Samenwerken op de leerafdeling: Matching bij plaatsing en samenwerkingsrelaties als basis voor succesvol leren

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Samenwerken op de leerafdeling: Matching bij plaatsing en samenwerkingsrelaties als basis voor succesvol leren"

Transcriptie

1 Samenwerken op de leerafdeling: Matching bij plaatsing en samenwerkingsrelaties als basis voor succesvol leren beschrijving op basis van interviews in Rijnmond Jan Streumer, Niek van den Berg & Ad de Jongh Maart 2011

2 Inhoud 1 Inleiding 2 Aanpak van het onderzoek 3 Onderzoeksresultaten over de matching bij plaatsing 3.1 Matching bij de plaatsing van studenten 3.2 Matching bij de groepssamenstelling van studenten 3.3 Matching bij de samenstelling van teams van opleiders 4 Onderzoeksresultaten over de samenwerkingsrelaties 4.1 Begeleiding van de studenten 4.2 Samenwerking tussen studenten 4.3 Samenwerking tussen opleiders 5 Conclusies en aanbevelingen 5.1 Matching bij plaatsing 5.2 Samenwerkingsrelaties 5.3 Aanbevelingen Literatuur Bijlage Interviewleidraad 2

3 1 Inleiding Wat vooraf ging In 2009 is in het Rijnmondse deelproject van het landelijke doorbraakproject werkplekleren, literatuuronderzoek gedaan naar het rendement van leren op de werkplek en op leerafdelingen in het bijzonder. 1 Daarnaast is ook veldonderzoek uitgevoerd naar de leerafdelingen in de drie zorginstellingen. 2 Eind 2009 hebben de onderzoekers de opleiders op de hoogte gebracht van de resultaten uit deze onderzoeken. Vervolgens hebben de opleiders in het voorjaar van 2010 drie onderwerpen (1) begeleidingsmoeheid, (2) het leerwerktraject van studenten 3 en (3) competenties van opleiders geprioriteerd voor verdere projectactiviteiten (in de zin van verder onderzoek en/of verbeteringen in de praktijk). Besloten is ook om de twee laatste thema's verder toe te spitsen op dát wat leerafdelingen vooral onderscheidt van veel andere vormen van werkplekleren, namelijk het samen leren en werken in teams, om succesvol leren en meer leerrendement te realiseren. Eén van de uitgangspunten van leerafdelingen is immers dat samen leren en werken in teamverband meerwaarde oplevert vergeleken met een individuele invulling van werkplekleren. Het bleek dat de opleiders, alvorens verbeteracties te ondernemen, op een aantal punten behoefte hadden aan meer kennis om te kunnen bepalen wélke acties kansrijke verbeteringen zijn. 4 Dit mondde uit in een veldonderzoek naar begeleidingsmoeheid, 5 een literatuurstudie naar beschikbare kennis over samenwerkend leren en werken door studenten en professionals, 6 een veldonderzoek naar aspecten die te maken hebben met succesvol leren op de leerafdeling (deze rapportage) en veldonderzoek naar betekenisvolle leersituaties. 7 Vraagstelling De voorliggende rapportage gaat over het tweede genoemde veldonderzoek naar samenwerkend leren en werken. Hierbij wordt ingezoomd op twee vragen: 1) Op welke wijze worden studenten en opleiders vóóraf bij hun plaatsing gematcht met de leerafdeling en met elkaar? 2) Hoe krijgen hun samenwerkingsrelaties vervolgens vorm? Conceptueel kader Twee groepen zijn binnen de leerafdeling van belang: studenten (van mbo en hbo) en opleiders (van mbo, hbo en zorginstelling). De samenwerking tussen opleiders en studenten noemen we de verticale samenwerking. De samenwerking binnen de groepen zelf noemen we de horizontale samenwerking. Ten eerste geldt dat voor het samen werken en leren door een groep mbo ers en hbo ers. De groepsgewijze vormgeving van het werkplekleren betekent tevens dat de betrokken opleiders met elkaar zullen (moeten) samenwerken. Hoe succesvol de samenwerking zal zijn, is mede afhankelijk van hoe de groepen vooraf zijn samengesteld (matching bij de plaatsing) en hoe zij zich bij hun leren en werken op de leerafdeling tot elkaar verhouden (samenwerkingsrelaties). Door de twee groepen te 1 Streumer, 2010a. 2 Van den Berg, De Jongh, Klous & Streumer, In het mbo wordt gesproken van deelnemers, leerlingen of studenten, in het hbo van studenten. In dit rapport gebruiken we voor beide groepen de term student(en). 4 Een uitzondering is de voorbereiding op de leerafdelingen; het mbo-opleidingsteam heeft dit thema op basis van het al beschikbare onderzoek als verbeterpunt opgepakt; nader onderzoek was hiervoor niet nodig. 5 Ormel, in voorbereiding. 6 Streumer, 2010b. 7 Van den Berg, De Jongh & Streumer, in voorbereiding. 3

4 koppelen aan de 'richting' van de samenwerking en aan 'matching' respectievelijk 'relaties' zijn zes aspecten van samenwerking te onderscheiden. Deze aspecten zouden samen moeten bijdragen aan de beoogde leerresultaten en meerwaarde in vergelijking met individuele leerwerktrajecten. Bij elk van de aspecten is verder onderscheid te maken tussen 'formeel' en 'in de praktijk', waarbij de veronderstelling is dat de formele grondslag in de praktijk meestal op een iets andere wijze wordt ingevuld. In Tabel 1 is het voorgaande samengevat. Tabel 1: Aspecten van samenwerking, formeel en in de praktijk, op de leerafdelingen vergeleken met individuele stages Verticaal (tussen groepen) Horizontaal (binnen groepen) Horizontaal (binnen groepen) Matching bij plaatsing (voorafgaand aan stage) Samenwerkingsrelaties (tijdens de stage) a) student-leerafdeling d) studenten-opleiders b) studentengroep e) studentengroep c) opleidersgroep f) opleidersgroep Opbrengsten van a-f in de vorm van leerresultaten 4

5 2 Aanpak van het onderzoek Het onderzoek is een beschrijvend onderzoek naar de gang van zaken bij de drie in het project betrokken leerafdelingen. Per aspect a) tot en met f) uit de voorgaande Tabel 1 zijn de volgende hoofdvragen geformuleerd, waarbij steeds wordt gekeken naar de formele en feitelijke situatie en naar de leerafdeling vergeleken met de individuele stagetrajecten: a) Hoe is het plaatsingsbeleid vormgegeven? (matchen studenten met leerafdelingen) b) Hoe worden studentengroepen samengesteld? (matchen studenten onderling) c) Hoe worden teams van docenten, praktijkopleiders en werkbegeleiders samengesteld? (matchen van opleiders) d) Hoe zien de pedagogisch-didactische begeleidingsrelaties gedurende het leerwerktraject eruit? (relaties tussen studenten en opleiders) e) Hoe ziet het samenwerkend leren tijdens het leerwerktraject eruit? (relaties tussen studenten onderling) f) Hoe ziet het samenwerkend begeleiden door docenten, praktijkopleiders en werkbegeleiders gedurende het leerwerktraject eruit? (relaties tussen opleiders onderling) De vragen worden beantwoord door de procedures, instrumenten, overlegvormen, overwegingen en argumentaties te beschrijven op basis van documentatie en interviews met sleutelpersonen. De uitgewerkte interviewleidraad staat in de Bijlage bij dit rapport. Documenten Het gaat hierbij om documenten die beschikbaar zijn bij degenen die in het mbo, hbo en zorginstelling verantwoordelijk zijn voor de plaatsing en samenwerking van studenten en opleiders op de leerafdelingen. De volgende documenten zijn betrokken in de analyse: Samenwerkingsovereenkomsten van de drie betrokken leerafdelingen Leermiddel Beroepspraktijkvorming in de opleiding (mbo) Beroepsrichtlijn bpv (mbo) Wat opvalt is dat er in de deelnemende hbo-instelling geen documentatie bestaat waarin richtlijnen zijn beschreven voor de matching van studenten met zorginstellingen. Bij mondelinge navraag bleek dat bij de plaatsing van hbo-studenten wel enigszins rekening wordt gehouden met specifieke omstandigheden van de student (bijvoorbeeld de afstand wonen werken), maar dat dit niet structureel en systematische geschiedt.. Uit de documentenanalyses blijkt dat er niet of nauwelijks documentatie beschikbaar is die betrekking heeft op de plaatsing en samenwerkingsrelaties van studenten en opleiders. De gegevens die wel verzameld konden worden zijn in het begin van hoofdstuk 3 weergegeven. Feitelijk gaat het hier over de formele kant van de plaatsing en samenwerking op de leerafdelingen. Interviews In totaal zijn zeven sleutelpersonen geïnterviewd. Het gaat om een verantwoordelijke voor de werving, selectie en plaatsing van studenten voor alle opleidingen, vier intermediairs/bpv-coördinatoren uit het mbo, een docent uit het hbo en een opleidingscoördinator van een zorginstelling. Van elk interview is een verslag gemaakt dat ter controle is voorgelegd aan de geïnterviewde sleutelpersonen. De respons per vraag liep vrij sterk uiteen, zoals in Tabel 2 te zien is. De cursief gedrukte cijfers geven de gemiddelde respons voor de subvragen weer. Opvallend is dat de respondenten zich meer hebben uitgesproken over de matching bij plaatsing dan over de samenwerkingsrelaties op de leerafdelingen. Dit heeft deels te maken met het gegeven dat de sleutelpersonen vooral bij de plaatsing betrokken zijn 5

6 en niet allemaal ook bij het leren en werken op de leerafdeling zelf. Opvallend is verder ook dat vraag 8 in het geheel niet aan de orde is geweest/beantwoord is. Het betreft een item waarop in het vervolg van dit onderzoek nader wordt ingegaan aan de hand van zelfrapportages van deelnemers/studenten en opleiders. 8 Tabel 2: Respons per interviewvraag Vraag N Vraag n Vraag n 1 6,5 4 2,8 6 2,5 1a 7 4a 3 6a 3 1b 6 4b 4 6b 3 1c 6 4c 1 6c 1 1d 7 4d 3 6d 3 2 5,3 5 2, a 6 5a b 5 5b 3 8a 0 2c 3 5c 1 8b 0 2d 7 5d 2 8c 0 3 4,3 8d 0 3a 5 3b 4 3c 3 3d 5 Wijze van analyse en rapportage In de twee volgende hoofdstukken 3 en 4 worden de interviewuitkomsten beschreven per vraag en voor de totale respondentengroep. Daarbij is telkens aangegeven op hoeveel antwoorden een gegeven uitkomst is gebaseerd (n=x). Hoofdstuk 3 gaat over de matching bij de plaatsing van studenten en opleiders op de leerafdelingen; hoofdstuk 4 heeft betrekking op de samenwerkingsrelaties tijdens het leren en werken aldaar. Om verschillende redenen is gekozen voor een integrale analyse en rapportage zonder het uitsplitsen van de resultaten naar bijvoorbeeld de afzonderlijke leerafdelingen, mbo versus hbo, of onderwijs versus zorginstellingen. Ten eerste is het aantal respondenten te klein om een zinvol onderscheid te kunnen maken. Ten tweede is het risico te groot dat de anonimiteit van één of meer respondenten in het geding kan raken. Verder zijn verschillende geïnterviewden bij meer leerafdelingen (ook andere dan die van het project) betrokken en rapporteren ze daarover in vergelijkbare bewoordingen. 8 Van den Berg, De Jongh & Streumer, in voorbereiding. 6

7 3 Onderzoeksresultaten over de matching bij de plaatsing Dit hoofdstuk gaat over de matching van de studenten en opleiders voordat ze op een leerafdeling aan de slag gaan. Het gaat dus om de cellen a), b) en c) uit de eerdere Tabel 1, hieronder in Tabel 3 nog eens gearceerd aangegeven. In de tekst staat bij de desbetreffende vragen het aantal respondenten aangegeven dat de vraag heeft beantwoord (n=x). Tabel 3: Aspecten van samenwerking Verticaal (tussen groepen) Horizontaal (binnen groepen) Horizontaal (binnen groepen) Matching bij plaatsing (voorafgaand aan stage) Samenwerkingsrelaties (tijdens de stage) a) student-leerafdeling ( 3.1) d) studenten-opleiders b) studentengroep ( 3.2) e) studentengroep c) opleidersgroep ( 3.3) f) opleidersgroep Over de matchingsprocedure bij de plaatsing van studenten en opleiders op leerafdelingen zijn geen schriftelijk documenten beschikbaar. Wel zijn er documenten die meer in algemene zin de formele kant van de leerafdelingen beschrijven. Hieruit blijkt het volgende: Samenwerkingsovereenkomsten De samenwerkingsovereenkomsten tussen Zadkine, Hogeschool Rotterdam en de zorginstellingen zijn ongeveer van gelijke omvang (3 à 4 pagina's). Bij één leerafdeling wordt de overeenkomst voorafgegaan door een projectplan. In Tabel 4 staat voor een aantal belangrijke thema's (linker kolom) aangegeven welke bepalingen per leerafdeling zijn opgenomen. Tabel 4: Enkele bepalingen in de samenwerkingsovereenkomsten Thema Instelling A (de Plantage) Instelling B (Hannie Dekhuijzen) Aantal studenten extra stageplaatsen Instelling C (Panassia Bavo-Europoort) 10 stagiairs studenten Stagetijd Geen bepaling Minimaal 9 weken, 46 weken operationeel maximaal 20 weken Werk/leertijd Geen bepaling Geen bepaling Tussen uur en uur Werving en selectie deelnemers Begeleiding Geen bepaling Geen bepaling Praktijkbegeleiders zijn betrokken bij werving en selectie Er is voldoende personeel om te begeleiden Geen bepaling De praktijkbegeleider is coach In alle overeenkomsten zijn bepalingen opgenomen over het aantal beschikbaar te stellen/in te vullen plaatsen. Met één instelling zijn voor alle thema's bepalingen opgenomen. Met twee instellingen is de stagetijd geregeld, eveneens met twee instellingen is de begeleiding geregeld. 7

