innovatie technologie wetenschap Financiering van innovatie in Vlaanderen De venture capital sector in internationaal perspectief

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "innovatie technologie wetenschap Financiering van innovatie in Vlaanderen De venture capital sector in internationaal perspectief"

Transcriptie

1 D U T S 24 Financiering van innovatie in Vlaanderen De venture capital sector in internationaal perspectief Sophie Manigart Wim Van Hyfte I E S innovatie wetenschap technologie VLAAMS INSTITUUT VOOR DE BEVORDERING VAN HET WETENSCHAPPELIJK-TECHNOLOGISCH ONDERZOEK IN DE INDUSTRIE

2 C o l o f o n Colofon IWT-Studies worden uitgegeven door het IWT in het kader van het werkprogramma van het IWT-Observatorium. De auteurs zijn echter persoonlijk verantwoordelijk voor de standpunten die worden ingenomen bij de uitwerking van deze Studies. Redactie } Ann Van den Bremt (secretariaat) Jan Larosse (coördinatie) Productie } Lemahieu & Partners Copyright } reproductie en gebruik is toegestaan mits bronvermelding. IWT-Observatorium Jan Larosse, Coördinator Donald Carchon, Informatiesysteem Ann Van den Bremt, Secretariaat Vincent Duchêne, Beleidsanalyse Bischoffsheimlaan Brussel Tel.: 02/ Fax: 02/ Web-site: Depotnummer: D/1999/7037/8 Verschenen in april 1999

3 24 Financiering van innovatie in Vlaanderen De venture capital sector in internationaal perspectief Prof. Sophie Manigart (Vlerick Leuven Gent Management School) Wim Van Hyfte (U Gent)

4 2 E n g l i s h Abstract a b s t r a c t In this paper, we examine the evolution of the venture capital industry in Belgium and, when possible in Flanders, from 1985 to 1997 and compare it with the situation in the United Kingdom, Germany, the Netherlands and France. Compared to the size of the Belgian economy, the venture capital sector is not lagging the development in other countries. The Belgian venture capital sector does, however, invest relatively less than in the Netherlands, and invest less in high tech companies than in the UK. There is no significant difference in investment size compared to the French and the German venture capital sectors, nor is the inflow of funds or the amount invested in early stage companies smaller. The most important factor positively influencing the development of the venture capital sector in the countries of the study, is the number of initial public offerings on the stock exchanges, whether it is on the main market, Euro.NM, Easdaq or Nasdaq. An important feature of the Flemish venture capital industry is the importance of direct government investment. Whereas in the other countries of the study, government prefers indirect measures to stimulate the venture capital sector, the Belgian and Flemish governments favour direct intervention. On the other hand, institutional investors such as insurance companies and pension funds, invest much less in venture capital companies than in the UK or the Netherlands. An interesting, but potentially dangerous evolution, is the fact that the capital under management has grown at a much higher rate than the number of professional venture capital managers. This implies that, on average, every venture capital manager has to invest and manage a larger portfolio than ten years ago. This may indicate that smaller deals will have a harder time finding an interested backer, but also that it is nowadays easier to finance very large deals.

5 3 I n h o u d s t a f e l Inhoudstafel English abstract Samenvatting Inleiding Waarom bestaat venture capital als onderscheiden financiële intermediair? Vergelijking van overheidsinitiatieven ter bevordering van venture capital Evolutie van het aanbod van venture capital in Europa Evolutie van de investeringen door de venture capital sector Conclusie Referenties Appendix A: Basisstatistieken van de afhankelijke en onafhankelijke variabelen Appendix B: Enkele voorbeelden van belangrijke indirecte initiatieven ter bevordering van venture capital in West Europa Appendix C: Definitie van verschillende investeringsstadia

6 4

7 5 S a m e n v a t t i n g Samenvatting In dit artikel wordt de evolutie van de venture capital industrie van 1985 tot 1997 bestudeerd in België en, indien mogelijk, in Vlaanderen, en vergeleken met de industrie in het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Nederland en Frankrijk. Deze industrie is belangrijk voor het financieren van ondernemingen die gebukt gaan onder grote informatie-asymmetrieën en potentiële agency-problemen, dus voornamelijk voor innovatieve en jonge ondernemingen. De cruciale rollen van venture capital managers bestaan dan ook uit het selecteren van de meest veelbelovende projecten vóór de financiering en het opvolgen en leveren van toegevoegde waarde na de financiering. Een interessante, maar potentieel gevaarlijke evolutie in alle landen is het feit dat het totaal beheerde bedrag veel meer gegroeid is dan het aantal professionele venture capital managers. Dit heeft tot gevolg dat elke venture capital manager gemiddeld een groter bedrag beheert en dient te investeren dan voorheen. Daardoor zullen zij enerzijds minder geïnteresseerd zijn in kleinere investeringen, maar zullen anderzijds grote projecten nu veel gemakkelijker financiering vinden. Er blijkt dat er in Vlaanderen enkele venture capital maatschappijen ontstaan zijn om de niche van kleinere projecten te bedienen. Relatief t.o.v. de grootte van de Belgische economie, is de Belgische venture capital sector niet kleiner dan deze in de andere landen van de studie. Er blijkt wel dat de Belgische venture capital sector relatief minder investeert dan de Nederlandse, en minder in hoogtechnologische ondernemingen dan in het Verenigd Koninkrijk. Er is echter geen significant verschil t.o.v. de Franse en Duitse venture capital industrie. Bovendien is noch de instroom van middelen in de sector, noch de investering in startende ondernemingen, kleiner. De factor die de grootste impact heeft op de evolutie van de venture capital industrie, is het aantal beursintroducties op ofwel de eerste markten, ofwel op Euro.NM, Easdaq of Nasdaq. Een belangrijk verschil van de Vlaamse venture capital industrie t.o.v. deze in de ons omringende landen is het belang van directe overheidsinvesteringen. In de buurlanden verkiest de overheid om de sector te stimuleren via indirecte maatregelen, zoals waarborgregelingen of fiscale tegemoetkomingen. In België en Vlaanderen is, via GIMV, SRIW en GIMB de overheid een zeer belangrijke directe investeerder in de venture capital sector. Daartegenover is het belang van institutionele investeerders, zoals pensioenfondsen en verzekeringsmaatschappijen, veel lager in België dan in Nederland of het Verenigd Koninkrijk. Indien deze investeerders gestimuleerd worden om méér in venture capital te investeren, dan zou dit een enorme groei van de venture capital industrie in België teweeg kunnen brengen.

8 6 I n l e i d i n g Inleiding Venture capital 1 wordt door de European Venture Capital Association (EVCA) gedefinieerd als het financieren van niet-beursgenoteerde ondernemingen d.m.v. (quasi) eigen vermogen, waarbij het rendement voornamelijk bekomen wordt dankzij meerwaarde bij verkoop op middellange termijn en waarbij de kapitaalverschaffers actieve managementondersteuning aan de gefinancierde onderneming bieden. Algemeen wordt aangenomen dat de venture capital industrie een belangrijk bijdrage kan leveren om jonge en innovatieve ondernemingen en industrieën te helpen tot bloei te brengen. Alhoewel slechts een zeer beperkt aantal ondernemingen met venture capital gefinancierd worden (Fenn en Liang, 1998; Manigart en Struyf, 1997), is dit voor deze ondernemingen vaak een zeer belangrijke bron van financiering die een hogere en vluggere groei mogelijk maakt (Manigart en Van Hyfte, 1999). Qua concept is venture capital eeuwenoud. De Oost- Indische Companie en andere handelsvloten, die specerijen en andere kostbaarheden meebrachten uit het Verre Oosten werden vaak gefinancierd met kapitaal van kleine investeerders, die in ruil aandelen in de onderneming kregen. Indien de schepen zonder averij terugkeerden uit hun verre reizen en hun kostbaarheden tegen hoge prijzen verkocht werden, streken de financiers een aanzienlijke meerwaarde op. Vaak echter vergingen de schepen met man en muis, waarbij de financiers hun volledige inleg verloren. Deze vorm van financiering verdient terecht het predikaat van venture capital. De venture capital sector als volwaardige industrie is echter van recentere datum. Na de Eerste Wereldoorlog verleenden rijke families en private investeerders in de Verenigde Staten opstartfinanciering aan ondernemingen zoals Xerox (Bygrave en Timmons, 1992). De eerste formele venture capital onderneming, ARD, werd in 1946 opgericht door generaal Doriot, een professor van Harvard Business School, en onder impuls van de president van de Federal Reserve Bank in Boston en van verschillende vooraanstaande professoren van MIT. Eén van de succesverhalen van ARD is haar investering van $ in 1957 voor 77% van de aandelen van een startende onderneming, Digital Equipment Corporation (Bygrave en Timmons, 1992). Onnodig te specifiëren dat dit een uiterst rendabele investering bleek te zijn! In Europa waren er eveneens enkele vergelijkbare, maar geïsoleerde initiatieven in de na-oorlogse periode : er werden investeringsmaatschappijen opgericht met als doel eigen vermogen te verschaffen aan niet-beursgenoteerde ondernemingen. Denken we hierbij aan Investco uit de Almanij-groep in Vlaanderen, de Nationale Investeringsbank in Nederland en 3i in het Verenigd Koninkrijk. Er waren echter belangrijke verschillen tussen de Europese en de Amerikaanse investeringsmaatschappijen : de eersten investeerden voornamelijk in meer mature, meestal familiale ondernemingen in traditionele sectoren, terwijl de laatsten voornamelijk investeerden in startende ondernemingen, veelal met een hoogtechnologische component. Vandaar dat algemeen aanvaard wordt dat de Amerikaanse venture capital industrie één van de belangrijkste katalysatoren is in de groei van Amerikaanse hoogtechnologische sectoren, zoals de halfgeleiderindustrie, de computerindustrie en de biotechnologie (Bygrave en Timmons, 1992). Dit verschil tussen de Amerikaanse en Europese venture capital industrie is voornamelijk toe te schrijven aan de achtergrond van de pioniers : daar waar de Amerikaanse investeerders zeer dicht bij de ondernemers stonden en dikwijls zelf ondernemers geweest waren, waren de Europese pioniers in de sector hoofdzakelijk ex-bankiers (Manigart, 1994 ; Sapienza et al., 1996). In de jaren 70 hebben Amerikaanse venture capital ondernemingen fondsen opgezet in het Verenigd Koninkrijk, die werkten naar Amerikaans voorbeeld ; daarna zijn gelijkaardige initiatieven genomen op het Europese vasteland, te beginnen met Nederland (Ooghe et al., 1991; Manigart, 1994). De eerste Vlaamse venture capital maatschappij is de Gewestelijke Investeringsmaatschappij van Vlaanderen (GIMV), opgericht in Door frequente contacten met Amerikaanse venture capital managers, door opleiding van Vlaamse investeringsmanagers in Amerikaanse maatschappijen en door participaties in Amerikaanse venture capital fondsen (Boogmans, 1988), heeft de GIMV de Amerikaanse manier van werken aangeleerd. Het was wachten tot het midden van de tachtiger jaren vooraleer de privé-sector gelijkaardige initiatieven genomen heeft in Vlaanderen ; de actieve pioniers waren Advent België (gelinkt met het Amerikaanse investeringsfonds Advent), Euroventures

