Respect. (zelf)vertrouwen. Openheid. Onderzoek waardeontwikkeling. Acceptatie. Verantwoordelijkheid. Samenwerking. Kennis. Ontwikkeling.

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Respect. (zelf)vertrouwen. Openheid. Onderzoek waardeontwikkeling. Acceptatie. Verantwoordelijkheid. Samenwerking. Kennis. Ontwikkeling."

Transcriptie

1 Onderzoek waardeontwikkeling Kwaliteit Acceptatie (zelf)vertrouwen Leergierigheid Kennis Creativiteit Respect Verantwoordelijkheid Ontwikkeling Samenwerking Ondernemingszin Openheid Naam: Maartje van Middelaar (ACBAS) Studentnummer: Vakgebied: POW, Jose Sagasser Datum: In opdracht van: Basisschool DOK12: Lovink 6, 3825 MP Amersfoort Onderzoek waardeontwikkeling 1

2 INHOUDSOPGAVE Voorwoord... 3 Stap 1: Onderzoeksveld in kaart Schoolontwikkelingsagenda Behoefte en probleemsituatie Portret van de school Betrokkenen bij het onderzoek... 5 Stap 2: Onderzoeksvraag Onderzoeksvraag Deelvragen Tijdsplanning... 6 Stap 3: Keuze onderzoeksinstrumenten Spelregels voor onderzoek Gekozen onderzoeksinstrumenten Tijdsplanning... 9 Stap 4: Data verzamelen Stap 5: Gezamenlijke betekenisverlening Betekenis verlenen en gezamenlijke conclusies Stap 6: Consequenties vastleggen Gezamenlijke conclusies Consequenties Stap 7: Actie ondernemen Actie aan de hand van consequentie Plan van aanpak Stap 8: Evaluatie Bijlagen Bijlage 1: Theoretisch kader Bijlage 2: Organogram Bijlage 3: Uitwerking observaties Bijlage 4: Uitwerking interview Bijlage 5: Waarden in overzichtsgrafieken Bijlage 6: Ingevulde enquêtes leerkrachten Bijlage 7: Bijeenkomst leerlingenraad Bijlage 8: Werkvorm sterk/zwak Bijlage 9: Notulen kleine kenniskringen Logboek Bronnenlijst Gebruikte literatuur Gebruikte webpagina s Onderzoek waardeontwikkeling 2

3 VOORWOORD Voor u ligt het onderzoek over een gezond en veilig pedagogisch klimaat dat op DOK12 een aantal maanden geleden ver te zoeken was. We hebben gezocht naar middelen om dit structureel te verbeteren. Ik zal u kort meenemen in de aanloop naar dit onderwerp. Aan de start van dit schooljaar is een waaier genaamd de 12 van DOK12 geïntroduceerd, een ontwikkeld instrument door leerkrachten en ouders. In deze waaier staan twaalf waarden die DOK12 belangrijk vindt voor kinderen. De vraag van de school was dan ook hoe we deze twaalf waarden binnen ons onderwijs kunnen integreren. We zijn met deze vraag van start gegaan maar om twee redenen bleken we deze vraag niet te kunnen beantwoorden. Ten eerste omdat de vraag teveel omvattend was, één waarde centraal stellen is al erg lastig laat staan twaalf. Ten tweede verschoof de behoefte van de leerkrachten. In de periode tussen oktober en december ontstond er een onveilig klimaat, er werd veel getrapt en geslagen door leerlingen en er waren veel conflicten. Tijdens een kleine kenniskring in deze periode liepen we dan ook vast in het proces. Zaten we nog wel op de goede koers? Dit bleek een belangrijke vraag voor het verdere verloop van het onderzoek. Binnen deze kenniskring werden behoeftes en wensen uitgesproken over het vervolg van het onderzoek. Hier kwam uit dat het team graag handreikingen wilde om het pedagogisch klimaat structureel gezond te houden, ze wilden niet meer in dezelfde situatie terugvallen waarbij kinderen zich niet veilig voelden op school. Daarbij werd wel de kanttekening geplaatst dat zij de waarden uit de 12 van DOK12 niet uit het oog wilden verliezen, deze waren immers niet voor niets uitgekozen. Hierop volgde een brainstorm voor een nieuwe onderzoeksvraag en die kwam er uiteindelijk ook. Op welke manier kunnen waarden bijdragen aan de ontwikkeling van een veilig pedagogisch klimaat van basisschool DOK12? Voordat ik echt aan activiteiten in de praktijk kon gaan denken heb ik eerst vooronderzoek gedaan. Ik heb het onderwerp waarden en normen onder de loep genomen en de verschillende definities van een veilig pedagogisch klimaat met elkaar vergeleken. Ook heb ik gekeken naar de achterliggende visie van onderwijsconcept van DOK12 en het ontwikkelde instrument de 12 van DOK12. Dit vooronderzoek is mijn theoretisch kader wat de basis vormt voor mijn beslissingen op het gebied van het formuleren van verdere deelvragen en van het kiezen en ontwikkelen van onderzoeksinstrumenten. De volgende vragen komen aan bod in mijn theoretisch kader: Wat zijn waarden en normen? Hoe verloopt waardeontwikkeling? Wat houdt het onderwijsconcept van DOK12 in? Wat is een veilig pedagogisch klimaat? Wat zijn de 12 van DOK12 en wat is de achterliggende theorie van het ontwikkelde instrument de 12 van DOK12? In dit onderzoek zul je aan de hand van de acht stappen meegenomen worden in het proces van het onderzoek. In stap acht zul je de evaluatie lezen waarin ik kort terugblik op het proces en de onderzoeksvraag zal beantwoorden aan de hand van de gegevens uit voorgaande stappen. Onderzoek waardeontwikkeling 3

4 STAP 1: ONDERZOEKSVELD IN KAART 1.1 SCHOOLONTWIKKELINGSAGENDA Vorig jaar zijn, in samenwerking met ouders en leerkrachten, de 12 van DOK12 ontwikkeld. Dit zijn 12 waarden die basisschool DOK12 belangrijk vindt en kinderen worden gedurende hun schoolcarrière begeleid om deze waarden te ontwikkelen. Op de agenda stond dit jaar het introduceren van deze 12 van DOK12 bij de kinderen. Door omstandigheden (zie voorwoord) is de schoolontwikkelingsagenda aangepast. Het doel is nu om handvatten te vinden om een stabiel, gezond en veilig pedagogisch klimaat te creëren en te behouden binnen de school. DOK12 wil dit doen door stil te staan bij het onderwerp waardeontwikkeling. De 12 van DOK12, waardeontwikkeling, een veilig pedagogisch klimaat en DOK12 zijn belangrijke begrippen voor het onderzoek. Het is van belang deze begrippen te verduidelijken. Deze staan in het theoretisch kader, bijlage 1. Landelijke en internationale ontwikkelingen: Landelijke ontwikkeling op het gebied van een gezond pedagogisch klimaat zijn niet relevant, dit verschilt per school en er zijn geen grote veranderingen te vinden. Waardeontwikkeling is wel een onderwerp waar ik ontwikkelingen heb gezien zowel in Nederland als op internationaal niveau. Het instrument de 12 van DOK12 is namelijk ontwikkeld aan de hand van het PYP project. Dit is een internationaal curriculum waar de leerkrachten van DOK12 mee in contact kwamen op hun studiereis naar China twee jaar geleden. Het bestaat uit tien eigenschappen die het ideale beeld schept van een mens. Bijvoorbeeld de vaardigheid zelfreflectie, communiceren of respect hebben voor andere ideeën dan die van jou. Daarnaast zijn scholen in Nederland vanaf 2006 wettelijk verplicht om aan burgerschapsvorming te doen. Stichting Leerplanontwikkeling heeft hiervoor een doorlopende leerlijn voor primair en voortgezet onderwijs ontwikkeld. Hierbinnen zijn drie domeinen te onderscheiden: democratie, participatie en identiteit. Deze drie domeinen zie je terug in de 12 van DOK BEHOEFTE EN PROBLEEMSITUATIE DOK12 is dit schooljaar gestart in een nieuw gebouw met grote, open ruimtes waar meerdere groepen tegelijk werken. Na een periode van drie maanden bleek dat er te weinig aandacht was geweest voor leerkrachten en leerlingen om te wennen aan de nieuwe omgeving. Dit uitte zich in een onveilig klimaat voor zowel leerkrachten als leerlingen, er waren veel conflicten en er was veel ongewenst lichamelijk contact tussen leerlingen. Er werd actie ondernomen in de vorm van het inzetten van een pedagogisch groepsplan. Hierin werd gewerkt aan de omgang met elkaar, opnieuw regels opstellen, conflicten op de juiste manier uitspreken en het werken aan het verhogen van de sociale veiligheid binnen de groepen door veel spelactiviteiten te doen. Het resultaat van de inspanningen was te zien, er zijn minder conflicten en de sfeer in de units is verbeterd. Toch is er de sterke behoefte van het team om structureel te werken aan een veilig pedagogisch klimaat waarbij zij de waarden uit de 12 van DOK12 niet uit het oog willen verliezen omdat zij vinden dat deze de onderlegger zijn van een goed klimaat. Hieruit is de volgende probleemstelling ontstaan: op welke manier kan DOK12 structureel blijven werken aan een gezond en veilig pedagogisch klimaat en zouden de waarden uit de 12 van DOK12 hierin passen? 1 Het PYP-project en burgerschapsvorming komt terug in de literatuur. Onderzoek waardeontwikkeling 4

5 1.3 PORTRET VAN DE SCHOOL Op DOK12 staat de leerling centraal: Bepaal je eigen koers! Door de kinderen medeverantwoordelijk te maken van hun eigen leerproces zijn ze betrokken bij de manier waarop ze leren. DOK12 beschrijft haar visie in de volgende punten: Kwalitatief goed onderwijs bieden vanuit het vertrouwen in de ontwikkeling van kinderen. Kinderen toerusten om een positieve individuele bijdrage te leveren aan de globaliserende wereld. Kinderen zijn medeverantwoordelijk voor hun leer- en ontwikkelingsproces. Verschillen dragen bij aan het leerproces van alle betrokkenen. Verantwoordelijkheid voor jezelf, de ander en de omgeving. Fouten worden gemaakt en zijn om van te leren. De leerkracht een coach is die de kinderen ondersteunt in het leren stellen van leervragen. De coach begeleidt kinderen bij het reflecteren op het eigen leer- en ontwikkelingsproces. Samenwerken & samen leren: ontdekkend leren is een groepsproces, leren doe je van en met elkaar. (Mede)verantwoordelijkheid: het kind geeft de richting aan: bepaalt de eigen koers! Kinderen werken en leren naar eigen belangstelling en tempo. Niet ieder kind doet hetzelfde. Het kind staat centraal in zijn eigen leerproces. De basisvaardigheden staan de hele dag centraal, omdat je deze vaardigheden nodigt hebt om te kunnen ontwikkelen en om te kunnen leren. 2 Waarom past dit onderzoek bij de visie/missie van DOK12: DOK12 wil dat kinderen in een veilige omgeving opgroeien. Als deze voorwaarde aanwezig is zal het kind het best tot zijn ontwikkeling komen. De visie vertelt ook dat DOK12 wil dat kinderen verantwoordelijkheid nemen voor zichzelf, elkaar en de omgeving. Al deze punten zijn samengekomen in de 12 van DOK12, dit zijn de waarden die het team met elkaar belangrijk vindt. Het belang is nu dat deze waarden gezamenlijk worden uitgedragen door het team als één gemeenschap. Het onderzoek sluit aan bij de specifieke visie en behoefte van DOK BETROKKENEN BIJ HET ONDERZOEK DOK12 is een academische basisschool: een basisschool die schoolontwikkeling en innovatie verbindt met praktijkonderzoek. Op een academische basisschool werken studenten en leerkrachten samen om het onderwijs te verbeteren. Tijdens de verschillende kleine kenniskringen wordt er teruggeblikt op onderzoeksresultaten, wordt het proces bewaakt en er worden plannen en doelen gesteld. Het zijn een soort tussenevaluaties. Vanaf het ontstaan van basisschool DOK12 is er besloten dat het hele team deelneemt aan het onderzoek, zij het op verschillende niveaus: Een organogram van DOK12 en de stichting KPOA waar DOK12 deel vanuit maakt is te vinden in bijlage 2. Directeur (Bettine Bakker): bewaakt het proces met zicht op de schoolontwikkelingsagenda. Kartrekker (Anja Kamphuis): leidt de kleine kenniskringen, begeleidt academische basisschool studenten. AcBas-studenten: doen het onderzoek en brengen resultaten naar voren tijdens de kenniskringen. Leerkrachtonderzoekers (team van DOK12): o Critical friend: leerkracht die onderzoeksverslagen leest en kritisch is naar de inhoud. o Meelezer: leerkracht die onderzoeksverslagen meeleest maar niet direct kritisch is naar inhoud. Ondersteuning HU (Simone de Koning): Helpt bij de voorbereidingen voor de kleine kenniskring en houdt tijdens de kenniskringen het onderzoeksproces in de gaten. 3 2 Schoolgids DOK12, Onderzoek waardeontwikkeling 5

6 STAP 2: ONDERZOEKSVRAAG 2.1 ONDERZOEKSVRAAG Op welke manier kunnen de waarden uit de 12 van DOK12 bijdragen aan het structureel onderhouden van een gezond en veilig pedagogisch klimaat op basisschool DOK12? De begrippen waarden, een veilig pedagogisch klimaat en basisschool DOK12 zijn belangrijke begrippen binnen de onderzoeksvraag. Het is van belang deze begrippen te verduidelijken. Deze staan in het theoretisch kader, bijlage DEELVRAGEN 1. Hoe is het pedagogisch klimaat op dit moment op DOK12? 2. Welke waarden vindt het team belangrijk om te komen tot een veilig pedagogisch klimaat? 3. Welke waarden vinden leerlingen belangrijk om te komen tot een veilig pedagogisch klimaat? 4. Waar komen de twaalf waarden uit het ontwikkelde instrument de 12 van DOK12 vandaan? 5. Welke middelen en handvatten bestaan er al om een veilig pedagogisch klimaat te creëren m.b.v. de waarden die zowel leerkrachten als leerlingen belangrijk vinden? 6. Welke middelen en handvatten zijn geschikt voor het onderwijsconcept van DOK12? 2.3 TIJDSPLANNING Hieronder de tijdsplanning van het onderzoek. Door de nieuwe insteek van het onderzoek staan hier de data in vanaf de vierde kleine kenniskring. In mijn logboek (bijlage) kun je eerder gemaakte stappen terugvinden. Ik doe dit onderzoek samen met een andere AcBasstudent. In stap 3 staat de taakverdeling. Week Wat Wie Waar 6 Kleine kenniskring 4: Leerkrachten + studenten van DOK12 + DOK12 Nieuwe insteek onderzoek bepalen. Simone de Koning Enquête leerkrachten ontwikkelen en verspreiden. Maartje DOK12 Observaties pedagogisch klimaat Onderzoeken van middelen/handvatten met Madelon DOK12 betrekking op een veilig pedagogisch klimaat. 11 Data verzamelen: Maartje DOK12 Analyseren enquête leerkrachten. Analyseren observaties. 11 Data verzamelen: Maartje DOK12 Bijeenkomst leerlingenraad + analyse. 12 Voorbereiden kleine kenniskring. Madelon, Maartje en Anja. DOK12 13 Kleine kenniskring 5: Leerkrachten + studenten van DOK12 + DOK12 Betekenis verlenen en consequenties vastleggen. Simone de Koning Onderzoeksverslag aanvullen. Maartje DOK12 Stap 5 t/m 8 verwerken in het verslag. 17 Onderzoekspresentatie op Domstad. Maartje Domstad. 22 Kleine kenniskring 6: Onderzoekspresentatie in het team. Leerkrachten + studenten van DOK12 + Simone de Koning. DOK12 Onderzoek waardeontwikkeling 6

7 STAP 3: KEUZE ONDERZOEKSINSTRUMENTEN 3.1 SPELREGELS VOOR ONDERZOEK Om goede data te krijgen heb je de juiste onderzoeksinstrumenten nodig. Er bestaan drie gouden spelregels voor goed onderzoek doen en het kiezen van de juiste instrumenten hierbij. Betrouwbaarheid Kallenberg e.a. (2007) Transparantie betekent dat de onderzoeker, in dit geval de leraar, nauwgezet beschrijft wat hij gedaan heeft in elke fase van het onderzoek zodat iemand anders die stappen kritisch kan nalopen en kan bepalen of het onderzoek wel verantwoord is uitgevoerd. Transparantie verhoogt de betrouwbaarheid van het onderzoek. Ik houd een logboek/procesverslag bij waarin ik beschrijf welke stappen ik zet en welke handelingen ik uitvoer. Criticalfriends lezen de verslagen waardoor de betrouwbaarheid van mijn onderzoek wordt vergroot. Validiteit Meet ik wat ik wil weten? Goed onderzoek is valide. Het moet datgene onderzoeken waarop het zich volgens de probleemstelling en de onderzoeksvragen ook richt. Validiteit gaat dus over de juistheid of correctheid van de onderzoeksgegevens. Iemand die van jouw gegevens gebruik maakt mag ervan uitgaan dat je je uiterste best hebt gedaan om valide resultaten te presenteren. (Kallenberg, 2007) Met behulp van theoretische achtergronden van onderzoeksinstrumenten zetten wij deze in op onze specifieke onderwijssituatie. In kleine kenniskringen wordt hier aandacht aan besteed en zullen deze ter discussie worden gesteld. Vervolgens kunnen ze aangepast of bijgesteld worden. Uiteindelijk zal het team van DOK12 gebruik maken van de resultaten van het onderzoek en deze kenbaar maken in de praktijk. Triangulatie Kallenberg e.a. (2007) beschrijft: Een manier om de validiteit van het onderzoek te verhogen, is het toepassen van triangulatie. Dat betekent dat je in je onderzoek verschillende invalshoeken of benaderingen inbrengt. Tijdens het onderzoek maak ik gebruik van verschillende bronnen. Niet alleen literatuuronderzoek maar bijvoorbeeld ook een interview of enquêtes. 3.2 GEKOZEN ONDERZOEKSINSTRUMENTEN Om tot een valide onderzoek te komen moeten de deelvragen antwoord geven op de hoofdvraag. Maar zonder goede onderzoeksinstrumenten kun je geen goed antwoord op een deelvraag vinden. Deze stap is dus belangrijk voor het fundament. Ik leg hieronder per deelvraag uit waarom ik kies voor een bepaald instrument om de deelvraag te beantwoorden. Voor het verantwoorden van de onderzoeksinstrumenten heb ik de volgende bron gebruikt: praktijkonderzoek in de basisschool 4. Als eerste heb ik een literatuuronderzoek 5 gedaan waarin de volgende vragen te vinden zijn: Wat zijn waarden en normen? Hoe verloopt waardeontwikkeling? Wat houdt het onderwijsconcept van DOK12 in? Wat is een veilig pedagogisch klimaat? Wat is de achterliggende theorie van het ontwikkelde instrument de 12 van DOK12? Ik heb voor literatuuronderzoek gekozen omdat het hier gaat om de theorie over waarden, normen, waardeontwikkeling, de theorie achter de 12 van DOK12 en onderwijsconcept van DOK12. Daarbij is ook de definitie van een veilig pedagogisch klimaat van belang. 4 Donk, C. v., & Lanen, B. v. (2009). Praktijkonderzoek in de basisschool. Bussum: Coutinho. 5 Literatuurstudie in bijlage 1. Onderzoek waardeontwikkeling 7

