De comparitie voor grieven nader beschouwd

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "De comparitie voor grieven nader beschouwd"

Transcriptie

1 De comparitie voor grieven nader beschouwd Reactie op de bijdrage van mr. R.A. Dozy, TCR 2012, p. 43 e.v. M r. M. M. S t o l p * 1 Inleiding In haar interessante bijdrage van afgelopen mei voor dit tijdschrift behandelt mevrouw mr. R.A. Dozy de comparitie voor grieven. 1 Deze comparitie vormt een instrument voor de appèlrechter om de procedure in hoger beroep te versnellen en te optimaliseren door ambtshalve een verschijning van partijen te gelasten nog voordat schriftelijke rondes hebben plaatsgevonden. 2 De versnelling of optimalisering van appèlprocedures kan ten eerste plaatsvinden doordat de comparitie gebruikt kan worden om een minnelijke regeling te beproeven. Volgens Dozy leert de ervaring dat (maar liefst) circa de helft van de gevallen na de comparitie wordt doorgehaald op de rol. 3 Dat is een indrukwekkend resultaat. Maar het is niet alleen uit het oogpunt van een mogelijke schikking dat de comparitie voor grieven een versnelling kan opleveren. Zo biedt de comparitie ook de mogelijkheid om (in een vroeg stadium) te bespreken hoe de appèlprocedure het best kan worden ingekleed (nadere instructie van de zaak). In dat kader kunnen termijnen voor het indienen van schriftelijke stukken aan de orde komen, de bewijsmogelijkheden (bestaat er behoefte aan het horen van getuigen en/of rapportage door deskundigen?), maar ook de vraag of er behoefte is aan een beslissing op deelonderwerpen. Door reeds vanaf het (prille) begin regie te voeren over de pro- * Mr. M.M. Stolp is advocaat bij Houthoff Buruma te Amsterdam. Met dank aan mr. P. Memelink voor haar commentaar op een eerdere versie van deze bijdrage. 1. R.A. Dozy, De comparitie voor grieven, TCR 2012, nr. 2, p In dit verband wordt doorgaans gesproken van de 'comparitie na aanbrengen' in hoger beroep, waarbij aanbrengen ziet op het aanbrengen van de appèldagvaarding. Omwille van de duidelijkheid zal ik in navolging van mevrouw Dozy spreken van de comparitie voor grieven. Deze comparitie vindt haar wettelijke basis in art. 353 lid 1 jo. art en 20 en 22 Rv. 3. Dozy 2012, p. 46. Vgl. ook de slotalinea van de 'Werkwijze comparitie na aanbrengen' van het Gerechtshof Den Bosch, waar wordt opgemerkt dat het percentage zaken dat door een comparitie voor grieven met een schikking tot een einde wordt gebracht op ongeveer 50 procent ligt. cedure kan de voortgang worden gediend en kunnen zowel tijd als kosten worden bespaard. 4 Zoals Dozy schrijft, is de comparitie voor grieven in 2004 begonnen als een experiment bij het Hof Arnhem; inmiddels heeft deze mogelijkheid bij alle (vijf) gerechtshoven een vaste plaats in de procedure gekregen. Zo wordt bij alle hoven in civiele dagvaardingszaken, direct na het aanbrengen van de zaak in hoger beroep, (standaard) bezien of de zaak kan worden geselecteerd voor een (ambtshalve gelaste) comparitie nog voordat schriftelijke rondes plaatsvinden. Dozy stelt, op basis van uitwisseling met collegae van andere hoven, dat de selectie- en werkwijzen van de hoven niet heel wezenlijk van elkaar lijken af te wijken. 5 In deze bijdrage wordt ingegaan op de regels die de hoven met betrekking tot de comparitie voor grieven hanteren (te vinden op <www.rechtspraak.nl>, 6 hierna: de werkwijze). 7 Vergelijking van deze werkwijzen toont aan dat er onderling wel degelijk verschillen en ook onduidelijkheden bestaan ten aanzien van (1) de selectiecriteria (welke zaken zijn geschikt voor een com- 4. Reden waarom invoering van de 'comparitie na aanbrengen' inmiddels ook wel wordt bepleit voor de eerste instantie. Zie R.P.M. de Laat & A.W. Jongbloed, Comparitie na aanbrengen: ook in eerste aanleg!, Advocatenblad 2012, nr. 2, p. 2-3 en dezelfden, Verhoging van griffierechten: comparitie na aanbrengen ook in eerste aanleg?, Tijdschrift voor de Procespraktijk 2012, nr. 1, p Daartoe stellen zij (o.m.) dat invoering van de comparitie na aanbrengen in de huidige tijdgeest past. In dat verband wijzen zij erop dat ook de recentelijk ingevoerde mogelijkheid voor de feitenrechter om een prejudiciële vraag aan de Hoge Raad te stellen, erop is gericht dat partijen snel weten hoe iets juridisch geduid moet worden, waardoor verdere procedures kunnen worden voorkomen. Zie uitvoerig over deze nieuwe mogelijkheid M.M. Stolp & J.F. de Groot, Een nieuwe procesvorm: het stellen van prejudiciële vragen aan de Hoge Raad (art nieuw Rv), MvV 2012, nr. 6, p Dozy 2012, p. 44 (voetnoot 12). 6. De toepasselijke procedureregels zijn bij elk hof afzonderlijk te vinden onder het kopje 'Regels en procedures' en dan 'Werkwijze comparitie na aanbrengen'. 7. In art. 2.8 van het Landelijk procesreglement voor civiele dagvaardingszaken bij de gerechtshoven wordt bepaald dat het hof direct na aanbrengen een comparitie kan bepalen en dat de comparitie niet gehouden wordt voordat beide partijen het griffierecht hebben betaald. Voor nadere informatie omtrent de procedure wordt vervolgens verwezen naar de websites van de afzonderlijke hoven. 186 T C R , n u m m e r 4

2 paritie voor grieven?), (2) de (organisatorische) gang van zaken en (3) de vraag naar de keuzevrijheid van partijen indien hun zaak is geselecteerd voor een comparitie (hebben zij de keuze om van de comparitie af te zien?). Hieronder wordt per hof uiteengezet wat het beleid is ten aanzien van genoemde drie onderwerpen. Daartoe is de werkwijze van elk hof geraadpleegd en, waar nodig, bij (de griffie van) het hof nadere informatie ingewonnen. Het overzicht wordt afgesloten met een conclusie waarin de aanbeveling wordt gedaan om te komen tot nadere harmonisering van de selectie- en werkwijzen. 2 Selectiecriteria Werkwijze Hof Arnhem Volgens de werkwijze van het Hof Arnhem wordt een zaak bij de selectie door een raadsheer beoordeeld aan de hand van het criterium of de zaak zich leent voor het beproeven van een minnelijke regeling of voor instructie van de zaak. Uit de bijdrage van Dozy blijkt dat bij de selectie deels objectieve criteria worden gehanteerd en deels wordt afgegaan op de intuïtie of ervaring van de selecteur. 8 Verder merkt zij op dat de door het hof gehanteerde selectiecriteria in de loop der tijd (na ervaring te hebben opgedaan met de comparitiezittingen) wat ruimer zijn geworden. 9 Tegenwoordig vindt in de Arnhemse praktijk selectie plaats van zowel reguliere als kortgedingzaken. Geschikt voor de comparitie voor grieven worden geacht: zaken met vorderingen tot circa ; (qua aard en omvang) overzichtelijke zaken, bijvoorbeeld een geschil binnen de familiekring en een burengeschil; zaken die in eerste aanleg al volledig uitgeprocedeerd zijn: de getuigen zijn gehoord en/of de deskundigen zijn benoemd, dan wel meerdere zittingen en tussenvonnissen hebben plaatsgevonden; zaken waarvan de raadsheer-commissaris (op basis van ervaring en intuïtie) meent dat deze geschikt zijn voor comparitie. Werkwijze Hof Leeuwarden De werkwijze van het Hof Leeuwarden is gelijkluidend aan die van het Hof Arnhem. Zoals hierboven al is opgemerkt, wordt daarin (slechts) vermeld dat voor selectie voor comparitie in aanmerking komen die reguliere en kortgedingzaken, die zich lenen voor het beproeven van een minnelijke schikking of voor instructie. In hoeverre de overeenstemming in tekst van de werkwijzen betekent dat de meer concrete invulling die het Arnhemse hof (blijkens de bijdrage van Dozy) aan deze criteria geeft, ook door het Hof Leeuwarden wordt gehanteerd, is niet duidelijk. 8. Dozy 2012, p Dozy 2012, p. 44. Bij het Hof Amsterdam wordt, blijkens de werkwijze, geselecteerd uit reguliere en kortgedingzaken, waarin: geen grieven in de dagvaarding zijn opgenomen; geen van beide partijen in het buitenland wonen; de wederpartij (geïntimeerde) zich heeft gesteld dan wel het verstek is gezuiverd. Deze zaken worden volgens de werkwijze voor comparitie geselecteerd aan de hand van criteria die zien op: de inhoud van het conflict; de hoogte van het belang; de wijze waarop de procedure in eerste aanleg is gevoerd. Op welke wijze het Amsterdamse hof nadere invulling geeft aan laatstgenoemde drie criteria is verder niet toegelicht. In de werkwijze van het Hof Den Haag valt te lezen dat selectie door een raadsheer plaatsvindt uit de voorraad van: alle civiele dagvaardingszaken, 10 waaronder ook zaken waarin reeds grieven zijn geformuleerd; zaken die door de Hoge Raad naar het hof zijn verwezen. In deze zaken wordt volgens de werkwijze een comparitie gelast als de zaak geschikt is voor comparitie. Welke (nadere) selectiecriteria door de raadsheer worden gehanteerd bij de vraag of de zaak geschikt is voor comparitie, wordt niet vermeld. De werkwijze van het Hof Den Bosch stelt dat selectie voor comparitie plaatsvindt uit reguliere en kortgedingzaken: waarin geen grieven in de dagvaarding zijn opgenomen; waarin een of beide partijen niet in het (verre) buitenland wonen; die geen verwijzingszaken zijn van de Hoge Raad; die juridisch niet te ingewikkeld zijn (genoemd worden met name huurzaken, arbeidszaken, burenrechtkwesties en incasso s); die niet principieel juridisch van aard zijn; waarbij in eerste aanleg iets mis is gegaan; waarbij het financieel belang niet hoger is dan De selectiecriteria verschillen dus op nogal wat punten. Opvallend is dat door het Hof Den Haag zaken waarin reeds grieven in de dagvaarding zijn opgenomen, geschikt worden geacht voor een comparitie, terwijl dat in Amsterdam en Den Bosch juist niet zo is. De werkwijzen van de hoven Arnhem en Leeuwarden geven hierover geen informatie, zodat onduidelijk is in hoeverre daar een comparitie mogelijk wordt geacht als de grieven reeds in de dagvaarding zijn geformuleerd. 10. In hoeverre alleen reguliere dan wel ook kortgedingzaken voor selectie in aanmerking komen, is niet duidelijk. T C R , n u m m e r 4 187

