De verwerking van overredende boodschappen die door een meerderheid of een minderheid worden gesteund: Experiment 2 1 en 3

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "De verwerking van overredende boodschappen die door een meerderheid of een minderheid worden gesteund: Experiment 2 1 en 3"

Transcriptie

1 3 De verwerking van overredende boodschappen die door een meerderheid of een minderheid worden gesteund: Experiment 2 1 en 3 Experiment 2 Onderzoek naar sociale beïnvloeding laat zien dat mensen over het algemeen hun attitudes gemakkelijker veranderen in de richting van een standpunt dat afwijkt van de eigen mening wanneer dat standpunt wordt gesteund door een meerderheid dan wanneer dat door een minderheid wordt gesteund (Maass & Clark, 1984; Tanford & Penrod, 1984; Wood, Lundgren, Ouellette, Busceme & Blackstone, 1994). Uit hun meta-analyse concluderen Wood en anderen (1994) dat een meerderheid meer invloed heeft dan een minderheid wanneer het gaat om het onderwerp van de overredende boodschap (d.w.z. het focale onderwerp). Een minderheid, mits deze als consistent wordt waargenomen, heeft meer invloed op onderwerpen die met het focale onderwerp samenhangen (d.w.z. gerelateerde onderwerpen). Ook Moscovici (1980) stelt dat boodschappen met meerderheidsen minderheidssteun tot verschillende effecten leiden. Hij veronderstelt dat de verschillen in de effecten het gevolg zijn van een verschil in de wijze waarop boodschappen met meerderheids- en minderheidssteun verwerkt worden. Hij beargumenteert dat focale attitudeverandering in de richting van een meerderheid het gevolg is van gedachteloos conformeren aan die meerderheid, een afwijkende minderheidsboodschap daarentegen zou meer cognitieve activiteit oproepen. Mensen gaan er volgens Moscovici van uit dat een meerderheid juist is zodat ze zich snel aan die meerderheid conformeren (d.w.z. de consensus-heuristiek, zie bijv. Chaiken & Stangor, 1987). Mensen proberen een minderheidsboodschap daarentegen te valideren. Hoewel Moscovici (1980) veronderstelt dat er bij meerderheidsinvloed sprake is van een simpel conformeringsproces, zijn er steeds meer aanwijzingen dat ook de verwerking van een meerderheidsboodschap gepaard gaat met aanzienlijke cognitieve activiteit. Zowel De Dreu en De Vries (1993) als Baker en Petty (1994) 1 Gegevens van het hier gerapporteerde experiment zijn afkomstig uit Schuurman, Siero, De Dreu en Buunk (1995).

2 32 Hoofdstuk 3 toonden aan dat attitudeverandering in de richting van een boodschap met meerderheidssteun gepaard ging met inhoudelijke verwerking van die boodschap. In beide artikelen werd aangetoond dat meer attitudeverandering in de richting van een meerderheid optrad als er sterke in plaats van zwakke argumenten werden gegeven, terwijl dit verschil bij een minderheid niet optrad. De differentiële invloed van sterke en zwakke argumenten duidt er op dat men zich in de inhoud van de boodschap heeft verdiept. Ook Mackie (1987) liet zien dat de verwerking van een meerderheidsboodschap gepaard gaat met aanzienlijke cognitieve activiteit. Mackie concludeerde bovendien dat door een meerderheid gesteunde boodschappen grondiger werden verwerkt dan minderheidsboodschappen, hetgeen ze onder andere baseerde op het feit dat meerderheidsboodschappen tot meer cognitieve activiteit leidden. Bij meerderheidssteun werden namelijk de argumenten uit de boodschap beter onthouden dan na minderheidssteun en men reageerde positiever op een boodschap met meerderheidssteun dan op een boodschap met minderheidssteun. Daarnaast bleek attitudeverandering langer stand te houden wanneer sprake was van meerderheidssteun dan van minderheidssteun en alleen na meerderheidssteun was een verband tussen gedachten die over de inhoud van de boodschap gingen en de attitudes die na blootstelling aan de boodschap waren vastgesteld. De conclusie dat attitudeverandering in de richting van boodschappen met meerderheidssteun gepaard gaat met aanzienlijke cognitieve activiteit, is met name gebaseerd op de mate waarin attitudes veranderen. In Experiment 2 zal directer worden nagegaan in hoeverre attitudeverandering het gevolg is van een grondige verwerking, namelijk door in het verwerkingsproces in te grijpen. Daartoe wordt een situatie waarin een grondige inhoudelijke verwerking wordt belemmerd, vergeleken met een situatie waarin mensen niet worden belemmerd in hun grondige verwerking van de overredende boodschap. Omdat wordt verwacht dat attitudeverandering na een meerderheidsboodschap het gevolg is van een grondige verwerking, zal alleen meer attitudeverandering optreden bij meerderheidssteun dan bij minderheidssteun wanneer mensen niet worden belemmerd in een grondige inhoudelijke verwerking van de boodschap. Bij een belemmerde verwerking zullen boodschappen met meerderheids- en minderheidssteun geen verschillende effecten laten zien, en zal er geen attitudeverandering optreden (Hypothese 1). Verwerking van een minderheidsboodschap zal niet tot uitdrukking komen in attitudeverandering in de richting van de boodschap, omdat identificatie met een

3 Experimenten 2 en 3 33 minderheid over het algemeen niet plezierig is en liever vermeden wordt (zie bijv. Mugny, Kaiser, Papastamou & Perez, 1984). Volgens Nemeth (1986) is de verwerking van meerderheids- en minderheidsboodschappen even grondig, maar verschillend van aard. Vergeleken met de verwerking van een meerderheidsboodschap blijkt de verwerking van een minderheidsboodschap minder convergent te zijn (zie bijv. Nemeth, 1986). Dit wil zeggen dat niet zozeer over het onderwerp van de boodschap wordt nagedacht, maar dat de kwestie vanuit meerdere invalshoeken bekeken wordt en dat men vooral nadenkt over aan het focale onderwerp gerelateerde onderwerpen. Deze verwerking komt tot uitdrukking in meer originele en innovatieve gedachten dan wanneer de verwerking meer convergent zou zijn. Bij minderheidssteun is men minder gericht op het verwerken van de inhoud van de boodschap dan in het geval van meerderheidssteun. Hierdoor zou de inhoud van een meerderheidsboodschap beter verwerkt kunnen zijn, zodat deze beter wordt onthouden, zoals Mackie (1987) aantoonde. Aangezien niet alleen de intensiteit van de verwerking van boodschappen met meerderheids- en minderheidssteun verschilt, maar ook de aard van die verwerking, wordt in het voorliggende experiment ook aandacht besteed aan de aard van de verwerking. We veronderstellen dat een minderheidsboodschap even grondig verwerkt kan worden als een meerderheidsboodschap, maar minder convergent. Deze minder convergente verwerking zal er toe leiden dat mensen meer originele gedachten genereren na een minderheids- dan na een meerderheidsboodschap. Aangezien mensen een boodschap met minderheidssteun gemakkelijker naast zich neerleggen wanneer ze worden belemmerd in hun verwerking, zullen ze alleen meer originele gedachten genereren na een minderheids- dan na een meerderheidsboodschap wanneer ze niet worden belemmerd in een grondige verwerking (Hypothese 2). De verwerking van boodschappen met meerderheids- en minderheidssteun komt niet alleen tot uitdrukking in de gedachten die men genereert, maar kan ook tot uitdrukking komen in attitudes ten aanzien van onderwerpen die gerelateerd zijn aan het focale onderwerp. In hoofdstuk 2 van dit proefschrift is aangetoond dat de verwerking van een meerderheidsboodschap resulteert in een gerelateerde attitudeverandering, ongeacht hoe grondig de boodschap werd verwerkt. Daarom wordt ook in het voorliggende onderzoek verwacht dat de verwerking van een meerderheidsboodschap resulteert in gerelateerde attitudeverandering, ongeacht of de grondige verwerking wordt belemmerd. Omdat mensen een boodschap met

4 34 Hoofdstuk 3 minderheidssteun alleen verwerken wanneer ze er niet omheen kunnen, wordt na een minderheidsboodschap verwacht dat de gerelateerde attitudes alleen veranderen wanneer proefpersonen niet worden belemmerd in hun verwerking. Samengevat wordt dus na een boodschap met minderheidssteun alleen gerelateerde attitudeverandering verwacht wanneer men niet wordt belemmerd in een grondige verwerking, terwijl de gerelateerde attitudes na een boodschap met meerderheidssteun ook bij een belemmerde grondige verwerking zullen veranderen (Hypothese 3). Methode Proefpersonen en experimenteel ontwerp Aan het onderzoek deden 109 vrouwelijke en 34 mannelijke studenten mee. Het tussen-proefpersonen ontwerp bestond uit twee onafhankelijke variabelen, namelijk Numerieke Steun (meerderheid versus minderheid) en Afleiding (wel versus geen). De attitudeverandering ten aanzien van het onderwerp studie-eisen (focale onderwerp), de cognitieve activiteit (gegenereerde gedachten) en de attitudes ten aanzien van de gerelateerde onderwerpen studiefinanciering en toelatingsexamen waren de belangrijkste afhankelijke variabelen. Overzicht van de procedure De proefpersonen werden ieder in een apart kamertje achter een computer geplaatst. Via een toetsenbord konden de vragen op het scherm beantwoord worden. Nadat algemene instructies waren gegeven, werd de attitude ten aanzien van het onderwerp studie-eisen vastgesteld. Na deze attitudevoormeting kregen de proefpersonen een overredende boodschap, waarbij het percentage steun werd aangegeven. De helft van de proefpersonen werd tijdens het lezen hiervan afgeleid. De boodschap bevatte het volgende standpunt: "De studie-eisen moeten veel strenger worden, omdat de universiteit grotendeels verantwoordelijk is voor de kwaliteit van de bul.". Uit vorig onderzoek (Schuurman, Siero, De Dreu & Buunk, 1994) bleek dat dit standpunt afwijkt van de attitudes van de meeste studenten. Onder het standpunt stonden de volgende drie argumenten: (1) "omdat zo de hoogste kwaliteit bereikt wordt en dat is belangrijk voor de internationale concurrentiepositie van de universiteit." (2) "omdat op deze manier de studenten het meest gemotiveerd worden om goed te studeren." (3) "omdat alleen de goede

