Literatuurscan. Verdiepingsdiagnostiek KFZ

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Literatuurscan. Verdiepingsdiagnostiek KFZ"

Transcriptie

1 Literatuurscan verdiepingsdiagnostiek ten behoeve van de Werkgroep Kwaliteit Forensische Zorg Instelling Naam project Auteur Palier BV & Forensisch Psychiatrisch Centrum de Kijvelanden, in samenwerking met GGZ Friesland Verdiepingsdiagnostiek KFZ Stefan Bogaerts, Annabel Bogaerts, & Thijs Kanters Status Eindversie, okt 2014

2 Inhoudsopgave 1. Beschrijving van het project Theoretische achtergrond van verdiepingsdiagnostiek Basisrichtlijnen diagnostiek De basisrichtlijnen Vijf extra richtlijnen voor diagnostiek Relevante referenties Best practice verdiepingsdiagnostiek in Nederland: doelgroep en instrumentarium Persoonlijkheidsstoornissen Meetinstrumenten Aanbevelingen Relevante referenties Stoornissen in het gebruik van alcohol Meetinstrumenten Aanbevelingen Relevante referenties Dubbele diagnose Meetinstrumenten Aanbevelingen Relevante referenties Psychotische problematiek Meetinstrumenten Aanbevelingen Relevante referenties Seksuele stoornissen Meetinstrumenten Aanbevelingen Relevante referenties Verstandelijke beperkingen Meetinstrumenten Pagina 2

3 Aanbevelingen Relevante referenties Ontwikkelingsstoornissen Meetinstrumenten Aanbevelingen Relevante referenties Stoornissen in de impulscontrole Meetinstrumenten Relevante referenties Besluit Pagina 3

4 Woord vooraf Deze literatuurscan maakt onderdeel uit van het project Verdiepingsdiagnostiek van het Kwaliteitsprogramma Forensische Zorg (KFZ). Hiertoe hebben Palier BV, De Kijvelanden en GGZ Friesland (samen met Verslavingszorg Noord Nederland (VNN)) het project op zich genomen om Verdiepingsdiagnostiek nader te protocolleren volgens de methodiek die voorgeschreven is binnen KFZ. Een literatuurscan is daarbij de eerste stap. Verdiepingsdiagnostiek is een betrekkelijk nieuw product binnen het domein van de forensische diagnostiek. Sinds enkele jaren hebben de 3 reclasseringsorganisaties de mogelijkheid om verdiepingsdiagnostiek aan te vragen bij forensische poliklinieken, meestal in het kader van een advies aan de rechter waarbij voorwaardelijke sancties worden overwogen. Er zijn meerdere redenen waarom de reclassering verdiepingsdiagnostiek kan aanvragen, bijvoorbeeld wanneer er op basis van de RISc (het risicotaxatie instrument dat de reclassering gebruikt) of anderszins bij de reclasseringsmedewerker, vermoedens bestaan dat er problemen spelen op het vlak van bijvoorbeeld verslaving, psychose, stoornissen in de impulsbeheersing en verstandelijke beperking, al of niet in combinatie (dubbele diagnose). De forensische poli die geconsulteerd wordt voert dan in enkele weken tijd verdiepingsdiagnostiek uit. Onderzoeksvragen voor verdiepingsdiagnostiek kunnen zijn: welke psychiatrische problematiek speelt er (diagnosestelling)? Welk soort zorg is noodzakelijk om de problematiek aan te pakken? Welke behandelduur en behandelintensiteit is gewenst? Er wordt geen uitsluitsel gegeven over de relatie delict en stoornis, over toerekeningsvatbaarheid of over recidiverisico. Het is m.n. geen PJ-rapportage. Wel wordt in het advies aan de reclassering minstens een DSM classificatie, een beschrijvende diagnose en een behandeladvies gegeven. Verdiepingsdiagnostiek kan ook de opstap zijn naar vervolgdiagnostiek, zoals persoonlijkheidsonderzoek, onderzoek naar dubbel diagnose en intelligentieonderzoek. Bij het onderhavige project, gericht op nadere productdefiniëring, is de literatuurscan vooral gericht geweest op de wijze waarop forensisch relevante psychopathologie het best kan worden vastgesteld. Het rapport kan door de diagnostici van de forensische poli s gebruikt worden als richtlijn voor welke instrumenten bij welke stoornissen het beste gebruikt kunnen worden. Drs. Chris van der Meer Projectleider verdiepingsdiagnostiek Prof. dr. Stefan Bogaerts Voorzitter stuurgroep verdiepingsdiagnostiek Pagina 4

5 1. Beschrijving van het project Bij de stelselwijziging rond forensische zorg (VFZ, 2008), waarbij de indicatiestelling voor ambulante forensische zorg aan de drie Reclasseringsorganisaties werd toegewezen, nam de behoefte aan verbeterde psychiatrische diagnostiek in het kader van indicatiestelling toe. In het licht van de ambitie bij het ministerie van Veiligheid en Justitie om de voorwaardelijke strafopleggingen uit te breiden, waarbij goede (vaak ambulante) zorg veelal een essentieel onderdeel is bij het terugdringen van het recidiverisico, is verdiepingsdiagnostiek uitgegroeid tot een product dat op verzoek en in opdracht van de reclassering in het kader van de indicatiestelling forensische zorg wordt uitgevoerd door een forensische polikliniek. In 2011 is op initiatief van het ministerie van Veiligheid en Justitie in twee regio s een pilotproject met deze werkwijze uitgevoerd. Onderzoek liet zien dat het een zinvol en bruikbaar product betreft (Significant 2012). Wel bleek dat de invulling van verdiepingsdiagnostiek door de forensische poli s per locatie verschillen laat zien in gebruikte methodiek en instrumentarium. De landelijke werkgroep Kwaliteit Forensische Zorg (KFZ) heeft aan twee organisaties, namelijk Palier BV en het Forensisch Psychiatrisch Centrum de Kijvelanden opdracht gegeven om een landelijk protocol voor verdiepingsdiagnostiek uit te werken met de vraag de inhoudelijke en randvoorwaardelijke condities uit te tekenen waaraan verdiepingsdiagnostiek moet voldoen. Beide organisaties zijn voor deze opdracht samenwerking aangegaan met GGZ Friesland om een zo breed mogelijk draagvlak te krijgen. Het protocol moet richtlijnen geven over ondermeer welke professionals verdiepingsdiagnostiek kunnen uitvoeren, de aan te bevelen methodiek rekening houdend met de grote heterogeniteit in psychiatrische problematiek, de aan te bevelen instrumenten en testen passende bij verdiepingsdiagnostiek en het aan te bevelen format. Om een overzicht te krijgen van relevante instrumenten, testen en interviews is een literatuurscan uitgevoerd ten behoeve van de forensisch psychiatrische diagnostiek en indicatiestelling. Er is voor gekozen om de literatuurscan toe te spitsen op psychiatrische stoornissen waarmee Reclasseringsorganisaties het meest te maken krijgen en die vaak aanleiding geven tot verzoeken van verdiepingsdiagnostiek aan forensische poli s. Deze stoornissen zijn: persoonlijkheidsstoornissen, stoornissen in het gebruik van alcohol, dubbele diagnose, psychotische problemen, seksuele stoornissen, verstandelijk beperkten, ontwikkelingsstoornissen en stoornissen in de impulscontrole. Bij elke stoornis wordt in dit rapport een overzicht gegeven van de belangrijkste instrumenten en worden aanbevelingen gedaan. Deze quick scan zou geen quick scan zijn, indien we in deze rapportage een uitputtend overzicht zouden geven van alle meetinstrumenten die beschikbaar zijn om de besproken stoornissen te meten. Pagina 5

6 Evenmin worden richtlijnen gegeven wanneer en in welke situatie, een screener of een (semi- )gestructureerd interview moet worden gebruikt. Dit past niet binnen de opdracht van een literatuurscan en bovendien is het gebruik van de meest optimale testen, juist stoornis- en persoongerelateerd. Een voorbeeld: in dit rapport signaleren we onderdiagnostiek voor autisme, autismespectrum stoornissen en ADHD in relatie tot delinquent gedrag en adviseren we dat het betrekken van een medisch specialist, een klinisch psycholoog gespecialiseerd in ontwikkelingsstoornissen en een uitgebreid multi-informant interview, een noodzaak is. Echter, specialisten die dagelijks werkzaam zijn met deze problematieken weten dat autisme in een aantal gevallen, alleen maar zichtbaar wordt tijdens een of meerdere gesprekken. Met dit voorbeeld proberen we duidelijk te maken dat elke specialist per casus een afweging moet maken welk instrumentarium het best kan worden ingezet om de juiste informatie te krijgen teneinde de behandeling optimaal te kunnen indiceren. Zeer belangrijk is dat de clinicus gebruik maakt van de COTAN richtlijnen (Commissie Testaangelegenheden Nederland) van het NIP, omdat dit instrument de kwaliteit van tests en testgebruik in Nederland bevordert en de COTAN diagnostici op de hoogte houdt van de stand van zaken op testgebied. Daarnaast is de beroepscode van het Nederlands Instituut van Psychologen, de Beroepscode voor psychologen, een belangrijk instrument. Aan alle NIP-psychologen wordt gevraagd zich aan de beroepscode te houden omdat het instrument een leidraad biedt voor professioneel handelen (http://www.psynip.nl/website-openbaar-documenten-nip-algemeen/beroepscode-voorpsychologen.pdf). Binnen het forensische veld hebben we echter ook te maken met de realiteit dat heel wat testen (nog) niet beantwoorden aan de COTAN-criteria (testconstructie, kwaliteit van testmateriaal en handleiding, normen, betrouwbaarheid, begripsvaliditeit en criteriumvaliditeit) (http://www.psynip.nl/websiteopenbaar-documenten-nip-algemeen/beoordelingssysteem.pdf.). Dit betekent dat psychologen het wel of niet gebruiken van een test moeten afwegen tegenover de beroepscode. In dit rapport worden ook klinische boxen gepresenteerd on inzichten te geven in de aard van de casuïstiek waarmee de Reclasseringsorganisaties te maken krijgen en die ze verwijzen naar de forensische poli s. Hiervoor werden 25 cases van verdiepingsdiagnostiek geselecteerd die tussen december 2011 en september 2013 werden afgenomen. Deze boxen geven een beschrijving of illustratie van hoe verdiepingsdiagnostiek in de praktijk plaatsvindt en welke conclusies en adviezen aan de Reclassering worden overgemaakt. Deze casussen zijn geen voorbeelden van best-practice maar illustreren summier de gangbare klinische praktijk van verdiepingsdiagnostiek. In de box wordt kort het criminele feit beschreven, de diagnostische conclusies en het advies dat aan de Reclassering wordt gegeven. In sommige boxen is ervoor gekozen om de nationaliteit en/of geslacht niet onbekend te houden om herleiding tot individuen te vermijden. Het rapport begint met een korte theoretische Pagina 6

