MvM URLB Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "MvM URLB 2001. Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001"

Transcriptie

1 MvM URLB 2001 Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001 (tekst bijgewerkt voor Vastgesteld op 20 december 2000, nr. WDB 2000/955M, zoals laatstelijk gewijzigd bij ministeriële regeling van 23 december 2010, nr. DB 2010/281 M, Stcrt. 2010, (Red.: alleen de vet vermelde artikelen zijn in 2011 nog van belang, voor de wergevers die voor het jaar 2011 niet hebben gekozen voor de werkkostenregeling maar voor het oude regime. Voor de toepassing van de URLB 2011 en de werkkostenregeling blijft een groot deel van de toelichting op de URLB 2001 van belang. Daarom hebben we deze hierna onverkort opgenomen.) INHOUDSOPGAVE (aanhef) HOOFDSTUK 1. ALGEMEEN Artikel 1. Reikwijdte Artikel 2. Definities HOOFDSTUK 2. BELASTINGPLICHT (hoofdstuk I van de wet) Artikel 2a. Gezelschappen met hoofdzakelijk leden uit verdragslanden, Aruba, Curaçao, Sint Maarten of de BES eilanden Artikel 2b. Uitzondering op fictieve dienstbetrekking sekswerkers Artikel 3. Niet-inhoudingsplichtigen Artikel 4. Aangewezen inhoudingsplichtige bij de hulp van een thuiswerker Artikel 5. Aangewezen inhoudingsplichtige bij een artiest dan wel een beroepssporter Artikel 6. Bij overeenkomst aangewezen inhoudingsplichtige bij een beroepssporter HOOFDSTUK 3. VOORWERP VAN DE BELASTING (hoofdstuk II van de wet) Artikel 7. Niet tot het loon behorende aanspraken Artikel 8. Loon voor de toepassing van enkele regelingen Artikel 9. Aanvullende voorwaarden vrijstelling bij telewerken Artikel 10. Aanvullende voorwaarden vrijstelling bij woon-werkverkeer waarbij tevens een of meer andere werknemers worden vervoerd [vervallen] Artikel 11. Geclausuleerd verlof Artikel 12. Minimale periode uitkeringstermijnen bij stamrechtspaarrekening en stamrechtbeleggingsrecht Artikel 13. Verlofsparen: geldsparen en tijdsparen [vervallen] Artikel 14. Maximale opbouw in een jaar bij verlofsparen [vervallen] Artikel 15. Toegestane aangroei boven het plafond bij verlofsparen [vervallen] Artikel 16. Wijze van beschikken over verlofspaartegoed [vervallen] Artikel 17. Fooien en dergelijke prestaties van derden Artikel 18. Waarde aanspraak Artikel 19. Waarde aanspraak ingevolge een ziektekostenregeling in eigen beheer voor ten minste 25 werknemers Artikel 20. Waarde van het genot van ter beschikking gestelde communicatiemiddelen Artikel 21. Waarde kleding meewerkende kinderen 1

2 Artikel 21a. Waarde van het genot van een ter beschikking gestelde computer Artikel 21b. Waarde kinderopvang Artikel 21c. Waardering niet in geld genoten loon; privé-gebruik auto HOOFDSTUK 4. VRIJE VERGOEDINGEN EN VERSTREKKINGEN (hoofdstuk IIA van de wet) Artikel 22. Normeringen en beperkingen Artikel 23. Kosten werknemer bij gedeeltelijk vrije vergoedingen en verstrekkingen Artikel 24. Werkkleding Artikel 25. Verhuizing in het kader van de dienstbetrekking Artikel 26. Openbaarvervoerkaart Artikel 27. Aangewezen regio s uitgezonden werknemers Artikel 28. Afgifte EVC-verklaringen Artikel 29. Bedrijfsfitness Artikel 30. Werkruimte Artikel 31. Normering vrije vergoedingen en verstrekkingen werkruimte Artikel 32. Personeelsverenigingen Artikel 32a. Personeelsreizen, personeelsfestiviteiten en dergelijke incidentele personeelsvoorzieningen Artikel 33. Genot van een woning Artikel 34. Genot van bewassing, energie en water Artikel 35. Inwoning Artikel 36. Voordeelurenkaart Artikel 37. Fiets voor woon-werkverkeer Artikel 38. Telefoonabonnement met meerdere aansluitingen of nummers [vervallen] Artikel 39. Telefoon [vervallen] Artikel 40. Tweede of een volgende telefoon bij geheel of nagenoeg geheel zakelijk gebruik [vervallen] Artikel 41. Producten eigen bedrijf Artikel 42. Personeelsfeesten, personeelsfestiviteiten en dergelijke incidentele personeelsvoorzieningen [vervallen] Artikel 43. ARBO Artikel 44. Ongevallenverzekering Artikel 45. Outplacement Artikel 46. Vergoedingen ter zake van consumpties tijdens de werktijd Artikel 47. Vaste vergoedingen Artikel 48. Buitenlandse regelingen inzake kinderopvang [vervallen] Artikel 49. Vrije vergoedingen kinderopvang [vervallen] Artikel 50. Vrije verstrekkingen kinderopvang [vervallen] Artikel 51. Huisvesting aan boord van schepen en baggermaterieel en op boorplatforms en in pakwagens van kermisexploitanten Artikel 52. Bedragen bewassing, energie en water begrepen in bedrag inwoning en huisvesting Artikel 53. Kost aan boord van schepen en baggermaterieel en op boorplatforms [vervallen] Artikel 54. Therapeutisch meeëten [vervallen] Artikel 55. Maaltijden in bedrijfskantines Artikel 56. Kleding die blijft op de plaats waar de arbeid wordt verricht Artikel 57. Ziektekostenregeling met een zeer lage waarde Artikel 58. Collectieve ziektekostenregeling waarvan de waardering hoger zou zijn dan de kosten van een individuele verzekering [vervallen] Artikel 59. Rentevoordeel personeelsleningen HOOFDSTUK 5. PENSIOENREGELINGEN (hoofdstuk IIB van de wet) Artikel 60. Splitsing pensioenregeling Artikel 60a. (Red.: Aanwijzing E.E.R.-staten o.g.v. artikel 19a Wet LB 1964) 2

3 Artikel 61. Samenloop verschillende pensioenstelsels HOOFDSTUK 5A. LEVENSLOOPREGELING (hoofdstuk IIC van de wet) Artikel 61a. Schriftelijke vastlegging levensloopregeling Artikel 61b. Levensloopregeling Artikel 61c. Levenslooprekening Artikel 61d. Levensloopverzekering Artikel 61da. Levenslooprecht van deelneming Artikel 61e. Maximale opbouw in een jaar Artikel 61f. Toegestane aangroei boven het plafond bij een levenslooprekening en bij een levenslooprecht van deelneming Artikel 61g. Toegestane aangroei boven het plafond bij een levensloopverzekering Artikel 61h. Wijze van beschikken over het levenslooptegoed Artikel 61i. Kredietfaciliteit Artikel 61j. Opgebouwde voorziening bij het ingaan van het ouderdomspensioen Artikel 61k. Aangewezen buitenlandse aanbieders HOOFDSTUK 6. TARIEF (hoofdstuk III van de wet) Artikel 62. Afwijkend loontijdvak bij werknemer die doorgaans op minder dan vijf dagen werkzaam is Artikel 63. Afwijkend loontijdvak bij werknemer met vakantiebonnen, vakantietoeslagbonnen of van daarmee overeenkomende aanspraken Artikel 64. Afwijkend loontijdvak bij sommige studenten en scholieren Artikel 64a. Toepassing tabel bijzondere beloningen bij wisseling van werkgever binnen een samenhangende groep inhoudingsplichtigen HOOFDSTUK 7. WIJZE VAN HEFFING (hoofdstuk IV van de wet) Artikel 65. Opgave van gegevens door de werknemer Artikel 66. Identificatieplicht Artikel 66a. Eerstedagsmelding Artikel 67. Loonstaat Artikel 68. Administratie uitkeringen, vergoedingen en verstrekkingen Artikel 69. Loonbelastingkaart en coderingslijst [vervallen] Artikel 70. Loonbelastingkaart huispersoneel [vervallen] Artikel 71. Uitreiken formulieren [vervallen] Artikel 72. Inleveren formulieren [vervallen] Artikel 73. Verplichtingen bij einde inhoudingsplicht Artikel 74. Jaaropgaaf Artikel 75. Uitzonderingen bij het enkel genieten van bepaalde subsidies Artikel 76. Uitzondering bij meewerkende kinderen Artikel 77. Uitzondering bij gerechtigden tot de bijstand Artikel 78. Uitzondering bij gerechtigden tot de inkomensvoorziening kunstenaars. Artikel 79. Geen verplichting tot opgave van persoonlijke gegevens Artikel 79a. Uitzonderingen bij samenhangende groep inhoudingsplichtigen Artikel 80. Verstrekking sociaalfiscaalnummer als overigens geen persoonlijke gegevens hoeven te worden verstrekt Artikel 80a. Afwijkende regels met betrekking tot de verplichting tot het indienen van een correctiebericht HOOFDSTUK 8. EINDHEFFING (hoofdstuk V van de wet) Artikel 81. Uitkeringen van publiekrechtelijke aard Artikel 82. Naar het tabeltarief te belasten bezwaarlijk te individualiseren loon Artikel 82a. Bedrag per maand van het naar het tabeltarief te belasten loon in de vorm van vergoedingen en verstrekkingen Artikel 83. Naar het enkelvoudige tarief te belasten bezwaarlijk te individualiseren loon [vervallen] 3

4 Artikel 84. Naar het enkelvoudige tarief te belasten loon met een bestemmingskarakter Artikel 84a. Aangewezen verstrekkingen aan anderen dan de eigen werknemers Artikel 85. Aangewezen inhoudingsplichtigen bij eindheffing [vervallen] Artikel 85a. Niet-drukkende uitkering, bijdrage of premie ingevolge een regeling voor vervroegde uittreding Artikel 85b. Geen regeling voor vervroegde uittreding HOOFDSTUK 9. AANVULLENDE REGELINGEN (hoofdstuk VI van de wet) Artikel 86. Door tussenkomst van de inhoudingsplichtige uitbetaalde uitkeringen ingevolge de sociale verzekeringen Artikel 87. Doorbetaald loon uit tegenwoordige dienstbetrekking [vervallen] Artikel 88. Meerdere gevallen van loon uit vroegere dienstbetrekking Artikel 89. Berekening van de belasting bij aanvullingen op uitkeringen ingevolge de sociale verzekeringswetten Artikel 90. Berekening van de belasting bij samenloop van pensioenuitkeringen Artikel 91. Samenvoeging van loon Artikel 92. Loon over een ander tijdvak dan het regelmatig wederkerende loon Artikel 93. Nettoloon, gevolgd door periodieke afrekening Artikel 94. Informatieplicht bij loon van derde HOOFDSTUK 10. BELASTINGHEFFING VAN ARTIESTEN EN BEROEPSSPORTERS (hoofdstuk VII van de wet) Artikel 95. Gageverklaring Artikel 96. Identificatieplicht Artikel 97. Loonstaat Artikel 98. Administratie kostenvergoedingen, verstrekkingen in natura en aanspraken Artikel 99. Loonbelastingkaart en coderingslijst [vervallen] Artikel 100. Uitreiken formulieren [vervallen] Artikel 101. Inleveren formulieren [vervallen] Artikel 102. Verplichtingen bij einde inhoudingsplicht [vervallen] Artikel 103. Afwijkende termijnen [vervallen] Artikel 104. Jaaropgaaf Artikel 104a. Uitzonderingen HOOFDSTUK 10A. BELASTINGHEFFING VAN BUITENLANDSE GEZELSCHAPPEN (hoofdstuk VIIA van de wet) Artikel 104b. In Nederland wonende leden van het buitenlandse gezelschap Artikel 104c. Gageverklaring Artikel 104d. Identificatieplicht Artikel 104e. Loonstaat Artikel 104f. Administratie kostenvergoedingen, verstrekkingen in natura en aanspraken Artikel 104g. Loonbelastingkaart en coderingslijst [vervallen] Artikel 104h. Uitreiken formulieren [vervallen] Artikel 104i. Inleveren formulieren [vervallen] Artikel 104j. Uitzonderingen HOOFDSTUK 11. OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN Artikel 105. Overgangsregelingen loonbelastingverklaringen Artikel 106. Overgangsregeling niet-drukkende uitkering, bijdrage of premie ingevolge een regeling voor vervroegde uittreding Artikel 107. Actuariële herrekening bij uitstel ingangsdatum Artikel 107a. Overgangsregeling producten eigen bedrijf Artikel 108. Overgangsregeling aanspraken ingevolge een verlofspaarregeling Artikel 109. Verhoging maximale opbouw aanspraken ingevolge een levensloopregeling Artikel 109a. Toerekening van door afkoop pensioen ontstane aanspraken ingevolge een levensloopregeling aan andere inhoudingsplichtige Artikel 110. Overgangsregeling vakantiebonnen, vakantietoeslagbonnen en daarmee overeenkomende aanspraken 4