5 Experimenten 2 en 3 35 studenten een bul moeten halen" (zie Schuurman e.a., 1994). Evenals in Experiment 1 is bepaald hoe goed, hoe overtuigend, hoe geloofwaardig, hoe juist en hoe correct elk argument was (1 = lage kwaliteit, tot 6 = hoge kwaliteit). Deze vragen zijn ook hier gereduceerd tot één index (Cronbach α = 0.88), met M = Nadat proefpersonen het standpunt met de argumenten op het scherm hadden gekregen, werd opnieuw hun attitude ten aanzien van studie-eisen vastgesteld. Daarna werd proefpersonen gevraagd de gedachten in te typen die ze hadden toen ze de uitspraak en de argumenten lazen. Om te voorkomen dat mensen in de afleidingsconditie meer tijd zouden nemen om achteraf gedachten te formuleren, is een maximum tijd van drie minuten ingesteld voor het intypen van de gedachten (zie bijvoorbeeld Petty, Cacioppo & Goldman (1981) voor het instellen van een tijdlimiet). Vervolgens werden de attitudes ten aanzien van de gerelateerde onderwerpen toelatingsexamen en studiefinanciering vastgesteld. Tot slot werd gevraagd hoe hoog het percentage steun voor de boodschap was, welk standpunt en welke argumenten werden verkondigd. Daarna werd men ingelicht over de bedoeling van het experiment en kreeg men een vergoeding voor deelname. Onafhankelijke variabelen Numerieke Steun. Op dezelfde wijze als voorgaand onderzoek (Schuurman e.a., 1994) werd in de meerderheidsconditie bij de boodschap verteld dat 82% van de reeds ondervraagde studenten het eens was met het standpunt uit de boodschap, in de minderheidsconditie werd gezegd dat 18% van de ondervraagde studenten het er mee eens was. Afleiding. De helft van de proefpersonen werd tijdens het lezen van de boodschap afgeleid doordat ze pieptonen moesten turven. Om er voor te zorgen dat deze extra taak zou resulteren in een minder grondige verwerking van de boodschap en niet zou worden gecompenseerd door langer lezen, is de maximale leestijd gesteld op één minuut. Uit vooronderzoek bleek dat dit zonder extra taak voldoende was om de boodschap te lezen. De bedoeling van de afleidende taak was dat men belemmerd werd om grondig over de inhoud na te denken, maar dat men nog wel in staat was de boodschap te lezen. Men zou zich achteraf in ieder geval het standpunt uit de boodschap nog moeten herinneren. In een vooronderzoek is uitgetest dat dit nog mogelijk bleek wanneer pieptonen werden gegeven met tussenpozen van 4 tot 5 seconden; dus proefpersonen kregen maximaal 12 tot 15 pieptonen wanneer ze de boodschap de volle minuut op het

6 36 Hoofdstuk 3 scherm lieten staan. Afhankelijke variabelen Focale attitudes. Iemands attitude ten aanzien van studie-eisen werd evenals in voorgaand onderzoek vastgesteld met behulp van een attitudeschaal, waarop scores varieerden van tot en met 3.18 (voor een meer gedetailleerde uitleg, zie Schuurman e.a., 1994). Cognitieve activiteit. De door de proefpersonen gegenereerde gedachten zijn achteraf door beoordelaars ingedeeld in de categorieën relevant en irrelevant. Irrelevante gedachten waren irrelevant met betrekking tot de inhoud van de boodschap ( issue-irrelevant, bijvoorbeeld ik werd gestoord door de piepjes ). Verondersteld werd dat het genereren van meer irrelevante gedachten betekende dat men meer last had van de afleidende taak. Voor de overige gedachten ( issuerelevant ) is vastgesteld hoe nieuw en origineel ze waren met betrekking tot de inhoud van de boodschap. Een gedachte die in de categorie oud werd ingedeeld, ging alleen over de inhoud van de boodschap. Een nieuwe gedachte had ook betrekking op aanverwante onderwerpen (bijvoorbeeld dan heb je nog minder tijd voor dingen naast je studie ). Gerelateerde attitudes. De proefpersonen moesten op een zespuntsschaal (van 1 = helemaal mee oneens tot 6 = helemaal mee eens) aangeven in hoeverre ze het eens waren met de volgende twee stellingen over het gerelateerde onderwerp toelatingsexamen : Er moet naast de huidige toelatingseisen een toelatingsexamen komen waarop een voldoende gescoord moet worden om te mogen studeren., De huidige toelatingsvoorwaarden voor de universiteit moeten worden uitgebreid met een toelatingsexamen.. Gezien de sterke onderlinge samenhang (r (143) =.84, p <.001), zijn de antwoorden op beide stellingen samengenomen. Op een zelfde wijze is de attitude ten aanzien van het gerelateerde onderwerp studiefinanciering vastgesteld aan de hand van de antwoorden op de volgende twee stellingen: De hoeveelheid studiefinanciering moet direct gekoppeld worden aan studieprestaties. en Aan de hand van je studieprestaties moet vastgesteld worden op hoeveel studiefinanciering je recht hebt. (r (143) =.65, p <.001). Herinnering van standpunt en argumenten. De proefpersonen is gevraagd in hoeverre men zich het standpunt herinnerde, waarbij achteraf door twee onafhankelijke beoordelaars score één is gegeven indien de proefpersoon zich het standpunt geheel niet herinnerde en score twee en drie werden toegekend aan

7 Experimenten 2 en 3 37 proefpersonen die zich het standpunt respectievelijk deels en helemaal herinnerden. Per proefpersoon is eveneens beoordeeld hoeveel van de drie argumenten ze zich herinnerden. Verwacht wordt dat de mate waarin men zich de boodschap herinnert een indicatie zal geven van de hoeveelheid verwerking. Mensen zullen zich het standpunt en de argumenten minder goed herinneren wanneer ze worden belemmerd in een grondige verwerking. Resultaten Controles op de manipulaties Numerieke Steun. Aan het eind van het onderzoek is proefpersonen gevraagd naar het percentage steun voor de boodschap. Proefpersonen gaven in de meerderheidsconditie een significant hoger percentage (M = 72.57) dan in de minderheidsconditie (M = 24.67), F (1, 139) = , p <.001. Een Afleiding Numerieke Steun interactie (F (1, 139) = 15.10, p <.001) liet zien dat dit verschil groter was voor niet afgeleide proefpersonen. Oftewel, proefpersonen konden zich het exacte percentage door de afleidende taak iets minder goed herinneren. Toetsing van de gemiddelden in de meerderheids- en minderheidsconditie binnen de beide afleidingscondities liet echter zien dat zowel de wel afgeleide als de niet afgeleide proefpersonen in de meerderheidsconditie een significant hoger percentage gaven dan in de minderheidsconditie (bij wel afleiding was dit M = versus M = 28.55, F (1, 139) = , p <.001; bij geen afleiding M = versus M = 20.80, F (1, 139) = , p <.001). Afleiding. Gevraagd werd hoe moeilijk het was om de boodschap te lezen, om tijdens het lezen na te denken over de inhoud van de boodschap en om tijdens het lezen de gedachten te ordenen. Deze vragen zijn samengevoegd tot één index (1 = gemakkelijk, tot 5 = moeilijk, Cronbachs α = 0.84). Een Afleiding Numerieke Steun variantie-analyse liet zien dat de proefpersonen het alleen moeilijker vonden om de boodschap te verwerken wanneer ze wel werden afgeleid dan wanneer ze niet werden afgeleid (resp. M = 3.58 en M = 2.47, F (1, 139) = 83.43, p <.001). Focale attitudeverandering Voor elke persoon is de attitude voor en na de boodschap vastgesteld. Het verschil tussen de attitude uit de voor- en de nameting is in de variantie-analyse als afhankelijke variabele gebruikt, waarbij een positieve score een attitudeverandering

8 38 Hoofdstuk 3 in de richting van de boodschap aangaf. Een interactie tussen Afleiding en Numerieke Steun, F (1, 139) = 8.11, p <.03, (zie Figuur 3.1) liet zien dat attitudes meer in de richting van de meerderheidsboodschap veranderden dan in de richting van de minderheidsboodschap, maar alleen wanneer mensen niet werden belemmerd in een grondige inhoudelijke verwerking. Werden ze wel afgeleid, dan was er geen significante attitudeverandering (zie Tabel 3.1 voor de gemiddelden). Hiermee is Hypothese 1 bevestigd. Figuur 3.1 Interactie van Numerieke Steun (meerderheid vs. minderheid) en Afleiding (wel vs. geen) op focale attitudeverandering. Tabel 3.1 Gemiddelde focale attitudeverandering voor Afleiding Numerieke Steun (met standaarddeviaties tussen haakjes). Afleiding Wel Geen Numerieke Steun: Meerderheid.00 a (.68).52 b (1.11) Minderheid.28 ab (.95).09 a (.89) Noot: Gemiddelden met een gelijk superschrift verschillen niet van elkaar bij p <.05.

