Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download ""

Transcriptie

1

2

3

4

5

6 SAMENVATTING In deze studie wordt de factor intelligentie onderzocht op drop-out gedrag bij cliënten van de Forensische verslavingskliniek Piet Roorda, onderdeel van Tactus Verslavingszorg. De populatie bestaat uit 349 cliënten (N=349)die zijn opgenomen in de periode van 1 januari 2005 tot en met 31 december Bij 136 van hen is een WAIS-III afgenomen. Voor 2007 gebeurde dit op indicatie, met andere woorden wanneer er een vermoeden bestond van een verminderd intelligentieniveau. Deze groep bestaat uit 36 cliënten. Na 2007 is er besloten om standaard een WAIS-III onderzoek af te nemen. Deze groep bestaat uit 100 cliënten. Van de 349 cliënten was er bij 195 cliënten sprake van drop-out, ofwel tussentijds en eenzijdige beëindiging van de behandeling. Dit wil zeggen dat zij op eigen verzoek de kliniek hebben verlaten of niet zijn teruggekeerd van verlof. Daarnaast is er een groep cliënten, namelijk 163, waarbij wel sprake is van drop-out maar waarbij er geen WAIS-III onderzoek is gedaan. De groep waarbij er geen sprake is van drop-out maar waarbij wel een WAIS-III afname is gedaan, bestaat uit 104 cliënten. Het gaat hierbij om 28 cliënten met een WAIS-III onderzoek voor 2007 en 76 cliënten na De groep waarbij er zowel sprake was van drop-out als een WAIS-III onderzoek bestaat uit 32 cliënten. Hierbij gaat het om 13 cliënten die voor 2007 een WAIS-III onderzoek hebben gehad en 19 cliënten na Vervolgens hebben we onderzoek gedaan naar de extrapoleerbaarheid, dus hoe we over een kleine groep van 32 cliënten uitspraak kunnen doen over een totale groep van 136 cliënten. Dit onderzoek is gedaan naar cliëntkenmerken en verschillende factoren die drop-out mogelijk kunnen beïnvloeden, maar ook naar de eventuele invloed van VIQ-PIQ discrepantie op een gedrukt intelligentieniveau. Mogelijk zou een dergelijke discrepantie mede drop-out kunnen verklaren. Om deze eventuele invloed in een breder perspectief te kunnen plaatsen hebben we tevens onderzoek gedaan naar het gebruik van de VIQ-PIQ discrepantie om lateralisatie van mogelijk hersenletsel (organiciteit) te kunnen bepalen. In de eerste plaats is gekeken naar de opbouw van het IQ. Nadat eerst de totaal IQ (TIQ) gegevens zijn geanalyseerd, is dit vervolgens met het verbaal IQ (VIQ) en het performaal IQ (PIQ) gedaan. Daarna is gekeken of de VIQ-PIQ discrepantie van invloed is op drop-out. In geen van de bovengenoemde analyses is een statistisch verband gevonden. Anders dan de verwachting speelt het IQ, zoals geoperationaliseerd in de WAIS-III, geen rol bij drop-out gedrag. Echter, uit resultaten van dit onderzoek blijkt een gemiddeld TIQ van 85. Deze lage score ten opzichte van het gemiddelde valt wel op, evenals het hoge aantal cliënten met drop-out, bijna 56%, dus nader onderzoek naar deze resultaten lijkt geïndiceerd. Invloed intelligentie op drop-out

7 HOOFDSTUK 1 INLEIDING In onderstaande paragrafen worden de aanleiding van het onderzoek en de probleemstelling besproken. Tevens is er een korte beschrijving van de opdrachtgever en wordt de opzet van de scriptie (thesis) beschreven. 1.1 Situatie De opdrachtgever van dit onderzoek is de Forensische Verslavingskliniek Piet Roorda te Apeldoorn. De FVK Piet Roorda is een onderdeel van Tactus Verslavingszorg. De Piet Roordakliniek is een forensische verslavingskliniek (FVK) en biedt behandeling aan mannelijke cliënten die veelvuldig met justitie in aanraking zijn gekomen, langdurig verslaafd zijn en niet in staat zijn dit patroon te doorbreken. De cliëntengroep in deze kliniek kenmerkt zich door problematiek op verschillende gebieden, namelijk persoonlijkheidsproblematiek (in het bijzonder antisociale persoonlijkheidsstoornis), verslaving, criminaliteit en psychiatrische problematiek. De Piet Roordakliniek biedt behandeling aan deze groep cliënten door middel van een geïntegreerde behandeling, waarbij gelijktijdig aandacht is voor de verschillende soorten problematiek. De kliniek bestaat uit twee locaties. Locatie Apeldoorn is een besloten setting, met de mogelijkheid tot het werken naar een open setting en doorstroom naar resocialisatie. Locatie Beneden Leeuwen is een open setting, veelal als vervolgbehandeling na verblijf in Apeldoorn en doorstroom naar resocialisatie. Het totale traject biedt plaats aan 60 cliënten. 1.2 Probleemverkenning Voordat een cliënt voor een FVK behandeling in aanmerking komt doorloopt betrokkene een intakeprocedure. Hij krijgt twee gesprekken van een uur, namelijk met een psycholoog en met de psychiater/hoofd behandeling. Na deze twee afzonderlijke gesprekken wordt er in een multidisciplinair overleg besloten of hij in aanmerking komt voor het FVK behandeltraject. Naast zaken zoals groepsgeschiktheid en motivatie wordt er tijdens de intakegesprekken een inschatting gemaakt van het intelligentieniveau. Een belangrijk criterium voor behandeling is minimaal een beneden gemiddeld intelligentieniveau, namelijk een WAIS-III IQ van minimaal 80. Dit criterium is arbitrair gekozen. Vaak is er ten tijde van de intake nog geen intelligentieonderzoek gedaan of de resultaten zijn gedateerd. De inschatting wordt gemaakt aan de hand van beschikbare documentatie over gevolgd onderwijs en hoe de betrokkene zich heeft ontwikkeld, maar ook hoe hij tijdens intake imponeert. Voor 2007 werden er bij cliënten, waarbij de verwachting was dat zij een niet toereikend intelligentieniveau voor behandeling hadden, op indicatie de WAIS-III afgenomen. Om deze reden werd bij een vermoeden van een laag capaciteitenniveau de WAIS-III afgenomen. Vanaf 2007 werd standaard onderzoek bij binnenkomst gehandhaafd, waarbij de WAIS-III het eerste onderzoeksmoment werd. De verwachting van behandelaars was namelijk dat mensen met een TIQ lager dan 80, vroegtijdig de behandeling beëindigden vanwege beperkte verstandelijke vermogens. Invloed intelligentie op drop-out 6

8 Om de bovengenoemde verwachting te toetsen met de daadwerkelijke score van de betreffende cliënten zijn de WAIS-III TIQ scores van voor 2007 vergeleken met de TIQ scores van cliënten die geen drop-out hebben vanaf Immers, deze laatste groep cliënten zouden volgens verwachting een significant hoger TIQ moeten hebben dan de groep cliënten die wel een drop-out hebben. 1.3 Aanleiding/doel Wanneer een cliënt wordt opgenomen in de Piet Roordakliniek, wordt er in kader van diagnostiek bij binnenkomst een standaard onderzoeksbatterij afgenomen met het oog op een algemene beschrijving van capaciteiten, klachten en persoonlijkheid met aanknopingspunten voor de behandeling. In geval van verdenking van neurologische problematiek wordt in veel gevallen de standaard onderzoeksbatterij uitgebreid met neuropsychologisch onderzoek om problemen in de domeinen van aandacht- en concentratie, geheugen en het executief functioneren in kaart te brengen. Met behulp van de WAIS-III wordt een inschatting gemaakt van de intelligentie van betrokkene. Bij de vraag van Tactus of iemand behandelbaar is volgens het programma van FVK, worden diverse criteria gehanteerd. De belangrijkste vraag is of iemand gebaat is bij de behandeling zoals de FVK Piet Roorda deze aanbiedt. Hierbij wordt gekeken naar motivatie tot gedragsverandering, groepsgeschiktheid en cognitieve capaciteiten. De FVK standaard onderzoeksbatterij ten behoeve van diagnostiek bij binnenkomst omvat de volgende instrumenten: - WAIS-III - MMPI-2 - NVM - SCL-90 - UCL - ICL-R - ZAT Ondanks een zorgvuldige intakeprocedure, heeft de FVK te maken met drop-out gedrag bij cliënten die eenmaal in behandeling zijn. Door mevrouw M. van Koot, hoofd bedrijfsvoering en door mevrouw H. Klaver, psychiater en tevens hoofd behandeling, is ons de vraag gesteld of wij willen onderzoeken of er een correlatie bestaat tussen drop-outgedrag en een laag intelligentieniveau. Is er een correlatie aantoonbaar en zo ja, is dan de eis betreft het minimale TIQ van 80 reëel of moet deze score worden aangepast omdat anders de verwachtingen van het slagen van het behandeltraject te hoog gegrepen zijn? Invloed intelligentie op drop-out 7

9 1.4 Opbouw In het hiernavolgende hoofdstuk kunt u lezen welk onderzoek al is gedaan naar drop-out. Eveneens wordt in dit hoofdstuk de definitie beschreven die voor het begrip intelligentie wordt gehanteerd. Vervolgens wordt het meetinstrument, de WAIS-III, beschreven, waarmee wij de resultaten beschrijven in ons onderzoek. In dit tweede hoofdstuk wordt ook de onderzoeksvraag/probleemstelling omschreven en in een theoretisch kader geplaatst. In het derde hoofdstuk wordt de methode van onderzoek beschreven. In het vierde hoofdstuk worden de onderzoeksresultaten beschreven. In het vijfde hoofdstuk beschrijven wij de conclusies en doen wij aanbevelingen. Invloed intelligentie op drop-out 8