3 Evenzo komen zaken die zijn verwezen door de Hoge Raad wel in aanmerking voor een comparitie in Den Haag, terwijl dit in Den Bosch weer expliciet niet zo is. Onduidelijk is in hoeverre verwijzingszaken van de Hoge Raad in Amsterdam, Arnhem en Leeuwarden geselecteerd (kunnen) worden voor een comparitie voor grieven. Daarnaast blijkt dat in Arnhem, Amsterdam en Den Bosch geselecteerd wordt op grond van (onder meer) de hoogte van de vordering. Het Hof Arnhem hanteert daarbij als grens een belang tot en het Hof Den Bosch tot Welk bedrag bij het Hof Amsterdam wordt gehanteerd, is niet duidelijk. Opvallend is verder dat de hoogte van de vordering in de werkwijzen van het Hof Den Haag en het Hof Leeuwarden niet als selectiecriterium wordt genoemd. Verder worden in Amsterdam en Arnhem met name (ook) uitgeprocedeerde zaken in eerste aanleg geselecteerd voor een comparitie; in hoeverre dergelijke zaken bij de andere hoven in aanmerking komen voor een comparitie is niet duidelijk. Evenzeer onduidelijk is in hoeverre de omstandigheid dat (een van) beide partijen in het buitenland woonachtig zijn of het feit dat het een verstekzaak betreft, bij de selectie een rol speelt. In Amsterdam en Den Bosch zijn deze omstandigheden reden om geen comparitie te gelasten; of dit ook zo geldt in Arnhem, Den Haag en Leeuwarden is de vraag. 3 Praktische gang van zaken Als een zaak eenmaal is geselecteerd voor een comparitie voor grieven, dan wordt door de hoven vervolgens verschillend omgesprongen met de organisatie van de daaropvolgende gang van zaken. Werkwijze Hof Arnhem en Hof Leeuwarden Bij de hoven Arnhem en Leeuwarden wordt na selectie aan partijen via de rol gevraagd om binnen twee weken opgave te doen van de verhinderdata voor de comparitie. Na opgave van de verhinderdata wordt via de rol mededeling gedaan over de termijn waarop het arrest wordt gewezen, waarin de comparitie wordt bepaald. De rol zal naast die termijn ook de beoogde comparitiedatum vermelden, zodat de advocaten die dag alvast kunnen reserveren in afwachting van het arrest. De hoven Arnhem en Leeuwarden streven ernaar om binnen drie maanden na het aanbrengen van de zaak een comparitiezitting te bepalen, zo valt in de werkwijze te lezen. In hoeverre uitstel van de eenmaal gelaste comparitie mogelijk is, wordt niet vermeld. In Amsterdam wordt in de voor comparitie geselecteerde zaken na één week bij arrest een comparitie bepaald. In dat arrest wordt een aantal keuzemogelijkheden voor de zitting aangegeven, waaruit partijen binnen één week een bij voorkeur gezamenlijke keuze kunnen maken. Daarna wordt met inachtneming van de keuze een datum bepaald. Is er geen keuze gemaakt, dan stelt het hof de datum ambtshalve vast. De zitting vindt, aldus de werkwijze, in beginsel binnen vier tot zes weken na aanbrengen plaats. Uitstel van de comparitie is niet mogelijk, tenzij er klemmende redenen bestaan. Als de zaak geschikt is geacht voor een comparitie krijgen partijen van het Haagse hof schriftelijk bericht door middel van een arrest, waarin datum en tijdstip van de comparitie staan aangegeven. Uitstel van de datum kan eenmaal worden gevraagd en verleend wanneer daarom, onder opgave van verhinderdata van beide partijen, binnen twee weken na het arrest schriftelijk wordt verzocht. De Haagse werkwijze bepaalt verder dat de comparitie meestal wordt geleid door één raadsheer, maar dat in sommige zaken de comparitie voor een meervoudige kamer van drie raadsheren kan worden gehouden. Een termijn waarbinnen de comparitie moet plaatsvinden, wordt blijkens de werkwijze niet nagestreefd. In zaken die in Den Bosch in aanmerking komen voor een comparitie voor grieven ontvangen de advocaten een brief. Daarin staat dat de zaak ambtshalve is verwezen naar de rol (in reguliere zaken in week 5 na aanbrengen en in kortgedingzaken in week 3) voor de dagbepaling van het arrest/de vaststelling van de comparitie. Gedurende twee weken krijgen partijen de gelegenheid om verhinderdata op te geven. Op de rol van de dag waarop oorspronkelijk de memorie van grieven had moeten worden genomen, wordt het arrest uitgesproken, waarin de comparitie wordt bepaald en de datum daarvan wordt vermeld. Uitstel van de geplande comparitie is niet mogelijk, tenzij er klemmende redenen van bijzondere aard zijn. Een termijn waarbinnen gestreefd wordt de comparitie te laten plaatsvinden, wordt op grond van de werkwijze niet aangehouden. Conclusie: ook de praktische gang van zaken verschilt van hof tot hof en advocaten doen er op dit moment verstandig aan informatie in te winnen over de plaatselijke gang van zaken. 4 Keuzevrijheid partijen Ten slotte bestaan er onderlinge verschillen en onduidelijkheden ten aanzien van de vraag of partijen de keuze hebben om van de (ambtshalve gelaste) comparitie voor grieven af te zien Dit merkt Dozy overigens ook op, zie p. 45 (voetnoot 16). 188 T C R , n u m m e r 4