7 beschrijving die gezien kunnen worden als framework dat richtinggevend kan zijn voor verdiepingsdiagnostiek. Verder wordt kort ingegaan op basisrichtlijnen en vijf extra richtlijnen voor diagnostiek. Uiteraard gelden deze richtlijnen ook voor verdiepingsdiagnostiek. Pagina 7

8 2. Theoretische achtergrond van verdiepingsdiagnostiek 2.1. Basisrichtlijnen diagnostiek Forensische diagnostiek is een complex geheel omdat rekening moet worden gehouden met velerlei factoren (Brand & Diks, 2001). Wetenschappelijke literatuur en best practice over forensische verdiepingsdiagnostiek zijn schaars. Er is de handleiding Best practice ambulant forensisch psychologisch onderzoek bij volwassenen: Forensisch psychologisch onderzoek en rapportage in het strafrecht, van het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie dat op het ogenblik van het schrijven van voorliggende quick scan aan een updateversie werkt om de vigerende best practice aan te passen aan de huidige state of the art. Deze handleiding wordt aanbevolen in het kader van verdiepingsdiagnostiek maar heeft op de eerste plaats betrekking op pro-justitie rapportage. Belangrijk kader voor verdiepingsdiagnostiek vormt de basisrichtlijnen diagnostiek. Deze richtlijnen stellen basiscondities voor die essentieel zijn voor het uitvoeren van forensische diagnostiek en verdiepingsdiagnostiek. Basisrichtlijnen voor diagnostiek zijn: (1) Betrek gegevens uit meerdere informatiedomeinen (Monahan & Steadman, 1994); (2) Meet naast risicofactoren ook beschermende factoren (Hawks, 1998); (3) Leg naast statische factoren ook dynamische factoren vast (Nedopil, 1998); (4) Diagnostiek moet een verklaring geven van het (delict)risico (Hawks, 1998); (5) Diagnostiek moet aanknopingspunten geven voor de behandeling (Hawks, 1998). In het kader van deze opdracht worden de basisrichtlijnen diagnostiek vertaald naar en aangepast aan verdiepingsdiagnostiek ten behoeve van de reclassering. Naast deze voorwaarden zijn er minder bindende richtlijnen voor diagnostici die van belang kunnen zijn omdat ze betrekking hebben op psychometrische kwaliteiten van diagnostisch instrumentarium, theoretische onderbouwingen, het belang van klinische eindoordelen en standaardisering. Deze elementen zijn dus ook voor verdiepingsdiagnostiek belangrijk. 1. Normeringsgegevens; 2. Betrouwbaarheid en validiteit; 3. Het nut van theorievorming dan wel modelbouwen en modeltoetsing; 4. Aanvulling van testscores met klinische gegevens; 5. Standaardisering van diagnostiek en onderzoek op nationaal niveau. Pagina 8

9 De basisrichtlijnen Betrek gegevens uit meerdere informatiedomeinen Voor gedegen forensische verdiepingsdiagnostiek is informatie uit diverse domeinen en collaterale noodzakelijk. In figuur 1 wordt een overzicht gegeven van belangrijke informatiedomeinen die belangrijk zijn voor verdiepingsdiagnostiek. De auteurs in figuur 1 focussen op verschillende informatiedomeinen met zes domeinen die aandachtsgebieden zijn voor de praktijk van verdiepingsdiagnostiek. Deze domeinen zijn: Vaardigheden, Persoonlijkheid, klinische en psychiatrische beelden, Ontwikkeling, Historie en Context. Figuur 1 brengt geen hiërarchie aan tussen de zes domeinen omdat hun relevantie afhankelijk is van casus tot casus, net zoals het combineren van domeinen casusgebonden is. In figuur 2 daarentegen wordt een structuur aangebracht aan de hand van de domeinen in figuur 1 wat de diagnosticus kan helpen om gericht en stapsgewijs onderzoek te doen. Level 1 maakt een onderscheid tussen intern en extern. Intern wordt vervolgens onderverdeeld in persoonlijkheid en klinische/psychiatrische beelden; extern wordt ingedeeld in ontwikkeling, historie en context (level 2). Level 3 bevat enkele subfactoren die zijn afgeleid van persoonlijkheid. Opvallend is dat deze boomstructuur geen samenhang aangeeft tussen ondermeer intern en extern op level 1 en de domeinen op level 2; tevens is onduidelijk hoe men tot de subset op level 3 is gekomen. Het is algemeen bekend dat ondermeer persoonlijkheid, psychopathologie, ontwikkeling, historie en ontwikkeling, onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn (Morey & Hopwood, 2013). We menen te mogen stellen dat figuur 2 onvolledig is. We adviseren de diagnosticus zich te baseren op figuur 1. Figuur 2 verwijst wel op level 3 naar belangrijk risicofactoren die bekend zijn bij forensische doelgroepen. Risico- en beschermende factoren zijn opgenomen als basisrichtlijn voor forensische diagnostiek (zie volgende bullet). We onderstrepen wel dat risico- en beschermende factoren in het kader van verdiepingsdiagnostiek ten behoeve van de reclassering de verantwoordelijkheid blijft van de reclasseringsorganisaties. De diagnosticus focust op de eerste plaats op DSM stoornissen. Slecht wanneer een DSM stoornis gelijkgesteld wordt aan een risicofactor dient dit te worden meegenomen in de verdiepingsdiagnostiek. Deze opsplitsing is een logisch gevolg van gedeelte verantwoordelijkheden en taakafbakening tussen Reclassering en forensische poli. Verdiepingsdiagnostiek heeft een ondersteunde rol in het reclasseringsproces waarbij de reclassering advies krijgt of er sprake is van een voor het strafproces relevante psychopathologie. De reclassering zelf maakt finaal de afweging wat er verder met de cliënt moet gebeuren. Meet risicofactoren en beschermende factoren indien ze DSM gerelateerd zijn Risicofactoren en beschermende factoren hebben een prominente plaats in forensische diagnostiek en behandeling (Hawks, 1998). Echter, zoals eerder gesteld kent verdiepingsdiagnostiek voor de reclassering grenzen. Verdiepingsdiagnostiek ten behoeve van de reclassering richt zich op de eerste plaats op DSM stoornissen, waardoor risico- en beschermende factoren vastgesteld aan de hand van risicotaxatie-instrumenten om toekomstig recidive te voorspellen buiten de opdracht van verdiepingsdiagnostiek valt. De reclassering is voldoende professioneel geschoold om tijdens het Pagina 9

10 begeleiden van patiënten het risico op toekomstig recidive in te schatten en beschikt hiervoor ook over gevalideerde instrumenten. Risico- en beschermende factoren kunnen uitsluitend betrokken worden in de verdiepingsdiagnostiek wanneer de risico- en/of beschermende factoren, primair DSM gerelateerde stoornissen zijn. De focus moet liggen op veranderbare factoren Statische factoren (historische, onveranderbare kenmerken) en dynamische factoren (kenmerken die door tijd of behandeling kunnen veranderen) verschillen van elkaar. In de forensische psychiatrie en de reclassering ligt de nadruk vooral op veranderbare factoren, meer bepaald op behandel- en begeleidingsinspanningen en het inschatten en monitoren van risico s om ongewenst gedrag bij te sturen naar gewenst gedrag. Statische factoren zijn slechts relevant als ze informatie geven over risico s en begeleidingsdoelen. Bijvoorbeeld, non-compliance in het verleden is informatie die de reclassering kan gebruiken om bijvoorbeeld motiverende methodieken te gebruiken om de compliance te vergroten. Deze paragraaf raakt sterk aan risicotaxatie. Alleen dynamische veranderbare risicofactoren die gerelateerd zijn aan een DSM stoornis zijn relevant voor verdiepingsdiagnostiek. DSM stoornissen hangen ook samen met delictgevaarlijkheid maar het verband is eerder zwak. We verwijzen naar een recent onderzoek dat de predictieve validiteit onderzocht van enkele as-i en as-ii stoornissen, zoals aan middelen gebonden stoornissen, psychotische stoornissen en persoonlijkheidsstoornissen in relatie tot recidive. Enkel aan middelen gebonden stoornissen voorspelde eerder zwak (p<0.05) gewelddadig recidive; schizofrenie bleek een beschermende factor te zijn en persoonlijkheidsstoornissen waren niet gerelateerd aan recidive. Hier geldt uiteraard dat recidive niet voorspeld kan worden vanuit 1 factor (Bogaerts, Willems, Spreen, Schuringa & Ter Horst, 2013). Pagina 10

11 Verdiepingsdiagnostiek ter verklaring van delictrisico indien stoornis gerelateerd In de forensische psychiatrie en psychologie, maar ook breder zoals het strafrecht, wordt de vraag gesteld naar het verband tussen stoornis en delict. In deze opdracht wordt hierop niet ingegaan. Uitgangspunt is wel dat: (1) forensische verdiepingsdiagnostiek een uitspraak moet doen over de aanwezigheid van een stoornis en moet refereren aan de DSM-V en internationale onderzoeksliteratuur (Wareham & Boots, 2012). De DSM geeft op de eerste plaats beschrijvende indicaties en slechts in een aantal gevallen verklaringen over delictrisico s. De internationale literatuur geeft zeer uitgebreid verdiepende indicaties en verklaringen over de relatie tussen stoornis en delict. Echter, voor verdiepingsdiagnostiek is delictrisico slechts relevant wanneer risico- en beschermende factoren kunnen geduid worden als DSM-V gerelateerde stoornis. Als voorbeeld verwijzen we naar onderstaand fragment uit een verdiepingsdiagnostisch verslag ten behoeve van de reclassering. De aan middelen gebonden stoornis, kan hypothetisch het delictgedrag bevorderen omdat gebruik van middelen een dempende en angstreducerende werking kan hebben, wat een risicofactor voor delictgedrag is. BOX 1 Geslacht: man Nationaliteit: anoniem gehouden Leeftijd: rond de 50 jaar Feiten: strafblad dateert van 1981: vermogens- en gewelddelicten, zoals diefstal (met geweld), inbraak, mishandeling, vernieling en bedreigingen. Man groeide op in een gezin van elf (9 de kind) in Suriname en moest gehoorzamen aan zijn ouders en aan de oudere kinderen in het gezin. Hij kreeg naar eigen zeggen slaag en moest zijn moeder helpen in het huishouden. Zijn vader was streng en dronk. De patiënt geeft in het gesprek aan dat hij soms bang was voor zijn vader en meent dat zijn vader gedeeltelijk schuld draagt aan de persoon die hij geworden is. In zijn jongere jaren werkte hij onder meer in fabrieken en een autospuiterij. De patiënt maakte zijn school niet af (lasser). Hij zou concentratie- en leerproblemen hebben gehad. Rond zijn 21 e jaar kwam er een scheiding en verhuisde hij naar Nederland. Hij ging samenwonen en kreeg drie kinderen met zijn vriendin en één kind met een andere vrouw. De patiënt vertoonde vanaf 25-jarige leeftijd een verslavingsgeschiedenis met heroïne-, cocaïne- en alcoholafhankelijkheid. Een in stand houdende factor van het middelengebruik leek de dempende, angst reducerende functie. Ook gewoonte en tijdverdrijf bij gebrek aan dagbesteding spelen een rol. De patiënt heeft zowel vermogens- als gewelddelicten gepleegd, zoals diefstal (met geweld), inbraak, mishandeling, vernieling en bedreigingen. Een justitieel verleden zou belemmerend hebben gewerkt op de arbeidsmarkt. De patiënt was langdurig dak- en werkloos en kampt met financiële problemen. Zonder hulpbronnen (alcohol, drugs) om zijn angst en agressie te reguleren, kan dit samengaan met sociale angst, tobberigheid, concentratieproblemen en agressie wat kan leiden tot desintegratieangsten. Verdiepingsdiagnostiek ten behoeve van begeleiding Het zoeken naar aanknopingspunten voor begeleiding past in een breder gedragen visie dat diagnostiek, behandelings- en begeleidingsgericht hoort te zijn. Zo biedt verdiepingsdiagnostiek, begeleidingsindicaties voor reclasseringsdoeleinden. Verdiepingsdiagnostiek dient ook andere doelen, zoals klinische factfinding, differentiële diagnostiek en, in een aantal gevallen kan kale sanctionering Pagina 11

