van een vervolgplek. Dit omdat de plaatsing van D. op vrijwillige basis is. Na het contact met de behandelinstelling wordt er opnieuw gesproken met de casemanager en aan hem aangegeven dat de huidige plaatsing van D. definitief eindigt en dat de casemanager nu aan zet is. Er is geen uitstel meer mogelijk. Met een beschuldigende vinger naar elkaar wijzen helpt nu niet. Er moet gehandeld worden. Er moet iemand opstaan die de verantwoordelijkheid neemt en de casemanager is hiervoor de geschikte persoon. Later wordt er gesproken met het familielid en pleegouders in het Stadhuis. Op advies van het jeugdconsulaat hadden zij inmiddels gesproken met de casemanager over de ontstane situatie. Na dit gesprek had de casemanager aangegeven dat hij inzag dat de problematiek van D. heftiger is dan verwacht. De casemanager gaf aan tot dan toe alleen de evaluatieverslagen gelezen te hebben van de behandelinstelling en de jongen nog niet zelf te hebben gezien / gesproken. Ook had de casemanager contact gelegd met de instelling waar D. op de wachtlijst staat. Zij konden nog geen uitspraken doen over de termijn waarop D. geplaatst kon worden, maar zij konden in de tussentijd wel thuisbegeleiding bieden of een coachingstraject inzetten voor D. Gezamenlijk hebben pleegouders en de casemanager besproken dat D. niet naar huis terug kan. D. komt dus in de crisisopvang terecht, omdat een vervolgplaatsing nog niet gerealiseerd is. Op het moment dat D. door de behandelinstelling op straat wordt gezet, heeft de casemanager (nog) geen crisisopvang geregeld. D. wordt vervolgens toch bij pleegouders thuis geplaatst. Waar dit in eerste instantie voor de overbrugging van het weekend is bedoeld, verblijft D. hier een week later nog steeds. Ondertussen is er geen begeleiding in het gezin aanwezig. Pleegouders hebben opnieuw geen vertrouwen in de voortvarendheid van de casemanager. Zij nemen opnieuw contact op met het jeugdconsulaat. Het jeugdconsulaat spreekt met de casemanager af dat er op hele korte termijn begeleiding in het gezin ingezet moet worden voor D. en pleegouders. Ook wordt er vanuit het jeugdconsulaat (door tussenkomst van DOSA) een maatschappelijk werker ingezet voor de ondersteuning van pleegmoeder. D. heeft op dat moment ook geen dagbesteding. In overleg met leerplicht wordt geregeld dat D. op korte termijn kan starten bij het Educatief Centrum. Pleegouders geven aan op die manier de periode te kunnen overbruggen, totdat D. geplaatst kan worden in de vervolginstelling. Dit gebeurt uiteindelijk 3 maanden later. 3. Problematiek rondom hulpverleningsresistente jongeren / ouders In 29 procent van de casuïstiek uit 2011 was problematiek rondom hulpverleningsresistente jongeren of ouders een reden een casus op te schalen naar het jeugdconsulaat. Dit is en blijft een hardnekkige groep. Met name als de personen waar het om gaat inmiddels meerderjarig zijn. Met betrekking tot deze groep gaat het aan de ene kant om jongeren van wie evident duidelijk is dat zij hulpverlening en/of begeleiding nodig hebben, maar hier niet (meer) voor open staan. Aan de andere kant gaat het om ouders binnen een gezin (waar sprake kan zijn van zowel minderjarige als meerderjarige kinderen) die elke vorm van hulpverlening weigeren of er alles aan doen om het lopende hulpverleningsproces onnodig te vertragen of belemmeren. Dit is de groep die door de jeugdconsul al eerder is benoemd als de buitencategorie multiprobleemjongeren en gezinnen. De jongeren die binnen deze groep vallen, geven zelf vaak aan dat zij de verantwoordelijkheid aan kunnen om hun eigen problemen aan te pakken. Bijvoorbeeld als een ondertoezichtstelling na het 18 e jaar eindigt. Vanuit de zorg- en hulpverlening bestaan hier vaak grote zorgen over. Bij een jongere zonder dagbesteding, zonder startkwalificatie, zonder inkomen, zonder vaste woonof verblijfplaats en zonder stabiel netwerk is de kans groot dat het na korte of lange tijd toch (weer) mis gaat. Blijft een jongere begeleiding weigeren, dan is het vaak wachten op het moment dat er vanuit een justitieel kader ingegrepen moet worden. Of (als de situatie hiertoe aanleiding geeft) een rechterlijke machtiging of een IBS opgelegd kan worden. Als het echter zover komt, is er vaak al eerder in het traject iets niet goed gegaan. Zoals de analyse van 2010 al aangeeft, vraagt de aanpak van deze buitencategorie multiprobleemjongeren en -gezinnen nadrukkelijk om een integrale en nauw op elkaar afgestemde aanpak. Met name deze twee aspecten bepalen de slagkracht van een dergelijke aanpak. Als het gaat om het maximaal gebruiken van de momenten waarop deze mensen iets van het systeem nodig hebben, kan winst worden behaald. Bijvoorbeeld als een jongere zich meldt bij het jongerenloket voor de aanvraag van een uitkering. Het zo sluitend mogelijk organiseren van de aanpak van deze jongeren, vraagt om tijdige informatieoverdracht tussen betrokken partijen en de wil en tijd om als betrokken organisatie / dienst goed in kaart te brengen wat er speelt en hoe daar het beste op in te spelen. Als het gaat om hulpverlening aan de buitencategorie multiprobleemgezinnen komen echter ook de grenzen van het huidige hulpverleningsstelsel in zicht. Hoe samenhangend en integraal de aanpak ook is. Regelmatig is na langjarige, intensieve en met veel strijd gepaard gaande hulpverleningstrajecten de constatering, dat de (positieve) effecten daarvan op het gezin en/ of de kinderen slechts marginaal zijn (geweest). Deze constatering, in combinatie met het feit dat aan deze (vaak langjarige) hulpverleningstrajecten hoge kosten verbonden zijn, rechtvaardigt een reflectie op de manier waarop geprobeerd wordt om de problemen in dergelijke gezinnen aan te pakken. In dat kader werkt het jeugdconsulaat een business case uit. Hierin worden de (maatschappelijke) kosten en baten van de zorg- en hulpverlening aan een (bij de jeugdconsul bekend) buitencategorie multiprobleemgezin in kaart gebracht en afgezet tegen de kosten en baten van alternatieve trajecten. De uitkomsten van die business case, die gemaakt wordt in samenwerking met een aantal partijen uit het veld, zullen worden geborgd in het (gedecentraliseerde) stelsel van jeugdzorg en hulpverlening. Bij de reflectie op alternatieve trajecten lijkt het zo te zijn dat, om ook daadwerkelijk het verschil te kunnen maken, er meer buiten de geldende kaders gedacht zou moeten worden. De uitwerking van de businesscase richt zich er bijvoorbeeld ondermeer op dat als problemen in een gezin terug te voeren zijn op het gedrag van ouder(s), de sanctie zich ook veel meer op de ouder(s) zou moeten richten. Verplicht onderzoek naar de vaardigheden van ouders is hierin een fundamenteel onderdeel. Analoog aan de ontwikkelingen in het Veiligheidshuis over de aanpak van de meest criminele / overlastgevende personen, zou de zorg voor de buitencategorie multiprobleemgezinnen ondergebracht kunnen worden in een zogenaamd Zorghuis. Hierin participeren alle partijen die bij de hulpverlening aan een buitencategorie multiprobleemgezin betrokken (kunnen) zijn. Dit is van belang, omdat deze gezinnen elk gat dat valt in de (samenhang van de) hulpverlening benutten om het hulpverleningsproces te belemmeren. Strakke regievoering en een integraal samenhangende aanpak op alle leefgebieden zijn bij deze gezinnen essentieel om vat te (kunnen) krijgen op de problematiek. Voorbeeldcasus: niet-willende ouders Een vader van vier kinderen schrijft een brief aan de burgemeester omdat hij zich zorgen maakt om zijn kinderen. Deze zorgen hebben enerzijds te maken met één van zijn zoons, de 13-jarige F., die op dat moment niet naar school gaat en aan de andere kant met de uithuisplaatsing van zijn twee jongste kinderen. De burgemeester vraagt het jeugdconsulaat uit te zoeken wat er precies in deze casus speelt. Vanuit het jeugdconsulaat wordt vervolgens gesproken met vader in het Stadhuis. Tijdens dit gesprek is zijn 13-jarige zoon meegekomen. Zij vertellen het verhaal dat F. al een aantal maanden niet naar school gaat. F. was op verschillende scholen voor regulier onderwijs inmiddels afgewezen en deze scholen hadden aangegeven dat F. beter af zou zijn op speciaal onderwijs. Vader en F. geven echter aan dit niet te zien zitten, maar dat F. wel weer graag naar school wil. Zij geven aan dat dit alleen zo is omdat F. een Cluster IV indicatie heeft uit de tijd dat hij een periode uit huis geplaatst is geweest. Zij zijn bang dat F. via deze indicatie opnieuw in een behandelinstelling terecht zou komen. Daarnaast vertelt vader over de uithuisplaatsing van zijn twee jongste kinderen. Deze kinderen zijn door BJZ bij familie geplaatst, maar vader ziet graag dat al zijn kinderen weer thuis komen wonen. Vanuit het jeugdconsulaat is vervolgens contact opgenomen met de gezinsvoogd van BJZ die bij het gezin betrokken is en de leerplichtambtenaar. De gezinsvoogd is inmiddels vier jaar bij het gezin betrokken. Er heeft al veel hulpverlening in het gezin gezeten. Ook voor de tijd dat er een OTS en muhp werd uitgesproken voor de kinderen. De gezinsvoogd is niet meer betrokken bij F., maar heeft zich wel ingezet om F. op een school te krijgen. De gezinsvoogd geeft aan dat F. inmiddels al op een school had kunnen zitten, maar dat ouders geen akkoord gaven voor overdracht van het onderwijsdossier. De ouders zijn erg argwanend tegenover de instelling die het onderwijsdossier van F. moet beoordelen en die hem toewijst aan een school voor speciaal onderwijs. Dit omdat F. in de periode dat hij uit huis geplaatst is geweest, bij dezelfde instelling verbleef. 26 jeugdconsul 2011 jeugdconsul

