THEMANUMMER VEELPLEGERS, TIJDSCHRIFT VOOR CRIMINOLOGIE, NR. 45 (2003) 2 VEELPLEGERS. Henk Ferwerda, Edward Kleemans, Dirk Korf en Peter van der Laan

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "THEMANUMMER VEELPLEGERS, TIJDSCHRIFT VOOR CRIMINOLOGIE, NR. 45 (2003) 2 VEELPLEGERS. Henk Ferwerda, Edward Kleemans, Dirk Korf en Peter van der Laan"

Transcriptie

1 THEMANUMMER VEELPLEGERS, TIJDSCHRIFT VOOR CRIMINOLOGIE, NR. 45 (2003) 2 VEELPLEGERS Henk Ferwerda, Edward Kleemans, Dirk Korf en Peter van der Laan Het lijkt erop dat veelplegers er in de 21 ste eeuw ineens waren. Sinds het begin van de jaren negentig van de vorige eeuw werd er vooral gesproken over stelselmatige daders of de harde kern als er gedoeld werd op een vooral jeugdige dadergroep die zich met regelmaat schuldig maakte aan het plegen van onder meer ernstige misdrijven. In de aanloop naar de verkiezingen van zowel 2002 als 2003 was niet de harde kern maar de veelpleger frequent inzet van debat. Een aantal krantenkoppen uit deze periode geeft de toon aan en schetst een beeld van zowel de veelpleger als de gewenste stevige aanpak: Veelpleger blijft topprioriteit, Steeds jongere veelpleger moet heropvoeding krijgen, Cellen speciaal voor veelplegers, Jeugdige veelplegers zijn ziek en Veelpleger moet afkicken van crimineel gedrag. Niet alleen politiek en media, ook het beleid omarmde de veelplegers. Zowel in het veiligheidsprogramma van de Ministeries van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Justitie Naar een veiliger samenleving (2002) als in Jeugd terecht (2003), het actieprogramma jeugdcriminaliteit van de Minister van Justitie, wordt apart aandacht besteed aan de strengere aanpak van veelplegers. De wetenschap lijkt op het eerste gezicht bij dit thema geen rol te spelen, maar niets is minder waar. Het was de wetenschap die de term veelpleger introduceerde en bovendien een pittige discussie aanzwengelde. De term veelpleger werd voor het eerst gebruikt in 2000, in de Landelijke verdachtenkaart 1998 (2000), de voorloper van de Landelijke Criminaliteitskaart. Een veelpleger werd gedefinieerd als iemand die meer dan tien antecedenten op zijn naam heeft staan (Grapendaal en Van Tilburg, 2002). Dat wil zeggen dat de politie tegen de desbetreffende persoon elf keer of vaker procesverbaal heeft opgemaakt. Het was echter niet de definitie maar de discussie over het aandeel van veelplegers in de totale criminaliteit die veel stof deed opwaaien. Zo bleek uit analyses dat de aangehouden veelplegers uit 1998 (Landelijke verdachtenkaart 1998, 2000) tezamen verantwoordelijk zijn voor ruim 60 procent van de antecedenten uit de totale criminele carrières van alle verdachten (Boerman e.a., 2002). In de criminaliteitskaart van 1999 keek men naar het aandeel van de veelplegers in één bepaald jaar (1999). Toen bleken de veelplegers verantwoordelijk te zijn voor slechts twintig procent van de antecedenten in dat jaar (Grapendaal en Van Tilburg, 2002). Waarom had men nu een ander aandeel van veelplegers in de totale criminaliteit vastgesteld dan een jaar eerder? Verbazing en verontwaardiging alom. De discussie draaide niet zozeer om definities en de interpretaties van onderzoeksresultaten, maar om de verwachting dat een strenge aanpak van een kleine groep daders veel resultaat zou opleveren. In die discussie was 60 procent een eigen leven gaan leiden. Denkend aan die 60 procent schreef de toenmalige minister van Justitie Korthals: 110 Nr 2 jaargang

2 Een beperkte groep daders pleegt een groot deel van de misdrijven. Als het lukt de recidive bij deze categorie veelplegers terug te dringen, mag daarvan een belangrijk effect op de totale omvang van de criminaliteit worden verwacht (Criminaliteitsbeheersing,, 2001: 14). Kritische beschouwingen in het Tijdschrift voor Criminologie van Grapendaal en Van Tilburg (2002) en Meijer, Van Panhuis, Siero en Smit (2002) over het aandeel van veelplegers in de totale criminaliteit en de overschatting daarvan door velen leidden niet tot bijstellingen of correcties. Weliswaar liet Korthals opvolger Donner de Tweede Kamer in september 2002 weten dat zijn departement te weinig had gedaan om de verkeerde beeldvorming rond veelplegers tegen te gaan, maar in de aanloop naar de laatste verkiezingen bleven de media berichten dat veelplegers verantwoordelijk zijn voor het leeuwendeel van de misdaad. Het laatste nieuws over veelplegers komt van de Raad van Hoofdcommissarissen, die op 7 februari 2003 pleit voor een harde en heldere aanpak (HHA) van veelplegers. In een persbericht stelt de Raad van Hoofdcommissarissen dat de helft van de geregistreerde criminaliteit voor rekening van veelplegers komt en dat effectieve uitschakeling door middel van een persoonsgerichte aanpak de criminaliteit met tientallen procenten kan doen verminderen. Welke definitie en rekenmethode de Raad van Hoofdcommissarissen heeft gebruikt, is vooralsnog niet duidelijk. Wel is duidelijk dat er over veelplegers veel te doen is. Voor het Tijdschrift voor Criminologie is dat reden om aan dit onderwerp een apart themanummer te wijden, waarin verschillende auteurs dit fenomeen belichten. Vragen die daarbij aan de orde komen zijn: hoe identificeren we veelplegers (definities)? Wat zijn de consequenties van de definitie? Wat is het profiel van de veelpleger? Hoe groot is het aandeel van veelplegers in de totale criminaliteit nu eigenlijk? Hoe verhoudt de term veelpleger zich tot harde kern-jongere en wat valt er te zeggen over de aanpak van veelplegers? Helpt het als we veelplegers voor langere tijd buiten de samenleving plaatsen volgens de Amerikaanse Three Strikes and You re Out methode? Kortom, vragen en discussiepunten te over. VAN STELSELMATIGE DADER EN HARDE KERN TOT VEELPLEGER In 1990 gebruikte het Openbaar Ministerie het begrip stelselmatige dader ter aanduiding van de betrekkelijk kleine groep daders die op grond van stelselmatig overtreden van de wet verantwoordelijk wordt geacht voor een groot deel van de lokale, ernstige criminaliteit (Strafrecht met beleid, 1990). Kort daarop werd door Beke en Kleiman (1993) naar aanleiding van een grootschalig onderzoek onder jongeren de term harde kern-jongere geïntroduceerd. Met die term doelden de onderzoekers op een relatief kleine groep jeugdige delinquenten die zich met de nodige regelmaat schuldig maakten aan het plegen van relatief ernstige misdrijven. Dit type dader werd getypeerd als calculerend, hetgeen zich onder meer uitte in het plegen van ernstige vermogensdelicten. Ook schuwden ze het gebruik van geweld niet, onder andere door wapenbezit en -gebruik. Beke en Kleiman wezen niet alleen op het stevige criminaliteitspatroon van de groep maar beschreven ook H. Ferwerda, E. Kleemans, D. Korf en P. van der Laan - Veelplegers 111

3 de problematische persoonlijke, sociale en maatschappelijke achtergrond van harde kern-jongeren. Om de criminele carrières van dergelijke jongeren te doorbreken werd voorgesteld om de jongeren in plaats van een vrijheidsstraf intensief te begeleiden op diverse terreinen (sociale vaardigheden, werk, vrije tijdsbesteding, scholing). De trajecten die begin jaren negentig van start gingen onder de noemer van stelselmatige daderaanpak (SDA) of harde kernprojecten staan nu bekend als Individuele Trajectbegeleiding (Individuele trajectbegeleiding (ITB) voor de harde kern, 2000). De term harde kern-jongere ging al snel een eigen leven leiden. Om eenheid van begrip te bevorderen werd door het Ministerie van Justitie de volgende definitie geformuleerd: Jongeren in de leeftijd van 12 tot en met 24 jaar, die in het peiljaar twee zware delicten hebben gepleegd en bovendien in de jaren daarvoor drie antecedenten hebben én jongeren die in het peiljaar tenminste drie zware delicten hebben gepleegd (Eenheid van Begrip III, 1999). En toen deed plotseling de veelpleger zijn intrede. De definitie daarvan is een stuk eenvoudiger dan die van harde kern-jongere. Ongetwijfeld heeft dat er toe bijgedragen dat het fenomeen door velen is omarmd. Zoals hiervoor reeds is aangegeven, gaat het om personen met tenminste tien antecedenten. De definitie van de veelpleger verschilt op vier essentiële punten van die van de harde kern-jongere of de stelselmatige dader. Allereerst wordt bij veelplegers geen onderscheid gemaakt naar type antecedent (delict). In definities van stelselmatige daders en harde kern-jongeren gebeurde dat wel; veelal werd gerefereerd aan ernstige delicten, zonder dat overigens die ernst nader werd gespecificeerd. Ten tweede worden geen grenzen gesteld aan de periode waarin de strafbare feiten zijn gepleegd. Ten derde gaat het bij veelplegers niet om een specifieke dadergroep, zoals bijvoorbeeld jongeren, verslaafden of een bepaalde groep allochtonen. Het vierde verschil heeft betrekking op de voorgestelde aanpak. Gaat het bij de harde kern vooral om secundaire en tertiaire preventie, preventieve maatregelen voor jongeren die het risico lopen een criminele carrière op te bouwen en voor jongeren die daar reeds een begin mee hebben gemaakt, bij veelplegers lijkt het accent meer op repressie te liggen. De ruime definitie maakt bij wijze van spreken ook tot een veelpleger een vrouw van 79 die al twintig jaar slechthorend is en over die periode twaalf keer een proces-verbaal heeft gekregen wegens geluidsoverlast. Nu is dit voorbeeld natuurlijk gechargeerd, het maakt wel duidelijk wat de implicaties kunnen zijn van een eendimensionale, kwantitatieve definitie van veelplegers. Met de aard van de gepleegde delicten, het criminaliteitspatroon en specifieke daderkenmerken wordt geen rekening gehouden. Het voorbeeld maakt ook duidelijk dat iemand die verspreid over een groot aantal jaren tenminste tien antecedenten opbouwt, getypeerd kan worden als veelpleger en dientengevolge in aanmerking zou komen voor een al dan niet stevige aanpak. De vraag is echter of dat niet passender is voor iemand die in een korte tijd een aantal maar minder dan tien antecedenten opbouwt en daardoor hier en nu veel overlast veroorzaakt. 112 Nr 2 jaargang

4 Elffers 1 draagt bij tot helderheid in deze onheldere discussie. In het huidige debat dreigt de veelpleger synoniem te worden met de langpleger. Dit levert een tweetal problemen op. Ten eerste zijn sommige langplegers niet meer zo actief; zij zijn meer oude bekenden. Daarnaast zijn sommige beginners korte tijd zeer actief en kunnen zij nog een lange carrière voor de boeg hebben. Elffers introduceert daarom de begrippen delictdichtheid en vaakpleger. Tevens geeft hij aan dat vooral de vaakplegers beleidsmatig relevant zijn. Dit zijn mensen die in een korte tijdspanne voor veel overlast en criminaliteit zorgen. Natuurlijk is de lengte van een criminele carrière ook relevant, maar omdat we niet in de toekomst kunnen kijken, is niet met zekerheid te voorspellen hoe lang een dergelijke carrière zal duren. Voor de ontwikkeling van beleid biedt de lengte van een criminele carrière daarom minder aanknopingspunten. WIE IS DE VEELPLEGER? In twee artikel wordt ingegaan op kenmerken en achtergronden van veelplegers. Versteegh, Janssen en Bernasco gaan op basis van de (kwantitatieve) definitie van veelplegers in op de aard en omvang van deze groep in de regio Haaglanden. In de periode bleek ongeveer twaalf procent van de bekende verdachten te typeren als veelpleger. Anders wellicht verwacht blijkt de veelpleger vooral een autochtone man in de leeftijd van 25 tot 44 jaar te zijn. Vier van de tien veelplegers zijn te typeren als harddrugsgebruiker. Het beeld van de oudere junk doemt op en niet dat van bijvoorbeeld de jeugdige allochtoon. Dat is overigens vrij logisch, omdat in de analyses gekeken is naar personen met tenminste tien antecedenten, zelfs voor crimineel zeer actieve jongeren heel wat. Ze zijn simpelweg nog te jong voor zo n lang strafblad. Verder maakt deze bijdrage duidelijk dat er niet alleen aandacht voor veelplegers nodig is. De groep die daar nog (net) niet toe behoort de zogenoemde doorstromers met twee tot tien antecedenten is om een aantal redenen ook interessant. In deze groep zitten veel jongeren, voor wie wellicht andere dan repressieve maatregelen meer aangewezen zijn. De kans op het doorbreken en/of voorkomen van mogelijke criminele carrières lijkt groter, omdat zij jonger zijn, hun harddrugsgebruik geringer is en zij (mogelijk) nog aan het begin van een criminele loopbaan staan. De analyses van Versteegh e.a. laten ook zien dat het raadplegen van grote bestanden met vele verdachten zonder te differentiëren naar leeftijd tot opmerkelijke resultaten kan leiden. Zo blijken in de regio Haaglanden niet alleen doorstromers en veelplegers, maar ook beginners rond de 30 jaar oud te zijn. VEELPLEGERS EN HARDDRUGS Jacobs en Essers analyseren gegevens uit de Strafrechtsmonitor en komen tot de conclusie dat de categorie veelplegers weliswaar wordt gedomineerd door harddrugsgebruikers, maar dat ook andere problemen kenmerkend zijn voor veelplegers: psychische problemen, alcoholverslaving, schuldsituaties, 1 Vetgedrukte auteursnamen verwijzen naar hun artikelen in dit themanummer. H. Ferwerda, E. Kleemans, D. Korf en P. van der Laan - Veelplegers 113

