Handleiding 502AC/DC. Cod /05/2018 V.2.6. Antwerpsesteenweg Gent - Oostakker T +32 (0)

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Handleiding 502AC/DC. Cod /05/2018 V.2.6. Antwerpsesteenweg Gent - Oostakker T +32 (0)"

Transcriptie

1 Cruiser Power Pulse C/DC 0C/DC 50C/DC Handleiding NL F + (0)

2 F + (0)

3 INHOUD INLEIDING.... INLEIDING... 5 INSTLLTIE NSLUITING OP HET VOEDINGSNET VOORPNEEL CHTERPNEEL VOOREREIDING MM-LSSEN VOOREREIDING TIG-LSSEN... 9 GERUIKERSINTERFCE... 0 INSCHKELING VN DE PPRTUUR... 5 RESET (LDEN VN DE FRIEKSINSTELLINGEN)... 6 SET UP (INITIËLE INSTELLING VN DE STROOMRON) LRMEHEER MM-LSSEN MM-LSSEN/SCHOONRNDEN - MENU VN HET EERSTE NIVEU MM-LSSEN/SCHOONRNDEN - MENU VN HET TWEEDE NIVEU MM-LSSEN - SPECILE FUNCTIES... 9 TIG LSSEN TIG-LSSEN - MENU VN HET EERSTE NIVEU TIG-LSSEN - MENU VN HET TWEEDE NIVEU TIG DC LSSEN - MENU MET SPECILE FUNCTIES TIG C LSSEN - MENU MET SPECILE FUNCTIES WERKING VN DE TOORTSSCHKELR TKTPUNTLSSEN - Q-SPOT FUNCTIE... 5 TKEHEER (JOS) JO OPSLN JOS VERWIJDEREN JO LDEN JOS KIEZEN MET DE TOETSEN VN DE TOORTS... 5 TECHNISCHE GEGEVENS CRUISER C/DC POWER PULSE C/DC CRUISER 0 C/DC POWER PULSE 0 C/DC CRUISER 50 C/DC POWER PULSE 50 C/DC ELEKTRISCH SCHEM CRUISER C/DC - POWER PULSE C/DC CRUISER 0/50 C/DC - POWER PULSE 0/50 C/DC CONNECTOR VOOR FSTNDSEDIENING CONNECTOR VOOR IR CONNECTOR VOOR TOORTS (voorpaneel) CONNECTOR VOOR FSTNDSEDIENING (achterpaneel) RESERVEONDERDELEN CRUISER C/DC - POWER PULSE C/DC CRUISER 0/50 C/DC - POWER PULSE 0/50 C/DC F + (0)

4 INLEIDING ELNGRIJK! Deze documentatie moet aan de gebruiker worden gegeven vóór de installatie en de inbedrijfstelling van de apparatuur. Lees de handleiding "lgemene gebruiksvoorwaarden" die afzonderlijk bij deze handleiding geleverd werd vóór de eerste installatie en de inbedrijfstelling van de apparatuur. De betekenis van de symbolen in deze handleiding en de bijbehorende waarschuwingen zijn te vinden in de handleiding "lgemene gebruiksvoorwaarden". Ingeval de handleiding lgemene gebruiksvoorwaarden niet aanwezig zou zijn, is het onontbeerlijk een exemplaar aan te vragen aan de verkoper of aan de producent. ewaar de documentatie voor toekomstig gebruik. LEGEND GEVR! Dit teken geeft levensgevaar of gevaar voor ernstig letsel aan. LET OP! Dit teken geeft gevaar voor letsel of materiële schade aan. VOORZICHTIG! Dit teken geeft een mogelijk gevaarlijke situatie aan. INFORMTIE! Dit teken geeft informatie aan die belangrijk is voor het goede verloop van de handelingen. Dit symbool geeft een handeling aan die automatisch wordt verricht ten gevolge van de eerder verrichte handeling. Dit symbool geeft aan dat er bijkomende informatie aanwezig is of verwijst naar een ander gedeelte van de handleiding waarin de betreffende informatie te vinden is. Dit symbool geeft aan dat verwezen wordt naar een hoofdstuk. * Het symbool verwijst naar de overeenkomstige genummerde opmerking. OPMERKINGEN De afbeeldingen in deze handleiding zijn louter bedoeld ter verduidelijking en kunnen afwijken van de eigenlijke apparatuur. F + (0)

5 . INLEIDING Deze professionele en robuuste lasstroombron voor MM- en TIG DC-lassen met uitstekende karakteristieken van de boog is ontworpen om onder zware omstandigheden te werken, zoals bij professioneel onderhoud, op scheepswerven en offshore, bij het bouwen van gebouwen en bij zware skeletbouw. De RC IR-functie maakt het mogelijk perfect te schoonbranden met koolstofelektroden tot 0 mm diameter. In de MM-modus kunnen met gemak elektroden tot 6 mm diameter gebruikt worden. De functies Hot Start en rc Force bij het MM-lassen zijn regelbaar en maken een betere aanzet van de lasboog, een platte lasrups en een regelmatige las mogelijk. Door de nti Sticking-functie kan de elektrode snel van het werkstuk losgetrokken worden in geval ze er per ongeluk aan vast blijft plakken. De vooraf in de pulserende synergetische TIG DC-laskromme ingestelde parameters vereenvoudigen het lassen doordat alleen nog de lasstroom geregeld moet worden. De stroom kan ook met de "Up-Down"-toetsen op de toorts worden geregeld. De eenvoudige en intuïtieve interface maakt het mogelijk precieze regelingen te doen met 50 in het geheugen te bewaren programma's. Het regelbare ruime pulsatiefrequentiebereik, in combinatie met de complementaire parameters (basisstroom en inschakelduur (Duty Cycle), maakt traag en snel pulserend lassen mogelijk. Dankzij zijn modulaire werkwijze kan de stroombron aangepast worden voor MIG/MG -lassen door de draagbare draadkoffer toe te voegen, een verlengstuk en indien gewenst een koelaggregaat en een wagentje om de stroombron te verrijden. Ventilator. De ventilator wordt uitsluitend aangezet in de lasfase en blijft daarna nog een tijdje verder draaien, naargelang de lascondities. De ventilator wordt in ieder geval gecontroleerd door thermische sensoren die borg staan voor een correcte afkoeling van de machine. an de apparatuur aan te sluiten toebehoren/hulpapparatuur: - UP/DOWN toorts of toorts met potentiometer voor de regeling op afstand van de lasstroom. - handbediende afstandsbediening voor de regeling op afstand van de lasstroom. - afstandsbediening met pedaal voor de ontsteking van de TIG-toorts en de regeling op afstand van de lasstroom. Met de afstandsbediening met pedaal kan de maximum- en minimumwaarde van de TIG-lasstroom worden ingesteld. ls beide afstandsbedieningen aangesloten zijn, heeft die met pedaal voorrang op de TIG UP/DOWN-lastoorts of die met potentiometer. - Koelaggregaat voor vloeistofkoeling van de TIG-toortsen. - Wagentje met stroombron. Wend u tot uw eigen leverancier voor een bijgewerkte lijst van de accessoires en de verkrijgbare nieuwe producten. F + (0)

6 INSTLLTIE GEVR! Opheffen en positionering Lees de waarschuwingen waar door de volgende symbolen op wordt gewezen in de lgemene gebruiksvoorwaarden.. NSLUITING OP HET VOEDINGSNET De kenmerken van het voedingsnet waar de apparatuur op moet worden aangesloten staan vermeld in het hoofdstuk "Technische gegevens" op page TECHNISCHE GEGEVENS op pagina 5. De machine kan aangesloten worden op motorgeneratoren mits deze een gestabiliseerde spanning hebben. Sluit de diverse apparaten onderling aan/ontkoppel ze alleen bij uitgeschakelde machine.. VOORPNEEL Connector voor de gastoevoerbuis: stroombron-toorts [ ]. Connector voor de logische signalen van de TIG-toorts [ ]. Connector voor afstandsbediening [ ]. Lasaansluiting TIG-LSTOORTS [ ]. Lasaansluiting met negatieve pool [ 5]. Lasaansluiting met positieve pool [ 6]. Schakelaar voor het uit- en het inschakelen van de stroombron [ 7]. Led activering netbescherming [ 8]. Deze led gaat branden wanneer er een probleem is met de werking. ontbrekende fase in de voedingsleiding van de apparatuur. 6 F + (0)

7 . CHTERPNEEL Zekering ter bescherming van de hulptransformator [ ]. Type: Vertraagd (T) mperage: (,5 bij C/DC) Spanning: 500 V a.c. Signaalconnector voor automatische toepassingen [ ]. Contactdoos voeding voorverwarmer. (OPTIE bij C/DC) [ ]. De contactdoos is intern beschermd door een zelfherstellende zekering. Soorten elektrische contactdozen: Schuko Maximumvermogen: 0 W Spanning: 0 V a.c. Connector voor de gastoevoerbuis: gasfles-stroombron Connector voor de voeding van het koelaggregaat [ 5]. Spanning: 00 V a.c. Opgewekte stroom:.0 IP beschermingsgraad: IP0 (open afsluitklep) / IP66 (gesloten afsluitklep) GEVR! Gevaarlijke spanning! ls geen enkel toestel op de contactdoos is aangesloten moet het deksel altijd gesloten zijn! Connector voor de verbinding met de programmeur [ 6]. (Connector voor de programmering via de kaart frontale logica ). De software van de apparatuur kan worden geüpdatet d.m.v. de programmeerkit. Connector kabelbundel voor de aansluiting van de stroombron op de eenheid op afstand [ 7]. Voedingskabel [ 8]. Totale lengte (inclusief binnenkant): 5,0 m F + (0)

8 antal en diameter van de geleiders: x 6 mm ( mm bij C/DC) Type elektrische stekkers: niet verschaft Contactdoos voor de aansluiting van de vermogenkabel tussen de stroombron en het apparaat op afstand [ 9]. (lleen bij ). Connector voor de verbinding met de programmeur [ 0]. Connector voor de programmering via de kaart gepulseerd. De software van de apparatuur kan worden geüpdatet d.m.v. de programmeerkit.. VOOREREIDING MM-LSSEN. Zet de schakelaar van de stroombron in de stand "O" (apparatuur uitgeschakeld).. Steek de stekker van de voedingskabel in het stopcontact.. Kies de elektrode aan de hand van het type materiaal en de dikte van het te lassen werkstuk.. Steek de elektrode in de elektrodehouder. 5. Verbind de stekker van de elektrodehouder volgens de door het type gebruikte elektrode vereiste polariteit met de lasaansluiting. 6. Steek de stekker van de massatang volgens de vereiste polariteit in de lasaansluiting. 7. Verbind de massatang met het werkstuk. GEVR! Gevaar voor elektrische schokken! Lees de waarschuwingen waar door de volgende symbolen op wordt gewezen in de lgemene gebruiksvoorwaarden. 8. Zet de schakelaar van de stroombron in de stand "I" (apparatuur ingeschakeld). 9. Kies de volgende lasmethode d.m.v. de gebruikersinterface: MM 0. Stel de waarden van de lasparameters in d.m.v. de gebruikersinterface. Door de afstandsbediening [RC - remote control] te verbinden en te activeren zal de waarde van de stroom ermee geregeld worden. Het systeem is klaar om met lassen te beginnen. CHTERNZICHT VOORNZICHT (polariteit met basische elektrode) RC 8 F + (0)

9 .5 VOOREREIDING TIG-LSSEN OPMERKING: Raadpleeg de handleiding van de koeleenheid voor de verbindingsprocedure van de koeleenheid en de stroombron.. Zet de schakelaar van de stroombron in de stand "O" (apparatuur uitgeschakeld).. Steek de stekker van de voedingskabel in het stopcontact.. Verbind de gasbuis afkomstig van de fles met de achterste gasaansluiting.. Open de kraan van de gasfles. 5. Kies de elektrode aan de hand van het type materiaal en de dikte van het te lassen werkstuk. 6. Steek de elektrode in de TIG-toorts. 7. Verbind de stekker van de toorts volgens de door het type elektrode vereiste polariteit met de lasaansluiting. 8. Steek de stekker van de massatang volgens de vereiste polariteit in de lasaansluiting. 9. Verbind de gasbuis van de lastoorts met de voorste gasaansluiting. 0. Verbind de connector van de lastoorts voor de logische signalen van de TIG-toorts met de connector.. Verbind de massatang met het werkstuk.. Zet de schakelaar van de stroombron in de stand "I" (apparatuur ingeschakeld).. Kies de volgende lasmethode d.m.v. de gebruikersinterface: TIG DC. Druk op de toortsschakelaar, met de toorts verwijderd van metalen onderdelen, om de elektromagnetische gasklep te openen zonder de lasboog te ontsteken. 5. Regel de gewenste hoeveelheid gas met de debietmeter terwijl het gas uittreedt. 6. Stel de waarden van de lasparameters d.m.v. de gebruikersinterface in. Door de afstandsbediening met pedaal aan te sluiten en vervolgens het pedaal te bedienen, wordt de stroom, afhankelijk van hoe diep het pedaal wordt ingedrukt, geregeld. Het systeem is klaar om met lassen te beginnen. CHTERNZICHT VOORNZICHT (polariteit voor wolfram elektrode) RC F + (0)

10 GERUIKERSINTERFCE Cruiser C/DC - Power Pulse C/DC L L5 D L6 L7 D L8 L9 L0L L LL E L L L L5 L L L6 L7 L8 L9 L L L5 L L0 L L6 L7 L8 L9 L6 L9 L0 L L S S S L0 L S L L5 S5 L8 S6 Cruiser 0-50C/DC - Power Pulse 0-50C/DC L L5 D L6 L7 D L8 L9 L0L L LL E L L L L5 L L L6 L7 L8 L9 L L L5 L L0 L L6 L7 L8 L9 L7 L9 L0 L L S S S L0 L S L L5 S5 L6 L8 S6 FKORTING SYMOOL ESCHRIJVING L L L randt als er spanning aanwezig is op de uitgangen. randt om een storing te melden. randt om aan te geven dat een opgeslagen JO geladen is. 0 F + (0)

11 FKORTING SYMOOL ESCHRIJVING L L5 L6 L7 L8 L9 L0 randt als de volgende functie geactiveerd is: HOOGFREQUENT (HF) ONTSTEKING randt als de volgende functie geactiveerd is: VRD (spanning verlagingsvoorziening). De waarde van de spanning in onbelaste toestand tussen de lascontacten wordt omgeschakeld van U0 op Ur (zie technische gegevens). randt bij de weergave van een waarde in de volgende meeteenheid: MPÈRE randt als de laatste waarde van de gedurende het lassen gemeten stroom en spanning wordt weergegeven. De waarde wordt op de volgende displays weergeven: D-D De verklikker dooft wanneer een nieuwe lasbewerking begint, of wanneer eender welke ingestelde waarde wordt gewijzigd. randt bij de weergave van een waarde in de volgende meeteenheid: VOLT (V) randt bij de weergave van een waarde in de volgende meeteenheid: MILLIMETER (mm) randt bij de weergave van een waarde in de volgende meeteenheid: MPÈRE () L randt bij de weergave van een waarde in de volgende meeteenheid: SECONDEN (s) L L randt bij de weergave van een waarde in de volgende meeteenheid: HERTZ (Hz) randt bij de weergave van een waarde in de volgende meeteenheid: KILOHERTZ (KHz) L randt bij de weergave van een waarde in de volgende meeteenheid: PERCENTGE (%) L5 L6 L7 L8 L9 L0 randt als het mogelijk is de volgende parameter in te stellen: Q-STRT Werkwijze TIG C: randt als de volgende parameter kan worden ingesteld: MIX C/DC randt als de volgende parameter kan worden ingesteld: DYNMIC RC Werkwijze TIG C: randt als de volgende parameter kan worden ingesteld: EXTR SMEL- TEN randt als de volgende parameter kan worden ingesteld: MULTI TCK Werkwijze TIG C: randt als de volgende parameter kan worden ingesteld: C FRE- QUENTIE (Hz) Werkwijze TIG C: randt als de volgende parameter kan worden ingesteld: LNCE TIG C Werkwijze TIG C: randt als de volgende parameter kan worden ingesteld: DIMETER WOLFRMELEKTRODE (mm) Deze led knippert wanneer de ingestelde waarde van de lasstroom te hoog is t.o.v. de gekozen elektrodediameter. randt als de volgende parameter kan worden ingesteld: STRTSTROOM (%/) L randt als de volgende parameter kan worden ingesteld: UPSLOPE (s) L randt als de volgende parameter kan worden ingesteld: LSSTROOM () L randt als de volgende parameter kan worden ingesteld: TWEEDE STROOM -LEVEL (%) F + (0)

