4.1.1 Lichtbronnen Benoem de onderstaande lichtbronnen. Opgelet, één van de figuren stelt geen lichtbron voor, welke?

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "4.1.1 Lichtbronnen Benoem de onderstaande lichtbronnen. Opgelet, één van de figuren stelt geen lichtbron voor, welke?"

Transcriptie

1 Hoofdstuk 4: Licht 4.1 Voortplanting van licht Lichtbronnen Benoem de onderstaande lichtbronnen. Opgelet, één van de figuren stelt geen lichtbron voor, welke? We zien allerlei dingen om ons heen, omdat er van die voorwerpen licht in ons oog terechtkomt. Voorwerpen die dat licht uitstralen noemen we lichtbronnen. Al deze lichtstralen samen noemen we een lichtbundel. Sommige voorwerpen lijken lichtbronnen, maar weerkaatsen licht. Voorwerpen die geen licht uitstralen maar weerkaatsen noemen we donkere lichamen. Deel 4: Licht 4-1

2 4.1.2 Is licht materie of energie? Wat is licht eigenlijk en hoe gedragen lichtbundels zich? We doen een reeks proefjes om dit uit te zoeken. Proef : We laten twee lichtbundels kruisen, beïnvloeden de stralen elkaar? Proef : We laten een laserstraal door het verduisterd lokaal gaan. Zien we de lichtbundel? Wat kunnen we doen om de lichtbundel zichtbaar te maken? Proef : We schijnen met een laser of een lamp op een balans. Heeft licht een massa? Proef : We schijnen met een lichtbundel op een molentje van Crookes, op foto-voltaïsche zonnecellen of op een thermometer. Wat nemen we waar? Proef : We schijnen met een lamp door een luchtledige stolp of we kijken s nachts naar de sterren. Heeft licht materie nodig om zich voort te planten? Besluit: Heeft licht een massa? JA / NEEN Kunnen lichtstralen met elkaar botsen? JA / NEEN Kan licht omgezet worden in energie? JA / NEEN Heeft licht materie nodig om zicht voort te planten? JA / NEEN Licht is een vorm van MATERIE / ENERGIE Dualiteit van licht Er zijn meerdere modellen om licht voor te stellen: enerzijds kan men licht zien als elektromagnetische golven. Anderzijds kan men licht ook beschouwen als deeltjes die energiepakketjes voorstellen, de zogenaamde fotonen. Dit tweeledig karakter noemt met de dualiteit van licht. Deel 4: Licht 4-2

3 4.1.4 Lichtsnelheid Licht lijkt oneindig snel te gaan, maar dat is niet zo. De snelheid van het licht is c = km/s. Dat blijkt dat maximale snelheid te zijn volgens de relativiteitstheorie van Albert Einstein. Dat wil zeggen dat zonlicht bijvoorbeeld 8 minuten nodig heeft om de aarde te bereiken. Het licht dat op Jupiter weerkaatst wordt, doet er drie kwartier over om ons te bereiken en dat is heel snel: met de auto zouden we zo n 1000 jaar onderweg zijn, zonder plaspauzes! Het licht van Alpha Centauri, de dichtstbijzijnde ster (na de Zon), is bijna 4 jaar en 3 maand onderweg tot hier Rechtlijnige voortplanting van licht Proef : We bekijken terug de lichtbundel van de laser. Volgens welke baan plant het licht zich voort? Oefening : Lichtbundels kunnen zich in verschillende richtingen voortplanten. Teken voor de zaklamp: a. Een parallelle of evenwijdige licht bundel b. Een divergerende of uit elkaar lopende lichtbundel c. Een convergerende of naar elkaar toelopende lichtbundel Kern- en bijschaduw Proef : Met onze handen kunnen we schaduwen maken en ook als we in de zon lopen zien we plaatsen waar licht invalt en schaduwplekken. Deel 4: Licht 4-3

4 Oefening : Soms is een schaduw heel scherp, maar soms zijn de randen een grijze overgang van licht naar donker. Dit kunnen we verklaren dankzij de rechtlijnige voortplanting van licht: teken op het scherm telkens de schaduw van de doos voor elke lamp. Kleur volledige schaduwplekken donker op het scherm en gedeeltelijke schaduwen lichter : Het donkerste deel van de schaduw noemen we de kernschaduw, daarrond zit een lichtere bijschaduw. Oefening : Duidt op de afbeelding de kern- en bijschaduw aan. Oefening : Verklaar aan de hand van kern- en bijschaduw een volledige en een gedeeltelijke zonsverduistering. Schrijfportfolio taak : Zoek op internet wat een camera obscura is. Maak een figuur en leg de werking uit: verklaar waarom het beeld onderste boven staat, wat is de invloed van de grootte van de opening (het diafragma). Deel 4: Licht 4-4

5 4.2 Terugkaatsing van licht Terugkaatsingswetten Licht wordt teruggekaatst op vlakke oppervlakken zoals spiegels, vensters en wateroppervlakken Leerlingenproef terugkaatsingshoek We laten een lichtstraal op een vlakke spiegel invallen onder verschillende invalshoeken en meten telkens de terugkaatsingshoek met een gradenboog. Schrijf een verslag met een titel, doel, hypothese, werkwijze (benodigdheden, nauwkeurigheid meettoestellen, opstelling), metingen, grafiek en besluit. Invalshoek î Terugkaatshoek t Terugkaatsingswetten Wat kan je zeggen over het vlak van de invallende en teruggekaatste lichtstralen?... Wat kan je zeggen over de grootte van de invalshoek en de terugkaatsingshoek?... Wat kan je zeggen over een lichtstraal die in tegengestelde zin op de spiegel invalt? Beeldvorming bij vlakke spiegels Virtueel beeldpunt van een voorwerpspunt We nemen van een voorwerp én punt, een voorwerpspunt (V), en kijken wat er met het spiegelbeeld gebeurt voor de waarnemer (A): deze ziet een virtueel beeld (B): Deel 4: Licht 4-5

6 Symmetriewet Een vlakke spiegel creëert dus een virtueel beeld in het snijpunt van het verlengde van de teruggekaatste stralen. Het virtueel beeld lijkt even ver achter de spiegel als het voorwerp er voor staat. Dit noemen we de symmetriewet Beeld van een reëel voorwerp Om het beeld van een voorwerp te construeren beschouwen we dat voorwerp als een verzameling van voorwerpspunten. Vaak volstaat het om voor enkele goed gekozen punten het beeld te construeren om het beeld van het hele voorwerp te vinden. Eigenschappen van het virtueel beeld bij een vlakke spiegel: Is het beeld rechtopstaand of onderste boven?... Hoe liggen het voorwerp en het beeld t.o.v. de spiegel?... Wat kan je zeggen over de grootte van het voorwerp en het beeld?... Wat gebeurt er met links en rechts van het beeld in vergelijking met het voorwerp? Gerichte en diffuse terugkaatsing Proef Bekijk jezelf in een vlakke spiegel en in een nieuw stuk zilverpapier. Wat neem je waar? Verklaring: licht wordt op oppervlakten weerkaatst met dezelfde terugkaatsingshoek als de invalshoek. Bij perfect vlakke oppervlakte worden alle lichtstralen in dezelfde richting weerkaatst. Dit noemen we gerichte terugkaatsing. Op minder vlakke oppervlakten wordt het licht door oneffenheden in verschillende richtingen weerkaatst. Dit noemen we diffuse terugkaatsing. Gerichte terugkaatsing Diffuse terugkaatsing Deel 4: Licht 4-6

7 4.2.4 Holle spiegels Wie al eens een spiegelpaleis bezocht heeft zich (misschien) een breuk gelachen met de grappige weerkaatsingen van niet vlakke spiegels. Ook verkeersspiegels, dode hoek spiegels en make up-spiegels vervormen het beeld, vaak is het de bedoeling een breder of net een uitvergroot beeld te krijgen. Hoe werken ze? Meetkundige kenmerken van een bolvormige spiegel We beschouwen de holle spiegel als een deel van een wiskundige bol. M is het middelpunt van de kromming r is de straal van de kromming h is de symmetrie- of hoofdas van de spiegel O is het middelpunt van de spiegel en het snijpunt met de as I is het invalspunt van de lichtstraal n is de normaal of loodlijn op de raaklijn aan de spiegel Terugkaatsing bij bolvormige spiegels Brandpunt Als op een licht gekromde holle spiegel een lichtbundel invalt, evenwijdig met de hoofdas en dicht bij die as, convergeren de teruggekaatste stralen naar één punt op de as: het brandpunt (F). De afstand van het centrum van de spiegel tot het brandpunt noemen we de brandpuntsafstand (f). De brandpuntsafstand is half zo groot als de krommingstraal: f = r / Eigenschappen van holle spiegels Een lichtstraal die evenwijdig met de hoofdas invalt op de spiegel wordt teruggekaatst door het brandpunt. Een lichtstraal die door het brandpunt op de spiegel invalt wordt evenwijdig met de hoofdas teruggekaatst. Een lichtstraal die door het krommingsmiddelpunt invalt wordt recht teruggekaatst door het krommingsmiddelpunt. Voor stralen die verder afwijken of niet evenwijdig invallen met de hoofdas treden er afwijkingen op. Dit kan men oplossen door parabolische spiegels in plaats van bolvormige te gebruiken. Deel 4: Licht 4-7

8 Beeldvorming bij holle spiegels Make up spiegels zijn holle spiegels die het beeld vergroten, zodat men beter ziet wat men doet. Bij nader onderzoek blijkt het beeld sterk af te hangen van de afstand van het voorwerp tot de spiegel: als het voorwerp verder van de spiegel staat krijgt men een beeld dat op zijn kop staat. We gaan na hoe dat komt door het beeld te bekijken van een rechtopstaande pijl waarvan de voet zich op de hoofdas bevindt: Bolle spiegels Bolle spiegels worden in het verkeer en in winkels gebruikt om het gezichtsveld te vergroten. Het virtueel beeld blijkt rechtopstaand en verkleind te zijn voor alle beeldpuntafstanden Oefening Verklaar met de onderstaande figuur waarom het virtueel beeld voor een waarnemer rechtopstaand is met een groot gezichtsveld. Deel 4: Licht 4-8

