Beleid voor Verantwoord Beleggen April 2014 BNPP IP

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Beleid voor Verantwoord Beleggen April 2014 BNPP IP"

Transcriptie

1 Beleid voor Verantwoord Beleggen April 2014 BNPP IP Beleid voor Verantwoord Beleggen April 2014

2 Beleid voor Verantwoord Beleggen April Beleid voor Verantwoord Beleggen Als een toonaangevende vermogensbeheerder stelt BNP Paribas Investment Partners alles in het werk om in alle aspecten van haar activiteit een verantwoord belegger te worden. Wij geloven in verantwoorde praktijken voor onszelf, maar ook voor de entiteiten waarin wij beleggen en willen onze verplichting om in het beste belang van onze klanten op de lange termijn te handelen nakomen. Daarom zijn wij overtuigd van de noodzaak om Milieu-, Maatschappij- en Governance-criteria (MMG) op te nemen in onze beleggingscriteria en in onze praktijken van verantwoordelijk eigenaarschap. Dit beleid strookt met de ondertekening door BNP Paribas Investment Partners van de Principes voor Verantwoord Beleggen (PVB) van de Verenigde Naties en het engagement van BNP Paribas Groep voor verantwoord ondernemen en duurzame ontwikkeling. 1. Beleggingscriteria Wij beseffen dat Milieu-, Maatschappij- en Governance-aspecten een impact kunnen hebben op de waarde en reputatie van entiteiten waarin wij beleggen. Daarom stellen wij alles in het werk om de MMG-normen in onze beleggingscriteria op te nemen voor zover de integratie ervan aan onze fiduciaire verplichting beantwoordt om onze klanten te helpen bij het behalen van hun beleggingsdoelstellingen en hun belangen te beschermen. Voor bedrijfsemittenten zijn deze normen gebaseerd op de tien principes van het Global Compact van de VN, een wereldwijd erkend kader voor alle industriële sectoren dat vertrekt van de internationale verdragen op het gebied van mensenrechten, arbeidsvoorwaarden, milieubehoud en corruptiebestrijding. De principes van het Global Compact van de VN worden aangevuld met beleggingscriteria voor controversiële sectoren en producten. Deze criteria zijn gebaseerd op toepasselijke internationale overeenkomsten en regelgevingen, het MVO-beleid (Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen) van BNP Paribas Groep en vrijwillige normen van de sector. In elke sector belichten wij de verplichtingen waaraan BNPP IP moet voldoen om te beleggen en de beoordelingscriteria die het kader vormen voor een contextgebonden analyse en dialoog met bedrijven. 2. Praktijken van verantwoord eigenaarschap Stemmen op algemene vergaderingen is een wezenlijk onderdeel van onze beleggingsaansprakelijkheden en een basiselement van onze voortdurende dialoog met bedrijven waarin wij namens onze klanten beleggen. Via de uitoefening van onze stemrechten willen wij de langetermijnwaarde van onze beleggingsposities verhogen en de beste praktijken voor corporate governance, maatschappelijke aansprakelijkheid en milieubescherming aanmoedigen.

3 Beleid voor Verantwoord Beleggen April De praktijken die BNP Paribas Investment Partners ondersteunt zijn onder meer: bevoegdheid, onafhankelijkheid en beschikbaarheid van bestuursleden, transparantie van vergoedingsstructuren en afstemming ervan op de langetermijnbelangen van de onderneming naleving van de rechten van aandeelhouders met inbegrip van het principe 'één stem - één dividend' en de afwezigheid van beschermingsconstructies in overnamesituaties, tijdige en correcte communicatie over bedrijfs- en financiële resultaten met inbegrip van wezenlijke Milieu-, Maatschappij- en Governance-kwesties. Deze normen worden verder ondersteund door een aantal stemrichtlijnen. Voor elk stemaspect belichten deze richtlijnen de criteria die de beste praktijk weerspiegelen of bevorderen en die wij actief ondersteunen, evenals beslissingen die tegen de belangen van de aandeelhouders en de verantwoordelijkheid van de onderneming indruisen en die wij wellicht zullen verwerpen of waarvan wij ons wellicht zullen onthouden. 3. Toepassingsprincipes Wij verbinden ons ertoe om ons Beleid voor Verantwoord Beleggen consequent 1 toe te passen op alle door entiteiten van BNP Paribas Investment Partners beheerde of gedelegeerde open fondsen evenals op gescheiden rekeningen en beleggingsmandaten onder voorbehoud van mededeling aan of goedkeuring van de klant indien vereist. Beheerentiteiten waarin BNP Paribas Investment Partners of BNP Paribas Groep geen operationele zeggenschap heeft, verzoeken wij om dit beleid naar beste vermogen in te voeren en toe te passen. Externe beleggingsbeheerders worden actief bewaakt en aangemoedigd om gelijkwaardige MMGnormen in te voeren. Bij de toepassing van ons Beleid voor Verantwoord Beleggen houden wij rekening met specifieke omstandigheden betreffende het deugdelijk beheer, de maatschappelijke verantwoordelijkheid en de milieubeleidslijnen en -praktijken van individuele emittenten. BNP Paribas Investment Partners baseert haar oordeel op gegevens die zij bij emittenten en aanbieders van extern onderzoek vergaart en zij stelt alles in het werk om die relevante informatie te vergaren. Maar zij is afhankelijk van de kwaliteit, juistheid en actualiteit van de vergaarde informatie. Wij streven naar een toepassing van dit beleid in het beste belang van onze klanten en werken op gepaste afstand van BNP Paribas Groep en zijn filialen en verbonden ondernemingen. Ons Beleid voor Verantwoord beleggen is publiek toegankelijk op de website van BNP Paribas Investment Partners en wordt regelmatig bijgewerkt in het licht van de evolutie van de MMGnormen en marktpraktijken. 1 Behoudens technische en wettelijke beperkingen

4 Beleid voor Verantwoord Beleggen April Lijst van bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3. De zes Principes voor Verantwoord Beleggen (PVB) Hoe de MMG-normen toepassen op beleggingen De tien principes van het Global Compact van de VN Bijlage 4 Sectorspecifieke MMG-normen Bijlage 5. Bijlage 6. Stemmen bij volmacht Stemrichtlijnen

5 Beleid voor Verantwoord Beleggen April Bijlage 1 De zes Principes voor Verantwoord Beleggen van de VN De Principles for Responsible Investment (PRI principes van verantwoord beleggen) zijn bedoeld voor beheerders en eigenaars van activa. Ze werden in 2006 opgesteld door een internationale groep van institutionele beleggers in het licht van het groeiend belang van Milieu-, Maatschappij- en Governance-aspecten voor de beleggingspraktijk. Dit proces was een initiatief van de secretaris-generaal van de Verenigde Naties (www.unpri.org). "Als institutionele beleggers hebben wij de plicht om te handelen in het langetermijnbelang van onze begunstigden. Vanuit deze fiduciaire rol zijn wij van mening dat Milieu, Maatschappij en Governance (MMG) een effect kunnen hebben op de resultaatontwikkeling van beleggingsportefeuilles (in verschillende mate voor verschillende bedrijven, sectoren, regio s, beleggingsklassen en door de tijd heen). Wij erkennen ook dat de toepassing van deze Principes de beleggers beter kan afstemmen op de bredere maatschappelijke doelstellingen. Principe 1: Wij nemen MMG-onderwerpen mee in onze beleggingsanalyses en in het besluitvormingsproces. Principe 2: Wij zijn een actief aandeelhouder en nemen MMG-onderwerpen mee in ons ondernemingsbeleid en in onze ondernemingspraktijken. Principe 3: Wij vragen de entiteiten waarin wij beleggen om op gepaste wijze te rapporteren over MMG-onderwerpen. Principe 4: Wij bevorderen de aanvaarding en toepassing van de PRI-principes in de beleggingssector. Principe 5: Wij werken met anderen samen om deze principes doeltreffender toe te passen. Principe 6: Wij doen verslag van onze activiteiten en de voortgang die wij boeken in de invoering van de PRI-principes. Door deze Principes te onderschrijven, verbinden wij er ons als beleggers openlijk toe om deze te aanvaarden en toe te passen voor zover ze in lijn zijn met onze fiduciaire plichten. Wij zetten ons ook in om de doeltreffendheid van de principes en de inhoud ervan van tijd tot tijd te beoordelen en te verbeteren. Wij menen dat wij hierdoor onze verplichtingen tegenover begunstigden beter kunnen nakomen en onze beleggingsactiviteiten beter kunnen afstemmen op de bredere maatschappelijke belangen. Wij moedigen andere beleggers aan om de Principes aan te nemen"

6 Beleid voor Verantwoord Beleggen April Bijlage 2 Hoe de MMG-normen toepassen op beleggingen De volgende principes zijn bepalend voor de invoering van MMG-normen in beleggingsprocessen: 1. Een beleggingsuniversum wordt periodiek gescreend om emittenten te identificeren die mogelijk de principes van het Global Compact van de VN en/of toepasselijke bindende voorschriften inzake controversiële sectoren en producten schenden. 2. Deze beoordeling gebeurt door het SRI/MMG-onderzoeksteam op basis van interne analyse en informatie afkomstig van externe experts en in overleg met het MVO-team van BNP Paribas Groep. 3. Op basis van de resultaten van dit proces houdt BNPP IP twee lijsten bij: een uitsluitingslijst van emittenten die in verband kunnen worden gebracht met ernstige en herhaalde schendingen van de principes van het Global Compact van de VN en/of van bindende voorschriften inzake controversiële sectoren en producten. een volglijst van emittenten die de MMG-normen kunnen overtreden en met wie wij een dialoog aangaan om verbeteringen aan te moedigen. 4. De uitsluitings- en volglijst worden door de CIO's regelmatig aan de beleggingsteams overgemaakt. De beleggingsteams mogen met onmiddellijke ingang geen nieuwe beleggingen meer starten in uitgesloten bedrijven. Bestaande beleggingen moeten uit de relevante portefeuilles worden verwijderd op basis van de marktvoorwaarden, maar niet later dan een maand na de mededeling door de CIO's. 5. De uitsluitingslijst is van toepassing op alle open fondsen die door entiteiten van BNP Paribas Investment Partners worden beheerd, met uitzondering van portefeuilles die de samenstelling van indices repliceren (bijv. ETF's en indexgelinkte fondsen). Uitzonderingen kunnen ook worden toegestaan in gevallen waar uitsluiting uit actief beheerde portefeuilles een aanzienlijk marktrisico vergeleken met de benchmark zou meebrengen. 6. Deze uitsluitingslijst is van toepassing op alle types van effecten (aandelen, obligaties, converteerbare obligaties) die door bedrijven in deze lijst zijn uitgegeven, evenals op obligaties uitgegeven door gerelateerde financiële vehikels. Ze is ook van toepassing op participaties en derivaten op bovengenoemde effecten uitgegeven door derden. Deze beperkingen zijn van toepassing op effecten verhandeld op primaire en secundaire markten, evenals op OTC-instrumenten. 7. De Investment Compliance-teams voeren voor en na de transacties controles uit om na te gaan of de uitsluitingslijsten op alle desbetreffende portefeuilles worden toegepast. 8. Onder voorbehoud van wettelijke en technische beperkingen zijn de MMG-normen ook van toepassing op: gescheiden rekeningen en mandaten (onder voorbehoud van informatie of goedkeuring van de klant waar vereist); aan externe vermogensbeheerders gedelegeerde fondsen (onder voorbehoud van wijziging van de toepasselijke Overeenkomsten voor Beleggingsbeheer of Beleggingsrichtlijnen); de beoordeling van externe vermogensbeheerders die in de fondsen van fondsen en kooplijsten moet worden opgenomen

7 Beleid voor Verantwoord Beleggen november Bijlage 3 De tien principes van het Global Compact van de VN Het Global Compact verbindt bedrijfsleiders ertoe om een samenstel van fundamentele waarden betreffende mensenrechten, arbeid en milieu te aanvaarden, te bevorderen en te garanderen en om corruptie te bestrijden. Deze tien principes zijn gebaseerd op de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, de verklaring van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) over de fundamentele beginselen en rechten op het werk, de verklaring van Rio over milieu en ontwikkeling en het verdrag van de Verenigde Naties tegen corruptie. RECHTEN DE MENS VAN Principe 1: Bedrijven moeten de bescherming van de internationaal geproclameerde mensenrechten steunen en respecteren en Principe 2: zich ervan vergewissen dat ze niet medeplichtig zijn aan mensenrechtenschendingen. ARBEIDSNORMEN Principe 3: bedrijven moeten steun betuigen aan de vrijheid van vereniging en de effectieve erkenning van het recht op collectieve overeenkomsten; Principe 4: eliminatie van alle vormen van gedwongen en verplichte arbeid; Principe 5: de effectieve afschaffing van kinderarbeid; en Principe 6: de afschaffing van de discriminatie op het vlak van tewerkstelling en beroep. MILIEU Principe 7: Bedrijven dienen voorzorg te betrachten bij hun benadering van milieuuitdagingen Principe 8: initiatieven te nemen om een groter milieubesef te bevorderen en Principe 9: de ontwikkeling en verspreiding van milieuvriendelijke technologieën aan te moedigen. CORRUPTIEBESTR IJDING Principe 10: Bedrijven dienen elke vorm van corruptie tegen te gaan, inclusief afpersing en omkoping.