5 dakloosheid en andere vicieuze cirkels. Interessant is dat zij ook wijzen op een groep veelplegers, die niet gekenmerkt wordt door dergelijke problemen, maar juist door sterke(re) sociale en maatschappelijke bindingen. De oude junk blijkt dus prominent vertegenwoordigd onder de veelplegers. Ook volgens andere studies lijdt het geen twijfel dat veel harddrugsverslaafden zich vaak en langdurig schuldig maken aan criminaliteit. Janssen en Swierstra (1982) constateerden dit twintig jaar geleden al in hun Heroïnegebruikers in Nederland. Latere studies hebben deze thematiek verder verdiept en bevestigen dat relatief veel verslaafden crimineel actief zijn, maar ook dat zij een tamelijk hoge pakkans hebben (zie bijvoorbeeld: Grapendaal e.a., 1991; Korf en Hoogenhout, 1990). Minder eenduidig is de interpretatie van het verband tussen harddrugsgebruik en criminaliteit. In de literatuur zijn drie stromingen te onderkennen en voor elk is er een zekere empirische ondersteuning. Ten eerste de onvermijdelijkheidsth ese, ook wel bekend als het farmacologisch determinisme (Inciardi, 1981). Kort gezegd komt deze benadering erop neer dat mensen die aan drugs verslaafd zijn daar steeds meer van nodig hebben. Om in hun gebruik te kunnen voorzien zijn zij vrijwel onvermijdelijk aangewezen op crimineel verworven inkomsten. Een bevestiging hiervan is te vinden in het feit dat methadon- en heroïneverstrekking bijdraagt aan de reductie van criminaliteit (Van den Brink e.a., 2002; Driessen, 1992; Korf en Hoogenhout, 1990; Tonry en Wilson, 1990). De tweede stroming benadrukt dat criminele geïnvolveerdheid een belangrijke voedingsbodem vormt voor drugsgebruik (Clayton en Tuchfield, 1982). Doordat drugs illegaal zijn, komen criminelen er sneller mee in aanraking. Als bevestiging van deze benadering geldt met name de bevinding dat veel harddrugsverslaafden reeds een strafblad hadden voordat zij met harddrugs begonnen (Anten en Van der Heide, 1989; Cozijn en Van Dijk, 1978; Dobinson, 1989; Grapendaal e.a., 1991; Korf, 1995). In de derde benadering wordt de statistische samenhang tussen drugsgebruik en criminaliteit niet ontkend, maar wordt gesteld dat beide gedragingen een gemeenschappelijke achtergrond hebben in wat vaak een deviante leefstijl genoemd wordt (Walters, 1994). Deze leefstijlbenadering wordt ondersteund door het gegeven dat harddrugsverslaafden onder andere qua sociaal-economische achtergrond, opleidingsniveau, etniciteit en criminaliteit voorafgaand aan het eerste drugsgebruik een specifiek deel vormen van de populatie drugsgebruikers (o.a. Buiks, 1983; Korf, 1995; de Graaf e.a., 2000; Kaufman en Verbraeck, 1986). Ook de bevinding van Swierstra (1990) dat harddrugsverslaafden doorgaans eerder stoppen met criminaliteit dan een streep zetten onder hun verslaving pleit voor de leefstijlbenadering. Het moge duidelijk zijn dat deze drie invalshoeken heel verschillende manieren van aanpak van drugsgerelateerde criminaliteit tot gevolg hebben. DE AANPAK VAN VEELPLEGERS Dat veel veelplegers te typeren zijn als harddrugsgebruiker zien we terug in de strafrechtelijke en bestuurlijke aanpak van het fenomeen. In de loop der jaren zijn verschillende projecten gestart, voorzieningen getroffen en 114 Nr 2 jaargang

6 aanvullende instrumenten geïntroduceerd, die betrekking hebben op deze categorie veelplegers. Begin jaren negentig werd in Dordrecht en korte tijd later in Groningen met projecten begonnen, gericht op de aanpak van stelselmatige daders (SDA). In Dordrecht was de uitvoering van deze intensieve ambulante begeleiding, in combinatie met gericht toezicht en controle door de politie, in handen gelegd van de reclassering. Vanwege de verwachte sterke vertegenwoordiging van verslaafden in deze dadergroep werd ook het Boumanhuis, een instelling voor verslavingszorg, hierbij betrokken. Het Groningse SDA was van meet af aan gericht op verslaafden (Kleiman en Terlouw, 1997). De verslavingsproblematiek van de deelnemers aan een SDA-project zorgt voor veel problemen en verkleint de kans op een goede afloop. Evaluatie van het Groningse SDA-project liet zien dat alle (verslaafde) deelnemers binnen de kortste keren opnieuw met de politie in aanraking kwamen (Kleiman en Terlouw, 1997). Een soortgelijke situatie werd aangetroffen bij SDA-Dordrecht. Dat een dergelijke aanpak nog andere haken en ogen kent laten Slotboom, Van der Laan en Bijleveld zien. Het tijdig signaleren van kandidaten verloopt allesbehalve vlekkeloos. Dat geldt ook voor organisatie en draagvlak, waardoor de continuïteit van zulke projecten bij voortduring op de proef wordt gesteld. Van recenter datum is de strafrechtelijke opvang van verslaafden (SOV), een TBS-achtige maatregel voor hardnekkig crimineel recidiverende harddrugverslaafden (Swierstra, 1999: 69). Met deze maatregel werd in 2001 een begin gemaakt, met als doel daders onder dwang in een gesloten setting te laten afkicken en tegelijkertijd een programma aan te bieden, gericht op maatschappelijke integratie. De maatregel duurt twee jaar. De SOV was in tweeërlei opzicht een novum. In de behandeling van verslaafden werd het niet onomstreden gedwongen afkicken ingevoerd. En door de keuze voor een maatregel en niet voor een straf werden belangrijke juridische principes als proportionaliteit, subsidiariteit en rechtsgelijkheid enigszins naar de achtergrond gedrongen. Niet het delict maar de dader en diens bijzondere omstandigheden en problematiek vormen de aanleiding en richtsnoer voor ingrijpen en keuze voor deze modaliteit. Dit alles maakt nieuwsgierig naar de resultaten van de SOV-aanpak, maar voor analyse en beoordeling daarvan is het nog te vroeg. Van een andere orde zijn maatregelen die zich niet zozeer expliciet richten op de verslaafde daders of de door hen gepleegde delicten, maar veeleer op de overlast die door de omgeving wordt ervaren. Die overlast neemt onder meer de vorm aan van onveiligheidsgevoelens. In diverse steden wordt overlast door verslaafden tegengegaan door het inrichten van gebruikersruimten (Bröer en Noyon, 1999). Ook de methadonprojecten en experimenten met gecontroleerde heroïneverstrekking kunnen in dat licht worden gezien. Als additioneel instrument heeft Amsterdam gekozen voor de dijkverboden, vernoemd naar de Zeedijk, een al vanaf het begin van de jaren zeventig vanwege drugshandel beruchte straat. Kaal en Korf geven inzicht in de dijkverboden die in de periode in de binnenstad van Amsterdam zijn uitgevaardigd. Zij gaan in op de aard van de dijkverboden, de overtredingen van dijkverboden en op de kenmerken van degenen die een dijkverbod kregen. Bijna personen H. Ferwerda, E. Kleemans, D. Korf en P. van der Laan - Veelplegers 115

7 kregen één of meer dijkverboden opgelegd. Net als bij criminaliteit blijkt een klein deel van de totale groep verantwoordelijk te zijn voor een groot deel van de dijkverboden: 12 procent krijgt er meer dan tien. Deze groep habitués is opvallend vaak dakloos en bestaat voor een groot deel uit Surinamers. Ondertussen gaat het denken over de aanpak van veelplegers door. Voorstellen om de strafmaat in geval van recidive te verhogen vinden in de politiek brede steun. In januari 2003 lanceerde de minister van Justitie het voorstel om voor veelplegers een bijkomende straf van twee jaar te introduceren, waarvan de invulling in velerlei opzicht overeenkomt met die van de SOV. Betwijfeld moet worden of het voorstel het in deze vorm zal halen, maar een anders geregelde strafverzwaring voor veelplegers mogelijk wel. Dit alles sluit aan bij de discussie over selective incapacitation, selectief uitschakelen van de straat houden van dadergroepen die daardoor gedurende een bepaalde tijd in ieder geval geen delicten meer kunnen plegen. Een specifieke invulling hiervan is het Three Strikes and You re Out beleid zoals dat in een aantal Amerikaanse staten is ingevoerd: een derde veroordeling, ongeacht aard of ernst van het gepleegde delict, leidt automatisch tot een langdurige gevangenisstraf. Blokland, Bijleveld en Nieuwbeerta gaan aan de hand van gegevens van circa 460 personen die in 1977 zijn veroordeeld na of een dergelijk beleid, aangepast aan Nederlandse maatstaven, in reductie van criminaliteit zou kunnen resulteren. Zij concluderen dat een gevangenisstraf van twee jaar zou kunnen leiden tot een criminaliteitsreductie van 33 procent. Veel langere straffen leveren nauwelijks grotere reductie op. Zij tekenen hierbij aan dat zoiets gepaard gaat met materieel en ook immaterieel aanzienlijke kostenverhoging. De gevangenispopulatie wordt zes tot zeven keer hoger. Bovendien is allerminst gezegd dat iedereen die vast zit delicten zou hebben gepleegd, als hij of zij nog vrij had rondgelopen. Een deel van hen wordt dus zonder noodzaak vastgehouden, met alle kosten en detentieleed van dien. Veelplegers zijn geen typisch Nederlands verschijnsel. Graham laat zien dat ook in Engeland de jonge persistent offenders of repeat offenders zich al een jaar of tien in extra aandacht mogen verheugen. Dat uit zich in steviger maatregelen voor deze groep delinquenten, met allerlei ongewenste neveneffecten. Het belangrijkste is dat het aantal korte vrijheidsstraffen voor jeugdigen tussen 1993 en 1998 verdubbelde en sindsdien verder toenam. Dit gaat uiteraard gepaard met forse financiële en humane kosten. Alternatieven in de vorm van intensief reclasseringstoezicht hebben deze opwaartse trend nog niet gestopt. Het totale aantal jongeren dat gedetineerd wordt, is sterk gestegen. Het fenomeen veelplegers heeft de afgelopen jaren al tot vele verhitte discussies geleid en niets wijst er op dat dit de komende tijd anders zal zijn. De veelplegersproblematiek stelt ons voor fundamentele vragen van politiek-maatschappelijke en bestuurlijke aard, maar ook criminologische en strafrechtelijke vragen doemen op. De beantwoording daarvan gaat gepaard met spraakverwarring en gebrekkige inzichten in relevante verschijnselen en ontwikkelingen. Het leidt ook tot irritaties, getuige de ingezonden brief in Trouw van 17 augustus 2002 van de Groninger korpschef Welten. Hij schrijft onder meer: 116 Nr 2 jaargang

