InfoMil Nieuws 23. Inhoud Nummer 23, zesde jaargang, oktober Onder het motto Een wereld en een wil worden

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "InfoMil Nieuws 23. Inhoud Nummer 23, zesde jaargang, oktober 2001. Onder het motto Een wereld en een wil worden"

Transcriptie

1 InfoMil Nieuws 23 Inhoud Nummer 23, zesde jaargang, oktober Interview met Cees Moons, projectleider NMP4 3 Column: Noodsituaties en de Wet milieubeheer 4 Vragen aan de helpdesk 7 Vermijden pieken gasverbruik is vaak nadelig voor milieu Verschenen 8 Lucht: Monitoring verkeersbijdrage aan stedelijke luchtvervuiling 9 Zeer lage NO x -emissies bij katalytische gasturbines 10 Lucht: VOS-taakstelling 2010 en nieuw beleid Houtstof (verdacht) carcinogeen Criteriadocument Bijzondere Regelingen 11 Energie: MJA energie-efficiency 2 klaar voor ondertekening Voortgang convenant benchmarking vertraagd Het sportconvenant 12 Externe veiligheid: Implementatietraject Vuurwerkbesluit Bodem: Praktijkdagen handhaving Bsb 13 Bodem: Teksten NRB volledig herzien Eurobat: BREFs wachten op integratie in de praktijk 14 Afval- en emissiepreventie: Haalbaarheid preventiedoelstellingen beoordeeld SAM-regeling stimuleert preventieprojecten 15 FO-Industrie: Het elektronisch milieuverslag 16 LIM: Vierentwintig uur handhaving Agenda Aandachtsgebieden van InfoMil Onder het motto Een wereld en een wil worden in het nieuwe Nationaal Milieubeleidsplan de eerste schetsen gemaakt voor de volgende drie decennia milieubeleid. Concrete maatregelen voor nu staan in het NMP4 broederlijk naast een langetermijnaanpak van grote milieuproblemen. Het plan presenteert de fundamenten voor een toekomstvisioen dat steeds concreter moet gaan worden. Duurzaamheid, problemen niet afschuiven naar de toekomst of naar andere delen van de wereld, dat moeten we uiteindelijk bereiken. Misschien staat dat ver af van uw dagelijkse praktijk, maar ook die komt volop aan de orde in deze InfoMil Nieuws.

2 2 Interview NMP4: nadenken over duurzaamheid op lange termijn Een wereld en een wil, dat is de titel van het nieuwe Nationaal Milieubeleidsplan, het NMP4. Daarin zijn beleidslijnen te vinden voor de lange termijn, maar ook zeer concrete maatregelen. Wat zijn de achterliggende gedachten, en wat zijn de gevolgen van het nieuwe beleidsplan voor de lezers van InfoMil Nieuws? Cees Moons, projectleider NMP4 bij VROM, weet er meer van. Kunt u het NMP4 in het kort karakteriseren? Cees Moons: Het NMP4 richt zich op grote milieuproblemen waar we tot nu toe onvoldoende greep op hebben gekregen. Doorgaan op de gebaande paden heeft daarvoor weinig zin; er moet iets wezenlijk anders gebeuren. Het NMP4 bevat Veranderingen hoeven een nieuwe strategie voor echt niet altijd met geld grote en complexe problemen. De aard van deze of subsidies gekocht problemen maakt het nodig te worden om een ruimere horizon te kiezen. In tijd ligt die bij het jaar 2030, terwijl die van het NMP3 bij 2010 ligt. Daarmee geven we onszelf meer oplossingsruimte en kunnen we de grote milieuproblemen meer in hun samenhang bekijken. Cees Moons (foto s: Rinie Bleeker) Systeeminnovatie Een belangrijke term in het NMP4 is transitie. Wat is dat? Veel beleid is gericht op het optimaliseren van bestaande systemen. De auto is de laatste tijd met kleine stapjes steeds steeds minder milieubelastend geworden, maar in principe is het nog steeds dezelfde auto. Dat geldt ook voor de industrie. Voor veel problemen is dit een effectieve aanpak geweest. Maar voor de oplossing van grote milieuproblemen is systeemoptimalisatie onvoldoende. Voor de oplossing van het klimaatprobleem is op termijn een andere energiehuishouding nodig, die structureel anders van karakter is dan de huidige. Daar is een systeeminnovatie nodig. Een transitie is een grootscheeps veranderingsproces waarin overheid en vele maatschappelijke sectoren jarenlang doelgericht samenwerken, met als inzet een volledig duurzame ontwikkeling. Transities kennen een fase van voorontwikkeling, waarin van alles gebeurt, maar die nog niet leidt een verandering van het systeem. Denk aan research en development. Vervolgens zie je een versnellingsfase waarin het systeem als het ware in korte tijd omklapt en Het Nederlandse milieubeleid moet eraan bijdragen dat een gezond en veilig leven mogelijk is, in een aantrekkelijke leefomgeving, temidden van een vitale natuur, zonder de mondiale biodiversiteit aan te tasten of natuurlijke hulpbronnen uit te putten. NMP4 zich stabiliseert op een ander niveau. Dit nieuwe niveau wordt sterk bepaald door zaken die in de voorontwikkelingsfase aan de orde zijn geweest. Het ingewikkelde is dat transities altijd het resultaat zijn van op elkaar inwerkende krachten. Die kunnen elkaar versterken, maar ook tegenwerken. Dit introduceert allerlei onzekerheden en maakt dat de uitkomst van een transitie zich niet vooraf precies laat voorspellen. Een voorbeeld van zo n transitie is de overgang van de zeilvaart naar de stoomvaart. Zeilschepen en stoomschepen hebben tientallen jaren naast elkaar bestaan, maar plotseling is de zeilvaart verdrongen. We denken na over de condities die de overheid moet creëren om een versnelling, en daarmee een verandering teweeg te brengen. Het NMP4 geeft daar een aanzet voor; de nota wil een nieuwe weg aangeven en daarbij de eerste stappen zetten. We zoeken daarbij naar instrumenten die niet sturen op middelen, maar op te vermijden milieueffecten; we sturen meer op systeemniveau. Riolering en ruilverkaveling We proberen dus die transities te managen, of misschien kun je beter zeggen die actief te beïnvloeden. Vaak waren het externe factoren, zoals de markt, die een transitie bewerkstelligden. Maar er zijn ook gevallen waarin overheidsbeleid de ommekeer heeft veroorzaakt; de ruilverkaveling in de landbouw en de sluiting van de steenkolenmijnen zijn twee voorbeelden van overheidsgestuurde transities. Een ander voorbeeld is de aanleg van riolering en andere hygiënemaatregelen in de negentiende eeuw die een enorm positief effect hebben gehad op de volksgezondheid, geboortecijfers en uiteindelijk op de omvang van de bevolking. Dergelijke gevolgen kun je vooraf niet volledig voorspellen. De complexe vraagstukken waar het om gaat hebben met elkaar gemeen dat ze altijd heel veel mensen raken, dat je ze niet alleen op eigen kracht kunt oplossen, dat ze onzekerheden met zich meebrengen en dat voor een oplossing barrières doorbroken moeten worden. Neem de energievoorziening in de toekomst. Sommigen denken dat waterstof dé energiebron wordt, anderen denken dat we helemaal afhankelijk zullen worden van elektriciteit. Denk je eens De overheid moet in welke gevolgen dat soms streng zijn en alleen al voor de infrastructuur zal hebben! Hoe door zure appels ga je daar mee om, hoe heen durven bijten. maak je keuzes en hoe kun je het beste sturen? Voor dat soort vragen staan we. Dat vraagt om experimenten, over beperkingen heenkijken en maatschappelijke betrokkenheid. Het is daarom zo belangrijk dat negen bewindslieden hebben getekend voor dit beleid, want het raakt heel veel maatschappelijke terreinen. Voor elke transitie is het verhaal anders. Sommige spelen op wereldniveau, maar de landbouw is een complex probleemgebied dat bij uitstek ook vraagt om gebiedsgericht beleid. Daar zullen gemeenten en provincies dus een belangrijke rol spelen zoals in het klimaatconvenant als uitwerking van het Bestuursakkoord Nieuwe Stijl (BANS). Het ministerie moet ervoor zorgen dat die beleidsmatige ruimte er is. Maar ook voor problemen als klimaatverandering is betrokkenheid van andere overheden essentieel. Door onder meer geld beschikbaar te stellen voor gemeentelijke en provinciale initiatieven proberen we daar ondersteuning aan te geven. Emissiehandel Over convenanten wordt in het plan gezegd dat die kritisch tegen het licht zullen worden gehouden, net nu het Rijk het Convenant benchmarking energie-efficiency heeft afgesproken, met een recordlooptijd van twaalf jaar. Met convenanten zijn uitstekende resultaten behaald, en ze zijn nog steeds niet uitgewerkt. Wel moet je heel goed evalueren en lering trekken uit de geschiedenis. Convenanten hebben nooit regelgeving vervangen, en zo kunnen we in de toekomst naast de convenanten ook andere instrumenten inzetten. Hoe verbeteren of veranderen we ons

3 3 instrumentarium om het resultaat te verbeteren, daar gaat het om. Zeker ook op langere termijn. Het benchmarkconvenant is heel waardevol, maar we moeten nu al nadenken over wat we na 2012 gaan doen, gelet op de uitdagingen waar we dan voor staan. Bijvoorbeeld werken aan een internationaal systeem voor emissiehandel. Dat is zo n nieuw instrument; door een plafond voor emissies vast te stellen, creëer je een schaarste en daarmee een waarde die verhandelbaar is. Het geeft meer zekerheid over het resultaat dan heffingen: je stelt vooraf een plafond en je weet daardoor precies hoeveel kilo CO 2 er uit de lucht verdwijnt. Daar staat onzekerheid over de te betalen prijs tegenover. We moeten wel heel goed nadenken over een sluitend systeem van emissiehandel. Je moet weten waar je aan begint, want eenmaal op weg kun je niet meer terug. De voordelen van de voorhoede In het NMP4 staat dat Nederland in de internationale gemeenschap het goede voorbeeld Het NMP4 in het kort Duurzaamheid, voorzorg en eigen verantwoordelijkheid zijn de leidende principes van het NMP4. Er is veel bereikt in het milieubeleid, maar er zijn grote milieuproblemen (zoals klimaatverandering) waar we geen greep op krijgen. We wentelen de gevolgen af op de generaties na ons en op de derde wereld. Daar moet uiterlijk 2030 een eind aan komen. Om de problemen werkelijk te kunnen aanpakken, is systeeminnovatie nodig. Dergelijke transities zijn net als de rest van het milieubeleid op de lange termijn gericht op een volledig duurzame ontwikkeling. Omdat de grote milieuproblemen vaak internationale problemen zijn, gaat Nederland een zeer actieve internationale milieudiplomatie voeren en geeft ons land het goede voorbeeld. De grote problemen kunnen we alleen aanpakken door de milieukosten volledig door te berekenen aan vervuilers en afnemers. wil geven. Gaan we ons weer opstellen als het braafste jongetje van de klas? Lokt de overheid daardoor niet weer het commentaar van de industrie uit dat we te ver voor de internationale muziek uitlopen? Het gaat er ons niet om een corrigerend vingertje op te steken. Nederland heeft wat te zeggen op milieugebied. Neem het instrument van de convenanten: overal ter wereld willen ze daar meer van weten. Onze invloed is veel groter dan je op grond van het aantal inwoners mag verwachten. Dat is gunstig: als je in de voorhoede zit, heeft dat duidelijke voordelen, ook economisch. We moeten ook wel, want de Nederlandse energie-intensieve economie is kwetsbaarder dan die op van andere landen. We zijn ook een klein en dichtbevolkt land, dus moet bijvoorbeeld veiligheid meer nadruk hebben. Meer aandacht voor veiligheid Op sommige punten is het NMP4 heel concreet, zoals over het veiligheidsbeleid. Er komen strengere wetten en regels. Het bedrijfsleven beschuldigt de minister ervan dat hij dit zonder overleg heeft doorgedrukt. Gemeenten en provincies moeten straks regels gaan uitvoeren waarvan de uitvoering mogelijk erg moeizaam zal gaan. Over een aantal onderwerpen is het NMP4 inderdaad heel uitgesproken. Dat heeft te maken met de aard van het probleem dat we proberen aan te pakken. Dat geldt bijvoorbeeld voor de gebieden verzuring en externe veiligheid. Die terreinen hebben prominent aandacht gekregen, en daar is het beleid op korte termijn harder neergezet. Als veiligheid of gezondheid in het geding zijn, moet je ingrijpen. Dat is veel absoluter dan bijvoorbeeld een aantrekkelijke leefomgeving of biodiversiteit, die ook doelstellingen zijn van het beleid. Een zaak als veiligheid is zo essentieel dat het Rijk op dat gebied een uitdrukkelijke verantwoordelijkheid heeft. Burgers mogen ervan uitgaan dat de handhaving van veiligheidsregels uniform en geregeld gebeurt. Centrale regie is hiervoor onontbeerlijk. Weg met het gedogen In de Wet milieubeheer wordt een aantal beginselen opgenomen. Waarom is dat belangrijk? Het in de wet vastleggen van bijvoorbeeld het beginsel de vervuiler betaalt is vooral bedoeld om dat geen dode letter te laten zijn en ze een grotere hardheid te geven in de maatschappelijke ontwikkeling. We leggen de rekening meer dan tot nu toe het geval was bij de vervuiler. Stel dat je bij opslag en transport van gevaarlijke stoffen ook de maatschappelijke kosten van indirect ruimtebeslag zou doorberekenen, dan lossen veel van de problemen zich waarschijnlijk vanzelf op. Veranderingen hoeven echt niet altijd met geld of subsidies gekocht te worden, al is dat vaak wel makkelijker. De boodschap is: overheid, hou je rug recht. De titel van het nieuwe beleidsplan is niet voor niks Een wereld en een wil: uitvoering is een kwestie van willen, van politieke, bestuurlijke wil. Veranderingen doen altijd ergens pijn, en hebben winnaars en verliezers. Samenwerking met het bedrijfsleven heeft veel goede elementen, maar mag niet leiden tot het laten verslappen van de handhaving. Soms is er een diffuusheid van verantwoordelijkheden, en die moet eruit. Kok zei het laatst al: weg met het gedogen. Dat betekent dus dat de overheid soms streng moet zijn en door zure appels heen moet durven bijten. De projectgroep NMP4 met minister Pronk (foto: VROM) Raymond Kavsek Noodsituaties en de Wet milieubeheer (foto: Rinie Bleeker) Een van de dingen die de mond- en klauwzeercrisis ons heeft geleerd is dat de Wet milieubeheer niet goed werkt in noodsituaties. De Wm kent weliswaar een regeling voor ongewone voorvallen (Hoofdstuk 17), maar die is niet van toepassing als zo n voorval zich buiten de eigen veehouderij voordoet. Een praktijkvoorbeeld vormt een vervoersverbod, zoals na de uitbraak van MKZ. Bedrijven in een bepaald gebied mogen hun melk, mest en dieren dan niet meer vervoeren, en daardoor ontstaan binnen de inrichting capaciteitsproblemen. De enige manier om negatieve milieugevolgen te voorkomen, of op zijn minst te beperken, is over te gaan op gedoogbeleid: tijdelijk gedogen van extra opslagcapaciteit binnen de inrichting, gedogen dat er melk wordt geloosd op de sloot, of gedogen dat er meer dieren in de stal staan dan de vergunning toestaat. Op grote schaal gedogen dus, en dat terwijl we in Nederland de gedoogcultuur nu net wilden terugdringen. Maar ook vanuit het oogpunt van rechtszekerheid en rechtsgelijkheid is gedogen vaak ongewenst, zeker als er meerdere oplossingen denkbaar zijn en bevoegde gezagen elk hun eigen (regionale) gedooglijn volgen. InfoMil ontwikkelt momenteel een handreiking, waarin staat hoe we vanuit milieuhygiënisch en milieujuridisch oogpunt kunnen omgaan met noodsituaties bij veehouderijen. Nog beter is het misschien om in de Wm een bepaling op te nemen dat de minister in noodsituaties speciale maatregelen kan afkondigen, die de milieuvergunning van een bedrijf tijdelijk buiten spel kunnen zetten. Raymond Kavsek InfoMil, secties Landbouw en Bestuurlijk-juridisch

