EPLAN NEWS (EPLAN NIEUWS) voor versie 2.0

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "EPLAN NEWS (EPLAN NIEUWS) voor versie 2.0"

Transcriptie

1 EPLAN NEWS (EPLAN NIEUWS) voor versie 2.0

2 Copyright 2010 EPLAN Software & Service GmbH & Co. KG EPLAN Software & Service GmbH & Co. KG is niet aansprakelijk voor technische of druktechnische fouten of onvolkomenheden in deze technische informatie en is ook niet verantwoordelijk voor schade die direct of indirect terug te voeren is op de levering, de kwaliteit en het gebruik van dit materiaal. Dit document bevat eigendomsrechtelijk beschermde informatie die valt onder het auteursrecht. Alle rechten zijn beschermd. Zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van EPLAN Software & Service GmbH & Co. KG mag dit document noch geheel noch gedeeltelijk worden gekopieerd of vermenigvuldigd. De software die in dit document wordt beschreven, valt onder een licentiecontract. Gebruik en vermenigvuldiging van de software is alleen toegestaan in het kader van dit contract. RITTAL is een geregistreerd handelsmerk van Rittal GmbH & Co. KG. EPLAN, EPLAN Electric P8, EPLAN Fluid, EPLAN PPE en EPLAN Cabinet zijn geregistreerde handelsmerken van EPLAN Software & Service GmbH & Co. KG. Windows NT, Windows 2000, Windows XP, Windows Vista, Microsoft Windows, Microsoft Excel, Microsoft Access en Notepad zijn geregistreerde handelsmerken van Microsoft Corporation. PC WORX, CLIP PROJECT en INTERBUS zijn geregistreerde handelsmerken van Phoenix Contact GmbH & Co. AutoCAD en AutoCAD Inventor zijn geregistreerde handelsmerken van Autodesk, Inc. STEP 7, SIMATIC en SIMATIC HW Konfig zijn geregistreerde handelsmerken van Siemens AG. InstallShield is een geregistreerd handelsmerk van InstallShield, Inc. Adobe Reader en Adobe Acrobat zijn geregistreerde handelsmerken van Adobe Systems Inc. TwinCAT is een geregistreerd handelsmerk van Beckhoff Automation GmbH. Unity Pro is een geregistreerd handelsmerk van Schneider Electric. RSLogix 5000 en RSLogix Architect zijn geregistreerde handelsmerken van Rockwell Automation. Alle overige genoemde product- en handelsnamen zijn handelsmerken of geregistreerde handelsmerken van de desbetreffende eigenaren. EPLAN gebruikt de Open-Source-Software 7-Zip (7za.dll), Copyright by Igor Pavlov. De broncode van 7-Zip valt onder de GNU Lesser General Public License (LGPL). De broncode van 7-Zip en meer informatie over deze licentie vindt u op: EPLAN gebruikt de Open-Source-Software Open CASCADE, Copyright by Open CASCADE S.A.S. De broncode van Open CASCADE valt onder de Open CASCADE Technology Public License. De broncode van Open CASCADE en meer informatie over deze licentie vindt u op:

3 Inhoudsopgave Inhoudsopgave Voorwoord Leesaanwijzingen Gebruiksvriendelijke gebruikersinterface Nieuwe pictogrammen met een grotere kleurdiepte Snellere toegang via nieuwe miniwerkbalken Nieuwe menuopdracht voor het opnieuw uitvoeren van acties Instelbare weergave in de titelbalk Overzichtelijkere tabbladen "Beeld" en "Formaat" in het eigenschappendialoogvenster Nieuwe functies voor grafische elementen Nieuwe bewerkingsfuncties Grafische elementen trimmen Elementen afkorten Lengte van lijnen en cirkelbogen wijzigen Hoeken afronden / afschuinen Rechthoeken via het middelpunt tekenen Ondersteuning bij het tekenen door middel van loodpunten en raakpunten Loodpunten en raakpunten Loodrechte of tangentiële modus bij het tekenen Loodlijnen of raaklijnen tekenen Radius via een raakpunt definiëren Projectie voor lijnen Invoervak voor editors Het invoervak gebruiken Functies met invoervak-ondersteuning Invoervak inschakelen Ellipsvormige tekst- en positiekaders Ellipsvormige tekstkaders Ellipsvormige positiekaders en leader-lijnen Vernieuwingen in de bemating Nieuwe projectoverkoepelende instellingen voor de bemating Nieuwe instellingen in het eigenschappendialoogvenster EPLAN NEWS 2.0 3

4 Inhoudsopgave Vernieuwingen in de pagina-navigator Paginafilter met schema's Paginafilter via het standaardfilter definiëren Paginafilter via de gedetailleerde selectie definiëren De markering in de paginalijst volgt de pagina's bij het bladeren Automatische paginanamen bij het invoeren van pagina's of macro's De weergegeven ODC voor plaatscoderingsboxen bij het invoegen van pagina's of macro's aanpassen Aantal pagina's / paginanamen per eigenschap bepalen Gebruik van klemmen Gebruik van hoofdklemmen Beheer van klemmenstroken Beheer van klemmenstroken zoals in de vorige versie Definitie van etageklemmen Convertering van oudere projecten en macro's Toebehoren van klemmen en klemmenstroken Rijgbare toebehoren voor klemmen definiëren Vernieuwingen bij het bewerken van klemmenstroken Rijgbare toebehoren bij het bewerken van klemmenstroken toekennen Informatie over klemmenaansluitingen Vaste bruggen handmatig genereren Externe / interne vaste bruggen Vernieuwingen in de klemmenstrook-navigator Weergave in de navigator Nieuwe klemmen genereren Klemmen van een klemmenstrook sorteren Nieuwe functiedefinities voor klemmen Nieuwe eigenschappen voor de karakterisering van klemmen Online-nummering van klemmen-sorteerkenmerken Online-nummering van klemmen- en stekercontactcodes Uitgebreide verwerking voor klemmen Naast het doel ook de klemaansluiting uitvoeren Klemmen aansluitingspecifiek of doelspecifiek verwerken Geoptimaliseerde databankstructuur voor projecten Verwijderde projecten uit de prullenbak terugzetten PDF-export in archiveringsformaat EPLAN NEWS 2.0

5 Inhoudsopgave Verbeterd gebruik van toebehoren en toebehorenlijsten Beheer van bijbehorende artikelen in het artikelbeheer Eenduidige codering van artikelen als toebehoren Weergave van bijbehorende artikelen in het artikelbeheer Gebruik van toebehorenlijsten Toebehoren aan een hoofdartikel toekennen Gegevensovername bij de actualisering van de artikeldatabank Bijbehorende artikelen in de apparaatselectie Wijzigingen in het dialoogvenster "Apparaatselectie" Toebehoren selecteren Controleprocedure voor ontbrekende, vereiste bijbehorende artikelen Wijzigingen in de instellingen voor de apparaatselectie Nieuwe aanvullende module "EPLAN Pro Panel" Beveiligde onderdelen Beveiliging toewijzen Functies of verbindingen beveiligen Onderdelen beveiligen Onderdelenbeveiliging opheffen Beveiligde onderdelen gebruiken Macro's / kopieën van beveiligde onderdelen maken Functies verwijderen Functies afboeken / toewijzen Acties in de grafische editor Niet-geplaatste nevenfuncties bij de hoofdfunctie beheren Definitie van meerlijnige verbindingen in de aanvullende module "Single Line" Meerlijnige verbindingen bij een enkellijnig verbindingspunt definiëren Gedefinieerde meerlijnige verbindingen in de verbindingen-navigator Nieuwe meldingen voor gedefinieerde meerlijnige verbindingen Grafische onderdelenlijst Eenvoudige grafische onderdelenlijsten Formulieren voor onderdelenlijsten aanpassen Instellingen aanbrengen Naar het schema springen Grafische onderdelenlijsten met overzichtsweergaven Symbolen voor de weergave in de verwerkingen Gegevens voor verwerkingen Voorwaardelijke formulieren EPLAN NEWS 2.0 5

6 Inhoudsopgave Symbolen voor complexe apparaten Nieuwe apparaataansluitingen Symboolmacro bij de functiesjabloon opslaan Kanaalgericht werken in de aanvullende module "PLC & Bus Extension" Verbeterde weergave in de PLC-navigator Weergave van kanalen in de PLC-navigator PLC-kaart invoegen Macro's plaatsen Functies toewijzen Weergavetype gebruiken Bloksgewijs afboeken Nieuwe aanvullende module "Net Based Wiring" Netten met netgebaseerde verbindingen Netgebaseerde verbindingen definiëren Doelbepaling van de verbindingssymbolen uitschakelen Een net met netgebaseerde verbindingen definiëren Netdefinitiepunten invoegen Verbindingskettingen definiëren Weergave van netten en netgebaseerde verbindingen Netgebaseerde verbindingen in de verbindingen-navigator Weergave van netten in de potentiaal-navigator Netten markeren Bewerken van netten met netgebaseerde verbindingen Netten verbinden Netten wijzigen Verwerking van netgebaseerde verbindingen Verbindingen corrigeren Nieuwe meldingen voor netgebaseerde verbindingen Vernieuwingen in EPLAN Mechatronic Integration Aanvullende EPLAN EMI-modules Mechanische gegevens importeren Mechatronica-navigator Toekenningsstatus herkennen Nieuwe filtermogelijkheden in de navigator Mechanisch model actualiseren Gegevens toekennen EPLAN NEWS 2.0

7 Inhoudsopgave Gegevens naar Inventor overdragen Onderdeelcodes in Inventor-tekeningen invoegen Informatie samenstellen en lezen Verbindingslengte berekenen Modelaanzicht voor EPLAN EMI invoegen Instellingen voor EPLAN EMI Toeslag voor de lengteberekening Vernieuwingen in het EPLAN Data Portal Unieke artikel-id voor de artikelen van het EPLAN Data Portal Instellingen voor het EPLAN Data Portal Integratie in het EPLAN-platform Vernieuwingen in de onderdelen-nummering Subtellers bij de offline-nummering van onderdelen Nieuwe nummeringsformaten voor verzamelrails Veiligheidsrelevante functies Verbindingen en verbindingsnummering Voorgedefinieerde waarden voor verbindingskleuren en dwarsdoorsnede / diameter overnemen Bron en doel van verbindingen bepalen Plaatsingen van verbindingsdefinitiepunten ten opzichte van elkaar uitlijnen Teller bij de verbindingsnummering per structuur / pagina terugzetten Teller-terugzetbereik definiëren Kaartvoedingen en buskabels via de algemene verbindingsnummering nummeren Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Optimalisatie van performance door toepassing van moderne processors Toepassing van multi-core-processors Toepassing van actuele processors Projectbewerking Nieuwe projecten met actuele aanmaakdatum en engineer Automatische controle van het gegevensformaat EPLAN 5- / fluidplan-gegevensovername Volgorde van de symboolbibliotheken in de instellingen EPLAN 21-gegevensovername Netgebaseerde verbindingen gebruiken EPLAN NEWS 2.0 7

8 Inhoudsopgave Structuren van apparaatkasten doorgeven aan afbreekpunten Backup Doorgeven van directory-informatie bij de backup Uitgebreide PDF- en DXF- / DWG-export van pagina's PDF-instellingen als schema opslaan Nieuwe gebruikerspecifieke instellingen voor de export PDF-export met gelinkte documenten Pagina's in PDF-formaat exporteren D-modellen bij de PDF-export uitvoeren Zoeken en vervangen In de sprongketen van kruisverwezen functies vooruit en achteruit springen Ga naar artikelverwerkingen Objecten in de layoutruimte bij de zoekactie meenemen De weergave van waarden en eenheden beïnvloeden Nieuwe weergave-eigenschappen Gebruik van de nieuwe weergave-eigenschappen Nieuwe projectinstelling voor de uitvoer van de eenheid Uitbreidingen van de EPLAN API Grafische editor Pagina-eigenschappen snel openen Zoeken naar pad-functietekst uitbreiden De weergavetaal van meertalige teksten bloksgewijs via acties instellen Meertalige teksten voor de namen van hyperlinks Eigenschapsteksten van kasten bij wijziging van de schaal Steker-ODC en kanaalcode bij het verplaatsen behouden Uitbreiding van de speciale tekens Onderdelen Uitbreiding van de gebruikergedefinieerde eigenschapsgroepering Grafische weergave van apparaatkasten en vergelijkbare schemasymbolen via het eigenschappendialoogvenster wijzigen Eigenschappendialoogvenster voor bundelaansluitingen Sprongfuncties voor plaatscoderingsboxen Steker-ODC voor apparaataansluitingen Rekening houden met artikelplaatsingen bij de algemene bewerking Eigenschappen van de P&I-schemafuncties bij de synchronisatie overnemen Toekenning van structuurcodes voor artikeldefinitiepunten Dezelfde aansluitcodes voor onderdelen toestaan Tabelbewerking Toetsencombinatie voor het sluiten van de tabelbewerking EPLAN NEWS 2.0

9 Inhoudsopgave Projectgegevens-navigators Nieuwe sprongfuncties in de verbindingen-navigator Macro's plaatsen Alle functies van een onderdeel plaatsen Kolombreedte aanpassen Apparaatgroepen-ODC bij bijbehorende onderdelen Apparaten Rekening houden met macrovarianten Weergavetypen voor niet-geplaatste functies Artikelselectie Artikelselectie met schemaselectie Conflictdialoogvenster niet weergeven Wijzigingen in het artikelbeheer tijdens de artikelselectie Symbooleditor Reorganiseren van symboolbibliotheken Weergave van varianten bij het bladeren in de symbooleditor Formuliereditor Combineren van verwerkingsoverzichten Artikelen in schakelkastlegenda's combineren Voorwaardelijke bereiken in dynamische formulieren Lege gegevensrijen onderdrukken Hernoemde tijdelijke aanduiding-teksten voor de onderdelenlijst Uitvoer van functiegegevens voor de onderdelenlijst en het symbooloverzicht Kopteksten zonder sortering nieuw genereren Alleen verbonden aansluitingen in aansluitschema's uitvoeren Noodzakelijke aanpassing van eigen aansluitschemaformulieren Nieuwe tijdelijke aanduidingen voor kabeltabellen in klemmen- en stekeraansluitlijsten Macro's Beschrijvingstekst voor automatisch gegenereerde paginamacro's Macrovakken en bijbehorende objecten groeperen Objecten gericht aan macrovakken toekennen Tijdelijke aanduiding-objecten Eigenschappendialoogvenster en een nieuw symbool voor tijdelijke aanduiding-objecten Nieuwe eigenschappen voor tijdelijke aanduiding-objecten Eenvoudige toekenning EPLAN NEWS 2.0 9

10 Inhoudsopgave Verwerkingen Aansluitschema's voor verbindingsdiagrammen Verwerkingen aan het einde toevoegen Kabeloverzichten sorteren op bron en doel Structuurcodes van de pagina voor verwerkingen gebruiken Verwerkingssjablonen maken Functiespecifieke ingesloten verwerkingen kopiëren en invoegen Modulen ontbinden Artikelverwerkingen naar de labeling uitvoeren Artikelbeheer Verbeterd volledige tekst-filter Aanvullende selectiemogelijkheid door het tabblad "Combinatie" Subbereiken voor de Fluid-techniek maken Gegevensveld voor de artikelnummers van een ERP-systeem Barcodes voor artikelen opslaan Clip-on-hoogte voor op montagerails geplaatste componenten Contourtekeningen in het artikelbeheer opslaan Nieuw tabblad "Documenten" Een afbeeldingsbestand aan kabels / verbindingen toewijzen Gegevensvelden beveiligen tegen actualisering Nieuwe artikelsynchronisatie Artikelen actualiseren bij het openen van een project Nieuwe menuopdrachten voor de artikelstamgegevens-navigator Meldingenbeheer Verbeterde ergonomie Nieuwe bereikspecifieke filterinstellingen Nieuw controletype "Fouten voorkomen" voor controleprocedures Instelmogelijkheid voor modulespecifieke controles Apart filter voor het uitvoeren van controleprocedures Nieuwe controleprocedure voor het controleren van het onlinenummeringsformaat Vernieuwingen in de aanvullende module "Revision Management" Nieuwe namen voor de werkwijzen van het revisiebeheer Verbeterde ergonomie door indeling in menuopdrachten Uitbreiding bij het afsluiten van projecten Project en pagina's bij het afsluiten verwerken Revisie-index nummeren Verschillende grafische markeringen voor de wijzigingstracering Alternatieve eigenschappenvergelijking Eigenschappen van projecten vergelijken EPLAN NEWS 2.0

11 Inhoudsopgave Resultaten van de eigenschappenvergelijking weergeven Nieuwe instellingen voor de eigenschappenvergelijking van projecten Projectspecifieke databanken voor het vergelijkingsresultaat Revisiegegevens van de eigenschappenvergelijking verwijderen Verwijderde objecten weergeven Layoutruimtes in het revisiebeheer Vernieuwingen in de aanvullende module "Multi Language Translation" Onderscheid tussen brontaal en weergavetaal Hoofdletters / kleine letters voor de brontaal Tekstgerichte regeleinden bij de vertaling Gewijzigd vertaalgedrag tijdens het invoeren Export van de ontbrekende-woorden-lijst op basis van het woordenboek Nieuwe meldingen voor de vertaling Vernieuwingen in de aanvullende module "User Rights Management" Nieuwe rechten toewijzen Vernieuwingen in de aanvullende module "Mounting Panel" Overzichtelijkere weergave in de navigator Klemmenstroken op de montageplaat plaatsen Handles van artikelplaatsingen weergeven Dezelfde legendapositie voor identieke apparaten Instellingen Nieuwe actie voor het importeren van instellingen Voortekens voor afbreekpuntennamen Nieuwe instellingen voor weergegeven eenheden Hernoemde instellingen voor de grafische bewerking Eigenschappen Gebruikergedefinieerde eigenschapsconfiguraties Hernoemde projecteigenschap Nieuwe eigenschappen voor onderdeelcodes Overige vernieuwingen in de hulpprogramma's Uitbreidingen voor de automatische verwerking Verbeterde registratie van aanvullende modules Verbeterde weergave van de systeemmeldingen Licentiëring Uitbreidingen in de EPLAN License Manager Speciale onderwerpen EPLAN Electric P Klemmen / stekers Klemmen- / stekercontact- en aansluitbeschrijvingen Vaste bruggen bij het "aansluiten van apparaten" weergeven EPLAN NEWS

12 Inhoudsopgave Vernieuwingen in de aanvullende module "PLC & Bus Extension" Instelbare PLC-aansluitingen Kanalen met meerdere I/O-aansluitingen Bloksgewijs afboeken van PLC-aansluitingen en PLC-kasten Interface voor de PLC-gegevensuitwisseling met Rockwell Vereenvoudigde weergave van gegevens bij de import van PLC-gegevens Uitgebreide artikeltoekenning bij de export en import van busconfiguraties Kabels Kabelverbindingen markeren Bij geneste doelen onderliggende ODC's negeren Geïsoleerde verbindingseinden invoegen Apparaten Kabelartikelen als apparaten invoegen Apparaatselectie Apparaatselectie voor draden Speciale onderwerpen EPLAN Pro Panel Navigators voor de 3D-montageopbouw Logische structuur in de layoutruimte-navigator Weergave van onderdelen in de layoutruimte-navigator Projectstructuur in de 3D-montageopbouw-navigator Filter in de navigators Layoutruimte maken en openen Montageplaten en schakelkasten plaatsen Montageplaten plaatsen Vrije montageplaten plaatsen Schakelkasten met montageplaten plaatsen Componenten op montageplaten of montageoppervlakken plaatsen Montageoppervlakken / componenten automatisch activeren Montageoppervlakken direct activeren Montagerails en kabelgoten plaatsen Onderdelen als apparaten invoegen Geblokkeerde vlakken intekenen D-weergave van de layoutruimte wijzigen Componenten via de layoutruimte-navigator weergeven en verbergen Afzonderlijke componenten in de 3D-weergave weergeven en verbergen Weergave van objecten vereenvoudigen Kleuren en / of transparantie instellen Objecten in de layoutruimte bewerken Objecten om een as draaien EPLAN NEWS 2.0

13 Inhoudsopgave Lengte van objecten in de layoutruimte wijzigen Afstanden in de layoutruimte meten Inbouwafstanden weergeven Macro's voor de 3D-montageopbouw D-grafische weergave importeren Objecten in de layoutruimte combineren D-macro's in het macroproject beheren D-macro's maken D-macro's invoegen Draaihoek wijzigen bij het invoegen van 3D-macro's Onderdelenlogica bewerken Interactieve punten, lijnen en vlakken in de onderdelenlogica Onderdelenlogica definiëren Modelaanzichten voor de 3D-montageopbouw Modelaanzicht invoegen Modelaanzicht actualiseren Inhoud van het modelaanzicht beïnvloeden Contoureditor voor extrusies Contouren maken Contouren bewerken Contouren importeren en opruimen Contouren controleren Onderdeelstructuur voor mechanische onderdelen Online-nummering voor mechanische onderdelen Speciale onderwerpen EPLAN PPE Comprimeren en reorganiseren van projecten Gewijzigde import van meet- en verbruikersplaatsen Artikelen uit EPLAN PPE voor de materiaallijst gebruiken Nieuwe kenletter voor meetobjecten zonder volgletters Labeling en scripts voor EPLAN PPE P&ID Speciale onderwerpen EPLAN View Gebruikersinstellingen voor multi-user-gebruik Vernieuwingen in de aanvullende module "API Extension" Directe toegang tot de gegevens van het artikelbeheer Toegang tot functiesjablonen Toegang tot alle functies van het revisiebeheer Overige vernieuwingen van de EPLAN API EPLAN NEWS

14 Inhoudsopgave Vernieuwingen in de stamgegevens Uitgebreide informatie bij de stamgegevensbewerking Stamgegevens: Symbolen Stamgegevens: Functiedefinitiebibliotheek Stamgegevens: Plotkaders Stamgegevens: Instellingen voor meldingen en controleprocedures Stamgegevens: Kenletters Stamgegevens: Projecten en sjablonen Stamgegevens: Werkomgeving Stamgegevens: Schema's Overige vernieuwingen en informatie Klantenaanvragen en meldingen Validatiecode Validatiecode online aanvragen Installatie en volgende bedieningsstappen Directorystructuur na de installatie Instellingen automatisch uit de vorige versie importeren Synchronisatie met originele EPLAN-stamgegevens Softwarevereisten en vrijgaven Algemene voorwaarden Client-besturingssystemen Server-besturingssystemen EPLAN Mechatronic Integration Databanksystemen voor het artikelbeheer en de artikelselectie Microsoft Office Excel-versies Internetbrowser voor het EPLAN Data Portal Afgekondigde besturingssystemen Afgekondigde EPLAN software Overige software-afkondigingen Hardwarevereisten Hardwarevereisten computerplatform Aanbevolen configuratie computerplatform Minimum vereisten netwerk Minimum vereisten multi-user-gebruik EPLAN NEWS 2.0

15 Voorwoord Voorwoord Geachte EPLAN-gebruiker, Wij verheugen ons u het nieuwe EPLAN-platform 2.0 te kunnen aanbieden. Praktijkgerichtheid, ergonomie, kwaliteit en engineering staan in dit nieuwe EPLAN-platform centraal. Praktijkgerichtheid: meer dan vernieuwingen waarvan vele op verzoek van klanten zijn in de ontwikkeling geïntegreerd. Het resultaat is een EPLAN-platform dat volledig op de praktijksituatie is afgestemd en waarmee uniforme, tijd- en kostenbesparende engineering en interdisciplinaire samenwerking optimaal wordt ondersteund. Ergonomie: met een nieuwe indeling van dialoogvensters, moderne filtertechnieken, hoogwaardige CAD-functies en aangepaste werkbalken wordt de engineering nog eenvoudiger. Kwaliteit: onderdelen uit de voorbereidende planningsfasen kunnen tegen onbevoegde wijziging worden beveiligd. Een uiterst belangrijk voordeel bij de kwaliteitsbewaking in de engineering, die ook door de nieuwe machinerichtlijn (2006/42 EG) wordt vereist. Verder wordt met het nieuwe exportformaat PDF/A voldaan aan de uitgebreide eisen ten aanzien van archivering van EPLAN-projectdocumentatie. Engineering: met de aanvullende module "Net Based Wiring" kunnen detailverbindingen in een net op databankniveau worden gedefinieerd. Hierdoor worden schema's overzichtelijker en kunnen eenvoudige verbindingen voor de productiefase worden gerealiseerd. Trefwoord montageplaatopbouw: deze wordt in de elektro- en fluid-engineering vanaf nu in 3D gedefinieerd en direct in het EPLAN-platform geïntegreerd. Gebruiksvriendelijk in 3D net zo eenvoudig als in 2D. EPLAN NEWS

16 Voorwoord Het News-document staat vol met vele andere highlights van de nieuwe versie wij wensen u veel succes met het nieuwe EPLAN-platform 2.0. Het team van EPLAN Software & Service 16 EPLAN NEWS 2.0

17 Voorwoord Leesaanwijzingen Belangrijke informatie: Raadpleeg vóór het installeren van deze versie eerst de informatie in het hoofdstuk "Overige vernieuwingen en informatie" vanaf pagina 477. Lees vooral paragraaf "Softwarevereisten en vrijgaven" op pagina 493 goed door. Lees vóór het openen van oude projecten eerst de informatie in paragraaf "Geoptimaliseerde databankstructuur voor projecten" op pagina 75. Vanwege het grote aantal pagina's zijn in de gedrukte versie van het News-document niet alle onderwerpen opgenomen. De installatie- DVD bevat een PDF-bestand met de volledige versie van het Newsdocument. Voordat u begint te lezen, wijzen wij u op de volgende symbolen en schrijfwijzen die in dit document worden gehanteerd: Let op: Teksten die worden voorafgegaan door dit symbool zijn waarschuwingen. Lees voordat u verder gaat deze waarschuwingen altijd goed door! Opmerking: Teksten die worden voorafgegaan door dit symbool bevatten aanvullende opmerkingen. Voorbeeld: Voorbeelden worden voorafgegaan door dit symbool. Tip: Na dit symbool volgen nuttige tips, die het werken met het programma vereenvoudigen. EPLAN NEWS

18 Voorwoord Beheerder: Teksten die worden voorafgegaan door dit symbool bevatten belangrijke informatie voor de beheerder. Lees voordat u met de nieuwe versie gaat werken deze teksten altijd goed door (zie pagina 333 en 482). Projectbewerker: Teksten die worden voorafgegaan door dit symbool bevatten belangrijke informatie voor "normale" gebruikers die projecten bewerken. Lees voordat u met de nieuwe versie gaat werken deze teksten altijd goed door (zie pagina 58, 75 en 254). Elementen van de gebruikersinterface worden vet (en blauw) aangegeven en kunnen zo direct in de tekst worden herkend. Cursieve teksten geven aan wat belangrijk is en waar u beslist op moet letten. Codevoorbeelden, directorynamen, directe invoer etc. worden weergegeven in niet-proportioneel lettertype. Functietoetsen, toetsen van het toetsenbord en knoppen in het programma worden tussen rechte haken weergegeven (bijvoorbeeld [F1] voor de functietoets "F1"). Om de overzichtelijkheid tijdens het lezen te verbeteren, wordt in dit document gebruik gemaakt van een zogeheten "menupad" (bijvoorbeeld Help > Inhoud). De menu's en opties die in het menupad worden genoemd, moeten in de aangegeven volgorde worden gekozen om een bepaalde programmafunctie te kunnen bereiken. Via het hier genoemde menupad opent u bijvoorbeeld het Help-systeem van EPLAN. Bij instellingen of velden (zoals selectievakjes) die alleen kunnen worden in- of uitgeschakeld, worden in dit document vaak de termen "inschakelen" (de instelling is dan actief ) en "uitschakelen" (de instelling is dan niet actief ) gebruikt. 18 EPLAN NEWS 2.0

19 Gebruiksvriendelijke gebruikersinterface Gebruiksvriendelijke gebruikersinterface Wij hebben het uiterlijk van EPLAN op een aantal plaatsen behoorlijk aangepast, zodat u nog gebruiksvriendelijker kunt werken. Het gaat hierbij om de volgende vernieuwingen: Nieuwe pictogrammen met een grotere kleurdiepte Miniwerkbalken in de editor (zie pagina 20) Menuopdracht Opnieuw uitvoeren in de snelmenu's van de editors (zie pagina 22) Instelbare weergave in de titelbalk (zie pagina 23) Overzichtelijkere tabbladen Weergave en Formaat in de eigenschappendialoogvensters (zie pagina 24). Nieuwe pictogrammen met een grotere kleurdiepte Voor de werkbalken, de cursor en voor de weergave van objecten in de navigators en andere dialoogvensters worden nu nieuwe, modernere pictogrammen met een grotere kleurdiepte gebruikt. De nieuwe kleurdiepte met ca. 16,78 miljoen kleuren maakt nog gedetailleerdere afbeeldingen mogelijk en zorgt voor een natuurlijk beeld. Voordeel: De programmafuncties die aan de pictogrammen zijn toegewezen, kunnen gemakkelijker worden herkend. Hierdoor wordt de bediening van het programma via pictogrammen nog intuïtiever. Een belangrijk voordeel ook voor incidentele gebruikers is dat de pictogrammen zijn aangepast aan de Windows-standaard (dezelfde pictogrammen => dezelfde functionaliteiten). Voorbeeld: De volgende afbeelding toont de "oude" werkbalk Standaard voor een geopend project. EPLAN NEWS

20 Gebruiksvriendelijke gebruikersinterface De "nieuwe" werkbalk Standaard ziet er als volgt uit. Snellere toegang via nieuwe miniwerkbalken Bij het werken in de editors (grafische editor, symbooleditor etc.) zijn voor grafische en tekstelementen nieuwe miniwerkbalken beschikbaar. Voordeel: Met behulp van de miniwerkbalken kunt u grafische en tekstelementen snel en direct bewerken zonder door het hoofdmenu te moeten navigeren. Als de optie Miniwerkbalken is ingeschakeld en u een element selecteert, wordt er een semitransparante werkbalk in miniatuurformaat weergegeven. Als u de cursor van het geselecteerde element afhaalt, verdwijnt de miniwerkbalk weer. Als de cursor boven de werkbalk staat, wordt deze volledig zichtbaar en kunt u de gewenste instellingen aanbrengen. Voorbeeld: Met behulp van een miniwerkbalk worden voor een lijn instellingen zoals Lijndikte en Kleur overgenomen en / of het formaat van de geselecteerde lijn gekopieerd of toegewezen. 20 EPLAN NEWS 2.0

21 Gebruiksvriendelijke gebruikersinterface Via de miniwerkbalken kunt u de volgende functies gebruiken: bij tekstelementen: Tekengrootte, Tekenstijl, Formaat kopiëren, Formaat toewijzen, Kleur. bij grafische elementen: Lijntype, Lijndikte, Formaat kopiëren, Formaat toewijzen, Kleur. Of de miniwerkbalken moeten worden weergegeven of verborgen, bepaalt u in het menu Opties via de nieuwe menuopdracht Miniwerkbalken of op de werkbalk Beeld via de nieuwe knop. Voor deze menuopdracht is in het rechtenbeheer het nieuwe recht "Miniwerkbalken aan / uit" opgenomen. De miniwerkbalken worden alleen weergegeven als er één enkel element is geselecteerd. Als het geselecteerde element is vergrendeld omdat het in de multi-user-modus door een andere gebruiker wordt gebruikt of als het project als alleen-lezen is geopend (bijvoorbeeld in het geval van een veilig opgeslagen project), worden de velden en symbolen van de miniwerkbalken grijs weergegeven. Opmerkingen: Houd er rekening mee dat u ofwel de optie Miniwerkbalken ofwel de optie Direct bewerken kunt gebruiken. Standaard is het werken met miniwerkbalken ingeschakeld. Als u de directe bewerking activeert, wordt de optie Miniwerkbalken uitgeschakeld. Het is ook mogelijk om beide opties uit te schakelen. Als de directe bewerking tijdelijk via [F2] wordt geactiveerd, zijn zowel de miniwerkbalk als het bewerkingsveld van de directe bewerking zichtbaar. De betreffende waarden in dit veld zijn gemarkeerd en kunnen direct worden bewerkt. Door te klikken op de miniwerkbalk of op de pagina in de grafische editor, wordt de "tijdelijke" directe bewerking weer uitgeschakeld. EPLAN NEWS

22 Gebruiksvriendelijke gebruikersinterface De transparantiegraad van de miniwerkbalken definieert u via dezelfde instellingen als voor het invoervak (Transparantiegraad (zonder focus) / Transparantiegraad (met focus)). Het menupad hiervoor is: Opties > Instellingen > Gebruiker > Grafische bewerking > Invoervak / miniwerkbalken. Nieuwe menuopdracht voor het opnieuw uitvoeren van acties Het snelmenu van de verschillende editors (grafische editor, symbooleditor etc.) is uitgebreid met de menuopdracht Opnieuw uitvoeren. Met deze menuopdracht kunt u de actie die het laatst in de editor is uitgevoerd herhalen (opnieuw uitvoeren). Voordeel: Door de snelle combinatie van twee muisklikken één keer rechts (om het snelmenu te openen), één keer links (om de opdracht Opnieuw uitvoeren te kiezen) kan de laatst uitgevoerde actie steeds opnieuw worden gekozen. Hierdoor kunnen repeterende handelingen veel sneller worden uitgevoerd. De menuopdracht Opnieuw uitvoeren staat in het snelmenu altijd vooraan en na de dubbele punt staat de actie die opnieuw moet worden uitgevoerd (bijvoorbeeld Opnieuw uitvoeren: Hoek onder, rechts). De acties Ongedaan maken, Ongedaan maken via lijst, Opnieuw uitvoeren, Opnieuw uitvoeren via lijst en Actie annuleren kunnen niet opnieuw worden uitgevoerd. Deze acties worden dan ook niet in de menuopdracht Opnieuw uitvoeren weergegeven. 22 EPLAN NEWS 2.0

23 Gebruiksvriendelijke gebruikersinterface Instelbare weergave in de titelbalk U kunt nu in EPLAN instellen welke informatie naast de programmanaam in de titelbalk van uw EPLAN-programma moet worden weergegeven. Voordeel: U kunt de weergave in de titelbalk individueel instellen. Als bijvoorbeeld het projectpad wordt weergegeven, kunt u direct zien welk project op dat moment is geopend en voorkomt u dat u per ongeluk het verkeerde project bewerkt. De instellingen hiervoor definieert u in de nieuwe vervolgkeuzelijst Weergave in de titelbalk. Het menupad naar het betreffende instellingendialoogvenster is: Opties > Instellingen > Gebruiker > Weergave > Gebruikersinterface. Hier kunt u een van de volgende opties kiezen: Projectpad+Project+Pagina: als u deze optie hebt gekozen, wordt in de titelbalk de projectnaam met bestandspad en pagina weergegeven. Project+Pagina: als u deze optie hebt gekozen, wordt in de titelbalk alleen de project- en paginanaam weergegeven. Pagina: als u deze optie hebt gekozen, wordt in de titelbalk alleen de paginanaam weergegeven. De naam van de pagina die op dat moment is geopend, staat in de titelbalk tussen rechte haken (bijvoorbeeld [=EB3+ET1/1]). Als er in de grafische editor geen pagina is geopend, wordt er ook geen paginanaam weergegeven. EPLAN NEWS

24 Gebruiksvriendelijke gebruikersinterface Overzichtelijkere tabbladen "Beeld" en "Formaat" in het eigenschappendialoogvenster In de nieuwe versie zijn de tabbladen Beeld en Formaat in de eigenschappendialoogvensters van schemasymbolen en teksten aangepast. Alle instellingen voor de eigenschappen (Tekengrootte, Kleur, Kader etc.) worden nu in een nieuwe tabel met een boomstructuur aangebracht. Voordeel: Alle weergave- en formaatinstellingen worden nu overzichtelijk weergegeven. Hierdoor kunnen deze eigenschappen aanzienlijk sneller en eenvoudiger worden ingesteld. Wanneer u bijvoorbeeld voor een algemeen onderdeel links in het venster op het tabblad Schemasymbool of Aansluitingen een eigenschap hebt geselecteerd, bijvoorbeeld ODC (weergegeven), kunt u in de tabel Eigenschap / Toewijzing rechts in het venster de weergave-eigenschappen ervan bewerken. 24 EPLAN NEWS 2.0

25 Gebruiksvriendelijke gebruikersinterface Om de waarde die aan een eigenschap is toegewezen te wijzigen, klikt u in de betreffende cel van de kolom Toewijzing en selecteert u via een andere waarde in de vervolgkeuzelijst of schakelt u het betreffende selectievakje in. Omdat de verschillende "instellingsbereiken" zoals Formaat, Kader, Waarde / eenheid of Positie in de tabel als hiërarchieniveaus worden weergegeven, zijn het vervolgdialoogvenster Kader voor onderdelen en de tabbladen Taal en Kader voor teksten overbodig geworden. Onder Formaat vindt u de weergave-eigenschappen zoals Tekengrootte, Layer, Taal etc. en onder Kader vindt u eigenschappen zoals Tekstkader tekenen, Uitlijningsvak activeren etc. In het nieuwe bereik Waarde / eenheid staan de eigenschappen voor de weergave van waarde en eenheid. De eigenschappen onder Positie hebben betrekkingen op een hoofdeigenschap. EPLAN NEWS

26 Nieuwe functies voor grafische elementen Nieuwe functies voor grafische elementen Voor het bewerken en tekenen van grafische elementen in de editors (grafische editor, symbooleditor etc.) zijn de volgende nieuwe functies beschikbaar: Afkorten (zie pagina 27) Lengte wijzigen (zie pagina 29) Hoeken afronden en afschuinen (zie pagina 30) Rechthoek via middelpunt (zie pagina 32) Nieuwe snappunten en modi Loodrecht en Tangentieel voor het tekenen van grafische elementen (zie pagina 33) Invoervak voor editors (zie pagina 36). Nieuwe bewerkingsfuncties De vier nieuwe functies Afkorten, Lengte wijzigen, Hoeken afronden en Afschuinen zijn in het menu Bewerken samen met de bestaande bewerkingsfuncties Draaien, Spiegelen, Schaal (verschalen) en Uitrekken onder de nieuwe menuopdracht Grafisch gecombineerd. Voordeel: Met de nieuwe bewerkingsfuncties kunnen grafische elementen snel en eenvoudig worden gewijzigd, om zo contouren van componenten en grafische macro's nauwkeurig te kunnen ontwerpen. Grafische elementen trimmen Trimfuncties zijn hulpmiddelen om de lengte van grafische elementen naderhand te wijzigen. Via de beide trimfuncties Afkorten en Lengte wijzigen kunt u grafische elementen afkorten (afsnijden), verlengen of verkorten. Er kunnen niet meerdere elementen worden geselecteerd. 26 EPLAN NEWS 2.0

27 Nieuwe functies voor grafische elementen De grafische elementen van een groep kunnen niet worden getrimd. Om een afzonderlijk element te trimmen, moet u eerst de groepering opheffen. Opmerking: Houd er rekening mee dat bij het trimmen van grafische elementen Bézier-curves niet worden meegenomen. Bovendien kunnen ellipsen niet bij Bézier-curves en ellipsen worden afgekort. Elementen afkorten Bij het afkorten bepaalt u met één muisklik welk segment van een grafisch object moet worden "afgekort" (afgesneden / verwijderd). Het deel van een lijn dat moet worden verwijderd, kan als volgt worden gedefinieerd: Via een of twee snijpunten Voorbeeld: Een segment wordt bij het raakpunt afgekort. EPLAN NEWS

28 Nieuwe functies voor grafische elementen Via een snijpunt en een eindpunt Voorbeeld: Meerdere segmenten worden tussen snijpunten en eindpunten afgesneden. Via twee eindpunten of hoekpunten. Bij de volgende elementen kunnen segmenten worden afgekort: Lijn Polylijn Polygoon Rechthoek Cirkel Boog Sector Ellips. Grafische elementen die alleen uit een lijn bestaan en die niet met andere elementen snijden, worden volledig verwijderd. Om het segment van een grafisch object af te korten, kiest u de menuopdrachten Bewerken > Grafisch > Afkorten (of klikt u in de werkbalk Tekening bewerken op de knop (Afkorten)). Klik op het gewenste segment van een lijn of grafisch object. Het geselecteerde segment wordt verwijderd. De trimfunctie blijft actief totdat u Snelmenu > Actie annuleren kiest. 28 EPLAN NEWS 2.0

29 Nieuwe functies voor grafische elementen Lengte van lijnen en cirkelbogen wijzigen Met de functie Lengte wijzigen kunt u lijnen en cirkelbogen verlengen of verkorten. Eén uiteinde van het te trimmen element blijft ongewijzigd; het andere uiteinde worden verschoven zodat het getrimde element korter of langer wordt. Voorbeeld: In de linkerafbeelding wordt het uiteinde van een lijn verlengd en in de rechterafbeelding verkort. Om de lengte van een lijn of van een cirkelboog te wijzigen, kiest u de menuopdrachten Bewerken > Grafisch > Lengte wijzigen (of klikt u in de werkbalk Tekening bewerken op de knop (Lengte wijzigen)). Klik vervolgens op het uiteinde van de lijn die moet worden gewijzigd. Door de cursor in een bepaalde richting te bewegen, wordt de betreffende lijn verlengd of verkort. De trimfunctie blijft actief totdat u Snelmenu > Actie annuleren kiest. Tips: U kunt bij het wijzigen van de lengte ook het Invoervak openen en door het opgeven van een positieve / negatieve waarde de lijn verlengen / verkorten (zie paragraaf "Invoervak voor editors" op pagina 36). Als de optie Objectsnap is ingeschakeld, worden de eindpunten, snappunten en snijpunten van andere lijnen bij het verlengen / verkorten als snappunten gebruikt. De lijnen worden dan bij het trimmen automatisch aan deze snappunten gekoppeld. EPLAN NEWS

30 Nieuwe functies voor grafische elementen Hoeken afronden / afschuinen Met de functie Hoeken afronden kunt u gesloten hoeken die kleiner zijn dan 180 afronden. Hoeken tussen open lijnen kunnen niet worden afgerond. Er worden dus door het afronden geen lijnen met elkaar verbonden. Voorbeeld: Een hoek van een rechthoek wordt afgerond met een afrondingsradius van 16 mm. Met de functie Afschuinen kunt u de hoeken van verschillende elementen symmetrisch afschuinen. Deze functie kan worden gebruikt bij gesloten hoeken die kleiner zijn dan 180. Daarbij worden de oorspronkelijke lijnen symmetrisch met een bepaalde waarde (de zogeheten afschuinbreedte), gemeten vanuit het hoekpunt verkort. Voorbeeld: Een hoek van een rechthoek wordt afgeschuind met een afschuinbreedte van 16 mm. In EPLAN kunnen de volgende elementen worden afgekort / afgeschuind: Hoeken van twee straalvormig uit elkaar gaande lijnen Hoeken tussen een lijn en een polylijn Hoeken tussen twee polylijnen 30 EPLAN NEWS 2.0

31 Nieuwe functies voor grafische elementen Hoeken van polylijnen (open en gesloten) Rechthoeken. Als rechthoeken worden afgerond / afgeschuind, wordt de rechthoek omgezet in een polygoon met vier segmenten (startpunt van het eerste polylijnsegment = startpunt van de rechthoek). Om dit mogelijk te maken, is het tabblad Polylijn uitgebreid met het veld Radius. Via dit veld kunt u naderhand een afrondingsradius wijzigen of een "recht" polylijnsegment afronden. Om een hoek af te ronden, kiest u de menuopdrachten Bewerken > Grafisch > Hoeken afronden. Om een hoek af te schuinen, kiest u in hetzelfde menu de menuopdracht Afschuinen. U kunt ook in de werkbalk Tekening bewerken op de knop (Hoeken afronden) / (Afschuinen) klikken. Klik op de hoek die moet worden afgerond / afgeschuind. Definieer de afrondingsradius / de afschuinbreedte met de muis. De hoek wordt vervolgens afgerond / afgeschuind. Een eenmaal gedefinieerde afrondingsradius / afschuinbreedte wordt net zolang gebruikt totdat u de actie annuleert. EPLAN NEWS

32 Nieuwe functies voor grafische elementen Opmerkingen: Als een opgegeven afrondingsradius niet kan worden uitgevoerd, verschijnt er een systeemmelding. Bij gegroepeerde elementen kunnen de hoeken van afzonderlijke elementen worden afgerond / afgeschuind. Tip: Als u bij het afronden of afschuinen de te bewerken hoek hebt geselecteerd, kunt u ook het geopende venster van het Invoervak gebruiken en daar de afrondingsradius of de afschuinbreedte opgeven (zie paragraaf "Invoervak voor editors" op pagina 36). Rechthoeken via het middelpunt tekenen Rechthoeken kunnen nu ook via het middelpunt en een eindpunt worden gedefinieerd. Kies daartoe de menuopdrachten Invoegen > Grafisch > Rechthoek via middelpunt. Definieer eerst het middelpunt en klik op de linkermuisknop. Trek de rechthoek uit vanuit het midden en klik op de linkermuisknop om het hoekpunt van de rechthoek te definiëren. Deze functie kan ook via de werkbalk Grafisch worden gekozen. Klik daartoe in deze werkbalk op de nieuwe knop. Tip: Als alternatief voor de muisbediening kunt u het middelpunt en eindpunt van de rechthoek ook via het Invoervak opgeven (zie pagina 36). Omdat de waarden die u voor het hoekpunt opgeeft (bijvoorbeeld 20 20) relatieve coördinaten ten opzichte van het middelpunt zijn, komen deze overeen met de halve breedte en hoogte van de rechthoek (bijvoorbeeld 40 mm 40 mm). 32 EPLAN NEWS 2.0

33 Nieuwe functies voor grafische elementen Ondersteuning bij het tekenen door middel van loodpunten en raakpunten Bij het tekenen van grafische elementen in de editors (grafische editor, symbooleditor etc.) wordt u nu door nieuwe snappunten (loodpunten en raakpunten) ondersteund. Voordeel: Raakpunten bieden met name ondersteuning bij het ontwerpen van slobgaten. U definieert deze aan de hand van twee boringen en aan de cirkel rakende verbindingslijnen. Met de functie Afkorten verwijdert u vervolgens de segmenten van de cirkel die daarbinnen liggen. Zo realiseert u snel en eenvoudig een nauwkeurig ontworpen slobgat. Loodpunten en raakpunten Als de optie Objectsnap is ingeschakeld, wordt bij het tekenen van grafische elementen bij de cursor een loodpunt of een raakpunt weergegeven zodra een verticaal of tangentieel lijnelement mogelijk is. Als de optie Objectsnap is uitgeschakeld, worden deze (en andere) punten niet als snappunten gebruikt en daarom ook niet weergegeven. Loodrechte of tangentiële modus bij het tekenen Onafhankelijk van de al of niet ingeschakelde optie Objectsnap zijn bij het tekenen van bepaalde grafische elementen (lijnen, cirkels etc.) in het snelmenu twee nieuwe modi Loodrecht en Tangentieel beschikbaar. Met deze functies kunt u een loodlijn of een raaklijn tekenen. Zodra u in het snelmenu een modus hebt geselecteerd, verandert het pictogram bij de cursor. De betreffende modi zijn beschikbaar voor de volgende grafische elementen: EPLAN NEWS

34 Nieuwe functies voor grafische elementen modus Loodrecht (cursor: ): voor lijnen, polylijnen en polygonen modus Tangentieel (cursor: ): voor lijnen, polylijnen, polygonen, cirkels, bogen via het middelpunt en sectoren. Loodlijnen of raaklijnen tekenen Met de functies Loodrecht en Tangentieel kunt u bij een object een loodlijn of een raaklijn tekenen. Startpunt voor lijnen definiëren Bij het tekenen van lijnen (polylijnen) kunt u de nieuwe functies gebruiken om het startpunt van een lijn (polylijn) te definiëren. Als u in het menu Invoegen > Grafisch een van de menuopdrachten hebt gekozen (Lijn, Polylijn, Polygoon), kiest u bijvoorbeeld Snelmenu > Loodrecht. Het pictogram bij de cursor geeft aan dat de modus Loodrecht actief is. Klik vervolgens op het betreffende object (lijn, rechthoek, cirkel etc.) waarbij u een verticale lijn wilt tekenen. Zolang u het eindpunt nog niet hebt gedefinieerd, is het startpunt variabel en kan de lijn verticaal op het geselecteerde lijnsegment van het object heen en weer worden bewogen. Klik opnieuw om het eindpunt van de lijn (het volgende hoekpunt van de polylijn) te definiëren. Eindpunt voor lijnen definiëren U kunt de functies ook gebruiken om het eindpunt van de lijn (het volgende hoekpunt van een polylijn) te definiëren. Nadat u het startpunt hebt gedefinieerd, kiest u de modus via het snelmenu (bijvoorbeeld Loodrecht). Vervolgens beweegt u de cursor op het object waarbij een verticale lijn moet worden getekend. Zodra u een loodpunt hebt bereikt, wordt de mogelijke lijn weergegeven. Met één muisklik tekent u deze verticale lijn in de tekening. 34 EPLAN NEWS 2.0

35 Nieuwe functies voor grafische elementen Radius via een raakpunt definiëren U kunt bij het tekenen de modus Tangentieel gebruiken om de radius van cirkels, bogen en sectoren te definiëren. Nadat u in het menu Invoegen > Grafisch een van de menuopdrachten hebt gekozen (Cirkel, Boog via middelpunt, Sector), definieert u het middelpunt met één klik op de linkermuisknop. Vervolgens kiest u Snelmenu > Tangentieel. Het pictogram bij de cursor geeft aan dat de modus Tangentieel actief is. Vervolgens beweegt u de cursor op het object waarbij een raaklijn moet worden getekend. Zodra u een raakpunt hebt bereikt, wordt de mogelijke cirkelboog weergegeven. Klik opnieuw om de cirkel / boog / sector te tekenen. Projectie voor lijnen Het is nu ook mogelijk om een projectie voor lijnen te definiëren. Voordeel: Met deze nieuwe functie kunt u een middellijn volgens DIN (d.w.z. met projectie) maken. Als u een lijn met projectie wenst, schakelt u in het betreffende eigenschappendialoogvenster op het tabblad Formaat het selectievakje Projectie in. Vervolgens wordt bij het start- en eindpunt van de lijn een projectie getekend. Deze wordt volgens DIN op basis van de lijndikte berekend en met een lengte van "12 d" ingetekend (waarbij d = lijndiameter (Lijndikte)). Opmerking: De snappunten en de bemating van een lijn blijven door het invoegen van een projectie ongewijzigd. EPLAN NEWS

36 Nieuwe functies voor grafische elementen Invoervak voor editors Het nieuwe invoervak in EPLAN biedt u de mogelijkheid om bij verschillende functies in de editors (grafische editor, 3D-weergave etc.) waarden via het toetsenbord in te invoeren. Voordeel: Met het invoervak kunt u snel en overzichtelijk waarden invoeren. Zo definieert u onafhankelijk van het raster alle vereiste maten voor een hoogwaardige productiedocumentatie. Als het invoervak is ingeschakeld, wordt bij deze functies (bijvoorbeeld bij het invoegen van een lijn) een klein tekstvenster bij de cursor weergegeven waarin u cijfers kunt invoeren. Dit venster heeft een voorgedefinieerde transparantiegraad, die u in de instellingen kunt wijzigen. Tip: U kunt het invoervak bijvoorbeeld in combinatie met de zogeheten basispuntverplaatsing gebruiken om op eenvoudige wijze uitsparingen in een schakelkastdeur te ontwerpen. Kies daartoe Opties > Basispuntverplaatsing en klik op de linker onderhoek van de schakelkastdeur. Hiermee wordt het hulppunt voor de relatieve invoer gedefinieerd. Kies vervolgens Invoegen > Grafisch > Rechthoek. Als de optie Invoervak is ingeschakeld, wordt het invoervak bij de cursor weergegeven. 36 EPLAN NEWS 2.0

37 Nieuwe functies voor grafische elementen Door het opgeven van twee waarden definieert u de positie van de eerste hoek van de rechthoek. Vanwege de basispuntverplaatsing hebt u met deze waarden een punt gedefinieerd ten opzichte van de linker onderhoek van de deur. Door in het invoervak nog een punt op te geven, wordt de rechthoek op maat als uitsparing ingetekend. Het invoervak gebruiken Het tekstvenster van het invoervak bestaat uit twee kopregels en een regel voor het invoeren van waarden. In de eerste kopregel staat de betreffende actie (bijvoorbeeld Startpunt voor lijn) en in de tweede regel een tekst die aangeeft welke waarden moeten worden ingevoerd. De cijfers die via het toetsenbord worden ingevoerd, worden in het invoervak weergegeven. De volgorde van de in te voeren waarden is voor elke functie in het systeem vastgelegd. Zo kunnen bijvoorbeeld bij de lijn twee waarden worden ingevoerd in de volgorde "X- en Y-waarde van een coördinaat" of "Hoek en lengte". Als u een punt invoert, wordt de spatie tussen de twee waarden als X- en Y-coördinaatwaarden (start- of eindpunt) geïnterpreteerd. De waarden die u voor dit punt invoert, hebben betrekking op het grafische coördinatensysteem dat zijn oorsprong linksonder heeft. Verder worden de waarden weergegeven in de ingestelde eenheid "mm" of "inch". Opmerking: Houd er rekening mee dat alleen het eerste ingevoerde punt absolute waarden gebruikt en dat de volgende punten relatieve coördinaten hebben. EPLAN NEWS

38 Nieuwe functies voor grafische elementen Door het invoeren van één enkele waarde, definieert u de hoek van een lijn. Met "Waarde<Waarde" kan de hoek en de lengte van een lijn worden opgegeven. Ook negatieve waarden zijn mogelijk. Voor decimalen gebruikt u het decimaalscheidingsteken dat in het besturingssysteem is ingesteld ("," of "."). Met [Enter] worden de ingevoerde waarden aan de betreffende functie overgedragen en wordt het invoervak gewist. Na het invoeren van de laatste waarde of na het afsluiten van de actie wordt het invoervak gesloten. Tijdens het invoeren van waarden in het geopende invoervak, is het oproepen van andere functies met de daarvoor bestemde sneltoetsen niet mogelijk. Met [Esc] kunt u het invoeren (in het invoervak) annuleren. Functies met invoervak-ondersteuning Het invoervak kan bij de volgende functies van het EPLAN-platform worden gebruikt: bij het invoegen van grafische elementen: lijn, polylijn, rechthoek, cirkel, boog, sector, tekst. bij het invoegen van bematingen. bij het bewerken van grafische elementen: draaien, dupliceren, verplaatsen, spiegelen, verschalen, uitrekken, afkorten, lengte wijzigen, hoeken afronden, afschuinen. bij het invoegen van 3D-componenten: montagerail, kabelgoot (kabelkanaal), schakelkast, montageplaat, geblokkeerd vlak, logica component. bij het bewerken van 3D-componenten: plaatsen met lengte overnemen, lengte wijzigen, draaien om as, montagepunt en handle definiëren. 38 EPLAN NEWS 2.0

39 Nieuwe functies voor grafische elementen Invoervak inschakelen In de gebruikersinstellingen kunt u EPLAN zo configureren dat het invoervak voor de bovengenoemde functies altijd wordt weergegeven. Schakel daartoe in het nieuwe dialoogvenster Instellingen: Invoervak / miniwerkbalken de selectievakjes Invoervak altijd weergeven (2D) en Invoervak altijd weergeven (3D) in. Onder Opties > Instellingen > Gebruiker > Grafische bewerking > Invoervak / miniwerkbalken kunt u bovendien de transparantiegraad van het tekstvenster voor het invoervak instellen. Behalve via deze instelling kunt u het invoervak ook in- / uitschakelen nadat u een functie hebt gekozen. Hiervoor is in het menu Opties de nieuwe menuopdracht Invoervak en op de werkbalk Beeld de knop beschikbaar. Opmerking: De instelling voor het in- en uitschakelen van het invoervak wordt gesynchroniseerd. Dat wil zeggen dat wanneer u het invoervak in de instellingen hebt ingeschakeld en deze vervolgens in de editor uitschakelt, het invoervak ook in de instellingen wordt uitgeschakeld. Toetsen voor het invoervak U kunt het tekstvenster voor het invoervak ook met de toets [C] openen. Het maakt daarbij niet uit of u bij het uitvoeren van de eerder genoemde functies het invoervak al dan niet hebt ingeschakeld. Als u het invoervak op deze wijze opent, bevindt de cursor zich direct in het invoervak van het tekstvenster. Datzelfde geldt voor de numerieke toetsen en voor de toetsen [+] en [-]; hiermee wordt het invoervak eveneens geopend. EPLAN NEWS

40 Nieuwe functies voor grafische elementen Opmerking: Om deze reden zijn in het menu Beeld de toetsen [+] voor Inzoomen en [-] voor Uitzoomen standaard niet meer beschikbaar. De toetsencombinatie voor het zoomen naar Hele pagina is gewijzigd in [Alt] + [3]. Tip: Met de numerieke toetsen en de toetsen [+] en [-] kunt u het invoervak ook gebruiken terwijl u met een actie bezig bent en als de optie Invoervak is uitgeschakeld. Als u bijvoorbeeld via Invoegen > Grafisch > Cirkel een cirkel tekent waarvan u het middelpunt reeds hebt geplaatst en u vervolgens een waarde invoert (bijvoorbeeld "1"), wordt het invoervak geopend en kunt u de radius opgeven door bijvoorbeeld "10" in te voeren. 40 EPLAN NEWS 2.0

41 Ellipsvormige tekst- en positiekaders Ellipsvormige tekst- en positiekaders U kunt nu in EPLAN voor teksten ellips- en cirkelvormige tekstkaders en / of positiekaders (uitlijningsvakken) instellen. Het maakt daarbij niet uit om welk type teksten (eenvoudige "grafische" teksten, eigenschapsteksten, speciale teksten etc.) het gaat. Voor geplaatste eigenschapsteksten kunt u bovendien leader-lijnen laten weergeven. Voorbeeld: Het voorbeeld toont cirkelvormige positiekaders voor verschillende artikelplaatsingen op een montageplaat. De leader-lijnen geven aan welke legendapositie bij welke artikelplaatsing hoort. Voordeel: Op deze wijze kunt u de tekstkaders nog beter vormgeven. Leader-lijnen tussen een onderdeel en de bijbehorende artikelplaatsingen verbeteren de leesbaarheid in het schema. EPLAN NEWS

42 Ellipsvormige tekst- en positiekaders Ellipsvormige tekstkaders De instellingen voor ellipsvormige tekstkaders kunt u als volgt definiëren: Voor het gehele project via een instelling in het layerbeheer: Hiervoor kunt u de waarde van de eigenschap Tekstkader in een vervolgkeuzelijst selecteren. Selecteer in deze lijst de invoer "Ellips", als de teksten of onderdeelcodes die op de betreffende layer liggen in het gehele project met een ellipsvormig kader moeten worden omgeven. Individueel via het betreffende eigenschappendialoogvenster: Hiervoor zijn de instelmogelijkheden voor de kaders uitgebreid. Zoals reeds in paragraaf "Overzichtelijkere tabbladen "Beeld" en "Formaat" in het eigenschappendialoogvenster" op pagina 24 is aangegeven, bevinden de eigenschappen hiervoor zich niet meer op een speciaal tabblad of in het dialoogvenster Kader, maar in een tabel op het tabblad Weergave / Formaat. Om een individuele onderdeelcode of tekst van een ellipsvormig tekstkader te voorzien, selecteert u in deze tabel in het gedeelte Kader in de vervolgkeuzelijst Tekstkader tekenen de nieuwe optie "Ellips". 42 EPLAN NEWS 2.0

43 Ellipsvormige tekst- en positiekaders Voorbeeld: De volgende afbeelding toont de nieuwe instellingen in het eigenschappendialoogvenster van een schemasymbool op het tabblad Weergave. Via het nieuwe selectievakje Grootte uit projectinstelling kunt u definiëren dat de statische grootte van het tekstkader wordt overgenomen van de nieuwe projectinstelling Tekstkader. U vindt deze instelling onder Opties > Instellingen > Projecten > "Projectnaam" > Grafische bewerking > Algemeen. Als de velden Breedte en Hoogte dezelfde waarden hebben, resulteert dit in een cirkelvormig tekstkader. Als het selectievakje Grootte uit projectinstelling is uitgeschakeld, richt de grootte van het kader zich naar de tekst. Ellipsvormige positiekaders en leader-lijnen Als teksten of onderdeelcodes van ellipsvormige positiekaders en / of leader-lijnen moeten worden voorzien, definieert u de instellingen hiervoor in het betreffende eigenschappendialoogvenster. EPLAN NEWS

44 Ellipsvormige tekst- en positiekaders Als u het nieuwe selectievakje Leader-lijn activeren inschakelt, wordt van de geplaatste eigenschapstekst een leader-lijn naar het middelpunt van het bijbehorende schemasymbool getekend. Als de eigenschapstekst wordt verplaatst, wordt ook de positie van de leader-lijn aangepast. Voor eenvoudige "grafische" teksten of speciale teksten wordt geen leader-lijn getekend. Om een ellipsvormig positiekader (uitlijningsvak) te tekenen, schakelt u eerst het selectievakje Uitlijningsvak activeren in. Vervolgens wordt de nieuwe vervolgkeuzelijst Uitlijningsvak tekenen vrijgeschakeld en kunt u aangeven of het positiekader (uitlijningsvak) grafisch moet worden weergegeven en welke vorm het kader moet hebben. Voor een ellipsvormig kader selecteert u de optie "Ellips". Als u in de volgende velden Breedte en Hoogte dezelfde waarden opgeeft, resulteert dit in een cirkelvormig positiekader. 44 EPLAN NEWS 2.0

45 Vernieuwingen in de bemating Vernieuwingen in de bemating Nieuwe projectoverkoepelende instellingen voor de bemating Voor de bemating zijn nieuwe instelmogelijkheden beschikbaar. Hierdoor kunt u de bemating in EPLAN nog beter en gebruiksvriendelijker uitvoeren. Voordeel: Er zijn nieuwe mogelijkheden om tekeningen voor klanten in Europa en Noord-Amerika normconform te bematen: - Maatgetal als breuk weergeven - Maatgetal midden in de maatlijn - Maatgetal horizontaal. Met de instellingen Afstand eerste maathulplijn en Afstand tweede maathulplijn kunt u tussen de tekening (objecten) en de maathulplijnen een uitsparing creëren. Met behulp van overzichtelijke bematingen maakt u hoogwaardige productiedocumentatie. Zo legt u al in de engineeringsfase de basis voor een probleemloos productie- en montageproces. Om het betreffende dialoogvenster Instellingen: Bemating te openen, kiest u het menupad Opties > Instellingen > Projecten > "Projectnaam" > Grafische bewerking > Bemating. EPLAN NEWS

46 Vernieuwingen in de bemating Twee eenheden weergeven: Als dit selectievakje is ingeschakeld, wordt het maatgetal zowel in metrische eenheid (mm, cm etc.) als in "inch" weergegeven. Het maatgetal met de tweede eenheid (dus die niet in het veld Eenheid is ingesteld), wordt direct na het eerste maatgetal met de eerste eenheid tussen rechte haken weergegeven (bijvoorbeeld 88 mm[3,46 ]). De nauwkeurigheid waarmee het maatgetal in de tweede eenheid wordt weergegeven, is gelijk aan die van het eerste maatgetal maar bedraagt maximaal 2 decimalen. Als het selectievakje is uitgeschakeld, wordt het maatgetal alleen weergegeven met de eenheid die in het veld Eenheid is opgegeven. Opmerking: Voor de hoekbemating kunnen geen twee eenheden worden weergegeven. Daarom wordt in dat geval het selectievakje Twee eenheden weergeven in het eigenschappendialoogvenster grijs weergegeven. 46 EPLAN NEWS 2.0

47 Vernieuwingen in de bemating Maatgetal als breuk weergeven: Als dit selectievakje is ingeschakeld, worden decimalen zoals "0,5", "0,25", "0,125", "0,0625" of veelvouden daarvan als breuk weergegeven. Mogelijke waarden voor breuken zijn "1/2", "1/4", "1/8", "1/16" en veelvouden daarvan. Andere decimalen worden niet als breuken weergegeven. Maatgetal horizontaal: Als dit selectievakje is ingeschakeld, wordt het maatgetal onafhankelijk van de bematingsrichting altijd horizontaal weergegeven. Als het selectievakje is uitgeschakeld, wordt het maatgetal overeenkomstig de bematingsrichting weergegeven. Hierdoor hoeft het maatgetal bijvoorbeeld bij verticale bematingen niet meer in het eigenschappendialoogvenster te worden gedraaid. Hiertoe moet u eerst op het tabblad Bemating het selectievakje Maatgetal centreren uitschakelen en vervolgens de instelling in het veld Hoek op het tabblad Formaat aanpassen. Maatgetal midden in de maatlijn: Als dit selectievakje is ingeschakeld, wordt het maatgetal midden op de maatlijn geplaatst, waarbij de maatlijn wordt onderbroken. Bij deze instelling wordt het maatgetal bovendien altijd horizontaal weergegeven en gecentreerd. Als er een afstand tot de maatlijn is ingesteld, wordt deze genegeerd. In het betreffende eigenschappendialoogvenster van de bemating kunnen daarnaast geen formaatinstellingen voor de uitlijning en de hoek worden gedefinieerd. EPLAN NEWS

48 Vernieuwingen in de bemating Voorbeeld: Lineaire bemating bij een rechthoek met ingeschakelde instelling Maatgetal midden in de maatlijn: Opmerking: Houd er rekening mee dat de instellingen Maatgetal horizontaal en Maatgetal midden in de maatlijn bij de oplopende bemating niet worden gebruikt. Maatlijn wordt door maatgetal onderbroken: Als dit selectievakje is ingeschakeld, wordt de maatlijn onderbroken als deze door het maatgetal wordt gesneden. Als het selectievakje is uitgeschakeld, wordt de maatlijn onafhankelijk van de positie van het maatgetal nooit onderbroken. Startwaarde bij oplopende bemating weergeven: Als dit selectievakje is ingeschakeld, wordt bij de oplopende bemating ook de startwaarde (d.w.z. de waarde bij het eerste meetpunt) weergegeven. Als het selectievakje is uitgeschakeld, wordt deze waarde niet weergegeven. 48 EPLAN NEWS 2.0

49 Vernieuwingen in de bemating Opmerking: Bij de instelling Startwaarde bij oplopende bemating weergeven gaat het niet om een eigenschap, maar om een hulpmiddel voor de weergave. Daarom kan deze instelling niet bij een bemating in het eigenschappendialoogvenster, maar alleen voor het gehele project worden gedefinieerd. Nieuwe instellingen in het eigenschappendialoogvenster Naast de projectoverkoepelende standaardinstelling, kunt u alle genoemde eigenschappen voor een bemating ook afzonderlijk definiëren. Klik daartoe in de grafische editor op de betreffende maatlijn om het dialoogvenster Eigenschappen te openen. Tabblad Bemating: Op dit tabblad bevinden zich in het groepsveld Maatgetal de volgende nieuwe selectievakjes: Twee eenheden weergeven Maatgetal als breuk weergeven Maatgetal horizontaal en Maatgetal midden in de maatlijn. Tabblad Lijnen: De instellingen voor de maathulplijn en voor de maatlijnbegrenzing zijn ten behoeve van de overzichtelijkheid op het nieuwe tabblad Lijnen ondergebracht. EPLAN NEWS

50 Vernieuwingen in de bemating Hier vindt u ook het nieuwe selectievakje Maatlijn wordt door maatgetal onderbroken. Bovendien kunt u hier de lengte van maathulplijnen wijzigen. Hiertoe is het groepsveld Maathulplijn uitgebreid met de velden Afstand eerste maathulplijn en Afstand tweede maathulplijn. Voer hier voor de betreffende maathulplijn de afstand in die tussen het meetpunt en het begin van de maathulplijn moet liggen. Met positieve waarden worden de maathulplijnen ingekort en met negatieve waarden verlengd. 50 EPLAN NEWS 2.0

51 Vernieuwingen in de pagina-navigator Vernieuwingen in de pagina-navigator Paginafilter met schema's Er zijn in de pagina-navigator twee verschillende manieren om een paginafilter te definiëren: Via het definiëren van filtercriteria in het dialoogvenster "Filter" Bij deze nieuwe mogelijkheid gaat het om een veldgebaseerd standaardfilter dat u bijvoorbeeld al van andere navigators kent. Daarbij kunt u verschillende pagina-eigenschappen als filtercriteria gebruiken en in een schema opslaan. Via een gedetailleerde selectie in het dialoogvenster "Pagina's selecteren" Deze mogelijkheid komt overeen met het huidige paginafilter. Hierbij kunt u de gewenste pagina's handmatig in een boomstructuur samenstellen en gebruik maken van een voorfilter en een nafilter. Voordeel: Wanneer u een standaardfilter gebruikt en nieuwe pagina's hebt gemaakt, hoeft het paginafilter nu niet meer te worden geactualiseerd. U hebt altijd een actueel zicht op dat deel van de projectpagina's dat na gebruik van het paginafilter wordt weergegeven. De uniforme toepassing van de bekende filtertechniek vereenvoudigt de bediening van het programma. Paginafilter via het standaardfilter definiëren Via de nieuwe vervolgkeuzelijst Filter kunnen voorgedefinieerde filterschema's worden geselecteerd. Wanneer u op de knop [...] naast de vervolgkeuzelijst klikt, wordt het dialoogvenster Filter geopend. Hierin kunt u nieuwe schema's maken en bestaande filtercriteria wijzigen. EPLAN NEWS

52 Vernieuwingen in de pagina-navigator Omdat het een standaard techniek in EPLAN betreft, wordt dit hier niet verder besproken. Meer informatie hierover vindt u in de online Help van EPLAN in de paragraaf "Filter". Paginafilter via de gedetailleerde selectie definiëren Om een paginafilter via het dialoogvenster Pagina's selecteren te definiëren, kiest u in het snelmenu van de pagina-navigator de nieuwe menuopdracht Gedetailleerde selectie. Nadat u in dit dialoogvenster de gewenste instellingen hebt aangebracht, wordt het filter dat hiermee is gedefinieerd automatisch in een schema opgeslagen en voorzien van de naam "Selectie_<Projectnaam>". Wanneer u via de gedetailleerde selectie opnieuw pagina's selecteert, wordt het schema "Selectie_<Projectnaam>" door de actuele instellingen overschreven. Omdat het selectiefilter in een schema wordt opgeslagen, blijft dit ook na het sluiten van het project bewaard. Een dergelijk filter kan in het dialoogvenster Filter voor de pagina-navigator net als de overige filterschema's worden gewijzigd of verwijderd. Tip: Als u bij het afdrukken / exporteren van pagina's alleen pagina's wilt uitvoeren die door een geactiveerd paginafilter zijn gefilterd, moet u hiertoe in het dialoogvenster Afdrukken de optie Selectie inschakelen en mag het selectievakje Toepassen op het gehele project in de exportdialoogvensters niet zijn ingeschakeld. 52 EPLAN NEWS 2.0

53 Vernieuwingen in de pagina-navigator Overige wijzigingen Ook bij het kopiëren van pagina's tussen verschillende projecten kunt u nu in het dialoogvenster Pagina's kopiëren het standaardfilter gebruiken. Beide filtertypen worden gebruikerspecifiek opgeslagen. Het paginafilter hoeft hierdoor niet meer via het dialoogvenster Project comprimeren te worden verwijderd. Om deze reden is in het gedeelte Projectgegevens verwijderen van de compressie-instellingen de instelling Paginafilter verwijderd. De markering in de paginalijst volgt de pagina's bij het bladeren Wanneer u in de grafische editor bijvoorbeeld met de toetsen [Page Down] / [Page Up] door de pagina's van een project "bladert", volgt de markering in de lijst van de pagina-navigator de pagina die op dat moment is geopend. Voordeel: Het markeergedrag in de lijst is nu overzichtelijker, zodat u sneller en eenvoudiger door de lijst kunt navigeren. Met de tabbladen Boom en Lijst worden de verschillende engineeringstaken optimaal weergegeven. Automatische paginanamen bij het invoeren van pagina's of macro's Bij het invoegen van gekopieerde pagina's of paginamacro's is een nieuwe functionaliteit beschikbaar waarmee de nieuwe paginanamen automatisch worden voorgesteld. EPLAN NEWS

54 Vernieuwingen in de pagina-navigator Hiervoor kunt u in het dialoogvenster Structuur aanpassen op het tabblad Pagina's het nieuwe selectievakje Paginanaam automatisch inschakelen. Als het selectievakje is ingeschakeld, wordt het hoogste bestaande paginanummer (dat betrekking heeft op de structuur) bepaald en het eerstvolgende nummer / de eerstvolgende nummers voor de kolom Paginanaam voorgesteld. Voorbeeld: U hebt het voorbeeldproject EPLAN-DEMO geopend en in de paginanavigator de pagina =EB3+ET1/1 met de paginabeschrijving Voeding geselecteerd. Vervolgens voegt u een paginamacro van één pagina in. Aanvankelijk is in het dialoogvenster Structuur aanpassen op het tabblad Pagina's de paginanaam van de gemaakte paginamacro vooringesteld (bijvoorbeeld 5). Nadat u het selectievakje Paginanaam automatisch hebt ingeschakeld, wordt de paginanaam omdat in de deelstructuur 8 het hoogste toegekende paginanummer is gewijzigd in EPLAN NEWS 2.0

55 Vernieuwingen in de pagina-navigator De weergegeven ODC voor plaatscoderingsboxen bij het invoegen van pagina's of macro's aanpassen Als er op de gekopieerde pagina's of paginamacro's ook plaatscoderingsboxen voorkomen, kunt u nu voordat u pagina's gaat invoegen niet alleen de paginastructuur hiervan wijzigen, maar ook de weergegeven onderdeelcodes van de plaatscoderingsboxen. Voordeel: De weergegeven onderdeelcodes van plaatscoderingsboxen kunt u nu al bij het kopiëren aanpassen. Hierdoor hoeft u dit niet meer handmatig na het invoegen te doen. De automatische aanpassing van de onderdeelcodes bespaart engineeringstijd en waarborgt de kwaliteit bij het werken met macro's. Hiervoor is het dialoogvenster Paginastructuur aanpassen uitgebreid en hernoemd in Structuur aanpassen. De velden en knoppen voor het bewerken van de paginastructuur bevinden zich nu op het tabblad Pagina's. Als er op de in te voegen pagina / paginamacro ook plaatscoderingsboxen voorkomen, wordt bovendien het tabblad Plaatscoderingsboxen weergegeven. In de tabel op dit tabblad worden de weergegeven onderdeelcodes van de bron-plaatscoderingsboxen, hun plaatsing en de weergegeven onderdeelcodes van de plaatscoderingsboxen na de actie in een tabel aangegeven. Om een weergegeven ODC te wijzigen, klikt u in het betreffende veld van de tabel en geeft u de nieuwe code handmatig op. Als u structuurcodes hebt opgegeven die nog niet in het doelproject voorkomen, wordt vóór het invoegen nog het bekende dialoogvenster Codes plaatsen geopend. EPLAN NEWS

56 Vernieuwingen in de pagina-navigator Als de instellingen voor de online nummering standaard zijn ingesteld, worden de onderdelen vervolgens met behulp van het dialoogvenster Invoegmodus genummerd. Daarbij worden ook de schemasymbolen die zich in de plaatscoderingsboxen bevinden meegenomen. Aantal pagina's / paginanamen per eigenschap bepalen Met de nieuwe menuopdracht Aantal pagina's / paginanamen per eigenschap van het menu Pagina kunt u het aantal en de namen van de pagina's bepalen waarbij een bepaalde eigenschap dezelfde waarde heeft. Nadat u deze menuopdracht hebt gekozen, start er een verwerkingsprocedure die het aantal en de namen van de pagina's met dezelfde waarde berekent en die het resultaat in de nieuwe eigenschappen Aantal pagina's per eigenschap <11062> en Paginanamen per eigenschap <11063> schrijft. Voordeel: Met behulp van deze functie kunt u bijvoorbeeld het aantal pagina's in het project bepalen waarbij de "groep" dezelfde structuurcode heeft en kunt u deze informatie vervolgens op de pagina's weergegeven. Op deze manier behoudt u ook in omvangrijke projecten eenvoudig het overzicht over de omvang van afzonderlijke documentatieonderdelen. De eigenschap, die bij de verwerkingsprocedure als vergelijkingscriterium wordt gebruikt, definieert u in de projectspecifieke instellingen voor pagina's (onder Opties > Instellingen > Projecten > "Projectnaam" > Beheer> Pagina's). In het dialoogvenster Instellingen: Pagina's is hiervoor het nieuwe veld Aantal pagina's / paginanamen per eigenschap beschikbaar. Standaard is hier de eigenschap Groep (hoofdcode) ingesteld. Met de knop [...] naast het veld kunt u het bekende dialoogvenster Eigenschapselectie openen en daarin een andere eigenschap selecteren. 56 EPLAN NEWS 2.0

57 Vernieuwingen in de pagina-navigator Via de nieuwe instelling Voor het genereren van de inhoudsopgave 'Aantal pagina's / paginanamen per eigenschap' automatisch uitvoeren kunt u EPLAN zo instellen dat vóór het genereren en actualiseren van een inhoudsopgave automatisch de verwerkingsprocedure Aantal pagina's / paginanamen per eigenschap wordt gestart. De beide eigenschappen Aantal pagina's per eigenschap en Paginanamen per eigenschap kunt u in de pagina-eigenschappen van een pagina laten weergeven of als Speciale tekst - pagina-eigenschappen in een plotkader opslaan. Als scheidingsteken tussen meerdere paginanamen wordt standaard de puntkomma alsmede bij gecombineerde waarden de tekenreeks "..." gebruikt. Daarbij worden de scheidingstekens voor deze functie overgenomen uit de formuliereigenschappen van het ingestelde inhoudsopgaveformulier (Eigenschappen: Scheidingsteken bij meerdere waarden en Scheidingstekens bij gecombineerde waarden). Zie ook paragraaf "Combineren van verwerkingsoverzichten" op pagina 245. Voor de controle van deze eigenschappen zijn in de instellingen voor meldingen en controleprocedures een aantal nieuwe meldingen beschikbaar. De meldingsklasse "Overig" is uitgebreid met de meldingen "022014", "022015" en "022016". Met behulp van deze controleprocedures kunt u bepalen of de in de instelling Aantal pagina's / paginanamen per eigenschap geselecteerde eigenschap op een pagina van het project leeg is, of de via deze instelling gecombineerde pagina's niet op elkaar volgen en of een paginanaam letters bevat. EPLAN NEWS

58 Gebruik van klemmen Gebruik van klemmen Projectbewerker: Als projectbewerker dient u voordat u met de nieuwe versie gaat werken deze paragraaf goed door te lezen. Gebruik van hoofdklemmen Wanneer u nu een klem invoegt, wordt dit schemasymbool standaard als hoofdklem ingevoegd. Voordeel: Omdat klemmen nu standaard als hoofdklemmen worden ingevoegd, kunnen ze volledig als apparaten worden beheerd. U kunt nu bijvoorbeeld apparaatdefinities voor klemmen in het artikelbeheer opslaan en klemmen als apparaten invoegen. Bij hoofdklemmen kunnen nu ook apparaten worden geselecteerd. Etageklemmen die u met behulp van hoofdklemmen hebt gedefinieerd, worden tijdens de bewerking ervan (verplaatsen, kopiëren etc.) niet meer gescheiden. Met de nieuwe functiedefinities voor klemmen kunt u het toepassingsgebied van een klem veel nauwkeuriger en flexibeler definiëren. U kunt vaste bruggen in het dialoogvenster Klemmenstrook bewerken centraal bewerken. Hierdoor kan een klemmenstrook overzichtelijk, snel en eenvoudig worden geconfigureerd. 58 EPLAN NEWS 2.0

59 Gebruik van klemmen Dat een klem als hoofdklem is ingevoegd, kunt u herkennen aan het ingeschakelde selectievakje Hoofdklem in het eigenschappendialoogvenster op het tabblad Klem. Als dit selectievakje is ingeschakeld, is de klem een hoofdklem en gedraagt deze zich als een hoofdfunctie. Als aan een dergelijke hoofdklem bijvoorbeeld artikelen met functiesjablonen worden toegekend, worden deze functiesjablonen nu ook in de klemmenstrook-navigator weergegeven. Bij een hoofdklem kunnen artikelen worden ingevoerd als deze het weergavetype "Meerlijnig" heeft. Als het selectievakje is uitgeschakeld, is de klem een nevenklem. In dat geval wordt in het eigenschappendialoogvenster het tabblad Artikel verborgen en kunnen er geen artikelen worden ingevoerd. EPLAN NEWS

60 Gebruik van klemmen Als bij een hoofdklem een artikel met functiesjablonen is ingevoerd, overlappen deze de klem-nevenfuncties die bij de hoofdklem horen. Beheer van klemmenstroken De klemmenstroken worden net als voorheen via de klemmenstrookdefinitie beheerd. Deze bevat echter alleen nog de speciale artikelen van de klemmenstrook, zoals schildjes, rails etc. De klemmenartikelen worden echter in plaats van bij de klemmenstrookdefinitie nu bij de afzonderlijke hoofdklemmen opgeslagen. In dat geval wordt de klemmenstrook in zogeheten "zelfstandige bereiken" onderverdeeld, waarbij elke hoofdklem een zelfstandig bereik definieert. Beheer van klemmenstroken zoals in de vorige versie Als de hele klemmenstrook net als voorheen (vóór EPLAN 2.0) alleen via de klemmenstrookdefinitie moet worden gedefinieerd, mag de klemmenstrook uit slechts één zelfstandig bereik bestaan. Dat betekent dat de klemmenstrook geen hoofdklemmen mag bevatten, óf dat voor de klemmenstrookdefinitie de eigenschap Hoofdklemmen niet gebruiken moet zijn geactiveerd. Als deze nieuwe eigenschap met de ID <20229> voor een klemmenstrookdefinitie is geactiveerd, worden hoofdklemmen als "normale" klemmen behandeld. De functiesjablonen van de artikelen die bij de klemmen zijn ingevoerd, worden dan niet gebruikt; de artikelen worden echter wel in verwerkingen uitgevoerd. Opmerking: Deze werkwijze wordt door het programma alleen om compatibiliteitsredenen ondersteund. Wij raden aan om artikelen voortaan bij de hoofdklemmen te beheren. 60 EPLAN NEWS 2.0

61 Gebruik van klemmen Definitie van etageklemmen In EPLAN worden etageklemmen met behulp van "normale" klemsymbolen weergegeven. Klemmen die in het schema zijn ingevoegd, zijn onderdeel van een etageklem als deze dezelfde ODC hebben, in de sorteervolgorde direct op elkaar volgen en een steeds grotere waarde voor de etage hebben. Ook bij de definitie van etageklemmen moet rekening worden gehouden met het gewijzigde gedrag bij het invoegen van klemmen. Elke etageklem kan slechts één hoofdklem bevatten, de overige bijbehorende klemmen moeten nevenklemmen zijn. Om bij het bewerken of invoegen van klemmen een klem als etageklem te definiëren, voert u in het eigenschappendialoogvenster op het tabblad Klem in het veld Etage een waarde > 0 in. De hoofdklem kan ofwel de klem met de onderste ofwel de klem met de bovenste etage zijn. Schakel het selectievakje Hoofdklem uit als de klem een nevenklem is. Nadat u het eigenschappendialoogvenster met [OK] hebt gesloten, wordt de ingestelde waarde voor de klem overgenomen. In de boomstructuur van de klemmenstrook-navigator wordt de ingestelde etage tussen rechte haken aangegeven (bijv. [1] voor de onderste etage). Tot nu toe kon u de etages van een etageklem alleen oplopend sorteren. Door het gebruik van hoofdklemmen kunnen de etages nu ook aflopend worden gesorteerd: Als de hoofdklem de etage "1" heeft, worden de etages oplopend gesorteerd. De functiesjablonen van het bijbehorende artikel worden in een oplopende volgorde gesorteerd. Als de hoofdklem een etage > 1 heeft, worden de etages aflopend gesorteerd. De functiesjablonen van het bijbehorende artikel worden in een aflopende volgorde gesorteerd. EPLAN NEWS