12 FKORTING SYMOOL ESCHRIJVING L randt als de volgende parameter kan worden ingesteld: SISSTROOM () L5 randt als de volgende parameter kan worden ingesteld: PIEKTIJD (s) L5+L6 randt als de volgende parameter kan worden ingesteld: PULSFREQUENTIE (Hz/kHz) L6 randt als de volgende parameter kan worden ingesteld: SISTIJD (s) L7 randt als de volgende parameter kan worden ingesteld: DOWNSLOPE (s) L8 randt als de volgende parameter kan worden ingesteld: EINDSTROOM (%/) L9 randt als de volgende parameter kan worden ingesteld: POSTGS (s) L0 L L L L L5 L6 L7 L8 L9 L0 L randt om te melden dat een eventuele aangesloten afstandsbediening is ingeschakeld. randt om te melden dat de stroomreferentie ingesteld wordt met de afstandsbediening. randt als de volgende functie geactiveerd is: -takt. randt als de volgende functie geactiveerd is: -takt. randt als de volgende functie geactiveerd is: -takt -level + hoogfrequent ontsteking (HF). randt als de volgende functie geactiveerd is: -takt puntlassen (Q-SPOT). randt om de keuze te melden van de volgende lasmodus: MM randt om de keuze te melden van de volgende lasmodus: SCHOONRNDEN (lleen bij 0-50) randt om de keuze te melden van de volgende lasmodus: TIG DC CONTINU randt om de keuze te melden van de volgende lasmodus: TIG DC PULSEREND randt om de keuze te melden van de volgende lasmodus: TIG DC PULSEREND-SYNER- GETISCH randt om aan te geven dat de synergetische modus ingeschakeld is, waarbij de operator alleen de lasstroom instelt en de overige parameters automatisch door de machine geregeld worden. De synergie wordt geoptimaliseerd voor het hoeklassen. randt om de keuze te melden van de volgende lasmodus: TIG C CONTINU L randt om de keuze te melden van de volgende lasmodus: TIG C PULSEREND D Gegevensinvoer: Het display toont de afkorting van de in te stellen parameter. Lassen: Het display geeft de gemeten stroomsterkte tijdens het lassen weer in ampère. HOLD-functie: Het display geeft de gemiddelde waarde weer van de stroom die over de volledige lasperiode is gemeten (met uitsluiting van de upslopes en downslopes). F + (0)

13 FKORTING SYMOOL ESCHRIJVING D S S S S S5 Gegevensinvoer: Het display geeft de waarde weer van de geselecteerde parameter. Lassen: Het display geeft de werkelijke spanning weer gedurende het lassen. HOLD-functie: Het display geeft de gemiddelde waarde weer van de spanning die over de volledige lasperiode is gemeten (met uitsluiting van de upslopes en downslopes). Druk op de toets om de in te voeren parameter te selecteren. Mogelijke keuzes: Q-STRT - DYNMIC RC - MULTI TCK TIG C modus: Druk op de toets om de in te voeren parameter te selecteren. Mogelijke keuzes: MIX C - EXTR FUSION - FREQUENZ C LNCE - DIMETER ELEKTRODE Indrukken en loslaten: met de toets worden de parameters van het menu van het eerste niveau gekozen. Houd de toets seconden ingedrukt: met deze toets wordt het menu van het tweede niveau opgeroepen. Wanneer u in het menu bent, drukt u op deze toets en laat hem weer los om de parameters te selecteren. Houd hem ingedrukt tijdens de inschakeling van de stroombron: de toets roept het SETUPmenu op. Indrukken en loslaten: de toets roept het menu op voor het laden van de JOs. Houd de toets seconden ingedrukt: de toets roept het menu op om de JOs op te slaan en te wissen. Indrukken en loslaten: deze toets schakelt de apparatuur in om de commando's voor de regeling van de lasstroom te ontvangen d.m.v. een afstandsbediening. Houd de toets seconden ingedrukt: de toets activeert een eventuele verbonden afstandsbediening, waarmee alle functies van de stroombron op afstand kunnen worden bediend. TIG DC / TIG C modus: Met deze toets selecteert u de werkwijze van de toortsschakelaar. MM modus: Druk op de toets om het type ingestelde elektrode voor MM-lassen weer te geven. S6 E Met deze toets selecteert u de lasmodus. Gegevensinvoer: De encoder stelt de waarde in van de geselecteerde parameter. Lassen: De encoder stelt de waarde in van de volgende parameter: LSSTROOM INSCHKELING VN DE PPRTUUR Zet de schakelaar voor de voeding van de stroombron op I om de apparatuur in te schakelen. FX.X Het bericht verschijnt op de volgende displays: D. x.x= softwareversie Eerste inschakeling of inschakeling na de RESET-procedure De stroombron maakt zich klaar om te lassen met de fabriekswaarden. Opeenvolgende inschakelingen De stroombron maakt zich klaar in de laatste stabiele lasconfiguratie die aanwezig was voor de uitschakeling. F + (0)

14 5 RESET (LDEN VN DE FRIEKSINSTELLINGEN) L L5 D L6 L7 D L8 L9 L0L L LL E L L L rec Pr INSTELLING L5 L L L6 L7 L8 L9 L L L5 L L0 L L6 L7 L8 L9 L7 L9 L0 L L S S S L0 L S L L5 S5 L6 L8 S6 INSCHKELEN/ SELECTEREN C FSLUITEN INSCHKELEN De reset-procedure zet de waarden, parameters en geheugens weer volledig op de fabrieksinstellingen. Deze procedure is in de volgende gevallen nuttig: Teveel wijzigingen van de lasparameters en problemen met het instellen van de fabrieksparameters. Niet-geïdentificeerde softwareproblemen die de juiste werking van de stroombron beletten. GEDEELTELIJKE RESET De reset-procedure zet de parameters en instellingen terug op de oorspronkelijke waarden, behalve bij de volgende instellingen: Instellingen van het SETUP-menu. In het geheugen opgeslagen jobs. TOTLE RESET De reset-procedure zet de waarden, parameters en geheugens weer volledig op de fabrieksinstellingen. lle geheugenplaatsen worden gewist en dus ook alle persoonlijke lasinstellingen! Zet de schakelaar voor de voeding van de stroombron op O om de apparatuur uit te schakelen. Terwijl u beide toetsen S en S6 ingedrukt houdt, zet u de schakelaar voor de voeding van de stroombron op I om de apparatuur in de schakelen [ GELIJKTIJDIGE HNDELINGEN ] rec Pr: Het bericht verschijnt op de volgende displays: D-D. Kies de volgende instellingen met de encoder E (totaal). : rec Pr (gedeeltelijk) of rec FC F + (0)

15 C fsluiten met bevestiging Druk op toets S. Wacht tot het geheugen volledig is gewist. Het menu wordt automatisch afgesloten. fsluiten zonder bevestiging Druk op een willekeurige toets (behalve S). Het menu wordt automatisch afgesloten. 6 SET UP (INITIËLE INSTELLING VN DE STROOMRON) L L5 D L6 L7 D L8 L9 L0L L LL E L L L SEt UP INSTELLING L5 L L L6 L7 L8 L9 L L L5 L L0 L L6 L7 L8 L9 L7 L9 L0 L L S S S L0 L S L L5 S5 L6 L8 S6 INSCHKELEN/ SELECTEREN C FSLUITEN Zet de schakelaar voor de voeding van de stroombron op O om de apparatuur uit te schakelen. Terwijl u toets S ingedrukt houdt, zet u de schakelaar voor de voeding van de stroombron op I om de apparatuur in te schakelen. [ GELIJKTIJDIGE HNDELINGEN ] SEt UP : Het bericht verschijnt gedurende enkele seconden op de volgende displays: D-D. Coo ut : ihet bericht verschijnt op de volgende displays: D-D. Met behulp van toets S scrolt u de instellingen die gewijzigd moeten worden. Met encoder E wijzigt u de waarde van de gekozen instelling. C fsluiten met bevestiging Druk op een willekeurige toets (behalve S) bijvoorbeeld op S. Het menu wordt automatisch afgesloten. F + (0)

16 Tab. - Setup-instellingen FKORTING INSTELLING MIN STNDRD MX Coo KOELING NGESLOTEN ut ut off St.C. STRTSTROOM % % F.Cu. EINDSTROOM % % HF.C. HF STROOM 0 SYn 50 HF.t. HF-TIJD 0,5 s,0 s,0 s PUL. PULSTYPE SLo. F. F. P.. PRIMIRE OOGSTROOM off on on E.C.C. UITREIDING CONTCT COMMNDO off off on E.r.I. STROOMFLEZING INSCHKELEN off on on StS SPECILE TOORTSEWEGING off off F.r.C. TYPE PEDLEDIENING 9 I.UP STROOM UP off off on - Coo [INSCHKELING KOELGGREGT]: ON = Het koelaggregaat is altijd ingeschakeld wanneer de stroombron is ingeschakeld. Deze werkwijze verdient de voorkeur bij zware en automatische bewerkingen. OFF = Het koelaggregaat is altijd uitgeschakeld wanneer een toorts met luchtkoeling wordt gebruikt. UT = ij de inschakeling van de machine wordt het koelaggregaat gedurende 5 s ingeschakeld. ij het lassen is het koelaggregaat altijd ingeschakeld. Na het lassen blijft het koelaggregaat gedurende 90 s ingeschakeld + een aantal seconden dat gelijk is aan de waarde van de gemiddelde stroom die bij de HOLD-functie wordt weergegeven. Vullen van de toorts LET OP! Vergewis u ervan dat de gebruikte toorts goed gedimensioneerd is voor de vereiste lasstroom en voor het beschikbare en gekozen type koeling. Op die manier worden gevaren voor brandwonden van de operator, mogelijke storingen en onherstelbare schade aan de toorts zelf en de installatie voorkomen. ls u een toorts aanbrengt of door een andere vervangt terwijl de machine is ingeschakeld, moet het circuit van de toorts onmiddellijk na de montage met koelvloeistof gevuld worden om te voorkomen dat de toorts beschadigd wordt wanneer met hoge stromen en met het circuit zonder vloeistof wordt gewerkt. Inschakeling met werking van het koelaggregaat ingesteld op ON of UT Er wordt automatisch gecontroleerd of er vloeistof in het koelcircuit zit en het koelaggregaat wordt 5 seconden ingeschakeld. ls het koelwatercircuit gevuld is, maakt de stroombron zich klaar in de laatste stabiele lasconfiguratie. ls het watercircuit niet volledig gevuld is, wordt de uitvoering van alle functies belet en is er met name geen vermogen aanwezig aan de uitgang. L. Coo. : Het bericht verschijnt op de volgende displays: D-D. Druk op een (willekeurige) toets om de controle nog eens 5 seconden te herhalen. ls het probleem blijft bestaan moet u ervoor zorgen dat de oorzaak van het alarm ver holpen wordt. Inschakeling met werking van het koelaggregaat ingesteld op OFF De werking van het koelaggregaat en het alarm van het koelaggregaat zijn uitgeschakeld. 6 F + (0)

17 Er wordt gelast zonder vloeistofkoeling van de toorts. Vervanging van de toorts met werking van het koelaggregaat ingesteld op ON Druk op de toortsschakelaar en laat hem los. Het koelaggregaat wordt ingeschakeld om het circuit van de toorts gedurende 5 seconden te vullen. - St.C. [STRTSTROOM] De waarde van de parameter kan worden ingesteld als percentage van de lasstroom of als de absolute waarde, uitgedrukt in ampère. - F.Cu. [EINDSTROOM] De waarde van de parameter kan worden ingesteld als percentage van de lasstroom of als de absolute waarde, uitgedrukt in ampère. - HF.C. [HF-STROOM] De parameter bepaalt de stroomwaarde gedurende de HF ontlading. De waarde van de parameter kan ingesteld worden als absolute waarde of in SYN. Met de instellingen in SYN wordt de waarde van de HF-stroom automatisch berekend op basis van de ingestelde lasstroomwaarde. Gevolgen van het verhogen van de waarde: Het ontsteken van de lasboog (vonkoverslag) wordt vergemakkelijkt, ook op erg vuile werkstukken. ls de plaat te dun is, bestaat het risico er dwars doorheen te branden. - HF.t. [HF-TIJD] Deze parameter bepaalt de maximale duur van de hoogfrequentontsteking (HF). - PUL. [PULSETYPE] SLo. = De instelling schakelt de werkwijze traag pulserend lassen in. Hierbij moeten de piektijd en de basistijd worden ingesteld. F= De instelling schakelt de werkwijze snel pulserend lassen in. De frequentie en de bedrijfscyclus (duty-cycle) moeten worden ingesteld. - P.. [PRIMIRE OOGSTROOM] De functie maakt het mogelijk een kleine stroom te sturen tussen de e en de e takt van de toortsschakelaar om het lasmasker preventief te verduisteren om verblinding door de te lasstroom te vermijden. - E.C.C. [UITREIDING CONTCT COMMNDO] De functie maakt het mogelijk de RC-ON- en LRMsignalen uit te zenden d.m.v. de signaalconnector voor automatische toepassingen - E.r.I. [STROOMFLEZING INSCHKELEN] Met deze functie kan de weergave van de werkelijke lasstroom worden in- en uitgeschakeld. - StS [SPECILE TOORTSEWEGING] De parameter verandert de werkingsmodus van de toortsschakelaar. off: geeft de standaardwerking aan. : geeft de variant aan voor het beheer van het niveau T -level. Dit maakt de overgang op de tweede lasstroom mogelijk door een van de twee toetsen UP / DOWN in te drukken en ingedrukt te houden; door de toets los te laten wordt naar de hoofdstroom teruggekeerd. ls de variant off is geselecteerd zijn de toetsen UP / DOWN tijdens alle processen geblokkeerd. : geeft de variant aan voor het beheer van de downslope. Door de toortsschakelaar tijdens de -takt (T) los te laten wordt de downslope onderbroken en wordt meteen overgegaan naar de eindstroom zonder de volledige uitkratertijd uit te voeren. F + (0)

18 - F.r.C. [TYPE PEDLEDIENING] De parameter kiest het type pedaal dat gebruikt wordt: RC0 Standaard pedaaltype. RC09 Speciaal pedaaltype. Met dit type pedaal kan de druk van het pedaal of de toortsschakelaar worden herkend om zo automatisch van de interne regeling over te gaan op de externe regeling met pedaal. - I.UP [STROOM UP] Wanneer de parameter op ON is ingesteld, is de maximale waarde van de lasstroom die met de UP/DOWN-toorts ingesteld kan worden die van de stroom die ingesteld werd door middel van de encoder op het frontpaneel van de lasbron. Wanneer de parameter op OFF is ingesteld, is de maximale waarde van de lasstroom die met de UP/DOWN-toorts ingesteld kan worden die van de stroom die door de lasbron afgegeven kan worden. 7 LRMEHEER Deze led gaat branden wanneer er een probleem is met de werking. Er wordt een alarmmelding op het volgende display weergegeven: D. Tab. - larmmeldingen MELDING ETEKENIS GEEURTENIS CONTROLES L. HE. ij het inschakelen Thermisch alarm Geeft aan dat de thermische bescherming door een te hoge temperatuur van de stroombron heeft ingegrepen. Laat de apparatuur ingeschakeld om de oververhitte delen sneller af te koelen. ls het probleem verdwenen is, start de stroombron automatisch weer op. larm Ontbrekende fase Geeft aan dat er een fase is weggevallen in de voedingslijn van de apparatuur. Het bericht verschijnt wanneer de led "ctivering netbescherming" gaat branden. verschijnt - seconden lle functies zijn geblokkeerd. Uitzonderingen: De koelventilator. Het koelaggregaat (indien ingeschakeld). lle functies zijn geblokkeerd. Uitzonderingen: De koelventilator. Controleer of het door het lopende lasproces vereiste vermogen lager is dan het opgegeven maximale vermogen. Controleer of de werkomstandigheden conform zijn aan die op het kenplaatje van de stroombron. Controleer of er voldoende luchtcirculatie is rond de stroombron. Controleer of alle fasen van de voedingsleiding van de apparatuur aanwezig zijn. ls het probleem blijft bestaan: is reparatie door het technisch personeel nodig, dat gekwalificeerd is voor reparatie/onderhoud. 8 F + (0)

