Steunpunt Welzijn, Volksgezondheid en Gezin Huizen van het Kind als nieuw model voor preventieve gezinsondersteuning: lessen uit pilootprojecten

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Steunpunt Welzijn, Volksgezondheid en Gezin Huizen van het Kind als nieuw model voor preventieve gezinsondersteuning: lessen uit pilootprojecten"

Transcriptie

1 Steunpunt Welzijn, Volksgezondheid en Gezin Huizen van het Kind als nieuw model voor preventieve gezinsondersteuning: lessen uit pilootprojecten Wout Frees Bart De Peuter Prof. dr. Trui Steen Rapport 04 Mei 2013

2 Steunpunt Welzijn, Volksgezondheid en Gezin Kapucijnenvoer 39 B-3000 Leuven Tel Fax Website: Publicatie nr. 2013/04 SWVG-Rapport 04 Steunpunt Welzijn, Volksgezondheid en Gezin Titel rapport: Huizen van het Kind als nieuw model voor preventieve gezinsondersteuning: lessen uit pilootprojecten Promotor: Prof. dr Trui Steen 1 Onderzoekers: Wout Frees 1 en Bart De Peuter 1 Administratieve ondersteuning: Lut Van Hoof, Manuela Schröder Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt zonder uitdrukkelijk te verwijzen naar de bron. No material may be made public without an explicit reference to the source. Promotoren en Partners van het Steunpunt KU Leuven Prof. dr. Chantal Van Audenhove (Promotor-Coördinator), Lucas en ACHG Prof. dr. Johan Put, Instituut voor Sociaal recht Prof. dr. Karel Hoppenbrouwers, Dienst Jeugdgezondheidszorg Prof. dr. Koen Hermans, LUCAS, Centrum voor Zorgonderzoek en Consultancy Prof. dr. Jozef Pacolet, HIVA onderzoeksinstituut voor Arbeid en Samenleving UGent Prof. dr. Lea Maes, Vakgroep Maatschappelijke Gezondheidskunde Prof. dr. Lieven Annemans, Vakgroep Maatschappelijke Gezondheidskunde Prof. dr. Jan De Maeseneer, Vakgroep Huisartsgeneeskunde en Eerstelijnsgezondheidszorg Prof. dr. Ilse De Bourdeaudhuij, Vakgroep Bewegings- en Sportwetenschappen VUB Prof. dr. Johan Vanderfaeillie, Vakgroep Klinische en Levenslooppsychologie Thomas More Dr. Peter De Graef, Vakgroep Toegepaste Psychologie 1 Instituut voor de Overheid, KU Leuven

3 Steunpunt WVG Kapucijnenvoer 39 B-3000 Leuven Rapport 04 Huizen van het Kind als nieuw model voor preventieve gezinsondersteuning: lessen uit pilootprojecten Onderzoekers: Promotor: Wout Frees en Bart De Peuter Prof. dr. Trui Steen Samenvatting Aanleiding Het huidige landschap van preventieve gezinsondersteuning wordt gekenmerkt door een aantal knelpunten en uitdagingen. Er is een veelheid aan actoren en aanbod aanwezig op het veld, maar dit aanbod is vaak te weinig transparant voor ouders. Bovendien lijken bestaande of mogelijke synergiën tussen de actoren in het veld onvoldoende benut te worden. De nood aan laagdrempelige opvoedingsondersteuning en psychosociale ondersteuning neemt ondertussen onverminderd toe. Om tegemoet te komen aan deze knelpunten en uitdagingen beoogt Kind en Gezin de introductie van een nieuw concept en model voor preventieve gezinsondersteunende dienstverlening onder de naam Huis van het Kind. Dit label staat voor een netwerk dat minstens de door K&G gesubsidieerde actoren bevat en aansluiting zoekt bij het bredere ondersteunende beleid voor gezinnen. De doelstellingen van dit model zijn onder meer om het aanbod transparanter en makkelijker toegankelijk te maken voor ouders, het aanbod op een geïntegreerde wijze te organiseren, krachten van actoren te bundelen, en zorg op maat te realiseren. Er wordt momenteel werk gemaakt van een regelgevend kader om dit concept te introduceren. Om het concept in de praktijk uit te testen en eruit te leren, werden er bovendien drie pilootprojecten opgestart. Daarnaast zijn ook reeds enkele bottom-up initiatieven opgeborreld die werken volgens dezelfde of gelijkaardige principes als het concept Huis van het Kind. Over het onderzoek Dit onderzoek tracht het beleidsvoorbereidend en regelgevend proces te ondersteunen in functie van het uitrollen van het model in heel Vlaanderen. We doen dit door de drie pilootprojecten en twee van de bottom-up initiatieven onder de loep te nemen. We trachten meer bepaald inzichten te verwerven en lessen te trekken uit de praktijkervaringen van de betrokken stakeholders in de bewuste projecten. Op basis van deze inzichten formuleren we tot slot een reeks beleidsaanbevelingen aan de Vlaamse overheid.

4 De onderzoeksmethode zet sterk in op een interactief proces waarbij in een ruime stakeholderbevraging wordt voorzien. In elk van de bestudeerde projecten vonden interviews plaats met bevoorrechte getuigen vanuit de organisaties die mee gestalte geven aan de bewuste projecten. Aanvullend op deze rechtstreeks betrokken stakeholders, werden ook de opinies en aandachtspunten van enkele koepelorganisaties ingewonnen. Het overzicht van de respondenten is opgenomen in bijlage bij dit rapport. De interviews met de bevoorrechte getuigen vonden plaats in de periode november 2012 januari 2013 voor wat betreft de drie pilootprojecten, en in de loop van maart 2013 voor wat betreft de twee bottom-up-initiatieven. De koepelorganisaties werden bevraagd in de loop van januari Op het moment van de bevraging bevonden de pilootprojecten zich echter nog in volle ontwikkeling. Ook het concept van het Huis van het Kind, zoals ontworpen door de centrale administratie van Kind en Gezin, had op het moment van de bevraging nog niet zijn definitieve vorm aangenomen. Het spreekt voor zich dat dit rapport een weergave is van de situaties, de argumenten en de opinies zoals ze zich manifesteerden op het moment van de bevraging. Profielschets van de bestudeerde cases In het eerste hoofdstuk maken we een profielschets van ieder bestudeerd project afzonderlijk. We belichten telkens volgende aspecten: de samenwerking en structuur van het netwerk, de opstartfase en evolutie, de scope en de impact van het netwerk, de toekomstperspectieven en eventuele specifieke kenmerken die het project typeren. Over de cases heen hebben we ook een aantal vaststellingen kunnen doen en inzichten kunnen verwerven die het specifieke karakter van de individuele case overstijgen. Het betreft inzichten en vaststellingen omtrent organisatorische aspecten, schaal en scope, en meerwaarde en impact van de samenwerking. Deze vaststellingen en inzichten worden overkoepelend besproken in hoofdstukken 2 tot en met 4. Vaststellingen, inzichten en leerpunten In het tweede hoofdstuk focussen we op enkele organisatorische aspecten van de samenwerking. We besteden in het bijzonder aandacht aan de voorgeschiedenis en de opstartfase van de samenwerking, het profiel van de netwerkactoren, het ideale profiel van de trekkende instantie, enkele uitdagingen m.b.t. de participatie en motivatie van de netwerkpartners en m.b.t. het managen van een netwerk, de oorsprong en besteding van middelen en de juridische structuur van het netwerk. In het derde hoofdstuk bespreken we enkele vaststellingen, inzichten en leerpunten m.b.t. de geografische schaal en de inhoudelijke scope van de samenwerking. Wat het geografische aspect betreft, belichten we de voor- en nadelen van de verschillende schaalgroottes waarop de projecten werkzaam (zouden kunnen) zijn. Wat de inhoudelijke scope betreft, bespreken we de keuzes die gemaakt (kunnen) worden inzake de doelgroep en de inhoud van het (beoogde) aanbod en de impact hiervan op de werking van het Huis van het Kind. Het vierde hoofdstuk identificeert de meerwaarde van de Huizen van het Kind, zoals gepercipieerd door de bevraagde respondenten. We maken hierbij een onderscheid tussen het Huis van het Kind, louter als netwerk van actoren, en het Huis van het Kind als fysieke bundeling van diensten. De gepercipieerde voordelen omvatten zowel feitelijk ervaren voordelen als inschattingen van potentiële 4

5 of verwachte voordelen die in de toekomst (sterker) ervaren kunnen worden. Tot slot staan we stil bij de impact van de Huizen van het Kind op de deelnemende organisaties en op eventuele andere bestaande netwerken. Beleidsaanbevelingen Tot slot formuleren we, op basis van de diverse vaststellingen, een reeks aanbevelingen aan de Vlaamse overheid met het oog op de verdere uitrol van het concept en model Huis van het Kind in Vlaanderen ten behoeve van een versterking van de preventieve gezinsondersteuning. Samengevat betreft het de volgende aanbevelingen: Aanbeveling 1: Verduidelijk het beoogde concept Huis van het Kind in het beleidskader Vanuit het praktijkveld weerklinkt de eensluidende vraag naar meer handvaten vanwege Kind en Gezin omtrent het concept Huis van het Kind met het oog op de realisatie op het terrein. Die vraag is niet zo zeer een vraag naar rigide sturing, wel naar verduidelijking omtrent de verwachtingen over welke lading de vlag Huis van het Kind moet dekken. De behoefte aan verduidelijking heeft betrekking op meerdere aspecten: de minimale doelstellingen, de minimaal te behalen resultaten het minimale aanbod, de minimaal te betrekken partners de schaal waarop de Huizen van het Kind georganiseerd moeten worden de vraag of een fysieke bundeling van diensten al dan niet verwacht wordt de criteria voor de toekenning van labels Aanbeveling 2: Laat voldoende autonomie voor de uitwerking op het terrein Terwijl vanuit het praktijkveld meer verheldering van het beleidskader wordt gevraagd, is er ook de breed gestelde vraag om in dat kader voldoende vrijheidsgraden te laten aan de netwerken en de netwerkpartners om beslissingen te nemen en keuzes te maken. Die autonomie wordt cruciaal geacht om op maat van de regionale of lokale context een netwerk te vormen en te laten functioneren. De aansturing van de netwerken Huis van het Kind werkt dus idealiter voornamelijk op basis van suggesties en ondersteuning en minder op basis van verplichtingen. Aanbeveling 3: Voorzie in financiële ondersteuning vanuit een transparant kader Quasi unisono weerklinkt de stelling dat de slaagkansen voor de ontplooiing en continuïteit van netwerken Huis van het Kind sterk gehypothekeerd worden zonder externe financiering. Wat betreft de besteding van een eventuele externe financiering, kwam de coördinatie van het netwerk als belangrijkste en vaakst genoemde bestemming naar voor. Indien er geopteerd wordt voor een vorm van externe financiering, zouden we dan ook willen suggereren om deze in de eerste plaats te bestemmen voor de coördinatie van het netwerk. Daarnaast bevelen we aan om een transparant kader te voorzien: het moet voor alle partners in het netwerk duidelijk zijn hoe en onder welke voorwaarden het netwerk externe financiering zou kunnen bekomen. 5

6 Aanbeveling 4: Bouw niet-financiële ondersteuning voor netwerken uit Naast de als essentieel beschouwde financiële steun voor netwerken, is het voorzien in niet-financiële ondersteuning een voornaam aandachtsgebied. Dit past in een aansturingsstijl die vanuit een duidelijk beleidskader toch de nodige autonomie laat aan het werkveld om zich te organiseren. Deze nietfinanciële ondersteuning kan zich onder meer richten op: het ondersteunen van de netwerkcoördinatoren in het opstarten van een netwerk het faciliteren van ervaringsuitwisseling tussen netwerken het creëren van een vormingsaanbod voor vrijwilligers Aanbeveling 5: Herbekijk de juridische structuur voor het netwerk De studie leert dat er op het terrein heel wat vraagtekens worden gezet bij de opties die in het voorontwerp van decreet worden genomen met betrekking tot de juridische structuur voor een netwerk Huis van het Kind. Het ontwerp van regelgevend kader laat de keuze tussen feitelijke vereniging en een vzw-structuur. Bij beide constructies wordt voorbehoud gemaakt. Bijgevolg raden we aan om dit aspect van het beleidskader te herbekijken. Concreet suggereren we om sterker koppelingen te leggen met het bestaande kader voor intergemeentelijke samenwerking voor die netwerken die meer dan één gemeente beslaan. We suggereren meer bepaald om de piste van de interlokale vereniging verder te verkennen als juridische format voor een Huis van het Kind netwerk. Aanbeveling 6: Creëer een kader voor interne en externe kwaliteitsbewaking Een specifieke dimensie in de aansturing en ondersteuning van de netwerken Huis van het Kind ligt in het creëren van een kader voor interne en externe kwaliteitsbewaking. Dergelijk kader blijkt een behoefte te zijn op het werkveld, maar kan ook de opvolging van de netwerken door Kind en Gezin ondersteunen. Specifieke thema s voor de interne kwaliteitsbewaking binnen netwerken zijn onder meer: de omgang met privacy issues kwaliteitsbewaking van het aanbod kwaliteitsnormen voor fysieke locaties Huis van het Kind. Aanbeveling 7: Overweeg een subsidiaire regierol voor de lokale besturen in het netwerk Uit de studie blijkt dat heel wat actoren op het terrein in de lokale besturen een geëigende trekker voor het netwerk Huis van het Kind zien. We adviseren om deze piste verder te verkennen, met name een subsidiaire regierol voor het lokaal bestuur. Dit wil zeggen dat aan het lokaal bestuur initiatief tot opstart van een netwerk wordt gevraagd indien initiatief vanuit het middenveld uitblijft. Aanbeveling 8: Stroomlijn domeinoverschrijdend het Vlaamse beleidskader en landschap van organisaties De pilootprojecten tonen aan dat het netwerk Huis van het Kind soms overlapt met bestaande netwerken, zowel qua focus als qua partners, waardoor organisaties op het terrein soms vergaderlast ervaren of terughoudend zijn om in een bijkomend netwerk in te stappen. Overlap is wellicht nooit helemaal uit te sluiten. Toch kan hier structureel gestuurd worden door binnen de Vlaamse overheid over de respectieve beleidsdomeinen heen een grotere afstemming na te streven tussen 6

7 beleidsinitiatieven die naar (gedeeltelijk) dezelfde doelgroep zijn gericht en inhoudelijke raakvlakken vertonen. 7

8

9 Inhoud Inleiding: situering, doel en aanpak van de studie 13 Hoofdstuk 1 Profiel van de pilootprojecten en geselecteerde bottom-up projecten 19 1 Pilootproject Oostende Samenstelling en structuur van het netwerk Opstart en evolutie van de werking Scope en impact van het netwerk Toekomstperspectief Specifieke kenmerken 28 2 Pilootproject Boom Samenstelling en structuur van het netwerk Opstart en evolutie van de werking Scope en impact van het netwerk Toekomstperspectief Specifieke kenmerken 35 3 Pilootproject Genk Samenstelling en structuur van het netwerk Opstart en evolutie van de werking Scope en impact van het netwerk Toekomstperspectief Specifieke kenmerken 41 4 Vergelijking van de drie pilootprojecten 41 5 Bottom-up project Sint-Niklaas Samenstelling en structuur van het netwerk Opstart en evolutie van de werking Scope en impact van het netwerk Toekomstperspectief Specifieke kenmerken 47 6 Bottom-up project Zottegem Samenstelling en structuur van het netwerk Opstart en evolutie van de werking Scope en impact van het netwerk Toekomstperspectief Specifieke kenmerken 50 7 Vergelijking van de twee bottom-up projecten 51

10 Hoofdstuk 2 Organisatorische aspecten van de samenwerking 53 1 Opstartfase Padafhankelijkheid Aard van het opstartproces: van visie naar actie of omgekeerd? Serendipitisme en being out there 55 2 Samenstelling van het netwerk Profiel van actoren Huisartsenkringen Uitdagingen m.b.t. samenstelling van het netwerk en participatie van de netwerkpartners Uitdagingen m.b.t. motivatie van de netwerkpartners Huisartsenkringen 60 3 Netwerkmanagement en -coördinatie Ideaal profiel van de trekkende instantie? Uitdagingen voor netwerkcoördinatie 62 4 Middelenstroom Externe middelen: conditio sine qua non? Besteding van de middelen Reflecties 65 5 Juridische structuur 66 Hoofdstuk 3 Schaal en scope van de samenwerking 67 1 Welke geografische schaal? De lokale context is troef? Naar een optimale schaal Argumenten voor een kleinere schaal Argumenten voor een grotere schaal Argumenten voor hybride constructies De zorgregio: een logische indeling voor Huis van het Kind? Lessen voor schaling 70 2 Inhoudelijke scope van de samenwerking Kinderen uit elk gezin als doelgroep Leeftijdsafbakening van de doelgroep Betrokken disciplines Koppeling met de werking 72 Hoofdstuk 4 Inhoudelijke meerwaarde en impact van samenwerking 75 1 Inhoudelijke meerwaarden van een netwerk Huis van het Kind Directe effecten Indirecte effecten Voordelen van een fysieke locatie Huis van het Kind 77

11 2 Impact van de samenwerking op de eigen organisatie en bestaande netwerken Spanningsveld met de eigen werking Impact op externe relaties 79 Hoofdstuk 5 Beleidsaanbevelingen voor de verdere uitrol van het concept Huis van het Kind in Vlaanderen 81 1 Verduidelijk het beoogde concept Huis van het Kind in het beleidskader 81 2 Laat voldoende autonomie voor de uitwerking op het terrein 82 3 Voorzie in financiële ondersteuning vanuit een transparant kader 83 4 Bouw niet-financiële ondersteuning voor netwerken uit 84 5 Herbekijk de juridische structuur voor het netwerk 85 6 Creëer een kader voor interne en externe kwaliteitsbewaking 85 7 Overweeg een subsidiaire regierol voor de lokale besturen in het netwerk 87 8 Stroomlijn domeinoverschrijdend het Vlaamse beleidskader en landschap van organisaties 87 Bibliografie 89 Bijlage 91

12

13 Inleiding: situering, doel en aanpak van de studie 1. Situering en doel van de studie 1.1 Situering Het huidige landschap aan preventieve gezinsondersteuning wordt niet zozeer gekenmerkt door grote overlap qua dienstverlening aan ouders, maar wel is het zo dat bestaande complementariteiten tussen actoren onderbenut worden. Naast Kind en Gezin (K&G) is er nog een veelheid aan actoren (al dan niet overheid, verschillende bestuursniveaus en sectoren) met een divers aanbod voor ouders en jonge kinderen (preventieve gezinsondersteuning) aanwezig op het veld: vroedvrouwen, opvoedingswinkel, expertisecentra kraamzorg, ontmoetingsplaatsen, Er werden een aantal knelpunten en uitdagingen vastgesteld bij het bestaande model van dienstverlening. Ten eerste is er de problematiek van beschikbaarheid van artsen voor medische consulten (in dienst of in opdracht van organiserende besturen (OB) ingeschakeld voor medische zittingen). Een ander knelpunt is dat het aanbod te weinig transparant is voor ouders. Ten derde is er te weinig samenwerking op het veld in functie van de veelheid aan vragen en de ondersteuningsnoden van ouders. Middelen en expertise worden te weinig gebundeld. Ten vierde is er een stijgende nood aan opvoedingsondersteuning en psychosociale ondersteuning, die laagdrempelig, toegankelijk en ook preventief/proactief moet zijn. Om hieraan tegemoet te komen beoogt Kind en Gezin de introductie van een nieuw concept en model voor dienstverlening onder de naam Huis van het Kind. Dit label staat voor een netwerk dat minstens de door K&G gesubsidieerde actoren bevat en aansluiting zoekt bij bredere ondersteunende beleid voor gezinnen. Doelstelling van dit model is aanbieders samenbrengen in een netwerk dat: aanbod voor kinderen en ouders (medisch, ontwikkeling, pedagogisch en eventueel psychosociaal) toegankelijk en geïntegreerd aanbiedt aan alle ouders in de vorm van een huis van het kind aanbod geïntegreerd organiseert / op elkaar afstemt waar mogelijk/nodig (doelmatig) = 1 logo, netwerk met meerdere inlooppunten de krachten bundelt (bv. qua communicatie) + expertise deelt (doelmatig) aanbod afstemt op lokale noden/behoeften (zorg op maat) Het is opgevat als een community-based model, geïnspireerd door de concepten governance (niet enkel overheid, niet formeel hiërarchisch sturen) en coproductie (samen doelen bereiken met andere overheidsactoren en vzw s/vrijwilligers). De dienstverlening volgens dit model vereist niet noodzakelijk één fysieke locatie (op korte termijn). Het Huis van het Kind is bedoeld als ankerpunt, met meerdere inlooppunten en diverse contactmogelijkheden, waarbij op termijn wel wordt gestreefd naar een centrale fysieke locatie. 13