8 De vraag of zo n persoon voldoet aan een methodologisch verantwoorde definitie vind ik een stuk minder interessant. Iets is niet alleen waar als het wetenschappelijk te onderbouwen valt. Ik geloof ook nog wel in wat ik zie. En aan een wetenschapper die mij komt vertellen dat ik dat niet heb gezien, of dat ik dat anders moet definiëren wat ik heb gezien, heb ik niet veel boodschap. Dit themanummer pretendeert niet alle antwoorden te geven op al die belangrijke vragen, maar hoopt wel bij te dragen aan de vermindering van de spraakverwarring en het inzicht in zowel het profiel van de veelpleger als de huidige en voorgenomen aanpak te vergroten. Nu maar hopen dat deelnemers aan de discussie kennis willen (blijven) nemen van wat wetenschappers te melden hebben. LITERATUUR Anten, J. & W. van der Heide (1989) Gedrag en achtergronden van gedetineerden in drie jeugdgevangenissen, Den Haag: Ministerie van Justitie. Beke, B. en W. Kleiman (1993) De harde kern in beeld. Jongeren en geweldscriminaliteit, Uitgeverij SWP: Utrecht. Boerman, F, W. van Tilburg en M. Grapendaal (2002) Landelijke criminaliteitskaart Aangifte- en verdachtenanalyse op basis van HKS-gegevens, Zoetermeer: KLPD. Brink, W. van den, V.M. Hendriks, P. Blanken, I. Huijsman & J.M. van Ree (2002) Heroïne op medisch voorschrift, Utrecht: Centrale Commissie Behandeling Heroïneverslaafden (CCBH). Broër, C. & R. Noyon (1999) Over last en beleid. Evaluatie Nota Overlast en vijf jaar SVO-beleid tegen overlast van harddrugsgebruikers, Amsterdam: Regioplan, Stad en Land. Buiks, P. (1983) Rastas in Babylon. Overleven in een etnische randgroep. Deventer, Van Loghum. Clayton, R.R. & B.S. Tuchfield (1982) The drug-crime debate: obstacles to understanding the relationship, Journal of Drug Issues, 12 (2): Cozijn, C. & J.J.M. van Dijk (1978) Harddrugsgebruikers in Huizen van Bewaring, Den Haag: WODC. Criminaliteitsbeheersing. Investeren in een zichtbare overheid (2001) Den Haag: Ministerie van Justitie / Ministerie van Binnenlandse Zaken. Dobinson, I. (1989) Making sense of the drug and crime link, Australian and New Zealand Journal of Criminology, 26 (2): Driessen, F.M.H.M. (1990) Methadoncliënten in Nederland, Utrecht: Bureau Driessen. De Graaf, I., J. Wildschut, & D. van de Mheen (2000) Utrechtse drugsgebruikers: een jachtig bestaan, Utrecht/Rotterdam: IVO. Eenheid van begrip III (1999) Den Haag: Ministerie van Justitie/DGPJS. Grapendaal, M., E. Leuw & J.M. Nelen (1992) De economie van het drugsbestaan, Arnhem: Gouda Quint. Grapendaal, M. en W. Van Tilburg (2002) Veelplegers in Nederland, in: Tijdschrift voor Criminologie, 44 (3): Inciardi. J.A (1981) The drugs-crime connection, Beverly Hills, Sage. Individuele trajectbegeleiding (ITB) voor de harde kern (2000) Den Haag: Ministerie vanjustitie/dpjs. Janssen, O. & K.E. Swierstra (1982) Heroïnegebruikers in Nederland: en typologie van levensstijlen, Groningen: Rijksuniversiteit, Vakgroep Criminologie. Jeugd terecht. Actieprogramma aanpak jeugdcriminaliteit (2003) Den Haag: Ministerie van Justitie. Kaufman, W.J. & H.T. Verbraeck (1986) Marokkaan en verslaafd. Een studie naar randgroepvorming, heroïnegebruik en criminalisering, Utrecht: Gemeente Utrecht, ROVU. H. Ferwerda, E. Kleemans, D. Korf en P. van der Laan - Veelplegers 117

9 Kleiman, W. en G. Terlouw (1997) Kiezen voor een kans. Evaluatie van hardekernprojecten. Den Haag: WODC (serie onderzoek en beleid, # 166). Korf, D.J. (1995) Dutch treat, Amsterdam: Thelathesis Publishers. Korf, D.J. & H.P.H. Hoogenhout (1990) Zoden aan de dijk, Amsterdam: Universiteit van Amsterdam, Instituut voor Sociale Geografie. Landelijke verdachtenkaart 1998: eerste aanzet (2000). Woerden: Programmabureau ABRIO. Meijer, R., P. van Panhuis, S. Siero en P. Smit (2002) Discussie: elf procent verdachten verantwoordelijk voor 20 of 60 procent van de criminaliteit?, in: Tijdschrift voor Criminologie, 44 (3): Strafrecht met beleid. Beleidsplan van het Openbaar Ministerie (1990) Den Haag: Ministerie van Justitie. Swierstra, K. (1999) Strafrechtelijke opvang verslaafden: het aftoppen van criminele carrièrecurves, Justitiële Verkenningen, 25 (6): Tonry, M. & J.Q. Wilson (1990) Drugs and crime, Chicago, Chicago University Press. Walters, G.D. (1994) Drugs and crime in lifestyle perspective, Thousand Oaks: Sage. 118 Nr 2 jaargang

10 VEELPLEGERS OF VAAKPLEGERS? Henk Elffers * Beschouwingen over veelplegers gaan in Nederland veelal uit van de definitie van dit begrip in de Landelijke Criminaliteitskaart LCK (Boerman e.a., 2002). Kort gezegd is dit een database die gegevens uit de herkenningsdienstsystemen (HKS) van de 25 regionale politiekorpsen combineert. Onder andere wordt door het LCK-team periodiek een bestand van bekend geworden daders samengesteld, waarin voor elke persoon elk misdrijf is opgenomen waarvoor hij is geverbaliseerd, ongeacht in welke politieregio dat delict is uitgevoerd of waar de verdachte is aangehouden. De door de LCK-auteurs voorgestelde omschrijving van het begrip veelplegers heeft een aantal onaantrekkelijke eigenschappen, die enerzijds met de definitie van dat begrip in termen van het LCK-bestand te maken hebben, anderzijds aanleiding geven tot verwarring over de vraag op basis van welk bestand van opgeloste delicten men zich zou moeten baseren om het aandeel van de veelplegers in het totaal aantal delicten vast te stellen (Grapendaal en Van Tilburg, 2002; Meijer e.a., 2002). In dit artikel wil ik nagaan in hoeverre het verstandig is de LCK-definitie van veelplegers aan te vullen, door gebruik te maken van het ook uit de criminele carrièreresearch bekende concept aantal delicten per tijdseenheid. Daarbij zal ik een nieuw begrip introduceren, vaakpleger, nagaan hoe dat zich verhoudt tot het begrip veelpleger en laten zien hoe beide begrippen met elkaar in verband staan. Deze exercitie is in genen dele bedoeld om de problematiek rond de veelplegers te bagatelliseren, maar juist om het probleemveld door begripsverheldering beter in het vizier te krijgen. DE LCK-DEFINITIE VAN VEELPLEGERS De LCK-definitie van een veelpleger is iemand die voor meer dan tien delicten 1 in het LCK-bestand 2 voorkomt, ongeacht de lengte van het tijdvak tussen het eerste en laatste opgenomen delict. Het komt mij voor dat dat een nogal ongelukkige definitie is, vanwege de eigenaardigheden van LCK-bestanden. Iemand zit in het LCK-bestand van jaar X als hij in dat jaar voor een delict 3 is geverbaliseerd, maar dan staan ook zijn delicten uit eerdere jaren indien bekend geworden in dat bestand vermeld 4. Dat betekent dat mensen met een langere maar rustige criminele carrière licht als veelpleger te boek komen te * De auteur dankt Wim Bernasco, Peter Versteegh en de themaredactie van dit nummer voor hun houtsnijdend commentaar op een eerdere versie van dit artikel. 1 Het is eigenlijk onverstandig om te spreken van plegers als we ons baseren op LCK/HKS-gegevens. De eenheid van analyse is in zulke politiebestanden immers het antecedent, een jargonterm die staat voor proces-verbaal tegen een verdachte van één of meer delicten. We zouden er daarom eigenlijk beter aan doen te spreken van gepakten in plaats van plegers (en dus ook van veelgepakten in plaats van veelplegers), juist ook omdat de grote meerderheid van bekend geworden delicten niet wordt opgelost. Ik zal me in dit artikel echter aan het standaard-spraakgebruik houden. H. Elffers - Veelplegers of vaakplegers? 119

11 staan, maar de beginners (nog) niet. Anderzijds worden mensen die in jaar X niet geverbaliseerd zijn voor een misdrijf helemaal niet in de beschouwing betrokken, ook al zijn ze de jaren daarvoor bijzonder actief geweest. Om de werking van de definitie te illustreren geef ik een fictief bestand met verdachten die in jaar X en de vier jaar daarvoor verschillende malen voor delicten zijn betrapt. Tabel: fictieve populatie van delictplegers jaar X-4 jaar X-3 jaar X-2 jaar X-1 jaar X totaal aantal delicten Verdachte veelpleger? delictdichtheid* (per jaar) A ja 19 / 5 = 3,8 nee B / 3 = 6 ja C ja 16 / 5 = 3,2 nee D ja 15 / 1 = 14 ja E nee 9 / 3 = 3 nee F nee 8 / 1 = 8 ja G nee 1 / 1 = 1 nee * De kolommen delictdichtheid en vaakpleger worden verderop in dit artikel besproken. vaakpleger*? Verdachten A, C en D zijn volgens de LCK-definitie veelplegers en al hun in grijze cellen vermelde misdrijven tellen mee bij het vergelijken van alle ooit in hun carrière gepleegde misdrijven. Verdachten E, F en G zijn geen veelplegers. Hun gearceerde misdrijven tellen niet als veelplegersdelicten. Verdachte B komt niet in het LCK-bestand van jaar X voor (omdat hij in jaar X geen PV heeft opgelopen) en zijn 18 misdrijven (cursief aangegeven) tellen dus in geen enkele berekening mee. Ik vind het wat gewrongen om iemand die door de jaren heen telkenmale een enkele keer wordt opgepakt een veelpleger te noemen en hem over een kam te scheren met iemand die sinds een jaar dagelijks of wekelijks wordt opgepakt, temeer daar vooral die laatste in het dagelijks spraakgebruik met een veelpleger 2 In de term het LCK-bestand zit overigens een misverstand ingebakken. Het LCKbestand van jaar X is allerminst een eenduidige aanduiding. Vaak bedoelt men de groep personen waarvan op tijdstip t bekend is dat ze in jaar X een PV hebben gekregen voor een misdrijf, maar daarbij kan het gekozen tijdstip t nogal verschillen. Als we voor t bijvoorbeeld 31 december van jaar X nemen, of voor t een aantal maanden later, zal er verschil ontstaan. Sommige delicten kunnen immers pas veel later aan een bepaalde verdachte worden gekoppeld. De verwarring wordt nog groter als we LCK-bestanden over een aantal jaren samenvoegen. Iemand die niet in jaar X in het bestand voorkomt maar wel in X+1 (en ook eerder delicten heeft begaan), tellen we die nu mee als we over jaar X in het samengevoegde bestand over X en X+1 spreken? Daar is veel voor te zeggen, maar dat betekent dat de groep verdachten in jaar X in het samengevoegde bestand van X en X+1 verschilt van de groep verdachten in LCK-X. Onderzoekers horen hier uiterst nauwkeurig te specificeren hoe ze precies hun data uit de LCK hebben samengesteld. 3 Ik wals hier over het vermoeiende onderscheid tussen antecedenten en feiten heen, men zie Grapendaal en Van Tilburg (2002) om dat kort uitgelegd te krijgen. Mijn voorbeelden behandelen antecedenten. 4 Behoudens schoning, een procedure om onder bepaalde omstandigheden delicten weer uit de registratie te verwijderen, grofweg als men vijf jaar lang niet opnieuw is geverbaliseerd. 120 Nr 2 jaargang

12 wordt bedoeld. Ik denk dat de meeste korpschefs, journalisten, politici of burgers zich bij een veelpleger een draaideurcrimineel voorstellen, iemand die alweer voor zijn volgende misdrijf wordt opgepakt of zou moeten worden opgepakt terwijl de inkt van zijn vorige PV nog niet droog is. Overigens blijkt de politie zulke draaideurcriminelen, als ze bestaan, ongemoeid te laten. Er komen in LCK-bestanden nauwelijks personen voor die vaker dan eens per week worden opgepakt. Of dit wijst op wijs beleid van het uitvoerende politiepersoneel dan wel op schromelijke overdrijving van het verschijnsel draaideurcrimineel laat ik nu in het midden. Heel veel veelplegers volgens de LCK-definitie kunnen allerminst als zodanig worden gezien. Het zijn beroepscriminelen misschien, maar geen draaideurcriminelen. Door zulke verschillende soorten overtreders onder het begrip veelpleger te scharen, wordt dat begrip analytisch erg bot. Eigenlijk hebben we geen definitie van een veelpleger maar van een oude bekende van de politie. Dìe veelplegers zijn vooral langplegers. Dat het aandeel van de delicten van veelplegers in het totaal aantal delicten nogal eens tot verwarring leidt, is een begrijpelijk gevolg van de complexe opbouw van het dader- en delictenbestand van de LCK (vergelijk Grapendaal en Van Tilburg, 2002; Meijer e.a., 2002). Immers, wie alle delicten van de veelplegers telt in een LCK-bestand van een bepaald jaar en die vergelijkt met de aantallen delicten van de niet-veelplegers in dat zelfde jaar, beschouwt voor de eerste groep delicten een gemiddeld veel langere periode dan voor de tweede groep, en dat is meestal een nogal zinloze vergelijking. Het is verstandiger om in zo n vergelijking alleen delicten mee te tellen uit het jaar waarop het bestand is geselecteerd. In mijn fictieve populatie kan dat als volgt geïllustreerd worden. Het aantal ooit door veelplegers begane delicten in de voorbeeldtabel is = 49, het aantal ooit door niet-veelplegers begane delicten is = 18. Op deze manier is het percentage ooit door veelplegers begane delicten onder de ooit begane delicten 49 / ( ) = 73 %. (Merk op dat het aantal delicten van verdachte B in deze berekening merkwaardigerwijs noch in de teller, noch in de noemer voorkomt, ofschoon het toch wel ooit gepleegde delicten genoemd zouden kunnen worden). Het aandeel in jaar X door veelplegers begane delicten is kleiner, ( ) / ( ) = 63 %. VAAKPLEGERS Kan het over één kam scheren van de lang-maar-niet-zo-intensief-plegers en de werkelijk aan-de-lopende-band-plegers worden voorkomen zonder de opzet van het LCK-bestand te verlaten? Het verdient mijns inziens de voorkeur de lengte van het tijdvak waarin de geregistreerde delicten zijn gepleegd in de definitie van een veelpleger te betrekken en dan te kijken naar het aantal delicten per tijdseenheid, de delictdichtheid, een in de criminele carrièreresearch veel gebruikte grootheid (vergelijk Blumstein en Cohen, 1987; Blumstein e.a., 1988a, 1988b), daar veelal aangeduid met het symbool λ (lambda, de Griekse letter l). Gebruikmakend van de definitie van λ zal ik een vaakpleger - definitie omschrijven, als alternatief of aanvulling voor de veelpleger. H. Elffers - Veelplegers of vaakplegers? 121