15 De gezinsvoogd heeft tevens de situatie toegelicht rondom de uithuisgeplaatste kinderen. De gezinsvoogd geeft aan dat de veiligheid van de kinderen voldoende gewaarborgd is. Aan vader is vervolgens teruggemeld dat we vanuit de gemeente / het jeugdconsulaat niet kunnen treden in rechterlijke uitspraken en dat hij met zijn advocaat in gesprek moet gaan om de zittingen voor te bereiden. Naast de gezinsvoogd wordt er ook contact gelegd met de dienst Jeugd, Onderwijs en Samenleving (JOS) omdat F. besproken zal worden in het overleg Actietafel Thuiszitters. Met de voorzitter van dit overleg wordt besproken hoe het proces om F. op een school te krijgen zo effectief mogelijk kan verlopen. De voorzitter van dit overleg geeft aan dat naast het vinden van een plek op een geschikte school, overdracht van het onderwijsdossier van belang is. Zonder deze overdracht kan er niet naar een school worden gezocht voor F. Verschillende hulpverleners hebben inmiddels bij ouders aangedrongen op dossieroverdracht, maar ouders blijven argwanend tegenover de instelling die het dossier moeten beoordelen en zijn daarom nog niet akkoord gegaan. Nadat uit het overleg is gebleken dat er een geschikte school is gevonden vindt er opnieuw een gesprek plaats met ouders. Hierbij is rekening gehouden met de argwaan van ouders en F. als het gaat om de locatie van de school. Tijdens deze tweede afspraak met vader en F. is hen op basis van informatie vanuit leerplicht - uitgelegd dat een kleine klas en extra begeleiding op school goed is voor F. En dat het speciaal onderwijs op dit moment daarmee de enige aangewezen plek is. Vanwege de argwaan van ouders over de betreffende instelling, is ook uitgelegd dat die instelling naast de jeugdzorginstelling ook onderwijs verzorgd. En dat onderwijs volgen bij die instelling niet betekent dat F. intern in een behandelinstelling dient te verblijven. Vervolgens is uitgelegd dat voor het vinden van een beschikbare plek op een dergelijke school, dossieroverdracht noodzakelijk is. Vervolgens heeft vader in dat gesprek zowel mondeling als schriftelijk hiervoor zijn toestemming gegeven. Deze getekende toestemmingsverklaring is vervolgens vanuit het jeugdconsulaat doorgestuurd aan het Onderwijszorgloket Koers VO. Die hebben deze beoordeeld en doorgestuurd naar de betreffende onderwijsinstelling. Diezelfde week is er nog een school gevonden voor F. en is er een kennismaking gepland met ouders en F. op de school. Weer een week later kon F daadwerkelijk starten. Hiermee leek dit knelpunt getackeld, maar F. verscheen de eerste twee dagen niet op school. Het jeugdconsulaat heeft hierop opnieuw een interventie gepleegd. Ouders zijn hierop aangesproken. Zij gaven als reden dat F. nog niet naar school ging aan, dat zij de school niet zagen zitten. Zij hadden bij hun advocaat een verzoek neergelegd om een nieuwe school te zoeken. Tot die tijd wilden ouders F. thuis houden. Dat ze hiermee hun zoon benadelen, leken ouders (op dat moment) niet in te zien. Vanuit het jeugdconsulaat zijn ouders hierop aangesproken en is tevens contact gelegd met de advocaat. Omdat F. al wel formeel ingeschreven stond op de school, heeft de school direct een verzuimmelding gedaan bij leerplicht. Op nadrukkelijk verzoek vanuit het jeugdconsulaat heeft de school de plek van F. ondertussen vrijgehouden. Leerplicht is vervolgens bij ouders langsgegaan en heeft met hen gesproken. Ook is er vanuit leerplicht contact gelegd met het OM om de mogelijkheden te verkennen om het instrument last onder dwangsom in te zetten. Leerplicht deelde ouders vervolgens mee dat F. binnen drie dagen naar school moest, anders zou een last onder dwangsom worden afgegeven. Ook de advocaat is hierover ingelicht. De dreiging met deze sanctie was voldoende, want ouders hebben F. de dag erna naar school gestuurd. Het jeugdconsulaat heeft de zaak nog een maand gemonitord. F. ging op dat moment nog steeds keurig naar school. Daarna is casus overgedragen naar DOSA. Voorbeeldcasus: hulpverleningsresistente jongere De 18-jarige K. heeft tot zijn 18e een aantal jaren onder toezicht gestaan van Bureau Jeugdzorg. In die periode verblijft hij ook ruim een jaar in een instelling voor jeugdzorg plus, omdat de situatie thuis bij zijn moeder en broertje niet houdbaar is. De relatie tussen de gezinsvoogd en K. en zijn moeder is altijd gespannen geweest. Moeder heeft het gevoel dat de gezinsvoogd weinig voor haar zoon K. betekent, op het moment dat K. weer thuis woont. Hulpverlening voor K. komt niet goed van de grond. Het gedrag van K. zelf speelt daar ook een rol in. In de periode voordat K. 18 jaar wordt, weigert hij zijn medewerking te verlenen aan hulpverlening. Ook verzuimt hij veel van school. Op zijn 18e verjaardag eindigt de OTS van K. Via een mailcontact beëindigt de betreffende gezinsvoogd het contact met zijn pupil en wenst K. veel succes in de toekomst. Voor K. is op dat moment niets geregeld, hoewel voor zijn omgeving duidelijk is dat K. nog wel degelijk (psychische) begeleiding nodig heeft. K. gaat niet naar school, werkt niet en is niet aangemeld voor een begeleid wonen traject. K. blijft dus zonder dagbesteding bij zijn moeder wonen. Zijn gedrags- /psychische problematiek leidt op sommige momenten tot (fysieke) escalaties tussen moeder en zoon. Moeder heeft hiervan ook aangifte gedaan bij de politie. Moeder is ondertussen op zoek naar hulpverleningsmogelijkheden voor haar zoon. K. is echter ambivalent in zijn uitspraken over het willen meewerken aan begeleiding. En de meeste jongerencoaches haken vrij snel af als een jongere niet gemotiveerd is. Dit is reden voor moeder om contact op te nemen met het jeugdconsulaat. In samenwerking met de GOSA-regisseur van de gemeente waar het gezin woont, tracht het jeugdconsulaat de juiste begeleiding en ondersteuning in te zetten. Dit gebeurt in overleg met moeder. Een outreachende werker vanuit een GGZ-traject legt het eerste contact met K. en probeert zijn vertrouwen te winnen. K. stemt uiteindelijk toe met deze begeleiding, maar na een korte periode blijkt dat K. zijn afspraken nakomt, maar daarmee is alles gezegd. Hij heeft nog steeds geen dagbesteding en de situatie thuis is voor moeder onhoudbaar. Mogelijkheden om de jongen gedwongen uit huis te halen zijn er echter niet. Voor een rechterlijke machtiging is de problematiek niet zwaar genoeg. En voor begeleid wonen moet de jongen gemotiveerd zijn. K. weigert hier echter aan mee werken. Daarnaast is het voor moeder een grote en moeilijke stap om haar zoon op straat te zetten. In een regieoverleg met de betrokken partijen wordt vervolgens het voorstel gedaan om een multi dimensionaal traject vanuit de GGZ-instelling in te zetten in het gezin. Een traject dat zich niet alleen richt op de problematiek van K., maar dat ook zijn moeder en broertje betrekt in de begeleiding. Dit vanuit de gedachte dat het gehele gezin onderdeel is van de problematiek. Uiteindelijk gaan zowel K. als moeder akkoord met deelname aan dit traject. Ook wordt K. aangemeld voor begeleid wonen, voor de periode nadat het traject afgerond is. Hiermee sluit de jeugdconsul de casus weer af en blijft de GOSA-regisseur de casus monitoren. 28 jeugdconsul 2011 jeugdconsul

16 4 Stand van zaken aanbevelingen analyse 2010 In de 2010 heeft de jeugdconsul een aantal aanbevelingen gedaan. Basis hiervoor was de casuïstiek die in 2010 onder de aandacht van de jeugdconsul was gebracht. Deze aanbevelingen zijn door het college van burgemeester en wethouders overgenomen en er zijn verschillende ontwikkelingen in gang gezet. Hierna wordt per aanbeveling de stand van zaken op 1 maart 2012 weergegeven. Aanbeveling 1: aan BJZ, RvdK, CJG en zorg- en hulpverleningsinstellingen Beoordeel in een zo vroeg mogelijk stadium of sprake is van de buitencategorie multiprobleemgezinnen en zorg voor daarop afgestemde zorg- en hulpverlening in termen van ervaring en strakke regie. Stand van zaken: De GDD heeft deze aanbeveling opgepakt en samen met FlexusJeugdplein een werkwijze ontwikkeld die per in de tweede helft van 2012 als pilot kan starten. Het gaat hier niet over een nieuw traject, maar over inzet van huidige stevige gezinscoaches die in de betreffende gezinnen intensief aan de slag gaan. De belangrijkste elementen in de zorg- en hulpverlening aan deze gezinnen binnen deze werkwijze zijn: outreachend, langdurig, vasthoudend, trouw en wisselend in intensiteit en contactfrequentie; minmaal wekelijks contact met het gezin (ook als het goed gaat/lijkt te gaan). De contacttijd varieert van 10 minuten telefonisch tot 24 uur face to face per week (en uiteindelijk zoveel als nodig is op een bepaald moment); hulp wordt pas afgesloten na een langere periode van stabiliteit en bij vertrouwen van gezin, de coach en de opdrachtgever dat het gezin zonder hulp goed verder kan; waar dat niet beschikbaar is of niet werkt wordt gezocht naar onconventionele nieuwe oplossingen; hulp wordt ingezet vanuit de principes van wraparound care (géén export van problemen, maar import van expertise). Uitvoering van deze pilot vindt niet geïsoleerd plaats, maar in nauwe samenhang met de al bestaande structuren voor zorg- en hulpverlening in Rotterdam. Bijvoorbeeld het Veiligheidshuis. Dit is met name van belang wanneer bij deze buitencategorie multiprobleemgezinnen ook sprake is van criminaliteit. Alle partijen die bij de aanpak van zo n gezin betrokken zijn, zijn (of kunnen worden) vertegenwoordigd in het Veiligheidshuis. Dat maakt een integrale en maximaal sluitende aanpak mogelijk. Aanbeveling 2: aan BJZ en het Zorgkantoor Zet in op indicatiestellingen vanuit langjarig perspectief, zodat ook daadwerkelijk een lange termijn begeleiding planmatig kan worden ingezet. Stand van zaken: Gebleken is dat de hulpverlenende instellingen weinig gebruik maken van de mogelijkheid om langjarige indicatiestellingen in te zetten. Daarnaast worden de indicatiestellingen met de stelselwijziging in de jeugdzorg anders georganiseerd. De nadruk zal daarom veel meer komen te liggen op de bereikbaarheid en de toeleiding naar zorg. Snel signaleren, diagnosticeren en toeleiden naar zorg wordt met de stelselwijziging nog belangrijker. Deze aanbeveling wordt om die reden betrokken bij het professionaliseringstraject van Ieder Kind Wint, zorg voor de toekomst en verder opgepakt als ontwikkelopgave in de voorbereidingen van de stelselwijziging. Aanbeveling 3: aan College B&W Maak bij de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie aanhangig dat een OTS leidt tot de verplichting van ouders om mee te werken aan een onderzoek naar hun pedagogische vaardigheden en de daarin belemmerende factoren. Stand van zaken: De essentie van deze aanbeveling was dat een OTS per definitie ook inhoudt dat een ouder verplicht is mee te werken aan een onderzoek naar hun pedagogische vaardigheden en de daarin belemmerende factoren. Weliswaar kan een dergelijk onderzoek op dit moment door de RvdK of BJZ worden aangevraagd, maar dit vindt dan plaats in aanvulling op het verzoek om een OTS of verderstrekkende beschermingsmaatregel. Deze route is onzeker qua afloop en kost extra tijd, waar het kind de dupe van is. Deze (extra) gang naar de rechter zou niet meer nodig moeten zijn. Met de voorgestelde wetswijzigingen van de kinderbeschermingswetgeving, die momenteel voorliggen in de Eerste Kamer, wordt hierin niet voorzien. Aanbeveling 4: aan de GGD en zorg- en hulpverleningsinstanties Geef de basisafspraken zorgcoördinatie en opschaling, het daarmee samenhangende begrippenkader én de werkafspraken SISA, een permanente en prominente plaats in de scholing en training van de mensen die werkzaam (zullen) zijn binnen het jeugdzorgveld in Rotterdam en de Rotterdamse regio. Stand van zaken: Vanuit de GGD is in het eerste half jaar van 2012 een project opgezet, dat er op gericht is de verbinding te leggen met meerdere andere onderwerpen, zowel binnen als buiten IKW/decentralisatie (onder meer doorontwikkeling CJG, toeleiding en diagnose, professionalisering, samenvoeging LZN/LTHG, account BJZ, gezinscoaching, ontwikkeling wijkteams). In het project zijn drie specifiek aan zorgcoördinatie gekoppelde resultaatgebieden benoemd, namelijk: De 3 coördinatiemechanismen bundelen in 1 coördinatieteam De Staal+ afspraken verder implementeren De staal+ afspraken actualiseren en aanscherpen Ad 1. Bundeling drie coördinatiemechanismen tot 1 coördinatieteam. De tussenstap die voor wat betreft zorgcoördinatie gemaakt wordt richting het eindbeeld 2015 behelst het samenvoegen van de bestaande procesregie lagen (CJG, LZN/LTHG, DOSA) in 1 coördinatieteam. Het implementatieplan gereed december Daadwerkelijke implementatie in Ad 2. Staal+ afspraken implementeren Tijdens het herontwerptraject is gebleken dat Staal+ nog niet volledig is geïmplementeerd. Op veel punten dient nog ingezet te worden. Door die inzet te plegen worden ook al de eerste stappen gezet naar het eindbeeld Deels zijn deze acties nu al gestart via het professionaliseringsspoor van IKW. 30 jeugdconsul 2011 jeugdconsul

