Kinderen van ouders met een alcoholprobleem

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Kinderen van ouders met een alcoholprobleem"

Transcriptie

1 Faculteit Psychologische en Pedagogische Wetenschappen Academiejaar Kinderen van ouders met een alcoholprobleem Een retrospectieve studie bij volwassenen Masterproef neergelegd tot het behalen van de graad van Master in de Pedagogische Wetenschappen, afstudeerrichting orthopedagogiek Nathalie Lavaert Promotor: Professor Dr. Wouter Vanderplasschen

2 Voorwoord Tijdens mijn vooropleiding ergotherapie heb ik reeds stage gelopen in de kinder- en jeugdpsychiatrie. Daar werden heel wat kinderen met het alcoholprobleem van één van hun ouders geconfronteerd. Ik merkte dat dit een grote impact kan hebben op deze kinderen. Naast het feit dat ze door hun thuissituatie vaak zware gevolgen ervaren, vind ik het belangrijk om ook oog te hebben voor hun krachten. Het voorstel om veerkracht bij deze doelgroep te belichten, sprak me dan ook enorm aan. Vooral omdat het de nadruk legt op de mogelijkheden van kinderen en jongeren. Ondanks hun verleden, waarin zij extreem moeilijke situaties hebben doorgemaakt, vinden ze de krachten om verder te gaan met hun leven. De term veerkracht vind ik hier heel toepasselijk: Veerkracht is het vermogen van een mens of systeem om een goed bestaan te leiden en zich ondanks moeilijke levensomstandigheden positief te ontwikkelen en dit op een sociaal aanvaardbare wijze (Van Regenmortel, 2006). Zelf had ik al een eindwerk rond empowerment in de kinder- en jeugdpsychiatrie gemaakt. Dit leidde mij tot een geloof in veerkracht. Het individueel verhaal van volwassenen en hun ontwikkeling tot dusver lijkt me een boeiende invalshoek om te zoeken naar bronnen van veerkracht. De zoektocht naar krachten bij personen in moeilijke situaties is een heel moeilijk gegeven, maar zeker de moeite waard. Uit persoonlijke ervaring geloof ik in de krachten van mensen: Nothing is impossible, as long as you wish it with all your heart. (Bates, 2011). Mensen rondom je zijn belangrijk. Niet enkel om plezier te maken, maar ook om iets van bij te leren. Deze masterproef is niet alleen tot stand gekomen, ook hier hebben heel wat mensen aan bijgedragen. En hen wil ik via deze weg extra in de bloemetjes zetten. Eerst en vooral wil ik de deelnemers van mijn onderzoek, die open hun verhaal met mij wilden delen, bedanken. Zonder hun tijd en bereidwilligheid was dit onderzoek niet mogelijk geweest. Verder wil ik mijn familie en vrienden via deze weg bedanken voor hun steun en begrip tijdens deze zware periode. Dankzij Arne Verdievel, Annelies Van Damme en Michel Delaere heb ik deze masterproef tijdig kunnen indienen. Ten slotte wil ik mijn promotor Wouter Vanderplasschen bedanken voor zijn eerlijke en alerte opmerkingen, die me het doel voor ogen lieten houden. II

3 Inhoudsopgave Voorwoord... II Inhoudsopgave... III Inleiding... 1 Hoofdstuk 1: Situering van het onderzoek Ouders met een alcoholprobleem Wat is een alcoholprobleem? Gevolgen van een alcoholprobleem voor de persoon Gevolgen van een alcoholprobleem voor het gezin Gevolgen van het alcoholprobleem voor de maatschappij hulpverlening Kinderen van ouders met een alcoholprobleem Genetica en prenatale blootstelling als risicofactor De omgeving als risicofactor Veerkracht Wat is veerkracht? Verschillende visies op veerkracht Bronnen van veerkracht Veerkracht bij kinderen van ouders met een alcoholprobleem Persoonlijkheidsfactoren Omgevingsfactoren Probleemstelling en onderzoeksvragen Hoofdstuk 2: Methodologie Kwalitatief onderzoek Doelgroep Onderzoeksopzet en procedure Semi- gestructureerd interview Praktisch verloop Data analyse Betrouwbaarheid en validiteit Betrouwbaarheid Validiteit Hoofdstuk 3: Resultaten Bronnen van veerkracht binnen de persoon zelf Inzicht Onafhankelijkheid Initiatief Creativiteit Humor Bronnen van veerkracht uit de omgeving van de persoon Ouders Rituelen Broers en zussen Grootouders Tantes en ooms Vrienden School Vereniging Hulpverlening III

4 3 Aanbevelingen aan hulpverlening en lotgenoten Aanbevelingen voor hulpverlening Aanbevelingen voor lotgenoten Hoofdstuk 4: Discussie Bevindingen van het onderzoek Bronnen van veerkracht binnen de persoon zelf Bronnen van veerkracht in de omgeving Aanbevelingen aan lotgenoten en aan de hulpverlening? Beperkingen van eigen onderzoek en aanbevelingen voor verder onderzoek Aanbevelingen naar beleid en praktijk Conclusie Referentielijst Bijlagen IV

5 Inleiding Kinderen van ouders met een alcoholprobleem is een veelvoorkomende doelgroep. In België zou het naar schatting gaan over één op tien kinderen onder de leeftijd van vijftien jaar (De Sleutel, 2007). Ook is het een doelgroep die pas recent meer en meer aandacht krijgt. Dit omdat de laatste jaren vooral de negatieve gevolgen voor het gezin naar voor worden geschoven. Kinderen worden vaker gezien als slachtoffer van het alcoholprobleem van hun ouder(s). Alcoholgebruik van één van de ouders kan leiden tot verwaarlozing en kindermishandeling. Bij 60 percent van de meldingen van kindermishandeling is alcohol een medeoorzaak (Matthys, 2000). Niettegenstaande deze feiten allemaal heel interessant zijn voor preventie en interventie, wil ik in mijn onderzoek een ander accent leggen. In deze masterproef wil ik vooral aandacht besteden aan de groep personen die, ondanks de confrontatie met een ouder met een alcoholprobleem, het wel goed doet en zelf geen alcoholprobleem ontwikkelden. M.a.w. de groep die de problemen overstijgen en groeien naar succes en verwerking. Doorheen mijn opleiding werd het geloof in de sterktes van personen als uitgangspunt genomen. Waarbij ons werd verteld dat personen naast hun beperkingen ook mogelijkheden hebben. Dit geloof is doorheen mijn persoonlijke ervaring en mijn stage nog meer gesterkt. Dus ben ik op zoek gegaan naar personen die ondanks de confrontatie met de problematiek van hun ouder(s) toch slagen in het leven. Mijn bedoeling was om deze personen concreet te bevragen naar hun veerkracht. Wat maakt het voor hen mogelijk om moeilijke situaties te overstijgen. En wat heeft hen geholpen om te groeien naar een gelukkige en gezonde volwassenheid. Met mijn onderzoek wil ik hen een stem geven. Ik kies ervoor om in deze masterproef eerst uitgebreid mijn onderzoek te situeren, dit door een volledig beeld te schetsen van mijn doelgroep, kinderen van ouders met een alcoholprobleem, en het concept veerkracht. Dit als inleiding om daarna dieper in te gaan op veerkracht bij deze doelgroep. Als besluit van dit hoofdstuk worden de probleemstelling en de bijhorende onderzoeksvragen van dit onderzoek duidelijk naar voor gebracht. Vervolgens wordt de methodologie die ik hanteer in mijn onderzoek verder belicht. Daar wordt een uitgebreide omschrijving van mijn onderzoeksgroep, methode en verwerkingsprocedure gegeven. In het volgende onderdeel worden de bevindingen van het onderzoek beschreven. Daarin leid ik uit de verkregen onderzoeksgegevens, allerhande bronnen van veerkracht die binnen of buiten de persoon te vinden zijn af. Daarnaast worden er op basis van de gegevens nog enkele aanbevelingen naar lotgenoten en hulpverlening toe geformuleerd. Citaten van de participanten worden hierbij gebruikt om de bevindingen kracht bij te zetten. In het vierde hoofdstuk wordt dieper op de bevindingen ingegaan. In dit onderdeel wordt geprobeerd om een antwoord te formuleren op de vooropgestelde onderzoeksvragen, door de bevindingen van het onderzoek terug te koppelen aan de reeds bestaande literatuur. Verder wordt het eigen onderzoek kritisch onder de loep genomen en worden er aanbevelingen gedaan naar verder onderzoek, beleid en praktijk. Deze masterproef wordt afgesloten met een algemene conclusie, waar antwoord wordt gegeven op de probleemstelling. 1

6 Hoofdstuk 1: Situering van het onderzoek Dit hoofdstuk is het resultaat van een literatuuronderzoek met als doel een grondig overzicht te geven van de doelgroep en de factoren, die deze doelgroep beïnvloeden. Eerst wordt een beeld van ouders met een alcoholprobleem gegeven. Wat wordt er verstaan onder een alcoholprobleem, wat zijn de gevolgen voor de persoon zelf, het gezin en voor de maatschappij; en hoe wordt de hulpverlening ingericht om hieraan tegemoet te komen? Daarna wordt dieper ingegaan op de beoogde doelgroep van het onderzoek: kinderen van ouders met een alcoholprobleem, waarbij de risicofactoren binnen deze doelgroep worden belicht. Vervolgens wordt het concept veerkracht onder de loep gehouden. Hierbij worden de verschillende niveaus, visies en bronnen van veerkracht besproken. Ten slotte wordt er specifieker ingegaan op veerkracht bij kinderen van ouders met een alcoholprobleem. 1. Ouders met een alcoholprobleem Om de doelgroep kinderen van ouders met een alcoholprobleem volledig te begrijpen, is het belangrijk om te weten wat verstaan wordt onder een alcoholprobleem. Ook de gevolgen die deze problematiek, zowel voor de persoon zelf, voor het gezin als voor de maatschappij, met zich meebrengt, is belangrijk. 1.1 Wat is een alcoholprobleem? Alcohol is een legale drug of middel. Drugs worden als volgt omschreven: alle middelen die een verandering in het bewustzijn teweeg brengen en om die reden worden gebruikt (Van Epen, 1988). Met drugs worden zowel illegale middelen, alcohol als psychotrope medicatie bedoeld (Vanderplasschen et al., 2001). Enkele voorbeelden van illegale drugs zijn heroïne, cannabis en XTC. Legale drugs zoals medicatie en alcohol kunnen evenzeer leiden tot verslaving. Een alcoholprobleem gaat samen met misbruik en afhankelijkheid, zoals omschreven in de Diagnostic and Statistic Manual of Mental Disorders [DSM-IV] (American Psychiatric Association, 1994). Niet iedereen die regelmatig alcohol drinkt, heeft een alcoholprobleem, daarom wordt er een onderscheid gemaakt tussen overmatig drinken en probleemdrinken (Lecot, Dumarey, Pille, Gunst, & Vandewynckele, 2009). Overmatig drinken is maatschappelijk aanvaard. Heel vaak worden er geen direct zichtbare nadelige gevolgen opgemerkt. Het overmatig drinken wordt een alcoholprobleem wanneer er, als gevolg van het drinken, allerlei lichamelijke, psychische en sociale problemen voorkomen. Heel vaak gaat de persoon alcohol gebruiken om de realiteit te ontvluchten. Hij verliest de controle en probeert te stoppen, zonder veel succes. Hij raakt afhankelijk of verslaafd, dit gaat samen met een lichamelijke en geestelijke afhankelijkheid. Bij lichamelijke afhankelijkheid gaat het lichaam, wanneer het geen alcohol meer krijgt, protesteren. Er ontwikkelen zich ontwenningsverschijnselen zoals transpireren, misselijkheid, insomnia en angst. Daarnaast bouwt de persoon een tolerantie op waardoor hij steeds meer moet drinken om hetzelfde effect te ondervinden. Dit maakt het moeilijk om te stoppen. Wanneer er sprake is van geestelijke afhankelijkheid is er een intens verlangen naar de alcohol, ook wel craving genoemd. In Nederland leidden De Graaf, Ten Have & Van Dorsselaer (2010) af dat er in de periode 2007 tot 2009 ongeveer 0,7 percent van de bevolking leed aan een alcoholprobleem. Het zou hier naar schatting gaan om meer mannen (1%) dan vrouwen (0,5%). In België (Gisle, 2008) liggen de cijfers hoger, waarbij er sprake zou zijn van problematisch alcoholgebruik bij 13 percent van de mannen en 7 percent van de vrouwen. Er bestaat een veelheid aan termen om een alcoholprobleem te verwoorden, zoals misbruik, afhankelijkheid, verslaving, problematisch gebruik enz. In mijn onderzoek kies ik ervoor om een alcoholprobleem te definiëren als volgt: een persoon met een alcoholprobleem heeft een 2

7 verslavingsproblematiek, dat gekenmerkt is door een onthoudingssyndroom, tolerantie en allerhande sociale, fysieke en/of psychische problemen. In mijn onderzoek bevraag ik volwassen kinderen van ouders die ooit in hun leven afhankelijk van alcohol zijn geweest. Doordat personen met een alcoholprobleem vaak moeilijk in contact komen met de hulpverlening, gaat het hier om kinderen waarvan een ouder drinkt of dronk, maar waar vaak geen officiële diagnose aan te pas komt. Het alcoholprobleem is verborgen voor de buitenwereld. Toch wordt ervan uitgegaan dat aan de DSM-IV criteria voor misbruik en/of afhankelijkheid werd voldaan, als er wordt gesproken van een alcoholprobleem. 1.2 Gevolgen van een alcoholprobleem voor de persoon Rehm et al. (2009) leidden in 2004 uit hun onderzoek af dat alcoholgebruik verantwoordelijk is voor 4,6 percent van alle ziektes en verwondingen wereldwijd. Alcoholgebruik kan dus heel wat gevolgen met zich meebrengen. Voor de duidelijkheid wordt een onderscheid tussen kortetermijngevolgen en langetermijngevolgen gemaakt Kortetermijngevolgen van alcoholgebruik Alcohol heeft heel wat onmiddellijke effecten. Het werkt verdovend. Alcohol beïnvloedt het beloningssysteem van de hersenen door de productie van dopamine en serotonine te stimuleren. Dit geeft een gevoel van welbevinden, relaxatie, euforie en ongeremdheid. Alcohol werkt eveneens in op de hypothalamus, waardoor deze gevoelens samengaan met fysiologische verschijnselen, zoals blozen, zweten, een verhoogde bloeddruk en hartslag (Paton, 2005). Hoe hoger de alcoholconcentratie in het bloed, hoe groter het risico op ongevallen, ziekte of dood. Is de alcoholconcentratie in het bloed meer dan 100 mg/100 ml, dan wordt de persoon praatziek, opgetogen, agressief of suf. Rond 200 mg/100 ml is het waarschijnlijk dat de spraak onduidelijk wordt en er sprake is van onvastheid. Ook bewusteloosheid kan voorkomen. Acute lichamelijke effecten van alcohol leiden tot verwondingen, zoals verkeersongevallen en geweldpleging (Lecot et al., 2009). Hoeveelheden van 400 mg/100 ml of hoger zijn vaak fataal. Ze kunnen leiden tot hartfalen, ademhalingsstoornissen (Paton, 2005) en andere orgaanschade (Lecot et al., 2009). Hernández, Vogel-Sprott, Huchìn-Ramirez & Aké-Estrada (2006) zien een selectieve verzwakking van de premotorische (cognitieve) reactietijd bij een gematigde stijging van de alcoholconcentratie in het bloed. Visuele en auditieve prikkels worden trager verwerkt. Terwijl ze geen verminderde motorische reactiesnelheid opmerken bij diezelfde stijging van de alcoholconcentratie in het bloed Langetermijngevolgen van alcoholgebruik, alcoholmisbruik en alcoholafhankelijkheid Bovenstaande maakt duidelijk dat alcohol acuut inwerkt op het lichaam. Alcohol werkt in op alle organen. Langdurig gebruik kan dus zware schade toebrengen aan het lichaam. Zoals al werd aangegeven, tast alcohol verschillende organen aan. Dit kan langdurige gevolgen met zich meebrengen. Om maar een voorbeeld te geven: alcohol kan directe schade aanrichten aan de darm- en maagfunctie, wat kan leiden tot ondervoeding. Dit is een veelvoorkomend probleem bij personen met een alcoholprobleem. Naast de alcohol als zodanig, leiden ook de leef- en eetgewoonten van de alcoholist tot ondervoeding (Lemmens, 2007). Langdurig alcoholmisbruik tast tevens de hersenen aan (Harper, 2009). Een welgekende complicatie van chronisch alcoholmisbruik is het Wernicke Korsakoff syndroom, waarbij een vitamine B tekort samengaat met hersenbeschadiging (Harper, 2009). Naast dit syndroom stellen Chanraud et al. (2007) vast dat er een verband is tussen structurele veranderingen in de hersenen en het cognitief functioneren van die hersenregio s. Het tast onder andere de frontale cortex van de hersenen aan, die instaat voor de executieve functies, waaronder inhibitie, psychomotorische snelheid en leren uit eigen gedrag (Lawrence, Bogdan, Sahakian & Clark, 2009). Mostile & Jankovic (2010) concluderen in hun onderzoek dat alcoholisme eveneens de kleine hersenen aantast. Motorische stoornissen en 3