19 MELDING ETEKENIS GEEURTENIS CONTROLES L. Coo. E. 69 E. 0 E. 05 Cn Err. larm koelaggregaat Geeft een te lage druk aan in het koelcircuit van de toorts. Softwarecompatibiliteitsfout Geeft aan dat de stroombron een softwareversie heeft die niet compatibel is met het toestel op afstand dat erop is aangesloten (afstandsbediening, draadkoffer). larm - tekort aan spanning in onbelaste toestand larm toortsschakelaar Geeft aan dat bij de inschakeling van de stroombron een kortsluiting werd gemeten op de ingang van de toortsschakelaar. Zodra het probleem opgeheven is, start de stroombron automatisch weer op. larm geen communicatie Geeft aan dat er problemen zijn in de communicatie van gegevens tussen de stroombron en de draadkoffer. Zodra het probleem opgeheven is, start de stroombron automatisch weer op. Het alarm wordt afgesloten door een van de volgende handelingen te verrichten: De stroombron uitschakelen. lle functies zijn geblokkeerd. Uitzonderingen: De koelventilator. Het type alarm blijft weergegeven tot er een handeling op de gebruikersinterface wordt verricht. De melding van het alarm hangt af van de volgende instelling: Coo = on: dit alarm wordt gegeven als het koelaggregaat op de stroombron aangesloten en ingeschakeld is. Coo = off: het alarm wordt in geen enkel geval gegeven. Coo = ut: dit alarm wordt gegeven als het koelaggregaat op de stroombron aangesloten en ingeschakeld is. lle functies zijn geblokkeerd. Uitzonderingen: De koelventilator. lle functies zijn geblokkeerd. Uitzonderingen: De koelventilator lle functies zijn geblokkeerd. Uitzonderingen: De koelventilator. lle functies zijn geblokkeerd. Uitzonderingen: de koelventilator. het koelaggregaat (indien ingeschakeld). Controleer of de aansluiting op het koelaggregaat naar behoren is uitgevoerd. Controleer of de schakelaar "O/I" in de stand I staat en of hij gaat branden wanneer de pomp begint te draaien. Controleer of er koelvloeistof aanwezig is in het koelaggregaat. Controleer of het koelcircuit intact is, met name de buizen van de toorts, de zekering en de interne aansluitingen van het koelaggregaat. De software van het toestel op afstand bijwerken. Neem contact op met de servicedienst. Controleer of de lastoorts niet op het te lassen werkstuk ligt, dat verbonden is met de massa. Controleer of er bij de inschakeling van de stroombron geen kortsluiting is tussen de contactendozen (de spanning moet > Ur). ls het probleem blijft bestaan: is reparatie door het technisch personeel nodig, dat gekwalificeerd is voor reparatie/onderhoud. Controleer of de toortsschakelaar niet ingedrukt, geblokkeerd of kortgesloten is. Controleer of de toorts en de connector van de lastoorts intact zijn. Controleer of stroomkabel die de stroombron en de draadkoffer op elkaar aansluit intact is en de connectors goed vastzitten. ls het probleem blijft bestaan: is reparatie door het technisch personeel nodig, dat gekwalificeerd is voor reparatie/onderhoud. F + (0)

20 8 MM-LSSEN 8. MM-LSSEN/SCHOONRNDEN - MENU VN HET EERSTE NIVEU L L5 D L6 L7 D L8 L9 L0L L LL E L L L C INSTELLING L5 L L L6 L7 L8 L9 L L L5 L L0 L L6 L7 L8 L9 L7 L9 L0 L L S S S L0 L S L L5 S5 L6 L8 S6 SELECTEREN INSCHKELEN Druk op toets S6 om de MM- of SCHOONRNDMODUS in te schakelen. L6 L7 L8 L0 L L9 L L 6 L 8 MM SCHOONRNDEN S6 C Druk op toets S om de lijst met instellingen te scrollen die moeten worden gewijzigd. De afkorting m.b.t. de te wijzigen instelling verschijnt op volgende displays: D. De relatieve waarde van de gekozen invoer verschijnt op de volgende displays: D. Met encoder E wijzigt u de waarde van de gekozen instelling. De waarde wordt automatisch in het geheugen opgeslagen. Tab. - Parameters van het menu van het e niveau: MM/SCHOONRNDMODUS FKORTING INSTELLING MIN STNDRD MX OPMERKINGEN - LSSTROOM MXIMUMSTROOM MET FSTNDSEDIENING 0 80 MX MX: maximumwaarde van de lasstroom Ho.S. HOT-STRT 0 % *SYn 00 % lleen MM r.f. RC-FORCE 0 % *SYn 50 % lleen MM Druk op een willekeurige toets (behalve S) om de instelling op te slaan en het menu af te sluiten. 0 F + (0)

21 - LSSTROOM Deze parameter regelt de waarde van de hoofdlasstroom. - MXIMUMSTROOM MET FSTNDSEDIENING Dit is de maximale waarde van de opgewekte stroom die bereikt kan worden door een extern instelsignaal afkomstig van het pedaal. - HOT-STRT Deze parameter helpt de elektrode te smelten op het moment van de vonkoverslag. Hij wordt ingesteld als percentage van de waarde van de volgende parameter: LSSTROOM. De waarde is beperkt tot maximaal 50. Gevolgen van het verhogen van de waarde: Gemakkelijke vonkoverslag; Meer spatten aan het begin; Groter ontstekingsoppervlak. Gevolg van een vermindering van de waarde: Problemen bij de vonkoverslag; Minder spatten aan het begin; Kleiner ontstekingsoppervlak. - RC-FORCE Deze parameter helpt de elektrode om niet vast te blijven plakken tijdens het lassen. Hij wordt ingesteld als percentage van de waarde van de volgende parameter: LSSTROOM. Gevolgen van het verhogen van de waarde: Vloeiend lassen; Stabiliteit van de lasboog; eter smelten van de elektrode in het werkstuk; Grotere lasspatten. Gevolg van een vermindering van de waarde: De lasboog dooft gemakkelijker. Minder lasspatten. 8. MM-LSSEN/SCHOONRNDEN - MENU VN HET TWEEDE NIVEU L L5 D L6 L7 D L8 L9 L0L L LL E L L L El. bs INSTELLING L5 L L L6 L7 L8 L9 L L L5 L L0 L L6 L7 L8 L9 L7 L9 L0 L L sec INSCHKE- LEN/SELECTEREN S S S L0 L S L L5 S5 L6 L8 S6 F + (0)

22 Houd toets S seconden ingedrukt om naar het menu van het e niveau te gaan. De afkorting m.b.t. de te wijzigen instelling verschijnt op volgende displays: D. De relatieve waarde van de gekozen invoer verschijnt op de volgende displays: D. Druk op toets S om de lijst met instellingen te scrollen die moeten worden gewijzigd. Met encoder E wijzigt u de waarde van de gekozen instelling. De waarde wordt automatisch in het geheugen opgeslagen. Tab. - Parameters van het menu van het e niveau: MM-modus FKORTING INSTELLING MIN STNDRD MX OPMERKINGEN EL. TYPE ELEKTRODE bs bs Urd DLING VN DE UITGNGS- SPNNING off off on bs= basisch rut= rutiel Crn= chroom/nikkel LU= aluminium lleen MM U.EL. LNGEOOGSPNNING 7 *SYn 70 lleen MM Druk op een willekeurige toets (behalve S) om de instelling op te slaan en het menu af te sluiten. - TYPE ELEKTRODE Met deze parameter kan het type elektrode worden gekozen die men wil gebruiken. Met de keuze kunnen de lasparameters automatisch worden geoptimaliseerd. - VRD Deze parameter vermindert de spanning tussen de lasstopcontacten wanneer niet gelast wordt. De procedure voor het ontsteken van de lasboog is de volgende: Raak het werkstuk aan met de punt van de elektrode. eweeg de elektrode weer omhoog. De spanning wordt gedurende enkele seconden gedeblokkeerd. Raak het werkstuk aan met de punt van de elektrode. De lasboog ontsteekt. - LNGEOOGSPNNING Deze parameter blokkeert de opwekking van de stroom wanneer de spanning tussen de elektrode en het werkstuk de ingestelde drempelwaarde overschrijdt. Gevolgen van het verhogen van de waarde: De ontstoken lasboog blijft intact, ook als de elektrode ver gehouden wordt van het werkstuk waaraan gelast wordt. Gevolg van een vermindering van de waarde: Sneller beëindigen van het lassen. *SYN: Deze afkorting geeft aan dat de regeling van de parameters synergetisch is. De optimale waarde van de parameter wordt op grond van de ingestelde waarde van de lasstroom automatisch door de microprocessor ingesteld. Wanneer SYN aanwezig is, moet u de volgende toets indrukken om de synergetische waarde te zien: S5. Deze waarde is zichtbaar, maar kan niet door de gebruiker gewijzigd worden. F + (0)

23 8. MM-LSSEN - SPECILE FUNCTIES L L5 D L6 L7 D L8 L9 L0L L LL E L L L d.r off INSTELLING L5 L L L6 L7 L8 L9 L L L5 L L0 L L6 L7 L8 L9 L7 L9 L0 L L S S S L0 L S L L5 S5 L6 L8 S6 INSCHKELEN Druk op toets S om de speciale functie in te schakelen. De afkorting m.b.t. de te wijzigen instelling verschijnt op volgende displays: D. De relatieve waarde van de gekozen invoer verschijnt op de volgende displays: D. Met encoder E wijzigt u de waarde van de gekozen instelling. De waarde wordt automatisch in het geheugen opgeslagen. Tab. 5 - Speciale functies in de MM-modus FKORTING INSTELLING MIN STNDRD MX OPMERKINGEN d.r. DYNMIC RC off off on lleen MM (behalve S) om de instellingen op te slaan en het menu af te slui- Druk op een willekeurige toets ten. - DYNMIC RC De spanning tussen elektrode en werkstuk wordt altijd constant gehouden, ook als de afstand tussen elektrode en het te lassen werkstuk verandert. Gevolgen van het verhogen van de waarde: Het vastplakken van de elektrode wordt voorkomen; Dunne delen vervormen gemakkelijker. F + (0)

24 9 TIG LSSEN 9. TIG-LSSEN - MENU VN HET EERSTE NIVEU L L5 D L6 L7 D L8 L9 L0L L LL E L L L 80. C INSTELLING L5 L L L6 L7 L8 L9 L L L5 L L0 L L6 L7 L8 L9 L7 L9 L0 L L S S S L0 L S L L5 S5 L6 L8 S6 SELECTEREN INSCHKELEN Druk op toets S6 om de gewenste TIG-MODUS in te schakelen. L6 L8 L0 L S6 L7 L9 L L 8 L 9 L 0 L L TIG DC CONTINU TIG DC PULSEREND TIG DC PULSEREND SYNERGETISCH TIG C TIG C PULSEREND C Druk op toets S om de lijst met instellingen te scrollen die moeten worden gewijzigd. De afkorting m.b.t. de te wijzigen instelling verschijnt op volgende displays: D. De relatieve waarde van de gekozen invoer verschijnt op de volgende displays: D. Met encoder E wijzigt u de waarde van de gekozen instelling. De waarde wordt automatisch in het geheugen opgeslagen. Druk op een willekeurige toets (behalve S) om de instelling op te slaan en het menu af te sluiten. L0 L L L L L5 L6 L7 L8 L9 F + (0)

25 Tab. 6 - Parameters van het menu van het e niveau: TIG DC CONTINU- en TIG C-modus FKORTING INSTELLING MIN STNDRD MX HNDIGE TIPS Pr.G. GSVOORSTROOMTIJD 0,0 s 0, s 0,0 s angeraden waarde 0,s St.C. (L 0) STRTSTROOM angeraden waarde 0% of % 50 % 00 % 5 Sl.u. (L ) UPSLOPE 0,0 s 0,0 s 5,0 s angeraden waarde 0,s - (L ) LSSTROOM MXIMUMSTROOM MET F- STNDSEDIENING 5 80 MX S.Cu. (L ) TWEEDE STROOM -LEVEL 0 % 50 % 00 % MX: maximumwaarde van de lasstroom Sl.d. (L 7) DOWNSLOPE 0,0 s 0,0 s 5,0 s angeraden waarde 0,5s F.Cu. (L 8) EINDSTROOM 5 5 MX MX: maximumwaarde van de lasstroom 5 % 5 % 80 % angeraden waarde 0% Po.G. (L 9) GSNSTROOMTIJD 0,0 s 0,0 s 5,0 s angeraden waarde 8,0s L0 L L L L L5 L6 L7 L8 L9 Tab. 7 - Parameters van het menu van het e niveau: TIG DC PULSEREND; TIG DC PULSEREND SYNERGETISCH en TIG C PULSERENDE-modus FKORTING INSTELLING MIN STNDRD MX HNDIGE TIPS Pr.G. GSVOORSTROOMTIJD 0,0 s 0, s 0,0 s angeraden waarde 0, s St.C. (L 0) STRTSTROOM 5 50 MX % 50 % 00 % MX: maximumwaarde van de lasstroom angeraden waarde 0 % of 5 Sl.u. (L ) UPSLOPE 0,0 s 0,0 s 5,0 s angeraden waarde 0, s - (L ) LSSTROOM MXIMUMSTROOM MET FSTNDS- EDIENING 5 80 MX S.Cu. (L ) TWEEDE STROOM -LEVEL 0 % 50 % 00 % MX: maximumwaarde van de lasstroom b.cu. (L ) SISSTROOM % 0 % 00 % angeraden waarde 0 % PE.t. (L 5) PIEKTIJD OF CYCLUS % 50 % 99 % angeraden waarde 0 % 0, s 5,0 s 5,0s eschikbaar PULSTYPE=TRG met P.Fr. (L 5 + L 6) PULSFREQUENTIE 0, Hz 00 Hz,5 khz angeraden waarde - Hz bij lassen met een lage frequentie. angeraden waarde khz bij 80 % SIS- STROOM en 50 % cyclus bij hoogfrequent lassen. b.t. (L 6) SISTIJD 0, s 5,0 s 5,0 s eschikbaar PULSTYPE=TRG Sl.d. (L 7) DOWNSLOPE 0,0 s 0,0 s 5,0 s angeraden waarde 0,5 s F.Cu. (L 8) EINDSTROOM met 5 5 MX MX: maximumwaarde van de lasstroom 5 % 5 % 80 % angeraden waarde 0 % Po.G. (L 9) GSNSTROOMTIJD 0,0 s 0,0 s 5,0 s angeraden waarde 8,0 s F + (0)

26 - Met PULSEREND-SYNERGETISCH TIG DC-lassen kan een sterk geconcentreerde boog verkregen worden. Het is een zeer stabiele boog en verplaatst het bad met sterke schommelingen. Het past zich perfect aan het puntlassen aan, aan het maken van dunne lasrupsen. Het wordt aangeraden bij dunne werkstukken en vooral daar waar een bijzonder stabiele boog vereist is (stroperige lasbaden). ij deze lasmodus zijn de parameters van het pulserend lassen: SISSTROOM; PIEKTIJD; PULS- FREQUENTIE. Ze worden alleen maar weergegeven en kunnen niet worden gewijzigd. - GSVOORSTROOMTIJD Gastoevoertijd voor het begin van de vonkoverslag van de lasboog. Deze regeling is nodig wanneer bevestigingspunten moeten worden aangebracht of wanneer gelast moet worden in moeilijk te bereiken posities en die een inerte atmosfeer vereisen vooraleer de lasboog te ontsteken. Gevolgen van het verhogen van de waarde: De parameter creëert een inerte omgeving waardoor onzuiverheden aan het begin van het lassen verwijderd worden. - STRTSTROOM Waarde van de stroom die opgewekt wordt door de apparatuur, onmiddellijk na het ontsteken van de lasboog. De waarde van de parameter kan worden ingesteld als percentage van de lasstroom of als de absolute waarde, uitgedrukt in ampère. De parameter wordt weergegeven, maar wordt niet gebruikt gedurende het lassen wanneer de volgende instelling aanwezig is: MULTI TCK = ON Het nut van een regelbare beginlasstroom is dat het lassen aan het werkstuk niet met te hoge stroomwaarden begint en het dus niet wordt beschadigd. ijzonder gunstig bij het lassen van dunne platen. - UPSLOPE Tijd waarop de beginstroom de waarde van de lasstroom aanneemt volgens een kromme. Deze regeling wordt gebruikt om te vermijden dat de lasnaden op het moment van de ontsteking beschadigd worden door te hoge stromen. De waarde van de hoofdlasstroom wordt geleidelijk verhoogd om de regelmatigheid van de aanslag en de penetratie te controleren. De parameter wordt niet gebruikt gedurende het lassen wanneer de volgende instelling aanwezig is: MULTI TCK = ON - LSSTROOM Deze parameter regelt de waarde van de hoofdlasstroom. - MXIMUMSTROOM MET FSTNDSEDIENING Is de maximaal te bereiken waarde van de opgewekte stroom door instelling met de externe afstandsbediening. TWEEDE STROOM -LEVEL Door tijdens het lassen de toets van de toorts snel in te drukken en weer los te laten (minder dan 0,5 seconde), neemt de opgewekte stroom de waarde aan die werd ingesteld als tweede stroom -level. Deze functie maakt het mogelijk de las niet te onderbreken in geval van een wijziging van de geometrie van het te lassen werkstuk, of om de lasstroom te beperken om de warmte-inbreng in het werkstuk te verminderen in geval dit tijdens het lassen te hoge temperaturen bereikt. ij het TIG DC-lassen is de parameter nuttig als stukken met verschillende diktes gelast moeten worden tijdens dezelfde lasbewerking; wanneer men van een dikte naar een andere overgaat, wordt de waarde van de stroom eenvoudigweg veranderd door op de toortsschakelaar te drukken. 6 F + (0)