17 Daarnaast zijn voor september en oktober 2012 verschillende bijeenkomsten gepland voor professionals waar de punten zoals aangedragen aan de inspectie jeugdzorg specifiek onder de aandacht worden gebracht. Uitvoering tussen nu en medio Voor de Staal+ afspraken zie bijlage 2 in deze analyse. Ad 3. De Staal+ afspraken actualiseren en aanscherpen Bij dit onderdeel van het project gaat het om het aanpassen van de Staal+ afspraken aan de nieuwe situatie. De meest in het oog springende verandering is dat er straks in plaats van 4 maar 3 procesregisseurs per deelgemeente zijn (samenvoeging LZN/LTHG zijn). Deze procesregisseurs worden daarnaast gebundeld in 1 coördinatieteam. Mogelijk zijn er nog meer wijzigingen op de huidige afsprakenset wenselijk dan wel onvermijdelijk. Dit zal onder meer blijken bij de verdere implementatie van Staal+. De verwachting is dat het niet om zeer grote wijzigingen zal gaan waardoor de grote lijn achter de huidige Staal+ afsprakenset overeind blijft. Begin 2013 start inventarisatie gewenste wijzigingen; medio 2013 moet het proces zijn afgerond. Aanbeveling 5: aan de GGD en zorg- en hulpverleningsinstanties Borg het naleven van de vastgestelde werkwijze in het kwaliteitssysteem van de onderliggende organisaties. Voer ter controle jaarlijks audits uit. Stand van zaken: Er is in IKW voorzien in een aantal audits, namelijk om te onderzoeken: hoe de meldcode en SISA zijn geborgd in de uitvoeringsprocessen van de gesubsidieerde organisaties; of en in hoeverre signalen en matches in SISA hebben geleid tot betere hulpverlening en of het principe één gezin, één plan, één regisseur werkt; om de samenwerking tussen de netwerken te beoordelen op het principe één gezien, één plan één regisseur; hoe de zorgstructuren op de scholen functioneren. In 2012 zal de audit rond de Meldcode worden meegenomen in de audit SISA. Dit in het verlengde van het effectonderzoek Meldcode en de nulmeting die in 2011 heeft plaats gevonden. In november en december 2012 wordt een verdiepend kwalitatief onderzoek uitgevoerd. Hierin wordt de vraag beantwoord of de signalen en matches in SISA en de stappen van de meldcode hebben geleid tot betere hulpverlening. Tevens komt er onderzoek naar de samenwerking tussen de netwerken op het principe één gezin, één plan, één regisseur. Deze verdieping bepaalt mede de inhoud voor de structurele audit in 2013 en volgende jaren. Het onderzoek van 2012 zal als nulmeting dienen voor de structurele audit. In september 2012 zal er een quickscan plaatsvinden op het gebied van zorgcoördinatie. Aanbeveling 6: aan College B&W Geef de GGD opdracht om na te gaan in hoeverre de vier bestaande coördinatiestructuren kunnen worden doorontwikkeld tot één samenhangend geheel. Stand van zaken: Een brede projectgroep, met alle betrokken partijen, werkt onder leiding van de GGD op dit moment een plan uit voor een herontwerp van de zorgcoördinatiestructuur. Hierin worden alle vier de bestaande coördinatiestructuren meegenomen (CJG, DOSA, LZN/LTHG en veiligheidshuis). In dit herontwerp staan een aantal uitgangspunten centraal: kind, 1 gezin, 1 plan, 1 regisseur neerwaartse druk in het systeem (minder overheid en meer samenleving) een striktere scheiding casusregie en procescoördinatie er wordt gebiedsgebonden gewerkt de coördinatiefuncties worden ook gebiedsgebonden ondergebracht. de lijn van opschaling wordt vereenvoudigd Aanbeveling 7: aan de wethouder Onderwijs, Jeugd en Gezin Veranker de functionaliteit hoogste escalatieniveau en doorzettingsmacht in het systeem van zorgen hulpverlening aan multiprobleemgezinnen en risicojongeren om tot een permanente voorziening. Voor de borging is inmiddels een voorstel uitgewerkt. Hoofdstuk 5 van deze analyse gaat hier nader op in. 5 Borging jeugdconsulfunctie Introductie van de mogelijkheid tot opschaling / escalatie naar de jeugdconsul en uitvoering van evaluatieonderzoeken door de jeugdconsul heeft er toe geleid dat het systeem van zorg- en hulpverlening aan multiprobleemgezinnen en kinderen in Rotterdam en de Rotterdamse regio beter functioneert. Ondanks dat het nóg scherper en sluitender kan en het veld de komende jaren flink in ontwikkeling is, is een voorstel uitgewerkt op welke wijze verankering van de functionaliteit(en) van de jeugdconsul binnen de bestaande structuur het beste kan plaatsvinden. Nadere uitwerking van het voorstel staat in dit hoofdstuk. 32 jeugdconsul 2011 jeugdconsul

18 Huidige situatie De huidige vorm onderscheidt drie functionaliteiten van de jeugdconsul: 1. Hoogste escalatieniveau concrete casuïstiek (doorzettingsmacht, interventie en advies) 2. Incidentenmanagement (snelle informatievergaring en risicoanalyse) 3. Evaluatieonderzoek n.a.v. concrete casuïstiek (formuleren leerpunten en aanbevelingen) Deze drie functionaliteiten zijn ondergebracht binnen het jeugdconsulaat. De jeugdconsul en drie medewerkers voeren op dit moment de werkzaamheden uit. Uitvoerbaarheid functionaliteiten Bij aanvang van de discussie over de borging van de functionaliteiten heeft zich de kernvraag aangediend of de drie onderscheidden functionaliteiten gezamenlijk of (elk) apart geborgd zouden moeten worden. De (meeste) partijen onderschrijven het feit dát er een hoogste escalatieniveau nodig is binnen het veld van zorg- en hulpverlening. Echter de escalatiefunctie, het incidentenmanagement en de onderzoeksfunctie hoeven niet noodzakelijk op één en dezelfde plek te worden geborgd. Hoogste escalatieniveau Voor de functie hoogste escalatieniveau is vastgesteld dat dit in de praktijk een systeemverbetering is. Positionering boven de partijen lijkt hierbij noodzakelijk. Uitvoering van de functionaliteit hoogste escalatieniveau kan het beste geschieden in een omgeving waar de betreffende functionaris het mandaat en de doorzettingsmacht bezit om vastgelopen casuïstiek weer vlot te trekken. Daarnaast is een zekere mate van autoriteit essentieel. Het beleggen van deze functionaliteit binnen de gemeente geniet de voorkeur. Dit sluit ook aan bij de beweging die landelijk is ingezet als het gaat om regie op (jeugd)zorg. Incidentenmanagement Voor de functionaliteit incidentenmanagement is met name van belang dat snel informatie boven tafel kan worden gehaald bij de betrokken partijen. De plek van waaruit dit proces plaatsvindt, is minder relevant. Maar het proces sluit inhoudelijk nauw aan bij de activiteiten die ook in het kader van escalaties worden uitgevoerd. Het ligt daarom in de rede de functionaliteiten hoogste escalatieniveau en incidentenmanagement gezamenlijk te borgen. Scenario voor borging jeugdconsul(aat) Functionaliteiten Hoogste escalatieniveau + Incidentenmanagement Evaluatieonderzoek Evaluatieonderzoek Voor een goede uitvoering van de onderzoeksfunctie zijn onafhankelijkheid en onpartijdigheid van groot belang. Het beeld van de slager die zijn eigen vlees keurt moet worden voorkomen. Met de positionering van de onderzoeksfunctionaliteit dient hiermee nadrukkelijk rekening te worden gehouden. Voor alle functionaliteiten is van belang is dat de partij / persoon bij wie de functie wordt belegd voldoende kennis heeft van en verbinding heeft met het veld van zorg- en hulpverlening. En dat die daarnaast voldoende tijd vrij kan maken / heeft om de functie te vervullen. Om gevraagde escalaties en onderzoeken uit te kunnen voeren zal naar verwachting een kleine staf nodig zijn. Uitwerking borgingsopties In samenspraak met de GGD en de betreffende partijen is vervolgens een aantal concrete borgingsopties nader uitgewerkt. Hierbij is gelet op bovenstaande beschreven uitgangspunten. Voor de functionaliteiten hoogste escalatieniveau en incidentenmanagement is nader ingezoomd op de scenario s clusterdirecteur MO en Veiligheidshuis. Voor de functionaliteit evaluatieonderzoek is nader ingezoomd op de scenario s interne auditdienst van de gemeente Rotterdam en de gemeentelijke ombudsman. Voorstel Na weging van de aan genoemde opties verbonden voor- en nadelen, wordt voorgesteld de functionaliteiten hoogste escalatieniveau en incidentenmanagement onder te brengen bij de clusterdirecteur Maatschappelijke Ontwikkeling (MO). Die zal hierbij operationeel ondersteund worden door een kleine staf. Die zal worden gehuisvest bij het Veiligheidshuis, om maximaal verbinding met het operationele veld te houden. Met de keuze voor deze inbedding wordt de clusterdirecteur MO ook de nieuwe jeugdconsul. Met de inbedding van de functionaliteiten houdt Rotterdam dus een jeugdconsul. Hiermee blijft maximale inzet geleverd om het systeem van zorg- en hulpverlening aan risicokinderen en gezinnen onder alle omstandigheden optimaal te laten functioneren. De functionaliteit evaluatieonderzoek zal worden ondergebracht bij de interne audit afdeling (IAA) binnen de gemeente Rotterdam. Borging binnen staande organisatie Clusterdirecteur Maatschappelijke Ontwikkeling (MO) IAA (interne audit afdeling gemeente Rotterdam) 6 Observaties en aanbevelingen 2011 De opgave van de jeugdconsul is naast het realiseren van een doorbraak in concrete, vastgelopen casuïstiek ook aanbevelingen te doen om het systeem van zorg- en hulpverlening aan multiprobleemgezinnen en jongeren professioneler en effectiever te maken. Hiervoor zijn onderstaande aanbevelingen geformuleerd. De casuïstiek die (ondermeer) in 2011 onder de aandacht van de jeugdconsul is gebracht vormt de basis voor de aanbevelingen. Dit is de laatste analyse van de jeugdconsul in haar huidige vorm. Daarom is er voor gekozen om enkele observaties te beschrijven die de afgelopen jaren zijn opgedaan binnen het systeem van zorg- en hulpverlening. 34 jeugdconsul 2011 jeugdconsul