5 Artikel 110a. Verrekening sociale uitkeringenin het jaar 2006 [vervallen] Artikel 111. Toerekening loon van het jaar 2006 aan het jaar 2005 [vervallen] Artikel 111a. Toerekening loon aan verstreken tijdvakken binnen het jaar 2006 [vervallen] Artikel 111b. Toerekening loon van het jaar 2007 aan het jaar 2006 [vervallen] Artikel 111c. Toerekening loon aan verstreken tijdvakken binnen het jaar 2007 [vervallen] Artikel 112. Intrekking van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 1990 Artikel 113. Inwerkingtreding Artikel 114. Citeertitel Bijlage bij de toelichting op de Uitvoeringsregeling LB Transponeringstabel (aanhef) De staatssecretaris van Financiën, Gelet op de artikelen 2, 6, 8, 8a, 11, 12, 13, 15a, 15b, 15c, 15d, 16, 16a, 16c, 17, 18, 19f, 25, 28, 29, 31, 32b, 33 en 35b van de Wet op de loonbelasting 1964, artikel II van hoofdstuk 2 van de Invoeringswet Wet inkomstenbelasting 2001 en artikel 8 van het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965; Voor zoveel nodig in overeenstemming met de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid; Besluit: HOOFDSTUK 1. ALGEMEEN (Algemeen) De Wet op de loonbelasting 1964 (hierna: de wet) wordt met ingang van 1 januari 2001 door de Invoeringswet Wet inkomstenbelasting 2001 ingrijpend gewijzigd. In verband daarmee zouden veel wijzigingen in de Uitvoeringsregeling loonbelasting 1990 (hierna: de Uitvoeringsregeling LB 1990) moeten worden aangebracht. In plaats van al deze wijzigingen in de Uitvoeringsregeling LB 1990 aan te brengen, waarbij ook diverse artikelen en onderdelen van artikelen zouden moeten verplaatst, heb ik ervoor gekozen met ingang van 1 januari 2001 een nieuwe uitvoeringsregeling in te voeren: de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001 (hierna: de Uitvoeringsregeling LB 2001). In de artikelsgewijze toelichting wordt ingegaan op de per 1 januari 2001 inhoudelijk nieuwe bepalingen. Bij de andere bepalingen wordt aangegeven waaraan zij zijn ontleend. In zoverre blijft de oorspronkelijke toelichting van belang. Als bijlage bij deze toelichting is een transponeringstabel opgenomen. (WDB2003/47M - Algemeen) Deze regeling bevat wijzigingen van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001 en de Uitvoeringsregeling Belastingdienst Voor de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001 gaat het onder andere om de zogenoemde artiestenregeling. Met ingang van 1 januari 2002 is in de Wet op de loonbelasting 1964 Hoofdstuk VIIA (Belastingheffing van buitenlandse gezelschappen) geïntroduceerd. In dat hoofdstuk zijn een aantal administratieve verplichtingen opgenomen die in de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001 moeten worden uitgewerkt. Dit gebeurt nu (enigszins vertraagd) bij deze regeling. Getracht is de administratieve verplichtingen zoveel mogelijk te beperken. Voorts is mogelijk gemaakt dat de inhoudingsplichtige een eigen model voor de gage(verdelings)verklaring mag gebruiken in plaats van het model van de Belastingdienst. Voor de loonbelastingverklaring was dit al toegestaan. Tenslotte zijn er een aantal kleine technische wijzigingen. ( ) (WDB 2003/650M - Algemeen) De onderhavige uitvoeringsregeling bevat wijzigingen van enige fiscale uitvoeringsregelingen, waarbij een belangrijk deel van deze wijzigingen voortvloeit uit het belastingplan De in de verschillende uitvoeringsregelingen aangebrachte wijzigingen die inhoudelijk van belang zijn, worden hierna onder de artikelen toegelicht. 5

6 Ook bevat deze regeling een aantal bepalingen waarmee bedragen in de Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001, de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001 en de Uitvoeringsregeling afdrachtvermindering worden geactualiseerd aan de hand van verschillende indexcijfers en dergelijke. Het gaat om de bedragen in de artikelen 21, 36, 38 en 40 van de Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001, de artikelen 21, 32, 34, 35, 38, 49, 51, 53, 55, 58 en 59 van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001 en artikel 6 van de Uitvoeringsregeling afdrachtvermindering. Deze worden niet apart toegelicht. (WDB2004/706 - Algemeen) De onderhavige regeling bevat wijzigingen van enige fiscale uitvoeringsregelingen, te weten de Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001, de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001 en de Uitvoeringsregeling afdrachtvermindering. De wijzigingen houden verband met de inwerkingtreding bij Stb. 555 van het fiscale deel van de Wet kinderopvang (Wet van 9 juli 2004, Stb. 455) met ingang van 1 januari (WDB2004/756 - Algemeen) De onderhavige uitvoeringsregeling bevat wijzigingen van enige fiscale uitvoeringsregelingen, waarbij een belangrijk deel van deze wijzigingen voortvloeit uit het belastingplan De in de verschillende uitvoeringsregelingen aangebrachte wijzigingen die inhoudelijk van belang zijn, worden hierna onder de artikelen toegelicht. (WDB2005/197 - Algemeen) Inleiding In deze regeling worden in de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001 de per 1 januari 2005 in de Wet op de loonbelasting 1964 opgenomen bepalingen inzake regelingen voor vervroegde uittreding en de per 1 januari 2006 in de Wet op de loonbelasting 1964 opgenomen bepalingen inzake de levensloopregeling nader uitgewerkt. In de Uitvoeringsregeling werknemersspaarregelingen en winstdelingsregelingen wordt een bepaling aangebracht in verband met het deblokkeren van spaarloon voor uitgaven voor kinderopvang. De aanpassing van de fiscale behandeling van VUT-regelingen, de deblokkering van spaarloon voor uitgaven voor kinderopvang en de introductie van de levensloopregeling zijn opgenomen in de Wet aanpassing fiscale behandeling VUT/prepensioen en introductie levensloopregeling (Stb. 2005, 115). In de memorie van toelichting op deze wet zijn tevens de verwachte effecten voor de administratieve lasten van de aanpassingen in beeld gebracht. Uit de in deze regeling opgenomen bepalingen vloeien geen zelfstandige effecten voor de administratieve lasten bij inhoudingsplichtigen voort. Regelingen voor vervroegde uittreding Met ingang van 1 januari 2005 is in de Wet op de loonbelasting 1964 de fiscale behandeling van regelingen voor vervroegde uittreding gewijzigd. In artikel 32aa van de wet is geregeld dat bij ministeriële regeling nadere regels kunnen worden gesteld. De voorliggende wijziging van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001 geeft uitvoering aan deze delegatiebevoegdheid. (WDB2005/179 - Algemeen) Inleiding Bij deze wijzigingsregeling wordt een drietal fiscale uitvoeringsregelingen gewijzigd. De in de verschillende uitvoeringsregelingen aangebrachte wijzigingen worden hierna toegelicht. (WDB2005/197 - Algemeen) Levensloopregeling In de Wet op de loonbelasting 1964 is met ingang van 1 januari 2006 een hoofdstuk IIC inzake de levensloopregeling opgenomen. In artikel 19g van de wet is geregeld dat bij ministeriële regeling nadere regels kunnen worden gesteld. De voorliggende wijziging van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001 geeft uitvoering aan deze delegatiebevoegdheid. De bepalingen met betrekking tot de verlofspaarregeling vervallen in samenhang met de introductie van de levensloopregeling. (WDB 2005/425M - Algemeen) Met deze regeling worden de Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001, de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001, de Uitvoeringsregeling werknemersspaarregelingen en winstdelingsregelingen, de Regeling loonbelasting- en premietabellen 1990 en de Uitvoeringsregeling Algemene wet inzake rijksbelastingen 1994 gewijzigd in verband met de inwerkingtreding met ingang van 1 januari 2006 van voor de loonheffingen van belang zijnde bepalingen in de Wet financiering sociale verzekeringen (verder: de Wfsv) en de Invoeringswet Wet financiering sociale verzekeringen (verder: de Invoeringswet Wfsv). Voorzover door deze regeling inhoudelijke wijzigingen worden aangebracht, zijn deze al aan de orde gekomen bij de parlementaire behandeling van de Wfsv en de Invoeringswet Wfsv. Het gaat daarbij om de bepalingen met betrekking tot: 6

7 - het indienen van correctieberichten in enkele bijzondere situaties; - het aangiftetijdvak. Er vervallen bepalingen omdat de inhoudingsplichtigen met betrekking tot de jaren 2006 en volgende niet meer zijn verplicht loonbelastingkaarten aan de inspecteur toe te sturen. Veel bepalingen worden in verband met de Wfsv en de Invoeringswet Wfsv aangepast of vernummerd zonder dat van een inhoudelijke wijziging sprake is. Alle wijzigingen worden hierna artikelsgewijs toegelicht. De effecten van de wijzigingen op de administratieve lasten voor het bedrijfsleven zijn reeds meegenomen bij de in de toelichtingen op de desbetreffende wetsvoorstellen vermelde effecten van alle in het kader van die wetsvoorstellen voorgestelde maatregelen. De daar vermelde effecten zijn namelijk, conform de bestaande praktijk, inclusief de effecten van met de wetswijzigingen samenhangende lagere regelgeving (uitvoeringsbesluiten en uitvoeringsregelingen). De Uitvoeringsregeling inleners-, keten- en opdrachtgeversaansprakelijkheid 2004 wordt later dit jaar nog gewijzigd in verband met (onder meer) de Wfsv en de Invoeringswet Wsfv. (SV/F&W/05/ Algemeen) Op grond van artikel 49 van de Invoeringswet Wet financiering sociale verzekeringen kunnen met het oog op een goede invoering van de Wet financiering sociale verzekeringen (verder: de Wfsv) regels worden gesteld, waarbij zo nodig kan worden afgeweken van onder meer de Wfsv, de Wet op de loonbelasting 1964 en de Wet inkomstenbelasting Van deze mogelijkheid wordt gebruik gemaakt om tegemoet te komen aan de praktijk waarin het wettelijke genietingsmoment niet voor alle loonelementen op dezelfde wijze wordt toegepast. Daarbij gaat het in de eerste plaats om betalingen en verstrekkingen in januari 2006 van loon dat op het jaar 2005 betrekking heeft. Onder de voorwaarde van een bestendige gedragslijn van de inhoudingsplichtige inzake de toerekening van dergelijke loonbetalingen aan het jaar waarop deze betrekking hebben, kunnen deze betalingen en verstrekkingen nog in de laatste aangifte over het jaar 2005 worden verwerkt. Daarbij gaat het in de tweede plaats om betalingen van loon over verstreken loontijdvakken binnen het jaar 2006, bijvoorbeeld een loonsverhoging met terugwerkende kracht. Eveneens onder de voorwaarde van een bestendige gedragslijn van de inhoudingsplichtige kunnen deze betalingen worden toegerekend aan de loontijdvakken waarop zij betrekking hebben, zo nodig door middel van correctieberichten. Uiterlijk in het jaar 2006 wordt een onderzoek afgerond naar eventuele wetswijzigingen met betrekking tot deze onderwerpen. Van deze mogelijkheid is tevens gebruik gemaakt om een eenduidige regeling te treffen voor de situatie dat sociale uitkeringen met elkaar worden verrekend. Het is de bedoeling dat die regeling met ingang van 1 januari 2007 in de Wet op de loonbelasting 1964 wordt opgenomen. Deze regelingen worden voor de toegankelijkheid opgenomen in de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001 en niet in een afzonderlijke ministeriële regeling. Zij zijn zowel van belang voor de loonbelasting/premie volksverzekeringen als voor de premies werknemersverzekeringen. (DDB2005/62M - Algemeen) De onderhavige uitvoeringsregeling bevat wijzigingen van enige fiscale uitvoeringsregelingen. Het merendeel van de wijzigingen vloeit voort uit het Belastingplan 2006 en uit de VUT/prepensioen-wetgeving en introductie levensloopregeling. Verder betreft het onder meer wijzigingen die verband houden met de regeling voor de auto van de zaak. Daarnaast hebben de invoering van de Zorgverzekeringswet en de Wet kinderopvang enkele wijzigingen tot gevolg. Door de Invoeringswet Wet financiering sociale verzekeringen wordt met ingang van 1 juli 2006 de eerstedagsmelding ingevoerd. De wijze waarop deze eerstedagsmelding moet geschieden, is in de onderhavige regeling nader uitgewerkt. Ook de Uitvoeringsregeling inleners-, keten- en opdrachtgeversaansprakelijkheid 2004 is afgestemd op de inwerkingtreding van de Wet financiering sociale verzekeringen en de Invoeringswet Wet financiering sociale verzekeringen. De invoering van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen heeft een enkele wijziging in gehanteerde terminologie tot gevolg. Ook zijn bedragen aangepast aan loon- of prijsontwikkelingen. ( ) 7

8 (DB2006/261M - Algemeen) De onderhavige uitvoeringsregeling bevat wijzigingen van enige fiscale uitvoeringsregelingen, waarbij een belangrijk deel van deze wijzigingen voortvloeit uit wetswijzigingen per 1 januari De meeste wijzigingen hebben dan ook terugwerkende kracht tot 1 januari Deze terugwerkende kracht heeft geen nadelige effecten voor burgers en bedrijven. ( ) (ARBO/A&V/2006/99971) (Red.: Betreft aanpassing verwijzing in artikel 9, tweede lid, i.v.m. wijziging Arbeidsomstandighedenbesluit.) (DB2006/658M - Algemeen) De onderhavige regeling bevat wijzigingen van enige fiscale uitvoeringsregelingen, waarbij een belangrijk deel voortvloeit uit het Belastingplan 2007, het Wijzigingsplan Paarse krokodil, ( ). Daarnaast houden wijzigingen verband met ( ) en de invoering van de wettelijke werkgeversbijdrage in de kosten van kinderopvang per 1 januari Voorts zijn bedragen aangepast aan loon- of prijsontwikkelingen. Tevens zijn enige omissies hersteld. ( ) (DB2007/39M - Algemeen) Bij deze wijzigingsregeling wordt een zevental fiscale uitvoeringsregelingen gewijzigd. In de eerste plaats wordt bij deze wijzigingsregeling de regeling voor bedrijfsfitness zodanig uitgebreid dat deze ook van toepassing is als een werkgever een contract heeft met één fitnessbedrijf waarbij de werknemers in alle vestigingen van dat fitnessbedrijf terecht kunnen. Daarnaast bevat deze wijzigingsregeling enkele technische aanpassingen van een aantal andere bepalingen. ( ) (DB2007/346M - Algemeen) Op grond van artikel 64 van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001 kan voor studenten en scholieren het kwartaal als loontijdvak in aanmerking worden genomen. ( ) Deze wijziging in de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001 sluit aan bij de wijziging van de studenten- en scholierenregeling in de Regeling Wfsv per 1 juli Hiermee wordt de definitie van de groep studenten en scholieren die in aanmerking komt voor deze twee regelingen met terugwerkende kracht tot en met 1 juli 2007 gelijkgeschakeld. (DB2007/655M - Algemeen) De onderhavige regeling bevat wijzigingen van enige fiscale uitvoeringsregelingen, waarbij een deel voortvloeit uit het Belastingplan 2008, de Overige fiscale maatregelen 2008 en de Fiscale onderhoudswet ( ) Voorts zijn bedragen aangepast aan loon- of prijsontwikkelingen. Tevens zijn redactionele wijzigingen doorgevoerd, zijn enige omissies hersteld ( ). (DB2008/675M - Algemeen) Op grond van artikel 2ca van het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965 (UBLB 1965) en artikel 5a van het Besluit van 24 december 1986, tot aanwijzing van gevallen waarin een arbeidsverhouding als dienstbetrekking wordt beschouwd (Stb. 655) (hierna: het Besluit van 24 december 1986) wordt de arbeidsrelatie van een sekswerker aangemerkt als een dienstbetrekking. Alleen als wordt voldaan aan bij ministeriële regeling nader te stellen regels, wordt de arbeidsrelatie niet als dienstbetrekking beschouwd. Deze regels, het zogenoemde "voorwaardenpakket", worden in de onderhavige ministeriële regeling uitgewerkt. Voor de achtergrond van het voorwaardenpakket wordt verwezen naar de toelichting op artikel 2ca en artikel 7 van het UBLB 1965 en artikel 5a van het Besluit van 24 december (DB2008/705M - Algemeen) De onderhavige regeling bevat wijzigingen van enige fiscale uitvoeringsregelingen, waarbij een deel voortvloeit uit het Belastingplan 2009, de Overige fiscale maatregelen 2009, de Fiscale onderhoudswet 2009 ( ). Voorts zijn bedragen aangepast aan loon- of prijsontwikkelingen. Tevens zijn redactionele wijzigingen doorgevoerd en zijn enige omissies hersteld.( ) (DWJZ/SWW Algemeen) Met de Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten is een nieuwe regeling geïntroduceerd voor de financiële compensatie van mensen die door gezondheidsproblemen geconfronteerd worden met meerkosten. In deze ministeriële regeling zijn nadere regels gesteld ter uitvoering van deze wet en het daarop berustende Besluit tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten. Het gaat hierbij om nadere regels ten aanzien van de nadere afbakening van de doelgroep. ( ) Daarnaast zijn enkele fiscale bepalingen opgenomen. Dit betreft enerzijds bepalingen in de Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001 die betrekking hebben op de fiscale regeling uitgaven voor specifieke zorgkosten zoals geregeld in de Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten. Anderzijds betreft dit bepalingen in de 8