12 verkozen worden boven behandeling of begeleiding. Ter illustratie van voorgaande presenteren we een fragment uit een verdiepingsdiagnostisch verslag ten behoeve van de Reclassering. Het betreft dezelfde patiënt als in BOX 1. De conclusie van het diagnostisch onderzoek geeft aanleiding tot begeleidingsadviezen die verband houden met de gestelde diagnoses. De verantwoordelijkheid blijft uiteraard bij de Reclassering. BOX 2 Geslacht: man Nationaliteit: anoniem gehouden Leeftijd: rond de 50 jaar Feiten: strafblad dateert van 1981: vermogens- en gewelddelicten, zoals diefstal (met geweld), inbraak, mishandeling, vernieling en bedreigingen. Conclusies onderzoek (diagnoses): Enorme angstgevoeligheid (bij oplopende stress snel bang, boos en wantrouwend) die hij zonder hulpbronnen niet goed kan reguleren. AS-I: Afhankelijkheid van verschillende middelen: alcohol, cocaïne, heroïne. AS-II: Antisociale persoonlijkheid. AS-IV: Problemen met justitie/politie; Financiële problemen; Werkproblemen; Woonproblemen; Problemen met de primaire steungroep; AS-V: GAF score 45 Advies: steunende/structurerende begeleiding, het verlenen van betrokkenheid en steun maar op afstand. Streven naar het handhaven van het (wankele) psychisch evenwicht. De draagkracht niet overschatten. Het geven van psycho-educatie over hoe om te gaan met de kwetsbaarheid. Aanmoedigen om steun te vragen. Eventueel overwegen patiënt te laten opnemen bij een dubbel diagnose afdeling Vijf extra richtlijnen voor diagnostiek Normeringsgegevens Voor interpretatie van individuele testscores zijn normeringsgegevens uit een zelfde setting noodzakelijk (Commissie Test Aangelegenheden Nederland, 1988). Deze normeringsgegevens zijn bij voorkeur verzameld in hetzelfde land (Salekin, Rogers, & Sewell, 1996). Betrouwbaarheid en validiteit Wanneer testscores ingezet worden voor risicotaxatie, moeten de predictieve validiteit en diverse vormen van testbetrouwbaarheid bekend zijn (Commissie Test Aangelegenheden Nederland, 1988). Modeltoetsing Ter verbetering van diagnostiek, behandeling en het voorspellend vermogen is het belangrijk om modellen te presenteren en te toetsen (Monahan & Steadman, 1994). Testscores en klinische gegevens Bij het gebruik van testscores moet de klinische indruk niet uit het oog worden verloren. Soms kan één gegeven doorslaggevend zijn (Webster, 2000). Standaardisering, samenwerking Voor een betrouwbare uitvoering van forensische diagnostiek is standaardisering en samenwerking op Pagina 12

13 nationaal niveau vereist (Gunn, 1999). Pagina 13

14 2.2. Relevante referenties Bogaerts, S., Willems, M., Spreen, M., Schuringa, E., & Ter Horst, P. (2013). Van HKT-30 naar HKT-R. FPC dr. Van Mesdag, FPC de Kijvelanden, FPK de Woenselsepoort en Tilburg University, Conceptversie, p. 34. Brand, E. F. J. M. & Diks, G. J.M. (2001). Richtlijnen voor risicotaxatie in de forensische diagnostiek: theorie en praktijk. Tijdschrift voor psychiatrie, 43, Commissie Test Aangelegenheden Nederland (COTAN) (1988). Richtlijnen voor ontwikkeling en gebruik van psychologische tests en studietoetsen. Nederlands Instituut van Psychologen. Assen: Van Gorcum. Gunn, J. (1995). Dangerousness. In J. Gunn & P.J. Taylor, Forensic Psychiatry. Clinical, Legal and Ethical Issues. Oxford: Butterworth-Heinemann Ltd. Hawks, R. D. (1998). Practical guidelines for the assessment, management and communication of risk: a theoretical model. American Journal of Forensic Psychology, 16, Monahan, J. & Steadman, H. J. (1994). Violence and Mental Disorders: developments in risk assessment. Chicago/London: The University of Chicago Press. Morey,L.C., Hopwood, C.J. (2013). Stability and Change in Personality Disorders. Annual Review of Clinical Psychology: Book Series: Annual Review of Clinical Psychology, 9, Nedopil, N. (1998). Prediction of Violent Relapse in Personality Disordered Forensic Patients. Paper presented at the XXIIth International Congress on Law and Mental Health of the International Academy of Law and Mental Health (IALMH), Paris. Salekin, R. T., Rogers, R., & Sewell, K. W. (1996). A Review and Meta-Analysis of the Psychopathy Checklist and Psychopathy Checklist-Revised: Predictive Validity of Dangerousness. Clinical Psychology: Science and Practice, Wareham, J. & Boots, D.P. (2012). The Link between Mental Health Problems and Youth Violence in Adolescence: A Multilevel Test of DSM-oriented Problems. Criminal Justice and Behavior, 39(8), Webster, C. D. (2000). Structure for understanding: recent advances in risk assessment and risk management. Presentation at symposium Assessing risk for violent behavior van de Pompe Stichting, Nijmegen. Pagina 14

15 3. Best practice verdiepingsdiagnostiek in Nederland: doelgroep en instrumentarium 3.1. Persoonlijkheidsstoornissen Persoonlijkheidsstoornissen zijn frequent aanwezig bij de forensische doelgroep waar de Reclassering mee te maken heeft. We spreken dan vooral van cluster B persoonlijkheidsstoornissen (vooral antisociaal en narcistisch) en persoonlijkheid NAO. Daarnaast is er vaak sprake van dubbeldiagnose binnen as-1. We denken dan bijvoorbeeld aan, aan middelen gebonden stoornissen en schizofrenie (van Nieuwenhuizen, Bogaerts, de Ruijter, Bongers, Coppens & Meijers, 2011). Daarnaast is er ook sprake van samenhang tussen klinische beelden zoals geïllustreerd wordt in box 3. In Box 3 wordt de samenhang van as-i, II en IV geïllustreerd aan de hand van een fragment uit een casus verdiepingsdiagnostiek. BOX 3 Geslacht: man Nationaliteit: Nederlander Leeftijd: 24 jaar Feiten: gewelddelict Conclusies onderzoek (diagnoses): AS-I: Cannabisafhankelijkheid in remissie en alcoholverslaving AS-II: Antisociale persoonlijkheidsstoornis AS-IV: Problemen met justitie/politie, werkproblemen, financiële problemen, woonproblemen, problemen met de primaire steungroep Advies: ambulante zorg tussen 9 en 24 maanden: ter voorkoming van recidive en agressieproblematiek Begeleid wonen zinvolle dagbesteding De diagnosestelling van persoonlijkheidsstoornissen vindt plaats door middel van: (1) het klinisch ongestructureerde oordeel, (2) semigestructureerde interviews en (3) zelfrapportage vragenlijsten Meetinstrumenten Het klinisch oordeel De classificatie van persoonlijkheidsstoornissen op basis van alleen het klinisch ongestructureerd oordeel is onbetrouwbaar en niet valide waardoor het klinische oordeel steeds ondersteund moet zijn door testonderzoek (Heumann, 1990; Mellsop et al., 1982). Semigestructureerde diagnostische interviews Classificatie van persoonlijkheidsstoornissen aan de hand van semigestructureerde diagnostische interviews leidt tot een grotere betrouwbaarheid en validiteit en een gestandaardiseerde precisering van DSM diagnoses. Drie Nederlandstalige instrumenten worden aanbevolen waarmee DSM-IV persoonlijkheidsstoornissen gemeten worden. Pagina 15

16 Structured Clinical Interview for DSM-IV Axis II Personality Disorders (SCID-II; First et al., 1997; Nederlandse vertaling: Weertman, Arntz & Kerkhofs, 2000). De SCID-II bevat een screener (SCID-II Persoonlijkheidsvragenlijst) die voorafgaand aan het interview kan worden afgenomen. De SCID-II kan ook worden afgenomen bij informanten die voldoende betrouwbare en valide informatie kunnen geven over de cliënt of patiënt. De psychometrische eigenschappen van de SCID-II zijn goed tot uitstekend (interbeoordelaarsbetrouwbaarheid: overall kappa = 0.80; Arntz et al., 1992; test-hertestbetrouwbaarheid: ĸ = 0.63; Weertman, Arntz & Kerkhofs, 2000). Structured Interview for DSM Personality Disorders (SIDP-IV; Pfohl, Blum & Zimmerman, 1995; Nederlandse vertaling: de Jong et al., 1996). De interviewvragen van de SIDP-IV zijn ingedeeld op basis van secties (activiteiten en belangstelling, werk, relaties, sociale contacten, emoties, observaties, zelfpercepties, kijk op anderen, stress en boosheid en sociale conformiteit) en niet op basis van persoonlijkheidsstoornissen. De SIDP-IV kan ook worden afgenomen bij informanten. Naast een score voor de aan- of afwezigheid van persoonlijkheidsstoornissen, geeft de SIDP-IV dimensionale scores voor de ernst van de diagnose. Dit laatste is zeer belangrijk omdat de DSM tot op heden geen maat van ernst heeft voor persoonlijkheidsstoornissen, terwijl uit onderzoek bekend is dat de ernst van persoonlijkheidsproblematiek positief correleert met de ernst van deviante gedragingen gemeten via impulsiviteit en vijandigheid (Bogaerts, Polak, Spreen, & Zwets, 2012). De Nederlandse vertaling van de SIDP-IV heeft een redelijk tot goede interbeoordelaarsbetrouwbaarheid (Cohen s ĸ = ; ICC = ; Damen, de Jong & van der Kroft, 2004). International Personality Disorder Examination (IPDE; World Health Organization, 1995; Nederlandse vertaling: Duijsens, Eurelings-Bontekoe & Diekstra, 1995). De IPDE bevat een screener (IPDE Screenings Vragenlijst), die voorafgaand aan het klinisch interview kan worden afgenomen. De IPDE voorziet in een tweede scoringskolom voor antwoorden van informanten. Naast een score voor de aan- of afwezigheid van persoonlijkheidsstoornissen, levert de IPDE ook dimensionale scores op voor de ernst van de diagnose. Het adresseren van de ernst van een persoonlijkheidsstoornis en het belang ervan voor de klinische praktijk werd al een decade geleden aan de orde gesteld. Tyrer (2005) stelt dat het meten van de ernst van persoonlijkheidsstoornissen een kritische component is en gemakkelijk kan worden toegevoegd aan bestaande diagnostische instrumenten. De interbeoordelaarsbetrouwbaarheid van de internationale versie van de IPDE is acceptabel (ĸ = ; Loranger et al., 1994). Naast de drie eerder genoemde semigestructureerde interviews voor persoonlijkheidsstoornissen, zijn er instrumenten beschikbaar die zich richten op specifieke persoonlijkheidsstoornissenof persoonlijkheidsproblematieken: Pagina 16

