Retrospectief onderzoek naar de prevalentie van Vrouwenbesnijdenis of VGV (vrouwelijke genitale verminking) in de verloskundigenpraktijk in 2008

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Retrospectief onderzoek naar de prevalentie van Vrouwenbesnijdenis of VGV (vrouwelijke genitale verminking) in de verloskundigenpraktijk in 2008"

Transcriptie

1 TNO-rapport KvL/P&Z/ Retrospectief onderzoek naar de prevalentie van Vrouwenbesnijdenis of VGV (vrouwelijke genitale verminking) in de verloskundigenpraktijk in 2008 Preventie en Zorg Wassenaarseweg 56 Postbus CE Leiden T F Datum Mei 2009 Auteur(s) Dineke Korfker Marlies Rijnders Symone Detmar Opdrachtgever VWS Projectnummer Aantal pagina's 17 (incl. bijlagen) Alle rechten voorbehouden. Niets uit dit rapport mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van TNO. Indien dit rapport in opdracht werd uitgebracht, wordt voor de rechten en verplichtingen van opdrachtgever en opdrachtnemer verwezen naar de Algemene Voorwaarden voor onderzoeksopdrachten aan TNO, dan wel de betreffende terzake tussen de partijen gesloten overeenkomst. Het ter inzage geven van het TNO-rapport aan direct belanghebbenden is toegestaan TNO

2 TNO-rapport KvL/P&Z/ Mei / 17 Samenvatting Verloskundigenpraktijken hebben massaal de vragenlijst ingevuld waarin gevraagd werd naar de hoeveelheid besneden vrouwen die zij in 2008 in zorg hebben gehad (respons 93%, n=478). Zij rapporteren dat zij in besneden vrouwen hebben gezien. Daarmee is de prevalentie van vrouwelijke genitale verminking (VGV) retrospectief gemeten gedurende zwangerschap, bevalling of kraambed in de verloskundigenpraktijk 0.32% (ruim 3 besneden vrouwen op de 1000 zwangere vrouwen). Volgens de voorlopige geboortecijfers van het CBS zijn in 2008 ruim 1500 vrouwen uit risicolanden, zoals Somalië, Ethiopië en Egypte, bevallen. Verloskundigen zagen 1200 vrouwen, 470 van hen waren besneden. Dit is veel minder dan de helft (4 op de 10). Dat is veel lager dan verwacht en ook veel lager dan in de landen van herkomst waar 9 op de 10 vrouwen besneden zijn. Er kan sprake zijn van onderrapportage in de verloskundigenpraktijk door de aard van het onderzoek en omdat verloskundigen er niet naar vragen. Ruim tweederde is zeker van het aantal besnijdenissen in In de praktijken die zeker waren en het nazochten in het archief was de prevalentie hoger. Mogelijk is er onderschatting in de praktijken die het niet nazochten. Daarentegen, in praktijken die het niet zeker wisten en een schatting maakten lijkt sprake te zijn van een overschatting. Andere redenen voor onderschatting zijn dat besneden vrouwen vaker in de 2 e lijn bij de gynaecoloog beginnen zodat er in de gynaecologische praktijk een hogere prevalentie is. Een belangrijke aanbeveling is om verloskundigen te trainen in leren herkennen van besnijdenis en toepassing van het bestaande standpunt vrouwenbesnijdenis omdat in 39% van de verloskunde praktijken in 2008 minimaal een vrouw met VGV is gezien. Verloskundigen hebben een belangrijke voorlichtende taak ter voorkoming van VGV bij de meisjes die zij ter wereld hebben geholpen. Tot slot, op basis van dit onderzoek kunnen we, zelfs bij overrapportage, niet anders dan concluderen dat de prevalentie veel lager is dan verwacht. Om op korte termijn exacte prevalentie cijfers te krijgen is het aan te bevelen een prospectief onderzoek te doen waarbij verloskundigen direct registreren wat zij zien. Daarnaast is het belangrijk om te registreren hoeveel besneden vrouwen gezien worden in de 2 e lijn door gynaecologen.

3 TNO-rapport KvL/P&Z/ Mei / 17 Inhoudsopgave Samenvatting Inleiding Prevalentie onderzoek in de landen van herkomst Prevalentie onderzoek in Europa en Nederland Retrospectief onderzoek naar de prevalentie van vrouwenbesnijdenis (VGV) in de verloskundigenpraktijk in Vraagstelling van het onderzoek Methode van onderzoek Resultaten Beschouwing Conclusie Aanbevelingen Referenties... 17

4 TNO-rapport KvL/P&Z/ Mei / 17 1 Inleiding Op verzoek van VWS voerde TNO Kwaliteit van Leven een kort onderzoek uit naar de prevalentie van vrouwenbesnijdenis (VGV) in de verloskundigenpraktijk. Omdat het in Nederland niet mogelijk is om zonder medische reden de genitalia van vrouwen en meisjes te onderzoeken op verminkingen is de zwangerschap het aangewezen moment om vrouwen te onderzoeken op al of niet besneden zijn. De meerderheid van de zwangere vrouwen komt tijdens de zwangerschap in aanraking met de verloskundige. In 2006 startte 75% van alle zwangeren de verloskundige zorg bij een verloskundige. Slechts 23% startte voor controle van de zwangerschap in de 2 e lijn bij de gynaecoloog. De resterende 2% was onder controle bij verloskundig actieve huisartsen. In het kraambed werd in ,5% van de 2 e lijn overgedragen naar de 1 e lijn (Stichting PRN, 2006). Deze cijfers laten zien dat een groot deel van alle zwangere vrouwen in aanraking komt met een verloskundige. Om via de zwangerschap iets te weten te komen over vrouwenbesnijdenis (VGV) is de verloskundigenpraktijk dus een goede ingang. De prevalentie van vrouwenbesnijdenis (VGV) in de verloskundigenpraktijk moet niet verward worden met de totale prevalentie van VGV van vruchtbare vrouwen en meisjes in Nederland. Het vertelt iets over de prevalentie bij vrouwen in de vruchtbare leeftijd, maar zegt weinig over de prevalentie bij jonge meisjes. In dit rapport wordt eerst stilgestaan bij prevalentie onderzoek in de landen van herkomst, vervolgens bij prevalentie onderzoek in Europa en Nederland. Tot slot worden de resultaten van de huidige studie beschreven gevolgd door een beschouwing van de resultaten, conclusies en aanbevelingen.

5 TNO-rapport KvL/P&Z/ Mei / 17 2 Prevalentie onderzoek in de landen van herkomst De prevalentie van vrouwenbesnijdenis (VGV) in de landen van herkomst van de bevolkingsgroepen waar vrouwen worden besneden is sinds de jaren 90 meestal wel bekend. Voorheen moest men de kennis baseren op schattingen die vaak sterk afweken van de werkelijke cijfers. Sinds de ICPD (International Conference on Population and Development) in 1994 georganiseerd door de UNFPA, is het onderwerp niet meer weg te denken van de internationale agenda en in toenemende mate van de nationale agenda s. De prevalentie cijfers worden steeds betrouwbaarder. In veel landen wordt om de vijf jaar het National Demographic Health Survey (NDHS) uitgevoerd waarin vragen over VGV zijn opgenomen. Daaruit blijkt dat de prevalentie van vrouwen- en meisjesbesnijdenis maar heel langzaam daalt. Door het herhaald meten van de prevalentie kan men monitoren of preventie inspanningen, zoals de IEC (Information, Education and Communication) het gewenste effect sorteren. Als we kijken naar de prevalentie in de herkomstlanden van een paar grote groepen vluchtelingen in Nederland zien we het volgende beeld. In Egypte vond het meest recente NDHS plaats in 2005 (EDHS 2005). Daarin werden voor het eerst vragen gesteld aan de moeders over reeds uitgevoerde en over voorgenomen besnijdenissen bij hun dochters. Op basis van die informatie is de voorspelling dat de prevalentie zal dalen in Egypte. In 1995 was 97% van de gehuwde vrouwen tussen de 15 en 49 jaar besneden en in 2005 was dat 96%. Op dit moment is 80% van de meisjes van jaar besneden en van de meisjes die nu onder de 3 jaar zijn zal op hun 18 e nog 60% besneden zijn op grond van de antwoorden van de moeders in dit onderzoek. In Somalië heeft nooit een NDHS plaatsgevonden en voor het laatst een nationaal onderzoek door het ministerie van gezondheid in 1993 met als resultaat een prevalentie van 96%. Een studie van Care International vond in Somalië in 1999 dat 91% van de vrouwen was geïnfibuleerd en 9% een lichter type besnijdenis had ondergaan. Een recente studie van UNICEF gaat uit van een prevalentie van 95% in Somalië. De laatste NDHS in Ethiopië vond in 2005 een prevalentie van 73%.

