Woningfonds van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Woningfonds van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest"

Transcriptie

1 Woningfonds van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest JAARVERSLAG OVER DE VERRICHTINGEN VAN HET DIENSTJAAR 2007 voorgelegd aan de gewone Algemene Vergadering van 29 mei Coöperatieve vennootschap met beperkte aansprakelijkheid gesubsidieerd en gecontroleerd door het Brussels Hoofdstedelijk Gewest Administratieve en maatschappelijke zetel : Zomerstraat 73, 050 Brussel Ond.nr

2

3 RAAD VAN BESTUUR Mevr. Cecilia DE WULFROUX, Voorzitster Dhr. Francis GÄBELE, Ondervoorzitter Dhr. Daan DEHING Dhr. Edouard DESMED Dhr. Jacques DE WITTE Mevr. Brigitte HOMBERGEN Mevr. Lieve LALEMANTSCHEERLINCK Dhr. Etienne LAMBERT Dhr. Michel LEMAIRE Dhr. JeanPierre SCORIELS Mevr. Martine van COEVORDEN Mevr. Claudine VERSTRAETEN COMMISSARISSEN VAN DE BRUSSELSE HOOFDSTEDELIJKE REGERING Dhr. Gert NYS Mevr. Bety WAKNINE COMMISSARIS Mevr. Martine BRANCART ALGEMENE DIRECTIE Mevr. Catherine SCHEID, Directeurgeneraal Dhr. Erik BERVOETS, Adjunctdirecteurgeneraal DIRECTEURS Mevr. Christelle BEKÉVINCKE Dhr. Stephan BISSCHOP Dhr. Marc GEEROMS Mevr. Ria KAATEE Dhr. Saïd MASTARI

4 AFKORTINGEN De verrichtingen verwezenlijkt door het Woningfonds van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest vallen onder één van de volgende interne fondsen : Fonds B. Deze benaming verwijst naar de verrichtingen die het Woningfonds van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest met eigen middelen verwezenlijkt. Op boekhoudkundig vlak behoort ook het Fonds voor Speciale Tussenkomsten (of F.S.T.) tot het Fonds B. Met dit fonds worden uitzonderlijke verrichtingen gefinancierd en het wordt gespijsd door dotaties die het Fonds in het verleden ontving van FORTIS n.v. in het kader van de tijdelijke overlijdensverzekeringen met afnemend kapitaal die gekoppeld zijn aan de hypothecaire leningen. Fonds B2. Deze benaming geldt voor de verrichtingen die gerealiseerd worden met kapitalen die rechtstreeks of onrechtstreeks voortkomen uit: leningen waaraan de Staat of het Gewest hun waarborg hebben gehecht en rentesubsidies tot 989; kapitaalsubsidies of terugvorderbare voorschotten die het Gewest heeft toegekend tussen 990 en 995 of in 2002 in het kader van de aanvullende leningen voor jonge gezinnen; een lening aangegaan in 993, integraal ten laste van het Woningfonds van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, maar waaraan het Gewest zijn waarborg heeft gehecht; leningen die het Woningfonds van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest sinds 996 heeft afgesloten, met waarborg van het Gewest, en kapitaalpremies, toegekend vanaf dezelfde datum; kapitaalsubsidies komende uit opbrengsten van stedenbouwkundige lasten ontvangen door het Gewest en toegewezen aan het Woningfonds van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest vanaf Fonds B3. Deze benaming slaat op de verrichtingen verwezenlijkt met terugvorderbare voorschotten toegekend door het Gewest vanaf 998 in het kader van de tussenkomst voor de samenstelling van huurwaarborgen. * * * 4

5 VERSLAG VAN DE RAAD VAN BESTUUR Mevrouwen, Mijne Heren, Een heel belangrijk feit in 2007 was de nooit eerder geziene stijging van het investeringsvermogen in de loop van het jaar. Een dergelijke ingreep drong zich op door het grote aantal leningsaanvragen waardoor het Fonds wordt overspoeld. Deze steeds groter wordende druk was al voelbaar in 2006 en werd ook toen al beschreven in het jaarverslag. Vanaf de maand februari werd dit meermaals besproken in de Raad van Bestuur. Het oorspronkelijk toegekende investeringsvermogen van ,00 EUR werd bij de begrotingsaanpassing dan ook aangevuld tot ,00 EUR. Dit komt neer op een verhoging van bijna 40 % in vergelijking met het budget waarover het Fonds in 2006 beschikte. Het Fonds dankt mevrouw de Minister Dupuis, de Brusselse Regering en de heer Minister Vanhengel voor de uitzonderlijke financiële inspanning die zij hebben geleverd om ons de nodige werkingsmiddelen te kunnen geven. Hiervoor moest een speciale financieringsformule worden uitgewerkt, want het Gewest beschikte niet over de middelen om een tweede lening te financieren met een gebruikelijke kapitaaldotatie, zoals voorzien in de ordonnantie van 2 mei 996. Om het Fonds in staat te stellen alle lopende leningsaanvragen op te vangen, werd daarom een grotere gewestelijke waarborg toegekend voor de leningen. De financiering van de hiervoor af te sluiten obligatielening zal uitzonderlijk gebeuren via een jaarlijkse tussenkomst van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest in de intrestlast, en dit gedurende de hele looptijd van de lening. Daarom werd de jaarlijkse dotatie bij de begrotingsaanpassing verhoogd met ,00 EUR om een deel van de tussenkomst in de intrestlast voor 2008 te financieren. De vastgoedmarkt binnen het Brussels Hoofdstedelijk Gewest blijft verder groeien. We stellen vast dat de gemiddelde prijzen minder sterk zijn gestegen dan de voorbije jaren, maar die evolutie wordt gecompenseerd door een stijging van de hypothecaire rentevoeten op de financiële markt. Er moet ook op worden gewezen dat de kloof tussen de loonsverhogingen van de gezinnen en de prijsevolutie voor immobiliën steeds groter wordt: binnen het segment van de kleine woningen moeten de gezinnen een steeds hoger bedrag neertellen in verhouding tot de financiële middelen waarover ze beschikken. Deze stijging van de aankoopprijzen compenseren ze door te kiezen voor een kleinere woning. Dankzij de inspanning van de Regering, heeft het Fonds het voorbije jaar toch 883 leningen kunnen toekennen, tegenover 644 in Interessant is dat 76,28 % van onze ontleners beantwoorden aan de inkomstenbarema s voor een sociale woning. Of misschien zeggen we beter nog beantwoorden, want hun percentage daalt jaar na jaar, in 2006 was dit nog 82,6 % van ons publiek en in 2005 zelfs 88,27 %. Het is overduidelijk dat de aankoop van een woning steeds moeilijker wordt voor gezinnen met een beperkt inkomen, wat nogmaals aantoont welke belangrijke rol voor het Fonds is weggelegd op de sociale woonkoopmarkt. Dé grote uitdaging bestaat er dan ook in om de minstbegoeden de kans te blijven geven eigenaar te worden van hun woning. Meer nog dan voor andere bevolkingsgroepen is dit voor hen een teken van stabiliteit en van behoud van hun koopkracht, toch voor wat betreft de belangrijke post die de huisvesting betekent op het gezinsbudget. De situatie op de vastgoedmarkt binnen het Brussels Hoofdstedelijk Gewest draagt bij tot het succes van het Fonds bij gezinnen die anders geen eigenaar meer zouden kunnen worden. Meer dan ooit moeten zij de kans krijgen om zich op lange termijn en in goede omstandigheden in het Gewest te vestigen. Hierbij moet worden gestreefd naar sociale vermenging, indien mogelijk in alle gemeenten. Al is het wel zo dat het grote prijsverschil tussen de verschillende gemeenten en de reglementair bepaalde waardeplafonds van de woningen een hindernis vormen voor de gezinnen die een woning zouden willen kopen in bepaalde gemeenten binnen het Gewest. 5

6 Een andere uitdaging voor het Fonds is dat het zich blijft verzetten tegen de druk van de immobiliënsector en dat het blijft streven naar sociale vermenging binnen de wijken, vooral in de buurten die worden opgewaardeerd, door er mee te zorgen voor een groter aanbod aan koopwoningen. De expertise van het Fonds op dat vlak is al verschillende keren gebleken uit de (herop)bouw/renovatieverkoopverrichtingen die het uitvoert. Via deze projecten heeft het woningen van zeer hoge kwaliteit op de markt gebracht die niet enkel voldoen aan de sociale doelstellingen van het Fonds, maar die ook een meerwaarde vormen voor de stadsrenovatie, en dit zonder gentrification effecten. Dergelijke verrichtingen zouden moeten worden uitgebreid en op lange termijn moeten worden voorzien. Naast het hoge btwtarief voor nieuwbouw, de steeds hogere vereisten onder andere op het vlak van de energieprestatie en het leningsreglement dat maximumbedragen bepaalt vooor de leningen, is er ook nog de sterke verhoging van de grondprijzen en van de bouwkosten. Met de meeste van deze problemen worden we ook geconfronteerd in de huurhulpsector. Deze verschillende punten worden in detail toegelicht in de eerste sectie van dit jaarverslag. Terwijl de sector van de hypothecaire leningen spectaculair groeit, is voor die van de huurhulp meer dan ooit duidelijk hoeveel nood er is aan een dergelijke dienstverlening binnen het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. De tegenstellingen tussen arm en rijk worden er steeds groter en naar schatting 30 % van de bevolking leeft er onder de armoedegrens (of dubbel zoveel als het al alarmerende nationale gemiddelde). Het register van kandidaathuurders blijft dan ook verder aangroeien en toont aan hoe moeilijk gezinnen het hebben om een degelijke woning te vinden aan een voor hen betaalbare huurprijs. Verder moet de huisvesting voldoen aan steeds meer regels. Het Fonds volgt die normen nauwgezet op en gaat zelfs nog een stap verder door alle mogelijke pistes te onderzoeken om de woningprijzen (en dus de te betalen huur) onder controle te houden. Daarbij wordt niet geraakt aan de kwaliteit van de afgeleverde woningen, integendeel zelfs, die wordt nog verbeterd op vlakken zoals het energieverbruik, zodat huurders hun uitgaven beter kunnen beheren. Het enige sociale aan een woning is dan ook het inkomen van zijn bewoners, op alle andere vlakken gelden voor een sociale woning dezelfde regels als voor een gewone woning. Zoals ook al in vorige jaarverslagen werd toegelicht, mag zeker niet worden voorbij gegaan aan de problemen die een verdere uitbreiding van de huurhulp met zich meebrengt en aan het negatieve effect ervan, niet alleen op zijn eigen rentabiliteit, maar ook op de globale financiële rentabiliteit van het Fonds. Sommige macroeconomische factoren, zoals de conjunctuur van de rentevoeten, zorgen ervoor dat het deficit even minder dreigend wordt (omdat het op dat moment goedkoper is om geld te lenen), maar dit zijn conjuncturele voordelen waarop het Fonds geen vat heeft en die het structurele deficit van de huurhulp op lange termijn niet wegnemen. Als ondersteuning voor deze sector nam het Gewest voor het derde jaar op rij 2 % op jaarbasis op zich om dat deel te dekken van het ontleenkapitaal dat niet wordt gedekt door de bedragen, inclusief huurtoelage, die de huurders moeten betalen. Deze tegemoetkoming betekent een grote bijkomende tussenkomst voor het Fonds. Een andere niet te onderschatten financiële ruggensteun is de toekenning van een deel van de opbrengsten uit de stedenbouwkundige lasten aan het Fonds. Ook al moet hier een kanttekening bij worden gemaakt: die toekenning kan niet worden gegarandeerd. Zo heeft het Brussels Hoofdstedelijk Gewest het bedrag van ,00 EUR, dat was ingeschreven op de begroting voor 2007, niet ontvangen en heeft het dus ook niet kunnen overmaken aan het Fonds, zoals mevrouw F. Dupuis, Staatssecretaris, aanvankelijk van plan was. Alle details van deze sector komen aan bod in de tweede sectie. Dit jaar heeft het Kabinet van mevrouw F. Dupuis, Staatssecretaris, het Fonds geen nieuwe gedelegeerde opdrachten toegekend. Enkel het project in de Coenraetsstraat werd opgedeeld, de laatste 4 woningen behoren tot de gedelegeerde opdrachten voor De activiteiten binnen deze sector worden verder bestudeerd in de derde sectie van dit verslag. 6

7 Vastleggingen en verwezenlijkingen 2007 (fonds B2) (in EUR) Verrichtingen Vastleggingen aangegaan vóór 2007 en uitgevoerd in 2007 Vastleggingen aangegaan en uitgevoerd in 2007 Vastleggingen aangegaan in 2007 en niet uitgevoerd in 2007 Totale vastleggingen 2007 Verwezenlijkingen 2007 () (2) (3) (2) + (3) = (4) () + (2) = (5) Hypothecaire leningen : gewone leningen leningen voor jonge gezinnen , , , , , , , , , ,00 Totaal hypothecaire leningen , , , , ,0 Huurkoop en verkoop na sanering of (weder)opbouw , , , , ,28 Totaal aankoopsector , , , , ,38 4 Huurhulp : programma 2007 bestaand immobiliënpark of bestaande programma s , , , , , , ,57 Totaal huurhulp , , , , ,57 Totaal , , , , ,95 N.B. De investeringen voor verrichtingen bestemd voor verkoop met een hypothecaire lening worden oorspronkelijk onder de rubriek "huurkoop en verkoop na sanering of (weder)opbouw" opgenomen. Wanneer men overgaat tot de vereffening van een lening, worden zij als verwezenlijkingen opgenomen in de rubriek "hypothecaire leningen". Huurhulp : via stedenbouwkundige lasten , ,64

8 Bedragen in duizenden EUR Evolutie van het investeringsvermogen in het jaar en de hiertoe aangewende financieringsmiddelen (in het fonds B2) investeringsvermogen obligatieleningen gewestelijke tussenkomsten opnames uit thesaurie Jaar

9 De Regering legde het investeringsvermogen in fonds B2 oorspronkelijk vast op ,00 EUR. Op oktober 2007 besliste ze om het totale investeringsvermogen op ,00 EUR te brengen: door een uitbreiding van het ontleenvermogen en de gewestelijke waarborg voor de leningen die het Fonds aangaat voor een totaal bedrag van ,00 EUR; door een verhoging van de gewestelijke dotatie met ,00 EUR. Totaal dotatiebedrag: ,00 EUR. Naar aanleiding van deze aanpassing heeft het Fonds een tweede obligatielening afgesloten voor een bedrag van ,00 EUR. Het totale bedrag dat het Fonds in 2007 heeft ontleend, bedraagt ,00 EUR. Activiteitensector Oorspronkelijk voorzien Investeringsvermogen (in EUR) Aanpassing Voorzien na aanpassing Werkelijke vastlegging op 3/2/2007 Hypothecaire leningen : algemene verrichtingen (*) aanvullende leningen voor jonge gezinnen , , , , , , ,00 Totaal hypothecaire leningen (*) , , , ,04 Huurhulp : programma 2007 bestaand immobiliënpark , , , , , ,9 Totaal huurhulp , , ,96 Totaal hypothecaire leningen en huurhulp , , , ,00 (*) Inbegrepen de verrichtingen van verkoop na sanering of (weder)opbouw. Zij worden voorlopig ondergebracht bij de algemene verrichtingen. Het is echter niet uitgesloten dat bepaalde van deze verrichtingen uiteindelijk worden opgenomen in de rubriek aanvullende leningen voor jonge gezinnen. De verdeling van het investeringsvermogen over de hypothecaire leningen en de huurhulp, zoals aangegeven in de voorlaatste kolom van de tabel, is indicatief en niet dwingend. Het is namelijk onmogelijk om vooraf precieze bedragen vast te leggen per activiteitensector, omdat noch de Regering noch het Fonds aan het begin van het jaar al een duidelijk zicht hebben op alle gehanteerde parameters. Op basis van de bepalingen van de beheersovereenkomst met het Gewest, is het Fonds wel verplicht om jaarlijks budgetten te voorzien om 50 nieuwe huurhulpwoningen te creëren en om minstens 275 hypothecaire leningen toe te kennen. Na de begrotingsaanpassing kon ,00 EUR van het investeringsvermogen extra worden vrijgemaakt voor de toekenning van hypothecaire leningen. In de praktijk werd er in de sector van de hypothecaire leningen uiteindelijk iets minder uitgegeven dan wat het aangepaste investeringsvermogen voorzag. Dit saldo kon het deel van het investeringsvermogen bestemd voor de huurhulp nog wat optrekken. Zo werd het investeringsprogramma 2007 voor de huurhulp opgetrokken van ,00 EUR naar ,05 EUR (ter herinnering: in juli 2006 werd in de budgetvoorstellen van het Fonds ,00 EUR voorzien). Ten opzichte van de ramingen wordt ook een supplement vrijgemaakt van ,96 EUR noodzakelijk voor bijkomende investeringen voor reeds bestaande programma s. 9

10 De jaaractiviteiten werden dus door het oorspronkelijk en aanvullend investeringsvermogen als volgt gefinancierd : Door het oorspronkelijk investeringsvermogen van EUR: 674 hypothecaire leningen EUR 3 huurhulpwoningen EUR bestaand programma en renovatie patrimonium EUR Er dient gemeld dat de berekening van de dotatie rekening hield met een bijkomende tussenkomst van 2 % per jaar om het deel van het kapitaal van de lening voor een bedrag van EUR, dat niet gedekt wordt door de door de huurders te betalen bedragen, huurtoelagen inbegrepen, te compenseren. Door het aanvullend investeringsvermogen van EUR: 209 hypothecaire leningen EUR 24 huurhulpwoningen EUR De jaarlijkse tussenkomst van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest in de intrestlast van de obligatielening, zou bijgevolg, voor de hele leningsduur, de aanvullende specifieke tussenkomst van 2 % moeten integreren voor het bedrag van ,00 EUR besteed aan de huurhulp en dit vanaf De tussenkomst terzake voor het jaar 2008 zit in de aanvullende dotatie van ,00 EUR. De financiering van de verbintenissen die het Fonds aanging in fonds B2 gebeurde in 2007 met de volgende middelen: Financieringsbronnen Geïnvesteerde bedragen in EUR % Leningen Gewestelijke kapitaalpremie Opnames uit de onbeschikbare reserve van het fonds B , , ,00 72,50 26,64 0,86 Totaal ,00 00,00 0

11 Voor de verwezenlijkingen in fonds B2 werden de bedragen in 2007 als volgt over de verschillende activiteiten verdeeld: Activiteitensector Vrijgegeven bedragen in EUR % Hypothecaire leningen : algemene verrichtingen aanvullende leningen voor jonge gezinnen , ,00 90,42 0,50 Totaal hypothecaire leningen ,0 90,92 Huurkoop en verkoop na sanering of (weder)opbouw ,28 2,49 Totaal aankoopsector ,38 93,4 Huurhulp : programma 2007 patrimonium en bestaand programma ,57 6,59 Totaal huurhulp ,57 6,59 Totaal ,95 00,00

12 Financiële dekking van het investeringsvermogen in het fonds B2 Jaar 997 Jaar 998 Jaar 999 Jaar 2000 Jaar 200 Jaar 2002 Jaar 2003 Jaar 2004 Jaar 2005 Jaar 2006 Jaar 2007 gewestelijke tussenkomsten obligatieleningen 00% opnames uit thesaurie 2

13 Het interne fonds B3 waarmee de huurwaarborgleningen worden gefinancierd, is niet onderworpen aan dezelfde werkings en financieringsregels als de andere activiteitensectoren van het Fonds. Er wordt niet gewerkt met een jaarlijkse financiering: het huurwaarborgfonds werd gedurende enkele jaren gespijsd door gewestelijke voorschotten die ervoor moeten zorgen dat deze sector langere tijd kan werken zonder bijkomende budgetten. Met het geld dat wordt terugbetaald voor de toegekende leningen, die binnen een tijdsspanne van maximum 8 maanden afgelost moeten worden, kunnen nieuwe leningen worden toegekend. In 2007 werden 282 huurwaarborgleningen vereffend. Algemeen beschouwd, hebben de verschillende activiteitensectoren van het Fonds, met de steun van het Gewest, er in 2007 voor gezorgd dat.0 nieuwe gezinnen, of in totaal personen, zich in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest konden vestigen..946 personen (68,89 %) deden dit via de algemene verrichtingen van hypothecaire leningen, 30 personen (,06 %) dankzij een aanvullende lening voor jonge gezinnen, 304 personen (0,76 %) konden een woning betrekken in de huurhulp en 545 personen (9,92 %) dankzij een huurwaarborglening. In dit jaarverslag vindt u verder: in hoofdstuk I, de weergave van de activiteiten van het Fonds in 2007 aan de hand van zijn belangrijkste activiteiten: algemene verrichtingen van hypothecaire leningen, aanvullende leningen voor jonge gezinnen, bouw/renovatieverkoopverrichtingen, huurhulp, bijzondere verrichtingen en de tussenkomst in de samenstelling van een huurwaarborg; in hoofdstuk II, de belangrijkste gebeurtenissen sinds januari 2008 en de te verwachten wijzigingen die een invloed kunnen hebben op de latere werking of op de activiteiten van het Fonds; in hoofdstuk III, een schets van het administratieve leven van het Fonds en van de samenwerking met zijn rechtstreekse partners. Daarnaast is ook een opsomming opgenomen van de wetten, ordonnanties en besluiten van het dienstjaar die rechtstreeks of onrechtstreeks raken aan de activiteiten van het Fonds; in hoofdstuk IV, de rekeningen van het dienstjaar en een analyse ervan, een reeks gegevens over de interne werking van het Fonds en de sociale balans. * * * 3

14 ALGEMENE VERRICHTINGEN VAN HYPOTHECAIRE LENINGEN ( ) Maximum inkomen van het gezin. Aantal personen ten laste en meer Maximum inkomen ,00 EUR ,00 EUR ,00 EUR 48.,00 EUR 52.88,00 EUR Maximale waarde van de woning. Aantal personen dat het gezin telt of en meer Maximale waarde 8.220,00 EUR ,00 EUR ,00 EUR ,00 EUR ,00 EUR ,00 EUR Maximum bedrag van de lening. Aantal personen ten laste of en meer Maximum bedrag 20.84,00 EUR ,00 EUR ,00 EUR 80.2,00 EUR ,00 EUR ,00 EUR AANVULLENDE HYPOTHEEKLENINGEN VOOR JONGE GEZINNEN ( ) Maximum inkomen van het gezin. Aantal kinderen ten laste en meer Maximum inkomen ,00 EUR ,00 EUR ,00 EUR 62.58,00 EUR ,00 EUR Maximum waarde van de woning. Aantal personen dat het gezin telt of per bijkomende persoon, vanaf de 7 de Maximale waarde ,00 EUR ,00 EUR ,00 EUR ,00 EUR ,00 EUR ,00 EUR Bedrag van de lening. Minimum Maximum 9.000,00 EUR ,00 EUR 4

15 HOOFDSTUK I INVENTARIS VAN DE ACTIVITEITEN SECTIE I DE HYPOTHECAIRE LENINGEN A. ALGEMENE BESCHOUWINGEN.. INVESTERINGEN Op basis van de ordonnantie van de Brusselse Hoofdstedelijke Raad van 22 december 2006 houdende de algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 2007 (verschenen in het Staatsblad van ) en van de uitvoeringsbesluiten die de Regering nam op 27 januari 2007, moest het investeringsvermogen het Fonds in 2007 in staat stellen om in het kader van de algemene verrichtingen 644 hypothecaire leningen (fonds B2A) toe te kennen voor een gemiddeld bedrag van ,00 EUR (totaal: ,00 EUR). Voor de aanvullende leningen aan jonge gezinnen moest aan 30 nieuwe leningsaanvragen kunnen worden voldaan voor een gemiddelde van ,00 EUR (of ,00 EUR in totaal). Aanvankelijk werd ,00 EUR of 93,84 % van het totale investeringsvermogen gereserveerd voor de hypothecaire leningen, wat nog maar eens aantoont dat eigendomsverwerving de belangrijkste doelstelling blijft voor het Fonds. Zoals hiervoor al werd aangekaart, werd al heel snel duidelijk dat het aantal ingediende leningsaanvragen in het kader van de algemene verrichtingen het binnen het investeringsvermogen beschikbare budget zwaar zou overschrijden. Van februari tot oktober 2007 werd binnen de Raad van Bestuur gedebatteerd over deze onrustwekkende situatie. Kon worden gerekend op een verhoging van het investeringsvermogen en van de financiële middelen die voldoende groot zou zijn om aan alle aanvraagdossiers te kunnen voldoen? Wanneer zou zo n verhoging worden toegekend? Moesten er intussen regels worden uitgewerkt om prioriteiten te stellen bij de behandeling van de aanvragen? De Raad is er vrij snel van uitgegaan dat er een begrotingsaanpassing zou komen en dus werd geen prioriteitensysteem ingevoerd, ook al omdat in het verleden al is gebleken hoe moeilijk zoiets is in de praktijk. Eind juni 2007 waren al 490 leningen toegekend voor een totaal bedrag van ,00 EUR en waren er 8 dossiers in onderzoek (voor een totaal bedrag van naar schatting ,00 EUR). Midden 2007 was het investeringsvermogen dan ook zo goed als uitgeput. Daarom besliste de Raad in juni 2007 om alle kandidaatontleners die een dossier indienden na 25 juni 2007 ervan op de hoogte te brengen dat het Fonds hen misschien geen lening zou kunnen toekennen. Hierna volgt de brief die de kandidaatontleners ontvingen en waarvan de inhoud werd goedgekeurd door mevrouw F. Dupuis, Staatssecretaris: Met deze brief willen wij bevestigen dat wij uw leningsaanvraag van xx/xx/2007 in goede orde hebben ontvangen op xx/xx laatstleden. Rekening houdend met het huidige aantal geregistreerde leningsaanvragen, willen wij er u toch op wijzen dat het investeringsvermogen waarover het Fonds beschikt momenteel is uitgeput. 5

16 Slachtoffer van zijn eigen succes zoekt het Fonds, samen met zijn Voogdijminister, bijkomende financieringsbronnen. Als u beslist om uw leningsaanvraag te behouden, stellen wij uw dossier samen en laten wij u zo snel mogelijk weten of wij de lening al dan niet kunnen toekennen. Ook bij een gunstige beslissing zou het verlijden van de akte ondergeschikt worden aan het al dan niet bekomen van bijkomende financiële middelen. Omdat hierover nog geen zekerheid bestaat, zou het kunnen dat wij verplicht worden om het verlijden van de akte uit te stellen tot begin U kunt altijd een beroep doen op onze diensten om u zo goed mogelijk te begeleiden in de te ondernemen stappen. U bent natuurlijk ook vrij om uw leningsaanvraag bij het Fonds in te trekken en zich te richten tot een andere financiële instelling. Wij zouden het erg op prijs stellen indien u ons uw beslissing in verband met het al dan niet behouden van uw ingediende leningsaanvraag schriftelijk zou bevestigen. Ondanks deze brief werden tussen eind juni en begin september 2007 nog 84 nieuwe leningsaanvragen ingediend. Op basis van het nog beschikbare investeringsvermogen en de evolutie van de aanvragen, werd er eind september van uitgegaan dat het verlijden van ongeveer 66 aktes zou moeten worden uitgesteld tot 2008, omdat er voor 2007 geen begrotingsaanpassing werd doorgevoerd! Gelukkig besliste de Regering op oktober 2007, in het kader van de begrotingsaanpassing, om het Fonds een verhoging toe te kennen van de dotatie en van het ontleenvermogen. Het investeringsvermogen werd op die manier aangevuld met ,00 EUR. Rekening houdend met de 76 leningen die in 2006 werden toegekend onder voorbehoud van het investeringsvermogen voor 2007, heeft het Fonds in totaal toch 883 nieuwe leningen kunnen afsluiten: 867 in het kader van de algemene verrichtingen van hypothecaire leningen, voor een totaal bedrag van ,00 EUR, en 6 jongerenleningen voor een totaal bedrag van ,00 EUR. Omdat de beslissing om het investeringsvermogen te verhogen vrij laat op het jaar is gevallen en omdat de toegekende verhoging uitzonderlijk hoog was, heeft de Raad in november 2007 beslist om alle leningsaanvragen die in 2007 werden ingediend, te beschouwen als vallend onder het investeringsvermogen van dat jaar, ook al zouden er een aantal nog ter goedkeuring worden voorgelegd in de loop van Een dergelijke beslissing is uitzonderlijk. 6

17 Bedragen in duizenden EUR Evolutie van de investeringen aangewend voor hypothecaire leningen (fonds B2) (*) 2006 (*) 2005 (*) 2004 (*) Jaar (*) Inbegrepen de verbintenissen voor creatie van woningen bestemd voor verkoop EUR gerecupereerd van investeringen die niet verwezenlijkt werden de vorige jaren.

18 2. JAARVERRICHTINGEN. a) In het kader van het fonds B2. Reglement We herinneren eraan dat eind februari 2005 een reeks aanpassingen werd doorgevoerd aan de reglementen van de algemene verrichtingen en de jongerenleningen. We sommen ze hier nog eens heel kort op: de verhoging van de maximumwaarde van de woning, de verhoging van het maximumbedrag dat kan worden geleend en een vermindering van de jaarlijkse referentierentevoet. Het Fonds vroeg toen om gelijktijdig ook een aantal reglementswijzigingen door te voeren, zoals: het schrappen van de verplichting voor de ontlener om een tijdelijke verzekering bij overlijden met afnemend kapitaal af te sluiten, een aanpassing van de wijze waarop de vijfjaarlijkse herziening van de rentevoet wordt berekend naar analogie met de regels die worden toegepast bij de toekenning van de lening, een aanpassing van de regels met betrekking tot de leningsduur (maximumduur 30 jaar in plaats van 20 en zelfs meer in uitzonderlijke gevallen, maximumleeftijd bij terugbetaling van de lening opgetrokken tot 70 jaar in plaats van 65 en zelfs meer in uitzonderlijke gevallen) en de mogelijkheid om in bepaalde gevallen van vervroegde terugbetaling van de lening een wederbeleggingsvergoeding te eisen. Eind 2007 waren de wetsbepalingen in verband met deze hervormingen nog steeds niet uitgevaardigd. Gelukkig verhindert dit het Fonds niet om een aantal van die wijzigingen al toe te passen. Dit is ook van essentieel belang om onze diensten in staat te stellen het hoofd te bieden aan de moeilijke situatie op de immobiliënmarkt waarmee ons doelpubliek wordt geconfronteerd. In de hiervoor beschreven context van een ontoereikend investeringsvermogen in verhouding tot het aantal leningsaanvragen en tot de evolutie van de rentevoeten op de financiële markt, heeft de Raad overwogen om de structurele toegangsvoorwaarden voor de leningen van het Fonds te herbekijken. In de loop van het jaar heeft de Raad ook verschillende keren overwogen om een nieuwe aanpassing door te voeren van de maximumwaarde van de woningen en van het maximumbedrag dat kan worden ontleend. Maar omwille van de kloof tussen het aantal leningsaanvragen en het beschikbare investeringsvermogen (vóór de verhoging ervan in oktober 2007) is dit debat in de koelkast geplaatst. Toch werd aan deze hele discussie nog een extra dimensie gegeven naar aanleiding van het dossier waarin een vrouw met 3 kinderen ten laste een tweede lening aanvraagt bij het Fonds om uit onverdeeldheid te treden na haar scheiding. Ze kwam niet in aanmerking voor deze lening, net omdat haar woning de toegelaten maximumwaarde overschreed. Enkele jaren eerder had ze voor de aankoop van de woning wel een lening kunnen afsluiten bij het Fonds, maar intussen was de waarde ervan zo gestegen dat het geldende barema ver werd overschreden. De nota waarop de hele discussie werd gebaseerd, wordt hieronder weergegeven: Naar aanleiding van de uitonverdeeldheidstreding na een scheiding, krijgt het Fonds regelmatig aanvragen voor een aanvullende lening van ontleners die hun woning willen behouden en daarvoor een opleg moeten betalen aan hun expartner. Wanneer de aanvraag wordt ingediend voor een ééngezinswoning, kan de lening vaak niet worden toegekend, omdat de (huidige) waarde van de woning de toegelaten maximumwaarde overschrijdt, terwijl de kandidaat wel aan alle andere toekenningsvoorwaarden voldoet. 8

19 Ontleners die een aanvullende lening willen afsluiten voor de uitvoering van nuttige of noodzakelijke werken aan hun woning stuiten soms op dezelfde muur. Als voorbeeld nemen we mevrouw x. Samen met haar exman kocht zij in 999 een woning (waarde: 3.383,57 EUR) voor 36.34,44 EUR en sloot daarvoor een lening af bij het Fonds. Vandaag wil onze ontleenster uit onverdeeldheid treden (opleg: ,00 EUR) en wil ze werken uitvoeren aan de woning (kostprijs: 0.000,00 EUR). Zij vraagt een aanvullende lening aan om de opleg, de aktekosten en de werken te bekostigen. De huidige waarde van de woning wordt geschat op ,00 EUR. De toegelaten maximumwaarde is echter ,00 EUR. De leningsaanvraag is dan ook niet ontvankelijk, enkel en alleen op basis van deze parameter. De kandidate heeft intussen ook al inlichtingen ingewonnen bij andere kredietinstellingen. Zelfs als ervan wordt uitgegaan dat het Fonds de duur van de lening in eerste rang zou verlengen, is het weinig waarschijnlijk dat deze financiering zal worden goedgekeurd omwille van de terugbetalingslast van de 2 leningen. Door de echtscheiding komt de kandidate onder druk te staan, maar zij wil haar woning absoluut behouden, wat een zeer begrijpelijke reactie is. Zij blijft dan ook verschillende banken contacteren. De fundamentele vraag die we ons hier moeten stellen, is niet nieuw. Door de hoge vlucht van de prijzen op de immobiliënmarkt wordt ze enkel dwingender. In de breedste zin komt het hierop neer: Hoe verklaart men dat een woning die kadert binnen een sociaal huisvestingsbeleid in de breedste betekenis (in dit geval: een woning waarvoor een lening kon worden afgesloten bij het Fonds) vandaag de dag niet meer binnen de actieradius van dat beleid valt, omdat de waarde van de woning een bepaald plafond overschrijdt? Of met andere woorden: is de handelswaarde van een woning een geldige referentie om te beslissen of een woning sociaal is of niet? Zo weten we bijvoorbeeld dat: de kleinste huizen (in wat vroeger arbeiderswijken werd genoemd) die opgetrokken zijn door sociale huisvestingsmaatschappijen, in waarde zo sterk gestegen zijn dat, wanneer zij worden verkocht op de private markt, het voor gezinnen die beantwoorden aan de sociale huisvestingscriteria bijna onmogelijk is geworden om deze woningen nog te kopen; de meeste huizen die werden gekocht door ontleners van het Fonds (zie hieromtrent de prijs die voor deze woningen wordt betaald wanneer ze nu worden verkocht) vandaag de dag niet meer binnen het budget vallen van gezinnen die beantwoorden aan de toekenningsvoorwaarden voor een lening van het Fonds; de kostprijs van de huurhulpwoningen woningen die net zijn bestemd voor de gezinnen met de beperkste mogelijkheden de laatste jaren sterk gestegen is. Hierbij moet geen onderscheid worden gemaakt tussen de verschillende immobiliënverrichtingen, want dit geldt ook voor projecten die werden opgestart binnen een wijkcontract, net die buurten die op het vlak van grond en gebouwen financieel het meest toegankelijk zijn. Als aan de huurhulpwoningen hun huidige venale waarde zou worden toegekend, zouden we vaststellen dat heel wat van deze woningen de toegelaten maximumwaardes overschrijden die worden gehanteerd voor de leningen! Betekent dit dan dat de huurhulpwoningen niet langer kunnen worden beschouwd als sociale woningen? 9

20 voor de (herop)bouw/renovatieverkoopverrichtingen sinds 24 februari 2005 de regel van kracht is dat de woningen die het Fonds creëert de toegelaten maximumwaarde voor de leningen niet overschrijdt. In de loop van 2005 en 2006 heeft de Raad bovendien op verschillende momenten stilgestaan bij een nieuwe verhoging van het barema voor de maximumwaarde (en in het verlengde daarvan van het barema voor het maximum te ontlenen bedrag) erop wijzend dat de prijzen op de immobiliënmarkt blijven stijgen en dat de reglementswijzigingen die werden doorgevoerd om deze situatie op te vangen, onvoldoende zijn gebleken. Dit gezegd zijnde, staat het ook vast dat de bepaling van een barema voor de maximumwaardes een heel belangrijke factor is in het beperken van de leningsaanvragen, rekening houdend met het investeringsvermogen waarover het Fonds beschikt. Dit standpunt mag niet worden genegeerd. Mevrouw F. Dupuis, Staatssecretaris, richtte de volgende brief aan het Fonds: Mevrouw x heeft mij gecontacteerd in verband met de leningsaanvraag voor de terugkoop van de helft van een woning in het kader van een uitonverdeeldheidstreding. Blijkbaar kan de kandidate hiervoor geen lening afsluiten bij het Fonds, omdat de waarde van haar woning zo sterk is gestegen dat ze de geldende waardeplafonds overschrijdt. Omwille van de uitzonderlijke familiale situatie, zou ik u willen vragen om haar aanvraag met de nodige soepelheid te onderzoeken en voor dit dossier een specifieke afwijking toe te staan.... De afwijking waarvan sprake, is niet opgenomen in het reglement van de algemene verrichtingen van hypothecaire leningen. Artikel 8 van het reglement, dat betrekking heeft op de maximumwaarde, voorziet wel dat het Fonds kan beslissen de voornoemde bedragen aan te passen onder voorbehoud van de instemming van de Minister. We stellen vast dat tegenover de specifieke afwijking het principe kan worden gezet van de nondiscriminatie of de rechtvaardige behandeling. Ter herinnering, mevrouw F. Dupuis, Staatssecretaris, heeft zich op dit principe gebaseerd toen ze weigerde in te gaan op de vraag van het Fonds om het plafond op te heffen voor de leningen afgesloten in het kader van zijn (herop)bouw/renovatieverkoopverrichtingen,...omdat de opheffing van dit plafond een gevaar zou kunnen betekenen voor de rechtvaardige behandeling van alle dossiers die het Fonds onderzoekt. De nadruk kan worden gelegd op het uitzonderlijke karakter van mevrouw x situatie. Ze leeft zonder enige twijfel in een moeilijke situatie, maar uitzonderlijk is ze niet. Wat daarentegen wel zou kunnen worden overwogen, is een afwijking van de maximumwaarde voor alle leningsaanvragen die worden ingediend in het kader van een uitonverdeeldheidstreding voor een gezinswoning. Op die manier zouden alle mensen in een gelijkaardige situatie de zekerheid hebben dat hun (recht op een) woning niet in het gevaar komt. Een dergelijke beslissing zou niet discriminerend zijn, maar wel tegemoetkomen aan een sociologische realiteit waarmee steeds meer mensen worden geconfronteerd (scheiding). Tot slot herinnert de Raad zich vast nog tijdens de zitting van 30 mei 2002 te hebben beslist dat een bijkomende lening kan worden overwogen om uit onverdeeldheid te treden, ook al is de waarde van het goed sinds de toekenning van de eerste lening dermate gestegen dat de huidige waardebarema s worden overschreden. Het bedrag van de lening in het fonds B2A zal echter beperkt worden tot de toegelaten 20

21 maximumwaarde. Het verschil tussen de venale waarde en de toegelaten waarde kan ontleend worden in het F.S.T.. Er moet wel op worden gewezen dat de barema s voor de toegelaten maximumwaarde werden gewijzigd in februari De beslissing van 2002 is voornamelijk gebaseerd op het gebruik van het F.S.T. en dus lijkt het niet aangewezen om ze opnieuw te bekrachtigen. Sinds de verkoop van woningen in het kader van de (herop)bouw/renovatieverkoopverrichtingen is het F.S.T. immers noodzakelijk om het verschil op te vangen tussen de lening die wordt afgesloten in B2A samen met de persoonlijke inbreng van de kandidaatkopers en de totale kostprijs van de woning. Op basis van de vooruitzichten (zie bijlage II) moeten de budgetten beschikbaar in het F.S.T. in de allereerste plaats gereserveerd worden voor de (herop)bouw/renovatieverkoopverrichtingen, zoniet zouden de lopende projecten wel eens in gevaar kunnen komen. Tot besluit:. Het lijkt er niet op dat we de situatie van mevrouw x als uitzonderlijk kunnen beschouwen en op basis daarvan een specifieke afwijking kunnen toestaan. 2. We zouden ervan uit kunnen gaan dat de waarde van de woningen, waarvoor een lening bij het Fonds werd afgesloten, binnen het geldende barema valt wanneer, in het kader van een uitonverdeeldheidstreding of van de uitvoering van noodzakelijke werken, een tweede lening wordt aangevraagd. Deze beslissing zou kunnen worden genomen in uitvoering van het reglement met de instemming van de Staatssecretaris. Moet deze maatregel ook niet worden uitgebreid naar elke aanvraag die bij het Fonds wordt ingediend naar aanleiding van een uitonverdeeldheidstreding? 3. Om een uiting te geven aan de (terugkerende) uitspraken binnen de Raad van Bestuur: moet mevrouw F. Dupuis, Staatssecretaris, niet worden gevraagd of zij kan instemmen met een realistische aanpassing van het barema voor de maximumwaardes? 4. En als we de hierboven vermelde gedachtengang nog doortrekken: moet niet worden afgestapt van het principe van de maximumwaarde om ervan uit te gaan dat een woning wordt beschouwd als sociaal of gelijkwaardig wanneer ze wordt bewoond door een gezin dat in aanmerking komt voor een lening bij het Fonds? Een dergelijke aanpassing van de definitie zou het Fonds wapenen tegen de onstuitbare stijging van de Brusselse woningprijzen. Gebeurt dit niet, dan zal het Fonds hypothecaire leningen toekennen voor woningen van een steeds lagere kwaliteit en zal het ook geografisch binnen een beperkter aantal gemeenten aanwezig zijn. Op deze uiteenzetting volgde een beperkte, maar vernieuwende beslissing. In oktober 2007 stemde mevrouw F. Dupuis, Staatssecretaris, ermee in om af te wijken van de voorwaarde in verband met de maximumwaarde van de woning wanneer de lening wordt aangevraagd in het kader van de uitonverdeeldheidstreding en voor een woning waarvoor een lening werd afgesloten bij het Fonds. Wanneer aan alle andere toekenningsvoorwaarden wordt voldaan, wordt ervan uitgegaan dat de waarde van de woning bij de uitonverdeeldheidstreding dezelfde is als de waarde ervan op het moment dat de lening werd afgesloten. Deze afwijking geldt niet voor de aanvraag van een aanvullende lening voor de uitvoering van werken. Met de bedoeling om de leningen zo goed mogelijk af te stemmen op de zware renovatie of (herop)bouwkosten, herinneren we er hier aan dat niet werd ingegaan op de vraag van het Fonds om voor zijn (herop)bouw/renovatieverkoopverrichtingen leningen toe te kunnen kennen die de totale kostprijs van de woning dekken. De enige oplossing is dan ook nog steeds het fonds voor speciale tussenkomsten (F.S.T.) om het 2

22 verschil op te vangen tussen het maximumbedrag dat reglementair mag worden geleend en de totale prijs van de woning. We mogen niet vergeten dat de limieten van dit fonds zeer beperkt zijn. Het zou verstandig zijn om een andere oplossing te zoeken voor dit probleem, zoniet zal op termijn het aantal nieuwe woningen die het Fonds verwezenlijkt sterk moeten worden teruggeschroefd, of zal deze activiteit zelfs moeten worden opgedoekt. Deze opmerking wordt ook gelinkt aan de uitspraken binnen de Raad van Bestuur over de leningen die worden toegekend voor woningen gerealiseerd door de GOMB. Is het rechtvaardig dat voor de aankoop van dergelijke woningen een dubbele subsidie bestaat? De eerste door een vermindering op de kostprijs (gemiddeld ± 30 %), de tweede door een zeer lage rentevoet voor de lening (in de meeste gevallen 2 %). We mogen onze ogen niet sluiten voor deze vraag, want een niet mis te verstaan aantal leningen die in 2007 werden toegekend (56 in totaal), hadden betrekking op een woning van de GOMB en dit in een context van een ontoereikend investeringsvermogen (dat later op het jaar nog wel werd gespijsd, zoals hiervoor al werd toegelicht). Daartegenover staat de vraag van het Fonds om voor de woningen die het zelf produceert en verkoopt aan kostprijs een lening te mogen toekennen die de volledige kostprijs van de woning dekt. Dit voorstel werd afgewezen omdat... het weglaten van een dergelijk plafond een gevaar zou kunnen betekenen voor de rechtvaardige behandeling van alle dossiers die uw instelling (het Fonds) onderzoekt. In die context lijkt de net vernoemde dubbele subsidiëring voor de GOMBverrichtingen eveneens onaanvaardbaar. Sommige kandidaten die een woning kopen van de GOMB hebben een lening van het Fonds nodig om dit project tot een goed einde te kunnen brengen, dit is ook de reden waarom het Fonds deze kandidaatontleners ook helemaal niet wil uitsluiten. Maar als dergelijke leningen zonder probleem worden toegekend, kan het Fonds dan niet voor de woningen die het zelf creëert zónder subsidies het bedrag lenen dat overeenstemt met het bedrag van deze woningen? Een dergelijke maatregel zou het Gewest ook niets kosten. Hoedanook, er werden geen beperkingen opgelegd voor de leningsaanvragen die werden ingediend voor een GOMBwoning. De Raad van Bestuur heeft wel gevraagd om te zorgen voor een objectieve waardebepaling van deze woningen. De goedgekeurde methode hiervoor is de volgende: de waarde van de constructie is gelijk aan de verkoopprijs vermeerderd met de pro fisco aangegeven subsidie; de terreinwaarde is gelijk aan de verkoopprijs, tenzij die een stuk lager of hoger ligt dan de marktwaarde, in dat geval wordt met die tweede gewerkt. Nog steeds in het kader van de toepassing van het reglement, is het voorbije jaar nagedacht over de interpretatie van het permanente verblijf in België van een kandidaatontlener. Deze kandidaten beschikken enkel over een tijdelijke verblijfsvergunning en er bestaat dus geen zekerheid of er kan geen bewijs worden geleverd dat zij aan deze voorwaarde zullen kunnen beantwoorden. Binnen het Fonds heeft altijd een zekere openheid bestaan tegenover de eigendomsverwerving voor migrantengezinnen, omdat intussen al meer dan eens is bewezen dat huisvesting één van de hoekstenen is voor de integratie van deze gezinnen. Maar we weten ook dat het vandaag de dag, binnen het economische of politieke migratiebeleid, heel wat moeilijker is geworden om een permanente verblijfsvergunning te krijgen. Rond dit thema is er dan ook nog heel wat stof tot nadenken. Een ander punt in verband met de toepassing van het reglement is het opstalrecht. Leningsaanvragen voor de aankoop van woningen op basis van het opstalrecht zijn voorgelegd naar aanleiding van het initiatief dat de gemeente Etterbeek hierover heeft 22