9 Experimenten 2 en 3 39 Cognitieve activiteit In Hypothese 2 is voorspeld dat er meer nieuwe originele gedachten gegenereerd zouden worden na een minderheids- dan na een meerderheidsboodschap, en dat dit verschil alleen zichtbaar zou zijn wanneer mensen niet werden belemmerd in een grondige verwerking. Om dit na te gaan, is gekeken naar het aantal nieuwe gedachten. Een Afleiding Numerieke Steun variantie-analyse liet zien dat proefpersonen meer nieuwe gedachten genereerden na een minderheids- dan na een meerderheidsboodschap (M =.91 versus M =.46, F (1, 139) = 5.86, p <.02). Daarnaast bleken proefpersonen meer nieuwe gedachten te geven wanneer ze niet waren afgeleid dan wanneer ze wel waren afgeleid (M =.92 versus M =.44, F (1, 139) = 6.13, p <.02). In tegenstelling tot hetgeen aan de hand van Hypothese 2 werd verwacht, trad geen interactie op tussen de afleiding en de hoeveelheid numerieke steun. Zowel afgeleide als niet afgeleide proefpersonen genereerden dus meer nieuwe gedachten na een boodschap met minderheidssteun dan na een boodschap met meerderheidssteun. Aan de hand van de door proefpersonen gegenereerde gedachten is bovendien nagegaan welke invloed de afleidende taak had op de verwerking van de boodschap. Het totaal aantal gegenereerde gedachten bleek in alle condities gelijk te zijn (M = 2.87). De gedachten die wel betrekking ( oude en nieuwe gedachten apart) en geen betrekking ( irrelevante gedachten) hebben op de inhoud van de boodschap zijn apart geanalyseerd. Wanneer mensen werden afgeleid, bleken ze meer irrelevante gedachten te genereren dan wanneer ze niet werden afgeleid (M = 1.15 versus M =.42, F (1, 139) = 11.03, p <.01). Het blijkt dat proefpersonen in alle condities evenveel oude gedachten genereerden (M = 1.41). Hierboven is reeds vastgesteld dat er meer nieuwe gedachten worden gegenereerd wanneer mensen niet worden afgeleid. Geconcludeerd kan worden dat men zoals verwacht last had van de afleidende taak. Dit kwam tot uitdrukking in een groter aantal irrelevante gedachten wanneer men werd afgeleid. Dat men minder over de boodschap kon nadenken, kwam tot uitdrukking in een geringer aantal nieuwe gedachten wanneer men werd afgeleid. De manipulatie van afleiding blijkt dus niet zozeer te interfereren met de verwerking van de inhoud van de boodschap, maar veeleer met de ontwikkeling van originele, nieuwe gedachten naar aanleiding van de boodschap.

10 40 Hoofdstuk 3 Gerelateerde attitudes De proefpersonen was gevraagd in hoeverre ze het eens waren met de stellingen over de gerelateerde onderwerpen toelatingsexamen en studiefinanciering. Verwacht werd dat na een boodschap met minderheidssteun alleen gerelateerde attitudeverandering zou optreden wanneer men niet werd belemmerd in een grondige verwerking, terwijl de gerelateerde attitudes na een boodschap met meerderheidssteun ook zouden veranderen wanneer men werd afgeleid (Hypothese 3). Aangezien het hier alleen een nameting betrof, kon niet worden gekeken naar een verandering van gerelateerde attitudes, maar alleen naar de nametingscores. Uit een Afleiding Numerieke Steun variantie-analyse bleek dat de attitudes ten aanzien van het toelatingsexamen positiever waren na meerderheids- dan na minderheidssteun (M = 2.97 versus M = 2.40, F (1, 139) = 6.14, p <.02). Onverwacht bleek dit ongeacht of men werd afgeleid op te gaan. Ook voor het gerelateerde onderwerp studiefinanciering werd Hypothese 3 niet bevestigd. Zowel de hoeveelheid numerieke steun als de afleiding hadden geen invloed op de attitudes ten aanzien van studiefinanciering. Herinnering van standpunt en argumenten Een meer grondige inhoudelijke verwerking zou gepaard gaan met een betere herinnering van de boodschap. Nagegaan is of mensen, die belemmerd werden in een grondige verwerking van de boodschap, zich het standpunt en de argumenten uit de boodschap minder goed konden herinneren. Zoals verwacht, bleek uit een Afleiding Numerieke Steun variantie-analyse dat afgeleide proefpersonen zich zowel het standpunt als de argumenten minder goed herinnerden dan niet afgeleide proefpersonen (resp. M = 1.61 versus M = 2.18, F (1, 139) = 24.39, p <.001 en M =.48 versus M = 1.25, F (1, 139) = 35.97, p <.001). Ook bleek men zich de argumenten iets beter te herinneren wanneer deze werden gesteund door een minderheid dan wanneer deze werden gesteund door een meerderheid (M =.99 versus M =.74, F (1, 139) = 3.65, p <.06). Dit stemt overeen met hetgeen Maass en Clark (1983) en Trost, Maass en Kenrick (1992) veronderstelden. Het lijkt er op dat de argumenten uit een boodschap met minderheidssteun iets grondiger zijn verwerkt dan uit een boodschap met meerderheidssteun. Bij deze conclusie is echter enige voorzichtigheid geboden, aangezien er met betrekking tot dit zwakke effect geen voorspelling is gedaan. Bovendien is het de vraag of de herinnering van een boodschap een goede

11 Experimenten 2 en 3 41 indicatie is van de grondigheid waarmee is verwerkt (zie Eagly & Chaiken, 1993). Discussie Baker en Petty (1994), De Dreu en De Vries (1993) en Mackie (1987) toonden aan dat attitudeverandering in de richting van een meerderheidsboodschap gepaard gaat met een inhoudelijke verwerking van de boodschap. Dit leidden ze af uit bijvoorbeeld een verschil in overredingskracht van boodschappen met sterke en zwakke argumenten. In het huidige experiment is in het verwerkingsproces ingegrepen, door mensen naast het lezen van de boodschap een extra taak te geven. Deze taak zorgde ervoor dat mensen werden belemmerd in een grondige inhoudelijke verwerking. De resultaten lieten zien dat men alleen meer van attitude veranderde in de richting van een boodschap met meerderheids- dan minderheidssteun wanneer men niet werd belemmerd. Wanneer men werd belemmerd in de verwerking was geen attitudeverandering zichtbaar. Hieruit kan geconcludeerd worden dat attitudeverandering in de richting van een meerderheidsboodschap alleen optreedt indien grondige inhoudelijke verwerking mogelijk is. Een alternatieve verklaring voor de zojuist beschreven resultaten zou kunnen zijn dat attitudeverandering in de richting van een boodschap met meerderheidssteun het gevolg is van een heuristische verwerking. Dit wil zeggen dat men afgaat op de meerderheidssteun en niet op de inhoud van het standpunt en argumenten van die meerderheid. Mensen met de afleidende taak zouden zo sterk in hun verwerking kunnen zijn belemmerd dat zelfs heuristische verwerking onder die omstandigheden niet mogelijk was. Het bleek echter dat de afleiding niet interfereerde met het genereren van gedachten die direct betrekking hadden op de inhoud van de boodschap (de oude gedachten), maar alleen met het genereren van originele gedachten (de nieuwe gedachten). Mensen waren dus ondanks de extra taak in staat gedachten over de boodschap te formuleren; men werd alleen belemmerd in het ontwikkelen van nieuwe gedachten. Blijkbaar is focale attitudeverandering na een boodschap met meerderheidssteun vooral het resultaat van een inhoudelijke verwerking. Het feit dat een meerderheid bepaalde argumenten steunt, stimuleert mensen kennelijk om die argumenten te gaan verwerken. Hoewel conform eerder onderzoek (zie bijvoorbeeld De Dreu & De Vries, 1993;

12 42 Hoofdstuk 3 Trost et al 1992) de inhoud van zowel boodschappen met meerderheids- als boodschappen met minderheidssteun in het voorliggende experiment verwerkt lijken te zijn (in beide gevallen gedachten over de inhoud van de boodschap), is de aard van de verwerking verschillend. Immers, mensen genereerden na een boodschap met minderheidssteun meer originele, nieuwe gedachten dan na een meerderheidsboodschap. Dit wijst op een minder convergente verwerking. Het lijkt er op dat een dergelijke vorm van verwerking relatief veel cognitieve activiteit vergt. De afleidende taak interfereerde namelijk alleen met het ontwikkelen van nieuwe gedachten en niet met oude gedachten. Bovendien onthield men de argumenten uit de boodschap wat beter in het geval van minderheids- dan meerderheidssteun, hetgeen er ook wijst dat verwerking van een boodschap met minderheidssteun meer cognitieve activiteit vergt. Verwacht werd dat, wanneer mensen niet worden belemmerd in een grondige verwerking van de boodschap, de verwerking van een minderheidsboodschap tot uitdrukking zou komen in de gerelateerde attitudes. Dit bleek niet het geval te zijn. Het feit dat mensen niet bij een minderheid willen horen (zie bijv. De Dreu & De Vries, 1993), leidt er kennelijk toe dat ze in het algemeen geneigd zijn een boodschap met minderheidssteun naast zich neer te leggen en niet snel tot intensieve verwerking over te gaan. Zoals Experiment 1 liet zien, vindt alleen een verandering van gerelateerde attitudes plaats wanneer mensen zeer gemotiveerd zijn om de inhoud te verwerken. In het voorliggende experiment zijn mensen niet geïnstrueerd om de boodschap te verwerken. De betrokkenheid bij het onderwerp en daarmee de motivatie om een minderheidsboodschap grondig te verwerken was voldoende om een verschil in verwerking van boodschappen met meerderheidsen minderheidssteun te laten zien op het niveau van de gegenereerde gedachten. Er trad echter geen attitudeverandering op ten aanzien van gerelateerde onderwerpen. Kennelijk was de motivatie om te verwerken te laag om tot gerelateerde attitudeverandering te leiden. Op basis van dit onderzoek kan in ieder geval geconcludeerd worden dat een boodschap met meerderheidssteun alleen tot attitudeverandering leidt wanneer mensen niet worden belemmerd in hun verwerkingsproces en dat deze attitudeverandering gegeneraliseerd kan worden naar onderwerpen die samenhangen met het focale onderwerp, ongeacht de afleiding. De verwerking van een minderheidsboodschap is gezien het grotere aantal nieuwe, originele gedachten weliswaar minder convergent van aard, maar resulteert niet in gerelateerde attitudeverandering.

