Algemene Regels voor GasInstallaties op LPG. Uitgegeven door Vinçotte

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Algemene Regels voor GasInstallaties op LPG. Uitgegeven door Vinçotte"

Transcriptie

1 Algemene Regels voor GasInstallaties op LPG Uitgegeven door Vinçotte Editie juni 2012

2 INHOUDSTAFEL 1. DOEL VAN DEZE PUBLICATIE 4 2. TOEPASSINGSGEBIED 5 3. VEILIGHEIDSAANDACHTSPUNTEN 6 4. VOORSCHRIFTEN Materialen voor de leidingen Buizen Flexibels Verbindingen Verbindingen voor leidingen in koper Verbindingen voor leidingen in staal Verbindingen voor leidingen in polyethyleen Dichtingsproducten Stopkraan en sectioneerkraan Gevolgde weg, bereikbaarheid, bescherming en identificatie van de leidingen Zichtbare leidingen Leidingen in een technische schacht zonder specifiek risico Leidingen in een geventileerde holle ruimte zonder specifiek risico Toegankelijke ruimte gelegen onder het maaiveld (kruipruimte en kelders) Leidingen in een al of niet geventileerde holle ruimte zonder specifiek risico Leidingen ingewerkt in de muur of ondervloer Ingegraven leidingen Mantelbuizen Drukregelaars Flesdrukregelaar en ééntrapsdrukregelaar Eerstetrapsdrukregelaar (vóórontspanner) Tweedetrapsdrukregelaar (na ontspanner) Drukbegrenzer Binnenleidingen met enkelvoudige ontspanning... 34

3 Installaties gevoed met één gasfles Installaties gevoed met een batterij gasflessen Binnenleidingen met dubbele ontspanning Installaties met dubbele ontspanning gevoed met één gasfles of batterij gasflessen Installatie met dubbele ontspanning gevoed door propaantank Aansluitleiding van de verbruikstoestellen Controle van de binnenleiding Mechanische weerstandsproef Dichtheidsproef Nazicht van de diameters van de leidingen en het drukverlies Pijpleidingenattest Toevoer van verbrandingslucht (toestellen type A en B), afvoer van verbrandingsproducten (toestellen type A) en ventilatie van de lokalen van toestellen type A en B Verluchtingsopening en toevoer van verbrandingslucht (toestellen type A en B) Afvoer van verbrandingslucht Voorschriften om wisselwerkingen te vermijden tussen mechanische ventilatievoorzieningen en de opgestelde open verbruikstoestellen Afvoer van de verbrandingsproducten (toestellen type B) Afvoerkanalen Afvoer van de verbrandingsproducten van toestellen type B door natuurlijke trek Mechanische afvoer van de verbrandingsproducten van toestellen type B Toevoer van verbrandingslucht, afvoer van de verbrandingsproducten en ventilatie van de lokalen van gesloten toestellen type C Ventilatie van de lokalen Toevoerkanaal, afvoerkanaal, aansluitstukken en eindstuk Minimale afstanden tussen de doorvoer en een wandopening Toevoer van verbrandingslucht en afvoer van verbrandingsproducten van individueel systeem - toestellen type C 1, C 3 en C Toevoer van verbrandingslucht en afvoer van verbrandingsproducten van Gemeenschappelijk systeem toestellen type C Gebruiksvoorwaarden van de toestellen Algemeen Toestel type A Algemene Regels voor GasInstallaties op LPG - Editie juni

4 Toestel type B Toestel type C Toestellen en identificatie Toegelaten types van verbruikstoestellen in België Identificatie van de toestellen BIJKOMENDE VOORWAARDEN VOOR CENTRALE VERWARMINGSKETELS, AL DAN NIET MET PRODUCTIE VAN SANITAIR WARM WATER EN MET EEN VERMOGEN < 70 KW EN Opstellingsruimten voor CV ketels Algemene eisen Bescherming tegen vorst Afmetingen van de opstellingsruimte Ventilatie van opstellingsruimten voor CV ketels Algemene eisen Natuurlijke ventilatie van de opstellingsruimte Mechanische ventilatie van de opstellingsruimte Afvoer van de verbrandingsproducten Algemene eisen Materiaaleisen voor aansluitkanalen en afvoerkanalen Bijzondere bepalingen voor aansluitkanalen Berekening van de verdunningsfactor voor de uitmonding van de afvoerkanalen voor toestellen type B en C Algemene Regels voor GasInstallaties op LPG - Editie juni

5 1. DOEL VAN DEZE PUBLICATIE Deze publicatie heeft tot doel u enige richtlijnen te geven bij het verwezenlijken van een LPG binneninstallatie, en dit met als bedoeling om een zo veilig mogelijke installatie naar de meest recente norm te bouwen. Dit document heeft niet tot doel om de evolutie van de normen m.b.t. gasinstallaties weer te geven. Niettegenstaande wij de beste zorg aan dit document besteed hebben en trachten dit up to date te houden, moet het vooraf duidelijk gesteld worden dat deze publicatie op generlei wijze de van toepassing zijnde wetten en normen vervangt. Het is steeds op basis van deze wetten en normen dat een keuring wordt uitgevoerd, wij verbinden ons op generlei wijze aan een positieve keuring. Indien er verder handelsnamen worden gebruikt is dit louter informatief en bedoeld om u op de goede weg te zetten. Meestal gaat het om handelsnamen die in de loop der tijd als een product beschouwd gingen worden (cfr. Bic, cola,...). Wij engageren ons op generlei wijze tot de kwaliteit, noch de conformiteit van eventuele verwijzingen en weet dat er meestal ook andere fabrikanten zijn die gelijkaardige/gelijkwaardige producten aanbieden. Voor sommige types van instellingen, zoals daar zijn: ziekenhuizen, voetbalstadia, rustoorden, logiesverstrekkende bedrijven,, zijn specifieke wetgevingen van toepassing dewelke in dit document onmogelijk allemaal behandeld kunnen worden. In sommige gevallen kan de lokale brandweerdienst, stad, gemeente of zelfs uw gasverdeler bijzondere eisen opleggen. Het is dus raadzaam om u vooraf goed te informeren. We beperken ons dus tot een LPG binneninstallatie (zie ook punt 2. Toepassingsgebied): - het verbruikstoestel; - de controle van de toevoer van verbrandingslucht; - de afvoer van de verbrandingsproducten; - de leidingen; - de verbinding van het verbruikstoestel met de binnenleiding; - de aansluiting op gasfles, batterij van gasflessen of gastank; - weerstandsproef en dichtheidsproef van de installatie. - nazicht van de diameter van de leiding en de evaluatie van het drukverlies in de leidingen. Specifieke types van toestellen zoals bijvoorbeeld grootkeukens, stralingstoestellen, e.d. worden niet in detail behandeld. Informeer u hieromtrent bij de leverancier, fabrikant of onze dienstverlening. Algemene Regels voor GasInstallaties op LPG - Editie juni

6 2. TOEPASSINGSGEBIED - Nieuwe binneninstallaties 1) of nieuwe gedeelten van binneninstallaties voor het gebruik van commercieel butaan of commercieel propaan in gasfase op een maximum werkdruk van 5 bar en met totaal opgesteld vermogen < 70 kw. - De binneninstallaties 1) met een diameter groter dan DN 25 en een maximum dienstdruk hoger dan 0,5 bar moeten eveneens voldoen aan de PED (richtlijn 97/23/EG m.b.t. toestellen onder druk). Neem hiervoor contact op met onze kantoren. - Installaties voor marktwagens. - Informeer u vooraleer de werkzaamheden aan te vatten indien uw installatie dat u voor ogen hebt, niet beantwoordt aan wat voorafging. - Deze Algemene Regels zijn niet van toepassing voor: verplaatsbare gereedschappen die vloeibaar gemaakt petroleumgas verbruiken; toestellen die vloeibaar gemaakt petroleumgas verbruiken opgeslagen in een gaspatroon; de opslagrecipiënten, flessen of tanks, waarvoor de installatievoorschriften (met name deze betreffende de plaatsing, de afstanden ten opzichte van andere installaties, de vergunningen) zijn vastgelegd in de van toepassing zijnde wettelijke bepalingen. - Het afregelen van de verbrandingsparameters behoort niet tot het toepassingsgebied van dit document. Tijdens of na de indienststelling van centrale stooktoestellen 2), dient er een keuring vóór ingebruikname plaats te vinden. Voor centrale stooktoestellen ouder dan 15 jaar dient er een verwarmingsaudit uitgevoerd te worden. Hiervoor kan u beroep doen op onze diensten. 1) De leidingen die de uitlaat van de afsluitkraan, aangebracht op de uitgang van de gasfles, batterij van gasflessen of gastank, verbinden met het (de) verbruikstoestel(len) en het (de) verbruikstoestel(len). Een gedeelte van de binnenleiding kan zich buiten een gebouw bevinden. 2) Centraal stooktoestel : een stooktoestel met een centrale stookketel, en, optioneel, een aparte brander, waarbij de gegenereerde warmte via een geleid en gekanaliseerd transportsysteem gedistribueerd wordt naar meerdere, afzonderlijke ruimten en, optioneel, naar een voorziening voor de productie van warm verbruikswater. Algemene Regels voor GasInstallaties op LPG - Editie juni

7 3. VEILIGHEIDSAANDACHTSPUNTEN - Geen open vuur, noch roken, bij loskoppelen van een leiding. - Indien u een ondichtheid vaststelt onmiddellijk de hoofdkraan sluiten. - Spoor geen lekken op met een open vlam - Breng leidingen NOOIT onder druk met zuurstof - RISICO S * LPG 1. Ontploffing: mengsel gas - lucht tussen de 1,5 % (LEL) en 9,5 % (UEL). 2. Brand: mengsel gas - lucht > 9,5 %. 3. Verstikking: bij ontsnapping van gas- en verbrandingsproducten, ontstaat zuurstofgebrek in een gesloten ruimte. 4. Bevriezing: vloeibaar gas vereist toevoer van warmte om te verdampen. Deze warmte wordt aan de omgeving onttrokken. Als het vloeibaar gas dus in contact komt met de huid kunnen vrieswonden (= brandwonden) ontstaan! 5. LPG is zwaarder dan lucht. Het zal dus dalen naar plaatsen die lager zijn dan de ruimte waar het lek is. * Koolmonoxide intoxicatie (CO): CO (koolmonoxide) is een gevaarlijk, want kleurloos en geurloos gas dat zich zeer snel verspreidt in lokalen. Er wordt koolmonoxide geproduceerd als een toestel een brandstof verbrandt zoals petroleum, olie, natuurlijk gas, propaan, hout of kerosine. Toestellen die slecht worden gebruikt of slecht worden onderhouden, kunnen een gevaarlijke hoeveelheid CO afgeven en een intoxicatie veroorzaken. Koolmonoxide bindt zich aan de hemoglobine van rode bloedcellen, waardoor het transport van zuurstof naar de cellen van het lichaam wordt verstoord. Koolmonoxide, een kleur- en geurloos gas, veroorzaakt: ofwel een plotse, acute intoxicatie met hoofdpijn, duizeligheid, misselijkheid en bewustzijnsverlies; ofwel een chronische intoxicatie met hoofdpijn, misselijkheid en vermoeidheid. Algemene Regels voor GasInstallaties op LPG - Editie juni

8 Welke zijn de oorzaken? Een vuil of slecht afgeregeld toestel. Koolmonoxide komt vrij bij onvolledige verbranding van koolstoffen (stookolie, gas, mazout, petroleum, benzine, steenkool, hout, enz ). Ongevallen zijn te wijten aan een slechte afstelling of een slecht onderhoud van de verwarmingsketel, het warmwatertoestel of boiler, de hulpverwarming, de schoorsteen of de steenkoolkachel. Slechte verluchting. Het overdreven dichtstoppen van kieren en gaten en isoleren verhinderen de evacuatie van het koolmonoxide dat dan in de woning blijft hangen. Verouderde toestellen. Verkeerd gebruik van de apparaten (hulpverwarmingstoestellen die continu worden gebruikt) of gebruik van toestellen die niet bestemd zijn voor gebruik in lokalen (stroomgenerator). Intoxicatie bij een brand. Uitlaatgassen van een auto. Welke behandeling? Essentieel bij de CO-intoxicatie zijn goede reflexen: Het slachtoffer evacueren en zichzelf niet in gevaar brengen; Het toestel dat de vermoedelijke oorzaak van de CO-productie is, afzetten; De vensters openen en de ruimte verluchten; De plaats snel verlaten en de hulpdiensten verwittigen : brandweer of MUG; De lokalen niet opnieuw betreden zonder de gebrekkige installaties te hebben laten nazien door gekwalificeerd personeel. De maximum aanvaardbare concentratie koolmonoxide (CO) is 25 deeltjes per miljoen deeltjes lucht. Dat is de waarde waarbij iemand werk kan verrichten acht uur per dag, veertig jaar lang. Blootstelling aan hogere waarde is bedreigend, daarom moet de zogeheten blootstellingstijd korter zijn. Algemene Regels voor GasInstallaties op LPG - Editie juni

9 4. VOORSCHRIFTEN 4.1 MATERIALEN VOOR DE LEIDINGEN BUIZEN - Niet ontspannen gas 1) : De druk in de buis die de opslagtank of fles verbindt met de eerste ontspanner is hoger dan 5 bar. Dit deel moet zo kort mogelijk zijn en bestaan uit: Voor de verbinding met een opslagtank: naadloze stalen buizen 3) conform met de norm NBN EN ; Voor de verbinding met een fles: staal: de naadloze stalen buizen zijn conform met de norm NBN EN ; koper: Conform met de norm NBN EN 1057: kwaliteit R 220 (uitgegloeid), R 250 (halfhard) of R 290 (hard). De minimale wanddikte is in functie van de buitendiameter. ( 12 tot 42: 1 mm wanddikte, 54: 1,2 mm wanddikte). Knelfittingen en persfittingen zijn niet toegelaten (begrensd aan PN5). De buizen zijn gemarkeerd, bijvoorbeeld: Cu EN 1057 R x 1,0 (12 x 1,0: uitwendige diameter x wanddikte). * Inox is niet toegelaten in de norm NBN D Ontspannen gas 2) : * Stalen buizen 3) conform met: NBN EN Naadloze stalen buizen NBN EN Stalen buizen voor leidingen voor brandbare vloeistoffen NBN A Stalen buizen voor courant gebruik: schroefbare buizen NBN A Stalen buizen voor courant gebruik: niet schroefbare buizen 1) Niet ontspannen gas : gas stroomopwaarts van de eerste ontspanner na de opslagtank-fles. 2) Gas waarvan de maximale druk na ontspanning 5 bar is. 3) Gegalvaniseerde stalen buizen zijn toegelaten maar mogen niet gelast worden. Algemene Regels voor GasInstallaties op LPG - Editie juni

10 * Inox is niet toegelaten in de norm NBN D * Koperen buizen: conform NBN EN 1057 : kwaliteit R 220 (uitgegloeid), R 250 (halfhard) of R 290 (hard). minimale nominale wanddikte van de koperen buizen, in functie van de uitwendige diameter en de verbindingswijze: Hardsolderen Knelfitting Persfitting Buiten diameter mm Minimale nominale wanddikte mm , verboden verboden 54 1,2 verboden verboden de buizen zijn gemarkeerd, bijvoorbeeld : Cu EN 1057 R x 1,0 (12 x 1,0 : uitwendige diameter x wanddikte). * Leidingen in polyethyleen (PE): enkel voor ingegraven leidingen, met uitzondering in beschermkast, afgeschermd tegen UV licht en maximum 50 cm boven maaiveld; conform met de norm NBN EN ; zij moeten voorzien zijn van een gele markering "GAS GAZ"; maximum 5 bar. Algemene Regels voor GasInstallaties op LPG - Editie juni

11 4.1.2 FLEXIBELS - Mogen niet in serie aangesloten worden; - Mogen enkel gebruikt worden: * voor ontspannen gas 1) : tussen een tweedetrapsdrukregelaar of een flesdrukregelaar en een verbruikstoestel: van het type "ontspannen gas"; * voor niet ontspannen gas: als verbinding tussen flessen: van het type "niet ontspannen gas". - Metalen slangen: * indien het gebruik van een starre leiding moeilijk blijkt; * dienen conform te zijn met de specificatie van de KVBG (R HT ); * moeten voorzien zijn van niet verwijderbare geïntegreerde mechanische opzetstukken; * het geheel van de slang en de koppelingen mag niet ingewerkt in een muur of ondervloer; * dienen zo geplaatst dat ze geen beschadigingen, rekkingen of torsie ondergaan; * de buigstraal van de metalen slang mag niet kleiner zijn dan deze voorgeschreven door de fabrikant. - Niet metalen slangen: * diameter < DN 12, conform met de BS 3212; * diameter > DN 12, conform met de NBN EN 1762; * voor niet ontspannen gas: voorgemonteerde koppelstukken door de fabrikant. De koppelstukken zijn conform met de: BS 3212 of ISO 68-1 voor draadverbindingen M 20 x 1,5. * voor ontspannen gas: de slang is oranje dezelfde koppelstukken als voor niet ontspannen gas of m.b.v. een spanbeugel op slangpilaren (aangepast aan de diameter toegelaten in België, zie figuren hierna) 1) Gas waarvan de maximale druk na ontspanning 5 bar is. Algemene Regels voor GasInstallaties op LPG - Editie juni

12 Vlakke verbinding (slangpilaar) 4.2 VERBINDINGEN - De mechanische verbindingen zijn van een type dat speciaal ontworpen is voor vloeibaar gemaakt petroleum gas. - Galvanische koppels vermijden (contact tussen 2 verschillende metalen in vochtige omgeving) - De verbindingen en hulpstukken voor de leidingen zijn ontworpen voor een werkdruk > 5 bar, dus > PN 5. - Voor ontspannen gas 1) : de verbindings- en hulpstukken zijn uitgevoerd: in staal; in koper of koper legeringen; in smeedbaar gietijzer van het type met versterkte rand en beantwoorden aan de norm NBN EN Voor niet ontspannen gas: Voor de verbinding met een opslagtank: de verbindingen en hulpstukken zijn in staal. Voor de verbinding met een fles: in staal, in koper of koper legeringen of in smeedbaar gietijzer van het type met versterkte rand die beantwoorden aan de norm NBN EN ) Gas waarvan de maximale druk na ontspanning 5 bar is. Algemene Regels voor GasInstallaties op LPG - Editie juni

13 4.2.1 VERBINDINGEN VOOR LEIDINGEN IN KOPER - Hardsolderen: * Het smeltpunt van het toevoegmetaal is 450 C. * Enkel de hulpstukken voor capillaire hardsoldeerverbindingen mogen worden gebruikt: volgens de norm NBN EN of; de norm NBN EN ; verwijding d.m.v. doorn is verboden. * Uitvoering door bekwaam hardsoldeerder. - Knelfitting : * maximum diameter DN 28; * geheel in koper of koperlegering ; * zij moeten overeenstemmen met de norm NBN EN ; * zij moeten van het type PN5 zijn (zij moeten kunnen weerstaan aan een druk van 5 bar); * niet gespleten knelring; * 2 aanslagkragen voor de knelring; * de buis is ondersteund over een lengte 0,7 x de buitendiameter; * voor kwaliteit van de buis R 220 (uitgegloeid) moet een steunbus gebruikt worden; * de nominale afmeting van het hulpstuk dient identiek te zijn met die van de buis waarop het wordt gebruikt. Bicone voor gasinstallatie Bicone voor waterinstallatie Algemene Regels voor GasInstallaties op LPG - Editie juni

14 - Persfitting: De dichtheid van de verbinding wordt bekomen door de samengevoegde werking van het klemmen, metaal op metaal, van de fitting op de buitenwand van de koperen buis en het samendrukken van de O-ring die zich in de gleuf van de persfitting bevindt. * maximum diameter DN 28 * gebruik enkel toegelaten in de delen van de installatie met ontspannen Gas 1) * zij zijn op de buitenwand voorzien van de volgende onuitwisbare en makkelijk controleerbare markering, zelfs na montage: de naam van de fabrikant en/of het gedeponeerd merk; de nominale druk in bar, voorafgegaan door de aanduiding PN, 5 bar; de buitendiameter, in mm, van de koperen buis waarvoor de verbinding geschikt is; de letters GT om aan te duiden dat ze van het type R HT zijn; / gevolgd door de druk (in bar) toegepast tijdens de R HT -proef; bestemd voor gas: op de twee uiteinden voorzien van een gele rechthoek. * mag geen abnormale pletting van de koperen buis veroorzaken; * moet voldoende mechanische weerstand hebben tegen buiging, wringing, rekken en trillingen. * het persen zelf moet: de gecontroleerde blijvende vervorming van de elementen verzekeren bij het persen; de uitgevoerde persing dient conform te zijn aan de voorschriften van de fabrikant van de persfitting. * de fittings en toebehoren moeten gebruikt worden conform met de gebruiksaanwijzingen die verplicht toegevoegd zijn; * verbinding van stalen buis met koperen buis met persfitting is verboden. - Flensverbindingen: * Indien in een gebouw geplaatst, dichting bestand tegen 670 C, vraag een attest aan de leverancier. 1) Gas waarvan de maximale druk na ontspanning 5 bar is. Algemene Regels voor GasInstallaties op LPG - Editie juni