9 Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001 die betrekking hebben op het aanmerken van de tegemoetkoming arbeidsongeschikten als eindheffingsbestanddeel voor de loonbelasting. ( ) (DB 2009/83M - Algemeen) Onderhavige ministeriële regeling wijzigt enkele fiscale uitvoeringsregelingen. Het betreft voornamelijk herstel van door wetswijziging achterhaalde verwijzingen. Daarnaast worden de mogelijkheden voor de toepassing van eindheffing verruimd. Het gaat hierbij om de toepassing van eindheffing op vergoedingen en verstrekkingen van dubbele huisvesting en op het voordeel ter zake van de terbeschikkingstelling van beveiligde auto's. Budgettaire consequenties en administratieve lasten Deze regeling heeft geen budgettaire effecten. Dat geldt ook voor de verruimde mogelijkheden voor de toepassing van de eindheffing, aangezien hierbij het tabeltarief van toepassing is en het effect op inkomensafhankelijke regelingen te verwaarlozen is. Voor een zeer kleine groep inhoudingsplichtigen treedt een lichte stijging op van de administratieve lasten aangezien de catalogusprijs, na keuze voor eindheffing, moet worden gesplitst in het gedeelte dat in de reguliere bijtelling meeloopt en het aan beveiliging toerekenbare gedeelte, waarop de eindheffing mag worden toegepast. (DWJZ/SWW Algemeen) Deze ministeriële regeling strekt tot aanpassing van verschillende ministeriële regelingen aan de Wet investeren in jongeren (hierna: WIJ). De wijzigingen in deze ministeriële regeling zijn technisch van aard ( ) (Red.: Betreft toevoeging, m.i.v. 1/10/2009, van of de Wet investeren in jongeren in artikel 77 en 88.) (IVV/LZW/2009/ Algemeen) Met deze regeling wordt een aantal ministeriële regelingen technisch aangepast in verband met de inwerkingtreding van de Wet van PM tot wijziging van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten in verband met het bevorderen van de participatie van jonggehandicapten door werk en ondersteuning. Na inwerkingtreding van deze wet luidt de citeertitel van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (WAJONG): Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (Wet Wajong). ( ) (Red.: Betreft wijziging citeertitel WAJONG in artikel 79, m.i.v. een op 31/12/2009 nog onbekend tijdstip.) (DB 2009/717M - Algemeen) Deze regeling voorziet in de aanpassing van enige uitvoeringsregelingen in verband met de invoering van het burgerservicenummer. Het burgerservicenummer is een persoonsnummer voor algemeen gebruik binnen de overheid en in contacten met de overheid, dat grotendeels in de plaats is getreden van het bestaande sociaal-fiscaalnummer. De grondslag voor de invoering van het burgerservicenum-mer is opgenomen in de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer, die op 26 november 2007 in werking is getreden. Sinds die datum heeft iedereen die in een gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens is ingeschreven, een burgerservicenummer. Omdat het mogelijk is dat er personen zijn die een sociaal-fiscaalnummer hebben maar die niet in aanmerking komen voor een burgerservicenummer, zal de mogelijkheid blijven bestaan in die gevallen het sociaalfiscaalnummer te gebruiken. Hiervoor is de formulering gekozen of, bij het ontbreken daarvan, het sociaalfiscaalnummer. Dit kan zich bijvoorbeeld voordoen bij personen die niet in Nederland wonen maar wel een binnenlandse bron van inkomsten (bijvoorbeeld loon) hebben. ( ) (DB M - Algemeen) De onderhavige regeling bevat wijzigingen van enige fiscale uitvoeringsregelingen, waarbij een deel voortvloeit uit het Belastingplan 2010, Overige fiscale maatregelen 2010, Fiscale vereenvoudigingswet 2010 en de wet van 23 december 2009 houdende wijziging van de Successiewet 1956 en enige andere belastingwetten (vereenvoudiging bedrijfsopvolgingsregeling en herziening tariefstructuur in de Successiewet 1956, alsmede introductie van een regeling voor afgezonderd particulier vermogen in de Wet inkomstenbelasting 2001 en de Successiewet 1956) (Stb 564). (...) Voorts zijn bedragen aangepast aan loon- of prijsontwikkelingen. Tevens zijn redactionele wijzigingen doorgevoerd en zijn enige omissies hersteld. Aan de wijzigingen van de diverse regelingen zijn geen zelfstandige budgettaire, nalevings- of uitvoeringseffecten verbonden. (...) (DV 2010/76 - Algemeen) In de onderhavige regeling is het herstel van een aantal omissies opgenomen die samenhangen met de regeling van de Staatssecretaris van Financiën van 17 december 2009, nr. DB M, tot wijziging van enige fiscale uitvoeringsregelingen (Stcrt ). De wijzigingen zijn van louter redactionele aard en beogen naast de correctie van de wijzigingsopdrachten de bij de regeling van 17 december 2009 bedoelde 9

10 gevolgen alsnog door te voeren. Terugwerkende kracht is wenselijk teneinde ieder mogelijk misverstand omtrent de situatie met ingang van 1 januari 2010 weg te nemen. (...) (nr. DB 2010/281 M, Stcrt. 2010, 21111, Algemeen) De onderhavige regeling bevat wijzigingen van enige fiscale uitvoeringsregelingen, van enkele overige uitvoeringsregelingen en van de Wet op de accijns, waarbij een deel voortvloeit uit het Belastingplan 2011 (hierna: BP 2011), Overige fiscale maatregelen 2011 (hierna: OFM 2011) en de Fiscale verzamelwet Daarnaast betreft het zelfstandige wijzigingen en de implementatie van Europese regelgeving of internationale verdragen. Ook zijn bedragen en percentages geactualiseerd en aangepast aan loon- of prijsontwikkelingen, zijn redactionele wijzigingen doorgevoerd en zijn enige omissies hersteld. (...) In de onderhavige regeling zijn wijzigingen aangebracht in: de Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001 (hierna: URIB 2001), de Uitvoeringsregeling willekeurige afschrijving 2001, de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001 (hierna: URLB 2001), de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2011 (hierna: URLB 2011), de Uitvoeringsregeling afdrachtvermindering, (...). De meeste wijzigingen in de onderhavige regeling betreffen technische wijzigingen. Deze houden onder meer verband met de invoering van de werkkostenregeling, de uitvoering van de motie Jurgens c.s.1, het doortrekken van een bestaande anti-ontgaansbepaling inzake de VUT-heffing, (...). Ook worden diverse regelingen aangepast in verband met de vervanging van de URLB 2001 door de URLB Ten slotte worden enkele terminologische aanpassingen doorgevoerd in verband met de staatskundige herziening van het Koninkrijk per 10 oktober 2010 en in verband met de wijziging van de namen van enkele ministeries sinds het aantreden van het nieuwe kabinet. (...) Als bijlage bij deze toelichting zijn de bij de toelichting op de URLB 2011 behorende transponeringstabellen opgenomen in verband met de in de onderhavige regeling ter zake van de URLB 2011 opgenomen wijzigingen. (...) Artikel 1. Reikwijdte Deze regeling geeft uitvoering aan de artikelen 5b, 6, 8, 8a, 11, 11a, 12, 13, 13bis, 15a, 15b, 15c, 15d, 17, 18, 19a, 19f, 19g, 25, 28, 28a, 29, 31, 32ab, 32b, 32ba, 33, 35b, 35d, 35e, 35k, 35l en 35m van de Wet op de loonbelasting 1964, artikel 8 van het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965 en artikel 15 van de Wet financiering volksverzekeringen. Deze bepaling noemt de artikelen in de wet, de Invoeringswet Wet inkomstenbelasting 2001, het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965 (hierna: het besluit) en de Wet financiering volksverzekeringen waarop de in de Uitvoeringsregeling LB 2001 opgenomen bepalingen zijn gebaseerd. Er is geen uitvoering gegeven aan de delegatiebepalingen in artikel 2 en artikel 16a van de wet omdat daaraan thans geen behoefte bestaat. (WDB2002/813 - Art.gew. toelichting) Deze wijziging houdt verband met het vervallen van de delegatiebepaling in artikel 15, vierde lid, van de Wet financiering volksverzekeringen. Voor een nadere toelichting zij verwezen naar de toelichting bij de wijziging van artikel 74 hierna. (WDB 2003/650M - Art.gew. toelichting) Het vervallen van de verwijzing naar de artikelen 16 en 16b van de wet hangt samen met het vervallen van deze artikelen in de wet bij de Wet van 18 december 2003, Stb. 526, tot wijziging van enkele belastingwetten c.a. (Belastingplan 2004). (WDB 2005/197M - Art.gew. toelichting) In artikel 1 wordt artikel 32aa van de wet toegevoegd. Artikel 32aa van de wet bevat een delegatiebepaling op grond waarvan in lagere regelgeving met betrekking tot de eindheffing ter zake van premies voor en uitkeringen ingevolge regelingen voor vervroegde uittreding, nadere regels kunnen worden gesteld. (WDB 2005/197M - Art.gew. toelichting) In artikel 1 wordt artikel 19g van de wet toegevoegd. Artikel 19g van de wet bevat een delegatiebepaling op grond waarvan in lagere regelgeving elementen van de levensloopregeling nader worden vormgegeven. (WDB 2005/425M - Art.gew. toelichting) Deze wijziging geeft aan dat in de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001 mede uitvoering wordt gegeven aan de delegatiebepaling van artikel 28a van de Wet op de loonbelasting 1964, welk artikel 28a in de Wet op de loonbelasting 1964 wordt ingevoegd bij de Invoeringswet Wfsv. 10

11 (DDB2005/62M - Art.gew. toelichting) In artikel 1, eerste lid, wordt een tweetal artikelen ingevoegd. Artikel 13bis van de wet bevat delegatiebepalingen op grond waarvan in lagere regelgeving ter zake van de mede voor privédoeleinden ter beschikking gestelde auto nadere regels gesteld kunnen worden. Artikel 32ab van de wet bevat een delegatiebepaling op grond waarvan in lagere regelgeving ter zake van verstrekkingen aan anderen dan de eigen werknemers eindheffingsbestanddelen worden aangewezen. (DB2006/658M - Art.gew. toelichting) De delegatiebepaling in artikel 16a, tweede lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 wordt geschrapt omdat daaraan geen behoefte blijkt te bestaan. Daarom kan de verwijzing naar deze bepaling in artikel 1 van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001 vervallen. (DB 2009/83M - Art.gew. toelichting) In de artikelen 1, 85a, 85b en 106 van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001 worden de verwijzingen naar artikel 32aa Wet LB 1964 vervangen door verwijzingen naar artikel 32ba Wet LB Deze wijzigingen hangen samen met de vernummering van artikel 32aa Wet LB 1964 tot artikel 32ba Wet LB 1964, zoals opgenomen in artikel II, onderdeel G, van de Wet van 11 december 2008 tot wijziging van enige belastingwetten (Belastingheffing excessieve beloningsbestanddelen) (Stb. 547). Met deze wijzigingen zijn dus geen inhoudelijke wijzigingen beoogd. Omdat de genoemde vernummering van artikel 32aa Wet LB 1964 reeds per 1 januari 2009 heeft plaatsgevonden, werken deze wijzigingen terug tot en met 1 januari (DB M - Art.gew. toelichting) De Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001 geeft met ingang van 1 januari 2010 ook uitvoering aan de artikelen 11a en 19a van de Wet op de loonbelasting 1964 (Wet LB 1964). Daarom is artikel 1 van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001 aangevuld met een verwijzing naar deze artikelen. Artikel 2. Definities 1. Deze regeling verstaat onder: a. wet: de Wet op de loonbelasting 1964; b. besluit: het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965; c. verbonden vennootschap: een verbonden vennootschap, bedoeld in artikel 10a, zevende lid, van de wet; d. inhoudingsplichtigenverklaring: de verklaring dat degene aan wie die verklaring is afgegeven ten aanzien van artiesten dan wel beroepssporters als inhoudingsplichtige is aangewezen; e. jaaropgaaf: de opgave van het in het kalenderjaar genoten loon, de ingehouden belasting en andere gegevens die van belang kunnen zijn voor de heffing van de inkomstenbelasting; f. belasting, ingeval artikel 27b, eerste lid, van de wet van toepassing is: het gezamenlijke bedrag van de belasting en de premie voor de volksverzekeringen; g. heffingskorting: de heffingskorting, bedoeld in hoofdstuk III van de wet; h. openbaar vervoer: voor een ieder openstaand personenvervoer volgens een dienstregeling met een auto, bus, trein, tram, metro, veerpont of een via een geleidesysteem voortbewogen voertuig. 2. In deze regeling wordt onder een uitkering ingevolge een sociale verzekeringswet mede verstaan de toeslag die ingevolge de Toeslagenwet wordt verleend op die uitkering. Deze bepaling, waarin voor de Uitvoeringsregeling LB 2001 van belang zijnde begrippen worden gedefinieerd, is gedeeltelijk ontleend aan artikel 1, tweede lid, van de Uitvoeringsregeling LB Begrippen als beroepsmatige kinderopvang, woon-werkverkeer, reisafstand en artiest zijn niet meer gedefinieerd omdat in de desbetreffende bepalingen in de wet al definities zijn opgenomen die met zoveel woorden ook gelden voor de daarop berustende bepalingen. Het begrip overhevelingstoeslag wordt ook niet meer gedefinieerd, omdat de Wet overhevelingstoeslag opslagpremies per 1 januari 2001 vervalt. Tevens zijn niet meer gedefinieerd formulieren als de loonbelastingverklaring, de loonstaat, de loonbelastingkaart, de coderingslijst en de loonbelastingkaart huispersoneel. De reden daarvoor is dat deze formulieren met ingang van 1 januari 2001 niet meer 11