8 Als tweede onderzoeksinstrument is er gekozen voor observaties. Ik wil hiermee de volgende deelvraag beantwoorden: Hoe is het pedagogisch klimaat op dit moment op DOK12? Het doel is een nulmeting van het pedagogisch klimaat op dit moment. Hiervoor hebben wij een observatielijst gebruikt uit het EGO-boek 6 die op vijf aspecten let: sfeer, relatie tussen de leerlingen, interacties in functie van de leeractiviteit, relatie met de leerkracht, structuur en regels. Er is een observatieplan opgesteld. De keuze van het bestaande observatieschema uit het EGO-onderwijs is een bewuste keuze. Dit omdat het de objectiviteit vergroot (alleen ik zal observeren) en de analyse is gemakkelijker, je kunt de resultaten goed vergelijken. Nadeel is wel dat je geen concreet beeld hebt van de context waarin is gescoord. Als derde onderzoeksinstrument is er gekozen voor een enquête. Ik wil hiermee de volgende deelvragen beantwoorden: Welke waarden vindt het team belangrijk om te komen tot een veilig pedagogisch klimaat? Welke middelen en handvatten bestaan er al om een veilig pedagogisch klimaat te creëren m.b.v. de waarden die zowel leerkrachten als leerlingen belangrijk vinden? Het doel met de enquête is het vergelijken en definiëren van de waarden die door het team het meest belangrijk gevonden worden. Daarbij maak ik een controlevraag m.b.t. de observaties en wil ik kijken of leerkrachten deze situatie ook zo zien. Als laatste is mijn doel beschrijven van middelen en/of handvatten die het team kan inzetten om het klimaat gezonder te maken. In de enquête staat een inleiding, het doel en de probleemstelling. Het is een enquête van vijf vragen en lopen van oppervlakkig naar meer persoonlijk. Als vierde onderzoeksinstrument is er gekozen voor een semigestructureerd interview. Hiermee kunnen we de volgende deelvraag beantwoorden: Waar komen de twaalf waarden uit het ontwikkelde instrument de 12 van DOK12 vandaan? Ik heb gekozen voor een semigestructureerd interview omdat ik niet weet of de geïnterviewde (Toos) met verrassende antwoorden komt op mijn vragen. Het doel van het interview is de achterliggende visie van de 12 van DOK12 te vinden. Wanneer de vragen helemaal vaststaan (gestructureerd interview) is er geen ruimte om door te vragen. Als de geïnterviewde dan een antwoord geeft wat niet in het verwachtingspatroon ligt, kan ik niet doorvragen. Terwijl ik dan juist mijn doel voorbij ga. Er is gekozen om Toos te interviewen omdat zij eerder op een school in China heeft gewerkt waar ze werkten met het PYP. Toos zit in het managementteam en is dicht betrokken bij de ontwikkeling van de 12 van DOK12. Als vijfde onderzoeksinstrument is er gekozen voor een groepsinterview met de leerlingenraad van DOK12. Hiermee kunnen we de volgende deelvraag beantwoorden: Welke waarden vinden leerlingen belangrijk om te komen tot een veilig pedagogisch klimaat? Ik heb gekozen voor een groepsinterview omdat ik wilde dat leerlingen zouden kunnen reageren op elkaar en ik wilde meningen vanuit verschillende perspectieven. Uit de leerlingenraad zitten kinderen van groep 1 t/m 8. Ik heb gekozen voor een eenmalig, zeer gestructureerd interview omdat het om een gericht doel gaat waardoor ik een duidelijke vraagstelling kan hanteren. Als zesde en laatste onderzoeksinstrument is er gekozen voor een actieve werkvorm die je kunt zien als een groepsinterview. Hiermee willen we de volgende deelvraag beantwoorden: Welke middelen en handvatten zijn geschikt voor het onderwijsconcept van DOK12? Dit onderzoeksinstrument wordt uitgevoerd in kleine kenniskring 5. Voor deze werkvorm is gekozen omdat leerkrachten op deze manier op elkaar kunnen reageren en dus verschillende invalshoeken behandelen. Het is een redelijk gestructureerd groepsinterview, leerkrachten kunnen zelf aangeven wat zij sterk en zwak vinden aan een methode/bron/middel. Hiervoor hebben we gekozen zodat we een compleet beeld krijgen van de mening van leerkrachten. 6 Laevers, F. (2004). Ervaringsgericht werken in het basisonderwijs met 6- tot 12-jarigen. Leuven, België: CEGO Publishers. Onderzoek waardeontwikkeling 8

9 3.3 TIJDSPLANNING Hieronder een tijdsplanning met daarbinnen de verdeling van de onderzoeksinstrumenten. Samen met het team doe ik met nog een andere AcBas-student dit onderzoek. Binnen dit overzicht geef ik aan welke bijdrage ik lever binnen het onderzoek. Daarbij staan ook de critical friends. Deze hebben wij op DOK12 aangesteld zodat er altijd wordt meegekeken en gecontroleerd of het onderzoek niet vastloopt en zij geven dan ook tips en tops. Instrument Verantwoordelijk Instrument ontwikkeld Critical friend van DOK12 Instrument uitvoeren Data verzameld Literatuurstudie Maartje n.v.t. Anja n.v.t. Week 8 Interview met Toos Madelon en Liselot Week 45 Bettine Week 46 Week 48 Observaties leerlingen Maartje Week 8 Claudia Week 9-10 Week Enquête leerkrachten Maartje Week 8 Anja Week 9-10 Week Groepsinterview Maartje Week 10 Bettine Week 11 Week leerlingenraad Groepsinterview leerkrachten, werkvorm sterk/zwak. Madelon Week 11 Anja Week 13 Week 13 Onderzoek waardeontwikkeling 9

10 STAP 4: DATA VERZAMELEN Tijdens het onderzoek werk ik samen met een derdejaars student. We hebben hierdoor een verdeling gemaakt wie welke onderzoeksinstrument zou uitvoeren. In deze stap zullen we de verzamelde data samenvatten en kijken welke deelvragen beantwoord kunnen worden. In de bijlagen zijn de volledige onderzoeksinstrumenten te lezen, hier wordt naar verwezen. Met behulp van literatuuronderzoek heb ik het onderwerp waarden en normen, het onderwijsconcept van DOK12 en de twaalf kernwaarden van DOK12 onderzocht. In het theoretisch kader heb ik een samenvatting 7 opgenomen met de belangrijkste zaken die uit de literatuur voortkwamen en die van belang zijn voor het team om een betekenis aan te geven. Dit zullen we dus in de volgende stap gaan doen. Door middel van observaties 8 kon de volgende deelvraag beantwoord worden: Hoe is het pedagogisch klimaat op dit moment op DOK12? Uit de observaties kwamen enkele opvallende resultaten die voor alle bouwen ongeveer gelijk staan. Zo is er het feit dat het pedagogisch klimaat tijdens de werkblokken voldoende op niveau zit, kinderen helpen elkaar en de relatie met de leerkracht is goed, alleen scoort het kopje regels en structuur laag. Wat ook schoolbreed opgemerkt kan worden is dat tijdens het buitenspelen er veel wordt buitengesloten en er wordt veel ruzie gemaakt, bij de onderbouw gaat dit vooral om spullen, in midden- en bovenbouw is dit meer gericht op kinderen zelf. In de grafieken in de bijlagen zie je de uitkomsten die specifiek per bouw zijn gericht. Door een semigestructureerd interview 9 met Toos van der Grint hebben wij antwoord gekregen op deze vraag: Waar komen de twaalf waarden uit het ontwikkelde instrument de 12 van DOK12 vandaan? De 12 van DOK12 zijn gebaseerd op een internationaal curriculum, het PYP. Het team is hiermee in aanraking gekomen tijdens een studiereis naar Bejing waar Toos vroeger gewerkt heeft. Achter de PYP zit een hele filosofie, zij beweren dat als je kijkt naar internationaal onderwijs dat alle kinderen aan deze eigenschappen (zie bijlage) moeten voldoen. Op de school waar we geweest zijn is de PYP een gemeenschappelijke taal geworden en worden deze eigenschappen in gesprekken en portfolio s benoemd. De 12 van DOK12 zijn twaalf waarden/eigenschappen die gebaseerd zijn op PYP, het team vindt deze waarden belangrijk om te ontwikkelen bij kinderen. Samen met ouders en leerkrachten heeft Bettine dit instrument gemaakt tot wat het nu is. Met de enquête voor leerkrachten 10 zijn de volgende deelvragen beantwoord: Welke waarden vindt het team belangrijk om te komen tot een veilig pedagogisch klimaat? Welke middelen en handvatten bestaan er al om een veilig pedagogisch klimaat te creëren m.b.v. de waarden die zowel leerkrachten als leerlingen belangrijk vinden? De waarden die het team belangrijk vinden zijn de volgende vijf met hun definities: 1. Respect: de ander accepteren voor wie hij werkelijk van binnen is. Waardering voor de mens in jezelf en de ander, wederzijds respect op alle niveaus. 2. (zelf)vertrouwen:jezelf goed vinden zoals je bent, je bent rustig en ontspannen, je hoeft jezelf niet te bewijzen en je bent niet onderdanig. Vertrouwen hebben in de wereld om je heen. 3. Acceptatie: je mag zijn wie je bent en wat je niet bent, je laat iedereen in zijn eigen waarde. Aanvaarding dat het is zoals het is, dit is de werkelijkheid en daar leg ik me bij neer. 7 Samenvatting theoretisch kader op pagina Uitwerking observaties in bijlage 3. 9 Uitwerking interview in bijlage Waardegrafieken in bijlage 5, ingevulde enquêtes in bijlage 6. Onderzoek waardeontwikkeling 10

11 4. Openheid: duidelijkheid en eerlijkheid, de wederzijdse verwachtingen zijn helder. Open staan voor verschillen tussen elkaar. Kunnen zeggen wat je denkt en voelt waarbij iedereen serieus wordt genomen en zich veilig voelt om zijn/haar mening te uiten. 5. Verantwoordelijkheid: verantwoording nemen voor de zaken die je doet en zegt. Je accepteert de consequenties van je gedrag en neemt deze ook op je. Middelen en handvatten die leerkrachten hebben genoemd in de enquête: Wat er als belangrijkste uitkwam is dat wij als team voor moeten leven. Pas dan komen de waarden echt tot uiting bij de kinderen. De volgende middelen en handvatten kunnen ons wel helpen bij het voorleven van deze waarden. Baas in eigen soap. Zevenbladverbond. De Vreedzame school. 12 van DOK12. Coaching voor het team, zo worden we beter in het coachen van kinderen. Coöperatief leren echt een plek geven in ons onderwijs. Feedbackregels introduceren bij de kinderen: raak, specifiek, boven de streep. Kids skills. Kanjertraining. Bomjeda. Doos vol gevoelens. Leefstijl. Kernkwaliteiten van Fred Korthagen. Mindfulness. Schoolkamp aan het begin van het jaar. Drama activiteiten, situaties uitspelen. Waarde zichtbaar maken, en eens per week/maand één centraal stellen. De waaier bij elk ontwikkelingsgesprek erbij pakken en de taal hieruit daadwerkelijk gebruiken. Portfolio s schrijven met behulp van de waaier. Door het groepsinterview met de leerlingenraad 11 kon ook de volgende deelvraag beantwoord worden: Welke waarden vinden leerlingen belangrijk om te komen tot een veilig pedagogisch klimaat? De doelen van de bijeenkomst waren helder krijgen welke waarden kinderen belangrijk vond om het gezellig te hebben met elkaar in een groep. Hiervoor moesten eerst de definities van de waarden worden besproken en vervolgens mochten kinderen in een werkvorm drie waarden uitkiezen die zij belangrijk vonden voor een gezellige sfeer in de groep. Dat waren de volgende waarden met bijbehorende definities: 1. Respect: respect voor de mening van anderen. Niemand uitdagen. Niemand uitlachen. 2. (zelf) Vertrouwen: je eigen mening kunnen volgen. Vertrouwen in jezelf hebben dat je de weektaak af kunt krijgen. Een geheim durven vertellen aan iemand zonder dat diegene het doorvertelt. 3. Verantwoordelijkheid: verantwoordelijkheid voor elkaar en elkaar spullen. Verantwoordelijkheid voor je eigen weektaak. 4. Acceptatie: accepteren wat er gebeurd. Beslissingen kunnen accepteren. 5. Samenwerking: goed naar elkaar luisteren. Met de kennis die je samen hebt een probleem oplossen. In de vijfde kleine kenniskring is het team d.m.v. een groepsinterview 12 verder gegaan met het verkennen van de genoemde bronnen en middelen om het pedagogisch klimaat te verbeteren, die zijn voortgekomen uit de leerkrachtenenquêtes. Hiermee is de volgende deelvraag deels beantwoord: Welke middelen en handvatten zijn geschikt voor het onderwijsconcept van DOK12? In de analyse van de gebruikte werkvorm in de kleine kenniskring merken we dat leerkrachten niet positief zijn over Kanjertraining en Leefstijl, hier zijn dan ook meer zwakke punten benoemd dan sterke. Als zwak noemde het team vooral het vaste kader, de tijdsinvestering en de prijs. Daarnaast passen zij niet bij onze visie en het onderwijsconcept. Er werd positief gereageerd op de bronnen Kids Skills, 12 van DOK12 en mindfulness voor kinderen. Er is daarentegen wel bezwaar omdat deze bronnen niet de gewenste doorgaande lijn uitzetten. Baas in eigen soap en de Zevenbladaanpak worden wel als positief beschouwd. De argumenten hebben vooral betrekking op het feit dat deze bronnen passen bij het onderwijsconcept van DOK Beschrijving en uitkomsten van de leerlingenraad in bijlage Beschrijving en uitkomsten van deze werkvorm in de kleine kenniskring in bijlage 8. Onderzoek waardeontwikkeling 11

12 STAP 5: GEZAMENLIJKE BETEKENISVERLENING DOK12 heeft als Academische basisschool een zestal bijeenkomsten ingericht, kleine kenniskringen genaamd. In deze bijeenkomsten worden er plannen gemaakt, doelen gesteld, er wordt kennis gedeeld, er zijn tussentijdse evaluaties en het onderzoeksproces wordt in de gaten gehouden. Op DOK12 doet het hele team mee aan het onderzoek en zij zijn dan ook betrokken bij de betekenisverlening. In de vijfde kleine kenniskring van dit jaar hebben wij de meeste resultaten gepresenteerd en heeft het team hier zijn betekenis aan verleent. Daarbij zijn er ook gezamenlijke conclusies getrokken. 5.1 BETEKENIS VERLENEN EN GEZAMENLIJKE CONCLUSIES Aan de hand van de data zal ik beschrijven wat voor betekenis het team hieraan verleent. Daarbij zal ik refereren aan de deelvragen en zal ik in een of twee zinnen de gezamenlijke conclusie beschrijven. Literatuuronderzoek: We hebben hier besproken wat de belangrijke punten uit de literatuur waren voor dit onderzoek. Er kwam uit dat er wel universele waarden bestonden maar dat iedereen ze anders inricht. Dit betekent voor het team van DOK12 dat de twaalf kernwaarden het belangrijkste uitgangspunt is. De definitie van waarde is dan ook: een waarde is een nastrevenswaardige kwaliteit die aan personen, dingen of standen van zaken wordt toegekend. Voor DOK12 zijn dit dus de twaalf van DOK12. Tijdens het literatuuronderzoek naar waardeontwikkeling en de stukken over een veilig pedagogisch klimaat werd meerdere malen de rol van de leerkracht als uitgangspunt genoemd. Voor het team betekent het dat als zij in een hechtere gemeenschap gaan leven, leerlingen dit voorbeeld gaan volgen. De leerkrachten zijn de spiegels. Gezamenlijke conclusie: de 12 van DOK12 is uitgangspunt voor het team en zullen terug te vinden zijn in een eventuele bron die zij gaan inzetten. Een gezond en veilig klimaat begint bij leerkrachten, zij leven voor. Observaties pedagogisch klimaat: Uit de observaties bleek dat tijdens het werken het pedagogisch klimaat redelijk op niveau was, de leerlingen helpen elkaar met het werken en zoeken vrienden en vriendinnen op. Tijdens het buiten spelen bleek het tegenovergestelde: er werd buitengesloten en veel ruzie gezocht. Daarbij voelden leerkrachten zich ook niet veilig. Voor DOK12 betekende dit dat er direct actie op gezet werd, het buiten spelen werd anders ingericht. Verder zijn de leerkrachten begonnen de ernstige problemen op bouwspecifiek niveau aan te pakken. Gezamenlijke conclusie: er is een doorgaande lijn nodig in de hele school en het is nodig structureel te werken aan een gezond en veilig pedagogisch klimaat. Interview met Toos, afgevaardigde van het managementteam: We hebben met Toos een interview afgenomen over het ontstaan van de 12 van DOK12 en de achterliggende visie. Er kwam uit dat het gebaseerd is op een internationaal project: PYP. Dit project hanteert tien eigenschappen en kwaliteiten die kinderen en leerkrachten zouden bezitten in het ideale plaatje. DOK12 heeft zich op dit project gebaseerd. Voor DOK12 betekent het dat de 12 van DOK12 het ideaalplaatje is en kijkend naar het literatuuronderzoek komt dit overeen: de twaalf kernwaarden zijn nastrevenswaardige kwaliteiten en/of eigenschappen die het team toekent aan de ideale leerlingen en leerkrachten. Gezamenlijke conclusie: de twaalf kernwaarden of een deel hiervan moeten terug te vinden zijn in de bron die we eventueel gaan gebruiken. Enquête leerkrachten: Het resultaat uit de enquête was dat er een duidelijk beeld geschetst werd van de allerbelangrijkste waarden die gekoppeld zijn aan de 12 van DOK12. De twee waarden die gedeeld op nummer een staan: respect en (zelf)vertrouwen. De andere drie waarden volgen daar vlak achter: acceptatie, openheid en verantwoordelijkheid. Aan deze waarden hebben we ook een duidelijke definitie kunnen vaststellen. Dit betekent voor het team dat zij op een lijn zitten als het gaat om welke waarden belangrijk zijn en welke definitie daarbij hoort. Onderzoek waardeontwikkeling 12

13 In de enquête werd ook gevraagd naar bronnen die konden helpen bij het structureel krijgen en behouden van een veilig pedagogisch klimaat. Op deze vraag zijn veel uiteenlopende zaken genoemd. Deze input was dan ook het uitgangspunt voor ons groepsinterview binnen de kleine kenniskring. Voor het team betekent het dat zij samen veel kennis hebben om het klimaat te verbeteren. Gezamenlijk conclusie: de waarden respect en (zelf)vertrouwen staan op nummer een en daarna volgend acceptatie, openheid en verantwoordelijkheid. De waarden respect en (zelf)vertrouwen moeten terugkomen binnen de eventueel te gaan gebruiken bronnen. Groepsinterview met de leerlingenraad: Tijdens het groepsinterview met de leerlingenraad is er gekeken naar de definities van de verschillende waarden. Vervolgens zijn de leerlingen in groepen uiteen gegaan en hebben zij drie waarden uitgekozen die zij belangrijk vinden voor een gezellige sfeer in de klas. Hieruit kwamen de volgende vijf: respect, (zelf)vertrouwen, acceptatie, verantwoordelijkheid en samenwerking. De definities komen, zoals te lezen in stap vier, overeen met die van de leerkrachten. Voor het team betekent dit dat leerkrachten en leerlingen op een lijn zitten als het gaat om belangrijke waarden die aanwezig moeten zijn voor een gezond en veilig klimaat in de klas. Gezamenlijke conclusie: leerkrachten en leerlingen delen dezelfde mening als het gaat om belangrijke waarden die aanwezig moeten zijn voor een veilig en gezond klimaat in de klas. De leerlingenraad zal betrokken gaan worden bij verdere acties. Werkvorm groepsinterview in kleine kenniskring: Tijdens de vijfde kleine kenniskring hebben we een aantal bronnen bekeken die genoemd werden in de leerkrachten enquête. Aan de hand van de ingevulde formulieren heeft het team betekenis verleent aan de bekeken bronnen. Hieruit kwam dat het Zevenbladverbond en Baas in eigen Soap goed bij de visies passen, hier was het team positief kritisch over. Enkele andere bronnen werden negatief ontvangen om verschillende redenen, zie bijlage 8. Naast deze twee bronnen kwam er naar voren dat we eventueel ook nog konden kijken naar de Vreedzame school en Bewust Omgaan Met Jezelf En De Ander (Bomjeda). Gezamenlijke conclusie: het Zevenbladverbond en Baas in eigen Soap passen binnen de visie en werkwijze van DOK12. De Vreedzame school en Bomjeda wil het team ook nog als aanvullende bronnen bekijken. Onderzoek waardeontwikkeling 13