15 4.2.2 VERBINDINGEN VOOR LEIDINGEN IN STAAL - Lasverbindingen (booglas of autogeenlas): * verzinkte stalen buizen (gegalvaniseerde leidingen) mogen niet gelast worden; * de onderdelen zijn vervaardigd van een staalsoort die lasbaar is, aangepast aan het lasprocédé en lasmethode; * het toevoegmateriaal moet voldoen aan de norm NBN EN ISO 2560 * stuiklassen; * uitvoering door bekwaam lasser. - Schroefdraadverbinding (schroefbare stalen buis volgens NBN A en NBN EN ): * buitenschroefdraad conisch, binnenschroefdraad cilindrisch (ISO 7-1); * verbindingen met lange cilindrische schroefdraad, evenals nippels met cilindrische schroefdraad, zijn verboden; * fittings met platte dichtingsring mogen enkel gebruikt worden voor het aansluiten van verbruikstoestellen en toebehoren (bv. drukregelaar): verboden voor het onderling verbinden van twee buizen; de schroefdraad is van het type ISO Flensverbindingen: Indien in een gebouw geplaatst, dichting bestand tegen 670 C, vraag een attest aan de leverancier. - Raccord union (driedelige schroefkoppelingen): * contact van metaal op metaal (conische oppervlakken); * eventueel O ring in gleufje; * de koppelingen van smeedbaar gietijzer beantwoorden aan de norm NBN EN Algemene Regels voor GasInstallaties op LPG - Editie juni

16 4.2.3 VERBINDINGEN VOOR LEIDINGEN IN POLYETHYLEEN - De verbindingen zijn gasdicht en de kwaliteit van de lassen wordt gecontroleerd: * Electrolassen (met materialen geschikt voor gas); * Stuiklassen. - De overgang PE/metaal bevindt zich buiten het gebouw, in de grond en is verwezenlijkt d.m.v. trekvaste overgangskoppeling DICHTINGSPRODUCTEN - Dienen geschikt te zijn voor vloeibare petroleumgassen: * Het gebruik van plantaardige rubber is verboden; * Het gebruik van hygroscopische vezels zoals natuurlijke hennep is verboden. - Bruikbare materialen voor verbindingsstukken met platte dichtingsring, de pakkingen bij flenzen, de O-ringen bij driedelige koppelstukken en persfittings, zijn: * grafiet; * perbunan; * neopreen; * viton; * PTFE (TEFLON); * klingerite; * speciale dichtingspasta s voor koolwaterstoffen. - De dichtheid van de schroefdraadverbinding wordt bekomen door het gebruik van een dichtingsproduct : * anaëroob afdichtingsmiddel : NBN EN (bijv. loctite); * niet- uithardend afdichtingsmiddel : NBN EN 751-2, eventueel in combinatie met acryl vezels (bijv. kolmat); * niet gesinterde PTFE banden van de klasse GRp : NBN EN (bijv. teflon, min. 0,1 mm); - De hermetische pasta s en synthetische banden (bijv. teflon) zijn enkel toegelaten in de verbindingen met conische schroefdraad en voor zover de omgevingstemperatuur begrepen blijft tussen 20 C en C. Algemene Regels voor GasInstallaties op LPG - Editie juni

17 4.3 STOPKRAAN 1) EN SECTIONEERKRAAN 2) - In afwachting, is elke leiding of kraan degelijk afgesloten met een metalen geschroefde stop of dop, zelfs wanneer de dienstkraan gesloten is; - ¼ toer (open/gesloten); - Zij zijn ontworpen voor het gebruik van vloeibaar gemaakte petroleumgassen in gasfase; - Koperlegering, gietijzer en staal; - Open/gesloten stand makkelijk te herkennen (hendel loodrecht op de leiding = gesloten, hendel evenwijdig met de leiding = open); - Afneembare bedieningssleutels zijn verboden. - Conform de NBN EN 331 en bijkomend van het type R HT indien binnen een gebouw geplaatst: Hetzij bestand zijn tegen 670 C (d.w.z. lekdicht tot 670 C) KVBG keurmerk: OK EN 331: vraag een attest aan uw leverancier dat de dichtheidsproef op 650 C is uitgevoerd. DVGW: Vraag een attest aan uw leverancier dat de kraan beantwoordt aan de norm DIN 3537 deel 1 EN een attest dat de dichtheidsproef op hoge temperatuur (minimum 650 C in deze norm) succesvol werd uitgevoerd. Let erop dat het deel 1 van deze norm betreft aangezien deel 2 van deze norm de weerstand tegen hoge temperatuur niet behandeld. Andere kranen: vraag een attest aan uw leverancier dat de kranen bestand zijn tegen 670 C. Hetzij doeltreffend beschermd zijn tegen temperatuursstijging. kast van max. 0,2 m 3 met een R f waarde van 30 min. voor de wanden en deuren lokaal met wanden met een R f van min. 2 uren en deuren met een R f van min. 1 uur een (magneet) kraan niet van het type R HT beveiligd door een thermische klep (TAS: Thermische Armatur- en Sicherung) geplaatst stroomopwaarts en dicht bij deze kraan. Voorbeeld: Krom Schroder (Duitsland), DN , zie figuren hierna alternatieve oplossing voor magneetafsluiter: stroomafwaarts van de stopkraan van het toestel plaatsen. 1) Stopkraan : kraan van de installatie die onmiddellijk voor een verbruikstoestel is geplaatst. 2) Sectioneerkraan : kraan die toelaat een gedeelte van de binnenleiding af te zonderen. Algemene Regels voor GasInstallaties op LPG - Editie juni

18 TAS M TAS 32 50IA, TAS 32 50II TAS FF AKT F50TAS - De stopkranen: * Klasse PN 0,2 voor de installaties met stroomopwaarts een werkdruk: P < 50 mbar; * Klasse PN 5 voor de installaties met stroomopwaarts een werkdruk: 50 mbar < P < 5 bar; * Elk verbruikstoestel is onmiddellijk voorafgegaan door een stopkraan op de leiding, zo dicht mogelijk bij het toestel, steeds bereikbaar en bedienbaar, met koppelstuk geplaatst stroomafwaarts van de kraan; Uitzondering: In geval van een flesdrukregelaar/ééntrapsdrukregelaar en bij het gebruik van een slang voor de aansluiting van het verbruikstoestel die verplaatsbaar is, mag de dienstkraan van de fles dienst doen als stopkraan. Verplaatsbaar toestel: Enkelvoudige ontspanning, aansluiting met gasslang van max. 2 m. De stopkraan kan zich stroomopwaarts van de 2de trapsontspanner bevinden, indien deze ontspanner zich dichtbij het toestel bevindt. Het is ook mogelijk dat de stopkraan in de ontspanner is ingebouwd. - De sectioneerkranen: * Klasse PN5; * Indien een opslagrecipiënt de installaties van verschillende verblijfseenheden voedt (appartementen, burelen, enz ), wordt een sectioneerkraan voorzien t.h.v. de inkomende leiding in elke verblijfseenheid; * Elke uitbreiding van de leidingen wordt aanzien als een nieuw gedeelte van de installatie. Aan het begin ervan wordt een sectioneerkraan geplaatst; * Elke tussengasmeter in de installatie moet voorafgegaan worden door een sectioneerkraan. Algemene Regels voor GasInstallaties op LPG - Editie juni

19 4.4 GEVOLGDE WEG, BEREIKBAARHEID, BESCHERMING EN IDENTIFICATIE VAN DE LEIDINGEN - Het is niet toegelaten leidingen te plaatsen in zones met specifiek risico zoals bijvoorbeeld: * liftkokers; * afvoerkanalen van verbrandingsproducten; * ventilatie- of luchtbehandelingskanalen; * leidingen of kanalen voor de afvoer van water; * toezichtsputten van riolen; * afvoerkokers (onder andere voor huisvuil, linnen en papier); * holle bouwelementen (onder andere bouwstenen, holle welfsels, snelbouwstenen en elementen uit gebakken aarde). - Bevestigingsbeugels: * verplicht te gebruiken, indien de leiding wordt bevestigd aan een wand; * minimum t.h.v. elke afsluitkraan, T- stuk en richtingsverandering; * voor koperen buis: minimaal om de 1,2 m; * voor stalen buis: minimaal om de 2 m; * indien van een ander metaal dan de buis, elektrische isolatie tussen beugel en buis; * aangepast aan de buitendiameter en gewicht van de buis. - De gevolgde weg van de leidingen is voorzien volgens rechte lijnen, horizontaal, verticaal of volgens de algemene lijnen van de wanden en aangegeven op de plannen. - De leidingen, verbindingsstukken, toestellen en gasmeters worden zo gemonteerd dat ze aan geen enkele blijvende schadelijke mechanische kracht onderhevig zijn. - Bij richtingsveranderingen worden bij voorkeur bochtstukken i.p.v. kniestukken gebruikt. - Het aantal fittings en lassen is beperkt tot het minimum, rekening houdend met de voorziene loop van de leidingen en de beschikbare handelslengten van de buizen. - Een voldoende aantal fittings wordt voorzien voor het reinigen van de leidingen, in het bijzonder aan het laagst bereikbare punt ervan dat zich in een ruimte bevindt waarvan de vloer boven het maaiveld gelegen is. - Met het oog op het uitvoeren van de dichtheidsproef moet er een T-stuk, afgesloten met een metalen stop voorzien worden aan de uitgang van de 1ste trapsdrukregelaar of, indien aanwezig, de drukbegrenzer, tenzij deze laatste uitgerust is met een meetnippel en ook na de tweedetrapsdrukregelaar. Bij een uitbreiding moet dit T-stuk stroomafwaarts en in de nabijheid van de verbinding van het nieuwe met het bestaande gedeelte van de installatie voorzien worden. - De leidingen mogen nooit dienst doen als aarding. Algemene Regels voor GasInstallaties op LPG - Editie juni

20 - Bijzondere bepalingen voor stijgleidingen: * Indien de binnenleidingen zijn samengebracht in één technisch lokaal, moeten de leidingen tussen het technisch lokaal en de verschillende wooneenheden één enkele bundel vormen voor elke groep boven elkaar liggende te bedienen ruimten. * De leidingen mogen slechts in bundels worden geplaatst wanneer elk van de leidingen bereikbaar blijft. - De leidingen zijn zo geplaatst dat ze niet blootgesteld worden aan stoten of aan om het even welk ander risico op beschadiging. - De leidingen worden uitgevoerd in corrosievaste materialen ofwel beschermd tegen corrosie. Indien belangrijke condensatie aanwezig is dienen de verzinkte stalen leidingen voorzien van synthetische bekleding. - De richtingsveranderingen bij koperen leidingen kunnen als volgt bekomen worden: * door het gebruik van geprefabriceerde bochtstukken; * door het koud plooien met behulp van een plooitang of een aangepast gereedschap voor halfharde koperen buizen (R 250) en uitgegloeide buizen (R 220); * door het met de hand plooien van uitgegloeide koperen buizen (R 220): de plooistraal moet minstens 5 maal de buitendiameter van de buis bedragen; plooien op scherpe randen is verboden; na het plooien mogen de bochtuiteinden van de buis geen vervormingen vertonen (bv. knik, pletting). - Identificatie van de leidingen: indien verwarring mogelijk is, hetzij tussen verschillende leidingen, hetzij over de aard van het doorstromende fluïdum, worden de gasleidingen geïdentificeerd door een markering in gele kleur. - Minimum afstand tussen niet ingegraven gasleidingen, waterleidingen, fuelleidingen, kabels,..: * 5 cm; * indien hier niet kan aan voldaan worden dient de elektrische kabel of de andere distributieleiding geplaatst in een kunststof mantelbuis. Algemene Regels voor GasInstallaties op LPG - Editie juni

21 - Overzicht van de toegelaten verbindingen voor de verschillende schikkingen Verbindingen Ruimtelijke schikkingen Gevolgde weg van de leidingen Mechanische verbindingen Schroefdraad Knellen Persen Driedelige koppeling Lassen / hardsolderen Bereikbare leidingen 1 Zichtbaar Ja Ja Ja 2 Technische schacht 1) zonder specifiek risico Ja Ja Ja 3 Geventileerde holle ruimte zonder specifiek risico Ja Ja Ja Bereikbare leidingen in ruimte onder het maaiveld 3 bis Toegankelijke ruimte gelegen onder het maaiveld 2) NEEN NEEN Ja Niet bereikbare leidingen 4 Al of niet geventileerde holle ruimte zonder specifiek risico NEEN NEEN Ja 5 Ingewerkt in de muur of ondervloer Ja NEEN Ja Volgende mechanische verbindingen zijn steeds bereikbaar, eventueel in een technische schacht 1) : * knelfittings en toebehoren (bicones); * persfittings en toebehoren; * driedelige koppelstukken (raccord union). 1) Technische schacht : in een gebouw, ruimte voorbehouden aan de doorgang van de leidingen en waar men eventueel ook de gasmeters en de sectioneerkranen plaatst. 2) Toegankelijke kruipruimte : kruipruimte met gemakkelijke toegang, minimale vrije hoogte van 60 cm en doeltreffend geventileerd d.m.v. minstens twee openingen in tegenover elkaar liggende muren. Kruipruimte : doorlopende en verluchte ruimte tussen de grond en de vloer van het gelijkvloers, minstens 20 cm hoog. Algemene Regels voor GasInstallaties op LPG - Editie juni

22 4.4.1 ZICHTBARE LEIDINGEN - De leidingen, inbegrepen de slangen, zijn zichtbaar en bereikbaar over hun ganse lengte. - De horizontale leidingen bevinden zich op minstens 5 cm boven de afgewerkte vloer LEIDINGEN IN EEN TECHNISCHE SCHACHT ZONDER SPECIFIEK RISICO - Inspectieluiken laten toe de leidingen te bereiken voor onderhoud en herstellingen. - De technische schacht is doorlopend en onderaan verlucht door een niet afsluitbare opening van minstens 150 cm² op het laagste punt van de schacht, maar hoger dan het maaiveld. - Deze verluchtingsopening staat in verbinding (eventueel met behulp van een dalend kanaal): hetzij rechtstreeks met de buitenlucht; hetzij met een aangrenzende ruimte; lager gelegen en; met verluchtingsopening naar buiten op het laagste punt van deze ruimte, maar hoger gelegen dan het maaiveld. - De technische schacht bevat geen uitrustingen die aanleiding kunnen geven tot een gasbrand. Algemene Regels voor GasInstallaties op LPG - Editie juni

23 4.4.3 LEIDINGEN IN EEN GEVENTILEERDE HOLLE RUIMTE ZONDER SPECIFIEK RISICO - De leidingen zijn bereikbaar. - De holle ruimte zonder specifiek risico bevindt zich tussen twee: * horizontale wanden: bv : een vals plafond opgebouwd uit volle of opengewerkte verwijderbare panelen. * verticale wanden: bv : verticaal lopende gasleidingen die omkast zijn (verwijderbare panelen). - De holle ruimte heeft een niet afsluitbare opening van minstens 150 cm² op het laagste punt, maar hoger gelegen dan het maaiveld. - Deze verluchtingsopening staat in verbinding (eventueel met behulp van een dalend kanaal): * hetzij rechtstreeks met de buitenlucht; * hetzij met een aangrenzende ruimte; lager gelegen en; met verluchtingsopening naar buiten op het laagste punt van deze ruimte, maar hoger gelegen dan het maaiveld TOEGANKELIJKE RUIMTE GELEGEN ONDER HET MAAIVELD (KRUIPRUIMTE EN KELDERS) - Leidingen geplaatst in een toegankelijke ruimte gelegen onder het maaiveld De leidingen zijn zichtbaar en bereikbaar over hun ganse lengte. De leidingen zijn : uit lasbaar staal met lasverbindingen of; uit één stuk in uitgegloeid koper (WICU) of; uit halfhard koper met hardsoldeerverbindingen. Leidingen in vochtige holle ruimte stalen leidingen: synthetische bekleding; koperen leidingen: geen bescherming noodzakelijk. Algemene Regels voor GasInstallaties op LPG - Editie juni

24 Leidingen in droge holle ruimte stalen leidingen: roestwerende verf of synthetische bekleding; koperen leidingen: geen bescherming noodzakelijk. Bij doorgang door een muur of plafond is de ringvormige opening rond de mantelbuis opgevuld met een niet corrosief 1) materiaal dat voldoende elastisch is om de gas- en waterdichtheid te waarborgen. - Verbruikstoestellen of gasmeters geplaatst in een toegankelijke ruimte gelegen onder het maaiveld: Deze opstelling is enkel toegelaten indien de verbruikstoestellen of de gasmeters zich in eenzelfde ruimte bevinden en gelijktijdig aan de volgende voorschriften voldaan is: de luchttoevoer en de afvoer van de verbrandingsgassen van de verbruikstoestellen zijn conform de normen (zie verder). OPGELET: voor de type A en B toestellen dient de luchttoevoer te gebeuren met een kanaal dat uitmondt onderaan in het lokaal. in de opstellingsruimte is een gasdetector geplaatst met volgende kenmerken: hij is conform de norm NBN EN , NBN EN ; hij is aangesloten op het elektriciteitsnet; hij is geplaatst, conform de installatievoorschriften van de fabrikant, in de opstellingsruimte van de verbruikstoestellen of de gasmeters (op het laagste punt van deze ruimte) en er zijn lichtsignalen voor alarmen foutmelding (bv: kabelbreuk, fout in detectietoestel, elektrische voeding) voorzien in een ruimte onder toezicht; het onderhoud en de controle van de detector worden uitgevoerd volgens de voorschriften van de fabrikant; in de gastoevoerleiding van het verbruikstoestel is een elektromagnetische gasklep, uitvoering "normaal gesloten", voorzien: met netaansluiting; met handbediende ontgrendeling; geplaatst buiten de opstellingsruimte en boven het maaiveld: o in het gebouw in een verluchte ruimte; o of buiten het gebouw; met een beschermingsgraad conform de norm IEC die in overeenstemming is met zijn opstellingsplaats : o opstelling in een gebouw op een droge plaats : minimum IP 41; o opstelling buiten een gebouw onder een afdak : minimum IP 43; o opstelling buiten een gebouw zonder beschermend afdak : minimum IP 44; de gasklep is onmiddellijk voorafgegaan door een sectioneerkraan; 1) Niet : cement, plaaster, mortel of beton Wel : siliconen, PU-schuim. Algemene Regels voor GasInstallaties op LPG - Editie juni

25 de uitgang van de klep is het vertrekpunt van de leiding die de onder het maaiveld opgestelde verbruikstoestellen of gasmeters voedt; de voeding voor de verbruikstoestellen die opgesteld zijn boven het maaiveld moet stroomopwaarts van de elektromagnetische klep afgetakt worden op de hoofdleiding die van de tank komt; het sturings- en controlesysteem van het geheel gasdetector/elektromagnetische gasklep moet volledig onafhankelijk werken van het verbruikstoestel en zorgen voor een positieve beveiliging van de installatie; wanneer andere materialen gebruikt worden ter verwezenlijking van dit type installatie, moet deze positief beveiligd zijn om, in gelijkaardige omstandigheden, minstens een gelijkwaardig niveau van beveiliging te verkrijgen als hierboven vermeld is LEIDINGEN IN EEN AL OF NIET GEVENTILEERDE HOLLE RUIMTE ZONDER SPECIFIEK RISICO - De leidingen zijn niet bereikbaar. - De leidingen zijn: * uit lasbaar staal met lasverbindingen of; * uit één stuk in uitgegloeid koper (WICU) of; * uit halfhard koper met hardsoldeerverbindingen. - Leidingen in vochtige holle ruimte stalen leidingen: synthetische bekleding; koperen leidingen: geen bescherming noodzakelijk. - Leidingen in droge holle ruimte stalen leidingen: roestwerende verf of synthetische bekleding; koperen leidingen: geen bescherming noodzakelijk. - De holle ruimte zonder specifiek risico bevindt zich tussen twee: * horizontale wanden: bv. een gesloten vals plafond; een valse vloer (plancher); een niet toegankelijke kruipruimte onder een gebouw. * verticale wanden: bv. een niet op eenvoudige wijze wegneembare omkasting van de gasleiding. Algemene Regels voor GasInstallaties op LPG - Editie juni

26 1 : Voeding LPG 2 : Gastoestel 3 : Gelaste stalen buis of halfharde koperen buizen met hardsoldeerverbindingen of met uitgegloeid koper en buizen uit één stuk (WICU) 4 : Al of niet toegankelijke kruipruimte 5 : Al of niet geventileerde schacht 6 : Al of niet geventileerde omkasting 7 : Al of niet geventileerde holle ruimte 8 : Vals plafond, bv plaasterplaat LEIDINGEN INGEWERKT IN DE MUUR OF ONDERVLOER - De leidingen in koper of in staal zijn over hun ganse lengte beschermd tegen corrosie met behulp van een bekleding van synthetisch materiaal 1). Aangebracht: hetzij in de fabriek (verwijderde of beschadigde delen herstellen), bv. WICU; hetzij bij het plaatsen van de leiding: conform met de norm NBN EN (wikkelbanden en krimpbare materialen). - De koperen leidingen zijn: steeds bekleed in de fabriek (voorbeeld : WICU); mechanisch beschermd tegen pletting en doorboring d.m.v. stalen bescherming van 2 mm dikte (vlakke strip of een voorgevormd profiel) - De leidingen mogen niet raken aan het geraamte, de bewapening of een andere leiding. - Rekening wordt gehouden met mogelijke uitzettingen (maatregelen nemen die een glijbeweging toelaten waar de buitendiameter verandert, bij schroefdraadverbindingen of uitstekende delen van lasverbindingen). 1) Het is aangewezen om een diëlektrische controle op 10 kv te laten uitvoeren, zodoende bent u zeker dat de leiding afdoende beschermd is tegen corrosie. Algemene Regels voor GasInstallaties op LPG - Editie juni