10 HOOFDSTUK 2 CENTRALE VRAAGSTELLING/PROBLEEMSTELLING In de volgende paragrafen worden verschillende begrippen en theorieën die in het onderzoek worden gebruikt uitgediept. 2.1 Drop-out Verslaafden hebben vaak, naast ervaring met genotsmiddelen, ook ervaring binnen het hulpverleningscircuit. Drop-out, gedefinieerd als elke voortijdige beëindiging van de behandeling, is een veel gezien probleem binnen vele vormen van behandeling, maar in ieder geval ook binnen de Piet Roorda Kliniek. In dit geval definiëren wij drop-out als voortijdige, eenzijdige beëindiging van de behandeling vanuit de cliënt. De Weert-van Oene et al. (1998) vinden in een overzicht van de resultaten van zowel Nederlands als buitenlands onderzoek hoge drop-out percentages. Voor Nederland rapporteren zij voor ambulant behandelde cliënten met alcoholproblematiek, 44-56% drop-out en voor cliënten in een klinische setting 24-41% drop-out. Voor cliënten met verslavingsproblematiek liggen deze cijfers nog hoger, namelijk 25-73% en % voor respectievelijk ambulante behandelde en klinisch behandelde cliënten. Deze getallen zijn vergelijkbaar met de internationale cijfers (Baekeland & Lundwall, 1975, Stark, 1992). Weliswaar lijkt er in de loop van de laatste 25 jaar sprake te zijn van een dalende lijn in drop-out (Baekeland & Lundwall, 1975; Stark, 1992 en De Weert-van Oene et al., 1998). Een zekere mate van drop-out geldt ook voor andere vormen van (psychologische) hulpverlening (De Leon & Schwartz, 1984). Uit vele onderzoeken blijkt dat drugsverslaving überhaupt een factor is voor dropout. Het is duidelijk dat dit een ongewenste situatie is. Uitval tijdens de behandeling werkt voor zowel de cliënt als de behandelaar demotiverend en is in sociaal- economische zin ongunstig. Studies betreft cliënten met drugsproblematiek laten namelijk zien dat er een sterk verband is tussen dropout en een negatief behandelresultaat in termen van abstinentie, terugval, tewerkstelling en justitiële vervolging (Bleyen, 2002, Hendriks, 1990). Het merendeel van de cliënten zal zich na terugval opnieuw aanmelden voor behandeling. Een aanzienlijk deel van de cliënten in de verslavingszorg voldoet dan ook aan het predicaat draaideurcliënt (Gottheil et al., 1992, Bebbington, 1995). Voor de klinische praktijk is het daarom van groot belang om drop-out te voorkómen. Daarvoor is het nodig dat de kwaliteit van de behandeling toeneemt. Het is dan ook niet verwonderlijk dat er de laatste jaren in de verslavingszorg in toenemende mate belangstelling is voor de kwaliteit van de behandeling (Nabitz et al., 2001, Walburg, 1997). Deze toenemende belangstelling heeft overigens ook met een aantal andere ontwikkelingen te maken, waarvan de in 1996 ingevoerde Kwaliteitswet Zorginstellingen het juridische uitgangspunt vormt. Invloed intelligentie op drop-out 9

11 Bij kwaliteit gaat het zowel om de kwaliteit van de uitkomsten (effectiviteit) als om de kwaliteit van het behandelproces. Bij dat laatste zijn belangrijke factoren de kwaliteit van de werkrelatie en de mate waarin voldaan kan worden aan behandelvoorkeuren van de cliënt. Hierdoor neemt de tevredenheid toe en zal de drop-out afnemen, althans zo is de gedachte (Aarse & van den Brink, 2003, Bleyen, 2002). Omdat drop-out een zodanig centrale plaats inneemt in de verslavingszorg, is voor het verbeteren van de kwaliteit van de zorg in de eerste plaats de vraag van belang welke factoren drop-out voorspellen. Aangezien de behandeling in de verslavingszorg zich over het algemeen afspeelt tussen individuele cliënten enerzijds en instellingen en behandelaars anderzijds is het gebruikelijk factoren die drop-out voorspellen in te delen in cliëntvariabelen, instellingsvariabelen (inclusief therapeut- en behandelingskenmerken) en procesvariabelen, die samenhangen met de interactie tussen deze variabelen. Van een groot aantal van deze variabelen zijn voldoende empirische gegevens bekend (Bleyen, 2002). Zo is er veel onderzoek gedaan naar het belang van allerlei cliëntfactoren. De belangrijkste hiervan zijn demografische variabelen (zoals leeftijd, geslacht en sociaal-economische status), verslavingsernst en ernst van de psychiatrische en somatische comorbiditeit. Ook een aantal instellings- en therapeutkenmerken die drop-out kunnen voorspellen is onderzocht. Dit zijn variabelen, die samenhangen met de kenmerken van de in de instelling aangeboden behandeling (zoals aard en doelstelling van het behandelingsprogramma, het behandelklimaat en voor de behandeling belangrijke karakteristieken van behandelaars/therapeuten). Naast cliëntvariabelen en instellingsvariabelen spelen zoals gezegd ook variabelen die samenhangen met de interactie tussen deze beiden een rol bij drop-out in de verslavingszorg. Dit geldt in de eerste plaats voor voorkeuren en verwachtingen van cliënten over de therapie (bijvoorbeeld over de aard en de duur ervan). Deze kunnen overeenstemmen dan wel verschillen ten opzichte van die van de behandelaars. Wanneer er sprake is van een gebrek aan overeenstemming tussen de cliënt en behandelaar(s) spreekt men over disconfirmatie (Bleyen, 2002). Net als in de psychotherapie kan in de verslavingszorg eventueel optredende disconfirmatie aanleiding geven tot drop-out maar dat hoeft niet het geval te zijn (Aarse, 2003). In dit onderzoek gaan we niet verder in op instellings- en therapeutkenmerken. We beperken ons tot cliëntkenmerken Cliëntkenmerken Volgens Goldman (Goldman, 1996), zij onderzocht vroege, middel en late drop-out cliënten, bestaat er een positieve relatie tussen verslaafden en een positief zelfbeeld/zelfconcept bij cliënten die hun behandeling compleet hebben voltooid. Dit wil overigens niet zeggen dat er geen kans meer bestaat op terugval maar hoe langer de cliënt in een drugsvrije omgeving verblijft, des te meer kans er is op een groter gevoel van eigenwaarde en zelfvertrouwen. Een volgend bewijs dat Goldman vond was dat drugsverslaafde cliënten met een impulscontrole stoornis, volgens haar verwachting, ook daadwerkelijk nog vaker vroegtijdig uitvallen. Invloed intelligentie op drop-out 10

12 Volgens Kirkpatrick ( Kirkpatrick, 2006) wordt vroege drop-out in hogere mate door lage intrinsieke motivatie bepaald dan late drop-out. Andere belangrijke voorspellers zijn slechte en stressvolle familieomstandigheden en familiebanden, maar ook adoptie. Volgens Bieleman et al. (1995) bestaat de populatie harddrug gebruikers in Nederland naar schatting voor 28-36% uit mensen van allochtone afkomst. Dit getal ligt hoger dan op grond van bevolkingscijfers te verwachten is (Tjaden & Spoek, 2001). Het verband tussen etniciteit en drop-out blijkt niet eenduidig. De resultaten van buitenlandse studies maken duidelijk dat er geen eenduidig verband is tussen allochtone afkomst en drop-out (Finn, 1994). Een middel om drop-out terug te dringen is gevonden in een legale dwangopname in een behandelsetting. Het grootste effect is gevonden bij personen in korte behandeling. Het kleinste effect is gevonden bij personen in ambulante behandeling. Dit onderzoek ( Perron en Bright, 2008) laat zien dat behandeling onder zekere dwang, significant het risico terugdringt bij een behandeling voor middelenmisbruik. Perron (2007) heeft een studie gedaan naar de comorbiditeit tussen psychiatrische stoornissen en drop-out. Epidemiologisch onderzoek heeft uitgewezen dat bij 50 tot 70% van de cliënten, die behandeld worden vanwege een verslavingsprobleem, een psychiatrische stoornis is gediagnosticeerd. Een psychiatrische stoornis, blijkt volgens dit onderzoek, eerder regel dan uitzondering te zijn. Behandeling voor comorbide stoornissen kan effectief zijn, maar goede resultaten worden dikwijls niet gerealiseerd omdat deze cliënten vroegtijdig uitvallen. Zij zijn niet lang genoeg in behandeling om hier profijt van te hebben. In dit onderzoek werd gevonden dat depressie een significante variabele is die het risico op drop-out doet toenemen. Eurelings en Bontekoe et al. (2009) hebben onderzoek gedaan naar de profielinterpretatie van de Nederlandse Verkorte MMPI (NVM) en de drop-out en de reactie van cliënten op behandeling in korte cognitieve gedragstherapie voor AS I stoornissen. Het resultaat is dat deze assessment methode ruikbaar was bij het voorspellen van drop-out evenals bij het voorspellen van de reactie op de behandeling. Cliënten met een latent psychotisch persoonlijkheidsprofiel en een manifest low level borderline organisatieprofiel hebben drie keer zo veel kans op drop- out dan cliënten met andere persoonlijkheidsprofielen. Kortom, de NVM bleek een waardevol instrument om drop-out mee te voorspellen. Hoewel het gebruik om andere redenen ter discussie staat, namelijk omdat deze vragenlijst wordt beschouwd als een niet valide persoonlijkheidsvragenlijst en als een niet legale kopie van de MMPI-2, wordt deze toch gebruikt bij de standaard onderzoeksbatterij van de FVK. Mogelijk is het hoger aantal drop-outs van cliënten met de manifest low level borderline organisatie gerelateerd aan hun meer manifeste neiging tot acting out, hun onvermogen tot het ontwikkelen van een therapeutische relatie met behandelaars en andere groepsleden en hun hogere mate van impulsiviteit. Invloed intelligentie op drop-out 11

13 Ball et al. (2006) heeft het gedrag van verslaafden onderzocht. Zij hebben cliënten zelfrapportagelijsten laten invullen. Deze cliënten rapporteerden dat reden van drop-out volgens hun zelf niet zozeer te maken heeft met logistieke problemen of de ernst van hun psychische symptomen danwel aan beperkt aanpassingsvermogen. Specifiek betreft het de privacy en verplichtingen die de behandeling van hun vraagt. Motivatie en conflicten met behandelaars spelen ook een rol volgens de zelfrapportage. Hoewel de meeste cliënten wel persoonlijk psychisch leed ondervinden, heeft onderzoek uitgewezen dat deze factor geen relevante voorspeller blijkt te zijn van drop-out (Daughters et al., 2005). Toenemende aanmelding in forensische verslavingsklinieken heeft geleid tot de vraag wat er mis is met de behandeling van forensische verslaafden. Kemper (2008) heeft deze vraag bestudeerd. De studie onderzoekt of onterechte, irreële aanmeldingen voor behandeling in een kliniek de reden zijn van deze situatie. Gebaseerd op alle afgeronde behandelingen (in Noord Rijn-Westfalen, 2005), zijn ingangsinformatiebronnen zoals gepleegd delict, diagnose, justitiële maatregelen, therapie ervaring onderzocht als potentiële voorspellende factoren voor onterechte aanmeldingen voor een verslavingsbehandeling in een forensische verslavingskliniek. Informatie die ten tijde van een aanmelding voor behandeling aanwezig is, voorspelt dus niet eenduidig of de behandeling ook daadwerkelijk slaagt. Een andere conclusie uit deze studie is dat intrinsieke motivatie ook een zeer belangrijke rol speelt in het al dan niet slagen van een behandeling. De intrinsieke motivatie wordt bij aanmelding vaak beter gerepresenteerd dan eigenlijk aan de orde is (Kemper, 2008). Kemper (2008) heeft ook onderzoek gedaan naar een procesvariabele die herhaaldelijk wordt geassocieerd met een succesvolle behandeling. Het blijkt dat therapeutische alliantie sterk correleert met betrokkenheid. Als de cliënt zichzelf minder betrokken vindt en de behandelde therapeut ook als minder betrokken en begripvol ervaart neemt het risico op drop-out toe. In de prognose is het doorzettingsvermogens van de therapeut ook een belangrijke factor. De werkrelatie, ook wel de therapeutische relatie of werkalliantie genoemd, is een volgende interactionele procesvariabele (Horvath, 2000). De kwaliteit ervan blijkt niet alleen voorspellend voor het resultaat van de behandeling maar is ook een indicator voor het verloop van het therapeutisch proces (Horvath & Symonds, 1991, Vervaeke & Vertommen, 1993, Barber et al., 2001). Hoewel vrijwel alle instellingen voor verslavingszorg een vorm van psychotherapie in hun programma aanbieden, is er relatief weinig onderzoek gedaan naar de werkrelatie in de verslavingszorg (Najavits & Weiss, 1994). Een laatste variabele die samenhangt met het behandelproces is satisfactie. De kwaliteit van de werkrelatie heeft een sterke voorspellende waarde voor satisfactie, maar satisfactie op zichzelf lijkt geen sterke voorspeller van drop-out (Aarse, 2003). Invloed intelligentie op drop-out 12