9 7 Benelux (de Benelux-arm van het Euroventures Europees netwerk van venture capital fondsen) en Benevent (Boogmans, 1988; Manigart, 1993). In deze bijdrage zal nagegaan worden hoe de venture capital industrie zich ontwikkeld heeft in Vlaanderen, of indien specifieke Vlaamse gegevens ontbreken zal België het studie-object zijn. De evolutie zal vergeleken worden met deze in andere Europese landen, met name het Verenigd Koninkrijk, Nederland, Frankrijk en Duitsland. Deze landen zijn weerhouden in deze studie wegens het feit dat ze belangrijke handelspartners zijn voor Belgische ondernemingen en/of omdat ze een sterk ontwikkelde venture capital industrie hebben. Er zal benadrukt worden wat het belang van deze industrie is voor het financieren van hoogtechnologische en innovatieve ondernemingen. In deze bijdrage zullen we de situatie in Europa op zich bestuderen, zonder veel te vergelijken met wat gebeurt in andere delen van de wereld. Hiervoor verwijzen we naar de recente benchmarking-studie van Bannock Consulting (1998), waar de Europese venture capital industrie en omgevingsfactoren vergeleken worden met deze in de Verenigde Staten en Israël. We zullen ons hier bovendien beperken tot de formele venture capital industrie. Informele investeerders of business angels zijn belangrijk voor de financiering van innovatieve ondernemingen in Vlaanderen (Debackere et al., 1998 ; Manigart en Struyf, 1997), maar omdat overzichtsstatistieken hierover ontbreken, worden deze intermediairs buiten beschouwing gelaten. Vooraleer empirisch na te gaan hoe de venture capital industrie geëvolueerd is, zullen theoretische verklaringen gegeven worden voor het bestaan van venture capital als financiële intermediair, naast banken en kapitaalmarkten. Hieruit zal blijken dat venture capital financiering vooral belangrijk is voor ondernemingen met hoge informatieasymmetrieën, dus voor jonge en hoogtechnologische ondernemingen. Daarna worden overheidsinitiatieven ter stimulering van de venture capital industrie vergeleken en wordt nagegaan wat de determinanten zijn van directe overheidsinvesteringen in deze sector. De evolutie van het globale aanbod van venture capital wordt geanalyseerd, gevolgd door de evolutie van de investeringen, met de nadruk op investeringen in jonge ondernemingen en in hoogtechnologische sectoren. De voornaamste bron van gegevens gebruikt in deze bijdrage zijn de jaarlijkse statistieken van de Europese Venture Capital Association 2, aangevuld met gegevens uit andere statistische bronnen of uit eerder uitgevoerde studies. Een besluit rondt het geheel af. 1 In deze tekst zal de Engelse term venture capital gebruikt worden. De Nederlandse vertaling die soms gebruikt wordt, risicokapitaal, dekt een veel ruimer begrip : alle financiering met aandelenkapitaal is immers risicokapitaal. 2 Alhoewel er zeker in de beginjaren van het verzamelen van deze statistieken kritiek kan gegeven worden op de validiteit en de volledigheid van deze statistieken, worden deze gegevens toch consistent gebruikt in deze studie teneinde de vergelijkbaarheid over de jaren heen te vrijwaren.

10 8 H o o f d s t u k 1 Waarom bestaat venture capital als onderscheiden financiële intermediair? Om inzicht te verwerven in het belang van venture capital, is het nuttig inzicht te krijgen in de redenen van bestaan van deze sector. Wat kan de venture capital sector als financiële intermediair wat andere financiers, zoals banken of de publieke financiële markten, niet kunnen? In perfecte markten is er steeds financiering beschikbaar voor goede projecten. In de reële economische wereld zijn er echter twee grote obstakels : informatie-asymmetrieën en potentiële agency problemen. Informatie-asymmetrieën duiden op het feit dat ondernemers meer informatie hebben over het project, de technologie, de vooruitzichten, enz. dan buitenstaanders, zoals potentiële financiers. Het louter vertellen wat er gebeurt, lost dit probleem niet op, aangezien een derde partij nooit zeker is dat de volledige waarheid verteld wordt. Bovendien bezitten de buitenstaanders niet steeds de nodige kennis om gespecialiseerde know-how te vatten : het is bijvoorbeeld uiterst moeilijk om de waarde van een biotechnologisch project in te schatten voor een leek. Agency problemen duiden op het feit dat, wanneer ondernemers gefinancierd worden met externe middelen, hetzij een lening, hetzij kapitaal, de externe financiers weinig controle kunnen uitoefenen op de aanwending van die middelen. Dit kan twee problemen met zich meebrengen : (i) de ondernemer kan moedwillig de middelen aanwenden voor andere doeleinden dan oorspronkelijk gepland, met als extreem geval het plegen van fraude (dit wordt in de literatuur het moral hazard probleem genoemd) en (ii) het is mogelijk dat de ondernemer onvoldoende capaciteiten bezit als ondernemer om het project succesvol uit te voeren en daardoor onvrijwillig verkeerde beslissingen neemt (het zogenaamde adverse selection probleem). Informatie-asymmetrieën en agency problemen maken dat economisch goede projecten soms niet gefinancierd worden. Traditionele bankiers lossen deze problemen op door de recente geschiedenis van de onderneming in kwestie door te lichten vóór de financiering, door zakelijke en/of persoonlijke waarborgen te eisen en door beschermende clausules in te bouwen, wat hun positie ná de financiering beschermt tegen negatieve ontwikkelingen en/of slechte beslissingen in de onderneming. Indien echter de onderneming geen materiële activa heeft die als waarborg kunnen gebruikt worden, indien ze nog geen geschiedenis heeft, of indien er grote informatieasymmetrieën zijn, dan zullen bankiers terecht kredieten weigeren aan deze onderneming, zelfs indien de voorgestelde projecten goed zijn. Hoogtechnologische, innovatieve en startende ondernemingen zullen dus dikwijls moeilijkheden ondervinden om traditionele financiering te verkrijgen (Amit et al., 1998). Bij innovatieve ondernemingen zijn immers de informatie-asymmetrieën hoog : voor niet-specialisten is het vaak zeer moeilijk om te begrijpen waar het project om gaat en in te schatten wat het economisch potentieel ervan is. Bovendien is het belangrijkste bezit van deze ondernemingen vaak immateriële kennis, opgedaan via onderzoek en ontwikkeling. Dit heeft weinig waarde als potentiële waarborg, maar is uiterst belangrijk voor de toekomstige ontwikkeling. Bij startende ondernemingen kan het verleden bovendien geen richtsnoer zijn voor het toekomstpotentieel. Deze ondernemingen en sectoren hebben dus het meeste nood aan financiers die informatie-asymmetrieën kunnen minimaliseren, een taak die noch door bankiers, noch door de kapitaalmarkten kan vervuld worden. Venture capital maatschappijen hebben als fundamentele taak het dichten van de financieringskloof, die bestaat voor goede projecten die geen traditionele financieringsbronnen kunnen aanspreken wegens informatie-asymmetrieën en agency problemen (Manigart en Sapienza, 1999). Om dit goed te kunnen doen moeten ze zich specialiseren in het screenen en selecteren van de projecten vóór de investering en het opvolgen ervan ná de investering (Admati en Pfleiderer, 1994 ; Reid, 1996). De voornaamste taken van venture capital managers bestaan er dan ook in ervoor te zorgen dat (Berger en Udell, 1998) (i) ondernemers alle relevante informatie doorspelen naar financiers, teneinde de informatie-asymmetrieën te reduceren, en dit zowel vóór als ná de investering en (ii) de kosten voor het delegeren van beslissingen naar ondernemers te minimaliseren, teneinde de agency kosten te minimaliseren. Venture capital managers dienen in eerste instantie efficiënt te zijn in het selecteren van goede ondernemingen en projecten (Fried en Hisrich, 1994). Om de voorgestelde projecten op hun economische merites te beoordelen, voeren venture capital managers uitgebreide screenings-

11 9 en waarderingsprocedures uit (Manigart et al., 1997). Hiervoor gebruiken ze voornamelijk informatie uit het business plan van de onderneming, aangevuld met interviews met het management team, en gaan ze te rade bij sectorspecialisten, vooral voor innovatieve, hoogtechnologische projecten (Manigart et al., 1997). Hierdoor kunnen ze zich een beter beeld vormen van de projecten dan bankiers, die uiteraard een groter aantal projecten dienen te beoordelen en dit niet zo diepgaand kunnen doen. Het selectieproces van dit soort projecten kan door venture capital managers efficiënter uitgevoerd worden dankzij schaaleconomieën, die ze realiseren door te investeren in een groot aantal projecten, of door leercurve-effecten, m.n. door te investeren in gelijkaardige projecten en dus te specialiseren in bepaalde sectoren, technologieën of stadia van ondernemingsgroei (Sahlman, 1990). De tweede rol van venture capital managers is het opvolgen of monitoren van de onderneming na de investering (Sapienza et al., 1996), in tegenstelling tot bankiers die zich door hun groot aantal financieringen dienen te beperken tot een zeer passieve en weinig diepgaande opvolging. De permanente en intensieve opvolging heeft een tweeledig doel : controle en waardecreatie. Vooreerst zorgt regelmatige controle ervoor dat agency problemen, en voornamelijk moral hazard problemen, geminimaliseerd wordt (Admati & Pfleiderer, 1994; Barry et al., 1990; Lerner, 1995). Dit betekent dat ondernemers veel moeilijker moedwillig acties kunnen ondernemen die ingaan tegen het belang van de financiers. Opnieuw kan gespecialiseerde kennis van het ondernemingsgebeuren of van sectoren en technologieën hierbij een voorsprong geven aan venture capital managers (Hall en Hofer, 1993; Sahlman, 1990). Vooral in sectoren waar de activa weinig waarde hebben als waarborg, omdat ze voornamelijk immaterieel (vb. door onderzoek en ontwikkeling) of zeer specifiek zijn (dus moeilijk verkoopbaar aan andere partijen), is dit belangrijk (Sahlman, 1990). Ook indien toekomstige groei-opties de belangrijkste waardecomponent van ondernemingen uitmaken is het intensief opvolgen van projecten noodzakelijk, aangezien de waarde van de onderneming in dit geval volledig afhangt van de toekomst, eerder dan van de huidige bezittingen van de onderneming (Gompers, 1996). Opnieuw blijkt dat intensieve opvolging voornamelijk van belang is voor ondernemingen waar grote informatie-asymmetrieën bestaan (Amit et al., 1998; Sapienza en Gupta, 1994), dus voor de innovatieve, hoogtechnologische, jonge ondernemingen. De tweede doelstelling van een intensieve begeleiding is toegevoegde waarde te creëren in de onderneming (Amit et al., 1998; Sapienza et al., 1996), waardoor de waarde voor zowel ondernemers als financiers toeneemt 3. De meeste studies over dit onderwerp concluderen dat voornamelijk de goede venture capital managers dit effectief doen (vb. Lerner, 1994) : venture capital financiering is méér dan enkel geld. Opnieuw is dit een rol waarin venture capital zich onderscheidt van traditionele bankfinanciering. Dit betekent niet dat bankfinanciering niet belangrijk is voor het financieren van KMOs. Integendeel : Bannock (1998) schat dat er ongeveer 100 maal meer financiering ter beschikking gesteld wordt aan KMOs door banken dan door de venture capital industrie. Er zijn echter geen gegevens beschikbaar met betrekking tot het financieren van innovatieve ondernemingen door de banksector. Vermoed wordt dat, voornamelijk in vroege ontwikkelingsstadia van innovatieve ondernemingen, venture capital een zeer positieve rol speelt. Die rol is, zoals beschreven, niet enkel uit te drukken in monetaire termen, maar de signaalfunctie die uitgaat van het doorstaan van strenge selectieprocedures en het actief opvolgen van de participatie na het investeren door venture capital managers zullen bankiers ertoe aanzetten om soms aanzienlijke kredieten te verstrekken aan ondernemingen, die ze zonder venture capital participatie niet gefinancierd zouden hebben. Om een eerste idee te krijgen over de omvang van de venture capital industrie in Vlaanderen, toont tabel 1 de evolutie van het aantal Vlaamse en niet-vlaamse leden van de European Venture Capital Association van 1988 tot 1997, samen met het beheerd vermogen. Alle organisaties die hun werkadres in Vlaanderen hebben, samen met enkele Brusselse venture capital organisaties die een duidelijk Vlaams profiel hebben (vb. Investco van de Almanijgroep), worden als Vlaamse venture capital maatschappijen gedefinieerd. Organisaties met een duidelijk nationaal karakter worden niet als Vlaams beschouwd (vb. Isep