13 Bekijk de datum van het oudste in het LCK-bestand opgenomen delict van een persoon en zij t de tijdspanne tussen deze datum en de datum van afsluiting van het bestand (31 december van het jaar X ), bijvoorbeeld uitgedrukt in jaren. Zij a het aantal delicten dat de betreffende persoon geregistreerd ziet in het bestand. Dan is de (geregistreerde) delictdichtheid van die persoon gedefinieerd als λ = a / t, uitgedrukt in aantal delicten per jaar in de totale registratieperiode. Terzijde zij opgemerkt dat het heel eenvoudig is om deze definitie desgewenst aan te passen, zodat verschillende typen delicten in de delictdichtheid met verschillend gewicht worden meegeteld, dus bijvoorbeeld geweldsdelicten voor twee laten tellen en andere voor één. Ook kan men sommige kruimeldelicten desgewenst helemaal niet meetellen. Een vaakpleger 5 is nu iemand met een hoge delictdichtheid. Net zoals men volgens de veelplegersdefinitie van een veelpleger spreekt als iemands aantal geregistreerde delicten boven een bepaalde drempelwaarde (tien) ligt, zo stel ik ook voor van een vaakpleger te spreken als iemands delictdichtheid een bepaalde drempelwaarde overschrijdt: We spreken van een vaakpleger als iemand een hoge delictdichtheid heeft, dat wil zeggen als zijn λ groter of gelijk is aan een bepaalde drempelwaarde λ 0. Welke waarde een wijze keuze is voor λ 0 als drempelwaarde, daarover valt te twisten. Een redelijke keuze is misschien λ 0 = 11. Dan spreken we dus van een vaakpleger als die persoon minstens elf keer per jaar een misdaad geregistreerd ziet, zodat hij in ieder geval ook in de boven besproken definitie een veelpleger is. Maar uit empirisch werk blijkt dat zulke dichtheden nauwelijks voorkomen. Ik zal daarom een wat lagere grens trekken en spreken van een vaakpleger als iemands dichtheid boven een drempelwaarde λ 0 = 4 ligt. Zo iemand wordt derhalve over zijn hele carrière gemiddeld vier maal per jaar opgepakt of geverbaliseerd. Starters met een intensieve delictcarrière kunnen zich zo al in een hele korte periode als vaakplegers karakteriseren. Laten we eens twee gevallen doorrekenen, bij wijze van oefening, uitgaande van het LCK-1998 geval. Laat Jansen in het LCK-bestand van 1998 voorkomen met als oudste vermelding 1 februari 1996 en totaal 11 delicten (waarvan de laatste dus zeker in 1998 valt, anders kwam hij niet in het bestand voor). De waarde van t is dan 1064 dagen, en zijn delictdichtheid λ = 11 / 1064 * 365 = 3,77. Dat is kleiner dan de drempelwaarde 4, dus Jansen is in deze definitie geen vaakpleger. Volgens de oude definitie was hij wel een veelpleger, omdat hij voor meer dan 10 delicten geregistreerd was. Als anderzijds Pietersen voor het eerst op 1 oktober 1998 wordt betrapt en daarna in november en december nog drie keer, dan is zijn delictdichtheid (ten opzichte van eind 1998) 4 / 92 * 365 = 15.9 en telt hij dus als vaakpleger. Hij is echter (nog) geen veelpleger. Ofschoon de dichtheidsdefinitie ook kan worden toegepast op personen die maar voor één misdrijf staan geregistreerd, acht ik het minder zinvol in hun geval van een dichtheid te spreken. Ik zal daarom alleen delictdichtheden berekenen voor personen waarvan tenminste twee misdrijven genoteerd zijn. 5 Verwijzend naar voetnoot 1, het zou eigenlijk de voorkeur verdienen om van een vaakgepakte te spreken. 122 Nr 2 jaargang

14 Ook zal ik afzien van het berekenen van een dichtheid als het eerst genoteerde misdrijf pas na 1 december van het referentiejaar plaatsvond, omdat we moeten vrezen dat zo n kenmerk nog erg weinig stabiel is. Personen die maar een keer of alleen na 1 december van het referentiejaar geregistreerd staan, worden niet geklasseerd, noch als vaakpleger, noch als niet-vaakpleger. Voor hen zijn de data onvoldoende om al uitsluitsel te geven. HET VERBAND TUSSEN VAAKPLEGERS EN VEELPLEGERS Wat is nu de relatie van het concept veelpleger met het concept vaakpleger? Er geldt: delictdichtheid x lengte criminele carrière = aantal gepleegde delicten. Een veelpleger is iemand die een hoge waarde rechts van het is-gelijkteken heeft staan. Dat kan zo zijn, ofwel omdat hij een hoge delictdichtheid heeft (en dus een vaakpleger is) ofwel omdat hij een lange criminele carrière kent (een langpleger of oude bekende is) of beide. Doordat het concept veelpleger geen onderscheid tussen die beide mogelijkheden maakt, is het analytisch niet zo fijnzinnig als het concept vaakpleger. Uiteraard kent ook het concept vaakpleger zijn eigenaardigheden. Bijvoorbeeld: iemand kan als hij jong is veel vaker per jaar delicten plegen dan als hij wat ouder wordt. Als we, zoals in de voorgestelde definitie, altijd kijken naar iemands gehele carrière tot op het huidige tijdstip, maskeren we dat in zijn delictdichtheid. Ook is het concept nogal gevoelig voor de totale lengte van de periode waarover we spreken. Als we in de tabel bij verdachte D nog één procesverbaal in jaar X-4 zouden aantreffen, zakt zijn λ van 14 naar 15 / 5 = 3 delicten per jaar. Om dit soort verschijnselen te ondervangen kan men overwegen een voortschrijdend tijdsvenster te gebruiken en de momentane delictdichtheid te definiëren als de dichtheid over de afgelopen drie jaar, of iets dergelijks 6. Ook is het in dit verband mogelijk te corrigeren voor de tijd dat iemand gevangen zit en derhalve geen misdrijven kan plegen. Men vergelijke de eerder aangehaalde artikelen van Blumstein e.a. Het voordeel van het gebruiken van het concept vaakpleger ten opzichte van het concept veelpleger is dat: - personen die per tijdseenheid evenveel misdrijven geregistreerd zien ook gelijk worden geklasseerd; - terwijl eens een veelpleger, altijd een veelpleger geldt, zulks niet opgaat voor vaakplegers; die kunnen zich door zich rustig te houden van dit etiket ontdoen; - ook mensen die zich voor het eerst en meteen vrij regelmatig aan geregistreerde misdrijven schuldig maken al snel het dan ook zeer passende etiket vaakpleger verdienen. Uiteraard blijft het ook bij de definitie van vaakplegers verstandig bij het vergelijken van aantallen misdrijven tussen vaakplegers en niet-vaakplegers zich tot het lopende jaar te beperken. In de tabel leidt vergelijking op basis van het lopende jaar van de aantallen delicten door vaakplegers tot de berekening 6 Er is hier een parallel met de in de epidemiologie gebruikelijke begrippen levenslange prevalentie (vergelijk delictdichtheid) en jaar-prevalentie (vergelijk momentane dichtheid). H. Elffers - Veelplegers of vaakplegers? 123

15 ( ) / ( ) = 22 / 32 = 69 %, terwijl het percentage ooit door vaakplegers gepleegde delicten gelijk is aan ( ) / ( ) = 40 / 85 = 47%. Merk op dat de misdrijven van verdachte B bij het vaakplegen wel een rol spelen in de berekening. Men kan er over twisten welk concept, veelpleger of vaakpleger, vanuit een oogpunt van criminaliteitsbestrijding het meest relevant is. Het blijkt te lonen om beide concepten gezamenlijk in ogenschouw te nemen, zoals in het volgende voorbeeld wordt geïllustreerd. EEN VOORBEELD Ik zal hier een kleine illustratie geven van de verdeling van vaakplegers ten opzichte van die van veelplegers, gebruikmakend van gegevens van de Landelijke Criminaliteitskaart 1998 voor de politieregio Haaglanden 7. De enige pretentie van deze exercitie is om de concepten in de praktijk te illustreren en niet om inhoudelijk iets te betogen over Haagse vaakplegers. De data betreffen alle personen van wie op 1 april 1999 een delict in 1998 was geregistreerd, van wie dan alle eerdere delicten ook genoteerd staan. Weggelaten zijn zij van wie het laatste geregistreerde delict na 31 december 1998 plaatsvond 8. Het bestand bevat dan personen, waarvan 54 procent in 1998 voor het eerst geregistreerd is Figuur: Haaglanden 1998 (n=6372) 20 Haaglanden 1998 (n= 6372) niet veel, vaak veel en vaak delictdichtheid lambda (aantal antecedenten per jaar) weinig, zelden veel, niet vaak aantal antecedenten (logaritmische schaal) gegroepeerde puntenwolk: elk "bloemblaadje" staat voor 10 personen 7 De politieregio Haaglanden heeft deze data aan het NSCR ter beschikking gesteld voor wetenschappelijke doeleinden. 8 Dat is om technische redenen gedaan. In het door mij gebruikte bestand is dan de datum van het laatste delict in 1998 onbekend, en dat is nodig voor de berekening van de delictdichtheid. Uiteraard worden op deze wijze relatief veel veelplegers verwijderd. Zonder het weglaten van deze personen zou het bestand 11 procent veelplegers hebben bevat. 124 Nr 2 jaargang

16 ( nieuwkomers ), 37 procent met 2 tot 10 delicten geregistreerd staat (elders wel meerplegers of doorstromers genoemd), en 9 procent veelplegers. Voor de niet-nieuwkomers is hun delictdichtheid berekend en in de figuur uitgezet tegen het aantal delicten waarvoor ze in het bestand voorkomen. De grafiek laat zien dat er nauwelijks sprake is van een verband tussen enerzijds de vaakplegers-status (λ 4) en anderzijds de veelplegers-status (a 11). We kunnen in de figuur vier groepen onderscheiden als we zowel de veelpleeg- als de vaakpleegstatus in ogenschouw nemen. VIER GROEPEN VAAK- EN/OF VEELPLEGERS In de vier kwadranten van de grafiek aangegeven met stippellijnen onderscheid ik nu: - Veruit de meeste gevallen (77 procent van de data, dat is exclusief degenen uit het bestand die voor maar één delict voorkomen) zijn noch vaakpleger, noch veelpleger (linksonder). Dat zijn de wellicht (nog?) niet zo interessante gevallen van overtreders op bescheiden schaal. - Er zijn ook heel wat veelplegers die geen vaakpleger zijn (rechtsonder, 18 procent): zij zijn alleen maar veelpleger omdat ze al zo lang bezig zijn, maar met een weinig intensieve loopbaan als crimineel. Van deze grootste groep onder de veelplegers meen ik dat ze ten onrechte als veelpleger met de connotatie draaideurcrimineel worden geassocieerd. - Dan zijn er (rechtsboven, 2 procent) de betrekkelijk weinige gevallen van de veelplegers die ook de status van vaakplegers verdienen: dat zijn de echte draaideurgevallen die veel en vaak over de schreef gaan. Een dichtheid boven de vier per jaar blijft nog altijd vrij bescheiden. De draaideur draait maar erg langzaam, althans in termen van geregistreerde delicten. - Tenslotte zijn er de vaakplegers die geen veelplegers zijn (linksboven, 3 procent). Zij hebben (nog?) een relatief bescheiden aantal misdrijven, kortom mensen die een snelle start op het misdadige pad lijken te maken. Om hun gedrag zou de politie zich intensief moeten bekommeren omdat ze bij ongewijzigde dichtheid in de loop der tijd vanzelf óók veelplegers en dan dus draaideurcriminelen zullen worden. In dit voorbeeld blijkt dat de grote meerderheid (18/20) der veelplegers als verhoudingsgewijs onproblematisch wordt herkend, terwijl anderzijds een groep aanstaande probleemgevallen buiten de groep veelplegers wordt geïdentificeerd. BESLUIT Naast het bestaande begrip veelplegers werd vaakpleger voorgesteld. Vaakplegers worden niet gedefinieerd in termen van het aantal delicten als zodanig, maar in termen van de delictdichtheid, het aantal delicten per tijdseenheid. Deze aanpak sluit aan bij wat in onderzoek naar criminele carrières gebruikelijk is. Met behulp van het begrip delictdichtheid lukt het om een helderder opdeling H. Elffers - Veelplegers of vaakplegers? 125