14 2.2 Intelligentie Intelligentie is een theoretisch concept uit de psychologie, dat een veelheid aan mentale eigenschappen kan betreffen die tot uiting komen in eveneens een veelheid aan uiteenlopende functies en hun domeinen. Functies waarin intelligentie verondersteld wordt een rol te spelen zijn onder meer de mogelijkheid overeenkomsten en verschillen op te merken in waarnemingen, zich in de ruimte te oriënteren, te redeneren, plannen te maken, problemen te doorgronden en op te lossen, abstract te denken, ideeën en taal te begrijpen en te produceren, informatie op te slaan in het geheugen en daar weer uit op te halen en te leren van ervaringen. De veronderstelling is verder dat intelligentie, of bepaalde facetten daarvan, bij de één hoger of sterker ontwikkeld is dan bij de ander. Zo kan bijvoorbeeld de één makkelijker een taal leren en de ander zich sneller oriënteren in een ruimte. Individuele verschillen kunnen zo dus ook worden beschreven in termen van verschillen in het intelligentieprofiel. Sommige Amerikaanse psychologen uit het begin van de 20e eeuw, zoals Thurstone, Cattell en Guilford hebben modellen van intelligentie ontwikkeld, waarin intelligentie bestond uit meerdere onafhankelijke dimensies of factoren. Dit ging tegen het idee in dat er maar een enkele en algemene vorm van intelligentie, vastgelegd in het IQ, bestond. Een belangrijk onderscheid van Cattell was bijvoorbeeld dat tussen vloeibare intelligentie en gekristalliseerde intelligentie. Dit is min of meer synoniem met inzicht gebaseerd op abstract denken en inzicht gebaseerd op ervaring. Mensen die hoog scoren op vloeibare intelligentie vertonen ook een sterkere activatie van de prefrontale cortex in taken die een beroep op het werkgeheugen. Weer andere Amerikaanse psychologen, zoals Robert Sternberg, Howard Gardner en David Goleman hebben later vanuit een andere invalshoek het begrip intelligentie willen verbreden en nuanceren door aandacht te vragen voor soorten van intelligentie die met de gewone intelligentietests niet goed zijn vast te stellen. Sternberg onderscheidt bijvoorbeeld drie vormen van intelligentie: analytische, synthetische (of creatieve) en praktische intelligentie. Gardner wil alleen spreken over intelligenties, in meervoud, omdat mensen goed kunnen zijn in de ene vorm van intelligentie en minder goed in de andere. Zo onderscheidt hij maar liefst zeven vaardigheden waarin iemand meer of minder intelligent kan zijn: taal, wiskunde, muziek, intermenselijke relaties, ruimtelijke oriëntatie, lichaamsbeheersing en zelfkennis. 2.3 WAIS-III De Wechsler Adult Intelligence Scale (of WAIS) is de meest gebruikte individuele intelligentietest voor volwassenen. Het oorspronkelijke ontwerp (De Wechsler-Bellevue schaal uit 1939) is van de Amerikaan David Wechsler. Wechsler was hoofdpsychiater van het "Bellevue Psychiatric Hospital" in Baltimore. In zijn boek "The Measurement of Adult Intelligence" van 1939 omschrijft hij intelligentie als "de globale capaciteit van het subject om doelbewust te handelen, rationeel te denken en doelmatig om te gaan met zijn omgeving". Hij was ervan overtuigd dat intelligentie gemeten kon worden door het kwantitatief en kwalitatief beoordelen van verstandelijke prestaties. Invloed intelligentie op drop-out 13

15 De Nederlandse bewerking van de WAIS-III-NL is een overname van de Amerikaanse WAIS-III-NL. Deze laatste is op zijn beurt weer gebaseerd op de Amerikaanse WAIS-R ( nooit in Nederland verschenen). De Amerikaanse WAIS-R is de opvolger van de oorspronkelijke WAIS die destijds ook vertaald in Nederland is verschenen. De WAIS-III-NL bestaat uit 16 subtests, waarvan er 2 optioneel zijn: 1. Onvolledige Tekeningen, 2. Woordenschat, 3. Symbool Substitutie Coderen, 4. Overeenkomsten, 5. Blokpatronen, 6. Rekenen, 7. Matrix Redeneren, 8. Cijferreeksen, 9. Informatie, 10. Plaatjes Ordenen, 11. Begrijpen, 12. Symbool Zoeken, 13. Cijfers en Letters, 14. Figuur Leggen, 15. Symbool Kopiëren (optioneel) en 16. Symbool Substitutie/Incidenteel leren. Normering Voor de WAIS-III-NL zijn normen verzameld voor mannen en vrouwen in de leeftijd van 16 t/m 85 jaar. De normen zijn gebaseerd op een representatieve steekproef van Belgen en Nederlanders naar, onder andere, opleidingsniveau (van lagere school tot universiteit). De WAIS-III-NL wordt individueel afgenomen en geschiedt volgens de pen-en-papier methode. Tevens kan de WAIS-III-NL. gescoord worden met behulp van het computerprogramma STM. De afnameduur bedraagt tussen de 60 en 90 minuten. Scoring Naast de drie conventionele IQ-scores, Performale (PIQ - Performance), Verbale schaal (VIQ) en Totale Schaal (TIQ) biedt de WAIS-III vier Index-scores: 1. Verbaal Begrip (VBI-Verbal Comprehension, een meer pure vorm van verbale capaciteiten, als een maat voor de (doorgaans op school) verworven kennis, het vermogen om adequaat te redeneren en het verbaal redeneervermogen. Deze index is een goede indicatie voor de mogelijkheid om de cliënt verder met behulp van vragenlijstmethoden te onderzoeken. Met de mate waarin de uitslag onder de 90 punten zakt, neemt de twijfel over de testbaarheid via schriftelijke zelfbeoordeling toe. Invloed intelligentie op drop-out 14

16 2. Perceptuele Organisatie (POI-Perceptual Organisation, een meer pure vorm van performale capaciteiten, meet de aandacht voor detail en de oog-handcoördinatie). Met de perceptuele organisatie index krijgt de onderzoeker een indruk van de niet-schoolse vaardigheden. Niet verbaal redeneren, visueel ruimtelijke en visueel motorische vaardigheden worden op deze manier onderzocht. 3. Werkgeheugen (WgI-Working Memory, een maat voor het onthouden, verwerken en herhalen van aangeboden informatie). Met de werkgeheugen index wordt ook onderzocht of de persoon beschikt over een goede concentratie en een goede aandachtsfunctie. Het werkgeheugen is ook een voorbeeld van wat executieve functies genoemd wordt. 4. Verwerkingssnelheid (VsI-Processing Speed, een maat voor de snelheid waarmee visuele informatie kan worden verwerkt). De verwerkingssnelheid index onderzoekt het tempo in het oplossen van een serie niet verbale problemen. Het denk- en handelingstempo wordt in kaart gebracht. Indien personen uitvallen op deze index is verder neuropsychologisch onderzoek geïndiceerd. Elk van deze IQ-scores heeft een gemiddelde waarde van 100 en een standaardafwijking (SD) van 15. COTAN-beoordeling Gegeven de beoordelingscriteria van de COTAN is de WAIS-III-NL, op één punt na, voldoende tot goed bevonden: I. Uitgangspunten bij de testconstructie: voldoende, IIa. Kwaliteit van het testmateriaal: goed, IIb. Kwaliteit van de handleiding: goed, III. Normen: voldoende, IV. Betrouwbaarheid: goed*, Va. Begripsvaliditeit: voldoende, Vb. Criteriumvaliditeit: onvoldoende, * De betrouwbaarheid van de subtests Onvolledige Tekeningen, Plaatjes Ordenen en Figuur Leggen is bij verscheidene leeftijdsgroepen 'onvoldoende'. Momenteel wordt bij de COTAN nagegaan voor welke leeftijdsgroepen dit geldt. Invloed intelligentie op drop-out 15

17 2.4 Discrepantieanalyse Bij de constructie van de IQ scores voor de Wechsler-Bellevue plaatste Wechsler (1939) de meeste nadruk op de TIQ (Totale intelligentie quotiënt) score. Hij ging er vanuit da de TIQ score van een proefpersoon altijd het gemiddelde is van diens prestaties op alle subtests (Wechsler, 1944). Hij realiseerde zich echter dat in bepaalde gevallen de VIQ en PIQ scores los van elkaar moeten worden beschouwd. Dit is volgens Wechsler (Wechsler, 1944, pp. 138), over het algemeen het geval bij personen met speciale handicaps voor wie specifieke overwegingen gelden. Sinds de publicatie van de Wechsler-Bellevue is de VIQ- PIQ verschilscore steeds meer een algemene methode geworden voor het nemen van beslissingen over de interpretatie van een TIQ score en voor de evaluatie van de afzonderlijke VIQ- en PIQ scores. Bij de publicatie van de WAIS-R in 1981 nam Wechsler een tabel op om aan te tonen welk scoreverschil tussen het VIQ en PIQ minimaal nodig is voor significantie op het en 0.15 niveau. Over het algemeen is een scoreverschil van 10 punten nodig op het 0.05 niveau en een verschil van 7 punten op het 0.15 niveau. Volgens Mattarazzo en Herman (1985) moet een onderzoeker bij vergelijking van discrepantiescores, naast de statistische significantie en de klinische betekenis van de testscores, ook andere variabelen meewegen, zoals bijvoorbeeld de psycho-sociale achtergronden en het opleidingsniveau. Wanneer een significant of betekenisvol verschil is gevonden, kan het zijn dat besloten wordt het TIQ op een andere manier te interpreteren, zodat deze verschillen worden weergegeven. Er bestaan verschillende gedetailleerde interpretatieschema s om mogelijk betekenisvolle verschillen te verklaren ( Kaufman, 1990,1994, Sattler, 1992). Naast het VIQ - PIQ scoreverschil is voor de WAIS-III-NL normatieve informatie beschikbaar over de discrepantie voor alle mogelijke combinaties van de indexscores. De VBI-POI scorevergelijking is hetzelfde als de VIQ - PIQ scorevergelijking, behalve dat de subtests Rekenen, Cijferreeksen en Begrijpen niet in de VBI score zijn opgenomen en Symbool Substitutie Coderen en Plaatjes Ordenen geen onderdeel uitmaken van de POI score. De VBI POI verschilscore kan behulpzaam zijn bij het testen van hypotheses over het effect van deze uitgesloten subtests op respectievelijk de VIQ- en PIQ scores. Dit in het geval als de onderzoeker vermoedt dat de proefpersoon relatief minder vaardig is op het gebied van aandachtstaken, het werkgeheugen of de verwerkingssnelheid (hetgeen van invloed kan zijn op de VIQ- en PIQ scores), kan het verbale of performale verschil onderzocht worden met gebruik van de VBI- POI vergelijking, waarbij deze vaardigheden geen rol spelen. De introductie van nieuwe indices heeft vergelijkingen met verschillende andere scores mogelijk gemaakt, op zowel subtest- als indexniveau. Omdat deze vergelijkingen nog redelijk recent zijn, blijft de klinische waarde en betekenis ervan speculatief. Toch vormen ze een zeer belangrijk begin voor studie en klinisch onderzoeken kunnen ze bijzonder belangrijke en bruikbare informatie opleveren. Zolang er nog geen uitgebreid onderzoek is gedaan naar de betekenis, validiteit en diagnostische waarde van deze scoreverschillen, zullen deze met enige voorzichtigheid geïnterpreteerd moeten worden. Invloed intelligentie op drop-out 16

