nieuw licht op Genesis

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "nieuw licht op Genesis"

Transcriptie

1 Radix p 2-27 nieuw licht op Genesis Jan-Dirk van Loon 1. Inleiding In dit artikel wordt de overeenstemming tussen Genesis 1,1-19 en de geschiedenis van het universum op een nieuwe manier verwoord. Dit gebeurt met behulp van inzichten uit de moderne natuurwetenschappen en door een alternatieve interpretatie van de eerste vier scheppingsdagen. Het thema leven valt buiten het kader. Er is onvoorstelbaar veel gepubliceerd over de interpretatie van Genesis 1. 1 In dit artikel is het onmogelijk om een volledig overzicht te geven dat recht doet aan alle facetten van dit thema die reeds belicht zijn. In plaats daarvan poneer ik dat de onderstaande verhandeling het onderwerp van een andere kant belicht. Hierbij wordt zo duidelijk mogelijk aangegeven waar en waarom de benadering afwijkt van eerdere invalshoeken, te beginnen bij de vooronderstellingen. Het thema Genesis en natuur 2 is in het verleden vanuit vele invalshoeken benaderd, zoals samengevat door Van Wijk (1965), Van Genderen (1992) en Byl (2002). De concordistische theorie heeft gepoogd om Genesis 1 met de natuurwetenschap te verzoenen, maar verloor aan invloed omdat de interpretatie van de Bijbel te veel werd opgerekt. De restitutietheorie maakt onderscheid tussen Genesis 1,1 en Genesis 1,2, en speculeert over een lange geschiedenis van de aarde hiertussen. De diluviale theorie (Whitcomb 1961) gaat uit van een schepping in zes bijzondere dagen, waarbij de aarde een schijnbare ouderdom meekrijgt en geologisch ingrijpend wordt veranderd tijdens het diluvium, de zondvloed. Deze theorie is met name in creationistische kringen populair. De ideale theorie houdt niet vast aan de letter van Genesis en geeft daarmee vrij spel aan de wetenschap, mits God de Schepper blijft. De kadertheorie (Ridderbos 1963) dicht Genesis 1 ook geen exact verslag van de schepping toe, maar plaatst de uitleg in heilshistorisch perspectief. Het complementarisme wijst aan de theologie en natuurwetenschap ieder een eigen terrein toe in de beschrijving van de werkelijkheid, zodat ze elkaar aanvullen, maar niet overlappen. Hiermee wordt de facto het gezag van de Bijbel begrensd. De vooronderstellingen van dit artikel kunnen als volgt worden samengevat: 1. Genesis als het Woord van God en de natuur als Gods scheppingswerken zijn twee onafhankelijke openbaringen, die getuigen van de Schepper. Zij komen niet uit elkaar voort en hebben een eigen interne consistentie.

2 nieuw licht op genesis Jan-Dirk van Loon 3 2. Gods Woord geeft een nauwkeurige beschrijving van de schepping, die precies aansluit bij de manier waarop de natuur in elkaar zit. Welke heilshistorische schatten verder ook verborgen liggen in Genesis, primair gaat het over de feitelijke wording van het universum. Daarmee is Genesis geen natuurwetenschappelijk verslag, maar een beschrijving van kernmomenten uit de schepping op een volledig zuivere manier. Genesis en natuur zijn in harmonie. 3. Theologie en natuurwetenschappen proberen respectievelijk Genesis en de natuur te interpreteren en te beschrijven op een manier die recht doet aan de werkelijkheid. Beide wetenschappen richten zich daarbij naar de absolute referenties Bijbel en natuur, maar zelf hebben ze ten opzichte hiervan een relatieve positie, en hun wetenschappelijke conclusies zijn onvolkomen Het hermeneutische uitgangspunt wordt verwoord door Kamphuis (1988: 28): Want heel de Schrift is theopneustos, door God ingegeven (2 Tim 3,16), en God kan door het kwade niet verzocht worden (Jak 1,13). Hoezeer het waar blijft dat God mensen heeft ingeschakeld voor het doorgeven van zijn openbaring, mensen, met hun menselijke mogelijkheden, het blijft toch zijn openbaring die ze mochten doorgeven, zijn woord, zijn zuivere taal, helemaal geschikt voor het doel dat Hij op het oog had. Dit uitgangspunt klinkt door in vooronderstelling 1, omdat de Bijbel uiteindelijk niet zijn oorsprong heeft in het werk van mensen, maar bij God. Deze vooronderstellingen raken aan het concordisme, maar nemen de harmonie als uitgangspunt, niet als doel. Tegelijkertijd zijn ze ook ten dele complementaristisch, omdat de twee bronnen, Bijbel en natuur, onderling onafhankelijk zijn. Echter, beide hebben iets te melden over dezelfde werkelijkheid, zodat hun terreinen overlappen. Deze vooronderstellingen maken duidelijk dat het niet gaat om een godsbewijs. Ook is niet aan de orde de waarheid van Genesis te bewijzen uit de natuur, of andersom. Het doel is de overeenstemming tussen Genesis en natuur transparant te maken, met gebruikmaking van de wetenschappen. Vanuit deze vooronderstellingen wordt Genesis 1 op twee niveaus besproken. In paragraaf 2 wordt het tijdskader van de scheppingsdagen onderzocht. Hierbij staat de vraag centraal of er een universele definitie van de dag bestaat en wat hieruit afgeleid kan worden over de relatie tussen scheppingsdag en zonnestelseldag. In paragraaf 3 wordt het scheppingsverhaal geanalyseerd. Hierbij staat de vraag centraal of de natuurwetenschappelijke bevindingen over de geschiedenis van hemel en aarde parallel lopen aan de gebeurtenissen die vermeld zijn in het scheppingsverhaal. Ten slotte wordt in paragraaf 4 aandacht besteed aan de hermeneutische aspecten. 2. De scheppingsdagen In Genesis 1 wordt de geschiedenis van het hele universum beschreven in een kader van zeven dagen. Dit suggereert dat hieraan een zekere universele definitie van de dag ten grondslag ligt, dat wil zeggen een definitie die het hele universum betreft, eenduidig is en onafhankelijk van de waarnemer. Om deze dag te kunnen vergelijken met verschijnselen in de natuur, is het van belang na te gaan of er ook een natuurwetenschappelijke definitie van de dag bestaat die universeel is.

3 Een natuurwetenschappelijke definitie van de dag In het dagelijkse spraakgebruik heeft het woord dag tenminste twee betekenissen. Het kan betekenen een vaste tijdsperiode van 24 uur. Deze dag omvat zowel licht als duisternis, dag en nacht. Daarnaast wordt dag ook gebruikt voor de periode tussen zonsopgang en zonsondergang. In deze betekenis heeft de dag een variabele tijd, afhankelijk van het seizoen en de breedtegraad op aarde. De eerste betekenis legt meer nadruk op het aspect tijd, de tweede op licht. De term dag is strikt genomen geen wetenschappelijk begrip en is als zodanig ook niet eenduidig en universeel gedefinieerd. De meest gangbare wetenschappelijke definities 4 combineren twee aspecten: a) de omwenteling van de planeet aarde om haar as ten opzichte van de zon 5, en b) een vaste tijdsperiode van 24 uur. 6 Met de combinatie van deze twee aspecten voldoet de bovenstaande omschrijving niet aan de voorwaarden van een universele definitie, want ze legt beperkingen op aan de waarnemer. Om dit duidelijk te kunnen maken, is het van belang de onderlinge relatie te ontdekken tussen drie kernbegrippen: tijd, licht en dag. Eerst wordt de universele relatie tussen licht en tijd beschreven, vervolgens hun verband met de dag onderzocht. De wetenschap spreekt weliswaar over hoge ouderdom van het universum, maar wat leert ze eigenlijk over de tijd? De hele moderne fysica over de tijd is gefundeerd op Einsteins algemene relativiteitstheorie. 7 Einstein heeft het traditionele begrip van de tijd volledig op zijn kop gezet. Tijd is niet absoluut. Het universum heeft niet één universele klok die overal hetzelfde tikt. Tijd is relatief en afhankelijk van de positie van de waarnemer. Als een klok beweegt ten opzichte van een waarnemer, loopt hij langzamer voor die waarnemer. Dit heeft niets met het ontwerp van de klok te maken, maar is het directe gevolg van de onderlinge beweging tussen waarnemer en klok. In het dagelijks leven zijn de effecten niet merkbaar, omdat de snelheidsverschillen verwaarloosbaar klein zijn. Echter, wanneer de snelheidsverschillen de lichtsnelheid 8 naderen, worden tijdsverschillen extreem. Wat vanuit de ene waarnemingspositie wordt ervaren als een dag, kan vanuit de andere gelijk zijn aan duizend jaar, of een miljoen, een miljard. Het meest bijzonder is de situatie voor het licht zelf. Voor licht staat de tijd namelijk stil. Licht dat van de zon naar de aarde reist, doet er volgens een waarnemer op aarde acht minuten over, maar voor het licht zelf is er geen tijd verstreken. Dit strookt wellicht niet met de menselijke intuïtie, maar toch is dit de kern van de wetenschap over tijd. Deze theorie is experimenteel toetsbaar 9 en wordt toegepast in de berekening van de baan van ruimtevaartuigen, en voor het correct functioneren van Global Positioning Systems (Trefil 2006). Hieruit volgen twee conclusies. Ten eerste zijn wetenschappelijke uitspraken over de tijd alleen mogelijk als de positie van de waarnemer 10 daarin verdisconteerd wordt. De bewering dat het universum op grond van waarnemingen en interpretatie een leeftijd heeft van miljarden jaren wordt gedaan vanuit een waarnemingspositie op de planeet aarde. Vanuit een andere waarnemingspositie binnen het universum, bijvoorbeeld die van licht 11, kom je met dezelfde wetenschap tot een heel andere waarde van de leeftijd. Beide waarden zijn wetenschappelijk volledig met elkaar in overeenstemming. Ten tweede ontvouwt Einsteins relativiteitstheorie een bijzondere universele relatie tussen tijd en licht. Het licht is een limiet,

4 nieuw licht op genesis Jan-Dirk van Loon 5 die zelf onafhankelijk is van de tijd. Vanuit de waarnemingspositie van licht vinden alle gebeurtenissen parallel aan elkaar plaats, niet in serie. De tijd is dus geen referentie voor het licht. Het is andersom, want in de schepping is het licht fundamenteler dan de tijd. In Einsteins wiskundige formule 12 die de relatieve tijdwaarneming tussen twee waarnemingsposities beschrijft, is licht de enige absolute referentie (met de lichtsnelheid als limiet). Wetenschappelijke uitspraken over de tijd zijn ten diepste altijd gerelateerd aan het licht. Deze kennis wordt vervolgens in rekening gebracht op zoek naar een universele definitie van de dag, te beginnen bij het zonnestelsel. Een waarnemer op aarde is ondergeschikt aan de tijd, want hij neemt gebeurtenissen alleen waar in het heden. Vanwege die ondergeschiktheid is hij geneigd de dag te definiëren met de tijd als houvast. 13 De tijd kan echter niet fungeren als universeel referentiesysteem, omdat tijd relatief is. Daarom is een dag gedefinieerd als 24 uur niet universeel. De waarnemer moet voor een universele definitie van de dag gebruik maken van andere referenties, maar welke? In het zonnestelsel wordt een dag bepaald doordat de aarde om zijn as draait ten opzichte van de zon (figuur 1). De zon is daarbij als referentie een nagenoeg onveranderlijk lichtpunt, dat bestaat uit twee componenten: het licht en haar bron. Zonder licht is een aardse dag betekenisloos, en de bron is essentieel omdat deze ervoor zorgt dat het licht uit één bepaalde richting komt. 14 Een waarnemer stelt de eenheid van een dag vast door één cyclus te bepalen van een willekeurig gekozen punt op aarde. De cyclus is compleet als dit punt een wederkerende positie inneemt ten opzichte van de lichtbron. Hiermee volbrengt ook de hele planeet één cyclus. Toch is dit punt geen universele referentie, omdat alle punten op aarde een eigen unieke cyclus doorlopen en een eigen unieke dag meemaken. In plaats van individuele punten op aarde kan de dag ook betrokken worden op de hele aarde. In dat geval wordt een dag omschreven als de ene cyclus van gebeurtenissen 15 die alle punten gezamenlijk ten deel vallen. Tijdloos beschreven is het met één cyclus overal avond en morgen geweest. In de tijd beschreven, is het op aarde gedurende de hele cyclus tegelijkertijd donker en licht, avond en morgen. Bovenstaande definitie van de dag overstijgt de individuele ervaring van een waarnemer op aarde, want zij beschrijft de dag vanuit het perspectief van het hele zon-aarde-systeem. Is deze definitie daarmee ook universeel? Het is mogelijk om aan het zon-aarde-systeem een universele toepasbaarheid toe te kennen, waarmee de gebeurtenissen in een groter systeem, het universum, beschreven worden in aardse cycli ten opzichte van de zon. Daarmee is echter nog niet gezegd dat deze dag voldoet aan de voorwaarden voor een universele definitie, namelijk een die eenduidig gefundeerd is in de universele relatie tussen licht en tijd. Het probleem zit daarbij met name bij de zon. De zon wordt als onveranderlijk omschreven, maar is dit niet het gevolg van interne lichtgenererende processen in de zon, die op hun beurt weer een functie zijn van de tijd? In de zon blijven op deze manier tijd en licht met elkaar verweven. Dit wordt veroorzaakt door het feit dat de zon als lichtbron zelf onderdeel uitmaakt van het universum en haar geschiedenis, en daarmee blijft zij een relatieve referentie.