8 verschillende vormen van tremor kunnen dus ook voorkomen als gevolg van een alcoholprobleem. Verder werden er sterke relaties gevonden met levercirrose, kanker van lever, pancreas, mond- en keelholte, slokdarmkanker en, in mindere mate, borstkanker bij vrouwen, hersenbloedingen, ongevallen en geweld (Lemmens, 2007). Ten slotte meldt de World Health Organisation [WHO] (2011) dat een alcoholprobleem, naast de voorgaande aandoeningen, ook nog neuropsychiatrische stoornissen, cardiovasculaire aandoeningen en diabetes tot gevolg kunnen hebben. Naast de overduidelijk lange lijst van lichamelijke gevolgen van een langdurig alcoholprobleem, zijn er ook belangrijke psychische en sociale gevolgen. Gevolgen die een grote invloed kunnen hebben op het gezin en specifieker de kinderen worden verder in dit hoofdstuk behandeld. 1.3 Gevolgen van een alcoholprobleem voor het gezin De aandacht voor het gezin van personen met een alcoholprobleem komt in de hulpverlening meer en meer op de voorgrond. In dit onderdeel wordt dieper ingegaan op de gevolgen van een alcoholprobleem voor het volledige gezin. Een goed functionerend gezin heeft een aantal belangrijke functies te vervullen: socialiseren, overbrengen van cultuur, het bieden van zorg en structuur. Een ouder met een alcoholprobleem kan ervoor zorgen dat deze functies verstoord worden (Van der Keuken, 1990). Dat leidt tot verstoorde gezinsprocessen, toch benadrukt ander onderzoek dat deze verstoorde gezinsprocessen niet uniek zijn aan een gezin waar een ouder leidt aan een alcoholprobleem (Menees & Segrin, 2000). Alcoholisme zorgt voor een grote druk op de individuele gezinsleden en het gezinssysteem. Gezinnen kunnen gezien worden als transactionele systemen waarin alle delen het grotere geheel beïnvloeden (Wolin, 1980). Wanneer dus een lid van het gezin een verslaving heeft, wordt die persoon de focus van het gezin, met als gevolg dat het gezin zijn evenwicht verliest (Steir, Stanton, Todd, 1982). Dit kan financiële, sociale en psychologische problemen tot gevolg hebben. In een onderzoek waarbij dat ouders bevraagd werden, vertelden ze dat de alcohol hun leven zodanig beheerste dat het gezin in grote financiële problemen terechtkwam (Fraser, McIntyre & Manby, 2009). Van der Keuken (1990) geeft aan dat alcoholisme ook wel een gezinsziekte wordt genoemd. Alle leden van het gezin delen mee in het alcoholisme door disfunctioneel gedrag over te nemen. Gezinnen hanteren een aantal patronen die kenmerkend zijn bij het omgaan met een alcoholprobleem van één van de leden, namelijk ontkenning, co-dependency en stereotype rolpatronen. Deze verschillende patronen zijn onderling met elkaar verbonden, waardoor ze moeilijk uit elkaar te trekken zijn (Van der Keuken, 1990) Ontkenning In het ontkenningspatroon wordt het destructief gedrag van de persoon met een alcoholprobleem weggecijferd. De persoon met een alcoholprobleem is ervan overtuigd dat hij alcohol kan gebruiken zonder daar schadelijke gevolgen van te ondervinden. Wanneer er zich dan toch ongevallen of ziektes voordoen, wordt de oorzaak buiten de persoon gelegd. Ontkenning is dus een actief proces, waarbij iemand selectief de interne en externe realiteit buitensluit (Van der Keuken p17, 1990). Dit vergt veel psychische energie. De andere leden van het gezin zien het als hun taak om de persoon met het alcoholprobleem te veranderen. Een goede periode, zonder problemen wordt dan toegeschreven aan persoonlijk succes van de persoon met het alcoholprobleem. Tijdens een slechte periode geeft het gezin zichzelf de schuld. Schaamte, schuld en angst voor de omgeving liggen aan de basis van ontkenning. De gezinsleden worden geconfronteerd met een hele resem van gevoelens zoals angst, boosheid, gêne, verdriet en neerslachtigheid. Gezinsleden in een fase van ontkenning zijn zoveel mogelijk gericht op het vermijden van pijn. Dat doen ze dan ook door hun eigen gevoelens diep te begraven en er niet over te spreken met anderen. Het drinken wordt gezien als een gezinsgeheim, wat heel wat problemen met zich meebrengt. Uiteindelijk leidt het alleen verwerken van zorgen, angst, schuld, boosheid en eenzaamheid tot gevoelens van wanhoop en depressie (Van der Keuken, 1990). 4

9 1.3.2 Co-dependency Afhankelijkheid binnen een gezin is niet noodzakelijk negatief. Tijdens het opgroeien gaat een kind op zoek naar een evenwicht tussen zelfstandigheid en afhankelijkheid. In een gezin waar een ouder lijdt aan een alcoholprobleem kan dit omslaan. Dan is er sprake van een te grote betrokkenheid met het probleem. Co-dependency is een toestand waarin gezinsleden in beslag worden genomen door extreme emotionele, sociale en soms lichamelijke afhankelijkheid van een persoon, in dit geval van de persoon met het alcoholprobleem. De gezinsleden zetten hun eigen wensen, behoeften en noden aan de kant (Van der Keuken, 1990). Ze proberen de persoon met het alcoholprobleem te controleren, terwijl dit onmogelijk is. Op deze manier verliezen ze de controle over hun eigen gedrag, met als gevolg dat hun eigen leven oncontroleerbaar wordt. When you try to control what you are powerless over you lose control over what you can manage. (Ranganathan p402, 2004) Co-dependency leert een gezin schadelijke patronen aan, zoals (Van der Keuken,1990): Wilskracht bepaalt alles of niets: ze zien de eigen wil als allesbepalend of ze zien zichzelf als hulpeloos. Identiteitsverwarring: ze voelen zich verantwoordelijk voor het geluk van anderen, maar komen er niet toe om hun eigen wensen en behoeften te leren kennen. Laag zelfbeeld: ze laten zich leiden door de gevoelens van een ander, waarbij ze de neiging hebben om de ander de macht over zichzelf te geven. Ontkenning Geloven dat alles beheersbaar is. Blokkeren hun eigen gevoelens, waardoor ze vaak zelf de stap naar middelenmisbruik zetten. Eurocare (2010) erkent dit ook in hun onderzoek waarbij kinderen die opgroeien in een gezin waar de ouder(s) alcohol misbruiken, zelf ook een groter risico hebben om later een alcoholprobleem te ontwikkelen. Slachtofferschap: ze zijn vaak slachtoffer van mishandeling of seksueel misbruik. Deze schadelijke patronen brengen bepaalde concrete negatieve gevolgen met zich mee zoals het verliezen van dagelijkse structuur, verwaarlozen van persoonlijke zorg, fysieke problemen, familieleden die zich onproductief bezighouden, alles wat ik doe is juist - methode en het opnemen van een beschuldigende houding (Ranganathan, 2004) Stereotype rolpatronen Gebaseerd op de positie binnen het gezin heeft iedereen bepaalde rechten en plichten. Op basis daarvan gaan de verschillende leden van het gezin een rol op zich nemen. In een gezin waar een ouder lijdt aan een alcoholprobleem worden er bepaalde stereotype rollen door andere gezinsleden opgenomen. Dit met de bedoeling om het gezin staande te houden (Van der Keuken, 1990). Williams & Potter (1994) zien vier rollen op de voorgrond treden: the Hero, the Mascot, the Lost Child en the Scapegoat. Van der Keuken (1990) maakt dan weer een opdeling tussen zes rollen: de over-verantwoordelijke, de aanpasser, de verzoener, de zondebok, de pias en het-aan-zijn-lotovergelaten kind. De over-verantwoordelijke schuift eigen belangen en gevoelens aan de kant om de verantwoordelijkheid van het gezin op zich te nemen. Op deze manier leert hij om enkel op zichzelf te vertrouwen en niet op volwassenen. Soms gaat dit kind ook voor een deel de ouderrol op zich nemen. Wanneer deze kinderen zorgen voor hun broers of zussen is het beter dat ze hun rol zien als een aanvulling van het ouderschap dan een vervanging ervan (Werner en Johnson, 2004). De rol van over-verantwoordelijke leidt tot positieve academische ingesteldheid (Ropar,1998). De aanpasser lijkt flexibel en spontaan. Hij accepteert de situatie en sluit zijn gevoelens af. De verzoener probeert de spanningen voor anderen en voor zichzelf draaglijk te maken. Deze kinderen kunnen de aandacht ook heel handig van zichzelf afleiden. In tegenstelling tot de vorige rollen vraagt de zondebok voornamelijk aandacht door negatief gedrag te stellen. Het kind leidt op deze manier de aandacht weg van het alcoholprobleem van de ouder(s). Ropar (1998) benadrukt dat de rol van zondebok een risicofactor om zelf te gaan drinken vormt. Verder zorgt het 5

10 aan-zijn-lot-overgelaten kind voor zichzelf, wat samengaat met een grote eenzaamheid. Als laatste is er nog de pias. Deze kinderen brengen humor in het gezin, maar omdat het voortdurend gericht is op het opvrolijken van andere gezinsleden helpt deze rol het kind niet om zelf om te gaan met pijn en verdriet (Van der Keuken, 1990). Kinderen gaan onbewust deze rollen op zich nemen om aandacht te krijgen, maar heel vaak leidt het vasthouden aan deze rollen naar problemen in later leven. Deze rollen loslaten is nodig om verder te kunnen groeien naar volwassenheid en naar verantwoordelijk gedrag, om zo te leren op een authentieke manier contact te leggen (Van der Keuken, 1990). 1.4 Gevolgen van het alcoholprobleem voor de maatschappij Naast de gevolgen voor de persoon zelf en voor het gezin, brengt alcohol niet te verwaarlozen kosten voor de maatschappij met zich mee. Uit onderzoek van het Hoger Instituut voor de Arbeid blijkt dat de totale kost van alcoholgebruik in België zes miljard euro bedraagt, waarvan 45 percent door de gebruiker zelf wordt gedragen (Vlaams agentschap Zorg en Gezondheid [VAZG], 2007). De overheid staat in voor de kosten die ontstaan door verlies aan inkomen en kosten voor de gezondheidszorg (Vereniging voor Alcohol- en andere drugproblemen [VAD], 2009). Er zijn verschillende gevolgen van alcoholgebruik waar de maatschappij voor opdraait. Zo is alcoholgebruik verbonden aan een groot aantal verkeersongevallen, gezondheidsproblemen, arbeidsproblemen en verstoringen van sociale orde. Deze hebben vele directe en indirecte kosten voor de maatschappij tot gevolg. Enkele voorbeelden hiervan zijn: gezondheidskosten, directe kosten door verkeersongevallen, directe en indirecte kosten voor de werkomgeving, kosten voor ambtenaarsdiensten zoals politie, justitie en het gevangeniswezen (VAZG, 2007). In vergelijking met andere landen in Europa heeft België meer kosten die het gevolg zijn van rijden onder invloed. Dit geldt eveneens voor werkloosheid als gevolg van alcoholgebruik (VAZG, 2007). Dankzij BTW en accijnzen die verbonden zijn aan alcohol, zorgt alcoholgebruik ook voor bepaalde inkomsten voor het land. Maar deze wegen niet op tegen de kosten die alcohol kan veroorzaken (VAZG, 2007). 1.5 hulpverlening Wat opvalt is dat de meerderheid van personen met een alcoholprobleem geen beroep doen op de hulpverlening. Tucker (1999) zegt zelfs dat heel wat van de gebruikers hun problemen oplossen zonder professionele hulp. Toch zijn er verschillende vormen van hulpverlening die ingericht zijn om deze personen te ondersteunen. Enerzijds kan er beroep gedaan worden op professionele hulpverlening. Anderzijds kan er gekozen worden om zich te wenden tot een zelfhulpgroep. Personen met een alcoholprobleem kunnen terecht in de traditionele gezondheidszorg. De huisarts, de psychiatrische afdeling van algemene ziekenhuizen, spoedafdelingen, centra voor geestelijke gezondheidszorg en psychiatrische ziekenhuizen zijn enkele van de opties. Wanneer er sprake is van een bijkomende psychiatrische problematiek kan traditionele hulpverlening terughoudend staan ten opzichte van een behandeling. Om een alcoholprobleem te behandelen wordt er uitgegaan van een abstinentiebehandeling. In de professionele hulpverlening is deze gebaseerd op the stages of Change model van Prochaska & Diclemente (Vanderplasschen, 2010). Hierbij wordt motiverende gespreksvoering gebruikt om personen met een alcoholprobleem doorheen de verschillende fasen van verandering te loodsen. Het veranderingsproces verloopt langzaam en is gekenmerkt door ambivalentie, weerstand en terugval. Deze manier van hulpverlening voltrekt zich hoofdzakelijk in voorzieningen die gespecialiseerd zijn in drughulpverlening (Vanderplasschen, 2010). Alcoholdebaas.nl (2009) richtte in maart 2005 een internetbehandeling op met als kern het model van Prochaska & Diclemente. De deelnemer krijgt via de computer begeleiding van een professionele hulpverlener. Deze manier van werken zorgt ervoor dat mensen zoals vrouwen, hoogopgeleiden en werkenden, die moeilijk de stap naar hulpverlenging zetten, worden bereikt. Ook wordt opgemerkt dat de meerderheid (74%) die gebruik maakt van deze internetbehandeling nog nooit eerder hulp gezocht heeft voor hun alcoholprobleem. Uit hun onderzoek bleek dat de meerderheid positief staat tegenover deze online behandeling. Naast professionele hulpverlening 6