14 Er wordt momenteel werk gemaakt van een regelgevend kader om dit concept te introduceren. De regelgeving wil samenwerking stimuleren en faciliteren, wel verplichten voor K&G-actoren en wil gedifferentieerde realiteit toelaten (subsidiariteit noodzakelijk in functie van zorg op maat) en wil ruimte bieden voor innovatie. Er werden 3 pilootprojecten opgestart om het concept in de praktijk uit te testen en eruit te leren. De diversiteit tussen de projecten is groot. Daarnaast zijn ook bottom-up initiatieven opgestart. 1.2 Doel van het onderzoek Het onderzoek wil het beleidsvoorbereidend en regelgevend proces onderbouwen en heeft volgende doelstellingen: 1. Inzicht verwerven in de aanpak binnen de pilootprojecten en enkele bottom-up initiatieven 2. Leren uit deze cases op het vlak van good practices, inzichten qua proces en knelpunten bij netwerkvorming en werking 3. Verzamelen van ervaringen en standpunten van betrokkenen en stakeholders in functie van toekomstige keuzes, bv. inzake schaal (lokaal of bovenlokaal), de mate van autonomie voor het netwerk, de verhouding t.o.v. andere netwerken, e.d. 4. Inbrengen van academische inzichten omtrent netwerken Hierbij staan een tweetal onderzoeksvragen centraal. Een eerste onderzoeksvraag peilt naar de mogelijke meerwaarde van de netwerken volgens het concept van Huis van het Kind op het vlak van transparantie en toegankelijkheid, afstemming van het aanbod, en doelmatigheid in governance. Een tweede onderzoeksvraag gaat op zoek naar mogelijke leerpunten voor beleidsontwikkeling op het vlak van efficiëntie van samenwerkingsvormen, randvoorwaarden voor goede samenwerking, samenstelling binnen het netwerk, optimale schaal van het netwerk, middelenorganisatie, coördinatiefunctie, afstemming op andere netwerken, stimulering en opvolging van samenwerkingsverbanden. Het onderzoek werd uitgevoerd door een team binnen het Instituut voor de Overheid, KU Leuven, binnen het Steunpunt Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, in opdracht van Kind en Gezin. Een stuurgroep waarin opdrachtgever en opdrachtnemer vertegenwoordigd waren zorgde voor de tussentijdse opvolging van de studie. 2. Aanpak De aanpak omvat een evaluatie van de drie pilootprojecten en twee bottom-up initiatieven die momenteel reeds werken volgens het concept Huis van het Kind. De motieven van de evaluatie zijn niet gericht op verantwoording, noch op het meten van netto-effecten van de innovatieve governance structuur van deze projecten. Opzet is wel het leren uit de praktijkervaringen met deze structuur en werking, met het oog op het ondersteunen van de beleidsvoorbereiding en het regelgevend proces in functie van het uitrollen van het model in Vlaanderen. De aanpak zette sterk in op een interactief proces met een ruime stakeholderbevraging voorzien. In de opstartfase werden relevante beleidsdocumenten en achtergronddocumentatie gescreend over het concept van Huis van het Kind, de beoogde governancestructuur. Tevens werd voor elk pilootproject een mapping gemaakt van de betrokken stakeholders (op organisatieniveau). Ook werd achtergrondinfo verzameld over de pilootprojecten. 14

15 Er werd een semigestructureerde vragenlijst ontworpen, op basis van en als verbijzondering van de onderzoeksvragen. In een tweede fase stond de gegevensverzameling centraal waarbij gestart werd met de drie pilootprojecten (in de zorgregio s Boom, Oostende en Genk). Dit gebeurde aan de hand van interviews met bevoorrechte getuigen vanuit de organisaties die in het betrokken project mee het Huis van het Kind gestalte geven. Deze interviews vonden plaats in de periode november 2012 januari Het overzicht van de respondenten is opgenomen in bijlage bij dit rapport. Naargelang de rol en mate van betrokkenheid van de specifieke respondent (c.q. organisatie) in het project werd de vragenlijst deels aangepast. De verwerking van de gesprekken werd parallel met de dataverzameling zelf georganiseerd. Deze werkwijze liet toe om waar nodig en relevant geacht, de vragenlijst nog bij te sturen op accenten. De bedoeling was immers niet om de individuele projecten te beoordelen en onderling te scoren (waarvoor exact hetzelfde meetinstrument vereist zou zijn), maar om cumulatief kennis te verzamelen met het oog op een veralgemeende invoering van het Huis van het Kind als dienstverleningsmodel. Aanvullend op de stakeholders die direct betrokken zijn bij de pilootprojecten, werden ook opinies en aandachtspunten van enkele koepelorganisaties ingewonnen. Zij boden vanuit een helikopterperspectief bijkomende inzichten in de haalbaarheid, uitdagingen, e.d. met betrekking tot governance- en netwerkconcept achter het Huis van het Kind. Organisaties die werden bevraagd zijn Kind en Gezin, Domus Medica, Thuishulp vzw, Kind en Preventie vzw en de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG). De gesprekken met de bewuste organisaties vonden plaats in de loop van januari Ten slotte werden twee bottom-up initiatieven (Sint-Niklaas en Zottegem) gescreend op hun kenmerken en de door stakeholders gepercipieerde meerwaarde. De selectie gebeurde in samenspraak met de opdrachtgever. Deze screening verliep minder diepgaand in vergelijking met de analyse van de pilootprojecten maar gebeurde gericht mede op basis van de eerder vergaarde inzichten uit de analyse van de pilootprojecten. De opzet van deze analyse was dezelfde, namelijk inspiratie putten voor de veralgemeende invoering van het concept Huis van het Kind (zowel naar de inhoud als naar het proces). Een selectie van bevoorrechte getuigen werd bevraagd in de loop van maart In een vierde stap volgde een uitdiepende analysefase waarin de inzichten uit de afzonderlijke pilooten bottom-up-projecten naast elkaar werden gelegd om de analyse naar een synthese te brengen. Doel was om de sterke punten en knelpunten over de cases heen in kaart te brengen. Via deze synthese werden ook de bouwstenen gelegd voor de aanbevelingen met betrekking tot het in de praktijk brengen van het concept Huis van het Kind. Het ontwerp eindrapport werd voorgelegd aan de stuurgroep. De feedback werd verwerkt tot de finale versie die voorligt. Met betrekking tot het tijdskader waarin deze studie werd uitgevoerd, dienen enkele opmerkingen gemaakt te worden. Het spreekt voor zich dat dit rapport een weergave is van de situaties, de argumenten en de opinies zoals ze zich manifesteerden op het moment van de bevraging. Twee bedenkingen dringen zich hierbij op. Ten eerste bevonden de pilootprojecten zich op het moment van de bevraging nog in een opstartfase en waren ze bijgevolg nog in volle ontwikkeling. Bij het lezen van dit rapport dient er dus rekening mee gehouden te worden dat het gaat om een momentopname. Het 15

16 feit dat de pilootprojecten zich nog in een opstartfase bevonden, heeft bovendien tot gevolg dat bepaalde onderzoeksvragen nog niet ten volle beantwoord konden worden. Ten tweede had het concept van het Huis van het Kind, zoals ontworpen door de centrale administratie van Kind en Gezin, op het moment van de bevraging nog niet zijn definitieve vorm aangenomen: met betrekking tot bepaalde modaliteiten moesten er nog keuzes gemaakt worden; er lagen bepaalde denkpistes op tafel die ondertussen mogelijks verlaten zijn. De argumenten, standpunten en opinies van stakeholders die in het rapport weergegeven worden, hebben vanzelfsprekend betrekking op aspecten en modaliteiten van het concept van het Huis van het Kind zoals deze voorlagen op het moment van de bevraging. De daaropvolgende ontwikkelingen in het concept hebben er mogelijks toe geleid dat deze aspecten of modaliteiten ondertussen gewijzigd zijn. Deze mogelijkheid doet echter niets af aan de relevantie of de waarde van die argumenten en opinies, mits oog is voor hun specifieke context. 3. Leeswijzer In een eerste hoofdstuk maken we een profielschets van de diverse bestudeerde cases, 3 pilootprojecten en 2 bottom-up initiatieven. We belichten telkens volgende aspecten: de samenwerking en structuur van het netwerk, de opstartfase en evolutie, de scope en de impact van het netwerk, de toekomstperspectieven en eventuele specifieke kenmerken die het project typeren. In een tweede hoofdstuk zoomen we verder in op de vaststellingen omtrent de organisatie van het netwerk die over de cases heen werden gedaan. Achtereenvolgens bespreken we de opstartfase, het profiel van de netwerkactoren, netwerkmanagement, de middelenstroom en de juridische vormgeving. Een derde hoofdstuk gaat verder in op de leerpunten met betrekking tot de schaal en de inhoudelijke scope van de samenwerking. We bekijken voor- en nadelen van verschillende schalen waarop de projecten werkzaam zijn en de keuzes die gemaakt worden inzake de doelgroep en inhoud van het (beoogde) aanbod. Hoofdstuk vier bevat de neerslag van de ervaringen tot dus ver met de meerwaarden van het netwerk. We identificeren op welke wijze die meerwaarde wordt ervaren door netwerkpartners. Tevens staan we stil bij de impact van het netwerk Huis van het Kind op de deelnemende organisaties en eventuele bestaande netwerken. Bij dit hoofdstuk dient de kanttekening te worden gemaakt dat de diverse projecten zich ten tijde van onze bevraging op het terrein nog in de opstartfase bevonden. Onze bevindingen inzake de meerwaarde en impact van het netwerk zijn dus een momentopname, relatief vroeg in het bestaan van het netwerk, en dienen dan ook met dat gegeven in het achterhoofd gelezen te worden. In een vijfde en laatste hoofdstuk formuleren we, op basis van de diverse vaststellingen, een reeks aanbevelingen aan de Vlaamse overheid met het oog op de verdere uitrol van het concept Huis van het Kind in Vlaanderen. De weergave van de vaststellingen over de aangehaalde thema s is deels de neerslag van de gesprekken met de talrijke respondenten en bevat ook denkpistes die de onderzoekers soms verder ontwikkeld hebben. Waar dit laatste het geval is, wordt dit expliciet aangegeven. De inhoud van dit rapport bindt dan ook enkel het onderzoeksteam. 16

17 Ten slotte wenst het onderzoeksteam uitdrukkelijk de talrijke respondenten te bedanken voor hun bereidwillige en constructieve medewerking aan dit onderzoek. 17

18

19 Hoofdstuk 1 Profiel van de pilootprojecten en geselecteerde bottom-up projecten 1 Pilootproject Oostende 1.1 Samenstelling en structuur van het netwerk Het pilootproject is gericht op de zorgregio Oostende, die naast de centrumstad ook de gemeenten Bredene, Gistel, Middelkerke en Oudenburg omvat. In het pilootproject Huis van het Kind Zorgregio Oostende maken volgende organisaties deel uit van het netwerk als directe partners: Vzw Thuishulp Reddie Teddy (organiserend bestuur consultatiebureau en trekker netwerk) Vzw Kind en Preventie (organiserend bestuur consultatiebureau) Kind en Gezin 1 Inloopteam De Viertorre (vzw Kind en Preventie) CKG Kapoentje / Opvoedingshuis Oostende (erkend en gesubsidieerd door K&G) Stad Oostende, Sociaal Huis (via de voorzitter) Gemeentebestuur Middelkerke, Dienst Kinderopvang en Onderwijs (via het diensthoofd) Project Kansen voor Kinderen en Jongeren (via de projectregisseur) Agentschap Jongerenwelzijn West-Vlaanderen Naast de kernactoren in het K&G netwerk, de lokale besturen en het Vlaamse administratie, lichten we kort de andere vermelde directe partners toe. De Viertorre Oostende is een inloopteam (INLOOP: INtegraal Laagdrempelig OpvoedingsOndersteuningsPunt) en biedt laagdrempelige preventieve ondersteuning rond opvoeding. Via onthaal/inloopmomenten, ontmoetingsmomenten, groepswerkingen en individuele ondersteuning wordt de emotionele ondersteuningsfunctie sterk naar voren geschoven in het kader van opvoedingsondersteuning. Er wordt ingezet op sociale en emotionele steun en het delen van ervaringen. Het meest bekende initiatief is het Ruilhoekje : kledij en schoeisel dat te klein werd, kan hier geruild worden. CKG t Kapoentje is een Centrum voor Kinderzorg en Gezinsondersteuning. Het biedt tijdelijke opvang en opvoedingsondersteuning aan, zoekt samen met ouders zoeken naar oplossingen voor opvoedingsproblemen en biedt ambulante en mobiele dienstverlening. Opvoedingshuis Oostende wil een laagdrempelig en bereikbaar opvoedingsondersteunend aanbod realiseren voor iedereen en een ontmoetingsplaats aanbieden waarbij pedagogisch adviseren en informeren centraal staan. 1 Vertegenwoordigd door zowel het provinciaal afdelingshoofd als de regioteamverantwoordelijke en enkele regioverpleegkundigen. 19

20 Hoofdstuk 1 Het project Kansen voor Kinderen en Jongeren is een samenwerkingsverband tussen de Stad Oostende, het Sociaal Huis, en private partners waarin de aanpak van de kinderarmoede in Oostende de prioritaire doelstelling is. De projectregisseur is gehuisvest in het Huis van het Kind. Vanuit Kind en Gezin zijn in deze zorgregio meerdere consultatiebureaus (CB) aanwezig. Er zijn twee organiserende besturen van deze consultatiebureaus actief: vzw Kind en Preventie (christelijke zuil) en vzw Thuishulp Reddie Teddy (socialistische zuil). Het CB van Bredene en het CB van Gistel worden georganiseerd door vzw Kind en Preventie. Het CB van Middelkerke wordt georganiseerd door vzw Thuishulp Reddie Teddy. In de stad Oostende zijn beide organiserende besturen actief. Op het grondgebied van Oudenburg is geen CB aanwezig. 1.2 Opstart en evolutie van de werking Er werden voorbereidende vergaderingen gehouden met de Kind en Gezin actoren, de organiserende besturen, de stad Oostende en het Sociaal Huis van Oostende. Voor de eerste vergadering met directe partners werden organisaties uitgenodigd die men op dat moment als meest voorname actoren beschouwde. Na korte tijd werd de groep van directe partners verder uitgebreid, bv. het netwerk Kansen voor Kinderen en Jongeren en het Agentschap Jongerenwelzijn. Op 15 november 2011 werd het pilootproject Huis van het Kind Zorgregio Oostende gelanceerd. Het netwerk wordt getrokken door vzw Thuishulp Reddie Teddy. Vergaderstructuur en frequentie Er is een structureel overleg ingesteld tussen leden verbonden aan de trekkende instantie, met name tussen de projectcoördinatrice, de provinciale coördinator van de CB s van vzw Thuishulp Reddie Teddy, de verantwoordelijke voor de proeftuin ontmoeting (cf. infra) en de stafarts die als CB-arts eveneens aan het organiserend bestuur vzw Thuishulp Reddie Teddy verbonden is, en als huisarts aan de huisartsenkring Middenkust. Dit structureel overleg gebeurt frequent (driewekelijks). Daarnaast zijn er werkgroepen ingesteld omtrent specifieke topics. Momenteel is er een werkgroep consultatiebureaus en een werkgroep proeftuin ontmoeting en transitie vrijwilligers. De werkgroepen hebben een maandelijkse vergaderfrequentie. Om de twee maanden is er bovendien een overlegmoment met alle hoger vermelde directe partners. Op dit overleg wordt een stand van zaken opgemaakt, worden de mogelijkheden voor afstemming en samenwerking besproken, en wordt de evolutie naar het gewenste eindresultaat opgevolgd. Terreinverkenning De start van het project werd gekenmerkt door terreinverkenning van actoren en aanbod. Vóór de start waren immers al meerdere actoren actief op het terrein, zoals bv. het project Kansen voor Kinderen en Jongeren, CKG Kapoentje en het Opvoedingshuis. Door verschillen in perspectieven, visies en benaderingen, verliep de toenadering tussen sommige directe partners echter eerder moeizaam. Uit de gesprekken met de actoren blijkt wel dat er ten gronde een goodwill is om samen te werken ten behoeve van de doelgroep. De bekommernissen hebben voornamelijk te maken met de betrokkenheid van de partners bij keuzes en beslissingen omtrent de doelstellingen van het netwerk Huis van het 20

21 Profiel van de pilootprojecten en geselecteerde bottom-up projecten Kind, en de daartoe noodzakelijke aflijning en afstemming van het aanbod. De tegenstellingen lijken zich dus eerder op beleidsvlak te situeren en minder gevolgen te hebben voor samenwerking op het terrein. Zo worden er bijvoorbeeld aan de verschillen in visie geen consequenties verbonden op het vlak van onderlinge doorverwijzing. Actiedomeinen De partners van het pilootproject hebben besloten om rond vier actiedomeinen te werken. Er werd echter geen tijdsplanning met concrete mijlpalen uitgestippeld. Bron: Thuishulp vzw, 2012, p. 5 Figuur 1 Actiedomeinen pilootproject Oostende 21

