IBI BENCHMARKING 2014

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "IBI BENCHMARKING 2014"

Transcriptie

1

2 IBI BENCHMARKING 2014 Basisrapportage verslagjaar 2013 het POB Benchmarking in duidelijke taal Disclaimer De informatie in deze rapportage is met de grootst mogelijke zorgvuldigheid vergaard en samengesteld. Institutional Benchmarking Institute BV (IBI) biedt geen garantie dat de informatie volledig, juist of actueel is. Aan de inhoud van deze rapportage kunnen geen rechten worden ontleend of aanspraken worden gemaakt. IBI aanvaardt geen aansprakelijkheid voor gevolgen die voortkomen uit eventuele gebreken in juistheid, volledigheid of actueel zijn van de in deze rapportage aangeboden informatie. Copyright De informatie in dit rapport is vertrouwelijk en uitsluitend bestemd voor de geadresseerde. De inhoud van dit rapport is auteursrechtelijk beschermd en mag niet worden vermenigvuldigd, gewijzigd, verwijderd, doorgestuurd, gedistribueerd, gepubliceerd of verspreid buiten het pensioenfonds zonder toestemming van het IBI. De intellectuele eigendomsrechten met betrekking tot alle op of via IBI aangeboden informatie behoren toe aan IBI of aan derden waarmee IBI een overeenkomst heeft afgesloten. Het is niet toegestaan deze informatie te kopiëren, te downloaden of op enigerlei wijze openbaar te maken, te verspreiden of te vermenigvuldigen zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van IBI of rechtmatige toestemming van de rechthebbende. Als geadresseerde mag u deze informatie wel afdrukken en/of downloaden voor uw eigen persoonlijk gebruik. 2

3 Aan het bestuur van het POB, Met genoegen presenteren wij u het IBI Benchmarkingrapport Het betreft het basisrapport over het verslagjaar 2013 met alle elementaire benchmarkgegevens die voldoen aan de vereisten van de Aanbevelingen uitvoeringskosten van de Pensioenfederatie. Het voordeel van deze basisrapportage voor de deelnemers is dat gebruik wordt gemaakt van veelal reeds beschikbare data. Hierdoor blijven de kosten en de inspanningsverplichtingen van de deelnemers beperkt en maakt de deelname voor de pensioenfondsen laagdrempelig en betaalbaar. Deze opzet maakt het mogelijk dat de gehele pensioensector tenminste aan de basisrapportage kan deelnemen hetgeen ten goede komt aan de kwaliteit er van. Het rapport bestaat uit benchmarking van beleggingsresultaten en beheerkosten van Nederlandse pensioenfondsen over het kalenderjaar De nadruk in deze basisrapportage ligt op de vermogensbeheerkosten. In beperkte mate wordt ook aandacht besteed aan pensioenbeheerkosten. In een volgende bredere XL rapportage worden de beleggingsresultaten en vermogensbeheerkosten alsmede de pensioenbeheerkosten verder uitgediept. IBI is daartoe inmiddels met de IBI Klankbordgroep in overleg getreden. Kenmerkend voor de Nederlandse IBI Benchmarking is dat deze geënt is op Nederlandse wet- en regelgeving en gebruik maakt van uniforme en geverifieerde gegevens, overgenomen of herleid van gecontroleerde en duidelijk gedefinieerde bronnen. Hiermee wordt invulling gegeven aan de wensen van de pensioensector voor wat betreft de inputgegevens. In dit rapport zetten wij de resultaten van de deelnemende pensioenfondsen af tegen het universum en de peergroep. Bovendien houdt de IBI Benchmarking rekening met de aspecten (kostendrijvers) van de vermogensbeheerkosten en de verhouding tussen risico, rendement en kosten. Immers, kosten worden voor een belangrijk deel bepaald door de gekozen activamix en implementatiestijl. Door het verstrekken van de benchmarkkosten kan het pensioenfonds het kostenniveau nuanceren. IBI heeft aanvullend een aantal kengetallen ontwikkeld die inzicht geven in de mate van transparantie en betrouwbaarheid van de gerapporteerde kosten. Hiermee bereiken wij dat het kostenniveau van het pensioenfonds goed kan worden uitgelegd. Immers indien meer kosten transparant zijn gemaakt is vanzelfsprekend het gerapporteerde kostenniveau hoger. IBI Benchmarking is tot stand gekomen met als primair doel het bestuur van de pensioenfondsen te voorzien van informatie zodat zij zich een oordeel kunnen vormen over het niveau van de uitvoeringskosten in vergelijking met de peergroep en met de gehele Nederlandse pensioensector. Nu communicatie over uitvoeringskosten steeds belangrijker wordt, kan de informatie zoals opgenomen in het rapport hierbij ondersteunen. De afgelopen periode hebben wij met veel pensioenfondsen gesproken. De terugkoppeling over het initiatief is positief. Mede door de introductie van de XL versie verwachten wij dat deze pensioenfondsen in 2015 voor onze onafhankelijke benchmarking gaan kiezen. Wij hopen dat IBI Benchmarking een substantiële en relevante bijdrage levert aan de inzichtelijkheid en de communicatie van de kosten van uw pensioenfondsen in relatie tot de gekozen strategie. Institutioneel Benchmarking Instituut, E.J.F. Veldpaus RA 3

4 Leeswijzer Algemeen In het rapport wordt een combinatie gegeven van ontwikkelingen omtrent kosten, kostentransparantie, (theoretische) achtergrondinformatie in combinatie met de resultaten van de benchmarking van uw pensioenfonds in vergelijking met de peergroep alsmede de Nederlandse pensioensector. In de Aanbevelingen uitvoeringskosten van de Pensioenfederatie zijn de aspecten, die voor een belangrijk deel de vermogensbeheerkosten bepalen, benoemd. IBI integreert deze aspecten via uniek ontwikkelde indices in haar benchmarking. De IBI indices en kengetallen worden nader uitgelegd in onderdeel G van het rapport. Management samenvatting Inhoudelijk beginnen wij met de managementsamenvatting. In deze samenvatting vindt u een overzicht van de belangrijkste resultaten en worden aandachtsgebieden voor het bestuur opgenomen. Introductie In de introductie is de relevante informatie omtrent de kostentransparantie opgenomen inclusief belangrijke ontwikkelingen. De bestuurders kunnen zich in hoofdlijnen op de hoogte stellen van het kostentransparantiedossier tot op heden. Nederlandse peergroepen In dit hoofdstuk geven wij een overzicht van de Nederlandse pensioensector en een toelichting op de samenstelling van de peergroepen voor zowel vermogensbeheer als pensioenbeheer. Benchmarking rapport Hierna volgt het basisrapport voor zowel vermogensbeheer- als pensioenbeheerkosten. De kosten van vermogensbeheer dienen in perspectief gezien te worden van het beleggingsrisico en het beoogde rendement. In het hoofdstuk vermogensbeheer wordt in hoofdlijnen aandacht besteed aan de samenstelling van de drie-eenheid rendement beleggingsrisico en kosten, verschillend ontwikkelde indices en kengetallen. Vervolgens volgt het hoofdstuk pensioenbeheer. Institutioneel Benchmarking Instituut Het eerste deel betreft een nadere introductie. Het tweede deel van dit hoofdstuk betreft een korte opsomming van artikelen gepubliceerd door of over het Institutioneel Benchmarking Instituut. In het laatste gedeelte volgt meer achtergrond over de wensen van de sector ten aanzien van het nieuwe product alsmede de gehanteerde uitgangspunten van de benchmarking. 4

5 Inhoudsopgave A. Samenvatting... 6 B. Introductie C. Nederlandse pensioenfondsen, deelname en peergroepen Nederlandse pensioenfondsen Peergroepen D. IBI Benchmarkrapport vermogensbeheer Beleggingsrendement Rendementen over afgelopen 5 jaar Aspecten van vermogensbeheerkosten Vermogensbeheerkosten Kwaliteit van de gerapporteerde kosten IBI Kengetallen E. IBI Benchmarkrapport pensioenbeheer F. Institutioneel Benchmarking Instituut G. IBI Begrippenlijst H. Bijlage : het jaarverslag

6 A. Samenvatting Survey Aan de IBI Benchmarking 2013 deden 23 Nederlandse pensioenfondsen mee, onderverdeeld in 13 bedrijfstakpensioenfondsen en 10 ondernemingspensioenfondsen. Deze fondsen vertegenwoordigen 27.1% van het pensioenvermogen en 35.8% van de alle deelnemers in Nederland. Op basis van fonds karakteristieken als omvang en beleggingsbeleid is een peergroep samengesteld. Uw peergroep voor vermogensbeheer bestaat uit 5 pensioenfondsen die op basis van de verstrekte gegevens vergelijkbaar zijn met het POB. Voor pensioenbeheer zijn 13 pensioenfondsen in de peergroep opgenomen. Vermogensbeheer Rendement Het totale rendement van het POB over de verslagperiode bedraagt 1.6% tegenover de peergroep 1.2% en het universum 0.5% Dit rendement is opgebouwd uit een rendement dat wordt bepaald door: 1) rendement activamix 0.9% tegenover de peergroep 3.3% en 4.0% voor het gehele universum; 2) exces rendement 1.1% tegenover de peergroep 0.1% en -0.1% voor het gehele universum; 3) rendement uit overlay, afdekking valuta en rente -0.4% tegenover de peergroep -2.2% en -3.4% voor het gehele universum. 6

7 Kosten vermogensbeheer De totale kosten van vermogensbeheer van het POB over de verslagperiode bedragen 56 bps.. Dit kostenpercentage is opgebouwd uit vermogensbeheerkosten verband houdend met: 1) beheer activa-mix 43 bps. tegenover de peergroep 40 bps. en 31 bps. voor het universum; 2) kosten van exces rendement (prestatie gerelateerde vergoedingen) 1 bps. tegenover de peergroep 9 bps. en 5 bps. voor het universum; 3) kosten van overlay, afdekking valuta en rente 3 bps. tegenover de peergroep 1 bps. en 1 bps. voor het universum; 4) overige vermogensbeheerkosten 9 bps. tegenover de peergroep 11 bps. en 10 bps. voor het universum. IBI Benchmark (in de Aanbevelingen benchmarkkosten ) De IBI Benchmark voor het POB bedraagt 45 bps. De IBI Benchmark geeft aan wat de kosten voor het pensioenfonds zouden zijn geweest indien uw portefeuille met de door u gekozen allocatie naar de verschillende beleggingscategorieën zou zijn gemanaged tegen de gemiddelde kosten van uw peergroep. De door het POB gerapporteerde vermogensbeheerkosten bedragen 55 bps. Deze vermogensbeheerkosten zijn derhalve 10 bps. hoger dan de IBI Benchmark. Pensioenbeheer Kosten pensioenbeheer De kosten van pensioenbeheer overeenkomstig de definities van de Pensioenfederatie (actieve deelnemers en gepensioneerden zonder slapers) bedragen EUR 199 tegenover EUR 163 van de peergroep en EUR 268 van het universum. Indien de kosten van pensioenbeheer wordt berekend per deelnemer (actieve deelnemers, gepensioneerden en slapers) bedragen de kosten EUR 113 tegenover EUR 78 van de peergroep en EUR 133 van het universum. 7

8 Totaaloverzicht Vermogensbeheer het POB IBI peergroep IBI universum Rendement - Rendement activamix Exces rendement Rendement uit overlay, afdekking vreemde valuta en rente Totaal rendement Aspecten - IBI Asset Allocatie Index TM IBI Alpha Index TM IBI Implementatie Index TM Vermogensbeheerkosten - Beheerkosten activamix Exces rendement kosten (prestatie vergoeding) Kosten uit overlay, afdekking vreemde valuta en rente Overige vermogensbeheerkosten Totaal vermogensbeheerkosten Gerapporteerde vermogensbeheerkosten IBI Benchmark TM (in de Aanbevelingen Benchmarkkosten ) Kwaliteit van de gerapporteerde kosten vermogensbeheer - IBI Transparantie Index TM IBI Hardheids Index TM Pensioenbeheer het POB IBI peergroep IBI universum Kosten per deelnemer pensioenbeheer - Conform Aanbevelingen Pensioenfederatie Actieven, gepensioneerden en slapers Kwaliteit van de gerapporteerde kosten pensioenbeheer - IBI Transparantie Index TM Voor een nadere toelichting op de IBI trademarks wordt verwezen naar de toelichting in hoofdstuk G van het rapport. 8

9 Aandachtsgebieden Inleiding IBI heeft bij het ontwerpen van de IBI Benchmark rapportage indices ontwikkeld die een kostenniveau van het pensioenfonds kunnen helpen verklaren. Bij het aanleveren van de gegevens door de pensioenfondsen is gebleken dat niet alle gevraagde gegevens beschikbaar zijn. Dit heeft impact op de indices. Voor wat betreft de aanlevering van de gegevens heeft het POB aangetoond dat de betreffende informatie voor het bestuur van het pensioenfonds voorhanden is om met name ook de indices te kunnen berekenen. De suggesties zijn uitsluitend gebaseerd op de cijfers over Een betere beoordeling kan gegeven worden indien met name de beleggingsrendementen over een langere periode beschikbaar zijn. Rendement vermogensbeheer 1. Het rendement van de activamix van het pensioenfonds blijft achter ten opzichte van de peergroep. Indien echter rekening gehouden wordt met de lager dan gemiddelde IBI Asset Allocatie Index, is het rendement conform verwachting. 2. Het exces rendement is daarentegen fors hoger in vergelijking met de andere fondsen. Dit betekent dat de vermogensbeheerders beter hebben belegd in vergelijking met de benchmark. Het ruimschoots verslaan van de benchmark kan wellicht ook veroorzaakt zijn door de benchmark zelf. Is hier de juiste benchmark gekozen? Vermogensbeheerkosten 3. Het fonds betaalt in vergelijking met haar peergroep lagere kosten voor haar activamix. Indien echter rekening gehouden wordt met de lagere IBI Asset Allocatie Index zijn de kosten van de activamix een aandachtspunt. 4. De gerapporteerde vermogensbeheerkosten ad. 55 bps. zijn hoger in vergelijking met de IBI Benchmark van 45 bps. De hoger gerapporteerde kosten worden met name veroorzaakt door de hogere kosten voor de beleggingen in aandelen. 5. De kosten van het bestuur zijn niet toegerekend aan vermogensbeheer. Dit heeft consequenties voor de IBI Transparantie Index voor vermogensbeheerkosten. 9