23 genomen, maar het Fonds heeft beslist om deze leningen niet toe te kennen. Uit de analyse van de overeenkomsten en op basis van de houding ingenomen door de Dienst Voorafgaande Beslissingen van de Federale Overheidsdienst Financiën is gebleken dat het opstalrecht geen eigendomsoverdracht inhoudt van de woning die op deze manier wordt gekocht. Het gaat eerder over een soort vruchtgebruik voor een periode van 50 jaar. Bovendien bevat de overeenkomst die de gemeente voorstelt een aantal voorwaarden die negatief zijn voor de waarborgen waarover het Fonds zou beschikken als hypothecaire schuldeiser. Het komt erop neer dat de beperking van de rechten van de eigenaar ertoe kan leiden dat de hele overeenkomst van het opstalrecht in vraag wordt gesteld. Het reglement voor de algemene verrichtingen van hypothecaire leningen bepaalt dat de ontlener volle eigenaar moet zijn van zijn woning, behalve uitzonderingen die door het Fonds worden toegestaan. De Raad van Bestuur heeft dan ook beslist om de leningen die werden aangevraagd in het kader van het opstalrecht niet toe te kennen, maar benadrukt wel dat er alternatieven moeten worden gezocht voor het openbaar bod om zo beter het hoofd te kunnen bieden aan de groeiende huisvestingsproblemen. Kort nadat zij hun leningsaanvraag in het kader van het opstalrecht hadden ingediend, heeft het Fonds de betrokken kandidaten laten weten dat het de lening niet kon toekennen. Het Fonds maakte ook duidelijk dat het wel bereid was zijn standpunt te herzien in functie van de antwoorden die de gemeente zou geven op de vragen die het Fonds had gesteld (antwoorden die later absoluut niet volledig bleken te zijn) en van de beslissingen van de Federale Overheidsdienst Financiën. Noch de gemeente, noch de kandidaten hebben blijkbaar de betekenis van deze houding begrepen. Integendeel, zij hebben de indruk gegeven dat het Fonds onjuist heeft gehandeld en de kandidaten daardoor in een heel lastig parket heeft gebracht. Niets is minder waar. We komen hier niet terug op de artikels die hierover zijn verschenen in de pers of over de gesprekken die hierover nog zijn gevoerd tussen de burgemeester van Etterbeek en mevrouw F. Dupuis, Staatssecretaris. Tot slot vermelden we nog de zeer hoge prijs per m² die sommige nieuwe ontleners betalen voor kleine woningen. In het kader van de groeiende druk op de vastgoedmarkt en de daaruit voortvloeiende speculatie kunnen we ons afvragen of een sociale instelling als het Fonds geen maatregelen moet nemen of voorwaarden moet voorzien voor de toekenning van de bijhorende leningen om dergelijke situaties te vermijden. We stellen vast dat dergelijke verrichtingen bijna uitsluitend betrekking hebben op kleine woningen (met een oppervlakte van minder dan 50 m²) die in wijken liggen die heel populair zijn bij de jongeren (alleenstaanden of koppels), namelijk het stadscentrum of de groene gemeenten, waarvan de financiering kan gebeuren via een lening met een redelijke terugbetalingslast en waarbij de persoonlijke inbreng van de ontlener over het algemeen vrij groot is. Het is dan ook moeilijk voor het Fonds om dergelijke woonprojecten te weigeren. Infoonderhoud De communicatie met het publiek over de algemene verrichtingen van hypothecaire leningen gebeurt op de volgende manieren : de massale verdeling van brochures en folders (samenvatting of gedetailleerde beschrijving van het reglement); de website (gedetailleerde beschrijving van het reglement, simulatie van de opmaak van een balans voor het woonproject dat de ontlener in gedachten heeft, met onder andere de berekening van het maandgeld, enz...); het directe contact tussen een medewerker van het Fonds en de kandidaatontlener. 23

24 De ervaring heeft aangetoond dat het directe contact een absolute must blijft. Tijdens een infogesprek wordt nagegaan of een (eventuele) leningsaanvraag ontvankelijk zou zijn, of ze beantwoordt aan de bepalingen opgenomen in de besluiten van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering houdende de goedkeuring van de reglementen voor de leningen. We merken op dat de soepelheid die door de Raad van Bestuur wordt aangemoedigd en die blijkt uit het reglement dat van kracht is sinds 6 december 200, dezelfde soepelheid vereist tijdens de eerste contacten. Zo zijn er een aantal toekenningsvoorwaarden waarop geen uitzondering kan worden gemaakt (zoals bijvoorbeeld het toelaatbare belastbaar inkomen), terwijl andere kunnen worden geïnterpreteerd, genuanceerd, er kunnen uitzonderingen voor worden toegestaan. Dit is onder andere het geval voor de verplichting van het permanente verblijf, het hebben van een zakelijk recht op een ander gebouw dan dat waarvoor de lening wordt aangevraagd, de bewoning van het goed, het begrip persoon ten laste, de bewijsstukken in verband met het belastbaar inkomen, de geleende quotiteit en het maximumbedrag van de lening (principe van het gunstige vermoeden ), de persoonlijke inbreng van de kandidaatontlener, enz... Dankzij deze genuanceerde houding kan zo goed mogelijk tegemoet worden gekomen aan de realiteit en aan de noden van het doelpubliek. Bovendien is er de solvabiliteit, een parameter waaraan sowieso bijzondere aandacht moet worden besteed. Deze fase is van ontzettend groot belang, ongeacht of de informatie wordt gegeven via de telefoon of tijdens een infogesprek in de kantoren van het Fonds. Van de medewerkers wordt op die momenten totale beschikbaarheid verwacht, vooral omdat het gaat om een heel complexe materie waarmee de kandidaatontleners niet vertrouwd zijn en die ze misschien niet goed begrijpen, wat heel vaak het geval is. Er is de voorbije jaren heel wat vooruitgang geboekt dankzij de reglementswijzigingen die werden goedgekeurd in 200, en die nog verder werden aangepast en versoepeld in februari 2005 (verlenging van de maximumduur van de lening). Maar de informatie over deze bepalingen en de confrontatie ervan met de persoonlijke situatie van de kandidaatontleners in kwestie om een coherent woonproject te kunnen uitwerken, vereist heel wat tijd en energie. De uitbreiding van de reglementen die gelden voor de verschillende leningsverrichtingen en de evolutie op de vastgoedmarkt hebben geleid tot een sterke toename van het aantal vragen om informatie. In mei 2005 werd een eerstelijnonthaalcel opgericht. In de laatste fase van haar bestaan werd deze cel voltijds bemand door 3 medewerkers. Maar de telefooncentrale van het Fonds werd letterlijk overspoeld en de cel kon het aantal vragen niet meer bolwerken. De ervaring heeft ons bovendien geleerd dat het niet zo n goed plan is om medewerkers enkel en alleen in te schakelen voor het geven van informatie. De complexiteit van deze taak vereist dat ze ook permanent getoetst wordt aan de realiteit van de behandeling van een leningdossier. Bovendien komt het de kwaliteit van de dienstverlening meer dan ten goede wanneer er wordt gezorgd voor continuïteit tussen de kandidaatontlener en de medewerker van het Fonds van bij de eerste informatie tot wanneer het leningdossier volledig in orde is. 24

25 Sinds juni 2007 staan alle medewerkers van de dienst aanvraag der leningen daarom in voor zowel de informatiegesprekken (telefonisch of tijdens een infogesprek) als voor de behandeling van de dossiers. De leningsaanvragen en de leningen verwezenlijkt in het kader van de algemene verrichtingen van hypothecaire leningen. De leningsaanvragen. In 2007 werden.070 nieuwe dossiers geopend, in 2006 waren dat er 953. Dit betekent dat er in % meer leningsaanvragen werden ingediend dan in De stijging van 2005 naar 2006 bedroeg 23 %. Bij de vermelde.070 dossiers moeten nog 209 andere geteld worden die nog in onderzoek waren op januari In totaal werden dus.279 dossiers behandeld in de loop van het dienstjaar, tegenover.24 in 2006 (dat zijn er 55 meer, wat neerkomt op een stijging van 3,79 %). Van deze.279 dossiers werden er: 204 (5,95 %) geannuleerd nog voor ze aan de Raad van Bestuur werden voorgelegd, en wel om de volgende redenen: 64 kandidaten zagen af van hun project nadat de deskundige zijn verslag had opgesteld, maar gaven verder geen reden; 32 kandidaten zagen hun project de mist ingaan, omdat de woning intussen was verkocht aan een derde (25) of omdat de eigenaar intussen had beslist om niet te verkopen; 24 kandidaten gaven er de voorkeur aan hun lening af te sluiten in de klassieke banksector; 84 gingen er niet mee door om één van de volgende redenen: onaangepaste woning, te hoge aankoopprijs, onvoldoende eigen middelen, overschrijding van de maximumwaarde, er moesten teveel noodzakelijke werken worden uitgevoerd; 774 (60,52 %) onderzocht door de Raad van Bestuur; 30 (23,53 %) nog samengesteld op 3 december

26 Evolutie van het aantal nieuw geopende dossiers per jaar. A antal gezinnen Jaar De 774 gewone leningsaanvragen die aan de Raad van Bestuur werden voorgelegd, werden stuk voor stuk goedgekeurd. De meeste aan de gevraagde voorwaarden, in andere gevallen werden striktere voorwaarden opgelegd en voor enkele dossiers werden de voorwaarden voor de kandidaatontleners versoepeld. Van die 774 dossiers vielen er 22 niet onder het investeringsvermogen van 2007: 8 leningsaanvragen werden ingediend voor een woning die het Fonds verkocht in het kader van zijn (herop)bouw/renovatieverkoopverrichtingen. Het ging meer bepaald om woningen van het project in de Hopstraat en De Kleine Zenne ; 4 aanvragen gingen over de aankoop van een woning waarvan het Fonds eigenaar was: Jetse Steenweg te Jette, Jean de Bolognestraat te Brussel, Transvaalstraat te Anderlecht en Belgradostraat te Vorst. Deze woningen behoorden voordien tot de huurhulpsector of tot die van de huurverkoopverrichtingen. We herinneren er ook aan dat de Raad van Bestuur in 2006 besliste om 76 leningen toe te kennen die onder het investeringsvermogen van 2007 zouden vallen, omdat het investeringsvermogen van 2006 was uitgeput. Daarnaast heeft de Raad in januari 2008 nog 57 dossiers goedgekeurd die tot het investeringsvermogen van 2007 worden gerekend. Zoals hiervoor al werd vermeld, werd deze uitzonderlijke procedure gevolgd omdat de beslissing om het investeringsvermogen te verhogen erg laat op het jaar is gevallen. In 2007 werden 24 dossiers nog ingetrokken nadat de Raad van Bestuur de leningsaanvraag had goedgekeurd. De redenen voor deze beslissing zijn dezelfde als die opgesomd voor de aanvragen die werden ingetrokken nog voor ze werden voorgelegd aan de Raad. Van die 24 dossiers hadden er 8 betrekking op het 26

27 investeringsvermogen van De 6 andere vielen onder het investeringsvermogen van een vroeger dienstjaar. In totaal vielen er dus 867 dossiers onder het investeringsvermogen van In 2006 waren dat 66 leningsaanvragen. Dit komt neer op een stijging van 25 dossiers of een stijging met 40,75 %. De verwezenlijkte leningen. In 2007 werden 725 leenaktes verleden tegenover 740 in 2006, of 2,03 % minder. Dit lijkt paradoxaal omdat het aantal leningsaanvragen dat door de Raad van Bestuur werd goedgekeurd net sterk is toegenomen, maar wordt verklaard door de verhoging van het investeringsvermogen die pas in oktober 2007 werd toegekend. Deze verhoging heeft betrekking op ongeveer 250 leningsaanvragen. De volgende opmerkingen hebben betrekking op de leningen die in de loop van 2007 werden vereffend. 333 (45,92 %) ontlenersgezinnen bestaan uit één of meerdere personen, zonder personen ten laste. Dit is een stijging met,59 % tegenover De 249 middelgrote gezinnen (dit is een gezin met of 2 personen ten laste) is gedaald met 4,7 % en vertegenwoordigt nu 34,35 % van het ontlenerspubliek. We merken daarentegen op dat het aantal grote gezinnen met 3 personen of meer ten laste stijgt, zowel in percent als in absolute cijfers (43 of 9,73 % in 2007 tegenover 27 of 7,5 % in 2006); net zoals in 2006 bestaat een gezin uit gemiddeld 2,68 personen; de gemiddelde lening bedroeg in ,4 EUR, tegenover 2.926,68 EUR in We stellen met andere woorden een verhoging vast van 6.987,46 EUR (6,9 %), wat een minder grote stijging is dan in 2006 (0,42 %). Toch weerspiegelen deze cijfers een verdere stijging van de prijzen op de vastgoedmarkt; het gemiddelde maandinkomen (inclusief kinderbijslag) bedroeg in ,73 EUR. In 2006 was dat.726,86 EUR. Gemiddeld steeg het inkomen dus met 3,87 EUR (7,64 %). Het gaat hier wel degelijk om een verhoging van het beroeps of vervangingsinkomen, want de kinderbijslag bleef de voorbije 2 dienstjaren ongeveer gelijk; 27

28 Evolutie van het gemiddeld ontleend bedrag. Gemiddeld ontleend bedrag , , , , , , Jaar het gemiddelde maandgeld bedroeg in ,46 EUR, dit is 28,38 % van het gemiddelde maandinkomen. Dit percentage is te vergelijken met wat de voorbije dienstjaren werd betaald: 28,74 % in 2006, 28,55 % in 2005, 28,08 % in 2004, 27,86 % in 2003, 27,80 % in 2002 en 26,95 % in 200; op het moment dat de lening werd toegekend aan de 725 nieuwe ontleners, beschikten 336 gezinnen ervan (46,35 %) over een maandelijks nettoinkomen van minder dan.500,00 EUR (zonder kinderbijslag). Dit grote percentage toont aan dat het Fonds een groot aantal gezinnen met een beperkt inkomen blijft aantrekken. Toch stellen we vast dat hun aantal sterk daalt in vergelijking met de vorige dienstjaren, want tot vorig jaar bedroegen zij steeds meer dan 55 % van ons publiek! 58 gezinnen (8,00 %) moesten zelfs rondkomen met minder dan.000,00 EUR per maand! 225 gezinnen (3,03 %) verdienden maandelijks tussen.500,00 EUR en 2.000,00 EUR. En 64 gezinnen (22,62 %) hadden maandelijks meer dan 2.000,00 EUR; 32,5 % van de ontleners hadden een belastbaar inkomen lager dan 0.000,00 EUR, 2,38 % had een belastbaar inkomen tussen 0.000,00 EUR en 5.000,00 EUR. Globaal gezien beschikte 69,39 % van ons ontlenerspubliek over een belastbaar inkomen van minder dan ,00 EUR (tegenover 77,5 % in 2006, 84,48 % in 2005, 8,88 % in 2004). 74 gezinnen (0,2 %) had geen belastbaar inkomen. De helft van hen waren alleenstaanden of gezinnen zonder kinderen; We herinneren eraan dat rekening wordt gehouden met het belastbaar inkomen van 2004 wanneer de lening werd aangevraagd vóór juli 2007 en met dat van 2005 als de leningsaanvraag na die datum werd ingediend. 28

29 29 Woningen aangekocht en gerenoveerd door ontleners van het Fonds.

30 Evolutie van het gemiddelde maandelijks nettoinkomen en van de gemiddelde nettomensualiteit. Bedragen EUR.800 EUR.823,93.766,49.722,05.665,36.726,86.858, EUR.400 EUR.200 EUR.000 EUR 800 EUR 600 EUR 400 EUR 507,0 492,20 483,54 475,50 496,30 527, EUR 0 EUR mensualiteit inkomsten Jaar Een grote meerderheid van de nieuwe ontleners (553 gezinnen of 76,28 %) voldoen aan de inkomensvoorwaarden om aanspraak te kunnen maken op een sociale woning. In 2006 waren deze voorwaarden geldig voor 82,6 % van ons publiek, in 2005 voor 88,27 %. Deze vermindering toont aan dat het Fonds iets minder dan vroeger tot bij de economisch zwakste bevolkingsgroep komt. Toch staat het vast dat zonder de activiteiten van het Fonds de vraag naar sociale woningen nog veel groter zou zijn. De volgende grafiek geeft de verdeling aan van de gezinnen in functie van de regels die toegepast worden op het belastbaar inkomen binnen de huisvestingssector. 30

31 Gemiddelde kostprijs in EUR Financiering van de algemene verrichtingen van hypothecaire leningen (in gemiddelden) Kostprijs per verrichting Lening van het Fonds Spaargelden Vreemde middelen en andere bronnen Jaar

32 Onderverdeling van de ontlenersgezinnen volgens hun inkomensniveau in verhouding tot de toegepaste barema s in de sociale huisvesting. % 00,00 23,72 80,00 60,00 40,00 0,62 4,00 9,0 76,28 20,00 28,42 27,73 20,3 0,00 Alleenstaanden Nietalleenstaanden enig inkomen Nietalleenstaanden meerdere inkomens Totaal gezinnen die voldoen aan de barema's van de sociale huisvesting andere gezinnen 43 (5,93 %) van de 725 nieuwe ontlenersgezinnen konden geen eigen middelen inbrengen. 99 ontleners (6,66 %) beschikten over minder dan 5.000,00 EUR, 3 (8,07 %) over 5.000,00 EUR tot 0.000,00 EUR. Globaal gezien konden 45 gezinnen (62,2 %) zelf minder dan ,00 EUR investeren, terwijl 274 (37,79 %) zelf een hoger bedrag op tafel konden leggen; wat de sociaalprofessionele situatie betreft, stellen we vast dat 3 gezinnen (5,59 % tegenover 20,00 % in 2006) enkel over een vervangingsinkomen beschikten. 42 gezinnen (56,82 %) beschikten over slechts één beroepsinkomen. 200 (27,59 %) konden terugvallen op meerdere bronnen van inkomsten; van de.055 personen die in 2007 een lening hebben afgesloten bij het Fonds, hadden er 450 (42,66 %) het statuut van bediende (tegenover 38,84 % in 2006), 235 (22,27 %) dat van arbeider, 44 (4,7 %) dat van zelfstandige en 326 (30,90 %) zaten zonder werk (tegenover 34,67 % in 2006). 729 personen hadden een inkomen (beroeps of vervangingsinkomen), tegenover 703 in 2006, dit is een stijging van 3,70 %; in 2007 bedroeg de gemiddelde aankoopprijs van een bestaande woning (niet onderworpen aan het btwstelsel, wel aan de registratierechten) ,80 EUR. In 2006 was dat 22.4,98 EUR. Dit is een verhoging van 8.433,82 EUR (6,9 %). Deze stijging komt overeen met die voor de gemiddelde leningen die 6,9 % bedraagt; sinds 2003 (gemiddelde prijs bedroeg toen ,48 EUR) is de gemiddelde prijs met ,32 EUR of met 44,24 % gestegen. In diezelfde tijdsspanne is het maandelijkse nettoinkomen amper met 5,22 % toegenomen; 32

33 als we kijken naar de gemiddelde kostprijs per bruto m² zien we die prijsstijging nog veel scherper. Van de 625 woningen die niet werden verkocht door het Fonds en ook niet werden gesubsidieerd door het Gewest stijgt de prijs van 92,3 EUR in 2003 naar.554,89 EUR in 2007, of een stijging van 68,77 %! in vergelijking met 2006 is de belangrijkste evolutie die van de gemiddelde kostprijs per bruto bewoonbare m² voor huizen en duplexen: het gaat om prijsstijgingen van respectievelijk 7,42 % en 2,3 %; in 2007 bedroeg de gemiddelde terugbetalingsduur 24,20 jaar. Deze parameter is de voorbije jaren als volgt geëvolueerd: 9,23 jaar in 2003, 20,8 jaar in 2004, 22,66 jaar in 2005 en 24,22 jaar in Voor 68,5 % van de leningen geldt een terugbetalingsduur van 25 jaar of meer. In 2003 bedroeg dat percentage amper,83 %; de gemiddelde rentevoet bedroeg in ,08 %. In 2006 was dat nog 2,05 %; van de 725 gezinnen die in 2007 een lening afsloten, hebben er: 599 een bestaande woning gekocht, waarvan er 6 verkocht werden door het Fonds; 82 een nieuwe woning gekocht of gebouwd, waarvan 38 in het kader van de activiteiten van de GOMB en 2 in het kader van de (herop)bouw/renovatieverkoopverrichtingen; 44 een lening afgesloten voor andere doeleinden (waarvan 20 om hun renovatiewerken te financieren). van de 625 woningen die onze ontleners kochten (aankoop, aankoop + werken, nieuwbouw), die niet werden verkocht door het Fonds en die ook niet werden gesubsidieerd door het Gewest, waren er: 8 studio s met een gemiddelde bruto bewoonbare oppervlakte van 44,22 m²; 502 appartementen met een gemiddelde oppervlakte van 8,97 m²; 43 delen van huizen of «duplex»appartementen die gemiddeld 08,00 m² groot waren; 62 huizen met een gemiddelde oppervlakte van 32,3 m². de nieuwe ontleners waren gemiddeld 34 jaar en 3 maanden oud. De andere personen die deel uitmaken van het gezin waren gemiddeld 0 jaar en 3 maanden oud; 98,83 % van de ontleners waren geen eigenaar van hun vorige woning; 54,07 % van de nieuwe ontleners wonen in de volgende gemeenten: SintJans Molenbeek (5,58 %), Anderlecht (4,35 %), Schaarbeek (8,83 %), Laken (7,72 %) en Jette (7,59 %); van de 725 woningen waarvoor in 2007 een lening werd afgesloten, liggen er 308 (42,47 %) binnen de ruimte voor versterkte ontwikkeling van de huisvesting en renovatie. In 2002 lagen 40,93 % van de woningen in deze ruimte, in ,2 %, in ,46 %, in ,60 % en in ,24 %; 262 ontleners (36,4 %) bleven in dezelfde gemeente wonen, 380 (52,4 %) verhuisden naar een andere gemeente en 83 ontleners (,45 %) kwamen van 33

34 buiten het Gewest. Deze laatste groep vertegenwoordigde 7,57 % in 2006, wat aantoont dat de hoofdstad een grotere aantrekkingskracht krijgt als woonplaats. De balans die de voorbije dienstjaren werd opgemaakt, wordt ook deze keer bevestigd: op de steeds duurdere immobiliënmarkt kopen de nieuwe ontleners steeds kleinere woningen. Het gemiddelde aantal personen waaruit een gezin bestaat, daalt nochtans nauwelijks. De gemiddelde bewoonbare oppervlakte is gedaald van 08,33 m² in 2003 naar 87,64 m² in De huidige oppervlakte is te vergelijken met de gemiddelde oppervlakte die werd vastgesteld in Kiezen voor een kleinere woning is een manier om zich aan te passen aan de stijgende vastgoedprijzen. Maar ook hier zijn grenzen, want in te kleine woningen worden we op een bepaald moment geconfronteerd met de negatieve effecten van overbevolking. Ondanks dit vrij grote verschil in oppervlakte (een daling van ongeveer /4 van de bewoonbare opppervlakte), ligt de gemiddelde kostprijs van de woningen die in 2007 werden gekocht (36.270,97 EUR) ,37 EUR hoger dan de gemiddelde kostprijs die in 2003 werd betaald (99.805,65 EUR). Dit is een stijging van 36,54 %. We stellen gelukkig ook vast dat de woningen die vandaag worden gekocht niet inboeten aan kwaliteit in vergelijking met de laatste 5 jaar. De gemiddelde lening die werd afgesloten, heeft die evolutie gevolgd: in 2003 werd gemiddeld ,04 EUR geleend, in 2007 was dat 9.94,4 EUR (of 33,39 % meer). In diezelfde periode steeg het gemiddelde inkomen van de nieuwe ontleners van.766,49 EUR naar.858,73 EUR, dit is een toename met 5,22 %. Rekening houdend met de effecten van de inflatie betekent dit dat de leencapaciteit van de gezinnen vermindert. Er werden 2 belangrijke maatregelen genomen om de terugbetalingslast niet te zwaar te maken:. de terugbetalingsduur die werd opgetrokken van gemiddeld 9,23 jaar in 2003 tot 24,20 jaar in 2007; 2. de vermindering van de rentevoet die in 2003 nog gemiddeld 2,4 % bedroeg tegenover 2,08 % in De leningsaanvragen en de leningen verwezenlijkt in het kader van de aanvullende hypotheekleningen voor jonge gezinnen. Deze bijzondere formule van hypothecaire leningen werd uitgewerkt voor kandidaatontleners jonger dan 35 jaar die een woning willen kopen en daarvoor een lening in eerste of tweede rang afsluiten bij een andere kredietinstelling dan het Fonds voor een bedrag dat minstens 80 % vertegenwoordigt van de verkoopwaarde van de woning. De lening bij het Fonds wordt in hoofdorde afgesloten om de verschillende kosten te dekken die bovenop een dergelijke aankoop komen (aktekosten, BTW, enz...) en in bijorde om een deel van de aankoopprijs te financieren. De leningsaanvragen. In de loop van het dienstjaar hebben 23 gezinnen, dat zijn er 9 minder dan in 2006 en maar liefst 33 minder dan in 2005, een aanvullende jongerenlening aangevraagd. 34

35 Bij deze 23 aanvragen moeten 8 dossiers worden geteld die op januari 2007 nog werden samengesteld. In totaal werden in 2007 dus 3 dossiers behandeld. Van die 3 dossiers zijn er: 9 (29,03 %) geannuleerd nog voor ze aan de Raad van Bestuur werden voorgelegd, en dit omwille van de volgende redenen: 3 gezinnen gaven er de voorkeur aan hun lening volledig af te sluiten bij de bank; 4 kandidaten zagen af van hun project nadat de deskundige zijn verslag had opgesteld; 2 kandidaten haakten af om nog een andere reden; 7 (54,84 %) besproken door de Raad van Bestuur; 5 (6,3 %) die nog verder moesten worden samengesteld op 3 december De 7 aanvragen die werden voorgelegd aan de Raad van Bestuur werden allemaal goedgekeurd, waaronder: aanvraag (5,88 %) die geannuleerd werd in hetzelfde dienstjaar, nadat de Raad van Bestuur zich gunstig had uitgesproken over de toekenning ervan. Het gezin wenste één lening aan te gaan bij dezelfde bank. 6 dossiers die onder het investeringsvermogen 2007 vallen. De verwezenlijkte leningen. In 2007 werden 7 leningen afgesloten. Dat zijn er 7 minder dan in 2006 en 26 minder dan in Voor het profiel van deze gezinnen en de kenmerken van de aangekochte woningen verwijzen we naar de tabellen opgenomen onder het punt B)2 hierna. De huurverkoopverrichtingen en de (herop)bouw/renovatieverkoopverrichtingen. De huurverkoopverrichtingen. Eind 2007 had het Fonds nog 2 gebouwen in deze sector. De (herop)bouw/renovatieverkoopverrichtingen. De (herop)bouw/renovatieverkoopverrichtingen werden opgestart in 988. In het kader van een pilootproject dat werd gesubsidieerd door de EEG werden toen 9 eengezinswoningen gerenoveerd en daarna verkocht aan grote gezinnen met een zeer beperkt inkomen. In die periode werd op de vastgoedmarkt een zelfde, vrij sterke, maar minder grote stijging van de prijzen opgemerkt als wat we vandaag meemaken, waardoor ook toen de noodzaak werd gevoeld om het aanbod van degelijke woningen te vergroten voor de economisch zwakkere gezinnen die in ongezonde woningen leefden. Binnen de Commissie bestond een programma dat als doel had om de woonomstandigheden te verbeteren van migrerende werknemers als één van de bepalende factoren in hun integratie. De EEG koos ervoor om net dit project in haar programma op te nemen, omdat alle schakels in de ketting die nodig zijn om het probleem op te lossen, verenigd waren in het project, namelijk : 35

36 de promotor waarvan de sociale doelstellingen en de kennis van de hele problematiek gekend zijn en die bovendien over alle nodige middelen beschikt: budgetten, financiële dienstverlening en technisch, juridisch en sociaal bekwaam personeel; gezinnen die zelf initiatief namen: ze namen actief deel aan de conceptie van hun woning en aan de uitvoering van de renovatiewerken, ze kochten de woning en sloten daarvoor een lening af aan een lagere rentevoet, ze maakten een evaluatie en wisselden ervaringen uit met de andere betrokken partijen en dit tijdens de hele duur van het project. Een dergelijk proces tot een goed einde brengen, vraagt een enorme inzet van de deelnemers en van het Fonds. Het is dan ook niet realistisch, en ook niet noodzakelijk, om deze werkwijze als standaard te nemen. In de klassieke (herop)bouw/renovatieverkoopverrichtingen die in het verleden werden gerealiseerd en die momenteel worden uitgevoerd, wordt niet gekozen voor een actieve deelname van de kandidaatkopers aan het hele proces. Het klassieke schema dat wordt doorlopen, ziet er als volgt uit: het Fonds trekt op prospectie, koopt een terrein of een gebouw, werkt het project uit, laat de bouw of renovatiewerken uitvoeren en verkoopt daarna de woningen volgens de regels die de Raad van Bestuur heeft bepaald en die in detail werden besproken in het vorige jaarverslag. Deze procedure is een goede weerspiegeling van de twee doelstellingen die worden nagestreefd:. het aanbod aan koopwoningen vergroten door de rehabilitatie van vervallen gebouwen (voorbeelden daarvan zijn het project in de Kleine Zenne, een oude brouwerij, Vandenbranden, een oude mouterij, Van Volxem, een atelierwoonhuis, Broederschap, een oude school) of door het optrekken van nieuwe gebouwen na de eventuele afbraak van de bestaande ruïne (project in de Hopstraat, de Bergense Steenweg, Mariemont, RequetteLemaireCandries en Herder ). Op deze manier draagt het Fonds bij tot de renovatie en herwaardering van oude stadswijken, in de meeste gevallen samen met de betrokken gemeente en in bepaalde gevallen binnen het kader van de gedelegeerde opdrachten; 2. gezinnen die beantwoorden aan de toekenningsvoorwaarden van het Fonds de kans geven om eigenaar te worden van een woning van hoge kwaliteit. Deze tweede doelstelling heeft onder andere als gevolg dat (in tegenstelling tot fenomenen als gentrification die we in bepaalde wijken vaststellen, waardoor het doelpubliek er zich net niet meer kan vestigen) gezinnen met een beperkt of middelgroot inkomen (die vaak voldoen aan de voorwaarden om aanspraak te kunnen maken op een sociale woning!) zich kunnen vestigen in de nieuwe hippe wijken van de hoofdstad. In het jaarverslag van 2006 werd erop gewezen dat de aankoop van een dergelijke woning heel wat voordelen inhoudt voor de gezinnen. Daarom worden in de verkoopakte dwingende clausules opgenomen. Voor meer details hierover verwijzen we naar het vorige jaarverslag. Eén van de lopende projecten, in de Finstraat te SintJansMolenbeek, onderscheidt zich van de andere, omdat de kandidaatkopers actief betrokken worden bij het project. Het gaat om grote gezinnen met erg beperkte middelen die samen de feitelijke vereniging L Espoir vormen en die bovendien worden begeleid door de vzw 36

37 BOUW/RENOVATIEVERKOOP Fin 4 woningen Mariemont 9 woningen In realisatie Gerealiseerd RequetteLemaire RequetteCandries 2 x 25 woningen Anderlecht Kuregem 22 woningen Hop 20 woningen Broederschap 25 woningen Herder 5 woningen Bergen 9 ééngezinswoningen Van Volxem 2 woningen Vandenbranden 6 woningen 25 WONINGEN IN REALISATIE en 57 GEREALISEERD SITUATIE OP 3/2/

38 Bonnevie en de CIRE Coordination et Initiatives pour Réfugiés et Etrangers, asbl. Bovendien wordt in dit project heel veel aandacht besteed aan het ecologische aspect: de woningen zullen beantwoorden aan de normen die gelden voor zogenaamde passiefhuizen, die een zeer hoge graad van energieprestatie bereiken. De betrokkenheid van de verschillende vermelde partijen is vastgelegd in een samenwerkingsovereenkomst die werd afgesloten op 2 oktober In dit akkoord zijn de volgende essentiële principes opgenomen: het Fonds duidt de ontwerper en de aannemer aan die de offerte hebben ingediend die het beste beantwoordt aan de doelstellingen die L Espoir nastreeft. Het Fonds leidt het project, controleert de uitvoering ervan, financiert de werken, bepaalt de verkoopprijs van de woningen (prijs die pas betaald moet worden na oplevering van de werken). Het Fonds opent een speciaal kandidatenregister voor de gezinnen die deel uitmaken van L Espoir, zonder dat zij daarom verplicht zijn om de woningen te kopen en zonder dat het Fonds daarom verplicht is de woningen aan hen te verkopen. De leden van L espoir krijgen prioriteit bij de verkoop van de woningen op basis van de voorkeurorde die zij zelf hebben doorgegeven aan het Fonds en met respect voor het principe dat de woning afgestemd moet zijn op de gezinssamenstelling van de kandidaatkoper; L Espoir, en indien nodig het Fonds, vragen de subsidies aan waarvoor het project in aanmerking kan komen; Bonnevie en de CIRE begeleiden de leden van L Espoir bij het uitwerken van hun woonproject, het opstarten van een systeem van collectief sparen, de sensibilisering voor de financiële, architecturale, technische en juridische aspecten van het project, de aankoopfase van de woning, enz... in functie van de noden en de onzekerheden waarmee men werd geconfronteerd tijdens de uitvoering van het project, werden op regelmatige tijdstippen informatie en overlegvergaderingen georganiseerd waaraan alle betrokken partijen hebben deelgenomen. Op juni 2007 werd de opdracht van ontwerpuitvoering via een onderhandelingsprocedure opgestart. Belangrijk is dat het gaat om een volledig nieuwe ervaring waarbij het de bedoeling is dat architect en aannemer van bij de conceptie van het project met elkaar overleggen en ze uiteindelijk samen een offerte indienen, waarin het project gedetailleerd wordt beschreven en waarin ook meteen de kostprijs van de werken wordt bepaald. De conceptie van het project hangt dus samen met het opmaken van een prijsbestek, wat van essentieel belang is voor het budgetbeheer van de gezinnen. Bovendien wordt de opdracht aanbesteed via een onderhandelingsprocedure met bekendmaking. De keuze voor deze aanbestedingswijze kan als volgt worden gemotiveerd : de essentiële vereiste om de prijs van de op te trekken woningen onder controle te houden binnen een beleid dat erop gericht is om financieel uiterst kwetsbare gezinnen de kans te geven eigenaar te worden, maar dit mag absoluut niet ten koste gaan van hun, bij definitie erg beperkte, financiële evenwicht; de keuze voor nieuwe en geavanceerde ecologische technieken, waardoor er aanzienlijk zal worden bespaard op energieverbruik; het noodzakelijke, permanente overleg tussen projectontwerper en aannemer in verband met de technieken waarmee zal worden gewerkt om tot de spaarzaamste oplossing te komen. Hierbij wordt rekening gehouden met de bepalingen 38

39 opgenomen in het Grote Stedenbeleid en het Huisvestingsplan en met de subsidiemogelijkheden die in dit kader bestaan; een verzwaring van de architectuuropdracht om de toekomstige bewoners meer te betrekken bij hun herhuisvesting en bij de uitwerking van de verrichting; de noodzaak om te kiezen voor oplossingen waardoor deze verrichting kan worden beschouwd als een pilootproject waarvoor subsidies worden toegekend. Op die manier kunnen de projectkosten worden gedrukt en in het verlengde daarvan de lasten voor de toekomstige kopers; de houding die de bevoegde overheden (stedenbouw of andere) aannemen tegenover dit vernieuwende project. Dit is een onzekere factor die wel een grote invloed kan hebben op de prijs. Bij de samenwerking van de 2 partnersinschrijvers is het van het grootste belang dat de wettelijke bepalingen in verband met de plaats en de rol van de architect (wet van 20 februari 939) worden nageleefd. Daarom moet de inschrijver heel duidelijk vermelden hoe de samenwerking tussen architect en aannemer wordt gezien, zoniet is de offerte ongeldig. Dit aspect heeft geleid tot een dieper debat. Op het einde van het jaar was de analyse van de 7 ingediende offertes bijna afgerond. Ook de onderhandelingen met de 2 kandidaten die het beste project hadden ingediend, zat in de laatste fase. De onderhandelingen worden gevoerd na evaluatie en klassement van de offertes op basis van de toekenningscriteria. Hierbij wordt het principe van de gelijkheid gerespecteerd en wordt ernaar gestreefd om een offerte te bekomen die financieel zo interessant mogelijk is, zonder dat daarbij aan de substantiële voorwaarden van de opdracht wordt getornd. Dit project werd weerhouden in het kader van het Huisvestingsplan van het Grootstedenbeleid. Op 6 april 2007 werd daarom ook een partnerschapsovereenkomst afgesloten tussen het Fonds en de gemeente SintJans Molenbeek. Als dit project tot een goed einde wordt gebracht, wat mag gehoopt worden rekening houdend met de middelen die ervoor worden ingezet, zal dit een nieuw pilootproject zijn voor het Fonds. Toch mag hierbij de allereerste doelstelling van alle (herop)bouw/renovatieverkoopverrichtingen niet uit het oog verloren worden: grote en financieel kwetsbare gezinnen de kans geven om een woning te kopen van een goede kwaliteit, aan kostprijs en dankzij een lening aan een zeer lage rentevoet. In die zin mogen alle (herop)bouw/renovatieverkoopverrichtingen worden beschouwd als projecten die ervoor zorgen dat er een groter publiek aanbod is van woningen van zeer goede kwaliteit die bovendien zijn afgestemd op het doelpubliek. Daarom is het ook noodzakelijk dat het voortbestaan van de (herop)bouw/ renovatieverkoopverrichtingen binnen de activiteiten van het Fonds veilig wordt gesteld. Eén van de meest bepalende factoren op financieel vlak is het btwtarief van 2 % dat wordt toegepast op nieuwbouwprojecten zoals, bijvoorbeeld, de Finstraat! In de huidige context waarin gezinnen (die met een eerder beperkt inkomen moeten rondkomen) het zo moeilijk hebben om een woning te vinden, kunnen we ons afvragen waarop de federale overheid wacht om voor alle nieuwbouwprojecten een btwtarief van bijvoorbeeld 6 % in te voeren. 39

40 We kunnen alles in het werk stellen om de bouw of renovatiekosten zo laag mogelijk te houden en intussen waken dat er een evenwicht wordt bewaard tussen de financiële mogelijkheden van de gezinnen en de kwaliteit en architecturale kenmerken (programma en oppervlakte van de woningen, kwaliteit van de materialen en de uitrustingen, integratie van milieuvriendelijke parameters, enz...), maar dat neemt niet weg dat we ook nog steeds worden geconfronteerd met verplichtingen en contradictorische aspecten. Een btwtarief van 2 % versterkt dit effect nog. Is dit niet betreurenswaardig en zelfs incoherent in de huidige immobiliëncrisis? Een ander belangrijk aspect voor de toekomst van de (herop)bouw/renovatieverkoopverrichtingen is dat we ervoor moeten ijveren dat de totale kostprijs van de woning gedekt kan worden door een lening afgesloten in het kader van de algemene verrichtingen van hypothecaire leningen. Momenteel moet heel regelmatig worden teruggegrepen naar het F.S.T. om de lening aan te vullen die werd afgesloten in het beperkte fonds B2, waardoor het gevaar bestaat dat de beschikbare fondsen uitgeput raken. Gevolg daarvan is dat de leningen niet kunnen worden gefinancierd en dat de toekomst van de (herop)bouw/renovatieverkoopverrichtingen onder druk komt te staan. Binnenkort zullen er 20 woningen te koop kunnen worden aangeboden. Voor de 7 laatste woningen die werden verkocht, bedroeg de gemiddelde lening toegekend binnen het F.S.T ,47 EUR. Eind december 2007 bedroeg het beschikbare saldo in het F.S.T ,99 EUR. Bovendien zijn er momenteel 25 woningen in productie. Voor de toekenning van de woningen wordt de procedure gevolgd die door de Raad van Bestuur werd goedgekeurd. De regels die aan deze procedure verbonden zijn, werden toegelicht in het jaarverslag van vorig jaar. Het bezoek van de woningen werd om praktische redenen aangepast. De bezoeken worden niet langer geïndividualiseerd, omdat dit de hele verkoopprocedure nodeloos lang en gecompliceerd maakt. Daarom worden de woningen nu voor een bepaalde periode opengesteld (bijvoorbeeld: één week, voor en namiddag), zodat geïnteresseerden zich vrij kunnen maken en de woning bezoeken wanneer het hen past. Na het bezoek aan de woning beschikt de kandidaat nog steeds over een termijn van 5 dagen om een bod te doen. Ook het respecteren van de chronologie van het kandidatenregister bleef ongewijzigd van toepassing. In 2007 werden 540 nieuwe kandidaturen geregistreerd, dat zijn er gemiddeld 45 per maand. 609 kandidaten werden uit het register geschrapt om de volgende redenen: ze hebben niet geantwoord op onze brief met de vraag om hun interesse te bevestigen naar aanleiding van de verkoop van woningen of ze hebben zelf hun kandidatuur ingetrokken. Op 3 december 2007 bestond het register uit 732 kandidaturen. De vorderingsstaat van de (herop)bouw/renovatieverkoopverrichtingen is opgenomen op de laatste pagina van de statistieken die bij deze sectie horen. De projecten die afgerond zijn Kleine Zenne in de Anderlechtstraat en de Kuregemstraat te Brussel Van de 22 woningen (7 lofts en 5 appartementen) zijn er 2 nog steeds niet verkocht. Het gaat om een flat met een oppervlakte van 34 m² die het Fonds onlangs volledig heeft ingericht om de verkoop ervan te vergemakkelijken en een loft met een oppervlakte van 46 m² die als ruwbouw wordt verkocht. De verkoop van deze laatste woning wordt bemoeilijkt door een gebrek aan natuurlijke lichtinval. De verkoop van deze woningen is opnieuw opgestart op het moment dat ook de projecten die bijna zijn afgewerkt te koop werden gesteld. 40

41 We werden er geconfronteerd met enkele problemen met de vereniging van medeeigenaars. Het kwam erop neer dat sommige medeeigenaars hun verantwoordelijkheid niet opnamen of een gebrekkige kennis hadden over medeeigendom. Bovendien werd in november 2006 de syndicus vervangen op vraag van de vereniging van medeeigenaars, maar dat heeft de problemen enkel vergroot. Het Fonds heeft gepoogd om zijn plaats als verkoper waar te nemen en bleef ter beschikking staan van de syndicus en van de medeeigenaars om hen bij te staan in de stappen die zij ondernamen tegenover de aannemer en de architect in verband met de werken die moesten worden uitgevoerd in de gemeenschappelijke delen. Hopstraat te Brussel Van de 20 woningen werden er 7 verkocht in 2007 (het aankoopbod van de 7 kandidaatkopers werd goedgekeurd door de Raad van Bestuur. 2 aktes werden getekend in 2007, de 5 andere zullen worden getekend begin 2008). Begin 2008 zal een nieuwe brief worden gestuurd om de laatste 3 woningen toe te kennen. De verkoop van deze woningen heeft geen problemen opgeleverd. Dit zijn de kenmerken van de gezinnen die deze woningen kochten: gemiddeld aantal personen: 4,5 gemiddeld aantal personen (kinderen) ten laste: 2,8 gemiddeld nettoinkomen, inclusief kinderbijslag: 2.360,00 EUR, of 524,44 EUR per persoon gemiddelde huur van de woning die werd verlaten: 507,53 EUR of 2,50 % van het inkomen gemiddelde mensualiteit voor de woning die werd aangekocht: 748,4 EUR of 3,70 % van het inkomen gemiddelde lening: in fonds B2A: 66.37,82 EUR; in het F.S.T ,47 EUR; totaal: ,29 EUR Hiermee is het bewijs geleverd dat dankzij sommige (herop)bouw/renovatieverkoopverrichtingen grote gezinnen met een beperkt of middelgroot inkomen de kans krijgen om eigenaar te worden van een nieuwbouwwoning, wat zo goed als onmogelijk is op de private markt. Dit is ook één van de argumenten van het Fonds om in het kader van de (herop)bouw/renovatieverkoopverrichtingen het plafond op te heffen voor de leningen toegekend in fonds B2A. Spijtig genoeg is mevrouw F. Dupuis, Staatssecretaris, het Fonds hierin niet gevolgd, al is ze wel bereid om het probleem te herbekijken...als de woningen niet verkocht raken.... Projecten in de afwerkingsfase Bergense Steenweg in Anderlecht De 9 ééngezinswoningen werden opgeleverd in Het Fonds heeft een straatje aangelegd om de percelen te verbinden, zoals voorzien in het lastenboek van de gemeente. Het straatje draagt de naam Robert Boschstraat en de woningen dragen de huisnummers 3A tot 9. Het straatje wordt erkend als openbare weg. Elke woning telt 3 tot 5 slaapkamers, in een paar woningen kunnen ook de ruimtes onder het dak nog worden ingericht. De woningen zijn volledig afgewerkt, zijn voorzien van een uitgeruste keuken, dubbele sanitaire voorzieningen en hebben een tuin. De totale kostprijs per bruto bewoonbare m² (inclusief terrein) bedraagt.58,00 EUR (zonder btw) of.83,00 EUR (inclusief btw en aktekosten). 4