11 kan er ook gekozen worden om zich te wenden tot een zelfhulpgroep zoals bijv. de Anonieme Alcoholisten of SOS Nuchterheid. Een zelfhulpgroep gaat via contacten met lotgenoten streven naar totale abstinentie van alcohol. Vaak wordt er gebruik gemaakt van de 12-stappen methode. Daarbij moet de persoon in de eerste plaats de eigen machteloosheid erkennen om pas daarna op zoek te gaan naar eigen krachten en steun, om uiteindelijk afstand te kunnen nemen van de alcohol (Buisman, 2007). Humphreys et al. (2004) leiden uit longitudinaal onderzoek af dat het deelnemen aan een zelfhulpgroep, alcoholmisbruik en gezondheidskosten ten gevolge van alcohol verminderen. Verder zou het een positieve invloed hebben op het psychosociaal functioneren. Er kan dus worden besloten dat er heel wat hulpverlening is voor ouders met een alcoholprobleem. Maar zoals in de vorige paragraaf werd aangehaald zorgen bijkomende pathologische problemen in het gezin zoals co-depenency, dat de stap naar de hulpverlening door deze doelgroep vaak te laat of niet wordt gezet. 2 Kinderen van ouders met een alcoholprobleem De laatste jaren is er steeds meer aandacht voor kinderen van ouders met een alcoholprobleem. Dit kan te wijten zijn aan de vaststelling van de grote hoeveelheid kinderen die tot deze doelgroep behoren. De Sleutel (2007) leidt af uit een rapport van eind de jaren negentig dat 7 tot 12 procent van de kinderen jonger dan 15 jaar in Europa en Noorwegen een ouder hebben met een alcoholprobleem. Hier in België zijn er geen exacte gegevens die dit kunnen weergeven. Eurocare berekende, door gebruik te maken van Finse en Deense schattingen, dat in België kinderen jonger dan 15, een ouder hebben die teveel drinkt (Harwin, Madge & Heath, 2010). Koap.be (2004) zegt dat er minstens 1 op 10 kinderen worden geconfronteerd met dit probleem. Kinderen van ouders met een alcoholprobleem kunnen van voor hun geboorte tot het opgroeien in een gezin heel wat negatieve gevolgen ervaren. Er bestaan veel risicofactoren voor deze doelgroep. Een risicofactor is een omstandigheid dat de kans op ziekte vergroot. Daar wordt in dit onderdeel verder op ingegaan. Eerst worden de invloeden van genetica en prenatale blootstelling bij deze kinderen besproken. Daarna wordt dieper ingegaan op de mate dat de omgeving als een risicofactor kan worden gezien. 2.1 Genetica en prenatale blootstelling als risicofactor In de jaren zeventig en tachtig werd er via adoptie - en tweelingenonderzoek reeds uitvoerig onderzoek verricht naar de genetische risicofactor voor alcoholisme. Er werd toen aangetoond dat het voorkomen van alcoholisme bij kinderen van ouders met een alcoholprobleem twee tot vier keer hoger is dan bij kinderen van ouders zonder een alcoholprobleem (Bohman, Sigvardsson & Cloninger, 1981). Toch werd aanvullend opgemerkt dat meer dan 50 percent van de kinderen met een ouder met een alcoholprobleem geen drankprobleem ontwikkelen. Op de koop toe werd uit later genetisch onderzoek duidelijk dat overdracht van alcoholisme wordt beïnvloed door geslacht en type drankproblematiek (Rutter, 1990). Cloninger, Bohman & Sigvardsson (1981) verduidelijken dit. Mannen die een vader hebben met een zwaar alcoholprobleem, hebben een hoger risico voor het ontwikkelen van een gemiddeld alcoholprobleem. Het risico voor vrouwen wordt groter bij specifieke omstandigheden zoals (1) het hebben van een moeder met een gemiddeld alcoholprobleem, (2) een lage beroepsstatus en (3) een verleden van criminaliteit (Bohman et al. 1981). Dochters van moeders of vaders met een zwaar alcoholprobleem hebben geen groter risico om zelf een alcoholprobleem te ontwikkelen (Cloninger et al.,1981). Dus hieruit wordt duidelijk dat deze doelgroep niet mag worden gezien als een homogene groep met gelijke genetische kwetsbaarheid. Prenatale blootstelling aan alcohol bij kinderen kan leiden tot foetaal alcohol spectrumstoornissen. Wanneer de moeder alcohol drinkt doorheen de zwangerschap kan dit grote gevolgen hebben op de ontwikkeling van haar kind (De Vries, 2006). Guerri, Bazinet & Riley (2009) merkten op dat prenatale blootstelling aan alcohol structurele veranderingen van de hersenen tot gevolg hebben. 7

12 De vorm, het volume, de oppervlakte van de gehele hersenen en specifieke regio s verminderen. Ook heeft alcoholblootstelling een invloed op de hoeveelheid witte massa, die instaat voor de communicatie tussen hersencellen, en de dichtheid van grijze massa in bepaalde hersenregio s, die de verwerking van informatie verzorgt. Foetaal alcohol spectrumstoornissen is een verzamelnaam waar alle effecten van prenatale blootstelling aan alcohol in beschreven staan. Dit kan gaan over lichamelijk beperkingen, cognitieve beperkingen, gedragsproblemen en leerproblemen. Foetaal alcohol syndroom (FAS) valt ook onder deze noemer en heeft een invloed op alle levensdomeinen van het kind en zijn of haar gezin. FAS is een levenslang ziektebeeld dat lichamelijke, cognitieve, morfologische, ontwikkelings- en neurologische afwijkingen met zich meebrengt (De Vries, 2006; Wiersema, 2009). 2.2 De omgeving als risicofactor In 1.3 werden de gevolgen van een alcoholprobleem voor het gezin reeds aangehaald. In dit onderdeel wordt dieper ingegaan op de mate dat het gezin een negatieve invloed kan hebben op de ontwikkeling van kinderen. Het gezin kan een risicofactor zijn voor kinderen die opgroeien in een situatie waar een ouder lijdt aan een alcoholprobleem. De gevolgen van situaties waarbij de ouders te weinig structuur, emotionele beschikbaarheid, adequate opvoedingsvaardigheden en positieve rolmodellen aanbieden, werden reeds in ruime mate onderzocht (Vanderplasschen, Derluyn & Broekaert, 2002). De goede zorgen van de ouder(s) voor hun kinderen worden negatief beïnvloed door alcoholintoxicatie. De kinderen kunnen zware korte- en langetermijngevolgen zoals verwaarlozing en mishandeling ervaren (WHO, 2011). Deze gevolgen, en het opgroeien in een gezin waar één van de ouders lijdt aan een alcoholprobleem, kunnen rechtstreeks leiden tot hechtingsproblemen (Kelley et al., 2005). Alcoholmisbruik kan ervoor zorgen dat ouders minder afgestemd zijn op de noden van hun kind. Dit komt een vruchtbare kind-ouder interactie niet ten goede (Söderström & Skårderud, 2009). Wanneer de vader leidt aan een alcoholprobleem zou dit gevolgen hebben op de vader-kind interacties. De vader stelt zich minder positief, gevoelig, verbaal en responsief op ten opzichte van zijn kind. Ook wordt opgemerkt dat de oorsprong van latere moeilijkheden in verwerking of adaptatie, te herleiden zijn tot de vroege kinderjaren (Das Eiden, Chavez & Leonard, 1999). Kinderen die opgroeien in een gezin met een ouder met een alcoholprobleem zijn gekenmerkt door wantrouwen en waakzaamheid. Dit omdat openheid en eerlijkheid vaak ontbreken in hun gezin. Beloftes worden vaak verbroken en de niet-drinkende ouder probeert het kind te beschermen door problemen te ontkennen of te verbergen. Ook de constante dreiging van onvoorspelbaar gedrag, ruzie en geweld kan leiden tot een voortdurend gevoel van waakzaamheid (Van der Keuken, 1990). Uit onderzoek komt naar voor dat de negatieve hechtingsrelatie met de ouder(s) met een alcoholprobleem in grote mate kan bijdragen tot het ontwikkelen van depressieve symptomen bij de kinderen. Ook zou het gebrek aan hechting met de moeder met een alcoholprobleem een negatieve invloed hebben op de manier waarop op latere leeftijd relaties worden aangaan met leeftijdsgenoten (Kelley et al., 2010). Parentificatie komt meer voor bij dochters van ouders met een alcoholprobleem in vergelijking met dochters van ouders zonder alcoholprobleem. Ze staan vaker in voor emotionele en instrumentele zorgen binnen het gezin (Kelley et al., 2007). De onvoorspelbaarheid en het inconsequent gedrag van de ouders kan leiden tot verwarring bij het kind. Steeds wisselende regels en rollen brengen onduidelijkheid, dit komt het gevoel van veiligheid niet ten goede (Van der Keuken, 1990). Inconsistente houding van de ouder(s) kan leiden tot tegenstrijdige gevoelens bij hun kinderen. Enerzijds verlangen de kinderen naar contact, maar anderzijds gaan ze interpersoonlijke relaties uit de weg. Dit kan op latere leeftijd leiden tot intieme relaties die gekenmerkt zijn door angst en vermijding (Kelley et al., 2004). Uit jaren onderzoek is gebleken dat een schadelijke opvoedingsomgeving langdurige negatieve effecten kan hebben op het psychosociaal, gedragsmatig en academisch functioneren van kinderen (Luthar & Brown, 2007). Brook et al. (2010) ondervinden in hun onderzoek dat jongeren, die in hun vroege adolescentie werden geconfronteerd met een drinkende ouder, in hun latere adolescentie zelf meer kans hebben om te beginnen drinken. Ook wordt uit hun studie duidelijk dat zowel het drinken van de ouder als het drinken als adolescent of jongvolwassene bijdraagt tot het ontwikkelen van 8

13 psychologische symptomen, zoals onder andere posttraumatische stressstoornis (Van der Keuken, 1990). Werner & Johnson (2004) merken in hun kwalitatief onderzoek op dat copingproblemen, ook op volwassen leeftijd kunnen voorkomen. Harter (2000) bevestigt dit in haar onderzoek bij volwassenen. Zij merkt op dat deze doelgroep een groter risico heeft om antisociaal gedrag, depressieve symptomen en angststoornissen te ontwikkelen. Daarnaast kunnen een laag zelfbeeld, moeilijkheden met gezinsrelaties en algemene aanpassingsproblemen voorkomen. Toch benadrukt ze dat er geen specifiek syndroom kan worden opgebouwd, omdat deze risico s niet uniek zijn voor deze doelgroep. Ook psychische problemen en een laag sociaal economische status van de ouders kunnen een risico vormen voor de ontwikkeling van het kind (Vanderplasschen et al., 2002). 3 Veerkracht Vanaf het moment dat psychologie en psychiatrie werden erkend als formele beroepen, werd er een traditioneel concept van psychologisch trauma gehanteerd. Deterministisch denken was dominant, waarbij traumatische ervaringen een kind onvermijdelijk beschadigden (Walsh, 2003). Het zoeken naar antecedenten van disfunctioneel psychologisch en fysiologisch gedrag stonden voorop (Bonanno & Mancini, 2008), waarbij de hulpverlening vooral aandacht besteedde aan hoe we negatief gedrag konden vermijden en overwinnen (Leshner, 1999). Na een halve eeuw langetermijnonderzoek naar de ontwikkeling van het kind, werd ontdekt dat sommige kinderen psychologisch gezond blijven, zelfs wanneer ze jaren met depressie en trauma werden geconfronteerd (Harvard Health Publications [HHP], 2006). De meerderheid van de kinderen of adolescenten, die als hoge risicokinderen werden gecatalogiseerd, kwamen niet tot het ontwikkelen van het geanticipeerd probleemgedrag (Leshner, 1999). In reactie daarop gingen onderzoekers hun focus verschuiven weg van de oorzaken van psychopathologie naar de karakteristieken en omstandigheden die de stress bufferen (HHP, 2006). Wat houdt sommige hoge risicokinderen tegen om probleemgedrag te stellen? Leshner (1999) noemt dit protectieve of veerkrachtfactoren. 3.1 Wat is veerkracht? Veerkracht is ondanks de confrontatie met negatieve omstandigheden in staat zijn om gewenste sociale uitkomsten en emotionele aanpassing te verwezenlijken (Luthar, 1993). Recenter verwoordde Van Regenmortel (2002): Veerkracht is het vermogen van een mens of systeem om een goed bestaan te leiden en zich ondanks moeilijke levensomstandigheden positief te ontwikkelen en dit op een sociaal aanvaardbare wijze. Walsh (1998) benadrukt een belangrijke voorwaarde bij de definitie van veerkracht. Hij merkt op dat veerkracht enkel kan voorkomen bij mensen die worden geconfronteerd met tegenslag. Voorgaande verwoordingen benadrukken de uitkomst van veerkracht, maar in ander onderzoek wordt duidelijk hoe veerkracht tot stand komt. Enerzijds ziet Cicchetti (2010) veerkracht als een ontwikkelingsproces dat beïnvloed wordt door meervoudige factoren. Veerkracht is niet iets dat een persoon heeft, het ontwikkelt zich aan de hand van bronnen van veerkracht, in die mate dat de bronnen van veerkracht als dusdanig worden geïnterpreteerd. Anderzijds concludeert Masten (2001) dat veerkracht het resultaat is van een normaal adaptatieproces, waarbij de persoon beroep doet op bronnen uit zichzelf, de familie, relaties en uit hun gemeenschap. Veerkracht kan voorkomen in een individu, een gezin en in een gemeenschap. Deze verschillende niveaus zijn onderling verbonden met elkaar. De veerkracht van een individu is verbonden met het gezin en de ruimere gemeenschap waarin dat individu leeft. Eveneens is de veerkracht van een gezin of de ruimere gemeenschap afhankelijk van veerkracht van de individuen binnen die gemeenschap (Hooper, 2009). 9