14 STAP 6: CONSEQUENTIES VASTLEGGEN In deze stap zal ik kort terugblikken op de gezamenlijke conclusies, vervolgens zal ik de consequenties die hierbij horen beschrijven. 6.1 GEZAMENLIJKE CONCLUSIES In het vorige hoofdstuk zijn er verschillende gezamenlijke conclusies getrokken. Hieronder de belangrijkste conclusies op een rij: De 12 van DOK12 zijn de twaalf kernwaarden die als uitgangspunt dienen voor het team. Hierin is een scheiding aan te brengen: respect en (zelf)vertouwen zijn de waarden die boven alles staan. Hierop volgend komen acceptatie, openheid en verantwoordelijkheid. Daarna volgen de andere waarden. Leerkrachten en leerlingen hebben dezelfde mening als het gaat om waarden die belangrijk zijn voor een veilig klimaat in de klas. De leerlingenraad zal betrokken worden bij verdere acties. Om een structureel gezond en veilig pedagogisch klimaat te krijgen en te behouden is de rol van de leerkracht essentieel: het team als gemeenschap zal moeten voorleven. Daarbij is er een structureel plan nodig om dit te creëren. In dit plan zullen in ieder geval de waarden respect en (zelf)vertrouwen terug te vinden zijn. De middelen het Zevenbladverbond en Baas in eigen Soap zijn positief kritisch bekeken en passen binnen de visie en werkwijze van DOK12. De Vreedzame school en Bomjeda zijn twee middelen die als aanvullende bronnen bekeken kunnen worden. 6.2 CONSEQUENTIES Binnen de vijfde kleine kenniskring zijn de voorgaande conclusies geformuleerd. Hierna heeft het team direct consequenties verbonden. Die consequentie is ontstaan uit praktisch oogpunt en hierbij zijn mensen betrokken die veel kennis over dit onderwerp hebben. Er is namelijk een werkgroep genaamd pedagogisch klimaat opgestaan vanuit het team. Zij gaan aan de slag met de gezamenlijk getrokken conclusies. Er is gekozen voor een kleinere groep mensen en niet het hele team vanuit praktisch oogpunt. Bijeenkomsten kunnen beter gepland worden en er is gewoonweg minder overleg nodig. De mensen die in deze werkgroep een bijdrage gaan leveren hebben veel kennis over dit onderwerp en zijn democratisch gekozen door het team. Leerkrachten: Claudia Lammerding, Monica Rensink, Suzanne Kalmijn en Bettine Bakker. Als studentonderzoeker zal ik ook aansluiten bij deze werkgroep. Onderzoek waardeontwikkeling 14

15 STAP 7: ACTIE ONDERNEMEN De consequentie die is vastgesteld is het vormen van een werkgroep die aan de slag gaat met de vastgestelde conclusies. Maandag 4 april 2011 was de eerste bijeenkomst van de werkgroep. In de bijlagen de notulen van dit overleg. In deze stap zal ik de belangrijkste punten uit het overleg beschrijven. 7.1 ACTIE AAN DE HAND VAN CONSEQUENTIE De bijeenkomst begon met het formuleren van de doelstelling voor deze werkgroep: bronnen uitzoeken die bij de visie, werkwijze en de belangrijkste kernwaarden aansluiten met als doel deze structureel in te zetten binnen het onderwijs. Voor ik verder ga met de beschrijving wil ik aangeven dat het plan van aanpak wat geschreven is een advies zal zijn voor basisschool DOK12, de beschreven acties zullen dit schooljaar niet allemaal kunnen worden uitgevoerd. In de bijeenkomst met de werkgroep hebben we in overleg het volgende plan van aanpak geschreven wat dus zal gelden als mijn advies voor het team. 7.2 PLAN VAN AANPAK Hieronder een plan van aanpak wat is geschreven in de eerste bijeenkomst van de werkgroep pedagogisch klimaat. Week Actie Verantwoordelijk Meer achtergrondinformatie Zevenbladverbond en Baas in Claudia/Suzanne eigen Soap. Meer achtergrondinformatie Vreedzame school. Meer achtergrondinformatie Bomjeda. 20 Bijeenkomst 2 werkgroep pedagogisch klimaat: Presentaties achtergrondinformatie van de vier gekozen bronnen. Keuze maken tussen verschillende bronnen, deze wordt gebaseerd op de presentaties en kennis van de leerkrachten. Eventueel wachten op aanschaf. Team informeren Twee bijeenkomsten voor: Plan van aanpak schrijven voor de inzet in kernconcept Binding. Monica Bettine/Madelon/Maartje Werkgroep. Claudia. Werkgroep + Anja (kartrekker kernconcepten) 34 Start kernconcept Binding + inzetten bronnen. Team DOK Evaluatie Binding + ingezette bronnen. Team DOK12. Onderzoek waardeontwikkeling 15

16 STAP 8: EVALUATIE In de vorige stap heb ik een plan van aanpak opgesteld die dit schooljaar nog niet zal worden afgerond. Een evaluatie op de acties is dus niet mogelijk. Wat ik wel wil bekijken is in hoeverre de onderzoeksvraag te beantwoorden is, of het onderzoek heeft voorzien in de behoefte van de school en wat het onderzoek heeft bijgedragen aan de schoolontwikkeling. De onderzoeksvraag is: op welke manier kunnen de waarden uit de 12 van DOK12 bijdragen aan het structureel onderhouden van een gezond en veilig pedagogisch klimaat op basisschool DOK12? Er is een antwoord op de onderzoeksvraag. De 12 van DOK12 kunnen namelijk bijdragen aan het structureel onderhouden van een gezond en veilig pedagogisch klimaat door middel van verschillende bronnen. Het Zevenbladverbond en Baas in eigen Soap zijn op dit moment de twee bronnen die het meest geschikt lijken te zijn: ze sluiten aan op de visie en werkwijze van DOK12. Daarnaast sluiten deze bronnen ook aan op de belangrijkste twee waarden volgens het team: respect en (zelf)vertrouwen. De bronnen hebben als doel: het onderhouden van een gezond en veilig pedagogisch klimaat. Er is dus wel een nieuwe behoefte ontstaan: het zoeken van bronnen die op de visie, werkwijze en de belangrijkste kernwaarden aansluiten met als doel deze structureel in te zetten binnen het onderwijs. Het onderzoek heeft op zijn eigen wijze bijgedragen aan de ontwikkeling van de school en de behoefte van het team. Zoals te lezen in het voorwoord is de probleemstelling een aantal keren veranderd en verschoof ook de behoefte van de leerkrachten. Tijdens een kleine kenniskring is over deze veranderingen open gesproken tussen leerkrachten en studentonderzoekers. Vanaf dat moment is besloten om met het pedagogische klimaat aan de slag te gaan, wat sterk de behoefte was van het team. Resultaat is op dit moment een duidelijk beeld van de situatie op DOK12 nu. Ook is er een heldere doelstelling in de werkgroep pedagogisch klimaat en een realistisch plan van aanpak. Onderzoek waardeontwikkeling 16

17 BIJLAGEN 1. THEORETISCH KADER ORGANOGRAM OBSERVATIES UITWERKING INTERVIEW WAARDEN IN OVERZICHTSGRAFIEKEN INGEVULDE ENQUÊTES DOOR LEERKRACHTEN BIJEENKOMST LEERLINGENRAAD KLEINE KENNISKRING: WERKVORM STERK/ZWAK NOTULEN KLEINE KENNISKRINGEN 88 Onderzoek waardeontwikkeling 17

18 BIJLAGE 1: THEORETISCH KADER INHOUDSOPGAVE: 1. Samenvatting theorie. Pag. 19 o Wat zijn waarden en normen? o Hoe verloopt waardeontwikkeling? o Wat houdt het onderwijsconcept van DOK12 in? o Wat is een veilig pedagogisch klimaat? o Wat zijn de 12 van DOK12 en wat is de achterliggende theorie van het ontwikkelde instrument de 12 van DOK12? 2. Theorie over waarden, normen en waardeontwikkeling. Pag. 22 o Bron: De morele intuïtie van kinderen, Tom Kroon. o Bron: Kinderen en hun morele talenten, Tom Kroon. o Bron: Een waardevolle leraar, praktijkethiek en beroepsidentiteit, Rob Boerman. o Bron: Onderwijs met pedagogische kwaliteit, Y. Leeman o Bron:Educatie voor duurzame ontwikkeling. De stap naar de praktijk, W. Sleurs. o Bron: waarden en normen in opvoeding en onderwijs, Diroo. o Bron: Cultuurwaarden Albert Hein. 3. Theoretische achtergronden van het onderwijsconcept DOK12. Pag. 31 o Bron: Schoolgids DOK12 o Bron: o Bron: Onderzoek, de leraar als coach, Y. ten Barge. o Bron: Onderzoek meervoudige intelligenties, M. van middelaar o Bron: Onderzoek portfolio s, M. Meulenbroek. o Bron: Onderzoek naar doorgaande rekenleerlijn, S. van den Berg. 4. Theorie over een veilig pedagogisch klimaat. Pag. 33 o Bron: Kinderen en hun morele talenten, Tom Kroon. 5. Theoretische achtergronden over de (ontwikkeling van de) 12 van DOK12 Pag. 35 o Bron: 12 van DOK12 o PYP Project o A. Genderen o SLO. Onderzoek waardeontwikkeling 18

19 1. SAMENVATTING THEORIE Wat zijn waarden en normen? Begrip waarde: Een waarde is een nastrevenswaardige kwaliteit die aan personen, dingen of standen van zaken wordt toegekend. Waarden zijn open geformuleerd en hebben vaak te maken met het goede en gelukkige leven: eerlijkheid, respect, verantwoordelijkheidsbesef etc. In verschillende culturen heb je vaak wel dezelfde waarden maar ze worden vaak wel op een andere manier omgezet naar handelen. Waarden kunnen dus hetzelfde zijn maar ze worden vaak op een andere manier geuit. Begrip norm: normen zijn regels, ze schrijven voor, ze geven richting aan gedrag. Door normen te stellen brengen opvoeders kinderen in aanraking met waarden. Normen vertalen de waarden naar concreet gedrag. Zo weet je hoe je in bepaalde situaties moet handelen. Normen geven structuur, regelmaat, duidelijkheid en grenzen. Hierdoor kan het kind de goede gewoontes eigen maken. Dit doe je door consequent te zijn als opvoeder: je confronteert het kind met de gevolgen van zijn daden. Hoe verloopt waardeontwikkeling? Waardeontwikkeling verloopt in verschillende stadia. Deze stadia zijn niet los van elkaar te zien. Als je het ene stadium verlaat betekend dat niet dat je er nooit weer in terug komt. Er wordt aan deze fases een levensperiode verbonden maar dit is niet vaststaand. Het ene kind ontwikkeld zich veel sneller dan het andere. Op de juiste manier naar waarden handelen wordt ook wel moreel besef genoemd. Om waarden en moreel besef te kunnen ontwikkelen heb je een bepaalde basis nodig, dit worden bouwstenen genoemd en het zijn er tien. Deze bouwstenen vormen de voorwaarde om tot moreel besef te komen en dus op een goede manier waarden te uitten: 1. Veiligheid en geborgenheid 2. Ritme en regelmaat 3. Zelfdiscipline en fatsoen 4. Zelfvertrouwen 5. Een positief, maar realistisch zelfbeeld 6. Empathische gevoelens, betrokkenheid en sociaal perspectief 7. Plichtsemoties 8. Goede gewoonten 9. Praktische wijsheid 10. Geweten en verantwoordelijkheid Deze tien bouwstenen zijn te koppelen aan de verschillende fases die je doorloopt om tot moreel besef te komen. Ik geef de stadia kort weer: De baby en dreumes: verleiden. Tijdens deze fase doen kinderen mee in de wereld van de mensen. Ze krijgen vertrouwen in het leven doordat ouders laten weten dat kinderen welkom zijn: geborgenheid en vertrouwen geven. In deze fase wordne ze klaargemaakt om tot het leren van waarden en normen te komen. De peutertijd: confronteren. Hier leren kinderen dat waarden en normen belangrijk zijn voor de omgang met jezelf, en met de omgeving met anderen. Centraal staan hier de bergippen beheersing en fatsoen. Kinderen leren wat goed en netjes is: de goede hand geven, netjes gedag zeggen etc. Ook draait niet alles meer om hen: als je iemand pijn doet heeft dat gevolgen. Kinderen leren zich inhouden en het goede te doen. Dit is een lastige fase omdat kinderen rekening moeten gaan houden met hun omgeving en niet meer alleen met henzelf. Als kinderen fatsoen en beheersing niet hebben eigengemaakt worden de volgende perioden heel lastig. Onderzoek waardeontwikkeling 19

20 De kleutertijd: inwijden. Hierin maken kinderen kennis met waarden die van belang zijn om in een gemeenschap te kunnen samenleven, kinderen komen in aarnraking met de ideeën over goed en kwaad, juist en onjuist. Het jongere schoolkind: verankeren Er wordt er een verbinding gemaakt met de belangrijkste waarden. Kinderen kunnen zich verplaatsen in andere kinderen en ze leren hun plichten. Ook gaan ze kennis maken met verschillende emoties als spijt, schuldig en boos zijn. Aan het einde van deze periode hebben kinderen voldoende kennis, vaardigheden en mogelijkheden opgedaan om op de juiste manier met deze waarden om te gaan. Kinderen kunnen zelfstandig kleine conflicten oplossen en kunnen zich inleven in de ander. Het oudere schoolkind: herscheppen. Tijdens het herscheppen zal het kind gaan beseffen dat hij onderdeel uit maakt van een groter geheel dan alleen de thuissituatie en op school. En dat ook hier naar dezelfde waarden word geleefd. Hij beseft dat zijn handelen gevolgen heeft voor zijn omgeving. Hoe kun je waardebegrippen bij kinderen overdragen en laten leven? De kinderen moeten in aanraking komen met inzicht en beelden zodat zij een voorstellingsvermogen kunnen ontwikkelen. De opvoeders moeten emoties aan de kinderen tonen die bij de waarden horen. Wanneer je een waarde op de juiste manier uitdraagt komt er een andere emotie los dan wanneer je deze op een onjuiste manier uitdraagt. Leerkrachten hebben zich aan drie gulden regels te houden tijdens de omgang met kinderen: wees een voorbeeld, ben je ervan bewust deel uit te maken van een pedagogisch team, maak gebruik van het aan jou toegekende gezag. Wat houdt het onderwijsconcept van DOK12 in? De visie van DOK12 kan worden gevangen in deze zin: Bepaal je eigen koers. Op DOK12 staat het kind centraal. Kinderen zijn medeverantwoordelijk voor het eigen leer- en ontwikkelingsproces, kinderen worden betrokken bij hun eigen leerproces. Voor leerkrachten betekend dit dat zij een coachende en begeleidende rol innemen om kinderen te ondersteunen in de stappen die zij moeten zetten. Belangrijk is dat DOK12 denkt in mogelijkheden van het kind, niet ieder kind doet dus hetzelfde. Aan de hand van de verschillende praktijkonderzoeken die zijn uitgevoerd wordt duidelijk hoe de visie wordt geuit: door kindportfolio s, meervoudige intelligentie en de leerkracht als coach. Hieronder kort de visiepunten: Kwalitatief goed onderwijs bieden vanuit het vertrouwen in de ontwikkeling van kinderen. Kinderen toerusten om een positieve individuele bijdrage te leveren aan de globaliserende wereld. Verschillen dragen bij aan het leerproces van alle betrokkenen. Verantwoordelijkheid voor jezelf, de ander en de omgeving. Fouten worden gemaakt en zijn om van te leren. Samenwerken & samen leren: ontdekkend leren is een groepsproces, leren doe je ook van en met elkaar. (Mede)verantwoordelijkheid: het kind geeft de richting aan: bepaalt de eigen koers! Kinderen werken en leren naar eigen belangstelling en tempo. Niet ieder kind doet hetzelfde. Het kind staat centraal in zijn eigen leerproces. De basisvaardigheden staan de hele dag centraal, omdat je deze vaardigheden nodigt hebt om te kunnen ontwikkelen en om te kunnen leren. Onderzoek waardeontwikkeling 20

21 Wat is een veilig pedagogisch klimaat? Een veilig pedagogisch klimaat is een klimaat waarin zowel leerkrachten als leerlingen zich thuis en veilig voelen. Er heerst een klimaat waarin sprake is van positieve bemoeizucht. Er is voldoende respect van en naar leerkrachten en leerlingen om op een positieve manier met elkaar om te gaan. Ook is er genoeg openheid om elkaar te vertellen hoe het gaat. Wat zijn de 12 van DOK12 en wat is de achterliggende theorie van het ontwikkelde instrument de 12 van DOK12? Wat zijn de 12 van DOK12? Doordat scholen in Nederland vanaf 2006 wettelijk verplicht zijn aan burgerschapsvorming te doen had DOK12 een visie hierop nodig. Er zijn drie domeinen met leerlijnen te onderscheiden en aan ieder van deze wordt invulling gegeven aan de hand van de 12 van DOK12. Hierin staan twaalf kernwaarden beschreven die wij als school belangrijk vinden: dit ben ik, ik heb kennis, ik ben verantwoordelijk en zelfstandig, ik kan samenwerken, ik zet mijn talenten in, ik reflecteer, ik ben communicatief, ik ben ruimdenkend, ik heb zelfvertrouwen, ik ben empatisch, ik ben onderzoekend, ik ben oplossingsgericht, ik neem initiatief. De 12 van DOK12 is gebaseerd op het PYP Project, hierover zullen we in een deelvraag verder op ingaan. Hoe past de 12 van DOK12 in de visie van DOK12? Als je naar de inhoud kijkt van de 12 van DOK12 die hierboven beschreven staat kun je met iedere waarde een link leggen naar de visie van DOK12. Hier enkele voorbeelden: ik kan samenwerken dit doen wij met en van elkaar. Ik ben verantwoordelijk en zelfstandig kinderen zijn medeverantwoordelijk voor hun leer- en ontwikkelingsproces. Ik zet mijn talenten in DOK12 gaat uit van mogelijkheden van kinderen. Ik ben oplossingsgericht fouten worden gemaakt om te leren, maar door deze fouten te zien kun je toewerken naar een oplossing. Alle visiepunten worden zo ondervangen in deze kernwaarden. Onderzoek waardeontwikkeling 21

22 2. WAARDEN, NORMEN EN WAARDEONTWIKKELING Waarden, normen en waardeontwikkeling staan dicht bij elkaar, bronnen geven vaak de definitie van het begrip en vervolgens leggen ze deze uit. Daarnaast gaan veel bronnen over de waardeontwikkeling. Hieronder een overzicht van de bronnen die wij voor ons waardenonderzoek hebben gebruikt: Kroon, T. (2005). De morele intuïtie van kinderen. Amsterdam: Uitgeverij SWP. Kroon, T. (2006). Kinderen en hun morele talenten. Amersfoort/Rotterdam: Kwintessens Uitgevers/Pedagogisch Instituu CED Groep. Rob Boerman, J. E. (2001). Een waardevolle leraar. Praktische ethiek en beroepsidentiteit. Baarn: HBUitgevers. Y. Leeman, W. W. (2004). Onderwijs met pedagogische kwaliteit. Zwolle: Christelijke Hogeschool Windesheim. Sleurs, W. (2007). Educatie voor duurzame ontwikkeling. De stap naar de praktijk.. Impuls. DIROO. (1998). Waarden en normen in opvoeding en onderwijs. Reflectie op opvoeding en onderwijs. Leuven/Apeldoorn: Garant. Cultuurwaarden van de Albert Heijn (via Madelon) Bron: De morele intuïtie van kinderen, Tom Kroon: De vermogens om moreel competent te zijn, zijn er niet ineens. Het is een ontwikkelingsproces, en het vermogen om dit aan te leren bezit ieder mens. In het boek van Tom Kroon wordt gesproken over tien bouwstenen waardoor morele competentie ontwikkeld kan worden: 1. Veiligheid en geborgenheid 2. Ritme en regelmaat 3. Zelfdiscipline en fatsoen 4. Zelfvertrouwen 5. Een positief, maar realistisch zelfbeeld 6. Empathische gevoelens, betrokkenheid en sociaal perspectief 7. Plichtsemoties 8. Goede gewoonten 9. Praktische wijsheid 10. Geweten en verantwoordelijkheid Kinderen komen al jong in aanraking met leerkrachten en andere begeleiders. Ook hier worden zij opgevoed. Tom Kroon beschrijft in zijn boek drie gulden regels die voor leerkrachten steeds geldt tijdens hun omgang met leerlingen: 1. Wees een voorbeeld voor je leerlingen. Ieder mens heeft vanaf de geboorte het vermogen om te imiteren meegekregen. Voor kinderen is imiteren het belangrijkste leervermogen van een kind. 2. Ben je ervan bewust deel uit maken van een pedagogisch team. Waarden en normen worden in een opvoedingsgemeenschap geleerd, de school moet daarom een gemeenschap vormen. Leerkrachten stellen hun gedrag naar leerlingen op elkaar af en steunen elkaar in het tot stand brengen van een goed en veilig schoolklimaat. 3. Maak gebruik van het aan jou toegekende gezag. Je hebt met iedere leerling een relatie, ze zijn afhankelijk van jouw beslissingen. Als een leerkracht gezag durft te tonen nemen kinderen veel gemakkelijker dingen aan. Als laatste worden belangrijke periodes in de ontwikkeling van moreel besef behandeld. Hierin is een soort ontwikkelingslijn in te vinden. Wat belangrijk is om te vermelden is dat er geen grenzen zijn verbonden aan de Onderzoek waardeontwikkeling 22