62 Gebruik van klemmen Etageklemmen in het artikelbeheer opslaan In het artikelbeheer kunnen etageklemmen worden gemaakt die een artikelnummer en meerdere functiesjablonen bezitten. De in het schema geplaatste etageklem bestaat dan uit een hoofdklem (met het artikelnummer en de functiesjablonen) en meerdere klemnevenfuncties. De hoofdklem moet normaal gesproken aan de eerste functiesjabloon zijn toegekend. Als dat niet zo is, wordt dit via de nieuwe controleprocedure gemeld. Een etageklem die op deze wijze is gedefinieerd, is een zelfstandig apparaat waarvoor ook een apparaatselectie mogelijk is. Convertering van oudere projecten en macro's Als projecten en macro's uit oudere EPLAN-versies worden geopend of ingevoegd, worden deze automatisch geconverteerd. Dit betekent het volgende: Voor klemmenstrookdefinities Bij klemmenstrookdefinities uit oudere projecten wordt de nieuwe eigenschap Hoofdklemmen niet gebruiken <20229> geactiveerd. Een dergelijke klemmenstrook wordt alleen via de klemmenstrookdefinitie gedefinieerd. Hoofdklemmen worden dan als nevenklemmen behandeld. Voor klemmen De klemmen met etage "0" of "1" wordt bij het openen / invoegen naar hoofdklemmen geconverteerd. Bij de betreffende klemmen is het selectievakje Hoofdklem op het eerste tabblad ingeschakeld. Klemmen met grotere waarden voor de etage, worden nevenklemmen. Bij klemmen waarbij de eigenschap Hoofdfunctie was ingeschakeld, wordt het betreffende selectievakje op het tabblad Symbool- / functiegegevens uitgeschakeld. Vanwege deze automatische aanpassing kunt u klemmen net zoals voorheen (vóór versie EPLAN 2.0) bewerken en uw oudere projecten op de bekende wijze verwerken. 62 EPLAN NEWS 2.0

63 Gebruik van klemmen Opmerkingen: Wanneer u oudere projecten opent, wordt er gevraagd of het project in de actuele versie moet worden overgenomen (zie pagina 75). Houd er rekening mee dat de klemmen / klemmenstrookdefinities ook worden geconverteerd wanneer u deze vraag met [Nee] beantwoordt. Wanneer u de klemmenartikelen in uw oudere projecten al bij de klemmen hebt ingevoerd, hoeft u bij de klemmenstrookdefinities alleen nog maar het selectievakje Hoofdklemmen niet gebruiken uit te schakelen om het nieuwe gedrag te activeren. Als er voor artikelen die bij de klemmen zijn ingevoerd in het artikelbeheer functiesjablonen zijn opgeslagen, worden deze direct weergegeven en worden de klemmenfuncties door de sjablonen overlapt. Toebehoren van klemmen en klemmenstroken In de vorige versies werden de klemmenstrooktoebehoren bij de klemmenstrookdefinitie als artikel opgeslagen. Wanneer u nu hoofdklemmen gebruikt, voert u de artikelen voor de toebehoren bij de betreffende hoofdklem in. Daarbij worden voor klemmen en klemmenstroken de volgende toebehoren onderscheiden: Rijgbare toebehoren Rijgbare toebehoren worden op de klemmenstrook aangebracht en kunnen voor of na een klem worden gesorteerd. Deze toebehoren worden als artikelen bij de betreffende hoofdklem ingevoerd. Niet-rijgbare toebehoren Niet-rijgbare toebehoren horen ofwel bij een klem ofwel bij een klemmenstrook en worden hierop aangebracht; dit zijn bijvoorbeeld etiketten. EPLAN NEWS

64 Gebruik van klemmen Deze toebehoren worden als artikelen bij de klem of bij de klemmenstrookdefinitie ingevoerd. Niet-rijgbare toebehoren worden niet in verwerkingen of in het dialoogvenster Klemmenstrook bewerken weergegeven. Rijgbare toebehoren voor klemmen definiëren Tot nu toe waren in EPLAN bepaalde productsubgroepen van de klemmentoebehoren vast als "rijgbaar" gedefinieerd. Met de nieuwe versie kunt u nu zelf bepalen of een toebehorenartikel voor klemmen al dan niet rijgbaar is. Om een bijbehorend artikel als rijgbare toebehoren te kunnen gebruiken, moet voor dit artikel in het artikelbeheer op het tabblad Klemmengegevens het selectievakje Rijgbaar zijn ingeschakeld. Klemmen zijn altijd rijgbaar, d.w.z. dat voor de productsubgroep "Klem" het selectievakje Rijgbaar altijd is ingeschakeld en niet kan worden uitgeschakeld. Mogelijke artikelen voor rijgbare toebehoren Een artikel kan rijgbare toebehoren weergeven als het bij een van de volgende productsubgroepen hoort: Afdekking Afsluiting Algemeen Eindhoek Klemmenlabelingsschildje Strookschildje Dwarsverbinding Rails Stekerbehuizing Stekertoebehoren Testtoebehoren Montagerail 64 EPLAN NEWS 2.0

65 Gebruik van klemmen Scheidingswand Niet gedefinieerd Overige schildjes Gereedschap. Als u voor een artikel de productsubgroepen "Afsluiting", "Eindhoek" of "Scheidingswand" selecteert, is het selectievakje Rijgbaar standaard ingeschakeld; voor alle overige productsubgroepen is het selectievakje standaard uitgeschakeld. Alle overige artikelen zijn gewone artikelen van de klem of klemmenstrook; deze worden niet als toebehoren in verwerkingen of in het dialoogvenster Klemmenstrook bewerken weergegeven. Opmerking: Bij de convertering van een oudere artikeldatabank (vóór versie 2.0) wordt het selectievakje Rijgbaar ingeschakeld voor alle artikelen van de productgroep "Klemmen" die bij een van de volgende productsubgroepen horen: Afdekking Afsluiting Eindhoek Klem Strookschildje Rails Stekertoebehoren Testtoebehoren Montagerail Scheidingswand Overige schildjes Gereedschap. EPLAN NEWS

66 Gebruik van klemmen Vernieuwingen bij het bewerken van klemmenstroken In het dialoogvenster Klemmenstrook bewerken worden alle instellingen en gegevens van een geselecteerde klemmenstrook weergegeven. Hierna worden de vernieuwingen in dit dialoogvenster besproken. Rijgbare toebehoren bij het bewerken van klemmenstroken toekennen Het gewijzigde gedrag bij het bewerken van klemmen is ook zichtbaar in het dialoogvenster Klemmenstrook bewerken. Via een selectievakje in de nieuwe kolom Hoofdmenu wordt aangegeven of de betreffende klem een hoofdklem is. In het kader van de uitbreidingen voor rijgbare toebehoren, zijn de "oude" snelmenuopdrachten Strooktoebehoren toevoegen, Strooktoebehoren weergeven en Strooktoebehoren verwijderen hernoemd. Rijgbare toebehoren weergeven Om de rijgbare toebehoren in het dialoogvenster weer te geven, moet de optie Rijgbare toebehoren weergeven zijn ingeschakeld. Nadat u Snelmenu > Rijgbare toebehoren weergeven hebt gekozen, worden de toebehoren in een aparte rij weergegeven. Rijgbare toebehoren toevoegen Als u via Snelmenu > Rijgbare toebehoren toevoegen het dialoogvenster Artikelselectie opent, worden nu alleen nog die artikelen uit de productsubgroepen weergegeven die als rijgbare toebehoren in aanmerking komen. Nadat u een artikel hebt geselecteerd, worden de toebehoren onder de huidige cursorpositie als aparte gearceerde rij ingevoegd. U kunt de rij desgewenst verplaatsten. In de kolom Rij wordt tijdens de bewerking met een kleine pijl de richting aangegeven waarin de toebehoren voor of na een klem worden gesorteerd. 66 EPLAN NEWS 2.0

67 Gebruik van klemmen Met de nieuwe snelmenuopdracht Rijgbare toebehoren erna kunt u de toebehoren voor of na een klem sorteren. Nadat u op [Toepassen] hebt geklikt, worden de toebehoren aan de klem toegekend en worden de artikelen bij de klem ingevoerd. De klem en de toebehoren evenals de bij een klem behorende functiesjablonen worden nu net als bij de etageklemmen tot één blok gecombineerd en kunnen gemeenschappelijk worden verplaatst. De rijnummers worden in de kolom Rij in één veld gegroepeerd. Toebehoren / etageklemmen scheiden Om een dergelijk "blok" te scheiden, kiest u Snelmenu > Scheiden. Op deze wijze kunnen toebehoren of een etage van een etageklem naar een andere klem worden verplaatst. Opmerking: Als u de klemmen op dezelfde wijze als voorheen wilt bewerken (dus zoals in versies vóór EPLAN 2.0), voert u de toebehoren ook nu bij de klemmenstrookdefinitie in. Activeer daartoe bij de klemmenstrook de eigenschap Hoofdklemmen niet gebruiken. In dat geval worden in het dialoogvenster Klemmenstrook bewerken toegevoegde artikelen bij de klemmenstrookdefinitie ingevoerd. De rijen voor de toebehoren en de richtingspijl voor de sortering blijven bestaan. Informatie over klemmenaansluitingen U kunt nu naast informatie over de doelen ook informatie over de klemmenaansluitingen laten weergeven. Hiervoor zijn in het dialoogvenster Klemmenstrook bewerken de volgende nieuwe kolommen beschikbaar: Klemaansluiting (extern) Klemaansluiting (intern). EPLAN NEWS

68 Gebruik van klemmen In deze kolommen wordt boven de aansluitcode aangegeven op welke klemaansluiting het betreffende externe / interne doel is aangesloten. Opmerking: De beide kolommen Klemaansluiting (extern) en Klemaansluiting (intern) worden in eerste instantie niet standaard in het dialoogvenster Klemmenstrook bewerken weergegeven, maar moeten via Snelmenu > Kolommen configureren worden toegevoegd. Vaste bruggen handmatig genereren In het dialoogvenster Klemmenstrook bewerken kunt u vaste bruggen nu ook via het snelmenu definiëren. Met de menuopdracht Handmatige vaste bruggen genereert u tussen de geselecteerde klemmen handmatig een vaste brug of verwijdert u een bestaande vaste brug. De menuopdracht is alleen actief als er meerdere naast elkaar liggende klemmen zijn geselecteerd. Als voor sommige (maar niet alle) geselecteerde klemmen al handmatige vaste bruggen zijn gedefinieerd, ontstaat er een doorgaande vaste brug. Als voor alle geselecteerde klemmen al handmatige bruggen zijn gedefinieerd, wordt de vaste brug voor de geselecteerde klemmenserie verwijderd; voor de overige niet-geselecteerde klemmen blijft de vaste brug behouden. Externe / interne vaste bruggen In EPLAN wordt nu bij vaste bruggen net als bij draadbruggen onderscheid gemaakt tussen externe en interne vaste bruggen. Bestaande weergaven in het dialoogvenster Klemmenstrook bewerken of in de verwerkingen worden daardoor niet gewijzigd. De interne en externe vaste bruggen worden in de bestaande kolom Vaste brug in het dialoogvenster Klemmenstrook bewerken alsmede door de tijdelijke aanduiding Grafische weergave voor vaste bruggen in de verwerkingen gecombineerd. 68 EPLAN NEWS 2.0

69 Gebruik van klemmen Als u wilt weten of de vaste bruggen intern of extern liggen, zijn hiervoor in het bewerkingsdialoogvenster de twee nieuwe kolommen Vaste bruggen (extern) en Vaste bruggen (intern) beschikbaar. En voor de uitvoer in de verwerkingen (bijv. klemmenaansluitlijst, klemmenaansluitschema etc.) is het tijdelijke aanduiding-element Klemmeneigenschappen uitgebreid met de nieuwe eigenschappen Grafisch symbool voor externe vaste bruggen <13066> en Grafisch symbool voor interne vaste bruggen <13065>. Opmerkingen: De beide kolommen Vaste bruggen (extern) en Vaste bruggen (intern) worden in eerste instantie niet standaard in het dialoogvenster Klemmenstrook bewerken weergegeven, maar moeten via Snelmenu > Kolommen configureren worden toegevoegd. Houd er rekening mee dat door deze uitbreiding een vaste brug dubbel d.w.z. als "normale" en als externe / interne vaste brug kan worden weergegeven of uitgevoerd. EPLAN NEWS

70 Gebruik van klemmen Vernieuwingen in de klemmenstrook-navigator Weergave in de navigator De hoofd- en nevenklemmen van een klemmenstrook worden in de navigatorvensters (onderdelen-, klemmenstrook-navigator) in hetzelfde hiërarchieniveau weergegeven. Daarbij wordt vóór de hoofdklemmen zoals dat bij hoofdfuncties gebruikelijk is een "winkelwagentje" geplaatst. De etages van etageklemmen worden hier tussen rechte haken aangegeven (bijv. [1] voor de onderste etage). Nieuwe klemmen genereren In het snelmenu van de klemmenstrook-navigator is de nieuwe menuopdracht Nieuwe klemmen (apparaten) beschikbaar. Hiermee opent u een dialoogvenster waarin u voor een nieuwe of bestaande klemmenstrook meerdere niet-geplaatste klemmen volgens een bepaald nummeringspatroon kunt genereren. In tegenstelling tot de menuopdracht Nieuwe functies wordt in het dialoogvenster Klemmen (apparaten) genereren geen functiedefinitie geselecteerd, maar wordt in het veld Artikelnummer een artikelnummer ingevoerd of via de knop [...] geselecteerd. Om een klem op deze wijze als apparaat te kunnen invoegen, moet het geselecteerde artikel minimaal één klemmen-functiesjabloon bezitten. Nadat u het dialoogvenster met [OK] hebt gesloten, worden de klemmen uit de functiesjablonen van het geselecteerde artikel gegenereerd; hierbij worden de klemmencodes door het nummeringspatroon bepaald. Klemmen van een klemmenstrook sorteren Met de nieuwe menuopdracht Klemmenstrook sorteren kunt u nu ook in de klemmenstrook-navigator alle klemmen van een klemmenstrook automatisch volgens bepaalde criteria sorteren. De sorteermogelijkheden die in het submenu worden aangeboden, komen overeen met de bekende sorteerfuncties voor klemmen in het dialoogvenster Klemmenstrook bewerken. 70 EPLAN NEWS 2.0

71 Gebruik van klemmen Als u een klem in de navigator selecteert, wordt de hele klemmenstrook volgens het geselecteerde sorteercriterium gesorteerd. Op deze wijze kunt u bijvoorbeeld nu ook in de klemmenstrook-navigator via Snelmenu > Klemmenstrook sorteren > Standaard de sorteerkenmerken van klemmen verwijderen. Opmerking: Etageklemmen en andere zelfstandige bereiken blijven bij het sorteren behouden. Voor de sortering zijn de eigenschappen van de eerste klem van het bereik (dit is normaal gesproken de hoofdklem) relevant. De hoofdklem heeft binnen zijn eigen zelfstandige bereik altijd het laagste sorteerkenmerk. Nieuwe functiedefinities voor klemmen In de nieuwe EPLAN-versie is een groot aantal nieuwe functiedefinities voor klemmen beschikbaar. Deze nieuwe functiedefinities zijn aanzienlijk vereenvoudigd en in vergelijking met de tot dusver gebruikte functiedefinities beter gestructureerd. Ze bieden een groter aantal aansluitingen en kunnen tot acht aansluitingen (of zelfs meer) weergegeven. Wij raden aan om bij de engineering niet meer de oude functiedefinities voor klemmen te gebruiken. In de functiedefinitiebibliotheek die bij deze versie wordt meegeleverd, worden deze "oude" functiedefinities niet meer in het dialoogvenster Functiedefinities ter selectie aangeboden. EPLAN NEWS

72 Gebruik van klemmen Nieuwe eigenschappen voor de karakterisering van klemmen Door de nieuwe functiedefinities voor klemmen worden klemmen beschreven via het aantal aansluitingen en via de voorgedefinieerde aansluitingen voor vaste bruggen. Om de ingevoegde klemmen preciezer te kunnen karakteriseren, zijn in het eigenschappendialoogvenster in de categorie Instellingen de volgende nieuwe eigenschappen beschikbaar: Klemmencategorie <20230> Via de vervolgkeuzelijst van deze eigenschap kan een klem preciezer worden gekarakteriseerd. Zo kan een klem bijvoorbeeld een doorvoerklem, scheidingsklem, schakelklem, diodeklem etc. zijn. Klem met LED <20231> Via het selectievakje van deze eigenschap geeft u aan dat de klem over een LED beschikt. Klem geopend <20232> Via het selectievakje van deze eigenschap geeft u aan dat de klem geopend is. Op deze manier kan bijvoorbeeld de status van een scheidingsklem worden aangegeven. Al deze eigenschappen zijn in klemmenverwerkingen beschikbaar en kunnen daar via de formuliereigenschap Toekenning van eigenschap / waarde aan tekening [1-10] voor de uitvoer van klemmenafbeeldingen worden gebruikt. Online-nummering van klemmen-sorteerkenmerken Bij de online-nummering kunnen nu ook bestaande klemmen-sorteerkenmerken worden meegenomen. Hierdoor worden bij het invoegen van macro's en kopieën de bestaande sorteerkenmerken van de klemmenstroken bepaald en wordt vervolgens het sorteerkenmerk van de nieuw ingevoegde klemmen doorgeteld. Hiertoe is het dialoogvenster Nummeringsformaten op het tabblad Codes uitgebreid met het selectievakje Klemmen-sorteerkenmerken. 72 EPLAN NEWS 2.0

73 Gebruik van klemmen Opmerking: Deze instelling is alleen van toepassing op bestaande klemmen-sorteerkenmerken bij het invoegen van macro's en kopieën. Wanneer symbolen worden ingevoegd of klemmenstroken in de klemmenstrook-navigator worden gemaakt, worden de sorteerkenmerken niet automatisch gegenereerd. Als het selectievakje is ingeschakeld en vervolgens in het dialoogvenster Invoegmodus een van de nummeringsopties wordt geselecteerd, worden bestaande sorteerkenmerken bij het invoegen automatisch genummerd. Daartoe wordt het hoogste sorteerkenmerk in de klemmenstrook bepaald en met één verhoogd (doorgeteld). De nieuw ingevoegde klemmen worden dus altijd aan het einde van de klemmenstrook gesorteerd. Bij meerdere klemmen met sorteerkenmerk blijft de oplopende volgorde van het sorteerkenmerk behouden. Bij elkaar horende klemmen worden door de nummering niet gescheiden. Als het selectievakje is uitgeschakeld, worden de sorteerkenmerken van de ingevoegde klemmen niet gewijzigd. De klemmen worden dan overeenkomstig hun sorteerkenmerk of klemmencode tussen de bestaande klemmen ingesorteerd. Hierdoor is het mogelijk dat klemmen die eerder bij elkaar hoorden (bijvoorbeeld etageklemmen) worden gescheiden. Online-nummering van klemmen- en stekercontactcodes Als u klemmen / stekercontacten kopieert en invoegt, worden de ingevoegde klemmen / stekercontacten nu in logische volgorde en niet meer in grafische volgorde genummerd. In dat geval worden etageklemmen bij de online-nummering niet meer gescheiden maar blijven ze behouden. EPLAN NEWS

74 Gebruik van klemmen Uitgebreide verwerking voor klemmen Naast het doel ook de klemaansluiting uitvoeren In de verwerkingen voor de klemmen (klemmenaansluitlijsten, klemmenaansluitschema's) kunt u nu naast de doelen ook informatie over klemaansluitingen uitvoeren. Om deze bij de verwerking te kunnen meenemen, zijn voor de betreffende formulieren de nieuwe tijdelijke aanduiding-elementen Klemaansluiting extern en Klemaansluiting intern beschikbaar. Met deze tijdelijke aanduiding-elementen kunt u bijvoorbeeld de aansluitcode van de klem uitvoeren die op het betreffende externe of interne doel is aangesloten. Klemmen aansluitingspecifiek of doelspecifiek verwerken Met de nieuwe formuliereigenschap Aansluitingspecifieke uitvoer <13113> kunt u in klemmenaansluitlijsten of -schema's aangeven of klemmen aansluitingspecifiek of doelspecifiek worden verwerkt. Als deze eigenschap is ingeschakeld, wordt in klemmenaansluitlijsten en klemmenaansluitschema's voor elk aansluitpaar een rij gegenereerd. Klemmen met meer dan twee aansluitingen worden daarbij automatisch over meerdere rijen verdeeld. Verder worden ook niet-aangesloten klemaansluitingen uitgevoerd. Als de formuliereigenschap Aansluitingspecifieke uitvoer is uitgeschakeld, worden klemmen doelspecifiek verwerkt. In doelspecifieke verwerkingen worden de externe en interne doelen van de klem uitgevoerd. 74 EPLAN NEWS 2.0

75 Geoptimaliseerde databankstructuur voor projecten Geoptimaliseerde databankstructuur voor projecten Projectbewerker: Als projectbewerker dient u voordat u met de nieuwe versie gaat werken deze paragraaf goed door te lezen. Deze nieuwe versie van het EPLAN-platform beschikt over een nieuwe, verbeterde databankstructuur voor projecten. Voordeel: De nieuwe gegevens en functies van deze nieuwe EPLANversie worden alleen door deze nieuwe databankstructuur ondersteund. Voor het openen van projecten betekent dit het volgende: Nieuwe projecten Nieuwe projecten worden nu standaard in de nieuwe databankstructuur gemaakt. Het maakt daarbij niet uit hoe de projecten zijn gegenereerd (bijvoorbeeld via het projectbeheer, via de gegevensovername of via het EPLAN Engineering Center). Oude projecten Om oude projecten in de nieuwe EPLAN-versie te kunnen bewerken, moet de nieuwe databankstructuur voor deze projecten verplicht worden overgenomen. Wanneer u in EPLAN een oud project opent, wordt u gevraagd of het project in de actuele versie moet worden overgenomen. Als u deze vraag met [Ja] bevestigt, wordt het project geactualiseerd. Daardoor krijgt het project de nieuwe databankstructuur en wordt het project vervolgens geopend. EPLAN NEWS

76 Geoptimaliseerde databankstructuur voor projecten Bij deze overname wordt van uw project in de projectdirectory een backup gemaakt. De naam van deze backup bestaat o.a. uit de oude projectnaam en de actuele datum van de overname. Als u [Nee] kiest, behoudt het project zijn oude databankstructuur. Het project wordt weliswaar geopend, maar kan niet worden bewerkt en alleen worden bekeken. In dat geval kan het project nog steeds met de oude EPLAN-versie worden geopend en bewerkt. Telkens als het project in de nieuwe EPLAN-versie wordt geopend, verschijnt de bovengenoemde vraag. Let op: Nieuwe projecten en oude projecten die zijn geactualiseerd, kunnen niet meer met oude EPLAN-versies worden geopend! 76 EPLAN NEWS 2.0

77 Verwijderde projecten uit de prullenbak terugzetten Verwijderde projecten uit de prullenbak terugzetten Wanneer u nu een lokaal project verwijdert, worden het projectbestand en de projectdirectory met alle gegevens die daarin zijn opgenomen naar de prullenbak van het besturingssysteem verplaatst. Het betreffende project kan zoals gebruikelijk bij Microsoft Windows weer uit de prullenbak worden teruggezet. Voordeel: De mogelijkheid om projecten die per ongeluk zijn verwijderd weer uit de prullenbak terug te zetten, biedt extra beveiliging tegen onbedoeld verlies van projectgegevens. Hierdoor kunnen incidentele gebruikers veiliger en sneller met projecten werken. Het maakt daarbij niet uit of een project in het projectbeheer of via Project > Verwijderen wordt verwijderd. Dit geldt ook voor gereviseerde EPLAN-projecten (*.elr). Ook als projecten worden overschreven (bijvoorbeeld bij het kopiëren of hernoemen) wordt het bestaande project naar de prullenbak verplaatst. Opmerking: Wanneer u een project op een netwerkstation verwijdert, kunt u omdat het besturingssysteem dit niet toelaat het project niet meer terugzetten. EPLAN NEWS

78 PDF-export in archiveringsformaat PDF-export in archiveringsformaat Bij de PDF-export is het nu ook mogelijk om PDF-bestanden in het archiveringsformaat PDF/A uit te voeren. Dit formaat is volgens de norm "ISO " een standaard voor de archivering van elektronische documenten. Voordeel: Met het archiveringsformaat PDF/A is de beschikbaarheid en het gebruik van uw documentatie ook op de lange termijn gegarandeerd. Om PDF-bestanden in het archiveringsformaat te kunnen uitvoeren, is een nieuwe gebruikerspecifieke instelling beschikbaar. Kies Opties > Instellingen > Gebruiker > Interfaces > PDF-export. Klik vervolgens in het instellingendialoogvenster op het tabblad Algemeen en schakel hier het nieuwe selectievakje Archiveringsformaat PDF/A in. Als het selectievakje is ingeschakeld, worden de uitgevoerde gegevens in het formaat PDF/A-1b opgeslagen. In dat geval kan er geen tegen schrijven beveiligd (alleen-lezen) PDF-bestand worden gegenereerd. U kunt het betreffende selectievakje Alleen-lezen niet inschakelen. De gegenereerde PDF-bestanden hebben de bestandsextensie *.pdf. Opmerkingen: Houd er rekening mee dat als het selectievakje Archiveringsformaat PDF/A is ingeschakeld, 3D-modellen en gelinkte documenten die bij het project horen bij de export niet worden uitgevoerd. Als dergelijke documenten met Adobe Reader 9 worden geopend, worden ze standaard in de PDF/A-modus weergegeven. In deze modus kunnen de door EPLAN uitgevoerde hyperlinks om binnen het PDF-document te navigeren, niet worden gebruikt. Als de PDF/Amodus wordt uitgeschakeld, kunnen de hyperlinks in het PDF-bestand weer worden gebruikt. 78 EPLAN NEWS 2.0

79 Verbeterd gebruik van toebehoren en toebehorenlijsten Verbeterd gebruik van toebehoren en toebehorenlijsten Het beheer van bijbehorende artikelen (toebehoren) is in de nieuwe EPLAN-versie geoptimaliseerd. Aan een zogeheten hoofdartikel kunnen via een apart tabblad afzonderlijke bijbehorende artikelen (toebehoren) en / of toebehorenlijsten worden toegekend. Als er voor hoofdartikelen toebehoren zijn opgeslagen, worden deze in het apparaatselectievenster ter selectie aangeboden. Voordeel: Toebehorenlijsten ondersteunen u bij het selecteren van optionele artikelen. Tegelijkertijd wordt u bij de engineering gewezen op artikelen die beslist noodzakelijk zijn. Op deze manier kunt u toebehoren snel en correct toewijzen. Beheer van bijbehorende artikelen in het artikelbeheer Eenduidige codering van artikelen als toebehoren Bijbehorende artikelen (toebehoren) worden in het artikelbeheer nu eenduidig gecodeerd. Hiertoe is voor alle artikelen van de artikeltypen "Bouwgroep", "Onderdeel" en "Module" het nieuwe tabblad Toebehoren beschikbaar. EPLAN NEWS

80 Verbeterd gebruik van toebehoren en toebehorenlijsten Een artikel wordt niet meer via de eigenschap Toebehorenkenmerk als toebehoren gecodeerd, maar op het tabblad Toebehoren. Om een artikel eenduidig als toebehoren te coderen, schakelt u het selectievakje Toebehoren op dit tabblad in. Een artikel waarbij het selectievakje is uitgeschakeld, is een hoofdartikel. Voor hoofdartikelen en bijbehorende artikelen geldt het volgende: Bijbehorende artikelen Het selectievakje Toebehoren is ingeschakeld. Aan een dergelijk artikel kunnen op het tabblad Toebehoren geen toebehoren en geen toebehorenlijsten worden toegewezen. De tabel voor toebehoren wordt daarom grijs weergegeven. Hoofdartikel Het selectievakje Toebehoren is uitgeschakeld. Aan een hoofdartikel kunnen op het tabblad Toebehoren zowel afzonderlijke bijbehorende artikelen (toebehoren) als toebehorenlijsten worden toegekend. Weergave van bijbehorende artikelen in het artikelbeheer Veldgebaseerd filter voor bijbehorende artikelen gebruiken Voor het veldgebaseerde filter is standaard het filterschema "Toebehoren" beschikbaar. Als dit filterschema is geactiveerd, wordt de eigenschap Toebehoren <22054> als filtercriterium gebruikt en worden op de tabbladen Boom, Lijst en Combinatie van het artikelbeheer alleen bijbehorende artikelen weergegeven. In de boomweergave worden naast de bijbehorende artikelen ook gegevens uit de hiërarchieniveaus "Constructie", "Aansluitingen" etc. weergegeven. Als u wilt weten bij welke hoofdartikelen een bepaald bijbehorend artikel wordt gebruikt, kunt u de nieuwe eigenschap Wordt als toebehoren gebruikt <22963> gebruiken. Hiertoe maakt u een nieuw filterschema met deze eigenschap als filtercriterium en geeft u als waarde het artikelnummer van de gezochte toebehoren op. 80 EPLAN NEWS 2.0

81 Verbeterd gebruik van toebehoren en toebehorenlijsten Opmerking: U kunt ook in de artikelstamgegevens-navigator alsmede in het dialoogvenster Artikelselectie gebruik maken van het veldgebaseerde filter van het artikelbeheer. Bijbehorende artikelen in de boomweergave Om de bijbehorende artikelen in de boomweergave van het artikelbeheer, de artikelselectie etc. beter van "normale" artikelen te kunnen onderscheiden, kunt u de configuratie van de boomstructuur aanpassen. Kies daartoe bij de bewerking van de boomconfiguratie de eigenschap Toebehoren <22054> als extra hoofdknooppunt. Artikelen waarvoor het selectievakje Toebehoren is ingeschakeld, worden vervolgens onder het hiërarchieniveau Toebehoren aangegeven. Artikelen waarvoor dit selectievakje niet is ingeschakeld, worden onder het hiërarchieniveau Hoofdartikel aangegeven. Voorbeeld: In de aangepaste boomconfiguratie wordt het bovenliggende hiërarchieniveau "Productgroep" onderverdeeld in de beide hiërarchieniveaus "Hoofdartikel" en "Toebehoren". De afbeelding toont bijvoorbeeld de indeling van de productgroep "Relais". EPLAN NEWS

82 Verbeterd gebruik van toebehoren en toebehorenlijsten Hiervoor is de standaard boomconfiguratie uitgebreid. De eigenschap Toebehoren is in het dialoogvenster Boomconfiguratie hoofdknooppunten onderaan de eigenschappenlijst toegevoegd. Gebruik van toebehorenlijsten In het EPLAN-artikelbeheer kunt u nu ook verschillende lijsten voor toebehoren maken. Met deze zogeheten "toebehorenlijsten" kunt u alternatieve toebehoren eenvoudig beheren. Aan de hand van deze lijsten kunt u bij de apparaatselectie een artikel uit een lijst met mogelijke alternatieven selecteren. Voorbeeld: Er moet een lichtknop worden gemaakt. De hoofdcomponent, een onderdeel, is de afdekking van de knop die wordt gebruikt voor de bevestiging op de voorzijde van de schakelkast, en een contact dat reeds is opgeschroefd. In een toebehorenlijst worden de volgende gekleurde lichtknopafdekkingen gemaakt: Rood Groen Geel Blauw Oranje Deze lijst wordt als vereiste lijst gedefinieerd, wat inhoudt dat uit deze lijst een artikel moet worden geselecteerd om de lichtknop te kunnen afmaken. 82 EPLAN NEWS 2.0

83 Verbeterd gebruik van toebehoren en toebehorenlijsten Toebehorenlijsten maken De toebehorenlijsten vormen in de boomweergave van het artikelbeheer een eigen (hoogste) hiërarchieniveau. Om een dergelijke lijst te maken, selecteert u op het tabblad Boom de invoer "Toebehorenlijst" en kiest u vervolgens Snelmenu > Nieuw. Vervolgens worden rechts in het artikelbeheer de beide tabbladen Toebehorenlijsten en Artikel weergegeven. Op het tabblad Toebehorenlijst voert u een unieke naam en een beschrijving voor de toebehorenlijst in. Deze naam wordt bijvoorbeeld in de boomweergave van het artikelbeheer en bij het selecteren van bijbehorende artikelen op het tabblad Toebehoren weergegeven. De beide andere velden Engineer en Laatste wijziging worden automatisch door EPLAN ingevuld. Op het tabblad Artikel selecteert u de bijbehorende artikelen die in de betreffende toebehorenlijst moeten worden opgenomen. Klik op (Nieuw) in de werkbalk boven de tabel om een nieuwe rij te genereren. In het veld Artikelnummer kunnen net als bij een bouwgroep artikelen worden geselecteerd. Daartoe klikt u in dit veld op [...], waarna het dialoogvenster Artikelselectie wordt geopend. Hier worden alleen de eerder gedefinieerde bijbehorende artikelen weergegeven. Selecteer de gewenste toebehoren. Nadat u een toebehorenlijst hebt gemaakt, kunt u deze lijst als toebehoren aan een hoofdartikel toekennen. Exporteren en importeren van toebehorenlijsten Toebehorenlijsten kunnen in tekstformaat, in XML-formaat en in CSVformaat worden geëxporteerd en geïmporteerd. Voor de gegevensuitwisseling in CSV-formaat is het nieuwe bestandstype CSV voor toebehorenlijsten beschikbaar. EPLAN NEWS

84 Verbeterd gebruik van toebehoren en toebehorenlijsten Als dit bestandstype in het dialoogvenster Records exporteren wordt geselecteerd, worden alle instellingen voor het artikeltype en het bereik grijs weergegeven en worden de gegevens van alle toebehorenlijsten geëxporteerd. Om de gegevens van een bepaalde toebehorenlijst te exporteren, selecteert u deze onder het hiërarchieniveau "Toebehorenlijst" en kiest u vervolgens Snelmenu > Exporteren. Toebehoren aan een hoofdartikel toekennen Om aan een hoofdartikel toebehoren toe te kennen, klikt u op het tabblad Toebehoren op de knop (Nieuw). Vervolgens wordt in de toebehorentabel een nieuwe rij weergegeven. Artikelnummer / naam: Klik in het betreffende veld van deze kolom op [...] om uit de artikelselectie een artikel of de variant van een artikel te selecteren. Omdat het veldgebaseerde filter "Toebehoren" is geactiveerd, worden alleen gedefinieerde bijbehorende artikelen weergegeven. Bovendien kunt u hier ook gebruik maken van de toebehorenlijsten. Vereist: Schakel het betreffende selectievakje in deze kolom in als het artikel een vereist bijbehorend artikel (toebehoren) moet zijn. Variant: In deze kolom wordt voor een bijbehorend artikel het betreffende variantnummer van het artikel aangegeven. Dit kunt u indien gewenst overschrijven. Artikeltype: Het Artikeltype ("Onderdeel" of "Toebehorenlijst") wordt automatisch ingevoerd. Het veld is een weergaveveld en wordt grijs weergegeven. De hier aangegeven bijbehorende artikelen worden voor het betreffende hoofdartikel in het apparaatselectievenster weergegeven en kunnen daar als bijbehorende artikelen worden geselecteerd. 84 EPLAN NEWS 2.0

85 Verbeterd gebruik van toebehoren en toebehorenlijsten Gegevensovername bij de actualisering van de artikeldatabank Als de versie van de artikeldatabank een oudere versie is en het artikelbeheer wordt geopend, wordt u gevraagd of de databank moet worden geactualiseerd. Als u de vraag met [Ja] beantwoordt, wordt de artikeldatabank geactualiseerd. Als u op [Nee] klikt, wordt de artikeldatabank niet geactualiseerd. Daardoor blijven de gegevensvelden van het artikelbeheer leeg en kunnen deze niet worden bewerkt. Bij andere programmaonderdelen die eveneens gebruik maken van de gegevens van de artikeldatabank (zoals de apparaatselectie), verschijnt dezelfde melding als de artikeldatabank niet met de actuele versie overeenkomt. Bij de actualisering worden op de achtergrond bijbehorende artikelen van de productgroep "Relais" overgenomen. Daarbij worden alle artikelen uit deze productgroep die een toebehorenkenmerk en geen functiesjabloon van het type "Spoel" hebben, als toebehoren overgenomen. Dat betekent dat voor deze artikelen op het nieuwe tabblad Toebehoren het gelijknamige selectievakje is ingeschakeld. Voor welke artikelen dat het geval is, wordt in het dialoogvenster Systeemmeldingen aangegeven. Opmerking: Omdat bij de actualisering andere bijbehorende artikelen niet automatisch kunnen worden herkend, worden bijbehorende artikelen uit andere productgroepen niet overgenomen en moeten deze handmatig worden toegekend. Toebehorenkenmerk in de lijstweergave Om na een gegevensovername de "oude" bijbehorende artikelen eenvoudiger te kunnen herkennen, is voor de lijst van het artikelbeheer bij de kolomconfiguratie de eigenschap Toebehorenkenmerk <22025> beschikbaar. EPLAN NEWS

86 Verbeterd gebruik van toebehoren en toebehorenlijsten Nadat u het bijbehorende selectievakje in het dialoogvenster Kolomconfiguratie hebt ingeschakeld, wordt het "oude" toebehorenkenmerk in de lijst weergegeven. U kunt de betreffende artikelen dan in de lijst selecteren en via het tabblad Toebehoren als bijbehorende artikelen (toebehoren) coderen. Bijbehorende artikelen in de apparaatselectie De wijzigingen in het artikelbeheer die betrekking hebben op de bijbehorende artikelen en de nieuwe toebehorenlijsten zijn ook van invloed op de apparaatselectie. Meer hierover leest u in het volgende hoofdstuk. Wijzigingen in het dialoogvenster "Apparaatselectie" Om de artikelen in de lijst links in het venster duidelijker van de toebehoren te kunnen onderscheiden, is de lijst hernoemd in Hoofdartikel. Hier worden alle artikelen uit het artikelbeheer weergegeven die bij het geselecteerde onderdeel passen en waarvoor het selectievakje Toebehoren op het tabblad Toebehoren niet is ingeschakeld. Als u in de lijst links in het venster een hoofdartikel selecteert, worden rechts in het venster altijd alle bijbehorende toebehoren weergegeven. Deze toebehoren moeten daarvoor aan het hoofdartikel in het artikelbeheer zijn toegekend; dit is het geval als ze daar op het tabblad Toebehoren in de tabel zijn ingevoerd. Verder zijn voor het dialoogvenster Apparaatselectie de volgende vernieuwingen aangebracht: Nieuwe apparaatselectie Bij een nieuwe apparaatselectie wordt nu automatisch het laatst geselecteerde artikel in de lijst Hoofdartikel gemarkeerd. 86 EPLAN NEWS 2.0

87 Verbeterd gebruik van toebehoren en toebehorenlijsten Onderdelen met de functiedefinitie "Grafisch" Voor onderdelen met functiedefinities van de groep "Grafisch" (tekening) worden bij de apparaatselectie alle artikelen weergegeven die functiesjablonen met de functiedefinitie "Grafisch" bezitten. Bovendien worden alle artikelen zonder functiesjablonen evenals bijbehorende artikelen weergegeven. Op deze wijze kunnen bijvoorbeeld artikelen van de producthoofdgroep "Mechanica" worden geselecteerd. Artikelen zonder functiesjablonen In de nieuwe EPLAN-versie worden in de lijst Geselecteerde artikelen: Functies / sjablonen nu ook artikelen weergegeven die geen functiesjablonen hebben. Dit kunnen bijvoorbeeld bijbehorende artikelen zijn, of artikelen die via de artikelselectie aan het onderdeel zijn toegekend. Apparaatselectie voor speciale functies Functies die alleen nodig zijn om een onderdeel te definiëren, worden bij de apparaatselectie apart behandeld. Daartoe behoren apparaatkasten, PLC-kasten, klemmenstrookdefinities, stekerdefinities, kabeldefinities en afschermingen. Als de apparaatselectie wordt uitgevoerd voor een onderdeel dat alleen uit dergelijke functies bestaat en verder leeg is, worden bij de apparaatselectie alle artikelen weergegeven die minimaal de functiesjabloon voor deze functie bezitten. Voorbeeld: Als u bijvoorbeeld bij een lege PLC-kast een apparaatselectie uitvoert, worden alleen artikelen weergegeven die een functiesjabloon met de functiedefinitie "PLC-kast" (alsmede een willekeurig aantal functiesjablonen voor de PLC-aansluitingen) bezitten. Er worden echter geen artikelen weergegeven die alleen functiesjablonen voor de PLC-aansluitingen hebben maar geen functiesjablonen voor de PLC-kast. EPLAN NEWS

88 Verbeterd gebruik van toebehoren en toebehorenlijsten Voordeel: Er kunnen nu ook voor "lege" PLC-kasten, klemmenstrookdefinities etc. apparaten worden geselecteerd. Omdat het laatst geselecteerde hoofdartikel reeds is gemarkeerd, kan er direct een bijbehorend artikel worden geselecteerd. Hierdoor verloopt de apparaatselectie sneller. Toebehoren selecteren Om een bijbehorend artikel in de lijst Geselecteerde artikelen: Functies / sjablonen te kunnen overdragen, moet voor het gewenste bijbehorende artikel (toebehoren) eerst een artikelnummer worden geselecteerd. Daartoe klikt u in de betreffende rij van het bijbehorende artikel in de kolom Selectie. Om een bijbehorend artikel met artikelnummer in de lijst Geselecteerde artikelen: Functies / sjablonen over te dragen (en dus te selecteren), klikt u bijvoorbeeld op de knop (Bijbehorend artikel selecteren). Opmerking: De hier beschreven werkwijze geldt als de instellingen voor de apparaatselectie standaard zijn ingesteld. Als in het dialoogvenster Instellingen: Apparaatselectie het selectievakje Oude artikelen overschrijven met huidige selectie is ingeschakeld, wordt een hoofdartikel in het dialoogvenster Apparaatselectie met één muisklik geselecteerd. Een artikel dat in de lijst Geselecteerde artikelen: Functies / sjablonen voorkomt, wordt verwijderd en door het geselecteerde hoofdartikel vervangen. Dit geldt ook als er een bijbehorend artikel wordt geselecteerd. Zodra er voor een bijbehorend artikel een artikelnummer is ingevoerd, wordt ook het bijbehorende artikel met één muisklik overgenomen. 88 EPLAN NEWS 2.0

89 Verbeterd gebruik van toebehoren en toebehorenlijsten Toebehorenlijsten als toebehoren Als het geselecteerde bijbehorende artikel (toebehoren) een toebehorenlijst is, opent u een selectiedialoogvenster door in de kolom Selectie te klikken. Selecteer hier het artikelnummer van het gewenste bijbehorende artikel. Vereiste toebehoren Als u een bijbehorend artikel in het artikelbeheer als "vereist" hebt gedefinieerd, wordt het artikelnummer van dit bijbehorende artikel automatisch in de kolom Selectie overgedragen. Bij "vereiste" toebehorenlijsten wordt het artikelnummer niet automatisch overgedragen. Klik in de kolom Selectie op [...] om een selectiedialoogvenster te openen en daarin de gewenste artikelen te selecteren. Nadat u het apparaatselectievenster met [OK] hebt gesloten, worden de artikelnummers van de geselecteerde hoofdartikelen en bijbehorende artikelen naar het tabblad Artikel van het eigenschappendialoogvenster overgedragen. Opmerking: Als de versie van de artikeldatabank een oudere versie is en de apparaatselectie wordt geopend, wordt u gevraagd of de artikeldatabank moet worden geactualiseerd. Als u hier op [Ja] klikt, wordt de artikeldatabank geactualiseerd en kunt u in het artikelselectievenster de nieuwe bijbehorende artikelen gebruiken. Als u hier op [Nee] klikt, wordt de apparaatselectie weliswaar geopend, maar worden er in de lijst Toebehoren geen bijbehorende artikelen weergegeven. EPLAN NEWS

90 Verbeterd gebruik van toebehoren en toebehorenlijsten Controleprocedure voor ontbrekende, vereiste bijbehorende artikelen Met de nieuwe controleprocedure kunt u voor onderdelen controleren of de vereiste en aan een hoofdartikel toegekende bijbehorende artikelen ook daadwerkelijk beschikbaar zijn. Als voor een onderdeel op het tabblad Artikel een hoofdartikel is ingevoerd maar het vereiste bijbehorende artikel ontbreekt, verschijnt deze melding. Wijzigingen in de instellingen voor de apparaatselectie Ook in het dialoogvenster Instellingen: Apparaatselectie, dat u bijvoorbeeld vanuit de apparaatselectie met de knop [Instellingen] kunt openen, zijn wijzigingen aangebracht. De instelling Laatste run gebruiken is hernoemd en de functie hiervan is gewijzigd. Oude naam: Laatste run gebruiken Nieuwe naam: Automatische apparaatselectie Als het selectievakje voor deze instelling is ingeschakeld, worden bij de apparaatselectie de gegevens van het artikel dat bij de functie is ingevoerd vergeleken met de criteria die voor de apparaatselectie zijn ingesteld. Het dialoogvenster Apparaatselectie wordt alleen geopend als er een nieuw apparaat moet worden geselecteerd (omdat er een fout, zoals bijvoorbeeld een overbezetting, is vastgesteld) of als er bij de functie nog geen artikel is ingevoerd. Als het artikel echter wel voldoet aan de criteria die voor de apparaatselectie zijn ingesteld, wordt het dialoogvenster Apparaatselectie niet geopend. Als u voor meerdere onderdelen een apparaatselectie uitvoert, worden de onderdelen waaraan reeds een passend artikel is toegekend overgeslagen. 90 EPLAN NEWS 2.0

91 Verbeterd gebruik van toebehoren en toebehorenlijsten Als bij een functie reeds een passend artikel is ingevoerd maar de technische gegevens van het artikel ontbreken (bijvoorbeeld omdat het artikelnummer handmatig of via een externe bewerking is ingevoerd), worden deze artikelgegevens bij de apparaatselectie automatisch aangevuld. Daarbij worden eveneens de gegevens overgedragen van de functiesjablonen die bij de artikelen zijn opgeslagen. Als het selectievakje is uitgeschakeld, wordt het dialoogvenster Apparaatselectie voor alle geselecteerde onderdelen geopend, ongeacht of er al dan niet een passend artikel is toegekend. In dat geval kunnen de technische gegevens bij een bestaand artikel niet automatisch worden aangevuld. Opmerking: Als dit selectievakje is ingeschakeld, wordt het dialoogvenster Apparaatselectie geopend als aan de volgende voorwaarden is voldaan: Er is geen artikel bij het onderdeel ingevoerd. Het selectievakje Bestaande functiegegevens gebruiken is ingeschakeld. De gegevens van de functies wijken af van die van de artikelen. Het onderdeel is niet met functies overbezet (en is dus onderbezet). Het selectievakje Vrije functies minimaliseren is uitgeschakeld. Het onderdeel is met functies overbezet. Het selectievakje Vrije functies minimaliseren is ingeschakeld. Het onderdeel is met functies overbezet en het aantal niet-gebruikte functies overschrijdt de in het veld Aantal vrije functies gedefinieerde waarde. Toebehoren gebruiken: Deze selectievakjes zijn verwijderd. Wanneer u nu in de apparaatselectie een hoofdartikel selecteert, worden altijd alle bijbehorende artikelen weergegeven. EPLAN NEWS

92 Verbeterd gebruik van toebehoren en toebehorenlijsten Alleen hoofdfunctie gebruiken: Dit selectievakje is standaard uitgeschakeld. Er worden dan alleen apparaten aangeboden die alle functies afdekken (overlappen), dus zowel de hoofdfunctie als alle nevenfuncties. Daarnaast worden ook apparaten aangeboden die bij de geselecteerde hoofdfunctie passen en over willekeurige toebehoren beschikken. (Of de toebehoren al dan niet bij de functies passen, wordt niet gecontroleerd.) Als het selectievakje is ingeschakeld, worden net als voorheen alle artikelen aangeboden die bij de geselecteerde hoofdfunctie passen. Het maakt daarbij niet uit welke nevenfuncties er beschikbaar zijn. Bestaande functiegegevens gebruiken: Op de tabbladen onder dit selectievakje definieert u welke bestaande gegevens van de functies als selectiecriteria voor de apparaatselectie moeten worden gebruikt. Op de verschillende tabbladen zijn enkele nieuwe criteria toegevoegd. Voor de algemene onderdelen zijn dat bijvoorbeeld de selectievakjes Aansluitbeschrijving, Steker-ODC en Veiligheidsrelevant. Ook nieuw is het tabblad Draad. Deze vernieuwing is bij de apparaatselectie voor draden ingevoerd (zie paragraaf op pagina 368). 92 EPLAN NEWS 2.0

93 Nieuwe aanvullende module "EPLAN Pro Panel" Nieuwe aanvullende module "EPLAN Pro Panel" Met de aanvullende module "EPLAN Pro Panel" kunnen onderdelen van de elektro- en fluidtechniek naar keuze uit het EPLAN-project, uit het EPLAN-artikelbeheer of vanuit het EPLAN Data Portal worden geplaatst. In combinatie met mechanische componenten zoals kabelgoten, montagerails, montageplaten of complete schakelkasten kunnen met "EPLAN Pro Panel" complexe montageopbouwconstructies eenvoudig in 3D worden gerealiseerd. Voordeel: Met EPLAN Pro Panel kunnen eenvoudig complexe montageopbouwconstructies in 3D worden gerealiseerd. De gebruiker wordt ondersteund door intelligente plaatsingshulpmiddelen, geblokkeerde vlakken, informatie over minimaal aan te houden afstanden, voorgedefinieerde handles c.q. aangrijppunten en montageoppervlakken voor de toegepaste componenten de zogeheten "EPLAN etouchtechnologie". EPLAN NEWS

94 Nieuwe aanvullende module "EPLAN Pro Panel" Opmerking: Gebaseerd op 3D-informatie kunnen automatisch gekwalificeerde, normconforme productie- en montagetekeningen worden gemaakt. Zo kunnen bijvoorbeeld verborgen lijnen (kanten) correct worden weergegeven en kan de tekening worden aangepast zodra de 3D-opbouw verandert. Dankzij de EPLAN-verwerkingstechniek kunnen tekeningen worden aangevuld met gedetailleerde legenda's en op maakt gemaakte bestel- en materiaallijsten voorzien van onderdelen met variabele lengte. De aanvullende module "EPLAN Pro Panel" is voor EPLAN Electric P8 Compact, EPLAN Electric P8 Select, EPLAN Electric P8 Professional, EPLAN Fluid Compact en EPLAN Fluid optioneel verkrijgbaar. Bepaalde mechanische componenten kunnen meerdere afzonderlijk te selecteren montageoppervlakken hebben, waardoor ook andere onderdelen kunnen worden geplaatst. Hiertoe behoren montageplaten, deuren, wanden en profielen, maar ook onderdelen uit de elektro- en fluidtechniek die door een 3D-grafische macro worden voorgesteld. Andere mechanische componenten hebben slechts één intern gedefinieerd montageoppervlak waarop onderdelen kunnen worden geplaatst, die niet kan worden verwisseld en daarom ook niet in de boomweergave van de layout-navigator wordt weergegeven. Hiertoe behoren montagerails en poolrails van verzamelrailsystemen. Van de montageplaten en schakelkasten in de layoutruimte kunnen 2Dmodelaanzichten worden gegenereerd en op projectpagina's worden weergegeven. Deze modelaanzichten kunnen worden voorzien van bematingen en andere informatie en als documentatie voor de productie worden gebruikt. 94 EPLAN NEWS 2.0

95 Nieuwe aanvullende module "EPLAN Pro Panel" Aan de hand van verwerkingen in de vorm van schakelkastlegenda's en materiaallijsten kunt u eenvoudig de benodigde materialen berekenen. De centrale tools voor de engineering van 3D-montageopbouwconstructies zijn de volgende twee nieuwe navigators: De layoutruimte-navigator toont de layoutruimtes en de bijbehorende structuur. De 3D-montageopbouw-navigator toont de componenten die voor de montage beschikbaar zijn. Meer informatie over de functies van deze aanvullende module vindt u in de paragraaf "Speciale onderwerpen EPLAN Pro Panel" in de volledige PDF-versie van het News-document (zie pagina 371). Ook in de paragraaf "EPLAN Pro Panel" van de online Help vindt u meer informatie hierover. Opmerking: Layoutruimtes die in EPLAN Pro Panel zijn gedefinieerd, horen net als pagina's tot een EPLAN-project. Als er in een project layoutruimtes zijn gedefinieerd, kunnen deze ook zonder licentie voor de aanvullende module "EPLAN Pro Panel" in het EPLAN-platform worden geopend in de 3D-weergave worden bekeken. In dat geval bevat de menubalk de nieuwe menuopdracht Layout-ruimte met de bijbehorende functies zoals de layoutruimte-navigator. Dit geldt ook voor EPLAN View. EPLAN NEWS

96 Beveiligde onderdelen Beveiligde onderdelen Onderdelen kunnen in EPLAN worden beveiligd om te voorkomen dat ze worden gewijzigd. U kunt beveiligde onderdelen bijvoorbeeld gebruiken om delen van een installatie aan te geven die gereed zijn. Deze onderdelen kunnen dan niet meer door opdrachten zoals "Pagina s verwijderen" uit het project worden verwijderd. Ze blijven als niet-geplaatste onderdelen behouden en worden in de navigators en verwerkingen (bijv. artikellijst ) weergegeven. Voordeel: Door onderdelen te beveiligen kunt u ervoor zorgen dat informatie die in de voorbereidende planningsfase bij componenten is opgeslagen niet per ongeluk wordt verwijderd. De beveiligde onderdelen vormen een vast bestanddeel van uw project en eenmaal opgeslagen informatie blijft permanent bewaard. Hierdoor wordt ook voorkomen dat gegevens meerdere keren worden ingevoerd. Alle informatie uit de voorbereidende planningsfase is tijdens de hele looptijd van het project voor alle betrokkenen beschikbaar, waardoor transparantie en een hoge kwaliteit van de projectdocumentatie gegarandeerd is. Om een geplaatste of niet-geplaatste functie te beveiligen, wordt hieraan de nieuwe eigenschap Beveiligde functie <20475> toegewezen. De beveiliging geldt met name voor artikelen die aan een functie zijn toegekend, maar voorkomt ook het verwijderen van de functie zelf. De beveiliging heeft ook betrekking op de functiesjablonen die mogelijk bij een artikel zijn opgeslagen. Verder kan de beveiliging ook in één keer aan alle functies van een onderdeel worden toegewezen, zodat het complete onderdeel beveiligd is. Meer informatie hierover vindt u in de volgende paragrafen "Beveiliging toewijzen" op pagina 97 en "Beveiligde onderdelen gebruiken" op pagina EPLAN NEWS 2.0

97 Beveiligde onderdelen Bovendien kunnen met de nieuwe eigenschap Niet-geplaatste nevenfuncties bij de hoofdfunctie beheren macro's en kopieerfuncties tijdens de grafische bewerking op het hele apparaat worden toegepast. Zie paragraaf "Niet-geplaatste nevenfuncties bij de hoofdfunctie beheren" op pagina 102. Opmerking: Apparaatgroepen worden niet gemeenschappelijk beveiligd; elk onderdeel van een apparaatgroep moet apart worden beveiligd. Beveiliging toewijzen U kunt afzonderlijke functies en verbindingen of een compleet onderdeel beveiligen. Functies of verbindingen beveiligen Om een functie te beveiligen, selecteert u deze in de grafische editor of in een navigatorvenster. Een te beveiligen verbinding selecteert u in de verbindingen-navigator. Vervolgens opent u het betreffende eigenschappendialoogvenster en klikt u op het eerste tabblad (bijvoorbeeld Stekerdefinitie, Verbinding etc.). Geef in de tabel Eigenschappen de eigenschap Beveiligde functie weer. Daartoe klikt u op (Nieuw) en selecteert u de eigenschap in het dialoogvenster Eigenschapselectie. Schakel het selectievakje voor de eigenschap Beveiligde functie in. Zodra u dit selectievakje hebt ingeschakeld, is de functie of de verbinding beveiligd. In dat geval kan de functie niet meer uit het project worden verwijderd. Bovendien kunnen toegekende artikelen niet meer worden gewijzigd. Dat wil zeggen dat u geen apparaten of artikelen meer kunt selecteren en acties zoals "Artikelen wisselen", "Artikelen bewerken" of "Artikelen toevoegen" niet meer kunt uitvoeren. EPLAN NEWS

98 Beveiligde onderdelen Onderdelen beveiligen Onder Projectgegevens > Onderdelen zijn de twee nieuwe menuopdrachten Beveiliging inschakelen en Beveiliging uitschakelen beschikbaar, waarmee u de beveiliging voor een of meerdere geselecteerde artikelen kunt in- en uitschakelen. Een onderdeel kan alleen bij een hoofdfunctie of hoofdklem worden beveiligd. Nadat u een of meerdere functies in de grafische editor of in een navigatorvenster hebt geselecteerd, kiest u Projectgegevens > Onderdelen > Beveiliging inschakelen. Vervolgens krijgen alle functies van het onderdeel de eigenschap Beveiligde functie. Het onderdeel, maar ook de afzonderlijke functies van het onderdeel, kunnen niet meer worden verwijderd. De artikelen die aan het onderdeel zijn toegekend, kunnen ook niet meer worden gewijzigd. Ook nu kunt u geen apparaten of artikelen meer selecteren en kunt u acties zoals "Artikelen wisselen", "Artikelen bewerken" of "Artikelen toevoegen" niet meer uitvoeren. 98 EPLAN NEWS 2.0

99 Beveiligde onderdelen Eigenschappen wijzigen Zowel bij beveiligde functies en verbindingen als bij beveiligde onderdelen kunnen eigenschappen op het eerste tabblad <Functiecategorie> of Verbinding worden gewijzigd. Tip: U kunt de onderdelenbeveiliging verder uitbreiden door voor de nieuwe controleprocedure het controletype "Fouten voorkomen" te definiëren. Zo voorkomt u bijvoorbeeld dat een beveiligd onderdeel wordt overbezet, andere functies worden toegevoegd of gegevens worden gewijzigd die van artikelen aan de functies zijn overgedragen. Weergave van beveiligde onderdelen in de navigators In de boomweergave van de navigators worden beveiligde functies met een oranje rondje aangegeven. Voor beveiligde functies worden de volgende pictogrammen gebruikt: Pictogram Betekenis Beveiligde, geplaatste hoofdfunctie Beveiligde, niet-geplaatste hoofdfunctie Beveiligde, geplaatste nevenfunctie Beveiligde, niet-geplaatste nevenfunctie Filter voor projectgegevens U kunt in de navigators filteren op beveiligde of niet-beveiligde functies. Hiervoor is in het criteriumselectievenster voor het betreffende filter de nieuwe eigenschap Beveiligde functie <20475> beschikbaar. In de lijstweergave van de navigators kan de nieuwe eigenschap ook als aanvullende kolom worden weergegeven (via Snelmenu > Kolommen configureren). EPLAN NEWS

100 Beveiligde onderdelen Onderdelenbeveiliging opheffen Als de beveiliging voor een of meerdere onderdelen weer moet worden opgeheven, selecteert u de betreffende hoofdfuncties of hoofdklemmen in de grafische editor of in een navigatorvenster en kiest u vervolgens Projectgegevens > Onderdelen > Beveiliging uitschakelen. Daardoor wordt de onderdelenbeveiliging opgeheven. Voor alle functies van dit onderdeel is de eigenschap Beveiligde functie weer uitgeschakeld. Beveiligde onderdelen gebruiken Om de functies van de beveiligde onderdelen bij de schemabewerking te gebruiken, moet aan alle functies van een te beveiligen onderdeel de eigenschap Beveiligde functie zijn toegewezen. Via een nieuwe controleprocedure met nummer kan worden gecontroleerd of een onderdeel zowel beveiligde als niet-beveiligde functies bevat. Macro's / kopieën van beveiligde onderdelen maken Als u in het schema een macro of een kopie van een beveiligd onderdeel maakt, wordt de eigenschap Beveiligde functie met de hoofdfunctie in de macro of in de kopie opgeslagen. Wanneer een dergelijke macro / kopie wordt ingevoegd, wordt samen met de hoofdfunctie ook de eigenschap Beveiligde functie ingevoegd. Functies verwijderen Beveiligde functies kunnen niet volledig uit het project worden verwijderd; alleen de plaatsing ervan kan worden verwijderd. Dat betekent het volgende: 100 EPLAN NEWS 2.0

101 Beveiligde onderdelen Voor de grafische editor: Als u een geplaatste, beveiligde functie in de grafische editor verwijdert, wordt alleen de plaatsing verwijderd. Beveiligde functies blijven na het verwijderen als niet-geplaatste functies in het project en in de materiaallijst behouden. Voor de navigatorvensters: Geplaatste of niet-geplaatste, beveiligde functies kunnen in de navigatorvensters niet worden verwijderd. In het menu Bewerken of in het Snelmenu is de menuopdracht Verwijderen voor beveiligde functies uitgeschakeld. Functies afboeken / toewijzen In het dialoogvenster ODC-selectie kunnen functies niet bij een beveiligde functie worden afgeboekt. Ook het toewijzen van een onderdeelcode / functie aan een beveiligde functie in de grafische editor is niet mogelijk. De doelfunctie moet altijd een niet-beveiligde functie zijn. Als de beveiligde functie echter de bron voor het afboeken of toewijzen aan een niet-beveiligde functie is, kunnen de schrijfbare eigenschappen van de bronfunctie (samen met de eigenschap Beveiligde functie) volledig aan de doelfunctie worden overgedragen waarna de bronfunctie wordt verwijderd. Acties in de grafische editor Bij acties in de grafische editor zoals het verplaatsen of invoegen van andere functies waarbij een ODC-overname mogelijk is, wordt de oorspronkelijke volledige ODC van beveiligde functies niet gewijzigd. Als een dergelijke actie bij een beveiligd onderdeel wordt toegepast, worden de identificerende onderdeelcodes van alle schemasymbolen op de betreffende pagina tegen een ODC-wijziging beveiligd. EPLAN NEWS

102 Beveiligde onderdelen Niet-geplaatste nevenfuncties bij de hoofdfunctie beheren Bij hoofdfuncties is nu de nieuwe eigenschap Niet-geplaatste nevenfuncties bij de hoofdfunctie beheren <20476> beschikbaar. Als deze eigenschap bij een hoofdfunctie is geactiveerd, worden de bijbehorende niet-geplaatste nevenfuncties samen met de hoofdfunctie beheerd. Bij nevenfuncties geeft deze eigenschap de waarde van de bijbehorende hoofdfunctie aan. Voordeel: Doordat de hoofdfunctie en de niet-geplaatste nevenfuncties bij elkaar horen, wordt de omgang met complexe apparaatconfiguraties vereenvoudigd en verloopt de engineering van deze componenten sneller. Met behulp van deze nieuwe eigenschap kunnen bijvoorbeeld alle functies van een onderdeel in een macro of in een kopie worden opgeslagen ook als slechts een deel van de functies in het schema is geplaatst. Als in het schema alleen de geplaatste nevenfuncties van een onderdeel worden geselecteerd, wordt ook de bijbehorende hoofdfunctie als nietgeplaatste functie in de macro / kopie opgeslagen. Het maakt daarbij niet uit of de hoofdfunctie al dan niet geplaatst of in het schema geselecteerd is. Macro's / kopieën maken Als u deze eigenschap voor een hoofdfunctie hebt geactiveerd en in het schema een macro of kopie van deze hoofdfunctie maakt, worden de niet-geplaatste nevenfuncties ook in de macro / kopie opgeslagen. Wanneer de betreffende macro / kopie wordt ingevoegd, worden samen met de hoofdfunctie ook de niet-geplaatste nevenfuncties ingevoegd. Daardoor gedragen de niet-geplaatste nevenfuncties zich bij deze acties net zoals functiesjablonen. 102 EPLAN NEWS 2.0

103 Beveiligde onderdelen Functies hernoemen Bij het hernoemen van hoofdfuncties (bijvoorbeeld in het eigenschappendialoogvenster of door ze naar een andere plaatscoderingsbox te verplaatsen) worden automatisch ook de niet-geplaatste nevenfuncties hernoemd. Functies verwijderen Als de hoofdfunctie wordt verwijderd, worden ook de bijbehorende nietgeplaatste nevenfuncties verwijderd. Functies afboeken / toewijzen Het gedrag van niet-geplaatste nevenfuncties bij het afboeken en toewijzen hangt af van het feit of de eigenschap Niet-geplaatste nevenfuncties bij de hoofdfunctie beheren bij de bronfunctie en / of bij de doelfunctie is geactiveerd. Eigenschap geactiveerd Gedrag bij het afboeken en toewijzen Bij de bronfunctie en doelfunctie Alleen bij de bronfunctie De bronfunctie neemt de niet-geplaatste nevenfuncties mee. De niet-geplaatste nevenfuncties van het doel worden samen met de hoofdfunctie verwijderd. De bronfunctie neemt de niet-geplaatste nevenfuncties mee. De niet-geplaatste nevenfuncties van het doel blijven behouden. Alleen bij de doelfunctie De bronfunctie neemt geen niet-geplaatste nevenfuncties mee. De niet-geplaatste nevenfuncties van het doel worden samen met de hoofdfunctie verwijderd. EPLAN NEWS

104 Beveiligde onderdelen Opmerking: De eigenschap Niet-geplaatste nevenfuncties bij de hoofdfunctie beheren kan zowel apart als in combinatie met de eigenschap Beveiligde functie worden gebruikt. 104 EPLAN NEWS 2.0

105 Definitie van meerlijnige verbindingen in de aanvullende module "Single Line" Definitie van meerlijnige verbindingen in de aanvullende module "Single Line" Opmerking: De aanvullende module "Single Line" is voor EPLAN Electric P8 Select optioneel verkrijgbaar. Voor EPLAN Electric P8 Professional behoort deze aanvullende module standaard tot de leveringsomvang. Met de aanvullende module "Single Line" kunnen enkellijnige schemapagina's worden gemaakt en logisch worden beheerd. Hierdoor wordt bijvoorbeeld het maken van groepsoverzichten en de integratie hiervan in de projectdocumentatie aanzienlijk eenvoudiger. Ook nu al is in EPLAN een pure enkellijnige documentatie van het schema mogelijk. Dit is o.a. zinvol wanneer verbindingen tussen apparaten grotendeels gestandaardiseerd zijn en een verdere detaillering in de vorm van een meerlijnig schema niet nodig is (bijvoorbeeld bij de verbinding van twee modules via een seriële interface). Als er in aansluiting op de enkellijnige engineering verdere engineeringsstappen worden uitgevoerd die op meerlijnige verbindingen zijn gebaseerd (bijvoorbeeld verwerkingen zoals verbindingslijsten), moeten uit de enkellijnig weergegeven verbindingen meerlijnige verbindingen worden gegenereerd. Hierna wordt beschreven op elke wijze u meerlijnige verbindingen in de enkellijnige weergave kunt definiëren. Voordeel: Vanaf nu kunt u ook met overzichtelijke enkellijnige schema's detailinformatie voor de aansluiting van componenten voorbereiden. Het aantal schemapagina's en de complexiteit ervan wordt gereduceerd, terwijl u zoals gebruikelijk kunt beschikken over gedetailleerde documentatie voor productie en montage. EPLAN NEWS

106 Definitie van meerlijnige verbindingen in de aanvullende module "Single Line" Hiervoor moet aan de volgende voorwaarden zijn voldaan: De meerlijnige functies van het apparaat (bijvoorbeeld de stekercontacten) moeten als niet-geplaatste functies in het project voorkomen. De in de enkellijnige weergave geplaatste enkellijnige functie van het apparaat (bijvoorbeeld van de steker) moet een hoofdfunctie zijn. Bij deze functie moet de eigenschap Niet-geplaatste nevenfuncties bij de hoofdfunctie beheren zijn ingeschakeld (zie ook de betreffende paragraaf op pagina 102). De meerlijnige verbindingen kunnen bij enkellijnige verbindingsdefinitiepunten worden gedefinieerd. Hiertoe is het eigenschappendialoogvenster voor verbindingsdefinitiepunten uitgebreid met het nieuwe tabblad Apparaten aansluiten. De opbouw en functionaliteit van dit tabblad lijkt op het bekende en gelijknamige dialoogvenster Apparaten aansluiten. Meerlijnige verbindingen bij een enkellijnig verbindingspunt definiëren Nadat u in de enkellijnige weergave door het invoegen van macro's / symbolen enkellijnige verbindingen hebt gegenereerd, plaatst u vervolgens een verbindingsdefinitiepunt op de gewenste autoconnecting-lijn in het enkellijnige schema. Klik in het dialoogvenster Eigenschappen (schemasymbool): Verbindingsdefinitiepunt op het tabblad Symbool- / functiegegevens en selecteer in de vervolgkeuzelijst van het veld Weergavetype de instelling "Enkellijnig". Vervolgens wordt in het eigenschappendialoogvenster ook het tabblad Apparaten aansluiten weergegeven. 106 EPLAN NEWS 2.0

107 Definitie van meerlijnige verbindingen in de aanvullende module "Single Line" Onderdelen-bron: In dit veld wordt automatisch het onderdeel weergegeven dat de bron van de enkellijnige verbinding is. De aansluitingen van het onderdeel worden in de kolom Aansluiting van de tabel daaronder weergegeven. Daarbij worden alleen aansluitingen van niet-geplaatste meerlijnige functies weergegeven. Onderdelen-doel: In dit veld wordt automatisch het onderdeel weergegeven dat het doel van de enkellijnige verbinding is. Ook voor het onderdelen-doel worden alleen aansluitingen van niet-geplaatste meerlijnige functies in de kolom Aansluiting weergegeven. Voor deze beide velden kunnen in tegenstelling tot in het dialoogvenster Apparaten aansluiten geen onderdelen worden geselecteerd. EPLAN NEWS

108 Definitie van meerlijnige verbindingen in de aanvullende module "Single Line" Opmerking: Als aan de enkellijnige verbinding een kabel is toegekend (bijvoorbeeld via een handmatige kabeldefinitie), wordt op het tabblad Apparaten aansluiten informatie over deze kabel weergegeven (in de velden Kabel-ODC, Kabeltype, Statistiek). Er kan geen nieuwe kabel worden gemaakt. Verbindingen genereren Om meerlijnige verbindingen te genereren, selecteert u in het linker en rechter deel van het dialoogvenster hetzelfde aantal aansluitingen en klikt u vervolgens op [Verbindingen genereren]. De meerlijnige verbindingen worden gegenereerd en de doelen worden voor de betreffende aansluitingen in de tabel weergegeven. Als aan de enkellijnige verbinding een kabel is toegekend, worden kabelverbindingen gegenereerd. Anders worden ader- / draadverbindingen gegenereerd. Verbindingen bewerken Net zoals in het bekende dialoogvenster voor de apparaataansluiting, kunt u op het tabblad Apparaten aansluiten de eigenschappen van verbindingen bewerken, verbindingen verwijderen, isolatie toevoegen etc. Zo kunt u bijvoorbeeld via Snelmenu > Eigenschappen de eigenschappen van een verbinding bewerken en bijvoorbeeld de verbindingskleur en de verbindingscode definiëren. De meerlijnige verbindingen en de bijbehorende verbindingsgegevens worden bij het verbindingsdefinitiepunt opgeslagen. 108 EPLAN NEWS 2.0

109 Definitie van meerlijnige verbindingen in de aanvullende module "Single Line" Verbindingsdefinitiepunten kopiëren of verplaatsen Als een compleet schemagedeelte (d.w.z. het verbindingsdefinitiepunt en de bijbehorende schemasymbolen) wordt gekopieerd en ingevoegd of verplaatst, blijven alle verbindingsgegevens die bij het verbindingsdefinitiepunt zijn opgeslagen behouden. Zo ontstaan er verbindingen die hetzelfde zijn gedefinieerd, ook als de ingevoegde onderdelen opnieuw worden genummerd. Als alleen het verbindingsdefinitiepunt wordt gekopieerd en op een andere bestaande enkellijnige verbinding wordt ingevoegd of verplaatst, blijven de verbindingsgegevens alleen behouden als deze bij de nieuwe aansluitingen passen. Voordeel: Via deze kopieerfunctie kunt u met minimale inspanning kopieën (duplicaten) van bepaalde schemagedeelten maken, waarvoor u slechts één keer de bedradingsdetails hoeft te definiëren. Doordat u de eenmaal gedefinieerde deelschakeling bij vergelijkbare installatiedelen steeds opnieuw kunt gebruiken, bespaart u engineeringstijd en stijgt de kwaliteit van de projectdocumentatie dankzij gedetailleerde verbindingsinformatie. Gedefinieerde meerlijnige verbindingen in de verbindingen-navigator Om de nieuw gegenereerde meerlijnige verbindingen in de verbindingennavigator te kunnen herkennen, moet u de kolommen van de navigator zo configureren dat de eigenschap Verbindingstype <31075> wordt weergegeven. De gedefinieerde meerlijnige verbindingen worden aangeduid door het nieuwe verbindingstype "Meerlijnig (automatisch)". Nieuwe meldingen voor gedefinieerde meerlijnige verbindingen Voor de controle van de gedefinieerde meerlijnige verbindingen zijn in de instellingen voor meldingen en controleprocedures een aantal nieuwe meldingen beschikbaar. EPLAN NEWS

110 Definitie van meerlijnige verbindingen in de aanvullende module "Single Line" De meldingsklasse "Verbindingen" is uitgebreid met de volgende meldingen: Melding "De aansluiting heeft zowel in de enkellijnige als in de meerlijnige weergave een meerlijnige verbinding" Melding "Meer dan één meerlijnige verbindingsdefinitie bij een enkellijnige verbinding" Melding "Meerlijnige verbindingsdefinitie hoort niet bij bron / doel" Melding "De aansluiting wordt in de meerlijnige verbindingsdefinitie niet gebruikt". 110 EPLAN NEWS 2.0

111 Grafische onderdelenlijst Grafische onderdelenlijst Grafische onderdelenlijsten zijn een bijzondere vorm van de onderdelenlijst. Ze bevatten in het algemeen het schema van het apparaat, de verwijzing naar de positie van de bijbehorende functies in het schema (apparatenkruisverwijzing) en technische en commerciële gegevens. Deze weergavevorm, die in de energievoorziening gebruikelijk is, wordt nu ook in EPLAN ondersteund. Voordeel: Uit de voorbereide stamgegevens genereert het EPLANplatform automatisch de in de energievoorzieningssector veel gebruikte weergavevorm van de grafische onderdelenlijst. Dankzij deze automatische generering zijn alle verwerkingen altijd up-to-date en worden de apparaten altijd 1:1 door de configuratie en aansluitvoorwaarden weergegeven. Hoogwaardige onderdelenlijsten zorgen voor transparantie en garanderen dat alle bij het project betrokken partijen altijd over dezelfde informatie beschikken. Eenvoudige grafische onderdelenlijsten Om de grafische onderdelen in de gewenste vorm weer te geven, moet u een dynamisch formulier voor onderdelenlijsten (*.f03) gebruiken en dienovereenkomstig aanpassen. EPLAN NEWS

112 Grafische onderdelenlijst Voorbeeld: De volgende afbeelding toont een deel van een eenvoudige grafische onderdelenlijst. Formulieren voor onderdelenlijsten aanpassen Wij raden aan om in de formuliereigenschappen van de betreffende formulieren de volgende eigenschappen te selecteren en in te stellen: In een rij combineren volgens <13111> Hier geeft u aan voor welke formuliereigenschappen identieke gegevens in een rij moeten worden gecombineerd. Zo kunt u voor de onderdelenlijst de artikelnummers van het onderdeel combineren. Dynamische rij-aanpassing <13009> Om ervoor te zorgen dat elk onderdeel een eigen rij heeft, moet u deze eigenschap activeren. Grafische weergaven op het invoegpunt uitlijnen (zonder uitlijningsvak) <13112>. Deze eigenschap is van belang voor grafische onderdelenlijsten met overzichtsweergaven! 112 EPLAN NEWS 2.0

113 Grafische onderdelenlijst De eigenschap heeft betrekking op alle tijdelijke aanduidingen voor symbolen waarvoor het uitlijningsvak is uitgeschakeld. Voor symbolen die via een dergelijke tijdelijke aanduiding zijn ingevoegd, wordt de handle op het invoegpunt van de tijdelijke aanduiding-tekst geplaatst. Daardoor wordt het grafische symbool niet in het uitlijningsvak ingepast. Gegevensbereiken van het formulier aanpassen Vervolgens moet u het koptekstenbereik en het gegevensbereik van het dynamische formulier voor de uitvoer voorbereiden. Plaats hiertoe in het koptekstenbereik van het formulier tijdelijke aanduiding-teksten voor de artikelgegevens en voor de grafische weergave van schemasymbolen. U kunt het koptekstenbereik het beste in twee helften verdelen een deel voor de technische gegevens en een deel met de symbolen van het apparaat en deze twee delen door grafische hulplijnen van elkaar scheiden. In het koptekstenbereik van onderdelenlijsten kunnen bij berekeningen nu ook de subtotalen van de daarop volgende gegevensrijen worden weergegeven. Dit was tot dusver alleen voor het gegevensbereik mogelijk. Op deze wijze kunt u in de koptekst het totale aantal artikelen voor een onderdeel weergeven die in de daaropvolgende rijen worden weergegeven. In het gegevensbereik van het formulier voegt u tijdelijke aanduidingteksten voor de uitvoer van de onderdeelcode en voor de weergave van de plaatsing in. De gegenereerde grafische onderdelenlijst bevat dan verwijzingen naar de plaats waar de bijbehorende functie in het schema is geplaatst. Instellingen aanbrengen Nadat u een formulier voor de grafische onderdelenlijst hebt gemaakt, selecteert u in het dialoogvenster Instellingen: Uitvoer naar pagina's voor het Verwerkingstype de optie "Onderdelenlijst". EPLAN NEWS

114 Grafische onderdelenlijst Voordat u voor dit verwerkingstype een verwerking genereert, moet u controleren of in de projectspecifieke instellingen voor het artikel in het groepsveld Artikelen gebruiken het selectievakje Onderdeel zonder artikelnummer is uitgeschakeld. Vervolgens genereert u de grafische onderdelenlijst. Selecteer daartoe in het dialoogvenster Verwerking definiëren eveneens het verwerkingstype "Onderdelenlijst". Een mogelijk resultaat ziet u in het eerder genoemde voorbeeld. Naar het schema springen U kunt vanuit een gegeneerde grafische onderdelenlijst weer terug naar het schema springen. Daartoe plaatst u de cursor op de gewenste onderdeelcode, drukt u op [Shift] en klikt u vervolgens op de ODC in de verwerkingspagina. Als alleen het onderdeel is geselecteerd, kiest u de menuopdrachten Zoeken > Ga naar > Tekening en springt u zo naar het schemasymbool van de hoofdfunctie in het schema. Grafische onderdelenlijsten met overzichtsweergaven Als u in uw projecten overzichtsweergaven ("schakelschema's") voor complexe apparaten gebruikt en u deze overzichtsweergave in de uitgevoerde grafische onderdelenlijst wilt behouden, moet u hiertoe in het artikelbeheer gegevens voor de verwerking opslaan en voor uw dynamische formulier "subformulieren" definiëren. 114 EPLAN NEWS 2.0

115 Grafische onderdelenlijst Voorbeeld: De volgende afbeelding toont een deel van een grafische onderdelenlijst met overzichtsweergaven. Symbolen voor de weergave in de verwerkingen Eventueel moet u eerst nog de symbolen voor de overzichtsweergave van de complexe apparaten maken. Wij raden aan om hiervoor een eigen symboolbibliotheek te maken. Opmerking: Selecteer in het dialoogvenster Symboolbibliotheekeigenschappen geen basissymboolbibliotheek, omdat de nieuw te maken symbolen uit deze bibliotheek alleen grafisch worden gebruikt. Bij het maken van de nieuwe symbolen kiest u in het dialoogvenster Symbooleigenschappen voor de vervolgkeuzelijst Symbooltype de nieuwe optie "Grafisch". Hierdoor kunt u nu macro's en afbeeldingsbestanden invoegen. Daarbij worden de schemasymbolen die zich in een macro bevinden, omgezet in grafische objecten. Er kunnen ook schemasymbolen in het schema worden gekopieerd en grafische objecten worden ingevoegd. EPLAN NEWS

116 Grafische onderdelenlijst Opmerking: Houd er rekening mee dat u bij het gebruik van een symbool altijd een complete symboolbibliotheek in het project moet opslaan. Bij symbolen met veel afbeeldingsbestanden kan dit tot een grote hoeveelheid gegevens leiden. Houd ook rekening met de bestandsgrootte van de gebruikte afbeeldingsbestanden. Maak in het geval van symbolen met afbeeldingsbestanden gebruik van meerdere symboolbibliotheken om de hoeveelheid gegevens voor het project te reduceren. Gegevens voor verwerkingen Het symbool voor de overzichtsweergave dat in de grafische onderdelenlijst moet worden uitgevoerd, slaat u standaard bij het hoofdartikel van het onderdeel in het artikelbeheer op. (Dat is het eerste artikel op het tabblad Artikel in het eigenschappendialoogvenster.) Hiervoor is in het artikelbeheer het nieuwe tabblad Gegevens voor verwerking beschikbaar. Daarnaast kent u aan het artikel een "Kenmerk voor verwerkingen" toe. Met dit kenmerk kunt u in de formuliereditor aangeven (via de functie Voorwaardelijke formulieren) welk subformulier voor het artikel moet worden gebruikt. Dit tabblad is beschikbaar voor de artikeltypen "Onderdelen", "Bouwgroepen" en "Modules". 116 EPLAN NEWS 2.0

117 Grafische onderdelenlijst Kenmerk voor verwerkingen: Selecteer in deze vervolgkeuzelijst het juiste kenmerk voor de verwerkingen of geef handmatig een nieuw kenmerk op. Via dit kenmerk kan in een dynamisch formulier het te verwerken subformulier worden gedefinieerd. Symbolen: In deze tabel kunt u door te klikken op [...] de symboolselectie openen en het symbool selecteren dat voor de weergave van het apparaat moet worden gebruikt. Opmerkingen: Houd er rekening mee dat de kenmerken voor verwerkingen slechts in één taal worden beheerd en dat bij de verwerking van de waarden ook rekening wordt gehouden met hoofdletters en kleine letters. Houd er rekening mee dat bij de symboolselectie alleen symbolen worden weergegeven van symboolbibliotheken die in het project zijn opgeslagen. Voorwaardelijke formulieren Met behulp van voorwaardelijke formulieren kunt u voor een dynamisch formulier een "subformulier" definiëren. De uitvoer van een subformulier wordt aan bepaalde voorwaarden gekoppeld. Hierdoor ontstaat een zogeheten "hoofdformulier" en hieraan toegekende "voorwaardelijke formulieren". De voorwaardelijke formulieren moeten van hetzelfde formuliertype zijn als het hoofdformulier. Voor de uitvoer van de grafische onderdelenlijst betekent dit dat zowel de hoofdformulieren als de subformulieren van het type "Onderdelenlijst (*.f03)" moeten zijn. EPLAN NEWS

118 Grafische onderdelenlijst De voorwaardelijke formulieren en de voorwaarden worden gedefinieerd in de formuliereditor via Invoegen > Voorwaardelijke formulieren. Het pictogram voor voorwaardelijke formulieren hangt dan aan de cursor en kan met één klik op een willekeurige plaats in het gewenste hoofdformulier worden geplaatst. Vervolgens wordt het dialoogvenster Voorwaardelijke formulieren geopend. Formuliernaam: Als er reeds subformulieren zijn gedefinieerd, worden in deze lijst de namen daarvan weergegeven. Klik op (Nieuw), om in het dialoogvenster Formulier selecteren een passend formulier te selecteren. Als de lijst meerdere formulieren met verschillende voorwaarden bevat, worden deze formulieren gegroepeerd weergegeven en worden deze groepen door een lijn gescheiden. Als u een subformulier wilt openen, selecteert u dit in de lijst Formuliernaam en klikt u vervolgens op (Formulier openen). Vervolgens wordt dit formulier in de formuliereditor geopend en wordt het dialoogvenster Voorwaardelijke formulieren gesloten. 118 EPLAN NEWS 2.0