5 6 Een universele definitie van de dag in het zonnestelsel lijkt niet zo eenvoudig. Toch doet de Bijbel waarschijnlijk een beroep op een universele dag als het gaat over de scheppingsdagen, in harmonie met de bovenstaande kennis over licht en tijd. De scheppingsdagen zijn daarbij gerelateerd aan een andere lichtbron. Figuur 1. Schematische weergave van de zonnestelseldag en de eerste lichtbron De Bijbelse definitie van de dag (3) En God zeide: Er zij licht; en er was licht. (4) En God zag, dat het licht goed was, en God maakte scheiding tussen het licht en de duisternis. (5a) En God noemde het licht dag, en de duisternis noemde hij nacht. (Genesis 1,3-5a) In Genesis 1 wordt aan het zonnestelsel een relatieve plaats toegekend, want dit ontstaat pas op de vierde scheppingsdag. Ruim voor de vorming van het zonnestelsel definieert God de dag met één woord: licht. Natuurwetenschappelijk betekent dit, dat de dag niet gefundeerd is in de tijd, omdat het licht fundamenteler is dan de tijd. De oorsprong van dit licht rust volgens Genesis 1,3 in Gods spreken. In tegenstelling tot de zon is deze Bron onafhankelijk van de schepping, transcendent, en daarmee niet ontvankelijk voor natuurwetenschappelijk onderzoek. Toch sluit de tekst niet uit dat er ook binnen het universum verschijnselen kunnen zijn die ten grondslag liggen aan het verschijnen van licht. God communiceert met de schepping als zelfstandige entiteit, en deze interactie brengt een verandering teweeg met licht als gevolg. Vervolgens beoordeelt God het licht, hetgeen veronderstelt dat de schepping een eigen rol heeft als ontvangende partij in dit communicatieproces. De tekst laat dus ruimte voor een mogelijke immanente bron van

6 nieuw licht op genesis Jan-Dirk van Loon 7 het eerste licht. De wetenschappelijke beschrijving hiervan is vrijwel onontgonnen terrein. Hoewel de aard van de eerste lichtbron niet precies bekend is, is het eerste waarneembare licht ervan heden ten dage op aarde detecteerbaar als de zogenaamde kosmische achtergrondstraling (zie verderop in deze paragraaf, alsook de paragrafen 3.1 en 3.2.1). Waar heeft deze dag betrekking op? Een veelgehoorde interpretatie is dat de dag betrekking heeft op de aarde (zie bijvoorbeeld Byl 2002: 281), net zoals bij het zonnestelsel op de vierde scheppingsdag. De tekst in Genesis 1 geeft echter geen aanleiding om iets van het geschapene uit te sluiten. De dag heeft waarschijnlijk betrekking op de hele schepping, hemel en aarde. Samen met de onafhankelijkheid van de bron lijkt hiermee de definitie van de dag in Genesis 1,5 alle beperkingen van het zonnestelsel te ontstijgen, en universeel te zijn. Toen was het avond geweest en het was morgen geweest: de eerste dag. (Genesis 1,5b) De dag is licht, maar hier worden dagen onderscheiden en geteld. De eenheid van de dag wordt omschreven als een rangtelwoord en als een cyclus met avond en morgen als lichtovergangen, welke alle delen van de schepping (steeds weer) ten deel vallen. Met welk criterium wordt onderscheid gemaakt tussen dagen? De tekst verwijst nergens naar de tijd als criterium. Het houvast kan niet bestaan uit elementen die zelf ondergeschikt zijn aan het licht. Om de eenheid van de (scheppings)dag vast te kunnen stellen, is het noodzakelijk om de cycli van het universum te bepalen ten opzichte van de eerste lichtbron. Alle beschreven ontwikkelingen van hemel en aarde in Genesis 1 hebben hierin een plaats. De vraag of de eenheid van iedere afzonderlijke scheppingsdag natuurwetenschappelijk kan worden begrepen is onbeantwoord. Naast de aard van de lichtbron is hiervoor nodig de interpretatie van de gebeurtenissen in het scheppingsverhaal, waarvan in paragraaf 3 verslag wordt gedaan. Een andere vraag is hoe de dag in Genesis 1,3-5 zich verhoudt tot de dag in het zonnestelsel. Het essentiële verschil tussen beide zit in de lichtbron. De scheppingsdag is gerelateerd aan de eerste lichtbron, en de zonnestelseldag aan de zon. In Genesis 1,14-18 wordt het grote licht, de zon, niet gelijkgesteld aan de dag, maar het krijgt de heerschappij over de dag (op aarde). Dit verschil met Genesis 1,5a wordt veroorzaakt doordat het grote licht niet alleen het licht, maar ook haar bron vertegenwoordigt. Waar Genesis 1,3-5 de bron en het licht onderscheidt, worden die in de zon samengenomen. In deze hoedanigheid krijgt de zon macht om de grenzen van de dag op de planeet aarde aan te wijzen. 16 Dit betekent niet dat de zon daarmee heerschappij krijgt over de (overige) scheppingsdagen, want die blijven gerelateerd aan de eerste lichtbron. De lichtbron van de zon is een afgeleide bron binnen het universum en doorloopt daarmee ook zelf een cyclus ten opzichte van de eerste bron. 17 In Genesis 1 worden zowel scheppingsdag als zonnestelseldag gewoon dag genoemd, want beide zijn gefundeerd in het licht. Dit veronderstelt dat ook de cycli van beide dagen gekoppeld zijn, ondanks hun verschillende bron. Deze koppeling wordt in Exodus 20,11 zelfs expliciet gebruikt in het sabbatsgebod, waar Gods scheppingsdagen ten grondslag liggen aan de menselijke

7 8 werkweek. De scheppingsdagen blijken daarbij echter duizelingwekkende tijdsperioden te omsluiten. Hoe valt dit te rijmen met de zonnestelseldag? Natuurwetenschappelijke uitspraken over de tijd zijn alleen mogelijk als de positie van de waarnemer erin wordt verdisconteerd. In dit geval gaat het om de positie van de waarnemer ten opzichte van de twee genoemde bronnen. Een aardse waarnemer en de zon hebben een bekende onderlinge beweging, met de daarbij behorende tijdswaarneming, maar hoe is hun verhouding ten opzichte van de eerste lichtbron? Gezien de stand van het onderzoek naar de oorsprong van het eerste licht, is een sluitende wetenschappelijke beschrijving van deze lichtbron nog niet mogelijk. Wel is het duidelijk dat deze lichtbron hele andere eigenschappen heeft dan de zon, waar licht voortkomt uit materie (waterstof). Hypothesen over wat licht is 18 en over de aard van de eerste bron moeten een beroep doen op theorieën die fundamenteler zijn dan de huidige natuurwetten, bijvoorbeeld door een inbreuk op de relativiteitstheorie voor te stellen (Kostelecky 2005). Het licht van de eerste bron is heden ten dage op aarde detecteerbaar als de zogenaamde kosmische achtergrondstraling, en van alle kanten tegelijk waarneembaar (figuur 1). De eerste lichtbron kan daarmee niet op dezelfde eenvoudige wijze gelokaliseerd worden als de zon. De wetenschappelijke beschrijving van de scheppingsdag wordt daardoor ingewikkelder. Met deze beperkingen is het slechts mogelijk om bij benadering eigenschappen te omschrijven van de eerste lichtbron in termen van de huidige beschikbare kennis. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de koppeling tussen de cycli van scheppingsdag en zonnestelseldag. Deze bevindingen kunnen samen met het voortschrijdend wetenschappelijk inzicht ingezet worden ter verdere toetsing van de overeenstemming tussen Genesis en natuur. Hiertoe wordt het verschil in tijdswaarneming van beide dagen door de aardse waarnemer geneutraliseerd met behulp van de relativiteitstheorie. De vraagstelling wordt dan: welke relatie heeft de bron van het eerste licht ten opzichte van de aardse waarnemer om 24 uur te laten ervaren als miljarden jaren? Om 24 uur waar te nemen als jaar moet de eerste bron volgens de relativiteitstheorie eigenschappen hebben, die voor 99, % die van licht benaderen. Bij een miljard jaar komen daar nog vele negens achter de komma bij. Dit duidt erop dat het eerste licht wordt voortgebracht door iets wat op licht lijkt. Licht uit licht. Deze bron heeft daarmee radicaal andere eigenschappen dan de zon, waar licht voortkomt uit materie. In deze context is het opvallend, dat bovenstaande aanwijzingen over de immanente eerste bron parallel lopen aan wat de Bijbel schrijft over de transcendente Bron in 1 Johannes 1,5: God is licht. De immanente bron van het eerste licht vertoont overeenkomsten met de openbaring over de transcendente bron. Uiteindelijk is de volle diepte van het isgelijkteken tussen God en licht niet in fysische termen te vatten of anderszins te doorgronden, want God bewoont een ontoegankelijk licht (1 Timoteüs 6,16). Het feit dat God zich bekend maakt als licht, suggereert dat hij de schepping beschouwt vanuit de positie van het licht, onafhankelijk van de tijd. Voor hem vinden alle gebeurtenissen in de schepping parallel aan elkaar plaats, alles ligt open voor zijn ogen. Als Psalm 90,4 vermeldt dat duizend jaar in de ogen van God is als de dag van gisteren, dan wordt het fysische wereldbeeld geen geweld aangedaan.

8 nieuw licht op genesis Jan-Dirk van Loon 9 De dag is een cyclus ten opzichte van een lichtbron. De scheppingsdag is gerelateerd aan de eerste lichtbron, en de zonnestelseldag aan de zon. Deze lichtbronnen zijn gekoppeld en bewegen onderling met ongeveer de lichtsnelheid. Het verschil in tijdswaarneming tussen de dagen is te begrijpen, indien de positie van de waarnemer ten opzichte van de bronnen verdisconteerd wordt. Het licht is hierbij een gemeenschappelijk ankerpunt tussen beide dagen, niet de tijd. Ook de positie van de (immanente) waarnemer 19 is geen absolute referentie. Iedere positie in het universum levert hetzelfde resultaat op over de dag, met dien verstande dat de beleving van gebeurtenissen in de tijd anders zal zijn, afhankelijk van de relatie van de waarnemer tot de lichtbronnen Scheppingsdagen en relativiteitstheorie Het gebruik van Einsteins relativiteitstheorie om de overeenstemming tussen de miljarden jaren van de wetenschap en de scheppingsdagen te laten zien is niet nieuw. Schroeder opperde dit idee reeds in Zijn hypothese staat bekend onder de naam tijddilatatie: het vertragen van de tijd. Schroeders oplossing verschilt echter van hetgeen in dit artikel is beschreven, omdat hij geen beroep doet op de lichtbronnen en zijn referentiepunt uiteindelijk kiest in de tijd. Dat blijkt met name uit zijn latere werk (Schroeder 1997), waarin hij een absolute universele tijd introduceert (op basis van de frequentie van de kosmische achtergrondstraling). Hij meent daarbij een regelmaat te ontdekken in de duur van de scheppingsdagen, waarbij de eerste dag acht miljard jaar duurt, de tweede de helft daarvan, de derde éénvierde, enzovoorts. Hierop is van wetenschappelijke zijde terecht kritiek 21 gekomen, omdat de aanname van een absolute tijd in contradictie is met de relativiteitstheorie. Byl (2002) heeft van christelijke zijde kritiek op Schroeder: Jammer genoeg is dit talmen van de tijd volkomen tegengesteld aan wat wordt gevraagd. Het is de aardse klok, en het zijn niet de galactische klokken die langzamer zouden moeten gaan lopen De dagen in Genesis worden duidelijk als perioden van licht en donker afgebakend, zoals op de aarde gemeten. Op grond hiervan verwerpt Byl een Bijbelse kosmologie die de scheppingsdagen uitlegt met gebruik van de relativiteitstheorie. Toch is de argumentatie niet overtuigend, want het vraagstuk wordt benaderd vanuit de tijdsvertraging en de dag wordt afgemeten met het relatieve criterium tijd, in plaats van het licht en de bron. Daarnaast is de redenering gebaseerd op één specifieke positie van de waarnemer (de aarde) naast galactische waarnemingsposities, die niet duidelijk gedefinieerd zijn. Echter, de scheppingsdag is een cyclus van de hele schepping ten opzichte van de eerste lichtbron. Deze cyclus is daarbij onafhankelijk van de positie van de waarnemer. Het is voor een wetenschappelijke beschrijving wellicht mogelijk om een punt op aarde als referentie te kiezen, maar daarvoor is het eerst noodzakelijk de fysische aard van de aarde te bepalen in het begin van de schepping. Een voorstel daartoe wordt gegeven in de volgende paragraaf. 3. De geschiedenis van hemel en aarde De overeenstemming tussen de scheppingsdagen en een hoge leeftijd van het universum roept de vraag op of er ook coherentie valt waar te nemen tussen de rest