23 verschillende fase: je bent niet van het ene moment op het andere in de volgende fase. Ook is het een misverstand dat als je de ene fase uitbent dat je daar nooit meer in terugvalt: dit gebeurd wel. Deze scheiding in fases is dus niet leeftijdsgebonden. Als laatste is het nog belangrijk om te vermelden dat kinderen niet na hun basisschoolcarriere al het autonome stadium hebben bereikt. Kinderen in de bovenbouw kunnen al wel enige verantwoordelijkheid dragen en zijn beter in staat conflicten zelf op te lossen: ze ontwikkelen autonomie. Hieronder de stadia kort samengevat: De baby en dreumes: verleiden. Tijdens deze fase doen kinderen mee in de wereld van de mensen. Ze krijgen vertrouwen in het leven doordat ouders laten weten dat kinderen welkom zijn: geborgenheid en vertrouwen geven. In deze fase worden ze ontvankelijk gemaakt voor het leren van waarden en normen. De peutertijd: confronteren. Tijdens deze fase leren kinderen dat waarden en normen belangrijk zijn voor de omgang met jezelf, en met de omgeving met anderen. Centraal staan hier de bergippen beheersing en fatsoen. Kinderen leren wat goed en netjes is: de goede hand geven, netjes gedag zeggen etc. Ook draait niet alles meer om hen: als je iemand pijn doet heeft dat gevolgen. En als jij schommelen leuk vind betekend het niet automatisch dat de ander dat ook leuk vind. Kinderen leren zich inhouden en het goede te doen. Dit is een lastige fase omdat kinderen rekening moeten gaan houden met hun omgeving en niet meer alleen met henzelf. Als kinderen fatsoen en beheersing niet hebben eigengemaakt worden de volgende perioden heel lastig. De kleutertijd: inwijden. In deze fase maken kinderen kennis met waarden die van belang zijn om in een gemeenschap te kunnen samenleven, kinderen komen in aarnraking met de ideeën over goed en kwaad, juist en onjuist. Het jongere schoolkind: verankeren Tijdens het verankeren wordt er een echte verbinding gemaakt met de belangrijkste waarden. Kinderen kunnen zich verplaatsen in andere kinderen en ze leren hun plichten. Ook gaan ze kennis maken met verschillende emoties als spijt, schuldig en boos zijn. Aan het einde van deze periode hebben kinderen voldoende kennis, vaardigheden en mogelijkheden opgedaan om met deze waarden goed om te kunnen gaan. Kinderen kunnen zelfstandig kleine conflicten oplossen en kunnen zich inleven in de ander. Het oudere schoolkind: herscheppen. Tijdens het herscheppen zal het kind gaan beseffen dat hij onderdeel uit maakt van een groter geheel dan alleen de thuissituatie en op school. En dat ook hier naar dezelfde waarden word geleefd. Hij beseft dat zijn handelen gevolgen heeft voor zijn omgeving. Onderzoek waardeontwikkeling 23

24 Bron: Kroon, T. (2006). Kinderen en hun morele talenten. Amersfoort/Rotterdam: Kwintessens Uitgevers/Pedagogisch Instituu CED Groep. Begrip waarde: Een waarde is een nastrevenswaardige kwaliteit die aan personen, dingen of standen van zaken wordt toegekend. Wanneer je een waarde nastreeft heeft de waarde vaak te maken met het goede en gelukkige leven. Waarden die hier bij passen zijn bijvoorbeeld: eerlijkheid, respect en verantwoordelijkheidsbesef. Binnen de verschillende culturen in de wereld zijn de waarden globaal hetzelfde maar op het moment dat die waarden worden omgezet naar handelen zie je verschillen. Waarden kunnen dus hetzelfde zijn alleen de manier waarop ze worden geuit zijn vaak verschillend. Begrip norm: normen zijn regels, ze schrijven voor, ze geven richting aan gedrag. Door normen te stellen brengen opvoeders kinderen in aanraking met waarden. Normen vertalen de waarden naar concreet gedrag, ze geven aan hoe je in bepaalde situaties moet handelen of hoe je je moet gedragen. Nadeel van normen is de toon waarin ze worden aangegeven. De normen zijn echt regels waaraan je je moet houden. Ze dagen soms zelfs uit om deze te overtreden. Waarden zijn op dat gebied veel opener geformuleerd: je kunt zelf bepalen hoe je daaraan vorm wilt geven. Normen geven structuur; regelmaat, duidelijkheid en grenzen. Door structuur aan te bieden wordt de wereld voor kinderen herkenbaar en veilig. Hierdoor kan het kind de goede gewoontes eigen maken. Dit doe je door consequent te zijn als opvoeder: je confronteert het kind met de gevolgen van zijn daden. Wanneer je waardebegrippen wilt laten leven bij de kinderen moet je aan twee aspecten aandacht besteden: 1. De cognitieve kant: om waardebegrippen te laten leven moet je kinderen in aanraking laten komen met inzicht en beelden zodat zij een voorstellingsvermogen ontwikkelen. 2. De affectieve kant: om waardebegrippen te laten leven is het van belang dat kinderen emoties krijgen getoond door hun opvoeders; er wordt goedkeuring uitgesproken en de intonatie van de stem en de lichaamstaal zeggen dat kinderen goed gedrag vertonen. Cognitie en affectie zijn twee aspecten die het gebruik van waardebegrippen met zich meebrengen. Ze zijn moeilijk te scheiden maar je kunt ze wel onderscheiden. De gevoelskant maakt de emotie in ons los en motiveert ons om iets te doen. Dankzij de kenniskant weten we wat we moeten doen als de waarde niet nagestreefd wordt. De kenniskant leidt tot inzicht, de gevoelskant tot een daad of handeling. Onderzoek waardeontwikkeling 24

25 Bron: Een waardevolle leraar, praktijkethiek en beroepsidentiteit. Moraal, waarden en normen. Blz. 33 Moraal gaat over de vraag: wat is juist handelen in zulke situaties? Wanneer doe je het goede en wanneer het kwade? Of: wat is het minst kwade? Is een minder goede sfeer in de groep slechter dan het leerresultaat van één toevallige leerling? Dikwijls is een morele vraag een dilemma. Moraal heeft betrekking op opvattingen, oordelen en beslissingen enerzijds en concrete handelingen anderzijds waarin we uitdrukken wat we goed vinden. Als je wilt weten of water een goede temperatuur heeft, kun je dit aflezen van een thermometer. Wat het goede handelen is, kun je niet aflezen. Daarover moet je praten, nadenken, je maakt afwegingen en keuzes. Moraal is het geheel van opvattingen, beslissingen en handelingen waarmee mensen uitdrukken wat ze behoorlijk vinden. Moraal heeft te maken met waarden en normen. Waarden zijn opvattingen en ideeën die wij de moeite waard vinden, een soort idealen. Het verwerkelijken van die idealen geeft het leven en het samenleven kwaliteit. Dat maakt het de moeite waard. Waarden ordenen ons denken over het leven: ze leveren prioriteiten en richtlijnen voor ons handelen. Waarden motiveren en inspireren mensen. Waarden zijn gemeenschappelijke voorstellingen omtrent het goede leven en de goede samenleving. Normen zijn handelingsvoorschriften die volgen uit die waarden, ze geven aan wat wij in die situatie behoren te doen. Blz. 50 Er zijn voorwaarden aan het kritisch denken over waarden en normen. Voorwaarden aan het met elkaar kunnen discussiëren over waarden en normen. Als je de vraag wat vind je er zelf van? stelt aan kinderen, verwacht je wel dat ze in staat zijn er wat van te vinden. Dat het kind geleerd heeft wat waarden en normen zijn. Daarbij gaat het ondermeer om overdracht van waarden en normen. Bij deze waardeoverdracht gaat het om drie belangrijke zaken: 1. Leerlingen de gelegenheid geven normen en waarden te leren door te doen. Je leert moreel besef niet uitsluitend doordat iemand je vertelt wat je moet doen en wat relevante normen en waarden zijn. Je leert normen en waarden door ze te integreren in je gedrag; door je aan regels en afspraken te houden en in je gedrag die regels en afspraken zichtbaar te maken. De school, de groep, jouw gedrag als leraar moet dus de ruimte bieden voor oefening in waardevol gedrag door leerlingen. Een leraar biedt goed voorbeeldgedrag. Leerlingen leren ook door afkijken. Afkijken van gedrag van anderen. 2. Gegeven het belang van ons voorbeeld gedrag vraagt dat om betrouwbaarheid. Dat betekent dat de gewoontevorming die we bij leerlingen nastreven alleen effect zal hebben als die niet strijdig is met ons eigen gedrag. 3. Een pedagogisch klimaat waarin vertrouwen centraal staat. Dit vraagt om betrokken leraren. Een betrokkenheid die resulteert in vertrouwen van het kind in zijn opvoeder, ouders en leraren. Vertrouwen hebben is een voorwaarde voor kinderen om vrijwillig gehoorzaam te zijn aan ouders of leraren. Onderzoek waardeontwikkeling 25

26 Blz. 71: 4 modellen van waardeopvoeding Het overdrachtsmodel: In dit model staat waardeoverdracht centraal. Waardenoverdracht is erop gericht dat een kind kennisneemt van bepaalde normen en waarden, ze begrijpt en ze eigen maakt. Het doel is dus dat de leerling zich aanpast aan de morele opvattingen van de opvoeder of onderwijzer. Waardeoverdracht vindt niet alleen plaats door regels te stellen en het nakomen van die regels te bevorderen door af- en goedkeurende woorden. Ook op non-verbale wijze vind vindt waardeoverdracht plaats. Door het geven van het goede voorbeeld laat de leraar aan de kinderen zien dat het de moeite waard is om vast te houden aan belangrijke waarden. Verhelderingsmodel: Waardeverheldering gaat niet, zoals bij waardenoverdracht, uit van vooraf bepaalde waarden en normen, maar stelt de waarden en normen van de leerling centraal. Het centrale doel is dus de begeleiding van de leerlingen bij diens bewustwording en ontwikkeling van eigen waarden en normen. In het verhelderingsmodel wordt de persoonlijke autonomie als doel van de opvoeding beschouwd. Toch wordt er bij waardeverheldering wel gestuurd. Het is niet uitsluitend verheldering maar ook het stimuleren van bepaalde waarden. Een doel van waardeverheldering is om sommige waarden te bevorderen en andere te ontmoedigen. Waardeverheldering houd allereerst in dat kinderen zich bewust worden van hun eigen waarden en die van andere kinderen. Het communicatiemiddel: In dit model streven mensen naar een gedeeld begrip van de werkelijkheid. Wanneer mensen het niet met elkaar eens zijn, moet een praktische discussie de eenheid weer herstellen. Waardeopvoeding bestaat in dit model dus uit een rationele discussie over de geldigheid van morele waarden. Kinderen leren aan de hand van het uitwisselen van standpunten hun eigen mening verder te verdiepen zodat ze een eigen gemotiveerd standpunt kunnen bepalen. Het gaat uiteindelijk om het kritisch kunnen omgaan met waarden en het kunnen communiceren over waarden en normen, niet om het aanleren van inhouden. Het ontwikkelingsmodel: Dit model is gebaseerd op de theorie over de morele ontwikkeling van Kohlberg. Hij is op zoek naar het soort redenen dat een kind geeft voor zijn handelen en oordelen. De basisclaim van de theorie bij Kohlberg is dat de ontwikkeling van de structuur van het morele oordelen en vaste ontwikkelingslogische volgorde vertoont die zich bij alle kinderen voordoet. Men moet kinderen helpen bij het leren moreel te denken in plaats van kinderen te leren wat te denken en te doen. Het doel van de morele opvoeding is hier het stimuleren van het moreel redeneren. Kohlberg stelt dat leraren de morele ontwikkeling van leerlingen kunnen bevorderen door onderstaande vier voorwaarden te vervullen: 1. vaststellen in welk stadium het kind zich bevind. 2. morele zaken die bij een bepaalde ontwikkelingsfase aansluiten aan de orde stellen. 3. bij de discussie over de desbetreffende kwestie de leerlingen in aanraking brengen met het denken dat één niveau hoger ligt dan het reeds aanwezige niveau, de zogenaamde N+1 benadering. 4. de leerlingen helpen met het verwerken van mogelijk opkomende tegenstrijdigheden in het eigen denken. Kohlberg heeft het onderstaande schema ontwikkeld om greep te kunnen krijgen op de verschillende niveaus van moreel denken. Onderzoek waardeontwikkeling 26

27 Bron: Leeman, Y., & Wardekker, W. (2004). Onderwijs met pedagogische kwaliteit. Zwolle: Christelijke Hogeschool Windesheim. De pedagogische opdracht (blz 4) Waar men niet precies weet wat er dan behouden moet worden, is er een neiging om waarden en normen nog verder te versmallen tot publiek fatsoen. De maatschappelijke achtergronden van het ervaren probleem van desintegratie, te weten de onomkeerbare fragmentarisering van de samenleving en de toegenomen diversiteit, worden zo buiten de discussie geplaatst en uitsluitend als een probleem gedefinieerd, niet ook als een mogelijkheid. En ook waar men die versmalling weet te voorkomen en het inderdaad over waarden heeft, gaat het al snel over de noodzaak van gemeenschappelijke waarden die iedereen minimaal zou moeten delen om een samenleving mogelijk te maken. Maar het is niet zo makkelijk om waarden over te dragen, want je kunt iemand niet dwingen om iets belangrijk te gaan vinden, en waaróm zouden de leerlingen juist die waarden tot de hunne willen maken? Het idee dat je iemand waarden (en trouwens ook kennis) kunt bijbrengen zonder de medewerking van die persoon zelf berust op een visie op leren die weliswaar populair, maar daarom nog niet juist is. En dat voor dit alles de term pedagogisch wordt gebruikt duidt op een miskenning van wat opvoeding (en pedagogiek) is. Opvoeding is niet alleen het bijbrengen van fatsoen of van de waarden die de ouders aanhangen; opvoeding is ook niet in de eerste plaats een poging om problemen van de maatschappij op te lossen. Opvoeding gaat over hulp en sturing bij de vorming tot een volwassen en ontwikkeld persoon. En inderdaad, die opvoeding vindt ook op school plaats. Wij kunnen de waarden van de school dus alleen overbrengen als de kinderen dat willen. Hoe zorgen wij ervoor dat de kinderen de waarden van de school willen leren, hoe zorgen wij voor hun medewerking? Waardeontwikkeling als deel van het volwassen worden (blz 10) Waarden zijn dus, net als meer technische competenties, onderdeel van de manier waarop je handelt om erbij te kunnen horen. Je kunt je eigen waarden dus niet onbeperkt kiezen, ook niet als groep: ze hebben een geschiedenis, liggen vast in procedures en gebruiken, en je er zonder meer aan onttrekken betekent: jezelf buiten de groep plaatsen. Dat wil anderzijds ook niet zeggen dat waarden volledig vastliggen: integendeel, ze veranderen voortdurend, soms ook door intentionele sturing van mensen. Het is misschien juist een belangrijke taak van opvoeding en onderwijs om mensen in staat te stellen over waarden kritisch na te denken en ze de beschikking te geven over manieren om aan eventuele verandering te werken. Het is belangrijk dat wij allemaal dezelfde waarden hebben op school. Wij moeten daar ook naar leven, alleen zo kan iedereen hier op school eigenaar worden van de waarden van DOK12. Waardeopvoeding is dus geen kwestie van kinderen waarden bijbrengen. Het gaat er om dat ze de dingen die ze zelf al waardevol vinden, de groeperingen en praktijken waar ze zelf bij willen horen, kritisch leren bekijken, in contact gebracht worden met andere zienswijzen, de gevolgen voor anderen van handelwijzen leren doorzien, empathie leren hanteren als middel om hun handelen te sturen. Waardebegrippen zoals rechtvaardigheid en respect kunnen daarbij helpen omdat ze denkmiddelen gaan vormen, maar op zichzelf geven die geen garantie dat de affectieve bindingen ook veranderen. Daarvoor is meer nodig. Het is uiteraard niet onbelangrijk welke keuzen een leerling maakt. Maar het is niet mogelijk om daarop invloed uit te oefenen door leerlingen te vertellen dat ze bepaalde waarden zoals respect dienen over te nemen; zulke woorden zijn immers abstracte hulpmiddelen voor het denken die nog door de leerling zelf moeten worden geconcretiseerd en worden verbonden met een affectieve basis. Morele vorming heeft enerzijds te maken met het leren het perspectief van anderen te nemen (empathisch vermogen te ontwikkelen), en anderzijds met het verhelderen van de relatie tussen de vraag wie je zelf wilt zijn en die naar je verantwoordelijkheid voor anderen. Morele vorming vindt plaats als er een wisselwerking is tussen de vorming van bindingen (wat alles met emoties te maken heeft) en de reflectie op die bindingen. Die reflectie betreft dan bijvoorbeeld de vraag of die bindingen voldoende rekening houden met de belangen van andere mensen, dus morele kwaliteit hebben, en in hoeverre de keuzen die op grond van die bindingen gemaakt worden, voor of tegen bepaalde handelwijzen verdedigbaar zijn vanuit de belangen van andere mensen. Wij moeten ervoor zorgen dat de kinderen de waarden waardevol vinden. Als zij het waardevol vinden om er naar te leven, dan zullen zij dat ook doen. Onderzoek waardeontwikkeling 27

28 Uit dit alles volgt overigens ook dat het niet goed mogelijk is om kinderen (of eigenlijk iedereen) waarden en normen bij te brengen als er geen binding is met de gemeenschap of de praktijk die dat wil. In dit opzicht moeten we degenen ongelijk geven die zeggen dat je bijvoorbeeld allochtonen eerst moet leren zich in dit land aan de geldende regels te houden, waarna ze zich hier ook min of meer vanzelf thuis zullen gaan voelen. Het is precies omgekeerd. Je kunt mensen misschien tot op zekere hoogte dwingen om zich aan regels te houden, maar zolang ze zich geen deel voelen van de gemeenschap die de regels hanteert, en zich door die gemeenschap niet geaccepteerd voelen als mensen die er ook mogen zijn, zolang zullen ze die regels en waarden ook niet echt tot de hunne maken. Wie waarden en normen wil opleggen zonder dat degene aan wie ze opgelegd worden beschikken kan over de gevoelsbasis waarin die waarden zouden moeten wortelen, erkent die ander juist niet als mogelijke deelnemer, maar hanteert in plaats daarvan een machtsrelatie. Dat kan soms nodig zijn, maar pedagogisch is het niet. De kinderen kunnen zich pas aan de waarden houden als ze zich thuis voelen op school. Je geaccepteerd voelen en van een gemeenschap lid zijn is trouwens in de tegenwoordige tijd veel ingewikkelder geworden dan het vroeger was. Enerzijds zijn maatschappelijke structuren die je als gemeenschap kunt betitelen veel minder stabiel geworden, ze veranderen veel sneller. En samenhangend daarmee is het niet meer vanzelfsprekend dat je jezelf bijvoorbeeld rekent tot de maatschappelijke groepering, het beroep, de kerk van je ouders. Nationaliteit en zelfs geslacht betekenen veel minder voor je zelfbeeld dan vroeger, en je kunt je niet meer automatisch beschouwen als ergens bij behorend. In veel gevallen vereist dat een actieve houding, een keuze, en die kan ook inhouden dat je ergens tegen kiest: niet iedere groep is er een waar je bij wilt horen. En kies je om ergens bij te horen, dan wordt ook van je gevraagd dat je die keuze waarmaakt. Erkend worden als deelnemer aan menselijke culturele praktijken is al snel mede afhankelijk van je competentie om te participeren: je moet leren beschikken over kennis, vaardigheden, inzichten, attitudes, over een persoonlijkheid die geaccepteerd wordt, over manieren om jezelf en je gedrag op een manier te sturen en te reguleren die in deze omgeving sociaal vaardig genoemd kan worden. Je moet verantwoordelijk kunnen zijn voor je handelen; je moet beschikken over inzicht in je eigen mogelijkheden, voorkeuren en wensen; je moet kunnen omgaan met de onzekerheden die het omgaan met andere mensen met zich meebrengt. Kortom, om te kunnen participeren in sociale verbanden wordt er heel wat van je gevraagd dat je niet van nature meebrengt. Leren, zowel in cognitief opzicht als op het vlak van emotie en persoonlijkheid, is een voorwaarde om de behoefte aan acceptatie te kunnen bevredigen. Het is de combinatie van kennis en affectieve bindingen, opgebouwd in wisselwerking met anderen, die het handelen leidt. Volwassen worden en de school (Blz 11) Meedoen en geaccepteerd worden willen kinderen ook op school, daarmee begonnen we. Erkend en geaccepteerd worden is een belangrijk, zo niet het belangrijkste, element van emotionele veiligheid. Die veiligheid bieden is, zoals gezegd onderdeel van de pedagogische competentie van de leerkracht. Maar uiteindelijk gaan kinderen niet naar school om zich veilig te voelen, maar om te leren participeren in verbanden van volwassenen of zoals we meestal zeggen: in de samenleving. Zoals gezegd: het zou wel eens een belangrijke reden kunnen zijn waarom kinderen in eerste instantie graag naar de basisschool gaan: ze verwachten daar snel te leren hoe je groot wordt, hoe je door te leren kunt meedoen in de wereld van de volwassenen, hoe je door zelf dingen te leren minder afhankelijk wordt van anderen. Onderzoek waardeontwikkeling 28