8 Beleid voor Verantwoord Beleggen April Bijlage 4 Sectorspecifieke MMG-normen Naast de principes van het wereldwijd pact van de VN past BNP Paribas Investment Partners een aantal MMGnormen toe inzake beleggingen in controversiële producten en sectoren. Deze normen zijn in lijn met de door BNP Paribas Groep ingevoerde sectorbeleidslijnen en dekken de volgende domeinen: Palmolie en houtpulp. Bedoeling is om de productie van duurzame palmolie en houtpulp te bevorderen door uitsluitend te beleggen in bedrijven die aan minimale milieu- en maatschappijnormen voldoen. Bijgevolg wordt er bij voorkeur niet belegd in bedrijven die NIET aan die minimale normen voldoen (die bijv. beschermde gebieden omzetten in palmolieplantages of gebruikmaken van kinderarbeid of verplichte arbeid). Kernenergie. Bedoeling is om erop toe te zien dat wij beleggen in bedrijven die actief zijn in landen met een degelijk wettelijk kader, die gebruikmaken van geschikte technologieën en die geschikte maatregelen voor de bewaking van de gezondheid en veiligheid en voor ongevallenpreventie toepassen. Elektriciteitscentrales op steenkool. Bedoeling is om erop toe te zien dat wij beleggen in nutsbedrijven die hun CO2-uitstoot beperken door gebruik te maken van efficiëntere steenkoolcentrales en door te diversifiëren naar schonere bronnen van elektriciteitsopwekking. Controversiële wapens. Bedoeling is om erop toe te zien dat wij niet beleggen in bedrijven die actief zijn in de productie, handel en opslag van controversiële wapens. Dit betreft onder meer clusterwapens en antipersoonsmijnen, chemische en biologische wapens, kernwapens en wapens met verarmd uranium. De meeste van deze wapens vallen onder internationale verdragen en beleggingen hierin zijn in bepaalde rechtsgebieden al bij wet verboden. Asbest. Bedoeling is om erop toe te zien dat wij niet beleggen in bedrijven die actief zijn in de ontginning of productie van asbestvezels waarvan het gebruik vandaag in meer dan 50 landen verboden is. Mijnbouw. Bedoeling is om erop toe te zien dat wij niet beleggen in bedrijven die technieken voor bergtopmijnbouw gebruiken of in bedrijven met lage MMG-normen en -praktijken. Voor elk domein bevatten onderstaande rubrieken achtergrondinformatie en basisdefinities van de desbetreffende activiteiten en bedrijven. De beleggingscriteria voor de voornaamste MMG-problemen zijn opgedeeld in twee categorieën: onder bindende voorschriften verstaan wij absolute voorwaarden: aan deze voorwaarden moet zonder uitzondering worden voldaan opdat BNPP IP in een bedrijf belegt. beoordelingscriteria bieden een kader voor een verdere contextuele analyse en dialoog met bedrijven. Op basis daarvan kan BNPP IP beslissen om niet te beleggen zelfs als aan de bindende voorschriften is voldaan.

9 Beleid voor Verantwoord Beleggen April Palmolie a. Achtergrond De productie van palmolie is een belangrijke bron van inkomsten en voorziet in het levensonderhoud van miljoenen mensen in de ontwikkelingslanden. Het is ook een belangrijke voedingsbron voor gezinnen in veel landen wereldwijd 2. Maar de ontwikkeling van palmolieplantages kan verschillende nadelige gevolgen hebben voor de plaatselijke gemeenschap, het klimaat en de ecosystemen. Deze gevolgen hangen hoofdzakelijk af van de manier waarop palmolie wordt geproduceerd en geperst. Met een productie van 45 miljoen kubieke meter in 2009 vertegenwoordigt ruwe palmolie ongeveer een derde van de totale markt voor plantaardige oliën. Palmolie wordt gebruikt in een breed scala van voedsel-, schoonmaak- en verzorgingsproducten evenals in de biobrandstofproductie. Zijn marktaandeel blijft toenemen. Door de vereiste weersomstandigheden voor de groei van palmbomen zijn de plantages vooral geconcentreerd in de tropische gebieden rond de evenaar. Maleisië en Indonesië alleen zijn goed voor meer dan 85% van de wereldwijde palmolieproductie, gevolgd door Thailand, Nigeria en Colombia. De grootste consumenten van palmolie zijn India, China en de Europese Unie. De ontwikkeling van palmolieplantages kan verschillende nadelige gevolgen hebben voor het klimaat en de plaatselijke gemeenschap. Maar de milieu- en maatschappijproblemen in de palmoliesector hangen hoofdzakelijk samen met de manier waarop palmolie wordt geproduceerd en geperst. Verantwoorde palmolie kan die gevolgen inderdaad beperken. Gemeenschappen: Ondoordachte brandstichting om land vrij te maken voor plantages en massaal gebruik van verdelgingsmiddelen en meststoffen hebben ingrijpende gevolgen voor de mens. Drink- en badwater wordt besmet door de verdelgingsmiddelen en de lozingsvloeistoffen bij de productie van palmolie (Palm Oil Mill Effluents - POME). Op die manier kunnen plantages nadelig zijn voor gemeenschappen die afhangen van de waterbronnen en van het woud waarin ze leven. Bovendien zijn grondacquisities en wijzigingen in het landschap vaak bedreigend voor de plaatselijke gemeenschappen die zelden formele grondrechten bezitten op de wouden waarin ze leven. Verkeerde grondacquisitieprocedures of gebrek aan informatie en raadpleging van de plaatselijke bevolking tijdens de ontruiming van gemeenschapsgrond hebben al tot geschillen over grondrechten geleid. Wel is de productie van palmolie een belangrijke bron van inkomsten die in het levensonderhoud voorziet van miljoenen mensen in de ontwikkelingslanden. Geschat wordt dat zowat 40% van alle palmolie door kleine boeren wordt geproduceerd. Veel landen hangen van palmolie af voor hun plattelandsontwikkeling en hun exportgroei. Het is ook een belangrijke voedingsbron voor gezinnen in veel landen wereldwijd. Klimaatverandering: De ontbossing voor de ontwikkeling van plantages draagt bij aan de opwarming van de aarde. Geschat wordt dat ontbossing aansprakelijk is voor circa één vijfde van alle door de mens veroorzaakte uitstoot van broeikasgassen. Het is aangetoond dat een niet verwaarloosbaar gedeelte van de groei van de palmoliesector in Maleisië en Indonesië ten koste van de wouden gaat. Bovendien is de ontwatering van veengebied voor de ontwikkeling van palmplantages aansprakelijk voor aanzienlijke CO2-emissies omdat de in veen opgeslagen koolstof aan de atmosfeer wordt blootgesteld. Aangetast veengebied is ook vatbaarder voor branden. Minder ontbossing en behoud van intacte tropische wouden kunnen de emissie van broeikasgassen op de korte termijn en rendabel beperken. Ecosystemen en ruimtelijke ordening: Primaire wouden herbergen twee derde van de planten- en dierensoorten wereldwijd. Jarenlang werden ecosystemen met een hoge natuurbehoudswaarde omgezet in plantages. Dit resulteerde in de vernietiging van levensnoodzakelijke natuurlijke habitats voor zeldzame en met uitsterving bedreigde soorten die naar steeds kleinere natuurlijke woongebieden werden verdrongen. Toch kan de bescherming van natuurlijke wouden de habitats en biodiversiteit in stand houden, gronderosie tegengaan en overstromingen beperken. Bovendien is palmolie de meest productieve olie, goed voor ongeveer een derde van de wereldwijde olieproductie die 5% van 's werelds productieruimte in beslag neemt. De systematische vervanging ervan door andere types van olie zou het gebruik van grond voor de olieproductie aanzienlijk verhogen. Duurzame en verantwoorde praktijken kunnen die impact beperken en als een wereldwijd vermogensbeheerder is BNP Paribas IP overtuigd dat die praktijken moeten worden aangemoedigd omdat ze voordelen op de lange termijn meebrengen voor haar klanten en de hele gemeenschap. Er werden inderdaad meerdere initiatieven genomen om het bewustzijn te verhogen en de problemen die de productie van palmolie meebrengt voor het milieu en de gemeenschap te beperken. Het belangrijkste initiatief was de rondetafel voor duurzame palmolie (Roundtable on Sustainable Palm Oil RSPO). De RSPO werd in 2004 opgericht op initiatief van palmolieproducenten, landbouwbedrijven, eindgebruikers en NGO's. In 2007 keurde de raad van bestuur van de RSPO een certificeringsprotocol goed dat de vereisten voor aanvragers en certificeringsinstellingen vastlegt en werd er een lijst van principes en criteria gepubliceerd die vijf jaar na de publicatiedatum moet worden gereviseerd. 2 Discussiestuk IFC Belangrijkste duurzaamheidsproblemen in de palmoliesector, 2010

10 Beleid voor Verantwoord Beleggen April Certificering door de RSPO biedt concrete antwoorden op de belangrijkste MMG-problemen van de palmoliesector, maar het is een tijdrovend en duur proces. Door aan te sluiten bij de principes van de RSPO verbinden palmoliebedrijven zich tot transparantie, naleving van de toepasselijke wetten en regelgevingen, gebruik van de beste praktijken, ecologische aansprakelijkheid, behoud van natuurlijke rijkdommen en biodiversiteit, verantwoorde behandeling van werknemers en van individuen en gemeenschappen die nadeel ondervinden van telers en oliefabrieken en verantwoorde ontwikkeling van nieuwe palmoliefabrieken. De certificering door de RSPO van een actief (doorgaans een plantage of een fabriek) impliceert dat er een tijdsgebonden plan werd opgesteld om de volledige certificering door de RSPO van alle activa te verkrijgen. Hoewel ze nog vatbaar voor verbetering zijn, meent BNP Paribas IP toch dat de RSPO-principes vooralsnog de best beschikbare duurzaamheidsnormen in deze sector zijn. BNP Paribas IP is op de hoogte dat er nog andere initiatieven bestaan of zullen komen op een algemeen niveau zoals de ISPO van de Indonesische regering en op bedrijfsniveau met beleidslijnen voor duurzame palmolie en door derden goedgekeurde milieu- en veiligheidsbeheerplannen. BNP Paribas IP zal nieuwe ontwikkelingen in deze sector in aanmerking nemen en deze richtlijnen eventueel aanpassen om ze erin op te nemen. BNP Paribas IP zal dus, onder bepaalde in dit document uiteengezette voorwaarden, in de palmoliesector blijven investeren omdat zij gelooft dat palmolie op een duurzame en verantwoorde manier kan worden geproduceerd. a. Betrokken ondernemingen Deze richtlijnen zijn van toepassing op bedrijven die direct betrokken zijn bij de upstream of downstream waardeketen van palmolie en die een groot deel van hun activiteiten in deze sector uitvoeren. Upstream bedrijven verwijst naar bedrijven aan de bron, meer bepaald palmolieplantages en extractiefabrieken, terwijl downstream bedrijven verwijst naar bedrijven verderop in het proces, meer bepaald raffinaderijen en handelaars. Andere bedrijven verderop in de waardeketen (producenten van ingrediënten en producten en de kleinhandel) vallen niet onder dit beleid. b. Bindende voorschriften Van upstream palmoliebedrijven verwacht BNP Paribas IP: dat ze geen kinderarbeid of gedwongen arbeid 4 gebruiken; dat ze geen nieuwe plantages ontwikkelen op land dat voorheen in handen was van of bewoond werd door plaatselijke gemeenschappen zonder dat er (in lijn met de RSPO-principes en -criteria) o een degelijk raadplegingsproces werd doorlopen o een aanvaardbare vergoedingsregeling werd bereikt en o een aanvaardbaar klachtenmechanisme werd ingevoerd. dat ze geen locaties op de Werelderfgoedlijst van de UNESCO herbestemmen als palmolieplantages; dat ze geen waterrijke natuurgebieden op de Ramsar-lijst herbestemmen als palmolieplantages, geen bossen van uitzonderlijke waarde (High Conservation Value forests HCVF) herbestemmen als nieuwe plantages. Als de plantage van een klant zich op land bevindt dat voorheen HCVF was moet dit meer dan tien jaar geleden zijn gebeurd en moet de klant verklaren (en in de mate van het mogelijke aantonen) dat hij niet direct of indirect aansprakelijk is voor die herbestemming dat ze een niet-zwartblakerbeleid hebben in lijn met de aanbevelingen van het 'zero burning'-beleid van ASEAN of andere regionale beste praktijken. dat ze duidelijke en strikte procedures voor het beheer van veengebieden hebben voor de eventuele ontwikkeling van nieuwe plantages. 3 Zoals vastgelegd in de criteria 6 en 7 van de RSPO 4 Zoals vastgelegd in de Internationale Arbeidsnormen