9 4.3 Breking van licht Het brekingsverschijnsel We zagen eerder dat in eenzelfde middenstof licht zich rechtlijnig voortplant. Uit een aantal proefjes blijkt dat dat niet langer het geval is als licht overgaat van één soort materie in een andere stof. Proef We steken een langwerpig voorwerp in een glas water. Waarneming: Proef We kijken door een bolvormige glazen kolf, gevuld met water, naar onze buur. Waarneming: Op de foto: André Kuipers een Nederlandse ESA-astronaut die in het ISS waar er geen zwaartekracht is, een luchtbel in een druppel water injecteerde. Proef We kijken met een vergrootglas naar onze cursusbladen. Waarneming: Proef We laten achtereenvolgens een lichtstraal loodrecht en dan schuin op een wateroppervlak invallen. Teken op de figuur de stralengang. Wat gebeurt er met de stralen als de lichtstraal van uit het water naar de lucht komt, door op de bodem bijvoorbeeld een spiegel te leggen. Waarneming: Als licht overgaat van een stof naar een andere stof, verandert het licht aan het scheidingsoppervlak van richting. We noemen dat verschijnsel lichtbreking. Deel 4: Licht 4-9

10 4.3.2 Systematische bestudering van breking Meetkundige afspraken (1) Het scheidingsoppervlak tussen de twee stoffen: s (2) De invallende lichtstraal: i (3) Het invalspunt van de lichtstraal op het oppervlak: I (4) De normaal is de loodlijn op het oppervlak in I: n (5) De invalshoek tussen de lichtstraal en de normaal: Î (6) De gebroken lichtstraal die in de stof dringt: r (7) Brekingshoek tussen de gebroken straal en de normaal: R Lichtsnelheid, optisch ijl en optisch dicht milieu De breking van licht aan het oppervlak tussen twee milieu s is te verklaren door het verschil in lichtsnelheid in de beide milieu s. In het luchtledige, of in lucht is de snelheid van licht het grootst: c = m/s (dus ³ km/s). We spreken van een optisch ijl milieu. In optisch dichte materie wordt het licht vertraagd doordat er interactie is met de materie. In water is de lichtsnelheid bijvoorbeeld m/s. In glas en diamant is de snelheid nog kleiner. Nu is het zo dat licht steeds de snelste weg volgt om van een punt naar een ander punt te gaan en dat dat leidt tot breking toont onderstaand vergelijkend voorbeeld aan Snelste weg tussen 2 punten Veronderstel een hond die van punt A op het strand naar punt B in zee wil gaan. Op het strand is zijn loopsnelheid 2,00 m/s en in zee zwemt hij 1,00 m/s. We kunnen verschillende routes bekijken: de kortste route, recht van A naar B (route 1), of een route waarbij er eerst zo veel mogelijk op het strand wordt gegaan, want daar verplaatst de hond zich het snelst (route 2) en dan nog een route ergens tussenin, horizontaal gezien 5,85 meter ver (route 3). Voor deze berekeningen gebruiken we de stelling van Pythagoras. Route 1: 5,00 m strand en 5,00 m zee: t strand = 5,00 m / 2,00 m/s = 2,50 s t zee = 5,00 m / 1,00 m/s = 5,00 s t totaal = 7,50 s Route 2: 8,54 m strand en 3,00 m zee: t strand = 8,44 m / 2,00 m/s = 4,27 s t zee = 3,00 m / 1,0 m/s = 3,00 s t totaal = 7,27 s Route 3: 6,57 m strand en 3,69 m zee: t strand = 6,57 m / 2,00 m/s = 3,29 s t zee = 3,69 m / 1,0 m/s = 3,69 s t totaal = 6,98 s Deel 4: Licht 4-10

11 We kunnen besluiten dat route 3 het snelst is. En dat geldt ook als de hond van B naar A zou bewegen. Hetzelfde geldt voor licht: het volgt de snelste route en zal bij overgang van tussen twee milieu s met een verschillende optische dichtheid breken in plaats van rechtdoor te bewegen Brekingswetten en brekingsindex Brekingswetten Wat kan je zeggen over het vlak van de invallende en gebroken lichtstralen en de normaal?... Wat kan je zeggen over de grootte van de invalshoek en de brekingshoek?... Wat kan je zeggen over een lichtstraal in tegengestelde zin? Experiment brekingswet van Snellius We laten een laserstraal onder verschillende hoeken invallen op de rechte zijde van een halve ronde glazen lens en lezen telkens de overeenkomstige brekingshoek af. Het invallen van de lichtstraal op de vlakke zijde is een overgang van een optisch milieu naar een optisch milieu. Waarom wordt de straal niet gebroken als ze de lens verlaat? We berekenen met de rekenmachine telkens sin Î, sin R en de verhouding van deze twee sinussen. Vervolgens herhalen we de proef met een omgekeerde stralengang, dus de laserstraal valt in via de bolle kant : het verlaten van de lichtstraal langs de vlakke zijde is een overgang van Schrijf een verslag met een titel, doel, hypothese, benodigdheden, meettoestellen en hun nauwkeurigheid, werkwijze, proefopstelling, metingen en berekeningen en een besluit. Brekingswet van Snellius: Waarbij n a b de brekingsindex is bij overgang van milieu a naar milieu b. (per definitie en zonder eenheid) Relatieve brekingsindex De brekingsindexen bij overgang van het luchtledige naar een optisch dichtere stof noemen we de relatieve brekingsindex (n) van die stof. De relatieve brekingsindex van een stof is een stofeigenschap. Men kan bewijzen dat: n 1 sin α 2 c 2 = = n 2 sin α 1 c 1 Deel 4: Licht 4-11

12 Waarbij n 1 en n 2 de relatieve brekingsindexen zijn, α 1 en α 2 de invals- en brekingshoeken en c 1 en c 2 de lichtsnelheid in beide milieu s. On-line animatie die het verband geeft tussen brekingsindex, voortplantingsnelheid en het golfmodel van Hyghens: Tabel relatieve brekingsindexen voor een reeks stoffen: Stof IJs 1,31 Water 1,33 Ether 1,35 Ethanol 1,36 Kwartsglas 1,46 Plexiglas 1,51 Crownglas voor lenzen 1,50 à 1,60 Flintglas voor lenzen 1,60 à 1,88 Diamant 2,42 n Totale terugkaatsing Grenshoek Bij het uitvoeren van de proef met de halve cirkelvormige lens merkten we dat bij het naderen van de maximale invalshoek (90 t.o.v. de normaal) van optisch ijl naar optisch dicht de brekingshoek ook maximaal werd. Deze hoek noemen we de grenshoek. Bij de overgang van lucht naar glas is die grenshoek ongeveer Totale terugkaatsing Bij de omgekeerde stralengang, van optisch dicht naar optisch ijl, zal bij een invalshoek even groot als de grenshoek de gebroken straal zowat evenwijdig lopen met het scheidingsoppervlak (s). Bij hoeken groter dan de grenshoek zal de lichtstraal totaal teruggekaatst worden op het scheidingsoppervlak. Bij hoeken kleiner dan de grenshoek treedt gewoon breking op (steeds met een gedeeltelijke terugkaatsing). Omdat de brekingsindex afhankelijk is van de aard van de stof, is er ook voor elke overgang van lucht naar een optisch dichtere stof een andere grenshoek: water 49 ethanol 47 glas 42 diamant Toepassingen totale terugkaatsing Totale terugkaatsing komt voor bij glasvezelkabels voor datatransmissie of zoals in decoratieve glasvezellampen. Demonstratieproefje: laat een laserstraal invallen op een afgebogen waterstraal. Deel 4: Licht 4-12

13 4.3.6 Oefeningen Oefening Bereken de lichtsnelheid in glas en in diamant Oefening Teken de stralengang voor de lichtstraal die invalt op het glazen plaatje: Oefening Teken de stralengang voor de lichtstraal die invalt op de glazen prisma: Oefening Teken de stralengang voor de lichtstraal die invalt op dit aquarium: Oefening Verklaar met behulp van stralengangen en een virtueel beeld waarom een staaf in een waterbak gebroken lijkt: Oefening Welke stralengang is de correcte? lucht glas lucht Deel 4: Licht 4-13

14 4.3.7 Lenzen Brillen zijn al sinds de 13 de eeuw in gebruik, lang voor de werking van lenzen goed gekend was. Veel brillen werken met dunne bolle lenzen. Ook in fototoestellen, telescopen, microscopen, verrekijkers, projectoren en andere optische toestellen zitten o.m. dit soort lenzen. Dankzij zijn eerste telescoop die tot 30 keer vergrootte kon Galileo in januari 1610 vier manen rond de planeet Jupiter waarnemen: het eerste harde bewijs dat niet alle hemellichamen rond de zon draaiden! Dunne bolle lenzen zijn doorzichtige voorwerpen die begrensd worden door twee bolle zijden en die dus in het midden dikker zijn dan aan de rand Breking bij dunne bolle lenzen De breking bij dunne bolle lenzen verloop volgens de algemene principes van de lichtbreking: Brandpunten van een bolle lens We laten een evenwijdige stralenbundel invallen op een dunne bolle lens en tekenen de stralengang. Daarna herhalen we de proef van de andere kant: O O De afstand van het optisch middelpunt (O) van een lens, tot het brandpunt (F) noemen we de brandpuntsafstand (f). Een bolle lens heeft 2 brandpunten: één aan elke zijde op de hoofdas Eigenschappen van dunne bolle lenzen Als we de brandpuntsafstand van een dunne bolle lens kennen zijn er een aantal lichtstralen die we eenvoudig kunnen construeren zonder de algemene brekingswetten stap voor stap te moeten toepassen: - Een lichtstraal die evenwijdig met de hoofdas invalt gaat door het brandpunt aan de andere zijde O F 1 F 2 O Deel 4: Licht 4-14