10 B. Introductie Achtergrondinformatie Aanbeveling uitvoeringskosten In april 2011 bracht de AFM, met als titel Kosten van pensioenfondsen verdienen meer aandacht, haar rapport uit. In het rapport waren vier bevindingen opgenomen, te weten: 1. Kosten hebben grote invloed op ouderdomspensioen; 2. Kosten van pensioenfondsen van gelijke omvang verschillen sterk; 3. Vooral kleine en middelgrote fondsen kunnen kosten besparen door schaalvoordelen en de regeling vereenvoudigen. 4. Veel pensioenfondsen rapporteren niet alle (verborgen) kosten. De Pensioenfederatie heeft als reactie het initiatief genomen (zelfregulering) en vervolgens de Aanbevelingen uitvoeringskosten (verder: Aanbevelingen) uitgegeven (deel 1: november 2011, deel 2: maart 2012 en een herzien deel 2: oktober 2013). Uitleggen van verschillende kostenniveaus is complex Kostenniveaus van pensioenfondsen wijken af vanwege door het bestuur gemaakte beslissingen. Reeds in het beleggingsplan zijn keuzes gemaakt (implementatiestijl) die leiden tot een bepaald verwacht kostenniveau. Dit kostenniveau wordt in belangrijke mate bepaald door verschillende aspecten (kostendrijvers) in samenhang met risicobereidheid. De samenhang tussen risico, rendement en kosten is uiterst complex en daarom, vanwege deze complexiteit, lastig te communiceren aan belanghebbenden. Zo kan het zijn dat een pensioenfonds die een hoger kostenniveau heeft, uiteindelijk een beter presterend pensioenfonds is dan een fonds met een lager kostenniveau. Kosten vergelijken met benchmarkkosten ( IBI Benchmark ) Een van de Aanbevelingen luidt dat de kosten van vermogensbeheer in relatie tot de gekozen beleggingsmix en de bijbehorende benchmarkkosten moeten worden gezien. Benchmarkkosten houdt in dat de kosten van een pensioenfonds moeten worden vergeleken met de peergroep. Omdat ieder pensioenfonds haar eigen keuzes maakt ten aanzien van activamix en implementatiestijl (actief/passief, direct/indirect), moet een herberekening gemaakt worden voor het bepalen van de norm (benchmarkkosten). Door de gemiddelde kosten te berekenen van de peergroep en die vervolgens toe te passen op de keuzes gemaakt door het eigen pensioenfonds, kan men zien wat de totale vermogensbeheerkosten van het pensioenfonds zouden mogen zijn indien gemanaged tegen de gemiddelde kosten van de peergroep. Slechts een beperkt deel van de Nederlandse pensioenfondsen maakt melding van het feit dat kosten worden vergeleken met andere pensioenfondsen. Door het instituut is bewust gekozen voor een berekening gebaseerd op Nederlandse wet- en regelgeving. Hierbij wordt gebruik gemaakt van gecontroleerde standaardrapportages. Op een eenduidige wijze kunnen dan de benchmarkkosten worden bepaald en kunnen dan als referentie dienen voor de kosteneffectiviteit van het betreffende pensioenfonds. 10

11 IBI Benchmarking De afgelopen jaren hebben wij met veel betrokkenen gesproken over kostentransparantie van met name vermogensbeheerkosten. Tijdens deze gesprekken kwam steeds terug dat er behoefte was aan een laagdrempelige, kwalitatieve en op Nederlandse wetgeving gebaseerde Nederlandse benchmark voor Nederlandse pensioenfondsen ofwel de IBI Benchmarking. De wijze waarop wij IBI Benchmarking hebben opgezet maakt brede participatie mogelijk. IBI vraagt deelnemers gegevens aan te leveren die reeds voorhanden zijn. Daarenboven is de prijsstelling proportioneel evenredig aan de omvang van het deelnemende fonds om zo een brede participatie als mogelijk te bewerkstelligen. Zo wordt met IBI Benchmarking invulling gegeven aan de wensen van de pensioensector, zoals ook verwoord in het uitgebrachte rapport Kijken in de Spiegel (mei 2013) door de werkgroep Integriteit Pensioenfondsen onder leiding van Jean Frijns. Het transparant rapporteren naar de belanghebbenden is belangrijk om het gedaalde vertrouwen in de pensioensector te herstellen. IBI Benchmarking en de Aanbevelingen uitvoeringskosten van de Pensioenfederatie Met IBI Benchmarking wordt volledig tegemoet gekomen aan de Aanbevelingen uitvoeringskosten zoals uitgebracht door de Pensioenfederatie. In dit rapport wordt echter geen aandacht besteed aan de transactiekosten. Op dit moment bieden de definities voor het bepalen van de transactiekosten nog teveel ruimte om een goede vergelijkingsbasis te krijgen over de transactiekosten. IBI werkt samen met verschillende belanghebbenden aan een concrete definitie. Zodra deze worden toegepast zal IBI, in overleg met een klankbordgroep, een separaat rapport hiervoor gaan ontwikkelen. Totstandkoming IBI Benchmarking is mede tot stand gekomen door een intensieve samenwerking met een zestal pensioenfondsen; de IBI Klankbordgroep, bestaande uit: PFZW, Pensioenfonds TNO, PNO Media, PME, Pensioenfonds Randstad en Pensioenfonds Vervoer. Op deze wijze hebben wij kunnen borgen dat de (minimaal) relevante informatie opgenomen is in het rapport. Veel dank zijn wij hen verschuldigd. Zonder hun ondersteuning was het niet gelukt om binnen zo n kort tijdsbestek een dergelijk complexe benchmark op te zetten. Institutioneel Benchmarking Instituut Het instituut is opgericht in augustus 2013 met als primair doel het bestuur van de pensioenfondsen te voorzien van informatie zodat zij zich een oordeel kunnen vormen over het niveau van de uitvoeringskosten in relatie tot rendement en risico, in vergelijking met de peergroep en met de gehele Nederlandse sector. De door IBI ontwikkelde benchmarking geeft gehoor aan de wensen van de sector en onderscheidt zich op een aantal relevante punten. Nederlandse wet- en regelgeving; uniformiteit van gecontroleerde bestaande gegevens die daarmee door alle deelnemers eenvoudig aan te leveren zijn; prijsstelling. 11

12 Ontwikkelingen Transparante uitvoeringskosten hoog op de bestuurlijke agenda s Sinds het uitbrengen van het rapport door de AFM in april 2011 staat kostentransparantie van uitvoeringskosten hoog op de agenda van het bestuur. Uitvoeringsorganisaties/fiduciair managers worden gevraagd overeenkomstig de Aanbevelingen de kosten aan het fonds te rapporteren. Kostentransparantie van belang om gedaalde vertrouwen in pensioensector te herstellen Belanghebbenden zoals pensioenfondsbesturen, adviseurs, controlerende accountants onderschrijven het belang van kostentransparantie en benchmarking voor de sector. In het onder leiding van Jean Frijns door de werkgroep Integriteit Pensioenfondsen uitgebrachte rapport Kijken in de Spiegel (mei 2013) is het transparant rapporteren naar de belanghebbenden belangrijk om het gedaalde vertrouwen in de pensioensector te herstellen. Het onderwerp uitvoeringskosten is onverwacht hoog op de bestuurlijke agenda s terecht gekomen. Mede dankzij de uniforme definities voortkomend uit de Aanbevelingen kunnen pensioenfondsen met elkaar worden vergeleken. Voortvarend aan de slag Pensioenfondsen hebben de laatste jaren veel energie gestoken in het transparant maken van de vermogensbeheerkosten. Door het transparant maken hiervan lijken de kosten hoger te zijn dan ooit. Gebleken is dat de grote pensioenfondsen sneller en beter in staat zijn kosten transparant te maken. De kleinere pensioenfondsen hebben meer tijd hiervoor nodig. Door dit verschil ontstaat mogelijk onterecht het beeld in de beleving van belanghebbenden dat grotere pensioenfondsen hogere kosten rapporteren (en dus duurder zijn) in vergelijking met kleinere pensioenfondsen. Wet- en regelgeving Wetsvoorstel pensioencommunicatie In het najaar van 2014 is het wetsvoorstel Pensioencommunicatie ingediend. Naar verwachting zal deze in december worden behandeld en vastgesteld worden. Dit houdt in dat vanaf 1 januari 2015 uit hoofde van de pensioencommunicatie informatie over de uitvoeringskosten moet worden gerapporteerd. Richtlijn 610 Pensioenfondsen De richtlijn bevat nadere voorschriften omtrent de transparantie van de uitvoeringskosten. Over het verslagjaar 2014 moet hier aandacht aan geschonken worden. Aanpassing Pensioenwet (Witteveennovelle) Hierin staat dat het pensioenfonds verplicht is vanaf 1 januari 2015 in het jaarverslag te rapporteren over de uitvoeringskosten overeenkomstig de Aanbevelingen van de Pensioenfederatie. 12

13 AFM-onderzoek naar jaarverslagen pensioenfondsen inzake kosten van vermogensbeheer en transactiekosten In juli 2014 publiceerde de AFM het rapport, met als titel Op naar een evenwichtige verantwoording over deze kosten in jaarverslagen van pensioenfondsen. Belangrijke verbeterpunten: 1. Pensioenfondsen verklaren in hun jaarverslagen de kosten van vermogensbeheer en transactiekosten niet aan de hand van het rendements- en risicoprofiel van het pensioenfonds; 2. De meeste pensioenfondsen verklaren de kosten van vermogensbeheer en de transactiekosten niet aan de hand van de samenstelling van de beleggingsmix en/of de mate van actief beheer(een kostenbenchmark); 3. Meer dan de helft van de pensioenfondsen vermeldt in hun jaarverslag niet dat de kosten van vermogensbeheer zoals gepresenteerd in het bestuursverslag hoger zijn dan in de jaarrekening; 4. In bijna twee derde van de jaarverslagen wordt niet uitgelegd of het vermelde rendement voorof na de kosten is; 5. In een op de vier jaarverslagen worden de transactiekosten niet vermeldt in het bestuursverslag; 6. De verantwoording over de prestatie gerelateerde vergoedingen is onduidelijk in de jaarverslagen van de pensioenfondsen. Reactie Pensioenfederatie op het rapport AFM Enkele citaten vanuit de Pensioenfederatie. De AFM daarentegen beveelt aan dat pensioenfondsen de toelichting waarom de kosten worden gemaakt in hun jaarverslag opnemen. Die aanbeveling komt overigens uit de lucht vallen. Niet eerder heeft de AFM gecommuniceerd over haar opvattingen over het jaarverslag en de uitvoeringskosten. Uit verschillende onderzoeken blijkt dat deze aanbevelingen goed zijn opgepakt. Met dit rapport vervult de AFM niet de rol van toezichthouder maar van adviseur. Dat soort adviezen kunnen we missen als kiespijn. De sector heeft bewezen transparantie hoog in het vaandel te hebben staan. In twee jaar tijd zijn immers grote stappen gezet. Uiteraard is verdere verbetering altijd mogelijk, daar blijven wij aan werken, aldus Riemen. Bovendien blijkt steeds uit internationale vergelijkingen dat Nederlandse pensioenfondsen voorop lopen wat betreft het inzichtelijk maken van de kosten. Uitvoeringskosten in het nieuws Pensioenfondsen, en meer generiek de financiële sector, staan in het middelpunt van de belangstelling. Een belangrijk, vaak terugkerend onderwerp vormen de kosten van de pensioenfondsen, inclusief de beloningen in de financiële sector. De absolute omvang ervan, mede vanwege de prestatie gerelateerde vergoedingen, hebben in Nederland tot verontwaardigde reacties geleid. Niet op de laatste plaats bij politici, blijkende uit de Kamervragen die gesteld zijn naar aanleiding van publicaties. De media aandacht voor uitvoeringskosten en de publicaties hebben een ding gemeen; de berichten zijn ongenuanceerd. Belangrijkste omissie in de berichtgeving is de nuance dat kosten dienen te worden beoordeeld in relatie tot risico en rendement. Door verschillende instanties worden ongenuanceerde top-x lijsten kosten uitvoeringskosten gepubliceerd met gemiddelde vermogensbeheerkosten gebaseerd op verschillende universums. 13

14 Pensioenfederatie: update uitvoeringskosten 30 oktober 2014 Mede naar aanleiding van de publiciteit omtrent de gemiddelde vermogensbeheerkosten van de sector alsmede vermogensbeheerkosten van specifieke pensioenfondsen heeft de Pensioenfederatie een Update uitvoeringskosten aan haar leden gestuurd waarin een oproep voor benchmarking wordt gedaan: De Aanbevelingen roepen pensioenfondsen op om hun kosten in perspectief te zetten door middel van benchmarking. Een benchmarkgetal is namelijk de meest eenvoudige wijze waarop de kosten in context worden gezet, waarbij rekening wordt gehouden met de specifieke kenmerken van het pensioenfonds. 14