11 Beleid voor Verantwoord Beleggen April c. Beoordelingscrite ria BNP Paribas IP moedigt palmoliebedrijven aan om de beste praktijken te volgen voor de productie van duurzame palmolie. BNP Paribas IP meent dat RSPO momenteel de beste criteria biedt voor duurzaamheid in deze sector en moedigt palmoliebedrijven aan: om actief lid te worden van de RSPO (of een mogelijk nieuw gelijkwaardig initiatief in de sector), in het geval van producten, om een RSPO-certificering (of gelijkwaardig certificaat) te verkrijgen voor hun plantages of om actieplannen op te stellen en in te voeren om tegen eind 2015 een certificering van hun palmplantages te verkrijgen. In het geval van extractiefabrieken, handelaars en raffinaderijen voor palmolie, om beleidslijnen op te stellen die leveranciers opleggen (i) om een RSPO-certificering te verkrijgen tegen eind 2015 en (ii) om de opspoorbaarheid van bronnen van het palmolieaanbod aan te moedigen. BNP Paribas IP verwacht van upstream palmoliebedrijven dat ze voldoen aan de bestaande sociale en milieuwetgeving op lokaal of staats-/provinciaal niveau evenals aan de internationale regelgeving die door de landen waarin ze actief zijn werd goedgekeurd. Deze omvatten de Overeenkomst inzake de internationale handel in bedreigde in het wild levende dier- en plantensoorten, het Verdrag inzake biologische diversiteit, Verdrag nr. 169 van de Internationale Arbeidsorganisatie over inheemse volkeren en stammen in onafhankelijke staten, IAO-verdragen betreffende dwangarbeid en de ergste vormen van kinderarbeid. d. Basisdefinities Lokale gemeenschap: brede groep van mensen die in of dicht bij een woud of plantage leven en er in hoge mate van afhangen. De term omvat woudbewoners, inheemse bevolkingen in de nabijheid van wouden en recente immigranten. (Bron: Operationeel bosbeleid IFC) 'no burn'-beleid van ASEAN-landen: in antwoord op de bos- en woudbranden die de ASEAN-regio in 1997/98 troffen, kwamen de ministers voor milieu van de ASEAN-landen overeen om op de 6de ministerbijeenkomst van ASEAN-landen in Haze in april 1999 een 'zero burning'-beleid goed te keuren en om de toepassing ervan door plantages in de regio te bevorderen. De richtlijnen voor de invoering van dit beleid werden ontwikkeld om advies te verstrekken aan eigenaars, beheerders, toezichthouders en aannemers van plantages over de toepassing van de 'zero burning'-techniek voor de ontwikkeling van palmolieplantages 5. Gebieden op de Werelderfgoedlijst van de UNESCO: in de Werelderfgoedlijst opgenomen gebieden overal ter wereld die van uitzonderlijke waarde voor de mens worden beschouwd en die opgenomen zijn in het Werelderfgoedverdrag. Veengrond: waterrijk natuurgebied waar zich een aanzienlijke accumulatie van turf - ten minste 30 cm - heeft voorgedaan 6 Het veengrondsubstraat is in feite een organische structuur ontstaan door biologische activiteit. Ramsargebieden: gebieden met representatieve, zeldzame en unieke types van waterrijk natuurgebied en gebieden van internationaal belang voor het behoud van de biodiversiteit opgenomen in de Overeenkomst inzake waterrijke gebieden die in 1971 in Ramsar, Iran werd afgesloten (Ramsar-conventie). High Conservation Value Forests (HCVF): worden als volgt gedefinieerd (door de Forest Stewardship Council, neergelegd in de principes en criteria van de RSPO): 5 6 Charman, D Peatlands and environmental change. J. Wiley & Sons, London & New York, p. 301

12 Beleid voor Verantwoord Beleggen April Bosgebieden met aanzienlijke concentraties van biologische diversiteit van wereldwijd, regionaal of nationaal belang (bijv. endemie, bedreigde soorten): bosgebieden op landschapsniveau van wereldwijd, regionaal of nationaal belang die grootschalige bossen bevatten, liggend binnen de beheereenheid of waarvan de beheereenheid deel uitmaakt en waar levensvatbare populaties van de meeste zo niet alle soorten voorkomen in natuurlijke patronen met betrekking tot distributie en talrijkheid; bosgebieden die zich binnen zeldzame of bedreigde ecosystemen bevinden of deze bevatten; bosgebieden die natuurlijke basisdiensten leveren in kritieke situaties (bijv. bescherming van stroomgebieden, erosiebestrijding); bosgebieden van fundamenteel belang voor de vervulling van de basisbehoeften van de lokale gemeenschappen (bijv. voedsel, gezondheid); bosgebieden die van cruciaal belang zijn voor de traditionele culturele identiteit van de lokale gemeenschappen (gebieden van culturele, ecologische, economische of religieuze betekenis die in samenwerking met dergelijke lokale gemeenschappen zijn geïdentificeerd). RSPO-principes en -criteria (2007) Elk van de volgende 8 principes zijn opgedeeld in een reek van [40] criteria. Meer informatie is verkrijgbaar op. Principe 1: Streven naar transparantie Principe 2: Naleving van toepasselijke wetten en regelgeving Principe 3: Streven naar economische en financiële levensvatbaarheid op lange termijn Principe 4: Gebruik van de juiste beste praktijken door telers en fabrikanten Principe 5: Milieuveiligheid en behoud van natuurlijke hulpbronnen en biodiversiteit Principe 6: Verantwoorde behandeling van werknemers en van burgers en gemeenschappen die nadeel ondervinden van de activiteit van telers en fabrikanten Principe 7: Verantwoorde ontwikkeling van nieuwe plantages Principe 8: Streven naar voortdurende verbetering in basisactiviteiten

13 Beleid voor Verantwoord Beleggen April Houtpulp a. Achtergron d De vraag naar papierproducten zal de volgende jaren wellicht aanzienlijk toenemen en een aanzienlijke impact op de duurzaamheid van de sector hebben. De grootste ecologische en maatschappelijke impact is afkomstig van het bosbeheer en de houtpulproductie. BNP Paribas IP identificeert vijf grote duurzaamheidsproblemen verbonden met deze segmenten van de aanbodketen: milieu- en biodiversiteitsproblemen verbonden met de ontbossing en industriële bosaanplantingen om hout te leveren aan de pulpfabrieken maatschappelijke problemen verbonden met de ontwikkeling van een pulpfabriek of plannen voor industriële bosaanplantingen (respect van rechten van lokale bevolking, betrokkenheid van lokale gemeenschappen, banencreatie...) water- en afvalwaterbeheer in het pulpproces, vooral de dioxine-uitstoot in het bleekproces veiligheid en gezondheid op het werk in bosaanplantingen en pulpfabrieken milieubeheer in pulpfabrieken (met inbegrip van emissies in de lucht en afvalbeheer) BNP Paribas IP zal, onder bepaalde in dit document uiteengezette voorwaarden, in de houtpulpsector blijven investeren omdat zij gelooft dat houtpulp op een duurzame en verantwoorde manier kan worden geproduceerd. b. Betrokken ondernemingen Deze richtlijnen zijn van toepassing op bedrijven die direct betrokken zijn bij de upstream en downstream waardeketen van de houtpulpsector. Upstream verwijst naar bedrijven aan de bron, zoals industriële bosaanplantingen en boskapactiviteiten van pulpproducenten, terwijl downstream verwijst naar houtpulpproducenten, inclusief voor eigen gebruik, en handelaars. Andere bedrijven hoger of lager in de waardeketen (papierproducenten die geen eigen pulp produceren, chemische bedrijven en machineproducenten evenals kleinhandelaars en papierdistributeurs) vallen niet onder deze richtlijnen. c. Bindende voorschriften voor bosbeheer BNP Paribas IP vereist van upstream pulpbedrijven dat ze voldoen aan de bestaande sociale en milieuwetgeving op lokaal of staats-/provinciaal niveau evenals aan de internationale regelgeving die door de landen waarin ze actief zijn werd goedgekeurd. Dat omvat de Overeenkomst inzake de internationale handel in bedreigde in het wild levende dieren plantensoorten, het Verdrag inzake biologische diversiteit, Verdrag nr. 169 van de Internationale Arbeidsorganisatie over inheemse volkeren en stammen in onafhankelijke staten, IAO-verdragen betreffende dwangarbeid en de ergste vormen van kinderarbeid. Om te garanderen dat aan de fundamentele maatschappelijke vereisten is voldaan en om de negatieve gevolgen voor de klimaatverandering en biodiversiteit te beperken, vereist BNP Paribas dat upstream pulpbedrijven: geen kinderarbeid of gedwongen arbeid gebruiken; geen nieuwe plantages ontwikkelen op land dat voorheen in handen was van of bewoond werd door plaatselijke gemeenschappen zonder dat er (in lijn met de FSC- en PEFC-principes en -criteria) (waarbij PEFC staat voor Programme for the Endorsement of Forest Certification) een vrij, voorafgaand en zaakkundig raadplegingsproces werd uitgevoerd, een aanvaardbare vergoedingsregeling werd bereikt, en een efficiënt klachtenmechanisme werd ingevoerd.

14 Beleid voor Verantwoord Beleggen April geen illegaal verkregen hout wordt gebruikt 7 geen locaties op de Werelderfgoedlijst van de UNESCO als industriële bosaanplantingen worden herbestemd; geen waterrijke natuurgebieden op de Ramsar-lijst herbestemmen als industriële bosaanplantingen, Een HCV-beoordeling uitvoeren voor er tot nieuwe aanplanting wordt overgegaan; geen bossen van uitzonderlijke waarde (High Conservation Value Forests HCVF) herbestemmen als nieuwe aanplantingen. Als de aanplanting van een bedrijf zich op land bevindt dat voorheen HCVF was, moet de boskap meer dan tien jaar geleden zijn gebeurd en moet het bedrijf verklaren (en in de mate van het mogelijke aantonen) dat het niet direct of indirect aansprakelijk is voor die herbestemming; duidelijke en strikte procedures voor het beheer van veengebieden hebben voor de eventuele ontwikkeling van nieuwe aanplantingen op veengebied; een niet-zwartblakerbeleid hebben in lijn met de aanbevelingen van het 'zero burning'-beleid van ASEAN of andere regionale beste praktijken. een plan voor de regelmatige bewaking van de gezondheid en veiligheid op het werk hebben. d. Beoordelingscriteria voor bosbeheer BNP Paribas IP moedigt upstream pulpbedrijven aan om hogere duurzaamheidsnormen in te voeren. BNP Paribas meent dat FSC en PEFC op het domein van bosbeheer momenteel de beste criteria bieden voor duurzaamheid in deze sector en moedigt upstream pulpbedrijven aan: om actief lid te worden van hun nationale FSC- of PEFC-beheersystemen (of elk mogelijk nieuw gelijkwaardig initiatief), in het geval van pulpproducenten die hout aankopen van externe partijen, om aan hun leveranciers te vragen om een FSC- of PEFC-certificering te hebben of om actieplannen uit te werken en toe te passen om binnen de vijf jaar een certificering voor hun bos of aanplanting te verkrijgen 8, in het geval van beheerders van bossen en aanplantingen, om een FSC- of PEFC-certificering te hebben of om actieplannen uit te werken en toe te passen om binnen de vijf jaar een certificering voor hun bos of aanplanting te verkrijgen 9, BNP Paribas IP moedigt upstream pulpbedrijven aan om voor bestaande aanplantingen een heldere en strikte milieubeheerprocedure voor te leggen. Deze procedure vermeldt hoe het project omgaat met het beheer van landbouwchemicaliën, water en biodiversiteit. In het geval van een extern aanbod van hout voor de pulpfabriek moet het bedrijf aan zijn leveranciers vragen om een dergelijke procedure voor te leggen. BNP Paribas IP moedigt upstream pulpbedrijven ten zeerste aan om alternatieven voor aanplantingen op veengebied te ontwikkelen omdat die gebieden erg waardevol zijn door de diverse en levensnoodzakelijke ecosysteemdiensten die zij bieden. Die functies en waarden zijn onder meer het behoud van biodiversiteit, koolstof- en wateropslag en waterregeling en -kwaliteit. e. Bindende voorschriften voor de pulpproductie BNP Paribas IP vereist van upstream pulpproducenten dat ze voldoen aan de bestaande sociale en milieuwetgeving op lokaal of staats-/provinciaal niveau, evenals aan de internationale regelgeving die door de landen waarin ze actief zijn werden goedgekeurd. 7 De definitie van illegale houtkap voor dit beleid is de lijst van illegale boskapactiviteiten van het FOA-comité voor papier- en houtproducten in hun studie Defining illegal logging: what it is, and what is being done about it? (2003). 8 Deze periode van vijf jaar gaat van start bij de officiële publicatie van dit beleid. Voor nieuwe CIB-klanten start de periode vanaf de datum van ondertekening van het eerste handelscontract (van welke aard ook) met BNP Paribas. 9 ibid