12 10 Waarom bestaat venture capital als onderscheiden financiële intermediair? tot 1993 ; daarna wordt Isep als Vlaams beschouwd, want in dat jaar is de maatschappij verhuisd naar Mechelen). Bij de interpretatie van het beheerd vermogen door niet- Vlaamse leden dient rekening gehouden te worden met het feit dat niet alle niet-vlaamse leden het beheerd vermogen rapporteren ; kolom (7) geeft weer hoeveel niet- Vlaamse leden dit wel doen 4. Het procentueel aandeel van het vermogen, beheerd door Vlaamse EVCA-leden, is daardoor wat overschat. In kolom (9) wordt niet enkel rekening gehouden met het beheerd vermogen, zoals gerapporteerd door alle Belgische EVCA-leden, maar wordt het geschat vermogen, beheerd door de S.R.I.W. (de Waalse tegenhanger van de GIMV), bij het totaal vermogen beheerd door Belgische EVCA-leden gevoegd in die jaren waarin S.R.I.W. geen EVCA-lid is. Deze correctie wordt doorgevoerd, omdat de S.R.I.W. een vermogen van bijna 24 miljard BEF beheerde in 1994 (laatst beschikbare gegevens). Het ontbreken van S.R.I.W. brengt dan ook een grote onderschatting van het beheerd vermogen door niet-vlaamse EVCA leden met zich mee en dus een overschatting van het Vlaamse aandeel in het geheel in kolom 8. Bij het interpreteren van de tabel dienen we te benadrukken dat niet alle venture capital maatschappijen lid zijn van EVCA ; het vermogen, beheerd door alle Belgische venture capital maatschappijen, is dus groter dan gerapporteerd in tabel 1. Het is echter onmogelijk om in te schatten of het voornamelijk Vlaamse, dan wel niet- Vlaamse maatschappijen zijn die geen lid zijn van EVCA. Dit kan uiteraard een vertekening van het Vlaamse aandeel met zich meebrengen. Tabel 1 dient dan ook met de nodige voorzichtigheid geïnterpreteerd te worden. Uit tabel 1 blijkt dat er telkens méér Vlaamse venture capital maatschappijen lid zijn van EVCA dan niet- Vlaamse, behalve in 1992 en Tot en met 1993 beheren de Vlaamse en niet-vlaamse EVCA leden ongeveer hetzelfde vermogen ; tot die datum is dus ongeveer evenveel financiering beschikbaar voor Vlaamse en voor niet-vlaamse ondernemingen. Vanaf 1994 wordt het Vlaamse aandeel wel aanzienlijker : ongeveer twee derden van het vermogen, beheerd door EVCA-leden, wordt beheerd door Vlaamse venture capital maatschappijen (kolom 9). Deze conclusies dienen wel voorzichtig geïnterpreteerd te worden, aangezien niet alle Belgische venture capital maatschappijen lid zijn van EVCA. In 1995 waren bijvoorbeeld 19 venture capital maatschappijen lid van de Belgian Venturing Association (BVA - de nationale sectorvereniging), tegenover 14 Belgische EVCA-leden ; in 1996 waren er 23 BVA-leden ten opzichte van 13 Belgische EVCA-leden. De belangrijkste maatschappijen zijn wel allen lid, behalve S.R.I.W. vanaf Het gerapporteerd beheerd vermogen door BVA-leden bedroeg immers in miljard BEF in 1995 en 53 miljard in 1996, t.o.v. 60 miljard BEF beheerd door Belgische EVCAleden in 1995 en Debackere et al. (1998) schatten het belang van de Vlaamse venture capital maatschappijen in de Belgische venture capital sector op 87% in 1997, wat heel wat hoger is dan 67% volgens het EVCA ledenbestand. Gezien het feit dat de schatting van Debackere et al. veel nauwkeuriger is dan de schatting in tabel 1, wordt de schatting van 87% verder gebruikt in deze studie. Gebrek aan historische gegevens laten echter niet toe om dezelfde werkwijze als Debackere et al. toe te passen op historische gegevens. 3 Traditionele bankiers hebben geen baat bij grote waardecreatie, aangezien hun rendement beperkt blijft tot de vooraf afgesproken interesten. Aangezien venture capital maatschappijen voornamelijk met (quasi) eigen vermogen financieren, verhoogt hun rendement wel evenredig met de waardestijging van de onderneming. 4 Quasi alle Vlaamse leden rapporteren het beheerd vermogen.

13 Waarom bestaat venture capital als onderscheiden financiële intermediair? 11 tabel 1 Aantal Belgische EVCA leden en beheerd vermogen, opgesplitst in Vlaamse en niet-vlaamse leden 5 JAAR # VLAAMSE # NIET- # BELGISCHE BEHEERD BEHEERD # NIET % VLAAMS % VLAAMS LEDEN VLAAMSE LEDEN LEDEN VERMOGEN VLAAMSE VERMOGEN -VLAAMSE NA LEDEN (BEF) NIET-VLAAMSE LEDEN (BEF) CORRECTIE (1) (2) (3) (4) (5) (6) (7) (8) (9) Kolom (2) : aantal EVCA-leden met zetel in Vlaanderen of in Brussel, met Vlaams karakter Kolom (3) : aantal Belgische EVCA-leden, die niet vervat zijn in kolom (2) Kolom (4) : totaal aantal Belgische EVCA-leden = (1)+(2) Kolom (5) : totaal gerapporteerd vermogen beheerd door de EVCA-leden, begrepen in kolom (2) Kolom (6) : totaal gerapporteerd vermogen beheerd door de EVCA-leden, begrepen in kolom (3) Kolom (7) : aantal niet-vlaamse leden die beheerd vermogen gerapporteerd hebben, begrepen in kolom (6) Kolom (8) : procentueel aandeel van het vermogen, beheerd door Vlaamse EVCA-leden, in het totaal vermogen, beheerd door Belgische EVCA-leden Kolom (9) : procentueel aandeel van het vermogen, beheerd door Vlaamse EVCA-leden, in het totaal vermogen, beheerd door Belgische EVCA-leden, aangevuld met geschat beheerd vermogen door SRIW in 1988, 1995, 1996 en Venture capital maatschappijen hebben als fundamentele taak het dichten van de financieringskloof, die bestaat voor goede projecten die geen traditionele financieringsbronnen kunnen aanspreken wegens informatie-asymmetrieën en agency problemen (Manigart en Sapienza, 1999). Om dit goed te kunnen doen moeten ze zich specialiseren in het screenen en selecteren van de projecten vóór de investering en het opvolgen ervan ná de investering. Intensieve opvolging is voornamelijk van belang voor ondernemingen waar grote informatie-asymmetrieën bestaan, dus voor de innovatieve, hoogtechnologische, jonge ondernemingen. Ongeveer 100 maal meer financiering ter beschikking gesteld wordt aan KMOs door banken dan door de venture capital industrie. SAMENVATTING HOOFDSTUK 1

14 12 H o o f d s t u k 3 Vergelijking van overheidsinitiatieven ter bevordering van venture capital Gezien het feit dat de venture capital sector duidelijk een onderscheiden rol speelt in een economie, en voornamelijk belangrijk is voor de ontwikkeling van startende en innovatieve ondernemingen die kunnen zorgen voor economische hernieuwing, is het te begrijpen dat zowel nationale overheden als de Europese Gemeenschap initiatieven genomen hebben ter stimulering van venture capital (OECD, 1997). Dit kunnen zowel directe initiatieven zijn, m.n. het opzetten van venture capital ondernemingen met overheidsgeld, als indirecte maatregelen, zoals het zorgen voor een aantrekkelijker institutioneel, fiscaal en wettelijk kader. DIRECTE OVERHEIDSINVESTERINGEN Figuren 1a 5, 1b en 1c vergelijken de directe overheidsinvesteringen in venture capital in verschillende Europese landen, zowel in absolute bedragen (figuur 1a) als relatief t.o.v. het totaal bedrag aan nieuwe middelen dat in dat welbepaalde jaar naar de venture capital industrie gevloeid is (figuur 1b) en t.o.v. het Bruto Binnenlands Product van het betreffende land (figuur 1c). Het is duidelijk dat directe overheidsinvesteringen in de tweede helft van de jaren 80 door de meeste overheden beschouwd werden als een belangrijke stimulans voor de sector 6. De evolutie van directe overheidsinvesteringen in het Verenigd Koninkrijk is zeer opvallend. Daar waar dit vanaf 1990 quasi tot nul gereduceerd was, steeg het vanaf 1994 continu ; in 1996 heeft de overheid Ecu geïnvesteerd en in 1997 zelfs Ecu. Alhoewel dit absoluut en uitgedrukt als percentage van het BBP belangrijk is, is het relatief belang ervan t.o.v. de totale investering in de industrie gering, doordat de venture capital industrie daar zo groot is (cfr. infra). Eenzelfde evolutie kan geconstateerd worden in Duitsland. In België daarentegen is het relatieve aandeel van de overheid uiterst belangrijk : méér dan de helft van het kapitaal, geïnvesteerd in de venture capital industrie in de jaren 80, kwam van de overheid. Dit is het grootste percentage van de landen uit de studie. Uiteraard zijn hierbij de investeringen in GIMV, GIMB, SRIW en dochtermaatschappijen belangrijk. Zowel het absolute als het relatieve belang van directe overheidsinvesteringen is echter afgenomen in België vanaf 1990 (met 1993 als uitzonderingsjaar). Teneinde de evolutie van directe overheidsinvesteringen in de venture capital sector te verklaren, werden regressieanalyses uitgevoerd. De afhankelijke variabele is telkens het bedrag aan directe overheidsinvesteringen in de venture capital sector, relatief t.o.v. het bruto binnenlands product. De verklarende variabelen zijn : (i) 4 dummyvariabelen, om de invloed van de landen Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Nederland en Duitsland t.o.v. België na te gaan ; (ii) macro-economische variabelen 7, nl. de groei van het Bruto Binnenlands Product (BBP), de outputgap 8 als conjunctuurindicator, de reële langetermijn en kortetermijn interestvoet, het aantal beursintroducties en het beursrendement van de respectievelijke nationale beurzen ; en (iii) de evolutie van de venture capital industrie in elk land, met een tijdsverschuiving van één jaar 9, zoals het totaal bedrag aan nieuwe middelen, het bedrag aan nieuwe middelen aangebracht door privépartijen, het totaal bedrag aan investeringen, het totaal bedrag aan investeringen in de zaai- en opstartfase 10 en het totaal bedrag aan investeringen in hoogtechnologische ondernemingen, telkens relatief t.o.v. het BBP uitgedrukt. De keuze van de macro-economische variabelen is geïnspireerd doordat ze geacht worden een verklaring te kunnen geven voor venture capital investeringen (Bygrave en Timmons, 1992 zie ook verder). Appendix A geeft de basisstatistieken en de correlatie tussen de verschillende variabelen. Het gemiddeld bedrag aan overheidsinvestering in de venture capital sector bedraagt 0,017% van het BBP, voor de 13 jaar van de studie en voor de vijf landen samen, terwijl het minimum 0% en het maximum 0,343% van het BBP bedraagt. Hieruit blijken opnieuw de enorme verschillen die tussen de verschillende landen bestaan. Uit de correlatietabel blijkt verder dat de macro-economische variabelen niet sterk met elkaar gecorreleerd zijn, behalve de groei van het BBP met de outputgap (beiden zijn immers conjuncturele indicatoren), de korte- met de langetermijn interestvoeten en het rendement van de aandelenbeurzen met de interestvoeten. In tabel 2 worden de resultaten van twee regressiemodellen weergegeven. In het eerste model (regressie 1) werden enkel de macro-economische variabelen opgenomen; in het tweede model (regressie 2) werden deze aan-