42 De funderingen vormen één geheel en om de architecturale eenheid te bewaren, zullen de woningen worden verkocht onder het regime van de gedwongen medeeigendom van de gebouwen. Bepaalde verplichtingen binnen de klassieke medeeigendom zullen wel worden geschrapt (algemene vergadering, syndicus, enz...), omdat ze niet van toepassing zijn op dit project. Mouterij in de Vandenbrandenstraat te Brussel De 6 lofts werden eind 2007 opgeleverd. Voor de interne technieken moeten de kopers zelf zorgen: elektriciteit, loodgieterij, sanitair, keuken, verwarming, wanden, muur en vloerbekleding. Dit moet gebeuren met respect voor het afgeleverde gebouw en onder begeleiding van een architect. Het project bestaat uit de grondige transformatie van een industrieel gebouw. De gemiddelde prijs per bruto bewoonbare m² bedraagt.43,96 EUR, hieraan moet nog ongeveer 450,00 EUR per bewoonbare m² worden toegevoegd voor de werken die de koper zelf moet uitvoeren. De totale prijs per bruto bewoonbare m² bedraagt daardoor ±.882,00 EUR (exclusief registratierechten en andere aktekosten). Deze woningen zouden een publiek kunnen aantrekken met een profiel dat overeenstemt met de kopers van de Kleine Zenne. Projecten in uitvoer Broederschap in de Broederschapstraat te Schaarbeek Bij de aanbesteding van de werken in mei 2007 werd de gemiddelde kostprijs per bewoonbare m² geraamd op.985,00 EUR voor de woningen die volledig werden afgewerkt. Probleem daarbij is dat in luik II van het wijkcontract BrabantGroen, waarvan dit project deel uitmaakt, een maximumprijs wordt voorzien van.800,00 EUR. Er moet wel worden opgemerkt dat de hierboven vermelde raming is opgemaakt op basis van een forse prijsherziening en een grote reserve voor onvoorziene kosten (uit ervaring weten we dat een dergelijke reserve best wordt voorzien bij de reaffectatie van leegstaande gebouwen). Daarnaast werd ook rekening gehouden met een reserve van ,00 EUR voor de laattijdigheidsboetes die zouden moeten worden betaald (vertraging van 8 maanden) omdat de opgelegde termijn voor de realisatie van het project is overschreden. Dit komt neer op 22,67 EUR per bewoonbare m², of een weerslag van gemiddeld.800,00 EUR per woning. Daarom heeft het Fonds aan de gemeente Schaarbeek gevraagd of de woningen mogen worden verkocht zonder ze volledig af te werken, om zo de opgelegde prijs van.800,00 EUR per bewoonbare m² te respecteren. Het Fonds vroeg ook om de voormelde boetes te laten vallen. Wanneer de woningen niet volledig worden afgewerkt (maar in casco te koop worden aangeboden), zal de verkoop ervan heel wat moeilijker zijn, omdat het project minder goed afgestemd zal zijn op het doelpubliek. Herder in de Herderstraat te Brussel De onderhandelingen met stedenbouw en het schepencollege zitten in de laatste fase. De stedenbouwkundige vergunning zal waarschijnlijk tegen midden 2008 worden toegekend. De meeste (herop)bouw/renovatieverkoopverrichtingen zijn gedelegeerde of gelijkgestelde verrichtingen. Voor een beschrijving van de evolutie ervan verwijzen we dan ook naar sectie III. B, hierna. 42

43 3. LOPENDE LENINGEN. a) In het kader van het fonds B2. Algemeen beheer leningen waren lopend eind leningen werden gedurende het jaar gesaldeerd, waarvan na datum, 54 op termijn en 338 vervroegd werden terugbetaald. 3 leningen werden vervroegd terugbetaald ingevolge het overlijden van één van de ontleners. 59 leningen hadden in de loop van de terugbetaling een voorsprong opgebouwd met betrekking tot de normale leningsduur (bv. wegens de afboeking van een aankoop of renovatiepremie) waardoor de lening vervroegd is afgelost, 43 ontleners betaalden het nog openstaande kapitaal af met eigen middelen. 95 leningen werden terugbetaald na de onderhandse verkoop van het pand en na een openbare verkoop om uit onverdeeldheid te treden. 37 leningen werden geherfinancierd. In het merendeel van de gevallen hebben de ontleners elders allicht aan een goedkopere rentevoet kunnen lenen (o.a. na de vijfjaarlijkse herzieningen). Maar ook andere redenen liggen hier aan de basis van, 0 ontleners die hun lening hebben laten overnemen genoten immers van een rentevoet van minder dan 3,50 %. Onder deze andere motieven noteert men de aankoop van een tweede woning, de verhuring van de woning, het vertrek naar het buitenland, het uit onverdeeldheid treden, of nog om te ontsnappen aan de verplichtingen opgenomen in de leenakte met betrekking tot de uit te voeren werken. 4 leningen werden geherfinancierd nadat het Fonds de vervroegde terugbetaling had geëist wegens nietbewoning van het pand (), zijn totale verhuring (2) of de aankoop van een tweede woning (). In het kader van de specifieke en antispeculatieve clausules die sinds 992 in de leenaktes worden opgenomen, hebben, overeenkomstig de verbintenissen die zij zijn aangegaan, 49 ontleners en 4 exontleners aan het Fonds gevraagd om hun woning te mogen verkopen onder welbepaalde voorwaarden. De motieven voor de verkoop zijn uiteenlopend. In 9 gevallen liggen echtscheiding () of andere familiale problemen (8) aan de basis van dit verzoek. 2 gezinnen kennen financiële problemen (waarvan 8 omwille van de zware lasten van de medeeigendom). 65 gezinnen wensen een andere woning, 37 onder hen kijken uit naar een grotere woning, 7 gezinnen verkiezen een kleinere woning, 3 gezinnen verkopen hun appartement om een eengezinswoning te verwerven, gezin verlangt naar een huis met een tuin en 7 andere gezinnen bevalt hun woning hen niet meer. 0 gezinnen wensen het Brussels Hoofdstedelijk Gewest te verlaten, waaronder 7 om naar het buitenland te vertrekken. 2 gezinnen opteren voor een andere gemeente binnen het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. 2 gezinnen wensen een handelspand te kopen, ander gezin wil zijn woning, waarvan een gedeelte bestemd was voor beroepsdoeleinden, verlaten. ontlener verkiest dichter bij het werk te gaan wonen. 2 gezinnen opteren voor een aangenamere buurt, 3 gezinnen verkopen omwille van problemen met de buren. 2 gezinnen wensen te verhuizen om gezondheidsredenen, andere ontlener omwille van een onveiligheidsgevoel. ontlener verkoopt wegens het nietbewonen van het pand, ander als gevolg van de vraag van de Fonds om zich in orde te stellen op vlak van stedenbouw. De 4 andere gezinnen gaven geen reden op waarom ze hun woning wensten te verkopen. Het Fonds achtte het niet opportuun om zijn recht van voorkoop uit te oefenen voor één van deze woningen. Alle gezinnen kregen de toestemming om de woning te verkopen. 43

44 8 van de betrokken woningen waren verkocht eind ervan werden verkocht aan nieuwe ontleners van het Fonds. 43 andere gebouwen waarvan de verkoop werd voorgesteld vóór 2007, veranderden gedurende het dienstjaar van eigenaar. 9 ontleners die een aanvraag tot verkoop hadden ingediend, lieten uiteindelijk de lening overnemen door een andere financiële instelling. 2 gezinnen vroegen een hypotheekoverdracht. De vijfjaarlijkse herziening van de rentevoeten, gebaseerd op de evolutie van het aantal kinderen ten laste en het belastbare inkomen, werd in 993 ingevoerd op vraag van het Gewest. Zij beoogt een grotere sociale rechtvaardigheid. Om praktische redenen worden de herzieningen gegroepeerd op juni en december van elk jaar. In 2007 dienden 590 leningdossiers herzien te worden. Voor 38 onder hen betrof het een tweede herziening. 4 leningen werden binnen de vier maanden voorafgaand aan de herziening terugbetaald en andere kort na de herziening. 32 ontleners hebben de nodige documenten voor herziening niet ingediend. De maximale rentevoet werd derhalve toegepast, overeenkomstig de bepalingen van de leenakte. Voor 2 dossiers werd op het einde van het dienstjaar nog gewacht op bijkomende elementen. De hierna vermelde gegevens houden geen rekening met deze 78 voornoemde dossiers en betreffen derhalve 52 herzieningen : voor 387 leningen betrof het een eerste vijfjaarlijkse herziening, voor 25 leningen een tweede herziening. Deze laatsten, samen met 30 anderen, zijnde in totaal 255 leningen, vallen onder de oude reglementering (leningen B2). Evolutie van de verdeling per inkomstenbarema (leningen B2 die de eerste keer worden herzien) % 60,00 50,00 49,23 40,00 30,00 30,00 23,08 20,77 20,00 6,5 6,5 3,85,54 7,69 7,69 0,00 3,85 0,00 0,00 I II III IV V BB oorspronkelijke situat ie () herziening 2007 () Barema () op basis van de 30 in acht genomen dossiers voor de vijfjaarlijkse herziening. 44

45 Evolutie van de verdeling per inkomstenbarema (leningen B2 onderworpen aan een tweede herziening). % 60,00 50,00 40,00 30,00 20,00 0,00 0,00 5,02 37,76 35,20 24,49 6,84 5,3 7,60 5,82 2,00,20 5,20,73 0,20 8,80 8,6 6,63 2,04 0,00 I II III IV V BB oorspronkelijke situatie () herziening 2002 () herziening 2007 (2) Barema () op basis van de 96 in acht genomen dossiers bij de eerste vijfjaarlijkse herziening. (2) op basis van de 25 in acht genomen dossiers bij de tweede vijfjaarlijkse herziening. Voor 04 van deze 255 leningen bleef de rentevoet ongewijzigd. Voor 20 ontleners werd de rentevoet verhoogd, terwijl voor 3 ontleners deze werd verminderd. Voor 63,2 % van de ontleners die een verhoging van de rentevoet kenden, was deze het gevolg van hun verbeterde financiële situatie, voor 8,85 % lag een verminderde kinderlast aan de basis van de verhoging. Voor 8,03 % was dit te wijten aan een combinatie van beide factoren. Voor 32,26 % van de ontleners die van een verlaging genoten, was dit het gevolg van een verslechterde financiële situatie, voor 58,06 % van een verhoogde kinderlast, voor 9,68 % speelden zowel de inkomsten als de verhoogde kinderlast een rol. De belastbare inkomens van 29 ontleners vielen buiten het hoogste geïndexeerde barema. Voor hen werd de rentevoet toegepast van het hoogste inkomstenbarema volgens hun aantal kinderen ten laste, verhoogd met %. Het valt trouwens op dat de inkomsten van de ontleners opschuiven naar de hogere inkomstenbarema s. Deze trend wordt zowel waargenomen bij de leningen die aan een eerste herziening toe zijn als bij deze die een tweede herziening kennen. Globaal gezien steeg de gemiddelde rentevoet aangerekend aan de 255 gezinnen van 3,2 % naar 3,65 %. Voor de leningen die in 2007 voor de eerste maal werden herzien, verhoogde de gemiddelde rentevoet van 2,55 % bij de toekenning van de lening tot 3,0 % bij de herziening. Voor de andere leningen ging de rentevoet van 3,70 % bij de eerste herziening naar 4,23 % bij de tweede herziening. Het gemiddelde maandgeld van alle herziene leningen B2 verhoogde van 489,73 EUR naar 504,35 EUR. 45

46 Evolutie van de verdeling van de inkomens per schijf van EUR (leningen B2A die de eerste keer worden herzien) % 50,00 40,00 35,4 43,58 40,86 30,00 24,5 20,00 8,29 7,90 0,00 0,00 5,84 <0.000 >= en < >= en < ,94 >= en < ,78 0,89 >= oorspronkelijke situatie () herziening 2007 () () op basis van de 257 in acht genomen dossiers voor de vijfjaarlijkse herziening. Voor de 257 andere dossiers die voor de eerste maal werden herzien, waren de bepalingen van toepassing ingevoerd bij besluit van 6 december 200 (leningen B2A). De rentevoet wordt berekend volgens een andere formule. Er werd afgestapt van het systeem van de 5 inkomstenbarema s. De nieuwe formule houdt een verfijnde en billijkere weging in van de rentevoet, die echt proportioneel is in verhouding tot het belastbaar inkomen van het gezin en het maximale toegelaten belastbaar inkomen (zijnde voor het lopende jaar, ,00 EUR voor een gezin zonder personen ten laste). De rentevoet wordt eveneens gewogen in functie van het aantal personen ten laste en niet enkel meer in functie van het aantal kinderen ten laste (een vermindering van 0,50 % per jaar per persoon ten laste met een maximum van 2 %). De rentevoet wordt ook met % per jaar verminderd voor de ontlener jonger dan 35 jaar op de referentiedatum gehanteerd bij de toekenning van de lening. De rentevoet van 68 van deze 257 leningen bleef ongewijzigd. Hij bleef bepaald op het minimum van 2 %. De rentevoet van 68 andere leningen steeg, voor 50 zelfs niettegenstaande een verhoging van het aantal personen ten laste. Voor 2 leningen daalde de rentevoet. Voor 9,67 % van de ontleners die een verhoging van de rentevoet kenden, was deze het gevolg van hun verbeterde financiële situatie, voor slechts 0,59 % lag een vermindering van het aantal personen ten laste aan de basis van de verhoging. Voor 7,74 % was dit te wijten aan een combinatie van beide factoren. Voor 47,62 % van de ontleners die van een verlaging genoten, was dit het gevolg van een verslechterde financiële situatie, voor 42,86 % van een verhoging van het aantal personen ten laste, voor 9,52 % speelden beide factoren mee. Globaal steeg de gemiddelde rentevoet van deze 257 leningen B2A van 2,38 % naar 3,56 % en het gemiddelde maandgeld van 503,54 EUR naar 545,09 EUR. De verhoging van de gemiddelde rentevoet is dus aanzienlijker voor de leningen die ressorteren onder het nieuwe reglement. Dit vloeit niet alleen voort uit de directe 46

47 impact van de nieuwe berekeningsformule (met een referentierentevoet van 6,75 % voor de betrokken dossiers). De nieuwe reglementering opende de leningen van het Fonds ook voor kandidaten zonder personen ten laste. Deze opening kwam vooral de jongeren ten goede, die nog werden aangemoedigd door de vermindering van % indien ze jonger dan 35 waren bij de toekenning van de lening. Deze ontleners waren toen dikwijls alleenstaand en bevonden zich in het begin van hun professionele loopbaan. Ze genoten van een zeer lage of de minimumrentevoet, gezien hun zwak (of zelfs geen) belastbaar inkomen verworven in het in aanmerking te nemen jaar. Vijf jaar later wordt de rentevoet voor een groot aantal onder hen niet enkel sterk beïnvloed door de evolutie van hun inkomsten, maar ook door hun gewijzigde matrimoniale situatie. Door deze evolutie zouden ze kunnen besluiten hun lening vervroegd terug te betalen. De leenaktes voorzien reeds jaren systematisch de verplichting voor de ontleners om binnen een bepaalde termijn, afhankelijk van de uit te voeren werken, een reeks veiligheidswerken en bijhorende controles te laten uitvoeren die de gelijkvormigheid van de werken aan de huidige vereiste veiligheidsnormen moeten waarborgen in het gebouw waarvan ze eigenaar zijn geworden. Het Fonds eist in dit verband dat bepaalde normen nagestreefd worden in verband met de stabiliteit van het gebouw, elektriciteits, gas, verwarmingsinstallatie, waterafvoer, verluchting van de ruimtes, evacuatie verwarmingsgassen,... Het Fonds eist eveneens de aanwezigheid in de woning van rookmelders die conform zijn aan de bepalingen van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 5 april 2004 tot bepaling van bijkomende verplichtingen inzake brandvoorkoming in de te huur gestelde woningen. Indien deze rookmelders niet aanwezig zijn, dienen ze dus te worden geplaatst. Het Fonds kijkt nauwlettend toe op de naleving van deze verplichtingen. Helaas moet men vaststellen dat een aantal ontleners het belang van deze werken miskennen en talmen om de veiligheidswerken uit te voeren. Voor de vroegere leningen in het fonds B2 is de vervroegde terugbetaling van de volledige lening de enige sanctie die de leenakte voorziet wanneer de ontlener zijn verplichting niet nakomt wat betreft voornoemde werken en controles. Deze beantwoordt uiteraard niet aan het objectief dat wordt nagestreefd door het Fonds. Bij de laatste herziening van de twee reglementen van de leningen in het fonds B2 werd een tussenoplossing uitgewerkt, meer bepaald een verhoging van de rentevoet in geval van nietnaleving van de voornoemde verplichtingen. De maximumrentevoet kan oplopen tot 8,75 % of 6,0 % (naargelang de referentierentevoet 6,75 % of 4,0 % bedraagt) voor de gewone leningen B2A en tot 7 % voor de bijkomende leningen voor jongeren B2B. Het Fonds heeft in de loop van 2004 beslist om gebruik te maken van deze sanctie voor de ontleners die in gebreke blijven voor wat het afleveren van de veiligheidsattesten betreft, in de hoop dat dit hen ertoe zal bewegen zich snel in orde te stellen. Een strikte procedure die in een vorig verslag werd beschreven werd uitgewerkt. Ze kan uiteindelijk wel nog uitmonden in de terugbetaling van de lening, zo de ontlener, na twee etappes van intrestverhoging en een verzoeningsprocedure die in de eerste plaats de uitvoering van de veiligheidswerken beoogt, nog steeds nalaat zijn verplichtingen terzake na te komen. Hoewel de oorspronkelijke procedure enigszins werd versoepeld (ze werd in totaal met twee maanden verlengd), werd in 2007 toch de rentevoet van 6 leningen opgetrokken (leningen B2A of B2B). Voor een meerderheid van de betrokken ontleners was dit voldoende om hen wakker te schudden. 37 ontleners stelden zich in orde binnen de twee maand na toepassing van de verhoging. In voorkomende gevallen werd de verhoging tenietgedaan. 7 gezinnen hadden iets meer tijd nodig. Voor hen werd de verhoging aangehouden zolang de attesten niet werden afgeleverd. De 7 andere 47

48 ontleners hadden hun dossier nog niet geregulariseerd op het einde van het jaar. Voor 6 leningen werd een tweede verhoging toegepast, voor 3 onder hen dateerde de eerste verhoging van vóór van deze 6 dossiers waren in orde op het einde van het dienstjaar. Dit is ook het geval voor 4 anderen waarvan de rentevoet een eerste maal werd opgetrokken vóór ontlener werd opgeroepen in verzoening. Hij regulariseerde zijn dossier voor het einde van het jaar. Dit deed ook een andere ontlener die een lening aanging in het kader van het fonds B2 en eveneens ter verzoening werd opgeroepen. 4 andere dossiers, waarvan 2 in het kader van het fonds B2, werden aan onze raadsman overgemaakt met het oog op het opstarten van een verzoeningsprocedure. In 2007 werd aan 7 ontlenersgezinnen toestemming gegeven om een gedeelte van hun woning te verhuren aan derden. 5 gezinnen hebben de toestemming gekregen om het pand gedurende een beperkte tijd te verhuren. Het Fonds past bij verhuring meestal een verhoging van de rentevoet toe, vastgesteld in functie van de gevraagde huurprijs. 6 ontleners hebben in 2007 de toestemming gekregen om een familielid te laten inwonen. Dit wordt door het Fonds slechts toegestaan voor zover de bewoonbaarheid van het goed niet in het gedrang komt. 3 ontleners dienden een aanvraag in voor de domiciliëring van een familielid in het pand, 5 anderen voor de vestiging van de sociale zetel in het pand. Het Fonds heeft deze aanvragen aanvaard. In het kader van hun (echt)scheiding hebben 22 ontleners gevraagd om te worden ontheven van hun verplichtingen ten overstaan van het Fonds. Hun aanvraag werd aanvaard. In 8 van deze dossiers heeft de medeontlener een bijkomende lening gevraagd teneinde het deel dat de expartner in het pand bezit te kunnen overkopen en enkele werken te kunnen uitvoeren. Deze leningen werden toegekend. Om de verrichting draaglijk te houden, werd aan 4 van deze ontleners een verlenging toegestaan van de duur van de oorspronkelijke lening. Om dezelfde redenen ging het Fonds ook akkoord om de duur van 2 andere leningen te verlengen. Beheer van de betalingen. De achterstallen in de terugbetaling van de hypotheekleningen stegen in 2007 met 5.683,5 EUR tegenover 4.036,20 EUR in In 2004 en 2005 kenden we, uitzonderlijk, een daling met respectievelijk ,49 EUR en 2.706,68 EUR. In 2003 daarentegen een verhoging met 00.65,4 EUR. Op vijf jaar tijd, steeg het aantal lopende leningen met 25,9 % (van 4.58 naar 5.768) en de verschuldigde bedragen met 4,96 % (van ,98 EUR naar ,07 EUR). Ondanks de grotere stijging van de achterstallen ten opzichte van 2006, evolueert de verhouding tussen de gecumuleerde achterstallen en de gecumuleerde vervallen sommen positief. Deze verhouding bedroeg 0,23 % in 2007 tegenover 0,24 % in Vijf jaar terug bedroeg deze nog 0,36 %. We wensen hier even terug te komen op de problematiek van de onbetaalde brandverzekerings en levensverzekeringspremies. Wat deze laatste premies betreft, hebben we in in het vorige jaarverslag gemeld dat sedert 2002 onze ontleners geen schuldsaldoverzekering meer dienen te nemen middels een éénmalig te betalen premie die het overlijdensrisico voor de hele duur van de lening dekt. Het betalen van een éénmalige levensverzekeringspremie is hoogst uitzonderlijk geworden. Dit houdt dus in dat wanneer de ontlener zijn jaarpremie of semestriële premie niet betaalt, het Fonds hiervan op de hoogte wordt gesteld door de verzekeraar. Het Fonds betaalt dan deze 48

49 premie en het verschuldigde bedrag wordt opgenomen in de achterstallen. Het spreekt vanzelf dat het Fonds deze premie dan verhaalt op de ontlener. Zo stelt men vast dat er in 2007 voor 237 ontleners een levensverzekeringspremie werd betaald tegenover 76 ontleners in Op drie jaar tijd werd het door de ontleners verschuldigd bedrag voor levensverzekeringspremies verdrievoudigd, met name 6.686,74 EUR in 2005 tegenover 55.9,40 EUR in We stellen eenzelfde fenomeen vast, maar in iets mindere mate, wat betreft nietbetaalde brandverzekeringspremies. Zo werden in 2007 voor 387 ontleners de brandverzekeringspremie betaald voor een totaal bedrag van ,23 EUR tegenover 327 ontleners voor een bedrag van 65.53,3 EUR in Het spreekt vanzelf dat dit een bijzonder aandachtspunt moet zijn en dat de evolutie hiervan nauw in de gaten moet worden gehouden. Deze cijfers tonen toch wel aan dat voor vele van onze recente ontleners de koopkrachtdaling een probleem is, ook al is de gemiddelde te betalen mensualiteit nog correct ten opzichte van het gezinsinkomen. Elk jaar zijn er ontleners die een procedure van collectieve schuldenregeling opstarten. Het gaat, overeenkomstig de wet van 5 juli 998, om een vrijwillige procedure waarbij een persoon met een overmatige schuldenlast vraagt om een regeling uit te werken voor al zijn schulden. Er wordt een verzoekschrift gericht aan de bevoegde rechter met vraag een schuldbemiddelaar aan te stellen. Deze zal een aanzuiveringsregeling proberen uit te werken en heeft een controletaak op de uitvoering van alle maatregelen. Zolang de procedure loopt, kunnen de schuldeisers geen onroerend beslag of loonsafstand uitvoeren. Sinds het in voege treden van deze wet, hebben 28 onleners een procedure tot collectieve schuldbemiddeling ingesteld, waaronder 3 in Bij achterstallen in de terugbetaling van de lening voorziet de leenakte de mogelijkheid om loonsafstand toe te passen. Dit kan uiteraard enkel voor ontleners met een inkomen uit arbeid. In de praktijk moet het gaan om een voltijdse baan. Het is zeer uitzonderlijk dat een ingebreke blijvende ontlener zich in een dergelijke situatie bevindt. Ter info: bij koninklijk besluit van 5 december 2006 werd voor het jaar 2007 het deel van het inkomen dat niet voor beslag vatbaar was, vastgesteld op 923,00 EUR. De schijf tussen 923,0 EUR en 992,00 EUR is beslagbaar a rato van /5 de, de schijf tussen 992,0 EUR en.094,00 EUR is beslagbaar a rato van 30 % en de schijf tussen.094,0 en 97,00 EUR a rato van 40 %. Al wat dit laatste bedrag overschrijdt, is volledig beslagbaar. Bij voormelde bedragen dient een bedrag van 57,00 EUR per kind ten laste te worden toegevoegd. Wanneer ondanks aanmaningen, contacten met publieke of private sociale instellingen en bezoeken ter plaatse, de achterstallen alsmaar toenemen, dan kan enkel nog de procedure van onroerend beslag worden ingediend en de wetgever voorziet dat hieraan een verzoeningsprocedure bij de beslagrechter moet voorafgaan. In 2007 werden er 30 verzoeningsprocedures ingezet (tegenover 27 in 2006), waaronder: 7 konden worden stopgezet voor datum van de zitting, omdat er ondertussen een ultiem terugbetalingsplan werd vastgesteld of ingevolge de volledige terugbetaling van de achterstallen ; tot een minnelijke schikking hebben geleid met vaststelling van een terugbetalingsplan ; 6 niet tot een minnelijke schikking hebben geleid omdat de ontleners niet aanwezig waren op de zitting ; 49

50 6 nog niet behandeld werden. Lopen de achterstallen verder op na de verzoeningsprocedure, dan wordt er overgegaan tot het onroerend beslag van de woning, zijnde de laatste stap voor de openbare verkoop van het goed. In 2007 werden er 6 procedures van onroerend beslag (tegenover 0 in 2006) ingezet. Zo deze procedures niet helpen, blijft er uiteindelijk het ultieme middel over, zijnde de openbare verkoop van het goed. In 2007 werden er 5 nieuwe procedures van openbare verkoop ingeleid, waarvan er kon worden stopgezet na volledige terugbetaling van de lening en een tweede procedure kon worden opgeschort gezien er een ultiem terugbetalingsplan werd vastgesteld. De 3 andere procedures waren nog niet beëindigd eind Van de 5 procedures die hangende waren eind 2006, werden er 2 opgeschort ingevolge de vaststelling van een terugbetalingsplan, de overige 3 waren nog niet beëindigd eind Overeenkomstig de wettelijke verplichtingen terzake, werd de identiteit en de achterstallen van 74 ingebreke blijvende ontleners, wat overeenstemt met 06 leningsdossiers, meegedeeld aan de Centrale voor Kredieten aan Particulieren van de Nationale Bank, tegenover 77 ingebreke blijvende ontleners voor 02 dossiers in b) In het kader van de andere fondsen. Eind 2007 waren er 03 leningen afgesloten in het F.S.T en in het fonds B, sensu stricto. Voor 93 leningen verloopt de terugbetaling zonder noemenswaardige problemen, 0 leningen kenden een achterstand. * * * 50

51 B. STATISTIEKEN.. Algemene verrichtingen van hypothecaire leningen Fonds B2. Tabel Spreiding van de gezinnen die voor een infoonderhoud langskwamen bij het Fonds en dit volgens hun grootte Samenstelling van de gezinnen in functie van het aantal personen ten laste Aantal Absoluut % , , , ,4 4 of meer 274 0,05 Totaal ,00 Tabel 2 Algemene verrichtingen Spreiding van de gezinnen die een aanvraag deden (*) en dit volgens hun grootte Samenstelling van de gezinnen in functie van het aantal personen ten laste Aantal Absoluut % , , ,9 3 9, ,67 5 of meer 33 3,08 Totaal ,00 (*) met name gezinnen die een leningsaanvraag indienden voor een welbepaalde woning. 5

52 Tabel 3 Algemene verrichtingen Samenstelling van de ontlenersgezinnen. Jaar Totaal aantal gezinnen Totaal aantal personen Gemiddeld aantal personen per gezin Totaal aantal ontleners Totaal aantal inwonenden die geen ontleners zijn Ten laste Niet ten laste Totaal Gemiddeld , , , , , , , , , ,23 Tabel 4 Algemene verrichtingen Spreiding van de ontlenersgezinnen volgens het aantal personen ten laste. Jaar Gezinnen zonder personen ten laste Aantal Gezinnen met persoon ten laste % Aantal Gezinnen met 2 personen ten laste % Aantal Gezinnen met 3 personen ten laste % Aantal Gezinnen met 4 personen ten laste % Aantal Gezinnen met 5 personen ten laste () % Aantal % Aantal Alle gezinnen samen % , , 07 7, ,96 4 6,8 25 4, , , , 96 6, 74 2, , , , ,36 0 9, ,5 74 3, , , , , ,47 4 9, , , , , , ,66 2 6,69 84, , , ,00 () of meer. 52

53 Tabel 5 Algemene verrichtingen Gemiddelde leeftijd van de ontleners. Jaar Gemiddelde leeftijd van de ontleners Gemiddelde leeftijd van de inwonenden die geen ontlener zijn (*) jaar 6 maanden 34 jaar 2 maanden 34 jaar 5 maanden 34 jaar 4 maanden 34 jaar 3 maanden 9 jaar maand 0 jaar 9 maanden 9 jaar maanden 9 jaar maand 0 jaar 3 maanden (*) vanaf 2003 wordt rekening gehouden met de leeftijd van alle personen die deel uitmaken van het gezin van de ontlener, deze laatste uitgesloten. Tabel 6 Algemene verrichtingen Sociaalprofessioneel statuut van de ontleners () Statuut Aantal ontleners % Zelfstandige Bediende Arbeider Zonder werk (2) ,7 42,66 22,27 30,90 Totaal ,00 () totaal van alle personen die ontlenen, onderverdeeld in 725 gezinnen. (2) waaronder 6 het statuut van uitkeringsgerechtigde werkloze hebben, 26 zonder enig inkomen zijn, 7 die genieten van een ziekte of invaliditeitsuitkering, 5 van een leefloon of gelijkwaardig inkomen, 2 van een ouderdoms of overlevingspensioen en 25 andere. 53

54 Tabel 7 Algemene verrichtingen Evolutie van het maandelijkse nettoinkomen van de ontlenersgezinnen (eventuele kinderbijslagen inbegrepen). Jaar Nettoinkomen (in EUR) Evolutie (2003 = 00) (*).766,49.722,05.665,36.726,86.858,73 00,00 97,48 94,28 97,76 05,22 (*) In 2007 bedraagt het maandelijkse nettoinkomen van de gezinnen die kinderbijslagen ontvangen 2.34,62 EUR, dat van de gezinnen die het zonder kinderbijslag moeten stellen,.572,76 EUR. Tabel 8 Algemene verrichtingen Bron van inkomsten van de ontleners Gezinsinkomen Aantal % Eén beroepsinkomen Twee of meer beroepsinkomens Eén beroepsinkomen + vervangingsinkomen Vervangingsinkomens ,82 6,4,45 5,59 Totaal ,00 54

55 Tabel 9 Algemene verrichtingen Samenstelling van het gemiddelde maandelijks netto gezinsinkomen Samenstelling van het inkomen Gemiddeld bedrag (in EUR) % Beroeps of vervangingsinkomen van de ontleners Inkomen van de kinderen en/of andere samenwonenden Kinderbijslag.656,70 9,0 82,93 89,3,03 9,84 Totaal.858,73 00,00 Tabel 0 Algemene verrichtingen Spreiding van de gezinnen volgens hun gemiddeld maandelijks nettoinkomen (zonder kinderbijslag) Gemiddeld maandelijks nettoinkomen (in EUR) Gezinnen <.000 > of =.000 en <.500 > of =.500 en < > of = en < > of = en < > of = Totaal Aantal % 8,00 38,35 3,03 3,0 6,2 3,3 00,00 55

56 Tabel Algemene verrichtingen Spreiding van de gezinnen in functie van het belastbaar inkomen (*) dat als basis diende voor het toekennen van de lening en het vaststellen van de rentevoet Bedrag van het belastbaar inkomen Grootte van het gezin persoon 2 personen 3 personen 4 personen 5 personen 6 personen of meer Totaal Aantal % Aantal % Aantal % Aantal % Aantal % Aantal % Aantal % < , , ,3 20 2,76 5 2,07 9, ,5 > of = en < , , , ,45 8 2,48, ,38 > of = en < ,90 3,79 7 2,34 6 2,2,52 8,0 5 5,86 53 > of = en < ,45 8 2, ,3 32 4,4 22 3,03 7 2, ,02 > of = ,69 6 0,83 5 2,07 4,93 8,0 7 0, ,59 Totaal ,05 0 3, , , , , ,00 (*) Het gaat hier om de aan de personenbelasting onderworpen inkomsten voor het jaar 2004 of 2005, naargelang de leningsaanvraag is ingediend vóór of na 30/06/2007.

57 Tabel 2 Algemene verrichtingen Spreiding van de gezinnen () volgens de barema s van het jaarinkomen van toepassing in de sociale huisvestingssector (2) Aantal personen ten laste (3) Barema (in EUR) A B C Totaal Aantal in % () Barema (in EUR) Aantal in % () Barema (in EUR) Aantal in % () Aantal in % () , , ,39 8 2, ,9 32 4, , , , , ,83 9 2, ,9 57 7, ,7 38 5, , ,7 40 5, , , , ,43 7 2, ,23 8,0 25 3, ,69 0, ,49 7 0,97 7 2, ,95 3 0, ,75 3 0, , ,0 0,4 0, , , , , , , , , , , , ,57 Totaal , , , ,28 () op 725 gezinnen die een lening hebben aangegaan in 2007 A = alleenstaande B = gezin met meer dan persoon, dat slechts over inkomen beschikt C = gezin met meer dan persoon, dat over minstens 2 inkomens beschikt (2) op 0/0/2007 (3) de persoon ten laste volgens de reglementaire bepalingen van het Fonds.

58 Tabel 3 Algemene verrichtingen Evolutie van de gemiddelde maandgelden (*). Jaar Gezinnen zonder personen ten laste Bedrag (in EUR) Evolutie Gezinnen met personen ten laste Bedrag (in EUR) Evolutie Alle gezinnen samen Bedrag (in EUR) Evolutie ,89 00,00 525,34 00,00 492,20 00, ,44 00,35 52,8 97,49 483,54 98, ,58 95,4 507,07 96,52 475,50 96, ,03 03,42 526,77 00,27 496,30 00, ,04 09,52 565,76 07,69 527,46 07,6 (*) Sinds 2003 wordt er geen rekening gehouden met de maandgelden betaald voor andere leningen aangegaan voor eenzelfde doel als de lening van het Fonds. Tabel 4 Algemene verrichtingen Verhouding tussen maandgeld en het maandelijks nettoinkomen (kinderbijslagen inbegrepen). Jaar Gezinnen zonder personen ten laste Nettoinkomen (in EUR) Bedrag (in EUR) % van het inkomen Gezinnen met personen ten laste Alle gezinnen samen Maandgeld Nettoinkomeinkomen Maandgeld Netto Maandgeld (in EUR) (in EUR) Bedrag (in EUR) % van het inkomen Bedrag (in EUR) % van het inkomen ,68 442,89 30,64.982,4 525,34 26,50.766,49 492,20 27, ,53 444,44 3,85.96,23 52,8 26,2.722,05 483,54 28, ,95 422,58 32,48.882,74 507,07 26,93.665,36 475,50 28, ,75 458,03 3,77.953,84 526,77 26,96.726,86 496,30 28, ,00 485,04 3, ,50 565,76 26,36.858,73 527,46 28,38 58

59 Tabel 5 Algemene verrichtingen Verhouding tussen maandgeld en maandelijks nettoinkomen (eventuele kinderbijslag inbegrepen), volgens de aard van het inkomen Inkomen en maandgeld (in EUR) Gezinnen met minstens één beroepsinkomen Gezinnen met uitsluitend vervangingsinkomen Alle gezinnen samen Gemiddeld gezinsinkomen.934,.450,45.858,73 Gemiddeld maandgeld 540,4 457,32 527,46 Verhouding maandgeld en inkomen 27,94 % 3,53 % 28,38 % Tabel 6 Algemene verrichtingen Duur van de leningen Jaren Aantal % ,4 0,4,52 0,27 0,27 0,27 4,4 0,27 0,4,0 0,27 8,63 0,69,52,38 0,83 4,66,0,52 2,07 0,97 20,83 Totaal ,00 Gemiddelde duur van de leningen is 24 jaar en 2 maanden (in 2006: 24 jaar en 3 maanden). 59

60 Tabel 6 bis Algemene verrichtingen Evolutie van de gemiddelde duur van de leningen. Jaar Gemiddelde duur in jaren Evolutie ,23 20,8 22,66 24,22 24,20 00,00 04,94 7,84 25,95 25,85 Tabel 7 Algemene verrichtingen Bewoningstitel van de woning vóór toekenning van de lening. Ontlenersgezinnen Jaar Eigenaars vóór de lening Andere Aantal % Aantal % , , , , , , , , , ,76 N.B. Zonder rekening te houden met de gezinnen die een lening hebben afgesloten voor het uitvoeren van werken, voor het verdelen of het terugbetalen van een voordien aangegane schuld, waren er 8 gezinnen (,7 %) voordien eigenaar en 673 (98,83 %) niet. 60

61 ALGEMENE VERRICHTINGEN SPREIDING PER GEMEENTE VAN DE HYPOTHECAIRE LENINGEN TOEGEKEND IN 2007 (in percentages) dan 2 % van 2 tot dan 4 % van 4 tot dan 0 % 0 % en meer = Anderlecht 9 = Oudergem 2A = Brussel 0 = Schaarbeek 3 = Elsene = SintAgathaBerchem 4 = Etterbeek 2 = SintGillis 5 = Evere 3 = SintJansMolenbeek 6 = Ganshoren 4 = SintJoosttenNode 2B = Haren 5 = SintLambrechtsWoluwe 7 = Jette 6 = SintPietersWoluwe 8 = Koekelberg 7 = Ukkel 2C = Laken 8 = Vorst 2D = NederOverHeembeek 9 = WatermaalBosvoorde 6

62 Tabel 8 Algemene verrichtingen Spreiding van de hypothecaire panden per gemeente, volgens hun ligging in of buiten de R.V.O.H.R. () Gemeente R.V.O.H.R. Buiten R.V.O.H.R. Totaal Aantal % Aantal % Aantal % Anderlecht Brussel (2) Elsene Etterbeek Evere Ganshoren Haren Jette Koekelberg Laken NederoverHeembeek Oudergem Schaarbeek SintAgathaBerchem SintGillis SintJansMolenbeek SintJoosttenNode SintLambrechtsWoluwe SintPietersWoluwe Ukkel Vorst WatermaalBosvoorde ,79 4,28 0,83 0,55 0,4,66 2,34 4,55 4,69 4,4 7,86 2,07 3, ,56 0,97,66,79 2,62 4,00 0,28 5,93,0 3,7 0,97,24 4,4 3,72,52 7,72,79 0,4 3,03 2,90 0, ,35 5,25 2,49 2,34 3,03 4,00 0,28 7,59 3,44 7,72 0,97,24 8,83 3,72 5,93 5,58 2,07,79 0,4 3,03 5,93 0,28 Totaal , , ,00 () R.V.O.H.R. = ruimte voor versterkte ontwikkeling van de huisvesting en de renovatie. (2) De gemeente Brussel is opgesplitst in: Brussel (Vijfhoek), Haren, Laken en NederoverHeembeek. Tabel 8 bis Algemene verrichtingen Evolutie van de hypothecaire panden volgens hun ligging in of buiten de R.V.O.H.R. (*). Jaar R.V.O.H.R. Buiten R.V.O.H.R. Totaal Aantal % Aantal % Aantal % , , , , , , , , , , , , , , ,00 (*) R.V.O.H.R. = ruimte voor versterkte ontwikkeling van de huisvesting en de renovatie. 62

63 Tabel 9 Algemene verrichtingen Spreiding van de leningen volgens de gemeente van herkomst van het gezin Herkomst Aantal % Zelfde gemeente als het hypothecair pand ,4 Andere gemeente van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest ,4 Gemeente buiten het Brussels Hoofdstedelijk Gewest 83,45 Totaal ,00 Tabel 20 Algemene verrichtingen Spreiding van het totaal ontleend bedrag in hoofdbedrag en overlijdensverzekeringspremie. Jaar Aantal leningen Hoofdbedrag Overlijdensverzekering Totaal bedrag Totaal bedrag (in EUR) % Totaal bedrag (in EUR) % Totaal bedrag (in EUR) % ,8 97, ,27 2, ,08 00, ,3 99, ,78 0, ,9 00, ,45 99, ,6 0, ,6 00, ,00 00,00 0,00 0, ,00 00, ,0 00,00 0,00 0, ,0 00,00 Tabel 2 Algemene verrichtingen Evolutie van de gemiddelde aankoopprijs en de gemiddelde kostprijs van de werken gepaard met een aankoop, met uitzondering van de nieuwbouwwoningen. Kostprijs van de verrichting Jaar Aantal Aankoop Prijs (in EUR) Aantal Werken Prijs (in EUR) Globale kostprijs (in EUR) Evolutie , , ,03 00, , , ,50 07, , , ,88 8, , , ,75 29, , , ,3 38,90 63

64 Algemene verrichtingen Spreiding van de ontleende sommen in 2007, voor aankoop, werken, terugbetaling van schulden en kosten, zoals aktekosten, btw en andere kosten 3,27% 0,35%,05% aankoop werken terugbetaling van schulden kosten 75,33% Tabel 22 Algemene verrichtingen Evolutie van de gecumuleerde achterstallen. Datum Kleine achterstallen (< of = 2 mensualiteiten) (in EUR) Contentieux (> 2 mensualiteiten (in EUR) Betwiste zaken (leningssaldo na deficitaire verkoop) (in EUR) Totaal (in EUR) Jaarlijkse evolutie (in EUR) , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , ,5 64

65 Tabel 23 Algemene verrichtingen Spreiding van de totale kostprijs van de verrichtingen (zonder overlijdensverzekering) volgens de aanwending van de fondsen Aard van de verrichting Aantal leningen Spreiding van de kostprijs (in EUR) Aankoop () Werken Terugbetaling van schulden Aktekosten en btw (2) Diverse kosten Totale kostprijs. Nieuwbouw + aankoop onder het btwstelsel , , , , ,53 2. Aankoop 3. Aankoop + werken , , , , ,0 4. Werken , ,67 8.0, , Uit onverdeeldheid treden Uit onverdeeldheid treden + werken , , , , , , ,09 7. Uit onverdeeldheid treden + terugbetaling van schulden 8. Uit onverdeeldheid treden + terugbetaling van schulden + werken , , , , , ,00 9. Terugbetaling van schulden + werken 8.740, ,06.90, ,00 0. Andere verrichtingen (3) 0.500, , , ,00 Totaal , , , , , ,49 () voor = aankoopprijs van de grond, voor 2 en 3 = aankoopprijs van de woningen en voor 5, 6, 7 en 8 = prijs van het te bekomen deel. (2) btw voor de nieuwbouwwoningen en aankopen onder het btwstelsel, inbegrepen de btw op subsidies toegekend via de GOMB voor de verkoop van zijn woningen. (3) Verkoop van een parking toebehorend aan het Fonds in een complex gelegen te Jette, Jetse steenweg.

66 Tabel 24 Algemene verrichtingen Spreiding van de gemiddelde kostprijs van de verrichtingen (zonder overlijdensverzekering) volgens de aanwending van de fondsen Aard van de verrichting Aantal leningen Aankoop () Bedrag (in EUR) bestemd voor % Werken % Terugbetaling schulden % Aktekosten en btw (2) % Diverse kosten % Totaal. Nieuwbouw + aankoop onder het btwstelsel ,85 8, ,03 68, ,35 8, ,54 4, ,77 2. Aankoop Aankoop + werken Werken Uit onverdeeldheid treden , ,00 86,65 88, , ,66 4,03 94, ,26 94, ,00 9,26 2,92,09 94,44 905,50 0,06 2, , , , Uit onverdeeldheid treden + werken ,64 72, ,00 8, ,82 9, ,46 7. Uit onverdeeldheid treden + terugbetaling van schulden 8. Uit onverdeeldheid treden + terugbetaling van schulden + werken ,89 45, ,44 5, , 36, ,22 5, ,89 6, ,56 9. Terugbetaling van schulden + werken 8.740,00 65, ,06 27,64.90,94 6, ,00 0. Andere verrichtingen (3) 0.500,00 36, ,00 5, ,00 2, ,00 () voor = aankoopprijs van de grond, voor 2 en 3 = aankoopprijs van de woningen en voor 5, 6, 7 en 8 = prijs van het te bekomen deel. (2) btw voor nieuwbouwverrichtingen en aankopen onder het btwstelsel, inbegrepen de btw op subsidies toegekend via de GOMB voor de verkoop van zijn woningen. (3) Verkoop van een parking toebehorend aan het Fonds in een complex gelegen te Jette, Jetse steenweg.