12 officieel bij ministeriële regeling worden vastgesteld. Overigens moeten de door de inspecteur uitgereikte formulieren worden gebruikt (met uitzondering van de loonstaat, waarbij de inspecteur alleen het model aan de inhoudingsplichtige uitreikt). Nieuw is de definitie van het begrip verbonden vennootschap. Dit begrip is van belang voor de regelingen met betrekking tot producten uit eigen bedrijf en personeelsleningen. Ook nieuw is de definitie van het begrip heffingskorting. Het gaat om de heffingskorting voor de loonbelasting die bestaat uit de algemene heffingskorting, de arbeidskorting, de ouderenkorting, de aanvullende ouderenkorting en de jonggehandicaptenkorting. Uitgangspunt is dat de werknemer de heffingskorting slechts bij een inhoudingsplichtige kan toepassen. Afhankelijk van de omstandigheden van de werknemer kan de inhoudingsplichtige in het algemeen een tabel toepassen waarin de heffingskorting voorzover van belang is verwerkt. Ook nieuw is de definitie van het begrip openbaar vervoer, teneinde voor dit begrip zoveel mogelijk duidelijkheid te scheppen in de praktijk. Deze definitie verwijst naar artikel 1, onderdeel e, van de Wet Personenvervoer: voor een ieder openstaand personenvervoer per trein, metro, tram, bus of auto volgens een dienstregeling. (WDB2001/760 - Algemeen) ( )In artikel 2 van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001 is de definitie van openbaar vervoer eveneens gewijzigd. Deze wijziging is gelijk aan de wijziging van de definitie van openbaar vervoer in de Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting (DB2006/658M - Art.gew. toelichting) Artikel 2, eerste lid, onderdeel c, Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001 heeft sinds enige jaren geen functie meer binnen de huidige Uitvoeringsregeling loonbelasting Deze definitiebepaling wordt in de overige artikelen van de uitvoeringsregeling namelijk niet toegepast. De bepaling is dus overbodig en kan daarom komen te vervallen. (DB2007/39M - Art.gew. toelichting) Met betrekking tot de situatie dat de werknemer ook premieplichtig is voor de volksverzekeringen, is bepaald dat de heffing van de loonbelasting en de premie voor de volksverzekering geschiedt in één bedrag dan wel in één percentage, met overeenkomstige toepassing van de regels die gelden voor de heffing en de invordering van de loonbelasting. Met ingang van 1 januari 2006 is deze bepaling, die voorheen was opgenomen in artikel 27, tweede lid, eerste volzin, van de Wet op de loonbelasting 1964, overgebracht naar het nieuwe artikel 27b, eerste lid, van die wet. Door een omissie was de in artikel 2, eerste lid, onderdeel f, van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001 opgenomen verwijzing nog niet aangepast. Deze omissie wordt nu met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2006 hersteld. Artikel 2, eerste lid, onderdeel g, van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001 is met ingang van 1 januari 2007 verletterd tot artikel 2, eerste lid, onderdeel f. De wijziging die thans met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2006 wordt aangebracht, werkt automatisch door in de verlettering die per 1 januari 2007 heeft plaatsgevonden. HOOFDSTUK 2. BELASTINGPLICHT (hoofdstuk I van de wet) Artikel 2a. Gezelschappen met hoofdzakelijk leden uit verdragslanden, Aruba, Curaçao, Sint Maarten of de BES eilanden 1. Aan het in artikel 5b, eerste lid, onder 2, van de wet bedoelde aannemelijk maken wordt voldaan, indien degene met wie het gezelschap het optreden in Nederland of de sportbeoefening in Nederland is overeengekomen of degene van wie het gezelschap de gage ontvangt, voor aanvang van het optreden of de sportbeoefening aan de hand van een document waarvan hij een afschrift voor controle beschikbaar houdt als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder 1 tot en met 3, van de Wet op de identificatieplicht, van ten minste het merendeel van de leden heeft vastgesteld dat zij inwoner zijn van dan wel gevestigd zijn in een land waarmee de Staat der Nederlanden een verdrag ter voorkoming van dubbele belasting heeft gesloten, Aruba, Curaçao, Sint Maarten of de BES eilanden. 12

13 2. Aan het in artikel 5b, eerste lid, onder 2, van de wet bedoelde aannemelijk maken is ook voldaan, indien degene met wie het gezelschap het optreden in Nederland of de sportbeoefening in Nederland is overeengekomen of degene van wie het gezelschap de gage ontvangt, beschikt over de volgende documenten: a. een afschrift van een document als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder 1 tot en met 3, van de Wet op de identificatieplicht dat betrekking heeft op de leider of vertegenwoordiger van het gezelschap; b. een schriftelijke verklaring van de leider of vertegenwoordiger van het gezelschap dat het gezelschap hoofdzakelijk bestaat uit leden die inwoner zijn van dan wel gevestigd zijn in een land waarmee de Staat der Nederlanden een verdrag ter voorkoming van dubbele belasting heeft gesloten, Aruba, Curaçao, Sint Maarten of de BES eilanden; c. een schriftelijke overeenkomst betreffende het optreden in Nederland of de sportbeoefening in Nederland, of een afschrift van die overeenkomst, waarin het gezelschap als vestigingsland vermeldt een land waarmee de Staat der Nederlanden een verdrag ter voorkoming van dubbele belasting heeft gesloten, Aruba, Curaçao, Sint Maarten of de BES eilanden; en d. een afschrift van een bank- of girorekening waaruit blijkt dat de gage van het gezelschap is overgemaakt naar een rekeninghouder die woont of is gevestigd in het in onderdeel c bedoelde vestigingsland. 3. Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing indien aan degene met wie het gezelschap het optreden in Nederland of de sportbeoefening in Nederland is overeengekomen of aan degene van wie het gezelschap de gage ontvangt, onjuiste verklaringen, documenten of gegevens zijn verstrekt en deze dit weet of redelijkerwijs had moeten weten. (DB2006/658M - Art.gew. toelichting) In het wetgevingsoverleg over het Belastingplan 2007, gehouden op 23 oktober 2006, is aandacht gevraagd voor de administratieve lasten van niet in Nederland gevestigde gezelschappen (bijvoorbeeld het Boston Symphony Orchestra). Dit heeft ertoe geleid dat bij tweede nota van wijziging in artikel 5b van de Wet op de loonbelasting 1964 een delegatiebepaling is opgenomen, op basis waarvan volgens bij Ministeriële regeling te stellen regels aannemelijk gemaakt kan worden dat het gezelschap hoofdzakelijk bestaat uit leden die inwoner zijn van dan wel gevestigd zijn in een land waarmee de Staat der Nederlanden een verdrag ter voorkoming van dubbele belasting heeft gesloten (hierna: verdragsland), de Nederlandse Antillen of Aruba. De hiervoor genoemde regels zijn opgenomen in artikel 2a van de Uitvoeringsregeling loonbelasting Overeenkomstig de doelstelling leidt dit tot een verdere vermindering van de administratieve lasten voor deze gezelschappen. In beginsel dient degene met wie het gezelschap het optreden in Nederland of de sportbeoefening in Nederland is overeengekomen of degene van wie het gezelschap de gage ontvangt (hierna: de organisator) van ten minste het merendeel van de leden aan de hand van een document als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder 1 tot en met 3, van de Wet op de identificatieplicht vast te stellen dat zij inwoner zijn van dan wel gevestigd zijn in een verdragsland, de Nederlandse Antillen of Aruba en dient hij een afschrift daarvan bij de administratie te bewaren. Deze hoofdregel is opgenomen in het eerste lid van genoemd artikel 2a. Op grond van het tweede lid van dat artikel kan echter ook worden gekozen voor een administratief eenvoudiger regeling. Indien is voldaan aan de in dit tweede lid opgenomen voorwaarden, is het niet nodig om de in het eerste lid bedoelde documenten van een zo groot mogelijk deel, maar ten minste het merendeel van de leden van het gezelschap aan de organisator te verstrekken. Die voorwaarden houden in dat de organisator beschikt over: a. een afschrift van een document als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder 1 tot en met 3, van de Wet op de identificatieplicht dat betrekking heeft op de leider of vertegenwoordiger van het gezelschap; 13

14 b. een schriftelijke verklaring van de leider of vertegenwoordiger van het gezelschap dat het gezelschap hoofdzakelijk bestaat uit leden die inwoner zijn van dan wel gevestigd zijn in een verdragsland, de Nederlandse Antillen of Aruba; c. een schriftelijke overeenkomst betreffende het optreden in Nederland of de sportbeoefening in Nederland, of een afschrift van die overeenkomst, waarin het gezelschap als vestigingsland vermeldt een verdragsland, de Nederlandse Antillen of Aruba; en d. een afschrift van een bank- of girorekening waaruit blijkt dat de gage van het gezelschap is overgemaakt naar een rekeninghouder die woont of is gevestigd in het in onderdeel c bedoelde vestigingsland. Zoals uit het voorgaande volgt, is er sprake van een keuzeregime. Het is denkbaar dat een klein gezelschap eerder zal kiezen voor het in het eerste lid opgenomen regime, omdat dit regime bij kleine gezelschappen wellicht als minder administratief belastend zal worden gezien. Ook deze gezelschappen staat het echter uiteraard vrij om te kiezen voor het in tweede lid opgenomen regime. Op grond van het derde lid is het tweede lid niet van toepassing indien aan de organisator onjuiste verklaringen, documenten of gegevens zijn verstrekt en deze dit weet of redelijkerwijs had moeten weten. Indien in die situatie evenmin is voldaan aan de in het eerste lid opgenomen voorwaarden, maar wel sprake is van een groep van hoofdzakelijk niet in Nederland wonende natuurlijke personen of gevestigde lichamen, is artikel 5b van de Wet op de loonbelasting 1964 alsnog van toepassing en zal de op grond van die bepaling verschuldigde loonbelasting uiteraard worden nageheven. (nr. DB 2010/281 M, Stcrt. 2010, 21111, Artikelsgewijs) In artikel 2a van de URLB 2001, die met ingang van 1 januari 2011 vervalt, wordt enkele malen verwezen naar de Nederlandse Antillen en Aruba. In verband met de staatkundige herziening van het Koninkrijk per 10 oktober 2010, worden deze verwijzingen met terugwerkende kracht tot en met die datum vervangen door verwijzingen naar Aruba, Curaçao, Sint Maarten en de BES eilanden. Artikel 2b. Uitzondering op fictieve dienstbetrekking sekswerkers 1. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder exploitant: degene op wie de verplichting rust het loon van de sekswerker te betalen. 2. De arbeidsverhouding van degene die als sekswerker persoonlijk arbeid verricht, wordt niet als dienstbetrekking beschouwd, indien aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. met betrekking tot de arbeidsverhouding van de sekswerker wordt voldaan aan de in het derde lid bedoelde voorwaarden; b. met betrekking tot de inkomsten van de sekswerker wordt voldaan aan de in het vierde lid bedoelde voorwaarden; c. de exploitant leeft de bepalingen van de Wet bescherming persoonsgegevens alsmede artikel 67 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen na; d. artikel 2g van het besluit wordt toegepast; e. de exploitant verstrekt het voorlichtingsmateriaal van de Belastingdienst over de arbeidsverhouding van degene die als sekswerker persoonlijk arbeid verricht, aan de sekswerker; f. de exploitant heeft met de sekswerker een schriftelijke overeenkomst gesloten waarin wordt verklaard dat aan de onderdelen a tot en met e zal worden voldaan; g. de exploitant voldoet met betrekking tot al zijn arbeidsverhoudingen met degenen die als sekswerker persoonlijk arbeid verrichten, aan de onderdelen a tot en met f; h. de exploitant draagt, binnen de geldende betalingstermijnen, de verschuldigde loonbelasting, premie volksverzekeringen, omzetbelasting en inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet af en leeft hoofdstuk 7 na; 14

15 i. de administratie van de exploitant is duidelijk en inzichtelijk en de exploitant voldoet aan artikel 52 van de Algemene wet rijksbelastingen; j. de exploitant heeft een vergunning voor het bedrijfsmatig geven van gelegenheid tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling indien dat vereist is op grond van de daarvoor geldende regels; k. de exploitant is met de Belastingdienst schriftelijk overeengekomen dat hij zal voldoen aan de voorwaarden in dit lid. 3. De in het tweede lid, onderdeel a, bedoelde voorwaarden met betrekking tot de arbeidsverhouding van de sekswerker zijn dat: a. de sekswerker werkzaamheden kan weigeren en de eigen werktijden bepaalt; b. de sekswerker vrij is in de kledingkeuze, mits de gekozen kleding gangbaar is in de branche; c. de sekswerker mag weigeren om alcohol te drinken, en d. de sekswerker vrij is in de keuze van een medische begeleider. 4. De in het tweede lid, onderdeel b, bedoelde voorwaarden met betrekking tot de inkomsten van de sekswerker zijn dat: a. de afspraken met betrekking tot de inkomsten schriftelijk zijn vastgelegd en worden nageleefd, en door de werkgever bij de administratie worden bewaard; b. de exploitant bij iedere uitbetaling van inkomsten een overzicht aan de sekswerker verstrekt en aan het eind van het jaar een jaaroverzicht van de inkomsten verstrekt; c. de inkomsten direct opeisbaar zijn; d. de exploitant de sekswerker geen boeten volgens een boetesysteem of vergelijkbaar systeem in rekening brengt, en e. de vergoeding voor extra werkzaamheden, die niet vooraf zijn overeengekomen met een cliënt, volledig toekomt aan de sekswerker. 5. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder inkomsten van de sekswerker verstaan al hetgeen door de sekswerker uit de arbeidsverhouding met de exploitant wordt genoten. (DB Art.gew. toelichting) Artikel I en III In artikel 2b van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001 zijn de voorwaarden opgenomen voor de uitzondering op de fictieve dienstbetrekking voor sekswerkers (artikel I). Er is voor gekozen deze voorwaarden niet tevens op te nemen in de regeling van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 23 december 1986, nr. SZ/SVW/86/10693, houdende aanwijzing werkgever en uitzondering verzekeringsplicht Ziektewet, Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering en Werkloosheidswet (Stcrt. 251) (hierna: de Regeling van 23 december 1986), maar te volstaan met een verwijzing naar de voorwaarden in de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001 (artikel III). Tevens wordt in artikel III met de toevoeging van artikel 5b, verduidelijkt dat de Regeling van 23 december 1986 mede berust op artikel 5a van het Besluit van 24 december De artikelen I en III geven uitvoering aan artikel 2e, vierde lid, onderdeel c van het UBLB 1965 en aan artikel 5a van het Besluit van 24 december Het in artikel I opgenomen artikel 2b van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001 is als volgt toe te lichten. In het eerste lid wordt het begrip "exploitant" gedefinieerd. Uit het tweede tot en met vijfde lid volgen de voorwaarden. De voorwaarden hebben betrekking op: - de arbeidsverhouding van de sekswerker. Dit is uitgewerkt in het tweede lid, onderdeel a, in samenhang met het derde lid. Op grond daarvan geldt onder meer dat de sekswerker werkzaamheden moet kunnen weigeren. Dit moet kunnen zonder opgaaf van reden. De sekswerker mag zowel handelingen als klanten weigeren. De exploitant 15

