TTOO-119. Drs. Reinoud Nagele en drs. Jan Vissers Veenendaal, Traffic Test bv

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "TTOO-119. Drs. Reinoud Nagele en drs. Jan Vissers Veenendaal, Traffic Test bv"

Transcriptie

1 Gedragseffecten van de EMA Een evaluatieonderzoek naar de leer- en gedragseffecten op middellange termijn van de Educatieve Maatregel Alcohol en verkeer Drs. Reinoud Nagele en drs. Jan Vissers Veenendaal, Traffic Test bv

2 Documentbeschrijving Titel: Gedragseffecten van de EMA Subtitel: Een evaluatieonderzoek naar de leer- en gedragseffecten op middellange termijn van de Educatieve Maatregel Alcohol en verkeer Rapportnummer: Status: Eindrapportage Projectnummer: EXT Auteurs: Drs. R.C. Nagele en drs. J.A.M.M. Vissers Datum: 30 november 2000 Opdrachtgever: Directoraat-Generaal Rijkswaterstaat, Adviesdienst Verkeer en Vervoer, drs. W. Vlakveld Korte inhoud: In deze rapportage worden de resultaten beschreven van het evaluatieonderzoek naar de leer- en gedragseffecten op middellange termijn van de Educatieve Maatregel Alcohol en verkeer. Dit is onderzocht aan de hand van vragenlijstonderzoek en interviews onder EMA-cursisten (de experimentele groep) en vergelijkbare rijders onder invloed die niet in de vorderingsprocedure zaten (de controlegroep).

3 Voorwoord Het voorliggende rapport vormt het eindresultaat van een onderzoek dat in opdracht van de Adviesdienst Verkeer en Vervoer van Rijkswaterstaat is uitgevoerd naar de gedragseffecten van de Educatieve Maatregel Alcohol en verkeer (EMA). Dit onderzoek had niet kunnen plaatsvinden zonder de medewerking die van verschillende kanten is verleend. Deze medewerking was, wellicht nog meer dan anders bij onderzoeksprojecten het geval is, onontbeerlijk. Rijden onder invloed is immers een (privacy)-gevoelig onderwerp, waarmee zeer zorgvuldig moet worden omgesprongen. We willen dan ook op deze plaats de mensen die dit onderzoek in goede banen hebben geleid bedanken voor hun medewerking. In de eerste plaats danken we de EMA-stuurgroep, die dit onderzoek heeft begeleid, bestaande uit de volgende personen: Ine Minis (Ministerie van Verkeer en Waterstaat, DGP, directie Verkeersveiligheid en Voertuig) Stef Moes (CBR, Divisie Vorderingen) Rob Bovens (GGZ Nederland) Willem Vlakveld (Adviesdienst Verkeer en Vervoer) Voor hun onmisbare medewerking aan het kwantitatieve gedeelte van dit onderzoek danken wij de Divisie Vorderingen van het CBR (in het bijzonder Stef Moes en het cluster EMA). Zij hebben hun handen vol gehad aan dit onderzoek. Verder bedanken wij GGZ Nederland, de EMA-cursusleiders en operationeel verantwoordelijken van de verschillende instellingen voor verslavingszorg die 'op locatie' zorg hebben gedragen voor de vragenlijsten, checklisten en monitorformulieren. Tenslotte willen we ook de politieregio's Rotterdam- Rijnmond, Noord-Hol land-noord, Kennemerland, Gelderland-Midden, Noord- Brabant-Noord en Limburg-Zuid bedanken voor hun bijdrage aan dit onderzoek. Zonder hen hadden we niet kunnen beschikken over een geschikte controlegroep. Veenendaal, november 2000

4 Inhoudsopgave 1. Inleiding Achtergrond Wettelijk kader EMA: vorderingsprocedure EMA: doelgroep en inhoud in kort bestek Factoren die van invloed zijn op het gebruik van alcohol in het verkeer: een literatuuroverzicht Demografische kenmerken Leeftijd Sekse Werk Burgerlijke staat '.5 Overige demografische kenmerken Drinkgedrag en verkeersgedrag Het gebruik van alcohol Verkee rsged rag Persoonlijkheidskenmerken Kennis Uitkomstverwachtingen Sociale invloed Persoon l ij ke effecti v iteit Gewoontegedrag Profielschets Rijden onder invloed: effecten van educatieve interventies Onderzoeksvragen en -opzet Onderzoeksvragen Onderzoeksopzet Resultaten van het onderzoek Respons en representativiteit Van losse items naar schalen Resultaten voormeting Vergelijking van de groepen op achtergrondkenmerken Kennis Gedragsintentie Rijden onder invloed Houding, motivatie en attributie Uitkomstverwachtingen, sociale invloed en persoonlijke effectiviteit Methoden om rijden onder invloed te voorkomen Resultaten nameting Vergelijking van de groepen op achtergrondkenmerken Kennis Gedragsintentie Rijden onder invloed Houding, motivatie en attributie Uitkomstverwachtingen, sociale invloed en persoonlijke effectiviteit... 43

5 5.4.7 Methoden om rijden onder invloed te voorkomen Alcoholproblematiek Houding tegenover autorijden Waardering EMA door cursisten Oordeel van cursusleiders Aandacht voor praktische vaardigheden in de uitvoering van de EMA Conclusies...58 Literatuur Bijlage 1 Constructie van schalen Bijlage 2 Tabellen voormeting Bijlage 3 Tabellen nameting Bijlage 4 Methodologische verantwoording Bijlage 5 Gebruikte vragen en items Bijlage 6 Checklist cursusleiders EMA Bijlage 7 Monitorformulier uitvoering EMA

6 Pagina 1 1. Inleiding In dit rapport wordt verslag gedaan van een evaluatieonderzoek naar de leer- en gedragseffecten op de middellange termijn van de Educatieve Maatregel Alcohol en verkeer. Centraal in dit onderzoek staat de vraag wat de effecten zijn van het deelnemen aan de EMA op cognitieve, sociaal-affectieve en praktische vaardigheden, en op motivatie, intentie en gedrag. In dit onderzoek is gekeken of effecten beklijven nadat ongeveer anderhalve maand verstreken is. Hiertoe is vragenlijstonderzoek uitgevoerd onder EMA-cursisten (de experimentele groep) en vergelijkbare rijders onder invloed die niet in de vorderingsprocedure zaten (de controlegroep). Daarnaast is een beperkt aantal interviews gehouden met respondenten uit de experimentele en de controlegroep. De opbouw van deze rapportage is als volgt. Hoofdstuk twee staat om te beginnen kort stil bij de achtergrond, opzet en inhoud van de EMA zelf. In hoofdstuk drie wordt een overzicht gegeven van enkele bevindingen uit de literatuur. Hoofdstuk 4 behandelt de onderzoeksvragen en de opzet van het onderzoek. In hoofdstuk 5 worden de resultaten van het onderzoek besproken en tenslotte bespreken we in hoofdstuk 6 enkele belangrijke conclusies.

7 Pagina 2 2. Achtergrond 2.1 Wettelijk kader EMA: vorderingsprocedure In september 1996 is de Educatieve Maatregel Alcohol en verkeer (EMA) operationeel geworden. De EMA vloeit voort uiteen uitbreiding van de vorderingsprocedure zoals die in de Wegenverkeerswet 1994 is opgenomen (artikelen 130 t/m 134 WVW 1994). De vorderingsprocedure voorziet in de mogelijkheid van ongeldigverklaring van het rijbewijs. Dit kan gebeuren wanneer uit onderzoek blijkt dat de houder van een rijbewijs niet langer beschikt over de rijvaardigheid dan wel de geestelijke of lichamelijke geschiktheid voor het besturen van een of meer categorieën van motorrijtuigen waarvoor het rijbewijs is afgegeven. Nieuw ten opzichte van de 'oude' vorderingsprocedure is, dat de Minister van Verkeer en Waterstaat - als de schriftelijke mededeling over feiten en omstandigheden naar zijn oordeel aanleiding geeft tot onderzoek naar de rijvaardigheid of de geschiktheid - de betrokken bestuurder (overeenkomstig bij algemene maatregelen van bestuur vast te stellen regels) de verplichting kan opleggen zich binnen een vastgestelde termijn te onderwerpen aan educatieve maatregelen ter bevordering van de rijvaardigheid of rijgeschiktheid op straffe van ongeldigheid. Als 'sanctie' op het niet volgen van de educatieve maatregel staat intrekking van het rijbewijs 1. De aan deze maatregelen verbonden kosten komen ten laste van de bestuurder. De EMA functioneert sinds het najaar van 1996 als educatieve maatregel in de praktijk. Namens de Minister van Verkeer en Waterstaat voert de Divisie Vorderingen van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) de vorderingsprocedure uit en kan uit dien hoofde iemand een EMA opleggen. Daadwerkelijke uitvoering van de EMA gebeurt op dit moment door bijscholingsdocenten van de instellingen voor verslavingszorg. Het betreft in het algemeen docenten die in het verleden de Alcohol en Verkeer Cursus (AVC) hebben verzorgd. De Vereniging Geestelijke Gezondheidszorg Nederland (GGZN) treedt -als overkoepelend orgaan voor instellingen voor verslavingszorgop als intermediair tussen CBR en instellingen voor verslavingszorg. 2.2 EMA: doelgroep en inhoud in kort bestek In het verleden was er vanuit het strafrechtelijk kader de mogelijkheid van een alternatieve sanctie in de vorm van de Alcohol Verkeer Cursus (AVC; NeVIV, 1994). Met invoering van de EMA zijn er twee belangrijke wijzigingen gerealiseerd. In de eerste plaats is het wettelijk kader veranderd. Verwijzing naar de AVC vond plaats in het kader van het strafrecht. De AVC was in feite een alternatieve sanctie, die door de rechter bij bijzondere voorwaarde kon worden opgelegd (of door de Officier van Justitie in de strafeis kon worden meegenomen). Deelname aan de AVC was vrijwillig. Door deel te nemen aan de AVC kon de betreffende cursist een deel van zijn boete of straf terug verdienen. De EMA 'voltrekt' zich in het kader van het administratief recht. De cursuskosten moeten Met andere woorden iemand kan ervoor kiezen zich niet aan de educatieve maatregel te onderwerpen en weigeren medewerking te verlenen. In dat geval volgt echter automatisch ongeldigverklaring van het rijbewijs van de betrokkene.