29 Bron: Cultuurwaarden van de Albert Heijn. Ook het bedrijfsleven hanteert bepaalde waarden. Zo hier de waarden die de Albert Heijn belangrijk vindt. Cultuurwaarden Respect Vertrouwen Samen Doelgericht Bezieling Vernieuwing Voorbeelden Behandel iedereen op dezelfde gronden, beoordeel maar veroordeel niet, respecteer andere meningen. Durf dingen uit handen te geven, durf het te zeggen als je iets niet weet, vertrouw niet alleen op jezelf maar ook op anderen. Deel informatie die voor anderen belangrijk is, vier successen met z n allen, zoek anderen actief op en vraag naar hun mening. Houd het einddoel, de klant, altijd voor ogen. Bepaal eerst het doel voordat je actie onderneemt. Maak keuzes en stel prioriteiten. Sta voor je werk, je producten, Albert Heijn. Spreek met liefde over het bedrijf en het vak. Heb ambitie, lol en neem initiatief in je werk. Denk en voel in kansen, durf impulsief te zijn, moedig creativiteit aan, neem risico s. Loop voorop, zet een verandering in gang en realiseer je wat de impact is. Onderzoek waardeontwikkeling 29

30 Bron: Sleurs, W. (2007, Maart). Educatie voor duurzame ontwikkeling. De stap naar de praktijk. Impuls, pp Niet waardevol voor ons onderzoek. Het ging over het ontwikkelen van blijvende regels maar niet specifiek op het ontwikkelen van waarden/een eigen visie. Bron: waarden en normen in opvoeding en onderwijs. Deze bron gaat over de meningen van verschillende partijen over de waarden en normen in het onderwijs. Onderzoek waardeontwikkeling 30

31 3. ONDERWIJSCONCEPT VAN DOK12 Voor de theorie over het onderwijsconcept hebben we de volgende bronnen gebruikt: DOK12. (2010). Schoolgids DOK12. Vathorst. DOK12. (2010). Opgehaald van Barge, Y. t. (2008). De leraar als coach. Amersfoort. Middelaar, M. v. ( ). Onderzoek meervoudige intelligenties. Amersfoort. Meulenbroek, M. (2009). Mijn maat'je'. Nijkerk. Berg, S. v. (2008). Onderzoek naar doorgaande rekenleerlijn. Amersfoort. Deze bronnen geven de visie van het onderwijsconcept weer. Ook hebben we de praktijkonderzoeken van voorgaande jaren meegenomen omdat deze onze visie mede hebben gevormd. Bron: schoolgids en website Bepaal je eigen koers Op DOK12 staat de leerling centraal, ze bepalen hun eigen koers. Door de kinderen medeverantwoordelijk te maken van hun eigen leerproces zijn ze betrokken bij de manier waarop ze leren. DOK12 kijkt op een andere manier naar het leren van kinderen. In de schoolgids staat de visie beschreven in verschillende punten waarin dat zichtbaar wordt: Kwalitatief goed onderwijs bieden vanuit het vertrouwen in de ontwikkeling van kinderen. Kinderen toerusten om een positieve individuele bijdrage te leveren aan de globaliserende wereld. Kinderen zijn medeverantwoordelijk voor hun leer- en ontwikkelingsproces. Verschillen dragen bij aan het leerproces van alle betrokkenen. Verantwoordelijkheid voor jezelf, de ander en de omgeving. Fouten worden gemaakt en zijn om van te leren. De missie van DOK12 houdt in dat: De leerkracht een coach is die de kinderen ondersteunt in het leren stellen van leervragen. De coach begeleidt kinderen bij het reflecteren op het eigen leer- en ontwikkelingsproces. Samenwerken & samen leren: ontdekkend leren is een groepsproces, leren doe je ook van en met elkaar. (Mede)verantwoordelijkheid: het kind geeft de richting aan: bepaalt de eigen koers! Kinderen werken en leren naar eigen belangstelling en tempo. Niet ieder kind doet hetzelfde. Het kind staat centraal in zijn eigen leerproces. De basisvaardigheden staan de hele dag centraal, omdat je deze vaardigheden nodigt hebt om te kunnen ontwikkelen en om te kunnen leren. Onderzoek waardeontwikkeling 31

32 Bron: Onderzoek de leerkracht als coach Dit onderzoek is in het startjaar van DOK12 uitgevoerd door de toen nog interne coach van DOK12. Er is onderzocht welke competenties je als leerkracht moet bezitten om kinderen goed te kunnen coachen. Er staan ook handreikingen in om te leren coach te worden. Het past binnen de visie van DOK12 omdat de leerkracht hier als een coach wordt gezien. Bron: Onderzoek meervoudige intelligenties Dit onderzoek is vorig jaar uitgevoerd. De vraag was hoe DOK12 met de theorie van Howard Gardner aan de slag kon gaan binnen de kernconcepten. Dus hoe richtten we de wereldoriënterende vakken in met behulp van de meervoudige intelligenties? Uiteindelijk is hieruit een mooi product gekomen: een voorbereidingsformat waarmee we ieder kernconcept kunnen voorbereiden en waarbij je schematisch kunt zien welke activiteiten er aan bod zullen komen. Ook kun je zien welke meervoudige intelligentie(s) er bij welke activiteiten aangesproken worden. Het streven is om alle acht intelligenties ieder kernconcept aan te spreken. Een koppeling met de visie is snel te maken: we gaan van de talenten van kinderen uit op DOK12. Door verschillende invalshoeken te kiezen in de activiteiten spreken we al deze verschillende talenten van kinderen aan. Bron: Onderzoek portfolio s Vorig jaar is dit onderzoek uitgevoerd door een leerkrachtonderzoeker. Aangezien DOK12 het belangrijk vindt dat de leerlingen mede-eigenaar zijn van hun leerproces is er voor gekozen om met portfolio s te gaan werken. Kinderen mogen hierin zelf het werk in verzamelen waar zij trots op zijn. Het onderzoek was specifiek gericht op de inhoud van het portfolio. Wat past er bij DOK12 en hoe kan aan die inhoud vorm worden gegeven? Conclusie uit het onderzoek was dat de inhoud van het portfolio een doorlopend overzicht moet geven waarin een koppeling gemaakt wordt tussen de te behalen leerdoelen en de zichtbare werkelijkheid. Dit wordt gedaan door vak- of ontwikkelingsgebieden zichtbaar te maken door middel van leerlijnen, kindwerk met reflecties en verslagen van de leerkracht gebaseerd op gesprekken met kinderen, observaties en methodetoetsen. De vormgeving van het portfolio is nu inmiddels op deze manier in gebruik. Ook in de portfolio willen we nu de 12 van DOK12 zichtbaar maken (dit was ook een van de doelen van het team). Bron: Onderzoek doorgaande rekenleerlijn Dit is het eerste onderzoek geweest dat werd uitgevoerd door twee Academische basisschoolstudenten. Het onderzoek zocht naar een doorgaande leerlijn voor het vakgebied rekenen. Uiteindelijk bleek dit te hoog gegrepen en een te ambitieus onderwerp. De studenten hebben er toen voor gekozen om zich te richten op de onderbouw en hoe deze lijn te zien is. Ook dit onderzoek past binnen de visie: kinderen werken namelijk op hun eigen niveau en leerstof wordt aangepast op de behoefte van kinderen. Met een doorgaande leerlijn kan een kind verder werken of je kunt een stuk terugkijken op de leerlijn om het kind goed te plaatsen en het juiste aanbod te geven. Onderzoek waardeontwikkeling 32

33 4. WAT IS EEN VEILIG PEDAGOGISCH KLIMAAT? Voor de theorie over een veilig pedagogisch klimaat hebben we de volgende bronnen gebruikt: - Bron: Kroon, T. (2006). Kinderen en hun morele talenten. Amersfoort/Rotterdam: Kwintessens Uitgevers/Pedagogisch Instituut CED Groep. Bron: Kroon, T. (2006). Kinderen en hun morele talenten. Amersfoort/Rotterdam: Kwintessens Uitgevers/Pedagogisch Instituu CED Groep. De Wij-gemeenschap Leerkrachten spelen een centrale rol binnen de school. Zij zijn identificatiefiguren, stellen regels en handhaven deze. De leerkracht is lid van een team, deel van een geheel, representeert de school als organisatie. Het is belangrijk dat deze organisatie op een gemeenschap lijkt waarin waarden en normen op ieder moment zo goed mogelijk worden nageleefd. Leerkrachten zijn het eens over de leer- en opvoedingsdoelstellingen en de manieren waarop die worden bereikt. Er zijn in de organisatie bepaalde gewoonten en tradities, symbolen en festiviteiten. Daarnaast is er oog voor ieder lid van de gemeenschap (het team) die allemaal een bijzondere, individuele bijdrage kunnen leveren. Er zijn heldere procedures om tot bepaalde beslissingen te komen en verantwoordelijkheden zijn duidelijk verdeeld. In zo n gemeenschap heerst een wij-gevoel. Leerkrachten vinden het belangrijk om kwalitatief goed onderwijs te bieden aan hun leerlingen. Daarnaast hechten zij ook sterk aan een goede omgang met elkaar, tussen hen en de leerlingen, en tussen de leerlingen onderling. Het begrip pedagogisch klimaat verwijst naar zo n wij-gemeenschap. Op een school heerst een gezond en veilig pedagogisch klimaat wanneer leerkrachten en leerlingen op elkaar ingespeeld zijn en de wederzijdse verwachtingen helder zijn. Er zijn vijf uitgangspunten te noemen waarin staat hoe leerkrachten zich ten opzichte van leerlingen gedragen: 1. De leerkracht voelt zich prettig en thuis in een omgeving die op leren is ingericht. Hierbinnen valt ook het ontwikkelen van waarden en normen. 2. Er is sprake van een positieve pedagogische bemoeizucht. 3. Er is een gezagsrelatie tussen leerkrachten en leerlingen. 4. De omgang is ingebed in structuur en er is discipline. 5. De leerkracht is zich bewust van zijn verantwoordelijkheid. Bij 1: Er is tussen leerkracht en leerling geen sprake van emotionele gelijkwaardige betrokkenheid, en ook geen gelijkwaardige liefde of vriendschap. Wel is er een van de leerkracht uitgaand en op het kind gericht hulpbetoon. De leerkracht voelt zich verplicht elk kind warmte en steun te geven. Leerlingen ervaren die betrokkenheid en beseffen daarom dat leerkrachten het beste met hen voor hebben en vertrouwen hen. Bij 2: Leerkrachten werken vanuit het besef dat zij het zijn die betekenis geven aan het gedrag van leerlingen en dat de basisschoolleeftijd de meest gunstige periode is dat goede gewoontes worden geleerd. Daarbij ontstaat er ook het besef van waarden en normen bij leerlingen in deze periode. Daarom volgen leerkrachten leerlingen kritisch en leren zij hen het plichtsbesef aan door morele emoties te tonen. Daarbij zullen leerkrachten benadrukken dat leerlingen zelf verantwoordelijk zijn voor het eigen gedrag. In de vorige zin is er sprake van pedagogische bemoeizucht. Het is domweg belangrijk om niet alleen cognitief te presteren maar ook om je sociaal-emotioneel van je beste kant te laten zien. Onderzoek waardeontwikkeling 33

34 Bij 3: Leerkrachten zijn er zich van bewust dat zij professionele opvoeders zijn. Zij hebben wat te zeggen en dit gezag wordt ook door de samenleving aan hen toegekend. Als leerlingen betrokken en met respect benaderd worden ontstaat er bij leerlingen vertrouwen in hun leerkrachten en accepteren zijn sneller beslissingen van hem. Bij 4: Structuur en discipline komen tot uitdrukking in een rooster. Het schoolrooster, bepaalde activiteiten op vaste momenten en andere afspraken. Van iedereen wordt verwacht dat hij zich daaraan houdt. Wanneer iemand zich niet aan de afspraak houdt wordt hierover gesproken, vanuit het besef dat van fouten kan worden geleerd. Leerlingen weten waar ze aan toe zijn, maar er is ook enige onderhandelingsvrijheid. Moreel handelen is een praktische vaardigheid en niet de uitkomst van een rekensom. Bij 5: Leerkrachten zijn er zich van bewust dat de relatie die zij met leerlingen aangaan slechts een tijdelijke is. Dit besef van tijdelijkheid voorkomt dat tussen leerling en leerkracht vriendschap groeit of welke vorm van verdergaande intimiteit dan ook. Dit betekent niet dat de volwassene minder zorgzaam is. De leerkracht is zich als volwassene bewust van zijn verantwoordelijkheid voor het wel en wee van de onvolwassenen. Het scheppen van een gezond pedagogisch klimaat kun je niet aan het toeval overlaten. Ook kan dit niet gecreëerd worden door een leerkracht. Het vraagt de volledige inzet van het hele team. Dit vraagt van iedere leerkracht dat hij beschikt over de volgende waarde-uitingen of deugden: Hij is rechtvaardig en eerlijk. Heeft gevoel voor humor. Is stipt en pedagogisch creatief. Heeft geduld en een niet te verwoesten hoop. Hij wordt niet overweldigd door teleurstellingen en fouten van leerlingen. Onderzoek waardeontwikkeling 34

35 5. WAT ZIJN DE 12 VAN DOK12 EN WAT IS DE ACHTERLIGGENDE THEORIE VAN HET ONTWIKKELDE INSTRUMENT DE 12 VAN DOK12? Voor deze deelvraag hebben we deels een literatuurstudie gedaan. Daarnaast is er ook nog een interview afgenomen, dit behoort tot een deelvraag. Voor de literatuur hebben wij gekeken naar de volgende bronnen: DOK12. (2010). De 12 van DOK12. Vathorst. PYP Project Genderen, A. J. (sd). Opgeroepen op 2010, van ubriekid=3 SLO. (sd). Opgeroepen op 2010, van Bron: de 12 van DOK12 Dit ben ik Op DOK12 verwerf ik kennis, vaardigheden en ontwikkel ik mij als persoon. Ik krijg ruimte om mijzelf goed te leren kennen, te zijn wie ik ben en mijn talenten te ontwikkelen. Ook leer ik oog te hebben voor anderen en er voor hen te zijn als dat nodig is. Vanuit het katholieke gedachtegoed leer ik omgaan met mijzelf en met anderen. In samenwerking met leerkrachten en leerlingen ontwikkel ik competenties. Zo kan ik plezierig met anderen werken en spelen en leer ik mij redden in verschillende situaties en in de maatschappij. Ik heb kennis Ik kan lezen, schrijven en rekenen en ik heb kennis van de wereld. Ik kan deze kennis toepassen in verschillende situaties. Ik vind het belangrijk om kennis te verwerven, omdat dat mij helpt om nieuwe informatie en ontwikkelingen kritisch te beoordelen en mij daarover een mening te vormen. Kennis is de basis voor mijn toekomst. Daarom ben ik gemotiveerd om te leren. Ik ben verantwoordelijk en zelfstandig Ik maak zelf keuzes en daar sta ik voor. Anderen kunnen mij daarop aanspreken. Vaak bepaal ik zelf wat ik wil leren en wat ik ga doen. Ik plan mijn weektaak en zorg dat ik deze op tijd af heb. Ik bedenk van tevoren hoe ik dat ga doen en wat ik ervoor nodig heb. Als het nodig is maak ik een stappenplan. Kom ik problemen tegen die ik niet zelf kan oplossen, dan vraag ik hulp. Ik begrijp waarom er regels en afspraken zijn en ik houd me daaraan. Ik accepteer de leiding van iemand die de leiding heeft. Ik ga zorgvuldig om met anderen, met spullen van mijzelf en van anderen en met de natuur en het milieu. Ik kan samenwerken Ik luister goed naar anderen en accepteer hun inbreng. Ik overleg met hen om goede (werk)afspraken te maken en het eens te worden over de aanpak. Als ik daarvoor mijn idee wat moet veranderen, dan ben ik daartoe bereid. Ik let erop dat de taken goed en eerlijk worden verdeeld, dat we daarbij rekening houden met wat iedereen kan en wil. Ik weet waar de andere kinderen goed in zijn en geef hen de kans dat te laten zien. Als ik niet weet wat de ander goed kan, dan onderzoek ik dat. Als een ander iets moeilijk vindt, dan probeer ik te helpen. Als ik zelf iets moeilijk vind, dan vraag ik hulp aan een ander. Ik zet mijn talenten in Onderzoek waardeontwikkeling 35

36 Ik weet wat ik wel en niet leuk vind om te doen. Ook weet ik wat ik goed kan en ik laat dat zien aan anderen. Daardoor profiteer ik niet alleen zelf van mijn talenten, maar hebben anderen er ook wat aan. Ik doe mijn best om mijn talenten steeds verder te ontwikkelen. Maar ik weet ook wat ik niet zo goed kan en ik werk eraan om mijn leerpunten te verbeteren. Ik weet anderen te vinden die mij aanvullen, want dan komen we allebei verder. Ik overschat mijzelf niet en ik onderschat mijzelf niet. Ik weet steeds beter op welke momenten, op welke manier en in welke situatie ik het beste kan werken en leren. Ik reflecteer Nadat ik een taak heb uitgevoerd, kijk ik er altijd op terug. Ik doe dat alleen of samen met anderen. Ik kijk naar het resultaat van mijn werk en naar mijn eigen werkhouding. Ik bedenk wat er goed en minder goed ging en wat ik moeilijk en makkelijk vond. Ook vraag ik me af waarom dat zo is. Ik vertel daarover aan anderen. Daar leer ik van: ik ontdek wat ik de volgende keer anders of beter moet doen en waaraan ik nog moet werken. Omdat ik weet dat ik van fouten kan leren, vind ik het niet erg om fouten te maken. Ik ben communicatief Als ik met iemand in gesprek ben, zorg ik ervoor dat ik niet alleen zelf aan het woord ben, maar stel ik ook vragen aan de ander. Ik kijk de ander aan, laat hem uitspreken en ik luister goed. Ik laat de ander ook merken dat ik luister: ik reageer, stel vragen over wat hij vertelt en vat dat soms samen om te controleren of ik het goed heb begrepen. Ik let ook op de lichaamstaal van de ander: zijn gezichtsuitdrukking en zijn houding. Ik verwoord mijn ervaringen, gedachten en gevoelens en ik let erop of de ander goed begrijpt wat ik zeg. Ik geef anderen complimenten en feedback en ik kan ook complimenten en feedback ontvangen. Ik ben ruimdenkend Ik weet dat ieder mens anders is. Ik heb respect voor mensen die anders leven, die een andere mening hebben, er anders uitzien, een andere smaak hebben of een ander geloof. Ik probeer zaken van verschillende kanten te bekijken. Ik kan mijn eigen ideeën opzij zetten en luister goed naar ideeën van anderen, omdat ik daarvan kan leren. Als ik vind dat de ander gelijk heeft, ben ik bereid mijn eigen mening te veranderen. Ik geef dat ook toe. Wanneer ik iets bijzonders zie, hoor of meemaak, ben ik nieuwsgierig en onderzoek ik wat ik ervan vind. Ik vind niet gauw iets raar. Ik heb zelfvertrouwen Ik ben wie ik ben en ik vind mezelf de moeite waard. Natuurlijk moet ik nog veel leren, maar ik heb er vertrouwen in dat ik dat kan. Als ik iets goed doe, dan ben ik trots op mezelf. Ik zeg het als ik het ergens niet mee eens ben, ik kom voor mijn mening uit en ik durf andere keuzes te maken dan anderen. Ik ga mijn eigen weg. Als ik daarbij problemen tegenkom, vertrouw ik erop dat ik die zelf kan oplossen. Maar als het nodig is, vraag ik hulp van een ander. Ik luister naar mijn gevoel en kom op voor mezelf. Als ik iets echt niet wil, zeg ik nee en geef ik daarover uitleg. Ik ben empatisch Ik let erop hoe anderen zich voelen en ik probeer dat te begrijpen. Ik houd rekening met de gevoelens van anderen. Als ik zie dat iemand verdrietig is, probeer ik te troosten. Of als iemand even niet wil praten, dan maak ik pas op de plaats. Als een ander het moeilijk heeft, kan ik mijn eigen gevoelens even opzij zetten en probeer ik te helpen. Ik laat anderen merken dat ik oog voor hen heb. Ik vraag naar hun gevoel, ik luister goed en ik geef hen complimenten. Ik kan mij verplaatsen in het gevoel en in het standpunt van de ander. Onderzoek waardeontwikkeling 36