4 Werkwijze Hof Arnhem en Hof Leeuwarden Volgens de werkwijze van de hoven Arnhem en Leeuwarden zal de comparitie geen doorgang vinden als beide partijen de raadsheer-commissaris gemotiveerd verzoeken om van de comparitie af te zien. In dat geval bepaalt het hof een nieuwe roldatum voor de memorie van grieven. In aanvulling hierop schrijft Dozy dat volgens het Arnhemse beleid geldt dat als (slechts) één partij gemotiveerd aangeeft niets voor de comparitie te voelen, het aan de raadsheer-commissaris is om te beslissen of de comparitie al dan niet zal doorgaan. Navraag bij het Hof Leeuwarden leerde dat dit laatste ook daar beleid is. Een comparitie tegen de zin van beide partijen lijkt in Arnhem en Leeuwarden dan ook uitgesloten, terwijl ook gemotiveerd bezwaar door een van de partijen vruchtbaar kan zijn. De werkwijze van het Hof Amsterdam bepaalt daarentegen dat het doorgaan van de comparitie niet afhankelijk is van de instemming van (een van de) partijen. De Amsterdamse werkwijze stelt expliciet dat het wel of niet verschijnen op de comparitiezitting niet vrijblijvend is en dat het hof daaraan gevolgen kan verbinden, ook ten aanzien van de kosten. 12 Dit neemt niet weg dat een of beide partijen de raadsheercommissaris kunnen benaderen met het verzoek de comparitie niet te laten plaatsvinden. Zo stelt de werkwijze dat als er een bijzondere reden is waarom de comparitie niet zinvol is, dan wel als er een andere reden is dat de comparitie niet zou moeten plaatsvinden, dit schriftelijk aan de raadsheer-commissaris kan worden voorgelegd. Of de comparitie gelet op de aangevoerde (bijzondere) reden al dan niet doorgang zal vinden, is aan de raadsheer overgelaten. Beslist de raadsheer dat de comparitie doorgaat, dan zijn partijen, zoals gezegd, volgens de werkwijze verplicht te verschijnen. Bij het Hof Den Bosch lijkt de gang van zaken juist omgekeerd. De comparitie voor grieven vindt blijkens de werkwijze van het Hof Den Bosch steeds doorgang als een van de partijen de uitnodiging tot compareren aanvaardt, althans geen bezwaar maakt. Als beide partijen aangeven af te willen zien 12. Vgl. in dit verband art. 88 lid 4 en/of 87 jo. art. 22 Rv, dat bepaalt dat de rechter aan het niet-verschijnen de gevolgtrekking kan verbinden die hij geraden acht. Hierbij moet vooral worden gedacht aan 'processuele' sancties, zoals in de sfeer van de kostenveroordeling, aldus T&C Rv, art. 88 (Van de Hel-Koedoot), aant. 7. Het aannemen van een processueel vermoeden ten nadele van de weigerachtige partij, die alsdan tegenbewijs moet leveren, dan wel een omkering van de bewijslast, lijkt mij niet snel een passende, proportionele sanctie voor het niet-verschijnen bij een comparitie voor grieven. Het komt mij voor dat er dan bijzondere omstandigheden moeten zijn die deze sanctie kunnen rechtvaardigen. Het hof zal zijn gevolgtrekking bovendien afdoende moeten motiveren, zo volgt uit HR 9 juni 2006, NJ 2006, 327. Zie over de verhindering om te verschijnen: HR 16 maart 2007, NJ 2007, 637 m.nt. HJS. van een comparitie, dan gaat de zaak naar de rol voor memorie van grieven. In de werkwijze van het Hof Den Haag is over de keuzevrijheid van partijen niets terug te vinden. Navraag bij het Haagse hof maakte duidelijk dat in principe geldt dat een comparitie voor grieven niet afhankelijk is van de instemming van partijen, maar dat het een partij vrijstaat om per brief haar bezwaren tegen de comparitie naar voren te brengen, waarna de raadsheer-commissaris beslist. Kortom, ook op het punt van de keuzevrijheid bestaat verschil in beleid tussen de vijf hoven. 5 Conclusie Vergelijking van de werkwijzen en het beleid van de hoven maakt derhalve duidelijk dat de hoven bij de selectie van zaken voor een comparitie voor grieven verschillende criteria aanleggen. Hierdoor ontstaan er niet alleen daadwerkelijk verschillende uitkomsten bij de selectie, bijvoorbeeld wel of geen comparitie gelasten indien grieven in de dagvaarding zijn opgenomen of als het verwijzingszaken van de Hoge Raad betreft, maar rijzen er ook onduidelijkheden. Het is namelijk maar de vraag in hoeverre een bepaald criterium dat het ene hof blijkens zijn werkwijze bepalend acht bij de selectie, ook door de andere hoven, die dit criterium niet expliciet in hun werkwijze vermelden, gehanteerd wordt en tot welke uitkomst dit dan leidt. Zoals bijvoorbeeld wanneer partijen in het (verre) buitenland wonen, de zaak op een principiële juridische kwestie ziet, het een (gezuiverde) verstekzaak betreft, dan wel de zaak in eerste aanleg (al dan niet) volledig is uitgeprocedeerd. Ook de organisatie van de gang van zaken verschilt nogal per hof. Het meest in het oog springend is de termijn die gehanteerd wordt voor het laten plaatsvinden van de comparitie; deze verschilt van vier tot zes weken na het aanbrengen van de zaak (Hof Amsterdam) tot meer dan drie maanden na aanbrengen (Hof Arnhem en Hof Leeuwarden). De omstandigheid dat alleen bij het Hof Den Haag eenmaal zonder meer om uitstel van de comparitie kan worden gevraagd, is minder opmerkelijk dan wellicht op het eerste gezicht lijkt. Deze mogelijkheid lijkt namelijk te zijn ingegeven doordat (alleen) dit hof bij de bepaling van de comparitiezitting in eerste instantie geen rekening houdt met verhinderdata of voorkeuren van partijen. Onduidelijk is verder in hoeverre het mogelijk is dat de comparitie voor een meervoudige kamer van drie raadsheren plaatsvindt, zoals het Hof Den Haag in zijn werkwijze heeft vastgesteld. Van belang is ten slotte dat er bij de hoven verschillen bestaan ten aanzien van de mogelijkheid voor partijen om van een comparitie af te zien. T C R , n u m m e r 4 189

5 Of deze verschillen bij de selectie en werkwijze van de hoven al dan niet als heel wezenlijk moeten worden aangemerkt, laat ik in het midden. Het komt mij voor dat de genoemde verschillen en ook de bestaande onduidelijkheden in ieder geval dusdanig zijn dat het aanbeveling verdient de selectiecriteria en procedure (nader) te harmoniseren. Een landelijk beleid lijkt me hier temeer wenselijk nu de comparitie voor grieven inmiddels bij alle hoven een vaste plaats kent in de appèlprocedure en zij in veel gevallen bovendien een doeltreffend instrument blijkt te zijn om de procedure te versnellen en te optimaliseren. 190 T C R , n u m m e r 4

PILOT GERECHTSHOF AMSTERDAM AANPASSING VAN HET LANDELIJK PROCESREGLEMENT VOOR CIVIELE DAGVAARDINGSZAKEN BIJ DE GERECHTSHOVEN

PILOT GERECHTSHOF AMSTERDAM AANPASSING VAN HET LANDELIJK PROCESREGLEMENT VOOR CIVIELE DAGVAARDINGSZAKEN BIJ DE GERECHTSHOVEN PILOT GERECHTSHOF AMSTERDAM AANPASSING VAN HET LANDELIJK PROCESREGLEMENT VOOR CIVIELE DAGVAARDINGSZAKEN BIJ DE GERECHTSHOVEN VRAGEN EN ANTWOORDEN Welke zaken? 1 Alleen nieuwe zaken (aangebracht vanaf 1

Nadere informatie

Rolreglement gerechtshof Leeuwarden

Rolreglement gerechtshof Leeuwarden RECHTSWEZEN Rolreglement gerechtshof Leeuwarden Dit reglement is gelijkluidend aan het uniform rolreglement dat ook bij de andere gerechtshoven in Nederland geldt, onder toevoeging van enkele aanvullingen,

Nadere informatie

Memorie van Toelichting. Algemeen

Memorie van Toelichting. Algemeen Memorie van Toelichting Algemeen Op 12 december 2008 is de Verordening (EG) nr. 1896/2006 tot invoering van een Europese betalingsbevelprocedure (hierna ook EBB-verordening) van toepassing geworden. De

Nadere informatie

AANZEGGINGEN DAGVAARDING KANTON

AANZEGGINGEN DAGVAARDING KANTON INFO@CREDITASSIST.NL WWW.CIST.NL MODELAANZEGGINGEN DAGVAARDINGEN OF VERZOEKSCHRIFTEN VERSIE 01 APRIL 13 MR. RAMONA BATTA C.S. AANZEGGINGEN DAGVAARDING KANTON 1 GEDAAGDE gedaagde op die terechtzitting kan

Nadere informatie

LJN: BP4803, Hoge Raad, 10/04523. Datum uitspraak: 20-05-2011 Datum publicatie: 20-05-2011. Rechtsgebied: Civiel overig Soort procedure: Cassatie

LJN: BP4803, Hoge Raad, 10/04523. Datum uitspraak: 20-05-2011 Datum publicatie: 20-05-2011. Rechtsgebied: Civiel overig Soort procedure: Cassatie LJN: BP4803, Hoge Raad, 10/04523 Datum uitspraak: 20-05-2011 Datum publicatie: 20-05-2011 Rechtsgebied: Civiel overig Soort procedure: Cassatie Inhoudsindicatie: Onteigening. Verzuim tot betekening cassatieverklaring

Nadere informatie

In werking getreden op 1 april 2002. Laatstelijk gewijzigd met ingang van 1 april 2004.