22 Hoofdstuk 1 Actiedomein 1: samenwerking met de huisartsenkring(en) Algemeen doel: Komen tot de meest gunstige voorwaarden zodat de samenwerking met de huisartsenkring(en) op een redelijke manier verloopt Vraag 1: Hoe start je een samenwerking met de huisartsenkring(en) op in verband met de zittingen van de consultatiebureaus in de zorgregio? Vraag 2: Welke rol kan een huisartsenkring spelen in de organisatie van de zittingen in de zorgregio? Vraag 3: Wat is de rol van de huisartsenkring in de uitvoering van de zittingen? Vraag 4: Welke rol kan de huisartsenkring spelen in de kwaliteitsbewaking van de uitvoering van de zittingen? Actiedomein 2: Stafarts voor het pilootproject zorgregio Oostende Algemeen doel: Komen tot het optimaliseren van de functie van een stafarts binnen de vernieuwde consultatiebureauwerking. Vraag 1: Welke is de inhoud van de brugfunctie die de stafarts op zich kan nemen? Vraag 2: Wat is het meest aangewezen competentieprofiel voor een stafarts? Vraag 3: Welke tijdsinvestering heeft een stafarts in een zorgregio nodig om het optimaal verzorgen van de functie? Vraag 4: Welke is de inhoud van de signaalfunctie die een stafarts zou kunnen opnemen? Actiedomein 3: Gecoördineerd verloop van de zittingen Algemeen doel: Het optimaliseren van de coördinatie van het verloop van de zittingen binnen de zorgregio Vraag 1: Wat moet er allemaal gecoördineerd worden en op welk niveau? Vraag 2: Welke partners worden betrokken bij de coördinatie? Vraag 3: Welke plaats/rol/functie kunnen de vrijwilligers innemen in de gecoördineerde werking op zorgregio niveau? Vraag 4: Welke ondersteuning is er nodig om het veranderingsproces bij de verschillende partners positief te laten verlopen? Actiedomein 4: Het Huis van het Kind tot ontwikkeling brengen Algemeen doel: Een integraal laagdrempelig aanbod realiseren op zorgregio niveau voor alle kinderen Vraag 1: Is een fysieke locatie van een Huis van het kind nodig/wenselijk in de zorgregio en wat is de rol ervan? Vraag 2: Wat is de betekenis en meerwaarde van een netwerk vormen voor de Huizen van het Kind? Vraag 3: Welke inhoud geef je aan dat Huis van het kind? Vraag 4: Wat is de plaats en de ondersteuning van de vrijwilligers in het Huis van het Kind? Bron: Thuishulp vzw, 2012, pp. 4-9 Figuur 2 Actiedomeinen en bijbehorende vragen pilootproject Oostende Zoals aangegeven werd er geen tijdsplanning uitgestippeld om deze vier actiedomeinen tot ontwikkeling te brengen. De trekker heeft ervoor gekozen in te zetten op de verschillende actiedomeinen in functie van de opportuniteiten die zich aanboden. De eerste opportuniteiten bleken zich voor te doen op actiedomeinen 1 en 2. Op het moment van onze bevraging (december 2012, januari 2013) waren deze domeinen dan ook al het meest tot ontwikkeling gebracht. 22

23 Profiel van de pilootprojecten en geselecteerde bottom-up projecten Er is een duidelijke toenadering tot de huisartsenkring(en) (HAK) gerealiseerd. Gezien de algemene problematische historiek op dit vlak is dit in elke regio een werkpunt 2. De context in deze pilootregio is extra gecompliceerd doordat in de zorgregio Oostende drie huisartsenkringen actief zijn: HAK Middenkust, HAK IJzerstreek en Westkust en HAK Houtland. Het grondgebied van de laatste twee overlapt echter slechts voor een klein stuk met dat van de zorgregio Oostende. De samenwerking met de huisartsenkringen heeft zich bijgevolg voornamelijk toegespitst op HAK Middenkust. Zoals reeds gesteld, werd ten opzichte van HAK Middenkust een duidelijke toenadering gerealiseerd. De geboekte vooruitgang betreft voornamelijk de creatie van goodwill en bewustwording bij vooral jongere huisartsen ten aanzien van de werking van een consultatiebureau. Katalysator voor de toenadering zijn onder meer de organisatie van vormingsmomenten voor huisartsen rond preventieve gezinsondersteuning en de inspanningen van de zogenaamde stafarts binnen het consultatiebureau die een brugfunctie tussen HAK en organiserend bestuur vervult. Een andere verwezenlijking in dit domein is het feit dat HAK Middenkust haar wachtpost verhuisd heeft naar de locatie van het Huis van het Kind. Actiedomein 3 heeft betrekking op het gecoördineerde verloop van de CB-zittingen in de zorgregio. Een cruciaal vooruitzicht in het kader van dit actiedomein is het volgende: de organiserende besturen vzw Thuishulp Reddie Teddy en vzw Kind en Preventie zullen eenzelfde consultatiebureau delen in het Huis van het Kind in Oostende. Vzw Thuishulp Reddie Teddy bevindt zich reeds sinds september 2012 op de nieuwe locatie. Vzw Kind en Preventie zal vanaf juli 2013 zijn intrek nemen in de nieuwe locatie. Het delen van een fysieke locatie brengt veel praktische beslommeringen met zich mee: er moeten afspraken gemaakt worden rond de verdeling van de (huur)kosten; er moeten afspraken gemaakt worden over het gebruik van materialen en bergruimtes; er moet afgesproken worden wanneer elk van de twee OB s zijn zittingen houdt; etc. Hierbij moet uiteraard rekening gehouden worden met de beschikbaarheid van vrijwilligers en de CB-artsen. Praktische en operationele afspraken zoals deze worden besproken in de werkgroep consultatiebureaus. In deze werkgroep zitten de projectcoördinatrice, de provinciale coördinator van de CB s van vzw Thuishulp Reddie Teddy, de provinciale verantwoordelijke van de CB s van vzw Kind en Preventie, de regioteamverantwoordelijke van Kind en Gezin en de stafarts. Het feit dat twee verschillende organiserende besturen één CB delen, is overigens een zeldzaam gegeven in Vlaanderen. Het overbruggen van de ideologische verschillen die nog steeds bestaan tussen de twee grote organiserende besturen (vzw Thuishulp en vzw Kind en Preventie) blijkt geen evidentie te zijn. In Oostende was dit proces van toenadering echter al enige tijd aan de gang, zo blijkt uit de getuigenissen van de betrokkenen. Er waren namelijk reeds jarenlang contacten tussen de organiserende besturen in het kader van het Inloopteam (gezamenlijke vzw). Deze samenwerking heeft openheid gecreëerd tussen beide zuilen. Actiedomein 4 stelt zich als doel een integraal laagdrempelig aanbod te realiseren voor alle kinderen op het niveau van de zorgregio. Het is de ambitie het medische, pedagogische en psychosociale aanbod in de zorgregio te verruimen. Hierbij aansluitend is het een doelstelling van de partners om hun aanbod onderling beter af te stemmen om eventuele overlappingen en leemtes weg te werken. Daarnaast wil men ook werken aan een betere wederzijdse kennis van en een efficiëntere 2 De problematische voorgeschiedenis tussen de huisartsen(kringen) en Kind en Gezin met de betrekking tot de CBwerking wordt geschetst in Hoofdstuk 2, paragraaf

24 Hoofdstuk 1 doorverwijzing tussen elkaars diensten. Op het moment van de bevraging bleken de belangrijkste stappen hier echter nog gezet te moeten worden. Proeftuin Ontmoeting Een proefproject dat kadert binnen het pilootproject Huis van het Kind, dat in dezelfde zorgregio proefgedraaid wordt (zorgregio Oostende) en dat door dezelfde organisatie gecoördineerd wordt (vzw Thuishulp Reddie Teddy), is de proeftuin Ontmoeting. We vermelden dit proefproject hier omdat het sterk verbonden is met het pilootproject Huis van het Kind. De verantwoordelijke voor de proeftuin ontmoeting maakt deel uit van het structureel overleg van het HvhK-netwerk en binnen het HvhKnetwerk is er een specifieke werkgroep proeftuin ontmoeting en transitie vrijwilligers opgericht. Het concept van Ontmoeting bestaat uit het organiseren van laagdrempelige ontmoetingsmomenten tussen ouders met baby's en peuters opdat ze onderling ervaringen kunnen uitwisselen, een luisterend oor kunnen vinden bij vrijwilligers, of discussiëren over opvoedingsvragen. Voor de opstart van dit proefproject bestonden er reeds gelijkaardige initiatieven in Oostende. Het Opvoedingshuis was namelijk reeds bezig met de ontwikkeling van een Ontmoetingshuis, waar ouders met kinderen terecht kunnen om elkaar te ontmoeten, te spelen, te koken, etc. Daarnaast bestond er ook reeds een initiatief van vzw Thuishulp Reddie Teddy, genaamd Mammacafé, oorspronkelijk opgezet voor laagdrempelige contacten voor moeders die borstvoeding geven. Naar aanleiding van het proefproject werd dit initiatief uitgebreid qua thema en doelgroep. Het is de ambitie van de partners om deze ontmoetingen op regelmatige basis te laten doorgaan op verschillende locaties in de gemeenten Oostende, Middelkerke, Gistel, Bredene en Oudenburg. Op het moment van de bevraging vonden dergelijke ontmoetingsmomenten reeds op regelmatige basis plaats in Oostende (wekelijks) en Middelkerke (2 keer per maand). In de overige drie gemeenten van de zorgregio, Oudenburg, Gistel en Bredene, hebben de trekkers van de proeftuin Ontmoeting meer moeite om voet aan de grond te krijgen. Op het moment van de bevraging beperkte de vooruitgang zich daar tot het organiseren van infoavonden voor eventuele geïnteresseerden of potentiële vrijwilligers. Verschillende (potentiële) verklaringen voor dit relatieve gebrek aan interesse kunnen naar voor geschoven worden. Voor sommige lokale besturen vormt het verschil in politieke kleur wellicht een belemmering. De buurgemeenten van Oostende zijn namelijk overwegend christendemocratisch gekleurd, terwijl vzw Reddie Teddy, die in de zorgregio Oostende optreedt als trekker van het Huis van het Kind en van de proeftuin Ontmoeting, tot de socialistische zuil behoort. De historische concurrentie tussen beide zuilen lijkt nog steeds een rol te spelen. Daarbij aansluitend speelt de incompatibiliteit op het gebied van beleidsprioriteiten wellicht ook een rol. Tot slot lijkt ook het profiel van de gemeentelijke bevolking een rol te spelen. Voor een diepgaandere analyse van de ontmoetingsfunctie binnen de Huizen van het Kind, verwijzen we naar het nog lopende onderzoeksproject Ontmoeten binnen de Huizen van het Kind, uitgevoerd door VBJK. 3 De inschakeling en vorming van vrijwilligers wordt door meerdere respondenten cruciaal geacht in het kader van de proeftuin Ontmoeting. Zij stellen dat vrijwilligers ingezet kunnen worden om de ontmoetingsmomenten te faciliteren. Dit vergt echter specifieke vaardigheden, andere vaardigheden dan dewelke ze nodig hadden voor de taken die ze gewend waren te doen, bv. het wegen van baby s. Sommigen bepleiten daarom gezamenlijke vormingssessies vanuit de netwerkpartners, om vrijwilligers 3 24

25 Profiel van de pilootprojecten en geselecteerde bottom-up projecten voor te bereiden op deze rol. Dergelijke initiatieven kwamen net op gang op het moment van onze bevraging. Naast de vorming van vrijwilligers gaat ook aandacht naar het aantrekken van nieuwe vrijwilligers. Wat betreft het aanbod op het vlak van ontmoeting dienen volgens de betrokken respondenten nog verdere stappen te worden gezet naar onderlinge afstemming tussen de netwerkpartners. In Oostende zijn er immers meerdere partners actief op het vlak van ontmoeting: vzw Thuishulp Reddie Teddy, het Opvoedingshuis, het Inloopteam. Op het moment van de bevraging waren de betrokken partners tot een soort modus vivendi gekomen omtrent de afbakening van hun aanbod. Maar ondanks de goodwill van de diverse actoren leek er nog steeds een gevoel van concurrentie en botsende visies aanwezig. 1.3 Scope en impact van het netwerk Leeftijdsafbakening Wat de actiedomeinen 1 t.e.m. 3 betreft, is de beoogde doelgroep 0 tot 3 jaar. Ook de proeftuin Ontmoeting richt zich in de eerste plaats tot ouders van kinderen tussen 0 en 3 jaar. Wat actiedomein 4 betreft, is de beoogde doelgroep veel ruimer: 0 tot 18 jaar. Bron: Thuishulp vzw, 2012, p. 2 Figuur 3 Leeftijdsafbakening pilootproject Oostende Fysieke locatie Het pilootproject kan reeds terugvallen op een fysiek Huis van het Kind in Oostende, gelegen op een campus van het Sociaal Huis van Oostende. Het biedt onder meer onderdak aan de volgende netwerkpartners: Een consultatiebureau, gedeeld door de organiserende besturen vzw Thuishulp Reddie Teddy en vzw Kind en Preventie4 De wachtdienst van huisartsenkring Middenkust Inloopteam De Viertorre Het regioteam van Kind en Gezin 4 Vzw Thuishulp Reddie Teddy bevindt zich reeds sinds september 2012 op de nieuwe locatie. Vzw Kind en Preventie zal vanaf juli 2013 zijn intrek nemen in de nieuwe locatie. 25

26 Hoofdstuk 1 Terwijl niet alle (directe) netwerkpartners gebundeld worden op deze locatie, vonden ook enkele diensten en organisaties er hun stek die (voorlopig) geen deel uitmaken van het HvhK-netwerk. Het gaat om een brede waaier van actoren die niet erkend en gesubsidieerd zijn door Kind en Gezin. We vermelden ze met een korte toelichting hieronder. De Wegwijzer, open huis en informatiepunt voor onderwijs en vrije tijd, gesubsidieerd door het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming, is een laagdrempelig informatiepunt voor iedereen met een vraag over onderwijs en vrije tijd. Zo kan men er bv. informatie over schoolen studietoelagen krijgen en hulp bij het invullen van de documenten daarvoor. Onderwijsopbouwwerk is een onderwijsproject voor ouders en kinderen uit basisscholen van het stedelijk, vrij en gemeenschapsonderwijs. Het wil de betrokkenheid van kinderen en ouders binnen het onderwijs verhogen. Voorbeelden van initiatieven zijn ondersteuning voor ouders zodat ze hun kinderen beter kunnen begeleiden in hun schoolloopbaan, huiswerkklassen om kinderen te begeleiden met huiswerk en voorleesactiviteiten. Het project Brugfiguren in negen Oostendse basisscholen richt zich op informatieverstrekking over activiteiten in de school en de buurt, biedt een luisterend oor voor ouders en zoekt naar oplossingen voor probleemsituaties samen met de ouders, het zorgteam van de school en het CLB. De VZW Kido (Kinderen van Drugafhankelijke Ouders) voorziet in intensieve begeleiding van drugafhankelijke ouders en hun jonge kinderen VZW Pleegzorg Oikonde is een dienst voor pleegzorg en ondersteund wonen en biedt ondersteuning aan kinderen, jongeren en volwassen personen met een beperking die in een pleeggezin of een gastgezin verblijven. Ze houdt zitdagen in het Huis van het Kind De Gezinsbond Oostende is een pluralistisch en democratisch samengestelde organisatie die zich inzet voor alle gezinnen in Vlaanderen en Brussel. Dienstverlening bestaat uit kortingskaarten voor het openbaar vervoer, kinderoppasdiensten en gezelschapsdiensten voor inwonende zieken en bejaarden. Ook zij houdt zitdagen in het Huis van het Kind. De totstandkoming en bezetting van de fysieke locatie kende een eigen historiek en dynamiek en werd voornamelijk gestuurd vanuit het Sociaal Huis van Oostende (als eigenaar van het gebouw) en niet vanuit het netwerk Huis van het Kind zelf. Dit verklaart bijvoorbeeld waarom de feitelijke invulling niet door alle actoren als de meest optimale situatie wordt omschreven; er speelde volgens bepaalde respondenten een efficiëntie-gedreven logica vanuit een stedelijk logistiek perspectief, eerder dan een bundeling vertrekkende vanuit een gemeenschappelijke aanbodvisie vanuit het netwerk gericht op een afgebakende doelgroep. Zo zijn er bijvoorbeeld ook diensten ondergebracht die geen deel uitmaken van het netwerk Huis van het Kind. Enerzijds stellen we vast dat sommige van deze diensten zich eerder in de hulpverlening situeren dan wel in de preventieve sector, hetgeen naar perceptie van de locatie als een potentieel probleem wordt gezien door sommige actoren. Het Huis van het Kind is immers opgevat vanuit een preventielogica, niet vanuit een logica van hulpverlening. Anderzijds stellen we vast dat een aantal van deze diensten zich focussen op onderwijs en vrije tijd. Hun aanwezigheid in het Huis van het Kind van Oostende heeft in onze ogen wel een potentiële meerwaarde voor het netwerk Huis van het Kind van Oostende. Immers, de link met onderwijs en vrije tijd wordt reeds in meerdere Huizen van het Kind in Vlaanderen en Brussel gelegd en deze link wordt ook benadrukt door de concepttekst Organisatie van de preventieve gezinsondersteuning van de centrale administratie van Kind en Gezin. 26

27 Profiel van de pilootprojecten en geselecteerde bottom-up projecten Een ander gepercipieerd nadeel van de feitelijke bezetting heeft betrekking op het feit dat een aantal van de diensten en organisaties, die zich gevestigd hebben in het fysieke Huis van het Kind, slechts hun kantoor verplaatst hebben van de ene locatie naar de andere. Zij gebruiken de hun toegewezen ruimte met andere woorden niet om ouders en kinderen te ontvangen. Op deze manier heeft de fysieke bundeling van diensten weinig voordelen voor de doelgroep in termen van toegankelijkheid, bereikbaarheid en laagdrempelige doorverwijzing. Tot slot wijzen sommige respondenten op het feit dat de wachtzalen ruimer hadden mogen zijn. Het hebben van voldoende ruime wachtzalen creëert immers mogelijkheden om laagdrempelige ontmoetingsmomenten te organiseren. Hoewel het nog vroeg is om een balans op te maken van de impact van de fysieke locatie, wordt wel reeds vastgesteld dat gezinnen die er passeren ook terugkomen. De betrokken aanwezige diensten geven bovendien aan dat zij al regelmatig naar elkaar doorverwijzen. Tevens werd werk gemaakt van coördinatie tussen twee centrale netwerkpartners en met name het maken van afspraken op het operationele niveau tussen de twee organiserende besturen die het consultatiebureau zullen delen dat gevestigd is in de fysieke locatie Huis van het Kind te Oostende. Het belang en de realiteit van één fysieke locatie wordt door meerdere respondenten evenwel gerelativeerd; ze achten het niet opportuun noch haalbaar om alle aanbod vanuit het netwerk te centraliseren, zeker niet wanneer men het op de schaal van de zorgregio bekijkt, maar ook niet voor wat betreft het grondgebied van de stad Oostende. Een goed draaiend netwerk achter de schermen wordt nog belangrijker geacht door de meeste actoren dan een bundeling van alle diensten in één fysieke centrale locatie. Op vlak van communicatie naar de doelgroep wordt een infomap voorzien met daarin fiches die inhoudelijke en praktische informatie bevatten over de verschillende vormen van dienstverlening die de partners in het netwerk aanbieden. Geografische scope Van bij de start tot en met vandaag ligt het zwaartepunt van de (net)werking in de centrumstad. Ook al richt het Huis van het Kind zich in deze case tot de zorgregio, de facto zijn de activiteiten van het netwerk vooralsnog sterk op Oostende gericht; behalve Oostende en Middelkerke maken de andere lokale besturen in deze zorgregio ook (nog) geen formeel deel uit van het netwerk via politieke of ambtelijke vertegenwoordigers. Op het moment van de bevraging leek behalve Oostende alleen het gemeentebestuur van Middelkerke sterk geëngageerd om een integraal en laagdrempelig aanbod van preventieve gezinsondersteuning te realiseren op niveau van en vanuit een perspectief van de zorgregio. Andere gemeenten lijken vooralsnog terughoudend te zijn omwille van de ideologische achtergrond van de trekkende instanties, i.c. organiserende besturen, en/of een andere visie op of ervaring met de behoeften en noden van de eigen inwoners. Dit laatste heeft ook te maken met een verschillende profiel van de bevolking in de respectieve gemeenten en soms dito voorkeuren. 1.4 Toekomstperspectief Het pilootproject Oostende heeft al een weg afgelegd op het vlak van netwerkvorming en aanbod, maar de verkenning leert ook dat er nog een reeks uitdagingen zijn op korte en middellange termijn. De inspanningen die bepaalde actoren op het terrein leveren in het kader van het netwerk zijn vrij intensief. Een aantal respondenten gaf aan dat de werkdruk niet verder verhoogd kan worden, ondanks het feit dat de hele zorgregio nog niet wordt afgedekt met het bestaande aanbod. 27