15 C. Nederlandse pensioenfondsen, deelname en peergroepen 1. Nederlandse pensioenfondsen Op basis van het bestand van DNB bedraagt het aantal pensioenfondsen in Nederland thans 382. Dit kan onderverdeeld worden in 85 bedrijfstakpensioenfondsen, 297 ondernemingspensioenfondsen en beroepspensioenfondsen. In vergelijking met vorig jaar betekent dit een afname van 7.7%. Aan de IBI benchmarking 2014 deden 23 Nederlandse pensioenfondsen mee, onderverdeeld in 13 bedrijfstakpensioenfondsen 2 en 10 ondernemingspensioenfondsen. Deze fondsen vertegenwoordigen 27.1% van het pensioenvermogen en 35.8% van de alle deelnemers in Nederland. De onderstaande grafieken geven, startend linksboven, kloksgewijs weer: aantal pensioenfondsen onderverdeeld in aantal pensioenfondsen per categorie, aantallen deelnemers per categorie, naar beheerd vermogen per AUM categorie en beheerd vermogen per categorie. Figuur 1. Universum pensioenfondsen en deelnemers aan IBI Benchmarking Bron: DNB 2 De beroepspensioenfondsen zijn in de grafieken opgenomen onder de bedrijfstakpensioenfondsen. 15

16 2. Peergroepen Peergroepen worden samengesteld uit vergelijkbare pensioenfondsen. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen peergroepen voor vermogensbeheer en pensioenbeheer. Vermogensbeheer De peergroep voor vermogensbeheer wordt samengesteld op basis van de omvang van het beheerd vermogen ultimo verslagjaar. Hierbij is onderscheid gemaakt in drie categorieën, te weten: A. Beheerd vermogen < EUR 1 miljard; B. Beheerd vermogen EUR 1 miljard < x < EUR 5 miljard; C. Beheerd vermogen > EUR 5 miljard. De peergroep van het POB bestaat uit totaal 5 fondsen van vergelijkbare omvang in de categorie B. EUR 1 miljard < x < EUR 5 miljard. Figuur 2. Samenstelling peergroepen vermogensbeheer Pensioenbeheer De peergroep voor pensioenbeheer wordt bepaald naar soort pensioenfonds, te weten de ondernemingspensioenfondsen en bedrijfstakpensioenfondsen. Activiteiten tussen ondernemingsen bedrijfstakpensioenfondsen verschillen. Zo moeten bijvoorbeeld speciale teams bij verplicht gestelde bedrijfstakpensioenfondsen nagaan of alle deelnemers werkzaam in de sector zijn aangesloten. Bij een ondernemingspensioenfonds is deze controle relatief eenvoudig. Het aantal maar ook de samenstelling van het aantal deelnemers is in de regel een gegeven; het bestuur heeft beperkte invloed hierop. Wel kan het bestuur besluiten de pensioenbeheer activiteiten uit te besteden. Dit heeft invloed op de kosten van het pensioenfonds. 16

17 Bij het bepalen van de peergroep is ervoor gekozen de keuze van uitbesteding als een aparte peergroep op te nemen. Hierdoor vormen zich drie peergroepen die onderling het best te vergelijken zijn: A. Bedrijfstakpensioenfondsen; B. Ondernemingspensioen die de pensioenadministratie hebben uitbesteed; C. Ondernemingspensioenfondsen die de pensioenadministratie niet hebben uitbesteed. De peergroep van het POB bestaat uit 13 fondsen van vergelijkbare samenstelling in de categorie A. Bedrijfstakpensioenfondsen. Figuur 3. Samenstelling peergroepen pensioenbeheer Statistische relevantie Bij de samenstelling van de peergroep voor pensioenbeheer is de relatief kleine groep beroepspensioenfondsen vanwege het karakter samengevoegd met de bedrijfstakpensioenfondsen. Van de bedrijfstakpensioenfondsen zijn er drie fondsen die intern pensioenadministratie uitvoeren; vanwege statische relevantie zijn deze opgenomen bij de ondernemingspensioenfondsen die de pensioenadministratie niet hebben uitbesteed. 17

18 D. IBI Benchmarkrapport vermogensbeheer 1. Beleggingsrendement a) Inleiding Met het opstellen en vaststellen van het beleggingsplan bepaalt het bestuur voor een groot gedeelte het niveau van rendement en kosten. Immers, de in het beleggingsplan opgenomen activamix en implementatiestijl, inclusief een eventuele valuta en rente afdekking, geven richting aan diversificatie en bepalen het beleggingsrisico, het rendement en de daarbij behorende kosten. De uitvoeringsorganisatie/fiduciair manager voert op haar beurt de gegeven opdracht van het bestuur uit binnen de aangegeven bandbreedtes en rekening houdend met rendement benchmarks. De manager geeft daarmee invulling en richting aan de hoogte van het (exces)rendement, de kwaliteit van de uitvoering en de uitvoeringskosten. Door de gemaakte kosten en het gerealiseerde rendement te zien in het licht van de gegeven opdracht wordt de toegevoegde waarde en effectiviteit van de uitvoeringsorganisatie zichtbaar. b) Samenstelling rendement vermogensbeheer Dit rendement is samengesteld uit drie componenten: rendement activamix, het exces rendement mede vanwege actief beheer en het rendement uit overlay, afdekking valuta en rente. Samenstelling rendement vermogensbeheer het POB IBI peergroep IBI universum - Rendement activamix Exces rendement Rendement uit overlay, afdekking valuta en rente Totaal rendement 1.6% 1.2% 0.5% De totaaltellingen kunnen door afrondingsverschillen afwijken. 18

19 Het totaalrendement van het POB over de verslagperiode bedraagt 1.6% tegenover 1.2% van de peergroep en 0.5% van het universum. 19

20 c) Rendement activamix Met de activamix bepaalt het bestuur de mate van toegang tot rendement potentieel. De markten bepalen uiteindelijk het resultaat hetgeen tot uitdrukking komt in de verschillende beurs indices. Deze indices vormen uiteindelijk de benchmark voor de vermogensbeheerders. Door dit rendement af te zetten tegen het rendement van andere fondsen wordt dit deel van het beleggingsbeleid getoetst. Het rendement activamix van het POB over de verslagperiode bedraagt 0.9% tegenover 3.3% van de peergroep en 4.0% van het universum. d) Exces rendement Het exces rendement wordt bepaald door de uitvoerders van het gekozen beleid. Afhankelijk van de gekozen implementatiestijl (actief/passief) is er wel of geen ruimte een exces rendement te genereren. De bepaling van het exces rendement is mede afhankelijk van de specifieke contractuele afspraken die zijn gemaakt tussen het pensioenfonds en de vermogensbeheerder. Het uiteindelijke behaalde rendement zal worden afgezet tegen de vooraf bepaalde benchmarks. De mate over/onder prestatie bepaalt het exces rendement. Bij het vergelijken van het exces rendement hanteert het instituut het door het fonds opgegeven benchmarkrendement van de portefeuille minus het feitelijk rendement van de portefeuille. Het exces rendement vanwege actief beheer van het POB over de verslagperiode bedraagt 1.1% tegenover 0.1% van de peergroep en -0.1% van het universum. 20

21 e) Rendement uit overlay, afdekking valuta en rente Pensioenfondsen bepalen in het beleggingsplan de activamix. Vanwege wijzigingen in waardering, uitlotingen van obligaties etc. zal de daadwerkelijk activamix afwijken van de vastgestelde activamix. Fiduciair managers kunnen binnen vastgestelde bandbreedtes via overlay al dan niet via instrumenten binnen de toegestane beleggingscategorieën alloceren. Dit resultaat betreft het resultaat op overlay. Hierin is tevens begrepen het resultaat behaalt op het afdekken van valuta. Het al dan niet volledig, gedeeltelijk of in zijn geheel niet afdekken van het valuta risico is pensioenfonds specifiek en wordt bepaald door het bestuur als onderdeel van het beleggingsplan. Door het pensioenfonds kan een gedeelte van het renterisico worden afgedekt. Dit kan enerzijds door het beleggen in rentederivaten, vaak ondergebracht in overlay portefeuille. Anderzijds kan dit worden opgelost door in de vastrentende waarde portefeuilles (langlopende) obligaties te beleggen. Het rendement wordt separaat gerapporteerd. Het rendement uit overlay, afdekking valuta en rente van het POB over de verslagperiode bedraagt - 0.4% tegenover -2.2% van de peergroep en -3.4% van het universum. 2. Rendementen over afgelopen 5 jaar Dit hoofdstuk bevat vooralsnog geen informatie. Bij IBI Benchmarking 2015 zal met terugwerkende kracht de rendement over de jaren 2012 en 2013 worden opgevraagd waardoor driejaars gemiddelden berekend kunnen worden voor een statistisch verantwoord aantal deelnemende pensioenfondsen. 21

22 3. Aspecten van vermogensbeheerkosten Volgens de Aanbevelingen uitvoeringskosten van de Pensioenfederatie wordt de omvang van de vermogensbeheerkosten nagenoeg volledig bepaald door vijf (a t/m e) kostendrijvers. Deze zijn: a) Asset allocatie; b) Actief of passief beheer; c) Direct of indirecte belegging; d) Schaalgrootte; e) Intern of extern beheer. Hieronder geven wij aan hoe IBI deze aspecten integreert in haar benchmarking. a) Asset allocatie De kosten van vermogensbeheer zijn direct afhankelijk van het beleggingsbeleid. De omvang van het vermogen geeft in de regel toegang tot meer beleggingsinstrumenten. Uitgangspunt is dat hiermee de risico/rendement verhouding van de beleggingsportefeuille verbetert. Indien deze ruimte binnen het beleggingsbeleid wordt benut dan kunnen de kosten toenemen, terwijl het rendement stijgt en het risico daalt. Daarom dienen kosten te worden benaderd in relatie tot rendement en risico. IBI Asset Allocatie Index De IBI Asset Allocatie Index geeft weer hoe de mate van spreiding van uw portefeuille zich verhoudt tot dat van het IBI universum en van uw peergroep. Naarmate de spreiding toeneemt mogen de kosten ook toenemen. De gemiddelde spreiding van het gehele universum is 100. Een IBI Asset Allocatie Index hoger dan 100 betekent dat uw portefeuille meer gespreid is en daarmee het risico beoogt te verminderen. Een index hoger dan 100 wordt vooral veroorzaakt door spreiding in beleggingscategorieën en beleggingsinstrumenten hetgeen hogere kosten rechtvaardigt. Dit betekent dat naar mate de spreiding van de portefeuille toeneemt, kosten ook hoger mogen zijn dan een portefeuille die minder gespreid is. Een index hoger dan 100 wordt in belangrijke mate veroorzaakt door de investeringen in alternatieve beleggingen. De IBI Asset Allocatie Index voor het POB bedraagt 86 tegenover 106 van de peergroep en 100 van het universum. 22

23 b) Actief / passief beheer Nadat de activamix is samengesteld volgt de volgende beleidskeuze: actief versus passief vermogensbeheer. Actief beheer geeft zicht op een hoger rendement maar dit brengt meer kosten met zich mee. Een passief beheerde portefeuille rendeert in lijn met de markt en heeft over het algemeen een laag kostenniveau. Van belang is eerst in kaart te brengen welk gedeelte van de portefeuille actief wordt gemanaged. Met de keuze voor een actieve beleggingsstrategie wordt in principe een hoger rendement beoogd. Implementatie en uitvoering vindt plaats door de betreffende manager. Het actief beheerd vermogen van het POB bedraagt 64.1% tegenover 81.0% van de peergroep en 69.7% van het universum. IBI Alpha Index De IBI Alpha Index geeft weer hoe uw aandeel actief beheerd vermogen zich verhoudt ten opzichte van het IBI universum en uw peergroep. Het gemiddeld actief beheer gedeelte van het gehele universum is 100. Een index hoger dan 100 betekent dat de portefeuille actiever wordt beheerd dan gemiddeld. Het behaald exces rendement kan leiden tot het betalen van prestatie gerelateerde vergoedingen. Dit rechtvaardigt een hoger kostenniveau. De IBI Alpha Index voor het POB bedraagt 92 tegenover 116 van de peergroep en 100 van het universum. c) Direct of indirecte belegging De volgende keuze is de implementatie van het beleggingsplan. Gaat men direct beleggen via mandaten of gaat men indirect beleggen via beleggingsfondsen, trackers en andere beleggingsinstrumenten. Directe beleggingen geven rechtstreeks zicht op kosten die men vervolgens ook zelf kan sturen. Dit levert maatwerk, terwijl men zelf schaalgrootte dient mee te brengen. Indirecte beleggingen geven collectief schaalvoordeel, maar hier levert de belegger aan inzichtelijkheid en maatwerk in. De kosten worden bepaald door de fondsbeheerder. Ook omzetbelasting kan impact hebben op verschil tussen kosten van een beleggingsfonds (collectief vermogensbeheer) en mandaten (individueel vermogensbeheer). 23