8 Beroepspraktijkvorming in de opleiding Ter voorbereiding op de stage krijgen mbo-studenten het boekje Beroepspraktijkvorming in de opleiding uitgereikt. Dit geldt zowel voor studenten die een individuele stage gaan doen als voor studenten die naar een leerafdeling gaan. Het document bevat aanwijzingen voor de student om zich voor te bereiden op de stage, alsmede een beschrijving van de wijze waarop de beroepspraktijkvorming in de instelling vorm krijgt. In deze paragraaf wordt ook aandacht besteed aan het persoonlijk opleidingsplan (POP) en het persoonlijk activiteitenplan (PAP) die de student moeten formuleren om de stage te kunnen volbrengen. Inhoudelijk wordt geen onderscheid gemaakt tussen de individuele stages en leerafdelingen. Beleidsrichtlijn bpv De beleidsrichtlijn bpv is ontwikkeld door de intermediairs (bpv-coördinatoren) van het mbo en op 5 juni 2009 vastgesteld. Het document bestaat uit twee hoofdstukken: 1. 'Een goede voorbereiding op de bpv is het halve werk'. Dit hoofdstuk bevat (a) richtlijnen voor de wijze waarop studenten zich kunnen oriënteren op de bpv en (b) de nadruk op de noodzakelijke beheersing van de Nederlandse taal om in de bpv goed te kunnen functioneren; 2. 'Kansen en mogelijkheden'. In dit hoofdstuk wordt vooral ingegaan op de houding van de student tijdens de bpv. In de beleidsrichtlijn wordt geen onderscheid gemaakt tussen de individuele stage en de leerafdeling. Overige documenten Er bestaat een plaatsingsdocument dat is bedoeld om als zorginstellingen aan te geven hoeveel stageplaatsen zij beschikbaar stellen voor een bepaalde stageperiode. 3.1 Matching bij de plaatsing van studenten In deze en de volgende paragrafen worden steeds de reacties behandeld van de sleutelpersonen op de vragen naar de formele situatie bij de leerafdelingen, de situatie in de praktijk, en de verschillen tussen leerafdeling en individuele stages Formeel Zijn er procedures, instrumenten (bijv. instellingsprofielen, toetsen, snuffelstages, sollicitaties) en overlegvormen (binnen en tussen mbo, hbo en instelling) voor de plaatsing van studenten op de leerafdelingen? M.a.w. hoe is het plaatsingsbeleid formeel/officieel vormgegeven? (n=7) Zoals hiervóór is aangegeven, zijn er over de matchingsprocedure bij de plaatsing van studenten en opleiders op leerafdelingen geen schriftelijk documenten beschikbaar. Uit de interviews komt naar voren dat bij de plaatsing meestal wel procedures gelden. In een aantal gevallen wordt een officieel instrument ingezet, dat kunnen meer instrumenten naast elkaar zijn: een administratief systeem, een sollicitatieprocedure, het beleggen van de plaatsing bij een daarvoor verantwoordelijke professional. Administratief systeem Bij de plaatsing van studenten wordt gebruik gemaakt van het BPV Plaza Systeem. Dat is een puur administratief systeem dat wordt gebruikt bij de matching van studenten en instellingen. In dit systeem worden ook de stageroutes van de studenten geadministreerd, het betreft zowel stage op leerafdelingen als individuele stages. Vroeger gebeurde dat met de hand. Het bpv systeem maakt het ook mogelijk in de historie te kijken, bijvoorbeeld hoeveel stageplaatsen waren er in het verleden bij instelling X? Welke studenten hebben daar stage gelopen? Zijn er studenten voortijdig afgehaakt? Het is een handig systeem. 8

9 Echter: Het matchen van studenten is met de invoering van het bpv systeem nog geen 'automatisme' geworden. Sollicitatieprocedure Er is een sollicitatie- en selectie-instrument (...). Het instrument is vier jaar geleden ontwikkeld en sluit aan op dat voor medewerkers van de zorginstelling. Onder meer gaat het erom dat iemand moet passen bij de visie van de zorginstelling. Een respondent spreekt van een 'vastgestelde procedure' : Bij de plaatsing van studenten wordt gebruik gemaakt van een vooraf vastgestelde sollicitatieprocedure. De studenten sturen een sollicitatiebrief met cv. In de brief motiveren ze waarom ze voor de desbetreffende stageplek in aanmerking wensen te komen. Daarna worden de studenten uitgenodigd voor een sollicitatiegesprek. Beleggen bij een verantwoordelijke professional Ik ben intermediair voor niveau 1 en 3. Bij niveau 3 werk ik ten behoeve van de leerafdelingen samen met niveau 4. [De stagecoördinator] heeft de lijst met leerafdelingen en hoeveel leerlingen naar welke leerafdeling moeten. Hij komt dan aan mij vragen wie ik daarvoor heb van niveau 3. Ik doe de matching van niveau 3 en niveau 1 in [een van de deelregio s]. Daar zitten verpleeghuizen, verzorgingshuizen en thuiszorg. Ik ben bpv-coördinator en doe de matching voor niveau 2 en 4. Alleen niveau 4 gaat naar de leerafdelingen, niveau 2 niet. Overleg over de matching, anders dan wat hierboven genoemd is, ontbreekt. Docenten en de praktijkopleiders en werkbegeleiders van de instellingen zijn doorgaans niet betrokken bij de matching. Een respondent stelt vast: Overlegvormen rond matching zijn nooit van de grond gekomen. De eerder genoemde samenwerkingsovereenkomsten hebben een duidelijke impact op de matching bij de plaatsing. Ten eerste gaat het om de zogenoemde 'leverplicht' die een belangrijk leidend principe is: We moeten ervoor zorgen dat de leerafdelingen gevuld worden, omdat er daarvoor afspraken in contracten staan. Niet heel veel studenten zijn beschikbaar voor psychiatrie. Binnen leerjaar 1 en 2 is het heel gemakkelijk om aan de leveringsplicht te voldoen. Want daar zijn heel veel voltijd plaatsen. Maar binnen leerjaar 3 en 4 zijn er heel weinig voltijd studenten dus daar wordt heel pragmatisch mee omgegaan: ze moeten allemaal naar de leerafdeling. Leverplicht is direct gerelateerd aan de capaciteit van de afdelingen in de stagebiedende organisaties. Hoeveel plekken zijn beschikbaar, in welke periode? Leverplicht en capaciteit zijn niet alleen van belang in kwantitatief opzicht, ook in kwalitatief opzicht. Het gaat dan vooral om de juiste mix tussen mbo- en hbostudenten. Een ander leidend principe is het 'stagemodel': Dat bepaalt welke groep wanneer op stage gaat. In het voorjaar krijgen de instellingen de aanmeldingsformulieren waarop ze kunnen aangeven hoeveel stagiaires ze willen. Voor de leerafdelingen geldt dat formulier eigenlijk niet, omdat daarvoor vaste afspraken gelden wat betreft de aantallen. Maar het stagemodel bepaalt dus in welke periode studenten op de leerafdeling zijn. Een derde principe zijn de capaciteiten van de studenten. Studenten worden in principe gematcht op basis van hun capaciteiten. Nagegaan wordt of welke route het beste bij welke student past (bijvoorbeeld, kan de student wel stage gaan lopen in de psychiatrie?). In principe lopen studenten in alle specialismen stage. Maar dat lukt niet altijd in de vier jaar die beschikbaar zijn voor de opleiding. Er zijn meer specialismen dan stagemomenten. Geprobeerd wordt wel om alle studenten zo breed 9

10 mogelijk stage te laten lopen, zodat ze zich in veel specialismen (zorggroepen) kunnen oriënteren. Bij de selectie van specialismen moet rekening worden gehouden met het leerjaar waarin studenten zitten (in het specialisme psychiatrie kun je bijvoorbeeld niet aan het begin van een studie stage lopen). In het begin van de studie moet je in aanraking komen met de basiszorg, bijvoorbeeld in de thuiszorg of in het verpleeghuis In de praktijk Over de gang van zaken in de praktijk zijn twee vragen gesteld, die we hier na elkaar behandelen. Welke procedures, instrumenten en overlegvormen worden in de praktijk gebruikt? Hoe? Wie zijn daarbij feitelijk betrokken? (n=6) Voorafgaand aan de formele plaatsing van studenten op de leerafdeling vindt meestal uitgebreide voorlichting plaats, waarin studenten informatie krijgen over de stage op de leerafdeling: Voor degenen die speciale belangstelling hebben voor een leerafdeling wordt aanvullende informatie verstrekt (één A4-tje met alle wetenswaardigheden in gecomprimeerde vorm) die op deze specifieke situatie betrekking heeft. Dat heeft onder andere betrekking op de onregelmatige werktijden. Soms wordt studenten gevraagd het A4-tje te ondertekenen om te voorkomen dat ze achteraf gaan klagen. Bij de informatie van studenten speelt de studiegids van de zorginstelling een belangrijke rol. De gids bevat de visie van de instelling, een beschrijving van de doelgroep, het type zorgvragen waarmee de instelling zich bezig houdt, maar ook een aantal organisatorische zaken die voor de student van belang zijn (bijvoorbeeld werktijden, ziekmelding enz.), maar ik heb er geen zicht op of scholen die gids ook gebruiken bij de voorlichting en matching. Soms wordt afgeweken van de vaste aanpak: [De huidige coördinator] is nog niet heel lang bpv-coördinator, daarom hebben we februari 2009 de voorlichting voor de leerlingen samen gedaan, dat was voor de stages van na de zomer. Niet alleen voorafgaand maar ook tijdens de formele plaatsingsprocedure worden wel eens aanpassingen gedaan: De laatste keer is het sollicitatiegesprek gecombineerd met een speed date (plusminus 15 minuten) uit efficiency overwegingen. De procedure is dan als volgt: eerst een speed date met alle studenten; daarna korte individuele sollicitatiegesprekken (30 minuten). Ervaring is dat de informatie amper door de studenten wordt gelezen. Er zijn instellingen die daarom op basis van de inhoud van de studiegids een toets afnemen om te 'controleren' of de student zich de inhoud eigen heeft gemaakt. Jammer, maar het moet. Soms zijn de effecten van aanpassingen anders dan verwacht: Het [de voorlichting] ging niet goed omdat de beamer niet werkte en de groep negatief reageerde. Daarom hebben in de eerste helft van het schooljaar de leerafdelingen stilgelegen. Ze vonden de onregelmatig diensten niets en daar kwam nog bij dat [de desbetreffende zorginstelling] ver weg is. Maar het komt ook voor dat de groep juist heel positief reageert. Er is (niet positieve) ervaring met de organisatie van een oriëntatiedag. (...) De informatie die de studenten kregen van de coaches (bijvoorbeeld over de mogelijkheid om competenties te behalen) was negatief. Uiteindelijk bleek deze oriëntatie een onhandige manoeuvre met een averechts effect. Over de vraag wie nou daadwerkelijk betrokken zijn bij de plaatsing, lopen de meningen enigszins uiteen, maar duidelijk is dat de opleidingscoördinator van de zorginstellingen en de bpv-coördinatoren van de scholen de belangrijkste betrokkenen zijn, waarbij het hbo relatief minder intensief betrokken is: 10