27 - SISSTROOM Minimumstroom van de gepulseerde golf. Gevolgen van het verhogen van de waarde: - Snellere verwezenlijking van het smeltbad. - Toename van de warmte-beïnvloede zone. - IMPULSTIJD / DUTY CYCLE (INSCHKELDUUR) Tijd waarop de stroomimpuls zijn maximale waarde bereikt. Met de instelling SET UP, PULSETYPE = FST wordt de afstelling in % van de PULSECYCLUS (CYCLUSTIJD=/PULSFREQUENTIE) weergegeven. Met de instelling SET UP, PULSETYPE = SLOW wordt de afstelling in seconden weergegeven. Gevolgen van het verhogen van de waarde: - redere lasrups en grotere penetratie van de las. - Mogelijkheid om grotere sneden te verwezenlijken. Gevolg van een vermindering van de waarde: - Smallere lasrups en afname van de warmte-beïnvloede zone. - Moeilijkheid om het smeltbad tot stand te brengen. - PULSFREQUENTIE Hoe hoger de frequentie hoe strakker de lasrups en hoe langer de lastijd. Met de toename van de frequentie neemt de warmte-beïnvloede zone af. De met hoogfequent gepulseerde lasboog (khz) is geschikt voor platte lasrupsen (stomplassen of overlappend) bij diktes die dunner zijn dan mm. Gevolgen van het verhogen van de waarde: - Lagere smeltsnelheid. - fname van de warmte-beïnvloede zone. - SISTIJD Tijd waarop de opgewekte stroom de basiswaarde aanneemt. eschikbaar bij de instelling SET UP, PULSETYPE = SLOW. De afstelling is in seconden. Gevolgen van het verhogen van de waarde: - Het toegevoegde materiaal wordt beter uitgespreid. - Toename van de warmte-beïnvloede zone. - DOWNSLOPE De tijd waarin de stroom volgens een kromme verandert van lasstroom tot eindstroom. Voorkomt kratervorming bij het uitdoven van de lasboog. De parameter wordt niet gebruikt gedurende het lassen wanneer de volgende instelling aanwezig is: MULTI TCK = ON - EINDSTROOM ij het lassen met materiaaltoevoer maakt deze parameter het mogelijk om vanaf het begin tot het eind van de las een uniforme laag aan te brengen en de krater van het aangebrachte materiaal met een zodanige stroom te sluiten om een laatste druppel toevoegmateriaal toe te voegen. De waarde van de parameter kan worden ingesteld als percentage van de lasstroom of als de absolute waarde, uitgedrukt in ampère. De parameter wordt weergegeven, maar wordt niet gebruikt gedurende het lassen wanneer de volgende instelling aanwezig is: MULTI TCK = ON Door de toortsschakelaar gedurende de e fase ingedrukt te houden, wordt de kratersluitstroom (crater filler current) in stand gehouden waardoor het mogelijk is de krater optimaal te sluiten tot de toortsschakelaar (e fase) wordt losgelaten, waardoor de gasnastroomtijd begint te lopen. F + (0)

28 - GSNSTROOMTIJD Tijd waarop gas wordt toegevoerd na het doven van de lasboog. Gevolgen van het verhogen van de waarde: - etere vlamreiniging (het laatste deel van de las is mooier). - Meer gasverbruik. Gevolg van een vermindering van de waarde: - Minder gasverbruik. - Oxidatie van de punt (moeilijker vonkoverslag van de lasboog). Raadpleeg de volgende grafiek om een beter inzicht te krijgen in de werking van de hierna beschreven parameters. (I) LSSTROOM (I) SISSTROOM (I) EINDSTROOM (I) STRTSTROOM (t) UPSLOPE TIJD (t) IMPULSTIJD / DUTY CYCLE (INSCH- KELDUUR) (t) SISTIJD (/t+t) PULSFREQUENTIE (t) DOWNSLOPE TIJD (t5) GSVOORSTROOMTIJD (t6) GSNSTROOMTIJD 9. TIG-LSSEN - MENU VN HET TWEEDE NIVEU L L5 D L6 L7 D L8 L9 L0L L LL E L L L HF on INSTELLING L5 L L L6 L7 L8 L9 L L L5 L L0 L L6 L7 L8 L9 L7 L9 L0 L L sec INSCHKE- LEN/SELECTEREN S S S L0 L S L L5 S5 L6 L8 S6 Houd toets S seconden ingedrukt om naar het menu van het e niveau te gaan. De afkorting m.b.t. de te wijzigen instelling verschijnt op volgende displays: D. De relatieve waarde van de gekozen invoer verschijnt op de volgende displays: D. Druk op toets S om de lijst met instellingen te scrollen die moeten worden gewijzigd. 8 F + (0)

29 Met encoder E wijzigt u de waarde van de gekozen instelling. De waarde wordt automatisch in het geheugen opgeslagen. Druk op een willekeurige toets (behalve S) om de instelling op te slaan en het menu af te sluiten. Tab. 8 - Parameters van het menu van het e niveau: TIG DC modus FKORTING INSTELLING MIN STNDRD MX OPMERKINGEN SP.t. PUNTLSTIJD 0,0s 0,0s 0,0s lleen bij -takt puntlassen P.t. PUSE TIME 0,0s off 0,0s HF CTIVERING ONTSTEKING HF-LSOOG off on on lleen bij -takt puntlassen lleen met HF=ON Sl.u. MINIMLE STROOM VOETPEDL % 5 % 90 % lleen met PEDL Tab. 9 - Parameters van het menu van het e niveau: TIG C modus FKORTING INSTELLING MIN STNDRD MX OPMERKINGEN C C GOLF VORM 9 SP.t. PUNTLSTIJD 0,0s 0,0s 0,0s lleen bij -takt puntlassen P.t. PUSE TIME 0,0s off 0,0s HF CTIVERING ONTSTEKING HF-LSOOG off on on lleen bij -takt puntlassen lleen met HF=ON Sl.u. MINIMLE STROOM VOETPEDL % 5 % 90 % lleen met PEDL - C GOLFVORM Met deze parameter kan het type vorm van de C-golf worden gekozen. Tab. 0 - Type TIG C-golfvorm WRDE DC+ GOLFVORM DC- sinusoïdaal sinusoïdaal rechthoekig rechthoekig driehoekig driehoekig sinusoïdaal rechthoekig 5 rechthoekig sinusoïdaal 6 sinusoïdaal driehoekig 7 driehoekig sinusoïdaal 8 rechthoekig driehoekig 9 driehoekig rechthoekig LOKGOLF: Voordelen: Veel energie overgebracht op het werkstuk dat moet worden gelast. De lasrups ziet er erg glanzend en schoon uit. Hoge lassnelheid en een optimale penetratie. F + (0)

30 Nadelen: Lawaaierige lasboog. SINUSGOLF: Voordelen: Goede energieoverdracht op het werkstuk dat moet worden gelast. De lasrups ziet er erg glanzend en schoon uit. Goede lassnelheid en een optimale penetratie. Weinig lawaaierige lasboog. Nadelen: Iets lagere prestaties ten opzichte van de blokgolf. DRIEHOEKSGOLF: Voordelen: Weinig energie overgebracht op het werkstuk dat moet worden gelast en dus geschikt voor materialen of legeringen met een laag smeltpunt. Controle van de penetratie (niet groot). Zeer weinig lawaaierige lasboog. Nadelen: Stroom niet geschikt voor een hoge lassnelheid of waar glanzende lasrupsen of een grote penetratie gewenst zijn. - PUNTLSTIJD lleen beschikbaar bij -takt puntlassen Door op de toortsschakelaar te drukken wordt de lasboog gedurende de met de parameter ingestelde tijd opgewekt. Druk de toortsschakelaar nogmaals in om het lassen te hervatten. Het resultaat is een precies niet-geoxideerd punt zonder vervormingen van de plaat. -PUZETIJD lleen beschikbaar bij -takt puntlassen en als de boogontsteking met HF is geactiveerd. epaalt een vooraf ingestelde pauzetijd tussen twee puntlastijden. Door op de toortsschakelaar te drukken wordt de lasboog gedurende de met de parameter PUNTLSTIJD ingestelde tijd opgewekt, daarna blijft de lasboog uit gedurende de met de parameter PUZETIJD ingestelde tijd en ontsteekt daarna opnieuw. Dit proces duurt totdat de toortsschakelaar losgelaten wordt. ls de parameter op OFF ingesteld is, is de bedrijfsmodus van de Q-SPOT functie de standaard modus. - HF STRT De parameter maakt de ontsteking van de TIG-lasboog mogelijk d.m.v. hoogfrequent-ontlading (HF). Een HF-ontsteking voorkomt het insluiten van onzuiverheden aan het begin van de las. Indien op OFF is de ontsteking van het LIFT-RC type met strip. HF: Dit type ontsteking vindt plaats d.m.v. een elektrische ontlading met hoge spanning maar een lage stroomsterkte (HF) tussen de punt van de elektrode en het werkstuk. Wanneer de elektrische boog tot stand is gekomen stopt de stroombron met het afgeven van de HF-ontsteking. ehalve dat dit type ontsteking erg eenvoudig en direct is, is de levensduur van de elektrode langer en kan hij schoon worden gehouden, waardoor de operator met een zeer precieze en stabiele boog kan werken. 0 F + (0)

31 OOGONTSTEKNG MET HF Plaats de wolraamelektrode zodanig op het punt van ontsteking dat er een afstand van ongeveer - mm tussen de elektrode en het werkstuk is. Druk op de toortsschakelaar volgens de gekozen modus. De elektrische boog gaat branden zonder het werkstuk aan te raken. LIFT-RC: Dit type ontsteking ontstaat door een kortsluiting met lage stroomsterkte (om beschadiging van de elektrode te voorkomen), die de operator tot stand brengt tussen de punt van de elektrode en het werkstuk en het daaruit voortvloeiende optillen van de elektrodepunt, wat de stroom handhaaft en een zogenaamde elektrische boog tot stand brengt. Het is raadzaam de LIFT-RC-ontsteking te gebruiken bij toepassingen zoals onderhoud op werkende machines, lassen in de buurt van printplaaten of lassen in de buurt van een computer. PROCEDURE OM EEN LSOOG IN LIFT-RC TE ONTSTEKEN: Plaats de wolraamelektrode zodanig op het punt van ontsteking dat er een afstand van ongeveer - mm tussen de elektrode en het werkstuk is. Kom met de elektrode aan het werkstuk en druk volgens de gekozen modus op de toortsschakelaar. Hef de toorts op om de lasboog te ontsteken. - MINIMLE STROOM VOETPEDL Minimale waarde van de opgewekte stroom die bereikt kan worden door een extern instelsignaal afkomstig van het pedaal. De stroom is ingesteld als percentage van de waarde van de parameter "maximale pedaalstroom". F + (0)

32 9. TIG DC LSSEN - MENU MET SPECILE FUNCTIES L L5 D L6 L7 D L8 L9 L0L L LL E L L L q.st off INSTELLING L5 L L L6 L7 L8 L9 L L L5 L L0 L L6 L7 L8 L9 L7 L9 L0 L L S S S L0 L S L L5 S5 L6 L8 S6 INSCHKELEN Druk op toets S om de speciale functie in te schakelen. De afkorting m.b.t. de te wijzigen instelling verschijnt op volgende displays: D. De relatieve waarde van de gekozen invoer verschijnt op de volgende displays: D. Met encoder E wijzigt u de waarde van de gekozen instelling. De waarde wordt automatisch in het geheugen opgeslagen. Tab. - Speciale functies in de TIG DC-modus FKORTING INSTELLING MIN STNDRD MX OPMERKINGEN q.st. Q-STRT 0, s off 0,0 s zie Tab. d.r. DYNMIC RC off 50 zie Tab. (niet bij GEPULSEERD SYNERGETISCH TIG-LSSEN) M.t. MULTI TCK 0,5Hz off 6,0Hz zie Tab. (niet bij GEPULSEERD SYNERGETISCH TIG-LSSEN) Druk op een willekeurige toets (behalve S) om de instellingen op te slaan en het menu af te sluiten. - Q-STRT Met deze parameter kan gedurende de ingestelde tijd begonnen worden met gepulseerd synergetisch TIG-lassen, waarna het toestel automatisch overgaat op het lasproces dat op het paneel is geselecteerd. De parameter brengt het smeltbad sneller tot stand dan bij een standaardbegin, omdat het voor beweging van het gesmolten materiaal van de twee lasnaden zorgt zodat de vereniging ervan wordt versneld. De parameter is nuttig voor het puntlassen van dunne platen. Tab. - ij Q-STRT aangeraden parameters HOEKND / STOMPE ND Plaatdikte (mm) Stroom () Q-start waarde (seconden),0mm,0mm,0mm,0mm ,5 /,0 F + (0)

33 - DYNMIC RC Met deze functie kan de lasstroom bij de afname van de boogspanning toenemen en omgekeerd. De Dynamicrc verandering kan afzonderlijk worden geregeld op een waarde tussen de en 50. ijvoorbeeld, een toename van 50 bij de verandering van Volt. Deze waarde moet worden ingesteld afhankelijk van de dikte van het materiaal en het type bewerking die verricht moet worden (waarden tussen en 0 bij dunne platen en een waarde tussen 0 en 50 bij middelgrote diktes). De spanning tussen elektrode en werkstuk wordt altijd constant gehouden, ook als de afstand tussen elektrode en het te lassen werkstuk verandert. Gevolgen van het verhogen van de waarde: De lasboog behoudt dezelfde concentratie. Het vastplakken van de elektrode wordt voorkomen. Grotere lassnelheid. Minder plastische vervormingen van het gelaste werkstuk. Grotere penetratie aan de top. De warmte-inbreng is enkel geconcentreerd op de las en niet op het omliggende gebied. Minder oxidatie van het werkstuk en dus lagere kosten voor de nabehandeling na het lassen. etere controle van de eerste laag bij afschuinen (nuttig voor pijpfitters en installateurs). Gemakkelijk lassen ook van niet perfect voorbereide werkstukken. Minimum aantal fouten en een betere boogstabiliteit bij veranderingen in de beweging. TIG DC STNDRD LSSEN TIG DC-LSSEN MET DYNMIC RC mm 0mm mm 0mm D D D D Wanneer de booglengte wordt veranderd, wordt het smeltbad (D) groter met daaruit voortvloeiende toename van de warmte-inbreng op het werkstuk waardoor het oververhit raakt. Wanneer de booglengte veranderd wordt, houdt het smeltbad precies dezelfde afmeting (D) waardoor vermeden wordt dat het werkstuk oververhit raakt, en plastische vervormingen en verlies van de mechanische eigenschappen voorkomen worden. Volts mpere Tab. - ij DYNMIC RC aangeraden parameters ELKE SOORT LSND Plaatdikte (mm) Stroom () Dynrc waarde (mpère),0 mm ,0 mm ,0 mm ,0 mm Voor een optimale controle van de boog wordt aangeraden hem op een afstand van ongeveer - 5 mm van het beginpunt van de naad (nulpunt) te ontsteken. F + (0)