14 3.1.1 Individuele veerkracht Wolin & Wolin (1993) ziet individuele veerkracht als de mogelijkheid om belangrijke uitdagingen tijdens de ontwikkeling te overwinnen en consistent terugveren met de bedoeling om de verschillende ontwikkelingstaken te vervullen om zo te ontwikkelen naar volwassenheid. Veerkracht komt dus voor bij individuen als resultaat van een normaal menselijk adaptatiemechanisme (Masen, 2001; Bonnano & Mancini, 2008), maar hoe wordt deze veerkracht vastgesteld bij mensen? Werner en Smith (1982) zien persoonlijke voldoening en de aanwezigheid van volwassen steunfiguren als tekenen van veerkracht. De afwezigheid van contact met het gerecht, succes op het vlak van werk, familie en sociaal leven zouden eveneens wijzen op veerkracht. Het voorkomen van veerkracht bij verschillende populaties wordt momenteel uitvoerig afgetast. Veerkracht werd bijvoorbeeld al onderzocht bij volwassenen die blootgesteld werden aan trauma (Dohrenwend et al., 2006) en kanker (Deshields, Tibbs, Fan & Taylor, 2006). Ook is er heel wat onderzoek gedaan naar kinderen die, ondanks kindermishandeling, middelenmisbruik, ineffectieve opvoeding, psychische stoornis van een ouder en verwaarlozing, het goed doen (Hooper, 2009) Veerkracht in een gezin Het belang van veerkracht in een gezin vertrekt vanuit de vooropstelling dat crisissen en langdurige uitdagingen een impact hebben op het volledige gezin. Zoals bij individuele veerkracht gaat het hier over gezonde gezinnen die functioneren ondanks negatieve situaties. Vele gezinnen spatten uit elkaar wanneer ze worden geconfronteerd met een crisis of chronische stress, anderen komen dit ondanks alles te boven. Walsh (p6, 2003) verwoordt dit als volgt: The family resilience perspective is grounded in a deep conviction in the potential for family recovery and growth out of adversity. Walsh (2003) herkent drie gezinsdomeinen die stress en kwetsbaarheid in hoge risicosituaties kunnen verminderen, terwijl genezing en groei worden gestimuleerd. Het eerste domein betreft gemeenschappelijke waarden en normen in een gezin. Dit wordt gekenmerkt door gezinsleden die een inspanning leveren om tegenspoed te begrijpen. Ze blijven hopen op het beste. Voor een gezin houdt dit in dat ze aanvaarden wat ze niet kunnen controleren. In plaats van zich op te stellen als een slachtoffer dat machteloos toekijkt, moet een gezin zich focussen op mogelijkheden in de toekomst. Spiritualiteit en transcendentie kan hen daar bij helpen. Ten tweede kunnen vaste organisatiepatronen in een gezin ook bijdragen tot het ontwikkelen van veerkracht. Hier zijn flexibiliteit, verbondenheid, sociale en economische bronnen belangrijke factoren. Als laatste domein bevorderen communicatieprocessen veerkracht in een gezin. Dit doordat het duidelijkheid, emotionele openheid en samenwerking mogelijk maakt. Door aandacht te besteden aan deze drie gezinsdomeinen zullen gezinnen vindingrijker leren omgaan met een tegenslag of met gebeurtenissen die veel stress met zich meebrengen Veerkracht in een gemeenschap Walsh (2007) geeft mee dat ook binnen een gemeenschap de drie domeinen: gemeenschappelijke waarden en normen, vaste organisatiepatronen en goede communicatie, de grootste troeven zijn om veerkracht te stimuleren. Veerkracht in een gemeenschap is meestal een gevolg van een traumatisch verlies dat de volledige gemeenschap raakt, bijv. een gewelddadig of plots overlijden van een naaste, natuurrampen of terroristische aanslagen. Om herstel en veerkracht te bevorderen na zo n traumatische gebeurtenis hebben Walsh & McGoldrick (2004) vier adaptatietaken vooropgesteld dat veerkracht kan stimuleren. 1. Verduidelijken van de realiteit rond de traumatische gebeurtenis. 2. Delen van ervaringen van verlies en overleving met anderen. 3. Reorganiseren van familie en gemeenschap. 4. Opnieuw gaan investeren in relaties en toekomstplannen. 10

15 3.2 Verschillende visies op veerkracht Veerkracht komt dus voor op verschillende niveaus. Doordat mijn onderzoek vooral de veerkracht van individuen in beeld wil brengen, lijkt het me interessant om eerst de verschillende visies op veerkracht te bekijken. Op deze manier komen we te weten welke factoren inwerken op het proces van veerkracht en hoe dit bijdraagt tot de ontwikkeling van individuele veerkracht. Theoretisch hebben onderzoekers doorheen de jaren verschillende visies op veerkracht proberen neer te zetten om veerkracht zo begrijpbaar mogelijk te maken. Veerkracht moet gezien worden als een dynamisch interactief proces dat beïnvloed wordt door verschillende niveaus doorheen de tijd (Cicchetti, 2010). Sommigen zien veerkracht als een samenspel tussen risico- en beschermingsfactoren, anderen trekken veerkracht uiteen in interne en externe factoren. Nog anderen zien veerkracht tot uiting komen in een integratie van een Damage en Challenge-model. Volgende visies worden kort uitgelegd in dit onderdeel Veerkracht: een samenspel van risico- en beschermingsfactoren Risicofactoren verhogen de kans dat een individu in zijn leven ooit zal geconfronteerd worden met tegenspoed. Voorbeelden van risicofactoren zijn gescheiden ouders, armoede, fysieke beperking of psychische ziekte (Hawley, 2000). Beschermingsfactoren behoeden een individu tegen de negatieve gevolgen van een stressvolle situatie. Een goed temperament en sociale steun zijn gangbare voorbeelden van beschermingsfactoren (Hooper, 2009). De mate dat de beschermingsfactoren meer doorwegen dan de risicofactoren doet veerkracht al dan niet ontstaan in een persoon. Rutter (1990) benadrukt wel dat het evenwicht tussen risico- en beschermingsfactoren verandert naargelang tijd. Risicofactoren kunnen evolueren naar beschermingsfactoren en omgekeerd Interne en externe factoren beïnvloeden veerkracht Interne factoren zijn de elementen die tot stand komen binnenin de persoon. Deze genetische factoren kunnen weergegeven worden vanuit een biologisch en een psychologisch standpunt. Dit standpunt gelooft dat kinderen die veerkrachtiger zijn, minder vlug ziek worden. Ze zouden een regelmatiger slaappatroon en gezonde eetgewoonten hebben. Externe factoren zijn in tegenstelling tot de interne factoren, elementen die tot stand komen buiten de persoon zelf. Deze factoren worden beïnvloed door de kwaliteit van relaties met anderen, zowel binnen als buiten de familie (Mandleco & Peery, 2000). Deze factoren kunnen de kans om veerkracht te ontwikkelen zowel bevorderen als verminderen Veerkracht: de integratie van het Damage model en het Challenge model Het Damage-model is een voorbeeld van een traditioneel deficit- focussend model (Wolin & Wolin, 1995). Dit model geeft kinderen weer als hulpeloos, kwetsbaar en onherroepelijk verbonden aan hun familie. Dit heeft als resultaat dat het beste wat kinderen in verstoorde gezinnen kunnen doen, is hiermee omgaan door de toxische effecten van hun opvoeding te beperken. Het Damagemodelperspectief gelooft dat vroege blootstelling aan schadelijke omstandigheden een hoge prijs vraagt, dat uiteindelijk resulteert in symptomen en gedragsproblemen. Tijdens de adolescentie en volwassenheid stapelen de problemen zich op en uiteindelijk zal het kind niet beter aangepast zijn dan de vorige generatie. Er is als het ware sprake van een oorzaak-gevolgrelatie of een vicieuze cirkel. Het Challenge-model daarentegen ziet de ontbering als een factor dat kracht en een positieve uitkom kan stimuleren (Wolin & Wolin, 1993). Deze manier van denken ziet de mogelijkheden voor een gezonde ontwikkeling bij risicogroepen, zoals kinderen van ouders met een alcoholprobleem. Het Challenge- model reageert hiermee tegen de waarschijnlijkheid van pathologische uitkomsten, die worden voorspeld door het Damage-model. De rationalisatie voor het toevoegen van veerkracht bij het traditioneel risicomodel komt van Kagan (1984). Hij bediscussieert dat kinderen niet zozeer worden beïnvloed door het objectief meetbaar gedrag van 11

16 de ouders: attitude en diagnose, maar wel door hun eigen subjectieve indrukken die ze over de ouder vormen. Het Challenge-model gebruikt de subjectieve invloeden die Kagan beschrijft om de verschillen zowel binnenin, als over de doelgroep heen te verklaren. In het Challenge-model, kan een verstoord gezin kinderen beschadigen zoals gezegd in het Damage-model, maar het kan kinderen ook uitdagen te handelen naar eigen belang. De twee mogelijkheden worden in figuur 1 gepresenteerd als een verweven pijl. Wanneer kinderen hun verstoorde gezin interpreteren als uitdagend, zullen ze terugveren, waarbij ze kracht en veerkracht ontwikkelen. Wanneer kinderen hun verstoorde gezin als beschadigend ervaren, zullen ze bezwijken en pathologie ontwikkelen. De proportie van het ene resultaat tot het andere is op het schema weergegeven als de domeinen van contracterende kleuren (Wolin & Wolin, 1993). Figuur 1: Challenge model (Wolin & Wolin,1993 in Wolin & Wolin, 1995) Invloed van veerkracht op interventieontwikkeling Als het concept van veerkracht duidelijk wordt omschreven, biedt dit meer handvaten om veerkrachtpromotende interventies vorm te geven. Op deze manier komt dit de ontwikkeling van een meer effectieve hulpverlening ten goede (Grotberg, 1995). Leshner (1999) ziet het idee om de karakteristieken van veerkracht aan te leren en beschikbaar maken voor anderen als positief. Dit zou ervoor zorgen dat preventie en behandeling een tweede dimensie krijgen, die vooral bouwt op het positieve en erop is gericht om het individu te versterken. Een persoon wordt beïnvloed door interne en externe factoren, risico- en protectieve factoren en door de subjectieve interpretatie van de persoon (Hooper, 2009). Dit meer holistisch perspectief is niet alleen theoretisch interessant, maar bemoedigt ook interventies die zowel een poging doen om de risicofactoren te verminderen als het maximaliseren van protectieve of veerkrachtfactoren. Deze aanpak erkent ook de interactie tussen protectieve en risicofactoren, vermits dat wat gezien wordt als een effectieve protectieve factor significant kan variëren naargelang het niveau en vorm van het risico (Leshner, 1999). Op deze inzichten kunnen programmaontwikkelaars en hulpverleners bouwen, om zo de vraag: Welke factoren beschermen hoge risicokinderen en adolescenten om probleemgedrag te ontwikkelen?, te beantwoorden. Het opbouwen van een aanpak waarin er wordt geprobeerd om veerkracht te verhogen en risico te verminderen, moet redelijk kritisch worden bekeken, want het is praktischer om veerkracht bij mensen te verhogen dan om risico uit te sluiten (Leshner, 1999). In Grotberg s gids (1995) voor het opbouwen van veerkracht bij kinderen wordt dit duidelijk. Ouders of betrokkenen gaan op een bepaalde manier reageren op situaties, deze reacties kunnen veerkracht bij kinderen promoten of vernietigen. Ouders of betrokkenen kunnen een kind helpen om op een goede manier te reageren op een situatie. Belangrijk hierbij is dat ze geen verwarrende boodschappen sturen. Stewart, Reid & Mangham (1997) geven mee dat ondersteuningsprogramma s op school, vaardigheidstraining voor leerlingen, ouderschapstrainingen voor ouders van adolescenten en gezondheidspreventie veerkracht bij kinderen en jongeren kan promoten. Vertrouwen in jezelf en je eigen mogelijkheden zijn volgens Werner en Johnson (2004) de basisingrediënten voor het ontwikkelen van interventies die veerkracht willen stimuleren bij personen. 12

17 3.3 Bronnen van veerkracht Om veerkracht bij mensen te verhogen moet er duidelijkheid zijn over de bronnen van veerkracht. Met bronnen van veerkracht worden factoren bedoeld die een beschermende invloed kunnen uitoefenen in het leven van een persoon. Ze worden ook wel protectieve factoren genoemd. Ter Brink en Veerman (1998) omschrijven deze als volgt: Het zijn, in groep, factoren die samengaan met een verminderde kans op het vertonen van een stoornis, gegeven de aanwezigheid van een onderkend risico. (van Leeuwen, van Hees & Hermanns p43, 2002). Luthar, Cicchetti & Becker (2000) vatten drie sets van factoren samen die gerelateerd zijn aan de ontwikkeling van veerkracht: attributen van het individuele kind, attributen van de familie van het kind en karakteristieken van de grotere sociale omgeving van het kind. Grotberg (1995) maakt dan weer een onderscheid tussen: externe steun en bronnen (ik heb), interne en persoonlijke krachten (ik ben) en sociale en inter-persoonlijke vaardigheden (ik kan). In het vorige hoofdstuk werd duidelijk dat er verschillende visies zijn op veerkracht. Dit maakt het makkelijker om veerkracht op te splitsen in bronnen. Er wordt gekozen om een onderscheid te maken tussen bronnen van veerkracht in de persoon zelf (interne bronnen) en bronnen vanuit de omgeving (externe bronnen). Deze opdeling kan ook gestaafd worden binnen het Challenge-model, die naast de moeilijkheden uit de omgeving ook het subjectieve beeld die de persoon hieraan geeft, als bepalend ziet voor het ontwikkelen van veerkracht. Veerkracht kan dus voortkomen uit een interactie tussen bronnen van veerkracht in de persoon zelf en vanuit de omgeving. Deze conclusie blijkt uit Rolf s interview (1999) met Garmezy. Garmezy ziet veerkracht als een aggregaat van protectieve factoren. De veerkracht van een gezin kan dus ook de veerkracht van een individu zijn. Veerkracht kan dus worden gestimuleerd door meer externe steun. Volgens Garmezy is er geen enkelvoudige set van protectieve factoren, het gaat eerder over een interactie van meerdere, complexe factoren. In het Challenge-model komt dit ook duidelijk naar voor. In volgend onderdeel wordt geprobeerd deze factoren uiteen te trekken Bronnen van veerkracht in de persoon zelf Biologie van veerkracht De technologische vernieuwingen laten ons toe om meer te weten te komen over de biologische onderbouwing van veerkracht ([HHP], 2006). Aanvankelijk werd gedacht dat veerkracht aangeboren was (Anthony & Cohler, 1987). Onderzoekers kwamen al snel tot de conclusie dat er toch sprake was van een interactie tussen biologische en omgevingsfactoren om veerkracht te bekomen (Walsh, 2003). Recent is er heel wat interesse ontstaan vanuit de biologie voor veerkracht, waarbij de vraag wordt gesteld of je veerkracht kan ontdekken door het lichaam te onderzoeken. Wanneer een kind opgroeit in een harde omgeving heeft dit een invloed op de genetica, hersenstructuren, neurobiologische systemen en het algemeen functioneren van de persoon (Luthar & Brown, 2007). Curtis & Cicchetti (2007) hebben in hun onderzoek opgemerkt dat een elektro-encefalografie [EEG] asymmetrie bij kinderen, die geconfronteerd worden met zo n harde omgeving, kan wijzen op veerkracht. Recent onderzoek wijst uit dat de interactie tussen biologische en omgevingsfactoren een weerslag heeft op het neurologisch circuit en het neurochemisch functioneren. Deze neurologische circuits regelen sociaal gedrag, angst, emotionele reactiviteit en het beloningsgevoel. Het zou een positieve invloed op de psychologische krachten en specifieke gedragskarakteristieken bij veerkrachtige personen hebben (Feder, Nestler & Charney, 2009). Deze biologische bevindingen motiveren een investering in preventieve interventies bij kinderen met een verhoogd risico. Er wordt als het ware op zoek gegaan naar biologische veranderingen bij hoge risicokinderen om een psychiatrische stoornis te voorspellen. Maar dit doel is nog lang niet in zicht, als het al mogelijk is. We moeten ons blijven afvragen of het al dan niet een meerwaarde zou zijn voor de behandeling van de doelgroep. De kans is groot dat deze technologie niet gebruikt zal worden om kinderen in nood te helpen, meer bepaald deze in armoede (Luthar & Brown, 2007). Luthar & Brown (2007) willen hiermee niet zeggen dat biologisch onderzoek naar veerkracht niet van belang is. Dankzij biologisch onderzoek zijn er veel succesvolle medicamenteuze behandelingen ontwikkeld. Luthar en Brown (2007) willen hiermee benadrukken 13