17 van in de LCK geregistreerde overtreders te vinden. De veelplegers kunnen nader worden onderscheiden in een groep vaak- én veelplegers en een groep lang-maar-zelden-plegers. Terwijl de eerste groep erg problematisch is (het is de groep die men vaak met draaideurcriminelen aangeeft) geldt dat voor de tweede groep veel minder: het zijn oude bekenden die echter niet verschrikkelijk vaak in aanraking komen met de politie. Zonder te willen beweren dat deze groep voor politie en justitie probleemloos is, veroorzaken zij zeker problemen van een ander karakter dan de draaideurcriminelen. Het is daarnaast mogelijk een groep aanstaande probleemgevallen te identificeren, vaakplegers die nog geen veelplegers zijn, een groep die naar zich laat aanzien bezig is van kwaad tot erger te vervallen. Bij deze classificatie als vaakplegers verschuift het accent: niet alle veelplegers zijn buitengewoon problematisch en er zijn ook probleemgevallen die (nog) geen veelpleger zijn. Deze conceptuele verfijning houdt allerminst kritiek in op de nadruk bij veel politiekorpsen op het bestrijden van de probleemgevallen, noch ook op de manier waarop zij dat concreet aanpakken. De introductie van het begrip vaakplegers valt veeleer te zien als een alternatief, wat verfijnder voorstel om probleemgevallen te herkennen. LITERATUUR: Blumstein, A. & J. Cohen (1987) Characterizing Criminal Careers, Science, 237: Blumstein, A., J. Cohen & D.P. Farrington (1988a) Criminal Career Research; Its Value for Criminology Criminology, 26: Blumstein, A., J. Cohen & D.P. Farrington (1988b) Longitudinal and Criminal Career Research: Further Clarifications Criminology, 26: Boerman, F.A., W.A.C. van Tilburg & M. Grapendaal (2002) Landelijke criminaliteitskaart 1999: Aangifte- en verdachtenanalyse op basis van HKS-gegevens, Woerden/ Zoetermeer: ABRIO/KLPD. Grapendaal, M. & W. van Tilburg (2002) Veelplegers in Nederland, Tijdschrift voor Criminologie, 44 (3): Meijer, R., P. van Panhuis, S. Siero & P. Smit (2002), Discussie: elf procent verdachten verantwoordelijk voor 20 of 60 procent van de criminaliteit? Tijdschrift voor Criminologie, 44 (3): Nr 2 jaargang

18 BEGINNERS, DOORSTROMERS EN VEELPLEGERS CARRIÈRECRIMINALITEIT IN DE POLITIEREGIO HAAGLANDEN Peter Versteegh, Janine Janssen en Wim Bernasco Al in de jaren zestig van de vorige eeuw stelden Sutherland en Cressey dat de werkzaamheden van wat vandaag de strafrechtsketen wordt genoemd voor een groot deel zouden moeten worden gericht op recidivisten: This high rate of recidivism is extremely important, for it means that a large proportion of the crime committed can be attributed to repeaters (1966: 666). Criminologen in binnen- en buitenland hebben het fenomeen keer op keer vastgesteld: een relatief kleine groep delinquenten is verantwoordelijk voor een relatief groot deel van de criminaliteit (zie onder meer Wolfgang e.a., 1972, 1978; Petersilia e.a., 1978; Walters, 1990; en verder Grapendaal en Van Tilburg, 2002: ). In de praktijk van alledag zien politiemensen zich telkens geconfronteerd met deze carrièrecriminelen, stelselmatige daders of veelplegers, verdachten die vaak jaren lang keer op keer worden aangehouden. De praktische implicatie van deze bevindingen is dat een aanzienlijke reductie van criminaliteit gerealiseerd kan worden door juist deze groep van het plegen van delicten te weerhouden. Niet alleen de politie maar ook andere maatschappelijke organisaties, zoals de Raad voor Kinderbescherming en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, zien zich met deze problematiek geconfronteerd. Zie in dit verband de beantwoording van kamervragen in verband met het veiligheidsprogramma Naar een veiliger samenleving (TK , , nr. 3: 22). In de politieregio Haaglanden 1 wordt momenteel een analyse van veelplegers uitgevoerd. In dit artikel wordt verslag gedaan van de eerste resultaten. ONDERZOEKSVRAGEN Om tot een doeltreffende aanpak van veelplegers te komen is het van belang dat (aankomende) veelplegers kunnen worden onderscheiden van verdachten die géén criminele carrière (dreigen te) ontwikkelen. In dit verband onderscheidt de politie Haaglanden op grond van het totale aantal antecedenten drie categorieën verdachten: beginners, doorstromers en veelplegers. In Sprinkhuizen e.a (1996) is de basis gelegd voor deze typologie. Veelplegers werden toen nog routiniers genoemd. Met een beginner wordt een verdachte bedoeld die in totaal één of twee maal door de politie voor een misdrijf is aangehouden. Een doorstromer heeft inmiddels minimaal drie en maximaal tien aanhoudingen. Deze persoon lijkt af te glijden in een criminele carrière. Een veelpleger is een verdachte, die elf maal of vaker door de politie is aangehouden. De kans is aanmerkelijk dat deze delinquent er in het dagelijkse leven een criminele leefstijl op nahoudt. 1 Onder de regio Haaglanden vallen de gemeentes: Den Haag, Delft, s Gravenzande, Leidschendam-Voorburg, De Lier, Maasland, Monster, Naaldwijk, Pijnacker-Nootdorp, Rijswijk, Schipluiden, Wassenaar, Wateringen en Zoetermeer. P. Versteegh, J. Janssen en W. Bernasco - Beginners, doorstromers en veelplegers 127

19 In dit artikel proberen wij onder meer antwoord te geven op de vraag hoeveel beginners, doorstromers en veelplegers in de periode door de politie in Haaglanden werden aangehouden. Vervolgens schetsen wij een beeld van de achtergronden van verdachten uit de drie groepen in Daarbij wordt onder meer ingegaan op kenmerken van verdachten zoals leeftijd, geslacht en etnische achtergrond. Daarnaast komen ook specifieke aspecten van de criminele carrière aan bod zoals de leeftijd van de verdachte ten tijde van de eerste aanhouding en het type delict(en) waarvan de delinquent verdacht wordt. Een belangrijke vraag is welke factoren ertoe bijdragen dat beginners zich tot veelplegers ontwikkelen. We proberen inzicht in deze materie te krijgen door te onderzoeken welke verdachten, tegen wie in 1996 voor het éérst een procesverbaal werd opgemaakt, sindsdien niet meer met de politie in aanraking zijn geweest. Daarnaast willen wij weten welk deel van deze nieuwkomers uit 1996 zich vanaf dat jaar tot medio 2002 tot doorstromer of veelpleger heeft ontwikkeld. Vervolgens nemen wij de recidive van de verschillende groepen verdachten nader onder de loep. DATA De hier gebruikte gegevens 2 zijn afkomstig uit het HerKenningsdienstSysteem (HKS) van de politie Haaglanden. Het HKS is een registratiesysteem van de politie dat als hulpmiddel bij de opsporing dienst doet. In dit systeem wordt gedetailleerde informatie opgeslagen over geverbaliseerde verdachten en gepleegde misdrijven. Van verdachten wordt onder andere de geboortedatum, de woonplaats, het geslacht, de nationaliteit, geboorteplaats en het delict opgenomen. De eenheid van observatie in de hier gerapporteerde analyses is een antecedent. Een antecedent betreft in het HKS een proces-verbaal, waarin één of meer misdrijven ten laste worden gelegd. Het aantal antecedenten van een persoon is min of meer gelijk aan het aantal keren dat die persoon is aangehouden op verdenking van één of meer misdrijven 3. Het HKS lijkt als een antecedentensysteem het meest geschikt om (beginnende) criminele carrières van zowel jeugdige als volwassen delinquenten in beeld te brengen. Andere basisregistratiesystemen bij de politie leveren in dit verband beduidend minder bruikbare informatie op vanwege de kortere informatieperiode (maximaal vijf jaren) maar ook vanwege de veelal matige kwaliteit van de gegevens (zie Algemene Rekenkamer, 2003b: 34). Het HKS kent ook zijn beperkingen, omdat het uitsluitend gegevens van delicten bevat als een proces-verbaal is opgemaakt. Het HKS gaat met andere woorden alleen over geregistreerde criminaliteit en wat het verdachtendeel betreft uitsluitend over opgehelderde criminaliteit 4. Personen onder de twaalf jaar worden niet geregistreerd omdat bij die leeftijd de grens voor strafrechtelijke vervolging ligt. Na verloop van tijd wordt informatie van verdachten uit het 2 Het navolgende is mede gebaseerd op: ABRIO, 2000: 10-17; Boerman e.a., 2002: 4-11; Grapendaal en Van Tilburg, 2002: ). 3 De begrippen antecedenten en aanhoudingen worden derhalve in de tekst door elkaar gebruikt. 4 Vanwege de onvolledigheid zijn HALT-antecedenten uit het HKS-bestand verwijderd en niet bij de analyse betrokken. 128 Nr 2 jaargang

20 HKS verwijderd. Wanneer dit gebeurt hangt af van de strafbedreiging van het delict en de eventuele recidive van de betreffende persoon. Ten gevolge van dit opschonen kan er een vertekend beeld ontstaan van het aantal aangehouden verdachten in een bepaald jaar. In de hier gepresenteerde analyses is dit nauwelijks relevant, gezien de relatief korte periode die wij bestuderen. BEGINNERS, DOORSTROMERS EN VEELPLEGERS OMVANG, KENMERKEN EN MISDRIJVEN In deze paragraaf beschrijven wij eerst de omvang van de drie categorieën in de periode Daarna bespreken wij in hoeverre beginners, doorstromers en veelplegers zich van elkaar onderscheiden op grond van persoonskenmerken en kenmerken van hun criminele carrières. Omvang van de categorieën In 2001 werd door de politie Haaglanden in totaal maal een verdachte terzake van misdrijf aangehouden. Het ging daarbij om unieke personen 5, waarvan 63,2 procent (N=9.008) als beginner te boek stond, 24,4 procent als doorstromer (N=3.482) en 12,4 procent (N=1.766) als veelpleger. In 1996 werd maal een verdachte aangehouden. In totaal ging het om unieke personen. In 1996 was de verdeling van het aantal verdachten over de verschillende categorieën nagenoeg gelijk: ruim zestig procent was beginner (N=8.606), bijna één kwart was doorstromer (N=3.326) en circa twaalf procent was veelpleger (N=1.753). In de tussenliggende jaren bleef de relatieve omvang van de categorieën min of meer gelijk. Dat betekent niet dat de groepen steeds uit dezelfde personen bestaan. Een aantal beginners uit 1996 behoort in latere jaren tot de doorstromers en een deel ontwikkelt zich vervolgens verder tot veelpleger. Het aandeel van de categorieën blijft echter constant omdat de plaatsen van degenen die doorgroeien door nieuwelingen worden opgevuld. Kenmerken 6 In de periode waren telkens de meeste veelplegers afkomstig uit de grootste gemeente van de regio. Uit tabel 1 blijkt dat in 2001 maar liefst 74,0 procent van alle aangehouden veelplegers afkomstig was uit Den Haag. Relatief weinig in Haaglanden aangehouden veelplegers waren afkomstig uit andere politieregio s, 6,6 procent. Ook uit ander onderzoek komt naar voren dat het fenomeen veelpleger vooral in de grote steden waarneembaar is. Zo wordt in de Landelijke Criminaliteitskaart geconstateerd dat de vier grote gemeenten 30 procent méér veelplegers herbergen dan het landelijk gemiddelde (Grapendaal en Van Tilburg, 2002: ). 5 Iemand kan immers een aantal keren in één jaar worden aangehouden. Zo werd in 2001 één veelpleger maar liefst 27 maal aangehouden. 6 Alle in de tekst beschreven verschillen zijn statistisch significant. P. Versteegh, J. Janssen en W. Bernasco - Beginners, doorstromers en veelplegers 129

THEMANUMMER VEELPLEGERS, TIJDSCHRIFT VOOR CRIMINOLOGIE, NR. 45 (2003) 2 VEELPLEGERS. Henk Ferwerda, Edward Kleemans, Dirk Korf en Peter van der Laan

THEMANUMMER VEELPLEGERS, TIJDSCHRIFT VOOR CRIMINOLOGIE, NR. 45 (2003) 2 VEELPLEGERS. Henk Ferwerda, Edward Kleemans, Dirk Korf en Peter van der Laan THEMANUMMER VEELPLEGERS, TIJDSCHRIFT VOOR CRIMINOLOGIE, NR. 45 (2003) 2 VEELPLEGERS Henk Ferwerda, Edward Kleemans, Dirk Korf en Peter van der Laan Het lijkt erop dat veelplegers er in de 21 ste eeuw ineens

Nadere informatie

Nieuwe dadergroep vraagt aandacht

Nieuwe dadergroep vraagt aandacht Er is een nieuwe groep van jonge, zeer actieve veelplegers die steeds vaker met de politie in aanraking komt / foto: Pallieter de Boer. Nieuwe dadergroep vraagt aandacht Jongere veelplegers roeren zich

Nadere informatie

Jeugdcriminaliteit en jeugdveiligheid in Groningen

Jeugdcriminaliteit en jeugdveiligheid in Groningen FACTSHEET Jeugdcriminaliteit en jeugdveiligheid in Groningen In deze factsheet worden trends en ontwikkelingen ten aanzien van de jeugdcriminaliteit en jeugdveiligheid in de provincie Groningen behandeld.