15 - Een lichtstraal die door een brandpunt invalt wordt evenwijdig met de hoofdas gebroken O F 1 F 2 O - Een lichtstraal die door het optisch middelpunt invalt wordt niet gebroken. O F 1 F 2 O Opmerking: deze laatste eigenschap geldt enkel voor dunne bolle lenzen. Als de lens te dik is zal de straal door breking niet rechtdoor gaan, maar door breking verschuiven (zie hiervoor figuur breking bij bolle lenzen ) Beeldvorming bij bolle lenzen Stralen uit één lichtpunt door een bolle lens Construeer de stralengang van enkele stralen uit het lichtpunt / voorwerppunt (V) door de bolle lens. Begin met de straal die evenwijdig met de hoofdas invalt, die die door het brandpunt (F) invalt, die door het optisch middelpunt en teken dan nog enkele stralen. V F 1 O F 2 Besluit: lichtstralen uit één voorwerppunt (V) komen na breking door een lens samen in één beeldpunt (B) Beeld van een voorwerp (f < v < 2.f) Op dezelfde manier kunnen we het beeld van een voorwerp (hier de pijl V) construeren door dit voor 2 punten te doen: de top en de voet van de pijl:. V F 1 O F 2 Deel 4: Licht 4-15

16 Merk op: de voorwerpsafstand (v) is groter dan de brandpuntafstand (f), maar kleiner dan het dubbel ervan (2.f). Het beeld (B) is reëel, groter en omgekeerd dan het voorwerp (V) en de beeldafstand (b) is groter dan het dubbel van de brandpuntafstand (2.f). Hoe kan je zien dat het beeld reëel is? Beeld van een voorwerp als v > 2.f V F 1 O F 2 Besluit: het beeld (B) is reëel, kleiner en omgekeerd dan het voorwerp (V) en de beeldafstand (b) is groter dan de brandpuntafstand (f), maar kleiner dan het dubbel van de brandpuntafstand (2.f) Beeld van een voorwerp als v = 2.f V F 1 O F 2 Besluit: het beeld (B) is reëel, even groot en omgekeerd dan het voorwerp (V) en de beeldafstand (b) is even groot als het dubbel van de brandpuntafstand (2.f) Beeld van een voorwerp als v = f V F 1 O F 2 Besluit: de gebroken stralen zijn evenwijdig, dat wil zeggen dat het beeld (B) op oneindig wordt gevormd Beeld van een voorwerp als v < f V F 1 O F 2 Besluit: Het beeld (B) is virtueel, rechtop en het ligt aan dezelfde kant van de lens als het voorwerp (V). Deel 4: Licht 4-16

17 Hoe kan je zien dat het beeld virtueel is? Overzicht beeldvorming bij bolle lenzen Voorwerpafstand Aard beeld Stand beeld Grootte beeld Beeldafstand v > 2.f v = 2.f f < v < 2.f v = f v < f Lenzenformule We kunnen wiskundig aantonen dat: = + f b v Dit is de lenzenformule. Bij virtuele beelden is b negatief Oefening Een reëel voorwerp bevindt zich op 50 cm van een bolle lens waarvan de brandpuntsafstand 20 cm is. Bereken de beeldafstand, bepaal aan de hand daarvan of het beeld reëel of virtueel is en maak een figuur van de beeldvorming. Oefening Een reëel voorwerp bevindt zich op 25 cm van een bolle lens met brandpuntsafstand 40 cm. Bereken de beeldafstand, bepaal of het beeld reëel of virtueel is en maak een figuur van de beeldvorming Lineaire vergroting bij bolle lenzen Lenzen worden dikwijls gebruikt om van een voorwerp een vergroot beeld te maken, denk maar aan vergrootglazen, microscopen, verrekijkers, telescopen en projectoren. Het is dan belangrijk te weten hoe dikwijls het voorwerp wordt vergroot Experiment vergroting Met een overheadprojector vergroten we op een scherm een geodriehoek (V) en meten op het scherm de grootte van het beeld (B). De verhouding van de grootte van het beeld B tot de grootte van het voorwerp V noemen we de lineaire vergroting: G = B / V G is een altijd een positief getal zonder eenheid. Deel 4: Licht 4-17

18 In het uitgevoerde experiment geeft dit: V = B = G = Verband lineaire vergroting met beeld- en voorwerpafstand Je kunt de lineaire vergroting ook berekenen als de verhouding van de grootte van de beeldafstand (b) tot de grootte van de voorwerpsafstand (v): G = b / v We kunnen dit bewijzen met de onderstaande figuur: Bewijs: : Oefening Het beeld van een voorwerp van 10 cm is 15 cm groot. Bereken de lineaire vergroting en de beeldafstand als het voorwerp zich op 30 cm van de bolle lens bevindt. Hoeveel is de brandpuntafstand? Oefening Een voorwerp bevindt zich op 30 cm van een lens en het beeld op 40 cm. Bereken de vergroting en de grootte van het voorwerp als het beeld 12 cm groot is. Bereken ook de brandpuntafstand Het menselijk oog Taak: - Maak een afbeelding van het menselijk oog met aanduiding van belangrijkste delen, zeker die in verband staan met de leerstof over licht. - Duid op de figuur ook de stralengang van het licht aan. - Verklaar de afwijkingen bijziend en verziend en gebruik daarvoor de begrippen voorwerpafstand, beeldafstand en brandpuntafstand - Hoe kan je bijziendheid en verziendheid corrigeren met een bril: welk type bril heeft men nodig, of wat moet het effect van die bril zijn? Gebruik hiervoor dezelfde begrippen als hierboven. Deel 4: Licht 4-18

19 Extra oefeningen 1. Is vuurwerk een lichtbron of een donker lichaam? Verklaar je antwoord. 2. Is de planeet Mercurius een lichtbron of een donker lichaam? Verklaar. 3. Wat is het verschil tussen een fietslicht en een fietsreflector? 4. Hoe komt het dat je door een tunnel met een bocht nauwelijks licht kan zien? 5. Is een ster een convergerende, divergerende of parallelle lichtbron? 6. Is een laserstraal een convergerende, divergerende of parallelle lichtbron? 7. Verklaar waarom we afwisselend volle, halve en nieuwe maan zien. 8. Teken de stand van de aarde, zon en maan in het geval van een maansverduistering 9. Als je door een sleutelgat kijk zie je maar een klein deel van de kamer. Hoe kan je je gezichtsveld vergroten, door je oog dichter of verder te brengen van het sleutelgat? Verklaar je antwoord. 10. De zon is voor de aarde de belangrijkste lichtbron. Dankzij de zon en fotosynthese is leven op aarde mogelijk. Verklaar waarom er geen leven op aarde zou zijn zonder zonlicht. 11. Verklaar hoe de hoofdschotel in Technopolis de illusie wekt van een levend hoofd zonder lichaam. 12. Wie twee spiegels tegenover elkaar zet ziet het beeld vele malen herhaald op steeds grotere afstand. Geef hiervoor een verklaring. 13. Waarom kan je in een aangedampte spiegel niets zien? 14. Teken voor de figuur hiernaast het beeldpunt voor de waarnemer. 15. Een lamp bevindt zich in het brandpunt van een holle spiegel. Hoe wordt het licht van de lamp weerkaatst? Maak een figuur om je antwoord te verklaren. 16. Wie ziet wie in de spiegel? 17. Teken de stralengang bij een periscoop die werkt met 2 vlakke spiegels. 18. Teken de stralengang bij een periscoop die werkt met twee rechthoekige gelijkbenige glazen prisma s Deel 4: Licht 4-19

20 19. Benoem de nummers op de figuur met de volgende begrippen: scheidingsoppervlak of grensoppervlak, normaal, invalspunt, optisch ijler milieu, optisch dichter milieu, invallende straal, gebroken straal, invalshoek, brekingshoek 20. Teken in de onderstaande gevallen de stralengang. Meet daarvoor met een gradenboog de invalshoek en bereken de grootte van de brekingshoek of totale terugkaatsingshoek (n glas = 1,50): lucht glas glas lucht glas lucht 21. Teken in de onderstaande gevallen de stralengang. Meet daarvoor met een gradenboog de brekingshoekhoek en bereken de grootte van de invalshoek (n glas = 1,50): lucht glas glas lucht 22. Teken de lichtstralengang bij deze spiegelreflexcamera: 23. Een reëel voorwerp bevindt zich op 40 cm van een bolle lens waarvan de brandpuntsafstand 15 cm is. Bereken de beeldafstand, bepaal aan de hand daarvan of het beeld reëel of virtueel is en maak een figuur van de beeldvorming. 24. Teken de stralengang van een evenwijdig invallende lichtbundel op een maatkolf gevuld met water: Deel 4: Licht 4-20