34 - MULTI TCK Dit bestaat uit continu puntlassen, waardoor een optimale controle op dunne platen en plaatjes/ onregelmatige afschuiningen mogelijk is. Voordelen: Veel minder oxidatie en geen vervorming. Deze parameter maakt het mogelijk dunne platen zonder vervorming te lassen. Gevolgen van het verhogen van de waarde: Dunnere platen kunnen zonder vervorming gelast worden. Er wordt minder materiaal gesmolten, het lassen verloopt trager. TIG DC CONTINU LSSEN TIG DC-LSSEN MET MULTITCK TIC continu lassen zorgt voor een continue energielevering, waardoor het werkstuk niet kan afkoelen en dus oververhit raakt met een te grote penetratie en ernstige vervorming. Met pulserend TIG lassen wordt de oververhitting verminderd, maar niet volledig opgelost, aangezien de boog hoe dan ook blijft branden en toch energie en warmte blijft leveren. Door de serie herhaalde ontstekingen over langere tijd kan het werkstuk warmte kwijt tussen de ene ontsteking en de andere. Door de MultiTack frequentie te regelen kunnen de penetratie van de las en de lassnelheid geoptimaliseerd worden en kan vooral de warmte-inbreng en daaruit voortvloeiende vervorming van het werkstuk gecontroleerd worden. ij het lassen van hoeknaden kan de Multitack met uitstekende resultaten worden gebruikt. De las blijft wit en zonder oxidatie, waardoor het vaak niet nodig is de naden na het lassen met zuur te behandelen. Tab. - ij MULTITCK aangeraden parameters HOEKND / STOMPE ND Plaatdikte (mm) Stroom () Multitack frequentie (Hz) 0,6 mm 0-60,0 -,5 0,8 mm 60-80,0 -,5,0 mm 80-00,0 -,5,5 mm 90-0,0 -,5,0 mm,5 mm,0 mm 0-0,0 -,5 0-50,5 -, ,0 -, ,5 -, ,0 -, ,5 -,0 Het wordt voor een optimale bescherming aangeraden om vanaf de ontsteking een voorgastijd te gebruiken van tussen de 0, - 0,5 seconden en op die manier oxidatie van het eerste lasgedeelte te voorkomen. Hetzelfde geldt voor het laatste gedeelte waar een voorgastijd wordt aangeraden van ten minste seconden. F + (0)

35 9. TIG C LSSEN - MENU MET SPECILE FUNCTIES L L5 D L6 L7 D L8 L9 L0L L LL E L L L U.C off INSTELLING L5 L L L6 L7 L8 L9 L L L5 L L0 L L6 L7 L8 L9 L7 L9 L0 L L S S S L0 L S L L5 S5 L6 L8 S6 INSCHKELEN Druk op toets S om de speciale functie in te schakelen. De afkorting m.b.t. de te wijzigen instelling verschijnt op volgende displays: D. De relatieve waarde van de gekozen invoer verschijnt op de volgende displays: D. Met encoder E wijzigt u de waarde van de gekozen instelling. De waarde wordt automatisch in het geheugen opgeslagen. Druk op een willekeurige toets (behalve S) om de instellingen op te slaan en het menu af te sluiten. Tab. 5 - Speciale functies in de TIG C-modus FKORTING INSTELLING MIN STNDRD MX OPMERKINGEN M.C. MIX C 0 % off 80 % E.Fu. EXTR SMELTEN 0, % off 80 % F.C. C-INVERSIEFREQUENTIE 0 Hz 65 Hz 00 Hz bl C LNS d.el. WOLFRM DIMETER 0,0mm, mm 6, mm - MIX C Met deze functie kan de lasstroom worden gemoduleerd door een TIC C-las af te wisselen met een TIC-DC-las. Hierdoor kan de efficiëntie van de TIG C-las worden verenigd met de penetratie van de TIG DC-las, waardoor grote lassnelheden worden verkregen en het lasbad bij koud werkstuk sneller tot stand komt. ovendien kunnen dikkere platen met beperkte stroomsterkte worden gelast, aangezien de portie DC veel groter is dan wanneer een golfvorm wordt gebruikt die volledig C is. De parameter die door de operator kan worden geregeld is het percentage C-golf ten opzichte van DC-golf over de hele periode, en die van 0% tot 80% varieert. Gevolgen van het verhogen van de waarde: Grotere penetratie van de las. Minder vervorming. F + (0)

36 Hogere snelheid bij de vorming van het smeltbad. Minder reiniging van het werkstuk. Doven van de boog. Het is raadzaam de waarde van 50% DC-golf nooit te overschrijden aangezien anders de vlamreiniging van het stuk en het esthetische resultaat van de lasrups minder worden. Current Full period (00%) 0 DC- (s) (50%) (50%) - EXTR SMELTEN Met deze functie kan de golfvorm ten opzichte van de nul naar het negatieve gedeelte worden verschoven. Op die manier kan een penetrerend en heel precies smeltbad worden gevormd, waarmee heel dunne platen met een elektrodepunt gelast kunnen worden die vergelijkbaar is met die van een elektrode voor TIG DC-lassen. Gevolgen van het verhogen van de waarde: Smallere boog. Grotere penetratie van de las. Minder vlamreiniging. Doven van de boog. Minder vervorming van de elektrode. De functie Extra Smelten is niet raadzaam om dikke platen te lassen aangezien de DC+ component onvoldoende is om een optimale reiniging (vlamreiniging) van het stuk te garanderen tijdens het lassen. EXTR SMELTEN 80% STROOM 50% OOG EXTR FUSION 0% 0 0% 50% 6 F + (0)

37 EXTR SMELTEN STROOM OOG 80% 0% EXTR FUSION 0% 0 0% 60% STROOM OOG 80% EXTR FUSION 0% 0 0% 0% 80% - C-INVERSIEFREQUENTIE De frequentie in TIG C is het aantal veranderingen van DC+ naar DC- binnen de tijdseenheid (T) en wordt geregeld in Hertz (Hz). ij een lagere waarde van de inversiefrequentie heeft de elektrische boog de neiging groter te worden. Daarom zijn lage frequenties raadzaam bij het lassen van relatief dikke platen of bij de vullagen bij multipass afschuiningen. ij toename van de waarde van de inversiefrequentie heeft de boog daarentegen de neiging kleiner te worden en dus worden de concentratie van het smeltbad en de lasprecisie groter. Het is dus raadzaam hoge frequentiewaarden te gebruiken voor het lassen van zeer dunne platen of bij verhogingen van malranden. Gevolgen van het verhogen van de waarde: Concentratie van de lasboog. eperking van de warmte-beïnvloede zone. Lagere smeltsnelheid. INVERSIEFREQUENTIE LGE FREQUENTIE (s) T (s) HOGE FREQUENTIE (s) T (s) F + (0)

38 - C LNS De parameter bepaalt de verhouding tussen de duur van de positieve golf en die van de negatieve golf. De volgende afbeelding geeft de grafieken weer met golven met andere C-balanswaarde: - LNS 0 is de optimale verhouding tussen Reiniging en Penetratie. LNS + is de stroomkromme met een positieve C balanswaarde (meer reiniging); in dit geval is het percentage positieve golf gelijk aan het negatieve. LNCE - is de stroomkromme met een negatieve C balanswaarde (grotere penetratie), waarbij men een laag percentage positieve golf t.o.v. de negatieve waarneemt. Gevolgen van het verhogen van de waarde: Grotere penetratie van de las. Minder reiniging. C LNS LNS 0 (s) DC+ (5%) DC- (65%) LNS + (s) DC+ (50%) DC- (50%) LNS - (s) DC+ (0%) DC- (80%) - DIMETER WOLFRMELEKTRODE De parameter optimaliseert de ontsteking van de TIG C-lasboog op basis van de diameter van de gekozen elektrode. 8 F + (0)

39 0 WERKING VN DE TOORTSSCHKELR L L5 D L6 L7 D L8 L9 L0L L LL E L L L 80. L5 L L L6 L7 L8 L9 L L L5 L L0 L L6 L7 L8 L9 L7 L9 L0 L L S S S L0 L S L L5 S5 L6 L8 S6 SELECTEREN Druk op toets S5 om de gewenste TOORTSSCHKELR-modus te kiezen. L L L L5 S5 L L L L 5 TKT TKT TKT -LEVEL TKTPUNTLSSEN (Q-SPOT) fhankelijk de gekozen lasmodaliteit zijn specifieke werkwijzen van de toortsschakelaar beschikbaar. Een aantal werkwijzen worden beschikbaar door bepaalde parameters of functies van de apparatuur via de menu s te activeren of in te stellen. In de tabel wordt aangegeven welke instellingen nodig zijn om de verschillende werkwijze te activeren. LEGEND T: -TKT LIFT-RC T HF: -TKT MET HOOGFREQUENTONTSTEKING (HF) T: -TKT LIFT-RC T HF: -TKT MET HOOGFREQUENTONTSTEKING (HF) T -L: -TKT -LEVEL T -L HF: -TKT -LEVEL MET HOOGFREQUENTONTSTEKING (HF) T Q-SPOT: -TKT PUNTLSTIJDEN T HF Q-SPOT: -TKT PUNTLSTIJDEN MET HOOGFREQUENTONTSTEKING (HF) : ltijd beschikbaar. : eschikbaar met de volgende instelling: HF= on F + (0)

40 Tab. 6 - Tabel Toortsschakelaar-modus PROCES MODUS T T HF T T HF T -L T -L HF T Q-SPOT T Q-SPOT HF MM SCHOON- RNDEN MET ELEKTRODE TIG DC CONTINU TIG DC PULSEREND TIG DC PULSE- REND-SYNER- GETISCH TIG C TIG C PULSEREND -TKT LIFT: Raak het werkstuk aan met de elektrode van de toorts. Druk de toortsschakelaar (T) in en houd hem ingedrukt. Hef de toorts langzaam op om de lasboog te ontsteken. De lasstroom neemt toe tot de ingestelde waarde, eventueel volgens een bepaalde kromme (upslope). Laat de (T) toortsschakelaar los om de procedure voor het vervolledigen van de las te starten. De stroom bereikt de eindstroom in de tijd die overeenkomt met de "downslope"-kromme. De lasboog dooft. lijf gas toevoeren gedurende de gasnastroomtijd. e TKT e TKT LSSTROOM C.C. STROOM STRTSTROOM EINDSTROOM ONTSTEKING LIFT UPSLOPE DOWNSLOPE GSNSTROOM 0 F + (0)

41 - -TKT HF: reng de toorts dichter bij het te lassen werkstuk tot de punt van de elektrode op of mm van het werkstuk komt te liggen. Druk de toortsschakelaar (T) in en houd hem ingedrukt. De lasboog ontsteekt zonder contact met het werkstuk en de (HF) spanningsontladingen stoppen automatisch. De lasstroom neemt toe tot de ingestelde waarde, eventueel volgens een bepaalde kromme (upslope). Laat de (T) toortsschakelaar los om de procedure voor het vervolledigen van de las te starten. De stroom bereikt de ingestelde eindstroom in de tijd die overeenkomt met de "downslope"- kromme. De lasboog dooft. lijf gas toevoeren gedurende de gasnastroomtijd. e TKT e TKT LSSTROOM STRTSTROOM EINDSTROOM GSVOOR- STROOM HF-ONTSTEKING UPSLOPE DOWNSLOPE GSN- STROOM -TKT LIFT: Raak het werkstuk aan met de elektrode van de toorts. Druk de toortsschakelaar in (T) en houd hem ingedrukt. Hef de toorts langzaam op om de lasboog te ontsteken. De lasboog ontsteekt en de lasstroom stelt zich in op de waarde van de primaire boogstroom. (Indien geactiveerd door SET UP menu) Laat (T) de toortsschakelaar weer los. De lasstroom neemt toe tot de ingestelde waarde, eventueel volgens een bepaalde kromme (upslope). Druk op de toortsschakelaar (T) en houd hem ingedrukt om de procedure voor het vervolledigen van de las te starten. De stroom bereikt de eindstroom in de tijd die overeenkomt met de "downslope"-kromme. De elektrische boog blijft ingeschakeld en er wordt een stroom opgewekt gelijk aan de eindstroom. In deze omstandigheden is het mogelijk het smeltbad te vullen (crater filler current). Laat (T) de drukknop los om de lasboog te onderbreken. lijf gas toevoeren gedurende de gasnastroomtijd. F + (0)

42 e TKT e TKT E TKT E TKT LSSTROOM C.C. STROOM STRTSTROOM EINDSTROOM ONTSTEKING LIFT UPSLOPE DOWNSLOPE GSNSTROOM - -TKT HF: reng de toorts dichter bij het te lassen werkstuk tot de punt van de elektrode op of mm van het werkstuk komt te liggen. Druk de toortsschakelaar (T) in en houd hem ingedrukt. De lasboog ontsteekt zonder contact te maken met het werkstuk en de HF-ontladingen stoppen automatisch. De lasstroom stelt zich in op de waarde van de primaire boogstroom. (Indien geactiveerd door SET UP menu) Laat (T) de toortsschakelaar weer los. De lasstroom neemt toe tot de ingestelde waarde, eventueel volgens een bepaalde kromme (upslope). Druk op de toortsschakelaar (T) en houd hem ingedrukt om de procedure voor het vervolledigen van de las te starten. De stroom bereikt de ingestelde eindstroom in de tijd die overeenkomt met de "downslope"- kromme. De elektrische boog blijft ingeschakeld en er wordt een stroom opgewekt gelijk aan de eindstroom. In deze omstandigheden is het mogelijk het smeltbad te vullen (crater filler current). Laat (T) de drukknop los om de lasboog te onderbreken. lijf gas toevoeren gedurende de gasnastroomtijd. e TKT e TKT E TKT E TKT LSSTROOM EINDSTROOM STRTSTROOM GSVOOR- STROOM HF ONTSTEKING UPSLOPE DOWNSLOPE GSN- STROOM F + (0)

43 -TKT -LEVEL LIFT: Raak het werkstuk aan met de elektrode van de toorts. Druk de toortsschakelaar in (T) en houd hem ingedrukt. Hef de toorts langzaam op om de lasboog te ontsteken. De lasboog ontsteekt en de lasstroom stelt zich in op de waarde van de primaire boogstroom. (Indien geactiveerd door SET UP menu). Laat (T) de toortsschakelaar weer los. De lasstroom neemt toe tot de ingestelde waarde, eventueel volgens een bepaalde kromme (upslope). Druk de toortsschakelaar in en laat hem meteen los om over te gaan naar de tweede lasstroom. De drukknop mag niet langer dan 0, seconden ingedrukt worden, anders begint de eindlasfase. Door deze knop in te drukken en weer los te laten, wordt de stroom weer gelijk aan de lasstroom. Druk op de toortsschakelaar (T) en houd hem ingedrukt om de procedure voor het vervolledigen van de las te starten. De stroom bereikt de ingestelde eindstroom in de tijd die overeenkomt met de "downslope"-kromme. De elektrische boog blijft ingeschakeld en er wordt een stroom opgewekt gelijk aan de eindstroom. In deze omstandigheden is het mogelijk het smeltbad te vullen (crater filler current). Laat (T) de drukknop los om de lasboog te onderbreken. lijf gas toevoeren gedurende de gasnastroomtijd. INDRUKKEN EN LOSLTEN e TKT e TKT E TKT E TKT HOOFD- STROOM C.C. STROOM STRTSTROOM TWEEDE STROOM EIND - STROOM ONTSTEKING LIFT UPSLOPE DOWNSLOPE GSNSTROOM -TKT -LEVEL HF: reng de toorts dichter bij het te lassen werkstuk tot de punt van de elektrode op of mm van het werkstuk komt te liggen. Druk de toortsschakelaar (T) in en houd hem ingedrukt. De lasboog ontsteekt zonder contact te maken met het werkstuk en de HF-ontladingen stoppen automatisch. De lasstroom stelt zich in op de waarde van de primaire boogstroom. (Indien geactiveerd door SET UP menu) Laat (T) de toortsschakelaar weer los. De lasboog ontsteekt zonder contact met het werkstuk en de (HF) spanningsontladingen stoppen automatisch. De lasstroom neemt toe tot de ingestelde waarde, eventueel volgens een bepaalde kromme (upslope). Druk de toortsschakelaar in en laat hem meteen los om over te gaan naar de tweede lasstroom. De drukknop mag niet langer dan 0, seconden ingedrukt worden, anders begint de eindlasfase. Door deze knop in te drukken en weer los te laten, wordt de stroom weer gelijk aan de lasstroom. Druk op de toortsschakelaar (T) en houd hem ingedrukt om de procedure voor het vervolledigen van de las te starten. F + (0)