18 Concluderend betekent dit dat onderzoekers worden geadviseerd geen gebruik te maken van een zogenaamde hagelschot benadering van interpretatie. Totdat er meer ervaring is opgedaan en meer onderzoek is verricht, moet de onderzoeker een goede reden hebben voor het berekenen van een verschilscore en moet deze reden bovendien mede gebaseerd zijn op de geschiedenis van de cliënt, gedragsobservaties en andere testresultaten. Bovendien moet altijd in gedachten gehouden worden dat een verschil tussen twee scores voor de ene persoon een klinische betekenis kan hebben, terwijl dat voor een andere persoon niet zo hoeft te zijn. Cornell en Wilson (1992) onderzochten 150 proefpersonen die veroordeeld waren voor ernstige delicten om te beoordelen over een PIQ VIQ discrepantie correleert met geweldsdelinquenten en geweldloze delinquenten. Volgens dit Amerikaanse onderzoek (Cornell en Wilson, 1992)blijkt dat er bij ongeveer 35% van de 150 proefpersonen een statisch significant verschil is gevonden tussen het PIQ en VIQ waarbij het PIQ minstens 12 punten hoger is dan het VIQ. Deze uitslag zegt dat deze proefpersonen significant handelend sterker zijn dan verbaal. Hoewel dit onderzoek niet recent is, is de uitkomst toch interessant. Deze discrepantie is gevonden door het IQ te meten met de WAIS-R en de WISC-R. Deze IQ scores correleerden negatief met vroegtijdige schoolproblemen maar, in tegenstelling tot wat er verwacht werd, niet met de mate van invaliderende opgroei- en gezinssituaties, vroegtijdige criminele ontwikkelingsgang en middelengebruik. Verschillende onderzoekers concludeerden dat IQ een van de meest belangrijke voorspellers is van delinquentie, evenals een vergrote kans op recidive. Het is, volgens bovenstaand beschreven onderzoek, echter bedenkelijk om de relatie tussen intellectuele tekortkomingen en het ontwikkelen van delinquent gedrag te leggen. Hoewel verschillende studies (Petee & Walsh, 1987, Walsh & Beyer, 1986, Walsh et al., 1987) suggereerden dat de PIQ VIQ discrepantie geassocieerd is en dus correleert met geweldsdelicten in tegenstelling tot bij geweldloze delicten, blijkt uit dit onderzoek het tegendeel. Gewelds- en geweldloze delinquenten vertoonden hetzelfde patroon van gemiddelde IQ scores en dezelfde patronen van de wel of niet aanwezigheid van een PIQ VIQ discrepantie. Mogelijk is de PIQ VIQ discrepantie bij delinquenten geen resultaat van methodiek van onderzoek of demografische factoren maar meer een belangrijke indicatie voor intellectuele tekortkomingen bij delinquenten. De tweedeling tussen VIQ en PIQ is al meer dan zestig jaar een kenmerk van de Wechsler schalen (Isen, 2010). Wechsler merkte op dat volwassen delinquenten een hogere score laten zien op de PIQ testen dan op de VIQ testen (PIQ > VIQ). Veel studies hebben de klinische waarde onderzocht van PIQ VIQ bij zowel adolescente als volwassen delinquenten. Er zijn een aantal pogingen gedaan om systematisch de spreiding van deze discrepantie te onderzoeken bij antisociale kinderen en volwassenen. Een meta-analyse van 131 studies heeft geleid tot onderzoek of er al dan niet een VIQ- PIQ discrepantie is gevonden over verschillende leeftijdsgroepen, evenals geslacht, ras en testinstrumenten. De resultaten indiceerden dat de discrepantie karakteristiek is voor zowel antisociale vrouwen als mannen. Volgens deze meta-analyse is de discrepantie het hoogst bij adolescenten (6 punten) en nog minder bij volwassenen (3 punten). Invloed intelligentie op drop-out 17

19 De VIQ-PIQ discrepantie is het kleinst bij Afrikaanse en Amerikaanse proefpersonen en bij hen die de WAIS aangeboden hebben gekregen. Onder de groep adolescenten die de WISC (Wechsler Intelligence Scale for Children) aangeboden hebben gekregen, bleek dat de minste resultaten werden behaald op de subtests Woordenschat en Informatie. Het is te beargumenteren dat delinquentie verweven is met schooluitval en dat tekorten aan verbale schoolse vaardigheden zich opstapelen tijdens de jeugd, eventueel manifesterend als PIQ> VIQ. 2.5 Lateralisering van hersenbeschadiging en VIQ PIQ discrepantie Bij het onderzoek van de lateralisering (rechts- of linkszijdigheid) van hersenaandoeningen wordt ook wel de discrepantie tussen VIQ en PIQ gebruikt. Iverson, Mendrek en Adams (2004) hebben onderzoek gedaan naar het aanhoudende geloof dat lateralisering van hersenbeschadiging afgeleid kan worden van de richting van de VIQ PIQ discrepantie. Men pleit ervoor dat VIQ PIQ is geassocieerd met unilaterale laesies in de linker hemisfeer en dat VIQ PIQ is geassocieerd met laesies in de rechter hemisfeer (Boll, 1978, Filskov & Leli, 1981, Reitan & Davidson, 1974). De relatie tussen verbale en performale vermogens zijn al lang geleden onderzocht door Andersen (1950) middels specifieke subtests en zijn in een later stadium bevestigd door studies die VIQ scores en PIQ scores gebruikten die afkomstig waren van de Wechsler-Bellevue Scale (Reitan, 1955) en de WAIS (Fields & Whitmyre, 1969). Deze onderzoekers demonstreerden dat cliënten met hersenlaesies vaak een patroon van prestaties in de verwachte richting lieten zien. Zij ondersteunden het idee dat laesies in de linker hemisfeer mogelijk resulteerden met verminderde verbale vermogens en laesies in de rechter hemisfeer produceerden soms visuele-spatiële stoornissen. Satz (1966) rapporteerde dat het VIQ lager was dan het PIQ bij cliënten met schade aan de linker hemisfeer en dat het VIQ groter was dan het PIQ bij cliënten met schade aan de rechter hemisfeer. Er werden echter geen verschillen in VIQ en PIQ scores gevonden bij deelnemers bij wie er geen sprake was van specifieke leasies of bij de gezonde controlegroep. Studies als deze leidden tot een uitgebreide toepassing van VIQ-PIQ discrepantie, als middel om lateralisatie (organiciteit) van hersenletsel in de klinische praktijk in te zetten, buiten het feit om dat er nooit een empirisch bewijs was gevonden dat VIQ-PIQ discrepantie een diagnostische voorspellende validiteit had. Onderzoekers waarschuwden dan ook dat VIQ-PIQ verschillen alleen niet kunnen dienen als bewijs voor hersenletsel maar moeten worden gezien als een aanvulling op uitgebreider onderzoek naar lateralisatie van hersenletsel. Ook volgens Kaldenbach (2010) zijn bij VIQ < PIQ de talige capaciteiten minder goed ontwikkeld dan de meer handelingsgerichte capaciteiten ( doe taken ) waarbij onder meer visuele waarneming en visueel-ruimtelijk inzicht en motoriek betrokken zijn. Er is sprake van een (expressief en/of receptief) taalprobleem of een taalstoornis, mogelijk spelen ook culturele factoren of meertaligheid een rol. Bovenstaande is beschreven als profiel interpretatie voor de WISC III, dit document is ook deels toepasbaar bij de WAIS-III. Invloed intelligentie op drop-out 18

20 Hoewel de testitems verschillen, bestaan de WISC-III en WAIS-III uit een aantal gelijksoortige subtests (denk aan Informatie, Onvolledige Tekeningen, Blokpatronen, Figuur Leggen, Plaatjes Ordenen, etc.). De meetpretenties op de gelijknamige subtests komen overeen. Voor het samenstellen van dit document is gebruik gemaakt van recente en relevante (veelal internationale) vakliteratuur en klinische ervaring. Een ander resultaat van het onderzoek van Iverson, Mendrek en Adams (2004) was dat de diagnostische voorspellende validiteit van de VIQ-PIQ discrepantie bij personen met rechts hemisfeer laesies, is beïnvloed door de basisgegevens, onder andere de prevalentie, in het referentiële databestand van de individuele psycholoog. Als de psycholoog met zekerheid wist, op basis van CT scan of MRI resultaten, dat de lateralisatie van de laesie in de rechter hemisfeer zat, dan vond hij of zij overeenkomst tussen de statistische betrouwbare discrepantie en de lateralisatie van de laesie. Dit percentage bedroeg 61%. Echter, als de basisgegevens van personen met laesies in de rechter hemisfeer in het databestand van de psycholoog lager waren (20%), dan was de waarde van de statistische betrouwbare discrepantie ook lager, namelijk 44 %. Er zijn meer onderzoekers geweest die demonstreerden dat VIQ-PIQ discrepantie een gelimiteerde waarde heeft bij neuropsychologisch onderzoek. Larrabee (1986) evalueerde het effect van unilateraal hersenletsel op de WAIS VIQ-PIQ verschillen en vond dat een lagere VIQ score ten opzichte van de PIQ score niet regulier genoeg aangetoond kon worden. Tevens was het verschil niet groot genoeg om een klinische betrouwbare en zekere diagnose van links hemisfeer letsel te diagnosticeren. Volgens de Zeeuw, Dekker en Resing (2004) vindt men in het algemeen bij meer ontwikkelde personen een, overigens niet significant, hoger VIQ dan PIQ. Het mondelinge gedeelte is naar verhouding voor hen makkelijker dan het handelingsgedeelte, waarschijnlijk door hun algemene ontwikkeling en door hun scholing. Bij vele psychische stoornissen, psychosen, in het bijzonder schizofrenie, organische hersenaandoeningen van de rechter hemisfeer, bij angstneurosen en dwangneurosen en bij depressieve toestandsbeelden zijn de scores op de performale subtests gedrukt, het PIQ is zelden gelijkwaardig aan het VIQ. Het relatief hogere VIQ is dus niet zozeer het gevolg van een verhoogde verbale prestatie, dan wel van een aantasting van de performale prestatie. Zoals eerder benoemd wordt bij het onderzoek van de lateralisering (rechts- of linkszijdigheid) van hersenaandoeningen vaak de discrepantie tussen VIQ en PIQ gebruikt. De verschillen moeten echter groot genoeg zijn (15 tot 20 punten of meer) willen zij indicatief zijn. Voor de WAIS-III wordt gerapporteerd dat 25 % van de onderzochte personen uit de normeringsteekproef (Wechsler, 2000) een verschil tussen VIQ en PIQ van 15 punten heeft, waarbij zowel VIQ als PIQ hoger kan zijn. Wanneer bij de normale bevolkingsgroep het PIQ significant hoger is dan VIQ is dit veelal het gevolg van een relatief geringe algemene ontwikkeling of van een verwaarloosde schoolopleiding. Soms is er tegelijkertijd ook slechts een geringe belangstelling voor zaken die niet praktisch of concreet zijn waardoor er ook geen interesse voor onderwijs bestond. Invloed intelligentie op drop-out 19