21 Kennen en kunnen Je kan de begrippen lichtbron, lichtstraal, donker lichaam, rechtlijnige voortplanting, lichtbundel, divergerend, convergerend en parallelle lichtbundel, elektromagnetische golven, fotonen, dualiteit, kernschaduw, bijschaduw, invalshoek en terugkaatsingshoek, voorwerpspunt, waarnemer, virtueel beeld, gerichte en diffuse terugkaatsing, vlakke, bolle en holle spiegels, hoofdas, brandpunt, brandpuntafstand, parabolische spiegels, lichtbreking, scheidingsoppervlak, invalspunt, normaal, lichtsnelheid, optisch ijl, optisch dicht, brekingshoek, relatieve brekingsindex, totale terugkaatsing, grenshoek, dunne bolle lenzen, optisch middelpunt, beeldafstand, voorwerpafstand, lineaire vergroting, bijziend en verziend omschrijven en met voorbeelden illustreren. Je weet dat licht zowel door elektromagnetische golven als door fotonen kan voorgesteld worden. Je weet dat licht zicht rechtlijnig voortplant met een snelheid c = km/s is en dat dit de maximale snelheid is. Je weet dat licht zich in optisch dicht milieu trager voortplant. Je kan een kern- en bijschaduw grafisch construeren en uitleggen. Je kan de proef om het verband te bepalen tussen de invals- en terugkaatsingshoek van licht op een vlakke spiegel beschrijven en er de gepaste besluiten uit trekken. Je kan lichtstralen en hun terugkaatsing op een afbeelding grafisch construeren en uitleggen. Je kent de 3 terugkaatsingswetten en de symmetriewet en kan ze in concrete situaties gebruiken. Je kan bij een vlakke spiegel het virtueel beeld grafisch construeren en met voorbeelden illustreren. Je kent de symmetriewet en kan ze concrete situaties gebruiken. Het effect van vlakke, holle, parabolische en bolle spiegels bij terugkaatsing omschrijven en met voorbeelden illustreren. De hoofdas, het centrum, de krommingstraal, het brandpunt en de brandpuntafstand van een holle bolvormige spiegel bepalen. Het beeld bij een holle spiegel grafisch bepalen Het virtueel beeld bij een bolle spiegel grafisch bepalen. De stralengang bij lichtbreking grafisch construeren. Je kan de proef om het verband te bepalen tussen de invals- en brekingshoek van licht bij een halve ronde glazen lens beschrijven en er de gepaste besluiten uit trekken. Je kan lichtstralen en hun breking grafisch construeren en uitleggen. Je kent de 3 brekingswetten en de wet van Snellius en kan ze in concrete situaties gebruiken. Je kan de werking van dunne bolle lenzen verklaren, het beeld bij dunne bolle lenzen grafisch bepalen, de eigenschappen van het beeld verklaren en het verband tussen de beeldpuntafstand en de brandpuntafstand verklaren. Je kent de lensformule en kan ze toepassen op concrete gevallen. Je kan de formules voor lineaire vergroting bij lenzen bewijzen en de vergroting berekenen. Je kan de beeldvorming bij het menselijk oog verklaren en de correcties bij bijziende en verziende afwijking verklaren. Je kan de werking van optische toestellen zoals spiegels, camera s, loepen, vergrootspiegels, periscopen, lachspiegels, katoogreflectoren, glasvezelkabels etc. gedetailleerd uitleggen. Oefeningen, vragen en vraagstukken over licht oplossen. Deel 4: Licht 4-21

Aan de slag met de nieuwe leerplannen fysica 2 de graad ASO GO!

Aan de slag met de nieuwe leerplannen fysica 2 de graad ASO GO! Aan de slag met de nieuwe leerplannen fysica 2 de graad ASO GO! M. Beddegenoodts, M. De Cock, G. Janssens, J. Vanhaecht woensdag 17 oktober 2012 Specifieke Lerarenopleiding Natuurwetenschappen: Fysica

Nadere informatie

6.1 Voortplanting en weerkaatsing van licht

6.1 Voortplanting en weerkaatsing van licht Uitwerkingen opgaven hoofdstuk 6 6.1 Voortplanting en weerkaatsing van licht Opgave 1 Opgave 2 Bij diffuse terugkaatsing wordt opvallend licht in alle mogelijke richtingen teruggekaatst, zelfs als de opvallende

Nadere informatie

N A T U U R W E T E N S C H A P P E N V O O R H A N D E L 1 Copyright

N A T U U R W E T E N S C H A P P E N V O O R H A N D E L 1 Copyright N AT U U R W E T E N S C H A P P E N V O O R H A N D E L 1 2 LICHT EN ZIEN 2.1 Donkere lichamen en lichtbronnen 2.1.1 Donkere lichamen Donkere lichamen zijn lichamen die zichtbaar worden als er licht

Nadere informatie

Examen Fysica: Inleiding: Wat is fysica?

Examen Fysica: Inleiding: Wat is fysica? Fysica: Chemie: Bewegen Een kracht uitoefenen Verdampen Een elektrische stroom opwekken Optica Terugkaatsing van het licht Smelten en stollen Examen Fysica: Inleiding: Wat is fysica? Roesten Omzetting

Nadere informatie

Geometrische optica. Hoofdstuk 1. 1.1 Principe van Huygens. 1.2 Weerkaatsing van lichtgolven.

Geometrische optica. Hoofdstuk 1. 1.1 Principe van Huygens. 1.2 Weerkaatsing van lichtgolven. Inhoudsopgave Geometrische optica Principe van Huygens Weerkaatsing van lichtgolven 3 Breking van lichtgolven 4 4 Totale weerkaatsing en lichtgeleiders 6 5 Breking van lichtstralen door een sferisch diopter

Nadere informatie

Basic Creative Engineering Skills

Basic Creative Engineering Skills Spiegels en Lenzen September 2015 Theaterschool OTT-2 1 September 2015 Theaterschool OTT-2 2 Schaduw Bij puntvormige lichtbron ontstaat een scherpe schaduw. Vraag Hoe groot is de schaduw van een voorwerp

Nadere informatie

Noorderpoort Beroepsonderwijs Stadskanaal. Reader. Lenzen. J. Kuiper. Transfer Database

Noorderpoort Beroepsonderwijs Stadskanaal. Reader. Lenzen. J. Kuiper. Transfer Database Noorderpoort Beroepsonderwijs Stadskanaal Reader Lenzen J. Kuiper Transfer Database ThiemeMeulenhoff ontwikkelt leermiddelen voor Primair nderwijs, Algemeen Voortgezet nderwijs, Beroepsonderwijs en Volwasseneneducatie

Nadere informatie

Licht; Elektromagnetische straling een golf Licht; een deeltje (foto-elektrisch effect). Licht; als een lichtstraal Licht beweegt met de

Licht; Elektromagnetische straling een golf Licht; een deeltje (foto-elektrisch effect). Licht; als een lichtstraal Licht beweegt met de Licht; Elektromagnetische straling een golf Licht; een deeltje (foto-elektrisch effect). Licht; als een lichtstraal Licht beweegt met de lichtsnelheid ~300.000 km/s! Rechte lijn Pijl er in voor de richting

Nadere informatie

Voorbereiding toelatingsexamen arts/tandarts. Fysica: Licht als golf en als deeltje. 24 juli 2015. dr. Brenda Casteleyn

Voorbereiding toelatingsexamen arts/tandarts. Fysica: Licht als golf en als deeltje. 24 juli 2015. dr. Brenda Casteleyn Voorbereiding toelatingsexamen arts/tandarts Fysica: Licht als golf en als deeltje 24 juli 2015 dr. Brenda Casteleyn Met dank aan: Atheneum van Veurne (http://www.natuurdigitaal.be/geneeskunde/fysica/wiskunde/wiskunde.htm),

Nadere informatie

Samenvatting Natuurkunde Hoofdstuk 2 Licht. Wat moet je leren/ kunnen voor het PW H2 Licht?

Samenvatting Natuurkunde Hoofdstuk 2 Licht. Wat moet je leren/ kunnen voor het PW H2 Licht? Wat moet je leren/ kunnen voor het PW H2 Licht? Alles noteren met significantie en in de standaard vorm ( in hoeverre dit lukt). Eerst opschrijven wat de gegevens en formules zijn en wat gevraagd wordt.

Nadere informatie

Noorderpoort Beroepsonderwijs Stadskanaal. Reader. Reflectie en breking. J. Kuiper. Transfer Database

Noorderpoort Beroepsonderwijs Stadskanaal. Reader. Reflectie en breking. J. Kuiper. Transfer Database Noorderpoort Beroepsonderwijs Stadskanaal Reader Reflectie en breking J. Kuiper Transfer Database ThiemeMeulenhoff ontwikkelt leermiddelen voor Primair Onderwijs, Algemeen Voortgezet Onderwijs, Beroepsonderwijs

Nadere informatie

Labo Fysica. Michael De Nil

Labo Fysica. Michael De Nil Labo Fysica Michael De Nil 4 februari 2004 Inhoudsopgave 1 Foutentheorie 2 1.1 Soorten fouten............................ 2 1.2 Absolute & relatieve fouten..................... 2 2 Geometrische Optica

Nadere informatie

Lenzen. N.G. Schultheiss

Lenzen. N.G. Schultheiss Lenzen N.G. Schultheiss Inleiding Deze module volgt op de module Spiegels. Deze module wordt vervolgd met de module Telescopen of de module Lenzen maken. Uiteindelijk kun je met de opgedane kennis een

Nadere informatie

Hoofdstuk 3: Licht. Natuurkunde VWO 2011/2012. www.lyceo.nl

Hoofdstuk 3: Licht. Natuurkunde VWO 2011/2012. www.lyceo.nl Hoofdstuk 3: Licht Natuurkunde VWO 2011/2012 www.lyceo.nl Hoofdstuk 3: Licht Natuurkunde 1. Mechanica 2. Golven en straling 3. Elektriciteit en magnetisme 4. Warmteleer Rechtlijnige beweging Trilling en

Nadere informatie

Wet van Snellius. 1 Lichtbreking 2 Wet van Snellius 3 Terugkaatsing van licht tegen een grensvlak

Wet van Snellius. 1 Lichtbreking 2 Wet van Snellius 3 Terugkaatsing van licht tegen een grensvlak Wet van Snellius 1 Lichtbreking 2 Wet van Snellius 3 Terugkaatsing van licht tegen een grensvlak 1 Lichtbreking Lichtbreking Als een lichtstraal het grensvlak tussen lucht en water passeert, zal de lichtstraal

Nadere informatie

Het tekenen van lichtstralen door lenzen (constructies)

Het tekenen van lichtstralen door lenzen (constructies) Het tekenen van lichtstralen door lenzen (constructies) Zie: http://webphysics.davidson.edu/applets/optics/intro.html Bolle (positieve) lens Een bolle lens heeft twee brandpunten F. Evenwijdige (loodrechte)

Nadere informatie

Handleiding bij geometrische optiekset 112114

Handleiding bij geometrische optiekset 112114 Handleiding bij geometrische optiekset 112114 INHOUDSOPGAVE / OPDRACHTEN Algemene opmerkingen Spiegels 1. Vlakke spiegel 2. Bolle en holle spiegel Lichtbreking en kleurenspectrum 3. Planparallel blok 4.