18 dat we ons vandaag moeten blijven richten op de noden van kinderen en families met een verhoogd risico. Veerkracht wordt dus niet enkel beïnvloed door de biologie, maar ook door de omgeving. Er is sprake van een interactie tussen de twee. Dit leidt tot twee interpretaties. Enerzijds dat een bepaald set van goede genen een persoon kan beschermen tegen een slechte omgeving. Anderzijds dat een goede omgeving personen met slechte genen kunnen beschermen. Curtis & Nelson (2003) benadrukken neurologische plasticiteit, waarbij de hersenen zich structureel en functioneel herorganiseren op basis van input uit de omgeving. Harde, vroege ervaringen leiden tot het verminderen van neurologische netwerken en van hersengrootte. Vroege succesvolle interventies kunnen zorgen voor de verrijking van het netwerk van neuronen, met als gevolg grotere hersenen. Daarom benadrukt Lerner (2004) het inspelen op de triggers in de omgeving in plaats van ons intens te focussen op de genen, de biologie. Luthar & Brown (2007) geven aan dat de meest schadelijke omgeving er één is van verwaarlozing en misbruik. Deze omgeving is volgens Rutter (2006) ondubbelzinnig negatief, terwijl andere netwerkeffecten afhankelijk zijn van zowel genetische als omgevingsfactoren. Daarentegen hebben verbonden en liefdevolle relaties het meeste protectieve potentieel. Persoonlijkheid Hoewel Mischel (1969) zegt dat persoonlijkheid zelden meer dan 10 percent van het gedrag van personen doorheen situaties verklaart, is het beter om te zeggen dat persoonlijkheid één van de vele potentiële bijdragers van veerkracht is. Psychologen herkennen verschillende mentale patronen bij mensen die overspoeld worden door emoties van angst. Zo gaan ze vaak overhaaste conclusies trekken, de toekomst voorspellen, inactief zijn, emotioneel denken, verabsoluteren en zelfs catastroferen. Alles of niets denken, overgeneraliseren, egocentrisch denken en geen geloof hechten aan positieve eigenschappen die anderen aan hem of haar toeschrijven, kunnen ook voorkomen. Deze mentale patronen kunnen worden omgekeerd doordat de persoon bewust wordt van zijn eigen denken. Dit kan eveneens bijdragen tot veerkracht (Deraedt, z.d.). Persoonlijkheidsfactoren zoals hoge intelligentie, interne locus of control, goede copingvaardigheden en een gemakkelijk temperament kunnen het protectieve potentieel van het kind beïnvloeden (Fergusson & Horwood, 2003). Grotberg (1995) splitst de persoonlijkheidsfactoren op in enerzijds persoonlijke krachten zoals zelfvertrouwen, empathie, altruïsme, autonomie en verantwoordelijkheid en anderzijds in sociale vaardigheden waar communicatie, probleemoplossendvermogen, gevoels- en impulscontrole, taxeren van eigen en andermans temperament en de vaardigheid om betrouwbare relaties op te sporen, deel van uitmaken. Ander onderzoek vult dit nog verder aan met behulpzaamheid (Hetherington, 1989), gevoel van controle (Luthar & Zigler, 1992), plannen van toekomstige activiteiten (Werner, 1993) en optimisme (Wyman, Cowen, Work, & Kerley,1993). Dit zijn eveneens belangrijke factoren binnen de persoon zelf. Werner & Smith (1982) herkennen bij kinderen die zich met succes aanpassen vier factoren: actieve probleemoplossing, de mogelijkheid om pijnlijke zaken op een constructieve manier te bekijken, de mogelijkheid om positieve interacties aan te gaan en de zin van de zaken proberen te begrijpen door te geloven. Deze verschillende bronnen van veerkracht worden soms al herkend op heel jonge leeftijd. Werner (1989) en Werner & Smith (1989) merkten bijvoorbeeld in hun onderzoeken op dat veerkrachtige kinderen alert en responsief waren op een leeftijd van 20 maand. Ze speelden energiek, hadden de neiging om nieuwe ervaringen op te zoeken en vroegen om hulp wanneer nodig. Hoewel Werner s veerkrachtige kinderen niet specifiek begaafd waren op intelligentie gebied, slaagden ze op academisch vlak wel door gebruik te maken van effectieve talenten. Leerkrachten observeerden hun goede aandachtsspanne, hun probleemoplossende vaardigheden en hun leesvaardigheid Bronnen van veerkracht in de omgeving Omgevingsfactoren worden reeds lang gezien als belangrijke bronnen van veerkracht, maar om dit duidelijk weer te geven is een begrip van veerkracht vanuit ecologisch standpunt belangrijk (Bronfenbrenner, 1979). Het geeft de mogelijkheid om de beïnvloedende omgevingsfactoren verder op te splitsen in een voedende fysische en emotionele omgeving, inclusief de onmiddellijke familie, 14

19 peers, school, gemeenschap, culturele en politieke geloofssystemen (Boothby, Strang & Wessells, 2006). Masten & Obradovíc (2006) geven mee dat langdurige vijandigheid, verwaarlozing en onverschilligheid in dichte relaties de kansen op het ontwikkelen van veerkracht kan beschadigen. Sterke relaties met dichte betrokkenen versterken protectieve processen voor zowel kinderen als volwassenen. Familieomgeving is belangrijk om individuele veerkracht te ontwikkelen. Walsh (2003) geeft mee dat er altijd een cruciale waarde wordt gehecht aan belangrijke relaties met verwanten, intieme partners en mentoren. Deze personen ondersteunen de persoon in zijn of haar dromen, geloven in hun mogelijkheden en moedigen hen aan het beste van hun leven te maken. Daarom wordt ervoor gekozen om in dit onderdeel ons verder toe te spitsen op de bronnen van veerkracht in de dichte omgeving van de persoon, waarbij de familie, de school en lidmaatschap van verenigingen of geloof wordt besproken. Bronnen van veerkracht in de familie Een ouder kan een heel belangrijke bron van veerkracht zijn. De gevoelige en responsieve zorgen van een opvoeder kunnen negatieve effecten van toxische stress aanzienlijk verminderen (National science council on the developing child, z.d.). Rak (2002) merkt op dat de herinneringen aan ouders kunnen bijdragen tot het ontwikkelen van veerkracht bij kinderen in het latere leven. In Raks onderzoek wordt weergegeven hoe identificatie met een ouder ertoe kan leiden dat kinderen zich wapenen tegen trauma door protectieve factoren te faciliteren. Walsh (2003) merkt op dat, ook wanneer het moeilijk gaat in het gezin, de familie een bron van veerkracht kan zijn. In een gezin waar de ouder ziek is, wordt er vaak geen aandacht besteed aan het idee dat familie kan bijdragen aan veerkracht. De pathologie van de ouder wordt afgeschreven als een risicofactor. Toch moet er worden onthouden dat de grootste proportie van sociale steun door het gezin of de familie van het kind wordt geleverd (Stewart, Reid & Mangham, 1997). Ook Grotberg (1995) geeft in haar gids aan dat ouders een belangrijke invloed hebben op het promoten van veerkracht bij hun kinderen. We merken uit haar onderzoek dat 38 percent van de participanten in het project aangeven dat er veerkracht wordt gepromoot. Toch wordt er opgemerkt dat heel veel volwassenen de veerkracht bij kinderen teniet doen. Verder wordt duidelijk dat veel kinderen zich hulpeloos, verdrietig en niet volledig geliefd voelen. Daarmee wordt niet gezegd dat dit de bedoeling is van de volwassenen, maar dat mensen niet veel weten over veerkracht en de manier waarop ze het moeten promoten. Werner (1990) ziet ook een verschillende aanpak van ouders om veerkracht bij jongens en meisjes te promoten. Meisjes zouden beter reageren op ouderschapsstijlen die risiconeming, onafhankelijkheid en stabiele emotionele steun centraal stellen. Bij jongens zou structuur, toezicht, een mannelijk rolmodel en steun voor het uiten van gevoelens, veerkracht promoten. Fraser, McIntyre & Manby (2009) benadrukken dat ook kinderen zelf een belangrijke bron van veerkracht kunnen zijn, want kinderen kunnen een grote motivatie teweeg brengen bij hun ouders of opvoeders. Bronnen van veerkracht in de grotere sociale omgeving Bronnen buiten de familie kunnen ook een belangrijke rol spelen om veerkracht tot stand te brengen, bijv. bronnen in school, in verenigingen, in de kerk en in de gemeenschap (Mandleco & Peery). De school kan een belangrijke bron van veerkracht zijn. Brooks (2006) merkt op dat de verschillende functies die een school vervult de school in staat kan stellen om contacten met zowel de ouders als de gemeenschap te onderhouden. Leerkrachten stimuleren ontwikkeling en vaardigheden bij studenten en dankzij de goede organisatorische basis zijn scholen in staat om veerkracht bij studenten te vergroten. Uit ander onderzoek geven kinderen zelf mee dat ze van hun school een thuis weg van huis maken (Werner & Smith, 1989). Daarnaast kunnen verenigingen veel betekenen voor kinderen en jongeren. Daar krijgen ze de kans om met leeftijdsgenoten aan een eigen vrijetijdsbesteding vorm te geven. Werner & Smith (1989) merkten in hun onderzoek dat de kinderen die veerkracht vertoonden vaak een specifieke hobby hadden die ze konden delen met een vriend. Jongens en meisjes blonken uit in activiteiten zoals vissen, zwemmen, paardrijden en dansen. Ze werden graag gezien door hun klasgenoten en hadden minstens één goede vriend, meestal zelfs meerdere. Werner & Smith (1989) merkten op dat ook in de gemeenschap hun steekproef gebruik maakte van informele netwerken van buren, leeftijdsgenoten en ouderen voor raad en steun in tijden van crisis en overgang. Dit gaf voor de 15

20 participanten zin aan hun leven en bood hun het geloof dat ze enige controle konden uitoefenen over hun lot. De meisjes ontwikkelden een gevoel van autonomie en verantwoordelijkheid doordat ze zorgden voor hun jongere broers of zussen. De jongens deelden vaak taken uit als deel van hun dagelijkse routine. Tijdens het follow up onderzoek na 30 jaar kwamen de onderzoekers tot de aangename verrassing dat veel van de hoge risicokinderen de problemen, die ze hadden tijdens hun 20er of begin 30er jaren, hadden overwonnen. De kritische keerpunten voor hen waren: toetreden tot het leger, trouwen, ouderschap en actieve participatie in kerkgemeenschappen. Daarenboven merkten ze op dat de originele groep van veerkrachtige kinderen goed met de eisen die samengaan met volwassenheid omging. Deze volwassenen steunden, zoals ze ook deden in hun kindertijd, vooral op informele bronnen van steun in plaats van formele bronnen. De meesten hadden hun hoger onderwijs afgemaakt, werkten voltijds en gaven aan tevreden te zijn met hun job. Ze hadden een sterke religieus geloof en beschreven zichzelf als gelukkig met hun levensomstandigheden. Diegene die getrouwd waren, hadden een sterke verbintenis omtrent intimiteit (Werner & Smith, 1989). Gebaseerd op deze data concludeerde Werner (1989) dat risicofactoren en stressvolle omgevingen niet onvermijdelijk leiden tot slechte adaptatie. Het lijkt erop dat in ieder stadia van individuele ontwikkeling - van de geboorte tot volwassenheid - er een verschuiving is in de balans tussen stressvolle situaties, die de kwetsbaarheid verhogen, en protectieve factoren, die de veerkracht vergroten. Dit loopt gelijk met de visie achter het Challenge-model (Wolin & Wolin, 1995). Toch is het ook belangrijk om te weten dat het promoten van veerkracht culturele verschillen inhoudt. Grotberg (1995) geeft aan dat wanneer de persoon geconfronteerd wordt met tegenslag sommige culturen meer op geloof rekenen dan op probleemoplossende vaardigheden. Sommige culturen zijn meer begaan met straf en schuld, terwijl andere discipline en verzoening voorop stellen. Sommigen verwachten van kinderen dat ze meer afhankelijk zijn van anderen voor hulp in een moeilijke situatie; anderen stimuleren autonomie en onafhankelijk. In bepaalde landen verstoten de ouders hun kinderen vanaf een leeftijd van 5 jaar. Een veerkrachtig kind kan omgaan met dit soort verstoting, niet-veerkrachtige kinderen onderwerpen zich en zijn depressief. Terwijl in andere landen ouders een nauwe band met hun kinderen onderhouden, zoals in India het geval is. Indische families hebben meer veerkracht om samen te blijven en zo problemen aan te pakken (Ranganathan, 2004). 4 Veerkracht bij kinderen van ouders met een alcoholprobleem In het vorige hoofdstuk werden de verschillende bronnen van veerkracht over de populaties heen besproken. Dit werd opgesplitst in bronnen van veerkracht binnen en buiten de persoon. Uit voorgaand hoofdstuk werd duidelijk dat er al onderzoek werd gedaan naar de biologische onderbouwing van veerkracht, hierop wordt in dit onderdeel niet verder ingegaan. Ik opteer om me vooral toe te spitsen op de persoonlijkheidsfactoren als bronnen van veerkracht binnen de persoon zelf, naast de omgevingsfactoren als bronnen van veerkracht buiten de persoon. In dit onderdeel gaan we dieper in op de bronnen van veerkracht bij kinderen van ouders met een alcoholprobleem. Naast het opsplitsen van veerkracht in bronnen benadrukt Palmer (1997) dat veerkracht iets is dat groeit of verandert doorheen de jaren. Naarmate de persoon vaardigheden ontwikkelt en ze ook consequent gebruikt, groeit de persoon naar een bloeiende veerkracht. In haar Differential Resiliency Model maakt ze een opsplitsing tussen een normloze overleving (anomic survival), regeneratieve veerkracht, adaptieve veerkracht en uiteindelijk een bloeiende veerkracht. Haar model stimuleert mensen om individuen en gezinnen te zien als in ontwikkeling. Om te komen tot een goed overzicht van de bronnen baseer ik me op zeven vormen van veerkracht die in het artikel van Wolin & Wolin (1995) worden besproken. Deze gebruik ik als vertrekbasis om het te hebben over veerkracht bij kinderen van ouders met een alcoholprobleem. Doordat naast persoonlijkheidsfactoren ook omgevingsfactoren gezien kunnen worden als bronnen, laat ik me tevens inspireren door het artikel van Werner en Johnson (2004) om de ondersteunende relaties verder onder de loep te nemen. 16