27 1 : Vloerplaat 2 : Ondervloer (chape) 3 : Stalen buis beschermd tegen corrosie 4 : Stalen profiel minimum 2 mm dik 5 : Koperen buis bekleed in de fabriek (bijv. : WICU) 6 : Isolatielaag 1 : Fundering 2 : Stalen buis gelegd in de isolatielaag 3 : Isolatielaag 4 : Koperen buis bekleed in de fabriek (bijv. : WICU) 5 : Vlakke stalen strip minimum 2 mm dik 6 : Afwerkingslaag Algemene Regels voor GasInstallaties op LPG - Editie juni

28 4.4.7 INGEGRAVEN LEIDINGEN - Dienen geplaatst op een stabiele en stevige ondergrond bestaande uit fijne homogene elementen; - In staal, koper of polyethyleen (P.E.); - Staal 1) en koper beschermd tegen corrosie met een bekleding van synthetisch materiaal (eventueel kathodische bescherming); - Ingegraven op 60 cm onder de grond; - Afstand tussen twee ingegraven leidingen (gas, water, elektriciteit): * 20 cm indien evenwijdig; * 10 cm bij kruisingen. Wanneer de minimale afstanden niet kunnen worden nageleefd: plaatsen van een isolatiescherm dat niet aan rotting onderhevig is, bijvoorbeeld: * een dubbel gelegde elastomeren mat van 5 mm dikte die op doeltreffende wijze op de buis wordt bevestigd ten einde verschuiving te voorkomen; * in geval van kruising, heeft het scherm een minimale breedte van 50 cm. - Het is niet toegelaten een gasleiding: * in te graven zonder mantelbuis onder gebouwen. Het geheel, mantelbuis/leiding moet een mechanische weerstand hebben die minstens gelijk is aan een stalen leiding; * te plaatsen in een riool of in een andere leiding; * te plaatsen onder een leiding met een vloeistof. - Mogen geen mechanische verbindingen bevatten: zijn enkel toegelaten: * staal: gelast; * koper: hardsolduur of WICU buis; * polyethyleen: elektromoflas of spiegellas; * uitzondering: overgangskoppeling PE - staal of PE - koper vóór het binnenkomen van een gebouw. - Dienen mechanisch beschermd door een beschermde laag boven de leiding, zoals: * crosoot beschot; * baksteenrij; * aaneensluitende pannen (kabel of deksteen); * afrasteringsband,. 1) Het is aangewezen om een diëlektrische controle op 10 kv te laten uitvoeren, zodoende bent u zeker dat de leiding afdoende beschermd is tegen corrosie. Algemene Regels voor GasInstallaties op LPG - Editie juni

29 - Bij doorgang van de buitenmuur onder het grondoppervlak: de ruimten tussen de doorgang van de muur en de mantelbuis en tussen de mantelbuis en de leiding worden opgevuld met een niet corrosief materiaal dat voldoende elastisch is om de gas- en waterdichtheid te verzekeren (bijv. siliconen, PU-schuim). - Een leiding die uit de grond komt en tegen een muur geplaatst wordt, dient mechanisch beschermd tegen beschadigingen over een lengte van: * minimaal 20 cm in het grondoppervlak; * minimaal 20 cm boven het grondoppervlak. - Bijkomend voor polyethyleenleidingen: Een kunststoflint plaatsen om de aanwezigheid van een gasleiding aan te duiden: * voldoende breed; * opschriften op regelmatige afstanden; * ingegraven op 20 cm boven de mechanische bescherming. Indien een PE-leiding toekomt in een beschermkast mag een gedeelte van de PE-leiding boven de grond komen op voorwaarde dat de leiding door de kast afgeschermd is tegen mechanische invloeden en UV-licht en dat dit gedeelte boven het maaiveld beperkt blijft tot 0,50 m MANTELBUIZEN - Uit metaal of synthetisch materiaal (niet beschadigbaar door knaagdieren). - Ze zijn vervaardigd uit één stuk en bieden voldoende mechanische weerstand. - Gespleten mantelbuizen mogen niet gebruikt worden. - De uiteinden moeten ontbraamd zijn zodat ze de leidingen niet kunnen beschadigen. Het gebruik is verplicht: - Bij doorgang door een plafond of vloer: * de mantelbuis moet 5 mm uit het plafond steken; * de mantelbuis moet 5 cm uit de vloer steken. - Bij doorgang door een wand met een dikte van meer dan 20 cm, de mantelbuis moet gelijk met de muurbekleding zitten. - Bij doorgang door een buitenmuur is de ringvormige opening rond de mantelbuis opgevuld met een niet corrosief 1) materiaal dat voldoende elastisch is om de gas- en waterdichtheid te waarborgen. - Er mag geen contact zijn tussen de leiding en de binnenzijde van de mantelbuis. - Geen enkele elektrische kabel of om het even welke andere leiding mag in dezelfde mantelbuis gelegd worden als diegene die bestemd is voor een gasleiding. - Mechanische verbindingen van de leidingen geplaatst in een mantelbuis zijn verboden. 1) Niet: cement, plaaster, mortel of beton - Wel: siliconen, PU-schuim. Algemene Regels voor GasInstallaties op LPG - Editie juni

30 4.5 DRUKREGELAARS - ALGEMEENHEDEN * Bij één verbruikstoestel volstaat een enkelvoudige ontspanning (flesdrukregelaar of ééntrapsdrukregelaar); * Vanaf twee verbruikstoestellen is een dubbele ontspanning verplicht (eerstetrapsdrukregelaar + tweedetrapsdrukregelaar). De eerstetrapsdrukregelaar wordt buiten geplaatst. Zie verder voor de locatie van de tweedetrapsdrukregelaar. * Zij moeten een debiet van 1,5 maal het nominale debiet van het (de) aangesloten verbruikstoestel(len) waarborgen; * Bij de drukregelaar is een gebruiksaanwijzing gevoegd; * De maximale druk voor het binnentreden van een gebouw is: 1,5 bar voor huishoudelijke installaties (opgelet zie ook 4.7 en 4.8); 5 bar voor niet huishoudelijke installaties; * Bij een temperatuur van 15 C bedraagt de druk in een: butaan fles + 1,7 bar (de fles bevindt zich meestal binnen, verdampingstemperatuur > - 0,5 C); propaan fles + 6,5 bar (de fles bevindt zich meestal buiten, verdampingstemperatuur > - 42 C). - MARKERING Elke drukregelaar moet voorzien zijn van de volgende markeringen: * de naam of het kenmerk van de fabrikant; * het model of de identificatie van de drukregelaar (in letters en/of cijfers); * de gassoort (butaan, propaan of LPG); * de fabricagedatum; * de nominale ontspanningsdruk / uitgangsdruk uitgedrukt in bar of mbar; * het gewaarborgd debiet (Q) in kg/h of g/h; * een pijl die de richting van de gasstroom aangeeft; * de markering van de nominale ingangsdruk (facultatief). Algemene Regels voor GasInstallaties op LPG - Editie juni

31 4.5.1 FLESDRUKREGELAAR EN ÉÉNTRAPSDRUKREGELAAR - Algemeenheden * ontworpen voor het voeden van één enkel verbruikstoestel; * vast type: de stroomafwaartse druk is niet regelbaar; * conform met de norm NBN EN 12864: Niet-instelbare drukregelaars met een maximale uitlaatdruk kleiner dan of gelijk aan 200 mbar, en een capaciteit kleiner dan of gelijk aan 4 kg/h voor butaan, propaan en B/P-mengsels, en de daarbij behorende veiligheidsinrichtingen. * de maximaal toegelaten ingangsdruk is > de maximale druk van het gas in de fles: 16 bar voor propaan; 7,5 bar voor butaan. * de uitgangsdruk stemt overeen met de nominale werkdruk van het verbruikstoestel: 37 mbar/50 mbar voor propaan; 28 mbar voor butaan. - Flesdrukregelaar : * hij is rechtstreeks op de uitgang van de dienstkraan van de gasfles geplaatst; * de losse wartelmoer voor montage maakt deel uit van de regelaar; * de uitgang van de regelaar is voorzien van een slangpilaar: Vlakke verbinding (slang pilaar) Algemene Regels voor GasInstallaties op LPG - Editie juni

32 - Eéntrapsdrukregelaar * hij is rechtstreeks geplaatst: op de uitgang van de dienstkraan van de gasfles of; aan de uitgang van de (hand)omschakelaar van een flessenbatterij. * de beide uiteinden zijn voorzien van inwendige schroefdraad conform met de norm ISO 7-1 5) EERSTETRAPSDRUKREGELAAR (VÓÓRONTSPANNER) - De eerstetrapsdrukregelaar reduceert de druk van het gas naar 1,5 bar, de maximale druk voor het binnentreden van een gebouw, behalve voor specifieke niet huishoudelijke installaties waar deze druk maximaal 5 bar mag bedragen; - Hij is steeds buiten het gebouw geplaatst; - Hij is ontworpen voor het voeden van één of meer verbruikstoestellen; - Hij is geplaatst op de uitgang van de dienstkraan van het opslagrecipiënt (de gasfles of de gastank) of aan de uitgang van de (hand)omschakelaar 1) of de zwanenhals 2) van een flessenbatterij; - Bij een automatische omschakelaar is de vóórontspanner van het vaste type geïntegreerd; - Hij is van het vaste 3) of regelbare 4) type. De regelbare drukregelaar is verplicht uitgerust met een manometer; - De max. toegelaten ingangsdruk is minstens gelijk aan de druk van het gas in het opslagrecipiënt; - Beide uiteinden zijn voorzien van één van de volgende schroefdraden: de inwendige schroefdraad is conform met de norm ISO 7-1 5) ; de uitwendige schroefdraad is conform met de norm ISO 7-1 5) of met de norm ISO 68-1 (draad M 20 x 1,5). 1) Omschakelaar : al dan niet automatisch werkende inrichting die de koppeling toelaat bij het gebruik van meerdere gasflessen en daarbij de omschakeling van de gastoevoer mogelijk maakt van de ene naar de andere fles of flessenbatterij. 2) Zwanenhals : voorgemonteerd verbindingsstuk tussen twee gasflessen bestaande uit twee, elk van een uitzettingskrul voorziene, koperen leidingdelen aan de ene zijde verbonden met de dienstkraan van de gasfles en aan de andere zijde met een T-stuk waarop aan het derde aansluitpunt de drukregelaar aangesloten wordt. 3) De stroomafwaartse druk is niet regelbaar. 4) De stroomafwaartse druk is regelbaar 5) Buitenschroefdraad conisch, binnenschroefdraad cilindrisch. Algemene Regels voor GasInstallaties op LPG - Editie juni

33 4.5.3 TWEEDETRAPSDRUKREGELAAR (NA ONTSPANNER) - Wordt stroomafwaarts van een eerstetrapsdrukregelaar geplaatst; - Hij wordt gebruikt: hetzij als één enkele tweede ontspanning voor meerdere toestellen met dezelfde werkdruk; hetzij als tweede ontspanning voor een individueel verbruikstoestel, zo dicht mogelijk bij het betrokken toestel geplaatst. - De maximale toegelaten ingangsdruk > uitgangsdruk van de voorontspanner; - De uitgangsdruk = nominale werkdruk van het (de) verbruikstoestel(len); - Voor een debiet < 4 kg/h is hij van het vaste type; - Voor een debiet > 4 kg/h is hij van het vaste of instelbare type met verzegeling; - Beide uiteinden zijn voorzien van één van de volgende schroefdraden: de inwendige schroefdraad is conform met de norm ISO 7-1; de uitwendige schroefdraad is conform met de norm ISO 7-1 of ISO 68-1 (draad M 20 x 1,5). 4.6 DRUKBEGRENZER - Voor installaties gevoed door een opslagtank. Werkt als bijkomende beveiliging voor het deel van de installatie stroomafwaarts van de eerstetrapsdrukregelaar; - Hij is rechtstreeks verbonden met de uitgang van de eerstetrapsdrukregelaar en maakt op die wijze deel uit van de combinatie "eerstetrapsdrukregelaar drukbegrenzer"; - De uitgangsdruk is beperkt tot de nominale waarde van 1,75 bar; - In normale bedrijfsomstandigheden is de ingangsdruk gelijk aan de uitlaatdruk van de eerstetrapsdrukregelaar Teneinde het stroomafwaartse gedeelte van de installatie te beschermen bij het in gebreke blijven van de voorontspanner, is de maximaal toegelaten ingangsdruk minstens gelijk aan de maximale uitgangsdruk van de opslagtank; - Hij is ontworpen voor de voeding van één of meer verbruikstoestellen; - Beide uiteinden zijn voorzien van één van de volgende schroefdraden: * de inwendige schroefdraad is conform met de norm ISO 7-1; * de uitwendige schroefdraad is conform met de norm ISO 7-1 of met de norm ISO 68-1 (draad M 20 x 1,5). - Een gebruiksaanwijzing is bijgevoegd; - Markering: Algemene Regels voor GasInstallaties op LPG - Editie juni

34 * de naam of het kenmerk van de fabrikant; * het model of de identificatie van de drukbegrenzer (in letters en/of cijfers); * de gassoort (butaan, propaan of LPG); * de fabricagedatum; * de nominale uitgangsdruk uitgedrukt in bar; * een pijl die de richting van de gasstroom aangeeft. Algemene Regels voor GasInstallaties op LPG - Editie juni

35 4.7 BINNENLEIDINGEN MET ENKELVOUDIGE ONTSPANNING - Dit type van binnenleiding wordt gevoed door één gasfles of een batterij van gasflessen (dus niet vanuit een opslagtank) en bestaat uit één enkele drukregelaar, een leiding en een stopkraan geplaatst ter hoogte van de ingang van het verbruikstoestel. - Er mag slechts één enkel verbruikstoestel gevoed worden bij enkelvoudige ontspanning. - De inwendige diameter van deze leidingen is aangepast aan de druk, het debiet en de afstand tussen de drukregelaar en het toestel (zie verder) INSTALLATIES GEVOED MET ÉÉN GASFLES - Er moet steeds een flesdrukregelaar geplaatst worden. De uitgangsdruk moet overeenstemmen met de nominale werkdruk van het verbruikstoestel Legende 1 Gasfles: de binnen- of buitenschroefdraad van de afsluitkraan van de gasfles is "linkse" draad en dient overeen te stemmen met die van de erop aangebrachte hulpstukken; 2 Flesdrukregelaar: de uitgangsdruk van deze drukregelaar moet overeenstemmen met de nominale werkdruk van het verbruikstoestel, zoals op de kenplaat vermeld door de fabrikant; 8 Leiding: slang max. 2 m voor verplaatsbaar toestel OF slang max. 50 cm + strak gedeelte voor vast-/verplaatsbaar toestel; 9 Stopkraan; 10 Verbruikstoestel. Algemene Regels voor GasInstallaties op LPG - Editie juni

36 INSTALLATIES GEVOED MET EEN BATTERIJ GASFLESSEN - Ééntrapsdrukregelaar ter hoogte van de uitgang van het verbindingsstuk van de flessen of de (hand)omschakelaar. De uitgangsdruk moet overeenstemmen met de nominale werkdruk van het verbruikstoestel - Er moeten afsluiters stroomopwaarts de drukregelaar geplaatst worden, die het leeglopen van de leidingen beletten bij het behandelen van de gasflessen: * op het verbindingsstuk tussen de flessen ofwel; * deel uitmakend van de (hand)omschakelaar (driewegafsluiter). Legende 1 Batterij gasflessen: linkse draad voor de aansluiting van de drukregelaar op het verbindingsstuk of de omschakelaar. 3 Eénstrapsdrukregelaar: geplaatst ter hoogte van de uitgang van het verbindingsstuk van de flessen of de (hand)omschakelaar. De uitgangsdruk van deze drukregelaar moet overeenstemmen met de nominale werkdruk van het verbruikstoestel, zoals op de kenplaat vermeld door de fabrikant. 6 Verbinding tussen de flessen: hij is zo kort mogelijk en wordt uitgevoerd d.m.v. een slang (type LPG slang voor niet ontspannen gas) OF koperen zwanehals OF stalen verbindingsstuk. 7 (hand)omschakelaar OF driewegafsluiter OF kranen op verbindingsstuk van de flessen. 8 Strakke leiding 9 Stopkraan 10 Verbruikstoestel. Algemene Regels voor GasInstallaties op LPG - Editie juni

37 4.8 BINNENLEIDINGEN MET DUBBELE ONTSPANNING - Dit type installaties wordt steeds gevoed vanuit een fles, batterij van flessen of gastank op propaan opgesteld buiten het gebouw. - Installaties met één verbruikstoestel mogen uitgevoerd worden met dubbele ontspanning, maar installaties die meerdere verbruikstoestellen bedienen moeten altijd uitgerust zijn met een dubbele ontspanning; - Het principe van de dubbele ontspanning is het in twee stappen verlagen van de druk van het gas dat uit het opslagrecipiënt stroomt, tot de voorgeschreven druk van het verbruikstoestel; - De inwendige diameter van deze leidingen is aangepast aan de druk, het debiet en de afstand tussen de combinatie eerstetrapsdrukregelaar-drukbegrenzer en de tweedetrapsdrukregelaar(s) en het verbruikstoestel (zie verder). OPGELET: voor het leidinggedeelte na de tweedetrapsdrukregelaar moet u rekening houden met het maximum toegelaten drukverlies (1 mbar), wat veel strenger is (zie verder) INSTALLATIES MET DUBBELE ONTSPANNING GEVOED MET ÉÉN GASFLES OF BATTERIJ GASFLESSEN - Voor dit type van installatie is de eerstetrapsdrukregelaar steeds: voor één gasfles: geplaatst aan de uitgang van de dienstkraan van de fles; voor een flessenbatterij: hetzij geplaatst op de uitgang van het verbindingsstuk tussen de flessen of aan de uitgang van de (hand)omschakelaar, hetzij geïntegreerd in de automatische omschakelaar. - Stroomopwaarts van de ontspanner worden afsluiters geplaatst die het leeglopen van de leidingen beletten bij het behandelen van de gasflessen. Zij worden hetzij voorzien op het verbindingsstuk tussen de flessen, hetzij geïntegreerd in de omschakelaar. - Een individuele tweedetrapsdrukregelaar onmiddellijk vóór het verbruikstoestel is toegelaten voor een nieuwe installatie met één gasfles (binnen of buiten geplaatst) en dubbele ontspanning die één verbruikstoestel voedt. De tweedetrapsdrukregelaar wordt geplaatst op een bereikbare plaats en is voorafgegaan door een stopkraan. - Eén enkele gemeenschappelijke tweedetrapsdrukregelaar Deze drukregelaar is buiten het gebouw geplaatst, voorafgegaan door een sectioneerkraan en: in een beschermkastje 1, zo dicht mogelijk bij de gevel en bij voorkeur ertegenaan of in een kastje met ingegraven voetstuk, in dit geval moeten alle leidingdoorgangen op de bodem van het kastje gasdicht zijn; o op de laagst mogelijke plaats een verluchtingsopening van minstens 100 cm²; deze opening bevindt zich op minstens 0,50 m van elke aanpalende opening (bv. deur, venster, ventilatieopening, rioolaansluiting,...) o een zichtbare vermelding "GAS"/"GAZ" aan de buitenzijde op de deur. 1 Gemakkelijk bereikbaar voor bediening van de sectioneerkraan. Geplaatst boven het maaiveld. Een zichtbare vermelding "GAS"/"GAZ" aan de buitenzijde op de deur van het kastje. Algemene Regels voor GasInstallaties op LPG - Editie juni

38 Dit installatietype is vanaf 23/12/2010 verplicht 1 : voor nieuwe installaties en voor grondige renovaties waarvoor een bouwaanvraag moet worden ingediend; bij het uitbreiden van een bestaande installatie met één verbruikstoestel, gevoed door één gasfles of een batterij van gasflessen, naar meerdere verbruikstoestellen. 1 Bij het uitbreiden van een bestaande installatie van meer dan één toestel met één of meer bijkomende toestellen, mag het nieuwe gedeelte van de leidingen op dezelfde wijze worden uitgevoerd als het bestaande deel (met individuele of met gemeenschappelijke tweedetrapsdrukregelaar). Algemene Regels voor GasInstallaties op LPG - Editie juni

39 4.8.2 INSTALLATIE MET DUBBELE ONTSPANNING GEVOED DOOR PROPAANTANK - Voor dit type installaties wordt de eerstetrapsdrukregelaar gecombineerd met een aan de uitgang van deze regelaar gekoppelde drukbegrenzer. - De combinatie eerstetrapsdrukregelaar- drukbegrenzer wordt rechtstreeks op de uitgang van de dienstkraan van de propaantank gemonteerd. Indien niet rechtstreeks, is de verbinding zo kort mogelijk met naadloze stalen buizen volgens de norm NBN EN ; - De leidingen tussen de combinatie eerstetrapsdrukregelaar- drukbegrenzer, tweedetrapsdrukregelaar en de stopkraan van de verbruikstoestellen wordt uitgevoerd: in starre leiding (staal, koper); voor ingegraven leidingen mag ook polyethyleen (PE). - Opvangen van temperatuurschommelingen bij zichtbare leidingen buiten een gebouw: bij koperen buizen, aan uitgang van de drukbegrenzer een uitzettingskrul voorzien; bij stalen buizen kunnen uitzettingscompensatoren worden ingebouwd. - Eén enkele gemeenschappelijke tweedetrapsdrukregelaar Deze drukregelaar is buiten het gebouw geplaatst, voorafgegaan door een sectioneerkraan en: hetzij in een beschermkastje 1, zo dicht mogelijk bij de gevel en bij voorkeur ertegenaan of in een kastje met ingegraven voetstuk, in dit geval moeten alle leidingdoorgangen op de bodem van het kastje gasdicht zijn; o op de laagst mogelijke plaats een verluchtingsopening van minstens 100 cm²; deze opening bevindt zich op minstens 0,50 m van elke aanpalende opening (bv. deur, venster, ventilatieopening, rioolaansluiting,...) o een zichtbare vermelding "GAS"/"GAZ" aan de buitenzijde op de deur. hetzij in een andere ruimte buiten het gebouw die minstens een gelijkwaardig niveau van veiligheid bied. Interpretatie Vinçotte, wij aanvaarden de toegangskamer van de ondergrondse houder die gasdicht is. 1 Gemakkelijk bereikbaar voor bediening van de sectioneerkraan. Geplaatst boven het maaiveld. Een zichtbare vermelding "GAS"/"GAZ" aan de buitenzijde op de deur van het kastje. Algemene Regels voor GasInstallaties op LPG - Editie juni