6 TNO-rapport KvL/P&Z/ Mei / 17 3 Prevalentie onderzoek in Europa en Nederland In Europa is de prevalentie van vrouwenbesnijdenis (VGV) onder vluchtelingen uit risicogebieden nooit goed onderzocht. Algemeen wordt aangenomen dat de prevalentie van vrouwenbesnijdenis (VGV) in Europa overeenkomt met de prevalentie in het land van herkomst. FORWARD in Engeland heeft, samen met het City University Department of Midwifery (Londen) een prevalentie studie uitgevoerd voor Engeland en Wales op basis van de 2001 census en het aantal vluchtelingen (Dorkenoo, jaar?). Daarbij maakten zij de schatting op basis van de prevalentiecijfers in de landen van herkomst en het aantal migranten uit risicogebieden. In een Zweeds onderzoek werd een prevalentie gevonden van 68% (n=254) in antwoord op een vragenlijst verspreid onder Afrikaanse vrouwen uit risicolanden en een prevalentie van 62% (n=39) bij een klinisch onderzoek.onder dezelfde groep. Bij Somalische vrouwen was de prevalentie 91%, bij Ethiopische en Eritrese vrouwen 96% en overig Afrikaanse vrouwen 0% (Kangoum, 2004). Het is echter maar zeer de vraag of het waar is dat de prevalentie bij de jonge generatie in het opvangland gelijk is aan de prevalentie in het land van herkomst. De populatie die migreert of vlucht zou in het land van herkomst al een andere prevalentie kunnen hebben omdat het vaak de stedelijke bevolking betreft waar de prevalentie over het algemeen al lager is. Daarnaast mag verwacht worden dat door alle inspanningen die worden gedaan in Europa om het gebruik uit te bannen de prevalentie daalt. Ook in Nederland is de totale prevalentie van vrouwenbesnijdenis (VGV) nooit onderzocht. Wel is in 2007 op basis van gegevens van CBS door Pharos een schatting gemaakt van het aantal meisjes dat het risico loopt besneden te worden (zie tabel 1). Tabel 1 Meisjes die risico lopen besneden te worden Herkomst Prevalentie Aantal mannen Aantal vrouwen totaal (2007) Djibouti 95% Aantal Vrouwen 0-20 jr (2007) Egypte 97% Eritrea 90% Ethiopië 90% Guinee 80% Guinee-Bissau 50% Mali 90% Sierra Leone 85% Soedan 90% Somalië 98% Totaal Bron: CBS 2007 Deze tabel toont de top 10 van landen waar meisjes risico lopen besneden te worden. Bij het aantal vrouwen worden alle in Nederland woonachtige vrouwen genoemd, waaronder de 0-20 jarige meisjes. De 0-20 jarige meisjes worden ook apart genoemd, maar mogen dus niet opgeteld worden bij het aantal vrouwen.

7 TNO-rapport KvL/P&Z/ Mei / 17 In 2005 is door de GGD Tilburg en Amsterdam een schatting gemaakt op basis van interviews met gezondheidspersoneel waaruit zij de conclusie trokken dat ongeveer 50 meisjes jaarlijks worden besneden. Deze schatting is gebaseerd op zeer summiere gegevens en moet met veel voorzichtigheid worden gehanteerd (RVZ 2005). In Nederland is de prevalentie van vrouwenbesnijdenis (VGV) in de verloskundigenpraktijk over een periode van twaalf maanden: oktober 2005-oktober 2006 geëxploreerd als afstudeeropdracht door 3 studenten verloskunde aan de Verloskunde Academie Amsterdam (VAA). De prevalentie die werd gevonden was 0.3%. Zij onderzochten tevens het beleid in de verloskundigenpraktijk t.a.v. vrouwenbesnijdenis of VGV (v. Asperen e.a. 2008). Ten tijde van dat onderzoek was een standpunt meisjes- en vrouwenbesnijdenis in ontwikkeling door de KNOV (Koninklijke Nederlandse Vereniging voor Verloskundigen). In 2007 is dit standpunt ingevoerd en nu wordt dit in de verloskundigenpraktijk toegepast.

8 TNO-rapport KvL/P&Z/ Mei / 17 4 Retrospectief onderzoek naar de prevalentie van vrouwenbesnijdenis (VGV) in de verloskundigenpraktijk in Vraagstelling van het onderzoek De vraagstelling van het hier gepresenteerde onderzoek luidde wat is de prevalentie van vrouwenbesnijdenis (VGV) in de verloskundigenpraktijk bij vrouwen die voor zwangerschap, bevalling en/of kraambed bij de verloskundige in zorg zijn. Een eerdere vraagstelling naar het beleid in de verloskundigenpraktijk is niet meegenomen in dit onderzoek. 4.2 Methode van onderzoek Om binnen korte tijd een indicatie te krijgen van de prevalentie van VGV is gekozen voor een retrospectief prevalentie onderzoek. In een dergelijk onderzoek bekijken ondervraagden over een bepaalde periode in het verleden hoe vaak zij een besneden vrouw hebben gezien. Daarbij was het niet haalbaar om persoonsgegevens te achterhalen omdat de besnijdenis niet wordt genoteerd in de Landelijke Verloskundige Registratie. Daardoor is het ook moeilijk om het land van herkomst van de vrouw te achterhalen omdat dat tot nu toe niet wordt geregistreerd. Bij retrospectief onderzoek zijn de gegevens minder exact omdat de respondent vaak afgaat op zijn of haar herinnering. Om een zo betrouwbaar mogelijk beeld te krijgen werd gevraagd of de respondenten zeker waren van hun antwoord en of zij het hadden nagekeken in hun archief. Nakijken in het archief werd niet als voorwaarde voor deelname gevraagd omdat dat de respons vermoedelijk ten nadele zou hebben beïnvloed. Omdat bekend is dat verloskundigen overbezet zijn werd de vragenlijst zeer kort gehouden. We hoopten daardoor een zo hoog mogelijke respons te krijgen. Er werd gevraagd hoeveel vrouwen de verloskundigenpraktijken onder zorg hadden in 2008 en hoeveel besnijdenissen zij hadden gezien. Wanneer zij niet zeker waren van het aantal werd gevraagd hoeveel zij minimaal en hoeveel zij maximaal schatten. Wanneer het aantal niet was genoteerd werd een gemiddelde van de schatting genomen als prevalentie. De gegevens zijn geanalyseerd met behulp van SPSS De chi-kwadraat test is gebruikt bij de toetsing van proporties. Alle statistische toetsen zijn tweezijdig en p- waarden <0,05 zijn als statistisch significant beschouwd. Het betrouwbaarheidsinterval is bepaald volgens Fleiss, J.L. (1981): "Statistical methods for rates and proportions", formules 1,26 en 1,27 met een correctie voor een eindige populatie. Alle 513 verloskundigenpraktijken werden begin februari 2009 aangeschreven. Zij ontvingen een brief met de motivatie voor het onderzoek plus de korte vragenlijst. In de tweede week van maart werd een herhalingsoproep gestuurd naar degenen die niet hadden geantwoord. Alle praktijken die de lijst niet goed hadden ingevuld of die niet reageerden werden nagebeld.

9 TNO-rapport KvL/P&Z/ Mei / Resultaten Respons We ontvingen een ingevulde vragenlijst van 478 praktijken. Dat betekent een respons van 93,2 %. De praktijken waren zeer goed over het land verdeeld. Er waren geen gebieden waar de respons duidelijk minder was. Ook de grote steden waren goed vertegenwoordigd. Bij nabellen van de praktijken die niet hadden gereageerd bleek dat de aanname dat niet insturen betekende dat er geen besnijdenis voorkwam niet werd bevestigd. Een aantal van de nagebelde praktijken had wel besneden vrouwen gezien in Van de 478 responderende praktijken: - wilden drie praktijken het aantal zorgeenheden niet opgeven; één daarvan had een besneden vrouw gezien in waren drie praktijken recent begonnen en hadden geen inschrijvingen in werd door één praktijk het aantal zorggevallen niet ingevuld - wist één praktijk het aantal zorggevallen niet en had geen tijd dat na te zoeken; deze praktijk had geen besnijdenis gezien in 2008 Deze acht praktijken zijn niet meegenomen in de analyse. Uiteindelijk werd de analyse gemaakt op basis van 470 praktijken (91,6 %). Prevalentie Door deze 470 praktijken zijn in totaal in zorggevallen of zorgeenheden gemeld en daarbinnen zijn in totaal 470 besneden vrouwen gezien. Dat betekent een prevalentie van 0,323% (95%CI : 0,310%-0,337%) voor de gehele populatie in deze verloskundigenpraktijken ofwel ruim 3 besneden vrouwen per 1000 zwangere vrouwen. Het gemiddelde aantal besneden vrouwen per praktijk is 2,5 (sd 2,5), de mediaan is 2 en de meest voorkomende waarde (modus) is praktijken (39%) hebben wel besneden vrouwen in zorg gehad en 287 niet (61%). In tabel 2 wordt zichtbaar dat 69% van de praktijken 1 of 2 besnijdenissen heeft gezien en dat 6% van de praktijken er 8 15 heeft gezien. De praktijken met veel besnijdenissen bevinden zich in de grote steden of in de nabijheid van asielzoekerscentra. Zo zagen verloskundigen in Amsterdam 48 besneden vrouwen op zorgeenheden. Dat betekent een prevalentie van 0,456, dus 4 tot 5 besneden vrouwen per 1000 zwangeren.

10 TNO-rapport KvL/P&Z/ Mei / 17 Tabel 2 aantal besneden vrouwen per praktijk Aantal besneden vrouwen per praktijk Aantal praktijken % Valid % , ,5 1 Total Van de 183 praktijken die aangeven besneden vrouwen in zorg te hebben gehad zijn er 59 (32%) niet zeker van het precieze aantal en 124 (68 %) wel zeker (tabel 3). Tabel 3. Zekerheid aantal en besneden vrouwen in zorg zekerheid aantal besneden vrouwen in zorg? nee ja Total niet zeker zeker Total In de 124 zekere praktijken is het aantal besneden vrouwen significant vaker nagezocht in het archief dan in de 59 onzekere praktijken: 51 zekere praktijken (41%) zochten in het archief na versus 2 onzekere praktijken (3%) (p< 0,0001). De prevalentie in zekere praktijken is 0,6%: 244 besneden vrouwen op zorggevallen. Prevalentie in onzekere praktijken is 0,9%: 226 besneden vrouwen op zorggevallen. Dit verschil is significant (p< 0,0001). De prevalentie binnen de zekere praktijken is 0,8% (132/16.270) voor praktijken die het hebben nagezocht in het archief. Dit is hoger dan de prevalentie van 0,4% (111/26.017) in zekere praktijken die het niet hebben nagezocht in het archief. Ook dit verschil is significant (p = 0,001).