13 Experimenten 2 en 3 43 Experiment 3 Door in het verwerkingsproces in te grijpen, is in Experiment 2 aangetoond dat attitudeverandering in de richting van een boodschap met meerderheidssteun alleen optrad wanneer mensen niet werden belemmerd in hun verwerking. Verwacht wordt dat dit resultaat in het voorliggende experiment wordt gerepliceerd (Hypothese 1). Om aan te sluiten bij eerder onderzoek (Baker & Petty, 1994; De Dreu & De Vries, 1993) en om extra informatie te verkrijgen over de grondigheid waarmee boodschappen met meerderheids- en minderheidssteun worden verwerkt, wordt in Experiment 3 een manipulatie van de kwaliteit van de argumenten toegevoegd. Hiertoe worden boodschappen met sterke en boodschappen met zwakke argumenten gebruikt. Petty en Cacioppo (bijv. 1986) noemen een boodschap sterk indien mensen vooral positieve gedachten genereren wanneer ze geïnstrueerd zijn om over de argumenten uit de boodschap na te denken. Een boodschap wordt zwak genoemd wanneer de argumenten er voor zorgen dat mensen vooral negatieve gedachten genereren wanneer ze de instructie hebben gekregen om over de boodschap na te denken. Door gebruik te maken van boodschappen die ofwel sterke ofwel zwakke argumenten bevatten, kan vastgesteld worden hoe grondig de inhoud van een boodschap verwerkt wordt ( kwaliteit van argumenten : zie bijv. Petty & Cacioppo, 1986). Immers, naarmate de inhoud van de boodschappen grondiger wordt verwerkt, zal men meer van attitude veranderen in de richting van een boodschap met sterke argumenten en minder in de richting van een boodschap met zwakke argumenten. Op deze wijze wordt aanvullende informatie verkregen over de grondigheid waarmee de inhoud van de boodschappen wordt verwerkt. Naarmate boodschappen inhoudelijk grondiger zijn verwerkt, zal attitudeverandering onder invloed van sterke en zwakke boodschappen een groter contrast laten zien. Omdat aangenomen wordt dat de boodschap met meerderheidssteun vooral inhoudelijk wordt verwerkt wanneer mensen niet worden belemmerd in hun verwerking, wordt verwacht dat attitudeverandering vooral in dat geval een contrast tussen boodschappen met sterke en boodschappen met zwakke argumenten zal laten zien (Hypothese 2). Aanvullende informatie over de wijze waarop de boodschappen zijn verwerkt, zal worden verkregen op grond van de gedachten die mensen hadden tijdens het lezen van de boodschap. Immers, verondersteld wordt dat een boodschap met meerderheidssteun anders, namelijk meer convergent, wordt verwerkt dan een boodschap met minderheidssteun. Verwacht wordt daarom dat de gegenereerde

14 44 Hoofdstuk 3 gedachten na een boodschap met meerderheidssteun minder origineel zullen zijn dan na een boodschap met minderheidssteun. Echter, mensen zijn geneigd een boodschap met minderheidssteun naast zich neer te leggen en er niet over na te denken, hetgeen bij zwakke argumenten gemakkelijker zal zijn dan bij sterke argumenten. Hierdoor zal een minderheidsboodschap vooral meer originele gedachten oproepen dan een boodschap met meerderheidssteun wanneer de boodschappen sterke in plaats van zwakke argumenten bevatten. Experiment 2 liet zien dat de manipulatie van afleiding interfereerde met de ontwikkeling van nieuwe gedachten, maar niet in interactie met steun; voor de invloed van numerieke steun op de ontwikkeling van nieuwe gedachten maakte het niet uit of mensen werden belemmerd in hun verwerking. Daarom wordt verwacht dat ongeacht de afleiding meer originele gedachten worden gegenereerd na een boodschap met minderheids- dan na een boodschap met meerderheidssteun, vooral wanneer de boodschap sterke en geen zwakke argumenten bevat (Hypothese 3). Methode Proefpersonen en experimenteel ontwerp Aan het onderzoek deden 88 vrouwelijke en 73 mannelijke studenten mee. Het tussen-proefpersonen ontwerp bestond uit drie onafhankelijke variabelen, namelijk Numerieke Steun (meerderheid versus minderheid), Afleiding (wel versus geen) en Kwaliteit Argumenten (sterk versus zwak) en daarnaast was er een controlegroep zonder boodschap. De attitude ten aanzien van studie-eisen (attitude-onderwerp) en de cognitieve activiteit (gegenereerde gedachten) waren de belangrijkste afhankelijke variabelen. Overzicht van de procedure Evenals in Experiment 2 kregen proefpersonen een overredende boodschap op het scherm. De boodschap bevatte het standpunt "De studie-eisen moeten veel strenger worden.". Onder dit standpunt stonden vier sterke of vier zwakke argumenten. Ook in dit experiment werd de helft van de proefpersonen afgeleid tijdens het lezen van de boodschap. Na de boodschap is de attitude ten aanzien van het onderwerp studie-eisen vastgesteld. Op een zelfde wijze als in Experiment 2 is daarna gevraagd welke gedachten proefpersonen hadden tijdens het lezen van de boodschap. Vervolgens is gevraagd welk standpunt en welke

15 Experimenten 2 en 3 45 argumenten werden verkondigd. Daarna werd men ingelicht over de bedoeling van het experiment en kreeg men een vergoeding voor deelname. Onafhankelijke variabelen Numerieke Steun. Op dezelfde wijze als in Experiment 2 werd de boodschap of door een meerderheid van 82% of door een minderheid van 18% gesteund. Afleiding. Evenals in Experiment 2 werd de helft van de proefpersonen afgeleid tijdens het lezen van de boodschap doordat ze tegelijkertijd pieptonen moesten turven. Kwaliteit van de argumenten. De boodschap bevatte of vier sterke of vier zwakke argumenten. De sterke argumenten luidden als volgt: (1) "omdat de kwaliteit van de bul dan zal toenemen.", (2) "omdat er anders erg veel doctorandussen komen.", (3) "omdat studenten dan de grenzen van hun eigen capaciteiten eerder leren kennen." en (4) "omdat de afgestudeerde studenten dan beter op de arbeidsmarkt terecht kunnen." De zwakke argumenten luidden: (1) "omdat anders de collegezalen te vol worden.", (2) "omdat de belastingbetaler dan meer waar voor zijn geld krijgt.", (3) "studenten in hun toekomstige werk veel stressbestendiger zijn als ze nu goed worden aangepakt." en (4) "omdat dan minder papier wordt verspild aan klappers, projectverslagen en dergelijke." Uit een vooronderzoek met 19 studenten bleken de sterke argumenten als sterker te zijn waargenomen dan de zwakke argumenten (M = 3.20 versus M = 2.06, t (18) = 6.68, p <.001), waarbij de kwaliteit op eenzelfde wijze als in Experiment 1 is vastgesteld (1 = lage kwaliteit, tot 6 = hoge kwaliteit). Daarnaast is conform Petty en Cacioppo (1986) de kwaliteit van de argumenten vastgesteld aan de hand van de door proefpersonen gegenereerde gedachten. Het bleek dat na de sterke argumenten meer positieve en minder negatieve gedachten werden gegenereerd dan na de zwakke argumenten (voor positieve gedachten: M sterk =.55 versus M zwak =.18, t (18) = 3.68, p <.002 en voor negatieve gedachten: M sterk =.62 versus M zwak =.92, t (18) = -2.91, p <.01). Zowel op basis van de index waarmee de kwaliteit van de argumenten is vastgesteld, als op basis van de gedachten kan geconcludeerd worden dat de argumenten voldoende van elkaar verschilden om te spreken van sterke en zwakke argumenten.