Nadere informatie

6 secondant #6 december 2010. Groot effect SOV/ISD-maatregel

6 secondant #6 december 2010. Groot effect SOV/ISD-maatregel 6 secondant #6 december 21 Groot effect SOV/ISD-maatregel Selectieve opsluiting recidivisten werkt Crimi-trends Een langere opsluiting van hardnekkige recidivisten heeft een grote bijdrage geleverd aan

Nadere informatie

Kennislink.nl. Reizende criminelen langer uit handen van de politie. Slechts kwart van misdrijven opgehelderd

Kennislink.nl. Reizende criminelen langer uit handen van de politie. Slechts kwart van misdrijven opgehelderd Kennislink.nl Discussieer mee: Allemaal de beste van de klas?! Onderwerpen Publicaties Over Kennislink Nieuwsbrief Zoek Leven, Aarde & Heelal Gezondheid, Hersenen & Gedrag Mens & Maatschappij Energie &

Nadere informatie

FLEVOMONITOR 2006 Kwetsbare Groepen en Huiselijk Geweld. Annemieke Benschop, Susan Place, Marije Wouters & Dirk J. Korf

FLEVOMONITOR 2006 Kwetsbare Groepen en Huiselijk Geweld. Annemieke Benschop, Susan Place, Marije Wouters & Dirk J. Korf FLEVOMONITOR 2006 Kwetsbare Groepen en Huiselijk Geweld Annemieke Benschop, Susan Place, Marije Wouters & Dirk J. Korf Dit onderzoek is uitgevoerd door het Bonger Instituut voor Criminologie van de Universiteit

Nadere informatie

Bijna de helft van de geweldsmisdrijven wordt in de openbare ruimte gepleegd / foto: Inge van Mill.

Bijna de helft van de geweldsmisdrijven wordt in de openbare ruimte gepleegd / foto: Inge van Mill. Bijna de helft van de geweldsmisdrijven wordt in de openbare ruimte gepleegd / foto: Inge van Mill. secondant #2 april 2009 7 Geweldsdelicten tussen - Daling van geweld komt niet uit de verf Crimi-trends

Nadere informatie

Eindexamen vwo maatschappijwetenschappen 2013-I

Eindexamen vwo maatschappijwetenschappen 2013-I Opgave 1 Veranderende opvattingen in het jeugdstrafrecht tegen de achtergrond van veranderingen in criminaliteitscijfers onder jongeren Bij deze opgave horen de teksten 1 tot en met uit het bronnenboekje.

Nadere informatie

12 Veelplegers: specialisten of niet?

12 Veelplegers: specialisten of niet? Samenvatting De aandacht voor veelplegers ligt zowel beleidsmatig als wetenschappelijk vooral bij de frequentie waarmee deze daders misdrijven plegen. Dat is niet gek, want veelplegers, ook wel stelselmatige

Nadere informatie

Zij weer? Over inbrekers die twee keer langskomen

Zij weer? Over inbrekers die twee keer langskomen TERUG MAIL SLA OP Zij weer? Over inbrekers die twee keer langskomen SAMENVATTING 27/1/2009 Als er in de buurt is ingebroken, kun je maar beter de ramen dichthouden en een extra slot op de deur doen. De

Nadere informatie

Rapportage. Politie in aanraking met veteranen. Stuurgroep Politie in aanraking met veteranen

Rapportage. Politie in aanraking met veteranen. Stuurgroep Politie in aanraking met veteranen Rapportage Politie in aanraking met veteranen Stuurgroep Politie in aanraking met veteranen Doorn 9 juni 2011 1 Aanleiding en opzet van het onderzoek In de uitvoering van haar taak komt de politie ook

Nadere informatie

Easy Money - maar tegen welke prijs?

Easy Money - maar tegen welke prijs? Henk Ferwerda en Alfred Hakkert Easy money maar tegen welke prijs? Straatroof: daad, slachtoffers en daders. In: Kees Schuyt en Gabriël van der Brink (Red.) Publiek Geweld. Amsterdam University Press,

Nadere informatie

monitor Marokkaanse Nederlanders in Maassluis bijlage(n)

monitor Marokkaanse Nederlanders in Maassluis bijlage(n) Raadsinformatiebrief (openbaar) gemeente Maassluis Aan de leden van de gemeenteraad in Maassluis Postbus 55 3140 AB Maassluis T 010-593 1931 E gemeente@maassluis.nl I www.maassluis.nl ons kenmerk 2010-4748

Nadere informatie

8 secondant #3/4 juli/augustus 2008. Bedrijfsleven en criminaliteit 2002-2007. Crimi-trends

8 secondant #3/4 juli/augustus 2008. Bedrijfsleven en criminaliteit 2002-2007. Crimi-trends 8 secondant #3/4 juli/augustus 2008 Bedrijfsleven en criminaliteit 2002-2007 Diefstallen in winkels en horeca nemen toe Crimi-trends De criminaliteit tegen het bedrijfsleven moet in 2010 met een kwart

Nadere informatie

Veiligheid kernthema: maatschappelijk evenwicht & veiligheid

Veiligheid kernthema: maatschappelijk evenwicht & veiligheid Veiligheid kernthema: De criminaliteitscijfers en de slachtoffercijfers laten over het algemeen een positief beeld zien voor Utrecht in. Ook de aangiftebereidheid van Utrechters is relatief hoog (29%).

Nadere informatie

4. SLOTBESCHOUWING. 4.1 Omvang

4. SLOTBESCHOUWING. 4.1 Omvang Doel gr oepenanal yse dak-ent hui sl ozenen har ddr ugsver sl aaf den st edendr i ehoek 4. SLOTBESCHOUWING Vanaf 1999 heeft onderzoeksbureau INTRAVAL doelgroepenanalyses uitgevoerd in Apeldoorn (1999/2000),

Nadere informatie

KOSTEN EN BATEN VAN DE INVOERING VAN THREE STRIKES AND YOU RE OUT IN NEDERLAND EEN SCENARIO STUDIE

KOSTEN EN BATEN VAN DE INVOERING VAN THREE STRIKES AND YOU RE OUT IN NEDERLAND EEN SCENARIO STUDIE KOSTEN EN BATEN VAN DE INVOERING VAN THREE STRIKES AND YOU RE OUT IN NEDERLAND EEN SCENARIO STUDIE Arjan Blokland, Catrien Bijleveld en Paul Nieuwbeerta Het is een bekend gegeven in de criminologie: veel

Nadere informatie

SAMENVATTING Achtergrond Onderzoeksopzet

SAMENVATTING Achtergrond Onderzoeksopzet SAMENVATTING Achtergrond De laatste jaren is er een toenemende aandacht van de overheid voor de aanpak van kindermishandeling en partnergeweld. Het kabinet heeft in 2007 het actieplan Kinderen Veilig Thuis

Nadere informatie

Samenvatting. 1 Letterlijk: Ontzegging van de Bevoegdheid Motorrijtuigen te besturen.

Samenvatting. 1 Letterlijk: Ontzegging van de Bevoegdheid Motorrijtuigen te besturen. Op 24 juni 1998 is de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994) gewijzigd. Deze wijziging komt voort uit de wens van de Tweede Kamer om te komen tot een strengere aanpak van gevaarlijk rijgedrag in het verkeer.

Nadere informatie

AARD, OMVANG EN MOBILITEIT VAN PROBLEMATISCHE HARDDRUGSGEBRUIKERS IN ROTTERDAM. Harddrugsgebruikers geregistreerd. S. Biesma. J. Snippe. B.

AARD, OMVANG EN MOBILITEIT VAN PROBLEMATISCHE HARDDRUGSGEBRUIKERS IN ROTTERDAM. Harddrugsgebruikers geregistreerd. S. Biesma. J. Snippe. B. AARD, OMVANG EN MOBILITEIT VAN PROBLEMATISCHE HARDDRUGSGEBRUIKERS IN ROTTERDAM Harddrugsgebruikers geregistreerd S. Biesma J. Snippe B. Bieleman SAMENVATTING In opdracht van de gemeente Rotterdam is de

Nadere informatie

5 Samenvatting en conclusies

5 Samenvatting en conclusies 5 Samenvatting en conclusies In 2008 werden in Nederland bijna 5,2 miljoen mensen het slachtoffer van criminaliteit (cbs 2008). De meeste van deze slachtoffers kregen te maken met diefstal of vernieling,

Nadere informatie

Eindexamen maatschappijleer

Eindexamen maatschappijleer Opgave 3 Criminaliteit in Nederland tekst 1 2 30 3 40 4 In Nederland worden per jaar zo n vijf en een half miljoen misdrijven gepleegd. Ruim anderhalf miljoen daarvan komt ter kennis van de politie. Uiteindelijk

Nadere informatie

De gevolgen van een strafrechtelijke afdoening voor de verblijfsrechtelijke positie van jongeren

De gevolgen van een strafrechtelijke afdoening voor de verblijfsrechtelijke positie van jongeren De gevolgen van een strafrechtelijke afdoening voor de verblijfsrechtelijke positie van jongeren Dit document beoogt de strafrechtelijke consequenties voor de verblijfsrechtelijke positie van een vreemdeling

Nadere informatie

Advies ontwerpbesluit aanscherping glijdende schaal

Advies ontwerpbesluit aanscherping glijdende schaal De minister voor Immigratie en Asiel drs. G.B.M. Leers Postbus 20011 2500 EA Den Haag datum 15 augustus 2011 doorkiesnummer 070-361 9721 e-mail voorlichting@rechtspraak.nl uw kenmerk 2011-2000250817 cc

Nadere informatie

maatschappijwetenschappen vwo 2015-II

maatschappijwetenschappen vwo 2015-II Opgave 2 Rondhangen Bij deze opgave horen de teksten 2 en 3 en tabel 1. Inleiding De Kamer ontvangt elk jaar een rapportage van de minister van Justitie over de voortgang van de aanpak van problematische

Nadere informatie

Misdrijf vaak in voormalige woonbuurt dader

Misdrijf vaak in voormalige woonbuurt dader Misdrijf vaak in voormalige woonbuurt dader Terug naar vertrouwd terrein Crimi-trends Criminelen slaan vaak toe in hun eigen buurt, die ze als hun broekzak kennen. Ook na een verhuizing zoeken ze hun oude

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten- Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten- Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag > Retouradres Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten- Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag DGOBR Directie Organisatie- en Personeelsbeleid Rijk www.facebook.com/minbzk www.twitter.com/minbzk

Nadere informatie

Nazorgproblematiek en recidive van kortgestrafte gedetineerden

Nazorgproblematiek en recidive van kortgestrafte gedetineerden Factsheet 2010-2 Nazorgproblematiek en recidive van kortgestrafte gedetineerden Auteurs: G. Weijters, P.A. More, S.M. Alma Juli 2010 Aanleiding Een aanzienlijk deel van de Nederlandse gedetineerden verblijft

Nadere informatie

PROGRAMMA VAN TOETSING EN AFSLUITING

PROGRAMMA VAN TOETSING EN AFSLUITING PROGRAMMA VAN TOETSING EN AFSLUITING VAK : : Maatschappijleer 2 METHODE : Essener Criminaliteit druk 4 KLAS: : 3 NIVEAU : BASIS CONTACTUREN PER WEEK 3 X MINUTEN PER WEEK UDIEJAAR : 205-206 EINDCIJFER KLAS

Nadere informatie

Fact sheet Volwassenencriminaliteit en risicofactoren

Fact sheet Volwassenencriminaliteit en risicofactoren Fact sheet Volwassenencriminaliteit en risicofactoren nummer 1 juni 2012 Categorieën/doelgroepen First offender: een persoon van 18 jaar of ouder die voor het eerst in aanraking is gekomen met Justitie.

Nadere informatie

Samenvatting en conclusies

Samenvatting en conclusies Eval uat i e Camer at oezi cht Gouda Ei ndr appor t Samenvatting en conclusies De gemeente Gouda is begin 2004 een proef gestart met cameratoezicht in de openbare ruimte op diverse locaties in de gemeente.

Nadere informatie

Wat weten wij over de gevangenispopulatie?