11 TNO-rapport KvL/P&Z/ Mei / 17 Tabel 4. Totaal aantal gemelde besneden vrouwen in relatie tot zekerheid over aantal en nazoeken in archief totaal aantal gemelde besneden vrouwen in praktijken die zeker van aantal zijn in praktijken die onzeker van aantal zijn in praktijken die hebben nagezocht in archief in praktijken die niet hebben nagezocht in archief in praktijken die hebben onbekend of nagezocht in archief 132 (28%) 111 (24%) 1 (0.2%) (1%) 220 (47%) 1 (0.2%) 226 totaal 137 (29%) 331 (70,5%) 2 (.05%) 470 totaal Van de praktijken die het niet nazochten in het archief merkten 5 op dat het niet nodig was: dat weet ik gewoon of we zijn een kleine praktijk met weinig allochtonen. Wanneer verloskundigen niet zeker zijn van het aantal en een schatting maken ziet het er naar uit dat de schatting hoger uitvalt. Daar lijkt sprake van een overschatting. Echter binnen de praktijken die aangeven het aantal wel zeker te weten valt de prevalentie significant hoger uit als er daadwerkelijk in het archief is nagezocht. Binnen de groep zekere praktijken is er dus toch misschien sprake van enige onderschatting als er niet is nagezocht in het archief. De praktijken die niet zeker waren van het aantal besneden vrouwen gaven een minimum en maximum aantal besnijdenissen aan. De som van de minimum aantallen in deze groep was 142 en de som van de maximum aantallen 338. De overige 124 (68%) zekere praktijken zagen in totaal 244 besneden vrouwen. Zo komen we op een marge van =386 minimaal en =582 maximaal. Dat maximale aantal ligt 112 besnijdenissen hoger dan de prevalentie van 470 die gebaseerd is op het door de verloskundige ingevulde prevalentiecijfer of een gemiddelde van het minimum en maximum. Welk type besnijdenis In de vragenlijst konden verloskundigen twee typen besnijdenis onderscheiden: 1. infibulatie / faraonische besnijdenis of 2. alle andere typen en met 3. gaven zij aan niet te weten welk type. Deze zeer grove onderscheiding werd gehanteerd omdat op basis van herinnering geen duidelijker onderscheid verwacht mag worden. Dat is alleen mogelijk bij een registratie in een prospectief onderzoek. Het aantal infibulaties dat verloskundigen hebben gezien is 188 (40%) en het aantal ander type besnijdenis is 237 (50%); 36 maal (8%) werd aangegeven dat het soort besnijdenis onbekend was en 9 maal (2%) werd niets ingevuld. Regelmatig werd er een opmerking gemaakt dat de vrouw al eerder bevallen was. Aanvankelijk was er dan wel sprake van een infibulatie maar de vrouw is dan al open gemaakt. Dan werd het type besnijdenis terecht wel geregistreerd als infibulatie.

12 TNO-rapport KvL/P&Z/ Mei / Beschouwing In 2008 zijn er in Nederland in totaal (CBS 2009) vrouwen bevallen. In dit onderzoek hebben we gegevens verzameld over zwangere en bevallen vrouwen, dus over 79% van het totale aantal bevallen vrouwen in Als 79% 470 besnijdenissen laat zien, dan zou de aanname kunnen zijn dat er bij 100% van de zwangeren 595 besnijdenissen zijn. Dat is een mogelijke onderschatting omdat het onbekend is hoeveel zwangeren tijdens de zwangerschap vaginaal geïnspecteerd zijn door de verloskundige. Uit het eerder genoemde onderzoek van verloskundige studenten (data over okt okt 2006) bleek dat 36% van de praktijken niet aan cliënten vragen of zij besneden zijn. Als zij het wel vragen en de vrouw geeft in de anamnese aan dat zij is besneden inspecteert 60% van de praktijken de vulva. Zo kunnen ze toch een flink aantal besnijdenissen missen. Een andere reden waarom in de onderzochte populatie mogelijk het aantal besneden vrouwen hoger is, is omdat de zwangere voor de baring verwezen is naar de 2 e lijn voordat zij is geïnspecteerd door de verloskundige. Er kan ook sprake zijn van onderschatting doordat er in de 2 e lijn (bij gynaecologen) meer besneden vrouwen komen omdat besneden vrouwen er voor kiezen om direct naar de 2 e lijn te gaan. De groep die vanwege doorverwijzingen en complicaties naar de 2 e lijn wordt verwezen zal deels wel in deze rapportage zijn opgenomen omdat dan blijkbaar de verloskundige haar al eerder in de zwangerschap specifiek naar besnijdenis heeft gevraagd. Volgens het standpunt van de KNOV moeten zij dat tegenwoordig ook doen. Ten tijde van het onderzoek van de studenten was dat standpunt er nog niet. De verloskundige studenten onderzochten het verwijsbeleid vanwege een besnijdenis. Daaruit bleek dat 50% van de praktijken besneden vrouwen niet doorverwijzen naar de 2 e lijn, 8% doet dat wel, 28% doet dit soms en 14% weet niet of zij dat zouden doen als ze een besneden cliënt zouden hebben. Vanwege bovenstaande redenen is het dus aannemelijk dat 595 de ondergrens is. Wanneer we de berekening alleen voor verloskundigenpraktijken maken komen we tot het volgende aantal: als 91,6% van de verloskundigen praktijken 470 besnijdenissen laten zien, dan is er bij registratie door 100% van de verloskundigenpraktijken sprake van 513 besnijdenissen. Wat betekenen deze aantallen voor de totale prevalentie van vrouwenbesnijdenis (VGV) in Nederland? Op basis van voorlopige cijfers van het CBS over 2008 weten we precies hoeveel vrouwen uit de risicolanden bevallen zijn in Alleen landen waar meer dan 40% van de vrouwen zijn besneden zijn opgenomen in de lijst.

13 TNO-rapport KvL/P&Z/ Mei / 17 Tabel 5 Levendgeborenen naar geboorteland van de moeder, ) Herkomstgroepering kind Totaal bevallen in % VGV in land van 2008 in Nederland 2) herkomst 3) Besneden vrouwen op basis van % in land van herkomst Burkina Faso 4 72,5% 3 Ivoorkust 41 41,7% 17 Djibouti 3 93,1% 3 Egypte ,8% 258 Eritrea 35 88,7% 31 Ethiopië ,3% 132 Gambia 9 78,3% 7 Guinee-Bissau 4 44,5% 2 Liberia 58 45% 26 Mali 0 91,6% 0 Mauretanië 4 71,3% 3 Sierra Leone % 123 Somalië ,9% 578 Soedan % 156 Tsjaad 4 44,9% 2 Totaal ) Voorlopige cijfers 2) bron: CBS ) bron WHO 2008 Totaal bevielen 1504 vrouwen uit risicolanden. Uitgaande van de percentages VGV in de landen van herkomst is 90% van de vrouwen uit de risicolanden besneden, dus 9 op de 10. Als in Nederland net zo veel vrouwen besneden zouden zijn als in het land van herkomst, dan waren er 1341 besneden vrouwen bevallen. Verloskundigen zagen 79% van de 1504 bevallen vrouwen uit de risicolanden, dus 1188 vrouwen. Daarvan waren er 470 besneden en dat is 40%, dus 4 op de 10. Dit is minder dan de helft in vergelijking met de landen van herkomst. Dat is veel lager dan algemeen wordt aangenomen. In het Zweedse onderzoek waren de Somalische, Ethiopische en Eritrese vrouwen besneden en niet de vrouwen uit overig Afrika. Als we die drie groepen bij elkaar optellen in tabel 5 en we laten de overigen buiten beschouwing dan wordt het percentage heel anders; 79% van 578 (som) (eritr) en 31 (eth) = 79% van 741 = 585. Met 470 gevonden besnijdenissen zou dan 80% van de risicogroep besneden zijn. We kunnen er absoluut geen harde conclusies aan verbinden, daarvoor zijn er teveel onzekerheden. Door het retrospectieve karakter van het onderzoek zijn de marges groot in wat verloskundigen zich herinneren. Dat zagen we in het minimum en maximum aantal wat onzekere praktijken rapporteerden en in de hogere prevalentie bij zekere praktijken die het nazochten in het archief. De overweging werd al genoemd dat we ondanks alle inspanningen toch een groot deel gemist hebben omdat verloskundigen niet altijd vragen bij de anamnese of de vrouw besneden is. Een ander aspect wat de prevalentie mogelijk lager doet uitvallen in vergelijking met het land van herkomst, is dat de groep vluchtelingen/migranten die naar Nederland komen niet een dwarsdoorsnede van de bevolking in het land van herkomst is.

14 TNO-rapport KvL/P&Z/ Mei / 17 Voor Egyptenaren geldt dat het eerder de stedelijke bevolking is die naar Nederland emigreert. In stedelijke gebieden is de prevalentie van VGV beduidend lager dan op het platteland. Dit speelt mogelijk in andere landen op gelijke wijze. De enige manier om zekerheid te krijgen over de prevalenie van VGV bij zwangere vrouwen in Nederland is om bij iedere vrouw uit een risicogebied na inspectie te registreren of zij is besneden, welk type besnijdenis zij heeft en op welke leeftijd dat is gebeurd. Tevens moet genoteerd worden of zij is opengemaakt (defibulatie). Dit kan gebeurd zijn bij een vorige bevalling, maar er kan ook op eigen initiatief defibulatie hebben plaatsgevonden. Ook dat moet worden opgenomen in zo n registratie. Dan zal ook blijken of vrouwen die al in Nederland zijn bevallen na de bevalling weer zijn dichtgemaakt of zich misschien elders weer hebben laten dichtmaken of reïnfibuleren. Door aan verloskundigen achteraf te vragen wat ze hebben gezien, zoals in dit onderzoek, kunnen we dus slechts een schatting maken van het aantal VGV s.