16 mag de sekswerker ook geen verplichtingen opleggen om mee te drinken of te animeren. Voorts heeft de sekswerker de bevoegdheid om zelf werktijden vast te stellen. - de vaststelling en betaling van de inkomsten. De voorwaarden houden op grond van het tweede lid, onderdeel b, in samenhang met het vierde lid, onder andere in dat de afspraken hierover schriftelijk, door beide partijen ondertekend, moeten worden vastgelegd en nageleefd en dat de inkomsten direct opeisbaar zijn. Verder mag er geen boetesysteem (bijvoorbeeld een sanctie op te laat komen of het weigeren van werkzaamheden) gelden. De vergoeding voor extra werkzaamheden, die niet vooraf zijn overeengekomen met een klant, dient volledig toe te komen aan de sekswerker. - de privacy van de sekswerker. De exploitant moet zich op grond van het tweede lid, onderdeel c, houden aan de regels van de Wet bescherming persoonsgegevens. Dit houdt onder meer in dat hij alleen met schriftelijke toestemming thuis contact mag opnemen met de sekswerker. Daarnaast geldt de fiscale geheimhoudingsplicht van artikel 67 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen. Deze verplichting geldt namelijk onverkort voor derden aan wie voor de uitvoering van de belastingwetgeving informatie wordt verstrekt. Dit betekent dat bijvoorbeeld het burgerservicenummer van de sekswerker niet mag worden verstrekt aan derden. - de toepassing van de opting-in-regeling (artikel 2g van het UBLB 1965) (tweede lid, onderdeel d). Ter verzekering van de heffing en invordering wordt het van belang geacht dat wel een voorheffing op de inkomstenbelasting plaatsvindt. Hierbij zullen de proportionele tarieven voor onder meer aannemers van werk worden toegepast. - de informatieplicht van de exploitant over het voorwaardenpakket. De exploitant moet het daartoe bestemde voorlichtingsmateriaal van de Belastingdienst aan de sekswerker verstrekken (tweede lid, onderdeel e). - de schriftelijke vastlegging tussen exploitant en sekswerker dat het voorwaardenpakket wordt toegepast en de toepassing van het voorwaardenpakket op alle arbeidsrelaties met sekswerkers. De voorwaarden zijn cumulatief. Vanwege de doelstellingen die ermee worden nagestreefd, is het voorwaardenpakket als totaalpakket bedoeld. Wordt in de relatie met één of meer sekswerkers niet voldaan aan één of meer van de voorwaarden, dan is de uitzondering op de fictieve dienstbetrekking op geen enkele sekswerker van toepassing. De exploitant moet dan voor alle sekswerkers loonbelasting/premie volksverzekeringen (naar de normale tabeltarieven) en premies werknemersverzekeringen afdragen (tweede lid, onderdelen f en g). Hierbij wordt overigens onder de exploitant de rechtspersoon of de natuurlijke persoon bedoeld, dus niet het gehele concern. Dit gelet op de definitie van exploitant in het eerste lid. - het naleven door de exploitant van zijn verplichtingen voor de loonheffing, inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet en btw (eerste lid, onderdeel h). In het kader van heffing van btw geldt bijvoorbeeld dat de seksclub, het privéhuis, massagesalon of escortbedrijf ter zake van het totale bedrag dat door de klant wordt betaald btw moet afdragen. Voor de toepassing van het tweede lid, onderdeel h, gaat het erom dat de exploitant te goeder trouw zijn fiscale verplichtingen moet nakomen. - de administratie van de exploitant. Deze moet duidelijk en inzichtelijk zijn en voldoen aan artikel 52 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (tweede lid, onderdeel i). - het hebben van een vergunning voor het drijven van een seksinrichting (tweede lid, onderdeel j). - overeenkomst met de Belastingdienst. Het voorwaardenpakket zal alleen van toepassing zijn als de exploitant hiertoe een overeenkomst met de Belastingdienst heeft gesloten (tweede lid, onderdeel k). Artikel II Op grond van deze bepaling vallen sekswerkers op wie ingevolge het voorwaardenpakket de opting-in-regeling wordt toegepast, voor de loonbelasting/premie volksverzekeringen onder het proportionele tarief voor onder meer thuiswerkers. Artikel 3. Niet-inhoudingsplichtigen 1. Niet als inhoudingsplichtige worden beschouwd: a. het Internationaal Gerechtshof; b. het Permanente Hof van Arbitrage; 16

17 c. de Haagse Conferentie voor Internationaal Privaatrecht; d. de Verenigde Naties en zijn gespecialiseerde organisaties; e. de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie; f. de Europese Gemeenschappen; g. de Europese Organisatie voor de Veiligheid van de Luchtvaart (Eurocontrol); h. het Europees Ruimte-Agentschap/het Europese Centrum voor de ruimtevaarttechniek (ESA/ESTEC); i. het Europees Octrooibureau;Europol;de Internationale Dienst voor nationaal landbouwkundig onderzoek (ISNAR); j. het Technisch Centrum voor landbouwsamenwerking en plattelandsontwikkeling (CTA); k. het gemeenschappelijk centrum voor onderzoek op het gebied van kernenergie (GCO, voorheen Euratom); l. de African Management Services Company BV (AMSCO); m. het Iran United States Claims Tribunal; n. het Gemeenschappelijk Fonds voor Grondstoffen (CFC); o. de Internationale Nikkel Studie Groep (INSG); p. de Organisation for the Prohibition of Chemical Weapens (OPCW); q. de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM); r. Eurojust; s. het Internationaal Strafhof. 2. De leden en functionarissen van de in het eerste lid genoemde volkenrechtelijke organisaties die diplomatieke voorrechten genieten en geen Nederlander zijn, worden niet als inhoudingsplichtige beschouwd ten aanzien van degenen die in hun persoonlijke dienst werkzaam zijn Deze bepaling is gebaseerd op artikel 6, vierde lid, van de wet. De geactualiseerde tekst is ontleend aan artikel 3 van de Uitvoeringsregeling LB 1990(WDB2002/463M - Art.gew. toelichting) In artikel 28 van de Uitvoeringsregeling Belastingdienst is de competentie met betrekking tot het Internationaal Strafhof toegewezen aan het hoofd van de eenheid Particulieren Den Haag, met dien verstande dat voor de omzetbelasting bevoegd is het hoofd van de eenheid Ondernemingen Rijswijk. Het Internationaal Strafhof te Den Haag is opgenomen in artikel 3 van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001 en wordt derhalve als niet-inhoudingsplichtige beschouwd in de zin van artikel 6, vierde lid, van de Wet op de loonbelasting (WDB2002/813 - Art.gew. toelichting) De wijziging in artikel 3 Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001 houdt verband met de instelling van de organisatie Eurojust (Pb EG nr. L063 blz 1, ). Het huidige onderdeel t van artikel 3 Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001 wordt in een apart lid opgenomen. Deze wijziging voorkomt dat wanneer een nieuwe instelling wordt opgenomen in artikel 3 Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001 verlettering plaats moet vinden. Artikel 4. Aangewezen inhoudingsplichtige bij de hulp van een thuiswerker In afwijking van de artikelen 6 en 7 van de wet wordt ten aanzien van de hulp van de thuiswerker die doorgaans voor een opdrachtgever arbeid verricht, de opdrachtgever van die thuiswerker als inhoudingsplichtige aangewezen. 17

18 Deze bepaling is gebaseerd op artikel 8, tweede lid, onderdeel b, van de wet. De tekst is ontleend aan artikel 4, eerste lid, onderdeel a, van de Uitvoeringsregeling LB Artikel 5. Aangewezen inhoudingsplichtige bij een artiest dan wel een beroepssporter 1. In afwijking van artikel 8a van de wet wordt, voorzover de voor het optreden van een artiest dan wel de sportbeoefening van een beroepssporter overeengekomen gage, bedoeld in artikel 35, tweede lid, van de wet wordt verstrekt aan degene die in het bezit is van een inhoudingsplichtigenverklaring, als inhoudingsplichtige aangewezen: degene aan wie die verklaring is afgegeven. 2. Voorzover degene aan wie een inhoudingsplichtigenverklaring is afgegeven gage van artiesten dan wel beroepssporters verstrekt aan een ander aan wie een zodanige verklaring is afgegeven, wordt in zijn plaats die ander als inhoudingsplichtige aangewezen. 3. Een inhoudingsplichtigenverklaring kan op verzoek door de inspecteur bij voor bezwaar vatbare beschikking worden afgegeven aan: a. de artiest dan wel beroepssporter die als leider van een gezelschap optreedt; b. de leider van een gezelschap die, of het lichaam in de zin van artikel 2, eerste lid, onderdeel b, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen dat het optreden van artiesten dan wel de sportbeoefening van beroepssporters overeenkomt; c. degene met wie of degene door wiens bemiddeling het optreden van artiesten dan wel de sportbeoefening van beroepssporters wordt overeengekomen; d. degene die als onderneming uitoefent het verrichten van administratieve werkzaamheden voor derden, en de inhoudingsplicht en de daarmee samenhangende verplichtingen overneemt van degene met wie de artiest dan wel de beroepssporter het optreden respectievelijk de sportbeoefening is overeengekomen. 4. De inspecteur geeft geen inhoudingsplichtigenverklaring af indien de persoon of het lichaam, bedoeld in het derde lid, niet in Nederland woont of is gevestigd. 5. De inhoudingsplichtigenverklaring is van toepassing gedurende de termijn van ten hoogste vijf jaren, te rekenen vanaf de datum van afgifte. 6. Degene aan wie de inhoudingsplichtigenverklaring is afgegeven, bewaart het origineel van deze verklaring bij zijn loonadministratie en verstrekt een kopie van deze verklaring aan degene die op grond van artikel 8a, eerste lid, van de wet inhoudingsplichtige zou zijn, ter bewaring bij diens loonadministratie. 7. De inspecteur trekt bij voor bezwaar vatbare beschikking de inhoudingsplichtigenverklaring in, indien: a. de verklaring haar belang heeft verloren; b. de op de verklaring vermelde gegevens niet juist zijn dan wel niet meer juist zijn; c. degene die in het bezit is van een inhoudingsplichtigenverklaring niet meer in Nederland woont of is gevestigd; d. degene die in het bezit is van een inhoudingsplichtigenverklaring bij herhaling de inhoudingsplicht of de daarmee samenhangende verplichtingen niet nakomt; e. degene die in het bezit is van een inhoudingsplichtigenverklaring geen kopie van die verklaring verstrekt aan degene die op grond van artikel 8a van de wet inhoudingsplichtige zou zijn. 18

19 Deze bepaling is gebaseerd op artikel 8a, tweede lid, van de wet. De tekst van het eerste en tweede lid en de onderdelen a tot en met c van het derde lid zijn ontleend aan artikel 4 van de Uitvoeringsregeling LB 1990 en aan het Besluit van 29 april 1993, nr. DB93/1319M, V-N 1993, blz. 1432, punt 26. Nieuw in de aanhef van het derde lid is dat de inhoudingsplichtigenverklaring op verzoek door de inspecteur wordt afgegeven bij voor bezwaar vatbare beschikking. Verder is in het derde lid een nieuw onderdeel d toegevoegd. Dit onderdeel strekt ertoe dat ook een administratie- of verloningsorganisatie de inhoudingsplicht kan overnemen, mits voldaan wordt aan de voorwaarde van het vierde lid. Door deze uitbreiding kan een administratie- of verloningsorganisatie de inhouding en afdracht van de belasting overnemen van bijvoorbeeld het poppodium dat op grond van artikel 8a, eerste lid, van de wet inhoudingsplichtige zou zijn. Ook kan bijvoorbeeld een organisator van een bepaald evenement die met artiesten/beroepssporters overeenkomsten van korte duur sluit, de heffing en afdracht van de belasting over laten nemen door een administratie- of verloningsorganisatie. De inhouding en afdracht van loonbelasting van artiesten/beroepssporters door een enkele administratie- of verloningsorganisatie komt de overzichtelijkheid ten goede voor zowel de artiest/beroepssporter, de Belastingdienst als de uitvoeringsorganisaties voor de sociale verzekeringen. Bovendien wordt het risico beperkt dat de poppodia/sportorganisaties die vaak met vrijwilligers werken, geconfronteerd worden met naheffingen wegens onjuiste uitvoering van de inhoudingsplicht. Overigens is het niet de bedoeling dat de administratie- of verloningsorganisatie zich bemoeit met de afspraken tussen de opdrachtgever en de artiest/beroepssporter met betrekking tot het optreden of de sportbeoefening. Het vierde tot en met achtste lid zijn ontleend aan het bovengenoemde Besluit van 29 april Het vierde lid geeft aan wanneer in elk geval geen inhoudingsplichtigenverklaring wordt verstrekt. Overigens kan op grond van de aanhef van het derde lid de inspecteur de afgifte van de inhoudingsplichtigenverklaring ook weigeren indien hij het vermoeden heeft dat degene die om afgifte verzoekt niet de juiste gegevens weergeeft. Het vijfde tot en met zevende lid betreffen administratieve verplichtingen. Het achtste lid bevat de bepaling dat de inspecteur de inhoudingsplichtigenverklaring intrekt indien bij degene aan wie een inhoudingsplichtigenverklaring is afgegeven, een van de situaties bedoeld in de onderdelen a tot en met e zich voordoet. (WDB2001/760 - Art.gew. toelichting) Met de wijziging van het eerste en het tot zesde vernummerde zevende lid wordt beoogd aansluiting te verkrijgen bij de ingrijpende wijziging van artikel 8a van de Wet op de loonbelasting 1964, welke is aangebracht bij de Wet van 14 december 2001 houdende wijziging van belastingwetten c.a. (Belastingplan 2002 IV - Herziening successie- en schenkingsrecht, BTW-maatregelen, artiesten- en sportersregeling, alsmede overige aanpassingen) (Stb. 643). Het gewijzigde artikel 8a, eerste lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 wijst de inhoudingsplichtige aan indien een artiest of beroepssporter het optreden dan wel de sportbeoefening is aangegaan op basis een overeenkomst van korte duur. Het tweede lid van dat artikel bepaalt de inhoudingsplichtige indien het optreden of de sportbeoefening is gebaseerd op een andere grond. In beide gevallen is het mogelijk dat de inhoudingsplicht wordt verlegd naar degene aan wie een inhoudingsplichtigenverklaring is afgegeven op grond van het derde en vierde lid van artikel 5. Met het vervallen van het vijfde lid van artikel 5 wordt tegemoet gekomen aan de praktijk. Degene die de inspecteur om afgifte van een inhoudingsplichtigenverklaring verzoekt, is voor het indienen van het verzoek niet langer gebonden aan een door de inspecteur uit te reiken formulier, doch kan dit verzoek vormvrij indienen. Artikel 6. Bij overeenkomst aangewezen inhoudingsplichtige bij een beroepssporter In afwijking van artikel 8a van de wet wordt, indien met de minister van Financiën is overeengekomen dat de belasting zal worden ingehouden door een ander dan degene met wie de sportbeoefening is overeengekomen ten aanzien van de beroepssporter, eveneens als inhoudingsplichtige aangewezen: degene die op grond van de overeenkomst de inhouding overneemt. 19