11 Sommige instellingen hebben een behoorlijke stem in het kapittel bij de bepaling welke studenten er worden geplaatst. Meestal is een opleidingscoördinator van de instelling betrokken bij het plaatsingsproces. Die vervult de rol van poortwachter en bepaalt of de voorgedragen studenten wel of niet voor plaatsing in aanmerking komen. Een van de respondenten beschouwt de opleidingscoördinator als 'de spil bij de leerafdeling': De bpv-bureaus van de scholen doen de plaatsing. Wijzelf als zorginstelling kunnen alleen sturen op de aantallen en het type plaatsen dat we beschikbaar hebben. Wij willen alleen niveau 3, 4 en 5 en alleen 3e en 4e jaars. Niveau 1 en 2 en leerjaar 1 en 2 willen we niet, omdat die maar een korte stage doen (10 weken) en omdat dat te kort is als je eerst nog moet leren patiënten wassen en aankleden etc. (...) In het begin van de leerafdelingen was er overigens meer een mix van leerjaren en niveaus dan nu. Toen werkte dat wel, maar toen waren er ook meer leerlingen dan nu. Overleg met het hbo over de samenstelling van de studentengroep vindt alleen in kwantitatieve zin plaats, niet in kwalitatief opzicht. Wat de uiteindelijke plaatsing zelf betreft, met een dosis pragmatisme en ervaringen uit het verleden komt die meestal wel tot stand, overigens niet altijd met een optimaal resultaat. Uiteindelijk is toch het voldoen aan de 'leverplicht' een uiterst belangrijk criterium is: Uiteindelijk worden wel mensen op papier toegewezen om aan die verantwoordelijkheid te voldoen. In de praktijk gaat het er vaak veel pragmatischer aan toe. Met andere woorden: er gaan studenten stage lopen in het specialisme 'psychiatrie' zonder de ziektebeelden goed te kennen; er gaan studenten op stage in een specialisme waar ze emotioneel nog niet aan toe zijn. De ervaring leert dat je alleenstaande moeders niet op een leerafdeling moet zetten, omdat ze daar dag/avond/weekend/vakantiediensten moeten draaien en dat krijgen ze thuis niet georganiseerd voor die volledige tien weken stage. (...) Er zijn ook leerlingen die voor hun levensonderhoud afhankelijk zijn van een baan (bijvoorbeeld als schoonmaker bij GOM), ook die kunnen er niet even tien weken tussenuit voor een stage op een leerafdeling. Ze tekenen er vooraf wel voor dat ze stage moeten lopen, maar dat doen ze omdat ze anders niet aan de opleiding mogen beginnen. En dan strandt het alsnog als ze aan hun stages moeten beginnen. Sommige leerlingen kunnen beter niet naar een leerafdeling omdat ze daar zouden ondersneeuwen. Vooral leerlingen die goed kunnen overleggen met elkaar, die slagen er. Voor timide of juist te mondige leerlingen is een leerafdeling minder geschikt. En als je verlegen bent en ook nog eens een taalachterstand hebt, dan haal je het helemaal niet, zo is een concrete ervaring. Goede begeleiding is cruciaal, maar kan ook niet alles opvangen. Op basis van welke overwegingen en argumenten worden in de praktijk welke keuzes gemaakt? Welke plaats hebben de beoogde leeropbrengsten in deze argumentatie? (n=6) Pragmatische overwegingen blijken het belangrijkste te zijn: De argumenten bij de matching zijn vooral praktisch, basaal, noodgedwongen, vanwege de problematische doelgroep en de verdere context. stelt een respondent enigszins teleurgesteld vast. Een andere respondent is veel minder pessimistisch en ziet het meer als pragmatisch. Pragmatisch uit de buurt, postcode, afstand woonwijk zeg maar. Er wordt soms van afgeweken niet specifiek voor de leerafdeling als een student bijvoorbeeld een familielid heeft verloren in een bepaalde organisatie dan kan hij vooraf aangeven dat hij binnen die organisatie geen stage wil lopen. 11

12 Voorkeuren en competenties van studenten vormen een tweede argument voor de plaatsing op de leerafdeling. Criteria bij aanname: voorkeur van de student, de door de student verwoorde motivatie (bijvoorbeeld Waarom wil ik werken met oudere psychiatrische zorgvragers? ), sterke en zwakke punten van de student spelen een rol bij plaatsing (bijvoorbeeld Kan ik omgaan met feedback? ), de vraag of de competenties die de student moet ontwikkelen wel op een (crisis)afdeling kunnen worden verworven. Om op een leerafdeling goed te kunnen functioneren als student moet je over een aantal competenties (in aanzet) beschikken. Je gaat werken in een team, dat stelt eisen aan je sociaal-communicatieve competenties. Studenten met 'autistische gedrag' kunnen beter niet op een leerafdeling worden geplaatst. Een student die op een leerafdeling gaat werken moet een zekere mate van zelfstandigheid hebben, zelfredzaamheid (richting geven aan eigen leerproces). Over het algemeen wordt verwacht dat studenten die naar een leerafdeling gaan op eigen gedrag kunnen reflecteren. Ook argumenten die met de leerafdeling te maken hebben spelen een rol. Het studiejaar van de student speelt ook een rol omdat de groep studenten op een leerafdeling een juiste mix moet zijn, in principe speelt het studiejaar bij plaatsing op een klinische afdeling geen rol, studiejaar speelt wel een rol bij plaatsing op een ambulante afdeling (daar worden alleen 3e en 4e jaars studenten geplaatst). Maar..., zo constateert een respondent In de praktijk kiezen we niet maar doen we het met de leerlingen die bij ons geplaatst worden. De duur van de stage is belangrijk voor de leeropbrengsten, daarom moet de stage twintig weken duren. (...) Daarnaast willen we een mix van verschillende niveaus, omdat dan iedereen aan verschillende leerdoelen van verschillende niveaus en fasen van de opleiding werkt. Bijvoorbeeld de hbo ers moeten de lagerejaars en lagere niveaus coachen; kunnen coachen is voor hen een leerdoel. Naast het benoemen van argumenten geeft een respondent ook een rangorde aan. Bij de matching/plaatsing voor de leerafdelingen kijken we eerst naar de aantallen leerlingen die nodig zijn. Daarna kijken we vooral naar de woonplaats (...). Ten derde kijken we naar de leerdoelen en het stageverleden. (...) We kijken ook naar de privé-situatie van leerlingen. De beoogde leeropbrengsten spelen bij de plaatsing op de leerafdeling minder een rol. Feitelijk is er minder ruimte dan nodig is om de leeropbrengsten centraal te zetten. Er zijn teveel verschillende belangen om het echt goed te doen. Volgens een respondent zijn de genoemde argumenten meestal impliciet aanwezig bij de werkbegeleiders, opleidingscoördinator, opleidingsdocenten. Dus dat betekent dat de plaatsing/matching/screening van studenten (met het oog op een succesvol leerproces op de betreffende leerafdeling) eigenlijk 'natte vingerwerk' is. Tenzij van bepaalde studenten evident is dat ze niet aan de criteria voldoen voor een bepaalde leerafdeling Verschillen met individuele trajecten Zijn de formele en feitelijke procedures, instrumenten en overlegvormen anders dan voor individuele leerwerktrajecten? Zijn de overwegingen en argumenten anders dan voor individuele leerwerktrajecten? (n=7) Bij de voorbereiding van studenten op een nieuwe stage wordt eigenlijk geen onderscheid gemaakt tussen een individuele stage en een stage op een leerafdeling. Op school wordt de student op de (nieuwe) stageperiode voorbereid door middel van video s, film, presentaties en een gastcollege. Daarnaast worden brochures verspreid: voor individuele stage en stage op een leerafdeling. Ook de procedure voor de plaatsing van studenten op een leerafdeling lijkt op het eerste gezicht gelijk aan die voor een individuele stage. 12

13 Er is op zich geen verschil, want je kijkt samen naar heel de groep, voor de leerafdelingen en voor de individuele stages. Maar voor de leerafdelingen staan de aantallen vast dus je kijkt eerst wie daarheen kan. Bij de individuele stages kijken we eerst naar de leerlingen, maar de argumenten zijn verder hetzelfde. Nee, de procedure is hetzelfde, wij bieden de plaatsen aan en het bpv-bureau van de school doet de plaatsing. Er bestaat geen expliciete 'criteria' (argumenten) voor studenten die (beter) naar een individuele stageplek (kunnen) gaan. Maar bij een nadere beschouwing blijken toch verschillende impliciete argumenten een rol te spelen die te maken hebben met het verschillende karakter van beide stagevormen: Bij de plaatsing van studenten wordt wel gekeken naar het criterium 'afhankelijk/onafhankelijk'. Afhankelijke (niet zelfstandige) studenten kunnen beter naar een individuele stageplek gaan, waarin ze meer 'bij de hand worden genomen'. Zij zitten meer bij de stagebegeleider op de bagagedrager. Een voordeel van een leerafdeling boven individuele stages is dat leerlingen samen aan bepaalde vaardigheden kunnen werken en dat voor het oefenen van zorgtechnische vaardigheden op leerafdelingen meer ruimte is. Bij een individuele stage spelen met name heel specifieke leerervaringen een rol. Mensen willen bijvoorbeeld graag ambulant meedraaien in de ambulantenzorg. En daar zijn geen leerafdelingen, dus als dan mensen echt een specifiek leervraag hebben dan wordt het geen leerafdeling. Als studenten elementen van sociaal leren of iets willen zien van kwaliteit en beleid dan is het advies: ga op een leerafdeling kijken. Bij de individuele stages kunnen we met niveau 2, 3 en 4 werken. Dan kan een stage van tien weken ook. Hbo ers zijn er niet bij de individuele stages, want daarin kunnen ze geen leidinggeven en niet coachen. Ook hebben we geen stage-begeleiders die individuele hbostagiairs kunnen begeleiden. Bij de leerafdeling hebben de hbo-docenten een rol in de begeleiding (naast het afdelingshoofd en de praktijkopleider). Bij de individuele stages is de matching plaatsing op grond van 1) wie er op stage moet volgens het opleidings/stagemodel en 2) de aangeboden stageplaatsen. Ik kijk naar wat ze moeten leren en wat daarvan bij een stageplaats kan, welk type afdeling past bij wat ze nog aan vaardigheden moeten leren, dat wil zeggen welke proeves ze nog moeten halen. (...) Ik kijk er ook naar dat ze 3) niet al eerder in een stage-instelling zijn geweest. Als ik ze niet bij een andere kan plaatsen, dan in dezelfde maar op een andere afdeling. Verder speelt 4) de reisafstand een rol bij de plaatsing. (...) Ze [studenten] mogen hun voorkeur uitspreken, maar daarin kan ik ze niet altijd hun zin geven. 3.2 Matching bij de groepssamenstelling van studenten Formeel Zijn er procedures, instrumenten en overlegvormen voor de groepssamenstelling van studenten op de leerafdelingen? M.a.w. wat is het officiële/formele beleid voor het samenstellen van studentengroepen? (n=6) Aan het begin van dit hoofdstuk is al is aangegeven dat er geen schriftelijk documentatie beschikbaar is over de matchingsprocedure bij de plaatsing van studenten en opleiders op leerafdelingen. Dit geldt zowel voor de plaatsing van individuele studenten als voor hun groepssamenstelling. Feitelijk gelden ook nu weer uitsluitend kwantitatieve criteria. Het betreft de verhouding mbo en hbo studenten en de 'leverplicht' voortkomend uit de zogenaamde 'capaciteitsafspraken' richting de instellingen. Volgens een respondent bestaat een leerafdeling in principe uit: 8 mbo-studenten (in principe uit het 13