119 Grafische onderdelenlijst Filter: In de tabel definieert u de filtercriteria voor de formulieren. Klik in de werkbalk voor filters op (Nieuw) om het dialoogvenster Criteriumselectie te openen en daar het gewenste criterium voor de voorwaardelijke formulieren te selecteren. Voor de gewenste grafische onderdelenlijsten selecteert u de eigenschap Kenmerk voor verwerkingen <20858>. Opmerking: U kunt voor voorwaardelijke formulieren uiteraard elk ander beschikbaar criterium selecteren. Wanneer u bijvoorbeeld de functiedefinitie als criterium gebruikt, kunt u op deze wijze subformulieren voor PLC-kasten definiëren en deze zo apart in de onderdelenlijst uitvoeren. Waarde: Voer in deze kolom de vergelijkingswaarde in waarmee de waarde van de geselecteerde eigenschap moet worden vergeleken. Als bij de verwerking aan de hier gedefinieerde voorwaarde wordt voldaan, wordt het bijbehorende subformulier gebruikt. Voor de uitvoer van de grafische onderdelenlijsten voert u in deze kolom de betreffende waarde van de eigenschap Kenmerk voor verwerkingen in. Bij sommige andere eigenschappen of functiegegevens (zoals bijv. functiedefinities) kunt u via [...] een selectiedialoogvenster openen en daar de gewenste waarde selecteren. Voorwaardelijke formulieren bewerken Om voorwaardelijke formulieren te bewerken, dubbelklikt u in het geopende hoofdformulier op het pictogram voor voorwaardelijke formulieren. Er kunnen niet meerdere pictogrammen voor voorwaardelijke formulieren in een hoofdformulier worden ingevoegd. EPLAN NEWS

120 Grafische onderdelenlijst Verwerking van voorwaardelijke formulieren Ook de subformulieren, die in het dialoogvenster Voorwaardelijke formulieren worden geselecteerd, moeten dynamische formulieren zijn. Als in dit dialoogvenster meerdere formulieren met filtercriteria zijn ingevoerd, wordt tijdens de verwerking voor elk object gecontroleerd of de gedefinieerde voorwaarden bij een of meerdere subformulieren passen. Alle passende formulieren worden op volgorde (volgorde in het dialoogvenster) verwerkt; daarbij worden alleen de dynamische bereiken "Koptekst", "Gegevensbereik" en "Gegevensbereik voetregel" uit het subformulier verwerkt. Formuliereigenschappen, afbeeldingen buiten het bereik en de dynamische bereiken "Kopbereik", "Voorwaardelijk bereik" en "Voetbereik" worden genegeerd en van het hoofdformulier overgenomen. U kunt de layout van de subformulieren aan uw wensen aanpassen. Als u voor de verwerking paginavullende symbolen wilt gebruiken, moet u dit bereik in het koptekstenbereik van het subformulier overeenkomstig vergroten. 120 EPLAN NEWS 2.0

121 Grafische onderdelenlijst Voorbeeld: Voorbeeld van de layout van een subformulier voor een grafische onderdelenlijst met een paginavullende overzichtsweergave. Hier vormen A en B het koptekstenbereik van het formulier (A: bereik met tijdelijke aanduiding-teksten voor artikelreferentiegegevens, B: bereik waarin het symbool voor de verwerking (overzichtsweergave) wordt uitgevoerd). In het gegevensbereik C worden bij de verwerking de onderdeelcode en de plaatsingen van de functies uitgevoerd. Als er bij de verwerking voor een object geen enkel subformulier aan de gedefinieerde voorwaarden voldoet, wordt dit object met het hoofdformulier verwerkt. EPLAN NEWS

122 Grafische onderdelenlijst Symbolen op meerdere pagina's uitvoeren Als er bij een object meerdere subformulieren passen, kunnen grote symbolen voor overzichtsweergaven worden opgedeeld. Hiertoe moet u bij het artikel in het artikelbeheer meerdere symbolen opslaan. Vervolgens maakt u meerdere subformulieren met tijdelijke aanduiding-teksten voor de verschillende symbolen van het artikel. Zo plaatst u op het eerste subformulier de eigenschap Artikelgegevens [1] / Symbool voor verwerking [1], op het tweede subformulier de eigenschap Artikelgegevens [1] / Symbool voor verwerking [2] etc. Bij de verwerking worden deze formulieren na elkaar verwerkt en als de symbolen paginavullend zijn, worden er meerdere pagina's gegenereerd. Zo ontstaat automatisch voor elk onderdeel de gewenste weergave die op elk moment kan worden geactualiseerd. 122 EPLAN NEWS 2.0

123 Symbolen voor complexe apparaten Symbolen voor complexe apparaten Schakel- en beveiligingsapparaten uit de energietechniek worden vaak in twee verschillende weergaven ontworpen. Deze apparaten beschikken over een groot aantal complexe functies en worden daarom in een overzicht weergegeven. De afzonderlijke functies worden echter in het meerlijnige schema vaak verdeeld in het project gebruikt. Tot nu toe werden voor de afzonderlijke functies speciale, complexe symbolen gebruikt die door de gebruikers zelf werden gemaakt. Om in degelijke situaties de functies van complexe apparaten eenvoudiger te kunnen weergeven, stellen wij in deze nieuwe versie een groot aantal nieuwe "standaardsymbolen" ter beschikking. Deze symbolen, die slechts uit 1 tot 4 aansluitingen bestaan, kunnen door u desgewenst van grafische afbeeldingen worden voorzien. Voor een uniforme engineering in EPLAN worden de symbolen als symboolmacro's in het artikelbeheer opgeslagen. Voordeel: Met de nieuwe standaardsymbolen reduceert u het aantal symbolen dat nodig is om complexe apparaten weer te geven. Hierdoor wordt het aanmaken en beheren van symbolen voor complexe apparaten eenvoudiger en efficiënter. U kunt de schema's zo aanzienlijk flexibeler vormgeven en tegelijkertijd de logica van de schema's standaardiseren. Voorbeeld: De volgende afbeelding toont de overzichtsweergave van een complex schakelapparaat. EPLAN NEWS

124 Symbolen voor complexe apparaten Werkwijze Om een afzonderlijke functie van een complex apparaat te maken, selecteert u in het dialoogvenster Symboolselectie een van onze nieuwe standaardsymbolen (zie paragraaf "Nieuwe apparaataansluitingen") en voegt u dit symbool in het schema in. Voorzie dit symbool van de gewenste afbeelding. Stel vervolgens bij het ingevoegde symbool de betreffende functiedefinitie in. Als het complexe symbool bijvoorbeeld een maakcontact moet weergeven, selecteert u voor het ingevoegde symbool op het tabblad Symbool- / functiegegevens een bijbehorende functiedefinitie (bijvoorbeeld. "Maakcontact, thermo-uitschakeling"). Vervolgens slaat u het bewerkte symbool als symboolmacro op en voegt u deze bij de betreffende functiesjabloon van een artikel in het artikelbeheer in (zie paragraaf "Symboolmacro bij de functiesjabloon opslaan" op pagina 127). De functiedefinitie van het symbool in de symboolmacro moet overeenstemmen met de functiedefinitie van de sjabloon bij het artikel. Een dergelijk artikel kan dan als apparaat in het schema worden ingevoegd. Nieuwe apparaataansluitingen Voor het maken van symboolmacro's stellen wij nieuwe standaardsymbolen ter beschikking. In de symboolbibliotheek SPECIAL onder Elektrotechniek // Elektrotechniek speciale functie // Apparaataansluiting // Apparaataansluiting, variabel kunt u een groot aantal nieuwe apparaataansluitingen met 2, 3 en 4 aansluitingen selecteren. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de volgende typen apparaataansluitingen: Statische apparaataansluitingen: Bij deze apparaataansluitingen liggen alle aansluitingen met een vaste afstand naast elkaar en wijzen ze in één richting. 124 EPLAN NEWS 2.0

125 Symbolen voor complexe apparaten Voorbeeld: De volgende afbeelding toont de statische apparaataansluitingen S2DCP (variant F), S3DCP (variant D) en S4DCP (variant F). Dynamische apparaataansluitingen: Bij deze apparaataansluitingen wijzen de aansluitingen in tegengestelde richting. Voorbeeld: De volgende afbeelding toont de dynamische apparaataansluitingen D2DCP, D3DCP en D4DCP (alle varianten A). EPLAN NEWS

126 Symbolen voor complexe apparaten Als u een dynamische apparaataansluiting hebt geselecteerd, wordt met een eerste klik op een invoegpunt de positie van de eerste aansluiting bepaald. De overige aansluitingen hangen aan de cursor en kunnen worden geplaatst door met de muis een selectiebereik te trekken. Met een tweede klik wordt dan de positie van deze aansluitingen gedefinieerd. Al deze apparaataansluitingen hebben de functiedefinitie "Apparaataansluiting, variabel". Nieuwe apparaataansluitingen met slechts één aansluiting De bestaande apparaataansluitingen met slechts één aansluiting zijn met de volgende symbolen (met steker) uitgebreid: DCPP3 DCPPJIC DCPPO DCPPOJIC. Hierdoor zijn er nu apparaataansluitingen in alle tien aansluitvarianten met één tot vier aansluitingen beschikbaar. 126 EPLAN NEWS 2.0

127 Symbolen voor complexe apparaten Symboolmacro bij de functiesjabloon opslaan Om de gemaakte symboolmacro's bij de functiesjablonen in het artikelbeheer te kunnen opslaan, is op het tabblad Functiesjablonen de tabel Apparaatselectie (functiesjablonen) uitgebreid met de kolom Symboolmacro's. Klik hier op [...] om het dialoogvenster Macro selecteren te openen en de gewenste symboolmacro te selecteren. Al er een symboolmacro wordt geselecteerd, wordt de inhoud van de cel Symbool verwijderd, en omgekeerd. Als een artikel als apparaat wordt ingevoegd, worden de bij de functiesjablonen opgeslagen symboolmacro's bij het plaatsen gebruikt. Als het apparaat via Invoegen > apparaat wordt ingevoegd, kunt u met de toets [N] door de functies (sjablonen) "bladeren" en de gewenste functie (sjabloon) selecteren. EPLAN NEWS

128 Kanaalgericht werken in de aanvullende module "PLC & Bus Extension" Kanaalgericht werken in de aanvullende module "PLC & Bus Extension" Opmerking: De aanvullende module "PLC & Bus Extension" is voor EPLAN Electric P8 Select optioneel verkrijgbaar. Voor EPLAN Electric P8 Professional behoort deze aanvullende module standaard tot de leveringsomvang. Door middel van kanaalgericht werken kunt u PLC-aansluitingen snel vanuit de navigator aan geplaatste functies in het schema toewijzen. Omdat de kanalen in de boomstructuur worden weergegeven, verloopt deze toewijzing eenvoudiger. Voordeel: Dankzij het kanaalgerichte gebruik van PLC-aansluitingen kunnen PLC-adressen aanzienlijk eenvoudiger en sneller worden bewerkt. Zo kunt u direct herkennen welke aansluitingen bij een kanaal horen en kunt u de aansluitingen gemeenschappelijk bewerken. De weergave van kanalen in de boomstructuur en een mogelijke werkwijze worden besproken in de volgende paragrafen: "Verbeterde weergave in de PLC-navigator" op pagina 129 "PLC-kaart invoegen" op pagina 133 "Macro's plaatsen" op pagina 133 "Functies toewijzen" op pagina EPLAN NEWS 2.0

129 Kanaalgericht werken in de aanvullende module "PLC & Bus Extension" Verbeterde weergave in de PLC-navigator Voor de weergave van kanalen is de boomstructuur van de PLC-navigator uitgebreid met de weergaveoptie Kanaalgericht. Bovendien zijn de beide bestaande weergaveopties als volgt hernoemd: Oude naam: Schemagericht PLC-gericht Nieuwe naam: ODC-gericht Adresgericht Verder is de adresgerichte weergave aangepast aan de andere weergaveopties en worden nu bijvoorbeeld ook PLC-kasten en andere PLCgegevens weergegeven. Dat houdt in dat nu in alle weergaven steeds alle PLC-gegevens worden weergegeven die in het project voorkomen, dus PLC-kasten, alle PLCaansluitingen en functiesjablonen. Daarbij worden ook lege PLC-kasten weergegeven, evenals PLC-kasten die alleen functiesjablonen bevatten. Als u alleen bepaalde gegevens wilt weergegeven, kunt u gebruik maken van een filter. Voorbeeld: Als u in de adresgerichte weergave net als in de vorige versie alleen de I/O-aansluitingen wilt weergeven die een PLC-adres hebben, filtert u op het criterium Eigenschappen > PLC-adres. Daartoe klikt u in het dialoogvenster PLC - <Projectnaam> naast het veld Filter op [...] en definieert u in het dialoogvenster Filter de volgende instellingen: Actief Uitgesloten Criterium PLC-adres <> Operator Waarde EPLAN NEWS

130 Kanaalgericht werken in de aanvullende module "PLC & Bus Extension" Als in de adresgerichte weergave alleen I/O-aansluitingen moeten worden weergegeven (dus ook I/O-aansluitingen zonder adressen), filtert u op de functiegroep PLC-aansluiting, I / O, 1 aansluiting. Daartoe definieert u in het dialoogvenster Filter de volgende instellingen: Actief Uitgesloten Criterium Operator Waarde Functiegroep = PLC-aansluiting, I / O, 1 aansluiting Het snelmenu van de PLC-navigator bevat nu de volgende weergaven: ODC-gericht: de PLC-gegevens worden overeenkomstig de projectstructuur geordend aan de hand van hun ODC. Adresgericht: de PLC-gegevens worden binnen de projectstructuur geordend aan de hand van adressen. Dat houdt in dat onder het PLC-adres de I/O-aansluitingen worden weergegeven. De bijbehorende aansluitvoedingen worden alleen onder het PLC-adres weergegeven als bij de aansluitvoeding het betreffende PLC-adres is ingevoerd. Bovendien worden de PLC-kasten en -aansluitingen onder de betreffende CPU gegroepeerd als deze eigenschap bij de bijbehorende PLC-kast is ingevoerd. Kanaalgericht: de PLC-gegevens worden binnen de projectstructuur geordend aan de hand van kanalen (zie volgende paragraaf op pagina 130). Weergave van kanalen in de PLC-navigator Om naar de kanaalgerichte weergave om te schakelen, kiest u in de boomstructuur van de navigator het menupad Snelmenu > Beeld > Kanaalgericht. 130 EPLAN NEWS 2.0

131 Kanaalgericht werken in de aanvullende module "PLC & Bus Extension" Alle bij een kanaal behorende PLC-aansluitingen worden gecombineerd en onder het kanaal (pictogram ) weergegeven. Dat wil zeggen dat onder de kanaalcode de I/O-aansluitingen en de bijbehorende aansluitvoedingen worden weergegeven. Het pictogram voor het kanaal geeft aan of er zich daaronder een veiligheidsrelevante aansluiting bevindt. Het pictogram geeft aan of het kanaal niet-geplaatste I/O-aansluitingen bevat. PLC-aansluitingen zonder handmatig ingevoerde of automatisch bepaalde kanaalcode worden geordend aan de hand van hun ODC. In de boomweergave van de PLC-navigator worden o.a. de volgende pictogrammen weergegeven: Pictogram Pictogram Betekenis (Nietgeplaatst) (Geplaatst) Onderdeel PLC-kast (hoofdfunctie met weergavetype "Meerlijnig" of "P&I-schema") Overlappende PLC-kast (hoofdfunctie) Kanaal Kanaal met veiligheidsrelevante aansluiting Functiesjabloon Meerlijnige nevenfunctie (hier: PLCaansluiting) Overlappende functie (hier: meerlijnige PLC-aansluiting) EPLAN NEWS

132 Kanaalgericht werken in de aanvullende module "PLC & Bus Extension" Voorbeeld: De volgende afbeelding toont de kanaalgerichte weergave voor het voorbeeldproject EPLAN-DEMO. Daarbij is voor de PLC-kast met de ODC A7 het boomstructuurniveau met het kanaal Out0 uitgevouwen en een PLC-aansluiting voor Out1 op Veiligheidsrelevant gezet. 132 EPLAN NEWS 2.0

133 Kanaalgericht werken in de aanvullende module "PLC & Bus Extension" PLC-kaart invoegen Voordat u functies gaat toewijzen, voegt u eerst de PLC-kaart die in het project moet worden gebruikt als apparaat in de PLC-navigator in (via Snelmenu > Nieuw apparaat). Als het geselecteerde artikel alleen functiesjablonen bevat maar geen macro's, wordt er een PLC-kast gegenereerd die alleen functiesjablonen bevat. Als het artikel echter ook macro's bevat, worden de functiesjablonen door de meerlijnige macro's uit het bij het artikel ingevoerde macrobestand overlapt. Opmerking: Wanneer u de functies afzonderlijk wilt toewijzen, is het zinvol om artikelen te gebruiken die geen artikelmacro's bevatten zodat er geen overlappende functies ontstaan. Bij het toewijzen wordt ook rekening gehouden met de ODC-overname. Als u één enkele functie toewijst, kan het gebeuren dat andere, nog niet toegewezen PLC-aansluitingen de ODC van deze functie overnemen. Deze PLC-aansluitingen worden dan onder het kanaal dubbel aangegeven als niet-geplaatste functie met overgenomen ODC (pictogram ) en als geplaatste overlappende functie (pictogram ). Zodra alle PLC-aansluitingen zijn toegewezen, worden alleen nog geplaatste overlappende functies weergegeven. Macro's plaatsen Bij de hier beschreven werkwijze voegt u de meerlijnige macro's in het schema in. Deze dienen als doelfuncties voor het toewijzen. De macro's moeten bij PLC-functies bij voorkeur alleen PLC-aansluitingen (zonder PLC-kasten) bevatten, omdat bij het toewijzen vanuit de kanaalgerichte weergave alleen PLC-aansluitingen worden toegewezen. Als de macro's toch PLC-kasten bevatten, mogen deze geen artikelen hebben omdat ze anders zelf apparaten voorstellen (hun PLC-aansluitingen zijn dan al automatisch toegewezen). EPLAN NEWS

134 Kanaalgericht werken in de aanvullende module "PLC & Bus Extension" Tip: Gebruik bij het plaatsen van de macro's de modus Nummeren met markering "?" om de PLC-doelfuncties te coderen. Alle andere functies in de macro (de schakeling van de PLC-aansluitingen) kunnen met behulp van de ODC-nummering later worden genummerd. Functies toewijzen Nadat de macro's zijn geplaatst, wijst u de niet-geplaatste functies of functiesjablonen van de PLC-kaart aan de schemasymbolen toe. Daartoe selecteert u het kanaal in de PLC-navigator en kiest u de menuopdracht Snelmenu > Toewijzen. Alle bij het geselecteerde kanaal behorende PLC-aansluitingsfuncties of functiesjablonen kunnen afzonderlijk aan de in het schema geplaatste PLC-aansluitingen worden toegewezen. Zodra een kanaal door het toewijzen een geplaatste meerlijnige I/Oaansluiting bevat, staat vóór het kanaal in de PLC-navigator niet langer het pictogram voor niet-geplaatste functies. Bovendien wordt in de PLC-navigator het pictogram van de doelfuncties in het schema niet meer weergegeven, omdat de oorspronkelijke functie van de PLC-aansluiting door de niet-geplaatste functie wordt vervangen. Opmerking: Bij het toewijzen wordt gecontroleerd of de niet-geplaatste functie of de functiesjabloon (de bronfunctie) dezelfde functiegroep heeft als de PLCaansluiting in het schema (de doelfunctie). Als de functiegroepen van de bron- en doelfunctie niet overeenstemmen, verschijnt er een melding. 134 EPLAN NEWS 2.0

135 Kanaalgericht werken in de aanvullende module "PLC & Bus Extension" Tips: Het is mogelijk om alle bij een kanaal behorende functies / functiesjablonen gelijktijdig toe te wijzen door meerdere doelfuncties te selecteren. Kies daartoe de menuopdracht Toewijzen, klik in het schema en trek een venster om de gewenste PLC-aansluitingen. Een andere mogelijkheid is om vóór het toewijzen de PLC-aansluitingen in het schema te groeperen (één groep per kanaal). De niet-geplaatste functies of functiesjablonen worden dan toegewezen in de volgorde die in de PLC-navigator wordt weergegeven. De passende doelfuncties worden overeenkomstig hun grafische volgorde in het schema gezocht. U kunt een functie ook door slepen & neerzetten toewijzen door de toetsencombinatie [Ctrl] + [Shift] in te drukken en de gewenste functie vanuit de PLC-navigator naar de doelfunctie in het schema te slepen. Weergavetype gebruiken Als de selectie in de PLC-navigator slechts één weergavetype voor de bronfunctie bevat, wordt deze onafhankelijk van het weergavetype aan de passende doelfunctie (met dezelfde functiedefinitie) toegewezen. De doelfunctie behoudt zijn weergavetype. Als u in de PLC-navigator meerdere weergavetypen van een bepaalde bronfunctie hebt geselecteerd, wordt de functie toegewezen die hetzelfde weergavetype als de passende doelfunctie heeft. Als de passende bron- en doelfuncties (met dezelfde functiedefinitie) niet hetzelfde weergavetype hebben, wordt een passende bronfunctie aan de hand van de volgorde bij de "algemene bewerking" geselecteerd. Bij deze vorm van meervoudige selectie wordt het weergavetype van de functie die op dat moment aan de cursor hangt, door een extra tekst bij de cursor aangegeven. Met [Tab] kunt u tussen de weergavetypen heen en weer schakelen. EPLAN NEWS

136 Kanaalgericht werken in de aanvullende module "PLC & Bus Extension" Bloksgewijs afboeken Als alternatief voor het toewijzen, kunt u voor het toekennen van PLCaansluitingen ook de actie PLC-aansluitingen bloksgewijs afboeken gebruiken. Daartoe selecteert u eerst de doelfuncties in het schema en kiest u vervolgens de menuopdrachten Projectgegevens > PLC > Aansluitingen bloksgewijs afboeken. In het kader van de eerder genoemde uitbreidingen beschikken deze dialoogvensters voor het bloksgewijs afboeken nu standaard ook over de klom Kanaalcode (automatisch). Bovendien is het in de lijstweergave van het dialoogvenster PLC-aansluitingen selecteren om bloksgewijs af te boeken nu ook mogelijk om de kolommen van het dialoogvenster te configureren en bijvoorbeeld de eigenschap Kanaalcode (automatisch) als kolomkoptekst te selecteren. 136 EPLAN NEWS 2.0

137 Nieuwe aanvullende module "Net Based Wiring" Nieuwe aanvullende module "Net Based Wiring" Opmerking: De aanvullende module "Net Based Wiring" is voor EPLAN Electric P8 Professional optioneel verkrijgbaar. Standaard wordt de volgorde waarin de schemasymbolen in EPLAN Electric P8 worden verbonden direct bij het tekenen van de verbindingen gedefinieerd. Dit gebeurt door het selecteren van het passende verbindingssymbool (T-stuk, brug, kruising etc.), waarin het logische model voor de doelbepaling is opgeslagen. Met behulp van netgebaseerde verbindingen van de nieuwe aanvullende module "Net Based Wiring" is het mogelijk om een schema te ontwerpen zonder direct de indeling en volgorde van de verbindingen te moeten definiëren. Daarbij onthoudt EPLAN het verloop van de verbindingen, onafhankelijk van de grafische weergave in het schema. Voordeel: U kunt een schema maken zonder alle bedradingsdetails te moeten opgeven. Als de ruimtelijke indeling van de componenten en de optimale bedrading daarvan duidelijk is, kunt u deze informatie desgewenst naderhand invoeren. Ook bij een complexe bedradingsvolgorde kunnen verbindingen in het schema eenvoudig worden weergegeven. Met name bij paginaoverschrijdende potentialen die over het hele project zijn verdeeld, worden de schema's beter leesbaar. Dankzij eenvoudige netverbindingen in het schema en de gedetailleerde verwerking van verbindingen via verbindingslijsten, kan ook worden voldaan aan de eisen van de nieuwe machinerichtlijn voor eenduidige en duidelijk leesbare machine- en installatiedocumentatie. EPLAN NEWS

138 Nieuwe aanvullende module "Net Based Wiring" Voorbeeld: De volgende afbeeldingen geven aan hoe de verbindingen in het schema door toepassing van netgebaseerde verbindingen ook bij een complexe bedradingsvolgorde eenvoudig en overzichtelijk worden weergegeven. Het "oude" verloop van autoconnecting-lijnen voor verbindingen van een potentiaal met doelbepaling. Het nieuwe verloop van autoconnecting-lijnen voor een net met netgebaseerde verbindingen. In de afbeelding worden ook de bij het netdefinitiepunt NBW gedefinieerde verbindingen aangegeven. 138 EPLAN NEWS 2.0

139 Nieuwe aanvullende module "Net Based Wiring" Netten met netgebaseerde verbindingen In EPLAN Electric P8 is het nu mogelijk om netten met netgebaseerde verbindingen te definiëren. In tegenstelling tot een "normaal" net met automatische verbindingen wordt hierbij de verbindingsvolgorde in het net niet door de verbindingssymbolen in het schema bepaald, maar moet deze later in het eigenschappendialoogvenster van het bijbehorende netdefinitiepunt worden gedefinieerd. Voor netten met netgebaseerde verbindingen is het volgende mogelijk: Binnen een project kunnen de werkwijzen met doelbepaling en met netgebaseerde verbindingen door elkaar worden gebruikt. Ook in een net kunnen verbindingen met doelbepaling en netgebaseerde verbindingen door elkaar worden gebruikt. Verbindingssymbolen worden bij netgebaseerde verbindingen altijd als verbindingspunten getekend. Netgebaseerde verbindingen worden via een netdefinitiepunt gedefinieerd. Bij het netdefinitiepunt wordt opgeslagen welke aansluitingen van het net met elkaar zijn verbonden. De verbindingen en hun volgorde kunnen naderhand worden bewerkt zonder dat de tekening moet worden gewijzigd. Netgebaseerde verbindingen kunnen net als gewone verbindingen via de verbindingsnummering automatisch worden gecodeerd. Via afbreekpunten kunnen netgebaseerde verbindingen ook op andere pagina's worden voortgezet. De verbindingseigenschappen van netgebaseerde verbindingen kunnen ook met behulp van "externe bewerking" worden gewijzigd. De verbinding zelf kan via de "externe bewerking" niet worden gewijzigd. EPLAN NEWS

140 Nieuwe aanvullende module "Net Based Wiring" Netgebaseerde verbindingen worden ook bij de gegevensovername uit EPLAN 21 meegenomen (zie de betreffende paragraaf op pagina 192). Opmerking: Kabeldefinitielijnen kunnen niet voor netgebaseerde verbindingen worden gebruikt. De verbindingen onder een kabeldefinitielijn worden in een net met netgebaseerde verbindingen niet als kabelader herkend. Netgebaseerde verbindingen definiëren Netgebaseerde verbindingen worden via een netdefinitiepunt gedefinieerd. Bij het netdefinitiepunt wordt opgeslagen welke aansluitingen van het net met elkaar zijn verbonden. De aansluitingen worden geïdentificeerd door een aansluiting-id die in het net uniek is. De ID's worden automatisch toegekend, maar kunnen handmatig worden gewijzigd. Als een net wordt gekopieerd, worden deze ID's meegekopieerd. Hierdoor blijven de bij het netdefinitiepunt opgeslagen verbindingen behouden. Voorbeeld: In een "normaal" net met automatische verbindingen is de potentiaal L1 met de vier zekeringen (-F1 tot -F4) verbonden. Voor de verbindingsvolgorde bij de T-stukken is de richting Eerste doel rechts, tweede doel onder gedefinieerd. 140 EPLAN NEWS 2.0

141 Nieuwe aanvullende module "Net Based Wiring" In de verbindingen-navigator worden de volgende vier verbindingen weergegeven: Verbinding (bron) L1 L1 L1 L1 Verbinding (doel) -F1:1 -F2:1 -F3:1 -F4:1 Bij de T-stukken wordt vervolgens het selectievakje Doelen bepalen uitgeschakeld en een netdefinitiepunt met de netnaam N1 ingevoegd. Na het definiëren van de netverbindingen in het netdefinitiepunt ontstaan voor de vijf aansluitingen de volgende verbindingen: Aansluiting ID Verbinding (bron) Verbinding (doel) L1 1 L1 -F1:1 -F1:1 2 -F1:1 -F2:1 -F2:1 3 -F2:1 -F3:1 -F3:1 4 -F3:1 -F4:1 -F4:1 5 EPLAN NEWS

142 Nieuwe aanvullende module "Net Based Wiring" Om een volledig net te krijgen, kunnen de aansluitingen ook in andere volgorden met elkaar worden verbonden. In de praktijk richt de volgorde van de aansluitingen zich bijvoorbeeld naar de optimale bedradingsvolgorde in de schakelkast. Doelbepaling van de verbindingssymbolen uitschakelen Als u in een project een net wilt definiëren waarin alleen (of ten minste voor een deel) netgebaseerde verbindingen voorkomen, moet u de doelbepaling van de betreffende verbindingssymbolen (T-stukken, bruggen, kruisingen) uitschakelen. Dit kan op de volgende twee manieren: Doelbepaling handmatig uitschakelen: Om de doelbepaling bij een afzonderlijk verbindingssymbool met aftakopties uit te schakelen, beschikken de betreffende eigenschappendialoogvensters over het selectievakje Doelen bepalen. 142 EPLAN NEWS 2.0

143 Nieuwe aanvullende module "Net Based Wiring" Als dit selectievakje is uitgeschakeld, wordt voor het betreffende verbindingssymbool de volgorde van de doelen niet verwerkt en wordt het verbindingssymbool als punt getekend. In dat geval worden de verbindingen niet automatisch gegenereerd, maar moeten ze handmatig worden gegenereerd. Als het selectievakje Doelen bepalen is ingeschakeld, worden er door EPLAN automatisch verbindingen gegenereerd. Doelbepaling standaard uitschakelen: Ga via Opties > Instellingen > Gebruiker > Grafische bewerking > Verbindingssymbolen naar het dialoogvenster Instellingen: Verbindingssymbolen en schakel daar het nieuwe selectievakje Eigenschap 'Doelen bepalen' uitschakelen bij het invoegen van een netdefinitiepunt in. In dat geval wordt bij het invoegen van netdefinitiepunten de eigenschap Doelen bepalen in de betreffende verbindingssymbolen uitgeschakeld. Opmerking: Wanneer u niet over een licentie voor de aanvullende module "Net Based Wiring" beschikt, wordt het selectievakje Doelen bepalen normaal gesproken niet weergegeven. Alleen als u in een dergelijk geval een project opent waarin dit selectievakje voor een verbindingssymbool is uitgeschakeld, is het selectievakje in het dialoogvenster zichtbaar. U kunt de uitschakeling van de doelbepaling echter niet ongedaan maken. Een net met netgebaseerde verbindingen definiëren Om een net met netgebaseerde verbindingen te definiëren, moet u eerst een netdefinitiepunt invoegen. EPLAN NEWS

144 Nieuwe aanvullende module "Net Based Wiring" Netdefinitiepunten invoegen Via een netdefinitiepunt kunt u aan de verbinding die door dit punt loopt eigenschappen (zoals Verbindingscode, Dwarsdoorsnede / diameter etc.) toewijzen en het betreffende net een unieke naam geven. Kies hiertoe de menuopdrachten Invoegen > Netdefinitiepunt. Het symbool voor het netdefinitiepunt hangt aan de cursor. Klik in het schema om het netdefinitiepunt te plaatsen. Het dialoogvenster Eigenschappen (schemasymbool): Netdefinitiepunt wordt geopend. 144 EPLAN NEWS 2.0

145 Nieuwe aanvullende module "Net Based Wiring" Netnaam: Geef hier de naam van het net op dat via het netdefinitiepunt wordt gedefinieerd. Voor de weergave van de netnaam wordt standaard de nieuwe layer EPLAN410, Eigenschapsplaatsing.Netnamen gebruikt. Opmerkingen: Houd er rekening mee dat de netnaam binnen een project uniek moet zijn. Om dit te controleren kunt u in de controleprocedure de nieuwe melding gebruiken. Bij netdefinitiepunten kunnen geen potentialen of signalen worden gedefinieerd. De potentialen en signalen moeten via een potentiaaldefinitiepunt of een potentiaalaansluiting in het project worden gedefinieerd. Het net heeft een hogere prioriteit dan het signaal of de potentiaal. Voor het doorgeven van eigenschappen aan een verbinding betekent dit dat de eigenschappen die bij een netdefinitiepunt zijn opgeslagen voorrang hebben op de eigenschappen die bij een potentiaaldefinitiepunt zijn opgeslagen. Tip: U kunt een netdefinitiepunt behalve via de menuopdracht ook met een knop invoegen. Klik daartoe in de werkbalk Verbindingen op de knop (Netdefinitiepunt). Definieer vervolgens op het tabblad Netverbindingen de verbindingen in het net. Verbindingskettingen definiëren Een net met netgebaseerde verbindingen is pas volledig als alle aansluitingen zijn verbonden. Dit gebeurt bij het netdefinitiepunt op het tabblad Netverbindingen. Daarbij ontstaat een lijst met aansluitingen die paarsgewijs op volgorde met elkaar zijn verbonden. Deze lijst worden een "verbindingsketting" genoemd. EPLAN NEWS

146 Nieuwe aanvullende module "Net Based Wiring" Kies in het dialoogvenster Eigenschappen (schemasymbool): Netdefinitiepunt het tabblad Netverbindingen. In de tabel Aansluitingen worden alle aansluitingen van het net weergegeven. Kies Snelmenu > Verbindingsketting maken. Klik op de aansluiting waarbij de verbindingsketting moet beginnen. De aansluiting wordt in de tabel Verbindingen weergegeven. Klik achtereenvolgens op de overige aansluitingen die onderdeel van de verbindingsketting moeten zijn. In de tabel Verbindingen worden de aansluitingen weergegeven die in de verbindingsketting zijn opgenomen. Kies Snelmenu > Verbindingsketting afsluiten. In de tabel Verbindingen wordt een horizontale lijn ingevoegd, om aan te geven dat de verbindingsketting is afgesloten. Als nog niet alle aansluitingen met elkaar zijn verbonden, kunt u deze actie herhalen en nog een verbindingsketting definiëren. Klik op [Toepassen] om de gedefinieerde verbindingskettingen op te slaan. Opmerking: Als een net meerdere verbindingskettingen heeft, moeten ook deze onderling zijn verbonden om een volledig net te hebben. Tips: U kunt verbindingskettingen behalve via het snelmenu ook maken en afsluiten door in de tabel Aansluitingen op de knoppen (Verbindingsketting maken) en (Verbindingsketting afsluiten) te klikken. Door op een aansluiting in de tabel Aansluitingen te dubbelklikken, start u een nieuwe verbindingsketting. Als u reeds met een verbindingsketting bent begonnen en op een aansluiting dubbelklikt, wordt de verbindingsketting afgesloten. 146 EPLAN NEWS 2.0

147 Nieuwe aanvullende module "Net Based Wiring" Aansluitingen: In deze tabel worden alle aansluitingen van het net weergegeven. Via de snelmenuopdracht Eigenschappen of de knop (Bewerken) kunt u de aansluiting-id (de eigenschap ID voor netgebaseerde verbindingen) wijzigen. Met de snelmenuopdracht Doelvolgorde wijzigen kunt u bovendien de volgorde van de doelen voor de geselecteerde aansluiting wijzigen. Verbindingen: In deze tabel worden de verbindingskettingen als een lijst met aansluitingen weergegeven. Ook kunnen de eigenschappen van verbindingen worden weergegeven en bewerkt. Met een dubbelklik, via de snelmenuopdracht Eigenschappen of met de knop (Bewerken) opent u het eigenschappendialoogvenster voor de verbinding tussen de geselecteerde aansluiting en de volgende aansluiting in de lijst. Met (Verwijderen) wordt een geselecteerde aansluiting verwijderd. Om geselecteerde aansluitingen te verplaatsen, gebruikt u de knoppen (Naar boven / onder verplaatsen). Bij al deze acties worden ook de verbindingen gewijzigd. EPLAN NEWS

148 Nieuwe aanvullende module "Net Based Wiring" Bron en doel van verbindingen De eerste aansluiting van een verbindingsketting is de bron van de eerste verbinding. De tweede aansluiting van de verbindingsketting is het doel van de eerste verbinding. Analoog hieraan is de tweede aansluiting in de verbindingsketting de bron van de tweede verbinding en de derde aansluiting het doel van deze verbinding. Dit geldt ook voor alle overige verbindingen van een verbindingsketting. U kunt de volgorde van bron en doel voor een bij het netdefinitiepunt opgeslagen verbinding wijzigen door in het eigenschappendialoogvenster van deze verbinding de eigenschap Bron en doel wisselen in te schakelen. Overige verbindingen Via de menuopdracht Overige verbindingen van de tabel Verbindingen opent u een vervolgdialoogvenster. Hierin worden de overige verbindingen van het net weergegeven die niet bij het netdefinitiepunt zijn opgeslagen. Daartoe behoren verbindingen die via verbindingssymbolen met doelbepaling of via andere netdefinitiepunten zijn gedefinieerd. Tip: U kunt de volledige verbindingsketting selecteren door op de scheidingslijn onder de verbindingsketting te klikken. Op deze manier kan bijvoorbeeld de hele verbindingsketting met de pijlknoppen worden verplaatst of met de knop worden verwijderd. Weergave van netten en netgebaseerde verbindingen Opmerking: Netgebaseerde verbindingen, gedefinieerde netten en de nettracering worden ook weergegeven indien u niet over een licentie voor de aanvullende module "Net Based Wiring" beschikt. In dat geval kan het eigenschappendialoogvenster van een netdefinitiepunt dat in het project is ingevoegd wel worden geopend, maar kan de netdefinitie niet worden bewerkt. 148 EPLAN NEWS 2.0

149 Nieuwe aanvullende module "Net Based Wiring" Netgebaseerde verbindingen in de verbindingen-navigator De verbindingen die bij het netdefinitiepunt zijn opgeslagen, zijn niet direct in de verbindingen-navigator zichtbaar. Pas als de verbindingen worden geactualiseerd, worden uit de informatie die bij het netdefinitiepunt is opgeslagen verbindingen gegenereerd, die vervolgens in de verbindingen-navigator worden weergegeven. Weergave van netten in de potentiaal-navigator De in een project gedefinieerde netten worden naast de gedefinieerde potentialen en signalen in de boom- en lijstweergave van de potentiaalnavigator weergegeven. Boomweergave In deze weergave wordt een gedefinieerd net met zijn netnaam onder de boomstructuurniveaus "Potentiaal" en "Signaal" weergegeven. Eén boomstructuurniveau daaronder worden de netdefinitiepunten hun plaatsing weergegeven. met In de boomweergave van de potentiaal-navigator worden de volgende pictogrammen weergegeven: Pictogram Betekenis Geeft het projectniveau aan. Deze pictogram wordt alleen weergegeven als er meerdere projecten zijn geopend. Potentiaal Signaal Geplaatst potentiaaldefinitiepunt Net Geplaatst netdefinitiepunt EPLAN NEWS

150 Nieuwe aanvullende module "Net Based Wiring" Voorbeeld: De volgende afbeelding verduidelijkt de weergave van het net (hier met de netnaam N1) en het netdefinitiepunt in de boomweergave van de potentiaal-navigator. Lijstweergave In deze weergave wordt naast de potentiaal- en signaalnaam en de plaatsing ook de netnaam als kolomkoptekst aangegeven. Als een netnaam in de boomstructuur of in de lijst wordt geselecteerd, wordt het betreffende netdefinitiepunt in een voorbeeldvenster (dialoogvenster Grafisch voorbeeld, dialoogvenster Eigenschapsvoorbeeld) weergegeven. Opmerking: Netten zonder netnaam of zonder netdefinitie worden in de potentiaalnavigator niet weergegeven. Netten markeren Naast potentialen of signalen kunnen nu ook netten tijdelijk met een kleur worden gemarkeerd, zodat hun omvang snel kan worden bepaald. Het geselecteerde net krijgt daarbij de kleur die u in de gebruikersinstellingen hebt gedefinieerd. 150 EPLAN NEWS 2.0

151 Nieuwe aanvullende module "Net Based Wiring" Voordeel: Door de kleurcodering kunt u de geselecteerde netten snel in de grafische editor controleren. Dat biedt zekerheid bij de definitie van netgebaseerde verbindingen en verhoogt de kwaliteit van uw werk. Kies Beeld > Nettracering. Klik op een verbindingssymbool of op een verbindingslijn. EPLAN zoekt het bijbehorende net en kleurt dit volledig in (ook voorbij de paginagrenzen). Als u op een andere verbinding klikt, wordt de markering van het eerste net verwijderd en wordt het net dat bij deze verbinding hoort met kleur gemarkeerd. Als u nogmaals de menuopdrachten Beeld > Nettracering kiest, wordt de markering van het net verwijderd. Opmerkingen: De kleurinstelling voor de potentiaal-, signaal- en nettracering definieert u gemeenschappelijk onder Opties > Instellingen > Gebruiker > Grafische bewerking > 2D in dezelfde vervolgkeuzelijst Potentiaal traceren. Potentialen, signalen of netten kunnen alleen met een kleur worden gemarkeerd als de verbindingen actueel zijn. Wanneer u de potentiaal-, signaal- of nettracering met [Esc] of via Snelmenu > Actie annuleren hebt beëindigd, moet u de tracering één keer uit- en inschakelen (bijvoorbeeld via Beeld > Nettracering), voordat u een potentiaal / signaal / net opnieuw met een kleur kunt markeren. Tip: U kunt de nettracering ook in- en uitschakelen door in de werkbalk Beeld op de knop (Nettracering) te klikken. EPLAN NEWS

152 Nieuwe aanvullende module "Net Based Wiring" Bewerken van netten met netgebaseerde verbindingen Netten verbinden Een net is in EPLAN een deel van een signaal. Het bestaat uit aansluitingen die direct met elkaar zijn verbonden en uit de verbindingen tussen deze aansluitingen. Normaal gesproken eindigt een net in de grafische editor bij een functie. Standaard zijn de meeste functies netscheidend. In de nieuwe versie kunt u een functie (bijvoorbeeld een klem) als "netverbindend" aanduiden en daarmee een net uitbreiden. Potentiaalaansluitingen zijn altijd netverbindend. Hiervoor is in het eigenschappendialoogvenster voor schemasymbolen op het tabblad Symbool- / functiegegevens in het groepsveld Functiegegevens (logisch) het nieuwe selectievakje Netverbindend beschikbaar. Schakel dit selectievakje in als de functie netten moet verbinden. 152 EPLAN NEWS 2.0

153 Nieuwe aanvullende module "Net Based Wiring" Voorbeeld: Soms kan het nodig zijn om een net via een klem of stekercontact voort te zetten. Als bijvoorbeeld aan de klem -X100 de eigenschap Netverbindend wordt toegewezen, bevinden de lampen -H10 en -H20 zich in hetzelfde net en kunnen ze via een netgebaseerde verbinding met elkaar worden verbonden. Netten wijzigen De verbindingen die bij het netdefinitiepunt zijn opgeslagen, worden aan de hand van de aansluiting-id's (eigenschap ID voor netgebaseerde verbindingen) beheerd. Functie hernoemen Als de functies in het net worden hernoemd, blijven de verbindingen behouden omdat de aansluiting-id's niet zijn gewijzigd. EPLAN NEWS

154 Nieuwe aanvullende module "Net Based Wiring" Functie uit het net verwijderen Als een functie uit het net wordt verwijderd, blijven de aansluitingen daarvan en de verbindingen daarheen bij het netdefinitiepunt opgeslagen, maar worden deze in de tabel Verbindingen als ongeldig gemarkeerd. De ongeldige verbindingen moeten vervolgens worden verwijderd handmatig in het eigenschappendialoogvenster van het netdefinitiepunt of automatisch door het comprimeren van het project. Hiervoor is in het dialoogvenster Instellingen: Compressie onder Netdefinitiepunten de nieuwe instelling Ongeldige verbindingen verwijderen beschikbaar. Verwijderde functie vervangen Als u een nieuwe functie in een net invoegt en aan de aansluitingen dezelfde aansluiting-id's toewijst als aan functie die u eerder hebt verwijderd, blijven de verbindingen behouden en leiden deze naar de nieuwe functie. Als de nieuwe functie andere aansluiting-id's heeft, worden deze aansluitingen niet verbonden en is het net onvolledig. Meer bewerkingsmogelijkheden en voorbeelden vindt u in de online Help van EPLAN. Leest u daarvoor het hoofdstuk "Netgebaseerde verbindingen". Verwerking van netgebaseerde verbindingen Ook in de verwerkingen kunnen netgebaseerde verbindingen worden gebruikt. Zo kunt u de verbindingseigenschap Netnaam <33007> als tijdelijke aanduiding-tekst in verschillende formulieren (bijvoorbeeld verbindingslijsten, artikellijsten etc.) plaatsen. Maar u kunt ook netgebaseerde verbindingen gesorteerd op net en verbindingsketting in verwerkingen uitvoeren. Hiervoor kunnen de volgende nieuwe eigenschappen worden gebruikt: Netindex <31076>: identificeert het net bij netgebaseerde verbindingen. 154 EPLAN NEWS 2.0

155 Nieuwe aanvullende module "Net Based Wiring" Verbindingskettingindex <31077>: identificeert de verbindingsketting in een net bij netgebaseerde verbindingen. Verbindingsindex <31078>: identificeert de verbindingen in een verbindingsketting bij netgebaseerde verbindingen. Bovendien kan de nieuwe eigenschap Verbindingstype <31075> in verwerkingen als filtercriterium worden gebruikt, om alleen verbindingen met de waarde "Netgebaseerd" uit te voeren. Verbindingen corrigeren Om fouten die tijdens het werken met netdefinitiepunten kunnen optreden automatisch te corrigeren, is de correctieprocedure voor verbindingen uitgebreid. Als u nu het menupad Projectgegevens > Verbindingen > Corrigeren kiest, wordt in plaats van een vraag het nieuwe dialoogvenster Verbindingen corrigeren geopend. Voor het corrigeren van netdefinitiepunten zijn hier de volgende selectievakjes beschikbaar: Netdefinitiepunten combineren: Als dit selectievakje is ingeschakeld, worden meerdere netdefinitiepunten die in een net voorkomen tot één netdefinitiepunt gecombineerd. Dit resterende netdefinitiepunt bevat alle verbindingen en eigenschappen die bij de andere netdefinitiepunten waren gedefinieerd. Bij conflicten "wint" het grafisch eerste netdefinitiepunt. Overbodige netdefinitiepunten verwijderen: Als dit selectievakje is ingeschakeld, worden de netdefinitiepunten verwijderd die voor het vastleggen van verbindingen niet nodig zijn. Dit is bijvoorbeeld het geval als de verbindingen van het net via verbindingssymbolen met doelbepaling zijn gedefinieerd. Als bij het netdefinitiepunt nog meer eigenschappen zijn opgeslagen, wordt op de plaats van het netdefinitiepunt een verbindingsdefinitiepunt met deze eigenschappen geplaatst. EPLAN NEWS

156 Nieuwe aanvullende module "Net Based Wiring" Opmerking: Wanneer u niet over een licentie voor de aanvullende module "Net Based Wiring" beschikt, wordt het selectievakje Verbindingen corrigeren niet weergegeven. In dat geval wordt na een controlevraag direct de actie Verbindingsdefinitiepunten combineren uitgevoerd. Nieuwe meldingen voor netgebaseerde verbindingen Voor de controle van netten met netgebaseerde verbindingen zijn in de instellingen voor meldingen en controleprocedures een aantal nieuwe meldingen beschikbaar. De meldingsklasse "Verbindingen" is uitgebreid met de volgende meldingen: Melding "Onvolledig net" Melding "Netdefinitiepunt bevat onvolledige verbindingen" Melding "Het net bevat verbindingssymbolen met de eigenschap 'Doelen bepalen " Melding "Meerdere netdefinitiepunten in één net" Melding "Dubbele ID voor netgebaseerde verbindingen in een net (%1!s!)" Melding "Verschillende netten met dezelfde netnaam (%1!s!)" Melding "Meerdere signaaldefinities op één signaal" Melding "Het net en de potentiaal of het signaal komen niet overeen" Melding "Netdefinitiepunt met onjuiste potentiaal" Melding "Netdefinitiepunt met onjuist signaal". 156 EPLAN NEWS 2.0

157 Vernieuwingen in EPLAN Mechatronic Integration Vernieuwingen in EPLAN Mechatronic Integration Bij de EMI-technologie (EPLAN Mechatronic Integration) van EPLAN maken de mechanical engineering en de automatiseringstechniek gebruik van dezelfde engineeringsgegevens. De basis hiervoor ligt in een gemeenschappelijk beheer van EPLAN-gegevens en van engineeringsgegevens uit AutoCAD Inventor in het EPLAN-platform. Hierdoor kan een project in verschillende engineeringsdisciplines worden bewerkt en ontstaat er een mechatronische workflow. Voordeel: EPLAN EMI maakt de gegevensuitwisseling tussen de verschillende engineeringsdisciplines mogelijk. De informatie van een bepaalde discipline kan "interdisciplinair" ook door de andere bij de engineering betrokken disciplines worden gebruikt. Dankzij deze bidirectionele gegevensuitwisseling verloopt het engineeringsproces sneller. Fouten en inconsistenties worden vermeden, de informatie-uitwisseling tussen de afdelingen verloopt beter, de kwaliteit van de documentatie neemt toe en de onderlinge samenwerking tussen de afdelingen wordt versterkt. Aanvullende EPLAN EMI-modules In EPLAN Mechatronic Integration zijn nu de volgende aanvullende modules beschikbaar: EPLAN EMI Collaboration for AutoCAD Inventor: Deze module maakt de verbinding tussen AutoCAD Inventor en het EPLAN-platform op componentniveau mogelijk. Hiermee kan de gebruiker componentenlijsten met elkaar vergelijken en niet-geplaatste mechatronische componenten direct in zijn engineeringsomgeving overnemen. EPLAN NEWS

158 Vernieuwingen in EPLAN Mechatronic Integration EPLAN EMI Cabling for AutoCAD Inventor: Deze module maakt de uitwisseling van kabelgegevens tussen EPLAN Electric P8 en AutoCAD Inventor mogelijk. Op basis van het 3D-model het virtuele prototype kan de elektro-engineer bijvoorbeeld kabellengtes bepalen en hiermee de productiedocumentatie voor de bekabeling in EPLAN Electric P8 vroegtijdig vervaardigen. EPLAN EMI Piping for AutoCAD Inventor: Met deze module kan de Fluid-, M&R- en procesengineer lengtes en diameters van buizen en slangen uit het 3D-model van AutoCAD Inventor in EPLAN Fluid en / of EPLAN PPE overnemen. Opmerking: De aanvullende EPLAN EMI-modules zijn voor EPLAN Electric P8 Professional, EPLAN Fluid en EPLAN PPE optioneel verkrijgbaar. Mechanische gegevens importeren Om modelgegevens uit de mechanical engineering in het EPLAN-platform te importeren, moet u eerst via Projectgegevens > Mechatronica > Navigator de mechatronica-navigator openen. Vervolgens kiest u Snelmenu > Mechanisch model importeren. In het vervolgdialoogvenster opent u het te importeren AutoCAD Inventor-bestand met de knop [Openen]. Nadat het mechanische model in het project is geïmporteerd, worden de mechatronische gegevens in de mechatronica-navigator weergegeven. Het model kan in de 3D-weergave van het EPLAN-platform worden weergegeven. Daarnaast kan het mechanische model als modelaanzicht op een projectpagina worden geplaatst (zie paragraaf "Modelaanzicht voor EPLAN EMI invoegen" op pagina 165). 158 EPLAN NEWS 2.0

159 Vernieuwingen in EPLAN Mechatronic Integration Mechatronica-navigator Nadat het mechanische model in het project is geïmporteerd, worden de gegevens in de mechatronica-navigator weergegeven. In deze navigator worden de mechatronische gegevens gevisualiseerd die in beide disciplines (EPLAN-platform en AutoCAD Inventor) gemeenschappelijk worden gebruikt. Boomweergave In de boomweergave van de navigator worden alle componenten uit het 3D-model in een hiërarchische structuur weergegeven. De boomstructuur is een afspiegeling van de bouwgroepentopologie zoals die in Inventor wordt weergegeven. In de boomweergave van de mechatronica-navigator worden o.a. de volgende pictogrammen weergegeven: Pictogram Betekenis EPLAN-project Inventor-bestand (bouwgroep) Inventor-bestand (component) Algemene Fluid-component Algemene elektrotechniek-component Buis / slangleiding Inventor-component, mechanisch Inventor-bouwgroep, mechanisch Kabel Klem EPLAN NEWS

160 Vernieuwingen in EPLAN Mechatronic Integration Opmerking: Houd er rekening mee dat de hier weergegeven pictogrammen voor de Inventor-bestanden (bouwgroepen *.iam, componenten *.ipt) kunnen afwijken van de pictogrammen die in de mechatronica-navigator worden weergegeven. Welke pictogrammen worden weergegeven, hangt af van de symbolen die in uw besturingssysteem aan de betreffende bestandsextensies zijn gekoppeld. Toekenningsstatus herkennen Aan de hand van verschillende statuspictogrammen kunt u zien of een component in het 3D-model en in het bijbehorende schema synchroon wordt gebruikt, of de component in een van deze disciplines ontbreekt of dat deze overbodig is. Componenten die synchroon worden gebruikt, worden hierna "gekoppeld" genoemd; componenten die alleen in de ene of in de andere discipline voorkomen en dus in de corresponderende discipline (nog) ontbreken, worden als "niet-gekoppeld" aangeduid. Verder is het mogelijk om koppelingen te weigeren, om aan te geven dat een koppeling niet gewenst is. Dit is bijvoorbeeld het geval als een mechanisch onderdeel niet in het schema van de automatiseringstechniek moet worden overgenomen. Hiervoor zijn de volgende pictogrammen beschikbaar: Pictogram Betekenis "Niet-gekoppeld Mechanica": De mechanische component kan / moet met een schemaobject worden gekoppeld, maar de koppeling is nog niet tot stand gebracht. "Niet-gekoppeld Schema": Het schemaobject kan / moet aan een mechanische component worden gekoppeld, maar de koppeling kan niet tot stand worden gebracht omdat de mechanische component ontbreekt. 160 EPLAN NEWS 2.0

161 Vernieuwingen in EPLAN Mechatronic Integration Pictogram Betekenis "Gekoppeld": De mechanische component is aan een schemaobject toegekend. "Koppeling geweigerd". Nieuwe filtermogelijkheden in de navigator Ook in de mechatronica-navigator kan het aantal gegevens dat wordt weergegeven door middel van een filter worden beperkt. Met de filters in de vervolgkeuzelijst Filter kan de navigator zo worden ingesteld dat de betreffende gebruiker alleen die componenten te zien krijgt die voor zijn werkzaamheden relevant zijn. Standaard zijn de volgende filters beschikbaar: "Uitvoeringslijst": Met dit filter kan een overzicht worden verkregen van alle componenten die voor het schema relevant zijn. Het maakt daarbij niet uit of deze de status "Gekoppeld", "Niet-gekoppeld" of "Geweigerd" hebben. "Elektrotechniek", "Fluid" en "PPE": Met deze filters worden alleen die mechanische componenten in de navigator weergegeven die voor het betreffende bereik relevant zijn; alle overige componenten worden verborgen. Bovendien worden de eruit gefilterde componenten in de 3D-weergaven transparant weergegeven en kunnen niet worden geselecteerd. "Informatie": Met dit filter worden alleen componenten weergegeven die informatie voor de tracering bevatten. "Niet-gekoppeld", "Verouderde mechanische modellen" en "Gekoppeld": Met deze filters kunt u de toekenningsstatus tussen het mechanische model en het schema controleren. EPLAN NEWS

162 Vernieuwingen in EPLAN Mechatronic Integration Mechanisch model actualiseren Via Snelmenu > Actualiteit van gegevens controleren kunt u bij alle geladen modellen controleren of ze actueel zijn. Als er verschillen worden gevonden, worden de modellen gemarkeerd. Om de gegevens van het mechanische model te actualiseren, kiest u Snelmenu > Mechanisch model actualiseren. Vervolgens worden alle gewijzigde 3D-componenten voor het gemarkeerde 3D-model opnieuw ingelezen. Hierbij worden de componenten en hun toekenningen aan onderdelen in het schema geactualiseerd. In het dialoogvenster Informatie wordt voor de betreffende hoofdbouwgroep automatisch de notitie "Gegevens geactualiseerd" ingevoerd, zodat de gebruiker van het project kan zien dat de status van het model is gewijzigd. Gegevens toekennen De gegevens in de mechatronica-navigator hebben aanvankelijk nog geen relatie met de onderdelen van het betreffende EPLAN-project. De gegevens van de verschillende disciplines moeten aan elkaar worden toegekend. Toekennen vanuit de onderdelen-navigator Wanneer u mechatronische gegevens in de mechatronica-navigator wilt toekennen, selecteert u deze eerst in de onderdelen-navigator. Druk op de toetsencombinatie [Ctrl] + [Shift] en sleep de gewenste functie met slepen & neerzetten naar een bijpassende component in de mechatronica-navigator. Als de toegekende objecten niet bij elkaar passen, verschijnt er een melding. 162 EPLAN NEWS 2.0

163 Vernieuwingen in EPLAN Mechatronic Integration Toekennen en plaatsen vanuit de mechatronica-navigator U kunt de mechatronische componenten nu ook vanuit de mechatronicanavigator aan een bijpassend object in het schema toekennen. Daartoe selecteert u het betreffende model, drukt u op [Ctrl] + [Shift] en sleept u het met slepen & neerzetten naar het schemasymbool in het schema. U kunt hiervoor ook de snelmenuopdracht Toewijzen gebruiken. Als de toegekende objecten niet bij elkaar passen, verschijnt er een melding. Om een object dat nog niet in het schema voorkomt vanuit de mechatronica-navigator te plaatsen, kiest u in het snelmenu de menuopdracht Plaatsen of sleept u het met slepen & neerzetten in het schema. Gegevens naar Inventor overdragen Niet-gekoppelde schemaobjecten (pictogram: ) zijn objecten die u vanuit het schema in de mechatronica-navigator hebt gesleept en waarvoor de betreffende mechanische componenten / bouwgroepen in het 3Dmodel nog ontbreken. Onder bepaalde voorwaarden kunt u deze nietgekoppelde schemaobjecten naar Inventor overdragen. Om dit te kunnen doen, moet bij het artikel van dit schemaobject een Inventor-bouwgroep of een Inventor-component zijn opgeslagen. Het betreffende Inventor-constructiebestand voert u in het artikelbeheer in het veld 3D-macro van het tabblad Montagegegevens in. Om de 3D-gegevens over te dragen, selecteert u het niet-gekoppelde model en kiest u vervolgens Snelmenu > In Inventor plaatsen. Tip: Als aan alle voorwaarden is voldaan, kan het mechanische model van een dergelijk artikel door middel van slepen & neerzetten direct in de geopende Inventor worden gesleept en daar in een bouwgroep worden geplaatst. EPLAN NEWS

164 Vernieuwingen in EPLAN Mechatronic Integration Onderdeelcodes in Inventor-tekeningen invoegen Om onderdeelcodes in Inventor-tekeningen in te voegen, is in de mechatronica-navigator de functie Snelmenu > Onderdeel in tekening invoegen beschikbaar. Nadat u deze menuopdracht hebt gekozen, selecteert u in het vervolgdialoogvenster de Inventor-tekening (*.idw) van het geïmporteerde mechanische model waarin de onderdeelcodes moeten worden geschreven. Standaard wordt voor het te openen bestand de bestandsnaam van de bijbehorende hoofdbouwgroep aangegeven. Zodra u op [Openen] hebt geklikt, wordt het geselecteerde bestand geopend en wordt naar alle componenten van de hoofdbouwgroepen gezocht waaraan vanuit het schema een onderdeelcode is toegekend. Als er onderdeelcodes voorkomen, wordt voor elke gevonden onderdeelcode in de tekening een leader-lijntekst met de ODC-waarde in de buurt van de tekeningcomponent gegenereerd en geplaatst. Er wordt daarbij geen rekening gehouden met snijdingen met andere tekeningelementen. Als het EMI-model geen toegekende onderdeelcodes bevat, wordt het proces beëindigd en verschijnt er een melding. Informatie samenstellen en lezen In het nieuwe informatiedialoogvenster kunt u bij de Inventor-componenten teksten opslaan, om bijvoorbeeld de verschillende gebruikers (mechanica, elektrotechniek, Fluid...) van extra informatie te voorzien. Om het dialoogvenster Informatie te openen, kiest u in de mechatronica-navigator Snelmenu > Informatie samenstellen / lezen. In het veld Nieuwe informatie samenstellen voert u uw informatie in. Nadat u dit dialoogvenster met [OK] hebt gesloten, wordt de nieuwe informatie in het veld Informatie voor tracering overgedragen. 164 EPLAN NEWS 2.0

165 Vernieuwingen in EPLAN Mechatronic Integration Als het dialoogvenster opnieuw wordt geopend, wordt de informatie in het veld Informatie voor tracering weergegeven. Componenten met dergelijke informatie worden in de mechatronica-navigator door dit pictogram aangeduid. Als de informatie is gelezen en afgehandeld, schakelt u het selectievakje Informatie afgehandeld in. Afgehandelde informatie is daarna alleen nog in de informatiehistorie zichtbaar. In het veld Informatiehistorie worden alle opgeslagen informatieberichten weergegeven; deze kunnen hier niet worden gewijzigd. Verbindingslengte berekenen Omdat u met de aanvullende EMI-modules "Cabling" en "Piping" niet alleen kabellengtes maar ook lengtes van slangen en buizen kunt berekenen, is de menuopdracht Kabellengte berekenen onder Projectgegevens > Mechatronica hernoemd. Oude naam: Kabellengte berekenen Nieuwe naam: Verbindingslengte berekenen Verder is deze functie nu ook in het snelmenu van de mechatronicanavigator beschikbaar. Om de lengtes te berekenen, worden de betreffende kabels of slangen in de grafische editor geselecteerd (een meervoudige selectie is mogelijk) en worden met de menuopdracht Verbindingslengte berekenen de nieuwe lengtes bepaald. Daarbij worden dan ook de verbindingslengtes geactualiseerd. Modelaanzicht voor EPLAN EMI invoegen De toegang tot gegevens van het mechanische model is nu onafhankelijk van de wijze waarop ze op de projectpagina's worden weergegeven. Daarom is de tot dusver gebruikte voorbeeldafbeelding van het mechanische model door een modelaanzicht vervangen. EPLAN NEWS

166 Vernieuwingen in EPLAN Mechatronic Integration Voordeel: Het modelaanzicht biedt een grotere flexibiliteit. U kunt zelf bepalen of een mechanisch model op projectpagina's wordt weergegeven en hoe dit aanzicht eruit moet zien. Ook het modelaanzicht kunt u net als voorheen op projectpagina's plaatsen. Voor de weergave van het mechanische model in 3D of voor een toekenning van elektrotechnische gegevens aan mechanische gegevens is het modelaanzicht echter niet vereist. Om een modelaanzicht voor EMI op een projectpagina in te voegen, kiest u Invoegen > Grafisch > Modelaanzicht (EMI). Vervolgens plaatst u de hoeken van het modelaanzicht door een venster te trekken. In het dialoogvenster Modelaanzicht selecteert u het weer te geven 3D-object en definieert u de eigenschappen voor dit model. Instellingen voor EPLAN EMI Toeslag voor de lengteberekening In EPLAN is een nieuw instellingendialoogvenster beschikbaar, waarin u een toeslag voor de berekening van de verbindingslengte kunt opgeven. Het dialoogvenster Instellingen: Algemeen (mechatronica) bereikt u via het menupad Opties > Instellingen > Projecten > "Projectnaam" > Mechatronica > Algemeen. Voordeel: Door de combinatie van een nauwkeurige lengteberekening op basis van het 3D-model en de optionele toeslag, realiseert u ook zonder een fysiek prototype kabels en slangen die later in de productie zonder probleem (bijvoorbeeld ongewenste trekkrachten) kunnen worden ingebouwd. 166 EPLAN NEWS 2.0

167 Vernieuwingen in EPLAN Mechatronic Integration In de groepsvelden Toeslag voor de kabellengteberekening / Toeslag voor de slanglengteberekening definieert u de toeslag voor de berekening van de kabel- / slanglengtes voor EMI. Voer hiertoe in het veld Waarde een absolute lengtetoeslag in, die vervolgens eenmalig per kabel / slang bij de berekende lengte wordt opgeteld. Het resultaat wordt afgerond op de "hele" waarde van de betreffende eenheid. Selecteer in de vervolgkeuzelijst Eenheid de eenheid die voor de toeslag moet worden gebruikt. EPLAN NEWS

168 Vernieuwingen in het EPLAN Data Portal Vernieuwingen in het EPLAN Data Portal Tegelijk met de nieuwe versie van het EPLAN-platform, is ook een nieuwe versie van het EPLAN Data Portal beschikbaar. De functionaliteit hiervan is verder uitgebreid. Vanaf ons internetportaal voor apparaatgegevens het EPLAN Data Portal kunt u geclassificeerde stamgegevens van bekende fabrikanten downloaden en deze direct in het EPLAN-platform overnemen. Naast alfanumerieke artikelgegevens bevatten deze stamgegevens o.a. schemamacro's, meertalige artikelinformatie, voorbeeldafbeeldingen, documenten etc. Wanneer u gegevens downloadt, worden deze direct in het EPLAN-platform geïntegreerd. Voordeel: Met het EPLAN Data Portal wordt de artikelselectie voor de engineer enorm vereenvoudigd. Zonder eerst lang in fabrikantencatalogi te moeten zoeken, kan tijdens de engineering direct gebruik worden gemaakt van geclassificeerde en op toepasbaarheid in EPLAN geteste stamgegevens waardoor de engineeringstijd aanzienlijk wordt gereduceerd. Hoogwaardige stamgegevens vereenvoudigen de uniforme toepassing in EPLAN en verhogen de kwaliteit van de projectdocumentatie van schema's en gedetailleerde verwerkingen tot aan de integratie van fabrikantendocumentatie (databladen, bedieningshandleidingen). Ook bij de inbedrijfstelling en bij onderhoudswerkzaamheden zijn gedetailleerde componentgegevens van doorslaggevend belang. Om het EPLAN Portal effectief te kunnen gebruiken, hebt u de aanvullende module "EPLAN Data Portal" nodig en een geldige softwareservice-overeenkomst voor uw EPLAN-licentie. 168 EPLAN NEWS 2.0

169 Vernieuwingen in het EPLAN Data Portal De aanvullende module kan door de volgende programmavarianten van het EPLAN-platform worden gebruikt: EPLAN Electric P8 (versie 2.0) EPLAN Fluid (versie 2.0) EPLAN PPE (versie 2.0) EPLAN Education for Classrooms (versie 2.0). Opmerkingen: Om van het EPLAN Data Portal gebruik te kunnen maken, hebt u een internetverbinding nodig en mag de toegang niet door een firewall of andere beveiligingsprogramma's worden geblokkeerd! Als u problemen ondervindt, controleer dan eerst de firewall, de virusscanner of de proxy-instellingen. Het EPLAN Data Portal is vrijgegeven voor Microsoft Internet Explorer 7. Na de installatie via de bekende EPLAN-installatiewizard wordt de aanvullende module inclusief de bijbehorende dialoogvensters (navigator, instellingen etc.) in de gebruikersinterface van het EPLAN-platform geïntegreerd. Nadat u een gebruikersaccount hebt aangemaakt, opent u de EPLAN Data Portal-navigator door in het menu Hulpprogramma's de nieuwe menuopdracht Data Portal-navigator te kiezen. De menuopdracht voor de navigator is verplaatst. Deze bevindt zich nu direct onder de menuopdracht Artikel. Een overzicht van de belangrijkste vernieuwingen van het EPLAN Data Portal: Nieuwe gegevens Het aantal en de omvang van de componentgegevens in het EPLAN Data Portal neemt steeds verder toe. De lijst met meer dan 20 componentenfabrikanten is met andere fabrikanten uitgebreid. Fabrikanten die reeds in het Portal zijn vertegenwoordigd, stellen in het EPLAN Data Portal steeds meer gegevens ter beschikking. EPLAN NEWS

170 Vernieuwingen in het EPLAN Data Portal Unieke artikel-id voor alle artikelen Alle artikelen van het EPLAN Data Portal hebben nu een "unieke artikel-id". Hierdoor kunnen twee artikelen met verschillende artikelnummers met elkaar in verband worden gebracht (zie paragraaf "Unieke artikel-id voor de artikelen van het EPLAN Data Portal" op pagina 170). Betere integratie in het EPLAN-platform Voor de nieuwe versie is het EPLAN Data Portal nog beter in het EPLAN-platform geïntegreerd. Zo kunt u nu bijvoorbeeld de instellingen voor het Portal via het EPLAN-instellingendialoogvenster aanbrengen (zie paragraaf "Instellingen voor het EPLAN Data Portal" op pagina 171). Raadpleeg voor informatie over alle vernieuwingen onze website Meer informatie over alle nieuwe functies vindt u ook in de online Help van de EPLAN Data Portal Server. Unieke artikel-id voor de artikelen van het EPLAN Data Portal Alle artikelen van het EPLAN Data Portal worden nu door een "unieke artikel-id" aangeduid. Met deze ID kunnen twee artikelen die verschillende artikelnummers hebben met elkaar in verband worden gebracht. Wanneer artikelen uit het EPLAN Data Portal worden geïmporteerd, wordt de "unieke artikel-id" gebruikt om het betreffende artikel te identificeren. Voordeel: Als het artikelnummer van een artikel is gewijzigd, kunnen door middel van de eigenschap Unieke artikel-id tijdens de artikelimport toch gegevens aan het artikel worden toegewezen. 170 EPLAN NEWS 2.0

171 Vernieuwingen in het EPLAN Data Portal Voor alle overige artikelen in de EPLAN-artikeldatabank kan een dergelijk kenmerk optioneel worden toegekend. Een artikel hoeft dus niet per se over deze eigenschap te beschikken. Om te voorkomen dat de eigenschap Unieke artikel-id per ongeluk wordt gewijzigd, kan deze niet via de vensters van het artikelbeheer worden gemaakt of gewijzigd. Tip: Met de aanvullende module "API Extension" kan de eigenschap Unieke artikel-id aan een artikel worden toegewezen of worden uitgelezen. Instellingen voor het EPLAN Data Portal Integratie in het EPLAN-platform Het EPLAN Data Portal is in de nieuwe versie nog beter in het EPLANplatform geïntegreerd. Zo kunt u de instellingen voor het EPLAN Data Portal nu via het EPLAN-instellingendialoogvenster aanbrengen. Het menupad naar het dialoogvenster Instellingen: Data Portal is: Opties > Instellingen > Gebruiker > Beheer > Data Portal. EPLAN NEWS

172 Vernieuwingen in het EPLAN Data Portal De instellingsmogelijkheden zijn verdeeld over de drie tabbladen Portal, Verbinding en Info. Op het tabblad Portal is de knop [Beginwaarden] verwijderd. Als u nu een van de gewijzigde instellingen weer wilt terugzetten naar de standaardinstelling (bijvoorbeeld het internetadres naar het EPLAN Data Portal in het veld Portal-URL), klikt u in het betreffende veld en kiest u in het snelmenu de bekende menuopdracht Standaard. Door deze wijziging kunnen de instellingen voor het EPLAN Data Portal nu ook bijvoorbeeld met de knoppen en worden geëxporteerd en geïmporteerd. Dat vereenvoudigt de uitwisseling en synchronisatie van deze instellingen tussen meerdere EPLAN-werkplekken. 172 EPLAN NEWS 2.0

173 Vernieuwingen in de onderdelen-nummering Vernieuwingen in de onderdelen-nummering Subtellers bij de offline-nummering van onderdelen Voor de formaatelementen bij de offline-nummering van onderdelen is nu een nieuwe instelling beschikbaar. Met deze instelling kunt u aangeven dat een teller zich als een subteller moet gedragen. Voordeel: Door onderdeelcodes automatisch in het gewenste formaat toe te kennen, bespaart u veel tijd en bent u ervan verzekerd dat de codes correct en uniek zijn toegekend. Met de nieuwe instellingen ondersteunt EPLAN de standaardisering zonder dat dit extra tijd kost. Selecteer in het dialoogvenster Instellingen: Nummering (offline) een teller als formaatelement en geef in het volgende dialoogvenster aan dat de teller zich als subteller moet gedragen. Als u het nieuwe selectievakje Teller is een subteller hebt ingeschakeld, wordt de teller steeds opnieuw vanaf de startwaarde geteld zodra de andere nummering verandert. Als het selectievakje is uitgeschakeld, wordt de teller onafhankelijk van de overige tekens doorgeteld. EPLAN NEWS

174 Vernieuwingen in de onderdelen-nummering Voorbeeld: Voor de offline-nummering van een project is als nummeringsformaat Pagina + Kenletter + Kolom + Teller doorlopend per kolom ingesteld. Als het selectievakje Teller is een subteller is uitgeschakeld, wordt bij een offline-nummering met een startwaarde van 1 het volgende resultaat bereikt: Als het selectievakje Tellers is een subteller is ingeschakeld en de overige instellingen gelijk blijven, wordt het volgende resultaat bereikt: Als de waarde voor het formaatelement "Kolom" (bij -1F2) wordt gewijzigd, begint de teller weer met de startwaarde (-1F21). 174 EPLAN NEWS 2.0

175 Vernieuwingen in de onderdelen-nummering Nieuwe nummeringsformaten voor verzamelrails Voor de online-nummering van verzamelrails is nu een apart ODC-formaat beschikbaar. Het tabblad ODC van het dialoogvenster Nummeringsformaten is met deze instelmogelijkheid uitgebreid. (Om dit dialoogvenster te bereiken, volgt u het menupad Opties > Instellingen > Projecten > "Projectnaam" > Onderdelen > Nummering (online) en klikt u vervolgens in het dialoogvenster Instellingen: Nummering (online) naast het veld Nummeringsformaat op [...].) Voordeel: Bij de online-nummering van onderdelen kunnen verzamelrails apart worden meegenomen. EPLAN zorgt voor flexibiliteit u bepaalt via de instellingen hoe het systeem zich moet gedragen en implementeert zo uw eigen individuele engineeringsstandaard. Ook de aansluitcodes van verzamelrailaansluitingen worden bij het invoegen nu standaard automatisch genummerd. Daartoe beschikt het tabblad Codes van het bovengenoemde dialoogvenster over het selectievakje Verzamelrailaansluitingen en over een mogelijkheid om de formaatelementen te bewerken. EPLAN NEWS

176 Veiligheidsrelevante functies Veiligheidsrelevante functies Functies kunnen in EPLAN nu als veiligheidsrelevant worden aangeduid. Voordeel: Met behulp van veiligheidsrelevante functies kunt u bijvoorbeeld onderscheid maken tussen "veilige" en "niet-veilige" PLC-signalen in het project. Met deze extra informatie, die u eenvoudig bij de engineering opslaat, bereikt u een nog hogere kwaliteit van de machine- en installatiedocumentatie. Hiervoor is in het eigenschappendialoogvenster voor schemasymbolen op het tabblad Symbool- / functiegegevens in het groepsveld Functiegegevens (logisch) het nieuwe selectievakje Veiligheidsrelevant beschikbaar. Schakel dit selectievakje in als de functie veiligheidsrelevant moet zijn. In de navigators worden veiligheidsrelevante functies aangeduid door het pictogram. Opmerking: Verbindingen kunnen niet als veiligheidsrelevant worden aangeduid. Daarom wordt het selectievakje Veiligheidsrelevant in het eigenschappendialoogvenster van verbindingsdefinitiepunten grijs weergegeven en kan het niet worden ingeschakeld. Veiligheidsrelevante PLC-aansluitingen Deze nieuwe versie bevat een aantal veiligheidsrelevante PLC-aansluitingen. 176 EPLAN NEWS 2.0

177 Veiligheidsrelevante functies Bij deze nieuwe symbolen met de naam PLC_S_CBOX* en de nummers is het selectievakje Veiligheidsrelevant al ingeschakeld (zie ook paragraaf "Stamgegevens: Symbolen" vanaf pagina 439). Om deze symbolen beter te kunnen onderscheiden, worden ze door een geel kader aangegeven. Veiligheidsrelevante functiesjablonen Om deze nieuwe eigenschap bij de apparaatselectie en bij het "overlappen" te kunnen gebruiken, zijn ook de functiesjablonen in het Artikelbeheer uitgebreid. Hier kunt u op het tabblad Functiesjablonen eveneens de eigenschap Veiligheidsrelevant <21006> inschakelen. Daartoe beschikt de tabel Apparaatselectie (functiesjablonen) over de kolom Veiligheidsrelevant (met uitzondering van de productgroepen "Kabels / verbindingen" en "Draden"). In de instellingen voor de apparaatselectie kan voor alle artikelgroepen (met uitzondering van "Kabel" en "Draad") als selectiecriterium Veiligheidsrelevant worden ingesteld. Filter voor projectgegevens Om in de navigators op veiligheidsrelevante functies te filteren, kunt bij het selecteren van de criteria voor het betreffende filter de nieuwe eigenschap Veiligheidsrelevant <20216> gebruiken. Deze nieuwe eigenschap kan in de lijstweergave van de navigators ook als aanvullende kolom worden weergegeven (via Snelmenu > Kolommen configureren). Veiligheidsrelevante functies in de verwerkingen Ook in de verwerkingen kunnen veiligheidsrelevante functies worden gebruikt. Zo kunt u de eigenschap Veiligheidsrelevant <20216> als tijdelijke aanduiding-tekst in verschillende formulieren (bijvoorbeeld artikellijst, apparaataansluitschema etc.) plaatsen. Bovendien kunt u deze eigenschap bij het genereren van verwerkingen ook als filter- en sorteercriterium voor functies gebruiken. EPLAN NEWS

178 Verbindingen en verbindingsnummering Verbindingen en verbindingsnummering Voorgedefinieerde waarden voor verbindingskleuren en dwarsdoorsnede / diameter overnemen In de eigenschappendialoogvensters van verbindingen, verbindings-, potentiaal- of netdefinitiepunten kunt u nu projectspecifieke voorgedefinieerde waarden voor de verbindingskleuren en voor verbindingsdoorsneden / -diameters overnemen. Voordeel: Door het selecteren van voorgedefinieerde waarden bent u ervan verzekerd dat alleen de projectspecifieke gegevens worden gebruikt. Door deze vorm van standaardisering worden fouten voorkomen en wordt de workflow tijdens de engineering verbeterd. 178 EPLAN NEWS 2.0

179 Verbindingen en verbindingsnummering Hiertoe zijn de velden Kleur / nummer en Dwarsdoorsnede / diameter op de betreffende tabbladen met deze selectiemogelijkheden uitgebreid. Kleur / nummer: Als u op de knop [...] naast dit veld klikt, wordt het dialoogvenster Verbindingskleuren geopend. Selecteer hier de gewenste kleur. Via Opties > Instellingen > Projecten > "Projectnaam" > Verbindingen > Verbindingskleuren kunt u eigen projectinstellingen voor de verbindingskleuren definiëren. Dwarsdoorsnede / diameter: Als u voor dit veld op [...] klikt, wordt het dialoogvenster Dwarsdoorsnede / diameter geopend. In dit selectiedialoogvenster kunt u een voorgedefineerde waarde inclusief de bijbehorende eenheid overnemen. Deze eenheid wordt dan in het veld Dwarsdoorsnede / diameter eenheid aangegeven. Een standaardinstelling voor een project definieert u in het nieuwe instellingendialoogvenster onder Opties > Instellingen > Projecten > "Projectnaam" > Verbindingen > Dwarsdoorsnede / diameter. Als hier voor een waarde de eenheid "van project" is ingesteld, wordt de eenheid uit het projectspecifieke instellingendialoogvenster Instellingen: Eigenschappen overgenomen (Opties > Instellingen > Projecten > "Projectnaam" > Verbindingen > Eigenschappen). Opmerking: U kunt de instellingen die in het dialoogvenster Instellingen: Dwarsdoorsnede / diameter zijn opgeslagen ook als voorinstellingen voor aderdoorsneden of aderdiameters van kabels en afschermingen gebruiken. Op de tabbladen Kabel / afscherming is het veld Aderdoorsnede / -diameter eveneens met de hiervoor beschreven selectiemogelijkheid uitgebreid. EPLAN NEWS

180 Verbindingen en verbindingsnummering Bron en doel van verbindingen bepalen Voor het bepalen van de bron en het doel van verbindingen kunt u nu tussen twee opties kiezen. Standaard worden hiervoor de onderdeelcodes van de aangesloten functies gebruikt. U kunt EPLAN echter ook zo configureren dat voor het bepalen van de bron en het doel van verbindingen de positie van de aangesloten functies in het schema wordt gebruikt. Dit komt overeen met de wijze waarop dat in EPLAN vóór versie 1.9 International SP 1 gebeurde. Voordeel: Met de juiste sortering kunt u bij de verdere verwerking veel tijd besparen. Om aan te geven hoe de bron en het doel van verbindingen moeten worden bepaald, is onder Opties > Instellingen > Projecten > "Projectnaam" > Verbindingen > Algemeen de nieuwe instelling Bron en doel van verbindingen uit de plaatsing bepalen beschikbaar. Als dit selectievakje is ingeschakeld, worden de bron en het doel van de verbindingen via de grafische positie van de aangesloten functies bepaald. In de verwerkingen worden de bron en het doel van verbindingen dan overeenkomstig hun plaatsing in het schema gesorteerd. Als het selectievakje is uitgeschakeld, worden voor de bepaling van de bron en het doel van de verbindingen de onderdeelcodes van de aangesloten functies vergeleken. Ten behoeve van de vergelijking wordt de sortering van de structuurcodes in het structuurcodebeheer gebruikt. De "kleinste" onderdeelcode wordt dan de bron. Het selectievakje is standaard uitgeschakeld. Hierdoor worden bij de gegevensovername uit EPLAN 5 de bron en het doel correct bepaald en worden zo correcte bedradingslijsten gegenereerd. Opmerking: Kabelverbindingen worden door deze instelling niet beïnvloed. 180 EPLAN NEWS 2.0

181 Verbindingen en verbindingsnummering Plaatsingen van verbindingsdefinitiepunten ten opzichte van elkaar uitlijnen U kunt de verbindingsnummering nu zo instellen dat de verbindingsdefinitiepunten die op verbindingssecties (segmenten) worden geplaatst, horizontaal of verticaal ten opzichte van elkaar worden uitgelijnd. Voordeel: De verbindingsdefinities zijn direct goed leesbaar en optisch duidelijk geplaatst. Tijdrovende handmatige positionering is niet meer nodig. Wanneer u verbindingsdefinitiepunten op deze wijze wilt plaatsen, moet u hiervoor in de instellingen voor de verbindingsnummering op het tabblad Plaatsing het nieuwe selectievakje Plaatsingen ten opzichte van elkaar uitlijnen inschakelen. (Een mogelijk menupad naar dit instellingendialoogvenster is: Opties > Instellingen > Projecten > "Projectnaam" > Verbindingen > Verbindingsnummering.) Voorwaarden voor de uitgelijnde plaatsing Verbindingsdefinitiepunten kunnen alleen uitgelijnd worden geplaatst als aan de volgende voorwaarden is voldaan: De secties lopen parallel. De secties hebben dezelfde onderlinge afstand. De secties hebben een gemeenschappelijk coördinatenbereik (bij horizontaal lopende verbindingen in de X-richting en bij verticaal lopende verbindingen in de Y-richting). Secties die aan deze criteria voldoen, vormen een groep waarbinnen de verbindingsdefinitiepunten ten opzichte van elkaar worden uitgelijnd. Parallelle secties die een verschillende onderlinge afstand hebben, worden dus niet als groep herkend. De verbindingsdefinitiepunten op deze secties worden daarom niet ten opzichte van elkaar uitgelijnd. EPLAN NEWS