15 Beleid voor Verantwoord Beleggen April Wat het houtaanbod betreft moeten pulpproducenten nagaan of hun houtleveranciers de bindende voorschriften voor bosbeheer naleven. BNP Paribas IP is op de hoogte dat er absorbeerbare gehalogeneerde organische verbindingen (AOX) kunnen vrijkomen in het water als het proces een bleekfase bevat. Dit specifieke type van vervuiling door pulpfabrieken werd onder de aandacht gebracht door NGO's en gezondheidsorganisaties. De laatste jaren werden chloor en hypochloriet grotendeels vervangen door andere chemicaliën in het bleekproces. Met elementair of volledig chloorvrije (Elementary Chlorine Free of ECF en Totally Chlorine Free of TCF) processen kunnen inderdaad concentraties van dioxinen en furanen in de vloeistoflozingen onder de grenzen van aantoonbaarheid worden verkregen. BNP Paribas meent dat ECF en TCF vooralsnog de beste bestaande technieken zijn voor een duurzaam bleekproces. Daarom vereist BNP Paribas dat pulpproducenten: nieuwe pulpfabrieken ontwikkelen die de ECF- en TCF-technologie gebruiken als er een bleekproces is vereist. over zullen stappen naar de ECF- of TCF-technologie in geval van al bestaande fabrieken. een beheerplan zullen voorleggen voor de bewaking van diverse indicatoren voor waterlozingsniveaus en emissie in de lucht opgesomd in de toepasselijke milieu-, gezondheids- en veiligheidsrichtlijnen (Environmental, Health, and Safety EHS) voor pulp- en papierfabrieken van het IFC. Vanaf de publicatiedatum van dit beleid zijn deze parameters: debiet, ph, TSS, COD, BOD5, AOX, Total N, Total P 10. een plan voor de regelmatige bewaking van de gezondheid en veiligheid op het werk voorleggen. f. Beoordelingscriteria voor de pulpproductie BNP Paribas IP moedigt downstream pulpbedrijven aan om hogere duurzaamheidsnormen in te voeren. BNP Paribas IP meent dat FSC en PEFC vandaag de beste bestaande criteria zijn voor een duurzame inkoop van vezels in de pulpsector en moedigt downstream pulpbedrijven (d.w.z. pulpproducenten en -handelaars) aan: om de FSC- of PEFC-certificering binnen de handelsketen (CoC Chain of Custody) voor hun activiteiten te verkrijgen. Zij worden ook aangemoedigd om beleidslijnen op te stellen die vereisen dat hun leveranciers (i) binnen een periode van vijf jaar een FSC- of PEFC-certificering voor hun eigen aanplantingen verkrijgen en om de opspoorbaarheid van houtbronnen voor de pulpindustrie aan te moedigen door een FSC- of PEFC CoC-certificering voor hun activiteiten te verkrijgen. Downstream pulpbedrijven dienen hoe dan ook een geloofwaardig plan voor de inkoop van hout voor te leggen (bij aanvang van het project in het geval van nieuwe pulpfabrieken) dat indien nodig een extern aanbod van hout vermeldt en specificeert wat die externe bron is. om actief lid te worden van hun nationale FSC- of PEFC-beheersystemen (of elk mogelijk nieuw gelijkwaardig initiatief), Wat water- en luchtemissies betreft moedigt BNP Paribas pulpproducenten aan: om ervoor te zorgen dat de emissieniveaus van al hun pulpfabrieken onder of gelijk aan de niveaus zijn die vermeld worden in de IFC EHS-richtlijnen voor pulp- en papierfabrieken (Bijlage B Richtlijnen voor lozingsvloeistoffen en emissies ). Als ze hoger zijn dan die emissieniveaus moedigt BNP Paribas pulpproducenten aan om efficiënte actieplannen te ontwikkelen om die afwijkingen te corrigeren en de emissies te verlagen tot ze lager dan de IFC-niveaus zijn. om (bij aanvang in het geval van een nieuwe pulpfabriek) een geloofwaardig energiebronplan voor te leggen met vermelding van de impact van die energiemix op de CO2-uitstoot. Wat de Environmental & Social Management Systems (ESMS) en Health & Safety Management Systems (HSMS) betreft, meent BNP Paribas dat ISO en OHSAS vandaag de beste bestaande duurzaamheidscertificeringen zijn voor industriële processen en BNP Paribas moedigt pulpproducenten aan: 10 De lijst van die indicatoren is meer specifiek opgenomen in Bijlage B 'Effluents and Emissions Guidelines / Resource Use Benchmarks' van de IFC EHS-richtlijnen voor pulp- en papierfabrieken.

16 Beleid voor Verantwoord Beleggen April om een milieubeheersysteem (EMS) op te stellen en toe te passen voor de aanpak van lucht- en wateremissies, afvalbeheer, grond- en grondwaterbesmetting en om een plan te ontwikkelen waardoor ze binnen de vijf jaar een ISO certificering (of een gelijkwaardige EMS-certificering) voor hun activiteiten kunnen verkrijgen 11. om een HSMS op te stellen en toe te passen en een plan te ontwikkelen waarmee ze binnen een periode van vijf jaar een OHSAS certificering (of een gelijkwaardige HSMS-certificering) voor hun activiteiten kunnen verkijgen 12. g. Basisdefinities De volgende definities zijn van toepassing in deze richtlijnen: AOX: Dit is een groep van gehalogeneerde organische verbindingen die op actieve kool kunnen absorberen, 'no burn'-beleid van ASEAN-landen: in antwoord op de bos- en woudbranden die de ASEAN-regio in 1997/98 teisterden, kwamen de ministers voor milieu van de ASEAN-landen op de 6de ministerbijeenkomst van ASEANlanden in Haze in april 1999 overeen om een 'zero burning'-beleid goed te keuren en om de toepassing ervan door plantages in de regio te bevorderen. De richtlijnen voor de invoering van dit beleid werden ontwikkeld om eigenaars, beheerders, toezichthouders en aannemers van plantages te adviseren over de toepassing van de 'zero burning'- techniek voor de ontwikkeling van palmolieplantages 13. BOD5: Biological Oxygen Demand of biologisch zuurstofverbruik meet de hoeveelheid opgeloste zuurstof nodig voor de afbraak van organisch materiaal in water door aerobe bio-organismen. COD: Chemical Oxygen Demand (COD) of chemisch zuurstofverbruik is een maatstaf voor de hoeveelheid organische stoffen in water. ECF: Elementary Chlorine Free (ECF) of elementair chloorvrij proces om pulp te bleken. Dit proces maakt het mogelijk om concentraties van dioxines en furanen onder de aantoonbaarheidsgrens te verkrijgen. EMS Environmental Management System of milieubeheersysteem. Dit systeem kan erkend worden door een ISO certificering of een gelijkwaardig certificaat. FSC-principes en -criteria vastgelegd in 1993 (zoals gerapporteerd in de Sustainable Forest Finance Toolkit van de WBCSD). FSC is een systeem van nationale en regionale normen die beantwoorden aan de SFM-principes betreffende de volgende problemen: 1. naleving van wetten en FSC-principes 2. landeigendoms-en gebruikrechten enaansprakelijkheden 3. rechten van inheemse bevolking 4. relaties met de gemeenschap en rechten van werknemers 5. voordelen van de bossen 6. milieu-impact 7. beheerplannen 8. bewaking en beoordeling 9. bijzondere plaatsen bossen van uitzonderlijke waarde (high conservation value forests - HCVF) 10. Aanplantigen Deze principes werden ontwikkeld door een wereldwijd partnerschap van door het FSC bijeengeroepen belanghebbenden. De principes zijn van toepassing op alle tropische, gematigde en boreale bossen en moeten als één geheel worden beschouwd. Alle nationale en regionale normen worden in het land afgeleid van die tien principes. De principes moeten worden gebruikt samen met de nationale en internationale wetten en regelgevingen en in lijn met de relevante internationale principes en criteria op nationaal 11 Deze periode van vijf jaar gaat van start bij de officiële publicatie van dit beleid. voor bedrijven 12 Ibid. 13

17 Beleid voor Verantwoord Beleggen April en subnationaal niveau (FSC Policy and Standards; principles and criteria of forest stewardship) (FSC, 1996) Er bestaan verschillen in regionale normen en in tijdelijke normen van auditorganen. High Conservation Value Forests (HCVF): worden als volgt gedefinieerd (door de Forest Stewardship Council, neergelegd in: de Sustainable Forest Finance Toolkit van de WBCSD) 14 : Bosgebieden met aanzienlijke concentraties van biologische diversiteit van wereldwijd, regionaal of nationaal belang (bijv. endemie, bedreigde soorten): bosgebieden op landschapsniveau van wereldwijd, regionaal of nationaal belang die grootschalige bossen bevatten, liggend binnen de beheereenheid of waarvan de beheereenheid deel uitmaakt en waar levensvatbare populaties van de meeste zo niet alle soorten voorkomen in natuurlijke patronen met betrekking tot distributie en talrijkheid; bosgebieden die zich binnen zeldzame of bedreigde ecosystemen bevinden of deze bevatten; bosgebieden die natuurlijke basisdiensten leveren in kritieke situaties (bijv. bescherming van stroomgebieden, erosiebestrijding); bosgebieden van fundamenteel belang voor de vervulling van de basisbehoeften van de lokale gemeenschappen (bijv. voedsel, gezondheid); bosgebieden die van cruciaal belang zijn voor de traditionele culturele identiteit van de lokale gemeenschappen (gebieden van culturele, ecologische, economische of religieuze betekenis die in samenwerking met dergelijke lokale gemeenschappen zijn geïdentificeerd). H&S: Health and Safety Management System (beheersysteem voor gezondheid en veiligheid) Dit systeem kan erkend worden door een OHSAS certificering of een gelijkwaardig certificaat. Lokale gemeenschap: brede groep van mensen die in of dicht bij een woud of plantage leven en er in hoge mate van afhangen. De term omvat woudbewoners, inheemse bevolkingen in de nabijheid van wouden en recente immigranten. (Bron: Operationeel bosbeleid IFC) Veengebieden: waterrijk natuurgebied waar zich een aanzienlijke accumulatie van turf - ten minste 30 cm - heeft voorgedaan. 15 Het veengrondsubstraat is een organische structuur ontstaan door biologische activiteit. Veengebieden zijn waardevol voor de vele en levensnoodzakelijke ecosysteemdiensten die ze leveren. De functies en waarden zijn onder meer het behoud van biodiversiteit, koolstof- en wateropslag, detentie van opgeloste stoffen en waterregeling en -kwaliteit. Ten eerste zijn niet gedraineerde veengebieden unieke natuurlijke hulpbronnen met bijzonder ecosystemen die door hun grote biodiversiteit erg belangrijk zijn voor het behoud van genetica, soorten en habitats. Veengebieden zijn ook waterwingebieden. Ze wijzigen de waterkwaliteit en - kwantiteit, doen dienst als reservoirs van bepaalde stoffen, produceren andere stoffen en beïnvloeden het temporele patroon van de watertoevoer naar rivieren en meren. De rol van veengebieden in de waterregulering hangt af van het behoud van de integriteit van hun unieke hydrologie die losstaat van maar gelinkt is aan dat van belendende waterrijke gebieden en het bredere landschap. Tot slot zijn de veengebieden al eeuwenlang belangrijke koolstofreservoirs. Veengebieden stoten ook CO2 en CH4 uit waarvan de hoeveelheden afhangen van de temperatuur en het waterniveau die beide nadeel kunnen ondervinden van de verwijdering van vegetatie, drainage en de toekomstige klimaatwijziging. Landbouw op gedraineerde veengebieden veroorzaakt een aanzienlijke uitstoot van CO2 en stikstofoxide (N2O) 16 PEFC-principes en -criteria vastgelegd in 1999 (zoals gerapporteerd in de Sustainable Forest Finance Toolkit van de WBCSD) Charman, D Peatlands and environmental change. J. Wiley & Sons, London & New York, p Bronnen: Assessment on Peatlands, Biodiversity and Climate change, UNEP-GEF 2007, Strategy for responsible peatland management, IPS 2010