44 De stroom bereikt de ingestelde eindstroom in de tijd die overeenkomt met de "downslope"- kromme. De elektrische boog blijft ingeschakeld en er wordt een stroom opgewekt gelijk aan de eindstroom. In deze omstandigheden is het mogelijk het smeltbad te vullen (crater filler current). Laat (T) de drukknop los om de lasboog te onderbreken. lijf gas toevoeren gedurende de gasnastroomtijd. INDRUKKEN EN LOSLTEN e TKT e TKT E TKT E TKT HOOFD- STROOM STRTSTROOM TWEEDE STROOM STROOM EIND GSVOOR- STROOM UPSLOPE DOWNSLOPE GSNSTROOM HF ONTSTEKING F + (0)

45 0. TKTPUNTLSSEN - Q-SPOT FUNCTIE L L5 D L6 L7 D L8 L9 L0L L LL E L L L L5 L6 L7 L8 L9 SP.t 0.0 L L L5 L L7 L0 L8 L L6 L9 L L L7 L9 L0 L L INSTELLING sec INSCHKE- LEN/SELECTEREN S S S L0 L S L L5 S5 L6 L8 S6 INSCHKELEN Druk op toets S5 om de modus TOORTSSCHKELR -TKTPUNTLSSEN te kiezen. C Houd toets S seconden ingedrukt om naar het menu van het e niveau te gaan. De afkorting m.b.t. de te wijzigen instelling verschijnt op volgende displays: D. De relatieve waarde van de gekozen invoer verschijnt op de volgende displays: D. Druk op toets S om de lijst met instellingen te scrollen die moeten worden gewijzigd. Kies SP.t. PUNTLSTIJD Met encoder E wijzigt u de waarde van de gekozen instelling. De waarde wordt automatisch in het geheugen opgeslagen. Druk op een willekeurige toets (behalve S) om de instelling op te slaan en het menu af te sluiten. Tab. 7 - Parameters van het menu van het e niveau: modus -takt puntlassen FKORTING INSTELLING MIN STNDRD MX OPMERKINGEN SP.t. PUNTLSTIJD 0,0s 0,0s 0,0s lleen bij -takt puntlassen P.t. PUSE TIME 0,0s off 0,0s lleen bij -takt puntlassen lleen met HF=ON - Q-SPOT Deze functie, die alleen beschikbaar is bij -TKT PUNTLSSEN, vereenvoudigt het puntlassen op beslissende wijze: Hiermee kan de elektrode exact op de plek geplaatst worden die moet worden verenigd. De elektrode wordt op het gewenste punt gehouden. Pas nadat de elektrode opgeheven wordt, geeft de machine de lasimpuls gedurende de vastgestelde tijd af. Het gevaar voor verontreiniging van de naad door de elektrode wordt aanzienlijk minder. F + (0)

46 Terwijl u de toortsschakelaar ingedrukt houdt, kan de procedure net zo vaak als u wilt worden herhaald. Deze functie is perfect voor het puntlassen van dunne platen, voor stompe lasverbindingen en op buizen. Plaats de toorts met de elektrode op het exacte punt dat moet worden vastgezet. Druk de toortsschakelaar in en til de toorts vervolgens op. Na de toorts te hebben opgetild volgt een precieze ontsteking. Tip: stel de stroom zo hoog mogelijk in met een zo laag mogelijke duur. Waarde: 0,0-0,5 Sec. Let op: belangrijk: controleer of de upslopes en downslopes nul zijn (0sec.). ls de puntlastijd minder is dan,0 s worden de upslopes en downslopes automatisch uit het lasproces verwijderd; ondanks dat blijven zij getoond worden en zijn instelbaar via de gebruikersinterface. De Q-Spot functie heeft een dubbele werkwijze, d.w.z. dat het ook mogelijk is te puntlassen zonder het werkstuk aan te raken. ij dunne platen (dunner dan,5 mm) wordt aangeraden te puntlassen terwijl de elektrode het werkstuk aanraakt. ij dikkere platen kan het zonder het werkstuk aan te raken. -TKT SPOT LIFT: Raak het werkstuk aan met de elektrode van de toorts. Druk de toortsschakelaar (T) in en houd hem ingedrukt. Hef de toorts langzaam op om de lasboog te ontsteken. Laat (T) de toortsschakelaar weer los. De lasstroom neemt toe tot de ingestelde waarde, eventueel volgens een bepaalde kromme (upslope). De lasstroom blijft gelijk aan de ingestelde stroom, gedurende de tijd die ingesteld is met de parameter puntlastijd (SPOT). De stroom bereikt de ingestelde eindstroom in de tijd die overeenkomt met de "downslope"- kromme. De lasboog dooft. lijf gas toevoeren gedurende de gasnastroomtijd. e TKT e TKT LSSTROOM C.C. STROOM STRT- STROOM EIND- STROOM ONTSTEKING LIFT UPSLOPE PUNTLSTIJD DOWNSLOPE GSNSTROOM 6 F + (0)

47 -TKT HF PUNTLSSEN: reng de toorts dichter bij het te lassen werkstuk tot de punt van de elektrode op of mm van het werkstuk komt te liggen. Druk op de toortsschakelaar (T). De lasboog ontsteekt zonder contact met het werkstuk en de (HF) spanningsontladingen stoppen automatisch. Laat (T) de toortsschakelaar weer los. De lasstroom neemt toe tot de ingestelde waarde, eventueel volgens een bepaalde kromme (upslope). De lasstroom blijft gelijk aan de ingestelde stroom, gedurende de tijd die ingesteld is met de parameter puntlastijd (SPOT). De stroom bereikt de ingestelde eindstroom in de tijd die overeenkomt met de "downslope"- kromme. De lasboog dooft. lijf gas toevoeren gedurende de gasnastroomtijd. e TKT e TKT LSSTROOM STRT- STROOM EIND- STROOM GSVOOR- STROOM UPSLOPE PUNTLSTIJD DOWNSLOPE GSNSTROOM HF ONTSTEKING F + (0)

48 . Positioneer de toorts met de elektrode op het werkstuk.. Druk de toortsschakelaar in en houd hem ingedrukt.. Hef de toorts lichtelijk op. Zodra de elektrode van het werkstuk vrijkomt, komt de HFontsteking tot stand.. De lasboog ontsteekt gedurende enkele honderdsten van een seconde (instelbaar) 5. Het resultaat is een precies niet-geoxideerd punt zonder vervormingen van de plaat. PROCEDURE MET CONTINU INDRUKKEN VN DE TOORTSSCHKELR reng de toorts dichter bij het te lassen werkstuk tot de punt van de elektrode op of mm van het werkstuk komt te liggen. Druk op de toortsschakelaar (T). De lasboog ontsteekt zonder contact met het werkstuk en de (HF) spanningsontladingen stoppen automatisch. De lasstroom neemt toe tot de ingestelde waarde, eventueel volgens een bepaalde kromme (upslope). De lasstroom blijft gelijk aan de ingestelde stroom, gedurende de tijd die ingesteld is met de parameter puntlastijd (SPOT). De stroom bereikt de ingestelde eindstroom in de tijd die overeenkomt met de "downslope"- kromme. De lasboog dooft. lijf gas toevoeren gedurende de gasnastroomtijd. Raak het werkstuk aan met de elektrode van de toorts. Hef de toorts langzaam op om de lasboog te ontsteken. De lasparameters zijn beschikbaar afhankelijk van de gekozen werkwijze en het ingestelde lasproces. De beschikbaarheid van bepaalde parameters is mogelijk na vrijgave of instelling van andere parameters of functies van de apparatuur. De tabel geeft aan welke instellingen moeten worden uitgevoerd om voor elke parameter de vrijgave te verkrijgen. LEGEND : ltijd beschikbaar. : eschikbaar met de volgende instelling: MULTI TCK = OFF : eschikbaar wanneer de afstandsbediening is vrijgegeven en een afstandsbediening met pedaal met de apparatuur is verbonden. : eschikbaar met de volgende instelling: HF STRT = ON : eschikbaar wanneer de voetbediening op afstand gedeactiveerd is. 5 : eschikbaar met de volgende instelling: PULSTYPE = SLO. 6 : eschikbaar met de volgende instelling: PULSTYPE = F. Interpretatie van de symbolen + =Er moet aan alle voorwaarden zijn voldaan (zowel aan de e als aan de e). 8 F + (0)

49 Tab. 8 - Tabel vrijgave Lasparameters MENU MODUS PROCES PRMETER LSSTROOM HOT-STRT RC-FORCE VOORGSTIJD STRTSTROOM UPSLOPE TWEEDE STROOM -LEVEL STRTSTROOM IMPULSTIJD / DUTY CYCLE (IN- SCHKELDUUR) PULSFREQUEN- TIE SISTIJD DOWNSLOPE EINDSTROOM NGSTIJD TYPE ELEKTRODE VRD LNGEOOG- SPNNING PUNTLSTIJD HF STRT M I N I M L E STROOM VOET- PEDL C GOLF VORM SPECIL Q-STRT SPECIL DYNMIC RC + + SPECIL MULTI TCK SPECIL SPECIL SPECIL SPECIL MIX C EXTR SMELTEN C FREQUENTIE C LNS SPECIL DIMETER ELEKTRODE F + (0)

50 Tab. 9 - Tabel vrijgave TIG C Lasparameters MENU MODUS PROCES PRMETER LSSTROOM HOT-STRT RC-FORCE GSVOORSTROOMTIJD STRTSTROOM UPSLOPE TWEEDE STROOM -LEVEL SISSTROOM IMPULSTIJD / DUTY CYCLE (IN- SCHKELDUUR) PULSFREQUENTIE SISTIJD DOWNSLOPE EINDSTROOM GSNSTROOMTIJD TYPE ELEKTRODE VRD LNGEOOGSPNNING PUNTLSTIJD HF STRT MINIMLE STROOM VOETPE- DL C GOLFVORM SPECIL SPECIL SPECIL Q-STRT DYNMIC RC MULTI TCK SPECIL MIX C SPECIL EXTR SMELTEN SPECIL C FREQUENTIE SPECIL C LNS SPECIL DIMETER WOLFRMELEKTRO- DE 50 F + (0)

51 TKEHEER (JOS) Persoonlijke lasinstellingen kunnen in specifieke geheugenplaatsen bewaard worden die "JOs" genoemd worden. Er zijn 50 JOS mogelijk (j0-j50). Het beheer van de JOs kan alleen wanneer niet gelast wordt. De instellingen van het SETUP menu kunnen niet opgeslagen worden via de JOs. Wanneer een JO geladen is en een UP/DOWN-toorts op de apparatuur aangebracht, is het mogelijk de verschillende opgeslagen JOS d.m.v. een druk op de toetsen van de toorts te kiezen. ls er geen JOs geladen zijn, wordt de lasstroom veranderd met de UP/DOWN-toetsen van de toorts.. JO OPSLN L L5 D L6 L7 D L8 L9 L0L L LL E L L L S. job C SELECTEREN L5 L L L6 L7 L8 L9 L L L5 L L0 L L6 L7 L8 L9 L7 L9 L0 L L S S S L0 L S L L5 S5 L6 L8 S6 sec INSCHKELEN/ EVESTIGEN OPSLN D C D Houd toets S seconden ingedrukt om het menu EWREN/NNULEREN JO te activeren. S. Job : Het bericht verschijnt op de volgende displays: D-D.. Druk op toets S om te bevestigen. S. J.xx : Het bericht verschijnt op de volgende displays: D-D. xx= nummer van de eerste vrije job. Kies met encoder E het nummer van de gewenste job. ls het nummer van een bezette geheugenplaats wordt gekozen, zal het nummer van de JO knipperen. Druk op toets S om de JO op te slaan en het menu af te sluiten. Door te bevestigen zal de nieuwe JO de oude overschrijven. Druk op een willekeurige toets (behalve S) om zonder bevestiging af te sluiten. F + (0)

52 . JOS VERWIJDEREN L L5 D L6 L7 D L8 L9 L0L L LL E L L L Er. job D SELECTEREN L5 L L L6 L7 L8 L9 L L L5 L L0 L L6 L7 L8 L9 L7 L9 L0 L L S S S L0 L S L L5 S5 L6 L8 S6 sec INSCHKELEN/ EVESTIGEN WISSEN C E C Houd toets S seconden ingedrukt om het menu EWREN/NNULEREN JO te activeren. S. Job : Het bericht verschijnt op de volgende displays: D-D. Kies met encoder E de volgende instelling: Er. Job. Het bericht verschijnt alleen op de volgende displays als er JOs opgeslagen zijn: D-D. Druk op toets S om te bevestigen. Er. J.xx : Het bericht verschijnt op de volgende displays: D-D. xx= nummer van de laatste gebruikte job. D E Kies met encoder E Druk op toets S het nummer van de job die moet worden gewist. om de JO te wissen en het menu af te sluiten. Druk op een willekeurige toets (behalve S) om zonder bevestiging af te sluiten. 5 F + (0)

53 . JO LDEN L L5 D L6 L7 D L8 L9 L0L L LL E L L L LO. j.0 SELECTEREN L5 L L L6 L7 L8 L9 L L L5 L L0 L L6 L7 L8 L9 L7 L9 L0 L L S S S L0 L S L L5 S5 L6 L8 S6 INSCHKELEN EVESTIGEN C Druk op toets S om het menu JO LDEN te activeren. LO. JXX : lleen wanneer jobs geladen zijn, verschijnt het bericht op de volgende displays: D-D. xx= nummer van de laatste gebruikte job. no Job : Wanneer er geen jobs zijn opgeslagen verschijnt het bericht op de volgende displays: D-D. Kies met encoder E het nummer van de job die moet worden geladen. C Druk op toets S om de JO te laden en het menu af te sluiten. J.xx : Het bericht verschijnt gedurende enkele seconden op de volgende displays: D. De led gaat branden. Om de geladen JO af te sluiten, wijzigt u een willekeurige instelling d.m.v. de gebruikersinterface van de stroombron. Druk op een willekeurige toets (behalve S) om zonder bevestiging af te sluiten.. JOS KIEZEN MET DE TOETSEN VN DE TOORTS Wanneer een UP/DOWN-toorts is aangebracht, is het mogelijk om de verschillende opgeslagen JOs d.m.v. een druk op de toetsen van de toorts te kiezen. Om de volgorde van de JOs te kiezen, laat u voor en na de JO-groep waarvan u de sequentie wilt aanmaken een geheugenplaats leeg. Sequentie JO niet Sequentie JO niet Sequentie opgeslagen J.05 J.06 J.07 gen J.09 J.0 opgesla- J.0 J.0 J.0 J. D.m.v. de gebruikersinterface van de stroombron kiest en laadt u een van JOs die bij de gewenste sequentie behoren (bijvoorbeeld J.06). D.m.v. de toetsen van de toorts kunt u nu de JOs van sequentie scrollen (J.05, J.06, J.07). F + (0)

54 TECHNISCHE GEGEVENS Toepasselijke richtlijnen Constructienormen Conformiteitsmarkering fgedankte elektrische en elektronische apparatuur (EE) Elektromagnetische compatibiliteit (EMC) Laagspanningsrichtlijn (LVD) beperking van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen in elektrische en elektronische apparatuur (RoHS) EN 6097-; EN 6097-; EN Klasse pparatuur conform de geldende Europese richtlijnen pparatuur die kan worden gebruikt in ruimtes met verhoogd risico op elektrische schokken pparatuur conform de EE-richtlijn pparatuur conform de RoHS-richtlijn. CRUISER C/DC POWER PULSE C/DC Voedingsspanning escherming van het net Zmax fmetingen ( x D x H) Gewicht Isolatieklasse eschermingsgraad Koeling Maximale gasdruk x 00 Va.c. ± 5 % / Hz V Vertraagd Deze apparatuur is conform de norm IEC 6000 op voorwaarde dat de toegelaten maximale systeemimpedentie kleiner is dan of gelijk is aan 8 mω in het interfacepunt tussen de voeding van de gebruiker en het openbaar systeem. De installateur of de gebruiker van de apparatuur moet er, zo nodig in overleg met de operator van het distributienet, voor zorgen dat de apparatuur slechts met één voeding verbonden is met een toegelaten maximale systeemimpedentie van kleiner dan of gelijk aan 8 mω. 690 x 90 x 50 mm 6, kg H IP F: Geforceerde luchtkoeling (met ventilator) 0,5 MPa (5 bar) Statische kenmerken MM TIG Dalende karakteristiek Dalende karakteristiek MIG/MG Platte karakteristiek Lasmodi MM TIG MIG/MG Regelbereik stroom en spanning Lasstroom / edrijfsspanning Maximaal opgenomen vermogen 0 / 0, V 00 /,0 V 5 / 0, V 0 /,8 V 0 / 5,0 V 0 / 0,0 V 5% (0 C) 00 /,0 V 0 /,8 V 0% (0 C) 0 / 0,0 V 60% (0 C) 70 / 0,8 V 80 /, V 70 / 7,5 V 00% (0 C) 0 / 9,6 V 0 / 9,6 V 0 / 6,0 V 5% (0 C),7 kv, kw, kv 9,9 kw 0% (0 C) 5, kv,0 kw 60% (0 C),7 kv 9,8 kw 0,5 kv 7,6 kw, kv 9, kw 00 % (0 C), kv 8,6 kw 8,8 kv 6, kw 0,5 kv 7,8 kw 5 F + (0)