16 46 Hoofdstuk 3 Afhankelijke variabelen Attitudes. De attitudes ten aanzien van studie-eisen zijn in dit experiment gemeten door proefpersonen te vragen of de huidige studie-eisen soepeler of strenger moesten worden (op een zevenpuntsschaal van 1 = zeer veel soepeler, naar 7 = zeer veel strenger, waarbij 4 = zo blijven als ze nu zijn). Dit is alleen gedaan nadat ze de boodschappen gelezen hadden, niet vooraf aan de boodschap. Cognitieve activiteit. De door proefpersonen gegenereerde gedachten zijn evenals in Experiment 2 ingedeeld in de categorieën oud, nieuw (hebben beide betrekking op de boodschap) en issue -irrelevant (hebben geen betrekking op de inhoud van de boodschap, gingen meestal over de afleidende taak). Om op eenzelfde wijze als in het vooronderzoek (zie Onafhankelijke variabelen; Kwaliteit van argumenten) na te gaan of de manipulatie van de kwaliteit van de argumenten geslaagd is, is daarnaast voor de issue-relevante gedachten vastgesteld of ze positief of negatief waren met betrekking tot de inhoud van de boodschap of dat ze neutraal waren. Herinnering van standpunt en argumenten. Net als in Experiment 2 is na het experiment door twee onafhankelijke beoordelaars vastgesteld in hoeverre proefpersonen zich het standpunt herinnerden, waarbij de waarden liepen van 1 (geheel niet) tot en met 4 (geheel wel). Per proefpersoon is eveneens vastgesteld hoeveel van de vier argumenten deze zich herinnerde. Resultaten Controles op de manipulaties Afleiding. Gevraagd was hoe moeilijk het was om de boodschap te lezen, om tijdens het lezen na te denken over de inhoud van de boodschap en om tijdens het lezen de gedachten te ordenen. Deze vragen zijn samengevoegd tot één index (1 = gemakkelijk, tot 5 = moeilijk, Cronbachs α = 0.82). Een Afleiding Numerieke Steun Kwaliteit van Argumenten variantie-analyse liet, zoals te verwachten was, alleen zien dat proefpersonen het moeilijker vonden om de boodschap te verwerken wanneer ze wel dan wanneer ze niet werden afgeleid (M = 3.02 en M = 2.22, F (1, 132) = 48.28, p <.001). De afleidende taak bemoeilijkte dus de verwerking van de boodschap.

17 Experimenten 2 en 3 47 Numerieke Steun. Aan het eind van het onderzoek is de proefpersonen gevraagd naar het percentage steun voor de boodschap. Zoals bedoeld bleek uit een Afleiding Numerieke Steun Kwaliteit van Argumenten variantie-analyse dat proefpersonen in de meerderheidsconditie een significant hoger percentage gaven (M = 79.37) dan in de minderheidsconditie (M = 19.35), F (1, 132) = , p <.001, ongeacht of mensen werden afgeleid en ongeacht hoeveel steun er voor de boodschap was. Kwaliteit van de Argumenten. De kwaliteit van de argumenten is vastgesteld met behulp van de index van 5 vragen, die ook in Experiment 1 is gebruikt (Cronbachs α =.91, en 1 = lage kwaliteit, tot 6 = hoge kwaliteit). Het bleek dat de sterke argumenten als sterker werden waargenomen dan de zwakke argumenten (M = 3.48 versus M = 2.77, F (1, 132) = 20.94, p <.001). Daarnaast is de kwaliteit van de argumenten vastgesteld aan de hand van de door de proefpersonen gegenereerde gedachten. Hiertoe is per gedachte beoordeeld of deze positief, negatief of neutraal was ten aanzien van de inhoud van de boodschap. Na sterke en zwakke argumenten bleken even weinig positieve gedachten te zijn gegenereerd (M =.55 versus M =.34, F (1, 132) = 2.54, n.s.). Na sterke argumenten werden minder negatieve gedachten gegenereerd dan na zwakke argumenten (M =.70 versus M = 1.36, F (1, 132) = 12.96, p <.001). Evenals in het vooronderzoek bleken de argumenten voldoende van elkaar te verschillen om te spreken van sterke en zwakke argumenten. In totaal hebben de proefpersonen meer negatieve dan positieve gedachten gegenereerd, (M neg = 1.03 versus M pos =.45, t (139) = 4.69, p <.001), hetgeen te verwachten was na een boodschap die niet overeenstemde met de eigen attitude. Attitudeverandering Zoals in de methode is beschreven, zijn de attitudes alleen na de boodschap gemeten. Gezien de strikte aselecte toewijzing aan de negen cellen van het experimentele ontwerp, mag worden verondersteld dat men vooraf aan de boodschap een attitude had die vergelijkbaar is met die van de mensen uit de controlegroep. Uit een Afleiding Numerieke Steun Kwaliteit van Argumenten variantie-analyse bleek dat de attitudes na een boodschap met meerderheidssteun positiever waren dan na minderheidssteun (M = 4.58 versus M = 4.25, F (1, 132) = 4.62, p <.05). Een vergelijking van deze gemiddelden met de gemiddelde attitude van de mensen uit de controlegroep (M = 4.29) laat zien dat het verschil tussen boodschappen met meerderheids- en minderheidssteun is toe te schrijven aan een attitudeverandering bij de proefpersonen die de boodschap met

18 48 Hoofdstuk 3 meerderheidssteun ontvingen. Overeenkomstig de resultaten van Experiment 2 werd in Hypothese 1 meer attitudeverandering in de richting van een boodschap met meerderheids- dan met minderheidssteun voorspeld, maar alleen wanneer men niet werd belemmerd in een grondige verwerking. Deze interactie tussen Afleiding en Numerieke Steun is niet gevonden. In Hypothese 2 was voorspeld dat de kwaliteit van de argumenten vooral invloed zou hebben op de attitudes wanneer de boodschap door een meerderheid werd gesteund, en wel vooral wanneer men niet werd belemmerd in een grondige verwerking van de boodschap. Een Afleiding Numerieke Steun Kwaliteit van Argumenten interactie (F (1, 132) = 5.49, p <.05) bevestigde deze verwachting niet. Uit Figuur 3.2 (zie Tabel 3.2 voor de gemiddelden) valt echter wel het volgende af te leiden. Het blijkt namelijk dat de in Hypothese 1 voorspelde interactie tussen Afleiding en Numerieke steun kan worden genuanceerd. Deze interactie trad namelijk wel op wanneer de boodschappen sterke argumenten bevatten, en niet wanneer de boodschappen zwakke argumenten bevatten. Oftewel, de interactie tussen Afleiding en Numerieke Steun uit Experiment 2 werd wel gerepliceerd voor boodschappen met sterke argumenten, en niet voor boodschappen met zwakke argumenten. Men veranderde alleen meer in de richting van een boodschap met meerderheids- dan minderheidssteun wanneer men niet werd afgeleid en alleen wanneer de boodschap sterke en geen zwakke argumenten bevatte. Dit wijst er duidelijk op dat de attitudeverandering gepaard ging met inhoudelijke verwerking. Er zijn dus toch aanwijzingen voor een inhoudelijke verwerking, ondanks dat de voorspelde verschillen tussen boodschappen met sterke en boodschappen met zwakke argumenten niet zijn gevonden. In de discussie wordt hierop terug gekomen. De gemiddelde attitudes bleken niet significant van de gemiddelde attitude uit de controlegroep (M = 4.29) te verschillen. Uit Figuur 3.2 valt echter af te lezen dat het verschil in attitudes na boodschappen met meerderheids- en minderheidssteun evenveel is toe te schrijven aan een attitudeverandering in de richting van de boodschap met meerderheidssteun als aan het afzetten tegen een boodschap met minderheidssteun.

19 Experimenten 2 en 3 49 Tabel 3.2 Gemiddelde attitudes als functie van Kwaliteit van Argumenten, Numerieke Steun en Afleiding. Kwaliteit van Argumenten Sterk Zwak Num. Steun: Meerderheid Minderheid Meerderheid Minderheid Afleiding: Wel Geen Wel Geen Wel Geen Wel Geen N Attitudes: Figuur 3.2 Interactie van Numerieke Steun (meerderheid vs. minderheid) en Afleiding (wel vs. geen) op focale attitudeverandering voor sterke en zwakke argumenten. Cognitieve activiteit Aan de hand van de gedachten die mensen hadden tijdens het lezen van de boodschap, is aanvullende informatie verkregen over de wijze waarop de boodschappen zijn verwerkt. Allereerst bleek zoals verwacht (Hypothese 3) uit een Numerieke Steun Kwaliteit van Argumenten-interactie (F (1, 132) = 4.52, p <.04; zie Figuur 3.3) dat men alleen in het geval van sterke argumenten meer nieuwe gedachten genereerde na een minderheidsboodschap dan na een meerderheidsboodschap (M = 2.15 versus M = 1.28, F (1, 132) = 4.73, p <.04). Na zwakke argumenten trad in het aantal nieuwe gedachten geen verschil op tussen meerderheids- en minderheidssteun (M = 1.51 versus M = 1.25, F (1, 132) =.32, n.s.).