4 4 Vragen aan de helpdesk LUCHT NER OPLOSMIDDELENBESLUIT CONTROLE OP NAVERBRANDERS Een bedrijf maakt onder meer metalen kabelgoten, waarvan de onderdelen eerst worden ontvet met een VOS-houdend middel en Welke controlemethode leg ik op voor de VOS-emissie van een daarna met een VOS-houdende coating worden behandeld. Onder verpakkingsdrukkerij waar een naverbrander is geïnstalleerd? welke activiteit van bijlage IIA van het Oplosmiddelenbesluit valt het (foto: Benelux Press) bedrijf dan? Oppervlaktereiniging van materialen met VOS valt onder activiteit 4 of 5, afhankelijk van de soort VOS waarmee gereinigd wordt. Het coaten van metalen producten valt onder activiteit 8. Voor dit bedrijf zijn dus twee activiteiten van toepassing. Dat betekent dat voor beide activiteiten afzonderlijk gekeken moet GELUID INDUSTRIELAWAAI worden of het verbruik van VOS op jaarbasis hoger is dan de drempelwaarden die genoemd zijn in bijlage IIA van het besluit. Het reinigen van de verfspuitapparatuur valt overigens niet onder de activiteit oppervlaktereiniging, maar wordt meegerekend onder de activiteit coaten. Wat is de juridische status van de Handreiking industrielawaai en vergunningverlening? Kan of moet in de milieuvergunning naar de handreiking worden verwezen, ook wanneer er nog geen lokaal geluidsbeleid is vastgesteld? De handreiking zelf heeft geen formele juridische status; dat wordt in het document ook aangegeven. Wel moeten geluidsnormen in de milieuvergunning gebaseerd zijn op de handreiking, waarbij afwijkingen gemotiveerd dienen te worden. Wanneer er nog geen lokaal geluidsbeleid is vastgesteld, zijn hoofdstuk 2 en 3 van de handreiking niet van toepassing, de overige hoofdstukken wel. Het belang van de handreiking blijkt uit het feit dat de minister van Verkeer en Waterstaat naar het document verwijst in reactie op vragen van Tweede-Kamerleden dd. 17 januari 2001 (betreffende geluidhinder door het uitvliegen van traumahelikopters): Het is het voornemen van mijn ambtgenoot van VROM de bij de vergunningverlening veelal gebruikte Handreiking industrielawaai en vergunningverlening op zeer korte termijn zodanig te wijzigen, dat er een expliciete categorie komt inherente maximale geluidsniveaus bij ongevallen en brandbestrijding in hoofdstuk 5, dat gaat over het opstellen van geluidsvoorschriften. Voor de beantwoording van deze vraag volgen we de systematiek van de keuze van de controlemethode ( 3.7.2) en het gebruik van emissierelevante parameters (ERP s) in de NeR. ( 3.7.3) Inventariseren van de storingsemissie Stel: de emissie van een verpakkingsdrukkerij bedraagt 5 kg vluchtige organische stoffen per uur. Deze emissie bestaat voor het grootste deel uit VOS die is ingedeeld in klasse g.o.3; de emissie is gasvormig en komt continu vrij. Met behulp van een thermische naverbrander wordt de emissie gereduceerd tot 0,25 kg per uur. De storingsemissie is de emissie die kan optreden bij het falen van de naverbrander. Die bedraagt in dit geval dus 4,75 kg per uur (4750g/uur). Bepalen van de storingsfactor F en het controleregime Het controleregime wordt bepaald door de verhouding tussen de storingsemissie en de massastroomtoetsingswaarde, gedefinieerd als de verhoudingsfactor F. De massastroomtoetsingswaarde is een maat voor de schadelijkheid van de geëmitteerde stoffen. Voor stoffen die zijn ingedeeld in de klasse g.o.3 bedraagt deze 3000 g/uur ( 3.7.2, tabel 2). De verhoudingsfactor F is dus 4750/3000 = 1,6. Voor een factor F tussen 1 en 10 geldt controleregime 1 (zie tabel 1 uit 3.7.2). Inventariseren van de mogelijke controlevormen In tabel 1 van staan de mogelijke controlevormen voor dit regime aangegeven: tenminste eenmalig meten én de emissie bewaken met tenminste een ERP van categorie 2 of 3. Een ERP van categorie 2 geeft een betrouwbare kwalitatieve indruk van de samenstelling van het afgas. Een ERP van categorie 3 geeft aan of een installatie volgens ontwerp of op de gewenste wijze functioneert en biedt daarmee een goede indicatie van de emissie. Tabel 3 van geeft als keuzemogelijkheden bij thermische naverbranding ERP 1/2b, 2c of 3d/e/f (de cijfers verwijzen naar de ERPcategorie en de letters naar de betreffende parameter in tabel 4). In dit geval kan men dus binnen categorie 2 kiezen uit continue CO-concentratie meting (2b) of temperatuurmeting in de verbrandingskamer (2c). Daarnaast kan binnen categorie 3 gekozen worden voor het meten van het debiet van de te verbranden afgasstroom, in samenhang met het gasdebiet van de bijstook en de drukval over de reactor (3d/e/f). Vaststellen van de controlemethode Tenslotte kan in de vergunning de controlemethode worden vastgelegd. Het bevoegd gezag kan overwegen om in de voorschriften op te nemen dat het meetregime kan worden aangepast (naar boven of beneden), afhankelijk van het presteren van de installatie.

5 5 Geen wetgeving Bij de InfoMil-helpdesk krijgen we regelmatig de vraag of we wetgeving of uitspraken van de Raad van State op kunnen sturen. Helaas kunnen we dat niet. U kunt uitspraken opvragen bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (geef daarbij het nummer door) of bij de commerciële databanken; alle uitspraken vanaf eind vorig jaar zijn bovendien in te zien op Wetgeving kunt u behalve bij de commerciële databanken ook vinden op (alle regelgeving vanaf 1995). BODEM EISEN AAN KWALITEITSVERKLARING EN PARTIJKEURING BOUWSTOFFENBESLUIT LUCHT OPLOSMIDDELENBESLUIT Een bestaand bedrijf zegt dat het pas in 2007 maatregelen hoeft te nemen om VOS-emissie te reduceren, omdat het oplosmiddelenbesluit dit zou voorschrijven. Klopt dit? (foto: Benelux Press) Hoe kun je een erkende kwaliteitsverklaring en een partijkeuring herkennen, en waarop moet je specifiek letten? Kwaliteitsverklaring Bij een erkende kwaliteitsverklaring op grond van het Bouwstoffenbesluit moeten de volgende documenten getoond kunnen worden: Het certificaat (wordt afgegeven per producent) Dit certificaat beslaat meestal meerdere bladzijden. Op het eerste blad staat om hoeveel bladzijden het gaat: controleer goed of alle bladzijden aanwezig zijn. Ook moet op pagina 1 het KOMO- of NL-BSB-logo zijn weergegeven. Op de andere bladzijden van het certificaat staat belangrijke informatie over het product en zijn toepassing. Dit is overwegend civieltechnische informatie; slechts een deel ervan betreft het Bouwstoffenbesluit. De afleverbon (wordt afgegeven per partij) De afleverbon legt de relatie tussen het certificaat en het geleverde product. Op het certificaat staat welke informatie de afleverbon moet bevatten. Los van deze administratieve controle moet ook in het werk gecontroleerd worden of het product inderdaad overeenkomstig de erkende kwaliteitsverklaring wordt toegepast; controleer bijvoorbeeld of de toepassingshoogte op het certificaat overeenkomt met de feitelijke toepassingshoogte in het werk. Op de website van de Stichting Bouwkwaliteit (www.bouwkwaliteit.nl) kunt u controleren of de producent voor het betreffende product (nog) is gecertificeerd. Partijkeuring Een erkende partijkeuring op grond van het Bouwstoffenbesluit is een keuring overeenkomstig het Gebruikersprotocol schone grond en bouwstoffen (hoofdstuk 1van Bijlage F van de Uitvoeringsregeling Bouwstoffenbesluit). Op het rapport van de partijkeuring wordt als bewijs hiervan het afgebeelde logo weergegeven. Zowel het rapport zelf als de analysecertificaten moeten het logo bevatten. De gegevens die in de rapportage moeten worden opgenomen, zijn terug te vinden in hoofdstuk 1, 14, van Bijlage F. De website van VROM (www.minvrom.nl) geeft uitsluitsel of de instantie die de keuring heeft uitgevoerd een aangewezen instantie is. Overigens moeten zowel het adviesbureau dat de monsters heeft genomen als het laboratorium dat de analyses heeft uitgevoerd aangewezen instanties zijn. Nee. De emissiegrenswaarden uit het besluit voor bestaande installaties worden inderdaad pas in 2007 van kracht, maar het bestaande beleid (zoals VOSmaatregelen uit de NeR en de Milieubeleidsovereenkomst NER NOGMAALS: EMISSIE-EISEN LASROOK Grafische Industrie) blijft voor deze installaties gewoon van toepassing. Dit betekent dat zekere maatregelen op de gebruikelijke manier in de Wm-vergunning moeten worden opgenomen. Naar aanleiding van de beantwoording van een vraag over de emissie-eisen aan lasrook in de rubriek Vragen aan de helpdesk in InfoMil Nieuws 22 (p. 6: Welke emissie-eisen kan ik stellen aan een bedrijf waar alleen ongelegeerd staal wordt gelast? ) hebben wij een brief ontvangen van FME-CWM, de Vereniging van ondernemingen in de metaal-, kunststof-, elektronica en elektrotechnische industrie en aanverwante sectoren. FME-CWM wijst ons op onduidelijkheden die zouden kunnen ontstaan na lezing van het betreffende antwoord (en dan vooral de tekst over nageschakelde technieken bij het gebruik van meer dan 1000 kg toevoegmateriaal). Om die onduidelijkheden te voorkomen, geven wij hieronder een nadere toelichting. In hoofdstuk 2 van de NeR staat dat maatregelen altijd op hun redelijkheid moeten worden getoetst, dus ook het voorschrijven van een nageschakelde techniek bij een verbruik van meer dan 1000 kg toevoegmateriaal. In het convenant voor de metaalen elektrotechnische industrie wordt met betrekking tot deze toetsing ook nog onderscheid gemaakt tussen bestaande en nieuwe situaties. Dit staat beschreven in het stappenschema van de module lassen van het Werkboek milieumaatregelen metaal- en elektrotechnische industrie: Bij meer dan 1000 kg lasdraad en/of elektrodes wordt in bestaande situaties in overleg met het bevoegd gezag bepaald of nabehandeling van lasrook met een nageschakelde techniek nodig is. De NeR is hierbij het referentiekader. Bij meer dan 1000 kg lasdraad en/of elektrodes moet in nieuwe situaties altijd nabehandeling van lasrook met behulp van een nageschakelde techniek plaatsvinden, tenzij wordt aangetoond dat de in tabel 3 opgenomen emissie-eisen (dit zijn emissie-eisen uit de NeR die in het werkboek zijn overgenomen, red.) niet worden overschreden en uit het oogpunt van kosteneffectiviteit in redelijkheid geen nabehandeling kan worden gevergd.

6 6 BESTUURLIJK-JURIDISCH ONTGEURINGSINSTALLATIE Is het op grond van het Besluit horeca-, sport- en recreatie-inrichtingen milieubeheer mogelijk een doelmatige ontgeuringsinstallatie te eisen? Pas op voor nep-meldingsformulieren Er zijn valse meldingsformulieren voor amvb s op grond van artikel 8.40 in omloop. Zo is onlangs een vervalst formulier opgedoken van het nog niet van kracht geworden Besluit voorzieningen en installaties milieubeheer. Het bleek te gaan om een meldingsformulier van InfoMil voor het Besluit bouw- en houtbedrijven, waarover de titel de woorden Voorzieningen en installaties waren geplakt. InfoMil heeft op dit moment formulieren voor zes 8.40-amvb s: Besluit horeca-, sport- en recreatieinrichtingen milieubeheer Besluit woon- en verblijfsgebouwen milieubeheer Besluit detailhandel- en ambachts bedrijven milieubeheer Besluit inrichtingen voor motorvoertuigen milieubeheer Besluit bouw- en houtbedrijven milieubeheer Besluit textielreinigingsbedrijven milieubeheer. Op onze website kunt u altijd de laatste stand van zaken vinden. BESTUURLIJK JURIDISCH ARTIKEL 8.19-WM Een bedrijf wil geen gebruik meer maken van een deel van de (foto: Zefa ) vergunning, bijvoorbeeld omdat het een deel van het terrein heeft afgestoten. Kan met een 8.19-melding worden volstaan of moet de Ja, dat is mogelijk. Over de wijze nadere eis te stellen ten aanzien vergunninghouder een verzoek indienen om de vergunning gedeelte- waarop deze eis juridisch moet van de aanwezigheid, de uitvoe- lijk in te trekken? worden ingevuld heeft de Afde- ring en het onderhoud van een ling bestuursrechtspraak van de ontgeuringsinstallatie als bedoeld Het is niet mogelijk om via een Wm van toepassing zijn: als het Raad van State zich op 3 mei in voorschrift melding de vergunning bedrijf niet binnen drie jaar na 2001 uitgesproken. De uitspraak Kortom, de Raad van State (gedeeltelijk) in te trekken. De het onherroepelijk worden van de ging specifiek in op de uitleg van oordeelt dat de doelmatigheid achtergrond hiervan is dat hier- vergunning de inrichting voltooit voorschrift onder b, in de van een ontgeuringsinstallatie voor in de Wm een procedure is en in werking brengt, vervalt het bijlage bij genoemd besluit. In dit moet worden geregeld via de geformuleerd (artikelen 8.25 en betreffende deel van de vergun- voorschrift wordt een ontgeu- voorschriften en , met de bijbehorende Awb- ning van rechtswege. Hiervoor is ringsinstallatie of een twee-meter- In de praktijk ging men er in dit procedure), die niet omzeild kan geen procedure nodig. De bovendakse afvoerpijp geëist. soort situaties nogal eens van uit worden via de oneigenlijke weg vergunning kan op grond van De Raad van State oordeelde als dat met voorschrift impliciet van 8.19 Wm. Dit is voor de oude artikel 8.18 ook deels vervallen, volgt: een doelmatige ontgeurings melding al bepaald door de bijvoorbeeld als die activiteit Het voorschrift biedt een keuze- installatie werd bedoeld.* Afdeling Bestuursrechtspraak waarvoor de bouwvergunning is mogelijkheid tussen een uitmon- De wetgever heeft die bedoeling ( /1, , AB verleend, niet uitgevoerd is. ding op voldoende hoogte dan overigens ook gehad: in het 2000, 258; StAB 00-44, JM 00- NB Sinds kort staat een groot wel het toepassen van een ont- Besluit detailhandel en ambachts Het bedrijf zal daarom een aantal vragen en antwoorden geuringsinstallatie. Uit de tekst bedrijven milieubeheer is een verzoek tot intrekken moeten over het nieuwe meldingenstelsel van het voorschrift kan niet overeenkomstig voorschrift opge- doen. Doet het dat niet, dan kan (artikel 8.19 Wm) op onze worden opgemaakt dat tevens nomen (voorschrift 1.4.4) waarin de gemeente het betreffende deel website. Het materiaal is te wordt beoogd de werking van de de keuze wordt gegeven tussen van de vergunning intrekken als vinden op > ontgeuringsinstallatie te waarbor- een bovendakse afvoerpijp of een daar gedurende drie jaar geen overig > Wm Eind 2001 gen. Daartoe zijn in de bijlage de doelmatige ontgeuringsinstallatie. gebruik van is gemaakt (art. publiceert InfoMil hierover een voorschriften en Het ministerie van VROM zal het 8.25, lid 1, onder c). boek met vragen en antwoorden. opgenomen. In voorschrift besluit op dit punt dan ook repa- Overigens kan ook artikel 8.18 is bepaald dat van een afzuigin- reren: in voorschrift zal het stallatie als bedoeld in voorschrift woord doelmatige worden een vetvangend filter zo toegevoegd. Tot die tijd wordt vaak als voor een goede werking geadviseerd de voorschriften nodig is, wordt vervangen of en te gebruiken. schoongemaakt en een ontgeuringsinstallatie zo vaak als voor een goede werking nodig is, wordt vervangen of geregenereerd. Voorschrift 4.4.1, aanhef en onder a, geeft verweerder de bevoegdheid zo nodig een * Vanuit de praktijk wordt er overigens op gewezen dat ook voorschrift (in de aanhef en onder a) een directe relatie legt naar een ontgeuringsinstallatie als bedoeld in voorschrift 1.4.3, en dat daarom via dit voorschrift niet de doelmatigheid van de installatie kan worden geregeld. Wel zou artikel 5 (lid 1 onder b) de mogelijkheid bieden om een nadere eis te stellen ter invulling van de zorgvuldigheidsnorm zoals geformuleerd in voorschrift van het besluit. Maar zoals gezegd oordeelt de Raad hierover anders. InfoMil Helpdesk (070)