21 4.1 Persoonlijkheidsfactoren Persoonlijkheidsfactoren helpen een individu om een omgeving rond zichzelf op te bouwen of datgene te selecteren dat hem zal versterken en ondersteunen in zijn persoonlijkheidsfactoren (Werner en Johnson, 2004). Dus personen die worden geconfronteerd met tegenspoed gaan vanuit hun persoonlijkheid op zoek naar bronnen in hun omgeving om hem of haar te ondersteunen. Werner en Johnson (2004) herkennen voor vrouwen een sociaal temperament, de afwezigheid van gedragsproblemen, een hoog zelfvertrouwen en een interne locus of controle als belangrijke indicatoren om te komen tot succesvolle adaptatie in volwassenheid. Deze zouden een grotere invloed hebben op vrouwen dan op mannen. Voor mannen, meer dan voor vrouwen, zijn gemiddelde intelligentie, probleemoplossingvermogen en leesvaardigheden verbonden met het opnemen van volwassen verantwoordelijkheden in het later leven belangrijk. Daarnaast zouden de emotionele steunbronnen, die ze ontwikkelen nadat ze hun ouderlijk huis verlaten hebben, de sterkste positieve buffer zijn tegen stresserende situaties. Steun van partner, broers, zussen, ouders, geloof en gebed kunnen dus veel betekenen. Door gebruik te maken van data uit klinische interviews, hebben Wolin en Wolin (1995) zeven vormen van veerkracht geïdentificeerd. Deze kunnen gezien worden als clusters van kracht die zich ontwikkelen wanneer kinderen actief reageren om zichzelf te beschermen tegen hindernissen in hun familie, zoals verwaarlozing, kritiek, fysische mishandeling, ontkenning, stilte of echtelijke onrust. Deze hindernissen kunnen het gevolg zijn van het hebben van een ouder met een alcoholprobleem, daarom is het belangrijk dat deze veerkrachten worden besproken. De zeven veerkrachten (Wolin & Wolin, 1995) zijn: inzicht, onafhankelijkheid, relaties, initiatief, creativiteit, humor en moraliteit. Vroege tekenen van deze veerkrachten worden teruggevonden in de eerste herinneringen van succesvolle overlevers en kunnen worden opgespoord in progressieve stadia doorheen de kindertijd, adolescentie en volwassenheid. Ze worden hieronder kort besproken. Inzicht Wanneer een ouder leidt aan een alcoholprobleem kan het gezin aanvankelijk onbetrouwbaar en vreemd aanvoelen voor het kind. Het kind voelt aan dat er iets niet juist is. Geleidelijk aan groeit het kind naar begrip van het probleem. Als reactie daarop gaat hij een grote empathie en tolerantie ontwikkelen voor dubbelzinnigheid en complexiteit. Ontkenning en onrust kan worden verminderd als het kind begrijpt dat een ouder leidt aan een alcoholprobleem. Inzicht beschermt kinderen tegen internaliseren van problemen en schuldgevoelens. Onafhankelijkheid Afstand nemen van de ouder met het alcoholprobleem beschermt kinderen. Onafhankelijkheid begint met het tijdelijk afstand nemen op momenten van stress of gezinsontwrichting. Er kan emotioneel en/of fysiek afstand genomen worden. Geleidelijk aan ontwikkelt het kind de vaardigheid om gescheiden te leven van het gezin, maar toch contact te kunnen onderhouden op basis van vrije wil en rationaliteit. Het kind komt geleidelijk aan los van het gezin en de onredelijke eisen die het soms stelt. Relaties Een relatie kan gezien worden als een intieme verbondenheid met een ander. Dit is vooral belangrijk wanneer het eigen gezin niet in staat is om zorg of raad te geven. Kinderen gaan proberen om een relatie aan te gaan met de emotioneel beschikbare ouder en andere personen buiten het gezin. Relaties maken actieve aanwerving van vervangende ouderfiguren en vriendschapsnetwerken mogelijk. Deze relaties zijn gebaseerd op geven en nemen. Deze kinderen leren op een volwassen manier kijken naar eigen en andermans welzijn. Hier willen we vooral benadrukken dat de persoon zelf op zoek gaat naar bronnen van veerkracht in zijn of haar omgeving. Bij omgevingsfactoren wordt er dieper ingegaan op de verschillende ondersteunende relaties die het kind kan aangaan. 17

22 Initiatief Initiatief nemen is bedoeld om gevoelens van hulpeloosheid bij deze kinderen te verminderen. Het kind gaat experimenteren om zo te evolueren naar doelgericht gedrag. Door activiteiten te proberen is het mogelijk om te groeien naar enthousiasme voor projecten en het oplossen van problemen. Volgens Werner & Johnson (2004) genieten deze kinderen van het hebben van eigen interesses, hobby s, werk, schoolprestaties en verantwoordelijkheden in het huishouden. Naast het feit dat initiatief nemen hen troost biedt wanneer het thuis niet goed gaat, groeit hun zelfvertrouwen hierdoor. Creativiteit Creativiteit kan worden gebruikt om de moeilijkheid van het eigen leven en de pijn die daaruit volgt om te zetten via metaforen, beelden en symbolen. Jonge kinderen uiten dit via spel. Uiteindelijk kan dit evolueren naar experimenteren met zelfexpressie via kunst. Humor Het vinden van het komische in het tragische. Humor minimaliseert problemen, op deze manier kan trauma in een gewone grap veranderen (Freud, 1961). Humor is een deel van de creativiteit die uitgroeit tot de vaardigheid om het gedrag van de ouder met het alcoholprobleem te zien als absurd, zodat het kind in staat is om te kunnen lachen met de eigen emotionele pijn. Moraliteit Het hebben van een geïnformeerd geweten. Moraliteit is de vaardigheid om goed en slecht van elkaar te onderscheiden, zowel binnen als buiten het gezin. Het groeit uit tot een eigen waardesysteem waarbij het kind anderen rondom zich, zoals de buurt en de gemeenschap, gaat dienen. Werner en Johnson (2004) geven aan dat geloof eveneens een belangrijke steun kan zijn voor kinderen van ouders met een alcoholprobleem. Geloof in de algemene zin van het woord kan volgens hen gebruikt worden om een positieve kijk op het leven te behouden. Daarnaast kan het ook helpen om de veelheid aan emotioneel zware omstandigheden, waarmee deze doelgroep te maken krijgt, een plaats te geven. De zeven veerkrachten, hun protectieve kwaliteiten en hun ontwikkelingen doorheen de tijd worden kort beschreven en samengevat in figuur 2. Kind Adolescent Volwassene Inzicht Aanvoelen Weten Begrijpen Onafhankelijkheid Afdwalen Losmaken Scheiden Relaties Aansluiten Verwerven Hechten Initiatief Verkennen Werken Verwerven Creativiteit Spelen Vorming Maken Humor Spelen Vorming Lachen Moraliteit Oordelen Waardering Dienen Figuur 2: De zeven veerkrachten (Wolin & Wolin, 1995) Er kan worden besloten dat er zich allerhande bronnen van veerkracht ontwikkelen binnen de persoon zelf. Deze bronnen kunnen het vertrekpunt zijn om op zoek te gaan naar bronnen van veerkracht in de omgeving, voornamelijk in de vorm van relaties met relevante anderen. 18

Richtlijn JGZ-richtlijn Kindermishandeling

Richtlijn JGZ-richtlijn Kindermishandeling Richtlijn JGZ-richtlijn Kindermishandeling 2. Gevolgen van kindermishandeling voor kind en omgeving De emotionele, lichamelijke en intellectuele ontwikkeling van een kind berust op genetische mogelijkheden

Nadere informatie

Inleiding. Familiale kwetsbaarheid en geslacht. Samenvatting

Inleiding. Familiale kwetsbaarheid en geslacht. Samenvatting Inleiding Depressie en angst zijn veel voorkomende psychische stoornissen. Het ontstaan van deze stoornissen is gerelateerd aan een breed scala van risicofactoren, zoals genetische kwetsbaarheid, neurofysiologisch

Nadere informatie

Deel 1: Positieve psychologie

Deel 1: Positieve psychologie Deel 1: Positieve psychologie Welkom bij: Positieve gezondheid. Jan Auke Walburg 2 Carla Leurs 3 4 Bloei Bloei is de ontwikkeling van het fysieke en mentaal vermogen. Welbevinden en gezondheid Verschillende

Nadere informatie

Cognitieve gedragstherapie bij problematisch alcoholgebruik

Cognitieve gedragstherapie bij problematisch alcoholgebruik Cognitieve gedragstherapie bij problematisch alcoholgebruik Informatie voor mensen die hun probleem willen aanpakken 2 Kortdurende motiverende interventie en cognitieve gedragstherapie Een effectieve behandeling

Nadere informatie

Onderlegger Licht Diagnostisch Instrument tbv bepaling van het gezinsprofiel. 1. Psychische en/of psychiatrische problemen van de ouder(s)

Onderlegger Licht Diagnostisch Instrument tbv bepaling van het gezinsprofiel. 1. Psychische en/of psychiatrische problemen van de ouder(s) A. Ouderfactoren: gegeven het feit dat de interventies van de gezinscoach en de nazorgwerker gericht zijn op gedragsverandering van de gezinsleden, is het zinvol om de factoren te herkennen die (mede)

Nadere informatie

Terrorisme en dan verder Wat te doen na een aanslag?

Terrorisme en dan verder Wat te doen na een aanslag? Terrorisme en dan verder Wat te doen na een aanslag? Publieksversie Ga zo veel mogelijk door met uw normale dagelijkse activiteiten. Dat geeft u het gevoel dat u de baas bent over de situatie. Dit is ook

Nadere informatie

GGzE centrum psychotrauma

GGzE centrum psychotrauma GGzE centrum psychotrauma GGzE centrum psychotrauma Mensen helpen met complexe traumaproblematiek en het (her)vinden van hun weg in de samenleving. Algemene informatie >> COMPLEXE TRAUMA S KUNNEN GROTE

Nadere informatie

Voorwoord 7 Leeswijzer 9

Voorwoord 7 Leeswijzer 9 Inhoudsopgave Voorwoord 7 Leeswijzer 9 Deel I Traumatische ervaringen 1 Wat kinderen kunnen meemaken 15 2 De reacties van kinderen op trauma 21 3 De impact op het gezin en de school 33 Deel II Kinderen

Nadere informatie

GGzE centrum psychotrauma

GGzE centrum psychotrauma GGzE centrum psychotrauma GGzE centrum psychotrauma Mensen helpen met complexe traumaproblematiek en het (her)vinden van hun weg in de samenleving. Algemene informatie >> Complexe trauma s kunnen grote

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Cannabisgebruik en stoornissen in het gebruik van cannabis in de adolescentie en jongvolwassenheid. Cannabis is wereldwijd een veel gebruikte drug. Het gebruik van cannabis is echter niet zonder consequenties:

Nadere informatie

Inhoud. Inleiding 7. Deel 1

Inhoud. Inleiding 7. Deel 1 Inhoud Inleiding 7 Deel 1 1 Niet-functionerende ouders 15 2 Het ongewenste kind 21 3 Dominante ouders 27 4 Parentificatie 35 5 Symbiotische ouders 41 6 Emotionele mishandeling 49 7 Lichamelijke mishandeling

Nadere informatie

1 Wat is er met me aan de hand? 11

1 Wat is er met me aan de hand? 11 Leven met een alcoholprobleem 07-03-06 09:25 Pagina 7 Inhoud Voorwoord 1 Wat is er met me aan de hand? 11 Typerend beeld van de kwaal 11 Symptomen 12 Vroege en late symptomen 14 Diagnostiek 14 Een paar

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Nederlandse samenvatting 134 Nederlandse samenvatting De inleiding van dit proefschrift beschrijft de noodzaak onderzoek te verrichten naar interpersoonlijk trauma en de gevolgen daarvan bij jongeren in

Nadere informatie

Kansen voor gezondheid

Kansen voor gezondheid 10-6-2015 1 g Kansen voor gezondheid L a n g e r Jan Auke Walburg Vraagstelling Hoe kan je de gezondheid en het welbevinden van een populatie bevorderen zodanig dat: mentale en somatische ziektes afnemen

Nadere informatie

Het aanpassingsproces na confrontatie met een hart- of vaataandoening

Het aanpassingsproces na confrontatie met een hart- of vaataandoening Auteur: Jos van Erp j.v.erp@hartstichting.nl Het aanpassingsproces na confrontatie met een hart- of vaataandoening Maakbaarheid en kwetsbaarheid Dood gaan we allemaal. Deze realiteit komt soms sterk naar

Nadere informatie

Keuzevak Effectieve Verslavingspreventie. Welkom. iri Kruit Voorlichting en training

Keuzevak Effectieve Verslavingspreventie. Welkom. iri Kruit Voorlichting en training Keuzevak Effectieve Verslavingspreventie Welkom Docent: Siri Kruit s.r.kruit@hr.nl 1 Huiswerkopdracht : Programma les 2 Theorie basis informatie Cannabis -presentatie Voorlichtingsmateriaal -nabespreken

Nadere informatie

J.J. Schijf, GZ psycholoog Brijder Verslavingszorg jaap. schijf@brijder.nl

J.J. Schijf, GZ psycholoog Brijder Verslavingszorg jaap. schijf@brijder.nl J.J. Schijf, GZ psycholoog Brijder Verslavingszorg jaap. schijf@brijder.nl Waar gaan we het over hebben? Samen gaan Mechanismen misbruik Consequenties voor bejegening Schadelijke Gevolgen Middelen Kalant,

Nadere informatie

Informatie voor Familieleden omtrent Psychose. InFoP 2. Inhoud

Informatie voor Familieleden omtrent Psychose. InFoP 2. Inhoud Informatie voor Familieleden omtrent Psychose InFoP 2 Inhoud Introductie Module I: Wat is een psychose? Module II: Psychose begrijpen? Module III: Behandeling van psychose de rol van medicatie? Module

Nadere informatie

De ontwikkeling en evolutie van posttraumatische stressklachten bij mensen met brandwonden na een ramp

De ontwikkeling en evolutie van posttraumatische stressklachten bij mensen met brandwonden na een ramp De ontwikkeling en evolutie van posttraumatische stressklachten bij mensen met brandwonden na een ramp Nancy Van Loey Wetenschappelijk onderzoeker VSBN Corinne Reynders Onderzoekscoördinator België Inhoud

Nadere informatie

Keuzevak Effectieve Verslavingspreventie. Welkom. iri Kruit Voorlichting en training

Keuzevak Effectieve Verslavingspreventie. Welkom. iri Kruit Voorlichting en training Keuzevak Effectieve Verslavingspreventie Welkom Docent: Siri Kruit s.r.kruit@hr.nl 1 Huiswerkopdracht : Programma les 2 Theorie basis informatie Cannabis -presentatie Voorlichtingsmateriaal -nabespreken

Nadere informatie

Psychische. problemen. bij ouders. Wat doe je met ouders die in de knoop zitten?

Psychische. problemen. bij ouders. Wat doe je met ouders die in de knoop zitten? Psychische problemen bij ouders Wat doe je met ouders die in de knoop zitten? Alles over psychische problemen bij je ouders IKMAAKDEKLIK.be Een onlineplatform voor kinderen van ouders met psychische problemen.

Nadere informatie

Verslaving. Deze folder is voor doven en slechthorenden die meer willen weten over verslaving. Als iemand niet meer zonder... kan

Verslaving. Deze folder is voor doven en slechthorenden die meer willen weten over verslaving. Als iemand niet meer zonder... kan ggz voor doven & slechthorenden Verslaving Als iemand niet meer zonder... kan Deze folder is voor doven en slechthorenden die meer willen weten over verslaving Herkent u dit? Veel mensen gebruiken soms

Nadere informatie

Schrijf je verhaal. zeven schrijfopdrachten

Schrijf je verhaal. zeven schrijfopdrachten Schrijf je verhaal zeven schrijfopdrachten THEM A LOYALITEIT Onder loyaliteit verstaan wij: De manier waarop het kind de band tussen hem en zijn ouders ervaart en hoe hij hiermee omgaat. Hierbij is te

Nadere informatie

Presentatie Huiselijk Geweld

Presentatie Huiselijk Geweld Definitie: Huiselijk geweld is geweld dat door iemand uit de huiselijke- of familiekring van het slachtoffer wordt gepleegd. Hieronder vallen lichamelijke en seksuele geweldpleging, belaging en bedreiging

Nadere informatie

Mentale kracht in de Forensische Psychiatrie

Mentale kracht in de Forensische Psychiatrie Mentale Mentale kracht in de Forensische Psychiatrie LFPZ,Zeeland, 11 juni 2009 Jan Auke Walburg Principes van positieve psychologie Bestudering positieve subjectieve ervaringen en constructieve cognities.

Nadere informatie

De JES studie: effecten van huiselijk geweld op de ontwikkeling van kinderen.