18 Beleid voor Verantwoord Beleggen April PEFC is een wederzijds erkenningsmechanisme voor nationale en regionale certificeringssystemen. Erkende certificeringssystemen moeten beantwoorden aan internationaal overeengekomen ecologische, maatschappelijke en economische vereisten zoals de paneuropese richtsnoeren voor duurzaam bosbeheer (PEOLG), de African Timber Organization (ATO) en de richtlijnen van de internationale organisatie voor tropisch hout (ITTO), evenals de intergouvernementele processen inzake criteria en indicatoren voor duurzaam bosbeheer (DBB). De elementen van DBB die in deze vereisten zijn opgenomen kunnen variëren naargelang de omstandigheden van de gebieden waarvoor ze zijn ontwikkeld. Zo dekken de paneuropese richtsnoeren voor duurzaam bosbeheer onder meer het volgende: 1. onderhoud en opwaardering van bossen en hun bijdrage aan de wereldwijde koolstofcycli. 2. onderhoud en opwaardering van de gezondheid en levensvatbaarheid van bossen 3. onderhoud van productieve functies van bossen 4. onderhoud, behoud en opwaardering van biodiversiteit 5. onderhoud en opwaardering van beschermingsfuncties in bosbeheer 6. onderhoud van sociaaleconomische functies en voorwaarden Erkende certificeringssystemen moeten beantwoorden aan de internationale akkoorden zoals de kernverdragen van de IAO evenals door de landen erkende overeenkomsten betreffende bosbeheer zoals het verdrag inzake biologische diversiteit, CITES en andere. Er bestaan verschillen tussen de certificeringsnormen van leden waarbij bepaalde normen strenger zijn dan de PEFC-vereisten (PEFC, 2006A). ph: In de scheikunde is ph een maatstaf voor de zuurtegraad van waterige oplossingen. Ramsar-gebieden: gebieden met representatieve, zeldzame en unieke types van waterrijk natuurgebied en gebieden van internationaal belang voor het behoud van de biodiversiteit opgenomen in de Overeenkomst inzake waterrijke gebieden die in 1971 in Ramsar, Iran werd afgesloten (Ramsar-conventie 17 ). TCF: Volledig chloorvrij (Totally Chlorine Free TCF) proces om pulp te bleken dat chloor volledig vervangt door een bleekproces met zuurstof. Total N: Totale hoeveelheid stikstof Total P: Totale hoeveelheid fosfor TSS: Staat voor Total Suspended Solids of totale hoeveelheid zwevende deeltjes. Het is een maatstaf voor de waterkwaliteit die de concentratie van niet-filterbare vaste stoffen in water meet. Gebieden op de Werelderfgoedlijst van de UNESCO: in de Werelderfgoedlijst opgenomen gebieden overal ter wereld die van uitzonderlijke waarde voor de mens worden beschouwd en die opgenomen zijn in het Werelderfgoedverdrag

19 Beleid voor Verantwoord Beleggen April Kerncentrales a. Achtergrond De kernenergiesector is vandaag één van de grootste aanbieders van elektriciteit. Volgens het Internationaal Energieagentschap (IEA) zal het aandeel van kernenergie in de elektriciteitsopwekking over de periode tussen 2008 en 2035 met meer dan 360 GW toenemen en zal de levensduur van meerdere centrales worden verlengd. Bovendien oordelen landen die ervoor kiezen om hun kernenergiesector uit te breiden dat dit een positieve impact heeft, vooral op de economische ontwikkeling, de energieveiligheid en de emissie van broeikasgassen. Volgens BNP Paribas IP is het van doorslaggevend belang, zowel voor de landen als voor de internationale gemeenschap, dat elk land dat een kernenergieprogramma wil uitbreiden of extra kerncentrales wil ontwikkelen niet alleen bereid, maar ook in staat is om aan de essentiële vereisten betreffende veiligheid, zekerheid, non-proliferatie, bescherming van de bevolking en het milieu voor toekomstige generaties te voldoen. BNP Paribas IP wil garanderen dat de bedrijven die zij mede financiert beantwoorden aan de principes voor de bewaking en beperking van de ecologische en maatschappelijke impact in de kernenergiesector. b. Betrokken ondernemingen Deze richtlijnen zijn van toepassing op bedrijven die betrokken zijn bij een kerncentrale als eigenaar of operator van het nucleaire eiland en op bedrijven die betrokken zijn bij de splijtstofcyclus (gedefinieerd als de verrijking, de aanmaak en de opwerking van uranium en/of de opslag en verwijdering van kernafval). BNP Paribas IP verwacht dat kernenergiebedrijven de bestaande plaatselijke wetten en vergunningsregelingen evenals de internationale overeenkomsten die door de landen waarin ze actief zijn werden ondertekend naleven. Naast de naleving van bovenstaande regelgevingen, bevatten deze richtlijnen extra criteria die de kernenergiebedrijven moeten naleven. c. Bindende voorschriften voor bedrijven betrokken bij een kerncentrale (KC) Het kernenergiebedrijf bezit en bedient alleen KC's met kernreactoren waarvan het ontwerp gelijkaardig is aan dat van de reactoren die worden gebruikt in als referentie geldende nucleaire landen of die zijn goedgekeurd door het agentschap voor nucleaire veiligheid (Nuclear Safety Agency NSA) van die landen. Het kernenergiebedrijf heeft een algemeen beleid dat instaat voor de stralingscontrole (zowel op de werkplek als in de omgeving) en de bescherming van werknemers. Er is een onafhankelijke controleketen die waakt over de veiligheid van de nucleaire activiteiten. De volgende vereisten moeten worden toegepast op het land van vestiging van het kernenergiebedrijf of zijn moedermaatschappij I. Degelijk wettelijk kader: het KC-project is officieel goedgekeurd door de regering en de toezichthouders van de burgerlijke kernenergiesector, de bescherming van werknemers is bij wet vereist er bestaat een plan voor de ontwikkeling van langetermijnoplossingen voor het beheer van hoog- en middelactief kernafval, er bestaat een plan voor de ontmanteling van KC's.

20 Beleid voor Verantwoord Beleggen April II. Internationale samenwerking: a. het gastland heeft het Non-proliferatieverdrag (of een gelijkwaardig bilateraal akkoord inzake de veiligheid en verspreiding met een als referentie geldend nucleair land) ondertekend, b. Het laatst beschikbare uitgebreide rapport over het veiligheidsakkoord van de Internationale Organisatie voor Atoomenergie (IAEA) maakt geen melding van enig specifiek probleem of enig gebrek aan informatie die de bewaking van de nucleaire installaties van het gastland kunnen belemmeren, c. De KC's van het gastland voor elektriciteitsopwekking worden voor vreedzame doeleinden gebruikt 4, d. deelname aan het ongevalsrapportagesysteem van de IAEA (in geval van een land zonder voorafgaande nucleaire installatie is die deelname gepland voorafgaand aan de bestelling van de eerste KC in dit toetredend land) III. Agentschap voor nucleaire veiligheid: a. bestaan van een agentschap voor nucleaire veiligheid (NSA) of een gelijkwaardig overheidsagentschap dat ten minste de kerncentrales gedurende hun hele levensduur controleert, b. het NSA heeft de wettelijke bevoegdheid om controles uit te voeren die tot sancties kunnen leiden IV. politieke stabiliteit en nationale veiligheid: het gastland biedt voldoende stabiliteit voor een goed zicht op de veilige werking van de KC op de lange termijn. Dit stabiliteits- en veiligheidsniveau wordt beoordeeld op basis van de volgende criteria: er bestaan geen internationale sancties tegen het gastland, het KC-project bevindt zich niet een conflictzone 5 er bestaan nationale en/of lokale preventie- en noodplannen aangepast aan de geografische kenmerken, met inbegrip van externe gevaren (zoals overstromings- of aardbevingsgevaar). d. Beoordelingscriteria voor bedrijven betrokken bij een kerncentrale (KC) Naast bovenstaande bindende voorschriften neemt BNP Paribas IP extra beoordelingscriteria in aanmerking voor de beoordeling van de normen voor nucleaire bedrijven vergeleken met die van de voornaamste nucleaire bedrijven van een als referentie geldend nucleair land (voor die betrokken bij een KC). Doelstelling van deze criteria is om te beoordelen of een nucleair bedrijf in staat is om de ecologische en maatschappelijke impact van zijn activiteiten te bewaken en te beperken. Daartoe beoordeelt BNP Paribas IP hun financiële slagkracht op de lange termijn evenals hun ervaring (inclusief ervaring van hun topmanagers) en geschiedenis inzake veiligheid, zekerheid en milieu. BNP Paribas onderzoekt tevens de grondigheid van hun proces voor de selectie van onderaannemers, hun transparantie en hun samenwerking met concurrenten en toezichthouders (vooral die van als referentie geldende nucleaire landen).

Maatschappelijk Verantwoord beleggen Beleid

Maatschappelijk Verantwoord beleggen Beleid Maatschappelijk Verantwoord beleggen Beleid 8 januari 205 Inleiding In de Investment Policy Statement heeft SPT de volgende beleggingsovertuiging geformuleerd: Een pensioenfonds is een institutionele,

Nadere informatie

Code VINCI Leveranciers Global Performance Commitment

Code VINCI Leveranciers Global Performance Commitment Code VINCI Leveranciers Global Performance Commitment Contents P. 2 Introductie P. 2 VINCI s commitments P. 4 Leveranciers commitments P. 6 Implementatie 1 15 april 2012 Introductie Deze Code «Global Performance

Nadere informatie

verantwoord beleggen

verantwoord beleggen verantwoord beleggen Verantwoord beleggen bij Delta Lloyd Delta Lloyd Groep ziet beleggen als een effectieve manier om waarde te vermeerderen, zolang dat op een verantwoorde manier gebeurt. Maar wat is

Nadere informatie

De leden van de beleggingscommissie. 10 januari 2011 Beleid Maatschappelijk Verantwoord Beleggen

De leden van de beleggingscommissie. 10 januari 2011 Beleid Maatschappelijk Verantwoord Beleggen NOTITIE Van Aan CC Datum Betreft Sjoerd Hoogterp De leden van de beleggingscommissie 10 januari 2011 Beleid Maatschappelijk Verantwoord Beleggen Inleiding Het pensioenfonds Werk en (re)integratie (PWRI)

Nadere informatie

Stichting bedrijfstakpensioenfonds voor de Houthandelindustrie september 2015

Stichting bedrijfstakpensioenfonds voor de Houthandelindustrie september 2015 Maatschappelijk verantwoord beleggen Stichting bedrijfstakpensioenfonds voor de Houthandelindustrie september 2015 Beleid ten aanzien van Maatschappelijk verantwoord beleggen Inleiding BPF Houthandel draagt

Nadere informatie

Vattenfall Gedragscode voor leveranciers

Vattenfall Gedragscode voor leveranciers Vattenfall Gedragscode voor leveranciers Introductie Vattenfall levert energie voor de maatschappij van vandaag en draagt bij aan het energiesysteem van morgen. Bij de uitvoering van onze bedrijfsactiviteiten

Nadere informatie

Maatschappelijk Verantwoord Beleggen en Corporate Governance

Maatschappelijk Verantwoord Beleggen en Corporate Governance Maatschappelijk Verantwoord Beleggen en Corporate Governance Uitgave mei 2015 Disclaimer De in deze brochure verstrekte informatie van Stichting Pensioenfonds SABIC, gevestigd te Sittard (het pensioenfonds

Nadere informatie

Maatschappelijk verantwoord beleggen en Corporate governance

Maatschappelijk verantwoord beleggen en Corporate governance Maatschappelijk verantwoord beleggen en Corporate governance Uitgave april 2015 Disclaimer De in deze brochure verstrekte informatie van Stichting Pensioenfonds DSM Nederland, gevestigd te Heerlen (het

Nadere informatie

Maatschappelijk Verantwoord Beleggingsbeleid

Maatschappelijk Verantwoord Beleggingsbeleid Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor de Houthandel en Maatschappelijk Verantwoord Beleggen In dit document wordt het Maatschappelijk Verantwoord Beleggingsbeleid (MVB-beleid) van Stichting Bedrijfstakpensioenfonds

Nadere informatie

Code maatschappelijk verantwoord beleggen 1 januari 2010 PF-B-2009 / 324

Code maatschappelijk verantwoord beleggen 1 januari 2010 PF-B-2009 / 324 Code maatschappelijk verantwoord beleggen 1 januari 2010 PF-B-2009 / 324 Inhoudsopgave 1. Inleiding... 3 2. Beleid maatschappelijk verantwoord beleggen... 3 2.1. Maatschappelijke verantwoordelijkheid...