8 Pagina 3 door de deelnemers zelf worden betaald. In de praktijk komt het erop neer dat de EMA-cursisten i 500,- zelf moeten betalen en dat het restant van de cursuskosten door het ministerie van Verkeer en Waterstaat wordt 'bijgepast'. Doelgroep Sinds 1 juni 2000 zijn de verwijzingscriteria op enkele punten gewijzigd. 2 De groep EMA-deelnemers die bij dit onderzoek is betrokken, is echter nog gebaseerd op de oude regeling. Volgens de oude regeling komen bestuurders in principe m aanmerking voor een EMA indien: er een adem- of bloed-alcoholgehalte is geconstateerd dat hoger is dan 570 mcg (1,3 promille) en niet hoger dan 915 mcg (2,1 promille); er sprake is van recidive waarbij (bij het laatste geconstateerde feit) een ademof bloed-alcoholgehalte is geconstateerd dat hoger is dan 350 mcg (0,8 promille). Naast de genoemde criteria is er een aantal omstandigheden waaronder deelname aan de EMA niet wenselijk is. De volgende contra-indicaties worden onderscheiden: Het veroorzaakt hebben van een ongeval met dodelijk of zwaar lichamelijk letsel. De aanwezigheid van ernstige psychiatrische problemen. De aanwezigheid van dementeringsproblemen. Het niet beschikken over kennis van de Nederlandse taal. Het binnen een korte periode (bijvoorbeeld vijfjaar of korter) eerder deelgenomen hebben aan dezelfde cursus (onderzoek kan echter uitwijzen dat een EMA toch geïndiceerd is). Inhoud De EMA is gericht op de bijscholing van bestuurders die in het verkeer opgevallen zijn door problematisch gedrag. Achterliggende gedachte is dat het deze mensen ontbreekt aan voldoende geschiktheid om een motorrijtuig te besturen en dat dit met een educatieve aanpak bijgesteld kan worden. Het uiteindelijke doel van de cursus is het scheppen van de voorwaarden voor een gedragsverandering bij de deelnemers, waardoor zij in de toekomst niet meer onder invloed van alcohol achter het stuur van hun gemotoriseerde voertuig plaats zullen nemen. Binnen de EMA staat de principiële onverenigbaarheid van alcoholgebruik en deelname aan het verkeer centraal. Bij het aanleren van de voorwaarden voor een verkeersveiliger gedrag ligt het accent op verandering van de attitude en op het ontwikkelen van kennis, inzicht en vaardigheden. Een belangrijk verschil tussen de " oude' AVC en de EMA betreft de cursusmethodiek. De AVC was vooral een op kennis en inzicht georiënteerd voorlichtingsprogramma, waarin de cursisten een vrij passieve rol speelden. De EMA vergt van de cursisten een actieve Per 1 juni 2000 is een nieuwe regeling m werking. Een EMA wordt opgelegd indien het geconstateerde promillage gelijk is aan of hoger is dan 1,3 promille. Ook wordt een EMA opgelegd wanneer de betrokkene weigert mee te werken aan een ademanalyse. Vanaf 1,8 promille wordt de betrokkene aan een onderzoek naar de geschiktheid onderworpen. Wanneer de uitslag van dit onderzoek met leidt tot ongeldigverklaring van het rijbewijs, wordt alsnog een EMA opgelegd. BIJ recidive m de afgelopen vijf jaar geldt dat bij één van de aanhoudingen een promillage geconstateerd moet zijn dat gelijk is aan of hoger is dan 0,8 promille. Toegevoegde contra-indicaties zijn: het vermoeden dat er bij de betrokkene sprake is van alcoholverslaving en betrokkene staat bij de politie bekend als gebruiker van drogerende stoffen.

9 Pagina 4 betrokkenheid en naast kennis en inzicht ligt een belangrijk accent op de emotionele component en op gedragsverandering (Na'gele en Vissers, 1994 en 1995a t/m 1995c). Met behulp van voorlichting en kennisoverdracht worden de risico's van het rijden onder invloed onder de aandacht gebracht. Via een groepsgewijze, interpersoonlijke benadering wordt getracht onder de deelnemers een overtuiging te bewerkstelligen, dat rijden onder invloed vanwege het gevaar en de mogelijke fatale gevolgen persoonlijk (en maatschappelijk) onacceptabel is. Via zelfobservatie en gedragsoefening wordt geprobeerd bij de deelnemers inzicht te ontwikkelen in achtergrond en ontstaan van (gewoonte)gedrag en ervaring op te laten doen met alternatieve gedragingen. Met de EMA worden dus in de eerste plaats leer- en attitude-effecten beoogd, maar daarnaast is het de bedoeling dat de EMA ook op langere termijn gedragseffecten teweeg brengt. Een 'beoogd neveneffect' van de EMA is dat de maatregel ook een algemeen preventieve werking heeft. Om na te gaan of de EMA daadwerkelijk aan al deze verwachtingen voldoet is de Adviesdienst Verkeer en Vervoer van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat een onderzoeksprogramma gestart. Om te beginnen is in 1997 een procesevaluatie uitgevoerd (Lindeijer, 1997). Deze studie richtte zich met name op het organisatorische proces rond de uitvoering van de EMA-procedure. Conclusie was dat de uitvoering van de vorderingsprocedure en daarbinnen de verwijzing naar de EMA in het algemeen goed verliep. De studie pleitte wel voor een aantal verbeteringen. De procedure bij de politie diende te worden gestroomlijnd (o.a. snellere instroom van meldingen richting CBR) en de totale doorlooptijd van de EMA-procedure diende te worden verkort (o.a. door een betere planning van de cursussen). Vervolgens is in 1998 een onderzoek uitgevoerd naar de (korte termijn) leereffecten van de EMA (Vissers & van 't Hoff, 1998). De kernvraag van dit leereffectenonderzoek was in hoeverre de kennis over (de combinatie van) alcohol en verkeer bij de deelnemers aan de EMA is toegenomen, in hoeverre de houding van deelnemers ten aanzien van rijden en drinken is veranderd als direct gevolg van deelname aan de EMA en in hoeverre men geneigd is het gedrag aan te passen (gedragsintentie). Dit is in de eerste plaats nagegaan aan de hand van een van een quasi-experimenteel onderzoek: aan de hand van een meting bij EMA-cursisten voorafgaand aan de cursus en twee metingen aan het einde van de cursus is nagegaan in hoeverre de gewenste veranderingen zijn opgetreden. Om na te gaan of deze veranderingen in kennis en houding daadwerkelijk een gevolg waren van de EMA is ook een zogenoemde 'controlegroep' bevraagd in een vergelijkbare voor- en nameting. Het ging daarbij om personen die waren aangehouden voor rijden onder invloed, maar die (nog) geen EMA hadden gevolgd. Op deze manier kon worden vastgesteld of eventuele 'effecten' kennis, houding en gedragsintentie moeten worden geïnterpreteerd als een schrikeffect van de aanhouding of dat er werkelijk sprake is van een cursuseffect: van de EMA. Om de gevonden onderzoeksresultaten te kunnen verklaren en te kunnen vertalen in concrete aanbevelingen voor de verdere ontwikkeling van de EMA zijn tevens diepteinterviews gehouden met EMA-cursusleiders. In deze interviews is nagegaan hoe de uitvoering van de EMA in de praktijk loopt en welke verbeteringen van de EMA in de ogen van de cursusleiders nog mogelijk zijn. De belangrijkste uitkomsten van het leereffectenonderzoek komen er samengevat op neer dat er enerzijds een zeker schrikeffect uitgaat van de aanhouding, maar dat anderzijds de EMA daar nog een duidelijke "schep" bovenop doet. De effecten op kennis, attitude en gedragsintentie bij de experimentele in het algemeen significant groter dan bij de controlegroep. Deelname aan de EMA vergroot de

10 Pagina 5 kennis op een aantal cruciale punten, zoals kennis van de werking en de invloed van alcohol en kennis van de relatie tussen rijden onder invloed en de ongevalskans. Een dergelijke kennisvergroting was in het algemeen niet of minder zichtbaar bij personen die waren aangehouden voor rijden onder invloed, maar die nog geen EMA volgden. Verder verandert de houding van automobilisten ten aanzien van rijden onder invloed door deelname aan de EMA in de gewenste richting. Bij de controlegroep is een dergelijk attitude-effect niet waarneembaar. Of de deelnemers aan de EMA na de cursus ook in moeilijke situaties daadwerkelijk rijden en drinken weten te scheiden kon met het leereffectenonderzoek niet worden aangetoond. Wel kon worden vastgesteld dat EM A-deel nemers na de cursus significant vaker dan voor de EMA de gewenste gedragsintenties hebben. Een dergelijk effect is echter ook - zij het in mindere mate - waarneembaar bij personen die zijn aangehouden voor rijden onder invloed maar nog geen EMA hebben gevolgd. Het onderzoek naar de gedragseffecten van de EMA, dat in dit rapport centraal staat, is een verdere stap in het onderzoeksprogramma. Het gaat nu om het in kaart brengen van de mate waarin het gedrag van cursisten door deelname aan de EMA ook daadwerkelijk veiliger is geworden. Daarbij gaat het om de gedragseffecten op de middellange termijn. Tevens worden in het onderzoek de leereffecten op de middellange termijn bekeken.

11 TTOO 119 Pagina 6 3. Factoren die van invloed zijn op het gebruik van alcohol in het verkeer: een literatuuroverzicht De EMA wil het gedrag van de rijder onder invloed veranderen Uiteindelijk doel is dat de deelnemer aan de EMA alcoholgebruik en verkeersdeelname beter kan scheiden en dat hij niet meer drinkt als hij nog moet gaan rijden (of m ieder geval met meer alcohol gebruikt dan wettelijk is toegestaan). Wanneer de EMA succes wil hebben m het bereiken van dit doel dan moet zij aangrijpen op de factoren die het gedrag van de rijder onder invloed m belangrijke mate bepalen. Het gaat dan om factoren die het ongewenste gedrag kunnen veroorzaken of juist het gewenste gedrag kunnen belemmeren. BIJ het opzetten van de EMA zijn deze gedragsbepalende factoren als uitgangspunt genomen voor de inhoud en de werkwijze van de interventie. De oorzaken van rijden onder invloed en de relaties tussen de diverse determinanten ervan kunnen erg complex zijn. Het kan dan ook verhelderend zijn om de werkelijkheid als het ware te simplificeren en aan de hand van een gedragsmodel op systematische wijze m kaart te brengen. Het gaat dan om de vraag welke determinanten of factoren het ongewenste gedrag veroorzaken of het gewenste gedrag belemmeren (Damoiseaux, 1991). Een nadere analyse van de gedragsdeterminanten en de eventuele relaties daartussen levert een aantal mogelijke aangrijpingspunten op voor de beïnvloeding van het gedrag. In de blauwdruk voor de EMA (Nagele en Vissers, 1994) is daartoe het onderstaande model ontwikkeld. Determinanten Gedrag Consequenties Indirect Direct Demografische kenmerken ^ uitkomstverwachtmge risico inschattingen kans en ernst gewoonte- positief vorming ^ bekrachtiging V 1r is van motivatie ^. ir tentie,> gedrag-^ msten i L kennis ^ sociale invloed directe en indirecte druk steun, modelmg t 1 vaardigheden negatief bestraffing persoonlijkheidskenmerken -> oersoonlnke effectiviteit taxatie van mogelijkheden om gedrag te vertonen t t hftrnnflntatift ^ Geïntegreerd gedragsmodel ter verklaring van rijden onder invloed