De JES studie: effecten van huiselijk geweld op de ontwikkeling van kinderen. De JES studie: effecten van huiselijk geweld op de ontwikkeling van kinderen. 1 Symposium Krachtige Kinderen in de opvang. Driebergen, 29 oktober 2012 Mirjam Wouda, kinder- en jeugdpsychiater Mutsaersstichting

Nadere informatie

Internetseksverslaving. G.Gielen

Internetseksverslaving. G.Gielen Internetseksverslaving G.Gielen Internet heeft seks toegankelijker gemaakt De media hebben wereldwijd een enorme impact op de sociale constructie van seksualiteit. Onder meer film, televisie, radio en

Nadere informatie

Lectoraat GGZ-Verpleegkunde. LVG en Verslaving. s Heerenloo 30 juni 2010

Lectoraat GGZ-Verpleegkunde. LVG en Verslaving. s Heerenloo 30 juni 2010 Lectoraat GGZ-Verpleegkunde LVG en Verslaving s Heerenloo 30 juni 2010 1 Wat komt aan bod? Overzicht programma LVG en verslaving Prevalentiegegevens Casus Brijder en s Heerenloo Discussie nav casuïstiek

Nadere informatie

Families onder druk. Huiselijk geweld binnen Marokkaanse en Turkse gezinnen. Drs. Ibrahim Yerden. Probleemstelling

Families onder druk. Huiselijk geweld binnen Marokkaanse en Turkse gezinnen. Drs. Ibrahim Yerden. Probleemstelling Families onder druk Huiselijk geweld binnen Marokkaanse en Turkse gezinnen Drs. Ibrahim Yerden Probleemstelling Hoe gaan Marokkaanse en Turkse gezinsleden, zowel slachtoffers als plegers om met huiselijk

Nadere informatie

Inhoud VII. 2 Integrale hulpverlening door gezinspolikliniek en gezinspsychiatrie... 7 2.1 Gezinspolikliniek... 8 2.2 Het vak gezinspsychiatrie...

Inhoud VII. 2 Integrale hulpverlening door gezinspolikliniek en gezinspsychiatrie... 7 2.1 Gezinspolikliniek... 8 2.2 Het vak gezinspsychiatrie... VII 1 KOPP/KVO-kinderen............................................................ 1 1.1 Indrukwekkende cijfers over KOPP/KVO-kinderen in Nederland..................... 2 1.2 Waarom KOPP/KVO-kinderen

Nadere informatie

SAMENVATTING SAMENVATTING. Werk en Psychische Gezondheid: Studies naar de invloed van werk kenmerken, sociale rollen en gender

SAMENVATTING SAMENVATTING. Werk en Psychische Gezondheid: Studies naar de invloed van werk kenmerken, sociale rollen en gender SAMENVATTING Werk en Psychische Gezondheid: Studies naar de invloed van werk kenmerken, sociale rollen en gender In de jaren negentig werd duidelijk dat steeds meer werknemers in Nederland, waaronder in

Nadere informatie

hoofdstuk 3 Hoofdstuk 4 Hoofdstuk 5

hoofdstuk 3 Hoofdstuk 4 Hoofdstuk 5 SAMENVATTING 117 Pas kortgeleden is aangetoond dat ADHD niet uitdooft, maar ook bij ouderen voorkomt en nadelige gevolgen kan hebben voor de patiënt en zijn omgeving. Er is echter weinig bekend over de

Nadere informatie

Is een klas een veilige omgeving?

Is een klas een veilige omgeving? Is een klas een veilige omgeving? De klas als een vreemde sociale structuur Binnen de discussie dat een school een sociaal veilige omgeving en klimaat voor leerlingen moet bieden, zouden we eerst de vraag

Nadere informatie

Middelengebruik en alcohol in relatie tot NAH. Twan van Duijnhoven Verpleegkundig Specialist GGZ

Middelengebruik en alcohol in relatie tot NAH. Twan van Duijnhoven Verpleegkundig Specialist GGZ Middelengebruik en alcohol in relatie tot NAH Twan van Duijnhoven Verpleegkundig Specialist GGZ Programma Stellingen Geschiedenis van verslaving Wat zijn drugs? Fasen van gebruik Soorten middelen Effecten

Nadere informatie

Praten met familie 29-09- 15. Hulpverleners: Last of lust. Last / lastig. Lust. Stichting Labyrint-in Perspectief

Praten met familie 29-09- 15. Hulpverleners: Last of lust. Last / lastig. Lust. Stichting Labyrint-in Perspectief Praten met familie Francisca Goedhart, Stichting Labyrint- in Perspectief Jacklin Goudsblom, GGZ Noor Holland Noord en PIMM trainer. Hulpverleners: Last of lust Last / lastig (hulpverlener = hv) Lust (hulpverlener

Nadere informatie

Angststoornissen. Verzekeringsgeneeskundig protocol

Angststoornissen. Verzekeringsgeneeskundig protocol Angststoornissen Verzekeringsgeneeskundig protocol Epidemiologie I De jaarprevalentie voor psychische stoornissen onder de beroepsbevolking in Nederland wordt geschat op: 1. 5-10% 2. 10-15% 15% 3. 15-20%

Nadere informatie

en jongeren Oolgaardt lezing 24 juni 2008 Ireen de Graaf Trimbos-instituut 2008 1

en jongeren Oolgaardt lezing 24 juni 2008 Ireen de Graaf Trimbos-instituut 2008 1 Depressie bij kinderen en jongeren Oolgaardt lezing 24 juni 2008 Ireen de Graaf Trimbos-instituut 2008 1 Welbevinden ebe van Nederlandse kinderen Nederlandse kinderen het gelukkigst in Europa 92% 12-24

Nadere informatie

Verslavingszorg en meer...

Verslavingszorg en meer... Verslavingszorg en meer... Wanneer spreek je van VERSLAAFD? Het 12 Steps Minnesota Model gaat uit van 4 criteria, tezamen vormen zij de MACHTELOOSHEID 1. Controleverlies over de inname 1 is teveel 100

Nadere informatie

Cover Page. The handle http://hdl.handle.net/1887/22989 holds various files of this Leiden University dissertation

Cover Page. The handle http://hdl.handle.net/1887/22989 holds various files of this Leiden University dissertation Cover Page The handle http://hdl.handle.net/1887/22989 holds various files of this Leiden University dissertation Author: Pouw, Lucinda Title: Emotion regulation in children with Autism Spectrum Disorder

Nadere informatie

Dit proefschrift presenteert de resultaten van het ALASCA onderzoek wat staat voor Activity and Life After Survival of a Cardiac Arrest.

Dit proefschrift presenteert de resultaten van het ALASCA onderzoek wat staat voor Activity and Life After Survival of a Cardiac Arrest. Samenvatting 152 Samenvatting Ieder jaar krijgen in Nederland 16.000 mensen een hartstilstand. Hoofdstuk 1 beschrijft de achtergrond van dit proefschrift. De kans om een hartstilstand te overleven is met

Nadere informatie

Factoren in de relatie tussen angstige depressie en het risico voor hart- en vaatziekten

Factoren in de relatie tussen angstige depressie en het risico voor hart- en vaatziekten Factoren in de relatie tussen angstige depressie en het risico voor hart- en vaatziekten In dit proefschrift werd de relatie tussen depressie en het risico voor hart- en vaatziekten onderzocht in een groep

Nadere informatie

Persoonlijkheidsstoornissen Kortdurend Behandelaanbod

Persoonlijkheidsstoornissen Kortdurend Behandelaanbod Persoonlijkheidsstoornissen Kortdurend Behandelaanbod U bent niet de enige Een op de tien Nederlanders heeft te maken met een persoonlijkheidsstoornis of heeft trekken hiervan. De Riagg Maastricht is gespecialiseerd

Nadere informatie

Informatie voor Familieleden omtrent Psychose. InFoP 2. Inhoud

Informatie voor Familieleden omtrent Psychose. InFoP 2. Inhoud Informatie voor Familieleden omtrent Psychose InFoP 2 Inhoud Introductie Module I: Wat is een psychose? Module II: Psychose begrijpen? Module III: Behandeling van psychose de rol van medicatie? Module

Nadere informatie

Herkennen gevolgen en signalen voor jeugdigen

Herkennen gevolgen en signalen voor jeugdigen Herkennen gevolgen en signalen voor jeugdigen u Eventuele psychische en/of verslavingsproblemen bij de ouders kunnen van invloed zijn op de opvoeding, ontwikkeling en (toekomstige) psychische gezondheid

Nadere informatie

Directe Hulp bij Huiselijk. U staat er niet alleen voor!

Directe Hulp bij Huiselijk. U staat er niet alleen voor! Directe Hulp bij Huiselijk Geweld U staat er niet alleen voor! U krijgt hulp Wat nu? U bent in contact geweest met de politie of u heeft zelf om hulp gevraagd. Daarom krijgt u nu Directe Hulp bij Huiselijk

Nadere informatie

Rouw na een niet-natuurlijke dood

Rouw na een niet-natuurlijke dood Rouw na een niet-natuurlijke dood Yarden Symposium Afscheid na een niet-natuurlijke dood Donderdag 14 november 2013 Prof. dr. Paul Boelen Universiteit Utrecht Wat is rouw? Inhoud Wat is niet-natuurlijke

Nadere informatie

Een depressie. P unt P. kan u helpen. volwassenen

Een depressie. P unt P. kan u helpen. volwassenen Een depressie P unt P kan u helpen volwassenen Iedereen is wel eens moe, somber en lusteloos. Het is een normale reactie op tegenvallers, een verlies en andere vervelende gebeurtenissen. Wanneer dit soort

Nadere informatie

Geven en ontvangen van steun in de context van een chronische ziekte.

Geven en ontvangen van steun in de context van een chronische ziekte. Een chronische en progressieve aandoening zoals multiple sclerose (MS) heeft vaak grote consequenties voor het leven van patiënten en hun intieme partners. Naast het omgaan met de fysieke beperkingen van

Nadere informatie

Interpersoonlijke psychotherapie

Interpersoonlijke psychotherapie Interpersoonlijke psychotherapie in een ambulante groep een behandelprotocol voor depressie Dina Snippe, psychotherapeut Opleider-supervisor NVGP en NVIPT De genezing van de krekel Geacht somber gevoel,

Nadere informatie

Ervaren problemen door professionals

Ervaren problemen door professionals LVG en Verslaving Lectoraat GGZ-Verpleegkunde Ervaren problemen door professionals Kennisdeling 11 november 2010, Koos de Haan, deel 2 1 Wat komt aan bod? Onderzoek naar problemen door professionals ervaren

Nadere informatie

Platform epilepsieverpleegkundigen i.s.m. SEPION

Platform epilepsieverpleegkundigen i.s.m. SEPION Platform epilepsieverpleegkundigen i.s.m. SEPION Leven met epilepsie: Zelfmanagement Loes Leenen, MANP PhD trainee zelfmanagement Inleiding Achtergrond Zelfmanagement Zelfmanagement & Kwaliteit van leven

Nadere informatie

De psychiatrische cliënt in beeld Terugkeer in de maatschappij Psychiatrisch stigma bekeken vanuit client, familie en samenleving Job van t Veer Wat is het psychiatrisch stigma? Psychiatrisch stigma Kennis

Nadere informatie

TSCYC Ouderversie. Vragenlijst over traumasymptomen bij jonge kinderen. Jeroen de Groot. ID 256-18 Datum 24.12.2014. Informant:

TSCYC Ouderversie. Vragenlijst over traumasymptomen bij jonge kinderen. Jeroen de Groot. ID 256-18 Datum 24.12.2014. Informant: TSCYC Ouderversie Vragenlijst over traumasymptomen bij jonge kinderen ID 256-18 Datum 24.12.2014 Informant: Mieke de Groot-Aerts moeder TSCYC Inleiding 2 / 10 INLEIDING De TSCYC is een vragenlijst die

Nadere informatie

PROFESSIONELE BACHELOR ERGOTHERAPIE 2015-2016. Modeltraject eerste jaar Semester 1 WWW.AP.BE OPLEIDINGSONDERDELEN 2015/2016

PROFESSIONELE BACHELOR ERGOTHERAPIE 2015-2016. Modeltraject eerste jaar Semester 1 WWW.AP.BE OPLEIDINGSONDERDELEN 2015/2016 PROFESSIONELE BACHELOR ERGOTHERAPIE 2015-2016 Modeltraject eerste jaar Semester 1 Professioneel redeneren 1 6 ECTS Je zal de geschiedenis en de specifieke plaats van ergotherapie binnen de organisatie

Nadere informatie

Our brains are not logical computers, but feeling machines that think.

Our brains are not logical computers, but feeling machines that think. Drs. Fernando Cunha (Child Support Europe) Ontwikkelingspsycholoog Gezondheidspsycholoog (BIG) Kinder- en Jeugdpsycholoog (NIP) Onderwijsspecialist http://www.child-support-europe.com In dienst van kinderen,

Nadere informatie

Complexe rouw. Prof. dr. Jos de Keijser. 8 oktober Zorg Diensten Groep. Symposium Kennis & kunde delen in de postmortale zorg

Complexe rouw. Prof. dr. Jos de Keijser. 8 oktober Zorg Diensten Groep. Symposium Kennis & kunde delen in de postmortale zorg faculteit gedrags- en maatschappijwetenschappen Datum 23-10-2014 Complexe rouw Prof. dr. Jos de Keijser 8 oktober Zorg Diensten Groep Symposium Kennis & kunde delen in de postmortale zorg Normale rouw

Nadere informatie

Een Systeem Perspectief van Verslavingen. Lezing ter gelegenheid van 4-JeHerstel

Een Systeem Perspectief van Verslavingen. Lezing ter gelegenheid van 4-JeHerstel Een Systeem Perspectief van Verslavingen Lezing ter gelegenheid van 4-JeHerstel 1 Deze lezing is opgedragen Lois Wilson-Burnham Focus on what you can do, then do it with all your heart. Lois Wilson 2 Net

Nadere informatie

Gatekeeper training. 08-10- 2014 workshop Trainer: Gerrie Hendriks

Gatekeeper training. 08-10- 2014 workshop Trainer: Gerrie Hendriks Gatekeeper training 08-10- 2014 workshop Trainer: Gerrie Hendriks Gatekeepers Jullie gaan deuren openen naar hulp voor mensen die gevaar lopen zichzelf wat aan te doen waarom 1600 suïcides per jaar waarvan

Nadere informatie

Borderline in het gezin. Koos Krook, sr. preventiefunctionaris GGZ Midden Brabant

Borderline in het gezin. Koos Krook, sr. preventiefunctionaris GGZ Midden Brabant Borderline in het gezin. Koos Krook, sr. preventiefunctionaris GGZ Midden Brabant Inleiding - Stellingen. - Ontstaan psychiatrische aandoeningen. - Wat zien naastbetrokkenen. - Invloed van borderline op

Nadere informatie

Doelgroepen kasteelplus. Kerngedachten bij de visie. Ontwennen meer dan stoppen. Visie : controleverlies betekent totale abstinentie

Doelgroepen kasteelplus. Kerngedachten bij de visie. Ontwennen meer dan stoppen. Visie : controleverlies betekent totale abstinentie Doelgroepen kasteelplus Ontwennen meer dan stoppen. Hoe helpen we mensen om te veranderen? dag van de zorg 17/03/2013 Patrick Lobbens Hoofdverpleegkundige verslavingszorg kasteelplus Kasteelplus 1 : mensen

Nadere informatie

Vroegsignalering alcoholgebruik op de Spoedeisende hulp

Vroegsignalering alcoholgebruik op de Spoedeisende hulp Vroegsignalering alcoholgebruik op de Spoedeisende hulp Samenwerking tussen algemeen ziekenhuis en GGZ Roxanne Izendooren Projectleider Vroegsignalering alcoholgebruik 23 april 2012 Opdracht: Vragenlijst

Nadere informatie

Echtscheiding en nieuw samengestelde gezinnen. Invloeden op ouderschap en kinderontwikkeling

Echtscheiding en nieuw samengestelde gezinnen. Invloeden op ouderschap en kinderontwikkeling Echtscheiding en nieuw samengestelde gezinnen Invloeden op ouderschap en kinderontwikkeling Cruciale vragen Verschillen in psychisch welbevinden ts. personen uit gescheiden en nietgescheiden gezinnen?