67 Tabel 25 Algemene verrichtingen Totale kostprijs (zonder overlijdensverzekering) en financieringsbronnen van de verrichting. Kostprijs van de verrichtingen (in EUR) Verdeling volgens financieringsbron (in EUR) Jaar Algemeen totaal Algemeen totaal Leningen Woningfonds Eigen middelen Vreemde middelen Andere bronnen (2) Aantal leningen Eenheidsgemiddelde Eenheidsgemiddelde Algemeen totaal In % van de kostprijs Eenheidsgemiddelde Algemeen totaal In % van de kostprijs Eenheidsgemiddelde Algemeen totaal In % van de kostprijs Eenheidsgemiddelde In % van de kostprijs , , ,8 87.4,95 80, , ,94 7, , ,29, ,56 6,23 0, , , , ,3 8, ,5 9.74,54 7, ,38.87,95, ,00 26,30 0, , , , ,54 82, , ,79 5, , ,3, ,00 26,39 0, , , , ,98 82, , ,08 5, , ,43 2, , ,55 () , ,30 82, , ,58 6, , ,68,83 () inbegrepen een bedrag van ,00 EUR, dat 5 leningen dekt in het FST, in combinatie met een lening in het fonds B2A. (2) bijvoorbeeld, premies van het Gewest.

68 Tabel 25 bis Algemene verrichtingen Verdeling van de gezinnen in functie van de middelen die zijzelf investeerden Eigen geïnvesteerde middelen Aantal % 0 EUR tot EUR 5.00 tot EUR 0.00 tot EUR 5.00 tot EUR > EUR ,93 3,66 8,07 4,34 0,2 37,79 Totaal ,00 Tabel 26 Algemene verrichtingen Spreiding van de gezinnen volgens de aard van de woning waarover zij beschikken Aard van woning () Aantal kamers Gemiddelde bewoonbare brutooppervlakte (2) Aantal gezinnen % Studio Subtotaal 44,22 8 2, ,3 8,0 69, , , ,47 Appartement Gedeelte van huisduplex Huis 3 09, ,70 4 en meer 05,00 0,4 Subtotaal 83, , ,67 3 0,4 86,60 0, , , ,33 2 2,90 4 en meer 45,33 6 0,83 Subtotaal 09, , ,38 3, , ,39 4 en meer 57, ,52 Subtotaal 40, ,7 Totaal (3) 9, ,00 () studio = woning bestaande uit ruimte, met een sanitaire hoek/wc en een keukenhoek. appartement = woning bestaande uit minstens 2 vertrekken. (2) in m². (3) verrichting, waar geen rekening mee werd gehouden, betreffende de aankoop van een garage verkocht door het Fonds, gelegen te Jette, Jetse steenweg. 68

69 Tabel 26 bis Algemene verrichtingen Evolutie van de gemiddelde bewoonbare brutooppervlakte per type woning in m². Jaar Studio Appartement Gedeelte van huisduplex Huis Algemeen gemiddelde Evolutie ,33 88,79 30,84 54,60 0,47 00, ,00 86,2 0,7 53,04 03,46 93, ,38 86,38 6,50 55,60 0,08 9, ,23 82,49 09,5 4,73 90,77 82, ,22 83,26 09,90 40,84 9,93 83,22 69

70 Tabel 27 Algemene verrichtingen Gemiddelde oppervlakte, aantal kamers en kostprijs van de woningen, volgens type, aangekocht door de ontleners, eventueel met werken, een nieuwbouw of een aankoop onder het btwstelsel () Aard van de woning (2) Aantal woningen Aantal % Aantal kamers Gemiddelde bewoonbare brutooppervlakte Gemiddelde kostprijs zonder onkosten (3) Gemiddelde kostprijs zonder onkosten/m² Gemiddeld maandgeld Studio 8 2,88 44, ,83.905,5 357,93 7,2 0 68, ,57.567,43 432, ,03 69, ,84.68,97 475,65 Appartement , , ,32.56,50 542,9 53 8, , ,56.438,36 630,74 0,6 4 en meer 05, ,00.62,43 677,83 Subtotaal ,32 8, ,47.587,66 522,37 2 0, , ,00.490,95 343,66 Gedeelte van huisduplex 0,60 86, ,48.590,84 538,72 6 2, , ,78.453,8 587,05, , ,8.327,39 64,52 4 0,64 4 en meer 46, ,75.047,48 552,7 Subtotaal 43 6,88 08, ,96.392,40 575,8 0 Huis, , ,73.455,44 584,3 27 4, , ,74.543,62 690, ,83 4 en meer 47, ,42.35,38 692,89 Subtotaal 62 9,92 32, ,97.448,30 672,74 Totaal ,00 87, ,97.554,89 536,8 () Met uitzondering van de woningen verkocht door het Fonds of die, gesubsidieerd door het Gewest, te koop werden aangeboden in het kader van de activiteiten van de GOMB, de gemeenten en de ocmw s (2) studio = woning bestaande uit ruimte, met een gescheiden keukenhoek en sanitaire hoek/wc. appartement = woning bestaande uit minstens 2 vertrekken. (3) De kostprijs bevat de prijs van aankoop (desgevallend deze van het terrein) en de kostprijs voor de werken.

71 Tabel 27 bis Algemene verrichtingen Evolutie van de gemiddelde oppervlakte en de kostprijs van de woningen, aangekocht door de ontleners, eventueel met werken, een nieuwbouw of een aankoop onder het btwstelsel, volgens hun type (). Jaar Gemiddelde bewoonbare brutooppervlakte (2) Evolutie (3) Gemiddelde kostprijs zonder onkosten/m² Evolutie (3) ,33 00,00 92,3 00, ,46 90,89.078,56 7, ,03 88,65.27,62 32, ,4 80,44.468,84 59, ,74 80,99.553,36 68,60 () Met uitzondering van de woningen verkocht door het Fonds of gesubsidieerd door het Gewest en te koop aangeboden in het kader van de activiteiten van de GOMB, de gemeenten of de ocmw s (2) in m² (3) 2003 = 00 % 7

72 Tabel 28 Algemene verrichtingen Spreiding van de gezinnen naargelang de grootte en de aard van de woning () waarover zij beschikken Aantal personen die deel uitmaken van het gezin Aard van de woning () Studio Appartement Deel van een huis of duplex Huis Aantal % Gemiddelde bewoonbare oppervlakte (in m²) Aantal % Gemiddelde bewoonbare oppervlakte (in m²) Aantal % Gemiddelde bewoonbare oppervlakte (in m²) Aantal % Gemiddelde bewoonbare oppervlakte (in m²) Totaal Aantal % 8 2,49 44, ,5 73, 4,93 74,79 0,4 84, , ,02 79,25,52 85,09 3 0,4 93,33 0 3, ,02 87,48 7 2,35 97,88 4 0,55 02, ,92 4 8,9 93,45 8,0 2,00 8 2,49 27, , ,70 04,89 6 0,83 24, ,70 37, ,23 6,52 2,22 4 0,55 32,50 5 2,07 67, ,4 7 en + 2 0,28 55,50 2 0,28 2,00 7 2,35 23,2 2 2,9 Totaal (2) 8 2,49 44, ,24 83, ,56 09, ,7 40, ,00 () studio = woning bestaande uit ruimte, met een gescheiden keukenhoek en sanitaire hoek/wc. appartement = woning bestaande uit minstens 2 vertrekken. (2) verrichting, waar geen rekening mee werd gehouden, betreffende de aankoop van een garage verkocht door het Fonds, gelegen te Jette, Jetse steenweg.

73 Tabel 29 Evolutie van de aflossing van de hypothecaire leningen. Jaar Aantal lopende leningen Jaarlijks vervallen sommen sinds 975 (*) (in EUR) Gecumuleerde vervallen sommen (vereffende leningen sinds 975) (in EUR) Gecumuleerde achterstallen (in EUR) % gecumuleerde achterstallen/vervallen sommen , , ,6 0, , , ,2 0, , , ,44 0, , , ,64 0, , , ,79 0,23 (*) Vervallen sommen : som van opeisbare normale maandgelden, van vervroegde terugbetalingen van de lening, van aangerekende kosten en achterstallige intresten, van verhoogde maandgelden voor gedeeltelijke verhuring, enz...

74 Tabel 30 Algemene verrichtingen Vergelijking van de gezinssamenstelling binnen het Gewest met die van gezinnen die in 2007 een lening afsloten bij het Fonds. Aantal personen die deel uitmaken van het gezin en + Totaal van de gezinnen Aantal Aantal Aantal Aantal Aantal Aantal Aantal Aantal Aantal Gezinnen van het Gewest (*) ,22 % 23,85 %,3 % 8,27 % 3,70 %,60 % 0,67 % 0,56 % 00,00 % 53 Gezinnen van het Fonds ,02 % 3,93 % 4,90 % 4,76 % 0,2% 4,28 % 2,2 % 0,69 % 00,00 % (*) Bron : ECODATA, FEDERALE OVERHEIDSDIENST ECONOMIE, KMO, MIDDENSTAND & ENERGIE.

75 Tabel 3 Vijfjaarlijkse herziening van de leningen Evolutie van de rentevoet (leningen B2) Orde van de wijziging Aantal Schommeling rentevoet leningen B2 Percentage Onveranderd 04 40,78 Stijging < = % 55 2,57 Stijging > en < = 2 % 4 6,08 Stijging > 2 en < = 3 % 8 7,06 Stijging > 3 en < = 4 % 4,57 Stijging > 4 % 2 0,78 Daling < = % 2 8,24 Daling > en < = 2 % 9 3,53 Daling > 2 en < = 3 % 0,39 Totaal ,00 Tabel 32 Vijfjaarlijkse herziening van de leningen Evolutie van de rentevoet (leningen B2A) Orde van de wijziging Aantal Schommeling rentevoet leningen B2A Percentage Onveranderd 68 26,46 Stijging < = % 54 2,0 Stijging > en < = 2 % 49 9,07 Stijging > 2 en < = 3 % 3 2,06 Stijging > 3 en < = 4 % 20 7,78 Stijging > 4 % 4 5,45 Daling < = % 5 5,84 Daling > en < = 2 % 5,94 Daling > 2 en < = 3 % 0,39 Totaal ,00 75

76 Tabel 33 Vijfjaarlijkse herziening van de leningen Evolutie volgens de inkomensbarema s (leningen B2) Verdeling van de gezinnen volgens het inkomensbarema op het ogenblik van de toekenning van de lening of van de vorige herziening Inkomensbarema op het ogenblik van de vijfjaarlijkse herziening Barema I Barema II Barema III Barema IV Barema V Buiten barema Totaal Barema I Barema II Barema III Barema IV Barema V Buiten barema 2 2 Totaal Tabel 34 Vijfjaarlijkse herziening van de leningen Evolutie van de verdeling van de inkomens per schijf van EUR (leningen B2A) Verdeling van de gezinnen volgens de inkomens per schijf van EUR op het ogenblik van de toekenning van de lening < EUR Toestand op het ogenblik van de vijfjaarlijkse herziening > = en < EUR > = en < EUR > = en < EUR > EUR Totaal < EUR > = EUR en < EUR > = EUR en < EUR > = EUR en < EUR > EUR 2 Totaal

77 Tabel 35 Vijfjaarlijkse herziening van de leningen Evolutie volgens het aantal kinderen ten laste (leningen B2) Verdeling van de gezinnen volgens het aantal kinderen ten laste op het ogenblik van de toekenning van de lening of van de vorige herziening Zonder kinderen Verdeling van de gezinnen volgens het aantal kinderen ten laste op het ogenblik van de vijfjaarlijkse herziening kind 2 kinderen 3 kinderen 4 kinderen 5 kinderen 6 kinderen 7 kinderen 8 kinderen 9 kinderen 0 kinderen Zonder kinderen 2 2 kind kinderen kinderen Totaal 53 4 kinderen kinderen kinderen kinderen kinderen 9 kinderen 0 kinderen Totaal

78 Tabel 36 Vijfjaarlijkse herziening van de leningen Verdeling van de gezinnen volgens het aantal personen ten laste (leningen B2A) Situatie in Op het 2007 ogenblik van de toekenning van de lening. zonder personen ten laste persoon ten laste 2 personen ten laste 3 personen ten laste 4 personen ten laste 5 personen ten laste 6 personen ten laste 7 personen ten laste zonder personen ten laste persoon ten laste 2 personen ten laste 3 personen ten laste 4 personen ten laste 5 personen ten laste 6 personen ten laste Totaal Totaal

79 2. Aanvullende hypotheekleningen voor jonge gezinnen. Tabel Aanvullende hypotheekleningen voor jonge gezinnen Samenstelling van de ontlenersgezinnen. Jaar Totaal aantal gezinnen Totaal aantal personen Gemiddeld aantal personen per gezin Totaal aantal ontleners Ten laste Totaal aantal inwonenden die geen ontlener zijn Niet ten laste Totaal Gemiddeld , , , , , , , , , ,2 79

80 Tabel 2 Aanvullende hypotheekleningen voor jonge gezinnen Spreiding van de ontlenersgezinnen naargelang hun samenstelling. Jaar één ontlener Gezinnen zonder kinderen ten laste % meerdere ontleners % subtotaal % één ontlener Gezinnen met kinderen ten laste % meerdere ontleners % % subtotaal Algemeen totaal % , , , , , , , , ,24,89 0 8,87 20, , , , ,72 7 6,28 7 6, , , , ,4 2,94 6 7, , , ,4 0 58, ,23 5,88 5,88 2, ,00

81 Tabel 3 Aanvullende hypotheekleningen voor jonge gezinnen Spreiding van de ontlenersgezinnen volgens het aantal kinderen ten laste. Jaar Gezinnen zonder kinderen ten laste Gezinnen met kind ten laste Gezinnen met 2 kinderen ten laste Gezinnen met 3 kinderen ten laste of meer Totaal aantal gezinnen Aantal % Aantal % Aantal % Aantal % Aantal % ,47 8 5,0 5 9, , ,25 8 5,09 3 5, , ,72 5,63 2 4, , ,4 5 4,7 2 5, , ,24 2, ,00 Tabel 4 Aanvullende hypotheekleningen voor jonge gezinnen Leeftijd van de ontleners Leeftijd Aantal ontleners Aantal % 25 jaar van 25 tot 30 jaar van 30 tot 35 jaar ,00 52,94 47,06 Totaal 7 00,00 De gemiddelde leeftijd bedraagt 29 jaar en maand (28 jaar en 2 maanden in 2007). 8

82 Tabel 5 Aanvullende hypotheekleningen voor jonge gezinnen Sociaalprofessioneel statuut van de ontleners () Sociaalprofessioneel statuut Aantal ontleners Aantal % Zelfstandige Bediende Arbeider Zonder werk (2) ,7 78,57 3,57 7,4 Totaal 28 00,00 () Totaal van de ontleners, verdeeld over 7 gezinnen. (2) waarvan 2 beursstudenten. Tabel 6 Aanvullende hypotheekleningen voor jonge gezinnen Spreiding van de gezinnen volgens het niveau van hun gemiddeld maandelijks nettoinkomen (zonder kinderbijslagen ) Gemiddeld maandelijks nettoinkomen (in EUR) Gezinnen <.000 > of =.000 en <.500 > of =.500 en < > of = en < > of = en < > of = Totaal Aantal % 0,00 0,00 7,64 0,00 4,8 4,8 00,00 Tabel 7 Aanvullende hypotheekleningen aan jonge gezinnen Bron van het inkomen van de ontleners Gezinsinkomen Aantal gezinnen Aantal % Eén beroepsinkomen Twee beroepsinkomens of meer Eén beroepsinkomen + vervangingsinkomen Enkel vervangingsinkomen (*) 35,29 58,83 0,00 5,88 Totaal 7 00,00 (*) waaronder 6 gezinnen bestaande uit ontlener. 82

83 Tabel 8 Aanvullende hypotheekleningen voor jonge gezinnen Samenstelling van de maandelijkse nettoinkomensbronnen van de gezinnen Samenstelling van het inkomen Gemiddeld bedrag (in EUR) % Beroeps of vervangingsinkomen van de ontlener Inkomen van de kinderen en andere samenwonenden Kinderbijslag 2.798,72 0,00 9,24 99,67 0,00 0,33 Totaal 2.807,97 00,00 Tabel 9 Aanvullende hypotheekleningen voor jonge gezinnen Bedrag van de gemiddelde maandgelden. Jaar Gemiddelde maandgelden (in EUR) Te betalen aan het Fonds Te betalen aan derden Totaal Bedrag % Bedrag % Bedrag % ,32 24,09 640,69 75,9 844,0 00, ,05 23,82 652,52 76,8 856,56 00, ,5 23,35 70,70 76,65 927,2 00, ,7 22,7 756,6 77,29 978,32 00, ,06 22,36 854,3 77,64.00,37 00,00 Het hoogste maandgeld te betalen aan het Fonds bedraagt 275,80 EUR, dat aan derden.28, EUR. 83

84 Tabel 0 Aanvullende hypotheekleningen aan jonge gezinnen Spreiding van de gezinnen volgens het maandelijks nettoinkomen (kinderbijslag eventueel inbegrepen) en weerslag van het totale maandgeld (lening Fonds en lening van derden) op het gemiddeld maandelijks inkomen Aantal gezinnen Totaal gemiddelde mensualiteiten Bedrag van het inkomen (in EUR) Aantal % Bedrag (in EUR) in % van het inkomen < 750,00 > of = 750,00 en <.250,00 > of =.250,00 en <.750,00 2,76 86,94 52,30 > of =.750,00 en < 2.250,00 5,88 850,0 46,20 > of = 2.250,00 en < 2.750,00 5,88.344,69 5,95 > of = 2.750,00 en < 3.250, ,95.,75 38,37 > of = 3.250,00 en < 3.750, ,53.95,48 34,32 > of = 3.750,00 (é 7 00,00.00,37 39,9 84

85 Tabel Aanvullende hypotheekleningen voor jonge gezinnen Spreiding van de hypothecaire panden per gemeente, volgens hun ligging in of buiten de R.V.O.H.R. () Gemeente R.V.O.H.R. (2) Buiten R.V.O.H.R. (3) Totaal Aantal % Aantal % Aantal % Anderlecht Brussel (4) Elsene Etterbeek Evere Ganshoren Haren Jette Koekelberg Laken NederoverHeembeek Oudergem Schaarbeek SintAgathaBerchem SintGillis SintJansMolenbeek SintJoosttenNode SintLambrechtsWoluwe SintPietersWoluwe Ukkel Vorst WatermaalBosvoorde 2 2 5,88 5,88 5,88,77,77 5,88 5, ,88 5,88 5,88,77 5,88, ,88 5,88 5,88 5,88 7,65,77,76,77,76,77 Totaal 9 52, , ,00 () R.V.O.H.R. = Ruimte voor versterkte ontwikkeling van de huisvesting en renovatie. (2) De intrestvoet van de lening bedraagt 0 %. (3) De intrestvoet van de lening bedraagt 2 %. (4) De gemeente Brussel is opgesplitst in: Brussel (Vijfhoek), Haren, Laken en NederoverHeembeek. Tabel 2 Aanvullende hypotheekleningen voor jonge gezinnen Spreiding van de leningen volgens de gemeente van herkomst van de gezinnen Herkomst Aantal leningen Aantal % Zelfde gemeente als hypothecair pand Andere gemeente van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest Gemeente buiten het Brussels Hoofdstedelijk Gewest ,29 4,8 23,53 Totaal 7 00,00 85

86 Tabel 3 Aanvullende hypotheekleningen voor jonge gezinnen Spreiding van de leningen in functie van het belastbaar inkomen (*) dat als basis diende voor de toekenning van de lening Bedrag van het belastbaar inkomen (in EUR) Aantal gezinnen Aantal % < > of = en < > of = en < > of = en < > of = en < > of = ,65,76 52,95,76 5,88 Totaal 7 00,00 (*) Er wordt gewerkt met het aan de personenbelasting onderworpen inkomen uit 2004 of 2005 naargelang de aanvraag werd ingediend vóór of na 30/06/

87 Tabel 4 Aanvullende hypotheekleningen voor jonge gezinnen Spreiding van de totale kostprijs van de verrichtingen volgens de aard Aard van de verrichting Aantal leningen Aantal % Aankoop Werken/ nieuwbouw Bedrag bestemd voor (in EUR) Aktekosten en btw () Diverse kosten (2) Totaal bedrag (in EUR). Aankoop 2. Aankoop + werken 6 94, , , , , Nieuwbouw of aankoop onder het btwstelsel 5, ,00 (3) 75.7, , , ,57 Totaal 7 00, , , , , ,73 () btw voor de nieuwbouwverrichtingen en aankopen onder het btwstelsel. (2) bijvoorbeeld: kosten voor landmeter, voor bijzondere verbintenissen t.a.v. de koper,... (3) aankoopprijs bouwgrond.

88 Tabel 5 Aanvullende hypotheekleningen voor jonge gezinnen Spreiding van de gemiddelde kostprijs van de verrichtingen volgens de aanwending van de fondsen Aard van de verrichting Aantal leningen Aantal % Aankoop Werken/ nieuwbouw Gemiddeld bedrag bestemd voor (in EUR) Aktekosten en btw () Diverse kosten (2) Gemiddeld totaal bedrag (in EUR). Aankoop 2. Aankoop + werken 6 94, ,25 8.4, , , Nieuwbouw of aankoop onder het btwstelsel 5, ,00 (3) 75.7, , , ,57 Totaal 7 00, , , ,98 323, ,34 () btw voor de nieuwbouwverrichtingen en aankopen onder het btwstelsel. (2) bijvoorbeeld: kosten voor landmeter, voor bijzondere verbintenissen t.a.v. de verkoper,... (3) aankoopprijs bouwgrond.

89 Tabel 6 Aanvullende hypotheekleningen voor jonge gezinnen Balans van de leningsverrichtingen Kostprijs van de verrichtingen (in EUR) Financieringsbronnen (in EUR) Aantal leningen Algemeen totaal Algemeen totaal Lening Woningfonds Eenheidsgemiddelde Eenheidsgemiddelde Lening van de hypothecaire kredietinstelling Algemeen totaal % van de kostprijs Eenheidsgemiddelde Algemeen totaal Eigen middelen Andere bronnen (*) % van de kostprijs Eenheidsgemiddelde Algemeen totaal % van de kostprijs Eenheidsgemiddelde % van de kostprijs , , , ,35 3, , ,06 78, , ,93 8,03 0,00 0,00 0,00 (*) bijvoorbeeld: regionale premies. 53

90 Tabel 7 Aanvullende hypotheekleningen voor jonge gezinnen Spreiding van de woningen in functie van hun aard, het aantal kamers, de gemiddelde bewoonbare oppervlakte en de gemiddelde kostprijs Aard van woning Aantal woningen Absoluut % Aantal kamers Gemiddelde bewoonbare brutooppervlakte (in m²) Gemiddelde kostprijs zonder onkosten (in EUR) Gemiddelde kostprijs zonder onkosten/m² (in EUR) 53 Studio 0 2,76 8, ,50.644,79 Appartement 0 58, , ,30.786,69 5, , ,00.789,72 4 en meer Subtotaal 3 76,48 0, ,92.76,55 0 Gedeelte van huis duplex 2,76 94, ,00.960,32 5, , , , en meer Subtotaal 3 7,64 92, , ,8 0 Huis 5, , ,00.02, en meer Subtotaal 5,88 80, ,00.02,22 Totaal 7 00,00 04, ,82.727,0 () De kostprijs bevat de aankoopprijs (desgevallend deze van het terrein) en de kosten voor werken.

91 53 LOPENDE SITES Aard van verrichting () Bijzonderheden (2) Type van woningen Aantal woningen Aantal kamers/ woning Schaarbeek Broederschapstraat R CQ appartementen en duplex 25 tot 3 TC Vorst van Volxemlaan R APP appartementen en duplex 2 tot 3 CC Elsene Herdersstraat C PFC appartementen 5 tot 4 PU St.JansMolenbeek RequetteCandrieslaan C PFC appartementen 25 tot 4 PU St.JansMolenbeek RequetteLemairelaan C PFC appartementen 25 tot 4 PU St.JansMolenbeek Mariemontkaai C CQ appartementen en duplex 9 tot 3 PU St.JansMolenbeek Finstraat C CQ appartementen 4 2 tot 4 AT Totaal 7 sites 25 AFGEWERKTE SITES Aard van verrichting () Bijzonderheden (2) Type van woningen Aantal woningen totaal te koop verkocht Observaties Vorderingsstaat (3) Brussel Vandenbrandenstraat R PCQ appartementen te koop gesteld begin 2008 Anderlecht Robert Boschstraat C PFC ééngezinswoningen te koop gesteld begin 2008 Brussel Hopstraat C CQ duplex appartementen blijven 3 duplex Brussel Anderlechtsesteenweg appartementen blijven kleine en grote R P Kuregemstraat lofts loft Totaal 4 sites () C = bouw (3) FC = werf in eindfase R = renovatie TC = werken in uitvoering AT = aanbesteding van de werken in uitvoering (2) CQ = luik II van een wijkcontract CC = lastenboek voor de werken in uitvoering PCQ = binnen een perimeter van een wijkcontract PU = wachten op de stedenbouwkundige vergunning PFC = project dat voortvloeit uit de samenwerking tussen het Fonds en de gemeente AP = architecturaal ontwerp in uitvoering APP = aankoop van een openbaar patrimonium AOS = offerteaanvraag voor architectenopdracht in uitvoering P = aankoop via een privépersoon NVA = net aangekocht of op het punt om aangekocht te worden AEN = aankoop in onderhandeling. 3. Verrichtingen (herop)bouwrenovatieverkoop Vorderingsstaat op 3 december 2007.

92 SECTIE II DE HUURHULP A. ALGEMENE BESCHOUWINGEN.. ALGEMEEN OVERZICHT VAN DE SECTOR. In het vorige jaarverslag werd stilgestaan bij de essentie van de huurhulpverrichtingen: hun ontegensprekelijke sociale bijdrage, de financiële moeilijkheden en risico s inherent aan deze sector, het dreigende deficit op de thesaurie dat de huurhulp langzaam maar zeker legt op de financiële leefbaarheid van alle activiteiten van het Fonds, en dit ondanks de verhoging van de gewestelijke dotatie. Er werd verder ook op gewezen dat het Fonds zijn verbintenissen nakomt die voortvloeien uit de beheersovereenkomst van 2 oktober 997: jaarlijks wordt een budget vrijgemaakt dat een vijftigtal nieuwe verrichtingen moet dekken. Maar daarbij werd ook het accent gelegd op de meedogenloze stijging van de kosten voor productie (tussen 2000 en 2006 stegen die met bijna 70 %), onderhoud en beheer, net zoals op de fiscale druk (met onder meer een btw van 2 %). Deze parameters zijn er niet op vooruit gegaan het voorbije jaar. En dat geldt al evenmin voor de sociaaleconomische situatie van onze huurders en, in het verlengde daarvan, voor de financiële bijdrage die we van hen kunnen vragen. Een ander aspect waarop ook deze keer moet worden gewezen, is dat de meest recente gebouwen en het patrimonium dat momenteel nog wordt gecreëerd uit steeds grotere wooncomplexen bestaat. Dit staat in schril contrast met het patrimonium van vooral één en tweegezinswoningen dat de voorbije 30 jaar werd aangelegd. In die context moet worden stilgestaan bij de sociale vermenging waarnaar altijd is gestreefd en bij de toch wel bijzondere rol die het Fonds als sociale verhuurder speelt in deze grote leefgemeenschappen. De grote gebouwen binnen ons patrimonium lijken dan wel in niets op de sociale woonblokken, toch is er een zekere concentratie van sociale, economische en culturele problemen, waardoor ter plaatse de aanwezigheid vereist is van medewerkers die toezicht houden op het respect voor de samenlevingsregels en op het beheer van de ruimtes. Bij de nieuwe problemen waarmee het Fonds wordt geconfronteerd, stond het vorige jaarverslag onder andere stil bij de verarming van een bepaalde groep huurdersgezinnen, wat zorgt voor een gevoelige stijging in de achterstallige betalingen en wat leidt tot risicosituaties door gasmeters die worden afgesloten. De betrokken gezinnen grijpen terug naar snelle verbrandingsbronnen voor licht en verwarming (gasflessen, kolen, zibro, enz ) zonder bescherming, waardoor er een groter risico bestaat op brand en COvergiftiging, maar wat ook leidt tot condensatie en vochtigheidsproblemen. Dit is schadelijk voor zowel de veiligheid en gezondheid van de bewoners als voor het patrimonium zelf dat veel sneller verkommert. Een andere belangrijke en zeer actuele uitdaging is de integratie in de bestaande en nog op te trekken gebouwen van technieken die moeten leiden tot een rationeler energieverbruik en, in het verlengde daarvan, tot een vermindering van de lasten voor de gezinnen of minstens tot een statusquo, rekening houdend met de verhoging van de energiekosten enerzijds en met respect voor het leefmilieu anderzijds. Tenslotte nog iets over de productiekosten van de nieuwe woningen, één van de hoekstenen voor het voortbestaan en de verdere uitbouw van deze sector. Om deze beter in de hand te houden, werd een nieuw model van overheidsopdracht uitgedokterd waarvan het lastenboek van conceptieuitvoering door de Raad werd goedgekeurd voor het project in de Finstraat (voor meer uitleg hierover verwijzen we naar het hoofdstuk over de (herop)bouw/renovatieverkoopverrichtingen). Deze nieuwe formule lijkt alvast veelbelovend. Dit type 92

93 overheidsopdracht zou gebruikt kunnen worden voor de productie van nieuwe woningen in deze sector. Architect en aannemer worden er van bij het begin aan elkaar gelinkt om een partnerschap aan te gaan. De bedoeling is zeker niet dat één partij ondergeschikt wordt aan de andere, integendeel, allebei behouden ze hun autonomie, spelen ze hun heel eigen rol binnen het hele proces en hebben ze hun eigen verantwoordelijkheden. Er wordt wel gestreefd naar overleg en dialoog tussen de 2 partijen, waardoor ze samen een weldoordachte offerte indienen die zo compleet en realistisch mogelijk is: aan het project zoals het wordt voorgesteld (en door de architect tot in de details wordt beschreven) hangt een duidelijk bepaalde prijs (waartoe de aannemer zich verbindt). Voor het project in de Finstraat is gekozen voor een onderhandelingsprocedure met bekendmaking. Op deze manier kunnen de beste offertes nog beter afgestemd worden op de toekenningscriteria. De uiteindelijke doelstelling is om tot een zo goed mogelijke verhouding prijs/kwaliteit te komen. 93

94 Bedragen in duizenden EUR Evolutie van de investeringen in de huurhulp Jaar

95 a) De kandidaathuurders. Eind 2007 bestond het kandidatenregister uit gezinnen, per inschrijvingsjaar als volgt verdeeld: 997 of vroeger: 27 gezinnen (,08 %) 998: 6 gezinnen (0,24 %) 999: 6 gezinnen (0,24 %) 2000: 8 gezinnen (0,32 %) 200: 4 gezinnen (0,6 %) 2002: 9 gezinnen (0,76 %) 2003: 25 gezinnen (,00 %) 2004: 2 gezinnen (4,49 %) 2005: 687 gezinnen (27,5 %) 2006: 708 gezinnen (28,35 %) 2007: 895 gezinnen (35,85 %) In 2007 heeft het Fonds 895 nieuwe kandidaturen geregistreerd. Net zoals de vorige boekjaren, weerspiegelt dit aantal aanvragen hoeveel moeilijkheden het betrokken publiek ondervindt om een leefbare en betaalbare woning te vinden. Sociologisch beantwoorden deze gezinnen aan de volgende kenmerken: Een meerderheid van de kandidaten (60,67 %) zijn kleine gezinnen die op zoek zijn naar een woning met (26,03 %) of 2 kamers (34,64 %). 29,38 % van de gezinnen zouden een woning moeten hebben met 3 slaapkamers. Gezinnen die op zoek zijn naar een woning met 4 kamers of meer vertegenwoordigen nog slechts 9,95 % van de aanvragen. 55,77 % van deze kandidaatgezinnen hebben de Belgische nationaliteit (zowel autochtonen als allochtonen). 3,49 % hebben de Marokkaanse nationaliteit, 22,7 % zijn afkomstig uit andere Afrikaanse landen, 5,26 % zijn Europees, 0,69 % komen uit een Oostblokland en 2,62 % hebben nog een andere nationaliteit. 39,38 % van de kandidaten beschikken over een beroepsinkomen. 5,60 % leven van een vervangingsinkomen (werkloosheidsuitkering of leefloon). 8,68 % komen rond met een ziekenkas of invaliditeitsuitkering of leven van hun pensioen. 0,34 % van de gezinnen verklaren niet over een inkomen te beschikken of hebben het niet aangegeven. Er is een grote discrepantie tussen het aantal aanvragen dat in de loop van een jaar wordt geregistreerd en het aantal kandidaten dat uiteindelijk wordt gehuisvest. In de loop van het werkjaar hebben wij vooral de aanvragen van het jaar 2004 behandeld rekening houdend met de regels inzake anciënniteit en beschikbaarheid van de woningen. Op 680 kandidaten ingeschreven in 2004, hebben er 73 (0,74 %) een huurwoning gekregen. Van de nog te huisvesten kandidaten, vroegen er 4 naar een kleine woning met maximaal slaapkamer, 38 gezinnen vroegen 2 kamers, 44 vroegen 3 kamers, 2 vroegen 4 kamers en 4 gezinnen vroegen minstens 5 kamers. Uit deze gegevens kunnen we het volgende afleiden: dit publiek blijft economisch zeer kwetsbaar en heeft slechts een beperkte capaciteit om een huurlast te kunnen dragen, zelfs als het gaat om een bescheiden bedrag dat ver onder de prijzen ligt die gevraagd worden op de privéhuurmarkt ; het type woning dat wordt gezocht, is niet meer hetzelfde als vroeger: de vraag naar kleinere woningen groeit, toch blijft een aanzienlijke groep kandidaten op zoek naar een woning met 3 kamers ; 95

96 het wordt een moeilijke opdracht om te zorgen voor een sociale mix in de vrij grote woningcomplexen die het Fonds vandaag de dag creëert. b) De huurders. Op 3 december 2007 bestond de huurdersbevolking uit 745 gezinnen. Dat zijn er 35 meer dan eind 2006, en een vzw. Van die 745 gezinnen huren er 34,63 % al minstens 0 jaar een woning in de sector, 26,98 % huren tussen 5 en 0 jaar en 38,39 % huren minder dan 5 jaar. Die 745 gezinnen tellen 998 kinderen, die 6,48 % uitmaken van de gehuisveste personen. 0 gezinnen (4,76 %) hebben geen kinderen. 230 (30,87 %) hebben er of 2, 299 gezinnen (40,3 %) hebben er 3 of 4 en 06 (4,24 %) hebben er minstens 5. Van de 635 gezinnen met kinderen zijn er 408 (64,25 %) tweeouder en 227 (35,75 %) eenoudergezinnen. Die laatste groep maakt bijna 50,00 % uit van de gezinnen met kind, 43,84 % van de gezinnen met 2 kinderen, 39,62 % van die met 3 kinderen en 23,98 % van die met 4 tot 9 kinderen. 68,45 % van de huurdersgezinnen beschikt enkel over een vervangingsinkomen (eventueel aangevuld met kinderbijslag) ; 28,73 % beschikt over een salaris (20,4 % arbeiders en 8,32 % bedienden) ; 0,93 % hebben het zelfstandigenstatuut en,89 % zijn met pensioen. c) De gebouwen. Het huurhulppatrimonium bestond eind 2007 uit 367 gebouwen. Het gaat enerzijds om gebouwen die verhuurd zijn of vroeger al verhuurd werden in het kader van de huurhulp (de zogenaamde oude gebouwen ) en anderzijds om gebouwen die gerenoveerd of heropgebouwd moeten worden en om bouwgronden die nooit eerder werden toegewezen in het kader van de huurhulp (de zogenaamde nieuwe gebouwen ). Deze 367 gebouwen liggen voornamelijk in de volgende 5 gemeenten: Schaarbeek (2,80 %), Brussel (4,44 %), Anderlecht (0,90 %), SintJansMolenbeek (0,9 %) en Jette (0,63 %). Alle andere gebouwen liggen hoofdzakelijk in één van de gemeenten binnen de eerste kroon. 233 gebouwen (63,49 %) liggen in de ruimte voor versterkte ontwikkeling van de huisvesting en renovatie. 94 ervan (40,34 %) liggen binnen een perimeter van een wijkcontract (inclusief wijkcontracten die intussen afgelopen zijn). En 35 gebouwen (9,54 %) situeren zich binnen een initiatiefwijk (inclusief de projecten die ondertussen beëindigd werden). 3,88 % van de gebouwen zijn ééngezinswoningen, 43,60 % zijn tweegezinswoningen, 0,63 % (zullen) bestaan uit 3 woningen en 9,53 % uit 4 tot 0 woningen. Slechts 4,36 % van de gebouwen binnen het huurhulppatrimonium tellen meer dan 0 woningen. d) De woningen. Eind 2007 bestond het huurhulppatrimonium uit 863 bestaande woningen, die op dat moment verhuurd werden, vroeger waren verhuurd of die klaar waren voor een eerste toewijzing. 96

97 97 Enkele voorbeelden van het ongezond karakter en de overbevolking van woningen verlaten door kandidaathuurders.

98 Daarnaast waren er 277 woningen in creatie (renovatie/(herop)bouw), en dit ofwel in gebouwen die in heel slechte staat waren of er verlaten bij lagen, ofwel op gronden die aangekocht zijn voor de uitbreiding van de huurhulpverrichtingen. Verdeling van de gebouwen in de huurhulp in functie van het aantal woningen die deze omvatten ,72% 0,82% 3,8% 3,54% 3,88% 0,63% 43,60% woning 2 woningen 3 woningen 4 of 5 woningen van 6 tot 0 woningen van tot 5 woningen meer dan 5 woningen De 20 woningen die gecreëerd zullen worden in het gebouw in de Slachthuisstraat te Brussel zitten vervat in de 277 laatstgenoemde woningen. Verdeling van de woningen in de huurhulp in functie van het aantal kamers ,0% 0,26%,58% 0,35% 0,88% 6,93% 7,46% 27,8% 7,63% kamer 2 kamers 3 kamers 4 kamers 5 kamers 6 kamers meer dan 6 kamers nog niet vastgesteld gelijkgestelde lokalen In totaal telt de huurhulp dus.40 woningen. 87 ervan (7,67 %) liggen binnen de ruimte voor versterkte ontwikkeling van de huisvesting of de renovatie (of zullen er liggen). 98

99 49 daarvan (5,29 %) situeren zich binnen een perimeter van een wijkcontract (inclusief de contracten die intussen afgelopen zijn). Van die.40 woningen zijn er 32 (,58 %) met kamer, 20 (7,63 %) met 2 kamers, 56 (45,27 %) met 3 of 4 kamers en 93 (8,6 %) met 5 kamers of meer. Voor 95 nog te creëren woningen (7,0 %) is het aantal kamers nog niet bepaald. De architectuurstudie ervan is nog niet afgerond of er moet nog mee worden gestart. We willen er hier ook nog op wijzen dat de gemeenschappelijke ruimtes in het gebouw in de Marconistraat te Vorst gelijkgesteld worden met 3 woningen. Van de 863 bestaande woningen waren op 3 december 2007: 756 woningen verhuurd aan 745 gezinnen, waarvan er 4 elk 2 woningen betrokken en waarvan 7 woningen verhuurd werden aan vzw als hoofdhuurder ; 6 woningen die net waren vrijgekomen; woning waarin we werden geconfronteerd met stabiliteitsproblemen die hersteld moeten worden; 2 woningen waarvoor de lastenboeken voor de renovatiewerken voorbereid werden; 9 woningen waarvoor de dienstenopdracht voor de uitvoering van werken zich in de aanbestedingsfase bevond; 0 woningen in werf 3 woningen waarin kleine renovatiewerken werden uitgevoerd door onze eigen technische ploeg; 8 woningen waarvoor de renovatiewerken in de afwerkingsfase zaten; 40 woningen die op het punt stonden om toegewezen te worden aan kandidaathuurders; 4 woningen die op korte termijn vrij zouden komen, omdat de huurders zouden worden overgeplaatst; 4 woningen (in het "Europadorp te Ganshoren) die leeg bleven staan in afwachting van de globale renovatie van de site en van de verwachte overplaatsing van de huurders. Bij de 277 woningen in creatie onderscheiden we: 20 woningen die gecreëerd zullen worden in een recent aangekocht gebouw; 30 woningen waarvoor we in het stadium zaten van de architectuurstudie; 45 woningen waarvoor werd gewacht op de toekenning van de stedenbouwkundige vergunning; 3 woningen waarvoor de dienstenopdracht voor de uitvoering van werken zich in de toekenningsfase bevond; 76 woningen die werden gerenoveerd of die op dat moment nog nieuw werden opgetrokken; 3 woningen waarvoor de werken zich in de eindfase bevonden. 2. JAARVERRICHTINGEN. a) De huurders. 77 gezinnen werden nieuwe huurders van het Fonds in de loop van het dienstjaar. 59,74 % van hen leefden van een vervangingsinkomen, terwijl 40,26 % beschikte over een beroepsinkomen. 29,87 % van de gezinnen moest rondkomen met een inkomen gelijk aan of lager dan het leefloon dat 876,50 EUR bedroeg op 3 december

100 6 gezinnen (20,78 %) waren kinderloos. 30 andere (38,96 %) hadden of 2 kinderen, 22 (28,57 %) hadden er 3 of 4, 7 (9,09 %) hadden er 5 of 6 en 2 gezinnen (2,60 %) telden 7 of 8 kinderen. 63,64 % van de nieuwe huurders woonden vroeger in een zeer ongezonde, overbevolkte en/of functioneel onaangepaste woning. 4,28 % had geen eigen woning (ze leefden in een instelling of woonden nog bij hun ouders). 22,08 % hadden om uiteenlopende redenen hun gezonde woning verlaten (einde van het huurcontract, te hoge huurprijs, enz...). Deze gegevens bevestigen het nagestreefde doel van de huurhulp: ook de minstbegoeden de kans geven om een degelijke woning te vinden. 5,9 % van de nieuwe huurders hadden hun kandidatuur meer dan 5 jaar geleden ingediend ; 83,2 % 2 tot 5 jaar geleden.,69 % van de nieuwe huurders stonden minder dan 2 jaar op de wachtlijst, omdat zij waren voorgedragen door vzw s waarmee het Fonds een samenwerkingsakkoord had ondertekend. Over het algemeen gaat het om contracten van beperkte duur. Van die nieuwe huurders betaalde 3,89 % minder dan 250,00 EUR huur voor hun vroegere woning. 4,29 % betaalde tussen 250,00 EUR en 375,00 EUR. 40,26 % betaalde tussen 376,00 EUR en 500,00 EUR ; 27,27 % betaalde meer dan 500,00 EUR ; 4,29 % betaalde vroeger geen huur. De nieuwe huurdersgezinnen zonder kinderen of met kind betaalden maandelijks gemiddeld 334,56 EUR, wat neerkomt op 34,66 % van hun maandelijks nettoinkomen. De middelgrote gezinnen (2 of 3 kinderen) betaalden 495,82 EUR, of 30,88 % van hun inkomen. Het gemiddelde bedrag dat grote gezinnen moesten ophoesten (4 en meer kinderen) bedroeg 639,68 EUR, of 30,77 % van hun inkomen. Het gemiddelde te betalen bedrag blijft een grote hap uit het budget van de nieuwe huurdersgezinnen. Omdat bijna 60 % van deze gezinnen enkel van een vervangingsinkomen leeft, weegt een dergelijk bedrag voor hen nog veel zwaarder door. We zullen erop moeten toezien de economisch zwakke gezinnen niet uit de huurhulp uit te sluiten, terwijl deze voornamelijk voor hen bedoeld is, door het ondraaglijke effect dat de te betalen bedragen van de nieuwe woningen zou hebben op hun budget. De verdere stijging van het te betalen bedrag is natuurlijk het gevolg van de geleidelijke en blijvende stijging van de gemiddelde kostprijs van de nieuw verhuurde woningen. In de loop van het dienstjaar werden 2 gezinnen overgeplaatst naar een andere woning binnen de huurhulp: 2 omwille van onderbevolking, 8 omwille van overbevolking en 2 omwille van technische of veiligheidsproblemen die niet opgelost konden worden als de woning niet vrij was. In 2007 verlieten 42 gezinnen hun woning. Dat is 5,64 % van het totale aantal huurders op het einde van gezinnen (2,43 %) konden naar een sociale woning verhuizen. andere (26,9 %) vertrokken naar de private woonmarkt. 6 gezinnen (4,29 %) kochten een woning. Bij de 6 overblijvende gezinnen (38,0 %) waren de verschillende redenen van vertrek: overlijden, 4 gerechtelijke uitzettingen en 3 herhuisvestingen door de familie. De 8 andere gezinnen zijn vertrokken zonder ons een reden te geven. 00