12 Pagina 7 Het beschreven gedragsmodel is gebaseerd op verschillende bestaande sociaalpsychologische modellen die ontwikkeld zijn ter verklaring van gedrag m het algemeen (Damoiseaux, 1991; Koken Damoiseaux, 1991), ter verklaring van gezondheidsgedrag (Oostveen en Kok, 1987; Pieterse, Seydel en Taal, 1991) of ter verklaring van crimineel gedrag (Winkel en Vrij, 1991; Groenhuijsen en Winkel, 1991; Winkel, 1993). Het is m sommige opzichten aangepast aan het specifieke gedrag waar de EMA zich op richt, namelijk rijden onder invloed. Aan de hand van het model zijn verschillende aangrijpingspunten voor gedragsverandering te onderscheiden die binnen de competentie van de EMA liggen. Het is vanzelfsprekend niet mogelijk de EMA aan te wenden om alle mogelijke oorzaken van het ongewenste gedrag te beïnvloeden In het model wordt daarom onderscheid gemaakt m determinanten die een directe invloed op het gedrag uitoefenen en determinanten waarvan verondersteld wordt dat zij langs een omweg, dat wil zeggen via de directe determinanten, het gedrag beïnvloeden. Deze laatste categorie, de indirecte gedragsdeterminanten, kan als voorwaardenscheppend beschouwd worden en bestaat uit demografische kenmerken, zoals leeftijd, sekse, opleiding e.d, uit persoonlijkheidskenmerken en uit de aanwezige kennis. Demografische kenmerken zijn natuurlijk niette beïnvloeden en de beïnvloeding van persoonlijkheidskenmerken ligt buiten de competentie van de EMA. Daarentegen neemt beïnvloeding van de factor ' kennis' een belangrijke plaats m binnen de EMA. Het al dan niet beschikken over relevante kennis speelt een facihterende dan wel remmende rol. In het model vallen de directe determinanten van gedrag uiteen m drie componenten: uitkomstverwachtmgen, sociale invloed en persoonlijke effectiviteit. Alle drie zijn het belangrijke aangrijpingspunten voor gedragsverandering waar de EMA aandacht aan moet besteden. Daarnaast is gewoontegedrag een belangrijk aangrijpingspunt. Hieronder zal kort op deze aangrijpingspunten worden ingegaan, maar om te beginnen wordt stilgestaan bij de zogenaamde indirecte gedragsdeterminanten. 3.1 Demografische kenmerken Voor de beschrijving van de gemiddelde Nederlandse rijder onder invloed m termen van belangrijke demografische kenmerken is met name een beroep gedaan op het Periodiek Regionaal Onderzoek Verkeersveiligheid (kortweg PROV). Ten behoeve van de EMA-blauwdruk is toentertijd op basis van het PROV een profielschets gemaakt van de EMA-doelgroep 4 (Nagele en Vissers, 1994). Voor de verdere beschrijving is tevens gebruik gemaakt van zowel Nederlandse als buitenlandse literatuur. Het PROV betreft een publieksenquête over verkeer en verkeersveiligheid onder een gelijkelijk over alle provincies verdeelde steekproef van circa in Nederland woonachtige personen van 15 jaar en ouder Het PROV is opgezet en bedoeld als instrument voor algemene momtormg van het regionale en nationale verkeersveihgheidsbeleid Onderdeel van het PROV zijn vragen over de frequentie van rijden onder invloed en de achtergronden van rijden onder invloed De meest recente rapportage van het PROV betreft die over het jaar 1999 (zie Eversdijk e a, 2000) De PROV-respondenten zijn op basis van de antwoorden die zi in de enquête hebben gegeven Van personen die aangeven met 5 of meer glazen op nog zelf naar huis te rijden en tenminste één keer per maand buiten de deur drinken wordt verondersteld dat zij tot de EMA-doelgroep behoren

13 TT00119 Pagina Leeftijd Rijden onder invloed doet zich volgens het PROV met name voor bij bestuurders m de leeftijd van circa 35 tot en met 54 jaar. Relatief weinig komt het voor bij jongeren (18 tot en met 24 jaar) en wat oudere bestuurders (vanaf circa 55 jaar) Sekse Het rijden onder invloed is vooral een probleem van de mannelijke bestuurders. Als we kijken naar de doelgroep voor de EMA, dan blijkt dat de groep voor circa 90% uit mannen bestaat (zie Nagele en Vissers, 1994). De oververtegenwoordiging van mannen als het gaat om rijden onder invloed is m vele buitenlandse studies terug te vinden (zie o.a. Wieczorek e.a.). Verder geldt voor probleemchauffeurs m het algemeen (ongeacht welk soort overtredingen men maakt) dat mannen sterk oververtegenwoordigd zijn. BIJ onderzoek onder de doelgroep voor driver improvement cursussen (Vissers, 1989) bleek dat 89% van de probleemchauffeurs man was Werk Gezien het feit dat rijden onder invloed veelvuldig voorkomt m de leeftijdscategorie van 35 tot en met 54 jaar en het feit dat de groep overwegend uit mannen bestaat, is het niet verwonderlijk dat een ruime meerderheid (circa 80%) werk heeft. Dit wordt bevestigd door buitenlands onderzoek (zie o.a. Siegal e.a., 2000) Burgerlijke staat Rijden onder invloed komt vaker voor onder personen die geen relatie hebben, d.w.z. die niet getrouwd zijn of niet samenwonen. Dat blijkt onder andere uit het PROV (Eversdijk, 2000), maar is ook terug te vinden m tal van andere studies. Zo concluderen Siegal e.a. dat rijders onder invloed vaak geen stabiele relaties hebben en relatief vaak ongehuwd zijn. Verder noemen rijders onder invloed problemen m de privé-sfeer vaak als achtergrond voor het ontstaan van de overtreding. Alcohol wordt m die gevallen vaak gebruikt om de privé-problemen te ontvluchten (Vissers, 1989) Overige demografische kenmerken Wat betreft andere achtergrondkenmerken, zoals de genoten opleiding en de woonomgeving geldt dat deze m het algemeen geen relatie hebben met de mate waarin men onder invloed rijdt. 3.2 Drinkgedrag en verkeersgedrag Het gebruik van alcohol In het algemeen is het zo dat het drinken van alcohol en met name het drinken van alcohol buitenshuis direct gerelateerd is aan het rijden onder invloed. Bestuurders die vaak alcohol drinken en die vaak buitenshuis alcohol drinken, rijden m verhouding vaker onder invloed dan degenen die weinig alcohol (buitenhuis) drinken. Het alcoholgebruik van de EMA-doelgroep ligt beduidend hoger dan dat van de met-doelgroep. Een derde (32%) van de bestuurders die tot de doelgroep behoren drinkt dagelijks alcohol. BIJ de met-doelgroep is dit twee keer zo laag (Nagele en Vissers, 1994). De relatie tussen alcoholgebruik en rijden

14 Pagina 9 onder invloed is in diverse buitenlandse studies terug te vinden (zie o.a. Berger en Snortum, 1986 en Foss en Perrine, 1993). Bij de EMA-doelgroep is relatief vaak sprake van probleemdrinken, bij circa een vijfde is dit het geval (Vissers en van 't Hoff, 1994) Verkeersgedrag Rijders onder invloed halen op relatief jonge leeftijd het rijbewijs en maken relatief vaak gebruik van de auto. De auto wordt vrijwel dagelijks gebruikt. Het jaarkilometrage ligt circa kilometer boven dat van de gemiddelde automobilist (Vissers, 1989 en Vissers en van 't Hoff, 1998). De auto wordt relatief veel gebruikt voor het woon-werkverkeer en in het bijzonder ook voor het zakelijke verkeer. Bestuurders die opvallen door het gebruik van alcohol in het verkeer hebben vaak al een lange voorgeschiedenis van rijden onder invloed opgebouwd. Opvallend is dat de recidive van rijders onder invloed met een hoog alcoholpromillage hoger is dan die van rijders onder invloed met een laag alcoholpromillage. Hoe hoger het promillage, hoe groter de kans op recidive (Vissers, 1989). Verder valt op dat de doelgroep zich in het verkeer niet alleen kenmerkt als een rijder onder invloed, maar zich ook op andere vlakken 'overtredend' gedraagt. Zo rapporteert de doelgroep blijkens het PROV een aanzienlijk hogere rijsnelheid op de verschillende typen wegen binnen en buiten de bebouwde kom. Ook is de tot de doelgroep behorende automobilist veel minder geneigd de gordel te dragen. Het is zelfs zo dat hij als bestuurder de gordel niet gebruikt tijdens bijna de helft (43%) van de ritten binnen de bebouwde kom. Het is niet verwonderlijk dat de doelgroep zich ook aanzienlijk meer bekeuringen op de hals haalt, met name wanneer het gaat om bekeuringen voor te hard rijden en fout parkeren. Met andere woorden rijden onder invloed past in een breder patroon van problematischer verkeersgedrag (Vissers en van 't Hoff, 1998). Deze kenmerken van het verkeersgedrag komen ook tot uiting in de betrokkenheid bij verkeersongevallen van de doelgroep. De automobilisten die tot de doelgroep behoren zijn bijna twee keer zoveel betrokken bij verkeersongevallen dan de niet tot de doelgroep behorende automobilisten. Voor een deel is dit te verklaren door het feit dat men veel meer op de weg zit, maar ook wanneer gekeken wordt naar het aantal ongevallen per afgelegde kilometer (i.e. het ongevalsrisico) legt de doelgroep het duidelijk aftegen de niet-doelgroep (7,8 ongevallen/miljoen kilometer versus 6,2 ongevallen/min km, Vissers en Nagele, 1994). 3.3 Persoonlijkheidskenmerken Persoonlijkheidskenmerken zijn onmiskenbaar van invloed op het drinkgedrag en het rijden onder invloed. Hoe iemand denkt, welke karaktertrekken iemand heeft en welke vaardigheden iemand bezit bepalen mede of en wanneer alcohol gedronken wordt en of dat leidt tot verantwoord of onverantwoord drinken en vervolgens rijden onder invloed. De volgende vijf persoonlijkheidskenmerken worden in de literatuur veelvuldig genoemd als extra risico voor alcoholgebruik en rijden onder invloed (zie o.a. Kayser, 1992): angstklachten; depressieklachten; gebrek aan vaardigheden om problemen of conflicten te hanteren ("coping" vaardigheden);

15 Pagina 10 externe "locus of control" (geneigdheid om oorzaken van problematische gedrag buiten zichzelf te zoeken, aan anderen te wijten of aan omstandigheden toe te schrijven); behoefte aan sensatie. Angsten, depressies, sterke behoefte aan sensatie, een externe "locus of control" en een gebrek aan "copmg" vaardigheden zijn persoonlijkheidsfactoren die het risico verhogen op alcoholgebruik en alcoholproblemen en daardoor een relatie hebben met rijden onder invloed. De neiging om verkeersonveiligheid extern te attnbueren is bij rijders onder invloed, evenals bij andere (notoire) verkeersovertreders, groot te noemen. Men heeft de neiging verkeersonveiligheid vooral aan anderen en aan toeval toe te schrijven (Vissers, 1989). Siegal e.a. (2000) komen tot de conclusie dat bij rijders onder invloed in 30% van de gevallen sprake is van enige vorm van psychiatrische problematiek. Volgens onderzoek van Sommers e.a. (2000) zijn gedragsproblemen een belangrijke oorzaak van rijden onder invloed. 3.4 Kennis Het beschikken over relevante kennis is een eerste noodzakelijke voorwaarde om te kunnen komen tot het gewenste gedrag. Iemand moet bijvoorbeeld simpelweg de wettelijke regel kennen dat hij met mag gaan rijden als hij boven het alcoholpromillage van 0,5 zit. Een veel gehoorde kreet van EM A-deel nemers is dan ook, dat "als zij dit geweten hadden, zij nooit onder invloed achter het stuur gekropen zouden zijn". Uit nulmetingen van diverse evaluatie-onderzoeken naar het effect van alcoholverkeer cursussen, valt af te leiden dat het kennisniveau van rijders onder invloed m het algemeen inderdaad te wensen overlaat 5. Het vertrouwen m de eigen rijvaardigheid, ook na gebruik van alcohol, is kenmerkend voor de EMAdoelgroep. Je zou kunnen stellen dat dit een gevolg is van een lacune in de kennis over de werking van alcohol. Echter het is ook mogelijk dat men het effect ontkent. Dat kennisgebrek een rol speelt wordt bevestigd door het feit dat de EMAdoelgroep met name minder goed op de hoogte is van de effecten van alcohol op de zintuiglijke vermogens (met name het schatten van afstanden en het reactievermogen). 3.5 Uitkomstverwachtingen Een ieder heeft een reeks verwachtingen over wat het uitvoeren van betreffende gedrag zal opleveren. Deze verwachte voor- en nadelen worden uitkomstverwachtingen genoemd en zijn te beschouwen als rationele en irrationele cognities die voor een belangrijk deel de houding tegenover rijden onder invloed bepalen. Wanneer het gaat om rijden onder invloed hebben deze uitkomstverwachtingen betrekking op een inschatting van het risico dat men loopt Het ingeschatte risico is samengesteld uit een inschatting van de kans op bepaalde (negatieve) consequenties en de ernst van die consequenties. Deze ingeschatte Vaak echter wordt ook bij de gemiddelde verkeersdeelnemer die met onder invloed rijdt een gebrek aan kennis vastgesteld