40 Dit installatietype is vanaf 23/12/2010 verplicht 1 : voor nieuwe installaties en voor grondige renovaties waarvoor een bouwaanvraag moet worden ingediend; bij het uitbreiden van een bestaande installatie met één verbruikstoestel, gevoed door propaantank, naar meerdere verbruikstoestellen. 1 Bij het uitbreiden van een bestaande installatie van meer dan één toestel met één of meer bijkomende toestellen, mag het nieuwe gedeelte van de leidingen op dezelfde wijze worden uitgevoerd als het bestaande deel (met individuele of met gemeenschappelijke tweedetrapsdrukregelaar). Algemene Regels voor GasInstallaties op LPG - Editie juni

41 4.9 AANSLUITLEIDING VAN DE VERBRUIKSTOESTELLEN - Verbruikstoestellen die door hun bestemming een vaste opstellingsplaats hebben: * strakke leiding (staal, koper) of; * metalen slang; * Uitzondering voor een binneninstallatie met één ontspanning: Bij het gebruik van één gasfles, mag een in het zicht geplaatste elastomeren slang "voor ontspannen gas", de flesdrukregelaar met het uiteinde van de starre leiding verbinden indien: maximum lengte 50 cm en; de uiteinden van de slang zijn vastgezet door middel van spanbeugels. moet vervangen worden: ten minste alle 5 jaar en zodra er scheurtjes, barsten of enige andere abnormale vervormingen zichtbaar zijn. - Verbruikstoestellen die door hun bestemming verplaatsbaar zijn: * strakke leiding (staal, koper) of; * metalen slang of; * elastomeren slang, type "ontspannen gas": maximale lengte: 2 m; moet visueel kunnen gecontroleerd worden over zijn totale lengte; moet vervangen worden: ten minste alle 5 jaar en zodra er scheurtjes, barsten of enige andere abnormale vervormingen zichtbaar zijn. Algemene Regels voor GasInstallaties op LPG - Editie juni

42 4.10 CONTROLE VAN DE BINNENLEIDING - Vóór het aanbrengen van dekmiddelen of verven, wordt de nieuwe installatie aan de hierna vermelde, op elkaar volgende controles onderworpen. - Het gebruik van zuurstof is ten strengste verboden MECHANISCHE WEERSTANDSPROEF - Door u uit te voeren in hoedanigheid van installateur en dit dient vermeld te worden op het pijpleidingsattest (zie verder). - Alvorens de mechanische weerstandsproef aan te vatten, worden de drukregelaars, de eventuele tellers en alle andere toebehoren waarvan de maximum werkdruk lager is dan de druk van de weerstandsproef, buiten werking gesteld of verwijderd en worden alle leidingen opgestopt. De verbruikstoestellen zijn afgekoppeld en hun stopkranen zijn gesloten of weggenomen. - Proefdruk bij mechanische weerstandsproef in functie van de maximale werkdruk (MOP) Maximale werkdruk - MOP Proefdruk 2 bar < MOP < 5 bar > 1,40 x MOP 100 mbar < MOP < 2 bar > 1,75 x MOP MOP < 100 mbar > 2,5 x MOP DICHTHEIDSPROEF Na het terugplaatsen van de verwijderde onderdelen en het openen van de stopkranen van al de aangesloten verbruikstoestellen, wordt de binnenleiding beproefd met behulp van lucht of een inert gas (bv. stikstof) op een druk van 100 mbar + 10 mbar. De dichtheid wordt vastgesteld op basis van de volgende gelijktijdige waarnemingen: - het niet ontstaan van bellen op al de bereikbare delen tijdens het afzepen met een schuimend product; - na een wachttijd van minstens 10 minuten, die de druk toelaat zich te stabiliseren op ongeveer de initiële druk, het behouden tijdens minstens 20 minuten van de op de controlemanometer aangeduide gestabiliseerde druk. Verzeker u dat de maximale werkdruk van de toestellen > 100 mbar is voor het uitvoeren van de dichtheidsproef, indien niet, voert u de dichtheidsproef uit aan de maximale werkdruk. Algemene Regels voor GasInstallaties op LPG - Editie juni

43 NAZICHT VAN DE DIAMETERS VAN DE LEIDINGEN EN HET DRUKVERLIES - Hier vindt u hoe u de diameters van de leidingen dient te bepalen alsook samenvattingstabellen voor het drukverlies per lopende meter voor stalen en koperen leidingen, die voor een diameter en een vermogen de maximale lengte van de leidingen bepalen om een maximum toegelaten drukverlies van 1 mbar te bekomen. - Nazicht van de diameters van de leidingen: Dient te gebeuren tussen: de flesdrukregelaar / eerstetrapsdrukregelaar en de stopkraan van het toestel de eerstetrapsdrukregelaar en de tweedetrapsdrukregelaar - Nazicht van het maximum toegelaten drukverlies in de leidingen (max. 1 mbar) Dient te gebeuren tussen: de (gemeenschappelijke) tweedetrapsdrukregelaar en de stopkranen van de individuele toestellen PIJPLEIDINGENATTEST - Na de uitvoering en de beproeving schrijft u in hoedanigheid als installateur een "Pijpleidingenattest" uit. De installateur verklaart daarin de installatie te hebben uitgevoerd conform met de norm MBM D Onze inspecteur bezorgt u bij aanvang van de keuring een dergelijk formulier dat u op dat moment kan vervolledigen en ondertekenen. Om te vermijden dat er na een controle misverstanden zouden kunnen ontstaan, dient dit attest nauwgezet ingevuld te worden en voorgelegd te worden voor nazicht bij de keuring. - Het attest wordt ondertekend door de exploitant en de installateur. Door het ondertekenen van het attest verbindt de exploitant er zich toe om bij uitbreidingen een nieuw attest aan te vragen. - Het schema van de geplaatste leidingen, koppelingen en toestellen maakt deel uit van het attest. - Het attest bestaat uit 4 kopies. Het wit exemplaar is bestemd voor de exploitant, het roos voor de installateur, het groen voor de gasleverancier en het geel voor het controleorganisme. Algemene Regels voor GasInstallaties op LPG - Editie juni

44 Algemene Regels voor GasInstallaties op LPG - Editie juni

45 Algemene Regels voor GasInstallaties op LPG - Editie juni

46 Algemene Regels voor GasInstallaties op LPG - Editie juni

47 Algemene Regels voor GasInstallaties op LPG - Editie juni

48 4.11 TOEVOER VAN VERBRANDINGSLUCHT (TOESTELLEN TYPE A EN B), AFVOER VAN VERBRANDINGSPRODUCTEN (TOESTELLEN TYPE A) EN VENTILATIE VAN DE LOKALEN VAN TOESTELLEN TYPE A EN B - Van toepassing in: * nieuw opgerichte gebouwen; * vernieuwde gebouwen met aanpassing van de gasinstallatie en/of afvoersysteem van verbrandingsproducten; * bestaande gebouwen bij plaatsing van bijkomend toestel of vervanging van bestaand toestel. - Alle ruimten met een verbruikstoestel moeten geventileerd zijn, uitzondering voor: * een gasfornuis 1) ; * een inbouwkookplaat 1) ; * een huishoudelijke of artisanale oven; * een komfoor of een artisanale brander, o.a. bunsenbrander; * toestellen type C met totaal vermogen < 70 kw en geen centrale verwarmingsketel VERLUCHTINGSOPENING EN TOEVOER VAN VERBRANDINGSLUCHT (TOESTELLEN TYPE A EN B) - In elke opstellingsruimte van een toestel met open verbrandingskring is een verluchtingsopening/ luchttoevoer voorzien. - Langs ten minste één zijde bevindt de vloer van de opstellingsruimte zich hoger dan het maaiveld 2). - De verluchtingsopening is voorzien langs de laagste zijde en staat op het laagste punt hiervan in verbinding (eventueel met behulp van een dalend kanaal) 2) : * hetzij rechtstreeks met de buitenlucht; * hetzij met een aangrenzende ruimte die lager gelegen is en waarin zich een gelijkaardige verluchtingsopening bevindt, hoger dan het maaiveld gelegen, deze oplossing geldt enkel voor een bestaand gebouw (voor 19/05/2008). - De openingen zijn niet afsluitbaar en zo aangebracht dat ze de bewoners op geen enkele manier hinderen. - De doorlaat van de luchttoevoer- en doorstroomopeningen wordt bepaald in onderstaande tabel maar mag nooit kleiner zijn dan 50 cm 2 ( buis met 80 mm). 1) Hiermee worden geen industriële installaties (grootkeukens) bedoeld. Voor industriële installaties (grootkeukens) dient de ventilatie voorzien te worden i.f.v. het type aangeduid op de kenplaat. 2) Voor de installaties opgesteld in een ruimte onder het maaiveld zijn de voorschriften van punt van toepassing. Algemene Regels voor GasInstallaties op LPG - Editie juni

49 Doorlaat van elke opening per type van ventilatie cm²/kw Type toestel In een bestaand gebouw (voor 19/05/2008) is maximaal 1 doorstroomopening 1) mogelijk indien: - geïnstalleerd nominaal vermogen 30 kw en; - bij vervanging van toestel type A door type A of B of; - bij vervanging van toestel type B door een zelfde type of; - plaatsing bijkomend toestel, andere dan centrale verwarmingsketel, en niet in slaapkamer, badkamer, stortbadruimte of opschikkamer. Nieuw of vernieuwd gebouw of andere opstelling dan hiernaast Luchttoevoeropening direct naar buiten Luchttoevoeropening en één doorstroomopening 1) Luchttoevoeropening direct naar buiten A * B 1* B 2* Uitzonderingen : * De luchttoevoeropening moet minimum 150 cm 2 zijn in de volgende twee gevallen: Toestel type A 1AS ; Toestel type B in een slaapkamer, badkamer, stortbadruimte of opschikkamer dat vervangen wordt door een zelfde type. 1) Doorstroomopening : niet afsluitbare opening waardoor de lucht vrij van de ene naar de andere ruimte kan stromen. Kan alleen voorkomen in binnenwanden, in binnendeuren of er rond. Algemene Regels voor GasInstallaties op LPG - Editie juni

50 * Bij gebrek aan een niet afsluitbare opening mag de lucht toegevoerd worden door een blijvende uitsparing aan de onderzijde van een toegangsdeur op voorwaarde dat de hoogte ervan minstens 2,5 cm bedraagt en de oppervlakte minstens 150 cm 2 is. * Opstellingsruimte voor industriële doeleinden met volume 1000 m³, de toevoer van de verbrandingslucht mag door permanente openingen met een doorlaat van minimum 6 cm² per kw, zowel in nieuwe als bestaande gebouwen AFVOER VAN VERBRANDINGSLUCHT Natuurlijke ventilatie De afvoer van de verontreinigde lucht moet voldoen aan de volgende eisen: * Indien door een opening: in het hoogste gedeelte van de opstellingsruimte; steeds hoger dan de uitlaat van de toestellen type A; uitmonden rechtstreeks in de open lucht. * Indien door een kanaal voor bovenventilatie: opening van dit kanaal steeds in het hoogste gedeelte van de opstellingsruimte; steeds hoger dan de uitlaat van de toestellen type A; zo verticaal en rechtlijnig mogelijk; minimale doorlaat derwijze dat het ladingsverlies in het kanaal beperkt blijft tot 3 Pa (0,03 mbar); uitmonding van het kanaal mag niet in een statische overdrukzone; gebruikte materialen en verbindingen: dichtheid verzekeren en weerstaan aan corrosie. * Een keukengeiser van het type A 1AS : Een opening of een kanaal voor bovenventilatie, rechtstreeks naar buiten, is voorzien in elke opstellingsruimte van een keukengeiser van het type A 1AS. De afvoeropening of het kanaal heeft een vrije doorlaat van minstens 150 cm 2. Geen enkele hindernis mag het zicht in rechte lijn belemmeren tussen de afvoeropening van het toestel en de afvoeropening of het kanaal voor bovenventilatie. Algemene Regels voor GasInstallaties op LPG - Editie juni

51 * Het afvoerkanaal voor verbrandingsproducten van type B 1*BS mag dienst doen als bovenventilatie indien: enkel gasverbruikstoestellen met atmosferische brander, voorzien van een trekonderbreker/valwindafleider geplaatst zijn en; het afvoerkanaal hiervoor ontworpen is. Indien in hetzelfde lokaal een gastoestel type A geplaatst is dient de onderzijde van de trekonderbreker/valwindafleider hoger te liggen dan de uitlaat van de verbrandingsproducten van het toestel dat niet aangesloten is op een afvoerkanaal. In voorkomend geval is er geen hoge verluchting noodzakelijk (de rookgassen van het toestel dat niet is aangesloten op een afvoerkanaal worden meegezogen via de trekonderbreker/valwindafleider van een toestel aangesloten op een afvoerkanaal). - Mechanische ventilatie Het ventilatiedebiet moet minimum 7 l/s (25,2 m 3 /h) zijn VOORSCHRIFTEN OM WISSELWERKINGEN TE VERMIJDEN TUSSEN MECHANISCHE VENTILATIEVOORZIENINGEN EN DE OPGESTELDE OPEN VERBRUIKSTOESTELLEN - Een toestel type B zonder ventilator mag in een stooklokaal opgesteld worden wanneer er geen rechtstreekse verbinding bestaat met het gedeelte van het gebouw dat mechanisch geventileerd is. - Toestellen type A of B in een mechanisch geventileerd gebouw * Mechanische toevoerventilatie Toestellen type A en B mogen geplaatst worden. * Mechanische afvoerventilatie of mechanische toe- en afvoerventilatie Enkel de volgende vier mogelijkheden zijn toegelaten. Toestellen type A Toestellen type B 14BS, B 22P of B 23P Toestel met mechanische afvoer van de verbrandingsproducten in een gebouw zonder gestuurde mechanische ventilatie: een toestel van het type B 11CS ; een toestel B 11BS uitgerust met een inrichting voor thermische afvoerbeveiliging en voorzien van een diafragma in de uitlaatstomp of het aansluitkanaal van het toestel. Het in veiligheid stellen van het toestel wordt gestuurd door meting van de verschildruk over dit diafragma. Toestel waarvan de afvoer van de verbrandingsproducten in combinatie is met de collectieve mechanische ventilatie van het gebouw (VMC-gas). Algemene Regels voor GasInstallaties op LPG - Editie juni

52 - Dampkap, droogkast en andere gelijksoortige apparaten uitgerust met afzuigsystemen naar buiten Indien opstellingsruimten mogelijk in onderdruk kunnen geplaatst worden door een dampkap, droogkast of ander gelijksoortig apparaat met afvoer naar buiten, mogen enkel de volgende toestellen geplaatst worden en dient een luchttoevoeropening voorzien, direct van buiten, met een doorlaat van minimum 160 cm 2 per 100 m 3 /h afgezogen lucht. Toestellen type: A B 14BS, B 22P of B 23P B 11CS B 11BS uitgerust met een inrichting voor thermische afvoerbeveiliging en voorzien van een diafragma in de uitlaatstomp of het aansluitkanaal van het toestel (ter info afzuigcapaciteit dampkap: 400 m 3 /h voor breedte 60 cm, 800 m 3 /h voor breedte 90 cm en 1000 m 3 /h voor breedte 1,20 meter). Algemene Regels voor GasInstallaties op LPG - Editie juni

53 4.12 AFVOER VAN DE VERBRANDINGSPRODUCTEN (TOESTELLEN TYPE B) Alle toestellen zijn verplicht aangesloten op een afvoerkanaal voor verbrandingsproducten, uitgezonderd: - fornuis, inbouwkookplaat, huishoudelijke en artisanale oven, komfoor en artisanale brander o.a. bunsenbrander; - keukengeiser van het type A 1AS geïnstalleerd met het oog op een onderbroken gebruik; - huishoudelijke wasmachine en wasdroger van het type A 1AS met een vermogen < 10 kw; - koelkast met een vermogen < 10 kw AFVOERKANALEN - Doorlaat voorzien zodanig dat de trek op natuurlijke wijze ontstaat (minimum de uitlaatsectie van toestel). - Afvoerkanaal zo verticaal en recht mogelijk. - Indien regeninslag mogelijk is, het afvoerkanaal verbinden met de riolering via reukafsluiter. - Vrije ruimte tussen regenbescherming en de uitmonding minstens gelijk aan twee maal de oppervlakte van het afvoerkanaal en zonder beweegbare delen. - De uitmonding van het afvoerkanaal mag zich niet bevinden in een statische overdrukzone en steeds minstens 2,50 m boven de afvoerstomp van het toestel. - Plaats van de uitmonding van afvoerkanalen met natuurlijke trek: * Daken met helling > 23, uitmonding zo dicht mogelijk bij de nok en minimum 1 m hoger. * In alle andere gevallen (daken met helling 23 ) en/of indien aan bovenstaande regel niet voldaan wordt, moeten volgende drie wind invloedzones bepaald worden: ZONE I: zone zonder nadelige invloed, geen bijkomende voorziening; ZONE II: valwinden, plaatsen van valwindafleider noodzakelijk (bv afvoerkap); ZONE III: in deze zone mag er geen afvoerkanaal uitmonden. Algemene Regels voor GasInstallaties op LPG - Editie juni

54 Dak met een helling van 23 of meer - Puntdak Dak met een helling kleiner dan 23 - Plat dak * Voorzieningen te treffen t.g.v. de inwerking van de wind op naburige hindernissen Onderzoek vanuit de plaats waar het afvoerkanaal uitmondt alle zichtbare hindernissen die vallen binnen een afstand van 15 m: indien deze hindernissen gelegen zijn in een horizontaal vlak loodrecht op het afvoerkanaal binnen een hoek 30 en indien de bovenzijde van de hindernis zich bevindt onder een elevatiehoek > 10 ten opzichte van het horizontaal vlak, dan worden zij beschouwd als werkelijke hindernissen. Is de elevatiehoek < 10 dan worden zij beschouwd als verwaarloosbare hindernissen; is de horizontale hoekbreedte < 30, dan worden zij verwaarloosbare hindernissen; indien de afstand > 15 m is dan worden zij verwaarloosbare hindernissen. Voor elk van de werkelijke hindernissen bepaalt men de drie, hoger aangegeven, wind invloedzones zoals bij daken met een helling kleiner dan 23, zie figuur 1. De uitmondingsplaats kan behouden blijven indien zij buiten de zone III ligt van elk der werkelijke hindernissen. In het andere geval moet voor een andere uitmondingsplaats gekozen worden of een mechanische afvoer geïnstalleerd worden. Algemene Regels voor GasInstallaties op LPG - Editie juni

55 10 m 10 m NOOT : - Een hoek van 10 komt overeen met een lengte van 1,76 m op 10 m afstand. - Een hoek van 15 komt overeen met een lengte van 2,68 m op 10 m afstand. Invloed van een hindernis op een naastliggend gebouw (figuur 1). Algemene Regels voor GasInstallaties op LPG - Editie juni

56 - Statische afvoerkap op het afvoerkanaal: * moet de trek bevorderen; * mag geen beweegbare delen noch regelbare openingen bevatten; * indien meerdere kanalen, elk kanaal voorzien van afvoerkap. - Isolatieproducten in bulk die aanleiding kunnen geven tot zetting zijn niet toegelaten. - Elk afvoerkanaal dat voorheen gebruikt werd voor andere brandstoffen moet voorafgaand aan de indienstneming van de gasinstallatie, gereinigd worden. - Collector voor opvang van eventuele verontreinigingen voorzien met een reinigingsopening. - Materialen voor het afvoerkanaal: zie Bij een condenserend gastoestel moet in het afvoerkanaal een corrosievaste buis zijn aangebracht. De buis bevat een stankafsluiter en de condensafvoer moet zichtbaar zijn. - Bijzondere bepalingen voor het plaatsen van een ingezette buis (tubering) * Afvoerkanaal reinigen alvorens een ingezette buis aan te brengen * De buis moet weerstaan aan de mechanische-, thermische- en chemische inwerkingen * De doorlaat van de buis moet de correcte afvoer waarborgen (min. uitlaatsectie van toestel) * De stabiliteit dient verzekerd door geschikte stutten Algemene Regels voor GasInstallaties op LPG - Editie juni