15 13 gevuld met de sectorvariabelen. Voor elk model wordt voor elke variabele de geschatte coëfficiënt gegeven en de p-waarde, wat een statistische maatstaf is voor de waarschijnlijkheid dat de coëfficiënt inderdaad verschillend is van nul. Een waarde van 0,1 wordt hier als bovengrens genomen voor statistische signficantie : indien de p- waarde kleiner is dan 0,1 kunnen we met vrij grote waarschijnlijkheid zeggen dat de coëfficiënt verschillend is van nul. Deze coëfficiënten worden in het vet aangeduid ; de niet-statistisch significante coëfficiënten zullen niet besproken worden. Verder wordt voor elk model de aangepaste R 2 gegeven, wat een maatstaf is voor de mate waarin het model een verklaring geeft voor variaties in de afhankelijke variabele. Hoe hoger R 2 hoe groter de verklarende kracht van het model. De aangepaste R 2 houdt bovendien rekening met het aantal variabelen in het model 11. Uiteindelijk geeft N aan hoeveel cases gebruikt werden om het model te schatten. Uit de regressies blijkt dat de land-dummies en de macroeconomische variabelen alleen de verschillen in overheidsinvesteringen niet kunnen verklaren (regressie 1 : aangepaste R 2 kleiner dan nul). In het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Duitsland zijn de directe overheidsinvesteringen (relatief t.o.v. het BBP) wel significant kleiner dan in België. In het uitgebreid model blijven alle land-coëfficiënten negatief, maar enkel de coëfficiënt van Duitsland is significant. Hieruit kunnen we concluderen dat, controlerend voor macro-economische en sectorspecifieke effecten, de overheid in België veel meer dan in de ons omringende landen direct investeert in de venture capital sector. De groei van het BBP en de reële interestvoeten hebben geen enkel effect op overheidsinvesteringen. De outputgap als conjunctuurindicator en het rendement van de aandelenbeurzen hebben echter een significant positieve invloed en het aantal beursintroducties een negatieve invloed op de overheidsinvesteringen, wanneer sector-specifieke variabelen in de regressie opgenomen worden. De belangrijkste verklarende factoren voor de directe investeringen van de overheid in de venture capital sector zijn de evoluties in de sector zelf. Indien deze variabelen in de regressies opgenomen worden, stijgt de verklarende kracht tot een aangepaste R 2 van 64% (regressie 2). Hoe Tabel 2 verklaring van directe overheidsinvesteringen (relatief t.o.v. BBP) REGRESSIE 1 REGRESSIE 2 coëfficiënt p- waarde coëfficiënt p-waarde Intercept,038237,947,60706,130 Verenigd Koninkrijk -,512773,073 -,14218,731 Frankrijk -,635099,016 -,25291,168 Nederland -,279288,299 -,19938,272 Duitsland -,466791,077 -,36926,041 Groei BBP 2,803206,544-2,85045,336 Outputgap -,067669,376,16522,005 Reële LT interest,000371,997,06120,336 Reële KT interest,057009,435 -,07654,111 # Beursintroducties,002041,670 -,01031,012 Rendement beurs,003714,330,00844,000 Volgende variabelen met één jaar vertraging Totale inflow,91762,000 Privé inflow -,84985,000 Totaal investeringen,07306,681 Zaai- & opstartinvesteringen -5,02138,000 High tech investeringen -,05238,855 Aangepaste R 2 0,64 N méér geld er gevloeid is naar de venture capital industrie het jaar voordien, maar hoe minder daarvan geïnvesteerd werd door private investeerders, hoe belangrijker de overheidsinvesteringen worden. Dit resultaat dienen we echter voorzichtig te interpreteren : het verschil tussen de totale inflow en de inflow van privé-investeerders is gelijk aan inflow van de overheid, vermeerderd met gerealiseerde meerwaarden die beschikbaar blijven voor herinvesteringen. Het belang van overheidsinvesteringen lijkt dus sterk gedetermineerd te worden door het bedrag dat het jaar voordien geïnvesteerd werd. Er blijkt wel zeer duidelijk dat hoe minder de venture capital industrie geïnvesteerd heeft in startende ondernemingen, hoe belangrijker directe overheidsinvesteringen worden, onafhankelijk van het totaal bedrag aan investeringen of van investeringen in hoogtechnologische ondernemingen. Deze evolutie zien we duidelijk in bij voorbeeld Duitsland en het Verenigd Koninkrijk. Daar werden de

16 14 Figuur 1a Directe Overheidsinvesteringen in Venture Capital (in 000 Euro) België Frankrijk Duitsland Nederland Verenigd Koninkrijk Figuur 1b Directe Overheidsinvesteringen t.o.v. totale investeringen in Venture Capital (in %) België Frankrijk Duitsland Nederland Verenigd Koninkrijk

17 15 Figuur 1c Directe Overheidsinvesteringen t.o.v. BBP (in %) 0,40 0,35 0,30 0,25 0,20 0,15 0,10 0,05 0, België Frankrijk Duitsland Nederland Verenigd Koninkrijk Figuur 1c bis Directe Overheidsinvesteringen t.o.v. BBP (in %) 0,050 0,045 0,040 0,035 0,030 0,025 0,020 0,015 0,010 0,005 0, België Frankrijk Duitsland Nederland Verenigd Koninkrijk

18 14 Vergelijking van overheidsinitiatieven ter bevordering van venture capital laatste jaren directe overheidsinvesteringen in absolute bedragen opnieuw belangrijk, niettegenstaande de sector als geheel zeer sterk gegroeid is. Dit kan tegenstrijdig lijken : waarom dient de overheid immers rechtstreeks te investeren in een sector die zich, dankzij privé-geld, zeer sterk ontwikkeld heeft? De regressies tonen duidelijk aan dat de overheid investeert om het gebrek aan investeringen in de zaai- of startfase van ondernemingen op te vangen. Deze fase is de meest risicovolle en heeft zich daarom minder sterk ontwikkeld dan investeringen in latere ondernemingsfasen (cfr. infra). Vandaar dat verschillende overheden gemeend hebben zich verder expliciet te moeten engageren voor dit soort investeringen. INDIRECTE OVERHEIDSSTIMULANSEN In appendix B, voornamelijk gebaseerd op OECD (1997) en diverse jaargangen van het Europese Venture Capital Yearbook (uitgegeven door EVCA), wordt een beperkt overzicht gegeven van belangrijke indirecte stimulansen ter bevordering van risicokapitaal. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen financiële stimulansen en institutionele regelgeving. In deze laatste categorie is voornamelijk begrepen het versoepelen van beleggingsregels voor institutionele beleggers, zoals pensioenfondsen en verzekeringsmaatschappijen, waardoor ook zij méér kunnen investeren in hetzij venture capital maatschappijen, hetzij rechtstreeks in kleine, niet-beursgenoteerde ondernemingen. Zo werden in Frankrijk in 1998 de restricties op beleggingen van levensverzekeringsmaatschappijen soepeler, om hen toe te laten een relatief beperkt deel van hun beleggingen toe te wijzen aan venture capital beleggingen. In België mogen pensioenfondsen (tot 31/12/1998) en verzekeringsmaatschappijen maximaal 30% van hun vermogen investeren in niet-beursgenoteerde ondernemingen. Niettegenstaande het feit dat de overheid venture capital wenst te promoten, is het verwonderlijk dat er recent een Koninklijk Besluit goedgekeurd geworden is waardoor pensioenfondsen slechts 10% van hun vermogen in niet-genoteerde effecten mogen beleggen vanaf 1/1/1999. Dit houdt in dat de potentiële groei van de venture capital sector afgeknot geworden is. Toch wordt vermoedelijk het huidige maximum van 10% nog niet bereikt, waardoor er een beperkte groei van de instroom door pensioenfondsen mogelijk blijft. Financiële stimulansen ter bevordering van risicokapitaal vallen uiteen in drie categorieën : fiscale stimulansen, subsidies voor venture capital fondsen en waarborgen voor venture capital investeringen. De directe fiscale stimulansen zijn voornamelijk gericht op vrijstellingen toegekend aan privé-personen, indien ze - rechtstreeks of via een venture capital onderneming - investeren in kleine, eventueel innovatieve ondernemingen. In België kwam de eerste fiscale maatregel er slechts in 1997, namelijk de Privak. Tot nog toe is er slechts één Privak opgericht, m.n. Quest for Growth, in Er dient wel opgemerkt te worden dat de fiscale situatie voor venture capital investeringen door privé-personen in België uiterst gunstig is : gerealiseerde meerwaarden zijn immers volledig onbelast. Gompers en Lerner (1997) beschouwen de meerwaardebelasting als één van de meest belangrijke factoren ter verklaring van het totale aanbod van venture capital ; hierbij wijzen ze erop dat dit niet zozeer de aanbodzijde van risicokapitaal beïnvloedt, maar wel de vraagzijde. Immers, indien de meerwaardebelasting laag is, dan geeft dit een sterke stimulans aan ondernemers om ondernemingen op te richten en zo waarde te creëren voor zichzelf. Deze verklaring blijkt hier minder waar te zijn: niettegenstaande België de meest gunstige fiscale behandeling van meerwaarde heeft, worden hier relatief minder ondernemingen opgestart dan in andere Europese landen en dan in de Verenigde Staten, zeker tijdens de tweede helft van de jaren 90 (Bannock, 1998). Eén van de eerste meest opvallende maatregelen ter bevordering van risicokapitaal in Europa was de Garantieregeling Particuliere ParticipatieMaatschappijen, die van 1981 tot 1995 van kracht was in Nederland ; een gelijkaardige regeling was van kracht in Duitsland sedert 1975 en in Frankrijk (Sofaris) van 1982 tot Onder deze regelingen werden een deel van de verliezen van venture capital maatschappijen gewaarborgd, waardoor het risico van venture capital investeringen verminderde. Deze verzekeringen hebben het aanbod van venture capital sterk gestimuleerd ; er wordt geschat dat het rendement van de Franse venture capital ondernemingen dankzij deze regeling 20% procent hoger was (AFIC, 1996). Ze werden echter afgeschaft omdat enerzijds de doelstelling van de regelgeving gerealiseerd werd - de venture capital industrie werd gestimuleerd - en anderzijds deze goedkope verzekering voor de overheid uiteindelijk zeer duur was.

19 Vergelijking van overheidsinitiatieven ter bevordering van venture capital 15 Gelijkaardige waarborgregelingen werden in andere Europese landen of regio s ingevoerd op het ogenblik dat de Nederlandse en Franse regelingen afgeschaft werden, namelijk in Finland, Denemarken, Vlaanderen (via het Vlaams Waarborgfonds) en Oostenrijk. Uiteindelijk geven enkele landen en ook de Europese Gemeenschap directe financiële stimulansen aan venture capital maatschappijen, hetzij onder de vorm van directe subsidies, hetzij onder de vorm van goedkope of renteloze leningen. Opvallend is de evolutie van de stimuli ter bevordering van de venture capital industrie in het algemeen, naar stimuli - hetzij direct, hetzij indirect - die specifiek gericht zijn op het bevorderen van investeringen in jonge en innovatieve ondernemingen. Dit komt overeen met de conclusies van de regressies ter verklaring van de directe overheidsinvesteringen in de venture capital sector. In Europa in het algemeen, en in Vlaanderen in het bijzonder, lijkt venture capital in de ruime zin voldoende ontwikkeld : er is voldoende aanbod van kapitaal voor nietbeursgenoteerde ondernemingen. Veel Europese overheden achten het echter nog steeds noodzakelijk om financiering voor innovatieve of jonge ondernemingen te stimuleren. Dit soort financiering brengt het hoogste risico met zich mee, maar het is precies daar dat de venture capital industrie de grootste rol kan spelen (cfr. supra). Er kan opgemerkt worden dat de Vlaamse overheid niet bevoegd is voor fiscale materies, waardoor ze hierop uiteraard weinig impact kan hebben. 5 Bron van alle figuren: EVCA statistieken. 6 Gegevens over overheidsinvesteringen in deze periode zijn niet beschikbaar voor Frankrijk en Duitsland. 7 Een argumentatie voor het opnemen van deze variabelen wordt gegeven in de volgende sectie. 8 De output-gap wordt bepaald als het procentueel verschil tussen het feitelijk reëel product of het outputniveau in de economie en zijn trend. Het reëel product duidt aan wat een economie in de loop van een bepaalde periode aan koopkracht of productievolume van goederen en diensten voortbrengt. 9 Er is een tijdsverschuiving van één jaar ingebouwd om de reactietraagheid in rekening te brengen. Indien bijvoorbeeld de privé-partijen minder dan gewenst investeren in risicokapitaal in 1998, dan zal dit slechts met vertraging geconstateerd worden, waardoor de overheid ten vroegste in 1999 corrigerend zal kunnen optreden, indien gewenst. De modellen werden eveneens geschat zonder de tijdsvertraging, maar gaven minder goede resultaten, zoals verwacht. 10 Zie appendix C voor de definitie van de verschillende investeringsfazen, zoals gehanteerd door EVCA. 11 Een groter aantal variabelen in een model, ceteris paribus, leidt immers automatisch tot een beter model en een hogere R 2. 2 De overheid in België veel meer dan in de ons omringende landen direct investeert in de venture capital sector. Hoe minder de venture capital industrie geïnvesteerd heeft in startende ondernemingen, hoe belangrijker directe overheidsinvesteringen worden. Pensioenfondsen slechts 10% van hun vermogen in niet-genoteerde effecten mogen beleggen. Financiële stimulansen ter bevordering van risicokapitaal vallen uiteen in drie categorieën : fiscale stimulansen, subsidies voor venture capital fondsen en waarborgen voor venture capital investeringen. SAMENVATTING HOOFDSTUK 2