Nadere informatie

Invals-en weerkaatsingshoek + Totale terugkaatsing

Invals-en weerkaatsingshoek + Totale terugkaatsing Invals-en weerkaatsingshoek + Totale terugkaatsing Leerplandoelen FYSICA TWEEDE GRAAD ASO WETENSCHAPPEN LEERPLAN SECUNDAIR ONDERWIJS VVKSO BRUSSEL D/2012/7841/009 5.1.2 Licht B10 De begrippen invallende

Nadere informatie

hoofdstuk 5 Lenzen (inleiding).

hoofdstuk 5 Lenzen (inleiding). hoofdstuk 5 Lenzen (inleiding). 5.1 Drie soorten lichtbundels Als lichtstralen een bundel vormen kan dat op drie manieren. 1. een evenwijdige bundel. 2. een convergerende bundel 3. een divergerende bundel.

Nadere informatie

5.1 Voortplanting en weerkaatsing van licht

5.1 Voortplanting en weerkaatsing van licht Uitwerkingen opgaven hoofdstuk 5 5.1 Voortplanting en weerkaatsing van licht Opgave 10 16 x 4,03 10 a afstand = lichtsnelheid tijd; s = c t t = = = 8 c 2,9979 10 b Eerste manier 1 lichtjaar = 9,461 10

Nadere informatie

hoofdstuk 5 Lenzen (inleiding).

hoofdstuk 5 Lenzen (inleiding). hoofdstuk 5 Lenzen (inleiding). 5.1 Drie soorten lichtbundels Als lichtstralen een bundel vormen kan dat op drie manieren. 1. een evenwijdige bundel. 2. een convergerende bundel 3. een divergerende bundel.

Nadere informatie

Opgave 3 De hoofdas is de lijn door het midden van de lens en loodrecht op de lens.

Opgave 3 De hoofdas is de lijn door het midden van de lens en loodrecht op de lens. Uitwerkingen 1 Opgave 1 Bolle en holle. Opgave 2 Opgave 3 De hoofdas is de lijn door het midden van de lens en loodrecht op de lens. Opgave 4 Divergente, convergente en evenwijdige. Opgave 5 Een bolle

Nadere informatie

Uitwerkingen. Hoofdstuk 2 Licht. Verkennen

Uitwerkingen. Hoofdstuk 2 Licht. Verkennen Uitwerkingen Hoofdstuk 2 Licht Verkennen I a. Teken het gebouw met de zon in de tekening. De stand van de zon bepaalt waar de schaduw terecht komt. b. Maak een tekening in bovenaanzicht. Jij staat voor

Nadere informatie

Suggesties voor demo s lenzen

Suggesties voor demo s lenzen Suggesties voor demo s lenzen Paragraaf 1 Toon een bolle en een holle lens. Demo convergerende werking van een bolle lens Laat een klein lampje (6 V) steeds dichter bij een bolle lens komen. Geef de verschillende

Nadere informatie

Eureka! 1A. Copyright EUREKA 1A. Eureka! bestaat in de tweede graad uit: Thema 2 Materiemodel

Eureka! 1A. Copyright EUREKA 1A. Eureka! bestaat in de tweede graad uit: Thema 2 Materiemodel N AT U U R W E T E N S C H A P P E N V O O R S T W Eureka! bestaat in de tweede graad uit: Thema 1 Zintuigen Thema 2 Materiemodel Eureka! 2A Thema 1 Terreinstudie Thema 2 Samenleven en relaties tussen

Nadere informatie

Newton 4vwo Natuurkunde Hoofdstuk 3 Lichtbeelden

Newton 4vwo Natuurkunde Hoofdstuk 3 Lichtbeelden Newton 4vwo Natuurkunde Hoofdstuk 3 Lichtbeelden Hoofdstukvragen: Het hoofdstuk gaat over de lichtbeelden die je met spiegels, lenzen en prisma s kunt maken. Hoe ontstaat bij een spiegel een beeld? En

Nadere informatie

FYSICA. 2de jaar 1ste graad klas: 2MA. schooljaar: 2007-2008 leraar: Michel Gabriels leerling:

FYSICA. 2de jaar 1ste graad klas: 2MA. schooljaar: 2007-2008 leraar: Michel Gabriels leerling: FYSICA 2de jaar 1ste graad klas: 2MA schooljaar: 2007-2008 leraar: Michel Gabriels leerling: 1 Hoofdstuk 1: WAT IS FYSICA 1.1 Domeinen van de fysica 1.1.1 Warmte 1.1.2 Licht 1.1.3 Beweging 1.1.4 Energie

Nadere informatie

6.1 Voortplanting en weerkaatsing van licht 6.2 Spiegel en spiegelbeeld

6.1 Voortplanting en weerkaatsing van licht 6.2 Spiegel en spiegelbeeld 6.1 Voortplanting en weerkaatsing van licht 6.2 Spiegel en spiegelbeeld Lichtbronnen: Directe lichtbronnen produceren zelf licht Indirecte lichtbronnen reflecteren licht. Je ziet een voorwerp als er licht

Nadere informatie

Lenzen. Leerplandoel. Introductie. Voorwerps brandpunts - en beeldafstand

Lenzen. Leerplandoel. Introductie. Voorwerps brandpunts - en beeldafstand Lenzen Leerplandoel FYSICA TWEEDE GRAAD ASO WETENSCHAPPEN LEERPLAN SECUNDAIR ONDERWIJS VVKSO BRUSSEL D/2012/7841/009 5.1.2 Licht B21 De beelden bij een dunne bolle lens construeren en deze aanduiden als

Nadere informatie

Oefen-vt vwo4 B h6/7 licht 2007/2008. Opgaven en uitwerkingen vind je op www.agtijmensen.nl

Oefen-vt vwo4 B h6/7 licht 2007/2008. Opgaven en uitwerkingen vind je op www.agtijmensen.nl Opgaven en uitwerkingen vind je op www.agtijmensen.nl Oefen-vt vwo4 h6/7 licht 007/008. Lichtbreking (hoofdstuk 6). Een glasvezel bestaat uit één soort materiaal met een brekingsindex van,08. Laserstraal

Nadere informatie

Reflectie. Om sommen met reflectie op te lossen zijn er twee mogelijkheden: 1. Met de terugkaatsingswet: hoek van inval = hoek van terugkaatsing

Reflectie. Om sommen met reflectie op te lossen zijn er twee mogelijkheden: 1. Met de terugkaatsingswet: hoek van inval = hoek van terugkaatsing Inhoud Reflectie... 2 Opgave: Lichtbundel op cilinder... 3 Lichtstraal treft op grensvlak... 4 Opgave: Breking en interne reflectie I... 6 Opgave: Breking en interne reflectie II... 7 Opgave: Multi-Touch

Nadere informatie

Deze toets bestaat uit 4 opgaven (33 punten). Gebruik eigen grafische rekenmachine en BINAS toegestaan. Veel succes! ZET JE NAAM OP DEZE

Deze toets bestaat uit 4 opgaven (33 punten). Gebruik eigen grafische rekenmachine en BINAS toegestaan. Veel succes! ZET JE NAAM OP DEZE NAAM: NATUURKUNDE KAS 5 ROEFWERK H14 13/05/2009 PROEFWERK Deze toets bestaat uit 4 opgaven (33 punten). Gebruik eigen grafische rekenmachine en BINAS toegestaan. Veel succes! ZET JE NAAM OP DEZE Opgave

Nadere informatie

T1 Wat is licht? FIG. 3 Zo teken je een lichtstraal. De pijl geeft de richting van het licht aan.

T1 Wat is licht? FIG. 3 Zo teken je een lichtstraal. De pijl geeft de richting van het licht aan. T1 Wat is licht? Lichtbron, lichtstraal en lichtsnelheid Licht ontstaat in een lichtbron. Een aantal bekende lichtbronnen zijn: de zon en de sterren; verschillende soorten lampen (figuur 1); vuur, maar

Nadere informatie

Tussen een lichtbron en een scherm staat een voorwerp. Daardoor ontstaat een schaduw van het voorwerp op het scherm. lichtbron

Tussen een lichtbron en een scherm staat een voorwerp. Daardoor ontstaat een schaduw van het voorwerp op het scherm. lichtbron Licht: Inleiding Opdracht 1. Schaduw van een lichtbrn Tussen een lichtbrn en een scherm staat een vrwerp. Daardr ntstaat een schaduw van het vrwerp p het scherm. a) Laat zien waar licht p het scherm valt

Nadere informatie

1 Bolle en holle lenzen

1 Bolle en holle lenzen Lenzen 1 Bolle en holle lenzen 2 Brandpuntsafstand, lenssterkte 3 Beeldpunten bij een bolle lens 4 Naar beeldpunten kijken (bij bolle lens) 5 Voorwerpsafstand, beeldafstand, lenzenformule 6 Voorwerp, beeld,

Nadere informatie

Extra oefenopgaven licht (1) uitwerkingen

Extra oefenopgaven licht (1) uitwerkingen Uitwerking van de extra opgaven bij het onderwerp licht. Als je de uitwerking bij een opgave niet begrijpt kun je je docent altijd vragen dit in de les nog eens uit te leggen! Extra oefenopgaven licht

Nadere informatie

Om sommen met reflectie op te lossen zijn er twee mogelijkheden: 1. Met de terugkaatsingswet: hoek van inval = hoek van terugkaatsing

Om sommen met reflectie op te lossen zijn er twee mogelijkheden: 1. Met de terugkaatsingswet: hoek van inval = hoek van terugkaatsing Inhoud Reflectie...2 Opgave: bundel op cilinder...3 Opgave: Atomic Force Microscope (AFM)...3 straal treft op grensvlak...5 Opgave: door een dikke lens...8 Opgave: Stralengang door een vloeistoflens...9

Nadere informatie

a) Bepaal door middel van een constructie de plaats van het beeld van de scherf en bepaal daaruit hoe groot Arno de scherf door de loep ziet.

a) Bepaal door middel van een constructie de plaats van het beeld van de scherf en bepaal daaruit hoe groot Arno de scherf door de loep ziet. NATUURKUNDE KLAS 5 ROEWERK H14-05/10/2011 PROEWERK Deze toets bestaat uit 3 opgaven (totaal 31 punten). Gebruik van eigen grafische rekenmachine en BINAS is toegestaan. Veel succes! ZET EERST JE NAAM OP

Nadere informatie

Handleiding Optiekset met bank

Handleiding Optiekset met bank Handleiding Optiekset met bank 112110 112110 112114 Optieksets voor practicum De bovenstaande Eurofysica optieksets zijn geschikt voor alle nodige optiekproeven in het practicum. De basisset (112110) behandelt

Nadere informatie

Opgave 1: Constructies (6p) In figuur 1 op de bijlage staat een voorwerp (doorgetrokken pijl) links van de lens.