24 Met name voor beleggingen in hedge fondsen en private equity maakt het pensioenfonds gebruik van een externe vermogensbeheerder. Op zijn beurt stelt de vermogensbeheerder weer een andere onderliggende manager aan voor het beheer van de individuele beleggingen. Dit is een indirecte ofwel fonds (-van fondsen) belegging. De kosten van een dergelijke structuur zijn in de regel hoger dan de kosten van een directe belegging (mandaat), immers ook de tussenliggende manager vraagt een additionele vergoeding. IBI Implementatie Index De IBI Implementatie Index geeft weer hoe uw aandeel indirecte belegd vermogen zich verhoudt ten opzichte van het IBI universum en uw peergroep. Door de directe beleggingen te scheiden van de indirecte beleggingen wordt duidelijk in hoeverre sprake is van extra lagen die noodzakelijk zijn voor het kunnen beleggen in de desbetreffende beleggingscategorie. Het gemiddeld indirect belegd gedeelte van het universum is 100. Een index hoger dan 100 betekent dat uw portefeuille indirecter (bijvoorbeeld via beleggingsfondsen) wordt beheerd dan gemiddeld. Dit rechtvaardigt een hoger kostenniveau. Van de beleggingsportefeuille wordt 67.6% indirect gemanaged. Het gemiddelde van de peer groep 43.0%. Het gemiddelde van de Nederlandse pensioenfondsen bedraagt 61.5%. De IBI Implementatie Index voor het POB bedraagt 110 tegenover 70 van de peergroep en 100 van het universum. d) Schaalgrootte Een niet te beïnvloeden kostenbepalende factor is de omvang van het fonds. Er zijn voor- en nadelen. Een grotere omvang geeft schaalvoordeel maar tevens beperkte bewegingsvrijheid. Een groot vermogen dicteert spreiding en daarmee hogere kosten, maar beperkt het beleggingsrisico. Het is dus zaak fondsen te vergelijken van vergelijkbare omvang. IBI peergroepen Met schaalgrootte wordt rekening gehouden bij het bepalen van de peergroep. Door IBI wordt onderscheid gemaakt in drie verschillende peergroepen. 24

25 e) Intern of extern beheer Pensioenfondsen kunnen beleggingen (gedeeltelijk) in eigen beheer uitvoeren. De aanwezige kennis en/of schaalgrootte van het pensioenfonds is/zijn grotendeels bepalend voor de mate waarin de beleggingen intern of extern worden beheerd. Ook in geval het pensioenfonds een 100% belang heeft in een separate uitvoeringsorganisatie is sprake van extern beheer. Pensioenfondsen kunnen in haar formulier aangeven wanneer sprake is van een intern uitgevoerde activiteit. Indien sprake is van een (aandeelhouders) relatie tussen een uitvoeringsorganisatie en een pensioenfonds is in lijn met de Aanbevelingen van de Pensioenfederatie sprake van extern vermogensbeheer. Pas als sprake is van beleggingen die daadwerkelijk worden gedaan door bestuursleden dan wel werknemers van het bestuursbureau is sprake van intern beheer. In de Nederlandse pensioensector vinden nauwelijks nog directe uitvoeringsactiviteiten, waaronder het beleggen, plaats door het bestuursbureau / pensioenfonds. IBI heeft ervoor gekozen deze kostendrijver (aspect) niet op te nemen in haar rapport. 25

26 4. Vermogensbeheerkosten a) Gerapporteerde Vermogensbeheerkosten Volgens de Aanbevelingen van de Pensioenfederatie dienen de pensioenfondsen de kosten van vermogensbeheer in % van het gemiddeld belegd vermogen te rapporteren. De gerapporteerde gemiddelde kosten van het pensioenfonds worden in het bestuursverslag, als onderdeel van het jaarverslag gerapporteerd. De gerapporteerde vermogensbeheerkosten voor het POB bedragen 55 bps. tegenover 61 bps. van de peergroep en 46 bps. van het universum. De gemiddelde vermogensbeheerkosten van de pensioenfondsen worden ten onrechte gebruikt als een kostennorm voor het pensioenfonds. Indien een pensioenfonds om hen moverende redenen bijvoorbeeld belegt in duurdere beleggingscategorieën, dan dienen de kosten dienovereenkomstig beoordeeld te worden. Een kostenconclusie op basis van een gemiddeld kostencijfer geven een vertekend beeld over het uitvoeringskostenniveau. Het streven naar kostenminimalisatie is prima, maar alleen in perspectief van rendement en kwaliteit: dit is kostenoptimalisatie. De hoogte van de vermogensbeheerkosten worden voor een belangrijk deel door de aspecten zoals genoemd in hoofdstuk 3 bepaald. In eerste instantie zullen de kosten worden gespecificeerd in 4 verschillende vermogensbeheerkosten. In het vervolg van dit hoofdstuk zullen de verschillende vermogensbeheerkosten componenten verder worden gespecificeerd en onderling vergeleken. Tenslotte wordt IBI Benchmark tm, de normkosten vermogensbeheer voor het pensioenfonds gerapporteerd. Dit is gelijk aan de benchmarkkosten zoals die in de Aanbevelingen uitvoeringskosten van de Pensioenfederatie zijn genoemd. 26

27 b) Uitsplitsing totale vermogensbeheerkosten De totale vermogensbeheerkosten zijn opgebouwd uit de volgende kosten: 1. Beheerkosten activamix; 2. Exces rendement kosten (prestatie gerelateerde vergoedingen); 3. Kosten overlay en afdekking valuta en rente; 4. Overige vermogensbeheerkosten. Samenstelling vermogensbeheerkosten het POB IBI peergroep IBI universum - Beheerkosten activamix Exces rendement kosten (prestatie gerelateerde vergoeding) Kosten uit overlay, afdekking valuta en rente Overige vermogensbeheerkosten Totaal vermogensbeheerkosten 56 bps. 61 bps. 47 bps. De totaaltellingen kunnen door afrondingsverschillen afwijken. 27

28 1) Beheerkosten activamix Dit betreft de reguliere beheerkosten voor het beheren van de activamix zoals vastgesteld is in het beleggingsplan. Onder deze rubriek wordt de volledige beheerfee over het afgelopen jaar opgenomen. Hieronder is tevens begrepen de beheerfee van eventuele fonds-of fonds(en). De beheerkosten activamix voor het POB bedragen 43 bps. tegenover 40 bps. van de peergroep en 31 bps. van het universum. 2) Exces rendement kosten Indien een exces rendement wordt behaald door de vermogensbeheerder, wordt over het exces rendement een prestatie gerelateerde vergoeding betaald/gereserveerd. De exces rendement kosten worden in het verslagjaar opgenomen waarin eveneens exces rendement is behaald. Hier tegenover staat dat een reservering kan komen te vervallen (en derhalve een bate oplevert voor het pensioenfonds) indien betaling op basis van het behaalde exces rendement niet langer meer noodzakelijk is. De exces rendement kosten voor het POB bedraagt 1 bps. tegenover 9 bps. van de peergroep en 5 bps. van het universum. 28

29 3) Kosten overlay en afdekking valuta en rente Het pensioenfonds heeft in haar beleggingsplan bepaald welke gedeelte van het renterisico wordt afgedekt. Voor de valuta is bepaald voor welke valuta voor welk gedeelte wordt afgedekt. Ten slotte is een bandbreedte bepaald waarbinnen de verschillende beleggingscategorieën zich mogen begeven. De kosten voor het managen van de drie hiervoor opgenoemde activiteiten worden onder deze rubriek verantwoord. De kosten van overlay, afdekking valuta en rente van het POB bedraagt 3 bps. tegenover 1 bps. van de peergroep en 1 bps. van het universum. 4) Overige vermogensbeheerkosten De overige vermogensbeheerkosten bestaan uit de volgende kostensoorten: a. kosten van het bestuur en bestuursbureau; b. kosten van fiduciair beheer; c. bewaarloon (voor zover niet al direct toegerekend bij betreffende beleggingscategorie); d. advieskosten vermogensbeheer; e. overige kosten. De overige vermogensbeheerkosten van het POB bedraagt 9 bps. tegenover 11 bps. van de peergroep en 10 bps. van het universum. 29

30 c) IBI Benchmark (in de Aanbevelingen benchmarkkosten ) De Aanbevelingen roepen pensioenfondsen op om hun kosten in perspectief te zetten door middel van benchmarking. Een benchmarkgetal is namelijk de meest eenvoudige wijze waarop de kosten in context worden gezet, waarbij rekening wordt gehouden met de specifieke kenmerken van het pensioenfonds. De IBI Benchmark geeft aan wat de kosten voor het pensioenfonds zouden zijn geweest indien uw portefeuille zou zijn gemanaged tegen de gemiddelde kosten van uw peergroep. De IBI Benchmark voor het POB bedraagt 45 bps. Aan de hand van dit getal kan de kosteneffectiviteit van het pensioenfonds worden afgemeten. In vergelijking met de gerapporteerde kosten is het 10 bps. hoger. Ook hier kan het pensioenfonds in positieve en negatieve zin afwijken van het gemiddelde door keuzes gemaakt door het bestuur van het pensioenfonds in overleg met de uitvoeringsorganisatie. Een illustratief voorbeeld is dat bewust voor een vermogensbeheerder wordt gekozen die weliswaar een hogere beheerfee vraagt, maar op basis van het verleden het (exces) rendement beter is. 30

31 5. Kwaliteit van de gerapporteerde kosten a. IBI Transparantie Index vermogensbeheerkosten Tempoverschillen De kosten van vermogensbeheer worden door de pensioenfondsen gerapporteerd. Door het ontbreken van geüniformeerde kostendefinities, is de attributie van kosten niet altijd even inzichtelijk. Er ontbreekt een gemeenschappelijk deler. Wel worden er vanwege toenemende aandacht voor kostentransparantie, door pensioenfondsen steeds meer kosten elementen toegevoegd aan de totaal gerapporteerde kosten. Hierdoor kan ongelijkheid ontstaan in de samenstelling van het kostencijfer zoals dat door de individuele pensioenfondsen wordt gerapporteerd. Anders gezegd, fondsen die hogere kosten rapporteren als gevolg van toegevoegde kosten elementen, zouden in voorkomende gevallen een ogenschijnlijk hoog kosten niveau hebben ten opzichte van pensioenfondsen die kosten rapporteren gebaseerd op minder kostenelementen. IBI Transparantie Index tm Om deze vergelijkingsongelijkheid te compenseren, berekent IBI de mate van transparantie van de gerapporteerde kosten van de individuele pensioenfondsen. Hoe groter de inzichtelijkheid van de gerapporteerde kosten per kostenelement en beleggingscategorie, hoe hoger men scoort op de IBI Transparantie Index. De maximale transparantie is 100. Het niet of onvolledig rapporteren van kosten leidt vanzelfsprekend tot een vermindering van de transparantie en daarmee tot een lagere score op de IBI Transparantie Index. Uitvoeringsorganisaties / fiduciaire managers kunnen zich onderscheiden aan de hand van de IBI Transparantie Index. Een hoge index betekent dat meer kosten transparant zijn gerapporteerd door het pensioenfonds. Tussenfase Het is van belang dat de kosten overeenkomstig een vastgestelde definitie worden gerapporteerd. Als kader wordt op dit moment de Aanbevelingen uitvoeringskosten van de Pensioenfederatie gehanteerd. Door gebruikers van deze aanbevelingen is aangegeven dat de definities nog niet volledig zijn en kosten op meerdere manieren kunnen worden gerapporteerd. In afwachting van een volledig kader is in overleg met de klankbordgroep besloten al wel vast een begin te maken met het rapporteren van een transparantie-index teneinde een indicatie te krijgen in hoeverre reeds inzicht bestaat in alle kostenelementen. Voor het berekenen van de IBI Transparantie Index worden in de enquête vragen gesteld. Op basis van deze vragen alsmede de ingevulde specificaties in het formulier, wordt vastgesteld of alle kostenelementen zijn opgenomen bij het rapporteren van de vermogensbeheerkosten. De IBI Transparantie Index biedt derhalve in dit stadium een globaal inzicht in de mate waarin de pensioenfondsen in staat zijn al de vermogensbeheerkosten te rapporteren. 31

32 Het pensioenfonds heeft voor het rapporteren van de vermogensbeheerkosten een IBI Transparantie Index van 89 tegenover de peergroep 93 en het universum 91. IBI Transparantie Index vs. gerapporteerde vermogensbeheerkosten Door de gerapporteerde kosten af te zetten tegen de IBI Transparantie Index ontstaat een reëel en vergelijkbaar beeld, waarbij de mate van inzichtelijkheid in de kosten rapportering wordt afgezet tegen de gerapporteerde kosten. Toelichting: Een veel gehoorde klacht is, dat naar mate men de transparantie vergroot, het totale kostencijfer stijgt ten opzichte van pensioenfondsen die daar nog niet aan toe zijn gekomen. De onderstaande matrix zet de gerapporteerde kosten af tegen de mate van de gerapporteerde transparantie. Pensioenfondsen met een relatief hogere transparantie en hogere kosten hoeven dus niet perse duurder te zijn dan pensioenfondsen met lagere gerapporteerde kosten en een lagere transparantie. De kwadranten in de matrix geven de positie van het pensioenfonds aan ten opzichte van het gemiddelde van het universum. Pensioenfondsen met lage kosten en hoge transparantie (linksboven) rapporteren de facto de laagste kosten. 32