Technisch Rapport. www.pearson-nl.com. 2012, Pearson Assessment & information BV

Technisch Rapport. www.pearson-nl.com. 2012, Pearson Assessment & information BV Technisch Rapport WAIS-IV-NL Technisch Rapport www.pearson-nl.com 2012, Pearson Assessment & information BV WAIS-IV-NL Technisch rapport Drs. A.P. Kooij Uitgever, Pearson Assessment and Information B.V.

Nadere informatie

In het geval van Carl ziet u op pagina 4 bij de factoranalyses direct: *Laag bij P-IQ Motivatie niveau *Hoog bij P-IQ Non-verbaal redeneren

In het geval van Carl ziet u op pagina 4 bij de factoranalyses direct: *Laag bij P-IQ Motivatie niveau *Hoog bij P-IQ Non-verbaal redeneren Voorbeeld WAIS-III Analyse-rapport Fijn dat u de tijd neemt om echt inhoudelijk kennis te maken met het resultaat van een analyse uit ons kennissysteem. Een kennissysteem dat ik in de afgelopen 25 jaar

Nadere informatie

Informatie Piet Roordakliniek. Tactus

Informatie Piet Roordakliniek. Tactus Informatie Tactus Behandelaanbod Forensische Verslavingskliniek De is een forensische verslavingskliniek en biedt behandeling aan cliënten die veelvuldig met justitie in aanraking zijn gekomen, langdurig

Nadere informatie

Intelligentie; aanpassing door interactie. toepassing van de WAIS-III

Intelligentie; aanpassing door interactie. toepassing van de WAIS-III Pearson Wechsler Themadag, 16 november 2010, Science Centre NEMO Intelligentie; aanpassing door interactie toepassing van de WAIS-III dr. Marc Hendriks, Klinisch Neuropsycholoog Universitair Docent Neuro-

Nadere informatie

Omdat uit eerdere studies is gebleken dat de prevalentie, ontwikkeling en manifestatie van gedragsproblemen samenhangt met persoonskenmerken zoals

Omdat uit eerdere studies is gebleken dat de prevalentie, ontwikkeling en manifestatie van gedragsproblemen samenhangt met persoonskenmerken zoals Gedragsproblemen komen veel voor onder kinderen en adolescenten. Als deze problemen ernstig zijn en zich herhaaldelijk voordoen, kunnen ze een negatieve invloed hebben op het dagelijks functioneren van

Nadere informatie

Verslaving, criminaliteit en resocialisatie

Verslaving, criminaliteit en resocialisatie Verslaving, criminaliteit en resocialisatie A. de Vries* De Werkgroep is van mening dat een geïntegreerd behandelplan, waarin zowel aandacht wordt gegeven aan de verslavingsproblemen als aan de persoonlijkheidsproblemen,

Nadere informatie

HBO Toegepaste psychologie Contactdag GGZ Kinderen en Jeugd. Drs. Yèrma van Egeraat Registerpsycholoog NIP

HBO Toegepaste psychologie Contactdag GGZ Kinderen en Jeugd. Drs. Yèrma van Egeraat Registerpsycholoog NIP HBO Toegepaste psychologie Contactdag GGZ Kinderen en Jeugd Drs. Yèrma van Egeraat Registerpsycholoog NIP Programma Kennismaking Competenties Gespreksvaardigheden Anamnesegesprek: o Uitvoeren o Observeren

Nadere informatie

hoofdstuk 3 Hoofdstuk 4 Hoofdstuk 5

hoofdstuk 3 Hoofdstuk 4 Hoofdstuk 5 SAMENVATTING 117 Pas kortgeleden is aangetoond dat ADHD niet uitdooft, maar ook bij ouderen voorkomt en nadelige gevolgen kan hebben voor de patiënt en zijn omgeving. Er is echter weinig bekend over de

Nadere informatie

Screening van cognitieve stoornissen in de verslavingszorg

Screening van cognitieve stoornissen in de verslavingszorg Screening van cognitieve stoornissen in de verslavingszorg aan de hand van de Montreal Cognitive Assessment (MoCA-D) Carolien J. W. H. Bruijnen, MSc Promovendus Vincent van Gogh cbruijnen@vvgi.nl www.nispa.nl

Nadere informatie

SUMMARY IN DUTCH. Summary in Dutch

SUMMARY IN DUTCH. Summary in Dutch SUMMARY IN DUTCH Summary in Dutch Summary in Dutch Introductie Dit proefschrift richt zich met name op het voorspellen van de behandeluitkomst bij kinderen met angststoornissen. Een selectie aan variabelen

Nadere informatie

Taal en Connector Ability

Taal en Connector Ability Taal en Connector Ability Nico Smid Taal en Intelligentie Het begrip intelligentie gedefinieerd als G ( de zogenaamde general factor) verwijst naar het algemene vermogen om nieuwe problemen in nieuwe situaties

Nadere informatie

SAMENVATTING. Schiemanck_totaal_v4.indd 133 06-03-2007 10:13:56

SAMENVATTING. Schiemanck_totaal_v4.indd 133 06-03-2007 10:13:56 SAMENVATTING Schiemanck_totaal_v4.indd 133 06-03-2007 10:13:56 Schiemanck_totaal_v4.indd 134 06-03-2007 10:13:56 Samenvatting in het Nederlands Beroerte (Cerebro Vasculair Accident; CVA) is een veel voorkomende

Nadere informatie

CHC - Werkdocument benadering het zeer lage IQ. Talige personen met vermoedelijke ML boven 7 jaar

CHC - Werkdocument benadering het zeer lage IQ. Talige personen met vermoedelijke ML boven 7 jaar CHC - Werkdocument benadering het zeer lage IQ Talige personen met vermoedelijke ML boven 7 jaar Naam: School: Klas: CL in maanden: Onderzoeksdatum: Geboortedatum: CL: CL*: Gf: Vloeiende intelligentie

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Nicotine en alcohol kunnen de placenta passeren en zo het risico op nadelige uitkomsten voor het ongeboren kind verhogen. Stoppen met roken en alcoholgebruik tijdens de zwangerschap lijkt vanzelfsprekend,

Nadere informatie

rapporteerden. Er werden geen verschillen gevonden in schoolprestaties, spijbelgedrag en middelengebruik tussen de verschillende groepen.

rapporteerden. Er werden geen verschillen gevonden in schoolprestaties, spijbelgedrag en middelengebruik tussen de verschillende groepen. Samenvatting Samenvatting Depressie en angst zijn de meest voorkomende psychische stoornissen in de adolescentie met een enorme impact op het individu. Veel adolescenten rapporteren depressieve en angst

Nadere informatie

CHC Werkdocument Benadering het zeer lage IQ. Talige personen met vermoedelijke ML tussen 2 en 7 jaar

CHC Werkdocument Benadering het zeer lage IQ. Talige personen met vermoedelijke ML tussen 2 en 7 jaar CHC Werkdocument Benadering het zeer lage IQ Talige personen met vermoedelijke ML tussen 2 en 7 jaar Naam: Onderzoeksdatum: School: Geboortedatum: Klas: CL: CL in maanden: CL*: START met plaatjes concepten

Nadere informatie

INhOud Voorwoord Inleiding Vooronderzoek en constructieonderzoek Beschrijving van de SON-R 6-40 Normering van de testscores

INhOud Voorwoord Inleiding Vooronderzoek en constructieonderzoek Beschrijving van de SON-R 6-40 Normering van de testscores Inhoud Voorwoord 9 1 Inleiding 13 1.1 Kenmerken van de SON-R 6-40 13 1.2 Geschiedenis van de SON-tests 14 1.3 Aanleiding voor de revisie van de SON-R 5V-17 17 1.4 De onderzoeksfasen 18 1.5 Indeling van

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Nederlandse samenvatting 119 120 Samenvatting 121 Inleiding Vermoeidheid is een veel voorkomende klacht bij de ziekte sarcoïdose en is geassocieerd met een verminderde kwaliteit van leven. In de literatuur

Nadere informatie

recidiverende en aanhoudende dwanggedachten (obsessies) die duidelijke angst

recidiverende en aanhoudende dwanggedachten (obsessies) die duidelijke angst Nederlandse samenvatting Patiënten met een obsessieve-compulsieve stoornis (OCS) hebben last van recidiverende en aanhoudende dwanggedachten (obsessies) die duidelijke angst veroorzaken. Om deze angst

Nadere informatie

CULTUURARME INTELLIGENTIETEST RAPPORT

CULTUURARME INTELLIGENTIETEST RAPPORT CULTUURARME INTELLIGENTIETEST RAPPORT Name: Datum: Website: Jan de Vries -05-206 www.2test.nl Deze IQ test meet je vermogen om logisch te redeneren. Cultuurarme IQ tests meten nonverbale capaciteiten.