182 Verbindingen en verbindingsnummering Normaal gesproken worden de verbindingsdefinitiepunten ten opzichte van het grafisch eerste verbindingsdefinitiepunt binnen de groep uitgelijnd. Als dit niet mogelijk is omdat het verbindingsdefinitiepunt buiten het gemeenschappelijke coördinatenbereik ligt, wordt het volgende verbindingsdefinitiepunt van de groep gebruikt. Als geen van de verbindingsdefinitiepunten binnen het gemeenschappelijke coördinatenbereik ligt, worden de verbindingsdefinitiepunten naar dit coördinatenbereik verschoven. Voorbeeld: In de volgende afbeelding is het selectievakje Plaatsingen ten opzichte van elkaar uitlijnen eerst uitgeschakeld. De verbindingsdefinitiepunten worden overeenkomstig de instellingen in het groepsveld Aantal plaatsingen geplaatst. In dit geval is de optie Op elke individuele sectie ingesteld. Het selectievakje Plaatsingen ten opzichte van elkaar uitlijnen is ingeschakeld. De verbindingsdefinitiepunten op parallelle secties met dezelfde onderlinge afstand worden horizontaal en verticaal ten opzichte van elkaar uitgelijnd (hier met een groen kader gemarkeerd). 182 EPLAN NEWS 2.0

183 Verbindingen en verbindingsnummering Als het selectievakje Plaatsingen ten opzichte van elkaar uitlijnen is uitgeschakeld of als er niet aan de genoemde voorwaarden is voldaan, worden de verbindingsdefinitiepunten aan de hand van de op het tabblad Plaatsen ingestelde criteria geplaatst. Teller bij de verbindingsnummering per structuur / pagina terugzetten Bij het nummeren van verbindingen kan de teller weer op zijn startwaarde worden teruggezet en afhankelijk van de gedefinieerde voorwaarden bijvoorbeeld op elke pagina, voor elke installatie opnieuw worden gestart. Tot nu toe kon u dit alleen handmatig doen, maar nu kunt u het terugzetten van de teller ook in een schema voor de verbindingsnummering opslaan. Voordeel: Het terugzetten van de teller kan in een schema voor de verbindingsnummering worden opgeslagen. Hierdoor kunt u verbindingen nog eenvoudiger geautomatiseerd nummeren. Hiervoor is het dialoogvenster Verbindingen coderen aangepast. In plaats van via de "oude" selectievakjes worden de instellingen Overschrijven en Meervoudige codes vermijden nu in vervolgkeuzelijsten gedefinieerd. EPLAN NEWS

184 Verbindingen en verbindingsnummering Om de teller terug te zetten, kiest u in de vervolgkeuzelijst Meervoudige codes vermijden de nieuwe optie Per teller-terugzetbereik (structuur / pagina). Hierdoor zijn de verbindingscodes alleen binnen een bepaald bereik uniek, maar zijn meervoudige codes in het project wel toegestaan. Voorbeeld: U hebt de instelling "Per teller-terugzetbereik (structuur / pagina)" gekozen en het teller-terugzetbereik zo gedefinieerd dat de teller bij een wijziging van de pagina wordt teruggezet. Dan zijn de verbindingscodes binnen een pagina uniek. Dezelfde structuurcodes mogen echter wel op verschillende pagina's voorkomen. 184 EPLAN NEWS 2.0

185 Verbindingen en verbindingsnummering Teller-terugzetbereik definiëren Om deze nieuwe optie te kunnen gebruiken, moet u in uw schema voor de verbindingsnummering het zogeheten "teller-terugzetbereik" definiëren. Binnen dit teller-terugzetbereik wordt de teller doorgeteld en zijn de verbindingscodes uniek. Als u in het dialoogvenster Verbindingsnummering: Formaten bijvoorbeeld op het geselecteerde formaatelement "Teller" dubbelklikt, wordt het dialoogvenster Formaat: Teller geopend. Schakel hier het nieuwe selectievakje Terugzetten per structuur / pagina in en klik vervolgens op [Instellingen]. In het nieuwe dialoogvenster Instellingen: Teller-terugzetbereik definieert u voor de teller het bereik waarbinnen de teller wordt doorgeteld. Als een van de gedefinieerde criteria verandert, wordt de teller op zijn startwaarde teruggezet. Schakel hiertoe in het bereik Structuur / pagina de gewenste selectievakjes (Groep, Inbouwplaats, Pagina etc.) in. Via de opties Van bron of Van doel kunt u aangeven of de gedefinieerde criteria betrekking hebben op de bronfuncties of op de doelfuncties van de verbindingen. Kaartvoedingen en buskabels via de algemene verbindingsnummering nummeren Verbindingen aan PLC-aansluitingen voor buskabels en kaartvoedingen kunnen nu samen met de algemene verbindingen worden genummerd. Voordeel: PLC-busaansluitingen en PLC-kaartvoedingen kunnen nu samen met de algemene verbindingen worden genummerd. Hierdoor neemt het aantal handelingen af en wordt een uniform resultaat bereikt. EPLAN NEWS

186 Verbindingen en verbindingsnummering Hiervoor is in het dialoogvenster Verbindingsnummering: Formaten de nieuwe voorgedefinieerde verbindingsgroep "Verbindingen aangesloten op PLC-aansluitingen (uitgezonderd kaartvoeding en buskabel)" beschikbaar. Opmerking: De verbindingen worden genummerd in de volgorde van de verbindingsgroepen. Als u verbindingen op de bovengenoemde wijze wilt nummeren, moet u in uw schema voor de verbindingsnummering de verbindingsgroep "Verbindingen aangesloten op PLC-aansluitingen (uitgezonderd kaartvoeding en buskabel)" aangeven en moet de groep "Algemene verbindingen" op de laatste plaats staan. 186 EPLAN NEWS 2.0

187 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Overige vernieuwingen voor het hele EPLANplatform Optimalisatie van performance door toepassing van moderne processors Toepassing van multi-core-processors Een van de belangrijkste trends in de computertechniek van de afgelopen jaren is de toepassing van meerdere hoofdprocessors op één enkele chip. Met de nieuwste versie worden dergelijke multi-core-processors nu ook door EPLAN ondersteund waardoor de performance verder toeneemt. Om ervoor te zorgen dat EPLAN kan profiteren van het extra rekenvermogen van de multi-core-processors, is onze software hiervoor geoptimaliseerd. Wanneer er door EPLAN bijvoorbeeld verschillende databanken worden benaderd, wordt dit proces over de afzonderlijke processors verdeeld. De manier waarop u in EPLAN werkt, verandert hierdoor echter niet. Toepassing van actuele processors EPLAN is ook geoptimaliseerd voor de toepassing van nieuwe processors. Hiervoor wordt bijvoorbeeld gebruik gemaakt van de instructiesetuitbreiding SSE2 (Streaming SIMD Extensions 2). Dankzij deze optimalisatie ondersteunt EPLAN nu ook de nieuwste processors (bijvoorbeeld Pentium 4, Athlon 64 etc.). Let op: Op computers met oudere processors, die vóór het jaar 2005 zijn geproduceerd, functioneert EPLAN mogelijk niet meer correct (zie ook paragraaf "Hardwarevereisten" op pagina 497). EPLAN NEWS

188 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Projectbewerking Nieuwe projecten met actuele aanmaakdatum en engineer Bij het maken van nieuwe projecten werden voor de eigenschappen Engineer <10020> en Aanmaakdatum <10021> tot nu toe de gegevens van de sjabloon gebruikt. In de nieuwe EPLAN-versie is het mogelijk om de engineer en de aanmaakdatum van een nieuw project te wijzigen. Hiervoor zijn de invoervelden Aanmaakdatum instellen en Engineer instellen, die u reeds kent van het dialoogvenster Project kopiëren, nu ook bij het maken van projecten beschikbaar. Voordeel: U kunt voor nieuwe projecten de actuele engineer en de actuele aanmaakdatum invoeren en desgewenst wijzigen. Nieuw dialoogvenster bij het maken van projecten Als u een project via Project > Nieuw maakt, wordt het nieuwe dialoogvenster Project maken geopend. De volgorde en de namen van de velden komen overeen met het venster in de Project Wizard. 188 EPLAN NEWS 2.0

189 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Projectnaam: In dit veld geeft u de projectnaam zonder bestandsextensie op. Opslagplaats: In dit veld staat de directory waarin u het nieuwe project gaat opslaan. Als opslagplaats wordt de directory voorgesteld die onder Opties > Instellingen > Gebruiker > Beheer > Directory's in het veld Projecten is ingesteld. Met [...] opent u een dialoogvenster voor het selecteren van directory's. Hier kunt u een andere directory als opslagplaats voor het project selecteren. Sjabloon: Hier wordt de sjabloon weergegeven die voor het nieuwe project wordt gebruikt. Als sjabloon kunt u projectsjablonen of basisprojecten selecteren. Met [...] opent u het dialoogvenster Projectsjabloon / basisproject selecteren. In dit dialoogvenster kunt u een sjabloon selecteren. Aanmaakdatum instellen: Als dit selectievakje is ingeschakeld, kunt u in het veld daaronder voor het nieuwe project een andere aanmaakdatum opgeven. In het veld wordt de actuele datum weergegeven. U kunt deze datum desgewenst wijzigen. Als het selectievakje is uitgeschakeld, wordt de aanmaakdatum van de geselecteerde sjabloon gebruikt. Engineer instellen: Als het selectievakje is ingeschakeld, wordt in het veld daaronder afhankelijk van de instellingen onder Gebruiker > Weergave > Gebruikerskenmerk / adres automatisch uw aanmeldingsnaam of gebruikerskenmerk ingevoerd. Als u niet uw aanmeldingsnaam of gebruikerskenmerk wilt gebruiken, kunt u ook een andere naam opgeven. EPLAN NEWS

190 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Als het selectievakje is uitgeschakeld, wordt de engineer weergegeven die de sjabloon heeft gemaakt. Als dit veld leeg blijft, is er voor de sjabloon geen engineer opgegeven. Wijziging in de Project Wizard Ook de Project Wizard, die u opent via Project > Nieuw (Wizard), is uitgebreid. De nieuwe instelmogelijkheden voor aanmaakdatum en engineer bevinden zich hier op het eerste tabblad Project. Nieuwe projecten krijgen standaard de naam "Nieuw project". Het maakt daarbij niet uit op welke manier het nieuwe project is gemaakt. Als er reeds een project met deze naam bestaat, wordt aan de projectnaam een teller toegevoegd ("Nieuw project (2)",... etc.). Automatische controle van het gegevensformaat Als EPLAN plotseling wordt afgesloten terwijl u aan het werken bent (bijvoorbeeld door een stroomuitval of via het Windows Taakbeheer), kan het gebeuren dat er zich op de harde schijf onvolledige gegevens bevinden. Dergelijke projecten waarbij de projectdatabank "niet correct" is verlaten, worden nu automatisch herkend zodra ze worden geopend. Voordeel: Projectgegevens zijn nu nog robuuster tegen externe invloeden, omdat fouten zich niet verder uitbreiden. In een dergelijk geval verschijnt er een waarschuwing dat het project niet op de juiste wijze is gesloten en kunt u aangeven of er een consistentiecontrole moet worden uitgevoerd. Als u de vraag Consistentiecontrole met [Ja] beantwoordt, wordt voor het project een consistentiecontrole uitgevoerd. 190 EPLAN NEWS 2.0

191 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Als er bij de controle geen fouten zijn aangetroffen, wordt het project geopend. Een beschadigd project wordt echter niet geopend. In dat geval worden de problemen in het systeemmeldingenbestand opgenomen en vervolgens in het dialoogvenster Systeemmeldingen weergegeven. Als u op [Nee] klikt, wordt het project niet geopend. In dat geval moet u een ander project selecteren om te bewerken. EPLAN 5- / fluidplan-gegevensovername Volgorde van de symboolbibliotheken in de instellingen Als bij de EPLAN 5- / fluidplan-gegevensovername van projecten bepaalde symbolen van een bronsymboolbestand (bijvoorbeeld DIC_WUPD.SYM) niet door symbolen van de symboolbibliotheek IEC_symbol kunnen worden vervangen, voert EPLAN dit bronsymboolbestand in het dialoogvenster Instellingen: Symboolbibliotheken in de lijst met symboolbibliotheken in. Tot nu toe werd het betreffende bronsymboolbestand na de bibliotheek SPECIAL en voor de bibliotheek IEC_symbol in de tweede rij van het dialoogvenster aangegeven. Dit leidde in EPLAN bij enkele acties tot problemen (bijvoorbeeld bij het invoegen van apparaten), omdat symbolen uit de eerste aangegeven bibliotheek (bijvoorbeeld DIC_WUPD.SYM) werden gebruikt. Als deze situatie zich nu bij de EPLAN 5- / fluidplan-gegevensovername voordoet, wordt de volgorde van de symboolbibliotheken in de instellingen verwisseld. De standaard symboolbibliotheek IEC_symbol staat dan in het dialoogvenster Instellingen: Symboolbibliotheken vóór de bronsymboolbibliotheek. EPLAN NEWS

192 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Opmerking: Door deze gewijzigde volgorde kunnen er mogelijk problemen ontstaan als pagina's /macro's worden uitgewisseld met andere projecten die met EPLAN-versie 1.9 (of ouder) zijn geïmporteerd en die gebruik maakten van andere EPLAN 5- / fluidplan-bronsymboolbestanden (bijvoorbeeld DIC_ESSD.SYM). Het kan dan gebeuren dat bepaalde symbolen (bijvoorbeeld wisselcontacten) niet worden weergegeven. Wij raden in dat geval aan om de symbolen die niet worden weergegeven handmatig aan te passen. Selecteer daartoe in het eigenschappendialoogvenster op het tabblad Symbool- / functiegegevens met de knop [...] naast het veld Nummer / naam een passend symbool uit de bibliotheek IEC_symbol. EPLAN 21-gegevensovername Netgebaseerde verbindingen gebruiken Door de nieuwe mogelijkheden van de nieuwe aanvullende module "Net Based Wiring" kunnen nu bij de gegevensovername uit EPLAN 21 ook netgebaseerde verbindingen worden overgenomen. Hiervoor zijn de algemene standaardinstellingen voor de EPLAN 21-gegevensovername op het tabblad Algemeen uitgebreid met de nieuwe vervolgkeuzelijst Netgebaseerde verbindingen gebruiken. (Een mogelijk menupad naar het dialoogvenster Instellingen: EPLAN 21-gegevensovername is: Opties > Instellingen > Gebruiker > Interfaces > EPLAN 21-gegevensovername.) Geef hier aan of en hoe netgebaseerde verbindingen moeten worden gebruikt: Nee: netgebaseerde verbindingen worden niet gebruikt. 192 EPLAN NEWS 2.0

193 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Ja: netgebaseerde verbindingen worden gebruikt. Bij de gegevensovername wordt dan automatisch een netdefinitiepunt op het net geplaatst, de T-stukken worden aangepast en de verbindingen worden als "verbindingsketting" bij het netdefinitiepunt geschreven. Uit projectinstelling: de instelling die aangeeft of netgebaseerde verbindingen al dan niet moeten worden gebruikt, wordt uit het project overgenomen. Als de EPLAN 21-eigenschap Netgebaseerde verbindingen voor een project is ingeschakeld, worden de netgebaseerde verbindingen gebruikt. Structuren van apparaatkasten doorgeven aan afbreekpunten In EPLAN 21 is het mogelijk dat afbreekpunten die in apparaat- of PLCkasten zijn geplaatst de structuurcodes van de bovenliggende kasten overnemen. Dit is nu ook in het EPLAN-platform mogelijk. Hiervoor is het dialoogvenster Uitgebreide projectstructuren uitgebreid met het nieuwe selectievakje Structuren van apparaatkasten doorgeven aan afbreekpunten. (U bereikt dit dialoogvenster bijvoorbeeld via de projecteigenschappen door op het tabblad Structuur op de knop [Volgende] te klikken.) Bij de gegevensovername uit EPLAN 21-projecten is dit selectievakje nu standaard ingeschakeld. Hierdoor worden de structuurcodes zoals groep, inbouwplaats etc. vanuit apparaat- en PLC-kasten doorgegeven aan de afbreekpunten. Opmerking: Houd er rekening mee dat dit selectievakje bij het maken van nieuwe projecten moet worden ingeschakeld om hetzelfde gedrag als in EPLAN 21 te bereiken. EPLAN NEWS

194 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Backup Doorgeven van directory-informatie bij de backup Bij het backuppen van projecten en stamgegevens wordt nu ook informatie over de oorspronkelijke directory opgeslagen. Als de gegevens worden teruggezet, wordt deze directory-informatie uitgelezen en als standaardinstelling voor de doeldirectory voorgesteld. Als u de gegevens al een keer hebt gebackupt, wordt de directory die daarbij is opgeslagen automatisch als doeldirectory voorgesteld. Als de gegevens echter nieuw voor u zijn (bijvoorbeeld een via doorgestuurd project), worden de directory-instellingen van de laatste backup als doeldirectory voorgesteld. Voordeel: De gegevensuitwisseling en het doorgeven van projecten en stamgegevens wordt gebruiksvriendelijker. U kunt de gegevens naar keuze in de oorspronkelijke directory of in een andere directory overnemen. Dit vergroot de flexibiliteit bij de gegevensuitwisseling met opdrachtgevers of leveranciers en zorgt ervoor dat projecten in een uniforme en overzichtelijke directorystructuur kunnen worden beheerd. Opmerking: Om ervoor te zorgen dat bij het backuppen van projecten de directorystructuur correct aan andere projectbewerkers of klanten kan worden doorgegeven, raden wij u aan om uw projecten in de ingestelde standaard directory voor projecten op te slaan. Om klantspecifieke projecten beter te kunnen beheren, kunt u hier de betreffende subdirectory s aanmaken. Voor projecten die zich niet in de ingestelde projectdirectory bevinden, kan bij het terugzetten als doeldirectory alleen de standaard directory worden voorgesteld. 194 EPLAN NEWS 2.0

195 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Projecten backuppen U kunt in de nieuwe EPLAN-versie bij het backuppen van projecten de naam van het backup-bestand bewerken. Hiervoor is het dialoogvenster Projecten backuppen uitgebreid met de vervolgkeuzelijst Backupbestandsnaam. Backup-bestandsnaam: Deze naam wordt voor beide backup-media ("Opslagmedium" en " ") gebruikt. De bestandsnaam inclusief het bestandspad kan maximaal 260 tekens bevatten. Er zijn de volgende mogelijkheden: Als het project zich in de projectdirectory of in een andere directory dan de projectdirectory bevindt, wordt de projectnaam automatisch voorgesteld. Als het project zich in een subdirectory van de projectdirectory bevindt, wordt in de vervolgkeuzelijst eerst de projectnaam voorgesteld. Vervolgens volgt er een voorstel dat bestaat uit het gehele subdirectorypad en de projectnaam. Alle bestanddelen van deze naam worden door punten gescheiden (bijvoorbeeld "Klant1.Opdrachtgever.EPLAN-project"). Tip: Het tweede voorstel ondersteunt u bij het terugzetten van projecten. Aan de hand van de uitgebreide projectnaam kunt u namelijk direct de gebruikte subdirectory's herkennen. De bestanddelen van de naam die betrekking hebben op het subdirectorypad, worden bij het terugzetten van het project niet in de projectnaam opgenomen. Als er meerdere projecten worden gebackupt, kan dit veld niet worden bewerkt en wordt als backup-naam de betreffende projectnaam gebruikt. EPLAN NEWS

196 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Bij de eerste twee mogelijkheden kunt u met [...] het dialoogvenster Backup-bestand selecteren openen en daarin de gewenste directory selecteren of een nieuwe directory maken. Als u in dit dialoogvenster een directory hebt geselecteerd, wordt de betreffende directory ook voor het veld Backup-directory overgenomen. Projecten terugzetten Het dialoogvenster Project terugzetten is uitgebreid met het veld Subdirectory en het selectievakje In subdirectory terugzetten. Subdirectory: Dit veld is een weergaveveld. Hier wordt de subdirectory onder de standaard directory weergegeven, waarin het project zich op het moment van de backup bevond. Als er geen subdirectory was, wordt er niets weergegeven. Wanneer er bij het terugzetten meerdere gebackupte projecten met verschillende subdirectory's worden geselecteerd, staat in dit veld de invoer "<<...>>". In subdirectory terugzetten: Schakel dit selectievakje in als het project in de oorspronkelijke subdirectory moet worden teruggezet. Als de backup geen subdirectory bevat, wordt het selectievakje grijs weergegeven. Opmerkingen: Telkens wanneer u het dialoogvenster opent, is het selectievakje In subdirectory terugzetten standaard uitgeschakeld. Hierdoor moet u steeds bewust aangeven of de gegevens in een subdirectory moeten worden teruggezet. Als u als doeldirectory niet de standaard directory hebt ingesteld en u het selectievakje inschakelt, verschijnt er een vraag en kunt de doeldirectory weer op de standaard directory terugzetten. 196 EPLAN NEWS 2.0

197 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Voor het veld Projectnaam wordt de correcte naam voorgesteld; daarbij blijven de bestanddelen van het bestandspad die in de naam van het backup-bestand voorkomen buiten beschouwing. Als het backup-bestand echter is hernoemd, wordt de naam van het backup-bestand als projectnaam voorgesteld. Stamgegevens backuppen Het invoerveld Backup-bestandsnaam is in de betreffende dialoogvensters (bijvoorbeeld Formulier backuppen) uitgebreid met de knop [...]. Hiermee kan een andere bestandsnaam en een andere doeldirectory worden ingesteld. Omdat bij het backuppen van stamgegevens meestal meerdere stamgegevensbestanden worden gebackupt, wordt er voor de backup-bestandsnaam geen naam uit de geselecteerde stamgegevens genomen, maar wordt de laatst opgegeven naam voorgesteld. Stamgegevens terugzetten Ook de dialoogvensters voor het terugzetten van stamgegevens (bijvoorbeeld Formulier terugzetten) zijn uitgebreid met het veld Subdirectory en het selectievakje In subdirectory terugzetten. Het veld Subdirectory is ook hier een puur weergaveveld. Bij het terugzetten van stamgegevens in subdirectory's kunnen de volgende twee gevallen worden onderscheiden: Als de backup in een subdirectory van de ingestelde stamgegevensdirectory plaats vond, wordt hier de subdirectory aangegeven. Dat betekent bijvoorbeeld dat bij het backuppen van formulieren in het veld Directory een invoer zoals "$(MD_FORMS)\Klant1" was opgegeven. In dat geval is het selectievakje In subdirectory terugzetten vrij geschakeld en kan het door u worden ingeschakeld. U kunt dan aangeven of de stamgegevens al dan niet in de oorspronkelijke subdirectory moeten worden teruggezet. EPLAN NEWS

198 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Als de backup echter in de stamgegevensdirectory plaats vond (bijvoorbeeld "$(MD_FORMS)") en de bestanden in subdirectory's bij de backup zijn meegenomen, wordt er in het veld Subdirectory geen directory aangegeven. Het selectievakje In subdirectory terugzetten is uitgeschakeld en deze instelling kan ook niet worden gewijzigd. Stamgegevens uit subdirectory's die bij de backup zijn meegenomen, worden zonder keuzemogelijkheid in een subdirectory van de ingestelde doeldirectory teruggezet. Voor het selectievakje In subdirectory terugzetten gelden verder dezelfde opmerkingen als die bij het terugzetten van projecten zijn genoemd. 198 EPLAN NEWS 2.0

199 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Uitgebreide PDF- en DXF- / DWG-export van pagina's In deze nieuwe versie zijn de exportfuncties voor het uitvoeren van pagina's in het PDF- en DXF- / DWG-formaat aanzienlijk uitgebreid. Voordeel: Door de instellingen voor de PDF-export in een schema te combineren, kunt u deze exportmogelijkheid snel en veilig aan de wensen van uw klanten aanpassen. Met het paginafilter kunt u de relevante pagina's voor de PDF-uitvoer selecteren. Het bestand wordt kleiner en overzichtelijker en is nauwkeurig afgestemd op het doel waarvoor het bestemd is. Het direct verzenden van PDF- en DXF- / DWG-bestanden via versnelt de gegevensuitwisseling aanzienlijk. De PDF-export in grijstinten komt overeen met de afdruk op een zwart-wit-printer. Zo krijgt de klant een printafdruk en een PDF-bestand die er hetzelfde uitzien. Door de export als PDF kunnen de 3D-modellen uit EPLAN Pro Panel en EPLAN EMI ook buiten EPLAN worden bekeken en doorgegeven. In plaats van in één PDF-bestand kunnen de pagina's nu over subdirectory's met meerdere bestanden worden verdeeld. Dat vereenvoudigt de koppeling met bovenliggende beheersystemen en zorgt ervoor dat delen uit omvangrijke projecten opnieuw kunnen worden uitgevoerd. EPLAN NEWS

200 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Deze EPLAN-versie bevat o.a. de volgende vernieuwingen: Ook de instellingen voor de PDF-export kunnen als schema worden opgeslagen (zie pagina 200). Bij de eigenlijke uitvoer kunt u door het selecteren van een schema gebruik maken van voorgedefinieerde instellingen (zie pagina 207). Bij de PDF- en / of DXF- / DWG-export kan gebruik worden gemaakt van een filter dat in de pagina-navigator is gemaakt (zie vanaf pagina 201). Net als bij de backup kunt u nu ook bij de PDF- en / of DXF- / DWGexport de uitgevoerde gegevens op een opslagmedium opslaan of als verzenden (zie vanaf pagina 201). U kunt bij beide exportfuncties automatisch subdirectory's genereren (zie vanaf pagina 201). Bij de PDF-export kunnen gelinkte documenten die niet in het project zijn opgeslagen, bij de uitvoer nu ook naar de doeldirectory worden gekopieerd (zie pagina 206). De 3D-modellen van aanvullende modules kunnen bij de PDF-export ook worden uitgevoerd (zie pagina 208). PDF-instellingen als schema opslaan Om reden van uniformiteit is het dialoogvenster Instellingen: PDFexport naar de andere gebruikerspecifieke instellingen voor interfaces verplaatst. U vindt dit dialoogvenster via Opties > Instellingen > Gebruiker > Interfaces > PDF-export. Alle gebruikerspecifieke instellingen voor de PDF-export worden nu in één schema gecombineerd. Hiertoe beschikt het instellingendialoogvenster over de nieuwe vervolgkeuzelijst Schema alsmede over de bekende werkbalk voor het maken en bewerken van schema's. 200 EPLAN NEWS 2.0

201 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Wanneer u via Pagina > Exporteren > PDF de pagina's van een project in PDF-formaat wilt uitvoeren, wordt in het dialoogvenster PDF-export het ingestelde schema weergegeven. Met de knop [...] naast het veld Schema opent u het instellingendialoogvenster voor de PDF-export waarin u de instellingen kunt wijzigen. Nieuwe gebruikerspecifieke instellingen voor de export Voor de PDF- en DXF- / DWG-export zijn er enkele nieuwe instelmogelijkheden. Voor de DXF- / DWG-uitvoer is het tabblad Export uitgebreid en voor de PDF-export is dit tabblad nieuw toegevoegd (zie afbeelding). Paginafilter: Via deze nieuwe vervolgkeuzelijst kunt u ook bij de export van PDF- en / of DXF- / DWG-bestanden gebruik maken van een paginafilter uit de pagina-navigator. EPLAN NEWS

202 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Selecteer hiertoe in deze vervolgkeuzelijst een paginafilter dat u in de pagina-navigator als schema hebt gegenereerd en schakel het selectievakje Actief in. In dat geval wordt het paginafilter toegepast op de pagina's die in de pagina-navigator zijn geselecteerd. Als het selectievakje is uitgeschakeld, wordt het geselecteerde paginafilter niet gebruikt en heeft de PDF- en / of DXF- / DWG-uitvoer betrekking op de pagina's die in de pagina-navigator zijn geselecteerd. Exportmedium: Bij de PDF- en / of DXF- / DWG-export kunt u nu aangeven of de bestanden in een directory moeten worden opgeslagen of dat deze via moeten worden verzonden. Hiervoor zijn in dit groepsveld de volgende opties beschikbaar: Opslagmedium: als deze optie is gekozen, worden de gegenereerde bestanden naar een opslagmedium uitgevoerd. In het veld Uitvoerdirectory geeft u de opslagplaats op. U kunt als doel van de export elk gewenst station en elke gewenste subdirectory opgeven. als deze optie is gekozen, worden de gegenereerde bestanden als verzonden. Nadat u de functie hebt opgeroepen, worden de bestanden (incl. de eventueel gegenereerde directory's) met het interne inpakprogramma ingepakt en wordt het ingestelde programma opgeroepen. In de vervolgkeuzelijst Deelgrootte selecteert u de maximum grootte voor een individueel bestand. De instelmogelijkheden in dit groepsveld en het gedrag van het programma komen overeen met die / dat van bij de backup. Opmerking: Houd er rekening mee dat om s te kunnen verzenden op uw computer een programma moet zijn geïnstalleerd en ingesteld. 202 EPLAN NEWS 2.0

203 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Bij de eigenlijke exportprocedure kunt u het standaard ingestelde exportmedium naderhand wijzigen en een andere optie selecteren. Daarom beschikken de dialoogvensters PDF-export en DXF- / DWG-export ook over het groepsveld Exportmedium. Bestandsnamen genereren: Net zoals bij de DXF- / DWG-export al mogelijk was, kunt u nu ook bij de PDF-export de naam van het te genereren bestand automatisch toekennen. Voor de PDF-export zijn in deze vervolgkeuzelijst de volgende opties beschikbaar: Geen: als u deze optie kiest, is in het dialoogvenster PDF-export het veld PDF-bestand vrijgeschakeld en kunt u de bestandsnaam handmatig wijzigen. Uit paginanaam: als u deze optie kiest, wordt aan PDF-bestanden standaard een naam toegekend volgens het patroon <Paginanaam>.PDF. Uit eigenschappen: als u deze optie kiest, wordt de bestandsnaam samengesteld uit de pagina- en projecteigenschappen en vrij definieerbare scheidingstekens. Met de knop [...] opent u het dialoogvenster Formaat: Eigenschap waarin u de bestandsnaam kunt configureren. Subdirectory's genereren: In deze vervolgkeuzelijst definieert u hoe subdirectory's bij de PDF- en / of DXF- / DWG-export standaard worden gegenereerd: Geen: als deze optie is gekozen, worden bij de export geen subdirectory's gegenereerd. EPLAN NEWS

204 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Uit paginaboomstructuur: als deze optie is gekozen, worden bij de export automatisch subdirectory's gegenereerd die overeenkomen met de structuur van het project. Alle pagina's die bij een bepaalde structuur horen, worden in de betreffende subdirectory geëxporteerd. Voorbeeld: U voert een PDF-export voor het voorbeeldproject EPLAN-Demo uit en hebt voor het veld Subdirectory's genereren de optie Uit paginaboomstructuur ingesteld. In dat geval wordt voor de groep met de structuurcode =EB3 bij de export in de uitvoerdirectory een subdirectory =EB3 gegenereerd. Net als bij de projectstructuur met verschillende inbouwplaatsen, beschikt deze subdirectory over de subdirectory's +EBS, +ET1, +ET2, +ET3, +ET4 en +ETA. Deze subdirectory's bevatten elk een PDFbestand. Uit eigenschappen: als deze optie is gekozen, worden bij de export automatisch subdirectory's gegenereerd wanneer een bepaalde ingestelde eigenschap wordt gewijzigd. Daarbij kunnen de subdirectorynamen worden samengevoegd uit project- en / of paginaeigenschappen en vrij definieerbare scheidingstekens. Om de eigenschappen te configureren, gaat u met de knop [...] naar het dialoogvenster Formaat: Eigenschap. Gebruik hier bijvoorbeeld het formaatelement "Directoryscheidingsteken" om een directorystructuur met meerdere onder elkaar liggende subdirectory's te genereren. 204 EPLAN NEWS 2.0

205 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Voorbeeld: In de instellingen voor de DXF- / DWG-export hebt u voor het veld Subdirectory's genereren de optie Uit eigenschappen ingesteld. In het dialoogvenster Formaat: Eigenschap hebt u de volgende formaatelementen geselecteerd: Formaatelement Projecteigenschappen (project: type) Scheidingsteken Pagina-eigenschappen (groep) Directoryscheidingsteken \ Pagina-eigenschappen (inbouwplaats) Symbool P10031 _ P1120 P1220 Wanneer u vervolgens het voorbeeldproject EPLAN-Demo in het DXF-formaat exporteert, worden in de ingestelde uitvoerdirectory verschillende subdirectory's gegenereerd. Onder de subdirectory met de projectnaam EPLAN-Demo bevinden zich de subdirectory's AT78_CA1, AT78_EB3, AT78_FB3 en AT78_REPORT (AT78 is de in het voorbeeldproject ingevoerde waarde voor de projecteigenschap Project: Type). Onder deze hiërarchieniveaus bevinden zich nog meer subdirectory's met de structuurcodes voor inbouwplaatsen (bijvoorbeeld AT78_CA1\EAA, AT78_EB3\EBS, AT78_EB3\ET1 etc.). Deze subdirectory's bevatten de geëxporteerde DXF-bestanden. Opmerking: Wanneer u bij de PDF-export subdirectory's genereert, wordt het uitgevoerde PDF-bestand opgesplitst. Alle pagina's die in één subdirectory worden uitgevoerd, worden in één PDF-bestand gecombineerd. Er kan niet tussen de verschillende PDF-bestanden worden gesprongen! EPLAN NEWS

206 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Uitvoer: Alleen in de instellingen voor de PDF-export! In dit groepsveld kunt u aangeven hoe de uitvoer standaard moet plaatsvinden. Naast de bestaande opties In kleur en Zwart-wit is hier nu ook de optie Grijstinten beschikbaar. Kies deze optie als er in grijstinten moet worden uitgevoerd. De grijstinten worden berekend uit de kleuren voor het witte kleurenschema. Tabblad "OD-pagina's" In het kader van de uitbreidingen voor de PDF-export is ook het tabblad OD-pagina's gewijzigd. Omdat u nu een algemeen schema voor alle gebruikergedefinieerde PDF-instellingen kunt definiëren, is het niet meer mogelijk om extra filtercriteria voor onderdelenpagina's als schema op te slaan. De filtercriteria voor onderdelenpagina's definieert u nu in de tabel Onderdelenfilter. Om een filtercriterium te selecteren, klikt u boven de tabel op (Nieuw). PDF-export met gelinkte documenten U kunt de PDF-export in EPLAN nu zo instellen dat ook externe documenten / gelinkte documenten die niet in het project zijn opgeslagen bij de uitvoer naar de doeldirectory worden meegekopieerd. Daartoe moet u in de gebruikerspecifieke instellingen voor de PDFexport het nieuwe selectievakje Extern gelinkte documenten naar de uitvoerdirectory kopiëren inschakelen. Een mogelijk menupad hiervoor is: Opties > Instellingen > Gebruiker > Interfaces > PDF-export. In het dialoogvenster kiest u vervolgens het tabblad Algemeen. 206 EPLAN NEWS 2.0

207 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Pagina's in PDF-formaat exporteren Om afzonderlijke pagina's of een heel project in PDF-formaat uit te voeren, kiest u de menuopdrachten Pagina > Exporteren > PDF. Vervolgens wordt het dialoogvenster PDF-export geopend. Hier kunt u de in een schema opgeslagen standaardinstellingen individueel aanpassen. Definieer de gewenste instellingen in de nieuwe groepsvelden Exportmedium en Uitvoer en via het selectievakje Afdrukmarges gebruiken. In de nieuwe vervolgkeuzelijst Schema kunt u een ander voorgedefinieerd schema voor de PDF-export selecteren. Of klik op [...] om in het dialoogvenster Instellingen: PDF-export een schema te maken of te wijzigen. EPLAN NEWS

208 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Overige beschikbare instellingen voor de export U kunt in het dialoogvenster PDF-export ook alle overige instellingen die betrekking hebben op de PDF-export bekijken en desgewenst aanpassen. Hiertoe is in het dialoogvenster de knop [Instellingen] gewijzigd in een menu met de volgende menuopdrachten: Uitvoertalen: opent het projectspecifieke dialoogvenster Instellingen: PDF-uitvoertalen. Afdrukmarges: opent het dialoogvenster met de voor de PDF-export relevante afdrukinstellingen. 3D-modellen bij de PDF-export uitvoeren Het dialoogvenster PDF-export beschikt over het nieuwe selectievakje Model uitvoeren. Met deze nieuwe optie kunt u de 3D-modellen uit EPLAN Pro Panel en EPLAN EMI bij de uitvoer meenemen. In dat geval worden aan het eind van het PDF-bestand extra documentpagina's met de geëxporteerde modellen toegevoegd. Om de standaardinstellingen voor deze PDF-export te kunnen definiëren, is het dialoogvenster Instellingen: PDF-export uitgebreid met het tabblad 3D. Op dit tabblad kunt u aangeven of de 3D-modellen voor EPLAN Pro Panel en / of voor EPLAN EMI bij de PDF-export moeten worden meegeëxporteerd. 208 EPLAN NEWS 2.0

209 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Zoeken en vervangen In de sprongketen van kruisverwezen functies vooruit en achteruit springen Alle weergavetypen, plaatsingen en verwerkingen van een kruisverwezen onderdeel zijn in de sprongketen geïntegreerd. Via Zoeken > Ga naar > Kruisverwezen functie kon u deze kruisverwezen functies tot nu toe alleen in de Ga naar-lijst invoeren. In de nieuwe versie is het ook mogelijk om in deze sprongketen van een kruisverwezen onderdeel vooruit en achteruit te springen. Voordeel: Met deze nieuwe functie kunt u snel in de sprongketen van een kruisverwezen onderdeel navigeren. Hiertoe beschikt de menuopdracht Kruisverwezen functie over de volgende nieuwe submenuopdrachten: Lijst Komt overeen met de in de vorige versie gebruikte menuopdracht Kruisverwezen functie. Voert alle kruisverwezen functies van een geselecteerde functie in de Ga naar-lijst in en opent deze lijst. Volgende Springt vooruit in de Ga naar-lijst en geeft de betreffende functie in de grafische editor weer. Vorige Springt achteruit in de Ga naar-lijst en geeft de betreffende functie in de grafische editor weer. De volgorde in de sprongketen kunt u aan de hand van de volgorde van de Ga naar-lijst aflezen. EPLAN NEWS

210 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Tip: Om in de grafische editor tussen de verschillende kruisverwezen functies van een onderdeel heen en weer te springen, kunt u de toetsencombinatie [Alt] + [Page Down] en [Alt] + [Page Up] gebruiken. Selecteer daartoe de gewenste functie in de grafische editor (of in een projectgegevens-navigator). Met [Alt] + [Page Down] springt u vervolgens in de grafische editor vooruit door de kruisverwezen functies van de sprongketen. Als de Ga naar-lijst op dat moment voor de geselecteerde functie geen invoer bevat, wordt de lijst met nieuwe invoeren gevuld en geopend. Met [Page Up] springt u in de grafische editor achteruit door de sprongketen. Ga naar artikelverwerkingen Een andere vernieuwing is de menuopdracht Artikelverwerkingen onder Ga naar in het menu Zoeken. Voordeel: Met deze nieuwe functie springt u voor een bepaald object gericht naar de artikelverwerkingen met aanvullende informatie over het betreffende artikel. Selecteer daartoe eerst het gewenste object in het schema. Kies vervolgens Zoeken > Ga naar > Artikelverwerkingen. Alle posities in artikellijsten en artikellijstoverzichten waarin de artikelen van het object voorkomen, worden in de Ga naar-lijst ingevoerd en vervolgens wordt deze lijst geopend. In deze lijst wordt voor het genoemde artikel in de kolom Naam het betreffende artikelnummer aangegeven. Met de menuopdracht Snelmenu > Ga naar (Tekening) kunt u vervolgens vanuit de lijst naar de betreffende posities in de artikelverwerkingen springen. Tip: De menuopdracht werkt ook op verwerkingspagina's waarop voor een object het artikelnummer is uitgevoerd (bijvoorbeeld onderdelenlijsten). 210 EPLAN NEWS 2.0

211 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Objecten in de layoutruimte bij de zoekactie meenemen Bij het zoeken in EPLAN kunt u nu ook zoeken naar objecten in een layoutruimte. Layoutruimtes en bijbehorende objecten zoals montageoppervlakken, montagerails etc. kunnen met de nieuwe aanvullende module "EPLAN Pro Panel" aan een project worden toegevoegd (zie de betreffende paragraaf op pagina 371). Hiertoe is het dialoogvenster Zoeken in het groepsveld Zoeken naar uitgebreid met het selectievakje Layoutruimte. Schakel dit selectievakje in om de zoekterm in layoutruimtes te zoeken. Als het selectievakje is uitgeschakeld, blijven layoutruimtes bij de zoekactie buiten beschouwing. Voorbeeld: U wilt bijvoorbeeld in een layoutruimte zoeken naar een bepaalde mechanische component. Dan voert u in het dialoogvenster Zoeken in het veld Zoeken naar de zoekterm U in en schakelt u in het groepsveld Zoeken in het selectievakje ODC / code in. In het groepsveld Zoeken naar bepaalt u verder dat bij de zoekactie het hele project alsmede de bestaande layoutruimte moet worden doorzocht. Vervolgens worden in het dialoogvenster Zoekresultaten alle artikelplaatsingen (montageoppervlakken, montagerails etc.) aangegeven die U als weergegeven ODC hebben. EPLAN NEWS

212 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform De weergave van waarden en eenheden beïnvloeden Bij veel eigenschappen in EPLAN kunt u de wijze waarop de ingevoerde waarden worden weergegeven beïnvloeden. Daarbij worden de waarden die zijn ingevoerd (bijvoorbeeld in een eigenschappendialoogvenster) niet gewijzigd, maar alleen met de gewenste eenheid en overeenkomstig de instellingen weergegeven. Dit heeft zowel betrekking op de weergave in de grafische editor als op de uitgevoerde verwerkingen en labels. Voordeel: Met de uitgebreide functies voor waarden en eenheden kunt u deze in de verwerkingen snel en eenvoudig in de gewenste eenheid weergeven (bijvoorbeeld m). Daarbij worden de gegevens in het schema met verschillende voor de individuele situaties meest geschikte eenheden (bijvoorbeeld cm, km) weergegeven. Nieuwe weergave-eigenschappen Voor de uitgebreide weergave van waarden en eenheden zijn de weergave-instellingen op de tabbladen Weergave en Formaat (voor teksten) met het nieuwe bereik Waarde / eenheid uitgebreid. De nieuwe overzichtelijke weergave van de weergave- en formaatinstellingen is reeds eerder besproken. Lees hiervoor de paragraaf op pagina EPLAN NEWS 2.0

213 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Onder Waarde / eenheid zijn de volgende instelmogelijkheden beschikbaar: Weergegeven eenheid: Deze eigenschap is standaard ingesteld op "ongewijzigd". Bij deze instelling wordt de eigenschap net zo weergegeven als dat deze in het betreffende veld is ingevoerd. De overige instelmogelijkheden onder Waarde / eenheid worden dan grijs weergegeven (en kunnen dus niet worden bewerkt). Om een andere eenheid te selecteren, klikt u in de kolom Toewijzing en vervolgens op [...]. Er wordt een alfabetische lijst met fysieke grootheden (bijv. "Druk", "Lengte", "Massa" etc.) in een hiërarchische boomstructuur geopend. Klik op het -teken om het gewenste hiërarchieniveau van een bepaalde grootheid (bijv. "Vermogen") te openen. Selecteer in het onderliggende hiërarchieniveau een van de aangegeven eenheden (bijv. "mw") door hierop te dubbelklikken. Vervolgens worden de overige eenheden onder Waarde / eenheid vrijgeschakeld. Alle eenheden die bij een bepaalde grootheid horen, worden hier als "eenhedengroep" aangeduid. Basiseenheden worden in de lijst vet gemarkeerd. De grootheden en eenheden die hier worden aangegeven, worden door EPLAN intern beheerd en kunnen niet door u worden aangepast of aangevuld. Bij bepaalde grootheden ("Lengte", "Massa") kunt u de weergegeven eenheid ook uit de project- of gebruikersinstellingen overnemen. Weergeven: In deze vervolgkeuzelijst geeft u aan hoe de waarde van de ingevoerde tekenreeks en de eenheid moeten worden weergegeven: Alles: de waarde en eenheid worden weergegeven. Eenheid verbergen: de geselecteerde eenheid wordt niet weergegeven. EPLAN NEWS

214 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Waarde verbergen: alle waarden van de geselecteerde eenheid worden verborgen. Aanvullende teksten en eenheden worden echter wel weergegeven. Alleen de eerste waarde: alleen de eerste waarde van de geselecteerde eenheid wordt weergegeven. Alleen de eenheid: alleen de geselecteerde eenheid wordt weergegeven. Waarden en aanvullende teksten worden verborgen. Decimalen: Selecteer in deze vervolgkeuzelijst het aantal decimalen dat moet worden uitgevoerd. U kunt de instelling voor het aantal decimalen ook overnemen uit de gebruikersinstelling Weergegeven eenheid voor lengte. U kunt deze optie in de lijst selecteren. Decimalen variabel: Schakel dit selectievakje in als het aantal decimalen niet met nullen moet worden aangevuld; er wordt echter altijd afgerond op het aantal decimalen dat onder Decimalen is aangegeven. Voorbeeld: U hebt voor een onderdeel in het veld Technische waarden het volgende ingevoerd: Vermogen A: 750 W, Vermogen B: 500 W Op het tabblad Weergave is voor deze eigenschap onder Waarde / eenheid de Weergegeven eenheid kw en als Decimalen de waarde 3 ingesteld. Nadat u op [Toepassen] hebt geklikt, blijft de invoer in het veld Technische waarden ongewijzigd en wordt in de grafische editor deze tekst weergegeven: Vermogen A: 0,750 kw, Vermogen B: 0,500 kw 214 EPLAN NEWS 2.0

215 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Als u het selectievakje Decimalen variabel inschakelt, verandert de weergave in: Vermogen A: 0,75 kw, Vermogen B: 0,5 kw Voor de uitvoer van spaties voor de eenheden is een nieuwe projectinstelling beschikbaar. Zie paragraaf "Nieuwe projectinstelling voor de uitvoer van de eenheid" op pagina 217. Opmerkingen: Als u in een invoerveld waarden met eenheden uit twee verschillende eenhedengroepen hebt ingevoerd, kunt u onder Waarde / eenheid slechts voor een van deze eenheden instellingen aanbrengen. Als in een tekenreeks geen eenheid is aangegeven, wordt de basiseenheid van de geselecteerde eenheid als basis voor de omrekening van de getallen gebruikt. Als de (weergegeven) eenheid wordt geselecteerd uit een andere eenhedengroep dan de eenhedengroep van de eenheid die in het invoerveld is aangegeven, dan wordt voor alle waarden aangenomen dat de basiseenheid de geselecteerde eenheid is. Gebruik van de nieuwe weergave-eigenschappen De uitgebreide weergave-eigenschappen worden in EPLAN op de volgende plaatsen gebruikt: Bij invoervelden van eigenschappen (tabblad Weergave) En wel overal waar u tekenreeksen of meertalige tekenreeksen kunt invoeren. Bij pad-functieteksten (tabblad Formaat) Bij speciale teksten (tabblad Formaat) EPLAN NEWS

216 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Bij tijdelijke aanduiding-teksten in formulieren (tabblad Formaat) De weergave-instellingen in de formulieren worden gebruikt om de gegevens in de verwerkingen te formatteren. Bij de betreffende tijdelijke aanduiding-tekst op de verwerkingspagina's kan worden gezien welke instellingen voor waarde en eenheid zijn aangebracht; deze instellingen kunnen echter niet worden gewijzigd. Bij de labeling (dialoogvenster Eigenschap - <Eigenschapstype>) Hiertoe is het eigenschappendialoogvenster dat wordt geopend bij het selecteren van formaatelementen voor koptekst, labeltekst en voettekst, aangepast. De formatteringsinstellingen rechts in het venster worden nu eveneens in de tabel met een boomstructuur aangebracht. De uitbreidingen voor waarde en eenheid kunnen niet op de volgende plaatsen worden gebruikt: Bij grafische teksten Bij tijdelijke aanduiding-teksten op verwerkingspagina's Bij lengtevelden voor de bemating en voor de grafische positionering (bijvoorbeeld in eigenschappendialoogvensters van grafische elementen). Gebruik van scheidingstekens Wanneer u in de bovengenoemde velden en eigenschappen getallen met punt en komma invoert, wordt het eerste scheidingsteken als duizendtalscheidingsteken en het tweede teken (komma / punt) als decimaalscheidingsteken verwerkt. Als er in een getal meerdere gelijke scheidingstekens voorkomen (punt of komma), wordt dit scheidingsteken als duizendtalscheidingsteken verwerkt. Als het getal slechts één scheidingsteken (punt of komma) bevat, wordt dit als decimaalscheidingsteken geïnterpreteerd. 216 EPLAN NEWS 2.0

217 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Nieuwe eigenschappen voor volledige waarden Bij enkele van de tot nu gebruikte eigenschappen (bijvoorbeeld voor kabel- en verbindingslengtes of voor gewichten) zijn de waarden weliswaar intern volledig, maar worden ze bij de weergave naar boven of beneden afgerond. Om de nauwkeurigheid bij mogelijke omrekeningen in andere eenheden te garanderen, zijn de volgende nieuwe eigenschappen beschikbaar: Kabellengte (volledig) <20257> Gedeelte / lengte (volledig) <20510>: Gedeelte of lengte van een artikel met opgaaf van eenheid. De eigenschap kan bijvoorbeeld in materiaallijsten worden gebruikt. Werkdruk (volledig) <22230> Regelbereik (volledig) <22231> Volumestroom (volledig) <22232> Gewicht (volledig) <22233> Vrije eigenschappen: Waarde en eenheid (volledig) <22234>: Waarde van een vrije eigenschap met opgaaf van eenheid. Lengte (volledig) <31090>: Lengte van een verbinding met opgaaf van eenheid. Gedeelte / lengte (volledig) <31091>: Gedeelte of lengte van een bij de functie ingevoerd artikel met opgaaf van eenheid. Via de index kunnen 50 invoeren worden onderscheiden. Nieuwe projectinstelling voor de uitvoer van de eenheid Het dialoogvenster Instellingen: Datum / tijd / getallen beschikt over een nieuwe instelling voor de uitvoer van de eenheid (menupad: Opties > Instellingen > Projecten > "Projectnaam" > Weergave > Datum / tijd / getallen). Hier is het nieuwe selectievakje Bij getallen eenheid met spaties uitvoeren beschikbaar. EPLAN NEWS

218 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Schakel dit selectievakje in als bij getallen die met een eenheid zoals "kg" moeten worden aangegeven, voor de eenheid een spatie moet staan. Als het selectievakje is uitgeschakeld, wordt tussen het getal en de eenheid geen spatie ingevoegd. Uitbreidingen van de EPLAN API Om ervoor te zorgen dat gebruikers van de EPLAN API ook gebruik kunnen maken van de uitgebreide eigenschappen voor waarden en eenheden, zijn alle nieuwe formaateigenschappen in de EPLAN API beschikbaar. Bovendien biedt de nieuwe klasse UnitParser de mogelijkheid om vooringestelde waarden in een bepaalde eenheid om te rekenen in de waarden van een andere eenheid (uit dezelfde eenhedengroep). Meer informatie hierover vindt u in de online-help van de EPLAN API. 218 EPLAN NEWS 2.0

219 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Grafische editor Pagina-eigenschappen snel openen Door in de grafische editor op het plotkader van een geopende pagina te dubbelklikken, wordt het dialoogvenster Pagina-eigenschappen met de bijbehorende eigenschappen van deze pagina geopend. Zoeken naar pad-functietekst uitbreiden In het EPLAN-platform is het nu mogelijk om het zoeken naar de padfunctietekst uit te breiden naar het gehele schemapad. Voordeel: U kunt de pad-functieteksten vrijer en daardoor leesbaarder plaatsen. Hierdoor worden fouten als gevolg van onnauwkeurig geplaatste pad-functieteksten voorkomen. Ook meerdere schemasymbolen die in een schemapad naast elkaar liggen, kunnen nu automatisch dezelfde tekst overnemen. Zo maakt u snel en eenvoudig overzichtelijke schema's en kunt u nog flexibeler met padspecifieke functieteksten werken. Hiervoor moet de projectinstelling Pad-functietekst in het schemapad uitbreiden (onder Opties > Instellingen > Projecten > "Projectnaam" > Grafische bewerking > Algemeen) zijn ingeschakeld. Via deze instelling kunt u aangeven of er een uitgebreide zoekactie naar de padfunctietekst moet worden uitgevoerd of dat de zoekactie zoals voorheen moet plaatsvinden. EPLAN NEWS

220 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Als het selectievakje is ingeschakeld, wordt er binnen de grenzen van het door het plotkader gedefinieerde schemapad naar de pad-functietekst gezocht. In dat geval wordt een pad-functietekst in de eigenschap Functietekst (automatisch) van een schemasymbool overgedragen wanneer deze zich op een willekeurige plaats binnen hetzelfde schemapad bevindt. Het invoegpunt van de pad-functietekst hoeft echter niet per se precies onder / boven het invoegpunt van het betreffende schemasymbool te liggen. Als het selectievakje is uitgeschakeld, worden pad-functieteksten alleen in de eigenschap Functietekst (automatisch) overgedragen als het invoegpunt van het schemasymbool en het invoegpunt van de padfunctietekst precies onder of boven elkaar liggen. Dit is de standaardinstelling en komt overeen met de wijze waarop tot dusver naar de padfunctietekst werd gezocht. De weergavetaal van meertalige teksten bloksgewijs via acties instellen U kunt in EPLAN nu meertalige teksten op een pagina met behulp van twee acties in een andere taal weergeven. Voordeel: Met twee muisklikken kunt u voor alle geplaatste teksten van een pagina de weergavetaal wijzigen. Dankzij deze snelle omschakeling van weergavetaal wordt het werken met internationale projecten een stuk eenvoudiger. Hiervoor zijn de volgende acties uitgebreid met de opdrachtregelparameter /language:?: "Schemasymboolformaat instellen" Met deze actie (actienaam: XGedIaFormatSymbol) kunt u de taal van eigenschapsteksten (functieteksten, opmerkingen etc.) definiëren. "Tekstformaat instellen" Via deze actie (actienaam: XGedIaFormatText) kunt u de taal voor vrije grafische teksten definiëren. 220 EPLAN NEWS 2.0

221 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Nadat u de knoppen van een werkbalk aan deze beide acties hebt gekoppeld en in de opdrachtregeloproep de gewenste taal (bijvoorbeeld Frans /language:fr_fr) hebt ingesteld, kunt u de teksten van een geselecteerd bereik met één muisklik op deze taal instellen. Voorbeeld: Bij bepaalde schemasymbolen op een schemapagina moeten de functietekst en andere geplaatste eigenschapsteksten op Frans worden ingesteld. De opdrachtregel in het dialoogvenster Knop instellen ziet er dan als volgt uit: XGedStartInteractionAction /Name:XGedIaFormatSymbol /language:fr_fr Opmerking: Om de teksten in de ingestelde taal te kunnen weergeven, moeten deze meertalig in het project beschikbaar zijn en in de betreffende taal zijn vertaald. Meertalige teksten voor de namen van hyperlinks Met de nieuwe EPLAN-versie kunnen de teksten / namen van hyperlinks nu ook in de taal van de gebruikersinterface worden weergegeven. Voordeel: In meertalige documentatie kunt u de hyperlinks nu als zelfverklarende teksten opgeven. Informatie die als hyperlink in de tekening wordt opgenomen, is hierdoor in internationale projecten voor alle betrokken partijen gemakkelijker te begrijpen. EPLAN NEWS

222 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Hiertoe is in het eigenschappendialoogvenster van de hyperlinks het veld Tekst / code uitgebreid met de betreffende snelmenuopdrachten zoals Vertalen, Meertalige invoer etc. Bovendien kunnen nu ook voor de beschrijvingsteksten van externe documenten die in het dialoogvenster Artikelbeheer op het tabblad Technische gegevens voor een artikel kunnen worden opgeslagen en in de grafische editor als hyperlinks kunnen worden geplaatst meertalige teksten worden ingevoerd. Opmerking: Om de tekst / code van een hyperlink in de actuele dialoogtaal van de gebruikersinterface te kunnen weergeven, moet deze tekst / code voor deze taal meertalig in het project voorkomen. Eigenschapsteksten van kasten bij wijziging van de schaal Als op schemapagina's de schaal wordt gewijzigd, worden de eigenschapsteksten van kasten (apparaatkasten, PLC-kasten, macrovakken en plaatscoderingsboxen) optisch net zo aangepast (verschaald) als bij de overige schemasymbolen. Voordeel: Bij een wijziging van de schaal blijven de verhoudingen van het schema behouden. Hierdoor hoeven de tekengroottes etc. niet meer te worden aangepast. De schaal kan hierdoor eenvoudig met een minimum aan nawerk worden gewijzigd. Ook bij wijzigingen naderhand ontstaan geen vertragingen in de projectbewerking. Op pagina's van het type "Schakelkastopbouw" is een wijziging van de schaal niet van invloed op de eigenschapsteksten van de kasten (boxen): deze teksten worden optisch niet gewijzigd. 222 EPLAN NEWS 2.0

223 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Steker-ODC en kanaalcode bij het verplaatsen behouden De steker-odc van PLC- of apparaataansluitingen en de kanaalcode van PLC-aansluitingen kan net als bij de ODC-overname bijvoorbeeld van links (of boven) worden overgenomen. Als u bij het verplaatsen van PLC- of apparaataansluitingen bijvoorbeeld vanuit een PLC- of apparaatkast de toets [Shift] ingedrukt houdt, blijven nu naast de volledige ODC van de verplaatste aansluiting ook de volgende eigenschappen behouden: Steker-ODC (automatisch) en Kanaalcode (automatisch) (alleen bij PLC-aansluitingen). Voordeel: Op deze manier kan de grafische weergave van stekers en PLC-aansluitingen worden aangepast, zonder de logische functionaliteit van het apparaat te veranderen. U kunt deze EPLAN-functies in de verschillende projectfasen gericht toepassen om per station aan te geven hoe het systeem zich bij het verplaatsen van apparaten moet gedragen. Bij de betreffende functies blijven de eigenschappen Steker-ODC (automatisch) en Kanaalcode (automatisch) ongewijzigd. Als gevolg van dergelijke acties kunnen de weergegeven ODC en de waarden in de velden Steker-ODC en Kanaalcode bij de verplaatste schemasymbolen, maar ook bij andere schemasymbolen veranderen. Uitbreiding van de speciale tekens In het dialoogvenster Speciale tekens kunt u veel gebruikte speciale tekens selecteren en op de actuele cursorpositie invoegen. In de nieuwe versie is deze lijst uitgebreid met de volgende veel gebruikte speciale tekens: Vierkantswortel ( ) Een half (½) Een kwart (¼) EPLAN NEWS

224 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Drie kwart (¾) Drie in superscript ( 3 ) Dwarsdoorsnede, diameter (Ø) Voordeel: Deze veel gebruikte speciale tekens kunnen nu sneller in de tekst worden ingevoegd. Om deze speciale tekens bij het invoeren van teksten of in bepaalde tekstvelden te gebruiken, klikt u in het betreffende veld en kiest u Snelmenu > Speciale tekens. Speciale tekens die weinig worden gebruikt, kunt u via de speciale tekens van Windows oproepen. 224 EPLAN NEWS 2.0

225 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Onderdelen Uitbreiding van de gebruikergedefinieerde eigenschapsgroepering Gebruikergedefinieerde eigenschapsgroeperingen wijzigen Als u op het tabblad Weergave van het eigenschappendialoogvenster een gebruikergedefinieerde eigenschapsgroepering hebt gewijzigd en deze vervolgens onder een bestaande naam wilt opslaan, verschijnt er een controlevraag. U kunt dan aangeven of de gewijzigde weergaveinstellingen al dan niet moeten worden overgedragen aan alle schemasymbolen met deze eigenschapsgroepering. Voordeel: Met deze actie kunt u zeer snel de weergave van teksten bij alle schemasymbolen van hetzelfde type wijzigen. Ook kunt u desgewenst de projectdocumentatie snel en eenvoudig aanpassen en nabewerken. Zo definieert u de standaard die voor het project moet gelden en geeft u de schema's een uniforme en overzichtelijke layout. Als u de vraag Eigenschapsgroepering wijzigen met [Ja] bevestigt, worden de gewijzigde weergave-instellingen overgedragen aan alle schemasymbolen die deze eigenschapsgroepering gebruiken. Kiest u [Nee], dan worden de gewijzigde weergave-instellingen alleen voor het actuele schemasymbool overgenomen. Bij alle overige schemasymbolen die deze eigenschapsgroepering gebruiken, blijven de weergave-instellingen ongewijzigd en wordt de eigenschapsgroepering veranderd in "Gebruikergedefinieerd". Opmerking: Houd er rekening mee dat een opgeslagen gebruikergedefinieerde eigenschapsgroepering steeds alleen voor symboolvarianten van hetzelfde type beschikbaar is. EPLAN NEWS

226 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Eigenschapsgroepering voor verbindingsdefinitiepunten Bij de eigenschapsgroeperingen voor verbindingsdefinitiepunten zijn twee standaardinstellingen beschikbaar. De verbindingsdefinitiepunten die bij het invoegen van kabeldefinitielijnen / afschermingen worden geplaatst, hebben standaard de groepering "Ader". Verbindingsdefinitiepunten die afzonderlijk worden ingevoegd, hebben als eigenschapsgroepering standaard de groepering "Standaardinstelling (Verbinding)". Als u een gebruikergedefinieerde eigenschapsgroepering bij een verbindingsdefinitiepunt opslaat, wordt er een apart dialoogvenster Eigenschapsgroepering opslaan geopend, waarin u deze twee standaardinstellingen kunt selecteren. Voordeel: Een gebruikergedefinieerde eigenschapsgroepering kan projectoverkoepelend als standaard voor alle "typen" verbindingsdefinitiepunten worden gebruikt. Hiermee kunt u uniforme coderingsstandaards definiëren en uw schema's een uniforme en overzichtelijke layout geven. Het dialoogvenster bevat in plaats van het selectievakje Als standaard gebruiken de volgende twee instelmogelijkheden: Als standaard voor verbindingen gebruiken: Schakel dit selectievakje in als de nieuw opgeslagen groepering bij alle overige toepassingen van symboolvarianten als standaard voor "normale" verbindingsdefinitiepunten moet worden gebruikt. De eigenschapsgroepering wordt ook gebruikt voor verbindingsdefinitiepunten die bij de verbindingsnummering ontstaan. Als standaard voor aders gebruiken: Schakel dit selectievakje in als de nieuw opgeslagen groepering bij alle overige toepassingen van symboolvarianten als standaard voor aderverbindingsdefinitiepunten moet worden gebruikt die bij het tekenen van kabels / afschermingen automatisch worden geplaatst. 226 EPLAN NEWS 2.0

227 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Grafische weergave van apparaatkasten en vergelijkbare schemasymbolen via het eigenschappendialoogvenster wijzigen Net zoals dat in versie 1.9 International SP 1 voor montageplaten en artikelplaatsingen al mogelijk was, kunt u nu ook de grafische eigenschappen van de overige dynamische schemasymbolen (apparaatkasten, plaatscoderingsboxen etc.) via het eigenschappendialoogvenster bewerken. Voordeel: Op deze manier kunt u apparaatkasten, plaatscoderingsboxen etc. nauwkeurig plaatsen. Hiervoor zijn in de betreffende eigenschappendialoogvensters de volgende nieuwe tabbladen beschikbaar: Tabblad Rechthoek: voor apparaatkasten, PLC-kasten, macrovakken, reservoirs, plaatscoderingsboxen, PLT-systemen en PLTsysteemfuncties Tabblad Polygoon: voor apparaatkasten die als polygoon zijn getekend (symbolen DC2, DCF2, PLCC3, SC2 uit symboolbibliotheek SPECIAL) Tabblad Omvang: voor afschermingen Tabblad Lijn: voor kabeldefinities. Eigenschappendialoogvenster voor bundelaansluitingen Voor bundelaansluitingen wordt nu het "normale" eigenschappendialoogvenster gebruikt. Wanneer u bijvoorbeeld via Invoegen > Bundelaansluiting > "Verbindingstype" een dergelijk verbindingssymbool op een pagina in de grafische editor plaatst, wordt in plaats van het dialoogvenster Bundelaansluitingsgegevens dat tot dusver werd weergegeven, het dialoogvenster Eigenschappen (schemasymbool): Bundelaansluiting geopend. EPLAN NEWS

228 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Voordeel: De informatie over bundelaansluitingen kan afzonderlijk worden weergegeven. Hierdoor kunt u heel precies de eigenschappen definiëren die u bij een bundelaansluiting nodig hebt. Naast de gecombineerde weergave van de verbindingen wordt het schema door de gedetailleerde weergave van eigenschappen nog overzichtelijker en informatiever voor alle daarop volgende engineeringsfasen. Op het tabblad Bundelaansluiting kunt u net zoals voorheen de Bundelaansluitingscode en de Bundelaansluitingsbeschrijving invoeren. Bovendien beschikt dit dialoogvenster nu over het tabblad Weergave. Hier kunt u de weergave-instellingen voor de betreffende bundelaansluiting definiëren. Zo kunt u in plaats van de standaard gebruikte eigenschap Bundelaansluitingsgegevens <19072> (waarvan de waarde automatisch wordt bepaald uit de beschrijving, of indien deze niet bestaat uit de code) ook de eigenschappen Bundelaansluitingscode <19070> en / of Bundelaansluitingsbeschrijving <19071> voor de eigenschapsgroepering selecteren. Sprongfuncties voor plaatscoderingsboxen Met de eigenschap Hoofdplaatsing <20305> kunnen plaatscoderingsboxen kruisverwijsbaar worden gemaakt. De kruisverwijzingen worden gevormd als alle plaatscoderingsboxen dezelfde ODC hebben en slechts één hiervan de hoofdplaatsing is. 228 EPLAN NEWS 2.0

229 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Om beter tussen de verschillende plaatsingen te kunnen navigeren, kunt u in het snelmenu van de plaatscoderingsboxen nu ook gebruik maken van de volgende functies: Ga naar (kruisverwezen) Ga naar (alle weergavetypen) Ga naar (tegenpool) Invoegen in zoekresultatenlijst. Via de menuopdracht Ga naar (tegenpool) kan naar de hoofdplaatsing worden gesprongen. Met Ga naar (alle weergavetypen) en Ga naar (kruisverwezen) worden alle plaatscoderingsboxen met dezelfde volledige ODC in de lijst Ga naar ingevoerd en vervolgens geopend. Voordeel: Met deze navigatiemogelijkheden bespaart u tijd bij het opzoeken van plaatscoderingsboxen in het project. Hierdoor kunt u ook in grote projecten eenvoudig met de muis navigeren en verspilt u geen kostbare engineeringstijd aan het zoeken naar belangrijke informatie. Vinden in plaats van zoeken luidt het devies. Steker-ODC voor apparaataansluitingen Om bij apparaatkasten ook informatie over mogelijke stekers te kunnen opgeven, zijn voor apparaataansluitingen net als voor de PLC-aansluitingen de eigenschappen Steker-ODC <20406> en Steker-ODC (automatisch) <20431> beschikbaar. Voordeel: Dankzij de mogelijkheid om stekers bij apparaatkasten aan te geven, wordt de weergave van complexe componenten verder verbeterd zonder dat veel tijd hoeft te worden besteed aan het maken van symbolen. EPLAN NEWS

230 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform De eigenschap Steker-ODC wordt na het invoegen van een apparaataansluiting direct in de tabel Eigenschappen weergegeven. In het bijbehorende veld van de kolom Waarde voert u de steker-odc van de apparaataansluiting in. De ODC kan, net als bij de ODC-overname, van links (of boven) worden overgenomen. Opmerking: De steker-odc dient alleen als informatie bij apparaataansluitingen, waarmee de identificatie van een afzonderlijke apparaataansluiting wordt ondersteund. Als een apparaataansluiting het doel van een verwerking is, wordt ook daar de steker-odc uitgevoerd. Wanneer ook de eigenschap Steker-ODC (automatisch) in de tabel met eigenschappen moet worden weergegeven, moet u deze eerst nog selecteren. Deze eigenschap geeft de waarden aan die bij een ODC-overname automatisch zijn bepaald. Om deze in verwerkingen uit te voeren (bijvoorbeeld bij een apparaataansluitschema) voegt u de eigenschap Steker-ODC (automatisch) als tijdelijke aanduiding-tekst in het betreffende formulier in. Om een steker-odc bij de apparaataansluiting in de grafische editor te kunnen weergeven, moet u eventueel nog de eigenschapsgroepering op het tabblad Weergave wijzigen en de eigenschap Steker-ODC voor de weergave selecteren. Voor de steker-odc van apparaat- en PLC-aansluitingen wordt nu standaard de nieuwe layer EPLAN433, Eigenschapsplaatsing. Steker-ODC gebruikt. Rekening houden met artikelplaatsingen bij de algemene bewerking De modus Eigenschappen (algemeen) maakt het mogelijk om de gemeenschappelijke eigenschappen van verschillende weergavetypen van een functie in één keer te bewerken. Bij deze algemene (overkoepelende) bewerking in het eigenschappendialoogvenster (en op andere plaatsen) worden nu ook de artikelplaatsingen meegenomen. 230 EPLAN NEWS 2.0

231 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Als u nu de eigenschappen bij een artikelplaatsing algemeen (overkoepelend) wilt bewerken en daartoe in een navigator de menuopdracht Snelmenu > Eigenschappen (algemeen) kiest, wordt wanneer er bij de artikelplaatsing een hoofdfunctie en / of hoofdklem bestaat het "normale" eigenschappendialoogvenster voor de algemene bewerking geopend. Een wijziging van het artikelnummer of van een andere gemeenschappelijke eigenschap (bijvoorbeeld van een functietekst) wordt naar de artikelplaatsing en naar alle overige weergavetypen van de functie teruggeschreven. Het tabblad Artikelplaatsing wordt bij de algemene bewerking alleen nog in het eigenschappendialoogvenster weergegeven als er bij de artikelplaatsing geen hoofdfunctie en / of bijbehorende klem bestaat. Volgorde bij de algemene bewerking Bij de standaard artikelplaatsingen wordt onderscheid gemaakt tussen de weergavetypen "Schakelkastopbouw" en "Gedetailleerde schakelkastopbouw". De artikelplaatsing voor de 3D-montageopbouw van de nieuwe aanvullende module "EPLAN Pro Panel" heeft echter het weergavetype "3D-montageopbouw". Bij de algemene bewerking wordt daardoor de volgende volgorde aangehouden: Meerlijnig Overzicht Paarkruisverwijzing Enkellijnig P&I-schema Kabelboom Schakelkastopbouw Gedetailleerde schakelkastopbouw 3D-montageopbouw. EPLAN NEWS

232 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Als de gemeenschappelijke eigenschap van een functie verschillende gegevens voor de weergavetypen heeft, wordt aan de hand van deze volgorde bepaald welke gegevens bij de algemene bewerking worden overgenomen. EPLAN beschouwt dus eerst de eigenschappen van het meerlijnige weergavetype. Eigenschappen van de P&I-schemafuncties bij de synchronisatie overnemen Een functie kan in het schema meerdere keren verdeeld worden weergegeven, als enkellijnige functie, meerlijnige functie, overzichtsfunctie, P&Ischemafunctie of als paarkruisverwijzing. Wanneer u de bewerkingsmodus Eigenschappen (algemeen) niet hebt geactiveerd, kunt u de eigenschappen van de verdeelde functies onafhankelijk van elkaar bewerken. Hierdoor ontstaan er verschillen tussen de eigenschappen van de functies. Om te zorgen dat de eigenschappen van de verdeeld weergegeven functies gelijk zijn, kunt u de functies met elkaar synchroniseren. Hierbij kunt u nu ook de eigenschappen van het weergavetype "P&Ischema" voor de overige weergavetypen overnemen. Selecteer daartoe het project, de pagina of de functie dat / die u wilt synchroniseren en kies vervolgens de nieuwe menuopdracht Hulpprogramma's > Synchroniseren > P&I-schema --> alle weergavetypen. Nadat u de controlevraag met [OK] hebt bevestigd, wordt de synchronisatie uitgevoerd. Toekenning van structuurcodes voor artikeldefinitiepunten Artikeldefinitiepunten gedragen zich nu net als plaatscoderingsboxen en nemen bij het invoegen de structuur van de bovenliggende eenheid (pagina's, plaatscoderingsboxen, apparaatkasten) over. Ook kan er een onderdeelcode worden ingevoerd; dit is echter niet noodzakelijk. Voordeel: Artikelen die via artikeldefinitiepunten in het project worden ingevoegd, kunnen nu direct aan een structuurcode worden toegekend. 232 EPLAN NEWS 2.0

233 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Hiervoor is het tabblad Artikeldefinitiepunt van het eigenschappendialoogvenster uitgebreid met de velden Weergegeven ODC en Volledige ODC alsmede met het groepsveld Structuurcode. Om ook de weergave-instelling van geplaatste eigenschappen (ODC (weergegeven), Artikelnummer etc.) te kunnen beïnvloeden, is voor artikeldefinitiepunten het tabblad Weergave beschikbaar. Via de eigenschap Artikel van een artikeldefinitie <20508> kunt u bijvoorbeeld in de materiaallijst-navigator filteren op artikelen die bij artikeldefinities zijn opgeslagen. Deze nieuwe eigenschap is ook in de navigators voor apparaten / artikelen (bijvoorbeeld in de 2D-schakelkastopbouw-navigator) alsmede in de artikelspecifieke verwerkingen (artikellijst, artikellijstoverzicht) als filtercriterium beschikbaar. Dezelfde aansluitcodes voor onderdelen toestaan Dezelfde aansluitcodes voor meerdere functies van een onderdeel waren tot dusver in EPLAN niet toegestaan. Dit kon ertoe leiden dat in het meldingenbeheer een groot aantal meldingen met nummer (meldingstekst "Dubbele aansluitcode: <x>") werd weergegeven. EPLAN NEWS

234 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Als een onderdeel meerdere functies bevat, kunnen deze functies nu dezelfde aansluitcode hebben. Dat kan bijvoorbeeld van belang zijn als u aan meerdere apparaataansluitingen in een apparaatkast dezelfde aansluitcode (bijv. PE) wilt toekennen. Voordeel: Omdat dezelfde aansluitcodes nu meerdere keren in EPLAN mogen worden gebruikt, kunnen ook complexe apparaten worden beheerd waarbij door de fabrikant aan meerdere aansluitingen dezelfde code is toegekend. Als u dit voor een onderdeel wilt toestaan, klikt u in het eigenschappendialoogvenster van de functies op het tabblad Symbool- / functiegegevens en vervolgens op de knop [Logisch]. In het dialoogvenster Aansluitlogica schakelt u voor de betreffende aansluiting het nieuwe selectievakje Dezelfde aansluitcode toegestaan in. Nu zijn voor een aansluiting binnen een onderdeel dezelfde aansluitcodes toegestaan. Als u deze instelling bij alle functies van het onderdeel met dezelfde aansluitcode aanbrengt, worden er door de controleprocedure voor deze functie geen meldingen meer uitgevoerd. Als het selectievakje is uitgeschakeld, moeten de betreffende aansluitcodes binnen een onderdeel uniek zijn. Dezelfde code voor klemmen toestaan In het kader van deze vernieuwing is de eigenschap Meervoudige invoer toegestaan <20811> hernoemd. Oude naam: Meervoudige invoer toegestaan Nieuwe naam: Dezelfde code toegestaan Via deze eigenschap geeft u aan dat er geen meldingen moeten worden gegenereerd als meerdere klemmen dezelfde klemmencode hebben. 234 EPLAN NEWS 2.0

235 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Tabelbewerking Toetsencombinatie voor het sluiten van de tabelbewerking De toetsencombinatie [Ctrl] + [Q] kan behalve voor het openen nu ook worden gebruikt voor het sluiten van de tabelbewerking. Als u [Ctrl] + [Q] voor de eerste keer indrukt, wordt het dialoogvenster Functiegegevens bewerken geopend. Als u deze toetsencombinatie nogmaals indrukt, wordt het dialoogvenster weer gesloten. Opmerking: De tabelbewerking wordt met [Ctrl] + [Q] alleen gesloten wanneer de cursor in het dialoogvenster Functiegegevens bewerken staat. Als u bijvoorbeeld op dat moment in een navigatorvenster of in de grafische editor aan het selecteren bent, moet u [Ctrl] + [Q] twee keer indrukken voordat het dialoogvenster wordt gesloten. Projectgegevens-navigators Nieuwe sprongfuncties in de verbindingen-navigator Het snelmenu van de verbindingen-navigator is uitgebreid met de twee nieuwe menuopdrachten Ga naar (tekening bron) en Ga naar (tekening doel). Voordeel: Met de nieuwe menuopdrachten kunt u gericht aangeven naar welk punt in het schema wordt gesprongen. Hierdoor bespaart u tijd en beschikt u direct over de gewenste informatie. EPLAN NEWS

236 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Met de bestaande menuopdracht Ga naar (tekening) springt u net als voorheen naar het verbindingsdefinitiepunt van een geplaatste verbinding. Als dit punt niet bestaat, springt u in de grafische editor naar een doel van de verbinding. Met Ga naar (tekening bron) springt u in de grafische editor naar de bron van een geplaatste verbinding. Kiest u Ga naar (tekening doel), dan wordt het doel van de geplaatste verbinding in de grafische editor weergegeven. Macro's plaatsen In de projectgegevens-navigators is de bestaande functie Artikelmacro plaatsen uitgebreid en hernoemd. Oude naam: Artikelmacro plaatsen Nieuwe naam: Macro plaatsen Voordeel: U kunt nu ook een afbeelding plaatsen wanneer er bij het artikel geen macro is opgeslagen. Daardoor wordt de workflow niet onderbroken en kunnen de artikelgegevens op een later tijdstip worden aangevuld. EPLAN maakt een iteratief engineeringsproces mogelijk en ondersteunt de efficiënte projectbewerking in elke engineeringsfase. Als het weergavetype dat in het submenu is geselecteerd een artikelmacro bevat, wordt deze geplaatst (bijvoorbeeld Snelmenu > Macro plaatsen > Meerlijnig). Als er geen bijpassend weergavetype wordt gevonden, wordt de artikelmacro in een ander weergavetype voorgesteld. Als er een andere macro moet worden geplaatst, kunt u nu via [Backspace] het dialoogvenster Macro selecteren openen en een andere macro selecteren. Als er geen artikelmacro bestaat, wordt de macroselectie direct geopend en kunt u een macro selecteren. 236 EPLAN NEWS 2.0

237 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Macro's aan de hand een doeltreffende voorselectie plaatsen Wanneer u vanuit een navigator een artikelmacro plaatst, wordt bij de cursor nu eerst de macrovariant aangegeven die het beste bij de in de navigator geselecteerde artikelmacro past. Een dergelijke overeenstemming wordt bepaald via de volgende criteria: Functiedefinitie Aantal functies. Met [Tab] kunt u bij het plaatsen door de bestaande macrovarianten "bladeren". En met [Shift] + [Tab] bladert u door de bestaande weergavetypen van een variant. Opmerking: Een doeltreffende voorselectie kan alleen plaatsvinden als het geselecteerde weergavetype (bijvoorbeeld Macro plaatsen > Meerlijnig) in de macrovariant voorkomt. Anders wordt de artikelmacro in een ander weergavetype voorgesteld. Voorbeeld: Een dergelijke manier van werken kan bijvoorbeeld handig zijn voor de kanaalgerichte werkwijze (zie de betreffende paragraaf op pagina 129). Daarbij zijn in de ene macrovariant de gegroepeerde PLC-aansluitingen van een kanaal opgeslagen en in een andere variant van dezelfde macro de hele PLC-kaart. Als er een artikel met macro voor een PLC-kast is geselecteerd en u vervolgens in de PLC-navigator een kanaal van deze PLC-kast markeert, wordt bij het plaatsen van de macro de variant met het kanaal vooringesteld. EPLAN NEWS

238 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Alle functies van een onderdeel plaatsen Als u in een navigator een onderdeel selecteert en vervolgens de menuopdrachten Plaatsen, Macro plaatsen of Toewijzen kiest, heeft dit nu betrekking op alle functies van het onderdeel. Als u een geselecteerd onderdeel vanuit een navigator met slepen & neerzetten naar een schemapagina sleept, worden na elkaar alle functies van dit onderdeel voor plaatsing aangeboden. Met [Tab] kunt u voor elke functie door de bestaande symboolvarianten "bladeren". Kolombreedte aanpassen In alle navigators voor projectgegevens (onderdelen-, klemmenstrooknavigator etc.) is in het snelmenu van de lijstweergave de menuopdracht Kolombreedte aanpassen beschikbaar. Met deze menuopdracht wordt de breedte van alle kolommen in de lijst zodanig aangepast dat zowel de koptekst als de kolominhoud volledig leesbaar is. Apparaatgroepen-ODC bij bijbehorende onderdelen Bij onderdelen die tot een apparaatgroep behoren, wordt in de projectgegevens-navigators naast de aansluitcode ook de volledige ODC van de apparaatgroepen-hoofdfunctie aangegeven. Deze ODC wordt nu door een haakje van de daaropvolgende aansluitcode gescheiden. Voorbeeld: Voor een bij een apparaatgroep behorend maakcontact Y1 met de aansluitcode wordt in de onderdelen-navigator in plaats van =A1+O1-H1: nu de aansluitcode (=A1+O1-H1) aangegeven. 238 EPLAN NEWS 2.0

239 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Apparaten Rekening houden met macrovarianten Als bij een artikel zowel een macro als functiesjablonen zijn aangegeven, worden bij het genereren van een nieuw apparaat in de navigators (via Snelmenu > Nieuw apparaat) alsmede bij het invoegen van een apparaat in de grafische editor (via Invoegen > Apparaat) nu ook functies meegenomen die in de overige varianten van deze macro voorkomen. Voordeel: Omdat in het apparaatconcept rekening wordt gehouden met de overige macrovarianten, kunt u ook apparaten die in het schema verdeeld worden weergegeven snel en eenvoudig ontwerpen. Hierdoor kunt u ook complexe apparaten eenvoudig en betrouwbaar engineeren. Door apparaatgegevens op deze manier te verwerken, verloopt het engineeringsproces soepel en is kwaliteit gewaarborgd. De macrovarianten worden één voor één afgewerkt, zolang hiermee nog vrije functiesjablonen kunnen worden overlapt. Als de functies in de actuele macrovariant niet meer bij de nog vrije functiesjablonen passen, wordt de procedure geannuleerd. Uit de overige macrovarianten worden dan geen verdere functies meer gegenereerd. Weergavetypen voor niet-geplaatste functies Als u in het schema de plaatsing van een functie verwijdert, blijft het weergavetype voor de niet-geplaatste functie behouden. Voordeel: Installaties kunnen zonder tekeningpagina's in elk weergavetype functioneel worden voorbereid. U kunt de apparaten op een later tijdstip bijvoorbeeld via slepen & neerzetten direct als enkellijnige tekeningen invoegen. Hierdoor bereikt u sneller de gewenste indeling van uw schema's. U bepaalt zelf het verloop van de engineering en hebt meer vrijheid bij het realiseren van uw eigen engineeringsopzet. EPLAN NEWS