57 - Bijzondere bepalingen voor de uitvoering van een losstaand afvoerkanaal * Ineenschuifbare elementen: geschikte stutten voorzien; mogen niet spontaan uit elkaar kunnen vallen; verwijde uiteinde steeds naar boven gericht; buizen met felsnaad, gepuntlaste- of geklonken naad, langsnaad niet onderaan. * Geen brandbaar materiaal mag onbeschermd zijn op minder dan 15 cm van het afvoerkanaal. * Richtingsveranderingen vermijden, indien onmogelijk, bochten gebruiken. * Niet verstoppen door verontreiniging. * Beschermen tegen afkoeling, aangeraden wordt, bij afvoerkanaal buiten: tot 1,5 m hoogte: enkelwandig over de ganse lengte; van 1,5 tot 3 m hoogte: dubbelwandig over de ganse lengte; meer dan 3 m hoogte: dubbelwandig en geïsoleerd over de ganse lengte. - Uitvoering van het aansluitkanaal * Buizen met felsnaad, gepuntlaste- of geklonken naad, langsnaad niet aan de onderkant. * Verwijde uiteinde van de buizen steeds in de zin van de afvoer van de verbrandingsgassen. * Geen brandbaar materiaal mag onbeschermd op minder dan 15 cm van het aansluitkanaal. * Materialen voor het aansluitkanaal: zie * Aansluitkanaal: zo kort mogelijk; niet in dalende lijn; indien langer dan 50 cm, oplopende helling naar afvoerkanaal; zo gering mogelijke weerstand; zo recht mogelijk, indien onmogelijk, bochten gebruiken; schuin afsnijden, 20 mm bovenaan en 5 mm onderaan uitsteken t.o.v. binnenwand van afvoerkanaal; geen andere dan de originele trekonderbreker op toestel; doorlaat uitlaat toestel. Bij natuurlijke trek mag de doorlaat niet worden gewijzigd door het aanbrengen van een vaste of beweegbare inrichting behalve in geval van trekstabiliseerklep bij toestel type B 22 /B 23. De trekstabiliseerklep moet zich in dezelfde opstellingsruimte als het toestel bevinden. Algemene Regels voor GasInstallaties op LPG - Editie juni

58 * Toestellen < 70 kw met verticale afvoerstomp type B 1* : verticaal deel minstens 50 cm; aansluiting op afvoerkanaal met bocht 90, een bochtstuk = 50 cm; totale lengte van het aansluitkanaal één vierde van de trekhoogte van het afvoerkanaal met een maximum van 2 m. Algemene Regels voor GasInstallaties op LPG - Editie juni

59 AFVOER VAN DE VERBRANDINGSPRODUCTEN VAN TOESTELLEN TYPE B DOOR NATUURLIJKE TREK - Ieder toestel wordt aangesloten op een individueel ingebouwd of losstaand afvoerkanaal Uitzonderingen : * Een propaan of butaan toestel en een toestel met een andere brandstof mogen aangesloten worden op eenzelfde afvoerkanaal als hun gelijktijdige werking onmogelijk is. * In batterij gemonteerde toestellen worden gelijkgesteld met 1 toestel indien: ze één geheel vormen om samen te functioneren en; uitgerust zijn met een door de fabrikant ontworpen collector of één enkele afvoer om correcte afvoer te verzekeren; koud startvermogen > ¼ van het totale vermogen van het geheel der generatoren. * Toestellen met atmosferische brander met een totaal nominaal vermogen per opstellingsruimte < 70 kw mogen, indien de plaatselijke omstandigheden het niet toelaten, worden aangesloten op een gemeenschappelijk afvoerkanaal. Voorwaarden: Enkel toestellen type B 11BS en: de werking van één van de toestellen stoort de werking van de andere niet, en; wanneer alle toestellen gelijktijdig in werking zijn, er geen storingen optreden, en; er geen terugslag van verbrandingsproducten is als een toestel niet in werking is. Indien de toestellen zich bevinden op dezelfde verdieping: Max. twee toestellen in dezelfde opstellingsruimte mogen worden aangesloten op een gemeenschappelijk afvoerkanaal: ofwel rechtstreeks: hoogteverschil tussen aansluitmiddelpunten moet > 2 x de grootste zijn met een minimum van 50 cm; ofwel met behulp van een collector waarvan de doorlaat minstens gelijk is aan 80% van de som van de doorlaten; Algemene Regels voor GasInstallaties op LPG - Editie juni

60 S t 0,8.(S t1 + S t2 ) of 2 2 D t 0,8.( D D ) t1 t 2 Dc : diameter Sc : doorsnede Indien de toestellen zich bevinden op verschillende verdiepingen: Aansluiting op een gemeenschappelijk enkelvoudig, ingebouwd of losstaand afvoerkanaal: maximum 3 verschillende niveaus en hoogteverschil tussen hoogste toestel en uitmonding minimum 4 m. Gemeenschappelijk enkelvoudig ingebouwd afvoerkanaal Gemeenschappelijk losstaand afvoerkanaal Algemene Regels voor GasInstallaties op LPG - Editie juni

61 Aansluiting op een gemeenschappelijk meervoudig ingebouwd afvoerkanaal of op een gecombineerd gemeenschappelijk afvoerkanaal: maximum aantal toestellen: - 3 voor nieuwe afvoerkanalen elk individueel aansluitstuk minimale hoogte van 2,50 m en - 5 voor bestaande afvoerkanalen (gebouwd vòòr 19/05/2008) hoogteverschil tussen hoogste toestel en de uitmonding minimum 4 m. Gemeenschappelijk meervoudig ingebouwd afvoerkanaal shunt Gecombineerd gemeenschappelijk losstaand afvoerkanaal Algemene Regels voor GasInstallaties op LPG - Editie juni

62 - Toestellen type B 14BS moeten worden aangesloten op een individueel afvoerkanaal met: * luchtdicht aansluitkanaal 1) en; * luchtdicht afvoerkanaal 2). Indien dit niet het geval is, dient een luchtdichte ingezette buis geplaatst te worden. Aansluiting verboden op gemeenschappelijk afvoerkanaal. - Toestellen type B 22 en B 23 moeten worden aangesloten op een individueel afvoerkanaal met: * luchtdicht aansluitkanaal 1) en; * luchtdicht afvoerkanaal 2). Indien dit niet het geval is, dient een luchtdichte ingezette buis geplaatst te worden. Aansluiting verboden op gemeenschappelijk afvoerkanaal. OPGEPAST UITZONDERING Voor toestellen type B 22P of B 23P mag de afvoer van de verbrandingsgassen langs de gevel gebeuren. De overdruk naar buiten toe aan de afvoer van zulke toestellen is nog steeds positief zelfs bij harde wind. De voorschriften van de fabrikant dienen nauwgezet gevolgd te worden. De uitmonding dient conform te zijn met de voorschriften voor toestellen type C. 1) Lekdebiet <: - 2 l/s.m 2 bij een proefdruk van 40 Pa voor een afvoerkanaal in onderdruk; - 0,006 l/s.m 2 bij een proefdruk van 200 Pa voor een afvoerkanaal in overdruk. 2) Lekdebiet <: 2 l/s.m 2 bij een proefdruk van 40 Pa. Algemene Regels voor GasInstallaties op LPG - Editie juni

63 - Toestellen type B 32 en B 33 moeten worden aangesloten op een individueel afvoerkanaal met: * luchtdicht aansluitkanaal 1) en; * luchtdicht afvoerkanaal 2). Indien dit niet het geval is, dient een luchtdichte ingezette buis geplaatst te worden. Aansluiting verboden op gemeenschappelijk afvoerkanaal. - Toestellen type B 41 AS, BS, CS moeten geïnstalleerd worden met behulp van een afvoersysteem voor de verbrandingsproducten geleverd door de fabrikant. Algemene Regels voor GasInstallaties op LPG - Editie juni

64 MECHANISCHE AFVOER VAN DE VERBRANDINGSPRODUCTEN VAN TOESTELLEN TYPE B - Gebouw zonder gestuurde mechanische ventilatie * Een afzuigventilator buiten het toestel, plaatst het afvoerkanaal in onderdruk over zijn ganse lengte. * De werking van de toestellen moet afhankelijk zijn van de onderdruk in het afvoerkanaal. Toestel type B 11CS voldoet. Toestel type B 11BS voldoet indien: het is uitgerust met een thermische afvoerbeveiliging en; voorzien wordt van een diafragma in de uitlaatstomp of het aansluitkanaal van het toestel. Het in veiligheid stellen van het toestel wordt gestuurd door meting van de verschildruk over dit diafragma. * De mechanische afvoer mag: de goede werking van de toestellen niet storen; geen geluidsoverlast of trillingen veroorzaken. - Gebouw met gestuurde mechanische ventilatie * In een gebouw met gestuurde mechanische ventilatie (VMC) genieten toestellen type C de voorkeur. Indien toestellen type B 11CS gebruikt worden, moet: het VMC-systeem opgevat zijn (doorsneden, debieten, drukken, toevoer van lucht) om ook de verbrandingsproducten af te voeren (VMC-gas). De aansluiting van de toestellen kan direct op het gemeenschappelijke afvoerkanaal gebeuren. Het maximaal aantal toestellen op hetzelfde afvoerkanaal is afhankelijk van de berekening; het VMC-gassysteem uitgerust zijn met een beveiligingsinrichting voor onderdruk die de toestellen buiten werking kan stellen d.m.v. een elektrisch contact geplaatst t.h.v. elk toestel. het materiaal van het afvoerkanaal van het VMC-gassysteem aan dezelfde eisen voldoen als voor de afvoer van verbrandingsproducten. * Indien in uitzonderlijke, plaatselijke omstandigheden, het niet mogelijk is de onderdruk in het afvoerkanaal te waarborgen, moet dit kanaal van het luchtdichte type zijn. * Indien het gemeenschappelijk afvoerkanaal uitgerust is met een mechanisch afzuigsysteem buiten, mogen de verbruikstoestellen op dit afvoerkanaal worden aangesloten, op voorwaarde dat aan dezelfde eisen wordt voldaan als voor het VMC-gassysteem. Algemene Regels voor GasInstallaties op LPG - Editie juni

65 4.13 TOEVOER VAN VERBRANDINGSLUCHT, AFVOER VAN DE VERBRANDINGSPRODUCTEN EN VENTILATIE VAN DE LOKALEN VAN GESLOTEN TOESTELLEN TYPE C VENTILATIE VAN DE LOKALEN - De toestellen type C kunnen opgesteld worden in gelijk welk soort ruimte, ongeacht het volume, zonder bijkomende toevoer van verbrandingslucht in de opstellingsruimte nodig te maken. Een toestel type C mag ook opgesteld worden in een mechanisch geventileerd lokaal. - Alle ruimten met een verbruikstoestel moeten geventileerd worden met uitzondering voor toestel type C < 70 kw dat geen centrale verwarmingsketel is (zie punt 5). - De ruimten met één of meer toestellen (type C) met een totaal nominaal vermogen 70 kw moeten voorzien zijn van een: * bovenventilatie ¼ van de totale doorlaat van de afvoerkanalen, min. 200 cm 2 ; * lage ventilatie ½ van de doorlaat van de bovenventilatie, min. 200 cm TOEVOERKANAAL, AFVOERKANAAL, AANSLUITSTUKKEN EN EINDSTUK - Toevoerkanaal van verbrandingslucht, afvoerkanaal van verbrandingsproducten, aansluitstukken en eindstuk moeten uitgevoerd worden met materialen voorgeschreven door de fabrikant en geïnstalleerd volgens zijn instructies (installatie voorschriften die deel uitmaken van de CE keuring van het geheel). Uitzondering : * toestellen van het type C 8 mogen aangesloten worden op een ingebouwd gemeenschappelijk afvoerkanaal: de werking van één van de toestellen stoort de werking van de andere niet, en; wanneer alle toestellen gelijktijdig in werking zijn, er geen storingen optreden, en; er geen terugslag van verbrandingsproducten is als een toestel niet in werking is. * het gemeenschappelijk afvoerkanaal dient luchtdicht te zijn; * ieder toestel beschikt over zijn individueel toevoerkanaal van de verbrandingslucht; Algemene Regels voor GasInstallaties op LPG - Editie juni

66 * het aantal toestellen is NIET beperkt tot 3. De doorlaat van het gemeenschappelijk afvoerkanaal moet berekend worden in functie van het totaal vermogen. Vraag een berekeningsattest van de constructeur. - Voldoende vrije ruimte voorzien vóór en rondom de muurdoorvoer opdat verbrandingsproducten: * zich vrij kunnen verspreiden; * niet in aanraking komen met wanden of hindernissen; * niet binnendringen in gebouwen. Algemene Regels voor GasInstallaties op LPG - Editie juni

67 MINIMALE AFSTANDEN TUSSEN DE DOORVOER EN EEN WANDOPENING 1)2) 1) Wandopening : niet afsluitbare opening (ventilatie), deuren en ramen die geopend kunnen worden. 2) Voor CV ketels met P < 70 kw, zie OOK punt 5. Algemene Regels voor GasInstallaties op LPG - Editie juni

68 Overzicht van mogelijke uitmondingen en afstanden 1) Elk eindstuk uit concentrische kanalen dient zich in een vierkant van 0,60 m te bevinden, zonder hindernissen, bv. een regenpijp. 2) De uitmondingen van type C 1 en C 3 met afzonderlijke aansluitkanalen moeten in een vierkant van 0,50 m liggen en de afstand tussen de aslijnen van de eindstukken is < 0,50 m. 3) De afstand tussen een eindstuk uitmondend op een dak en een naastliggende verticale wand waarin zich geen wandopeningen bevinden, bedraagt minstens 0,50 m. Algemene Regels voor GasInstallaties op LPG - Editie juni

69 4) Afstand L tussen een wandopening en een eindstuk dat hoger gelegen is: - indien H 0,50 m is dan is L 2 m; - indien 0,50 m H 1 m dan is L 1 m. 5) Afstand L tussen een wandopening en een eindstuk dat lager gelegen is met uitmonding in het dak of in een verticale wand: L + H 4 m. 0,6 m 21 6) Uitmonding minstens 0,50 m verwijderd van de hoek van het gebouw (geen perceelsgrens) en minstens 0,50 m hoger dan de luifel. 7) De uitmondingen van twee verticaal boven elkaar liggende eindstukken in een wand zijn minstens 2,50 m van elkaar verwijderd. 21) De uitmondingen van twee naast elkaar liggende eindstukken in een wand zijn minstens 60 cm van elkaar verwijderd. Algemene Regels voor GasInstallaties op LPG - Editie juni

70 8) Om geen nadelige invloed van regen of sneeuw te ondervinden ligt het uiteinde van een eindstuk uitmondend op een dak minstens 0,30 m boven dat dakvlak. 9) Afstand van eindstuk op een dak tot een wand die er een hoek mee maakt en waarin zich openingen bevinden minstens 2,5 m. 10) Afstand van een eindstuk dat uitmondt onder een dakrand of geveluitsprong. Wanneer D 2 m. is, moet C D zijn. Algemene Regels voor GasInstallaties op LPG - Editie juni

71 Afstanden van een eindstuk uitmondend op een verticale wand bij een balkon of een galerij 11) Uitmondingen onder balkons en galerijen (figuur rechts) moeten een afstand L verwijderd zijn van de onderkant van een bovengelegen uitstekend balkon of uitstekende galerij: L = 0,6 P n L is de afstand, in meter; P n is het nominaal vermogen van het toestel in kw. Voorbeeld : P n = 60 kw L = 0,6 60 = 4,7 m Indien het de uitmonding van een CV ketel betreft wordt daarenboven de hinder bepaald aan de hand van de verdunningsfactor (zie punt 5). Deze afstand geldt niet wanneer het afvoersysteem verlengd wordt tot voorbij de voorzijde van het balkon of de galerij (figuur links). Indien het de uitmonding van een CV ketel betreft wordt daarenboven de hinder bepaald aan de hand van de verdunningsfactor (zie punt 5). De afstand tussen een uitmonding en de bovenkant van een galerij is > 0,5 m. Algemene Regels voor GasInstallaties op LPG - Editie juni

72 12) Het eindstuk bevindt zich op een horizontale afstand van minstens 1 m ten opzichte van de perceelsgrens. Enkel de verticale muren en het dak dat lager gelegen is dan het dak van de buren is gearceerd en dus verboden zone voor de uitmonding. Voor een eindstuk op een zadeldak of plat dak op dezelfde hoogte of hoger dan de buren is de afstand van 1 meter niet van toepassing ) - Indien het eindstuk van een toestel type C 11, vermogen < 11 kw, in de nabijheid van een venster gelegen is dat deel uitmaakt van het lokaal met het toestel en indien dit uitsluitend dit lokaal verwarmt, dienen er geen specifieke afstanden tot dit venster gerespecteerd te worden. 13) Het eindstuk geplaatst op een wand die evenwijdig loopt met de perceelsgrens, is minstens 2 m verwijderd van deze grens. 19) - Eindstuk in een gevel op minder dan 2,20 m boven de grond en op een toegankelijke plaats, dient voorzien van een doeltreffende bescherming tegen mogelijke verbranding. - Eindstuk in een gevel op 2,20 m of meer boven de grond, geen bescherming noodzakelijk. Algemene Regels voor GasInstallaties op LPG - Editie juni

73 UITMONDING VAN HET EINDSTUK IN HETZELFDE GEVELVLAK ALS EEN WANDOPENING - Uitmonding van het eindstuk in een vlakke gevel Afstanden tussen een eindstuk in een vlakke gevel en wandopeningen. In het grijs getinte deel mogen geen wandopeningen aanwezig zijn: - is d 0,25 m dan moet de horizontale afstand b 1 m aangehouden worden; - is d 0,25 m dan mag de horizontale afstand b beperkt worden tot 0,5 m. - Uitmonding van het eindstuk in een gevel met uitsprong Afstanden tussen het eindstuk in een gevel met uitsprong en wandopeningen. In het grijs getinte deel mogen geen wandopeningen aanwezig zijn: - het eindstuk mag niet op deze plaats uitmonden als z 0,50 m of y 0,40 m is; - is z 0,10 m of y 5 m dan gelden de waarden van de vlakke gevel. - is 0,10 m < z 0,50 m en 0,4 m y 5 m dan: * moet bij d 0,25 m de horizontale afstand b 1 m aangehouden worden; * mag bij d 0,25 m de horizontale afstand b beperkt worden tot 0,75 m. Algemene Regels voor GasInstallaties op LPG - Editie juni

74 UITMONDING VAN HET EINDSTUK IN EEN GEVEL NABIJ EEN HOEK - Uitmonding van het eindstuk in een gevel nabij een hoek met een aangrenzend gevelvlak zonder wandopeningen In het grijs getinte deel mogen geen wandopeningen aanwezig zijn: - is w 0,50 m of e 5 m dan gelden de waarden van vlakke gevels - is 0,50 m w 1m, dan zijn a en e 0,50 m; - is w 1 m, dan is a 0,75 m en e 1 m. c 5 m - Uitmonding van het eindstuk in een gevel nabij een hoek met een aangrenzend gevelvlak met wandopeningen c 5 m In het grijs getinte deel mogen geen wandopeningen aanwezig zijn: - is w 0,50 m of f 5 m dan gelden de waarden van vlakke gevels; - is 0,50 m w 1m, dan is a 0,50 m en f 2,50 m; - is w 1 m, dan is a 0,75 m en f 2,50 m. Algemene Regels voor GasInstallaties op LPG - Editie juni

75 TOEVOER VAN VERBRANDINGSLUCHT EN AFVOER VAN VERBRANDINGSPRODUCTEN VAN INDIVIDUEEL SYSTEEM - TOESTELLEN TYPE C 1, C 3 EN C 5 - Deze toestellen moeten als een volledig geheel CE gekeurd zijn; - Toevoer van verbrandingslucht en/of afvoer van de verbrandingsproducten horizontaal: de kanalen moeten haaks staan op de verticale wand die zij doorboren; - Toevoer van verbrandingslucht en afvoer van verbrandingsproducten van type C 52 en C 53 mogen uitmonden in verschillende drukzones. - Toestellen type C 3*S (nieuwe markering = C 9 ) De afvoerleiding van de verbrandingsproducten van een toestel type C 3*S wordt geplaatst in een afvoerkanaal dat deel uitmaakt van het gebouw. De verbrandingslucht wordt aangezogen via de ruimte rond de afvoerleiding. Algemene Regels voor GasInstallaties op LPG - Editie juni

76 TOEVOER VAN VERBRANDINGSLUCHT EN AFVOER VAN VERBRANDINGSPRODUCTEN VAN GEMEENSCHAPPELIJK SYSTEEM TOESTELLEN TYPE C 4 - Enkel type C 42 en C 43 mogen aangesloten worden op een gemeenschappelijk verticaal systeem uitmondend boven het dak; - Het systeem moet gekeurd zijn in België of in een lidstaat van de Europese Unie; Vraag het attest op bij uw leverancier en overhandig dit aan onze inspecteur bij de keuring. - Het systeem moet worden geïnstalleerd volgens de voorschriften van de fabrikant. De verbinding van elk der toestellen met het gemeenschappelijk systeem moet hoe dan ook luchtdicht zijn en mag geen sectievermindering inhouden. - Momenteel meest gangbare systemen: CLV : Combinatie Luchttoevoer Verbrandingsproducten afvoersysteem Bestaat uit twee concentrische metalen kanalen Aluminium of roestvrij staal De toestellen worden aangesloten d.m.v. twee parallelle leidingen GIVEG gekeurd (Nederland), vraag dit attest aan uw leverancier 3CE : Conduit Collectif pour Chaudières Etanches Bestaat uit twee concentrische metalen kanalen De aansluiting van de toestellen gebeurt met twee concentrische kanalen AFNOR gekeurd (Frankrijk), vraag dit attest aan uw leverancier LAS : Luft Abgas Schornstein Traditionele bouwelementen zoals vb. beton. Het systeem maakt bouwkundig één geheel uit met het gebouw en is voor elk specifiek geval gekeurd (merk van de toestellen, vermogen, soort (HR+, condensatie, aantal toestellen, ) Kanalen concentrisch of parallel DIN DVGW gekeurd (Duitsland), vraag dit attest aan uw leverancier Algemene Regels voor GasInstallaties op LPG - Editie juni