33 b. IBI Hardheids Index De gerapporteerde beheerkosten en exces rendement kosten kunnen worden onderscheiden naar gefactureerd, gereserveerd (nog te betalen) of geschat. Om verschillende redenen kunnen kosten van bepaalde soorten kosten nog niet exact worden bepaald en dienen geschat te gaan worden. Voor het schatten van de kosten kan: 1) gebruik gemaakt worden van een opgave door de desbetreffende manager van het beleggingsfonds. Deze opgave is gebaseerd op een (tussentijdse) rapportage over het beleggingsfonds inclusief een schatting voor de resterende periode van het verslagjaar. 2) Schatting van de kosten gemaakt op basis van de prospectus van het beleggingsfonds; dit is een schatting gemaakt door de fiduciair manager; 3) Schatting van de kosten op basis van een model; dit is een schatting gemaakt door de fiduciair manager; Pensioenfondsen worden gemotiveerd zoveel als mogelijk de daadwerkelijke cijfers van de kosten te verkrijgen ( harde cijfers ). Hoe meer gerapporteerde kosten zijn gebaseerd op de daadwerkelijke gefactureerde kosten hoe harder de cijfers zijn en des te hoger het percentage gemeld bij gefactureerd. Hier tegenover staat dat bij het rapporteren van de kosten, gebaseerd op schattingen door middel van modellen, de daadwerkelijke kosten het meest hiervan zullen afwijken (vergelijk met de waarderingsmatrix). Vanwege de aard van de kosten in combinatie met de beleggingscategorie zal het percentage gefactureerd bij geen enkel fonds uiteindelijk naar 100% gaan. Met name bij exces rendement kosten in geval van alternatieve beleggingen (niet zijnde aandelen en vastrentende waarden) zal in vergelijking met de niet-alternatieve beleggingen naar verwachting meer sprake zijn van schattingen gebaseerd op een model. IBI Hardheids Index De IBI Hardheids Index geeft weer hoe de mate van hardheid van de vermogensbeheerkosten (beheerfee en prestatie gerelateerde vergoedingen 3 ) zich verhoudt ten opzichte van het IBI universum en uw peergroep. Op basis van deze index wordt aangegeven hoe hard (zeker) de gerapporteerde kosten voor de beheerfee en de prestatie gerelateerde vergoedingen zijn. Het gemiddelde van het universum is 100. Een IBI Hardheids Index hoger dan 100 betekent dat uw kosten meer gebaseerd zijn op daadwerkelijke facturen en reserveringen. Pensioenfondsen worden gemotiveerd zoveel als mogelijk de daadwerkelijke cijfers van de kosten te verkrijgen ( harde cijfers ). Hoe meer gerapporteerde kosten zijn gebaseerd op de daadwerkelijke gefactureerde kosten hoe harder de cijfers zijn en des te hoger het percentage gemeld bij gefactureerd (vergelijk met waarderingsmatrix). 3 In deze index worden de Overige vermogensbeheerkosten derhalve niet meegenomen. 33

34 Van de gerapporteerde beheerkosten activamix door het pensioenfonds is 100.0% gebaseerd op daadwerkelijk ontvangen facturen, 0.0% gebaseerd op reserveringen en 0.0% geschat. Van de gerapporteerde exces rendement kosten door het pensioenfonds is 100.0% gebaseerd op daadwerkelijk ontvangen facturen, 0.0% gebaseerd op reserveringen en 0.0% geschat. Kostensoort Gefactureerd Gereserveerd Geschat Totaal - Beheerkosten activamix Exces rendement kosten (prestatie gerelateerde vergoeding) Het pensioenfonds heeft voor het rapporteren van de beheerkosten activamix en de exces rendement kosten een IBI Hardheids Index van 139 tegenover de peergroep 88 en het universum

35 6. IBI Kengetallen a. IBI Asset Allocatie Index vs. rendement activamix Hoe verhoudt het rendement van de activamix zich ten opzichte van andere pensioenfondsen met een vergelijkbare IBI Asset Allocatie Index? Toelichting: In de matrix is via een horizontale en verticale lijn het gemiddeld niveau van het universum opgenomen, gebaseerd op de rendementen over Vanwege een incidenteel rendement kan het pensioenfonds in een kwadrant terecht zijn gekomen waarbij het advies luidt aandacht hieraan te besteden. Echter rendementen dienen bij voorkeur over een meerjarige periode te worden beoordeeld. IBI beschikt nog niet over deze gegevens. Kwadrant linksonder: Dit kwadrant geeft weer pensioenfondsen met een lager dan gemiddeld IBI Asset Allocatie Index (minder gespreide portefeuille) en met een lager dan gemiddeld rendement. Dit is conform de verwachtingen. Kwadrant rechtsonder: Dit kwadrant geeft weer pensioenfondsen met een lager dan gemiddeld IBI Asset Allocatie Index (minder gespreide portefeuille) maar met een hoger dan gemiddeld rendement. Dit betekent dat het pensioenfonds, gegeven de beperkte spreiding van de portefeuille, een goed rendement heeft behaald. Kwadrant rechtsboven: Dit kwadrant geeft weer pensioenfondsen met een hoger dan gemiddeld IBI Asset Allocatie Index (meer gespreide portefeuille) en met een hoger dan gemiddeld rendement. Dit is conform de verwachtingen. Kwadrant linksboven: Dit kwadrant geeft weer pensioenfondsen met een hoger dan gemiddeld IBI Asset Allocatie Index (meer gespreide portefeuille) maar met een lager dan gemiddeld rendement. Dit betekent dat het pensioenfonds ondanks een gespreide portefeuille minder rendement behaalt. Pensioenfondsen in dit kwadrant verdienen aandacht. 35

36 b. IBI Asset Allocatie Index vs. kosten activamix Hoe verhoudt de beheerfee van de activamix zich ten opzichte van andere pensioenfondsen met een vergelijkbare IBI Asset Allocatie Index? Toelichting In de matrix is via een horizontale en verticale lijn het gemiddeld niveau van het universum opgenomen. Kwadrant linksonder: Dit kwadrant geeft weer pensioenfondsen met een lager dan gemiddeld IBI Asset Allocatie Index (minder gespreide portefeuille) en met een lager dan gemiddeld niveau van de beheerkosten van de activamix. Dit is conform de verwachtingen. Kwadrant rechtsonder: Dit kwadrant geeft weer pensioenfondsen met een lager dan gemiddeld IBI Asset Allocatie Index (minder gespreide portefeuille) maar met een hoger dan gemiddeld niveau van de beheerkosten van de activamix. Dit betekent dat het pensioenfonds ondanks de beperkte spreiding van de portefeuille een hoger kostenniveau heeft. Pensioenfondsen in dit kwadrant wordt geadviseerd de beheerkosten nader te beoordelen. Kwadrant rechtsboven: Dit kwadrant geeft weer pensioenfondsen met een hoger dan gemiddeld IBI Asset Allocatie Index (meer gespreide portefeuille) en met een hoger dan gemiddeld niveau van de beheerkosten van de activamix. Dit is conform de verwachtingen. Kwadrant linksboven: Dit kwadrant geeft weer pensioenfondsen met een hoger dan gemiddeld IBI Asset Allocatie Index (meer gespreide portefeuille) maar met een lager dan gemiddeld niveau van de beheerkosten van de activamix. Dit betekent dat het pensioenfonds ondanks een gespreide portefeuille minder kosten voor het beheer van de activamix betaalt. Dit is beter dan op basis van de activamix verwacht mag worden. 36

37 c. IBI Alpha Index vs. exces rendement kosten Hoe verhouden de hoogte van de exces rendement kosten zich ten opzichte van andere pensioenfondsen met een vergelijkbare IBI Alpha Index? Toelichting In de matrix is via een horizontale en verticale lijn het gemiddeld niveau van het universum opgenomen. Kwadrant linksonder: Dit kwadrant geeft weer pensioenfondsen met een lager dan gemiddeld IBI Alpha Index (minder sprake van actief beheer van de portefeuille) en met een lager dan gemiddeld niveau van de kosten exces rendement. Dit is conform de verwachtingen. Kwadrant rechtsonder: Dit kwadrant geeft weer pensioenfondsen met een lager dan gemiddeld IBI Alpha Index (minder sprake van actief beheer van de portefeuille) maar met een hoger dan gemiddeld niveau van de kosten exces rendement. Dit betekent dat het pensioenfonds ondanks dat een beperkte gedeelte van de portefeuille actief beheerd wordt een hoger kostenniveau heeft. Pensioenfondsen in dit kwadrant wordt geadviseerd de exces rendement kosten nader te beoordelen. Kwadrant rechtsboven: Dit kwadrant geeft weer pensioenfondsen met een hoger dan gemiddeld IBI Alpha Index (actiever beheerde portefeuille) en met een hoger dan gemiddeld niveau van de kosten van exces rendement. Dit is conform de verwachtingen. Kwadrant linksboven: Dit kwadrant geeft weer pensioenfondsen met een hoger dan gemiddeld IBI Alpha Index (actiever beheerde portefeuille) maar met een lager dan gemiddeld niveau van de kosten van exces rendement. Dit betekent dat het pensioenfonds ondanks dat een groter gedeelte van de portefeuille actief beheerd wordt, lagere kosten exces rendement heeft. Dit is beter dan op basis van het aandeel van portefeuille die actief beheerd wordt verwacht mag worden. 37

38 d. IBI Implementatie Index vs. kosten activamix Hoe verhouden de kosten van de activamix zich ten opzichte van andere pensioenfondsen met een vergelijkbare IBI Implementatie Index? Toelichting: In de matrix is via een horizontale en verticale lijn het gemiddeld niveau van het universum opgenomen. Kwadrant linksonder: Dit kwadrant geeft weer pensioenfondsen met een lager dan gemiddeld IBI Implementatie Index (minder sprake van indirect vermogensbeheer via beleggingsfondsen en fonds van fondsen structuren) en met een lager dan gemiddeld niveau van de beheerkosten van de activamix. Dit is conform de verwachtingen. Kwadrant rechtsonder: Dit kwadrant geeft weer pensioenfondsen met een lager dan gemiddeld IBI Implementatie Index (minder sprake van indirect vermogensbeheer via beleggingsfondsen en fonds van fondsen structuren) maar met een hoger dan gemiddeld niveau van de beheerkosten van de activamix. Dit betekent dat het pensioenfonds ondanks dat een beperkte gedeelte van de portefeuille indirect wordt beheerd een hoger kostenniveau heeft. Pensioenfondsen in dit kwadrant wordt geadviseerd de beheerkosten van de activamix nader te beoordelen. Kwadrant rechtsboven: Dit kwadrant geeft weer pensioenfondsen met een hoger dan gemiddeld IBI Implementatie Index (meer sprake van indirect beheer via beleggingsfondsen en fonds van fondsen structuren) en met een hoger dan gemiddeld niveau van de beheerkosten van de activamix. Dit is conform de verwachtingen. Kwadrant linksboven: Dit kwadrant geeft weer pensioenfondsen met een hoger dan gemiddeld IBI Implementatie Index (meer sprake van indirect beheer via beleggingsfondsen en fonds van fondsen structuren) maar met een lager dan gemiddeld niveau van de beheerkosten van de activamix. Dit betekent dat het pensioenfonds ondanks dat een groter gedeelte van de indirect beheerd wordt, lagere beheerkosten van de activamix heeft. Dit is beter dan op basis van het aandeel van portefeuille dat actief beheerd wordt verwacht mag worden. 38

39 E. IBI Benchmarkrapport pensioenbeheer 1. Inleiding Schaalgrootte voordelen zijn bij pensioenbeheerkosten te behalen, immers de kosten van de systemen zijn in de regel vast en dienen vervolgens door het aantal deelnemers gedeeld te worden. Pensioenbeheerkosten van pensioenfondsen variëren echter mede ook vanwege servicegraad, complexiteit van de regeling en samenstelling en ouderdom van de deelnemers. Een hogere servicegraad, zoals online helpdesk met een snelle afhandeling van door deelnemers gestelde vragen, zal in principe leiden tot hogere kosten per deelnemer. Complexiteit heeft een bepalende invloed op het kostenniveau. Vanwege verschillende regelingen met verschillende variabelen kan het mogelijk zijn dat de pensioenadministratie (waarin de gegevens van de deelnemers worden geregistreerd) veel verschillende gegevens dient te bevatten teneinde de opgebouwde rechten te kunnen berekenen. Een voorbeeld hiervan betreft de overgang van finalpay naar middelloon. In plaats van uitsluitend het vastleggen van het laatst verdiende salaris, dient het registratiesysteem nu de gehele historie van de betreffende deelnemer vast te houden. Naar mate de gemiddelde ouderdom van de deelnemers toeneemt, zal de administratieve last toenemen vanwege vragen van de desbetreffende potentieel pensioengerechtigde. Voor slapers zal het pensioenfonds administratief nauwelijks beheeractiviteiten uitvoeren. Uit studies is gebleken dat deze groep deelnemers in de regel geen dusdanige invloed hebben op de kosten per deelnemer dat een beslissing door het pensioenbestuur hierdoor wordt beïnvloed. Dit is reden waarom de Pensioenfederatie heeft besloten deze groep bij het berekenen van de kosten per deelnemer buiten beschouwing te laten. Dit mede ter voorkoming van discussies omtrent het hanteren van aangepaste wegingen (bijvoorbeeld: een slaper telt slechts mee voor 0,5 deelnemer vanwege de geringe beheeractiviteiten). IBI berekent de kosten per deelnemer overeenkomstig de definitie van de Pensioenfederatie (dus exclusief slapers) alsmede de kosten per deelnemer inclusief de slapers. Kosten van pensioenbeheer worden in principe verantwoord in de administratie en zijn derhalve niet verborgen. Dit in tegenstelling tot de vermogensbeheer waarbij vermogensbeheerkosten direct in mindering worden gebracht van het rendement. In geval van ondernemingspensioenfondsen kunnen kosten niet (volledig) worden doorbelast aan het pensioenfonds zoals kosten voor huisvesting, ICT maar ook kosten van de bestuursleden. Volgens de definities van de Pensioenfederatie dienen deze kosten te worden toegerekend aan de pensioenbeheerkosten. IBI heeft in de enquête hier gericht vragen over gesteld aan de pensioenfondsen. Het al dan niet opnemen van deze kosten heeft invloed op de IBI Transparantie Index voor pensioenbeheer van het pensioenfonds. 39

40 2. Samenstelling deelnemers De samenstelling van de deelnemers heeft invloed op de kosten per deelnemer. In de onderstaande tabel de verdeling van actieve deelnemers, gepensioneerden en slapers aan voor het fonds, de peergroep en het universum. In de benchmarking van pensioenbeheerkosten is sprake van een andere peergroep dan gehanteerd bij de vermogensbeheerkosten. Niet de omvang van het pensioenfonds maar de vraag of sprake is van een ondernemingspensioenfonds (al dan niet pensioenbeheer uitbesteed) of bedrijfstakpensioenfonds is hier bepalend. Samenstelling deelnemers het POB IBI peergroep IBI universum - Actieve deelnemers Gepensioneerden Deelnemers volgens definitie Pensioenfederatie Slapers gewezen deelnemers Totaal aantal deelnemers 100% 99.8% 99.9% De totaaltellingen kunnen door afrondingsverschillen afwijken. 40

vba _beleggingsprofessionals JOURNAAL 12 PRAKTIJK Optimalisatie vermogensbeheerkosten in plaats van kostenminimalisatie

vba _beleggingsprofessionals JOURNAAL 12 PRAKTIJK Optimalisatie vermogensbeheerkosten in plaats van kostenminimalisatie PRAKTIJK Optimalisatie vermogensbeheerkosten in plaats van kostenminimalisatie Auteur Eric Veldpaus 1 In april 2011 bracht de AFM het rapport Kosten pensioenfondsen verdienen meer aandacht (AFM, 2011)

Nadere informatie

2013 verkort in beeld. Ontwikkelingen. Pensioenen Beleggingen Organogram

2013 verkort in beeld. Ontwikkelingen. Pensioenen Beleggingen Organogram 02 verkort in beeld 03 Ontwikkelingen 05 08 10 Pensioenen Beleggingen Organogram Aantal deelnemers dat pensioen opbouwt Aantal personen dat een ouderdomspensioen ontvangt Aantal deelnemers met slapende

Nadere informatie

Grotere kostentransparantie en dalende uitvoeringskosten bij pensioenfondsen.