Wat weten wij over de gevangenispopulatie? Wat weten wij over de gevangenispopulatie? Een overzicht van bevindingen uit verschillende onderzoeken Jo-Anne Wemmers maart 1995 Justitie Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum Ov 6600 . J

Nadere informatie

Nederlands (nieuwe stijl) en Nederlands, leesvaardigheid (oude stijl)

Nederlands (nieuwe stijl) en Nederlands, leesvaardigheid (oude stijl) Nederlands (nieuwe stijl) en Nederlands, leesvaardigheid (oude stijl) Examen VWO Vragenboekje Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 1 Maandag 19 mei 9.00 12.00 uur 20 03 Voor dit examen zijn

Nadere informatie

Summary in Dutch/ Samenvatting in het Nederlands

Summary in Dutch/ Samenvatting in het Nederlands Summary in Dutch/ Samenvatting in het Nederlands Het sociale netwerk van gedetineerden: De samenstelling van, overlap tussen en veranderingen in het core discussie netwerk en het criminele netwerk. Introductie

Nadere informatie

Overheid blijft verdienen aan ID-controles

Overheid blijft verdienen aan ID-controles Overheid blijft verdienen aan ID-controles Er zijn in tien jaar tijd maar liefst 277.726 ID-boetes uitgeschreven. Van alle boetes zijn er uiteindelijk 135.188 betaald hetgeen de overheid rond de 6 miljoen

Nadere informatie

Datum 28 februari 2013 Onderwerp Beantwoording kamervragen over vervolgingen en veroordelingen wegens majesteitsschennis

Datum 28 februari 2013 Onderwerp Beantwoording kamervragen over vervolgingen en veroordelingen wegens majesteitsschennis 1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Schedeldoekshaven 100 2511 EX Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den

Nadere informatie

Land eli jk Verdachtenbe el d 2008 KLPD - Dienst IPOL Landelijk Verdachtenbeeld 2008

Land eli jk Verdachtenbe el d 2008 KLPD - Dienst IPOL Landelijk Verdachtenbeeld 2008 KLPD - Dienst IPOL Landelijk Verdachtenbeeld 2008 Landelijk Verdachtenbeeld 2008 Een analyse van verdachten op basis van gegevens uit HKS KLPD - Dienst IPOL Uitgave Korps landelijke politiediensten (KLPD)

Nadere informatie

Recidivemeting trajecten aanpak en preventie jeugdcriminaliteit

Recidivemeting trajecten aanpak en preventie jeugdcriminaliteit Recidivemeting trajecten aanpak en preventie jeugdcriminaliteit Een recidivemeting onder trajectdeelnemers van zes Amsterdamse jeugdinterventies en de Jeugdreclassering Oberon Nauta In opdracht van Dienst

Nadere informatie

Aantal misdrijven blijft dalen

Aantal misdrijven blijft dalen Aantal misdrijven blijft dalen Vorig jaar zijn er minder strafbare feiten gepleegd. Daarmee zet de daling, die al zeven jaar te zien is, door. Het aantal geregistreerde aangiftes van een misdrijf (processen

Nadere informatie

Criminaliteit en rechtshandhaving 2013. Ontwikkelingen en samenhangen Samenvatting

Criminaliteit en rechtshandhaving 2013. Ontwikkelingen en samenhangen Samenvatting Criminaliteit en rechtshandhaving Ontwikkelingen en samenhangen Samenvatting In de jaarlijkse publicatie Criminaliteit en rechtshandhaving bundelen het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), het Wetenschappelijk

Nadere informatie

Invoering van de meldcode in de jeugdzorg

Invoering van de meldcode in de jeugdzorg Invoering van de meldcode in de jeugdzorg Inspectie Jeugdzorg Utrecht, april 2013 Samenvatting Eind december 2012 heeft de Inspectie Jeugdzorg via een digitale vragenlijst een inventariserend onderzoek

Nadere informatie

TBS uit de gratie. K.P.M.A. Muis L. van der Geest

TBS uit de gratie. K.P.M.A. Muis L. van der Geest K.P.M.A. Muis L. van der Geest Samenvatting en conclusies in hoofdpunten In 2008 en 2009 is er sprake van een opvallende daling van het aantal tbs-opleggingen met bevel tot verpleging. Het is onwaarschijnlijk

Nadere informatie

N. Buitelaar, psychiater en V. Yildirim, psycholoog. Beiden werkzaam bij Altrecht Centrum ADHD Volwassenen.

N. Buitelaar, psychiater en V. Yildirim, psycholoog. Beiden werkzaam bij Altrecht Centrum ADHD Volwassenen. ADHD Wachtkamerspecial Onderbehandeling van ADHD bij allochtonen: kinderen en volwassenen N. Buitelaar, psychiater en V. Yildirim, psycholoog. Beiden werkzaam bij Altrecht Centrum ADHD Volwassenen. Inleiding

Nadere informatie

Wisseling. van dewacht. Een verkennend onderzoek naar de opkomst van een nieuw type veelpleger. Tom van Ham Bo Bremmers Henk Ferwerda

Wisseling. van dewacht. Een verkennend onderzoek naar de opkomst van een nieuw type veelpleger. Tom van Ham Bo Bremmers Henk Ferwerda Wisseling van dewacht Een verkennend onderzoek naar de opkomst van een nieuw type veelpleger Tom van Ham Bo Bremmers Henk Ferwerda Wisseling van de wacht Wisseling van dewacht Een verkennend onderzoek

Nadere informatie

College van Procureurs-generaal stelt. jaarstatistiek 2015 van de correctionele parketten voor

College van Procureurs-generaal stelt. jaarstatistiek 2015 van de correctionele parketten voor Statistisch analisten van het Openbaar Ministerie College van Procureurs-generaal BRUSSEL College van Procureurs-generaal stelt jaarstatistiek 2015 van de correctionele parketten voor Persbericht 21 april

Nadere informatie

Landelijk Verdachtenbeeld 2009. KLPD - Dienst IPOL

Landelijk Verdachtenbeeld 2009. KLPD - Dienst IPOL Landelijk Verdachtenbeeld 2009 KLPD - Dienst IPOL Landelijk Verdachtenbeeld 2009 Een analyse van verdachten op basis van gegevens uit HKS KLPD - Dienst IPOL Uitgave Korps landelijke politiediensten (KLPD)

Nadere informatie

Problematiek en hulpvragen van stelselmatige daders

Problematiek en hulpvragen van stelselmatige daders Problematiek en hulpvragen van stelselmatige daders Marjolein Goderie m.m.v. Bas Tierolf Katinka Lünnemann Lisette van den Heuvel December 2008 Inhoud Inleiding 5 2 Vraagstelling 7 3 Onderzoeksaanpak

Nadere informatie

Samenvatting. Per middel beschouwd zien we de volgende ontwikkelingen:

Samenvatting. Per middel beschouwd zien we de volgende ontwikkelingen: Samenvatting Middelengebruik: algemeen In Nederland is het percentage mensen dat ooit of in de afgelopen maand drugs heeft gebruikt tussen 1997 en 2001 toegenomen. De piek ligt bij jongeren tussen 20 en

Nadere informatie

Criminele carrières van autochtone en allochtone jongeren

Criminele carrières van autochtone en allochtone jongeren , :1),1";), Criminele carrières van autochtone en allochtone jongeren Een cijfermatige verkenning op grond van een selectie uit bestaande gegevens Marisca Brouwers Peter van der Laan april 1997 Justitie

Nadere informatie

Wie zijn onze patiënten?

Wie zijn onze patiënten? In deze folder vertellen wij u graag wat meer over Forensisch Psychiatrisch Centrum de Kijvelanden. De Kijvelanden behandelt mensen met een psychiatrische stoornis. De rechter heeft hen tbs met bevel tot

Nadere informatie

Examen HAVO. maatschappijwetenschappen. tijdvak 2 dinsdag 18 juni 13.30-16.30 uur. Bij dit examen hoort een bijlage

Examen HAVO. maatschappijwetenschappen. tijdvak 2 dinsdag 18 juni 13.30-16.30 uur. Bij dit examen hoort een bijlage Examen HAVO 2013 tijdvak 2 dinsdag 18 juni 13.30-16.30 uur maatschappijwetenschappen Bij dit examen hoort een bijlage Het examen bestaat uit 30 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 74 punten te behalen.

Nadere informatie

NEDERLANDSE SAMENVATTING

NEDERLANDSE SAMENVATTING NEDERLANDSE SAMENVATTING Zedendelicten vormen een groot maatschappelijk probleem met ernstige gevolgen voor zowel het slachtoffer als voor de dader. Hoewel de meeste zedendelicten worden gepleegd door

Nadere informatie

Folkert Buiter 2 oktober 2015

Folkert Buiter 2 oktober 2015 1 Nuchter kijken naar feiten en trends van aardbevingen in Groningen. Een versneld stijgende lijn van het aantal en de kracht van aardbevingen in Groningen. Hoe je ook naar de feitelijke metingen van de

Nadere informatie

Eindexamen maatsschappijwetemschappen vwo 2011 - I

Eindexamen maatsschappijwetemschappen vwo 2011 - I Opgave 4 Verklaringen voor daling van de criminaliteit Inleiding In 2009 verscheen het rapport Veelbelovende verklaringen voor de daling van de criminaliteit na 2002 van de Universiteit van Tilburg, Politie

Nadere informatie

De uitvoering van het jeugdstrafrecht

De uitvoering van het jeugdstrafrecht Stelselwijziging Jeugd Factsheet De uitvoering van het jeugdstrafrecht Na inwerkingtreding van de Jeugdwet De uitvoering van het jeugdstrafrecht 1 De uitvoering van het jeugdstrafrecht 2 Inleiding Deze

Nadere informatie

Eindexamen maatschappijleer vwo 2008-I

Eindexamen maatschappijleer vwo 2008-I Opgave 1 Tbs ter discussie 1 maximumscore 2 beveiliging van de samenleving Voorbeeld van juiste toelichting bij beveiliging van de samenleving: In de tekst staat dat er steeds minder mensen uitstromen

Nadere informatie

DBK: Het Gents Model Concept & implementatie Organisatie vanuit Justitie en vanuit Hulpverlening

DBK: Het Gents Model Concept & implementatie Organisatie vanuit Justitie en vanuit Hulpverlening DBK: Het Gents Model Concept & implementatie Organisatie vanuit Justitie en vanuit Hulpverlening 1 INHOUD PRESENTATIE I. Belgisch drugbeleid II. O.M. en problematisch druggebruik III.De rechtbank en problematisch

Nadere informatie

Directoraat-Generaal Rechtspleging en Rechtshandhaving

Directoraat-Generaal Rechtspleging en Rechtshandhaving ϕ1 Ministerie van Justitie Directoraat-Generaal Rechtspleging en Rechtshandhaving Directie Juridische en Operationele Aangelegenheden Hierbij stuur ik u, mede namens de Minister van Binnenlandse Zaken

Nadere informatie

Monitor. alcohol en middelen

Monitor. alcohol en middelen Gemeente Utrecht, Volksgezondheid Monitor www.utrecht.nl/gggd alcohol en middelen www.utrecht.nl/volksgezondheid Thema 3 Gebruik van de verslavingszorg in Utrecht - 2012 1 Colofon Uitgave Gemeente Utrecht,

Nadere informatie

Notitie voortijdig schoolverlaters. Een verkenning naar de redenen voor het voortijdig schoolverlaten

Notitie voortijdig schoolverlaters. Een verkenning naar de redenen voor het voortijdig schoolverlaten Notitie voortijdig schoolverlaters Een verkenning naar de redenen voor het voortijdig schoolverlaten Spirit4you, december 2013 1. Voortijdig schoolverlaters 1.1. Doel van dit document In het convenant

Nadere informatie

ToReachIt. Acceptance is the beginning of change!!!

ToReachIt. Acceptance is the beginning of change!!! ToReachIt Acceptance is the beginning of change!!! Acceptance is the beginning of change! Inhoudsopgave Voorwoord 1. Inleiding 1.1. Wat ontbreekt er in Nederland aan begeleiding voor onze doelgroep volgens

Nadere informatie

Netwerkdiagram voor een project. AON: Activities On Nodes - activiteiten op knooppunten

Netwerkdiagram voor een project. AON: Activities On Nodes - activiteiten op knooppunten Netwerkdiagram voor een project. AON: Activities On Nodes - activiteiten op knooppunten Opmerking vooraf. Een netwerk is een structuur die is opgebouwd met pijlen en knooppunten. Bij het opstellen van

Nadere informatie

Examen HAVO. Maatschappijleer (oude stijl en nieuwe stijl)

Examen HAVO. Maatschappijleer (oude stijl en nieuwe stijl) Maatschappijleer (oude stijl en nieuwe stijl) Examen HAVO Vragenboekje Hoger Algemeen Voortgezet Onderwijs Tijdvak 2 Woensdag 19 juni 9.00 12.00 uur 20 02 Voor dit examen zijn maximaal 86 punten te behalen;

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2002 2003 28 980 Wijziging van het Wetboek van Strafrecht, het Wetboek van Strafvordering en de Penitentiaire beginselenwet (plaatsing in een inrichting

Nadere informatie

Eerst de beren dan de honing

Eerst de beren dan de honing 58 secondant #3/4 juli-augustus 2011 Resultaten van Veiligheidshuizen Eerst de beren dan de honing Illustratie: Hans Sprangers De Veiligheidshuizen vormden de afgelopen jaren een bron van onderzoek. Zo

Nadere informatie

Downloadverbod zal industrie niet helpen

Downloadverbod zal industrie niet helpen Downloadverbod zal industrie niet helpen Een wettelijk downloadverbod zal geen invloed hebben op het koopgedrag van internetgebruikers. Zo n verbod, voorgesteld door het kabinet, kan zelfs een averechts

Nadere informatie

Een stap verder in forensische en intensieve zorg

Een stap verder in forensische en intensieve zorg Een stap verder in forensische en intensieve zorg Palier bundelt intensieve en forensische zorg. Het is zorg die net een stapje verder gaat. Dat vraagt om een intensieve aanpak. Want onze doelgroep kampt