Nadere informatie

Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling

Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling Inhoudsopgave Overeenkomst meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling 2 Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling 3 Toelichting meldcode huiselijk

Nadere informatie

InFoP 2. Inhoud. Informatie voor Familieleden omtrent Psychose. Psychose begrijpen Kwetsbaarheid-Stress model

InFoP 2. Inhoud. Informatie voor Familieleden omtrent Psychose. Psychose begrijpen Kwetsbaarheid-Stress model Informatie voor Familieleden omtrent Psychose InFoP 2 Inhoud Introductie Module I: Wat is een psychose? Module II: Psychose begrijpen? Module III: Behandeling van psychose de rol van medicatie? Module

Nadere informatie

Inleiding. Bron: Nationale Drugsmonitor Jaarbericht 2007. Uitgave van Trimbosinstituut

Inleiding. Bron: Nationale Drugsmonitor Jaarbericht 2007. Uitgave van Trimbosinstituut : Alcohol, roken en drugs Inleiding In onze maatschappij zijn het gebruik van alcohol en andere drugs heel gewoon geworden roken en het drinken van alcoholische dranken gebeurt op recepties, feestjes,

Nadere informatie

..en. rouwend. VOOK 6 oktober 2011 ( )Carine. Kappeyne van de Coppello

..en. rouwend. VOOK 6 oktober 2011 ( )Carine. Kappeyne van de Coppello Jong, eigen-wijs..en rouwend VOOK 6 oktober 2011 ( )Carine Kappeyne van de Coppello Krijgen kinderen met de dood te maken? Internationaal onderzoek wijst uit dat van ongeveer 5% van de kinderen tot 16

Nadere informatie

Psychisch of Psychiatrie? 12-06-2012

Psychisch of Psychiatrie? 12-06-2012 Wat is een psychische stoornis? Een psychische stoornis is een patroon van denken, voelen en gedrag dat binnen de geldende cultuur ongebruikelijk is. Het patroon veroorzaakt last bij de persoon zelf en/of

Nadere informatie

Mijn hersenletsel. Toelichting: Toelichting: Toelichting: Toelichting: Toelichting: Toelichting: Toelichting: Toelichting: Toelichting:

Mijn hersenletsel. Toelichting: Toelichting: Toelichting: Toelichting: Toelichting: Toelichting: Toelichting: Toelichting: Toelichting: Mijn hersenletsel Ik heb moeite met het vasthouden of verdelen van mijn aandacht. Ik ben snel afgeleid. Ik heb moeite om alles bij te houden/de wereld gaat zo snel. Ik heb moeite met flexibiliteit en veranderingen.

Nadere informatie

Aardbevingen en psychische klachten

Aardbevingen en psychische klachten Aardbevingen en psychische klachten (Karin Folkers, Klinisch Psycholoog) Jantien Mast, Verpleegkundig Specialist Peter Pijper en Coosje Klootwijk, verpleegkundigen Bouke Koopmans, psychiater Loppersum,

Nadere informatie

Manisch depressief of bipolaire stoornis

Manisch depressief of bipolaire stoornis 0000 2027 - SV - oktober 2012 Manisch depressief of bipolaire stoornis campus Sint-Vincentius Sint-Vincentiusstraat 20 2018 Antwerpen tel. 03 285 20 00 fax 03 239 23 23 www.st-vincentius.be GasthuisZusters

Nadere informatie

Workshop. Drughulpverlening voor verslaafde ouders met kinderen

Workshop. Drughulpverlening voor verslaafde ouders met kinderen Workshop Drughulpverlening voor verslaafde ouders met kinderen 1 Verloop Voorstelling Tipi-werking Follow-up onderzoek Een uitwisseling over de uitdagingen voor de toekomst 2 Vzw De Kiem RESIDENTIEEL AMBULANT

Nadere informatie

Multi-compenent model

Multi-compenent model Preventie van Kindermishandeling Rianne van der Zanden Trimbos-instituut rzanden@trimbos.nl Preventie kindermishandeling Opzet presentatie Aard, omvang en gevolgen van kindermishandeling Kindermishandeling

Nadere informatie

Interpersoonlijke psychotherapie

Interpersoonlijke psychotherapie Interpersoonlijke psychotherapie in een groep een behandelprotocol voor depressie Dina Snippe, Opleider-supervisor IPT en groepspsychotherapie Cora Versteeg, supervisor IPT en groepspsychotherapeut i.o.

Nadere informatie

GGZ aanpak huiselijk geweld

GGZ aanpak huiselijk geweld GGZ aanpak huiselijk geweld Wat is er nodig en wat helpt Jeannette van Borren Mei 2011 Film moeder en zoon van Putten Voorkomen van problemen is beter en goedkoper dan genezen Preventieve GGZ interventies

Nadere informatie

Voorkómen van huiselijk geweld

Voorkómen van huiselijk geweld Voorkómen van huiselijk geweld hoe profiteren we van wetenschappelijke kennis? Nico van Oosten senior adviseur Huiselijk en Seksueel Geweld Movisie There is nothing more practical than a good theory (Kurt

Nadere informatie

Suïcidaal gedrag: Omvang van het probleem, oorzaken en risicofactoren, en mogelijkheden tot preventie. G. Portzky

Suïcidaal gedrag: Omvang van het probleem, oorzaken en risicofactoren, en mogelijkheden tot preventie. G. Portzky Suïcidaal gedrag: Omvang van het probleem, oorzaken en risicofactoren, en mogelijkheden tot preventie G. Portzky 1. OMVANG VAN HET PROBLEEM 2.1. Suïcide Suïcide rates in Vlaanderen 2010 (Bron: Vlaams Agentschap

Nadere informatie

Overmatig alcoholgebruik aanpakken RODER. met hulp in uw eigen huisartsenpraktijk. Januari 2014 ONDERDEEL VAN DE NOVADIC-KENTRON GROEP

Overmatig alcoholgebruik aanpakken RODER. met hulp in uw eigen huisartsenpraktijk. Januari 2014 ONDERDEEL VAN DE NOVADIC-KENTRON GROEP Overmatig alcoholgebruik aanpakken met hulp in uw eigen huisartsenpraktijk RODER Januari 2014 ONDERDEEL VAN DE NOVADIC-KENTRON GROEP De belangrijke eerste stap... U heeft met uw huisarts gesproken over

Nadere informatie

Helen Dowling Instituut psychologische zorg bij kanker. Landelijke Contactdag Nier- en blaaskanker Amersfoort 5 april 2014

Helen Dowling Instituut psychologische zorg bij kanker. Landelijke Contactdag Nier- en blaaskanker Amersfoort 5 april 2014 Helen Dowling Instituut psychologische zorg bij kanker Landelijke Contactdag Nier- en blaaskanker Amersfoort 5 april 2014 Inhoud Rondleiding Over het HDI (missie, visie en aanbod) Kanker: feiten en cijfers

Nadere informatie

stoppen zware drinkers minder vaak met het drinken van alcoholhoudende drank dan vrouwen met een lager alcoholgebruik.

stoppen zware drinkers minder vaak met het drinken van alcoholhoudende drank dan vrouwen met een lager alcoholgebruik. Samenvatting In Nederland gebruikt ongeveer 80% van de vrouwen in de vruchtbare leeftijd alcoholhoudende drank. Veel vrouwen staken het alcoholgebruik zodra ze zwanger zijn of eerder al, als ze zwanger

Nadere informatie

Kanker en Werk Begeleiding en Re-integratie Stap.nu in mogelijkheden

Kanker en Werk Begeleiding en Re-integratie Stap.nu in mogelijkheden Kanker en Werk Begeleiding en Re-integratie Stap.nu in mogelijkheden Regionaal Genootschap Fysiotherapie Midden Nederland Zelfmanagement bij kanker De realiteit 100.000 nieuwe diagnoses in 2012 Het aantal

Nadere informatie

Discussion Summary Samenvatting Dankwoord Curriculum Vitae

Discussion Summary Samenvatting Dankwoord Curriculum Vitae chapter 7 Discussion Summary Samenvatting Dankwoord Curriculum Vitae 140 chapter 7 SAMENVATTING De bipolaire stoornis (of manisch-depressieve stoornis) is een stemmingsstoornis waarin episodes van (hypo)manie

Nadere informatie

Omgaan met littekens. Els Vandermeulen. Psychologe BWC Neder-over-Heembeek Februari 2014

Omgaan met littekens. Els Vandermeulen. Psychologe BWC Neder-over-Heembeek Februari 2014 Omgaan met littekens Els Vandermeulen Psychologe BWC Neder-over-Heembeek Februari 2014 1. Huid 2. Brandwonden 3. Littekens 4. Traumatische gebeurtenis 5. Onzichtbare littekens 6. Psychische problemen 1.

Nadere informatie

Gedwongen opname en verslaving Dr Anne Van Duyse - De Sleutel en PC Sint Jan Baptist

Gedwongen opname en verslaving Dr Anne Van Duyse - De Sleutel en PC Sint Jan Baptist Gedwongen opname en verslaving Dr Anne Van Duyse - De Sleutel en PC Sint Jan Baptist Deel 1: Wet op de gedwongen opname Deel 2: problematisch middelengebruik Toetsing van de wet bij verslaving Geesteszieke

Nadere informatie

Grensoverschrijdend gedrag. Les 2: inleiding in de psychopathologie

Grensoverschrijdend gedrag. Les 2: inleiding in de psychopathologie Grensoverschrijdend gedrag Les 2: inleiding in de psychopathologie Programma Psychopathologie; wat is het? Algemene functionele psychopathologie DSM Psychopathologie = Een onderdeel van de psychiatrie

Nadere informatie

Inhoud. plaatsbepaling en verklaringsmodel... 9. met een verstandelijke beperking... 27. Literatuur... 8. verstandelijke beperking...

Inhoud. plaatsbepaling en verklaringsmodel... 9. met een verstandelijke beperking... 27. Literatuur... 8. verstandelijke beperking... XIII Inhoud 1 Het handboek SOS Snelle Opvang bij Seksueel misbruik..................... 1 1.1 Doelgroep van het handboek SOS..................................................... 2 1.2 Het belang van het

Nadere informatie

Stress & Burn Out. ubeon Academy

Stress & Burn Out. ubeon Academy Stress & Burn Out ubeon Academy Programma Stress & Burn Out, twee thema s die tot voor kort taboe waren in vele werkomgevingen, vragen vandaag de dag extra aandacht. Naast opleidingen gericht op individuele

Nadere informatie

Geestelijke gezondheid

Geestelijke gezondheid In dit onderdeel wordt ingegaan op de geestelijke gezondheid van ouderen. De onderwerpen die worden aangesneden zijn psychische stoornissen en eenzaamheid. Volgens gegevens uit de Rapportage 2001 van het

Nadere informatie

Brijder Verslavingszorg Hoofddorp

Brijder Verslavingszorg Hoofddorp Ons Team Ons team is zeer divers. We bestaan uit het secretariaat, psychologen, maatschappelijk werkers, sociaal psychiatrisch verpleegkundigen, cognitief gedragstherapeutisch werkers, ervaringsdeskundigen,

Nadere informatie

Stressmanagement-training: Vaardig door ontspanning

Stressmanagement-training: Vaardig door ontspanning Stressmanagement-training: Vaardig door ontspanning Veel mensen met een hart- of vaatziekte (HVZ) en hun partners ervaren ook nog stress als ze thuis hun leven weer proberen op te bouwen. Dit is dus ná

Nadere informatie

het psychisch functioneren van de ouder, de tevredenheid van de ouders met de (huwelijks)relatie en de gezinscommunicatie. Een beter functioneren van

het psychisch functioneren van de ouder, de tevredenheid van de ouders met de (huwelijks)relatie en de gezinscommunicatie. Een beter functioneren van 9 Samenvatting 173 174 9 Samenvatting Kanker is een veel voorkomende ziekte. In 2003 werd in Nederland bij meer dan 72.000 mensen kanker vastgesteld. Geschat wordt dat het hier in 9.000 gevallen om mensen

Nadere informatie

A c. Dutch Summary 257

A c. Dutch Summary 257 Samenvatting 256 Samenvatting Dit proefschrift beschrijft de resultaten van twee longitudinale en een cross-sectioneel onderzoek. Het eerste longitudinale onderzoek betrof de ontwikkeling van probleemgedrag

Nadere informatie

VERSLAVING EN TRAUMAGERELATEERDE STOORNISSEN

VERSLAVING EN TRAUMAGERELATEERDE STOORNISSEN STUDIEDAG PROJECT LiNK 22 maart 2012 - Niet te vatten! Verslaafd? Gestoord? Beperkt? VERSLAVING EN TRAUMAGERELATEERDE STOORNISSEN ANNE VERMEIRE - BIPE 1. Wat is TRAUMA? TRAUMA TRAUMATOGENE GEBEURTENIS

Nadere informatie

Cursusoverzicht Context 2014 Zaanstreek Waterland

Cursusoverzicht Context 2014 Zaanstreek Waterland Cursusoverzicht Context 2014 Zaanstreek Waterland Kinderen 5-12 jaar KOPP/KVO Doe-praatgroep (8-12 jaar). Een vader of moeder met problemen Als je vader of moeder een psychisch of verslavingsprobleem heeft

Nadere informatie

Probleemgedrag bij ouderen

Probleemgedrag bij ouderen Probleemgedrag bij ouderen Machteloos, bang of geïrriteerd. Zo kunnen medewerkers en cliënten in de thuiszorg zich voelen in situaties waarin sprake is van probleemgedrag. Bijvoorbeeld als een cliënt alleen

Nadere informatie

Waarom stigma rondom AD(H)D bestaat

Waarom stigma rondom AD(H)D bestaat Waarom stigma rondom AD(H)D bestaat N.B.: de inhoud van dit programma is slechts van adviserende aard en dient niet als vervanging voor professioneel en/of medisch advies. Als u verdere consultatie wenst,

Nadere informatie

Kinderen van Ouders met Psychiatrische Problemen en/of Verslavingsproblematiek

Kinderen van Ouders met Psychiatrische Problemen en/of Verslavingsproblematiek Presentatie Stichting Landelijke Koepel Familieraden Kinderen van Ouders met Psychiatrische Problemen en/of Verslavingsproblematiek Ton Bellemakers Preventiewerker VICTAS & Annemiek Baak-Wilbrink Orthopedagoog

Nadere informatie

Weerbaarheid tegen stigmatisering bij mensen met psychose

Weerbaarheid tegen stigmatisering bij mensen met psychose Weerbaarheid tegen stigmatisering bij mensen met psychose Catherine van Zelst Afdeling Psychiatrie en Psychologie, Universiteit Maastricht Masterclass Netwerk Vroege Psychose 6 februari 2015 Disclosure

Nadere informatie

Spirituele zorg Wat kun je ermee? Carlo Leget

Spirituele zorg Wat kun je ermee? Carlo Leget Spirituele zorg Wat kun je ermee? Carlo Leget Palliatieve zorg Palliatieve zorg is een benadering die de kwaliteit van het leven verbetert van patiënten en hun naasten die te maken hebben met een levensbedreigende

Nadere informatie