15 TNO-rapport KvL/P&Z/ Mei / 17 5 Conclusie Het onderwerp vrouwenbesnijdenis heeft de aandacht van verloskundigen. Dat mogen we concluderen op grond van de massale respons op deze enquête (93%). Vier op de tien praktijken hadden in 2008 besneden vrouwen onder controle (39%). In alle grote steden, maar ook in veel kleinere plaatsen verspreid over het land komt het voor. Er is een kleine groep praktijken (6%) met veel ervaring omdat zij 8 15 besneden vrouwen per jaar zien, maar de grote meerderheid ziet maar één of twee besneden vrouwen per jaar. De meerderheid van de praktijken die aangeven besneden vrouwen te hebben gezien, is zeker over het aantal besnijdenissen dat zij hebben gezien (69%). De prevalentie in de groep onzekere praktijken die een schatting maken blijkt hoger uit te vallen dan de groep die het zeker weet. Binnen de groep praktijken die het zeker weten is de prevalentie hoger als er nagezocht is in het archief. Mede daarom is het aannemelijk dat de gevonden prevalentie in verloskundigenpraktijken eerder een onderschatting dan een overschatting is. Verloskundigen herinnerden zich bij 8% niet om welk type besnijdenis het ging, maar in de overige gevallen konden zij onderscheid maken tussen een infibulatie (40%) of een ander type besnijdenis (50%). Er werd regelmatig geconstateerd dat de infibulatie bij een vorige bevalling was opgeheven en een paar keer dat de vrouw al voor de zwangerschap was gedefibuleerd. Minder dan 20% van de zwangere vrouwen wordt niet door de verloskundige in de zwangerschap gezien. Echter, gezien het ontbreken van gegevens over routinematig inspecteren van de vagina in de zwangerschap zowel door verloskundigen als gynaecologen kunnen we niet concluderen of in deze groep de prevalentie van vrouwenbesnijdenis hoger zal zijn of niet. Mogelijk is dit wel het geval omdat sommige besneden vrouwen direct naar de 2 e lijn gaan. Op basis van voorlopige CBS gegevens over bevallingen in 2008 weten we dat 1341 vrouwen uit de risicogroepen zijn bevallen in Een calculatie op grond van de in dit onderzoek gevonden besnijdenissen geeft 44% besneden vrouwen in deze groep. Op basis van de gegevens verzameld in dit onderzoek kunnen we bijna niet anders dan concluderen dat de prevalentie lager is dan verwacht.

16 TNO-rapport KvL/P&Z/ Mei / 17 6 Aanbevelingen Om op korte termijn betrouwbare gegevens te krijgen over vrouwenbesnijdenis in de verloskundigenpraktijk zou een prospectief prevalentie onderzoek plaats moeten vinden. In een dergelijk onderzoek registreren verloskundigen wat ze zien, aangevuld met persoonsgegevens van de vrouw zoals land van herkomst, leeftijd, pariteit en aankomstdatum in Nederland. Bovendien kunnen zij dan het type besnijdenis nauwkeurig weergeven. Tevens kunnen zij registreren of een vrouw opnieuw gesloten is na de vorige bevalling. In de toekomst (streefdatum is 2010) gaan verloskundigen VGV registreren in de Landelijke Verloskundige Registratie (LVR). Om te zorgen dat dat zorgvuldig gebeurt en dat die gegevens beschikbaar komen en geanalyseerd worden is training en onderzoek nodig. Die data zullen niet eerder dan in de loop van 2011 beschikbaar komen. Omdat zo veel verloskundigen te maken hebben met VGV (in %) is het van groot belang dat zij allemaal medisch geschoold worden in het beleid t.a.v. VGV. Tot nu toe is er in sommige pilot regio s (in de zes grote steden) training gegeven aan verloskundigen over signaleren en bespreekbaar maken van VGV. Zij hebben daarnaast veel behoefte aan het vergroten van hun medische kennis over herkennen van het type besnijdenis en het omgaan met beleid tijdens de bevalling en post partum. Dat is met name van belang bij de wijze van inknippen en hechten. Hierover bleek in het al eerder genoemde onderzoek van de studenten van de VAA veel onduidelijkheid te bestaan. Daarnaast is het belangrijk dat zij het leren bespreekbaar maken ter voorkoming van besnijdenis bij de meisjes die zij ter wereld hebben geholpen. Het is van belang om ook in de gynaecologische praktijk te onderzoeken wat de prevalentie van vrouwenbesnijdenis (VGV) is omdat deze mogelijk hoger is dan in de verloskundigenpraktijk. Er zijn signalen dat besneden vrouwen aan het begin van de zwangerschap eerder naar een gynaecoloog gaan vanwege de problemen die zij voorzien bij een bevalling.

17 TNO-rapport KvL/P&Z/ Mei / 17 7 Referenties Asperen S. van, Read L., Sanjuan M.; De prevalentie van besneden vrouwen in de eertelijns verloskundigenpraktijk in Nederland en het beleid door eerstelijn verloskundigen bij een besneden vrouw; Verloskunde academie Amsterdam; april 2008 Commissie Bestrijding vrouwelijke genitale verminking; Beleidsadvies bestrijding vrouwelijke genitale verminking; RVZ; Zoetermeer 2005 Dorkenoo E.; FGM Prevlance for Africa, England and Wales; powerpoint presentation; year? El-Zanaty F., Way A.; The 2005 Egypt Demographic and Health Survey, Cairo,Egypt, Ministry of Health and Population 2006 Kangoum AA, Flodin U, Hammar M, Sydsjö G; Prevalence of female genital mutilation among African women resident in the Swedish country of Östergötland; Acta Obstetricia et Gnaecologia Scandinavica 2004; 83: Stichting Perinatale Registratie Nederland; Perinatale zorg in Nederland 2006 WHO; Eliminating Female genital mutilation; An interagency statement by OHCHR,UNAIDS,UNDP,UNECA, UNESCO, UNFPA, UNHCR, UNICEF, UNIFEM, WHO; 2008

Spreekuur Nazorg Besneden Vrouwen

Spreekuur Nazorg Besneden Vrouwen Spreekuur Nazorg Besneden Vrouwen GGD Den Haag Afdeling gezondheidsbevordering Jeannette Jansen Inleiding Sinds 2006 doet Den Haag mee aan de door het ministerie van VWS gefinancierde landelijke pilot

Nadere informatie

Vrouwelijke Genitale Verminking Digitale dossiers van asielzoeksters onderzocht 2000-2008

Vrouwelijke Genitale Verminking Digitale dossiers van asielzoeksters onderzocht 2000-2008 Vrouwelijke Genitale Verminking Digitale dossiers van asielzoeksters onderzocht 2000-2008 Colofon GGD Nederland, november 2011 Vrouwelijke Genitale Verminking in beeld. Digitale dossiers van asielzoeksters

Nadere informatie

Richtlijn JGZ-richtlijn Kindermishandeling

Richtlijn JGZ-richtlijn Kindermishandeling Richtlijn JGZ-richtlijn Kindermishandeling Onderbouwing De informatie en aanbevelingen in dit thema zijn voor een belangrijk deel gebaseerd op formeel gedocumenteerde standpunten en protocollen vanuit

Nadere informatie

prevalentie van en het risico op vrouwelijke genitale verminking in België

prevalentie van en het risico op vrouwelijke genitale verminking in België Studie over de prevalentie van en het risico op vrouwelijke genitale verminking in België Samenvatting Promotor FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu Hoofdonderzoekers Dominique

Nadere informatie

Onderzoek naar aard, omvang en spreiding van de risicogroep voor meisjesbesnijdenis in Noord Nederland en een inventarisatie van relevante

Onderzoek naar aard, omvang en spreiding van de risicogroep voor meisjesbesnijdenis in Noord Nederland en een inventarisatie van relevante Onderzoek naar aard, omvang en spreiding van de risicogroep voor meisjesbesnijdenis in Noord Nederland en een inventarisatie van relevante uitgangspunten, organisaties, professionals en activiteiten om

Nadere informatie

Vrouwelijke genitale verminking (vgv) en de Nederlandse ketenaanpak

Vrouwelijke genitale verminking (vgv) en de Nederlandse ketenaanpak Vrouwelijke genitale verminking is een vorm van kindermishandeling en een schending van mensenrechten en in Nederland bij wet verboden. Pharos heeft in 2013 in samenwerking met Erasmus MC onderzoek gedaan

Nadere informatie

Presentatie FGM Congres huiselijke geweld en kindermishandeling. Ede Shamsa H. Said

Presentatie FGM Congres huiselijke geweld en kindermishandeling. Ede Shamsa H. Said Presentatie FGM Congres huiselijke geweld en kindermishandeling 11-11 11-2009 Ede Shamsa H. Said FGM FGM/Meisjesbesnijdenis Meisjesbesnijdenis is een verminking van de vrouwelijke genitaliën n in verschillende

Nadere informatie

Omnibusenquête 2015. deelrapport. Ter Zake Het Ondernemershuis

Omnibusenquête 2015. deelrapport. Ter Zake Het Ondernemershuis Omnibusenquête 2015 deelrapport Ter Zake Het Ondernemershuis Omnibusenquête 2015 deelrapport Ter Zake Het Ondernemershuis OMNIBUSENQUÊTE 2015 deelrapport TER ZAKE HET ONDERNEMERSHUIS Zoetermeer, 15 februari

Nadere informatie

Sleutels tot interventiesucces: welke combinaties van methodieken zorgen voor gezond beweeg- en voedingsgedrag?

