BEHOEFTE AAN SOCIALE KOOPWONINGEN EN SOCIALE KAVELS IN VLAANDEREN. Kristof Heylen

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "BEHOEFTE AAN SOCIALE KOOPWONINGEN EN SOCIALE KAVELS IN VLAANDEREN. Kristof Heylen"

Transcriptie

1 BEHOEFTE AAN SOCIALE KOOPWONINGEN EN SOCIALE KAVELS IN VLAANDEREN Kristof Heylen

2

3 BEHOEFTE AAN SOCIALE KOOPWONINGEN EN SOCIALE KAVELS IN VLAANDEREN Kristof Heylen Promotor: Sien Winters Leuven, 23 november 2012

4 Het Steunpunt Wonen is een samenwerkingsverband van de KU Leuven, LUCA School of Arts (Sint-Lucas Brussel-Gent), de Provinciale Hogeschool Limburg, de Universiteit Antwerpen en het Onderzoeksinstituut OTB van de TU Delft (Nederland). Binnen het Steunpunt verzamelen onderzoekers van verschillende wetenschappelijke disciplines objectieve gegevens over de woningmarkt en het woonbeleid. Via gedegen wetenschappelijke analyses wensen de onderzoekers bij te dragen tot een langetermijnvisie op het Vlaamse woonbeleid. Het Steunpunt Wonen wordt gefinancierd door de Vlaamse overheid, binnen het programma Steunpunten voor Beleidsrelevant Onderzoek Gelieve naar deze publicatie te verwijzen als volgt: Heylen K. (2012), Behoefte aan sociale koopwoningen en sociale kavels in Vlaanderen, Steunpunt Wonen, Leuven. Voor meer informatie over deze publicatie In deze publicatie wordt de mening van de auteur weergegeven en niet die van de Vlaamse overheid. De Vlaamse overheid is niet aansprakelijk voor het gebruik dat kan worden gemaakt van de opgenomen gegevens. D/2012/4718/16 ISBN STEUNPUNT WONEN Niets uit deze uitgave mag worden verveelvuldigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotocopie, microfilm of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. No part of this book may be reproduced in any form, by mimeograph, film or any other means, without permission in writing from the publisher. p.a. Secretariaat Steunpunt Wonen HIVA - Onderzoeksinstituut voor Arbeid en Samenleving Parkstraat 47 bus 5300, BE 3000 Leuven Dit rapport is ook beschikbaar via

5 Inhoud Inhoud v 1. Situering 1 2. Regelgeving sociale koopwoningen, sociale kavels en sociale huurwoningen 3 3. Definitie van theoretische doelgroepen sociale koop en sociale huur 4 4. Onderzoeksmethode 8 5. Resultaten behoefteraming Theoretische doelgroep sociale koop Overlap tussen theoretische en wettelijke doelgroep Profiel van de theoretische en wettelijke doelgroep sociale koop Alternatieve definitie theoretische doelgroep sociale koop Verhouding van objectief sociale koop en sociale huur tegenover doelgroep Samenvatting en conclusie 20 Bijlagen 23 Bijlage 1 24 Bibliografie 25 Behoefte aan sociale koopwoningen en sociale kavels in Vlaanderen v

6 1. Situering In Vlaanderen is ongeveer 74% van de gezinnen eigenaar van zijn woning, terwijl 20% op de private woningmarkt vertoeft en 6% in de sociale huisvesting. De inkomensgrens voor de sociale huisvesting is relatief laag (ongeveer 40% van de private huurders heeft een inkomen onder de grens), waardoor een grote groep huurders hiervoor uit de boot valt. Voor deze grote groep is het evenwel niet steeds financieel haalbaar om een eigen woning te verwerven. De private huurmarkt, die gekenmerkt wordt door een slechtere woningkwaliteit en een lager comfortniveau, is dan geen keuze maar een noodzaak. De Vlaamse overheid doet inspanningen om het verwerven van een eigen woning te vergemakkelijken, onder meer met het financieren van sociale koopwoningen en sociale kavels die door de SHM s worden aangeboden. Om in aanmerking te komen voor deze maatregelen zijn er bepaalde voorwaarden van kracht. Zo zijn er maximale inkomensgrenzen en mag men geen andere woning of ander perceel in bezit hebben. Voor de sociale koopwoningen bestaat de mogelijkheid om de aankoop te financieren met een sociale lening bij de VMSW, wat de woning nog beter betaalbaar maakt. Van deze mogelijkheid wordt meestal gebruik gemaakt. In de periode werd 90% van de sociale koopwoningen gefinancierd met een sociale lening (Heylen, te verschijnen). De toewijzing van de woningen en kavels gebeurt volgens volgorde van inschrijving. In 2011 werden in totaal 483 sociale koopwoningen opgeleverd door de SHM s. Volgens de Vlaamse Wooncode (art. 22/1 1, 2de lid) is de Vlaamse Regering ertoe gemachtigd om de cijfers voor de sociale koopsector, vermeld in het eerste lid, op te trekken, indien uit een wetenschappelijke studie, op te leveren in 2011, blijkt dat deze cijfers ten opzicht van de reële behoefte onderraamd zijn en/of dat de onderlinge verhouding tussen sociale koopwoningen en sociale kavels niet adequaat is ten opzicht van de sociale woonbehoefte. Dit rapport bevat de resultaten van een zogenaamde ad hoc onderzoeksopdracht van het Steunpunt Wonen die invulling geeft aan bovenvermelde wetenschappelijke studie. In dit rapport wordt geraamd wat de behoefte is aan sociale koopwoningen en sociale kavels, door een inschatting te maken van het aantal huishoudens dat geen eigen woning kan verwerven op de private markt en ook niet in aanmerking komt voor een sociale huurwoning. We noemen dit hierna de theoretische doelgroep. Het betreft een mogelijke manier om de behoefte in te schatten. Andere definities van behoefte aan sociale koop zijn mogelijk, zoals ook verder in dit rapport zal worden toegelicht. In het volgende hoofdstuk wordt de regelgeving rond sociale koopwoningen (en kavels) en sociale huur beknopt uiteengezet, waarna de definities van de theoretische doelgroepen sociale koop en sociale huur worden toegelicht. In het vierde hoofdstuk komt de methodologie aan bod. Het vijfde hoofdstuk toont vervolgens de resultaten van de behoefteraming. De geraamde theoretische doelgroep wordt zowel in relatieve als absolute termen weergegeven en wordt vergeleken met het globale huishoudensprofiel op de woningmarkt. Ook zal het profiel van de theoretische doelgroep sociale koop vergeleken worden met de wettelijke doelgroep (de groep die in aanmerking komt vol Behoefte aan sociale koopwoningen en sociale kavels in Vlaanderen 1

7 gens de toelatingsvoorwaarden). In het zesde hoofdstuk worden de theoretische doelgroepen sociale koop en sociale huur vergeleken met het objectief volgens het Grond en Pandendecreet, gevolgd door een samenvatting en conclusie in hoofdstuk zeven. Behoefte aan sociale koopwoningen en sociale kavels in Vlaanderen 2

8 2. Regelgeving sociale koopwoningen, sociale kavels en sociale huurwoningen Sociale koopwoningen en sociale kavels worden in Vlaanderen aangeboden door de sociale huisvestingsmaatschappijen (SHM s). Om in aanmerking te komen voor de aankoop van een sociale koopwoning of kavel dient men aan een aantal voorwaarden te voldoen. Zo moet men meerderjarig zijn en mag anno 2012 het belastbare inkomen van het gezin (volgens het laatst gekende aanslagbiljet) niet hoger liggen dan euro voor een alleenstaande en euro voor een gehuwd, wettelijk of feitelijk samenwonend koppel. Deze grensbedragen worden verhoogd met euro per persoon ten laste. Ook dient het netto belastbaar inkomen hoger te zijn dan euro en mag men geen andere woning of bouwgrond volledig in volle eigendom of volledig in vruchtgebruik hebben. Als men aan deze voorwaarden voldoet, kan men zich inschrijven in het inschrijvingenregister bij een sociale huisvestingsmaatschappij. Verder heeft de koper van een sociale koopwoning zich ertoe gebonden om de woning 20 jaar lang te bewonen. Men is dan ook verplicht om de SHM van dewelke de woning gekocht is onmiddellijk in te lichten indien men de woning wenst te verkopen of te schenken (VMSW, 2012a). Sociale huurwoningen worden in Vlaanderen eveneens aangeboden door de SHM s. De inkomenvoorwaarden zijn echter strikter dan bij sociale koopwoningen en kavels. De bovengrens voor het netto belastbaar inkomen bedraagt euro voor een alleenstaande zonder personen ten laste, euro voor een alleenstaande gehandicapte en euro, vermeerderd met euro per persoon ten laste, in alle andere gevallen. Ook hier gelden de inkomensgegevens volgens het laatst gekende aanslagbiljet. Daarnaast dient er op het moment van de inschrijving aan de eigendomsvoorwaarde voldaan te zijn. De kandidaat of een ander lid van zijn gezin mag geen woning of perceel bestemd voor woningbouw in binnen of buitenland in volle eigendom of volledig in vruchtgebruik hebben (VMSW, 2012b). De groepen die volgens de toelatingsvoorwaarden in aanmerking komen voor een sociale koopwoning of een sociale huurwoning noemen we de wettelijke doelgroepen. Behoefte aan sociale koopwoningen en sociale kavels in Vlaanderen 3

9 3. Definitie van theoretische doelgroepen sociale koop en sociale huur Zoals vermeld wordt de theoretische doelgroep van sociale koop in deze studie gedefinieerd als de groep van huishoudens waarvoor bij de aankoop van een gemiddelde woning anno 2012 de woonuitgaven onbetaalbaar zijn, terwijl men niet in aanmerking komt voor een sociale huurwoning. Om de betaalbaarheid van de verwerving te beoordelen zijn we genoodzaakt aannames te doen over de aankoopprijs en de woonuitgaven. We merken hierbij op dat het hier gaat over één van de mogelijke manieren om de doelgroep van de sociale koop af te bakenen. Andere definities voor de doelgroep sociale koop zijn mogelijk en leiden tot andere resultaten. Wat alternatieve definities betreft, kunnen we echter niet terugvallen op de internationale literatuur of eerder onderzoek in Vlaanderen. In bepaalde Europese landen bestaan er subsidiemaatregelen die gelijkaardig zijn aan de sociale koop in Vlaanderen (bv. Nederland, Verenigd Koninkrijk, Spanje), maar onderzoek naar een theoretische doelgroepraming vinden we hier niet terug. Het past alvast kritische opmerkingen te maken bij de hier gehanteerde definitie. Deze houdt er bijvoorbeeld geen rekening mee dat bepaalde huurders geen wens hebben om eigenaar te worden. Zo is er een groep gepensioneerden (met een gedaald inkomen) die bewust de overstap heeft gemaakt naar een beter aangepaste huurwoning. Daarnaast zijn er jongeren die aan het begin van hun carrière staan, uitzicht hebben op een stijgend inkomen en bewust kiezen voor de huurmarkt als overgangsfase naar een eigen woning. Verder houdt de definitie net als de wettelijke toelatingsvoorwaarden voor sociale koop geen rekening met het roerend vermogen van de gezinnen. Vooral bij ouderen kan dit hoog opgelopen zijn, terwijl ten gevolge van pensionering het belastbare inkomen relatief laag kan uitvallen. Ook kan de vraag gesteld worden in hoeverre de sociale huurders of degenen die voor sociale huur in aanmerking komen, uit de werkelijke doelgroep vallen van de sociale koop (met sociale lening). Omgekeerd, kunnen we ons ook de vraag stellen of degenen die net boven de inkomensgrens van de sociale huur vallen, in staat zijn een om sociale koopwoning te kunnen financieren. Bij het afsluiten van een sociale lening doet de VMSW een kredietwaardigheidsonderzoek om na te gaan of de kandidaat ontlener solvabel is. Hiervoor worden bepaalde normen gehanteerd voor het resterend inkomen. Wij zullen in deze studie (zie 5.4) nagaan hoe de theoretische doelgroep er zou uitzien als de VMSW normen als ondergrens worden gehanteerd i.p.v. de inkomensgrenzen van de sociale huisvesting. Het betreft hier dus een behoefteraming gebaseerd op een licht andere definitie. Achterliggend aan dit onderzoek was de beleidsvraag of het nodig is de objectieven voor sociale koopwoningen die zijn vooropgesteld binnen het grond en pandenbeleid aan te passen. Als uit de behoefteraming blijkt dat de behoefte veel hoger is dan wat beleidsmatig is voorzien, zou men hieruit de conclusie kunnen trekken dat het optrekken van het objectief voor sociale koop vereist is. Dergelijke conclusie kan uit deze studie niet worden getrokken omdat dit een globale ex post evaluatie van het systeem van sociale koop zou vergen. Een behoefteraming is slechts één onderdeel hiervan. Behoefte aan sociale koopwoningen en sociale kavels in Vlaanderen 4