14 derde leerjaar), 3 tot 4 hbo-studenten voor hun zorgstage en 2 tot 3 hbo studenten voor hun sectorstage of minorstage, in totaal 15 studenten. Volgens een andere respondent gaat het om een vaste indeling qua niveaus en leerjaren: 4 hbo derde- en vierdejaars, 3 niveau 3 of 4 studenten, 2 niveau 4 of 3 studenten, samen 10 studenten. Daarbij gaan studenten van niveau 3 tien weken op stage en komen dan op de leerafdelingen samen met de niveau 4 studenten die er twintig weken stage lopen en er al tien weken zijn. Volgens een respondent zijn er formeel geen kwalitatieve 'criteria' voor de groepssamenstelling van studenten die naar een leerafdeling gaan. Andere respondent nuanceren dit beeld enigszins. Vooral leerlingen die goed kunnen overleggen met elkaar, die slagen er. Voor timide of juist te mondige leerlingen is een leerafdeling minder geschikt. Leerafdelingen zijn dé plek om te leren samenwerken, overleggen, onderhandelen, samen de klus klaren. Als twee leerlingen het niet met elkaar kunnen vinden, dan zet je ze niet bij elkaar op een leerafdeling. Ook de genoemde kwantitatieve verhoudingen tussen niveaus en leerjaren kunnen in zekere zin als kwalitatieve criteria worden opgevat. Een bepaalde mix van studiejaren en een evenwichtige verdeling over de verschillende niveaus nodig is om ieders verschillende leerdoelen te realiseren én omdat de echte beroepspraktijk ook door een mix wordt gekenmerkt. Tot slot wordt ook nog het studiejaar van de studenten in relatie tot de zorgproblematiek waarmee ze worden geconfronteerd, als kwalitatief criterium genoemd In de praktijk Over de gang van zaken in de praktijk zijn ook in relatie tot de groepssamenstelling van studenten twee vragen gesteld, die we hier na elkaar behandelen. Welke procedures, instrumenten en overlegvormen worden in de praktijk gebruikt? Hoe? Wie zijn daarbij feitelijk betrokken? (n=5) Het blijkt steeds moeilijk om de leerafdeling te voorzien van voldoende studenten, vanuit zowel mbo als hbo. Het lijkt er sterk op dat de formele kwantitatieve 'criteria' voor de groepssamenstelling van studenten bepalen hoeveel ruimte beschikbaar is om kwalitatieve 'criteria' toe te passen. Of zoals een respondent opmerkt: De praktijk is soms anders dan de theorie. Een respondent die stelt dat er in principe een vaste verhouding is wat betreft niveaus, voegt daaraan toe maar in de praktijk kijken we naar wat kan. Ook anderen wijzen op het pragmatisme dat aan de orde is ( ) want ze hebben te maken met een hele lage wens voor een stage op een leerafdeling. Dus alles wat binnenkomt, komt ook binnen. om die afspraken [kwantitatieve criteria] te kunnen nakomen moet soms soepel worden omgegaan met de kwalitatieve 'plaatsingscriteria'. Een goede verdeling over niveau 3 en 4 is ook meer een luxe in de huidige omstandigheden. Er is een ideale verdeling die je wilt, maar je kijkt ook naar wat er kan. Als de variatie te groot is, bijvoorbeeld te veel niveaus (2, 3 en 4) en teveel leerjaren en teveel verschillen in duur van de stage, dan werkt het niet. Maar te weinig variatie is ook niet goed, want dan werken ze allemaal aan dezelfde leerdoelen. De afgelopen paar jaar waren er steeds te weinig mbo studenten beschikbaar. In dat geval worden die aangevuld met meer hbo studenten (als dat tenminste lukt). Het gaat dan bijvoorbeeld om vertraagde hbo studenten of de inzet van meer eerste- en tweedejaars hbostudenten. Andersom is het nog niet voorgekomen (te weinig hbo). Er moeten altijd voldoende studenten zijn om een afdeling goed te kunnen simuleren en te laten draaien. In een enkel geval moeten de werkbegeleiders bijspringen (bij een tekort aan studenten), maar dat druist in tegen de principes van een leerafdeling. 14

15 In de praktijk doen we het ook volgens deze vaste indeling, alleen de laatste periode is dat niet gelukt omdat er geen hbo-studenten zijn. In plaats daarvan zijn er twee mbo ers extra. Een dreigend tekort aan studenten kan eventueel worden opgelost door studenten aan een leerafdeling toe te wijzen die zelf een andere voorkeur hebben. Dit kan ook averechts werken, zoals een respondent laat weten. Vinden ze niets, dan kun je een hele lastige en ook een moeilijk te motiveren groep krijgen. Ongeacht de criteria die worden gehanteerd voor de groepssamenstelling lijkt deze uiteindelijk tot stand te komen na onderling beraad tussen de bij de leerafdeling betrokken partijen. De betrokkenen bij de groepssamenstelling zijn de leidinggevende van de leerafdeling, de docenten en ikzelf [respondent]. Als er tussentijds een leerling weggaat, wordt in overleg met de leerafdeling bekeken wie daarvoor in de plaats kan komen. Op basis van welke overwegingen en argumenten worden in de praktijk welke keuzes gemaakt? Welke plaats hebben de beoogde leeropbrengsten in deze argumentatie? (n=3) Een 'ideale mix' van mbo ers, hbo ers, van verschillende niveaus, uit verschillende leerjaren wordt belangrijk geacht om de groep studenten voor de leerafdeling samen te stellen. Dit is vooral om een leerafdeling goed te laten functioneren en voor de studenten goede leerprocessen te garanderen. Bij niveau 3 en 4 is een mix nodig omdat anders iedereen met dezelfde leerdoelen bezig is en anders bijvoorbeeld iedereen op dezelfde patiënt springt omdat die iets heeft wat bij je leerdoelen past. Verder vindt een respondent een mix dit belangrijk voor hbo-studenten om zich te kunnen profileren: De profilering van hbo moet voldoende ruimte krijgen, door met meer mensen te zijn. Zij moeten elkaar stimuleren en aan beeldvorming doen. Het is voor een hbo er wel lastig om zich te profileren als er vooral lager geschoold personeel rondloopt. Je krijgt weinig rolmodellen, dus ik zou zeker zeggen als je met een leerafdeling werkt, dan werk je met jongeren en ouderejaars door elkaar en minimaal toch wel twee ouderejaars studenten. Een respondent is van mening dat hbo ers pas vanaf het derde of vierde jaar in staat zijn leiding te geven/te coachen. Ouderejaars zijn ook nodig om de leerafdeling door een studententeam samen vrijwel zelfstandig te laten runnen. Overigens kan die zelfstandigheid in de praktijk in het gedrang komen: Helemaal zelfstandig was de bedoeling, maar in de praktijk lukt dat niet omdat er tot en met dit schooljaar nog 10-weekse stages bij zitten (vanwege het stagemodel van Zadkine). Ook speelt mee dat de werkbegeleiders moeten kunnen loslaten, en dat er wel eens stagiairs afvallen, allemaal redenen waardoor het zelfstandig runnen van de afdeling nog niet helemaal lukt. Misschien gaat het beter lukken als er alleen twintigweekse stages zijn. Ook onderbezetting wat het aantal studenten betreft heeft repercussies voor het optimaal functioneren van de leerafdeling. Omdat we momenteel onderbezet zijn wat betreft studenten op de leerafdeling, hebben we de weekenddiensten voor de studenten eraf gehaald. Dan zijn er meer mogelijkheden voor de studenten om tegelijkertijd te werken en om samen de leerafdeling te runnen. Maar dan nog krijgen we het niet rond, omdat de studenten vanuit school zoveel recht op vrije dagen hebben. In de weekenden was de bezetting altijd al lager, waardoor studenten toen ook al meer individueel werken dan in een studententeam. Studenten blijken minder beschikbaar te zijn in de weekenden dan vooraf bedacht. 15

16 3.2.3 Verschillen met individuele trajecten Zijn de formele en feitelijke procedures, instrumenten en overlegvormen anders dan voor individuele leerwerktrajecten? Zijn de overwegingen en argumenten anders dan voor individuele leerwerktrajecten? (n=7) Bij individuele stages speelt het fenomeen groepssamenstelling van studenten niet. Het is aan de zorginstellingen zelf om te bepalen hoeveel studenten daar tegelijkertijd een individuele stage kunnen lopen. Als er meer leerlingen tegelijk zijn, zitten ze doorgaans op verschillende afdelingen. Bij individuele stages wordt net als bij de leerafdeling ook naar het leerpotentieel en de begeleiding gekeken. Er zijn vaak meer individuele stagiairs tegelijk bezig, maar niet als groep. Er wordt gekeken in welk team ze het best hun leerdoelen kunnen halen en begeleiding kunnen krijgen. Bij individuele stages zijn er geen hbo ers. Verschil tussen leerafdeling en individuele stage is met name dat op een leerafdeling intensiever wordt begeleid door een werkbegeleider en praktijkopleider. De praktijkopleiders hebben bij een leerafdeling meer contact met de studenten. Het vermoeden bestaat dat op een leerafdeling meer aan supervisie en intervisie wordt gedaan dan bij een individuele stage. Ook bestaat de indruk dat praktijkopleiders bij een leerafdeling intensiever betrokken zijn dan bij een individuele stage. Ondanks de lange ervaring met individuele stages constateert een respondent: Op individuele trajecten hebben we minder grip. Dat is wel iets wat we in kaart proberen te brengen met het leerwerkplaats profiel. Met een leerwerkplaats profiel praktijkleerplaatsprofiel worden in principe de leermogelijkheden en het leerklimaat gemeten. Ook de complexiteit van de leersituaties kun je daarmee in kaart brengen. Het model moet nog worden geïmplementeerd, zowel voor individuele stages als voor stages op leerafdelingen. 3.3 Matching bij de samenstelling van teams van opleiders Formeel Zijn er procedures, instrumenten en overlegvormen voor de samenstelling van teams van opleiders op de leerafdelingen? M.a.w. wat is het officiële/formele beleid voor de samenstelling van teams van docenten, praktijkopleiders en werkbegeleiders op de leerafdelingen? (n=5) Net als over de plaatsing en de groepssamenstelling van studenten zijn ook over de samenstelling van de teams van opleiders (docenten mbo, hbo, praktijkopleiders, werkbegeleiders, coaches) geen schriftelijk documenten beschikbaar. Uit de interviews blijkt dat hier feitelijk geen gezamenlijk beleid voor geldt en dat van bewuste keuzes voor een bepaalde teamsamenstelling geen sprake is. Het meer een groep dan een echt team. Opleidingen en instellingen zijn afzonderlijk verantwoordelijk voor de inzet en samenstelling van personeel op de leerafdeling. Als een leerafdeling wordt gestart dan wordt een 'reguliere' afdeling van een instelling omgevormd tot een leerafdeling. De teamleden van de zorginstelling, die vaak al jaren met een vaste samenstelling hebben gewerkt, krijgen dan een geheel andere rol. Ze worden omgevormd tot opleider in een rol van werkbegeleider of coach, hoewel niet iedereen daar echt voor kiest. Ook is niet iedereen geschikt. Formeel is schriftelijk vastgelegd dat werkbegeleiders een training moeten ondergaan. ( ) maar welke vaardigheden nodig zijn, staat er niet in, aldus een respondent. Bij de omzetting van een 'reguliere' afdeling naar een leerafdeling wordt (in principe) niet gekort op de normale personeelsbezetting zoals die bij een 'reguliere' afdeling geldt. Wel komen er plusminus acht studenten bij. 16

17 Ze worden opgezadeld met studenten om ze te gaan begeleiden en te gaan coachen. aldus een respondent. Niet iedereen is geschikt om werkbegeleider te zijn en ook niet iedereen wil het zijn, bijvoorbeeld. Ze zetten zich in voor iemand die ze als aanstaande collega zien en raken gedemotiveerd als er dan leerlingen afhaken. Of ze kunnen een leerling juist moeilijk als aanstaande collega zien en hebben het vooral over een lieve meid die ze dan te makkelijk een voldoende geven. Voor werkbegeleiders gaat de patiënt altijd voor, en daarbij nemen ze een leerling op sleeptouw. Veel werkbegeleiders hebben zelf niveau 3. Niet iedereen snapt het lesmateriaal en hoe ze moeten beoordelen. Volgens een van de respondenten was er een instrument om te bepalen wie geschikt is als werkbegeleider en het kon worden, maar in de praktijk doe je het met wie je ervoor kunt krijgen en wie wil. De selectie van werkbegeleiders houdt ook een vierde respondent bezig. Het zou wel goed zijn als we daar invloed op zouden hebben; er samen met de instellingen over zouden kunnen praten. Ik heb eerder wel eens beoordelaarstrainingen voor werkbegeleiders gegeven, dat was leuk en leverde veel op, zowel voor hen als voor mezelf. Ik weet daardoor beter wie ze zijn en wat ze kunnen, en door die wetenschap kun je leerlingen bijvoorbeeld ook zeggen dat ze zelf een gesprek met de werkbegeleider kunnen aanvragen, omdat je weet dat werkbegeleiders dat niet altijd uit zichzelf doen. Naast werkbegeleiders levert de instelling meestal ook een praktijkopleider. De functie van praktijkopleider wordt meestal niet door de eerste-de-beste vervuld. Er is een praktijkopleider (...) en die is het geworden omdat ze hbo-verpleegkundige is en daarom de hbo ers kan begeleiden. Bovendien was ze al praktijkopleider voor de individuele stages. De docenten uit mbo en hbo die wekelijks een dagdeel op de leerafdeling aanwezig moeten zijn, zijn al jaren vaste docenten die door de scholen zijn aangewezen, maar ( ) daar is geen specifiek beleid voor. aldus een respondent. Ze worden niet specifiek gematcht aan een stage-groep, vult een andere respondent aan. De opleidersgroep wordt pas gemaakt als de studentengroep klaar is stelt een derde respondent In de praktijk Welke procedures, instrumenten en overlegvormen worden in de praktijk gebruikt? Hoe? Wie zijn daarbij feitelijk betrokken? (n=4) De praktijkopleider bepaalt wie werkbegeleider wordt, op basis van geschiktheid en beschikbaarheid. Zoals hiervoor ook al aan de orde kwam, kiezen sommige werkbegeleiders niet expliciet voor hun nieuwe rol en missen ze de zorgtaken waar ze oorspronkelijk voor stonden. Je werkt dus met wie je kunt krijgen, niet omdat er iets te kiezen valt. Sommige werkbegeleiders hebben het gevoel 'gedepersonaliseerd' te worden: hun eigen beroep kwijt te raken. Hoeveel werkbegeleiders bij de betrokken zijn hangt van allerlei organisatorische factoren af. Het aantal werkbegeleiders nu is vrij klein, omdat ze kampen met personeelstekort. Ik verwacht dat er effectief vijf personen zitten qua formatie, maar de beschikbaarheid is minder, want zij hebben ook managementtaken. In de praktijk zullen er minder aanwezig zijn, aldus een respondent. Werkbegeleiders worden getraind door de onderwijsinstelling, maar de intensiteit daarvan is niet erg hoog. Daarnaast is er begeleide intervisie op de werkvloer. Het woord training is een groot woord. Beter op z n plek is de training aan te duiden als 'op weg helpen studenten te begeleiden met behulp van een bescheiden instrumentarium'. De opleidingsfunctionaris van de zorginstelling verzorgt (soms 17