Nadere informatie

FSC-gecertificeerde producten van SCA

FSC-gecertificeerde producten van SCA FSC-gecertificeerde producten van SCA Wat is FSC? Forest Stewardship Council (FSC) is een onafhankelijke internationale organisatie die verantwoord bosbeheer stimuleert. FSC weegt de verschillende belangen

Nadere informatie

Verantwoord beleggen beleid Stichting Pensioenfonds voor Fysiotherapeuten

Verantwoord beleggen beleid Stichting Pensioenfonds voor Fysiotherapeuten Verantwoord beleggen beleid Stichting Pensioenfonds voor Fysiotherapeuten Inleiding Fysiotherapeuten heeft als eerste doelstelling zorg te dragen voor een goed en betaalbaar pensioen. Binnen deze fiduciaire

Nadere informatie

ABP beleid inzake verantwoord beleggen

ABP beleid inzake verantwoord beleggen ABP beleid inzake verantwoord beleggen 2 ABP Beleid inzake verantwoord beleggen Inhoud Samenvatting... 3 Inleiding... 5 1. Rekening houden met ESG-factoren... 6 2. De dialoog met ondernemingen aangaan...

Nadere informatie

Maatschappelijk Verantwoord Beleggingsbeleid

Maatschappelijk Verantwoord Beleggingsbeleid SPMS en Maatschappelijk Verantwoord Beleggen In dit document wordt het Maatschappelijk Verantwoord Beleggingsbeleid (MVB-beleid) van Stichting Pensioenfonds Medisch Specialisten (SPMS) uiteengezet. Dit

Nadere informatie

FSC-gecertificeerde producten van SCA

FSC-gecertificeerde producten van SCA FSC-gecertificeerde producten van SCA PE FC /05-33-132 Promoting Sustainable Forest Management www.pefc.org WAT BETEKENT HET VOOR MIJ? Certificering biedt een geloofwaardig verband tussen verantwoord bosbeheer

Nadere informatie

ASN Bank Issuepaper. Staatsobligaties

ASN Bank Issuepaper. Staatsobligaties ASN Bank Issuepaper Staatsobligaties ASN Bank Issuepaper Staatsobligaties november 2012 2 A Samenvatting In deze ASN Bank Issuepaper Staatsobligaties komen aan bod: A Samenvatting B Inleiding C Selectiecriteria

Nadere informatie

Waarom kiest u voor PEFC? Redenen die hout snijden.

Waarom kiest u voor PEFC? Redenen die hout snijden. Waarom kiest u voor PEFC? Redenen die hout snijden. Hout kom je overal tegen... 2 Nog wel ja. De vloer. Een pak kopieerpapier. Een verhuisdoos. Een deur. Een tuinstoel. Openhaardhout. Overal komen we hout

Nadere informatie

ift Rosenheim Onze producten zijn getest door ift Rosenheim. Wij hebben de testcertificaten van ift Rosenheim beschikbaar op onze website.

ift Rosenheim Onze producten zijn getest door ift Rosenheim. Wij hebben de testcertificaten van ift Rosenheim beschikbaar op onze website. CE markering Bijna alle bouwproducten moeten binnen enkele jaren zijn voorzien van een CE markering. Fabrikanten, producenten en importeurs moeten hiervoor al hun bouwmaterialen en bouwproducten (laten)

Nadere informatie

Duurzaamheidsverklaring

Duurzaamheidsverklaring DUURZAAMHEIDSVERKLARING Ondergetekende: [Naam Leverancier en rechtsvorm [ ], statutair gevestigd te [plaats], aan de [straat, nummer en postcode] (KvK ), hierna te noemen Leverancier, hierbij rechtsgeldig

Nadere informatie

Internationaal Palmolie-inkoopbeleid

Internationaal Palmolie-inkoopbeleid Internationaal Palmolie-inkoopbeleid Stand: september 2015 Onze visie Eenvoud, verantwoord, betrouwbaar: al meer dan 100 jaar ligt koopmanschap ten grondslag aan het succes van ALDI NORD (hierna: ALDI).

Nadere informatie

Waarom engagement belangrijk is

Waarom engagement belangrijk is 1/7 Petercam Institutional Asset Management vindt drie zaken belangrijk wanneer het aankomt op Verantwoord Beleggen: 1. Belangrijke vragen stellen bij de gevolgen van onze activiteiten; 2. Een aandeelhouder

Nadere informatie

Boodschap uit Gent voor Biodiversiteit na 2010

Boodschap uit Gent voor Biodiversiteit na 2010 Boodschap uit Gent voor Biodiversiteit na 2010 Belgisch voorzitterschap van de Europese Unie: Conferentie over Biodiversiteit in een veranderende wereld 8-9 september 2010 Internationaal Conventiecentrum

Nadere informatie

Beleid voor Maatschappelijk Verantwoord Beleggen. Stichting Pensioenfonds voor de Architectenbureaus

Beleid voor Maatschappelijk Verantwoord Beleggen. Stichting Pensioenfonds voor de Architectenbureaus Beleid voor Maatschappelijk Verantwoord Beleggen Stichting Pensioenfonds voor de Architectenbureaus Juni 2014 1. Inleiding Dit Beleid voor Maatschappelijk Verantwoord Beleggen dient als leidraad en toetssteen

Nadere informatie

Het Verantwoord Beleggingsbeleid van Ahold Pensioenfonds

Het Verantwoord Beleggingsbeleid van Ahold Pensioenfonds INTRODUCTIE Het Verantwoord Beleggingsbeleid van Ahold Pensioenfonds Ahold Pensioenfonds (APF) belegt op lange termijn en wereldwijd. Als belegger heeft APF de taak om het beste resultaat te behalen in

Nadere informatie

10 oktober 2014. Beleid Verantwoord Beleggen

10 oktober 2014. Beleid Verantwoord Beleggen 10 oktober 2014 Beleid Verantwoord Beleggen Beleid Verantwoord Beleggen SPW Verantwoord beleggen is voor SPW een belangrijk onderdeel van de beleggingsfilosofie en een integraal onderdeel van de beleggingsbeginselen.

Nadere informatie

gedragscode voor leveranciers van Quintiles

gedragscode voor leveranciers van Quintiles gedragscode voor leveranciers van Quintiles 2 Quintiles maakt zich sterk voor duurzame zakelijke praktijken. Op basis van internationaal erkende normen, is deze gedragscode voor leveranciers ( Code ) gericht

Nadere informatie

Duurzaamheidsanalyse bedrijven

Duurzaamheidsanalyse bedrijven De inspanningen van bedrijven op het vlak van duurzaam en maatschappelijk verantwoord ondernemen worden door KBC Asset Management beoordeeld volgens een evaluatiemodel dat werd opgesteld in samenwerking

Nadere informatie

MAATSCHAPPELIJK VERANTWOORD EN MILIEUBEWUST ONDERNEMEN Sectorbeleid Palmolie

MAATSCHAPPELIJK VERANTWOORD EN MILIEUBEWUST ONDERNEMEN Sectorbeleid Palmolie MAATSCHAPPELIJK VERANTWOORD EN MILIEUBEWUST ONDERNEMEN Sectorbeleid Palmolie Inhoudsopgave Inleiding... 2 Sectorbeleid... 4 1. Doel... 4 2. Toepassingsgebied... 4 3. Door het beleid opgelegde regels en

Nadere informatie

Het Verantwoord Beleggingsbeleid van Ahold Pensioenfonds

Het Verantwoord Beleggingsbeleid van Ahold Pensioenfonds Het Verantwoord Beleggingsbeleid van Ahold Pensioenfonds INTRODUCTIE Ahold Pensioenfonds (APF) belegt op lange termijn en wereldwijd. Als belegger heeft APF de taak om het beste resultaat te behalen in

Nadere informatie

Hoe Triodos bedrijven selecteert op duurzaamheid. Presentatie voor TNM- werkgroep fondsen Ton Rennen, 25 Augustus 2015

Hoe Triodos bedrijven selecteert op duurzaamheid. Presentatie voor TNM- werkgroep fondsen Ton Rennen, 25 Augustus 2015 Hoe Triodos bedrijven selecteert op duurzaamheid Presentatie voor TNM- werkgroep fondsen Ton Rennen, 25 Augustus 2015 Inhoud Selectie van bedrijven Onderzoeksproces in vogelvlucht Bedrijven met duurzame

Nadere informatie

Beleid ethisch beleggen

Beleid ethisch beleggen Beleid ethisch beleggen 1. Inleiding Ethisch of verantwoord beleggen houdt verband met maatschappelijk verantwoord ondernemen 1. Dit laatste komt erop neer dat ondernemers rekening houden met de omgeving

Nadere informatie

Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen Sectorbeleid Houtpulp

Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen Sectorbeleid Houtpulp Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen Sectorbeleid Houtpulp Inhoud Inleiding 2 1.Sectorbeleid 3 1.1. Doelstelling 3 1.2. Toepassingsgebied 4 1.3. Regels en normen van het beleid 5 1.3.1. Bosbeheer 5 1.3.2

Nadere informatie

Algemene Beleidsuitgangspunten

Algemene Beleidsuitgangspunten Shell International B.V. 2010 Deze publicatie, of onderdelen daarvan, mogen niet worden vermenigvuldigd of openbaar gemaakt zonder toestemming van Shell International B.V. Deze toestemming zal onder normale

Nadere informatie

Rapportage van broeikasgasemissies veroorzaakt door gekochte elektriciteit

Rapportage van broeikasgasemissies veroorzaakt door gekochte elektriciteit Rapportage van broeikasgasemissies veroorzaakt door gekochte elektriciteit Een samenvatting van de "Greenhouse Gas Protocol Scope 2 Guidance" Samengevat en vertaald door het EKOenergie-secretariaat, januari

Nadere informatie

In dit boekje komt u alles te weten over

In dit boekje komt u alles te weten over hout 100 0/ 0 duurzaam In dit boekje komt u alles te weten over 4 Voordelen van hout Duurzaam bosbeheer Redenen om duurzaam geproduceerd hout te kopen Het kopen en verkopen van miljard hectare van de

Nadere informatie

VGZ verantwoord beleggingsbeleid in vergelijking met Code Duurzaam Beleggen VVV. geen. geen

VGZ verantwoord beleggingsbeleid in vergelijking met Code Duurzaam Beleggen VVV. geen. geen VGZ verantwoord beleggingsbeleid in vergelijking met Code Duurzaam Beleggen VVV Code Duurzaam Beleggen VvV onderdeel inhoud verschil artikel 1 De Code Duurzaam Beleggen opgesteld door het Verbond van Verzekeraars

Nadere informatie

Voor een beter milieu.