37 Ik ben onderzoekend Ik bedenk zelf leervragen en ga op onderzoek uit om die vragen te beantwoorden. Hoe ik mijn onderzoek uitvoer bepaal ik zelf, maar ik luister naar het advies en de aanwijzingen van leerkrachten. Ik zoek in verschillende bronnen. Ik zoek op internet, kijk in boeken, ik neem een enquête af of ik stel vragen aan mensen die verstand hebben van het onderwerp. Ook probeer ik dingen uit, waardoor ik ervaar hoe iets werkt. Ik presenteer de uitkomsten van mijn onderzoek aan anderen. Ik ben oplossingsgericht Ik ga ervan uit dat elk probleem kan worden opgelost, meestal op meerdere manieren. Ik vind het een uitdaging om problemen op te lossen, want een probleem is meestal een kans om te leren. Daarom probeer ik altijd eerst zelf een oplossing te vinden, alleen of samen met een ander. Als dat niet lukt, vraag ik hulp. Als ik ruzie heb, zoek ik samen met de ander een oplossing die we allebei goed vinden. Ik erken het als ik een ander heb gekwetst en vraag hem hoe ik het kan goedmaken. Ik aanvaard excuses van anderen. Ik neem initiatief Ik kan plannen maken en ik probeer ze altijd uit te voeren, alleen of samen met anderen. Als ik een goed idee heb, dan vertel ik dat aan anderen en vraag ik of ze willen meedoen. Ook durf ik aan anderen te vragen of ik mee mag doen. Ik stap gemakkelijk op een ander af met een vraag of een voorstel en ik deel mijn mening met anderen. Als ik zie of voel dat er een probleem of meningsverschil is, dan wacht ik niet af, maar breng ik dat ter sprake. Onderzoek waardeontwikkeling 37

38 Bron: PYP In het interview dat wij gebruiken als een verdieping op de deelvraag: wat is de achterliggende visie van DOK12? wordt er ingegaan op het PYP Project. Ik zal hieronder een kort stuk beschrijven wat er in de theorie van PYP wordt verteld. De verdiepende informatie zal dus in de uitwerking van het interview te vinden zijn. PYP is een internationaal basisschool curriculum. Het bestaat uit tien vaardigheden en eigenschappen van kinderen waarvan iedereen vindt dat deze belangrijk zijn. Het zijn dus een soort van kernwaarden. DOK12 is geweest op een school in China waar ze dit project volgen. De tien waarden is een soort gemeenschappelijke taal die universeel gesproken kunnen worden. Dit hangt samen met de 12 van DOK12 omdat deze gebaseerd is op het PYP Project. Onderzoek waardeontwikkeling 38

39 Bron: SLO Vanaf het jaar 2006 zijn scholen in Nederland wettelijk verplicht aandacht te besteden aan actief burgschap en sociale integratie. Scholen moeten zelf een visie ontwikkelen op dit gebied; welke doelen streeft de school na? Burgerschapsvorming brengt leerlingen (de toekomstige samenleving) basiskennis, vaardigheden en houding bij die nodig zijn om een volwassen burger te worden. Met deze bagage kunnen zij een actieve rol spelen binnen de samenleving en hun eigen leefomgeving. Leerlingen maken kennis met begrippen als; democratie, duurzame ontwikkeling, grond- en mensenrechten, gelijkwaardigheid, (sociale) verantwoordelijkheid en omgaan met de maatschappelijke diversiteit. Deze kennis wordt vooral geoefend in de praktijk en komt niet alleen uit een boekje. Er zijn drie domeinen te onderscheiden in burgerschapsvorming: 1. Democratie: kennis over de democratische rechtstaat en politieke besluitvorming; democratisch handelen en de maatschappelijke basiswaarden. 2. Participatie: kennis over de basiswaarden en mogelijkheden voor inspraak en vaardigheden en houdingen die nodig zijn om op school en in de samenleving actief mee te kunnen doen. 3. Identiteit: verkennen van de eigen identiteit en die van anderen; voor welke (levensbeschouwelijke) waarden sta ik en hoe maak ik die waar? SLO heeft een aantal handige producten gemaakt om scholen te helpen bij deze visievorming. Zo heeft SLO een nota 13 geschreven waarin onder andere een leerplankundig model in staat die per domein de doorlopende leerlijn beschrijft voor primair en voortgezet onderwijs. LEERINHOUDEN DEMOCRATIE KENNIS EN INZICHT (kennen) Kernwaarden ( principes van de rechtsstaat) Gelijkheidsbeginsel Vrijheidsbeginsel Mensenrechten Basiskenmerken van het rechtssysteem. Politiek stelsel Machtenscheiding; Scheiding van staat en kerk Democratische procedures Spelregels van democratische Besluitvorming Meerderheid, minderheid Parlementaire democratie Europese Unie Beïnvloeding Rol van internet Rol van TV en kranten VAARDIGHEDEN (kunnen) Informatie verwerken Verwerven, verwerken en beoordelen van informatie o.a. uit (digitale) media. Onderscheid kunnen maken tussen feiten en meningen. Hanteren van democratische spelregels Democratische spelregels gebruiken en respecteren. Meningsvorming Mening kunnen vormen op basis van argumenten Mening adequaat kunnen uiten Kunnen deelnemen aan discussie en debat. Mening om kunnen zetten in gedrag. Mediawijsheid Bewust (en veilig) gebruik van (nieuwe) media. BASISWAARDEN EN HOUDINGEN (willen, zijn) Respect en wederkerigheid Respect voor en naleven van de kernwaarden van democratische rechtsstaat. Respect voor andere dan de eigen waarden en opvattingen. Vertrouwen en solidariteit Vertrouwen in democratische instituties Solidariteit Betrokkenheid en verantwoordelijkheid Betrokkenheid bij de samenleving (op verschillende niveaus) Medeverantwoordelijkheid willen dragen voor de samenleving. 13 SLO, O. O. (sd). Actief in burgerschap. Opgehaald van Onderzoek waardeontwikkeling 39

40 Vaardigheden Conflicthantering Conflicten beslechten op een vreedzame manier. Belangen behartigen Vergelijken van individuele belangen, belangen van specifieke groepen en collectieve belangen. Voorzieningen gebruiken Correct gebruik maken van collectieve voorzieningen. KENNIS EN INZICHT (kennen) Sociale en culturele participatie Kennis van de culturele kaart in de eigen woonomgeving (sport, ontspanning, cultuur) Inzicht in eigen wensen en mogelijkheden om hieraan mee te doen. Kennis van de sociale kaart (voorzieningen, gebruik, etc.) Bestaan en werking webcommunities Kennis van normen en omgangsvormen In de publieke ruimte (fysiek en virtueel) kennis over (vormen van) inspraak en medezeggenschap (school, club, stage, toekomstig werk, maatschappij) Economische participatie Inzicht in de eigen wensen en mogelijkheden op de arbeidsmarkt, cq. vervolgopleiding Inzicht in de rol als consument. LEERINHOUDEN PARTICIPATIE VAARDIGHEDEN (kunnen) Communicatie Sociaal-communicatieve vaardigheden, gericht op participatie en inspraak. Omgaan met verschillende belangen. Kansen zien en gebruiken. Gebruik voorzieningen Gebruik kunnen maken van mogelijkheden voor sport, ontspanning, cultuur in de eigen leefomgeving Oplossingsgericht kunnen denken en handelen. Plannen en organiseren. Normen hanteren Gepast gedrag in de openbare en virtuele ruimte. Economische participatie De eigen mogelijkheden op de arbeidsmarkt cq. vervolgopleidingen verkennen. Als consument bewuste keuzes kunnen maken. BASISWAARDEN EN HOUDINGEN (willen, zijn) Respect en wederkerigheid Bestrijden van uitsluiting en discriminatie Weerstand bieden bij ervaren discriminatie en uitsluiting. Betrokkenheid en verantwoordelijkheid voor sociale, fysieke en virtuele omgeving. Hanteren van algemeen aanvaarde normen. Erbij willen horen. Invloed willen uitoefenen Een rol willen spelen in de gemeenschap. Bereid zijn tot initiatief nemen. Zelfvertrouwen Economische participatie Verantwoordelijkheid willen nemen voor eigen loopbaan Verantwoordelijkheid willen nemen voor keuzes als consument. Onderzoek waardeontwikkeling 40

41 KENNIS EN INZICHT (kennen) Cultuur Kenmerken van de eigen cultuur Kenmerken van andere culturen dan de eigen cultuur Wat is subcultuur? Pluriformiteit Individualisme vs. groepsidentiteit Diversiteit in Nederland Globalisering, regionalisering en nationale identiteit. Integratie Wat is integratie? Identiteit en integratie Wat is meervoudige loyaliteit? Geestelijke stromingen Kenmerken van religieuze en levensbeschouwelijke Stromingen LEERINHOUDEN IDENTITEIT VAARDIGHEDEN (kunnen) Cultuur Adequaat kunnen omgaan met (grenzen aan) vrijheden. Keuzes kunnen maken vanuit eigen ethisch kader. Vanuit de eigen identiteit een bijdrage leveren aan de omgeving. Kunnen omgaan met groepsdruk. Pluriformiteit Kunnen wisselen van perspectief Eigen identiteit en opvattingen in balans brengen met eisen van de samenleving. Reflecteren op eigen standpunt en gedrag. Vergelijken van opvattingen. In dialoog met anderen de eigen opvattingen ontwikkelen. Kunnen omgaan met diversiteit. BASISWAARDEN EN HOUDINGEN (willen, zijn) Respect en wederkerigheid Zelfwaardering Erkennen van gelijkwaardigheid van alle culturen en mensen. Erkennen van verschillende waarden en opvattingen. Verdraagzaamheid Openstaan voor ontmoeting met andersdenkenden Empathie Deze site van SLO over burgerschapsvorming staat natuurlijk dicht bij de 12 van DOK12. De 12 van DOK12 is namelijk de visie op burgerschapsvorming. Deze kernwaarden worden op school belangrijk gevonden. Dit heeft vooral uiting op participatie en identiteit. Democratie komt aan bod binnen andere activiteiten. Onderzoek waardeontwikkeling 41

42 Bron: Genderen, A. J. (sd). D=3. Opgeroepen op November 10, 2010, van ID=3 Dit artikel gaat over het feit dat burgerschapsvorming nu een wettelijk verplicht onderdeel is voor scholen om hier in te onderwijzen. Er zijn vaak discussies in het nieuws die gaan over burgerschap, dit komt vaak voort uit ontevredenheid over de betrokkenheid van burgers bij de samenleving en het gebrek aan normen en waarden bij jongeren. Volgens minister Van der Hoeven is de definitie van actief burgerschap: de bereidheid en het vermogen van personen en groepen, om deel uit te maken van een gemeenschap en daar een actieve bijdrage aan te leveren. Leenders en Veugelers (2004) onderscheiden drie typen burgerschap: individualistisch, aanpassingsgericht en kritisch-democratisch burgerschap. Het kritisch-democratische burgerschap wil de overheid d.m.v. de nieuwe wet verder ontwikkelen. Vrijheid, gelijkheid en broederschap zijn een voorbeeld van belangrijke universele waarden. De uiting aan deze waarden zijn, volgens Leenders en Veugelers, zijn continu in ontwikkeling. Waardeontwikkeling wordt gezien als een continu proces, waarbij een kritische houding net zo belangrijk is als een communicatieve en empathische houding. Dit kritisch-democratische burgerschap wil het ministerie van onderwijs nu al zo vroeg mogelijk ontwikkelen: op de basisschool. Hierbij is kritische reflectie erg belangrijk waarbij kinderen geleerd moet worden om kritisch naar zichzelf en de wereld om zich heen te kijken. Dit willen zij aanleren omdat het ministerie wil voorkomen dat de dingen die altijd zo gingen gewoon worden overgenomen, ook als dit eigenlijk niet meer in de tijdgeest past. Eigenschappen als zelfreflectie en leren debatteren kunnen hierbij helpen. Scholen krijgen veel vrijheid in de vorm van de uitvoering. Zij ontwikkelen zelf een visie en SLO zal helpen en handreikingen aanbieden om aan deze visie uiting te geven. Burgerschapsvorming moet niet als apart vak worden gezien maar geïntegreerd worden in het onderwijs. Deze bron geeft ook aan dat burgerschapsvorming wettelijk verplicht is en welke visie de overheid er nu op heeft. De bron geeft ook zelfreflectie en debatteren als voorbeeld voor een goede oefening, ook dit is in de 12 van DOK12 opgenomen. Onderzoek waardeontwikkeling 42

43 BIJLAGE 2: ORGANOGRAM KPOA 14 en DOK12: Raad van toezicht College van Bestuur: - Wil Ellenbroek (Voorzitter) - Bert Dekker (Lid) Stafbureau: - Beleidsmedewerkers - Managementcontroller - Administratie GMR: - 50% personeel - 50% ouders Administratiekantoor: - Personeel - Financiën MR DOK12 Directie: Bettine Bakker Unitleiders Leerkrachten Interen coach AcBas-studenten Pabo studenten Administratief medewerkers Ouderraad Onderwijsassistenten in opleiding ICT medewerker 14 Onderzoek waardeontwikkeling 43

44 BIJLAGE 3: UITWERKING OBSERVATIES Voor de observaties is er per bouw geobserveerd: bovenbouw, middenbouw en onderbouw. Ook is er op drie verschillende moment geobserveerd: tijdens de kring, tijdens het werken en tijdens het buitenspelen. Er is per bouw en per moment twee keer geobserveerd. Dus er is bijvoorbeeld twee keer tijdens het buitenspelen van de middenbouw geobserveerd. Hiervan is uiteindelijk een gemiddelde genomen en hebben we hier een analyse van kunnen maken. Hieronder de observatielijst die wij hebben ingezet. Er heerst een onrustige, rumoerige sfeer. Je hoort kinderen roepen, zeuren, mopperen De meeste kinderen reageren niet spontaan. Uit zichzelf stellen ze geen vragen. Ze laten hun appreciatie niet horen, zien, voelen. Er hangt een onnatuurlijke stilte in de groep: je hoort geen geluid en ziet weinig beweging. Er is geen humor in de groep. De leerlingen of de leerkracht maken zelden of nooit grapjes. SFEER Er heerst een ontspannen, vrolijke, gezellige sfeer De meeste kinderen reageren spontaan. Ze stellen uit zichzelf vragen. Ze laten hun appreciatie zien, horen, voelen Er heerst een gezonde, natuurlijke rust die eigen is aan de groep en die niet geforceerd of afgedwongen wordt Er is humor aanwezig in de groep. De leerlingen en/of de leerkracht maken (vaak) grapjes. De leerlingen hebben geen speciale band met een of meer andere leerlingen. Ze zoeken de anderen niet speciaal op. De kinderen bespreken de leerstof niet met elkaar en helpen elkaar niet. De psychologische afstand tussen de kinderen is groot. De kinderen zijn onverdraagzaam voor elkaar. Veel leerlingen worden uitgesloten, geplaagd of geridiculiseerd. RELATIE TUSSEN DE LEERLINGEN De leerlingen hebben een speciale band met een of meer andere leerlingen en zoeken elkaar op De kinderen bespreken de leerstof onderling en helpen er elkaar mee. De psychologische afstand tussen de kinderen is klein De kinderen zijn verdraagzaam voor elkaar. Geen enkel kind staat buiten de groep, wordt geplaagd of geridiculiseerd. De leerlingen maken vaak ruzie De leerlingen maken zelden ruzie. INTERACTIES IN FUNCTIE VAN DE LEERACTIVITEIT De leerlingen storen elkaar geregeld tijdens een leeractiviteit De leerlingen laten elkaar met rust tijdens een leeractiviteit. De leerlingen luisteren niet naar elkaar, helpen elkaar niet, komen niet voor elkaar op, hebben geen geduld met elkaar, delen ervaringen en belevenissen niet met elkaar De leerlingen luisteren naar elkaar, helpen elkaar, komen voor elkaar op, hebben geduld met elkaar, delen ervaringen en belevenissen met elkaar. De leerlingen werken in de groep niet goed samen aan een gemeenschappelijke taak. Ze maken het elkaar moeilijk. Er is duidelijk competitiviteit aanwezig. De leerlingen werken voor beloningen, willen het beter doen dan de anderen. Er is een soort rangorde in de klas De leerlingen werken in de groep goed samen aan een gemeenschappelijke taak Er is geen competitie tussen leerlingen. Ze werken niet voor beloningen. Individuele prestaties staan los van de prestaties van anderen. Er is geen sprake van rangorde in de klas. Onderzoek waardeontwikkeling 44

45 De meeste leerlingen zijn niet op de leerkracht gericht. Ze laten hem/haar niet zien waar ze mee bezig zijn, vragen hem/haar niet om hulp bij een probleem. De leerlingen zijn sterk afhankelijk van de leerkracht. Ze blijven voortdurend in zijn/haar buurt, vragen constant om aandacht. Slechts een beperkt aantal leerlingen communiceert over zijn emoties, gevoelens met de leerkracht. De leerkracht moet de leerlingen aanmanen om te luisteren of mee te doen. RELATIE MET DE LEERKRACHT De meeste leerlingen zijn op de leerkracht gericht. Zij stellen hem/haar vragen, geven aan waarmee ze bezig zijn, roepen zijn/haar hulp in bij een probleem De leerlingen zijn sterk onafhankelijk van de leerkracht. Ze vragen niet constant om zijn/haar aandacht Alle of bijna alle leerlingen communiceren over hun emoties, gevoelens met de leerkracht De leerlingen luisteren goed naar de leerkracht en doen goed mee. Het kost veel moeite om de groep mee te krijgen in het dagritme. De overgang tussen de verschillende activiteiten verloopt moeizaam. Na een onderbreking (bv. de speeltijd) heeft de leerkracht het moeilijk om de leerlingen bij de volgende activiteit te betrekken. De leerlingen tornen voortdurend aan de groepsregels en proberen uit hoe ver ze kunnen gaan. De leerkracht moet voortdurend tot stilte aanmanen, zonder veel effect, of moet aldoor tuchtmaatregelen hanteren om de stilte te handhaven. Na een moment van ontspanning zijn de leerlingen niet gemakkelijk tot rust te brengen. STRUCTUUR EN REGELS Het kost weinig moeite om de groep mee te krijgen in het dagritme. De overgangen tussen de verschillende activiteiten verlopen vlot. Na een onderbreking zijn de meeste leerlingen gemakkelijk bij een volgende activiteit te betrekken De leerlingen aanvaarden de groepsregels (bv. elkaar laten uitspreken) De leerkracht hoeft maar zelden tot stilte aan te manen en hoeft slechts uitzonderlijk tuchtmaatregelen te hanteren om de stilte te handhaven De leerlingen kunnen uitgelaten reageren, maar zijn ook gemakkelijk weer tot rust te brengen. Onderzoek waardeontwikkeling 45

46 Het observatieplan ziet er als volgt uit: Uitwerking observaties in grafieken Observatie per bouw: bovenbouw, middenbouw en onderbouw. Observatie per dagonderdeel: kring, werkblok, buiten spelen. Observatiefrequentie: twee keer per bouw per dagonderdeel. Op de horizontale as staat aangegeven op welke aspecten er is gescoord: sfeer, relatie tussen leerlingen, interactie in leeractiviteit, relatie met leerkracht en structuur en regels. Op de verticale as staat de hoogst haalbare score (4). Een voorbeeld. Bij het kopje sfeer staan vier vragen. Na de eerste observatie is uit deze vier vragen een gemiddelde score gekomen. Bijv.: = 12: 4 = 3. De tweede observatie is bijv.: = 8:4 = 2. Gemiddelde score = = 6 : 2 = 3 De score 3 is dan de gemiddelde score op het gebied van de sfeer. Gegevens onderbouw: Onderzoek waardeontwikkeling 46

47 Onderzoek waardeontwikkeling 47

48 Gegevens middenbouw: Onderzoek waardeontwikkeling 48

49 Gegevens bovenbouw: Onderzoek waardeontwikkeling 49

50 Onderzoek waardeontwikkeling 50

Annette Koops: Een dialoog in de klas

Annette Koops: Een dialoog in de klas Annette Koops: Een dialoog in de klas Als ondersteuning bij het houden van een dialoog vindt u hier een compilatie aan van Spreken is zilver, luisteren is goud : een handleiding voor het houden van een

Nadere informatie

Deelopdracht 1: Onderzoek naar het onderwijsconcept van jouw leerwerkplek

Deelopdracht 1: Onderzoek naar het onderwijsconcept van jouw leerwerkplek Deelopdracht 1: Onderzoek naar het onderwijsconcept van jouw leerwerkplek In deze deelopdracht ga je het onderwijsconcept van jouw leerwerkplek onderzoeken. Geerts en van Kralingen (2011) definiëren onderwijsconcept

Nadere informatie

Kanjerbeleid. Doelstelling Voor de kinderen hebben we als doel dat ze zoveel mogelijk als volgt over zichzelf denken:

Kanjerbeleid. Doelstelling Voor de kinderen hebben we als doel dat ze zoveel mogelijk als volgt over zichzelf denken: Kanjerbeleid Inleiding Op de obs Stegeman werken we sinds januari 2012 met de kanjertraining. Voor u ligt het beleidsstuk Kanjertraining. We hopen dat het zicht geeft op wat we doen op school en waar we

Nadere informatie

Reflectiegesprekken met kinderen

Reflectiegesprekken met kinderen Reflectiegesprekken met kinderen Hierbij een samenvatting van allerlei soorten vragen die je kunt stellen bij het voeren van (reflectie)gesprekken met kinderen. 1. Van gesloten vragen naar open vragen

Nadere informatie

Het spel der democratische opvoeding Wat vooraf ging: Aan de hand van de 4 pijlers deden de ambassadeurs van Triodus samen goed voor later en de werkgroep wat iedere kindwijzerorganisatie deed, inventariseren!