9 10 van het scheppingsverhaal en de natuur. Deze paragraaf geeft daartoe een aanzet en beschrijft de geschiedenis van hemel en aarde in de eerste vier scheppingsdagen. Eerst wordt de huidige stand van de natuurwetenschap samengevat en daarna een nieuwe interpretatie van Genesis 1,1-19 voorgesteld Geschiedenis van het universum volgens de natuurwetenschappen In de huidige wetenschap overheerst één overkoepelende hypothese, de bigbangtheorie, die geen concurrentie lijkt te hebben van een daadwerkelijk alternatief 22 over de hele breedte van vakgebieden. De bigbangtheorie probeert de ontstaansgeschiedenis te beschrijven van het allergrootste, het universum, tot en met het allerkleinste, het subatomaire niveau. Zij richt zich daarbij op de verklaring van zowel waarnemingen uit de astronomie als van experimenten op aarde, die worden beschreven met wiskundige en fysische modellen. De bigbangtheorie omvat een scala aan wetenschappelijke modellen en deeltheorieën, bijvoorbeeld over de gebeurtenissen in het begin, de verdeling van chemische elementen in het heelal, de roodverschuivingen van sterrenlicht, of het ontstaan van het zonnestelsel. Deze theorieën beconcurreren elkaar, teneinde deelaspecten of waarnemingen beter te beschrijven. De bigbangtheorie is daarmee allesbehalve uitgekristalliseerd. De onderstaande samenvatting is een selectie van hoofdelementen uit de bigbangtheorie, de rode draad die een brede wetenschappelijke consensus geniet. Deze status-quo draagt een voorlopig karakter, en kan dus niet worden verabsoluteerd. Ze is gebaseerd op bronnen van bekende wetenschappers, zoals Hawking (1988 en 1999), Weinberg (1983), Prigogine (1996), t Hooft (1999), en ook op het overzicht van Byl (2002), waarin hij een kritische bespreking geeft van de meeste kosmologische modellen en met name hun zwakheden en vooronderstellingen blootlegt. De tijdschaal functioneert daarbij als leidraad, in het besef dat het begrip tijd met name rond het begin van het universum zelf onderhevig is aan onderzoek (Barrow 1988; Zhi 1989). In het begin 23 is alle materie, energie, ruimte en tijd samengebald. Volgens Hawking en Penrose (1999) begint het universum in een singulariteit, een punt. Een singulariteit als zodanig is voor het vervolg van dit artikel geen noodzakelijke voorwaarde. Fysische modellen op basis van de huidige natuurwetten kunnen pas opgesteld worden voor gebeurtenissen vanaf seconde na het begin, de zogenaamde Plancktijd. Gebeurtenissen die voor de Plancktijd plaatsvonden, volgen wetmatigheden die vooralsnog onbekend zijn. De omstandigheden in het begin laten zich kenmerken door een zeer hoge dichtheid en temperatuur. Vanaf het begin gebeurt een aantal dingen. Er ontstaan ruimte, tijd en materie/energie. Ruimte en tijd zijn dimensies die qua eigenschappen bij elkaar horen; deze worden doorgaans gezamenlijk aangeduid als de ruimtetijd. Het aantal dimensies van de ruimtetijd is niet noodzakelijkerwijs beperkt, maar bestrijkt er tenminste vier (lengte, breedte, diepte en tijd). Vanaf het begin dijt de ruimtetijd uit en heden ten dage strekt het zich uit tot de verste grenzen van het heelal.

10 nieuw licht op genesis Jan-Dirk van Loon 11 Na het begin is er ook materie/energie. 24 Er zijn echter geen moleculen, geen afzonderlijke atomen, zelfs geen elementaire deeltjes, geen licht. Alles is samengevloeid, niets is van elkaar te onderscheiden. De leidende hypothese is dat zelfs alle elementaire natuurkrachten 25, die de interacties bepalen tussen de vormen van materie en energie in de ruimtetijd, in het begin zijn geünificeerd, de zogenaamde Theory of Everything (Kaku 1999). Met de voortgaande scheiding van natuurkrachten en dankzij de perfecte balans van de natuurconstanten 26 ontstaan er vanaf seconde elementaire deeltjes, waaronder licht. De materie breidt zich uit met de ruimtetijd en heeft daarbij de eigenschappen van een vloeistof (Riordan 2006). 27 Door de hoge dichtheid en temperatuur kan het licht echter niet uit de materie ontsnappen. Het universum is gehuld in duisternis. Er komt evenwel een moment in de ontwikkeling (na circa jaar), waarbij de temperatuur van de materie daalt onder de grens van 3000 graden Kelvin. Pas dan kan licht uit de materie ontsnappen en wordt het heelal transparant. Deze gebeurtenis is waarneembaar als de kosmische achtergrondstraling (Penzias 1965). Wetenschappelijke waarnemingen van licht kunnen niet terug achter deze grens. Eenvoudige atomen (voornamelijk waterstof, helium en lithium) ontstaan door samenvoeging van elementaire deeltjes (protonen, neutronen, elektronen). Zwaardere elementen zijn nog niet mogelijk, omdat de condities voor de vorming daarvan ontbreken. De materie breidt zich uit in de ruimte, en begint onder invloed van de zwaartekracht op bepaalde plaatsen samen te klonteren. Deze miljarden samenklonterende hopen materie zijn het begin van de sterrenstelsels. Hierin worden sterren, planeten en andere hemellichamen gevormd onder invloed van de zwaartekracht en van chemische en thermonucleaire processen. De thermonucleaire reacties in sterren maken het mogelijk dat de zware elementen van het periodiek systeem ontstaan. Sommige van de sterren exploderen aan het einde van hun bestaan (supernova). Deze materie komt ter beschikking voor de vorming van nieuwe hemellichamen. Zo ontstaan uiteindelijk het melkwegstelsel, het zonnestelsel, met aarde, zon, maan en planeten. Op de planeet aarde wordt een grote verscheidenheid aan chemische elementen van het periodiek systeem aangetroffen; bouwstenen waaruit de aarde, en de daarop levende wezens zijn gebouwd. De leeftijd van het universum wordt geschat op circa 13,6 miljard jaar, de leeftijd van de aarde op circa 4,65 miljard jaar Het zonnestelsel Over het ontstaan van het zonnestelsel zijn in de vorige eeuw minstens acht wetenschappelijke theorieën geformuleerd, waarvan de meeste inmiddels zijn verworpen of achterhaald. Op dit moment worden nog vier theorieën actief onderzocht. Woolfson (2000) geeft hiervan een uitvoerig wetenschappelijk overzicht. Op dit moment is er geen enkele theorie die een algemene consensus geniet en die in staat is om alle waarnemingen 28 plausibel te verklaren. De wetenschappelijke status-quo wordt hieronder beknopt samengevat. Het zonnestelsel heeft enerzijds een zeer regelmatige structuur, maar anderzijds zijn er ook belangrijke uitzonderingen op die regelmaat, zoals de maan. Dat maakt het uiterst lastig om een theorie te ontwerpen die alle feiten kan verklaren en bovendien plausibel is. De twee

11 12 belangrijkste theorieën zijn de Solar Nebula Theory en de Capture Theory, die ieder een school van denken vertegenwoordigen. 29 De Solar Nebula Theory (SNT), die favoriet is in populairwetenschappelijke tvprogramma s, probeert de vorming van de zon, planeten en hun manen te verklaren met behulp van één mechanisme, waarbij het hele zonnestelsel gevormd wordt uit een langzaam draaiende materienevel. De charme van deze aanpak is dat de theorie universeel is en de vorming van planetenstelsels bij andere sterren in het heelal plausibel maakt. Er zijn echter een paar fundamentele problemen die niet opgelost zijn. In het zonnestelsel zit bijvoorbeeld 99% van alle rotatie-energie (impulsmoment) in de planeten, en maar 1% in de zon. De SNT voorspelt precies het omgekeerde. Het probleem is om plausibele mechanismen te vinden waarbij de zon meer dan 99,9% van zijn oorspronkelijke rotatie-energie in zeer korte tijd (10 miljoen jaar) verliest. Dat is nog niet gelukt. Naast andere problemen zijn ook de vele onregelmatigheden in het zonnestelsel niet te verklaren met het hoofdmechanisme. De maan is zo n uitzondering, omdat hij onevenredig groot is ten opzichte van de aarde in vergelijking met de satellieten van andere planeten. Over de relatieve ouderdom van de aarde ten opzichte van de zon doet de SNT slechts een summiere uitspraak: ze zijn ongeveer even oud. Over de maan doet de SNT geen uitspraak. De Capture Theory verklaart zowel de regelmaat als de uitzonderingen in het zonnestelsel met een minimum aantal toevallige gebeurtenissen. 30 Het voordeel van deze aanpak is dat een relatief groot aantal eigenschappen van het zonnestelsel kan worden verklaard. Daar staat tegenover dat het zonnestelsel in dat geval moet worden aangemerkt als het resultaat van een toevallige samenloop van omstandigheden. Het zonnestelsel als uitzondering wordt minder plausibel geacht, omdat het moeilijk te bewijzen is dat juist deze (en geen andere) gebeurtenissen daadwerkelijk hebben plaatsgevonden. Dit staat een algemene acceptatie van de theorie in de weg Geschiedenis van het universum volgens Genesis Hieronder volgt een interpretatie van Genesis 1,1-19, die is gebaseerd op diverse vertalingen van de grondtekst, met gebruikmaking van theologische commentaren (onder andere Gispen 1966 en 1974; Westermann 1974; Wenham 1987; Collins 2005) en lexicons. Als leidraad voor het betoog wordt de NBG vertaling gebruikt. Schroeder (1990) heeft eerder een harmonische vergelijking gepubliceerd tussen Genesis en de big bang. Hoewel zijn interpretatie deels overeenkomsten vertoont, blijkt bij nadere analyse dat de beide interpretaties verschillen vanaf Genesis 1,1, hetgeen nader zal worden aangeduid De eerste dag In den beginne schiep God de hemel en de aarde. De aarde nu was woest en ledig,. (Genesis 1,1-2a) In den beginne is het begin van alle immanente gebeurtenissen binnen het universum. Deze omschrijving neemt een neutrale positie in ten opzichte van de tijd,

12 nieuw licht op genesis Jan-Dirk van Loon 13 die relatief is. Desalniettemin wordt in deze paragraaf een tijdsbalk bij de gebeurtenissen gebruikt. Het werkwoord scheppen (Hebreeuws: bara) beschrijft een activiteit die uitsluitend door God wordt verricht. Met dit werkwoord wordt met name de soevereiniteit van Gods handelen benadrukt, omdat nooit wordt vermeld waaruit God schept (Wenham 1987: 14). 31 Natuurwetenschappelijk kunnen uitsluitend uitspraken gedaan worden over de immanente gebeurtenissen die het gevolg zijn van deze activiteit. Bij Genesis 1,1 wil ik met name stilstaan bij de vraag, wat er precies bedoeld wordt met hemel en met aarde. De diverse commentaren benaderen deze vraag hoofdzakelijk vanuit één invalshoek, onafhankelijk van hun voorkeur voor een van de diverse mogelijke vertalingen van de verzen Deze richt zich voornamelijk op het aspect dat hemel en aarde tezamen het hele universum omvatten. Een systematische analyse van de mogelijke afzonderlijke betekenissen van hemel en aarde ontbreekt echter. Toch blijkt ieder commentaar een impliciete interpretatie te geven aan de aarde, namelijk een die zo dicht mogelijk aansluit bij de huidige ervaring. Afhankelijk van de voorkeur van de vertaling varieert deze van een geheel geordende planeet tot een prille planeet, die gekenmerkt wordt door woestijn, wildernis en watervloed (bijvoorbeeld Douma 2004: 12). Deze interpretatie van aarde heeft echter als consequentie, dat de definitie van hemel in Genesis 1 niet eenduidig is. Als hemel en aarde tezamen het hele waarneembare universum vertegenwoordigen, en de betekenis van aarde zoveel mogelijk aansluit bij de huidige ervaring, dan is het gevolg daarvan dat de hemel wordt opgevat als het hele universum, inclusief alle hemellichamen, behalve de aarde. Deze visie wordt ook teruggevonden bij Schroeder (1990). 33 Deze interpretatie van hemel is redelijk problematisch in vers 8 en wordt dan ingeperkt tot bijvoorbeeld de dampkring, die scheiding maakt tussen de zeeën en de wolken. Daarnaast is het verband met de betekenis van hemel als woonplaats van de engelen en van God moeilijk te begrijpen, zoals dat verderop in de Bijbel voorkomt. Kortom, met de bovenstaande eenduidige definitie van aarde wordt de betekenis van hemel afhankelijk van de context. Het is met name deze inconsistentie die noopt tot overweging van alternatieve interpretaties. Er is een alternatieve interpretatie mogelijk, waarin Genesis 1,1-2 naadloos blijkt door te lopen in de rest van het scheppingsverhaal, hetgeen aansluit bij de traditionele visie dat vers 1 de eerste scheppingsdaad beschrijft (Wenham 1987: 13). Dat gebeurt, indien de betekenissen van hemel en aarde worden gevat in hun essentie, waarbij hemel staat voor ruimtetijd (de dimensies) 34 en aarde voor materie. Deze termen hebben wellicht een enigszins natuurwetenschappelijke lading, maar hun betekenissen overlappen niet. Daarbij proberen ze zo duidelijk mogelijk weer te geven wat karakteristiek is aan hemel en aarde, en vooral ook waarin beide verschillen. Het kenmerk van de hemel als ruimtetijd is dat zij niet materieel is (de hemellichamen maken er geen deel van uit). Deze betekenis van hemel is in overeenstemming met de beschrijving van de tweede scheppingsdag. Daarin wordt melding gemaakt van een uitspansel, dat scheiding maakt tussen twee soorten materie. Het uitspansel zelf is geen materie, maar de dimensies 35 ertussen, die