Sleutels tot interventiesucces: welke combinaties van methodieken zorgen voor gezond beweeg- en voedingsgedrag? TNO-rapport TNO/LS 2012 R10218 Sleutels tot interventiesucces: welke combinaties van methodieken zorgen voor gezond beweeg- en voedingsgedrag? Behavioural and Societal Sciences Wassenaarseweg 56 2333 AL

Nadere informatie

Omnibusenquête 2015. deelrapport. Studentenhuisvesting

Omnibusenquête 2015. deelrapport. Studentenhuisvesting Omnibusenquête 2015 deelrapport Studentenhuisvesting Omnibusenquête 2015 deelrapport Studentenhuisvesting OMNIBUSENQUÊTE 2015 deelrapport STUDENTENHUISVESTING Zoetermeer, 9 december 2015 Gemeente Zoetermeer

Nadere informatie

Vrouwelijke Genitale Verminking in Nederland Omvang, risico en determinanten

Vrouwelijke Genitale Verminking in Nederland Omvang, risico en determinanten BEKNOPTE VERSIE ONDERZOEKSRAPPORT FEMALE GENITAL MUTILATION IN THE NETHERLANDS PREVALENCE, INCIDENCE AND DETERMINANTS Vrouwelijke Genitale Verminking in Nederland Omvang, risico en determinanten Marja

Nadere informatie

ALCOHOLGEBRUIK TIJDENS ZWANGERSCHAP EN BORSTVOEDING

ALCOHOLGEBRUIK TIJDENS ZWANGERSCHAP EN BORSTVOEDING ALCOHOLGEBRUIK TIJDENS ZWANGERSCHAP EN BORSTVOEDING Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) drinkt van alle vrouwen van 25 tot 45 jaar in Nederland naar schatting 80% wel eens alcohol. Cijfers

Nadere informatie

Female Genital Mutilation: het is niet altijd wat het lijkt! M. Caroline Vos Scholingsmiddag SFG 19 december 2013

Female Genital Mutilation: het is niet altijd wat het lijkt! M. Caroline Vos Scholingsmiddag SFG 19 december 2013 Female Genital Mutilation: het is niet altijd wat het lijkt! M. Caroline Vos Scholingsmiddag SFG 19 december 2013 Opbouw voordracht Introductie Facts and Figures Medische gevolgen Psychosociale gevolgen

Nadere informatie

Hepatitis C in penitentiaire inrichtingen Een onderzoek naar prevalentie

Hepatitis C in penitentiaire inrichtingen Een onderzoek naar prevalentie Hepatitis C in penitentiaire inrichtingen Een onderzoek naar prevalentie C.J. Leemrijse M.Bongers M. Nielen W. Devillé ISBN 978-90-6905-995-2 http://www.nivel.nl nivel@nivel.nl Telefoon 030 2 729 700 Fax

Nadere informatie

Enige prognoses betreffende dementie in de jaren 2007 tot 2030 in Amsterdam

Enige prognoses betreffende dementie in de jaren 2007 tot 2030 in Amsterdam TNO-rapport KvL/P&Z 2009.010 Enige prognoses betreffende dementie in de jaren 2007 tot 2030 in Amsterdam Preventie en Zorg Wassenaarseweg 56 Postbus 2215 2301 CE Leiden www.tno.nl T +31 71 518 18 18 F

Nadere informatie

Gebitsletsel door sport

Gebitsletsel door sport TNO-rapport KvL/B&G/2009.004 Gebitsletsel door sport Preventie en Zorg Wassenaarseweg 56 Postbus 2215 2301 CE Leiden www.tno.nl T +31 71 518 18 18 F +31 71 518 19 10 info-zorg@tno.nl Datum 13 januari 2009

Nadere informatie

Allochtone kinderen geboren in ingeburgerd nestje.

Allochtone kinderen geboren in ingeburgerd nestje. TNO-rapport TNO/CH 2012 R10564 Allochtone kinderen geboren in ingeburgerd nestje. Scholingsprogramma kraamzorgvoorlichtsters Behavioural and Societal Sciences Wassenaarseweg 56 2333 AL Leiden Postbus 2215

Nadere informatie

BULLETIN. Vrouwelijke genitale verminking. www.igz.nl STAATSTOEZICHT OP DE VOLKSGEZONDHEID. Gewijzigde tekst Den Haag, april 2010

BULLETIN. Vrouwelijke genitale verminking. www.igz.nl STAATSTOEZICHT OP DE VOLKSGEZONDHEID. Gewijzigde tekst Den Haag, april 2010 STAATSTOEZICHT OP DE VOLKSGEZONDHEID I NSPECTIE VOOR DE G EZONDHEIDSZ ORG www.igz.nl BULLETIN Vrouwelijke genitale verminking Gewijzigde tekst Den Haag, april 2010 2 INSPECTIE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG 3

Nadere informatie

1 RAPPORT. Geen vrouwenbesnijdenis in klinieken aangetroffen

1 RAPPORT. Geen vrouwenbesnijdenis in klinieken aangetroffen 1 RAPPORT Geen vrouwenbesnijdenis in klinieken aangetroffen s-hertogenbosch, november 2007 2 INSPECTIE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG Inhoudsopgave 1. Inleiding 3 2. Definities 3 2.1 Vrouwenbesnijdenis 3 2.2

Nadere informatie

Klinische verloskunde in het dokter J.H.Jansenziekenhuis te Emmeloord: een verkenning.

Klinische verloskunde in het dokter J.H.Jansenziekenhuis te Emmeloord: een verkenning. Klinische verloskunde in het dokter J.H.Jansenziekenhuis te Emmeloord: een verkenning. C.J. Dekker, huisarts te Urk. Februari 2003. Inleiding De haalbaarheid van een klinische afdeling gynaecologie-verloskunde

Nadere informatie

Studie over de prevalentie van en het risico op vrouwelijke genitale verminking in België (samenvatting), 2014

Studie over de prevalentie van en het risico op vrouwelijke genitale verminking in België (samenvatting), 2014 Studie over de prevalentie van en het risico op vrouwelijke genitale verminking in België (samenvatting), 2014 Geactualiseerd op 31 december 2012 Promotor : FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen

Nadere informatie

VROUWENBESNIJDENIS. Versie 1.0

VROUWENBESNIJDENIS. Versie 1.0 VROUWENBESNIJDENIS Versie 1.0 Datum Goedkeuring 01-03-2003 Methodiek Consensus based Discipline Multidisciplinair Verantwoording NVOG Inleiding Vrouwenbesnijdenis, door de Wereld Gezondheids Organisatie

Nadere informatie

Kenmerk ontheffing in de Bijstands Uitkeringen Statistiek

Kenmerk ontheffing in de Bijstands Uitkeringen Statistiek Centraal Bureau voor de Statistiek Divisie sociale en regionale statistieken (SRS) Sector statistische analyse voorburg (SAV) Postbus 24500 2490 HA Den Haag Kenmerk ontheffing in de Bijstands Uitkeringen

Nadere informatie

Conceptstandpunt Preventie van vrouwelijke genitale verminking

Conceptstandpunt Preventie van vrouwelijke genitale verminking Conceptstandpunt Preventie van vrouwelijke genitale verminking 4 0 Bilthoven. versie 21 maart Bladzijde 1 van Colofon Titel Standpunt Preventie van Vrouwelijke Genitale Verminking Een uitgave van RIVM/Centrum

Nadere informatie

Vrouwelijke Genitale Verminking nader bekeken

Vrouwelijke Genitale Verminking nader bekeken Vrouwelijke Genitale Verminking nader bekeken Een onderzoek naar de aard, omvang en attitude onder professionals en risicogroep in Amsterdam en Tilburg Auteurs: Merlijn Kramer (1), Paula Dijkema (2), Iety

Nadere informatie

Expertmeeting Alcohol en Zwangerschap 6 december 2012

Expertmeeting Alcohol en Zwangerschap 6 december 2012 Expertmeeting Alcohol en Zwangerschap 6 december 2012 Onderzoek Alcohol en Zwangerschap 2008-2012 Nickie van der Wulp, MSc 12, Ciska Hoving, PhD 2, Wim van Dalen, MSc 1, & Hein de Vries, PhD 2 1 Nederlands

Nadere informatie

ROKEN TIJDENS DE ZWANGERSCHAP

ROKEN TIJDENS DE ZWANGERSCHAP ROKEN TIJDENS DE ZWANGERSCHAP Percentages over de periode 2001-2015 In 2014 rookte naar schatting 27% van alle 20-40 jarige vrouwen in Nederland (Bron: Gezondheidsenqute/Leefstijlmonitor CBS i.s.m. RIVM

Nadere informatie

TNO-rapport TNO/LS 2015 R11197. Earth, Life & Social Sciences Schipholweg 77-89 2316 ZL Leiden Postbus 3005 2301 DA Leiden. www.tno.

TNO-rapport TNO/LS 2015 R11197. Earth, Life & Social Sciences Schipholweg 77-89 2316 ZL Leiden Postbus 3005 2301 DA Leiden. www.tno. TNO-rapport TNO/LS 2015 R11197 Het effect van media-aandacht voor het gebruik van mogelijk ondeugdelijke naalden in het voorjaar van 2015 op de bereidheid van moeders om hun dochter te laten vaccineren

Nadere informatie

MEDISCHE ZORG VOOR VROUWEN EN MEISJES MET VROUWELIJKE GENI. Versie 1.0

MEDISCHE ZORG VOOR VROUWEN EN MEISJES MET VROUWELIJKE GENI. Versie 1.0 MEDISCHE ZORG VOOR VROUWEN EN MEISJES MET VROUWELIJKE GENI Versie 1.0 Datum Goedkeuring 04-06-2010 Methodiek Evidence based Discipline Verantwoording Multidisciplinair NVOG Inhoudsopgave Doelstelling en

Nadere informatie

Meisjesbesnijdenis in Nederland, een kwestie van mensenrechten?

Meisjesbesnijdenis in Nederland, een kwestie van mensenrechten? Meisjesbesnijdenis in Nederland, een kwestie van mensenrechten? Meisjesbesnijdenis in Nederland, een kwestie van mensenrechten? Het beleid ter bestrijding van Vrouwelijke Genitale Verminking getoetst aan

Nadere informatie

Voorstelling toolkit «Preventie van vrouwelijke genitale verminking»

Voorstelling toolkit «Preventie van vrouwelijke genitale verminking» Voorstelling toolkit «Preventie van vrouwelijke genitale verminking» Beste mevrouw, Beste heer, Beste partner, Het naderen van de zomervakantie betekent een stijging van het aantal deskundigen en eerstelijnshulpverleners

Nadere informatie

SLEUTELPERSONEN IN BEELD. Het belang van nazorg bij vrouwenbesnijdenis en de rol van sleutelpersonen in de strijd tegen VGV

SLEUTELPERSONEN IN BEELD. Het belang van nazorg bij vrouwenbesnijdenis en de rol van sleutelpersonen in de strijd tegen VGV SLEUTELPERSONEN IN BEELD Het belang van nazorg bij vrouwenbesnijdenis en de rol van sleutelpersonen in de strijd tegen VGV Inhoudsopgave Inleiding 3 Bashir Apoudjak 6 Aladin Hamad 8 Sumaia Elshafi 10 Rukio

Nadere informatie

Inhoudsopgave volledig rapport

Inhoudsopgave volledig rapport NIVEL/VUmc, 2005 72 pag. NIVEL bestelcode: W9.69 Prijs: 7,50 Verzendkosten: 2,50 ISBN: 90-6905-749-2 Deze samenvatting van onderstaand rapport is een uitgave van het NIVEL in 2005. De gegevens mogen met

Nadere informatie

Rapport. Roken en Zwangerschap. Jordy van der Steen. B-1272 Juli 2002. Bestemd voor: DEFACTO voor een rookvrije toekomst Den Haag

Rapport. Roken en Zwangerschap. Jordy van der Steen. B-1272 Juli 2002. Bestemd voor: DEFACTO voor een rookvrije toekomst Den Haag nipo het marktonderzoekinstituut Postbus 247 1000 ae Amsterdam Grote Bickersstraat 74 Telefoon (020) 522 54 44 Fax (020) 522 53 33 Email info@nipo.nl Internet www.nipo.nl Rapport Roken en Zwangerschap

Nadere informatie

Cliënttevredenheidsonderzoek Wmo 2014-2015

Cliënttevredenheidsonderzoek Wmo 2014-2015 Cliënttevredenheidsonderzoek Wmo 2014-2015 Afdeling: Maatschappelijke ontwikkeling Auteur : Nick Elshof Datum: 25-09-2015 Inhoudsopgave Inleiding... 3 Samenvatting... 4 Verantwoording en achtergrond...