In werking getreden op 1 april 2002. Laatstelijk gewijzigd met ingang van 1 april 2004. Procesreglement alimentatieprocedure In werking getreden op 1 april 2002. Laatstelijk gewijzigd met ingang van 1 april 2004. 1. Algemeen 1.1. Van alle berichten aan de rechtbank dient tegelijkertijd een

Nadere informatie

Afkoopsom lijfrente belast in het jaar waarin de afkoopsom vorderbaar en inbaar is

Afkoopsom lijfrente belast in het jaar waarin de afkoopsom vorderbaar en inbaar is Afkoopsom lijfrente belast in het jaar waarin de afkoopsom vorderbaar en inbaar is ECLI:NL:GHARL:2015:4336 Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Datum uitspraak 16-06-2015 Datum publicatie 19-06-2015

Nadere informatie

COMMENTAAR OP HET WETSVOORSTEL BEVORDERING VAN MEDIATION IN HET BURGERLIJK RECHT VAN 25 APRIL 2013

COMMENTAAR OP HET WETSVOORSTEL BEVORDERING VAN MEDIATION IN HET BURGERLIJK RECHT VAN 25 APRIL 2013 COMMENTAAR OP HET WETSVOORSTEL BEVORDERING VAN MEDIATION IN HET BURGERLIJK RECHT VAN 25 APRIL 2013 9 MEI 2013 Herengracht 551 Contactpersoon: 1017 BW Amsterdam Ellen Soerjatin T 020 530 5200 E ellen.soerjatin@steklaw.com

Nadere informatie

De kosten van het voorlopige deskundigenbericht bij een beroep op het blokkeringsrecht

De kosten van het voorlopige deskundigenbericht bij een beroep op het blokkeringsrecht Rotterdam Institute of Private Law Accepted Paper Series De kosten van het voorlopige deskundigenbericht bij een beroep op het blokkeringsrecht Hof Arnhem 13 januari 2009, zaaknummer 200.005.438 I. van

Nadere informatie

PILOT GERECHTSHOF AMSTERDAM

PILOT GERECHTSHOF AMSTERDAM PILOT GERECHTSHOF AMSTERDAM Aanpassing van het landelijk procesreglement voor civiele dagvaardingszaken bij de gerechtshoven Inleiding Vanaf 1 januari 2013 is voor civiele dagvaardingszaken bij het gerechtshof

Nadere informatie

KBvG, Cie Wetgeving, subcommissie Griffierecht Wet griffierechten burgerlijke zaken Modellen voor aanzeggingen

KBvG, Cie Wetgeving, subcommissie Griffierecht Wet griffierechten burgerlijke zaken Modellen voor aanzeggingen Model A1, Rechtbank, 1 gedaagde: natuurlijk persoon a. indien gedaagde verzuimt advocaat te stellen of het hierna te noemen griffierecht niet tijdig betaalt, en de voorgeschreven termijnen en formaliteiten

Nadere informatie

Dagvaarding en dagvaarden: wat is het en hoe gaat in zijn werk?

Dagvaarding en dagvaarden: wat is het en hoe gaat in zijn werk? Dagvaarding en dagvaarden: wat is het en hoe gaat in zijn werk? Een dagvaarding is een inleidend processtuk. Hierin staat wat de eisende partij van de gedaagde partij verlangd. Een dagvaarding wordt doorgaans

Nadere informatie

EJEA ECLI:NL:RBDHA:2015:15544 Rechtbank Den Haag Datum uitspraak Datum publicatie ZaaknummerC/09/ / KG ZA 15/1545

EJEA ECLI:NL:RBDHA:2015:15544 Rechtbank Den Haag Datum uitspraak Datum publicatie ZaaknummerC/09/ / KG ZA 15/1545 EJEA 16-006 ECLI:NL:RBDHA:2015:15544 Rechtbank Den Haag Datum uitspraak03-11-2015 Datum publicatie08-01-2016 ZaaknummerC/09/497838 / KG ZA 15/1545 RechtsgebiedenCiviel recht Bijzondere kenmerkenkort geding

Nadere informatie

De Hoge Raad der Nederlanden,

De Hoge Raad der Nederlanden, 2 januari 1980. nr. 19.623 DG. De Hoge Raad der Nederlanden, Gezien het beroepschrift in cassatie van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Y B.V. te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof

Nadere informatie

Reglement van het Veterinair Tuchtcollege

Reglement van het Veterinair Tuchtcollege Reglement van het Veterinair Tuchtcollege Dit reglement geldt in aanvulling op het bepaalde in de Wet op de uitoefening van de diergeneeskunde 1990 c.q. in aanvulling op de Wet Dieren (nadat de daarin

Nadere informatie

Landelijk procesreglement voor civiele dagvaardingszaken bij de gerechtshoven

Landelijk procesreglement voor civiele dagvaardingszaken bij de gerechtshoven RECHTSWEZEN Landelijk procesreglement voor civiele dagvaardingszaken bij de Considerans Voor u ligt het Landelijk procesreglement voor civiele dagvaardingszaken bij de. Dit procesreglement (hierna ook:

Nadere informatie

GEZAMENLIJKE BEHANDELING VAN EEN ONTBINDINGSVERZOEK EN KORT GEDING: EEN GEZAMENLIJK BELEID ONTBREEKT

GEZAMENLIJKE BEHANDELING VAN EEN ONTBINDINGSVERZOEK EN KORT GEDING: EEN GEZAMENLIJK BELEID ONTBREEKT GEZAMENLIJKE BEHANDELING VAN EEN ONTBINDINGSVERZOEK EN KORT GEDING: EEN GEZAMENLIJK BELEID ONTBREEKT E.I. Bouma 1 Inleiding In de praktijk komt het regelmatig voor dat de werkgever de kantonrechter verzoekt

Nadere informatie

U I T S P R A A K

U I T S P R A A K U I T S P R A A K 1 5 1 6 3 van het College van beroep van de Universiteit Leiden inzake het beroep van [naam], appellant tegen de Examencommissie van de opleiding Bestuurskunde, verweerder 1. Ontstaan

Nadere informatie

allen gevestigd te [vestigingsplaats], Eiseressen tot cassatie, verweersters in het voorwaardelijk incidenteel incidenteel cassatieberoep.

allen gevestigd te [vestigingsplaats], Eiseressen tot cassatie, verweersters in het voorwaardelijk incidenteel incidenteel cassatieberoep. 15 Civiel recht «JIN» Jurisprudentie in Nederland januari 2014, afl. 1 76 15 Hoge Raad 15 november 2013, nr. 12/04150 ECLI:NL:HR:2013:1245 (mr. Numann, mr. Loth, mr. Drion, mr. De Groot, mr. Polak) (concl.

Nadere informatie

De Commissie heeft vastgesteld dat tussenkomst van de Ombudsman Financiële Dienstverlening niet tot oplossing van het geschil heeft geleid.

De Commissie heeft vastgesteld dat tussenkomst van de Ombudsman Financiële Dienstverlening niet tot oplossing van het geschil heeft geleid. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 142 d.d. 12 juli 2010 (mr. B. Sluijters, voorzitter, mr. drs. M.L. Hendrikse en drs. A.I.M. Kool) 1. Procedure De Commissie beslist met inachtneming

Nadere informatie

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN. Voor zover voor de beoordeling van de klacht van belang, is het navolgende gebleken.

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN. Voor zover voor de beoordeling van de klacht van belang, is het navolgende gebleken. RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN U I T S P R A A K Nr. i n d e k l a c h t nr. 2005.2662 (068.05) ingediend door: hierna te noemen 'klagers', tegen: hierna te noemen 'verzekeraar'. De Raad van Toezicht

Nadere informatie

B E L A N G E N B E H A R T I G I N G L E D E N O M / Z M K W A L I T E I T R E C H T S P R A A K

B E L A N G E N B E H A R T I G I N G L E D E N O M / Z M K W A L I T E I T R E C H T S P R A A K Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak De minister van Justitie Mr. E.M.H. Hirsch Ballin Postbus 20301 2500 GH Den Haag Datum: 3 mei 2010 Ons kenmerk: B2.1.10/1793/RO Uw kenmerk: 5645121/10/6 Onderwerp:

Nadere informatie

Echtscheidingsproblematiek. Optreden als makelaar op grond van rechterlijk vonnis. Contact met advocaten van partijen.