20 16 H o o f d s t u k 4 Evolutie van het aanbod van venture capital in Europa DE INVESTEERDERS Figuur 2a en 2b geven de evolutie weer van het totaal aan financiële middelen die jaarlijks geïnvesteerd worden in de venture capital industrie, de zogenaamde inflow van middelen. Het is meteen duidelijk dat deze industrie een gestage groei gekend heeft sedert 1987, het eerste jaar waarvoor statistieken beschikbaar zijn. Zeker in de tweede helft van de jaren 90 was de groei explosief, met 1997 als recordjaar. In Europa als geheel werd toen het equivalent van miljard BEF geïnvesteerd in de venture capital sector ; in België bedroeg dit 63 miljard BEF. Uit appendix A blijkt dat de totale instroom van middelen over de periode en in de landen van de studie gemiddeld 0,16% van het BBP bedroeg, met een maximum van 1,079% (bereikt door het Verenigd Koninkrijk in 1997). Hieruit blijkt nogmaals de grote verschillen die bestaan tussen de verschillende landen en jaren, gebruikt in dit overzicht. Figuur 3 toont wie de investeerders in venture capital zijn. In Europa als geheel zijn de institutionele investeerders (verzekeringsmaatschappijen en pensioenfondsen) en de banken de belangrijkste spelers. In België waren investeringen door de overheid, voornamelijk via de gewestelijke investeringsmaatschappijen, zeer belangrijk in de jaren 80. De rol van de GIMV in Vlaanderen, SRIW in Wallonië en GIMB of SRIB in Brussel werd hiervoor reeds belicht. Het feit dat privé-investeerders onbelangrijk waren in die periode, is mede een gevolg van het typisch rendementspatroon waar elke venture capital maatschappij doorheen moet. Het is goed gedocumenteerd dat het slechts enkele jaren duurt vooraleer de niet succesvolle participaties slecht aflopen (vb. failliet gaan), maar dat het veel langer duurt vooraleer de goede participaties tot volle bloei komen en kunnen verkocht worden tegen een meerwaarde. De meeste pioniers onder de venture capital ondernemingen zijn opgericht rond 1984 ; in de jaren 80 waren er dan ook weinig participaties die succesvol afgelopen waren en als voorbeeld konden dienen. Integendeel, vooral de slecht afgelopen participaties werden volop belicht in de pers, wat leidde tot een negatief imago van de sector in het algemeen. Denken we hierbij maar aan het Superclub-dossier als exponent van negatieve publiciteit, maar ook andere kleinere participaties werden uitgebreid Figuur 2a Cumulatief Bedrag aan Middelen opgehaald door Venture Capital (in 000 Euro) België Frankrijk Duitsland Nederland Verenigd Koninkrijk

Samenvatting Flanders DC studie Internationalisatie van KMO s

Samenvatting Flanders DC studie Internationalisatie van KMO s Samenvatting Flanders DC studie Internationalisatie van KMO s In een globaliserende economie moeten regio s en ondernemingen internationaal concurreren. Internationalisatie draagt bij tot de economische

Nadere informatie

De Belgische farmaceutische industrie in een internationale context

De Belgische farmaceutische industrie in een internationale context As % of total European pharmaceutical industry De Belgische farmaceutische industrie in een internationale context Terwijl België slechts 2,6 % vertegenwoordigt van het Europees BBP, heeft de farmaceutische

Nadere informatie

Financiering. (Alternatieve) Financiering en Voorwaarden. Financiering - MCN

Financiering. (Alternatieve) Financiering en Voorwaarden. Financiering - MCN Financiering (Alternatieve) Financiering en Voorwaarden Financiering - MCN De kapitaalmarkt in Beweging Toegang tot bancaire financiering meer onder druk Investeerders schuiven op in het gat dat banken

Nadere informatie

Kredietverlening aan Vlaamse ondernemingen

Kredietverlening aan Vlaamse ondernemingen Kredietverlening aan Vlaamse ondernemingen Monitoring Rapport: Januari 2012 Jan van Nispen Inleiding Sinds 2008 zijn woorden zoals crisis, financieringsproblemen, waarborgen en bailouts niet meer uit de

Nadere informatie

Regionale economische vooruitzichten 2014-2019

Regionale economische vooruitzichten 2014-2019 2014/6 Regionale economische vooruitzichten 2014-2019 Dirk Hoorelbeke D/2014/3241/218 Samenvatting Dit artikel geeft een bondig overzicht van enkele resultaten uit de nieuwe Regionale economische vooruitzichten

Nadere informatie

EXTERNAL INVESTORS IN PRIVATE FAMILY FIRMS AN EXPLORATORY STUDY OF FAMILY FIRM HETEROGENEITY JEROEN NECKEBROUCK, SOPHIE MANIGART & MIGUEL MEULEMAN

EXTERNAL INVESTORS IN PRIVATE FAMILY FIRMS AN EXPLORATORY STUDY OF FAMILY FIRM HETEROGENEITY JEROEN NECKEBROUCK, SOPHIE MANIGART & MIGUEL MEULEMAN EXTERNAL INVESTORS IN PRIVATE FAMILY FIRMS AN EXPLORATORY STUDY OF FAMILY FIRM HETEROGENEITY JEROEN NECKEBROUCK, SOPHIE MANIGART & MIGUEL MEULEMAN Overzicht Controle in het familiebedrijf Governance en

Nadere informatie

West-Europese krantensites komen terug op betaalstrategieën

West-Europese krantensites komen terug op betaalstrategieën VUB-onderzoek in het kader van FLEET (FLEmisch E-publishing Trends): West-Europese krantensites komen terug op betaalstrategieën In 2007 veranderden een aantal internationaal toonaangevende kranten hun

Nadere informatie

Residential Agency Property & Facility Management Quares Real Estate Investment Management. Finance Avenue 23/10/2010

Residential Agency Property & Facility Management Quares Real Estate Investment Management. Finance Avenue 23/10/2010 New Deal in Vastgoedbeleggingen Quares Finance Avenue 23/10/2010 Quares Group Residential Agency Quares Group Quality in Real Estate Services Opgericht in 2006, uit 2 reeds bestaande bedrijven 3 divisies

Nadere informatie

De Vallei des Doods voor Eco-innovatie in Nederland. 11 juni 2015, Utrecht

De Vallei des Doods voor Eco-innovatie in Nederland.  11 juni 2015, Utrecht De Vallei des Doods voor Eco-innovatie in Nederland alexander.vandervooren@pbl.nl aldert.hanemaaijer@pbl.nl 11 juni 2015, Utrecht 1 Conclusies Overbruggen vallei des doods is moeilijker voor eco-innovatie

Nadere informatie

Rendement. 9 de jaargang maart 2015 nr 30 FINANCIEEL NIEUWS

Rendement. 9 de jaargang maart 2015 nr 30 FINANCIEEL NIEUWS Rendement 9 de jaargang maart 2015 nr 30 FINANCIEEL NIEUWS De voordelen van globale diversificatie Ondanks de sterk toegenomen globalisering blijft internationale diversificatie in aandelenportefeuilles

Nadere informatie

Alternatieve financieringsvormen voor bankkrediet. Bart P.M. Joosen

Alternatieve financieringsvormen voor bankkrediet. Bart P.M. Joosen Alternatieve financieringsvormen voor bankkrediet Bart P.M. Joosen 30 januari 2014 Aanbodzijde van de financieringsmarkt 2 Aanbodzijde van de financieringsmarkt Banken Institutionele beleggers Beurs (public

Nadere informatie

Halfjaarbericht eerste helft 1997 ABN AMRO Asset Management TOTAAL BEHEERD VERMOGEN TOEGENOMEN MET 21 PROCENT

Halfjaarbericht eerste helft 1997 ABN AMRO Asset Management TOTAAL BEHEERD VERMOGEN TOEGENOMEN MET 21 PROCENT Amsterdam, 11 juli 1997 Halfjaarbericht eerste helft 1997 ABN AMRO Asset Management TOTAAL BEHEERD VERMOGEN TOEGENOMEN MET 21 PROCENT Totaal vermogen beheerd door ABN AMRO Asset Management wereldwijd in

Nadere informatie

Nieuwe gewaarborgde rentevoeten voor de pensioenplannen die afgesloten worden door een onderneming Vragen & Antwoorden

Nieuwe gewaarborgde rentevoeten voor de pensioenplannen die afgesloten worden door een onderneming Vragen & Antwoorden Nieuwe gewaarborgde rentevoeten voor de pensioenplannen die afgesloten worden door een onderneming Vragen & Antwoorden Employee Benefits Institute 1. Welke zijn de nieuwe rentevoeten die AXA Belgium waarborgt

Nadere informatie

Hoeveel dragen onze bedrijven bij aan de schatkist en de sociale zekerheid?

Hoeveel dragen onze bedrijven bij aan de schatkist en de sociale zekerheid? vbo-analyse Hoeveel dragen onze bedrijven bij aan de schatkist en de sociale zekerheid? September 2014 I Raf Van Bulck 39,2% II Aandeel van de netto toegevoegde waarde gegenereerd door bedrijven dat naar

Nadere informatie

STORT UW GELD IN VLAANDEREN. BELEG IN HET ARKIMEDES-FONDS EN HELP ONDERNEMERS AAN GROEIKAPITAAL. Het kapitaal van Vlaanderen

STORT UW GELD IN VLAANDEREN. BELEG IN HET ARKIMEDES-FONDS EN HELP ONDERNEMERS AAN GROEIKAPITAAL. Het kapitaal van Vlaanderen STORT UW GELD IN VLAANDEREN. BELEG IN HET ARKIMEDES-FONDS EN HELP ONDERNEMERS AAN GROEIKAPITAAL. Het kapitaal van Vlaanderen Stort uw geld in Vlaanderen. Beleg in het ARKimedes Fonds en help jonge ondernemers

Nadere informatie

Succesvol financieren

Succesvol financieren Informatieblad 06-07-14 Succesvol financieren Het is voor bedrijven nog steeds lastig om geld te lenen bij een bank. Maar u bent tegenwoordig voor een financiering niet meer alleen afhankelijk van de bank.