Nadere informatie

Pedagogisch fundament. handboek ikc leeuwarden

Pedagogisch fundament. handboek ikc leeuwarden Pedagogisch fundament handboek ikc leeuwarden pedagogisch fundament Inhoud Moreel kader IKC Leeuwarden Dit handboek is een hulpmiddel te komen tot een pedagogisch fundament voor een IKC s. Uitgangspunt

Nadere informatie

De Klankhof t Kofschip waar iedereen tot zijn recht komt

De Klankhof t Kofschip waar iedereen tot zijn recht komt Positionering De Klankhof en t Kofschip, Etten-Leur Kernwoorden: Je mag er zijn Vertrouwen Positief kijken naar jezelf en anderen Meervoudige intelligentie Samen de merkbelofte van De Klankhof t Kofschip:

Nadere informatie

2 e Fontys Onderzoekscongres Onderzoek & Onderwijs :

2 e Fontys Onderzoekscongres Onderzoek & Onderwijs : 2 e Fontys Onderzoekscongres Onderzoek & Onderwijs : Onderzoek in de onderwijspraktijk van Fontys Wat doen we? Hoe gaat het? Wat levert het op? KEY NOTE: ANOUKE BAKX & JOS MONTULET Onderzoek binnen de

Nadere informatie

Opleiders in de school: Els Hagebeuk elshagebeuk@de-gouw.nl Sjef Langedijk sjeflangedijk@de-gouw.nl. Begeleiden van pabostudenten

Opleiders in de school: Els Hagebeuk elshagebeuk@de-gouw.nl Sjef Langedijk sjeflangedijk@de-gouw.nl. Begeleiden van pabostudenten Opleiders in de school: Els Hagebeuk elshagebeuk@de-gouw.nl Sjef Langedijk sjeflangedijk@de-gouw.nl Begeleiden van pabostudenten Dit stuk geeft je handvatten bij de begeleiding van een pabostudent. Als

Nadere informatie

Afgesproken verdeling van de boeken over de groepen

Afgesproken verdeling van de boeken over de groepen DE KANJERTRAINING. Op de Jozefschool wordt er in alle groepen kanjertraining gegeven. Alle leerkrachten zijn gecertificeerd. Doel van de Kanjertraining? Deze werkwijze biedt lln. kapstokken aan om beter

Nadere informatie

Beleid Kanjertraining op De Meeander

Beleid Kanjertraining op De Meeander Beleid Kanjertraining op De Meeander Voor u ligt het beleidsstuk Kanjertraining. We hopen dat het zicht geeft op wat we doen op school en waar we voor staan. Kanjertraining is meer dan een lesmethode.

Nadere informatie

Het veilige pedagogische klimaat van de school

Het veilige pedagogische klimaat van de school Het veilige pedagogische klimaat van de school Op de Montessorischool vinden we een sociaal veilig klimaat heel belangrijk. De kern van veiligheid is respect, het respectvol omgaan met elkaar. Dit betekent

Nadere informatie

Verantwoording gebruik leerlijnen

Verantwoording gebruik leerlijnen Verantwoording gebruik leerlijnen In de praktijk blijkt dat er onder de deelnemers van Samenscholing.nu die direct met elkaar te maken hebben behoefte bestaat om de ontwikkeling van de beroepsvaardigheden

Nadere informatie

Leertaak onderwijskunde Praktijkonderzoek deel B onderzoeksverslag Wat vind ik een goede docent?

Leertaak onderwijskunde Praktijkonderzoek deel B onderzoeksverslag Wat vind ik een goede docent? Leertaak onderwijskunde Praktijkonderzoek deel B onderzoeksverslag Wat vind ik een goede docent? In periode 2 heb je een onderzoeksplan geschreven voor een praktijkonderzoek tijdens je stage. Je hebt inmiddels

Nadere informatie

POENS.NL. Onomatopeespel. Spelvarianten deel 1. Onomatopeespel - spelvarianten deel 1 - www.poens.nl - Jeroen Knevel

POENS.NL. Onomatopeespel. Spelvarianten deel 1. Onomatopeespel - spelvarianten deel 1 - www.poens.nl - Jeroen Knevel POENS.NL Onomatopeespel Spelvarianten deel 1 1 Onomatopee Het auditief beeld als expressief coaching instrument Jezelf beter leren kennen, de ander beter leren kennen, beter zicht krijgen op het samenwerken,

Nadere informatie

Tijdschrift Kindermishandeling April 2013 Onderwijsspecial deel 2. 8 tips voor een goed gesprek met je leerling

Tijdschrift Kindermishandeling April 2013 Onderwijsspecial deel 2. 8 tips voor een goed gesprek met je leerling 8 tips voor een goed gesprek met je leerling Edith Geurts voor Tijdschrift Kindermishandeling Het kan zijn dat je als leerkracht vermoedt dat een kind thuis in de knel zit. Bijvoorbeeld doordat je signalen

Nadere informatie

Inhoudsopgave. 1. Uitgangspunten blz. 1.1 Doel van het beleidsplan 3 1.2 Inhoud van het beleidsplan 3. 2. Beginsituatie 4. 3. De gewenste situatie 5

Inhoudsopgave. 1. Uitgangspunten blz. 1.1 Doel van het beleidsplan 3 1.2 Inhoud van het beleidsplan 3. 2. Beginsituatie 4. 3. De gewenste situatie 5 Beleidsplan sociaal-emotionele ontwikkeling O.B.S. de Zoeker Maart 2012 Inhoudsopgave 1. Uitgangspunten blz. 1.1 Doel van het beleidsplan 3 1.2 Inhoud van het beleidsplan 3 2. Beginsituatie 4 3. De gewenste

Nadere informatie

Inhoudsopgave. 1. Uitgangspunten blz. 1.1 Doel van het beleidsplan 3 1.2 Inhoud van het beleidsplan 3. 2. Beginsituatie 4. 3. De gewenste situatie 5

Inhoudsopgave. 1. Uitgangspunten blz. 1.1 Doel van het beleidsplan 3 1.2 Inhoud van het beleidsplan 3. 2. Beginsituatie 4. 3. De gewenste situatie 5 Beleidsplan sociaal-emotionele ontwikkeling O.B.S. de Zoeker Maart 2012 Inhoudsopgave 1. Uitgangspunten blz. 1.1 Doel van het beleidsplan 3 1.2 Inhoud van het beleidsplan 3 2. Beginsituatie 4 3. De gewenste

Nadere informatie

Pedagogisch beleid Lunchkids

Pedagogisch beleid Lunchkids Pedagogisch beleid Lunchkids 1 Inleiding Voor u ligt het pedagogisch beleid van Lunchkids onderdeel van De Kinderkoepel. Het pedagogisch beleid geeft aan ouders, scholen, medewerkers en andere betrokkenen

Nadere informatie

Pestprotocol Het Mozaïek

Pestprotocol Het Mozaïek Pestprotocol Het Mozaïek Een leerling wordt gepest als hij of zij geregeld en voor een langere periode wordt blootgesteld aan negatieve acties van welke soort dan ook door één of meerdere leerlingen, een

Nadere informatie

4. Wanneer pesten ondanks alle inspanningen toch weer de kop opsteekt, beschikt de school over een directe aanpak. (Zie verderop in dit protocol)

4. Wanneer pesten ondanks alle inspanningen toch weer de kop opsteekt, beschikt de school over een directe aanpak. (Zie verderop in dit protocol) ANTI PEST PROTOCOL Er gelden drie uitgangspunten: n 1. Wij gaan met respect met elkaar om. 2. Wij pesten niet. 3. Wij accepteren niet dat er gepest wordt. Pesten op school. Hoe gaan we hier mee om? Pesten

Nadere informatie

Gedragsprotocol RKBS De Flamingo

Gedragsprotocol RKBS De Flamingo Gedragsprotocol RKBS De Flamingo Inhoud: 1. Algemene inleiding gedragsprotocol. 2. Visie van de school 3. Doel van het protocol 4. Afspraken en regels 5. Aanpak van ongewenst gedrag 6. Wettelijke regelingen

Nadere informatie

Profielwerkstuk: stappenplan, tips en ideeën

Profielwerkstuk: stappenplan, tips en ideeën Pagina 1 Profielwerkstuk: stappenplan, tips en ideeën Je gaat een profielwerkstuk maken. Dan is euthanasie een goed onderwerp. Het is misschien niet iets waar je dagelijks over praat of aan denkt, maar

Nadere informatie

Kenniskring leiderschap in onderwijs. Voorbeeld onderzoek in eigen organisatie

Kenniskring leiderschap in onderwijs. Voorbeeld onderzoek in eigen organisatie Kenniskring leiderschap in onderwijs Voorbeeld onderzoek in eigen organisatie Onderzoek doen Wie aanwezig? Wat wilt u weten? Beeld / gedachte / ervaring Praktijkonderzoek in de school = Onderzoek dat wordt

Nadere informatie

Onderzoek Module 10.3 Het empirisch onderzoek ontwerpen. Master Innovation & Leadership in Education

Onderzoek Module 10.3 Het empirisch onderzoek ontwerpen. Master Innovation & Leadership in Education Onderzoek Module 10.3 Het empirisch onderzoek ontwerpen Master Innovation & Leadership in Education Leerdoelen Aan het eind van deze lesdag heb je: Kennis van de dataverzamelingsmethodes vragenlijstonderzoek,

Nadere informatie

2. Waar staat de school voor?

2. Waar staat de school voor? 2. Waar staat de school voor? Missie en Visie Het Rondeel gaat uit van de Wet op het Basisonderwijs. Het onderwijs omvat de kerndoelen en vakgebieden die daarin zijn voorgeschreven. Daarnaast zijn ook

Nadere informatie

Studenten handleiding Competentie Ontwikkel Moment

Studenten handleiding Competentie Ontwikkel Moment Studenten handleiding Competentie Ontwikkel Moment MBO en HBO studenten 3 de en 4 de jaars, HBO studenten verkorte opleiding en cursisten vervolgopleidingen Jeroen Bosch Ziekenhuis 1 Juni 2014, Jeroen

Nadere informatie

Bijlage 1: Methode. Respondenten en instrumenten

Bijlage 1: Methode. Respondenten en instrumenten Bijlage 1: Methode In deze bijlage doen wij verslag van het tot stand komen van onze onderzoeksinstrumenten: de enquête en de interviews. Daarnaast beschrijven wij op welke manier wij de enquête hebben

Nadere informatie

RAPPORT JAARLIJKS ONDERZOEK BASISSCHOOL DE STAAIJ

RAPPORT JAARLIJKS ONDERZOEK BASISSCHOOL DE STAAIJ RAPPORT JAARLIJKS ONDERZOEK BASISSCHOOL DE STAAIJ School : Basisschool De Staaij Plaats : Middelaar BRIN-nummer : 09AI Onderzoeksnummer : 92633 Datum schoolbezoek : 25 juni 2007 Datum vaststelling : 19

Nadere informatie

Aan de ouders, Vriendelijke groet, team prinses Beatrixschool. Verbeterpunten en acties

Aan de ouders, Vriendelijke groet, team prinses Beatrixschool. Verbeterpunten en acties Aan de ouders, Voor u ligt het verbeterplan wat is opgesteld door het team naar aanleiding van de resultaten van de oudervragenlijst afgelopen november. Per onderdeel geven we aan welke items minder scoorden

Nadere informatie

CONCENTRATIE VAN KINDEREN

CONCENTRATIE VAN KINDEREN CONCENTRATIE VAN KINDEREN Samenvatting PA - School: Pabo, Hanzehogeschool O.B.S. De Borgmanschool Marrit Westra Aanleiding van het onderzoek Leerkrachten op O.B.S. De Borgmanschool ervaren dat sommige

Nadere informatie

Formulieren bij opdrachten

Formulieren bij opdrachten Formulieren bij opdrachten Formulier 1 Functieomschrijving slb er sterkte-zwakteanalyse Functieomschrijving slb er sterkte-zwakteanalyse Kernfuncties Criteria Bevindingen Goed Zwak Begeleidingsgesprekken

Nadere informatie

Evaluatieverslag mindfulnesstraining

Evaluatieverslag mindfulnesstraining marijke markus spaarnestraat 37 2314 tm leiden Evaluatieverslag mindfulnesstraining 06 29288479 marijke.markus@freeler.nl www.inzichtinzicht.nl kvk 28109401 btw NL 079.44.295.B01 postbank 4898261 14 oktober

Nadere informatie

Maartje Voorbeeld 10.03.2014

Maartje Voorbeeld 10.03.2014 Maartje Voorbeeld 10.03.2014 Maartje Voorbeeld / 10.03.2014 / Talentrapportage 2 Inleiding De wereld en de arbeidsmarkt zijn constant in beweging. Maar waarheen? Niemand weet exact hoe het werkveld er

Nadere informatie

Communiceren met de doelgroep voor OA en PW Kinderopvang

Communiceren met de doelgroep voor OA en PW Kinderopvang Specificaties Onderwijsassistent Titel: Soort: Werksituatie: Eindproduct: Communiceren met de doelgroep voor OA en PW Kinderopvang Training Kinderdagverblijf, BSO of basisschool Demonstratie Niveau: 4

Nadere informatie

Anti-pestprotocol. We werken samen aan een goede sfeer op school. Catharinaschool Wellerlooi

Anti-pestprotocol. We werken samen aan een goede sfeer op school. Catharinaschool Wellerlooi Anti-pestprotocol We werken samen aan een goede sfeer op school Catharinaschool Wellerlooi Inleiding De Catharinaschool wil haar kinderen een veilig pedagogisch klimaat bieden. Wij streven ernaar dat de

Nadere informatie

Onderwijskundig Jaarplan ( OKJP) OnderwijsKundig JaarVerslag ( OKJV)

Onderwijskundig Jaarplan ( OKJP) OnderwijsKundig JaarVerslag ( OKJV) Werken aan kwaliteit op De Schakel Hieronder leest u over hoe wij zorgen dat De Schakel een kwalitatief goede (excellente) school is en blijft. U kunt ook gegevens vinden over de recent afgenomen onderzoeken

Nadere informatie

waar denkt u aan bij het woord opvoeden? De kracht van Positief opvoeden Overzicht Hoop en verwachting

waar denkt u aan bij het woord opvoeden? De kracht van Positief opvoeden Overzicht Hoop en verwachting Overzicht De kracht van Positief opvoeden 1 Hoop en verwachting Opvoeden in de praktijk Waarom positief opvoeden? De 5 principes van positief opvoeden Tijd voor vragen en discussie 2 Hoop en verwachting

Nadere informatie

Ontwikkelingsgericht onderwijs

Ontwikkelingsgericht onderwijs Ontwikkelingsgericht onderwijs Leren op de John F. Kennedyschool De basisschool van onze zoon, de John F. Kennedyschool te Zutphen, is dit schooljaar begonnen met een nieuwe manier van werken. Ze zijn

Nadere informatie

Zelfreflectie meetinstrument Ondernemende houding studenten Z&W

Zelfreflectie meetinstrument Ondernemende houding studenten Z&W Zelfreflectie meetinstrument Ondernemende houding studenten Z&W 1 Naam student: Studentnummer: Datum: Naam leercoach: Inleiding Voor jou ligt het meetinstrument ondernemende houding. Met dit meetinstrument

Nadere informatie

Introduceren thema Broeikaseffect. Startopdracht. gekeken. http://bit.ly/1vqs19u. Thema: Broeikaseffect. laten stoppen? centraal:

Introduceren thema Broeikaseffect. Startopdracht. gekeken. http://bit.ly/1vqs19u. Thema: Broeikaseffect. laten stoppen? centraal: Natuur & Techniek het broeikaseffect Omschrijving van de opdracht: Introductie Thema: Broeikaseffect In deze les staan de volgende hogere- orde denkvragen centraal: 1. Hoe zou je het broeikaseffect kunnen

Nadere informatie

Primair Onderwijs po 079-3232.333 Voorgezet onderwijs vo 079-3232.444

Primair Onderwijs po 079-3232.333 Voorgezet onderwijs vo 079-3232.444 Voorlichtingspublicatie Betreft de onderwijssector(en) Informatie CFI/ICO Primair Onderwijs po 079-3232.333 Voorgezet onderwijs vo 079-3232.444 Wet van 9 december 2005, houdende opneming in de Wet op het

Nadere informatie

Onderzoeksvraag Uitkomst

Onderzoeksvraag Uitkomst Hoe doe je onderzoek? Hoewel er veel leuke boeken zijn geschreven over het doen van onderzoek (zie voor een lijstje de pdf op deze site) leer je onderzoeken niet uit een boekje! Als je onderzoek wilt doen

Nadere informatie

Van huidige situatie ------------ naar --------------------------------- gewenste situatie

Van huidige situatie ------------ naar --------------------------------- gewenste situatie Doelen stellen NLP is een doelgerichte, praktische en mensvriendelijke techniek. NLP = ervaren, ervaren in denken, voelen en doen. Middels een praktisch toepasbaar model leren we om de eigen hulpmiddelen,

Nadere informatie

Inspectie van het Onderwijs en ZIEN!

Inspectie van het Onderwijs en ZIEN! Inspectie van het Onderwijs en ZIEN! Expertsysteem ZIEN! voor het primair onderwijs November 2009 ZIEN! is een product van, in samenwerking met ParnasSys De (meer)waarde van het expertsysteem ZIEN! Argumentatie

Nadere informatie

Pesten binnen een Vreedzame school

Pesten binnen een Vreedzame school Pesten binnen een Vreedzame school Inleiding ICBS Statenkwartier wil de leerlingen een veilig pedagogisch klimaat bieden, waarin zij zich op een prettige en positieve wijze kunnen ontwikkelen. De leerkrachten

Nadere informatie

STAND VAN ZAKEN CMK SCHIJNDEL Juni 2015

STAND VAN ZAKEN CMK SCHIJNDEL Juni 2015 STAND VAN ZAKEN CMK SCHIJNDEL Juni 2015 De Beemd Done Assement - Done Ambitiegesprek Kaders aanbrengen in bestaande vaardigheden waardoor er meer lijn ontstaat, waar binnen alle aandacht voor bewustzijn

Nadere informatie

Verantwoording 1.1 Keuze van de titel

Verantwoording 1.1 Keuze van de titel 1 13 Verantwoording 1.1 Keuze van de titel Voor je ligt het handboek Training sociale vaardigheden. Dit boek is geschreven voor iedereen die te maken heeft met kinderen tussen de tien en vijftien jaar

Nadere informatie

Feedback geven en ontvangen

Feedback geven en ontvangen Feedback geven en ontvangen 1 Inleiding In het begeleiden van studenten zul je regelmatig feedback moeten geven en ontvangen: feedback is onmisbaar in de samenwerking. Je moet zo nu en dan kunnen zeggen

Nadere informatie

Pedagogisch Beleidsplan CKO De Herberg

Pedagogisch Beleidsplan CKO De Herberg Pedagogisch Beleidsplan CKO De Herberg Hoofdstuk 1: Missie, visie en doelstellingen Voorwoord Onze Missie en Identiteit Onze Visie Pedagogische hoofddoelstellingen Een goed pedagogisch klimaat Hoofdstuk

Nadere informatie

Praktijkgericht W&T onderzoek door leerkrachten: een case study

Praktijkgericht W&T onderzoek door leerkrachten: een case study Praktijkgericht W&T onderzoek door leerkrachten: een case study Martijn Weesing, ipabo Amsterdam Erna van Hest, Vrije Universiteit Amsterdam St. Jan School, Amsterdam EWT Conferentie, NEMO, 22 mei 2013

Nadere informatie

Informatie en tips voor het voeren van goede gesprekken 1

Informatie en tips voor het voeren van goede gesprekken 1 Informatie en tips voor het voeren van goede gesprekken 1 De manier waarop je met elkaar omgaat en hoe je met elkaar in gesprek gaat is belangrijk in het dagelijks werk. Het helpt je elkaar beter te begrijpen

Nadere informatie

Casestudy collectief. praktijkonderzoek 2008-2009 Tafelronde

Casestudy collectief. praktijkonderzoek 2008-2009 Tafelronde Casestudy collectief praktijkonderzoek 2008-2009 Tafelronde 1 De actuele situatie van De Tafelronde De Tafelronde is een school die een aantal jaren geleden de keus heeft gemaakt om te gaan werken volgens

Nadere informatie

Titelpagina ONDERZOEKSVERSLAG. Namen: Klas/groep: Cursusjaar: Begeleider: Beoordelaar:

Titelpagina ONDERZOEKSVERSLAG. Namen: Klas/groep: Cursusjaar: Begeleider: Beoordelaar: Titelpagina ONDERZOEKSVERSLAG Namen: Klas/groep: Cursusjaar: Plaats en datum: Begeleider: Beoordelaar: Amsterdam, mei 15 Inhoud INHOUD... 2 VOORWOORD... 3 1. INLEIDING... 4 PROBLEEMSTELLING... 4 ONDERZOEKSVRAGEN...