20 Deze bepaling is gebaseerd op artikel 8, tweede lid, onderdeel c, van de wet. De tekst is ontleend aan artikel 4, eerste lid, onderdeel c, van de Uitvoeringsregeling LB De bepaling heeft hoofdzakelijk tot doel de inhouding van loonbelasting over gage verstrekt aan beroepssporters bij grote grensoverschrijdende evenementen te regelen. Bij dergelijke evenementen is de inhouding zeer complex. Een overeenkomst met de minister van Financiën over de inhouding van loonbelasting kan dan een oplossing zijn. Omdat naar verwachting de nieuwe bepaling van artikel 5, derde lid, onderdeel d, in de meeste situaties uitkomst biedt, zal slechts een enkele situatie om toepassing van artikel 6 vragen. (WDB2001/760 - Art.gew. toelichting) Deze wijziging is bedoeld om artikel 6, evenals artikel 5, te laten aansluiten bij het per 1 januari 2002 gewijzigde artikel 8a van de Wet op de loonbelasting HOOFDSTUK 3. VOORWERP VAN DE BELASTING (hoofdstuk II van de wet) Artikel 7. Niet tot het loon behorende aanspraken Tot het loon behoren niet: a. aanspraken op een eenmalige uitkering bij het beëindigen van de dienstbetrekking anders dan wegens arbeidsongeschiktheid of overlijden van de werknemer, vervroegd uittreden of het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd; b. aanspraken op een eenmalige uitkering bij het beëindigen van de dienstbetrekking wegens arbeidsongeschiktheid of het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd, indien deze uitkering driemaal het loon van een maand niet overtreft; c. aanspraken op uitkeringen en verstrekkingen in door de minister van Financiën aan te wijzen gevallen. Deze bepaling is gebaseerd op artikel 11, tweede lid, van de wet. De tekst is ontleend aan artikel 5 van de Uitvoeringsregeling LB (WDB 2005/197M - Art.gew. toelichting) In samenhang met de gewijzigde fiscale behandeling van regelingen voor vervroegde uittreding per 1 januari 2006, vervalt de vrijstelling voor aanspraken op een eenmalige uitkering ter waarde van maximaal drie maanden loon bij het beëindigen van de dienstbetrekking wegens vervroegde uittreding. Artikel 8. Loon voor de toepassing van enkele regelingen Voor de toepassing van artikel 11, eerste lid, onderdelen m en o, en artikel 15a, eerste lid, onderdeel g, van de wet en artikel 7, onderdeel b, van deze regeling wordt het loon in aanmerking genomen met inachtneming van het volgende: a. artikel 11, eerste lid, onderdeel j, van de wet vindt geen toepassing; b. tantièmes en toevallige bijzondere beloningen, alsmede tot het loon behorende aanspraken worden niet in aanmerking genomen. Deze bepaling is gebaseerd op artikel 11, eerste lid, onderdelen m en o, en artikel 15a, eerste lid, onderdeel g, van de wet. De tekst is ontleend aan artikel 7 van de Uitvoeringsregeling LB 1990, met dien verstande dat de verwijzingen naar artikel 11 van de wet zijn aangepast en dat de overhevelingstoeslag niet meer wordt genoemd. Artikel 9. Aanvullende voorwaarden vrijstelling bij telewerken 1. De schriftelijk vastgelegde regeling, bedoeld in artikel 11, eerste lid, onderdeel q, onder 1, van de wet moet voorzien in een gedagtekende overeenkomst die ten minste bevat: 20

MvM URLB 2001. Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001

MvM URLB 2001. Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001 MvM URLB 2001 Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001 (tekst 2012 - bijgewerkt voor http://www.loonheffing.nl/) Vastgesteld op 20 december 2000, nr. WDB 2000/955M, zoals laatstelijk gewijzigd bij ministeriële

Nadere informatie

Wijziging van enkele fiscale uitvoeringsregelingen

Wijziging van enkele fiscale uitvoeringsregelingen Wijziging van enkele fiscale uitvoeringsregelingen 1 Wijziging van enkele fiscale uitvoeringsregelingen Directoraat-generaal voor Fiscale Zaken; directie Directe Belastingen Besluit van 17 februari 2009,

Nadere informatie

In alle andere situaties is er sprake van loondienst.

In alle andere situaties is er sprake van loondienst. In alle andere situaties is er sprake van loondienst. Loonheffingen. Loonheffing; tabeltoepassing bij sexwerkers Besluit / beleidsregel, Fiscaal 15-09-2008 Belastingen op inkomen, winst en vermogen Loonheffingen.

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2012 2013 33 403 Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Overige fiscale maatregelen 2013) Nr. 12 TWEEDE NOTA VAN WIJZIGING Ontvangen

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2005 2006 30 330 Wijziging van de Wet op de loonbelasting 1964 en van enige andere wetten (Wet aanvullend overgangsrecht fiscale behandeling pensioen) Nr.

Nadere informatie

HOOFDSTUK 3 VOORWERP VAN DE BELASTING (HOOFDSTUK II VAN DE WET)

HOOFDSTUK 3 VOORWERP VAN DE BELASTING (HOOFDSTUK II VAN DE WET) Uitvoeringsregeling loonbelasting 2011 De Minister van Financiën, Handelende wat betreft de artikelen 8, 8a, 11, tweede lid, 12, 13 en 31 van de Wet op de loonbelasting 1964, in overeenstemming met de

Nadere informatie

Regeling zorgverzekering

Regeling zorgverzekering Regeling van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 1 september 2005, nr. Z/VV-2611957, houdende regels ter zake van de uitvoering van de Zorgverzekeringswet (), laatstelijk gewijzigd bij

Nadere informatie

Wijziging van een zevental uitvoeringsregelingen

Wijziging van een zevental uitvoeringsregelingen Wijziging van een zevental uitvoeringsregelingen 1 Wijziging van een zevental uitvoeringsregelingen Directoraat-generaal voor Fiscale Zaken; directie Directe Belastingen Besluit van 19 februari 2007 nr.

Nadere informatie

Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001

Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001 Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001 Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001 De Staatssecretaris van Financiën; Handelende na overleg met de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;

Nadere informatie

Artikel 31. Toelichting. De Participatiewet wordt als volgt gewijzigd: Artikel 31 wordt als volgt gewijzigd:

Artikel 31. Toelichting. De Participatiewet wordt als volgt gewijzigd: Artikel 31 wordt als volgt gewijzigd: Artikel 31 Laatste bewerking op 14 juli 15 De Participatiewet wordt als volgt gewijzigd: Artikel 31 wordt als volgt gewijzigd: 1. Het tweede lid wordt als volgt gewijzigd: a. In de onderdelen n en r, onder

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2009 2010 32 130 Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Fiscale vereenvoudigingswet 2010) Nr. 12 TWEEDE NOTA VAN WIJZIGING Ontvangen

Nadere informatie

MvM URLB 2011 Uitvoeringsregeling loonbelasting 2011

MvM URLB 2011 Uitvoeringsregeling loonbelasting 2011 MvM URLB 2011 Uitvoeringsregeling loonbelasting 2011 (tekst 2011 - bijgewerkt voor http://www.loonheffing.nl/) Vastgesteld op 8 september 2010, nr. DB 2010-178M, Stcrt 2010, 14212, zoals zoals laatstelijk

Nadere informatie

Gelet op de artikelen 49 en 50 van de Invoeringswet Wet financiering sociale verzekeringen;

Gelet op de artikelen 49 en 50 van de Invoeringswet Wet financiering sociale verzekeringen; Ontwerp Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de Staatssecretaris van Financiën en de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van, nr. UB/K/2008/6899, tot Verstrekking van

Nadere informatie

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de Staatssecretaris van Financiën en de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de Staatssecretaris van Financiën en de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Ontwerp Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de Staatssecretaris van Financiën en de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van, nr. UB/K/2008/6899, tot Verstrekking van

Nadere informatie

De belastingplichtige krijgt dan een positieve/negatieve aanslag IB opgelegd.

De belastingplichtige krijgt dan een positieve/negatieve aanslag IB opgelegd. Loonbelasting 2009 Loonbelasting is een aangiftebelasting. Verschil aanslagbelasting en aangiftebelasting Er zijn 2 typen belastingen: aanslag- en aangiftebelastingen. Bij aanslagbelastingen staat het

Nadere informatie

People Services. De werkkostenregeling ABCD. KPMG Meijburg & Co

People Services. De werkkostenregeling ABCD. KPMG Meijburg & Co People Services De werkkostenregeling In dit memo gaan wij in op de gevolgen van de werkkostenregeling die met ingang van 1 januari 2011 in werking is getreden, en het overgangsrecht waarmee werkgevers

Nadere informatie

Zorgverzekeringswet. Zorgverzekeringswet

Zorgverzekeringswet. Zorgverzekeringswet Wet van 16 juni 2005, houdende regeling van een sociale verzekering voor geneeskundige zorg ten behoeve van de gehele bevolking (), laatstelijk gewijzigd bij Stcrt. 2009, 15178 (uittreksel) Zorgverzekering

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2012 658 Besluit van 13 december 2012 tot het aanbrengen van technische wijzigingen in een aantal algemene maatregelen van bestuur in verband met

Nadere informatie

Het voorstel van rijkswet wordt als volgt gewijzigd: a. In onderdeel b, aanhef, wordt de komma aan het slot vervangen door een dubbele punt.

Het voorstel van rijkswet wordt als volgt gewijzigd: a. In onderdeel b, aanhef, wordt de komma aan het slot vervangen door een dubbele punt. 33 955 Regeling voor Nederland en Curaçao tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen en een woonplaatsfictie

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2011 2012 33 004 Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Overige fiscale maatregelen 2012) Nr. 15 DERDE NOTA VAN WIJZIGING Ontvangen

Nadere informatie

Loonheffingen. Inkomstenbelasting. Heffingsaspecten stagiairs 1. Besluit van 15 december 2006, nr. CPP2006/1461M, Stcrt. nr. 249

Loonheffingen. Inkomstenbelasting. Heffingsaspecten stagiairs 1. Besluit van 15 december 2006, nr. CPP2006/1461M, Stcrt. nr. 249 Loonheffingen. Inkomstenbelasting. Heffingsaspecten stagiairs 1 Loonheffingen. Inkomstenbelasting. Heffingsaspecten stagiairs Belastingdienst/Centrum voor proces- en productontwikkeling, Sector brieven

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2013 2014 33 726 fschaffing van de algemene tegemoetkoming voor chronisch zieken en gehandicapten, de compensatie voor het verplicht eigen risico, de fiscale

Nadere informatie

Artikel 31. Toelichting. Artikel 31, tweede lid, onderdeel u, van de Wet werk en bijstand komt te luiden:

Artikel 31. Toelichting. Artikel 31, tweede lid, onderdeel u, van de Wet werk en bijstand komt te luiden: Artikel 31 Laatste bewerking op 24 januari Artikel 31, tweede lid, onderdeel u, van de Wet werk en bijstand komt te luiden: u. hetgeen een mantelzorger op grond van het bepaalde bij of krachtens artikel

Nadere informatie

Invoering van pensioen- en lijfrente-excedentregelingen (Wet pensioenaanvullingsregelingen) VOORSTEL VAN WET

Invoering van pensioen- en lijfrente-excedentregelingen (Wet pensioenaanvullingsregelingen) VOORSTEL VAN WET Invoering van pensioen- en lijfrente-excedentregelingen (Wet pensioenaanvullingsregelingen) VOORSTEL VAN WET Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten: Alzo Wij in overweging genomen

Nadere informatie

Invorderingswet. Revisierente. Aansprakelijkheid verzekeraars

Invorderingswet. Revisierente. Aansprakelijkheid verzekeraars Invorderingswet. Revisierente. Aansprakelijkheid verzekeraars Besluit 31-03-2006 nr CPP06-507 Invorderingswet 1990. Aansprakelijkheid verzekeraars in verband met een inkomensvoorziening, een arbeids- of

Nadere informatie

30238 Wijziging van een aantal socialeverzekeringswetten en enige andere wetten (Verzamelwet sociale verzekeringen 2006)

30238 Wijziging van een aantal socialeverzekeringswetten en enige andere wetten (Verzamelwet sociale verzekeringen 2006) 30238 Wijziging van een aantal socialeverzekeringswetten en enige andere wetten (Verzamelwet sociale verzekeringen 2006) NOTA VAN WIJZIGING Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd: 1 In artikel