Echtscheidingsproblematiek. Optreden als makelaar op grond van rechterlijk vonnis. Contact met advocaten van partijen. Echtscheidingsproblematiek. Optreden als makelaar op grond van rechterlijk vonnis. Contact met advocaten van partijen. Een makelaar is door de rechtbank als deskundige benoemd om te komen tot de verkoop

Nadere informatie

Betreft: conceptwetsvoorstel vereenvoudiging en digitalisering procesrecht in hoger beroep en cassatie

Betreft: conceptwetsvoorstel vereenvoudiging en digitalisering procesrecht in hoger beroep en cassatie (7) ' 000 111111111111111111111111111111 (.0 1-.^1 21:a. Aan de Minister van Veiligheid en Justitie De heer mr. I.W. Opstelten Postbus 20301 2500 EH DEN HAAG Cr) LA) Den Haag, 27 juni 2014 Dossiernummer:

Nadere informatie

Reglement Centrale Bezwaarcommissie Sociaal Plan 1 mei 2013 t/m 31 december 2015

Reglement Centrale Bezwaarcommissie Sociaal Plan 1 mei 2013 t/m 31 december 2015 Reglement Centrale Bezwaarcommissie Sociaal Plan 1 mei 2013 t/m 31 december 2015 1. Doel en werkingssfeer Het Sociaal Plan Rabobank CAO biedt medewerkers die worden geraakt door een wijziging van de organisatie

Nadere informatie

Procesreglement Bijstandsverhaal

Procesreglement Bijstandsverhaal Procesreglement Bijstandsverhaal 1 Algemeen 1.1 Proceshandelingen worden weergegeven in het voor advocaten toegankelijke elektronisch familiejournaal. Een advocaat gebruikt voor het indienen van stukken

Nadere informatie

tegen de uitspraak van de Rechtbank Breda (hierna: de Rechtbank) van 15 november 2012, nummer AWB 12/4016, in het geding tussen

tegen de uitspraak van de Rechtbank Breda (hierna: de Rechtbank) van 15 november 2012, nummer AWB 12/4016, in het geding tussen Uitspraak GERECHTSHOF VHERTOGENBOSCH Team belastingrecht Meervoudige Belastingkamer Uitspraak op het hoger beroep van * ^ p n i a w a ï i i b.v., gevestigd te > hierna: belanghebbende, tegen de uitspraak

Nadere informatie

De Commissie heeft vastgesteld dat tussenkomst van de Ombudsman Financiële Dienstverlening niet tot oplossing van het geschil heeft geleid.

De Commissie heeft vastgesteld dat tussenkomst van de Ombudsman Financiële Dienstverlening niet tot oplossing van het geschil heeft geleid. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2012-160 d.d. 22 mei 2012 (mr. R.J. Verschoof, voorzitter, prof. mr. M.L.Hendrikse en mr. E.M. Dil-Stork, leden, en mr. E.E. Ribbers, secretaris)

Nadere informatie

Appèldagvaarding niet overeenkomstig de Betekeningsverordening betekend? 1

Appèldagvaarding niet overeenkomstig de Betekeningsverordening betekend? 1 UIT DE PRAKTIJK Mr. J.P. Eckoldt * Appèldagvaarding niet overeenkomstig de Betekeningsverordening betekend? 1 Onenigheden in het internationale handelsverkeer leiden regelmatig tot grensoverschrijdende

Nadere informatie

tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 8 maart 2011, nummers AWB 10/2670 en 10/2672, in het geding tussen belanghebbende en

tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 8 maart 2011, nummers AWB 10/2670 en 10/2672, in het geding tussen belanghebbende en Uitspraak GERECHTSHOF ARNHEM Sector belastingrecht nummers 11/00311 en 11/00312 uitspraakdatum: 20 september 2011 Uitspraak van de derde meervoudige belastingkamer op het hoger beroep van X te Z (hierna:

Nadere informatie

Landelijk Register van Gerechtelijke Deskundigen, LRGD. Raad voor de Tuchtrechtspraak U I T S P R A A K

Landelijk Register van Gerechtelijke Deskundigen, LRGD. Raad voor de Tuchtrechtspraak U I T S P R A A K Landelijk Register van Gerechtelijke Deskundigen, LRGD Raad voor de Tuchtrechtspraak U I T S P R A A K Inzake de klacht van [Klaagster BV], gevestigd te [gemeente] aan de [adres], hierna te noemen klaagster,

Nadere informatie

pagina 1 van 5 ECLI:NL:RBDHA:2014:6145 Instantie Rechtbank Den Haag Datum uitspraak 20-05-2014 Datum publicatie 04-06-2014 Zaaknummer Rechtsgebieden AWB-13_10151 Belastingrecht Bijzondere kenmerken Bodemzaak

Nadere informatie

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN U I T S P R A A K Nr. i n d e k l a c h t nr. 2004.2196 (047.04) ingediend door: hierna te noemen 'klager', tegen: hierna te noemen 'verzekeraar'. De Raad van Toezicht Verzekeringen

Nadere informatie

Uitspraak van het College van Toezicht van het Nederlands Instituut van Psychologen.

Uitspraak van het College van Toezicht van het Nederlands Instituut van Psychologen. Uitspraak van het College van Toezicht van het Nederlands Instituut van Psychologen. Het College van Toezicht van het Nederlands Instituut van Psychologen, hierna te noemen het College, heeft het volgende

Nadere informatie

Benoeming deskundige in merken- en reclamezaken

Benoeming deskundige in merken- en reclamezaken 3. Een andere mogelijkheid is dat in het kader van een kort geding een deskundige wordt benoemd, die aan de hand van een bureaustudie vóór de zitting de door partijen in het geding gebrachte partijmarktonderzoeken

Nadere informatie

BENELUX COUR DE JUSTICE GERECHTSHOF. Zaak A 98/2 Campina Melkunie / Benelux-Merkenbureau

BENELUX COUR DE JUSTICE GERECHTSHOF. Zaak A 98/2 Campina Melkunie / Benelux-Merkenbureau COUR DE JUSTICE BENELUX GERECHTSHOF Zaak A 98/2 Campina Melkunie / Benelux-Merkenbureau Nadere conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda (stuk A 98/2/17) GRIFFIE REGENTSCHAPSSTRAAT 39 1000 BRUSSEL

Nadere informatie

Behandeling bezwaarschrift Gemeente Zaanstad, Dienst Stadsbedrijven

Behandeling bezwaarschrift Gemeente Zaanstad, Dienst Stadsbedrijven Rapport Gemeentelijke Ombudsman Behandeling bezwaarschrift Gemeente Zaanstad, Dienst Stadsbedrijven 17 juli 2003 RA0307953 Samenvatting Verzoekers dienen in mei 2001 een bezwaarschrift in tegen twee door

Nadere informatie

tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 12 september 2013, nummer AWB 13/915, in het geding tussen belanghebbende

tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 12 september 2013, nummer AWB 13/915, in het geding tussen belanghebbende Uitspraak GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN Afdeling belastingrecht Locatie Arnhem nummer 13/01077 uitspraakdatum: 20 mei 2014 Uitspraak van de vierde meervoudige belastingkamer op het hoger beroep van drs.

Nadere informatie

1 Rechtbank Breda, 13 juli 2012

1 Rechtbank Breda, 13 juli 2012 BEDRIJFSOPVOLGINGSFACILITEIT SUCCESSIEWET OOK VOOR PRIVÉVERMOGEN? Op 13 juli 2012 heeft rechtbank Breda uitspraak gedaan in een zaak over de bedrijfsopvolgingsfaciliteit uit de Successiewet 1956 (LJN:

Nadere informatie

Analyse proceskansen. Geachte heer R

Analyse proceskansen. Geachte heer R te Per e-mail Ministerie van Financiën uw ref. - inzake Analyse proceskansen 10 juli 2015 Geachte heer R 1 Inleiding 1.1 Vandaag, op 10 juli 2015, heeft de tweede aandeelhoudersvergadering van de N.V.

Nadere informatie

FAST TRACK BINDEND ADVIES

FAST TRACK BINDEND ADVIES REGLEMENT FAST TRACK BINDEND ADVIES 18 november 2016 RAAD VAN ARBITRAGE VOOR DE BOUW Inhoud Begripsbepalingen... 1 Reglement... 1 Artikel 1... 1 Het verloop van de procedure... 1 Artikel 2... 1 Artikel

Nadere informatie

Werkwijze verdelen en verrekenen in echtscheidingsprocedures per 1 april 2013

Werkwijze verdelen en verrekenen in echtscheidingsprocedures per 1 april 2013 Werkwijze verdelen en verrekenen in echtscheidingsprocedures per 1 april 2013 oktober 2013 mr T.G. Gijtenbeek De auteur heeft grote zorgvuldigheid betracht in het weergeven van delen uit het geldende recht.