20 50 Hoofdstuk 3 Daarnaast deed zich een Afleiding Numerieke Steun Kwaliteit van Argumenten-interactie voor (F (1, 132) = 5.66, p <.02; zie Tabel 3.3 voor de gemiddelden). Aangezien geen verwachtingen waren geformuleerd over deze interactie en de gemiddelden een moeilijk te interpreteren patroon lieten zien, wordt deze verder buiten beschouwing gelaten. Figuur 3.3 Interactie van Kwaliteit van Argumenten (sterk vs. zwak) en Numerieke Steun (meerderheid vs. minderheid) op relevante nieuwe gedachten. Aan de hand van de door proefpersonen gegenereerde gedachten is nagegaan welke invloed de afleidende taak had op het verwerkingsproces. Het totaal aantal gegenereerde gedachten bleek in alle condities gelijk te zijn (M = 3.65). De gedachten die wel ( oude en nieuwe gedachten) en geen ( irrelevante gedachten) betrekking hebben op de inhoud van de boodschap zijn apart geanalyseerd. Allereerst werden er meer oude gedachten gegenereerd na een boodschap met zwakke dan na een boodschap met sterke argumenten (M = 2.11 versus M = 1.50, F (1, 132) = 7.47, p <.01). Evenals in Experiment 2 bleken Afleiding en Numerieke Steun niet te interfereren met het ontwikkelen van oude gedachten. In tegenstelling tot Experiment 2 bleek de afleidende taak ook niet van invloed op de ontwikkeling van nieuwe gedachten. Zoals verwacht bleek uit een Afleiding Numerieke Steun Kwaliteit van Argumenten variantie-analyse dat proefpersonen meer irrelevante gedachten genereerden wanneer ze tijdens het lezen wel waren afgeleid dan wanneer ze niet

21 Experimenten 2 en 3 51 waren afgeleid (M =.62 versus M =.03, F (1, 132) = 15.42, p <.001). Daarnaast bleek dat na sterke argumenten meer irrelevante gedachten werden gegenereerd dan na zwakke argumenten (M =.49 versus M =.16, F (1, 132) = 4.99, p <.03). De interacties tussen Afleiding en Kwaliteit van Argumenten (F (1, 132) = 5.12, p <.03) en tussen Numerieke Steun en Kwaliteit van Argumenten (F (1, 132) = 5.43, p <.03) moeten beide worden gezien in het licht van de drieweg-interactie tussen Afleiding, Numerieke Steun en Kwaliteit van Argumenten (F (1, 132) = 5.56, p <.02, zie Tabel 3.3 voor de gemiddelden). Figuur 3.4 laat zien dat de niet-afgeleide proefpersonen nauwelijks irrelevante gedachten hebben gegenereerd, hetgeen ook te verwachten was. Wanneer men wel werd afgeleid, genereerde men na een meerderheidsboodschap alleen irrelevante gedachten wanneer deze boodschap sterke argumenten bevatte en niet wanneer deze zwakke argumenten bevatte. Dit wijst er op dat men zich ondanks de afleidende taak bewust was van de kwaliteit van de argumenten. Men voelde zich dus vooral in de verwerking van een boodschap met meerderheidssteun gestoord wanneer deze boodschap sterke argumenten bevatte. Na een minderheidsboodschap werden ongeacht de kwaliteit van de argumenten evenveel irrelevante gedachten gegenereerd. Figuur 3.4 Interactie van Numerieke Steun (meerderheid vs. minderheid) en Afleiding (wel vs. geen) op irrelevante gedachten voor sterke en zwakke argumenten. Op basis van de gegenereerde gedachten lijkt het er op dat mensen zich door de afleidende taak wel gestoord voelden in hun verwerking, maar dat ze desondanks de inhoud van de boodschap konden waarnemen en er bovendien over konden nadenken.

22 52 Hoofdstuk 3 Tabel 3.3 Gemiddelde aantallen nieuwe issue-relevante en issue-irrelevante gedachten als functie van Kwaliteit van Argumenten, Numerieke Steun en Afleiding. Kwaliteit van Argumenten Sterk Zwak Num. Steun: Meerderheid Minderheid Meerderheid Minderheid Afleiding: Wel Geen Wel Geen Wel Geen Wel Geen N Nieuwe relev. ged.: Irrelevante ged.: Herinnering van standpunt en argumenten Een grondigere inhoudelijke verwerking zou gepaard moeten gaan met een betere herinnering van de boodschap. Mensen zouden zich, net als in Experiment 2, het standpunt en de argumenten uit de boodschap minder goed moeten herinneren wanneer ze werden afgeleid dan wanneer ze niet werden afgeleid. Uit een Afleiding Numerieke Steun Kwaliteit van Argumenten variantie-analyse bleek inderdaad dat mensen het standpunt minder goed onthielden wanneer ze wel dan wanneer ze niet werden afgeleid (M = 2.83 versus M = 3.27, F (1, 132) = 12.87, p <.001). Ook de argumenten werden minder goed herinnerd wanneer men wel dan wanneer men niet werd afgeleid (M = 1.35 versus M = 2.24, F (1, 132) = 25.65, p <.001). Daarnaast bleek dat men de argumenten beter onthield wanneer ze zwak waren dan wanneer ze sterk waren (M = 1.57 versus M = 2.83, F (1, 132) = 6.09, p <.02). Uit een Afleiding Numerieke Steun-interactie (F (1, 132) = 5.88, p <.02; zie Figuur 3.5) bleek dat de argumenten van een boodschap met meerderheidssteun beter werden onthouden wanneer men niet werd afgeleid dan wanneer men wel werd afgeleid (M = 2.35 versus M = 1.04, p <.001). Voor een boodschap met minderheidssteun daarentegen maakte het veel minder uit of men wel of niet werd afgeleid (M = 1.66 versus M = 2.13, p <.06). Op de betekenis van deze resultaten wordt in de discussie teruggekomen.

23 Experimenten 2 en 3 53 Figuur 3.5 Interactie van Numerieke Steun (meerderheid vs. minderheid) en Afleiding (wel vs. geen) op het aantal herinnerde argumenten. Discussie Experiment 3 Het doel van Experiment 3 was om meer inzicht te verkrijgen in de grondigheid waarmee boodschappen met meerderheids- of minderheidssteun verwerkt worden. In Experiment 2 was aangetoond dat attitudeverandering in de richting van een boodschap met meerderheidssteun alleen optrad wanneer men niet werd belemmerd in een grondige verwerking. Door in Experiment 3 gebruik te maken van boodschappen met sterke en zwakke argumenten is op een andere wijze geprobeerd aan te tonen dat inhoudelijke verwerking van een meerderheidsboodschap nodig was om attitudeverandering te veroorzaken. Op basis van het werk van Petty en Cacioppo (bijv. 1986) werd voorspeld dat, wanneer mensen niet werden belemmerd in een inhoudelijke verwerking, de kwaliteit van argumenten meer invloed zou hebben bij een boodschap met meerderheids- dan bij een boodschap met minderheidssteun. Dit is in het voorliggende onderzoek niet bevestigd. Toch wijzen de resultaten er op dat attitudeverandering in de richting van een meerderheidsboodschap gepaard ging met inhoudelijke verwerking. Mensen veranderden hun attitude uitsluitend meer in de richting van een boodschap met meerderheids- dan met minderheidssteun

24 54 Hoofdstuk 3 wanneer aan twee voorwaarden was voldaan, namelijk dat (1) men niet werd belemmerd in een grondige verwerking en dat (2) de boodschappen sterke argumenten bevatten in plaats van zwakke. Dat alleen meer attitudeverandering optrad na een boodschap met meerderheids- dan minderheidssteun wanneer deze sterke argumenten bevatte, wijst er op dat men notie heeft genomen van de inhoud van de boodschappen. Bovendien wordt, evenals in Experiment 2, met behulp van een afleidende taak aangetoond dat inhoudelijke verwerking nodig is voordat een eventuele attitudeverandering plaatsvindt. Experiment 3 toont dus op twee verschillende manieren aan dat meer attitudeverandering in de richting van een boodschap met meerderheids- dan minderheidssteun gepaard gaat met inhoudelijke verwerking. Vergelijking van de gemiddelden met de gemiddelde attitude uit de controlegroep voegt daaraan toe dat dit verschil niet alleen wordt veroorzaakt doordat men van attitude verandert in de richting van de boodschap met meerderheidssteun, maar ook doordat men zich dan afzet tegen een boodschap met minderheidssteun. Dat boodschappen met sterke argumenten niet tot meer attitudeverandering leidden dan boodschappen met zwakke argumenten, zou mogelijkerwijs verklaard kunnen worden uit het feit dat de sterke argumenten betrekkelijk weinig overtuigingskracht hadden. De sterke argumenten werden weliswaar als sterker waargenomen dan de zwakke argumenten, maar de kwaliteit was slechts matig. Het is echter lastig om argumenten te vinden met een grotere overtuigingskracht dan de door ons gebruikte argumenten, omdat de overtuigingskracht afneemt wanneer een boodschap verder van de eigen mening afstaat (Siero & Doosje, 1993). Aangezien de boodschap ingaat tegen de attitudes van de proefpersonen, lijkt er daardoor een bovengrens te zitten aan de overtuigingskracht. Opmerkelijk is dat de mensen in Experiment 3 de inhoud van de boodschap ook konden verwerken wanneer ze een extra taak hadden tijdens het lezen van de boodschap. Mensen genereerden namelijk ongeacht de afleiding evenveel gedachten die betrekking hadden op de boodschap. Daarnaast bleek het aantal gedachten over de afleidende taak ( irrelevante gedachten) in het geval van een boodschap met meerderheidssteun afhankelijk te zijn van de kwaliteit van de argumenten. Uitsluitend in het geval van sterke argumenten produceerde men dan irrelevante gedachten. Ook mensen met een extra taak verwerkten dus de inhoud van de boodschap. Uit de attitudes valt echter af te leiden dat deze inhoudelijke verwerking dan niet in een attitudeverandering resulteerde. Opvallend was verder dat meer gedachten over de inhoud van de boodschap

Discussie De invloed van boodschappen met meerderheids- en minderheidssteun

Discussie De invloed van boodschappen met meerderheids- en minderheidssteun 5 Discussie De theorievorming over meerderheids- en minderheidsinvloed is door de jaren heen gekenmerkt geweest door een aantal controverses. De eerste controverse betreft de verwerking van boodschappen

Nadere informatie

Management Summary. Auteur Tessa Puijk. Organisatie Van Diemen Communicatiemakelaars

Management Summary. Auteur Tessa Puijk. Organisatie Van Diemen Communicatiemakelaars Management Summary Wat voor een effect heeft de vorm van een bericht op de waardering van de lezer en is de interesse in nieuws een moderator voor dit effect? Auteur Tessa Puijk Organisatie Van Diemen

Nadere informatie

Geven en ontvangen van steun in de context van een chronische ziekte.