Nadere informatie

a) Hoeveel aanvraagdossiers werden in de periode 2009-2014 jaarlijks ingediend voor de Innovatiemezzanine? Over hoeveel ondernemingen gaat het?

a) Hoeveel aanvraagdossiers werden in de periode 2009-2014 jaarlijks ingediend voor de Innovatiemezzanine? Over hoeveel ondernemingen gaat het? SCHRIFTELIJKE VRAAG nr. 702 van WILLEM-FREDERIK SCHILTZ datum: 7 juli 2015 aan PHILIPPE MUYTERS VLAAMS MINISTER VAN WERK, ECONOMIE, INNOVATIE EN SPORT Participatiemaatschappij Vlaanderen - Innovatiemezzanine

Nadere informatie

De regionale impact van de economische crisis

De regionale impact van de economische crisis De regionale impact van de economische crisis Damiaan Persyn Vives Beleidspaper 11 Juli 2009 VIVES Naamsestraat 61 bus 3510 3000 Leuven - Belgium Tel: +32 16 32 42 22 www.econ.kuleuven.be/vives De regionale

Nadere informatie

Kredietverlening aan Vlaamse ondernemingen

Kredietverlening aan Vlaamse ondernemingen Kredietverlening aan Vlaamse ondernemingen Monitoring Rapport: Mei 212 Jan van Nispen Inleiding De start van de financiële crisis ligt nu al enkele jaren achter ons, maar in 211 voelden we nog steeds de

Nadere informatie

Toerisme in cijfers Tourism in figures XL

Toerisme in cijfers Tourism in figures XL www.milo-profi.com 2014 Toerisme in cijfers Tourism in figures XL overnachtingen huurlogies via verhuurkantoren aan de kust 2014 overnight stays in accommodations for rent by rental agencies at the coast

Nadere informatie

De deeleconomie in België

De deeleconomie in België De deeleconomie in België Definitie omvang potentieel Anthony Baert Conseil Fédéral du Développement Durable 31 mai 2016 De ING International Survey 2 Sharing back to the roots 3 Sharing back to the roots

Nadere informatie

HET GAAT NIET ALLEEN OM FINANCIERING, MAAR OM FINANCIERING, CAPACITEITSOPBOUW EN DUURZAAMHEID

HET GAAT NIET ALLEEN OM FINANCIERING, MAAR OM FINANCIERING, CAPACITEITSOPBOUW EN DUURZAAMHEID HET GAAT NIET ALLEEN OM FINANCIERING, MAAR OM FINANCIERING, CAPACITEITSOPBOUW EN DUURZAAMHEID Micro-, kleine en middelgrote ondernemingen financieren = werkgelegenheid en inkomen creëren In ontwikkelingslanden

Nadere informatie

QUEST FOR GROWTH Privak, beleggingsvennootschap met vast kapitaal naar Belgisch recht

QUEST FOR GROWTH Privak, beleggingsvennootschap met vast kapitaal naar Belgisch recht Persmededeling Embargo tot maandag 10 maart 2008 17.40u QUEST FOR GROWTH Privak, beleggingsvennootschap met vast kapitaal naar Belgisch recht Quest for Growth investeert in inewit, een Belgische expert

Nadere informatie

toerisme in cijfers tourism in figures 2010

toerisme in cijfers tourism in figures 2010 in cijfers tourism in figures 2010 XL 02 evolutie overnachtingen naar logiesvorm 2006-2010 trend in the number of overnight stays by type of accommodation 2006-2010 planning & onderzoek Juni 2011 (coverfoto:

Nadere informatie

Cijfers ICB-sector 3de trimester 2011

Cijfers ICB-sector 3de trimester 2011 Belgische Vereniging van Asset Managers Persbericht Cijfers ICB-sector 3de trimester 2011 Zware terugval in het derde trimester. Executive Summary De Belgische fondsensector kende gedurende het eerste

Nadere informatie

Evaluatie van Open Bedrijvendag

Evaluatie van Open Bedrijvendag Evaluatie van Open Bedrijvendag Departement Economie, Wetenschap en Innovatie Afdeling Strategie en Coördinatie Koning Albert II-laan 35 bus 10 1030 Brussel April 2011 Samenvatting De Open Bedrijvendag

Nadere informatie

Jaarbericht 1996 ABN AMRO Asset Management TOTAAL BEHEERD VERMOGEN TOEGENOMEN MET 39 PROCENT

Jaarbericht 1996 ABN AMRO Asset Management TOTAAL BEHEERD VERMOGEN TOEGENOMEN MET 39 PROCENT Amsterdam, 21 januari 1997 Jaarbericht 1996 ABN AMRO Asset Management TOTAAL BEHEERD VERMOGEN TOEGENOMEN MET 39 PROCENT Totaal vermogen beheerd door ABN AMRO Asset Management wereldwijd in 1996 gegroeid

Nadere informatie

Ondernemerschap in Vlaanderen: een vergelijkende, internationale studie

Ondernemerschap in Vlaanderen: een vergelijkende, internationale studie Ondernemerschap in Vlaanderen: een vergelijkende, internationale studie De Global Entrepreneurship Monitor (GEM) is een jaarlijks onderzoek dat een beeld geeft van de ondernemingsgraad van een land. GEM

Nadere informatie

Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)!

Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)! Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)! Vragen aangeduid met een * toetsen in het bijzonder het inzicht en toepassingsvermogen. Deze vragenreeksen zijn vrij beschikbaar.

Nadere informatie

Financieel Forum West-Vlaanderen Kortrijk 4 mei Herman Daems

Financieel Forum West-Vlaanderen Kortrijk 4 mei Herman Daems Financieel Forum West-Vlaanderen Kortrijk 4 mei 2010 Na de financiële storm Hoe gaan we verder? Herman Daems Deze presentatie is onvolledig zonder de mondelinge toelichting. Gelieve niet te citeren zonder

Nadere informatie

Hoe ondernemend zijn onze Vlaamse studenten? Prof Hans Crijns en Sabine Vermeulen

Hoe ondernemend zijn onze Vlaamse studenten? Prof Hans Crijns en Sabine Vermeulen Hoe ondernemend zijn onze Vlaamse studenten? Prof Hans Crijns en Sabine Vermeulen Inleiding Vlaanderen kent de laatste jaren een lage ondernemerschapsgraad. De resultaten voor Vlaanderen in de Global Entrepreneurship

Nadere informatie

Jaarverslag Herplaatsingsfonds. 1.1 Aanvragen voor outplacementbegeleiding

Jaarverslag Herplaatsingsfonds. 1.1 Aanvragen voor outplacementbegeleiding Jaarverslag Herplaatsingsfonds 1.1 Aanvragen voor outplacementbegeleiding Het Herplaatsingsfonds financiert de outplacementbegeleiding van alle ontslagen werknemers tewerkgesteld in bedrijven in het Vlaamse

Nadere informatie

Groundbreaking Innovative Financing of Training in a European Dimension. Final GIFTED Model May 2013

Groundbreaking Innovative Financing of Training in a European Dimension. Final GIFTED Model May 2013 Groundbreaking Innovative Financing of Training in a European Dimension Final GIFTED Model May 2013 Project Reference no. 517624-LLP-1-2011-1-AT-GRUNDTVIG-GMP Workpackage no. WP 3 Test and Validation Deliverable

Nadere informatie

Succesvol financieren

Succesvol financieren Lentink Accountants/Belastingadviseurs brengt onder uw aandacht Succesvol financieren Alternatieve financieringsvormen voor uw bv Huizen, april 2014 1 Introductie Het is voor bedrijven nog steeds lastig

Nadere informatie

Capital Life. Beleggingsfondsen met een veelbelovende toekomst. Capital Life

Capital Life. Beleggingsfondsen met een veelbelovende toekomst. Capital Life Capital Life Beleggingsfondsen met een veelbelovende toekomst Capital Life Capital Life U zoekt: een uitgekiende spreiding van uw beleggingen de deskundigheid van één van de wereldleiders op het gebied

Nadere informatie

KAPITALE KANSEN SLIM GELD VOOR AMBITIEUZE ONDERNEMERS

KAPITALE KANSEN SLIM GELD VOOR AMBITIEUZE ONDERNEMERS KAPITALE KANSEN SLIM GELD VOOR AMBITIEUZE ONDERNEMERS Marcel Kleijn Adviesraad voor het Wetenschaps- en Technologiebeleid (AWT) 5 juli 2011 INHOUD Over de AWT Advies Kapitale kansen Financiering van innovatie

Nadere informatie

Entrepreneurial Growth Monitor (EGMO)

Entrepreneurial Growth Monitor (EGMO) Entrepreneurial Growth Monitor (EGMO) Prof. Hans Crijns Impulscentrum Groeimanagement 1. Inleiding Dit is de eerste editie van de Entrepreneurial Growth Monitor (EGMO) een overzicht van de trends in ondernemingsgroei

Nadere informatie

BUREAU VOOR DE STAATSSCHULD. Suriname Debt Management Office. Kosten en Risico analyse van de Surinaamse schuldportefeuille per ultimo 2012

BUREAU VOOR DE STAATSSCHULD. Suriname Debt Management Office. Kosten en Risico analyse van de Surinaamse schuldportefeuille per ultimo 2012 BUREAU VOOR DE STAATSSCHULD Suriname Debt Management Office Kosten en Risico analyse van de Surinaamse schuldportefeuille per ultimo 2012 Een vooruitblik op de schuld, de schuldenlastbetalingen in 2013-2045

Nadere informatie

Samenwerking en innovatie in het MKB in Europa en Nederland Een exploratie op basis van het European Company Survey

Samenwerking en innovatie in het MKB in Europa en Nederland Een exploratie op basis van het European Company Survey Samenwerking en innovatie in het MKB in Europa en Nederland Een exploratie op basis van het European Company Survey ICOON Paper #1 Ferry Koster December 2015 Inleiding Dit rapport geeft inzicht in de relatie

Nadere informatie

STUDIE Faillissementen 1 december Maand november sluit af met stijging van 3,69% In Brussel een stijging van 25,17%.

STUDIE Faillissementen 1 december Maand november sluit af met stijging van 3,69% In Brussel een stijging van 25,17%. STUDIE Faillissementen 1 december 2016 Maand november sluit af met stijging van 3,69% In Brussel een stijging van 25,17%. 1 september 2016 2 Overname en gebruik van dit onderzoek wordt aangemoedigd bronvermelding

Nadere informatie

Lange termijn betrokken aandeelhouderschap bij small cap ondernemingen. Lars Dijkstra 11 februari 2014, Amsterdam

Lange termijn betrokken aandeelhouderschap bij small cap ondernemingen. Lars Dijkstra 11 februari 2014, Amsterdam bij small cap ondernemingen Lars Dijkstra 11 februari 2014, Amsterdam Lange termijn betrokken aandeelhouderschap bij small cap ondernemingen Agenda De rol van aandeelhouders Betrokken aandeelhouderschap

Nadere informatie

Factsheet 1 WAAROM EEN INVESTERINGSPLAN VOOR DE EU?

Factsheet 1 WAAROM EEN INVESTERINGSPLAN VOOR DE EU? Factsheet 1 WAAROM EEN INVESTERINGSPLAN VOOR DE EU? Als gevolg van de wereldwijde economische en financiële crisis heeft de EU met een laag investeringsniveau te kampen. Alleen met gezamenlijke gecoördineerde

Nadere informatie

TOEGANG TOT FINANCIERING

TOEGANG TOT FINANCIERING TOEGANG TOT FINANCIERING Opzet van de enquête De toegang tot financiering is essentieel voor het welslagen van een onderneming en een belangrijke factor voor economische groei in Europa na de economische

Nadere informatie

Ondernemerschap en tewerkstelling in België: gaan ze hand in hand?

Ondernemerschap en tewerkstelling in België: gaan ze hand in hand? Ondernemerschap en tewerkstelling in België: gaan ze hand in hand? Conclusies van het GEM-onderzoek naar groeigericht ondernemerschap 1 Jaarlijks wordt in Vlaanderen en België het GEM-onderzoek uitgevoerd.