240 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform De plaatsing kan worden verwijderd bij functies met de volgende weergavetypen: Meerlijnig Overzicht Paarkruisverwijzing Enkellijnig P&I-schema. Deze weergavetypen zijn nu ook voor alle niet-geplaatste functies beschikbaar en kunnen in het eigenschappendialoogvenster op het tabblad Symbool- / functiegegevens worden ingesteld. Bij functies met de volgende weergavetypen kan de plaatsing niet worden verwijderd: Extern Grafisch Schakelkastopbouw, gedetailleerde schakelkastopbouw, 3D-montageopbouw (dit zijn weergavetypen van artikelplaatsingen). Om de grafische weergave van een functie in het schema te verwijderen, selecteert u het betreffende schemasymbool en kiest u vervolgens de menuopdrachten Bewerken > Plaatsing verwijderen. De functie blijft als niet-geplaatste functie met het oorspronkelijke weergavetype behouden en kan bijvoorbeeld vanuit de onderdelen-navigator opnieuw worden geplaatst. Tip: In de grafische editor is de menuopdracht Plaatsing verwijderen nu ook in het snelmenu van een geselecteerd schemasymbool beschikbaar. 240 EPLAN NEWS 2.0

241 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Artikelselectie Artikelselectie met schemaselectie Op alle plaatsen in EPLAN waar een artikel kan worden geselecteerd, kan nu gebruik worden gemaakt van verschillende gegevensbronnen. Voordeel: Bij de artikelselectie in EPLAN zijn de verschillende gegevensbronnen algemeen toegankelijk. Zo kunt u de apparatenlijst of de materiaallijst-navigator bijvoorbeeld bij Artikel toevoegen met gegevens uit verschillende gegevensbronnen vullen. Hiertoe is in de instellingen voor de artikelselectie het nieuwe selectievakje Artikelselectie met schemaselectie beschikbaar. Het betreffende dialoogvenster Instellingen: Artikelselectie bereikt u bijvoorbeeld via het menupad Opties > Instellingen > Gebruiker > Beheer > Artikelselectie. EPLAN NEWS

242 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Als u dit selectievakje inschakelt, wordt bij elke artikelselectie het nieuwe dialoogvenster Artikelselectie: Gegevensbron selecteren geopend. In dit selectiedialoogvenster kunt u in de vervolgkeuzelijst Gegevensbron een andere gegevensbron (een schema) selecteren en / of met [...] de instellingen bekijken / bewerken. Via het selectievakje Deze gegevensbron altijd gebruiken in dit dialoogvenster geeft u aan dat de geselecteerde gegevensbron altijd moet worden gebruikt. In dat geval wordt het selectiedialoogvenster niet gestart wanneer u de volgende keer artikelen gaat selecteren en is het selectievakje Artikelselectie met schemaselectie in de instellingen uitgeschakeld. Met [OK] wordt het geselecteerde schema gebruikt en wordt de artikelselectie gestart. Conflictdialoogvenster niet weergeven Via het eerder genoemde dialoogvenster Instellingen: Artikelselectie kunt u nu ook het conflictdialoogvenster bij de artikelselectie onderdrukken. Hiertoe is het dialoogvenster uitgebreid met het nieuwe selectievakje Conflictdialoogvenster weergeven. Dit selectievakje is standaard ingeschakeld. Voordeel: U kunt zelf bepalen of het conflictdialoogvenster bij de artikelselectie al dan wordt weergegeven. Op deze manier kan bijvoorbeeld worden voorkomen dat het conflictdialoogvenster bij een API-artikelselectie wordt geopend. Als het selectievakje is uitgeschakeld, wordt het dialoogvenster Conflict bij de artikelselectie niet weergegeven. De artikelselectie gedraagt zich dan alsof het conflictdialoogvenster met [OK] zou zijn bevestigd. 242 EPLAN NEWS 2.0

243 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Als aan een onderdeel reeds een artikel of technische eigenschappen zijn toegekend, worden deze automatisch door de gegevens van het nieuwe artikel overschreven. De gegevens die aan het onderdeel zijn toegekend en waarover het nieuwe artikel niet beschikt, blijven behouden. Er worden dus alleen waarden vervangen of toegevoegd en geen bestaande velden of eigenschappen gewist. Wijzigingen in het artikelbeheer tijdens de artikelselectie U kunt EPLAN nu zo instellen dat tijdens de artikelselectie bestaande artikelen van het artikelbeheer kunnen worden gewijzigd en nieuwe artikelen kunnen worden aangemaakt. Schakel daartoe in het dialoogvenster Instellingen: Artikelselectie het nieuwe selectievakje Wijziging tijdens selectie toegestaan in. Voordeel: Als artikelen uit het artikelbeheer worden geselecteerd, kunnen deze tijdens het bewerken van het schema direct worden aangevuld. Hierdoor kunt u aanzienlijk sneller en effectiever werken. Als dit selectievakje is ingeschakeld en u de artikelselectie via het tabblad Artikel van een eigenschappendialoogvenster opent, zijn de velden in het rechterdeel van het dialoogvenster Artikelselectie vrijgeschakeld en kunnen deze door u worden bewerkt. Vanwege deze vernieuwing is de artikelselectie aan het dialoogvenster Artikelbeheer aangepast. Zo zijn in de boomstructuur, in de lijst en onder [Extra] nu dezelfde menuopdrachten als in het artikelbeheer beschikbaar. (Alleen het genereren en verwisselen van de databank is niet mogelijk.) Bovendien bevat het dialoogvenster Artikelselectie nu de knop [Toepassen], zodat de wijzigingen bij meerdere artikelen kunnen worden aangebracht zonder dat u tussendoor de artikelselectie moet sluiten. EPLAN NEWS

244 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Symbooleditor Reorganiseren van symboolbibliotheken In de symbooleditor is het nu mogelijk om symboolbibliotheken te reorganiseren. Voordeel: Bij het reorganiseren van een symboolbibliotheek worden verwijderde gegevens (symbolen, symboolvarianten) definitief uit de bibliotheek verwijderd. Hierdoor wordt de symboolbibliotheek verkleind en de hoeveelheid opgeslagen gegevens gereduceerd. Kies hiertoe het menupad Hulpprogramma's > Stamgegevens > Symboolbibliotheek > Reorganiseren. Selecteer vervolgens in het dialoogvenster Symboolbibliotheek reorganiseren de bibliotheek die moet worden gereorganiseerd en klik op [Openen]. De symboolbibliotheek wordt vervolgens gecomprimeerd en gereorganiseerd. Weergave van varianten bij het bladeren in de symbooleditor Wanneer u in de symbooleditor door de symbolen van een geopende symboolbibliotheek bladert, wordt er nu bij de verschillende symbolen alleen die variant weergegeven die u in het dialoogvenster Symboolselectie vooringesteld hebt. Als de ingestelde variant bij een symbool niet bestaat, geeft de symbooleditor een lege pagina met de tekst "De variant bestaat niet" weer. 244 EPLAN NEWS 2.0

245 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Formuliereditor Combineren van verwerkingsoverzichten U kunt in EPLAN nu verwerkingsoverzichten (inhoudsopgave, artikellijst etc.) voor een bepaalde eigenschap combineren. Zo kunt u bijvoorbeeld voor de inhoudsopgave de gegevens per paginatype combineren. Voordeel: Verwerkingen die op deze wijze zijn gegenereerd, zijn overzichtelijker zodat informatie in de projectdocumentatie sneller kan worden gevonden. Ook in alle daaropvolgende engineeringsfasen staan overzichtelijke verwerkingen garant voor kwaliteit en voor een probleemloos gebruik van machine- en installatiedocumentatie. Hiertoe is in de formuliereigenschappen van de betreffende formulieren de nieuwe eigenschap In een rij combineren volgens <13111> beschikbaar. Selecteer deze eigenschap in de Eigenschapselectie en klik vervolgens in de kolom Waarde op [...]. EPLAN NEWS

246 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform In het nieuwe dialoogvenster Eigenschappen voor het combineren dat wordt geopend, geeft u aan voor welke eigenschappen identieke gegevens in een rij moeten worden gecombineerd. Met de knop (Nieuw) opent u het bekende dialoogvenster Eigenschapselectie, waarin u de eigenschappen selecteert waarvoor de identieke gegevens moeten worden gecombineerd en deze vervolgens in de lijst overneemt. Hierbij kunnen ook meerdere eigenschappen worden geselecteerd. Scheidingsteken voor uitgevoerde waarden Als scheidingsteken voor waarden die in een rij worden uitgevoerd, wordt standaard de puntkomma alsmede bij gecombineerde waarden de tekenreeks "..." gebruikt. Via de formuliereigenschappen Scheidingsteken bij meerdere waarden <13059> en Scheidingsteken bij gecombineerde waarden <13082> kunt u voor een formulier ook andere scheidingstekens definiëren. Voorbeeld: Nadat een formulier is aangepast, wordt voor een doorgenummerd project bijvoorbeeld de volgende inhoudsopgave uitgevoerd: Paginatype Pagina... Titelblad / voorblad 1 Inhoudsopgave 2 Schema enkellijnig Schema meerlijnig ; Overzicht ; EPLAN NEWS 2.0

247 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Artikelen in schakelkastlegenda's combineren Bij de uitvoer van schakelkastlegenda's kunnen identieke artikelnummers nu in een rij worden gecombineerd. Hiertoe is in de formuliereigenschappen van de betreffende schakelkastlegenda's eveneens de nieuwe eigenschap In een rij combineren volgens <13111> beschikbaar. Om te combineren volgens artikelnummer kiest u in de Eigenschapselectie de eigenschap Artikelnummer <20100>. Bovendien is het mogelijk om het aantal in een rij gecombineerde artikelplaatsingen uit te voeren. Hiervoor is de eigenschap Totaalaantal (aantal eenheden) <20499> nu ook als tijdelijke aanduiding-tekst voor formulieren van het type "Schakelkastlegenda (*.f18)" beschikbaar. Voorwaardelijke bereiken in dynamische formulieren In dynamische formulieren kunt u nu als nieuw dynamisch bereik de zogeheten "voorwaardelijke bereiken" gebruiken. Deze bereiken worden in verwerkingen ingevoegd als aan bepaalde gedefinieerde voorwaarden is voldaan. Omdat aan een voorwaardelijk bereik grafische elementen zoals lijnen, teksten etc. kunnen worden toegekend, kunt u hiermee het uiterlijk van uw verwerkingen vormgeven. Voordeel: De voorwaardelijke bereiken bieden vele mogelijkheden om uw verwerkingspagina's in te richten. Hierdoor kunt u uw verwerkingen nog individueler vormgeven en aan uw wensen aanpassen. Om voor een dynamisch formulier een voorwaardelijk bereik in te voegen, kiest u in de formuliereditor Invoegen > Dynamisch bereik > Voorwaardelijk bereik. Trek vervolgens een rechthoek om het voorwaardelijk bereik. Dubbelklik op de rechthoek en kies in het eigenschappendialoogvenster het tabblad Voorwaarden. Op dit tabblad geeft u aan onder welke voorwaarden bepaalde bereiken in uw verwerkingen worden uitgevoerd. U kunt hier de volgende voorwaarden definiëren: EPLAN NEWS

248 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Bij wijziging van de eigenschap Klik in dit veld op [...] om het dialoogvenster Voorwaarden te openen, waarin u de eigenschappen selecteert die indien ze worden gewijzigd ervoor zorgen dat het bereik wordt uitgevoerd. Bij het wisselen van object Schakel dit selectievakje in om aan te geven dat het voorwaardelijk bereik bij elke wisseling van het object moet worden verwerkt (zie voorbeeld hierna). Bij het eerste kolombegin / Bij elk kolombegin / Bij elk kolomeinde / Bij het laatste kolomeinde Schakel deze selectievakjes in om aan te geven dat de in het voorwaardelijk bereik gedefinieerde grafische elementen alleen bij het eerste kolombegin of bij elke kolombegin / bij elk kolomeinde of alleen bij het laatste kolomeinde moeten worden ingevoegd. Bij gecombineerde verwerkingen heeft het eerste kolombegin en het laatste kolomeinde altijd betrekking op het te verwerken object, dus bijvoorbeeld op een klemmenstrook. Na elke x-de rij Geef in dit veld de waarde van de rij aan, waarna de grafische elementen die in het voorwaardelijk bereik zijn gedefinieerd, moeten worden weergegeven. 248 EPLAN NEWS 2.0

249 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Voorbeeld: U hebt een klemmenaansluitlijst waarin per klem de doelen worden aangegeven. Omdat sommige klemmen meerdere doelen hebben, moet om de klemmenaansluitlijst overzichtelijk te maken vóór elke klem (d.w.z. vóór elk object) een scheidingslijn worden ingetekend. Daartoe breidt u het betreffende klemmenaansluitlijstformulier met een voorwaardelijk bereik uit en schakelt u als voorwaarde het selectievakje Bij het wisselen van object in. Voeg vervolgens een lijn in, voorzie dit grafische element van de gewenste formattering en kent dit object aan het voorwaardelijk bereik toe. Nadat de stamgegevens zijn gereorganiseerd en de verwerkingen zijn geactualiseerd, is het gewenste resultaat bereikt. Als u voor het veld Na elke x-de rij een waarde opgeeft, wordt bovendien het selectievakje Hoogte aanpassen vrijgeschakeld. Als dit selectievakje is ingeschakeld, wordt het voorwaardelijk bereik op de vorige gegevensregel geplaatst en op basis van de hoogte van deze rij verschaald. Op deze wijze kunt u voor een gegevensrij een achtergrond invoegen. Voorbeeld: U hebt in een project een artikellijst en u wilt elke tweede gegevensrij met een achtergrondkleur vullen. Voeg daartoe in het betreffende dynamische formulier een voorwaardelijk bereik in. Geef als voorwaarde voor het veld Na elke x-de rij de waarde 2 op en schakel het selectievakje Hoogte aanpassen in. Teken in dit bereik een rechthoek met de breedte van het gegevensbereik. Selecteer vervolgens op het tabblad Formaat van de rechthoek een kleur (bijvoorbeeld grijs) en schakel het selectievakje Vulvlak in. Ken dan de rechthoek aan het voorwaardelijk bereik toe. Nadat de stamgegevens zijn gesynchroniseerd, heeft elke tweede rij van de artikellijst een grijze achtergrond. In een formulier kunnen maximaal tien voorwaardelijke bereiken met verschillende voorwaarden worden gedefinieerd. EPLAN NEWS

250 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform In een voorwaardelijk bereik kunnen ook meerdere voorwaarden tegelijk worden gedefinieerd. Als er dan in de verwerkingen aan deze voorwaarden is voldaan (bijvoorbeeld de wijziging van een eigenschap of de verwisseling van een object), wordt er slechts één grafisch element (bijvoorbeeld een scheidingslijn) uitgevoerd. Als de voorwaarden echter over meerdere voorwaardelijke bereiken zijn verdeeld, worden als aan de voorwaarden is voldaan de bijbehorende grafische elementen van alle bereiken uitgevoerd. Dit laatste is bijvoorbeeld zinvol als er verschillende teksten over de voorwaardelijke bereiken moeten worden geplaatst. Lege gegevensrijen onderdrukken In de verwerkingen kunnen lege gegevensrijen ontstaan als de eigenschappen die worden uitgevoerd leeg zijn. Om te voorkomen dat lege gegevensrijen worden uitgevoerd, is in de formuliereigenschappen de nieuwe eigenschap Lege rijen onderdrukken <13081> beschikbaar. Als deze eigenschap is ingeschakeld, worden lege gegevensrijen niet uitgevoerd. Voordeel: De verwerkingen worden korter en overzichtelijker. Hierdoor worden de werkzaamheden op locatie (inbedrijfstelling, service en onderhoud) met geprinte of geplotte schema's een stuk eenvoudiger. Zo legt u al in de engineeringsfase de basis voor een soepel lopend project. Opmerkingen: Gegevensrijen die alleen symbolen of grafische weergaven van bruggen bevatten, worden niet als leeg beschouwd en daarom niet onderdrukt als de eigenschap Lege rijen onderdrukken is ingeschakeld. In de formuliereigenschappen van aansluitschema's (apparaataansluitschema, kabelaansluitschema etc.) is deze eigenschap niet beschikbaar. 250 EPLAN NEWS 2.0

251 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Hernoemde tijdelijke aanduiding-teksten voor de onderdelenlijst In het dialoogvenster Tijdelijke aanduiding-teksten - Onderdelenlijst kwamen de elementen "onderdeelgegevens" twee keer voor. Om deze te kunnen onderscheiden is het geïndexeerde element met eigenschappen voor de n-de functie van het onderdeel hernoemd in "Functie". Het niet-geïndexeerde element met eigenschappen voor de onderdeelcode is hernoemd in "Onderdeelcode". Uitvoer van functiegegevens voor de onderdelenlijst en het symbooloverzicht Als u in de formuliereigenschappen van formulieren van het type "Onderdelenlijst" en "Symbooloverzicht" die eigenschappen Horizontale symboolafstand <13042> en Aantal symbolen naast elkaar <13043> op "0" hebt gezet en in de betreffende formulieren tijdelijke aanduidingteksten voor het element "Functie" hebt ingevoegd (bijvoorbeeld eigenschappen van de n-de functie van het onderdeel zoals Plaatsing, Functietekst etc.), worden deze verwerkingen op dezelfde wijze gegenereerd als de overige verwerkingen. De betreffende waarden worden per onderdeelcode als puntkomma gescheiden, eenregelige lijst uitgevoerd. Voorbeeld: Plaatsingen van het onderdeel met de ODC =EB3+ET2-K1 worden niet meer per rij, maar als volgt als lijst uitgevoerd: =EB3+ET2/3.2;=EB3+ET2/1.3;=EB3+ET2/1.4;=EB3+ET2/1.4 EPLAN NEWS

252 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Kopteksten zonder sortering nieuw genereren In de formuliereigenschappen is nu ook weer de eigenschap Kopteksten nieuw genereren bij wijziging <13003> beschikbaar. U kunt deze eigenschap in de dynamische formulieren net als de formuliereigenschap Voor de eerste x sorteringseigenschappen kopteksten genereren <13060> gebruiken om nieuwe kopteksten op verwerkingspagina's te genereren. Voordeel: U kunt ook zonder sortering nieuwe kopteksten in verwerkingen genereren. Bij de eigenschap "<13060>" wordt gedefinieerd dat sorteringseigenschappen (zoals "Groep" of "Inbouwplaats") voor het genereren van nieuwe kopteksten moeten worden gebruikt. Als er dan bij het genereren van de verwerking een sorteerschema is geactiveerd, wordt bij een wijziging van het sorteercriterium bijvoorbeeld een nieuwe code voor "Groep" een nieuwe koptekst gegenereerd. Met behulp van de formuliereigenschap Kopteksten nieuw genereren bij wijziging <13003> definieert u de eigenschappen die indien ze worden gewijzigd ervoor zorgen dat er op de verwerkingspagina een nieuwe koptekst wordt gegenereerd. Daarbij worden de nieuwe kopteksten ook gegenereerd als u de project- of artikelgegevens in de betreffende verwerking ongesorteerd uitvoert. Als in de vorige versie (EPLAN 1.9) de eigenschap "<13060>" in een "oud" formulier werd geselecteerd, leidde dit ertoe dat een eerder geselecteerde eigenschap Kopteksten nieuw genereren bij wijziging <13003> uit de formuliereigenschappen werd verwijderd. Dat gebeurt nu niet meer. 252 EPLAN NEWS 2.0

253 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Alleen verbonden aansluitingen in aansluitschema's uitvoeren U kunt apparaat-, kabel-, klemmen- en stekeraansluitschema's nu zo vormgeven dat in deze aansluitschema's bij de doelen alleen de verbonden aansluitingen worden weergegeven. Voordeel: Met deze nieuwe formuliereigenschap kan in de aansluitschema's ruimte worden bespaard. Hierdoor wordt de documentatie overzichtelijker en kunnen alle bij het project betrokken partijen snel en eenvoudig de benodigde informatie vinden. Hiertoe kunt u in de formuliereigenschappen van de betreffende formulieren de nieuwe eigenschap Aansluitschema: Alleen verbonden aansluitingen uitvoeren <13085> gebruiken. Selecteer deze eigenschap in de Eigenschapselectie en schakel vervolgens in de kolom Waarde het betreffende selectievakje in. Deze eigenschap heeft alleen betrekking op de doelen en niet op de te verwerken apparaten, kabels, klemmenstroken en stekers. Zo worden apparaten, kabels, stekers en klemmenstroken zonder aangesloten functies nog steeds in de aansluitschema's weergegeven. Voorbeeld: De eigenschap <13085> is voor het formulier van een klemmenaansluitschema geactiveerd. In het uitgevoerde aansluitschema worden dan bijvoorbeeld voor een motor die het doel van een klemmenstrook is, alleen nog de bij de klemmenstrook aangesloten functieaansluitingen uitgevoerd. EPLAN NEWS

254 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Noodzakelijke aanpassing van eigen aansluitschemaformulieren Projectbewerker: Als projectbewerker dient u voordat u met de nieuwe versie gaat werken deze paragraaf goed door te lezen. Een correctie die in de aansluitschema's is aangebracht, heeft mogelijk tot gevolg dat bij het gebruik van eigen formulieren andere verwerkingen worden gegenereerd. Verschillende eigenschappen in de aansluitschema's worden dan door middel van een zogeheten uitlijningsvak aangegeven. De standaardformulieren uit de EPLAN-stamgegevens zijn hiervoor reeds gecorrigeerd. Bij het gebruik van deze formulieren worden geen uitlijningsvakken meer weergegeven. Wanneer u op basis van onze formulieren eigen formulieren hebt gemaakt, moet u deze formulieren corrigeren. Daartoe opent u het betreffende formulier in de formuliereditor en bewerkt u de tijdelijke aanduiding-teksten van de geplaatste eigenschappen waarbij de ongewenste uitlijningsvakken worden weergegeven. Ga vervolgens in het dialoogvenster Eigenschappen - Tijdelijke aanduiding-tekst naar het tabblad Formaat en stel voor de eigenschap Uitlijningsvak tekenen de optie "Nee" in. Synchroniseer daarna de stamgegevens en actualiseer de verwerkingen. Nieuwe tijdelijke aanduidingen voor kabeltabellen in klemmen- en stekeraansluitlijsten In formulieren voor klemmen- en stekeraansluitlijsten kunnen een of meerdere kabeltabellen worden geïntegreerd. Voor de weergave van kabel- en adereigenschappen in de kabeltabellen van de betreffende formulieren kunt u de tijdelijke aanduiding-elementen Kabeltabellen... gebruiken. 254 EPLAN NEWS 2.0

255 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Om deze tijdelijke aanduidingen beter van de kop- en gegevensbereiken (van de dynamische bereiken) te kunnen onderscheiden, zijn de tijdelijke aanduiding-elementen Kabeltabel (kopbereik)... en Kabeltabel (gegevensbereik)... als volgt hernoemd: Oude naam: Kabeltabel (kopbereik)... Kabeltabel (gegevensbereik)... Nieuwe naam: Kabeltabel-kopbereik... Kabeltabel-gegevensbereik... Daarnaast zijn er nu tijdelijke aanduiding-elementen voor de uitvoer van het tegendoel beschikbaar. Het tegendoel is het onderdeel dat via de kabel op de klemmenstrook / steker is aangesloten. Het gaat daarbij om de volgende tijdelijke aanduiding-elementen: Kabeltabel-kopbereik: Tegendoel Toont alle aangesloten tegendoelen van een kabel voor het kopbereik van de kabeltabel. Kabeltabel-kopbereik extern: Tegendoel Toont alle extern aangesloten tegendoelen van de kabel. Te gebruiken wanneer het kopbereik t.o.v. het gegevensbereik is gedraaid. De toekenning aan het tijdelijke aanduiding-element Kabeltabelgegevensbereik extern vindt plaats door middel van dezelfde indexwaarde. Via de index worden de verschillende klemmendoelen uitgevoerd. Kabeltabel-kopbereik intern: Tegendoel Toont alle intern aangesloten tegendoelen van de kabel. Te gebruiken wanneer het kopbereik t.o.v. het gegevensbereik is gedraaid. De toekenning aan het tijdelijke aanduiding-element Kabeltabelgegevensbereik intern vindt plaats door middel van dezelfde indexwaarde. Via de index worden de verschillende klemmendoelen uitgevoerd. EPLAN NEWS

256 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Meestal zijn alle aders van een kabel op hetzelfde tegendoel aangesloten. Als op een kabel meerdere tegendoelen zijn aangesloten, worden deze gescheiden door puntkomma's in de kabeltabel weergegeven. Macro's Beschrijvingstekst voor automatisch gegenereerde paginamacro's Bij het invoegen van een automatisch gegenereerde paginamacro wordt in het dialoogvenster Macro selecteren nu de beschrijving die u via de pagina-eigenschap Macro: Beschrijving <11057> voor de macro hebt opgegeven, in het commentaarveld onder het voorbeeld weergegeven. Als er in een paginamacro verschillende beschrijvingen zijn opgegeven, wordt alleen de beschrijving van de eerste pagina van de paginamacro weergegeven. Macrovakken en bijbehorende objecten groeperen In de Fluid-techniek is het vaak nodig om alle objecten van een macro te groeperen. De groepering kan bijvoorbeeld bij de bewerking van macroprojecten plaatsvinden. Om deze werkzaamheden in een omvangrijk macroproject te versnellen, is voor macroprojecten de nieuwe menuopdracht Macrovakken en bijbehorende objecten groeperen beschikbaar. Voordeel: Op deze manier verloopt het groeperen van macrovakken en daarmee het automatisch genereren van macro's uit macroprojecten aanzienlijk sneller. 256 EPLAN NEWS 2.0

257 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Bepaal eerst op welke pagina's de macrovakken moeten worden gegroepeerd. Selecteer daartoe het project of de gewenste pagina('s) in de pagina-navigator. Kies de menuopdrachten Hulpprogramma's > Macro's genereren > Macrovakken en bijbehorende objecten groeperen. Vervolgens worden voor elk geselecteerde macrovak het macrovak zelf, de objecten in het macrovak en de objecten die aan het macrovak zijn toegekend, gegroepeerd. Bij het groeperen wordt de inhoud van het macrovak gecontroleerd. Als de inhoud overeenstemt met de criteria van een apparaatgroep, wordt voor het macrovak en de bijbehorende objecten een apparaatgroep gegenereerd. Objecten gericht aan macrovakken toekennen Bij het toekennen van individuele objecten aan een macrovak, wordt u nu door middel van een controlevraag ondersteund. Hierdoor lijkt deze werkwijze op die bij het toekennen van objecten aan een tijdelijke aanduiding-object. Voordeel: Met de nieuwe controlevraag worden foutieve handelingen bij het toekennen van objecten aan macrovakken voorkomen. Wanneer u bij het selecteren van objecten die aan het macrovak moeten worden toegekend, niet alle bij het macrovak bijbehorende objecten hebt geselecteerd en vervolgens in het snelmenu voor het macrovak de menuopdracht Objecten aan het macrovak toekennen kiest, verschijnt er nu een controlevraag. Via deze controlevraag kunt u aangeven of de niet-geselecteerde objecten uit de macrovaktoekenning moeten worden verwijderd. Als u de vraag met [Ja] beantwoordt, gaat de huidige toekenning verloren en worden alleen de actueel geselecteerde objecten aan het macrovak toegekend. Klikt u hier op [Nee], dan blijft de huidige toekenning behouden en worden de nieuw geselecteerde objecten aan deze toekenning toegevoegd. EPLAN NEWS

258 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Tijdelijke aanduiding-objecten Eigenschappendialoogvenster en een nieuw symbool voor tijdelijke aanduiding-objecten Voor tijdelijke aanduiding-objecten wordt nu het bekende eigenschappendialoogvenster gebruikt. Hiertoe is voor het grafische symbool van de tijdelijke aanduiding-objecten het bekende "anker"-symbool in de symboolbibliotheek SPECIAL een nieuw symbool met de naam PLHO beschikbaar (zie ook pagina 464 in de paragraaf "Stamgegevens: Symbolen"). Voordeel: Door het gebruik van uniforme dialoogvensters wordt de bediening nog eenvoudiger. Om tijdelijke aanduidingen in macroverzamelingen en sjabloonprojecten sneller te kunnen vinden, kunt u de eigenschappen direct in het schema weergeven en voor archiveringsdoeleinden afdrukken. Dat bespaart tijd bij het onderhoud van de gegevens. Voor het dialoogvenster van de tijdelijke aanduiding-objecten zijn de volgende wijzigingen aangebracht: Tabblad Tijdelijke aanduiding-object: Op dit tabblad bevinden zich twee nieuwe tabbladen Toekenning en Waarden. De overige vernieuwingen op deze tabbladen worden in de volgende paragrafen besproken. Tabblad Weergave: Met behulp van dit tabblad kunt u bijvoorbeeld voor de speciale eigenschappen van het tijdelijke aanduiding-object (Tijdelijke aanduidingobjectnaam, Tijdelijke aanduiding: Laatst gekozen waardenset, Waardensetnaam) de formaateigenschappen wijzigen en een gebruikergedefinieerde eigenschapsgroepering instellen. De waarden van de twee eerst genoemde eigenschappen worden standaard in de nieuwe layer EPLAN551, Eigenschapsplaatsing.Tijdelijke aanduiding-objecten geplaatst. 258 EPLAN NEWS 2.0

259 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Tabblad Symbool- / functiegegevens: Via dit nieuwe tabblad voor tijdelijke aanduiding-objecten kunt u het symbool voor het tijdelijke aanduiding-object wijzigen (indien u hiervoor een eigen symbool hebt gemaakt). Wanneer u projecten met "oude" symbolen voor tijdelijke aanduiding-objecten opent, wordt er gevraagd of u de stamgegevens wilt actualiseren. Als u deze vraag met [Ja] hebt bevestigd, worden de stamgegevens geactualiseerd en worden de "oude" symbolen voor tijdelijke aanduidingobjecten door nieuwe symbolen vervangen. EPLAN NEWS

260 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Nieuwe eigenschappen voor tijdelijke aanduiding-objecten Om schema's geautomatiseerd te kunnen maken, is het nodig dat alle eigenschappen van de objecten in het EPLAN-platform via variabelen kunnen worden gestuurd. Daarom zijn op het tabblad Toekenning van de tijdelijke aanduiding-objecten de volgende eigenschappen beschikbaar: Functiedefinitie (Categorie/Groep/ID) <20188> Toont voor de bijbehorende objecten van het tijdelijke aanduidingobject de functiedefinitie in het formaat "Categorie/Groep/ID". Breedte <20221> Geeft de breedte van apparaatkasten, PLC-kasten en plaatscoderingsboxen aan. Hoogte <20222> Geeft de hoogte van apparaatkasten, PLC-kasten en plaatscoderingsboxen aan. Voordeel: Voor objecten waarbij tot dusver geen variabelen konden worden gebruikt, hoeven geen eigen macro's meer te worden gemaakt. Hierdoor kunnen macro's aanzienlijk eenvoudiger worden onderhouden. De nieuwe eigenschappen kunnen door toepassing van variabelen extern toegankelijk worden gemaakt en bijvoorbeeld in het EPLAN Engineering Center (EEC) worden bewerkt. De opbouw van modulen in het EEC wordt hierdoor veel eenvoudiger. Functiedefinitie Om voor een object bijvoorbeeld in een macro tussen verschillende functiedefinities te kunnen wisselen, moet u hiervoor een variabele hebben gemaakt. Op het tabblad Waarden kunt u dan via Snelmenu > Functiedefinitie selecteren een functiedefinitie selecteren en als waarde voor deze variabele overnemen. Daarbij worden de categorie, groep en ID van de functiedefinitie door een schuine streep "/" gescheiden. 260 EPLAN NEWS 2.0

261 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Breedte en hoogte van kasten, vakken en boxen Ook aan de nieuwe eigenschappen Breedte <20221> en Hoogte <20222> voor de omvang van kasten, vakken en boxen kunnen variabelen worden toegekend. Deze eigenschappen zijn uitsluitend beschikbaar voor tijdelijke aanduiding-objecten. Hiermee kan de breedte en hoogte van kasten, vakken en boxen worden gedefinieerd. Kasten van het type "Polylijn" blijven hier buiten beschouwing. Eenvoudige toekenning Na de gegevensovername uit EPLAN 5 worden de variabelen die daar als waarden in de eigenschappen zijn ingevoerd, in de kolom Huidige waarde van het tijdelijke aanduiding-object weergegeven. Om deze voorgedefinieerde variabelen eenvoudiger in de kolom Variabele te kunnen overnemen, is het tabblad Toekenning uitgebreid met het nieuwe selectievakje Gevulde kolom 'Huidige waarde' weergeven. Als het selectievakje is ingeschakeld, worden in de tabel alleen nog eigenschappen weergegeven waarbij de kolom Huidige waarde een invoer bevat. In het kader van deze uitbreiding is het "oude" selectievakje Alleen gevulde weergeven hernoemd in Gevulde kolom 'Variabele' weergeven. Als het selectievakje is ingeschakeld, worden in de tabel alleen nog eigenschappen weergegeven waarbij de kolom Variabele een invoer bevat. Als beide selectievakjes zijn ingeschakeld, wordt dit als een OF-bewerking behandeld. In dat geval worden ook de regels weergegeven waarbij ofwel de kolom Huidige waarde ofwel de kolom Variabele "leeg" is. EPLAN NEWS

262 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Uitgebreide standaardbediening Voor het kopiëren van waarden uit de kolom Huidige waarde kunt u nu ook de menuopdracht Kopiëren in het snelmenu gebruiken. Als de hele kolom moet worden gekopieerd, klikt u op de kolomkop. Vervolgens wordt de hele kolom geselecteerd en kunt u deze bijvoorbeeld via [Ctrl] + [C] / [Ctrl ] + [V] kopiëren en plakken. Daarbij worden echter alleen de zichtbare cellen gekopieerd. Cellen in samengevouwen hiërarchieniveaus worden niet gekopieerd. Bovendien bevat het snelmenu van het tabblad Toekenning nu ook de menuopdrachten Uitvouwen en Samenvouwen. 262 EPLAN NEWS 2.0

263 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Verwerkingen Aansluitschema's voor verbindingsdiagrammen In EPLAN kunnen voor onderdelen nu ook zogeheten "verbindingsdiagrammen" worden gegenereerd. Verbindingsdiagrammen bestaan uit meerdere aansluitschema's en worden gebruikt om informatie over de aangesloten aders en doelen uit te voeren. Daarbij kunnen de onderdelen in een verbindingsdiagram in dezelfde volgorde worden geplaatst als op de montageplaat. Voordeel: Verbindingsdiagrammen worden veel in Rusland en China gebruikt. Een nieuwe functionaliteit biedt ondersteuning bij het ontwerpen van dergelijke diagrammen. Hierdoor kunnen verbindingsdiagrammen eenvoudig en snel worden gemaakt en kan het resultaat vervolgens automatisch worden gecontroleerd. De verbindingsdiagrammen worden in de vorm van zogeheten ingesloten aansluitschema's uitgevoerd. U kunt deze handmatig in een geopende projectpagina plaatsen. Ten behoeve van algemene onderdelen worden apparaataansluitschema's voor verbindingsdiagrammen gegenereerd; ten behoeve van klemmen- en stekerstroken worden klemmenen stekeraansluitlijsten voor verbindingsdiagrammen gegenereerd. EPLAN NEWS

264 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Voorbeeld: De volgende afbeelding toont een deel van een gegenereerd verbindingsdiagram. Normaal gesproken worden voor verbindingsdiagrammen formulieren in tabelvorm gebruikt. Selecteer hiertoe in de formuliereigenschappen van de betreffende formulieren in het dialoogvenster Eigenschapselectie de volgende nieuwe eigenschappen: Aansluitschema: Alle doelen weergeven <13084> Aansluitschema: Interne doelen in tabel <13086> Aansluitschema: Externe doelen in tabel <13087>. Activeer deze eigenschappen. Vervolgens worden alle doelen uitgevoerd en worden de eigenschappen van deze interne en externe doelen in de verwerkingen als tabel weergegeven. Daarbij wordt voor elk doel een aparte rij gegenereerd. 264 EPLAN NEWS 2.0

265 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Tip: Bij het genereren van verbindingsdiagrammen worden standaard de in de projectinstellingen aangegeven formulieren voor apparaat-, klemmenen stekeraansluitschema's gebruikt. Het is echter ook mogelijk om voor een onderdeel een apart formulier aan te geven. Selecteer daartoe vóór het verwerken bij de hoofdfunctie van het betreffende onderdeel de nieuwe eigenschap Formulier voor verbindingsdiagram <20234> en geef hier aan welk formulier moet worden gebruikt. Verbindingsdiagrammen genereren Om voor de artikelplaatsingen van een bepaalde montageplaat een verbindingsdiagram te kunnen uitvoeren, moet u eerst een apparaatkast invoegen. In deze apparaatkast worden later de gegenereerde verwerkingen geplaatst. Wijs aan de apparaatkast de onderdeelcode van de montageplaat toe en selecteer hiervoor het weergavetype "Overzicht". Opmerking: De apparaatkast kan direct naast de montageplaat op een pagina van het type "Schakelkastopbouw" of op een overzichtspagina worden geplaatst; de apparaatkast kan in ieder geval niet op een verwerkingspagina worden geplaatst. Open vervolgens via Hulpprogramma's > Verwerkingen > Genereren het dialoogvenster Verwerkingen - <Projectnaam>. Klik in het dialoogvenster op [Nieuw]. In het dialoogvenster Verwerking definiëren selecteert u in de vervolgkeuzelijst Uitvoervorm de uitvoervorm "Handmatige plaatsing". Daarna selecteert u in het veld Verwerkingstype selecteren een van de volgende verwerkingen: "Apparaataansluitschema (voor verbindingsdiagram)" "Klemmenaansluitschema (voor verbindingsdiagram)" of "Stekeraansluitschema (voor verbindingsdiagram)". EPLAN NEWS

266 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Nadat u het selectievakje Handmatige selectie hebt ingeschakeld, sluit u het dialoogvenster met [OK]. In het volgende nieuwe dialoogvenster Montageplaat selecteren selecteert u de montageplaat waarvoor het verbindingsdiagram moet worden gegenereerd. Schakel het selectievakje Reeds verwerkte onderdelen verbergen in als onderdelen waarvoor deze verwerking reeds is gegenereerd, niet meer moeten worden aangeboden. Vervolgens selecteert u in het dialoogvenster Handmatig selecteren de onderdelen waarvoor de verwerking moet worden gegenereerd. Een meervoudige selectie is mogelijk. Nadat u op [OK] hebt geklikt, wordt de verwerking gegenereerd en hangt deze aan de cursor. Plaats de verwerking op de betreffende positie in de apparaatkast. Als u in het dialoogvenster Handmatig selecteren meerdere onderdelen hebt geselecteerd, plaatst u ook de overige verwerkingen. Nieuwe meldingen voor verbindingsdiagrammen Voor de controle van verbindingsdiagrammen is de meldingsklasse "Verwerkingen" uitgebreid met de controleprocedure Met behulp van deze controleprocedure kunt u controleren of de artikelplaatsingen op de montageplaat en in de bijbehorende verbindingsdiagrammen overeenkomen of dat er artikelen ontbreken (bijvoorbeeld omdat er naderhand artikelen zijn verwijderd of ingevoegd). Opmerking: Voor deze controleprocedure en om reeds verwerkte onderdelen bij een nieuwe verwerking te verbergen, moeten de invoegpunten van de gegenereerde verwerkingen beslist binnen de apparaatkast worden geplaatst. 266 EPLAN NEWS 2.0

267 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Verwerkingen aan het einde toevoegen Bij het genereren van verwerkingen uit verwerkingssjablonen kunt u EPLAN nu zo configureren dat de uitgevoerde verwerkingspagina's altijd na de laatste bestaande pagina worden gesorteerd. Voordeel: Bij het verwerken van sjablonen blijven de bestaande gaten in de paginastructuur, die bestemd zijn voor reservepagina's, behouden. Om deze instelling te definiëren, opent u via Hulpprogramma's > Verwerkingen (documentatie) > Genereren het dialoogvenster Verwerkingen. Selecteer op het tabblad Sjablonen een bestaande sjabloon en klik naast de eigenschap Startpagina van het verwerkingsblok in de kolom Waarde op [...]. In het dialoogvenster, waarin u de startpagina voor de verwerkingssjabloon selecteert, is nu het nieuwe selectievakje Aan het einde toevoegen beschikbaar. EPLAN NEWS

268 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Als het selectievakje is ingeschakeld, wordt het veld Paginanaam gewist en grijs weergegeven. De verwerkingspagina's worden nu in de aangegeven structuurcodes ingesorteerd. Als er zich in het structuurcodeniveau reeds verwerkingspagina's bevinden, worden alle nieuwe verwerkingspagina's samen na de laatste bestaande pagina gesorteerd. De eventuele gaten in het structuurcodeniveau, die bestemd zijn voor reservepagina's, worden niet gevuld en blijven leeg. Kabeloverzichten sorteren op bron en doel In EPLAN kunt u de verwerkingen van kabeloverzichten, kabelschema's en verbindingslijsten nu ook gesorteerd op bron en doel uitvoeren. Hiertoe is het dialoogvenster Paginasortering uitgebreid met het selectievakje Bron / doel gebruiken. (U opent dit dialoogvenster vanuit het dialoogvenster Instellingen: Uitvoer naar pagina's (menupad bijvoorbeeld: Opties > Instellingen > Projecten > "Projectnaam" > Verwerkingen > Uitvoer naar pagina's), door voor een rij van een verwerkingstype (bijvoorbeeld kabeloverzicht) eerst te klikken op de kolom Paginasortering en vervolgens op [...].) 268 EPLAN NEWS 2.0

269 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Het selectievakje Bron / doel gebruiken kan alleen voor kabelaansluitlijsten, kabeloverzichten en verbindingslijsten worden ingeschakeld. Als het selectievakje is ingeschakeld, worden voor de paginasortering niet de onderdeelcodes van de kabel, maar die van de bronnen en doelen gebruikt. De kabels waarvan de bron en het doel verschillende structuurcodes (bijvoorbeeld inbouwplaatsen) hebben, worden in meerdere structuurcodes uitgevoerd. Structuurcodes van de pagina voor verwerkingen gebruiken Ook nieuw in het dialoogvenster Paginasortering is het selectievakje Plaatsing gebruiken. Als dit selectievakje is ingeschakeld, worden bij het verwerken van onderdelen in de verschillende projectstructuren niet de structuurcodes van de onderdelen gebruikt, maar de structuurcodes van de pagina waarop ze zijn geplaatst. Opmerking: De instellingen Codes voor lijstuitvoer, die u in EPLAN 5 bij een onderdeel op het tabblad Artikel kon definiëren, worden bij de EPLAN 5- / fluidplan-gegevensovername niet overgenomen. Om ervoor te zorgen dat de onderdelen in de juiste verwerkingen worden gesorteerd, moet u in de projectinstellingen het hierboven beschreven selectievakje Plaatsing gebruiken inschakelen. Verwerkingssjablonen maken Op het tabblad Sjabloon van het dialoogvenster Verwerkingen - <Projectnaam> kunt u voor hetzelfde verwerkingstype meerdere verwerkingssjablonen maken. Wanneer een verwerkingssjabloon (bijvoorbeeld met de naam 0001) reeds bestaat en u nog een sjabloon van dit type maakt, wordt u gevraagd of de oude sjabloon al dan niet moet worden overschreven. Als u hier [Nee] kiest, worden er twee sjablonen met dezelfde naam gegenereerd. U moet deze namen vervolgens wijzigen. EPLAN NEWS

270 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Voordeel: Een bestaande sjabloon kan niet meer per ongeluk worden overschreven. Functiespecifieke ingesloten verwerkingen kopiëren en invoegen Bij het kopiëren en invoegen van onderdelen en bijbehorende functiespecifieke ingesloten verwerkingen, blijft de relatie tussen de onderdelen en de meegekopieerde functiespecifieke ingesloten verwerking behouden. Dat geldt ook wanneer u macro's met functiespecifieke ingesloten verwerkingen maakt. De ingesloten verwerking wordt bij het invoegen direct geactualiseerd. Hierdoor kan direct worden herkend op welk onderdeel de verwerking betrekking heeft. Voordeel: Op deze wijze kunnen functiespecifieke ingesloten verwerkingen bijvoorbeeld in macro's worden gebruikt. Voorbeeld: Als u in het schema een onderdeel, bijvoorbeeld een kabel met -W5, en de bijbehorende functiespecifieke ingesloten verwerking (bijvoorbeeld een kabelaansluitlijst) kopieert en weer invoegt, heeft de nieuw ingevoegde kabelaansluitlijst betrekking op het eveneens ingevoegde onderdeel (weergegeven ODC na het nummeren bijvoorbeeld -W6). Modulen ontbinden Artikelen die bij een module horen, kunnen bij het uitvoeren van de artikellijst en van het artikellijstoverzicht in de verwerkingen en bij de labeling in de betreffende subartikelen worden ontbonden. De betreffende dialoogvensters Instellingen: Artikel en Instellingen: Labeling zijn hiervoor uitgebreid met het selectievakje Modulen ontbinden. Als het selectievakje is ingeschakeld, worden de modulen in hun individuele componenten (artikelen) ontbonden. 270 EPLAN NEWS 2.0

271 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Ook in de instellingen voor de PDF-export kunnen modulen worden ontbonden. In het dialoogvenster Instellingen: PDF-export is het tabblad Artikeleigenschappen eveneens uitgebreid met het selectievakje Modulen ontbinden. Als het selectievakje is ingeschakeld, worden de bestaande modulen ontbonden. Voor het geëxporteerde PDF-bestand betekent dit dat bij een onderdeel in de onderdelenboomstructuur alle afzonderlijke artikelen van de module met de ingestelde artikeleigenschappen worden weergegeven. Tip: Als de artikelen van een bouwgroep die aan een module zijn toegekend moeten worden ontbonden, moet u hiervoor in de instellingen de beide selectievakjes Bouwgroepen ontbinden en Modulen ontbinden inschakelen. Als de bouwgroep in geen enkele andere (sub)bouwgroep is genest, voert u in het veld Tot niveau de waarde 2 in. Op deze wijze wordt ook de bouwgroep in de module ontbonden. Artikelverwerkingen naar de labeling uitvoeren Wanneer u via Hulpprogramma's > Verwerkingen (documentatie) > Labeling labels voor artikelverwerkingen uitvoert, moet u erop letten dat deze verwerkingen nu afhankelijk zijn van de gemaakte selectie (bijvoorbeeld in de grafische editor of in een navigator). Tot de artikelverwerkingen behoren bijvoorbeeld de verwerkingstypen "Artikellijsten" "Artikellijstoverzichten" en "Fabrikanten- / leverancierslijsten". Dat betekent: Als er klemmen zijn geselecteerd, worden klemmenartikelen uitgevoerd. Als er klemmenstroken zijn geselecteerd, worden alle klemmen- en klemmenstrookartikelen uitgevoerd. EPLAN NEWS

272 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Als er klemmenstroken en afzonderlijke klemmen zijn geselecteerd, worden alle klemmen- en klemmenstrookartikelen uitgevoerd, waarbij klemmenartikelen slechts één keer worden verwerkt. Dit geldt ook voor kabels en verbindingen. Opmerking: Alle artikelen worden alleen uitgevoerd, als in het dialoogvenster Instellingen: Labeling in het groepsveld Artikelen gebruiken de betreffende selectievakjes (bijvoorbeeld Klemmenartikel, Kabeladerartikel etc.) zijn ingeschakeld. 272 EPLAN NEWS 2.0

273 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Artikelbeheer Verbeterd volledige tekst-filter In deze nieuwe versie is het artikelbeheer voorzien van een verbeterde en snellere volledige tekstzoekfunctie. Voordeel: Omdat de zoektekst direct kan worden ingevoerd, is de volledige tekstzoekfunctie eenvoudiger en intuïtiever geworden. Ook bij de toepassing van een SQL-server als artikeldatabank kan de volledige tekstzoekfunctie worden gebruikt. Het dialoogvenster voor de volledige tekstzoekfunctie is vervallen. In plaats hiervan voert u de te zoeken tekst direct in het veld Volledige tekst-filter in. Klik vervolgens op (Zoeken). De weergave in de boomstructuur / in de lijst / in de combinatie wordt geactualiseerd en er worden alleen nog die artikelen weergegeven waarbij de ingevoerde tekst in een veld voorkomt. Om de zoekterm te verwijderen en weer terug te keren naar de weergave van alle artikelen, klikt u op (Verwijderen). De ingevoerde tekst mag ook slechts een deel van het te zoeken begrip zijn. Wanneer u bijvoorbeeld filtert op de tekst Motor, worden ook artikelen weergegeven waarin teksten als Motoren, Motor-voedingskabel of Draaistroommotor voorkomen. Bij het afsluiten van het artikelbeheer worden de tekstgebaseerde filters verwijderd. Opmerking: Behalve in het dialoogvenster Artikelbeheer kunt u de verbeterde tekstzoekfunctie ook gebruiken in het dialoogvenster Artikelselectie en in de navigator voor de artikelstamgegevens. EPLAN NEWS

274 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Syntax van de volledige tekstzoekfunctie Bij de volledige tekstzoekfunctie wordt geen rekening gehouden met hoofdletters / kleine letters. Verder kunt u geen tijdelijke aanduidingen (zoals * of?) gebruiken, omdat deze bij de volledige tekstzoekfunctie niet worden verwerkt. Verder komt de zoeklogica bij het invoeren van een tekst overeen met de algemene syntax (+, spatie etc.) zoals u die van zoekmachines op het internet kent. Voorbeeld: Voer in het veld Volledige tekst-filter de volgende zoektekst in: "Scheidingsklem met zekering" Bij deze zoekactie worden artikelen gevonden waarin precies deze tekenreeks Scheidingsklem met zekering voorkomt. Klem Motor Bij deze OF-bewerking wordt artikelen gevonden waarbij in de tekstvelden de tekst Klem of Motor voorkomt. Daarbij kan het bij de afzonderlijke artikelen ook om verschillende velden gaan. Klem +Motor of +Klem +Motor Bij deze EN-bewerking moet tussen de eerste zoekterm en het plusteken een spatie worden ingevoerd. Er worden artikelen gevonden waarbij de tekstvelden de tekst Klem en Motor bevatten. Daarbij kunnen de beide teksten binnen één tekstveld voorkomen, maar ook in verschillende velden staan. Opmerking: Deze EN-bewerking kan alleen worden gebruikt wanneer als artikeldatabank een SQL-server wordt gebruikt. Bij het gebruik van Access-databanken wordt bij de invoer van Klem +Motor gezocht alsof er Klem Motor was opgegeven en wordt deze zoekactie dus als OF-bewerking beschouwd. 274 EPLAN NEWS 2.0

275 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Zoekindex voor de volledige tekstzoekfunctie Bij de volledige tekstzoekfunctie wordt nu een index in de artikeldatabank gegenereerd. Wanneer u deze zoekactie voor het eerst uitvoert, moet u de melding over het genereren van de zoekindex met [OK] bevestigen. Als de zoekindex bijvoorbeeld na een wijziging in de artikeldatabank moet worden geactualiseerd, kiest u Hulpprogramma's > Artikel > Zoekindex actualiseren. Combinatie van volledige tekstzoekfunctie en veldgebaseerd filter Het Veldgebaseerde filter en het Volledige tekst-filter kunnen gelijktijdig worden gebruikt. In dat geval werken de filters additief. Als de volledige tekstzoekfunctie bijvoorbeeld alleen voor een bepaald "Artikeltype" moet worden uitgevoerd (bijvoorbeeld voor "Elektrotechniek - Onderdeel"), kunt u hiervoor een veldgebaseerd filter instellen. Hiervoor stelt u het dialoogvenster Filter het veldgebaseerde filter in, activeert u dit filter en voert u vervolgens de zoekterm in het veld Volledige tekstfilter in. EPLAN NEWS

276 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Opmerking: Houd er rekening mee dat de artikelstructuur van het Artikelbeheer vrij kan worden geconfigureerd. De boomconfiguratie die hier wordt weergegeven, kan verschillen van uw eigen configuratie. U kunt deze bijvoorbeeld via Hulpprogramma's > Artikel > Beheer > [Extra] > Instellingen instellen. Aanvullende selectiemogelijkheid door het tabblad "Combinatie" Het in versie 1.9 International SP 1 voor de artikelstamgegevens-navigator toegevoegde tabblad Combinatie is nu ook in het dialoogvenster Artikelbeheer beschikbaar. Dit nieuwe tabblad bevat een gecombineerde weergave van de artikelboom en de artikellijst. 276 EPLAN NEWS 2.0

277 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Voordeel: Met behulp van dit tabblad kunt u sneller en eenvoudiger door uw artikelstamgegevens navigeren. Ook bij uitgebreide artikelstamgegevens houdt u zo altijd het overzicht en vindt u snel de benodigde artikelen, die u vervolgens met één druk op de knop in uw projectgegevens overneemt. Deze consequente systeemoptimalisatie resulteert in hogere engineeringszekerheid en kortere engineeringstijd. In het bovenste deel van het tabblad Combinatie kunt u in de boomweergave van de artikelen een voorselectie maken. Als u in de boom een boomstructuurniveau bijvoorbeeld de productgroep "Kabels / verbindingen" selecteert, worden in de lijst daaronder de bijbehorende artikelen weergegeven. Ook hier kan de omvang van de weergave via Snelmenu > Kolommen configureren worden ingesteld. Subbereiken voor de Fluid-techniek maken Voor Fluid-specifieke bereiken is het nu ook mogelijk om eigen subbereiken in het artikelbeheer te maken en aan deze nieuwe subbereiken artikelen toe te kennen. Voordeel: Hiermee kunt u uw artikelen aan meerdere bereiken en nu ook aan subbereiken toekennen. Het voordeel hiervan is dat u uw artikelen in het artikelbeheer nog preciezer kunt indelen. Bovendien hoeven subbereiken niet meer handmatig bij de onderdelen te worden ingevoerd. Hiervoor is het tabblad Algemeen aangepast. De bereiken waarin een artikel voorkomt, worden nu niet meer in een groepsveld met meerdere selectievakjes aangegeven, maar als opsomming in het veld Bereik / Subbereik (bijvoorbeeld "Elektrotechniek, Pneumatiek"). EPLAN NEWS

278 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Klik in dit veld op [...], om in het vervolgdialoogvenster aanvullende bereiken / subbereiken te definiëren waarin het artikel moet voorkomen. In het dialoogvenster Bereik / subbereik definieert u door het inschakelen van de selectievakjes in de kolom Gebruiken de aanvullende bereiken waarin het artikel moet voorkomen. Voor Fluid-specifieke bereiken (Hydraulica, Pneumatiek, Smering, Koeling) kan via de knop (Nieuw) het dialoogvenster Subbereik maken worden geopend en een nieuw subbereik worden gemaakt. Een dergelijk subbereik (zoals bijvoorbeeld "Pneumatiek-Hoge druk", "Machinekoeling" etc.) wordt dan onder het geselecteerde bereik in de kolom Bereik / Subbereik ingedeeld. De naam van een subbereik vertalen of bewerken Bij het invoeren van de naam in het dialoogvenster Subbereik maken kunt u deze in meerdere talen invoeren. Hiervoor zijn in het snelmenu voor dit veld de betreffende snelmenuopdrachten zoals Vertalen, Meertalige invoer etc. beschikbaar. Om een subbereik te bewerken, selecteert u het betreffende subbereik in het dialoogvenster Bereik / subbereik en klikt u op de knop (Bewerken) of dubbelklikt u op het subbereik. In het vervolgdialoogvenster kunt u de naam van een subbereik wijzigen of met de bovengenoemde snelmenuopdrachten vertalen. Subbereiken in de verwerkingen Bij het uitvoeren van verwerkingen en labels (bijvoorbeeld artikellijst, verbindingslijst etc.) kan in meerdere stappen op bereik en subbereik worden gesorteerd. Hiervoor is een voorgedefinieerd schema beschikbaar. 278 EPLAN NEWS 2.0

279 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Toegang via EPLAN API Omdat de subbereiken als "normale" eigenschappen in EPLAN worden opgeslagen, zijn deze via de EPLAN API toegankelijk. Hiervoor zijn de nieuwe eigenschappen Subbereik 'Hydraulica' <22158>, Subbereik 'Pneumatiek' <22159>, Subbereik 'Smering' <22195> en Subbereik 'Koeling' <22196> beschikbaar. Gegevensveld voor de artikelnummers van een ERP-systeem In het artikelbeheer kunt u nu ook de artikelnummers van een extern ERP-systeem opslaan. Voordeel: U kunt nu zowel de "technische" als uw eigen "commerciële" artikelnummers in het EPLAN-artikelbeheer gebruiken. Op deze manier kunnen ze probleemloos aan andere artikelbeheersystemen (ERP-systemen) worden gekoppeld of hiermee worden gesynchroniseerd, ook als in deze systemen andere identificerende artikelnummers worden gebruikt. Hiertoe is het tabblad Algemeen uitgebreid met het veld ERP-nummer. In dit nieuwe gegevensveld, dat direct onder het veld Artikelnummer staat, kunt u het artikelnummer van het externe ERP-systeem invoeren. Net als het artikelnummer, moet ook dit nummer uniek zijn. Als het artikel of de variant wordt opgeslagen, wordt gecontroleerd of dit het geval is. ERP-nummers mogen maximaal 255 tekens bevatten. Barcodes voor artikelen opslaan Barcodes kunnen bijvoorbeeld worden gebruikt om artikelen eenduidig te coderen. Internationaal worden verschillende coderingsstandaards gebruikt, zoals GTIN (Global Trade Item Number). Daarnaast worden in bedrijven bedrijfspecifieke of branche-eigen standaards gebruikt. In deze nieuwe versie kan in het EPLAN-artikelbeheer voor een artikel het identificatienummer van een dergelijke barcode worden ingevoerd. EPLAN NEWS

280 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Voordeel: De centraal toegekende en wereldwijd eenduidige nummers dienen internationaal bedrijfs- en brancheoverkoepelend als basis voor artikelsystemen. Uniforme machinaal leesbare nummers van fabrikanten tot aan eindgebruikers verkorten de reactietijden en verlagen de logistieke kosten. EPLAN past zich met de integratie van deze gegevens in het artikelbeheer naadloos aan dit globale concept aan. Hiertoe is het tabblad Prijzen / overig uitgebreid met de velden Barcode-nummer / -type. In deze velden kunt u het nummer en het type van de barcode opslaan, bijvoorbeeld "GTIN" of "EAN-13". Klik op (Verwijderen) om het actuele barcodetype uit de selectielijst te verwijderen. De inhoud van de beide velden kan in artikelverwerkingen (artikellijsten, fabrikanten- / leverancierslijsten etc.) worden verwerkt en bij de artikelexport en -import worden gebruikt. Om deze gegevens in de verwerkingen te kunnen gebruiken, zijn de twee nieuwe eigenschappen Barcodenummer <22208> en Barcode-type <22209> (binnen de artikelgegevens) als tijdelijke aanduiding-teksten in de betreffende formulieren en als formaatelementen in de instellingen voor de labeling beschikbaar. Opmerking: Houd er rekening mee dat er niet wordt gecontroleerd of het ingevoerde barcodenummer uniek is. In de verwerkingen staan de gegevens zoals ze hier zijn ingevoerd. Er worden dus geen barcodes met streepjes gegenereerd. De inhoud van de beide velden kan niet worden vertaald. 280 EPLAN NEWS 2.0

281 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Clip-on-hoogte voor op montagerails geplaatste componenten Componenten die op montagerails worden geplaatst, beschikken vaak over een uitsparing voor de bevestiging op de montagerail. Om bij de plaatsing van het artikel met deze uitsparing rekening te kunnen houden, is nu op het tabblad Montagegegevens het nieuwe veld Clip-on-hoogte beschikbaar. Voordeel: Bij het plaatsen van een artikel wordt elke clip-on-hoogte individueel in acht genomen. Hierdoor is bijvoorbeeld na een wijziging van de mechanische opbouw, de benodigde ruimte van de complete bouwgroep in de schakelkast op elk moment bekend. Met de clip-on-hoogte geeft u aan hoe diep de component in de montagerail steekt. Des te groter de waarde des te kleiner de afstand tot de onderkant van de montagerail (en daarmee ook tot het montageoppervlak). Wanneer als waarde "0" is ingesteld, bevindt de component zich precies op de bovenkant van de montagerail. Als de montagerail waarop het artikel als component is geplaatst wordt verwisseld, heeft de clip-on-hoogte van de geplaatste component betrekking op de nieuwe montagerail. De positie van de component wordt dan dienovereenkomstig verplaatst. Om de montagerail te verwisselen, klikt u in het eigenschappendialoogvenster van de geplaatste montagerail op het tabblad Artikel en selecteert u hier een ander montagerailartikel. Opmerking: Deze functie is uitsluitend bedoeld voor de aanvullende module "EPLAN Pro Panel". EPLAN NEWS

282 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Voorbeeld: 1 = montageoppervlak; 2 = montagerail; 3 = clip-on-hoogte. Middenverschil voor geplaatste componenten Voor een beter onderscheid is het bestaande veld Clip-on-hoogte / middenverschil hernoemd. Oude naam: Clip-on-hoogte / middenverschil Nieuwe naam: Middenverschil Als het artikel in het vooraanzicht niet gecentreerd moet worden geplaatst, geeft u in het veld Middenverschil de verspringing ten opzichte van het midden van de montagerail op. De component wordt dan automatisch met deze waarde verplaatst. 282 EPLAN NEWS 2.0

283 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Opmerking: Waarden in het veld Middenverschil worden zowel door de aanvullende module "EPLAN Pro Panel" als door EPLAN Cabinet verwerkt. Contourtekeningen in het artikelbeheer opslaan In het EPLAN-artikelbeheer kunnen nu ook contourtekeningen aan een artikel worden toegewezen. Voordeel: Met contourtekeningen slaat u uw eigen montageprofielen in het systeem op. Deze kunnen direct met variabele lengten in het schema worden ingebouwd. Hierdoor zijn de benodigde speciale profielen snel in het systeem beschikbaar. Een dergelijke tekening, die daarvoor in de contoureditor als contour van het type "Contour-extrusie" is gemaakt, kunt u bijvoorbeeld bij artikelen uit de productgroepen "Montagerails" of "Kabelgoten" opslaan. Als dan in de aanvullende module "EPLAN Pro Panel" een dergelijk artikel in een layoutruimte wordt ingevoegd, wordt de contour tot een 3D-object geëxtrudeerd. De contourtekeningen worden opgeslagen op het tabblad Technische gegevens in het veld Macro. Klik hiertoe op de knop [...], die zich naast het veld bevindt, en selecteer in het vervolgdialoogvenster Macro selecteren een bestand van het bestandstype Contour-extrusie (*.fc2). Nieuw tabblad "Documenten" Voor sommige artikelen van internationaal opererende bedrijven konden tot nu toe niet alle beschikbare documenten in de velden van het tabblad Technische gegevens worden ingevoerd. Daarom is het dialoogvenster Artikelbeheer uitgebreid met het nieuwe tabblad Documenten. Hier kunt u nu maximaal 20 externe documenten en / of hyperlinks invoeren en beheren. EPLAN NEWS

284 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Voordeel: U kunt nu de complete externe documentatie bij een artikel in het artikelbeheer opslaan. Hierdoor kunt u vanuit de engineering alle daaropvolgende processen van de benodigde informatie voorzien. Uw collega's van de productie, montage, inbedrijfstelling, service en onderhoud kunnen gebruik maken van alle informatie dus ook informatie die speciaal voor hen bestemd is die in de projectdocumentatie is opgenomen. De velden Extern document 1-3 op het tabblad Technische gegevens uit de vorige versie zijn vervallen. Externe documenten die in deze velden waren aangegeven, zijn verplaatst naar de eerste drie rijen van het nieuwe tabblad. Om op het tabblad Documenten een extern document in te voegen, klikt u op de betreffende cel van de kolom Bestand / hyperlink en vervolgens op [...]. Selecteer in het vervolgdialoogvenster het documentbestand dat moet worden gekoppeld. U kunt hier echter ook via Kopiëren en Plakken (in het Snelmenu) een internet- of adres invoeren. Voer vervolgens in de kolom Code een willekeurige tekstuele beschrijving voor de hyperlink / het externe document in. Een afbeeldingsbestand aan kabels / verbindingen toewijzen In de nieuwe versie kunt u net als bij montagegegevens ook voor artikelen van de Productgroep "Kabels / verbindingen" een afbeeldingsbestand opslaan. Hiertoe is het tabblad Kabelgegevens van het artikelbeheer uitgebreid met het veld Afbeeldingsbestand. Voordeel: Door het toewijzen van een afbeelding kunnen gebruikers sneller en eenvoudiger selecteren. Om aan een kabel een afbeeldingsbestand toe te wijzen, klikt u op [...] in dit veld en selecteert u het gewenste afbeeldingsbestand in het selectiedialoogvenster. 284 EPLAN NEWS 2.0

285 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Gegevensvelden beveiligen tegen actualisering Bij de import van artikelgegevens in de artikeldatabank kunt u nu afzonderlijke gegevensvelden tegen actualisering beveiligen. De velden die moeten worden beveiligd, worden in een schema in het dialoogvenster Veldtoekenning weergegeven. Voordeel: Op deze wijze kunt u voorkomen dat handmatig ingevoerde gegevens (bijvoorbeeld eigen teksten in het veld Beschrijving) door bestaande records worden overschreven wanneer de velden bij het importeren van artikelgegevens worden geactualiseerd. Om een dergelijk schema te maken, klikt u in het dialoogvenster Records importeren op de knop [...] naast het veld Veldtoekenning. Via het nieuwe tabblad Velden beveiligen definieert u de eigenschappen die bij de import van artikelgegevens niet mogen worden geactualiseerd. Klik daartoe op (Nieuw) en selecteer in het dialoogvenster Criteriumselectie de eigenschap die bij de import moet worden genegeerd. Nieuwe artikelsynchronisatie De synchronisatie van artikelen verloopt nu op vergelijkbare wijze als de synchronisatie van stamgegevens. In het menu Hulpprogramma's > Artikel zijn daartoe de beide "oude" menuopdrachten Huidig project --> artikeldatabank en Artikeldatabank --> huidig project vervangen door de nieuwe menuopdracht Huidig project synchroniseren. Met deze menuopdracht wordt het dialoogvenster Artikelsynchronisatie - <Projectnaam> geopend, dat u kunt gebruiken om gegevens van afzonderlijke artikelen in het project te actualiseren. Bovendien kunt u in dit dialoogvenster de artikeldatabank voltooien (aanvullen). Via [Extra] > Huidig systeem voltooien kunnen de artikelen die in een project zijn opgeslagen bijvoorbeeld aan een nieuwe artikeldatabank worden overgedragen. EPLAN NEWS

286 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Voordeel: Dit dialoogvenster maakt de synchronisatie van artikelgegevens veel transparanter. U herkent vooraf of gegevens een verschillende status hebben en u kunt afzonderlijke artikelen gericht synchroniseren of van de synchronisatie uitsluiten. Ook nieuw in het menu Hulpprogramma's > Artikel zijn de volgende twee menuopdrachten: Huidige project actualiseren Met deze menuopdracht wordt het huidige project doorzocht op verouderde artikelgegevens. Als er in de systeemartikelen (d.w.z. in de artikeldatabank) artikelgegevens worden gevonden die actueler zijn, worden de artikelen in het project geactualiseerd. Huidig project voltooien Met deze menuopdracht wordt het actuele project doorzocht op ontbrekende artikelen. Deze artikelen worden vervolgens indien beschikbaar automatisch in het project geladen. Artikelen actualiseren bij het openen van een project U kunt EPLAN nu zo instellen dat de artikelen die in een project zijn opgeslagen worden geactualiseerd zodra het project wordt geopend. Hiertoe zijn de algemene instellingen voor het beheer van projecten uitgebreid met het selectievakje Opgeslagen artikelen bij het openen actualiseren (onder Opties > Instellingen > Projecten > "Projectnaam" > Beheer > Algemeen). Voordeel: Op deze wijze houdt u de artikelen in het project altijd actueel. Dankzij de automatische synchronisatie hoeven artikelen niet meer handmatig te worden gesynchroniseerd en bent u ervan verzekerd dat gebruikers altijd met actuele artikelgegevens werken. 286 EPLAN NEWS 2.0

287 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Als dit selectievakje is ingeschakeld, worden de in het project gebruikte artikelen bij het openen van het project gesynchroniseerd met de artikelen van de artikeldatabank. Als de artikelen in het project zijn verouderd, verschijnt er een controlevraag. Als u deze vraag met [Ja] bevestigt, worden de opgeslagen artikelen geactualiseerd. Nieuwe menuopdrachten voor de artikelstamgegevens-navigator Als uitbreiding voor het invoegen van apparaten en voor het selecteren van artikelen via slepen & neerzetten vanuit de artikelstamgegevensnavigator, is het snelmenu van het dialoogvenster Artikelstamgegevens uitgebreid met de menuopdrachten Apparaat invoegen en Toewijzen. Als bij een artikel een macro met verschillende weergavetypen is opgeslagen, kunt u via de diverse submenuopdrachten (Meerlijnig, Enkellijnig etc.) van de menuopdracht Apparaat invoegen de artikelmacro in het gewenste weergavetype plaatsen. Als er geen bijpassend weergavetype wordt gevonden, wordt de macro (na een melding) in een ander weergavetype voorgesteld. Via Toewijzen kunt u een artikel dat in de navigator is geselecteerd aan een bepaalde functie in het schema toewijzen. Nadat u de optie hebt gekozen, hangt het artikel aan de cursor. Plaats de cursor op het gewenste schemasymbool in de grafische editor en wijs het artikel toe door op de linkermuisknop de drukken. Het artikel kan meerdere keren worden toegewezen en blijft net zo lang aan de cursor hangen totdat u de actie annuleert. Tip: Wanneer u artikelen met slepen & neerzetten vanuit de artikelstamgegevens-navigator selecteert, markeert u eerst het gewenste artikel in het dialoogvenster Artikelstamgegevens, drukt u op [Alt] en sleept u het artikel naar een schemasymbool in de grafische editor. EPLAN NEWS

288 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Meldingenbeheer Verbeterde ergonomie Voorbeeldvensters voor het meldingenbeheer In deze versie zijn enkele functies van het meldingenbeheer aangepast. Zo kunt u nu net als bij elk ander projectgegevensvenster gebruik maken van het grafisch voorbeeld. Als u het grafisch voorbeeld hebt geopend (Beeld > Grafisch voorbeeld), wordt daar de pagina weergegeven waarop een gemarkeerde melding betrekking heeft. Daarbij wordt de ongeldige functie in het voorbeeld gemarkeerd. Ook in het dialoogvenster Eigenschapsvoorbeeld wordt nu een voorbeeld (preview) van de eigenschappen weergegeven wanneer u in het meldingenbeheer een melding hebt gemarkeerd. Vanwege deze uitbreiding van het grafisch voorbeeld is in het snelmenu van het meldingenbeheer de menuopdracht Voorbeeld van fouten vervallen. Ook de menuopdracht Actualiseren is verwijderd. In plaats hiervan kunt u nu de bekende "Ga naar"-functies Ga naar (kruisverwezen), Ga naar (alle weergaven) en Ga naar (tekening) gebruiken. Voordeel: Het is nu direct duidelijk waar de oorzaak van de melding ligt. Een uniforme ergonomie verkort de inwerktijd en vereenvoudigt de bediening door incidentele gebruikers. Directe bewerking van eigenschappen In het meldingenbeheer kunnen onderdelen waarop de meldingen zijn gebaseerd nu direct worden bewerkt. Het snelmenu is daartoe uitgebreid met de menuopdrachten In tabel bewerken, Eigenschappen en Eigenschappen (algemeen). 288 EPLAN NEWS 2.0

289 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Voordeel: Meerdere meldingen met dezelfde oorzaak kunnen nu in één keer in de tabel worden gecorrigeerd. Hierdoor wordt het aantal benodigde bewerkingsstappen drastisch gereduceerd en worden de fouten waarop de meldingen betrekking hebben aanzienlijk sneller gecorrigeerd. Engineeringsfouten worden zo snel en eenvoudig gevonden en verholpen. En daardoor neemt de kwaliteit van uw projectdocumentatie toe. Weergave van layoutruimte-meldingen Om de meldingen die in een layoutruimte van de aanvullende module "EPLAN Pro Panel" zijn ontstaan snel in het meldingenbeheer te kunnen identificeren, is het dialoogvenster Meldingenbeheer uitgebreid met de kolom Layoutruimte. Hier wordt de naam van de layoutruimte aangegeven waarop het onjuiste object staat. Wanneer u een melding in de tabel selecteert en vervolgens dubbelklikt, wordt het onjuiste object in de 3D-weergave van de geopende layoutruimte weergegeven. Via Snelmenu > Kolommen configureren kunt u de kolom Layoutruimte in het meldingenbeheer weergeven en verbergen. Nieuwe bereikspecifieke filterinstellingen In het meldingenbeheer van EPLAN is het nu ook mogelijk om alleen nog specifieke meldingen voor de proces-engineering en / of de mechanica te laten weergeven. Voordeel: Door alleen die meldingen weer te geven die betrekking hebben op een bepaald bereik, ontstaat een overzichtelijke "to-do-lijst" en kunnen de verschillende taken voor de projectbewerkers duidelijk worden afgebakend. Dit vereenvoudigt de werkverdeling en zorgt met name bij interdisciplinaire engineeringsprojecten voor een transparante projectstatus. EPLAN NEWS

290 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Het dialoogvenster Filter: Meldingen is hiervoor uitgebreid met de nieuwe selectievakjes Proces-engineering en Mechanica. Als een van deze selectievakjes is ingeschakeld en in het meldingenbeheer ook het selectievakje Actief is ingeschakeld, worden in het dialoogvenster Meldingenbeheer alleen nog meldingen bij onderdelen weergegeven die aan het betreffende bereik zijn toegekend. Nieuw controletype "Fouten voorkomen" voor controleprocedures In de controleprocedure-afhankelijke instellingen voor het meldingenbeheer is voor een groot aantal controles het nieuwe controletype "Fouten voorkomen" beschikbaar. Voordeel: Het nieuwe controletype "Fouten voorkomen" voorkomt al tijdens de engineering dat er fouten in schema's ontstaan. In plaats van fouten achteraf te corrigeren, worden ze direct herkend en gecorrigeerd. Hierdoor wordt veel tijd bespaard. Kies afhankelijk van de engineeringsfase het controletype dat optimaal bij uw werkzaamheden aansluit. EPLAN biedt alle vrijheid bij het controleren van de projectgegevens en ondersteunt u optimaal bij het maken van een kwalitatief hoogwaardige machine- en installatiedocumentatie. Wanneer u in het dialoogvenster Instellingen: Meldingen en controleprocedures dit nieuwe controletype voor een meldingsnummer hebt ingesteld en u tijdens de projectbewerking een wijziging aanbrengt die in strijd is met het ingestelde controlecriterium, wordt u hierover door middel van de melding Fouten voorkomen geïnformeerd. Behalve de controleproceduretekst worden de pagina, ODC en positie van de ongeldige functie in de melding aangegeven. Nadat u deze melding met [OK] hebt gesloten, worden de aangebrachte wijzigingen weer ongedaan gemaakt en kunt u de gekozen actie (bijvoorbeeld een symbool invoegen) herhalen. 290 EPLAN NEWS 2.0

291 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Voorbeeld: U hebt in een controleschema voor de melding "017005" (met de meldingstekst "Dubbele ODC, te veel hoofdfuncties") het controletype "Fouten voorkomen" ingesteld. Wanneer u nu in het voorbeeldproject EPLAN-Demo op de pagina =EB3+ET1/1 een smeltzekering (symbool F1 met nummer 50) invoegt en voor dit onderdeel als weergegeven ODC -F1 invoert, wordt zodra u het eigenschappendialoogvenster met [OK] sluit de melding Fouten voorkomen weergegeven. Nadat u hier op [OK] hebt geklikt, wordt het invoegen van het symbool weer ongedaan gemaakt. Het geselecteerde symbool blijft aan de cursor hangen en u kunt de actie dit keer met een correcte ODC herhalen. Instelmogelijkheid voor modulespecifieke controles Naast het meldingenbeheer worden ook door andere modulen controles uitgevoerd (bijvoorbeeld bij het automatisch genereren van kabels). De betreffende meldingen worden eveneens in het meldingenbeheer weergegeven. Deze controles worden als modulespecifieke controles aangeduid en hebben in het dialoogvenster Instellingen: Meldingen en controleprocedures in de kolom Controletype standaard de invoer "Modulespecifiek". U kunt deze modulespecifieke controles in de instellingen "uitschakelen". Als een modulespecifieke controle niet moet worden uitgevoerd, kiest u als Controletype de instelling "Nee". Voordeel: Modulespecifieke controles kunnen nu ook worden "uitgeschakeld". Hierdoor kunt u de omvang van de automatische controles gericht definiëren en alleen gegevens controleren wanneer u dat wenst. EPLAN NEWS

292 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Apart filter voor het uitvoeren van controleprocedures In de controleprocedure-afhankelijke instellingen voor het meldingenbeheer kunt u nu voor bepaalde controleprocedures een apart filter instellen. Op deze wijze kunt u een controleprocedure bijvoorbeeld alleen voor de functies van een bepaald bereik of alleen voor objecten met een speciale functiedefinitie uitvoeren. Voordeel: Door het gebruik van extra filtercriteria verschijnen alleen die meldingen die u belangrijk vindt. Hierdoor kunnen projecten sneller en eenvoudiger worden gecontroleerd en verwerkt. Hiervoor is het dialoogvenster Instellingen: Meldingen en controleprocedures uitgebreid met de nieuwe kolom Filter. Standaard is voor de meeste controleprocedures in de betreffende cel het filterschema "alle bereiken" vooringesteld. Bij deze instelling wordt er niet gefilterd. Klik op [...] en selecteer een voorgedefinieerd filterschema in het dialoogvenster Filter of maak een nieuw eigen schema. Afhankelijk van de gekozen meldingsklasse kunt u voor de meeste controleprocedures behalve de eigenschap Bereik ook nog andere functiespecifieke eigenschappen en / of een functiedefinitie (functiegroep etc.) als filtercriterium definiëren. Bij de controleprocedures waarvoor geen apart filter kan worden ingesteld (bijvoorbeeld modulespecifieke controles), wordt in de kolom Filter de tekst "geen filter" aangegeven. Deze invoer kan niet worden gewijzigd. Opmerking: Houd er rekening mee dat een controleprocedure met een complex filter voorzien van meerdere criteria veel tijd in beslag kan nemen, omdat EPLAN de filters moet verwerken en moet controleren of aan de criteria is voldaan. 292 EPLAN NEWS 2.0

293 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Nieuwe controleprocedure voor het controleren van het onlinenummeringsformaat Door verschillende acties zoals het kopiëren en invoegen van pagina's uit andere projecten of door het invoegen van macro's kunnen onderdeelcodes in uw project terecht komen die niet overeenstemmen met de voorgeschreven onderdeelstructuur. Om het ingestelde online-nummeringsformaat voor de onderdelen in het project te controleren, kunt u in EPLAN nu de nieuwe controleprocedure gebruiken. Als u in het dialoogvenster Instellingen: Meldingen en controleprocedures voor een controleschema deze nieuwe melding hebt ingesteld, worden in het meldingenbeheer de onderdelen weergegeven die niet overeenstemmen met de instellingen die u in het dialoogvenster Nummeringsformaat hebt gedefinieerd. Als het controletype "Online / offline" is ingesteld, worden de meldingen zodra ze ontstaan direct naar het meldingenbeheer geschreven. Bij het controletype "Offline" worden de meldingen pas na een controleprocedure in het meldingenbeheer weergegeven. Het dialoogvenster Nummeringsformaat voor de online-nummering bereikt u bijvoorbeeld via Opties > Instellingen > Projecten > "Projectnaam " > Onderdelen > Nummering (online). Klik vervolgens in het dialoogvenster Instellingen: Nummering (online) voor het groepsveld Bij het invoegen van symbolen naast het veld Nummeringsformaat op [...]. EPLAN NEWS

294 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Vernieuwingen in de aanvullende module "Revision Management" Opmerking: De aanvullende module "Revision Management" is voor EPLAN Electric P8 Select optioneel verkrijgbaar. Voor EPLAN Electric P8 Professional en EPLAN Fluid behoort deze aanvullende module standaard tot de leveringsomvang. Via het revisiebeheer, de aanvullende module "Revision Management", kunnen aanpassingen die naderhand aan bestaande installaties zijn aangebracht automatisch worden geregistreerd en gedocumenteerd. Om informatie over wijzigingen in verschillende projectstatussen bij te houden, kunt u de volgende werkwijze hanteren: de revisie met wijzigingstracering Bij de wijzigingstracering genereert u een revisie. Daarbij wordt het actuele project het revisieproject, waarin u vervolgens verder werkt. Alle wijzigingen in dit revisieproject worden bijgehouden. de eigenschappenvergelijking van projecten Bij deze werkwijze vergelijkt u bepaalde eigenschappen van het actuele project met de betreffende eigenschappen van een referentieproject. Daarbij bepaalt u zelf welke eigenschappen op wijzigingen moeten worden gecontroleerd. Nieuwe namen voor de werkwijzen van het revisiebeheer De eigenschappenvergelijking werd in de vorige EPLAN-versies projectvergelijking genoemd. Om de projectvergelijking bij de revisie duidelijker te kunnen onderscheiden van de projectcontrole bij het projectbeheer, hebben we in de gebruikersinterface o.a. de volgende naamswijzigingen aangebracht: 294 EPLAN NEWS 2.0

295 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Oude naam: Projectvergelijking Vergelijkingsproject Nieuwe naam: Eigenschappenvergelijking van projecten Referentieproject Bovendien is de gebruikersinterface van het revisiebeheer behoorlijk veranderd, omdat de menustructuur aan de bovengenoemde werkwijzen is aangepast (zie volgende paragraaf op pagina 296). Verder zijn de volgende vernieuwingen doorgevoerd: Alle gewijzigde pagina's van een gereviseerd project kunnen met gemeenschappelijke revisiegegevens worden afgesloten (zie pagina 299). Verwerkingspagina's kunnen bij het afsluiten worden geactualiseerd (zie pagina 300). De revisie-index voor de paginawijzigingen kan automatisch worden doorgenummerd (zie pagina 301). Voor nieuwe projecten in de verwerkingen is een aparte revisiemarkering beschikbaar (zie pagina 305). Bij de eigenschappenvergelijking van projecten kunnen de te vergelijken objecten met een alternatieve identificatie worden bepaald (zie pagina 306). De resultaten van een eigenschappenvergelijking worden in een nieuw dialoogvenster weergegeven (zie pagina 310). Voor de eigenschappenvergelijking van projecten zijn nieuwe instellingen beschikbaar (zie pagina 313). De resultaten van de eigenschappenvergelijking worden in een projectspecifieke databank opgeslagen (zie pagina 314). Ook de revisiegegevens uit een eigenschappenvergelijking kunnen nu worden verwijderd (zie pagina 315). EPLAN NEWS

296 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform In de wijzigingstracering en bij de eigenschappenvergelijking voor projecten kunnen nu ook verwijderde objecten worden weergegeven (zie pagina 316). Verbeterde ergonomie door indeling in menuopdrachten In de nieuwe EPLAN-versie zijn de beide werkwijzen van het revisiebeheer in de gebruikersinterface in twee verschillende menuopdrachten ingedeeld. Daarom bevinden zich onder het menupad Hulpprogramma's > Revisiebeheer de twee nieuwe menuopdrachten Wijzigingstracering en Eigenschappenvergelijking van projecten. Voordeel: Door de ruimtelijke scheiding van de menuopdrachten kunnen de twee verschillende werkwijzen van het revisiebeheer beter van elkaar worden onderscheiden. Hierdoor worden misverstanden voorkomen. In deze nieuwe indeling bevat de menuopdracht Wijzigingstracering de volgende submenuopdrachten: Revisie genereren Pagina's afsluiten Verwijderde pagina's 296 EPLAN NEWS 2.0