55 Maximaal opgenomen stroom Effectief opgenomen stroom Spanning in onbelaste toestand (U0) eperkte open spanning (Ur) Nominale HF piekspanning (Up) 5% (0 C) 0,9 8,8 0% (0 C),6 60% (0 C) 8, 5, 7,5 00 % (0 C) 6,,7 5,0 5% (0 C),0,6 0% (0 C),7 60% (0 C),0,7,6 00 % (0 C) 6,,7 5,0 7 V V 0.8 kv Systeem voor het ontsteken van de boog ontworpen voor de werking met de toorts met handbediening.. CRUISER 0 C/DC POWER PULSE 0 C/DC Voedingsspanning escherming van het net Zmax fmetingen ( x D x H) Gewicht Isolatieklasse eschermingsgraad Koeling Maximale gasdruk x 00 Va.c. ± 5 % / Hz 500 V Vertraagd Deze apparatuur is conform de norm IEC 6000 op voorwaarde dat de toegelaten maximale systeemimpedentie kleiner is dan of gelijk is aan 6 mω in het interfacepunt tussen de voeding van de gebruiker en het openbaar systeem. De installateur of de gebruiker van de apparatuur moet er, zo nodig in overleg met de operator van het distributienet, voor zorgen dat de apparatuur slechts met één voeding verbonden is met een toegelaten maximale systeemimpedentie van kleiner dan of gelijk aan 6 mω. 690 x 90 x 50 mm 55,5 kg H IP F: Geforceerde luchtkoeling (met ventilator) 0,5 MPa (5 bar) Statische kenmerken MM TIG Dalende karakteristiek Dalende karakteristiek MIG/MG Platte karakteristiek Lasmodi MM TIG MIG/MG Regelbereik stroom en spanning Lasstroom / edrijfsspanning Maximaal opgenomen vermogen Maximaal opgenomen stroom 0 / 0, V 00 / 6,0 V 5 / 0, V 00 / 6,0 V 0 / 5,0 V 00 /,0 V 50% (0 C) 00 / 6,0 V 00 / 6,0 V 00 /,0 V 60% (0 C) 70 /,8 V 80 / 5, V 80 /,0 V 00% (0 C) 0 /,6 V 0 /,6 V 0 /,0 V 50% (0 C) 8, kv 6,8 kw, kv,9 kw 7,7 kv 6, kw 60% (0 C) 7, kv 5,6 kw, kv,8 kw 6,6 kv 5,0 kw 00 % (0 C) 5, kv,7 kw,6 kv 0,0 kw, kv,7 kw 50% (0 C) 7, 0,7 5, 60% (0 C),7 9,0, 00 % (0 C),7 6,8 0,9 F + (0)

56 Effectief opgenomen stroom Spanning in onbelaste toestand (U0) eperkte open spanning (Ur) Nominale HF piekspanning (Up) 50% (0 C) 9,,6 8,0 60% (0 C) 9,,7 8,9 00 % (0 C),7 6,8 0,9 8V 9V 0.8 kv Systeem voor het ontsteken van de boog ontworpen voor de werking met de toorts met handbediening.. CRUISER 50 C/DC POWER PULSE 50 C/DC Voedingsspanning escherming van het net Zmax fmetingen ( x D x H) Gewicht Isolatieklasse eschermingsgraad Koeling Maximale gasdruk x 00 Va.c. ± 5 % / Hz V Vertraagd Conform EN 6000 ansluiting zonder beperkingen aan het voedingsnet 690 x 90 x 50 mm 55,5 kg H IP F: Geforceerde luchtkoeling (met ventilator) 0,5 MPa (5 bar) Statische kenmerken MM TIG Dalende karakteristiek Dalende karakteristiek MIG/MG Platte karakteristiek Lasmodi MM TIG MIG/MG Regelbereik stroom en spanning Lasstroom / edrijfsspanning Maximaal opgenomen vermogen Maximaal opgenomen stroom Effectief opgenomen stroom Spanning in onbelaste toestand (U0) eperkte open spanning (Ur) Nominale HF piekspanning (Up) 0 / 0, V 500 / 0,0 V 5 / 0, V 500 / 0,0 V 0 / 5,0 V 500 / 9,0 V 0% (0 C) 500 / 0,0 V 500 / 0,0 V 500 / 9,0 V 60% (0 C) 70 /,8 V 80 / 5, V 80 /,0 V 00% (0 C) 0 /,6 V 0 /,6 V 0 /,0 V 0% (0 C) 5,5 kv, kw 0, kv 8,5 kw 5,0 kv,0 kw 60% (0 C) 7, kv 5,6 kw, kv,8 kw 6,6 kv 5,0 kw 00 % (0 C) 5, kv,7 kw,6 kv 0,0 kw, kv,7 kw 0% (0 C) 7, 9,0 7, 60% (0 C),7 9,0, 00 % (0 C),7 6,8 0,9 0% (0 C) 0, 5,9 0,5 60% (0 C) 9,,7 8,9 00 % (0 C),7 6,8 0,9 8V 9V 0.8 kv Systeem voor het ontsteken van de boog ontworpen voor de werking met de toorts met handbediening F + (0)

57 H.F. L HLL J J JP5 5 6 JP JP J JP 5 JP 6 JP J 050.XXXX.06 J8 6 J6 J5 F C D E C 5 6 JP D JP F E JP6 5 6 J J J J _ISO N.C. +V_ISO HF OK-FN SIGNL- EXT-REF -5V RIC-PED +5V PULS-TORCI COM HF PULS-DOWN +5V PULS-UP SIGNL- LRM-CU SIGNL- EV-TIG OK-GRUPPO CON-CONT SIGNL- L-IN I-INV I-HLL VOUT RIF RIC-MCCHIN RID-MOD POT N.C. N.C. CN-H +5V-REM CN-L -REM J ISO P-T/CONT-PED PRES-PED RIF-EXT +0V-ISO 8 VOUT J J 8 JP J J5 6 JP-FLT 0VIE JP-FLT JP JP JP JP JP HF JP JP8 JP JP JP6 JP JP JP JP JP JP6 RIF JP JP JP8 JP7 CN8 JP7 JP J J J ROWN ROWN ROWN 8VC- VC- VC- VC- VC- 0VC- 8VC- VC- VC- 8VC- 8VC- 0VC- 0VC- 0VC- ISO +V-FN ISO +V-FN ISO +V-FN ISO +V-FN ISO +V-FN COM COM N.O. CN-H -REM -REM CN-L +V-REM +5V-REM COM- N.O.- N.O.- COM- PT/CONT-PED P-DOWN +V_ISO +0V_ISO N.C.- N.C.- P-UP _ISO _ISO RIF-EXT -ISO +V-ISO CN-H -REM 8VC- 8VC- CN-L +V-REM -RS85 -RS85 DIG_OUT_ DIG_OUT_ DIG_IN_ DIG_IN_ DIG_IN_ RX-RS RX-RS TX-RS +5V TX-RS J8 J6 J JP JP VC- 8VC- VC- VC- VC- VC- VC- VC- 8VC- 8VC- NERO-LCK ROSSO-RED NERO-LCK ROSSO-RED NERO-LCK ROSSO-RED NERO-LCK ROSSO-RED J J J J J J7 J9 J J5 -ISO +V-ISO CN-H CN-L -REM +5V-REM CNL CNH PNEL_DIG_IN PNEL_DIG_IN -ISO +V-ISO -RS85 -RS85 +8VC/ +8VC/ -CN +V-REM PNEL_DIG_OUT_ PNEL_DIG_OUT_ PNEL_DIG_OUT_ 0VC LCK LCK LCK YELLOW-GREEN 0VC 00VC I E M M VDC M VDC M VDC MINS SWITCH R S T PE TIG JP XXXX XXXX.0069 J J JP6 050.XXXX.09 JP7 F 050.XXXX.006 J J JP JP 050.XXXX.008 JP5 JP 050.XXXX.0068 JP M VDC POWER_PULSE_VERSION LCK LCK LCK K J J 5 5 CONN-ILMEL CU09 JP 050.XXXX.0-5V +V +5V +5V +5V +5V OK FN COM-CONT TERM FN OK-GRUPPO EXT-REF RELE' POT RIC PEDLE EV-TIG PULS-TORCI LRM-CU COM HF PULS UP PULS DOWN P-UP P-DOWN PT/CONT-PED COM RELE P-T/CONT-PED COM CU -ISO L-CU +V-ISO L CU PRES-PED COM EV-TIG -ISO +V-FN RIF-EXT +V-FN +0V-ISO VC- VC- VC- VC- N.C. COM N.O. COM VC- VC- 8VC- 8VC- -REM +5V-REM -REM +V-REM VC- VC- VC- VC- -5V -5V +5V +5V +5V +5V J J G F L F 6X H E H T RX-RS RX-RS TX-RS +5V TX-RS 050.XXXX.09 JP FLT VIE JP6 FLT VIE XXXX.00 M S G JP I J D R F C E C D IR POWER_PULSE_VERSION POWER_PULSE_VERSION 5 ELEKTRISCH SCHEM. CRUISER C/DC - POWER PULSE C/DC XXXX.0 JP XXXX XXXX.007 JP VC- 0VC- VC- 0VC- 00VC- 00VC- ERTH L CU -ISO JP 5 JP JP0 JP JP JP5 JP XXXX.007 JP JP8 JP JP JP JP9 JP0 JP JP7 JP JP JP N.C. VDC TIG EV C D F G H J JP 5 6 JP SIGNL- L-IN OK-GRUPPO I-HLL SIGNL- SIGNL- POT SIGNL- RIC-MCCHIN LRM-CU VOUT OK-FN -REM +V-REM -REM +5V-REM +5V-REM CN-L -REM CN-H JP5 5 7 CRUISER_VERSION CONN MFTV LU C D E F G H J K L N P R S T N P REMOTE XXXX XXXX XXXX.0080 JP JP JP JP9 JP JP POWER_PULSE_VERSION CONN MFTV ROSSO RS COM RS COM C D F + (0)

58 TIG J 050.XXXX.06 J8 J6 J5 J7 J J H.F L HLL 050.XXXX.0069 JP 5 6 J J J JP6 050.XXXX.09 J J J5 JP7 JP-FLT JP F JP JP-FLT 0VIE JP6 050.XXXX.007 JP 6 5 JP 5 JP JP XXXX JP JP VOUT JP0 JP JP J JP 050.XXXX J J 050.XXXX.007 JP JP _ISO N.C. +V_ISO HF JP8 050.XXXX.09 JP FLT OK-FN SIGNL- EXT-REF -5V RIC-PED +5V PULS-TORCI COM HF PULS-DOWN +5V PULS-UP SIGNL- LRM-CU JP6 FLT 58 F + (0)

59 JP JP XXXX.0057 J J LCK LCK R S J LCK T MINS SWITCH J J JP JP 050.XXXX.008 J J J ROWN ROWN ROWN J8 J6 J J LCK J JP 050.XXXX.006 JP JP 050.XXXX.0068 J J7 J9 LCK LCK YELLOW-GREEN J J 050.XXXX.07 PE JP JP JP JP 5 6 J J VC- 00VC- ERTH L CU -ISO CONN-ILMEL CU VC- 0VC- VC- 0VC JP7 JP JP VC- VC- VC- VC- VC- 8VC- 8VC- VC- VC- 0VC JP VC- 8VC- VC- VC- 8VC- 8VC- VC- VC- VC- VC- 0VC 00VC F 6X 8VC- 0VC- 8VC- POWER_PULSE_VERSION JP 0VC- 0VC JP ISO +V-FN NERO-LCK ROSSO-RED M VDC JP ISO +V-FN NERO-LCK ROSSO-RED M VDC ISO JP +V-FN JP9 JP0 ISO +V-FN ISO +V-FN NERO-LCK ROSSO-RED NERO-LCK ROSSO-RED M VDC M VDC F + (0)

60 050.XXXX.09 LT VIE SIGNL- LRM-CU SIGNL- EV-TIG OK-GRUPPO CON-CONT SIGNL- L-IN I-INV I-HLL VOUT RIF RIC-MCCHIN RID-MOD POT N.C. N.C. CN-H +5V-REM CN-L -REM 6 FLT VIE XXXX.0 JP5 5 6 JP JP JP6 5 6 J RX-RS RX-RS TX-RS +5V TX-RS -ISO P-T/CONT-PED PRES-PED RIF-EXT +0V-ISO JP 5 6 JP JP JP0 J JP V +V +5V +5V +5V +5V OK FN COM-CONT TERM FN OK-GRUPPO EXT-REF RELE' POT RIC PEDLE EV-TIG PULS-TORCI LRM-CU COM HF PULS UP PULS DOWN P-UP P-DOWN PT/CONT-PED HF COM RELE P-T/CONT-PED COM CU -ISO L-CU +V-ISO L CU PRES-PED COM EV-TIG -ISO +V-FN RIF-EXT +V-FN +0V-ISO VC- VC- VC- VC- N.C. COM N.O. COM VC JP5 JP JP F C D E C D F E J XXXX XXXX.005 C 60 F + (0)

61 I E G F H E I J D C X.00 JP7 JP JP 5 6 COM N.C. COM N.O. CN-H -REM -REM CN-L +V-REM +5V-REM ISO +V-ISO CN-H CN-L -REM +5V-REM TIG EV VDC C D G F H J IR POWER_PULSE_VERSION JP COM- N.O.- N.O.- COM- PT/CONT-PED P-DOWN +V_ISO +0V_ISO N.C.- N.C.- P-UP _ISO _ISO RIF-EXT JP8 VC- VC- 8VC- 8VC- JP -REM +5V-REM -REM +V-REM JP VC- VC- VC- VC- -5V -5V +5V +5V +5V JP V SIGNL- L-IN OK-GRUPPO I-HLL SIGNL- RIF SIGNL- POT SIGNL- RIC-MCCHIN LRM-CU VOUT OK-FN JP8 -REM +V-REM -REM +5V-REM JP7 +5V-REM CN-L -REM CN-H JP ISO +V-ISO CN-H -REM 8VC- 8VC- CN-L +V-REM CONN MFTV LU CRUISER_VERSION CNL CNH PNEL_DIG_IN PNEL_DIG_IN -ISO +V-ISO -RS85 -RS85 +8VC/ +8VC/ -CN +V-REM PNEL_DIG_OUT_ PNEL_DIG_OUT_ PNEL_DIG_OUT_ D C F G J E K M H N R L S P T M L N T P C K D J S R E H G F REMOTE JP6 JP JP JP6 CN8 JP7 050.XXXX.0080 JP JP JP JP9 JP JP RS85 -RS85 DIG_OUT_ DIG_OUT_ DIG_IN_ DIG_IN_ DIG_IN_ RX-RS RX-RS TX-RS +5V TX-RS CONN MFTV ROSSO POWER_PULSE_VERSION POWER_PULSE_VERSION RS COM RS COM D F + (0)

62 6 F + (0)