Voor een beter milieu. Voor een beter milieu. Milieubewust ondernemen, in uw voordeel De zorg voor een beter klimaat zit Berendsen in de genen. We willen onze ecologische voetafdruk zo klein mogelijk houden, en daarom leveren

Nadere informatie

De toekomst voorbereiden

De toekomst voorbereiden Het milieu beschermen. Afdrukken dit document alleen indien nodig De toekomst voorbereiden Partner in duurzaam vertrouwen SPIE is Europees leider wat betreft diensten in de domeinen van elektriciteit,

Nadere informatie

Gedragscode. SCA Gedragscode

Gedragscode. SCA Gedragscode SCA Gedragscode 1 Gedragscode SCA Gedragscode SCA wil op sociaal- en milieutechnisch verantwoorde wijze omgaan met haar belanghebbenden en op basis van respect, verantwoordelijkheid en uitmuntendheid een

Nadere informatie

TETRALERT - ONDERNEMING VOORSTEL TOT HERZIENING VAN DE RICHTLIJN AANDEELHOUDERSRECHTEN

TETRALERT - ONDERNEMING VOORSTEL TOT HERZIENING VAN DE RICHTLIJN AANDEELHOUDERSRECHTEN TETRALERT - ONDERNEMING VOORSTEL TOT HERZIENING VAN DE RICHTLIJN AANDEELHOUDERSRECHTEN 1. Inleiding Op 9 april 2014 maakte de Europese Commissie aan het Europees Parlement een voorstel van richtlijn over

Nadere informatie

Het Verantwoord Beleggingsbeleid van Ahold Pensioenfonds

Het Verantwoord Beleggingsbeleid van Ahold Pensioenfonds INTRODUCTIE Het Verantwoord Beleggingsbeleid van Ahold Pensioenfonds Ahold Pensioenfonds (APF) belegt op lange termijn en wereldwijd. Als belegger heeft APF de taak om het beste resultaat te behalen in

Nadere informatie

Kijken bij Collega s Excursie

Kijken bij Collega s Excursie Kijken bij Collega s Excursie 20 april 2010 Nut en noodzaak van CoC-certificering Annemieke Winterink, Probos Opbouw presentatie 1. Probos 2. Hout 3. Certificering (FM & CoC) 4. Duurzaam inkoopbeleid 5.

Nadere informatie

MVO. Be-Pall International BV Zilverstraat 4, 8211 AN Lelystad Tel 0320-234940 http:/www.be-pall.nl

MVO. Be-Pall International BV Zilverstraat 4, 8211 AN Lelystad Tel 0320-234940 http:/www.be-pall.nl Be-Pall International BV Zilverstraat 4, 8211 AN Lelystad Tel 0320-234940 http:/www.be-pall.nl Een bedrijf waar Mensen gezamenlijk werken aan een kwalitatief en milieuvriendelijk product, rekening houdend

Nadere informatie

ILO-VERKLARING BETREFFENDE DE FUNDAMENTELE PRINCIPES EN RECHTEN OP HET WERK

ILO-VERKLARING BETREFFENDE DE FUNDAMENTELE PRINCIPES EN RECHTEN OP HET WERK Toelichting In het onderstaande zijn de afzonderlijke elementen van het normatieve kader integraal opgenomen en worden ze nader toegelicht en beschreven. Daarbij wordt aandacht besteed aan de volgende

Nadere informatie

duurzame bosbouw en boscertificatie Wat u verkoopt, maakt het verschil

duurzame bosbouw en boscertificatie Wat u verkoopt, maakt het verschil duurzame bosbouw en boscertificatie Wat u verkoopt, maakt het verschil De uitdaging van hout Steeds meer consumenten willen een bewijs zien van milieuvriendelijke bedrijfspraktijken. Inkopers van overheidsdiensten

Nadere informatie

Maatschappelijk verantwoord beleggen en Corporate governance. Versie 14-04-2016

Maatschappelijk verantwoord beleggen en Corporate governance. Versie 14-04-2016 Maatschappelijk verantwoord beleggen en Corporate governance Versie 14-04-2016 Versie 14-04-2016 Maatschappelijk verantwoord beleggen en Corporate governance Deze brochure gaat over Maatschappelijk Verantwoord

Nadere informatie

ONZE VERANTWOORDELIJKHEID

ONZE VERANTWOORDELIJKHEID ONZE VERANTWOORDELIJKHEID CORPORATE RESPONSIBILITY POLICY I Inhoud Voorwoord 1 Waardering medewerkers 2 Ketenverantwoordelijkheid 3 Behoud van natuurlijke hulpbronnen 4 Maatschappelijke betrokkenheid

Nadere informatie

Verklaring omtrent de sociale rechten en de industriële betrekkingen bij LEONI

Verklaring omtrent de sociale rechten en de industriële betrekkingen bij LEONI Verklaring omtrent de sociale rechten en de industriële betrekkingen bij LEONI Preambule LEONI legt aan de hand van deze verklaring de principiële sociale rechten en beginselen vast. Deze vormen de basis

Nadere informatie

Beleid verantwoord beleggen Stichting Pensioenfonds Zorg en Welzijn

Beleid verantwoord beleggen Stichting Pensioenfonds Zorg en Welzijn Beleid verantwoord beleggen Stichting Pensioenfonds Zorg en Welzijn Juni 2014 Inleiding In juni 2013 heeft het bestuur van Stichting Pensioenfonds Zorg en Welzijn, hierna te noemen PFZW of het pensioenfonds,

Nadere informatie

PostNL Business Principles

PostNL Business Principles 3 december 2014 PostNL N.V. PostNL Business Principles Raad van Bestuur Auteur Director Audit & Security Titel PostNL Business Principles Versie 1.1 Dit document is een vertaling van de Engelstalige versie.

Nadere informatie

Chain of Custody (of forest products) Chain of Custody (bij bosbouwproducten)

Chain of Custody (of forest products) Chain of Custody (bij bosbouwproducten) Carbon Footprint - CO2-voetafdruk CO2-voetafdruk heeft betrekking op de mate waarin menselijke activiteit effect heeft op het milieu in termen van de uitstoot van broeikasgassen. Het gaat daarbij om de

Nadere informatie

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN WERKDOCUMENT VAN DE DIENSTEN VAN DE COMMISSIE. Begeleidend Document. bij het Voorstel voor een

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN WERKDOCUMENT VAN DE DIENSTEN VAN DE COMMISSIE. Begeleidend Document. bij het Voorstel voor een COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN Brussel, 17.10.2008 SEC(2008) 2616 WERKDOCUMENT VAN DE DIENSTEN VAN DE COMMISSIE Begeleidend Document bij het Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT

Nadere informatie

PEFC: het label voor duurzaam bosbeheer

PEFC: het label voor duurzaam bosbeheer PEFC: het label voor duurzaam bosbeheer PEFC Belgium vzw Laatste update oktober 2015 1 www.pefc.be 2 Het belang van de bossen + boscertificatie Belang van het bos Forests, trees, farms and agroforestry

Nadere informatie

Viertal pijlers voor verantwoord beleggen

Viertal pijlers voor verantwoord beleggen Achmea Beleggingsfondsen Beheer BV (Achmea Beleggingsfondsen) is beheerder van meerdere beleggingsinstellingen van Achmea en voert daarvoor een verantwoord beleggingsbeleid. In dit document wordt het Verantwoord

Nadere informatie

Er bestaan toch verschillende soorten biomassa? Welke types biomassa zijn ecologisch aanvaardbaar?

Er bestaan toch verschillende soorten biomassa? Welke types biomassa zijn ecologisch aanvaardbaar? Q&A Biomassa A) Biomassa Er bestaan toch verschillende soorten biomassa? Welke types biomassa zijn ecologisch aanvaardbaar? Er wordt vooral een onderscheid gemaakt tussen biomassa die is geproduceerd op

Nadere informatie

Bijlage 3. Intern reglement van het Auditcomité

Bijlage 3. Intern reglement van het Auditcomité Bijlage 3 Intern reglement van het Auditcomité 1. Samenstelling en vergoeding Het Comité bestaat uit twee leden die door de Raad van Bestuur van de Zaakvoerder worden aangeduid uit de onafhankelijke Bestuurders.

Nadere informatie

FUND GOVERNANCE CODE VAN DELTA LLOYD ASSET MANAGEMENT N.V.

FUND GOVERNANCE CODE VAN DELTA LLOYD ASSET MANAGEMENT N.V. FUND GOVERNANCE CODE VAN DELTA LLOYD ASSET MANAGEMENT N.V. I. INLEIDING Doel Delta Lloyd Asset Management N.V. (DLAM) wenst de DUFAS Principles of Fund Governance na te leven. De onderhavige code heeft

Nadere informatie

KÜBLER WORKWEAR. Code of Conduct INSPIRED BY YOUR JOB

KÜBLER WORKWEAR. Code of Conduct INSPIRED BY YOUR JOB NL KÜBLER WORKWEAR Code of Conduct INSPIRED BY YOUR JOB CONTENT CODE OF CONDUCT 01 01 FUNDAMENTEEL BEGRIP VAN MAATSCHAPPELIJK VERANTWOORD ONDERNEMERSCHAP 02 Wetten en regels respecteren Bijdrage aan de

Nadere informatie

pggm.nl PGGM Overtuigingen en Uitgangspunten ten aanzien van Verantwoord Beleggen

pggm.nl PGGM Overtuigingen en Uitgangspunten ten aanzien van Verantwoord Beleggen pggm.nl PGGM Overtuigingen en Uitgangspunten ten aanzien van Verantwoord Beleggen Mei 2014 PGGM Overtuigingen en Uitgangspunten ten aanzien van Verantwoord Beleggen Inleiding Dit document beschrijft de

Nadere informatie

De FSC convenant. Ondersteuning bij een verantwoord aankoopbeleid van hout- en papierproducten

De FSC convenant. Ondersteuning bij een verantwoord aankoopbeleid van hout- en papierproducten De FSC convenant Ondersteuning bij een verantwoord aankoopbeleid van hout- en papierproducten FSC convenant.indd 1 18/02/2009 9:36:02 Waarom een FSC convenant? Jaarlijks verdwijnt meer dan 13 miljoen hectare

Nadere informatie

Voorwoord. Patrick Mol Managing partner

Voorwoord. Patrick Mol Managing partner Voorwoord In 2011 ondertekende Wealth Management Partners (WMP) zowel de United Nations Principles for Responsible Investments (UNPRI) als de UN Global Compact (UNGC). Dit was voor ons de stimulans om

Nadere informatie

economische mogelijkheden sociale omgeving ecologisch kapitaal verborgen kansen

economische mogelijkheden sociale omgeving ecologisch kapitaal verborgen kansen economische mogelijkheden sociale omgeving ecologisch kapitaal verborgen kansen REDD+ een campagne voor bewustwording van suriname over haar grootste kapitaal Wat is duurzaam gebruik van het bos: Duurzaam

Nadere informatie

ALGEMENE BEDRIJFSPRINCIPES VAN ARCADIS

ALGEMENE BEDRIJFSPRINCIPES VAN ARCADIS Pagina 1 van 5 fã~öáåé=íüé=êéëìäí ALGEMENE BEDRIJFSPRINCIPES VAN ARCADIS 1 Inleiding Bij ARCADIS hebben we onze missie als volgt gedefinieerd: Onze diensten zijn gericht op verbetering van de kwaliteit

Nadere informatie

Bewust met hout. Overstappen naar verantwoord hout

Bewust met hout. Overstappen naar verantwoord hout Bewust met hout Overstappen naar verantwoord hout Hout is een belangrijk bouwmateriaal. Bovendien komt het uit een onuitputtelijke bron: onze bossen. Maar als we op lange termijn verzekerd willen blijven

Nadere informatie

DUURZAAMHEIDSSCAN. Ja/altijd Meestal Soms Meestal niet Nee/nooit Niet van toepassing

DUURZAAMHEIDSSCAN. Ja/altijd Meestal Soms Meestal niet Nee/nooit Niet van toepassing DUURZAAMHEIDSSCAN Hoe duurzaam is uw bedrijfsvoering? Deze duurzaamheidsscan geeft een globaal beeld van uw niveau van duurzaamheid en laat zien hoe maatschappelijk verantwoord u onderneemt in vergelijking

Nadere informatie

1. Visie en uitgangspunten... 3 1.1 Beleggingsdoelstelling... 3 1.2 Maatschappelijke verantwoordelijkheid... 3 1.3 Grondbeginselen...