16 Pagina 11 risico's bepalen de gemotiveerdheid om het gedrag te vertonen dan wel te veranderen. Wanneer risico's hoog worden ingeschat dan heeft dit een remmende werking. Worden risico's laag ingeschat of als het ware geneutraliseerd (ontkennen of trivialiseren van mogelijke schadelijke gevolgen) dan verliest het z'n remmende werking. De doelgroep heeft (of had) duidelijke erg optimistische uitkomstverwachtingen. Het gaat dan bijvoorbeeld om de inschatting van: de kans om betrapt te worden op rijden onder invloed en de ernst van de consequenties die een veroordeling met zich mee kan brengen; de kans op een verkeersongeval en de ernst van de consequenties van een verkeersongeval (op dat uur rijdt er toch niemand meer) 6 ; de consequenties wanneer men onder invloed van alcohol slachtoffers en/of schade veroorzaakt; de mate waarin het eigen gedrag verwijtbaar is (ik kan toch nog goed autorijden; iedereen doet dat toch); de persoonlijke verantwoordelijkheid voor (negatieve) gevolgen (pechvogel, spreiden van verantwoordelijkheid e.d.). 3.6 Sociale invloed Drinkgedrag en rijden onder invloed wordt mede bepaald door de invloed van de sociale omgeving. Deze omgeving kan worden verdeeld in de directe omgeving die bestaat uit gezin, vrienden en leeftijdsgenoten en een indirecte omgeving die bestaat uit onder andere de massamedia, de werkomgeving en de culturele omgeving (historisch gegroeide waarden en normen). Leeftijdsgenoten ("peers") hebben in de jonge volwassenheid een grotere invloed op het drinken en het rijden onder invloed dan de ouders of andere volwassenen. Leeftijdsgenoten die van invloed zijn na de adolescentieperiode zijn vooral medestudenten en collega's op het werk. Verder geldt dat alle andere volwassenen die tot de sociale contacten behoren (ongeacht de leeftijd) invloed kunnen hebben op het drinkgedrag en de mate waarin men onder invloed rijdt. In hoeverre de sociale omgeving een rol speelt is vooral afhankelijk van de mate waarin men er gevoelig voor is en gericht is op c.q. afhankelijk is van z'n omgeving. De sociale omgeving kan een ideaal "alibi" vormen om de verantwoordelijkheid voor bepaald gedrag niet alleen behoeven te dragen, maar met anderen te delen respectievelijk om die anderen als excuus te gebruiken. De invloed van de sociale omgeving kan directe invloed hebben op het gedrag wanneer anderen druk uitoefenen, maar ook indirect wanneer iemand anderen bepaald gedrag ziet vertonen en dat overneemt. In hoeverre de sociale invloed een rol speelt is vooral afhankelijk van de mate waarin men gevoelig is voor en gericht is op z'n omgeving. De sociale omgeving kan een ideaal 'alibi' vormen om de verantwoordelijkheid voor bepaald gedrag niet alleen te hoeven dragen, maar te spreiden. Hoewel de doelgroep aangeeft niet beïnvloed te worden door anderen wanneer het gaat om rijden onder invloed, geeft men tegelijkertijd aan dat ze het ongezellig vinden om met te drinken. Sociale motieven spelen wel degelijk een rol. Het vergroten van inzicht in de werking die kan uitgaan van de sociale omgeving op het individu en het vergroten van de weerbaarheid tegen deze invloed kunnen belangrijke onderdelen zijn van de EMA. Rijders onder invloed hebben met andere (notoire) verkeersovertreders gemeen, dat zij de kans op een ongeval in het algemeen lager achten dan de gemiddelde automobilist. Dit lijkt samen te hangen met het feit dat zij m het algemeen geneigd zijn hun eigen rijvaardigheid sterkte overschatten (Vissers, 1989).

17 Pagina Persoonlijke effectiviteit De persoonlijke effectiviteit is de taxatie die iemand maakt van z'n mogelijkheden om bepaald gedrag uit te voeren dan wel na te laten. Eerdere ervaringen spelen een belangrijke rol bij het inschatten van de persoonlijke effectiviteit. Van belang voor de persoonlijke effectiviteit is het attributieproces: is men geneigd (zoals de doelgroep) om de oorzaken van het eigen gedrag vooral aan externe omstandigheden toe te schrijven dan zal men eerder een lage persoonlijke effectiviteit hebben. Een lage persoonlijke effectiviteit belemmert met name het uitvoeren van gewenst gedrag. Men kan op grond van kennis, negatieve verwachtingen omtrent mogelijke uitkomsten en het trotseren van de druk uit de sociale omgeving gemotiveerd zijn en de intentie hebben om niette rijden na alcoholgebruik, dan nog is het mogelijk dat iemand geen vertrouwen heeft in z'n mogelijkheden om het gedrag uitte voeren. Alcoholafhankelijkheid kan hem parten spelen, maar ook gebrek aan inzicht en vaardigheid in mogelijke alternatieve gedragingen. De persoonlijke effectiviteit heeft in het geval van (het voorkomen van) rijden onder invloed betrekking op: voorkomen dat men nog zelf moet rijden na het gebruik van alcohol; voorkomen dat men alcohol gebruikt wanneer men nog moet rijden. 3.8 Gewoontegedrag Voor de doelgroep is het rijden onder invloed inmiddels voor een belangrijk deel gewoontegedrag geworden. De bovenstaande overwegingen, verwachtingen, inschattingen e.d. spelen als zodanig niet telkens weer een rol wanneer het gaat om de " beslissing' al dan niet onder invloed te rijden. Het is een gewoonte waar men niet al te zeer bij stil staat. Tenminste niet zolang er geen discrepantie ontstaat tussen de verwachtingen die men koestert over de uitkomsten van het gedrag en de werkelijke uitkomsten van het gedrag. Wanneer wel sprake is van discrepantie (men wordt bekeurd, krijgt een ongeval e.d.) is er sprake van negatieve terugkoppeling en zal men stil staan bij het gedrag. Afhankelijk van de ernst van de 'schok' kan dit aanleiding zijn om zich te heroriënteren en diverse verwachtingen bij te stellen, maar vaker zal het bij het oude blijven (onder het mom van " pechvogel 1 ). Voor de EMA is dit ingesleten gedragspatroon een belangrijk aangrijpingspunt. Zonder inzicht in het patroon en het automatisme waarmee het gedrag tot stand komt, zal een verandering van het gedrag uitermate moeilijk zijn. 3.9 Profielschets Rijden onder invloed als kenmerkend gedrag van de doelgroep lijkt niet op zichzelf te staan, maar onderdeel uitte maken van een meer algemeen (rij)gedrag dat gekenmerkt wordt door risicovol of onverantwoordelijk gedrag. In dit verband wordt ook wel gesproken over het syndroom van hoog-risicogedrag (Kayser, 1990). Verschillende andere onderzoeken hebben een relatie aangetoond tussen rijden onder invloed en ander risicovol (verkeers)gedrag. Personen die wel eens of frequent onder invloed van alcohol autorijden zijn minder veiligheidsbewust hetgeen blijkt uit het minder vaak dragen van de autogordel en uit het vaker betrokken zijn bij verkeersovertredingen en -ongevallen. Bovendien onderscheiden onder invloed rijders zich van niet onder invloed rijders door een hogere gemiddelde alcoholconsumptie, een meer dan gemiddelde

18 Pagina 13 rookwarenconsumptie, een hogere mate van externe locus of control, sneller geprikkeld zijn, vaker impulsief zijn en een sterke zelfwaardering hebben (Kayser, 1990; Bovens, 1991). Langs een andere weg is er eveneens evidentie gevonden voor het verband tussen meer algemeen gezondheids- of risicogedrag en verkeersgedrag. Kenmerken van een ongezonde leefgewoonte als veel drinken, (veel) roken, niet sporten en overgewicht blijken samen te gaan met een laag gordelgebruik (Vissers & Swinkels, 1993). Personen meteen gezonde leefstijl rapporteren dus in het algemeen een hoger gordelgebruik dan personen met een ongezonde leefstijl. In dit kader passen ook de bevindingen van een onderzoek naar de effecten van de Alcohol Verkeer Cursussen. In een proefschrift waarin verschillende onderzoeken beschreven worden (Bovens, 1991), is op grond van onderzoeksmateriaal en observatiegegevens onderscheid gemaakt in drie typen rijders onder invloed: de notoire automobilist, de probleemdrinker en de socialeof situatiedrinker. De notoire automobilist maakt voor zijn verplaatsingen altijd gebruik van de auto en is van mening over een zeer goede rijvaardigheid te beschikken. De kans is groot dat wanneer deze automobilist buitenshuis drinkt hij de auto bij zich heeft, waarmee de eerste stap richting rijden onder invloed gezet is. De probleemdrinker komt veel voor onder de rijders onder invloed. De kans dat men nog moet rijden na het drinken is bij deze groep vrij groot, aangezien zij vaak en veel drinken. De situatiedrinker koppelt het drinken van alcohol sterk aan bepaalde situaties, waarbinnen een zeker verwachtingspatroon heerst dat het drinken van alcohol (en daarna nog rijden) als het ware ' legitimeert'. De situatiedrinker heeft sterk de neiging de verantwoordelijkheid af te schuiven op zijn omgeving. Het is niet zo dat de drie typen elkaar uitsluiten, integendeel ze kunnen elkaar overlappen. Per individu is telkens sprake van een accentverschil. Ook is er meer bevestiging gevonden voor een aantal voor de rijder onder invloed kenmerkende persoonlijkheidstrekken, zoals de externe locus of control en de sterke zelfwaardering. Aan de hand van diepte-interviews met veroordeelde rijders onder invloed is onder andere geconstateerd dat de gemaakte overtredingen aan externe omstandigheden geweten wordt. De overtredingen zijn min of meer 'toevallig' en door een samenloop van omstandigheden tot stand gekomen. Daarnaast beroept men zich ook op de vele rijervaring die men heeft. Men is het er over het algemeen wel mee eens dat bepaalde verkeersovertredingen de verkeersveiligheid in gevaar brengen en maatschappelijk gezien onverantwoord zijn, maar deze maatschappelijke norm acht men niet op zichzelf van toepassing. Met andere woorden, er lijkt enige sprake te zijn van een maatschappelijk probleembewustzijn, maar geenszins van een individueel probleembewustzijn (Vissers, 1989). Het een en ander samenvattend in een profielschets levert het volgende beeld op van de doelgroep. De potentiële deelnemer aan de EMA is een man, tussen de 30 en 50 jaar oud, met een gemiddeld opleidingsniveau en betaald werk. Hij zit meer dan gemiddeld op de weg, vooral ook voor zijn werk. Zijn rijden onder invloed maakt deel uit van een breder pakket van risicovolle en gezondheidsbedreigende (verkeers)gedragingen. De kans is relatief groot dat hij er in z'n algemeenheid een ongezonde leefstijl (roken, weinig beweging e.d.) op na houdt en neigt naar problematisch drinkgedrag. Gewoonten en een zekere afhankelijkheid spelen bij hem een belangrijke rol: de gewoonte om te drinken, om te roken, om altijd de auto te pakken e.d. Daarnaast is hij minder veiligheidsbewust en lijkt zich te willen onttrekken aan heersende normen en waarden (in het verkeer). Aangezien hij veel vertrouwen heeft in zijn eigen rijvaardigheid ziet hij het problematische van zijn eigen gedrag ook niet in. Persoonlijke verantwoordelijkheid neemt hij dan