18 samen met de opleidingsdocenten van de onderwijsinstellingen) intervisie voor de werkbegeleiders. Dat gebeurt individueel of in teamverband. De betrokken opleidingsinstellingen (mbo en hbo) leveren ieder voor een dagdeel een opleidingsdocent. De opleidingsdocenten worden niet aanvullend getraind/opgeleid voor hun werkzaamheden op een leerafdeling. Docenten lijken zich voor langere tijd te verbinden aan de leerafdeling. De docenten van een leerafdeling zitten daar al jaren. Reden om daarmee te stoppen zijn zaken als verhuizing, het niet leuk meer vinden, niet op de vaste groepsmiddag naar de leerafdeling kunnen gaan. Ondanks de langdurige verbintenis van docenten aan een leerafdeling komt het voor dat docenten van mbo en hbo elkaar vaak mislopen omdat hun roosters onvoldoende aansluiten. Dan verdwijnt iemand volledig uit beeld. En ik merk ook dat dit een weerslag heeft op de begeleidingskwaliteit want ik weet niet wat de mbo ers moeten leren, dat houd ik niet zelf bij. Dus als ik niet door hem [de mbodocent] wordt geïnformeerd [omdat hij er niet is], kan ik bijvoorbeeld tijdens een intervisie minder aansturen. In het verlengde hiervan ligt de waarneming dat het informeler worden van de onderlinge relaties tussen de opleiders gevolgen kan hebben voor de kwaliteitsborging (er wordt minder structureel en minder systematisch met elkaar overlegd). Voorheen waren overleggen veel formeler, toen waren we altijd een uur eerder aanwezig en werden alle studenten doorgesproken. Dat koste heel veel tijd en was niet altijd haalbaar. Nu is er heel veel informeel overleg. Informeel werkt wel, maar het moet dan vooral uit persoonlijke relaties komen en mensen moeten elkaar informatie gunnen. Met de overgang naar meer informele relaties wordt mogelijk geanticipeerd op de verwachte vermindering van het aantal begeleidingsuren. Voorheen hadden we vier uur per week voor leerafdelingen en waarschijnlijk wordt het vanaf volgend jaar drie uur. Dan moet je kiezen of delen. Het moet allemaal wel haalbaar blijven. Je moet zoeken naar andere structuren. Op basis van welke overwegingen en argumenten worden in de praktijk welke keuzes gemaakt? Welke plaats hebben de beoogde leeropbrengsten in deze argumentatie? (n=3) Overwegingen die een rol spelen als het gaat om de opleiders, hebben vooral betrekking op het functioneren van de leerafdelingen en de studenten. De werkbegeleiders zijn op microniveau met de studenten bezig. Het is heel belangrijk dat werkbegeleiders kunnen coachen (meer nog dan bij een individuele stage), vooral om te realiseren dat de groep studenten zoveel mogelijk zelfstandig de leerafdeling runt. Tussen de opleidingsdocenten van mbo en hbo worden vooraf geen formele afspraken gemaakt wat betreft de begeleiding van de studenten, hun relatie met de werkbegeleiders en hun functioneren op de leerafdeling. Daarentegen worden wel roosterafspraken gemaakt over de aanwezigheid op de leerafdeling (dezelfde dagdelen waarop beide opleidingsdocenten aanwezig zijn). Wat betreft de inhoudelijke werkafspraken laten de opleiders het afhangen van wat er op een bepaald moment leeft en gebeurt. Meestal wordt er per week een uurtje uitgetrokken om met de werkbegeleiders te praten, voorafgaande aan het overleg met de studenten. Dit overleg vindt men essentieel voor het functioneren van de leerafdeling en de studenten. Het gaat daarbij om diverse zaken, waaronder hoe staat met het leerproces van studenten op de leerafdeling, waar breekpunten liggen en dergelijke: De kracht van deze aanpak is dat je laagdrempeligheid creëert: je overlegt relatief veel over het vak, ontwikkelingen in het onderwijs, de voortgang van de studenten. Door deze aanpak kun je elkaar goed ondersteunen. Geprobeerd wordt het leren te matchen. Met de intervisie wordt daarop aangestuurd. De student moet leren zelf de keus te maken. Maar er wordt geprobeerd daarop aan te sturen. Bijvoorbeeld door samen bepaalde opdrachten op te pakken. 18

19 Als je niet overlegt heb je een probleem. Dan is het geen leerafdeling meer. Je moet precies weten waar je naartoe moet met elkaar. Je moet met elkaar één beeld hebben en dat kun je informeel heel makkelijk checken. Daar hoef je niet perse afspraken over te maken. Dat ene beeld resulteert er vervolgens in dat studenten van elke begeleider eenzelfde verhaal krijgen. Alle betrokkenen moeten weten wat een student doet en wat die moeten leren Verschillen met individuele trajecten Zijn de formele en feitelijke procedures, instrumenten en overlegvormen anders dan voor individuele leerwerktrajecten? Zijn de overwegingen en argumenten anders dan voor individuele leerwerktrajecten? (n=5) De wijze waarop teams van opleiders worden samengesteld lijkt voor individuele trajecten en leerafdelingen nagenoeg gelijk. Een respondent heeft geen enkele twijfel: Nee, geen verschil. Volgens een andere respondent worden docenten 'gematcht' op het niveau van instellingen. Welke docenten waarheen gaan, daar wordt alleen op gestuurd in de zin dat er vaste contactdocenten per instelling zijn. De leerafdelingen hebben een vaste eigen docent die er een halve dag per week is. Die contactdocent begeleidt ook de drie of vier individuele stagiairs. Zo ziet een instelling steeds hetzelfde gezicht. Een derde respondent ziet eigenlijk ook geen verschil, al zou dat er wellicht wel moeten zijn. Het punt dat niet iedereen geschikt is als werkbegeleider, dat speelt zowel op de leerafdelingen als bij individuele stages. Bij beide geldt ook dat het begeleiden van leerlingen iets is wat ze er gewoon bij doen. Maar eigenlijk zou het op de leerafdelingen beter moeten zijn, werkbegeleiders zouden daar gerichter uitgezocht moeten worden en er zelf ook gerichter voor moeten kiezen. Een vierde respondent suggereert wel een verschil te zien. Bij de individuele stages wordt niet gekeken wie van de docenten waar heen gaat. Een vijfde respondent interpreteert de vraag op een iets andere manier. Bij individuele stages ontbreekt het vaste moment van aanwezigheid. Een student die individueel stage loopt wordt in twintig weken misschien een of twee keer bezocht en nog een keer halverwege bij een voortgangsgesprek. De frequentie bij een leerafdeling ligt vele malen hoger. Eigenlijk is een student op een leerafdeling heel erg bevoorrecht als je het hebt over de aandacht die ze krijgen en de tijd die in ze wordt geïnvesteerd. 19

20 4 Onderzoeksresultaten over de samenwerkingsrelaties Dit hoofdstuk gaat over de samenwerkingsrelaties van de studenten en opleiders bij het leren en werken op een leerafdeling. Het gaat dus om de cellen d), e) en f) uit de eerdere Tabel 1, hieronder in Tabel 5 nog eens gearceerd aangegeven. Tabel 5: Aspecten van samenwerking Verticaal (tussen groepen) Horizontaal (binnen groepen) Horizontaal (binnen groepen) Matching bij plaatsing (voorafgaand aan stage) Samenwerkingsrelaties (tijdens de stage) a) student-leerafdeling d) studenten-opleiders ( 4.1) b) studentengroep e) studentengroep ( 4.2) c) opleidersgroep f) opleidersgroep ( 4.3) Over deze items zijn geen andere schriftelijke documenten beschikbaar dan die al in het begin van hoofdstuk 3 zijn besproken. De verdere tekst hier is dus alleen op de interviews gebaseerd. Bij de desbetreffende vragen staat het aantal respondenten aangegeven dat de vraag heeft beantwoord (n=x). Zoals eerder al is aangegeven hebben de respondenten zich verhoudingsgewijs minder over de nu voorliggende samenwerkingsaspecten uitgesproken dan over de matching bij plaatsing. De gegevens waarop we ons hier baseren zijn daarmee vrij beperkt. 4.1 Begeleiding van de studenten Formeel Zijn er procedures, instrumenten en overlegvormen voor de begeleiding op de leerafdelingen? M.a.w. hoe ziet de pedagogisch-didactische begeleidingsrelaties gedurende het leerwerktraject er officieel/formeel uit? (n=3) Formeel wordt de wijze waarop de begeleiding plaatsvindt gestuurd door de uitgangspunten van competentiegericht leren (mbo) en in het hbo aan de hand van het persoonlijk opleidingsplan (POP) en persoonlijk activiteitenplan (PAP). Competentiegericht leren impliceert een lossere sturing door de opleiders en meer verantwoordelijkheid voor de student. Voor de begeleiding vanuit de school gelden officiële procedures vanaf dat we met leerafdelingen werken, aldus een respondent. De formele instrumenten en procedures worden vervolgens verder geconcretiseerd in samenwerking met de werkbegeleiders, wat resulteert in een sturend werkplan. Hoe de begeleiding vanuit de leerafdelingen gestalte krijgt verschilt per leerafdeling, maar heeft vaak wel een vaste structuur. Sommigen hebben bijvoorbeeld een vast startgesprek. De leerlingen doorlopen elk hun eigen leerproces. Wel vast is dat de praktijkopleider aanwezig is bij het reflectiegesprek bij de Proeve van Bekwaamheid, en dat de werkbegeleiders alle andere zaken doen. Een andere respondent vult daarop aan. Er wordt altijd een map aangelegd voor studenten waarin dat wordt vastgelegd en waarin de werkbegeleider afspraken maakt hoe het gaat gebeuren. 20

Doorbraakproject Werkplekleren Rijnmond Drs Ad de Jongh. 11 oktober 2011

Doorbraakproject Werkplekleren Rijnmond Drs Ad de Jongh. 11 oktober 2011 Doorbraakproject Werkplekleren Rijnmond Drs Ad de Jongh 11 oktober 2011 Doorbraakproject Werkplekleren Landelijk project met regionale deelprojecten Doel: het in kaart brengen van de verschillende manieren

Nadere informatie

Doorbraakproject Werkplekleren Rijnmond. Opbrengsten en overdracht

Doorbraakproject Werkplekleren Rijnmond. Opbrengsten en overdracht Doorbraakproject Werkplekleren Rijnmond Opbrengsten en overdracht 11 oktober 2011 Stageritme op de leerafdeling Het ritme van een stage is steeds meer uitgekristalliseerd en bestaat momenteel uit stages

Nadere informatie

De leukste plek om te. leren. Versterken van het contact tussen docenten en coaches op de leerafdeling. Verbetering van de communicatie werkt!