19 Een algemene aanbeveling sluit vervolgens dit hoofdstuk af. Observatie 1 Het verschil wordt uiteindelijk niet gemaakt door de structuur, maar door de cultuur. Met name de professionaliteit van de individuele werkers maakt het verschil in concrete casuïstiek. En niet zozeer de structuur van waaruit die zorg plaatsvindt. Dit blijkt uit meerdere analyses van de jeugdconsul. Dit aspect moet niet uit het oog worden verloren bij het denken over en het uitvoeren van (grote) structuurveranderingen binnen het zorgstelsel. Een stelselverandering kan zeker bijdragen aan vereenvoudiging van hulpverlening. Een betere zorg voor minder geld vraagt echter ook nadrukkelijk om hulpverleners die in staat zijn om die slag te willen en kunnen maken. Observatie 2 Maak visies en vergezichten over het onderwerp professionaliteit concreet en maak hulpverleners duidelijk wat die voor hun dagelijkse werk betekenen. Om tot daadwerkelijke veranderingen in het veld te komen is het formuleren van visies en vergezichten als het gaat om professionaliteit en professionalisering alléén niet voldoende. Er gaat pas iets veranderen als die visies en vergezichten hun weg vinden naar de werkvloer en op die werkvloer worden doorvertaald in concrete acties met betrekking tot houding en gedrag. Medewerkers van de instellingen in het veld moeten weten wat van hen verwacht wordt. Zij moeten dit vorm geven in hun (manier van) werken. Dat gaat niet vanzelf. Dit vraagt om ondersteuning, professionalisering en sturing vanuit de instelling waar zij werkzaam zijn. Observatie 3 Hulpverleningsresistente jongen komen nog te vaak in een vacuüm terecht omdat informatie niet gedeeld wordt. Bij de groep jongeren die afwijzend tegenover elke vorm van (vervolg)hulp staat, terwijl tegelijkertijd evident is dat zij hun problematiek niet (alleen) gaan oplossen, is een sluitende aanpak tussen jeugdzorginstanties en de gemeente van belang. Nog te vaak verdwijnen deze jongeren uit beeld, om na verloop van tijd met nog meer problemen weer in beeld te komen. Het is dan ook van groot belang om zicht te houden op deze jongeren, om zo de momenten waarop vraag en hulpaanbod wel bij elkaar komen, maximaal te kunnen benutten. Observatie 4 Het zou ook mogelijk moeten zijn om (kinder)beschermingsmaatregelen toe te passen op ouders. Als het gaat om hulpverlening aan de buitencategorie multiprobleemgezinnen komen de grenzen van de mogelijkheden binnen het huidige hulpverleningsstelsel in zicht. Regelmatig is na langjarige, intensieve en met veel strijd gepaard gaande hulpverleningstrajecten de constatering, dat de (positieve) effecten daarvan voor het gezin en de kinderen slechts marginaal zijn. Deze constatering, in combinatie met het feit dat aan deze (vaak langjarige) hulpverleningstrajecten hoge kosten verbonden zijn, rechtvaardigt een reflectie op de manier waarop geprobeerd wordt om de problemen in dergelijke gezinnen aan te pakken. Overeenkomstig de werkwijze bij huiselijk geweld zou bij ernstige, recidiverende opvoedingsproblematiek de mogelijkheid moeten bestaan om ouder(s) uit huis te plaatsen of een huisverbod te geven. Een vervangende ouderfiguur neemt dan de opvoeding van de kinderen -die dan thuis en bij elkaar blijven- tijdelijk waar. Dit heeft waarschijnlijk meer rendement dan de klassieke lijn, die ondanks alle goede bedoelingen het beeld achterlaat dat kinderen (soms jarenlang) de rekening van onwelwillende ouders betalen. Observatie 5 Als je het alléén al goed denkt te doen, betekent dat niet dat het sámen niet nog beter kan. Nog steeds komen in casuïstiek situaties voor, waaruit duidelijk wordt dat instellingen / partijen de wens tot verdergaande samenwerking en / of intensievere afstemming zien als motie van wantrouwen richting (de kwaliteit van) hun eigen werkproces. Dit moet worden doorbroken. Tegenspraak, het spiegelen van je plan met een collega of het reflecteren op je eigen handelen horen nadrukkelijk onderdeel te zijn van een professionele houding die het proces van zorg- en hulpverlening nóg scherper maakt. Goed kan altijd beter Observatie 6 Voor een effectieve en sluitende aanpak van complexe multiprobleemsituaties kunnen hulpverlenende instellingen niet zonder regie vanuit de gemeente. Hulpverlenende instellingen zijn in complexe multiprobleemsituaties nog onvoldoende in staat om zonder regie en ondersteuning vanuit de gemeente tot een sluitende aanpak te komen. In het verleden was dit voor Rotterdam aanleiding om vanuit de gemeente te gaan regisseren op een sluitende aanpak. Onder meer vanuit de DOSA, CJG, LZN en de jeugdconsul. Met de landelijk ingezette decentralisatie van de jeugdzorg wordt die lijn bestendigd. De sector moet zich met die ondersteuning echter niet tevreden stellen. Zij moet de uitdaging aangaan om tot een zodanige manier van werken te komen dat (proces)ondersteuning van de gemeente niet meer nodig is. Professionalisering, afspraken maken én nakomen en de samenwerking opzoeken zijn hierbij sleutelbegrippen. Observatie 7 Als overleg niet bijdraagt aan een oplossing voor de cliënt kun je de tijd beter aan de cliënt zelf besteden. Een overleg is pas effectief als de deelnemers voorzien zijn van de juiste informatie en beschikken over slagkracht en mandaat binnen de kolom die wordt vertegenwoordigd. Als dat niet geregeld is, leidt dit tot overleggen die niet of nauwelijks bijdragen aan de oplossing van een probleem waar een cliënt of instelling op dat moment mee zit. Aanbeveling De casuïstiek van de jeugdconsul over 2011 levert wederom een aantal punten op waar in het systeem van zorg- en hulpverlening verdere verbetering mogelijk is. In de inleiding van deze analyse en de kwalitatieve analyse van de casuïstiek (hoofdstuk 3) is hier al nader op ingegaan. De thema s die daar aan de orde zijn gesteld, zijn niet nieuw. In eerdere analyses van de jeugdconsul is ook al aandacht besteed aan de noodzaak van: - goede regievoering / zorgcoördinatie - informatiedeling - ketensamenwerking - professionalisering In de betreffende analyses zijn daarover ook aanbevelingen geformuleerd. Die zijn onder meer verwerkt in het programma Ieder Kind Wint, zorg voor de toekomst. Ook op organisatieniveau zijn de aanbevelingen vertaald in aangepaste werkwijzen en / of meegenomen in trainingsprogramma s. Veel van die programma s lopen nog en de vruchten daarvan zijn (pas) de komende jaren te plukken. Daarom in deze analyse geen herhaling van die(zelfde) conclusies. Als afsluiting van deze analyse echter wel een themaoverstijgende aanbeveling. Die aanbeveling luidt, dat het van belang blijft de op stadsregionaal niveau en door diverse instellingen zelf ingezette professionaliseringslijnen door te zetten en vast te houden. De turbulente periode met stelselwijzigingen die voor ons ligt, heeft het risico in zich dat er minder aandacht is voor professionalisering, houding en gedrag. Dat is onwenselijk. Een goed georganiseerd systeem helpt inderdaad. Maar de professional zélf moet en kan uiteindelijk het verschil maken. Aanbeveling: Naast aandacht voor de transitie van de jeugdzorg blijft het essentieel om te blijven investeren in de professionaliteit van individuele medewerkers. 36 jeugdconsul 2011 jeugdconsul