13 14 ervoor zorgen dat de materie wordt gescheiden. De bovenstaande interpretatie van hemel is niet tegenstrijdig met de betekenis als woonplaats van de engelen en van God. De ruimtetijd is niet noodzakelijkerwijs beperkt tot de vier dimensies die doorgaans worden waargenomen. Wanneer in de rest van de Bijbel gesproken wordt over de hemel als de woonplaats van de engelen, worden mogelijk dimensies omschreven die slechts bij uitzondering waarneembaar 36 zijn, en waarvan de eigenschappen verder onbekend zijn. Het Hebreeuwse woord voor hemel sjamajim staat in de meervoudsvorm, hetgeen mogelijk duidt op de meerdere dimensies van de ruimtetijd. De hemel als ruimtetijd leidt tot een consistente betekenis, die niet afhangt van de context, maar hoe zit het met de aarde? Er zijn hiervoor twee opties. a. Met aarde kan bedoeld zijn: de materie waaruit in de loop van de scheppingsweek het vaste deel van onze planeet is gevormd. Dat heeft echter tot consequentie dat hemel en aarde in Genesis 1,1 een beperkte betekenis heeft, hetgeen niet overeenkomt met de algemene consensus, dat hemel en aarde de hele schepping omsluiten. b. Een alternatief is dat met de aarde in den beginne wordt bedoeld: alle materie die geschapen werd. Het gevolg van deze interpretatie is dat het woord aarde in de loop van Genesis 1 een meer toegespitste betekenis krijgt als het droge deel van onze planeet. De overige materie uit het begin wordt dan onder andere gebruikt voor de vorming van andere hemellichamen, alsmede voor de zeeën op de planeet aarde. De veranderende betekenis van aarde in optie b lijkt op het eerste gezicht niet veel beter dan de gangbare interpretatie, waar de betekenis van hemel afhangt van de context. Het verschil is echter, dat de betekenis van aarde niet willekeurig verandert, maar stapsgewijs de geschiedenis volgt die de aarde doorloopt, zoals die in Genesis 1 wordt verhaald. Hierbij ontstaat het volgende beeld. In Genesis 1,1 schept God de immanente ruimtetijd en materie. In vers 2 wordt die materie gekarakteriseerd door de Hebreeuwse combinatie tohoe wa bohoe, een superlatief voor woestheid en leegte (Engels: formlessness; Duits: Nichtiges). Deze radicale omschrijving duidt erop dat de materie geen enkele orde laat ontdekken, geen enkele eigenschap die het mogelijk maakt om zaken bij hun naam te noemen. Dit komt precies overeen met het beeld uit de natuurwetenschap, 37 waarin alle materie (energie) in het begin is samengesmolten, materie zonder materiaal, zonder vorm, zonder structuur, zonder dat er iets van elkaar te onderscheiden is. 38 Waarom wordt het woord aarde in vers 1 gebruikt voor alle materie? Omdat in den beginne alles nog een eenheid vormt, een eenheid in woest- en leegheid. Daarin is niet onderscheidbaar wat op de derde dag het vaste materiaal van de planeet aarde moet gaan worden, of iets anders. Voordat de aarde als het droge herkenbaar is, moet eerst nog onvoorstelbaar veel scheiding en orde aangebracht worden. Scheiding in elementaire natuurkrachten, in elementaire deeltjes, ordening in atomen en moleculen, en ten slotte een selectie en afscheiding van een kleine hoeveelheid van dat materiaal, waar God het leven van de mens als zijn

14 nieuw licht op genesis Jan-Dirk van Loon 15 beeld realiseert. Blijkens de commentaren bestaat de neiging om de aarde in Genesis 1,1-2 te lezen vanuit een beeld dat dicht aanligt tegen de derde scheppingsdag en daarna (met een zekere ordening, vorm, structuur, materiaal), terwijl de tekst nu juist aangeeft dat het kennelijk niet zozeer deze eigenschappen zijn die de aarde tot aarde maken, als haar totale geschiedenis in ogenschouw wordt genomen. De aarde wordt pas herkenbaar voor de mens in de huidige vorm vanaf het moment dat God deze als naam verbindt aan het droge. Dat in vers 1 ook het woord aarde is gekozen, geeft aan dat de fundamenten van de aarde verder gaan dan de vastheid van de korst gesteenten rondom onze planeet, want zij omsluiten de fundamenten van die gesteenten zelf. Theologisch gezien zou men wellicht kunnen zeggen dat in het gebruik van het woord aarde voor de materie in het begin en later voor het droge een aanwijzing zichtbaar wordt van God, die vanaf het begin scheidend, ordenend en selecterend toewerkt naar wat na de zesde scheppingsdag de voltooide scheppingswerken zijn, met de aarde in haar uiteindelijke vorm (en met de mens als Gods beeld) als hoogtepunt., en duisternis lag op de vloed en de Geest Gods zweefde over de wateren. (Genesis 1,2b) Hier wordt een verdere omschrijving gegeven van de zich ontwikkelende materie, die wordt voorgesteld als een oervloed, een diepte. Materie waar beweging in zit en die beschreven wordt met het woord wateren. 39 Hieraan moet niet zozeer de chemische betekenis van H 2 O toegekend worden. Dat is pas aan de orde op de derde scheppingsdag, voor het deel van de wateren dat van God daarvoor de specifieke naam zeeën krijgt. Deze naam wordt op de eerste twee scheppingsdagen niet gegeven aan de oervloed, noch aan de wateren. Het woord wateren geeft de toestand van de materie aan in bewoordingen die op de huidige aarde geassocieerd worden met de algemeen aanwezige vloeibare materie, de watermassa s. De vloeibare eigenschappen van de materie in de eerste ontwikkelingsstadia van het universum zijn ook door de natuurwetenschap ontdekt (Riordan 2006). De vloed is duister. Dat is begrijpelijk, want er bestaat nog geen licht in de allereerste stadia van het universum, net zo min als andere elementaire deeltjes. Blijkens de tekst interacteert Gods Geest in dit stadium met de schepping in de vorm van een soort wind. Gods Geest is geen onderdeel van de aarde, geen materie. Zijn verblijfplaats lijkt de hemel (ruimtetijd) te zijn, gezien zijn positie ten opzichte van de materie. Wat deze interactie in de schepping teweegbrengt wordt niet expliciet vermeld (het Hebreeuwse woord merakhepet kan betekenen zweven, sidderen, broeden). Een mogelijkheid is dat hierdoor de schepping ontvankelijk gemaakt wordt voor de communicatie die in Genesis 1,3 volgt. Er ligt een zekere nadruk op de onafhankelijkheid van Gods Geest van de materie. Aangezien woorden hier ontbreken om de aard en werking van de Geest nader de duiden, laat ik speculatie daarover achterwege. 40,41 En God zeide: Er zij licht; en er was licht. En God zag, dat het licht goed was, (Genesis 1,3-4a) Deze volgende stap in de ontwikkeling van het universum is reeds ter sprake gekomen in paragraaf 2.2, in samenhang met de definitie van de dag en het verschijnen

15 16 van de eerste lichtbron volgend op de communicatie van God. Op deze plaats wordt nog een ander aspect belicht. Op een beslissend moment na het begin van de big bang is de toestand van de materie ontwikkeld tot de kritische grens waarop de vorming van elementaire deeltjes (waaronder licht) mogelijk wordt. Wat hier precies gebeurt, is vanuit natuurwetenschappelijk oogpunt nog niet doorgrond en vergt de ontwikkeling van theorieën die fundamenteler zijn dan de huidige natuurwetten. De eigenschappen van licht en andere elementaire deeltjes zijn gefundeerd in de zogenaamde natuurconstanten (Barrow 2002). De waarden van deze constanten worden niet door de bigbangtheorie verklaard, maar zijn haar huidige ankerpunten. Vooraanstaande wetenschappers als Weinberg 42 achten het onwaarschijnlijk dat er uiteindelijk een systeem van fundamentelere natuurwetten geformuleerd kan worden, die een in zichzelf consistente en volledige 43 verklaring zal kunnen geven van de natuurconstanten. In deze context is het belangrijk te constateren dat Genesis 1,3-4 uitdrukkelijk ruimte laat aan de voortgaande wetenschappelijke ontdekking van de natuur, doordat de aparte beoordeling van de kwaliteit van het licht door God een eigen identiteit van de schepping veronderstelt., en God maakte scheiding tussen het licht en de duisternis. (Genesis 1,4b) Het is opvallend dat naast de vorming van het licht apart melding gemaakt wordt van de scheiding tussen licht en duisternis. Dat lijkt op het eerste gezicht overbodig, want betekent de verschijning van licht niet automatisch dat alles wat geen licht mag heten duisternis is? Deze nadere verklaring wordt echter duidelijker als men het fysische wereldbeeld voor ogen neemt. In de eerste stadia van het heelal zijn de dichtheid en temperatuur van de materie namelijk zo hoog, dat licht niet uit de materie kan ontsnappen. Hoewel licht dus bestaat naast andere elementaire deeltjes, is er geen werkelijke scheiding tussen licht en duisternis. Vandaar dat van deze scheiding apart melding gemaakt wordt. Deze gebeurtenis is binnen de bigbangtheorie een mijlpaal, en staat bekend als het moment waarop het heelal plotseling transparant wordt (na circa jaar) en de kosmische achtergrondstraling waarneembaar wordt. En God noemde het licht dag, en de duisternis noemde Hij nacht. Toen was het avond geweest, en het was morgen geweest: de eerste dag. (Genesis 1,5) Alle bovenstaande gebeurtenissen vormen de eenheid van de eerste scheppingsdag. Zoals in paragraaf 2.2 reeds is vermeld, is het natuurwetenschappelijk onopgehelderd waarom de eerste scheppingsdag hiermee voltooid is.

16 nieuw licht op genesis Jan-Dirk van Loon 17 Genesis Universum Dag 1 Schepping van hemel en aarde Ontstaan van respectievelijk ruimtetijd en materie Aarde was woest en leeg Alle materie als samengebalde eenheid zonder onderscheidbare onderdelen Wateren en (oer)vloed Materie vertoont de eigenschappen van vloeistof Gods Geest boven de wateren Materie wordt geschikt gemaakt voor communicatie (?) Er zij licht, En er was licht Vorming eerste lichtbron. Ontstaan van licht en andere elementaire deeltjes Scheiding tussen licht en duisternis Het universum wordt transparant, kosmische achtergrondstraling Dag 2 Scheiding tussen wateren Scheiding van materie op macroniveau, vorming sterrenstelsels Middels het uitspansel, de hemel Middels zwaartekracht als kromming van de ruimtetijd Wateren onder het uitspansel Afscheiding van materie voor de vorming van de planeet aarde Wateren boven het uitspansel Overige materie in het universum Dag 3 Samenvloeiende wateren onder het Vorming van de planeet aarde in uitspansel vloeibare toestand Het droge komt te voorschijn en Het aardoppervlak stolt, eoarchean period krijgt de naam aarde Samengevloeide wateren met de Oceanen op de planeet aarde naam zeeën Dag 4 Het grote en kleine licht worden Zon en maan krijgen helderheid in gemaakt met het specifieke doel zichtbare deel lichtspectrum (Er is geen om op de planeet aarde licht te natuurwetenschappelijke consensus geven en tijdritmes aan te wijzen over de vorming van het zonnestelsel.).., benevens de sterren Vorming van zichtbare heldere sterren die de sterrenbeelden vormen Tabel 1. Overzicht van overeenkomsten tussen Genesis en de wording van het universum De tweede dag En God zeide: Daar zij een uitspansel in het midden der wateren, en dit make scheiding tussen wateren en wateren. En God maakte het uitspansel en Hij scheidde de wateren die onder het uitspansel waren van de wateren die boven het uitspansel waren; en het was alzo. En God noemde het uitspansel hemel. Toen was het avond geweest, en het was morgen geweest, de tweede dag. (Genesis 1,6-8) Het scheppingsverhaal beschrijft de volgende markante gebeurtenis in de geschiedenis van het universum, die ook verwoord wordt door de natuurwetenschap. Alle materie in het heelal gedraagt zich tot nu toe als een homogene massa, een eenheid, die op de eerste dag gedifferentieerd wordt op microniveau, in haar ontwikkeling via elementaire deeltjes tot atomen. Op de tweede scheppingsdag vindt een scheiding plaats op macroniveau. De wateren komen niet plotsklaps ten tonele, maar geven een nadere omschrijving van de toestand van de zich ontwikkelende

17 18 materievloed uit Genesis 1,2, die daar ook als wateren was aangeduid. Bij de scheiding van de materie gebeuren twee dingen. Ten eerste gaat de homogene materie inhomogeniteiten vertonen. Dat houdt in dat er lokale opeenhopingen van materie ontstaan, die gescheiden worden van andere opeenhopingen door middel van het uitspansel, de ruimtetijd. Wat hier in fysische zin omschreven wordt, is het proces waarbij onder invloed van de zwaartekracht materie begint samen te klonteren tot sterrenstelsels-in-wording, waarin sterren en andere hemellichamen gevormd worden. Markant is dat de Bijbeltekst het vermogen van de scheiding min of meer toekent aan het uitspansel. Het natuurwetenschappelijke beeld loopt parallel, omdat de zwaartekracht wordt beschreven als een gevolg van de kromming van de ruimtetijd. Daarbij wordt de ruimtetijd vaak voorgesteld als een gekromd vlak, waarin hemellichamen (materie) een deuk vormen. Het Hebreeuwse woord voor uitspansel raqiya verwijst dienovereenkomstig naar het uithameren van een metalen plaat. Het uitspansel zelf wordt hemel genoemd. Dit betekent hetzelfde als in Genesis 1,1, maar het krijgt eigenschappen toebedeeld (aangeduid door het werkwoord maken), die het in staat stellen om materie te scheiden. Dat was nog niet zichtbaar in Genesis 1,1, waar alle materie nog een eenheid was. Ten tweede wordt in de beschrijving een keuze gemaakt voor de oriëntatie van de waarnemer. Dat wordt aangeduid met de specificaties onder en boven het uitspansel. Hoewel de tweede scheppingsdag primair gaat over het uitspansel, wordt de aandacht ook voorbereid op de toekomstige planeet aarde, de wateren onder het uitspansel, de materienevel, die zich onder invloed van de zwaartekracht zal gaan samenballen tot een planeet in vloeibare toestand (magma). De wateren boven het uitspansel vertegenwoordigen de rest van de materie in het universum. Hierin vinden talloze andere scheidingen van materie plaats, die verder geen aandacht krijgen. Op de tweede scheppingsdag wordt een specifieke keuze gemaakt voor een bepaalde fractie van de materie, onze planeet, waarover op de derde scheppingsdag nader bericht wordt. De vorming van de planeet aarde in relatie tot het zonnestelsel en de sterren wordt besproken bij de vierde scheppingsdag De derde dag En God zeide: Dat de wateren onder de hemel op één plaats samenvloeien en het droge te voorschijn kome; en het was alzo. En God noemde het droge aarde, en de samengevloeide wateren noemde Hij zeeën. En God zag, dat het goed was. (Genesis 1,9-10) Op de derde scheppingsdag concentreert de materienevel onder het uitspansel zich op een plaats, en vormt een planeet in vloeibare vorm. Daarna stolt het vloeibare oppervlak tot een aardkorst, hetgeen op de geologische tijdschaal de eoarchean period genoemd wordt (Gradstein 2004: 131). Er ontstaat uit de wateren materie in vaste toestand, het droge, waaraan door God de naam aarde wordt toegekend. Hiermee vindt een verdere specificatie plaats van de eigenschappen van de aarde ten opzichte van Genesis 1,1 en wordt voor de eerste keer naar (vast) materiaal verwezen. Het deel van de wateren dat in vloeibare toestand blijft nadat het bijeen-