De leukste plek om te. leren. Versterken van het contact tussen docenten en coaches op de leerafdeling. Verbetering van de communicatie werkt! De leukste plek om te leren Versterken van het contact tussen docenten en coaches op de leerafdeling Verbetering van de communicatie werkt! Aanleiding In opdracht van het ROC Midden Nederland (ROC MN)

Nadere informatie

BPV Voorbereiding. Leerjaar 1. (Herziene versie voor KD 2012)

BPV Voorbereiding. Leerjaar 1. (Herziene versie voor KD 2012) BPV Voorbereiding Leerjaar 1 (Herziene versie voor KD 2012) 1 Inhoudsopgave: I Kennismaken met het materiaal waarmee je de BPV ingaat 3 II De map met de opdrachten en proeven 4 III Korte kennismaking met

Nadere informatie

A.J.E. de Veer, R. Verkaik & A.L. Francke. Stagiairs soms slecht voorbereid op praktijk. Zorgverleners over de aansluiting

A.J.E. de Veer, R. Verkaik & A.L. Francke. Stagiairs soms slecht voorbereid op praktijk. Zorgverleners over de aansluiting Deze factsheet is een uitgave van het NIVEL. De gegevens mogen met bronvermelding (A.J.E. de Veer, R. Verkaik & A.L. Francke. Stagiairs soms slecht voorbereid op praktijk. Zorgverleners over de aansluiting

Nadere informatie

Kinderopvang Heyendael

Kinderopvang Heyendael Hoofdstuk: 5.5 (Personeel) Titel: Werkwijze en beleid tav stagiaires Procesbewaker: Praktijkopleider Bladzijden: 1 t/m 4 Kinderopvang Heyendael Inhoudsopgave 1. Inleiding 2. Soorten stageplekken 3. Organisatie

Nadere informatie

Beroeps Praktijk Vormingsplan

Beroeps Praktijk Vormingsplan Beroeps Praktijk Vormingsplan Hoofdstuk en artikelindeling 1. Algemene informatie 1.1 Inleiding 1.2 Doelgroep 1.3 Profiel erkende gastouder als leerbedrijf 1.4 Profiel bemiddelingsmedewerker 1.5 Profiel

Nadere informatie

Workshop Goed kan Beter V&VN congres 27 januari 2011

Workshop Goed kan Beter V&VN congres 27 januari 2011 Workshop Goed kan Beter V&VN congres 27 januari 2011 Doel van de workshop Inzicht krijgen in de wijze waarop de organisatie als leerbedrijf van goed naar beter gebracht kan worden. Kwaliteitsgebieden BPV

Nadere informatie

Competentieprofiel werkbegeleider

Competentieprofiel werkbegeleider Competentieprofiel werkbegeleider Voor verzorgenden en verpleegkundigen Ontwikkeld door: Hennie Verhagen (Evean) Joukje Stellingwerf (Puur Zuid) Maaike Hakvoort (ZGAO) Brenda van der Zaag (ROC TOP) Kim

Nadere informatie

Stagewijzer. Stagiairs

Stagewijzer. Stagiairs Stagewijzer Stagiairs Stagewijzer voor stagiairs De gemeente Emmen vindt het belangrijk om te investeren in toekomstige jonge professionals. We besteden daarom veel zorg aan de werving en begeleiding van

Nadere informatie

Nikki van der Meer. Stage eindverslag. Stage Cordaan Thuiszorg.

Nikki van der Meer. Stage eindverslag. Stage Cordaan Thuiszorg. Nikki van der Meer. Stage eindverslag Stage Cordaan Thuiszorg. Klas: lv13-4agz2 Student nummer: 500631386 Docentbegeleider: Marieke Vugts Werkbegeleider: Linda Pieterse Praktijkopleider: Evelien Rijkhoff

Nadere informatie

Leerjaar Doelstelling opdracht. Activiteit Betrokkenen Loopbaancompetenties. Motievenreflectie Kwaliteitenreflectie

Leerjaar Doelstelling opdracht. Activiteit Betrokkenen Loopbaancompetenties. Motievenreflectie Kwaliteitenreflectie LOB matrix KWC afdeling SMS Noteer in onderstaand schema alle activiteiten die jij als professional of binnen de afdeling waar je werkzaam bent mee gewerkt wordt. Dit kunnen losse instrumenten zijn zoals

Nadere informatie

Rapportage tevredenheidsonderzoek onder BPV-bedrijven/instellingen van ROC Friese Poort 2015

Rapportage tevredenheidsonderzoek onder BPV-bedrijven/instellingen van ROC Friese Poort 2015 Rapportage tevredenheidsonderzoek onder BPV-bedrijven/instellingen van ROC Friese Poort 2015 Juli 2015 Samenvatting Van april tot en met eind juni 2015 heeft er een tevredenheidsonderzoek onder BPVbedrijven/instellingen

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Docenten in het hoger onderwijs zijn experts in wát zij doceren, maar niet noodzakelijk in hóe zij dit zouden moeten doen. Dit komt omdat zij vaak weinig tot geen training hebben gehad in het lesgeven.

Nadere informatie

Competentieprofiel Werkbegeleider

Competentieprofiel Werkbegeleider Competentieprofiel Werkbegeleider Calibris Kenniscentrum voor leren in de praktijk in Zorg, Welzijn en Sport Postbus 131 3980 CC Bunnik T 030 750 7000 F 030 750 7001 I www.calibris.nl E info@calibris.nl

Nadere informatie

Opbouw sollicitatiegesprek

Opbouw sollicitatiegesprek Opbouw sollicitatiegesprek Voorbereiding Bespreek vooraf met collega( s) waarmee u de selectie doet welke punten beslist aan de orde moeten komen. Maak vooraf afspraken met de collega( s) waarmee u de

Nadere informatie

Rapportage BPV-plaatsen RBB 2011/2012

Rapportage BPV-plaatsen RBB 2011/2012 Rapportage BPV-plaatsen RBB Samenvatting In het schooljaar zijn in de regio ruim 2.100 BPV-plaatsen (BeroepsPraktijkVorming/stages) gematcht in de zorgsector door het RBB. Het gaat hier om de opleidingen

Nadere informatie

voor het middelbaar beroepsonderwijs

voor het middelbaar beroepsonderwijs voor het middelbaar beroepsonderwijs Peer Support betekent systematische en structurele begeleiding van een jongerejaars student door een ouderejaars. Peer Support is een internationaal erkend programma

Nadere informatie

me nse nkennis Competentiegericht opleiden in de BIG opleidingen Getting started

me nse nkennis Competentiegericht opleiden in de BIG opleidingen Getting started me nse nkennis Competentiegericht opleiden in de BIG opleidingen Getting started Inhoud Competentiegericht opleiden 3 Doel van praktijktoetsen 4 Wijze van evalueren en beoordelen 4 Rollen 5 Getting started

Nadere informatie

Stagewijzer. Stagebegeleiders en leidinggevenden

Stagewijzer. Stagebegeleiders en leidinggevenden Stagewijzer Stagebegeleiders en leidinggevenden Stagewijzer stagebegeleiders en leidinggevenden In 2012 heeft de gemeente Emmen besloten een proactief stagebeleid te gaan voeren. Het actief aanbieden van

Nadere informatie

SERVICEDOCUMENT BEROEPSPRAKTIJKVORMING: WAT MAG VERWACHT WORDEN VAN DE BPV?

SERVICEDOCUMENT BEROEPSPRAKTIJKVORMING: WAT MAG VERWACHT WORDEN VAN DE BPV? SERVICEDOCUMENT BEROEPSPRAKTIJKVORMING: WAT MAG VERWACHT WORDEN VAN DE BPV? Inleiding Op grond van de Wet educatie en beroepsonderwijs (hierna: WEB) zijn er aan de beroepspraktijkvorming (bpv) vereisten

Nadere informatie

Tekst: Gofrie van Lieshout Foto's: Ken Wong

Tekst: Gofrie van Lieshout Foto's: Ken Wong Bij onderzoeken die de aansluiting van het onderwijs op de arbeidsmarkt en de samenwerking in kaart brengen, komt steevast de zorgsector als beste uit de bus. Sinds het bestaan van KBB, nu vier jaar, pakken

Nadere informatie

Dit artikel is met toestemming van de redactie overgenomen uit TvZ Tijdschrift voor verpleegkundigen 2010, nr. 10

Dit artikel is met toestemming van de redactie overgenomen uit TvZ Tijdschrift voor verpleegkundigen 2010, nr. 10 Dit artikel is met toestemming van de redactie overgenomen uit TvZ Tijdschrift voor verpleegkundigen 2010, nr. 10 Panel V&V Stagiair vaak volwaardige arbeidskracht Een kwart van de zorgverleners in de

Nadere informatie

OPLEIDING HELPENDE ZORG EN WELZIJN TOETS BEROEPSOPDRACHT. Beroepstaak C Helpen bij (sociale) activiteiten. Niveau Gevorderd

OPLEIDING HELPENDE ZORG EN WELZIJN TOETS BEROEPSOPDRACHT. Beroepstaak C Helpen bij (sociale) activiteiten. Niveau Gevorderd OPLEIDING HELPENDE ZORG EN WELZIJN TOETS BEROEPSOPDRACHT Uitvoeren van activiteiten met zorgvragers (Verpleeg- en verzorgingshuiszorg & thuiszorg) Beroepstaak C Helpen bij (sociale) activiteiten Niveau

Nadere informatie

Dedicated Schakeljaar Vitale Functies

Dedicated Schakeljaar Vitale Functies Dedicated Schakeljaar Vitale Functies 1. Inleiding Het schakeljaar vormt de verbinding tussen de studie geneeskunde en de vervolgopleidingen. De student leert te functioneren op het niveau van een beginnende

Nadere informatie

voor het hoger beroepsonderwijs

voor het hoger beroepsonderwijs voor het hoger beroepsonderwijs Peer Support betekent systematische en structurele begeleiding van een jongerejaars student door een ouderejaars. Peer Support is een internationaal erkend programma dat

Nadere informatie

[STUDIEHANDLEIDING SLB EN EXAMINERING BPV ] Studiehandleiding studieloopbaanbergeleiding en examinering.

[STUDIEHANDLEIDING SLB EN EXAMINERING BPV ] Studiehandleiding studieloopbaanbergeleiding en examinering. 2014/2015 ROC van Amsterdam studieloopbaanbergeleiding en examinering leerjaar 3 Schooljaar 2014/2015 Annika Morrice, Ali el Amraoui [STUDIEHANDLEIDING SLB EN EXAMINERING BPV ] Studiehandleiding studieloopbaanbergeleiding

Nadere informatie

Samenvatting effecten en resultaten Masterplan CGO Zuid-Holland

Samenvatting effecten en resultaten Masterplan CGO Zuid-Holland BIJLAGE: Samenvatting effecten en resultaten Masterplan CGO Zuid-Holland Pagina 1: Effecten bij leerlingen Effecten bedrijven - onderwijs Toelichting: De percentages onder het kopje Nul zijn de uitersten

Nadere informatie

Handleiding Mbo-hbo doorstroomassessment jij en het hbo ..een succesvolle combinatie?

Handleiding Mbo-hbo doorstroomassessment jij en het hbo ..een succesvolle combinatie? Handleiding jij en het hbo..een succesvolle combinatie? Inhoudsopgave Leeswijzer 3 Inleiding 4 1. Het portfolio 5 1.1 Kwaliteitseisen 5 1.2 Samenstelling van het portfolio 5 1.3 Inleveren portfolio 6 1.4

Nadere informatie

Werkend leren in de jeugdhulpverlening

Werkend leren in de jeugdhulpverlening Werkend leren in de jeugdhulpverlening en welzijnssector Nulmeting Samenvatting Een onderzoek in opdracht van Sectorfonds Welzijn Bernadette Holmes-Wijnker Jaap Bouwmeester B2796 Leiden, 1 oktober 2003

Nadere informatie

Door het bieden van stageplaatsen waarborgt MOOI de relatie tussen het welzijnswerk en het onderwijs.

Door het bieden van stageplaatsen waarborgt MOOI de relatie tussen het welzijnswerk en het onderwijs. Inleiding Binnen MOOI wordt veel belang gehecht aan het bieden van stageplaatsen. Door het beschikbaar stellen van stageplaatsen krijgt MOOI te maken met vernieuwing: stagiairs hebben immers op school

Nadere informatie

OPLEIDING PERSOONLIJK BEGELEIDER SPECIFIEKE DOELGROEPEN OPLEIDING PERSOONLIJK BEGELEIDER GEHANDICAPTENZORG

OPLEIDING PERSOONLIJK BEGELEIDER SPECIFIEKE DOELGROEPEN OPLEIDING PERSOONLIJK BEGELEIDER GEHANDICAPTENZORG OPLEIDING PERSOONLIJK BEGELEIDER SPECIFIEKE DOELGROEPEN OPLEIDING PERSOONLIJK BEGELEIDER GEHANDICAPTENZORG BPV WERKBOEK, LEERJAAR 1 BOL SCHOOLJAAR 2015-2016 Summacollege Cluster Welzijn, Cultuur & Onderwijs

Nadere informatie

Instructie Werkbegeleiders opleiding HBOV Henk Chevalking 2015 2016

Instructie Werkbegeleiders opleiding HBOV Henk Chevalking 2015 2016 1 Instructie Werkbegeleiders opleiding HBOV Henk Chevalking 2015 2016 2 1. Algemene informatie Stages nemen een centrale plaats in, in het HBO onderwijs. Voltijdstudenten lopen in totaal 60 weken stage

Nadere informatie

Plan van Aanpak Format. Pilot functiecreatie gemeente/provincie SW bedrijf

Plan van Aanpak Format. Pilot functiecreatie gemeente/provincie SW bedrijf Plan van Aanpak Format Pilot functiecreatie gemeente/provincie SW bedrijf Inhoudsopgave 1 Naar een inclusieve arbeidsorganisatie met functiecreatie. 1 2 Plan van aanpak pilot functiecreatie... 2 3 Projectstructuur

Nadere informatie

Handleiding bij de LOB-scan voor het mbo

Handleiding bij de LOB-scan voor het mbo Handleiding bij de LOB-scan voor het mbo Inleiding Voor u ligt de handleiding bij de LOB-scan voor het mbo. De LOB-scan voor het mbo is in opdracht van MBO Diensten ontwikkeld en is te vinden op www.mbodiensten.nl.