19 Pagina 14 ook met en eventuele negatieve gevolgen (bijvoorbeeld een veroordeling) zal hij geneigd zijn te wijten aan externe omstandigheden Rijden onder invloed: effecten van educatieve interventies Op het gebied van educatieve interventies voor rijders onder invloed bestaat al een ruime ervaring, zowel m Nederland als m het buitenland. In landen als de Verenigde Staten, Canada en een aantal met name Duitstalige Europese landen (Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland) is sprake van een lange traditie op het gebied van alcoholverkeer cursussen. In Nederland bestaat sinds 1979 ervaring met cursussen voor alcoholprobleemchauffeurs. Ondanks deze lange traditie op gebied van educatieve alcohol interventies, zijn er relatief weinig goede evaluatiestudies verricht. In deze paragraaf passeren enkele van deze evaluatiestudies de revue. Als het gaat om de effecten van de alcoholverkeer cursussen kan m het algemeen onderscheid gemaakt worden m effecten ten aanzien van mm of meer "softe" indicatoren (veranderingen m kennis, attitude en gedragsintentie) en m effecten ten aanzien van de meer "harde" indicatoren (gedragsverandering en recidive). Duitse onderzoeken spreken van "Wirkung" en "Erfolg", waarbij "Wirkung" verwijst naar het effect op kennis, attitude en intentie en "Erfolg" slaat op de mate waarin het gedrag van de cursisten daadwerkelijk is aangepast en zij minder vaak recidiveren 7. Duitsland heeft inmiddels een traditie van meer dan 30 jaar als het gaat om Dnver Improvement cursussen voor verkeersovertreders, waaronder vele cursussen die zich specifiek op rijden onder invloed richten. In Duitsland is met name m de beginperiode relatief veel evaluatie-onderzoek verricht. Recent zijn echter met op grote schaal evaluaties uitgevoerd 8. In Duitsland bleek de acceptatie van de cursussen hoog te zijn. Kennisvermeerdering was zonder uitzondering m alle cursussen aantoonbaar. Attitudeveranderingen m de gewenste richting konden eveneens zonder uitzondering worden gerealiseerd (Boon-Heckl, 1987). Als het gaat om de recidive kon m het algemeen een teruggang van de recidive ten gevolge van de diverse alcoholcursussen worden vastgesteld (Utzelmann, 1984). Van de deelnemers aan de 'Mamz-'77"-cursussen m de jaren 1978, 1979 en 1980 had na drie jaar 8,7% gerecidiveerd. Als controlegroep is hiertegenover afgezet een groep van first offenders uit Van deze groep recidiveerde binnen drie jaar 24,9% (Stephan, 1984). Het gaat hier echter om geregistreerde recidive-cijfers uit twee geheel verschillende perioden en ook op andere punten is de controlegroep met goed vergelijkbaar met de experimentele groep. Een onderzoek waarbij wel gebruik gemaakt is van een gelijkwaardige controlegroep geeft eveneens recidive-effecten te zien, maar deze effecten blijken na verloop van tijd af te nemen. Het gaat hier om cursussen van het "Mamz-'77"- model, die worden aangeboden aan jeugdige first offenders (rijders onder invloed Ten aanzien van het EMA-onderzoek wordt naar analogie hiervan onderscheid gemaakt m leereffecten en gedragseffecten Tot die vaststelling kwam men ook op het meest recente Dnver Improvement congres (Berlijn, 1997) Daar pleitte dhr Wmkler voor een min of meer continue evaluatie van de diverse educatieve interventies

20 TT00119 Pagina 15 m de leeftijd van jaar) Uit dit onderzoek blijkt, dat na twee jaar 7% van de deelnemers recidiveert tegen 14% van de met-deelnemers. Van meer recenter datum is een m de periode verricht onderzoek naar de effecten van dezelfde "Mamz-'77"-cursus (Birnbaum e.a.). In dit onderzoek werd, gemeten over een periode van vijfjaar, een verschil in recidive van 5%- punten gemeten tussen experimentele groep (recidivepercentage 12,6%) en controlegroep (17,4%). Ook vrij recent is het onderzoek naar het effect van de N AF A-cursus m Duitsland (Jacobshagen, 1997). Na een periode van drie jaar bleek de recidive bij de experimentele groep 14,4% te bedragen tegen 31,6% m de controlegroep. In Zwitserland en Oostenrijk is onderzoek vooral gericht geweest op een evaluatie van het effect van alcoholverkeer cursussen op de kennis en de attitude van de deelnemers, alsmede op hun intentie om het bewuste gedrag m de toekomst al dan met te vertonen. Voor zover wel onderzoek is verricht naar de recidive, stemmen de resultaten m het algemeen overeen met de reeds aangehaalde Duitse onderzoeken: cursisten recidiveren minder vaak dan met-cursisten. In het algemeen is sprake van een halvering van het recidivepercentage m de cursusgroep ten opzichte van de controle groep 9. Ook onderzoeken naar effecten van alcoholverkeer cursussen m de Verenigde Staten en Canada vinden m het algemeen een positief effect op de kennis, de attitude en de gedragsintentie (zie o.a. Holden, 1983). Voor de Amerikaanse en Canadese onderzoeken naar de recidive geldt m het algemeen dat de effecten op het gedrag vaak moeilijk zijn m te schatten vanwege tekortkomingen in de opzet of de uitvoering van de studies (zie hiervoor o.a. Bovens, 1991). Studies die wel aan de gestelde eisen voldoen vinden m het algemeen lagere recidivecijfers voor de experimentele groepen. Ook hier is dan sprake van grofweg een halvering ten opzichte van de controlegroep (Peck e.a., 1985). Recent m Groot-Brittanme uitgevoerd onderzoek naar het effect van alcoholverkeer cursussen vindt als het gaat om de recidive eveneens de al eerder genoemde halvering van de recidive bij cursisten (2 tot 5%) ten opzichte van metcursisten (7 tot 14%) na een periode van drie jaar (Davies e.a.). Uit Nederlands onderzoek (Bovens, en Leuw en Brouwers, 1995) blijkt, dat alcoholverkeer cursussen bij elke cursist m meerdere of mindere mate de kennis toeneemt. Kort na de cursussen worden ook veranderingen m attitudes en gedragsintenties m de juiste richting waargenomen. Recent zijn deze conclusies nog eens bevestigd voor de EMA (Vissers en van 't Hoff, 1998). BIJ het Alcohol Verkeer Project (AVP) Drenthe (de voorloper van de landelijke Alcohol Verkeer Cursus) bleek dat de cursisten significant minder recidiveerden dan de met-cursisten. In de experimentele groep recidiveerde volgens eigen opgave (zelfrapportage) 32,2%, m de controle groep was dat 45,9%. Als het gaat om de geregistreerde recidive was bij de experimentele groep spraken van een recidivepercentage van 6%, m de controlegroep van 13,3%. Een andere belangrijke conclusie van de evaluatie van het AVP Drenthe was dat het Hierbij dient er wel rekening mee gehouden te worden, dat -afhankelijk van de duur van de periode waarover de recidive is geregistreerd- de verschillen m procentpunten gering zijn In het algemeen worden verschillen gevonden van 5 tot 10 è 15 procentpunten In het proefschrift van Bovens worden de effecten van twee educatieve interventies beschreven het Alcohol Verkeer Project (AVP) m de gevangenis "De Raam" m Grave en het Alcohol Verkeer Project (AVP) Drenthe

Educatieve Maatregel Alcohol en verkeer

Educatieve Maatregel Alcohol en verkeer Educatieve Maatregel Alcohol en verkeer Plan van aanpak voor een onderzoek naar gedragseffecten en algemeen preventieve effecten Documentbeschrijving Titel: Educatieve Maatregel Alcohol en verkeer Subtitel:

Nadere informatie

Evaluatie Recidiveregeling voor ernstige verkeersdelicten. Managementsamenvatting

Evaluatie Recidiveregeling voor ernstige verkeersdelicten. Managementsamenvatting Evaluatie Recidiveregeling voor ernstige verkeersdelicten Managementsamenvatting Significant Thorbeckelaan 91 3771 ED Barneveld +31 342 40 52 40 KvK 3908 1506 info@significant.nl www.significant.nl Opdrachtgever:

Nadere informatie

DOORDRINKEN DOORDRINGEN. Effectevaluatie Halt-straf Alcohol Samenvatting. Jos Kuppens Henk Ferwerda

DOORDRINKEN DOORDRINGEN. Effectevaluatie Halt-straf Alcohol Samenvatting. Jos Kuppens Henk Ferwerda DOORDRINGEN of Effectevaluatie Halt-straf Alcohol Samenvatting DOORDRINKEN Jos Kuppens Henk Ferwerda In opdracht van Ministerie van Veiligheid en Justitie, Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum,

Nadere informatie

BESLUIT OM EEN EDUCATIEVE MAATREGEL ALCOHOL EN VERKEER (EMA) OP TE LEGGEN

BESLUIT OM EEN EDUCATIEVE MAATREGEL ALCOHOL EN VERKEER (EMA) OP TE LEGGEN Datum 1 mei 2014 Nummer 0000000000 Onderwerp Vorderingsprocedure volgens de artikelen 130-134a Wegenverkeerswet 1994 BESLUIT OM EEN EDUCATIEVE MAATREGEL ALCOHOL EN VERKEER (EMA) OP TE LEGGEN De heer ,

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2010 2011 31 896 Wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 in verband met de aanpassing van de vorderingsprocedure en de invoering van het alcoholslotprogramma

Nadere informatie

Educatieve Maatregel Alcohol en verkeer (EMA)

Educatieve Maatregel Alcohol en verkeer (EMA) Educatieve Maatregel Alcohol en verkeer (EMA) U bent aangehouden omdat u reed onder invloed van alcohol. Het kan ook zijn dat u hebt geweigerd mee te werken aan een bloed- of adem onderzoek. Mogelijk bent

Nadere informatie

Samenvatting. 1 Letterlijk: Ontzegging van de Bevoegdheid Motorrijtuigen te besturen.

Samenvatting. 1 Letterlijk: Ontzegging van de Bevoegdheid Motorrijtuigen te besturen. Op 24 juni 1998 is de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994) gewijzigd. Deze wijziging komt voort uit de wens van de Tweede Kamer om te komen tot een strengere aanpak van gevaarlijk rijgedrag in het verkeer.

Nadere informatie

SAMENVATTING. Speerpunt gordel. Achtergrond en doel perceptieonderzoek

SAMENVATTING. Speerpunt gordel. Achtergrond en doel perceptieonderzoek SAMENVATTING Achtergrond en doel perceptieonderzoek Het Bureau Verkeershandhaving Openbaar Ministerie (BVOM) is onderdeel van het Openbaar Ministerie en valt onder het Ministerie van Justitie. Het is het

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG 1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Turfmarkt 147 2511 DP Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den Haag www.rijksoverheid.nl/venj

Nadere informatie

Lichte Educatieve Maatregel Alcohol en verkeer (LEMA)

Lichte Educatieve Maatregel Alcohol en verkeer (LEMA) Lichte Educatieve Maatregel Alcohol en verkeer (LEMA) U bent aangehouden omdat u reed onder invloed van alcohol. Om ervoor te zorgen dat u niet nog eens deelneemt aan het wegverkeer onder invloed van alcohol

Nadere informatie

Ministerie van Verkeer en Waterstaat Adviesdienst Verkeer en Vervoer. Eindrapport

Ministerie van Verkeer en Waterstaat Adviesdienst Verkeer en Vervoer. Eindrapport Ministerie van Verkeer en Waterstaat Adviesdienst Verkeer en Vervoer Evaluatie vorderingsprocedure Eindrapport december 2004 Ministerie van Verkeer en Waterstaat Adviesdienst Verkeer en Vervoer Evaluatie

Nadere informatie

GEDRAGSBEiNVLOEDING VAN VERKEERSDEELNEMERS: VERKEERSREGELS, VOORLICHTING EN OPLEIDING

GEDRAGSBEiNVLOEDING VAN VERKEERSDEELNEMERS: VERKEERSREGELS, VOORLICHTING EN OPLEIDING GEDRAGSBEiNVLOEDING VAN VERKEERSDEELNEMERS: VERKEERSREGELS, VOORLICHTING EN OPLEIDING Bijdrage symposium Sociale Verkeerskunde, Groningen - Haren, 27-29 november 1974. In: Michon, J.A. & Van der Molen,

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2007 2008 30 324 Wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 in verband met de invoering van een puntenstelsel rijbewijzen Nr. 17 WIJZIGINGEN VOORGESTELD DOOR

Nadere informatie

Alcohol(voorlichting): een ander verhaal!