77 4.14 GEBRUIKSVOORWAARDEN VAN DE TOESTELLEN ALGEMEEN - Elk nieuw geïnstalleerd toestel moet bestemd zijn voor de Belgische markt (d.w.z. op het kenplaatje de aanduiding dragen Land van bestemming: BE, drager zijn van het CE-kenmerk en geschikt zijn voor het gebruik van de gassen van de derde familie (LPG-gassen) en de overeenstemmende gasdruk. - Ieder verbruikstoestel moet worden gevoed op de nominale werkdruk zoals aangegeven op de stamplaat. - Bij de plaatsing of het vervangen van een toestel, met of zonder wijziging of uitbreiding van de binnenleiding, zijn de eisen betreffende de toevoer van verbrandingslucht en de afvoer van de verbrandingsproducten, die betrekking hebben op nieuwe installaties, van toepassing. - Indien een verbruikstoestel geïnstalleerd is in een kast, muurkast, bergruimte of gelijkwaardig, dient zowel de opstellingsruimte als de ruimte waarin ze uitmondt, te voldoen aan de toestelgebonden eisen. Indien deze kast, muurkast of dergelijke niet in verbinding staat met de ruimte waarin ze is aangebracht (bv. afgesloten kast met afvoer- en toevoerlucht verzekerd door een kanaal van buitenaf), zijn er geen bijkomende voorzieningen te treffen voor deze ruimte TOESTEL TYPE A Een keukengeiser van het type A 1AS is bestemd voor onderbroken gebruik 1). Hij mag niet gebruikt worden voor: - een stortbad; - een bad; - een zitbad; - of een gelijkaardig tappunt, zelfs indien het geïnstalleerd is in een badkamer, stortbadruimte of opschikkamer. Bij de vervanging van een toestel type A, zelfs zonder wijziging of uitbreiding van de binnenleiding, dienen bovenstaande voorwaarden te worden nageleefd. 1) Gebruik gedurende een tijd, bij al dan niet continue werking, die 10 minuten per half uur niet overschrijdt. Algemene Regels voor GasInstallaties op LPG - Editie juni

78 TOESTEL TYPE B - Toestellen type B mogen niet opgesteld worden in: * een slaapkamer, * een badkamer, * een stortbadruimte, * een opschikkamer behalve bij de vervanging van een bestaand toestel. OPGELET : een open centrale verwarmingsketel (type B) mag zich nooit in een slaapkamer bevinden (ook niet bij vervanging). - De toestellen van het type B 11 moeten van het type B 11AS, B 11BS of B 11CS zijn, uitgezonderd de toestellen in open lucht, deze mogen van het type B 11 zijn TOESTEL TYPE C - Kan opgesteld worden in gelijk welk soort ruimte, ongeacht het volume; - Mag opgesteld worden in een mechanisch geventileerd gebouw TOESTELLEN EN IDENTIFICATIE TOEGELATEN TYPES VAN VERBRUIKSTOESTELLEN IN BELGIË - Type A Toestel dat niet aangesloten is op een afvoer van de verbrandingsproducten (komfoor, keukenfornuis, keukengeiser, ) Dit type mag enkel worden gebruikt in de versie A 1AS. De benaming A 1AS stemt overeen met de oude benaming A AS. Algemene Regels voor GasInstallaties op LPG - Editie juni

79 - Type B Toestel dat moet aangesloten worden op een kanaal voor de afvoer van de verbrandingsproducten. De types B 11, B 12 en B 13 mogen enkel gebruikt worden in de versie met bijkomende beveiliging AS, BS of CS. Uitgezonderd B 11 in open lucht. Het type B 14 moet de bijkomende beveiliging BS hebben en mag enkel gebruikt worden indien het aangesloten wordt op een individueel luchtdicht aansluitkanaal en afvoerkanaal. De types B 22, B 23, B 22P en B 23P mogen enkel gebruikt worden indien ze aangesloten worden op een individueel luchtdicht afvoerkanaal. De types B 32 en B 33 mogen enkel gebruikt worden indien ze aangesloten worden op een individueel luchtdicht afvoerkanaal. Het type B 41 mag enkel gebruikt worden in de versie met bijkomende beveiliging AS, BS of CS. Het afvoerkanaal wordt met het toestel geleverd. Algemene Regels voor GasInstallaties op LPG - Editie juni

80 - Type C : toestel dat zijn verbrandingslucht rechtstreeks van buitenaf neemt en zijn verbrandingsproducten ook rechtstreeks naar buiten afvoert. C 11 C 12 C 13 Parallel systeem (niet concentrisch niet luchtomspoeld ) enkel indien de afvoerleiding voor de verbrandingsproducten luchtdicht is C 31 C 32 C 33 Parallel systeem (niet concentrisch niet luchtomspoeld ) enkel indien de afvoerleiding voor de verbrandingsproducten luchtdicht is Individueel systeem. (nieuwe benaming C 9* ) Afvoerleiding van de verbrandingsproducten in het afvoerkanaal dat deel uitmaakt van het gebouw. De verbrandingslucht wordt aangezogen via de ruimte rond de afvoerleiding. Algemene Regels voor GasInstallaties op LPG - Editie juni

81 De figuur geeft het collectief kanaal aan met daarop aangesloten elk van de varianten van het type (C 42 en C 43 ), dit mag niet beschouwd worden als een toegelaten installatiemethode. Deze toestellen type C 52 en C 53 mogen uitmonden in verschillende drukzones. Afvoerkanaal moet luchtdicht zijn en alle aangesloten toestellen moeten van het type C 82 of van het type C 83 zijn. Zij mogen worden aangesloten op een collectief afvoerkanaal. Meerdere toestellen: sectie van het afvoerkanaal moet berekend worden. Algemene Regels voor GasInstallaties op LPG - Editie juni

82 Samenvattingstabel van de toegelaten gebruikstoestellen in België, types A, B et C TYPE Veiligheid TO Afvoerkanaal en aansluitkanaal Uitmonding van afvoerkanaal Verbrandingslucht Positie van ventilator OPMERKINGEN A1 As Nee Nihil Nihil Verbrandingslucht genomen in lokaal zonder Intermiterend gebruik B11 As,Bs,Cs Ja Individueel of Collectief direct of met collector (zie ) (zie 4.11) Voor de types A boven en onderventilatie minimum 150 cm² Minimum 2,5 m boven het toestel B12 As,Bs,Cs Ja Individueel en buiten de statische overdrukzones na (zie 4.12) B13 As,Bs,Cs Ja Individueel voor zonder B11(buiten) en een type B mag niet geplaatst worden in slaapkamer, badkamer, douchekamer of opschikkamer uitgezonderd bij vervanging. Een centraal verwarmingstoestel mag niet geplaatst noch vervangen worden in een slaapkamer. B14 Bs Ja Individueel en Dicht na TO B22(P) Nee Individueel en Dicht na B23(P) Nee Individueel en Dicht voor Toestel B41 < 2,5 m boven toestel: CE attest nazien B32 Nee Individueel en Dicht na B33 Nee Individueel en Dicht voor B41 As,Bs,Cs Ja Geleverd met toestel zonder Algemene Regels voor GasInstallaties op LPG - Editie juni

83 DICHT C11 C12 C13 C31 C32 C33 Parallel systeem, indien met luchtdichte afvoer of concentrisch systeem Parallel systeem, indien met luchtdichte afvoer of concentrisch systeem Horizontaal Verticaal Verbrandingslucht genomen buiten lokaal Indien vermogen > 70 kw, boven en onderventilatie voorzien minimum 200 cm² (zie 4.13) zonder na voor zonder na voor Type C mag overal geplaatst worden, maar de minimum afstanden dienen gerespecteerd te worden t.o.v. openingen en obstakels (zie ) C31S C32S Afvoerkanaal geplaatst in een afvoerkanaal van het gebouw De verbrandingslucht wordt aangezogen via de ruimte rond het afvoerkanaal (nieuwe benaming C 9*) zonder na C33S voor C42 C43 Systeem CLV, LAS, 3CE Aansluiting aan een gemeenschappelijk systeem na voor C52 C53 Mogen uitmonden in verschillende drukzones. Luchtaanvoer horizontaal Luchtafvoer verticaal na voor C82 C83 Afvoerkanaal en aansluitkanaal, luchtdicht Aansluiting aan een gemeenschappelijk afvoerkanaal (zie ) na voor TO : Trekonderbreker B S : Thermische afvoerbeveiliging (TTB) A S : Atmosfeerbeveiliging C S : Afvoerbeveiligingsinrichting (mechanische ventilatie) Algemene Regels voor GasInstallaties op LPG - Editie juni

84 IDENTIFICATIE VAN DE TOESTELLEN - Toestel gebouwd vóór 01/01/1996: * geen verplichtingen * eventueel CE keurmerk + type van gas (LPG) - Toestel gebouwd na 31/12/1995: * CE markering * Categorie I 3+, I 3P, I 3B, II 2E+3+, II 2E+3P of II 2E+3B * Ingeval van II 2E+3+, II 2E+3P of II 2E+3B : een indicatie dat het toestel is afgeregeld voor LPG * Het type (A **, B **, C ** ). Verklaring van de categorieaanduiding: * Indeling van de verbruikstoestellen I : het toestel is ontworpen voor het gebruik van gassen van slechts één familie II : het toestel is ontworpen voor het gebruik van gassen van twee families III : het toestel kan werken met de gassen van alle families * Indeling van de gasfamilies Eerste familie (1): fabrieksgassen, wordt niet meer verdeeld Tweede familie (2): aardgassen. In België moet het: 2E+, 2E(S)B of 2E(R)B zijn, geschikt voor High (H) en Low gas (L) Derde familie (3): vloeibare petroleum gassen (LPG) 3+ : voor propaan en butaan 3P : voor propaan 3B : voor butaan Algemene Regels voor GasInstallaties op LPG - Editie juni

85 5. BIJKOMENDE VOORWAARDEN VOOR CENTRALE VERWARMINGSKETELS, AL DAN NIET MET PRODUCTIE VAN SANITAIR WARM WATER EN MET EEN VERMOGEN < 70 KW indien nieuw gebouw of vernieuwd gebouw met bouwaanvraag van na 19/05/2008. OPGELET: niet van toepassing bij plaatsing of vervanging van een centrale verwarmingsketel in een bestaand gebouw 5.1 OPSTELLINGSRUIMTEN VOOR CV KETELS 1) ALGEMENE EISEN - Totaal geïnstalleerd nominaal vermogen CV ketels type B 2) 30 kw : Plaatsing VERBODEN in slaapkamer, badkamer of stortbadruimte. Plaatsing bij voorkeur in een ruimte die niet bediend wordt door het ventilatiesysteem van het gebouw. - Totaal geïnstalleerd nominaal vermogen > 30 kw maar < 70 kw : * Toestellen type B 2) Eéngezinswoningen Plaatsing is niet toegelaten in een ruimte die een woonfunctie heeft (woonkamer, keuken, slaapkamer, badkamer, studeerkamer, speelkamer) of een toiletruimte / WC. Aanbevolen is een ruimte enkel voor opstelling van CV ketels. Opstelling mag wel in een garage, een berging of dergelijke. Andere gebouwen In andere gebouwen (bv. appartementsgebouwen met zowel centrale stookplaats als met individuele centrale verwarmingsinstallaties, kantoorgebouwen en winkelruimten) moeten de centrale verwarmingsketels met open verbrandingskamer worden opgesteld in een technische ruimte. De bouwkundige voorschriften van de technische ruimte maken geen deel uit van deze publicatie. 1) CV ketels : Centrale verwarmingsketels. 2) Type B : toestellen met open verbrandingskring. Algemene Regels voor GasInstallaties op LPG - Editie juni

86 5.1.2 BESCHERMING TEGEN VORST De opstellingsruimte moet zo geconstrueerd en ingericht zijn dat er geen bevriezingsgevaar is voor de opgestelde centrale verwarmingsketel en toebehoren AFMETINGEN VAN DE OPSTELLINGSRUIMTE Rond de ketels dient men de nodige vrije ruimte te voorzien voor het uit elkaar nemen en verwijderen van de onderdelen. De door de fabrikant voorziene tussenruimten moeten gerespecteerd worden. 5.2 VENTILATIE VAN OPSTELLINGSRUIMTEN VOOR CV KETELS ALGEMENE EISEN Opstellingsruimten voor CV ketels moeten geventileerd worden, om de warmte afgegeven door de ketels en de leidingen af te voeren. De omgevingstemperatuur moet beperkt blijven tot 40 C. Het ventilatiesysteem moet ervoor zorgen dat er een minimaal ventilatiedebiet gerealiseerd wordt (Ter info : 0,2 liter/s per kw nominaal vermogen, met een minimum van 7 liter/s (25,2 m³/h)). Indien de opstellingsruimte reeds geventileerd is (woonkamer, keuken) en indien deze ventilatie : - mechanisch is : moeten er geen bijkomende specifieke ventilatievoorzieningen getroffen worden, voor zover aan de eisen in verband met het minimale ventilatiedebiet voldaan is ; - natuurlijk is : moet de luchtafvoeropening voldoen aan de voorschriften van Algemene Regels voor GasInstallaties op LPG - Editie juni

87 5.2.2 NATUURLIJKE VENTILATIE VAN DE OPSTELLINGSRUIMTE - Toestellen Type C nominaal vermogen van de toestellen (kw) inhoud opstellingsruimte (m³) 35: geen ventilatieopeningen verplicht nominaal vermogen van de toestellen (kw) inhoud opstellingsruimte (m³) > 35: ventilatieopeningen verplicht de doorlaat moet 1 cm²/kw geïnstalleerd nominaal vermogen bedragen, zowel voor de toevoeropening (onderaan) als voor de afvoeropening (bovenaan), met een minimum van 50 cm² ( 80 mm); deze permanente, niet afsluitbare openingen moeten uitmonden in een goed geventileerde ruimte of rechtstreeks in open lucht; een spleet onder en boven een deur kan dienst doen als ventilatieopening. - Toestellen Type B Een CV ketel zonder ventilator voor de afvoer van de verbrandingsproducten of verbrandingsluchttoevoer mag opgesteld worden in een opstellingsruimte die op natuurlijke wijze geventileerd wordt, voor zover er geen wisselwerking is tussen deze ruimte en het gedeelte van het gebouw dat wel mechanisch geventileerd wordt. Aan de eis in verband met de minimale ventilatiedebieten is voldaan indien volgende voorwaarden vervult zijn : De doorlaat van het luchtafvoerkanaal of van de luchtafvoeropening bedraagt minimaal 1/3 van de doorlaat van de luchttoevoer met een minimum van 50 cm² ( 80 mm). De afvoer van de verontreinigde lucht gebeurt : Algemene Regels voor GasInstallaties op LPG - Editie juni

88 a) Hetzij via een afvoeropening in het bovenste gedeelte van de ruimte rechtstreeks uitgevend in de open lucht. De toevoeropening voor verbrandingslucht en de uitmonding van het afvoerkanaal van de verbrandingsproducten dienen zich te bevinden in aangrenzende dak- en gevelvlakken 1) ; b) Hetzij via een kanaal voor bovenventilatie : beginnend hoger dan 1,80 m boven de vloer van de opstellingsruimte en uitmondend boven het dak buiten de statische overdrukzone. De uitmondingen boven het dak van het ventilatiekanaal en het kanaal voor afvoer van de verbrandingsproducten en de toevoeropening voor verbrandingslucht dienen zich te bevinden in aangrenzende dak- en gevelvlakken; dat uitmondt lager dan de uitmonding van het afvoerkanaal van de verbrandingsproducten; dat stijgend is over zijn gehele lengte en verticaal zonder omweg; niet dienend als verluchting van andere ruimten; opgebouwd uit materialen die weerstaan aan de thermische, mechanische en chemische inwerkingen. 1) Aangrenzend dak- en gevelvlak : dakvlak dat grenst aan een gevelvlak met dezelfde oriëntatie bv. beide naar het noorden gericht. Algemene Regels voor GasInstallaties op LPG - Editie juni

89 c) Hetzij via het afvoerkanaal voor verbrandingsproducten op voorwaarde dat : er slechts één centrale gasverwarmingsketel op aangesloten is, voorzien van een trekonderbreker-valwindafleider; de instroomopening (onderste rand) van de trekonderbreker-valwindafleider zich op minstens 2/3 van de hoogte van de opstellingsruimte boven de vloer bevindt; de toevoeropening voor verbrandingslucht en de uitmonding van het afvoerkanaal van de verbrandingsproducten zich in aangrenzende dak- en gevelvlakken bevinden MECHANISCHE VENTILATIE VAN DE OPSTELLINGSRUIMTE - Mechanische toevoer en natuurlijke afvoer Er mag enkel een CV ketel van het type B 22 of B 23 opgesteld worden. - Natuurlijke toevoer en mechanische afvoer of mechanische toe- en afvoer 1) In deze ruimten mag men slechts een CV ketel opstellen indien aan één van de volgende voorwaarden voldaan is : a) Voor CV ketels van het type B 22 of B 23 moet : * de CV ketel aangesloten zijn op een individueel afvoerkanaal; * het aansluitkanaal, stroomafwaarts van de ventilator, van het luchtdichte type zijn. D.w.z. voldoen aan de drukklasse P1 (lekdebiet < 0,006 l/s.m²). b) Voor CV ketels van het type B 11CS is de afvoer van de verbrandingsproducten gecombineerd met de luchtafvoer van de mechanische ventilatie. Deze combinatie is enkel toegelaten bij een gestuurde mechanische ventilatie (VMC). * Het VMC-systeem moet opgevat zijn (doorsneden, debieten, drukken, toevoer van lucht) om ook de verbrandingsproducten af te voeren (VMC-gas). De aansluiting van de toestellen moet direct op het 1) Na installatie van het toestel en aansluiting van de brandstof moet de goede werking nagegaan worden terwijl het mechanisch ventilatiesysteem op maximaal vermogen werkt. Algemene Regels voor GasInstallaties op LPG - Editie juni

OPLEIDING MODULE BUTAAN / PROPAAN PROFESSIONELE GASINSTALLATEUR BIJSCHOLING 2011 NBN D 51-006 2 de UITGAVE (2010) VOORNAAMSTE WIJZIGINGEN

OPLEIDING MODULE BUTAAN / PROPAAN PROFESSIONELE GASINSTALLATEUR BIJSCHOLING 2011 NBN D 51-006 2 de UITGAVE (2010) VOORNAAMSTE WIJZIGINGEN OPLEIDING MODULE BUTAAN / PROPAAN PROFESSIONELE GASINSTALLATEUR BIJSCHOLING 2011 NBN D 51-006 2 de UITGAVE (2010) VOORNAAMSTE WIJZIGINGEN 1 JANUARI 2011 DEEL 1 - TERMINOLOGIE NIEUWE DEFINITIES 3.1.62.1

Nadere informatie

DOSSIER NR 1 BINNENLEIDINGEN VOOR AARDGAS. conform de norm NBN D 51-003 (2004) GASAANSLUITING VAN TOESTELLEN

DOSSIER NR 1 BINNENLEIDINGEN VOOR AARDGAS. conform de norm NBN D 51-003 (2004) GASAANSLUITING VAN TOESTELLEN Inforgas DOSSIER NR 1 BINNENLEIDINGEN VOOR AARDGAS conform de norm NBN D 51-003 (2004) LEIDINGEN STOP- EN AFSLUITKRANEN GASAANSLUITING VAN TOESTELLEN A A N B E V E L I N G E N V A N D E K. V. B. G. Voorwoord

Nadere informatie

POLITIEVERORDENING. Deel 1: Toepassingsgebied. 1.1 Algemeen

POLITIEVERORDENING. Deel 1: Toepassingsgebied. 1.1 Algemeen 1 POLITIEVERORDENING Veiligheidsmaatregelen bij het gebruik van occasionele installaties met vloeibaar gemaakte petroleumgassen, aardgas en/of elektriciteit Deel 1: Toepassingsgebied 1.1 Algemeen De politieverordening

Nadere informatie

Algemene Regels voor GasInstallaties op aardgas. Uitgegeven door Vinçotte

Algemene Regels voor GasInstallaties op aardgas. Uitgegeven door Vinçotte Algemene Regels voor GasInstallaties op aardgas Uitgegeven door Vinçotte Editie augustus 2011 TABLE OF CONTENTS 1. DOEL VAN DEZE PUBLICATIE 3 2. TOEPASSINGSGEBIED 4 3. VEILIGHEIDSAANDACHTSPUNTEN 5 4. VOORSCHRIFTEN

Nadere informatie

ALGEMEEN REGLEMENT OP GAS- INSTALLATIES

ALGEMEEN REGLEMENT OP GAS- INSTALLATIES ALGEMEEN REGLEMENT OP GAS- INSTALLATIES Uitgevoerd door AIB-Vinçotte Belgium vzw Editie 2016 1. Doel van deze publicatie Deze publicatie heeft tot doel u enige richtlijnen te geven bij het verwezenlijken

Nadere informatie

Deel 1: Toepassingsgebied en begrippen

Deel 1: Toepassingsgebied en begrippen Politieverordening veiligheidsmaatregelen bij het gebruik van occasionele installaties met vloeibaar gemaakte petroleumgassen, aardgas en/of elektriciteit, en bij het gebruik van terrasverwarmers Deel

Nadere informatie

Gebruiksaanwijzing. Gasbranders. 057.130.7 Gasbrander zonder vlambeveiliging 057.131.7-057.146.3 Gasbranders met vlambeveiliging.