Nadere informatie

Resultaten onderzoek: Redenen waarom mensen niet-presteren

Resultaten onderzoek: Redenen waarom mensen niet-presteren Resultaten onderzoek: Redenen waarom mensen niet-presteren 305 respondenten hebben deelgenomen aan de enquête rond redenen waarom mensen niet-presteren. De resultaten van deze enquête worden o.a. gebruikt

Nadere informatie

Inventarisatie opbouw en toetsing master jaar 3

Inventarisatie opbouw en toetsing master jaar 3 Inventarisatie opbouw en toetsing master jaar 3 Inleiding In het laatste jaar van de opleiding staan de semi-arts stage/oudste co-schap en de wetenschappelijke stage op het programma. Tijdens de semi-arts

Nadere informatie

Verantwoordingsdocument September 2014 PERSONEELSPLAN

Verantwoordingsdocument September 2014 PERSONEELSPLAN Verantwoordingsdocument September 2014 PERSONEELSPLAN Inhoud 1. Inleiding... 3 2. Organisatiestructuur... 4 2.1 Rollen binnen de Netwerkschool (zie bijlage)... 4 2.2 Het kernteam... 5 2.3 De Interne flexibele

Nadere informatie

Werkgroep portfolio & coaching. portfolio handleiding

Werkgroep portfolio & coaching. portfolio handleiding portfolio handleiding Werkgroep portfolio & coaching 1 De plaats van portfolio in het leren op het VMBO. In enkele notities en werkdocumenten is het kader voor het nieuwe onderwijs geschetst. Dit komt

Nadere informatie

Focus op co-makership

Focus op co-makership 04 juli 2011 Focus op co-makership Een stappenplan om te komen tot een kader voor werkplekleren Werkplekleren is een samenwerking tussen ROC Eindhoven en Fontys, Lunetzorg, Vitalis en de Gemeente Eindhoven

Nadere informatie

Beeldvorming als Leidraad voor Leiderschap

Beeldvorming als Leidraad voor Leiderschap Beeldvorming als Leidraad voor Leiderschap in de reflectie zie je de bron Effectief Leiderschap.. een persoonlijke audit U geeft leiding aan een team, een project of een afdeling. U hebt veel kennis, u

Nadere informatie

Gevraagd: Bekwame praktijkopleiders!

Gevraagd: Bekwame praktijkopleiders! Gevraagd: Bekwame praktijkopleiders! Leerbedrijven geven leerlingen de kans om ervaring op te doen in het beroep waarvoor zij opgeleid worden. Zij vervullen daarmee een belangrijke en onmisbare rol voor

Nadere informatie

WERKBEGELEIDING. Stage opdracht leerjaar 4. Mellisa van der Linden Studentennummer: 500637385

WERKBEGELEIDING. Stage opdracht leerjaar 4. Mellisa van der Linden Studentennummer: 500637385 WERKBEGELEIDING Mellisa van der Linden Studentennummer: 500637385 Klas: LV14-4ST2 Docentbegeleider: Jose Harmsen-Goossens Onderwijsonderdeel: 4500PWE13 Studieonderdeel: 4513OPWEOP Stage opdracht leerjaar

Nadere informatie

Leidraad Consult over: het selectiegesprek. Inleiding

Leidraad Consult over: het selectiegesprek. Inleiding Leidraad Consult over: het selectiegesprek Inleiding Iedere leidinggevende heeft in zijn of haar functie te maken met het selecteren van personeel. Zij zijn er namelijk voor verantwoordelijk de juiste

Nadere informatie

Porfolio. Politie Vormingscentrum

Porfolio. Politie Vormingscentrum Porfolio 1. Inleiding 2. Wat is een portfolio? Hoe gebruik je het portfolio Reflectieverslagen Persoonlijke leerdoelen formuleren Werkwijze en denkmodel om opgaven/problemen op te lossen 1. INLEIDING Ligt

Nadere informatie

Stagecoördinator. Doel. Context

Stagecoördinator. Doel. Context Stagecoördinator Doel (Mede)opstellen van het stagebeleid en na goedkeuring zorgdragen voor de uitvoering hiervan, in lijn met het onderwijsbeleid en het studenten(loopbaan)-beleid, teneinde te komen tot

Nadere informatie

Dilemma s en mogelijke antwoorden voor beginnend stagebegeleider

Dilemma s en mogelijke antwoorden voor beginnend stagebegeleider Dilemma s en mogelijke antwoorden voor beginnend stagebegeleider Uitgangspunt is dat studenten graag stage willen lopen; kennismaken met en leren van het werkveld; jullie dus. De begeleidingslijn binnen

Nadere informatie

BPV Stagebeleid Kinderopvang t Olefantje Nieuwegracht

BPV Stagebeleid Kinderopvang t Olefantje Nieuwegracht BPV Stagebeleid Kinderopvang t Olefantje Nieuwegracht Kinderopvang t Olefantje heeft 3 vestigingen die door Calibris als leerbedrijf erkend zijn; Kinderdagverblijf t Olefantje Weerdsingel, Kinderdagverblijf

Nadere informatie

BPV-WEGWIJZER: BASIS II KENNISCENTRUM PMLF december 2011

BPV-WEGWIJZER: BASIS II KENNISCENTRUM PMLF december 2011 1 SAMENVATTING De belangrijkste werkzaamheden van het Kenniscentrum PMLF zijn: 1. onderhouden, ontwikkelen kwalificatiestructuur; 2. erkennen van leerbedrijven; 3. bevorderen van de kwaliteit van de BPV.

Nadere informatie

Bron: Handleiding bij feedbackkader, Marjoleine Dobbelaer, Onderwijsinspectie 2013

Bron: Handleiding bij feedbackkader, Marjoleine Dobbelaer, Onderwijsinspectie 2013 Effectief feedback geven en ontvangen Bron: Handleiding bij feedbackkader, Marjoleine Dobbelaer, nderwijsinspectie 2013 Inleiding Deze handleiding is geschreven ter ondersteuning van het gebruik van het

Nadere informatie

Het BeroepsPraktijkVormings-plan (BPV)

Het BeroepsPraktijkVormings-plan (BPV) Het BeroepsPraktijkVormings-plan (BPV) Een BPV-plan geeft een systematische beschrijving van de uitvoering van de beroepspraktijkvorming in een zo concreet mogelijke beschrijving. Meerwaarde hiervan is

Nadere informatie

Beroepstaak C Helpende Startbekwaam niveau

Beroepstaak C Helpende Startbekwaam niveau Beroepsopdracht Beroepstaak C Helpende Startbekwaam niveau Toelichting: Deze beroepsopdracht is om te leren, vraag feedback met behulp van het feedbackformulier. NB. Beroepstaak C heeft 2 niveaus! Uitvoeren

Nadere informatie

Vormgeving van SLB in de praktijk

Vormgeving van SLB in de praktijk Vormgeving van SLB in de praktijk Inhoudsopgave Inleiding...2 Het eerste leerjaar...2 Voorbeeld Programmering Studieloopbaanbegeleiding (SLB) niveau 3-4...3 POP en Portfolio...8 Vervolg...10 Eisma-Edumedia

Nadere informatie

Juridische medewerker

Juridische medewerker 28-11-2013 Sectorwerkstuk Juridische medewerker Temel, Elif HET ASSINK LYCEUM Inhoudsopgave Inhoud Inhoudsopgave... 1 Inleiding... 2 Hoeveel procent van de opleiding bestaat uit stage?... 6 o Begeleiding...

Nadere informatie

De Verticale Ondernemerskolom Twente: Project 301

De Verticale Ondernemerskolom Twente: Project 301 De Verticale Ondernemerskolom Twente: Project 301 ROC van Twente - Hengelo In januari 2004 is de afdeling Handel van het toenmalige ROC Oost- Nederland, School voor Economie en ICT, locatie Hengelo - nu

Nadere informatie

Accent en de opleidingsschool Versie maart 2013. ACCENT en de opleidingsschool

Accent en de opleidingsschool Versie maart 2013. ACCENT en de opleidingsschool 1 ACCENT en de opleidingsschool Visie op opleiden Accentscholen staan midden in een dynamische samenleving. Van de medewerkers in de scholen wordt verwacht dat ze blijvend inzetbaar zijn. Accent voert

Nadere informatie

Opleider. Context. Doel

Opleider. Context. Doel Opleider Doel (Mede)ontwikkelen van het opleidingsbeleid en ontwikkelen en (laten) verzorgen van trainingen en voor verschillende interne en/of externe doelgroepen, binnen de kaders van het beleid en de

Nadere informatie

gemeente Eindhoven Betreft Stand van zaken stagebeleid gemeente Eindhoven

gemeente Eindhoven Betreft Stand van zaken stagebeleid gemeente Eindhoven gemeente Eindhoven Raadsnummer ZOR4O6O Inboeknummer robstor46z Dossiernummer o44.6o4 z november zoro Raadsinformatiebrief Betreft Stand van zaken stagebeleid gemeente Eindhoven Inleiding In juli 2009 is

Nadere informatie

Communicatie onderzoek Team haarverzorging

Communicatie onderzoek Team haarverzorging Communicatie onderzoek Team haarverzorging Introductiebrief behorende bij de enquête over de interne communicatie Beste collega s, Gedurende het schooljaar doen wij ons uiterste best om de taken te vervullen

Nadere informatie

Presenteer je eigen onderzoek op de Mbo Onderzoeksdag op 12 november 2015!

Presenteer je eigen onderzoek op de Mbo Onderzoeksdag op 12 november 2015! Voorstellen voor onderzoekspresentaties Mbo Onderzoeksdag Presenteer je eigen onderzoek op de Mbo Onderzoeksdag op 12 november 2015! Indienen van een voorstel kan tot en met 15 mei 2015 via e-mailadres:

Nadere informatie

Checklist competenties begeleiding

Checklist competenties begeleiding Checklist competenties begeleiding In het onderzoek Leer hoe ik leer worden door de respondenten aandachtsgebieden genoemd die zij van belang achten bij het ontwikkelen van transfer van theorie naar praktijk.

Nadere informatie

Hand-out Maatschappelijke Stage in de sport

Hand-out Maatschappelijke Stage in de sport Hand-out Maatschappelijke Stage in de sport Inleiding Jongeren hebben de toekomst. Met de Maatschappelijke Stage (MaS) wordt een hoop jonge energie aan het vrijwilligerscollectief toegevoegd. In Zwolle

Nadere informatie

Competentieprofiel voor coaches

Competentieprofiel voor coaches Competentieprofiel voor coaches I. Visie op coaching Kwaliteit in coaching wordt in hoge mate bepaald door de bijdrage die de coach biedt aan: 1. Het leerproces van de klant in relatie tot diens werkcontext.

Nadere informatie

10 tips voor het werven van de ideale stagiair

10 tips voor het werven van de ideale stagiair 1. Zorg dat ze je kennen Als jongeren je bedrijf niet kennen, dan solliciteren ze niet. Logisch. Om de beste leerlingen te krijgen, is contact met de onderwijsinstelling heel belangrijk. En dit contact

Nadere informatie

OPLEIDING HELPENDE ZORG EN WELZIJN TOETS BEROEPSOPDRACHT. Beroepstaak C Helpen bij (sociale) activiteiten. Niveau Startbekwaam

OPLEIDING HELPENDE ZORG EN WELZIJN TOETS BEROEPSOPDRACHT. Beroepstaak C Helpen bij (sociale) activiteiten. Niveau Startbekwaam OPLEIDING HELPENDE ZORG EN WELZIJN TOETS BEROEPSOPDRACHT Uitvoeren van groepsactiviteiten met zorgvragers (Verpleeg- en verzorgingshuiszorg & thuiszorg) Beroepstaak C Helpen bij (sociale) activiteiten

Nadere informatie

Help ik ben geslaagd, wat nu? Thijs van der Heijden

Help ik ben geslaagd, wat nu? Thijs van der Heijden Help ik ben geslaagd, wat nu? Thijs van der Heijden Kwetsbare doelgroep. Extra verantwoordelijkheid. Welke extra vaardigheden zijn nodig om de kansen te vergroten? Niet alleen studievaardigheden, ook sociale

Nadere informatie

Medewerker onderwijsontwikkeling

Medewerker onderwijsontwikkeling Medewerker onderwijsontwikkeling Doel Ontwikkelen van en adviseren over het onderwijsbeleid en ondersteunen bij de implementatie en toepassing ervan, uitgaande van de geformuleerde strategie van de instelling/faculteit

Nadere informatie

Duaal opleidings traject tot verpleegkundige

Duaal opleidings traject tot verpleegkundige Duaal opleidings traject tot verpleegkundige Niveau 5 Tatiana Goijaerts 4e jaars leerling-verpleegkundige niveau 5 In de verpleging kun je echt alle kanten op Het stond voor Tatiana Goijaerts (23) nog

Nadere informatie

Terugkoppeling monitor subsidieregeling Versterking samenwerking lerarenopleidingen en scholen 2013-2016

Terugkoppeling monitor subsidieregeling Versterking samenwerking lerarenopleidingen en scholen 2013-2016 Terugkoppeling monitor subsidieregeling Versterking samenwerking lerarenopleidingen en scholen 2013-2016 Tussenmeting 2015 Portret samenwerkingsverband P029 Opdrachtgever: ministerie van OCW Utrecht, oktober

Nadere informatie

S TA G E S L I J N 5

S TA G E S L I J N 5 STAGES LIJN5 Wil jij stage lopen bij Lijn5? In de provincie Utrecht biedt Lijn5 behandeling en begeleiding aan kinderen en jongeren met én zonder licht verstandelijke beperking en hun gezin. Lijn5 beschikt

Nadere informatie

Aanvraagformulier Maatschappelijke Stage schooljaar 2007 2008. Regeling aanvullende bekostiging maatschappelijke stage in het voortgezet onderwijs

Aanvraagformulier Maatschappelijke Stage schooljaar 2007 2008. Regeling aanvullende bekostiging maatschappelijke stage in het voortgezet onderwijs Aanvraagformulier Maatschappelijke Stage schooljaar 2007 2008 Regeling aanvullende bekostiging maatschappelijke stage in het voortgezet onderwijs Dit aanvraagformulier bestaan uit 4 onderdelen a t/m d.