7 7 ALGEMEEN Vermijden pieken gasverbruik is vaak nadelig voor milieu Door de liberalisering van de gasmarkt moeten steeds meer bedrijven extra betalen voor pieken in hun gasverbruik. Het lijkt dus aantrekkelijk die pieken te vermijden, maar helaas zijn de technieken die daarvoor beschikbaar zijn vanuit het oogpunt van milieu vaak onwenselijk. Voor vergunningverleners is dit een extra aandachtspunt. De gasmarkt wordt in stappen geliberaliseerd. Sinds 1 januari 2000 zijn gasafnemers die jaarlijks meer dan 10 miljoen m 3 gas afnemen vrij in de keuze van hun gasleverancier. Vanaf 1 januari 2002 geldt dit ook voor afnemers met meer dan 1 miljoen m 3 per jaar en in 2004 voor de hele gasmarkt. Nieuw tariefsysteem Het merendeel van de vrije afnemers blijft zijn gas afnemen van de Gasunie. Gasunie hanteert voor deze groep een nieuw tariefsysteem, het Commodity Diensten Systeem (CDS). In het oude systeem (dat nu nog geldt voor de niet-vrije afnemers) betaal je een bedrag per m 3, dat afhankelijk is van het jaarverbruik. Het nieuwe systeem kijkt niet alleen naar het totaalverbruik, maar ook naar andere aspecten, zoals het afnamepatroon. Hoe gelijkmatiger het afnamepatroon, hoe lager de kosten. Op die manier betalen bedrijven eigenlijk een vergoeding voor de pieken in hun afnamepatroon. Pieken scheren Op het moment dat pieken in het gasverbruik geld gaan kosten, wordt het voor bedrijven aantrekkelijk die pieken te scheren. Een goede methode is een betere planning van het aan- en uitschakelen van gasverbruikende installaties. Er zijn echter ook methodes in zwang die onwenselijk zijn voor het milieu, zoals: overschakelen op oliestook, LPG of elektriciteit tijdens de piek overschakelen op vloeibaar gemaakt aardgas dat buiten de piekuren is afgenomen overschakelen op gecomprimeerd aardgas dat buiten de piekuren is afgenomen. Deze methodes leiden tot extra luchtemissies, extra veiligheidsrisico s of zelfs tot extra energieverbruik. Geringe besparingen Het vermijden van pieken in het gasverbruik leidt afgezet tegen de totale gaskosten tot geringe besparingen. Het zal voor een bedrijf dus zelden aantrekkelijk zijn om voor het vermijden van pieken aparte voorzieningen te treffen, zoals gasbuffers en stookinstallaties voor olie of LPG. Alleen voor bedrijven die erg veel voor hun piekverbruik betalen, zijn deze maatregelen de moeite waard; in het algemeen geldt dat de piek duurder is naarmate het gasverbruik extremer verdeeld is over het jaar (bijvoorbeeld als er veel gestookt wordt in de wintermaanden en bijna niet in de zomer). Ook voor bedrijven die al voorzieningen hebben om bijvoorbeeld op olie te stoken kan het treffen van voorzieningen aantrekkelijk zijn. Vergunningwijziging Als een bedrijf andere technieken of brandstoffen wil gebruiken om de pieken in het gasverbruik te vermijden, is dat een verandering van de inrichting die bijna altijd ongunstige gevolgen heeft voor het milieu. Het bevoegd gezag hoeft zulke initiatieven zeker niet zonder meer te accepteren. Meestal is in dergelijke gevallen een wijziging van de vergunning nodig. Het bevoegd gezag moet dan afwegen of het bedrijfseconomisch voordeel opweegt tegen de milieuhygiënische nadelen, en of nadere eisen de nadelen kunnen ondervangen. Meer informatie over de Gaswet en de regels binnen de geliberaliseerde markt vindt u op en Meer informatie over het CDS vindt u op VERSCHENEN Bodem B05 Nederlandse Richtlijn Bodembescherming, herziene versie Is al toegestuurd aan abonnees en aan alle gemeenten, provincies, samenwerkingsverbanden en waterschappen. De vernieuwde NRB is voor ƒ 77,13 (35 Euro) te bestellen bij InfoMil. Lucht Eerste aanvullingen NeR. Alle aanvullingen op de Nederlandse emissierichtlijn Lucht worden digitaal beschikbaar gesteld op de website van InfoMil, en enkele keren per jaar in een gedrukte versie toegezonden aan alle NeR-abonnees. Als u de aanvullingen wilt ontvangen, kunt u contact opnemen met InfoMil. L27E Netherlands Emission Guidelines for Air (eind 2001). Engelse vertaling van de NeR. L33 Oplosmiddelenbesluit omzetting EG-VOS-richtlijn (november 2001) Afval- en emissiepreventie A16 Afvalscheiding bij vergunningplichtige bedrijven Handreiking voor het bevoegd gezag. Met onder meer een stappenplan over het opnemen van voorschriften over afvalscheiding in de milieuvergunning. A17 Afvalscheiding bij vergunningplichtige bedrijven Informatieblad, bedoeld voor de bedrijven zelf. Met afvalscheidingskaarten over de verschillende afvalstromen die bij bedrijven vrij kunnen komen. (foto: VROM) Exemplaren van deze publicaties kunt u downloaden van onze website (www.infomil.nl) of aanvragen via faxnummer (070)

8 8 LUCHT Monitoring verkeersbijdrage aan stedelijke luchtvervuiling Op 19 juli 2001 is het Besluit luchtkwaliteit in werking getreden (Staatsblad 2001, 269). Daarin is onder meer bepaald dat gemeenten en provincies de lokale luchtkwaliteit in kaart moeten brengen. Het gaat dan om luchtverontreiniging door zwaveldioxide, lood, stikstofdioxide, zwevende deeltjes, koolmonoxide en benzeen. Als blijkt dat grenswaarden uit het besluit zijn overschreden of naar verwachting zullen worden overschreden, moeten er maatregelen worden getroffen. CAR-model: bepalen van verkeersbijdragen in stedelijke omgeving In een stedelijke omgeving levert verkeer de grootste bijdrage aan de concentratie van NO 2. Met het CARmodel is daarvan de omvang vast te stellen. Om daarmee berekeningen te kunnen maken is informatie over het verkeer noodzakelijk (zie de tabel). Het CAR-model (Calculation of Air Pollution from Road Traffic) is al enige jaren in gebruik en wordt momenteel aangepast door TNO, waardoor het concentraties kan berekenen tot 300 meter van de wegrand. Belangrijk voor veel gebruikers is ook dat ze hiermee toekomstscenario s kunnen doorrekenen en het effect van een voorgenomen beleidsmaatregel kunnen beoordelen. Het aangepaste model kan onder Windows draaien. Gegevens nodig voor CAR Aantal auto s per etmaal Fractie zwaar verkeer Snelheidstypering (parkeerbewegingen, stagnerend, normaal, doorstromend, 70 km/uur, snelweg 100 km/uur) Straattype Luchtverversing ( bomenfactor ) VMK Veel gemeenten maken met behulp van het CAR-model een VMK (verkeersmilieukaart): een overzichtelijke plattegrond van de stad waarin de berekende concentraties met kleuren zijn weergegeven. De aangepaste rekenregels van het nieuwe CAR-model kunnen eenvoudig in een bestaande VMK ingepast worden. Belangrijk voor een goede werking van de VMK is dat ook alle andere gegevens zoals verkeersintensiteiten en straattypering up to date zijn. (foto: Joop van Reeken) Het besluit vervangt de tot dusverre geldende amvb s luchtkwaliteit. Het is een uitwerking van Europese richtlijnen voor de luchtkwaliteit die mens en milieu beogen te beschermen tegen de schadelijke effecten van de vervuilende stoffen. De verwachting is dat de luchtkwaliteit in Nederland op veel plaatsen aan de eisen voldoet. Het adviesbureau CE denkt dat de in de EU vastgestelde norm voor stikstofdioxide in stedelijk gebied langs zeer drukke snelwegen overschreden zal worden. Gemeenten die verwachten dat de grenswaarde voor NO 2 in 2010 overschreden zal worden, moeten plannen opstellen om uiterlijk in 2010 aan de grenswaarde te voldoen. CE noemt drie mogelijke oplossingsrichtingen: verkeersmaatregelen nemen, schermen plaatsen of in het uiterste geval huizen afbreken. De nieuwe norm voor zwevende deeltjes (fijn stof of PM10) wordt in een groot deel van Nederland overschreden. Er bestaat nog veel onzekerheid over luchtverontreiniging door zwevende deeltjes, zoals wat zijn precies de bronnen, welke chemische reacties in de lucht dragen eraan bij, en hoe kunnen we het niveau verlagen. Daarom wordt nader onderzoek verricht. De Europese Commissie zal in 2003 de richtlijn evalueren, wat gevolgen kan hebben voor de normstelling op dit gebied. Praktijk Uitvoering van het besluit brengt voor de gemeenten drie activiteiten met zich mee: vaststellen van de luchtkwaliteit (monitoring), in geval van overschrijdingen plannen maken om de normen te halen en rapportage. 1 Vaststellen van de luchtkwaliteit De gemeenten kunnen voor het vaststellen van de luchtkwaliteit gebruik maken van de meetresultaten van het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit (LML) van het RIVM. Dit geeft onder meer de regionale of achtergrondconcentraties aan. Met behulp van modellen (CAR, NNM) kan de gemeente de luchtkwaliteit in kaart brengen. In specifieke situaties, zoals bij drukke verkeerswegen of bij grote industriële locaties, kan de gemeente een beroep doen op de wegbeheerder (Rijkswaterstaat) of het bevoegd gezag (de provincie) om gegevens over de luchtkwaliteit te verkrijgen. Andere bronnen Naast verkeer spelen industriële emissies (puntbronnen) mogelijk ook een rol bij het NO 2 -gehalte in de lucht. Op voorhand is niet te voorspellen hoe groot die bijdrage is. Een eerste stap is het inventariseren van mogelijke bronnen, bijvoorbeeld door het vergunningenbestand te bekijken op installaties die onder het BEES vallen of waarin NeR-eisen zijn opgenomen. Meestal gaat het om grotere industriële installaties, waarvoor de provincie de vergunnende instantie is. Voor het berekenen van de bijdrage van industriële bronnen kunt u het Nieuw Nationaal Model (NNM) gebruiken. De gemeente kan op grond van de gegevens een totaalbeeld van de luchtkwaliteit opstellen. De gemeente moet hierover rapporteren aan de provincie voor 1 mei De provincies en het rijk voegen de rapportages samen tot een totaalrapportage voor de Europese Commissie.

9 9 LUCHT Zeer lage NO x -emissies bij katalytische gasturbines Op de NO x -conferentie in Parijs is dit voorjaar een nieuwe katalytische brander voor gasturbines gepresenteerd, die in de Verenigde Staten al wordt gebruikt. Deze katalytische verbranding resulteert in zeer lage NO x -emissies, minder dan 2,5 ppm. End-of-pipe maatregelen als SCR worden daarmee overbodig. (foto: Joop van Reeken) 2 Planvorming Als er voor NO 2 een overschrijding is geconstateerd van een plandrempel een waarde die hoger ligt dan de grenswaarde dan moet de gemeente een plan maken om de luchtkwaliteit te verbeteren. Dit plan moet binnen een jaar na het constateren van de overschrijding van de plandrempel worden ingediend. De maatregelen in het plan moeten ertoe leiden dat de grenswaarde per 2010 wordt gehaald. De verplichting om plannen voor verbetering van de luchtkwaliteit te maken geldt ook bij overschrijding van de plandrempel voor zwevende deeltjes. Omdat die overschrijdingen door lokale maatregelen echter onvoldoende te beheersen zijn, zullen hiervoor bestrijdingsplannen op landelijk niveau worden gemaakt. 3 Rapporteren Het besluit vraagt gemeenten de luchtkwaliteit elke drie jaar te rapporteren aan de provincie, te beginnen in Als er geen grenswaarden worden overschreden en overschrijdingen niet te verwachten zijn, hoeft de gemeente pas in 2005 weer te rapporteren. Bij overschrijdingen moet er jaarlijks worden gerapporteerd. De verplichting om de luchtkwaliteit vast te stellen en daarover te rapporteren geldt voor alle gemeenten boven inwoners en voor alle andere gemeenten waar een redelijke kans is op overschrijding van een grenswaarde. Informatie gemeenten en provincies In het najaar van 2001 worden handreikingen voor de betrokken partijen gepubliceerd. Daarin staat hoe monitoren, plannen maken, rapporteren en in de praktijk vorm kunnen krijgen. Ook op internet komt informatie beschikbaar, onder meer op de homepages van VROM, het RIVM en InfoMil. De ontwikkeling bij gasturbines is er een van alsmaar stijgende asrendementen bij een voortdurende daling van de NO x -emissie. Een lage emissie vraagt om een lage verbrandingstemperatuur, een hoog rendement om een relatief hoge turbine-intreetemperatuur (TIT). Daar zit echter nog flink wat ruimte tussen: de verbrandingstemperatuur kan oplopen tot zo n C (onder stoechiometrische condities). De TIT ligt op een niveau van C. Koeling Ter vermindering van de NO x -emissie moet de vlam in de verbrandingskamer gekoeld worden. Dat kan met water of een stoominjectie, maar dat is een minder verfijnde techniek. Koeling van de vlam kan bij gasstook ook worden bereikt door toepassing van een hoge overmaat verbrandingslucht in combinatie met een goede voormenging van gas en lucht, de Dry Low NO x -techniek (DLN). De NO x - vorming zou zonder consequenties voor het rendement maximaal teruggedrongen kunnen worden, als de verbrandingstemperatuur op hetzelfde niveau zou worden gebracht als de TIT. Bij de DLN-verbrandingstechniek stuit dit echter op stabiliteitsproblemen van de vlam. Vlamloze techniek Bij katalytische verbranding, een zogenaamd vlamloze techniek, speelt het stabiliteitsprobleem geen rol. De katalytische verbranding vindt plaats bij een temperatuur die hoog genoeg is voor een goed rendement van de turbine (zo n 1300 C), maar die aanzienlijk lager is dan de temperatuur bij DLN. Hierdoor wordt er nauwelijks nog NO x gevormd: minder dan 2,5 ppm (ca. 4,5 g/gj). De nu gangbare moderne gasturbines hebben dankzij DLN in de meeste gevallen een emissie van ca ppm NO x (bij 15% O 2 ). In gebruik Het elektriciteitsbedrijf Silicon Valley Power in Californië heeft een zogeheten XONON katalytische verbrandingsmodule voor gasturbines van de firma Catalytica Energy Systems (zie ook in gebruik genomen. De installatie draait inmiddels al meer dan 8000 uur met een betrouwbaarheid van 98% en een NO x -emissie lager dan 2,5 ppm (bij 15% O 2 ). XONON katalytische verbrandingsmodule voor gasturbines (illustratie: Catalytica Energy Systems) Meer informatie over deze en vele andere reductietechnieken voor NO x - en N 2 O-emissies kunt u lezen in de conferentiebundel van de NO x /N 2 O conferentie die op 21 en 22 maart in Parijs is gehouden (NO x CONF 2001). Het boek is voor 330 ff (ca. 50 euro) te bestellen via Adème in Frankrijk: ADEME Editions, 2 square La Fayette, BP 406, Eind van dit jaar verschijnt bij InfoMil een cd-rom met deze informatie. Katalysator-modules (foto: Catalytica Energy Systems)