Nadere informatie

Regionale verdeling van de Belgische in- en uitvoer van goederen en diensten,

Regionale verdeling van de Belgische in- en uitvoer van goederen en diensten, PERSCOMMUNIQUÉ 2014-07-18 Links BelgoStat On-line Algemene informatie Regionale verdeling van de Belgische in- en uitvoer van goederen en diensten, 1995-2011. De drie Gewesten en de Nationale Bank van

Nadere informatie

AEGON Equity Fund. vierde kwartaal 2006

AEGON Equity Fund. vierde kwartaal 2006 Profiel Het AEGON Equity Fund is een besloten fonds voor gemene rekening, waarin verzekeringsrelaties van AEGON kunnen participeren. Het AEGON Equity Fund belegt wereldwijd in aandelen met de nadruk op

Nadere informatie

De impact van concurrentie op de productmix van exporteurs

De impact van concurrentie op de productmix van exporteurs VIVES BRIEFING 2016/09 De impact van concurrentie op de productmix van exporteurs Koen Breemersch KU Leuven, Faculteit Economie en Bedrijfswetenschappen, VIVES 1 DE IMPACT VAN CONCURRENTIE OP DE PRODUCTMIX

Nadere informatie

Tentatieve berekening van de bijdrage van vermogensvolatiliteit aan consumptievolatiliteit

Tentatieve berekening van de bijdrage van vermogensvolatiliteit aan consumptievolatiliteit Tentatieve berekening van de bijdrage van vermogensvolatiliteit aan consumptievolatiliteit CPB Achtergronddocument Jasper Lukkezen en Adam Elbourne Maart 2015 3 Samenvatting In dit document maken wij een

Nadere informatie

Succesvol financieren Alternatieve financieringsvormen voor uw bv

Succesvol financieren Alternatieve financieringsvormen voor uw bv Met de helpende hand van de overheid meer kans van slagen Succesvol financieren Alternatieve financieringsvormen voor uw bv Het is voor bedrijven nog steeds lastig om geld te lenen bij een bank. Maar u

Nadere informatie

Een praktische kijk op. KMO financiering

Een praktische kijk op. KMO financiering Een praktische kijk op KMO financiering PMV nv is een Vlaamse investeringsmaatschappij PLAATS VAN PMV IN HET VLAAMSE INVESTERINGSLANDSCHAP PUBLIEK & INSTITUTIONELE INVESTEERDERS VLAAMS GEWEST 100 % 100

Nadere informatie

4. Resultaten. 4.1 Levensverwachting naar geslacht en opleidingsniveau

4. Resultaten. 4.1 Levensverwachting naar geslacht en opleidingsniveau 4. Het doel van deze studie is de verschillen in gezondheidsverwachting naar een socio-economisch gradiënt, met name naar het hoogst bereikte diploma, te beschrijven. Specifieke gegevens in enkel mortaliteit

Nadere informatie

PMV, uw gids in bedrijfsfinanciering. Waarborgen. De beste manier om uw bankier te overtuigen. Informatiebrochure voor ondernemers

PMV, uw gids in bedrijfsfinanciering. Waarborgen. De beste manier om uw bankier te overtuigen. Informatiebrochure voor ondernemers PMV, uw gids in bedrijfsfinanciering Waarborgen De beste manier om uw bankier te overtuigen Informatiebrochure voor ondernemers Als ondernemer stapt u voor de financiering van uw investeringen doorgaans

Nadere informatie

VANDAAG IN VLAANDEREN INDUSTRIEËN CREATIEVE MAPPING EN BEDRIJFSECONOMISCHE ANALYSE

VANDAAG IN VLAANDEREN INDUSTRIEËN CREATIEVE MAPPING EN BEDRIJFSECONOMISCHE ANALYSE CREATIEVE INDUSTRIEËN IN VLAANDEREN VANDAAG MAPPING EN BEDRIJFSECONOMISCHE ANALYSE WAT? WAA 2 WAT ZIJN CREATIEVE INDUSTRIEËN? Het geheel van sectoren en activiteiten die een beroep doen op de input van

Nadere informatie

Januari 2013. Krediet en overmatige schuldenlast: wat leren wij uit de cijfers 2012 van de Centrale voor Kredieten aan Particulieren?

Januari 2013. Krediet en overmatige schuldenlast: wat leren wij uit de cijfers 2012 van de Centrale voor Kredieten aan Particulieren? Januari 2013 Krediet en overmatige schuldenlast: wat leren wij uit de cijfers 2012 van de Centrale voor Kredieten aan Particulieren? Analyse uitgevoerd voor het Observatorium Krediet en Schuldenlast Duvivier

Nadere informatie

5.6 Het Nederlands hoger onderwijs in internationaal perspectief

5.6 Het Nederlands hoger onderwijs in internationaal perspectief 5.6 Het s hoger onderwijs in internationaal perspectief In de meeste landen van de is de vraag naar hoger onderwijs tussen 1995 en 2002 fors gegroeid. Ook in gaat een steeds groter deel van de bevolking

Nadere informatie

Evaluatie van de activeringsplicht van oudere werklozen

Evaluatie van de activeringsplicht van oudere werklozen Evaluatie van de activeringsplicht van oudere werklozen Auteur: Joost Bollens 1 Abstract In de loop van mei 2009 werd in Vlaanderen de zogenaamde systematische aanpak van de VDAB (de Vlaamse Dienst voor

Nadere informatie

Verdere evolutie van de geharmoniseerde werkloosheid in ruime zin

Verdere evolutie van de geharmoniseerde werkloosheid in ruime zin Verdere evolutie van de geharmoniseerde werkloosheid in ruime zin ruime zin in België, Duitsland, Frankrijk en Nederland in 2014 Directie Statistieken, Begroting en Studies stat@rva.be Inhoudstafel: 1

Nadere informatie

Gemengde verwachtingen institutionele beleggers over vastgoed

Gemengde verwachtingen institutionele beleggers over vastgoed Centraal Bureau voor de Statistiek Divisie Macro-economische Statistieken en Publicaties 3 november 24 Gemengde verwachtingen institutionele beleggers over vastgoed Drs. J.L. Gebraad De Stichting Leerstoel

Nadere informatie

Gezondheidsverwachting volgens socio-economische gradiënt in België Samenvatting. Samenvatting

Gezondheidsverwachting volgens socio-economische gradiënt in België Samenvatting. Samenvatting Verschillende internationale studies toonden socio-economische verschillen in gezondheid aan, zowel in mortaliteit als morbiditeit. In bepaalde westerse landen bleek dat, ondanks de toegenomen welvaart,

Nadere informatie

Tax Shelter voor Starters - Checklist met betrekking tot RECHTSTREEKSE INVESTERINGEN in Startersvennootschappen

Tax Shelter voor Starters - Checklist met betrekking tot RECHTSTREEKSE INVESTERINGEN in Startersvennootschappen 7 september 2015 Tax Shelter voor Starters - Checklist met betrekking tot RECHTSTREEKSE INVESTERINGEN in Startersvennootschappen Deze checklist heeft betrekking op rechtstreekse investeringen in een Startersvennootschap.

Nadere informatie

Wat doen ingenieurs en wat verdienen ze ermee?

Wat doen ingenieurs en wat verdienen ze ermee? 8 Wat doen ingenieurs en wat verdienen ze ermee? 80 8 Wat doen ingenieurs en wat verdienen ze ermee? Arnaud Dupuy en Philip Marey Na hun afstuderen kunnen ingenieurs in verschillende soorten functies aan

Nadere informatie

PERSBERICHT Brussel, 26 september 2016

PERSBERICHT Brussel, 26 september 2016 PERSBERICHT Brussel, 26 september 2016 Vastgoedprijsindex 2de kwartaal 2016 o Volgens voorlopige cijfers bedraagt de geschatte jaarlijkse inflatie van de vastgoedprijzen 2,4% in het tweede kwartaal 2016

Nadere informatie

Gimv Health & Care fonds Investeren in de gezondheids- en zorgsector van de toekomst. Brussel, 27 februari 2013

Gimv Health & Care fonds Investeren in de gezondheids- en zorgsector van de toekomst. Brussel, 27 februari 2013 Gimv Health & Care fonds Investeren in de gezondheids- en zorgsector van de toekomst Brussel, 27 februari 2013 Inhoud 1. Health & Care fonds zorgt voor kritische massa en multiplicatoreffect (Urbain Vandeurzen)

Nadere informatie

Alternatieve projectfinanciering

Alternatieve projectfinanciering Alternatieve projectfinanciering 2 december 2013 Peter Van Heukelom Eric Van Herzele Financiering: algemeen Eigen middelen: Beperkt aanwezig Kostprijs Fiscaal Overheidssteun/subsidies: VIPA Serviceflats

Nadere informatie

DE IMPACT VAN DE NOTIONELE INTRESTAFTREK OP DE KAPITAALSTRUCTUUR EN TEWERKSTELLING VAN MULTINATIONALE ONDERNEMINGEN IN BELGIË

DE IMPACT VAN DE NOTIONELE INTRESTAFTREK OP DE KAPITAALSTRUCTUUR EN TEWERKSTELLING VAN MULTINATIONALE ONDERNEMINGEN IN BELGIË VIVES BRIEFING 2016/08 DE IMPACT VAN DE NOTIONELE INTRESTAFTREK OP DE KAPITAALSTRUCTUUR EN TEWERKSTELLING VAN MULTINATIONALE ONDERNEMINGEN IN BELGIË Jozef Konings Cathy Lecocq Bruno Merlevede Universiteit

Nadere informatie

1 Inleiding. 2 Methode en selectie

1 Inleiding. 2 Methode en selectie 1 Inleiding In de CPB Policy Brief over de positie van de middeninkomens op de woningmarkt (CPB, 2016) spelen subsidies in de verschillende segmenten van de woningmarkt een belangrijke rol als verklaring

Nadere informatie

Cijfers ICB-sector 2de trimester 2011

Cijfers ICB-sector 2de trimester 2011 Belgische Vereniging van Asset Managers Persbericht Cijfers ICB-sector 2de trimester 2011 Licht herstel gedurende het tweede trimester van 2011. Executive Summary De Belgische fondsensector kende gedurende

Nadere informatie

Een eerste analyse van de economische impact van ARKimedes en Vinnof in Vlaanderen.

Een eerste analyse van de economische impact van ARKimedes en Vinnof in Vlaanderen. Een eerste analyse van de economische impact van ARKimedes en Vinnof in Vlaanderen. Rapport voor het Steunpunt Ondernemen en Internationaal Ondernemen Andy Heughebaert Universiteit Gent Sophie Manigart

Nadere informatie

De Geefwet en donaties aan cultuur in Nederland *1. René Bekkers, r.bekkers@vu.nl Saskia Franssen, s.e.franssen@vu.nl

De Geefwet en donaties aan cultuur in Nederland *1. René Bekkers, r.bekkers@vu.nl Saskia Franssen, s.e.franssen@vu.nl De Geefwet en donaties aan cultuur in Nederland *1 René Bekkers, r.bekkers@vu.nl Saskia Franssen, s.e.franssen@vu.nl Sinds giften aan culturele instellingen fiscaal gezien aantrekkelijker zijn geworden,

Nadere informatie

Beleggingen institutionele beleggers in 2004 met 8,1 procent omhoog

Beleggingen institutionele beleggers in 2004 met 8,1 procent omhoog Publicatiedatum CBS-website Centraal Bureau voor de Statistiek 9 december 25 Beleggingen institutionele beleggers in 24 met 8,1 procent omhoog drs. J.L. Gebraad Centraal Bureau voor de Statistiek, Voorburg/Heerlen,

Nadere informatie

Incofin cvso: investeren in microfinanciering

Incofin cvso: investeren in microfinanciering Incofin cvso: investeren in microfinanciering Presentatie Finance Avenue 2013 Loïc De Cannière CEO Incofin Investment Management 16 november 2013 Agenda Incofin Investment Management: wie zijn we en wat

Nadere informatie

Eendagsvlieg of pionier: welke ondernemer redt onze economie?