Alcohol(voorlichting): een ander verhaal! Alcohol(voorlichting): een ander verhaal! Resultaten van het evaluatieonderzoek in 2008/2009 Achtergrond De negen gemeenten van West-Friesland, de gemeente Schagen, organisaties in de preventieve gezondheidszorg,

Nadere informatie

AANTEKENEN. 24 augustus 2012

AANTEKENEN. 24 augustus 2012 AANTEKENEN Divisíe Rijgeschihheid Sir!íinston Churchilllaqn 297 Postbus 3orz zzso CA Rijswijk ZH Tel ogoo ozro www-cbr.nl Dossiernuntmer 24 augustus 2012 Onderwerp: onderzoek geschiktheid Geachte hee U

Nadere informatie

Aanwezigheidseis leidinggevende of barvrijwilliger. Instructie Verantwoord Alcoholgebruik

Aanwezigheidseis leidinggevende of barvrijwilliger. Instructie Verantwoord Alcoholgebruik I.V.A. Instructie Verantwoord Alcoholgebruik Aanwezigheidseis leidinggevende of barvrijwilliger Horeca Tijdens het verstrekken van alcohol dient er altijd een leidinggevende aanwezig te zijn. Deze persoon

Nadere informatie

RIJDEN ONDER INVLOED. Docent Mr H. Oldenhof Datum 24 augustus 2007 Plaats Haagrecht Advocaten Punten 2 PO Juridisch

RIJDEN ONDER INVLOED. Docent Mr H. Oldenhof Datum 24 augustus 2007 Plaats Haagrecht Advocaten Punten 2 PO Juridisch RIJDEN ONDER INVLOED Docent Mr H. Oldenhof Datum 24 augustus 2007 Plaats Haagrecht Advocaten Punten 2 PO Juridisch Rijden onder invloed. Systematiek wet. Rekenen met glazen in plaats van promilages. Argumenten

Nadere informatie

ONDERZOEKSDOCUMENT: GEBRUIK VAN ALCOHOL ONDER JONGEREN, IN HET VERKEER

ONDERZOEKSDOCUMENT: GEBRUIK VAN ALCOHOL ONDER JONGEREN, IN HET VERKEER Gemeente Breda Claudius Prinsenlaan 10 4811 DJ Breda Postbus 90156, 4800 RH Breda N: Kenneth Wilson T: 06 30735070 E: k.wilson@breda.nl W: www.breda.nl ONDERZOEKSDOCUMENT: GEBRUIK VAN ALCOHOL ONDER JONGEREN,

Nadere informatie

videosurveillance minder doden en gewonden

videosurveillance minder doden en gewonden videosurveillance Een groep automobilisten en motorrijders rijdt véél te hard op de Nederlandse wegen. Daar blijft het vaak niet bij. Ze maken zich vaak ook schuldig aan bumperkleven, agressief rijden,

Nadere informatie

Nationaal verkeerskundecongres 2015

Nationaal verkeerskundecongres 2015 Nationaal verkeerskundecongres 2015 10 gouden regels effectmeting verkeerseducatie Jan Vissers Royal HaskoningDHV Geertje Hegeman Royal HaskoningDHV Samenvatting Sinds de eeuwwisseling wordt gestaag gewerkt

Nadere informatie

Aanpak agressief verkeersgedrag

Aanpak agressief verkeersgedrag Aanpak agressief verkeersgedrag Samenvatting Agressief rijgedrag kan leiden tot enorme risico s in het verkeer. Voor de aanpak van agressieve verkeersdeelnemers wordt een op maat gesneden opsporings- en

Nadere informatie

37 AVC-Proloog. Een effectevaluatie. Ed. Leuw M. Brouwers. Justitie. Wetenschappelijk. Onderzoek- en. Documentatiecentrum

37 AVC-Proloog. Een effectevaluatie. Ed. Leuw M. Brouwers. Justitie. Wetenschappelijk. Onderzoek- en. Documentatiecentrum 37 AVC-Proloog Een effectevaluatie Ed. Leuw M. Brouwers Justitie Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum 1995 Inhoud Samenvatting en conclusie 1 1 Inleiding 5 2 De AVC en de AVC-Proloog als

Nadere informatie

Ervaringsgerichte aanpak voor snelheidsovertreders Sta even stil bij snelheid. Ivo Van Aken Belgisch Instituut voor de Verkeersveiligheid

Ervaringsgerichte aanpak voor snelheidsovertreders Sta even stil bij snelheid. Ivo Van Aken Belgisch Instituut voor de Verkeersveiligheid Ervaringsgerichte aanpak voor snelheidsovertreders Sta even stil bij snelheid Ivo Van Aken Belgisch Instituut voor de Verkeersveiligheid 0 Vrijwillige leermaatregel Sta even stil bij snelheid Module Gerechtelijk

Nadere informatie

Herstellen doe je zelf; Evaluatie van een cliëntgestuurde cursus

Herstellen doe je zelf; Evaluatie van een cliëntgestuurde cursus Herstellen doe je zelf; Evaluatie van een cliëntgestuurde cursus Aanleiding onderzoek Meer kennis over cliëntgestuurde interventies nodig; belangrijk voor ontwikkelingen GGz Interventies door cliënten:

Nadere informatie

Evaluatie Educatieve Maatregel Gedrag

Evaluatie Educatieve Maatregel Gedrag Evaluatie Educatieve Maatregel Gedrag Inhoudelijke en procedurele evaluatie Eindrapport Datum 29 november 2010 Status Definitief Evaluatie Educatieve Maatregel Gedrag Inhoudelijke en procedurele evaluatie

Nadere informatie

2toDrive. Proef begeleid rijden. Rijlessen voor 16.5 jarigen per 1 november 2011 van start! Autorijschool PVE Schönbergweg 57 1323 GT Almere

2toDrive. Proef begeleid rijden. Rijlessen voor 16.5 jarigen per 1 november 2011 van start! Autorijschool PVE Schönbergweg 57 1323 GT Almere 2toDrive Proef begeleid rijden Rijlessen voor 16.5 jarigen per 1 november 2011 van start! Disclaimer De informatie in deze presentatie over de proef Begeleid Rijden is grotendeels afkomstig van de presentatie,

Nadere informatie

NEDERLANDSE SAMENVATTING

NEDERLANDSE SAMENVATTING NEDERLANDSE SAMENVATTING Zedendelicten vormen een groot maatschappelijk probleem met ernstige gevolgen voor zowel het slachtoffer als voor de dader. Hoewel de meeste zedendelicten worden gepleegd door

Nadere informatie

Alcoholvrij op weg. Alcohol-ervaringsproef voor jonge automobilisten. Samenvatting

Alcoholvrij op weg. Alcohol-ervaringsproef voor jonge automobilisten. Samenvatting Alcoholvrij op weg Alcohol-ervaringsproef voor jonge automobilisten Samenvatting Verslavingszorg Noord Nederland, regio Drenthe, organiseert al meer dan 10 jaar het preventieprogramma Alcoholvrij op weg.

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Nicotine en alcohol kunnen de placenta passeren en zo het risico op nadelige uitkomsten voor het ongeboren kind verhogen. Stoppen met roken en alcoholgebruik tijdens de zwangerschap lijkt vanzelfsprekend,

Nadere informatie

7 Effectevaluatie: effecten van het project

7 Effectevaluatie: effecten van het project 7 Effectevaluatie: effecten van het project In het effectonderzoek is onderzocht of de kennis, de houding en het gedrag van de bevolking van Zuidoost-Drenthe veranderd is ten aanzien van de leefstijlfactoren

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 1997 1998 Nr. 239 24 112 Wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 (wijziging van de regelingen van de invordering en inhouding van rijbewijzen en de bijkomende

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1998 1999 26 115 Meerjarenprogramma Verkeersveiligheid 1998 2002 Nr. 11 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VERKEER EN WATERSTAAT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer

Nadere informatie

Recidivemeting LEMA en EMG 2009

Recidivemeting LEMA en EMG 2009 Memorandum 2013-2 Recidivemeting LEMA en EMG 2009 Achtergrondkenmerken en strafrechtelijke recidive van de eerste LEMA- en EMGdeelnemers tussentijdse rapportage M. Blom Memorandum De reeks Memorandum omvat

Nadere informatie

Samenvatting (Summary in Dutch)

Samenvatting (Summary in Dutch) Samenvatting (Summary in Dutch) Het aantal eerste en tweede generatie immigranten in Nederland is hoger dan ooit tevoren. Momenteel wonen er 3,2 miljoen immigranten in Nederland, dat is 19.7% van de totale

Nadere informatie

Onderzoeksopzet. Marktonderzoek Klantbeleving

Onderzoeksopzet. Marktonderzoek Klantbeleving Onderzoeksopzet Marktonderzoek Klantbeleving Utrecht, september 2009 1. Inleiding De beleving van de klant ten opzichte van dienstverlening wordt een steeds belangrijker onderwerp in het ontwikkelen van

Nadere informatie

Getuigen onderweg: effectevaluatie van een verkeerseducatief programma in de 3 e graad secundair onderwijs

Getuigen onderweg: effectevaluatie van een verkeerseducatief programma in de 3 e graad secundair onderwijs Getuigen onderweg: effectevaluatie van een verkeerseducatief programma in de 3 e graad secundair onderwijs Ariane Cuenen Kris Brijs Tom Brijs Karin van Vlierden Stijn Daniëls Overzicht 1. Inleiding Programma

Nadere informatie

Risicogedrag pubers: breder dan verkeer alleen? Divera Twisk (SWOV) Eva Schreuder (TeamAlert) Willemijn Noordman (TeamAlert)

Risicogedrag pubers: breder dan verkeer alleen? Divera Twisk (SWOV) Eva Schreuder (TeamAlert) Willemijn Noordman (TeamAlert) Risicogedrag pubers: breder dan verkeer alleen? Divera Twisk (SWOV) Eva Schreuder (TeamAlert) Willemijn Noordman (TeamAlert) Inhoud Waarom deze studie? Voorlopige resultaten - Is er een samenhang tussen

Nadere informatie

Figuur 1 Precede/Proceed Model

Figuur 1 Precede/Proceed Model Nederlandse samenvatting Benzodiazepinen zijn geneesmiddelen die vooral bij angstklachten en slaapstoornissen worden voorgeschreven. Ze vormen de op één na meest voorgeschreven middelen in Nederland. Tien

Nadere informatie

Hoe denken Zeeuwse jongeren en ouders over alcoholgebruik door jongeren? Onderzoek GGD Zeeland maart 2011

Hoe denken Zeeuwse jongeren en ouders over alcoholgebruik door jongeren? Onderzoek GGD Zeeland maart 2011 Hoe denken Zeeuwse jongeren en ouders over alcoholgebruik door jongeren? Onderzoek GGD Zeeland maart 2011 Zeeuwse jongeren en alcohol In 2010 is de Zeeuwse campagne Laat ze niet (ver)zuipen! van start