Opgave 1: Constructies (6p) In figuur 1 op de bijlage staat een voorwerp (doorgetrokken pijl) links van de lens. NATUURKUNDE KAS 5 ROEWERK H4-06/0/00 PROEWERK Deze toets bestaat uit 4 opgaven (totaal 3 punten). Gebruik van eigen grafische rekenmachine en BINAS is toegestaan. Veel succes! ZET EERST JE NAAM OP DE Opgave

Nadere informatie

2. Bekijk de voorbeelden bij Ziet u wat er staat? Welke conclusie kun je hier uit trekken?

2. Bekijk de voorbeelden bij Ziet u wat er staat? Welke conclusie kun je hier uit trekken? Hoofdstuk 3 Lichtbeelden 1 Werkboek natuurkunde 3H Inleiding: Zien Op de site van het boek vind je bij Ogentest verschillende links over zien, brillen en lenzen. Je kunt er ook je ogen testen. 1. Doe een

Nadere informatie

Opgave 1 Geef van de volgende zinnen aan of ze waar (W) of niet waar (NW) zijn. Omcirkel je keuze.

Opgave 1 Geef van de volgende zinnen aan of ze waar (W) of niet waar (NW) zijn. Omcirkel je keuze. Naam: Klas: Repetitie licht 2-de klas HAVO Opgave 1 Geef van de volgende zinnen aan of ze waar () of niet waar () zijn. Omcirkel je keuze. Een zéér kleine lichtbron (een zogenaamde puntbron) verlicht een

Nadere informatie

Deze toets bestaat uit 4 opgaven (31 punten). Gebruik eigen grafische rekenmachine en BINAS toegestaan. Veel succes! ZET JE NAAM OP DEZE

Deze toets bestaat uit 4 opgaven (31 punten). Gebruik eigen grafische rekenmachine en BINAS toegestaan. Veel succes! ZET JE NAAM OP DEZE NAAM: NATUURKUNDE KLAS 5 INHAALPROEFWERK PROEFWERK H14 11/10/2011 Deze toets bestaat uit 4 opgaven (31 punten). Gebruik eigen grafische rekenmachine en BINAS toegestaan. Veel succes! ZET JE NAAM OP DEZE

Nadere informatie

0 50 100 150 200 250 300 v (in cm)

0 50 100 150 200 250 300 v (in cm) Lenzen 1 Van een lens is de beeldafstand b als functie van de voorwerpsafstand v bepaald en weergegeven in onderstaande grafiek. 300 250 200 b (in cm) 150 100 50 0 0 50 100 150 200 250 300 v (in cm) a.

Nadere informatie

Proefbeschrijving optiekset met bank 112110

Proefbeschrijving optiekset met bank 112110 112114 Optieksets voor practicum De bovenstaande optieksets zijn geschikt voor alle nodige optiekproeven in het practicum. De basisset () behandelt de ruimtelijke optiek en de uitbreidingset (112114) de

Nadere informatie

Stevin vwo deel 1 Uitwerkingen hoofdstuk 5 Spiegels en lenzen (22-03-2013) Pagina 1 van 23

Stevin vwo deel 1 Uitwerkingen hoofdstuk 5 Spiegels en lenzen (22-03-2013) Pagina 1 van 23 Stevin vwo deel 1 Uitwerkingen hoofdstuk 5 Spiegels en lenzen (22-03-2013) Pagina 1 van 23 Opgaven 5.1 Spiegeleelden 1 B en C 2 De ander staat 2 + 5 = 7 m voor de spiegel. Haar spiegeleeld staat 7 m achter

Nadere informatie

2 Je moet weten dat licht beweegt langs een rechte lijn. [P1, T1, W1]

2 Je moet weten dat licht beweegt langs een rechte lijn. [P1, T1, W1] Leerdoelen 1 Je moet weten wat we verstaan onder: a een lichtbron; b een lichtbundel; c een lichtstraal. [P1, T1, W1] 2 Je moet weten dat licht beweegt langs een rechte lijn. [P1, T1, W1] 3 Je moet weten

Nadere informatie

De snelheid van de auto neemt eerst toe en wordt na zekere tijd constant. Bereken de snelheid die de auto dan heeft.

De snelheid van de auto neemt eerst toe en wordt na zekere tijd constant. Bereken de snelheid die de auto dan heeft. Opgave 1 Een auto Met een auto worden enkele proeven gedaan. De wrijvingskracht F w op de auto is daarbij gelijk aan de som van de rolwrijving F w,rol en de luchtwrijving F w,lucht. F w,rol heeft bij elke

Nadere informatie

De telescoop een seecker instrument om verre te sien

De telescoop een seecker instrument om verre te sien De telescoop een seecker instrument om verre te sien Robert Wielinga robert@sonnenborgh.nl 11 e eeuw: ontdekking van de leessteen een druppel water werkt als een vergrootglas brillen vanaf 1300 bolle lens:

Nadere informatie

Thema 7Oog, oogafwijkingen en oogcorrecties

Thema 7Oog, oogafwijkingen en oogcorrecties 07-01-2005 10:27 Pagina 1 Oog, oogafwijkingen en oogcorrecties Inleiding Het oog is een zeer gevoelig en bruikbaar optisch instrument. In figuur 2.56 zie je een aantal doorsnedentekeningen van het menselijk

Nadere informatie

Hoe werkt een TELESCOOP?

Hoe werkt een TELESCOOP? Hoe werkt een TELESCOOP? rits de Mul voor Cosmos Sterrenwacht okt 2013 Na start loopt presentatie automatisch door 1 De COSMOS Telescoop Meade LX200 AC 16 inch Stralengang: oculairlens bolle spiegel holle

Nadere informatie

BASISSTOF 1 Wat is licht? 38 W1 41 T2 Als licht op een voorwerp valt 42 W2 43 T3 Spiegeltje, spiegeltje aan de wand 44 W3 47

BASISSTOF 1 Wat is licht? 38 W1 41 T2 Als licht op een voorwerp valt 42 W2 43 T3 Spiegeltje, spiegeltje aan de wand 44 W3 47 BASISSTOF 1 Wat is licht? 38 W1 41 T2 Als licht op een voorwerp valt 42 W2 43 T3 Spiegeltje, spiegeltje aan de wand 44 W3 47 HERHAALSTOF H1 De begrippen die je in dit blok bent tegengekomen 48 H2 Eigenschappen

Nadere informatie

3.0 Licht 2 www.natuurkundecompact.nl. 3.2 Breking 3.3 a Vergroting b Lenzenformule c Lenzenformule (simulatie) 3.5 Oog en bril (Crocodile)

3.0 Licht 2 www.natuurkundecompact.nl. 3.2 Breking 3.3 a Vergroting b Lenzenformule c Lenzenformule (simulatie) 3.5 Oog en bril (Crocodile) 3.0 Licht 2 www.natuurkundecompact.nl 3.2 Breking 3.3 a Vergroting Lenzenformule c Lenzenformule (simulatie) 3.5 Oog en ril (Crocodile) 1 3.2 Breking www.natuurkundecompact.nl Doel Je onderzoekt hoe lichtstralen

Nadere informatie

Lichtbreking en weerkaatsing

Lichtbreking en weerkaatsing Vuurtorens danken hun naam aan de vuren die vroeger branden om schepen in de nacht te helpen hun weg te vinden. De Brandaris op Terschelling is de oudste vuurtoren in Nederland. Het was ook de eerste vuurtoren

Nadere informatie

RELATIVITEIT EINSTEINRINGEN. Naam: Klas: Datum:

RELATIVITEIT EINSTEINRINGEN. Naam: Klas: Datum: EINSTEINRINGEN RELATIVITEIT EINSTEINRINGEN Naam: Klas: Datum: ZWAARTEKRACHTSLENZEN EINSTEINRINGEN ZWAARTEKRACHTSLENZEN Je hebt de afgelopen weken geleerd over de relativiteitstheorie van Albert Einstein,

Nadere informatie

Zelftest. fysica. SI-eenhedenstelsel. Hoofdstuk 1 8. a. 3,84.10 5 km, b. 3,3 ns. 9. uitspraak b, want 1 cm 3 = 10-3 dm 3 = 10-3 l = 1 ml

Zelftest. fysica. SI-eenhedenstelsel. Hoofdstuk 1 8. a. 3,84.10 5 km, b. 3,3 ns. 9. uitspraak b, want 1 cm 3 = 10-3 dm 3 = 10-3 l = 1 ml Zelftest Hoofdstuk 1 8. a. 3,84.10 5 km, b. 3,3 ns 9. uitspraak b, want 1 cm 3 = 10-3 dm 3 = 10-3 l = 1 ml Hoofdstuk 2 9. a en c: Schrijf de resultaten in wetenschappelijke notatie en vergelijk. a) 5,0.10-3