28 Hoofdstuk 1 De inschakeling van vrijwilligers wordt door meerdere respondenten cruciaal geacht. Sommigen bepleiten een gezamenlijk initiatief vanuit de netwerkpartners, om vrijwilligers voor te bereiden op hun rol die, naargelang de evolutie van het netwerk, ook inhoudelijk kan veranderen. Zo zal een meer en meer geïntegreerd aanbod binnen de consultatiebureaus andere skills en vaardigheden vereisen van de personen die mee instaan voor het onthaal en de begeleiding van de doelgroep. Op het vlak van het aanbod dienen volgens de respondenten verdere stappen te worden gezet naar onderlinge afstemming. Dit geldt voor het aanbod en de onthaalfunctie in de fysieke locatie Huis van het Kind te Oostende, maar ook wat betreft het aanbod op het vlak van ontmoeting binnen het netwerk. Zo zijn er momenteel in Oostende alleen al drie actoren actief op het vlak van ontmoeting; vzw Thuishulp Reddie Teddy, het Opvoedingshuis en het Inloopteam. Verder dient er ook verdere uitklaring te komen voor de doelgroep, wat het verschil is tussen bijvoorbeeld Huis van het Kind en het andere netwerk Kansen voor Kinderen en Jongeren in Oostende. Anderzijds is afstemming rond de (toekomstige) afbakening van de doelgroep van het netwerk Huis van het Kind nog een werkpunt. Sommige actoren verwezen naar het risico dat er een te sterke grens komt tussen voorschoolse leeftijdscategorieën en kinderen die school gaan. 5 Daarnaast wil men ook werken aan een efficiëntere doorverwijzing naar elkaars diensten. Sommige respondenten verkiezen een goede doorverwijzing voor een eerder eng afgebakende doelgroep boven een minder vlotte doorverwijzing voor een doelgroep die breder is. Ook het schaalaspect blijft een agendapunt: wat organiseer je centraal en wat decentraal? Hoewel een aantal actoren aangaf dat men de agenda s van de verschillende bestaande overlegstructuren inhoudelijk gescheiden kan houden, wijzen anderen op de nood aan een sterkere stroomlijning van de verschillende overlegfora en structuren. Het toetreden van nieuwe partners in de toekomst wordt niet uitgesloten. Er wordt een infomoment voor verdere potentiële partners gepland. Enkele respondenten suggereerden de zelfstandige vroedvrouwen als denkbare extra partner. Ook de Centra voor Leerlingbegeleiding (CLB s) werden door een respondent genoemd als een partner die een meerwaarde zou kunnen betekenen, in het licht van de overgang van de huidige doelgroep naar school. Tegelijk werden wel een aantal praktische kanttekeningen geplaatst bij een uitbreiding met (bepaalde) partners, bijvoorbeeld: beschikken bepaalde partners wel over voldoende capaciteit om vergaderingen bij te wonen? En: hoe kan je de participatie van actoren die niet echt georganiseerd zijn, efficiënt laten verlopen? Ook in het licht van doorverwijzing is de formele betrokkenheid van zelfstandigen in het netwerk minder evident. 1.5 Specifieke kenmerken De piloot zorgregio Oostende wordt gekenmerkt door de combinatie van een centrumstad en enkele omliggende gemeenten. Dit blijkt in de praktijk geen evidente mix, waarbij de facto de focus van de werking op de centrumstad ligt. Niet alleen de mogelijkheden maar ook de behoeften en noden zijn deels verschillend tussen enerzijds de stad Oostende en anderzijds de omliggende gemeenten. Een ander aspect betreft de overlap van de geografische schaal met het werkingsgebied van drie huisartsenkringen waarvan er slechts één grotendeels binnen de zorgregio ligt. 5 In dit kader is het relevant op te merken dat artikel 4 van het voorontwerp van decreet houdende de organisatie van preventieve gezinsondersteuning een brede leeftijdsscope voorstelt. 28

29 Profiel van de pilootprojecten en geselecteerde bottom-up projecten Verder typerend voor deze piloot is dat naast en voorafgaand aan het Huis van het Kind netwerk (verder: HvhK) nog minstens één ander netwerk actief is op een aangrenzend domein. Het betreft hier het netwerk Kansen voor Kinderen en Jongeren (verder: KvKeJ). De focus van dit netwerk ligt op het creëren van een lokaal transversaal beleid ter bestrijding van de kinderarmoede in Oostende. Geografisch gezien beperkt dit netwerk zich tot de stad Oostende, daar waar het HvhK-netwerk van Oostende de hele zorgregio wil bereiken. Maar op inhoudelijk vlak bestrijkt het KvKeJ-netwerk dan weer een breder domein dan het HvhK-netwerk. Transversaal beleid wil immers zeggen dat er over verschillende beleidsdomeinen heen, waaronder dat van de preventieve gezinsondersteuning, nagedacht wordt over de bestrijding van kinderarmoede. Om herhaling van discussies te vermijden, dienen de coördinatoren van deze twee netwerken bijgevolg regelmatig met elkaar af te stemmen. Onder meer daarom neemt de pilootregisseur van het KvKeJ-project deel aan de tweemaandelijkse overlegvergaderingen van het HvhK-netwerk. In Oostende zijn er ook nog andere partners al langer actief, die een eigen visie en aanbod ontwikkeld hebben. Het positioneren ten aanzien van en/of integreren in een netwerk Huis van het Kind op visie en aanbodvlak verloopt dan ook eerder moeizaam ondanks de goodwill van de diverse actoren. Sterkere afstemming, niet alleen binnen het netwerk Huis van het Kind, maar ook tussen dit netwerk en bestaande actoren en netwerken en dit zowel op het vlak van visie als concreet aanbod, vormt een voornaam werkpunt in deze pilootregio. 2 Pilootproject Boom 2.1 Samenstelling en structuur van het netwerk Deze zorgregio bestaat uit niet minder dan tien gemeenten: Aartselaar, Boom, Bornem, Hemiksem, Niel, Puurs, Rumst, Schelle, Sint-Amands en Willebroek. In zes van de tien gemeenten is een consultatiebureau van Kind & Gezin aanwezig. Vijf daarvan (nl. die in Aartselaar, Boom, Bornem, Puurs en Rumst) worden georganiseerd door vzw Kind en Preventie. Het CB van Willebroek ten slotte, wordt georganiseerd door het plaatselijke OCMW. In de zorgregio Boom werd vzw Kind en Preventie verantwoordelijk gesteld voor de uitbouw van het Huis van het Kind. De voornaamste huidige partners in het netwerk zijn: Vzw Kind en Preventie Het regioteam van Kind en Gezin Vertegenwoordigers van de lokale besturen van de tien gemeenten Het Steunpunt Opvoedingsondersteuning van de Provincie Antwerpen De drie huisartsenkringen van de regio: HAK Vaartland, HAK Rupelstreek en HAK Klein Brabant Opvoedingswinkel Mechelen CKG Willebroek Een opvallende partner binnen het netwerk Huis van het Kind van de zorgregio Boom is het Steunpunt Opvoedingsondersteuning van de Provincie Antwerpen. In het kader van het decreet opvoedingsondersteuning stimuleert en ondersteunt dit steunpunt provinciale, intergemeentelijke en lokale samenwerkingsinitiatieven rond opvoedingsondersteuning en stelt het zijn expertise ter 29

30 Hoofdstuk 1 beschikking van de lokale besturen. Het Steunpunt beschikt bijgevolg over een aantal structuren en competenties die het in staat stellen een coördinerende rol in het HvhK-netwerk op zich te nemen. De opvoedingswinkel van Mechelen heeft een opvoedingspunt geopend in Willebroek. 2.2 Opstart en evolutie van de werking De trekker van het pilootproject heeft bij aanvang geopteerd voor een erg uitgebreide consultatieronde. Een erg ruime selectie van actoren en organisaties werd op 31 mei 2012 uitgenodigd op een conferentie met ronde tafel ( Dag van de zorgregio Boom ). Zeventig deelnemers allen vertegenwoordigers van lokale besturen of (boven)lokale organisaties actief in de preventieve gezinsondersteuning - gingen in op de uitnodiging. Deze conferentie mondde uit in het vastleggen van regionale doelstellingen voor het Huis van het Kind regio Boom. De coördinator van het netwerk ziet zichzelf dan ook eerder als aanjager van het zoeken naar gezamenlijke oplossingen met partners. Vervolgens vonden er verschillende vormen van bi- en multilateraal overleg plaats met en tussen een beperktere selectie van actoren (cf. supra: 2.1). Tijdens deze overlegmomenten werden de regionale doelstellingen verder uitgewerkt in concrete actiepunten. 30

31 Profiel van de pilootprojecten en geselecteerde bottom-up projecten Van regionale doelstellingen naar een actieplan voor 2013 (Bron: Kind en Preventie vzw, 2012b, pp. 3-6) 1. Het Huis van het Kind zorgregio Boom wordt geen fysiek huis maar wel een netwerk a) Inplantingsplan uittekenen voor een dekkend netwerk van consultatiebureaus, laagdrempelige inlooppunten & eerste toegangsdeuren. b) Het netwerk zichtbaar en herkenbaar maken door uitwerking branding (logo, bewegwijzering). c) Communicatieplan opstellen m.b.t. basisaanbod gericht naar de zorgregio. d) Installeren van (lokale) structuren en sturing van netwerk Huizen van het Kind. e) Financiële en structurele randvoorwaarden definiëren en kritische succesfactoren bepalen voor de verdere ontwikkeling, de continuering en de consolidering van het netwerk Huizen van het Kind. 2. Samenwerking met huisartsenkringen continueren a) Continueren en verder uitklaren van de rol van de regiostafarts en continueren van de samenwerking met de Huisartsenkringen (mits Kind en Gezin hiertoe voldoende middelen voorziet). 3. Samenwerking Regioteam Kind en Gezin en Kind en Preventie versterken a) Installeren en uitbouwen duurzame werking van prenataal en perinataal netwerk. b) Definiëren en vastleggen rol en opdracht binnen de structuur netwerk Huizen van het Kind. 4. Samenwerking tussen lokale besturen formaliseren a) Opstellen en ondertekening van een convenant tussen lokale besturen in zorgregio Boom. b) Bepalen van een uniform minimaal kwaliteitsvol en overzichtelijk basisaanbod preventieve gezinsondersteuning voor gezinnen met kinderen van -9 maand tot 18 jaar. c) Opzetten van een communicatie- en overlegstructuur binnen het netwerk Huizen van het Kind. d) Vastleggen financiële structurele randvoorwaarden m.b.t. de uitvoering van het convenant. 5. Lokale en bovenlokale actoren zijn performante partners in de ontwikkeling en de sturing van het netwerk Huizen van het Kind a) Ondertekenen van een samenwerkingsakkoord met significante actoren. b) Installeren van structuren en sturing van het netwerk van Huizen van het Kind. c) Vastleggen van financiële en structurele (regelgeving) randvoorwaarden m.b.t. de uitvoering van het samenwerkingsakkoord. 6. Het Steunpunt opvoedingsondersteuning provincie Antwerpen wordt coördinerende partner a) Definiëren van de rol en de verantwoordelijkheden van het Provinciaal Steunpunt Opvoedingsondersteuning m.b.t. de structuur en de sturing van het netwerk Huizen van het Kind. 7. De kracht van het consultatiebureau a) Ontwikkelen van een vernieuwde een verruimde visie op de werking van een consultatiebureau waarin onthaal en ontmoeting een centrale plaats innemen. b) De kracht van het CB als toegang tot een netwerk van sociaal-maatschappelijke dienstverlening expliciteren. c) Vastleggen van de context, randvoorwaarden en kritische succesfactoren voor de inplanting en/of deelname aan nieuwe ontwikkelingen van Huizen van het Kind. d) Ontwikkelen van (nieuwe) concepten preventieve gezinsondersteuning op basis van een lokale format. e) Verderzetten van de transitie met vrijwilligers van de consultatiebureaus. f) Aanpassen van de infrastructuur van de CB s aan de noden van een vernieuwde en verruimde visie. g) Definiëren van de rol en de opdracht van de CB s binnen het netwerk Huizen van het Kind. h) Verwerven van noodzakelijke financiële middelen om de visie en de vernieuwde en verruimde werking Kracht van het CB te ontwikkelen, uit te bouwen en te continueren. Figuur 4 Regionale doelstellingen en actiepunten pilootproject Boom Voordat we in de volgende paragrafen ingaan op enkele van deze doelstellingen en actiepunten, staan we even stil bij de beoogde governancestructuur van het Huis van het Kind in de zorgregio Boom. Om 31

32 Hoofdstuk 1 de realisatie van het actieplan 2013 te bewaken, hebben de partners namelijk een formele stuurgroep geïnstalleerd. De stuurgroep is samengesteld uit vertegenwoordigers van Kind en Gezin, het Steunpunt Opvoedingsondersteuning van de Provincie Antwerpen, CKG Willebroek, Opvoedingswinkel Mechelen en de organiserende besturen van de consultatiebureaus. Ze heeft onder meer als opdracht een stabiele organisatiestructuur op te zetten, op maat van de regio en gericht op het bereiken van de strategische en operationele doelstellingen (Kind en Preventie vzw & Steunpunt Opvoedingsondersteuning Provincie Antwerpen, 2013, p. 1). Teneinde de strategische en operationele doelstellingen te bereiken, stimuleert de stuurgroep het overleg en de samenwerking tussen alle verschillende partners en neemt initiatieven ter zake. De stuurgroep neemt initiatieven m.b.t. het inhoudelijk uitwerken van de verschillende pijlers van de HvhK ter versterking van het bestaande aanbod. De stuurgroep bewaakt - in algemene zin - de kwaliteit van het aanbod en stimuleert ervaringsuitwisseling en de verdere opbouw van de expertise tussen de berokken partners. (Kind en Preventie vzw & Steunpunt Opvoedingsondersteuning Provincie Antwerpen, 2013, p. 1) 2.3 Scope en impact van het netwerk De partners hebben onder meer beslist dat er in de zorgregio Boom werk gemaakt zal worden van een fijnmazig en laagdrempelig netwerk Huis van het Kind, en niet voor één fysieke locatie Huis van het Kind die de hele zorgregio zou bedienen. De meeste actoren zien dus geen heil in één fysieke locatie als uitvalsbasis voor deze hele regio. De focus zal met andere woorden liggen op het creëren van een dekkend en ook zichtbaar netwerk van consultatiebureaus, laagdrempelige inlooppunten en uniform herkenbare toegangsdeuren. De partners zien dit netwerk voorts als een kader waarbinnen verschillende diensten en organisaties zullen samenwerken om een groter, overzichtelijker en kwaliteitsvoller aanbod aan preventieve gezins- en opvoedingsondersteuning te garanderen aan gezinnen met kinderen van -9 maanden tot 18 jaar. De ambitie om een minimaal kwaliteitsvol en overzichtelijk basisaanbod aan preventieve gezinsondersteuning te garanderen, impliceert dat er een afstemming van het aanbod zal moeten plaatsvinden om complementariteit te verzekeren en blinde vlekken weg te werken. De ruime leeftijdsscope heeft onder meer te maken met de prominente rol die de provincie in deze regio speelt en die steeds een bredere doelgroep voor ogen heeft gehad. Artikel 4 van het voorontwerp van decreet houdende de organisatie van preventieve gezinsondersteuning heeft bovendien eveneens een brede leeftijdsscope voor ogen. Het inplantingsplan is de concrete vertaling van de ambitie om een dekkend netwerk van consultatiebureaus en andere laagdrempelige inlooppunten te realiseren: aan gemeenten wordt gevraagd of men wil investeren in het consultatiebureau om te bundelen, eventueel via verbouwing. Bij gemeenten zonder CB staat de vraag voorop of het netwerk een deur kan krijgen. Een aantal gemeenten zonder CB, bv. Hemiksem, is zelf vragende partij om een CB op het eigen grondgebied te krijgen om zo het lokaal aanbod te versterken. Dit is echter geen evident proces; fysieke ruimtes zijn niet onmiddellijk beschikbaar, de inplanting van consultatiebureaus is ook eerder een gegeven realiteit. Anderzijds zijn er soms opportuniteiten, zoals een nieuwbouw waarin diverse actoren kunnen gebundeld worden. Een andere doelstelling, naast het creëren van een fijnmazig en laagdrempelig netwerk van toegangsdeuren, is het continueren en het versterken van de samenwerking met de 32

33 Profiel van de pilootprojecten en geselecteerde bottom-up projecten huisartsenkringen. Binnen deze regio zijn drie HAK s actief: Vaartland, Rupelstreek en Klein Brabant. Net zoals in de case van Oostende, speelde ook in zorgregio Boom de stafarts een rol als tussenpersoon in het zoeken van toenadering tussen de consultatiebureaus en de huisartsenkringen. Deze stafarts is verbonden aan het organiserende bestuur vzw Kind en Preventie. De inspanningen concentreerden zich ook hier vooral op het creëren van bewustwording bij de huisartsen(kringen) over het belang van de CB-werking en de CB-artsen, en dit door middel van vormingsavonden. Daarin werden de ondertussen versoepelde voorwaarde voor een instap toegelicht en het beeld over de praktijk van een consultatiebureau scherp gesteld. Deze inspanningen resulteerden in een grotere openheid en bereidheid tot dialoog vanwege de huisartsenkringen. Zij wensen echter geen formeel engagement aan te gaan m.b.t. het invullen van medische consulten in de consultatiebureaus van de zorgregio Boom. Naast contacten met de huisartsenkringen, werd er ook veel tijd besteed aan contacten met de betrokken lokale besturen. Het verkiezingsjaar 2012 doorkruiste de pilootfase van het netwerk; door de vernieuwing van de lokale besturen, met vaak nieuwe personen en partijen in de lokale meerderheid, dient opnieuw de ronde te worden gedaan om te peilen naar aandachtspunten en engagementen. Hoewel de lokale administraties vaste waarden zijn waarmee de communicatie verder loopt, is het enigszins afwachten hoe vernieuwde lokale besturen beslissen op het vlak van accenten en het belang van het beleid inzake preventieve gezinsondersteuning. Bepaalde gemeenten blijken al eerder stappen gezet te hebben rond gezins- en/of opvoedingsondersteuning. Het project Boem Patat in Boom is daarvan een voorbeeld. Het richt zich op de materiële noden inzake kinderkleding, wil een laagdrempelige toegangspoort zijn voor kansengroepen, maar is ook actief op het vlak van informatieverschaffing, vorming en het actief samenbrengen van actoren op het terrein. Voor andere gemeenten binnen de zorgregio is de aandacht voor gezins- en/of opvoedingsondersteuning relatief nieuw. Door de veelheid aan lokale en bovenlokale actoren en de variabele snelheden op lokaal vlak, gaat de netwerkvorming eerder traag vooruit, wat bij sommige actoren de perceptie van de coördinatie beïnvloedt. De meeste actoren erkennen echter dat de coördinatie in deze zorgregio geen sinecure is. Ondanks de relatief traag vorderende netwerkvorming, gaf een aantal actoren wel al aan dat door het proces van overleg tussen de partners in het netwerk, er reeds meer en meer gerichte doorverwijzing gebeurt op het terrein en meer bepaald binnen de fysieke locatie; passanten worden soms letterlijk meegenomen verderop in de gang voor een contact met andere partners die ook in het Huis van het Kind netwerk actief zijn. Soms spelen er echter wel te grote verwachtingen en/of stuit men op praktische moeilijkheden zoals de problematiek van het beroepsgeheim en tijdsbesteding. Het regulerend kader rond privacy vergt meestal de toestemming van de ouders om persoonlijke of vertrouwelijke informatie over patiënten / cliënten uit te wisselen tussen dienst- en/of hulpverleners. 2.4 Toekomstperspectief Zoals hierboven reeds gesteld werd, hebben de partners de ambitie om een overzichtelijk en kwaliteitsvol aanbod aan preventieve gezins- en opvoedingsondersteuning te garanderen aan gezinnen met kinderen van -9 maanden tot 18 jaar. Het aanbod naar de groep jaar is momenteel echter erg beperkt. In de toekomst zou men het aanbod vanuit het netwerk Huis van het Kind naar deze leeftijdsgroep dan ook willen versterken. Behalve de vaststelling dat er momenteel nauwelijks aanbieders van dienstverlening zijn die zich op dit deel van de doelgroep concentreren, zijn hier nog 33