Nadere informatie

IST Standaard. Intelligentie Structuur Test. meneer 1

IST Standaard. Intelligentie Structuur Test. meneer 1 IST Standaard Intelligentie Structuur Test ID 4589-1031 Datum 25.03.2015 IST Inleiding 2 / 12 INLEIDING De Intelligentie Structuur Test (IST) is een veelzijdig inzetbare intelligentietest voor jongeren

Nadere informatie

Nederlandse Montreal Cognitive Assessment (MoCA-D) in de verslavingszorg

Nederlandse Montreal Cognitive Assessment (MoCA-D) in de verslavingszorg Nederlandse Montreal Cognitive Assessment (MoCA-D) in de verslavingszorg Korsakov Symposium 12-12-2014 Carolien Bruijnen, MSc Research Psycholoog cbruijnen@vvgi.nl Inhoud Ontwikkeling van de MoCA Onderzoek

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Nederlandse samenvatting 134 Nederlandse samenvatting De inleiding van dit proefschrift beschrijft de noodzaak onderzoek te verrichten naar interpersoonlijk trauma en de gevolgen daarvan bij jongeren in

Nadere informatie

NEDERLANDSE SAMENVATTING

NEDERLANDSE SAMENVATTING NEDERLANDSE SAMENVATTING Zedendelicten vormen een groot maatschappelijk probleem met ernstige gevolgen voor zowel het slachtoffer als voor de dader. Hoewel de meeste zedendelicten worden gepleegd door

Nadere informatie

De plaats van neuropsychologisch onderzoek binnen het diagnostisch proces

De plaats van neuropsychologisch onderzoek binnen het diagnostisch proces De plaats van neuropsychologisch onderzoek binnen het diagnostisch proces Werkgroep: Audrey Mol, Ilse Noens, Annelies Spek, Cathelijne Tesink, Jan-Pieter Teunisse Inhoud NPO en differentiaal diagnostiek

Nadere informatie

Gebruik van de OQ-45 in de behandeling, ook U? Katinka Franken Neuropsycholoog

Gebruik van de OQ-45 in de behandeling, ook U? Katinka Franken Neuropsycholoog Gebruik van de OQ-45 in de behandeling, ook U? Katinka Franken Neuropsycholoog zondag 19 februari 2012 Doelen ROM (routine outcome monitoring) Secundair 1. gegevensverzameling voor beleid 2. gegevensverzameling

Nadere informatie

Depressie bij jeugd: Ook een dip in het IQ?

Depressie bij jeugd: Ook een dip in het IQ? Depressie bij jeugd: Ook een dip in het IQ? Samenvatting t.b.v. Karakter Nijmegen Dorith Merkx d.merkx@karakter.com Probleem Depressie bij kinderen gaat vaak samen met leerproblemen waarbij de depressie

Nadere informatie

Behandeling van verslaving en comorbiditeit. de Noord Nederlandse ervaring

Behandeling van verslaving en comorbiditeit. de Noord Nederlandse ervaring Behandeling van verslaving en comorbiditeit de Noord Nederlandse ervaring Gent 14 nov2014 Primaire problematiek naar voorkomen in bevolking en % in behandeling 1 Setting van hulp in VZ VNN 34 ambulante

Nadere informatie

Capaciteiten scan. Mw A. Demo. Naam. Datum assessment

Capaciteiten scan. Mw A. Demo. Naam. Datum assessment Capaciteiten scan Naam Datum assessment Mw A. Demo 4-4 - 2014 Gegevens kandidaat Naam E-mail Mw A. Demo ademo@abc.nl Geboortedatum 23-2 - 1986 Organisatie ABC BV Datum assessment 4-4 - 2014 Doel en reikwijdte

Nadere informatie

Niet geplaatst. 3. General Apitude test Battery ( GATB) veelheid aan functies om success te voorspellen. 4. Raven Progressive Matrices Niet-verbaal

Niet geplaatst. 3. General Apitude test Battery ( GATB) veelheid aan functies om success te voorspellen. 4. Raven Progressive Matrices Niet-verbaal Niet geplaatst 1. Binet-Simon Eerste versie in 1908 Herwerkt t.e.m. Standfor-Binet 1986 2. French Kit Factoranalyse - Vloeiende intelligentie - Gekristalliseerde intelligentie - Visuele intelligentie -

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Nederlandse samenvatting GENETISCHE EN RADIOLOGISCHE MARKERS VOOR DE PROGNOSE EN DIAGNOSE VAN MULTIPLE SCLEROSE Multiple Sclerose (MS) is een aandoening van het centrale zenuwstelsel (hersenen en ruggenmerg)

Nadere informatie

Serv Amesz. Voorbeeld Analyse-rapport

Serv Amesz. Voorbeeld Analyse-rapport Voorbeeld Analyse-rapport Fijn dat u de tijd neemt om echt inhoudelijk kennis te maken met het resultaat van een analyse uit ons kennissysteem. Een kennissysteem dat ik in de afgelopen 25 jaar heb opgebouwd

Nadere informatie

Samenvatting (Summary in Dutch)

Samenvatting (Summary in Dutch) Samenvatting (Summary in Dutch) * 132 Baby s die te vroeg geboren worden (bij een zwangerschapsduur korter dan 37 weken) hebben een verhoogd risico op zowel ernstige ontwikkelingproblemen (zoals mentale

Nadere informatie

Generalistische Basis GGZ en Specialistische GGZ

Generalistische Basis GGZ en Specialistische GGZ Generalistische Basis GGZ en Specialistische GGZ Informatie voor huisartsen Organisatie voor geestelijke gezondheidszorg GGZ Rivierduinen biedt vele vormen van geestelijke gezondheidszorg voor alle leeftijden;

Nadere informatie

03.03.2010 Conferentie Studiesucces

03.03.2010 Conferentie Studiesucces 03.03.2010 Conferentie Studiesucces Anita de Vries A.devries@noa-vu.nl A.de.vries@psy.vu.nl 1/40 03.03.2010 Conferentie Studiesucces Persoonlijkheid als voorspeller van Studieprestatie & Contraproductief

Nadere informatie

Het neuropsychologisch onderzoek

Het neuropsychologisch onderzoek Het neuropsychologisch onderzoek Afdeling medische psychologie U bent doorverwezen door de behandelend arts of psycholoog voor een neuropsychologisch onderzoek. In deze folder informeren we u over dit

Nadere informatie

Psychosocial Problems in Cancer Genetic Counseling: Detecting and Facilitating Communication W. Eijzenga

Psychosocial Problems in Cancer Genetic Counseling: Detecting and Facilitating Communication W. Eijzenga Psychosocial Problems in Cancer Genetic Counseling: Detecting and Facilitating Communication W. Eijzenga Nederlandse samenvatting INLEIDING Mensen met een mogelijk verhoogde kans op kanker kunnen zich

Nadere informatie

Studie type Populatie Patiënten kenmerken Interventie Controle Dataverzameling

Studie type Populatie Patiënten kenmerken Interventie Controle Dataverzameling Evidence tabel bij ADHD in kinderen en adolescenten (studies naar adolescenten met ADHD en ) Auteurs, Gray et al., 2011 Thurstone et al., 2010 Mate van bewijs A2 A2 Studie type Populatie Patiënten kenmerken

Nadere informatie

Psychisch functioneren bij het syndroom van Noonan

Psychisch functioneren bij het syndroom van Noonan Psychisch functioneren bij het syndroom van Noonan drs. Ellen Wingbermühle GZ psycholoog / neuropsycholoog GGZ Noord- en Midden-Limburg Contactdag 29 september 2007 Stichting Noonan Syndroom 1 Inhoud Introductie

Nadere informatie

handvatten voor het doorbreken van stagnatie. Binnen onze verslaglegging streven wij naar overzichtelijkheid en duidelijkheid.

handvatten voor het doorbreken van stagnatie. Binnen onze verslaglegging streven wij naar overzichtelijkheid en duidelijkheid. Handout BirdView Stagnatie in werk Stagnatie in werk is een veelvoorkomend probleem. Zowel werkgever als werknemer ondervinden hiervan nadelige gevolgen. Om duurzame inzetbaarheid te bevorderen en langdurig

Nadere informatie

Vroeginterventie via het internet voor depressie en angst

Vroeginterventie via het internet voor depressie en angst Samenvatting 141 Vroeginterventie via het internet voor depressie en angst Hoofdstuk 1 is de inleiding van dit proefschrift. Internetbehandeling voor depressie en angst is bewezen effectief. Dit opent

Nadere informatie

Samenvatting (Summary in Dutch)

Samenvatting (Summary in Dutch) Samenvatting (Summary in Dutch) Burnout, een toestand van mentale uitputting door chronische stress in de werksituatie, vormt een ernstig maatschappelijk probleem dat momenteel veel aandacht krijgt. In

Nadere informatie

Samenvatting Beloop van beperkingen in activiteiten bij oudere patiënten met artrose van heup of knie

Samenvatting Beloop van beperkingen in activiteiten bij oudere patiënten met artrose van heup of knie Beloop van beperkingen in activiteiten bij oudere patiënten met artrose van heup of knie Zoals beschreven in hoofdstuk 1, is artrose een chronische ziekte die vaak voorkomt bij ouderen en in het bijzonder

Nadere informatie

Samenvatting. Psychische gezondheid en urbanisatie

Samenvatting. Psychische gezondheid en urbanisatie Samenvatting Psychische gezondheid en urbanisatie Een onderzoek naar verschillen tussen stad en platteland en naar verschillen binnen de stad in het voorkomen van psychiatrische stoornissen Inleiding In

Nadere informatie

44 de psycholoog / april 2011

44 de psycholoog / april 2011 44 de psycholoog / april 2011 In de Nederlandse geestelijke gezondheidszorg komen mensen op basis van het gemeten iq in verschillende (psychiatrische) zorgcircuits terecht. Door de actuele bezuinigingswoede

Nadere informatie

De Nederlandse doelgroep van mensen met een LVB 14-12-2011. Van Basisvragenlijst LVB naar LVB-screeningsinstrument (screener LVB)

De Nederlandse doelgroep van mensen met een LVB 14-12-2011. Van Basisvragenlijst LVB naar LVB-screeningsinstrument (screener LVB) Zwakzinnigheid (DSM-IV-TR) Code Omschrijving IQ-range Van Basisvragenlijst LVB naar LVB-screeningsinstrument (screener LVB) Xavier Moonen Orthopedagoog/GZ-Psycholoog Onderzoeker Universiteit van Amsterdam

Nadere informatie

Samenvatting (Summary in Dutch)

Samenvatting (Summary in Dutch) Samenvatting (Summary in Dutch) Samenvatting (Summary in Dutch) Een goede hand functie is van belang voor interactie met onze omgeving. Vanaf het moment dat we opstaan, tot we s avonds weer naar bed gaan,

Nadere informatie

Kaufman Intelligentietest voor adolescenten en Volwassenen (KAIT)

Kaufman Intelligentietest voor adolescenten en Volwassenen (KAIT) Kaufman Intelligentietest voor adolescenten en Volwassenen (KAIT) J.L. Mulder, 1 R. Dekker 2, P.H. Dekker 3 1 afd. Neuropsychologie, HagaZiekenhuis, Den Haag. Amsterdam. 2 PITS Testuitgeverij Leiden. 3

Nadere informatie

Developmental Coordination Disorder. Miriam Verstegen Kinderrevalidatiearts

Developmental Coordination Disorder. Miriam Verstegen Kinderrevalidatiearts Developmental Coordination Disorder Miriam Verstegen Kinderrevalidatiearts 11-06-2015 Inhoud Developmental Coordination Disorder Criteria Kenmerken Comorbiditeiten Pathofysiologie Behandeling Prognose