10 Een globale ex post evaluatie houdt onder meer een analyse in van de doelbereiking en de beleidseffectiviteit van de maatregel (De Peuter et al., 2007). Onder meer de resultaten van de studie van het Steunpunt Wonen naar de subsidieverdeling bij sociale koopwoningen (Heylen, te verschijnen) kunnen bij zulk een evaluatie aangewend worden. In figuur 1 wordt de theoretische doelgroep sociale koop zoals in deze studie gedefinieerd grafisch weergegeven, door de verdelingsfunctie van de groep private huurders in een assenstelsel te tonen tegenover het inkomen van de private huurders. De huurders die in aanmerking komen voor een sociale huurwoning vallen uit de doelgroep van sociale koop aan de onderkant van de inkomensverdeling. Daarnaast valt een deel huurders buiten de doelgroep aan de bovenkant van de inkomensverdeling, omdat deze een gemiddelde woning kunnen kopen zonder in de problemen te koop op vlak van betaalbaarheid. Betaalbaar wonen zullen we operationaliseren aan de hand van een woonquote norm van 30% en de budgetmethode (zie verder). De groep die niet in aanmerking komt voor een sociale huurwoning en die geen eigen huis kan kopen, is de theoretische doelgroep die we in deze studie zullen ramen. Figuur 1 Theoretische doelgroep sociale koop, volgens verdelingsfunctie van het inkomen van private huurders Private huurders, verdelingsfunctie (%) Wettelijke doelgroep sociale huur (40%) Theoretische doelgroep sociale koop/kavels (omvang te ramen) Kan eigen woning kopen Inkomensgrens sociale huur Betaalbaarheidsnorm Inkomen Een theoretische doelgroep van de sociale koop zal in deze studie vergeleken worden met het objectief uit het Grond en Pandendecreet. Om het resultaat hiervan in een breder perspectief te kunnen plaatsen, zullen we ook een vergelijking maken van de theoretische doelgroep van de sociale huur met het objectief voor de sociale huisvesting uit het Grond en Pandendecreet. De theoretische doelgroep sociale huur werd reeds berekend op basis van de Woonsurvey 2005 in de studie Op weg naar een nieuw Vlaams sociaal huurstelsel? van het Steunpunt Wonen (Winters et al., 2007). De Woonsurvey 2005 is voor deze oefening nog steeds de meest geschikte databron. Tot de theoretische doelgroep werden hier alle private huurders gerekend met een woonquote (verhou Behoefte aan sociale koopwoningen en sociale kavels in Vlaanderen 5

11 ding woonuitgaven/besteedbaar inkomen) van meer dan 30% of met een woning in slechte staat én behorend tot de 40% laagste inkomens in de samenleving. 1 De reden waarom in deze behoefteraming voor sociale huur kwaliteit van de huidige woning in rekening werd gebracht, is dat er waarschijnlijk op de private huurmarkt een groep is die omwille van de betaalbaarheid kiest voor een goedkope maar ondermaatse woning. Als we alleen naar betaalbaarheid kijken, krijgen we deze groep niet in beeld. In 2005 ging het over ongeveer huishoudens. Voor de beoordeling van de staat van de woning werd gebruikt gemaakt van de synthese index fysische staat, die berekend is op basis van scores op zes bevraagde woningonderdelen (de elektrische installatie, binnenmuren, buitenmuren, ramen, dakgoot en dak). Er werd aan de respondenten gevraagd of deze onderdelen in goede staat verkeerden, of dat er kleine of grote herstellingen nodig waren. De scores op deze subjectieve index variëren van goed tot zeer slecht. Wanneer een woning de score slecht of zeer slecht kreeg, werd het gezin tot de theoretische doelgroep van de sociale huisvesting gerekend. Voor de behoefteraming sociale koop houden we geen rekening met kwaliteit van de huidige woning omdat we er van uit gaan dat als een koopwoning (inclusief renovatie) betaalbaar is, een eventueel tekort aan kwaliteit een eigen keuze is. De 40% laagste inkomens oftewel de twee laagste inkomensquintielen worden berekend op basis van het equivalent besteedbaar inkomen. Dit houdt in dat het inkomen werd gecorrigeerd voor de gezinssamenstelling (met de OESO equivalentieschaal). De reden waarom Winters e.a. daar een grens trokken is net dezelfde als de redenering achter de raming voor de sociale koop. Namelijk blijkt dat vanaf het derde quintiel het inkomen voldoende hoog is om een woning te kunnen huren die van minimale kwaliteit geacht wordt. Winters e.a. (2007) gebruikten daarvoor als referentie de mediaan huurprijs van een woning in matige staat. In deze raming van de behoefte aan sociale huur maakten Winters e.a. (2007) enkel gebruik van de methode van de woonquote omdat op dat ogenblik nog geen minimumbudgetten beschikbaar waren. Dezelfde berekening zou nu ook kunnen worden uitgevoerd met de budgetmethode. We verwachten echter weinig verschillende conclusies, vooral omdat de behoefte is afgetopt tussen het tweede en derde inkomensquintiel. Van alle private huurders bleek 38,1% (of gezinnen) tot de theoretische doelgroep sociale huur te behoren. Volgens de demografische gegevens van 2012 komt dit aandeel private huurders neer op huishoudens. Wanneer niet alleen de gezinnen binnen de twee laagste quintielen in rekening werden gebracht, bevatte de doelgroep anno ,8% van de private huurders. In 2012 zou dat neerkomen op gezinnen. 1 Merk op dat het ook hier een van de mogelijke definities betreft. Behoefte aan sociale koopwoningen en sociale kavels in Vlaanderen 6

12 Figuur 2 Theoretische doelgroep sociale huur, volgens verdelingsfunctie van het inkomen van private huurders Private huurders, verdelingsfunctie (%) Theoretische doelgroep sociale huur (38,1 %) In staat kwaliteitsvolle, betaalbare woning te huren Inkomen Behoefte aan sociale koopwoningen en sociale kavels in Vlaanderen 7

13 4. Onderzoeksmethode Om de theoretische doelgroep sociale koop te berekenen zoals vooropgesteld door de opdrachtgever, dienen we twee cijfers te berekenen. Ten eerste de omvang van de wettelijke doelgroep van de sociale huur, wat mogelijk is op basis van de toelatingsvoorwaarden; ten tweede de omvang van de groep private huurders voor wie de aankoop van een gemiddelde woning niet betaalbaar is. Hiervoor doen we beroep op de twee meest gangbare indicatoren van betaalbaarheid: de woonquote en het resterend inkomen (Bramley, 2012; Wood & Ong, 2011; Hulchanski, 1995; Whitehead, 1991). Er zullen hierbij verschillende scenario s worden uitgewerkt, naargelang de inbreng van eigen middelen en de looptijd van de lening. Een gelijkaardige methode werd gebruikt door Heylen en Winters (2008) in een studie naar de betaalbaarheid van een eigen woning voor starters op de woningmarkt. De theoretische doelgroep sociale koop wordt als volgt geoperationaliseerd. Het gezin komt niet in aanmerking voor een sociale huurwoning anno Het gezin is niet in staat om een gemiddelde woning te verwerven in Vlaanderen, zonder een betaalbaarheidsdrempel te overschrijden. Voor deze drempel zijn er twee scenario s. - Een woonquote van 30%, waarbij de woonquote de verhouding is tussen de hypothetische afbetalingslast voor een gemiddelde woning en het besteedbaar inkomen. - Een norm voor het resterend inkomen (RI), waarbij het resterend inkomen gelijk is aan het besteedbaar inkomen na aftrek van de hypothetische afbetalingslast. Voor Vlaanderen werden er normen voor resterend inkomen berekend door Heylen en Winters (2009) op basis van minimumbudgetten voor een menswaardige participatie in de samenleving opgesteld door Storms en Van den Bosch (2009). Deze baseerden zich op een invloedrijke studie van Bradshaw (1993) om voor verschillende gezinstypes minimale budgetnormen op te stellen voor Vlaanderen. Deze methode noemen we de RI methode of budgetmethode. Voor de gemiddelde woning nemen we de gemiddelde prijs van de verkopen van gewone woonhuizen in Vlaanderen in 2011 als uitgangspunt, zijnde euro (FOD Economie, ADSEI). De woningprijzen in Vlaanderen kennen echter sterke regionale verschillen. Zo ligt het gemiddelde in Vlaams Brabant ( euro) en (provincie) Antwerpen ( euro) duidelijk hoger dan in Oost Vlaanderen ( euro), West Vlaanderen ( euro) en Limburg ( euro). Daarom zullen we een sensitiviteitsanalyse uitvoeren met twee scenario s. Eén met een woningprijs die 10% hoger ligt dan de gemiddelde prijs voor een woonhuis in Vlaanderen ( euro) en één waar de woningprijs 10% lager ligt ( euro). Het eerste scenario passen we toe voor Vlaams Brabant en Antwerpen en het tweede scenario voor de andere provincies. We noemen dit verder het aangepaste provinciescenario. De woningprijzen verschillen niet alleen sterk op provincieniveau maar ook binnen de provincies tussen verschillende gemeenten. Aangezien de Woonsurvey 2005 geen informatie bevat over de gemeenten waarin de respondenten wonen, kunnen we deze lokale differentiëring niet opnemen in de doelgroepraming. Dit is een beperking van onze studie. Verder vermeerderen we de woningprijs met 10% registratierechten en de (geïndexeerde) mediaan renovatiekost voor de woningen verkocht tussen 2000 en 2005 (3 411 euro) volgens de Woonsurvey We weten immers dat ongeveer 70% van de starterswoningen de eerste jaren Behoefte aan sociale koopwoningen en sociale kavels in Vlaanderen 8