18 nieuw licht op genesis Jan-Dirk van Loon 19 gestroomd is, krijgt nu de specifieke naam zeeën, wat het verschil in chemische samenstelling markeert (magma versus water). Het feit dat God hier opnieuw met de schepping communiceert zou erop kunnen duiden dat de vorming van de planeet in deze specifieke samenstelling niet zo vanzelfsprekend is en aan bijzondere randvoorwaarden lijkt te voldoen. De aard daarvan kan wetenschappelijk alleen gezien worden in samenhang met het zonnestelsel, waarvan op de vierde dag bericht wordt. Op de derde dag brengt de aarde ook groen, planten en bomen voort (Genesis 1,11-13), maar dit onderdeel van de derde scheppingsdag valt buiten het kader van dit artikel De vierde dag (14) En God zeide: Dat er lichten zijn aan het uitspansel des hemels om scheiding te maken tussen de dag en de nacht, en dat zij dienen tot aanwijzing zowel van vaste tijden als van dagen en jaren; (15) en dat zij tot lichten zijn aan het uitspansel des hemels om licht te geven op de aarde; en het was alzo. (16) En God maakte de beide grote lichten, het grootste licht tot heerschappij over de dag, en het kleinere licht tot heerschappij over de nacht, benevens de sterren. (17) En God stelde ze aan het uitspansel des hemels om licht te geven op de aarde, (18) en om te heersen over de dag en over de nacht, en om het licht en de duisternis te scheiden. (19) En God zag, dat het goed was. Toen was het avond geweest, en het was morgen geweest: de vierde dag. (Genesis 1,14-19) Op de vierde scheppingsdag worden zon, maan en sterren gemaakt. De centrale vraag hierbij is, of de natuurwetenschap dezelfde volgorde van gebeurtenissen beschrijft. Worden zon, maan en sterren pas gevormd op het moment dat de aarde al bestaat als planeet, inclusief het vaste land en de zeeën (en zelfs plantaardig leven)? De geschiedenis wordt gevolgd in de lijn van de big bang, te beginnen bij de vorming van sterren De sterren Op het eerste gezicht lijken Genesis en natuur hier uiteen te gaan wat betreft de volgorde van vorming van de aarde en de sterren. Ten eerste wordt alleen al aan het melkwegstelsel, dat uit minstens 200 miljard sterren bestaat, een hogere leeftijd (circa 13,6 miljard jaar) toegekend dan aan de aarde (circa 4,65 miljard jaar). Ten tweede kan de chemische samenstelling van de planeet aarde alleen verklaard worden als reeds lang vóór haar vorming sterren hebben bestaan, omdat de zware elementen van het periodiek systeem afkomstig moeten zijn uit oud sterrenmateriaal. Toch is het de vraag of Genesis 1,14-19 de pas afsnijdt in de confrontatie met de natuur. Dat hangt met name af van de betekenis van Genesis 1,14-15 en voor de uitleg van vers 16. Bij de schepping van zon, maan en sterren wordt door God vooraf een specifiek doel aangekondigd, namelijk het scheiden van licht en duisternis, en het aanwijzen van vaste tijden op aarde. Hiermee zijn twee interpretaties van vers 16 mogelijk. a. Vers 16 heeft een zelfstandige betekenis los van de verzen en 17-18, en bevat een universele uitspraak. Dat zou betekenen dat de toevoeging benevens

19 20 de sterren betrekking heeft op alle sterren in het universum. In dat geval is de interne samenhang van de tekst moeilijk te begrijpen. b. Een tweede mogelijkheid is dat met de sterren uitsluitend die sterren bedoeld worden die aan het specifieke doel uit de verzen en beantwoorden, namelijk dat er lichten moeten komen om op de planeet aarde licht te geven en tijdritmes aan brengen. De meeste nadruk valt daarbij op de zon en de maan, terwijl de sterren eraan toegevoegd worden, ondanks hun grotere aantal. Dat laatste is in het licht van hun functie wel begrijpelijk, want sterren hebben op aarde een veel geringere invloed dan zon en maan. De herhaling van de functie van de lichten in de verzen is een sterke aanwijzing dat vers 16 slechts in dat specifieke kader moet worden verstaan. Indien de tweede uitleg theologisch verdedigbaar is, sluit de tekst niet uit dat er al voor de vierde scheppingsdag sterren hebben bestaan. Deze hadden een andere functie en zijn daarom onvermeld gebleven. De chemische samenstelling van de aarde moet al vastgelegd zijn op de tweede scheppingsdag in een dynamisch proces van sterrenvorming, waarbij alleen de laatste afscheiding van materiaal voor de vorming van de planeet aarde beschreven wordt. Het doel dat in de verzen en genoemd wordt, suggereert dat zon, maan en sterren een functie vervullen voor waarnemers op aarde, namelijk de planten en bomen die er al zijn en de dieren en mensen die nog moeten komen. Een mogelijke interpretatie van vers 16 is dat met de sterren voornamelijk de heldere zichtbare sterren bedoeld worden, die de vaste patronen van de sterrenbeelden markeren. Een onderzoekje onder de 100 meest heldere sterren aan het firmament (voor zover de leeftijden gepubliceerd of herleidbaar zijn), 44 resulteert in de conclusie dat al deze sterren veel jonger zijn dan de aarde, en in een enkel geval 45 ongeveer even oud. Dat is ook begrijpelijk, want de heldere sterren die met het blote oog zichtbaar zijn, hebben een uitzonderlijk hoge luminositeit (lichtsterkte). Deze sterren hebben een veel kortere levensduur dan de zon, omdat ze hun brandstof sneller verbruiken. De conclusie is dat de sterren die dienen tot aanwijzing van vaste tijden jonger zijn dan de aarde, hetgeen in overeenstemming is met de volgorde van de scheppingsdagen De zon en de maan Zoals in het natuurwetenschappelijke overzicht is beschreven, bestaat er op dit moment geen theorie over het zonnestelsel, die een algemene consensus geniet en die in staat is om alle waarnemingen plausibel te verklaren. Dit betekent dat wetenschappelijke uitspraken over de relatieve ouderdom van de zon en de aarde niet met voldoende zekerheid gedaan kunnen worden. De relatieve leeftijd van de maan en de aarde lijkt in de huidige natuurwetenschappelijke hypotheses in overeenstemming te zijn met de derde en vierde scheppingsdag, omdat de maan pas later aan de aarde wordt toegevoegd. Maar wat betreft de aarde en de zon blijft de vraag of zij een gemeenschappelijke materiële oorsprong hebben, en in welk stadium de ontwikkeling van de zon was op het moment dat de aarde de kenmerken had van de derde scheppingsdag. Het is te prematuur om wetenschap en Bijbeluitleg op coherentie te toetsen.

20 nieuw licht op genesis Jan-Dirk van Loon 21 Hieruit rijst wel de vraag welke criteria uit Genesis 1,9-19 volgen, waarmee een natuurwetenschappelijke theorie kan worden getoetst op overeenstemming. Het valt op dat de beschrijving van zon en maan in vers 16 volledig wordt beheerst door hun functie, namelijk dat ze lichten zijn. Hun naam als hemellichaam wordt niet eens genoemd. Dit wordt nog eens onderstreept door de verzen en Daarmee is niet uitgesloten dat de materiële voorbereiding voor de vorming van de zon al kan zijn begonnen voor de vierde scheppingsdag, terwijl zij pas licht gaat geven op de vierde scheppingsdag. Als deze optie theologisch gezien verdedigbaar is, volgt daaruit wetenschappelijk gezien dat op aarde pas een significante helderheid in het zichtbare deel van het zonlichtspectrum waarneembaar wordt, nadat de aarde de kenmerken van de derde scheppingsdag heeft. Hierbij wordt de functie van de lichten betrokken op aardse waarnemers: de planten, bomen, dieren en mensen. Daarnaast wordt in de verzen 16 en 17 onderscheid gemaakt tussen de vorming van de zon enerzijds en het innemen van haar positie anderzijds. Dit aspect laat ruimte voor een zekere ontwikkeling van het zonnestelsel naar zijn huidige structuur. 4. Hermeneutische aspecten De bovenstaande interpretatie van Genesis laat de overeenstemming zien tussen de eerste vier scheppingsdagen en de geschiedenis van het universum voor zover die door wetenschappelijk onderzoek is blootgelegd. Deze interpretatie onderscheidt zich op belangrijke punten van de gangbare uitleg, zoals deze in diverse commentaren te vinden is. Dat roept de vraag op of dit alternatief wel plausibel is, onder andere vanuit hermeneutisch oogpunt, omdat aan een aantal sleutelwoorden, zoals aarde, hemel, vloed en wateren alternatieve fysische betekenissen worden toegekend. Hermeneutiek en kennis van de Hebreeuwse taal zijn niet mijn expertise en de wetenschappelijke beoordeling daarvan behoort aan anderen die wel competent zijn. Ik doe alleen een poging om het hermeneutische standpunt zo duidelijk mogelijk te beschrijven, in overeenstemming met de vooronderstellingen uit de inleiding. De uitleg van Gods Woord kan gezien worden als een zaak van vreemdheid en vertrouwdheid. 46 Zonder vreemdheid hoeft er immers niets te worden uitgelegd, maar de Bijbel spreekt tegelijkertijd vertrouwd tot mensen in hun eigen taal. In Genesis 1 is er ook sprake van vreemdheid en vertrouwdheid. Die vertrouwdheid is te vinden in het gebruik van bekende woorden uit de dagelijkse omgangstaal, in een duidelijk gestructureerd verhaal. De vreemdheid is het gevolg van twee aspecten. Het eerste is dat Genesis 1 handelt over een unieke periode uit de geschiedenis van hemel en aarde, waarvan uit het verhaal zelf blijkt dat de mens hiervan geen lijfelijk getuige geweest is, noch kon zijn. Het tweede aspect van vreemdheid is dat die geschiedenis weliswaar beschreven wordt in vertrouwde woorden, maar deze worden afwisselend geplaatst in een vertrouwde en een vreemde context. Zo wordt het woord aarde op de derde scheppingsdag in een voor mensen herkenbare context gebruikt en als naam verbonden aan het droge, in onderscheid van de zeeën. Tegelijkertijd staat de aarde in de verzen 1-2 in een context die daar diametraal tegenover staat: vloed, wateren en leegheid. Het woord wateren is echter zelf ook onderhevig aan die spanning tussen vertrouwdheid en vreemdheid. God geeft aan

Het berekenbare Heelal

Het berekenbare Heelal Het berekenbare Heelal 1 BETELGEUSE EN HET DOPPLEREFFECT HET IS MAAR HOE JE HET BEKIJKT NAAR EEN GRENS VAN HET HEELAL DE STRINGTHEORIE HET EERSTE BEREKENDE WERELDBEELD DE EERSTE SECONDE GUT, TOE, ANTROPISCH

Nadere informatie

178 Het eerste licht

178 Het eerste licht 178 Het eerste licht Het eerste licht et ontstaan van het heelal heeft de mensheid al sinds de vroegste beschavingen bezig H gehouden. Toch heeft het tot de vorige eeuw geduurd voor een coherent model

Nadere informatie

Ruimte, Ether, Lichtsnelheid en de Speciale Relativiteitstheorie. Een korte inleiding:

Ruimte, Ether, Lichtsnelheid en de Speciale Relativiteitstheorie. Een korte inleiding: 1 Ruimte, Ether, Lichtsnelheid en de Speciale Relativiteitstheorie. 23-09-2015 -------------------------------------------- ( j.eitjes@upcmail.nl) Een korte inleiding: Is Ruimte zoiets als Leegte, een

Nadere informatie

Programma. Weten en Geloven. grote getallen. Weten en Geloven. 20.00 Opening Een goed idee. 20.05 Inleiding over Big Bang, evolutie, ID

Programma. Weten en Geloven. grote getallen. Weten en Geloven. 20.00 Opening Een goed idee. 20.05 Inleiding over Big Bang, evolutie, ID Weten en Geloven Programma 20.00 Opening Een goed idee 20.05 Inleiding over Big Bang, evolutie, ID Schepping, Evolutie en Intelligent Design 20.30 Vragen 20.45 Koffie 21.00 Schepping en ID in de Bijbel

Nadere informatie

Higgs-deeltje. Peter Renaud Heideheeren. Inhoud

Higgs-deeltje. Peter Renaud Heideheeren. Inhoud Higgs-deeltje Peter Renaud Heideheeren Inhoud 1. Onze fysische werkelijkheid 2. Newton Einstein - Bohr 3. Kwantumveldentheorie 4. Higgs-deeltjes en Higgs-veld 3 oktober 2012 Heideheeren 2 1 Plato De dingen

Nadere informatie

Big Ideas Great STEM. Katrien Strubbe

Big Ideas Great STEM. Katrien Strubbe + Big Ideas Great STEM Katrien Strubbe (Natuur)wetenschappen: doelen 2 Natuurwetenschappen geven leerlingen een fundamenteel en duurzaam inzicht in de structuren en processen die de mens, de natuur en

Nadere informatie

1 Leerlingproject: Kosmische straling 28 februari 2002

1 Leerlingproject: Kosmische straling 28 februari 2002 1 Leerlingproject: Kosmische straling 28 februari 2002 1 Kosmische straling Onder kosmische straling verstaan we geladen deeltjes die vanuit de ruimte op de aarde terecht komen. Kosmische straling is onder

Nadere informatie

GELOOF EN WETENSCHAP. Modellen over de relatie tussen geloof en (natuur)wetenschap in historisch perspectief.