Geven en ontvangen van steun in de context van een chronische ziekte. Een chronische en progressieve aandoening zoals multiple sclerose (MS) heeft vaak grote consequenties voor het leven van patiënten en hun intieme partners. Naast het omgaan met de fysieke beperkingen van

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Dit proefschrift gaat over de invloed van inductieprogramma s op het welbevinden en de professionele ontwikkeling van beginnende docenten, en welke specifieke kenmerken van inductieprogramma s daarvoor

Nadere informatie

Beschrijving resultaten onderzoek biseksualiteit AmsterdamPinkPanel Oktober 2014 Joris Blaauw

Beschrijving resultaten onderzoek biseksualiteit AmsterdamPinkPanel Oktober 2014 Joris Blaauw Beschrijving resultaten onderzoek biseksualiteit AmsterdamPinkPanel Oktober 2014 Joris Blaauw Dit document beschrijft kort de bevindingen uit het onderzoek over biseksualiteit van het AmsterdamPinkPanel.

Nadere informatie

Samenvatting (Summary in Dutch)

Samenvatting (Summary in Dutch) Samenvatting (Summary in Dutch) Het aantal eerste en tweede generatie immigranten in Nederland is hoger dan ooit tevoren. Momenteel wonen er 3,2 miljoen immigranten in Nederland, dat is 19.7% van de totale

Nadere informatie

How to present online information to older cancer patients N. Bol

How to present online information to older cancer patients N. Bol How to present online information to older cancer patients N. Bol Dutch summary (Nederlandse samenvatting) Dutch summary (Nederlandse samenvatting) Goede informatievoorziening is essentieel voor effectieve

Nadere informatie

Samenvatting. Tabel 8.1. Een olifant is groter dan een koe Een koe is groter dan een muis Een olifant is groter dan een muis

Samenvatting. Tabel 8.1. Een olifant is groter dan een koe Een koe is groter dan een muis Een olifant is groter dan een muis 149 150 Ongeveer negentien procent van de Nederlandse bevolking krijgt in zijn leven een angststoornis. Mensen die lijden aan een angststoornis ervaren intense angsten die van invloed zijn op het dagelijks

Nadere informatie

73 SAMENVATTING In dit proefschrift wordt een empirische toetsing van de machtafstandstheorie (Mulder, 1972, 1977) beschreven. In grote lijnen stelt deze theorie dat mensen macht prettig vinden, en dat

Nadere informatie

Informatie over de deelnemers

Informatie over de deelnemers Tot eind mei 2015 hebben in totaal 45558 mensen deelgenomen aan de twee Impliciete Associatie Testen (IATs) op Onderhuids.nl. Een enorm aantal dat nog steeds groeit. Ook via deze weg willen we jullie nogmaals

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting (Summary in Dutch)

Nederlandse samenvatting (Summary in Dutch) (Summary in Dutch) Omgaan met Informatie over Complexe Onderwerpen: De Rol van Bronpercepties In het dagelijkse leven hebben mensen een enorme hoeveelheid informatie tot hun beschikking (bijv. via het

Nadere informatie

Fort van de Democratie

Fort van de Democratie Fort van de Democratie Stichting Vredeseducatie / peace education projects Het Fort van de Democratie WERKT! Samenvatting van een onderzoek door de Universiteit van Amsterdam naar de effecten van de interactieve

Nadere informatie

Samenvatting in het Nederlands

Samenvatting in het Nederlands Samenvatting in het Nederlands (Summary in Dutch) 1. Het overtuigingsproces Op basis van modellen als het Elaboration Likelihood Model (Petty & Cacioppo, 1986a; Petty & Wegener, 1999), het Heuristic-Systematic

Nadere informatie

Samenvatting, conclusies en discussie

Samenvatting, conclusies en discussie Hoofdstuk 6 Samenvatting, conclusies en discussie Inleiding Het doel van het onderzoek is vast te stellen hoe de kinderen (10 14 jaar) met coeliakie functioneren in het dagelijks leven en wat hun kwaliteit

Nadere informatie

Stoppen als huisarts: trends in aantallen en percentages

Stoppen als huisarts: trends in aantallen en percentages Dit rapport is een uitgave van het NIVEL. De gegevens mogen worden gebruikt met bronvermelding. Stoppen als huisarts: trends in aantallen en percentages Een analyse van de huisartsenregistratie over de

Nadere informatie

Marrit-10-H10 24-06-2008 11:05 Pagina 131. chapter 10 samenvatting

Marrit-10-H10 24-06-2008 11:05 Pagina 131. chapter 10 samenvatting Marrit-10-H10 24-06-2008 11:05 Pagina 131 chapter 10 samenvatting Marrit-10-H10 24-06-2008 11:05 Pagina 132 Marrit-10-H10 24-06-2008 11:05 Pagina 133 Zaadbalkanker wordt voornamelijk bij jonge mannen vastgesteld

Nadere informatie

NEDERLANDSE SAMENVATTING

NEDERLANDSE SAMENVATTING NEDERLANDSE SAMENVATTING Nederlandse samenvatting Wereldwijd zijn er miljoenen mensen met diabetes mellitus, hetgeen resulteert in aanzienlijke morbiditeit en mortaliteit. Bekende oogheelkundige complicaties

Nadere informatie

Samenvatting en Discussie

Samenvatting en Discussie 101 102 Pregnancy-related thrombosis and fetal loss in women with thrombophilia Samenvatting Zwangerschap en puerperium zijn onafhankelijke risicofactoren voor veneuze trombose. Veneuze trombose is een

Nadere informatie

Exposure to Parents Negative Emotions in Early Life as a Developmental Pathway in the Intergenerational Transmission of Depression and Anxiety E.

Exposure to Parents Negative Emotions in Early Life as a Developmental Pathway in the Intergenerational Transmission of Depression and Anxiety E. Exposure to Parents Negative Emotions in Early Life as a Developmental Pathway in the Intergenerational Transmission of Depression and Anxiety E. Aktar Summary 1 Summary in Dutch (Samenvatting) Summary

Nadere informatie

TNO-rapport TNO/LS 2015 R11197. Earth, Life & Social Sciences Schipholweg 77-89 2316 ZL Leiden Postbus 3005 2301 DA Leiden. www.tno.

TNO-rapport TNO/LS 2015 R11197. Earth, Life & Social Sciences Schipholweg 77-89 2316 ZL Leiden Postbus 3005 2301 DA Leiden. www.tno. TNO-rapport TNO/LS 2015 R11197 Het effect van media-aandacht voor het gebruik van mogelijk ondeugdelijke naalden in het voorjaar van 2015 op de bereidheid van moeders om hun dochter te laten vaccineren

Nadere informatie

Samenwerking en innovatie in het MKB in Europa en Nederland Een exploratie op basis van het European Company Survey

Samenwerking en innovatie in het MKB in Europa en Nederland Een exploratie op basis van het European Company Survey Samenwerking en innovatie in het MKB in Europa en Nederland Een exploratie op basis van het European Company Survey ICOON Paper #1 Ferry Koster December 2015 Inleiding Dit rapport geeft inzicht in de relatie

Nadere informatie

SAMENVATTING Het doel van dit proefschrift is drieledig. Ten eerste wordt inzicht verschaft in het gebruik van directe-rede-constructies (bijvoorbeeld Marie zei: Kom, we gaan! ) door sprekers met afasie.

Nadere informatie

Samenvatting. Samenvatting 8. * COgnitive Functions And Mobiles; in dit advies aangeduid als het TNO-onderzoek.

Samenvatting. Samenvatting 8. * COgnitive Functions And Mobiles; in dit advies aangeduid als het TNO-onderzoek. Samenvatting In september 2003 publiceerde TNO de resultaten van een onderzoek naar de effecten op het welbevinden en op cognitieve functies van blootstelling van proefpersonen onder gecontroleerde omstandigheden

Nadere informatie

Samenvatting (Summary in Dutch)

Samenvatting (Summary in Dutch) Samenvatting (Summary in Dutch) Samenvatting (Summary in Dutch) Een goede hand functie is van belang voor interactie met onze omgeving. Vanaf het moment dat we opstaan, tot we s avonds weer naar bed gaan,

Nadere informatie

SAMENVATTING. Samenvatting

SAMENVATTING. Samenvatting Samenvatting In deze studie is de relatie tussen gezinsfunctioneren en probleemgedrag van kinderen onderzocht. Er is veelvuldig onderzoek gedaan naar het ontstaan van probleem-gedrag van kinderen in de

Nadere informatie

Het toepassen van theorieën: een stappenplan

Het toepassen van theorieën: een stappenplan Het toepassen van theorieën: een stappenplan Samenvatting Om maximaal effectief te zijn, moet de aanpak van sociale en maatschappelijke problemen idealiter gebaseerd zijn op gedegen theorie en onderzoek

Nadere informatie

Summary in Dutch Nederlandse Samenvatting. Het delen van Affect: Paden, Processen en Prestatie

Summary in Dutch Nederlandse Samenvatting. Het delen van Affect: Paden, Processen en Prestatie Summary in Dutch Nederlandse Samenvatting Het delen van Affect: Paden, Processen en Prestatie Het delen van gevoelens (emoties of stemmingen) met anderen is bijna onvermijdelijk in ons dagelijks leven.

Nadere informatie

Evaluatie van het project Mantelluisteren academiejaar 2012-2013

Evaluatie van het project Mantelluisteren academiejaar 2012-2013 Evaluatie van het project Mantelluisteren academiejaar 212-21 In academiejaar 212-21 namen 5 mantelzorgers en 5 studenten 1 ste bachelor verpleegkunde (Howest, Brugge) deel aan het project Mantelluisten.