Nadere informatie

PROCESREGLEMENT VOOR DE CIVIELE DAGVAARDINGSZAKEN VAN DE RECHTBANK ARNHEM

PROCESREGLEMENT VOOR DE CIVIELE DAGVAARDINGSZAKEN VAN DE RECHTBANK ARNHEM 1 PROCESREGLEMENT VOOR DE CIVIELE DAGVAARDINGSZAKEN VAN DE RECHTBANK ARNHEM Tekst d.d. 11-09-2012 2 INHOUDSOPGAVE Inhoudsopgave Voorwoord 1 Algemene bepalingen 1.1 Toepasselijkheid 1.2 Begripsbepalingen

Nadere informatie

afspraken die in het Najaarsoverleg 2008 zijn gemaakt. Volstaan wordt dan ook met hiernaar te verwijzen.

afspraken die in het Najaarsoverleg 2008 zijn gemaakt. Volstaan wordt dan ook met hiernaar te verwijzen. Reactie op de brief van de Nederlandse Orde van Advocaten (NOvA) inzake het wetsvoorstel tot wijziging van Boek 7, titel 10, van het Burgerlijk Wetboek in verband met het limiteren van de hoogte van de

Nadere informatie

De papieren versie van het verslag is identiek aan de digitale versie van het verslag.

De papieren versie van het verslag is identiek aan de digitale versie van het verslag. De papieren versie van het verslag is identiek aan de digitale versie van het verslag. 2Se OPENBARE FAILLISSEMENTSVERSLAG Faillissement Faillissementsnummer Surseancedatum : Faillissementsdatum Rechter

Nadere informatie

Webinar burgerlijk procesrecht Dagvaarding en tips. 18 december 2015 Dirk Vergunst

Webinar burgerlijk procesrecht Dagvaarding en tips. 18 december 2015 Dirk Vergunst Webinar burgerlijk procesrecht Dagvaarding en tips 18 december 2015 Dirk Vergunst 1 Artikel 45 Rechtsvordering 1. Exploten (pv van ambtshandeling) worden door een daartoe bevoegde deurwaarder gedaan (

Nadere informatie

de inspecteur van de Belastingdienst/Kantoor Almere (hierna: de Inspecteur)

de inspecteur van de Belastingdienst/Kantoor Almere (hierna: de Inspecteur) Uitspraak GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN Afdeling belastingrecht Locatie Arnhem nummer 13/00631 uitspraakdatum: 18 maart 2014 Uitspraak van de tweede meervoudige belastingkamer op het hoger beroep van

Nadere informatie

zaaknummer rechtbank Amsterdam : C/13/5545011KG ZA 13-1428 arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 22 juli 2014

zaaknummer rechtbank Amsterdam : C/13/5545011KG ZA 13-1428 arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 22 juli 2014 arrest GERECHTSHOF AMSTERDAM afdeling civiel recht en belastingrecht, team II zaaknummer :200.140.465101 KG zaaknummer rechtbank Amsterdam : C/13/5545011KG ZA 13-1428 arrest van de meervoudige burgerlijke

Nadere informatie

Procesreglement per 1 januari 2013 voor de pilot civiele dagvaardingszaken bij het gerechtshof s-hertogenbosch

Procesreglement per 1 januari 2013 voor de pilot civiele dagvaardingszaken bij het gerechtshof s-hertogenbosch Procesreglement per 1 januari 2013 voor de pilot civiele dagvaardingszaken bij het gerechtshof s-hertogenbosch 2 CONSIDERANS Inleiding Vanaf 1 januari 2013 is voor civiele dagvaardingszaken bij het gerechtshof

Nadere informatie

Proc sko$t n. Inhoud. Het perspectief van de advocaat 16-10-2014

Proc sko$t n. Inhoud. Het perspectief van de advocaat 16-10-2014 Proc sko$t n Het perspectief van de advocaat 14 oktober 2014 1 Inhoud 1. 1019h Rv 2. Desgevorderd 3. Welke procedures? 4. Wie? 5. Welke kosten? 6. Uurtarieven 7. Redelijk/evenredig/billijk 8. Inrichting

Nadere informatie

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN. Uit de stukken is, voor zover voor de beoordeling van de klacht van belang, het navolgende gebleken.

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN. Uit de stukken is, voor zover voor de beoordeling van de klacht van belang, het navolgende gebleken. RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN U I T S P R A A K Nr. ingediend door: i n d e k l a c h t nr. 054.01 hierna te noemen 'klager tegen: hierna te noemen 'verzekeraar'. De Raad van Toezicht Verzekeringen heeft

Nadere informatie

arrest GERECHTSHOF AMSTERDAM Parketnummer: X Datum uitspraak: 20 oktober 2016 TEGENSPRAAK (gemachtigde raadsman)

arrest GERECHTSHOF AMSTERDAM Parketnummer: X Datum uitspraak: 20 oktober 2016 TEGENSPRAAK (gemachtigde raadsman) arrest GERECHTSHOF AMSTERDAM Parketnummer: X Datum uitspraak: 20 oktober 2016 TEGENSPRAAK (gemachtigde raadsman) Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis

Nadere informatie

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken:

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken: Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2012-262 d.d. 17 september 2012 (prof. mr. M.M. Mendel, voorzitter, mr. E.M. Dil-Stork en mr. A.W.H. Vink, leden, en mr. drs. D.J. Olthoff,

Nadere informatie

Uitspraak GERECHTSHOF s-hertogenbosch Uitspraak op het hoger beroep van de heer [belanghebbende], belanghebbende

Uitspraak GERECHTSHOF s-hertogenbosch Uitspraak op het hoger beroep van de heer [belanghebbende], belanghebbende Uitspraak GERECHTSHOF s-hertogenbosch Team belastingrecht Meervoudige Belastingkamer Kenmerk: 13/00784 Uitspraak op het hoger beroep van de heer [belanghebbende], wonende te [woonplaats], hierna: belanghebbende,

Nadere informatie

Uitspraak d.d. 10 januari 1986 MI Griffie 3699/85 Type: ws. HET GERECHTSHOF TE s-gravenhage, eerste meervoudige belastingkamer.

Uitspraak d.d. 10 januari 1986 MI Griffie 3699/85 Type: ws. HET GERECHTSHOF TE s-gravenhage, eerste meervoudige belastingkamer. Uitspraak d.d. 10 januari 1986 MI Griffie 3699/85 Type: ws HET GERECHTSHOF TE s-gravenhage, eerste meervoudige belastingkamer. GEZIEN het arrest van de Hoge Raad der Nederlanden van 21 augustus 1985, no.

Nadere informatie

De Minister van Veiligheid en Justitie. Postbus 20301 2500 EH Den Haag. Advies wetsvoorstel toevoegen gegevens aan procesdossier minderjarige

De Minister van Veiligheid en Justitie. Postbus 20301 2500 EH Den Haag. Advies wetsvoorstel toevoegen gegevens aan procesdossier minderjarige POSTADRES Postbus 93374, 2509 AJ Den Haag BEZOEKADRES Juliana van Stolberglaan 4-10 TEL 070-88 88 500 FAX 070-88 88 501 INTERNET www.cbpweb.nl www.mijnprivacy.nl AAN De Minister van Veiligheid en Justitie

Nadere informatie

van gedaagde bij verschijning in de procedure geen griffierecht zal worden geheven;

van gedaagde bij verschijning in de procedure geen griffierecht zal worden geheven; Model A1, Rechtbank, kantonzaak, 1 gedaagde Naast alles wat de wet en met name het tweede lid van artikel 111 Rv overigens voorschrijft, in het bijzonder ook de waarschuwing voor verstek bij niet verschijnen

Nadere informatie

`Voorheen kon ook zonder machtiging de raadsman de verdediging voeren voor zijn afwezige cliënt, sedert het Bouterse-arrest niet meer.

`Voorheen kon ook zonder machtiging de raadsman de verdediging voeren voor zijn afwezige cliënt, sedert het Bouterse-arrest niet meer. 3.8 Meningen van bevraagden ten aanzien van de verstekregeling 3.8.1 Verruiming mogelijkheden verdachte? Uit de verkregen reacties wordt duidelijk dat er uiteenlopende antwoorden zijn gegeven op de vraag

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Procesreglement kort gedingen rechtbanken sector kanton

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Procesreglement kort gedingen rechtbanken sector kanton STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 4211 31 maart 2011 Procesreglement kort gedingen rechtbanken sector kanton 21 juni 2010 Considerans Voor u ligt het Procesreglement

Nadere informatie

VERGADERREGLEMENT ONAFHANKELIJKE ADVIESCOMMIS- SIE PRAKTIJKTOEPASSING BRANDVEILIGHEIDSVOOR- SCHRIFTEN Versie 12 april 2010

VERGADERREGLEMENT ONAFHANKELIJKE ADVIESCOMMIS- SIE PRAKTIJKTOEPASSING BRANDVEILIGHEIDSVOOR- SCHRIFTEN Versie 12 april 2010 VERGADERREGLEMENT ONAFHANKELIJKE ADVIESCOMMIS- SIE PRAKTIJKTOEPASSING BRANDVEILIGHEIDSVOOR- SCHRIFTEN Versie De Onafhankelijke adviescommissie praktijktoepassing ; Postbus 30941 2500 GX Den Haag Interne

Nadere informatie

MEMO Rol Medezeggenschapsraad (MR) bij ontslag schoolleiding R.P.J. Hendrikx. 21 juli 2016

MEMO Rol Medezeggenschapsraad (MR) bij ontslag schoolleiding R.P.J. Hendrikx. 21 juli 2016 MEMO Rol Medezeggenschapsraad (MR) bij ontslag schoolleiding R.P.J. Hendrikx 21 juli 2016 Inleiding 1. De MR op scholen bestaat uit personeel van de betreffende school en uit ouders van de kinderen op

Nadere informatie

Daarnaast brengt de makelaar/bemiddelaar ook courtage/kosten in rekening bij de verhuurder.