GELOOF EN WETENSCHAP. Modellen over de relatie tussen geloof en (natuur)wetenschap in historisch perspectief. GELOOF EN WETENSCHAP Modellen over de relatie tussen geloof en (natuur)wetenschap in historisch perspectief. 1. HET HARMONIEMODEL De leer van de twee boeken Het Ptolemaeïsche of Aristotelische wereldbeeld

Nadere informatie

Over Plantinga s argument voor de existentie van een noodzakelijk bestaand individueel ding. G.J.E. Rutten

Over Plantinga s argument voor de existentie van een noodzakelijk bestaand individueel ding. G.J.E. Rutten 1 Over Plantinga s argument voor de existentie van een noodzakelijk bestaand individueel ding G.J.E. Rutten Introductie In dit artikel wil ik het argument van de Amerikaanse filosoof Alvin Plantinga voor

Nadere informatie

Donkere Materie. Bram Achterberg Sterrenkundig Instituut Universiteit Utrecht

Donkere Materie. Bram Achterberg Sterrenkundig Instituut Universiteit Utrecht Donkere Materie Bram Achterberg Sterrenkundig Instituut Universiteit Utrecht Een paar feiten over ons heelal Het heelal zet uit (Hubble, 1924); Ons heelal is zo n 14 miljard jaar oud; Ons heelal was vroeger

Nadere informatie

geloof en wetenschap Prof.dr. Cees Dekker Kavli Institute of NanoScience Delft http://www.mb.tn.tudelft.nl

geloof en wetenschap Prof.dr. Cees Dekker Kavli Institute of NanoScience Delft http://www.mb.tn.tudelft.nl geloof en wetenschap Prof.dr. Cees Dekker Kavli Institute of NanoScience Delft http://www.mb.tn.tudelft.nl Utrecht, 16-6-2006 1. Is het waar, dat recente vondsten in de wetenschap Godsgeloof verzwakken?

Nadere informatie

U kunt eeuwig leven. John Phillips

U kunt eeuwig leven. John Phillips U kunt eeuwig leven John Phillips U kunt eeuwig leven Uitgegeven door: Emmaus Correspondentie School Postbus 54234 3008 JE Rotterdam NL www.bijbelcursussen.nl Vertaling van You can live forever John Phillips

Nadere informatie

wat is dat eigenlijk? Denk mee over acht grote vragen

wat is dat eigenlijk? Denk mee over acht grote vragen Geloven, wat is dat eigenlijk? Denk mee over acht grote vragen pagina 10 Hoe is de wereld ontstaan? pagina 26 Waarom bestaat de mens? pagina 42 Wat is geloven? pagina 58 Wie is God? pagina 74 Waarom heeft

Nadere informatie

Uitdijing van het heelal

Uitdijing van het heelal Uitdijing van het heelal Zijn we centrum van de expansie? Nee Alles beweegt weg van al de rest: Alle afstanden worden groter met zelfde factor a(t) a 4 2 4a 2a H Uitdijing van het heelal (da/dt) 2 0 a(t)

Nadere informatie

Cover Page. The handle http://hdl.handle.net/1887/32149 holds various files of this Leiden University dissertation.

Cover Page. The handle http://hdl.handle.net/1887/32149 holds various files of this Leiden University dissertation. Cover Page The handle http://hdl.handle.net/1887/32149 holds various files of this Leiden University dissertation. Author: Renema, Jelmer Jan Title: The physics of nanowire superconducting single-photon

Nadere informatie

Honderd jaar algemene relativiteitstheorie

Honderd jaar algemene relativiteitstheorie Honderd jaar algemene relativiteitstheorie Chris Van Den Broeck Nikhef open dag, 04/10/2015 Proloog: speciale relativiteitstheorie 1887: Een experiment van Michelson en Morley toont aan dat snelheid van

Nadere informatie

The Entangled Universe B. Mosk

The Entangled Universe B. Mosk The Entangled Universe B. Mosk THE ENTANGLED UNIVERSE Context In het begin van de 20 ste eeuw veranderden twee fundamenteel nieuwe concepten in de natuurkunde ons begrip van het universum. De eerste revolutie

Nadere informatie

Tweede Bijeenkomst: Zoektocht naar het Verborgen Hemelbeeld. Rond de Waterput donderdag 31 oktober 2013 Allan R. de Monchy

Tweede Bijeenkomst: Zoektocht naar het Verborgen Hemelbeeld. Rond de Waterput donderdag 31 oktober 2013 Allan R. de Monchy Tweede Bijeenkomst: Zoektocht naar het Verborgen Hemelbeeld Rond de Waterput donderdag 31 oktober 2013 Allan R. de Monchy Twee bijeenkomsten: Donderdag 17 oktober 2013: Historische ontwikkelingen van Astrologie.

Nadere informatie

Wees vruchtbaar en word talrijk; bevolk de aarde en onderwerp haar; heers over de vissen van de zee, over de vogels van de lucht, en over al het

Wees vruchtbaar en word talrijk; bevolk de aarde en onderwerp haar; heers over de vissen van de zee, over de vogels van de lucht, en over al het Wees vruchtbaar en word talrijk; bevolk de aarde en onderwerp haar; heers over de vissen van de zee, over de vogels van de lucht, en over al het gedierte dat over de grond kruipt. Het eerste scheppingsverhaal

Nadere informatie

Is ons universum een klein deel van een veel groter multiversum?

Is ons universum een klein deel van een veel groter multiversum? Is ons universum een klein deel van een veel groter multiversum? Inleiding Er zijn 10 11 sterrenstelsels Er zijn per sterrenstelsel 10 11 sterren waarvan de meesten een aantal planeten hebben Er zijn dus

Nadere informatie

Sterrenkunde Ruimte en tijd (3)

Sterrenkunde Ruimte en tijd (3) Sterrenkunde Ruimte en tijd (3) Zoals we in het vorige artikel konden lezen, concludeerde Hubble in 1929 tot de theorie van het uitdijende heelal. Dit uitdijen geschiedt met een snelheid die evenredig

Nadere informatie

THEORIEËN: A.P.B. UITERWIJK WINKEL

THEORIEËN: A.P.B. UITERWIJK WINKEL File: website.theorieën.apb.uiterwijkwinkel.januari2011 WWW.UITERWIJKWINKEL.EU THEORIEËN: A.P.B. UITERWIJK WINKEL De auteur heeft op zijn website www.uiterwijkwinkel.eu een aantal fundamentele problemen

Nadere informatie

De schepping van de mens Studieblad 6

De schepping van de mens Studieblad 6 -1- GODS PLAN MET MENSEN Dit is een uitgave van de Volle Evangelie Gemeente Immanuël Breda Auteur: Cees Visser (voorganger) De schepping van de mens Studieblad 6 Inleiding Mensbeeld Uitgangspunt Stof In

Nadere informatie

Anomaal Monisme vergeleken met behaviorisme en functionalisme

Anomaal Monisme vergeleken met behaviorisme en functionalisme Anomaal Monisme vergeleken met behaviorisme en functionalisme Wouter Bouvy 3079171 October 15, 2006 Abstract Dit artikel behandelt Mental Events van Donald Davidson. In Mental Events beschrijft Davidson

Nadere informatie

Materie bouwstenen van het heelal FEW 2009

Materie bouwstenen van het heelal FEW 2009 Materie bouwstenen van het heelal FEW 2009 Prof.dr Jo van den Brand jo@nikhef.nl 2 september 2009 Waar de wereld van gemaakt is De wereld kent een enorme diversiteit van materialen en vormen van materie.

Nadere informatie

Je weet dat hoe verder je van een lamp verwijderd bent hoe minder licht je ontvangt. Een

Je weet dat hoe verder je van een lamp verwijderd bent hoe minder licht je ontvangt. Een Inhoud Het heelal... 2 Sterren... 3 Herzsprung-Russel-diagram... 4 Het spectrum van sterren... 5 Opgave: Spectraallijnen van een ster... 5 Verschuiving van spectraallijnen... 6 Opgave: dopplerverschuiving...

Nadere informatie

Nieuwe resultaten van de zoektocht naar het Higgs deeltje in ATLAS

Nieuwe resultaten van de zoektocht naar het Higgs deeltje in ATLAS Nieuwe resultaten van de zoektocht naar het Higgs deeltje in ATLAS Op 4 juli 2012 presenteerde het ATLAS experiment een update van de actuele resultaten van de zoektocht naar het Higgs deeltje. Dat gebeurde

Nadere informatie

Een mooi moment is er rond een honderdduizendste van een seconde. Ja het Universum is nog piepjong. Op dat moment is de temperatuur zover gedaald dat

Een mooi moment is er rond een honderdduizendste van een seconde. Ja het Universum is nog piepjong. Op dat moment is de temperatuur zover gedaald dat 1 Donkere materie, klinkt mysterieus. En dat is het ook. Nog steeds. Voordat ik u ga uitleggen waarom wij er van overtuigd zijn dat er donkere materie moet zijn, eerst nog even de successen van de Oerknal

Nadere informatie

1 Leerlingproject: Relativiteit 28 februari 2002

1 Leerlingproject: Relativiteit 28 februari 2002 1 Leerlingproject: Relativiteit 28 februari 2002 1 Relativiteit Als je aan relativiteit denkt, dan denk je waarschijnlijk als eerste aan Albert Einstein. En dat is dan ook de bedenker van de relativiteitstheorie.

Nadere informatie

15-12-2015 ONS VERANDERENDE WERELDBEELD

15-12-2015 ONS VERANDERENDE WERELDBEELD 15-12-2015 ONS VERANDERENDE WERELDBEELD 1 15-12-2015 ONS VERANDERENDE WERELDBEELD 2 MENSEN WILLEN STRUCTUREN ZIEN 15-12-2015 ONS VERANDERENDE WERELDBEELD 3 DE MENS BEGON TE BESCHRIJVEN WAT HIJ AAN DE HEMEL

Nadere informatie

Samenvatting. Sterrenstelsels

Samenvatting. Sterrenstelsels Samenvatting Sterrenstelsels De Melkweg, waarin de Zon één van de circa 100 miljard sterren is, is slechts één van de vele sterrenstelsels in het Heelal. Sterrenstelsels, ook wel de bouwstenen van het

Nadere informatie

De golfvergelijking van Schrödinger

De golfvergelijking van Schrödinger De golfvergelijking van Schrödinger De golfvergelijking van Schrödinger beschrijft het gedrag van het elektron in het atoom. De oplossing van die vergelijking? i bevat informatie over de energie in de

Nadere informatie

ZICH VERHOUDT TOT DE LEEFTIJD ORIGINE VINDT IN DE MAATVOERING VAN DE

ZICH VERHOUDT TOT DE LEEFTIJD ORIGINE VINDT IN DE MAATVOERING VAN DE age ratio earth cosmos nlfin 010709 THEOMATHESIS TOONT DAT DE LEEFTIJD VAN HET UNIVERSUM ZICH VERHOUDT TOT DE LEEFTIJD VAN DE AARDE ALS 1 TOT 0.33 EN ZIJN ORIGINE VINDT IN DE MAATVOERING VAN DE CONSTANTE

Nadere informatie

Examenprogramma scheikunde vwo

Examenprogramma scheikunde vwo Examenprogramma scheikunde vwo Het eindexamen Het eindexamen bestaat uit het centraal examen en het schoolexamen. Het examenprogramma bestaat uit de volgende domeinen: Domein A Vaardigheden Domein B Stoffen

Nadere informatie

Gravitatie en kosmologie

Gravitatie en kosmologie Gravitatie en kosmologie FEW cursus Jo van den Brand & Joris van Heijningen Sferische oplossingen: 10 November 2015 Copyright (C) Vrije Universiteit 2009 Inhoud Inleiding Overzicht Klassieke mechanica

Nadere informatie

Examenprogramma natuurkunde vwo

Examenprogramma natuurkunde vwo Examenprogramma natuurkunde vwo Ingangsdatum: schooljaar 2013-2014 (klas 4) Eerste examenjaar: 2016 Het eindexamen Het eindexamen bestaat uit het centraal examen en het schoolexamen. Het examenprogramma

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 11699 8 juni 2012 Rectificatie Examenprogramma natuurkunde vwo van 28 april 2012, kenmerk VO2012/389632 In de regeling

Nadere informatie

Waarheid en waanzin in het universum

Waarheid en waanzin in het universum Waarheid en waanzin in het universum De kosmologie is de studie van het universum als geheel. Een fascinerend onderwerp dat veel auteurs science-fictionschrijvers, maar ook wetenschappers inspireert tot

Nadere informatie

Samenvatting Vrij vertaald luidt de titel van dit proefschrift: "Ladingstransport in dunne- lm transistoren gebaseerd op geordende organische halfgeleiders". Alvorens in te gaan op de specieke resultaten

Nadere informatie

Maar het leidde ook tot een uitkomst die essentieel is in mijn werkstuk van een Stabiel Heelal.