14 nog gerenoveerd worden. De totaalprijs van de gemiddelde woning bedraagt zo euro. In het scenario dat er 10% bij de woningprijs wordt bijgeteld bedraagt de totaalprijs euro, tegenover euro in het scenario dat er 10% wordt afgetrokken. Wat de hypothetische lening betreft gaan we uit van vaste annuïteiten en de gemiddelde marktrentevoet voor 2011 bij langlopende (>10 jaar) hypothecaire kredieten (3,95%) (NBB, 2012). Aangezien de looptijd een sterk effect heeft op de maandelijkse afbetaling, berekenen we hiervoor twee scenario s: één met een looptijd van 20 jaar en één met een looptijd van 30 jaar. Aangezien ook de eigen inbreng een grote impact heeft op de annuïteit, vertrekken we ook hier van twee scenario s. Bij een eerste wordt er geen eigen inbreng gedaan (wat in lijn ligt met de doelgroep van de sociale koopwoning); bij een tweede scenario wordt een eigen inbreng gedaan van euro, wat overeenkomt met de helft van de (geïndexeerde) mediaan eigen inbreng volgens de Woonsurvey 2005, voor de woningen verkocht tussen 2000 en Het scenario geen eigen inbreng met een looptijd van 30 jaar beschouwen we in onze studie als het basisscenario. We kunnen er immers niet vanuit gaan dat elke kandidaat koper over een eigen inbreng van euro beschikt, terwijl iedereen wel de mogelijkheid heeft om de maandelijkse afbetaling te drukken door te kiezen voor een relatief lange looptijd. Voor dit basisscenario zal het profiel van de theoretische doelgroep sociale koop nader onderzocht worden en zal de omvang van de groep vergeleken worden met het objectief uit het grond en pandendecreet. Naast het gemiddelde zal ook de mediaan van de woningprijzen (gewone woonhuizen) in Vlaanderen anno 2011 gebruikt worden om de theoretische doelgroep sociale koop te berekenen. Deze mediaan komt neer op euro. De mediaan wordt minder sterk beïnvloedt door extreme waarden, in dit geval de hogere woningprijzen. Voor de mediaan woningprijs zal er een algemene doelgroepraming gebeuren, maar provinciale of sensitiviteitsanalyses zullen niet worden uitgevoerd (de scenario s van +10% en 10%). Aangezien er door ADSEI (FOD Economie) geen woningprijzen ter beschikking worden gesteld voor verschillende woninggroottes (naar oppervlakte of aantal kamers) konden we onze doelgroepberekening niet differentiëren naargelang het gezinstype en de bijhorende noden op vlak van woninggrootte. We gaan er in onze berekening vanuit dat elk gezin behoefte heeft aan een koopwoning met gemiddelde (mediaan) prijs, ongeacht of men alleenstaand is of één of meerdere kinderen heeft. Deze one size fits all aanpak is vooral een beperking voor oudere alleenstaanden of gezinnen, die eerder behoefte zullen hebben aan een kleinere, aangepaste woning. De aanpak valt beter te rechtvaardigen in geval van jonge(re) gezinnen die mogelijk een gezinsuitbreiding verwachten. Anderzijds hebben gezinnen met meerdere kinderen mogelijk behoefte aan een grotere woning dan de woning met gemiddelde verkoopprijs. Zoals reeds aangegeven, zullen we verder (in 5.4) ook de theoretische doelgroep sociale koop berekenen, met de normen die de VMSW hanteert bij het kredietwaardigheidsonderzoek voor sociale leningen als ondergrens. De bovengrens blijft hetzelfde als hierboven, namelijk de betaalbaarheid van een gemiddelde woning. De VMSW stelt voorop dat een ontlener na de afbetaling 770 euro dient over te houden in geval men alleenstaand is en 1030 euro in geval van een koppel, verhoogd met 260 euro per inwonend kind. We zullen het aandeel huurders berekenen dat boven deze grenzen valt na afbetaling voor een gemiddelde hypothetische lening voor een sociale koopwoning. De inkomensinformatie wordt gehaald uit de drie laatste loonbriefjes terwijl er ook rekening wordt gehouden met kinderbijslag en ontvangen alimentatie. Om een gemiddelde hypothetische afbetaling te berekenen, gebruiken we administratieve gegevens van de VMSW. Behoefte aan sociale koopwoningen en sociale kavels in Vlaanderen 9

15 Met het effect van de woonbonus op het besteedbaar inkomen wordt geen rekening gehouden bij de doelgroepberekeningen aangezien het fiscale voordeel van de woonbonus pas na twee jaar voor het eerst wordt verkregen. Onze studie is immers gericht op de meting van de betaalbaarheid op het moment van de aankoop. Na twee jaar stijgt het inkomen met het voordeel van de woonbonus en verbetert dus de betaalbaarheid. Verder kan men opmerken dat het gemiddelde inkomen over de levenscyclus stijgt, waardoor de volgende jaren de betaalbaarheid gemiddeld gezien verbetert. Tot slot merken we hierbij op dat de woonbonus wel wordt meegerekend door de banken bij hun analyse van de solvabiliteit van de kandidaat kredietnemer, waardoor grotere bedragen kunnen ontleend worden. Wat de data betreft, zal de Woonsurvey 2005 gebruikt worden. De databank hiervan bevat de gegevens die we nodig hebben. Er is een raming voorhanden van het belastbaar inkomen en van het aantal personen ten laste, waardoor de wettelijke doelgroep van de sociale huur en de sociale koop kunnen geschat worden. Daarnaast bevat de Woonsurvey ook genoeg gegevens om de nodige betaalbaarheidindicatoren nauwkeurig op te stellen. Tot slot is er ook informatie over de kenmerken van het gezin, zoals het (equivalent) inkomen, de leeftijd en de activiteitsstatus van de referentiepersoon van het huishouden en het huishoudtype. De steekproef van de Woonsurvey bevat Vlaamse gezinnen. Aangezien we een analyse zullen maken op basis van de huidige inkomensgrenzen, zullen de inkomens geïndexeerd worden voor Een nadeel van de Woonsurvey 2005 is dat de gegevens intussen 7 jaar oud zijn. Er zijn recentere gegevens beschikbaar in de EU SILC enquête, maar deze enquête vertoont een aantal tekortkomingen om de nodige berekeningen te maken (Heylen & Winters, 2008). De woonquote en het resterend inkomen zijn de meest gebruikte methoden om de betaalbaarheid van wonen te meten. De woonquote wordt veel gebruikt in de literatuur maar ook sterk bekritiseerd (Bramley, 2012; Hulchanski, 1995; Chaplin & Freeman, 1999; Freeman, Kiddle & Whitehead, 2000). Zo wordt er een relatieve maatstaf gehanteerd (vb. 30%) waardoor de woonquote niets zegt over het absolute niveau van consumptie van woondiensten of van andere goederen of diensten. De normen voor de woonquote (variërend van 20% tot 33%) zijn bovendien willekeurig vastgesteld. Daarnaast is het hanteren van één norm bij de woonquote niet ideaal, aangezien de woonuitgaven in relatieve termen sneller doorwegen voor gezinnen met één kostwinner. Idealiter wordt de woonquote dus gedifferentieerd naar gezinstypes, maar hier bestaan in de literatuur geen richtlijnen voor. Eenzelfde woonquote heeft bovendien een verschillende betekenis naargelang het inkomen. Een vaste norm weegt zwaarder voor lage inkomens dan voor hoge, omdat de eerste groep veel minder overhoudt om dagelijks van te leven. De methode van het resterend inkomen komt tegemoet aan een aantal minpunten van de woonquote. Zo is het bij het resterend inkomen mogelijk om een betekenisvolle norm te hanteren, namelijk het minimumbudget dat noodzakelijk wordt geacht om toe te laten menswaardig te leven. Deze normen kunnen wetenschappelijk worden geschat. Voor Vlaanderen stelden Storms & Van den Bosch (2009) in 2008 minimumbudgetten vast voor 16 typegezinnen. Wanneer we de genormeerde naakte woonuitgaven (huur of afbetalingslast) uit het totale budget halen, verkrijgen we normen voor het resterend inkomen voor de verschillende gezinstypes. Deze normen kunnen vervolgens worden vergeleken met het inkomen dat resteert nadat uitgaven voor wonen (huur of afbetaling) zijn betaald. In tegenstelling tot bij de woonquote vindt er bij deze methode ook een differentiatie plaats naar huishoudtype en doet de methode uitspraken over het absolute consumptieniveau van Behoefte aan sociale koopwoningen en sociale kavels in Vlaanderen 10

16 de gezinnen. De methode heeft echter ook zijn beperkingen. Zo wijst een resterend inkomen onder de norm niet noodzakelijk op problemen met de woonuitgaven, maar voor de laagste inkomens op een algemeen armoedeprobleem. Uit een studie van Heylen en Winters (2009) blijkt dat 38% van de Vlaamse gezinnen onder de budgetnorm valt, zonder dat de woonuitgaven worden afgetrokken. In de context van voorliggende studie kent het resterend inkomen een bijkomende beperking. We gaan er in onze analyse immers vanuit dat een gemiddelde woning betaalbaar is zolang het inkomen na de hypothetische afbetaling niet onder de norm van het resterend inkomen valt. Ten eerste is het twijfelachtig of een gezin bereid is om een zodanig budget aan een eigen woning te spenderen, dat er nog maar net genoeg overblijft om menswaardig te leven. In werkelijkheid zal er hier nog een marge worden gelaten. Daarenboven zullen de banken vermoedelijk geen leningen toestaan die de gezinnen op de rand van de armoede brengen. De theoretische doelgroep volgens de budgetmethode dient bijgevolg geïnterpreteerd te worden als een minimale doelgroep, aangezien de groep die een eigen woning kan betalen een maximale definitie kent. Aangezien beide methoden bepaalde minpunten hebben, besloten we om beide te weerhouden. De combinatie van beide levert immers een vollediger beeld. Behoefte aan sociale koopwoningen en sociale kavels in Vlaanderen 11

17 5. Resultaten behoefteraming 5.1 Theoretische doelgroep sociale koop Tabel 1 toont de percentages van de theoretische doelgroep zoals ze werd gedefinieerd in onze studie: de gezinnen die niet in aanmerking komen voor een sociale huurwoning en die niet in staat zijn om een gemiddelde woning in Vlaanderen te kopen. De percentages liggen duidelijk hoger bij de woonquote dan de RI methode. Dit is niet verwonderlijk aangezien bij de RI methode een woning pas als onbetaalbaar wordt beschouwd als de afbetaling zo hoog is dat het gezin niet meer in staat is om menswaardig te leven. Volgens de woonquote (met 30% norm) behoort 57% van de private huurders tot de theoretische doelgroep wanneer er geen eigen inbreng is en een looptijd van 20 jaar. Dit aandeel daalt tot 52% bij een looptijd van 30 jaar (het basisscenario). Met een eigen inbreng van euro behoort 55% en 47% van de private huurders tot de theoretische doelgroep bij een looptijd van resp. 20 en 30 jaar. Indien we de mediaan woningprijs hadden gebruikt i.p.v. het gemiddelde ( i.p.v euro), zou de doelgroep 0,6 tot 3,3 procentpunten kleiner uitvallen, afhankelijk van het scenario (zie bijlage, tabel B1). In geval de RI norm niet mag overschreden worden bij de aankoop van een gemiddelde woning, behoort 31% van de private huurders tot de theoretische doelgroep wanneer er geen inbreng is en een lening op 20 jaar. Stijgt de looptijd tot 30 jaar, dan daalt het aandeel tot 17% (basisscenario). Ook de eigen inbreng van euro verkleint de doelgroep. Wanneer een gezin hierover kan beschikken, behoort resp. nog 26% en 15% van de private huurders tot de theoretische doelgroep van de sociale koop. Ook bij de RI methode zou de doelgroep een aantal procentpunten kleiner zijn als de mediaan woningprijs was gehanteerd in de formule: minimaal 1,5 en maximaal 3,6 procentpunt (zie bijlage, tabel B1). Tabel 1 Aandeel van de private huurders dat tot de theoretische doelgroep sociale koop behoort, voor een gemiddelde koopwoning, Vlaanderen, 2012, in % Theoretische doelgroep sociale koop/kavels Woonquote >30% RI < norm Geen eigen inbreng Looptijd 20 jaar 56,7 30,7 Looptijd 30 jaar 51,7 17,3 Eigen inbreng van euro (helft van mediaan) Looptijd 20 jaar 54,6 25,6 Looptijd 30 jaar 46,7 14,8 Bron: Woonsurvey 2005, N=808 In tabel 2 worden de absolute cijfers weergegeven van de theoretische doelgroep volgens de verschillende scenario s. Wat het aantal huishoudens in Vlaanderen betreft gebruiken we het laatst Behoefte aan sociale koopwoningen en sociale kavels in Vlaanderen 12