101 Van die 42 gezinnen, verlieten er 5 een huurwoning van de zogenaamde nieuwe generatie. 33,33 % woonden minder dan 2 jaar in de huurwoning, 66,67 % hebben er meer dan 2 jaar maar minder dan 6 jaar gewoond. 0 van deze gezinnen (66,67 %) hadden achterstallen in hun betalingen op het moment dat ze de woning verlieten (huur, water en verwarmingsfactuur, enz...). Gemiddeld bedroegen de achterstallen 2.562,79 EUR. b) Het beheer van de verhuringen en de betalingen verschuldigd door de huurders. Het algemeen beheer. Het beheer van de verhuringen omvat een waaier aan activiteiten. Het gaat hoofdzakelijk om repetitieve opdrachten zoals het verrekenen van het verbruik van water, gas en elektriciteit, het opvolgen van de vermindering van de onroerende voorheffing, de jaarlijkse huurdersenquête met de administratieve afhandeling van de punten die ze oproept, alsook de controle op het goede gebruik van de woning door de huurders in al zijn aspecten en het nazicht van het respect van de huurders van hun contractuele verbintenissen. Bij de jaarlijkse enquête wordt aan gezinnen gevraagd hun gezins en financiële toestand mee te delen en deze te staven. Ook worden zij verzocht om het bewijs te leveren van de betaling van de brandverzekeringspremie, van het onderhoud van hun verwarmings en warmwatertoestellen en van het vegen van de gebruikte schoorstenen. Helaas verloopt het inzamelen van al deze bewijsstukken niet altijd even vlot en moet verschillende keren worden aangedrongen bij de huurders. De gegevens omtrent de gezinssamenstelling moeten toelaten na te gaan of de woning nog beantwoordt aan het effectief van het gezin. Bepaalde gezinnen maken van de jaarlijkse enquête gebruik om zelf een mutatie aan te vragen, anderen doen dit in de loop van het jaar. Er werden zo 3 nieuwe kandidaten voor een mutatie opgetekend. De financiële gegevens die bij de enquête worden opgevraagd, zijn bepalend voor de vaststelling van het door de huurders te betalen bedrag op het ogenblik van de indexatie. Voor de regels die voor deze berekening worden gehanteerd, verwijzen we naar een vorig verslag. Het gemiddeld te betalen bedrag van de bestaande huurders bedroeg in 2007, 437,88 EUR. 6,67 % van de huurders betaalden het strikte minimumbedrag dat voor hun woning werd vastgelegd. Voor 8,8 % lag het te betalen bedrag lager dan dit minimumbedrag dankzij de huurtoelagen waarvan ze genieten. In 2007 hebben 37 gezinnen een herziening aangevraagd van hun maandelijks te betalen bedrag. Voor 8 onder hen was een daling van de gecumuleerde inkomsten van het gezin de motivatie voor de aanvraag. Bij 3 gezinnen leidde dit tot een daling van het maandelijks te betalen bedrag. Voor één dossier werd op het einde van het dienstjaar nog op bijkomende inlichtingen gewacht, voor de 4 anderen werd het toegepaste te betalen bedrag behouden. 2 huurders achtten het te betalen bedrag te hoog. Gelet op zijn bijzondere situatie werd aan gezin een vermindering toegestaan. De aanvraag van de anderen werd niet gegrond geacht. Tenslotte bekwamen 7 huurders, die niet of onvoldoende hadden gereageerd op de enquête van 2006 en aan wie derhalve bij de indexatie ambtshalve de contractuele huur 0

102 werd aangerekend, een herziening van het te betalen bedrag na regularisatie van hun dossier. In het kader van de enquête 2007 werden 643 enquêteformulieren verstuurd. Naar aanleiding hiervan brachten 77 huurders een bezoek aan het Fonds en werden er 306 telefonische contacten geregistreerd. Bij het afsluiten van de enquête hadden 605 gezinnen erop gereageerd (zijnde 94,00 %), 26 dossiers waren evenwel nog onvolledig, 38 huurders hadden geen enkel document binnengebracht. Aan deze 64 huurders zal de contractuele huurprijs dus worden aangerekend bij de volgende indexatie, tenzij zij intussen hun dossier hebben aangevuld. Het aantal onvolledige dossiers daalde opnieuw ten opzichte van de resultaten van het voorgaande jaar. De doorgedreven opvolging op dit vlak werpt dus verder zijn vruchten af. Het Fonds onderzocht, volgens de wettelijke bepalingen terzake, de opportuniteit om 7 huurcontracten van korte duur te verlengen. Ze werden allen verlengd, 2 voor een beperkte duur, 5 tot een duur van 9 jaar. In het kader van de overeenkomsten die afgesloten werden met de vzw s (C.I.R.E., BAITA/PAG ASA en LAMA), werden 9 contracten beëindigd. In 2007 werd ook de nodige aandacht besteed aan het opstellen of verfijnen van 5 huishoudelijke reglementen. Het beheer van de betalingen. Wat betreft de betalingen verschuldigd door de huurders, stellen we vast dat in 2007 de achterstallen toenamen met ,05 EUR, tegenover een toename van 79.39,85 EUR in In 2005 en 2004 stegen deze respectievelijk met 54.56,53 EUR en ,65 EUR. Wat verstaat men onder achterstallen: het betreft onbetaalde huurgelden en huurlasten (water, gas en elektriciteitsrekeningen), openstaande rekeningen ingevolge huurschade na beëindiging van de huurovereenkomst, terugvorderbare procedurekosten en achterstallige huurtoelagen. Voormelde absolute cijfers zijn slechts interessant voor zover men deze plaatst tegenover het door de huurders totale verschuldigd bedrag voor dat betrokken jaar. Door de gestage aangroei van het patrimonium van de huurhulp, de sterke verhoging van de kostprijs van de investeringen, de steeds verder oplopende energiekosten en de evolutie van het indexcijfer, ziet men de jongste jaren een belangrijke stijging van de verschuldigde bedragen. Op 5 jaar tijd steeg het door de huurders totale verschuldigd bedrag met 38,07 %, met name van ,99 EUR naar ,97 EUR, terwijl het aantal huurders steeg met 8,82 %, met name van 627 naar 745 huurders. Voor 2007 kunnen de door de huurders verschuldigde bedragen procentueel als volgt worden opgesplitst: 82,85 % zijn huurgelden, 9,47 % zijn huurkosten en lasten en 7,68 % huurtoelagen. Uit tabel 0 hierna blijkt dat 2,87 % van alle verschuldigde bedragen sedert de oprichting van de huurhulpsector opgenomen zijn in achterstallen (inbegrepen de bedragen geboekt in verlies). 02

103 Sinds het in voege treden van de wet van 5 juli 998 betreffende de collectieve schuldenregeling, hebben 2 huurders een verzoekschrift ingediend bij de bevoegde rechtbank tot aanduiding van een schuldbemiddelaar, waaronder 2 in Hoewel het nut van de procedure in vraag wordt gesteld, moet elke verhuurder, overeenkomstig artikel 344septies van het Gerechtelijk Wetboek, een poging tot minnelijke schikking instellen bij de bevoegde Vrederechter wanneer de hoofdvordering slaat op de aanpassing van de huurprijs, de invordering van de achterstallige huurgelden of de uithuiszetting van de huurder. Zo werden er in procedures tot minnelijke schikking ingezet (tegenover 2 in 2006), waarvan er 2 geleid hebben tot de vaststelling van een terugbetalingsplan voor de rechter, 6 tot een vonnis bij verstek en 2 procedures nog hangende waren eind Bij nietnaleving van het terugbetalingsplan of bij afwezigheid van de huurder op de verzoeningszitdag, moet een gerechtelijke procedure tot terugvordering van de achterstallen ingezet worden. Naast voormelde procedures tot minnelijke schikking, werden er in gerechtelijke procedures opgestart, tegenover 23 in leidden tot een vonnis met terugbetalingsplan, 5 leidden tot een vonnis bij verstek, maar voor 2 onder hen kon nadien nog een terugbetalingsplan worden vastgesteld, en 2 procedures waren nog niet beëindigd eind Tenslotte werden er 4 huurders verplicht hun woning te verlaten, 2 op basis van een vonnis van 2007 en 2 op basis van een vonnis uitgesproken voor c) De evolutie van het patrimonium in de loop van het dienstjaar. De investeringen. Overeenkomstig de beheersovereenkomst heeft het Fonds in 2007 budgetten vrijgemaakt om 50 nieuwe huurhulpwoningen te kunnen creëren: 3 woningen in de Coenraetsstraat te SintGillis, en dit als aanvulling op de investeringen die in 2005 en 2006 al werden gedaan in dit oude, industriële gebouwencomplex; extra woning, nog steeds op de site in de Coenraetsstraat te SintGillis, dit op voorwaarde dat er een goedkeuring komt van de aanvraag voor een stedenbouwkundige vergunning die in die zin werd ingediend. In totaal zouden er op die manier 7 woningen worden gecreëerd op dit terrein; 0 woningen in een vroegere drukkerij gelegen in de Slachthuisstraat te Brussel; 0 woningen in de Kweepereboomlaan (grenzend aan het terrein in de Europadorpstraat) in SintAgathaBerchem. De bedoeling van deze nieuwe constructie is dat de bewoners van de 20 bestaande woningen in situ een nieuwe woning krijgen toegewezen. Op die manier komen de oude woningen vrij om ze grondig te renoveren; 3 woningen (2 in de Poststraat te Schaarbeek en in de Skepterstraat te Elsene) die zullen worden gecreëerd door de opsplitsing van gebouwen die behoren tot het oude patrimonium. We herinneren er ook aan dat het Gewest het Fonds een deel van de opbrengsten uit de stedenbouwkundige lasten heeft toegekend (we verwijzen in dit verband naar sectie III C., hierna). Dit geld moet verplicht worden gebruikt voor de creatie van huurwoningen. 03

104 De volgende 3 woningen zullen ermee worden gefinancierd : 0 woningen in de Slachthuisstraat te Brussel, in aanvulling op de woningen die hiervoor al werden vernoemd; 3 woningen waarvoor binnenkort met een prospectie wordt gestart, tenzij ze als supplement kunnen worden gevoegd bij de 30 oorspronkelijk voorziene woningen in de Birminghamstraat te SintJansMolenbeek. We wijzen er hier ook op dat in het renovatieproject van de vroegere mouterij in de Zwart Paardstraat te SintJansMolenbeek (zie sectie III A., hierna, gedelegeerde opdracht ) oorspronkelijk was voorzien om 35 woningen te creëren. Stedenbouw heeft dat aantal echter teruggebracht tot 3. Om het programma te respecteren van 50 wooneenheden per jaar, zoals opgenomen in de beheersovereenkomst, is daarom beslist om een deel van het investeringsvermogen voor 2007 te gebruiken voor de financiering van deze 4 ontbrekende woningen. Wanneer alle lopende projecten waarvoor op 3 december 2007 budgetten waren vrijgemaakt, uitgevoerd zullen zijn zoals gepland, zal het huurhulppatrimonium uit.63 woningen bestaan. Hierin zitten ook de woningen vervat die geproduceerd zullen worden dankzij de opbrengsten uit de gewestelijke stedenbouwkundige lasten voor 2005 en Ook de 4 wooneenheden voorzien in de investeringen, zoals hiervoor vermeld, zijn hierin opgenomen. Het gaat om 3 wooneenheden in de Birminghamstraat te SintJans Molenbeek en bijkomende woning in de Coenraetsstraat te SintGillis. De verwezenlijkingen. Eind 2007 bestond het huurhulppatrimonium van het Fonds uit 367 gebouwen. 2 woningen, in de Jean de Bolognelaan te Laken en Jetse Steenweg in Jette, werden verkocht aan nieuwe ontleners van het Fonds. De garage in de Keienveldstraat te Elsene en het bijhorende gebouw aan de straatkant werden overgeheveld van fonds B naar fonds B2 in het kader van het bouwproject in de Herders/Keienveldstraat. Voor meer uitleg hierover verwijzen we naar sectie III. A over de gedelegeerde opdrachten. In totaal rondde het Fonds de renovatie of (herop)bouw af van 92 woningen. 59 ervan behoren tot het bestaande patrimonium, de andere 33 maken deel uit van het nieuwe patrimonium. De renovatie en het onderhoud van het oude patrimonium. In 2007 bedroegen de uitgaven voor renovatie en onderhoud van de woningen behorend tot het oude patrimonium (dat zijn de woningen die vroeger al werden bewoond in het kader van de huurhulp) in totaal ,88 EUR, waarvan ,30 EUR voor het onderhoud en ,58 EUR voor de investeringen (renovatiewerken die voor de eerste keer werden uitgevoerd). Deze bedragen omvatten alle werken die betaald werden in 2007, ongeacht of de renovatie al dan niet werd beëindigd in de loop van het jaar. Let wel: de kostprijs van de werken die uitgevoerd werden door onze eigen technische ploeg zijn niet opgenomen in dit bedrag, het materiaal dat ervoor werd gebruikt, is dat wel. In vergelijking met 2006 wordt voor 2007 een gevoelige daling vastgesteld van het globale bedrag voor onderhoud en renovatie van het oude patrimonium. Er moet wel 04

105 Slachthuis 20 woningen Zwart Paard 3 woningen Vanderdussen 5 woningen Post 2 woningen Kweepereboom 0 woningen HUURHULP NIEUWE WONINGEN In realisatie Gepland Vanderlinden 9 woningen Madeliefjes 2 woningen Wijnheuvelen woning MariënScutenaire 26 woningen RequetteLemaire RequetteCandries 2 x 25 woningen Birmingham 30 woningen Bergen 4 woningen Skepter woning Herder 25 woningen Coenraets 70 woningen 277 NIEUWE WONINGEN IN PRODUCTIE 9 NIEUWE WONINGEN GEPLAND SITUATIE OP 3/2/

106 op worden gewezen dat 2006 financieel een uitzonderlijk zwaar jaar was door 2 grote renovatieprojecten. In de loop van 2007 werd de stedenbouwkundige vergunning toegekend voor 2 gebouwen waarin zware renovatiewerken zullen worden uitgevoerd en die bovendien zullen worden onderverdeeld in verschillende woningen, waardoor 3 extra wooneenheden zullen worden gecreëerd. Het eerste gebouw ligt in de Poststraat te Schaarbeek. Het is een ruime eengezinswoning met 5 kamers en een totale brutooppervlakte van 283 m². Een woning met een dergelijke oppervlakte lijkt vandaag de dag onnodig groot. Bovendien vormen de energiekosten om zo n woning te verwarmen voor de meeste huurdersgezinnen een te zware financiële last bovenop de maandelijkse huur. Daarom heeft het Fonds beslist om deze eengezinswoning te verbouwen tot 3 woningen, waarvan 2 met slaapkamer en met 3 slaapkamers. Het tweede gebouw, in de Skepterstraat te Elsene, bestaat uit een triplex met 4 slaapkamers en een duplex met 3 kamers en beslaat in totaal een brutooppervlakte van 305,70 m². In dit gebouw worden we geconfronteerd met ernstige stabiliteitsproblemen in het vrijstaande bijgebouw achteraan. Om de zware renovatiekosten wat in de hand te houden, heeft het Fonds beslist om een extra woning te creëren. Na de werken zal het gebouw daardoor bestaan uit 2 duplexwoningen met elk 2 slaapkamers en een simplex met kamer. De beslissing om in deze gebouwen te kiezen voor kleinere woningen is gebaseerd op een analyse van het register van de kandidaathuurders. We stellen vast dat de vraag naar woningen met, 2 of 3 kamers stijgt, terwijl die naar grote woningen met 4 kamers of meer duidelijk vermindert. In de loop van 2007 werd een extra inspanning geleverd op de volgende domeinen: de vervanging van daken: omdat hiervoor een premiestelsel bestaat, wordt bijzondere aandacht besteed aan een goede isolatie die beantwoordt aan de normen van het BIM. Hetzelfde geldt voor bijgebouwen met wanden van meestal 20 cm dik en voor platte nietgeïsoleerde daken. Als er op verticale wanden bekleding wordt geplaatst of crepi op isolatie, wordt de schade door condensatieproblemen al heel wat beperkt. Condensatieproblemen leiden immers tot schimmels (die op hun beurt oorzaak zijn van aandoeningen aan de luchtwegen) en een snellere verkrotting van het patrimonium; de vervanging van oude, versleten verwarmingsketels: een eventuele herstelling zou een bom geld kosten, maar een goede werking op lange termijn zou er niet door worden gewaarborgd. De oude exemplaren worden daarom vervangen door condensatieketels met warmwaterproductie; een sensibiliseringscampagne bij de huurders om het Fonds gemengde condensatieketels te laten plaatsen in de oude woningen die nog verwarmd worden met gasconvectoren of kolenkachels en waar de warmwaterinstallatie verouderd is. Het hoeft geen betoog dat deze maatregelen heel wat positieve gevolgen hebben: een vermindering van het energieverbruik, een beter beheer van de energiefactuur, minder risico s eigen aan verbrandingsbronnen, minder (verplichte) onderhoudskosten, meer comfort. Jaar na jaar worden we echter geconfronteerd met een stijgend aantal huurders dat zijn toestellen niet onderhoudt zoals het hoort en dat zijn energiefacturen niet meer kan betalen, wat leidt tot de afsluiting van gas en elektriciteitsmeters. Al spelen ook 06

107 Renovatie van 4 woningen + ruimte creëren door de afbraak van een atelier. Voorbeeld van de isolatie en bebording van een bijgebouw. Bouw van 5 appartementen. Bouw van appartementen. 07

108 de voortdurend stijgende energieprijzen ongetwijfeld een rol in deze alarmerende vaststelling. Op 9 oktober 997 besliste de Raad van Bestuur van het Fonds om de oude woningen, die van de zogenaamde eerste generatie grondig te renoveren naarmate ze zouden vrijkomen. In de notulen van die vergadering werd deze beslissing als volgt verwoord: De Raad beslist dat de oude woningen progressief, naargelang ze vrijkomen, beter dienen afgewerkt en dat de gebouwen, waarvan de renovatie in de toekomst zal worden gerealiseerd, in een meer doorgedreven staat van afwerking moeten afgeleverd worden. De woningen die in huur worden gegeven moeten net zijn en gemakkelijk te bekleden. Sindsdien renoveert het Fonds zijn oude patrimonium systematisch en verhuurt het woningen van hoge kwaliteit. Ondanks de zware investeringen in de woningen, moeten er door huurschade soms grote kosten gemaakt worden vooraleer de woning weer verhuurd kan worden. Een ander blijvend probleem zijn de moeilijkheden die we ondervinden om de huurders de regels te laten naleven om hun huurwoning te beheren als een goede huisvader. Daarnaast wordt soms een overbevolking van de woning vastgesteld. Het gaat in sommige gevallen over dubbel zoveel mensen als wat werd doorgegeven aan het Fonds. Deze situaties zorgen ervoor dat er veel sneller ernstige schade wordt toegebracht aan de woning, al was het nog maar door de condensatie afkomstig van de dagelijkse activiteiten van een gezin. Op 3 december 2007 moesten nog 68 woningen van het oude patrimonium, categorie, worden gerenoveerd. De termijn die nodig is om deze woningen opnieuw te kunnen verhuren, hangt vanzelfsprekend samen met de werken die erin moeten worden uitgevoerd. Sommige woningen moeten leeg blijven staan tot ook de aangrenzende woningen vrijkomen en het hele woonblok kan worden gerenoveerd. Twee belangrijke voorbeelden hiervan zijn de wooncomplexen Europadorp en Bloemenkrans. In de loop van het dienstjaar werd de renovatie van 59 woningen, die de huurders eerder hadden verlaten, volledig afgewerkt. Deze woningen kunnen ondergebracht worden in 3 categorieën, namelijk: 4 woningen in categorie : woningen van de eerste generatie zonder centrale verwarming of warm water. De ramen met enkel glas en het binnenschrijnwerk zijn vaak verouderd en de elektrische installaties zijn onvolledig. Eventuele structuurproblemen worden er veroorzaakt door waterinsijpeling via ofwel het dak, ofwel de badkamer waarin geen aangepaste bekleding werd voorzien. Vaak zijn er ook nog andere elementen die gemoderniseerd moeten worden. 9 woningen in categorie 2 : woningen waarin grote werken werden uitgevoerd toen ze werden gekocht, maar die intussen niet meer voldoen aan de laatste normen. Vaak zijn deze woningen uitgerust met centrale verwarming en dubbele beglazing, maar afwerking en sanitair zijn, bijvoorbeeld, beperkt. 36 woningen in categorie 3 : woningen van de laatste generatie. De huurders hebben ze verlaten na enkele maanden of jaren bewoning en, afhankelijk van de manier waarop zij hun woning hebben onderhouden en van eventuele kleine of grote technische problemen die zich voordoen, moeten ze nu worden opgeknapt of moeten er grotere werken in worden uitgevoerd. 08

109 VOOR Heropbouw van 8 huurhulpwoningen. NA Zware renovatie en reaffectatie van een mouterij tot 6 lofts. 09

110 Het patrimonium in creatie. In de loop van het voorbije jaar hebben we gemerkt dat het energieaspect een steeds grotere uitdaging vormt. Er is enerzijds de ordonnantie van 7 juni 2007 houdende de energieprestatie en het binnenklimaat van gebouwen, anderzijds is er de waakzaamheid om onze huurdersgezinnen niet te confronteren met torenhoge en dus onbetaalbare energiefacturen. De uitdaging bestaat er dan ook in om een evenwicht te vinden tussen, aan de ene kant, de bijkomende investeringen die deze nieuwe technieken vereisen en, aan de andere kant, de energiebesparingen voor de consument en de voordelen voor het milieu die hieruit kunnen voortvloeien. Het Fonds introduceert dus nieuwe technieken, maar zorgt er daarbij wel voor niet te kiezen voor een overdaad aan gesofisticeerde technologieën waarmee de gebruikers moeilijk overweg zouden kunnen. De keuze voor dergelijke technieken houdt echter ook in dat het systeem goed moet worden opgevolgd, dat regelmatige controles noodzakelijk zijn en dat gebruikers voortdurend moeten worden ingelicht over de werking ervan. We stellen daarnaast ook vast dat veel van deze technieken nog te kampen hebben met kinderziektes. De integratie ervan in de projecten legt daardoor een hypotheek op de leefbaarheid van de huurhulpsector. Omwille van deze factoren, kiest het Fonds momenteel dan ook voor technieken als thermische isolatie en het systeem van ventilatie met warmterecuperatie, omdat ze een gewaarborgd effect hebben op lange termijn en onmiddellijk winstgevend zijn. De uitvoering van een project wordt beïnvloed door heel wat externe factoren. De veiligheidsvoorschriften van de DBDMH vormen daarbij soms het moeilijkste punt, ook al omdat bij de bestudering van het aanvraagdossier voor de stedenbouwkundige vergunning elke brandweerofficier een persoonlijke interpretatie kan geven van het reglement. Tijdens het controlebezoek na de werken gebeurt het ook wel eens dat de brandweer nog bijkomende opmerkingen heeft, waardoor er nog ingrijpende aanpassingen moeten worden uitgevoerd. De financiële gevolgen daarvan zijn zwaar, vooral omdat deze uitgaven niet waren voorzien bij de uitwerking van het project. De maatregelen inzake brandveiligheid vereisen bovendien heel wat controles en een regelmatig onderhoud, wat dan weer zorgt voor extra werk voor het interne beheer van de verrichting. Sinds januari 2007 is de nieuwe Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening van kracht waarin de toegankelijkheid van gebouwen wordt geregeld voor personen met beperkte mobiliteit. Deze verordening is onder andere van toepassing op de gemeenschappelijke delen van wooncomplexen uitgerust met een lift tot en inclusief de voordeur van de woningen. Voor een nieuwbouw zonder lift gelden deze normen enkel voor de gemeenschappelijke delen en voor de toegangsdeur tot elke woning op de gelijkvloerse verdieping. De tekst legt normen op in verband met de toegangswegen, toegangshellingen, trappen, liften, gangen, deuren, enz... De Verordening is niet van toepassing op ingrepen of werken die worden uitgevoerd in een bestaand gebouw voor zover het de bedoeling is om de bestaande constructie te behouden en er geen ingrijpende aanpassingen in uit te voeren. Het Fonds heeft nog nooit de opdracht gekregen om woningen te creëren voor mensen met beperkte mobiliteit. Toch heeft het in de Marconistraat te Vorst en in de Robert Boschstraat te Anderlecht enkele woningen opgetrokken die, mits enkele aanpassingswerken, bewoond kunnen worden door dergelijke personen. In de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening wordt de term persoon met beperkte mobiliteit in de ruimst mogelijke zin geïnterpreteerd: het gaat om mensen met een motorische handicap, maar ook om blinden, mensen met een tijdelijk 0

111 verminderde bewegingsvrijheid, enz... De aanpassingen die moeten gebeuren, hangen dan ook sterk samen met het type handicap, wat vooral een belangrijk aspect kan zijn voor de ouder wordende huurders binnen de huurhulpsector van het Fonds. De ervaring heeft ons intussen geleerd dat projectontwerpers onvoldoende worden gesensibiliseerd voor deze problematiek, wat leidt tot problemen tijdens de uitvoering van de werken: het project wordt op een verkeerde manier bestudeerd en dat heeft een soms zeer zware meerkost tot gevolg. Voor de inrichting van dergelijke woningen bestaan er dan wel duidelijke, wettelijke richtlijnen, maar hoe zit het met de veiligheidsvoorschriften die moeten worden nageleefd? Op dit vlak lijkt er reglementair nog niet veel te bestaan, en vooral voor de veiligheidsvoorschriften in geval van brand lijkt er nog heel wat werk aan de winkel te zijn. De uitgaven voor de renovatie/(herop)bouw van de nieuwe woningen (dit zijn woningen die vroeger nog nooit toegewezen werden in het kader van een huurhulpverrichting) bedroegen in ,92 EUR. Dit bedrag geldt voor alle werken die in de loop van het jaar betaald werden, ongeacht of de woningen in 2007 volledig werden afgewerkt of niet. Voor 7 gebouwen waren de renovatie of nieuwbouwwerken volledig afgerond in In deze 7 gebouwen zijn in totaal 33 woningen ondergebracht. We komen hier niet terug op de verschillende fases die moeten worden doorlopen om nieuwe woningen te produceren. Ze staan gedetailleerd beschreven in het jaarverslag van 2005 en worden jaar na jaar gecompliceerder. De totale brutooppervlakte van de 33 woningen die in 2007 werden afgewerkt, bedraagt 3.86,00 m². De gemiddelde brutooppervlakte per woning bedraagt 5,64 m². De gemiddelde prijs per bruto m², inclusief de waarde van het terrein, komt neer op.352,46 EUR. De totale bruto bewoonbare oppervlakte van deze 33 woningen bedraagt 2.989,00 m². De gemiddelde bruto bewoonbare oppervlakte per woning bedraagt 90,58 m². De gemiddelde prijs per bruto bewoonbare m², inclusief de waarde van het terrein, komt neer op.726,66 EUR. Een woning kost gemiddeld ,94 EUR. Daarvan gaat ,59 EUR (of 6,6 %) naar de aankoop (inclusief kosten) en 3.4,35 EUR (of 83,84 %) wordt besteed aan de bouw of renovatiewerken. In vergelijking met 2006 stellen wij voor de 33 woningen afgewerkt in 2007 het volgende vast: de gemiddelde kostprijs is gedaald met 8,06 %; de gemiddelde bruto bewoonbare oppervlakte is gedaald met 6,76 %; de kostprijs per bruto bewoonbare m² is gedaald met,38 %. In vergelijking met 2000 is de volgende evolutie merkbaar: de gemiddelde kostprijs per woning is van 6.830,8 EUR gestegen naar ,94 EUR. Dit is een stijging van 33,86 % (in 2006 bedroeg die stijging nog 45,60 %); de gemiddelde bruto bewoonbare oppervlakte is geëvolueerd van 3,56 m² naar 90,58 m². Dit is een daling met 20,24 % (4,45 % in 2006); de gemiddelde kostprijs per bruto bewoonbare m² is gestegen van.028,8 EUR naar.726,66 EUR. Dit is een verhoging van 67,83 % (in ,9 %)!

112 De lichte daling van de gemiddelde kostprijs per woning en per bruto bewoonbare m² in vergelijking met 2006 kan grotendeels verklaard worden door de relatief goedkope prijs die werd betaald voor enkele gebouwen die werden aangekocht samen met één of andere gemeente, de beperkte samenwerking voor bepaalde projecten met sociale inschakelingsondernemingen die daardoor aan een lager tarief werken dan de gangbare prijzen op de markt, de uitwerking en opvolging van projecten door het personeel van het Fonds voor renovatiewerken waarvoor geen stedenbouwkundige vergunning moet worden aangevraagd. Deze factoren buiten beschouwing gelaten, valt wel duidelijk op dat de globale kosten van een project jaar na jaar blijven stijgen. We constateren ook dat de gemiddelde oppervlakte van een woning in de loop der jaren blijft dalen. d) De rentabiliteit van de nieuwe verhuringen. In de loop van 2007 werden 89 nieuwe huurcontracten afgesloten, waarvan 77 met kandidaathuurders en 2 met huurders die overgeplaatst moesten worden naar een andere woning. In onderstaande analyse wordt geen rekening gehouden met 36 nieuwe huurcontracten en wel om de volgende redenen: 6 verhuringen kaderen binnen de samenwerkingsovereenkomsten die het Fonds heeft afgesloten met de vzw s LAMA, BAITA/PAG ASA, LHIVING en LES 3 POMMIERS. Door de specifieke aard van deze overeenkomsten is de rotatiegraad voor deze woningen veel hoger dan het gemiddelde binnen de huurhulp. Sommige contracten zijn van zeer korte duur. Voor de opfrissing van deze woningen van de laatste generatie moesten geen speciale kosten worden gemaakt; verhuring, in de Vondelstraat te Schaarbeek, kadert eveneens binnen de samenwerkingsovereenkomsten die het Fonds heeft afgesloten met één van de hiervoor opgesomde vzw s, maar er moesten grotere werken in worden uitgevoerd voor de woning opnieuw verhuurd kon worden; 29 verhuringen hebben betrekking op woningen van de laatste generatie. Van de 53 woningen opgenomen in de analyse, zijn er: 33 die betrekking hebben op oude woningen die, zoals hiervoor al werd toegelicht, heel grondig zijn gerenoveerd en aangepast aan alle wettelijke normen; 20 die betrekking hebben op nieuwe woningen die tot dat deel van het patrimonium behoren dat nooit eerder werd verhuurd in het kader van de huurhulp. We hebben vastgesteld dat de gemiddelde kostprijs van de nieuwe woningen (62.46,43 EUR) 46,66 % hoger ligt dan de gemiddelde kostprijs van de oude woningen die compleet werden gerenoveerd (0.56,09 EUR). Dit verschil bedroeg 39,28 % in 2006, 37,50 % in 2005, 36,64 % in 2004, 27,80 % in 2003, 36,93 % in 2002, 59,55 % in 200 en 40,79 % in Een andere woning in de Voltairelaan te Schaarbeek wordt ook verhuurd in het kader van de samenwerking met één van deze vzw s. Deze woning van de oude generatie is zwaar gerenoveerd en wordt daarom opgenomen in de rentabiliteitsberekening van 53 verhuringen weergegeven in de tabellen 7 en 8. 2

113 Voor de oude woningen die in de loop van het jaar in huur werden gegeven, betalen de huurders maandelijks gemiddeld 550,29 EUR, wat neerkomt op een jaarrentabiliteit van 5,97 % op de gemiddelde kostprijs. Voor de nieuwe woningen wordt een huur van gemiddeld 57,32 EUR betaald, wat neerkomt op een jaarrentabiliteit van 3,83 % op de gemiddelde kostprijs. De maximale impact van de huurtoelagen op de rentabiliteit bedraagt 0,62 % voor de oude woningen en 0,37 % voor de nieuwe woningen. Zonder rekening te houden met deze huurtoelagen, stellen we nog het volgende vast: de gemiddelde rentabiliteit van de nieuwe woningen ligt 2,4 % lager dan die van de oude woningen; de rentabiliteit van 22 (66,67 %) van de 33 oude woningen is gelijk aan of hoger dan de fictief vereiste jaarlijkse minimumrentabiliteit van 5,35 %. Als we de woningen die in erfpacht zijn gegeven buiten beschouwing laten, ligt de maximumrentabiliteit op 8,22 %. De bedoelde woning ligt in de E. de Grimberghestraat te SintJansMolenbeek; van de 20 nieuwe woningen heeft er geen enkele een rentabiliteit hoger dan 5,35 %. De maximumrentabiliteit bedraagt 4,6 %, de minimumrentabiliteit 3,8 %; het verschil tussen de theoretische minimumrentabiliteit, berekend op basis van die 5,35 %, en de reële rentabiliteit die werd voorspeld, ziet er als volgt uit : Woningen Totaal van de maandelijks te betalen bedragen (in EUR) aan het fictieve referentiepercentage (5,35 %) (A) aan het reële percentage (B) Totaal (C) = (B) (A) Verschillen (in EUR) gemiddelde per woning Oude 6.266, , , ,38 Nieuwe 4.458, ,3 4.,75 205,59 Totaal , ,0 2.28,35 4,86 Voor de 36 nieuwe verhuringen, waarvan de rentabiliteit niet werd berekend omwille van de voormelde redenen, stelt men vast dat in sommige woningen grondige renovatiewerken uitgevoerd moesten worden voor de woningen opnieuw verhuurd konden worden. De werken die voornamelijk moesten worden uitgevoerd, zijn: de herstelling van huurschade, schilderwerken, soms grote werken door waterinsijpeling, leidingbreuken of vochtigheidsproblemen (stijgend vocht dat moest worden behandeld). Gemiddeld kostten deze werken 3.200,43 EUR. In dit gemiddelde zitten ook de kostprijs van de arbeidsuren gepresteerd door de technische ploeg van het Fonds en die van het materiaal dat ervoor werd aangekocht. Deze woningen werden gemiddeld 32,39 maanden bewoond. Als we de verhuringen in het kader van de hoger vermelde samenwerkingsovereenkomsten buiten beschouwing laten, stijgt dat gemiddelde tot 38,66 maanden en bedraagt de gemiddelde kostprijs voor de werken 3.972,95 EUR. * * * 3

114 B. STATISTIEKEN. Tabel Samenstelling van de huurdersgezinnen (*) Samenstelling van de gezinnen Aantal gezinnen Aantal % Aantal kinderen Aantal huurders Alleenstaand Samenwonend Aantal inwonenden Totaal aantal bewoners Alleenstaand 8 0, Twee volwassenen 29 3, Gezinnen met kind 84, Gezinnen met 2 kinderen 46 9, Gezinnen met 3 kinderen 59 2, Gezinnen met 4 kinderen 40 8, Gezinnen met 5 kinderen 68 9, Gezinnen met 6 kinderen 25 3, Gezinnen met 7 kinderen 9, Gezinnen met 8 kinderen 4 0, Totaal , (*) op basis van de gegevens van de laatste huurdersenquête en de gegevens in verband met de nieuwe huurdersgezinnen. Tabel 2 Indeling van de huurdersgezinnen naargelang zij al dan niet huurtoelagen bekomen Gezinnen die Aantal % huurtoelagen bekomen aan 00 % (normale huurtoelagen) aan 50 % (normale huurtoelagen) aan 00 % (gehandicapten/bejaarden) ,63 5,77 4,43 Totaal (A) 85 24,83 geen huurtoelage meer bekomen (B) geen huurtoelagen bekwamen (C) huurtoelagen afwachten (D) ,58 5,55 6,04 Totaal (A) + (B) + (C) + (D) ,00 4

115 SPREIDING VAN DE WONINGEN IN DE HUURHULP PER GEMEENTE IN 2007 (in percentages) dan 2 % van 2 tot dan 4 % van 4 tot dan 0 % 0 % en meer = Anderlecht 9 = Oudergem 2A = Brussel 0 = Schaarbeek 3 = Elsene = SintAgathaBerchem 4 = Etterbeek 2 = SintGillis 5 = Evere 3 = SintJansMolenbeek 6 = Ganshoren 4 = SintJoosttenNode 2B = Haren 5 = SintLambrechtsWoluwe 7 = Jette 6 = SintPietersWoluwe 8 = Koekelberg 7 = Ukkel 2C = Laken 8 = Vorst 2D = NederOverHeembeek 9 = WatermaalBosvoorde 5

116 Tabel 3 Samenstelling van de nieuwe huurdersgezinnen Samenstelling van de gezinnen Aantal gezinnen Aantal % Aantal kinderen Aantal huurders Alleenstaand Samenwonend Aantal inwonenden Totaal aantal bewoners Alleenstaand 5 9, Twee volwassenen, Gezinnen met kind 9, Gezinnen met 2 kinderen 2 27, Gezinnen met 3 kinderen 3 6, Gezinnen met 4 kinderen 9, Gezinnen met 5 kinderen 5 6, Gezinnen met 6 kinderen 2 2, Gezinnen met 7 kinderen Gezinnen met 8 kinderen,30, Totaal 77 00, Tabel 4 Spreiding van de nieuwe huurdersgezinnen volgens hun sociaalprofessioneel statuut () en hun maandelijks nettoinkomen (kinderbijslag niet inbegrepen) Inkomens (in EUR) Sociaalprofessioneel statuut < of = leefloon (2) > leefloon en < of = maximale werkloosheidsuitkering (3) > maximale werkloosheidsuitkering en < of =.250,00 >.250,00 Totaal Aantal % Aantal % Aantal % Aantal % Aantal % Zonder beroep 23 29,97 5 9,48 7 9,09, ,74 Arbeider 2 3,90 5 6, , ,06 Bediende 3 3,90 3 3,90 Zelfstandige,30,30 Totaal 23 29, ,68 2 5, , ,00 () Stemt overeen met het hoogste inkomen van een van de partners. (2) Het leefloon bedraagt op 3/2/2007, 876,50 EUR. (3) De maximale werkloosheidsuitkering bedraagt op 3/2/2007,.067,30 EUR. 6

117 Tabel 5 Spreiding van de nieuwe huurdersgezinnen volgens hun grootte en hun gemiddeld maandelijks nettoinkomen (met of zonder kinderbijslag) Samenstelling van de gezinnen Aantal gezinnen Gemiddeld nettoinkomen (in EUR) (zonder kinderbijslag) Gemiddeld nettoinkomen (in EUR) (met kinderbijslag) Gezinnen zonder kinderen 6 75,25 758,69 Gezinnen met kind 9.23,67.332,33 Gezinnen met 2 kinderen 2.40,95.394,8 Gezinnen met 3 kinderen 3.359,85.946,85 Gezinnen met 4 kinderen 9.308,44.853,78 Gezinnen met 5 kinderen 5.060,20.883,20 Gezinnen met 6 kinderen 2.946, ,00 Gezinnen met 7 kinderen.947, ,00 Gezinnen met 8 kinderen 2.283, ,00 Totaal 77.68,09.547,40 Tabel 6 Gemiddeld maandelijks bedrag () ten laste van de nieuwe huurdersgezinnen en naargelang hun grootte in percentage van hun inkomen Samenstelling van de gezinnen Aantal gezinnen Gemiddeld maandelijks bedrag (in EUR) % van het inkomen (2) Gezinnen zonder kinderen 6 273,59 36,06 Gezinnen met kind 9 442,94 33,25 Gezinnen met 2 kinderen 2 462,28 33,4 Gezinnen met 3 kinderen 3 550,0 28,25 Gezinnen met 4 kinderen 9 606,68 32,73 Gezinnen met 5 kinderen 5 590,0 3,33 Gezinnen met 6 kinderen 2 725,08 24,66 Gezinnen met 7 kinderen 862,66 2,54 Gezinnen met 8 kinderen 79,23 7,84 Totaal ,08 30,83 () het betreft het maandelijks door de huurder te betalen bedrag. Het bestaat normaal uit een deel van de contractuele huur en het andere deel wordt ten laste genomen van het Fonds in functie van de modaliteiten bepaald door de Raad van Bestuur. (2) het betreft het gemiddeld maandelijks nettoinkomen, kinderbijslag inbegrepen. 7

118 Tabel 6 bis Evolutie van het gemiddeld maandelijks bedrag ten laste van de nieuwe huurdersgezinnen, per jaar en naargelang hun grootte Samenstelling van de gezinnen Maandelijks bedrag % van het inkomen () Maandelijks bedrag % van het inkomen () Maandelijks bedrag % van het inkomen () Maandelijks bedrag % van het inkomen () Maandelijks bedrag % van het inkomen () Gezinnen met maximum kind Gezinnen met 2 of 3 kinderen Gezinnen met 4 kinderen of meer 290,32 34,48 320,96 34,89 33,2 36,4 35,25 39,0 334,56 34,66 445,77 30,6 440,57 30,44 52,33 33,67 483,65 3,56 495,82 30,88 484,06 25,49 537,4 25,9 599,5 24,26 599,93 27, 639,68 30,77 () het betreft het gemiddeld maandelijks nettoinkomen, kinderbijslag inbegrepen. Tabel 7 Aard van de woning van de nieuwe huurders vóór hun herhuisvesting door het Fonds Aard van de woning Aantal % ONGEZOND ) Verbeterbaar 2) Verbeterbaar en overbevolkt 3) Overbevolkt 4) Niet verbeterbaar FUNCTIONEEL ONAANGEPAST ZONDER EIGEN WONING ,28 3,90 33,77,30 0,39 4,28 Totaal (A) 60 77,92 GEZOND, maar ) Scheiding van de partner 2) Uit woning gezet 3) Te hoge huurprijs 4) Onderbevolkt 5) Overbevolkt ,00 0,00 0,39 0,00,69 Totaal B 7 22,08 Totaal (A) + (B) 77 00,00 8

119 Tabel 8 Spreiding van de nieuwe huurdersgezinnen volgens hun grootte en het jaar van hun kandidatuurstelling (*). Gezinssamenstelling Alleenstaanden en gezinnen zonder kinderen Gezinnen met kind Gezinnen met 2 kinderen Gezinnen met 3 kinderen Gezinnen met 4 kinderen Gezinnen met 5 kinderen Gezinnen met 6 kinderen Gezinnen met 7 kinderen Gezinnen met 8 kinderen Voor 998 Jaar van de kandidatuur Totaal Totaal (*) De jaarlijkse bijwerking laat toe om de gegevens van de wachtende kandidaten te actualiseren. Dit gebeurt globaal per jaar van kandidatuurstelling en/of bij een individuele convocatie. Tabel 9 Samenstelling van de huurdersgezinnen die de huurhulpsector verlieten Gezinssamenstelling Aantal gezinnen Aantal % Aantal kinderen Aantal huurders Alleenstaanden Samenwonenden Aantal inwonenden Totaal aantal bewoners Alleenstaanden 5 35, Twee volwassenen 2 4, Gezinnen met kind 5, Gezinnen met 2 kinderen 0 23, Gezinnen met 3 kinderen 4 9, Gezinnen met 4 kinderen 2 4, Gezinnen met 5 kinderen 2, Gezinnen met 6 kinderen 2 4, Gezinnen met 7 kinderen 2, Totaal 42 00,

120 Tabel 0 Evolutie van de huuropbrengst en van de achterstallen (in EUR). 6 Jaar Jaarlijks vervallen te betalen sommen (*) Gecumuleerde te betalen vervallen sommen sinds 976 (*) Recuperatie totaal vervallen huurlasten sinds 976 (*) Totaal vervallen huurtoelagen sinds 976 (*) Gecumuleerd totaal sinds 976 Totaal achterstallen huur + lasten sinds 976 Totaal in verlies geboekt sinds 976 Totaal sinds , , , , , , , ,65 4, , , , , , , , ,90 4, , , , , , , , ,23 3, , , , , , , , ,46 3, , , , , , , , ,46 3, , , , , , , , ,9 3, , , , , , , , ,25 3, , , , , , , , ,76 3, , , , , , , , ,68 3, , , , , , , , ,02 3, , , , , , , , ,4 2, , , , , , , , ,50 2, , , , , , , , ,30 3, , , , , , , , ,47 3, , , , , , , , ,52 3, , , , , , , , ,7 2, , , , , , , , ,70 2, , , , , , , , ,55 2, , , , , , , , ,60 2,87 % van 8 tot 5 (*) Te betalen sommen : het deel van de huur rechtstreeks ten laste van de huurders. Vervallen sommen : de te betalen sommen, de huurlasten (o.a. water, gas en elektriciteitsrekeningen), de kosten gedragen door het Fonds ingevolge huurschade na het verlaten van de woning, de terugvorderbare procedurekosten en de huur en installatietoelagen.

121 Tabel Verdeling van de gebouwen en woningen volgens gemeente Gebouwen Woningen 6 Gemeente Anderlecht Brussel Elsene Etterbeek Evere Ganshoren Haren Jette Koekelberg Laken NederoverHeembeek Oudergem Schaarbeek SintAgathaBerchem SintGillis SintJansMolenbeek SintJoosttenNode SintLambrechtsWoluwe SintPietersWoluwe Ukkel Vorst WatermaalBosvoorde nieuwe () oude (2) nieuwe () oude (2) Aantal % aantal % aantal % aantal % aantal % ,27 0,27 0,27 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00,09 0,00 0,27,37 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0, ,63 9,27 5,45 4,09,9 0,27 0,00 0,63 2,8 4,36 0,54 0,00 20,7 0,55 4,63 9,54 6,8 0,00 0,54,09 3,27 0, ,90 9,54 5,72 4,09,9 0,27 0,00 0,63 2,8 4,36 0,54 0,00 2,80 0,55 4,90 0,9 6,8 0,00 0,54,09 3,27 0, ,4 2,02 2,28 0,09 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 2,72 0,00 6,4,5 0,00 0,00 0,00 0,00,58 0, ,6 0,26 3,59 2,37,23 0,09 0,00 5,96,4 2,46 0,7 0,00 2,28,93 4,56 8,76 5,88 0,00 0,35 0,88 2,8 0,00 Aantal % Totaal 3 3, , , , , , ,30 2,28 5,87 2,46,23 0,09 0,00 5,96,4 2,46 0,7 0,00 5,00,93 0,70 9,9 5,88 0,00 0,35 0,88 4,39 0,00 () Gebouwen of woningen die nog geen voorwerp hebben uitgemaakt van huurhulpactiviteiten, die in renovatie of te renoveren zijn of die in opbouw of te bouwen zijn. (2) Gebouwen of woningen die reeds het voorwerp hebben uitgemaakt van huurhulpactiviteiten.