Daarnaast brengt de makelaar/bemiddelaar ook courtage/kosten in rekening bij de verhuurder. Variant 2: Bemiddelingsovereenkomst met makelaar/bemiddelaar voor een zelfstandige woning. Bemiddelaar brengt courtage/kosten in rekening bij verhuurder en bij huurder. De kandidaat-huurder heeft op een

Nadere informatie

1 Het geding in feitelijke instanties

1 Het geding in feitelijke instanties Uitspraak 14 februari 2014 nr. 13/00475 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën tegen de uitspraak van het Gerechtshof te s-gravenhage van 18 december 2012, nr. 12/00169,

Nadere informatie

Commissie Bezwaarschriften

Commissie Bezwaarschriften Reglement Commissie Bezwaarschriften SNA-Schema Vastgesteld bij besluit Directie Qualitatis Inspectie B.V. REG-03v02 Bladzijde 1 van 6 Inhoud Inhoud 2 1. Algemeen 3 2. Samenstelling 3 3. Zittingsduur 3

Nadere informatie

Samenvatting. 1. Procesverloop

Samenvatting. 1. Procesverloop Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2012-321 d.d. 12 november 2012 (mr. A.W.H. Vink, voorzitter, prof. mr. M.L. Hendrikse en mr. J.S.W. Holtrop, leden en mr. S.N.W. Karreman, secretaris)

Nadere informatie

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN U I T S P R A A K Nr. i n d e k l a c h t nr. 070.00 ingediend door: hierna te noemen klager`, tegen: hierna te noemen 'verzekeraar. De Raad van Toezicht Verzekeringen heeft

Nadere informatie

Achmea Schadeverzekeringen N.V., gevestigd te Apeldoorn, hierna te noemen Aangeslotene.

Achmea Schadeverzekeringen N.V., gevestigd te Apeldoorn, hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-381 d.d. 20 oktober 2014 (mr. A.W.H. Vink, voorzitter, mr. C.E. du Perron en mr. E.M. Dil-Stork, leden en mr. I.M.L. Venker, secretaris)

Nadere informatie

Regeling melding misstand woningcorporaties

Regeling melding misstand woningcorporaties Regeling melding misstand woningcorporaties Regeling van de procedure voor het melden van een vermoeden van een misstand en van de (rechts)bescherming van de melder en de vertrouwenspersoon integriteit.

Nadere informatie

GERECHTSHOF AMSTERDAM

GERECHTSHOF AMSTERDAM Uitspraak GERECHTSHOF AMSTERDAM kenmerk 13/00004 en 13/00005 30 juli 2014 uitspraak van de negende enkelvoudige belastingkamer op het hoger beroep van [X] te Uithoorn, belanghebbende, gemachtigde: [A]

Nadere informatie

DE COMMISSIE GEDRAGSCODE BOUWEND NEDERLAND

DE COMMISSIE GEDRAGSCODE BOUWEND NEDERLAND 60005 DE COMMISSIE GEDRAGSCODE BOUWEND NEDERLAND heeft het volgende overwogen en beslist omtrent het op 21 februari 2013 binnengekomen verzoek van de besloten vennootschap SCHIJF BOUW B.V., gevestigd te

Nadere informatie

De bewijslast in artikel 1:160 BW procedures

De bewijslast in artikel 1:160 BW procedures De bewijslast in artikel 1:160 BW procedures Inleiding Zoals collega Van den Anker al eerder (Samenleven en alimentatie ontvangen? EB 2009, 32) schreef, is de alimentatieplicht niet oneindig. Deze kan

Nadere informatie

Landelijk procesreglement. voor. civiele dagvaardingszaken bij de rechtbanken

Landelijk procesreglement. voor. civiele dagvaardingszaken bij de rechtbanken Landelijk procesreglement voor civiele dagvaardingszaken bij de rechtbanken 111003 2 INHOUDSOPGAVE Inhoudsopgave 2 Considerans 5 1 Algemene bepalingen 6 1.1 Toepasselijkheid 6 1.2 Begripsbepalingen 6 1.3

Nadere informatie

procesrecht algemeen

procesrecht algemeen procesrecht algemeen Open kaart spelen? E.A. VAN DE KUILEN* De verhouding tussen artikel 21 Rv en het beslagrekest De uit artikel 21 Rv voortvloeiende waarheidsplicht geldt ook voor beslagrekesten. In

Nadere informatie

Schriftelijke vragen. Inleiding door vragenstelster.

Schriftelijke vragen. Inleiding door vragenstelster. Gemeenteraad Schriftelijke vragen Jaar 2014 Datum akkoord college van b&w van 2 december 2014 Publicatiedatum 5 december 2014 Onderwerp Beantwoording schriftelijke vragen van het raadslid mevrouw M.D.

Nadere informatie

GERECHTSHOF AMSTERDAM. 1 Ontstaan en loop van het geding. Uitspraak. Kenmerk 13/ augustus 2014

GERECHTSHOF AMSTERDAM. 1 Ontstaan en loop van het geding. Uitspraak. Kenmerk 13/ augustus 2014 Uitspraak GERECHTSHOF AMSTERDAM Kenmerk 13/00066 21 augustus 2014 uitspraak van de vierde meervoudige belastingkamer op het hoger beroep van [X], wonende te [Z], belanghebbende tegen de uitspraak in de

Nadere informatie

Civiele Procespraktijk

Civiele Procespraktijk Civiele Procespraktijk Nr. 11 maart 2010 De volgende onderwerpen worden behandeld: Schorsing na faillissement en terugverwijzing naar een lagere rechter Alternatieve causaliteit Lastgeving Tussentijds

Nadere informatie

RAAD VAN DISCIPLINE. en mr. [ ] in zijn hoedanigheid van deken van de orde van advocaten (123b/13) klager

RAAD VAN DISCIPLINE. en mr. [ ] in zijn hoedanigheid van deken van de orde van advocaten (123b/13) klager 123a/13 ECLI:NL:TADRARL:2014:235 RAAD VAN DISCIPLINE Beslissing in de zaak onder nummer van: 123a/13 Beslissing van 23 mei 2014 in de zaak 123a/13 en 123b/13 naar aanleiding van de klacht van: de heer

Nadere informatie

De Commissie heeft vastgesteld dat tussenkomst van de Ombudsman Financiële Dienstverlening niet tot oplossing van het geschil heeft geleid.

De Commissie heeft vastgesteld dat tussenkomst van de Ombudsman Financiële Dienstverlening niet tot oplossing van het geschil heeft geleid. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 41 d.d. 22 februari 2011 (mr. B.F. Keulen, voorzitter, mw. mr. E.M. Dil-Stork en prof. mr. M.L. Hendrikse) Samenvatting Natura-uitvaartverzekering.

Nadere informatie

Wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering in verband met de enkelvoudige behandeling van het hoger beroep in kantonzaken

Wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering in verband met de enkelvoudige behandeling van het hoger beroep in kantonzaken Wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering in verband met de enkelvoudige behandeling van het hoger beroep in kantonzaken MEMORIE VAN TOELICHTING ALGEMEEN 1. Inleiding In de bijlage bij

Nadere informatie

MEINDERT OOSTERHOF, in zijn hoedanigheid van gerechtsdeurwaarder, kantoorhoudende te Drachten,

MEINDERT OOSTERHOF, in zijn hoedanigheid van gerechtsdeurwaarder, kantoorhoudende te Drachten, Vonnis RECHTBANK LEEUWARDEN Sector kanton Locatie Heerenveen zaak-/rolnummer: 371218 CV EXPL i 1-5231 vonnis van de kantonrechter d.d. 14 maart 2012 inzake X wonende te eiser. procederende met toevoeging.