17 Hare's Psychopathie Checklist-Revised (PCL-R; Hare, 1991; Hare, 2003; Nederlandse vertaling: Vertommen, Verheul, De Ruiter, & Hildebrand, 2002). Met behulp van de PCL-R kan de mate van psychopathie bepaald worden en bijgevolg de diagnose psychopathie worden gesteld. Scoring van de PCL-R gebeurt aan de hand van het semigestructureerde interview, dossierinformatie en collaterale informatie over de betrokkenen. De interbeoordelaarsbetrouwbaarheid van de Nederlandstalige versie is goed: ICC = 0.88 (Hildebrand, de Ruiter, & de Vogel, 2002). Onderzoek van de Vogel en de Ruiter (2005) heeft aangetoond dat de PCL- R onvoldoende validiteit en bruikbaarheid heeft voor vrouwelijke forensische populaties. Recent onderzoek stelt vragen bij de factorstructuur van de PCL-R, meer bepaald de vraag of psychopathie uiteenvalt in twee, drie, vier of vijf dimensies. Onderzoek laat zien dat de correlatiecoëfficiënt van de dimensies affectiviteit en interpersoonlijkheid en van impulsiviteit en antisociaal gedrag zeer hoog zijn waardoor er sprake is van multicollineariteit. Een tweede bemerking heeft betrekking op de afwezigheid van cut-off scores voor Factor 1 en Factor 2. In het bijzonder voor factor 1, agressief narcisme, kan dit een probleem zijn omdat geen onderscheid wordt gemaakt tussen hoog- en laag agressief narcisme of primaire en secundaire psychopathie. Onderzoek laat namelijk zien dat laagscoorders op factor 1 beduidend minder problematisch scoren op risicofactoren, zoals impulsiviteit, vijandigheid, gebrek aan empathie, probleeminzicht en compliance, dan hoogscoorders op factor 1 (Bogaerts, Polak, Spreen et al., 2012). Diagnostic Interview for Borderline patients (DIB; Gunderson, Kolb & Austin, 1981; Nederlandse vertaling: Derksen, 1988). Het DIB-interview kan gebruikt worden bij het diagnosticeren van de borderline persoonlijkheidsstoornis. Om een beter onderscheid te maken met andere persoonlijkheidsstoornissen is een gereviseerde versie van de DIB ontwikkeld (DIB-R), al is dit instrument nog niet in het Nederlands beschikbaar (Zanarini, Frankenburg, & Vujanovic, 2002). De interbeoordelaarsbetrouwbaarheid van de DIB is redelijk tot zeer goed. Borderline Personality Disorder Severity Index (BPDSI). Een ander instrument om de ernst van borderline persoonlijkheidsproblematiek vast te stellen is de BPDSI. De dimensionale totaalscore geeft een indicatie van de frequentie en aard van de manifestaties gedurende een welomschreven periode. De betrouwbaarheid (ICC = 0.93) en interne consistentie (Cronbach s alpha = 0.85) zijn goed, terwijl de concurrente en construct validiteit uitstekend zijn (Arntz et al., 2003). Zelfrapportage vragenlijsten Met behulp van zelfrapportage vragenlijsten kan de patiënt gescreend worden op mogelijke aanwezigheid van persoonlijkheidsstoornissen. Voor de classificatie van een persoonlijkheidsstoornis Pagina 17

18 alleen is een zelfrapportage vragenlijst echter onvoldoende en wordt aanbevolen niet te spreken van persoonlijkheidsstoornissen maar van persoonlijkheidstrekken of indicaties van persoonlijkheidsstoornissen. Drie Nederlandstalige vragenlijsten worden aanbevolen als screener voor persoonlijkheidsproblematiek. Bij het beschrijven gebruiken we wel de term persoonlijkheidsstoornissen omdat we de terminologie van de primaire bronnen volgen. Ook wordt één veelbelovende vragenlijst toegelicht (SIPP). Cruciaal is dat de diagnosticus zich ervan bewust moet zijn dat zelfrapportage alleen onvoldoende is om een persoonlijkheidsdiagnose vast te stellen. Ook is bekend dat sociaal wenselijk antwoordgedrag en manipulatie van vragenlijsten veelvoorkomend is bij forensische populaties. Personality Diagnostic Questionnaire-4+ (PDQ-4+; Nederlandse vertaling: Akkerhuis et al., 1996). Deze vragenlijst heeft een versie die de persoonlijkheidsstoornissen conform de DSM-IV meten (PDQ- R), en een versie die de experimentele persoonlijkheidsstoornissen in kaart brengt (PDQ-4+). Onderzoek (Ouwersloot et al., 1994) toont aan dat de PDQ-R die 99 items telt, een hoge sensitiviteit heeft maar een lage specificiteit. De patiënt wordt gevraagd te beoordelen of een stelling op hem/haar van toepassing is en dient te antwoorden met juist of onjuist' (dichotoom). Dingemans en Sno (2004) concluderen op basis van criteriumvaliditeit dat het raadzamer is gebruik te maken van de PDQ-R dan van de PDQ-4+. Echter, wanneer sprake is van comorbiditeit, wordt aangeraden om bij patiënten bij een persoonlijkheidsstoornis verdiepend onderzoek te doen met een semigestructureerd interview. De hoge sensitiviteit (overdiagnostiek) kan leiden tot een vals positieve beoordeling; de lage specificiteit van het instrument kan een vals negatieve beoordeling genereren (Knoppert-van der Klein, & Hoogduin, 1999; Hyler et al., 1990; Bögels & Arntz, 1996). Assessment of Personality Diagnostic Questionnaire DSM-IV (ADP-IV; Nederlandse vertaling: Schotte & de Doncker, 1994). De ADP-IV bestaat uit 94 items die de DSM-IV-criteria voor 12 persoonlijkheids stoornissen meten (DSM-IV, APA, 1994). Elk item wordt beoordeeld op trait en distress. De trait-score meet de aanwezigheid van het criterium aan de hand van een 7-puntsschaal. De distress-score gaat na of het kenmerk de betrokkene of anderen last heeft berokkend, wat wordt gescoord op een 3-puntsschaal. Met beide beoordelingen worden dimensionale schalen verkregen en een categoriale diagnostische evaluatie. De interne consistentie van de ADP-IV schalen waren allen.70 en hoger, uitgezonderd de schizoïde (.60) en de obsessief compulsieve (.68) persoonlijkheidsschaal (Schotte, De Doncker, Vankerckhoven, Vertommen, & Cosyns, 1998). Test-hertestbetrouwbaarheid voor een categoriale As- II, zowel als voor de dimensionale diagnose was bevredigend (Schotte, & de Doncker, 2000). Vragenlijst voor Kenmerken van de Persoonlijkheid (VKP; Duijsens et al., 1995). Pagina 18

19 De VKP is afgeleid van de DSM-III-R en ICD-10 classificatie van persoonlijkheidsstoornissen (Duijsens, Eurelings-Bontekoe & Diekstra, 1996). Het instrument bestaat uit 174 items die zijn gebaseerd op het eerder besproken instrument IPDE voor de DSM en de ICD-10 geïdentificeerde persoonlijkheidsstoornissen. De bevraging is conform met de bevraging van de IPDE. Het instrument telt drie antwoordcategorieën, namelijk 1 = waar, 2 = onwaar en 3 = vraagteken wanneer het item niet van toepassing is. De VKP voorziet in een categoriale als een dimensionale scoring. Wat betreft de overeenstemming tussen de diagnoses geeft de test-hertestbetrouwbaarheid een kappa van Test-hertest correlatie was r = 0.62 en varieerde tussen 0.41 (theatrale PS) en 0.86 (antisociale PS). Severity Indices of Personality Problems (SIPP; Verheul, Andrea, Berghout, Dolan, Busschbach, Van der Kroft, Bateman, & Fonagy, 2008). De Severity Indices of Personality Problems (SIPP) is een veelbelovend instrument dat ook crossnationaal getest is bij forensische groepen (Arnevik, Wilberg, Monsen, Andrea, & Karterud, 2009). De SIPP is een zelfrapportage vragenlijst om de ernst van persoonlijkheidsstoornissen te meten (Verheul, Andrea, Berghout, et al., 2008). De SIPP kent een uitgebreide diagnostische versie (SIPP-118) en een verkorte versie voor onderzoeksdoeleinden en (ruwe) klinische indicaties (SIPP-SF). Onderzoek naar de validiteit en andere psychometrische eigenschappen van beide instrumenten heeft plaatsgevonden, maar is tot vandaag nog steeds in ontwikkeling (Verheul, Andrea, Berghout, et al., 2008). De SIPP- 118 bestaat uit 118 items die op een 4-puntsschaal worden beantwoord. De items hebben betrekking op de laatste drie maanden voorafgaand aan het onderzoek. De 118 items vallen uiteen in 16 facetten die op hun beurt geclusterd worden in vijf hogere orde domeinen. In dat opzicht is de SIPP vergelijkbaar met de Big Five maar veel meer geschikt voor forensische populaties. De verkorte versie (SIPP-SF) bestaat uit 60 items die ook op een 4-puntsschaal worden gescoord en betrekking hebben op de voorbije drie maanden. De 60 items worden direct ondergebracht in de vijf hogere orde domeinen. Voor meer informatie over de SIPP verwijzen we naar Aanbevelingen De werkgroep GGZ Nederland raadt af om het diagnosticeren en classificeren van DSM persoonlijkheidsstoornissen enkel uit te voeren aan de hand van het ongestructureerd klinische oordeel of zelfrapportage vragenlijsten. Het gebruik van (semi)gestructureerde interviews is wenselijk en geeft een redelijk betrouwbare diagnose. Diagnostici moeten een training hebben gevolgd. Zelfrapportage instrumenten zijn geschikt als screener om een ruwe indicatie te krijgen van mogelijke persoonlijkheidsproblemen, maar kunnen nooit leiden tot een definitieve diagnose. Bij verdenking van een persoonlijkheidsstoornis is het klinische interview noodzakelijk. Wanneer zelfrapportage vragenlijsten worden gebruikt dan worden bij voorkeur alleen instrumenten gebruikt die beantwoorden aan de kwaliteitscriteria voor psychometrische eigenschappen zoals gesteld in tal van beroepscodes, in de COTAN en in de internationale literatuur (http://www.psynip.nl/tests_cotan.html). Pagina 19