122 Tabel 2 Verdeling van de gebouwen volgens het aantal woningen waaruit zij bestaan of zullen bestaan Aard van het gebouw Nieuw () Oud (2) Aantal % Aantal % Aantal % eengezinswoning 0,27 6 3,6 7 3,88 tweegezinswoning 0, , ,60 driegezinswoning 0 0, , ,63 met 4 of 5 woningen 0, ,45 2 5,72 met 6 of 0 woningen 0 0,00 4 3,8 4 3,8 met of 5 woningen 3 0,82 0 0,00 3 0,82 met meer dan 5 woningen 7,9 6,36 3 3,54 Totaal 3 3, , ,00 () Gebouwen die nog geen voorwerp hebben uitgemaakt van huurhulpactiviteiten, die te renoveren of in renovatie zijn of te bouwen of in opbouw zijn. (2) Gebouwen die reeds het voorwerp hebben uitgemaakt van huurhulpactiviteiten. Tabel 3 Verdeling van de woningen volgens het aantal kamers waaruit zij bestaan of zullen bestaan Aard van de woning Nieuwe () Oude (2) Aantal % Aantal % Aantal % met kamer 37 3, ,33 32,58 met 2 kamers 43 3, , ,63 met 3 kamers 22, , ,8 met 4 kamers 8 0,7 9 6, ,46 met 5 kamers 0, , ,93 met 6 kamers 0 0,00 0 0,88 0 0,88 met meer dan 6 kamers 0 0,00 4 0,35 4 0,35 nog niet vastgesteld 95 7,0 0 0, ,0 gelijkgestelde lokalen (3) 3 0,26 0 0,00 3 0,26 Totaal , 83 72, ,00 () Woningen die nog geen voorwerp hebben uitgemaakt van huurhulpactiviteiten, die te renoveren of in renovatie zijn of die te bouwen of in opbouw zijn. (2) Woningen die reeds het voorwerp hebben uitgemaakt van huurhulpactiviteiten. (3) Gemeenschappelijke lokalen, gelijkgesteld met 3 woningen, Marconistraat te Vorst. 22

123 Tabel 4 Verdeling van de gebouwen en woningen () volgens de perimeter waarin ze zich bevinden Gebouwen buiten R.V.O.H.R. enkel in R.V.O.H.R. (2) in R.V.O.H.R. en PWC (3) in R.V.O.H.R. en IW (4) Totaal R.V.O.H.R. Woningen Aantal % Aantal % Aantal % Aantal % Aantal % Gebouwen 34 36, , ,6 35 9, ,49 Woningen , , , , ,67 () Inbegrepen de gebouwen en woningen waarvan de verwezenlijking aan de gang of gepland is. (2) Ruimte voor versterkte ontwikkeling van de huisvesting en renovatie. (3) Perimeter van een wijkcontract (oude of lopende). (4) Initiatiefwijk. 23

124 Tabel 5 Kostprijs, oppervlakte en samenstelling van de nieuwe () gebouwen waarvan de renovatie of bouw beëindigd werd in Anderlecht, Adres Bergense Steenweg, Robert Boschstraat Aard van de werken (2) Kostprijs (in EUR) Brutooppervlakte in m² Aankoop Werken Totaal Totaal (3) Bewoonbaar (4) Kostprijs (in EUR) per brutom² Totaal Bewoonbaar AC 64.95, , , ,0.745,27 8 Aantal woningen Etterbeek, Félix Hapstraat ZR 78.08, , , ,27.336,00 3 k. Anderlecht, Birminghamstraat ZR , , , ,94.443,66 3 k. Woningtype 5 x 2 k., 2 x 3 k., x 4 k. 6 Brussel, Anderlechtsesteenweg ZR 9.626, , , ,7.893,75 3 Vorst, Marconistraat C , (5) ,89 (5) , ,7.845,75 5 Anderlecht, Grisarstraat ZR 20.40, , , ,73.478, 4 SintJans Molenbeek Potaerdegatstraat ZR 6.579, , , ,73.468,53 3 k. 2 x k., x 2 k. 8 x k., 5 x 2 k., 2 x 3 k, gemeenschappelijke ruimte x k., 3 x 3 k. TOTAAL : 7 GEBOUWEN , , , Gemiddelde per woning ,59 3.4, ,94 5,64 90,58.352,46.726,66 () Gebouwen die voorheen nooit het voorwerp uitmaakten van een huurhulpverrichting. (2) ZR = zware renovatie AC = afbraak/constructie C = constructie (3) Totale oppervlakte van de niveaus, gevelmuren en helft van gemene muren inbegrepen. (4) Oppervlakte van de woonvertrekken (en van de handelsruimten, zo die er zijn) met inbegrip van wanden, gevelmuren en de helft van de gemene muur, en met uitzondering van kelders, zolders en gemeenschappelijke delen (trapkasten, hall, sas,...). (5) Zonder kosten van de parkings ( ,00 EUR) en waarde van de tuin ( ,00 EUR) Er werd een forfait vastgesteld voor de kostprijs van de garages. Deze werd van de totale kostprijs van de werken afgetrokken. De oppervlaktes van de garages worden afgetrokken van de totale bewoonbare brutooppervlaktes. De aangekondigde kostprijzen zijn afgerond en in bepaalde gevallen nog niet definitief; de laatste afrekeningen zijn soms nog niet beëindigd.

125 Tabel 6 Evolutie van de gemiddelde kostprijs, van de gemiddelde brutooppervlakte en van de gemiddelde kostprijs per m² van de nieuwe woningen (*) waarvan de renovatie of bouw beëindigd werd in Jaar Gemiddelde kostprijs (in EUR) Gemiddelde brutooppervlakte per m² Gemiddelde kostprijs (in EUR) per m² bruto Aankoop Werken Totaal Totaal Bewoonbaar Totaal Bewoonbaar Aantal woningen , , ,8 47,44 3,56 792,39.028, handelsruimtes , , ,22 53,86 23,75 87,52.06, handelsruimte , , ,85 65,92 3,38 903,20.40, , , ,24 20,82 97,20.20,7.392, , , ,2 44,59 6,62.006,74.248, , , ,56 35,6 06,.72,89.498, , , ,00 28,27 97,5.326,.750, ,25 3.4, ,94 5,64 90,58.352,46.726,66 33 Evolutie in = 00 33,86 78,43 79,76 70,68 67,83 (*) Woningen die voorheen nog niet het voorwerp uitmaakten van een huurhulpverrichting.

126 Tabel 7 Kostprijs, type en rentabiliteit van de nieuwe woningen (*) die in 2007 in huur gegeven werden. 6 Adres Gedelegeerde opdracht Aantal kamers Kostprijs van de woning (2) Bruto bewoonbare oppervlakte (3) Contractuele huurprijs (4) Te betalen bedrag (5) Huurtoelagen (6) Rentabiliteit op jaarbasis (7) CH (4) TBB (5) Brussel, Kazernestraat ,60 40,00 420,00 380,09 4,85 3,56 SintGillis, de Mérodestraat X ,75 75,00 550,00 40,8 34,47 5,29 3,95 Anderlecht, Bergense Steenweg ,29 82,00 550,00 397,97 40,24 4,39 3,8 Anderlecht, Bergense Steenweg ,7 82,00 650,00 540,82 4,77 3,97 Anderlecht, Bergense Steenweg ,54 82,00 600,00 600,00 47,9 4,53 4,53 Brussel, Kazernestraat ,40 08,00 625,00 462,7 35,00 4,8 3,56 Brussel, Kazernestraat ,39 93,00 650,00 475,0 60,00 4,87 3,556 Brussel, Kazernestraat ,40 97,00 625,00 509,94 4,8 3,93 SintGillis, de Mérodestraat X ,32 88,00 650,00 449,33 6,37 5,72 3,95 Schaarbeek, Marbotinstraat ,64 70,00 600,00 462,7 4,66 3,59 Schaarbeek, Marbotinstraat ,0 75,00 575,00 449,33 4,59 3,59 Brussel, Kazernestraat ,42 86,00 600,00 460,08 74,8 4,75 3,64 Brussel, Kazernestraat ,42 86,00 600,00 449,33 74,8 4,75 3,56 Brussel, Kazernestraat ,42 86,00 600,00 449,33 4,75 3,56 Schaarbeek, Marbotinstraat ,0 8,00 800,00 564,89 5,08 3,59 Schaarbeek, Marbotinstraat ,46 25,00 775,00 606,82 5,04 3,95 Anderlecht, Bergense Steenweg ,43 32,00 825,00 603,4 94,3 4,77 3,49 SintGillis, de Mérodestraat X ,40 56,00 850,00 778,5 5,04 4,6 Schaarbeek, Marbotinstraat ,55 32,00 825,00 74,82 5,3 4,6 Schaarbeek, Marbotinstraat ,0 30,00 850,00 626,84 88,26 5,7 3,8 TOTAAL VAN 20 WONINGEN ,63.943, , ,3.2,00 4,89 3,83 GEMIDDELDE 2, ,43 97,5 66,00 57,32 60,55 4,89 3,83 (*) Woningen die voorheen nog niet het voorwerp uitmaakten van een huurhulpverrichting.

127 LEGENDE VAN TABELLEN 7, 8 EN 8 BIS () Nieuwe of oude woningen: woningen geklasseerd in functie van hun eventuele vroegere toewijzing binnen een huurhulpverrichting. (2) Kostprijs van de woning: kostprijs (in EUR) (aankoopprijs + aktekosten + gefactureerde en/of bestelde werken, btw inbegrepen, op 3/2/2007) voor het desbetreffende gebouw, gewogen in functie van de referentiewaarde van de desbetreffende woning, rekening houdend met de gecumuleerde referentiewaarde van alle woningen binnen hetzelfde gebouw. (3) Bruto bewoonbare oppervlakte per m²: de oppervlakte van de woonvertrekken (en zonodig de handelsruimten), met inbegrip van de wanden, de gevelmuren en de ½ van de gemene muren, zonder kelders, zolders en gemeenschappelijke delen (trappen, overlopen, hall, sas). (4) Contractuele huurprijs : contractueel vastgestelde huurprijs (in EUR) voor de desbetreffende woning. (5) Te betalen bedrag : maandelijks bedrag (in EUR) ten laste van de huurder voor de desbetreffende woning. (6) Huurtoelage : bedrag van de verwachte maandelijkse huurtoelagen (in EUR) voor de desbetreffende woning. (7) Rentabiliteit op jaarbasis : opbrengsten uitgedrukt in % van de kostprijs van de woning. X : gedelegeerde opdracht van de Regering aan het Fonds. (8) Kostprijs van de renovatie: kosten ingevolge huurschade met inbegrip van de kosten voor de technische ploeg van het Fonds. 27

128 Tabel 8 Kostprijs, type en rentabiliteit van de oude woningen (*) in huur gegeven in Adres Aantal kamers Kostprijs van de woning (2) Bruto bewoonbare oppervlakte (3) Contractuele huurprijs (4) Te betalen bedrag (5) Huurtoelagen (6) Rentabiliteit op jaarbasis (7) CH (4) TBB (5) Brussel, Eedgenotenstraat ,49 80,68 400,00 333,77 00,00 8,2 6,85 St.JoosttenNode, SaksenCoburgstraat 46.58,68 4,00 258,50 205,37 6,66 5,29 Etterbeek, Haernestraat 8.39,26 60,40 423,28 320,93 6,24 4,73 Jette, Broustinlaan ,75 9,00 600,00 449,33 6,37 6,30 4,72 Etterbeek, Louis Hapstraat ,35 97,45 600,00 449,33 7,56 5,66 St.JansMolenbeek, Vandepeereboomstraat , 72,7 39,42 333,77 43,9 4,77 4,07 Schaarbeek, Verhasstraat ,54 82,0 420,00 346,6 6,33 5,22 St.PietersWoluwe, J. De Troozstraat ,82 80,25 550,00 436,49 50,00 6,24 4,95 St.Gillis, Parklaan ,57 5,00 700,00 700,00 6,30 6,30 Schaarbeek, Seutinstraat ,53 03,06 566,2 545,62 7,5 7,24 Schaarbeek, Voltairelaan ,96 95,88 486,3 385,3 5,76 4,57 Brussel, Antwerpsesteenweg ,76 9,00 600,00 466,46 68,0 7,82 6,08 Brussel, Antwerpsesteenweg ,39 9,00 650,00 462,7 8,00 5,69 Brussel, Antwerpsesteenweg ,58 9,00 625,00 453,58 80,55 7,9 5,74 Evere, Pater Damiaanstraat ,0 7,50 700,00 595,32 74,8 7,42 6,3 Schaarbeek, Marbotinstraat ,65 06,4 575,00 494,72 50,00 6,29 5,4 St.JansMolenbeek, Koorstraat ,92 7,50 620,00 487,87 58,69 6,58 5,8 Anderlecht, Barastraat ,39 84,50 670,00 500,69 5,54 4,4 Brussel, Patriottenstraat ,44 98,00 670,00 629,83 7,9 8,08 7,60 StGillis, Nieuwburgstraat ,44 32,22 730,00 672,3 7,77 7,5 Jette, J. De Heynstraat ,09 07,3 759,73 582,46 9,99 7,66 St.JansMolenbeek, E. de Grimberghestraat ,35 20,00 625,00 625,00 8,22 8,22 St. Gillis, Jean Robiestraat ,25 23,00 800,00 64,93 50,00 7,34 5,89 Jette, St. Pieterskerkstraat ,74 30,42 800,00 603,4 20,7 8,86 6,68 Jette, de Smet de Naeyerlaan ,30 43,59 800,00 757,5 00,85 6,9 6,54 Elsene, Schepenenstraat ,7 67,00 900,00 748,8 20,7 7,80 6,49 St.JoosttenNode, SaksenCoburgstraat ,6 40,07 800,00 564,89 7,70 5,43 St.JansMolenbeek, Stijnsstraat ,83 90,00 800,00 629,09 20,7 6,77 5,32 Schaarbeek, Notelaarsstraat ,09 28,03 725,00 539,2 6,5 4,84 Vorst, W. Ceuppenslaan ,55 40,00 850,00 85,95 24,93 8,30 7,97 Schaarbeek, Quinauxstraat ,68 96,50 850,00 729,06 20,7 7,0 6,09 St.JansMolenbeek, Karperstraat ,47 20,08 950,00 862,66 20,7 7,26 6,59 St.Gillis, Praagstraat ,09 24,72 850,00 79,23 20,7 7,4 6,64 TOTAAL VAN 33 WONINGEN , , , , ,38 7,5 5,97 GEMIDDELDE 3,5 0.56,09 8,46 658,95 550,29 86,22 7,5 5,97 (*) Woningen die voorheen reeds het voorwerp uitmaakten van een huurhulpverrichting.

129 Tabel 8 bis Kostprijs voor het weer in orde brengen van de in categorie 3 (*) vrijgekomen woningen die opnieuw verhuurd werden in Adres Aantal kamers Bruto bewoonbare oppervlakte (3) Kostprijs van de renovatie (8) Duur van de laatste verhuring (in maanden) Schaarbeek, Vondelstraat 32,09 6,00 Schaarbeek, Vondelstraat 32,09 6,00 Schaarbeek, Vondelstraat 36,39.407,98 6,00 Schaarbeek, Vondelstraat 36,39 6,00 Schaarbeek, Vondelstaat 32,09 6,00 Schaarbeek, Vondelstraat 36,39 6,00 Jette, Wemmelse Steenweg 42, ,4 49,50 Brussel (Laken), Kerkveldstraat 48,00 9,00 Vorst, Belgradostraat 5,98 2,00 Anderlecht, Onderwijsstraat 43, ,40 54,50 Schaarbeek, Vandermeerschstraat 5,00 293,88 49,50 Brussel, Anderlechtsesteenweg 2 67,92 690,37 74,50 Ukkel, Stille Oceaanstraat 2 89,74 20,83 2,00 Etterbeek, Antoine Gautierstraat 2 95, ,8 40,00 Vorst, de Mérodestraat 2 67, ,84 0,00 St.JansMolenbeek, SintJozefstraat 2 9,39 35,00 St.JansMolenbeek, SintJozefstraat 2 75,4 35,00 St.JansMolenbeek, SintJozefstraat, 2 79, ,55 36,00 Anderlecht, Waskaarsstraat 2 7, ,83 49,00 Brussel, Anderlechtsesteenwe 2 92, ,33 9,00 Brussel, Anderlechtsesteenweg 2 90,00 3.7,08 27,50 Jette, Broustinlaan 2 9,00.06,4 6,00 Anderlecht, Liverpoolstraat 2 82, ,67 9,00 Elsene, Keienveldstraat 2 97, ,92 27,00 St.JoosttenNode, Groenstraat 3 4, ,27 56,00 St.JoosttenNode, Godfried van Bouillonstraat 3 8,00.300,88 30,00 Anderlecht, Onderwijsstraat 3 40, ,44 63,50 St.JoosttenNode, Groenstraat 3 4, ,27 60,00 St.JansMolenbeek, Vanderdussenstraat 3 30, ,02 58,00 SintGillis, Joseph Claesstraat 3 42, ,36 29,00 Schaarbeek, Vandermeerschstraat 4 40,00.75,55 5,50 Schaarbeek, Vandermeerschstraat 4 34,00.75,55 37,50 Schaarbeek, Vandermeerschstraat 4 50,00.75,55 66,00 Anderlecht, Félix Paulsenlaan 4 60, ,5 3,00 Anderlecht, Waskaarsstraat 4 6, ,6 3,00 Vorst, de Mérodestraat 4 24, ,84 6,00 TOTAAL VAN 36 WONINGEN ,0 5.25,54.66,00 GEMIDDELDE 2,9 89, ,43 32,39 (*) woningen van de jongste generatie. 29

130 Tabel 9 Gemiddelde rentabiliteit, gemiddelde kostprijs en gemiddelde oppervlakte van de in huur gegeven woningen in 2007, per woningtype, naargelang ze oud of nieuw zijn. Oude woningen (A) Nieuwe woningen (B) Verschil (B A) Woningtype in functie van het aantal kamers Aantal woningen Gemiddelde kostprijs (in EUR) Gemiddeld maandelijks te betalen bedrag (in EUR) Gemiddelde oppervlakte Rentabiliteit in % Aantal woningen Gemiddelde kostprijs (in EUR) Gemiddeld maandelijks te betalen bedrag (in EUR) Gemiddelde oppervlakte Rentabiliteit in % tussen gemiddelde kostprijzen in EUR in % van rentabiliteiten in % 4 60, ,5 286,69 5, , ,7 359,45 3, ,02 83, , ,92 403, 4, , ,54 482,97 3, ,62 6,25, , ,79 542,93 6,4 5 00, ,54 506,09 3, ,75 56,07 2, , ,87 640,60 5, , ,32 687,56 4, ,45 52,86, , ,90 802,56 6, , ,09 79,23 6,64 ALGEMEEN GEMIDDELDE 8, ,09 550,29 5,97 97, ,43 57,32 3, ,34 46,66 2,4 TOTAAL () Woningen die voorheen reeds het voorwerp uitmaakten van een huurhulpverrichting. (2) Woningen die voorheen nog geen voorwerp uitmaakten van een huurhulpverrichting. NB: verschil met 2006: de oppervlakte van de woningen die in 2007 in huur werden gegeven, werd toegevoegd. Vaststelling: de gemiddelde oppervlakte van de oude woningen is groter dan deze van de nieuwe woningen.

131 Tabel 20 Evolutie per jaar van de kostprijs, van het aantal kamers, van het gemiddeld te betalen bedrag en van de rentabiliteit, volgens het jaar van inhuurgave, voor de oude en nieuwe woningen (). Gemiddelde kostprijs (in EUR) Gemiddeld aantal kamers (2) Gemiddeld te betalen bedrag (in EUR) Gemiddelde rentabiliteit in % Jaar Oude woningen Nieuwe woningen Verschil tussen oude en nieuwe Oude woningen Nieuwe woningen Oude woningen Nieuwe woningen Verschil tussen oude en nieuwe Oude woningen Nieuwe woningen Verschil tussen oude en nieuwe , ,5 + 40,79 % 3,00 2,84 322,06 346,36 + 7,55 % 4,58 3,50, ,83 ( 6,73 %) ,49 (+ 5,70 %) + 59,55 % 2,85 3,3 355,03 (+ 0,24 %) 397,49 (+ 4,76 %) +,96 % 5,4 (+ 0,83) 3,80 (+ 0,30), ,53 (+ 25,96 %) ,54 (+ 8, %) + 36,93 % 3,49 2,74 394,36 (+,08 %) 395,3 ( 0,55 %) + 0,24 % 4,77 ( 0,64) 3,49 ( 0,3), ,52 (+ 6,30 %) ,63 ( 0,80 %) + 27,80 % 3,0 2,75 39,9 ( 0,80 %) 423,65 (+ 7,7 %) + 8,30 % 4,45 ( 0,32) 3,77 (+ 0,28) 0, ,23 ( 4,42 %) ,05 (+ 2,20 %) + 36,64 % 3,00 2,65 443,93 (+ 3,48 %) 455,39 (+ 7,49 %) + 2,58 % 5,29 (+ 0,84) 3,97 (+ 0,20), ,23 (+ 5,93 %) ,42 (+ 6,66 %) + 37,50 % 2,93 2,74 472,96 (+ 6,54 %) 520,62 (+ 4,32 %) + 0,08 % 4,86 ( 0,43) 3,89 ( 0,08) 0, ,35 (+ 2,08 %) 66.6,3 (+ 3,40 %) + 39,28 % 3,3 2,38 59,33 (+ 9,79 %) 486,02 ( 6,65 %) 6,4 % 5,23 (+ 0,37) 3,46 ( 0,43), ,09 ( 7,30 %) 62.46,43 ( 2,39 %) + 46,66 % 3,5 2,55 550,29 (+ 5,96 %) 57,32 (+ 6,44 %) 6,00 % 5,97 (+ 0,74) 3,83 (+ 0,37) 2,4 () oude en nieuwe woningen, naargelang ze al dan het voorwerp uitgemaakt hebben van een huurhulpverrichting. (2) de flats worden beschouwd als woningen met kamer. (.%) = evolutie in percentage t.o.v. het vorige werkjaar.

132 Tabel 2 Vorderingsstaat van de renovatie of bouwwerken van de nieuwe woningen op 3 december Sites Aard van de verrichting () Woningtype Aantal woningen Aantal kamers/ woning Vorderingsstaat (2) Schaarbeek, Wijnheuvelenstraat R eengezinswoning 5 TC Schaarbeek, Madeliefjesstraat R appartementen en duplex 2 en 3 TC Schaarbeek, Marcel Mariënstraat C appartementen en duplex tot 4 TC Schaarbeek, Louis Scutenairestraat C appartementen en duplex 5 tot 4 TC Anderlecht, Bergense Steenweg C appartementen 4 en 2 TC St.JansMolenbeek, Zwart Paardstraat R en C appartementen en duplex 3 tot 3 TC St.JansMolenbeek, hoek Vanderdussenstraat/Kortrijkstraat C appartementen 5 tot 4 TC Elsene, terrein Herdersstraat/Keienveldstraat C appartementen en duplex 25 tot 3 PU SintGillis, Coenraetsstraat R appartementen 70 tot 4 PU St.JansMolenbeek, terrein Requette/Candries C appartementen 25 tot 4 PU St.JansMolenbeek, terrein Requette/Lemaire C appartementen 25 tot 4 PU St.JansMolenbeek, Birminghamstraat R appartementen 30 onbepaald AP Brussel, Slachthuisstraat R appartementen 20 onbepaald NVA Elsene, Skepterstraat R appartementen (3) AT Schaarbeek, Poststraat R appartementen 2 (4) AT Totaal 5 sites 277 () C = constructie R = renovatie (2) FC = werf in eindfase PU = wachten op de stedenbouwkundige vergunning TC = werken in uitvoering AP = architecturaal ontwerp in uitvoering AT = aanbesteding van werken in uitvoering AOS = offerteaanvraag voor architectuuropdracht in uitvoering CC = lastenboek voor de werken in uitvoering NVA = net aangekocht (3) Verdeling van een gebouw in 2 woningen ( x 4 k., x 3 k.) binnen het oude patrimonium (4) Verdeling van een eengezinswoning (5 k.) van het oude patrimonium in 3 woningen (2 x k., x 3 k.).

133 SECTIE III BIJZONDERE VERRICHTINGEN A. GEDELEGEERDE OPDRACHTEN. In de term gedelegeerde opdrachten zitten de bijzondere verrichtingen vervat die door het Gewest worden bepaald en die het sinds 993 toewijst aan het Fonds. Dit gebeurt overeenkomstig artikel.2.3. van de vorige beheersovereenkomst (voor de jaren 99 tot 994) en artikel..2. van die voor de periode en volgende jaren. Deze opdrachten kaderen heel vaak binnen de perimeters van bestaande of op stapel staande wijkcontracten of binnen die van stadszones waarin gelijkaardige renovatieprojecten uitgevoerd moeten worden. In de meeste gevallen gaat het om gegroepeerde verrichtingen bestaande uit zware renovatie of (her)opbouwprojecten. Vaak worden deze projecten geselecteerd omwille van hun uiterst positieve effect op de stadswijk waarin ze zijn gesitueerd. Ze komen ook tegemoet aan een grote sociale nood. De gedelegeerde opdrachten passen bijna uitsluitend binnen de huurhulpactiviteiten van het Fonds of binnen die voor de hypothecaire leningen (in dat laatste geval gaat het om aankooprenovatie(herop)bouwverkoop verrichtingen). De zeer specifieke eigenschappen van deze opdrachten en de procedures die gevolgd moeten worden om ze te verwezenlijken, zorgen in veel gevallen voor zeer lange uitvoeringstermijnen. Bovendien zorgen de vaak progressieve omschrijving en de onzekerheden eigen aan alle bouwprojecten ervoor dat het vaak moeilijk is om de uiteindelijke kostprijs van dergelijke verrichtingen te ramen. Daarom wordt het oorspronkelijke investeringsbedrag nog aangepast tijdens de uitvoering van het project. We verwijzen naar de verslagen van de voorbije jaren waarin toelichting wordt gegeven bij sommige hindernissen of beperkingen waarmee we werden geconfronteerd in het kader van de gedelegeerde opdrachten. Hierna volgt een overzicht van de vorderingsstaat van de opdrachten die op 3 december 2007 nog niet voltooid waren. De projecten zijn geklasseerd in functie van het jaar van de oorspronkelijke investering. De projecten die op januari 2007 afgerond waren, worden hier niet meer vermeld. 997 ) Brussel Hopstraat Nieuwbouw Oorspronkelijke investering : , EUR Overheveling van geschrapte projecten : 996 : , EUR; 997 : ,06 EUR Supplementen : 2002 : ,90 EUR; 2003 : ,4 EUR; 2004 : ,03 EUR; 2005 : 9.677,03 EUR; 2006 : ,36 EUR Programma : 27 woningen waarvan 7 bestemd voor verhuur en 20 voor verkoop + 3 parkeerplaatsen. We herinneren eraan dat dit terrein werd gekocht in De bouwwerken werden afgerond in De 7 huurwoningen zijn verhuurd sinds 2006 aan de vzw Le 8 ième Jour. De verkoop van de 20 andere is bijna afgerond (op 3 december 2007 stonden er nog 3 woningen te koop). 998 ) Anderlecht Birminghamstraat Zware renovatie Oorspronkelijke investering : 3.383,57 EUR; 2007 :.485,66 EUR Programma : woning bestemd voor verhuur. 33

134 Met deze gedelegeerde opdracht werd gestart in 998. In totaal moesten 8 woningen gecreëerd worden. In 2007 werden de laatste zware renovatiewerken afgerond aan de kleine eengezinswoning in de Birminghamstraat die in de lente 2008 in huur zal worden gegeven. In de verslagen van de voorbije jaren wordt ingegaan op de moeilijkheden waarmee we in dit dossier werden geconfronteerd. 2) Brussel Vandenbrandenstraat en Barthélémylaan Zware renovatie Oorspronkelijke investering : ,75 EUR Supplementen : 2002 : ,9 EUR; 2003 : 9.438,38 EUR; 2004 : 22.82,46 EUR; 2005 : ,49 EUR; 2006 : ,60 EUR; 2007 : ,34 EUR Programma : 0 woningen waarvan 4 bestemd voor verhuur en 6 voor verkoop. De 4 huurwoningen worden sinds 2004 bewoond. De werken voor de 6 woningen die in casco worden verkocht, zijn in 2007 afgewerkt. De moeilijkheden waarmee we werden geconfronteerd tijdens de uitvoering van deze opdracht staan beschreven in de vorige jaarverslagen. 999 ) SintGillis Coenraetsstraat, Claesstraat en de Mérodestraat Aankoop/renovatie of heropbouw Oorspronkelijke investering : ,69 EUR Supplementen : 2002 : ,4 EUR; 2003 : 0.427,59 EUR; 2004 : ,37 EUR; 2005 : 7.20,56 EUR; 2006 : 8.46,2 EUR; 2007 : 3.599,72 EUR Programma : 9 woningen bestemd voor verhuur. 6 woningen worden sinds 2005 verhuurd. De 3 woningen in de de Mérodestraat werden in 2007 afgewerkt en zijn intussen ook verhuurd. 200 ) Schaarbeek 2 terreinen in de verkaveling Dailly, Marcel Mariënstraat en Louis Scutenairestraat Nieuwbouw Investering 200 : ,40 EUR Supplement 2006 : ,90 EUR Programma : 26 woningen bestemd voor verhuur. Met de bouwwerken van de 2 gebouwen werd gestart in respectievelijk mei en augustus De werken werden verder gezet in ) SintJansMolenbeek Gebouw Zwart Paardstraat Renovatie/(herop)bouw Investering 200 : ,72 EUR; 2002 : ,28 EUR; 2007 : ,00 EUR Programma : 3 woningen bestemd voor verhuur. Het gebouw werd gekocht in In november 2004 werd het aanvraagdossier ingediend voor de stedenbouwkundige vergunning. Die werd uiteindelijk toegekend in oktober Omwille van de aanpassingen die de gemeente heeft gevraagd, werd het aantal woningen teruggebracht van 35 tot 3. Er werd echter in 2007 een budget vrijgemaakt om 4 woningen te creëren op een andere nog te bepalen site. Eind 2007 waren de werken opgestart. Er zal heel goed moeten worden nagedacht over hoe we het doelpubliek van dit project zullen definiëren. Ter herinnering : de woningen staan open voor artiesten die voldoen aan de toegangsvoorwaarden voor de huurhulp. Voor het beheer van dit toch wel speciale huurderspubliek moet worden beslist of een gespecialiseerde vereniging zal worden aangesproken dan wel of er ter plaatse een medewerker van het Fonds moet worden voorzien die in dat geval zal moeten beantwoorden aan een zeer specifiek profiel, die zal moeten waken over de toepassing van het huishoudelijk reglement en de naleving van de bepalingen van de huurovereenkomst. 34

135 2002 ) SintJansMolenbeek Gebouw Zwart Paardstraat. Deze opdracht werd gespreid over 200 en We verwijzen dan ook naar de commentaar hiervoor. 2) Vorst Marconistraat Bouw van een semigemeenschapshuis voor personen van de derde leeftijd Investering 2002 : ,00 EUR; 2003 : ,00 EUR Supplementen : 2005 : 99.90,95 EUR; 2007 : ,4 EUR Programma : 5 woningen bestemd voor verhuur + gemeenschappelijke lokalen en parking. Deze gedelegeerde opdracht werd in 2002 als volgt omschreven : volgend project wordt overwogen : de oprichting van 2 woningen (voornamelijk 2 kamerwoningen) voor valide personen ouder dan 65 jaar; collectieve ruimtes voorzien : salon, eetkamer, keuken, TVruimte, wasruimte; de oprichting voorzien van een daginrichting en restaurant opengesteld voor personen extern aan het gemeenschapshuis. Na een moeilijke prospectie werd het terrein in mei 2003 aangekocht. De stedenbouwkundige vergunning werd in december 2004 uitgereikt. De werken naderen hun einde. Het gebouw omvat 5 woningen (8 woningen met kamer, 6 woningen met 2 kamers en woning met 3 kamers), een lift, een grote gemeenschappelijke ruimte, een grote tuin en 8 parkeerplaatsen. Om een goed architecturaal concept voor deze woningen te bekomen, werd het ontwerp bestudeerd door een ergotherapeute van een dienst gerontologie. Derhalve werden er concrete maatregelen geïntegreerd in het gebouw. Oorspronkelijk leek het logisch dat het Fonds, omwille van de specifieke doelstellingen van de verrichting, een samenwerkingsakkoord zou sluiten met een bevoegde vereniging met ervaring, zoals de overeenkomst tussen het Fonds en de vzw Le 8 ième Jour. Momenteel lijkt het voorbarig om een samenwerkingsakkoord met een dergelijke vereniging af te sluiten, maar lijkt het nuttiger om in het kader van een minimaal gemeenschappelijk levensproject een aantal oudere personen te verzamelen die antwoorden kunnen geven en bereid zijn om in dit minimaal project te stappen, met het doel dit geleidelijk aan te passen en te ontwikkelen. In dit perspectief hoort het de huurdersgemeenschap toe om zich te organiseren, bv. onder de vorm van een vzw Abbeyfield. Het is aan de huurders om hierover te beslissen. Het Fonds zou regelmatige contacten onderhouden met de huurdersgemeenschap, o.a. om na te gaan of de afspraken worden nageleefd (huurovereenkomst, huishoudelijk reglement). Het Fonds zou uiteraard nog voorstellen kunnen formuleren, maar zou voornamelijk een schakelfunctie hebben naar externe gespecialiseerde diensten of verenigingen. Het Fonds zou eveneens kunnen beslissen om, ter plaatse, een medewerker aan te stellen, met als opdracht te waken over de aangegane verbintenissen wat betreft bewoning en beheer van de privatieve en collectieve ruimtes, maar ook om de gemeenschapsaspecten te ontwikkelen, de relaties met de buren, de samenwerkingsverbanden met overheidsdiensten en het bestaande verenigingsleven. De taak van een dergelijke medewerker zou echter duidelijk omschreven moeten worden, want er mag niet uit het oog verloren worden dat het Fonds geen ander maatschappelijk doel heeft dan tussen te komen in de hoedanigheid van verhuurder. Dit is een bijzonder delicate inzet voor deze verrichting : de toekomstige huurders zullen dit aspect perfect moeten integreren en zullen moeten beseffen dat enkel zij verantwoordelijk zijn voor de uitbouw van het project. 35

136 Gezien deze verrichting binnen de huurhulpverrichtingen werd opgenomen, moet zij voldoen aan de reglementaire bepalingen en aan de beslissingen van de Raad van Bestuur voor deze sector. Bovendien bepaalt de beheersovereenkomst dat bij de toewijzing van de woningen prioriteit moet worden gegeven aan de huurders die omwille van over of onderbevolking hun woonst bij het Fonds wensen te verlaten. Deze clausule vindt men terug in alle huurovereenkomsten van het Fonds. Het blijkt dat er onder de huurdersgezinnen in deze sector 58 zijn met of 2 personen ouder dan 65 jaar (zijnde 7,80 % van alle huurdersgezinnen eind 2007). Meestal hebben deze personen ook de huurovereenkomst getekend. Zij hebben dit jaren terug gedaan, hebben kinderen gehad die ondertussen de woonst hebben verlaten. Soms woont één van de kinderen nog in. Hun huidige woning zal wellicht onderbevolkt zijn en zal bovendien misschien niet aangepast zijn aan hun leeftijd. Het leek bijgevolg opportuun om eerst bij de oudere huurders te zoeken wie dit project genegen zou zijn. Dat deze personen door het Fonds gekend zijn en gewaardeerd worden om de naleving van hun contractuele verbintenissen (betaling van hun huur en lasten, onderhoud van de woning, respect voor de buren,...) is een geruststellend element. Toetreden tot een dergelijk gemeenschapsproject, ook al is het op kleine schaal, veronderstelt een bekwaamheid om regels, die essentieel gestoeld zijn op het respecteren van de andere, na te leven en een persoonlijk engagement t.a.v. de gemeenschap. Er werd telefonisch contact opgenomen met 45 huurders die hun huurovereenkomst naleefden. Het project werd kort omschreven en er werd een afspraak voorgesteld bij hen thuis. Zij die telefonisch niet konden worden bereikt, werden aangeschreven met de melding dat een medewerker zou langskomen. 2 hebben dadelijk gemeld geen interesse te hebben voor het project. 20 huurders werden bezocht en er waren uiteindelijk 4 huurders die interesse toonden voor het project. Enkele van deze 4 gezinnen, bestaande uit de ouders en één of meerdere kinderen met een inkomen, overschrijden de maximale inkomensgrenzen voor de huurhulp. Ter herinnering : deze voorwaarden zijn identiek aan deze voor de sociale huisvestingssector. Vraag is echter of dergelijke kandidaten in dit project mogen stappen. Om hierop te antwoorden, dient er te worden rekening gehouden met het specifieke karakter en de nieuwigheid van deze verrichting. Een aantal van deze woningen (6 woningen met 2 kamers en woning met 3 kamers) zijn bestemd om meer dan 2 personen te huisvesten, waardoor de begeleidende perso(o)n(en) (kind(eren) of derde(n)) al dan niet tijdelijk kunnen samenwonen. Een dergelijke samenwoning is nu juist specifiek voor dit project. Het dient zelfs aangemoedigd te worden, waarbij de samenwonende beschouwd wordt als een begeleider, een hulpverlener en verzorger, enz... Wanneer men met dit project iets wil doen aan het probleem van de eenzaamheid van oudere personen, moet men, in tegenstelling tot het traditionele huurhulpbeleid toegespitst op het klassieke gezin (vader/moeder/kinderen), mogelijkheden tot samenwoning bieden die ervoor kunnen zorgen dat een oudere persoon niet in een instelling opgenomen moet worden. De oorspronkelijke gedelegeerde opdracht voorzag o.a. de oprichting van een daginrichting en restaurant opengesteld voor personen extern aan het gemeenschapshuis. 36

137 Deze doelstelling wordt momenteel niet weerhouden, omdat het niet opportuun lijkt (zoals hiervoor gesteld) dat het Fonds een samenwerkingsakkoord zou afsluiten met één of andere vereniging. Het is aan de huurders om terzake eventueel initiatief te nemen. Wat betreft de gemeenschappelijke ruimte, werd bij de aflevering van de stedenbouwkundige vergunning verduidelijkt dat deze voorziening voorbehouden is voor de huurders van het gebouw. Het is de plaats waar men elkaar kan ontmoeten, ideeën uitwisselen en activiteiten organiseren mits naleving van de wettelijke voorschriften en binnen de perken van het huishoudelijk reglement. Het gaat dus niet om een collectieve voorziening en de ruimte is ook niet van openbaar nut (dit zou wel het geval zijn, mocht het om een restaurant gaan zoals omschreven in de gedelegeerde opdracht). Dit geldt eveneens voor de gemeenschappelijke tuin. De toewijzing van de woningen zal plaatsvinden in de lente van Het minimaal gemeenschappelijk levensproject zal omschreven worden met de kandidaathuurders, net zoals de verbintenis die elke huurder hiervoor aangaat. Dit zal wellicht het voorwerp uitmaken van een bijzondere clausule in de huurovereenkomst ) Vorst Marconistraat Bouw van een semigemeenschapshuis voor personen van de derde leeftijd. Deze opdracht werd gespreid over 2002 en We verwijzen dan ook naar de commentaar hiervoor. 2) Brussel Hopstraat Verrichting Le 8ième Jour. Voor dit project verwijzen we ook naar de gedelegeerde opdrachten van ) SintJansMolenbeek hoekterrein Vanderdussen/Kortrijkstraat Nieuwbouw Oorspronkelijke investering : ,00 EUR Supplementen : 2005 : ,00 EUR; 2007 : ,39 EUR Programma : 5 woningen bestemd voor verhuur. Oorspronkelijk was dit terrein eigendom van de gemeente. Eind 2004 heeft het Fonds het gekocht. De stedenbouwkundige vergunning werd aangevraagd in juni 2005 en toegekend in mei Op het einde van de zomer van 2007 is met de werken gestart. 4) Schaarbeek Vanderlindenstraat Afbraak van 4 gebouwen/heropbouw Investering 2003 : ,00 EUR Programma : 9 woningen bestemd voor de huurhulp Eigenaar eind 2006 : de Vlaamse Gemeenschapscommissie. Deze opdracht heeft betrekking op 4 gebouwen die eigendom zijn van de V.G.C. Eind 2005 kregen wij, na heel wat aandringen, de bevestiging dat de V.G.C. de site binnenkort aan het Fonds zou verkopen. De V.G.C. zou het Aankoopcomité opnieuw gevraagd hebben om de waarde van de gebouwen te bepalen. Ondanks verschillende herinneringen bij de bevoegde overheden, was de verkoop eind 2007 nog steeds niet afgesloten. 5) Elsene Herdersstraat en Keienveldstraat Nieuwbouw Investering 2003 : ,00 EUR; 2004 : ,00 EUR Programma : 40 woningen waarvan 5 bestemd voor verkoop en 25 voor verhuur + ruime parking Eigenaar van het terrein in de Herdersstraat en van de parking in de Keienveldstraat op het einde van 2006 : het Fonds. Opdracht gespreid over 2003 en

138 We herinneren eraan dat de gemeente Elsene het terrein in de Herdersstraat eind 2004 heeft gekocht en het in juli 2005 voor een bescheiden prijs heeft doorverkocht aan het Fonds. Dit kon omdat voor deze verrichting de opbrengsten werden vrijgemaakt uit stedenbouwkundige lasten, waaronder de som die het Fonds moest betalen voor de inrichting van zijn maatschappelijke zetel in de Zomerstraat. Op vraag van de gemeente heeft het Fonds ermee ingestemd om ook zijn ruime parking in de Keienveldstraat te betrekken bij deze verrichting. In 2007 werd de parking via een interne transfert overgeheveld van fonds B naar fonds B2 voor een bedrag van ,59 EUR. Dit bedrag werd bepaald op basis van de evaluatie die het Kadaster in 2002 (geïndexeerd volgens de ABEXindex) heeft gemaakt op vraag van de gemeente Elsene. Aanvankelijk was voorzien om een vijftiental van de nieuw te creëren parkeerplaatsen te reserveren voor de toekomstige kopers van onze vorige maatschappelijke zetel in de Crespelstraat te Elsene, en dit voor een geschatte waarde van ,00 EUR. Op augustus 2007 werd het gebouw echter verkocht zonder bijzondere voorwaarden, waardoor alle parkeerplaatsen dus zullen behoren tot het project in de Herders en Keienveldstraat. De stedenbouwkundige vergunning werd aangevraagd in juli De concertatiecommissie heeft een negatief advies geformuleerd in maart 2007, waarbij voornamelijk kritiek was op het grote aantal woningen. Moeilijke en lange onderhandelingen hebben plaatsgevonden met de gemeente om het project aan te passen. De gewijzigde plannen werden overgemaakt aan het College van Burgemeester en Schepenen. Het College heeft ze goedgekeurd en de stedenbouwkundige vergunning zou begin 2008 worden uitgereikt. Het aantal woningen zou echter van 40 naar 35 worden gebracht ) Elsene Herdersstraat en Keienveldstraat Nieuwbouw. Deze verrichting werd gespreid over 2003 en We verwijzen dan ook naar de commentaar die we hiervoor hebben gegeven. 2) Schaarbeek Broederschapstraat Renovatie Oorspronkelijke investering : ,00 EUR Supplementen : 2005 : ,00 EUR; 2007 : ,08 EUR Programma : 25 woningen bestemd voor verkoop. Het Fonds kocht dit vroegere schoolgebouw in 2005, in het kader van luik II van het wijkcontract BrabantGroen. De stedenbouwkundige vergunning werd afgeleverd in augustus De opdracht voor de uitvoering van werken werd eind 2006 gepubliceerd. De offertes werden tegen midden maart 2007 ingediend en de werken werden opgestart in augustus van datzelfde jaar. Het oorspronkelijke project werd opgevat als de renovatie van het gebouw tot een gesloten ruwbouw. De afwerking zou gebeuren door de toekomstige eigenaars, volgens hun eigen smaak en budget. Intussen heeft de ervaring ons geleerd dat aan een dergelijke uitwerking van een project ook heel wat negatieve kanten zitten : het is onmogelijk om de technieken te controleren, er is schade in de gemeenschappelijke delen door het groter aantal aannemers, het risico bestaat dat er schade wordt toegebracht aan andere woningen of in de gemeenschappelijke delen, de termijnen die eigen zijn aan de reglementering voor wijkcontracten wordt niet gerespecteerd, enz... Daarom zou het Fonds kunnen beslissen om het project volledig af te werken op voorwaarde dat het van het Kabinet van MinisterPresident Charles Picqué, in afwijking van de 38