297 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Revisiegegevens nabewerken Revisie verwijderen. De menuopdracht Eigenschappenvergelijking van projecten bevat de volgende submenuopdrachten: Referentieproject genereren Projecten vergelijken Resultaten van de eigenschappenvergelijking weergeven Revisiemarkeringen genereren Revisie verwijderen. De menuopdrachten Project afsluiten en Schrijfbeveiliging verwijderen, die voor beide werkwijzen relevant zijn, bevinden zich nu ook direct onder de hoofdmenuopdracht Revisiebeheer. Indeling van de instellingen In het kader van de aanpassing van de gebruikersinterface zijn ook de revisie-instellingen in verschillende dialoogvensters ingedeeld of hernoemd. EPLAN NEWS

298 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform De projectspecifieke instellingen onder Opties > Instellingen > Projecten > "Projectnaam" > Beheer > Revisie zijn ingedeeld in de volgende instellingendialoogvensters: Instellingen: Revisie (eigenschappenvergelijking van projecten) In dit dialoogvenster vindt u de nieuwe instellingen voor de eigenschappenvergelijking van projecten (zie pagina 313). Instellingen: Revisie (grafische weergave) In dit dialoogvenster bevinden zich nu de instellingen voor de weergave van revisiemarkeringen. De meeste instellingen voor de weergave van de grafische markering gelden zowel voor de wijzigingstracering als voor de eigenschappenvergelijking van projecten. Meer informatie hierover leest u in de paragraaf op pagina 305. Instellingen: Revisie (wijzigingstracering) In dit dialoogvenster vindt u de bekende projectspecifieke instellingen voor de wijzigingstracering. Informatie over de nieuwe instellingen Bij het verwijderen een verwijdermarkeringsteken genereren en verwijderde pagina's weergeven en Paginatypen bij het afsluiten afzonderlijk in acht nemen vindt u in de paragrafen "Verwijderde objecten weergeven" op pagina 316 en "Revisie-index nummeren" op pagina 301. Het dialoogvenster met de bedrijfsspecifieke vergelijkingsinstellingen voor de revisie zijn in het dialoogvenster Instellingen: Eigenschappenvergelijking van projecten hernoemd. U bereikt dit dialoogvenster via: Opties > Instellingen > Bedrijf > Beheer > Eigenschappenvergelijking van projecten. Daarnaast is in de bedrijfsinstellingen nog het nieuwe dialoogvenster Instellingen: Wijzigingstracering (nummering van de revisie-index) beschikbaar. Zie paragraaf "Revisie-index nummeren" op pagina EPLAN NEWS 2.0

299 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Uitbreiding bij het afsluiten van projecten Bij het genereren van een revisie via het menupad Hulpprogramma's > Revisiebeheer > Wijzigingstracering > Revisie genereren ontstaat een project dat kan worden bewerkt. Een dergelijk project noemen we een revisieproject. Wijzigingen in een revisieprojecten worden met revisiemarkeringen aangeduid. Wanneer u via Hulpprogramma's > Revisiebeheer > Project afsluiten een revisieproject afsluit, wordt er niet meer zoals voorheen een controlevraag weergegeven maar in plaats daarvan een nieuw dialoogvenster geopend. In dit dialoogvenster Project afsluiten kunt u voor alle gewijzigde pagina's van een revisieproject gemeenschappelijke revisiegegevens (revisie-index, beschrijving en wijzigingsreden) opslaan. Voordeel: Wanneer u een gereviseerd project afsluit, kunt u voor alle gewijzigde pagina's gemeenschappelijke revisiegegevens opgeven. EPLAN NEWS

300 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Hiertoe beschikt het dialoogvenster over dezelfde invoermogelijkheden als het dialoogvenster Beschrijving van de paginawijziging, dat wordt geopend als een pagina wordt gesloten. Als u een revisieproject afsluit, wordt de opmerking bij de revisie in het dialoogvenster Project afsluiten als invoer voor het veld Beschrijving voorgesteld. Project en pagina's bij het afsluiten verwerken Een andere vernieuwing is dat u bij het afsluiten van projecten / pagina's ook de verwerkingen kunt actualiseren. Voordeel: U kunt bij het afsluiten van projecten tegelijkertijd de verwerkingen up-to-date maken. De verwerkingspagina's hebben dezelfde revisie-index als de revisie-index die werd toegekend toen ze voor het laatst werden afgesloten. Hiertoe is in het dialoogvenster Project afsluiten het selectievakje Project bij het afsluiten verwerken beschikbaar. Als dit selectievakje is ingeschakeld en het dialoogvenster met [OK] wordt afgesloten, worden alle verwerkingspagina's van het project geactualiseerd. Als een project op deze wijze is afgesloten, zijn alle verwerkingspagina's up-to-date en wordt voor alle pagina's de aanduiding "Concept" (draft) verwijderd. In ons standaard plotkader zijn meerdere revisie-eigenschappen als speciale teksten geplaatst. Via dit plotkader wordt bijvoorbeeld in de inhoudsopgave en in het revisieoverzicht de pagina-eigenschap Revisieindex (uit wijzigingstracering ) [1] weergegeven. Als een project bij het afsluiten wordt verwerkt, hebben al deze verwerkingspagina's vervolgens de laatst toegekende revisie-index. 300 EPLAN NEWS 2.0

301 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Opmerking: In het revisiebeheer wordt nu ook rekening gehouden met pagina's van het paginatype "Revisieoverzicht". Dat betekent dat de betreffende pagina's bijvoorbeeld als "Concept" kunnen worden aangeduid en ook kunnen worden afgesloten. De speciale teksten voor de revisie-index worden op deze pagina's weergegeven en geactualiseerd. Verwerkingspagina's bij het afsluiten verwerken Ook het dialoogvenster Beschrijving van de paginawijziging bij het afsluiten van pagina's is uitgebreid (menupad: Hulpprogramma's > Revisiebeheer > Wijzigingstracering > Pagina's afsluiten). Als het nieuwe selectievakje Pagina's bij het afsluiten verwerken is ingeschakeld, worden de geselecteerde verwerkingspagina's geactualiseerd. Als er op een verwerkingspagina tijdens het verwerken een wijziging ontstaat (bijvoorbeeld in de inhoudsopgave, in het revisieoverzicht etc.), wordt deze pagina met dezelfde revisie-index afgesloten en wordt de aanduiding "Concept" verwijderd. De geselecteerde verwerkingspagina's worden ook geactualiseerd als ze niet als "Concept" zijn aangeduid. Bij andere pagina's die worden geselecteerd en die geen verwerkingspagina's zijn (bijvoorbeeld schemapagina's), heeft het selectievakje bij het afsluiten geen effect. Revisie-index nummeren Bij het afsluiten van pagina's kunt u de revisie-index nu zo instellen dat EPLAN automatisch een waarde voor de revisie-index voorstelt. Daarbij wordt de revisie-index aan de hand van een nummeringsschema bepaald en wordt steeds de hoogste waarde voorgesteld. Voordeel: De revisie-indexen voor de paginawijzigingen kunnen automatisch worden doorgenummerd. EPLAN NEWS

302 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Nummeringsschema voor revisie-index Om een nummeringsschema voor de revisie-index te selecteren of een eigen nummeringsschema te maken, kiest u Opties > Instellingen > Bedrijf > Beheer > Wijzigingstracering (nummering van de revisieindex). Standaard is in dit nieuwe dialoogvenster een schema ingesteld aan de hand waarvan een voorstel voor de revisie-index wordt bepaald. Het bewerken van een schema en het definiëren van een nummeringsformaat gaat hier net zo als in de andere instellingendialoogvensters voor de nummering. Hier zijn de formaatelementen "Teller" en "Scheidingsteken" beschikbaar. Waarschuwing weergeven als de revisie-index niet overeenkomt met het schema: Als dit selectievakje in het instellingendialoogvenster is ingeschakeld, wordt bij het afsluiten van pagina's een waarschuwing weergegeven als de ingevoerde waarde niet overeenstemt met de voorgestelde revisieindex. Als u deze waarschuwing met [OK] bevestigt, wordt de ingevoerde waarde overgenomen en wordt de nummering van de indexen onderbroken. Wanneer u de volgende keer afsluit, begint de nummering van de revisie-indexen weer bij het begin. Pagina's met nummeringsschema afsluiten Als u een ander nummeringsschema hebt geselecteerd of gemaakt, wordt bij het afsluiten van pagina's of van een project voor de af te sluiten pagina's de hoogste revisie-index bepaald. In dat geval wordt in de dialoogvensters Project afsluiten en Beschrijving van de paginawijziging voor het veld Revisie-index een waarde voorgesteld. En elke volgende keer dat u afsluit, wordt de voorgestelde index overeenkomstig het ingestelde nummeringsschema verhoogd. 302 EPLAN NEWS 2.0

303 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Pagina's bij het afsluiten afzonderlijk in acht nemen U kunt nu in de wijzigingstracering aangeven dat bepaalde paginatypen bij het afsluiten afzonderlijk moeten worden behandeld. Zo kunt u ook pagina's afsluiten die niet zijn gewijzigd, en pagina's die zijn gewijzigd niet afsluiten. Voordeel: De actuele revisie-index kan nu ook worden aangegeven op pagina's die niet zijn gewijzigd. Bij het afsluiten kunnen verwerkingspagina's worden uitgesloten. Hierdoor worden deze pagina's na het actualiseren niet in het revisieoverzicht weergegeven en blijven deze overzichtspagina's overzichtelijk. Hiertoe zijn de projectspecifieke revisie-instellingen onder Opties > Instellingen > Projecten > "Projectnaam" > Beheer > Revisie (wijzigingstracering) uitgebreid met het groepsveld Paginatypen bij het afsluiten afzonderlijk in acht nemen. Een afbeelding hiervan vindt u in de paragraaf "Verbeterde ergonomie door indeling in menuopdrachten" op pagina 297. Altijd afsluiten: De paginatypen die in dit veld worden aangegeven, worden bij het afsluiten altijd in acht genomen (en dus afgesloten) en van een revisieindex voorzien, ook als er op de projectpagina geen wijzigingen zijn aangebracht. Om ervoor te zorgen dat de pagina's met het paginatype dat in het veld Altijd afsluiten is geselecteerd bij het afsluiten van pagina's altijd worden meegenomen, moet u ook deze pagina's vóór het afsluiten in de pagina-navigator selecteren of direct het project afsluiten. Als de actuele revisie-index bovendien moet worden genummerd, moet u in de bedrijfsinstellingen een nummeringsschema selecteren. EPLAN NEWS

304 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Voorbeeld: U hebt van het voorbeeldproject EPLAN-DEMO een revisie gemaakt en op de schemapagina =EB3+ET1/1 met de beschrijving Voeding een wijziging aangebracht. Om ervoor te zorgen dat de actuele revisie-index ook op de titelpagina van het project wordt weergegeven, kiest u in het dialoogvenster Instellingen: Revisie (wijzigingstracering) in het veld Altijd afsluiten het paginatype Titelblad / voorblad. Selecteer in de pagina-navigator zowel de schemapagina als het titelblad. Nadat u de pagina's met de index EPLAN1 hebt afgesloten, wordt deze tekst ook in het plotkader op het titelblad weergegeven. Nooit afsluiten: De paginatypen die in dit veld worden aangegeven, blijven bij het afsluiten altijd buiten beschouwing (en worden dus niet afgesloten). Het maakt daarbij niet uit of er op de projectpagina al dan niet wijzigingen zijn aangebracht. Als hier bijvoorbeeld bepaalde paginatypen voor verwerkingspagina's worden weergegeven, worden de betreffende pagina's bij het afsluiten wel geactualiseerd maar niet in het revisieoverzicht aangegeven. Voorbeeld: U hebt op de schemapagina's van een revisieproject wijzigingen aangebracht. Wanneer u vervolgens het project afsluit en daarbij het selectievakje Project bij het afsluiten verwerken inschakelt (zie pagina 299), worden de verwerkingspagina's vóór het afsluiten geactualiseerd. Deze actualiseringen worden als wijziging geregistreerd en in het revisieoverzicht aangegeven. Bij uitgebreide verwerkingen kan dit ertoe leiden dat het revisieoverzicht onoverzichtelijk wordt. 304 EPLAN NEWS 2.0

305 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Als de geactualiseerde verwerkingspagina's niet in het revisieoverzicht moeten worden aangegeven, moet u de verwerkingspagina's uitsluiten zodat ze niet worden afgesloten. Daartoe selecteert u in het dialoogvenster Instellingen: Revisie (wijzigingstracering) in het veld Nooit afsluiten de betreffende paginatypen (Artikellijst, Onderdelenlijst etc.). Wanneer u nu het project afsluit, worden de verwerkingspagina's wel geactualiseerd, maar niet in het revisieoverzicht aangegeven. Met de knop (Nieuw) boven de velden Altijd afsluiten en Nooit afsluiten opent u het dialoogvenster Paginatype selecteren waarin u het gewenste paginatype kunt selecteren. Verschillende grafische markeringen voor de wijzigingstracering In de wijzigingstracering werden revisiewijzigingen tot dusver aangeduid met de grafische markering voor gewijzigde objecten. In de nieuwe versie worden de verschillende grafische markeringen voor toegevoegde, gewijzigde en verwijderde objecten nu ook bij de wijzigingstracering weergegeven. Nieuwe revisiemarkering voor verwerkingen Nieuwe en verplaatste objecten op verwerkingspagina's (lijstinvoeren, grafische weergaven etc.) werden tot nu toe in een revisieproject allemaal als "Gewijzigd" gemarkeerd. Door middel van een nieuwe instelling kunt u voor objecten die nieuw aan verwerkingen zijn toegevoegd een aparte grafische markering selecteren. Het groepsveld Grafische markering is hiervoor uitgebreid met het tabblad Nieuw in verwerking. Deze grafische markering vindt u in de projectspecifieke instellingen voor de revisie onder Opties > Instellingen > Projecten > "Projectnaam" > Beheer > Revisie (grafische weergave). EPLAN NEWS

306 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Nadat een verwerking is geactualiseerd, worden alle nieuwe objecten (bijvoorbeeld nieuwe onderdelen van een onderdelenlijst) met deze grafische markering als "Nieuw in verwerking" aangeduid. Objecten die door de nieuw toegevoegde objecten zijn verplaatst, worden op de verwerkingspagina's ook als "gewijzigde" objecten aangegeven. Opmerking: Houd er rekening mee dat de grafische markering voor de revisiewijziging "Nieuw in verwerking" alleen bij de wijzigingstracering wordt gebruikt en niet bij verwerkingen van stamgegevens (formulierdocumentatie, plotkaderdocumentatie etc.). Alternatieve eigenschappenvergelijking Bij de eigenschappenvergelijking van twee projecten in het revisiebeheer, kunt u de vergelijking nu aan de hand van een alternatieve identificatie uitvoeren. Voordeel: Bij de eigenschappenvergelijking met alternatieve identificatie kunnen ook automatisch gegenereerde projecten met elkaar worden vergeleken. 306 EPLAN NEWS 2.0

307 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Normaal gesproken worden objecten bij de eigenschappenvergelijking van projecten via een interne object-id geïdentificeerd. Bij projecten die automatisch zijn gegenereerd (bijvoorbeeld via het EPLAN Engineering Center), worden de interne object-id's bij elke generering opnieuw toegekend. Dat houdt in dat bij elke generering een compleet nieuw project ontstaat en alle objecten in dit project nieuwe object-id's krijgen. Hierdoor is een eigenschappenvergelijking via de identificatie van objecten aan de hand van de object-id niet meer mogelijk. Als u een alternatieve eigenschappenvergelijking wilt uitvoeren, moet u in het dialoogvenster Eigenschappen van projecten vergelijken het nieuwe selectievakje Alternatieve identificatie inschakelen. Meer informatie hierover leest u in de volgende paragraaf. Eigenschappen van projecten vergelijken Voorafgaand aan de eigenlijke eigenschappenvergelijking moet u eerst een referentieproject genereren. Normaal gesproken is een referentieproject een kopie van het actuele project op een eerder tijdstip. Selecteer het gewenste project in de pagina-navigator en kies de menuopdrachten Hulpprogramma's > Revisiebeheer > Eigenschappenvergelijking van projecten > Projecten vergelijken. EPLAN NEWS

308 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Nadat u in het dialoogvenster Eigenschappen van projecten vergelijken het referentieproject hebt geselecteerd, definieert u de instellingen voor de vergelijking. Structuurcodes uitsluiten van de eigenschappenvergelijking Via het nieuwe veld Structuurcode-instelling kunt u aangeven welke structuurcodes bij de eigenschappenvergelijking van projecten niet meer als verschillend moeten worden beschouwd. 308 EPLAN NEWS 2.0

309 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Als u structuurcodes hebt hernoemd, worden deze bij de eigenschappenvergelijking van projecten normaal gesproken als verwijderd en nieuw toegevoegd beschouwd. Als u dergelijke wijzigingen niet wilt weergeven, kunt u een schema maken waarin wordt aangegeven welke structuurcodes zijn hernoemd. De aangegeven structuurcodes blijven bij de eigenschappenvergelijking van projecten buiten beschouwing. Met de knop [...] naast het veld Structuurcode-instellingen opent u het gelijknamige dialoogvenster. In dit dialoogvenster definieert u welke structuurcode in het referentieproject door welke structuurcode in het actuele project wordt vervangen en slaat u deze instellingen vervolgens in een eigen schema op. Opmerking: Deze instelling is alleen zinvol als u via het selectievakje Alternatieve identificatie de alternatieve identificatie van objecten hebt geactiveerd. Voor verwijderde objecten verwijdermarkeringstekens genereren Dit selectievakje is eveneens nieuw in het dialoogvenster. Als het selectievakje is ingeschakeld, worden verwijderde objecten (schemasymbolen, teksten, etc.) op de projectpagina's door een revisiemarkering en een verwijdermarkeringsteken aangeduid. Zie paragraaf "Verwijderde objecten weergeven" op pagina 316. Eigenschappenvergelijking met alternatieve identificatie Om een eigenschappenvergelijking met alternatieve identificatie uit te voeren, schakelt u het nieuwe selectievakje Alternatieve identificatie in. In dat geval worden objecten met behulp van zogeheten "kandidaatsleutels" geïdentificeerd. Een kandidaatsleutel is een minimumaantal eigenschappen die een object eenduidig identificeren. De identificerende eigenschappen zijn door EPLAN vast ingesteld. EPLAN NEWS

310 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Opmerking: Als u de eigenschappen vergelijkt van projecten die automatisch zijn gegenereerd (bijvoorbeeld via het EPLAN Engineering Center), moet u het selectievakje Alternatieve identificatie inschakelen, omdat de interne object-id's bij elke nieuwe generering opnieuw worden toegekend en de eigenschappen daardoor niet meer aan de hand van het object-id kunnen worden vergeleken. Nadat u op [OK] hebt geklikt, wordt de vergelijkingsprocedure uitgevoerd. Het dialoogvenster Resultaten van de eigenschappenvergelijking - <Projectnaam> wordt geopend, waarin een overzicht van de resultaten wordt weergegeven. Bovendien worden de wijzigingen die door de eigenschappenvergelijking zijn vastgesteld, in het project door grafische markeringen aangegeven. Resultaten van de eigenschappenvergelijking weergeven In het nieuwe dialoogvenster Resultaten van de eigenschappenvergelijking - <Projectnaam> worden de resultaten van een eigenschappenvergelijking weergegeven. Na een eigenschappenvergelijking van projecten wordt deze resultatenlijst automatisch weergegeven. Het maakt daarbij niet uit of de eigenschappenvergelijking via de interne object-id of via de nieuwe alternatieve identificatie heeft plaatsgevonden. Voordeel: De resultaten van de vergelijking worden nu in een overzichtelijke lijst weergegeven. Hierdoor hebt u snel en eenvoudig een goed overzicht van alle wijzigingen. U kunt dit dialoogvenster ook via Hulpprogramma's > Revisiebeheer > Eigenschappenvergelijking van projecten > Resultaten van de eigenschappenvergelijking weergeven openen. Na elke eigenschappenvergelijking van projecten worden de gegevens automatisch geactualiseerd. 310 EPLAN NEWS 2.0

311 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Door zijn tabelvormige opbouw lijkt het dialoogvenster op het meldingenbeheer en kan het door docken en undocken buiten of binnen het EPLAN-hoofdvenster worden geplaatst. De tabel bevat de volgende kolommen: Objecttype: toont het objecttype, bijvoorbeeld functie, afbeeldingsbestand etc. ODC / naam: toont de volledige ODC van de functie of de naam van het object. Bij verbindingen worden bron en doel weergegeven, bij projecten de projectnaam inclusief bestandspad, bij afbeeldingsbestanden de bestandsnaam inclusief bestandspad en bij hyperlinks de code. Pagina van het object: toont de pagina waarop de verschillen zijn aangetroffen. Wijzigingstype: geeft aan of het object is gewijzigd, verwijderd op nieuw is toegevoegd. Eigenschap: toont de gewijzigde eigenschap. Oude waarde: toont de waarde van de eigenschap in het referentieproject. Nieuwe waarde: toont de waarde van de eigenschap in het actuele project. Laatste bewerker: toont de laatste bewerker van de pagina. EPLAN NEWS

312 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform De gegevens in dit resultatenvenster worden gelezen uit de MS Accessdatabank waarin de resultaten van de eigenschappenvergelijking zijn opgeslagen. Aantal weergegeven resultaten Om ervoor te zorgen dat de resultaten overzichtelijk blijven, worden niet alle resultaten uit de MS Access-databank weergegeven. Het maximum aantal meldingen dat in het resultatenvenster wordt weergegeven, definieert u via de nieuwe projectinstelling Maximum aantal weergegeven resultaten van de eigenschappenvergelijking van projecten (zie volgende paragraaf op pagina 313). Als het aantal meldingen groter is dan het gedefinieerde aantal, wordt de uitvoer van resultaten geannuleerd en wordt u hierover met een melding geïnformeerd. Vanuit het resultatenvenster naar het project springen In het snelmenu van het dialoogvenster Resultaten van de eigenschappenvergelijking zijn de twee "Ga naar"-menuopdrachten Ga naar project (tekening) en Ga naar referentieproject (tekening) beschikbaar. Met deze functies kunt u van een gewijzigd object naar de betreffende posities in het schema springen. Voor een nieuw toegevoegd object is nu de optie Ga naar project (tekening) beschikbaar. Bij verplaatste en gewijzigde objecten zijn beide menuopdrachten actief. Bij verwijderde objecten zijn eveneens beide menuopdrachten actief. Via de menuopdracht Ga naar project (tekening) kunt u echter alleen naar het schema van het project springen als op deze plaats een verwijdermarkeringsteken is gegenereerd. Daartoe moet u de nieuwe projectinstelling Bij het verwijderen een verwijdermarkeringsteken genereren en verwijderde pagina's weergeven inschakelen (zie paragraaf "Verwijderde objecten weergeven" op pagina 316). 312 EPLAN NEWS 2.0

313 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Tip: Voor bepaalde objecten (functies, verbindingen, potentialen, PLT-systemen, PLT-systeemfuncties) die in de grafische editor van een revisiemarkering zijn voorzien, is een synchronisatie met het dialoogvenster Resultaten van de eigenschappenvergelijking - <Projectnaam> mogelijk. Selecteer daartoe het gewenste object en kies vervolgens Snelmenu > Selectie synchroniseren. De betreffende rij in de resultatenlijst wordt dan gemarkeerd. Nieuwe instellingen voor de eigenschappenvergelijking van projecten In dit nieuwe dialoogvenster definieert u de instellingen voor de eigenschappenvergelijking van projecten. Revisiemarkering bij verbindingen op elke pagina plaatsen: Met deze instellingen kunt u aangeven hoe paginaoverschrijdende verbindingen bij een wijziging moeten worden gemarkeerd. EPLAN NEWS

314 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Als dit selectievakje in ingeschakeld, wordt de verbinding bij een wijziging van een paginaoverschrijdende verbinding op elke pagina gemarkeerd. Als het selectievakje is uitgeschakeld, wordt de verbinding alleen op de eerste pagina gemarkeerd. Maximum aantal weergegeven resultaten: In dit bekende veld definieert u het maximum aantal meldingen dat in het dialoogvenster Resultaten van de eigenschappenvergelijking - <Projectnaam> wordt weergegeven. Deze instelling zorgt ervoor dat de inhoud van het dialoogvenster sneller wordt weergegeven en is niet van invloed op de eigenschappenvergelijking. Alle objecten worden vergeleken en alle resultaten van deze vergelijking worden naar een databank geschreven, onafhankelijk van het aantal dat in dit veld is gedefinieerd (zie volgende paragraaf). Projectspecifieke databanken voor het vergelijkingsresultaat De resultaten van een eigenschappenvergelijking van projecten worden net als voorheen in een MS Access-databank opgeslagen. Deze databank kan in de instellingen niet meer vrij worden geselecteerd of nieuw worden aangemaakt, maar wordt nu automatisch voor elke project gegenereerd en in de projectdirectory van het actuele project opgeslagen. De bestandsnaam van de databank wordt automatisch toegekend en is gelijk aan de bestandsnaam van het referentieproject (bijvoorbeeld Referentieproject.Revision.mdb). Voordeel: Doordat de databanken voor het vergelijkingsproject projectspecifiek worden opgeslagen, kunt u deze gegevens ook samen met een project backuppen of via verzenden. Op deze wijze wordt alle informatie over wijzigingen eenvoudig in het projectuitwisselingsproces opgenomen. Alle bij het project betrokken partijen ook in grote projectteams zijn hierdoor altijd up-to-date. 314 EPLAN NEWS 2.0

315 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Wanneer u dergelijke databanken uit een project wilt verwijderen, is hiervoor in het gedeelte Revisiebeheer van de compressie-instellingen het nieuwe selectievakje Revisiedatabanken verwijderen beschikbaar. Via Project > Organiseren > Comprimeren en de betreffende compressieinstelling kunnen de databanken voor het vergelijkingsresultaat uit het project worden verwijderd. In het kader van deze wijzigingen is in de revisie-instellingen het veld Databank voor het resultaat van de projectvergelijking verwijderd. Daarnaast is in het dialoogvenster Instellingen: Directory's ook de directory-instelling voor het revisiebeheer verwijderd. Revisiegegevens van de eigenschappenvergelijking verwijderen Tot nu toe konden de gegevens van een eigenschappenvergelijking in het revisiebeheer niet worden verwijderd. In deze nieuwe versie kunt u alle revisiegegevens en -markeringen volledig verwijderen. Voordeel: Als alle revisie-informatie uit een gereviseerd project is verwijderd, kan een dergelijk project bijvoorbeeld weer worden gebruikt om basisprojecten of projectsjablonen te maken. Het bestaande dialoogvenster Revisiemarkeringen verwijderen is hiertoe uitgebreid, hernoemd en overeenkomstig de werkwijzen van het revisiebeheer in twee menuopdrachten ingedeeld. Oude naam: Revisiemarkeringen verwijderen Nieuwe naam: Revisie verwijderen Om de revisiegegevens en -markeringen die via een eigenschappenvergelijking van projecten zijn ontstaan te verwijderen, kiest u Hulpprogramma's > Revisiebeheer > Eigenschappenvergelijking van projecten > Revisie verwijderen. EPLAN NEWS

316 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Revisiemarkeringen: Als dit selectievakje is ingeschakeld, worden alle revisiemarkeringen verwijderd die na een eigenschappenvergelijking van projecten zijn gegenereerd. Revisiegegevens van de eigenschappenvergelijking: Als dit nieuwe selectievakje is ingeschakeld, worden nu ook de revisiegegevens verwijderd die na een eigenschappenvergelijking zijn gegenereerd. Daartoe behoort bijvoorbeeld informatie over de bijbehorende referentieprojecten. Tip: Om de revisiegegevens en -markeringen van de wijzigingstracering uit een project te verwijderen, kiest u het menupad Hulpprogramma's > Revisiebeheer > Wijzigingstracering > Revisie verwijderen. Verwijderde objecten weergeven Om bij de revisie met wijzigingstracering en bij de eigenschappenvergelijking van projecten ook verwijderde objecten te kunnen weergeven, is het revisiebeheer van EPLAN uitgebreid. Voordeel: Door verwijderde objecten weer te geven, kunt u de wijzigingen in een projectrevisie of in een eigenschappenvergelijking beter traceren. 316 EPLAN NEWS 2.0

317 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Als verwijderde objecten in een project moeten worden weergegeven, moet u de volgende instellingen aanbrengen: Bij de revisie met wijzigingstracering moet u de nieuwe projectinstelling Bij het verwijderen een verwijdermarkeringsteken genereren en verwijderde pagina's weergeven inschakelen. U vindt het selectievakje onder Opties > Instellingen > Projecten > "Projectnaam" > Beheer > Revisie (wijzigingstracering). Bij de eigenschappenvergelijking van projecten moet u in het dialoogvenster Eigenschappen van projecten vergelijken het nieuwe selectievakje Voor verwijderde objecten verwijdermarkeringstekens genereren inschakelen. Als u deze instellingen in een revisieproject / bij de eigenschappenvergelijking hebt aangebracht, worden de verwijderde objecten (schemasymbolen, teksten etc.) op de projectpagina's door een revisiemarkering en door een speciaal object het verwijdermarkeringsteken aangeduid. Dit is zowel bij een wijzigingstracering als bij een eigenschappenvergelijking het geval. Voor de revisiemarkering wordt daarbij de kleur gebruikt die voor verwijderde objecten is ingesteld. Symbool voor verwijdermarkeringsteken Een verwijdermarkeringsteken geeft informatie over een verwijderd object. Dit teken wordt met een speciaal nieuw symbool (DO // 300 // Verwijderd object) uit de symboolbibliotheek SPECIAL aangeduid en op dezelfde positie geplaatst als waar eerst het object stond. EPLAN NEWS

318 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Voorbeeld: Voorbeeld van een verwijdermarkeringsteken in het schema: Voor het verwijdermarkeringsteken is het layerbeheer uitgebreid met de nieuwe layer EPLAN576, Grafisch.Verwijderde objecten. Via een daarvoor bestemde instelling in het layerbeheer kunt u het verwijdermarkeringsteken voor het hele project op zichtbaar / onzichtbaar zetten. Eigenschappendialoogvenster voor verwijdermarkeringstekens Als u op een verwijdermarkeringsteken dubbelklikt, wordt het dialoogvenster Eigenschappen (schemasymbool): Verwijdermarkeringsteken geopend. 318 EPLAN NEWS 2.0

319 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Dit dialoogvenster bevat de bekende tabbladen Weergave en Symbool- / functiegegevens en het nieuwe tabblad Verwijdermarkeringsteken met informatie over het verwijderde object. Op dit tabblad worden de eigenschappen van het actueel verwijderde object aangegeven, zoals bijvoorbeeld de naam en het Type van het verwijderde object, de Gebruikersnaam en de Verwijderdatum. Alle overige eigenschappen worden in de tabel in het groepsveld Eigenschappen aangegeven en kunnen daar via de eigenschapselectie worden geselecteerd. EPLAN NEWS

320 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Verwijdermarkeringsteken in de wijzigingstracering bewerken Als u van een project een revisie hebt gegenereerd, worden de verwijderde objecten (na het inschakelen van de eerder genoemde instelling) in de grafische editor door een revisiemarkering en door een verwijdermarkeringsteken aangeduid. Voor dit verwijdermarkeringsteken is in een revisie met wijzigingstracering het volgende mogelijk: Verwijdermarkeringsteken verplaatsen Als een verwijderd object in de grafische editor wordt verplaatst, krijgt het verwijdermarkeringsteken een nieuwe revisiemarkering. Daarbij wordt door middel van de kleur voor gewijzigde objecten aangegeven dat het om een verplaatst object gaat. Bovendien wordt de markeringstekst opnieuw bepaald en eventueel geactualiseerd. Door het speciale eigenschappendialoogvenster voor het verwijdermarkeringsteken blijft ook na het verplaatsen de informatie dat het hierbij om een verwijderd object gaat, behouden. Revisiemarkeringsteksten bewerken Ook voor een verwijdermarkeringsteken wordt standaard een knopinfo met de automatisch gegenereerde revisiemarkeringstekst weergegeven. Om deze tekst te wijzigen, selecteert u het verwijdermarkeringsteken en kiest u vervolgens in het snelmenu de menuopdracht Revisiemarkering bewerken. Verwijderde objecten definitief verwijderen Om de informatie over een verwijderd object definitief uit een projectpagina te verwijderen, klikt u op het invoegpunt van het verwijdermarkeringsteken en kiest u in het snelmenu de nieuwe menuopdracht Definitief verwijderen. Opmerking: Als de revisiemarkering en het verwijdermarkeringsteken van een verwijderd object op de gebruikelijke wijze in de grafische editor worden verwijderd (bijvoorbeeld via Snelmenu > Verwijderen), worden de verwijderde objecten door identieke nieuwe objecten vervangen. 320 EPLAN NEWS 2.0

321 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Weergave van verwijderde pagina's in de wijzigingstracering Als het selectievakje Bij het verwijderen een verwijdermarkeringsteken genereren en verwijderde pagina's weergeven is ingeschakeld en pagina's van een revisieproject worden verwijderd, wordt er informatie over de verwijderde pagina's opgeslagen. In het dialoogvenster Verwijderde pagina's wordt deze lijst met pagina's weergegeven. U bereikt dit dialoogvenster via de menuopdrachten Hulpprogramma's > Revisiebeheer > Wijzigingstracering > Verwijderde pagina's. Sommige eigenschappen die hier worden weergegeven, dienen slechts ter informatie en kunnen niet worden gewijzigd. In de velden Index, Beschrijving en Wijzigingsreden kunt u uw wijzigingen beschrijven. Verwijderde pagina's kunnen nu ook in het revisieoverzicht worden weergegeven. Daartoe moet u in het betreffende formulier voor het revisieoverzicht de nieuwe formuliereigenschap Revisie-uitvoer met verwijderde pagina's <13088> inschakelen. Bovendien moet in de formuliereigenschappen voor de eigenschap Revisie-uitvoertype <13106> de optie "Pagina's" zijn ingesteld. Tip: U kunt ook alle revisiemarkeringen en verwijdermarkeringstekens die in het project voorkomen en die via de wijzigingstracering zijn ontstaan, verwijderen. Kies daartoe Hulpprogramma's > Revisiebeheer > Wijzigingstracering > Revisie verwijderen. Bij de revisie met wijzigingstracering worden de verwijderde pagina's als gegevens beschouwd. Om deze te verwijderen, schakelt u in het dialoogvenster Revisie verwijderen het selectievakje Revisiegegevens van de wijzigingstracering in. EPLAN NEWS

322 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Verwijderde objecten in de eigenschappenvergelijking verwijderen Bij een eigenschappenvergelijking van projecten worden de wijzigingen in het project niet continu bijgehouden. De revisiemarkeringen worden eenmalig gegenereerd en behouden deze vorm totdat er opnieuw een eigenschappenvergelijking wordt uitgevoerd. Daarom kunt u een verwijderd object definitief uit het project verwijderen door de revisiemarkering en het verwijdermarkeringsteken te verwijderen (bijvoorbeeld via Snelmenu > Verwijderen). Pas nadat de eigenschappen van het project opnieuw met die van een ongewijzigd referentieproject zijn vergeleken, worden de revisiemarkering en het verwijdermarkeringsteken weer aangegeven. Tip: U kunt ook alle revisiemarkeringen en verwijdermarkeringstekens die in het project voorkomen en die via eigenschappenvergelijking van projecten zijn ontstaan, verwijderen. Kies daartoe Hulpprogramma's > Revisiebeheer > Eigenschappenvergelijking van projecten > Revisie verwijderen (zie paragraaf "Revisiegegevens van de eigenschappenvergelijking verwijderen" op pagina 315). Bij een eigenschappenvergelijking van projecten worden verwijdermarkeringstekens en verwijderde pagina's als revisiemarkeringen beschouwd. Om deze te verwijderen, schakelt u in het dialoogvenster Revisie verwijderen het selectievakje Revisiemarkering in. 322 EPLAN NEWS 2.0

323 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Layoutruimtes in het revisiebeheer Wijzigingstracering Gewijzigde layoutruimtes worden bij de wijzigingstracering van het revisiebeheer als pagina's behandeld. Zo kunnen deze bijvoorbeeld via Hulpprogramma's > Revisiebeheer > Wijzigingstracering > Pagina's afsluiten worden afgesloten. Hierdoor worden wijzigingen in layoutruimtes ook in het revisieoverzicht geregistreerd. Verder is de kolom Pagina in het dialoogvenster Revisiegegevens nabewerken gewijzigd in Pagina / layoutruimte en wordt hierin nu ook de layoutruimte aangegeven. Daarbij wordt de naam van een layoutruimte in tegenstelling tot de volledige paginanaam niet door het scheidingsteken "/", maar door een spatie en een haakje van de structuurcode gescheiden (bijv. =EB3+ET1 (2)). Eigenschappenvergelijking van projecten Bij de eigenschappenvergelijking van projecten worden ook de 3D-objecten van een layoutruimte meegenomen. Zo worden bijvoorbeeld gewijzigde en nieuwe objecten van een layoutruimte in het resultatenvenster weergegeven. Voor een eigenschappenvergelijking kan bijvoorbeeld de eigenschap ODC (identificerend) <20005> worden gebruikt. Maar ook de voor 3Dobjecten specifieke eigenschappen van de categorie "Gegevens" zoals Layoutruimtenaam <20261>, Layoutruimtebeschrijving <20235> etc. kunnen voor een eigenschappenvergelijking worden gebruikt. EPLAN NEWS

324 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Vernieuwingen in de aanvullende module "Multi Language Translation" Opmerking: De aanvullende module "Multi Language Translation" is voor EPLAN Electric P8 Select optioneel verkrijgbaar. Voor EPLAN Electric P8 Professional en EPLAN Fluid en EPLAN PPE behoort deze aanvullende module standaard tot de leveringsomvang. Ook in het hulpprogramma Vertaling van de aanvullende module "Multi Language Translation", zijn in deze versie een aantal vernieuwingen aangebracht. Onderscheid tussen brontaal en weergavetaal In EPLAN wordt nu onderscheid gemaakt tussen brontaal en weergavetaal. Hiervoor zijn de projectspecifieke, algemene vertaalinstellingen uitgebreid met de vervolgkeuzelijst Brontaal. 324 EPLAN NEWS 2.0

325 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Voordeel: Op deze wijze kunt u in het project teksten invoeren in een taal die niet als weergavetaal is ingesteld. Hierdoor kunnen gebruikers in internationale projecten in hun moedertaal onafhankelijk van de gedefinieerde weergavetaal engineeren. Dat vereenvoudigt de engineeringswerkzaamheden en beschermt tegen fouten die als gevolg van het werken in een vreemde taal kunnen ontstaan. Brontaal: In dit veld definieert u de brontaal van het project. Dit is de taal waarin u uw projectteksten invoert. De brontaal van het project is tegelijkertijd de brontaal van de vertaling. Voor deze taal zoekt EPLAN bij het vertalen naar passende trefwoorden in het woordenboek, die vervolgens in alle geselecteerde vertalingstalen worden vertaald. Via de brontaal definieert u bovendien in welke taal vertaalbare projectteksten in dialoogvensters worden weergegeven. Weergavetalen: In dit veld definieert u in welke talen en in welke volgorde vertaalbare projectteksten in de grafische editor worden weergegeven. Als weergavetalen kunt u de dialoogtaal selecteren (optie ##_## (dialoogtaal)), of andere talen die u reeds als vertalingstalen hebt gedefinieerd. Voorbeeld: U hebt een woordenboek met trefwoorden in de brontaal en_us en de bijbehorende vertalingsteksten in de talen fr_fr, zh_cn, ru_ru. U hebt de volgende instellingen aangebracht: Instelling Vertalingstalen Brontaal Weergavetalen Taal en_us, fr_fr, zh_cn, ru_ru en_us zh_cn, ru_ru EPLAN NEWS

326 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Voor het invoeren en vertalen van de tekst betekent dit: Teksten invoegen: U voert uw projectteksten in het Engels in, omdat u als brontaal en_us hebt gekozen, en u vertaalt uw project. Vertalen: Alle projectteksten worden in de talen fr_fr, zh_cn en ru_ru vertaald. In en_us zijn deze reeds beschikbaar. Voor de weergave van de tekst betekent dit: Grafische editor: Hier worden de projectteksten uitsluitend in de talen zh_cn en ru_ru weergegeven. Dialoogvensters: Hier worden de vertaalbare projectteksten, zoals de paginabeschrijvingen in de pagina-navigator, in de brontaal van het project en_us weergegeven. Opmerking: De brontaal kan als weergavetaal zijn geselecteerd, maar dat is niet per se noodzakelijk. Als u de brontaal niet als weergavetaal hebt geselecteerd, verschijnt er een melding. Bovendien wordt de ingestelde brontaal in de statusbalk weergegeven zodra u in EPLAN een tekst in het project kunt invoeren. Hoofdletters / kleine letters voor de brontaal Wanneer u voorheen een woord als tekst had ingevoerd (bijvoorbeeld Antrieb voor de brontaal de_de) en voor de projectspecifieke, algemene instelling Hoofdletters / kleine letters de optie Alles in hoofdletters had gekozen, had dit bij het vertalen betrekking op de uitgevoerde vertalingstekst (voor de vertalingstaal en_us bijvoorbeeld DRIVE). De brontekst werd dan weergegeven (met hoofdletters of kleine letters) zoals het betreffende trefwoord in het woordenboek was opgeslagen. Nu heeft de instelling Hoofdletters / kleine letters ook betrekking op de teksten in de brontaal. 326 EPLAN NEWS 2.0

327 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Met behulp van deze instelling bepaalt u niet alleen met welke schrijfwijze de vertalingsteksten moeten worden uitgevoerd, maar ook hoe de ingevoerde projectteksten in de grafische editor worden weergegeven. Voorbeeld: U hebt voor de instelling Hoofdletters / kleine letters de optie Alles in hoofdletters geselecteerd. Vervolgens voert u in het dialoogvenster Eigenschappen - Tekst het woord Motor in. Nadat u het dialoogvenster met [OK] hebt gesloten, wordt in de grafische editor de tekst MOTOR weergegeven. Opmerkingen: Houd er rekening mee dat bij het automatisch vertalen via Hulpprogramma's > Vertaling > Vertalen ook de instelling Identieke hoofdletters / kleine letters van invloed op de vertaling kan zijn. Als dit selectievakje is ingeschakeld, vindt EPLAN het bijbehorende trefwoord alleen als de hoofdletters / kleine letters van de tekst geheel identiek zijn aan de hoofdletters / kleine letters van het trefwoord in het woordenboek. Als bij een vertaalprocedure de vertalingsteksten met een bepaalde schrijfwijze moeten worden uitgevoerd (opties Alles in hoofdletters, Alles in kleine letters of Eerst hoofdletter), moet u daarvoor het selectievakje Identieke hoofdletters / kleine letters uitschakelen. Bij een handmatige vertaling in het eigenschappendialoogvenster heeft deze instelling geen effect. Tekstgerichte regeleinden bij de vertaling Om bij een vertaling waarbij per woord wordt vertaald de regeleinden te kunnen instellen, is in de vertaalinstellingen het nieuwe selectievakje Regeleinden: Tekstgericht beschikbaar. EPLAN NEWS

328 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Deze nieuwe instelling kunt u zowel voor projectteksten als voor projectonafhankelijke teksten in het dialoogvenster Instellingen: Vertaling op de tabbladen Project en Projectonafhankelijk definiëren. Het betreffende selectievakje is echter alleen beschikbaar als u in het veld Segment de instelling "Woord" hebt geselecteerd. Als het selectievakje is ingeschakeld, worden de regeleinden bij het vertalen geplaatst op de positie die zich richt naar de positie in de brontekst. Het selectievakje is standaard uitgeschakeld. In dat geval wordt er gekeken naar de woordlengte van de brontekst en wordt het regeleinde in de vertaalde tekst op een vergelijkbare positie geplaatst. Regeleinden kunnen worden ingevoegd na de scheidingstekens in de vertaling van het betreffende trefwoord. Als scheidingsteken geldt in dit geval een spatie, een koppelteken of een scheidingsvoorstel in het woordenboek. Voorbeeld: U hebt voor een project en_us als bron- en weergavetaal ingesteld. Frans (fr_fr) is als vertalingstaal en als tweede weergavetaal ingesteld. De onderstaande projectteksten verduidelijken hoe deze teksten afhankelijk van de geselecteerde instelling na de vertaling in het schema worden weergegeven: Tekstinvoer Instelling Weergegeven tekst Schematic Placeholder Schematic Placeholder Regeleinden: Tekstgericht Regeleinden: Tekstgericht Schematic Placeholder Schéma des connexions Code de réservation Schematic Placeholder Schéma des connexions Code de réservation 328 EPLAN NEWS 2.0

329 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Het maakt voor de tekst in het voorbeeld niet of deze in een meertalig tekstveld in het eigenschappendialoogvenster van een schemasymbool of voor een grafische tekst is ingevoerd. Het teken voor het regeleinde ( ) wordt hier alleen ter verduidelijking aangegeven. Als in het dialoogvenster Eigenschappen - Tekst een tekst wordt ingevoerd, wordt het ingevoegde regeleinde niet weergegeven. Gewijzigd vertaalgedrag tijdens het invoeren Wanneer u teksten tijdens het invoeren vertaalt, blijven de ingevoerde teksten taalonafhankelijk als voor deze tekst in het woordenboek geen vertalingstekst wordt gevonden. Er vindt nu dus alleen nog een onlinevertaling plaats als het woordenboek een vertalingstekst bevat. In dat geval wordt de tekst onafhankelijk van de ingestelde dialoogtaal altijd weergegeven in de brontaal waarin deze is ingevoerd. Teksten, pagina-eigenschappen, projecteigenschappen en onderdeeleigenschappen worden tijdens het invoeren ervan automatisch vertaald als in de projectspecifieke vertaalinstellingen het selectievakje Tijdens het invoeren vertalen is ingeschakeld. Correctiemogelijkheid voor bestaande projecten Voor bestaande projecten waarin niet-vertaalde teksten als vertaald zijn aangeduid, is nu een correctiemogelijkheid beschikbaar. Hiertoe is in de vertaalinstellingen op het tabblad Omvang de knop [Correctie] beschikbaar. Via deze knop kunnen teksten die van de vertaling zijn uitgesloten maar waarvoor wel een vertalingstekst bestaat, in taalonafhankelijke teksten worden omgezet. Als u op deze knop hebt geklikt, verschijnt er een vraag. De volgende opties zijn mogelijk: EPLAN NEWS

330 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform [Ja]: alle teksten die van de vertaling zijn uitgesloten, worden in taalonafhankelijke teksten omgezet. Bestaande vertalingsteksten worden verwijderd. [Nee]: alleen teksten waarvoor een lege vertalingstekst is ingevoerd, worden in taalonafhankelijke teksten omgezet. (Lege vertalingsteksten kunnen bijvoorbeeld voorkomen in projecten die met oudere EPLAN-versies (vóór versie 2.0) zijn gemaakt, als daar de optie Tijdens het invoeren vertalen was ingeschakeld en er geen vertalingstekst in het woordenboek werd gevonden.) [Annuleren]: er worden geen teksten omgezet. Export van de ontbrekende-woorden-lijst op basis van het woordenboek In de nieuwe versie kunt u een ontbrekende-woorden-lijst projectonafhankelijk op basis van het woordenboek exporteren. Hiertoe is in het dialoogvenster Woordenboek op het tabblad Beheer onder [Extra] de nieuwe menuopdracht Export ontbrekende-woorden-lijst beschikbaar. Voordeel: Door de automatische export van woorden waarvoor geen vertaling beschikbaar is, wordt het onderhoud van het woordenboek vereenvoudigd. Op deze manier kan de ontbrekende-woorden-lijst aan een vertaalbureau worden doorgegeven. Projectbewerkers hoeven zich niet langer bezig te houden met vertaalwerkzaamheden en kunnen zich 100% op hun engineeringstaken concentreren. Als u deze menuopdracht hebt gekozen, wordt een dialoogvenster geopend waarin u de bestandsnaam en het bestandstype voor de te exporteren ontbrekende-woorden-lijst opgeeft. Net als bij de export van het woordenboek kunt als bestandstype het XML-formaat *.etd, het Tab-gescheiden Unicode-formaat *.txt, het EPLAN 5 CSV-formaat *.tf of het EPLAN 21 Tab-gescheiden Unicode-formaat *.txt kiezen. In een vervolgdialoogvenster selecteert u de te gebruiken talen. 330 EPLAN NEWS 2.0

331 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform De ontbrekende teksten van het woordenboek kunnen vervolgens buiten EPLAN worden vertaald en via [Extra] > Import weer worden geïmporteerd. Voordat de importprocedure wordt gestart, moet u de brontaal selecteren. Deze taal is van belang om de geïmporteerde teksten correct te kunnen toekennen. Opmerkingen: Bij deze export wordt als brontaal (dus de taal waarin u de woorden in het woordenboek invoert) de taal gebruikt die in de vertaalinstellingen op het tabblad Projectonafhankelijk als Brontaal is ingesteld. U bereikt deze vertaalinstellingen bijvoorbeeld via: Hulpprogramma's > Vertaling > Instellingen. Om bij de import van teksten nieuwe trefwoorden in het woordenboek op te nemen, is de instelling Nieuwe vertalingen toevoegen standaard ingeschakeld. U vindt dit selectievakje bijvoorbeeld onder Opties > Instellingen > Gebruiker > Vertaling > Woordenboek. Nieuwe meldingen voor de vertaling In de controleprocedure-afhankelijke instellingen voor het meldingenbeheer zijn voor de meldingsklasse "008 Andere talen" de volgende twee meldingen beschikbaar: Melding "De tekstinvoer '%1!s!' bestaat niet in het woordenboek." Melding "De tekst in het project is niet vertaald '%1!s!'." Voordeel: Met behulp van deze functie kunt u in het schema direct naar de niet-vertaalde teksten springen. Hierdoor kunt u deze sneller en eenvoudiger vertalen. Ontbrekende vertalingen zijn uitgesloten en een hoge kwaliteit van de projectdocumentatie is gewaarborgd. EPLAN NEWS

332 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Als u via de melding "De tekst in het project is niet vertaald '%1!s!'." een offline-controleprocedure uitvoert, worden in het meldingenbeheer alle teksten (eenvoudige "grafische" teksten, eigenschapsteksten, pad-functieteksten etc.) aangegeven waarbij voor een of meerdere ingestelde vertalingstalen geen vertaling beschikbaar is. 332 EPLAN NEWS 2.0

333 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Vernieuwingen in de aanvullende module "User Rights Management" Opmerking: De aanvullende module "User Rights Management" is voor EPLAN Electric P8 Select, EPLAN Electric P8 Professional en voor EPLAN Fluid optioneel verkrijgbaar. Met de aanvullende module "User Rights Management", het rechtenbeheer, kan een beheerder zowel de rechten van de gebruikers als de gebruikersinterface (dialoogvensters, menustructuur etc.) van het EPLAN-platform configureren. Beheerder: Als beheerder dient u voordat u met de nieuwe versie gaat werken de volgende paragraaf goed door te lezen. Nieuwe rechten toewijzen De nieuwe EPLAN-versie is uitgebreid met een groot aantal rechten voor het rechtenbeheer. Om de nieuwe rechten aan de verschillende gebruikersgroepen toe te wijzen, moet u het rechtenbeheer actualiseren. Tip: Wij raden aan om vóór het actualiseren een nieuwe groep aan te maken. Aan deze groep zijn aanvankelijk geen rechten toegewezen. Bij het actualiseren worden de nieuwe rechten aan alle groepen toegewezen. Hierdoor zijn voor de voorbeeldgroep alleen de nieuwe rechten geactiveerd en kunt u eenvoudig zien wat de nieuwe rechten zijn. Om te actualiseren, klikt u in het dialoogvenster Rechtenbeheer op de knop [Actualiseren]. Na het actualiseren wordt automatisch het dialoogvenster Systeemmeldingen geopend. Hier kunt u bekijken welke rechten zijn toegevoegd of verwijderd. EPLAN NEWS

334 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform De nieuwe rechten zijn vervolgens beschikbaar voor de bestaande gebruikersgroepen. Ze zijn standaard voor alle groepen geactiveerd, ook voor de groep "Gasten". Vernieuwingen in de aanvullende module "Mounting Panel" Opmerking: De aanvullende module "Mounting Panel" is voor EPLAN Electric P8 Compact en EPLAN Fluid Compact optioneel verkrijgbaar. Voor EPLAN Electric P8 Select en EPLAN Electric P8 Professional en voor EPLAN Fluid behoort deze aanvullende module standaard tot de leveringsomvang. Met de aanvullende module "Mounting Panel" kunnen schakelkasten en montageplaten worden ontworpen. Om de navigator van deze aanvullende module beter van andere navigators te kunnen onderscheiden, is dit projectgegevensdialoogvenster hernoemd in 2D-schakelkastopbouw-navigator. Ook de gebruikerspecifieke instellingen voor de grafische bewerking hebben een andere naam gekregen. Oude naam: Schakelkastopbouw-navigator Nieuwe naam: 2D-schakelkastopbouw-navigator Instellingen: Schakelkastopbouw Instellingen: 2D-schakelkastopbouw Overzichtelijkere weergave in de navigator Tot nu toe werden in de 2D-schakelkastopbouw-navigator alle artikelen zonder onderdeelcode op de bovenste positie na elkaar weergegeven. Veel van deze artikelen waren afkomstig van verbindingen waaraan een artikel was toegewezen. 334 EPLAN NEWS 2.0

335 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Om de 2D-schakelkastopbouw-navigator overzichtelijker vorm te geven, worden alle artikelen van verbindingen automatisch en permanent eruit gefilterd. Voor de schakelkastopbouw zijn deze artikelen niet van belang. In de kenletter-gerichte weergave worden verder alle overige onderdelen die geen eigen ODC hebben in het boomstructuurniveau Zonder ODC gesorteerd. Dit gebeurt ook bij de weergave van onderdelen zonder ODC in de andere navigatorvensters. Voordeel: De overzichtelijkere weergave vereenvoudigt het gebruik van de 2D-schakelkastopbouw-navigator. Als een onderdeel meerdere artikelen heeft, worden deze bij de kenletter-gerichte weergave in de boomstructuur niet alfabetisch onder de onderdeelcode gesorteerd, maar in de volgorde zoals ze in het eigenschappendialoogvenster op het tabblad Artikel voorkomen. Klemmen en strooktoebehoren worden echter weergegeven in dezelfde volgorde als in het dialoogvenster Klemmenstrook bewerken. Opmerking: Het hierboven beschreven gedrag geldt ook voor de 3D-montageopbouw-navigator van de aanvullende module "EPLAN Pro Panel". Klemmenstroken op de montageplaat plaatsen Het is in EPLAN nu ook mogelijk om klemmenstroken op een montageplaat te plaatsen en deze vervolgens in de schakelkastlegenda waar te geven. EPLAN NEWS

336 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform U kunt componenten bijvoorbeeld in de 2D-schakelkastopbouw-navigator via Snelmenu > Plaatsen op montageplaat op een montageplaat plaatsen. Wanneer u in een dergelijk geval niet-geplaatste artikelen van een klemmenstrook plaatst, verschijnt er indien er van deze klemmenstrook nog geen enkel artikel is geplaatst een (nieuwe) controlevraag. Via deze controlevraag kunt u aangeven of de klemmenstrook in zijn geheel moet worden geplaatst. Als u deze vraag met [Ja] beantwoordt, kunt u de klemmenstrook vervolgens in zijn geheel plaatsen. Alle klemmen van de klemmenstrook worden in de boomstructuur van de 2D-schakelkastopbouw-navigator door een groen vinkje als geplaatst aangeduid. Daarbij worden voor de afmetingen van de klemmenstrook op de montageplaat de breedtes van de klemmen die in het artikelbeheer zijn opgeslagen bij elkaar opgeteld. Voor de hoogte van de nieuwe artikelplaatsing wordt de grootste hoogte gebruikt die voor klemmenartikelen is opgeslagen. Als u de vraag met [Nee] beantwoordt, worden de klemmen net zoals voorheen afzonderlijk geplaatst. Het eigenschappendialoogvenster van de artikelplaatsing voor een klemmenstrook verschilt van het eigenschappendialoogvenster van geplaatste klemmen. Om aan te geven dat deze artikelplaatsing de hele klemmenstrook voorstelt, is op het tabblad Artikelplaatsing in het veld Artikel geen artikelnummer ingevoerd. Hierdoor worden intern alle klemmen van de klemmenstrook als geplaatst beschouwd. Bovendien wordt in dit eigenschappendialoogvenster de passende functiedefinitie ("Artikelplaatsing, klemmenstrook") aangegeven. Wanneer er vervolgens een schakelkastlegenda wordt gegenereerd (of geactualiseerd) worden nu ook de geplaatste klemmenstroken in de betreffende legenda weergegeven. 336 EPLAN NEWS 2.0

337 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Handles van artikelplaatsingen weergeven Sinds EPLAN-versie 1.9 International SP 1 wordt bij de nummering van de legendaposities van montageplaten in plaats van het invoegpunt de positie van de handle (het aangrijppunt) van de artikelplaatsing gebruikt. Wanneer de handles van artikelplaatsingen moeten worden weergegeven, kiest u de menuopdrachten Beeld > Invoegpunten. Als de positie van een handle afwijkt van die van het invoegpunt, wordt nu ook de handle voor de artikelplaatsing weergegeven (cirkel met diagonaal kruis ). De positie van de handle bij het plaatsen van het artikel kan via het dialoogvenster Instellingen: 2D-schakelkastopbouw worden gewijzigd. Opmerking: Als u componenten op een DIN-rail plaatst, moet u voor de positie van de handle altijd de instelling "Midden links" gebruiken om ervoor te zorgen dat de legendaposities doorlopend worden genummerd. Dezelfde legendapositie voor identieke apparaten Bij het bewerken van legendaposities kunt u nu identieke apparaten waarvoor hetzelfde artikelnummer is ingevoerd van dezelfde legendapositie voorzien. Hiertoe kiest u bijvoorbeeld in de 2D-schakelkastopbouw-navigator voor een geselecteerde montageplaat de menuopdracht Snelmenu > Legendapositie bewerken en klikt u vervolgens op [Nummeren]. In het dialoogvenster Nummeren is nu het nieuwe selectievakje Hetzelfde nummer voor identieke apparaten beschikbaar. Schakel dit selectievakje in als identieke apparaten dezelfde legendaposities moeten krijgen. Dit is met name van belang voor de GOST-norm. EPLAN NEWS

338 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Instellingen Nieuwe actie voor het importeren van instellingen In EPLAN is nu de nieuwe actie "Instellingen importeren" (met de actienaam XSettingsImport) beschikbaar. Met deze actie kunt u instellingen die daarvoor als XML-bestand zijn geëxporteerd, automatisch importeren. Voordeel: U kunt de wijze waarop EPLAN werkt met behulp van instellingen beïnvloeden. Deze instellingen kunnen nu automatisch worden uitgewisseld. Hierdoor hoeft u deze niet meer handmatig in te stellen en kunt u bij de standaardisering van projecten of werkplekken veel tijd besparen. Een gemeenschappelijke en uniforme standaard staat garant voor kwalitatief hoogwaardige engineering en zorgt ervoor dat u eenvoudig kunt voldoen aan de eisen die de machinerichtlijn ten aanzien van documentatie stelt. Om de instellingen automatisch uit te wisselen, moet u de actie via het dialoogvenster Aanpassen als knop op een gebruikergedefinieerde werkbalk plaatsen of via een andere opdrachtregeloproep (bijvoorbeeld in het Windows-dialoogvenster Uitvoeren) invoeren. Bij een opdrachtregel kunnen de volgende opdrachtregelparameters worden aangegeven: /XMLFile: Directory en naam van het te importeren bestand (vereist). /node: "Knooppunt" van de instelling die moet worden geïmporteerd (optioneel). /Project: Naam van het doelproject (optioneel). Als er een project is aangegeven, worden er alleen projectinstellingen geïmporteerd. 338 EPLAN NEWS 2.0

339 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Alle gebruikers-, stations- en bedrijfsinstellingen importeren: Als alleen de opdrachtregelparameter XMLFile wordt gebruikt, worden alle bestaande gebruikers-. stations- en bedrijfsinstellingen uit het aangegeven bestand geïmporteerd (bijvoorbeeld XSettingsImport /XMLFile: C:\file.xml). Alle projectinstellingen importeren Als behalve XMLFile ook de parameter Project in de opdrachtregel wordt gebruikt, worden alleen de bestaande projectinstellingen uit het aangegeven bestand geïmporteerd (bijvoorbeeld XSettingsImport /XMLFile:C:\projectsettings.xml /Project:C:\...\EPLAN- DEMO.elk). Instellingen voor een dialoogvenster importeren Als u alleen de instellingen voor een bepaald dialoogvenster wilt importeren, moet u daartoe met de parameter node het "knooppunt" aangeven, waaronder de instellingen zich bevinden die moeten worden geïmporteerd. Het kan daarbij zowel om een dialoogvenster uit de projectinstellingen als om een dialoogvenster uit de andere instellingsbereiken gaan. Om de naam van het knooppunt te achterhalen, kunt u het eerder geëxporteerde xml-bestand bijvoorbeeld in Internet Explorer openen en de naam uit <MOD name="..."> overnemen. Voorbeeld: U wilt van een andere gebruiker de instellingen van het dialoogvenster Instellingen: Afdrukken overnemen. De naam van het geëxporteerde xml-bestand is standaard Station+Grafische bewerking+ Afdrukken.xml. Deze bestandsnaam neemt u onder de categorie <CAT name="station"> over van de naam van het knooppunt <MOD name= "Print">. EPLAN NEWS

340 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Een mogelijk invoer in de opdrachtregel van het dialoogvenster Knop instellen voor de overname van de instellingen zou er dan als volgt uit kunnen zien: XSettingsImport /XMLFile:C:TMP\Station+Grafische bewerking+afdrukken.xml /node:print Voortekens voor afbreekpuntennamen U kunt voor afbreekpunten aangeven of bij het afboeken van afbreekpunten automatisch een voorteken in de afbreekpuntennaam moet worden geplaatst. Hiervoor is het dialoogvenster Instellingen: ODC in het groepsveld Voorteken plaatsen uitgebreid met het nieuwe selectievakje Afbreekpunten. Standaard is dit selectievakje uitgeschakeld (onder Opties > Instellingen > Projecten > "Projectnaam" > Onderdelen > ODC). In dat geval bevat de afbreekpuntennaam bij het afboeken van het afbreekpunt geen voorteken. Opmerking: De instellingen voor Voorteken plaatsen bevonden zich tot dusver onder Opties > Instellingen > Projecten > "Projectnaam" > Onderdelen > Algemeen. Vanwege de beschikbare ruimte zijn deze instellingen en de selectievakjes Conversie naar hoofdletters en Haken in de ODC onderdrukken naar het nieuwe dialoogvenster Instellingen: ODC verplaatst. 340 EPLAN NEWS 2.0

341 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Nieuwe instellingen voor weergegeven eenheden In de gebruikerspecifieke instellingen is een nieuw dialoogvenster voor de weergegeven eenheden beschikbaar. Naast de reeds bekende Weergegeven eenheid voor lengte kunt u nu ook de Weergegeven eenheid voor gewicht definiëren. U bereikt deze instellingen in het programma via het menupad Opties > Instellingen > Gebruiker > Weergave > Weergegeven eenheden. Voordeel: Met deze functie kunt u het gewicht van een artikel naar keuze in kilogram of in Engelse pond aangeven. De beide opties mm en inch van het groepsveld Weergegeven eenheid voor lengte bevonden zich voorheen in het dialoogvenster Instellingen: Gebruikersinterface en zijn ten behoeve van de overzichtelijkheid hierheen verplaatst. EPLAN NEWS

342 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Via de opties in het nieuwe groepsveld Weergegeven eenheid voor gewicht bepaalt u of het gewicht van een artikel in het artikelbeheer in "kg" of "lb" (Engelse pond) wordt aangegeven. Dat wil zeggen dat een bepaald gewicht naar de weergegeven eenheid wordt omgerekend. Tip: Als in de verwerkingen bij de uitvoer van gewichtswaarden ook de ingestelde weergegeven eenheid moet worden uitgevoerd (bijvoorbeeld in de artikellijst), kunt u daarvoor de nieuwe eigenschap Gewicht in de weergegeven eenheid <22059> gebruiken. Hernoemde instellingen voor de grafische bewerking In de gebruikerspecifieke instellingen voor de grafische bewerking (onder Opties > Instellingen > Gebruiker > Grafische bewerking) definieert u de instellingen voor de cursorweergave, het scroll-gedrag en bijvoorbeeld voor de kleuren. Om deze instellingen duidelijker van de vergelijkbare instellingen voor de 3D-weergave van de aanvullende module "EPLAN Pro Panel" te kunnen onderscheiden, is het dialoogvenster hernoemd. Oude naam: Instellingen: Algemeen Nieuwe naam: Instellingen: 2D 342 EPLAN NEWS 2.0

343 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Eigenschappen Gebruikergedefinieerde eigenschapsconfiguraties Overal waar voor een object eigenschappen in de vorm van een tabel worden weergegeven (project-, pagina-, onderdeeleigenschappen etc.) kunt u nu zelf eigenschapscategorieën maken. Op deze wijze kunnen eigenschappen uit verschillende groepen worden gecombineerd en in een gebruikergedefinieerde eigenschapsconfiguratie worden opgeslagen. Voordeel: Door de individuele aanpassing van de gebruikersinterface kunt u de voor u belangrijke invoervelden sneller bereiken. U kunt zelf bepaalde eigenschappen selecteren, deze als configuratie opslaan en in andere projecten gebruiken of aan andere gebruikers ter beschikking stellen. Om een gebruikergedefinieerde eigenschapsconfiguratie te maken, moet u in het betreffende eigenschappendialoogvenster voor het veld Categorie de optie "Gebruikergedefinieerd" selecteren. Kies vervolgens Snelmenu > Configureren. Voor gebruikergedefinieerde eigenschapsconfiguraties is het dialoogvenster Eigenschapsconfiguratie uitgebreid met de bekende velden Schema en Beschrijving. Via de werkbalk "Schema" in het dialoogvenster kunt u bijvoorbeeld een nieuw schema maken of het schema van een eigenschapsconfiguratie exporteren / importeren. Daarbij kunt u voor de gebruikergedefinieerde eigenschapsconfiguratie eigenschappen uit alle categorieën selecteren. De naam van een opgeslagen, gebruikergedefinieerde eigenschapsconfiguratie wordt vervolgens in het veld Categorie aangegeven. EPLAN NEWS

344 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Hernoemde projecteigenschap Omdat het begrip "Tekeningnummer" betrekking heeft op een pagina, is de projecteigenschap Tekeningnummer <10013> hernoemd in Projectnummer <10013>. De pagina-eigenschap Tekeningnummer <11030> is ongewijzigd gebleven. Oude naam: Nieuwe naam: Tekeningnummer <10013> Projectnummer <10013> Nieuwe eigenschappen voor onderdeelcodes In EPLAN zijn een aantal nieuwe eigenschappen voor onderdeelcodes beschikbaar waarbij ook het voorteken wordt aangegeven. Het gaat daarbij om de volgende eigenschappen: ODC (bovenliggend, zonder projectstructuren, met voorteken) <20211> ODC (onderliggend, zonder projectstructuren, met voorteken) <20212> ODC (volledig, zonder projectstructuren, met voorteken) <20213> ODC (identificerend, zonder projectstructuren, met voorteken) <20215> Voorbeeld: U hebt de eigenschap ODC (onderliggend, zonder projectstructuren, met voorteken) als tijdelijke aanduiding-tekst in een formulier ingevoegd. Voor de onderdeelcode =A+O-U1-K1 wordt in dat geval bij het genereren van een verwerking -K1 uitgevoerd. 344 EPLAN NEWS 2.0

345 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Overige vernieuwingen in de hulpprogramma's Uitbreidingen voor de automatische verwerking Export en import van scripts In de nieuwe versie kunt u nu ook scripts voor de automatische verwerking van projectacties exporteren en / of importeren. Voordeel: Op deze wijze kunt u de scripts voor de automatische verwerking van een project aan een ander project overdragen. Bestaande scripts kunnen zo binnen een engineeringsteam maar ook tussen verschillende bedrijven worden uitgewisseld. Hierdoor zorgt u voor een gemeenschappelijke standaard en kunt u door middel van de automatische verwerking de engineering van alle bij het project betrokken partijen optimaliseren. Hiervoor zijn in het dialoogvenster Instellingen: Automatisch verwerken in de werkbalk naast de vervolgkeuzelijst Scriptnaam de twee bekende knoppen (Exporteren) en (Importeren) beschikbaar. U bereikt dit dialoogvenster via: Hulpprogramma's > Automatisch verwerken > Instellingen. Automatische PDF-export Een andere vernieuwing bij de automatisch verwerking is dat u projecten nu ook als PDF-bestand kunt uitvoeren. Hiervoor is in het dialoogvenster Instellingen: Automatisch verwerken de nieuwe actie "PDF exporteren" beschikbaar. Als u deze actie voor een script met de knop naar de lijst Geselecteerde acties verplaatst, wordt het bekende dialoogvenster PDF-export geopend (zie pagina 207). In dit dialoogvenster kunt u de instellingen voor de automatische uitvoer van PDF-bestanden aanbrengen. EPLAN NEWS

346 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Verbeterde registratie van aanvullende modules De registratie van aanvullende modules zoals het EPLAN Data Portal is voor het EPLAN-platform vereenvoudigd. Hiervoor is het dialoogvenster Aanvullende modules, dat u bereikt via het menupad Hulpprogramma's > Aanvullende modules, aangepast. Daarnaast wordt bij het deïnstalleren van een aanvullende module nu ook de automatisch de registratie verwijderd. Voordeel: Bij het opnieuw registreren van een module hoeft er niet meer te worden gezocht naar het bestand Install.xml. Bij het deïnstalleren van een aanvullende module speelt de volgorde waarin wordt verwijderd geen rol meer. Nadat een programma is gestart, worden in het dialoogvenster Aanvullende modules alle mogelijke registreerbare aanvullende modules weergegeven: Voor de aanvullende modules die bij de productvariant passen (ook wat betreft versienummer) en die over een automatische registratie beschikken, is het nieuwe selectievakje Geregistreerd ingeschakeld. Dat houdt in dat de functies van deze module in EPLAN beschikbaar zijn. Daarnaast worden ook de aanvullende modules weergegeven die weliswaar bij de productvariant passen maar die niet automatisch worden geregistreerd. Voor deze modules is het selectievakje Geregistreerd niet ingeschakeld. Als ook deze modules moeten worden geregistreerd, schakelt u de betreffende selectievakjes in. Als het dialoogvenster met [OK] wordt afgesloten, wordt de registratie uitgevoerd. Opmerking: Houd er rekening mee dat alle aanvullende modules met absolute bestandspaden moeten worden geïnstalleerd. Daarom kan een aanvullende module niet in een netwerk worden geïnstalleerd. 346 EPLAN NEWS 2.0

347 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Registratie verwijderen Om de registratie van een aanvullende module te verwijderen, schakelt u het selectievakje Geregistreerd uit en sluit u het dialoogvenster Aanvullende modules met [OK]. De module wordt echter nog wel steeds in het dialoogvenster weergegeven. Wanneer u de aanvullende module opnieuw wilt gebruiken, opent u het dialoogvenster en schakelt u het selectievakje in. Zoeken naar andere aanvullende modules Om te zoeken naar andere aanvullende modules (handmatig gemaakte modules of modules die bij "oudere" hoofdversies horen) bevat het dialoogvenster Aanvullende modules de knop. Selecteer in het vervolgdialoogvenster het bijbehorende bestand Install.xml en klik op [Openen]. Vervolgens wordt de betreffende aanvullende module (bijvoorbeeld "PPEAddon" van versie ) in het dialoogvenster weergegeven en kan deze via het genoemde selectievakje worden geregistreerd. De nieuw toegevoegde aanvullende modules kunnen ook weer worden verwijderd. Daartoe moet u eerst voor deze module het selectievakje Geregistreerd uitschakelen. Om de modulen uit het dialoogvenster Aanvullende modules te verwijderen, klikt u vervolgens op. Automatisch verwijderen van de registratie bij het deïnstalleren Als u een aanvullende module hebt gedeïnstalleerd, wordt de registratie daarvan in het EPLAN-platform bij de volgende programmastart automatisch verwijderd. U wordt hierover in de systeemmeldingen geïnformeerd. De volgorde die bij het deïnstalleren van aanvullende modules moest worden aangehouden eerst de registratie verwijderen en dan de module deïnstalleren is komen te vervallen. EPLAN NEWS

348 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Verbeterde weergave van de systeemmeldingen Het systeemmeldingendialoogvenster (onder Hulpprogramma's > Systeemmeldingen) beschikt nu over een extra, niet bewerkbaar tekstveld. Wanneer u een melding selecteert, wordt in dit veld onder de lijst met systeemmeldingen de gehele beschrijvingstekst weergegeven. Wanneer u een melding hebt geselecteerd die over onderliggende meldingen beschikt, worden ook de beschrijvingen van deze bijbehorende onderliggende meldingen weergegeven. Voordeel: De kolomgrootte hoeft niet meer te worden aangepast en het systeemmeldingendialoogvenster hoeft niet meer te worden vergroot. De beschrijvingstekst kan direct in zijn geheel worden gelezen. Licentiëring Uitbreidingen in de EPLAN License Manager Met de nieuwe platformversie stelt EPLAN ook een nieuwe versie van de EPLAN License Manager (ELM) ter beschikking. Met dit programma kunt u de licenties van EPLAN-producten in een netwerk beheren. Diverse nieuwe functionaliteiten vereenvoudigen het beheer van netwerklicenties. Een overzicht van de belangrijkste vernieuwingen voor de EPLAN License Manager: Gebruik van "variabele pakketten": Bij het samenstellen van licentiepakketten kunnen licenties nu ook als zogeheten "variabele pakketten" worden gedefinieerd. Met dit type licentiepakketten kunnen "sjablonen" voor bepaalde willekeurige licentiesamenstellingen worden gemaakt, onafhankelijk van het werkelijke aantal beschikbare licenties. 348 EPLAN NEWS 2.0

349 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Pas wanneer bij het opstarten van het programma een "variabel pakket" wordt geselecteerd, worden de licenties in deze samenstelling in de EPLAN License Manager toegewezen. Resultatenprotocol voor netwerklicenties: Via de "License Manager Monitor" kunt u een bericht over de licentiestatus van een EPLAN License Manager opstellen. Daarbij definieert u door middel van een configuratiebestand wat er moet worden geprotocolleerd. Het protocol zelf wordt als XML-bestand gegenereerd. Zo kan worden gezien wie wanneer welke licentie heeft gebruikt of uitgeleend. Op deze wijze kan bijvoorbeeld het licentiegebruik worden gecontroleerd. Uitlenen van licenties via opdrachtregelparameter: Netwerklicenties kunnen nu ook door middel van opdrachtregelparameters worden uitgeleend. De instellingen voor het uitlenen worden in de vorm van een configuratiebestand (borrow.cfg) overgedragen. Om het EPLAN-platform te starten, kan bijvoorbeeld de volgende opdracht worden gebruikt: W3u.EXE /license: \borrow.cfg Netwerklicenties offline uitlenen: Een netwerklicentie kan nu ook worden uitgeleend als de computer van de gebruiker niet met het interne netwerk is verbonden. Daarbij maakt de gebruiker in het dialoogvenster Licentie selecteren een aanvraagbestand met zijn computergegevens en zendt hij dit vervolgens bijv. via aan de beheerder van de EPLAN License Manager. Deze start met de gegevens die hij heeft ontvangen een uitleenprocedure, maakt een antwoordbestand en zendt het uitgeleende licentiepakket aan de gebruiker retour. Met dit bestand kan de gebruiker EPLAN starten. EPLAN NEWS

350 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Rechtenbeheer: Het configuratieprogramma van de EPLAN License Manager is met een rechtenbeheerfunctionaliteit uitgebreid. Hiermee kan voor elk pakket worden gedefinieerd wie de licenties in dat pakket mag gebruiken of uitlenen. Met dit rechtenbeheer kunnen gebruiksrechten voor afzonderlijke gebruikers of gebruikersgroepen worden gedefinieerd. Domeinoverkoepelend gebruik: De toegang van een licentie-client tot de EPLAN License Manager vindt standaard via de rechten van de aangemelde gebruiker plaats. Bij domeinoverkoepelend gebruik kan een apart gebruikersaccount worden aangegeven waarmee de toegang tot de licentiemanager mogelijk wordt. Door deze functionaliteit kan de toegang tot de EPLAN License Manager in netwerken met meerdere onafhankelijke domeinen worden gerealiseerd. Bovendien kan hierdoor eenvoudiger worden gewerkt in omgevingen die niet over Windows-domeinen beschikken (werkgroepen, Novell). Uitvalbeveiliging: Ter verhoging van de uitvalzekerheid (failover) kunnen nu ook twee licentiemanagers worden geïnstalleerd. Een daarvan is de actieve EPLAN License Manager (primaire license manager). Hiermee worden de licenties vrijgeschakeld en ook de dongle is hieraan gekoppeld. Wanneer de eerste licentiemanager uitvalt, neemt de tweede tot dan toe inactieve EPLAN License Manager (standby License Manager) gedurende maximaal zeven dagen de functies over en stelt deze de licenties ter beschikking. Zodra de eerste licentiemanager weer beschikbaar is, wordt de andere weer inactief. Wanneer er tussen de beide licentiemanagers wordt gewisseld, mag EPLAN niet worden afgesloten. 350 EPLAN NEWS 2.0

351 Overige vernieuwingen voor het hele EPLAN-platform Opmerking: Houd er rekening mee dat de functionaliteiten Resultatenprotocol, Rechtenbeheer, Domeinoverkoepelend gebruik en Uitvalbeveiliging apart voor de EPLAN License Manager moeten worden gelicentieerd. EPLAN NEWS

352 Speciale onderwerpen EPLAN Electric P8 Speciale onderwerpen EPLAN Electric P8 Klemmen / stekers Klemmen- / stekercontact- en aansluitbeschrijvingen Stekers en klemmen beschikken nu over de nieuwe eigenschap Klemmen- / stekercontactbeschrijving <20225>. Deze nieuwe eigenschap is beschikbaar op plaatsen waar ook de eigenschap Klemmen- / stekercontactcode kan worden geselecteerd (filters, verwerkingen etc.). In het eigenschappendialoogvenster is hiervoor op de tabbladen Klem en Stekercontact het nieuwe veld Beschrijving beschikbaar. Verder is aan het eigenschappendialoogvenster voor klemmen en stekercontacten het veld Aansluitbeschrijving toegevoegd. Voordeel: Naast de aansluitcodes kunt u bij stekers nu ook de aansluitbeschrijvingen aangeven. Hierdoor wordt de leesbaarheid van het schema voor technici aanzienlijk verbeterd en hoeft er minder te worden gezocht. Voorbeeld: RJ45-stekerbezetting volgens de norm EIA/TIA-568B voor Ethernet 1000: Aansluitcode 1 D1+ 2 D1-3 D2+ 4 D3+ 5 D3-6 D2- Aansluitbeschrijving 352 EPLAN NEWS 2.0

353 Speciale onderwerpen EPLAN Electric P8 Aansluitcode Aansluitbeschrijving 7 D4+ 8 D4- Uitbreiding van de functiesjablonen Om de eigenschappen Aansluitbeschrijving en Klemmen- / stekercontactbeschrijving ook bij de apparaatselectie en bij het "overlappen" te kunnen gebruiken, zijn de functiesjablonen in het artikelbeheer eveneens uitgebreid. Op het tabblad Functiesjablonen beschikt de tabel Apparaatselectie (functiesjablonen) voor de meeste productgroepen ("Onderdeel (Algemeen)", "Onderdeel (Relais)", "Onderdeel (PLC)" etc.) nu ook over de kolom Aansluitbeschrijving. EPLAN NEWS

354 Speciale onderwerpen EPLAN Electric P8 Voor de productgroepen "Onderdeel (Klemmen) " en "Onderdeel (Stekers)" worden in de tabel voor de apparaatselectie bovendien de kolommen Klemmenbeschrijving en Stekercontactbeschrijving aangegeven. Ook in de apparaatselectie en in de instellingen voor de apparaatselectie worden deze eigenschappen als selectiecriteria aangeboden. Vaste bruggen bij het "aansluiten van apparaten" weergeven Sinds EPLAN 1.9 wordt een deel van de klemmen van een klemmenstrook in het dialoogvenster Apparaten aansluiten meerdere keren weergegeven. De oorzaak hiervan is een uitbreiding van het logische model voor de functiedefinitie "Klem, algemeen" (en vergelijkbare functiedefinities) van twee naar vier aansluitingen. Twee van deze aansluitingen zijn bestemd voor vaste bruggen. U bereikt dit dialoogvenster via: Projectgegevens > Onderdelen > Apparaten aansluiten. In de nieuwe versie is het dialoogvenster Apparaten aansluiten uitgebreid met het selectievakje Vaste bruggen gebruiken. Hiermee kunt u aangeven of aansluitingen met het aansluittype "Vaste brug" al dan niet moeten worden weergegeven. Als het selectievakje is ingeschakeld, worden aansluitingen met het aansluittype "Vaste brug" in de tabel weergegeven. Daarnaast worden ook aansluitingen van automatisch gegenereerde vaste bruggen weergegeven; deze kunnen een willekeurig aansluittype hebben. Om het aansluittype te kunnen herkennen, moet u in dat geval ook de eigenschap Aansluitlogica: Aansluittype in de tabel weergeven (via Snelmenu > Kolommen configureren). Het selectievakje is standaard uitgeschakeld. In dat geval worden zowel aansluitingen met het aansluittype "Vaste brug" als aansluitingen van automatisch gegeneerde vaste bruggen verborgen. 354 EPLAN NEWS 2.0

355 Speciale onderwerpen EPLAN Electric P8 Weergave van aansluiteigenschappen Het dialoogvenster Apparaten aansluiten is geoptimaliseerd voor het definiëren van meerlijnige verbindingen (zie pagina 106). U kunt nu in de tabellen in het linker- en rechterdeel van het dialoogvenster voor aansluitingen ook de eigenschap Aansluitlogica: Huidig extern laten weergeven. Hiervoor moet u de instellingen van de kolommen configureren. Bovendien zijn de keuzerondjes Intern / Extern omgezet naar een gelijknamige vervolgkeuzelijst. Op deze wijze kunt u aangeven of voor de onderdelen-bron en / of het onderdelen-doel alleen de interne, alleen de externe of beide typen aansluitingen ("Intern en extern") in de betreffende tabel worden weergegeven. Informatie over de nieuwe snelmenuopdracht Isolatie toevoegen vindt u in de paragraaf "Geïsoleerde verbindingseinden invoegen" op pagina 362. EPLAN NEWS

356 Speciale onderwerpen EPLAN Electric P8 Vernieuwingen in de aanvullende module "PLC & Bus Extension" Opmerking: De aanvullende module "PLC & Bus Extension" is voor EPLAN Electric P8 Select optioneel verkrijgbaar. Voor EPLAN Electric P8 Professional behoort deze aanvullende module standaard tot de leveringsomvang. De aanvullende module "PLC & Bus Extension" ondersteunt u uitgebreid bij het beheer van PLC-besturingen en bussystemen. Instelbare PLC-aansluitingen Om PLC-kaarten met programmeerbare aansluitingen in EPLAN weer te geven, is de nieuwe functiedefinitie "PLC-aansluiting, multifunctie" beschikbaar. Aansluitingen met deze functiedefinitie zijn instelbaar: voor deze aansluitingen bepaalt de eigenschap Signaaltype in de aansluitlogica om wat voor aansluiting het gaat. Standaard is "Digitale ingang" ingesteld. Als er een signaaltype wordt geselecteerd die geen I/O-aansluiting definieert (dus niet "Digitale ingang", "Digitale uitgang", "Analoge ingang" of "Analoge uitgang"), wordt de aansluiting als een aansluitvoeding behandeld. De instelbare PLC-aansluitingen worden dus niet alleen via de functiedefinitie gedefinieerd, maar ook via het signaaltype. Als u instelbare PLC-aansluitingen in het project wilt gebruiken, voegt u eerst willekeurige PLC-I/O-aansluitingen in het schema in en kiest u vervolgens voor deze aansluitingen op het tabblad Symbool- / functiegegevens van het eigenschappendialoogvenster de functiedefinitie "PLC-aansluiting, multifunctie". 356 EPLAN NEWS 2.0