Nadere informatie

8 Vrouwelijke Genitale Verminking

8 Vrouwelijke Genitale Verminking 8 Vrouwelijke Genitale Verminking Meerjarenprogramma 2015 2018 Inleiding In Nederland zijn we vanaf de jaren negentig geconfronteerd met besneden meisjes en vrouwen door migratie van vrouwen uit landen

Nadere informatie

MIJN OUDERS ZEGGEN NEE

MIJN OUDERS ZEGGEN NEE Preventie meisjesbesnijdenis jeugdgezondheidszorg Deze folder is voor ouders die afkomstig zijn uit een land waar meisjesbesnijdenis voorkomt. Deze folder is ook beschikbaar in Engels, Frans, Arabisch

Nadere informatie

Implementatie van de VMIS in de verloskundigenpraktijk

Implementatie van de VMIS in de verloskundigenpraktijk Implementatie van de VMIS in de verloskundigenpraktijk van 1994 tot nu Martijntje Bakker Waarom? Roken tijdens de zwangerschap is schadelijk Lager geboortegewicht Groeiachterstand Verhoogd risico op een

Nadere informatie

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Ons kenmerk Inlichtingen bij Doorkiesnummer Den Haag -2698347 Onderwerp Bijlage(n) Uw brief voortgangsrapportage vrouwelijke

Nadere informatie

Toetsprogramma Omgaan met risicofactoren in het beleid bij hypertensieve aandoeningen tijdens de zwangerschap, baring en kraamperiode

Toetsprogramma Omgaan met risicofactoren in het beleid bij hypertensieve aandoeningen tijdens de zwangerschap, baring en kraamperiode Toetsprogramma Omgaan met risicofactoren in het beleid bij hypertensieve aandoeningen tijdens de zwangerschap, baring en kraamperiode Colofon Koninklijke Nederlandse Organisatie van Verloskundigen, Utrecht,

Nadere informatie

Monitor jongeren 12 tot 24 jaar

Monitor jongeren 12 tot 24 jaar Alcoholgebruik Psychosociale gezondheid Genotmiddelen Voeding, bewegen en gewicht Seksueel gedrag Samenvatting en aanbevelingen Monitor jongeren 12 tot 24 jaar Jongerenmonitor In 2011 is in de regio IJsselland

Nadere informatie

Verslag Discussiebijeenkomst

Verslag Discussiebijeenkomst Verslag Discussiebijeenkomst Preventie vrouwelijke genitale verminking in relatie tot de fatwa die daarover uitgesproken is 10 December 2007 Een initiatief van Pharos, georganiseerd in samenwerking met

Nadere informatie

Ex arbeidsongeschikten werkzaam als zelfstandige

Ex arbeidsongeschikten werkzaam als zelfstandige TNO Kwaliteit van Leven TNO-rapport 031.12851.01.04 Ex arbeidsongeschikten werkzaam als zelfstandige Arbeid Polarisavenue 151 Postbus 718 2130 AS Hoofddorp www.tno.nl/arbeid T 023 554 93 93 F 023 554 93

Nadere informatie

Wegwijzers in de geboortezorg

Wegwijzers in de geboortezorg TNO-rapport TNO/CH 2013 R11285 Wegwijzers in de geboortezorg Behavioural and Societal Sciences Wassenaarseweg 56 2333 AL Leiden Postbus 2215 2301 CE Leiden www.tno.nl T +31 88 866 90 00 F +31 88 866 06

Nadere informatie

Peiling Melkvoeding van Zuigelingen in 2010 Borstvoeding in de provincie Zeeland

Peiling Melkvoeding van Zuigelingen in 2010 Borstvoeding in de provincie Zeeland TNO-rapport TNO/CH 2011.017 Peiling Melkvoeding van Zuigelingen in 2010 Borstvoeding in de provincie Zeeland Behavioural and Societal Sciences Wassenaarseweg 56 2333 AL Leiden Postbus 2215 2301 CE Leiden

Nadere informatie

Rapportage bijzondere bijstand 2014

Rapportage bijzondere bijstand 2014 Rapport Rapportage bijzondere bijstand 2014 Vinodh Lalta Thomas Slager 30 oktober 2015 CBS Den Haag Henri Faasdreef 312 2492 JP Den Haag Postbus 24500 2490 HA Den Haag +31 70 337 38 00 www.cbs.nl projectnummer

Nadere informatie

Modelprotocol medische zorg voor vrouwen en meisjes met vrouwelijke genitale verminking (VGV) 1

Modelprotocol medische zorg voor vrouwen en meisjes met vrouwelijke genitale verminking (VGV) 1 Modelprotocol medische zorg voor vrouwen en meisjes met vrouwelijke genitale verminking (VGV) 1 Preventie, begeleiding en behandeling van vrouwen met status na vrouwelijke genitale verminking. Nederlandse

Nadere informatie

Initiatiefvoorstel ter voorkoming van meisjesbesnijdenis

Initiatiefvoorstel ter voorkoming van meisjesbesnijdenis Brief d.d. 7 februari 2006 van het college van B&W met reactie op dit voorstel Raadsvoorstel 5/2006 Initiatiefvoorstel ter voorkoming van meisjesbesnijdenis Inleiding Meisjesbesnijdenis heeft het afgelopen

Nadere informatie

Landelijke abortusregistratie 2011

Landelijke abortusregistratie 2011 Landelijke abortusregistratie 2011 Deze factsheet doet verslag van de abortuscijfers, gebaseerd op gegevens die zijn verzameld voor de Landelijke abortusregistratie (LAR). Als aanvulling hierop wordt ook

Nadere informatie

AGENTS OF CHANGE. voor jongeren door jongeren. voorlichting in asielzoekerscentra

AGENTS OF CHANGE. voor jongeren door jongeren. voorlichting in asielzoekerscentra AGENTS OF CHANGE voor jongeren door jongeren voorlichting in asielzoekerscentra AGENTS OF CHANGE voor jongeren door jongeren voorlichting in asielzoekerscentra projectverslag sep 2012 - apr 2014 Inhoudsopgave

Nadere informatie

Cijfers. Tatoeages. Een analyse van OBiN-gegevens

Cijfers. Tatoeages. Een analyse van OBiN-gegevens Cijfers Tatoeages Een analyse van OBiN-gegevens Tatoeages Een analyse van OBiN-gegevens Christine Stam Uitgegeven door VeiligheidNL Postbus 75169 1070 AD Amsterdam www.veiligheid.nl Aanvraag 2015.130 Cijfers

Nadere informatie

TNO-rapport WATERSTOFDIFFUSIE IN EEN CONSTRUCTIEDETAIL VAN STAAL VOORZIEN VAN EEN ZINKLAAG

TNO-rapport WATERSTOFDIFFUSIE IN EEN CONSTRUCTIEDETAIL VAN STAAL VOORZIEN VAN EEN ZINKLAAG IT 00 * * FI _ NO 4 5 ilzm 1 W. - j r* * * * * * Ri.:istaaI Pctu' 20.)(iO 3'2 LA U'çhi TNO-rapport 99M1-00809ISCAJVIS WATERSTOFDIFFUSIE IN EEN CONSTRUCTIEDETAIL VAN STAAL VOORZIEN VAN EEN ZINKLAAG TNO

Nadere informatie

Lage SES mannen en voorbeeldgedrag

Lage SES mannen en voorbeeldgedrag TNO-rapport KvL/GB 2009.100 Lage SES mannen en voorbeeldgedrag Preventie en Zorg Wassenaarseweg 56 Postbus 2215 2301 CE Leiden www.tno.nl T +31 71 518 18 18 info-zorg@tno.nl Datum November 2009 Auteur(s)

Nadere informatie

16. Statistische analyse Meldpunt

16. Statistische analyse Meldpunt 16. Statistische analyse Meldpunt Statistische analyse Meldpunt Inleiding In de periode 19 juli 2010 tot en met 16 maart 2012 ontving de commissie zevenhonderdeenenveertig meldingen van seksueel misbruik.