18 gekende cijfer, dat dateert van 2009 (FOD Economie, ADSEI, 2012b). Vlaanderen telde toen huishoudens. Voor het percentage private huurders gebruiken we het cijfer volgens de Woonsurvey 2005, zijnde 18,5%. Bij de woonquote norm varieert het aantal van de theoretische doelgroep tussen en , afhankelijk van het scenario. In geval de RI norm wordt gehanteerd, bedraagt de doelgroep van de sociale koop, zoals hier gedefinieerd, minimum gezinnen en maximaal De absolute cijfers van de doelgroep onder het scenario van de mediaan woningprijs staan weergegeven in bijlage (tabel B2). Deze liggen minimaal ongeveer en maximaal circa eenheden lager dan bij het scenario met de gemiddelde woningprijs. Tabel 2 Aantal private huurders dat tot de theoretische doelgroep sociale koop behoort, Vlaanderen, 2012 Theoretische doelgroep sociale koop/kavels Woonquote >30% RI < norm Geen eigen inbreng Looptijd 20 jaar Looptijd 30 jaar Eigen inbreng van euro (helft van mediaan) Looptijd 20 jaar Looptijd 30 jaar Bron: Woonsurvey 2005, FOD Economie (ADSEI) De prijzen voor woonhuizen in Vlaanderen kennen sterke provinciale verschillen, gaande van gemiddeld euro in Limburg tot euro in Vlaams Brabant (cijfers voor 2011, ADSEI). Daarom hebben we twee bijkomende scenario s uitgevoerd. In één scenario hebben we de gemiddelde woningprijs voor Vlaanderen verhoogd met 10%, waardoor deze uitkwam op euro. Deze gemiddelde woningprijs weerspiegelt de situatie in Vlaams Brabant en Antwerpen beter dan het Vlaamse gemiddelde. In een tweede scenario werd de gemiddelde Vlaamse woningprijs verminderd met 10%, waardoor deze euro bedroeg. Deze prijs sluit dan weer beter aan bij de situatie in Limburg, Oost en West Vlaanderen. De resultaten van deze analyses zijn weergegeven in tabel 3. Tabel 3 Aandeel van de private huurders dat tot de theoretische doelgroep sociale koop behoort, voor een gemiddelde koopwoning (scenario +10% en 10%) Vlaanderen, 2012, in % Scenario woningprijs +10% Scenario woningprijs 10% Woonquote >30% RI < norm Woonquote >30% RI < norm Geen eigen inbreng Looptijd 20 jaar 57,2 33,4 54,6 25,2 Looptijd 30 jaar 53,4 23,2 46,8 13,4 Eigen inbreng van euro (helft van mediaan) Looptijd 20 jaar 56,8 30,9 52,6 21,2 Looptijd 30 jaar 52,2 17,7 40,9 11,0 Bron: : Woonsurvey 2005 Logischerwijze wordt de doelgroep sociale koop groter in het scenario van de hogere woningprijs (scenario van +10%). Bij een looptijd van 30 jaar zonder eigen inbreng, behoort 53,4% van de private huurders tot de theoretische doelgroep volgens de woonquote methode, in plaats van 51,7% in het gemiddelde scenario. Bij de RI methode vergroot de theoretische doelgroep bij dezelfde scenario s voor looptijd en inbreng van 17,3% (gemiddelde scenario) naar 23,2%. Wanneer de verlaagde Behoefte aan sociale koopwoningen en sociale kavels in Vlaanderen 13

19 woningprijs (scenario van 10%) in rekening wordt gebracht, wordt de doelgroep daarentegen kleiner. In geval van een 30 jarige lening zonder eigen inbreng, verkleint de theoretische doelgroep van 51,7% (gemiddelde scenario) naar 46,8%. De budgetmethode doet de theoretische doelgroep krimpen van 17,3% naar 13,4%. Deze analyses maken duidelijk dat de omvang van de theoretische doelgroep sociale koop vrij gevoelig is voor prijsschommelingen. Een stijging of daling van 10% zorgt voor een wijziging van de doelgroep met meerdere procentpunten. Wanneer we de verhoogde woningprijs toepassen voor Vlaams Brabant en Antwerpen en de verlaagde prijs voor de andere drie provincies, blijkt de theoretische doelgroep aanzienlijk groter uit te vallen voor eerstgenoemde provincies, zowel volgens de woonquote als de budgetmethode. Tabel 4 toont de resultaten voor dit aangepaste provinciescenario, voor het scenario van een lening op 30 jaar zonder eigen inbreng. De theoretische doelgroep sociale koop bevat in dit geval volgens de budgetmethode 27% van de private huurders in Antwerpen tegenover slechts 12% in Oost Vlaanderen en Limburg. Bij de woonquote methode stijgt het aandeel van de theoretische doelgroep voor Antwerpen en Vlaams Brabant tot bijna 60%, terwijl deze nog geen 50% bedraagt in de andere drie provincies. Wanneer we de totale doelgroep berekenen volgens het aangepaste provinciescenario, verkrijgen we een algemeen cijfer van 49,1% volgens de woonquote, wat 2,6 procentpunt lager is dan in het standaardscenario. Bij de RI methode leidt het aangepaste provinciescenario tot een algemene doelgroep van 18%, wat iets hoger is dan in het standaardscenario (17,3%). Naast het provinciescenario toont de tabel ook de omvang van de theoretische doelgroep per provincie voor het standaardscenario. In het standaardscenario blijkt de doelgroep volgens beide methoden het grootst te zijn in de provincie Antwerpen, maar het verschil met de andere provincies is niet statistisch significant. Tabel 4 Aandeel private huurders dat tot de theoretische doelgroep sociale koop behoort, naar provincie, bij lening met looptijd 30 jaar zonder eigen inbreng, voor verschillende scenario s woningprijs, Vlaanderen, 2012 Woonquote >30% RI < norm Standaard Scenario +10% Standaard Scenario +10% scenario scenario Antwerpen (n=149) 56,7 59,7 22,2 26,9 Vlaams Brabant (n=86) 52,9 58,1 12,1 18,6 Woonquote >30% RI < norm Standaard Scenario 10% Standaard Scenario 10% scenario scenario West Vlaanderen (n=203) 47,8 44,8 18,0 13,3 Oost Vlaanderen (n=215) 51,0 43,3 16,0 11,6 Limburg (n=92) 50,2 46,7 16,8 12,0 Standaard scenario Aangepast scenario Standaard scenario Aangepast scenario Totaal 51,7 49,1 17,3 18,0 Bron: Woonsurvey 2005, N=745 Behoefte aan sociale koopwoningen en sociale kavels in Vlaanderen 14

20 5.2 Overlap tussen theoretische en wettelijke doelgroep De wettelijke doelgroep van de sociale koopwoningen en kavels bedraagt volgens de inkomensgrenzen van 2012 en de geïndexeerde inkomens van de Woonsurvey ,2% van de private huurmarkt. Verder komt 40,8% van de private huurders in aanmerking voor een sociale woning. Dit wel zeggen dat 30,5% van de private huurders behoort tot de wettelijke doelgroep van de sociale koop en niet in aanmerking komt voor een sociale huurwoning. Deze groep noemen we de aangepaste wettelijke doelgroep. Als we het aandeel van deze doelgroep (30,5%) vergelijken met de cijfers uit tabel 1, zien we een gelijkenis qua omvang met de theoretische doelgroep volgens het resterend inkomen (vooral met scenario van looptijd 20 jaar), terwijl de theoretische doelgroep volgens de woonquote in de vier scenario s aanzienlijk groter is. Tabel 5 laat zien hoe de theoretische doelgroep in het basisscenario (geen eigen inbreng en looptijd van 30 jaar) zich verhoudt tot de aangepaste wettelijke doelgroep. Van de theoretische doelgroep volgens het RI blijkt 87% ook tot de aangepaste wettelijke doelgroep te behoren. Dit aandeel bedraagt slechts 58% voor de theoretische doelgroep volgens de woonquote. Omgekeerd, behoort de hele aangepaste wettelijke doelgroep tot de theoretische doelgroep volgens de woonquote. Dit is het gevolg van de ruime omvang van de doelgroep volgens de woonquote (52% van de private huurders) in vergelijking met aangepaste wettelijke doelgroep (30,5%). Tot slot behoort 51% van de aangepaste wettelijke doelgroep tot de theoretische doelgroep volgens de RI methode. Tabel 5 Theoretische doelgroep sociale koop, naar aangepaste wettelijke doelgroep sociale koop, rijpercentages, Vlaanderen, 2012 Theoretische doelgroep (geen eigen inbreng, lening op 30 jaar) Aangepaste wettelijke doelgroep Ja Nee Totaal Volgens woonquote Volgens RI Bron: Woonsurvey 2005, N= Profiel van de theoretische en wettelijke doelgroep sociale koop In tabel 6 wordt het socio economische profiel geschetst van zowel de theoretische doelgroep van de sociale koopwoningen en kavels, als de wettelijke doelgroep en de populatie. Wat de theoretische doelgroep betreft, werken we hier met het basisscenario (geen eigen inbreng en lening over 30 jaar). Voor de wettelijke doelgroep wordt zowel het profiel weergegeven voor de hele groep als voor de aangepaste wettelijke doelgroep. Naar quintielen van equivalent inkomen, zien we dat zowel bij de woonquote als de RI methode de eerste quintielen amper tot de theoretische doelgroep behoren. Dit is uiteraard het gevolg van het uitsluiten van de doelgroep van de sociale huur. Ook bij de aangepaste wettelijke doelgroep vallen de eerste quintielen grotendeels uit de boot. Verder behoort het vijfde quintiel niet tot de theoretische doelgroep volgens het RI en niet tot de aangepaste wettelijke doelgroep. Voor laatstgenoemde is dit het gevolg van de maximale inkomensgrens. Vooral tussen het inkomensprofiel van Behoefte aan sociale koopwoningen en sociale kavels in Vlaanderen 15

Is wonen in Vlaanderen betaalbaar? Kristof Heylen, HIVA, KULeuven Steunpunt Ruimte en Wonen

Is wonen in Vlaanderen betaalbaar? Kristof Heylen, HIVA, KULeuven Steunpunt Ruimte en Wonen Is wonen in Vlaanderen betaalbaar? Methodologie, vaststellingen, t evoluties Boekvoorstelling 21 december 2010 Kristof Heylen, HIVA, KULeuven Steunpunt Ruimte en Wonen Inhoud Definitie Methodologie Woonquote

Nadere informatie

De woningmarkt in Vlaanderen

De woningmarkt in Vlaanderen De woningmarkt in Vlaanderen Een blik op de betaalbaarheid, woningkwaliteit en subsidies Kristof Heylen HIVA - KU Leuven www.steunpuntwonen.be Woonsituatie: evolutie 1976-2005 Aandeel huurders van 33%

Nadere informatie

Is wonen in Vlaanderen betaalbaar?