Nadere informatie

TECHNISCHE HANDLEIDING IQ TEST

TECHNISCHE HANDLEIDING IQ TEST TECHNISCHE HANDLEIDING IQ TEST 12 December 2011 INHOUDSOPGAVE TESTOVERZICHT Meetpretentie Theoretische achtergrond Kenmerken Samenstelling Toepassingsgebied Voorbeelditems TESTKENMERKEN Vraag die voor

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek onder mensen met een manisch depressieve stoornis en hun betrokkenen

Tevredenheidsonderzoek onder mensen met een manisch depressieve stoornis en hun betrokkenen Tevredenheidsonderzoek onder mensen met een manisch depressieve stoornis en hun betrokkenen Patiënt redelijk tevreden, maar snelheid en betrokkenheid bij behandeling kan beter Index 1. Inleiding 2. Onderzoeksmethode

Nadere informatie

Geen idee wat je iq is? Snel duidelijkheid met intelligentietesten van Pluryn

Geen idee wat je iq is? Snel duidelijkheid met intelligentietesten van Pluryn Geen idee wat je iq is? Snel duidelijkheid met intelligentietesten van Pluryn Geen idee wat je IQ is? Marc is een jongen met complexe problemen. Om de juiste ondersteuning te krijgen wil hij weten wat

Nadere informatie

Vaardighedentoets (Portfolio) gezondheidszorgpsycholoog diagnostiek en indicatiestelling (volwassenen en ouderen)

Vaardighedentoets (Portfolio) gezondheidszorgpsycholoog diagnostiek en indicatiestelling (volwassenen en ouderen) Vaardighedentoets (Portfolio) gezondheidszorgpsycholoog diagnostiek en indicatiestelling (volwassenen en ouderen) Doelstelling De volgende twee Kerncompetenties en vaardigheden in de Regeling periodieke

Nadere informatie

Formulier voor het beoordelen van de kwaliteit van een systematische review. Behorend bij: Evidence-based logopedie, hoofdstuk 2

Formulier voor het beoordelen van de kwaliteit van een systematische review. Behorend bij: Evidence-based logopedie, hoofdstuk 2 Formulier voor het beoordelen van de kwaliteit van een systematische review Behorend bij: Evidence-based logopedie, hoofdstuk 2 Toelichting bij de criteria voor het beoordelen van de kwaliteit van een

Nadere informatie

DEEL 1 PROTOCOL SCREENING EN DIAGNOSTIEK VAN ADHD BIJ VERSLAVING

DEEL 1 PROTOCOL SCREENING EN DIAGNOSTIEK VAN ADHD BIJ VERSLAVING DEEL 1 PROTOCOL SCREENING EN DIAGNOSTIEK VAN ADHD BIJ VERSLAVING 1 Het protocol screening en diagnostiek 1.1 Algemene toelichting Attention-deficit/hyperactivity disorder (aandachtstekortstoornis met

Nadere informatie

Sociale Interpretatie Test en Lees de Ogen Test bij hoog functionerende volwassenen met ASS

Sociale Interpretatie Test en Lees de Ogen Test bij hoog functionerende volwassenen met ASS Sociale Interpretatie Test en Lees de Ogen Test bij hoog functionerende volwassenen met ASS C.C. Kan, B. Hochstenbach, C. Tesink, J. Pijnacker, J.K. Buitelaar SIT en LdO bij hoog functionerende volwassenen

Nadere informatie

SAMENVATTING. Achtergrond en doelstellingen van dit proefschrift

SAMENVATTING. Achtergrond en doelstellingen van dit proefschrift 153 SAMENVATTING Achtergrond en doelstellingen van dit proefschrift Angst en depressie zijn de meest voorkomende psychische stoornissen, de ziektelast is hoog en deze aandoeningen brengen hoge kosten met

Nadere informatie

Capaciteitentest HBO. Denkvermogen en denkstijl

Capaciteitentest HBO. Denkvermogen en denkstijl Denkvermogen en denkstijl Naam: Ruben Smit Inhoudsopgave 1. Inleiding... 3 2. De uitslag... 4 3. Bijlage: Het lezen van de uitslag... 5 Pagina 2 van 7 1. Inleiding Op 5 april 2016 heeft Ruben Smit een

Nadere informatie

Samenvatting (Summary in Dutch)

Samenvatting (Summary in Dutch) Samenvatting (Summary in Dutch) Etnische minderheden vormen een groeiend segment van de bevolking in veel westerse landen. Zorgbehoeften en verwachtingen van deze groepen vormen vaak een uitdaging voor

Nadere informatie

Executive functioning bij kinderen met een ontwikkelings- of gedragsstoornis

Executive functioning bij kinderen met een ontwikkelings- of gedragsstoornis Executive functioning bij kinderen met een ontwikkelings- of gedragsstoornis Sylvie Verté INLEIDING Reeds geruime tijd worden pogingen ondernomen om te bepalen welke aspecten van diverse ontwikkelings-

Nadere informatie

- 172 - Prevention of cognitive decline

- 172 - Prevention of cognitive decline Samenvatting - 172 - Prevention of cognitive decline Het percentage ouderen binnen de totale bevolking stijgt, en ook de gemiddelde levensverwachting is toegenomen. Vanwege deze zogenaamde dubbele vergrijzing

Nadere informatie

Inleiding. Familiale kwetsbaarheid en geslacht. Samenvatting

Inleiding. Familiale kwetsbaarheid en geslacht. Samenvatting Inleiding Depressie en angst zijn veel voorkomende psychische stoornissen. Het ontstaan van deze stoornissen is gerelateerd aan een breed scala van risicofactoren, zoals genetische kwetsbaarheid, neurofysiologisch

Nadere informatie

Ervaren problemen door professionals

Ervaren problemen door professionals LVG en Verslaving Lectoraat GGZ-Verpleegkunde Ervaren problemen door professionals Kennisdeling 11 november 2010, Koos de Haan, deel 2 1 Wat komt aan bod? Onderzoek naar problemen door professionals ervaren

Nadere informatie

HET ASSESSMENT INFORMATIE

HET ASSESSMENT INFORMATIE HET ASSESSMENT INFORMATIE HET ASSESSMENT U bent uitgenodigd voor een assessment. In de praktijk blijkt dat bij veel kandidaten vragen leven met betrekking tot dit soort onderzoek. In het hiernavolgende

Nadere informatie

EACD recommendations DCD. EACD recommendations. EACD recommendations DCD. EACD recommendations DCD. What s new? EACD recommendations DCD 3-12-2013

EACD recommendations DCD. EACD recommendations. EACD recommendations DCD. EACD recommendations DCD. What s new? EACD recommendations DCD 3-12-2013 EACD recommendations NL vertaling en aanpassing H. Reinders namens DCD Stuurgroep Internationaal: Juli 2011 Vertaling: zomer 2012 Bespreken in werkgroepen najaar 2012 Stuurgroep voorstel: maart 2013 Reactie

Nadere informatie

Cognitieve Gedragstherapie en Mindfulness Based Stress Reduction Therapie voor Angst en Depressie klachten bij volwassenen met

Cognitieve Gedragstherapie en Mindfulness Based Stress Reduction Therapie voor Angst en Depressie klachten bij volwassenen met Cognitieve Gedragstherapie en Mindfulness Based Stress Reduction Therapie voor Angst en Depressie klachten bij volwassenen met Autismespectrumstoornissen: ADASS Achtergrond ADASS Veelvuldig voorkomen van

Nadere informatie

HANDREIKING EVIDENT EN KENNELIJK STABIELE KINDKEMERKEN Algemene uitgangspunten

HANDREIKING EVIDENT EN KENNELIJK STABIELE KINDKEMERKEN Algemene uitgangspunten HANDREIKING EVIDENT EN KENNELIJK STABIELE KINDKEMERKEN Algemene uitgangspunten Het vaststellen van een stoornis bii (her-)indicatie. De toegang tot het speciaal onderwijs of leerlinggebonden financiering

Nadere informatie

Samenvatting, conclusies en discussie

Samenvatting, conclusies en discussie Hoofdstuk 6 Samenvatting, conclusies en discussie Inleiding Het doel van het onderzoek is vast te stellen hoe de kinderen (10 14 jaar) met coeliakie functioneren in het dagelijks leven en wat hun kwaliteit

Nadere informatie

Het meetinstrument heeft betrekking op de volgende categorieën Lichaamsregio Hoofd / hals Overige, ongespecificeerd

Het meetinstrument heeft betrekking op de volgende categorieën Lichaamsregio Hoofd / hals Overige, ongespecificeerd Uitgebreide toelichting van het meetinstrument ComVoor Voorlopers in communicatie 31 oktober 2011 Review M. Jungen Invoer: E. van Engelen 1 Algemene gegevens Het meetinstrument heeft betrekking op de volgende

Nadere informatie

SAMENVATTING SAMENVATTING. Werk en Psychische Gezondheid: Studies naar de invloed van werk kenmerken, sociale rollen en gender

SAMENVATTING SAMENVATTING. Werk en Psychische Gezondheid: Studies naar de invloed van werk kenmerken, sociale rollen en gender SAMENVATTING Werk en Psychische Gezondheid: Studies naar de invloed van werk kenmerken, sociale rollen en gender In de jaren negentig werd duidelijk dat steeds meer werknemers in Nederland, waaronder in

Nadere informatie

Hoofdstuk 1 en 2 bestaan uit de inleiding en de beschrijving van de onderzoeksdoelen.

Hoofdstuk 1 en 2 bestaan uit de inleiding en de beschrijving van de onderzoeksdoelen. Chapter 9 Nederlandse samenvatting 148 CHAPTER 9 De kans dat een kind kanker overleeft, is de laatste decennia sterk gegroeid. Tot in de jaren zestig van de vorige eeuw was kinderkanker meestal fataal,

Nadere informatie

het belang van de cliënt staat voorop de meting is zo nauwkeurig mogelijk de uitkomst wordt gerelativeerd

het belang van de cliënt staat voorop de meting is zo nauwkeurig mogelijk de uitkomst wordt gerelativeerd 11 DE BETEKENIS VAN HET ONDERZOEK VOOR DE PRAKTIJK In de voorafgaande hoofdstukken is een gedetailleerd overzicht gegeven van de resultaten van het onderzoek dat met de SON-R 6-40 is verricht. In dit hoofdstuk

Nadere informatie

Neuropsychiatrische symptomen bij Nederlandse verpleeghuispatiënten

Neuropsychiatrische symptomen bij Nederlandse verpleeghuispatiënten Proefschrift: S.U. Zuidema Neuropsychiatrische symptomen bij Nederlandse verpleeghuispatiënten met dementie Samenvatting Dementie is een ongeneeslijke aandoening met belangrijke effecten op cognitie, activiteiten

Nadere informatie

Functional limitations associated with mental disorders

Functional limitations associated with mental disorders Samenvatting Functional limitations associated with mental disorders Achtergrond Psychische aandoeningen, zoals depressie, angst, alcohol -en drugsmisbruik komen erg vaak voor in de algemene bevolking.