10 10 LUCHT VOS-taakstelling 2010 en nieuw beleid voor VOS 50% emissiereductie in 2000 ten opzichte van 1980, dat was de oorspronkelijke doelstelling van het project KWS Op 31 december 2000 is het project afgerond; de verwachting op basis van de voorlopige evaluatie is dat het doel bereikt wordt. En nu verder. Het resultaat van de bereikte emissiebeperking is een duidelijk waarneembare afname van het aantal overschrijdingen van de ozonnormen. Toch is een verdere reductie van VOS nodig om de blootstelling aan ozon tot een aanvaardbaar niveau terug te dringen. In het onlangs gepubliceerde NMP4 zijn voor VOS nieuwe doelstellingen voor 2010 afgesproken. Deze doelstellingen zijn afgeleid van afspraken die in internationaal verband zijn gemaakt (Gotenburg-protocol, NEC-richtlijn). In Nederland is gekozen voor een nationale emissiedoelstelling voor VOS die verder gaat dan de internationale afspraken. Deze scherpere doelstelling is in feite een inspanningsverplichting die het uitgangspunt vormt voor nieuw beleid. Hogere doelstelling Er zijn twee belangrijke redenen voor het scherper stellen van de nationale doelstelling voor VOS. Ten eerste is een veiligheidsmarge ingebouwd om ervoor te zorgen dat de internationale verplichting ook bij tegenvallende resultaten nog kan worden nagekomen. Daarnaast passen verdergaande doelstellingen bij de voortrekkersrol die Nederland, samen met een aantal andere landen binnen Europa, wil vervullen. De tabel geeft een overzicht van de internationaal afgesproken doelstellingen en de nieuwe NMP4-doelstelling. Daarmee kunnen de voor 2010 gewenste milieukwaliteitsdoelstellingen worden gehaald. Sector Prognose VOS- Reductie- VOS-emissie doelstelling percentage 2000 (kton) 2010 (kton) t.o.v Industrie, energie % en raffinaderijen Consumenten (25) 3 30% Handel, diensten, (23) 3 11% overheid (HDO) en bouw Landbouw % Verkeer (45) 3 57% Totaal (155) 3 39% 1 Onverwachte percentages zijn het gevolg van afrondingsverschillen. 2 De taakstelling voor de industrie, raffinaderijen en energiesector is gesteld op 60 kton. De evaluatie van de VOS-emissietaakstellingen in 2004 kan maximaal leiden tot een taakstelling van 65 kton VOS. 3 Indien de EU-richtlijnen voor producten en voor motoren, scooters en bromfietsen worden gerealiseerd, komen de taakstellingen voor consumenten, HDO, Bouw en Verkeer uit op respectievelijk 25, 23 en 45 kton. VOS-emissie Emissieplafond Gotenburg-protocol Emissieplafond NEC-richtlijn Nationale emissiedoelstelling NMP kton 185 kton 163 kton De doelstelling van het NMP4 wordt mogelijk verder aangescherpt tot 155 kton wanneer er EU-richtlijnen voor VOS-houdende producten (zoals verf, lijm en cosmetica) en voor motoren, scooters en brommers worden vastgesteld. De evaluatie van de internationaal afgesproken VOS-doelstellingen is te verwachten in 2004; daarna wordt gekeken wat dit betekent voor de nationale doelstellingen. Emissietaakstellingen De nationale doelstelling voor VOS is vertaald in emissietaakstellingen voor de verschillende sectoren. Deze taakstellingen zijn in onderstaande tabel opgenomen. De taakstelling voor de industrie betekent een inspanningsverplichting van circa 30% reductie in de VOS-uitstoot in 2010 ten opzichte van de geschatte emissie in het jaar Beleidsinstrumentarium De minister heeft besloten dat in ieder geval tot 2003 doorgegaan wordt met het huidige beleidsinstrumentarium: bedrijfsmilieuplannen, convenanten en het voorschrijven van VOS-maatregelen (inmiddels opgenomen in de NeR) in de vergunning. Indien met dit instrumentarium de taakstelling niet wordt gehaald, wordt emissiehandel als extra instrument ingezet. Om ervoor te zorgen dat het systeem van VOS-emissiehandel op tijd klaar is, wordt het naast de inzet van het huidige beleidsinstrumentarium alvast ontwikkeld. Hierbij wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de NO x -emissiehandel, en het systeem van VOS-emissiehandel wordt dan ook pas van kracht nadat de NO x -emissiehandel is ingevoerd. Het instrument richt zich in eerste instantie op grote en middelgrote bedrijven; voor de kleinste bedrijven blijft het reguliere instrumentarium van 8.40-amvb s en vergunningen van kracht. Houtstof (verdacht) carcinogeen Het IARC (International Agency for Research on Cancer) heeft houtstof beoordeeld als carcinogeen. Dat heeft gevolgen voor de NeR; de Adviesgroep NeR heeft zich daarom gebogen over houtstofemissies. Voorlopig heeft de adviesgroep NeR stof van hardhout ingedeeld als carcinogeen en stof afkomstig van zachthout als verdacht carcinogeen. De stoffen zijn toegevoegd aan de lijsten van schadelijke stoffen in de NeR. Ook de bijzondere regeling voor houtbewerking is gewijzigd. U kunt de wijzigingen bekijken op onze site onder lucht>ner>aanpassingen. Het is de bedoeling dat deze voorlopige indeling volgend jaar definitief wordt. Tot eind 2001 kunt u commentaar op deze indeling indienen bij de Adviesgroep NeR, via de InfoMil helpdesk, of faxnummer (070) (vermeld indeling stoffen ). Mede op grond van uw reacties bepaalt de adviesgroep NeR de definitieve indeling. (foto: Benelux Press) Criteriadocument Af en toe komt bij InfoMil het verzoek binnen of er een Bijzondere Regeling voor een specifieke bedrijfstak kan worden opgesteld. Om die vraag gemakkelijker te kunnen beantwoorden heeft de Adviesgroep NeR een criteriadocument voor bijzondere regelingen vastgesteld. De uitslag van de toets helpt bij de beslissing of een Bijzondere Regeling kan worden opgesteld, maar het is soms mogelijk om van de uitslag af te wijken. Het criteriadocument staat op de InfoMil-site, zodat iedereen de toets kan doen; ga naar

11 11 ENERGIE MJA energie-efficiency 2 klaar voor ondertekening Eind juni hebben de ministeries van EZ, LNV en VROM overeenstemming bereikt met bedrijfsleven, provincies en gemeenten over de tekst van de tweede generatie meerjarenafspraak energie-efficiency (MJA-2). Naar verwachting wordt het convenant op 6 december ondertekend. Nieuw: een terugverdientijd van vijf jaar, een beoordeling door Novem en de invoering van een systeem van energiezorg. MJA-2: waarschijnlijk ook voor frisdrankindustrie (foto: Benelux Press) MJA-2 is gericht op de middelgrote energieverbruikers in de industrie; de grote industriële energieverbruikers doen mee met het convenant benchmarking. Naar schatting gaat het in totaal om zo n 800 bedrijven in ongeveer twintig sectoren. De tekst van MJA-2 verschilt op belangrijke punten van de eerste generatie meerjarenafspraken: 1 Bedrijven stellen een energiebesparingsplan op met daarin alle maatregelen die voldoen aan het rentabiliteitscriterium dat ook voor niet-convenantbedrijven geldt: een positieve netto contante waarde bij interne rentevoet van 15%, oftewel een terugverdientijd van vijf jaar of minder. 2 Het energiebesparingsplan wordt beoordeeld door Novem (als onafhankelijk deskundige, voor het convenant) én door het bevoegd gezag voor de Wet milieubeheer. Novem adviseert, het bevoegd gezag is de eindverantwoordelijke en krijgt het volledige plan voorgelegd. 3 Het bedrijf voert binnen twee jaar een systeem van energiezorg in. Grotere rol vergunningverlener De vergunningverlener wordt dus sterker bij het convenant betrokken. Dat gebeurt al in de komende periode, als bedrijven hun conceptenergiebesparingsplannen gaan voorleggen aan hun bevoegd gezag. De meeste plannen worden eind 2001-begin 2002 verwacht. Novem organiseert bij de provincies voorlichtingsbijeenkomsten over MJA-2. Gemeenten met potentiële MJA2-bedrijven binnen hun grenzen worden daarvoor ook uitgenodigd. Een overzicht van de deelnemende sectoren is gepubliceerd in nieuwsbrief 21. De tapijtindustrie, frisdrankindustrie en de tankop- en overslagbedrijven zullen waarschijnlijk ook MJA-2 ondertekenen. Voor een aantal sectoren (vooral buiten de industrie) loopt MJA-1 nog door. Dit zijn: de cacao-industrie en het hoger beroepsonderwijs (tot 2005), banken, bloembollenteelt en champignonkwekerijen (2006), verzekeringsmaatschappijen en wetenschappelijk onderwijs (2007), NS en supermarkten (2011). De MJA met de glastuinbouw is opgenomen in het Convenant glastuinbouw en milieu. Meer informatie over meerjarenafspraken vindt u op Voortgang convenant benchmarking vertraagd Een plaats halen bij de wereldtop in energiezuinigheid, dat is het doel van bedrijven die deelnemen aan het Convenant benchmarking energie-efficiency. Dat gaat niet zomaar; het opstellen van een concept-plan kost meer tijd dan verwacht. De bedrijven die meedoen aan het Convenant benchmarking energie-efficiency hadden begin dit jaar een concept energie-efficiency plan voor beoordeling bij hun bevoegd gezag moeten indienen. Voor de meeste bedrijven bleek deze deadline niet haalbaar: het bepalen van het niveau van de wereldtop en het opstellen van een plan om die top te bereiken bleek meer tijd te vergen. In de eerste helft van 2001 zijn officieel slechts twee energie-efficiencyplannen in concept ingediend. De primeur van het eerste definitieve plan had Nedmag Industries in Delfzijl, die zijn plan op 16 maart 2001 aanbood aan de Provincie Groningen. Het peloton komt naar verwachting in het najaar binnen. De IPO-projectgroep Energie in de milieuvergunning heeft naar aanleiding van het convenant een leidraad laten opstellen voor het bevoegd gezag. Binnenkort wordt die verstrekt aan provincies en gemeenten die bij het convenant benchmarking zijn betrokken. U kunt de leidraad inzien op onder energie. Meer informatie over het convenant en de voortgang vindt u op de site van de Commissie benchmarking die de uitvoering van het convenant bewaakt. Nedmag Industries Delfzijl overhandigt zijn definitieve energieefficiencyplan aan gedeputeerde Musschenga. (foto: Nedmag) Het sportconvenant Sinds 8 juni 2000 kunnen zwembaden, sporthallen en ijsbanen meedoen aan het sportconvenant. Een toegetreden accommodatie moet uiterlijk een jaar na toetreding een energie- en milieuplan hebben, waarin staat wat de (foto: Joop van Reeken) komende jaren moet gebeuren op het gebied van zuinig gebruik van energie, water en chemicaliën, afvalpreventie en afvalscheiding. Het gaat hier vooral om inrichtingen die onder het Besluit horeca, sport en recreatie vallen. Deelname aan het convenant kan deze inrichtingen helpen om de amvb-verplichtingen op het gebied van energiebesparing, waterbesparing, afvalpreventie en afvalscheiding in te vullen. Accomodaties kunnen nog steeds toetreden (tot 2005). Voor ijsbanen geldt een apart traject. Meer informatie vindt u op

12 12 EXTERNE VEILIGHEID Implementatietraject Vuurwerkbesluit Als alles goed gaat treedt het definitieve Vuurwerkbesluit besluit op 1 december 2001 in werking. Een projectgroep moet de implementatie van het besluit gaan begeleiden. BODEM Praktijkdagen handhaving Bsb In mei 2001 is InfoMil begonnen met de uitvoering van het Faciliteringsprogramma Handhaving Bouwstoffenbesluit. Een belangrijk onderdeel hiervan zijn de praktijkdagen handhaving Bouwstoffenbesluit, waarvoor de belangstelling erg groot is. In 35 van de 50 SEPh-regio s wordt dit jaar zo n praktijkdag verzorgd; een aantal SEPh s heeft de praktijkdag inmiddels opgenomen in het eigen regionale programma. Tot aan de zomervakantie zijn tien praktijkdagen gehouden. Onder de talrijke deelnemers bevonden zich medewerkers van gemeenten (zowel van milieu als van bouw- en woningtoezicht), provincies, waterkwaliteitsbeheerders en politie. (foto: Benelux Press) Op 26 februari verscheen het ontwerp-vuurwerkbesluit in Staatscourant nr. 40. Kort daarop heeft het Ministerie van VROM een projectgroep in het leven geroepen die zich bezighoudt met de implementatie van het besluit. In de projectgroep zijn alle partijen vertegenwoordigd die een rol spelen bij de uitvoering van het besluit, zoals VROM, Arbeidsinspectie, Inspectie Milieuhygiëne, Inspectie Verkeer en Waterstaat Divisie Vervoer, IPO, VNG, Binnenlandse Zaken, Openbaar Ministerie, brandweer en politie. Ook InfoMil is lid van deze projectgroep. Werkgroepen De projectgroep heeft een aantal werkgroepen ingesteld die deelaspecten van de implementatie zullen uitwerken, zoals: het in alle provincies opzetten van een uitvoeringsorganisatie voor de provinciale taken (vergunningverlening van en toezicht op de bedrijven die vuurwerk opslaan, bewerken of afsteken, toestemmingsverlening voor en toezicht op evenementen) het opzetten van een uitvoeringsorganisatie bij de Inspectie Milieuhygiëne voor de taken van de Inspectie (meldingen verwerken en toezicht houden op in-, uit- en doorvoer van vuurwerk, tweedelijnstoezicht op het toezicht door provincies en gemeenten) het opzetten van een landelijk meld- en informatiepunt het opstellen van een opleidingsplan voor vergunningverleners, toezichthouders en opsporingsambtenaren van alle betrokken organisaties het opstellen van een handreiking voor de bestuursrechtelijke en strafrechtelijke handhaving het opstellen van een certificeringsregeling voor professionele ontbranders het verschaffen van duidelijheid over zaken als analyse van vuurwerkmonsters, opslag en vervoer van in beslag genomen vuurwerk, vernietiging van in beslag genomen vuurwerk het opstellen van meldingsformulieren voor in- en uitvoer van vuurwerk. Overzicht en verdieping InfoMil is trekker van de werkgroep Opleidingsplan. Daarin wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met de wensen die vertegenwoordigers van de verschillende bevoegde instanties hebben geuit. De partijen hebben aangegeven dat er behoefte is aan een brede opleiding, met aandacht voor alle facetten van het Vuurwerkbesluit, de hele ketenbenadering en de verantwoordelijkheden van alle betrokken instanties. Anderzijds leeft bij veel partijen ook de wens tot verdieping van kennis op het deelgebied waarvoor een organisatie verantwoordelijk is. Overwogen wordt om bestuurders en managementleden apart van informatie te voorzien. We houden u van de verdere ontwikkelingen op de hoogte. Zie voor de laatste inhoudelijke wijzigingen van het ontwerpbesluit milieu, of Stappenplan Tijdens de praktijkdag wordt gebruik gemaakt van het door InfoMil ontworpen stappenplan toezicht kernvoorschriften Bouwstoffenbesluit. De deelnemers aan de eerste tien bijeenkomsten vonden de geboden informatie praktisch en bruikbaar; vooral het leren beoordelen van certificaten werd positief beoordeeld. Eind 2001 moet het algemene kennisniveau van ruim 750 bestuursrechtelijke en strafrechtelijke handhavers op voldoende peil zijn gebracht. Opnieuw prioriteit De handhavende instanties hebben in de Landelijke Coördinatiecommissie Milieuwethandhaving afgesproken dat het Bouwstoffenbesluit ook in 2002 extra aandacht zal krijgen. De klankbordgroep van het faciliteringsprogramma bekijkt momenteel op welke wijze de handhavers het beste kunnen worden ondersteund. Duidelijk is in ieder geval dat van de handhavers wordt verwacht dat zij in 2002 een accent gaan leggen bij het optreden tegen overtredingen van het besluit. (foto: Schievink)