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Loonheffingen. Inkomstenbelasting. Heffingsaspecten stagiairs

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Loonheffingen. Inkomstenbelasting. Heffingsaspecten stagiairs STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 20500 21 december 2010 Loonheffingen. Inkomstenbelasting. Heffingsaspecten stagiairs 14 december 2010 Nr. DGB2010/2202M

Nadere informatie

Inhoudsopgave Wetteksten 2010, verzameling belastingwetten Inkomstenbelasting Wet inkomstenbelasting 2001 / 15 Invoeringswet Wet inkomstenbelasting

Inhoudsopgave Wetteksten 2010, verzameling belastingwetten Inkomstenbelasting Wet inkomstenbelasting 2001 / 15 Invoeringswet Wet inkomstenbelasting Inhoudsopgave Wetteksten 2010, verzameling belastingwetten Inkomstenbelasting Wet inkomstenbelasting 2001 / 15 Invoeringswet Wet inkomstenbelasting 2001 / 184 Overgangsrecht Inhaal pensioenrechten / 209

Nadere informatie

Concept Uitvoeringsregeling loonbelasting 2011. Hoofdstuk 1 Algemeen

Concept Uitvoeringsregeling loonbelasting 2011. Hoofdstuk 1 Algemeen Concept Uitvoeringsregeling loonbelasting 2011 Hoofdstuk 1 Algemeen Artikel 1.1 Reikwijdte Deze regeling geeft uitvoering aan de artikelen 5b, 6, 8, 8a, 11, 11a, 12, 13, 13bis, 18, 19a, 19f, 19g, 25, vierde

Nadere informatie

wetten.nl - Wet- en regelgeving printen - Wet op de loonbelasting 1964 - BWBR0...

wetten.nl - Wet- en regelgeving printen - Wet op de loonbelasting 1964 - BWBR0... wetten.nl - Wet- en regelgeving printen - Wet op de loonbelasting 1964 - BWBR0... pagina 1 van 49 Wet op de loonbelasting 1964 (Tekst geldend op: 01-01-2015) Wet van 16 december 1964, houdende vervanging

Nadere informatie

Uitvoeringsregeling inleners-, keten- en opdrachtgeversaansprakelijkheid

Uitvoeringsregeling inleners-, keten- en opdrachtgeversaansprakelijkheid Uitvoeringsregeling inleners-, keten- en opdrachtgeversaansprakelijkheid 2004 Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de Staatssecretaris van Financiën van 15 december 2003, nr.

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Stat-Geraal 2 Vergaderjaar 1995 1996 24 447 Voorstel van wet van de led Van Ardne-van der Hoev, Biesheuvel Reitsma tot wijziging van de Ziektewet, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering,

Nadere informatie

Uitvoeringsregeling werknemersspaarregelingen en winstdelingsregelingen

Uitvoeringsregeling werknemersspaarregelingen en winstdelingsregelingen Uitvoeringsregeling werknemersspaarregelingen en winstdelingsregelingen Uitvoeringsregeling werknemersspaarregelingen en winstdelingsregelingen, laatstelijk gewijzigd bij Stcrt. 2008, 253 HOOFDSTUK I ALGEMEEN

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2000 2001 27 414 Intrekking van de Wet tegemoetkoming studiekosten en vervanging door de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten (Wet tegemoetkoming

Nadere informatie

Dit besluit is per 1 januari 2015 vervangen door het besluit van 23 september 2014, nr. BLKB2014/1702M) Het vervallen besluit is hierna opgenomen.

Dit besluit is per 1 januari 2015 vervangen door het besluit van 23 september 2014, nr. BLKB2014/1702M) Het vervallen besluit is hierna opgenomen. Dit besluit is per 1 januari 2015 vervangen door het besluit van 23 september 2014, nr. BLKB2014/1702M) Het vervallen besluit is hierna opgenomen. STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der

Nadere informatie

wetten.nl - Wet- en regelgeving printen - Uitvoeringsregeling loonbelasting 2011 -...

wetten.nl - Wet- en regelgeving printen - Uitvoeringsregeling loonbelasting 2011 -... wetten.nl - Wet- en regelgeving printen - Uitvoeringsregeling loonbelasting 2011 -... pagina 1 van 23 Uitvoeringsregeling loonbelasting 2011 (Tekst geldend op: 01-01-2015) Uitvoeringsregeling loonbelasting

Nadere informatie

wetten.nl - Wet- en regelgeving printen - Uitvoeringsregeling loonbelasting 2011 -...

wetten.nl - Wet- en regelgeving printen - Uitvoeringsregeling loonbelasting 2011 -... wetten.nl - Wet- en regelgeving printen - Uitvoeringsregeling loonbelasting 2011 -... pagina 1 van 23 Uitvoeringsregeling loonbelasting 2011 (Tekst geldend op: 01-01-2014) Uitvoeringsregeling loonbelasting

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2004 2005 29 760 Wijziging van de Wet op de loonbelasting 1964, de Wet inkomstenbelasting 2001, de Wet op de vennootschapsbelasting 1969, de Wet arbeid en

Nadere informatie

AFKONDIGINGSBLAD VAN SINT MAARTEN

AFKONDIGINGSBLAD VAN SINT MAARTEN AFKONDIGINGSBLAD VAN SINT MAARTEN Jaargang 2012 No. 14 Landsverordening van de 28 ste maart 2012 tot wijziging van de Landsverordening belasting op bedrijfsomzetten 1997 IN NAAM VAN DE KONINGIN! DE GOUVERNEUR

Nadere informatie

SRA-Praktijkhandreiking

SRA-Praktijkhandreiking SRA-Praktijkhandreiking Levensloopregeling: nieuw overgangsrecht met ingang van 2013 Versie: 30 januari 2013 SRA-Vaktechniek Postbus 335 3430 AH NIEUWEGEIN T 030 656 60 60 F 030 656 60 66 E vaktechniek@sra.nl

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2013 2014 33 847 Wijziging van de Wet verlaging maximumopbouw- en premiepercentages pensioen en maximering pensioengevend inkomen en het Belastingplan 2014

Nadere informatie

Ontwerp besluit houdende wijziging van het Besluit zorgverzekering BES

Ontwerp besluit houdende wijziging van het Besluit zorgverzekering BES Ontwerp besluit houdende wijziging van het Besluit zorgverzekering BES Op de voordracht van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, van, kenmerk, gedaan in overeenstemming met de Staatssecretaris

Nadere informatie

Vrijwillige premie beroepspensioenregeling werknemer

Vrijwillige premie beroepspensioenregeling werknemer Vrijwillige premie beroepspensioenregeling werknemer Inleiding Dit memo bevat de argumenten voor de fiscale aftrek van de premie betreffende het vrijwillige gedeelte van een beroepspensioenregeling bij

Nadere informatie

TWEEDE NOTA VAN WIJZIGING. Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:

TWEEDE NOTA VAN WIJZIGING. Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd: 30 318 Voorstel van wet tot aanpassing van en verbeteringen in diverse wetten in verband met de invoering van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen alsmede enkele andere correcties (Aanpassings-

Nadere informatie

Percentages en maximumpremieloon werknemers- en volksverzekeringen

Percentages en maximumpremieloon werknemers- en volksverzekeringen Regelingen en voorzieningen CODE 1.1.4.27 Percentages en maximumpremieloon werknemers- en volksverzekeringen bronnen Staatscourant 2015 nr. 43624 4 december 2015 De ministeriële regeling tot vaststelling

Nadere informatie

32 129 Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Overige fiscale maatregelen 2010) Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:

32 129 Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Overige fiscale maatregelen 2010) Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd: 32 129 Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Overige fiscale maatregelen 2010) NOTA VAN WIJZIGING Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd: 1 Artikel I wordt als volgt gewijzigd:

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2001 695 Wet van 20 december 2001, houdende wijziging van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen en enige andere wetten in verband

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2005 2006 30 337 Wijziging van de lgemene wet inkomensafhankelijke regelingen en enige andere wetten Nr. 2 VOORSTEL VN WET Wij eatrix, bij de gratie Gods,

Nadere informatie

een goedkeuring voor pensioenregelingen met een toezegging van partner en wezenpensioen voor werknemers geboren voor 1950;

een goedkeuring voor pensioenregelingen met een toezegging van partner en wezenpensioen voor werknemers geboren voor 1950; Belastingdienst/Directie Vaktechniek Belastingen Besluit van 23 juni 2014, nr. BLKB2014/0351M De Staatssecretaris van Financiën heeft het volgende besloten Dit besluit is een herziening van het besluit

Nadere informatie

Actualiteitenseminar Loonheffingen & Arbeidsrecht 2010

Actualiteitenseminar Loonheffingen & Arbeidsrecht 2010 Actualiteitenseminar Loonheffingen & Arbeidsrecht 2010 Actualiteiten Fiscaal Onderwerpen 1. Vereenvoudiging vrije vergoedingen en verstrekkingen (Werkkostenregeling) 2. Wet uniformering loonbegrip (WUL)

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2003 537 Besluit van 19 december 2003 tot wijziging van het Uitvoeringsbesluit belastingen op milieugrondslag en het Uitvoeringsbesluit accijns Wij

Nadere informatie

Verordening van 16 oktober 2013, houdende wijziging van de verordening rechtspositie gedeputeerden, staten en commissieleden provincie Fryslân 2011,

Verordening van 16 oktober 2013, houdende wijziging van de verordening rechtspositie gedeputeerden, staten en commissieleden provincie Fryslân 2011, Verordening van 16 oktober 2013, houdende wijziging van de verordening rechtspositie gedeputeerden, staten en commissieleden provincie Fryslân 2011, Provinciale Staten van Fryslân, Besluiten vast te stellen

Nadere informatie

Haaglanden/kantoor Den Haag 'S-GRAVENHAGE. Raad Nederlandse Detailhandel. Postbus 182 2260 AD LEIDSCHENDAM. Geachte heer,

Haaglanden/kantoor Den Haag 'S-GRAVENHAGE. Raad Nederlandse Detailhandel. Postbus 182 2260 AD LEIDSCHENDAM. Geachte heer, > 1 Postbus 30206 Raad Nederlandse Detailhandel Postbus 182 2260 AD LEIDSCHENDAM 2500 GE 'S-GRAVENHAGE Haaglanden/kantoor Den Haag 'S-GRAVENHAGE Telefoon 0800-0543 Telefax Kennisgroep CAO Doorkiesnummer

Nadere informatie

De werkkostenregeling

De werkkostenregeling De werkkostenregeling Met de invoering van de nieuwe werkkostenregeling is een groot aantal fiscale regels rondom de vergoedingen en/of verstrekkingen in de loonsfeer verdwenen. Er is een nieuwe vrijstelling

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2006 2007 30 943 Wijziging van belastingwetten en enige andere wetten (Fiscale onderhoudswet 2007) Nr. 2 VOORSTEL VAN WET Wij Beatrix, bij de gratie Gods,

Nadere informatie

WERKKOSTENREGELING. U kunt de eindheffing van de werkkostenregeling ook als concern toepassen.

WERKKOSTENREGELING. U kunt de eindheffing van de werkkostenregeling ook als concern toepassen. WERKKOSTENREGELING Stap 1. Hoe werkt de werkkostenregeling? Met ingang van 1 januari 2015 wordt de regeling van vrije vergoedingen en verstrekkingen vervangen door de werkkostenregeling (WKR). In de WKR

Nadere informatie

REGLEMENT AANVULLINGSREGELINGEN PER 1 JANUARI 2006 STICHTING BEDRIJFSTAKPENSIOENFONDS VOOR DE HANDEL IN BOUWMATERIALEN

REGLEMENT AANVULLINGSREGELINGEN PER 1 JANUARI 2006 STICHTING BEDRIJFSTAKPENSIOENFONDS VOOR DE HANDEL IN BOUWMATERIALEN REGLEMENT AANVULLINGSREGELINGEN PER 1 JANUARI 2006 STICHTING BEDRIJFSTAKPENSIOENFONDS VOOR DE HANDEL IN BOUWMATERIALEN Februari 2011 HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1.1 Inleidende bepalingen 1.

Nadere informatie

ARTIKEL II WET UITKERINGEN BURGER-OORLOGSSLACHTOFFERS 1940-1945

ARTIKEL II WET UITKERINGEN BURGER-OORLOGSSLACHTOFFERS 1940-1945 Voorstel van wet tot Wijziging van de Algemene nabestaandenwet en de Wet uitkeringen burgeroorlogsslachtoffers 1940-1945 in verband met een technische aanpassing van de berekening van de nabestaandenuitkering

Nadere informatie

VOORSTEL VAN WET ZOALS GEWIJZIGD NAAR AANLEIDING VAN HET ADVIES VAN DE RAAD VAN STATE

VOORSTEL VAN WET ZOALS GEWIJZIGD NAAR AANLEIDING VAN HET ADVIES VAN DE RAAD VAN STATE 30 432 Voorstel van wet van de leden Depla en B.M. de Vries houdende wijziging van de Wet inkomstenbelasting 2001 en van enige andere wetten inzake fiscale facilitering banksparen ten behoeve van pensioenopbouw

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2005 2006 30 432 Voorstel van wet van de leden Depla en B. M. de Vries houdende wijziging van de Wet inkomstenbelasting 2001 en van enige andere wetten om

Nadere informatie

====================================================================

==================================================================== AB 1991 no. GT 63 Intitulé : Landsverordening loonbelasting Citeertitel: Landsverordening loonbelasting Vindplaats : AB 1991 no. GT 63 Wijzigingen: AB 1993 no. 73; AB 1997 nos. 34, 80; AB 2000 no. 101

Nadere informatie

Tijdelijke regeling tegemoetkoming niet-awbz-verzekerde arbeidsongeschikten

Tijdelijke regeling tegemoetkoming niet-awbz-verzekerde arbeidsongeschikten Regelingen en voorzieningen CODE 1.3.1.22 Tijdelijke regeling tegemoetkoming niet-awbz-verzekerde arbeidsongeschikten bronnen stcrt 2013, 27688l stb 2014, 259l Deze regeling waarmee arbeidsongeschikten

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2002 2003 28 608 Wijziging van enkele belastingwetten c.a. (Belastingplan 2003 Deel II overig fiscaal pakket) Nr. 8 NOTA VAN WIJZIGING Ontvangen 8 november