20 Overzicht casuistiek 2011 Problemen op leefgebieden Betrokken instanties Systeemverwonderingen Casus Gezinssamenstelling Aantal kinderen Meerdere kinderen problemen (bij > 1 kind) Beschrijving problematiek Financiën Huisvesting Opvoeding (gezin) Scholing Werk Gezondheid Soc. omgeving Politie/justitie Vrije tijd Illegaliteit/ verblijfsstatus Looptijd hulpverlening (jaar) Bureau Jeugdzorg (JB / JR / AMK/ Toegang) William Schrikker Groep (JB / JR) Leger des Heils Jeugdzorg & Reclassering / MCR Raad vd Kinderbescherming SGJ (Christelijke Jeugdzorg) Stichting MEE Opvoedingsondersteuning (gezinscoaches e.d.) Residentiële jeugdzorgvoorziening GGZ-instelling GGD (LTHG / ASHG / LZN / KIZ) Centrum voor Jeugd en Gezin JOS (Leerplicht / Jongerenloket) Sozawe Veiligheidshuis Politie / justitie Reclassering Nederland Totaal aantal betrokkenhulpverleningsinstanties Onvoldoende regievoering Gebrekkige informatiedeling Niet (tijdig) opschalen Onvoldoende slagkracht Wachtlijst problematiek Klacht instantie jeugdzorgveld Hulpverleningsresistente jongeren / ouders Gering ketenbesef Niet-pluis gevoel Trage hulpverlening 1 M 2 nee Knelpunten plaatsing binnen cluster-4 onderwijs. x x x < 1 x x < 5 x x x 2... Knelpunten rondom AMK-melding n.a.v. huisuitzetting. x x x. x x < 5 x 3 UHP 3 ja Wachtlijst voor plaatsing cluster-4 onderwijs x x > 10 x. x x 4 UHP 1. Wegloopgedrag jongere uit instelling. x x x x x > 2 x x x x > 5 x x x 5 GM 2 ja Echtscheidings-problematiek ten koste van de kinderen. x x x x x. x x x 5 x x x 6 P 1. Plaatsings-problematiek 17-jarige jongen. x x x x x x > 2 x x x x x x 6 x x x x x 7 M 4 ja Stagnatie voortgang hulpverlenings-proces multiprobleem-gezin. x x x x x x > 3 x x x x 5 x x x 8... Vermoedens illegaal beëindigde zwangerschap. x x x. x 3 x 9 GM 1. Zorgen om veiligheid baby die bij vader zou verblijven waar sprake is geweest van huiselijk geweld. 10 V 2 ja Zorgen over kinderen die door vader worden thuisgehouden van school wegens dreigingen Problematiek onderlinge relatie meerderjarige dochter en vader. x x x x x > 2 x x x x 7 x x x x x x x. x x 4 x x x x x. x 1 x x 12 M 2 ja Aanstaande huisuitzetting moeder met 2 kinderen. x x x x x x > 5 x x x > 5 x 13 M 1. Onduidelijkheid over gang van zaken na aanhouden zaak door rechter. 14 M 1. Huisvestings-problematiek ivm nw baby op komst en 1e kind OTS en UHP. x x. x x x < 5 x x x x x. x x < 5 x x Bijlage 1 15 M 2 ja Knelpunt samenwerking DOSA-BJZ m.b.t. protocol zwanger en gebruik. x x x. x x x < 5 x x 16 M 9 ja Buitencategorie multiprobleem-gezin x x x x x x x x x > 5 x x x x x x x x x x 10 x x x x x 17 P 1. Familie zou kind graag willen opvangen ipv in pleeggezin 18 Z 0. Lastig begeleidbaar meisje met zowel psychiatrische- als LVB problematiek. x x x. x x 4 x x x x x x x x x > 10 x x x < 5 x x x x 38 jeugdconsul 2011 jeugdconsul

Analyse jeugdconsul 2012. Nieuw Rotterdams Jeugdstelsel professionals aan zet

Analyse jeugdconsul 2012. Nieuw Rotterdams Jeugdstelsel professionals aan zet Nieuw Rotterdams Jeugdstelsel professionals aan zet Juni 2013 2 Inhoud Inleiding 4 Kwantitatieve analyse 2012 6 Kwalitatieve analyse 2012 18 Aanbeveling 28 Bijlage 1: overzicht casuistiek 2012 30 3 1 4

Nadere informatie

Sluitende aanpak. voor risico- en. probleemjongeren

Sluitende aanpak. voor risico- en. probleemjongeren Sluitende aanpak voor risico- en probleemjongeren Stad van jongeren Rotterdam is een stad van jongeren. Dat is een statistisch gegeven. Maar je ziet het ook als je op straat loopt. Overal jonge mensen

Nadere informatie

Voorwaardelijke interventie Gezinnen. (VIG) Voorwaardelijke hulpverlening aan Multi-problemgezinnen met verschillende vormen van drang & dwang. Werkwijze vrijwillige hulpverlening Eigen verantwoordelijkheid

Nadere informatie

Aanpak: Bijzondere Zorg Team. Beschrijving

Aanpak: Bijzondere Zorg Team. Beschrijving Aanpak: Bijzondere Zorg Team Namens de gemeente Deventer hebben drie netwerkpartners de vragenlijst gezamenlijk ingevuld. Dit zijn Dimence GGZ, Tactus verslavingszorg, en Iriszorg maatschappelijke opvang.

Nadere informatie

Bureau Jeugdzorg afdeling Jeugdbescherming. Mathilde Roubos Anjo Mangelaars

Bureau Jeugdzorg afdeling Jeugdbescherming. Mathilde Roubos Anjo Mangelaars Bureau Jeugdzorg afdeling Jeugdbescherming Mathilde Roubos Anjo Mangelaars Vrijwillig kader Gedwongen kader Bureau Jeugdzorg Toegang AMK Jeugdbescherming Jeugdreclassering CIT Voorlopige Ondertoezichtstelling

Nadere informatie

Als uw kind onder toezicht gesteld wordt

Als uw kind onder toezicht gesteld wordt Als uw kind onder toezicht gesteld wordt Inhoud 3 > Als uw kind onder toezicht gesteld wordt 3 > Ondertoezichtstelling 4 > Maatregel van kinderbescherming 5 > De rol van de Raad 6 > De rechter 6 > De gezinsvoogd

Nadere informatie

Aanpak: Interventieteam Gezinnen. Beschrijving

Aanpak: Interventieteam Gezinnen. Beschrijving Aanpak: Interventieteam Gezinnen De gemeente heeft de vragenlijst betreffende deze aanpak ingevuld en relevante documentatie toegestuurd. Een beperktere vragenlijst over deze aanpak is ingevuld door: Fier

Nadere informatie

Als uw kind onder toezicht gesteld wordt

Als uw kind onder toezicht gesteld wordt Als uw kind onder toezicht gesteld wordt Inhoud 3 > Als uw kind onder toezicht gesteld wordt 3 > Ondertoezichtstelling 4 > Maatregel van kinderbescherming 5 > De rol van de Raad 6 > De rechter 6 > De gezinsvoogd

Nadere informatie

Bureau Jeugdzorg Gelderland Bereikbaar en Beschikbaar

Bureau Jeugdzorg Gelderland Bereikbaar en Beschikbaar Bureau Jeugdzorg Gelderland Bereikbaar en Beschikbaar Hans Lomans Bestuurder BJzG 8 april 2011 2 U vindt ons Overal in Gelderland In alle regio s Zorg-en Adviesteams Centra voor Jeugd en Gezin Veiligheidshuizen

Nadere informatie

Als uw kind onder toezicht gesteld wordt

Als uw kind onder toezicht gesteld wordt Als uw kind onder toezicht gesteld wordt Inhoud 3 > Als uw kind onder toezicht gesteld wordt 4 > Maatregel van kinderbescherming 5 > De rol van de Raad 6 > De rechter 7 > De gezinsvoogd 8 > Wie doet wat

Nadere informatie

Rapport Baby Josephlaan

Rapport Baby Josephlaan Rapport Baby Josephlaan Inspectie jeugdzorg Utrecht, december 2008 2 Inspectie jeugdzorg Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 - Inleiding...5 1.1 Aanleiding...5 1.2 Onderzoek naar de casus...5 1.3 Onderzoeksbronnen...5

Nadere informatie

STEVIG FUNDAMENT VOOR JEUGDZORG

STEVIG FUNDAMENT VOOR JEUGDZORG STEVIG FUNDAMENT VOOR JEUGDZORG ONZE MISSIE EN VISIE ONZE INZET Onze missie Wij beschermen in hun ontwikkeling bedreigde kinderen en zorgen ervoor dat zij de juiste zorg krijgen. Onze visie Wij komen in

Nadere informatie

Aanpak: 1 Gezin 1 Plan Nieuw Den Helder. Beschrijving

Aanpak: 1 Gezin 1 Plan Nieuw Den Helder. Beschrijving Aanpak: 1 Gezin 1 Plan Nieuw Den Helder De gemeente heeft de vragenlijst betreffende deze aanpak ingevuld en relevante documentatie toegestuurd. Een beperktere vragenlijst over deze aanpak is ingevuld

Nadere informatie

Jeugdreclassering Informatie voor jongeren

Jeugdreclassering Informatie voor jongeren Jeugdreclassering Informatie voor jongeren Inhoudsopgave Jeugdreclassering Informatie over Bureau Jeugdzorg Limburg Wanneer krijg je met jeugdreclassering te maken? Wat kan jeugdreclassering voor je doen?

Nadere informatie

Als opvoeden een probleem is

Als opvoeden een probleem is Als opvoeden een probleem is Inhoud 3 > Als opvoeden een probleem is 3 > De Raad voor de Kinderbescherming 4 > Maakt u zich zorgen over een kind? 5 > Opvoedingsproblemen 6 > De rol van de Raad 10 > Maatregelen

Nadere informatie

Dreigende Energieafsluitingen Holland Rijnland 2012 2013

Dreigende Energieafsluitingen Holland Rijnland 2012 2013 Dreigende Energieafsluitingen Holland Rijnland 2012 2013 Het aantal energie afsluitingen neemt de laatste jaren toe. Dreigende energie afsluitingen zijn een signaal van problematische schulden en multiproblematiek.

Nadere informatie

Aanpak: Bemoeizorg. Beschrijving

Aanpak: Bemoeizorg. Beschrijving Aanpak: Bemoeizorg De gemeente heeft de vragenlijst betreffende deze aanpak ingevuld en relevante documentatie toegestuurd. Een beperktere vragenlijst over deze aanpak is ingevuld door: GGD West-Brabant

Nadere informatie

Als opvoeden een probleem is

Als opvoeden een probleem is Als opvoeden een probleem is Inhoud 3 > Als opvoeden een probleem is 3 > De Raad voor de Kinderbescherming 4 > Maakt u zich zorgen over een kind? 5 > Opvoedingsproblemen 6 > De rol van de Raad 10 > Maatregelen

Nadere informatie

Bureau Jeugdzorg Noord-Holland

Bureau Jeugdzorg Noord-Holland Bureau Jeugdzorg Noord-Holland 2 Bureau Jeugdzorg Noord-Holland Ieder kind heeft het recht om op te groeien tot een gezonde en evenwichtige volwassene. Dat gaat niet altijd vanzelf. Soms is hulp nodig

Nadere informatie

JEUGDBESCHERMING NOORD. Ondertoezichtstelling (OTS)

JEUGDBESCHERMING NOORD. Ondertoezichtstelling (OTS) JEUGDBESCHERMING NOORD Ondertoezichtstelling (OTS) Deze brochure bestaat uit twee delen. Het eerste deel is geschreven voor kinderen, maar zeker ook handig voor ouders om te lezen. Het tweede deel is speciaal

Nadere informatie

Aanpak: Signalerings- en vangnetfunctie. Beschrijving

Aanpak: Signalerings- en vangnetfunctie. Beschrijving Aanpak: Signalerings- en vangnetfunctie De gemeente heeft de vragenlijst betreffende deze aanpak ingevuld en relevante documentatie toegestuurd. Een beperktere vragenlijst over deze aanpak is ingevuld

Nadere informatie

Complexe scheidingen/ vechtscheidingen en het kind?