Nadere informatie

Diagnostiek fase. Behandelfase. Resocialisatiefase. Psychosociale behandeling. Medicamenteuze behandeling. Terugvalpreventie Herstel

Diagnostiek fase. Behandelfase. Resocialisatiefase. Psychosociale behandeling. Medicamenteuze behandeling. Terugvalpreventie Herstel Diagnostiek fase Samenvattingskaart WANNEER, HOE? 1. Diagnostiek middelengebruik 2. Vaststellen problematisch middelengebruik en relatie met delict Aandacht voor interacties psychische problemen en middelengebruik

Nadere informatie

When Things are Getting out of Hand. Prevalence, Assessment, and Treatment of Substance Use Disorder(s) and Violent Behavior F.L.

When Things are Getting out of Hand. Prevalence, Assessment, and Treatment of Substance Use Disorder(s) and Violent Behavior F.L. When Things are Getting out of Hand. Prevalence, Assessment, and Treatment of Substance Use Disorder(s) and Violent Behavior F.L. Kraanen Samenvatting Criminaliteit is een belangrijk probleem en zorgt

Nadere informatie

Cognitieve gedragstherapie

Cognitieve gedragstherapie Cognitieve gedragstherapie Een succesvolle psychotherapie voor diverse emotionele stoornissen en problemen Afdeling Psychiatrie en Medische Psychologie Wat is Cognitieve Gedragstherapie? Cognitieve gedragstherapie

Nadere informatie

P. de Beurs, psychiater en adviseur voor de IGZ

P. de Beurs, psychiater en adviseur voor de IGZ P. de Beurs, psychiater en adviseur voor de IGZ Dilemma s bij risicotaxatie Risicotaxatie is een nieuw en modieus thema in de GGZ Veilige zorg is een illusie Hoe veiliger de zorg, hoe minder vrijheid voor

Nadere informatie

Persoonlijkheidsstoornissen Kortdurend Behandelaanbod

Persoonlijkheidsstoornissen Kortdurend Behandelaanbod Persoonlijkheidsstoornissen Kortdurend Behandelaanbod U bent niet de enige Een op de tien Nederlanders heeft te maken met een persoonlijkheidsstoornis of heeft trekken hiervan. De Riagg Maastricht is gespecialiseerd

Nadere informatie

Capaciteitentest MBO. 1. Inleiding

Capaciteitentest MBO. 1. Inleiding Naam: Ruben Smit NewHR.nl heeft de ambitie je te faciliteren zodat je je optimaal kan ontwikkelen en duurzaam inzetbaar blijft, welke functie je dan ook hebt. Dit rapport is de eerste stap naar persoonlijke

Nadere informatie

Intelligentie meting bij allochtonen

Intelligentie meting bij allochtonen Intelligentie meting bij allochtonen Vraag van de opdrachtgever: Cliënt(e) spreekt weinig Nederlands. Wat is het niveau van functioneren, wat is de leerbaarheid? - Vraag van de opdrachtgever: wat is het

Nadere informatie

Criminaliteit en Verslaving

Criminaliteit en Verslaving Informatiefolder forensische verslavingskliniek voor verwijzer en publiek Criminaliteit en Verslaving Tactus Piet Roordakliniek De Werkgroep is van mening dat een geïntegreerd behandelplan, waarin zowel

Nadere informatie

NeDerLANDse samenvatting

NeDerLANDse samenvatting CHAPTER 10 259 NEDERLANDSE SAMENVATTING Benzodiazepines zijn psychotrope middelen met anxiolytische, sederende, spierverslappende en hypnotische effecten. In de praktijk worden zij voornamelijk ingezet

Nadere informatie

Samenvatting. Samenvatting 8. * COgnitive Functions And Mobiles; in dit advies aangeduid als het TNO-onderzoek.

Samenvatting. Samenvatting 8. * COgnitive Functions And Mobiles; in dit advies aangeduid als het TNO-onderzoek. Samenvatting In september 2003 publiceerde TNO de resultaten van een onderzoek naar de effecten op het welbevinden en op cognitieve functies van blootstelling van proefpersonen onder gecontroleerde omstandigheden

Nadere informatie

Neurocognitive Processes and the Prediction of Addictive Behaviors in Late Adolescence O. Korucuoğlu

Neurocognitive Processes and the Prediction of Addictive Behaviors in Late Adolescence O. Korucuoğlu Neurocognitive Processes and the Prediction of Addictive Behaviors in Late Adolescence O. Korucuoğlu Nederlandse Samenvatting De adolescentie is levensfase waarin de neiging om nieuwe ervaringen op te

Nadere informatie

Datum: 5 september 2014

Datum: 5 september 2014 Naam: Ruben Smit NewHR.nl heeft de ambitie je te faciliteren zodat je je optimaal kan ontwikkelen en duurzaam inzetbaar blijft, welke functie je dan ook hebt. Dit rapport is de eerste stap naar persoonlijke

Nadere informatie

Patiënteninformatie. Medische Psychologie. Informatie over neuropsychologisch onderzoek

Patiënteninformatie. Medische Psychologie. Informatie over neuropsychologisch onderzoek Patiënteninformatie Medische Psychologie Informatie over neuropsychologisch onderzoek Medische Psychologie Informatie over neuropsychologisch onderzoek U bent door een specialist van het ziekenhuis verwezen

Nadere informatie

Samenvatting. (Summary in Dutch)

Samenvatting. (Summary in Dutch) Samenvatting (Summary in Dutch) Dit proefschrift gaat over depressie en de behandeling daarvan. Bestudeerd is of een behandeling bestaande uit de combinatie van medicatie en psychotherapie meer effectief

Nadere informatie

Beter geïntegreerd! Wat zeggen de richtlijnen?

Beter geïntegreerd! Wat zeggen de richtlijnen? Beter geïntegreerd! Wat zeggen de richtlijnen? Beter geïntegreerd! Wat zeggen de richtlijnen? Richtlijnen Casus IDDT Richtlijnen, wat zeggen ze niet! Richtlijnen Dubbele Diagnose, Dubbele hulp (2003) British

Nadere informatie

Chapter 9 CHAPTER 9. Samenvatting

Chapter 9 CHAPTER 9. Samenvatting CHAPTER 9 Samenvatting 115 Kanker en behandelingen voor kanker kunnen grote invloed hebben op de lichamelijke gezondheid en het psychisch functioneren van mensen. Er is veel onderzoek gedaan naar de effectiviteit

Nadere informatie

GGZ in de Zorgverzekeringswet. tabellen over de jaren

GGZ in de Zorgverzekeringswet. tabellen over de jaren tabellen over de jaren 8- Inhoudsopgave Introductie Gemiddeld aantal behandelingen per patiënt, 8 Gebruik ggz naar leeftijd en geslacht, Patiënten in behandeling per circuit, 8 Doorstroming per circuit,

Nadere informatie

Summery. Effectiviteit van een interventieprogramma op arm-, schouder- en nekklachten bij beeldschermwerkers

Summery. Effectiviteit van een interventieprogramma op arm-, schouder- en nekklachten bij beeldschermwerkers ummery amenvatting Effectiviteit van een interventieprogramma op arm-, schouder- en nekklachten bij beeldschermwerkers 207 Algemene introductie Werkgerelateerde arm-, schouder- en nekklachten zijn al eeuwen

Nadere informatie

zeer jeugdige delinquenten in nederland: een zorgwekkende ontwikkeling? theo doreleijers lieke van domburgh vumc amsterdam

zeer jeugdige delinquenten in nederland: een zorgwekkende ontwikkeling? theo doreleijers lieke van domburgh vumc amsterdam zeer jeugdige delinquenten in nederland: een zorgwekkende ontwikkeling? theo doreleijers lieke van domburgh vumc amsterdam samenwerkingsverband vu medisch centrum amsterdam Prof. Dr Th. Doreleijers, kinder-

Nadere informatie

Factoren in de relatie tussen angstige depressie en het risico voor hart- en vaatziekten

Factoren in de relatie tussen angstige depressie en het risico voor hart- en vaatziekten Factoren in de relatie tussen angstige depressie en het risico voor hart- en vaatziekten In dit proefschrift werd de relatie tussen depressie en het risico voor hart- en vaatziekten onderzocht in een groep

Nadere informatie

De rol van de gedragskundige. LVB en Verslaving Workshopronde 1 Slotbijeenkomst Trimbos 16-04-2013

De rol van de gedragskundige. LVB en Verslaving Workshopronde 1 Slotbijeenkomst Trimbos 16-04-2013 De rol van de gedragskundige LVB en Verslaving Workshopronde 1 Slotbijeenkomst Trimbos 16-04-2013 Spin in het web? Agenda Korte uiteenzetting LVB en verslaving Functie-eisen Rol gedragskundige Discussie

Nadere informatie

Diagnostiek en onderzoek naar autisme bij dubbele diagnose. Annette Bonebakker, PhD, klinisch neuropsycholoog CENTRUM DUBBELE PROBLEMATIEK DEN HAAG

Diagnostiek en onderzoek naar autisme bij dubbele diagnose. Annette Bonebakker, PhD, klinisch neuropsycholoog CENTRUM DUBBELE PROBLEMATIEK DEN HAAG Diagnostiek en onderzoek naar autisme bij dubbele diagnose Annette Bonebakker, PhD, klinisch neuropsycholoog CENTRUM DUBBELE PROBLEMATIEK DEN HAAG 1 Autisme spectrum stoornissen Waarom dit onderwerp? Diagnostiek

Nadere informatie

Herkennen van en omgaan met mensen met een lichte verstandelijke beperking

Herkennen van en omgaan met mensen met een lichte verstandelijke beperking Herkennen van en omgaan met mensen met een lichte verstandelijke beperking Doelgroep s Heeren Loo, Almere: Alle leeftijden: kinderen, jongeren & volwassenen (0 100 jaar) Alle niveaus van verstandelijke

Nadere informatie

Samenvatting. Samenvatting

Samenvatting. Samenvatting Samenvatting Op grond van klinische ervaring en wetenschappelijk onderzoek, is bekend dat het gezamenlijk voorkomen van een pervasieve ontwikkelingsstoornis en een verstandelijke beperking tot veel bijkomende

Nadere informatie

Neuropsychologisch onderzoek bij volwassenen met Autisme SpectrumStoornissen

Neuropsychologisch onderzoek bij volwassenen met Autisme SpectrumStoornissen Neuropsychologisch onderzoek bij volwassenen met Autisme SpectrumStoornissen Werkgroep: Audrey Mol, Ilse Noens, Annelies Spek, Cathelijne Tesink, Jan-Pieter Teunisse Kader Biologisch Informatie-verwerking

Nadere informatie

Samenvatting SAMENVATTING

Samenvatting SAMENVATTING SAMENVATTING Introductie Dit proefschrift geeft het theoretische en experimentele werk weer rondom de auditieve en cognitieve mechanismen van het top-down herstel van gedegradeerde spraak. In het dagelijks

Nadere informatie