20 Informatie van behandelaars, relevante derden en dossierinformatie is belangrijk om een diagnose mee te onderbouwen. De werkgroep onderstreept dat een DSM classificatie een noodzakelijke en waardevolle stap is naar indicatiestelling voor behandeling van persoonlijkheidsstoornissen, maar dat verfijnde diagnostiek in de meeste gevallen moet worden uitgevoerd. Dit hangt ook samen met de vraag of en in welke mate persoonlijkheidsstoornissen effectief kunnen worden behandeld en verbeterd, aangezien een persoonlijkheidsstoornis over tijd star en statisch is. Zeker binnen forensische populaties waar vaak sprake is van dubbeldiagnoses (zie ook verder), is deze vraag van belang. De vraag kan worden gesteld of de behandeling zich moet richten op het behandelen van persoonlijkheidsstoornissen of het behandelen van executieve functies die het gevolg zijn van persoonlijkheidsstoornissen. Te denken valt aan impulsiviteit, vijandigheid, een gebrek aan probleeminzicht, een gebrek aan verantwoordelijkheid voor het delict en het slachtoffer, een gebrek aan empathie, een gebrek aan motivatie om te werken en een gebrek aan motivatie om de begeleiding vol te houden. In het kader van toezicht zijn reclasseringsmedewerkers vooral bezig met risk management. Het beheren van het risico op recidive gebeurt op de eerste plaats aan de hand van deze risicofactoren die observeerbaar en bij te sturen zijn. Pagina 20

Severity Indices for Personality Problems (SIPP-118 en SIPP-SF) Laura Weekers & Annelies Laurenssen Trimbos Instituut, 3 februari 2016

Severity Indices for Personality Problems (SIPP-118 en SIPP-SF) Laura Weekers & Annelies Laurenssen Trimbos Instituut, 3 februari 2016 Severity Indices for Personality Problems (SIPP-118 en SIPP-SF) Laura Weekers & Annelies Laurenssen Trimbos Instituut, 3 februari 2016 Inhoud Theoretische achtergrond Ontwikkeling SIPP Domeinen en facetten

Nadere informatie

De psychometrische eigenschappen van de HKT-R Michelle Willems

De psychometrische eigenschappen van de HKT-R Michelle Willems De psychometrische eigenschappen van de HKT-R Michelle Willems Symposium HKT-R: introductie van een gereviseerd instrument voor risicotaxatie en behandelevaluatie Donderdag 13 juni 2013, Conferentiecentrum

Nadere informatie

Meetinstrumenten bij persoonlijkheidsstoornissen

Meetinstrumenten bij persoonlijkheidsstoornissen Meetinstrumenten bij persoonlijkheidsstoornissen p. m. a. j. d i n g e m a n s, h. n. s n o samenvatting De ontwikkeling van de Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (dsm, thans versie

Nadere informatie

Persoonlijkheidsstoornissen bij ouderen: Meten en weten. Prof. Dr. Bas van Alphen

Persoonlijkheidsstoornissen bij ouderen: Meten en weten. Prof. Dr. Bas van Alphen Persoonlijkheidsstoornissen bij ouderen: Meten en weten Prof. Dr. Bas van Alphen Inhoud Temporele stabiliteit Leeftijdsneutraliteit DSM-5 Behandelperspectief Klinische implicaties Casuïstiek Uitgangspunten!

Nadere informatie

De PID-5 brengt het DSM-5 persoonlijkheidstrekkenmodel in kaart

De PID-5 brengt het DSM-5 persoonlijkheidstrekkenmodel in kaart DSM-5 whitepaper De PID-5 brengt het DSM-5 persoonlijkheidstrekkenmodel in kaart Prof. dr. Gina Rossi, Vakgroep Klinische en LEvensloopPsychologie (KLEP) aan de Vrije Universiteit Brussel De Personality

Nadere informatie

Diagnostiek Persoonlijkheidsstoornissen

Diagnostiek Persoonlijkheidsstoornissen Diagnostiek Persoonlijkheidsstoornissen Er zijn in grote lijn drie manieren om persoonlijkheidsstoornissen te diagnosticeren: het klinisch oordeel semi-gestructureerde interviews zelfrapportagelijsten.

Nadere informatie

General Personality Disorder. A study into the Core Components of Personality Pathology J.G. Berghuis

General Personality Disorder. A study into the Core Components of Personality Pathology J.G. Berghuis General Personality Disorder. A study into the Core Components of Personality Pathology J.G. Berghuis SAMENVATTING General Personality Disorder H. Berghuis Hoofdstuk 1 is de inleiding van dit proefschrift.

Nadere informatie

When Things are Getting out of Hand. Prevalence, Assessment, and Treatment of Substance Use Disorder(s) and Violent Behavior F.L.

When Things are Getting out of Hand. Prevalence, Assessment, and Treatment of Substance Use Disorder(s) and Violent Behavior F.L. When Things are Getting out of Hand. Prevalence, Assessment, and Treatment of Substance Use Disorder(s) and Violent Behavior F.L. Kraanen Samenvatting Criminaliteit is een belangrijk probleem en zorgt

Nadere informatie

Dubbele diagnosemonitor

Dubbele diagnosemonitor Dubbele diagnosemonitor Ervaringen met vijf jaar doelgroepenmonitoring Dr. Gerdien de Weert-van Oene Projectleider DD monitor g.weert@iriszorg.nl www.nispa.nl Schema *: DD-monitor De DD monitor naar meetinstrumenten

Nadere informatie

Het meetinstrument heeft betrekking op de volgende categorieën Lichaamsregio Overige, ongespecificeerd

Het meetinstrument heeft betrekking op de volgende categorieën Lichaamsregio Overige, ongespecificeerd Uitgebreide toelichting van het meetinstrument Utrechtse Coping Lijst (UCL) November 2012 Review: 1. A. Lueb 2. M. Jungen Invoer: E. van Engelen 1 Algemene gegevens Het meetinstrument heeft betrekking

Nadere informatie

Dynamische risicotaxatie

Dynamische risicotaxatie Dynamische risicotaxatie Wens of werkelijkheid? Martien Philipse Pompestichting, Nijmegen Studiemiddag NVK - WODC, Den Haag 17 november 2006 De eerste wet van risicotaxatie De beste voorspeller van gedrag

Nadere informatie

Beter geïntegreerd! Wat zeggen de richtlijnen?

Beter geïntegreerd! Wat zeggen de richtlijnen? Beter geïntegreerd! Wat zeggen de richtlijnen? Beter geïntegreerd! Wat zeggen de richtlijnen? Richtlijnen Casus IDDT Richtlijnen, wat zeggen ze niet! Richtlijnen Dubbele Diagnose, Dubbele hulp (2003) British

Nadere informatie

hoofdstuk 3 Hoofdstuk 4 Hoofdstuk 5

hoofdstuk 3 Hoofdstuk 4 Hoofdstuk 5 SAMENVATTING 117 Pas kortgeleden is aangetoond dat ADHD niet uitdooft, maar ook bij ouderen voorkomt en nadelige gevolgen kan hebben voor de patiënt en zijn omgeving. Er is echter weinig bekend over de

Nadere informatie

Het inschatten van agressie van patienten van de ggz crisisdienst

Het inschatten van agressie van patienten van de ggz crisisdienst Het inschatten van agressie van patienten van de ggz crisisdienst B. Penterman psychiater GGZ Oost Brabant Instrumenten The Historical, Clinical, and Riskindicators (HCR- 20) Historische, Klinische en

Nadere informatie

Innovatie in gestructureerde risicotaxatievan geweld: De HCR:V3 en SAPROF. Donderdag 6 december 2012 Kevin Douglas, Michiel de Vries Robbé

Innovatie in gestructureerde risicotaxatievan geweld: De HCR:V3 en SAPROF. Donderdag 6 december 2012 Kevin Douglas, Michiel de Vries Robbé Innovatie in gestructureerde risicotaxatievan geweld: De HCR:V3 en SAPROF Donderdag 6 december 2012 Kevin Douglas, Michiel de Vries Robbé Programma 13.00-13.15 Opening 13.15-14.30 HCR:V3, part I 14.30-15.00

Nadere informatie

Auteur Bech, Rasmussen, Olsen, Noerholm, & Abildgaard. Meten van de ernst van depressie

Auteur Bech, Rasmussen, Olsen, Noerholm, & Abildgaard. Meten van de ernst van depressie MAJOR DEPRESSION INVENTORY (MDI) Bech, P., Rasmussen, N.A., Olsen, R., Noerholm, V., & Abildgaard, W. (2001). The sensitivity and specificity of the Major Depression Inventory, using the Present State

Nadere informatie

Risicotaxatie bij verslaafde justitiabelen Naar een (aanvullend)instrument

Risicotaxatie bij verslaafde justitiabelen Naar een (aanvullend)instrument Verslag EFP Themabijeenkomst Risicotaxatie bij verslaafde justitiabelen Naar een (aanvullend)instrument 29 november 2011 Introductie De presentatie wordt verzorgd door Sylvia Lammers; psycholoog en gepromoveerd

Nadere informatie

Onderzoek naar werkzaamheid schematherapie bij borderline persoonlijkheidsstoornis en alcoholafhankelijkheid

Onderzoek naar werkzaamheid schematherapie bij borderline persoonlijkheidsstoornis en alcoholafhankelijkheid Onderzoek naar werkzaamheid schematherapie bij borderline persoonlijkheidsstoornis en alcoholafhankelijkheid presentatie ESPRi Symposium 26-11-2015 Michiel Boog, klinisch psycholoog, psychotherapeut Titel:

Nadere informatie

Lijst met publicaties

Lijst met publicaties Lijst met publicaties Forensische psychiatrie (boeken) Hornsveld, R. H. J., & Kanters, T. (2015). Held zonder seksueel geweld, deel 3. Tweede editie: Cognitieve vervormingen (draai- en werkboek). Rijswijk:

Nadere informatie

COMPULSIEF KOOPGEDRAG

COMPULSIEF KOOPGEDRAG COMPULSIEF KOOPGEDRAG GUIDO VALKENEERS Valkeneers, G. (in press). Compulsief koopgedrag. Een verkennend onderzoek met een nieuwe vragenlijst. Verslaving. *** 1 VERSLAVING AAN KOPEN Historiek en terminologie

Nadere informatie

Zimmerman, Sheeran, & Young. Beoordelen van de aanwezigheid van depressie

Zimmerman, Sheeran, & Young. Beoordelen van de aanwezigheid van depressie DIAGNOSTIC INVENTORY FOR DEPRESSION (DID) Zimmerman, M., Sheeran, T., & Young, D. (2004). The Diagnostic Inventory for Depression: A self-report scale to diagnose DSM-IV Major Depressive Disorder. Journal

Nadere informatie

Vaardighedentoets (Portfolio) gezondheidszorgpsycholoog diagnostiek en indicatiestelling (volwassenen en ouderen)

Vaardighedentoets (Portfolio) gezondheidszorgpsycholoog diagnostiek en indicatiestelling (volwassenen en ouderen) Vaardighedentoets (Portfolio) gezondheidszorgpsycholoog diagnostiek en indicatiestelling (volwassenen en ouderen) Doelstelling De volgende twee Kerncompetenties en vaardigheden in de Regeling periodieke

Nadere informatie

CGt binnen de ambulante forensische GGz: nieuwe ontwikkelingen

CGt binnen de ambulante forensische GGz: nieuwe ontwikkelingen CGt binnen de ambulante forensische GGz: nieuwe ontwikkelingen Achtergrond symposium Criminaliteit heeft grote gevolgen voor samenleving: -Fysieke verwondingen -Psychische klachten -Materiële schade -Kosten:

Nadere informatie

gegeven met informatie over risico, complexiteit, duur, ernst en een doorverwijzingsadvies.

gegeven met informatie over risico, complexiteit, duur, ernst en een doorverwijzingsadvies. Geachte, Pearson start een onderzoek naar Innerview. Innerview is een beslissingsondersteunend instrument (BOI) voor doorverwijzing in de geestelijke gezondheidszorg en is uniek in zijn soort als het gaat

Nadere informatie

Welke vragenlijst voor mijn onderzoek?