34 Hoofdstuk 1 enkele andere specifieke uitdagingen aan verbonden. Zo stellen sommige respondenten zich de vraag naar de bereikbaarheid van de doelgroep (en hun ouders). Het bestaande logo van het Huis van het Kind zou volgens hen deze jongeren niet aanspreken. Bovendien ziet de huidige trekker zich niet in de positie om het netwerk voor een dergelijk ruime doelgroep (-9 maanden tot 18 jaar) te blijven coördineren omdat het te weinig aansluit bij hun kerntaken, doelgroep en expertise. Deze analyse lijkt gedeeld te worden tussen de verschillende partners, maar een geëigende trekkende instantie is niet meteen aanwijsbaar. Wat de coördinatie betreft, is de vraag in welke mate de provincie hier een rol kan opnemen. De partners in het algemeen en het provinciale Steunpunt in het bijzonder lijken hier wel voor te vinden. De provincie heeft als voordeel dat ze met een breedhoeklens kan kijken naar het aanbod voor de regio en een eerder onafhankelijke positie kan innemen. Sommigen twijfelen echter aan de haalbaarheid van deze piste gelet op de opties die worden genomen in het regelgevend kader. Met name de bepaling dat men via een vzw-structuur of feitelijke vereniging moet werken om kans te maken op een subsidie, zien sommigen als een barrière. In hoofdstuk 2, paragraaf 5 vermelden we de geopperde bezwaren tegen de vzw-structuur en de feitelijke vereniging. Bij het provinciale Steunpunt zelf ziet men echter niet meteen graten in een eventuele instap in een vzw-structuur of een feitelijke vereniging. Een bijkomende voorname uitdaging wordt het consolideren van het netwerk. In het bijzonder zal de nodige aandacht moeten gaan naar het blijvend laten meedraaien van de gemeenten in een regionaal georiënteerd netwerk. Het vinden van een goede balans tussen gedecentraliseerd (basis)aanbod en een meer gecentraliseerd (regionaal) complementair aanbod zal daarbij de belangrijkste opgave zijn, naast het verkrijgen van (vernieuwde) duurzame engagementen vanuit de lokale besturen. Het werken met en naar concrete mijlpalen zal een belangrijke sleutel zijn om deze engagementen te bekomen en te behouden. Ook de rol en vorming van vrijwilligers is hier een aandachtspunt voor de nabije toekomst. Meerdere respondenten wezen er immers op dat de vernieuwde en verruimde visie op de werking van een consultatiebureau waarin onthaal en ontmoeting een centrale plaats innemen, specifieke en nieuwe vaardigheden vergen van de vrijwilligers van de consultatiebureaus. Er is goodwill aanwezig, maar men wil vermijden dat er te veel te snel van hen wordt gevraagd. Er is nood aan vorming en intervisie om vrijwilligers bij te scholen voor hun taken in een meer geïntegreerd en uitgebreid aanbod. Pedagogisch advies voor ouders van kinderen van 0 tot 12 jaar is een andere as waarop men wil werken in de regio. Voor ouders met kinderen van 0 tot 3 jaar is er via de consultatiebureaus reeds een gebiedsdekkend aanbod aan pedagogisch advies in de regio. Voor ouders met kinderen van 3 tot 12 jaar is het verhaal gecompliceerder. Er zijn wel veel opgeleide mensen en organisaties die pedagogisch advies aanbieden in de regio. Het aanbod is echter niet gebiedsdekkend en bovendien eerder versnipperd. Bijgevolg weten scholen, CLB s en andere organisaties vaak niet naar welke instantie ze ouders en kinderen met opvoedingsproblemen best kunnen doorverwijzen. In de zorgregio Boom wil men daarom een freelance systeem met centrale dispatching ontwikkelen. Een dergelijk systeem zou een alternatief kunnen zijn voor een inefficiënt want onvoldoende gericht en responsief systeem van zitdagen. Het systeem zou als volgt kunnen werken: wanneer er een behoefte is aan opvoedingsondersteuning, contacteert men de centrale dispatching die verantwoordelijk is voor de doorverwijzing. De doorverwijzing kan gebeuren naar een particuliere actor of een organisatie. Freelancers kunnen zich verplaatsen naar een bepaalde gemeente en in een gesprekslokaal face-toface contact krijgen met gezinnen. In dit systeem zouden gemeenten geresponsabiliseerd worden 34

35 Profiel van de pilootprojecten en geselecteerde bottom-up projecten naargelang het aantal gezinnen dat wordt bediend. Om een dergelijk systeem te verwezenlijken, werden er reeds contacten gelegd met de Opvoedingslijn. Algemeen verwachten de diverse partners binnen dit netwerk meer duidelijkheid en handvaten vanuit Kind en Gezin met betrekking tot de opzet, scope en middelen voor de verdere uitbouw en invulling van het netwerk Huis van het Kind. 2.5 Specifieke kenmerken De configuratie van deze zorgregio met 10 verschillende gemeenten maakt van het vormen en draaiend houden van een netwerk geen sinecure. Anders dan in de twee andere pilootregio s, is er ook geen duidelijk zwaargewicht in termen van een centrumstad. Naast het hoge aantal actoren dat zo onvermijdelijk is, speelt het gegeven dat er variabele prioriteiten, bestaande samenwerkingsrelaties en lokale beleidsdynamieken in het domein van preventieve gezinsondersteuning bestaan tussen deze gemeenten. Sommige gemeenten hebben meer uitgesproken lokale ambities voor realisaties op het terrein, bv. omdat de noden sterker zichtbaar zijn, maar gemeenten hebben vaak ook de reflex om te handelen voor de eigen inwoners en minder te denken op de schaal van de zorgregio. Daartegenover staat dat meer regio-georiënteerde actoren het niet haalbaar achten om in elke gemeente van de zorgregio een gedecentraliseerd basisaanbod te voorzien. Typerend voor deze zorgregio zijn ook twee geografische lijnen, met name de rivier de Rupel en de verkeersader A12, die een barrière-effect ressorteren: soms letterlijk in termen van mobiliteit en oriëntatie van de bevolking van de respectieve gemeenten, maar soms ook mentaal in termen van samenwerking tussen gemeenten. Ten slotte is ook de betrokkenheid van de opvoedingswinkel Mechelen opvallend; ze ressorteert onder een ander arrondissement en zorgregio, maar is vooral ook een stedelijke dienst met een contactpunt in deze zorgregio. Hoewel haar betrokkenheid op het terrein sterk gewaardeerd wordt, hangt een blijvend engagement binnen dit netwerk uiteindelijk af van beslissingen door de stad Mechelen. 3 Pilootproject Genk 3.1 Samenstelling en structuur van het netwerk De voortrekkers van het Genkse project zijn het stadsbestuur en de vzw PAS die samen ook de Opvoedingswinkel Genk runnen. Het netwerk Huis van het Kind in Genk telt twaalf primaire partners. Zij ondertekenden op 8 oktober 2012 een engagementsverklaring waarin ze het project onderschrijven en hun engagement beloven voor een stapsgewijze implementatie van de Pedagogische Comfortzones (PCZ) (cf. infra) in vier Genkse zones. Het gaat hierbij om de volgende partners: Stadsbestuur van Genk OCMW-bestuur van Genk CKO De Vloot CKG De Stap CGG-Litp Limburg VCLB Genk CLB GO! Genk-Maasland 35

36 Hoofdstuk 1 Kind en Gezin 6 Vzw Kind en Preventie Huisartsenkring Prometheus Kraamdienst Wit-Gele Kruis Vzw PAS / Opvoedingswinkel Genk De vzw Pas wil een coördinatiepunt zijn voor alles wat zich afspeelt op het vlak van opvoedingsondersteuning. Daarnaast wil ze via een opvoedingswinkel vanaf 2000 de eerste in Vlaanderen sensibilisering, informatie, advies, sociale netwerkversterking, vroegtijdige signalering en lichte pedagogische hulp combineren. Ten slotte organiseert ze samen met andere partners opvoedingsondersteunende programma s voor verschillende doelgroepen. Het netwerk rond deze vzw bestaat uit 25 partners waarvan er een heel deel ook in het netwerk Huis van het Kind betrokken zijn. Er zijn vier consultatiebureaus in Genk, met telkens vzw Kind en Preventie als organiserend bestuur. 3.2 Opstart en evolutie van de werking Het Genkse pilootproject verschilt enigszins van de overige twee pilootprojecten. Het initiatief is meer bottom-up opgeborreld. Dit uit zich onder meer in een eigen terminologie - men spreekt van Pedagogische Comfortzones (PCZ) - en in een specifieke inhoudelijke insteek, met name een link met flankerend onderwijsbeleid. De samenwerking beperkt zich geografisch gezien bovendien tot de stad Genk, daar waar de pilootprojecten van Oostende en Boom op het niveau van de zorgregio opgezet werden. In aanloop naar de ondertekende engagementsverklaring, vond er op initiatief van het stadsbestuur van Genk en de vzw PAS een proces van werkvergaderingen plaats: tussen januari en september 2012 kwamen de partners acht keer bijeen. Om deze vergaderingen te faciliteren, trokken het stadsbestuur en vzw PAS een externe procesbegeleider aan. Tijdens het traject van werkvergaderingen namen de trekkers uit de stad en de vzw PAS hun rol van aanjager ter harte; ze gaven de partners concreet huiswerk mee tegen de volgende vergadering en volgden dit tussentijds ook op via bilaterale contacten. De afspraken, gemaakt tijdens de werkvergaderingen werden vervolgens bilateraal afgetoetst bij de partnerorganisaties, neergeschreven in een zogenaamd referentiedocument en ten slotte bekrachtigd door de engagementsverklaring. Tijdens de werkvergaderingen discussieerden de primaire partners ten eerste over een inhoudelijke visie op de PCZ en de Huizen van het Kind. Er werd gezocht naar consensus over ambities, doelen, waarden en kernopdrachten. Onderstaand uittreksel uit het referentiedocument toont de manier waarop ambities, doelen, waarden en kernopdrachten zich tot elkaar verhouden. 6 Vertegenwoordigd door zowel het provinciaal afdelingshoofd als de regioteamverantwoordelijke. 36

37 Profiel van de pilootprojecten en geselecteerde bottom-up projecten Bron: Stadsbestuur Genk, 2012a, pp. 4-6 Figuur 5 Ambities, doelen, waarden en kernopdrachten pilootproject Genk 37

38 Hoofdstuk 1 Op aanraden van de procesbegeleider hebben de partners bovendien een lijst van indicatoren opgesteld. Deze geven weer hoe het dienstenaanbod en de dienstverlening er concreet uit moeten zien opdat de vooropgestelde ambities en doelen gerealiseerd kunnen worden. 3.3 Scope en impact van het netwerk In Genk is vertrokken van het concept pedagogische comfortzone. Een pedagogische comfortzone wordt door de partners gedefinieerd als een deken van comfort op het gebied van gezondheid, welzijn, ontwikkeling en opvoeding, dat vanuit het netwerk ontwikkeld en aangeboden zal worden aan alle gezinnen met kinderen van 0 tot 6 jaar 7 (Stadsbestuur Genk, 2012a, p. 12). De Huizen van het Kind zijn hiervan de zichtbare entiteit per gebied. Men wil een medisch, pedagogisch, educatief en psychosociaal aanbod combineren. De partners hebben de ambitie geformuleerd om een fysiek Huis van het Kind te realiseren in elk van de vier Genkse zones: Genk Centrum, Genk Noord-Oost, Genk Zuid en Genk West. In elk van deze zones zal dit fysieke Huis van het Kind gekoppeld zijn aan een consultatiebureau. Dit betekent ofwel dat het Huis van het Kind uitgebouwd zal worden rondom een bestaand CB, ofwel dat een bestaand CB zal verhuizen naar de te kiezen locatie Om de kwaliteit van de infrastructuur te garanderen, hebben de partners een lijst van fysieke randvoorwaarden en condities geformuleerd waaraan de infrastructuur van de Huizen van het Kind moet voldoen. De volgende figuur, een uittreksel van het referentiedocument, toont deze lijst van randvoorwaarden. 7 De partners hebben de ambitie om het bereik van de PCZ fasegewijs uit te breiden, te beginnen met 0 tot 6 jaar, daarna tot 12 jaar en verder tot 18 jaar (Stadsbestuur Genk, 2012a, p. 3). 38

39 Profiel van de pilootprojecten en geselecteerde bottom-up projecten Fysieke randvoorwaarden en condities voor de infrastructuur van de huizen van het kind zijn : de integratie van de brandveiligheidsnormen voor de exploitatie van een CB ; de aanwezigheid van een (wacht) plaats voor ouders en/of kinderen (een 15-tal): dit lokaal kan ook gebruikt worden voor andere functies HvhK. de aanwezigheid van een grote polyvalente plaats/zaal: ruimte voor een groep van 30 ouders en/of kinderen (aanzienlijke, ruime oppervlakte); kan dienst doen voor functie van onthaal- en ontmoeting, maar ook voor vorming, voor stimulering,.(speel Wij, babymassage, instapklasje, ); Figuur 6 de aanwezigheid van een open, kleinere gastvrije ontmoetingsplaats (misschien zelfs in combinatie met fatsoenlijke keuken voor programma s cf. t vitamientje, waar tasje koffie /thee kan gedronken worden), eventueel leeshoek met info,, voor mamacafé, boekbaby s, voorleesuurtjes,.; de aanwezigheid van een 2 à 3-tal kantoren of gesprekskamers (of kleine overlegruimtes voor de trajectbesprekingen): spreekkamers, screening/detectie, advisering, traject, intervisies, borstvoedingsruimte,.; de aanwezigheid van bergruimte, kastruimten; de optie om zoveel mogelijk te werken met systemen van verplaatsbare/mobiele tussen- /scheidingswanden en meubels maatwerk. Fysieke randvoorwaarden en condities voor de infrastructuur pilootproject Genk Het is de bedoeling dat in elke zone eenzelfde basisaanbod gerealiseerd wordt. De partners spreken in dit verband van een basisformat. De beslissing van wat onder dit basisaanbod begrepen moet worden, zal genomen worden op basis van de inventarisatie van het huidige aanbod. Deze inventarisatie was één van de oefeningen die plaatsgevonden hebben tijdens het proces van werkvergaderingen. De partners werden gevraagd om hun huidige aanbod te inventariseren en in te delen volgens de vijf functies (1. Informatie en voorlichting; 2. Begeleiding, ondersteuning, individuele hulp en coördinatie van zorg; 3. Monitoring, screening en signalering; 4. Onthaal, ontmoeting en sociale netwerkversterking; 5. Stimulering van ontwikkeling, taal en talent). Deze inventarisatie en indeling stonden op het moment van de bevraging evenwel nog niet volledig op punt. Er werd bijgevolg nog een verdere differentiatie vooropgesteld: de partners zouden nog verder duidelijk maken welke diensten decentraal aangeboden kunnen worden en welke centraal georganiseerd moeten worden. Bepaalde (regionaal georganiseerde) partners kunnen hun aanbod immers niet ontdubbelen tot op het niveau van de comfortzones. Op basis van deze inventarisatie zal dus een keuze gemaakt worden omtrent de invulling van het basisformat. Dit basisformat kan vervolgens aangevuld worden met een gebiedsspecifiek supplementair aanbod in functie van de specifieke noden en de beschikbare (secundaire) partners in de verschillende zones. Met dit doel voor ogen willen de primaire partners op zoneniveau samenwerkingsverbanden realiseren met zgn. secundaire partners. Daarbij wordt onder meer gedacht aan volgende actoren: opbouw- en buurtwerk, kleuteronderwijs, jeugdwelzijnswerk, zelforganisaties, 39

40 Hoofdstuk 1 stedelijke diensten (bibliotheek, wijkontwikkeling), Gezinsbond, verenigingen waar armen het woord voeren, niet-gesubsidieerd aanbod (kraamzorg). De keuze van de Genkse partners voor vier pedagogische comfortzones heeft implicaties voor de governancestructuur van het hele project: in het referentiedocument worden er rollen en verantwoordelijkheden gedefinieerd op twee niveaus: het niveau van de comfortzone en het stedelijk niveau. Zo voorziet het referentiedocument op het niveau van de comfortzone in de oprichting/aanduiding van een stuurgroep en een professionele verantwoordelijke per zone. Men denkt er bovendien aan te werken met een roterend voorzitterschap op niveau van de zone. Op stedelijk niveau voorziet het referentiedocument onder meer in de oprichting van een permanent stuurorgaan om te hele implementatie op te volgen, te evalueren en er de nodige sturing aan te geven. Daarnaast zal het stadsbestuur een regierol blijven verzorgen en zal er op stedelijk niveau een eindverantwoordelijke worden aangeduid. Een ander aspect, naast de terminologie en de schaal, dat de Genkse case onderscheidt van de twee overige pilootprojecten, is de duidelijke link met het flankerend onderwijsbeleid. Het stadsbestuur streeft naar gelijke onderwijskansen en naar een verbetering van de startsituatie van peuters en kleuters bij aanvang van kleuter- en lager onderwijs en ziet de PCZ als een instrument om hiertoe bij te dragen. Dit impliceert een sterke betrokkenheid van het kleuteronderwijs bij de ontwikkeling van de PCZ. Op het moment van de bevraging was deze pijler echter nog niet sterk uitgewerkt. De Genkse kleuter- en basisscholen behoren niet tot de primaire partners, al werden met hen wel al bilaterale gesprekken gevoerd over de ambities en invulling van de PCZ inzake onderwijs. Op het moment van de bevraging was nog geen enkel van de vier Huizen van het Kind / pedagogische comfortzones op het terrein geïmplementeerd. De partners waren ook nog niet toegekomen aan het maken van concrete (afstemmings)afspraken om overlappingen en lacunes in het aanbod weg te werken. De inventarisatie van het huidige aanbod kan hiertoe wel al een belangrijke aanzet vormen, aangezien aan de hand hiervan het lacunes en overlappingen geïdentificeerd kunnen worden. De praktijktoets moet dus nog grotendeels volgen. Desondanks gaven meerdere partners aan dat de samenwerking nu reeds vruchten afwerpt. Doordat men elkaars aanbod en aanpak beter heeft leren kennen tijdens het voorbereidend traject voor het Huis van het Kind, wordt er binnen het netwerk namelijk vaak al sneller contact opgenomen rond concrete dossiers en/of doorverwezen naar elkaars diensten. 3.4 Toekomstperspectief Het Genkse traject werd tot nog toe gedomineerd door draagvlakverwerving en het aangaan van engagementen. Doelen, waarden en uitgangspunten werden uitgeklaard en afgesproken. Actoren en hun aanbod zijn in kaart gebracht. In de nabije toekomst zullen deze engagementen concreet vorm moeten krijgen. De nodige aandacht zal daarbij moeten gaan naar de verduidelijking van rollen en verantwoordelijkheden van de betrokken actoren. Het referentiedocument (Stadsbestuur Genk, 2012a, p. 19) vraagt dan ook van elk van de primaire partners dat ze actief meedenken en werken aan de ontwikkeling van een eigen bijkomende ( synergetische ) bijdrage aan de comfortzone. Deze bijdrage wordt principieel gevraagd en cruciaal geacht voor het realiseren van de vastgelegde doelstellingen en resultaten. De bijdrage kan verlopen via het ter beschikkingstellen van mankracht, actoren, expertise, middelen, infrastructuur, methodieken, goodwill Ze moet leiden tot de ontwikkeling en 40