Is wonen in Vlaanderen betaalbaar? Is wonen in Vlaanderen betaalbaar? Boek uitgegeven bij Garant Redactie: Sien Winters Auteurs: Sien Winters, Kristof Heylen, Marietta Haffner, Pascal De Decker, Frank Vastmans, Erik Buyst Boekvoorstelling

Nadere informatie

Kinderarmoede en huisvesting. Gerlinde Verbist. Werken rond de structurele oorzaken van kinderarmoede COLLOQUIUM - KBS.

Kinderarmoede en huisvesting. Gerlinde Verbist. Werken rond de structurele oorzaken van kinderarmoede COLLOQUIUM - KBS. Kinderarmoede en huisvesting Gerlinde Verbist Werken rond de structurele oorzaken van kinderarmoede COLLOQUIUM - KBS 12 juni 2014 Inhoud 1. Kinderarmoede en woonstatus 2. Financiële maatregelen wonen 3.

Nadere informatie

INFOFICHE WONEN Sociaal lenen

INFOFICHE WONEN Sociaal lenen Woonwijzer Midden-Brabant 0471 85 03 77 eva.vanhoof@igo.be INFOFICHE WONEN 6 pagina s - deze pagina inbegrepen Update 22/02/2012 Sociale kredietmaatschappijen. Een sociale kredietmaatschappij werd door

Nadere informatie

BETAALBAARHEID WONEN

BETAALBAARHEID WONEN BETAALBAARHEID WONEN 113 Deel I. Socio-economische gegevens Haaltert Haaltert gemiddeld inkomen per inwoner gemiddelde verkoopprijs woonhuizen 27.300 22.300 17.300 12.300 7.300 192.000 172.000 152.000

Nadere informatie

Betaalbaarheid van het wonen voor starters op de woningmarkt

Betaalbaarheid van het wonen voor starters op de woningmarkt 1 Betaalbaarheid van het wonen voor starters op de woningmarkt Bijkomende gegevens op basis van de Woonsurvey 2005 Oktober 2008 Kristof Heylen Sien Winters 2 Verantwoordelijke uitgever: Deze paper kwam

Nadere informatie

Trends op de Vlaamse woningmarkt

Trends op de Vlaamse woningmarkt Trends op de Vlaamse woningmarkt Sien Winters KU Leuven - HIVA Studiedag Wonen in Vlaanderen anno 2013. Wat leert ons het Grote Woononderzoek 2013 Brussel, Vlaams Parlement, De Schelp 3 maart 2015 www.steunpuntwonen.be

Nadere informatie

BETAALBAARHEID WONEN

BETAALBAARHEID WONEN BETAALBAARHEID WONEN 112 Deel I. Socio-economische gegevens gemiddeld inkomen per inwoner gemiddelde verkoopprijs woonhuizen 28.100 23.100 18.100 13.100 8.100 1991 1992 1993 1994 1995 1996 1997 1998 1999

Nadere informatie

GROTE WOONONDERZOEK 2013 Deel 2. Deelmarkten, woonkosten en betaalbaarheid. Kristof Heylen

GROTE WOONONDERZOEK 2013 Deel 2. Deelmarkten, woonkosten en betaalbaarheid. Kristof Heylen GROTE WOONONDERZOEK 2013 Deel 2. Deelmarkten, woonkosten en betaalbaarheid Kristof Heylen GROTE WOONONDERZOEK 2013 Deel 2. Deelmarkten, woonkosten en betaalbaarheid Kristof Heylen Projectleiding: Sien

Nadere informatie

Woningkwaliteit en woontevredenheid: resultaten van de bevraging bij bewoners

Woningkwaliteit en woontevredenheid: resultaten van de bevraging bij bewoners Woningkwaliteit en woontevredenheid: resultaten van de bevraging bij bewoners Katleen Van den Broeck* & Isabelle Pannecoucke** *HIVA KU Leuven **KU Leuven campus Sint-Lucas Studiedag Wonen in Vlaanderen

Nadere informatie

Woningprijzen in Vlaanderen. Paul de Vries OTB TU Delft (NL) Sien Winters HIVA K.U.Leuven

Woningprijzen in Vlaanderen. Paul de Vries OTB TU Delft (NL) Sien Winters HIVA K.U.Leuven Woningprijzen in Vlaanderen Paul de Vries OTB TU Delft (NL) Sien Winters HIVA K.U.Leuven De ontwikkeling van de woningprijs Een indruk van de achterliggende factoren Paul de Vries Voorstellen Onderzoeksinstituut

Nadere informatie

De Vlaamse woonmarkt in Europees perspectief

De Vlaamse woonmarkt in Europees perspectief De Vlaamse woonmarkt in Europees perspectief Sien Winters Coördinator Steunpunt Wonen Onderzoeksleider HIVA KU Leuven www.steunpuntwonen.be Inhoud 1. Erg verschillende woningmarkten 2. Woningkwaliteit

Nadere informatie

Simulatie van huursubsidies voor gezinnen in Vlaanderen Een verdelingsanalayse

Simulatie van huursubsidies voor gezinnen in Vlaanderen Een verdelingsanalayse Simulatie van huursubsidies voor gezinnen in Vlaanderen Een verdelingsanalayse Gerlinde Verbist & Josefine Vanhille Universiteit Antwerpen Centrum voor Sociaal Beleid Herman Deleeck FLEMOSI maandag 19

Nadere informatie

SUBSIDIES BIJ SOCIALE KOOPWONINGEN IN VLAANDEREN. Kristof Heylen

SUBSIDIES BIJ SOCIALE KOOPWONINGEN IN VLAANDEREN. Kristof Heylen SUBSIDIES BIJ SOCIALE KOOPWONINGEN IN VLAANDEREN Kristof Heylen SUBSIDIES BIJ SOCIALE KOOPWONINGEN IN VLAANDEREN Kristof Heylen Projectleiding: Sien Winters Leuven, april 2013 Het Steunpunt Wonen is een

Nadere informatie

Steunpunt Wonen 2012-2015: van onderzoeksvragen naar resultaten en beleidsimpact

Steunpunt Wonen 2012-2015: van onderzoeksvragen naar resultaten en beleidsimpact Steunpunt Wonen 2012-2015: van onderzoeksvragen naar resultaten en beleidsimpact Sien Winters Coördinator Steunpunt Wonen www.steunpuntwonen.be Inhoud Van onderzoeksvragen behandelde thema s resultaten

Nadere informatie

DOELGROEPEN EN WACHTLIJST VAN DE SOCIALE HUUR. Kristof Heylen

DOELGROEPEN EN WACHTLIJST VAN DE SOCIALE HUUR. Kristof Heylen DOELGROEPEN EN WACHTLIJST VAN DE SOCIALE HUUR Kristof Heylen DOELGROEPEN EN WACHTLIJST SOCIALE HUUR Dr. Kristof Heylen Projectleiding: Sien Winters Leuven, juni 2016 Het Steunpunt Wonen is een samenwerkingsverband

Nadere informatie

Achtergrondcijfers WELZIJNSZORG VZW HUIDEVETTERSSTRAAT 165 1000 BRUSSEL 02 502 55 75 WWW.WELZIJNSZORG.BE INFO@WELZIJNSZORG.BE

Achtergrondcijfers WELZIJNSZORG VZW HUIDEVETTERSSTRAAT 165 1000 BRUSSEL 02 502 55 75 WWW.WELZIJNSZORG.BE INFO@WELZIJNSZORG.BE Achtergrondcijfers WELZIJNSZORG VZW HUIDEVETTERSSTRAAT 165 1000 BRUSSEL 02 502 55 75 WWW.WELZIJNSZORG.BE INFO@WELZIJNSZORG.BE NATIONAAL SECRETARIAAT Huidevettersstraat 165 1000 Brussel T 02 502 55 75 F

Nadere informatie

Wonen in Vlaanderen anno 2013. De voornaamste bevindingen van het Grote Woononderzoek 2013

Wonen in Vlaanderen anno 2013. De voornaamste bevindingen van het Grote Woononderzoek 2013 STEUNPUNT WONEN P/A HIVA KU LEUVEN PARKSTRAAT 47 BUS 5300 BE 3000 LEUVEN Perstekst Wonen in Vlaanderen anno 2013. De voornaamste bevindingen van het Grote Woononderzoek 2013 Het Grote Woononderzoek 2013

Nadere informatie

Doelgroepen TREND A variant

Doelgroepen TREND A variant Doelgroepen TREND A variant Kleidum Socrates 2013 Doelgroepen 3 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 5 1.1 Doelgroepen en Socrates... 5 1.2 Werkgebieden... 6 2 Doelgroepen en bereikbare voorraad... 7 2.1 Ontwikkeling

Nadere informatie

Beleidsaanbevelingen. Wat leert ons het Grote Woononderzoek?

Beleidsaanbevelingen. Wat leert ons het Grote Woononderzoek? Beleidsaanbevelingen. Wat leert ons het Grote Woononderzoek? Sien Winters KU Leuven - HIVA Studiedag Wonen in Vlaanderen anno 2013. Wat leert ons het Grote Woononderzoek 2013 Brussel, Vlaams Parlement,

Nadere informatie

Voorstel van resolutie. betreffende het afschaffen van sociale koopwoningen

Voorstel van resolutie. betreffende het afschaffen van sociale koopwoningen stuk ingediend op 1687 (2011-2012) Nr. 1 21 juni 2012 (2011-2012) Voorstel van resolutie van de dames Mieke Vogels en Elisabeth Meuleman en de heren Filip Watteeuw en Dirk Peeters betreffende het afschaffen

Nadere informatie

ALGEMENE DIRECTIE STATISTIEK EN ECONOMISCHE INFORMATIE PERSBERICHT 17 oktober 2008. Armoede in België

ALGEMENE DIRECTIE STATISTIEK EN ECONOMISCHE INFORMATIE PERSBERICHT 17 oktober 2008. Armoede in België ALGEMENE DIRECTIE STATISTIEK EN ECONOMISCHE INFORMATIE PERSBERICHT 17 oktober 2008 Armoede in België Ter gelegenheid van de Werelddag van Verzet tegen Armoede op 17 oktober heeft de Algemene Directie Statistiek

Nadere informatie

Huurlasten en betaalbaarheid in de sociale huisvesting. Heylen Kristof

Huurlasten en betaalbaarheid in de sociale huisvesting. Heylen Kristof Huurlasten en betaalbaarheid in de sociale huisvesting Heylen Kristof Auteurs: Kristof Heylen Datum : November 2010 Projectleiding: Sien Winters Verantwoordelijke uitgever: Steunpunt Ruimte en Wonen Kasteelpark

Nadere informatie

Energie in het Grote Woononderzoek 2013 Hoe evolueert de energiekwaliteit van de Vlaamse woningen?