13 13 BODEM Teksten NRB volledig herzien In juli hebben de abonnees de nieuwe hoofdstukken van de Nederlandse Richtlijn Bodembescherming ontvangen. Inhoudelijk is er weinig veranderd, maar de indeling is volledig op de schop genomen. In de oude NRB was het nog wel eens lastig de benodigde informatie te vinden, maar door de nieuwe ordening hopen we dat die problemen tot het verleden behoren. De nieuwe NRB is ingedeeld in twee secties: Sectie A bevat informatie voor het realiseren van bodembescherming in de gangbare praktijk (amvb-situaties en de meeste vergunningsituaties). Sectie B geeft technische achtergronden en informatie voor bodembescherming in bijzondere situaties. Niet alle teksten in de NRB zijn voor iedere lezer even interessant. Daarom is in de nieuwe NRB door middel van pictogrammen aangegeven welke delen speciaal relevant zijn voor onder anderen vergunningverleners, handhavers en bedrijven. Nieuwe checklists In de nieuwe NRB zijn de bodemrisicochecklists anders opgebouwd. Met die tabellen kunt u nagaan hoe schadelijk een bedrijfsactiviteit kan zijn voor de bodem en wat de invloed daarop is van maatregelen en voorzieningen. In de nieuwe checklists is veel duidelijker dan in de oude onderscheid gemaakt tussen voorzieningen (fysieke systemen) en maatregelen (menselijk handelen). Door deze nieuwe indeling kunnen gebruikers eenvoudiger de samenhang tussen voorzieningen en de bijbehorende maatregelen terugvinden. Ook bevat de nieuwe NRB aparte hoofdstukken over voorzieningen en maatregelen. Met name in het hoofdstuk maatregelen staat duidelijker dan voorheen aangegeven wat de lezer moet verstaan onder zaken als een inspectieprogramma en een noodplan. Deel B1: later De oplettende lezer van de nieuwe NRB mist mogelijk deel B1: Beperken verspreidingsrisico. Hieraan wordt momenteel de laatste hand gelegd; het zal begin 2002 verschijnen. Voorlichtingsdag Op 6 november wordt voorafgaand aan het zevende congres van het Platform Bodembeschermende Voorzieningen (PBV) een landelijke voorlichtingsbijeenkomst over de vernieuwde NRB gehouden. Hierover wordt u nog apart geïnformeerd. EUROBAT BREFs wachten op integratie in de praktijk Het zijn goede tijden voor de liefhebbers van Alara-discussies. De Europese Commissie heeft namelijk voor negen branches een BAT Reference document (BREF) afgerond. Van acht documenten is ook de Nederlandse samenvatting klaar. Hiermee zijn vele honderden pagina s met gedetailleerde informatie over stand-der-techniek beschikbaar. De Nederlandse overheid heeft de afgelopen vijf jaar samen met landen als Duitsland, Oostenrijk en Zweden hard geknokt voor een hoog kwaliteitsniveau van de BREFs. Dat resulteerde in documenten waarin de crème de la crème van milieutechnieken uitgebreid is beschreven. De grootste winst van de BREFs is dat die technieken zijn geplaatst in de context van de specifieke problematiek van de branche, en dat er voor de meeste branches uitdagende conclusies zijn geformuleerd. Dit geeft de vergunningverleners een krachtig instrument in handen om de Alara-discussie met hun bedrijven te voeren. Struikelblokken Zo makkelijk is het echter nog niet. Veel provinciale vergunningverleners hopen de BREFs te kunnen gebruiken voor bijvoorbeeld de BMP-trajecten, maar ze stellen vast dat in de (concept-)brefs een formeel kader voor de toepassing nog ontbreekt. Een snelle inpassing van de BREFs in de bestaande wet- en regelgeving is daarom een belangrijke voorwaarde voor het gebruik van de BAT-documenten. De omvang van de documenten en de Engelse taal zijn twee andere struikelblokken. Het opnemen van de Nederlandstalige samenvatting in de NeR kan al een groot deel van de belemmeringen wegnemen. Het Engelstalige basisdocument dient dan alleen nog als naslagwerk. Veel vergunningverleners zijn bij de totstandkoming van een of meer van de documenten betrokken geweest; ze zijn daardoor vrij snel wegwijs in de stukken. De BREFs rekenen ook af met het hardnekkige idee dat Nederland altijd beter presteert dan de rest van Europa. Omdat de BREFs het resultaat zijn van een Europese informatieuitwisseling wordt al snel gedacht dat het ambitieniveau laag ligt. Dat klopt niet: de BREFs geven per branche inzicht in de beste milieuprestaties in de EU of zelfs wereldwijd, en Nederland komt lang niet altijd in dat rijtje voor. In Nederland valt op veel punten nog heel wat milieuwinst te halen als de BREFs gebruikt gaan worden. Dagelijkse praktijk In feite zijn de BREFs nog vleugellam; ze zijn nog niet bekend genoeg en onvoldoende bruikbaar in de dagelijkse praktijk. InfoMil zal het komende halfjaar dan ook een aanzienlijke inspanning plegen om de BREFs op te nemen in de NeR en om de vergunningverleners te informeren over achtergronden en toepassing van de documenten. Dat moet leiden tot een volwaardige integratie van de BREFs in de Nederlandse vergunningpraktijk. Kijk voor meer informatie op eurobat of bel met de helpdesk.

14 14 AFVAL- EN EMISSIEPREVENTIE Haalbaarheid preventiedoelstellingen beoordeeld In april tot juni van dit jaar organiseerde InfoMil samen met de afzonderlijke provincies negen bijeenkomsten rond het programma Met preventie naar duurzaam ondernemen. De bijeenkomsten hadden twee doelen: meer aandacht vragen voor het uitvoeringsprogramma en de haalbaarheid toetsen van de doelstellingen uit het (concept)programma. In de bijeenkomsten zijn zowel het (concept)programma Met preventie naar duurzaam ondernemen als het provinciaal beleid gepresenteerd. Daarbij kwam de Subsidieregeling Aanpak Milieudrukvermindering (SAM) uitgebreid aan de orde. In workshops vertelden gemeenten over hun ervaringen met beleid, de verruimde reikwijdte Wm en het stimulerend spoor (met ketenaspecten als milieugerichte productontwikkeling en duurzaam consumeren). Van de deelnemers aan de in opdracht van het ministerie van VROM en het IPO georganieerde bijeenkomsten werkte 70 % bij een gemeente, 11 % bij een regionaal milieuorgaan, 11 % bij een provincie en 3 % bij een waterschap. 80% was vergunningverlener/ handhaver/beleidsmedewerker en 10 % had een management- of bestuursfunctie. Haalbaarheidstoets Hoe beoordeelden de deelnemers de haalbaarheid van de doelstellingen? Dat bleek uit de globale haalbaarheidstoets van de beleids-, regulerings- en stimuleringssporen (respectievelijk B, R en S). Als meest haalbare doelstellingen werden de volgende genoemd: B1 Provincies en gemeenten integreren de doelstelling van het programma bij het opstellen of actualiseren van milieubeleidsplannen/preventieplannen/uitvoeringsprogramma s (86 % (gemakkelijk) haalbaar). S7 Overheden houden rekening met internationale afspraken op het gebied van preventie (75% (gemakkelijk) haalbaar). S6 De gezamenlijke overheden bevorderen dat in 2005 in het daarvoor in aanmerking komend onderwijs aandacht wordt besteed aan preventie en duurzaam ondernemen (72% (gemakkelijk) haalbaar). B2 De betrokken overheden integreren de doelstellingen van het programma in het doelgroepenbeleid milieu en industrie (70% (gemakkelijk) haalbaar). Als minst haalbare doelstellingen werden genoemd: S8 De gezamenlijke overheden stellen uiterlijk in 2002 een uitvoeringsstrategie Duurzaam Consumeren op (65 % moeilijk haalbaar/onmogelijk). S5 In 2005 nemen de betrokken overheden milieuoverwegingen expliciet mee in hun rol als ondernemer (58% moeilijk haalbaar/onmogelijk). S4 Overheden concretiseren en uniformeren in samenspraak met het bedrijfsleven het begrip duurzaam ondernemen en werken dit nader uit naar economische, milieuen sociale prestaties van bedrijven (54% moeilijk haalbaar/onmogelijk). R1 Uiterlijk 2005 zijn preventiemaatregelen in daarvoor in aanmerking komende Wm-vergunningen op de juiste wijze opgenomen en wordt hier tevens op gehandhaafd (43 % moeilijk haalbaar/onmogelijk). De deelnemers waren erg tevreden over de bijeenkomsten. InfoMil organiseert dit jaar nog een aantal bijeenkomsten waarin de nadruk ligt op beleid en regulering, en ontwikkelt een aantal hulpmiddelen, zoals een handreiking en checklists. SAM-regeling stimuleert preventieprojecten Profiteert uw gemeente al van de SAM-regeling? Bij het verschijnen van deze nieuwsbrief heeft u nog mooi de tijd om dat na te gaan. SAM is de Subsidieregeling Aanpak Milieudrukvermindering, een van de instrumenten van Met preventie naar duurzaam ondernemen, een uitvoeringsprogramma voor en door overheden. De regeling subsidieert projecten op het gebied van afvalpreventie, afvalscheiding en energiebesparing. De deadline voor SAM 2001 is 15 oktober. Het enthousiasme voor de SAM-regeling is groot. Gemeenten, al dan niet verenigd in samenwerkingsverbanden, hebben subsidie aangevraagd voor uiteenlopende projecten op het gebied van afvalpreventie en -scheiding, energiebesparing, waterbesparing en transportpreventie. Dat betekent een belangrijke impuls voor de verruimde reikwijdte uit de Wet milieubeheer. Met de SAM-regeling is het bijvoorbeeld mogelijk vergunningverleners en handhavers kennis te laten opdoen over preventie bij bedrijven. Met die kennis kunnen ze beter invulling geven aan preventiemaatregelen in de milieuvergunning. Ook kan de regeling ondersteuning bieden bij het inlopen van achterstanden. Dat is uiteindelijk de bedoeling: meer vergunningen waarin beter omschreven staat wat er van de bedrijven verlangd wordt op het gebied van de verruimde reikwijdte. Op de InfoMil website vindt u een overzicht van ingediende projectvoorstellen. Ga voor de aanvraagformulieren naar en kies Advies of ga naar Zoeken en klik op afvalverwerking. Stuur het aanvraagformulier naar Novem t.a.v. mevrouw. K. Nicolaï, Postbus 8242, 3503 RE Utrecht. Voor meer informatie kunt u ook de Novem-helpdesk bellen: (030) (foto: Benelux Press) Huishoudelijk afval Het tweede deel van de SAM-regeling is gericht op huishoudelijk afval. Ook hierover kunt u informatie krijgen bij de Novem-helpdesk voor gemeenten. Het aanvraagformulier kunt u versturen naar de heer A. Weenk. Op en op vindt u meer over het Afval Overleg Orgaan, dat samen met de VNG (www.vng.nl) betrokken is bij de SAM-regeling voor huishoudelijk afval.

15 15 FO-Industrie Het elektronisch milieuverslag: leuker niet, gemakkelijker wel De milieuverslaglegging door bedrijven aan de overheid wordt gemakkelijker en beter. Dat is het doel van een project dat eind 2002 moet leiden tot invoering van het elektronisch milieuverslag (E-MJV). Vanaf dat moment kunnen milieucijfers elektronisch worden ingediend, gevalideerd en via internet of modem gebruikt. Kwaliteit en betrouwbaarheid van de rapportage kunnen sterk verbeteren door het inbouwen van slimme rekenhulpen, controles en geheugenfuncties in het elektronisch formulier. Daarnaast wordt het stramien van de rapportage eenduidiger en gebruiksvriendelijker gemaakt en ook inhoudelijk geactualiseerd. Het projectteam E-MJV Vlnr: Ruud van Rossem (VROM/IAP), Erik van Vliet (FO-Industrie), Lisette Maas (VROM/IAP), Jan van der Plas (VROM/HIMH), Liesbeth van Gent (VROM/KvI), Gerard van den Broek (FO-Industrie), Peter Andringa (IPO/DCMR), Marco Mensink (Bedrijfsleven/VNP). Niet op de foto: Marja Borst (RIZA), Roelof Wessels Boer (IPO), (foto: FO-Industrie). Er zijn goede redenen om het milieujaarverslag elektronisch te maken. Het leidt naar verwachting tot kwaliteitsverbetering, meer gebruikersgemak, snellere beschikbaarheid van gegevens en lagere administratieve lasten. Juist dat zijn nu de knelpunten, en op al deze gebieden kan nog flink wat worden verbeterd. Dat is ook niet vreemd. Het gaat immers om een relatief nieuwe situatie; zowel bedrijven als overheden zitten nog midden in een leerproces. Overstap Sinds 1 januari 1999 zijn ongeveer 250 bedrijven wettelijk verplicht om jaarlijks betrouwbare cijfers over hun milieuprestatie te leveren aan het bevoegd gezag, dat de cijfers valideert (zo n 600 bedrijven rapporteren al veel langer op basis van afspraken in convenanten aan het bevoegd gezag). Deze overstap maakte ook een nieuwe vorm van emissieregistratie mogelijk: voorheen maakten bedrijven voor de verschillende bevoegde gezagen (provincie, waterschappen, RWS) uiteenlopende rapporten, en werden de emissiecijfers los daarvan door TNO verzameld en gecheckt. Het milieujaarverslag bundelt deze rapportages. Scenario s Begin juni is een projectteam met vertegenwoordigers van bedrijfsleven en bevoegd gezag begonnen met het definiëren van een elektronisch milieuverslag en alles wat daarvoor nodig is. Er zijn verschillende scenario s geschetst en getoetst op haalbaarheid. Ze variëren van behoudend (het elektronisch maken van de bestaande werkprocessen) tot zeer vergaand. In één scenario bijvoorbeeld bestaat er geen centrale database meer, maar kunnen daartoe gerechtigde gebruikers de gevalideerde data bij bedrijven inzamelen. Ook verschillende vormen van een elektronisch formulier zijn beschreven. Het systeem zal in elk geval flexibel en aanpasbaar moeten zijn. Dit laatste betekent bijvoorbeeld dat rekening wordt gehouden met gegevens van de emissiehandel in NO x, en in de verdere toekomst mogelijk ook in andere stoffen, zoals CO 2. Begin oktober worden themasessies gehouden waarbij deskundigen wordt gevraagd te adviseren over de haalbaarheid van de geschetste scenario s. Een nieuwe opzet Ook is er een project gestart om de precieze informatiebehoefte van de gebruikers van Milieujaarverslagen De regionale overheid gebruikt milieujaarverslagen voor het volgen van de milieuprestaties van bedrijven en voor het waarborgen van de lokale milieukwaliteit. De rijksoverheid (VROM en RWS) gebruikt de cijfers voor het volgen en evalueren van het nationale milieubeleid bij de doelgroep industrie. De milieujaarverslagen vormen ook de basis voor milieubalans (RIVM) en afval- en energiestatistieken (CBS). De kwaliteit van de emissiegegevens bepaalt daarmee direct de geloofwaardigheid van het milieubeleid. Daarnaast moeten de emissiecijfers bruikbaar zijn voor internationale rapportages (over onder meer CO 2 /OBG, VOS en NO x ). De minister van VROM is aanspreekbaar op de kwaliteit van de emissiegegevens en daarmee op de naleving van het Besluit milieuverslaglegging. milieujaarverslagen in kaart te brengen en een gebruiksvriendelijkere opzet te ontwikkelen. In september is er voor bedrijven die verplicht zijn een milieujaarverslag te maken een brede klankbordovereenkomst over het nieuwe format. Bedrijven die op basis van een convenant rapporteren worden over de plannen benaderd in het eigen bedrijfstakoverleg. Het streven is om de verschillende formats die nu nog bestaan in één model te bundelen. Eind dit jaar zal het nieuwe format bij ministeriële regeling worden gepubliceerd. Verslagplichtige bedrijven per branche (wettelijk en in het kader van het convenant) 135 Wettelijk 108 Convenant Tijdpad In november dit jaar wordt aan het managementteam van DGM een advies uitgebracht over het beste scenario voor elektronische milieuverslaglegging. Eind 2002 moet dat scenario zijn gerealiseerd: het systeem moet dan in bedrijf zijn genomen en bedrijven moeten er vanaf dat moment voor kunnen kiezen hun milieuverslag elektronisch aan te leveren Aardgas E-centrales Chemie Rubber Voeding Zuivel Glas Textiel Metalektro Papier RWZI AVI Meer informatie: Ministerie van VROM, Liesbeth van Gent, Projectleider milieujaarverslag Luchthavens Raffinaderijen Basismetaal Koolelektroden Rapporten kunt u downloaden van de website van FO-Industrie (www.fo-industrie.nl) of opvragen bij FO-Industrie; tel. (070) Voor vragen over de doelgroepconvenanten en milieujaarverslagen kunt u contact opnemen met de InfoMilhelpdesk (070)