Grotere kostentransparantie en dalende uitvoeringskosten bij pensioenfondsen. LCP Netherlands Werk in uitvoering bij pensioenfondsen 2013 Jeroen Koopmans 1 oktober 2013 Grotere kostentransparantie en dalende uitvoeringskosten bij pensioenfondsen. Even voorstellen drs. Jeroen Koopmans

Nadere informatie

Consumentenbrief beleggingen van. Tielkemeijer & Partners Vermogensbeheer

Consumentenbrief beleggingen van. Tielkemeijer & Partners Vermogensbeheer Consumentenbrief beleggingen van Tielkemeijer & Partners Vermogensbeheer Introductie Een groot aantal brancheorganisaties waaronder DSI, DUFAS, NVB, VBA en VV&A hebben het initiatief genomen om Consumentenbrief

Nadere informatie

Analyse financiële positie

Analyse financiële positie Analyse financiële positie Notitie voor deelnemers en gepensioneerden oktober 2012 2 Samenvatting Aanleiding SPOA krijgt regelmatig vragen van deelnemers over de financiële situatie bij het pensioenfonds.

Nadere informatie

Verklaring inzake de beleggingsbeginselen

Verklaring inzake de beleggingsbeginselen Verklaring inzake de beleggingsbeginselen van Stichting Bedrijfspensioenfonds AVH 1. Introductie 1.1 Inleiding Deze verklaring inzake de beleggingsbeginselen geeft beknopt de uitgangspunten weer van het

Nadere informatie

116 De Pensioenwereld in 2015

116 De Pensioenwereld in 2015 12 116 De Pensioenwereld in 2015 Verslaggeving & communicatie 117 Meer inzicht nodig in evenwichtige belangenbehartiging bij uitvoeringskosten Auteurs: Myrna van Engelen en Tristan Helsloot Pensioenfondsen

Nadere informatie

Het beleggingsbeleid van Berben s Effectenkantoor

Het beleggingsbeleid van Berben s Effectenkantoor Het beleggingsbeleid van Berben s Effectenkantoor Waarschijnlijk baseert u uw keuze voor een vermogensbeheerder op diverse gronden. Mogelijk heeft u binnen uw netwerk al goede berichten over ons vernomen.

Nadere informatie

PMT transparant in kosten pensioen

PMT transparant in kosten pensioen PMT transparant in kosten pensioen PMT is het pensioenfonds van de sector Metaal en Techniek. De werkgevers en werknemers in de bedrijfstak besturen het fonds. Als bedrijfstakpensioenfonds is PMT not-for-profit,

Nadere informatie

Pensioenfonds Robeco. Populair Jaarverslag 2014

Pensioenfonds Robeco. Populair Jaarverslag 2014 Pensioenfonds Robeco Populair Jaarverslag 2014 2014 was een bewogen jaar voor Pensioenfonds Robeco door de sterk dalende rente en de veranderende wet- en regelgeving. In het jaarverslag blikken wij als

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2014 2015 Aanhangsel van de Handelingen Vragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door de regering gegeven antwoorden 3297 Vragen van de leden

Nadere informatie

Stichting Pensioenfonds Huntsman Rozenburg Beleggingsplan 2011

Stichting Pensioenfonds Huntsman Rozenburg Beleggingsplan 2011 Stichting Pensioenfonds Huntsman Rozenburg Beleggingsplan 2011 April 2011 ING Investment Management / ICS Inleiding Jaarlijks stelt het Bestuur van de Stichting Pensioenfonds Huntsman Rozenburg (Huntsman)

Nadere informatie

AFM-onderzoek naar jaarverslagen pensioenfondsen inzake kosten van vermogensbeheer en transactiekosten

AFM-onderzoek naar jaarverslagen pensioenfondsen inzake kosten van vermogensbeheer en transactiekosten AFM-onderzoek naar jaarverslagen pensioenfondsen inzake kosten van vermogensbeheer en transactiekosten Op naar een evenwichtige verantwoording over deze kosten in jaarverslagen van pensioenfondsen Juli

Nadere informatie

124 De Pensioenwereld in 2015

124 De Pensioenwereld in 2015 13 124 De Pensioenwereld in 2015 Verslaggeving & communicatie 125 Meer consistentie nodig in verslaggeving premiepensioeninstellingen Auteurs: Frans Glorie en Kees Voorburg Op 1 januari 2011 is de premiepensioeninstelling

Nadere informatie

Verder gaan is elke stap zorgvuldig zetten.

Verder gaan is elke stap zorgvuldig zetten. Integrale aanpak Verder gaan is elke stap zorgvuldig zetten. Integrale aanpak Risicobeheersing staat aan de basis van elk beleggingsbeleid. Omdat het renterisico het belangrijkste risico voor pensioenfondsen

Nadere informatie

Onderzoek Indextrackers. Samenvatting

Onderzoek Indextrackers. Samenvatting Onderzoek Indextrackers Samenvatting 1. Inleiding De stichting Autoriteit Financiële Markten (AFM) houdt toezicht op correcte, duidelijke en niet misleidende informatieverstrekking aan consumenten. Het

Nadere informatie

Verklaring inzake beleggingsbeginselen

Verklaring inzake beleggingsbeginselen STICHTING PENSIOENFONDS RECREATIE Mei 2011 INHOUDSOPGAVE 0. Introductie 3 1. Doelstelling van het beleggingsbeleid 4 2. Organisatie en risicobeheerprocedures 5 3. Beleggingsbeginselen 7 Mei 2011 Pagina

Nadere informatie

Asset & Liability Management

Asset & Liability Management Asset & Liability Management Verder gaan is de juiste balans vinden. ALM: inzicht in risico s Zorgen voor balans tussen pensioenverplichtingen en de opbouw van het pensioenvermogen. Het is een kerntaak

Nadere informatie

ONS BELEGGINGSBELEID PAST ONZE BELEGGINGSFILOSOFIE BIJ U?

ONS BELEGGINGSBELEID PAST ONZE BELEGGINGSFILOSOFIE BIJ U? ONS BELEGGINGSBELEID PAST ONZE BELEGGINGSFILOSOFIE BIJ U? Waarschijnlijk baseert u uw keuze voor een vermogensbeheerder op diverse gronden. Mogelijk heeft u binnen uw netwerk al goede berichten over ons

Nadere informatie

UW MENSEN, UW KAPITAAL. Beleggingsinformatie. Vrij beleggen. Life Cycle beleggen. Rendement en risico s. Kosten

UW MENSEN, UW KAPITAAL. Beleggingsinformatie. Vrij beleggen. Life Cycle beleggen. Rendement en risico s. Kosten UW MENSEN, UW KAPITAAL Beleggingsinformatie 2 Life Cycle beleggen Vrij beleggen Rendement en risico s 4 6 8 Kosten 9 Beleggingsinformatie Hoe werkt het beleggingspensioen van Cappital? In de pensioenregeling

Nadere informatie

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE > Retouradres Postbus 90801 2509 LV Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE 2513AA22XA Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4

Nadere informatie

Individuele aandelen, Individuele obligaties, Vastgoed, Grondstoffen, Beleggingsfondsen, Trackers

Individuele aandelen, Individuele obligaties, Vastgoed, Grondstoffen, Beleggingsfondsen, Trackers Bedrijfsprofiel Care IS Vermogensbeheer Vermogensbeheerder Naam Website Beschrijving Care IS Vermogensbeheer www.careis.nl/ Care IS Vermogensbeheer is sinds 2010 actief en gevestigd in Volendam. Care IS

Nadere informatie

BELEGGEN? BEREID U GOED VOOR

BELEGGEN? BEREID U GOED VOOR BELEGGEN? BEREID U GOED VOOR Heeft u plannen om te gaan beleggen? En overweegt u daarvoor een afspraak te maken met een vermogensbeheerder of heeft u dit al gedaan? Dan worden u bij het eerste gesprek

Nadere informatie

Methodiek Nominaties Gouden Stier 2015

Methodiek Nominaties Gouden Stier 2015 Methodiek Nominaties Gouden Stier 2015 September 2015 AF Advisors Content - Introductie - Nominatiemethodiek op hoofdlijnen - Methodiek Beste Beleggingsfonds - Methodiek Beste Duurzame Beleggingsfonds

Nadere informatie

Aanbevelingen Uitvoeringskosten

Aanbevelingen Uitvoeringskosten PENSIOENFEDERATIE Aanbevelingen Uitvoeringskosten Nadere uitwerking kosten vermogensbeheer herziene versie met aanvullingen 2013 Pensioenfederatie De Pensioenfederatie is sinds eind 2010 de overkoepelende

Nadere informatie

2012 in het kort TOELICHTING OP HET JAARVERSLAG

2012 in het kort TOELICHTING OP HET JAARVERSLAG 2012 in het kort TOELICHTING OP HET JAARVERSLAG 1 Toelichting op het jaarverslag In het Jaarverslag 2012 legt het pensioenfonds uitgebreid verantwoording af over de ontwikkelingen, besluiten en gebeurtenissen

Nadere informatie

POPULAIR JAARVERSLAG 2013

POPULAIR JAARVERSLAG 2013 POPULAIR JAARVERSLAG 2013 2 Het herstel van onze financiële positie blijft absolute topprioriteit. Twee gezichten Het jaar 2013, maar ook 2014 dat nog grotendeels voor ons ligt, kent twee gezichten. Enerzijds

Nadere informatie

2014 KPMG Advisory N.V

2014 KPMG Advisory N.V 02 Uitbesteding & assurance 23 Overwegingen bij uitbesteding back- en mid-office processen van vermogensbeheer Auteurs: Alex Brouwer en Mark van Duren Is het zinvol voor pensioenfondsen en fiduciair managers

Nadere informatie

Informatiewijzer. Beleggingsdoelstelling & Risicoprofielen. Today s Tomorrow Morgen begint vandaag

Informatiewijzer. Beleggingsdoelstelling & Risicoprofielen. Today s Tomorrow Morgen begint vandaag Informatiewijzer Beleggingsdoelstelling & Risicoprofielen Today s Tomorrow Morgen begint vandaag Beleggen op een manier die bij u past! Aangenomen mag worden dat beleggen een voor u een hoger rendement

Nadere informatie

Populair beleggingsplan

Populair beleggingsplan Populair beleggingsplan versie 22 november 2013 1 Inhoudsopgave Wat belegt het pensioenfonds? 4 Wat is het doel van beleggen? 4 Wat levert beleggen op? 4 Er gaan toch ook risico s gepaard met beleggen?

Nadere informatie

Een overzicht van de kerncijfers vindt u op van het volledige jaarverslag.

Een overzicht van de kerncijfers vindt u op <pagina 8 en 9> van het volledige jaarverslag. 12 vragen over het jaarverslag 2013 De hoofdpunten uit het jaarverslag van Stichting Pensioenfonds voor Verloskundigen (SPV) behandelen we aan de hand van 12 vragen en antwoorden. Een volledig exemplaar

Nadere informatie

Persbericht. Kwartaalbericht: vierde kwartaal 2011

Persbericht. Kwartaalbericht: vierde kwartaal 2011 Persbericht Kwartaalbericht: vierde kwartaal 2011 Hoofdpunten: Dekkingsgraad van 94% is te laag: aanvullende maatregelen nodig Beschikbaar vermogen stijgt met ruim 11 miljard Door gedaalde rente nemen

Nadere informatie

Achmea life cycle beleggingen

Achmea life cycle beleggingen Achmea life cycle beleggingen Scheiden. Uw pensioengeld in vertrouwde handen Wat betekent dat voor uw ouderdomspensioen? Interpolis. Glashelder Achmea life cycle beleggingen Als pensioenverzekeraar beleggen

Nadere informatie

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE > Retouradres Postbus 90801 2509 LV Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE 2513AA22XA Betreft Kamervragen van het lid Krol Hierbij zend ik u de

Nadere informatie

Kort jaarverslag Stichting Pensioenfonds nv Linde Gas Benelux

Kort jaarverslag Stichting Pensioenfonds nv Linde Gas Benelux Kort jaarverslag Stichting Pensioenfonds nv Linde Gas Benelux Beleggingen Het totaal rendement over het afgelopen boekjaar 2010 is uitgekomen op 15,6%. Als we naar de onderverdeling kijken zien we het

Nadere informatie

Rapport beleggingsopbrengst pensioenfondsen 2000-2010 (in het kader van de motie Van den Besselaar c.s.)