Maar het leidde ook tot een uitkomst die essentieel is in mijn werkstuk van een Stabiel Heelal. -09-5 Bijlage voor Stabiel Heelal. --------------------------------------- In deze bijlage wordt onderzocht hoe in mijn visie materie, ruimte en energie zich tot elkaar verhouden. Op zichzelf was de fascinatie

Nadere informatie

Weten het niet-weten

Weten het niet-weten Weten het niet-weten Over natuurwetenschap en levensbeschouwing Ger Vertogen DAMON Vertogen, Weten.indd 3 10-8-10 9:55 Inhoudsopgave Voorwoord 7 1. Inleiding 9 2. Aard van de natuurwetenschap 13 3. Klassieke

Nadere informatie

Twee beginnen: Genesis 1 en Johannes 1

Twee beginnen: Genesis 1 en Johannes 1 8 Schrift 235 Ellen van Wolde Twee beginnen: Genesis 1 en Johannes 1 H et ene begin is het andere niet. Alleen in het licht van wat volgt, krijgt het begin betekenis. Dat is duidelijk zichtbaar in Genesis

Nadere informatie

Lichtsnelheid Eigenschappen

Lichtsnelheid Eigenschappen Sterrenstelsels Lichtsnelheid Eigenschappen! Sinds eind 19 e eeuw is bekend dat de lichtsnelheid:! In vacuüm 300.000km/s bedraagt! Gemeten met proeven! Berekend door Maxwell in zijn theorie over EM golven!

Nadere informatie

Terug naar het begin. Van ontstaan van de aarde naar de oerknal

Terug naar het begin. Van ontstaan van de aarde naar de oerknal Van ontstaan van de aarde naar de oerknal Moeder aarde NU Ons zonnestelsel Ontstaan Zon Melkweg ontstaan 12 miljard jaar geleden. Daarna zijn andere kleinere sterrenstelsels, gas- en stofwolken geïntegreerd

Nadere informatie

Correlatie: Kerndoelen W T - Curriculum Noord-Amerika - Mad Science Nederland. Amerikaans Curriculum. Wetenschappelijk onderzoek doen

Correlatie: Kerndoelen W T - Curriculum Noord-Amerika - Mad Science Nederland. Amerikaans Curriculum. Wetenschappelijk onderzoek doen GROEP 1 + 2 onderzoek is een set van samenhangende processen gebruikt om vragen te stellen over de natuurlijke wereld en het onderzoeken naar verschijnselen. alle lessen aan techniek werken Sommige zaken

Nadere informatie

Eindexamen filosofie vwo 2010 - II

Eindexamen filosofie vwo 2010 - II Opgave 2 Religie in een wetenschappelijk universum 6 maximumscore 4 twee redenen om gevoel niet te volgen met betrekking tot ethiek voor Kant: a) rationaliteit van de categorische imperatief en b) afzien

Nadere informatie

QUANTUMFYSICA DE EPR-PARADOX. Naam: Klas: Datum:

QUANTUMFYSICA DE EPR-PARADOX. Naam: Klas: Datum: DE EPR-PARADOX QUANTUMFYSICA DE EPR-PARADOX Naam: Klas: Datum: DE EPR-PARADOX DE EPR-PARADOX EEN GEDACHTE-EXPERIMENT Volgens de wetten van de quantummechanica kunnen bepaalde deeltjes spontaan vervallen.

Nadere informatie

EEN VISIE, WAT IS DAT?

EEN VISIE, WAT IS DAT? EEN VISIE, WAT IS DAT? Visie is een vervuild begrip. Niet alleen bestaat er een oerwoud van begrippen die allen min of meer hetzelfde aanduiden ( missie, ondernemingsfilosofie, guiding principles, leidend

Nadere informatie

Duurzaam denken en doen

Duurzaam denken en doen Duurzaam denken en doen In het onderling menselijk verkeer en onze houding tegenover de schepping is het mogelijk af te wijken van de gebaande paden en lef te tonen om verder te denken. Als antwoord op

Nadere informatie

Wat moeten we aan met schijnbare tegenstrijdigheden in de Bijbel?

Wat moeten we aan met schijnbare tegenstrijdigheden in de Bijbel? J.G. Fijnvandraat Sr. Wat moeten we aan met schijnbare tegenstrijdigheden in de Bijbel? - 1. Heeft de Bijbel nog gezag? Deze vraag is een beetje misleidend. De kwestie waar het om gaat is niet of de Bijbel

Nadere informatie

Overzicht. Vandaag: Frank Verbunt Het heelal Nijmegen 2014

Overzicht. Vandaag: Frank Verbunt Het heelal Nijmegen 2014 Vandaag: Frank Verbunt Het heelal Nijmegen 2014 De aarde en de maan Boek: hoofdstuk 2.6 Overzicht Halley en de maan meting afstand van de Maan en verandering erin getijden: koppeling tussen lengte van

Nadere informatie

Einstein (6) v(=3/4c) + u(=1/2c) = 5/4c en... dat kan niet!

Einstein (6) v(=3/4c) + u(=1/2c) = 5/4c en... dat kan niet! Einstein (6) n de voorafgaande artikelen hebben we het gehad over tijdsdilatatie en Lorenzcontractie (tijd en lengte zijn niet absoluut maar hangen af van de snelheid tussen waarnemer en waargenomene).

Nadere informatie

Toelichting bij de Korte Verhandeling van Spinoza Nummer 1

Toelichting bij de Korte Verhandeling van Spinoza Nummer 1 Toelichting bij de Korte Verhandeling van Spinoza Nummer 1 Deel 1, Hoofdstuk 1 - Dat er iets buiten ons bestaat. Rikus Koops 8 juni 2012 Versie 1.1 In de inleidende toelichting nummer 0 heb ik gesproken

Nadere informatie

Wat is er 13,7 miljard jaar geleden uit elkaar geknald?

Wat is er 13,7 miljard jaar geleden uit elkaar geknald? VAN LEGE RUIMTE TOT OERKNAL Wat is er 13,7 miljard jaar geleden uit elkaar geknald? Waar kwam dat vandaan??? Evolutie model Standaard model 1 VAN LEGE RUIMTE TOT OERKNAL Inleiding Wat mankeert er aan het

Nadere informatie

Intochtslied. Thema van de dienst : Schepping. Organist/piano : Jan Bremer. Mededelingen van de kerkenraad. Zondag 4 Augustus 2013

Intochtslied. Thema van de dienst : Schepping. Organist/piano : Jan Bremer. Mededelingen van de kerkenraad. Zondag 4 Augustus 2013 Zondag 4 Augustus 2013 Thema van de dienst : Schepping Voorganger : ds. J.W. Stam Organist/piano : Jan Bremer Mededelingen van de kerkenraad Lied: Ps. 19: 1 en 2 >> Intochtslied vers 2 >> 1 2. God heeft

Nadere informatie

STRIJD OM JE IDENTITEIT

STRIJD OM JE IDENTITEIT STRIJD OM JE IDENTITEIT BIJBELSTUDIE VGSU BLOK 4 2010-2011 INHOUD Inleiding... 5 Avond 1... 6 Avond 2... 8 Avond 3... 10 Avond 4... 11 3 4 INLEIDING We zijn snel geneigd om onze identiteit te halen uit

Nadere informatie

Test je kennis! De heelalquiz

Test je kennis! De heelalquiz Test je kennis! heelalquiz Introductie les 3 Planeten, sterren, manen, de oerknal. Het zijn termen die leerlingen vast wel eens voorbij hebben horen komen. Maar wat weten de leerlingen eigenlijk al van

Nadere informatie

BIG BANG-THEORIE IN BOTSING MET SCHEPPINGSGELOOF? Over de rol van twee grote verhalen Martijn Wubs

BIG BANG-THEORIE IN BOTSING MET SCHEPPINGSGELOOF? Over de rol van twee grote verhalen Martijn Wubs BIG BANG-THEORIE IN BOTSING MET SCHEPPINGSGELOOF? Over de rol van twee grote verhalen Martijn Wubs studentnummer 0611352 24 oktober 1994 Filosofisch Instituut van de Rijksuniversiteit Groningen A-weg 30

Nadere informatie

Beoordelingscriteria scriptie CBC: instructie en uitwerking

Beoordelingscriteria scriptie CBC: instructie en uitwerking Nederlandse Associatie voor Examinering 1 Beoordelingscriteria scriptie CBC: instructie en uitwerking Met de scriptie voor Compensation & Benefits Consultant (CBC) toont de kandidaat een onderbouwd advies

Nadere informatie

Het mysterie van donkere energie

Het mysterie van donkere energie Het mysterie van donkere energie Het mysterie van donkere energie Donkere Energie In 1998 bleken supernova s type 1A zwakker dan verwacht Door meerdere teams gemeten Dit betekent dat de uitdijingsnelheid

Nadere informatie

INHOUDSOPGAVE 5 DEEL I KENNIS... 6 DEEL II WETENSCHAP... 76

INHOUDSOPGAVE 5 DEEL I KENNIS... 6 DEEL II WETENSCHAP... 76 INHOUDSOPGAVE 5 DEEL I KENNIS... 6 DEEL II WETENSCHAP... 76 Vergeten... 7 Filosofie... 9 Een goed begin... 11 Hoofdbreker... 13 Zintuigen... 15 De hersenen... 17 Zien... 19 Geloof... 21 Empirie... 23 Ervaring...

Nadere informatie

Interstellair Medium. Wat en Waar? - Gas (neutraal en geioniseerd) - Stof - Magneetvelden - Kosmische stralingsdeeltjes

Interstellair Medium. Wat en Waar? - Gas (neutraal en geioniseerd) - Stof - Magneetvelden - Kosmische stralingsdeeltjes Interstellair Medium Wat en Waar? - Gas (neutraal en geioniseerd) - Stof - Magneetvelden - Kosmische stralingsdeeltjes Neutraal Waterstof 21-cm lijn-overgang van HI Waarneembaarheid voorspeld door Henk

Nadere informatie

Heeft God het Kwaad geschapen?

Heeft God het Kwaad geschapen? Heeft God het Kwaad geschapen? Zondagavond 22 september 2013 (Genade & Waarheid Preek) Inleiding A. Genade & Waarheid Preken (Soms) Ingewikkelde of wettisch toegepaste onderwerpen bekeken vanuit Genade

Nadere informatie

In gesprek met Erik Verlinde, hoogleraar theoretische fysica

In gesprek met Erik Verlinde, hoogleraar theoretische fysica In gesprek met Erik Verlinde, hoogleraar theoretische fysica Voor veel mensen is theoretische fysica een abstract concept. Hoe zou u het aan de niet wetenschappelijk ingestelde leek uitleggen? Welnu, we

Nadere informatie

Voorwoord. Na het ontstaan van het Heelal is de basale verhouding van de afmetingen van materie tot de afstand tussen die materie constant.

Voorwoord. Na het ontstaan van het Heelal is de basale verhouding van de afmetingen van materie tot de afstand tussen die materie constant. --------------------------------------------------------------- 13-11-2015 ( www.serverhans.nl ) ( j.eitjes@upcmail.nl) Voorwoord. In dit werkstuk wil ik uiteenzetten waarom mijn inziens het Heelal stabiel

Nadere informatie

Geacht Dagelijks Bestuur van de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen en leden van de afdeling Natuurkunde,

Geacht Dagelijks Bestuur van de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen en leden van de afdeling Natuurkunde, file: brief.knaw.edm2008.apb.uiterwijkwinkel.december.2008 Uw kenmerk: AFD/AHA/1761 Betreft: het Elementair Deeltjes Model 2008 (EDM 2008) met: - indeling van alle 24 elementaire deeltjes materie in een

Nadere informatie

Een les rekenen / wiskunde: ontdekkingen aan de schaduw (voorbeeldles hoger onderwijs)

Een les rekenen / wiskunde: ontdekkingen aan de schaduw (voorbeeldles hoger onderwijs) Een les rekenen / wiskunde: ontdekkingen aan de schaduw (voorbeeldles hoger onderwijs) Nico den Besten Dit materiaal is onderdeel van het compendium christelijk leraarschap dat samengesteld is door het

Nadere informatie

Statistiek voor Natuurkunde Opgavenserie 4: Lineaire regressie

Statistiek voor Natuurkunde Opgavenserie 4: Lineaire regressie Statistiek voor Natuurkunde Opgavenserie 4: Lineaire regressie Inleveren: Uiterlijk 15 februari voor 16.00 in mijn postvakje Afspraken Overleg is toegestaan, maar iedereen levert zijn eigen werk in. Overschrijven

Nadere informatie

Uit: Niks relatief. Vincent Icke Contact, 2005

Uit: Niks relatief. Vincent Icke Contact, 2005 Uit: Niks relatief Vincent Icke Contact, 2005 Dé formule Snappiknie kanniknie Waarschijnlijk is E = mc 2 de beroemdste formule aller tijden, tenminste als je afgaat op de meerderheid van stemmen. De formule

Nadere informatie

OVERZICHT VAN TOETSVORMEN

OVERZICHT VAN TOETSVORMEN OVERZICHT VAN TOETSVORMEN Om tot een zekere standaardisering van de gehanteerde toetsvormen en de daarbij geldende criteria te komen, is onderstaand overzicht vastgesteld. In de afstudeerprogramma's voor

Nadere informatie

Kennismaking met de bijbel

Kennismaking met de bijbel Kennismaking met de bijbel 1. De Bijbel, wat is dat voor boek? 2. Wat heb ik met God te maken? 3. Wie is Jezus Christus? 4. Hoe kom ik in de hemel? 5. Wat is de christelijke doop? 16 Wat heb ik met God

Nadere informatie

Zoektocht naar het Higgs deeltje. De Large Hadron Collider in actie. Stan Bentvelsen

Zoektocht naar het Higgs deeltje. De Large Hadron Collider in actie. Stan Bentvelsen Zoektocht naar het Higgs deeltje De Large Hadron Collider in actie Stan Bentvelsen KNAW Amsterdam - 11 januari 2011 1 Versnellen op CERN De versneller Large Hadron Collider sub- atomaire deeltjes botsen

Nadere informatie

ALGEMENE NATUURWETENSCHAPPEN VWO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 V15.7.0

ALGEMENE NATUURWETENSCHAPPEN VWO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 V15.7.0 ALGEMENE NATUURWETENSCHAPPEN VWO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 V15.7.0 De vakinformatie in dit document is vastgesteld door het College voor Toetsen en Examens (CvTE). Het CvTE is verantwoordelijk voor

Nadere informatie

Biofotonen en de regulering van het lichaam met Prof. Fritz-Albert Popp van het International Institute of Biophysics in Neuss, Duitsland.