Gebruiksaanwijzing. Gasbranders. 057.130.7 Gasbrander zonder vlambeveiliging 057.131.7-057.146.3 Gasbranders met vlambeveiliging. Gasbranders Overzicht 057.130.7 gasbrander 20cm, butaan/propaan, 5 kw, zonder vlambeveiliging 057.131.5 gasbrander 30cm, butaan/propaan, 7 kw + vlambeveiliging 057.132.3 gasbrander 40cm, butaan/propaan,

Nadere informatie

Het persgereedschap omvat het eigenlijke gereedschap en een stel persbekken of klembeugels

Het persgereedschap omvat het eigenlijke gereedschap en een stel persbekken of klembeugels NBN D 51-006 VERSIE 2 (2010) VOORNAAMSTE WIJZIGINGEN IN VERSIE 1 (2006) In dit document worden enkel de wijzigingen aan versie 1 vermeld die invloed hebben op de uitvoering van een binneninstallatie. Alle

Nadere informatie

Gemeenschappelijke schoorstenen in bestaande appartementsgebouwen

Gemeenschappelijke schoorstenen in bestaande appartementsgebouwen Gemeenschappelijke schoorstenen in bestaande appartementsgebouwen 1 Inhoudsopgave Bestaande situatie Atmosferische ketels Gemeenschappelijk opbouwvoorbeeld Werkingsprincipe Verse luchttoevoer Rookgasafvoer

Nadere informatie

GASTEC QA Keuringseis 172

GASTEC QA Keuringseis 172 1 januari 1997 GASTEC QA Keuringseis 172 PREFAB Binnenleidingen CERTIFICATION 1 januari 1997 GASTEC QA Keuringseis 172 PREFAB Binnenleidingen CERTIFICATION GASTEC NV, Postbus 137, 7300 AC Apeldoorn, tel.

Nadere informatie

GASTEC QA Keuringseis 191 Maximum debiet beveiligingskleppen

GASTEC QA Keuringseis 191 Maximum debiet beveiligingskleppen Januari 2001 GASTEC QA Keuringseis 191 Maximum debiet beveiligingskleppen COLOFON GASTEC NV, Centrum voor Gastechnologie, werkt voor energiebedrijven, fabrikanten en andere opdrachtgevers met behoefte

Nadere informatie

Gemeente Brakel Marktplein 1 9660 Brakel Veiligheidsmaatregelen bij het gebruik van occasionele installaties GR 14/5/12 www.brakel.

Gemeente Brakel Marktplein 1 9660 Brakel Veiligheidsmaatregelen bij het gebruik van occasionele installaties GR 14/5/12 www.brakel. Veiligheidsmaatregelen bij het gebruik van occasionele installaties met vloeibaar gemaakte petroleumgassen, aardgas en/of elektriciteit en bij het gebruik van occasionele installaties voorzien van een

Nadere informatie

Flexibels : C.V. & sanitair

Flexibels : C.V. & sanitair Flexibels : C.V. & sanitair Sanutal beschikt over de nodige machines om flexibele slangen voor sanitair en verwarming te produceren. Deze productie laat ons toe een volledig en hoogwaardig gamma uit voorraad

Nadere informatie

24 & 30 november 2012. Koninklijk besluit van 12 juli 2012 Wat verandert er? Bijlage 7 Gemeenschappelijke bepalingen

24 & 30 november 2012. Koninklijk besluit van 12 juli 2012 Wat verandert er? Bijlage 7 Gemeenschappelijke bepalingen 24 & 30 november 2012 Koninklijk besluit van 12 juli 2012 Wat verandert er? Bijlage 7 Gemeenschappelijke bepalingen Bijlage 7 Inhoud Inleiding tot de problematiek Algemene principes - toepassingsgebied

Nadere informatie

Datasheet 1/2002 Optigas -gasappendages

Datasheet 1/2002 Optigas -gasappendages atasheet 1/2002 Optigas -gasappendages Toepassingsgebied: In het gasappendageprogramma Optigas van Oventrop zijn appendages opgenomen voor een veilige distributie en aanvoer van gas naar de huisaansluiting

Nadere informatie

Info avond schouwspel

Info avond schouwspel Info avond schouwspel Programma 19u00 Ontvangst 19u15 Infosessie: toelichting door de heer Didier Geraerts van Schootec 20u00 Vragenronde 20u20 Warm Limburg: toelichting door mevrouw Cathérine Schepers

Nadere informatie

KVBG aanbeveling in verband met de collectoraansluiting voor verbrandingsgassen van meerdere op aardgas gestookte warmtegeneratoren

KVBG aanbeveling in verband met de collectoraansluiting voor verbrandingsgassen van meerdere op aardgas gestookte warmtegeneratoren KVBG aanbeveling in verband met de collectoraansluiting voor verbrandingsgassen van meerdere op aardgas gestookte warmtegeneratoren 1. Probleemstelling We zien de laatste tijd een stijgende vraag om gastoestellen

Nadere informatie

HANDLEIDING. Sesame. Thermoplastic Tank Technologies

HANDLEIDING. Sesame. Thermoplastic Tank Technologies HANDLEIDING Sesame Thermoplastic Tank Technologies INSTALLATIE- EN GEBRUIKSAANWIJZING INHOUD 1. ALGEMEEN 3 2. BELANGRIJK 3 3. INSTALLATIE EXPANSIEVAT 4 4. GEBRUIK EXPANSIEVAT 5 5. VERVANGEN LUCHTCEL 5

Nadere informatie

Technische aanbevelingen FEBUPRO betreffende de voorschriften van de 2 de uitgave van de norm NBN D 51-006

Technische aanbevelingen FEBUPRO betreffende de voorschriften van de 2 de uitgave van de norm NBN D 51-006 1/18 22-12-2011 TECHNISCHE AANBEVELING CERGA: 11-04 Technische aanbevelingen FEBUPRO betreffende de voorschriften van de 2 de uitgave van de norm NBN D 51-006 1 Onderwerp en toepassingsgebied - Deze aanbeveling

Nadere informatie

POLITIEVERORDENING. Addendum Veiligheidsmaatregelen bij het gebruik van occasionele installaties voorzien van een fotovoltaïsche zonne-energiesysteem

POLITIEVERORDENING. Addendum Veiligheidsmaatregelen bij het gebruik van occasionele installaties voorzien van een fotovoltaïsche zonne-energiesysteem POLITIEVERORDENING Addendum Veiligheidsmaatregelen bij het gebruik van occasionele installaties voorzien van een fotovoltaïsche zonne-energiesysteem Deel 1:Toepassingsgebied Onderhavig addendum aan de

Nadere informatie

Installatievoorschriften. Bel-Ro-combi CLV systeem

Installatievoorschriften. Bel-Ro-combi CLV systeem Installatievoorschriften Bel-Ro-combi CLV systeem Inhoudsopgave Bel-Ro-combi CLV systeem 1 Inhoudsopgave 2 Bedrijfsgegevens 3 Voorwoord 4 Toepassingsgebied 5 Temperatuurklasse 5 Keuze systeem & diameter

Nadere informatie

instructieboekje EUROM GS5000 Infraroodstraler op gas

instructieboekje EUROM GS5000 Infraroodstraler op gas instructieboekje EUROM GS5000 Infraroodstraler op gas 2 HARTELIJK DANK Hartelijk dank dat u voor de EUROM GS5000 kachel gekozen hebt. U hebt daarmee een goede keus gemaakt! Wij hopen dat hij tot uw volle

Nadere informatie

06/2005. Mod: G65/GPL7T. Production code: 65/70 GRL

06/2005. Mod: G65/GPL7T. Production code: 65/70 GRL 06/2005 Mod: G65/GPL7T Production code: 65/70 GRL INHOUDSTAFEL 1. Waarschuwing 2. Conform de Europese richtlijn voor gastoestellen 3. Installatieschema s 4. Tabel met technische gegevens - Lavasteengrill

Nadere informatie

PLT - flexibele oplossingen voor aardgasinstallaties

PLT - flexibele oplossingen voor aardgasinstallaties PLT - flexibele oplossingen voor aardgasinstallaties Zeker-betrouwbaar - flexibel, aan iedere buiging Het binnenbrengen van aardgas in de binnen installatie is door het gebruik van stalen of koperen buizen

Nadere informatie

Montage handleiding BM kunststof PP rookgasafvoerleidingen

Montage handleiding BM kunststof PP rookgasafvoerleidingen Montage handleiding BM kunststof PP rookgasafvoerleidingen Concentrisch systeem, flexibele-en starre voering. Duinkerkenstraat 27 Postbus 509 9700 AM Groningen Telefoon: 0503139944 Telefax : 0503185423

Nadere informatie

Technische voorschriften voor een aftakking van een appartementsgebouw

Technische voorschriften voor een aftakking van een appartementsgebouw Technische voorschriften voor een aftakking van een appartementsgebouw Intercommunale Waterleidingsmaatschappij van Veurne-Ambacht Maatschappelijke zetel: Doornpannestraat 1-8670 Koksijde RPR Veurne -

Nadere informatie

Eisen aan uw meterruimte en invoervoorzieningen Informatie voor aanvragers van een Lianderaansluiting

Eisen aan uw meterruimte en invoervoorzieningen Informatie voor aanvragers van een Lianderaansluiting Eisen aan uw meterruimte en invoervoorzieningen Informatie voor aanvragers van een Lianderaansluiting voor nieuwbouw iedereen energie eisen aan uw meterruimte en invoervoorzieningen Voor uw eigen veiligheid

Nadere informatie

Gasslangen. Universele buigbare rubberen gasslangset. Universele buigbare roestvaststalen gasslangset

Gasslangen. Universele buigbare rubberen gasslangset. Universele buigbare roestvaststalen gasslangset GASSLANGEN GASSLANGEN SUPERIEUR IN PRIJS & KWALITEIT PRODUCTAANBOD Gasslangen Universele buigbare rubberen gasslangset met 2 x wartelmoer M24 binnendraad Universele buigbare roestvaststalen gasslangset

Nadere informatie

PROBETON vzw Aarlenstraat 53/B9 1040 Brussel Tel.: +32 (0)2 237 60 20 Fax : +32 (0)2 735 63 56 mail@probeton.be www.probeton.be

PROBETON vzw Aarlenstraat 53/B9 1040 Brussel Tel.: +32 (0)2 237 60 20 Fax : +32 (0)2 735 63 56 mail@probeton.be www.probeton.be PROBETON vzw Beheersorganisme voor de controle van de betonproducten PROBETON vzw Aarlenstraat 53/B9 1040 Brussel Tel.: +32 (0)2 237 60 20 Fax : +32 (0)2 735 63 56 mail@probeton.be www.probeton.be TECHNISCHE

Nadere informatie

CAGO GAS. Installatie - en gebruiks handleiding. Katalyt oven. Mod. Oro 165. Artikel nummer: 810021 CE 0051. Maximale voltooiing: 3100W - 220 g/h LPG

CAGO GAS. Installatie - en gebruiks handleiding. Katalyt oven. Mod. Oro 165. Artikel nummer: 810021 CE 0051. Maximale voltooiing: 3100W - 220 g/h LPG CAGO GAS Installatie - en gebruiks handleiding Katalyt oven Mod. Oro 165 Artikel nummer: 810021 CE 0051 Maximale voltooiing: 3100W - 220 g/h LPG Voor gebruik van dit toestel aub. zorgvuldig installatie

Nadere informatie

DOSSIER NR 2 INSTALLATIES MET OPEN AARDGASTOESTELLEN. conform de normen NBN D51-003 (2004) en NBN B61-002 (2006) VERBRANDINGSLUCHTTOEVOER

DOSSIER NR 2 INSTALLATIES MET OPEN AARDGASTOESTELLEN. conform de normen NBN D51-003 (2004) en NBN B61-002 (2006) VERBRANDINGSLUCHTTOEVOER Inforgas DOSSIER NR 2 INSTALLATIES MET OPEN AARDGASTOESTELLEN conform de normen NBN D51-003 (2004) en NBN B61-002 (2006) VERBRANDINGSLUCHTTOEVOER AFVOER VAN DE VERBRANDINGSPRODUCTEN A A N B E V E L I N

Nadere informatie

laatste wijziging: Rims melding RIMS-366192 Zie 4.5 Datum laatste uitgave 29 oktober 13

laatste wijziging: Rims melding RIMS-366192 Zie 4.5 Datum laatste uitgave 29 oktober 13 laatste wijziging: Rims melding RIMS-366192 Zie 4.5 Datum laatste uitgave 29 oktober 13 1 DOEL... 2 2 TOEPASSINGSGEBIED... 2 3 DEFINITIES... 2 4 VOORSCHRIFT... 2 4.1 Eisen bij de inkoop/aanschaf... 2 4.2

Nadere informatie

GASGESTOOKTE DONKERE STRALINGSBUIZEN BLONDEAU INDUSTRIAL HEATING

GASGESTOOKTE DONKERE STRALINGSBUIZEN BLONDEAU INDUSTRIAL HEATING Bij verwarming door middel van gasgestookte donkere stralingsbuizen worden oppervlaktes verwarmd - geen volumes meer - zonder lucht- en / of stofverplaatsing. Dit biedt tal van mogelijkheden en voordelen,

Nadere informatie

OPLEVERINGSATTEST VAN EEN VERWARMINGSSYSTEEM VAN TYPE 2

OPLEVERINGSATTEST VAN EEN VERWARMINGSSYSTEEM VAN TYPE 2 OPLEVERINGSATTEST VAN EEN VERWARMINGSSYSTEEM VAN TYPE 2 EPB-verwarmingsadviseur VTI : Onderneming :..... Particulier Naam :... Erkenningsnummer :... Onderneming :... BTW-nummer :... Straat :... Huisnummer

Nadere informatie

Productgroep A3-Cuphin

Productgroep A3-Cuphin Cuphin Klemfittingen Isiflo Sprint Insteekkoppelingen Gas/Water, Isiflo Sprint Insteekkoppelingen Water, Isiflo Flexi dapter, Isiflex koppelingen, Isiflo Messing Koppelingen, Isiflo Gietijzer Koppelingen,

Nadere informatie

ZEUS PYRO. Werking volgens onderdruk principe. Rendement 82-90% Geringe afmetingen. Ingebouwde veiligheidskoelspiraal

ZEUS PYRO. Werking volgens onderdruk principe. Rendement 82-90% Geringe afmetingen. Ingebouwde veiligheidskoelspiraal ZEUS PYRO Werking volgens onderdruk principe Rendement 82-90% Geringe afmetingen Ingebouwde veiligheidskoelspiraal Hoogwaardig keramisch vuurbeton LACFIRE 1800/20 SiC Aslade kan geledigd tijdens het verwarmingsbedrijf

Nadere informatie

5.3 Open vloergootsystemen Vergokan. 5 Vloergootsystemen Vergokan. 5.3.1 Type vloergootsysteem. 5.3.2 Afmetingen en karakteristieken van de vloergoten

5.3 Open vloergootsystemen Vergokan. 5 Vloergootsystemen Vergokan. 5.3.1 Type vloergootsysteem. 5.3.2 Afmetingen en karakteristieken van de vloergoten Gebruik van het lastenboek: Het teken '#' duidt aan dat een keuze dient gemaakt worden. Er is slechts 1 keuzemogelijkheid. Alle tekst die achter het teken komt en 'rood' gemarkeerd staat, hoort bij deze

Nadere informatie

o,c.b. GASINSTALLATIE IN WONINGEN VOORSCHRIFTEN VOOR HET PLAATSEN VAN EEN BINNENINSTALLATIE AFVOE R VE RBRAN D I NGSGASSE N GASVERBRU I KSTO ESTE LLEN

o,c.b. GASINSTALLATIE IN WONINGEN VOORSCHRIFTEN VOOR HET PLAATSEN VAN EEN BINNENINSTALLATIE AFVOE R VE RBRAN D I NGSGASSE N GASVERBRU I KSTO ESTE LLEN ELE/MDDIO1I32O D Plaatselijke agent voor controlen inlichtingen. o,c.b. VOORSCHRIFTEN VOOR HET PLAATSEN VAN EEN GASINSTALLATIE IN WONINGEN BINNENINSTALLATIE AFVOE R VE RBRAN D I NGSGASSE N GASVERBRU I

Nadere informatie

BM Kunststof Systemen voor afvoer van rookgassen en toevoer van verbrandingslucht

BM Kunststof Systemen voor afvoer van rookgassen en toevoer van verbrandingslucht BM Kunststof Systemen voor afvoer van rookgassen en toevoer van verbrandingslucht Perfectie in aluminium, rvs en... kunststof Naast vele aluminium en rvs onderdelen produceren en leveren Burgerhout en

Nadere informatie

Ontwerp- en installatiegids van de PLT kit TracPipe

Ontwerp- en installatiegids van de PLT kit TracPipe Ontwerp- en installatiegids van de PLT kit TracPipe Uitgave oktober 2014 Plooibare roestvrij stalen gegolfde buizen en bijhorende mechanische koppelingen Installatievoorschriften volgens de norm NBN D51-003

Nadere informatie

Eisen aan de meterruimte en meterruimte doorvoeren voor hoog- en laagbouw

Eisen aan de meterruimte en meterruimte doorvoeren voor hoog- en laagbouw METERRUIMTE Eisen aan de meterruimte en meterruimte doorvoeren voor hoog- en laagbouw Stedin is als netbeheerder verantwoordelijk voor het aansluiten van woningen en bedrijven op het gas- en elektriciteitsnet.

Nadere informatie

Zenturo en Zenturo Super installeren als gevulde wand

Zenturo en Zenturo Super installeren als gevulde wand Zenturo en Zenturo Super installeren als gevulde wand Bij de installatie van Zenturo en Zenturo Super als gevulde wand houdt u best rekening met enkele veiligheidsmaatregelen. Het toevoegen van vulling

Nadere informatie

06/2005. Mod: G65/GGF4T. Production code: 65/40GRG. The catering program

06/2005. Mod: G65/GGF4T. Production code: 65/40GRG. The catering program 06/2005 Mod: G65/GGF4T Production code: 65/40GRG The catering program INHOUDSTAFEL 1. Waarschuwing 2. Conform de Europese richtlijn voor gastoestellen 3. Installatieschema s 4. Tabel met technische gegevens

Nadere informatie

OPLEVERINGSATTEST VAN EEN VERWARMINGSSYSTEEM VAN TYPE 1

OPLEVERINGSATTEST VAN EEN VERWARMINGSSYSTEEM VAN TYPE 1 OPLEVERINGSATTEST VAN EEN VERWARMINGSSYSTEEM VAN TYPE 1 Erkende verwarmingsinstallateur VTI : Onderneming :..... Particulier Naam :... Erkenningsnummer :... Onderneming :... BTW-nummer :... Straat :...

Nadere informatie

KONINKRIJK BELGIE. Koninklijk besluit tot wijziging van artikel 242 van het Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties

KONINKRIJK BELGIE. Koninklijk besluit tot wijziging van artikel 242 van het Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties KONINKRIJK BELGIE FEDERALE OVERHEIDSDIENST ECONOMIE, K.M.O., MIDDENSTAND EN ENERGIE EN FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG Koninklijk besluit tot wijziging van artikel 242

Nadere informatie

Uitbalancering. 750 Statisch strangregelventiel Beschrijving. Versies. Voordelen

Uitbalancering. 750 Statisch strangregelventiel Beschrijving. Versies. Voordelen 750 Statisch strangregelventiel Beschrijving Het strangregelventiel met schuine zitting van Comap wordt gebruikt voor het realiseren van precieze regelingen op verwarmings-, sanitair- en airconditioningcircuits.

Nadere informatie

Montage-, gebruikers- en onderhoudshandleiding BDA 04

Montage-, gebruikers- en onderhoudshandleiding BDA 04 Montage-, gebruikers- en onderhoudshandleiding BDA 04 Lees deze handleiding zorgvuldig alvorens de beveiligde diagnosekoppeling BDA 04 te monteren en te gebruiken. Bij het niet naleven van deze handleiding

Nadere informatie

Rechtstreeks toe te passen op buizen die waterdicht door vloerplaten of muren dienen gevoerd te worden.

Rechtstreeks toe te passen op buizen die waterdicht door vloerplaten of muren dienen gevoerd te worden. P R E V E N T I E V E W A T E R D I C H T I N G WATERDICHTE MUURKRAAG RONDO TOEPASSING Rechtstreeks toe te passen op buizen die waterdicht door vloerplaten of muren dienen gevoerd te worden. EIGENSCHAPPEN

Nadere informatie

VIESMANN. Montagehandleiding VITOPLEX 200. Voor meer informatie: www.kuiperzn.nl. voor de vakman

VIESMANN. Montagehandleiding VITOPLEX 200. Voor meer informatie: www.kuiperzn.nl. voor de vakman Montagehandleiding voor de vakman Voor meer informatie: www.kuiperzn.nl VIESMANN Vitoplex 200 type SX2A, 700 tot 1950 kw Olie-/gasketel VITOPLEX 200 5/2011 Na montage deze handleiding recyclen! Veiligheidsvoorschriften

Nadere informatie

Bouwplannen in een residentiële verkaveling?