Nadere informatie

10/05/2012. Project evalueren studenten in het UZA. Hoe is dit gegroeid?? Wat is de achtergrond en het doel van evalueren

10/05/2012. Project evalueren studenten in het UZA. Hoe is dit gegroeid?? Wat is de achtergrond en het doel van evalueren Project evalueren studenten in het UZA Nancy Van Genechten Katrien Van den Sande Yvonne Gilissen Werkgroep mentoren en Hogescholen Hoe is dit gegroeid?? Mentorendag 2010 Hoe verder na vraag Mentoren hadden

Nadere informatie

Nationaal Stage Onderzoek Studenten 2013

Nationaal Stage Onderzoek Studenten 2013 \naal Stage Onderzoek 2013 Nationaal Stage Onderzoek Studenten 2013 Door Nicole Hol en Laura Keuken Copyright Kriegsmanbeheer B.V.; Alle rechten voorbehouden. Download gratis een kopie op: http://www.nationaalstageonderzoek.nl

Nadere informatie

Leve de competente coach!

Leve de competente coach! Silvia van Schaik-Kuijer Leve de competente coach! Van competentieanalyse naar ontwikkelplan Inhoud Voorwoord 9 Inleiding 11 Deel 1 Algemene informatie over Leve de competente coach! Coachen en coachcompetenties:

Nadere informatie

Leer- en Ontwikkelingsspel

Leer- en Ontwikkelingsspel SPEELWIJZE LEER- EN ONTWIKKELINGSSPEL - Bladzijde 1 / 13 SPEELWIJZE Leer- en Ontwikkelingsspel Leren en ontwikkelen spelen een belangrijke rol in onze samenleving. Veranderingen op allerlei gebied volgen

Nadere informatie

Sociaal Agogisch Werk BOL 2014-2015. BPV Hoe en Wat? www.noorderpoort.nl

Sociaal Agogisch Werk BOL 2014-2015. BPV Hoe en Wat? www.noorderpoort.nl Sociaal Agogisch Werk BOL 2014-2015 BPV Hoe en Wat? www.noorderpoort.nl Inhoud Inleiding... 3 1. Hoe kom ik aan een BPV plaats?... 4 2. Welke BPV plaatsen passen bij de opleiding PW?... 4 3. Welke BPV

Nadere informatie

Compacten bij rekenen

Compacten bij rekenen Compacten bij rekenen Kinderen die hoog scoren op de methode toetsen en op de Citotoetsen komen in aanmerking de oefenstof te compacten. Scores van 4.4 en hoger geven een A+ score aan. Deze kinderen hebben

Nadere informatie

BPV Begeleidingsmap Groenhorst Almere Cursusjaar 2015-2016

BPV Begeleidingsmap Groenhorst Almere Cursusjaar 2015-2016 BPV Begeleidingsmap Groenhorst Almere Cursusjaar 2015-2016 Naam deelnemer Naam opleiding BPV bedrijf : : : Inhoudsopgave Inleiding 3 1. Checklist te gebruiken bij start- en eind BPV-periode 4 1.2 Omvang

Nadere informatie

Inhoudsopgave: Inleiding. Hoofdstuk 1: Achtergrond van de vragenlijst 1.1 : Het Team Leadership Competence Model

Inhoudsopgave: Inleiding. Hoofdstuk 1: Achtergrond van de vragenlijst 1.1 : Het Team Leadership Competence Model Inhoudsopgave: Inleiding Hoofdstuk 1: Achtergrond van de vragenlijst 1.1 : Het Team Leadership Competence Model Hoofdstuk 2: De Team Leadership Competence Questionnaire 2.1 : Opbouw van de lijst 2.2 :

Nadere informatie

Introductie stage-scriptie combi. Orthopedagogiek G&G, 25 augustus 2011

Introductie stage-scriptie combi. Orthopedagogiek G&G, 25 augustus 2011 Introductie stage-scriptie combi Orthopedagogiek G&G, 25 augustus 2011 Welkom toekomstige Scientist-Practitioners Achtergrond Vanuit Orthopedagogiek:GenG steeds meer accent op scientist-practitioner model

Nadere informatie

WORKSHOP: Wat zijn uw eigen competenties?

WORKSHOP: Wat zijn uw eigen competenties? LOGO-congres 15 juni 2012 Onderwijsvernieuwing met Ambitie en Passie WORKSHOP: Wat zijn uw eigen competenties? Theo Bouman & Valerie Hoogendoorn Opleidingsinstituut PPO Groningen 1 Doel Feeling te krijgen

Nadere informatie

BPV-monitor vragenlijst praktijkopleiders leerbedrijven [definitief]

BPV-monitor vragenlijst praktijkopleiders leerbedrijven [definitief] BPV-monitor vragenlijst praktijkopleiders leerbedrijven [definitief] Intro In voorliggende enquête stellen we u een aantal vragen over uw ervaring met de bpv binnen uw opleiding. Het kan zijn dat u enkele

Nadere informatie

De stagiair praktijkondersteuner somatiek en GGZ in de huisartsenzorg: praktische informatie

De stagiair praktijkondersteuner somatiek en GGZ in de huisartsenzorg: praktische informatie De stagiair praktijkondersteuner somatiek en GGZ in de huisartsenzorg: praktische informatie Het begeleiden van een stagiair is een investering op de lange termijn. Door voldoende stageplaatsen in huisartsenvoorzieningen

Nadere informatie

Trainingen en workshops voor praktijkopleiders en leidinggevenden. Jouw talent, onze ambitie!

Trainingen en workshops voor praktijkopleiders en leidinggevenden. Jouw talent, onze ambitie! Trainingen en workshops voor praktijkopleiders en leidinggevenden Jouw talent, onze ambitie! Je vindt het belangrijk om te blijven investeren in je eigen ontwikkeling. Zeker als je nieuwe vaardigheden

Nadere informatie

Onderzoek naar gebruik, waardering, impact en behoefte aan LOB onder scholieren en studenten.

Onderzoek naar gebruik, waardering, impact en behoefte aan LOB onder scholieren en studenten. Onderzoek naar gebruik, waardering, impact en behoefte aan LOB onder scholieren en studenten. 1. Samenvatting Scholieren willen LOB! Dat is goed want loopbaanoriëntatie en begeleiding (LOB) is belangrijk.

Nadere informatie

Kwaliteitsmanagementsysteem

Kwaliteitsmanagementsysteem Afkorting KD-22 Datum Pagina 1 van 8 Datum vaststelling : 26-07-2010 Eigenaar : Directeur-bestuurder Vastgesteld door : MT Datum aanpassingen aan : 20-01-2015 1. DOELSTELLING Cavent heeft beleid geformuleerd

Nadere informatie

Verpleegkundige in opleiding

Verpleegkundige in opleiding Volg je hart, gebruik je hoofd Verpleegkundige in opleiding Opleiding verpleegkunde Zoek je zinvol werk en wil je graag voor mensen zorgen? Word dan verpleegkundige! Kom naar VUmc. Wij zijn je ideale partner

Nadere informatie

Amsterdam School of Health Professions (ASHP) Opleiding Verpleegkunde. Stagegids Jaar 4. Jaar 4, Blok 3 & 4 Semester II

Amsterdam School of Health Professions (ASHP) Opleiding Verpleegkunde. Stagegids Jaar 4. Jaar 4, Blok 3 & 4 Semester II Amsterdam School of Health Professions (ASHP) Opleiding Verpleegkunde Stagegids Jaar 4 Stagegids Jaar 4, Blok 3 & 4 Semester II Regulier Studiejaar 2014-2015 Amsterdam School of Health Professions Opleiding

Nadere informatie

1 Doe jij ook mee?! Team in beweging - Nu beslissen Steunpunt Diversiteit & Leren

1 Doe jij ook mee?! Team in beweging - Nu beslissen Steunpunt Diversiteit & Leren Nu beslissen De motieven om te starten met leerlingenparticipatie kunnen zeer uiteenlopend zijn, alsook de wijze waarop je dit in de klas of de school invoert. Ondanks de bereidheid, de openheid en de

Nadere informatie

Instituut voor Sociale Opleidingen

Instituut voor Sociale Opleidingen Instituut voor Sociale Opleidingen Naar een nieuwe opleiding Social Work In september 2016 start Hogeschool Rotterdam met de nieuwe opleiding Social Work. Dit betekent dat eerstejaars studenten (die in

Nadere informatie

KWALITEITSONDERZOEK MBO. Zorgcampus Rotterdam te Rotterdam

KWALITEITSONDERZOEK MBO. Zorgcampus Rotterdam te Rotterdam KWALITEITSONDERZOEK MBO Zorgcampus Rotterdam te Rotterdam Verzorgende-IG Januari 2016 BRIN: 30NZ Onderzoeksnummer: 286193 Onderzoek uitgevoerd: 13-01-2016 Conceptrapport verzonden op: 23 februari 2016

Nadere informatie

Overzicht kerntaken, werkprocessen, prestatie-indicatoren gekoppeld aan examenproducten

Overzicht kerntaken, werkprocessen, prestatie-indicatoren gekoppeld aan examenproducten Overzicht kerntaken, werkprocessen, prestatie-indicatoren gekoppeld aan examenproducten Kerntaak 1 Organiseert het leerproces van de (lerende) medewerker in de praktijk Werkproces Prestatie-indicator Examenproduct

Nadere informatie

toegepaste PsycHOlOgie stages en AfstuDeRen

toegepaste PsycHOlOgie stages en AfstuDeRen toegepaste PsycHOlOgie stages en AfstuDeRen creating tomorrow Toegepaste Psychologie Stages en afstuderen De studie Toegepaste Psychologie (TP) aan de Hogeschool van Amsterdam (HvA) is een praktijkgerichte

Nadere informatie

Reflectiegesprekken met kinderen

Reflectiegesprekken met kinderen Reflectiegesprekken met kinderen Hierbij een samenvatting van allerlei soorten vragen die je kunt stellen bij het voeren van (reflectie)gesprekken met kinderen. 1. Van gesloten vragen naar open vragen

Nadere informatie

Teamkompas voor Zelfsturing

Teamkompas voor Zelfsturing Teamkompas voor Zelfsturing Wat is het teamkompas: Met dit instrument kun je inzicht krijgen in de ontwikkeling van je team als het gaat om effectief samenwerken: Waar staan wij als team? Hoe werken wij

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Dit proefschrift gaat over de invloed van inductieprogramma s op het welbevinden en de professionele ontwikkeling van beginnende docenten, en welke specifieke kenmerken van inductieprogramma s daarvoor

Nadere informatie

Versterking van LOB in de doorlopende leerlijn vmbo-mbo

Versterking van LOB in de doorlopende leerlijn vmbo-mbo Stimuleringsproject LOB in het mbo Versterking van LOB in de doorlopende leerlijn vmbo-mbo Visie ontwikkelen in regionale inspiratiebijeenkomsten Wat verstaan we eigenlijk onder loopbaanoriëntatie en -begeleiding

Nadere informatie

ONDERZOEK NAAR KWALITEITSVERBETERING MBO. MBO Amersfoort te Amersfoort

ONDERZOEK NAAR KWALITEITSVERBETERING MBO. MBO Amersfoort te Amersfoort ONDERZOEK NAAR KWALITEITSVERBETERING MBO MBO Amersfoort te Amersfoort Medewerker marketing en Communicatie / Medewerker marketing en communicatie (Marketing medewerker) Financiële beroepen (Financieel

Nadere informatie