Nadere informatie

Rapportage voor Saffier De Residentiegroep. Lerende Evaluatie: De stand voor de transitie naar een nieuw woonzorgconcept

Rapportage voor Saffier De Residentiegroep. Lerende Evaluatie: De stand voor de transitie naar een nieuw woonzorgconcept Rapportage voor Saffier De Residentiegroep Lerende Evaluatie: De stand voor de transitie naar een nieuw woonzorgconcept 24 februari 2015 Lerende Evaluatie: De stand voor de transitie naar een nieuw woonzorg-

Nadere informatie

OMNIBUSENQUETE 2012. Deelrapport: elektrisch rijden. Mei 2013. Simon Arndt, Directie BV, afdeling FB/Onderzoek en Statistiek

OMNIBUSENQUETE 2012. Deelrapport: elektrisch rijden. Mei 2013. Simon Arndt, Directie BV, afdeling FB/Onderzoek en Statistiek Omnibusenquête 2012 deelrapport elektrisch rijden OMNIBUSENQUETE 2012 Deelrapport: elektrisch rijden Mei 2013 Samenstelling rapport: Enquête-organisatie In opdracht van: Josée Boormans, Directie BV, afdeling

Nadere informatie

monitor Marokkaanse Nederlanders in Maassluis bijlage(n)

monitor Marokkaanse Nederlanders in Maassluis bijlage(n) Raadsinformatiebrief (openbaar) gemeente Maassluis Aan de leden van de gemeenteraad in Maassluis Postbus 55 3140 AB Maassluis T 010-593 1931 E gemeente@maassluis.nl I www.maassluis.nl ons kenmerk 2010-4748

Nadere informatie

Monitor jongeren 12 tot 24 jaar

Monitor jongeren 12 tot 24 jaar Alcoholgebruik Psychosociale gezondheid Genotmiddelen Voeding, bewegen en gewicht Seksueel gedrag Samenvatting en aanbevelingen Monitor jongeren 12 tot 24 jaar Jongerenmonitor In 2011 is in de regio IJsselland

Nadere informatie

4.2. Evaluatie van de respons op de postenquêtes. In dit deel gaan we in op de respons op instellingsniveau en op respondentenniveau.

4.2. Evaluatie van de respons op de postenquêtes. In dit deel gaan we in op de respons op instellingsniveau en op respondentenniveau. 4.2. Evaluatie van de respons op de postenquêtes 4.2.1. Algemeen In dit deel gaan we in op de respons op instellingsniveau en op respondentenniveau. Instellingsniveau (vragenlijst coördinator) provincie,

Nadere informatie

Voorwoord 3. Inleiding 5. Overzicht van activiteiten 6 Ideeën van jongeren in Nederland 6

Voorwoord 3. Inleiding 5. Overzicht van activiteiten 6 Ideeën van jongeren in Nederland 6 Inhoud Voorwoord 3 Inleiding 5 Overzicht van activiteiten 6 Ideeën van jongeren in Nederland 6 Changemakers aan het woord: 8 Sagal Ali 8 Nafisa Nur Osman 10 James Owie 12 Sams I Noussa 14 Hawa Bah 16 Salada

Nadere informatie

CULTURELE HERKOMST VAN CLIËNTEN IN DE GGZ EN VERSLAVINGSZORG

CULTURELE HERKOMST VAN CLIËNTEN IN DE GGZ EN VERSLAVINGSZORG CULTURELE HERKOMST VAN CLIËNTEN IN DE GGZ EN VERSLAVINGSZORG 1 Culturele herkomst van cliënten in de ggz en verslavingszorg Aantal cliënten in de GGZ naar land van herkomst Aantal cliënten in 2006 Aantal

Nadere informatie

Berekeningsmethodiek NHC in de Care

Berekeningsmethodiek NHC in de Care TNO-rapport - TNO-060-UTC-2011-00078 Berekeningsmethodiek NHC in de Care Datum 4 mei 2011 Auteur(s) Norman Egter van Wissekerke Oscar Verhoeff Henk Sijsling Aantal pagina's 8 Opdrachtgever Projectnaam

Nadere informatie

2011D04279 LIJST VAN VRAGEN TOTAAL

2011D04279 LIJST VAN VRAGEN TOTAAL 2011D04279 LIJST VAN VRAGEN TOTAAL 1 De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) noemt het opvallend dat het aantal abortussen vanaf 20 weken is toegenomen en veronderstelt dat dit verband houdt met de

Nadere informatie

Initiatieven richting duurzame ontwikkeling ondergrond succesvoller met Grondslagen voor Governance

Initiatieven richting duurzame ontwikkeling ondergrond succesvoller met Grondslagen voor Governance Behavioural and Societal Sciences Van Mourik Broekmanweg 6 2628 XE Delft Postbus 49 2600 AA Delft TNO-rapport TNO 2013 R10274 Initiatieven richting duurzame ontwikkeling ondergrond succesvoller met Grondslagen

Nadere informatie

PEILING MELKVOEDING VAN ZUIGELINGEN 2015

PEILING MELKVOEDING VAN ZUIGELINGEN 2015 PEILING MELKVOEDING VAN ZUIGELINGEN 2015 Borstvoeding is de beste voeding als het gaat om de gezondheid van moeder en kind. De WHO adviseert het eerste half jaar na de geboorte uitsluitend borstvoeding

Nadere informatie

Perinatale sterfte verschillen naar zorgregio s in Nederland

Perinatale sterfte verschillen naar zorgregio s in Nederland Perinatale sterfte verschillen naar zorgregio s in Nederland Anita CJ Ravelli, AMC afdeling Klinische Informatiekunde Mede namens: Martine Eskes, Jan Jaap HM Erwich, Hens AA Brouwers, Erna Kerkhof, Joris

Nadere informatie

Els Leye wetenschappelijk medewerker International Centre for Reproductive Health www.icrh.org Els.Leye@UGent.be

Els Leye wetenschappelijk medewerker International Centre for Reproductive Health www.icrh.org Els.Leye@UGent.be Vrouwelijke genitale verminking in Europa Els Leye wetenschappelijk medewerker International Centre for Reproductive Health www.icrh.org Els.Leye@UGent.be Vrouwenbesnijdenis of vrouwelijke genitale verminking

Nadere informatie

Figuren en Tabellen. Tuberculose in Nederland 2011 surveillance rapport. behorend bij. Incidentie 0-2 >2-4 >4-6 >6-10 >10-20 >20-35

Figuren en Tabellen. Tuberculose in Nederland 2011 surveillance rapport. behorend bij. Incidentie 0-2 >2-4 >4-6 >6-10 >10-20 >20-35 Figuren en Tabellen behorend bij Tuberculose in Nederland 2011 surveillance rapport Incidentie 0-2 >2-4 >4-6 >6-10 >10-20 >20-35 december 2012 Figuren en Tabellen behorend bij Tuberculose in Nederland

Nadere informatie

Beoordeling Legionellaveiligheid StatiqCooling dauwpuntskoeler

Beoordeling Legionellaveiligheid StatiqCooling dauwpuntskoeler Nederlandse Organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek / Netherlands Organisation for Applied Scientific Research Laan van Westenenk 501 Postbus 342 7300 AH Apeldoorn TNO-rapport 2007-A-R0544/B

Nadere informatie

Aan de slag met seksuele voorlichting na uitbuiting. Inspiratie en bruikbare bronnen

Aan de slag met seksuele voorlichting na uitbuiting. Inspiratie en bruikbare bronnen Aan de slag met seksuele voorlichting na uitbuiting Inspiratie en bruikbare bronnen Inspiratie citaten Nee, natuurlijk willen we het niet met onze mentor over seks hebben. En ja, natuurlijk moet onze mentor

Nadere informatie

KNOV-Visie. Voeding van de pasgeborene. Utrecht 2015

KNOV-Visie. Voeding van de pasgeborene. Utrecht 2015 1 5 KNOV-Visie Voeding van de pasgeborene Utrecht 015 6 1 7 8 9 10 11 1 1 1 15 16 17 18 19 0 1 5 6 7 8 9 0 1 5 6 7 8 9 0 CLIËNTE De cliënte en haar partner maken een geïnformeerde keuze over de voeding

Nadere informatie

MOA 2005: weging en correctie voor allochtonen zonder Internet

MOA 2005: weging en correctie voor allochtonen zonder Internet Stichting voor Economisch Onderzoek der Universiteit van Amsterdam MOA 2005: weging en correctie voor allochtonen zonder Internet Djoerd de Graaf Onderzoek in opdracht van Intelligence Group Amsterdam,

Nadere informatie

Check Je Kamer Rapportage 2014

Check Je Kamer Rapportage 2014 Check Je Kamer Rapportage 2014 Kwantitatieve analyse van de studentenwoningmarkt April 2015 Dit is een uitgave van de Landelijke Studenten Vakbond (LSVb). Voor vragen of extra informatie kan gemaild worden

Nadere informatie

Onderzoek Alcohol en Zwangerschap

Onderzoek Alcohol en Zwangerschap Pagina 1 Onderzoek Alcohol en Zwangerschap Juni 2011 - Nieuwsbrief Nr 3 Beste verloskundige en assistente, Dit is de derde nieuwsbrief over het onderzoek Alcohol en Zwangerschap van het Nederlands Instituut

Nadere informatie

Invoering van de meldcode in de jeugdzorg

Invoering van de meldcode in de jeugdzorg Invoering van de meldcode in de jeugdzorg Inspectie Jeugdzorg Utrecht, april 2013 Samenvatting Eind december 2012 heeft de Inspectie Jeugdzorg via een digitale vragenlijst een inventariserend onderzoek

Nadere informatie

VROUWELIJKE PARTNERS IN DE TOP ADVOCATUUR

VROUWELIJKE PARTNERS IN DE TOP ADVOCATUUR VROUWELIJKE PARTNERS IN DE TOP ADVOCATUUR FEITEN EN CIJFERS Onderzoeksgegevens Onder wie: partners van de 30 grootste advocatenkantoren in Nederland Gezocht: 3 vrouwelijke en 3 mannelijke partners per

Nadere informatie

Ja/nee vraag. (Verwachting is dat de nieuwe standaard eind 2010 uitkomt)

Ja/nee vraag. (Verwachting is dat de nieuwe standaard eind 2010 uitkomt) Bijlage 1 module Verloskundig Handelen nr Omschrijving type Bron Toelichting voor verloskundigen/ 1 Is er een protocol Anemie dat in overeenstemming is met de actuele aanbevelingen uit de standaard? structuur

Nadere informatie

Effecten van cliëntondersteuning. Samenvatting van een haalbaarheidsonderzoek naar de meetbaarheid van door de cliënt ervaren effecten

Effecten van cliëntondersteuning. Samenvatting van een haalbaarheidsonderzoek naar de meetbaarheid van door de cliënt ervaren effecten Effecten van cliëntondersteuning Samenvatting van een haalbaarheidsonderzoek naar de meetbaarheid van door de cliënt ervaren effecten MEE Nederland, 4 februari 2014 1. Inleiding In deze samenvatting beschrijven