Welke vragenlijst voor mijn onderzoek? Welke vragenlijst voor mijn onderzoek? NHG wetenschapsdag 2010 Caroline Terwee Kenniscentrum Meetinstrumenten VUmc Afdeling Epidemiologie en Biostatistiek VU medisch centrum Inhoud 1. Presentatie 2. Kritisch

Nadere informatie

P. de Beurs, psychiater en adviseur voor de IGZ

P. de Beurs, psychiater en adviseur voor de IGZ P. de Beurs, psychiater en adviseur voor de IGZ Dilemma s bij risicotaxatie Risicotaxatie is een nieuw en modieus thema in de GGZ Veilige zorg is een illusie Hoe veiliger de zorg, hoe minder vrijheid voor

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Cannabisgebruik en stoornissen in het gebruik van cannabis in de adolescentie en jongvolwassenheid. Cannabis is wereldwijd een veel gebruikte drug. Het gebruik van cannabis is echter niet zonder consequenties:

Nadere informatie

PROGRAMMATORISCHE FEDERALE OVERHEIDSDIENST WETENSCHAPSBELEID. ONDERZOEK NAAR DE EFFECTIVITEIT VAN

PROGRAMMATORISCHE FEDERALE OVERHEIDSDIENST WETENSCHAPSBELEID. ONDERZOEK NAAR DE EFFECTIVITEIT VAN PROGRAMMATORISCHE FEDERALE OVERHEIDSDIENST WETENSCHAPSBELEID. ONDERZOEK NAAR DE EFFECTIVITEIT VAN BEHANDELINGSPROGRAMMA'S, SPECIFIEK VOOR PATIËNTEN MET EN DUBBELE DIAGNOSE. Promotor: Prof. Dr. B. Sabbe

Nadere informatie

De ontwikkeling van de HKT Van 1999 naar 2013

De ontwikkeling van de HKT Van 1999 naar 2013 De ontwikkeling van de HKT Van 1999 naar 2013 Presentatie op symposium introductie HKT versie 2013 Eindhoven 13 juni 2013 Dr. EFJM Brand Hoofdkantoor DJI afdeling DBO ASK Waarom de historie van de HKT

Nadere informatie

De invloed van slapeloosheid op psychiatrische stoornissen en agressie

De invloed van slapeloosheid op psychiatrische stoornissen en agressie De invloed van slapeloosheid op psychiatrische stoornissen en agressie - Dr. Marike Lancel - Divisie Forensische Psychiatrie Slaapcentrum voor Psychiatrie Assen Agressie en dwangtoepassing leren van elkaar

Nadere informatie

DEEL 1 PROTOCOL SCREENING EN DIAGNOSTIEK VAN ADHD BIJ VERSLAVING

DEEL 1 PROTOCOL SCREENING EN DIAGNOSTIEK VAN ADHD BIJ VERSLAVING DEEL 1 PROTOCOL SCREENING EN DIAGNOSTIEK VAN ADHD BIJ VERSLAVING 1 Het protocol screening en diagnostiek 1.1 Algemene toelichting Attention-deficit/hyperactivity disorder (aandachtstekortstoornis met

Nadere informatie

Persoonlijkheidsstoornissen

Persoonlijkheidsstoornissen Persoonlijkheidsstoornissen Landelijk zorgprogramma voor forensisch psychiatrische patiënten met persoonlijkheidsstoornissen Versie 2.0 Laatst gewijzigd: 29 november 2012 1 Colofon Expertisecentrum Forensische

Nadere informatie

Actuarieel Risicotaxatie Instrument voor Jeugdbescherming (ARIJ)

Actuarieel Risicotaxatie Instrument voor Jeugdbescherming (ARIJ) Actuarieel Risicotaxatie Instrument voor Jeugdbescherming (ARIJ) Mirte Forrer, Jeugdbescherming Regio Amsterdam Claudia van der Put, Universiteit van Amsterdam Jeugdbescherming Ieder kind veilig GGW FFPS

Nadere informatie

Multidimensional Fatigue Inventory

Multidimensional Fatigue Inventory Multidimensional Fatigue Inventory (MFI) Smets E.M.A., Garssen B., Bonke B., Dehaes J.C.J.M. (1995) The Multidimensional Fatigue Inventory (MFI) Psychometric properties of an instrument to asses fatigue.

Nadere informatie

De rol van sekse, hechting en autonomie in as-i en persoonlijkheidspathologie.

De rol van sekse, hechting en autonomie in as-i en persoonlijkheidspathologie. De rol van sekse, hechting en autonomie in asi en persoonlijkheidspathologie. Drs. N. Bachrach GZ psycholoog io Klinisch psycholoog VVGI Externpromovendus UvT Promotor Prof. Dr. M. Bekker Copromotor: Dr.

Nadere informatie

Vragenlijst voor Inventarisatie van Sociaal gedrag van Kinderen (VISK)

Vragenlijst voor Inventarisatie van Sociaal gedrag van Kinderen (VISK) Instrument Vragenlijst voor Inventarisatie van Sociaal gedrag van Kinderen (VISK) De VISK is ontwikkeld om sociaal probleemgedrag van kinderen met (mildere) varianten van pervasieve ontwikkelingsstoornissen

Nadere informatie

HKT-R en behandelevaluatie: N=1

HKT-R en behandelevaluatie: N=1 HKT-R en behandelevaluatie: N=1 Opdracht directie Mesdag Maak een proactief behandelevaluatie systeem waar zowel patiënt als team direct wat aan heeft en dat ook inzichten oplevert op institutioneel niveau

Nadere informatie

Hybride werken bij diagnose en advies. Inleiding

Hybride werken bij diagnose en advies. Inleiding Hybride werken bij diagnose en advies Inleiding Hybride werken is het combineren van 2 krachtbronnen. Al eerder werd aangegeven dat dit bij de reclassering gaat over het combineren van risicobeheersing

Nadere informatie

Vermaatschappelijking van de zorg: artikel 107 in cijfers

Vermaatschappelijking van de zorg: artikel 107 in cijfers Vermaatschappelijking van de zorg: artikel 107 in cijfers Overzicht Situering onderzoek Voorstelling vragenlijsten Resultaten Samenstelling doelgroep: leeftijd en geslacht Frequentie symptomatologie Evolutie

Nadere informatie

Je bent alleen maar verslaafd! Wim van Loon, Psychiater. 10 februari 2014

Je bent alleen maar verslaafd! Wim van Loon, Psychiater. 10 februari 2014 Je bent alleen maar verslaafd! Wim van Loon, Psychiater. 10 februari 2014 Comorbiditeit: Voorkomen van verschillende stoornissen bij 1 persoon. Dubbele diagnose: Verslaving (afhankelijkheid en misbruik

Nadere informatie

Rapportage 2010. Landelijk Informatie Netwerk Eerstelijnspsychologen (LINEP) Nederlands Instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg

Rapportage 2010. Landelijk Informatie Netwerk Eerstelijnspsychologen (LINEP) Nederlands Instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg Nederlands Instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg Postbus 1568 3500 BN Utrecht Tel. 030-272 9700 Rapportage 2010 Landelijk Informatie Netwerk Eerstelijnspsychologen (LINEP) 2 Hieronder worden

Nadere informatie

Het meetinstrument heeft betrekking op de volgende categorieën Lichaamsregio Hoofd / hals Overige, ongespecificeerd

Het meetinstrument heeft betrekking op de volgende categorieën Lichaamsregio Hoofd / hals Overige, ongespecificeerd Uitgebreide toelichting van het meetinstrument ComVoor Voorlopers in communicatie 31 oktober 2011 Review M. Jungen Invoer: E. van Engelen 1 Algemene gegevens Het meetinstrument heeft betrekking op de volgende

Nadere informatie

Diagnostiek fase. Behandelfase. Resocialisatiefase. Psychosociale behandeling. Medicamenteuze behandeling. Terugvalpreventie Herstel

Diagnostiek fase. Behandelfase. Resocialisatiefase. Psychosociale behandeling. Medicamenteuze behandeling. Terugvalpreventie Herstel Diagnostiek fase Samenvattingskaart WANNEER, HOE? 1. Diagnostiek middelengebruik 2. Vaststellen problematisch middelengebruik en relatie met delict Aandacht voor interacties psychische problemen en middelengebruik

Nadere informatie

Screening en behandeling van psychische problemen via internet. Viola Spek Universiteit van Tilburg

Screening en behandeling van psychische problemen via internet. Viola Spek Universiteit van Tilburg Screening en behandeling van psychische problemen via internet Viola Spek Universiteit van Tilburg Screening en behandeling van psychische problemen via internet Online screening Online behandeling - Effectiviteit

Nadere informatie

Summery. Effectiviteit van een interventieprogramma op arm-, schouder- en nekklachten bij beeldschermwerkers

Summery. Effectiviteit van een interventieprogramma op arm-, schouder- en nekklachten bij beeldschermwerkers ummery amenvatting Effectiviteit van een interventieprogramma op arm-, schouder- en nekklachten bij beeldschermwerkers 207 Algemene introductie Werkgerelateerde arm-, schouder- en nekklachten zijn al eeuwen

Nadere informatie

Richtlijnen voor risicotaxatie in de forensische diagnostiek: theorie en praktijk

Richtlijnen voor risicotaxatie in de forensische diagnostiek: theorie en praktijk overzichtsartikel Richtlijnen voor risicotaxatie in de forensische diagnostiek: theorie en praktijk e.f.j.m. brand, g.j.m. diks achtergrond Risicotaxatie in de forensische diagnostiek is een zeer moeilijke