Nadere informatie

a. In het in onderdeel N opgenomen artikel 8.11, derde lid, van de Wet

a. In het in onderdeel N opgenomen artikel 8.11, derde lid, van de Wet 33 003 Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Belastingplan 2012) TWEEDE NOTA VAN WIJZIGING Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd: 1 Het in artikel I, onderdeel W, opgenomen

Nadere informatie

Bestuur Nederlandse Associatie voor Examinering Er is geen specifieke vooropleiding vereist

Bestuur Nederlandse Associatie voor Examinering Er is geen specifieke vooropleiding vereist Diplomalijn Loonadministratie Examen Loonheffingen deel 1 Niveau Vergelijkbaar met mbo 4 Versie 1.0 Geldig vanaf 01-01-2015 Vastgesteld op februari 2014 Vastgesteld door Veronderstelde voorkennis Bestuur

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2013 2014 33 755 Wijziging van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en van de Invorderingswet 1990 in verband met de wijziging van de percentages belasting-

Nadere informatie

Inkomstenbelasting. Fiscale partnerregeling en heffingskortingen. Belastingdienst/Landelijk Kantoor Belastingregio s, Brieven en beleidsbesluiten

Inkomstenbelasting. Fiscale partnerregeling en heffingskortingen. Belastingdienst/Landelijk Kantoor Belastingregio s, Brieven en beleidsbesluiten Inkomstenbelasting. Fiscale partnerregeling en heffingskortingen Belastingdienst/Landelijk Kantoor Belastingregio s, Brieven en beleidsbesluiten Besluit van 11 november 2011, nr. BLKB2011/1208M, Staatscourant

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2005 2006 30 479 Voorstel van wet van het lid Hamer houdende regels met betrekking tot een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang en waarborging van

Nadere informatie

LOONHEFFINGEN. Loonheffingen...2

LOONHEFFINGEN. Loonheffingen...2 LOONHEFFINGEN Loonheffingen...2 - In 2015 meer arbeidskorting voor de hogere middeninkomens... 2 - Bent u klaar voor de werkkostenregeling?... 2 - Werkbonus vervalt... 3 - Nieuwe norm voor gebruikelijk

Nadere informatie

Besluit van tot vaststelling van het besluit ter voorkoming van dubbele belasting voor de BES eilanden (Besluit ter voorkoming dubbele belasting BES)

Besluit van tot vaststelling van het besluit ter voorkoming van dubbele belasting voor de BES eilanden (Besluit ter voorkoming dubbele belasting BES) Besluit van tot vaststelling van het besluit ter voorkoming van dubbele belasting voor de BES eilanden (Besluit ter voorkoming dubbele belasting BES) 2010/555; Op de voordracht van de Staatssecretaris

Nadere informatie

32 130 Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Fiscale vereenvoudigingswet 2010)

32 130 Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Fiscale vereenvoudigingswet 2010) 32 130 Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Fiscale vereenvoudigingswet 2010) NOTA VAN WIJZIGING Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd: 1 Artikel I wordt als volgt gewijzigd:

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2015 2016 34 273 Wijziging van enkele wetten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (Verzamelwet SZW 2016) Nr. 8 TWEEDE NOTA VAN WIJZIGING

Nadere informatie

INKOMSTENBELASTING. Inkomstenbelasting Art. 1.1 Onder de naam inkomstenbelasting wordt een belasting geheven van natuurlijke personen.

INKOMSTENBELASTING. Inkomstenbelasting Art. 1.1 Onder de naam inkomstenbelasting wordt een belasting geheven van natuurlijke personen. I INKOMSTENBELASTING Wet van 11 mei 2000 tot vaststelling van de Wet inkomstenbelasting 2001 (Belastingherziening 2001), Stb. 2000, 215, zoals laatstelijk gewijzigd op 30 december 2014, Stb. 2014, 196

Nadere informatie

Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001

Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001 Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001 Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001 De Staatssecretaris van Financiën; Handelende na overleg met de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;

Nadere informatie

Art. 39 Algemene wet inzake rijksbelastingen In de gevallen waarin het volkenrecht, dan wel naar het oordeel van Onze Minister het internationale

Art. 39 Algemene wet inzake rijksbelastingen In de gevallen waarin het volkenrecht, dan wel naar het oordeel van Onze Minister het internationale Art. 39 Algemene wet inzake rijksbelastingen In de gevallen waarin het volkenrecht, dan wel naar het oordeel van Onze Minister het internationale gebruik, daartoe noopt, wordt vrijstelling van belasting

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2000 360 Besluit van 29 augustus 2000, houdende wijziging van het Aanwijzingsbesluit verzekerden Zfw in verband met voortzetting ziekenfondsverzekering

Nadere informatie

WELKOM BIJ HET SEMINAR

WELKOM BIJ HET SEMINAR WELKOM BIJ HET SEMINAR Werkkostenregeling Kans of bedreiging Renzo van der Ham (KPMG Meijburg & Co) Hans Hameetman (KPMG Accountants NV) Zwijndrecht, 22 maart 2011 2010 KPMG Meijburg & Co, Nederland. Alle

Nadere informatie

Uitwerking examentraining BKL Loonheffingen 2016/2017

Uitwerking examentraining BKL Loonheffingen 2016/2017 Examenopgave 1 1. De heer Van der Ham is dga. Een dga is in het algemeen niet verzekerd voor de werknemersverzekeringen. Daarom hoeven voor hem geen premies werknemersverzekeringen te worden afgedragen.

Nadere informatie

wetten.nl - Wet- en regelgeving printen - Wet op de loonbelasting 1964 - BWBR0...

wetten.nl - Wet- en regelgeving printen - Wet op de loonbelasting 1964 - BWBR0... wetten.nl - Wet- en regelgeving printen - Wet op de loonbelasting 1964 - BWBR0... pagina 1 van 47 Wet op de loonbelasting 1964 (Tekst geldend op: 01-01-2012) Wet van 16 december 1964, houdende vervanging

Nadere informatie

Loonheffingen Nationaal. Datum: januari/februari 2013

Loonheffingen Nationaal. Datum: januari/februari 2013 Loonheffingen Nationaal Datum: januari/februari 2013 Overzicht wetswijzigingen 2013 Belastingplan 2013 Wet fiscale behandeling eigenwoning Wet fiscale behandeling woon-werkverkeer Fiscale verzamelwet Wet

Nadere informatie

Rekenvoorschriften voor de geautomatiseerde loonadministratie 2012

Rekenvoorschriften voor de geautomatiseerde loonadministratie 2012 Belastingdienst Rekenvoorschriften voor de geautomatiseerde loonadministratie 2012 Uitgave januari LH 099-1T23FD Inhoud 1 Inleiding 3 2 Tabellen loonbelasting/ premie volksverzekeringen 4 2.1 Loonbelasting/premie

Nadere informatie

Rekenvoorschriften voor de geautomatiseerde loonadministratie 2012

Rekenvoorschriften voor de geautomatiseerde loonadministratie 2012 Belastingdienst Rekenvoorschriften voor de geautomatiseerde loonadministratie 2012 Uitgave januari LH 099-1T21FD Inhoud 1 Inleiding 3 2 Tabellen loonbelasting/ premie volksverzekeringen 4 2.1 Loonbelasting/premie

Nadere informatie

VOORBEELD MODELOVEREENKOMST ALGEMEEN GEEN VERPLICHTING TOT PERSOONLIJKE ARBEID Opgesteld door de Belastingdienst nr. 9015550000-05 19 10 2015

VOORBEELD MODELOVEREENKOMST ALGEMEEN GEEN VERPLICHTING TOT PERSOONLIJKE ARBEID Opgesteld door de Belastingdienst nr. 9015550000-05 19 10 2015 VOORBEELD MODELOVEREENKOMST ALGEMEEN GEEN VERPLICHTING TOT PERSOONLIJKE ARBEID Opgesteld door de Belastingdienst nr. 9015550000-05 19 10 2015 Beoordeling overeenkomst Algemeen / geen verplichting tot persoonlijke

Nadere informatie

provinciaal blad V A N D E P R O V I N C I E G R O N I N G E N

provinciaal blad V A N D E P R O V I N C I E G R O N I N G E N provinciaal blad nr. 9 ISSN: 0920-1092 V A N D E P R O V I N C I E G R O N I N G E N 13 februari 2006 Besluit van Gedeputeerde Staten der provincie Groningen van 7 februari 2006, nr. 2006-02445, afd. PO,

Nadere informatie

REGLEMENT VOOR HET WAO-HIAAT PENSIOEN Van Stichting Pensioenfonds Holland Casino

REGLEMENT VOOR HET WAO-HIAAT PENSIOEN Van Stichting Pensioenfonds Holland Casino 1 REGLEMENT VOOR HET WAO-HIAAT PENSIOEN Van Stichting Pensioenfonds Holland Casino Artikel 1. Definities In dit reglement wordt verstaan onder: a. het fonds : Stichting Pensioenfonds Holland Casino; b.

Nadere informatie

Inhoud. Inleiding belastingrecht 19. Deel 1 Inkomstenbelasting 26. Lijst van afkortingen 15. Studiewijzer 17

Inhoud. Inleiding belastingrecht 19. Deel 1 Inkomstenbelasting 26. Lijst van afkortingen 15. Studiewijzer 17 Inhoud Lijst van afkortingen 15 Studiewijzer 17 Inleiding belastingrecht 19 Deel 1 Inkomstenbelasting 26 1 Algemene uitgangspunten 29 1.1 Wie moet belasting betalen? (art. 1.1 en 1.2 Wet IB) 29 1.2 Waarover

Nadere informatie

AFKONDIGINGSBLAD VAN SINT MAARTEN

AFKONDIGINGSBLAD VAN SINT MAARTEN AFKONDIGINGSBLAD VAN SINT MAARTEN Jaargang 2015 No. 11 Landsbesluit, houdende algemene maatregelen, van de 15 de mei 2015, tot wijziging van het Gevarenklassenbesluit ongevallenverzekering in verband met

Nadere informatie

PENSIOENREGLEMENT II STICHTING BEDRIJFSTAKPENSIOENFONDS VOOR DE MEUBELINDUSTRIE EN MEUBILERINGSBEDRIJVEN. Juni 2015

PENSIOENREGLEMENT II STICHTING BEDRIJFSTAKPENSIOENFONDS VOOR DE MEUBELINDUSTRIE EN MEUBILERINGSBEDRIJVEN. Juni 2015 PENSIOENREGLEMENT II STICHTING BEDRIJFSTAKPENSIOENFONDS VOOR DE MEUBELINDUSTRIE EN MEUBILERINGSBEDRIJVEN Juni 2015 ARTIKEL 1 Begripsbepalingen De definities en de begripsomschrijvingen zoals vermeld in

Nadere informatie

REGLEMENT VOOR HET WAO-HIAAT PENSIOEN Van Stichting Pensioenfonds Holland Casino

REGLEMENT VOOR HET WAO-HIAAT PENSIOEN Van Stichting Pensioenfonds Holland Casino 1 REGLEMENT VOOR HET WAO-HIAAT PENSIOEN Van Stichting Pensioenfonds Holland Casino Artikel 1. Definities In dit reglement wordt verstaan onder: a. het fonds : Stichting Pensioenfonds Holland Casino; b.

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 1996 303 Besluit van 30 mei 1996, houdende wijziging van het koninklijk besluit van 25 juni 1993, houdende vaststelling van regelen, bedoeld in de

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 1998 309 Besluit van 14 mei 1998 tot wijziging van het Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1989 Wij Beatrix, bij

Nadere informatie

... Betreft CAO voor het Hoger Personeel in de Metalektro 2011-2013, algemeen verbindend verklaard tot en met 30 juni 2013

... Betreft CAO voor het Hoger Personeel in de Metalektro 2011-2013, algemeen verbindend verklaard tot en met 30 juni 2013 > 1 Postbus 30206 2500 GE 'S-GRAVENHAGE Stichting Raad van Overleg in de Metalektro (ROM) Postbus 407 2260 AK Leidschendam Haaglanden/kantoor Den Haag 'S-GRAVENHAGE Telefoon 0800-0543 Telefax (088) 152

Nadere informatie

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid BESLUIT:

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid BESLUIT: Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Besluit van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, van 6 maart 2006, Directie Arbeidsomstandigheden, nr. ARBO/A&V/2006/14012 houdende/tot

Nadere informatie

Checklist - Grensoverschrijdende arbeid

Checklist - Grensoverschrijdende arbeid Checklist - Grensoverschrijdende arbeid Grensoverschrijdende arbeid neemt steeds meer toe en heeft allerlei gevolgen voor de werknemer, zijn de gezinsleden en zijn werkgever(s). Bij het bepalen van de

Nadere informatie

Rapport. Datum: 3 mei 2007 Rapportnummer: 2007/084

Rapport. Datum: 3 mei 2007 Rapportnummer: 2007/084 Rapport Datum: 3 mei 2007 Rapportnummer: 2007/084 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat de Belastingdienst niet de hem bekende inkomensgegevens over het jaar 2005 heeft gebruikt als basis voor het bepalen

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2009 2010 32 130 Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Fiscale vereenvoudigingswet 2010) Nr. 8 NOTA VAN WIJZIGING Ontvangen 23 oktober

Nadere informatie

Werkkostenregeling. NB De werkkostenregeling geldt alleen voor werknemers en pseudo-werknemers en uitdrukkelijk niet voor vrijwilligers.

Werkkostenregeling. NB De werkkostenregeling geldt alleen voor werknemers en pseudo-werknemers en uitdrukkelijk niet voor vrijwilligers. Werkkostenregeling Op 1 januari 2011 is de werkkostenregeling voor het eerst ingevoerd. Tot 1 januari 2015 geldt een overgangsperiode; de werkgever (inhoudingsplichtige) kan jaarlijks bij aanvang van het

Nadere informatie

2014 -- Loonheffing -- deel 4

2014 -- Loonheffing -- deel 4 Loonheffing les 4 programma Administratieve verplichtingen Loonstaat Aangifte doen Eindheffing Bijzondere regelingen 1 Administratieve verplichtingen Voor de werkgever/inh.pl. gelden een aantal verplichtingen.

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1997 1998 25 913 Technische verbeteringen in de Wet inkomensvoorziening kunstenaars, in de Algemene bijstandswet, in de Wet op de ondernemingsraden en in

Nadere informatie

Reglement Vakantiefonds

Reglement Vakantiefonds Reglement Vakantiefonds voor het Schilders,- Afwerkings- en Glaszetbedrijf HOOFDSTUK I ALGEMEEN Artikel 1 Begripsbepaling In dit reglement wordt verstaan onder: het Fonds: de Stichting Vakantiefonds voor

Nadere informatie