139 oorspronkelijke afspraken, de toestemming krijgt om de afgewerkte woningen te verkopen aan kostprijs, maar hoger dan de prijs vastgesteld in de reglementering op de wijkcontracten en 2006 De gedelegeerde opdrachten voor 2005 werden in november 2005 bepaald. Na prospectie van de immobiliënmarkt werden 2 sites geselecteerd die voldeden aan de gewenste criteria : de creatie van woningen in leegstaande kantoorgebouwen, op ongebruikte industrieterreinen, binnen stadskankers of op braakliggende terreinen die ingesloten liggen tussen andere gebouwen. De beide sites werden voorgesteld aan en bezocht door mevrouw F. Dupuis, Staatssecretaris. Omdat er op deze oppervlaktes een honderdtal woningen kunnen worden gecreëerd, ging zij ermee akkoord om deze 2 opdrachten te beschouwen als de gedelegeerde opdrachten voor 2005 en Naast de problemen en moeilijkheden die nu eenmaal eigen zijn aan dergelijke bouwprojecten (op stedenbouwkundig, architecturaal en technisch vlak), wordt voor deze opdracht ook gevraagd om bijzondere aandacht te besteden aan een rationeel energieverbruik en de toepassing van biologische bouwtechnieken. Deze criteria zullen er ongetwijfeld voor zorgen dat de bouwkosten nog erg zullen stijgen, temeer omdat...deze realisaties een voorbeeldfunctie moeten krijgen.... ) SintJansMolenbeek Birminghamstraat Aankoop/renovatie Investering : ,00 EUR Programma : 30 woningen bestemd voor verhuur Eigenaar eind 2006 : het Fonds. Het complex bestaat uit een industrieel gebouw en 2 gebouwen aan de straatzijde. Eén van de moeilijkheden voor de rehabilitatie van deze vroegere snoepjesfabriek is een oplossing te vinden voor het niveauverschil van de hoogtes onder de plafonds en voor de creatie van een parking. De aankoopakte is getekend in maart Eind 2007 werd het voorontwerp voorgesteld aan de Gewestelijke diensten voor ruimtelijke ordening, voornamelijk om hun akkoord te krijgen over het ontbreken van een parking. Het aanvraagdossier voor de stedenbouwkundige vergunning zal begin 2008 worden ingediend. 2) SintGillis Coenraetsstraat Aankoop/renovatie Investering 2005 : ,00 EUR; 2006 : ,59 EUR; 2007 : ,4 EUR Programma : 70 woningen bestemd voor verhuur Eigenaar eind 2006 : het Fonds. Deze opdracht werd gespreid over 2005 (7 woningen), 2006 (50 woningen) en 2007 (4 woningen). Dit grote industriële gebouw werd vroeger gebruikt als opslagplaats voor ziekenhuismateriaal. De belangrijkste taak voor de ingenieurs betrokken bij dit dossier is een zo goed mogelijk compromis uit te werken tussen de economische en de technische parameters. De verwezenlijking van dit project (aantal en kwaliteit van de woningen) houdt zware werken in, zoals : de versteviging van de dragende elementen en de creatie, in één van de 2 gebouwen, van een groot centraal atrium, waarvoor een moeilijke afbraak nodig is van een deel van het gebouw. De stedenbouwkundige vergunning werd in augustus 2006 aangevraagd. Na overleg is gebleken dat het aanvraagdossier begin 2008 nog aangepast zal moeten worden. Er kan een extra woning worden voorzien, waardoor als stedenbouw ermee akkoord gaat het totale aantal woningen op 7 wordt gebracht en er voor 2007 dus 4 in plaats van 3 woningen worden gecreëerd. 39

140 2007 ) SintGillis Coenraetsstraat Aankoop/renovatie. Deze verrichting werd gespreid over 2005, 2006 en We verwijzen dan ook naar de commentaar die we hiervoor hebben gegeven. B. DE GELIJKGESTELDE VERRICHTINGEN. Op stedenbouwkundig, onroerend en maatschappelijk vlak zijn de kenmerken en doelstellingen van deze verrichtingen te vergelijken met die van de gedelegeerde opdrachten. De meeste verrichtingen zijn ook al opgenomen in de vorige secties. Voor de duidelijkheid worden ze hier nog eens allemaal samen geplaatst. Op 3 december 2007 was de vorderingsstaat van de lopende gelijkgestelde verrichtingen de volgende: ) Anderlecht Transvaal verrichting Nieuwbouw Investeringen : 2002 : ,0 EUR; 2005 : ,82 EUR Supplementen : 2006 : ,75 EUR; 2007 : ,03 EUR Programma : 2 woningen. Voor de historiek van deze verrichting verwijzen we naar de vorige jaarverslagen. 3 e fase Programma : 7 woningen, waarvan 9 bestemd voor verkoop en 8 voor verhuur. Op de site aan de Bergense Steenweg werden 9 eengezinswoningen en 8 appartementen gecreëerd, respectievelijk bestemd voor verkoop en verhuur. De werken werden in de loop van 2007 afgerond. 4 e fase Programma : 4 woningen bestemd voor verhuur. Op het terrein zal een klein hoekgebouw worden opgetrokken bestaande uit 4 appartementen bestemd voor verhuur. De stedenbouwkundige vergunning werd in februari 2006 toegekend. De aanbesteding van de werken is pas doorgegaan midden 2007, omwille van de bodemvervuiling en verschillende aanpassingen die moesten worden doorgevoerd aan de funderingen. In september 2007 zijn de werken besteld. 2) Vorst Van Volxemlaan Renovatie Investering 2003 : ,00 EUR Programma : 2 woningen bestemd voor verkoop. Voor de historiek van deze verrichting verwijzen we naar de vorige jaarverslagen. De stedenbouwkundige vergunning werd aangevraagd in januari 2006 en toegekend midden Eind 2007 werd het aanbestedingsdossier voorbereid. 3) SintJansMolenbeek Carl Requette/Joseph Lemairelaan en Carl Requette/Edmond Candrieslaan Nieuwbouw Investering : ,00 EUR, waarvan ,66 EUR in 2004 en ,34 EUR in 2005 Programma : 00 woningen waarvan 50 bestemd voor verhuur en 50 voor verkoop. Eind 2005 verkocht de gemeente SintJansMolenbeek de 2 terreinen op voormelde lanen aan het Fonds. De dienstenopdracht werd in november 2006 toegekend. Het aanvraagdossier voor de stedenbouwkundige vergunning werd in september 2007 ingediend. 40

141 Het is de bedoeling om woningen te creëren met tot 4 slaapkamers. Dit geldt zowel voor de woningen die zullen worden verkocht als voor die bestemd voor de huurhulp. Eén van de uitdagingen is om de sociale woningen op een harmonieuze manier te integreren in deze residentiële wijk van Molenbeek. Een andere uitdaging is de keuze voor verwarmings en isolatietechnieken die beantwoorden aan de nieuwe doelstellingen voor een zuinig energieverbruik, zonder evenwel de vooropgestelde criteria in verband met de uiteindelijke kostprijs uit het oog te verliezen. 4) SintJansMolenbeek Finstraat Nieuwbouw Investering 2005 : ,00 EUR Programma : 4 woningen bestemd voor verkoop Eigenaar eind 2007 : het Fonds. In juni 2006 deed het Fonds de gemeente een aankoopbod voor dit terrein in het kader van luik II van het wijkcontract GieterijPierron. Het bod werd aanvaard in september 2006 en de akte werd begin 2007 verleden. Op het terrein zullen een vijftiental woningen worden opgetrokken die zullen worden verkocht aan (meestal grote) gezinnen die momenteel in slechte omstandigheden leven, moeten rondkomen met een bescheiden inkomen en begeleid worden door het wijkhuis Bonnevie en de CIRE. Het Fonds heeft subsidies aangevraagd in het kader van het Huisvestingsplan van het Grote Stedenbeleid ( ). Eind 2007 kwam er op die vraag een positief antwoord. Bovendien zal in dit project gewerkt worden met biologische bouwtechnieken om het energieverbruik in balans te houden. Hierbij zal wel rekening worden gehouden met de financiële mogelijkheden van het doelpubliek. In het kader van dit project werd ook voor de allereerste keer gewerkt met een opdracht van ontwerpuitvoering. Meer uitleg over deze procedure wordt gegeven in het algemeen overzicht bij sectie II van dit jaarverslag. De toekenning van de opdracht zou begin 2008 moeten plaatsvinden. 5) SintJansMolenbeek hoekterrein Mariemontkaai/Ninoofsesteenweg Nieuwbouw Investering 2005 : ,00 EUR Programma : 9 woningen bestemd voor verkoop. De stedenbouwkundige vergunning werd begin 2007 aangevraagd en zou begin 2008 moeten worden toegekend. Op vraag van de gemeente werd een 9 e woning een penthouse gecreëerd. Deze appartementen zullen verkocht worden aan toekomstige ontleners. 6) Brussel Slachthuisstraat Huurhulpopdracht gefinancieerd door B2 en de opbrengsten van stedenbouwkundige lasten Renovatie Investering 2007 : ,00 EUR Programma : 0 woningen Stedenbouwkundige lasten : ,00 EUR Programma : 0 woningen Alle woningen zijn bestemd voor verhuur. Voor deze verrichting verwijzen we naar de commentaar bij het punt C.) hierna. Op dit terrein zullen 20 woningen worden opgetrokken in het kader van de reaffectatie van een industrieel gebouw en een kantoorruimte (die vroeger werden gebruikt door een drukkerij). 7) SintAgathaBerchem Europadorpstraat/Kweepereboomlaan Nieuwbouw Investering : ,00 EUR Programma : 0 woningen bestemd voor verhuur. De site van het Europadorp werd gekocht in 2000 en bestaat momenteel uit 20 huurhulpwoningen verdeeld over 5 woonblokken. De verrichting bestaat uit de zware renovatie van het bestaande patrimonium waarvoor het budget nog moet worden bepaald en de bouw van 0 nieuwe huurhulpwoningen. Er zal worden gewerkt met een doorschuifoperatie. In de aankoopakte is trouwens de verplichting opgenomen dat de huurders, binnen bepaalde grenzen, op het terrein moeten kunnen blijven wonen. 4

142 In dit opzicht werd een aankoopbod gedaan aan de cvba Société régionale du logement pour le GrandBruxelles (SORELO), eigenaar van het terrein aan de Kweepereboomlaan grenzend aan dat van het Europadorp. Op dit perceel van 262, m² zou het nieuwe gebouw kunnen worden opgetrokken en zou ook een rechtstreekse brandweertoegang vanop de weg kunnen worden voorzien. Het bod is gebaseerd op de schatting van 75,00 EUR/m² die de ontvanger van de registratie heeft gemaakt. De aankoop van het terrein gaat pas door als er een stedenbouwkundige vergunning wordt toegekend en als het bijzonder bestemmingsplan wordt ingetrokken. Voor de latere renovatiefase herinneren we eraan dat de Raad van Bestuur tijdens zijn zitting van 8 november 999 een investeringsbudget heeft vrijgemaakt van ,96 EUR voor de renovatie van de 5 woonblokken. Van dit bedrag is sinds 2000 al 06.06,8 EUR besteed aan de beveiliging van de technische installaties van de 5 gebouwen. Vlak voor de bouwwerken aan de 0 nieuwe woningen worden afgerond, zal het budget voor de tweede renovatiefase van de 5 bestaande gebouwen opnieuw worden geëvalueerd. C. STEDENBOUWKUNDIGE LASTEN. Het voorbije jaar heeft de Brusselse Regering zijn vertrouwen hernieuwd in het Fonds door het een deel van de opbrengsten uit de gewestelijke stedenbouwkundige lasten toe te kennen om woningen te kunnen creëren. Het Fonds is mevrouw F. Dupuis, Staatssecretaris, en het Gewest dankbaar voor deze extra financiële inspanning. Deze bedragen komen goed van pas om het structurele financieel deficit van de huurhulpactiviteiten te verlichten, zoals ook al werd toegelicht in de inleiding van dit verslag. Momenteel bestaan er nog een aantal vragen over hoe de stedenbouwkundige lasten gebruikt zullen worden. Waarschijnlijk zal dit ook worden bepaald per bedrag dat wordt vrijgemaakt. Het Kabinet van mevrouw F. Dupuis, Staatssecretaris, heeft in de loop van 2006 wel al de volgende verduidelijkingen doorgegeven. De opbrengst uit stedenbouwkundige lasten kan vergeleken worden met subsidies die onder de economische code 5 vallen en gedefinieerd worden als Transfert van kapitaal naar ondernemingen. Deze som moet dan ook worden gebruikt als subsidie en kan niet aangewend worden om de intrestlast te dekken van een af te sluiten lening. De opbrengsten uit gewestelijke stedenbouwkundige lasten kunnen enkel gebruikt worden voor investeringen. Met de stedenbouwkundige lasten moeten nieuwe woningen worden gecreëerd die exclusief bestemd zijn voor verhuur. Dit kan gebeuren via nieuwbouw, renovatie of reaffectatie van oude industriële of kantoorgebouwen tot woningen. Elke aanwending van stedenbouwkundige lasten moet worden vastgelegd in een Regeringsbesluit. Overeenkomstig artikel 4 van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 2 juni 2003 moeten de opdrachten die worden gefinancierd met de stedenbouwkundige lasten vlakbij de projecten liggen waaruit ze voortvloeien. Er moet met andere woorden gecheckt worden of er in de stedenbouwkundige vergunning bepalingen zijn opgenomen in verband met het gebruik van de stedenbouwkundige lasten. Is dit het geval, dan moet daar rekening mee worden gehouden in het project. Er moet ook aandacht worden geschonken aan de vragen van de betrokken partijen en aan het standpunt van de gemeenten. 42

143 De opbrengsten uit stedenbouwkundige lasten die aan het Fonds eind 2007 werden toegekend, worden als volgt aangewend: ) Brussel Slachthuisstraat Huurhulpopdracht met een financiering uit stedenbouwkundige lasten en het fonds B2 Renovatie Bedrag van ,00 EUR afkomstig uit de stedenbouwkundige lasten van 2005 Programma : 0 woningen Investering 2007 : ,00 EUR Programma : 0 woningen Alle woningen zijn bestemd voor verhuur. Begin 2006 heeft het Fonds vernomen dat de Regering in een besluit van 5 december 2005, op vraag van mevrouw F. Dupuis, Staatssecretaris, had vastgelegd dat het Fonds kon rekenen op een bedrag van ,00 EUR, afkomstig uit de gewestelijke stedenbouwkundige lasten voor In samenspraak met mevrouw F. Dupuis, Staatssecretaris, wordt dit bedrag gebruikt voor de creatie van een twintigtal huurhulpwoningen in een vroegere drukkerij in de Slachthuisstraat te Brussel. Het Fonds kocht het gebouw dan ook in Omdat het Kabinet eind 2006 meedeelde dat het toegekende bedrag niet gebruikt mocht worden om de intrestlasten van een lening te dekken, moest worden nagedacht hoe het saldo van deze verrichting gefinancierd zou worden. Het budget van de helft van de verrichting werd daarom eind 2007 geïnvesteerd in de huurhulp. Er zal ook contact worden opgenomen met de diensten van de stad Brussel om er zeker van te zijn dat het project beantwoordt aan alle eventuele verplichtingen opgenomen in de stedenbouwkundige vergunning (tot op vandaag niet gekend). De offerteaanvraag voor het project zal begin 2008 uitgeschreven kunnen worden. Ook al gaat het hier om de renovatie van een vrij recent gebouw, toch zal ook voor dit project hoogstwaarschijnlijk worden gekozen voor een opdracht van conceptieuitvoering die uitgeschreven zal worden begin Deze keuze komt er na de positieve ervaringen met deze procedure in de Finstraat, zoals hiervoor al werd beschreven. 2) Bedrag van ,00 EUR afkomstig uit de stedenbouwkundige lasten van 2006 In haar besluit van 2 november 2006 kent de Regering het Fonds een bedrag toe van ,00 EUR afkomstig uit de stedenbouwkundige lasten die het Gewest heeft geïnd in Het Fonds is nog steeds niet in het bezit van de stedenbouwkundige vergunning waaruit dit bedrag voortvloeit en heeft daardoor nog geen invulling kunnen geven aan deze opdracht. Er zal daarom contact worden opgenomen met het Kabinet van mevrouw F. Dupuis, Staatssecretaris, om te bepalen hoe deze som besteed kan worden. Ze zou bijvoorbeeld opgenomen kunnen worden in het budget voor de bijzondere verrichting in de Birminghamstraat, waar meer woningen gecreëerd zouden kunnen worden dan de gedelegeerde opdracht voorziet. 3) Bedrag van ,00 EUR afkomstig uit de stedenbouwkundige lasten voorzien voor 2007 toekenningsbeslissing ten gunste van het Fonds In haar brief van 5 november 2006 laat mevrouw F. Dupuis, Staatssecretaris, het Fonds weten dat zij van plan is een bedrag van ,00 EUR toe te kennen, afkomstig uit de stedenbouwkundige lasten die het Gewest zal ontvangen voor Eind 2007 was er echter geen uitvoeringsbesluit uitgevaardigd en dus heeft het Fonds dit bedrag niet ontvangen. 43

144 D. DIVERSE SAMENWERKINGSAKKOORDEN MET DERDEN. In 2007 heeft het Fonds zijn samenwerking met verschillende vzw s verdergezet : op voordracht van de vzw LAMA/HESTIA worden 2 huurwoningen bewoond door gezinnen die begeleid worden in het kader van een project met druggebruikers die aan het afkicken zijn; 3 appartementen worden verhuurd aan alleenstaanden en dit op voorstel van en met de nodige begeleiding door de vzw BAITA/PAG ASA (herintegratie van jongens en meisjes die het slachtoffer werden van mensenhandel); 2 woningen dienen voor de alternatieve huisvesting van mensen met zware psychologische problemen. Ze worden begeleid door een Peulengemeenschap in het kader van een project van de vzw RAPAL AUTRE LIEU; woning is toegekend aan een klein gezin dat begeleid wordt door de vzw 3 POMMIERS VOGELZANG ; 2 woningen zijn toegekend aan gezinnen die begeleid worden door de vzw ZORGWONEN. De bewoners lijden aan een ernstige ziekte; voor het gebouw in de Vanderlindenstraat werd met de gemeente Schaarbeek een erfpacht getekend voor 27 jaar. Het gebouw is een sociale ontmoetingsplaats geworden waar sociale permanenties, vergaderingen en culturele activiteiten doorgaan; 7 woningen in de Hopstraat te Brussel zijn verhuurd aan de vzw Le 8ième Jour in het kader van een project dat mentaal gehandicapte personen de kans moet geven op een autonoom bestaan en sociale integratie, en dit dankzij een eigen woning. Afhankelijk van de situatie leven de bewoners alleen, met 2, met 3 of als koppel in hun eigen appartement (met 2 of 3 slaapkamers). Twee solidairactieve gezinnen (dit zijn mensen die de bewoners begeleiden in het dagelijks leven) hebben er eveneens hun eigen appartement. Eén kleine woning wordt vrijgehouden voor de testperiode van nieuwe kandidaten. De bewoners beschikken ook over een gemeenschappelijke ruimte en een grote tuin. Omdat het absoluut noodzakelijk is dat de vzw de bewoners van dichtbij kan volgen en zich borg kan stellen voor hen, heeft het Fonds er uitzonderlijk mee ingestemd om de vzw aan te stellen als hoofdhuurder en om ervoor te zorgen dat de bewoners, zowel de begunstigden als hun begeleiders, beantwoorden aan de toelatingsvoorwaarden van de huurhulp. Net zoals de voorbije jaren moet hier nog worden herinnerd aan de relatie met het Vlaams Woningfonds van de Grote Gezinnen en met het Fonds du Logement des Familles Nombreuses de Wallonie. In deze relatie staat de vereffening centraal van het Woningfonds van de Bond der Kroostrijke Gezinnen van België. De ontbindingsakte werd ondertekend op 23 november 2005 en de procedure van vereffening was lopend eind * * * 44

145 SECTIE IV TUSSENKOMST IN DE SAMENSTELLING VAN EEN HUURWAARBORG A. ALGEMENE BESCHOUWINGEN.. ALGEMEEN OVERZICHT VAN DE SECTOR. De voorbije jaren werd in het jaarverslag een gedetailleerde toelichting opgenomen van het wettelijk en reglementair kader waarbinnen de verrichtingen van leningen op afbetaling voor de samenstelling van een huurwaarborg moeten worden gesitueerd. Er werd ook aangegeven welke beperkingen dit kader inhoudt voor de aangeboden hulp, vooral omdat het hier gaat om een lening die wordt afgesloten door financieel kwetsbare gezinnen die in moeilijke omstandigheden moeten overleven. De huurprijzen die vandaag op de private huurmarkt worden gevraagd, evolueren bovendien zo dat zelfs de laagste huurprijs een te grote hap vormt uit het budget van deze gezinnen. Zodra daarbovenop de aflossing komt van een (zelfs heel beperkt) krediet, wordt de huurlast simpelweg veel te zwaar. En ook al gaat het hier om een lening die gratis wordt verstrekt (omdat er een rentevoet van 0,00 % op wordt toegepast), ze kan in dergelijke omstandigheden niet worden toegekend. Het zou onaanvaardbaar zijn en wordt bovendien verhinderd door de wet op de consumentenbescherming. In dergelijke omstandigheden zouden mensen ook niet gebaat zijn met de toekenning van een huurwaarborglening, wel integendeel. De laatste jaren daalt het aantal toegekende leningen sterk: van 650 in 2003 tot 282 in 2007! Het Fonds behandelt de ingediende aanvragen nochtans met de grootst mogelijke openheid. Er is al vaak op gewezen dat op de hierboven geschetste problematiek een structureel antwoord moet worden gegeven. Zo zou er een overheidscontrole kunnen worden uitgewerkt op de huurprijzen, een idee dat bij sommigen veel bijval oogst en door anderen wordt verguisd. Maar zonder een dergelijke actie kan de tussenkomst bij de samenstelling van een huurwaarborg niet verder worden uitgebouwd, omdat deze dienstverlening maar één aspect is van het hele beleid dat mensen met een beperkt inkomen moet helpen bij het vinden van een dak boven hun hoofd. Het lijkt erop dat het enige alternatief voor de verderzetting van deze dienst erin zou bestaan om de armste gezinnen het bedrag voor de huurwaarborg toe te kennen in de vorm van een gratis toelage. Dit voorstel is al verschillende keren geformuleerd, maar er werd tot op heden niet op ingegaan. Tot slot merken we nog op dat de wet van 26 april 2007 houdende de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek betreffende de huurcontracten een rechtstreeks gevolg heeft voor de sector. Het bedrag dat kan worden geleend, wordt beperkt tot 90 % van het equivalent van twee maanden huur. Dit is positief, omdat er zo een kleiner bedrag moet worden geleend en omdat het doelpubliek op die manier een minder grote schuld moet afbetalen. Het effect van deze nieuwe maatregelen op de dalende trend in het aantal toegekende leningen kan niet worden gemeten. Misschien is de daling te verklaren door de nieuwe mogelijkheid voor de huurder om de huurwaarborg geleidelijk samen te stellen (binnen een tijdspanne van maximum 36 maanden) via een bankwaarborg of via een contract afgesloten tussen een OCMW en een financiële instelling. Het blijft een hypothese die niet aan de werkelijkheid kan worden getoetst. Het Fonds informeert kandidaatontleners wel systematisch over deze nieuwe mogelijkheden. En uit gesprekken met de kandidaten blijkt dat het voor deze economisch kwetsbare bevolkingsgroep allerminst vanzelfsprekend is om voor de samenstelling van de huurwaarborg aan te kloppen bij een bank, omwille van de voorwaarden die worden gesteld (te betalen dossierkosten). 45

146 De conclusie is dan ook dat de nieuwe wet geen fundamentele oplossing biedt voor deze hele problematiek. 2. JAARVERRICHTINGEN. In 2007 vroegen bijna mensen de informatiebrochure en het aanvraagformulier aan:.600 personen deden dit via de telefoon en 950 klopten hiervoor rechtstreeks aan bij het onthaal van het Fonds. Ook zo n 65 instellingen hebben gevraagd of ze over ongeveer 250 folders en zo n 350 informatiebrochures en aanvraagformulieren konden beschikken. Een kanttekening die bij deze cijfers moet worden gemaakt, is dat steeds meer kandidaatontleners en instellingen de documenten rechtstreeks downloaden van onze website. In 2007 werden 480 leningsaanvragen ingediend. Daarbij moeten nog de 9 aanvragen worden geteld die in onderzoek waren op 3 december Van die 499 aanvragen hebben er 282 (56,52 %) geleid tot de toekenning van een lening op afbetaling. De totale som die werd uitgeleend, bedraagt ,75 EUR. Het voorbije jaar is het aantal toegekende leningen sterk gedaald: met 38,56 % tegenover 2006 en met 44,92 % tegenover In de loop van het jaar hebben 27 ontleners de lening vervroegd terugbetaald. 3 van hen hebben nog binnen hetzelfde jaar een nieuwe lening afgesloten. Het nieuwe publiek telt 282 ontleners, waarvan 40 (49,65 %) alleenstaanden en 22 (7,80 %) koppels zonder kinderen. 64 ontleners (22,69 %) hebben kind, 25 (8,86 %) hebben er 2 en 3 (4,6 %) hebben er 3. In totaal tellen we 8 ontlenersgezinnen (2,84 %) met meer dan 3 kinderen. 0 ontleners (3,55 %) komen uit een gezin met een minder klassieke samenstelling. Opvallend is het grote aantal éénoudergezinnen: 69 (62,73 %) van de 0 gezinnen met kind(eren). De gezinnen zonder kinderen vertegenwoordigen 57,44 % van het publiek. De leningscontracten zijn ondertekend door in totaal 348 personen. 58 (45,40 %) van hen zijn alleenstaanden, 9 (26,5 %) zijn gehuwd, 94 (27,0 %) zijn gescheiden of feitelijk gescheiden en 5 personen (,44 %) zijn weduwe//weduwnaar. 25 ontleners (35,92 %) zijn jonger dan 30 jaar. 5 (33,05 %) van hen zitten in de leeftijdscategorie van 30 tot 39 jaar, 63 (8,0 %) in die van 40 tot 49 jaar en 45 ontleners (2,93 %) zijn ouder dan 50. Op het moment dat zij hun leningsaanvraag indienden, woonden 260 ontlenersgezinnen (92,20 %) al binnen het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. (3,90 %) woonden in het Vlaams Gewest en de overige (3,90 %) in het Waals Gewest. 3 ontlenersgezinnen (46,45 %) woonden in de gemeentes Brussel (40 of 4,8 %), Elsene (27 of 9,57 %), Anderlecht (22 of 7,80 %), Schaarbeek (22 of 7,80 %) of SintGillis (20 of 7,09 %). 42 gezinnen (50,35 %) hebben gekozen voor een huurwoning in één van deze gemeentes: 37 (3,2 %) hebben zich gevestigd in Brussel (waarvan 9 woningen eigendom zijn van de Grondregie van de Stad Brussel en 3 woningen deel uitmaken van het patrimonium van het OCMW van de Stad Brussel), 33 (,70 %) in Elsene, 26 (9,22 %) in Anderlecht, 23 (8,6 %) in Schaarbeek en 23 (8,6 %) in SintGillis. Het hoogste inkomen waarover de ontlenersgezinnen beschikken, bestaat in 46 (5,77 %) gevallen uit het loon van een arbeider of bediende. 90 (3,92 %) gezinnen leven van een werkloosheidsuitkering, 22 (7,80 %) van een RIZIV of invaliditeitsuitkering, 3 (4,6 %) van een rust of overlevingspensioen. 3 (,06 %) gezinnen halen hun inkomen uit een activiteit als zelfstandige en de laatste 8 (2,84 %) moeten rondkomen met het leefloon. 46

147 Het maandelijkse nettoinkomen van de ontlenersgezinnen, inclusief kinderbijslag, bedraagt gemiddeld.350,93 EUR (dat is 6,69 EUR meer dan in 2006). Het laagste inkomen bedraagt 625,60 EUR, het hoogste 3.969,00 EUR. In het eerste geval gaat het om een alleenstaande die enkel over een leefloon beschikt, in het tweede geval om de twee salarissen van een koppel. Voor de woning die werd verlaten, werd een huur van gemiddeld van 402,8 EUR betaald (tegenover 420,03 EUR in 2006, 379,8 EUR in 2005 en 379,0 EUR in 2004). Dit is het gemiddelde bedrag dat werd neergeteld door de 29 gezinnen die al huur betaalden nog voor ze bij het Fonds aanklopten voor een huurwaarborglening voor hun nieuwe huurwoning. De 63 andere kandidaten betaalden voordien nog geen huur, omdat ze nog bij hun ouders woonden (23), bij vrienden (2), bij hun expartner (2) of omdat ze in een instelling verbleven (7). 95 gezinnen (69,5 %) verhuisden omdat de huurovereenkomst was verstreken. 69 ontleners (24,47 %) verlieten een woning die ze betrokken met derden (ouders, partner, vrienden) en 7 andere (2,48 %) verbleven voordien in een instelling. ontleners (3,90 %) woonden al verschillende maanden in de woning. 46 ontleners (6,3 %) hebben hun vorige woning beschreven als ongezond, 20 (7,09 %) als overbevolkt en 6 (2,3 %) als ongezond én overbevolkt. De overige 20 ontleners (74,47 %) hebben geen opmerkingen in die zin gemaakt over de woning die ze hebben verlaten. De gemiddelde huurprijs voor de nieuwe woning bedraagt 492,77 EUR, tegenover 47,66 EUR in 2006 (+ 4,48 %), 462,33 EUR in 2005 (+ 6,58 %) en 449,04 EUR in 2004 (+ 9,74 %). Het laagste bedrag dat voor de huur wordt neergeteld, is 200,00 EUR, het hoogste.00,00 EUR. In 9 gevallen (32,27 %) heeft de eigenaar een waarborg gevraagd van 3 maanden huur. In 82 gevallen (65,54 %) één van 2 maanden huur en in 4 gevallen (,42 %) volstond een waarborg van slechts maand. Voor 5 dossiers (,77 %) werd een waarborg gevraagd voor nog een andere duur, zonder evenwel het maximumbedrag van 3 maanden huur te overschrijden. De gemiddelde lening die het voorbije jaar werd toegekend, bedraagt.007,0 EUR, tegenover.52,5 EUR in 2006 ( 2,60 %),.39,6 EUR in 2005 (,64 %) en.08,3 EUR ( 9,3 %) in De laagste lening bedraagt 247,50 EUR, de hoogste komt neer op 2.035,80 EUR. Maandelijks wordt gemiddeld 66,80 EUR terugbetaald. In 2006 was dat 73,0 EUR, in 2005 bedroeg de gemiddelde mensualiteit 72,96 EUR en in 2004 kwam dit neer op 7,23 EUR. De laagste mensualiteit bedraagt 3,75 EUR, de hoogste 432,00 EUR. In dit laatste geval gaat het om een lening die op vraag van de kandidaat wordt terugbetaald binnen 3 maanden. Gemiddeld wordt 4,42 % van het maandbudget besteed aan de betaling van de huur en de maandelijkse terugbetaling van de huurwaarborglening (tegenover 42,25 % in 2006, 42,60 % in 2005 en 4,5 % in 2004). De huishuur op zich vertegenwoordigt gemiddeld 36,48 % van het maandelijkse gezinsbudget. Voor 86 dossiers (65,96 %) bedraagt de leningsduur 8 maanden, voor 32 dossiers (,35 %) is die teruggeschroefd tot 2 maanden en in 64 gevallen (22,69 %) is een andere leningsduur toegekend, zonder echter de reglementaire maximumduur van 8 maanden te overschrijden. Voor de toekenning van 38 leningen (wat neerkomt op 3,48 % van het totale aantal toegekende leningen binnen deze sector) werden speciale voorwaarden opgelegd. Zo heeft het Fonds in 25 gevallen een borg geëist en hebben 3 ontleners er zich toe verbonden de lening vervroegd terug te betalen zodra ze de huurwaarborg voor hun vorige woning hebben teruggekregen. Bovendien zijn 8 leningen toegekend met de toestemming van een schuldbemiddelaar of een schuldbemiddelingsdienst. Tenslotte werden 2 leningscontracten ondertekend door een voorlopige bewindvoerder. 47

148 Van de 499 aanvragen die in 2007 werden behandeld, zijn er (2,20 %) onontvankelijk verklaard op basis van het reglement. Het belastbaar inkomen van 0 kandidaten lag hoger dan het toegelaten maximuminkomen en kandidaat wilde een woning huren die buiten het Brussels Hoofdstedelijk Gewest ligt. Na een schriftelijke verwittiging van het Fonds zijn 29 (25,85 %) aanvragen zonder gevolg geklasseerd, omdat de kandidaat niet meer reageerde. De meeste kandidaten zouden hoogstwaarschijnlijk ook geen lening hebben kunnen afsluiten en dit om de volgende redenen: 35 van hen stonden bij de Centrale voor Kredieten aan Particulieren geregistreerd als nalatig schuldenaar, 62 kandidaten konden niet bewijzen dat ze hun vorige huur regelmatig betaalden en 94 zouden meer dan de helft van hun maandinkomen moeten besteden aan de betaling van de huur en de afbetaling van de aangevraagde huurwaarborglening. Ongeveer één derde van de kandidaatontleners hadden bovendien af te rekenen met verschillende van de net opgesomde moeilijkheden. 2 kandidaten beantwoordden aan alle voorwaarden en voor hun aanvraag was er ook een princiepsakkoord gegeven, maar ze konden nadien niet meer worden gecontacteerd of ze zijn niet komen opdagen voor de ondertekening van hun leningscontract. 23 kandidaten (4,6 %) hebben hun aanvraag zelf geannuleerd: 8 kandidaten hebben beslist om de woning niet te huren, ofwel omdat de eigenaar het er niet mee eens was om de huurwaarborg te storten op een geblokkeerde rekening, ofwel omdat de woning intussen al was verhuurd aan een andere kandidaat. Eén van deze kandidaten heeft later een nieuwe aanvraag ingediend voor een andere woning. 8 kandidaten hebben een andere oplossing gezocht (bijv: familie of vrienden hebben hun het bedrag geleend of ze hebben een regeling kunnen treffen met de eigenaar), omdat de eigenaar de huurwaarborg niet wou vastzetten op een geblokkeerde rekening, maar de kandidaten die bewuste woning toch wilden huren. 5 kandidaten gaven er zich rekenschap van dat ze niet aan de leningsvoorwaarden van het Fonds beantwoordden of dachten dat de betaling van de huur en de aflossing van de huurwaarborglening te zwaar zou zijn voor hun budget. 2 kandidaten gaven er de voorkeur aan een andere oplossing te zoeken, omdat ze de procedure te zwaar vonden. 36 ontvankelijke aanvragen (7,2 %) werden door het Fonds geweigerd. Deze weigering werd meegedeeld via een aangetekende brief, waarin aan de kandidaat ook werd gemeld dat hij tegen deze beslissing beroep kon aantekenen bij de Staatssecretaris voor de Huisvesting. Geen enkele kandidaatontlener heeft een dergelijke procedure opgestart. Het zou onverantwoord zijn geweest om aan deze aanvragers een lening toe te kennen en wel om de volgende redenen: 5 kandidaten zouden meer dan 65 % van hun budget (en 5 van hen zelfs meer dan 80 %!) moeten besteden aan de betaling van de huur, de terugbetaling van de huurwaarborglening en de eventuele aflossing van andere schulden. Ze zouden hierdoor over minder dan 250,00 EUR per consumptieeenheid beschikken; 3 kandidaten zouden meer dan 65 % van hun budget (en 6 van hen zelfs meer dan 80 %!) moeten besteden aan de betaling van de huur, de terugbetaling van de huurwaarborglening en de aflossing van andere kredieten waarvoor ze wegens wanbetaling al geregistreerd stonden bij de Centrale voor Kredieten aan Particulieren; 3 kandidaten zouden meer dan 60 % van hun budget moeten besteden aan de betaling van de huur, de terugbetaling van de huurwaarborglening en de aflossing van andere kredieten waarvoor ze wegens wanbetaling al geregistreerd stonden bij de Centrale voor Kredieten aan Particulieren. Ze konden bovendien niet bewijzen dat ze hun huur de laatste 6 maanden regelmatig hadden betaald; 2 kandidaten stonden geregistreerd bij de Centrale voor Kredieten aan Particulieren en hadden al heel wat achterstallen gecumuleerd in de betaling van hun huurgeld aan hun huidige eigenaar; kandidaat werd opgevolgd door een schuldbemiddelingsdienst die niet akkoord ging met de lasten van nog een bijkomende lening; kandidaat werd geholpen door het OCMW dat van oordeel was dat de financiële situatie van de kandidaat niet voldoende ruimte gaf om zowel de huur te betalen als de huurwaarborglening af te lossen; 48

149 kandidaat zou maandelijks meer moeten uitgeven dan het budget waarover hij beschikte. Deze 36 dossiers werden opgesteld voor 23 alleenstaanden, 6 éénoudergezinnen, 5 koppels met kinderen en 2 koppels zonder kinderen. 2 van deze gezinnen beschikten over het loon van een arbeider of bediende, haalde zijn inkomen uit een activiteit als zelfstandige, 24 leefden van een werkloosheidsuitkering, 4 van een ziekenkasof invaliditeitsuitkering, van een pensioen en de 4 laatste dienden rond te komen met het leefloon. Het gemiddelde maandinkomen van deze gezinnen, inclusief kinderbijslag, bedroeg.058,00 EUR. De 30 gezinnen die al huur betaalden, telden voor de woning die ze verlieten gemiddeld 455,97 EUR neer. 5 gezinnen woonden in Elsene, 5 in Laken, 3 in Brussel, 3 in Vorst en 3 in SintGillis. 5 woonden in één van de andere gemeenten binnen het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en 2 kwamen uit het Vlaams Gewest. De gemiddelde huurprijs voor de woning die de kandidaten wilden huren, bedroeg 59,8 EUR (tegenover 492,77 EUR voor de huurwaarborgleningen die effectief werden toegekend). De laagste huurprijs die werd gevraagd, bedroeg 295,00 EUR, de hoogste 800,00 EUR. 5 kandidaten waren van plan om zich in Elsene te vestigen, 5 in Vorst, 4 in Schaarbeek, 4 in Sint Gillis en de 8 andere in één van de andere gemeenten binnen het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Gemiddeld wilden deze 36 gezinnen een bedrag lenen van.040,5 EUR (wat meer is dan het gemiddelde van.007,0 EUR voor de leningen die effectief werden toegekend). De laagste som die werd aangevraagd, bedroeg 360,00 EUR, het hoogste bedrag was 2.700,00 EUR. De gemiddelde mensualiteit zou 70,80 EUR zijn geweest (tegenover 66,80 EUR voor de leningen die effectief werden toegekend), met een minimum van 20,00 EUR en een maximum van 50,00 EUR. Op 3 december 2007 waren 8 (3,6 %) aanvragen nog in onderzoek. 3. HET BEHEER VAN DE TERUGBETALINGEN. In vergelijking met de situatie eind 2006, stegen de achterstallen in de loop van 2007 met 7.553,84 EUR. In 2006 stegen de achterstallen met ,75 EUR en in het jaar 2005 met ,36 EUR. Deze tragere aangroei van achterstallen is niet verwonderlijk gezien het aantal lopende leningen eind 2007 veel lager lag dan eind 2006, met name 478 tegenover 70. Dit weerspiegelt zich uiteraard ook in de evolutie van de verschuldigde vervallen bedragen. In het jaar 2007 waren onze ontleners een bedrag van ,67 EUR verschuldigd tegenover ,3 EUR in Dit belet echter niet dat er een verbetering is vast te stellen in de verhouding tussen de gecumuleerde achterstallen en de gecumuleerde verschuldigde bedragen. Eind 2007 werd er 4,93 % van alle door de ontleners verschuldigde bedragen (mensualiteiten en procedurekosten) sedert de oprichting van het huurwaarborgfonds in februari 999 tot eind 2007 als achterstallen geboekt tegenover 5,40 % eind Wij verwijzen in dit verband naar tabel van de statistieken opgenomen in dit hoofdstuk. 62,93 % van alle achterstallen waren eind 2007 in de boekhouding opgenomen als nietterugvorderbaar. Behoudens de registratie als wanbetaler bij de Centrale voor Kredieten aan Particulieren van de Nationale Bank, zijn er bijzonder weinig afschrikkingsmiddelen ten aanzien van wanbetalers en dit omwille van hun vaak precaire financiële situatie. Loonbeslag is quasi uitgesloten en de nietterugbetaling van de lening heeft geen gevolgen voor het behoud van de huurwoning. 49

150 Verschillende ontleners zitten in een negatieve spiraal van schuldopbouw. Zo hebben er sinds de oprichting van het huurwaarborgfonds 34 ontleners een verzoekschrift ingediend tot collectieve schuldenregeling in het kader van de wet van 5 juli 998, waaronder 9 in Ter informatie: in 2007 werd er een belangrijke wijziging doorgevoerd wat betreft de bevoegde rechtbank voor het behandelen van de procedures voor collectieve schuldenregeling. Zo is voortaan de arbeidsrechtbank bevoegd en niet meer de beslagrechter (artikel 578 van het Gerechtelijk Wetboek). Overeenkomstig de modaliteiten voor de terugvordering van de achterstallen opgenomen in de overeenkomst met de Regering op 0 december 998 en overeenkomstig de wetgeving op het consumentenkrediet, werden er in ingebrekestellingen verstuurd, 8 gerechtelijke procedures opgestart (tegenover 33 in 2006), waaronder: 5 leidden tot een vonnis bij verstek; leidde tot een vonnis met vaststelling van een terugbetalingsplan; stopgezet werd voor de zitting ingevolge volledige terugbetaling van de lening; nog niet beëindigd was eind ontleners geregistreerd bij de Centrale voor Kredieten aan Particulieren van de Nationale Bank. De identiteit en de achterstallen van in gebreke blijvende ontleners moeten meegedeeld worden, zodra er een achterstand van 3 mensualiteiten wordt opgetekend. * * * 50

151 Tabel Huurwaarborgleningen Algemene evolutie. Dienstjaar Behandelde aanvragen Afgesloten contracten Nietweerhouden aanvragen zonder gevolg () ingetrokken (2) niet ontvankelijk (3) geweigerd (4) Aanvragen in onderzoek op het einde van het jaar Aantal % Aantal % Aantal % Aantal % Aantal % Aantal % 999 (vanaf 23/02) (5) 60, , ,95 3,43 8 3,8 5 2, (5) 63, ,36 3,43 3,43 5 4,67 5, , , ,07 3 2, ,6 8 3, , , , , ,0 0, , , , , ,8 2 2, , ,9 30 3, , ,35 9 0,9 B. STATISTIEKEN , , ,37 3 3, ,56 8 2, , , , ,57 3 4,0 9 2, , , ,6 2, ,2 8 3,6 Totaal , , , , , ,00 () aanvragen waaraan geen gevolg werd gegeven nadat de kandidaten niet zijn ingegaan op een herinneringsbrief van het Fonds (onvolledige dossiers). (2) aanvragen die de kandidaten hebben ingetrokken (woning is al verhuurd, eigenaar niet akkoord met de wettelijke waarborg,...). (3) aanvragen die niet voldoen aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden (belastbaar inkomen, woning gelegen buiten de 9 gemeenten). (4) aanvragen die het Fonds weigert (schuldenlast, verhouding huurprijs/inkomen, insolvabiliteit,...). (5) hier inbegrepen de afgesloten contracten, maar zonder opname van het geleende bedrag (zijnde 9 in 999, in 2000). Sinds 200 worden deze contracten in de statistieken opgenomen als verwezenlijkte verrichtingen.