Eendagsvlieg of pionier: welke ondernemer redt onze economie? Eendagsvlieg of pionier: welke ondernemer redt onze economie? Clarysse, B. (2004). Eendagsvlieg of pionier: welke ondernemer redt de economie? Antwerpen: Garant Uitgevers. Het geloof in getalenteerde ondernemers

Nadere informatie

Lage rentevoeten sluipend gif voor de economie? Alumni & Friends Actuariaat Leuven 28.09.2015 Tom Meeus

Lage rentevoeten sluipend gif voor de economie? Alumni & Friends Actuariaat Leuven 28.09.2015 Tom Meeus Lage rentevoeten sluipend gif voor de economie? Alumni & Friends Actuariaat Leuven 28.09.2015 Tom Meeus Trends, 06.06.2013 Is een lage rente (

Nadere informatie

STUDIE Faillissementen 3 oktober Stijgende faillissementscijfers in september

STUDIE Faillissementen 3 oktober Stijgende faillissementscijfers in september STUDIE Faillissementen 3 oktober 2016 Stijgende faillissementscijfers in september 1 september 2016 2 Overname en gebruik van dit onderzoek wordt aangemoedigd bronvermelding Graydon Belgium. Deze brochure

Nadere informatie

ALTERNATIEVE FINANCIERINGSMODELLEN

ALTERNATIEVE FINANCIERINGSMODELLEN ALTERNATIEVE FINANCIERINGSMODELLEN Lectoraat Sustainable Finance and Accounting (SFA), presentative Kick-off ESB 30 September 2015 SFA DEFINITIE VAN DUURZAAMHEID Duurzaamheid is het vergroten van de weerbaarheid

Nadere informatie

Luxempart: defensief, groeipotentie en prima track record

Luxempart: defensief, groeipotentie en prima track record Luxempart: defensief, groeipotentie en prima track record In Luxemburg bedraagt het netto vermogen per inwoner ruim 700.000. Daarmee is het Groot Hertogdom het meest welvarende land in het Euro-gebied.

Nadere informatie

Succesvol financieren

Succesvol financieren Lentink Accountants/Belastingadviseurs brengt onder uw aandacht Succesvol financieren Alternatieve financieringsvormen voor uw bv Huizen, november 2013 1 Introductie Het is voor bedrijven nog steeds lastig

Nadere informatie

Beleggingsfondsen zijn voor u aantrekkelijk omdat

Beleggingsfondsen zijn voor u aantrekkelijk omdat Beleggingsfondsen zijn vergelijkbaar met vaten waarin het vermogen van vele beleggers wordt beheerd met als doel een goed rendement te behalen. Afhankelijk van de organisatie van het fonds wordt het vermogen

Nadere informatie

Nieuwe gewaarborgde rentevoeten voor de pensioenplannen die afgesloten worden door een onderneming Vragen & Antwoorden

Nieuwe gewaarborgde rentevoeten voor de pensioenplannen die afgesloten worden door een onderneming Vragen & Antwoorden Nieuwe gewaarborgde rentevoeten voor de pensioenplannen die afgesloten worden door een onderneming Vragen & Antwoorden Employee Benefits Institute 1. Welke zijn de nieuwe rentevoeten die AXA Belgium waarborgt

Nadere informatie

Stand van zaken van de Smart City -dynamiek in België: een kwantitatieve barometer

Stand van zaken van de Smart City -dynamiek in België: een kwantitatieve barometer Stand van zaken van de Smart City -dynamiek in België: een kwantitatieve barometer AUTEURS Jonathan Desdemoustier, onderzoeker-doctorandus, Smart City Institute, HEC-Liège, Universiteit van Luik (België)

Nadere informatie

OEFENINGEN HOOFDSTUK 6

OEFENINGEN HOOFDSTUK 6 OEFENINGEN HOOFDSTUK 6 1 OEFENING 1 EEN INDIVIDU NEEMT EEN BELEGGING IN OVERWEGING MET VOLGENDE MOGELIJKE RENDEMENTEN EN HUN WAARSCHIJNLIJKHEDEN VAN VOORKOMEN: RENDEMENTEN -0,10 0,00 0,10 0,0 0,30 WAARSCHIJNLIJKHEID

Nadere informatie

Tilburg University. De portefeuillekeuze van Nederlandse huishoudens Das, J.W.M.; van Soest, Arthur

Tilburg University. De portefeuillekeuze van Nederlandse huishoudens Das, J.W.M.; van Soest, Arthur Tilburg University De portefeuillekeuze van Nederlandse huishoudens Das, J.W.M.; van Soest, Arthur Published in: De Rol van het Vermogen in de Economie. Preadviezen van de KVS Publication date: Link to

Nadere informatie

Nederlanders best bekend met duurzaam beleggen Maar beleggen niet duurzamer dan anderen

Nederlanders best bekend met duurzaam beleggen Maar beleggen niet duurzamer dan anderen Nederlanders best bekend met duurzaam beleggen Maar beleggen niet duurzamer dan anderen Amsterdam, 29 maart 2006 Nederlanders zijn het best bekend met duurzame beleggingsfondsen. Dat blijkt uit onderzoek

Nadere informatie

Toerisme in cijfers Tourism in figures 2013. 03 aantal overnachtingen naar verblijfsmotief 2013 number of overnight stays by motive of stay 2013

Toerisme in cijfers Tourism in figures 2013. 03 aantal overnachtingen naar verblijfsmotief 2013 number of overnight stays by motive of stay 2013 Toerisme in cijfers Tourism in figures 2013 XL 03 aantal overnachtingen naar verblijfsmotief 2013 number of overnight stays by motive of stay 2013 Ju i 2014 2 AANTAL OVERNACHTINGEN NAAR VERBLIJFSMOTIEF,

Nadere informatie

Auteur. Onderwerp. Datum

Auteur. Onderwerp. Datum Auteur FOD Financiën Onderwerp 19 vragen en antwoorden omtrent de fiscale aftrek voor de enige eigen woning Datum februari 2005 Copyright and disclaimer Gelieve er nota van te nemen dat de inhoud van dit

Nadere informatie

De helft van de 15 tot 64-jarigen met een langdurig gezondheidsprobleem of moeilijkheid bij het uitvoeren van dagelijkse handelingen is aan het werk

De helft van de 15 tot 64-jarigen met een langdurig gezondheidsprobleem of moeilijkheid bij het uitvoeren van dagelijkse handelingen is aan het werk 1 Arbeidsparticipatie en gezondheidsproblemen of handicap De helft van de 15 tot 64-jarigen met een langdurig gezondheidsprobleem of moeilijkheid bij het uitvoeren van dagelijkse handelingen is aan het

Nadere informatie

Instituut voor de nationale rekeningen. Nationale rekeningen

Instituut voor de nationale rekeningen. Nationale rekeningen Instituut voor de nationale rekeningen Nationale rekeningen Rekeningen van de overheid 2013 Inhoud van de publicatie De rekeningen van de Belgische overheid worden opgesteld volgens de definities van het

Nadere informatie

Verkenning financieringsinstrumenten voor innovatie en R&D

Verkenning financieringsinstrumenten voor innovatie en R&D Bijlage 1 Verkenning financieringsinstrumenten voor innovatie en R&D Afbakening: wat wordt verstaan onder risicodragende financieringsarrangementen voor R&D en Innovatie? Risicodragende financieringsarrangementen

Nadere informatie

REGISTRATIEDOCUMENT IBUS FONDSEN BEHEER B.V.

REGISTRATIEDOCUMENT IBUS FONDSEN BEHEER B.V. REGISTRATIEDOCUMENT IBUS FONDSEN BEHEER juli 2011 - 2 - INHOUDSOPGAVE 1. INLEIDING 3 2. WERKZAAMHEDEN VAN IBUS FONDSEN BEHEER 3 2.1 Activiteiten van IBUS Fondsen Beheer 3 2.2 Soorten belegginginstellingen

Nadere informatie

Commissie publiceert Groenboek over aanvullende pensioenen in de interne markt

Commissie publiceert Groenboek over aanvullende pensioenen in de interne markt IP/97/507 Brussel, 10 juni 1997 Commissie publiceert Groenboek over aanvullende pensioenen in de interne markt De Europese Commissie heeft haar goedkeuring gehecht aan een Groenboek over aanvullende pensioenen

Nadere informatie

Institutionele beleggers verwachten meer te beleggen in vastgoed

Institutionele beleggers verwachten meer te beleggen in vastgoed Publicatiedatum CBS-website Centraal Bureau voor de Statistiek 18 januari 25 Institutionele beleggers verwachten meer te beleggen in vastgoed Drs. J.L. Gebraad Centraal Bureau voor de Statistiek, Voorburg/Heerlen,

Nadere informatie

COUNTRY PAYMENT REPORT 2015

COUNTRY PAYMENT REPORT 2015 COUNTRY PAYMENT REPORT 15 Het Country Payment Report is ontwikkeld door Intrum Justitia Intrum Justitia verzamelt informatie bij duizenden bedrijven in Europa en krijgt op die manier inzicht in het betalingsgedrag

Nadere informatie

Bedrijfsfinanciering: Van subsidie naar overheidsinstrumenten anno 2014

Bedrijfsfinanciering: Van subsidie naar overheidsinstrumenten anno 2014 Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Ministerie van Economische Zaken Bedrijfsfinanciering: Van subsidie naar overheidsinstrumenten anno 2014 Roland Starmans Manager Product Ontwikkeling Bancair, Investment

Nadere informatie

BEST BOSS BELEIDSNOTA Aanbevelingen voor een succesvolle bedrijfsopvolging van KMO s in toerisme

BEST BOSS BELEIDSNOTA Aanbevelingen voor een succesvolle bedrijfsopvolging van KMO s in toerisme Aanbevelingen voor een succesvolle bedrijfsopvolging van KMO s in toerisme www.bestboss-project.eu Grant Agreement No.: 2014-1-DE02-KA200-001608 Dit project werd gefinancierd met de steun van de Europese

Nadere informatie

STUDIE Faillissementen mei 2016

STUDIE Faillissementen mei 2016 STUDIE Faillissementen mei 2016 Maand mei: faillissementen stijgen +4,1%. Stijging vooral binnen de horeca Cumul 2016: -12,3% Overname en gebruik van dit onderzoek wordt aangemoedigd bronvermelding Graydon

Nadere informatie

Dutch Summary. Dutch Summary

Dutch Summary. Dutch Summary Dutch Summary Dutch Summary In dit proefschrift worden de effecten van financiële liberalisatie op economische groei, inkomensongelijkheid en financiële instabiliteit onderzocht. Specifiek worden hierbij

Nadere informatie

Uitkomen voor de beste resultaten. DB Star Performer

Uitkomen voor de beste resultaten. DB Star Performer Uitkomen voor de beste resultaten DB Star Performer Gestimuleerd rendement Voordelen Hoe het werkt Simulatie aan de hand van historische gegevens geeft consistente resultaten op lange termijn Voordelen

Nadere informatie

Dat is de klassieke theorie waarbij eigen middelen en financiële steun van de familie bij de start van een onderneming, de doorslag geven.

Dat is de klassieke theorie waarbij eigen middelen en financiële steun van de familie bij de start van een onderneming, de doorslag geven. TOESPRAAK DOOR KRIS PEETERS VLAAMS MINISTER-PRESIDENT EN VLAAMS MINISTER VAN ECONOMIE, BUITENLANDS BELEID, LANDBOUW EN PLATTELANDSBELEID Infosessie Crowdfunding 14 november 2013 Dames en heren, Totnogtoe

Nadere informatie

Business Angels Netwerk BAN Vlaanderen vzw

Business Angels Netwerk BAN Vlaanderen vzw Business Angels Netwerk BAN Vlaanderen vzw Het platform waar kapitaalzoekende ondernemers en privé-investeerders elkaar vinden. Ontstaansgeschiedenis Sinds 1997 tot en met 2003 : Vier onafhankelijke Vlaamse

Nadere informatie

West-Vlaamse bedrijven: fit, gezond en crisisbestendig?

West-Vlaamse bedrijven: fit, gezond en crisisbestendig? Bekaert West-Vlaamse bedrijven: fit, gezond en crisisbestendig? Lieselot Denorme sociaaleconomisch beleid, WES Ondanks de recente economische crisis zijn de West-Vlaamse bedrijven er globaal in geslaagd

Nadere informatie