41 Profiel van de pilootprojecten en geselecteerde bottom-up projecten realisatie van nieuwe dienstverlening, initiatieven en coproducties die inspelen op de vastgelegde prioriteiten, leemtes en/of behoeftes. Verder dient er nagegaan te worden in welke mate men vanuit die optiek bereid is om onder bepaalde voorwaarden andere rollen op te nemen. Voor de operationalisering zal de uitdaging zijn om voldoende maatwerk te vinden voor elk van de vier zones waarin men een Huis van het Kind wil lanceren. De zones verschillen immers in socioeconomische situatie, behoeften en aanbieders. Een uitdaging bij de verdere operationalisering wordt ook om concrete inspanningen van de verschillende partners te bekomen op het terrein. Ook in Genk werd duidelijk dat sommige actoren het issue van de return reeds op tafel leggen: welke tijd en middelen worden besteed aan het netwerk en wat is de meerwaarde daarvan voor de organisatie? Dit staat niet noodzakelijk haaks op de principiële engagementsverklaringen, maar is vooral een begrijpbare reflex om niet te ver af te willen wijken van de kerntaken van de eigen organisatie. Sommige actoren wezen op het risico dat men in een netwerkcontext te ruime engagementen aanneemt die verder gaan dan de vertrouwde taken en aanwezige expertise. Engagementen in het netwerk moeten ook binnen de eigen organisatie verantwoord kunnen worden in termen van tijdbesteding en middelen. Eén van de uitdagingen voor de toekomst wordt ook het vermijden van routine; zo werd een jaarlijkse evaluatieoefening gesuggereerd die focuspunten voor het daaropvolgende werkingsjaar kan opleveren. Ook dient de middelenstroom voor de implementatie verder uitgeklaard te worden. De stad zal het aspect infrastructuur voor haar rekening nemen. De verschillende partners zouden middelen in brengen voor de coördinatie van de vier locaties van het Huis van het Kind. 3.5 Specifieke kenmerken De verschillende actoren wezen op het feit dat er in Genk al geruime tijd een cultuur van samenwerking bestaat waardoor heel wat partners al met elkaar vertrouwd waren bij de start van dit netwerk, voornamelijk in het kader van de opvoedingswinkel en de vzw PAS. De opvoedingswinkel is een initiatief van vzw PAS, een samenwerking tussen ruim 20 organisaties die in september 2000 in het leven geroepen werd. Ze organiseert een ruime waaier opvoedingsondersteunende activiteiten voor ouders en opvoeders met kinderen in de leeftijd van 0-21 jaar. Een belangrijke factor in de opstartfase is de externe begeleiding geweest om te komen tot een inventarisatie van het aanbod, en vooral afstemming op het vlak van visie en doelstellingen. Het liet ook toe dat de stad de rol van participant in het netwerk kon spelen op een meer neutrale wijze. Daarnaast speelt de stad Genk duidelijk een cruciale rol in de middelenstroom van het project; veel actoren wijzen erop dat dergelijk engagement een belangrijke katalysator is geweest in het creëren van draagvlak en engagement bij andere partners. Naast het economische aspect speelde hierin nog meer het signaal dat de stad zich ten volle achter het initiatief wilde zetten. 4 Vergelijking van de drie pilootprojecten In onderstaande tabel worden de drie pilootprojecten naast elkaar geplaatst en vergeleken op enkele cruciale eigenschappen. 41

42 Hoofdstuk 1 Tabel 1 Vergelijking van de drie pilootprojecten Oostende Boom Genk Trekker Vzw Thuishulp Reddie Teddy Vzw Kind en Preventie Stadsbestuur Genk & vzw PAS Geografische scope Zorgregio (1 centrumstad en 4 gemeenten) Zorgregio (10 gemeenten) 1 centrumstad Proces Inhoudelijke focus (tot nog toe) Leeftijdsafbakening van de doelgroep Fysieke bereikbaarheid - Verkennende gesprekken tussen kernactoren - Proces van plenaire vergaderingen tussen de primaire netwerkpartners - Proces van werkgroepvergaderingen tussen selecties van actoren - Samenwerking met HAK: aanstelling van stafarts, organisatie van vormingsavonden - Samenwerking tussen CB s: gecoördineerd verloop van de zittingen - Proeftuin ontmoeting Vertrekken van ouders van kinderen van -9 maanden tot 3 jaar als doelgroep, groeiscenario met uitbreiding naar 18 j. - Eén fysiek Huis in Oostende, waarin een deel van het aanbod gebundeld wordt - Overige partners behouden hun eigen toegangsdeur - Dag van de Zorgregio: zeer ruime selectie van actoren en organisaties: vastleggen van regionale doelstellingen - Verschillende vormen van bilateraal, multilateraal en plenair overleg tussen de primaire netwerkpartners: regionale doelstellingen verder uitgewerkt in concrete actiepunten - Samenwerking met HAK: cruciale rol van stafarts, organisatie van vormingsavonden - Samenwerking tussen lokale besturen formaliseren - Pedagogisch advies: ontwikkeling van freelance systeem met centrale dispatching - CB-werking: ontwikkeling van een verruimde visie op de werking van een CB Ambitie om (op termijn) ouders van kinderen van - 9 maanden tot 18 jaar te bereiken - Geen fysieke bundeling van diensten in één of enkele locaties - Ambitie om een dekkend netwerk van laagdrempelige inlooppunten en toegangsdeuren te realiseren - Proces van plenaire vergaderingen tussen de primaire netwerkpartners: externe procesbegeleider; huiswerk voor de partners - Afspraken bilateraal afgetoetst en vastgelegd in referentiedocument - Engagementen vastgelegd d.m.v. engagementsverklaring - Conceptueel: Pedagogische comfortzones (PCZ) linken aan Huizen van het Kind - Inventarisatie van het huidige aanbod: aanzet voor het ontwikkelen van een basisformat en voor het wegwerken van lacunes en overlappingen - Link met flankerend onderwijsbeleid Ouders van kinderen van - 9 maanden tot 6 jaar - Ambitie om vier Huizen te realiseren, één voor elke PCZ, waarin diensten zo veel mogelijk gebundeld zullen worden 42

43 Profiel van de pilootprojecten en geselecteerde bottom-up projecten 5 Bottom-up project Sint-Niklaas 5.1 Samenstelling en structuur van het netwerk Het Huis van het Kind / de Opvoedingswinkel van Sint-Niklaas bestaat reeds sinds het najaar van De termen Huis van het Kind en Opvoedingswinkel worden in Sint-Niklaas vaak door elkaar gebruikt. Ze benoemen hetzelfde initiatief. Het is een initiatief dat spontaan gegroeid is uit een samenwerking tussen lokale en regionale partners uit Sint-Niklaas en omgeving. De grote trekker was en is het gemeentebestuur van Sint-Niklaas. Maar ook het regioteam van Kind en Gezin en vzw De Keerkring speelden een belangrijke rol in de opstart en vervullen nog steeds een sleutelrol in het Huis van het Kind. De voornaamste huidige partners in het netwerk zijn: Stadsbestuur Sint-Niklaas Vzw De Keerkring Het regioteam van Kind en Gezin CKG Het Open Poortje Groep Intro Vzw Thuishulp Vzw Kind en Preventie CLB s Vzw Zitstil Gezinsbond Vormingsplus Vlaamse Vereniging voor Autisme (VVA) 5.2 Opstart en evolutie van de werking De drie kernpartners het gemeentebestuur van Sint-Niklaas, het regioteam van Kind en Gezin en vzw de Keerkring kenden reeds vóór het ontstaan van het Huis van het Kind een traditie van samenwerking en overleg. Deze traditie heeft gezorgd voor een vertrouwdheid en eensgezindheid onder de partners die de opstart van het Huis van het Kind zeker ten goede gekomen is. Door hun onderlinge contacten ervoeren deze drie partners namelijk allemaal ongeveer op hetzelfde moment de nood aan een geïntegreerd en laagdrempelig gezins- en opvoedingsondersteunend aanbod in Sint- Niklaas. Bovendien had men het geluk dat de stad in het bezit was van een groot gebouw dat sinds enige tijd voor een groot deel leeg stond. Bijgevolg werd besloten om het Huis van het Kind op te richten op deze locatie. In eerste instantie verhuisden de stadsdiensten met een gezins- en/of opvoedingsondersteunend aanbod van het stadhuis naar de HvhK-site. Maar in de loop der tijd hebben ook andere organisaties en diensten hun intrek genomen op deze site: twee van de vier CB s in Sint-Niklaas zijn verhuisd naar de site (één van vzw Thuishulp Reddie Teddy en één van vzw Kind en Preventie), evenals het regioteam van Kind en Gezin, en enkele speel-o-theken die de handen in elkaar geslagen hebben. Andere partnerorganisaties zijn elders gevestigd, maar voorzien wel aanbod in het Huis van het Kind. Het aanbod van de verschillende partners in het Huis van het Kind van Sint-Niklaas wordt schematisch voorgesteld in onderstaande figuur. 43

44 Hoofdstuk 1 Stadsbestuur Sint-Niklaas: Regie opvoedingswinkel - Speel-o-theek - Traject LIFT - vormingen - babbels op school - Time Out - rondleidingen CLB s: LIFT Traject8-12 STOP4-7 vzw De Keerkring: spreekuur - winkel - infosessies - INLOOPteam - groep ouders schoolgaande kinderen Vzw Zitstil: regiowerking Regioteam Kind en Gezin Sint-Niklaas: spreekuur Gezinsbond: lezingen CKG Het Open Poortje: STOP4-7 - Triple P Groep Intro: Time Out Vormingsplus: lezingen Vzw Thuishulp: consultatiebureau transitieproject ontmoeting VVA: regiowerking Vzw Kind en Preventie: consultatiebureau Bron: Stadsbestuur Sint-Niklaas, 2013 Figuur 7 Partners en aanbod in het Huis van het Kind van Sint-Niklaas Tussen de stedelijke regie en de overige partners vindt op regelmatige basis overleg plaats. Dit overleg wordt georganiseerd in functie van de verschillende aanbodvormen in het Huis van het Kind en kan zowel bi-, tri- als multilateraal zijn. Zo is er bijvoorbeeld een overleg ontmoeting, een stuurgroep STOP4-7, een overleg opvoedingsondersteuning, een overleg in functie van LIFT en Traject8-12, etc. Daarnaast vindt er ook geregeld overleg plaats tussen de drie kernpartners. Dit overleg kan zowel formeel als informeel zijn en wordt vaak op een ad-hoc-basis georganiseerd, in functie van de specifieke noden. Bijvoorbeeld om nuttige informatie met elkaar uit te wisselen, om praktische afspraken te maken, om beslissingen te nemen over de besteding van ontvangen projectsubsidies, of om potentiële nieuwe initiatieven bij elkaar af te toetsen. De tentakels van het Huis van het Kind van Sint-Niklaas reiken echter verder dan de rechtstreeks betrokken partners, opgesomd in paragraaf 4.1. De HvhK-coördinatrice is namelijk ook betrokken in allerlei vormen van bovenlokaal overleg in het Waasland. Het HvhK onderhoudt bovendien ook vormen van overleg en samenwerking met de bibliotheek, de kinderopvang, de buurten, het JAC, het 44

Rapport 04. Huizen van het Kind als nieuw model voor preventieve gezinsondersteuning: lessen uit pilootprojecten. Samenvatting.

Rapport 04. Huizen van het Kind als nieuw model voor preventieve gezinsondersteuning: lessen uit pilootprojecten. Samenvatting. Steunpunt WVG Kapucijnenvoer 39 B-3000 Leuven +32 16 33 70 70 www.steunpuntwvg.be swvg@med.kuleuven.be Rapport 04 Huizen van het Kind als nieuw model voor preventieve gezinsondersteuning: lessen uit pilootprojecten

Nadere informatie

De Sociale plattegrond

De Sociale plattegrond De Sociale plattegrond Sector: Begeleiding jonge kinderen Spreker: Krista De Vos (Kind en Gezin) Kind en Gezin Kleine kinderen, wij maken er werk van! 1 Voorgeschiedenis 1919: Nationaal Werk voor het Kinderwelzijn

Nadere informatie

Samenwerking lokale besturen private welzijnsactoren. Bram Verschuere Universiteit Gent 11 maart 2014

Samenwerking lokale besturen private welzijnsactoren. Bram Verschuere Universiteit Gent 11 maart 2014 Samenwerking lokale besturen private welzijnsactoren Bram Verschuere Universiteit Gent 11 maart 2014 - De specificiteit van het Vlaamse welzijnslandschap - Het Lokaal Sociaal Beleid - Vlaamse beleidsopties

Nadere informatie

Decreet opvoedingsondersteuning in relatie tot de IJH. Benedikte Van den Bruel Veerle Roels

Decreet opvoedingsondersteuning in relatie tot de IJH. Benedikte Van den Bruel Veerle Roels Decreet opvoedingsondersteuning in relatie tot de IJH Benedikte Van den Bruel Veerle Roels Kind en Gezin èn Agentschap Jongerenwelzijn? Kind en Gezin en Agenschap Jongerenwelzijn verantwoordelijk voor

Nadere informatie

Arts en verantwoordelijke consultatiebureau De Wijk

Arts en verantwoordelijke consultatiebureau De Wijk Vacature Arts en verantwoordelijke consultatiebureau De Wijk Preventieve gezondheidszorg, een generalistische aanpak, aandacht voor verschillende levensdomeinen, superdiversiteit, gedeelde zorg in samenwerking

Nadere informatie

Opdracht van het OCMW bestuur: project ontwikkelen om kinderarmoede te voorkomen/bestrijden

Opdracht van het OCMW bestuur: project ontwikkelen om kinderarmoede te voorkomen/bestrijden Studiedag VVSG Kinderopvang en Gezinsbeleid Mechelen 26 maart 2013 2010: Europees Jaar ter bestrijding van armoede en sociale uitsluiting: strijd tegen kinderarmoede is topprioriteit voor de Vlaamse regering

Nadere informatie

De handen in elkaar, samen werken aan een Brede School

De handen in elkaar, samen werken aan een Brede School De handen in elkaar, samen werken aan een Brede School Brede School Te downloaden op www.vlaanderen.be/bredeschool Doel BS Brede ontwikkeling van kinderen en jongeren Doel BS Brede ontwikkeling van kinderen

Nadere informatie

Voorstelnota Steunpunt GOK begeleiding en onderzoek Brusselse proefprojecten Brede School. 25 augustus 2006

Voorstelnota Steunpunt GOK begeleiding en onderzoek Brusselse proefprojecten Brede School. 25 augustus 2006 BIJLAGE Bijlage nr. 2 Voorstelnota Steunpunt GOK begeleiding en onderzoek Brusselse proefprojecten Brede School BRREEDDEE SCCHOOLL BEGELEIDING EN ONDERZOEK BRUSSELSE PROEFPROJECTEN 25 augustus 2006 1.

Nadere informatie

Brussel, 8 juli 2009 07082009_SERV-advies projecten VSDO. Advies. Projecten Vlaamse strategie duurzame ontwikkeling

Brussel, 8 juli 2009 07082009_SERV-advies projecten VSDO. Advies. Projecten Vlaamse strategie duurzame ontwikkeling Brussel, 8 juli 2009 07082009_SERV-advies projecten VSDO Advies Projecten Vlaamse strategie duurzame ontwikkeling 1. Inleiding Op 8 juni 2009 werd de SERV om advies gevraagd over de fiches ter invulling

Nadere informatie

Jaarverslag EXPOO 2014

Jaarverslag EXPOO 2014 Jaarverslag EXPOO 2014 EXPOO, het Expertisecentrum Opvoedingsondersteuning van de Vlaamse overheid, bouwt mee aan een positieve leefomgeving waar het voor kinderen en jongeren goed is om op te groeien.

Nadere informatie

Betreft: Krachtlijnen voor een nieuwe organisatie voor de opvang- en vrije tijd van schoolkinderen

Betreft: Krachtlijnen voor een nieuwe organisatie voor de opvang- en vrije tijd van schoolkinderen Conceptnota Betreft: Krachtlijnen voor een nieuwe organisatie voor de opvang- en vrije tijd van schoolkinderen 1. Situering Deze conceptnota heeft tot doel om, binnen de contouren van het Vlaams Regeerakkoord

Nadere informatie

Voorontwerp van decreet houdende de organisatie van preventieve gezinsondersteuning DE VLAAMSE REGERING,

Voorontwerp van decreet houdende de organisatie van preventieve gezinsondersteuning DE VLAAMSE REGERING, Voorontwerp van decreet houdende de organisatie van preventieve gezinsondersteuning DE VLAAMSE REGERING, Op voorstel van de Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin; Na beraadslaging, BESLUIT:

Nadere informatie

Lokale bestrijding. kinderarmoede. Groeiactieplan. kinderarmoede

Lokale bestrijding. kinderarmoede. Groeiactieplan. kinderarmoede Lokale bestrijding kinderarmoede Groeiactieplan kinderarmoede Overzicht 1. Algemeen kader 2. Greep uit de acties in Gent 3. Succesfactoren/knelpunten à Debat Psychologische Dienst - OCMW Gent 2 1. Algemeen

Nadere informatie

Bisconceptnota. Betreft: Krachtlijnen voor een nieuwe organisatie voor de opvang- en vrije tijd van schoolkinderen

Bisconceptnota. Betreft: Krachtlijnen voor een nieuwe organisatie voor de opvang- en vrije tijd van schoolkinderen DE VLAAMSE MINISTER VAN WELZIJN, VOLKSGEZONDHEID EN GEZIN Bisconceptnota Betreft: Krachtlijnen voor een nieuwe organisatie voor de opvang- en vrije tijd van schoolkinderen 1. Situering 1.1. Vlaams Regeerakkoord

Nadere informatie

Decreet houdende de organisatie van preventieve gezinsondersteuning

Decreet houdende de organisatie van preventieve gezinsondersteuning Decreet houdende de organisatie van preventieve gezinsondersteuning Datum 29/11/2013 Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Art. 1. Dit decreet regelt een gemeenschapsaangelegenheid. Art. 2. In dit decreet wordt

Nadere informatie

VERENIGING WAAR ARMEN HET WOORD NEMEN

VERENIGING WAAR ARMEN HET WOORD NEMEN Koning Albert II-laan 35, bus 31 1030 Brussel T 02 553 34 34 F 02 533 34 35 contact@zorginspectie.be VERENIGING WAAR ARMEN HET WOORD NEMEN Naam: Adres: Tel: Fax: Email: Opdrachtnummer: Datum opdracht:

Nadere informatie

Effectief hulpverlenen met goesting in een veranderend welzijnslandschap

Effectief hulpverlenen met goesting in een veranderend welzijnslandschap Effectief hulpverlenen met goesting in een veranderend welzijnslandschap Vermaatschappelijking van de zorg, persoonsvolgende financiering, sociaal ondernemerschap. Het zijn evoluties die niet meer weg

Nadere informatie

SWVG zoekt wetenschappelijk medewerkers

SWVG zoekt wetenschappelijk medewerkers SWVG zoekt wetenschappelijk medewerkers Ben je geboeid door wetenschappelijk onderzoek? Voel je je uitgedaagd om wetenschappelijk onderzoek te verrichten en de minister hiermee te ondersteunen bij het

Nadere informatie

Huizen van het Kind. Gezinnen ondersteunen in hun kracht Stand van zaken 19 mei 2015

Huizen van het Kind. Gezinnen ondersteunen in hun kracht Stand van zaken 19 mei 2015 Huizen van het Kind Gezinnen ondersteunen in hun kracht Stand van zaken 19 mei 2015 Waar staan we vandaag? Regelgeving Praktijk 2011 Voorbereiding 2013/11 Decreet 2014/3 Def. BVR 2015/1 erk/subs 2011 Al

Nadere informatie

Rapport 833 Derriks, M., & Kat, E. de. (2020). Jeugdmonitor Zeeland Amsterdam: Kohnstamm Instituut.