Energie in het Grote Woononderzoek 2013 Hoe evolueert de energiekwaliteit van de Vlaamse woningen? Energie in het Grote Woononderzoek 2013 Hoe evolueert de energiekwaliteit van de Vlaamse woningen? Griet Verbeeck & Wesley Ceulemans Universiteit Hasselt Studiedag De energiekwaliteit van het Vlaamse woningenpark,

Nadere informatie

Dames en heren. Dat lees ik ook in de conclusies van het boek, waarvan ik er enkele graag met u overloop:

Dames en heren. Dat lees ik ook in de conclusies van het boek, waarvan ik er enkele graag met u overloop: Dames en heren Is wonen in Vlaanderen betaalbaar? Wie enkel naar de prijzen van woningen en gronden, zal geneigd zijn om neen te antwoorden. Maar de betaalbaarheid van wonen is niet enkel een kwestie van

Nadere informatie

Sectoren / paritaire comités Methodologie

Sectoren / paritaire comités Methodologie Sectoren / paritaire comités Methodologie Wouter Vanderbiesen Mei 2014 Methodologie Steunpunt Werk en Sociale Economie Parkstraat 45 bus 5303-3000 Leuven T:+32 (0)16 32 32 39 steunpuntwse@kuleuven.be www.steunpuntwse.be

Nadere informatie

Infodossier wonen Sociaal kopen

Infodossier wonen Sociaal kopen Infodossier wonen Sociaal kopen Inhoudsopgave 1. Een kort woordje uitleg... 2 2. Een woning kopen via een sociale huisvestingsmaatschappij... 3 3. Vlabinvest... 5 4. Sociale huisvestingsmaatschappijen

Nadere informatie

Advies. Over het voorontwerp van decreet tot invoering van een verhoogd abattement bij hypotheekvestiging op de enige woning

Advies. Over het voorontwerp van decreet tot invoering van een verhoogd abattement bij hypotheekvestiging op de enige woning Brussel, 9 juli 2008 070908 Advies decreet hypotheekvestiging Advies Over het voorontwerp van decreet tot invoering van een verhoogd abattement bij hypotheekvestiging op de enige woning 1. Toelichting

Nadere informatie

DE BIJZONDERE SOCIALE LENINGEN IN VLAANDEREN Hoe de effectiviteit en rechtvaardigheid verhogen? Kristof Heylen & Sien Winters

DE BIJZONDERE SOCIALE LENINGEN IN VLAANDEREN Hoe de effectiviteit en rechtvaardigheid verhogen? Kristof Heylen & Sien Winters DE BIJZONDERE SOCIALE LENINGEN IN VLAANDEREN Hoe de effectiviteit en rechtvaardigheid verhogen? Kristof Heylen & Sien Winters DE BIJZONDERE SOCIALE LENINGEN IN VLAANDEREN Hoe de effectiviteit en rechtvaardigheid

Nadere informatie

TOELICHTING BIJ DE HUURPRIJSBEREKENING VOOR SOCIALE WONINGEN VERHUURD DOOR EEN LOKAAL BESTUUR IN 2014

TOELICHTING BIJ DE HUURPRIJSBEREKENING VOOR SOCIALE WONINGEN VERHUURD DOOR EEN LOKAAL BESTUUR IN 2014 agentschap Wonen-Vlaanderen afdeling Woonbeleid Koning Albert II-laan 19, bus 21 1210 Brussel Tel. 02 553 82 74 - Fax 02 553 82 25 woonbeleid@rwo.vlaanderen.be TOELICHTING BIJ DE HUURPRIJSBEREKENING VOOR

Nadere informatie

De vrouwen hebben dan ook een grotere kans op werkloosheid (0,39) dan de mannen uit de onderzoekspopulatie (0,29).

De vrouwen hebben dan ook een grotere kans op werkloosheid (0,39) dan de mannen uit de onderzoekspopulatie (0,29). In het kader van het onderzoek kreeg de RVA de vraag om op basis van de door het VFSIPH opgestelde lijst van Rijksregisternummers na te gaan welke personen op 30 juni 1997 als werkloze ingeschreven waren.

Nadere informatie

wonen in oss. nl zelf bouwen met erfpacht? Ook voor u mogelijk!

wonen in oss. nl zelf bouwen met erfpacht? Ook voor u mogelijk! wonen in oss. nl zelf bouwen met erfpacht? Ook voor u mogelijk! inhouds opgave 3 Inleiding 4 Wat is het verschil tussen eigendom en erfpacht? 5 Wat zijn de voor- en nadelen van erfpacht? 6 Canon 6 Grondwaarde

Nadere informatie

Waardering van leefbaarheid en woonomgeving

Waardering van leefbaarheid en woonomgeving Waardering van leefbaarheid en woonomgeving Burgerpeiling Woon- en Leefbaarheidsmonitor Eemsdelta 2015 In de Eemsdelta zijn verschillende ontwikkelingen die van invloed kunnen zijn op de leefbaarheid.

Nadere informatie

OCMW Haacht. Voorwaarden in verband met de verkoop en toewijzing van een sociale woning, gelegen aan de Donkstraat 30 te Wespelaar (Haacht)

OCMW Haacht. Voorwaarden in verband met de verkoop en toewijzing van een sociale woning, gelegen aan de Donkstraat 30 te Wespelaar (Haacht) Voorwaarden in verband met de verkoop en toewijzing van een sociale woning, gelegen aan de Donkstraat 30 te Wespelaar (Haacht) Inkomen: Het laatst gekende belastbaar inkomen mag per jaar niet meer bedragen

Nadere informatie

Notarisbarometer Vastgoed - familie - vennootschappen

Notarisbarometer Vastgoed - familie - vennootschappen Notarisbarometer Vastgoed - familie - vennootschappen Oktober - december 2014 n 20 T/1 5 jaar www.notaris.be VASTGOEDACTIVITEIT IN BELGIË 99,2 99,8 101 102,1 102,6 106,4 106,8 101,7 102,8 94,1 94,9 98,9

Nadere informatie

Wat zijn de voorwaarden tot aankoop van een sociale woning?

Wat zijn de voorwaarden tot aankoop van een sociale woning? WELKOM 23/06/2012 Ons werkgebied Wat zijn de voorwaarden tot aankoop van een sociale woning? - Meerderjarig zijn - Financiële voorwaarde: inkomen op laatst gekende aanslagbiljet moet minimum 8.190 bedragen

Nadere informatie

Centraal Bureau voor de Statistiek. Persbericht. Woononderzoek Nederland 2009

Centraal Bureau voor de Statistiek. Persbericht. Woononderzoek Nederland 2009 Centraal Bureau voor de Statistiek Persbericht PB10-020 22 maart 2010 9.30 uur Woononderzoek Nederland 2009 Totale woonlasten stijgen in dezelfde mate als netto inkomen Aandeel en omvang aflossingsvrije

Nadere informatie

Advies 2013/03 datum 13 februari 2013 bestemmeling Vlaams Parlement, Commissie voor Woonbeleid, Stedelijk Beleid en Energie

Advies 2013/03 datum 13 februari 2013 bestemmeling Vlaams Parlement, Commissie voor Woonbeleid, Stedelijk Beleid en Energie Vlaamse Woonraad Koning Albert II-laan 19 bus 23 1210 Brussel vlaamse.woonraad@rwo.vlaanderen.be www.vlaamsewoonraad.be Advies 2013/03 datum 13 februari 2013 bestemmeling Vlaams Parlement, Commissie voor

Nadere informatie

EénVandaag en Nibud onderzoeken armoede

EénVandaag en Nibud onderzoeken armoede EénVandaag en Nibud onderzoeken armoede Doel Armoede is geen eenduidig begrip. Armoede wordt vaak gemeten via een inkomensgrens: iedereen met een inkomen beneden die grens is arm, iedereen er boven is

Nadere informatie

Bijlage Visie Oost : Cijfers & trends bevolking en woningvoorraad Hilversum

Bijlage Visie Oost : Cijfers & trends bevolking en woningvoorraad Hilversum Bijlage Visie Oost : Cijfers & trends bevolking en woningvoorraad Hilversum 1. Ontwikkeling bevolking naar leeftijd De Primos huishoudensprognose (2011) voor de periode 2010-2040 schetst het volgend beeld:

Nadere informatie

Verhuisplannen en woonvoorkeuren

Verhuisplannen en woonvoorkeuren Verhuisplannen en woonvoorkeuren Burgerpeiling Woon- en Leefbaarheidsmonitor Eemsdelta 2015 Bevolkingsdaling ontstaat niet alleen door demografische ontwikkelingen, zoals ontgroening en vergrijzing of

Nadere informatie

HET GROTE WOONONDERZOEK 2013. Katrien Partyka Vlaams volksvertegenwoordiger CD&V

HET GROTE WOONONDERZOEK 2013. Katrien Partyka Vlaams volksvertegenwoordiger CD&V HET GROTE WOONONDERZOEK 2013 1 Katrien Partyka Vlaams volksvertegenwoordiger CD&V INHOUD 1. Het Grote Woononderzoek 2013 2. Trends in eigendomsverwerving 3. Profiel van de deelmarkten 4. Betaalbaarheid

Nadere informatie

SVK s SHM s Sociaal Huisvestingsmaatschappij (SHM)

SVK s SHM s Sociaal Huisvestingsmaatschappij (SHM) SVK s SHM s Sociaal Huisvestingsmaatschappij (SHM) -Bouwen woningen -Langlopend contract -Bij inschrijving onderaan de lijst -Huurprijs gekoppeld aan inkomen 2 SVK s SHM s Sociaal Verhuurkantoor -Huurt

Nadere informatie

VLAAMS WONINGFONDS VAN DE GROTE GEZINNEN cvba PERSBERICHT de Meeûssquare, 26-27 21 mei 2008 1000 BRUSSEL BLIKVANGER VAN HET ACTIVITEITENVERSLAG 2007

VLAAMS WONINGFONDS VAN DE GROTE GEZINNEN cvba PERSBERICHT de Meeûssquare, 26-27 21 mei 2008 1000 BRUSSEL BLIKVANGER VAN HET ACTIVITEITENVERSLAG 2007 VLAAMS WONINGFONDS VAN DE GROTE GEZINNEN cvba PERSBERICHT de Meeûssquare, 26-27 21 mei 2008 1000 BRUSSEL KBO 0421 111 543 RPR Brussel BLIKVANGER VAN HET ACTIVITEITENVERSLAG 2007 Dankzij het ter beschikking

Nadere informatie

Bijlage III Het risico op financiële armoede

Bijlage III Het risico op financiële armoede Bijlage III Het risico op financiële armoede Zoals aangegeven in hoofdstuk 1 is armoede een veelzijdig begrip. Armoede heeft behalve met inkomen te maken met maatschappelijke participatie, onderwijs, gezondheid,

Nadere informatie

7. Effect crisis op de woningmarkt- dynamiek. Auteur Remco Kaashoek

7. Effect crisis op de woningmarkt- dynamiek. Auteur Remco Kaashoek 7. Effect crisis op de woningmarkt- dynamiek Auteur Remco Kaashoek De dynamiek op de koopwoningmarkt is tussen 2007 en 2011 afgenomen, terwijl die op de markt voor huurwoningen licht is gestegen. Het aantal

Nadere informatie

VOORSTEL VAN DECREET. van de dames Veerle Heeren, Dominique Guns en Caroline Gennez en de heer Bart De Wever

VOORSTEL VAN DECREET. van de dames Veerle Heeren, Dominique Guns en Caroline Gennez en de heer Bart De Wever Zitting 2004-2005 6 juli 2005 VOORSTEL VAN DECREET van de dames Veerle Heeren, Dominique Guns en Caroline Gennez en de heer Bart De Wever tot wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse

Nadere informatie

ONDERZOEK KINDEROPVANG - FASES 2 EN 3

ONDERZOEK KINDEROPVANG - FASES 2 EN 3 ONDERZOEK KINDEROPVANG - FASES 2 EN 3 ONDERZOEK IN SAMENWERKING MET RESOC ZUID-WEST-VLAANDEREN EN MET FINANCIËLE STEUN VAN DE PROVINCIE WEST-VLAANDEREN EN HET WELZIJNSCONSOR- TIUM ZUID-WEST-VLAANDEREN