152 Tabel 2 Huurwaarborgleningen Behandelde aanvragen in Afgesloten contracten Geweigerde aanvragen Niet ontvankelijke aanvragen Ingetrokken aanvragen Aanvragen zonder gevolg Staat van de aanvragen Absoluut aantal in % Aanvragen in onderzoek 3/2/ ,52 7,2 2,20 4,6 25,85 3,6 Totaal behandelde aanvragen ,00 Tabel 3 Huurwaarborgleningen Verdeling van de afgesloten contracten en geleende bedragen in 2007, per maand. Maand Aantal afgesloten contracten Totaal Geleend bedrag (in EUR) Gemiddelde Januari ,6.067,2 Februari ,08.036,93 Maart ,8.074,30 April ,28.7,43 Mei ,38.42, Juni ,.056,96 Juli ,6 882,86 Augustus ,74 933,49 September ,83 90,57 Oktober ,69 904,86 November ,5 857,2 December ,74 852,52 Totaal ,95.007,0 52

153 Tabel 4 Huurwaarborgleningen Evolutie van het aantal afgesloten contracten en geleende bedragen. Jaar Aantal Geleend bedrag (in EUR) afgesloten contracten Totaal Gemiddeld Evolutie in % tegenover het vorige jaar 999 (vanaf 23 februari) , , , , , , , , ,95 879,20 877,97 965,24.027,50.068,62.08,3.39,6.52,5.007,0 0,4 + 9,94 + 6,45 + 4,00 + 3,70 + 2,84 +,0 2,60 Totaal ,32.057,39 Tabel 5 Huurwaarborgleningen Samenstelling van de ontlenersgezinnen Samenstelling van de gezinnen Aantal gezinnen Aantal % Aantal kinderen Aantal ontleners (*) Alleenstaand Samenwonend Aantal inwonenden nietontleners Totaal aantal bewoners Alleenstaand 40 49, Twee volwassenen 22 7, Gezinnen met kind 64 22, Gezinnen met 2 kinderen 25 8, Gezinnen met 3 kinderen 3 4, Gezinnen met 4 kinderen 6 2, Gezinnen met 5 kinderen 2 0, Gezinnen met 6 kinderen 0 0, Andere 0 3, Totaal , (*) het betreft hier het totale aantal ontleners. 53

154 Tabel 6 Huurwaarborgleningen Sociaalprofessioneel statuut van de ontleners (*) Sociaalprofessioneel statuut Aantal % Zelfstandige Bediende Arbeider Werkloos Ziek of invaliditeitsuitkeringsgerechtigde Gepensioneerd Vervangingsinkomen Andere ,06 32,27 9,50 3,92 7,80 4,6 2,84 0,00 Totaal ,00 (*) t.t.z. van de ontlener die het hoogste inkomen heeft binnen het gezin. Tabel 7 Huurwaarborgleningen Burgerlijke staat van de ontleners (*) Burgerlijke staat Aantal % Alleenstaand Gehuwd Gescheiden Feitelijk gescheiden Weduwe/weduwnaar ,40 26,5 4,94 2,07,44 Totaal ,00 (*) t.t.z. voor alle ontleners samen. 54

155 Tabel 8 Huurwaarborgleningen Leeftijd van de ontleners (*) Leeftijd Aantal % van 8 tot minder dan 20 jaar van 20 tot minder dan 30 jaar van 30 tot minder dan 40 jaar van 40 tot minder dan 50 jaar 50 jaar en ouder ,59 33,33 33,05 8,0 2,93 Totaal ,00 (*) t.t.z. alle ontleners samen. Tabel 9 Huurwaarborgleningen Plaats waar de vorige woning van de ontleners zich bevindt Plaats Aantal % Anderlecht Brussel Elsene Etterbeek Evere Ganshoren Haren Jette Koekelberg Laken NederoverHeembeek Oudergem Schaarbeek SintAgathaBerchem SintGillis SintJansMolenbeek SintJoosttenNode SintLambrechtsWoluwe SintPietersWoluwe Ukkel Vorst WatermaalBosvoorde Vlaams Gewest Waals Gewest ,80 4,8 9,58 4,6,06 2,3 0,00 4,26,42 3,90,77,06 7,80 2,3 7,09 7,09,77 2,3,77 3,55 6,74 0,36 3,90 3,90 Totaal ,00 55

156 Tabel 0 Huurwaarborgleningen Gemeente waar de door de ontlener in huur genomen woning zich bevindt Anderlecht Brussel Elsene Etterbeek Evere Ganshoren Haren Jette Koekelberg Laken NederoverHeembeek Oudergem Schaarbeek SintAgathaBerchem SintGillis SintJansMolenbeek SintJoosttenNode SintLambrechtsWoluwe SintPietersWoluwe Ukkel Vorst WatermaalBosvoorde Plaats Aantal % ,22 3,2,70 5,32,77 2,3 0,00 5,67 2,3 3,9 0,35,42 8,6 3,55 8,6 6,03 2,3 2,3,06 4,25 7,80 0,7 Totaal ,00 56

157 SPREIDING VAN DE TOEGEKENDE LENINGEN VOOR HUURWAARBORG IN 2007 PER GEMEENTE (in percentages) dan 6 % van 6 tot dan % van tot dan 6 % 6 % en meer = Anderlecht 9 = Oudergem 2A = Brussel 0 = Schaarbeek 3 = Elsene = SintAgathaBerchem 4 = Etterbeek 2 = SintGillis 5 = Evere 3 = SintJansMolenbeek 6 = Ganshoren 4 = SintJoosttenNode 2B = Haren 5 = SintLambrechtsWoluwe 7 = Jette 6 = SintPietersWoluwe 8 = Koekelberg 7 = Ukkel 2C = Laken 8 = Vorst 2D = NederOverHeembeek 9 = WatermaalBosvoorde 57

JAARVERSLAG OVER DE VERRICHTINGEN VAN HET DIENSTJAAR 2006

JAARVERSLAG OVER DE VERRICHTINGEN VAN HET DIENSTJAAR 2006 JAARVERSLAG OVER DE VERRICHTINGEN VAN HET DIENSTJAAR 2006 voorgelegd aan de gewone Algemene Vergadering van 24 mei 2007 Coöperatieve vennootschap met beperkte aansprakelijkheid gesubsidieerd en gecontroleerd

Nadere informatie

WONINGFONDS VAN HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST MEMORANDUM - SAMENVATTING

WONINGFONDS VAN HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST MEMORANDUM - SAMENVATTING WONINGFONDS VAN HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST MEMORANDUM - SAMENVATTING Mevrouw Meneer Binnen het Brussels Hoofdstedelijk Gewest wordt de toegang tot huisvesting steeds moeilijker. Het Woningfonds

Nadere informatie

Woningfonds van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Woningfonds van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest Woningfonds van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest JAARVERSLAG OVER DE VERRICHTINGEN VAN HET DIENSTJAAR 2009 voorgelegd aan de gewone Algemene Vergadering van 27 mei 2010 Coöperatieve vennootschap met

Nadere informatie

VLAAMS WONINGFONDS VAN DE GROTE GEZINNEN cvba PERSBERICHT de Meeûssquare, 26-27 21 mei 2008 1000 BRUSSEL BLIKVANGER VAN HET ACTIVITEITENVERSLAG 2007

VLAAMS WONINGFONDS VAN DE GROTE GEZINNEN cvba PERSBERICHT de Meeûssquare, 26-27 21 mei 2008 1000 BRUSSEL BLIKVANGER VAN HET ACTIVITEITENVERSLAG 2007 VLAAMS WONINGFONDS VAN DE GROTE GEZINNEN cvba PERSBERICHT de Meeûssquare, 26-27 21 mei 2008 1000 BRUSSEL KBO 0421 111 543 RPR Brussel BLIKVANGER VAN HET ACTIVITEITENVERSLAG 2007 Dankzij het ter beschikking

Nadere informatie

Woningfonds van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Woningfonds van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest Woningfonds van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest JAARVERSLAG OVER DE VERRICHTINGEN VAN HET DIENSTJAAR 2011 voorgelegd aan de gewone Algemene Vergadering van 31 mei 2012 Coöperatieve vennootschap met

Nadere informatie

Woningfonds van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Woningfonds van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest Woningfonds van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest JAARVERSLAG OVER DE VERRICHTINGEN VAN HET DIENSTJAAR 2012 voorgelegd aan de gewone Algemene vergadering van 30 mei 2013 Coöperatieve vennootschap met

Nadere informatie

Wonen. Uw eigen nieuwbouwwoning aan een voordelige prijs

Wonen. Uw eigen nieuwbouwwoning aan een voordelige prijs in Brussel Uw eigen nieuwbouwwoning aan een voordelige prijs VAN DE INSCHRIJVING TOT DE AANKOOP VAN EEN GOMB-WONING WIE MAG EEN GOMB-WONING KOPEN? WELKE PLICHTEN ZIJN ER VERBONDEN AAN DE AANKOOP VAN EEN

Nadere informatie

VOORSTEL VAN DECREET. van de dames Veerle Heeren, Dominique Guns en Caroline Gennez en de heer Bart De Wever

VOORSTEL VAN DECREET. van de dames Veerle Heeren, Dominique Guns en Caroline Gennez en de heer Bart De Wever Zitting 2004-2005 6 juli 2005 VOORSTEL VAN DECREET van de dames Veerle Heeren, Dominique Guns en Caroline Gennez en de heer Bart De Wever tot wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse

Nadere informatie

Bijzondere projectsubsidies socio-culturele projecten

Bijzondere projectsubsidies socio-culturele projecten Booischotseweg 1 2235 Hulshout Tel: 015 22 40 17 www.hulshout.be hulshout@bibliotheek.be Bijzondere projectsubsidies socio-culturele projecten Artikel 1. Doelstelling en definitie Onder de hierna bepaalde

Nadere informatie

Vlaams Woningfonds cvba de Meeûssquare 26-27 1000 Brussel KBO 0421 111 543 RPR Brussel FSMA 016598 A

Vlaams Woningfonds cvba de Meeûssquare 26-27 1000 Brussel KBO 0421 111 543 RPR Brussel FSMA 016598 A Vlaams Woningfonds cvba de Meeûssquare 26-27 1000 Brussel KBO 0421 111 543 RPR Brussel FSMA 016598 A Een eigen woning via een lening aan sociaal tarief Wie komt in aanmerking? Het gezin en eigendomsvoorwaarde

Nadere informatie

INFOFICHE WONEN Sociaal lenen

INFOFICHE WONEN Sociaal lenen Woonwijzer Midden-Brabant 0471 85 03 77 eva.vanhoof@igo.be INFOFICHE WONEN 6 pagina s - deze pagina inbegrepen Update 22/02/2012 Sociale kredietmaatschappijen. Een sociale kredietmaatschappij werd door

Nadere informatie

MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP

MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP 24 JULI 1998. - Besluit van de Vlaamse regering houdende regeling van de voorwaarden inzake het verlenen van een tussenkomst in de aankoopprijs van een bouwgrond in

Nadere informatie

BRUPART : nieuwe producten

BRUPART : nieuwe producten BRUPART : nieuwe producten I. Inleiding Als gevolg van de zesde staatshervorming is het federale Participatiefonds sinds 01 juli 2014 in vereffening. In het kader van een overeenkomst van gedelegeerde

Nadere informatie

JAARVERSLAG WONINGFONDS VAN HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST / 1

JAARVERSLAG WONINGFONDS VAN HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST / 1 JAARVERSLAG WONINGFONDS VAN HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST / 1 2 / WONINGFONDS VAN HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST WONINGFONDS VAN HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST / 3 Verantwoordelijke uitgever:

Nadere informatie

Voorstel van resolutie. betreffende een harmonisatie in de sociale kredietsector

Voorstel van resolutie. betreffende een harmonisatie in de sociale kredietsector stuk ingediend op 548 (2009-2010) Nr. 1 20 mei 2010 (2009-2010) Voorstel van resolutie van mevrouw Mercedes Van Volcem, de heer Filip Anthuenis, de dames Irina De Knop en Vera Van der Borght en de heer

Nadere informatie

PROSPECTUS N 1 CONSUMENTENKREDIET

PROSPECTUS N 1 CONSUMENTENKREDIET PROSPECTUS N 1 CONSUMENTENKREDIET LENING OP AFBETALING VASTGELEGD BIJ AUTHENTIEKE AKTE LENING OP AFBETALING VAN TOEPASSING VANAF 01.06.2006 NV CREDIMO Weversstraat 6-8-10 1730 ASSE Tel. +32(0)2 454 10

Nadere informatie

Zitting van de gemeenteraad

Zitting van de gemeenteraad 1 zvvegeni Zitting van de gemeenteraad ZITTING VAN 23 NOVEMBER 2009 Agendapunt: Onderwerp: Aanpassing van het subsidiereglement inzake de gemeentelijke renovatieprem ie De Raad, Overwegende dat een actief

Nadere informatie

CONTROLEDIENST VOOR DE VERZEKERINGEN DE VOORZITTER

CONTROLEDIENST VOOR DE VERZEKERINGEN DE VOORZITTER CONTROLEDIENST VOOR DE VERZEKERINGEN DE VOORZITTER Brussel, 2 ê. J3. Dt O. ref. : Dienst Hypothecaire Kredieten / C A. Mettepenningen - S 02/737.07.63 Betreft : Wet van 4 augustus 1992 op het hypothecair

Nadere informatie

nationale arbeidsraad

nationale arbeidsraad nationale arbeidsraad A D V I E S Nr. 1.349 ------------------------------ Zitting van dinsdag 15 mei 2001 Onderwerping aan de sociale zekerheid, van de personen die vervoer van personen verrichten x x

Nadere informatie

Subsidiereglement Bedrijf en buurt

Subsidiereglement Bedrijf en buurt Subsidiereglement Bedrijf en buurt Goedgekeurd in de gemeenteraad van 26 oktober 2009 Bekendgemaakt op 29 oktober 2009 Artikel 1 - Doel van de subsidie De Stad Gent wil als lokale overheid een impuls geven

Nadere informatie

Een woning kopen bij Community Land Trust Brussel (CLTB)

Een woning kopen bij Community Land Trust Brussel (CLTB) Een woning kopen bij Community Land Trust Brussel (CLTB) 1. WAT MOET JE DOEN OM IN AANMERKING TE KOMEN VOOR DE AANKOOP VAN EEN CLTB-WONING? Lid worden van CLTB - Om een woning te kunnen verwerven via de

Nadere informatie

Presentatie ZA 23 februari 2015. Onesto?

Presentatie ZA 23 februari 2015. Onesto? Presentatie ZA 23 februari 2015 Onesto? De grootste erkende kredietmaatschappij (groep) voor sociaal woonkrediet in Vlaanderen Opgericht in 1894 Eigen vermogen 30 mio portefeuille 250 mio Kantoren in Beringen,

Nadere informatie

WONINGFONDS VAN HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST MEMORANDUM

WONINGFONDS VAN HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST MEMORANDUM WONINGFONDS VAN HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST MEMORANDUM Mevrouw Meneer Binnen het Brussels Hoofdstedelijk Gewest wordt de toegang tot huisvesting steeds moeilijker. Het Woningfonds werkt actief mee

Nadere informatie

Hoe werkt het? Ons werkgebied:

Hoe werkt het? Ons werkgebied: Hoe werkt het? 1. Werkgebied en projecten 2. Inschrijvingsvoorwaarden 3. Goed om te weten voor u inschrijft 4. Inschrijving 5. U krijgt een aanbod 6. Verkocht! 7. Nog vragen? U bent op zoek naar een betaalbare

Nadere informatie

Officieus gecoördineerde versie: oorspronkelijke tekst met opname van alle wijzigingen

Officieus gecoördineerde versie: oorspronkelijke tekst met opname van alle wijzigingen Opschrift Datum Gewijzigd bij Decreet houdende de ondersteuning en stimulering van het lokaal jeugdbeleid en de bepaling van het provinciaal jeugdbeleid 6 juli 2012 Decreet van 19 december 2014 houdende

Nadere informatie

DE VERSLAGEN VAN DE ONTWIKKELINGS-NGO S

DE VERSLAGEN VAN DE ONTWIKKELINGS-NGO S WORKSHOP 5 DE VERSLAGEN VAN DE ONTWIKKELINGS-NGO S De financiële rapportering door NGO s in het kader van de nieuwe regelgeving (KB 2006) door Marc HEIRMAN 1 Overzicht regelgevende teksten Wetten op Rijkscomptabiliteit,

Nadere informatie

Reglement voor het toekennen van een lening aan scholen op grondgebied Antwerpen

Reglement voor het toekennen van een lening aan scholen op grondgebied Antwerpen Reglement voor het toekennen van een lening aan scholen op grondgebied Antwerpen Artikel 1 - Doelstelling De stad Antwerpen verstrekt leningen voor kleine infrastructuurwerken en eerste inrichting van

Nadere informatie

ADVIES. 10 maart 2014

ADVIES. 10 maart 2014 ADVIES Voorontwerp van besluit tot wijziging van het besluit van 17 december 2009 tot vaststelling van de lijst van de risicoactiviteiten en Voorontwerp van besluit betreffende de akten van familiale aard

Nadere informatie

6 ALGEMEENHEDEN 6 Wie kan een hypothecair krediet sluiten? 6 Bestemming van het hypothecair krediet 6 Welke stappen moet u ondernemen?

6 ALGEMEENHEDEN 6 Wie kan een hypothecair krediet sluiten? 6 Bestemming van het hypothecair krediet 6 Welke stappen moet u ondernemen? Sommaire 4 INLEIDING 6 ALGEMEENHEDEN 6 Wie kan een hypothecair krediet sluiten? 6 Bestemming van het hypothecair krediet 6 Welke stappen moet u ondernemen? 7 DE VERSCHILLENDE FORMULES 7 De formule met

Nadere informatie

Gemeentelijk reglement tot toekenning van een verbeteringspremie voor woningen

Gemeentelijk reglement tot toekenning van een verbeteringspremie voor woningen Gemeentelijk reglement tot toekenning van een verbeteringspremie voor woningen TITEL I: DOEL Artikel 1 Om het woningenbestand in de gemeente Wielsbeke te verbeteren, wordt binnen de perken van het daartoe

Nadere informatie

GEMEENTEBESTUUR VAN SINT-JOOST-TEN-NODE PREMIES VOOR DE RENOVATIE VAN WONINGEN GELEGEN OP HET GRONDGEBIED VAN DE GEMEENTE SINT-JOOST-TEN-NODE

GEMEENTEBESTUUR VAN SINT-JOOST-TEN-NODE PREMIES VOOR DE RENOVATIE VAN WONINGEN GELEGEN OP HET GRONDGEBIED VAN DE GEMEENTE SINT-JOOST-TEN-NODE GEMEENTEBESTUUR VAN SINT-JOOST-TEN-NODE PREMIES VOOR DE RENOVATIE VAN WONINGEN GELEGEN OP HET GRONDGEBIED VAN DE GEMEENTE SINT-JOOST-TEN-NODE GEMEENTELIJK REGLEMENT HOOFDSTUK I PREMIE VOOR GEVELVERFRAAIING

Nadere informatie

NOTA AAN HET VERENIGD COLLEGE VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE GEMEENSCHAPSCOMMISSIE

NOTA AAN HET VERENIGD COLLEGE VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE GEMEENSCHAPSCOMMISSIE BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST DE MINISTERS, LEDEN VAN HET VERENIGD COLLEGE VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE GEMEENSCHAPSCOMMISSIE BIJSTAND AAN PERSONEN REGION BRUXELLES-CAPITALE LES MINISTRES, MEMBRES DU COLLÈGE

Nadere informatie

FAQ. Sleutelwoorden Vragen Antwoord A. ALGEMEEN

FAQ. Sleutelwoorden Vragen Antwoord A. ALGEMEEN FAQ Algemene uitvoeringsbepalingen van de maatregelen ten gunste van de tewerkstelling van jongeren in sociaal profitsector voortspruitend uit de wet van 23 december 2005 betreffende het generatiepact

Nadere informatie

H.T. Aanvraagformulier (uitgave 2008) Huurtoelage

H.T. Aanvraagformulier (uitgave 2008) Huurtoelage Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest DIRECTIE HUISVESTING CCN - Noordstation - Vooruitgangstraat 80 bus 1 H.T 1035 Brussel Aanvraagformulier (uitgave 2008) Opdat de aanvraag op geldige wijze

Nadere informatie

OVERDRACHT WERKLOOSHEID OCMW: MONITORING 1 STE SEMESTER 2015

OVERDRACHT WERKLOOSHEID OCMW: MONITORING 1 STE SEMESTER 2015 Association de la Ville et des Communes de la Région de Bruxelles-Capitale Section CPAS Vereniging van de Stad en de Gemeenten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest Afdeling OCMW C O N F E R E N C E D

Nadere informatie

Reglement betreffende subsidiering van het vervangen van enkel glas door superisolerend glas.

Reglement betreffende subsidiering van het vervangen van enkel glas door superisolerend glas. Gemeentebestuur Kruisstraat 2 3390 Tielt-Winge tel. 016 63 40 08 - fax 016 63 95 48 info@tielt-winge.be - www.tielt-winge.be Reglement betreffende subsidiering van het vervangen van enkel glas door superisolerend

Nadere informatie

Meer dan 2 400 woningen ter beschikking gesteld van de Brusselaars in 2011 dankzij het gewestelijk beleid

Meer dan 2 400 woningen ter beschikking gesteld van de Brusselaars in 2011 dankzij het gewestelijk beleid Meer dan 2 400 woningen ter beschikking gesteld van de Brusselaars in 2011 dankzij het gewestelijk beleid Woensdag 29 februari 2012. Staatssecretaris voor Huisvesting Christos Doulkeridis, heeft een algemene

Nadere informatie

nr. 360 van BART SOMERS datum: 16 juli 2015 aan ANNEMIE TURTELBOOM Overdracht familiebedrijf - Schenkingsrechten

nr. 360 van BART SOMERS datum: 16 juli 2015 aan ANNEMIE TURTELBOOM Overdracht familiebedrijf - Schenkingsrechten SCHRIFTELIJKE VRAAG nr. 360 van BART SOMERS datum: 16 juli 2015 aan ANNEMIE TURTELBOOM VICEMINISTER-PRESIDENT VAN DE VLAAMSE REGERING, VLAAMS MINISTER VAN BEGROTING, FINANCIËN EN ENERGIE Overdracht familiebedrijf

Nadere informatie

houdende de invoering van een nieuwe regeling voor de financiering van de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen en het Vlaams Woningfonds

houdende de invoering van een nieuwe regeling voor de financiering van de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen en het Vlaams Woningfonds ingediend op 567 (2015-2016) Nr. 1 6 november 2015 (2015-2016) Voorstel van decreet van Björn Anseeuw, Katrien Partyka, Mercedes Van Volcem, Jelle Engelbosch, Valerie Taeldeman en Lorin Parys houdende

Nadere informatie

REGLEMENT. Gemeenteraadsbeslissing d.d. 14.01.2014

REGLEMENT. Gemeenteraadsbeslissing d.d. 14.01.2014 STADSBESTUUR BLANKENBERGE HJ/VK TOELAGE VERWERVINGSPREMIE REGLEMENT Gemeenteraadsbeslissing d.d. 14.01.2014 Het stadsbestuur wenst jonge gezinnen te blijven stimuleren om een eigen woning te verwerven,

Nadere informatie

SUBSIDIEREGLEMENT VOOR ONTWIKKELINGSSAMENWERKING

SUBSIDIEREGLEMENT VOOR ONTWIKKELINGSSAMENWERKING SUBSIDIEREGLEMENT VOOR ONTWIKKELINGSSAMENWERKING Artikel 1 De Ieder kalenderjaar, tijdens de eerste vergadering van de GROS, beslist de algemene vergadering van de GROS over een verdeelsleutel van het

Nadere informatie

VLAAMSE RAAD BUITENGEWONE ZITTING 1992 9 JULI 1992 VOORSTEL VAN DECREET

VLAAMSE RAAD BUITENGEWONE ZITTING 1992 9 JULI 1992 VOORSTEL VAN DECREET Stuk 216 (BZ 1992) - Nr. 1 VLAAMSE RAAD BUITENGEWONE ZITTING 1992 9 JULI 1992 VOORSTEL VAN DECREET - van de heren M. Olivier en P. Breyne C.S. - houdende wijziging van artikel 8 4 van de Huisvestingscode

Nadere informatie

Steun bij de samenstelling van een huurwaarborg

Steun bij de samenstelling van een huurwaarborg Versie nr: 1 Laatste wijziging: 15-02-2008 1) Waartoe dient deze fiche? 2) Wat is een huurwaarborg? 3) Is het verplicht van een huurwaarborg samen te stellen? 4) Is de huurwaarborg eigendom van de eigenaar?

Nadere informatie

De prospectus is ter beschikking, zowel bij de kredietmakelaar als op de maatschappelijke zetel van de N.V. KREFIMA.

De prospectus is ter beschikking, zowel bij de kredietmakelaar als op de maatschappelijke zetel van de N.V. KREFIMA. PROSPECTUS CONSUMENTENKREDIET LENING OP AFBETALING Prospectusnummer: 4 01/06/2009 1. Inleiding Deze prospectus is van toepassing op leningen op afbetaling toegestaan in het kader van de Wet op het Consumentenkrediet

Nadere informatie

OCMW Haacht. Voorwaarden in verband met de verkoop en toewijzing van een sociale woning, gelegen aan de Donkstraat 30 te Wespelaar (Haacht)

OCMW Haacht. Voorwaarden in verband met de verkoop en toewijzing van een sociale woning, gelegen aan de Donkstraat 30 te Wespelaar (Haacht) Voorwaarden in verband met de verkoop en toewijzing van een sociale woning, gelegen aan de Donkstraat 30 te Wespelaar (Haacht) Inkomen: Het laatst gekende belastbaar inkomen mag per jaar niet meer bedragen

Nadere informatie

ADVIES &TIPS WEETJES. Krediet en Leningen

ADVIES &TIPS WEETJES. Krediet en Leningen ADVIES WEETJES &TIPS Krediet en Leningen 1. WELKE KREDIETEN BESTAAN ER? WELKE ZIJN DE VOORDELIGSTE? Eenvoudig gesteld, zijn er drie vormen van consumentenkrediet: Een kredietopening. Dit is een bedrag

Nadere informatie

Vlaamse regering DE VLAAMSE REGERING,

Vlaamse regering DE VLAAMSE REGERING, φ Vlaamse regering Besluit van de Vlaamse regering houdende de toekenning van een subsidie aan bepaalde initiatieven binnen polders, wateringen, milieuverenigingen en natuurverenigingen die personeelsleden

Nadere informatie

Advies. Over het voorontwerp van decreet tot invoering van een verhoogd abattement bij hypotheekvestiging op de enige woning

Advies. Over het voorontwerp van decreet tot invoering van een verhoogd abattement bij hypotheekvestiging op de enige woning Brussel, 9 juli 2008 070908 Advies decreet hypotheekvestiging Advies Over het voorontwerp van decreet tot invoering van een verhoogd abattement bij hypotheekvestiging op de enige woning 1. Toelichting

Nadere informatie

NV CENTRALE KREDIETVERLENING Naamloze vennootschap gesticht in 1956 Erkend door FOD Economie nr. 00539 Spaarbank

NV CENTRALE KREDIETVERLENING Naamloze vennootschap gesticht in 1956 Erkend door FOD Economie nr. 00539 Spaarbank NV CENTRALE KREDIETVERLENING Naamloze vennootschap gesticht in 1956 Erkend door FOD Economie nr. 00539 Spaarbank Maatschappelijke zetel: Mannebeekstraat 33 8790 Waregem Tel. 056/62.92.81 Fax 056/61.10.79

Nadere informatie

VLAAMS PARLEMENT ONTWERP VAN DECREET. houdende een waarborgregeling voor de ondernemingen die zijn getroffen door de dioxinecrisis in 1999

VLAAMS PARLEMENT ONTWERP VAN DECREET. houdende een waarborgregeling voor de ondernemingen die zijn getroffen door de dioxinecrisis in 1999 Stuk 182 (1999-2000) Nr. 4 VLAAMS PARLEMENT Zitting 1999-2000 29 maart 2000 ONTWERP VAN DECREET houdende een waarborgregeling voor de ondernemingen die zijn getroffen door de dioxinecrisis in 1999 TEKST

Nadere informatie

Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, titel III, hoofdstuk II, afdeling III, onderafdeling 4. Ondernemingen die investeren in een raamovereenkomst voor de productie van een audiovisueel werk Art. 194ter.

Nadere informatie

CIRCULAIRE. AOIF nr. 24/2009. Brussel, 9 mei 2009

CIRCULAIRE. AOIF nr. 24/2009. Brussel, 9 mei 2009 CIRCULAIRE AOIF nr. 24/2009 Federale Overheidsdienst FINANCIEN Administratie Van de ondernemings- en inkomensfiscaliteit Centrale diensten Directie I/5A Ci.RH.241/598.219 ONDERWERP : Inkomstenbelastingen

Nadere informatie

Hoofdstuk 2: Toekenningsvoorwaarden

Hoofdstuk 2: Toekenningsvoorwaarden REGLEMENT BETREFFENDE DE COFINANCIERING VAN EUROPESE PROJECTEN Hoofdstuk 1: Algemene bepalingen Inleiding Binnen de perken van de dotatie, die op de goedgekeurde begroting van de provincie Antwerpen voorzien

Nadere informatie

FINANCIËLE BIJLAGE VOORSTEL MFC. Inleiding

FINANCIËLE BIJLAGE VOORSTEL MFC. Inleiding FINANCIËLE BIJLAGE VOORSTEL MFC Inleiding Om een solide financiële basis onder het Multifunctioneel Centrum (hierna: MFC) te realiseren is gezocht naar aanvullende partners. Inmiddels zijn de deelnemende

Nadere informatie

LENINGSBESLUIT 11 MEI 1999

LENINGSBESLUIT 11 MEI 1999 pagina 1 van 9 LENINGSBESLUIT 11 MEI 1999 Leningsbesluit 11 mei 1999 (gepubliceerd dd. 24/08/1999) Besluit van de Vlaamse regering van 11 mei 1999 houdende de voorwaarden voor het toestaan van leningen

Nadere informatie

Steun aan jonge innovatieve ondernemingen

Steun aan jonge innovatieve ondernemingen Steun aan jonge innovatieve ondernemingen Reglement Oproep van mei 2013 A) Ondernemingen die in aanmerking komen Elke onderneming die aan volgende voorwaarden voldoet, kan zich, met oog op de toepassing

Nadere informatie

zittingsjaar 2010-2011 Handelingen Commissievergadering Commissie voor Woonbeleid, Stedelijk Beleid en Energie

zittingsjaar 2010-2011 Handelingen Commissievergadering Commissie voor Woonbeleid, Stedelijk Beleid en Energie vergadering C214 WON18 zittingsjaar 2010-2011 Handelingen Commissievergadering Commissie voor Woonbeleid, Stedelijk Beleid en Energie van 28 april 2011 2 Commissievergadering nr. C214 WON18 (2010-2011)

Nadere informatie

DEEL I: ALGEMENE BEPALINGEN

DEEL I: ALGEMENE BEPALINGEN SUBSIDIEREGLEMENT VOOR MEERDAAGSE UITSTAPPEN VOOR SCHOLEN DEEL I: ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1: basis Om scholen te ondersteunen bij het aanbieden van meerdaagse uitstappen voorziet de stad Antwerpen

Nadere informatie

Reglement tot het toekennen van een gemeentelijke aankoop- en vervolgpremie.

Reglement tot het toekennen van een gemeentelijke aankoop- en vervolgpremie. Reglement tot het toekennen van een gemeentelijke aankoop- en vervolgpremie. Doel van de premie. Artikel 1: 1. Om jonge gezinnen te ondersteunen in de aankoop van een woning op het grondgebied van de gemeente

Nadere informatie

Subsidiereglement voor de restauratie van niet-wettelijk beschermde merkwaardige gebouwen

Subsidiereglement voor de restauratie van niet-wettelijk beschermde merkwaardige gebouwen Subsidiereglement voor de restauratie van niet-wettelijk beschermde merkwaardige gebouwen Goedgekeurd in de gemeenteraad van 16 december 2014 Bekendgemaakt op 17 december 2014 Inhoudstafel Artikel 1. Doel...

Nadere informatie

Reglement rentearme leningen

Reglement rentearme leningen Reglement rentearme leningen Reglement van Stad Zottegem voor het toekennen van rentearme leningen voor jeugdwerkinfrastructuur bij erkende plaatselijke jeugdwerkinitiatieven en erkende sportverenigingen

Nadere informatie

FORMULIER EERSTE AANVRAAG VERGOEDING/VERLENGING VERGOEDING

FORMULIER EERSTE AANVRAAG VERGOEDING/VERLENGING VERGOEDING FORMULIER EERSTE AANVRAAG VERGOEDING/VERLENGING VERGOEDING EERSTE AANVRAAG AANVRAAG TOT VERLENGING OPGELET: 1) Enkel de werken die plaats vinden in de toekomst kunnen het onderwerp vormen van een vraag

Nadere informatie

Vlaams gewest. Aard van het document. Administratieve geldboete van 500 tot 5.000. Enkel volle eigendom 5.000

Vlaams gewest. Aard van het document. Administratieve geldboete van 500 tot 5.000. Enkel volle eigendom 5.000 Overzicht Vlaams gewest Decreet houdende algemene bepalingen betreffende energiebeleid (energiedecreet) van 8 mei 2009. Belgisch Staatsblad: 07.07.2009 Van kracht sinds: 01.01.2011 Besluit van de Vlaamse

Nadere informatie

Ministeriële uitspraak in de beroepsprocedure met toepassing van artikel 29bis, 5, van de Vlaamse Woon code betreffende de beslissing van de sociale

Ministeriële uitspraak in de beroepsprocedure met toepassing van artikel 29bis, 5, van de Vlaamse Woon code betreffende de beslissing van de sociale Ministeriële uitspraak in de beroepsprocedure met toepassing van artikel 29bis, 5, van de Vlaamse Woon code betreffende de beslissing van de sociale huisvestingsmaatschappij met betrekking tot de aankoop

Nadere informatie

AANKOOP- en VERBETERINGSPREMIE van de stad Tielt

AANKOOP- en VERBETERINGSPREMIE van de stad Tielt AANKOOP- en VERBETERINGSPREMIE van de stad Tielt TITEL I: ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1 Om het bestaande woningenbestand te verbeteren en om het wonen in de stad Tielt te bevorderen, wordt binnen de perken

Nadere informatie

BIJLAGE. Bijlage nr. 1. Reglement houdende de ondersteuning van jeugdinfrastructuur. HOOFDSTUK 1: Algemene bepalingen

BIJLAGE. Bijlage nr. 1. Reglement houdende de ondersteuning van jeugdinfrastructuur. HOOFDSTUK 1: Algemene bepalingen BIJLAGE Bijlage nr. 1 Reglement houdende de ondersteuning van jeugdinfrastructuur HOOFDSTUK 1: Algemene bepalingen Artikel 1.- Dit besluit wordt genomen in uitvoering van de verordening nr. 11-02 van 20

Nadere informatie

REGLEMENT VOOR HET TOEKENNEN VAN EEN LENING AAN SCHOLEN OP GRONDGEBIED ANTWERPEN

REGLEMENT VOOR HET TOEKENNEN VAN EEN LENING AAN SCHOLEN OP GRONDGEBIED ANTWERPEN REGLEMENT VOOR HET TOEKENNEN VAN EEN LENING AAN SCHOLEN OP GRONDGEBIED ANTWERPEN Artikel 1 - Doelstelling De stad Antwerpen verstrekt leningen aan scholen met vestiging op het grondgebied van de stad Antwerpen

Nadere informatie

Energiebesparende uitgaven Groene lening. Inkomsten 2009 (aanslagjaar 2010) Federale Overheidsdienst FINANCIEN

Energiebesparende uitgaven Groene lening. Inkomsten 2009 (aanslagjaar 2010) Federale Overheidsdienst FINANCIEN Energiebesparende uitgaven Groene lening Inkomsten 2009 (aanslagjaar 2010) L UNION FAIT LA FORCE - EENDRACHT MAAKT MACHT Federale Overheidsdienst FINANCIEN Milieuvriendelijke belastingen De laatste jaren

Nadere informatie

zittingsjaar 2010-2011 Handelingen Commissievergadering Commissie voor Woonbeleid, Stedelijk Beleid en Energie

zittingsjaar 2010-2011 Handelingen Commissievergadering Commissie voor Woonbeleid, Stedelijk Beleid en Energie vergadering C190 WON16 zittingsjaar 2010-2011 Handelingen Commissievergadering Commissie voor Woonbeleid, Stedelijk Beleid en Energie van 31 maart 2011 2 Commissievergadering nr. C190 WON16 (2010-2011)

Nadere informatie

Aanvraagformulier voor het werkjaar 2014. Informatie en richtlijnen bij het aanvragen van subsidies. I. Algemene informatie bij de subsidielijn

Aanvraagformulier voor het werkjaar 2014. Informatie en richtlijnen bij het aanvragen van subsidies. I. Algemene informatie bij de subsidielijn Gemeente Tervuren Aanvraag tot subsidies voor rugzakprojecten voor jongeren d.w.z. initiatieven waarbij een jongere zich in een ontwikkelingsland inzet voor een ontwikkelingsproject Aanvraagformulier voor

Nadere informatie

Mevrouw de Voorzitster, Mijnheer de Voorzitter,

Mevrouw de Voorzitster, Mijnheer de Voorzitter, i uwbrief van uw kenmerk Bestuur van de Maatschappelijke Integratie Bestuursdirectie van het Maatschappelijk Welzijn DIENST FINANCIEN EN ONDERSTANDSKOSTEN TERUGBETALINGEN ) Vragen naar: Kurt Gesquiere

Nadere informatie

Het bestuursorgaan bevestigt de ontvangst van een elektronisch ingediende aanvraag.

Het bestuursorgaan bevestigt de ontvangst van een elektronisch ingediende aanvraag. Algemene wet bestuursrecht Titel 4.1. Beschikkingen Afdeling 4.1.1. De aanvraag Artikel 4:1 Tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald, wordt de aanvraag tot het geven van een beschikking schriftelijk

Nadere informatie

Procedure voor de afwijkingen - Vaak gestelde vragen over de afwijkingen

Procedure voor de afwijkingen - Vaak gestelde vragen over de afwijkingen Procedure voor de afwijkingen - Vaak gestelde vragen over de afwijkingen Inleiding De federale overheid is onder meer bevoegd voor de voorschriften van het Koninklijk besluit van van 7 juli 1994 (tot vaststelling

Nadere informatie

4 1 20 R A A J T S N IE D 2 - G A 0 RSL VE R A A J JAA 1 RVE 4 RSLAG

4 1 20 R A A J T S N IE D 2 - G A 0 RSL VE R A A J JAA 1 RVE 4 RSLAG J A A R V E R S L A G - D I E N S TJ A A R 2 0 14 20 JAARVERSLAG 14 JAARVERSLAG - DIENSTJAAR 2014 PER 31 DECEMBER 2014 20 14 Voorgelegd aan de gewone Algemene vergadering van 28 mei 2015 Coöperatieve vennootschap

Nadere informatie

TOEGESTANE EVOLUTIE VAN DE LOONKOST VOOR 2015-2016. I. Geen loonsverhoging voor 2015, maar beperkte mogelijkheden voor 2016

TOEGESTANE EVOLUTIE VAN DE LOONKOST VOOR 2015-2016. I. Geen loonsverhoging voor 2015, maar beperkte mogelijkheden voor 2016 1/6 TOEGESTANE EVOLUTIE VAN DE LOONKOST VOOR 2015-2016 I. Geen loonsverhoging voor 2015, maar beperkte mogelijkheden voor 2016 Het ontwerp van interprofessioneel akkoord dat werd voorgesteld door de Regering

Nadere informatie

De begroting voor een eigen woning: een kopzorg voor de Belgen!

De begroting voor een eigen woning: een kopzorg voor de Belgen! De begroting voor een eigen woning: een kopzorg voor de Belgen! 13 februari 2014 In aanwezigheid van: 1 Johan Vande Lanotte, vice-eersteminister en minister van Economie en Consumenten 2 Koen Geens, minister

Nadere informatie

Berekening van de belasting

Berekening van de belasting Berekening van de belasting Gewoon stelsel van aanslag Afzonderlijke aanslagen Berekening van de belasting HOOFDSTUK III : BEREKENING VAN DE BELASTING Art. 215-219bis Afdeling I : Gewoon stelsel van aanslag

Nadere informatie

Reglement voor de toekenning van renteloze leningen. aan erkende culturele verenigingen

Reglement voor de toekenning van renteloze leningen. aan erkende culturele verenigingen Reglement voor de toekenning van renteloze leningen aan erkende culturele verenigingen Goedgekeurd in de gemeenteraad van 28 januari 2002 Bekendgemaakt op 31 januari 2002 Artikel 1 Hoofdstuk I - Algemene

Nadere informatie

Effectenleningen en cessies-retrocessies van effecten

Effectenleningen en cessies-retrocessies van effecten Circulaire _2009_29 dd. 30 september 2009 Effectenleningen en cessies-retrocessies van effecten Toepassingsveld: Verzekeringsondernemingen onderworpen aan de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle

Nadere informatie

9.7.3 Combinatie oude en nieuwe fiscale korf

9.7.3 Combinatie oude en nieuwe fiscale korf 1 9.7.3 Combinatie oude en nieuwe fiscale korf De gelijktijdige combinatie tijdens hetzelfde jaar en bij dezelfde belastingplichtige van enerzijds de aftrek voor enige eigen woning en anderzijds de belastingvermindering

Nadere informatie

KBC-Vrij Aanvullend Pensioen voor Zelfstandigen. Vandaag fraaie fiscale voordelen. Morgen een mooi extra pensioen.

KBC-Vrij Aanvullend Pensioen voor Zelfstandigen. Vandaag fraaie fiscale voordelen. Morgen een mooi extra pensioen. KBC-Vrij Aanvullend Pensioen voor Zelfstandigen Vandaag fraaie fiscale voordelen. Morgen een mooi extra pensioen. U weet het zelf maar al te goed: als zelfstandige krijgt u een erg beperkt wettelijk pensioen.

Nadere informatie

Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest Bestuur Ruimtelijke Ordening en Huisvesting Directie Huisvesting Vooruitgangstraat, 80 bus 1 1035 Brussel Verhuis-, Installatie- en Huurtoelage Besluit

Nadere informatie

ageas SA/NV Société Anonyme/Naamloze Vennootschap Markiesstraat 1 1000 Brussel RPR Brussel 0451.406.524

ageas SA/NV Société Anonyme/Naamloze Vennootschap Markiesstraat 1 1000 Brussel RPR Brussel 0451.406.524 ageas SA/NV Société Anonyme/Naamloze Vennootschap Markiesstraat 1 1000 Brussel RPR Brussel 0451.406.524 BIJZONDER VERSLAG VAN DE RAAD VAN BESTUUR AAN DE AANDEELHOUDERS betreffende het gebruik en de doeleinden

Nadere informatie

Subsidiedossier Dakisolatie

Subsidiedossier Dakisolatie Gemeente Sint-Amands Milieudienst Kristin Moens Livien Van der Looystraat 10 2890 Sint-Amands Tel 052 39 98 78 Fax 052 34 06 65 Subsidiedossier Dakisolatie Aanvraagformulier vind je op het einde van dit

Nadere informatie

Project Koekhoven Dijkbeemd 20 bus 201 2310 RIJKEVORSEL DE ARK VERKOOPT

Project Koekhoven Dijkbeemd 20 bus 201 2310 RIJKEVORSEL DE ARK VERKOOPT Project Koekhoven Dijkbeemd 20 bus 201 2310 RIJKEVORSEL DE ARK VERKOOPT LIGGING Binnen het project Koekhoven, fase I wordt 1 appartement opnieuw verkocht. Het gebouw is zeer rustig gelegen. Het terras

Nadere informatie

De Solidaire Lening voor ondernemers

De Solidaire Lening voor ondernemers De Solidaire Lening voor ondernemers Gebruiksaanwijzing voor de aanbrengers van de Solidaire Lening Deze gebruiksaanwijzing is bedoeld ter informatie van de aanbrengers, die in contact komen met het doelpubliek

Nadere informatie

PROVINCIERAAD VAN ANTWERPEN

PROVINCIERAAD VAN ANTWERPEN PROVINCIERAAD VAN ANTWERPEN Vergadering van 26 september 2013 Toelichting Bevoegd deputatielid: Luk Lemmens Telefoon: 03 240 52 65 Agenda nr. 2/4 Provinciale initiatieven. Dienstverlenende vereniging IGEAN.

Nadere informatie

4 1 20 R A A J T S N IE D 2 - G A 0 RSL VE R A A J JAA 1 RVE 4 RSLAG

4 1 20 R A A J T S N IE D 2 - G A 0 RSL VE R A A J JAA 1 RVE 4 RSLAG J A A R V E R S L A G - D I E N S TJ A A R 2 0 14 20 JAARVERSLAG 14 JAARVERSLAG - DIENSTJAAR 2014 PER 31 DECEMBER 2014 20 14 Voorgelegd aan de gewone Algemene vergadering van 28 mei 2015 Coöperatieve vennootschap

Nadere informatie

Databank Brussels actieplan armoedebestrijding 2008. Hoofdstuk: Huisvesting

Databank Brussels actieplan armoedebestrijding 2008. Hoofdstuk: Huisvesting Hoofdstuk: Pagina 1 De bouw van 5 000 sociale (70 %) en middelgrote (30 %) woningen 86 Investeringstoelage aan de Brusselse elijke smaatschappij (BGHM) voor de bouw van sociale en middelgrote woningen

Nadere informatie

DE BRUSSELSE GROENE LENING. Om energiebesparende werken in uw woning te financieren

DE BRUSSELSE GROENE LENING. Om energiebesparende werken in uw woning te financieren DE BRUSSELSE GROENE LENING Om energiebesparende werken in uw woning te financieren EEN LENING TEGEN 0 % INTEREST ZODAT IEDEREEN KAN ISOLEREN De Brusselse groene lening is een energielening met een interestvoet

Nadere informatie

Uitspraak nr. WB 609-01-66-03 DE VLAAMSE MINISTER VAN BINNENLANDS BESTUUR. INBURGERING. WONEN, GELIJKE KANSEN EN ARMOEDEBESTRIJDING

Uitspraak nr. WB 609-01-66-03 DE VLAAMSE MINISTER VAN BINNENLANDS BESTUUR. INBURGERING. WONEN, GELIJKE KANSEN EN ARMOEDEBESTRIJDING \ ~\~ \\ Vlaa~se '~'t: \ Regering \ Ministerieel besluit betreffende de beroepsprocedure met toepassing van artikel 29bis. 5. van de Vlaamse Wooncode betreffende de beslissing van de sociale huisvestingsmaatschappij

Nadere informatie

Steun aan jonge innovatieve ondernemingen Formulier voor kandidaatstelling Oproep juli 2012

Steun aan jonge innovatieve ondernemingen Formulier voor kandidaatstelling Oproep juli 2012 ,,,,,,,,,,,,,,,,,,, Steun aan jonge innovatieve ondernemingen Formulier voor kandidaatstelling Oproep juli 2012 Dit formulier dient in 5 exemplaren op papier + 1 elektronische versie te worden bezorgd

Nadere informatie

Formulier A: Aanvraagformulier renovatiepremie jonge gezinnen

Formulier A: Aanvraagformulier renovatiepremie jonge gezinnen Formulier A: Aanvraagformulier renovatiepremie jonge gezinnen Ontvangstdatum Dossiernummer *Vakken voorbehouden voor de administratie Het aanvraagformulier dient afgegeven te worden tegen ontvangstbewijs

Nadere informatie

Informatiesessie. Vraag 1 : Hebben de kandidaten de mogelijkheid om het vernoemd contract te bekijken?

Informatiesessie. Vraag 1 : Hebben de kandidaten de mogelijkheid om het vernoemd contract te bekijken? Federale Overheidsdienst FINANCIEN Brussel, 14 mei 2014 Stafdienst Logistiek Koning Albert II-Laan, 33 - Brussel Afdeling aankoop Openbare aanbesteding voor assistentie aan de bouwheer (AB) in het kader

Nadere informatie

de besloten vennootschap Mortgage Venture B.V., gevestigd te Lelystad, hierna te noemen Aangeslotene.

de besloten vennootschap Mortgage Venture B.V., gevestigd te Lelystad, hierna te noemen Aangeslotene. Niet-bindende uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-151d.d. 1 april 2014 (prof.mr. E.H. Hondius, voorzitter, drs. A. Adriaansen en mr. W.H.G.A. Filott mpf, leden en mevrouw

Nadere informatie

Statuten van de v.z.w. «Fonds voor Dringende Geneeskundige Hulpverlening»

Statuten van de v.z.w. «Fonds voor Dringende Geneeskundige Hulpverlening» Statuten van de v.z.w. «Fonds voor Dringende Geneeskundige Hulpverlening» Ter uitvoering van artikel 7 van de wet van 8 juli 1964 betreffende de dringende medische hulpverlening vormen de verzekeringsondernemingen

Nadere informatie

Artikel 1.- Artikel 2.-

Artikel 1.- Artikel 2.- ontwerp subsidiereglement houdende de ondersteuning van jeugdinfrastructuur HOOFDSTUK : : Algemene A bepalingen Artikel.- Dit besluit wordt genomen in uitvoering van de verordening nr. -02 van 20 januari

Nadere informatie

Subsidiereglement ontwikkelingssamenwerking gemeentebestuur Zulte

Subsidiereglement ontwikkelingssamenwerking gemeentebestuur Zulte Subsidiereglement Ontwikkelingssamenwerking Gemeente Zulte (goedgekeurd in de gemeenteraadszitting van 25 juni 2009) Dit subsidiereglement omvat: 1. Werkingstoelagen voor verenigingen aangesloten bij de

Nadere informatie