63 C H.F. J J J J JP R JP JP JP5 JP J S + T + PE - - J L + J JP6 JP5 JP JP JP 6 5 J JP JP7 JP8 JP JP JP9 JP9 JP7 JP6 N.C. HF J J F D E JP P-T/CONT-PED P-UP C D H -5V G I +5V C J F D E +5V M VDC M VDC I-INV RIF M VDC POT N.C. N.C. M VDC JP JP M VDC JP5 JP8 JP7 JP JP5 7 JP6 0 6 JP JP JP JP6 JP JP JP5 5 +D -D -D +5V +5V -ISO +V-ISO CN-H -REM 8VC- 8VC- CN-L +V-REM XXXX JP0 FLT VIE P-DOWN XXXX.0076 J RX-RS RX-RS TX-RS +5V TX-RS C D E F G H J K L M N P R S T VDC JP5 TIG EV M N L C P T K D JP JP5 J E JP H F G JP7 JP8 JP6. CRUISER 0/50 C/DC - POWER PULSE 0/50 C/DC E D +0V-ISO RIF-EXT PRES-PED P-T/CONT-PED -ISO F C POWER_PULSE_VERSION I J -ISO +V-ISO IR E F G H C D CN-H CN-L -REM +5V-REM NERO-LCK ROSSO-RED ISO NERO-LCK +V-FN ROSSO-RED ISO NERO-LCK +V-FN ROSSO-RED JP JP X JP ISO NERO-LCK +V-FN ROSSO-RED NERO-LCK ROSSO-RED ISO +V-FN JP5 JP CNL CNH PNEL_DIG_IN PNEL_DIG_IN REMOTE S R -ISO +V-ISO -RS85 -RS85 +8VC/ +8VC/ -CN +V-REM PNEL_DIG_OUT_ PNEL_DIG_OUT_ PNEL_DIG_OUT_ POWER_PULSE_VERSION RS COM VC- 0VC- JP6 +0V-ISO RIF-EXT PRES-PED P-T/CONT-PED -ISO JP 5 6 COM- N.O.- N.O.- COM PT/CONT-PED P-DOWN +V_ISO +0V_ISO JP 9 0 N.C.- N.C.- P-UP _ISO _ISO RIF-EXT JP CONN MFTV LU CONF. CRUISER +5V-REM CN-L -REM CN-H +5V-REM -REM +V-REM -REM -5V -5V +5V +5V +5V +5V SIGNL- L-IN OK-GRUPPO I-HLL SIGNL- RIF SIGNL- POT SIGNL- RIC-MCCHIN LRM-CU VOUT OK-FN CONN MFTV ROSSO -RS85 -RS85 DIG_OUT_ DIG_OUT_ DIG_IN_ DIG_IN_ DIG_IN_ JP JP 5 JP9 +5V_PROG 050.XXXX D JP JP RX-RS 6 RX-RS TX-RS 5 JP TX-RS VC- VC- 8VC- 8VC- -REM +5V-REM -REM +V-REM VC- VC- VC- VC- N.C. COM N.O. COM P-UP P-DOWN PT/CONT-PED HF COM RELE P-T/CONT-PED COM CU -ISO L-CU +V-ISO L CU PRES-PED COM EV-TIG -ISO +V-FN RIF-EXT +V-FN +0V-ISO VC- VC- VC- VC- OK FN COM-CONT TERM FN OK-GRUPPO EXT-REF RELE' POT RIC PEDLE EV-TIG PULS-TORCI LRM-CU COM HF PULS UP PULS DOWN +5V -5V +V +5V +5V +5V XXXX OK-FN SIGNL- EXT-REF RIC-PED 5 6 PULS-TORCI COM HF PULS-DOWN PULS-UP SIGNL- LRM-CU SIGNL- EV-TIG OK-GRUPPO CON-CONT SIGNL- L-IN JP FLT VIE I-HLL VOUT RIC-MCCHIN RID-MOD 050.XXXX.09 CN-H +5V-REM CN-L -REM JP JP JP6 J 5 6 OUT IN0 OUT +5V N D+ D- +5V D+ D- +5V-PROG 5 6 RS COM XXXX.0 TIG F 6X 8VC- 8VC- 0VC VC- VC- 0VC VC- VC- JP XXXX.05 JP-FLT 6VIE VOUT RIC-MCCHIN RELE'-POT POT TERM-FN +5V +5V RID-MOD +V RIF -5V I-HLL L-IN +5V-REM +V-REM CNL -REM -REM CNH VOUT I-INV -5V +5V JP0 JP XXXX JP 5 JP _ISO +V_ISO JP HLL XXXX XXXX.0 VC- 00VC VC- 8VC- 8VC INTERRUTTORE MINS SWITCH CONN-ILME L CU09 JJP CONN-ILME L CU XXXX T GILLO/VERDE-YELLOW/GREEN MRRONE-ROWN LU-LUE ERTH 00VC R K 00VC- L CU ISO NERO-LCK NERO-LCK JP NERO-LCK J5 GILLO_VERDE - YELLOW_GREEN J NERO-LCK 050.XXXX.005 J NERO-LCK NERO-LCK J6 NERO-LCK NERO-LCK JP NERO-LCK NERO-LCK NERO-LCK 5 J J _ISO L CU COM RELE' COM CU 8VC- VC- VC- VC- VC- 56 0VC- 8VC- VC- VC- 8VC- 8VC VC- JP XXXX.005 JP JP JP XXXX.07 J5 J7 J J6 J 050.XXXX JP XXXX.007 C D F + (0)

64 0VC JP JP5 P 050.XXXX.005 JP-FLT 6VIE VOUT RIC-MCCHIN RELE'-POT POT TERM-FN +5V +5V RID-MOD +V RIF -5V I-HLL L-IN JP J _ISO L CU COM RELE' COM CU 050.XXXX.005 JP8 JP7 8VC- VC- VC- VC- VC- 0VC- 8VC- VC- VC- 8VC- 8VC- 0VC- JP JP5 JP6 J J NERO-LCK NERO-LCK NERO-LCK NERO-LCK INTERRUTTORE MINS SWITCH F 6X 8VC- 8VC- VC- VC- VC- VC- VC- VC- 8VC- 8VC- 0VC 0VC 00VC LU-LUE MRRONE-ROWN 5 JP GILLO/VERDE-YELLOW/GREEN JP + - J J J5 L CU ISO R K 00VC- 00VC- JP NERO-LCK NERO-LCK NERO-LCK GILLO_VERDE - YELLOW_GREEN NERO-LCK NERO-LCK NERO-LCK NERO-LCK J6 JP ERTH 050.XXXX.0057 CONN-ILME L CU09 5 T J J CONN-ILME L CU PE R S T JJP 6 F + (0)

65 POWER_PULSE_VERSION NERO-LCK ROSSO-RED ISO NERO-LCK +V-FN ROSSO-RED ISO NERO-LCK +V-FN ROSSO-RED ISO NERO-LCK +V-FN ROSSO-RED NERO-LCK ROSSO-RED RIF-EXT +V-FN +0V-ISO VC- VC- VC- VC- N.C. COM N.O. COM VC- VC- 8VC- 8VC- -REM +5V-REM -REM +V-REM VC- VC- VC- VC- 050.XXXX.0055 JP JP JP JP6 JP7 JP8 JP JP -ISO +V-ISO CN-H -REM 8VC- 8VC- CN-L +V-REM C D E F G H J K L M N P R S T JP JP5 JP JP XXXX D +5V RX-RS RX-RS TX-RS +5V TX-RS -D -D JP 5 6 JP JP JP9 JP 5 +D +5V_PROG V -5V +5V +5V +5V +5V SIGNL- L-IN OK-GRUPPO I-HLL SIGNL- RIF SIGNL- POT SIGNL- RIC-MCCHIN LRM-CU VOUT OK-FN +5V-REM -REM +V-REM -REM +5V-REM CN-L -REM CN-H JP JP8 -RS85 -RS85 DIG_OUT_ DIG_OUT_ DIG_IN_ DIG_IN_ DIG_IN_ CONN MFTV ROSSO RS COM 5 CONN MFTV LU CONF. CRUISER JP JP 5 K J L H T M G N F P E C D REMOTE S R CNL CNH PNEL_DIG_IN PNEL_DIG_IN -ISO +V-ISO -RS85 -RS85 +8VC/ +8VC/ -CN +V-REM PNEL_DIG_OUT_ PNEL_DIG_OUT_ PNEL_DIG_OUT_ POWER_PULSE_VERSION 6 9 COM- N.O.- N.O.- COM- N.C.- N.C.- P-UP _ISO _ISO RIF-EXT JP JP JP JP VC- 0VC- +0V-ISO RIF-EXT PRES-PED P-T/CONT-PED -ISO PT/CONT-PED P-DOWN +V_ISO +0V_ISO JP 5 6 JP M VDC M VDC M VDC M VDC G F C H E D I J D ISO +V-FN VDC F E C M VDC IR TIG EV JP JP X.006 JP JP5 JP E D +0V-ISO RIF-EXT PRES-PED P-T/CONT-PED -ISO F C I J E F G H -ISO +V-ISO D C CN-H CN-L -REM +5V-REM F + (0)

66 JP5 050.XXXX.005 JP-FLT 6VIE XXXX.05 JP XXXX.0 TIG H.F. JP JP 050.XXXX.0 JP J J J V-REM +V-REM CNL -REM -REM CNH VOUT I-INV -5V +5V JP XXXX JP 5 JP _ISO N.C. +V_ISO HF JP JP L 6 VOUT RIC-MCCHIN RELE'-POT POT TERM-FN +5V +5V RID-MOD +V RIF -5V I-HLL L-IN HLL 050.XXXX.007 JP JP J J JP 050.XXXX.007 J J JP JP 5 6 JP6 JP7 JP9 JP JP JP JP XXXX.07 J5 J7 J J6 J 050.XXXX C 66 F + (0)

67 JP P-UP P-DOWN P-T/CONT-PED OUT IN0 OUT +5V N D+ D- +5V D+ D- +5V-PROG XXXX.0076 RX-RS RX-RS TX-RS +5V TX-RS JP JP XXXX J OK FN COM-CONT TERM FN OK-GRUPPO EXT-REF RELE' POT RIC PEDLE EV-TIG PULS-TORCI LRM-CU COM HF PULS UP PULS DOWN JP5 +5V V +V +5V +5V +5V 6 8 P-UP P-DOWN PT/CONT-PED HF COM RELE P-T/CONT-PED COM CU -ISO L-CU +V-ISO L CU PRES-PED COM EV-TIG -ISO +V-FN RIF-EXT +V-FN JP JP0 FLT VIE OK-FN SIGNL- EXT-REF -5V RIC-PED +5V PULS-TORCI COM HF PULS-DOWN +5V PULS-UP SIGNL- LRM-CU SIGNL- EV-TIG OK-GRUPPO CON-CONT SIGNL- L-IN I-INV I-HLL VOUT RIF RIC-MCCHIN RID-MOD POT N.C. N.C. CN-H +5V-REM CN-L -REM JP FLT VIE XXXX JP JP JP6 J 5 6 JP5 5 6 RS COM D F + (0)

68 . CONNECTOR VOOR FSTNDSEDIENING Cod CONNECTOR VOOR IR Cod CONNECTOR VOOR TOORTS (voorpaneel) Toorts cod UP/DOWN-toorts.6 CONNECTOR VOOR FSTNDSEDIENING (achterpaneel) Toorts met de potentiometer Pot= Kohm - 0Kohm cod fstandsbediening Pot= Kohm - 0Kohm fstandsbediening met pedaal Pot= Kohm - 0Kohm 68 F + (0)

69 RESERVEONDERDELEN. CRUISER C/DC - POWER PULSE C/DC F + (0)

70 N CODE DESCRIPTION KNO FRONT PNEL LEL ( C/DC) PLSTIC SUPPORT FOR HF HLL COOPER RCKET COMPLETE LOGIC ORD PNEL FRONT/RER PLSTIC PNEL FRONT/RER PLTE THREE-POLE SWITCH HIGH ISOLTION OUTPUT SO- CKET FRONT SOCKETS PLTE MPHENOL CONNECTOR ORD SOLENOID VLVE LOCK SOLENOID VLVE HLL SUPPORT PLTE TERML SWITCH 85 C L=00mm ISOTOP DIODE INVERSION MODULE + ORD DIODES-TRNSFORMER PER RCKET COP- ISOTOP/SOCKET COPPER R- CKET ISOTOP/DC + COOPER RCKET SNUER ORD INVERSION MODULE COOPER RCKET COVER PNEL SUPPORT PLTE LEFT COVER COMPLETE POWER ORD LED WIRING LED HOLDER TERML SWITCH 75 C L=00mm HOSE DPTER POWER SUPPLY CONTROL O- RD OUTPUT FILTER ORD ISOTOP/DC - COOPER RCKET THREE PHSE RECTIFIER RID- GE ORDS SUPPORT GUIDE US ORD SUPPLIES ORD HF ORD UPPER COVER CPCITOR ORD LINE FILTER ORD TOROIDL TRNSFORMER ORD SUPPORT PLTE N CODE DESCRIPTION UPPER PLTE OUTPUT SOCKET RIGHT TUNNEL SUPP. PLTE VENTILTION SHROUD RER PLTE PIN CLE SOLENOID VLVE PLTE PIN CONNECTOR CLE CLE CLMP RS- CONNECTOR CP V SOCKET PIN CONNECTOR CP SUPPLY CLE ILME CONNECTOR CP CU SUPPLY CLE FUSE HOLDER CP FUSE HOLDER RER PNEL RS- WIRING CP PLSTIC LOUVRE FN RIGHT COVER INTERNL FN SUPPORT LINE FILTER ORD OUTPUT INDUCTOR LOWER COVER RUER FOOT POWER TRNSFORMER HET SINK LEFT TUNNEL SUPP. PLTE HF COIL (+) SOCKET COPPER RCKET (-) SOCKET COPPER RCKET OUTPUT FILTER ORD HLL EFFECT SENSOR REMOTE LOGIC ORD WIRING INVERSION ORD PULSE ORD (ONLY POWER PULSE VERSION) HF COPPER RCKET HF PLUG SUPPORT PIN CONNECTOR CP FUSE 70 F + (0)

71 . CRUISER 0/50 C/DC - POWER PULSE 0/50 C/DC F + (0)

72 N CODE DESCRIPTION KNO FRONT PNEL LEL (50 C/DC) FRONT PNEL LEL (0 C/DC) PLSTIC SUPPORT FOR HF CURRENT SENSOR MNGE- MENT ORD COMPLETE LOGIC ORD PNEL (50 C/DC) COMPLETE LOGIC ORD PNEL (0 C/DC) FRONT/RER PLSTIC PNEL FRONT/RER PLTE THREE-POLE SWITCH HIGH ISOLTION OUTPUT SO- CKET FRONT SOCKETS PLTE MPHENOL CONNECTOR ORD SOLENOID VLVE LOCK SOLENOID VLVE HLL SENSOR COPPER RCKET TERML SWITCH 90 C L=0mm ISOTOP DIODE INVERSION MODULE + ORD DIODES-TRNSFORMER PER RCKET COP- ISOTOP/SOCKET COPPER R- CKET ISOTOP/DC + COOPER RCKET SNUER ORD INVERSION MODULE COOPER RCKET COVER PNEL SUPPORT PLTE LEFT COVER COMPLETE POWER ORD LED HOLDER LED WIRING TERML SWITCH 85 C L=00mm HOSE DPTER POWER SUPPLY CONTROL O- RD OUTPUT FILTER ORD RESISTOR THREE PHSE RECTIFIER RID- GE ORDS SUPPORT GUIDE US ORD SUPPLIES ORD HF ORD N CODE DESCRIPTION UPPER COVER CPCITOR LINE FILTER ORD TOROIDL TRNSFORMER FN ND C.U. CONTROL ORD UPPER PLTE OUTPUT SOCKET RIGHT TUNNEL SUPP. PLTE VENTILTION SHROUD RER PLTE PIN CLE SOLENOID VLVE PLTE PIN CONNECTOR CLE CLE CLMP RS- CONNECTOR CP V SOCKET PIN CONNECTOR CP SUPPLY CLE ILME CONNECTOR CP CU SUPPLY CLE FUSE HOLDER CP FUSE HOLDER RER PNEL RS- WIRING CP PLSTIC LOUVRE FN RIGHT COVER INTERNL FN SUPPORT PFC INDUCTOR OUTPUT INDUCTOR LOWER COVER RUER FOOT POWER TRNSFORMER HET SINK LEFT TUNNEL SUPP. PLTE HF COIL (+) SOCKET COPPER RCKET (-) SOCKET COPPER RCKET OUTPUT FILTER ORD HLL EFFECT SENSOR REMOTE LOGIC ORD WIRING INVERSION ORD PULSE ORD (ONLY 0T PO- WER PULSE VERSION) PULSE ORD (ONLY 50T PO- WER PULSE VERSION) 7 F + (0)

73 N CODE DESCRIPTION LITTLE FN HF PLUG SUPPORT INTERNL FN GRID PIN CONNECTOR CP FUSE HF COPPER RCKET N CODE DESCRIPTION TORCH CONNECTORS COMPLE- TE KIT SLEEVE HOSE DPTER FOR RUER HOSE HOSE CLMP Ø= HOSE CLMP Ø= NUT M NUT / SLEEVE HOSE DPTER FOR RUER HOSE M0 MPHT60-00 M/5V. VOL. CON- NECTOR F + (0)

74 7 F + (0)

75 F + (0)

76 F + (0)