Nadere informatie

Rolnummer 4045. Arrest nr. 200/2006 van 13 december 2006 A R R E S T

Rolnummer 4045. Arrest nr. 200/2006 van 13 december 2006 A R R E S T Rolnummer 4045 Arrest nr. 200/2006 van 13 december 2006 A R R E S T In zake : het beroep tot gedeeltelijke vernietiging van artikel 468, 3, van het Gerechtelijk Wetboek, zoals gewijzigd bij artikel 21

Nadere informatie

http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ecli:nl:rbove...

http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ecli:nl:rbove... Rechtspraak.nl Print uitspraak 1 of 5 071215 09:02 Zoekresultaat inzien document ECLI:NL:RBOVE:2013:1448 Permanente link: http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ecl Instantie Rechtbank Overijssel

Nadere informatie

Procesreglement. kort gedingen. rechtbanken, kantonzaken

Procesreglement. kort gedingen. rechtbanken, kantonzaken Procesreglement kort gedingen rechtbanken, kantonzaken 110401 2 INHOUDSOPGAVE Inhoudsopgave 2 Considerans 5 1 Algemene bepalingen 6 1.1 Strekking reglement 6 1.2 Definities 6 1.3 Indiening van berichten

Nadere informatie

Samenvatting. Doelstelling en opzet van het onderzoek

Samenvatting. Doelstelling en opzet van het onderzoek Samenvatting Wanneer een partij het niet eens is met het oordeel van de rechter in eerste aanleg, is het in veel gevallen mogelijk daar tegen in hoger beroep te gaan bij het gerechtshof. Hoger beroep is

Nadere informatie

A R R E S T. In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 203 van het Wetboek van Strafvordering, gesteld door het Hof van Beroep te Luik.

A R R E S T. In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 203 van het Wetboek van Strafvordering, gesteld door het Hof van Beroep te Luik. Rolnummer 2151 Arrest nr. 119/2002 van 3 juli 2002 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 203 van het Wetboek van Strafvordering, gesteld door het Hof van Beroep te Luik. Het Arbitragehof,

Nadere informatie

Onderwerp : Verordening commissie bezwaarschriften 2012

Onderwerp : Verordening commissie bezwaarschriften 2012 Vergadering d.d. : 21 november 2012 Agendapunt : 7.3 Registratienummer : R 399654 Onderwerp : Verordening commissie bezwaarschriften 2012 De raad, het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester

Nadere informatie

Regelingen bij octrooizaken. Herziening versnelde bodemprocedure in octrooizaken

Regelingen bij octrooizaken. Herziening versnelde bodemprocedure in octrooizaken Regelingen bij octrooizaken Herziening versnelde bodemprocedure in octrooizaken In overleg met de balie zijn de regels omtrent de versnelde bodemprocedure in octrooizaken waaronder mede worden begrepen

Nadere informatie

Vragen betreffende het verstek in strafzaken:

Vragen betreffende het verstek in strafzaken: 75 Vragen betreffende het verstek in strafzaken: Zittende magistratuur: Aanhouding: 1. Moet er slechts worden besloten tot aanhouding als de raadsman daarom (expliciet) verzoekt of ook bij twijfel omtrent

Nadere informatie

ACCOUNTANTSKAMER. BESLISSING ex artikel 38 Wet tuchtrechtspraak accountants (Wtra) in de zaak met nummer 15/352 Wtra AK van 20 juli 2015 van

ACCOUNTANTSKAMER. BESLISSING ex artikel 38 Wet tuchtrechtspraak accountants (Wtra) in de zaak met nummer 15/352 Wtra AK van 20 juli 2015 van ACCOUNTANTSKAMER BESLISSING ex artikel 38 Wet tuchtrechtspraak accountants (Wtra) in de zaak met nummer 15/352 Wtra AK van 20 juli 2015 van mr. X, wonende en kantoorhoudende te [plaats1], K L A G E R,

Nadere informatie

In beroep in belastingzaken (oktober 2015) In beroep gaan De behandeling van de zaak In beroep gaan Hoe stelt u beroep in cassatie in U stelt beroep

In beroep in belastingzaken (oktober 2015) In beroep gaan De behandeling van de zaak In beroep gaan Hoe stelt u beroep in cassatie in U stelt beroep In beroep in belastingzaken (oktober 2015) In beroep gaan De behandeling van de zaak In beroep gaan Hoe stelt u beroep in cassatie in U stelt beroep in cassatie in door bij de Hoge Raad een beroepschrift

Nadere informatie

RAAD VAN TOEZICHT TE UTRECHT VAN DE NEDERLANDSE VERENIGING VAN MAKELAARS IN ONROERENDE GOEDEREN NVM

RAAD VAN TOEZICHT TE UTRECHT VAN DE NEDERLANDSE VERENIGING VAN MAKELAARS IN ONROERENDE GOEDEREN NVM 11-46tus RvT Utrecht RAAD VAN TOEZICHT TE UTRECHT VAN DE NEDERLANDSE VERENIGING VAN MAKELAARS IN ONROERENDE GOEDEREN NVM Taxatie. Summiere onderbouwing van vastgestelde waarden. Taxateurs opgedragen met

Nadere informatie

GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN. Nr. 208/86 10 april 1987

GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN. Nr. 208/86 10 april 1987 GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN BELASTINGKAMER UITSPRAAK Nr. 208/86 10 april 1987 Uitspraak (na verwijzing door de Hoge Raad der Nederlanden bij arrest van 29 januari 1986, nr. 23.254) van bet Gerechtshof te

Nadere informatie

N.V. Univé Schade, gevestigd te Assen, hierna te noemen Aangeslotene.

N.V. Univé Schade, gevestigd te Assen, hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-233 d.d. 6 juni 2014 (mr. A.W.H. Vink, voorzitter en mevrouw mr. I.M.L. Venker, secretaris) Samenvatting Consument en Aangeslotene hebben

Nadere informatie

Samenvatting. Consument, ARAG SE, gevestigd te Leusden, hierna te noemen: Aangeslotene. 1. Procesverloop

Samenvatting. Consument, ARAG SE, gevestigd te Leusden, hierna te noemen: Aangeslotene. 1. Procesverloop Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-373 d.d. 9 oktober 2014 (mr. P.A. Offers, prof. mr. E.H. Hondius en drs. W. Dullemond, leden en mr. E.E. Ribbers, secretaris) Samenvatting

Nadere informatie

KLACHTPLICHT BIJ NON-CONFORMITEIT

KLACHTPLICHT BIJ NON-CONFORMITEIT KLACHTPLICHT BIJ NON-CONFORMITEIT Bij de aankoop van een woning blijkt achteraf nogal eens dat iets anders geleverd is dan op grond van de koopovereenkomst mocht worden verwacht. Er kan bijvoorbeeld sprake

Nadere informatie

De Commissie heeft vastgesteld dat tussenkomst van de Ombudsman Financiële Dienstverlening niet tot oplossing van het geschil heeft geleid.

De Commissie heeft vastgesteld dat tussenkomst van de Ombudsman Financiële Dienstverlening niet tot oplossing van het geschil heeft geleid. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 21 d.d. 2 april 2009 (mr. M.M. Mendel, voorzitter, mr. E.M. Dil - Stork en mr. B. Sluijters) 1. Procedure De Commissie beslist met inachtneming

Nadere informatie

Rapport. Oordeel: Gegrond. Datum: 27 september 2016 Rapportnummer:2016/087

Rapport. Oordeel: Gegrond. Datum: 27 september 2016 Rapportnummer:2016/087 Rapport Rapport over een klacht over de beslissing van de heffingsambtenaar van de gemeente Schiedam om geen gevolg te geven aan het verzoek tot vermindering van de aanslagen WOZ voor de jaren 2008 en

Nadere informatie

Beoordeling Bevindingen

Beoordeling Bevindingen Rapport 2 h2>klacht Verzoeker klaagt erover dat de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) aan hem als advocaat een machtiging van zijn cliënt heeft gevraagd om stukken bij de IND te kunnen opvragen,

Nadere informatie

Overzicht data civielrechtelijke procedure Altink-Affaire II Periode: 30 januari 2003 tot 19 november 2014

Overzicht data civielrechtelijke procedure Altink-Affaire II Periode: 30 januari 2003 tot 19 november 2014 Overzicht data civielrechtelijke procedure Altink-Affaire II Periode: 30 januari 2003 tot 19 november 2014 De grootste kunstfraude aller tijden Rechtbank Assen Eerste enkelvoudige Kamer Zaak: Meijering/Van

Nadere informatie

Zaaknummer : 2013/129

Zaaknummer : 2013/129 Zaaknummer : 2013/129 Rechter(s) : mr. Olivier Datum uitspraak : 13 november 2013 Partijen : Appellante tegen CBE Hogeschool van Amsterdam Trefwoorden : Bindend negatief studieadvies, finale geschillenbeslechting,

Nadere informatie