16 LIM Vierentwintig uur handhaving Op 19 juni heeft SEPh Limburg een handhavingsestafette van 24 uur georganiseerd. De voorzet voor deze grootscheepse milieucontrole gaven de lokale media, die zich cynisch hadden uitgelaten over het gebrek aan daadkracht van verschillende handhavende instanties. Het SEPh Limburg vatte de opmerkingen van de media op als een uitdaging. Er werd een gedetailleerd draaiboek gemaakt en bijna alle handhavingspartners namen deel aan de estafette. Gedurende 24 aaneengesloten uren werden gezamenlijke handhavingsacties (zoals buitengebied, bouwstoffenbesluit, afvaltransporten) en reguliere bedrijfscontroles uitgevoerd; in totaal ging het om meer dan vijftig soorten controles. Er werden 550 overtredingen geconstateerd en in 130 gevallen is direct proces-verbaal aangezegd. Met de estafette in Limburg is niet alleen het belang van een goede handhaving weer eens over het voetlicht gebracht, de actie betekende ook een stimulans voor de samenwerking tussen de bestuursrechtelijke en strafrechtelijke partijen die de bestuursovereenkomst hebben getekend. De estafette had zeker ook een preventieve werking. Derde SEPh-dag De derde SEPh-dag wordt op 1 november gehouden in Ede. De klankbordgroep, samengesteld uit SEPh-ers uit bijna alle provincies, heeft voor de invulling van de dag ideeën aangedragen. Er zal onder meer aandacht worden besteed aan werkprocessen en kwaliteit van het SEPh, aan het bevorderen van samenwerking tussen de handhavingspartners en aan het omgaan met de landelijke programmering. LIM-site De LIM-website (www.infomil.nl/lim)is zo goed als gereed. De site vormt samen met het milieudiscussieplatform van de politie (Politie Milieu Net van I & E Milieu) één informatiesysteem. Om een goede aansluiting tussen de twee sites te waarborgen is meer tijd nodig dan was voorzien. Naar verwachting is dit informatiesysteem medio oktober operationeel. Verder is de LIM-site niet alleen bestemd voor, maar ook te verbeteren door handhavers. Met name de SEPh s krijgen hierin een belangrijke rol: op 16 oktober wordt dit in een workshop voor SEPh s en de provinciale coördinatoren nader toegelicht. AGENDA Aandachtsgebieden van InfoMil InfoMil Nieuws verschijnt vier maal per jaar. Het abonnement is gratis. Aanvragen en Lucht adreswijzigingen uitsluitend schriftelijk. 3 en 4 oktober Nationaal Forum Lokale Overheid Erasmus expo- en congrescentrum, Rotterdam Informatie: NSC (070) oktober Derde praktijkdag milieu: Kunnen we handhaven? t Spant te Bussum Informatie: 8 november Nationale Dubo-dag: Bestaande stad, duurzame stad De Doelen, Rotterdam Informatie: dubodag november en 14 december Toezicht en handhaving in het buitengebied Workshops, begeleid door ervarings- Bees (NO x ) Emissie van vluchtige organische stoffen (VOS) Monitoring luchtkwaliteit Nederlandse emissierichtlijn (NeR) Nieuw Nationaal Model (NNM) Bodem, water en landbouw Bodembescherming (NRB) Bodemlozingen BOOT Bouwstoffenbesluit en handhaving Landbouw Water Colofon Redactieadres InfoMil Postbus GS Den Haag Fax (070) Website Coördinatie voor InfoMil Marja Heida, Jolanda Vloon Redactie 1 november Derde landelijke Seph-dag De Reehorst, Ede Informatie: InfoMil, sectie LIM (070) november Zevende PBV-congres Schouwburg, Gouda Informatie: Voorafgaand aan dit congres een voorlichtingsbijeenkomst over de vernieuwde NRB deskundigen Informatie: 9 november en 11 december Handhaving bij Probleembedrijven Workshops over controletechnieken en methodieken en gelegenheid tot het uitwisselen van ideeën met ervaringsdeskundigen. Informatie: 27 november Achtste nationale milieuzorgdag: Regionaal milieubeleid De Reehorst, Ede Informatie: Verruimde reikwijdte Wm Afval- en emissiepreventie Afvalscheiding (bedrijfsgebonden) Duurzaam ondernemen Energiebesparing MDW Overige aandachtsgebieden Asbest Bestuurlijk-juridisch Bedrijfsinterne milieuzorg Doelgroepbeleid industrie Elektromagnetische straling EuroBAT Externe Veiligheid Geluid (industrielawaai) Landelijk Informatiepunt Milieuwethandhaving (LIM) MER Milieujaarverslag SdT/Alara VOH/VOM Frans Brand, Dick van Teylingen (: Netwerk voor communicatie, Rotterdam) Ontwerp en vormgeving Conefrey/Koedam BNO, Almere Foto voorzijde Rinie Bleeker Druk PlantijnCasparie (ISO14001), Den Haag Oplage exemplaren InfoMil Nieuws is gedrukt op 100% kringlooppapier. Bij de productie is gebruik gemaakt van Computer To Plate (CTP). ISSN De volgende InfoMil Nieuws verschijnt in december Overnemen met bronvermelding is toegestaan.

Handhaving Oplosmiddelenbesluit

Handhaving Oplosmiddelenbesluit Handhaving Oplosmiddelenbesluit Schakeldagen voorjaar 2009 Erwin Theelen In opdracht van Inhoudsopgave Specifieke wensen? 1. Inleiding Oplosmiddelenbesluit (10 min) 2. Praktijkblad Handhaving Oplosmiddelenbesluit

Nadere informatie

Luchtvervuiling in Nederland in kaart gebracht

Luchtvervuiling in Nederland in kaart gebracht Luchtvervuiling in Nederland in kaart Luchtvervuiling in Nederland in kaart gebracht Hoofdpunten uit de GCN/GDN-rapportage 2013 Luchtvervuiling in Nederland in kaart gebracht Hoofdpunten uit de GCN/GDN-rapportage

Nadere informatie

Provinciale weg N231; Verkeersintensiteit, geluid en luchtkwaliteit 1

Provinciale weg N231; Verkeersintensiteit, geluid en luchtkwaliteit 1 Provinciale weg N231 Verkeersintensiteit, geluid en luchtkwaliteit Afdeling Openbare Werken/VROM drs. M.P. Woerden ir. H.M. van de Wiel Januari 2006 Provinciale weg N231; Verkeersintensiteit, geluid en

Nadere informatie

S A U S R R A O E. Naar lagere lokale emissies in de stadsregio Arnhem Nijmegen

S A U S R R A O E. Naar lagere lokale emissies in de stadsregio Arnhem Nijmegen S R L G S A H R R U T Y O U A E E D R A F O R A S Naar lagere lokale emissies in de stadsregio Arnhem Nijmegen Eolus Naar lagere lokale emissies in de stadsregio Arnhem Nijmegen Het programma Eolus beantwoordt

Nadere informatie

memo INLEIDING 1 Toets NIBM; 2 Toets grenswaarden in het kader van goede ruimtelijke ordening; WETTELIJK KADER Bogor projectontwikkeling

memo INLEIDING 1 Toets NIBM; 2 Toets grenswaarden in het kader van goede ruimtelijke ordening; WETTELIJK KADER Bogor projectontwikkeling memo aan: van: Bogor projectontwikkeling SAB datum: 4 februari 2015 betreft: Luchtkwaliteit Plantageweg 35 Alblasserdam project: 140479 INLEIDING Het gebied tussen de Plantageweg, de Cornelis Smitstraat,

Nadere informatie

Memo. In totaal worden er maximaal 110 woningen gerealiseerd. Dit kunnen zowel grondgebonden woningen zijn alsook gestapeld woningen.

Memo. In totaal worden er maximaal 110 woningen gerealiseerd. Dit kunnen zowel grondgebonden woningen zijn alsook gestapeld woningen. Memo aan: van: Gemeente Arnhem SAB datum: 18 maart 2015 betreft: Luchtkwaliteit Schuytgraaf Arnhem project: 150131 INLEIDING Het voornemen bestaat om veld 13 van de in aanbouw zijnde woonwijk Schuytgraaf

Nadere informatie

memo Luchtkwaliteit Rijksweg 20-1 te Drempt 100968

memo Luchtkwaliteit Rijksweg 20-1 te Drempt 100968 memo aan: van: Gemeente Bronckhorst Johan van der Burg datum: 8 juni 2011 betreft: Project: Luchtkwaliteit Rijksweg 20-1 te Drempt 100968 INLEIDING Op het perceel Rijksweg 20-1 te Drempt (gemeente Bronkhorst)

Nadere informatie

1. Inleiding. Rapportage Luchtkwaliteit 2012, gemeente Doetinchem 4

1. Inleiding. Rapportage Luchtkwaliteit 2012, gemeente Doetinchem 4 Rapport Luchtkwaliteit 2012 Doetinchem Oktober 2013 INHOUD 1. Inleiding... 4 2. Algemeen... 5 2.1 Wet luchtkwaliteit... 5 2.2 Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit... 5 2.3 Bronnen van luchtverontreiniging...

Nadere informatie

Luchtkwaliteit in Nederland: cijfers en feiten. Joost Wesseling

Luchtkwaliteit in Nederland: cijfers en feiten. Joost Wesseling Luchtkwaliteit in Nederland: cijfers en feiten Joost Wesseling Inhoud: Doorsneden door de luchtkwaliteit Concentraties: de laatste decennia; EU normen; Nederland in de EU. Luchtkwaliteit en gezondheid.

Nadere informatie

memo INLEIDING 1 Toets NIBM; 2 Toets grenswaarden in het kader van goede ruimtelijke ordening; WETTELIJK KADER Gemeente Apeldoorn Johan van der Burg

memo INLEIDING 1 Toets NIBM; 2 Toets grenswaarden in het kader van goede ruimtelijke ordening; WETTELIJK KADER Gemeente Apeldoorn Johan van der Burg memo aan: van: Gemeente Apeldoorn Johan van der Burg datum: 10 maart 2014 betreft: Luchtkwaliteit Nagelpoelweg 56 te Apeldoorn project: 140171 INLEIDING Aan de Nagelpelweg 56 in Apeldoorn is het bedrijf

Nadere informatie

Provincie Noord-Brabant. Aanvulling. bij Planstudie/tracé-MER N261 Tilburg-Waalwijk. april 2005 / Definitief

Provincie Noord-Brabant. Aanvulling. bij Planstudie/tracé-MER N261 Tilburg-Waalwijk. april 2005 / Definitief Provincie Noord-Brabant Aanvulling bij Planstudie/tracé-MER N261 Tilburg-Waalwijk april 2005 / Definitief Provincie Noord-Brabant Aanvulling bij Planstudie/tracé-MER N261 Tilburg-Waalwijk dossier D0582A1001

Nadere informatie

Eerste kaart roetconcentraties Nederland Roet aanvullende maat voor gezondheidseffecten luchtvervuiling

Eerste kaart roetconcentraties Nederland Roet aanvullende maat voor gezondheidseffecten luchtvervuiling Eerste kaart roetconcentraties Nederland Roet aanvullende maat voor gezondheidseffecten luchtvervuiling RIVM/DCMR, december 2013 Roet is een aanvullende maat om de gezondheidseffecten weer te geven van

Nadere informatie

memo INLEIDING WETTELIJK KADER aan: Johan van der Burg datum: 26 maart 2013 Luchtkwaliteit parkeerterrein Fort Pannerden project: 110189.

memo INLEIDING WETTELIJK KADER aan: Johan van der Burg datum: 26 maart 2013 Luchtkwaliteit parkeerterrein Fort Pannerden project: 110189. memo aan: van: Johan van der Burg datum: 26 maart 2013 betreft: Luchtkwaliteit parkeerterrein Fort Pannerden project: 110189.01 INLEIDING De ministeriële regeling NIBM bevat geen kwantitatieve uitwerking

Nadere informatie

Memo INLEIDING. 1 Toets NIBM; 2 Toets grenswaarden in het kader van goede ruimtelijke ordening. WETTELIJK KADER. Gemeente West Maas en Waal

Memo INLEIDING. 1 Toets NIBM; 2 Toets grenswaarden in het kader van goede ruimtelijke ordening. WETTELIJK KADER. Gemeente West Maas en Waal Memo aan: van: Gemeente West Maas en Waal Paul Kerckhoffs datum: 25 maart 2015 betreft: Luchtkwaliteit Gouden Ham/De Schans project: 90249 INLEIDING In het recreatiegebied De Gouden Ham is men voornemens

Nadere informatie

Rapport luchtkwaliteit 2007. Gemeente Oegstgeest

Rapport luchtkwaliteit 2007. Gemeente Oegstgeest Rapport luchtkwaliteit 2007 Gemeente Oegstgeest Gemeente: Oegstgeest Datum: juni 2009 2 Samenvatting Dit rapport betreft de rapportage over de luchtkwaliteit van de gemeente Oegstgeest in de provincie

Nadere informatie

Bijlage E: samenvatting convenanten energie efficiency

Bijlage E: samenvatting convenanten energie efficiency Bijlage E: samenvatting convenanten energie efficiency 1. Het Convenant Benchmarking energie efficiency Op 6 juli 1999 sloot de Nederlandse overheid met de industrie het Convenant Benchmarking energieefficiency.

Nadere informatie

Inhoud. Voorwoord. Leeswijzer 7. 1 Toelichting op het benchmark-convenant 9. 2 Stappenplan bevoegd gezag 11

Inhoud. Voorwoord. Leeswijzer 7. 1 Toelichting op het benchmark-convenant 9. 2 Stappenplan bevoegd gezag 11 Inhoud Voorwoord Leeswijzer 7 1 Toelichting op het benchmark-convenant 9 2 Stappenplan bevoegd gezag 11 3 Vergunningverlening bij convenantbedrijven 17 4 Vergunningverlening bij bedrijven die niet deelnemen

Nadere informatie

L. Indicatieve effecten Luchtkwaliteit

L. Indicatieve effecten Luchtkwaliteit L. Indicatieve effecten Luchtkwaliteit 73 Bijlage L Indicatieve bepaling effect alternatieven N 377 op luchtkwaliteit Inleiding De provincie Overijssel is voornemens de N 377 Lichtmis Slagharen (verder

Nadere informatie

WKK: de energiebesparingtechnologie bij uitstek!

WKK: de energiebesparingtechnologie bij uitstek! WKK: de energiebesparingtechnologie bij uitstek! Deze notitie belicht puntsgewijs de grote rol van WKK bij energiebesparing/emissiereductie. Achtereenvolgens worden de volgende punten besproken en onderbouwd:

Nadere informatie

memo INLEIDING WETTELIJK KADER aan: Johan van der Burg datum: 7 maart 2012 Luchtkwaliteit heemtuin in Gorsel project: 70922.01

memo INLEIDING WETTELIJK KADER aan: Johan van der Burg datum: 7 maart 2012 Luchtkwaliteit heemtuin in Gorsel project: 70922.01 memo aan: van: Johan van der Burg datum: 7 maart 2012 betreft: Luchtkwaliteit heemtuin in Gorsel project: 70922.01 INLEIDING In Gorssel (Gemeente Lochem) is aan de Molenweg het herstel van de heemtuin

Nadere informatie

memo INLEIDING 1 Toets NIBM; 2 Toets grenswaarden in het kader van goede ruimtelijke ordening; Gemeente Hof van Twente Johan van der Burg

memo INLEIDING 1 Toets NIBM; 2 Toets grenswaarden in het kader van goede ruimtelijke ordening; Gemeente Hof van Twente Johan van der Burg memo aan: van: Gemeente Hof van Twente Johan van der Burg datum: 20 februari 2014 betreft: Luchtkwaliteit Hengevelde, Marke III project: 120218 INLEIDING Aan de zuidwestzijde van de kern van Hengevelde

Nadere informatie

Gelet op het bepaalde in de Wet milieubeheer besluiten wij dat:

Gelet op het bepaalde in de Wet milieubeheer besluiten wij dat: Vergunningverlening Pythagoraslaan 101 Postbus 80300 3508 TH Utrecht BESCHIKKING van GS van Utrecht Tel. 030-2589111 Fax 030-2583140 www.provincie-utrecht.nl Datum 20 mei 2008 Team Milieubeheer Nummer

Nadere informatie

Activiteitenbesluit. Modernisering algemene regels Wet milieubeheer

Activiteitenbesluit. Modernisering algemene regels Wet milieubeheer Activiteitenbesluit Modernisering algemene regels Wet milieubeheer Inhoud presentatie Doel en uitgangspunten modernisering Welke AMvB s en voor wie gelden de nieuwe regels Structuur en opbouw Activiteitenbesluit

Nadere informatie

Onderzoek luchtkwaliteit aanpassingen kruisingen Laan van Malkenschoten

Onderzoek luchtkwaliteit aanpassingen kruisingen Laan van Malkenschoten Onderzoek luchtkwaliteit aanpassingen kruisingen Laan van Malkenschoten Gemeente Apeldoorn Postbus 9033 7300 ES Apeldoorn Contactpersoon: De heer J. Vermeij Apeldoorn, 18 april 2011 Uitvoerder: H. IJssel

Nadere informatie

RMD West-Brabant, 15 juni 2005 INVENTARISATIE LUCHTKWALITEIT 2004 GEMEENTE MOERDIJK

RMD West-Brabant, 15 juni 2005 INVENTARISATIE LUCHTKWALITEIT 2004 GEMEENTE MOERDIJK RMD West-Brabant, 15 juni 2005 INVENTARISATIE LUCHTKWALITEIT 2004 GEMEENTE MOERDIJK INVENTARISATIE LUCHTKWALITEIT 2004 GEMEENTE MOERDIJK Opdrachtgever: Gemeente Moerdijk Datum rapport: juni 2005 Projectnummer:

Nadere informatie

bestemmingsplan Ambachtsezoom e.o. BIJLAGE 7 Onderzoek Luchtkwaliteit OD 205 SL stedenbouw + landschap 103

bestemmingsplan Ambachtsezoom e.o. BIJLAGE 7 Onderzoek Luchtkwaliteit OD 205 SL stedenbouw + landschap 103 bestemmingsplan Ambachtsezoom e.o. BIJLAGE 7 Onderzoek Luchtkwaliteit OD 205 SL stedenbouw + landschap 103 Rapport Dossier 22793 Zaaknummer 0109847 Kenmerk 2013002405 / CHK Opsteller mevrouw A. Celik-Ozbek

Nadere informatie

Gelet op het bepaalde in de Wet milieubeheer besluiten wij dat:

Gelet op het bepaalde in de Wet milieubeheer besluiten wij dat: Afdeling Vergunningverlening Pythagoraslaan 101 Postbus 80300 3508 TH Utrecht BESCHIKKING van GS van Utrecht Tel. 030-2589111 Fax 030-2583140 www.provincie-utrecht.nl Datum 26 augustus 2008 Team Milieubeheer

Nadere informatie

Informatieblad 0verzicht informatiebronnen milieuwet- en regelgeving

Informatieblad 0verzicht informatiebronnen milieuwet- en regelgeving Informatieblad 0verzicht informatiebronnen milieuwet- en regelgeving informatieblad Overzicht informatiebronnen milieuwet- en regelgeving 1 De overtuiging -en ervaring- van SCCM is dat elke organisatie

Nadere informatie

memo INLEIDING 1 Toets NIBM; 2 Toets grenswaarden in het kader van goede ruimtelijke ordening; WETTELIJK KADER Gemeente Leiden Johan van der Burg

memo INLEIDING 1 Toets NIBM; 2 Toets grenswaarden in het kader van goede ruimtelijke ordening; WETTELIJK KADER Gemeente Leiden Johan van der Burg memo aan: van: Gemeente Leiden Johan van der Burg datum: 3 december 2013 betreft: Luchtkwaliteit Greentower te Leiden project: 120728 INLEIDING Op de kantorenlocatie aan het Kanaalpark, ten oosten van

Nadere informatie

Notitie. : Stichting Ouderenhuisvesting Rotterdam : P.R. Beaujean Datum : 12 oktober 2007 : M. Zieltjens Onze referentie : 9S6248.01/N0003/902610/Nijm

Notitie. : Stichting Ouderenhuisvesting Rotterdam : P.R. Beaujean Datum : 12 oktober 2007 : M. Zieltjens Onze referentie : 9S6248.01/N0003/902610/Nijm Notitie Aan : Stichting Ouderenhuisvesting Rotterdam Van : P.R. Beaujean Datum : 12 oktober 2007 Kopie : M. Zieltjens Onze referentie : 9S6248.01/N0003/902610/Nijm Betreft : Luchtkwaliteitsonderzoek Tiendhove

Nadere informatie

Eisenhowerlaan 112, Postbus 82223 NL-2508 EE Den Haag T +31 (0)70 350 39 99 F +31 (0)70 358 47 52

Eisenhowerlaan 112, Postbus 82223 NL-2508 EE Den Haag T +31 (0)70 350 39 99 F +31 (0)70 358 47 52 Rapport V.2010.0073.00.R001 Onderzoek naar de luchtkwaliteit ten gevolge van wegverkeer Status: DEFINITIEF Adviseurs voor bouw, industrie, verkeer, milieu en software info@dgmr.nl www.dgmr.nl Van Pallandtstraat

Nadere informatie

informatieblad Luchtkwaliteit

informatieblad Luchtkwaliteit November 2001 informatieblad Luchtkwaliteit Goede luchtkwaliteit is van groot belang voor de gezondheid van de mens. Verontreiniging van de lucht kan die gezondheid negatief beïnvloeden. Tevens kan luchtverontreiniging

Nadere informatie

Antwoord: Ja, onder bepaalde weersomstandigheden zal de pluim zichtbaar zijn als gevolg van waterdamp in de rook.

Antwoord: Ja, onder bepaalde weersomstandigheden zal de pluim zichtbaar zijn als gevolg van waterdamp in de rook. Veelgestelde vragen en antwoorden: Op de site van Omrin worden de daggemiddelde emissiegegevens van de gemeten componenten in de schoorsteen van de Reststoffen Energie Centrale (REC) weergegeven. Naar

Nadere informatie

Veehouderij en volksgezondheid

Veehouderij en volksgezondheid Veehouderij en volksgezondheid Stand van zaken wetgeving en jurisprudentie Peter Bokelaar Inleiding Gezondheidseffecten veehouderij nog steeds een actueel thema. Q-koorts uitbraak in 2008/2009: bewustwording

Nadere informatie

Antwoord. van Gedeputeerde Staten op vragen van. A.H.K. van Viegen (Partij voor de Dieren) (d.d. 25 oktober 2011) Nummer 2567

Antwoord. van Gedeputeerde Staten op vragen van. A.H.K. van Viegen (Partij voor de Dieren) (d.d. 25 oktober 2011) Nummer 2567 van Gedeputeerde Staten op vragen van A.H.K. van Viegen (Partij voor de Dieren) (d.d. 25 oktober 2011) Nummer 2567 Onderwerp Nederland meest vervuilde land van Europa Aan de leden van Provinciale Staten

Nadere informatie

Datum Referentie Uw referentie Behandeld door 21 april 2011 20110073-02 211x04850 J. van Rooij

Datum Referentie Uw referentie Behandeld door 21 april 2011 20110073-02 211x04850 J. van Rooij Notitie 20110073-02 Bouwplan Ringbaan West 15 te Weert Inventarisatie luchtkwaliteitsaspecten Datum Referentie Uw referentie Behandeld door 21 april 2011 20110073-02 211x04850 J. van Rooij 1 Inleiding

Nadere informatie

Bijlage 1: certificatie/accreditatie regelingen

Bijlage 1: certificatie/accreditatie regelingen Bijlage 1: certificatie/accreditatie regelingen Het Ministerie van VROM heeft een eerste inventarisatie uitgevoerd van de regelgeving die op basis van het kabinetsstandpunt over het gebruik van certificatie

Nadere informatie

Vlaams beleid luchtverontreiniging en. milieuvergunningsaanvragen

Vlaams beleid luchtverontreiniging en. milieuvergunningsaanvragen Vlaams beleid luchtverontreiniging en milieuvergunningsaanvragen Geert Pillu Adviesverlener LNE afdeling Milieuvergunningen Brugge Vlaams beleid luchtverontreiniging en milieuvergunningsaanvragen Kennis

Nadere informatie

Hoogspanningslijnen. Antwoord op de meest gestelde vragen

Hoogspanningslijnen. Antwoord op de meest gestelde vragen Hoogspanningslijnen Antwoord op de meest gestelde vragen 2 Ministerie van Infrastructuur en Milieu Hoogspanningslijnen Antwoorden op de meest gestelde vragen Inhoudsopgave 1. Waarom deze brochure? 3 2.

Nadere informatie

BIJLAGE V. Technische bepalingen inzake stookinstallaties. Deel 1. Emissiegrenswaarden voor de in artikel 32, lid 2, bedoelde stookinstallaties

BIJLAGE V. Technische bepalingen inzake stookinstallaties. Deel 1. Emissiegrenswaarden voor de in artikel 32, lid 2, bedoelde stookinstallaties BIJLAGE V Technische bepalingen inzake stookinstallaties Deel 1 Emissiegrenswaarden voor de in artikel 32, lid 2, bedoelde stookinstallaties 1. Alle emissiegrenswaarden worden berekend bij een temperatuur

Nadere informatie

Intentieverklaring milieuzone voor lichte bedrijfsauto s

Intentieverklaring milieuzone voor lichte bedrijfsauto s Intentieverklaring milieuzone voor lichte bedrijfsauto s In Nederlandse stedelijke gebieden bestaan problemen voor wat betreft de luchtkwaliteit. Overheden hebben de verplichting om de lokale luchtkwaliteit

Nadere informatie

Luchtkwaliteit Maarsbergen Haarbosch

Luchtkwaliteit Maarsbergen Haarbosch Luchtkwaliteit Maarsbergen Haarbosch Luchtkwaliteit Maarsbergen Haarbosch 19 april 2011 Projectnummer 264.14.50.00.00 Overzichtskaart Gemeente Utrechtse Heuvelrug, bron: Topografische Dienst I n h o

Nadere informatie

Rapportage luchtkwaliteit Ambachtsmark 3

Rapportage luchtkwaliteit Ambachtsmark 3 Rapportage luchtkwaliteit Ambachtsmark 3 Gemeente Almere Dienst Stedelijke Ontwikkeling Team Ruimte&Wonen A. Sjauw Telefoon (036) 5484057 Fax (036) 5399920 Stadhuisplein 1 Postbus 200 1300 AE Almere Telefoon

Nadere informatie

Informatie over luchtkwaliteit. Johan G. Vollenbroek. Nijmegen, 15 juni 2007

Informatie over luchtkwaliteit. Johan G. Vollenbroek. Nijmegen, 15 juni 2007 Informatie over luchtkwaliteit Johan G. Vollenbroek Nijmegen, 15 juni 2007 1 MOB Co-operatie sinds > 10 jaar Twee partners Project teams Europese milieuwetgeving nieuwe lidstaten IPPC project in Turkije

Nadere informatie

Provinciaal Actieplan Luchtkwaliteit Drenthe 2009-2012

Provinciaal Actieplan Luchtkwaliteit Drenthe 2009-2012 Provinciaal Actieplan Luchtkwaliteit Drenthe 2009-2012 a Provinciaal Actieplan Luchtkwaliteit Drenthe 2009-2012 1 Gedeputeerde staten van Drenthe November 2008 Colofon Dit is een uitgave van de provincie

Nadere informatie

De luchtkwaliteit om ons heen. Informatie over de kwaliteit van de lucht bij u in de buurt

De luchtkwaliteit om ons heen. Informatie over de kwaliteit van de lucht bij u in de buurt De luchtkwaliteit om ons heen Informatie over de kwaliteit van de lucht bij u in de buurt De luchtkwaliteit om ons heen Informatie over de kwaliteit van de lucht bij u in de buurt Inhoudsopgave 1. Onze

Nadere informatie

Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming Continu veiliger

Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming Continu veiliger Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming Continu veiliger Continu veiliger De Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming (ANVS) ziet er op toe dat de nucleaire veiligheid en

Nadere informatie

Project uitgevoerd door:

Project uitgevoerd door: Luchtkwaliteit op postcode, kan dat? Marga Jacobs, voorzitter Leefmilieu Project uitgevoerd door: Wetenschapswinkel Biologie van de Universiteit van Utrecht Opdrachtgever: vereniging Leefmilieu Projectmedewerkster:

Nadere informatie

DEFINITIEVE VERGUNNING. EEW Energy from Waste Delfzijl BV

DEFINITIEVE VERGUNNING. EEW Energy from Waste Delfzijl BV DEFINITIEVE VERGUNNING verleend aan EEW Energy from Waste Delfzijl BV ten behoeve van de activiteit het wijzigen van de verwerkingscapaciteit (locatie: Oosterhorn 38, 9936 HD te Farmsum) Groningen, 17

Nadere informatie

Adviseurs voor bouw, industrie, verkeer, milieu en software. Rapport B.2012.1011.05.R001 Wolfertcollege, Rotterdam. Onderzoek naar de luchtkwaliteit

Adviseurs voor bouw, industrie, verkeer, milieu en software. Rapport B.2012.1011.05.R001 Wolfertcollege, Rotterdam. Onderzoek naar de luchtkwaliteit Rapport B.2012.1011.05.R001 Wolfertcollege, Rotterdam Onderzoek naar de luchtkwaliteit Status: CONCEPT Van Pallandtstraat 9-11 Casuariestraat 5 Lavendelheide 2 Geerweg 11 info@dgmr.nl Postbus 153 Postbus

Nadere informatie

Inhoud. Regelgeving voor stookinstallaties sterk in beweging 30-11-2012

Inhoud. Regelgeving voor stookinstallaties sterk in beweging 30-11-2012 Regelgeving voor stookinstallaties sterk in beweging Schakel - Stookinstallaties in het activiteitenbesluit Wim Burgers Kenniscentrum InfoMil Inhoud 1. Zes veranderingen in regelgeving Consequenties voor

Nadere informatie

Aanleg parallelweg N248

Aanleg parallelweg N248 Aanleg parallelweg N248 Onderzoek luchtkwaliteit Definitief Provincie Noord-Holland Grontmij Nederland B.V. De Bilt, 14 juli 2014 Verantwoording Titel : Aanleg parallelweg N248 Subtitel : Onderzoek luchtkwaliteit

Nadere informatie

In de volgende figuur is het aandeel in de stikstofdepositie van verkeer en industrie rood omcirkeld.

In de volgende figuur is het aandeel in de stikstofdepositie van verkeer en industrie rood omcirkeld. Achtergrondinformatie voor achterbanberaad milieubeleid regio Eemsdelta Het milieubeleid omvat veel onderwerpen. Teveel om in één keer allemaal te behandelen. Op basis van onze ervaringen in de regio en

Nadere informatie

EEN KORTE INLEIDING OP VOS-RICHTLIJNEN

EEN KORTE INLEIDING OP VOS-RICHTLIJNEN Hempel ondersteunt zijn klanten en eindgebruikers op verschillende manieren. We verschaffen productgegevens om het VOS-gebruik te bewaken, geven advies over het samenstellen van coatingsystemen die aan

Nadere informatie

HOOFDSTUK I VLUCHTIGE ORGANISCHE STOFFEN (VOS) EN SOLVENTEN

HOOFDSTUK I VLUCHTIGE ORGANISCHE STOFFEN (VOS) EN SOLVENTEN Inhoudsopgave HOOFDSTUK I VLUCHTIGE ORGANISCHE STOFFEN (VOS) EN SOLVENTEN 9 1. Definities van VOS en solventen (organische oplosmiddelen) 9 2. Bronnen van VOS 11 3. Effecten van VOS-emissies 12 3.1. Belangrijkste

Nadere informatie

VOS in het Activiteitenbesluit

VOS in het Activiteitenbesluit VOS in het Activiteitenbesluit Schakeldagen 2009 Gert Locht In opdracht van Inhoud Activiteitenbesluit VOS-voorschriften Voorschriften bij reinigen, coaten, lijmen Casus deel 1 VOS-verbruik Maatregelen

Nadere informatie

Luchtkwaliteit Vicarielaan te IJsselstein

Luchtkwaliteit Vicarielaan te IJsselstein Luchtkwaliteit Vicarielaan te IJsselstein Toelichting Gegevens opdrachtgever Provides Postbus 72 3400 AB IJsselstein Contactpersoon: dhr. M. Teuns CSO Adviesbureau Koningsbergenstraat 2 7418 ER Deventer

Nadere informatie

Datum Referentie Uw referentie Behandeld door 2 november 2012 20121559-02 M. Souren

Datum Referentie Uw referentie Behandeld door 2 november 2012 20121559-02 M. Souren Notitie 20121559-02 Brede Maatschappelijke Voorzieningen (BMV) Molenberg Beoordeling luchtkwaliteitsaspecten Datum Referentie Uw referentie Behandeld door 2 november 2012 20121559-02 M. Souren 1 Inleiding

Nadere informatie

Aardgaskwaliteit en het meten van NOx-emissies

Aardgaskwaliteit en het meten van NOx-emissies Aan PKL-leden Rijkswaterstaat Water, Verkeer en Leefomgeving NL Milieu en Leefomgeving Prinses Beatrixlaan 2 2595 AL Den Haag Postbus 93144 2509 AC Den Haag www.rijkswaterstaat.nl Contactpersoon Wim Burgers

Nadere informatie

Beleidsnotitie Vervoermanagement / Mobiliteitsmanagement van en naar een inrichting

Beleidsnotitie Vervoermanagement / Mobiliteitsmanagement van en naar een inrichting Postbus 30945 2500 GX Den Haag www.rijksoverheid.nl Beleidsnotitie Vervoermanagement / Mobiliteitsmanagement van en naar een inrichting Datum 4 april 2011 Op grond van de Wet milieubeheer (Wm) moet iedereen

Nadere informatie

Informatiebijeenkomst Fijnstof. Jos van Lent, provincie Noord Brabant

Informatiebijeenkomst Fijnstof. Jos van Lent, provincie Noord Brabant Informatiebijeenkomst Fijnstof Jos van Lent, provincie Noord Brabant Overzicht presentatie Omvang problematiek Brabantse aanpak Saneringsopgave Voorkomen nieuwe overschrijdingen Voorlichting & stimulering

Nadere informatie

De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, CONCEPT Regeling nibm 01022007rev Regeling van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van (...), nr. DJZ/(...), houdende regels omtrent de aanwijzing van categorieën van

Nadere informatie

Beschikking maatwerkvoorschriften

Beschikking maatwerkvoorschriften Wet milieubeheer Beschikking maatwerkvoorschriften Inrichtingdrijver : Kuehne + Nagel Logistics B.V. Activiteiten van de inrichting : 2e fase maatwerk Locatie : Lippestraat 15 te Zwolle Datum beschikking

Nadere informatie

NO, NO2 en NOx in de buitenlucht. Michiel Roemer

NO, NO2 en NOx in de buitenlucht. Michiel Roemer NO, NO2 en NOx in de buitenlucht Michiel Roemer Inhoudsopgave Wat zijn NO, NO2 en NOx? Waar komt het vandaan? Welke bronnen dragen bij? Wat zijn de concentraties in de buitenlucht? Maatregelen Wat is NO2?