Complexe scheidingen/ vechtscheidingen en het kind? Complexe scheidingen/ vechtscheidingen en het kind? Stem van het kind: Villa Pinedo 2 1 3 4 2 Terminologie: vechtscheiding / complexe scheiding Terminologie: In maatschappelijk debat: vechtscheiding Vraag:

Nadere informatie

Er zijn als het moet. Visie van de William Schrikker Groep op gespecialiseerde jeugdzorg aan kinderen (van ouders) met een beperking

Er zijn als het moet. Visie van de William Schrikker Groep op gespecialiseerde jeugdzorg aan kinderen (van ouders) met een beperking Er zijn als het moet Visie van de William Schrikker Groep op gespecialiseerde jeugdzorg aan kinderen (van ouders) met een beperking Onze cliënten Jeugdzorg is er in soorten en maten. De William Schrikker

Nadere informatie

Versie 1.0 19 april 2005. Cliëntroute Bureau Jeugdzorg Onderzoek Advies- en Meldpunt Kinderbescherming

Versie 1.0 19 april 2005. Cliëntroute Bureau Jeugdzorg Onderzoek Advies- en Meldpunt Kinderbescherming Versie 1.0 19 april 2005 Cliëntroute Bureau Jeugdzorg Onderzoek Advies- en Meldpunt Kinderbescherming Inleiding Vanaf 1 januari 2005 zijn de Advies- en Meldpunten Kindermishandeling (AMK) een onderdeel

Nadere informatie

Directe Hulp bij Huiselijk. U staat er niet alleen voor!

Directe Hulp bij Huiselijk. U staat er niet alleen voor! Directe Hulp bij Huiselijk Geweld U staat er niet alleen voor! U krijgt hulp Wat nu? U bent in contact geweest met de politie of u heeft zelf om hulp gevraagd. Daarom krijgt u nu Directe Hulp bij Huiselijk

Nadere informatie

Zr, 2-L)C4.A.8 GESCAND OP 1 4 SEP. 2012. Gemeente Wormerland

Zr, 2-L)C4.A.8 GESCAND OP 1 4 SEP. 2012. Gemeente Wormerland BINNENGEKOMEN 1 4 SEP, 2012 Zr, 2-L)C4.A.8 - Integraal Toezicht Jeugdzaken Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport - cot_ Lete > Retouradres Postbus 19201 3501 DE Utrecht Gemeente Wormerland t.a.v.

Nadere informatie

Als opvoeden een probleem is

Als opvoeden een probleem is Als opvoeden een probleem is Inhoud 3 > Als opvoeden een probleem is 3 > De Raad voor de Kinderbescherming 5 > Maakt u zich zorgen over een kind? 6 > De rol van de Raad 10 > Maatregelen van Kinderbescherming

Nadere informatie

Zicht op actuele veiligheidsproblemen en risico s. Historie; vooruitkijken begint met terugkijken

Zicht op actuele veiligheidsproblemen en risico s. Historie; vooruitkijken begint met terugkijken Toelichting checklist persoonsgerichte aanpak op maat 10 mei 2016 Basisgegeven Bij de basisgegevens van het dossier gaat het om gegevens als datum aanmelding - wie heeft aangemeld dossiernummer, aanmaakdatum

Nadere informatie

Feitenkaart VVE-monitor Rotterdam 2012 Onderzoek peuterspeelzalen en kinderdagverblijven

Feitenkaart VVE-monitor Rotterdam 2012 Onderzoek peuterspeelzalen en kinderdagverblijven Feitenkaart VVE-monitor Rotterdam 2012 Onderzoek peuterspeelzalen en kinderdagverblijven 1 Onderzoek en Business Intelligence Deze feitenkaart bevat de resultaten van de jaarlijkse Oktobertelling onder

Nadere informatie

Uitkomsten toezichtonderzoek Deventer

Uitkomsten toezichtonderzoek Deventer Uitkomsten toezichtonderzoek Deventer Toezichtonderzoek op beleidsniveau naar de verantwoorde zorg en ondersteuning van gezinnen met geringe sociale redzaamheid Oktober 2013 Samenwerkend Toezicht Jeugd

Nadere informatie

Districtelijk Veiligheidshuis Heerlen

Districtelijk Veiligheidshuis Heerlen Districtelijk Veiligheidshuis Heerlen door persoonsgerichte aanpak naar gedragsverandering Emile Curfs Plv Manager veiligheidshuis www.veiligheidshuisheerlen.nl Veiligheidshuis: Het Veiligheidshuis is

Nadere informatie

Inzicht in de jeugdzorg en de samenhang met gerelateerde domeinen

Inzicht in de jeugdzorg en de samenhang met gerelateerde domeinen Inzicht in de jeugdzorg en de samenhang met gerelateerde domeinen Informatiebijeenkomst Transitie jeugdzorg, SRA 19 juni 2011 Startfoto en kennisdeling. Het Planetarium Amsterdam Caroline Mobach Presentatie

Nadere informatie

STICHTING BASISVOORZIENING PEUTERSPEELZAALWERK ERMELO

STICHTING BASISVOORZIENING PEUTERSPEELZAALWERK ERMELO STICHTING BASISVOORZIENING PEUTERSPEELZAALWERK ERMELO INTERNE WERKWIJZE SBPE MELDCODE HUISELIJK GEWELD EN KINDERMISHANDELING juli 2014 Inhoud MELDCODE HUISELIJK GEWELD EN KINDERMISHANDELING... 3 1. ALGEMEEN...

Nadere informatie

Effectief uit huis plaatsen?

Effectief uit huis plaatsen? Effectief uit huis plaatsen? Resultaten en randvoorwaarden Katrien de Vaan Maartje Timmermans Ad Schreijenberg Landelijk congres huiselijk geweld en kindermishandeling - 18 november 2013 De Wet tijdelijk

Nadere informatie

Veilig Thuis & Vrouwenopvang. 18 januari 2016

Veilig Thuis & Vrouwenopvang. 18 januari 2016 Veilig Thuis & Vrouwenopvang 18 januari 2016 Veilig Thuis & Vrouwenopvang - Midden in een transformatie ; - hard aan het werk voor een kwetsbare doelgroep ; - en de dilemma's die daar bij spelen. Veilig

Nadere informatie

Het aanvragen van een urgentieverklaring Wat is een urgentieverklaring en aan welke voorwaarden moet u voldoen?

Het aanvragen van een urgentieverklaring Wat is een urgentieverklaring en aan welke voorwaarden moet u voldoen? Het aanvragen van een urgentieverklaring Wat is een urgentieverklaring en aan welke voorwaarden moet u voldoen? Inhoud Wat is een urgentieverklaring?... 3 Wie kan een urgentieverklaring aanvragen?... 3

Nadere informatie

JEUGDRECLASSERING INFORMATIE VOOR OUDERS/OPVOEDERS

JEUGDRECLASSERING INFORMATIE VOOR OUDERS/OPVOEDERS JEUGDRECLASSERING INFORMATIE VOOR OUDERS/OPVOEDERS 1 INHOUD Jeugdreclassering; informatie voor ouders/opvoeders Algemene informatie Bureau Jeugdzorg Limburg Wanneer krijgt uw kind met jeugdreclassering

Nadere informatie

Wat te doen bij kindermishandeling en/of huiselijk geweld

Wat te doen bij kindermishandeling en/of huiselijk geweld Wat te doen bij kindermishandeling en/of huiselijk geweld Als er binnen Stad & Esch een vermoeden bestaat van kindermishandeling en/of huiselijk geweld, dan zal Stad & Esch handelen in de volgende stappen:

Nadere informatie

Als opvoeden een probleem is

Als opvoeden een probleem is Als opvoeden een probleem is Inhoud 3 > Als opvoeden een probleem is 3 > De Raad voor de Kinderbescherming 4 > Maakt u zich zorgen over een kind? 5 > Opvoedingsproblemen 6 > De rol van de Raad 10 > Maatregelen

Nadere informatie

Versie 1.0 19 april 2005. Cliëntroute Bureau Jeugdzorg Ondertoezichtstelling (Gezinsvoogdij)

Versie 1.0 19 april 2005. Cliëntroute Bureau Jeugdzorg Ondertoezichtstelling (Gezinsvoogdij) Versie 1.0 19 april 2005 Cliëntroute Bureau Jeugdzorg Ondertoezichtstelling (Gezinsvoogdij) Inleiding Ondertoezichtstelling Ondertoezichtstelling (OTS) is een kinderbeschermingsmaatregel, die alleen kan

Nadere informatie

24 uurshulp. Met Cardea kun je verder!

24 uurshulp. Met Cardea kun je verder! 24 uurshulp Met Cardea kun je verder! Met Cardea kun je verder! 24 UURSHULP De meeste kinderen en jongeren wonen thuis bij hun ouders totdat ze op zichzelf gaan wonen. Toch kunnen er omstandigheden zijn,

Nadere informatie

Kinderen, ouderen en het huisverbod

Kinderen, ouderen en het huisverbod Een korte introductie Bureau voor beleidsonderzoek, advies en detachering Kinderen, ouderen en het huisverbod Alle relevante beleidsthema s, van arbeid, onderwijs en zorg tot criminaliteit & veiligheid

Nadere informatie

Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling

Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling Inhoudsopgave Overeenkomst meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling 2 Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling 3 Toelichting meldcode huiselijk

Nadere informatie

Fluchskrift Jeugdbescherming: minder als het kan, meer als het moet! 06 2016

Fluchskrift Jeugdbescherming: minder als het kan, meer als het moet! 06 2016 Fluchskrift Jeugdbescherming: minder als het kan, meer als het moet! 06 2016 Aanleiding Eerder bracht het Fries Sociaal Planbureau (FSP) een rapport uit over het gebruik van jeugdhulp in Fryslân. Deze

Nadere informatie

0 6 HAART 2014. Aan de leden van de gemeenteraad Haarlemmermeer

0 6 HAART 2014. Aan de leden van de gemeenteraad Haarlemmermeer 7 gemeente Haarlemmermeer Aan de leden van de gemeenteraad Haarlemmermeer Postbus 250 2130 AG Hoofddorp Bezoekadres: Raadhuisplein 1 Hoofddorp Telefoon 0900 1852 Telefax 023 563 95 50 Cluster Contactpersoon

Nadere informatie

Kindermishandeling. Voor de minderjarige bedreigende of gewelddadige interactievan fysieke, psychische of seksuele aard,

Kindermishandeling. Voor de minderjarige bedreigende of gewelddadige interactievan fysieke, psychische of seksuele aard, Presentatie Kindermishandeling Is elke vorm van: Voor de minderjarige bedreigende of gewelddadige interactievan fysieke, psychische of seksuele aard, die de ouders of andere personen ten opzichte van wie

Nadere informatie

In deze notitie beschrijven we de verschillende fasen in het werkproces van de DOSA-regisseur. Per fase gaan we in op de taken van de DOSA.