Nadere informatie

25 MAART 2016 RESEARCHPLAN OPDRACHT 1. ALEXANDRA MEIJER INHOUD Research & Productie

25 MAART 2016 RESEARCHPLAN OPDRACHT 1. ALEXANDRA MEIJER INHOUD Research & Productie 25 MAART 2016 RESEARCHPLAN OPDRACHT 1 ALEXANDRA MEIJER INHOUD Research & Productie Wat is de maatschappelijke relevantie van je onderwerp? De levenslange gevangenisstraf is al omstreden sinds de invoering

Nadere informatie

Drugsgebruik in Oldenzaal

Drugsgebruik in Oldenzaal Inventarisatie soft- en harddrugsgebruik in de gemeente Oldenzaal Drugsgebruik in Oldenzaal S. Biesma R. Nijkamp M. van Zwieten B. Bieleman COLOFON St. INTRAVAL Postadres : Postbus 1781 9701 BT Groningen

Nadere informatie

5 Vervolging. M. Brouwers en A.Th.J. Eggen

5 Vervolging. M. Brouwers en A.Th.J. Eggen 5 Vervolging M. Brouwers en A.Th.J. Eggen In 2012 werden 218.000 misdrijfzaken bij het Openbaar Ministerie (OM) ingeschreven. Dit is een daling van 18% ten opzichte van 2005. In 2010 was het aantal ingeschreven

Nadere informatie

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 26 maart 2013 in de zaak tegen: thans gedetineerd in de.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 26 maart 2013 in de zaak tegen: thans gedetineerd in de. vonnis RECHTBANK NOORD-HOLLAND Afdeling Publiekrecht, Sectie Straf Locatie Schiphol Meervoudige strafkamer Parketnummer: Uitspraakdatum: 8 april 2013 Tegenspraak Strafvonnis Dit vonnis is gewezen naar

Nadere informatie

De overheid voert een tweesporenbeleid: preventie en repressie van criminaliteit.

De overheid voert een tweesporenbeleid: preventie en repressie van criminaliteit. Vak Maatschappijwetenschappen Klas Havo 5 Thema Criminaliteit en samenleving Onderwerp Hoofdstuk 5 Overheidsbeleid 5. Overheidsbeleid 5.1 Integraal veiligheidsbeleid De huidige samenleving wordt wel een

Nadere informatie

HET WERK VAN DE OFFICIER VAN JUSTITIE

HET WERK VAN DE OFFICIER VAN JUSTITIE HET WERK VAN DE OFFICIER VAN JUSTITIE Opsporen en vervolgen Wie doet dat eigenlijk? De ene moord is nog niet gepleegd of je ziet alweer de volgende ontvoering. Politieseries en misdaadfilms zijn populair

Nadere informatie

Dubieus onderzoek van VU en NSCR naar cybercriminaliteit

Dubieus onderzoek van VU en NSCR naar cybercriminaliteit Dubieus onderzoek van VU en NSCR naar cybercriminaliteit Medewerkers van de Vrije Universiteit en het NSCR hebben in samenwerking met het Openbaar Ministerie ruim 2.000 personen geënquêteerd voor een onderzoek

Nadere informatie

Voortijdig schoolverlaten, werkloosheid en delinquentie: cumulatie van risicogedrag onder jongeren in Nederland

Voortijdig schoolverlaten, werkloosheid en delinquentie: cumulatie van risicogedrag onder jongeren in Nederland Voortijdig schoolverlaten, werkloosheid en delinquentie: cumulatie van risicogedrag onder jongeren in Nederland Tanja Traag en Olivier Marie Bijna een op de drie jongeren die geen onderwijs meer volgden

Nadere informatie

Vak Maatschappijwetenschappen Klas Havo 5 Thema Criminaliteit en rechtsstaat Onderwerp Hoofdstuk 1 Wat is criminaliteit?

Vak Maatschappijwetenschappen Klas Havo 5 Thema Criminaliteit en rechtsstaat Onderwerp Hoofdstuk 1 Wat is criminaliteit? Vak Maatschappijwetenschappen Klas Havo 5 Thema Criminaliteit en rechtsstaat Onderwerp Hoofdstuk 1 Wat is criminaliteit? A 1. Aandachtspunten en belangrijke begrippen Criminaliteit als maatschappelijk

Nadere informatie

Forensisch Psychiatrisch Centrum de Kijvelanden. Over TBS

Forensisch Psychiatrisch Centrum de Kijvelanden. Over TBS Forensisch Psychiatrisch Centrum de Kijvelanden Over TBS In deze folder vertellen wij u graag meer over Forensisch Psychiatrisch Centrum de Kijvelanden en in het bijzonder over tbs. De Kijvelanden behandelt

Nadere informatie

Monitor jeugdcriminaliteit

Monitor jeugdcriminaliteit Cahier 2014-7 Monitor jeugdcriminaliteit Ontwikkelingen in de aantallen verdachten en strafrechtelijke daders 1997 t/m 2012 A.M. van der Laan H. Goudriaan G. Weijters Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG 1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Turfmarkt 147 2511 DP Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den Haag www.rijksoverheid.nl/venj

Nadere informatie

Datum 29 januari 2010 Onderwerp WODC-onderzoek 'Strafrechtelijke ontzetting uit beroep of ambt'

Datum 29 januari 2010 Onderwerp WODC-onderzoek 'Strafrechtelijke ontzetting uit beroep of ambt' > Retouradres Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Schedeldoekshaven 100 2511 EX Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den Haag www.justitie.nl Onderwerp WODC-onderzoek

Nadere informatie

Daar doen we het voor! Opbrengsten en effecten van verslavingsreclassering. Samenvatting

Daar doen we het voor! Opbrengsten en effecten van verslavingsreclassering. Samenvatting Daar doen we het voor! Opbrengsten en effecten van verslavingsreclassering Samenvatting VVerwey- Jonker Instituut Samenvatting De Stichting Verslavingsreclassering GGZ (SVG) wil de maatschappelijke relevantie

Nadere informatie

Crimineel gedrag en schoolverzuim onder jongeren met jeugdreclasseringsmaatregel bij de WSG

Crimineel gedrag en schoolverzuim onder jongeren met jeugdreclasseringsmaatregel bij de WSG Lectoraat LVB en jeugdcriminaliteit Factsheet 7 - december 2015 Expertisecentrum Jeugd Hogeschool Leiden Crimineel gedrag en school onder jongeren met jeugdreclasseringsmaatregel bij de WSG Door: Paula

Nadere informatie

Jeugdcriminaliteit in de periode 1996-2010

Jeugdcriminaliteit in de periode 1996-2010 zelge Cahier 2011-2 Jeugdcriminaliteit in de periode 1996-2010 Ontwikkelingen in zelfgerapporteerde daders, door de politie aangehouden verdachten en strafrechtelijke daders op basis van de Monitor Jeugdcriminaliteit

Nadere informatie

Netwerkdiagram voor een project. AOA: Activities On Arrows - activiteiten op de pijlen.

Netwerkdiagram voor een project. AOA: Activities On Arrows - activiteiten op de pijlen. Netwerkdiagram voor een project. AOA: Activities On Arrows - activiteiten op de pijlen. Opmerking vooraf. Een netwerk is een structuur die is opgebouwd met pijlen en knooppunten. Bij het opstellen van

Nadere informatie

Wat weten we van de Nederlandse drugseconomie? Nicole Maalsté

Wat weten we van de Nederlandse drugseconomie? Nicole Maalsté Wat weten we van de Nederlandse drugseconomie? Nicole Maalsté Boeken en reportages www.accesinterdit.nl DRUGSCONSUMPTIE LIFE TIME drugsgebruik 15-64 jaar (Nationale Drugmonitor, 2012) 30 25 22,6 25,7 20

Nadere informatie

Factsheet landelijke inkoopafspraken in het kader van het jeugdstrafrecht

Factsheet landelijke inkoopafspraken in het kader van het jeugdstrafrecht Factsheet landelijke inkoopafspraken in het kader van het jeugdstrafrecht Met de Jeugdwet komt de verantwoordelijkheid voor de jeugdreclassering en de jeugdhulp 1 bij de gemeenten te liggen. Jeugdreclassering

Nadere informatie

Tabel 11.1 Geïndexeerd aantal slachtoffers naar delictgroep en onveiligheidsgevoelens per land

Tabel 11.1 Geïndexeerd aantal slachtoffers naar delictgroep en onveiligheidsgevoelens per land 670 Criminaliteit en rechtshandhaving 2012 Tabellen bij hoofdstuk 11 Tabel 11.1 Geïndexeerd aantal slachtoffers naar delictgroep en onveiligheidsgevoelens per land 2004 2005 2006 2007 2008 2009 2010 (index

Nadere informatie

Leefbaarheid en overlast in buurt

Leefbaarheid en overlast in buurt 2013 Leefbaarheid en overlast in buurt Gemeente (2013): Scherpenzeel vergeleken met Regionale eenheid Oost-Nederland Landelijke conclusies Leefbaarheid buurt Zeven op de tien Nederlanders vinden leefbaarheid

Nadere informatie

DOORDRINKEN DOORDRINGEN. Effectevaluatie Halt-straf Alcohol Samenvatting. Jos Kuppens Henk Ferwerda

DOORDRINKEN DOORDRINGEN. Effectevaluatie Halt-straf Alcohol Samenvatting. Jos Kuppens Henk Ferwerda DOORDRINGEN of Effectevaluatie Halt-straf Alcohol Samenvatting DOORDRINKEN Jos Kuppens Henk Ferwerda In opdracht van Ministerie van Veiligheid en Justitie, Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum,

Nadere informatie

TAAK 1. Laboratorium-assistent

TAAK 1. Laboratorium-assistent TAAK 1 Laboratorium-assistent U studeert chemie aan de Vrije Universiteit Brussel. Dit is een zware studie die u veel tijd kost. De vakgroep wil de functie van laboratorium-assistent afschaffen. Dit betekent

Nadere informatie

Aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG

Aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG !!1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Datum 1 februari 2016 Onderwer Antwoorden Kamervragen over uitlevering

Nadere informatie

B&W 01 juli 2008 Gemeenteblad BELEIDSREGEL HANDHAVINGSPROTOCOL OPIUMWET M.B.T. WONINGEN HELMOND 2008

B&W 01 juli 2008 Gemeenteblad BELEIDSREGEL HANDHAVINGSPROTOCOL OPIUMWET M.B.T. WONINGEN HELMOND 2008 Jaar: 2008 Nummer: 44 Besluit: B&W 01 juli 2008 Gemeenteblad BELEIDSREGEL HANDHAVINGSPROTOCOL OPIUMWET M.B.T. WONINGEN HELMOND 2008 Burgemeester en wethouders van Helmond; Besluit Vast te stellen de Beleidsregel

Nadere informatie

Wat weten we van de Nederlandse drugseconomie? Nicole Maalsté

Wat weten we van de Nederlandse drugseconomie? Nicole Maalsté Wat weten we van de Nederlandse drugseconomie? Nicole Maalsté Boeken en reportages www.accesinterdit.nl DRUGSCONSUMPTIE LIFE TIME drugsgebruik 15-64 jaar (Nationale Drugmonitor, 2012) 30 25 22,6 25,7 20

Nadere informatie

Wat doet jeugdreclassering Informatie voor beroepskrachten

Wat doet jeugdreclassering Informatie voor beroepskrachten Wat doet jeugdreclassering Informatie voor beroepskrachten Bureau Jeugdzorg Flevoland gaat uit van het recht van ieder kind om uit te groeien tot een gezonde en evenwichtige volwassene. Ik ben soms bang

Nadere informatie

Jongeren met een instellingsverleden op weg naar volwassenheid

Jongeren met een instellingsverleden op weg naar volwassenheid Samenvatting (Dutch summary) Jongeren met een instellingsverleden op weg naar volwassenheid Een longitudinaal onderzoek naar werk en criminaliteit Jaarlijks worden in Nederland meer dan 4.000 jongeren

Nadere informatie

Voortijdig schoolverlaters 0c van misdrijf in Nederland, naar woongemeente ente (G4) en schoolsoort

Voortijdig schoolverlaters 0c van misdrijf in Nederland, naar woongemeente ente (G4) en schoolsoort 08 Voortijdig schoolverlaters 0c olverlaters verdacht van misdrijf in Nederland, naar woongemeente ente (G4) en schoolsoort Toelichting bij geleverde everde maatwerktabellen De maatwerktabel bevat gegevens

Nadere informatie

Samenvatting. Wat is de kern van de Integratiekaart?

Samenvatting. Wat is de kern van de Integratiekaart? Samenvatting Wat is de kern van de Integratiekaart? In 2004 is een begin gemaakt met de ontwikkeling van een Integratiekaart. De Integratiekaart is een project van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatie

Nadere informatie

Samenvatting 1 1. 1 Inleiding

Samenvatting 1 1. 1 Inleiding Samenvatting 1 1 Het Ministerie van Justitie heeft, voorafgaand aan onderliggende studie, via het WODC een definitie- en ontwikkelingstraject laten uitvoeren als voorbereiding op het maken van een justitiebijdrage

Nadere informatie