Nadere informatie

Thema 3 Verrekijkers. astronomische kijker

Thema 3 Verrekijkers. astronomische kijker 07-0-005 0: Pagina Verrekijkers Inleiding Om verre voorwerpen beter te kunnen zien, kun je gebruikmaken van verrekijkers. Die zijn er in vele soorten. De astronomische kijker wordt gebruikt voor het bekijken

Nadere informatie

Tentamen Optica. 19 februari 2008, 14:00 uur tot 17:00 uur

Tentamen Optica. 19 februari 2008, 14:00 uur tot 17:00 uur Tentamen Optica 19 februari 2008, 14:00 uur tot 17:00 uur Zet je naam en studierichting bovenaan elk vel dat je gebruikt. Lees de 8 opgaven eerst eens door. De opgaven kunnen in willekeurige volgorde gemaakt

Nadere informatie

Telescopen. N.G. Schultheiss

Telescopen. N.G. Schultheiss 1 Telescopen N.G. Schultheiss 1 Inleiding Deze module volgt op de module Lenzen of Lenzen slijpen. Deze module wordt vervolgd met de module Telescopen gebruiken. Je kunt met na deze module een telescoop

Nadere informatie

2 hoofdstuk O. Noordhoff Uitgevers bv

2 hoofdstuk O. Noordhoff Uitgevers bv O 2 hoofdstuk O Optica Lichtstralen zijn rechte lijnen die doen denken aan banen van bewegende deeltjes. Zo lijkt een lichtstraal bij een spiegel op de baan van een biljartbal die bij de band van de biljarttafel

Nadere informatie

5.0 Licht 1 www.natuurkundecompact.nl

5.0 Licht 1 www.natuurkundecompact.nl 5.0 Licht 1 www.natuurkundecompact.nl 5.1 Zien 5.2 Schaduw 5.3 Spiegel 5.4 Kleur Ik zie, ik zie, wat jij niet ziet: - schaduwen; - beelden; - kleuren. 1 5.1 Zien www.natuurkundecompact.nl Oog Bij het waarnemen

Nadere informatie

Faculteit Biomedische Technologie Tentamen OPTICA (8N040) 16 augustus 2012, 9:00-12:00 uur

Faculteit Biomedische Technologie Tentamen OPTICA (8N040) 16 augustus 2012, 9:00-12:00 uur Faculteit Biomedische Technologie Tentamen OPTICA (8N040) 16 augustus 2012, 9:00-12:00 uur Opmerkingen: 1) Lijsten met de punten toegekend door de corrector worden op OASE gepubliceerd. De antwoorden van

Nadere informatie

FACULTEIT TECHNISCHE NATUURWETENSCHAPPEN Opleiding Technische Natuurkunde TENTAMEN

FACULTEIT TECHNISCHE NATUURWETENSCHAPPEN Opleiding Technische Natuurkunde TENTAMEN FACULTEIT TECHNISCHE NATUURWETENSCHAPPEN Opleiding Technische Natuurkunde Vak : Inleiding Optica (146012) Datum : 5 november 2010 Tijd : 8:45 uur 12.15 uur TENTAMEN Indien U een onderdeel van een vraagstuk

Nadere informatie

Dossier OPTICA. Handleiding voor leerkrachten. Gericht naar jongeren uit het secundair onderwijs

Dossier OPTICA. Handleiding voor leerkrachten. Gericht naar jongeren uit het secundair onderwijs Dossier OPTICA Handleiding voor leerkrachten Gericht naar jongeren uit het secundair onderwijs Inhoudsopgave Inhoudsopgave Inhoudsopgave... 2 Introductie... 4 Voorbereiding van het bezoek... 5 1. Leerstof...

Nadere informatie

In de figuur hieronder zie je een Elektromagnetische golf: een golf die bestaat uit elektrische en magnetische trillingen.(zie figuur).

In de figuur hieronder zie je een Elektromagnetische golf: een golf die bestaat uit elektrische en magnetische trillingen.(zie figuur). 2.1 Wat is licht? In de figuur hieronder zie je een Elektromagnetische golf: een golf die bestaat uit elektrische en magnetische trillingen.(zie figuur). Licht is een elektromagnetische golf. Andere voorbeelden

Nadere informatie

Eindexamen natuurkunde 1 havo 2000-II

Eindexamen natuurkunde 1 havo 2000-II Eindexamen natuurkunde havo 2000-II 4 Antwoordmodel Opgave Slijtage bovenleiding uitkomst: m =,87 0 6 kg Het afgesleten volume is: V = (98,8 78,7) 0-6 5200 0 3 2 = 2,090 0 2 m 3. Hieruit volgt dat m =

Nadere informatie

MEETKUNDE 120 PUNTEN, LIJNEN EN VLAKKEN

MEETKUNDE 120 PUNTEN, LIJNEN EN VLAKKEN 120 PUNTEN, LIJNEN EN VLAKKEN een rechte lijn A het punt A a de rechte a een kromme lijn of een kromme een gebroken lijn a A b a B het lijnstuk [AB] evenwijdige rechten a // b een plat oppervlak of een

Nadere informatie

EVALUEREN FYSICA DERDE JAAR BLZ.1

EVALUEREN FYSICA DERDE JAAR BLZ.1 EVALUEREN FYSICA DERDE JAAR BLZ.1 METEN 1 Meerkeuze: slechts één antwoord is juist 1.1 Uit één stuk hout zaag je verschillende voorwerpen: De massadichtheid van het blokje is het grootst De massadichtheid

Nadere informatie

d. Bereken bij welke hoek α René stil op de helling blijft staan (hij heeft aanvankelijk geen snelheid). NB: René gebruikt zijn remmen niet.

d. Bereken bij welke hoek α René stil op de helling blijft staan (hij heeft aanvankelijk geen snelheid). NB: René gebruikt zijn remmen niet. Opgave 1 René zit op zijn fiets en heeft als hij het begin van een helling bereikt een snelheid van 2,0 m/s. De helling is 15 m lang en heeft een hoek van 10º. Onderaan de helling gekomen, heeft de fiets

Nadere informatie

Speurtocht Wandelen met Licht. Naam leerling:...

Speurtocht Wandelen met Licht. Naam leerling:... Zaal 3 Speurtocht Wandelen met Licht Naam leerling:... Zaal 3 Brillen Loop de trap op achter het anatomisch theater (het grote houten bouwwerk) en ga door de glazen deuren zaal 2 in. Ga in zaal 2 de trap

Nadere informatie

Basic Creative Engineering Skills

Basic Creative Engineering Skills Optische systemen Oktober 2015 Theaterschool OTT-1 1 Optische systemen In het theater: Theaterlampen Projectoren Camera s (foto, video, film) In deze les worden achtereenvolgens behandeld: Eigenschappen

Nadere informatie

Faculteit Technische Natuurkunde Proeftentamen OPTICA voor BMT (3D010) 8 maart 1999, 14:00-17:00 uur

Faculteit Technische Natuurkunde Proeftentamen OPTICA voor BMT (3D010) 8 maart 1999, 14:00-17:00 uur Faculteit Technische Natuurkunde Proeftentamen OPTICA voor BMT (3D010) 8 maart 1999, 14:00-17:00 uur Opmerkingen: 1)Het cijfer afhalen vindt plaats op 15 maart 1999. De oproeplijsten hangen op het publicatiebord

Nadere informatie

Hoofdstuk 4: Meetkunde

Hoofdstuk 4: Meetkunde Hoofdstuk 4: Meetkunde Wiskunde VMBO 2011/2012 www.lyceo.nl Hoofdstuk 4: Meetkunde Wiskunde 1. Basisvaardigheden 2. Grafieken en formules 3. Algebraïsche verbanden 4. Meetkunde Getallen Assenstelsel Lineair

Nadere informatie

TENTAMEN NATUURKUNDE

TENTAMEN NATUURKUNDE CENTRALE COMMISSIE VOORTENTAMEN NATUURKUNDE TENTAMEN NATUURKUNDE tweede voorbeeldtentamen CCVN tijd : 3 uur aantal opgaven : 5 aantal antwoordbladen : 1 (bij opgave 2) Iedere opgave dient op een afzonderlijk

Nadere informatie

Gebruik module 1 bij het beantwoorden van de vragen. Indien je het antwoord hierin niet kunt vinden dan mag je andere bronnen gebruiken.

Gebruik module 1 bij het beantwoorden van de vragen. Indien je het antwoord hierin niet kunt vinden dan mag je andere bronnen gebruiken. Science+ leerjaar 1 module: het oog 4 x 45 min, werk in duo s. vragenblad Gebruik module 1 bij het beantwoorden van de vragen. Indien je het antwoord hierin niet kunt vinden dan mag je andere bronnen gebruiken.

Nadere informatie

Eindexamen vwo natuurkunde 2013-I

Eindexamen vwo natuurkunde 2013-I Opgave 2 Stad van de Zon De nieuwbouwwijk Stad van de Zon in Heerhugowaard dankt zijn naam aan het grote aantal zonnepanelen dat geïnstalleerd is. Deze kunnen samen een piekvermogen van 3,75 MW leveren.

Nadere informatie

Kernvraag: Hoe verplaatst licht zich en hoe zien we dat?