Nadere informatie

NVM-Betaalbaarheidsanalyse. 2000-Q1 tot en met 2014-Q4

NVM-Betaalbaarheidsanalyse. 2000-Q1 tot en met 2014-Q4 NVM-Betaalbaarheidsanalyse 2000-Q1 tot en met 2014-Q4 NVM Data & Research 15 januari 2015 1 Samenvatting De (theoretische) betaalbaarheidsindex maakt in het vierde kwartaal van 2014 nog steeds een opwaartse

Nadere informatie

Notarisbarometer Vastgoed - familie - vennootschappen

Notarisbarometer Vastgoed - familie - vennootschappen Verantwoordelijke uitgever: Erik Van Tricht, Koninklijke Federatie van het Belgisch Notariaat, Bergstraat, 30-34 - 1000 Brussel Notarisbarometer Vastgoed - familie - vennootschappen VASTGOEDACTIVITEIT

Nadere informatie

Veelgestelde vragen over Passend Toewijzen

Veelgestelde vragen over Passend Toewijzen Veelgestelde vragen over Passend Toewijzen Waar heeft u als woningzoekende met een inkomen tot 35.739 recht op? Voorbeeld 1 Kees is 28 jaar en wil gaan samenwonen met zijn vriendin. Samen verdienen ze

Nadere informatie

BETAALBAARHEID VAN WONEN IN VLAANDEREN: DE BUDGETBENADERING

BETAALBAARHEID VAN WONEN IN VLAANDEREN: DE BUDGETBENADERING BETAALBAARHEID VAN WONEN IN VLAANDEREN: DE BUDGETBENADERING Kristof Heylen Sien Winters Auteurs en info: Auteurs: o o Kristof Heylen Sien Winters Projectleiding: o Sien Winters Datum: November 2009 Verantwoordelijke

Nadere informatie

WONEN BIJ DE KERK IN NEEROETEREN

WONEN BIJ DE KERK IN NEEROETEREN WONEN BIJ DE KERK IN NEEROETEREN 15 bouwkavels en 19 koopwoningen Mathieu Corstjens HET NIEUWE WONINGPROJECT VAN ONS DAK IN T KRAMELT IS ER EEN VAN UITZONDERLIJKE KWALITEIT. Het verenigt in zich de twee

Nadere informatie

armoedebarometer De interfederale Sociale Zekerheid Federale Overheidsdienst DE STAATSSECRETARIS VOOR MAATSCHAPPELIJKE

armoedebarometer De interfederale Sociale Zekerheid Federale Overheidsdienst DE STAATSSECRETARIS VOOR MAATSCHAPPELIJKE DE STAATSSECRETARIS VOOR MAATSCHAPPELIJKE INTEGRATIE EN ARMOEDEBESTRIJDING LE SECRETAIRE D ÉTAT À L INTÉGRATION SOCIALE ET À LA LUTTE CONTRE LA PAUVRETÉ Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid ALGEMENE

Nadere informatie

NVM-Betaalbaarheidsanalyse. 2000-Q1 tot en met 2014-Q3

NVM-Betaalbaarheidsanalyse. 2000-Q1 tot en met 2014-Q3 NVM-Betaalbaarheidsanalyse 2000-Q1 tot en met 2014-Q3 NVM Data & Research 9 oktober 2014 1 Samenvatting De (theoretische) betaalbaarheidsindex maakt in het derde kwartaal van 2014 een zeer sterke opwaartse

Nadere informatie

Januari 2013. Krediet en overmatige schuldenlast: wat leren wij uit de cijfers 2012 van de Centrale voor Kredieten aan Particulieren?

Januari 2013. Krediet en overmatige schuldenlast: wat leren wij uit de cijfers 2012 van de Centrale voor Kredieten aan Particulieren? Januari 2013 Krediet en overmatige schuldenlast: wat leren wij uit de cijfers 2012 van de Centrale voor Kredieten aan Particulieren? Analyse uitgevoerd voor het Observatorium Krediet en Schuldenlast Duvivier

Nadere informatie

DE VRUCHTGEBRUIKCONSTRUCTIE

DE VRUCHTGEBRUIKCONSTRUCTIE DE VRUCHTGEBRUIKCONSTRUCTIE Aan de hand van een voorbeeld wordt de veel gebruikte vruchtgebruikconstructie geïllustreerd. Een vennootschap en haar zaakvoerder besluiten samen een oud herenhuis aan te kopen,

Nadere informatie

Verdere evolutie van de geharmoniseerde werkloosheid in ruime zin

Verdere evolutie van de geharmoniseerde werkloosheid in ruime zin Verdere evolutie van de geharmoniseerde werkloosheid in ruime zin ruime zin in België, Duitsland, Frankrijk en Nederland in 2014 Directie Statistieken, Begroting en Studies stat@rva.be Inhoudstafel: 1

Nadere informatie

Koopkracht van 65-plussers met aanvullend pensioen in 2009

Koopkracht van 65-plussers met aanvullend pensioen in 2009 Koopkracht van 65-plussers met aanvullend pensioen in 2009 Nibud, februari 2009 In opdracht van de NVOG Koopkracht van 65-plussers met aanvullend pensioen in 2009 Nibud, februari 2009 In opdracht van de

Nadere informatie

ARMOEDE GEPEILD Een analyse van de EU-SILC cijfers naar aanleiding van 17 oktober Werelddag van verzet tegen armoede

ARMOEDE GEPEILD Een analyse van de EU-SILC cijfers naar aanleiding van 17 oktober Werelddag van verzet tegen armoede ALGEMENE DIRECTIE STATISTIEK EN ECONOMISCHE INFORMATIE PERSBERICHT 16 oktober 9 ARMOEDE GEPEILD Een analyse van de EU-SILC cijfers naar aanleiding van oktober Werelddag van verzet tegen armoede % van de

Nadere informatie

3 Effect van varianten zoals door de VROM-raad gevraagd

3 Effect van varianten zoals door de VROM-raad gevraagd belastingsderving (saldo HRA en EWF) tot 13,8 miljard doen toenemen in 2011. Daarbij is geen rekening gehouden met het drukkende effect van de rentestijging op de prijs van de woningen. 3 Effect van varianten

Nadere informatie

VERKOOPT 2 WONINGEN. PROJECT WEZENHUIS TIENEN wederverkoop Kloosterhof 46 wederverkoop Donystraat 57/II

VERKOOPT 2 WONINGEN. PROJECT WEZENHUIS TIENEN wederverkoop Kloosterhof 46 wederverkoop Donystraat 57/II VERKOOPT 2 WONINGEN PROJECT WEZENHUIS TIENEN wederverkoop Kloosterhof 46 wederverkoop Donystraat 57/II Sociaal Wonen arro Leuven cvba-so Wijgmaalsesteenweg 18 I 3020 Herent info@swleuven.be I www.swleuven.be

Nadere informatie

2. Simulatie van de impact van een "centen i.p.v. procenten"-systeem

2. Simulatie van de impact van een centen i.p.v. procenten-systeem Bijlage/Annexe 15 DEPARTEMENT STUDIËN Impact van een indexering in centen i.p.v. procenten 1. Inleiding Op regelmatige tijdstippen wordt vanuit verschillende bronnen gesuggereerd om het huidige indexeringssysteem

Nadere informatie

De Letselschade Richtlijn Huishoudelijke Hulp

De Letselschade Richtlijn Huishoudelijke Hulp De Letselschade Richtlijn Huishoudelijke Hulp Definities Huishoudelijke hulp De behoefte aan huishoudelijke ondersteuning door derden, bestaande uit activiteiten als schoonmaakwerkzaamheden, koken, boodschappen

Nadere informatie

Informatie 10 januari 2015

Informatie 10 januari 2015 Informatie 10 januari 2015 ARMOEDE: FEITEN EN CIJFERS ARMOEDE WERELDWIJD Wereldwijd leven ongeveer 1,2 miljard mensen in absolute armoede leven: zij beschikken niet over basisbehoeften zoals schoon drinkwater,

Nadere informatie

DE ARK VERKOOPT DE ARK VERKOOPT 6 BOUWPERCELEN. Venhoef 2320 HOOGSTRATEN SOCIALE KAVELS. Referentieadres GPS: Venhoef nr. 159

DE ARK VERKOOPT DE ARK VERKOOPT 6 BOUWPERCELEN. Venhoef 2320 HOOGSTRATEN SOCIALE KAVELS. Referentieadres GPS: Venhoef nr. 159 DE ARK VERKOOPT DE ARK VERKOOPT 6 BOUWPERCELEN SOCIALE KAVELS Venhoef 2320 HOOGSTRATEN Referentieadres GPS: Venhoef nr. 159 INHOUD 1. VOORSTELLING PROJECT HOOGSTRATEN VENHOEF... 3 Ligging... 3 Bouwvoorschriften...

Nadere informatie

Infomoment 1/3 de is de max Een ander beleid is mogelijk. Vlaams Huurdersplatform 18 februari 2014 Spreker: Geert Inslegers

Infomoment 1/3 de is de max Een ander beleid is mogelijk. Vlaams Huurdersplatform 18 februari 2014 Spreker: Geert Inslegers Infomoment 1/3 de is de max Een ander beleid is mogelijk Vlaams Huurdersplatform 18 februari 2014 Spreker: Geert Inslegers Een ander woonbeleid Waarom? Overheid moet tussenkomen waar de noden het grootst

Nadere informatie

1.1 Aantal levend geborenen dat bij geboorte woont in het Vlaamse Gewest sinds 2001

1.1 Aantal levend geborenen dat bij geboorte woont in het Vlaamse Gewest sinds 2001 Bijlage bij het persbericht dd. 08/06/15: 1 Vrouwen krijgen hun kinderen in toenemende mate na hun dertigste verjaardag 1. Het geboortecijfer volgens Kind en Gezin 67 875 geboorten in 2014, daling van

Nadere informatie

Kopen naar Wens: Een betaalbare woning in Gooi- en Vechtstreek wordt werkelijkheid

Kopen naar Wens: Een betaalbare woning in Gooi- en Vechtstreek wordt werkelijkheid Kopen naar Wens: Een betaalbare woning in Gooi- en Vechtstreek wordt werkelijkheid Uw wens: een betaalbaar koophuis in de Gooi- en Vechtstreek. Een droom? Niet met Kopen naar Wens van Dudok Wonen. Het

Nadere informatie

Rapport. Eigen Huis Marktindicator. 1e kwartaal 2015

Rapport. Eigen Huis Marktindicator. 1e kwartaal 2015 Rapport Marktindicator H. Boumeester m.m.v. C. Lamain Mei Dit onderzoek is uitgevoerd in opdracht van: Vereniging Displayweg 1 3821 BT Amersfoort Auteurs: H. Boumeester m.m.v. C. Lamain Mei OTB Onderzoek

Nadere informatie

Deel 1 werking van de woningmarkt. Studiedag Woonfiscaliteit 24 juni 2014 / Campus Sint Lucas Brussel

Deel 1 werking van de woningmarkt. Studiedag Woonfiscaliteit 24 juni 2014 / Campus Sint Lucas Brussel Deel 1 werking van de woningmarkt Frank vastmans CES Studiedag Woonfiscaliteit 24 juni 2014 / Campus Sint Lucas Brussel overzicht een goed begrip van de woningmarkt helpt om ideeën rond het hervormen van

Nadere informatie

Digitale (r)evolutie in België anno 2009

Digitale (r)evolutie in België anno 2009 ALGEMENE DIRECTIE STATISTIEK EN ECONOMISCHE INFORMATIE PERSBERICHT 9 februari Digitale (r)evolutie in België anno 9 De digitale revolutie zet zich steeds verder door in België: 71% van de huishoudens in