Nadere informatie

abcdefgh Onderwerp Kamervragen Van der Steenhoven (Groen Links) over het doorrijden na een ongeval.

abcdefgh Onderwerp Kamervragen Van der Steenhoven (Groen Links) over het doorrijden na een ongeval. abcdefgh Aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 2513 AA DEN HAAG Contactpersoon Doorkiesnummer Datum 13 november 2000 - Ons kenmerk Bijlage(n) Uw kenmerk DGP/VI/U.00.03457

Nadere informatie

Directoraat-Generaal Rechtspleging en Rechtshandhaving

Directoraat-Generaal Rechtspleging en Rechtshandhaving ϕ1 Ministerie van Justitie Directoraat-Generaal Rechtspleging en Rechtshandhaving Directie Juridische en Operationele Aangelegenheden Postadres: Postbus 20301, 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de

Nadere informatie

Evaluatie hinder bij wegwerkzaamheden

Evaluatie hinder bij wegwerkzaamheden Evaluatie hinder bij wegwerkzaamheden Projectnummer: 10203 In opdracht van: Dienst Infrastructuur, Verkeer en Vervoer drs. Merijn Heijnen dr. Willem Bosveld Oudezijds Voorburgwal 300 Postbus 658 1012 GL

Nadere informatie

Opzet alcoholbeleid voor werknemers binnen een instelling of bedrijf in de gemeente Raalte Alcoholpreventie volwassenen

Opzet alcoholbeleid voor werknemers binnen een instelling of bedrijf in de gemeente Raalte Alcoholpreventie volwassenen Opzet alcoholbeleid voor werknemers binnen een instelling of bedrijf in de gemeente Raalte Alcoholpreventie volwassenen Tactus Verslavingszorg Preventie & Consultancy Brink 40 7411 BT Deventer 088 3822

Nadere informatie

Trendonderzoek: Alcoholkennis bij jongeren tussen 12 en 25 jaar

Trendonderzoek: Alcoholkennis bij jongeren tussen 12 en 25 jaar - Factsheet - Trendonderzoek: Alcoholkennis bij jongeren tussen 12 en 25 jaar NIGZ, Project Alcohol Voorlichting en Preventie 3 juli 2003 Inleiding Het NIGZ voert elk jaar, als onderdeel van het Alcohol

Nadere informatie

Samenvatting Het effect van Loving me, loving you

Samenvatting Het effect van Loving me, loving you Samenvatting Het effect van Loving me, loving you Deel V Gezondheidsprofiel regio Nieuwe Waterweg Noord, 2005-2008 Samenvatting rapport Het effect van Loving me, loving you Een programma ter preventie

Nadere informatie

Omdat uit eerdere studies is gebleken dat de prevalentie, ontwikkeling en manifestatie van gedragsproblemen samenhangt met persoonskenmerken zoals

Omdat uit eerdere studies is gebleken dat de prevalentie, ontwikkeling en manifestatie van gedragsproblemen samenhangt met persoonskenmerken zoals Gedragsproblemen komen veel voor onder kinderen en adolescenten. Als deze problemen ernstig zijn en zich herhaaldelijk voordoen, kunnen ze een negatieve invloed hebben op het dagelijks functioneren van

Nadere informatie

- 172 - Prevention of cognitive decline

- 172 - Prevention of cognitive decline Samenvatting - 172 - Prevention of cognitive decline Het percentage ouderen binnen de totale bevolking stijgt, en ook de gemiddelde levensverwachting is toegenomen. Vanwege deze zogenaamde dubbele vergrijzing

Nadere informatie

hoofdstuk 1 hoofdstuk 2 hoofdstuk 3

hoofdstuk 1 hoofdstuk 2 hoofdstuk 3 SAMENVATTING Dit proefschrift is gewijd aan Bouwen aan Gezondheid : een onderzoek naar de effectiviteit van een leefstijlinterventie voor werknemers in de bouwnijverheid met een verhoogd risico op hart

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 20 202 33 346 Wijziging van de Wegenverkeerswet 994 in verband met een uitbreiding van de reikwijdte van de recidiveregeling voor ernstige verkeersdelicten

Nadere informatie

Dossier: rijden onder invloed van alcohol

Dossier: rijden onder invloed van alcohol Dossier: rijden onder invloed van alcohol 1 1. Rijden onder invloed van alcohol bij de jongeren Bij nachtelijke weekendongevallen wordt alcoholgebruik vaak met de vinger gewezen. Er doen heel wat clichés

Nadere informatie

Samenvatting (Dutch summary)

Samenvatting (Dutch summary) Samenvatting (Dutch summary) Deze studie onderzocht seksueel risicogedrag van homoseksuele mannen in vaste relaties, voornamelijk onder mannen die deelnemen aan de Amsterdamse Cohort Studies onder Homoseksuele

Nadere informatie

Moral Misfits. The Role of Moral Judgments and Emotions in Derogating Other Groups C. Wirtz

Moral Misfits. The Role of Moral Judgments and Emotions in Derogating Other Groups C. Wirtz Moral Misfits. The Role of Moral Judgments and Emotions in Derogating Other Groups C. Wirtz Mensen die als afwijkend worden gezien zijn vaak het slachtoffer van vooroordelen, sociale uitsluiting, en discriminatie.

Nadere informatie

Smartphonegebruik in de auto

Smartphonegebruik in de auto Samenvatting Onderzoeksrapport Smartphonegebruik in de auto Juli 2014 1 Onderzoeksopzet Methode Doelgroep: beginnende bestuurders auto in de leeftijd 17 tot en met 34 jaar; Doelgroep is afgezet tegenover

Nadere informatie

Rolnummer 5264. Arrest nr. 24/2012 van 16 februari 2012 A R R E S T

Rolnummer 5264. Arrest nr. 24/2012 van 16 februari 2012 A R R E S T Rolnummer 5264 Arrest nr. 24/2012 van 16 februari 2012 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag over artikel 38, 5, van de wetten betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij koninklijk

Nadere informatie

Samenvatting Jong; dus gezond!?

Samenvatting Jong; dus gezond!? Samenvatting Jong; dus gezond!? Deel III Gezondheidsprofiel regio Nieuwe Waterweg Noord, 2005-2008 Samenvatting rapport Jong; dus gezond!? Gezondheidssituatie van de Jeugd (2004-2006) Regio Nieuwe Waterweg

Nadere informatie

Factsheet Veilig Uitgaan = Veilig thuiskomen

Factsheet Veilig Uitgaan = Veilig thuiskomen Factsheet Veilig Uitgaan = Veilig thuiskomen Achtergrond Veilig uitgaan = Veilig thuiskomen Onderzoeksdoel en onderzoeksopzet Steekproef Resultaten werkelijk gebruik Resultaten gebruik in verkeer Resultaten

Nadere informatie

Evaluatie LEMA. Datum 30 november 2010 Status Definitief

Evaluatie LEMA. Datum 30 november 2010 Status Definitief Evaluatie LEMA Datum 30 november 2010 Status Definitief Evaluatie LEMA Datum 30 november 2010 Status Definitief Evaluatie LEMA Colofon Uitgegeven door Rijkswaterstaat, Dienst Verkeer en Scheepvaart Informatie

Nadere informatie

De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 2513 AA DEN HAAG. Datum 2 november 2009 Onderwerp Verkeersveiligheid landbouwverkeer

De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 2513 AA DEN HAAG. Datum 2 november 2009 Onderwerp Verkeersveiligheid landbouwverkeer a > Retouradres: Postbus 2090, 2500 EX Den Haag De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 253 AA DEN HAAG Plesmanweg -6 2597 JG Den Haag Postbus 2090 2500 EX Den Haag T 070 35 6

Nadere informatie

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN U I T S P R A A K Nr. i n d e k l a c h t nr. 070.00 ingediend door: hierna te noemen klager`, tegen: hierna te noemen 'verzekeraar. De Raad van Toezicht Verzekeringen heeft

Nadere informatie

Samenvatting. In hoofdstuk 1 wordt een algemene introductie gegeven over de onderwerpen die in dit proefschrift worden behandeld.

Samenvatting. In hoofdstuk 1 wordt een algemene introductie gegeven over de onderwerpen die in dit proefschrift worden behandeld. 155 Sport- en spelactiviteiten bevorderen over het algemeen de gezondheid. Deze fysieke activiteiten kunnen echter ook leiden tot blessures. Het proefschrift beschrijft de ontwikkeling en evaluatie van

Nadere informatie

Ministerie van Verkeer en Waterstaat. Directoraat-Ceneraal Rijkswaterstaat. Directie Oost-Nederland. Bibliotheek. Nr.

Ministerie van Verkeer en Waterstaat. Directoraat-Ceneraal Rijkswaterstaat. Directie Oost-Nederland. Bibliotheek. Nr. Ministerie van Verkeer en Waterstaat Directoraat-Ceneraal Rijkswaterstaat Directie Oost-Nederland Bibliotheek Nr.WE1410-131/VII ON PI : ig NOTA betr. Aannames m.b.t. de ontwikkeling van de verkeersveiligheid

Nadere informatie

Attitudes van Belgische autobestuurders

Attitudes van Belgische autobestuurders Attitudes van Belgische autobestuurders Resultaten van de driejaarlijkse attitudemeting Uta Meesmann Onderzoeker, Kenniscentrum BIVV Methode 3-jaarlijkse attitudemeting van het BIVV sinds 2003 Veldwerk:

Nadere informatie

Autorijden na een CVA of een TIA

Autorijden na een CVA of een TIA Autorijden na een CVA of een TIA AUTORIJDEN NA EEN CVA OF TIA Het rijbewijs is voor de meeste mensen een groot goed, want het staat voor mobiliteit en vooral voor zelfstandigheid. Bij het behalen van

Nadere informatie

Instructie Verantwoord Alcoholgebruik

Instructie Verantwoord Alcoholgebruik Instructie Verantwoord Alcoholgebruik 1a Programma Eerste lesuur De barvrijwilliger en de Drank- en Horecawet introductie m.b.v. video Alcohol en de wet (6 min.) informatie m.b.v. sheets (25 min.) Informatie

Nadere informatie

Justitiële Verslavingszorg. De reclassering

Justitiële Verslavingszorg. De reclassering Justitiële Verslavingszorg De reclassering JVz is een onderdeel van Inforsa, een instelling gespecialiseerd in intensieve en forensische zorg. JVz biedt reclasseringsprogramma s voor mensen die - mede

Nadere informatie

Monitoring gebruikerstevredenheid invoering 130 km/h

Monitoring gebruikerstevredenheid invoering 130 km/h TNS Nipo Grote Bickersstraat 74 1013 KS Amsterdam t 020 5225 444 e info@tns-nipo.com www.tns-nipo.com Rapport Monitoring gebruikerstevredenheid invoering 130 km/h Rick Heldoorn & Matthijs de Gier H1630

Nadere informatie

1 Wat is er met me aan de hand? 11

1 Wat is er met me aan de hand? 11 Leven met een alcoholprobleem 07-03-06 09:25 Pagina 7 Inhoud Voorwoord 1 Wat is er met me aan de hand? 11 Typerend beeld van de kwaal 11 Symptomen 12 Vroege en late symptomen 14 Diagnostiek 14 Een paar

Nadere informatie

PROCEDURE P036: Uitvoering van het beleid ten aanzien van alcoholgebruik en drugsbezit/gebruik

PROCEDURE P036: Uitvoering van het beleid ten aanzien van alcoholgebruik en drugsbezit/gebruik 2007-0008691 r PROCEDURE P036: Uitvoering van het beleid ten aanzien van alcoholgebruik en drugsbezit/gebruik Opmerkingen: 26 mei 2008: T.o.v. de versie van 1 juli 2007 zijn de volgende punten gewijzigd:

Nadere informatie

Internetpeiling Attitudes Alcoholgebruik

Internetpeiling Attitudes Alcoholgebruik Internetpeiling Attitudes Alcoholgebruik Programmabureau Integrale Veiligheid Noord-Holland Noord November 2007 Colofon Uitgave I&O Research BV L. Meliszweg 1 1622 AA Hoorn tel. (0229) 282555 Rapportnummer

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 8472 30 maart 2015 Richtlijn voor strafvordering rijden onder invloed van alcohol en/of drugs en rijden tijdens een rijverbod

Nadere informatie

Samenvatting (Summary in Dutch)

Samenvatting (Summary in Dutch) Samenvatting (Summary in Dutch) Etnische minderheden vormen een groeiend segment van de bevolking in veel westerse landen. Zorgbehoeften en verwachtingen van deze groepen vormen vaak een uitdaging voor

Nadere informatie

Gezondheidsbeleid 2013. Onderzoek onder gemeentepanel Venlo

Gezondheidsbeleid 2013. Onderzoek onder gemeentepanel Venlo Gezondheidsbeleid 2013 Onderzoek onder gemeentepanel Venlo Afdeling Bedrijfsvoering Team informatievoorziening Onderzoek en Statistiek Venlo, mei 2013 2 Samenvatting Inleiding In mei 2011 is de landelijke

Nadere informatie

Psychologische en medische hulp voor een veilige mobiliteit (PASS)

Psychologische en medische hulp voor een veilige mobiliteit (PASS) Psychologische en medische hulp voor een veilige mobiliteit (PASS) Een interdisciplinair model 1. Veronderstellingen 2. Het niveau van het verkeersinzicht verbeteren en vastleggen 3. Preventief ingrijpen

Nadere informatie

Autorijden na een CVA of een TIA

Autorijden na een CVA of een TIA Autorijden na een CVA of een TIA AUTORIJDEN NA EEN CVA OF TIA Het rijbewijs is voor de meeste mensen een groot goed, want het staat voor mobiliteit en vooral voor zelfstandigheid. Bij het behalen van uw

Nadere informatie

R-89-25 Ir. A. Dijkstra Leidschendam, 1989 Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid SWOV

R-89-25 Ir. A. Dijkstra Leidschendam, 1989 Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid SWOV SCHEIDING VAN VERKEERSSOORTEN IN FLEVOLAND Begeleidende notitie bij het rapport van Th. Michels & E. Meijer. Scheiding van verkeerssoorten in Flevoland; criteria en prioriteitsstelling voor scheiding van

Nadere informatie

Mathilde Descheemaeker Adriaan Spruyt Dirk Hermans

Mathilde Descheemaeker Adriaan Spruyt Dirk Hermans Mathilde Descheemaeker Adriaan Spruyt Dirk Hermans Experimentele psychopathologie Op zoek naar de psychologische processen die een rol spelen bij het ontstaan, in stand houden en terugval van psychopathologie

Nadere informatie

trntrtrtr V td L O\'ERLASTMETINGEN IN DE GRAVII\TNESTEEG EN OMGEVING

trntrtrtr V td L O\'ERLASTMETINGEN IN DE GRAVII\TNESTEEG EN OMGEVING trntrtrtr V td L O\'ERLASTMETINGEN IN DE GRAVII\TNESTEEG EN OMGEVING : COLOFON St. INTRAVAL Postadres: Postbus 1781 9701 BT Groningen E-mail info@intraval.nl Kantoor Groningen: Kantoor Rotterdam: St. Jansstraat

Nadere informatie

Wat motiveert u in uw werk?

Wat motiveert u in uw werk? Wat motiveert u in uw werk? Begin dit jaar heeft u kunnen deelnemen aan een online onderzoek naar de motivatie en werktevredenheid van actuarieel geschoolden. In dit artikel worden de resultaten aan u

Nadere informatie

Wonen zonder partner. Arie de Graaf en Suzanne Loozen

Wonen zonder partner. Arie de Graaf en Suzanne Loozen Arie de Graaf en Suzanne Loozen In 25 telde Nederland 4,2 miljoen personen van 18 jaar of ouder die zonder partner woonden. Eén op de drie volwassenen woont dus niet samen met een partner. Tussen 1995

Nadere informatie

BedrijfsGezondheidsIndex 2006

BedrijfsGezondheidsIndex 2006 BedrijfsGezondheidsIndex 2006 Op het werk zijn mannen vitaler dan vrouwen Mannen zijn vitaler en beter inzetbaar dan vrouwen. Dit komt mede doordat mannen beter omgaan met stress. Dit blijkt uit de jaarlijkse

Nadere informatie

Onderzoek naar de rijvaardigheid

Onderzoek naar de rijvaardigheid naar de rijvaardigheid en plichten in de vorderingsprocedure U hebt op een risicovolle manier aan het verkeer deelgenomen. Dit heeft de politie aan ons gemeld. Het CBR vermoedt daarom dat u onvoldoende

Nadere informatie

Geven en ontvangen van steun in de context van een chronische ziekte.

Geven en ontvangen van steun in de context van een chronische ziekte. Een chronische en progressieve aandoening zoals multiple sclerose (MS) heeft vaak grote consequenties voor het leven van patiënten en hun intieme partners. Naast het omgaan met de fysieke beperkingen van

Nadere informatie

DEEL F FIETSBALANS IN DRENTHE

DEEL F FIETSBALANS IN DRENTHE DEEL F FIETSBALANS IN DRENTHE 54 21 Inleiding De Fietsbalans is een onderzoek naar het fietsklimaat in de verschillende gemeentes in Nederland. Vanaf 2000 is de Fietsbalans in 123 gemeenten uitgevoerd,

Nadere informatie

A. Nieuwe Wmo Verordening prestatieveld 6

A. Nieuwe Wmo Verordening prestatieveld 6 Onderzoeksopzet Evaluatie Wmo 2013 Op 1 januari 2013 is de nieuwe Verordening Voorzieningen Maatschappelijke Ondersteuning Drechtsteden 2013 in werking getreden. Tevens is op die datum een nieuwe aanpak

Nadere informatie

SAMENVATTING. Samenvatting

SAMENVATTING. Samenvatting Samenvatting In deze studie is de relatie tussen gezinsfunctioneren en probleemgedrag van kinderen onderzocht. Er is veelvuldig onderzoek gedaan naar het ontstaan van probleem-gedrag van kinderen in de

Nadere informatie

Samenvatting (Dutch summary)

Samenvatting (Dutch summary) Parenting Support in Community Settings: Parental needs and effectiveness of the Home-Start program J.J. Asscher Samenvatting (Dutch summary) Ouders spelen een belangrijke rol in de ontwikkeling van kinderen.

Nadere informatie

Kennis en rolopvatting van professionals gedurende Alcohol mij n zorg?!

Kennis en rolopvatting van professionals gedurende Alcohol mij n zorg?! Kennis en rolopvatting van professionals gedurende Alcohol mij n zorg?! Integrale aanpak vroegsignalering alcoholgebruik bij ouderen in de eerstelijn Drs. Myrna Keurhorst Dr. Miranda Laurant Dr. Rob Bovens

Nadere informatie

Ondanks dat het in Nederland niet is toegestaan om alcohol te verkopen aan jongeren onder de 16 jaar, drinkt een groot deel van deze jongeren

Ondanks dat het in Nederland niet is toegestaan om alcohol te verkopen aan jongeren onder de 16 jaar, drinkt een groot deel van deze jongeren Ondanks dat het in Nederland niet is toegestaan om alcohol te verkopen aan jongeren onder de 16 jaar, drinkt een groot deel van deze jongeren alcohol. Dit proefschrift laat zien dat de meerderheid van

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG 1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Turfmarkt 147 2511 DP Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den Haag www.rijksoverheid.nl/venj

Nadere informatie

B40 Landbouwvoertuigen; een gevaar op de weg!

B40 Landbouwvoertuigen; een gevaar op de weg! B40 Landbouwvoertuigen; een gevaar op de weg! Lotte van den Munckhof ( Regionaal Orgaan Verkeersveiligheid Gelderland) Erik Geerdes ( Regionaal Orgaan Verkeersveiligheid Gelderland) Charlotte van Sluis

Nadere informatie

Recidivemeting LEMA en EMG 2009-2010

Recidivemeting LEMA en EMG 2009-2010 Memorandum 2014-5 Recidivemeting LEMA en EMG 2009-2010 Achtergrondkenmerken en strafrechtelijke recidive van LEMA- en EMG-deelnemers tussentijdse rapportage Memorandum De reeks Memorandum omvat de rapporten

Nadere informatie

Neurocognitive Processes and the Prediction of Addictive Behaviors in Late Adolescence O. Korucuoğlu

Neurocognitive Processes and the Prediction of Addictive Behaviors in Late Adolescence O. Korucuoğlu Neurocognitive Processes and the Prediction of Addictive Behaviors in Late Adolescence O. Korucuoğlu Nederlandse Samenvatting De adolescentie is levensfase waarin de neiging om nieuwe ervaringen op te

Nadere informatie

AXA Rijgedragbarometer II

AXA Rijgedragbarometer II AXA Rijgedragbarometer II AXA Rijgedragbarometer Toelichting van de methodologie Onderzoek uitgevoerd door Ipsos in opdracht van AXA in 0 Europese landen Steekproef België: 802 respondenten Deze 802 bestuurders

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Dit proefschrift gaat over de invloed van inductieprogramma s op het welbevinden en de professionele ontwikkeling van beginnende docenten, en welke specifieke kenmerken van inductieprogramma s daarvoor

Nadere informatie

Evaluatie van de Alcohol Verkeer Cursussen

Evaluatie van de Alcohol Verkeer Cursussen ONDERZOEK EN BELEID 121 De reeks Onderzoek en Beleid omvat de rapporten van door, het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum van het Ministerie van Justitie verricht onderzoek. Opname in de

Nadere informatie

rapporteerden. Er werden geen verschillen gevonden in schoolprestaties, spijbelgedrag en middelengebruik tussen de verschillende groepen.

rapporteerden. Er werden geen verschillen gevonden in schoolprestaties, spijbelgedrag en middelengebruik tussen de verschillende groepen. Samenvatting Samenvatting Depressie en angst zijn de meest voorkomende psychische stoornissen in de adolescentie met een enorme impact op het individu. Veel adolescenten rapporteren depressieve en angst

Nadere informatie

Invoering van de meldcode in de jeugdzorg

Invoering van de meldcode in de jeugdzorg Invoering van de meldcode in de jeugdzorg Inspectie Jeugdzorg Utrecht, april 2013 Samenvatting Eind december 2012 heeft de Inspectie Jeugdzorg via een digitale vragenlijst een inventariserend onderzoek

Nadere informatie

motorrijtuigcategorie: categorie van motorrijtuigen vastgesteld op grond van artikel 118 van de Wegenverkeerswet 1994.

motorrijtuigcategorie: categorie van motorrijtuigen vastgesteld op grond van artikel 118 van de Wegenverkeerswet 1994. Wijziging van de Wet rijonderricht motorrijtuigen 1993 (wijzigingen naar aanleiding van evaluatie, nascholing beroepschauffeurs en enkele verbeteringen) Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut!

Nadere informatie

Inge Test 07.05.2014

Inge Test 07.05.2014 Inge Test 07.05.2014 Inge Test / 07.05.2014 / Bemiddelbaarheid 2 Bemiddelbaarheidsscan Je hebt een scan gemaakt die in kaart brengt wat je kans op werk vergroot of verkleint. Verbeter je startpositie bij

Nadere informatie