Rapport beleggingsopbrengst pensioenfondsen 2000-2010 (in het kader van de motie Van den Besselaar c.s.) Rapport beleggingsopbrengst pensioenfondsen 2000-2010 (in het kader van de motie Van den Besselaar c.s.) November 2011 1. Inleiding In het onderzoek beleggingen pensioenfondsen van 2009 heeft De Nederlandsche

Nadere informatie

LifeCycle Mix via Mijn pensioen. Voor een professioneel en zorgvuldig beheer van uw pensioenkapitaal

LifeCycle Mix via Mijn pensioen. Voor een professioneel en zorgvuldig beheer van uw pensioenkapitaal via Mijn pensioen Voor een professioneel en zorgvuldig beheer van uw pensioenkapitaal LifeCycle Mix via Mijn pensioen Voor een professioneel en zorgvuldig beheer van uw pensioenkapitaal Een persoonlijke

Nadere informatie

KWARTAALVERSLAG. Philips Pensioenfonds. 1. In het kort. 2. Financiële positie Philips Pensioenfonds 1/5 DERDE KWARTAAL 2015

KWARTAALVERSLAG. Philips Pensioenfonds. 1. In het kort. 2. Financiële positie Philips Pensioenfonds 1/5 DERDE KWARTAAL 2015 KWARTAALVERSLAG DERDE KWARTAAL 2015 1. In het kort De beleidsdekkingsgraad per 30 september 2015 bedroeg 112,6% Het rendement van 1 juli tot en met 30 september 2015 bedroeg -1,6% Het pensioenvermogen

Nadere informatie

Vragenlijst. - in te vullen door financieel adviseur -

Vragenlijst. - in te vullen door financieel adviseur - Vragenlijst - in te vullen door financieel adviseur - Vaststelling risicoprofiel Voor de bepaling van het risicoprofiel dient uw cliënt de volgende acht vragen naar waarheid te beantwoorden. 1. Met welke

Nadere informatie

Risicoprofiel bepalen

Risicoprofiel bepalen Handleiding voor de adviseur: Met dit formulier heeft u een hulpmiddel om het risicoprofiel van uw cliënt te bepalen. De acht vragen leiden tot een standaard risicoprofiel. De risicobereidheid van uw cliënt

Nadere informatie

Voor een houdbaar en betaalbaar inkomen voor later

Voor een houdbaar en betaalbaar inkomen voor later Vermogensbeheer Voor een houdbaar en betaalbaar inkomen voor later Een houdbaar en betaalbaar inkomen voor later. Dat is de belofte van uw pensioenfonds aan uw deelnemers. Verder gaan is nu zorgen voor

Nadere informatie

Ambassador Investments Fondsen

Ambassador Investments Fondsen Ambassador Investments Fondsen Ambassador Investments Fondsen Vanaf het vierde kwartaal 2013 is het voor beleggers mogelijk te participeren in de beleggingsstijl van Ambassador Investments door zelfstandig

Nadere informatie

De Dynamische Strategie Portefeuille DSP

De Dynamische Strategie Portefeuille DSP De Dynamische Strategie Portefeuille DSP Onderdeel van het beleggingsbeleid van Pensioenfonds UWV 1 Inhoudsopgave Waarom beleggen? 4 Beleggen is niet zonder risico s 4 Strategische beleggingsportefeuille

Nadere informatie

1. Organisatie BIJLAGE I: VERKLARING BELEGGINGSBEGINSELEN STICHTING PENSIOENFONDS ACHMEA. ABTN 2014 versie 21-3-2014 1. Stichting Pensioenfonds Achmea

1. Organisatie BIJLAGE I: VERKLARING BELEGGINGSBEGINSELEN STICHTING PENSIOENFONDS ACHMEA. ABTN 2014 versie 21-3-2014 1. Stichting Pensioenfonds Achmea BIJLAGE I: VERKLARING BELEGGINGSBEGINSELEN Introductie Deze Verklaring inzake beleggingsbeginselen (hierna: Verklaring) beschrijft op beknopte wijze de uitgangspunten van het beleggingsbeleid van SPA.

Nadere informatie

Persoonlijk Pensioen Plan

Persoonlijk Pensioen Plan Persoonlijk Pensioen Plan Verstandig beleggen voor een goed pensioen Zorgvuldig uw pensioen opbouwen Natuurlijk denkt u wel eens aan uw financiële situatie na uw pensionering. Misschien wilt u minder werken,

Nadere informatie

de besloten vennootschap Paerel Vermogensbeheer B.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene.

de besloten vennootschap Paerel Vermogensbeheer B.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-267 d.d. 14 juli 2014 (mr. J.S.W. Holtrop, voorzitter, drs. L.B. Lauwaars RA en J.C. Buiter, leden, mr. I.M.M. Vermeer, secretaris) Samenvatting

Nadere informatie

2. STrUCTUUr 3. De BeHeerDer Michiel Goris (1956)

2. STrUCTUUr 3. De BeHeerDer Michiel Goris (1956) 1. profiel Het MM Fortune Fund ( hierna: het fonds) is een open-end beleggingsfonds voor gemene rekening, opgericht op 15 april 2008 en gevestigd te Rijswijk. Een fonds voor gemene rekening is geen rechtspersoon

Nadere informatie

Toelichting beleggingsbeleid Triodos Bank Private Banking

Toelichting beleggingsbeleid Triodos Bank Private Banking Toelichting beleggingsbeleid Triodos Bank Private Banking Heeft u vragen? Neemt u dan telefonisch contact op met Triodos Bank Private Banking via 030 693 65 05. Of stuur een e-mail naar private.banking@triodos.nl.

Nadere informatie

Populair beleggingsplan

Populair beleggingsplan Populair beleggingsplan versie oktober 2015 1 Inhoudsopgave Waarom belegt het pensioenfonds? 4 Wat is het doel van beleggen? 4 Wat levert beleggen op? 4 Er gaan toch ook risico s gepaard met beleggen?

Nadere informatie

Onafhankelijk en rationeel. Professioneel. Transparant en veilig

Onafhankelijk en rationeel. Professioneel. Transparant en veilig Today s Vermogensbeheer Wij verzorgen persoonlijk en onafhankelijk vermogensbeheer voor zowel particulieren als ondernemingen. Op basis van uw specifieke situatie geeft Today s Vermogensbeheer invulling

Nadere informatie

Duurzaam Vermogensbeheer

Duurzaam Vermogensbeheer Duurzaam Vermogensbeheer Een keuzeafweging Keuze maken, afwegingscriteria Wat zijn de mogelijke afwegingscriteria bij het maken van een keuze uit de mogelijke oplossingen binnen het beleggingsbeleid. Versie:2001-11-02

Nadere informatie

Fondsen. Brochure bestemd voor particuliere beleggers BASIC. Member of the KBC group. Gepubliceerd door KBC Securities in samen werking met Euronext.

Fondsen. Brochure bestemd voor particuliere beleggers BASIC. Member of the KBC group. Gepubliceerd door KBC Securities in samen werking met Euronext. Brochure bestemd voor particuliere beleggers Gepubliceerd door KBC Securities in samen werking met Euronext. p. 2 Index 1. Inleiding 3 2. Wat zijn de voordelen van een beleggingsfonds? 4 3. Hoe uw rendement

Nadere informatie

Jaarlijks gemiddeld Cumulatief vanaf 1970 2008 Q2 2008 Q1 2008 Q4 2007 Q3 2007 Q2 2007 Dekkingsgraad (kwartaalultimo) 143% 137% 148% 153% 153%

Jaarlijks gemiddeld Cumulatief vanaf 1970 2008 Q2 2008 Q1 2008 Q4 2007 Q3 2007 Q2 2007 Dekkingsgraad (kwartaalultimo) 143% 137% 148% 153% 153% Kwartaalbericht 2e kwartaal 2008 Dekkingsgraad op 143% Rendement 0,2% in tweede kwartaal Belegd vermogen 86,3 miljard Klein positief resultaat in moeilijke markt In het tweede kwartaal is een totaalrendement

Nadere informatie

Addendum. Ultimate Forward Rate

Addendum. Ultimate Forward Rate Addendum Ultimate Forward Rate Wilt u meer weten over renterisico s, swaps en swaptions? Neem dan contact op met uw Account-CIO of met onze balansmanagement adviseurs Bas Scholten via bas.schoiten@achmea.ni

Nadere informatie

Persoonlijk Pensioen Plan. Verstandig beleggen voor een goed pensioen

Persoonlijk Pensioen Plan. Verstandig beleggen voor een goed pensioen Persoonlijk Pensioen Plan Verstandig beleggen voor een goed pensioen Persoonlijk Pensioen Plan Verstandig beleggen voor een goed pensioen Natuurlijk denkt u wel eens aan uw financiële situatie na uw pensionering.

Nadere informatie

Risico pariteit -1- 1 Aandelen Wereldwijd Ontwikkelde Markten - MSCI World Index MSCI Daily Net TR World Euro, Aandelen Wereldwijd

Risico pariteit -1- 1 Aandelen Wereldwijd Ontwikkelde Markten - MSCI World Index MSCI Daily Net TR World Euro, Aandelen Wereldwijd Risico pariteit Risico pariteit is een techniek die wordt ingezet om de risico s in een beleggingsportefeuille te reduceren. Sinds 2008 heeft risico pariteit om drie redenen veel aandacht gekregen: 1.

Nadere informatie

APF toekomstbestendige oplossing voor pensioenfondsen 13:30 14:45

APF toekomstbestendige oplossing voor pensioenfondsen 13:30 14:45 APF toekomstbestendige oplossing voor pensioenfondsen 13:30 14:45 1 Agenda Introductie APF Wat is een Algemeen Pensioenfonds? Het nut van een APF Wat zijn de belangrijkste bouwstenen van De Nationale APF?

Nadere informatie

Strategisch Pensioenmanagement

Strategisch Pensioenmanagement Strategisch Pensioenmanagement Strategisch Pensioenmanagement is samenbrengen. Strategisch Pensioenmanagement De belangrijkste taak van Strategisch Pensioenmanagement is ervoor te zorgen dat u in control

Nadere informatie

Kamervragen van de leden Omtzigt en Van Hijum (beiden CDA)

Kamervragen van de leden Omtzigt en Van Hijum (beiden CDA) De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE 2513AA22XA Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4 Telefoon (070) 333 44 44 Fax (070) 333 40 33

Nadere informatie

Memorandum. Technical Sciences Brassersplein 2 2612 CT Delft Postbus 5050 2600 GB Delft. Aan Bestuur stichting Pensioenfonds TNO. www.tno.

Memorandum. Technical Sciences Brassersplein 2 2612 CT Delft Postbus 5050 2600 GB Delft. Aan Bestuur stichting Pensioenfonds TNO. www.tno. Memorandum Aan Bestuur stichting Pensioenfonds TNO Van Dr. F. Phillipson Onderwerp Risicobereidheidsonderzoek Pensioenfonds TNO Inleiding In de periode juni-augustus 2014 is er een risicobereidheidsonderzoek

Nadere informatie

VERKLARING BELEGGINGSBEGINSELEN STICHTING PENSIOENFONDS AVEBE 19 APRIL 2011

VERKLARING BELEGGINGSBEGINSELEN STICHTING PENSIOENFONDS AVEBE 19 APRIL 2011 VERKLARING BELEGGINGSBEGINSELEN STICHTING PENSIOENFONDS AVEBE 19 APRIL 2011 VERKLARING BELEGGINGSBEGINSELEN STICHTING PENSIOENFONDS AVEBE 1.1 Het beleggingsproces Het beleggingsproces vormt de randvoorwaarden

Nadere informatie

1 6 J A N U A R I 2 0 1 2 FONDSHUIS

1 6 J A N U A R I 2 0 1 2 FONDSHUIS FO NDSHUIS PERFORMANCE ANALYSE 1 6 J A N U A R I 2 0 1 2 Beleggingsstrategie Management Strategie De kracht van de beleggingsstrategie is het accumuleren van rendementen tijdens stijgende markten, in welke

Nadere informatie

De LifeCycle Mix bij Mijn Pensioen. LifeCycle Mix (LCM): online oplossing met maximale transparantie en gemak

De LifeCycle Mix bij Mijn Pensioen. LifeCycle Mix (LCM): online oplossing met maximale transparantie en gemak De LifeCycle Mix bij Mijn Pensioen LifeCycle Mix (LCM): online oplossing met maximale transparantie en gemak Gespecialiseerd team onderhoudt en ontwikkelt LCM WWW.INGIM.COM 2 ING INVESTMENT MANAGEMENT

Nadere informatie

Vermogen opbouwen voor later

Vermogen opbouwen voor later BeleggingsRekening U wilt geld opzij zetten voor later en een vermogen opbouwen. Omdat uw kinderen nog gaan studeren, u graag die verre reis wilt maken, een tweede huis wilt kopen, eerder wilt stoppen

Nadere informatie

Indexbeleggen bij Legal & General met BlackRock, wereldwijd marktleider in indextrackers

Indexbeleggen bij Legal & General met BlackRock, wereldwijd marktleider in indextrackers Indexbeleggen bij Legal & General met BlackRock, wereldwijd marktleider in indextrackers Wat is indexbeleggen? Wat zijn Exchange Traded Funds (ETF s)? Wat zijn de voordelen van ETF s? BlackRock Funds of

Nadere informatie

Vermogensbeheerder institutioneel - Informatievoorziening

Vermogensbeheerder institutioneel - Informatievoorziening Vermogensbeheerder institutioneel - Informatievoorziening Beschrijving Rens Vos is vermogensbeheerder bij de Veerbank. Hieronder staan vijf situaties rondom informatievoorziening die hij heeft meegemaakt.