Bouwplannen in een residentiële verkaveling? Bouwplannen in een residentiële verkaveling? Vergeet uw Belgacom-aansluiting niet! Beste Bouwer, Alvast gefeliciteerd met het bouwen van uw woning. Deze brochure is een wegwijzer om op een eenvoudige manier

Nadere informatie

CONCEPT WATERWERKBLAD. AANLEG VAN LEIDINGWATERINSTALLATIES Leidingen in gebouwen

CONCEPT WATERWERKBLAD. AANLEG VAN LEIDINGWATERINSTALLATIES Leidingen in gebouwen Herziening van okt. 2011 CONCEPT WATERWERKBLAD AANLEG VAN LEIDINGWATERINSTALLATIES Leidingen in gebouwen WB 3.4 DATUM: OKT 2014 Auteursrechten voorbehouden Met betrekking tot de aanleg van leidingen in

Nadere informatie

Topkwaliteit sinds 1860. BONFIX messing en messing vernikkelde (sanitaire) knelfittingen. Technische documentatie

Topkwaliteit sinds 1860. BONFIX messing en messing vernikkelde (sanitaire) knelfittingen. Technische documentatie BONFIX messing en messing vernikkelde (sanitaire) knelfittingen Algemeen De moderne installatietechnieken richten zich steeds meer op: a snelle en tijdsbesparende toepassingen, b eenvoudige en snelle vervanging

Nadere informatie

Wetgeving in stooklokalen

Wetgeving in stooklokalen Wetgeving in stooklokalen Wat wordt er verwacht van U? Welke norm is van toepassing? Waar moet of kan u op letten? Is het een nieuw stooklokaal of renovatie? Stookplaats boven 70kW volgens NBN B61-001

Nadere informatie

BESTEKOMSCHRIJVINGEN. 8.1 Sanitair 99. 8.2 Verwarming 104

BESTEKOMSCHRIJVINGEN. 8.1 Sanitair 99. 8.2 Verwarming 104 BESTEKOMSCHRIJVINGEN. Sanitair. Verwarming . SANITAIR Algemene beschrijving Leidingsysteem voor sanitaire toepassingen bestaande uit meerlagenbuizen en perskoppelingen. Het volledige systeem bezit technische

Nadere informatie

HeatMaster 25 C 25 TC 35 TC 45 TC 70 TC 85 TC 120 TC

HeatMaster 25 C 25 TC 35 TC 45 TC 70 TC 85 TC 120 TC made in Belgium With the future in mind HeatMaster 25 C 25 TC 35 TC 45 TC 70 TC 85 TC 120 TC Condenserende gasketel met dubbele functie HeatMaster condensatie op CV HeatMaster condensatie op CV en sanitair

Nadere informatie

Examenopgaven VMBO-BB 2004

Examenopgaven VMBO-BB 2004 Examenopgaven VMBO-BB 2004 tijdvak 2 woensdag 23 juni 09:00 10:30 uur INSTALLATIETECHNIEK CSE BB Naam kandidaat Kandidaat-nummer Beantwoord alle vragen in dit opgavenboekje. Bij dit examen hoort een bijlage.

Nadere informatie

De muurdoorgang en multiplexplaat bij nieuwbouw

De muurdoorgang en multiplexplaat bij nieuwbouw De muurdoorgang en multiplexplaat bij nieuwbouw Inhoud De nutsleidingen binnenbrengen... 3 Definities... 3 De wachtbuizen... 3 De energiebocht/energiesteen plaatsen... 4 Energiebocht voor opstelling op

Nadere informatie

CONVECTIEVERWARMING GASGESTOOKTE CONDENSERENDE LUCHTVERHITTERS. Vermogens : 26,5 tot 61,7 kw BVBA BLONDEAU & ZONEN. Fabriekstraat, 56 B - 2547 Lint

CONVECTIEVERWARMING GASGESTOOKTE CONDENSERENDE LUCHTVERHITTERS. Vermogens : 26,5 tot 61,7 kw BVBA BLONDEAU & ZONEN. Fabriekstraat, 56 B - 2547 Lint CONVECTIEVERWARMING BVBA BLONDEAU & ZONEN Fabriekstraat, 56 B - 2547 Lint Tel. +32-3/454.38.50 Fax +32-3/454.38.44 info@blondeau.be www.blondeau.be GASGESTOOKTE CONDENSERENDE LUCHTVERHITTERS Vermogens

Nadere informatie

PRAKTISCHE FICHE / DE VOORBEREIDING Beschikbaar op www.legrand.be

PRAKTISCHE FICHE / DE VOORBEREIDING Beschikbaar op www.legrand.be Het A.R.E.I. en verlichtingskringen De verlichting in uw woning is het belangrijkste onderdeel van uw elektrische installatie n De kringen Een verlichtingskring wordt bekabeld met draden van 1,5 mm 2 en

Nadere informatie

VR 2016 2201 DOC.0045/11

VR 2016 2201 DOC.0045/11 VR 2016 2201 DOC.0045/11 Bijlage 9 bij het besluit van de Vlaamse Regering van tot wijziging van diverse besluiten inzake leefmilieu, wat betreft een aanpassing aan de evolutie van de techniek Bijlage

Nadere informatie

WATERWERKBLAD. AANLEG VAN LEIDINGWATERINSTALLATIES Leidingen in gebouwen

WATERWERKBLAD. AANLEG VAN LEIDINGWATERINSTALLATIES Leidingen in gebouwen Herziening van juni 2004 WATERWERKBLAD AANLEG VAN LEIDINGWATERINSTALLATIES Leidingen in gebouwen WB 3.4 DATUM: OKT 2011 Auteursrechten voorbehouden Met betrekking tot de aanleg van leidingen in gebouwen

Nadere informatie

Infoblad. Onderhoud, nazicht en meetverplichtingen van stooktoestellen en andere branders

Infoblad. Onderhoud, nazicht en meetverplichtingen van stooktoestellen en andere branders Onderhoud, nazicht en meetverplichtingen van stooktoestellen en andere branders Infoblad Er bestaat heel wat wetgeving omtrent het onderhoud en nazicht van branders. Bovendien worden in vele gevallen ook

Nadere informatie

Brandwerende gasflessenkasten van het type G90

Brandwerende gasflessenkasten van het type G90 Gasflessenkasten Brandwerende kasten van het type G90 90 minuten brandwerend Maximale veiligheid. Een temperatuurstijging van minder dan 50 K op de fles na 90 minuten in overeenstemming met EN 14470-2.

Nadere informatie

(Informatie) INFORMATIE AFKOMSTIG VAN DE INSTELLINGEN, ORGANEN EN INSTANTIES VAN DE EUROPESE UNIE EUROPESE COMMISSIE

(Informatie) INFORMATIE AFKOMSTIG VAN DE INSTELLINGEN, ORGANEN EN INSTANTIES VAN DE EUROPESE UNIE EUROPESE COMMISSIE IV (Informatie) INFORMATIE AFKOMSTIG VAN DE INSTELLINGEN, ORGANEN EN INSTANTIES VAN DE EUROPESE UNIE ENO ( 1 ) EUROPESE COMMISSIE Mededeling van de Commissie in het kader van de uitvoering van Richtlijn

Nadere informatie

Modulair systeem voor verwarmingsinstallaties

Modulair systeem voor verwarmingsinstallaties member of varimix VARIMIX Modulair systeem voor verwarmingsinstallaties > modulair systeem voor verwarmingsinstallaties De Varimix is een modulair systeem voor verwarmingsinstallaties dat uitermate geschikt

Nadere informatie

Modulaire Polycarbonaat Schouwput. Inspectie-, verdeelschouwput voor: telecommunicatie, teledistributie en andere ondergrondse infrastructuren

Modulaire Polycarbonaat Schouwput. Inspectie-, verdeelschouwput voor: telecommunicatie, teledistributie en andere ondergrondse infrastructuren Modulaire Polycarbonaat Schouwput Product Inspectie-, verdeelschouwput voor: telecommunicatie, teledistributie en andere ondergrondse infrastructuren Omschrijving Het systeem van de schouwput dat wij u

Nadere informatie

WATERWERKBLAD. AANLEG VAN LEIDINGWATERINSTALLATIES Leidingen in gebouwen

WATERWERKBLAD. AANLEG VAN LEIDINGWATERINSTALLATIES Leidingen in gebouwen WATERWERKBLAD AANLEG VAN LEIDINGWATERINSTALLATIES Leidingen in gebouwen WB 3.4 DATUM: JUNI 2004 Auteursrechten voorbehouden Met betrekking tot de aanleg van leidingen in gebouwen is in artikel 3.4 van

Nadere informatie

Rolkachel infrarood Chauffage mobile infrarouge Gasheizung Mobil infrarot Mobile gasheater infrared. Model: GRT-508

Rolkachel infrarood Chauffage mobile infrarouge Gasheizung Mobil infrarot Mobile gasheater infrared. Model: GRT-508 Rolkachel infrarood Chauffage mobile infrarouge Gasheizung Mobil infrarot Mobile gasheater infrared Model: GRT-508 Handleiding Mode d emploi Gebrauchsanweisung Manual Lees deze handleiding aandachtig door

Nadere informatie

STUDIEGEBIED Koeling en warmte

STUDIEGEBIED Koeling en warmte STUDIEGEBIED Koeling en warmte Modulaire opleiding Loodgieter BO KW 004 Versie 1.0 BVR Pagina 1 van 9 Inhoud 1 Deel 1 Opleiding... 3 1.1 Korte beschrijving... 3 1.1.1 Relatie opleiding - beroep... 3 1.1.2

Nadere informatie

A. DRAAGBARE BLUSTOESTELLEN...3

A. DRAAGBARE BLUSTOESTELLEN...3 NATIONALE MAATSCHAPPIJ DER BELGISCHE SPOORWEGEN TECHNISCHE BEPALING L - 30 SNELBLUSSERS UITGAVE : 03/1992 Index A. DRAAGBARE BLUSTOESTELLEN...3 1. BLUSTOESTELLEN MET 9 KG POEDER...3 2. BLUSTOESTELLEN MET

Nadere informatie

EG CONFORMITEITSVERKLARING. Burgerhout BV / Muelink & Grol BV Postbus 77 NL-9400 AB Assen. BM aluminium en RVS rookgasafvoersystemen

EG CONFORMITEITSVERKLARING. Burgerhout BV / Muelink & Grol BV Postbus 77 NL-9400 AB Assen. BM aluminium en RVS rookgasafvoersystemen BURGERHOUT 0063 EG CONFORMITEITSVERKLARING Hiermede verklaart: Burgerhout BV / Muelink & Grol BV Postbus 77 NL-9400 AB Assen dat de bouwproducten: BM aluminium en RVS rookgasafvoersystemen Productie adres:

Nadere informatie

Gereedschap voor autogeen lassen en Branden

Gereedschap voor autogeen lassen en Branden Gereedschap voor autogeen lassen en Branden Bij autogene processen worden branders gebruikt voor lassen en onder meer ook voor snijden, solderen, richten, strekken, gutsen, vlamstralen en heetstoken. Deze

Nadere informatie

Wat is koolmonoxide?... 2. Hoe ontstaat koolmonoxide?... 2. Waarom is koolmonoxide gevaarlijk?... 2. Voor wie is koolmonoxide gevaarlijk?...

Wat is koolmonoxide?... 2. Hoe ontstaat koolmonoxide?... 2. Waarom is koolmonoxide gevaarlijk?... 2. Voor wie is koolmonoxide gevaarlijk?... Publieksdoc koolmonoxide technisch document behorende bij CO-preventiecampagne 2016, versie 1.0 Inleiding Een verbrandingstoestel stoot verbrandingsgassen (waaronder koolmonoxide) uit die slecht zijn voor

Nadere informatie

Algemeen... blz 2. Blokschema... blz 2. Beschrijving besturingseenheid type 1290... blz 2 en 3

Algemeen... blz 2. Blokschema... blz 2. Beschrijving besturingseenheid type 1290... blz 2 en 3 Index Algemeen................................................................... blz Blokschema.................................................................. blz Beschrijving besturingseenheid type

Nadere informatie

CV Terrasverwarmer. Wasdroger

CV Terrasverwarmer. Wasdroger 3 Gasinstallatie* Grondbeginselen 3 Gasinstallatie* Grondbeginselen Gebruik van aardgas Gasinstallaties worden normaal gesproken gebouwd met behulp van metalen leidingsystemen. De desbetreffende nationale

Nadere informatie

Intitulé : LANDSBESLUIT, houdende algemene maatregelen, ter uitvoering van artikel 2, eerste lid, van de Veiligheidsverordening (AB 1990 no.

Intitulé : LANDSBESLUIT, houdende algemene maatregelen, ter uitvoering van artikel 2, eerste lid, van de Veiligheidsverordening (AB 1990 no. Intitulé : LANDSBESLUIT, houdende algemene maatregelen, ter uitvoering van artikel 2, eerste lid, van de Veiligheidsverordening (AB 1990 no. GT 31) Citeertitel: Veiligheidsbesluit gasreservoirs en gasinstallaties

Nadere informatie

Doorstroomafsluiter met buitendraad, PN 16

Doorstroomafsluiter met buitendraad, PN 16 36 Doorstroomafsluiter met buitendraad, PN 6 VVG... Armatuur brons CC9K (Rg5) DN 5...DN 0 k vs 5...25 m 3 /h Vlak afdichtende buitendraadaansluiting G B volgens ISO 228/ Koppelingsets ALG 2 met draadaansluiting

Nadere informatie

Aardgasbinneninstallaties. Eigenschappen De verbranding De binnenleiding voor aardgas De huishoudelijke aardgastoestellen Veiligheid

Aardgasbinneninstallaties. Eigenschappen De verbranding De binnenleiding voor aardgas De huishoudelijke aardgastoestellen Veiligheid Aardgasbinneninstallaties Eigenschappen De verbranding De binnenleiding voor aardgas De huishoudelijke aardgastoestellen Veiligheid Eigenschappen van aardgas 2 Eigenschappen van AARDGAS Aardgas is een

Nadere informatie

VIESMANN. Montagehandleiding VITOPLEX 200. Voor meer informatie: www.kuiperzn.nl. voor de vakman. Vitoplex 200 type SX2A, 90 tot 560 kw Olie-/gasketel

VIESMANN. Montagehandleiding VITOPLEX 200. Voor meer informatie: www.kuiperzn.nl. voor de vakman. Vitoplex 200 type SX2A, 90 tot 560 kw Olie-/gasketel Montagehandleiding voor de vakman Voor meer informatie: www.kuiperzn.nl VIESMANN Vitoplex 200 type SX2A, 90 tot 560 kw Olie-/gasketel VITOPLEX 200 5/2011 Na montage deze handleiding recyclen! Veiligheidsvoorschriften

Nadere informatie

Bonfix messing en messing vernikkelde knelfittingen. Technische documentatie

Bonfix messing en messing vernikkelde knelfittingen. Technische documentatie Bonfix messing en messing vernikkelde knelfittingen Algemeen De moderne installatietechnieken richten zich steeds meer op: a Snelle en tijdsbesparende toepassingen, b Eenvoudige en snelle vervanging van

Nadere informatie

Cuphin Insteekfittingen voor drinkwater A11. BEULconnect

Cuphin Insteekfittingen voor drinkwater A11. BEULconnect Cuphin Insteekfittingen voor drinkwater A11 BEULconnect Productgroep A11-Cuphin BEULconnect: Trek vaste insteekfitting voor kunststofbuizen Materiaal: Cuphin CW724R Thermisch ontspannen en corosiebestendig

Nadere informatie

ATTEST VAN PERIODIEKE CONTROLE

ATTEST VAN PERIODIEKE CONTROLE ATTEST VAN PERIODIEKE CONTROLE Erkende verwarmingsketeltechnicus VTI : Onderneming :... Particulier Naam :... Identificatienummer :... Onderneming :... BTW-nummer :... Straat : Nr.:... Postcode & gemeente:...

Nadere informatie

Volledig RVS flexibele slangen

Volledig RVS flexibele slangen Volledig RVS flexibele slangen Hoge-temperatuur verwarmingssystemen Zonneboilersystemen Koelsystemen Drinkwater Stoom Gas Naast de RVS omvlochten flexibele slangen met rubberen binnenslang (zie tab 5)

Nadere informatie

3. ALGEMENE BESCHRIJVING HERSTELMETHODE (TABEL 1 ) EN AANVULLENDE KENNISREGELS

3. ALGEMENE BESCHRIJVING HERSTELMETHODE (TABEL 1 ) EN AANVULLENDE KENNISREGELS AF document nr. T.V./004/2-A 2. 3. ALGEMENE BESCHRIJVING HERSTELMETHODE (TABEL 1 ) EN AANVULLENDE KENNISREGELS Tabel 1 Materiaal Benodigde herstelstukken DN/dn te herstellen leiding 2 herstelkoppelingen

Nadere informatie

Je aftakking op het drinkwaternet

Je aftakking op het drinkwaternet Je aftakking op het drinkwaternet (Ver)bouw je? Dan is het belangrijk dat je in je woning tijdig over drinkwater beschikt. Deze folder legt stap voor stap uit hoe je een aftakking op het drinkwaternet

Nadere informatie

ALGEMENE AANWIJZINGEN VOOR VERLICHTINGSARMATUREN

ALGEMENE AANWIJZINGEN VOOR VERLICHTINGSARMATUREN ALGEMENE AANWIJZINGEN VOOR VERLICHTINGSARMATUREN ALGEMENE AANWIJZINGEN VOOR VERLICHTINGSARMATUREN VOOR HUISHOUDELIJK GEBRUIK VEILIGHEIDSINSTRUCTIES De fabrikant adviseert een juiste toepassing van de verlichtingsarmaturen!

Nadere informatie

Geachte mevrouw, Geachte heer, Ernstige gebreken aan uw aardgasinstallatie

Geachte mevrouw, Geachte heer, Ernstige gebreken aan uw aardgasinstallatie Geachte mevrouw, Geachte heer, Betreft: Ernstige gebreken aan uw aardgasinstallatie Bij de tussenkomst op uw installatie gelegen op bovengenoemd adres werd vastgesteld dat er ernstige gebreken zijn die

Nadere informatie

Sinds 1982 ervaring in roestvast stalen reparatieklemmen

Sinds 1982 ervaring in roestvast stalen reparatieklemmen Sinds 1982 ervaring in roestvast stalen reparatieklemmen Leenders Repair clamps Type L3A Type L1A, L2A en L3A klemmen zijn roestvast stalen reparatie klemmen met aftakking voor het repareren van gebroken

Nadere informatie

Gebruiksaanwijzing Gaasbakken

Gebruiksaanwijzing Gaasbakken Gebruiksaanwijzing Gaasbakken Augustus 2013 001_NL Gebruiksvoorschrift F1 F2 F3 Er bestaan drie uitvoeringen gaasbakken. De 4983 heeft een verhoogde bodem. De 4980 en de 4984 hebben een verstevigde bodem

Nadere informatie

Hallo, mag ik mij even voorstellen?

Hallo, mag ik mij even voorstellen? www.shell.nl/lpg Hallo, mag ik mij even voorstellen? Sinds jaar en dag maak ik deel uit van jullie gezin en toch schijnen sommigen me nog niet goed te kennen. Ik ben het mobiele manusje van alles. Gasfornuizen,

Nadere informatie

Leidingreparatie en -onderhoud

Leidingreparatie en -onderhoud Leidingreparatie en -onderhoud Uitgebreide keuze bij één leverancier. Uniek duurzaam ontwerp. Betrouwbare prestaties en snel. Type Aantal modellen Pagina Druktestpompen 2 9.2 Pijpbevriezers 2 9.3 Ontkalkingspompen

Nadere informatie

Brandveiligheid Brandwerende bouwelementen

Brandveiligheid Brandwerende bouwelementen Brandveiligheid Brandwerende NBN 713-020 1968 Beveiliging tegen brand - Gedrag bij brand bij bouwmaterialen en - Weerstand tegen brand van ) (met erratum) NBN 713-020/A1 1982 Beveiliging tegen brand -

Nadere informatie

CAU-1 & CAU-1T NUL-EMISSIE AFZUIGUNIT VOOR ROETMETINGEN i.c.m. SSM 2000 en DSS-2

CAU-1 & CAU-1T NUL-EMISSIE AFZUIGUNIT VOOR ROETMETINGEN i.c.m. SSM 2000 en DSS-2 CAU-1 & CAU-1T NUL-EMISSIE AFZUIGUNIT VOOR ROETMETINGEN i.c.m. SSM 2000 en DSS-2-1 - Het CAU-1 en CAU-1T afzuigsysteem is getest betreffende meetnauwkeurigheid door NMI Testcertificaat 1. VOORWOORD Deze

Nadere informatie

Richtlijn ruimte voor afleverstation DWAS

Richtlijn ruimte voor afleverstation DWAS Richtlijn ruimte voor afleverstation DWAS Voorschriften en afmetingen van ruimten voor directe afleverstations Revisie F Richtlijn ruimte voor afleverstation DWAS Voorschriften en afmetingen van ruimten

Nadere informatie

Telefoon 074 2435334 Telefax 074 2434323 E mail ubel@ubel.nl Internet www.ubel.nl. 95 C - 10 bar 14.27

Telefoon 074 2435334 Telefax 074 2434323 E mail ubel@ubel.nl Internet www.ubel.nl. 95 C - 10 bar 14.27 14 95 C - 10 bar 14.27 Leiding specificaties ext. O mm dikte mm E mail Internet systeem PN10 bij 95 C UNI 10954/1 standaard - KLEUR WIT alu. mm O int. mm inhoud H 2 O l/m rol ongeïsol. verpakking lengte

Nadere informatie