Nadere informatie

GESPREKSPROTOCOL MEISJESBESNIJDENIS

GESPREKSPROTOCOL MEISJESBESNIJDENIS GESPREKSPROTOCOL MEISJESBESNIJDENIS JUNI 2005 2 VOORWOORD Het gespreksprotocol meisjesbesnijdenis is een handleiding voor artsen en verpleegkundigen in de jeugdgezondheidszorg om, ter preventie van meisjesbesnijdenis,

Nadere informatie

. Preventie van alcoholgebruik tijdens de zwangerschap. Nickie van der Wulp

. Preventie van alcoholgebruik tijdens de zwangerschap. Nickie van der Wulp . Preventie van alcoholgebruik tijdens de zwangerschap Nickie van der Wulp 7-02-2014 Disclosure belangen spreker (potentiële) belangenverstrengeling Zie hieronder Voor bijeenkomst mogelijk relevante relaties

Nadere informatie

Vrouwelijke Genitale Verminking Meerjarenprogramma

Vrouwelijke Genitale Verminking Meerjarenprogramma Vrouwelijke Genitale Verminking Meerjarenprogramma Inleiding Sinds begin jaren 90 worden we in Nederland geconfronteerd met Vrouwelijke Genitale Verminking (VGV), gedefinieerd als een ingreep aan de uitwendige

Nadere informatie

Influenza vaccinatie van ziekenhuismedewerkers

Influenza vaccinatie van ziekenhuismedewerkers Influenza vaccinatie van ziekenhuismedewerkers Achtergrond Het RIVM en Vernet Verzuimnetwerk B.V. hebben een onderzoek uitgevoerd onder ziekenhuismedewerkers naar de relatie tussen de influenza vaccinatiegraad

Nadere informatie

Memorandum. Technical Sciences Brassersplein 2 2612 CT Delft Postbus 5050 2600 GB Delft. Aan Bestuur stichting Pensioenfonds TNO. www.tno.

Memorandum. Technical Sciences Brassersplein 2 2612 CT Delft Postbus 5050 2600 GB Delft. Aan Bestuur stichting Pensioenfonds TNO. www.tno. Memorandum Aan Bestuur stichting Pensioenfonds TNO Van Dr. F. Phillipson Onderwerp Risicobereidheidsonderzoek Pensioenfonds TNO Inleiding In de periode juni-augustus 2014 is er een risicobereidheidsonderzoek

Nadere informatie

Betreft: Perinatale Zorg in Nederland 2013

Betreft: Perinatale Zorg in Nederland 2013 Betreft: Perinatale Zorg in Nederland Auteur Redactie Tabellen, figuren en bijlagen Stichting Perinatale Registratie Nederland dhr.dr. H.A.A. Brouwers (NVK), dhr.prof.dr. H.W. Bruinse (NVOG), mw.dr. J.

Nadere informatie

> Retouradres Postbus 20350 2500 EJ Den Haag. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG

> Retouradres Postbus 20350 2500 EJ Den Haag. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG > Retouradres Postbus 20350 2500 EJ Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Bezoekadres: Rijnstraat 50 2515 XP DEN HAAG T 070 340 79 11 F 070 340 78

Nadere informatie

ANTICONCEPTIEKEUZE Achtergronden en uitkomsten van anticonceptiegebruik

ANTICONCEPTIEKEUZE Achtergronden en uitkomsten van anticonceptiegebruik ANTICONCEPTIEKEUZE Achtergronden en uitkomsten van anticonceptiegebruik Charles Picavet, Linda van der Leest en Cecile Wijsen Rutgers Nisso Groep, mei 2008 Achtergrond Hoewel er veel verschillende anticonceptiemethoden

Nadere informatie

De vragenlijst van de openbare raadpleging

De vragenlijst van de openbare raadpleging SAMENVATTING De vragenlijst van de openbare raadpleging Tussen april en juli 2015 heeft de Europese Commissie een openbare raadpleging gehouden over de vogel- en de habitatrichtlijn. Deze raadpleging maakte

Nadere informatie

Dr. Marijke C.Ph. Slieker-ten Hove. Bekkenfysiotherapeut

Dr. Marijke C.Ph. Slieker-ten Hove. Bekkenfysiotherapeut Naam Bekkenfysiotherapeut Titel proefschrift/thesis Samenvatting Dr. Marijke C.Ph. Slieker-ten Hove Ja Pelvic Floor Function and Disfunction in a general female population Algemeen Het hoofdonderwerp van

Nadere informatie

Tevredenheid over MEE. Brancherapport 2011. Een onderzoek in opdracht van MEE Nederland. Marieke Hollander Betty Noordhuizen BA3913

Tevredenheid over MEE. Brancherapport 2011. Een onderzoek in opdracht van MEE Nederland. Marieke Hollander Betty Noordhuizen BA3913 Tevredenheid over MEE Brancherapport 2011 Een onderzoek in opdracht van MEE Nederland Marieke Hollander Betty Noordhuizen BA3913 Zoetermeer, 21 december 2011 De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust

Nadere informatie

Vluchtelingenjeugd Centraal

Vluchtelingenjeugd Centraal pilot cursus Vluchtelingenjeugd Centraal Trainerspool VWMN april 2012 Programma Introductie Uitleg project en cursus Informatie over vluchtelingenjeugd ~ korte pauze ~ Rol VluchtelingenWerk Houding, tips

Nadere informatie

Geluidabsorptie van een aantal Sonaspray constructies

Geluidabsorptie van een aantal Sonaspray constructies Stieltjesweg 1 Postbus 155 2600 AD Delft TNO-rapport MON-RPT-033-DTS-2008-00750 Geluidabsorptie van een aantal Sonaspray constructies www.tno.nl T +31 15 269 20 00 F +31 15 269 21 11 Datum 5 maart 2008

Nadere informatie

Informatiepakket over meisjesbesnijdenis en nazorg

Informatiepakket over meisjesbesnijdenis en nazorg Informatiepakket over meisjesbesnijdenis en nazorg Voor docenten en het zorgteam in het (ISK) onderwijs KENNIS- EN ADVIESCENTRUM Informatiepakket over meisjesbesnijdenis en nazorg Voor docenten en het

Nadere informatie

Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland Midden T.a.v. directie Postbus 5364 6802 EJ Arnhem

Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland Midden T.a.v. directie Postbus 5364 6802 EJ Arnhem > Retouradres Postbus 20584 1001 NN Amsterdam Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland Midden T.a.v. directie Postbus 5364 6802 EJ Arnhem Datum 12 augustus 2014 Onderwerp vastgesteld rapport toezichtonderzoek

Nadere informatie

Patiënten informatie over een studie naar zwangerschaps-complicaties bij vrouwen met het Polycysteus Ovarium Syndroom:

Patiënten informatie over een studie naar zwangerschaps-complicaties bij vrouwen met het Polycysteus Ovarium Syndroom: Patiënten informatie over een studie naar zwangerschaps-complicaties bij vrouwen met het Polycysteus Ovarium Syndroom: Geachte mevrouw, de C opper studie Uw behandelend arts heeft u geïnformeerd over de

Nadere informatie

Directoraat-Generaal Wetgeving, Internationale Aangelegenheden, Integratie en Vreemdelingenzaken

Directoraat-Generaal Wetgeving, Internationale Aangelegenheden, Integratie en Vreemdelingenzaken α inisterie van Justitie Directoraat-Generaal Wetgeving, Internationale Aangelegenheden, Integratie en Vreemdelingenzaken Directie Integratie en Inburgering Postadres: Postbus 20301, 2500 EH Den Haag Aan

Nadere informatie

Tabellenboek bij factsheet panel Psychisch Gezien: Werk, eenzaamheid en stigma. Caroline Place Lex Hulsbosch Harry Michon

Tabellenboek bij factsheet panel Psychisch Gezien: Werk, eenzaamheid en stigma. Caroline Place Lex Hulsbosch Harry Michon Tabellenboek bij factsheet panel Psychisch Gezien: Werk, eenzaamheid en stigma Caroline Place Lex Hulsbosch Harry Michon Inhoudsopgave Algemene toelichting... 3 Legenda bij tabellen... 4 Deel 1 - Algemene

Nadere informatie

Psychological Determinants of Absenteeism at Work by Pregnant Women. Psychologische determinanten van uitval uit het arbeidsproces door zwangere

Psychological Determinants of Absenteeism at Work by Pregnant Women. Psychologische determinanten van uitval uit het arbeidsproces door zwangere Psychological Determinants of Absenteeism at Work by Pregnant Women Psychologische determinanten van uitval uit het arbeidsproces door zwangere vrouwen: Onderzoek naar de relatie tussen angst, depressieve

Nadere informatie

OV-plangedrag Breng-reizigers

OV-plangedrag Breng-reizigers OV-plangedrag Breng-reizigers Lectoraat Human Communication Development Auteurs: Daphne Hachmang Renée van Os Els van der Pool Datum: 9-9-2014 Inhoudsopgave 1. Inleiding 3 2. Achtergrond onderzoek 4 2.1

Nadere informatie

Thuis voelen in Nederland: stedelijke verschillen bij allochtonen

Thuis voelen in Nederland: stedelijke verschillen bij allochtonen Thuis voelen in Nederland: stedelijke verschillen bij allochtonen Jeroen Nieuweboer Allochtonen in, en voelen zich minder thuis in Nederland dan allochtonen elders in Nederland. Marokkanen, Antillianen

Nadere informatie

Redactie M.M. Wagenaar-Fischer, N. Heerdink-Obenhuijsen, M. Kamphuis, J. de Wilde

Redactie M.M. Wagenaar-Fischer, N. Heerdink-Obenhuijsen, M. Kamphuis, J. de Wilde Samenvatting van de JGZ Richtlijn secundaire preventie kindermishandeling. Handelen bij een vermoeden van kindermishandeling Samenvatting voor het management Redactie M.M. Wagenaar-Fischer, N. Heerdink-Obenhuijsen,

Nadere informatie