357 Speciale onderwerpen EPLAN Electric P8 Opmerking: Houd er rekening mee dat geëxporteerde PLC-aansluitingen met de functiedefinitie "PLC-aansluiting, multifunctie" bij een nieuwe import in het dialoogvenster PLC-gegevens synchroniseren / importeren niet worden weergegeven. De PLC-configuratiesystemen kennen aan deze "variabele" PLC-aansluitingen concrete aansluitingen toe en worden daarom niet als multifunctionele PLC-aansluitingen herkend wanneer ze opnieuw worden geïmporteerd. Kanalen met meerdere I/O-aansluitingen In EPLAN kan een PLC-kanaal nu meerdere I/O-aansluitingen bevatten. Van deze I/O-aansluitingen van het kanaal kan er echter slechts één actief zijn. Om aan te geven dat alle overige I/O-aansluitingen binnen het kanaal gedeactiveerd (niet actief) zijn, kunt u hieraan de nieuwe eigenschap Gedeactiveerde I/O-aansluiting <20438> toewijzen. Voordeel: Op deze wijze kan dezelfde macro en hetzelfde artikel voor verschillende schakelingen worden gebruikt. Als u de macro beperkt tot de gegevens die echt van belang zijn, kunt u de macro's eenvoudiger onderhouden zonder bij de engineering aan flexibiliteit in te boeten. Voorbeeld: Een macro bevat een analoog kanaal met twee I/O-aansluitingen waaraan de eigenschap Gedeactiveerde I-/O-aansluiting is toegewezen. U gebruikt deze macro met verschillende schakelingen voor het meten van stroom of spanning. Nadat u de macro hebt ingevoegd, activeert u de I/O-aansluiting die bij de schakeling past door daar de eigenschap Gedeactiveerde I/O-aansluiting uit te schakelen. Gedeactiveerde aansluitingen worden als aansluitvoedingen behandeld. Zo wordt bijvoorbeeld bij het adresseren een gevuld adres door het adres uit het kanaal overschreven. EPLAN NEWS

358 Speciale onderwerpen EPLAN Electric P8 Bloksgewijs afboeken van PLC-aansluitingen en PLC-kasten In het dialoogvenster PLC-aansluitingen bloksgewijs afboeken worden nu ook de PLC-kasten aangegeven. Deze kunnen hier voor het afboeken worden geselecteerd. Als u in het project PLC-aansluitingen hebt geselecteerd die zich in een PLC-kast bevinden, krijgen deze bij het afboeken de ODC van de aansluitingen die voor het afboeken zijn geselecteerd. De ODC van de PLCkast wordt daarbij niet gewijzigd, zodat de toekenning van de PLC-aansluitingen aan de PLC-kast verloren gaat. Als de toekenning van de PLC-aansluitingen aan de PLC-kast behouden moet blijven, moet u ook de PLC-kast afboeken. In de nieuwe kolom Status rechts in het venster wordt met pictogrammen aangegeven of de voor het afboeken geselecteerde PLC-kast of PLC-aansluiting kan worden toegekend aan de in het project beschikbare PLC-kast of PLC-aansluiting in de linker tabel. De pictogrammen hebben de volgende betekenis: Pictogram Betekenis Functiecategorie en groep van de PLC-functies komen overeen. Afboeken is mogelijk. Waarschuwing: De functiecategorie van de PLC-functie komt overeen, maar de groep niet (bijv. bij een PLCaansluiting met digitale ingang en een PLC-aansluiting voor buskabels). Afboeken is mogelijk maar kan tot ongeldige resultaten leiden. Fout: De functiecategorie van de PLC-functies komt niet overeen (bijv. bij een PLC-kast en een PLC-aansluiting). Afboeken is niet mogelijk. 358 EPLAN NEWS 2.0

359 Speciale onderwerpen EPLAN Electric P8 Interface voor de PLC-gegevensuitwisseling met Rockwell Deze versie beschikt over een nieuwe interface voor de PLC-gegevensuitwisseling. Met deze interface kunnen PLC-gegevens worden uitgewisseld tussen EPLAN Electric P8 en de PLC-configuratiesoftware "RSLogix Architect" van Rockwell Automation. De beide dialoogvensters voor de gegevensuitwisseling PLC-gegevens exporteren en PLC-gegevens importeren zijn hiertoe uitgebreid met het formaat "RSLogix Architect 3.6". Vereenvoudigde weergave van gegevens bij de import van PLCgegevens Bij de import van PLC-gegevens werden in het dialoogvenster PLCgegevens synchroniseren / importeren tot dusver steeds alle eigenschappen weergegeven. In de nieuwe versie is het aantal eigenschappen dat in het synchronisatiedialoogvenster wordt weergegeven aanzienlijk gereduceerd. Voordeel: De gebruiker kan gemakkelijker zien welke eigenschappen kunnen worden overgenomen. Hierdoor kunnen PLCengineeringsgegevens eenvoudiger worden geïmporteerd en verloopt de interdisciplinaire engineering in samenspraak met de PLC-softwareontwikkeling soepeler. Nadat u in de velden Master / slave of Bouwgroepen-rack / module een PLC-object hebt geselecteerd, worden afhankelijk van het gekozen formaat van het importbestand in de tabel rechts in het venster alleen nog de relevante eigenschappen weergegeven. De eigenschappen die niet meer worden weergegeven, blijven bij de import ongewijzigd. EPLAN NEWS

360 Speciale onderwerpen EPLAN Electric P8 Voorbeeld: In de importbestanden van het formaat "Siemens SIMATIC STEP 7 versie 5.3 / 5.4" wordt voor PLC-communicatie-units de eigenschap Substeekplaats weergegeven. In een busconfiguratiebestand van Schneider komt deze eigenschap echter niet voor. Uitgebreide artikeltoekenning bij de export en import van busconfiguraties Voor het formaat "PLC standaard uitwisselingsformaat" wordt nu behalve het PLC-typenummer bij elk PLC-onderdeel ook een artikellijst geëxporteerd en geïmporteerd. Als bij een PLC-kast (bij de hoofdfunctie) meerdere artikelen zijn ingevoerd, worden deze geëxporteerd en bij de import weer aan de PLC-kast toegekend. Kabels Kabelverbindingen markeren Kabelverbindingen kunnen in EPLAN bijvoorbeeld door een speciale kleur worden gemarkeerd. Hiertoe is het layerbeheer uitgebreid met de layer EPLAN550, Grafisch symbool.verbindingssymbolen.autoconnecting.kabels. Voordeel: Door de kleurmarkering kunnen kabelverbindingen snel en eenvoudig in het project worden getraceerd. Meer transparantie in de documentatie voorkomt fouten bij de engineering en zorgt zo voor een hogere kwaliteit zonder dat dit meer tijd kost. 360 EPLAN NEWS 2.0

361 Speciale onderwerpen EPLAN Electric P8 Om de in het layerbeheer gedefinieerde eigenschappen van deze layer voor de autoconnecting-lijn van kabelverbindingen te kunnen gebruiken, moet u nog een speciale instelling aanbrengen. Kies hiertoe bijvoorbeeld het menupad Opties > Instellingen > Projecten > "Projectnaam" > Onderdelen > Kabel (aders), ga naar het tabblad Algemeen en schakel in het groepsveld Weergave van de autoconnecting-lijn de optie Kabelgericht in. Opmerking: Als u een kabelgerichte weergave van de autoconnecting-lijn hebt gekozen, heeft de in het layerbeheer opgeslagen instelling voor de kabelverbindingen altijd voorrang op een instelling die via een potentiaaldefinitiepunt voor de grafische weergave van een verbinding is gedefinieerd. Als bij een verbinding een instelling via een verbindingsdefinitiepunt is gedefinieerd, heeft deze instelling voorrang op de optie Kabelgericht. Bij geneste doelen onderliggende ODC's negeren In de projectspecifieke kabelinstellingen onder Opties > Instellingen > Projecten > "Projectnaam" > Onderdelen > Kabels is de nieuwe instelling Bij geneste doelen onderliggende ODC's negeren beschikbaar. Deze instelling is zowel van invloed op de kabelnummering en op de automatische generering van kabels als op de uitvoer van kabels naar verwerkingen. Voordeel: Met deze optie kunt u aangeven of EPLAN zich moet richten op de ODC's van de hoofdonderdelen of op die van de onderliggende onderdelen. Dit resulteert in verwerkingen en automatische functies die passen bij de manier waarop u gewend bent te werken. EPLAN NEWS

362 Speciale onderwerpen EPLAN Electric P8 Als het selectievakje is ingeschakeld, worden bij geneste onderdelen de onderliggende ODC's niet als kabeldoelen uitgevoerd. In dat geval zijn de bovenliggende onderdelen (bijvoorbeeld apparaatkasten) de doelen. De weergave van de aderdoelen blijft ongewijzigd; hier worden altijd de onderliggende ODC's als doelen uitgevoerd. Als het selectievakje is uitgeschakeld, worden de onderliggende ODC's als kabeldoelen uitgevoerd. Geïsoleerde verbindingseinden invoegen In EPLAN kunt u voor geïsoleerde verbindingseinden bijvoorbeeld voor eenzijdig verbonden aders van een kabel een speciaal symbool gebruiken. Symbolen voor verbindingseinden Om een symbool in de grafische editor in te voegen, selecteert u in het dialoogvenster Symboolselectie een symbool voor geïsoleerde verbindingseinden (ofwel NCI // 100 // Verbindingseinde, geïsoleerd ofwel NC // 101 // Verbindingseinde, niet aangesloten). Deze symbolen horen bij de symboolbibliotheek SPECIAL. U vindt ze onder Algemene speciale functies in de nieuwe functiecategorie Geïsoleerd verbindingseinde. 362 EPLAN NEWS 2.0

363 Speciale onderwerpen EPLAN Electric P8 Hiervoor zijn ook de functiedefinities onder Algemeen // Algemene speciale functies uitgebreid met de nieuwe functiecategorie Geïsoleerd verbindingseinde. Functies met een dergelijke functiedefinitie hebben nu één aansluiting; de verbinding eindigt bij de betreffende functie. Eigenschappendialoogvenster voor verbindingseinden Nadat u het symbool in de gewenste varianten hebt geplaatst, wordt het eigenschappendialoogvenster geopend. Voer op het nieuwe tabblad Geïsoleerd verbindingseinde de weergegeven ODC in van het onderdeel waarbij de verbinding eindigt. Ook voor dit schemasymbool opent u met [...] het dialoogvenster ODC-selectie waarin u de gewenste ODC kunt overnemen. Als het onderdeel waaraan het geïsoleerde verbindingseinde is toegekend wordt hernoemd, wordt de onderdeelcode bij het verbindingseinde automatisch aangepast. Weergave van verbindingseinden in de navigators Geïsoleerde verbindingseinden worden in de boomstructuur van de navigators (bijvoorbeeld in de onderdelen-navigator) weergegeven als deel van het onderdeel waaraan ze zijn toegekend en door een speciale pictogram aangeduid. EPLAN NEWS

364 Speciale onderwerpen EPLAN Electric P8 Via de menuopdrachten Snelmenu > Nieuw kunt u in de onderdelennavigator niet-geplaatste verbindingseinden (pictogram: ) maken en deze later in het schema plaatsen of bij het aansluiten van apparaten als niet-geplaatst gebruiken. Voorbeeld: De volgende afbeelding toont de weergave van een geïsoleerd verbindingseinde in de onderdelen-navigator: Isolatie bij het "aansluiten van apparaten" toevoegen Ook bij het genereren van niet-geplaatste verbindingen tussen apparaataansluitingen in het dialoogvenster / op het tabblad Apparaten aansluiten kunt u niet-geplaatste geïsoleerde verbindingseinden genereren. Hiertoe is in het snelmenu van dit dialoogvenster / tabblad de nieuwe menuopdracht Isolatie toevoegen beschikbaar. Selecteer eerst een of meerdere aansluitingen in de tabel Onderdelenbron / Onderdelen-doel en kies Snelmenu > Isolatie toevoegen. In het dialoogvenster Functiedefinities wordt voor de geselecteerde bron automatisch een passende functiedefinitie voor de geïsoleerde verbindingseinden voorgesteld. 364 EPLAN NEWS 2.0

365 Speciale onderwerpen EPLAN Electric P8 Vervolgens wordt het dialoogvenster Eigenschappen (schemasymbool): Algemeen onderdeel geopend. Hier kunt u de eigenschappen van het geïsoleerde verbindingseinde bewerken. De weergegeven ODC van de isolatie kan niet meer worden gewijzigd; deze is reeds bij het selecteren van de onderdelen-bron gedefinieerd. Nadat u het eigenschappendialoogvenster weer hebt gesloten, wordt het geïsoleerde verbindingseinde als niet-geplaatste functie gegenereerd en in het dialoogvenster Apparaten aansluiten als extra rij in de tabel aangegeven. Overige kenmerken van geïsoleerde verbindingseinden Bij het gebruik van geïsoleerde verbindingseinden moet u rekening houden met het volgende: Bij de apparaatselectie en bij het overlappen van functiesjablonen worden geïsoleerde verbindingseinden niet gebruikt. Onderdeelgerichte verwerkingen In onderdeelgerichte verwerkingen (zoals aansluitschema's) wordt het geïsoleerde verbindingseinde voor het onderdeel waaraan het is toegekend, niet als aansluiting uitgevoerd. Als bijvoorbeeld aan een klemmenstrook een isolatie is toegekend, wordt voor de klemmenstrook in de klemmenaansluitlijst het geïsoleerde verbindingseinde niet als extra klem weergegeven. Verbindingsgerichte verwerkingen In verbindingsgerichte verwerkingen (verbindingslijsten, kabelaansluitlijsten etc.) worden geïsoleerde verbindingseinden als doel van een verbinding of van een kabelader uitgevoerd. EPLAN NEWS

366 Speciale onderwerpen EPLAN Electric P8 Apparaten Kabelartikelen als apparaten invoegen Wanneer u in de grafische editor een kabelartikel als apparaat invoegt (bijvoorbeeld via Invoegen > Apparaat), worden de afzonderlijke objecten voor het plaatsen aangeboden in de volgorde waarin ze in het artikelbeheer zijn gedefinieerd. Voordeel: U kunt kabels snel en eenvoudig als apparaten in het schema invoegen. Hierdoor wordt de bewerkingstijd gereduceerd en kan de gebruiker zich concentreren op de engineering van de installatie. Bij de cursor wordt het symbool voor de kabeldefinitielijn of de afscherming aangegeven; bij de aders wordt de kleur / het nummer van de ader aangegeven. Opmerking: Afschermingen mogen in het artikelbeheer niet als aparte functiesjablonen met de functiedefinitie "Afscherming, kabeldefinitie" worden gedefinieerd, maar moeten expliciet via de kabeladers worden gedefinieerd. Als het artikel over een functiesjabloon met de functiedefinitie "Ader / draad" en het potentiaaltype "SH" beschikt, dan wordt bij het invoegen van een apparaat vóór het invoegen van deze kabelader automatisch een afscherming gegenereerd. Bij het plaatsen van een ader worden een verbindingsdefinitiepunt gegenereerd. Als er voor de verbinding reeds een niet-leeg verbindingsdefinitiepunt bestaat, verschijnt er een vraag en kunt u aangeven of u het verbindingsdefinitiepunt wilt behouden of vervangen. Als het oude verbindingsdefinitiepunt wordt vervangen, wordt dit verwijderd en wordt een nieuw verbindingsdefinitiepunt met gegevens uit het artikelbeheer geplaatst. 366 EPLAN NEWS 2.0

367 Speciale onderwerpen EPLAN Electric P8 Voorbeeld: Voor een kabelartikel zijn de volgende functiesjablonen gedefinieerd: Rij Functiedefinitie Kleur / nr.... Potentiaaltype 1 Kabeldefinitie 2 Ader / draad 1 Niet gedefinieerd 3 Ader / draad SH SH In rij 3 is een afgeschermde ader en via het potentiaaltype "SH" tegelijkertijd de afscherming gedefinieerd. De afschermingsnaam wordt uit het veld Kleur / nr. van deze ader overgenomen. Bij het invoegen van het apparaat in de grafische editor worden dan achtereenvolgens de volgende objecten aangeboden: Object 1. Kabeldefinitie Weergave bij de cursor Eigenschappen 2. Ader 1 Kleur / nummer: 1, Potentiaaltype: Niet gedefinieerd 3 Afscherming Naam van de afscherming: SH 4 Ader SH Kleur / nummer: SH, Potentiaaltype: SH EPLAN NEWS

368 Speciale onderwerpen EPLAN Electric P8 Apparaatselectie Apparaatselectie voor draden Bij een verbindingsdefinitiepunt met de functiedefinitie "Ader / draad" kunnen apparaten nu ook op basis van draden worden geselecteerd. Bij een dergelijke apparaatselectie worden de gegevens van de betreffende draad (Kleur / nr., Dwarsdoorsnede / diameter etc.) uit het artikelbeheer aan de verbinding overgedragen. Voordeel: Door draden uit de artikeldatabank te selecteren, worden deze direct in het schema overgenomen. Dit resulteert in een standaardisering van de gebruikte draden en minder handmatige invoer. Opmerkingen: Verbindingsdefinitiepunten die via Invoegen > Verbindingsdefinitiepunt op een autoconnecting-lijn worden geplaatst, hebben standaard de functiedefinitie "Verbinding, algemeen". Om voor een verbindingsdefinitiepunt een andere functiedefinitie te selecteren, klikt u in het eigenschappendialoogvenster op het tabblad Verbindingsdefinitiepunt op de knop [...] die zich naast het veld Functiedefinitie bevindt. Selecteer vervolgens de functiedefinitie "Ader / draad". Voor verbindingsdefinitiepunten waarbij de eigenschap Kabelverbinding is geactiveerd, kan geen apparaatselectie worden uitgevoerd. Dit is bijvoorbeeld het geval bij verbindingsdefinitiepunten die bij het tekenen van een kabeldefinitielijn op de betreffende verbindingslijnen worden geplaatst. 368 EPLAN NEWS 2.0

369 Speciale onderwerpen EPLAN Electric P8 Uitbreidingen in het artikelbeheer Artikelen die tot de productgroep "Draden" behoren, konden ook al in eerdere versies van EPLAN in het artikelbeheer worden gemaakt. Om apparaten op basis van deze artikelen te kunnen selecteren, moesten de gegevens voor draden echter worden uitgebreid. Hiertoe zijn de draadartikelen nu ook op het tabblad Functiesjablonen beschikbaar. Voor de productgroep "Onderdeel (draden)" zijn in de tabel Apparaatselectie (functiesjablonen) de volgende kolomkopteksten beschikbaar: Rij Functiedefinitie Kleur / nr. Dwarsdoorsnede / diameter Potentiaaltype Intrinsiek veilig. Om apparaten te kunnen selecteren, moet voor elke draad een functiesjabloon worden ingevoerd. Daartoe klikt u de betreffende rij van de kolom Functiedefinitie en vervolgens op [...] om het dialoogvenster Functiedefinities te openen. Hier selecteert u via Algemeen // Algemene speciale functies // Verbinding // Verbindingsdefinitie de functiedefinitie "Ader / draad". Ook het tabblad Draadgegevens is in het kader van deze uitbreiding aangepast. Omdat de aderdoorsnede en de kleur nu in de functiesjabloon worden ingevoerd, zijn de gelijknamige velden hier verwijderd. Om nog meer specifieke gegevens voor draden te kunnen invoeren, zijn de velden / selectievakjes Adertype, Spanning, Min. buigradius, Kopergewicht, Kabelgewicht (kg/km) en Kortsluitvast toegevoegd. EPLAN NEWS

370 Speciale onderwerpen EPLAN Electric P8 Uitbreidingen in de apparaatselectie Om ook voor draden selectiecriteria voor de bestaande functiegegevens te kunnen definiëren, is het dialoogvenster Instellingen: Apparaatselectie uitgebreid met het tabblad Draad. De volgende eigenschappen kunnen als criteria voor draadartikelen worden gebruikt: Kleur / nummer Dwarsdoorsnede / diameter Potentiaaltype Intrinsiek veilig. Het filteren op potentiaaltype gaat op dezelfde wijze als bij kabels. Als het selectievakje Potentiaaltype als selectiecriterium is ingeschakeld, wordt bij de apparaatselectie het potentiaaltype niet bij het verbindingsdefinitiepunt gecontroleerd, maar bij de bijbehorende verbinding. Voor aders / draden met het potentiaaltype "PE" of "SH" worden alleen artikelen met het bijpassende potentiaaltype aangeboden (dus "PE" of "SH"). Bij een ader / draad met een ander potentiaaltype (bijv. "N") worden in de lijst Hoofdartikel van de apparaatselectie ook artikelen weergegeven die andere potentiaaltypen hebben (bijv. "L", "N" etc.). 370 EPLAN NEWS 2.0

371 Speciale onderwerpen EPLAN Pro Panel Speciale onderwerpen EPLAN Pro Panel De volgende paragrafen bevatten informatie over de functies van de nieuwe aanvullende module "EPLAN Pro Panel". Daarbij komen de volgende onderwerpen aan bod: Navigators voor de 3D-montageopbouw (zie pagina 371) Layoutruimtes maken en openen (zie pagina 377) Montageplaten en schakelkasten in de layoutruimte plaatsen (zie pagina 379) Componenten op montageoppervlakken plaatsen (zie pagina 384) De 3D-weergave van een layoutruimte wijzigen (zie pagina 390) Objecten in de layoutruimte bewerken (zie pagina 394) Macro's voor de 3D-montageopbouw (zie pagina 402) De onderdelenlogica van 3D-objecten bewerken (zie pagina 407) Modelaanzichten invoegen en actualiseren (zie pagina 411) Contouren voor extrusies maken en bewerken (zie pagina 415) Onderdeelstructuur voor mechanische onderdelen (zie pagina 419) Online-nummering voor mechanische onderdelen (zie pagina 419). Navigators voor de 3D-montageopbouw Logische structuur in de layoutruimte-navigator De layoutruimte-navigator geeft de logische structuur van de geplaatste artikelen weer. Alle componenten zijn onderling hiërarchisch afhankelijk. Als een bovenliggende component (bijvoorbeeld een montagerail) wordt verplaatst of verwijderd, worden ook alle daarop geplaatste onderdelen verplaatst of verwijderd. Deze logische structuur kan ook in verwerkingen worden aangehouden. EPLAN NEWS

372 Speciale onderwerpen EPLAN Pro Panel De layoutruimte Naast de weergave van de logische structuur is er een grafisch 3D-weergavebereik waarin de geplaatste onderdelen worden weergegeven. Deze weergave is onafhankelijk van een projectpagina. Het 3D-model wordt in een zogeheten layoutruimte weergegeven, waarin 3D-objecten kunnen worden bekeken en bewerkt. Om met 3D-componenten te kunnen werken, moet dus in de layoutruimte-navigator een layoutruimte zijn gemaakt. De layoutruimte vormt de werkomgeving voor 3D-gegevens en de daaraan gekoppelde functionele logica. De layoutruimte toont een 3D-weergave van het 3D-model met shading (gekleurde vlakken die t.o.v. elkaar lichter of donkerder zijn). Weergave van onderdelen in de layoutruimte-navigator In de layoutruimte-navigator worden alle onderdelen weergegeven die in de layoutruimtes van het geopende project voorkomen. Om het navigatorvenster te openen en layoutruimtes te maken, bevat de menubalk de nieuwe menuopdracht Layoutruimte. Kies hier Layoutruimte > Navigator. De layoutruimte-navigator wordt geopend. Boomweergave In de boomweergave vormen de layoutruimtes het bovenste hiërarchieniveau. Onder een layoutruimte worden de onderdelen die daarin voorkomen hiërarchisch gerangschikt. Uitgaande van de montageplaat of van de bovenliggende schakelkast worden alle onderdelen weergegeven onder de component waarop ze zijn geplaatst. 372 EPLAN NEWS 2.0

373 Speciale onderwerpen EPLAN Pro Panel U kunt de weergave van de boomstructuur wijzigen door Snelmenu > Beeld te kiezen en vervolgens in het vervolgmenu een of meerdere configuraties te selecteren. De standaardinstelling is Componentcode, waarbij de componentcode inclusief het groeperingsvoorteken wordt weergegeven. Onafhankelijk van de weergave die is geselecteerd, wordt altijd eerst het groeperingsvoorteken weergegeven. Als u bijvoorbeeld een montageplaat in de layoutruimte hebt geplaatst, wordt het groeperingsvoorteken "MP<Montageplaatnummer>" aan alle daaronder liggende componenten doorgegeven en voor de beschrijvingstekst geplaatst. Op deze manier kunt u altijd zien bij welke montageplaat of bij welke schakelkast een artikelplaatsing in de layoutruimtenavigator hoort. Voorbeeld: De volgende afbeelding toont een geopend project met meerdere layoutruimtes in de boomweergave van de layoutruimte-navigator (links) en een geopende layoutruimte in 3D-weergave (rechts). EPLAN NEWS

374 Speciale onderwerpen EPLAN Pro Panel In de boomweergave van de layoutruimte-navigator wordt door middel van verschillende pictogrammen aangegeven om welk type componenten het gaat en in welke toestand deze zich bevinden: Pictogram Pictogram Betekenis Weergegeven Niet geactiveerd Lijstweergave Verborgen Direct geactiveerd Layoutruimte Schakelkast Profielframe Wandplaat Deur Montageplaat Montagerail Kabelgoot Artikelplaatsing Geblokkeerd vlak voor plaatsen Montageoppervlak In deze weergave worden alle onderdelen weergegeven die in de layoutruimtes van het geopende project voorkomen. De weergave en sortering van de onderdelen is afhankelijk van de geselecteerde kolomconfiguratie. Snelmenu Het snelmenu van de layoutruimte-navigator bevat o.a. menuopdrachten waarmee layoutruimtes kunnen worden gemaakt en weergegeven (bijvoorbeeld Nieuwe layoutruimte, Layoutruimte openen etc.). Verder bevat het snelmenu functies voor de bewerking in het 3D-bereik zoals Hoofdcomponenten actualiseren, Artikelafmetingen actualiseren etc. 374 EPLAN NEWS 2.0

375 Speciale onderwerpen EPLAN Pro Panel Projectstructuur in de 3D-montageopbouw-navigator In de 3D-montageopbouw-navigator worden de onderdelen weergegeven die in het project voorkomen en voor plaatsing in een layoutruimte aangeboden. Om dit nieuwe dialoogvenster te openen, kiest u het menupad Projectgegevens > Apparaten / artikelen > 3D-montageopbouw-navigator. De kenmerken van deze navigator zijn: Alle onderdelen waaraan een artikel is toegewezen worden weergegeven. De weergave in de 3D-montageopbouw-navigator is altijd kenlettergericht. Artikelen zonder onderdeelcode worden in een apart boomstructuurniveau gegroepeerd. aange- Reeds geplaatste onderdelen worden door het pictogram duid. Zowel in de boomweergave als in de lijstweergave kunnen meerdere onderdelen worden geselecteerd. Deze geselecteerde onderdelen kunnen vervolgens tegelijk op de montageplaat worden geplaatst. In de boomweergave kan ook een knooppunt worden geselecteerd. Alle onderdelen onder dit knooppunt worden gemeenschappelijk geplaatst. Filter in de navigators Net als in de andere navigators kunt u in de layoutruimte- of in de 3Dmontageopbouw-navigator het aantal gegevens dat wordt weergegeven door middel van een filter beperken. EPLAN NEWS

376 Speciale onderwerpen EPLAN Pro Panel Om in de 3D-montageopbouw-navigator op niet-geplaatste artikelen te kunnen filteren, is in het criteriumselectievenster de nieuwe eigenschap Aantal eenheden / aantal (niet-geplaatst, 3D) <20509> beschikbaar. In het criteriumselectievenster voor deze navigator kunt u verder projecteigenschappen en / of groeperingselementen voor functiedefinities (functiedefinitie, functiegroep etc.) als filtercriteria selecteren. Filteren door middel van snelinvoer In deze navigators is onder het filter het nieuwe veld Waarde: <Eigenschap> beschikbaar. In dit veld kunt u door middel van de zogeheten snelinvoer voor een gedefinieerd en geactiveerd filter snel de waarde van een filtercriterium aanpassen. Hiervoor is het dialoogvenster Filter, dat u vanuit de navigator met de knop [...] kunt openen en waarin u de filtercriteria definieert, uitgebreid met de nieuwe kolom Snelinvoer. Het selectievakje voor de snelinvoer kan alleen worden ingeschakeld als er één filtercriterium is geactiveerd. In dat geval wordt het veld Waarde: <Eigenschap> voor de betreffende navigator vrijgeschakeld. Om de waarde in het veld Waarde: <Eigenschap> als filtercriterium te kunnen gebruiken, moet het filter via het selectievakje Actief worden geactiveerd. 376 EPLAN NEWS 2.0

377 Speciale onderwerpen EPLAN Pro Panel Waarde: <Eigenschap>: Om een nieuwe waarde in dit veld in te voeren, klikt u in het veld, geeft u een waarde op en drukt u op [Enter]. De weergave in de navigator wordt vervolgens aangepast. De waarde die hier is ingevoerd, wordt in het filterschema als waarde van het filtercriterium overgenomen. Afhankelijk van de eigenschap die u als criterium hebt geselecteerd (bijvoorbeeld structuurcode), kunt u in het veld Waarde: <Eigenschap> op [...] klikken en in een vervolgdialoogvenster een andere waarde voor het filtercriterium selecteren. Als u meerdere waarden in het veld wilt invoeren, plaatst u tussen de waarden als scheidingsteken een puntkomma. Deze wordt als OF-koppeling verwerkt. Als de snelinvoeroptie in het dialoogvenster Filter voor geen enkel filtercriterium is geactiveerd, is in de betreffende navigator geen snelinvoer mogelijk. Het veld Waarde: <Eigenschap> wordt dan grijs weergegeven. Layoutruimte maken en openen Layoutruimte maken Om in een geopend project een layoutruimte te maken, kiest u Layoutruimte > Nieuw. Vervolgens wordt het dialoogvenster Eigenschappen (schemasymbool): Layoutruimte geopend. EPLAN NEWS

378 Speciale onderwerpen EPLAN Pro Panel Wijzig desgewenst de voorgestelde layoutruimtenaam in het veld Naam. Open met [...] het dialoogvenster Structuurcode van de layoutruimte om de structuurcodes te bewerken. Voer in het veld Beschrijving een toepasselijke beschrijvende tekst in; deze wordt ook in de boomweergave van de 3D-montageopbouw-navigator weergegeven. Nadat u het eigenschappendialoogvenster met [OK] hebt gesloten, wordt de nieuwe layoutruimte in de grafische editor geopend. Layoutruimte verwijderen U kunt een in de layoutruimte-navigator geselecteerde layoutruimte verwijderen door in het navigatorvenster Snelmenu > Verwijderen te kiezen. 378 EPLAN NEWS 2.0

379 Speciale onderwerpen EPLAN Pro Panel Layoutruimte openen Selecteer de gewenste layoutruimte in de layoutruimte-navigator en kies Layoutruimte > Openen. De geselecteerde layoutruimte wordt voor verdere bewerking geopend en standaard in het isometrische 3D-aanzicht vanuit zuidoost weergegeven. De layoutruimte die op dat moment actief was, wordt gesloten en niet meer weergegeven. Om een layoutruimte in een ander, nieuw 3D-weergavevenster te openen, kunt u in het snelmenu de menuopdracht Layoutruimte in nieuw venster openen kiezen. Layoutruimte sluiten Om de 3D-weergave van een geopende layoutruimte te sluiten, selecteert u de bijbehorende layoutruimtebeschrijving in de layoutruimte-navigator en kiest u vervolgens Layoutruimte > Sluiten. Verder gedraagt de 3D-weergave zich net zoals elk ander venster van de grafische editor; zo kan het bijvoorbeeld met de toetsencombinatie [Ctrl] + [F4] worden gesloten. Montageplaten en schakelkasten plaatsen Montageplaten plaatsen Om een montageplaat in een geopende layoutruimte te plaatsen, kiest u de menuopdrachten Invoegen > Montageplaat. In het dialoogvenster Artikelselectie wordt in de producthoofdgroep "Mechanica" direct de productsubgroep "Montageplaten" weergegeven. Selecteer de gewenste montageplaatartikelen en klik op [OK]. EPLAN NEWS

380 Speciale onderwerpen EPLAN Pro Panel Tip: Voor het plaatsen van montageplaten, schakelkasten, montagerails en kabelgoten kunt u ook de werkbalk Pro Panel gebruiken. Klik bijvoorbeeld op de knop (Montageplaat) om de artikelselectie te openen en daar een montageplaatartikel te selecteren. De montageplaat hangt als transparante preview aan de cursor; het formaat van de preview is bij het artikel gedefinieerd. De vier mogelijke handles (aangrijppunten) worden door een grijs vierkantje aangeduid. De actuele handle wordt linksonder in rood aangegeven. Als u op de toets [A] drukt, wisselt de handle met de wijzers van de klok mee van de positie "Onder links" naar "Boven links", "Boven rechts", "Onder rechts". Kies Snelmenu > Plaatsingsopties om het dialoogvenster Plaatsingsopties te openen. In dit dialoogvenster kunt u de opties voor het plaatsen van artikelen in de 3D-montageopbouw instellen. Klik op de linkermuisknop om de montageplaat op de gewenste positie te plaatsen. Het geselecteerde artikel blijft aan de cursor hangen en kan opnieuw worden geplaatst. Wanneer u de montageplaat in een schakelkastbehuizing plaatst of op een tweede montageplaat wilt aansluiten, beweegt u de montageplaat in de buurt van een hoekpunt van de tweede montageplaat of van een kastprofiel. Bij het hoekpunt verschijnt dan een rood 3D-snappuntsymbool. De te plaatsen montageplaat "snapt" aan dit punt en wordt met een muisklik direct hierop geplaatst. 380 EPLAN NEWS 2.0

381 Speciale onderwerpen EPLAN Pro Panel Voorbeeld: In dit voorbeeld wordt een montageplaat op een reeds geplaatste montageplaat aangesloten. De rode rechthoek geeft het snappunt aan. Vrije montageplaten plaatsen Voor een snelle en eenvoudige engineering is het mogelijk om een afzonderlijke montageplaat zonder omsluitend kastprofiel en zonder deze in het artikelbeheer te moeten selecteren in de layoutruimte te plaatsen. De vrije montageplaat heeft dezelfde eigenschappen en bewerkingsmogelijkheden als de artikelgebonden montageplaat. Via de apparaatselectie kan aan de montageplaat ook naderhand nog een artikel worden toegewezen. EPLAN NEWS

382 Speciale onderwerpen EPLAN Pro Panel Nadat u de menuopdrachten Invoegen > Vrije montageplaat hebt gekozen, wordt het dialoogvenster Eigenschappen (schemasymbool): Montageplaat geopend. Voer op het tabblad Montageplaat waarden voor de breedte, hoogte en diepte van de vrije montageplaat in, of neem de voorgestelde waarden over. De dimensiewaarden mogen niet leeg zijn, anders kan de vrije montageplaat niet worden geplaatst. Voer in het veld Code een coderingstekst in of neem het voorstel "Montageplaat" over. Nadat u het eigenschappendialoogvenster met [OK] hebt gesloten, hangt de vrije montageplaat als transparante preview aan de cursor en kan deze door u in de 3D-weergave worden geplaatst. Verder is deze plaatsingsprocedure vergelijkbaar met de manier waarop schakelkasten en montageplaten uit het artikelbeheer worden geplaatst. Schakelkasten met montageplaten plaatsen Het EPLAN-artikelbeheer beschikt over verschillende voorgedefinieerde kastseries waaruit u de te plaatsen schakelkasten kunt selecteren. Enkele van deze schakelkasten (bijvoorbeeld uit de TS 8-serie) beschikken reeds over voorgedefinieerde montageplaten en een of twee deuren. Zowel op de montageplaten als op de deuren kunnen mechanische componenten (montagerails, kabelgoten etc.) en onderdelen worden geplaatst. Ook bij het plaatsen van schakelkasten via Invoegen > Schakelkast wordt de artikelselectie met een automatisch ingesteld filter geopend. Daardoor worden alleen artikelen uit de productgroep "Schakelkast" aangegeven. 382 EPLAN NEWS 2.0

383 Speciale onderwerpen EPLAN Pro Panel Nadat u de gewenste schakelkastartikelen hebt geselecteerd, hangt de schakelkast als gedetailleerde preview met de bij het artikel gedefinieerde hoogte, breedte en diepte aan de cursor. De handle die op dat moment is geselecteerd, wordt in het rood aangegeven en door een rood vierkantje als snappunt aangeduid. Met de toets [A] schakelt u de handle om. Telkens als u op [A] drukt, wisselt de handle van de positie "Achter links" naar "Achter rechts", "Voor rechts" en "Voor links". Voorbeeld: De volgende afbeelding verduidelijkt de wisseling van handle voor een schakelkast. Kies Snelmenu > Plaatsingsopties om het dialoogvenster Plaatsingsopties te openen. Hier kunt u een offset van de handle tot de cursorpositie opgeven en afstandswaarden voor de koppeling van meerdere schakelkasten invoeren. EPLAN NEWS

384 Speciale onderwerpen EPLAN Pro Panel Klik op de linkermuisknop om de schakelkast op de gewenste positie te plaatsen. Met het invoegen krijgt de schakelkast in de layoutruimte-navigator automatisch zijn groeperingsvoorteken "S<Schakelkastnummer>" en geeft het deze code aan alle afzonderlijke onderdelen van de schakelkast en aan alle in de schakelkast geplaatste componenten door. Alle met de schakelkast geplaatste schakelkastcomponenten zijn logisch gegroepeerd. Als een kast of een schakelkastcomponent wordt verplaatst, worden alle daarop geplaatste componenten meeverplaatst. Het geselecteerde artikel kan meerdere keren worden geplaatst en blijft net zo lang aan de cursor hangen totdat u de actie annuleert. Tip: Om het dialoogvenster Plaatsingsopties te openen, kunt u ook de (Plaatsings- menuopdrachten Opties > Plaatsingsopties of de knop opties) in de werkbalk Pro Panel opties gebruiken. Componenten op montageplaten of montageoppervlakken plaatsen Nadat u uw layoutruimte met montageplaten of schakelkasten hebt uitgebreid, kunt u verschillende mechanische componenten zoals montagerails, kabelgoten etc. invoegen. Deze componenten worden normaal gesproken op montageplaten of montageoppervlakken van kastprofielen geplaatst. Om onderdelen correct op montageplaten, montagerails, deuren, wanden etc. te plaatsen, moet het gewenste montageoppervlak of de gewenste component voor plaatsing worden aangegeven. Hiervoor zijn er in het navigatorvenster Layoutruimte - <Projectnaam> de volgende mogelijkheden: 384 EPLAN NEWS 2.0

385 Speciale onderwerpen EPLAN Pro Panel Montageoppervlakken automatisch activeren Is geschikt voor alle oppervlakken en componenten die niet door andere componenten worden afgedekt. Montageoppervlakken direct activeren Is geschikt om montageoppervlakken van verdekte of achterliggende componenten te bereiken. Dit is in de grafische weergave niet mogelijk zonder de verdekte componenten te verbergen. Het viewpoint wordt omgezet naar het vooraanzicht. Alle niet-betrokken componenten worden verborgen. Montageoppervlakken / componenten automatisch activeren Wanneer u een component of een montageplaat automatisch wilt activeren, selecteert u eerst de gewenste componenten in de boomweergave van de layoutruimte-navigator. Vervolgens kiest u Snelmenu > Ga naar (tekening). Er worden dan alleen nog de geselecteerde component en de daarop aangesloten onderdelen weergegeven. Selecteer nu een onderdeel of een mechanische component dat moet worden geplaatst (bijvoorbeeld Invoegen > Montagerail). Nadat u het gewenste artikel hebt geselecteerd, beweegt u de cursor over de te activeren oppervlakken of over een daarop geplaatste component. Het vlak of de component onder de cursor wordt met een kleur gemarkeerd. Wanneer u het vlak of de component waarop u het artikel wilt plaatsen hebt bereikt, houdt u de cursor ca. 1 seconde stil zonder te klikken of een toets in te drukken. Het vlak of de component onder de cursor verandert van kleur. Het montageoppervlak of de component is nu geactiveerd. De cursor kan nu alleen nog op het geactiveerde montageoppervlak worden bewogen. EPLAN NEWS

386 Speciale onderwerpen EPLAN Pro Panel Plaats de cursor op de gewenste positie en klik één keer op de linkermuisknop om een onderdeel te plaatsen. Bij het invoegen van een mechanische component klikt u twee keer met de linkermuisknop om het start- en eindpunt van deze component op het montageoppervlak te definiëren. Om een ander vlak of een andere component te activeren, kiest u opnieuw in de navigator Snelmenu > Ga naar (tekening) en herhaalt u de hiervoor beschreven procedure. Montageoppervlakken direct activeren Om montageoppervlakken direct te activeren, selecteert u eerst het gewenste montageoppervlak in de boomstructuur van de layoutruimtenavigator en kiest u daarna Snelmenu > Direct activeren. Vervolgens worden de geselecteerde montageoppervlakken en de daarop aangesloten componenten in vooraanzicht weergegeven. Alle andere componenten in de layoutruimte worden verborgen. Op het montageoppervlak wordt een raster weergegeven. In de layoutruimte-navigator worden de verborgen componenten en de geactiveerde montageoppervlakken door speciale pictogrammen aangeduid (bijvoorbeeld verborgen montageplaat: ; geactiveerd montageoppervlak: ). Selecteer nu een onderdeel of een mechanische component dat moet worden geplaatst (bijvoorbeeld Invoegen > Montagerail). De cursor kan nu alleen nog op het geactiveerde montageoppervlak worden bewogen. Plaats vervolgens het gewenste onderdeel of de gewenste mechanische componenten. Om een ander montageoppervlak te activeren, kiest u opnieuw in de navigator Snelmenu > Direct activeren. 386 EPLAN NEWS 2.0

387 Speciale onderwerpen EPLAN Pro Panel Directe activering opheffen Als het direct geactiveerde montageoppervlak weer moet worden vrijgegeven, kiest u in de navigator de menuopdracht Snelmenu > Directe activering opheffen. U kunt nu weer met de automatische activeringsfunctionaliteit verder werken. Montagerails en kabelgoten plaatsen Montagerails en kabelgoten (kabelkanalen) worden gewoonlijk op montageplaten of op montageoppervlakken van kastprofielen geplaatst. Om deze te plaatsen kiest u in het menu Invoegen de gewenste menuopdracht (bijvoorbeeld Invoegen > Montagerail). In het artikelselectievenster wordt dan direct het juiste boomstructuurniveau weergegeven. Nadat u het artikel hebt geselecteerd, kunt u in de preview de handles van de componenten met de toets [A] omschakelen. Ook bij het plaatsen van deze mechanische componenten zijn de plaatsingsopties via het snelmenu toegankelijk. Montagerails en kabelgoten kunnen op twee verschillende manieren worden ingevoegd; het verschil hiertussen is de wijze waarop de lengte wordt bepaald. Lengtevariabele plaatsing Hierbij wordt het start- en eindpunt ingevoerd en wordt de lengte bepaald door de afstand tussen beide punten. De punten worden met de linkermuisknop of via waarden in het invoervak gedefinieerd. EPLAN NEWS

388 Speciale onderwerpen EPLAN Pro Panel Plaatsing met overname van lengte Hierbij wordt de lengte overgenomen van een reeds geplaatste component. Na het selecteren van een artikel kiest u in het snelmenu de menuopdracht Lengte overnemen en klikt u vervolgens op een reeds geplaatste of andere mechanische component. De nieuw te plaatsen component neemt de lengte van de aangeklikte component over en hangt aan de cursor. De component kan met de cursor alleen nog parallel aan de aangeklikte component worden bewogen en bijvoorbeeld met een klik op de linkermuisknop worden geplaatst. Bij deze methode kan de component ook automatisch midden tussen twee reeds geplaatste componenten worden gepositioneerd. Nadat u de lengte hebt overgenomen, kiest u dan Snelmenu > In het midden plaatsen en klikt u vervolgens met de linkermuisknop op een tweede kabelgoot of montagerail. Onderdelen als apparaten invoegen Onderdelen kunnen net zoals in het EPLAN-platform als apparaten worden ingevoegd. Dit kan in een geopende layoutruimte op de volgende wijze: Via het menupad Invoegen > Apparaat Via de menupaden Snelmenu > Nieuw apparaat of Snelmenu > Plaatsen vanuit de 3D-montageopbouw-navigator Via slepen & neerzetten vanuit de apparatenlijst Via slepen & neerzetten vanuit de navigators (bijvoorbeeld vanuit de onderdelen- of artikelstamgegevens-navigator). Opmerking: Mechanische onderdelen (schakelkasten, montagerails etc.) worden niet in de onderdelen-navigator weergegeven. Daarom is het niet mogelijk om een dergelijk onderdeel in de onderdelen-navigator via Snelmenu > Nieuw apparaat als apparaat in te voegen. 388 EPLAN NEWS 2.0

389 Speciale onderwerpen EPLAN Pro Panel Een apparaat kan alleen worden ingevoegd als bij het geselecteerde artikel apparaatspecifieke afmetingen (breedte, hoogte, diepte) of een macro zijn / is opgeslagen. Als dat niet het geval is, verschijnt er een melding. Om deze gegevens te kunnen invoeren of wijzigen, zijn in het artikelbeheer op het tabblad Montagegegevens de velden Breedte, Hoogte en Diepte en op het tabblad Technische gegevens het veld Macro beschikbaar. Als aan de voorwaarden is voldaan, hangt het apparaat als preview aan de cursor en kan het in de 3D-weergave op montageoppervlakken of mechanische componenten worden geplaatst. Om de apparaten nauwkeurig te plaatsen, kunt u ter ondersteuning gebruik maken van de eerder genoemde automatische of directe activeringsopties. De handle van het apparaat kan voorafgaand aan het plaatsen met de toets [A] worden omgeschakeld. Als het betreffende onderdeel in het project reeds in een layoutruimte is geplaatst, verschijnt er een vraag. Als u op [Ja] klikt, wordt het onderdeel nogmaals geplaatst. Geblokkeerde vlakken intekenen Montageoppervlakken kunnen tegen plaatsing worden geblokkeerd, zodat op deze vlakken geen artikelen kunnen worden geplaatst. Dat kan nodig zijn als op deze plaats later boringen moeten worden aangebracht of als de ruimte nodig is voor apparaten die aan de andere zijde zijn gemonteerd. Dit kunnen bijvoorbeeld koelelementen zijn die van boven de schakelkast binnenkomen, of monitoren en bedieningselementen op een deur die een grote inbouwdiepte hebben. Geblokkeerde vlakken zijn zelfstandige 3D-objecten die als een rechthoek worden getekend. EPLAN NEWS

390 Speciale onderwerpen EPLAN Pro Panel Om in een geopende layoutruimte een geblokkeerd vlak in te tekenen, kiest u Invoegen > Geblokkeerd vlak voor plaatsing. Beweeg de cursor op het te blokkeren vlak om dit automatisch te activeren, of activeer een montageoppervlak direct in de layoutruimte-navigator. Het automatisch of direct geactiveerde montageoppervlak wordt met een kleur gemarkeerd. Artikelen kunnen nu alleen nog in dit vlak worden geplaatst. Teken de rechthoek die het geblokkeerde plaatsingsvlak voorstelt. Door nogmaals te klikken wordt het geblokkeerde vlak ingetekend. 3D-weergave van de layoutruimte wijzigen Om de weergave van een geopende layoutruimte te wijzigen, biedt EPLAN de volgende mogelijkheden: Inzoomen / uitzoomen Dit kan bijvoorbeeld via het menu Beeld > Zoomen of met het muiswiel. Met deze functie kunt u de layoutruimte die in 3D wordt weergegeven of een individueel weergegeven component (montageplaat, montagerail etc.) vergroten of verkleinen. Het viewpoint of de viewpoint-hoek wijzigen Hiervoor zijn in het menu Beeld de nieuwe menuopdrachten 3D-viewpoint en Viewpoint-hoek draaien beschikbaar. Met de menuopdracht 3D-viewpoint kunt u verschillende orthogonale (boven, onder, links, rechts, voor, achter) of isometrische aanzichten (zuidwest, zuidoost, noordoost, noordwest) van uw layoutruimte instellen. De inhoud van de layoutruimte wordt overeenkomstig het gekozen aanzicht opnieuw weergegeven. Nadat u de menuopdracht Viewpoint-hoek draaien hebt gekozen, kunt u de viewpoint-hoek van de afbeelding veranderen door met de muis te bewegen. De inhoud van de layoutruimte wordt vanuit de nieuwe viewpoint-hoek weergegeven, net zolang totdat u een andere viewpoint-hoek kiest. 390 EPLAN NEWS 2.0

391 Speciale onderwerpen EPLAN Pro Panel Tip: Deze functies zijn ook beschikbaar als knoppen op de werkbalk 3Dviewpoint. Deze werkbalk is niet standaard ingeschakeld. Markering accentueren Zodra u een component in de 3D-weergave hebt aangeklikt, wordt deze component met rode randen aangegeven. Als u de cursor in de 3D-weergave over een component beweegt, wordt deze component door lichte randen geaccentueerd. Dit is ook het geval wanneer u in de layoutruimte-navigator een onderdeel markeert. Op deze wijze kunt in een component eenvoudiger in de 3D-weergave identificeren. Componenten weergeven en verbergen U kunt componenten weergeven en verbergen via de daarvoor bestemde menuopdrachten in het snelmenu van de layoutruimte-navigator. Daarnaast kunt u in de 3D-weergave afzonderlijke componenten ook gericht via het snelmenu verbergen. Meer hierover leest u in de volgende paragraaf. Weergave van objecten vereenvoudigen Om bij bepaalde geplaatste objecten minder details op het beeldscherm weer te geven, kunt u in het snelmenu van de layoutruimtenavigator de menuopdracht Vereenvoudigde weergave gebruiken. Lees hiervoor de paragraaf op pagina 392. Kleuren en / of transparantie instellen De kleuren en de transparantiegraad van mechanische componenten en onderdelen kunnen zoals dat in EPLAN gebruikelijk is in één keer voor het hele project via instellingen in het layerbeheer worden gedefinieerd en vervolgens individueel via het betreffende eigenschappendialoogvenster worden bepaald. Bovendien kunt u in de gebruikerspecifieke instellingen ook kleurinstellingen voor de 3Dweergave aanbrengen (bijvoorbeeld voor de achtergrondkleuren). Lees hiervoor de paragraaf op pagina 393. EPLAN NEWS

392 Speciale onderwerpen EPLAN Pro Panel Componenten via de layoutruimte-navigator weergeven en verbergen Voor een geopende layoutruimte kunt u in de layoutruimte-navigator via Snelmenu > Verbergen de geselecteerde layoutruimte (montageplaat of schakelkast) of de in de navigator geselecteerde componenten verbergen. Deze verborgen structuur kan met Snelmenu > Weergeven > Selectie weer gericht worden ingeschakeld. Om de verborgen componenten in de navigator duidelijk te kunnen herkennen, worden ze door speciale pictogrammen aangeduid (zie paragraaf "Weergave van onderdelen in de layoutruimte-navigator" op pagina 372). Via de verschillende menuopdrachten van het snelmenu Weergeven kunt u bepalen welke componenten van de layoutruimte moeten worden weergegeven: Selectie (alle componenten onder het geselecteerde boomstructuurniveau), Alles, Alleen montageplaten, Alleen deuren. Afzonderlijke componenten in de 3D-weergave weergeven en verbergen Om een afzonderlijke component gericht te verbergen, selecteert u deze eerst in de tekening en kiest u vervolgens in het snelmenu de menuopdracht Verbergen. Deze menuopdracht is niet beschikbaar als u meerdere componenten hebt geselecteerd. Als u het hele 3D-model weer zichtbaar wilt maken, klikt u in de 3Dweergave met de linkermuisknop op de montageplaat / schakelkast en kiest u Snelmenu > Alles weergeven. Weergave van objecten vereenvoudigen Met behulp van de functie Vereenvoudigde weergave kunt u voor klemmenstroken en / of 3D-macro's de detaillering van de afbeeldingen in de layoutruimte reduceren. 392 EPLAN NEWS 2.0

393 Speciale onderwerpen EPLAN Pro Panel Welke componenten vereenvoudigd moeten worden weergegeven, kunt u in het dialoogvenster Eigenschappen: 3D in het groepsveld Vereenvoudigde weergave toepassen op definiëren. Het instellingsdialoogvenster bereikt u via het menupad Opties > Instellingen > Gebruiker > Grafische bewerking > 3D. Deze instellingen gelden voor alle reeds geplaatste componenten en voor alle componenten die nog worden geplaatst. Om de weergave van de geplaatste artikelen te vereenvoudigen, kiest u in de layoutruimte-navigator Snelmenu > Vereenvoudigde weergave. Vervolgens worden 3D-macro's als rechthoekig lichaam met de dimensies van de gebruikte componenten weergegeven. Klemmenstroken worden tot een blok gecombineerd; de afzonderlijke klemmen worden niet meer weergegeven. De codering (labeling) van de afzonderlijke klemmen blijft behouden. Kleuren en / of transparantie instellen In het layerbeheer kunt u de kleuren en / of transparantie van de mechanische componenten en onderdelen voor het hele project instellen. Hiertoe is de boomstructuur in het dialoogvenster Layerbeheer uitgebreid met het hiërarchieniveau "3D-grafische weergave". Via de vervolgkeuzelijst van de kolom Transparantie kunt u voor de verschillende mechanische componenten een andere transparantiegraad instellen. Daarbij kan de transparantie in stappen van 10% worden geselecteerd. Om de transparantie individueel voor een component in te stellen, selecteert u deze in de layoutruimte-navigator of in de 3D-weergave en kiest u Snelmenu > Eigenschappen. Vervolgens klikt u in het eigenschappendialoogvenster op het tabblad Formaat en selecteert u in de vervolgkeuzelijst van het veld Transparantie een andere transparantiegraad. EPLAN NEWS

394 Speciale onderwerpen EPLAN Pro Panel Achtergrondkleuren voor de 3D-weergave wijzigen De vooringestelde kleuren voor de achtergrond van de 3D-weergave kunnen individueel worden ingesteld. U kunt deze achtergrondkleuren instellen in het dialoogvenster Instellingen: 3D (onder Opties > Instellingen > Gebruiker > Grafische bewerking > 3D). Shading achtergrond 1 / Shading achtergrond 2: In deze velden van het groepsveld Kleurinstellingen definieert u de achtergrondkleuren. Open daartoe via [...] het bekende dialoogvenster voor de kleurenselectie. Als u twee verschillende kleuren hebt geselecteerd, wordt de achtergrond met een kleurverloop getekend. De eerste kleur bepaalt de startkleur in het bovenste deel van het venster en de tweede kleur is de eindkleur in het onderste deel van het venster. Als u twee dezelfde kleuren hebt geselecteerd, wordt de achtergrond in één kleur getekend. Actief montageoppervlak: Als een afzonderlijk montageoppervlak van een lichaam wordt geactiveerd, krijgt dit vlak een andere kleur die afwijkt van die van het lichaam. Via dit veld definieert u de kleur voor het actieve montageoppervlak. Objecten in de layoutruimte bewerken Objecten om een as draaien Met de functie Draaien om as kunt u een of meerdere objecten in de layoutruimte om een van de voorgeselecteerde assen door het middelpunt van een lichaam draaien. Het gekozen viewpoint speelt bij het draaien geen rol; er wordt altijd in het midden om de absolute assen gedraaid. Met deze functie is het niet mogelijk om een kant als draaias te gebruiken. 394 EPLAN NEWS 2.0

395 Speciale onderwerpen EPLAN Pro Panel Om een of meerdere objecten te draaien, kiest u de menuopdrachten Bewerken > Grafisch > Draaien om as > X-as / Y-as / Z-as. De vorm van de cursor geeft de actieve draaifunctie aan. Selecteer de gewenste objecten door bijvoorbeeld met de muis een venster te trekken. Voer vervolgens in het invoervak de draaihoek in. Het invoervak wordt bijvoorbeeld geopend wanneer u via het toetsenbord een getal invoert (zie paragraaf "Invoervak voor editors" op pagina 36). De mogelijke waarden voor de draaihoek kunnen positief of negatief zijn. Nadat u de ingevoerde draaihoek met [Enter] hebt bevestigd, worden de geselecteerde objecten gedraaid. De objecten zijn niet langer meer geselecteerd. De draaifunctie blijft actief zodat u kunt nog meer objecten kunt selecteren die moeten worden gedraaid. Elke afzonderlijke draaiing kan met Ongedaan maken ongedaan worden gemaakt. Voorbeeld: 90 draaiing van een object om een as en het resultaat: As Draaiing Resultaat X EPLAN NEWS

396 Speciale onderwerpen EPLAN Pro Panel Lengte van objecten in de layoutruimte wijzigen Bij montagerails en kabelgoten wordt de lengte bij het plaatsen in de layoutruimte gedefinieerd. U kunt deze lengte naderhand in de layoutruimte wijzigen. De objecten kunnen worden verlengd of verkort; er kunnen niet meerdere objecten worden geselecteerd. Om de lengte van geplaatste montagerails en kabelgoten te wijzigen, kiest u de menuopdrachten Bewerken > Grafisch > Lengte wijzigen. Klik op het eindpunt van het object dat moet worden gewijzigd. Vervolgens verschijnt op het geselecteerde eindpunt van het object bij de cursor een rood snappunt. De aangeklikte zijde van het object kan met de cursor in beide richtingen worden bewogen. De 3D-snappunten van de montageplaat worden met een blauwe kleur aangegeven; de snappunten van de overige componenten verschijnen zodra deze door de cursor worden aangeraakt. U kunt de nieuwe lengte op de volgende manier bepalen: Lengte met een muisklik wijzigen Beweeg de cursor naar de positie tot waar het object moet worden verlengd of verkort. Door nogmaals te klikken, bepaalt u het nieuwe eindpunt van het object. Lengte wijzigen door het snappen van een projectiepunt Beweeg de cursor in de buurt van een weergegeven 3D-snappunt of op de kant van een montageplaat. De cursor snapt aan een gevonden snappunt of aan een kant. Het rode snappunt bij de cursor wordt door een rood vierkantje omgeven. Het object wordt tot aan het gevonden punt geprojecteerd en tot dat punt verlengd of verkort. Met een muisklik wordt het object t.o.v. het projectiepunt uitgelijnd en in de nieuwe lengte weergegeven. 396 EPLAN NEWS 2.0

397 Speciale onderwerpen EPLAN Pro Panel Lengte via invoervak wijzigen Afhankelijk van de instelling verschijnt het invoervak direct na het aanklikken van het te verlengen object, of pas nadat u via het toetsenbord een getal hebt ingevoerd. Voer in het invoervak een waarde in waarmee het object moet worden verlengd of verkort. Waarden zonder voorteken of waarvoor een "+" staat, resulteren in een verlenging, waarden waarvoor een "-" staat, resulteren in een verkorting. Nadat u op [Enter] hebt gedrukt, wordt het object in de nieuwe lengte weergegeven. De functie Lengte wijzigen blijft net zolang actief totdat u Snelmenu > Actie annuleren kiest. Voorbeeld: Lengte wijzigen door het snappen van een projectiepunt en het resultaat: Na het selecteren van de montagerail Nadat u een montagerail als te verlengen element hebt geselecteerd, wordt het snappunt bij de cursor als rood vierkantje weergegeven. EPLAN NEWS

398 Speciale onderwerpen EPLAN Pro Panel Snappen van een projectiepunt De cursor wordt in de buurt van een gevonden snappunt bewogen. Vervolgens snapt de cursor aan het snappunt en wordt de montagerail tot aan het gevonden object geprojecteerd. Resultaat Met een muisklik wordt de montagerail tot aan het gevonden projectiepunt verlengd. 398 EPLAN NEWS 2.0

399 Speciale onderwerpen EPLAN Pro Panel Afstanden in de layoutruimte meten Om de indeling van de montageplaten en schakelkasten in de layoutruimte te controleren, is de functie Meten beschikbaar. Met deze functie kan de afstand van punten en kanten worden gemeten. Het meetresultaat wordt in een dialoogvenster weergegeven. Om een afstand in een geopende layoutruimte te meten, kiest u eerst de menuopdrachten Layoutruimte > Meten. Selecteer vervolgens het eerste punt of de eerste kant van een object door hierop te klikken. Als de cursor een meetbare kant aanraakt, wordt deze verlicht aangegeven. Als de cursor een meetbaar punt aanraakt, wordt dit punt als verlicht vierkantje aangegeven. Nadat u het gewenste tweede punt of de tweede kant met een muisklik hebt geselecteerd, wordt het dialoogvenster Meetresultaat geopend. De gemeten punten en de eindpunten van gemeten kanten worden in de layoutruimte aangegeven. Tussen de gemeten punten wordt een verbindingslijn getekend. In het dialoogvenster Meetresultaat worden de gemeten coördinaten en de lengtewaarden aangegeven. Daarbij is het volgende mogelijk: De elementen liggen op een montageoppervlak Als de beide gemeten elementen op een montageoppervlak zijn geplaatst, dan worden de coördinaten en afstanden ten opzichte van het nulpunt van dit montageoppervlak bepaald. Afstanden in Y-richting (DY) worden genegeerd en op "0" gezet. Als het selectievakje Parallel aan montageoppervlak is uitgeschakeld, worden ook de Y-afstanden aangegeven. EPLAN NEWS

400 Speciale onderwerpen EPLAN Pro Panel De elementen liggen niet op een montageoppervlak Als de beide elementen niet op hetzelfde montageoppervlak liggen, kan deze optie niet worden gekozen. Het selectievakje Parallel aan montageoppervlak is uitgeschakeld en wordt grijs weergegeven. In dat geval worden de coördinaten en afstanden ten opzichte van het nulpunt van de layoutruimte uitgevoerd. Als u op de knop [Opnieuw meten] klikt, worden de meetresultaten gewist en kunt u een nieuwe meting starten. Voorbeeld: Meten van punten en kanten: Selectie Meten punt (1) / kant (2) Resultaat Inbouwafstanden weergeven In het artikelbeheer kan in de eigenschappen van een artikel op het tabblad Montagegegevens een inbouwafstand met een breedte, hoogte en diepte worden gedefinieerd. Deze inbouwafstand zorgt ervoor dat de toegestane thermische belasting van naast of boven elkaar geplaatste artikelen kan worden aangehouden. 400 EPLAN NEWS 2.0

401 Speciale onderwerpen EPLAN Pro Panel Bij de plaatsing kunnen de gedefinieerde inbouwafstanden van reeds geplaatste artikelen ter controle worden weergegeven. Kies hiervoor de menuopdrachten Beeld > Inbouwafstanden. Om de artikelen waarvoor een inbouwafstand is gedefinieerd, verschijnt een transparant vak. Bij het invoegen van apparaten kunt u de handle van het opgeslagen artikel koppelen aan de gedefinieerde inbouwafstand. Hiervoor is in de plaatsingsopties het selectievakje Met betrekking tot inbouwafstand beschikbaar. Voorbeeld: In een deel van een montageplaat worden voor meerdere geplaatste artikelen inbouwafstanden aangegeven. Selectie Menuopdracht Inbouwafstanden is geactiveerd Resultaat EPLAN NEWS

402 Speciale onderwerpen EPLAN Pro Panel Macro's voor de 3D-montageopbouw De macrotechniek in de aanvullende module "EPLAN Pro Panel" is vergelijkbaar met die in het EPLAN-platform. Voor 3D-macro's geldt het volgende: 3D-macro's worden in een macroproject beheerd. 3D-macro's kunnen als venstermacro's (*.ema) en / of als symboolmacro's (*.ems) worden gemaakt en gebruikt. 3D-macro's worden uitsluitend met het weergavetype "3D-montageopbouw" gemaakt. Macro's met dit weergavetype kunnen slechts in één layoutruimte worden gemaakt en ingevoegd. In het artikelbeheer kunnen de 3D-macro's aan artikelen worden toegekend. Een artikel wordt daardoor gedetailleerd en realistisch weergegeven. Als er bij het artikel geen grafische macro voorkomt, wordt de grafische weergave door het invoeren van hoogte, breedte en diepte als rechthoekig blok gerealiseerd. Als aan een schakelkast een 3D-macro is toegekend, wordt de grafische weergave van de schakelkast niet automatisch bij het plaatsen gegenereerd maar wordt deze door de inhoud van de grafische macro gedefinieerd. 3D-grafische weergave importeren Om eigen componenten en 3D-macro's te maken, kunnen grafische 3Dgegevens uit externe CAD-systemen worden geïmporteerd. De grafische gegevens moeten het internationaal gebruikelijke formaat STEP (STandard for the Exchange of Product Model Data) hebben. Open het project waarin de gegevens moeten worden geïmporteerd en kies Layoutruimte > 3D-grafische weergave importeren. In het selectiedialoogvenster gaat u naar de directory die de STEP-bestanden bevat (*.stp, *.step, *.ste). Selecteer het gewenste STEP-bestand en klik op [Openen]. 402 EPLAN NEWS 2.0

403 Speciale onderwerpen EPLAN Pro Panel Vervolgens worden de grafische 3D-gegevens in een nieuwe layoutruimte geïmporteerd. De naam van het STEP-bestand wordt als layoutruimtebeschrijving overgenomen. Na het importeren kunnen de grafische gegevens verder worden bewerkt (functies Draaien om as en Combineren) en van functionele logica worden voorzien. De geïmporteerde gegevens kunnen ook als schakelkastcomponenten, onderdelen of 3D-macro's worden gebruikt. Objecten in de layoutruimte combineren Een geïmporteerde 3D-grafische weergave of een geopende 3D-macro (dus een layoutruimte in een macroproject) kan meerdere afzonderlijke elementen bevatten. Om alle componenten van de layoutruimte zo te combineren dat een 3D-macro bij gebruik als één component wordt beschouwd, is de functie Combineren beschikbaar. Om in een geopende layoutruimte afzonderlijke 3D-objecten te combineren, kiest u de menuopdrachten Bewerken > Grafisch > Combineren. Trek met de muis een kader om de gewenste objecten. Alle objecten binnen dit venster worden geselecteerd. Beweeg de cursor over de geselecteerde objecten en klik op het snappunt dat het invoegpunt van de gecombineerde component moet aangeven. Het geselecteerde invoegpunt wordt bij het nieuwe object opgeslagen. Als u uit dit object een 3D-macro genereert en deze macro later invoegt, is dit het punt dat door de cursor bij het invoegen wordt gebruikt. Opmerking: Het combineren van componenten kan direct hierna weer ongedaan worden gemaakt. Gecombineerde componenten kunnen op een later moment (bijvoorbeeld na het invoegen als macro) niet meer worden gescheiden. EPLAN NEWS

404 Speciale onderwerpen EPLAN Pro Panel 3D-macro's in het macroproject beheren Bij het beheer van 3D-macro's in een macroproject moet u voor elke macro een aparte layoutruimte maken. Hierbij worden geen macrovakken gebruikt. In plaats hiervan definieert u een te genereren macro aan de hand van de volgende layoutruimte-eigenschappen: Macro: Naam <11018>: geef de bestandsnaam en het bestandstype (*.ema of *.ems) van de macro op. Macro: Beschrijving <11019>: de tekst die hier wordt ingevoerd wordt de beschrijvende tekst van de gegenereerde macro en wordt bij het invoegen van de betreffende macro in een opmerkingenveld weergegeven. Macro: Versie <11025>: met deze eigenschap kunt u de versie van uw macro bepalen. Macrobron / -referentie <11026>: geef hier de bron van de macro aan. Macro: Variant <36019>: via een vervolgkeuzelijst definieert u de variant voor de te genereren macro. Deze eigenschappen zijn voor een layoutruimte in de tabel Eigenschappen in de Categorie "Macro" beschikbaar. Als de eigenschappen niet worden weergegeven, moeten u deze eerst in het eigenschapselectievenster selecteren. Wanneer 3D-macro's automatisch uit het macroproject worden gegenereerd, wordt aan de hand van deze gegevens uit elke geselecteerde layoutruimte een macro gegenereerd. Als er ook een 3D-macro op een pagina moet worden weergegeven om de indeling en overzichtelijkheid van de macroprojecten te verbeteren kan op de gewenste pagina een modelaanzicht worden geplaatst. Via Snelmenu > 3D-weergave openen kunt u vanuit het modelaanzicht naar de betreffende layoutruimte springen. 404 EPLAN NEWS 2.0

405 Speciale onderwerpen EPLAN Pro Panel 3D-macro's maken 3D-macro's worden uitsluitend met het weergavetype "3D-montageopbouw" gemaakt. U kunt 3D-macro's op de volgende manieren maken: Handmatig door het opslaan van geselecteerde objecten Om bepaalde objecten in een layoutruimte als macro op te slaan, gebruikt u net als in het EPLAN-platform die menuopdrachten Bewerken > Venstermacro maken en Bewerken > Symboolmacro maken. Als de geselecteerde objecten 3D-grafische weergaven zijn die uit STEP-bestanden zijn geïmporteerd, moet u deze grafische weergaven mogelijk nog voorbereiden (combineren, onderdelenlogica maken etc.), voordat u deze als 3D-macro's kunt opslaan. Automatisch uit een macroproject Kies Hulpprogramma's > Macro's genereren > Automatisch uit macroproject. Afhankelijk van de objecten die zijn geselecteerd, worden uit de layoutruimtes van een macroproject 3D-macro's gegenereerd. Automatisch uit geïmporteerde STEP-bestanden Hiervoor is onder Hulpprogramma's > Macro's genereren de nieuwe menuopdracht Uit 3D-bestanden beschikbaar. Uit afzonderlijke of meerdere STEP-bestanden worden direct 3D-venstermacro's (*.ema) gegenereerd. 3D-macro's invoegen De 3D-macro's worden net als in het EPLAN-platform via de menuopdrachten Invoegen > Venstermacro en Invoegen > Symboolmacro ingevoegd. Daarbij kunnen deze macro's met het weergavetype "3Dmontageopbouw" alleen in een geopende layoutruimte worden geplaatst. EPLAN NEWS

406 Speciale onderwerpen EPLAN Pro Panel Bij het invoegen van een 3D-macro wordt de handle die op dat moment is geselecteerd door een rood vierkantje als snappunt aangeduid. Met de toets [A] kunt u het snappunt verwisselen. Beweeg de 3D-macro in de buurt van een montageplaat of van een ander object. Net als bij het plaatsen van apparaten wordt een montageoppervlak of montagerail onder de cursor automatisch geactiveerd. Bovendien worden 3D-snappunten aangegeven. Plaats de 3D-macro door op de gewenste plaats te klikken. Draaihoek wijzigen bij het invoegen van 3D-macro's Bij het invoegen van een 3D-macro kan de hoek van de macro bij de handle in stappen van 90 worden gedraaid. In combinatie met wisselende handles kunnen zo maximaal 40 verschillende inbouwposities van één enkele 3D-macro worden gerealiseerd. Deze mogelijkheden gelden ook voor apparaten waarbij aan de artikelen een 3D-macro is toegewezen. Om de draaihoek tijdens het invoegen te wijzigen, drukt u op de toetsencombinatie [Ctrl] + [Shift] + [R]. De positie van de 3D-macro wordt 90 tegen de wijzers van de klok in gedraaid. Telkens als de toetsencombinatie wordt gebruikt, wordt de macro 90 verder gedraaid. Tip: Om de draaihoek te wijzigen, kunt u ook de menuopdrachten Opties > Draaihoek wijzigen of de knop Pro Panel opties gebruiken. (Draaihoek wijzigen) op de werkbalk 406 EPLAN NEWS 2.0

407 Speciale onderwerpen EPLAN Pro Panel Onderdelenlogica bewerken 3D-objecten die in de 3D-montageopbouw als mechanische of elektrotechnische onderdelen moeten worden gebruikt, moeten over een aantal eigenschappen beschikken: De objecten kunnen in de layoutruimte en op andere objecten worden geplaatst. Andere objecten kunnen op 3D-objecten worden geplaatst. De geplaatste objecten kunnen in de logische structuur van de componenten worden ondergebracht. Deze eigenschappen worden tezamen de onderdelenlogica genoemd. Voor het maken en bewerken van de onderdelenlogica zijn verschillende functies beschikbaar (zie paragraaf "Onderdelenlogica definiëren" op pagina 408). Interactieve punten, lijnen en vlakken in de onderdelenlogica De functies waarmee de onderdelenlogica wordt gedefinieerd, maken gebruik van interactieve punten, lijnen en vlakken. Bij 3D-objecten die als STEP-bestanden zijn geïmporteerd, kunt u desgewenst aanvullende gebruikergedefinieerde interactieve punten aanbrengen. Met behulp van deze interactieve punten kunt u de plaatsingsmogelijkheden van de componenten of de vrijheidsgraden bij de draaiing en uitlijning ten opzichte van elkaar beïnvloeden. Interactieve punten bestaan altijd uit twee corresponderende delen: Handles: Interactieve punten van dit type zoeken naar bijbehorende montagepunten. Ze definiëren punten of vlakken die alleen naar de bijpassende montagepunten kunnen worden bewogen of daarop kunnen worden geplaatst. EPLAN NEWS

408 Speciale onderwerpen EPLAN Pro Panel Montagepunten: Bij deze interactieve punten kan alleen de bijbehorende handle worden gesnapt, hierheen worden bewogen en hierop worden geplaatst. Montagepunten kunnen punten, lijnen of vlakken zijn. Gedefinieerde interactieve punten kunnen bij het bewerken van 3Dmacro's in een macroproject worden weergegeven. Daar worden de punten met de volgende verschillende kleuren aangeduid: Interactieve punten Handle (gebruikergedefinieerd) Handle (standaard) Montagepunt (gebruikergedefinieerd) Montagepunt (standaard) Weergave Oranje blokje Rood blokje Groen blokje Blauw blokje Bij het bewerken van de onderdelenlogica kunt u montagepunten definiëren. Daarbij definieert u punten, lijnen en vlakken bij 3D-objecten als montagepunten. Dat zijn objecten waarop andere componenten kunnen worden geplaatst. Montagepunten kunnen een richting en een draaiing hebben. Hiermee kunnen 3D-objecten volgens bepaalde regels worden gestuurd: De richting geeft aan welke richting het object dat op het montagepunt is geplaatst, moet hebben. Met de draaiing kan het geplaatste object rond een geselecteerde richtingsas worden gedraaid. Onderdelenlogica definiëren Nadat een 3D-grafische weergave zonder logica is geïmporteerd, moet deze mogelijk eerst nog worden bewerkt. Voor het bewerken van de onderdelenlogica kunnen verschillende functies worden gebruikt. 408 EPLAN NEWS 2.0

409 Speciale onderwerpen EPLAN Pro Panel Om de grafische weergave te kunnen plaatsen, moet in ieder geval een inbouwoppervlak worden gedefinieerd; de overige logicafuncties zijn optioneel. Voor het definiëren van de onderdelenlogica zijn in het menu Bewerken > Onderdelenlogica de volgende menuopdrachten beschikbaar: Montageoppervlak Definieert afzonderlijke vlakken van lichamen die als 3D-gegevens zijn geïmporteerd als montageoppervlakken. Dit zijn vlakken bij de component waarop andere componenten kunnen worden geplaatst. Nadat u op het gewenste vlak hebt geklikt, wordt dit vlak als montageoppervlak gedefinieerd. In de layoutruimte-navigator wordt onder het betreffende object (bijvoorbeeld logicacomponent) de invoer Montageoppervlak gegenereerd. U kunt net zolang vlakken als montageoppervlakken selecteren totdat u de actie bijvoorbeeld met [Esc] annuleert. Montageoppervlakken kunnen in de navigator via Snelmenu > Verwijderen worden verwijderd. Handle Definieert een handle voor het plaatsen van een 3D-macro. Een macro bevat altijd slechts één handle. Klik op het gewenste punt. De handle wordt door een oranje blokje gemarkeerd. Om de positie van de handle te wijzigen, voegt u deze opnieuw in. Montagepunt definiëren Definieert punten, lijnen of vlakken bij 3D-objecten als montagepunten. Op deze interactieve punten kunnen andere componenten worden geplaatst. Klik daartoe op een licht gemarkeerd(e) punt / lijn / vlak bij het 3Dobject. Voor montagepunten van het type "Punt" en "Lijn" kiest u een richting waarin het montagepunt moet werken. Beweeg daartoe een blauwe richtingspijl in de gewenste richting. EPLAN NEWS

410 Speciale onderwerpen EPLAN Pro Panel Nadat u opnieuw op de muisknop hebt gedrukt, wordt het dialoogvenster Eigenschappen: Montagepunt geopend. Hier kunt u de Naam en Beschrijving en voor montagepunten van het type "Punt" en "Lijn" ook nog de Richting en Draaiing instellen. Als een montagepunt is geselecteerd, kan deze bijvoorbeeld via Bewerken > Verwijderen weer worden verwijderd. Inbouwoppervlak > Definiëren Definieert in het 3D-object een vlak waarmee het object correct op andere 3D-objecten kan worden geplaatst. De positie van het inbouwoppervlak bepaalt tegelijk ook de inbouwdiepte waarmee het 3D-object op een montageoppervlak wordt geplaatst. Op het inbouwoppervlak worden negen automatische handles gegenereerd die u bij het plaatsen kunt gebruiken. Als u het gewenste vlak hebt gevonden, klikt u hierop. Er verschijnt een uitspringend transparant vlak waarvan het formaat groter is dan dat van het selecteerde vlak. Bij de hoekpunten en middelpunten van de lijnen worden handles gegenereerd. Voorbeeld: Afgebeeld is een 3D-macro met een inbouwoppervlak onder de sokkelplaat. De handles liggen bij de hoekpunten en bij de middelpunten van de lijnen. 410 EPLAN NEWS 2.0

411 Speciale onderwerpen EPLAN Pro Panel Inbouwoppervlak > Omdraaien / Verplaatsen / Draaien Als de positie van het inbouwoppervlak moet worden gecorrigeerd, kunt u deze menuopdrachten gebruiken. Als het inbouwoppervlak bijvoorbeeld verkeerd is uitgelijnd, kan dit via Omdraaien worden omgedraaid. Bij het verplaatsen of draaien van inbouwoppervlakken voert u de betreffende waarde direct in het invoervak in. Modelaanzichten voor de 3D-montageopbouw Met behulp van modelaanzichten kunt u gestandaardiseerde, ruimtelijke aanzichten van een layoutruimte of belangrijke componenten hiervan op projectpagina plaatsen. Modelaanzichten worden gebruikt voor het maken van documenten en productiedocumentatie. Met standaardfuncties zoals bemating, teksten, grafische weergaven etc. kan aanvullende informatie voor de 3D-montageopbouw in de modelaanzichten worden ingetekend. Een modelaanzicht kan in elk paginatype worden ingevoegd. Daarbij zijn ook meerdere modelaanzichten per pagina mogelijk. De inhoud van de modelaanzichten kan worden geactualiseerd en zo worden aangepast aan wijzigingen in de layoutruimte (zie pagina 414). EPLAN NEWS

412 Speciale onderwerpen EPLAN Pro Panel Voorbeeld: De volgende afbeelding toont een modelaanzicht van een montageplaat dat op de titelpagina van een project is geplaatst. Om ervoor te zorgen dat de modelaanzichten niet steeds opnieuw in elk project moeten worden ingesteld, kunnen de weer te geven componenten in een selectieschema worden opgeslagen. Zo kunt u bijvoorbeeld met behulp van een schema definiëren dat in modelaanzichten altijd alle montageplaten worden weergegeven. Ook de codering (labeling) van componenten in een modelaanzicht kan met een schema worden vastgelegd. Modelaanzicht invoegen Om een modelaanzicht op een geopende projectpagina te plaatsen, kiest u de menuopdrachten Invoegen > Grafisch > Modelaanzicht (Pro Panel). Vervolgens plaatst u de hoeken van het modelaanzicht door een venster te trekken. Het dialoogvenster Modelaanzicht wordt dan geopend. Op het tabblad Beeld van dit dialoogvenster definieert u de gegevens voor het modelaanzicht. 412 EPLAN NEWS 2.0

413 Speciale onderwerpen EPLAN Pro Panel Zo voert u in het veld Aanzichtsnaam een toepasselijke naam voor het modelaanzicht in. Meerdere aanzichten met dezelfde naam zijn niet mogelijk. Een modelaanzicht kan slechts bij één layoutruimte worden gemaakt. Selecteer in de vervolgkeuzelijst Layoutruimte de layoutruimte waarvoor het modelaanzicht moet worden gemaakt. In het veld Basiscomponenten definieert u wat er in het modelaanzicht moet worden weergegeven. U kunt de inhoud van de layoutruimte die wordt weergegeven dus verder beperken. Klik op [...] om het dialoogvenster 3D-objectselectie te openen en selecteer de objecten die in het modelaanzicht moeten worden weergegeven. Via de vervolgkeuzelijst Stijl bepaalt u hoe het modelaanzicht wordt weergegeven. De volgende stijlen zijn beschikbaar: Draadweergave: de geselecteerde componenten worden zonder berekening van verborgen lijnen in het modelaanzicht weergegeven. Hierdoor zijn ook de verdekte (verborgen) componenten van de kast zichtbaar. Verborgen lijnen: de geselecteerde componenten worden na berekening van verborgen lijnen in het modelaanzicht weergegeven. Shading: bij deze stijl wordt een bitmap van de gewenste componenten in het ingestelde aanzicht gegenereerd. Verder kunt u met andere instellingen (Selectieschema, Viewpoint etc.) bepalen wat er in het modelaanzicht te zien is. Nadat u uw instellingen op deze en andere tabbladen (Weergave, Rechthoek, Formaat) met [OK] hebt bevestigd, wordt het modelaanzicht gegenereerd. EPLAN NEWS

414 Speciale onderwerpen EPLAN Pro Panel Modelaanzicht actualiseren Als de inhoud van de layoutruimte waarnaar het modelaanzicht verwijst is gewijzigd en de pagina wordt geopend, verschijnt bij het modelaanzicht de melding Het modelaanzicht is niet actueel. Om de inhoud van de layoutruimte en van het modelaanzicht te synchroniseren, moet het modelaanzicht worden geactualiseerd. Kies hiervoor Hulpprogramma's > Verwerkingen (documentatie) > Modelaanzicht. In het dialoogvenster Modelaanzichten - <Projectnaam> wordt links een boomweergave van alle in het project bestaande modelaanzichten weergegeven. Afhankelijk van de modelaanzichten die u in de boomweergave selecteert, worden alle modelaanzichten in het project, alle modelaanzichten in een bepaalde layoutruimte of alleen bepaalde specifieke modelaanzichten geactualiseerd. Om de modelaanzichten te actualiseren, klikt u vervolgens op [Actualiseren]. De weergave in de geselecteerde modelaanzichten wordt aan de actuele status in de layoutruimte aangepast. Tip: U kunt een modelaanzicht ook actualiseren door de bijbehorende pagina in de pagina-navigator te selecteren en de menuopdrachten Hulpprogramma's > Verwerkingen (documentatie)> Actualiseren te kiezen. Via dit menupad worden de in de pagina-navigator geselecteerde pagina's met modelaanzichten en / of verwerkingen geactualiseerd. Via Hulpprogramma's > Verwerkingen (documentatie) > Project verwerken kunnen alle modelaanzichten en verwerkingen van een project worden geactualiseerd. 414 EPLAN NEWS 2.0