Nadere informatie

informatie profielwerkstuk havo avondlyceum CAL handleiding H5 2015-2016

informatie profielwerkstuk havo avondlyceum CAL handleiding H5 2015-2016 informatie profielwerkstuk havo avondlyceum CAL handleiding H5 2015-2016 Inhoud: Inleiding 2 Tijdsplanning 3 Logboek 4 Voorbeeld logboek 5 Verslag 6 Bronvermelding 7 Weging/ eindcijfer 8 pws-informatieboekje

Nadere informatie

OPLEIDING LEIDINGGEVEN IN DE KINDEROPVANG. Een opleiding om hoger op te komen

OPLEIDING LEIDINGGEVEN IN DE KINDEROPVANG. Een opleiding om hoger op te komen OPLEIDING LEIDINGGEVEN IN DE KINDEROPVANG 2012 Een opleiding om hoger op te komen 1 OPLEIDING 2012 Ervaring: De training heeft me sterker gemaakt in mijn rol als leidinggevende. Ik heb mijn beleid en doelen

Nadere informatie

Meedoen& Meetellen. Wat betekent het voor mensen met een verstandelijke beperking? Trainingsmodules voor professionals

Meedoen& Meetellen. Wat betekent het voor mensen met een verstandelijke beperking? Trainingsmodules voor professionals Meedoen& Meetellen Wat betekent het voor mensen met een verstandelijke beperking? Trainingsmodules voor professionals Samenstelling trainingsmodule Eline Roelofsen Roel Schulte www.verwondering.nu Illustratie

Nadere informatie

Werken aan persoonlijke ontwikkeling en sturen van eigen loopbaan

Werken aan persoonlijke ontwikkeling en sturen van eigen loopbaan 08540 LerenLoopbaanBurgerschap 10-04-2008 08:28 Pagina 1 ontwikkelingsproces 1+2 1 2 3 4 5 6 7 Werken aan persoonlijke ontwikkeling en sturen van eigen loopbaan Leren, Loopbaan en Burgerschap Wat laat

Nadere informatie

Samen leren jezelf te zijn, kansrijk en uniek Wij maken werk van talent!

Samen leren jezelf te zijn, kansrijk en uniek Wij maken werk van talent! De missie van onze school: Samen leren jezelf te zijn, kansrijk en uniek Wij maken werk van talent! De visie van onze school: A: Goed onderwijs, opbrengstgericht Door middel van een gevarieerd lesaanbod

Nadere informatie

Cursus VRIENDEN MAKEN.KUN JE LEREN

Cursus VRIENDEN MAKEN.KUN JE LEREN Cursus VRIENDEN MAKEN.KUN JE LEREN PRAKTISCHE INFORMATIE Wat voor cursus? Het is een cursus voor mensen die, om wat voor reden dan ook, geen stevige vriendenkring (meer) hebben en die actief willen onderzoeken

Nadere informatie

Planmatig samenwerken met ouders

Planmatig samenwerken met ouders Ouderparticipatie Team Planmatig samenwerken met ouders Samen vooruit! Tamara Wally Tamara Wally (MSc.) is werkzaam bij de CED- Groep. Ze werkte mee aan de publicatie Samen vooruit, over planmatig werken

Nadere informatie

2 Algemene doelstelling en visie

2 Algemene doelstelling en visie 2 Algemene doelstelling en visie 2.1 Algemene doelstelling De groene kikker heeft als doel huiselijke en persoonlijke kinderopvang te bieden, die optimaal tegemoet komt aan de behoeften van de kinderen.

Nadere informatie

Gedragscode Basisschool de Otterkolken

Gedragscode Basisschool de Otterkolken Gedragscode Basisschool de Otterkolken Inhoudsopgave Blz. Gedragscode basisschool de Otterkolken 2 Hoe ondersteunen wij onze vier kernwaarden 3 Protocol tegen pesten 4 Bijlage 1 Stappenplan schorsing en

Nadere informatie

ontwikkelingsperspectief

ontwikkelingsperspectief ontwikkelingsperspectief Leerlijnen OPP uitstroombestemming Thema nieuwsbrief schooljaar 2013-2014 IvOO - VSO Diplomastroom 15-11-2013 In oktober is er een ouderavond geweest met als onderwerp het (document)

Nadere informatie

1 Aanbevolen artikel

1 Aanbevolen artikel Aanbevolen artikel: 25 november 2013 1 Aanbevolen artikel Ik kan het, ik kan het zélf, ik hoor erbij Over de basisingrediënten voor het (psychologisch) welzijn Een klassieke motivatietheorie toegelicht

Nadere informatie

Werkgroep portfolio & coaching. portfolio handleiding

Werkgroep portfolio & coaching. portfolio handleiding portfolio handleiding Werkgroep portfolio & coaching 1 De plaats van portfolio in het leren op het VMBO. In enkele notities en werkdocumenten is het kader voor het nieuwe onderwijs geschetst. Dit komt

Nadere informatie

Samenvatting. Interactie Informatiewaarde Werkrelevantie Totale waardering 8,6 8,7 8,7 8,6

Samenvatting. Interactie Informatiewaarde Werkrelevantie Totale waardering 8,6 8,7 8,7 8,6 Samenvatting Scores Interactie Informatiewaarde Werkrelevantie Totale waardering 8,6 8,7 8,7 8,6 Uit de opmerkingen van de deelnemers blijkt dat zij de training als leerzaam, interactief en praktijkgericht

Nadere informatie

Stap 6. Stap 6: Deel 1. Changes only take place through action Dalai Lama. Wat ga je doen?

Stap 6. Stap 6: Deel 1. Changes only take place through action Dalai Lama. Wat ga je doen? Stap 6. Changes only take place through action Dalai Lama Wat ga je doen? Jullie hebben een ACTiePlan voor het experiment gemaakt. Dat betekent dat je een nieuwe rol en andere ACTies gaat uitproberen dan

Nadere informatie

kempelscan P1-fase Kempelscan P1-fase 1/7

kempelscan P1-fase Kempelscan P1-fase 1/7 kempelscan P1-fase Kempelscan P1-fase 1/7 Interpersoonlijke competentie Kern 1.2 Inter-persoonlijk competent Communiceren in de groep De student heeft zicht op het eigen communicatief gedrag in de klas

Nadere informatie

Visiedocument. Actief Burgerschap. Januari 2010

Visiedocument. Actief Burgerschap. Januari 2010 Visiedocument Actief Burgerschap Januari 2010 Gereformeerde scholen voor speciaal basisonderwijs Het Baken en De Drieluik Inleiding Actief Burgerschap U staat op het punt ons visiestuk actief burgerschap

Nadere informatie

Visie in de praktijk

Visie in de praktijk Gastlessen voor studenten 2 e leerjaar PW 3 en 4 Pedagogisch kader kindercentra 0-4 jaar - Docentenhandleiding Visie in de praktijk Gastles visie in de praktijk - Docentenhandleiding Theorie over dit onderwerp:

Nadere informatie

GIBO HEIDE. pedagogisch project

GIBO HEIDE. pedagogisch project GIBO HEIDE pedagogisch project gemeenteraadsbesluit van 26 mei 2015 Het pedagogisch project is de vertaling van de visie van directie en leerkrachten die betrekking heeft op alle aspecten van het onderwijs

Nadere informatie

Handleiding bij de LOB-scan voor het mbo

Handleiding bij de LOB-scan voor het mbo Handleiding bij de LOB-scan voor het mbo Inleiding Voor u ligt de handleiding bij de LOB-scan voor het mbo. De LOB-scan voor het mbo is in opdracht van MBO Diensten ontwikkeld en is te vinden op www.mbodiensten.nl.

Nadere informatie

Tweede wereldoorlog:

Tweede wereldoorlog: geschiedenis Tweede wereldoorlog: Een bekende Omschrijving van de opdracht: Wat doe je als leerkracht? Introductie Thema: Tweede Wereldoorlog: een bekende Introduceren thema Tweede Wereldoorlog: een bekende

Nadere informatie

BEOORDELINGSFORMULIER STAGES BACHELOR NIVEAU 3

BEOORDELINGSFORMULIER STAGES BACHELOR NIVEAU 3 Faculteit Geesteswetenschappen BEOORDELINGSFORMULIER STAGES BACHELOR NIVEAU 3 Onderstaand formulier betreft de beoordeling van het stageverslag en het onderzoeksverslag. Deze wordt door de begeleidende

Nadere informatie

School Ondersteuningsprofiel De Startbaan - 2 oktober 2014

School Ondersteuningsprofiel De Startbaan - 2 oktober 2014 De Startbaan - 2 oktober 214 1B. Onderwijskundig concept van de school Onderwijskundig concept van de school Onze school zet de laatste jaren in op kwaliteitsgericht coachen. Daarbij gaan we uit van de

Nadere informatie

Pedagogisch beleid. kinderdagverblijf

Pedagogisch beleid. kinderdagverblijf Pedagogisch beleid kinderdagverblijf maatwerk kinderopvang voor elk gezin Voorwoord Dit pedagogisch beleid is met het doel geschreven om duidelijkheid te geven aan de inhoud van een pedagogisch beleidsplan.

Nadere informatie

STRATEGISCH PLAN BASISSCHOOL DE VORDERING 2015-2019

STRATEGISCH PLAN BASISSCHOOL DE VORDERING 2015-2019 STRATEGISCH PLAN BASISSCHOOL DE VORDERING 2015-2019 MISSIE DE VORDERING Vanuit een traditie van katholieke waarden en voor iedereen toegankelijk, verzorgen wij kwalitatief hoogstaand eigentijds basisonderwijs,

Nadere informatie

Tweede wereldoorlog:

Tweede wereldoorlog: geschiedenis Tweede wereldoorlog: Auto s en wegen Omschrijving van de opdracht: Wat doe je als leerkracht? Introductie Thema: Tweede Wereldoorlog: auto s en wegen Introduceren thema Tweede Wereldoorlog:

Nadere informatie

Dit PESTPROTOCOL heeft als doel:

Dit PESTPROTOCOL heeft als doel: Dit PESTPROTOCOL heeft als doel: Alle kinderen moeten zich in hun basisschoolperiode veilig kunnen voelen, zodat zij zich optimaal kunnen ontwikkelen Door regels en afspraken zichtbaar te maken kunnen

Nadere informatie

Verslaglegging. P. Broekhuizen F. Sijsling G. Zandvliet Docenten Nederlands

Verslaglegging. P. Broekhuizen F. Sijsling G. Zandvliet Docenten Nederlands Verslaglegging P. Broekhuizen F. Sijsling G. Zandvliet Docenten Nederlands Leeuwarden, 13 september 2011 Verslaglegging Door : P. Broekhuizen, F. Sijsling en G. Zandvliet Docenten Nederlands Klas : LBLV.2

Nadere informatie

RONDE 1: INBREKEN IN DE KLAS Didactische praktijken ter ondersteuning van gelijke onderwijskansen in het KLEUTERONDERWIJS

RONDE 1: INBREKEN IN DE KLAS Didactische praktijken ter ondersteuning van gelijke onderwijskansen in het KLEUTERONDERWIJS CONFERENTIE STEUNPUNT GOK: De lat hoog voor iedereen!, Leuven 18 september STROOM KRACHTIGE LEEROMGEVINGEN RONDE 1: INBREKEN IN DE KLAS Didactische praktijken ter ondersteuning van gelijke onderwijskansen

Nadere informatie

Diversiteit en beroepsvaardigheden Leer jezelf kennen Basishouding en diversiteit Discriminatie Gedrag bij diversiteit Pesten. Hoofdstuk 2: werken

Diversiteit en beroepsvaardigheden Leer jezelf kennen Basishouding en diversiteit Discriminatie Gedrag bij diversiteit Pesten. Hoofdstuk 2: werken Diversiteit en beroepsvaardigheden Leer jezelf kennen Basishouding en diversiteit Discriminatie Gedrag bij diversiteit Pesten Hoofdstuk 2: werken Werkwijze en opdrachten Boek en laptop nodig voor iedere

Nadere informatie

Literatuuronderzoek Samenvatting en conclusies... 2. Praktijkonderzoek Beantwoording van de onderzoeksvragen... 4. Deelvraag 1... 4. Deelvraag 2...

Literatuuronderzoek Samenvatting en conclusies... 2. Praktijkonderzoek Beantwoording van de onderzoeksvragen... 4. Deelvraag 1... 4. Deelvraag 2... Inhoud Literatuuronderzoek Samenvatting en conclusies... 2 Praktijkonderzoek Beantwoording van de onderzoeksvragen... 4 Deelvraag 1... 4 Deelvraag 2... 5 Deelvraag 3... 6 Probleemstelling... 7 Literatuur...

Nadere informatie

SECTORWERKSTUK 2013-2014

SECTORWERKSTUK 2013-2014 SECTORWERKSTUK 2013-2014 1 HET SECTORWERKSTUK Het sectorwerkstuk is een verplicht onderdeel voor alle leerlingen uit het Mavo. Het maken van een sectorwerkstuk is een manier waarop je, als eindexamenkandidaat,

Nadere informatie

Tussenschoolse opvang

Tussenschoolse opvang SBO DE HAAGSE BEEK Openbare speciale school voor basisonderwijs Tussenschoolse opvang Mei 2007 (versie 2) A. ALGEMEEN Alle leerlingen blijven tussen de middag op school. Tijdens het eten en het buitenspelen

Nadere informatie

Tumult in het VSO. Een overzicht van de leergebiedoverstijgende kerndoelen in Tumultmateriaal

Tumult in het VSO. Een overzicht van de leergebiedoverstijgende kerndoelen in Tumultmateriaal Tumult in het VSO Een overzicht van de leergebiedoverstijgende kerndoelen in Tumultmateriaal In het VSO (voortgezet speciaal onderwijs) worden twee soorten kerndoelen onderscheiden. Leergebiedspecifieke

Nadere informatie

Profielwerkstuk Het stappenplan, tips en ideeën

Profielwerkstuk Het stappenplan, tips en ideeën Profielwerkstuk Het stappenplan, tips en ideeën Ga je een profielwerkstuk maken? Dan is orgaan- en weefseldonatie een goed onderwerp! Hier vind je allerlei tips, bronnen en ideeën om een profielwerkstuk

Nadere informatie

Waarde-volle zorg is ook nog JONG!

Waarde-volle zorg is ook nog JONG! Waarde-volle zorg is ook nog JONG! LOC maakte een nieuwe visie op de zorg. Die heet Waarde-volle zorg. Allerlei mensen herkennen zich daar in. Dat komt doordat die gaat over dingen die voor ons allemaal

Nadere informatie

PESTPROTOCOL OBS DE DUIZENDPOOT

PESTPROTOCOL OBS DE DUIZENDPOOT PESTPROTOCOL OBS DE DUIZENDPOOT Vooraf In dit pestprotocol staat welke maatregelen de school neemt om pesten te voorkomen (preventie) en pesten aan te pakken. Het geeft aan dat OBS De Duizendpoot het bestrijden

Nadere informatie

BURG. DE RUITERSCHOOL

BURG. DE RUITERSCHOOL BURG. DE RUITERSCHOOL Pestprotocol Een samenvatting van dit protocol hangt zichtbaar in de school. Dit protocol is vastgesteld op 14 maart 2013 Vastgesteld door team Burg. De Ruiterschool: 4 maart 2013

Nadere informatie

COMMUNICEREN VANUIT JE KERN

COMMUNICEREN VANUIT JE KERN COMMUNICEREN VANUIT JE KERN Wil je duurzaam doelen bereiken? Zorg dan voor verbonden medewerkers! Afgestemde medewerkers zijn een belangrijke aanjager voor het realiseren van samenwerking en innovatie

Nadere informatie

1 Basiscompetenties voor de leraar secundair onderwijs

1 Basiscompetenties voor de leraar secundair onderwijs 1 Basiscompetenties voor de leraar secundair onderwijs Het Vlaams parlement legde de basiscompetenties die nagestreefd en gerealiseerd moeten worden tijdens de opleiding vast. Basiscompetenties zijn een

Nadere informatie

Het GROW-model. Deze onderdelen worden hieronder toegelicht. Per onderdeel worden er voorbeeldvragen aangegeven.

Het GROW-model. Deze onderdelen worden hieronder toegelicht. Per onderdeel worden er voorbeeldvragen aangegeven. Het GROW-model Een ontwikkelingsgesprek is het meest effectief als je de vragen in een bepaalde structuur stelt. Het GROW-model biedt deze structuur. (Whitmore, 1995) Het GROW model bestaat uit de volgende

Nadere informatie

Jaarverslag Werkgroep Kosmisch onderwijs en opvoeding 2011-2012

Jaarverslag Werkgroep Kosmisch onderwijs en opvoeding 2011-2012 Jaarverslag Werkgroep Kosmisch onderwijs en opvoeding 2011-2012 Leden van de werkgroep: Annet Kooiman (montessori werkplaats), André Gilara ( montessori Anninkschool), Jos Werkhoven (uitgeverij de Arend),

Nadere informatie

Presenteer je eigen onderzoek op de Mbo Onderzoeksdag op 12 november 2015!

Presenteer je eigen onderzoek op de Mbo Onderzoeksdag op 12 november 2015! Voorstellen voor onderzoekspresentaties Mbo Onderzoeksdag Presenteer je eigen onderzoek op de Mbo Onderzoeksdag op 12 november 2015! Indienen van een voorstel kan tot en met 15 mei 2015 via e-mailadres:

Nadere informatie

Box 2: Vaststellen beginsituatie Handelingsgericht werken op PABO s en lerarenopleidingen VO

Box 2: Vaststellen beginsituatie Handelingsgericht werken op PABO s en lerarenopleidingen VO Kees Dijkstra (Windesheim), Els de Jong (Hogeschool Utrecht) en Elle van Meurs (Fontys OSO). 31 mei 2012 Box 2: Vaststellen beginsituatie Handelingsgericht werken op PABO s en lerarenopleidingen VO Doel

Nadere informatie

kempelscan P2-fase Studentversie

kempelscan P2-fase Studentversie kempelscan P2-fase Studentversie Pedagogische competentie Kern 2.1 Pedagogisch competent Pedagogisch handelen Je draagt bij aan een veilige leef- en leeromgeving in de groep O M V G Je bent consistent

Nadere informatie

China Pagina 1. - Wie nodig jij uit voor een Chinese maaltijd? -

China Pagina 1. - Wie nodig jij uit voor een Chinese maaltijd? - China Pagina 1 Colofon Uitnodiging voor maaltijd in Chinees Les voor groep 6-8 150-180 minuten Handvaardigheid Let op! In deze les opzet werken leerlingen in tweetallen, en maken samen 1 werkstuk, maar

Nadere informatie

Oriëntatie: Samen Scholen Beeldende Kunsteducatie. Helma Molenaars en Grada Buren.

Oriëntatie: Samen Scholen Beeldende Kunsteducatie. Helma Molenaars en Grada Buren. Oriëntatie: Het doel van deze lessenserie is: bestaande foto s zoeken met een eigen verhaal erbij. Dan gaan jullie mensen deze fotoserie voorleggen en vragen welk verhaal zij erin zien. Tot slot gaan jullie

Nadere informatie