Nadere informatie

GROTE WOONONDERZOEK 2013 Deel 6. Energie. Wesley Ceulemans & Griet Verbeeck

GROTE WOONONDERZOEK 2013 Deel 6. Energie. Wesley Ceulemans & Griet Verbeeck GROTE WOONONDERZOEK 2013 Deel 6. Energie Wesley Ceulemans & Griet Verbeeck GROTE WOONONDERZOEK 2013 Deel 6. Energie Wesley Ceulemans & Griet Verbeeck Projectleiding: Griet Verbeeck Leuven, maart 2015

Nadere informatie

Infoavond verkaveling Meytersveld woensdag 7 mei 2014 om 19u30

Infoavond verkaveling Meytersveld woensdag 7 mei 2014 om 19u30 Infoavond verkaveling Meytersveld woensdag 7 mei 2014 om 19u30 Verkaveling Meytersveld - waar? - wat? - wanneer? - wie? - hoe? - kostprijs? Waar ligt Meytersveld? Gemeenteraad het gebied tussen de Breeërsteenweg,

Nadere informatie

Wat is armoede? Maatschappelijke participatie. Armoede in de Kempen

Wat is armoede? Maatschappelijke participatie. Armoede in de Kempen Armoede in de Kempen 30 april 2009 Bérénice Storms Wat is armoede? Armoede is een situatie waarbij het mensen ontbreekt aan de economische middelen om een aantal basisfuncties te realiseren (Van den Bosch,

Nadere informatie

Armoede en gebrek aan wooncomfort gaan samen Hoogste armoederisico blijft bij werklozen en alleenstaande ouders

Armoede en gebrek aan wooncomfort gaan samen Hoogste armoederisico blijft bij werklozen en alleenstaande ouders ALGEMENE DIRECTIE STATISTIEK EN ECONOMISCHE INFORMATIE PERSBERICHT 3 april 2009 Armoede en gebrek aan wooncomfort gaan samen Hoogste armoederisico blijft bij werklozen en alleenstaande ouders De meest

Nadere informatie

Steeds meer vijftigers financieel kwetsbaar

Steeds meer vijftigers financieel kwetsbaar Maart 215 stijgt naar 91 punten Steeds meer vijftigers financieel kwetsbaar De is in het eerste kwartaal van 215 gestegen van 88 naar 91 punten. Veel huishoudens kijken positiever vooruit en verwachten

Nadere informatie

Onderstaande berekeningen zijn gebaseerd op de acceptatiecriteria en de nieuwe beheercriteria zoals deze vanaf 2014 voor NHG gaan gelden:

Onderstaande berekeningen zijn gebaseerd op de acceptatiecriteria en de nieuwe beheercriteria zoals deze vanaf 2014 voor NHG gaan gelden: Berekeningen maximale hypotheken Onderstaande berekeningen zijn gebaseerd op de acceptatiecriteria en de nieuwe beheercriteria zoals deze vanaf 2014 voor NHG gaan gelden: Acceptatiecriteria De acceptatiecriteria

Nadere informatie

De Wmo en inkomensgrenzen (2012)

De Wmo en inkomensgrenzen (2012) De Wmo en inkomensgrenzen (2012) 1. Aanleiding Recent zijn er door de Tweede Kamer en diverse gemeenten vragen gesteld over inkomensgrenzen in de Wmo, mede naar aanleiding van enkele rechterlijke uitspraken

Nadere informatie

EVALUATIE STARTERSLENING HARDINXVELD-GIESSENDAM

EVALUATIE STARTERSLENING HARDINXVELD-GIESSENDAM EVALUATIE STARTERSLENING HARDINXVELD-GIESSENDAM Gemeente Hardinxveld-Giessendam Juli 2014 HG: 16742 INTERN/15941 Inhoud 1. Inleiding... 3 2. De starterslening... 4 2.1. Karakter van de starterslening...

Nadere informatie

NVM-Betaalbaarheidsanalyse. 2000-Q1 tot en met 2012-Q1

NVM-Betaalbaarheidsanalyse. 2000-Q1 tot en met 2012-Q1 NVM-Betaalbaarheidsanalyse 2000-Q1 tot en met 2012-Q1 NVM Data & Research 2 april 2012 Inhoudsopgave 1 Samenvatting... 3 2 Inleiding: beschrijving van de gebruikte betaalbaarheidsindicatoren en grafieken...

Nadere informatie

Omzendbrief W/2014/01

Omzendbrief W/2014/01 Omzendbrief W/2014/01 Omzendbrief betreffende de opmaak van een lokaal toewijzingsreglement voor ouderen Vlaams minister van Energie, Wonen, Steden en Sociale Economie Martelaarsplein 7, 1000 Brussel Tel.

Nadere informatie

Welzijnsbarometer 2015

Welzijnsbarometer 2015 OBSERVATOIRE DE LA SANTÉ ET DU SOCIAL BRUXELLES OBSERVATORIUM VOOR GEZONDHEID EN WELZIJN BRUSSEL "Cultuur aan de macht" de sociale rol van cultuur en kunst 26 november 2015 Welzijnsbarometer 2015 Marion

Nadere informatie

Afhankelijk van een uitkering in Nederland

Afhankelijk van een uitkering in Nederland Afhankelijk van een uitkering in Nederland Harry Bierings en Wim Bos In waren 1,6 miljoen huishoudens voor hun inkomen afhankelijk van een uitkering. Dit is ruim een vijfde van alle huishoudens in Nederland.

Nadere informatie

S t e d e n f o n d s 2008-2013

S t e d e n f o n d s 2008-2013 S t e d e n f o n d s 28-213 maatschappelijke effecten en indicatoren Team Stedenbeleid TURNHOUT Studiedienst van de Vlaamse Regering I N H O U D S T A F E L TURNHOUT Inleiding 1 1 Maatschappelijke effecten

Nadere informatie

Huurprijsberekening:

Huurprijsberekening: Huurprijsberekening: Vanaf 1 januari 2008 wordt de berekening geregeld door het Sociale huurbesluit van 12 oktober 2007. Elk jaar wordt aan de huurder gevraagd hun inkomensgegevens te bezorgen aan de dienst

Nadere informatie

Rapport. Eigen Huis Marktindicator. 3e kwartaal 2014

Rapport. Eigen Huis Marktindicator. 3e kwartaal 2014 Rapport Marktindicator H. Boumeester m.m.v. C. Lamain September Dit onderzoek is uitgevoerd in opdracht van: Vereniging Displayweg 1 3821 BT Amersfoort Auteurs: H. Boumeester m.m.v. C. Lamain September

Nadere informatie

1. Grootste groep gezinnen gaat er op vooruit

1. Grootste groep gezinnen gaat er op vooruit Wat zegt sp.a over de kinderbijslag De kinderbijslag wordt straks een Vlaamse bevoegdheid. We willen een sterk vereenvoudigd systeem van kinderbijslag waarbij elk kind hetzelfde bedrag krijgt, onafhankelijk

Nadere informatie

Hoofdstuk 10. Financiële situatie

Hoofdstuk 10. Financiële situatie Hoofdstuk 10. Financiële situatie Samenvatting Hfst 9. Trendvragen financiële situatie Jaarlijks worden drie trendvragen gesteld die inzicht geven in de financiële positie van de Leidenaar. De resultaten

Nadere informatie

Wonen. Uw eigen nieuwbouwwoning aan een voordelige prijs

Wonen. Uw eigen nieuwbouwwoning aan een voordelige prijs in Brussel Uw eigen nieuwbouwwoning aan een voordelige prijs VAN DE INSCHRIJVING TOT DE AANKOOP VAN EEN GOMB-WONING WIE MAG EEN GOMB-WONING KOPEN? WELKE PLICHTEN ZIJN ER VERBONDEN AAN DE AANKOOP VAN EEN

Nadere informatie

* alleenstaande moeder of vader+inwonende kinderen. * gehuwd of samenwonend. * 16-25 jaar. * meer dan 50 jaar. * 26-50 jaar

* alleenstaande moeder of vader+inwonende kinderen. * gehuwd of samenwonend. * 16-25 jaar. * meer dan 50 jaar. * 26-50 jaar ANDERS-WACHTEBEKE RESULTATEN WONEN-ENQUETE 2008 1) Gezinssituatie * gehuwd of samenwonend 80,51% * alleenstaand 15,25% * alleenstaande moeder of vader+inwonende kinderen 4,24% * alleenstaande moeder of

Nadere informatie

Kinderarmoede als prioriteit in het Belgisch Strategisch plan sociale bescherming en insluiting, welke zijn de uitdagingen voor het beleid?

Kinderarmoede als prioriteit in het Belgisch Strategisch plan sociale bescherming en insluiting, welke zijn de uitdagingen voor het beleid? Kinderarmoede als prioriteit in het Belgisch Strategisch plan sociale bescherming en insluiting, welke zijn de uitdagingen voor het beleid? Bijdrage voor dialoogdag Europa nabij? Armoede en sociale uitsluiting

Nadere informatie

Achtergronden Wormerlandse VROM Startersregeling. 1. Waarom SVn-startersregeling?

Achtergronden Wormerlandse VROM Startersregeling. 1. Waarom SVn-startersregeling? Bijlage Achtergronden Wormerlandse VROM Startersregeling Februari 2009 In deze bijlage wordt de startersregeling nader toegelicht. Allereerst wordt de keuze voor deelname aan de startersregeling van de

Nadere informatie

HET RENDEMENT. De aankoopprijs en huurinkomsten geven een Bruto Aanvangsrendement (BAR = huuropbrengst/totale aankoopprijs) van 5.42%.

HET RENDEMENT. De aankoopprijs en huurinkomsten geven een Bruto Aanvangsrendement (BAR = huuropbrengst/totale aankoopprijs) van 5.42%. HET RENDEMENT 23-5-2015 www.hetrendement.be Bart@hetrendement.be 0476/941477 BTW-BE 0598.805.645 IBAN BE77 1430 9238 6642 Ezelstraat 71, 8000 Brugge De woning staat te koop voor 630.000 bij vastgoed Acasa,

Nadere informatie

4. ALGEMENE TOEPASSING 5. GOEDKEURING EN WIJZIGINGEN 6. BEKENDMAKING 7. INWERKINGTREDING

4. ALGEMENE TOEPASSING 5. GOEDKEURING EN WIJZIGINGEN 6. BEKENDMAKING 7. INWERKINGTREDING TOEWIJZINGSREGLEMENT SOCIALE HUURWONINGEN INTERLOKALE VERENIGING WOONBELEID REGIO NOORD INHOUD: INHOUD: 1. INLEIDING 1.1 Wettelijk kader 1.2 Gemeentelijke maatregel HET LOKAAL TOEWIJZINGSREGLEMENT WERD

Nadere informatie

Vlaamse Arbeidsrekening. Raming van het aantal jobs & vestigingen met personeel

Vlaamse Arbeidsrekening. Raming van het aantal jobs & vestigingen met personeel Vlaamse Arbeidsrekening. Raming van het aantal jobs & vestigingen met personeel Update 2013 Wouter Vanderbiesen September 2015 Methodologie Steunpunt Werk en Sociale Economie Parkstraat 45 bus 5303-3000

Nadere informatie

5.1.3 Gemeentelijke Uitvoeringsregels Starterslening (als bijlage bij de verordening Starterslening)

5.1.3 Gemeentelijke Uitvoeringsregels Starterslening (als bijlage bij de verordening Starterslening) 5.1.3 Gemeentelijke Uitvoeringsregels Starterslening (als bijlage bij de verordening Starterslening) Algemeen In deze uitvoeringsregels worden beschreven: Kenmerken van de Starterslening; Voorwaarden aan

Nadere informatie