Biofotonen en de regulering van het lichaam met Prof. Fritz-Albert Popp van het International Institute of Biophysics in Neuss, Duitsland. Biofotonen en de regulering van het lichaam met Prof. Fritz-Albert Popp van het International Institute of Biophysics in Neuss, Duitsland. In de andere twee testen werd duidelijk dat de stem de activiteit

Nadere informatie

Overzicht. Vandaag: Frank Verbunt Het heelal Nijmegen 2014. uitdijing heelal theorie: ART afstands-ladder nucleo-synthese 3 K achtergrond.

Overzicht. Vandaag: Frank Verbunt Het heelal Nijmegen 2014. uitdijing heelal theorie: ART afstands-ladder nucleo-synthese 3 K achtergrond. Vandaag: Frank Verbunt Het heelal Nijmegen 2014 Kosmologie Overzicht uitdijing heelal theorie: ART afstands-ladder nucleo-synthese 3 K achtergrond Boek: n.v.t. Frank Verbunt (Sterrenkunde Nijmegen) Het

Nadere informatie

Zoektocht naar de elementaire bouwstenen van de natuur

Zoektocht naar de elementaire bouwstenen van de natuur Zoektocht naar de elementaire bouwstenen van de natuur Het atoom: hoe beter men keek hoe kleiner het leek Ivo van Vulpen CERN Mijn oude huis Anti-materie ATLAS detector Gebouw-40 globe 21 cctober, 2006

Nadere informatie

Het zonnestelsel en atomen

Het zonnestelsel en atomen Het zonnestelsel en atomen Lieve mensen, ik heb u over de dampkring van de aarde verteld. Een dampkring die is opgebouwd uit verschillende lagen die men sferen noemt. Woorden als atmosfeer en stratosfeer

Nadere informatie

Toelichting bij de Korte Verhandeling van Spinoza Nummer 5

Toelichting bij de Korte Verhandeling van Spinoza Nummer 5 Toelichting bij de Korte Verhandeling van Spinoza Nummer 5 Deel 1, Hoofdstuk 4 en 6 De volmaakte natuur en het niet bestaan van toeval Rikus Koops 24 juni 2012 Versie 1.0 Hoewel het vierde hoofdstuk op

Nadere informatie

Stel jezelf niet onder de Wet!

Stel jezelf niet onder de Wet! Dit document is een script van onderwijs dat is bedoeld om via video te worden getoond. In de video worden relevante tekst, dia s, media en afbeeldingen getoond om de presentatie te vereenvoudigen. Daarom

Nadere informatie

26 oktober 2014 Nationale Bijbelzondag. Echt geluk is voor.. Bij de zaligsprekingen uit de Bijbel in Gewone Taal Mattheüs 5 : 1-12

26 oktober 2014 Nationale Bijbelzondag. Echt geluk is voor.. Bij de zaligsprekingen uit de Bijbel in Gewone Taal Mattheüs 5 : 1-12 26 oktober 2014 Nationale Bijbelzondag. Echt geluk is voor.. Bij de zaligsprekingen uit de Bijbel in Gewone Taal Mattheüs 5 : 1-12 Een initiatief van het Nederlands Bijbelgenootschap om de Bijbel op een

Nadere informatie

De innerlijke mens Studieblad 7

De innerlijke mens Studieblad 7 -1- GODS PLAN MET MENSEN Dit is een uitgave van de Volle Evangelie Gemeente Immanuël Breda Auteur: Cees Visser (voorganger) De innerlijke mens Studieblad 7 Inleiding Hart Oude Testament In het vorige artikel

Nadere informatie

Voorstel van de Taakgroep Vernieuwing Basisvorming voor nieuwe kerndoelen onderbouw VO

Voorstel van de Taakgroep Vernieuwing Basisvorming voor nieuwe kerndoelen onderbouw VO Voorstel van de Taakgroep Vernieuwing Basisvorming voor nieuwe kerndoelen onderbouw VO Voorstel van de Taakgroep Vernieuwing Basisvorming voor nieuwe kerndoelen onderbouw VO Onderdeel van de eindrapportage

Nadere informatie

Cover Page. The handle http://hdl.handle.net/1887/36145 holds various files of this Leiden University dissertation.

Cover Page. The handle http://hdl.handle.net/1887/36145 holds various files of this Leiden University dissertation. Cover Page The handle http://hdl.handle.net/1887/36145 holds various files of this Leiden University dissertation. Author: Turner, Monica L. Title: Metals in the diffuse gas around high-redshift galaxies

Nadere informatie

Relativiteitstheorie met de computer

Relativiteitstheorie met de computer Relativiteitstheorie met de computer Jan Mooij Mendelcollege Haarlem Met een serie eenvoudige grafiekjes wordt de (speciale) relativiteitstheorie verduidelijkt. In vijf stappen naar de tweelingparadox!

Nadere informatie

Formulier voor het beoordelen van de kwaliteit van een systematische review. Behorend bij: Evidence-based logopedie, hoofdstuk 2

Formulier voor het beoordelen van de kwaliteit van een systematische review. Behorend bij: Evidence-based logopedie, hoofdstuk 2 Formulier voor het beoordelen van de kwaliteit van een systematische review Behorend bij: Evidence-based logopedie, hoofdstuk 2 Toelichting bij de criteria voor het beoordelen van de kwaliteit van een

Nadere informatie

Examenprogramma natuur, leven en technologie vwo vanaf schooljaar 2014-2015

Examenprogramma natuur, leven en technologie vwo vanaf schooljaar 2014-2015 Examenprogramma NLT vwo Het eindexamen Het eindexamen bestaat uit het schoolexamen. Het examenprogramma bestaat uit de volgende domeinen: Domein A Vaardigheden Domein B Exacte wetenschappen en technologie

Nadere informatie

Parallelle universums

Parallelle universums Parallelle universums Johan Smits 15 oktober 2007 Inhoudsopgave Inhoudsopgave Blz. 2 Inleiding Blz. 3 Niveau 1 Blz. 5 Niveau 2 Blz. 7 Niveau 3 Blz. 9 Niveau 4 Blz. 11 Discussie & Conclusie Blz. 13 Bronnen

Nadere informatie

PERSINFORMATIE - APRIL 2016

PERSINFORMATIE - APRIL 2016 PERSINFORMATIE - APRIL 2016 Phisymme Diagram 2 De eerste 10-32 seconde van het heelal Exponentiële Supercentrifuge Miljarden en miljarden omwentelingen - sneller dan licht - exponentiële uitdijing van

Nadere informatie

Determineren van gesteente

Determineren van gesteente Aarde Paragraaf 1 en atlasvaardigheden Determineren van gesteente Als je een gesteente bestudeert en daarna vaststelt wat de naam van het gesteente is, dan ben je aan het determineren. Je kunt gesteenten

Nadere informatie

Zwaartekrachtsgolven. Johan Konter, Niels Pannevis, Sander Kupers. 24 juni 2006. Zwaartekrachtsgolven. Johan Konter, Niels Pannevis, Sander Kupers

Zwaartekrachtsgolven. Johan Konter, Niels Pannevis, Sander Kupers. 24 juni 2006. Zwaartekrachtsgolven. Johan Konter, Niels Pannevis, Sander Kupers 24 juni 2006 Inleiding 1805 Laplace 1916 Einstein 1950 Bondi 1993 Nobelprijs: Hulse & Taylor voor meten aan PSR 1916+13. Figuur: De golvende ruimte Concept van Ruimtetijd gebogen door massa Eindige lichtsnelheid

Nadere informatie

Examen HAVO. wiskunde A (pilot) tijdvak 1 woensdag 25 mei 13.30-16.30 uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Examen HAVO. wiskunde A (pilot) tijdvak 1 woensdag 25 mei 13.30-16.30 uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Examen HAVO 2011 tijdvak 1 woensdag 25 mei 13.30-16.30 uur wiskunde A (pilot) Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.. Dit examen bestaat uit 21 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 80 punten te behalen.

Nadere informatie

Nederlandse Samenvatting

Nederlandse Samenvatting Nederlandse Samenvatting De Protestantse Kerk in Nederland (PKN) onderhoudt middels de organisaties Kerk in Actie (KiA) en ICCO Alliantie contacten met partners in Brazilië. Deze studie verkent de onderhandelingen

Nadere informatie

INFORMATIE LIFELONG OVER PERSPECTIEVEN +31 (0) 638 279 772. lee@lifelong.eu

INFORMATIE LIFELONG OVER PERSPECTIEVEN +31 (0) 638 279 772. lee@lifelong.eu LIFELONG INFORMATIE Wil je meer uit je werk- en privé-relaties halen? Wil je jezelf en anderen beter begrijpen en misverstanden voorkomen? Dan is het essentieel om je perspectief op de werkelijkheid te

Nadere informatie

Waarvan is het heelal gemaakt? Hoe is het allemaal begonnen?

Waarvan is het heelal gemaakt? Hoe is het allemaal begonnen? Waarvan is het heelal gemaakt? Hoe is het allemaal begonnen? We leven op aarde, een kleine blauwgroene planeet, de derde van de zon en één van de naar schatting 400 miljard sterren van de Melkweg, één

Nadere informatie

Lessen over Cosmografie

Lessen over Cosmografie Lessen over Cosmografie Les 1 : Geografische coördinaten Meridianen en parallellen Orthodromen of grootcirkels Geografische lengte en breedte Afstand gemeten langs meridiaan en parallel Orthodromische

Nadere informatie

Wonderlijk gemaakt Zondag 25 januari 2015 9.00 uur Oude Kerk

Wonderlijk gemaakt Zondag 25 januari 2015 9.00 uur Oude Kerk LITURGIE VOOR DE KERK EN SCHOOL-THEMADIENST In samenwerking met de Julianaschool Wonderlijk gemaakt Zondag 25 januari 2015 9.00 uur Oude Kerk Welkom en bekendmakingen Intochtslied (schoolpsalm): Psalm

Nadere informatie

En God schiep de mens naar Zijn beeld; naar het beeld van God schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij ze. Genesis 1:27

En God schiep de mens naar Zijn beeld; naar het beeld van God schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij ze. Genesis 1:27 Inhoud Inhoud 5 Woord vooraf 7 1. Een hoge afkomst 11 2. Ongehoorzaamheid 19 3. God zoekt 27 4. Geloof 33 5. Het horen van Gods stem 41 6. Als God het hart opent 49 7. Kennis van onze zonde 55 8. Niet

Nadere informatie

Bijbelrooster zondag 7 t/m maandag 15 april

Bijbelrooster zondag 7 t/m maandag 15 april Bijbelrooster zondag 7 t/m maandag 15 april Elke week besteedt Puntuit aandacht aan Bijbelstudie rond een bepaald onderwerp. Komende week is het thema De grote Schepper, in samenwerking met de Jeugdbond

Nadere informatie

Referentieniveaus uitgelegd. 1S - rekenen Vaardigheden referentieniveau 1S rekenen. 1F - rekenen Vaardigheden referentieniveau 1F rekenen

Referentieniveaus uitgelegd. 1S - rekenen Vaardigheden referentieniveau 1S rekenen. 1F - rekenen Vaardigheden referentieniveau 1F rekenen Referentieniveaus uitgelegd De beschrijvingen zijn gebaseerd op het Referentiekader taal en rekenen'. In 'Referentieniveaus uitgelegd' zijn de niveaus voor de verschillende sectoren goed zichtbaar. Door

Nadere informatie

1 VRIJE TRILLINGEN 1.0 INLEIDING 1.1 HARMONISCHE OSCILLATOREN. 1.1.1 het massa-veersysteem. Hoofdstuk 1 - Vrije trillingen

1 VRIJE TRILLINGEN 1.0 INLEIDING 1.1 HARMONISCHE OSCILLATOREN. 1.1.1 het massa-veersysteem. Hoofdstuk 1 - Vrije trillingen 1 VRIJE TRILLINGEN 1.0 INLEIDING Veel fysische systemen, van groot tot klein, mechanisch en elektrisch, kunnen trillingen uitvoeren. Daarom is in de natuurkunde het bestuderen van trillingen van groot

Nadere informatie