Kernvraag: Hoe verplaatst licht zich en hoe zien we dat? Kernvraag: Hoe verplaatst licht zich en hoe zien we dat? Naam: Groep: http://www.cma-science.nl Activiteit 1 Hoe verplaatst licht zich? 1. Als je wel eens de lichtstraal van een zaklamp hebt gezien, weet

Nadere informatie

Lichtsnelheid. 1 Inleiding. VWO Bovenbouwpracticum Natuurkunde Practicumhandleiding

Lichtsnelheid. 1 Inleiding. VWO Bovenbouwpracticum Natuurkunde Practicumhandleiding VWO Bovenbouwpracticum Natuurkunde Practicumhandleiding Lichtsnelheid 1 Inleiding De voortplantingsnelheid c van elektromagnetische golven (of: de lichtsnelheid) in vacuüm is internationaal vastgesteld

Nadere informatie

Krachten Hoofdstuk 1. Bewegingsverandering/snelheidsverandering (bijv. verandering van bewegingsrichting)

Krachten Hoofdstuk 1. Bewegingsverandering/snelheidsverandering (bijv. verandering van bewegingsrichting) Krachten Hoofdstuk 1 een kracht zelf kun je niet zien maar... Waaraan zie je dat er een kracht werkt: Plastische Vervorming (blijvend) Elastische Vervorming (tijdelijk) Bewegingsverandering/snelheidsverandering

Nadere informatie

De twee schepen komen niet precies op hetzelfde moment in S aan.

De twee schepen komen niet precies op hetzelfde moment in S aan. Gevaar op zee Schepen die elkaar te dicht naderen worden gewaarschuwd door de kustwacht. Wanneer schepen niet op zo n waarschuwing hebben gereageerd, stelt de Inspectie Verkeer en Waterstaat een onderzoek

Nadere informatie

Hertentamen Optica. 20 maart 2007. Zet je naam, studentennummer en studierichting bovenaan elk vel dat je gebruikt. Lees de 6 opgaven eerst eens door.

Hertentamen Optica. 20 maart 2007. Zet je naam, studentennummer en studierichting bovenaan elk vel dat je gebruikt. Lees de 6 opgaven eerst eens door. Hertentamen Optica 20 maart 2007 Zet je naam, studentennummer en studierichting bovenaan elk vel dat je gebruikt. Lees de 6 opgaven eerst eens door. Opgave 1 Slechts eenmaal heeft God de natuurwetten blijvend

Nadere informatie

Ruimtelijke oriëntatie: plaats en richting

Ruimtelijke oriëntatie: plaats en richting Ruimtelijke oriëntatie: plaats en richting 1 Lijnen en rechten Hoe kunnen lijnen zijn? gebogen of krom gebroken recht We onthouden: Een rechte is een rechte lijn. c a b Een rechte heeft geen begin- en

Nadere informatie

Domein A: Inzicht en handelen

Domein A: Inzicht en handelen Tussendoelen wiskunde onderbouw vo vmbo Preambule Domein A is een overkoepeld domein dat altijd in combinatie met de andere domeinen wordt toegepast (of getoetst). In domein A wordt benoemd: Vaktaal: het

Nadere informatie

tan c b + a c c b HOOFDSTUK 8 DRIEHOEKSMETING IN EEN RECHTHOEKIGE DRIEHOEK EXTRA OEFENINGEN

tan c b + a c c b HOOFDSTUK 8 DRIEHOEKSMETING IN EEN RECHTHOEKIGE DRIEHOEK EXTRA OEFENINGEN HOOFDSTUK 8 DRIEHOEKSMETING IN EEN RECHTHOEKIGE DRIEHOEK EXTRA OEFENINGEN ) Gegeven: een rechthoekige driehoek ABC. Schrijf de volgende goniometrische getallen in functie van de lengten van de zijden van

Nadere informatie

De eenparige rechtlijnige beweging

De eenparige rechtlijnige beweging De eenparige rechtlijnige beweging Inleidende experimenten Via opdrachten met de robot LEGO NXT willen we de leerstof van mechanica aanbrengen en op een creatieve en speelse manier leren nadenken over

Nadere informatie

Vlakke meetkunde. Module 6. 6.1 Geijkte rechte. 6.1.1 Afstand tussen twee punten. 6.1.2 Midden van een lijnstuk

Vlakke meetkunde. Module 6. 6.1 Geijkte rechte. 6.1.1 Afstand tussen twee punten. 6.1.2 Midden van een lijnstuk Module 6 Vlakke meetkunde 6. Geijkte rechte Beschouw een rechte L en kies op deze rechte een punt o als oorsprong en een punt e als eenheidspunt. Indien men aan o en e respectievelijk de getallen 0 en

Nadere informatie

Examen VWO. wiskunde B. tijdvak 1 woensdag 13 mei 13.30-16.30 uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Examen VWO. wiskunde B. tijdvak 1 woensdag 13 mei 13.30-16.30 uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Examen VWO 015 tijdvak 1 woensdag 13 mei 13.30-16.30 uur wiskunde B Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Dit examen bestaat uit 17 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 77 punten te behalen. Voor elk

Nadere informatie

UITWERKINGEN OEFENVRAAGSTUKKEN 5 HAVO. natuurkunde

UITWERKINGEN OEFENVRAAGSTUKKEN 5 HAVO. natuurkunde ITWERKINGEN OEFENVRAAGSTKKEN voor schoolexamen (SE) en examen 5 HAVO natuurkunde katern 2: Licht, elektriciteit en signaalverwerking editie 202-203 ITWERKINGEN OEFENVRAAGSTKKEN voor schoolexamen (SE) en

Nadere informatie

Licht 7. Welk deel van het licht wordt door een plant gebruikt voor de fotosynthese? A. groen licht B. rood licht C. zwart licht D.

Licht 7. Welk deel van het licht wordt door een plant gebruikt voor de fotosynthese? A. groen licht B. rood licht C. zwart licht D. Licht 20 Hoe verklaar je lichtbreking aan de hand van de gebroken lepel in het glas met water? A.Licht heeft in water of glas een hogere snelheid dan in lucht; dit komt omdat water en glas en lagere dichtheid

Nadere informatie

Examen VWO. wiskunde B. tijdvak 1 dinsdag 25 mei 13.30-16.30 uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Examen VWO. wiskunde B. tijdvak 1 dinsdag 25 mei 13.30-16.30 uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Examen VWO 2010 tijdvak 1 dinsdag 25 mei 13.30-16.30 uur wiskunde B Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Dit examen bestaat uit 18 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 84 punten te behalen. Voor elk

Nadere informatie

Eindexamen natuurkunde 1-2 havo 2001-II

Eindexamen natuurkunde 1-2 havo 2001-II Eindexamen natuurkunde - havo 00-II 4 Antwoordmodel Opgave Fietsdynamo uitkomst: f = 49 Hz (met een marge van Hz) Twee perioden duren 47 6 = 4 ms; voor één periode geldt: T = Dus f = = = 49 Hz. - T 0,5

Nadere informatie

Exact Periode 5 Niveau 3. Dictaat Licht

Exact Periode 5 Niveau 3. Dictaat Licht Exact Periode 5 Niveau 3 Dictaat Licht 1 1 Wat is licht? In de figuur hieronder zie je een elektromagnetische golf: een golf die bestaat uit elektrische en magnetische trillingen.(zie figuur). Licht is

Nadere informatie

Tussendoelen wiskunde onderbouw vo vmbo

Tussendoelen wiskunde onderbouw vo vmbo Tussendoelen wiskunde onderbouw vo vmbo Domein A: Inzicht en handelen Subdomein A1: Vaktaal wiskunde 1. vmbo passende vaktaal voor wiskunde herkennen en gebruiken voor het ordenen van het eigen denken

Nadere informatie

(B) L_- Tentamen optica en optisch waarnemen

(B) L_- Tentamen optica en optisch waarnemen Tentamen optica en optisch waarnemen 27 maart20l2,15:15-18:00 docenten: dr. W. Vassen, prof.dr. J.F. de Boer Geef altijd een motivatie voor je antwoord. Er zijn 8 vragen. Iedere vraag levert evenveel punten

Nadere informatie

Scherp zien onder water

Scherp zien onder water Scherp zien onder water Keuzeopdracht biologie/natuurkunde voor de bovenbouw Een verdiepende opdracht over de werking van lenzen Voorkennis: het oog; breking van licht; brekingsindex; beeldvorming bij

Nadere informatie

Oog. Netvlies: Ooglens: Voor de stralengang in het oog van lichtstralen zijn de volgende drie onderdelen belangrijk.

Oog. Netvlies: Ooglens: Voor de stralengang in het oog van lichtstralen zijn de volgende drie onderdelen belangrijk. Oog Voor de stralengang in het oog van lichtstralen zijn de volgende drie onderdelen belangrijk. Netvlies: Ooglens: Op het netvlies bevinden zich lichtgevoelige zintuigcellen; staafjes en kegeltjes (voor

Nadere informatie

Uitwerkingen 1. Opgave 1 Bij mist wordt het licht door de waterdruppeltjes weerkaatst. Opgave 2 Groter Kleiner. Opgave 3

Uitwerkingen 1. Opgave 1 Bij mist wordt het licht door de waterdruppeltjes weerkaatst. Opgave 2 Groter Kleiner. Opgave 3 Uitwerkingen 1 Opgave 1 Bij mist wordt het licht door de waterdruppeltjes weerkaatst. Opgave 2 Groter Kleiner Opgave 3 Opgave 4 Licht, steeds donkerder (bij halfschaduw), donker (kernschaduw), steeds lichter

Nadere informatie

Opgave 2 Vuurtoren Natuurkunde N1 Havo 2001-II opgave 3

Opgave 2 Vuurtoren Natuurkunde N1 Havo 2001-II opgave 3 Deze 5 opgaven (21 vragen) met uitwerkingen vind je op www.agtijmensen.nl Et-stof: h4. Arbeid en energie, h5. Licht en h6. Elektriciteit Examentraining Havo 4 et2 Opgave 1 De waterkrachtcentrale van Itaipu

Nadere informatie

Ruimte, Ether, Lichtsnelheid en de Speciale Relativiteitstheorie. Een korte inleiding:

Ruimte, Ether, Lichtsnelheid en de Speciale Relativiteitstheorie. Een korte inleiding: 1 Ruimte, Ether, Lichtsnelheid en de Speciale Relativiteitstheorie. 23-09-2015 -------------------------------------------- ( j.eitjes@upcmail.nl) Een korte inleiding: Is Ruimte zoiets als Leegte, een

Nadere informatie