Nadere informatie

tot intrekking van het Besluit vluchtige organische stoffen Wms en de daarmee verband houdende regeling

tot intrekking van het Besluit vluchtige organische stoffen Wms en de daarmee verband houdende regeling Besluit van tot intrekking van het Besluit vluchtige organische stoffen Wms en de daarmee verband houdende regeling Op de voordracht van de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en

Nadere informatie

VOORSCHRIFTEN. behorende bij de veranderingsvergunning Wm

VOORSCHRIFTEN. behorende bij de veranderingsvergunning Wm VOORSCHRIFTEN behorende bij de veranderingsvergunning Wm betreffende het voornemen tot het reinigen van afvalwater van derden in de bestaande Biologische Voorzuivering Installatie (BVZI) Attero Noord BV

Nadere informatie

I informatieoverzicht melding

I informatieoverzicht melding 3 1 Schoemakerstraat 97 Postbus 5044 2600 GA Delft T (088) 798 2 222 dvsloket@rws.nl http://www.rijkswaterstaat.nl/d Contactpersoon Werenfried Spit T 088 7982 361 I informatieoverzicht melding 1. Inleiding

Nadere informatie

Modellen luchtkwaliteit en Monitoring NSL. Ruben Beijk Joost Wesseling

Modellen luchtkwaliteit en Monitoring NSL. Ruben Beijk Joost Wesseling Modellen luchtkwaliteit en Monitoring NSL Ruben Beijk Joost Wesseling 1 Modellen luchtkwaliteit / Monitoring NSL 22 maart 2011 Inhoud 1. Modellen 2. Test/Validatie 3. Monitoring van het NSL 4. Kwaliteit

Nadere informatie

Toelichting berekening ISL3a t.a.v. luchtkwaliteit

Toelichting berekening ISL3a t.a.v. luchtkwaliteit Toelichting berekening ISL3a t.a.v. luchtkwaliteit d.d. 22 december 2015 Initiatiefnemer Maatschap H. en E. Brink Halerweg 1 9433 TE ZWIGGELTE In lucht zitten, hoe schoon ook, altijd kleine, vaste en vloeibare

Nadere informatie

Instituut voor Toegepaste Milieu-Economie

Instituut voor Toegepaste Milieu-Economie KOSTEN EFFECTIVITEIT VOS MAATREGELEN 2010 Achtergronddocument Energieproductie/Nogepa Jochem Jantzen Henk van der Woerd 6 oktober 2003 Instituut voor Toegepaste Milieu-Economie (TME) Hogeveenseweg 24 2631

Nadere informatie

FOSSIELE BRANDSTOFFEN

FOSSIELE BRANDSTOFFEN FOSSIELE BRANDSTOFFEN De toekomst van fossiele energiebronnen W.J. Lenstra Inleiding Fossiele energiebronnen hebben sinds het begin van de industriele revolutie een doorslaggevende rol gespeeld in onze

Nadere informatie

Toetsing Wet luchtkwaliteit crematorium te Huissen gemeente Lingewaard

Toetsing Wet luchtkwaliteit crematorium te Huissen gemeente Lingewaard Tebodin B.V. Mauritsstraat 76 5615 RZ Eindhoven Postbus 7613 5601 JP Eindhoven Telefoon 040 265 22 22 Fax 040 265 22 00 eindhoven@tebodin.nl www.tebodin.com Regio Zuid: Maastricht Eindhoven Bergen op Zoom

Nadere informatie

Bijlage 1.2.2bis bij het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne

Bijlage 1.2.2bis bij het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne Bijlage 4 bij het besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van diverse besluiten inzake leefmilieu houdende omzetting van Europese richtlijnen en andere diverse wijzigingen Bijlage 1.2.2bis bij het

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1989-1990 21 109 Uitvoering EG-richtlijnen Nr. 11 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING, RUIMTE LIJKE ORDENING EN MILIEUBEHEER Aan de Voorzitter van

Nadere informatie

Notitie 20101628-03 Herziening bestemmingsplan Zuiderpoort fase 2 te Apeldoorn; luchtkwaliteitsaspecten

Notitie 20101628-03 Herziening bestemmingsplan Zuiderpoort fase 2 te Apeldoorn; luchtkwaliteitsaspecten Notitie 20101628-03 Herziening bestemmingsplan Zuiderpoort fase 2 te Apeldoorn; luchtkwaliteitsaspecten Datum Referentie Behandeld door 5 oktober 2010 20101628-03 ir. P. van der Wal/MVD 1 Inleiding In

Nadere informatie

I. BESLISSING. I.A. Algemeen

I. BESLISSING. I.A. Algemeen Afdeling Vergunningverlening Pythagoraslaan 101 Postbus 80300 3508 TH Utrecht BESCHIKKING van GS van Utrecht Tel. 030-2589111 www.provincie-utrecht.nl Datum 10 november 2009 Team Milieubeheer Nummer 2009INT250700

Nadere informatie

Nadere toelichting op en uitwerking van wat we willen bereiken. Reconstructie Knooppunt Hoevelaken als een test case voor SWUNG 1

Nadere toelichting op en uitwerking van wat we willen bereiken. Reconstructie Knooppunt Hoevelaken als een test case voor SWUNG 1 Nadere toelichting op en uitwerking van wat we willen bereiken. Reconstructie Knooppunt Hoevelaken als een test case voor SWUNG 1 Inleiding Namens de inwoners van Hoevelaken en Holkerveen wil de Stichting

Nadere informatie

ENERGIEMANAGEMENT ACTIEPLAN. 3 oktober 2013

ENERGIEMANAGEMENT ACTIEPLAN. 3 oktober 2013 ENERGIEMANAGEMENT ACTIEPLAN code: B1308 3 oktober 2013 datum: 3 oktober 2013 referentie: lak code: B1308 blad: 3/8 Inhoudsopgave 1. Inleiding 4 2. Onderdelen van het energiemanagement actieplan 5 2.1

Nadere informatie

Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit Rapportage 2011. Samenvatting Amsterdam

Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit Rapportage 2011. Samenvatting Amsterdam Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit Rapportage 2011 Samenvatting Amsterdam 2 3 Stand van zaken luchtkwaliteit 2011 Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) In 2015 moet Nederland

Nadere informatie

Aanvullende informatie over luchtkwaliteit en metingen

Aanvullende informatie over luchtkwaliteit en metingen Aanvullende informatie over luchtkwaliteit en metingen Wat doen gemeenten en GGD Amsterdam op het gebied van luchtkwaliteit? De GGD Amsterdam informeert en adviseert de inwoners en het bestuur van Amsterdam

Nadere informatie

Doel van dit schrijven is u nader te informeren over het op 22 juni jl. ondertekende convenant LPGautogas.

Doel van dit schrijven is u nader te informeren over het op 22 juni jl. ondertekende convenant LPGautogas. Ministerie van VROM directie Externe Veiligheid Rijnstraat 8 Postbus 30945 2500 GX Den Haag Interne postcode 637 Aan de bestuursorganen van gemeenten en gemeentelijke samenwerkingsverbanden Telefoon 070-339

Nadere informatie

Uitbreiding poppodium 013 Tilburg. Luchtkwaliteitsonderzoek in het kader van de bestemmingsplanwijziging

Uitbreiding poppodium 013 Tilburg. Luchtkwaliteitsonderzoek in het kader van de bestemmingsplanwijziging Uitbreiding poppodium 013 Tilburg Luchtkwaliteitsonderzoek in het kader van de bestemmingsplanwijziging Rapportnummer TH 630-1-RA-001 d.d. 30 juli 2014 Uitbreiding poppodium 013 Tilburg Luchtkwaliteitsonderzoek

Nadere informatie

Gezonde lucht voor Utrecht. Wiet Baggen, senior adviseru. Hier komt tekst Overzicht luchtbeleid Hier komt ook tekst. Utrecht.nl

Gezonde lucht voor Utrecht. Wiet Baggen, senior adviseru. Hier komt tekst Overzicht luchtbeleid Hier komt ook tekst. Utrecht.nl Gezonde lucht voor Utrecht Wiet Baggen, senior adviseru Hier komt tekst Overzicht luchtbeleid Hier komt ook tekst Utrecht.nl Inhoud Schets gemeente Utrecht Karakteristieken Bouwprojecten stilgelegd / Veranderende

Nadere informatie

Toezicht- en naleeftekorten bij de IPPC branche intensieve veehouderij. Onderzoek naar luchtwassystemen en het effect op de ammoniakemissie

Toezicht- en naleeftekorten bij de IPPC branche intensieve veehouderij. Onderzoek naar luchtwassystemen en het effect op de ammoniakemissie Toezicht- en naleeftekorten bij de IPPC branche intensieve veehouderij Onderzoek naar luchtwassystemen en het effect op de ammoniakemissie T o e z - en i naleeftekorten c h bij de IPPC branche intensieve

Nadere informatie

Energiemanagementprogramma HEVO B.V.

Energiemanagementprogramma HEVO B.V. Energiemanagementprogramma HEVO B.V. Opdrachtgever HEVO B.V. Project CO2 prestatieladder Datum 7 december 2010 Referentie 1000110-0154.3.0 Auteur mevrouw ir. C.D. Koolen Niets uit deze uitgave mag zonder

Nadere informatie

24 uurgemiddelden, mag max. 35 maal per kalenderjaar overschreden worden

24 uurgemiddelden, mag max. 35 maal per kalenderjaar overschreden worden Logo MEMO Aan : Rob Kramer, DHV Van : Harrie van Lieshout, Alex Bouthoorn, DHV Dossier : BA6360-101-100 Project : N219A Nieuwerkerk a/d IJssel Betreft : Toets luchtkwaliteit Ons kenmerk : HL.BA6360.M02,

Nadere informatie

MEMO DHV B.V. Logo. : De heer P.T. Westra : Ramon Nieborg, Alex Bouthoorn : Ceciel Overgoor

MEMO DHV B.V. Logo. : De heer P.T. Westra : Ramon Nieborg, Alex Bouthoorn : Ceciel Overgoor Logo MEMO Aan : De heer P.T. Westra Van : Ramon Nieborg, Alex Bouthoorn Kopie : Ceciel Overgoor Dossier : BA4962-100-100 Project : Milieuonderzoeken bedrijventerrein de Flier Nijkerk Betreft : Onderzoek

Nadere informatie

Instituut voor Toegepaste Milieu-Economie

Instituut voor Toegepaste Milieu-Economie KOSTEN EFFECTIVITEIT VOS MAATREGELEN 2010 Achtergronddocument Op- en overslag Jochem Jantzen Henk van der Woerd 3 oktober 2003 Instituut voor Toegepaste Milieu-Economie (TME) Hogeveenseweg 24 2631 PH NOOTDORP

Nadere informatie

Onderzoek Luchtkwaliteit. Ontwikkeling Raadhuisplein-Haderaplein Haren

Onderzoek Luchtkwaliteit. Ontwikkeling Raadhuisplein-Haderaplein Haren Onderzoek Luchtkwaliteit Ontwikkeling Raadhuisplein-Haderaplein Haren Opdrachtgever: Gemeente Haren Uitvoering: adviesbureau WMA Verantwoording Titel : Onderzoek Luchtkwaliteit ontwikkeling Raadhuisplein-Haderaplein

Nadere informatie

Arnold Maassen Holding BV. Verslag energieaudit. Verslag over het jaar 2014. G.R.M. Maassen

Arnold Maassen Holding BV. Verslag energieaudit. Verslag over het jaar 2014. G.R.M. Maassen Arnold Maassen Holding BV Verslag energieaudit Verslag over het jaar 2014 G.R.M. Maassen Inhoud 1 Inleiding... 3 2 Inventarisatie van energieverbruik en emissiebronnen... 3 3 Energieverbruik en CO 2 Footprint...

Nadere informatie

Luchtkwaliteit: Uitvoering en toetsing van het NSL. Vereniging voor Milieurecht 29 maart 2012 Mr G.C.W. van der Feltz

Luchtkwaliteit: Uitvoering en toetsing van het NSL. Vereniging voor Milieurecht 29 maart 2012 Mr G.C.W. van der Feltz Luchtkwaliteit: Uitvoering en toetsing van het NSL Vereniging voor Milieurecht 29 maart 2012 Mr G.C.W. van der Feltz Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit Kritische data: - Fijn stof: PM 10 :

Nadere informatie

Voortgangsrapportage CO2 Prestatieladder Q1-Q2-Q3 2015 GKB Groep B.V.

Voortgangsrapportage CO2 Prestatieladder Q1-Q2-Q3 2015 GKB Groep B.V. Voortgangsrapportage CO2 Prestatieladder Q1-Q2-Q3 2015 GKB Groep B.V. Barendrecht, 11-11-2015 Inhoud 1. Inleiding... 3 2. Algemeen... 3 3. Energiestromen... 3 3.1 Doelstellingen... 4 4. Inzage energieverbruik...

Nadere informatie

Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen

Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen ontwerp gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen Bijlage III c plan-mer Om de luchtkwaliteit te evalueren, toetsen we de berekende immissieconcentratie van een

Nadere informatie

Swung-2. Voortgang en ontwikkelingen. Toon Giele Ton Bos

Swung-2. Voortgang en ontwikkelingen. Toon Giele Ton Bos Swung-2 Voortgang en ontwikkelingen Toon Giele Ton Bos Stand van zaken Voortgang Swung-1 voor rijksinfra in Wet milieubeheer sinds 1 juli 2012 Regeling decentrale wegen en industrie in Swung-2 Uitvoering

Nadere informatie

Helmonds Energieconvenant

Helmonds Energieconvenant Helmonds Energieconvenant Helmondse bedrijven slaan de handen ineen voor een duurzame en betrouwbare energievoorziening. Waarom een energieconvenant? Energie is de drijvende kracht Energie is de drijvende

Nadere informatie

Omzetting Energie-efficiëntie Richtlijn in VLAREM. Vicky Demeyer Afdeling Milieuvergunningen

Omzetting Energie-efficiëntie Richtlijn in VLAREM. Vicky Demeyer Afdeling Milieuvergunningen Omzetting Energie-efficiëntie Richtlijn in VLAREM Afdeling Milieuvergunningen Energie-efficiëntie Richtlijn Richtlijn 2012/27/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 betreffende energie-efficiëntie,

Nadere informatie

De bodemkwaliteitskaart en het Besluit bodemkwaliteit

De bodemkwaliteitskaart en het Besluit bodemkwaliteit Bodem+ Besluit bodemkwaliteit De bodemkwaliteitskaart en het Besluit bodemkwaliteit FOTOGRAFIE: PLAATWERK De bodem is belangrijk. We leven en wonen er op, we drinken eruit, we eten ervan. Om bij het gebruik

Nadere informatie

HOOFDLIJNENAKKOORD WATERZUIVERING IN DE GLASTUINBOUW

HOOFDLIJNENAKKOORD WATERZUIVERING IN DE GLASTUINBOUW HOOFDLIJNENAKKOORD WATERZUIVERING IN DE GLASTUINBOUW LTO Glaskracht Nederland, Nederlandse Stichting voor Fytofarmacie (Nefyto), Unie van Waterschappen (UvW), Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG),

Nadere informatie

Besluit emissie-eisen stookinstallaties milieubeheer B

Besluit emissie-eisen stookinstallaties milieubeheer B LET OP: Dit is een InfoMil-versie van het BEES A, geen officiële publicatie. Het betreft een samenvoeging in één document van de laatstgepubliceerde integrale versie van het besluit plus de daarop volgende

Nadere informatie

Bijlage 9: Onderzoek luchtkwaliteit

Bijlage 9: Onderzoek luchtkwaliteit Bijlage 9: Onderzoek luchtkwaliteit Wettelijk kader In de Wet milieubeheer is de Europese richtlijn geïmplementeerd op het gebied van grenswaarden voor diverse stoffen. Het doel van de wet is mensen te

Nadere informatie