Nadere informatie

Uw pensioen en Flexioen. Flexibel Individueel Pensioen

Uw pensioen en Flexioen. Flexibel Individueel Pensioen Uw pensioen en Flexioen Flexibel Individueel Pensioen Uw pensioen en Flexioen U bouwt een pensioeninkomen op via uw werkgever. Dit pensioeninkomen ontvangt u nadat u gepensioneerd bent, naast uw AOW-uitkering.

Nadere informatie

RJ-Uiting 2013-17: Richtlijn 615 Beleggingsinstellingen Lopende Kosten Factor

RJ-Uiting 2013-17: Richtlijn 615 Beleggingsinstellingen Lopende Kosten Factor RJ-Uiting 2013-17: Richtlijn 615 Beleggingsinstellingen Lopende Kosten Factor Ten geleide RJ-Uiting 2013-17 bevat wijzigingen van Richtlijn 615 Beleggingsinstellingen (2013) als gevolg van een aanpassing

Nadere informatie

VERVANGENDE FONDSEN VOOR DE BLACKROCK FUNDS OF ISHARES

VERVANGENDE FONDSEN VOOR DE BLACKROCK FUNDS OF ISHARES ONDERZOEK NAAR VERVANGENDE FONDSEN VOOR DE BLACKROCK FUNDS OF ISHARES NOVEMBER 2014 Met dank aan: Naar aanleiding van het besluit van BlackRock om per 31 december 2014 de Funds of ishares op te heffen

Nadere informatie

4.1. Algemene uitgangspunten 4.2. De beleggingsstrategie

4.1. Algemene uitgangspunten 4.2. De beleggingsstrategie Meer dan 1700 mensen hebben pensioenaanspraken opgebouwd bij Stichting Pensioenfonds Avery Dennison (in deze verklaring voortaan verder "pensioenfonds" genoemd). Zij zijn de (gewezen) deelnemers en pensioengerechtigden

Nadere informatie

1. De Consumentenbrief moet uiterlijk 1 juli aanstaande op uw website staan; en

1. De Consumentenbrief moet uiterlijk 1 juli aanstaande op uw website staan; en TOELICHTING VOORAF In dit stuk hebben wij geprobeerd de vragen de beantwoorden die volgens de Consumentenbrief door een potentiele cliënt gesteld zouden moeten worden aan zijn beoogde vermogensbeheerder.

Nadere informatie

Terugblik 2011 in cijfers

Terugblik 2011 in cijfers Terugblik 2011 in cijfers U vindt hier een samenvatting van het jaarverslag 2011. Het volledige jaarverslag kunt u downloaden via www.pensioenfondsricohnederland.nl. Financiële situatie Door de kredietcrisis

Nadere informatie

Klant. Pensioen life cycle indicators

Klant. Pensioen life cycle indicators Pensioen life cycle indicators Klant Rapport om een gefundeerde keuze te maken tussen verschillende premiepensioenproducten. Gebaseerd op analyses op het gebied van beleggingsbeleid, duurzaamheid, rendement

Nadere informatie

het gemak van het Pension Lifecycle Fund

het gemak van het Pension Lifecycle Fund het gemak van het Pension Lifecycle Fund 1 inhoud Omschrijving Pagina 1. Wat is een lifecycle fonds? 2 2. Hoe werkt het ABN AMRO Pension Lifecycle Fund? 2 3. Hoeveel rendement kunt u behalen? 3 4. Wat

Nadere informatie

Beleggingsaspecten voorontwerp van wet herziening ftk

Beleggingsaspecten voorontwerp van wet herziening ftk Beleggingsaspecten voorontwerp van wet herziening ftk De staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid publiceerde op vrijdag 12 juli 2013 het lang verwachte consultatiedocument over de uitwerking

Nadere informatie

BELEGGINGSSTATUUT. Stichting Fonds Oncologie Holland. April 2015. Beleggingsstatuut SFOH 30 april 2015, pag. 1

BELEGGINGSSTATUUT. Stichting Fonds Oncologie Holland. April 2015. Beleggingsstatuut SFOH 30 april 2015, pag. 1 BELEGGINGSSTATUUT Stichting Fonds Oncologie Holland April 2015 30 april 2015, pag. 1 Inhoudsopgave I Beleid.... 3 Algemeen 4 Hefbomen 4 Restricties....4 II Middelenverdeling......5 Strategische asset allocatie

Nadere informatie

2014 in het kort SAMENVATTING VAN HET JAARVERSLAG

2014 in het kort SAMENVATTING VAN HET JAARVERSLAG 2014 in het kort SAMENVATTING VAN HET JAARVERSLAG 1 samenvatting van het jaarverslag In het Jaarverslag 2014 legt het pensioenfonds uitgebreid verantwoording af over de ontwikkelingen, besluiten en gebeurtenissen

Nadere informatie

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE > Retouradres Postbus 90801 2509 LV Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE 2513AA22XA Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4

Nadere informatie

voor de beleggingscommissie van Stichting Pensioenfonds voor Verloskundigen (hierna: SPV).

voor de beleggingscommissie van Stichting Pensioenfonds voor Verloskundigen (hierna: SPV). REGLEMENT BELEGGINGSCOMMISSIE voor de beleggingscommissie van Stichting Pensioenfonds voor Verloskundigen (hierna: SPV). Artikel 1 Vaststelling en reikwijdte Dit reglement geeft, in aanvulling op de statuten,

Nadere informatie

Op welke beleggingsstrategie baseert de beleggingsonderneming haar dienstverlening? Antwoord:

Op welke beleggingsstrategie baseert de beleggingsonderneming haar dienstverlening? Antwoord: Om beleggingsondernemingen goed met elkaar te vergelijken is o.a. inzicht in het beleggingsproces een belangrijke maatstaf. Door vragen te stellen over het beleggingsbeleid krijgt u een goed beeld van

Nadere informatie

Generali beleggingsmogelijkheden pensioen informatie voor de deelnemer

Generali beleggingsmogelijkheden pensioen informatie voor de deelnemer Generali beleggingsmogelijkheden pensioen informatie voor de deelnemer Inhoudsopgave Algemene informatie over dit document 2 1. Zorgvuldig beleggingsbeleid 3 2. Algemene informatie over een pensioen op

Nadere informatie

Pensioen Nieuws. Lichte daling dekkingsgraad

Pensioen Nieuws. Lichte daling dekkingsgraad Pensioen Nieuws Een uitgave van Stichting Pensioenfonds AVEBE #11 juni 14 1 Financiële situatie Pensioenfonds AVEBE 2 Bereid je tijdig voor op je pensioen Uw pensioenoverzicht: weet hoe u er voor staat

Nadere informatie

Waarom onze beleggingsstrategie staat als een huis

Waarom onze beleggingsstrategie staat als een huis Waarom onze beleggingsstrategie staat als een huis Het strategisch beleggingsplan van ABP is stapsgewijs opgebouwd. De strategie is gebaseerd op vier pijlers: 1) de doelstelling van ABP 2) beleggingsovertuigingen

Nadere informatie

Netto pensioenregeling De netto pensioenregeling voor het pensioengevende salaris boven 96.544

Netto pensioenregeling De netto pensioenregeling voor het pensioengevende salaris boven 96.544 ABN AMRO Pensioenen Netto pensioenregeling De netto pensioenregeling voor het pensioengevende salaris boven 96.544 Sinds 1 januari 2015 is de fiscale regelgeving voor pensioenregelingen veranderd. Een

Nadere informatie

Tekst Nationaal regime MiFID. Bijlage. Toetstermen als bedoeld in artikel 36a, lid 2. toetsterm 1

Tekst Nationaal regime MiFID. Bijlage. Toetstermen als bedoeld in artikel 36a, lid 2. toetsterm 1 ijlage Toetstermen als bedoeld in artikel 36a, lid 2 Nummer Termen T* toetsterm 1 Eindterm 5a: De personen zijn in staat met betrekking tot financiële instrumenten uit te leggen aan de consument waarom

Nadere informatie

VERKLARING INZAKE BELEGGINGSBEGINSELEN STICHTING BEDRIJFSTAKPENSIOENFONDS VOOR HET BEROEPSVERVOER OVER DE WEG

VERKLARING INZAKE BELEGGINGSBEGINSELEN STICHTING BEDRIJFSTAKPENSIOENFONDS VOOR HET BEROEPSVERVOER OVER DE WEG VERKLARING INZAKE BELEGGINGSBEGINSELEN STICHTING BEDRIJFSTAKPENSIOENFONDS VOOR HET BEROEPSVERVOER OVER DE WEG 1. Introductie 1.1. Inleiding De Verklaring inzake de beleggingsbeginselen ( Verklaring ) beschrijft

Nadere informatie

Aandachtspunten voor vermogensbeheerders met een eigen aanbieder van beleggingsfondsen. Leidraad om marktpartijen richting en duidelijkheid te geven

Aandachtspunten voor vermogensbeheerders met een eigen aanbieder van beleggingsfondsen. Leidraad om marktpartijen richting en duidelijkheid te geven Aandachtspunten voor vermogensbeheerders met een eigen aanbieder van beleggingsfondsen Leidraad om marktpartijen richting en duidelijkheid te geven December 2015 Autoriteit Financiële Markten De AFM maakt

Nadere informatie

Inzicht in de uitvoeringskosten en vermogensbeheerkosten van Nederlandse pensioenfondsen.

Inzicht in de uitvoeringskosten en vermogensbeheerkosten van Nederlandse pensioenfondsen. LCP NETHERLANDS WERK IN UITVOERING BIJ PENSIOENFONDSEN 2013 Inzicht in de uitvoeringskosten en vermogensbeheerkosten van Nederlandse pensioenfondsen. Lane Clark & Peacock Netherlands B.V. Pension Fund

Nadere informatie

VERKLARING INZAKE BELEGGINGSBEGINSELEN STICHTING CRH PENSIOENFONDS 18 JUNI 2012

VERKLARING INZAKE BELEGGINGSBEGINSELEN STICHTING CRH PENSIOENFONDS 18 JUNI 2012 VERKLARING INZAKE BELEGGINGSBEGINSELEN 18 JUNI 2012 INHOUD 1. Inleiding... 1 2. Organisatie... 2 2.1 Het fonds... 2 2.2 Organisatie... 2 2.3 Toeslagenbeleid... 3 3. Beleggingsbeleid... 4 3.1 Doel van het

Nadere informatie

Beleggingsbeginselen

Beleggingsbeginselen Beleggingsbeginselen Stichting Pensioenfonds voor de Architectenbureaus Versie april 2015 Deze Verklaring beleggingsbeginselen maakt onderdeel uit van het beleggingsbeleid van het pensioenfonds en is aangepast

Nadere informatie

2013 in het kort SAMENVATTING VAN HET JAARVERSLAG

2013 in het kort SAMENVATTING VAN HET JAARVERSLAG 2013 in het kort SAMENVATTING VAN HET JAARVERSLAG 1 Toelichting op het jaarverslag In het Jaarverslag 2013 legt het pensioenfonds uitgebreid verantwoording af over de ontwikkelingen, besluiten en gebeurtenissen

Nadere informatie

Toelichting Inkopen van Netto pensioenaanspraken

Toelichting Inkopen van Netto pensioenaanspraken Toelichting Inkopen van Netto pensioenaanspraken Voor wie? Deze toelichting is van belang voor medewerkers die deelnemen aan de nettopensioenregeling. Doel toelichting Het pensioenfonds communiceert in

Nadere informatie

Verkorte kerngegevens fonds

Verkorte kerngegevens fonds Samenvatting jaarverslag 2010 Deze samenvatting is een ingekorte versie van het Jaar verslag 2010 van Pensioenfonds Horeca & Catering (PH&C). Hierin leest u over de belangrijkste onderwerpen en ontwikkelingen

Nadere informatie

Stichting Bewaarder Robeco

Stichting Bewaarder Robeco Stichting Bewaarder Robeco Jaarrekening over het boekjaar 2013 Stichting Bewaarder Robeco INHOUDSOPGAVE Pagina Algemene informatie 1 Verslag van het Bestuur 2 Algemeen 2 Ontwikkelingen gedurende het verslagjaar

Nadere informatie

ING Dynamic Mix Fondsen Vol vertrouwen aan uw vermogen bouwen

ING Dynamic Mix Fondsen Vol vertrouwen aan uw vermogen bouwen ING Fondsen Vol vertrouwen aan uw vermogen bouwen Zoekt u een aantrekkelijke manier voor vermogensopbouw zonder veel omkijken? Dan zijn de ING Fondsen wellicht iets voor u. ING Fondsen als een moderne,

Nadere informatie

Stichting Pensioenfonds Medisch Specialisten. Vermogensbeheer SPMS. 17 november 2014

Stichting Pensioenfonds Medisch Specialisten. Vermogensbeheer SPMS. 17 november 2014 Stichting Pensioenfonds Medisch Specialisten Vermogensbeheer SPMS 17 november 2014 Structuur SPMS (vermogensbeheer) Bestuur SPMS F&C (verantwoord beleggen) Ortec (ALM studie) Bestuursbureau Investment

Nadere informatie

FEB/2011 MAAND. Rapportage Vermogensbeheer. Stichting Pensioenfonds Productschappen

FEB/2011 MAAND. Rapportage Vermogensbeheer. Stichting Pensioenfonds Productschappen FEB/2011 MAAND Rapportage Vermogensbeheer Stichting Pensioenfonds Productschappen Inhoudsopgave Inleiding... 2 1. Kerncijfers... 3 1.1. Dekkingsgraad... 3 1.2. Rendement... 4 1.3. Vermogensmutaties...

Nadere informatie