1. Visie en uitgangspunten... 3 1.1 Beleggingsdoelstelling... 3 1.2 Maatschappelijke verantwoordelijkheid... 3 1.3 Grondbeginselen... Stichting Unilever Pensioenfonds Nederland Progress (Progress) Code Verantwoord Beleggen Met betrekking tot uitsluitingen, screening, stemmen en engagement Deze Code beschrijft de manier waarop Progress

Nadere informatie

Verklaring inzake de beleggingsbeginselen

Verklaring inzake de beleggingsbeginselen Verklaring inzake de beleggingsbeginselen van Stichting Bedrijfspensioenfonds AVH 1. Introductie 1.1 Inleiding Deze verklaring inzake de beleggingsbeginselen geeft beknopt de uitgangspunten weer van het

Nadere informatie

DATUM: 17 MAART 2014, VERSIE: 2.0 LEVERANCIERSVERKLARING

DATUM: 17 MAART 2014, VERSIE: 2.0 LEVERANCIERSVERKLARING DATUM: 17 MAART 2014, VERSIE: 2.0 LEVERANCIERSVERKLARING 1 / 5 Geachte leverancier, Sapa is een gediversifieerd industrieconcern dat wereldwijd actief is. Sapa s waarden en onze cultuur van duurzame ontwikkeling

Nadere informatie

Freeport-McMoRan Gedragscode Leveranciers. Augustus 2014

Freeport-McMoRan Gedragscode Leveranciers. Augustus 2014 Freeport-McMoRan Gedragscode Leveranciers Augustus 2014 Inhoudsopgave Inhoudsopgave... 2 Gedragscode leveranciers... 3 Inleiding... 3 Mensenrechten en arbeid... 3 Veiligheid en gezondheid... 4 Drugs- en

Nadere informatie

Verslag verantwoording betrokken aandeelhouderschap 2014

Verslag verantwoording betrokken aandeelhouderschap 2014 Verslag verantwoording betrokken aandeelhouderschap 2014 In dit verslag: 1. Stemresultaten over 2014 2. Implementatie Nederlandse Corporate Governance Code Verantwoordelijkheid van institutionele beleggers

Nadere informatie

Het Regenwoud in Amazonië

Het Regenwoud in Amazonië Het Regenwoud in Amazonië A. Situering B. Klimaat en vegetatie Warm en altijd nat. Tropisch regenwoud 1. Kenmerken van het tropisch woud Woudreuzen: 40 m hoog en kunnen vrij van de zon en lucht genieten.

Nadere informatie

GRI-tabel - ANWB MVO-jaarverslag 2012

GRI-tabel - ANWB MVO-jaarverslag 2012 GRI-tabel - ANWB MVO-jaarverslag 2012 Verwijzing paginanummers Visie en strategie 1.1 Verklaring van de directie. 1. Voorwoord 1.2 Beschrijving van belangrijke gevolgen, risico's en mogelijkheden. 1. Voorwoord,

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 21 januari 2003 (28.01) (OR. en) 15528/02 ADD 1. Interinstitutioneel dossier: 2001/0077 (COD) ENER 315 CODEC 1640

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 21 januari 2003 (28.01) (OR. en) 15528/02 ADD 1. Interinstitutioneel dossier: 2001/0077 (COD) ENER 315 CODEC 1640 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 21 januari 2003 (28.01) (OR. en) Interinstitutioneel dossier: 2001/0077 (COD) 15528/02 ADD 1 ENER 315 CODEC 1640 ONTWERP-MOTIVERING VAN DE RAAD Betreft: Gemeenschappelijk

Nadere informatie

Beleggingsstatuut Longfonds

Beleggingsstatuut Longfonds Beleggingsstatuut Longfonds April 2016 Inhoud 1. Algemeen... 3 1.1 Inleiding... 3 1.2 Wet- en regelgeving... 3 2. Financiële middelen... 3 2.1 Algemeen... 3 2.2 Schulden en reserves... 4 2.3 Doel en tijdshorizon

Nadere informatie

Grontmij ondernemingsbeleid en ondernemingsbeginselen

Grontmij ondernemingsbeleid en ondernemingsbeginselen Grontmij ondernemingsbeleid en ondernemingsbeginselen Grontmij ondernemingsbeleid en ondernemingsbeginselen Wij zijn een toonaangevend adviesbureau op het gebied van duurzaam ontwerpen, engineering en

Nadere informatie

Grontmij ondernemingsbeleid en -beginselen

Grontmij ondernemingsbeleid en -beginselen Grontmij ondernemingsbeleid en -beginselen Ondernemingsbeleid Grontmij In onze rol als toonaangevend adviesbureau op het gebied van duurzaam ontwerpen, engineering en management hebben wij een verantwoordelijkheid

Nadere informatie

Gedragscode. Inhoudsopgave RESPECT VOOR COLLEGA'S, HANDELSPARTNERS EN DE GEMEENSCHAP... 4

Gedragscode. Inhoudsopgave RESPECT VOOR COLLEGA'S, HANDELSPARTNERS EN DE GEMEENSCHAP... 4 Inhoudsopgave INLEIDING... 3 DOEL VAN DE MANUCHAR GEDRAGSCODE... 3 TOEPASSINGSGEBIED... 3 TOEZICHT OP DE NALEVING... 3 GEDRAGSCODE... 4 RESPECT VOOR COLLEGA'S, HANDELSPARTNERS EN DE GEMEENSCHAP... 4 NALEVING

Nadere informatie

Relevantie, significantie en prioriteren van de MVO-kernthema s en onderwerpen

Relevantie, significantie en prioriteren van de MVO-kernthema s en onderwerpen Relevantie, significantie en prioriteren van de MVO-kernthema s en onderwerpen Van der Meer B.V. heeft in 2011 een nulmeting laten uitvoeren door een externe adviseur. Deze actie is genomen om op een objectieve

Nadere informatie

Beleggingsstatuut Longfonds (voorheen Astma Fonds)

Beleggingsstatuut Longfonds (voorheen Astma Fonds) Beleggingsstatuut Longfonds (voorheen Astma Fonds) April 2012 Inhoud 1. Algemeen...3 1.1 Inleiding...3 1.2 Wet- en regelgeving...3 2. Financiële middelen...3 2.1 Algemeen...3 2.2 Schulden en reserves...4

Nadere informatie

1. ALGEMENE RICHTLIJNEN

1. ALGEMENE RICHTLIJNEN Beleggingsstatuut JULI 2015 1. ALGEMENE RICHTLIJNEN 1.1. Statutaire doelstelling De Stichting voor Vluchteling-Studenten UAF, zich beroepend op de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, stelt

Nadere informatie

Gemeenschappelijke verklaring betreffende telewerken door de Europese sociale partners in de verzekeringssector

Gemeenschappelijke verklaring betreffende telewerken door de Europese sociale partners in de verzekeringssector Gemeenschappelijke verklaring betreffende telewerken door de Europese sociale partners in de verzekeringssector I. Inleiding Sinds de Europese sociale partners meer dan tien jaar geleden, op 16 juli 2002,

Nadere informatie

A. Internationale verdragen en conventies

A. Internationale verdragen en conventies 2 De ESG-screening onderzoekt ieder kwartaal of de investeringen in de portefeuilles voldoen aan onderstaande lijst van internationale verdragen en conventies (A). Deze verdragen en conventies zijn afkomstig

Nadere informatie

Bijlage 7. Conversie juni 2010 naar 2013 (info)

Bijlage 7. Conversie juni 2010 naar 2013 (info) Bijlage 7. Conversie juni 2010 naar 2013 (info) was wordt onderwerp tekstbron Versie juni Opmerking: Standaardteksten en Versie 2013 2010 hoofdstukindeling vertaald uit Guide 83 H 1 tm 4 Deel A Eisen Managementsysteem

Nadere informatie

Richtsnoeren. Richtsnoeren met betrekking tot centrale begrippen van de AIFMD 13.08.2013 ESMA/2013/611

Richtsnoeren. Richtsnoeren met betrekking tot centrale begrippen van de AIFMD 13.08.2013 ESMA/2013/611 Richtsnoeren Richtsnoeren met betrekking tot centrale begrippen van de AIFMD 13.08.2013 ESMA/2013/611 Datum: 13.08.2013 ESMA/2013/611 Inhoud I. Toepassingsgebied 3 II. Definities 3 III. Doel 4 IV. Naleving

Nadere informatie

PCSN IV Procedures van Certificering Inhoud

PCSN IV Procedures van Certificering Inhoud PCSN IV Procedures van Certificering Inhoud 1 Bereik... 2 2 Definities... 2 3 Kwalificaties van de certificerende instelling... 2 3.1 Accreditatie... 2 3.2 Certificering van bosbeheer... 2 3.3 Certificering

Nadere informatie

Samenvatting stembeleid MN

Samenvatting stembeleid MN Samenvatting stembeleid MN MN is van mening is dat actief aandeelhouderschap van groot belang is voor een verantwoorde bedrijfsvoering door de bedrijven waar zij in belegt. Daarom voert MN wereldwijd een

Nadere informatie

OVEREENKOMST TUSSEN. SECURITAS AB (publ) UNION NETWORK INTERNATIONAL DE ZWEEDSE UNIE VOOR TRANSPORTWERKERS (SWEDISH TRANSPORT WORKERS UNION) OVER

OVEREENKOMST TUSSEN. SECURITAS AB (publ) UNION NETWORK INTERNATIONAL DE ZWEEDSE UNIE VOOR TRANSPORTWERKERS (SWEDISH TRANSPORT WORKERS UNION) OVER Gelieve er nota van te nemen dat dit een vertaling is van een origineel document in het Engels. OVEREENKOMST TUSSEN SECURITAS AB (publ) EN UNION NETWORK INTERNATIONAL EN DE ZWEEDSE UNIE VOOR TRANSPORTWERKERS

Nadere informatie

Milcobel en het beleid rond duurzaam ondernemen. Brugge 26 september 2013

Milcobel en het beleid rond duurzaam ondernemen. Brugge 26 september 2013 Milcobel en het beleid rond duurzaam ondernemen Brugge 26 september 2013 1 Ter kennismaking: wie en wat is Milcobel Zuivelcoöperatie met 3.000 aangesloten leden-melkveehouders 1,1 miljard liter melk Gespreide

Nadere informatie

April 2011. Gedragscode voor leveranciers

April 2011. Gedragscode voor leveranciers April 2011 Gedragscode voor leveranciers INLEIDING Het uitoefenen van commerciële activiteiten met inachtneming van hoge ethische normen, is voor Sodexo van essentieel belang. In dit opzicht hebben wij

Nadere informatie

Gedragscode Thule Group

Gedragscode Thule Group Gedragscode Thule Group Oorspronkelijk goedgekeurd in januari 2008 Bijgewerkt 2010, 2012 en 2015 Thule Group AB Opgesteld door Kajsa von Geijer, SVP HR Goedgekeurd door Magnus Welander, president-directeur

Nadere informatie

Algemeen. 6. Publicatie Priciples De meest actuele versie van deze Principles of Fund Governance is te vinden op www.gilissen.nl.

Algemeen. 6. Publicatie Priciples De meest actuele versie van deze Principles of Fund Governance is te vinden op www.gilissen.nl. FUND GOVERNANCE Algemeen 1. Compliance functie Een directielid van de Beheerder is aangesteld als Compliance Officer. Deze ziet toe op de correcte naleving van: (i) de Prospectussen van de TG Fondsen;

Nadere informatie

GEDRAGSCODE FUND GOVERNANCE

GEDRAGSCODE FUND GOVERNANCE GEDRAGSCODE FUND GOVERNANCE ACHMEA BELEGGINGSFONDSEN BEHEER B.V. Inleiding, statutair gevestigd te s-gravenhage (KvK nr. 8062738), beschikt over een vergunning als beheerder van beleggingsinstellingen,

Nadere informatie

Maatschappelijk verantwoord ondernemen

Maatschappelijk verantwoord ondernemen Maatschappelijk verantwoord ondernemen Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen Maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO) wint aan terrein in het bedrijfsleven en in de samenleving als geheel. Het verwachtingspatroon

Nadere informatie

Wij leggen rekenschap af over:

Wij leggen rekenschap af over: VRAGEN Het afleggen van rekenschap. ANTWOORDEN TOELICHTING / VOORBEELDEN VRAAG 1. Onze organisatie legt rekenschap af over onze effecten op de maatschappij, de economie en het milieu. Welke activiteiten

Nadere informatie

Verslag verantwoording betrokken aandeelhouderschap 2014

Verslag verantwoording betrokken aandeelhouderschap 2014 Verslag verantwoording betrokken aandeelhouderschap 2014 In dit verslag: 1. Stemresultaten over 2014 2. Implementatie Nederlandse Corporate Governance Code Verantwoordelijkheid van institutionele beleggers

Nadere informatie