In deze notitie beschrijven we de verschillende fasen in het werkproces van de DOSA-regisseur. Per fase gaan we in op de taken van de DOSA. Werkproces DOSA 2008 Inleiding In deze notitie beschrijven we de verschillende fasen in het werkproces van de. Per fase gaan we in op de taken van de DOSA. In de zomer van 2006 is de eerste versie van

Nadere informatie

NB: Uit deze omschrijving kan worden afgeleid dat onder kindermishandeling ook ernstige verwaarlozing valt.

NB: Uit deze omschrijving kan worden afgeleid dat onder kindermishandeling ook ernstige verwaarlozing valt. Inleiding Dit protocol beschrijft de stappen die een medewerker in de vrouwenopvang behoort te zetten bij (vermoedens van) kindermishandeling van kinderen van cliënten die verblijven in de vrouwenopvang.

Nadere informatie

Wat is OTS? (Onder ToezichtStelling)

Wat is OTS? (Onder ToezichtStelling) Wat is OTS? (Onder ToezichtStelling) Deze folder is voor ouders van cliënten van de Welkom 2 OnderToezichtStelling Graag stellen wij ons voor. Wij zijn de William Schrikker Jeugdbescherming. Wij geven

Nadere informatie

Voogdijmaatregel Informatie voor ouders over voogdij

Voogdijmaatregel Informatie voor ouders over voogdij Voogdijmaatregel Informatie voor ouders over voogdij De kinderrechter heeft besloten dat Jeugdbescherming west het gezag over uw kind gaat uitoefenen. Dat wordt voogdij genoemd. Hiervoor kunnen verschillende

Nadere informatie

Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling

Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling Aangepast aan de situatie bij Gastouderbureau MiKado VERSIE augustus 2015 Een woord vooraf Wij bieden u bij deze een herziene versie van de Meldcode huiselijk

Nadere informatie

ONTSTAAN DOEL WERKGEBIED. De Taskforce werd in 2009 opgericht op initiatief van de provincie Limburg. Het wegwerken en weghouden van wachtlijsten

ONTSTAAN DOEL WERKGEBIED. De Taskforce werd in 2009 opgericht op initiatief van de provincie Limburg. Het wegwerken en weghouden van wachtlijsten TASKFORCE ONTSTAAN De Taskforce werd in 2009 opgericht op initiatief van de provincie Limburg DOEL Het wegwerken en weghouden van wachtlijsten WERKGEBIED De gehele provincie Limburg DEELNEMERS HUIDIGE

Nadere informatie

Uitkomsten toezichtonderzoek Hengelo

Uitkomsten toezichtonderzoek Hengelo Uitkomsten toezichtonderzoek Hengelo Toezichtonderzoek op beleidsniveau naar de verantwoorde zorg en ondersteuning van gezinnen met geringe sociale redzaamheid Oktober 2013 Samenwerkend Toezicht Jeugd

Nadere informatie

Als ouders uit elkaar gaan

Als ouders uit elkaar gaan Als ouders uit elkaar gaan Inhoud 3 > Als ouders uit elkaar gaan 4 > De Raad voor de Kinderbescherming 6 > Het ouderschap blijft bestaan 7 > Informatie en consultatie 9 > De rol van de Raad 11 > De rechter

Nadere informatie

VERDRAG INZAKE DE RECHTEN VAN HET KIND (IRVK)

VERDRAG INZAKE DE RECHTEN VAN HET KIND (IRVK) VERDRAG INZAKE DE RECHTEN VAN HET KIND (IRVK) Artikel 3 IRVK 1. Bij alle maatregelen betreffende kinderen, ongeacht of deze worden genomen door openbare of particuliere instellingen voor maatschappelijk

Nadere informatie

Vraag 4 Wat vind jij de meest geschikte houding? Vergelijk je antwoord met dat van je medestudenten. Typ het antwoord in in het antwoordformulier.

Vraag 4 Wat vind jij de meest geschikte houding? Vergelijk je antwoord met dat van je medestudenten. Typ het antwoord in in het antwoordformulier. Open vragen bij Casus Marco Vraag 1 Bekijk scène 1 nogmaals. Wat was jouw eerste reactie op het gedrag van Marco in het gesprek met de medewerker van Bureau HALT? Wat roept zijn gedrag op aan gedachten,

Nadere informatie

PROTOCOL Spoed4Jeugd. Hoofdregel proces: volg gedisciplineerd het proces en de taken in de applicatie.

PROTOCOL Spoed4Jeugd. Hoofdregel proces: volg gedisciplineerd het proces en de taken in de applicatie. Hoofdregel proces: volg gedisciplineerd het proces en de taken in de applicatie. 1. Start proces: De melder neemt telefonisch of via de e-mail contact op met Spoed4Jeugd. Melding Spoed4Jeugd 2. Beslissing:

Nadere informatie

Strafrechtelijke reactie Vraag en antwoord

Strafrechtelijke reactie Vraag en antwoord Strafrechtelijke reactie Vraag en antwoord Is schoolverzuim strafbaar? Ieder kind heeft recht op onderwijs. Het biedt hen de kans om hun eigen mogelijkheden te ontdekken, te ontplooien en te gebruiken.

Nadere informatie

Jeugdhulpverlening Informatie voor ouders/verzorgers

Jeugdhulpverlening Informatie voor ouders/verzorgers Jeugdhulpverlening Informatie voor ouders/verzorgers Inhoudsopgave Algemene informatie over Bureau Jeugdzorg Limburg Jeugdhulpverlening Aanmelding Zorgmelding Welke regelingen kunnen voor u van belang

Nadere informatie

Risico- indicatoren Maart 2014

Risico- indicatoren Maart 2014 Risicoindicatoren Maart 2014 Inhoudsopgave Inleiding 3 1. Risico-indicatoren ambulante jeugdhulp 5 1.1 Risico-indicatoren 5 1.2 Toelichting op de risico-indicatoren 5 2. Risico-indicatoren bureaus jeugdzorg

Nadere informatie

Opmerkingen over Hoofdstuk 1. Wijziging van wetten Artikel 1.8, wijziging van het Bw

Opmerkingen over Hoofdstuk 1. Wijziging van wetten Artikel 1.8, wijziging van het Bw Parkstraat 83 Den Haag Correspondentie: Postbus 30137 2500 GC Den Haag Telefoon (070) 361 93 00 Fax algemeen (070) 361 93 10 Fax rechtspraak (070) 361 93 15 Aan de Staatssecretaris van Volksgezondheid,

Nadere informatie

Samenwerkingsprotocol Zuid-Limburg en de gecertificeerde instellingen Afspraken tussen gemeenten in Zuid-Limburg en de gecertificeerde instellingen

Samenwerkingsprotocol Zuid-Limburg en de gecertificeerde instellingen Afspraken tussen gemeenten in Zuid-Limburg en de gecertificeerde instellingen Samenwerkingsprotocol Zuid-Limburg en de gecertificeerde instellingen Afspraken tussen gemeenten in Zuid-Limburg en de gecertificeerde instellingen Inleiding Gemeenten en Gecertificeerde Instellingen (hierna

Nadere informatie

Stelselwijziging Jeugd. Factsheet. Prioriteitenlijst gedwongen kader

Stelselwijziging Jeugd. Factsheet. Prioriteitenlijst gedwongen kader Stelselwijziging Jeugd Factsheet Prioriteitenlijst gedwongen kader Prioriteitenlijst gedwongen kader Per 1 januari 2015 worden gemeenten verantwoordelijk voor de uitvoering van het gedwongen kader: jeugdbescherming

Nadere informatie

Raadsnota. Aan de gemeenteraad,

Raadsnota. Aan de gemeenteraad, Raadsnota Raadsvergadering d.d.: 29 juni 2009 Agenda nr: 6 Onderwerp: Jaarverslag Leerplicht / Regionaal Meld en Coördinatiepunt (RMC) Maastricht en Mergelland 2007-2008 Aan de gemeenteraad, 1. Doel, Samenvatting

Nadere informatie

Aanpak huiselijk geweld centrumgemeentegebied Amersfoort

Aanpak huiselijk geweld centrumgemeentegebied Amersfoort Aanpak huiselijk geweld centrumgemeentegebied Amersfoort De bestrijding van huiselijk geweld is een van de taken van gemeenten op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO, nu nog prestatieveld

Nadere informatie

Kindspoor, kind als getuige van huiselijk geweld vanuit politiebemoeienis.

Kindspoor, kind als getuige van huiselijk geweld vanuit politiebemoeienis. Kindspoor, kind als getuige van huiselijk geweld vanuit politiebemoeienis. Inrichting meldpunt bij Jeugdzorg voor politie Haaglanden in zaken waarin kinderen als getuige van huiselijk geweld worden aangetrfen.

Nadere informatie

De praktijk van BJZNH. Bijeenkomst gemeenteraden oktober 2013

De praktijk van BJZNH. Bijeenkomst gemeenteraden oktober 2013 De praktijk van BJZNH Bijeenkomst gemeenteraden oktober 2013 Aanmelding Moeder belt de bureaudienst van Bureau Jeugdzorg Noord- Holland om zoon Sam aan te melden: Er is ruzie geweest tussen Sam en moeder

Nadere informatie

Risico s melden in de Verwijsindex. Hoe werkt dat? Verwijsindex Regio Nijmegen voor jeugdigen van 0-23 jaar

Risico s melden in de Verwijsindex. Hoe werkt dat? Verwijsindex Regio Nijmegen voor jeugdigen van 0-23 jaar Risico s melden in de Verwijsindex Hoe werkt dat? Verwijsindex Regio Nijmegen voor jeugdigen van 0-23 jaar Risico s melden in de Verwijsindex, hoe werkt dat? Met de meeste kinderen en jongeren van 0 tot

Nadere informatie

INZICHT IN JEUGDRECHT

INZICHT IN JEUGDRECHT INZICHT IN JEUGDRECHT Ingeborg Galama Juridisch adviseur Raad voor de Kinderbescherming Onderwerpen 1.Doel en grond voor de ondertoezichtstelling 2.Uithuisplaatsing 3.Gesloten jeugdzorg 4.Ontheffing/ontzetting

Nadere informatie

Jeugdbescherming en jeugdreclassering. Inleiding Nicis/G32 Den Haag, 15 april 2011 Adri van Montfoort