415 Speciale onderwerpen EPLAN Pro Panel Inhoud van het modelaanzicht beïnvloeden Met behulp van twee andere functies kunt u de positie van een afbeelding in een modelaanzicht in de grafische editor beïnvloeden. Met de functie Inhoud verplaatsen, die voor een ingevoegd modelaanzicht in het snelmenu beschikbaar is, kunt u de afbeelding van het modelaanzicht naar een nieuwe positie verplaatsen. Als deze afbeelding weer midden in het modelaanzicht moet worden weergegeven, selecteert u deze in de grafische editor en kiest u Snelmenu > Inhoud centreren. Een niet meer gecentreerde afbeelding kan ook ontstaan doordat de weergave in het modelaanzicht als gevolg van een wijziging van het kaderformaat of door de functie Actualiseren is gewijzigd. Contoureditor voor extrusies In de aanvullende module "EPLAN Pro Panel" is ook een editor beschikbaar, waarmee u de geometrische omtrek of omtreklijnen van lichamen kunt tekenen en bewerken. In de zogeheten "contoureditor voor extrusies" worden 2D-contouren beheerd, waaruit later door middel van extrusie een 3D-object kan worden gemodelleerd. Contourtekeningen die voor klantspecifieke montagerails etc. worden gemaakt, kunnen ook meerdere elkaar niet-snijdende contouren bevatten. Net als bij plotkaders en formulieren wordt de contoureditor via het menupad Hulpprogramma's > Stamgegevens > Contour (extrusie) geopend. Ook de functies en de submenuopdrachten (Nieuw, Openen, Sluiten, Kopiëren) van de contoureditor lijken op die van de editors voor plotkaders en formulieren. EPLAN NEWS

416 Speciale onderwerpen EPLAN Pro Panel De contouren worden in een speciale directory beheerd. Hiertoe is het dialoogvenster Instellingen: Directory's (onder Opties > Instellingen > Gebruiker > Beheer > Directory's) uitgebreid met het nieuwe veld Contouren. Hier kunt u de directory definiëren waarin de contouren standaard worden opgeslagen. Contouren maken Om een nieuwe contour voor extrusies te maken, kiest u Hulpprogramma's > Stamgegevens > Contour (extrusie) > Nieuw. In het dialoogvenster Contour maken geeft u de bestandsnaam en de directory van de nieuwe contour op. Het contourtype "Contour-extrusie" wordt met de bestandsextensie *.fc2 opgeslagen. Nadat u op [Opslaan] hebt geklikt, wordt het dialoogvenster Contoureigenschappen - <Contournaam> geopend. In dit dialoogvenster definieert u de belangrijkste eigenschappen van een contour. Klik op [OK]. De nieuwe contour wordt overeenkomstig uw instellingen opgeslagen en in de contoureditor weergegeven. Het nulpunt van het coördinatensysteem wordt door een rode cirkel aangeduid. Dit nulpunt kan worden verplaatst. In de boomweergave van de pagina-navigator wordt een geopende contour door het pictogram aangeduid. De eigenschappen van een geopende contour kunnen ook achteraf worden bewerkt. Daartoe selecteert u de contour in de pagina-navigator en kiest u vervolgens Snelmenu > Eigenschappen. Contouren bewerken Bij een nieuw gemaakte contour tekent u eerst de 2D-geometrie. Gebruik daarvoor de grafische elementen van de menuopdracht Invoegen > Grafisch en de bewerkingsfuncties van het menu Bewerken. 416 EPLAN NEWS 2.0

417 Speciale onderwerpen EPLAN Pro Panel Er gelden de volgende voorwaarden: Teken met een schaal van 1:1. Gebruik de grafische elementen lijn, polylijn, rechthoek, cirkel en cirkelboog. Let erop dat elementen waaruit de contour wordt gevormd, bij alle overgangspunten gesloten zijn. Contouren openen De hiervoor genoemde bewerkingsstappen kunnen ook voor bestaande contouren worden uitgevoerd. Om een contour te openen, kiest u Hulpprogramma's > Stamgegevens > Contour (extrusie) > Openen. Tot de stamgegevens van de aanvullende module "EPLAN Pro Panel" behoren ook enkele contouren van het type "Contour-extrusie". U kunt deze meegeleverde stamgegevens als sjablonen voor eigen contouren gebruiken. Om een contour in de 3D-montageopbouw te kunnen gebruiken, slaat u deze in het artikelbeheer bij een bepaald artikel (bijvoorbeeld uit de productsubgroep "Montagerail") op. Dit gebeurt op het tabblad Technische gegevens in het veld Macro. Contouren importeren en opruimen In de contoureditor voor extrusies is het mogelijk om contouren te importeren die met andere programma's zijn gemaakt. Hierbij worden de bestandsformaten DXF en DWG ondersteund. Voordat u gaat importeren maakt u eerst een nieuwe lege contour met de gewenste contoureigenschappen. De import vindt plaats via Invoegen > Grafisch > DXF / DWG. Nadat u een DXF- / DWG-bestand hebt geselecteerd en in de vervolgdialoogvensters eventuele instellingen voor de import hebt aangebracht, plaatst u de afbeelding met de muis op de actuele contour. EPLAN NEWS

418 Speciale onderwerpen EPLAN Pro Panel Na het importeren moet u de contour handmatig "opruimen". Met deze actie worden alle niet-toegestane elementen uit de contour verwijderd. Hiertoe behoren ellipsen, Bézier-curves en 3D-elementen. Blokken worden automatisch verwijderd. Kies hiertoe Hulpprogramma's > Opruimen. De blokken en elementen die als "niet-toegestaan" zijn aangeduid, worden verwijderd. Bevestig de melding in het dialoogvenster Opruimen door te klikken op [OK]. Contouren controleren Om een contour tijdens de bewerking op elk moment te kunnen controleren, is onder Hulpprogramma's de menuopdracht Contour controleren beschikbaar. Deze geometriecontrolefunctie voert de volgende controles uit: Of er niet-toegestane elementen worden gebruikt Of er minimaal één gesloten contour voorkomt Of alle bestaande contouren zijn gesloten en geen dubbele elementen bevatten Of er geen geneste binnencontouren voorkomen. Als de contouren zijn gecontroleerd, verschijnt een melding waarin wordt aangegeven of de controle al dan niet succesvol was. Als een contour is bewerkt en wordt gesloten, wordt er automatisch een contourcontrole uitgevoerd. Als de contourcontrole niet succesvol was, kunt u de betreffende contour in de 3D-montageopbouw niet voor extrusies gebruiken. In dat geval dient u de contour te corrigeren. 418 EPLAN NEWS 2.0

419 Speciale onderwerpen EPLAN Pro Panel Onderdeelstructuur voor mechanische onderdelen Om ook voor de mechanische onderdelen in uw projecten een eigen coderingsstructuur te kunnen definiëren, is de projectstructuur van het EPLAN-platform uitgebreid. Voordeel: U kunt voor mechanische onderdelen een aparte coderingsstructuur toekennen. Hiervoor is in het dialoogvenster Projecteigenschappen op het tabblad Structuur de nieuwe vervolgkeuzelijst Mechanische onderdelen beschikbaar. In deze vervolgkeuzelijst worden alle gebruikergedefinieerde en voorgedefinieerde coderingsschema's voor mechanische onderdelen weergegeven. Met [...] opent u het dialoogvenster Onderdeelstructuur, waarin u de schema's kunt maken, bewerken en beheren. Ook bij de normenwisseling beschikt het tabblad Structuur nu over de vervolgkeuzelijst Mechanische onderdelen. Online-nummering voor mechanische onderdelen De mechanische onderdelen worden net zoals andere onderdelen bij de online-nummering meegenomen. Als u mechanische onderdelen in een project invoegt, kunnen deze automatisch worden genummerd en van de juiste onderdeelcode worden voorzien. Om de mechanische onderdelen eenduidig te kunnen coderen / nummeren, zijn de nummeringsformaten voor de online-nummering uitgebreid. Hiervoor is in het dialoogvenster Nummeringsformaten op het tabblad ODC het nieuwe veld Alg. mechanische onderdelen beschikbaar. In dit veld is standaard een ODC-formaat vooringesteld. Als het selectievakje vóór dit veld is uitgeschakeld, worden de mechanische onderdelen bij het invoegen niet automatisch genummerd. EPLAN NEWS

420 Speciale onderwerpen EPLAN Pro Panel U kunt voor de mechanische onderdelen ook definiëren dat de weergegeven ODC automatisch van een voorteken wordt voorzien als ze worden ingevoegd. Hiervoor is het dialoogvenster Instellingen: ODC in het groepsveld Voorteken plaatsen uitgebreid met het nieuwe selectievakje Algemene mechanische onderdelen. Als dit selectievakje is ingeschakeld (onder Opties > Instellingen > Projecten > "Projectnaam" > Onderdelen > ODC), wordt de weergegeven ODC bij mechanische onderdelen met voortekens weergegeven, bijvoorbeeld -U1. Bij de online-nummering worden afhankelijk van de actuele kenletterset de kenletters gebruikt die in de stamgegevens zijn opgeslagen (zie paragraaf "Stamgegevens: Kenletters" op pagina 474). 420 EPLAN NEWS 2.0

421 Speciale onderwerpen EPLAN PPE Speciale onderwerpen EPLAN PPE Comprimeren en reorganiseren van projecten Het comprimeren en reorganiseren van EPLAN PPE-projecten verloopt nu via de functies van het EPLAN-platform. Hiertoe is de menuopdracht Project opruimen in het PPE-submenu verwijderd en vervangen door een comprimeeroptie in het EPLANplatform. Een mogelijk menupad hiervoor is: Project > Organiseren > Comprimeren. De knop [Project comprimeren], die u tot nu toe gebruikte om uw EPLAN PPE-project te reorganiseren, is eveneens verwijderd. Als u een PPE-project in deze nieuwe versie wilt reorganiseren, kiest u bijvoorbeeld Project > Organiseren > Reorganiseren. Gewijzigde import van meet- en verbruikersplaatsen In EPLAN PPE zijn de functies voor de import van meet- en verbruikersplaatsen aanzienlijk uitgebreid en is de gebruikersinterface voor de import aangepast aan het EPLAN-platform. Zo kunt u nu ook PLT-systeemfuncties, montage hook-ups en verwijzingen naar macro's uit een externe gegevensbron in uw PPE-project importeren. Voordeel: Door deze aanpassing is de import vanuit andere gegevensbronnen eenvoudiger en intuïtiever geworden. De overname van omvangrijke projectgegevens (bijvoorbeeld vanuit de voorplanning) in andere engineeringssystemen zorgt voor een naadloze overdracht naar EPLAN PPE. EPLAN NEWS

422 Speciale onderwerpen EPLAN PPE Dit importproces, dat u via het menupad Project > PPE > Importeren > Meetplaatsen of Verbruikersplaatsen kunt starten, is in zijn geheel gebruiksvriendelijker geworden. Type gegevensbron: Nadat u in dit veld het type gegevensbron hebt geselecteerd, hoeft u voor veel gebruikte programma's zoals Microsoft Access en Microsoft Excel geen ODBC-bron via de ODBC-beheerder meer in te stellen. Voor een gegevensbron van het type "ODBC" kunt u echter nog steeds een ODBC-gegevensbron selecteren. 422 EPLAN NEWS 2.0

423 Speciale onderwerpen EPLAN PPE Gegevensbron: Klik voor het veld Gegevensbron op [...], om de gegevensbron in het vervolgdialoogvenster te selecteren. Welk dialoogvenster hier wordt geopend, hangt af van het selecteerde gegevensbrontype. Als de kolomnamen van de betreffende gegevenstabel (bijvoorbeeld Excel-tabellen) in de kolom Extern veld van de toekenningstabel moeten worden uitgevoerd, schakelt u het selectievakje Kolomnamen in de kopregel in. Dit selectievakje is niet voor alle typen gegevensbronnen beschikbaar. Nadat u de gegevensbron hebt geselecteerd, worden de tabelvelden van de gegevensbron ingelezen en in de kolom Extern veld weergegeven. Schema: Alle instellingen voor de import (veldtoekenningen en toekenningen van de objecten) kunnen nu zoals in EPLAN gebruikelijk is in een schema worden opgeslagen. Tabblad Toekenning Op dit tabblad worden de externe velden en de EPLAN-eigenschappen aan elkaar toegekend. Om een eigenschap toe te kennen, klikt u in de kolom EPLAN-eigenschap en vervolgens op [...] en selecteert u een eigenschap in het vervolgdialoogvenster. Welke eigenschappen bij de toekenning identificerend zijn, bepaalt u via het betreffende selectievakje in de kolom Identificerend. Ook het definiëren van een filter gebeurt nu op het tabblad Toekenning via de kolom Filter. Als hier slechts één waarde wordt ingevoerd, wordt er op identieke waarde gefilterd. U kunt echter bijvoorbeeld ook "> 100" invoeren. EPLAN NEWS

424 Speciale onderwerpen EPLAN PPE Tip: Wanneer de externe veldcodes en de codes voor de EPLAN-eigenschappen identiek zijn, kan de automatische veldtoekenning via de knop [Automatisch toekennen] worden uitgevoerd. Tabblad Toekenning Op dit tabblad kunt u de overige instellingen voor de import definiëren. De twee vervolgkeuzelijsten Opdracht en ICS-code en de selectievakjes Fouten negeren, Overschrijven, Import testen en Geen nieuwe meetplaatsen / verbruikersplaatsen bevonden zich bij de import tot dusver in het dialoogvenster Importinstellingen. Artikelen uit EPLAN PPE voor de materiaallijst gebruiken Artikelen die via specificaties / montage hook-ups in EPLAN PPE worden ontworpen, worden nu ook in de verwerkingen "Artikellijst" en "Artikellijstoverzicht" van het EPLAN-platform alsmede bij de export van materiaallijsten meegenomen. Voordeel: Op deze wijze kunt u een volledige materiaallijst van een project samenstellen. Ook de artikelen uit de voor- en basisplanning in EPLAN PPE worden in de materiaallijst overgenomen en bieden al in deze vroege projectfasen een overzicht van de vereiste projectcomponenten. Zo hebt u ook de componenten met een lange levertijd of met technisch veeleisende specificaties altijd goed in beeld en kunt u alle projectgegevens tijdens de hele looptijd van het project uniform en transparant beheren. 424 EPLAN NEWS 2.0

425 Speciale onderwerpen EPLAN PPE Hiertoe zijn de instellingendialoogvensters van het EPLAN-platform Instellingen: Artikel en Instellingen: Labeling in het groepsveld Artikelen gebruiken uitgebreid met de selectievakjes Specificaties (EPLAN PPE) en Montage hook-ups (EPLAN PPE). Als deze selectievakjes zijn ingeschakeld, worden de artikelen uit EPLAN PPE aan de uit te voeren lijsten toegevoegd. Bij deze artikelen is de onderdeelcode leeg. Als de selectievakjes zijn uitgeschakeld, worden de artikelen uit EPLAN PPE niet gebruikt. Opmerking: Objecten waarvan de artikelen al via de engineering in het EPLANplatform zijn opgenomen, worden in EPLAN PPE genegeerd. Hierdoor wordt voorkomen dat artikelen meerdere keren worden uitgevoerd. Nieuwe kenletter voor meetobjecten zonder volgletters Voor EPLAN PPE-projecten is de nieuwe kenletter "m" beschikbaar. Deze kenletter staat voor een meetobject van het PLT-systeem zonder volgletters. Hiermee kan bijvoorbeeld het meetobject zonder aanvullende letters voor KKS (Kraftwerkkennzeichnungssystem) worden verwerkt. EPLAN NEWS

426 Speciale onderwerpen EPLAN PPE Labeling en scripts voor EPLAN PPE P&ID Voor EPLAN PPE P&ID zijn de beide hulpprogramma's Labeling en Scripts met de bijbehorende functies beschikbaar. Voordeel: Met het hulpprogramma Labeling kunt u op basis van de met de aanvullende module EPLAN PPE P&ID gemaakte installatieoverzichten, componentgegevens voor labeling exporteren en op deze manier snel en eenvoudig informatie aan volgende engineeringsprocessen overdragen. Met behulp van scrips kunt u vaak voorkomende processen automatiseren. Hierdoor worden tijdrovende handmatige handelingen en werkprocessen voorkomen. 426 EPLAN NEWS 2.0

427 Speciale onderwerpen EPLAN View Speciale onderwerpen EPLAN View Gebruikersinstellingen voor multi-user-gebruik In EPLAN View zijn nu ook de instellingen voor Gebruikerskenmerk / adres beschikbaar. In dit dialoogvenster, dat u bereikt via het menupad Opties > Instellingen > Gebruiker > Weergave > Gebruikerskenmerk / adres, slaat u de gebruikersgegevens voor multi-user-gebruik op. Voordeel: Als een EPLAN View-gebruiker een project heeft geopend en er een multi-user-conflict optreedt, ziet de andere gebruiker in het netwerk direct door wie het project wordt vergrendeld. Opmerking: Omdat in EPLAN View het rechtenbeheer niet wordt gebruikt, blijft in het dialoogvenster Instellingen: Gebruikerskenmerk / adres het veld Aanmeldingsnaam leeg. EPLAN NEWS

428 Vernieuwingen in de aanvullende module "API Extension" Vernieuwingen in de aanvullende module "API Extension" Opmerking: De aanvullende module "API Extension" is voor EPLAN Electric P8 Professional, voor EPLAN Fluid en voor EPLAN PPE optioneel verkrijgbaar. Voor de producten van het EPLAN-platform is een uniforme en zeer krachtige programmeerinterface (API, Application Programming Interface) beschikbaar. Met behulp van deze aanvullende module de EPLAN API kunt u samen met EPLAN of andere partners uw eigen op maat gesneden oplossingen ontwikkelen. Hierna komen de volgende vernieuwingen in de EPLAN API aan de orde: Directe toegang tot de gegevens van het artikelbeheer Toegang tot functiesjablonen (zie pagina 431) Toegang tot alle functies van het revisiebeheer (zie pagina 432) Overige vernieuwingen van de EPLAN API (zie pagina 432). Directe toegang tot de gegevens van het artikelbeheer Met de nieuwste versie van de EPLAN API zijn de gegevens van het EPLAN-artikelbeheer direct toegankelijk. Hiertoe is de EPLAN API aanzienlijk uitgebreid. 428 EPLAN NEWS 2.0

429 Vernieuwingen in de aanvullende module "API Extension" Voordeel: Doordat de gegevens van het artikelbeheer met de EPLAN API direct toegankelijk zijn, kan er met externe ERP-systemen worden gecommuniceerd. Daarbij worden de artikelen in het ERP-systeem gemaakt, bewerkt of verwijderd en gesynchroniseerd met een centrale EPLAN-artikeldatabank die voor alle gebruikers toegankelijk is. Zo integreert u EPLAN naadloos in uw eigen systeemomgeving en optimaliseert u het totale engineeringsproces. De EPLAN API is uitgebreid met een nieuwe API-DLL (Eplan.EplApi.MasterData.dll) en een naamruimte voor de betreffende klassen. In deze naamruimte is een groot aantal nieuwe klassen beschikbaar die overwegend met MD (voor MasterData) beginnen. Via de verschillende klassen zijn bijvoorbeeld de volgende functies mogelijk: Een nieuwe databank genereren Om een nieuwe databank voor het artikelbeheer te genereren, kunt u de methode CreateDatabase uit de klasse MDPartsManagement gebruiken. Alle artikelen uit de artikeldatabank uitlezen Alle artikelen die zich in een artikeldatabank bevinden, kunnen met de eigenschap Parts uit de klasse MDPartsDatabase worden uitgelezen. Daarbij worden de artikelen op hun artikelnummer gesorteerd. In de EPLAN API geeft elke artikelvariant een eigen object weer. Wanneer bijvoorbeeld een artikel in drie varianten voorkomt, zijn er daarvoor in de EPLAN API drie objecten van de klasse MDPart. Gefilterde artikelen uit de artikeldatabank uitlezen Om gefilterde artikelen uit te lezen, is in de klasse MDPartsDatabase de methode GetsParts(filter) beschikbaar. Deze filtermogelijkheid komt overeen met het veldgebaseerde filter in het artikelbeheer. EPLAN NEWS

430 Vernieuwingen in de aanvullende module "API Extension" Willekeurige artikeleigenschappen definiëren Via de eigenschap Properties uit de klasse MDPart kunt u de eigenschappen van het artikelbeheer gebruiken. Hierbij is er voor de verschillende gegevens uit het artikelbeheer (artikel, constructie, aansluitingen, klant of fabrikant / leverancier) één gemeenschappelijke eigenschappenlijst MDPartsDatabaseItemPropertyList. Artikelen maken en verwijderen Hiervoor zijn in de klasse MDPartsDatabase de methoden AddPart en RemovePart beschikbaar. Voor het maken en verwijderen van klanten, fabrikanten / leveranciers etc. zijn vergelijkbare methoden (AddCustomer, RemoveCustomer etc.) beschikbaar. Artikelen kopiëren en invoegen Het kopiëren van een artikel gebeurt via de methode Duplicate uit de klasse MDPart. Daarbij kan het nieuwe artikel als variant of als nieuw artikel met een eigen artikelnummer worden gemaakt. Geselecteerde artikelen opvragen Om te bepalen welke artikelen een gebruiker in het artikelbeheer of in de artikelstamgegevens-navigator heeft geselecteerd, kunt u de eigenschap SelectedPartDatabaseItems uit de klasse MDPartsManagement gebruiken. Opmerking: Een object uit de klasse MDPart staat voor een artikel uit de artikeldatabank. Een EPLAN API-object uit deze klasse heeft niets te maken met het artikel dat in het project is opgeslagen (API-object: Article). Er worden alleen dezelfde eigenschapsnamen gebruikt. 430 EPLAN NEWS 2.0

431 Vernieuwingen in de aanvullende module "API Extension" Vanwege de genoemde uitbreidingen kunnen via de EPLAN API nu ook de volgende gegevens in de programmavariant EPLAN CPM worden bewerkt: Functiesjablonen Gegevens over klanten en fabrikanten Constructie- en aansluitgegevens. Toegang tot functiesjablonen Met de nieuwe versie van de EPLAN API hebt u nu ook toegang tot functiesjablonen. Voordeel: Als u een apparaat via de EPLAN API maakt, kunt u nu ook de nevenfuncties plaatsen of als niet-geplaatste functies bewerken. Om functiesjablonen en functies in een bepaald weergavetype op schemapagina's te plaatsen, kunt u de methode PlaceAt uit de klasse Function gebruiken. Via de nieuwe eigenschap FunctionTemplates uit dezelfde klasse kunt u de functiesjablonen van een hoofdfunctie opvragen. Met de methode PlaceAsConnectionDefinitionPoint uit de klasse Connection kunt u nu ook functiesjablonen voor verbindingen als verbindingsdefinitiepunt in het schema plaatsen. EPLAN NEWS

432 Vernieuwingen in de aanvullende module "API Extension" Toegang tot alle functies van het revisiebeheer Met de nieuwe versie zijn alle functies van het revisiebeheer via de EPLAN API toegankelijk. Voordeel: U kunt nu het gehele revisieproces met de EPLAN API sturen. Profiteer van het enorme rationaliseringspotentieel door uw engineeringsprocessen te standaardiseren en consequent te automatiseren. Hiervoor is de klasse Revision met de volgende methoden uitgebreid: CompletePages: slaat de revisiewijzigingen van de geselecteerde pagina's in het actuele revisieproject op. CompleteProject: slaat de revisiewijzigingen in een project op. CreateRevision: genereert een nieuwe revisie van het bronproject. GetUncompletedPages: levert een lijst met gewijzigde en nietafgesloten pagina's in het actuele revisieproject. RemoveWriteProtection: verwijdert de schrijfbeveiliging van een revisieproject. Overige vernieuwingen van de EPLAN API Nieuwe methode voor tijdelijke aanduiding-objecten Voor tijdelijke aanduiding-objecten wordt niet langer alleen een grafisch teken, maar nu ook een bijpassend symbool gebruikt (zie paragraaf "Eigenschappendialoogvenster en een nieuw symbool voor tijdelijke aanduiding-objecten" op pagina 258). Vanwege deze vernieuwing is aan het object Eplan.EplApi.DataModel.Graphics.PlaceHolder de nieuwe eigenschap SymbolVariant toegevoegd waarmee het symbool kan worden gewijzigd. 432 EPLAN NEWS 2.0

433 Vernieuwingen in de aanvullende module "API Extension" Willekeurige objecten aan acties overdragen Met de twee nieuwe methoden GetContextParameter en SetContextParameter uit de klasse ActionCallingContext kunt u willekeurige objecten aan een actie overdragen. Artikelselectie openen In de klasse EplApplication is de nieuwe methode ShowPartSelectionDialog beschikbaar. Met deze methode kan het dialoogvenster Artikelselectie worden geopend. Om een specifiek artikel te selecteren, kunt u het artikelnummer (parameter: strpartnr) en het variantnummer (parameter: strvariant) opgeven. Een voortgangsbalk voor eigen offline-programma's maken Gebruikers van de EPLAN API kunnen nu een voortgangsbalk voor eigen offline-programma's maken. Hiervoor is de nieuwe interface IEplProgress beschikbaar. Starter voor API-offline-programma's In de EPLAN API is een nieuwe starter-dll beschikbaar, waarmee alle EPLAN-API-DLL's kunnen worden gezocht en geladen. Bij het oproepen van deze starter de Eplan.EplApi.Starter.dll moet eerst een EPLAN-versie worden aangegeven. Via de klasse AssemblyResolver worden dan alle API-dll's uit de BIN-directory geladen. Schemasymbool naar tekening converteren Met de nieuwe methode Group SymbolReference.ConvertToGroup kunnen nu ook in de EPLAN API schemasymbolen naar grafische objecten (tekeningen) worden geconverteerd. Gebruikergedefinieerde eigenschapsgroeperingen toevoegen Met de EPLAN API kunnen nu ook gebruikerspecifieke eigenschapsgroeperingen voor symbolen onder een bepaalde naam worden opgeslagen en toegevoegd. Hiertoe is aan de klasse SymbolReference::PropertyPlacementsSchemasConfiguration de nieuwe methode Add toegevoegd. EPLAN NEWS

434 Vernieuwingen in de aanvullende module "API Extension" Projectopties transparant schakelen In de EPLAN API kunnen uitgeschakelde projectopties transparant worden weergegeven. De klasse Option is hiervoor uitgebreid met de nieuwe eigenschap IsTransparent. Elementen naar de voorgrond / achtergrond verplaatsen In de klasse Placement van de EPLAN API zijn twee nieuwe methoden BringToFront en SendToBack beschikbaar, waarmee geplaatste elementen naar de voorgrond / achtergrond kunnen worden verplaatst. Nieuwe interacties met de EPLAN API ontwikkelen U kunt nu met de EPLAN API eigen grafische interacties voor de grafische editor ontwikkelen. Met behulp van dergelijke interacties kunt u bijvoorbeeld nieuwe grafische elementen tekenen. Hiertoe is aan de naamruimte Eplan.EplApi.EServices.Ged de nieuwe klasse Interaction toegevoegd. Afzonderlijke objecten gericht vergrendelen Met de EPLAN API kunt u nu niet alleen het hele project, maar ook afzonderlijke objecten voor multi-user-gebruik vergrendelen. Hiervoor zijn de volgende methoden beschikbaar: LockDevice: deze methode uit de klasse Function vergrendelt alle objecten die bij een apparaat horen. LockObject: deze methode uit de klasse StorableObjekt vergrendelt het actuele object. SmartLock: deze methode uit de klasse StorableObjekt (en daarvan afgeleide klassen) vergrendelt het actuele project en de bijbehorende objecten (voor een geplaatst object wordt bijvoorbeeld de hele pagina vergrendeld). Alle meldingen van het meldingenbeheer verwijderen Met de nieuwe methode Clear van de klasse PrjMessagesCollection kunt u alle meldingen van het meldingenbeheer verwijderen. 434 EPLAN NEWS 2.0

435 Vernieuwingen in de aanvullende module "API Extension" Artikeldatabank actualiseren Om een artikeldatabank van een oudere EPLAN-versie met de EPLAN API naar de nieuwste versie om te zetten, kunt u de nieuwe methode UpgradePartsDb uit de klasse PartsService gebruiken. Opmerking: Als u met meerdere EPLAN-versies werkt, raden wij aan om voor het bewerken en onderhouden van de artikeldatabank altijd de nieuwste EPLAN-versie te gebruiken. Varianten van een venstermacro bepalen U kunt met de EPLAN API voor een venstermacro alle varianten van een bepaald weergavetype bepalen. Hiervoor is in de klasse WindowMacro de nieuwe methode GetVariants beschikbaar. Acties activeren / deactiveren Met de nieuwe interface IEplActionEnable kunt u acties activeren / deactiveren. Als deze interface niet wordt toegepast, is de betreffende actie standaard geactiveerd. Als u deze interface voor een actieklasse toepast, kunt u de betreffende actie deactiveren. Als u de actie voor een menuopdracht of een werkbalkknop uitvoert, wordt dit element van de gebruikersinterface gedeactiveerd (en daardoor grijs weergegeven). Informatie over projectspecifieke instellingen opvragen Om informatie over de knooppunten van projectinstellingen op te vragen, kunt u in de EPLAN API nu de klasse ProjectSettingNode gebruiken. Bereik van een functiedefinitie opvragen De klasse FunctionDefinition van de EPLAN API is uitgebreid met de eigenschap MainGroup. Via deze eigenschap kunt u de naam van het bereik opvragen (bijvoorbeeld elektrotechniek) waarin een functiedefinitie is opgenomen. EPLAN NEWS

436 Vernieuwingen in de aanvullende module "API Extension" Invoegpunt van een venstermacro opvragen Met de nieuwe eigenschap Location uit de klasse WindowMacro kunt u de positie van het invoegpunt van een venstermacro opvragen. Potentialen en signalen traceren In de klasse ConnectionService is de nieuwe methode TrackPotential beschikbaar. Met deze methode kunt u via de EPLAN API alle verbindingen bepalen die bij dezelfde potentiaal horen. Met de nieuwe methode TrackSignal bepaalt u alle verbindingen die hetzelfde signaal overdragen. Naam van een menuopdracht als meertalige string In de klasse Menu van de EPLAN API is nu een nieuwe variant van de methode AddMenuItem beschikbaar. Hiermee kunt u de naam van een menuopdracht als meertalige string opgeven. Op deze wijze wordt de menuopdracht dan in de ingestelde dialoogtaal weergegeven. Alle pagina's van een project verwijderen Met de nieuwe methode RemoveAllPages uit de klasse Project kunt u alle pagina's van een project in één keer verwijderen. Tijdelijke aanduiding-objecten van een paginamacro opvragen Om alle tijdelijke aanduiding-objecten van een paginamacro op te vragen, kunt u in de klasse PageMacro nu de eigenschap PlaceHolders gebruiken. Meertalige projecteigenschappen Het type van de projecteigenschappen PROJ_TYPE (Project: Type <10031>), PROJ_PARTFEATURES (Deelbijzonderheden <10033>) en PROJ_REGULATION (Voorschrift <10036>) is gewijzigd. Deze eigenschappen kunnen nu als meertalige tekenreeks worden gemaakt. 436 EPLAN NEWS 2.0

437 Vernieuwingen in de aanvullende module "API Extension" Bestandsnamen bij de export van afbeeldingsbestanden opvragen Wanneer u met de EPLAN API een heel project of afzonderlijke pagina's in een afbeeldingsbestandsformaat exporteert, kunt u de namen van de gegenereerde bestanden opvragen. In de klasse Export zijn hiervoor de nieuwe methoden GraphicProjectEx en GraphicPageEx beschikbaar. Gefilterde projectgegevens opvragen In de klasse DMObjectsFinder van de EPLAN API zijn een aantal nieuwe methoden (Get<ProjectData>WithFilterScheme) voor het opvragen van gefilterde projectgegevens beschikbaar. Deze methoden, zoals GetFunctionsWithFilterScheme, geven voor de betreffende navigator (onderdelen-navigator voor de bovengenoemde methode) de objecten aan die na toepassing van een filterschema over blijven. Gefilterde materiaallijst exporteren Met de nieuwe methode ExportPartsListWithFilterScheme uit de klasse PartsService kunt u voor de materiaallijst-navigator alle gefilterde artikelgegevens van een project exporteren. EPLAN NEWS

438 Vernieuwingen in de stamgegevens Vernieuwingen in de stamgegevens Uitgebreide informatie bij de stamgegevensbewerking De informatie die bij het bewerken van stamgegevens wordt weergegeven, is in deze nieuwe versie uitgebreid en beter gestructureerd. Wanneer u een stamgegevenstype (symboolbibliotheek, plotkader, contour of formulier) maakt, opent of kopieert, worden voor een geselecteerd bestand rechts in het dialoogvenster in het Infobereik de volgende eigenschappen weergegeven: voor symboolbibliotheken: symboolbibliotheekbeschrijving, aanmaakdatum, engineer, bedrijfskenmerk, laatste bewerker, wijzigingsdatum, aantal symbolen. voor plotkaders: beschrijving, bedrijfskenmerk, engineer, aanmaakdatum, laatste bewerker, wijzigingsdatum. voor contouren: beschrijving, contourtype, bedrijfskenmerk, engineer, aanmaakdatum, laatste bewerker, wijzigingsdatum. voor formulieren: beschrijving, bedrijfskenmerk, engineer, aanmaakdatum, laatste bewerker, wijzigingsdatum, formuliergebruik. Daarbij wordt eerst de naam van een eigenschap aangegeven en vervolgens gescheiden door een dubbele punt de betreffende waarde (bijvoorbeeld Engineer: ROE). Als de tekst voor een eigenschap te lang is, wordt er in het infobereik automatisch een regeleinde geplaatst. 438 EPLAN NEWS 2.0

439 Vernieuwingen in de stamgegevens Voorbeeld: U hebt in het dialoogvenster Formulier openen het formulier F01_001.f01 voor het formuliertype "Artikellijst" geselecteerd. In het infobereik wordt dan bijvoorbeeld de tekst Beschrijving: Artikellijst..., Engineer: mka, Aanmaakdatum: etc. aangegeven. Stamgegevens: Symbolen Opmerking: De volgende pagina's bevatten een groot aantal afbeeldingen van nieuwe symbolen uit verschillende symboolbibliotheken. De afbeeldingen tonen de symbolen in de variant "A", in meerlijnige weergave (behalve de symbolen uit de symboolbibliotheek SPECIAL). Onder elke afbeelding staan de naam en het nummer van het symbool. IEC-, GOST- en GB-norm Aan de symboolbibliotheken IEC_symbol, IEC_single_symbol, GOST_symbol, GOST_single_symbol, GB_symbol en GB_single_symbol zijn de volgende nieuwe symbolen toegevoegd (het betreffende symbool wordt in de meerlijnige weergave afgebeeld): PLC_S_CBOX PLC_S_CBOX PLC_S_CBOX PLC_S_CBOX // 330 _LEFT // 331 _LEFT_PLUG // 332 _PLUG // 333 EPLAN NEWS

440 Vernieuwingen in de stamgegevens PLC_S_CBOX PLC_S_CBOX PLC_S_CBOX PLC_S_CBOX _LEFT_PLUG_1 _PLUG_1 _LEFT_PLUG_M _LEFT_PLUG_FEM // 334 // 335 // 336 // 337 PLC_S_CBOX PLC_S_CBOX QL3_7 K_3 _PLUG_M // 338 _PLUG_FEM // 339 // 1198 // 1251 K_4 // 1252 KS3 // 1253 KS4 // 1254 KST3 // 1255 KST4 // 1256 S_EL // 1261 O_EL // 1262 XU2 // 1265 XU2S // 1266 F_SNH_1P // 1281 F_SNH_3P // 1282 F_AB_1P // 1284 QLIM11_1 // 1286 QL3_8 // 1290 W3_SWR_2 // 1291 W3_SWL_2 // EPLAN NEWS 2.0

441 Vernieuwingen in de stamgegevens W3_SWB_2 // 1293 W3_VES_2 // 1294 W3_NES_2 // 1295 W2_OU_1 // 1328 BW3P // 1372 BW3SW // 1373 BW3D // 1374 X1_NB // 1410 X1_B // 1411 X2_NB // 1413 X2_B // 1414 X2_B_2 // 1415 X3_NB // 1417 X3_B // 1418 X3_B_2 // 1419 X4_NB // 1421 X4_B // 1422 X4_NB_1 // 1424 X4_B_1 // 1425 X4_B_2 // 1426 X6_NB // 1428 X6_B // 1429 X6_NB_1 // 1430 X6_B_1 // 1431 EPLAN NEWS

442 Vernieuwingen in de stamgegevens X6_B_2 // 1432 X8_NB // 1434 X8_B // 1435 X8_NB_1 // 1436 X8_B_1 // 1437 X8_B_2 // 1438 SSNS1_ST // 1440 SONS1_ST // 1441 SLS_ST // 1442 SLSAC_ST // 1443 SLSDC_ST // 1444 SLEDC_ST // 1445 SLEAC_ST // 1446 SSUS_ST // 1447 SOUS_ST // 1448 NFPA-norm Aan de symboolbibliotheken NFPA_symbol en NFPA_single_symbol zijn de volgende nieuwe symbolen toegevoegd (het betreffende symbool wordt in de meerlijnige weergave afgebeeld): PLC_S_CBOX PLC_S_CBOX PLC_S_CBOX PLC_S_CBOX // 330 _LEFT // 331 _LEFT_PLUG // 332 _PLUG // EPLAN NEWS 2.0

443 Vernieuwingen in de stamgegevens PLC_S_CBOX PLC_S_CBOX PLC_S_CBOX PLC_S_CBOX _LEFT_PLUG_1 _PLUG_1 _LEFT_PLUG_M _LEFT_PLUG_FEM // 334 // 335 // 336 // 337 PLC_S_CBOX PLC_S_CBOX QL3_7 K_3 _PLUG_M // 338 _PLUG_FEM // 339 // 1198 // 1251 K_4 // 1252 KS3 // 1253 KS4 // 1254 KST3 // 1255 KST4 // 1256 S_EL // 1261 O_EL // 1262 XU2 // 1265 XU2S // 1266 F_SNH_1P // 1281 F_SNH_3P // 1282 F_AB_1P // 1284 EPLAN NEWS

444 Vernieuwingen in de stamgegevens QLIM11_1 // 1286 QL3_8 // 1290 W3_SWR_2 // 1291 W3_SWL_2 // 1292 W3_SWB_2 // 1293 W3_VES_2 // 1294 W3_NES_2 // 1295 W2_OU_1 // 1328 BW3P // 1372 BW3SW // 1373 BW3D // 1374 X1_NB // 1410 X1_B // 1411 X2_NB // 1413 X2_B // 1414 X2_B_2 // 1415 X3_NB // 1417 X3_B // 1418 X3_B_2 // 1419 X4_NB // 1421 X4_B // 1422 X4_NB_1 // 1424 X4_B_1 // 1425 X4_B_2 // EPLAN NEWS 2.0

445 Vernieuwingen in de stamgegevens X6_NB // 1428 X6_B // 1429 X6_NB_1 // 1430 X6_B_1 // 1431 X6_B_2 // 1432 X8_NB // 1434 X8_B // 1435 X8_NB_1 // 1436 X8_B_1 // 1437 X8_B_2 // 1438 SSNS1_ST // 1440 SONS1_ST // 1441 SLS_ST // 1442 SLSAC_ST // 1443 SLSDC_ST // 1444 SLEDC_ST // 1445 SLEAC_ST // 1446 SSUS_ST // 1447 SOUS_ST // 1448 EPLAN NEWS

446 Vernieuwingen in de stamgegevens Fluid-techniek en proces-engineering Er is een nieuwe symboolbibliotheek voor het bereik "Smering" gemaakt: LUB1ESS. F15.5_14 // 238 F // 254 F15.3.1_01 // 255 AG10.1.1_03 // 307 AG10.1.1_02 // 308 AG10.5_02 // 326 V_BT_058 // 845 V_BT_059 // 846 V_BT_060 // 847 V_BT_061 // 848 AG10.1.2_04 // 856 V_BT_057 // 857 V_BT_053 // 861 V_BT_054 // 862 V_BT_055 // 863 V_S_011 // 871 V_S_012 // 872 V_S_013 // 873 V_S_014 // 874 Z_ZUB_16 // EPLAN NEWS 2.0

447 Vernieuwingen in de stamgegevens Z_ZUB_15 // 1061 V_ZUB_03 // 1063 V11.3.1_01 // 1068 PM13.3.4_01 // 1069 F15.5_31 // 1070 GS_EA_06 // 1071 V_BT_077 // 1077 V_BT_078 // 1078 Z14.1.2_17 // 1079 Z_ZUB_31 // 1080 VERB_11 // 1101 VERB_12 // 1102 VERB_13 // 1103 VERB_14 // 1104 VERB_15 // 1105 CON_04 // 1106 VERB_16 // 1107 V11.1.2_15 // 1108 V11.5.3_09 // 1109 ANZ_12 // 1110 ANZ_12_01 // 1111 ANZ_12_02 // 1112 ANZ_12_03 // 1113 ANZ_12_04 // 1114 EPLAN NEWS

448 Vernieuwingen in de stamgegevens GSEA_ RV_01 AG10.5_03 ANZ_ZUB_03 // 1115 // 1117 // 1118 // 1120 ANZ_ZUB_04 F15.5_26 F15.5_27 V _02 // 1121 // 1122 // 1123 // 1124 ANZ_ZUB_09 ANZ_ZUB_16 STG_01 STG_02 // 1126 // 1135 // 1137 // 1138 STG_03 // 1139 STG_04 // 1140 V_RV_09 // 1143 V_RV_10 // 1144 F_13 // 1149 ST_01 // 1152 PM_17 // 1153 GS_SCH_01 // EPLAN NEWS 2.0

449 Vernieuwingen in de stamgegevens GS_SCH_02 // 1155 PM_ZUB_14 // 1157 PM_ZUB_16 // 1158 PM_ZUB_17 // 1159 SCHG_1 // 1162 SCHG_2 // 1163 SCHG_3 // 1164 SS_03 // 1165 SS_04 // 1166 SS_05 // 1167 BS_01 // 1168 PM_ZUB_15 // 1170 SI_01 // 1171 SI_02 // 1172 SI_03 // 1173 SI_04 // 1174 DS_04 // 1177 P_04 // 1180 SV_06 // 1182 SV_01 // 1183 EPLAN NEWS

450 Vernieuwingen in de stamgegevens SV_05 // 1184 SV_07 // 1185 V11.5.3_08 // 1186 GS_MIX_01 // 1187 GS_MIX_02 // 1188 GS6.1.7_04 // 1192 GS6.1.8_04 // 1193 GS6.1.8_02 // 1194 GS6.1.8_03 // 1195 GS6.1.7_02 // 1196 GS6.1.7_03 // 1197 PM_EL_05 // 1198 VERT_VZU_01 VERT_VZU_02 VERT_VZU_03 VERT_DOS_02 // 1201 // 1202 // 1203 // 1207 VERT_VKB_01T VERT_VKB_01 VERT_VKB_02 VERT_VKB_02.1 // 1210 // 1212 // 1213 // EPLAN NEWS 2.0

451 Vernieuwingen in de stamgegevens VERT_VKB_03 VERT_VKB_03.1 VERT_VKB_04 VERT_VKB_04.1 // 1215 // 1216 // 1217 // 1218 VERT_VKB_05 VERT_VKB_05.1 VERT_VPB_03 VERT_VPB_04 // 1219 // 1220 // 1221 // 1222 VERT_VPB_05 VERT_VPB_06 VERT_VPB_07 VERT_VPB_08 // 1223 // 1224 // 1225 // 1226 VERT_VPB_09 VERT_VPB_10 VERT_VPK_001 VERT_VPK_002 // 1227 // 1228 // 1231 // 1232 VERT_VPK_003 AG_02 VERT_VDR VERT_VDR_02 // 1233 // 1235 // 1239 // 1240 EPLAN NEWS

452 Vernieuwingen in de stamgegevens VERT_VDR_03 VERT_VDR_04 VERT_VDR_05 VERT_VDR_06 // 1241 // 1242 // 1243 // 1244 VERT_VDR_10 VERT_VDR_12 VERT_VDR_14 VERT_VDR_ZUB_01 // 1245 // 1246 // 1247 // 1248 VERT_VDR_ZUB_02 VERT_VDR_ZUB_03 VE_DE_01 VE_DE_02 // 1249 // 1250 // 1251 // 1252 VE_DE_03 VE_DE_04 VERT_LEIST_2 VERT_LEIST_3 // 1253 // 1254 // 1261 // EPLAN NEWS 2.0

Voorbeelddata importeren EPLAN Platform Versie 2.5 Status: 06/2015

Voorbeelddata importeren EPLAN Platform Versie 2.5 Status: 06/2015 EPLAN Software & Service GmbH & Co. KG Technical Information Copyright 2015 EPLAN Software & Service GmbH & Co. KG EPLAN Software & Service GmbH & Co. KG is niet aansprakelijk voor technische of druktechnische

Nadere informatie

Projecten geautomatiseerd updaten EPLAN Platform Version 2.5 Status: 08/2015

Projecten geautomatiseerd updaten EPLAN Platform Version 2.5 Status: 08/2015 EPLAN Software & Service GmbH & Co. KG Technical Information Copyright 2015 EPLAN Software & Service GmbH & Co. KG EPLAN Software & Service GmbH & Co. KG is niet aansprakelijk voor technische of druktechnische

Nadere informatie

Omzetten van EPLAN Woordenboek naar SQL Server EPLAN Platform Version 2.4 Status: 05/2014

Omzetten van EPLAN Woordenboek naar SQL Server EPLAN Platform Version 2.4 Status: 05/2014 Omzetten van EPLAN Woordenboek naar SQL Server EPLAN Software & Service GmbH & Co. KG Technical Information Copyright 2014 EPLAN Software & Service GmbH & Co. KG EPLAN Software & Service GmbH & Co. KG

Nadere informatie

Projectbeheer naar SQL Server EPLAN Platform Version 2.4 Status: 05/2014

Projectbeheer naar SQL Server EPLAN Platform Version 2.4 Status: 05/2014 Omzetten van EPLAN Projectbeheer naar SQL Server EPLAN Software & Service GmbH & Co. KG Technical Information Copyright 2014 EPLAN Software & Service GmbH & Co. KG EPLAN Software & Service GmbH & Co. KG

Nadere informatie

Artikeldatabank naar SQL Server EPLAN Platform Version 2.4 Status: 05/2014

Artikeldatabank naar SQL Server EPLAN Platform Version 2.4 Status: 05/2014 Omzetten van EPLAN Artikeldatabank naar SQL Server EPLAN Software & Service GmbH & Co. KG Technical Information Copyright 2014 EPLAN Software & Service GmbH & Co. KG EPLAN Software & Service GmbH & Co.

Nadere informatie

EPLAN NEWS. voor versie 2.2

EPLAN NEWS. voor versie 2.2 EPLAN NEWS voor versie 2.2 Copyright 2012 EPLAN Software & Service GmbH & Co. KG EPLAN Software & Service GmbH & Co. KG is niet aansprakelijk voor technische of druktechnische fouten of onvolkomenheden

Nadere informatie

Beginnershandboek 07 / 2013

Beginnershandboek 07 / 2013 Beginnershandboek 07 / 2013 Copyright 2013 EPLAN Software & Service GmbH & Co. KG EPLAN Software & Service GmbH & Co. KG is niet aansprakelijk voor technische of druktechnische fouten of onvolkomenheden

Nadere informatie

Beginnershandboek 08 / 2010

Beginnershandboek 08 / 2010 Beginnershandboek 08 / 2010 Copyright 2010 EPLAN Software & Service GmbH & Co. KG EPLAN Software & Service GmbH & Co. KG is niet aansprakelijk voor technische of druktechnische fouten of onvolkomenheden

Nadere informatie

Beginnershandboek 07 / 2013

Beginnershandboek 07 / 2013 Beginnershandboek 07 / 2013 Copyright 2013 EPLAN Software & Service GmbH & Co. KG EPLAN Software & Service GmbH & Co. KG is niet aansprakelijk voor technische of druktechnische fouten of onvolkomenheden

Nadere informatie

Inhoudsopgave. Inhoudsopgave

Inhoudsopgave. Inhoudsopgave Inhoudsopgave Inhoudsopgave Inleiding... 3 Leesaanwijzingen... 3 Opmerkingen bij het oefenproject... 4 EPLAN starten... 6 De gebruikersinterface van EPLAN leren kennen... 8 Wat u vooraf moet weten... 9

Nadere informatie

EPLAN NEWS (EPLAN NIEUWS) voor versie 2.1

EPLAN NEWS (EPLAN NIEUWS) voor versie 2.1 EPLAN NEWS (EPLAN NIEUWS) voor versie 2.1 Copyright 2011 EPLAN Software & Service GmbH & Co. KG EPLAN Software & Service GmbH & Co. KG is niet aansprakelijk voor technische of druktechnische fouten of

Nadere informatie

I N H O U D S O P G A V E

I N H O U D S O P G A V E Rev 00 I N H O U D S O P G A V E 1 INLEIDING... 1 2 LABELINGSSCHEMA MAKEN... 2 3 INSTELLINGEN DEFINIËREN... 4 3.1 Instellingen voor tekstuitvoer... 4 3.2 Instellingen voor Excel-uitvoer... 4 3.3 Kop-,

Nadere informatie

EPLAN NEWS voor versie 2.5 Stand: 23.06.2015

EPLAN NEWS voor versie 2.5 Stand: 23.06.2015 EPLAN Software & Service GmbH & Co. KG Technische informatie Copyright 2015 EPLAN Software & Service GmbH & Co. KG EPLAN Software & Service GmbH & Co. KG is niet aansprakelijk voor technische of druktechnische

Nadere informatie

Beginnershandboek 02 / 2009

Beginnershandboek 02 / 2009 Beginnershandboek 02 / 2009 Copyright 2009 EPLAN Software & Service GmbH & Co. KG. EPLAN Software & Service GmbH & Co. KG is niet aansprakelijk voor technische of druktechnische fouten of onvolkomenheden

Nadere informatie

EPLAN NEWS (EPLAN NIEUWS) voor versie 1.9

EPLAN NEWS (EPLAN NIEUWS) voor versie 1.9 EPLAN NEWS (EPLAN NIEUWS) voor versie 1.9 Copyright 2008 EPLAN Software & Service GmbH & Co. KG. EPLAN Software & Service GmbH & Co. KG is niet aansprakelijk voor technische of druktechnische fouten of

Nadere informatie

Beginnershandboek 08 / 2006

Beginnershandboek 08 / 2006 Beginnershandboek 08 / 2006 Copyright 2006 EPLAN Software & Service GmbH & Co. KG. EPLAN Software & Service GmbH & Co. KG is niet aansprakelijk voor technische of druktechnische fouten of onvolkomenheden

Nadere informatie

EPLAN NEWS voor versie 2.4 Stand: 02.07.2014

EPLAN NEWS voor versie 2.4 Stand: 02.07.2014 EPLAN Software & Service GmbH & Co. KG Technische informatie Copyright 2014 EPLAN Software & Service GmbH & Co. KG EPLAN Software & Service GmbH & Co. KG is niet aansprakelijk voor technische of druktechnische

Nadere informatie

Migreren naar Access 2010

Migreren naar Access 2010 In deze handleiding Het uiterlijk van Microsoft Access 2010 verschilt aanzienlijk van Access 2003. Daarom hebben we deze handleiding gemaakt, zodat u niet te veel tijd hoeft te besteden aan het leren werken

Nadere informatie

EPLAN NEWS. voor versie 2.3

EPLAN NEWS. voor versie 2.3 EPLAN NEWS voor versie 2.3 Copyright 2013 EPLAN Software & Service GmbH & Co. KG EPLAN Software & Service GmbH & Co. KG is niet aansprakelijk voor technische of druktechnische fouten of onvolkomenheden

Nadere informatie

Handleiding Nero ImageDrive

Handleiding Nero ImageDrive Handleiding Nero ImageDrive Nero AG Informatie over copyright en handelsmerken De handleiding van Nero ImageDrive en de volledige inhoud van de handleiding zijn auteursrechtelijk beschermd en zijn eigendom

Nadere informatie

Pictogrammenuitleg. Aliro IP-toegangscontrole zonder complicaties. www.aliro-opens-doors.com

Pictogrammenuitleg. Aliro IP-toegangscontrole zonder complicaties. www.aliro-opens-doors.com Pictogrammenuitleg Aliro IP-toegangscontrole zonder complicaties De pictogrammenuitleg voor de Aliro-software is een uitgebreid overzicht van alle pictogrammen die in de software worden gebruikt. Deze

Nadere informatie

Hoofdstuk 1: Het Excel Dashboard* 2010

Hoofdstuk 1: Het Excel Dashboard* 2010 Hoofdstuk 1: Het Excel Dashboard* 2010 1.0 Introductie Excel helpt om data beter te begrijpen door het in cellen (die rijen en kolommen vormen) in te delen en formules te gebruiken om relevante berekeningen

Nadere informatie

NACSPORT TAG&GO HANDLEIDING. 3.2.1. Eigenschappen knop

NACSPORT TAG&GO HANDLEIDING. 3.2.1. Eigenschappen knop Handleiding NACSPORT TAG&GO HANDLEIDING 1. Introductie 2. Configureren en bestellen 3. Sjabloon (categorieën en descriptors) 3.1 Lijst sjablonen 3.2 Sjablonen bewerken 3.2.1. Eigenschappen knop 4. Analyseren

Nadere informatie

Startersgids. Nero BackItUp. Ahead Software AG

Startersgids. Nero BackItUp. Ahead Software AG Startersgids Nero BackItUp Ahead Software AG Informatie over copyright en handelsmerken De gebruikershandleiding bij Nero BackItUp en de inhoud hiervan zijn beschermd door midddel van copyright en zijn

Nadere informatie

Auteur boek: Vera Lukassen Titel boek: Word Gevorderd 2010. 2011, Serasta Uitgegeven in eigen beheer info@serasta.nl Eerste druk: augustus 2012

Auteur boek: Vera Lukassen Titel boek: Word Gevorderd 2010. 2011, Serasta Uitgegeven in eigen beheer info@serasta.nl Eerste druk: augustus 2012 Auteur boek: Vera Lukassen Titel boek: Word Gevorderd 2010 2011, Serasta Uitgegeven in eigen beheer info@serasta.nl Eerste druk: augustus 2012 ISBN: 978-90-817910-7-6 Dit boek is gedrukt op een papiersoort

Nadere informatie

Algemene basis instructies

Algemene basis instructies Inhoud: Algemene basis instructies... 2 Pictogrammen en knoppen... 2 Overzicht... 3 Navigeren (bladeren)... 3 Gegevens filteren... 4 Getoonde gegevens... 5 Archief... 5 Album... 5 Tabbladen en velden...

Nadere informatie

Nero ControlCenter Handleiding

Nero ControlCenter Handleiding Nero ControlCenter Handleiding Nero AG Informatie over auteursrecht en handelsmerken De handleiding Nero ControlCenter en de inhoud daarvan worden beschermd door auteursrecht en zijn eigendom van Nero

Nadere informatie

Mogelijke valkuil bij de installatie procedure is de bestandslocatie.

Mogelijke valkuil bij de installatie procedure is de bestandslocatie. Installatie / Configuratie Compad Store Automation 1. Installatie Compad Software 2. Licentie 3. Directory structuur 4. Configureren Vectron Commander 5. Configureren Compad Store Automation Installatie

Nadere informatie

Pictogrammenuitleg. Aliro IP-toegangscontrole zonder complicaties. www.aliro-opens-doors.com

Pictogrammenuitleg. Aliro IP-toegangscontrole zonder complicaties. www.aliro-opens-doors.com Pictogrammenuitleg De pictogrammenuitleg voor de Aliro-software is een uitgebreid overzicht van alle pictogrammen die in de software worden gebruikt. Deze uitleg is ontwikkeld om u te helpen pictogrammen

Nadere informatie

INHOUD. Ten geleide 13. 1 Excel 2007-2010 Basis 15

INHOUD. Ten geleide 13. 1 Excel 2007-2010 Basis 15 INHOUD Ten geleide 13 1 Excel 2007-2010 Basis 15 1.1 Inleiding 15 1.2 Excel 2007-2010 samengevat 15 1.2.1 Configuratie instellen en de werkomgeving aanpassen 15 1.2.1.1 Een knop toevoegen aan de werkbalk

Nadere informatie

Handleiding InCD Reader

Handleiding InCD Reader Handleiding InCD Reader Nero AG Informatie over auteursrecht en handelsmerken De handleiding en de volledige inhoud van de handleiding worden beschermd door het auteursrecht en zijn eigendom van Nero AG.

Nadere informatie

ONSCREENKEYS 5. Windows XP / Windows Vista / Windows 7 / Windows 8

ONSCREENKEYS 5. Windows XP / Windows Vista / Windows 7 / Windows 8 ONSCREENKEYS 5 Windows XP / Windows Vista / Windows 7 / Windows 8 [ PRODUCT BESCHRIJVING ] [ Dit vernuftige on-screen toetsenbord met virtuele muis klik mogelijkheden en spraak uitvoer maakt snel typen

Nadere informatie

De gebruikershandleiding mag in zijn geheel in digitale of gedrukte versie vrij worden verspreid onder alle

De gebruikershandleiding mag in zijn geheel in digitale of gedrukte versie vrij worden verspreid onder alle Copyright Deze gebruikershandleiding is auteursrechtelijk beschermd. Wijzigingen in de inhoud, of gedeeltelijke overname van de inhoud, is alleen toegestaan na toestemming van de houder van het auteursrecht.

Nadere informatie

Welkom bij BOEKLEZER

Welkom bij BOEKLEZER Welkom bij BOEKLEZER Claro Boeklezer is een boek lezer die gebruikers in staat stelt om PDF bestanden te lezen of laten voorlezen met de ingebouwde schermlezer. Met deze boeklezer is het mogelijk om digitale

Nadere informatie

Handleiding Nero RescueAgent

Handleiding Nero RescueAgent Handleiding Nero RescueAgent Nero AG Informatie over copyright en handelsmerken De handleiding van Nero RescueAgent en de volledige inhoud van de handleiding zijn auteursrechtelijk beschermd en zijn eigendom

Nadere informatie

ADAPTABLE. Microsoft Dynamics TM NAV. Manufacturing Foundation 5.0 Snelzoekgidsen

ADAPTABLE. Microsoft Dynamics TM NAV. Manufacturing Foundation 5.0 Snelzoekgidsen ADAPTABLE Microsoft Dynamics TM NAV Manufacturing Foundation 5.0 Snelzoekgidsen Inhoudsopgave Productie instellen Setup Guide 1... Een artikelkaart maken Setup Guide 2... Een productiestuklijst maken Setup

Nadere informatie

Inhoud Basiscursus. Excel 2010

Inhoud Basiscursus. Excel 2010 Inhoud Basiscursus Excel 2010 Basis vaardigheden Hoofdstuk 1 De Fluent Interface... 1-2 Ribbon... 1-2 Backstage... 1-5 Knopafbeeldingen in het Ribbon... 1-8 Quick Access Toolbar... 1-9 Scherminfo... 1-9

Nadere informatie

Deel 1: PowerPoint Basis

Deel 1: PowerPoint Basis Deel 1: PowerPoint Basis De mogelijkheden van PowerPoint als ondersteunend middel voor een gedifferentieerde begeleiding van leerlingen met beperkingen. CNO Universiteit Antwerpen 1 Deel 1 PowerPoint Basis

Nadere informatie

SketchUp L. 5.2 Scenes en Animaties

SketchUp L. 5.2 Scenes en Animaties 5.2 Scenes en Animaties Uw SketchUp-bestand kan één of meer scènes bevatten. Een scène bestaat uit uw model en een reeks scènespecifieke instellingen, zoals specifieke gezichtspunten, schaduwen, weergave-instellingen

Nadere informatie

Inhoudsopgave Voorwoord... 13 Nieuwsbrief... 13 Introductie Visual Steps... 14 Wat heeft u nodig?... 15 De volgorde van lezen...

Inhoudsopgave Voorwoord... 13 Nieuwsbrief... 13 Introductie Visual Steps... 14 Wat heeft u nodig?... 15 De volgorde van lezen... Inhoudsopgave Voorwoord...13 Nieuwsbrief...13 Introductie Visual Steps...14 Wat heeft u nodig?...15 De volgorde van lezen...16 Hoe werkt u met dit boek?...17 Uw voorkennis...18 De website...19 1. Windows

Nadere informatie

Ook op internet wordt gebruik gemaakt van databases, zoals bij Marktplaats en Hyves.

Ook op internet wordt gebruik gemaakt van databases, zoals bij Marktplaats en Hyves. SAMENVATTING HOOFDSTUK 1 Databases Databases worden veel gebruikt. Er worden miljoenen gegevens in opgeslagen, bijvoorbeeld door de overheid, banken, verzekeringsmaatschappijen, boekingssystemen van vliegtuigmaatschappijen,

Nadere informatie

PowerPoint Basis. PowerPoint openen. 1. Klik op Starten 2. Klik op Alle programma s 3. Klik op de map Microsoft Office

PowerPoint Basis. PowerPoint openen. 1. Klik op Starten 2. Klik op Alle programma s 3. Klik op de map Microsoft Office PowerPoint Basis PowerPoint openen 1. Klik op Starten 2. Klik op Alle programma s 3. Klik op de map Microsoft Office Klik op Microsoft PowerPoint 2010 Wacht nu tot het programma volledig is opgestart.

Nadere informatie

Module 4 Opmaak van een werkblad en cellen

Module 4 Opmaak van een werkblad en cellen Module 4 Opmaak van een werkblad en cellen Kolombreedte en rijhoogte#breedtehoogte Opmaak van cellen Lettertype Uitlijning Opvulling Randen Getallen Datum en tijd Voorwaardelijke opmaak Gebruik van thema's

Nadere informatie

7 stramienen. maken en gebruiken. Stramienen maken. Wat ken je na dit hoofdstuk? Tips en richtlijnen voor werken met stramienen

7 stramienen. maken en gebruiken. Stramienen maken. Wat ken je na dit hoofdstuk? Tips en richtlijnen voor werken met stramienen 7 stramienen maken en gebruiken Een stramien is te vergelijken met een achtergrond die je snel op een reeks pagina s kunt toepassen. Objecten in een stramien staan op alle pagina s Wat ken je na dit hoofdstuk?

Nadere informatie

Een tabel is samengesteld uit rijen (horizontaal) en kolommen (verticaal). Elk vakje uit een tabel is een cel.

Een tabel is samengesteld uit rijen (horizontaal) en kolommen (verticaal). Elk vakje uit een tabel is een cel. Module 14 Tabellen Een tabel invoegen Een tabel tekenen Verplaatsen en selecteren in een tabel Een tabel opmaken Veldnamenrij herhalen Rijen en kolommen toevoegen en verwijderen Tekst converteren naar

Nadere informatie

Vergelijkingseditor 2007

Vergelijkingseditor 2007 Vergelijkingseditor 2007 Wiskunde Module 1a Wiskunde en ICT 1 WISKUNDE EN ICT Tijdens de lessen wiskunde op deze hogeschool met de laptop moet je ook voor wiskunde de laptop zinvol gebruiken. Dat dit niet

Nadere informatie

De knoppen op het lint verkennen Elk tabblad op het lint bevat groepen en elke groep bevat een reeks gerelateerde opdrachten.

De knoppen op het lint verkennen Elk tabblad op het lint bevat groepen en elke groep bevat een reeks gerelateerde opdrachten. Beknopte handleiding Microsoft Excel 2013 ziet er anders uit dan de vorige versies. Daarom hebben we deze handleiding gemaakt, zodat u sneller vertrouwd raakt met het programma. Opdrachten toevoegen aan

Nadere informatie

INSTALLATIE IN PRINT INSTALLEREN. Aan de slag met Communicate In Print

INSTALLATIE IN PRINT INSTALLEREN. Aan de slag met Communicate In Print AAN DE SLAG INSTALLATIE In deze handleiding worden de stappen besproken die doorlopen worden bij het installeren van de volledige versie Communicate In Print LET OP! WANNEER U EERDER EEN VERSIE VAN IN

Nadere informatie

INSTRUCT Samenvatting Praktijk Access 2010, H2 SAMENVATTING HOOFDSTUK 2

INSTRUCT Samenvatting Praktijk Access 2010, H2 SAMENVATTING HOOFDSTUK 2 SAMENVATTING HOOFDSTUK 2 Sorteren en filteren in een tabel Sorteren kun je met de knoppen (Oplopend) en (Aflopend). Hiermee zet je records in alfabetische of numerieke volgorde. Er wordt gesorteerd op

Nadere informatie

Handleiding Afdrukken samenvoegen

Handleiding Afdrukken samenvoegen Handleiding Afdrukken samenvoegen Versie: 1.0 Afdrukken Samenvoegen Datum: 17-07-2013 Brieven afdrukken met afdruk samenvoegen U gebruikt Afdruk samenvoegen wanneer u een reeks documenten maakt, bijvoorbeeld

Nadere informatie

De knoppen op het lint verkennen Elk tabblad op het lint bevat groepen en elke groep bevat een reeks gerelateerde opdrachten.

De knoppen op het lint verkennen Elk tabblad op het lint bevat groepen en elke groep bevat een reeks gerelateerde opdrachten. Beknopte handleiding Microsoft Excel 2013 ziet er anders uit dan de vorige versis. Daarom hebben we deze handleiding gemaakt, zodat u sneller vertrouwd raakt met het programma. Opdrachten toevoegen aan

Nadere informatie

Powerpoint 2013 Snelstartgids

Powerpoint 2013 Snelstartgids Aan de slag Microsoft Powerpoint 2013 ziet er anders uit dan eerdere versies. Daarom hebben we deze handleiding samengesteld om de leercurve zo kort mogelijk te maken. Pagina 1 van 9 Aan de slag Wanneer

Nadere informatie

Aan de slag met AdminView

Aan de slag met AdminView Aan de slag met AdminView uitgebreide handleiding S for Software B.V. Gildeweg 6 3771 NB Barneveld tel 0342 820 996 fax 0342 820 997 e-mail info@sforsoftware.nl web www.sforsoftware.nl Inhoudsopgave 1.

Nadere informatie

StabiCAD V Gasleidingberekening

StabiCAD V Gasleidingberekening StabiCAD V Gasleidingberekening Inhoudsopgave 1. Werken met StabiCAD V Gasleidingberekening.. 3 1.1. Inleiding................................................... 3 1.2. Verwante modules...........................................

Nadere informatie

Informatie primaire cursus AutoCAD LT 2010

Informatie primaire cursus AutoCAD LT 2010 Informatie primaire cursus AutoCAD LT 2010 De volgende pagina s tonen een voorbeeld van DVDU cursusboek AutoCAD LT 2010. Het boek is uiteraard ook geschikt als basisboek voor de uitgebreide versie AutoCAD.

Nadere informatie

Central Station. CS website

Central Station. CS website Central Station CS website Versie 1.0 18-05-2007 Inhoud Inleiding...3 1 De website...4 2 Het content management systeem...5 2.1 Inloggen in het CMS... 5 2.2 Boomstructuur... 5 2.3 Maptypen... 6 2.4 Aanmaken

Nadere informatie

Het Wepsysteem. Het Wepsysteem wordt op maat gebouwd, gekoppeld aan de gewenste functionaliteiten en lay-out van de site. Versie september 2010

Het Wepsysteem. Het Wepsysteem wordt op maat gebouwd, gekoppeld aan de gewenste functionaliteiten en lay-out van de site. Versie september 2010 Het Wepsysteem Het Wepsysteem is een content management systeem, een systeem om zonder veel kennis van html of andere internettalen een website te onderhouden en uit te breiden. Met het Content Management

Nadere informatie

Enkele tips voor de bediening van deze DVD Belangrijk!

Enkele tips voor de bediening van deze DVD Belangrijk! Enkele tips voor de bediening van deze DVD Belangrijk! De afbeeldingen en enkele punten van de programma-beschrijving hebben betrekking op versie 7.0.7 van Adobe Reader. Andere versies van dit programma

Nadere informatie

Formulieren maken. U kent ze waarschijnlijk wel, die notitieblokjes voor het noteren van een telefoongesprek.

Formulieren maken. U kent ze waarschijnlijk wel, die notitieblokjes voor het noteren van een telefoongesprek. Les 14 Formulieren maken In deze les leert u een hoe u met velden een invulformulier voor een telefoonnotitie maakt. Hierbij wordt gebruikgemaakt van velden, secties en beveiliging. Daarvoor moet wel een

Nadere informatie

POWER. voor elektro-engineering en ontwerp

POWER. voor elektro-engineering en ontwerp POWER voor elektro-engineering en ontwerp EPLAN Interdisciplinaire engineering Minimaliseer de kosten die met afstemming gepaard gaan en verhoog de kwaliteit van uw engineering. Vertrouw op de innovatieve,

Nadere informatie

Het handboek van KCM Tablet. Jörg Ehrichs Vertaler/Nalezer: Freek de Kruijf Vertaler: Ronald Stroethoff

Het handboek van KCM Tablet. Jörg Ehrichs Vertaler/Nalezer: Freek de Kruijf Vertaler: Ronald Stroethoff Jörg Ehrichs Vertaler/Nalezer: Freek de Kruijf Vertaler: Ronald Stroethoff 2 Inhoudsopgave 1 Wacom tabletinstellingen 5 1.1 Profielbeheer......................................... 5 1.2 Algemene tabletinstellingen

Nadere informatie

Een PowerPoint-presentatie op twee monitoren (Gedeeltelijk overgenomen van de website van Microsoft)

Een PowerPoint-presentatie op twee monitoren (Gedeeltelijk overgenomen van de website van Microsoft) 1. Weergeven van een PowerPoint-presentatie op twee monitoren? Met behulp van Liturgie hebben wij een presentatie aangemaakt van Psalm 150:1 en 2. 2. Weergeven van een PowerPoint-presentatie op twee monitoren?

Nadere informatie

INHOUD. Ten geleide 13. 1 De computer van dichtbij bekeken 15

INHOUD. Ten geleide 13. 1 De computer van dichtbij bekeken 15 INHOUD Ten geleide 13 1 De computer van dichtbij bekeken 15 1.1 Inleiding 15 1.2 Hardware en software 15 1.3 Soorten computers 16 1.3.1 Desktop PC 16 1.3.2 Laptop of notebook 16 1.3.3 Handcomputer of palm

Nadere informatie

Cursus KeyCreator. Oefening 13: Audiocassette

Cursus KeyCreator. Oefening 13: Audiocassette Cursus KeyCreator Oefening 13: Audiocassette Tekenen van een audiocassette Men dient hiervoor verschillende functies te gebruiken: - Tekenen van rechthoeken, lijnen en cirkels. - Trimmen, dubbeltrimmen

Nadere informatie

Excellerend Kwartaaltip 2013-1

Excellerend Kwartaaltip 2013-1 Excellerend Heemraadweg 21 2741 NC Waddinxveen 06 5115 97 46 richard@excellerend.nl BTW: NL0021459225 ABN/AMRO: 53.68.25.491 KVK: 24389967 Spiegelen Het zal zo n vijftien jaar geleden zijn toen ik tekst

Nadere informatie

Snel aan de slag met BasisOnline en InstapInternet

Snel aan de slag met BasisOnline en InstapInternet Snel aan de slag met BasisOnline en InstapInternet Inloggen Surf naar www.instapinternet.nl of www.basisonline.nl. Vervolgens klikt u op de button Login links bovenin en vervolgens op Member Login. (Figuur

Nadere informatie

Nederlandse Culturele Sportbond Afdeling Wedstrijdzwemmen

Nederlandse Culturele Sportbond Afdeling Wedstrijdzwemmen Nederlandse Culturele Sportbond Afdeling Wedstrijdzwemmen Nederlandse Culturele Sportbond Afdeling Wedstrijdzwemmen 2005 NCS Commissie Wedstrijdzwemmen Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave

Nadere informatie

tentoinfinity Apps 1.0 INLEIDING

tentoinfinity Apps 1.0 INLEIDING tentoinfinity Apps Una Help-inhoud Auteursrecht 2013-2015 door tentoinfinity Apps. Alle rechten voorbehouden. De inhoud is voor het laatst bijgewerkt op Augustus 6, 2015. Extra ondersteuningsbronnen beschikbaar

Nadere informatie

Cursus KeyCreator. Basisoefening 1:

Cursus KeyCreator. Basisoefening 1: Cursus KeyCreator Basisoefening 1: Tekening basisoefening 1 Tekenen Basisoefening 1. Om een inzicht te krijgen in het tekenen met KeyCreator 30 gaan we enkele basisoefeningen maken. Oefening 1A is een

Nadere informatie

Nero AG SecurDisc Viewer

Nero AG SecurDisc Viewer Handleiding SecurDisc Nero AG SecurDisc Informatie over auteursrecht en handelsmerken De handleiding en de volledige inhoud van de handleiding worden beschermd door het auteursrecht en zijn eigendom van

Nadere informatie

Met Office 2013 vertrouwd raken

Met Office 2013 vertrouwd raken Met Office 2013 vertrouwd raken 1 In dit hoofdstuk leer je hoe je DDe Office-omgeving verkent DDMet Office-bestanden werkt DDNiet-opgeslagen bestanden en versies herstelt DDe gebruikersinterface aanpast

Nadere informatie

Aan de slag. Zie meer opties Klik op deze pijl om meer opties te bekijken in een dialoogvenster.

Aan de slag. Zie meer opties Klik op deze pijl om meer opties te bekijken in een dialoogvenster. Aan de slag Microsoft PowerPoint 2013 ziet er anders uit dan eerdere versies, dus hebben we deze handleiding gemaakt, zodat u zo snel mogelijk aan de slag kunt. De benodigde opdrachten zoeken Klik op een

Nadere informatie

www.digitalecomputercursus.nl 6. Reeksen

www.digitalecomputercursus.nl 6. Reeksen 6. Reeksen Excel kan datums automatisch uitbreiden tot een reeks. Dit betekent dat u na het typen van een maand Excel de opdracht kan geven om de volgende maanden aan te vullen. Deze voorziening bespaart

Nadere informatie

GPS NAVIGATION SYSTEM QUICK START USER MANUAL

GPS NAVIGATION SYSTEM QUICK START USER MANUAL GPS NAVIGATION SYSTEM QUICK START USER MANUAL DUTCH Van start gaan Als u de navigatiesoftware de eerste keer gebruikt, wordt een automatisch proces gestart voor het instellen van de basisinstellingen.

Nadere informatie

Aan de slag. Meer opties Klik op deze pijl om meer opties in een dialoogvenster te zien.

Aan de slag. Meer opties Klik op deze pijl om meer opties in een dialoogvenster te zien. Aan de slag Microsoft PowerPoint 2013 ziet er anders uit dan eerdere versies. Daarom hebben we deze handleiding samengesteld om de leercurve zo kort mogelijk te maken. Vinden wat u zoekt Klik op een linttabblad

Nadere informatie

Menu. Open een document. Zoomen. Het Claro Boeklezer's menubalk bevat een aantal nuttige functies.

Menu. Open een document. Zoomen. Het Claro Boeklezer's menubalk bevat een aantal nuttige functies. Welkom Claro Boeklezer is een boek lezer die gebruikers in staat stelt om PDF bestanden te lezen of laten voorlezen met de ingebouwde schermlezer. Met deze boeklezer is het mogelijk om digitale boeken

Nadere informatie

De indeling van de werkbalken in je browser aanpassen

De indeling van de werkbalken in je browser aanpassen De indeling van de werkbalken in je browser aanpassen U kunt de indeling van Internet Explorer 6 eenvoudig aanpassen aan uw manier van werken U kunt veelgebruikte knoppen aan de werkbalk toevoegen, de

Nadere informatie

Op basis van klanten-,product-,barcodegegevens wordt automatisch een barcode document aangemaakt

Op basis van klanten-,product-,barcodegegevens wordt automatisch een barcode document aangemaakt Op basis van klanten-,product-,barcodegegevens wordt automatisch een barcode document aangemaakt Pagina 1 van 56 Inhoud van deze help 1. Algemeen 1.1 Inhoud van deze box. 1.2 Minimum systeemvereisten 2.

Nadere informatie

Waar u de menu-opdrachten en werkbalkknoppen op het Lint kunt vinden

Waar u de menu-opdrachten en werkbalkknoppen op het Lint kunt vinden Dit document is ontworpen om u te helpen uw favoriete menu-opdrachten en knoppen terug te vinden wanneer u begint met het werken met Asta Powerproject in de Lint modus. Het somt alle menu-opdrachten en

Nadere informatie

Opleiding: Webmail outlook 2007

Opleiding: Webmail outlook 2007 Opleiding: Webmail outlook 2007 1. Inloggen Via de website: 1. http://webmail.hostedexchange.be of via 2. http://www.mpcterbank.be/personeel e-mailadres = voornaam.achternaam@mpcterbank.be wachtwoord:

Nadere informatie

Eenvoudig creëren van dakhellingen Wanden worden automatisch bijgesneden Mogelijkheid tot het plaatsen van ramen

Eenvoudig creëren van dakhellingen Wanden worden automatisch bijgesneden Mogelijkheid tot het plaatsen van ramen THE WORLD OF 1 Daken Eenvoudig creëren van dakhellingen Wanden worden automatisch bijgesneden Mogelijkheid tot het plaatsen van ramen Glazen wand Verticaal opdelen is mogelijk Stijlen en regels kunnen

Nadere informatie

1. Werken met StabiCAD V Sparingen... 3. 1.1. Inleiding... 3 1.2. Bouwkundige plattegrond... 3 1.3. Verwante modules... 3

1. Werken met StabiCAD V Sparingen... 3. 1.1. Inleiding... 3 1.2. Bouwkundige plattegrond... 3 1.3. Verwante modules... 3 StabiCAD V Sparingen Inhoudsopgave 1. Werken met StabiCAD V Sparingen... 3 1.1. Inleiding................................................... 3 1.2. Bouwkundige plattegrond.....................................

Nadere informatie

Aan de slag met L2S. versie 8

Aan de slag met L2S. versie 8 Aan de slag met L2S versie 8 1 Aan de slag met L2S Deze handleiding geeft u de basisinformatie over L2S. Een uitgebreide handleiding vindt u in de werkbalk van het programma onder Help. Hieronder staat

Nadere informatie

HRM-Reviews Reviews Handleiding voor PZ

HRM-Reviews Reviews Handleiding voor PZ HRM-Reviews Reviews Handleiding voor PZ In deze uitgebreide handleiding vindt u instructies om met Reviews in the Cloud aan de slag te gaan. U kunt deze handleiding ook downloaden (PDF). TIP: De navigatie

Nadere informatie

Installatie EPLAN platform 2.3

Installatie EPLAN platform 2.3 Installatie EPLAN platform 2.3 Voorwoord Omdat er binnen de automatiseringstechniek steeds meer eisen aan de documentatie van machines en installaties worden gesteld, neemt de aandacht voor engineeringtools

Nadere informatie

StabiCAD V Veiligheid

StabiCAD V Veiligheid StabiCAD V Veiligheid Inhoudsopgave 1. Werken met StabiCAD V Veiligheid... 3 1.1. Inleiding................................................... 3 1.2. Bouwkundige plattegrond.....................................

Nadere informatie

P-touch Editor starten

P-touch Editor starten P-touch Editor starten Versie 0 DUT Inleiding Belangrijke mededeling De inhoud van dit document en de specificaties van dit product kunnen zonder voorafgaande kennisgeving worden aangepast. Brother behoudt

Nadere informatie

Office 2010 is in vele opzichten niet meer te vergelijken

Office 2010 is in vele opzichten niet meer te vergelijken Het nieuwe smoeltje van Office 2010 Otto Slijkhuis Office 2010 is in vele opzichten niet meer te vergelijken met Office 97. In 1996 werd Office 97 geïntroduceerd met als intern versienummer 8. Nu 13 jaar

Nadere informatie

SNEL AAN DE SLAG MET TecLocal

SNEL AAN DE SLAG MET TecLocal SNEL AAN DE SLAG MET TecLocal Versie 3.0 van TecLocal Besteller gebruiken INHOUD I. Aanmelding II. III. Functies Artikelselectie a. Handmatige artikelselectie b. Artikelselectie uit elektronische onderdeelcatalogus

Nadere informatie

Handleiding Pétanque Competitie Beheer. (versie 1.1) April 2014

Handleiding Pétanque Competitie Beheer. (versie 1.1) April 2014 Handleiding Pétanque Competitie Beheer (versie 1.1) April 2014 2 Algemeen Het programma Pétanque Competitie Beheer is gratis software voor de verwerking van halve en hele competities tot en met 99 speelrondes

Nadere informatie

Een toekomst voor ieder kind. www.altra.nl

Een toekomst voor ieder kind. www.altra.nl Een toekomst voor ieder kind www.altra.nl Excel Tips en trucs Knippen/kopiëren Kolommen verplaatsen Het is handig om de kolommen met de module en locatie als eerste twee in het overzicht te hebben. Selecteer

Nadere informatie

Inhoudsopgave Initiatie in de informatica Windows 7

Inhoudsopgave Initiatie in de informatica Windows 7 Inhoudsopgave Initiatie in de informatica Windows 7 1 De computer starten 1.1 Windows starten 1.2 De muis 1.3 Het toetsenbord 1.3.1 Tekst typen 1.3.2 Oefeningen 1.4 De computer afsluiten 2 Over computers

Nadere informatie

Hoofdstuk 1: De Word Gebruikersinterface

Hoofdstuk 1: De Word Gebruikersinterface Hoofdstuk 1: De Word Gebruikersinterface 1.0 Inleiding Word 2007 introduceerde de nieuwe Lint interface die de tot dan toe gebruikte menu s en werkbalken verving. Dit was een drastische wijziging. In Word

Nadere informatie

Taken automatiseren met Visual Basicmacro's

Taken automatiseren met Visual Basicmacro's Taken automatiseren met Visual Basicmacro's Als u niet bekend bent met macro's, moet u zich niet hierdoor laten afschrikken. Een macro is een opgenomen set toetsaanslagen en instructies waarmee u een taak

Nadere informatie

Tips en Tricks basis. Microsoft CRM Revisie: versie 1.0

Tips en Tricks basis. Microsoft CRM Revisie: versie 1.0 Tips en Tricks basis Microsoft CRM 2016 Revisie: versie 1.0 Datum: 23/03/2016 Inhoud 1. Basisinstellingen... 3 1.1 INSTELLEN STARTPAGINA... 3 1.2 INSTELLEN AANTAL REGELS PER PAGINA... 3 2. Algemene bediening...

Nadere informatie

1 De werkmap beschermen

1 De werkmap beschermen 1 De werkmap beschermen Er zijn veel redenen om een werkmap, of delen ervan, te willen afschermen of beschermen. Het kan zijn dat delen van een werkblad gegevens bevatten die nodig zijn bij een berekening,

Nadere informatie

Installatie EPLAN platform 2.5

Installatie EPLAN platform 2.5 Installatie EPLAN platform 2.5 Voorwoord Geachte EPLAN gebruiker, Wereldwijde initiatieven zoals Industry 4.0, Smart Manufacturing en de toegevoegde waardeketen vereisen innovatieve toepassingsmogelijkheden

Nadere informatie

Google Drive: uw bestanden openen en ordenen

Google Drive: uw bestanden openen en ordenen Google Drive: uw bestanden openen en ordenen Gebruik Google Drive om vanaf elke gewenste locatie uw bestanden, mappen, Google-documenten, Google-spreadsheets en Google-presentaties op te slaan en te openen.

Nadere informatie

Aan de slag. Het lint weergeven of verbergen Klik op Weergaveopties voor lint of druk op Ctrl+F1 om het lint weer te geven of te verbergen.

Aan de slag. Het lint weergeven of verbergen Klik op Weergaveopties voor lint of druk op Ctrl+F1 om het lint weer te geven of te verbergen. Aan de slag Microsoft Project 2013 ziet er anders uit dan eerdere versies. Daarom hebben we deze handleiding samengesteld om de leercurve zo kort mogelijk te maken. Werkbalk Snelle toegang Pas dit gebied

Nadere informatie