Rapport 833 Derriks, M., & Kat, E. de. (2020). Jeugdmonitor Zeeland Amsterdam: Kohnstamm Instituut. Samenvatting Rapport 833 Derriks, M., & Kat, E. de. (2020). Jeugdmonitor Zeeland Amsterdam: Kohnstamm Instituut. De Jeugdmonitor Zeeland De Jeugdmonitor Zeeland is een plek waar allerlei informatie bij

Nadere informatie

Algemeen verslag denkdag 15 juni 2015 de Kriekelaar Schaarbeek

Algemeen verslag denkdag 15 juni 2015 de Kriekelaar Schaarbeek Algemeen verslag denkdag 15 juni 2015 de Kriekelaar Schaarbeek 1 Inleiding 2 Op 15 juni 2015 verzamelden de leden van de advieswerkgroep Sociaal-Cultureel Werk en vertegenwoordigers van regionale koepelverenigingen

Nadere informatie

Decreet van 13 juli 2007 houdende de organisatie van opvoedingsondersteuning (B.S. 14.VIII.2007) 1

Decreet van 13 juli 2007 houdende de organisatie van opvoedingsondersteuning (B.S. 14.VIII.2007) 1 Decreet van 13 juli 2007 houdende de organisatie van opvoedingsondersteuning (B.S. 14.VIII.2007) 1 HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen HOOFDSTUK II. - Lokale coördinatoren opvoedingsondersteuning en lokaal

Nadere informatie

Maatschappelijke uitdagingen voor brede scholen

Maatschappelijke uitdagingen voor brede scholen Maatschappelijke uitdagingen voor brede scholen Inspiratiedag Brede School - 29 april 2014 - BRONKS Programma armoedebestrijding cijfers Armoede in Kortrijk In Kortrijk leven in 2011 11.227 inwoners in

Nadere informatie

Samenwerken over sectoren heen

Samenwerken over sectoren heen Samenwerken over sectoren heen Inhoud In deze workshop wordt de betekenis en de meerwaarde van samenwerken tussen verschillende organisaties uitgewerkt. We schetsen hoe zo n samenwerking kan evolueren,

Nadere informatie

Gebruikersparticipatie

Gebruikersparticipatie Gebruikersparticipatie Ik ben de Communicatiedienst van K&G Voor de onderstaande informatiebrochures hebben we een project gebruikersparticipatie opgezet: - Kind in Beeld - Voeding en beweging - Taalstimulering

Nadere informatie

BEVORDERING VAN DE COMMUNICATIE TUSSEN ZORGVERLENERS BETROKKEN BIJ DE ZORG VOOR OUDERE AFHANKELIJKE PERSONEN EINDRAPPORT - PERIODE : 2007

BEVORDERING VAN DE COMMUNICATIE TUSSEN ZORGVERLENERS BETROKKEN BIJ DE ZORG VOOR OUDERE AFHANKELIJKE PERSONEN EINDRAPPORT - PERIODE : 2007 BEVORDERING VAN DE COMMUNICATIE TUSSEN ZORGVERLENERS BETROKKEN BIJ DE ZORG VOOR OUDERE AFHANKELIJKE PERSONEN EINDRAPPORT - PERIODE : 2007 COORDINATEN VAN DE GDT : GDT van de regio: oostende Adres :Hospitaalstraat

Nadere informatie

Inclusie kinderen met specifieke zorgbehoefte/handicap. Borrelen en bruisen 10 december 2013

Inclusie kinderen met specifieke zorgbehoefte/handicap. Borrelen en bruisen 10 december 2013 Inclusie kinderen met specifieke zorgbehoefte/handicap Borrelen en bruisen 10 december 2013 Inclusie binnen Kind en Gezin Strategische ambitie van K&G opgenomen in ondernemingsplan 2013-2014 'Te werken

Nadere informatie

A. WEGWIJZER 1. Inhoudstafel 1 2. Woord vooraf 5

A. WEGWIJZER 1. Inhoudstafel 1 2. Woord vooraf 5 INHOUD A. WEGWIJZER 1. Inhoudstafel 1 2. Woord vooraf 5 B. ALGEMEEN 1. Het Decreet Lokaal Sociaal Beleid en de ministeriële omzendbrief 3 2. Algemene bepalingen en definities 3 3. Planning 5 4. Coördinatie

Nadere informatie

Het museum: - beschikt over een kwaliteitslabel als museum - heeft tijdig een aanvraag ingediend voor Vlaamse indeling en subsidiëring

Het museum: - beschikt over een kwaliteitslabel als museum - heeft tijdig een aanvraag ingediend voor Vlaamse indeling en subsidiëring Museum voor Industriële Archeologie en Textiel (MIAT), Gent 1. Gemotiveerd advies van de beoordelingscommissie Collectiebeherende Cultureel-erfgoedorganisaties over indeling bij het Vlaamse niveau en toekenning

Nadere informatie

Arbeid biedt een maatschappelijke meerwaarde ten opzichte van inactiviteit. 3

Arbeid biedt een maatschappelijke meerwaarde ten opzichte van inactiviteit. 3 17 SOCIALE ECONOMIE 18 Sociale economie Iedereen heeft recht op een job, ook de mensen die steeds weer door de mazen van het net vallen. De groep werkzoekenden die vaak om persoonlijke en/of maatschappelijke

Nadere informatie

alle campagnefoto s Maak het mee : Paul Delaet provincie Limburg Universiteitslaan 1 B-3500 HASSELT limburg.be

alle campagnefoto s Maak het mee : Paul Delaet provincie Limburg Universiteitslaan 1 B-3500 HASSELT limburg.be alle campagnefoto s Maak het mee : Paul Delaet provincie Limburg Universiteitslaan 1 B-3500 HASSELT limburg.be deontologisch kader pedagogisch advies Situering Het Limburgs netwerk opvoedingsondersteuning

Nadere informatie

Centrum voor Kinderzorg en Gezinsondersteuning (CKG) De Hummeltjes

Centrum voor Kinderzorg en Gezinsondersteuning (CKG) De Hummeltjes Centrum voor Kinderzorg en Gezinsondersteuning (CKG) De Hummeltjes Wat is een CKG? Centrum voor Kinderzorg en Gezinsondersteuning (IVA Kind en Gezin) Mobiele begeleiding Ambulante begeleiding Residentiële

Nadere informatie

Evaluatie National Contact Point-werking van het Vlaams Contactpunt Kaderprogramma

Evaluatie National Contact Point-werking van het Vlaams Contactpunt Kaderprogramma Evaluatie National Contact Point-werking van het Vlaams Contactpunt Kaderprogramma Departement Economie, Wetenschap en Innovatie Afdeling Strategie en Coördinatie Koning Albert II-laan 35 bus 10 1030 Brussel

Nadere informatie

Medewerker Ontmoetingshuis De Moazoart vzw

Medewerker Ontmoetingshuis De Moazoart vzw Medewerker Ontmoetingshuis De Moazoart vzw Vacature Maart 2015 De Moazoart biedt een onderkomen aan organisaties die werken met maatschappelijk kwetsbare groepen en creeërt ruimte voor ontmoeting, vorming,

Nadere informatie

Onderwijs en OCMW: pleidooi voor meer samenwerking! Lege brooddozen op school symposium 14 oktober 2014

Onderwijs en OCMW: pleidooi voor meer samenwerking! Lege brooddozen op school symposium 14 oktober 2014 Onderwijs en OCMW: pleidooi voor meer samenwerking! Lege brooddozen op school symposium 14 oktober 2014 Programma armoedebestrijding cijfers Armoede in Kortrijk In Kortrijk leven in 2011 11.227 inwoners

Nadere informatie

Spanningsvelden bij toegankelijkheid van zorg : We hebben gezocht naar een titel die meteen naar de kern van de zaak gaat en die omvattend is voor de

Spanningsvelden bij toegankelijkheid van zorg : We hebben gezocht naar een titel die meteen naar de kern van de zaak gaat en die omvattend is voor de 1 Inleiding door dr. Walter Krikilion, voorzitter Werkgroep Ethiek in de Kliniek van ICURO - Symposium Spanningsvelden bij toegankelijkheid van zorg 19 oktober 2012 - Hasselt Beste deelnemers, Als Werkgroep

Nadere informatie

Staten-Generaal Opvang en Vrije tijd van schoolkinderen. Docentendag Pedagogie Jonge Kind 12 september 2014

Staten-Generaal Opvang en Vrije tijd van schoolkinderen. Docentendag Pedagogie Jonge Kind 12 september 2014 Staten-Generaal Opvang en Vrije tijd van schoolkinderen Docentendag Pedagogie Jonge Kind 12 september 2014 Doel en opzet Basisprincipes Voorbereidende werkgroepen Resultaat van de Staten-Generaal Vooraf

Nadere informatie

Interview met minister Joke Schauvliege

Interview met minister Joke Schauvliege Interview met minister Joke Schauvliege over de rol en de toekomst van etnisch-culturele federaties in Vlaanderen. Dertien etnisch-cultureel diverse federaties zijn erkend binnen het sociaalcultureel werk.

Nadere informatie

Workspace Design Onderzoeksopzet voor SOZAWE

Workspace Design Onderzoeksopzet voor SOZAWE Workspace Design Onderzoeksopzet voor SOZAWE Datum: 16 december 2010 Ir. Jan Gerard Hoendervanger Docent-onderzoeker Lectoraat Vastgoed Kenniscentrum Gebiedsontwikkeling NoorderRuimte Hanzehogeschool Groningen

Nadere informatie

KRAPTE OP DE ARBEIDSMARKT, KANSEN VOOR VROUWEN? EEN SECTORALE INVALSHOEK

KRAPTE OP DE ARBEIDSMARKT, KANSEN VOOR VROUWEN? EEN SECTORALE INVALSHOEK Herwerkte versie onderzoeksvoorstel VIONA 2001, thema 5, topic 1 KRAPTE OP DE ARBEIDSMARKT, KANSEN VOOR VROUWEN? EEN SECTORALE INVALSHOEK Miet Lamberts Hoger Instituut voor de Arbeid K.U.Leuven E. Van

Nadere informatie

praktijkseminarie de operationele aanpak valorisatieproblematiek

praktijkseminarie de operationele aanpak valorisatieproblematiek praktijkseminarie de operationele aanpak valorisatieproblematiek SBO maatschappelijke finaliteit Prof. Dr. Ann Jorissen (UA) IWT, 11 januari 2010 1 Effective Governance of Private Enterprises: the influence

Nadere informatie

Vlaamse overheid Departement Economie, Wetenschap en Innovatie Afdeling Strategie en Coördinatie Koning Albert II-laan 35, bus 10 1030 Brussel

Vlaamse overheid Departement Economie, Wetenschap en Innovatie Afdeling Strategie en Coördinatie Koning Albert II-laan 35, bus 10 1030 Brussel Evaluatie van beleid en beleidsinstrumenten Protocol tussen de entiteit 1 verantwoordelijk voor de (aansturing van de) evaluatie en (de instelling verantwoordelijk voor) het beleidsinstrument Vlaamse overheid

Nadere informatie

Sport en tewerkstelling van jongeren. Marc Theeboom / Joris Philips

Sport en tewerkstelling van jongeren. Marc Theeboom / Joris Philips Sport en tewerkstelling van jongeren Marc Theeboom / Joris Philips studie Kan sport bijdragen tot competentie-ontwikkeling voor kortgeschoolde jongeren, waardoor hun tewerkstellingskansen toenemen? initiatieven

Nadere informatie

Kind en Gezin http://www.kindengezin.be/

Kind en Gezin http://www.kindengezin.be/ Kind en Gezin http://www.kindengezin.be/ 1 2 Missie en Waarden http://www.kindengezin.be/over-kind-en-gezin/missie-en-waarden/ 3 4 Opdracht Kind en Gezin http://www.kindengezin.be/over-kind-en-gezin/wat-doen-we/

Nadere informatie

INTERBESTUURLIJKE SAMENWERKING IN VLAANDEREN

INTERBESTUURLIJKE SAMENWERKING IN VLAANDEREN K.U.Leuven Instituut voor de Overheid Universiteit Antwerpen Universiteit Gent Hogeschool Gent www.steunpuntbov.be INTERBESTUURLIJKE SAMENWERKING IN VLAANDEREN Ellen Wayenberg & Filip De Rynck Spoor Bestuurlijke

Nadere informatie

De lat hoog voor iedereen! Referentiekader voor een Brede School

De lat hoog voor iedereen! Referentiekader voor een Brede School De lat hoog voor iedereen! Referentiekader voor een Brede School Opdracht Steunpunt Gok Ontwikkelen visietekst Opvolgen proefprojecten Formuleren beleidsaanbevelingen Brede School? Verkenning van enkele

Nadere informatie

Doelstelling BOV Meer bewegen op maat van de deelnemer Bewegen als continuüm Gezondheidswinst op fysiek, mentaal en sociaal vlak

Doelstelling BOV Meer bewegen op maat van de deelnemer Bewegen als continuüm Gezondheidswinst op fysiek, mentaal en sociaal vlak LL Doelstelling BOV Meer bewegen op maat van de deelnemer Bewegen als continuüm Gezondheidswinst op fysiek, mentaal en sociaal vlak Doelgroep Doelgroep: volwassenen met een verhoogd beïnvloedbaar gezondheidsrisico

Nadere informatie

Projectoproep Kankerplan Actie 24 : Wetenschappelijke analyse in de onco-geriatrie

Projectoproep Kankerplan Actie 24 : Wetenschappelijke analyse in de onco-geriatrie B Projectoproep Kankerplan Actie 24 : Wetenschappelijke analyse in de onco-geriatrie Inleiding Deze projectoproep kadert binnen de verderzetting van Actie 24 van het Kankerplan: Steun aan pilootprojecten

Nadere informatie

Het Dream-project wordt sinds 2002 op ad-hoc basis gesubsidieerd.

Het Dream-project wordt sinds 2002 op ad-hoc basis gesubsidieerd. Naam evaluatie Volledige naam Aanleiding evaluatie DREAM-project Evaluatie DREAM-project De Vlaamse overheid ondersteunt een aantal initiatieven ter bevordering van het ondernemerschap en de ondernemerszin.

Nadere informatie

INFORMATIEBROCHURE BINNENLANDSE

INFORMATIEBROCHURE BINNENLANDSE INFORMATIEBROCHURE BINNENLANDSE A D O P T I E 1 INLEIDING Wie in zijn praktijk geconfronteerd wordt met een vrouw die ongewenst zwanger is en overweegt haar kind af te staan voor adoptie vindt in deze

Nadere informatie

Inclusieve opvang en Centra inclusieve kinderopvang

Inclusieve opvang en Centra inclusieve kinderopvang Inclusieve opvang en Centra inclusieve kinderopvang Inspiratiedag Kinderopvang VVSG 2 april 2015 Sylvia Walravens Stafmedewerker afdeling Kinderopvang Historische context Inclusieve opvang binnen Kind

Nadere informatie

Ontwerptekst huiswerkondersteuning Basisonderwijs Sociaal Huis Duffel. Inleiding:

Ontwerptekst huiswerkondersteuning Basisonderwijs Sociaal Huis Duffel. Inleiding: Ontwerptekst huiswerkondersteuning Basisonderwijs Sociaal Huis Duffel Inleiding: Onderwijs is een zeer belangrijke hefboom in de algemene ontwikkeling van kinderen met het oog op de algemene integratie

Nadere informatie

Kinder- en Jongerentelefoon. Commissie voor Welzijn, Volksgezondheid en Gelijke Kansen.

Kinder- en Jongerentelefoon. Commissie voor Welzijn, Volksgezondheid en Gelijke Kansen. Advies Kinder- en Jongerentelefoon Commissie voor Welzijn, Volksgezondheid en Gelijke Kansen. Parlementaire vraag van de heer J. Roegiers over bijkomende subsidiëring van de Kinder- en Jongerentelefoon

Nadere informatie

ZORGNETWERKEN & PROACTIEF HANDELEN

ZORGNETWERKEN & PROACTIEF HANDELEN 1 ZORGNETWERKEN & PROACTIEF HANDELEN PROACTIEF HANDELEN In strikte zin Financiële onderbescherming (4,2%) In ruimere zin Onderbenutting recht op sociale hulpen dienstverlening van het OCMW In maximale

Nadere informatie

Regiemodel Jeugdhulp 2015

Regiemodel Jeugdhulp 2015 Regiemodel Jeugdhulp 2015 Visie op de inrichting van een nieuw stelsel voor jeugdhulp na de decentralisatie versie 1 november 2012 Registratienr. 12.0013899 1 INLEIDING... 2 1.1 Schets van de opbouw van

Nadere informatie

Vlaanderen. is samenwerking COMPLEXE PROJECTEN. Een nieuwe procesaanpak. www.complexeprojecten.be

Vlaanderen. is samenwerking COMPLEXE PROJECTEN. Een nieuwe procesaanpak. www.complexeprojecten.be Vlaanderen is samenwerking COMPLEXE PROJECTEN Een nieuwe procesaanpak www.complexeprojecten.be U heeft het als bestuur of als private initiatiefnemer wellicht reeds meegemaakt. De opstart en uitvoering

Nadere informatie

Open Standaarden voor Lokale Overheden

Open Standaarden voor Lokale Overheden Open Standaarden voor Lokale Overheden OSLO 3.0 ENGAGEMENTSVERKLARING Ondergetekenden, De Vlaamse ICT Organisatie vzw (hierna genoemd V-ICT-OR vzw), gevestigd te 9160 Lokeren, Mosten 13 Industriezone E17-3,

Nadere informatie

De sociale plattegrond

De sociale plattegrond De sociale plattegrond Sector: Agentschap Jongerenwelzijn Spreker: Tom Elen (Agentschap Jongerenwelzijn) H1 - Opdracht Agentschap Jongerenwelzijn (beleidsdomein = WVG) Afdeling Preventie- en Verwijzersbeleid

Nadere informatie

Concept van een ontmoetingsplaats

Concept van een ontmoetingsplaats Concept van een ontmoetingsplaats Algemene omschrijving Zowel uit de verschillende bezoeken in Brussel, Antwerpen, Frankrijk en Italië, als uit ons onderzoek, blijkt dat ontmoetingsplaatsen voor kinderen

Nadere informatie

Regionale Samenwerking in de Zorg Van idee tot innovatie

Regionale Samenwerking in de Zorg Van idee tot innovatie Regionale Samenwerking in de Zorg Van idee tot innovatie Voorwoord Meer dan tien jaar geleden is in Nederland de discussie over het opzetten van een landelijk elektronisch patiëntdossier gestart. Sindsdien

Nadere informatie

VVSG Trefdag Samen tegen Armoede wij ook 13/12/2010

VVSG Trefdag Samen tegen Armoede wij ook 13/12/2010 VVSG Trefdag Samen tegen Armoede wij ook 13/12/2010 Koen Clijsters Algemeen diensthoofd OCMW Heusden-Zolder Tel. 011/45.61.50 koen.clijsters@ocmwheusdenzolder.be Heusden- Zolder Provincie Limburg 31.500

Nadere informatie

Sylvia Walravens. Stafmedewerker Kennisontwikkeling en beleidsondersteuning

Sylvia Walravens. Stafmedewerker Kennisontwikkeling en beleidsondersteuning Sylvia Walravens Stafmedewerker Kennisontwikkeling en beleidsondersteuning Geïntegreerd gezinsbeleid Preventieve gezinsondersteuning Opvoedingsondersteuning Kinderopvang baby s en peuters Opvang van schoolgaande

Nadere informatie

Kansarme moeders en de eerste voedingskeuze voor hun kind. Rudy De Cock, Hannie Serlet en Sofie Mestdagh

Kansarme moeders en de eerste voedingskeuze voor hun kind. Rudy De Cock, Hannie Serlet en Sofie Mestdagh Kansarme moeders en de eerste voedingskeuze voor hun kind Rudy De Cock, Hannie Serlet en Sofie Mestdagh Opbouw workshop Schets van het project Aanleiding Doelgroep Doelstellingen Fasen Fase 1: vooronderzoek

Nadere informatie

In de Gemeente Marum

In de Gemeente Marum In de Gemeente Marum Gezamenlijk Plan van aanpak ondersteuning mantelzorg en vrijwillige thuishulp van de gemeenten Marum, Grootegast en Leek 27 april 2006 Projectbureau WWZ Mw. H.J. Vrijhof J.J. de Jong

Nadere informatie

LOLA REPORTER BOEK. Een didactisch proces waarbij we zoeken naar duurzame alternatieven voor alledaagse bezigheden.