Nadere informatie

Het Mini Internationaal Neuropsychiatrisch Interview (mini)

Het Mini Internationaal Neuropsychiatrisch Interview (mini) korte bijdrage Het Mini Internationaal Neuropsychiatrisch Interview (mini) Een kort gestructureerd diagnostisch psychiatrisch interview voor dsm-iv- en icd-10-stoornissen i.m. van vliet, e. de beurs samenvatting

Nadere informatie

Persoonlijkheidsstoornissen

Persoonlijkheidsstoornissen Persoonlijkheidsstoornissen Landelijk zorgprogramma voor forensisch psychiatrische patiënten met persoonlijkheidsstoornissen Versie 2.0 Laatst gewijzigd: 29 november 2012 1 Colofon Expertisecentrum Forensische

Nadere informatie

Samenvatting. Samenvatting

Samenvatting. Samenvatting Samenvatting Op grond van klinische ervaring en wetenschappelijk onderzoek, is bekend dat het gezamenlijk voorkomen van een pervasieve ontwikkelingsstoornis en een verstandelijke beperking tot veel bijkomende

Nadere informatie

Principes bij de behandeling in de forensische psychiatrie

Principes bij de behandeling in de forensische psychiatrie Principes bij de behandeling in de forensische psychiatrie Inleiding Binnen de forensisch psychiatrische behandelsetting is het doel van de behandeling primair het verminderen van delictrisico s of risico

Nadere informatie

RISICOTAXATIE EN DIAGNOSTIEK

RISICOTAXATIE EN DIAGNOSTIEK RISICOTAXATIE EN DIAGNOSTIEK Dr. A. Bartels klinisch psycholoog-psychotherapeut, gedragstherapeut en senior stafmedewerker bij het Dr. Leo Kannerhuis Forensische ASS-diagnostiek Dr. Arnold A.J. Bartels

Nadere informatie

Persoonlijkheidsstoornissen

Persoonlijkheidsstoornissen Persoonlijkheidsstoornissen Landelijk zorgprogramma voor forensisch psychiatrische patiënten met persoonlijkheidsstoornissen Versie 2.1 Laatst gewijzigd: 30-09-2014 1 Versiebeheer Versie Datum Wijziging

Nadere informatie

The Disability Assessment Structured Interview

The Disability Assessment Structured Interview RIJKSUNIVERSITEIT GRONINGEN The Disability Assessment Structured Interview Its reliability and validity in work disability assessment Proefschrift ter verkrijging van het doctoraat in de Medische Wetenschappen

Nadere informatie

e.a.m. knoppert-van der klein, c.a.l. hoogduin

e.a.m. knoppert-van der klein, c.a.l. hoogduin oorspronkelijk artikel Persoonlijkheidsstoornissen volgens de Personality Diagnostic Questionnaire-Revised (pdq-r) bij patiënten met een bipolaire stoornis Een replicatieonderzoek e.a.m. knoppert-van der

Nadere informatie

Persoonlijkheidsstoornissen en Angst. Ellen Willemsen

Persoonlijkheidsstoornissen en Angst. Ellen Willemsen Persoonlijkheidsstoornissen en Angst Ellen Willemsen Overzicht Relevantie Persoonlijkheidsstoornissen Comorbiditeit in getallen PG cijfers comorbiditeit Relatie tussen angststoornissen en PS Aanbevelingen

Nadere informatie

Aan: FPA/FPK Directieberaad Van: Werkgroep Risicomanagement Datum: 10 september 2013 Betreft: Definitief advies werkgroep ifpa Risicomanagement

Aan: FPA/FPK Directieberaad Van: Werkgroep Risicomanagement Datum: 10 september 2013 Betreft: Definitief advies werkgroep ifpa Risicomanagement Aan: FPA/FPK Directieberaad Van: Werkgroep Risicomanagement Datum: 10 september 2013 Betreft: Definitief advies werkgroep ifpa Risicomanagement 1. Inleiding De Werkgroep Risicomanagement is begin 2011

Nadere informatie

Screening van cognitieve stoornissen in de verslavingszorg

Screening van cognitieve stoornissen in de verslavingszorg Screening van cognitieve stoornissen in de verslavingszorg aan de hand van de Montreal Cognitive Assessment (MoCA-D) Carolien J. W. H. Bruijnen, MSc Promovendus Vincent van Gogh cbruijnen@vvgi.nl www.nispa.nl

Nadere informatie

SAMENVATTING. Samenvatting

SAMENVATTING. Samenvatting Samenvatting SAMENVATTING PSYCHOMETRISCHE EIGENSCHAPPEN VAN ADL- EN WERK- GERELATEERDE MEETINSTRUMENTEN VOOR HET METEN VAN BEPERKINGEN BIJ PATIËNTEN MET CHRONISCHE LAGE RUGPIJN. Chronische lage rugpijn

Nadere informatie

De Nederlandse doelgroep van mensen met een LVB 14-12-2011. Van Basisvragenlijst LVB naar LVB-screeningsinstrument (screener LVB)

De Nederlandse doelgroep van mensen met een LVB 14-12-2011. Van Basisvragenlijst LVB naar LVB-screeningsinstrument (screener LVB) Zwakzinnigheid (DSM-IV-TR) Code Omschrijving IQ-range Van Basisvragenlijst LVB naar LVB-screeningsinstrument (screener LVB) Xavier Moonen Orthopedagoog/GZ-Psycholoog Onderzoeker Universiteit van Amsterdam

Nadere informatie

MIDDELENGERELATEERDE en VERSLAVINGSSTOORNISSEN. Dr. Marie-Catherine Monté en Dr. Marieke Waignein

MIDDELENGERELATEERDE en VERSLAVINGSSTOORNISSEN. Dr. Marie-Catherine Monté en Dr. Marieke Waignein MIDDELENGERELATEERDE en VERSLAVINGSSTOORNISSEN Dr. Marie-Catherine Monté en Dr. Marieke Waignein 28 november 2014 Middelengerelateerde problematiek 1. Algemeen A. Middelengebruik in België B. Gevolgen:

Nadere informatie

Development of the diabetes problem solving measure for adolescents. Diabetes Educ 27:865 874, 2001

Development of the diabetes problem solving measure for adolescents. Diabetes Educ 27:865 874, 2001 Diabete Problem Solving Measure for Adolescents (DPSMA) Cook S, Alkens JE, Berry CA, McNabb WL (2001) Development of the diabetes problem solving measure for adolescents. Diabetes Educ 27:865 874, 2001

Nadere informatie

Patient reported Outcomes in Cognitive Impairement (PROCOG)

Patient reported Outcomes in Cognitive Impairement (PROCOG) Patient reported Outcomes in Cognitive Impairement (PROCOG) Bowman, L. (2006) "Validation of a New Symptom Impact Questionnaire for Mild to Moderate Cognitive Impairment." Meetinstrument Patient-reported

Nadere informatie

Verschillen in Persoonlijkheidstrekken en Persoonlijkheidsorganisatie tussen Groepen Eetstoornispatiënten.

Verschillen in Persoonlijkheidstrekken en Persoonlijkheidsorganisatie tussen Groepen Eetstoornispatiënten. Verschillen in Persoonlijkheidstrekken en Persoonlijkheidsorganisatie tussen Groepen Eetstoornispatiënten. Differences in Personality Traits and Personality Structure between Groups of Eating Disorder

Nadere informatie

5 Samenvatting en conclusies

5 Samenvatting en conclusies 5 Samenvatting en conclusies In 2008 werden in Nederland bijna 5,2 miljoen mensen het slachtoffer van criminaliteit (cbs 2008). De meeste van deze slachtoffers kregen te maken met diefstal of vernieling,

Nadere informatie

Individuele verschillen in. persoonlijkheidskenmerken. Een genetisch perspectief

Individuele verschillen in. persoonlijkheidskenmerken. Een genetisch perspectief N Individuele verschillen in borderline persoonlijkheidskenmerken Een genetisch perspectief 185 ps marijn distel.indd 185 05/08/09 11:14:26 186 In de gedragsgenetica is relatief weinig onderzoek gedaan

Nadere informatie

Integrated treatment for Substance abuse and Partner violence (I-StoP)

Integrated treatment for Substance abuse and Partner violence (I-StoP) Integrated treatment for Substance abuse and Partner violence (I-StoP) De effectiviteit van een gecombineerde behandeling gericht op problematisch middelengebruik en partnergeweld bij plegers van partnergeweld

Nadere informatie

Psychometrische stand van zaken van risicotaxatie-instrumenten voor volwassenen in Nederland

Psychometrische stand van zaken van risicotaxatie-instrumenten voor volwassenen in Nederland o v e r z i c h t s a r t i k e l Psychometrische stand van zaken van risicotaxatie-instrumenten voor volwassenen in Nederland g. t. b l o k, e. d e b e u r s, a. g. s. d e r a n i t z, t. r i n n e achtergrond

Nadere informatie

Positieve, Negatieve en Depressieve Subklinische Psychotische Symptomen en het Effect van Stress en Sekse op deze Subklinische Psychotische Symptomen

Positieve, Negatieve en Depressieve Subklinische Psychotische Symptomen en het Effect van Stress en Sekse op deze Subklinische Psychotische Symptomen Positieve, Negatieve en Depressieve Subklinische Psychotische Symptomen en het Effect van Stress en Sekse op deze Subklinische Psychotische Symptomen Positive, Negative and Depressive Subclinical Psychotic

Nadere informatie

(Jong)Volwassen? Gebruik indicatiecriteria adolescentenstrafrecht. Studiedag 18 april 2014. Lieke Vogelvang & Maaike Kempes

(Jong)Volwassen? Gebruik indicatiecriteria adolescentenstrafrecht. Studiedag 18 april 2014. Lieke Vogelvang & Maaike Kempes (Jong)Volwassen? Gebruik indicatiecriteria Studiedag 18 april 2014 Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie Lieke Vogelvang & Maaike Kempes Overzicht strafrechtketen 18-23 Wegingslijst

Nadere informatie

Tijdschrift voor Seksuologie (2006) 30, 204-214

Tijdschrift voor Seksuologie (2006) 30, 204-214 Tijdschrift voor Seksuologie (2006) 30, 204-214 www.tijdschriftvoorseksuologie.nl Voorspelling van recidive bij zedendelinquenten met behulp van retrospectief gebruik van de PCL-R en SVR-20 Koen Koster,

Nadere informatie

Psychopathie: Geslachtsverschillen en Comorbiditeit met Persoonlijkheidsgerelateerde Kenmerken in een Niet-Klinische Steekproef

Psychopathie: Geslachtsverschillen en Comorbiditeit met Persoonlijkheidsgerelateerde Kenmerken in een Niet-Klinische Steekproef Psychopathie: Geslachtsverschillen en Comorbiditeit met Persoonlijkheidsgerelateerde Kenmerken in een Niet-Klinische Steekproef Master Thesis Forensische Psychologie 2013-2014 Departement Psychologie en