Jeugdbescherming en jeugdreclassering. Inleiding Nicis/G32 Den Haag, 15 april 2011 Adri van Montfoort Jeugdbescherming en jeugdreclassering Inleiding Nicis/G32 Den Haag, 15 april 2011 Adri van Montfoort 1 Baby Hendrikus In 2009 wordt Hendrikus geboren Zijn beide ouders zijn zwakbegaafd Hendrikus wordt

Nadere informatie

Notitie. Onderwerp. Van: Diana Piek Aan: College van B&W Datum: 29-1-2014 Doorkiesnummer: (0411) 65 5590

Notitie. Onderwerp. Van: Diana Piek Aan: College van B&W Datum: 29-1-2014 Doorkiesnummer: (0411) 65 5590 Van: Diana Piek Aan: College van B&W Datum: 29-1-2014 Doorkiesnummer: (0411) 65 5590 Onderwerp Bijlage 1: Model- Meldcode Huiselijk geweld en Kindermishandeling gemeente Boxtel Het College van Burgemeester

Nadere informatie

DIRECT, DICHTBIJ EN DOELTREFFEND

DIRECT, DICHTBIJ EN DOELTREFFEND DIRECT, DICHTBIJ EN DOELTREFFEND Een no-nonsense benadering vormgegeven door gedreven en erkende professionals DIRECT, DICHTBIJ EN DOELTREFFEND Hoofdlocatie: Oostwaarts 5 E,2711 BA Zoetermeer Telefoonnummer:

Nadere informatie

Informatie voor gezinnen over Jeugdbescherming

Informatie voor gezinnen over Jeugdbescherming Informatie voor gezinnen over Jeugdbescherming Wat is Jeugdbescherming? Jeugdbescherming heette vroeger Bureau Jeugdzorg Agglomeratie Amsterdam. Wij dragen bij aan de bescherming van kinderen en daardoor

Nadere informatie

1 Triage aan de voordeur op basis van de binnengekomen melding

1 Triage aan de voordeur op basis van de binnengekomen melding TRIAGE-INSTRUMENT VEILIG THUIS 0.6 - WERKDOCUMENT (voor de instructie zie de handleiding van het triage-instrument) 1 Triage aan de voordeur op basis van de binnengekomen melding Beschrijf de zorg die

Nadere informatie

MET HART EN ZIEL VOOR KINDEREN IN DE KNEL

MET HART EN ZIEL VOOR KINDEREN IN DE KNEL MET HART EN ZIEL VOOR KINDEREN IN DE KNEL JEUGDBESCHERMING GELDERLAND 2 Jeugdbescherming Gelderland is er voor kinderen in de knel en hun gezin. Samen met het gezin, in nauw overleg met collega jeugdzorginstellingen

Nadere informatie

Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling

Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling Datum vaststelling : 12-11-2007 Eigenaar : Beleidsmedewerker Vastgesteld door : MT Datum aanpassingen aan : 20-01-2015 Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling Doel meldcode Begeleiders een stappenplan

Nadere informatie

ONDERSTEUNING BESCHERMING TOEZICHT

ONDERSTEUNING BESCHERMING TOEZICHT 2008009130 HOLLAND IJ is ' AANDACHT ONDERSTEUNING BESCHERMING TOEZICHT bij Problemen rond OPGROEIEN EN OPVOEDING NOORD-HOLLAHO BUREAU JEUGDZORG HEEFT 5 SECTOREN Lokaal Jeugdbeleid Jeugdhulpverlening Advies-

Nadere informatie

Als de Raad u om informatie vraagt

Als de Raad u om informatie vraagt Als de Raad u om informatie vraagt Inhoud 3 > Als de Raad u om informatie vraagt 5 > De Raad voor de Kinderbescherming 6 > Onderzoek door de Raad 7 > Uw medewerking is belangrijk 8 > Uw medewerking bij

Nadere informatie

Productcatalogus 2015

Productcatalogus 2015 Productcatalogus 2015 Stichting ToReachIt Simple as A.B.C. Acceptance is the Beginning of Change Inhoudsopgave Inleiding Pag. 1.1 Waarom deze productcatalogus 3. 1.2 Stichting ToReachIt samengevat 3. Producten

Nadere informatie

Jeugdbescherming Informatie voor ouders/opvoeders

Jeugdbescherming Informatie voor ouders/opvoeders Jeugdbescherming Informatie voor ouders/opvoeders Inhoudsopgave»» Jeugdbescherming»» Wat is een ondertoezichtstelling (OTS)?»» Wat is uw rol bij een OTS?»» Wat gaat er gebeuren?»» Wat zijn uw rechten?»»

Nadere informatie

Een gezond leven in een gezond ROC. ZAT structuur MBO Rotterdam

Een gezond leven in een gezond ROC. ZAT structuur MBO Rotterdam Een gezond leven in een gezond ROC ZAT structuur MBO Rotterdam Programma Kort Kennismaken Inleiding: De ZAT structuur MBO Rotterdam Casus: een Mini ZAT Plus Inzet zorg in de ROC s Afronding Kennismakingsvraag

Nadere informatie

Versie 1.0 19 april 2005. Cliëntroute Bureau Jeugdzorg Algemeen

Versie 1.0 19 april 2005. Cliëntroute Bureau Jeugdzorg Algemeen Versie 1.0 19 april 2005 Cliëntroute Bureau Jeugdzorg Taken van het Bureau Jeugdzorg Jeugdhulpverlening Het Bureau Jeugdzorg heeft als taak om te mensen te begeleiden die problemen hebben met de opvoeding

Nadere informatie

Stichting Openbaar Voortgezet Onderwijs Hoogeveen meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling

Stichting Openbaar Voortgezet Onderwijs Hoogeveen meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling Stichting Openbaar Voortgezet Onderwijs Hoogeveen meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling voorlopig vastgesteld door directeur-bestuurder 9 februari 2012 instemming PGMR 8 maart 2012 definitief

Nadere informatie

MELDCODE BIJ SIGNALEN VAN HUISELIJK GEWELD EN KINDERMISHANDELING

MELDCODE BIJ SIGNALEN VAN HUISELIJK GEWELD EN KINDERMISHANDELING MELDCODE BIJ SIGNALEN VAN HUISELIJK GEWELD EN KINDERMISHANDELING Het bevoegd gezag van Pro-8 en SKOB overwegende: dat Pro-8/SKOB verantwoordelijk is voor een goede kwaliteit van de dienstverlening aan

Nadere informatie

Passie voor jongeren. Goede jeugdzorg is een must Lenie Scholten wethouder jeugd

Passie voor jongeren. Goede jeugdzorg is een must Lenie Scholten wethouder jeugd Passie voor jongeren Goede jeugdzorg is een must Lenie Scholten wethouder jeugd Jongeren in Nijmegen 19.064 18 tot 23 jaar 9.543 12 t/m 17 jaar 3.107 10 en 11 jarigen 9.537 4 t/m 9 jaar 6.468 0 t/m 3 jaar

Nadere informatie

gewoon meedoen! Ketenzorg met toekomst

gewoon meedoen! Ketenzorg met toekomst gewoon meedoen! Ketenzorg met toekomst De basis van In voor zorg! Voor wie is JeugdzorgPlus? Door een gebrek aan aansluitende zorg vielen voorheen veel jongeren tussen wal en schip. Dit verkleinde hun

Nadere informatie

Uitkomsten toezichtonderzoek Venlo

Uitkomsten toezichtonderzoek Venlo Uitkomsten toezichtonderzoek Venlo Toezichtonderzoek op beleidsniveau naar de verantwoorde zorg en ondersteuning van gezinnen met geringe sociale redzaamheid September 2013 Samenwerkend Toezicht Jeugd

Nadere informatie

Aanvullende notitie op het Beleidsplan schuldhulpverlening gemeente Menterwolde

Aanvullende notitie op het Beleidsplan schuldhulpverlening gemeente Menterwolde Aanvullende notitie op het Beleidsplan schuldhulpverlening gemeente Menterwolde Inleiding Met de invoering van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening zijn de minnelijke schuldsanering en de wettelijke

Nadere informatie

CATEGORALE OPVANG VOOR SLACHTOFFERS MENSENHANDEL

CATEGORALE OPVANG VOOR SLACHTOFFERS MENSENHANDEL CATEGORALE OPVANG VOOR SLACHTOFFERS MENSENHANDEL categorale opvang voor slachtoffers mensenhandel De categorale opvang voor slachtoffers van mensenhandel (COSM) omvat 70 veilige opvangplekken en is in

Nadere informatie

Rapport (verkort) Naar aanleiding van de feitelijke uithuisplaatsing van een zesjarige jongen.

Rapport (verkort) Naar aanleiding van de feitelijke uithuisplaatsing van een zesjarige jongen. Rapport (verkort) Naar aanleiding van de feitelijke uithuisplaatsing van een zesjarige jongen. Oordeel De Kinderombudsman is van mening dat Bureau Jeugdzorg Noord-Brabant vestiging Oss en de politie Oost-Brabant

Nadere informatie

Stappenplan VeiligHeidsHuizen. Triage-instrument. voor professionals in het veld

Stappenplan VeiligHeidsHuizen. Triage-instrument. voor professionals in het veld Stappenplan VeiligHeidsHuizen Triage-instrument voor professionals in het veld Stappenplan Triage-instrument Inhoud 1 : Inleiding 4 Aanleiding 4 Instrument versus intuïtie 5 Wat u in hoofdstukken 2 en

Nadere informatie

Aanpak: Reset Thuisbegeleiding. Beschrijving

Aanpak: Reset Thuisbegeleiding. Beschrijving Aanpak: Reset Thuisbegeleiding De gemeente heeft de vragenlijst betreffende deze aanpak ingevuld en relevante documentatie toegestuurd. Een beperktere vragenlijst over deze aanpak is ingevuld door: Careyn

Nadere informatie

Aanpak: OGGz. Beschrijving

Aanpak: OGGz. Beschrijving Aanpak: OGGz De gemeente heeft de vragenlijst betreffende deze aanpak ingevuld en relevante documentatie toegestuurd. Een beperktere vragenlijst over deze aanpak is ingevuld door: OGGz Z.O. Drenthe GGD

Nadere informatie

Uitkomsten verbeterpunten toezichtonderzoek Dordrecht

Uitkomsten verbeterpunten toezichtonderzoek Dordrecht Uitkomsten verbeterpunten toezichtonderzoek Dordrecht Aanpak: Sociale- en Jeugdteams en Reset (2013: Gezinscoaching en Reset Thuisbegeleiding) Juni 2015 Samenwerkend Toezicht Jeugd (STJ) verstaat onder

Nadere informatie

Beter samenwerken. Minder regeldruk, meer tijd voor jeugdzorg

Beter samenwerken. Minder regeldruk, meer tijd voor jeugdzorg Beter samenwerken Minder regeldruk, meer tijd voor jeugdzorg Colofon Dit is een gezamenlijke uitgave van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en het ministerie van Volksgezondheid,

Nadere informatie