LOLA REPORTER BOEK. Een didactisch proces waarbij we zoeken naar duurzame alternatieven voor alledaagse bezigheden. LOLA Looking for Likely Alternatives REPORTER BOEK Naam: Klas: Jaar: Een didactisch proces waarbij we zoeken naar duurzame alternatieven voor alledaagse bezigheden. Doelen: Veronderstel dat je een journalist

Nadere informatie

Hoge Raad voor Vrijwilligers over het EYAA 2012 (European Year of Active Ageing 2012)

Hoge Raad voor Vrijwilligers over het EYAA 2012 (European Year of Active Ageing 2012) Hoge Raad voor Vrijwilligers over het EYAA 2012 (European Year of Active Ageing 2012) De Hoge Raad voor Vrijwilligers (HRV) kijkt relatief tevreden terug op 2011, het Europees Jaar voor het Vrijwilligerswerk.

Nadere informatie

Toll-net: samenwerken aan e-leren en gecombineerd leren voor volwassenen

Toll-net: samenwerken aan e-leren en gecombineerd leren voor volwassenen AFSTANDSLEREN EN ICT GECOMBINEERD ONDERWIJS 4 1 Toll-net: samenwerken aan e-leren en gecombineerd leren voor volwassenen Steven De Pauw Coördinator Toll-net Steven Verjans Universitair docent Open Universiteit

Nadere informatie

1 Doe jij ook mee?! Team in beweging - Nu beslissen Steunpunt Diversiteit & Leren

1 Doe jij ook mee?! Team in beweging - Nu beslissen Steunpunt Diversiteit & Leren Nu beslissen De motieven om te starten met leerlingenparticipatie kunnen zeer uiteenlopend zijn, alsook de wijze waarop je dit in de klas of de school invoert. Ondanks de bereidheid, de openheid en de

Nadere informatie

Per 1.000 kinderen onder de 3 jaar telde Limburg eind 2008 68 opvangplaatsen minder dan het Vlaamse gemiddelde.

Per 1.000 kinderen onder de 3 jaar telde Limburg eind 2008 68 opvangplaatsen minder dan het Vlaamse gemiddelde. Limburgse kinderopvang misdeeld door huidige Vlaamse Regering. Uit het antwoord vanwege Vlaams minister van Welzijn Heeren op een parlementaire vraag van Vlaams volksvertegenwoordiger Els Robeyns blijkt

Nadere informatie

Herstellend handelen in onderwijs. Programma. Programma

Herstellend handelen in onderwijs. Programma. Programma Herstellend handelen in onderwijs Dag van de opvoeder Kortrijk Februari 2012 Lieve Windels / Stijn Deprez Programma Situering Ligand (vzw Oranjehuis) Centrum voor herstel / preventie (om uitsluiting te

Nadere informatie

INTERBESTUURLIJKE SAMENWERKING JURIDISCHE WENSDROOM OF RECHTSILLUSIE? WERKGROEP WELZIJN 7 februari 2014

INTERBESTUURLIJKE SAMENWERKING JURIDISCHE WENSDROOM OF RECHTSILLUSIE? WERKGROEP WELZIJN 7 februari 2014 INTERBESTUURLIJKE SAMENWERKING JURIDISCHE WENSDROOM OF RECHTSILLUSIE? WERKGROEP WELZIJN 7 februari 2014 Isabelle Van Vreckem Departement WVG (Vlaamse overheid) Interbestuurlijke relaties VL-provincies

Nadere informatie

Agendapunt 011015 BO GGDRU Vergadering Datum Onderwerp Bijlage Doel agendering Toelichting

Agendapunt 011015 BO GGDRU Vergadering Datum Onderwerp Bijlage Doel agendering Toelichting Agendapunt Mededelingen 011015 BO GGDRU Vergadering : BO Adviescommissie GGDrU Datum : 15 oktober 2015 Onderwerp : Voortgang gezondheidscommunicatie, alcoholpreventie en convenant jeugd Bijlage : Evaluatie

Nadere informatie

Deel 7: Project Opvoedingsondersteuning

Deel 7: Project Opvoedingsondersteuning Deel 7: Project Opvoedingsondersteuning 7.1. Organogram 7.2. Inleiding 7.3. Statistische gegevens ~ 93 ~ 7 Project opvoedingsondersteuning 7.1 Organogram project opvoedingsondersteuning Het project opvoedingsondersteuning

Nadere informatie

Ketenaanpak in Antwerpen

Ketenaanpak in Antwerpen Ketenaanpak in Antwerpen Ketenaanpak bij Intrafamiliaal Geweld Ketenaanpak bij Roma (buurtstewards inzet) Ketenaanpak bij Radicalisering CO3 Cliënt centrale Organisatie 3 sectoren die samenwerken: 1) bestuur:

Nadere informatie

Actieplan 1 Informatie- en preventiebeleid naar de Zeelse bevolking toe op het vlak van o.m. (kinder)armoede, gezondheid, participatie

Actieplan 1 Informatie- en preventiebeleid naar de Zeelse bevolking toe op het vlak van o.m. (kinder)armoede, gezondheid, participatie DEEL ARMOEDEBESTRIJDING Actieplan 1 Informatie- en preventiebeleid naar de Zeelse bevolking toe op het vlak van o.m. (kinder)armoede, gezondheid, participatie Actie 1 : Het OCMW zorgt er, zelfstandig of

Nadere informatie

Workshop Sociaal Huis

Workshop Sociaal Huis Workshop Sociaal Huis 15 januari 2009 RWO Arrondissement Oudenaarde vzw Sint-Jozefsplein 2 9700 Oudenaarde www.rwo-oudenaarde.be Agenda 1. Stand van zaken lokale besturen 2. Wettelijk kader 2.1. Beleidsdocumenten

Nadere informatie

Functiekaart dementie-experten van de regionale expertisecentra dementie

Functiekaart dementie-experten van de regionale expertisecentra dementie Bijlage 2 Functiekaart dementie-experten van de regionale expertisecentra dementie 1. Algemene inlichtingen Functienaam: Rapporteert aan: Diens/afdeling: Hiërarchische overste: Functionele afstemming,

Nadere informatie

VLAAMS PARLEMENT VOORSTEL VAN RESOLUTIE. van mevrouw Ria Van Den Heuvel en de heren Jan Roegiers, Carlo Daelman en Koen Helsen

VLAAMS PARLEMENT VOORSTEL VAN RESOLUTIE. van mevrouw Ria Van Den Heuvel en de heren Jan Roegiers, Carlo Daelman en Koen Helsen Stuk 2223 (2003-2004) Nr. 1 VLAAMS PARLEMENT Zitting 2003-2004 5 maart 2004 VOORSTEL VAN RESOLUTIE van mevrouw Ria Van Den Heuvel en de heren Jan Roegiers, Carlo Daelman en Koen Helsen betreffende een

Nadere informatie

Projectoproep Kankerplan Actie 21/22 : Innovatieve benaderingen in de psychosociale steun

Projectoproep Kankerplan Actie 21/22 : Innovatieve benaderingen in de psychosociale steun C Projectoproep Kankerplan Actie 21/22 : Innovatieve benaderingen in de psychosociale steun Inleiding Deze projectoproep kadert binnen de verderzetting van Actie 21/22 van het Kankerplan: Psychosociale

Nadere informatie

Samenwerkingsverklaring. In Rivierenland werken gemeenten en Aanbieders samen

Samenwerkingsverklaring. In Rivierenland werken gemeenten en Aanbieders samen Samenwerkingsverklaring In Rivierenland werken gemeenten en Aanbieders samen Versie 15 september 2015 Uitgangspunt Gemeenten als formeel verantwoordelijke partij en Opdrachtgever, en Aanbieders als uitvoerende

Nadere informatie

Mentorprojecten en de lokale jeugdzorg. Tips voor managers en bestuurders van mentorprojecten. Marian van der Klein Judith Schöne

Mentorprojecten en de lokale jeugdzorg. Tips voor managers en bestuurders van mentorprojecten. Marian van der Klein Judith Schöne Mentorprojecten en de lokale jeugdzorg Tips voor managers en bestuurders van mentorprojecten Marian van der Klein Judith Schöne Pim & Ethan Oranje Fonds Dé grote meerwaarde van mentoring is dat mentoren

Nadere informatie

Kind en Gezin en participatie als deelhebben

Kind en Gezin en participatie als deelhebben Kind en Gezin en participatie als deelhebben Een visie Inleiding Kind en Gezin vertrekt in zijn visie van het idee dat je kinderen niet alleen groot brengt. It takes a village to raise a child. Kind en

Nadere informatie

Informele en sociale steun bij de opvoeding in Vlaanderen. Modellen van ontmoetingsplaatsen voor jonge kinderen en hun ouders.

Informele en sociale steun bij de opvoeding in Vlaanderen. Modellen van ontmoetingsplaatsen voor jonge kinderen en hun ouders. Informele en sociale steun bij de opvoeding in Vlaanderen. Modellen van ontmoetingsplaatsen voor jonge kinderen en hun ouders. Benedikte Van den Bruel en Sarah Vanden Avenne Inhoud 1. Waarom aandacht naar

Nadere informatie

Knelpunten Hieronder worden de 10 belangrijkste knelpunten bij de vormgeving van de regierol op het gebied van integrale veiligheid samengevat.

Knelpunten Hieronder worden de 10 belangrijkste knelpunten bij de vormgeving van de regierol op het gebied van integrale veiligheid samengevat. Gemeentelijke regie bij integrale veiligheid Veel gemeenten hebben moeite met het vervullen van de regierol op het gebied van integrale veiligheid. AEF heeft onderzoek gedaan naar knelpunten bij de invulling

Nadere informatie

FUNCTIEFAMILIE 5.3 Projectmanagement

FUNCTIEFAMILIE 5.3 Projectmanagement Doel van de functiefamilie Leiden van projecten en/of deelprojecten de realisatie van de afgesproken projectdoelstellingen te garanderen. Context: In lijn met de overgekomen normen in termen van tijd,

Nadere informatie

ROLLEN VAN VERSCHILLENDE ACTOREN

ROLLEN VAN VERSCHILLENDE ACTOREN ROLLEN VAN VERSCHILLENDE ACTOREN Deze rollen kaderen binnen het traject dat een mantelzorger binnen de organisatie loopt, om werk en zorg op een optimale manier op elkaar af te stemmen en zo optimaal te

Nadere informatie

DE VIJF FUNCTIES BINNEN HET VERNIEUWDE MODEL GEESTELIJKE GEZONDHEID

DE VIJF FUNCTIES BINNEN HET VERNIEUWDE MODEL GEESTELIJKE GEZONDHEID DE VIJF FUNCTIES BINNEN HET VERNIEUWDE MODEL GEESTELIJKE GEZONDHEID Functie 1 Activiteiten op het vlak van preventie; geestelijke gezondheidszorgpromotie; vroegdetectie, -interventie en -diagnosestelling

Nadere informatie

BEWEGEN OP VERWIJZING HALLE 9 JUNI 2016. VIGeZ vzw, 2016, BOV

BEWEGEN OP VERWIJZING HALLE 9 JUNI 2016. VIGeZ vzw, 2016, BOV BEWEGEN OP VERWIJZING HALLE 9 JUNI 2016 1 Doelstelling BOV Meer bewegen op maat van de deelnemer Bewegen als continuüm Gezondheidswinst op fysiek, mentaal en sociaal vlak 2 Doelgroep Doelgroep: volwassenen

Nadere informatie

Actie ter ondersteuning van de federale beleidsnota drugs

Actie ter ondersteuning van de federale beleidsnota drugs FEDERAAL WETENSCHAPSBELEID Wetenschapsstraat 8 B-1000 BRUSSEL Tel. 02 238 34 11 Fax 02 230 59 12 www.belspo.be Actie ter ondersteuning van de federale beleidsnota drugs Projectformulier ten behoeve van

Nadere informatie

Tussentijds verslag denktank 7 januari 2014

Tussentijds verslag denktank 7 januari 2014 Tussentijds verslag denktank 7 januari 2014 18-2-2014 pag. 1 Doelstelling & methode Doelstelling: procesevaluatie Nagaan in welke mate aanpak tov plan is bijgestuurd Inzicht verwerven in factoren die de

Nadere informatie

Gemeente Langedijk. Voorstel aan de raad

Gemeente Langedijk. Voorstel aan de raad Gemeente Langedijk Raadsvergadering : Agendanummer : Portefeuillehouder Afdeling Opsteller : H.J.M. Schrijver : Beleid en Projecten : E.J. (Eric) van Tatenhove Voorstel aan de raad Onderwerp : Gefaseerde

Nadere informatie

Plan van Aanpak Vrijwilligerswerk 2007 tot 2011. Aanpakken Maar!

Plan van Aanpak Vrijwilligerswerk 2007 tot 2011. Aanpakken Maar! Plan van Aanpak Vrijwilligerswerk 2007 tot 2011 Aanpakken Maar! INHOUDSOPGAVE 1. INLEIDING 2. RONDETAFELGESPREKKEN 2.1 Algemene uitkomsten van de rondetafelgesprekken 2.2 Aanbevelingen professor Meijs

Nadere informatie

VLAAMSE GEMEENSCHAPSCOMMISSIE DE RAAD

VLAAMSE GEMEENSCHAPSCOMMISSIE DE RAAD STUK 590 (2015-2016) Nr.1 VLAAMSE GEMEENSCHAPSCOMMISSIE DE RAAD ZITTING 2015-2016 7 OKTOBER 2015 VRAAG Commissie voor Welzijn, Gezondheid en Gezin van woensdag 7 oktober 2015 INTEGRAAL VERSLAG Hebben aan

Nadere informatie

Renovatiepact. Werkgroep communicatie. Startvergadering 12 februari 2015, Brussel

Renovatiepact. Werkgroep communicatie. Startvergadering 12 februari 2015, Brussel Renovatiepact Werkgroep communicatie Startvergadering 12 februari 2015, Brussel Het Vlaamse regeerakkoord 2014-2019 Vlaanderen maakt van energie-efficiëntie een topprioriteit door o.a. gebouwen en bedrijven

Nadere informatie

Onderzoek Verplaatsingsgedrag Vlaanderen 4.3 (2010-2011)

Onderzoek Verplaatsingsgedrag Vlaanderen 4.3 (2010-2011) Onderzoek Verplaatsingsgedrag Vlaanderen 4.3 (2010-2011) Verkeerskundige interpretatie van de belangrijkste tabellen (Analyserapport) D. Janssens, S. Reumers, K. Declercq, G. Wets Contact: Prof. dr. Davy

Nadere informatie

Advies over de decreetwijziging betreffende de Regionale Technologische Centra (RTC)

Advies over de decreetwijziging betreffende de Regionale Technologische Centra (RTC) ALGEMENE RAAD 25 november 2010 AR-AR-KST-ADV-005 Advies over de decreetwijziging betreffende de Regionale Technologische Centra (RTC) Vlaamse Onderwijsraad Kunstlaan 6 bus 6 BE-1210 Brussel T +32 2 219

Nadere informatie

Figure 1 logo vrouwenraad. De Vrouwenraad wil voor elk kind betaalbare, toegankelijke en kwaliteitsvolle kinderopvang

Figure 1 logo vrouwenraad. De Vrouwenraad wil voor elk kind betaalbare, toegankelijke en kwaliteitsvolle kinderopvang Figure 1 logo vrouwenraad De Vrouwenraad wil voor elk kind betaalbare, toegankelijke en kwaliteitsvolle kinderopvang INHOUDSTAFEL kinderopvang... 1 Een kaderdecreet kinderopvang... 2 Kwaliteitsvolle kinderopvang...

Nadere informatie

stichting BELEIDSPLAN 2013 2017

stichting BELEIDSPLAN 2013 2017 stichting BELEIDSPLAN 2013 2017 1. Inleiding De Stichting KombijMij is op 20 februari 2012 opgericht en geïnitieerd door Kees en Liesbeth van Bolhuis. De directie, Kees en Liesbeth van Bolhuis en het bestuur

Nadere informatie

Vlaams Parlement - Vragen en Antwoorden - Nr.1 - Oktober 2008-621-

Vlaams Parlement - Vragen en Antwoorden - Nr.1 - Oktober 2008-621- Vlaams Parlement - Vragen en Antwoorden - Nr.1 - Oktober 2008-621- VLAAMS PARLEMENT SCHRIFTELIJKE VRAGEN STEVEN VANACKERE VLAAMS MINISTER VAN WELZIJN, VOLKSGEZONDHEID EN GEZIN Vraag nr. 321 van 9 september

Nadere informatie

Sociale huur in kleine kernen Westhoek Leader Westhoek - 18/11/2013 1 5. en dus geen sociale koopwoningen of doelgroepwoningen van het OCMW/gemeente.

Sociale huur in kleine kernen Westhoek Leader Westhoek - 18/11/2013 1 5. en dus geen sociale koopwoningen of doelgroepwoningen van het OCMW/gemeente. Sociale huur in kleine kernen Westhoek 10 aanbevelingen ifv inplanting en concept sociale huur Leader Westhoek - 18/11/2013 I. Aanbevelingen voor het lokaal woonbeleid a) Bewust kiezen voor een onderbouwde

Nadere informatie