Nadere informatie

PK Broeders Alexianen Tienen

PK Broeders Alexianen Tienen PROGRAMMA 09u30 Ontvangst Koffie 10u00 Verwelkoming en inleiding Ivo Vanschooland Dr. H. Peuskens Getuigenis Pauze Getuigenis Herman Hacour 12u00 Aperitief en lunch 14u00 Werkgroepen begeleid door: Hacour

Nadere informatie

Inhoud. deel i de omvang en aard van het probleem 19. Voorwoord 1 1

Inhoud. deel i de omvang en aard van het probleem 19. Voorwoord 1 1 Voorwoord 1 1 deel i de omvang en aard van het probleem 19 1 Psychiatrische comorbiditeit van verslaving in relatie tot criminaliteit 2 1 Arne Popma, Eric Blaauw, Erwin Bijlsma 1.1 Inleiding 2 2 1.2 Psychiatrische

Nadere informatie

Risicotaxatie- en risicomanagementmethoden

Risicotaxatie- en risicomanagementmethoden Factsheet 2010-7 Risicotaxatie- en risicomanagementmethoden Een inventarisatie in de forensisch psychiatrische centra in Nederland Auteur: M.H. Nagtegaal 1 December 2010 Inleiding Risicotaxatie en risicomanagement

Nadere informatie

Uitgebreide toelichting van het meetinstrument. Self-Management Ability Scale-30 (SMAS-30) 1 Algemene gegevens

Uitgebreide toelichting van het meetinstrument. Self-Management Ability Scale-30 (SMAS-30) 1 Algemene gegevens 1 Uitgebreide toelichting van het meetinstrument Self-Management Ability Scale-30 (SMAS-30) September 2009 Review: Béatrice Dijcks Invoer: Eveline van Engelen 1 Algemene gegevens Het meetinstrument heeft

Nadere informatie

Congres 01-04-2009. lex pull 23-03-2009 1

Congres 01-04-2009. lex pull 23-03-2009 1 ADHD EN VERSLAVING Congres 01-04-2009 lex pull 23-03-2009 1 ADHD EN VERSLAVING PREVALENTIE VERKLARINGSMODELLEN DIAGNOSTIEK BEHANDELING lex pull 23-03-2009 2 prevalentie 8-Tal studies SUD bij ADHD: Life-time

Nadere informatie

Compatibility Process Scale (ACPS). De therapeutische alliantie is gemeten met de Werk

Compatibility Process Scale (ACPS). De therapeutische alliantie is gemeten met de Werk De invloed van indicatiestelling door overleg (the Negotiated Approach) op patiëntbehandelingcompatibiliteit en uitkomst bij de behandeling van depressieve stoornissen 185 In deze thesis staat de vraag

Nadere informatie

NEDERLANDSE SAMENVATTING

NEDERLANDSE SAMENVATTING NEDERLANDSE SAMENVATTING Zedendelicten vormen een groot maatschappelijk probleem met ernstige gevolgen voor zowel het slachtoffer als voor de dader. Hoewel de meeste zedendelicten worden gepleegd door

Nadere informatie

Uit tabel 3 valt af te lezen dat de correlaties zoals gevonden in het huidige onderzoek sterk overeenkomen met de resultaten uit eerder onderzoek

Uit tabel 3 valt af te lezen dat de correlaties zoals gevonden in het huidige onderzoek sterk overeenkomen met de resultaten uit eerder onderzoek Uit tabel 3 valt af te lezen dat de correlaties zoals gevonden in het huidige onderzoek sterk overeenkomen met de resultaten uit eerder onderzoek (dat hoofdzakelijk onder de algemene bevolking is uitgevoerd).

Nadere informatie

Omdat uit eerdere studies is gebleken dat de prevalentie, ontwikkeling en manifestatie van gedragsproblemen samenhangt met persoonskenmerken zoals

Omdat uit eerdere studies is gebleken dat de prevalentie, ontwikkeling en manifestatie van gedragsproblemen samenhangt met persoonskenmerken zoals Gedragsproblemen komen veel voor onder kinderen en adolescenten. Als deze problemen ernstig zijn en zich herhaaldelijk voordoen, kunnen ze een negatieve invloed hebben op het dagelijks functioneren van

Nadere informatie

Beoordeling Sociaal Aanpassingsvermogen (BSA)

Beoordeling Sociaal Aanpassingsvermogen (BSA) Instrument Beoordeling Sociaal Aanpassingsvermogen (BSA) De BSA is een screeningsinstrument waarmee het sociaal aanpassingsvermogen bij jeugdigen (4 t/m 23 jaar) in kaart kan worden gebracht. Met het instrument

Nadere informatie

Post-hbo opleiding forensische psychiatrie. Door de casuïstiek kan ik praktijk en theorie combineren en kan ik het direct toepassen in mijn werk.

Post-hbo opleiding forensische psychiatrie. Door de casuïstiek kan ik praktijk en theorie combineren en kan ik het direct toepassen in mijn werk. mensenkennis Post-hbo opleiding forensische psychiatrie Door de casuïstiek kan ik praktijk en theorie combineren en kan ik het direct toepassen in mijn werk. Post-hbo forensische psychiatrie Werken in

Nadere informatie

Vroegsignalering alcoholgebruik op de Spoedeisende hulp

Vroegsignalering alcoholgebruik op de Spoedeisende hulp Vroegsignalering alcoholgebruik op de Spoedeisende hulp Samenwerking tussen algemeen ziekenhuis en GGZ Roxanne Izendooren Projectleider Vroegsignalering alcoholgebruik 23 april 2012 Opdracht: Vragenlijst

Nadere informatie

Een vergelijking van DTP-profielen op basis van de NKPV en de NVM

Een vergelijking van DTP-profielen op basis van de NKPV en de NVM Een vergelijking van DTP-profielen op basis van de NKPV en de NVM Dick P. H. Barelds en Frans Luteijn Inleiding Hoewel de Nederlandse Verkorte MMPI (NVM; Luteijn & Kok, 1985) ruim 10 jaar geleden uit de

Nadere informatie

GENDER, COMORBIDITY & AUTISM Inleiding INHOUD Opzet en Bevindingen per onderzoek Algemene Discussie Aanbevelingen Patricia J.M. van Wijngaarden-Cremers Classifications & Gender Patient cohort 2004 Clusters

Nadere informatie

Nieuwsbrief. In deze nieuwsbrief: Introductie. nummer 5, mei 2012

Nieuwsbrief. In deze nieuwsbrief: Introductie. nummer 5, mei 2012 Nieuwsbrief nummer 5, mei 2012 In deze nieuwsbrief: Vooraankondiging: jaarlijkse ROM-bijeenkomst SynQuest op 6 november Databewerking ROM van start Laatste loodjes 100 procent betrouwbaar maken vragenlijsten

Nadere informatie

Verslaving en comorbiditeit

Verslaving en comorbiditeit Verslaving en comorbiditeit Wat is de evidentie? Dr. E. Vedel, Jellinek, Arkin 18 november 2014 Comobiditeitis hot 1 Jellinek onderzoek comorbiditeit Verslaving & persoonlijkheid, 1997 Verslaving & ADHD,

Nadere informatie

Verslaving binnen de forensische psychiatrie

Verslaving binnen de forensische psychiatrie Verslaving binnen de forensische psychiatrie Minor - Werken in gedwongen kader Praktijkverdieping Docent: Paul Berkers Geschreven door: Martine Bergshoeff Edith Yayla Louiza el Azzouzi Evelyne Bastien

Nadere informatie

PDF hosted at the Radboud Repository of the Radboud University Nijmegen

PDF hosted at the Radboud Repository of the Radboud University Nijmegen PDF hosted at the Radboud Repository of the Radboud University Nijmegen The following full text is a publisher's version. For additional information about this publication click this link. http://hdl.handle.net/2066/56521

Nadere informatie

Ervaren problemen door professionals

Ervaren problemen door professionals LVG en Verslaving Lectoraat GGZ-Verpleegkunde Ervaren problemen door professionals Kennisdeling 11 november 2010, Koos de Haan, deel 2 1 Wat komt aan bod? Onderzoek naar problemen door professionals ervaren

Nadere informatie

Proefschrift. Cannabis use, cognitive functioning and behaviour problems. Merel Griffith - Lendering. Samenvatting

Proefschrift. Cannabis use, cognitive functioning and behaviour problems. Merel Griffith - Lendering. Samenvatting Proefschrift Cannabis use, cognitive functioning and behaviour problems Merel Griffith - Lendering Samenvatting Het gebruik van cannabis is gerelateerd aan een breed scala van psychische problemen, waaronder

Nadere informatie

Autisme spectrum stoornissen en delinquentie

Autisme spectrum stoornissen en delinquentie Autisme spectrum stoornissen en delinquentie Lucres Nauta-Jansen onderzoeker kinder- en jeugdpsychiatrie VUmc Casus Ronnie jongen van 14, goed en wel in de puberteit onzedelijke handelingen bij 5-jarig

Nadere informatie

Triple P (Positive Parenting Program): effectief bij gedragsproblemen?

Triple P (Positive Parenting Program): effectief bij gedragsproblemen? 21/11/11 Triple P (Positive Parenting Program): effectief bij gedragsproblemen? Inge Glazemakers Dirk Deboutte Inhoud Het probleem Oplossingen: de theorie Triple P Het project De eerste evaluatie - - -

Nadere informatie

JGZ-richtlijn Autismespectrumstoornissen Januari 2015

JGZ-richtlijn Autismespectrumstoornissen Januari 2015 JGZrichtlijn Autismespectrumstoornissen Bijlage Kenmerken van ASS specifieke instrumenten CBCL Gedrags Vragenlijst voor Kinderen / Child Behavior Checklist. Nieuwste versie 2003 De CBCL biedt geen diagnose,

Nadere informatie

Psychosocial Problems in Cancer Genetic Counseling: Detecting and Facilitating Communication W. Eijzenga

Psychosocial Problems in Cancer Genetic Counseling: Detecting and Facilitating Communication W. Eijzenga Psychosocial Problems in Cancer Genetic Counseling: Detecting and Facilitating Communication W. Eijzenga Nederlandse samenvatting INLEIDING Mensen met een mogelijk verhoogde kans op kanker kunnen zich

Nadere informatie

De Relatie Tussen Persoonskenmerken en Ervaren Lijden bij. Verslaafde Patiënten met PTSS

De Relatie Tussen Persoonskenmerken en Ervaren Lijden bij. Verslaafde Patiënten met PTSS Persoonskenmerken en ervaren lijden bij verslaving en PTSS 1 De Relatie Tussen Persoonskenmerken en Ervaren Lijden bij Verslaafde Patiënten met PTSS The Relationship between Personality Traits and Suffering

Nadere informatie

20 man 15 vrouw. depressie paranoia psychose

20 man 15 vrouw. depressie paranoia psychose Dubbele Diagnose Patricia v.wijngaarden-cremers, psychiater Circuitmanager Verslavingspsychiatrie Dimence Inhoud - Inleiding - Gebruik onder Nederlandse Jongeren - Psychiatrische Comorbiditeit - Wat is

Nadere informatie