Nadere informatie

Chapter. Samenvatting

Chapter. Samenvatting Chapter 9 9 Samenvatting Samenvatting Patiënten met chronische pijn die veel catastroferende gedachten (d.w.z. rampdenken) hebben over pijn ervaren een verminderd fysiek en psychologisch welbevinden. Het

Nadere informatie

Samenvatting. (Summary in Dutch)

Samenvatting. (Summary in Dutch) (Summary in Dutch) Impulsieve keuzes voor aantrekkelijke opties zijn doorgaans geen verstandige keuzes op de lange termijn (Hofmann, Friese, & Wiers, 2008; Metcalfe & Mischel, 1999). Wanneer mensen zich

Nadere informatie

Samenvatting. Samenvatting

Samenvatting. Samenvatting Samenvatting Samenvatting Het doel van dit proefschrift is de neurobiologische karakteristieken van depressieve stoornis en van depressie bij de ziekte van Alzheimer te identificeren. Depressie komt voor

Nadere informatie

Samenvatting (Dutch summary)

Samenvatting (Dutch summary) Parenting Support in Community Settings: Parental needs and effectiveness of the Home-Start program J.J. Asscher Samenvatting (Dutch summary) Ouders spelen een belangrijke rol in de ontwikkeling van kinderen.

Nadere informatie

Management summary Flitspeiling: vervroegde aanmelddatum, studiekeuzecheck en doorstroming.

Management summary Flitspeiling: vervroegde aanmelddatum, studiekeuzecheck en doorstroming. Management summary Flitspeiling: vervroegde aanmelddatum, studiekeuzecheck en doorstroming. Tussen 16 december 2013 en 1 januari 2014 heeft GfK voor het ministerie van OCW een flitspeiling uitgevoerd gericht

Nadere informatie

7. Effect crisis op de woningmarkt- dynamiek. Auteur Remco Kaashoek

7. Effect crisis op de woningmarkt- dynamiek. Auteur Remco Kaashoek 7. Effect crisis op de woningmarkt- dynamiek Auteur Remco Kaashoek De dynamiek op de koopwoningmarkt is tussen 2007 en 2011 afgenomen, terwijl die op de markt voor huurwoningen licht is gestegen. Het aantal

Nadere informatie

Werkbelevingsonderzoek 2013

Werkbelevingsonderzoek 2013 Werkbelevingsonderzoek 2013 voorbeeldrapport Den Haag, 17 september 2014 Ipso Facto beleidsonderzoek Raamweg 21, Postbus 82042, 2508EA Den Haag. Telefoon 070-3260456. Reg.K.v.K. Den Haag: 546.221.31. BTW-nummer:

Nadere informatie

Waarom mensen zich niet verdiepen in partnerpensioen

Waarom mensen zich niet verdiepen in partnerpensioen Onderzoek Waarom mensen zich niet verdiepen in partnerpensioen Onderzoek in opdracht van Pensioenkijker.nl Projectleider Kennisgroep : Vivianne Collee : Content Unit Financiën Datum : 09-11-010 Copyright:

Nadere informatie

rapportage Producentenvertrouwen kwartaal 1. Deze resultaten zijn tevens gepubliceerd in de tussenrapportage economische barometer (5 juni 2002)

rapportage Producentenvertrouwen kwartaal 1. Deze resultaten zijn tevens gepubliceerd in de tussenrapportage economische barometer (5 juni 2002) Rapportage producentenvertrouwen oktober/november 2002 Inleiding In de eerste Economische Barometer van Breda heeft de Hogeschool Brabant voor de eerste keer de resultaten gepresenteerd van haar onderzoek

Nadere informatie

Moral Misfits. The Role of Moral Judgments and Emotions in Derogating Other Groups C. Wirtz

Moral Misfits. The Role of Moral Judgments and Emotions in Derogating Other Groups C. Wirtz Moral Misfits. The Role of Moral Judgments and Emotions in Derogating Other Groups C. Wirtz Mensen die als afwijkend worden gezien zijn vaak het slachtoffer van vooroordelen, sociale uitsluiting, en discriminatie.

Nadere informatie

Vroeginterventie via het internet voor depressie en angst

Vroeginterventie via het internet voor depressie en angst Samenvatting 141 Vroeginterventie via het internet voor depressie en angst Hoofdstuk 1 is de inleiding van dit proefschrift. Internetbehandeling voor depressie en angst is bewezen effectief. Dit opent

Nadere informatie

Beschrijving van de gegevens: hoeveel scholen en hoeveel leerlingen deden mee?

Beschrijving van de gegevens: hoeveel scholen en hoeveel leerlingen deden mee? Technische rapportage Leesmotivatie scholen van schoolbestuur Surplus Noord-Holland Afstudeerkring Begrijpend lezen 2011-2012, Inholland, Pabo-Alkmaar Marianne Boogaard en Yvonne van Rijk (Lectoraat Ontwikkelingsgericht

Nadere informatie

Samenvatting. Over het gebruik van visuele informatie in het reiken bij baby s

Samenvatting. Over het gebruik van visuele informatie in het reiken bij baby s Samenvatting Over het gebruik van visuele informatie in het reiken bij baby s 166 Het doel van dit proefschrift was inzicht te krijgen in de vroege ontwikkeling van het gebruik van visuele informatie voor

Nadere informatie

Mondgezondheidsrapport

Mondgezondheidsrapport Mondgezondheidsrapport sensibiliseringproject Glimlachen.be 2014 Effectevaluatie van een 4-jaar longitudinaal sensibiliseringproject in scholen in Vlaanderen Samenvatting J Vanobbergen Glimlachen - Souriez

Nadere informatie

Samenvatting. Kunnen hoge precisie-eisen in het werk leiden tot RSI? ... ...

Samenvatting. Kunnen hoge precisie-eisen in het werk leiden tot RSI? ... ... ... Kunnen hoge precisie-eisen in het werk leiden tot RSI?... S Kunnen hoge precisie-eisen in het werk leiden tot RSI? Samenvatting Er zijn aanwijzingen dat het uitvoeren van fijn-motorische hand-arm taken,

Nadere informatie

Marktonderzoek en kwaliteitsmeting nova uitzendbureau 2003-2004

Marktonderzoek en kwaliteitsmeting nova uitzendbureau 2003-2004 Marktonderzoek en kwaliteitsmeting nova uitzendbureau 2003-2004 1 Inleiding 1.1 Achtergrond en doelstellingen nova heeft de afgelopen jaren haar dienstenpakket steeds verder uitgebreid. Het was nu tijd

Nadere informatie

De kwaliteit van educatieve activiteiten meten. Universiteitsmuseum Utrecht

De kwaliteit van educatieve activiteiten meten. Universiteitsmuseum Utrecht De kwaliteit van educatieve activiteiten meten Universiteitsmuseum Utrecht De kwaliteit van educatieve activiteiten meten Universiteitsmuseum Utrecht Claudia de Graauw Bo Broers Januari 2015 1 Inhoudsopgave

Nadere informatie

hoofdstuk 3 Hoofdstuk 4 Hoofdstuk 5

hoofdstuk 3 Hoofdstuk 4 Hoofdstuk 5 SAMENVATTING 117 Pas kortgeleden is aangetoond dat ADHD niet uitdooft, maar ook bij ouderen voorkomt en nadelige gevolgen kan hebben voor de patiënt en zijn omgeving. Er is echter weinig bekend over de

Nadere informatie

Chapter 9 CHAPTER 9. Samenvatting

Chapter 9 CHAPTER 9. Samenvatting CHAPTER 9 Samenvatting 115 Kanker en behandelingen voor kanker kunnen grote invloed hebben op de lichamelijke gezondheid en het psychisch functioneren van mensen. Er is veel onderzoek gedaan naar de effectiviteit

Nadere informatie

- 172 - Prevention of cognitive decline

- 172 - Prevention of cognitive decline Samenvatting - 172 - Prevention of cognitive decline Het percentage ouderen binnen de totale bevolking stijgt, en ook de gemiddelde levensverwachting is toegenomen. Vanwege deze zogenaamde dubbele vergrijzing

Nadere informatie

online winkelomgeving minder in staat is affectieve responsen te initiëren en de drang tot kopen te stimuleren. Daarom werd verondersteld dat online

online winkelomgeving minder in staat is affectieve responsen te initiëren en de drang tot kopen te stimuleren. Daarom werd verondersteld dat online Samenvatting Tegenwoordig is het internet sterk geïntegreerd in bijna elke dagelijkse activiteit, van het lezen van een krant tot het regelen van bankzaken en ook het doen van onze aankopen (CBS, 2006b).

Nadere informatie

De effectiviteit van technologie op verbetering van de leesprestaties: een meta-analyse Samenvatting voor onderwijsgevenden

De effectiviteit van technologie op verbetering van de leesprestaties: een meta-analyse Samenvatting voor onderwijsgevenden De effectiviteit van technologie op verbetering van de leesprestaties: een meta-analyse Samenvatting voor onderwijsgevenden Mei 2011 Nederlandse samenvatting door TIER op 28 juni 2011 Dit overzicht beoordeelt

Nadere informatie

Samenvatting. Samenvatting

Samenvatting. Samenvatting Samenvatting Het tablet is om vele redenen een populaire toedieningsvorm van geneesmiddelen. Het gebruikersgemak en het gemak waarmee ze grootschalig kunnen worden geproduceerd zijn slechts twee van de

Nadere informatie

Volgens Nederland. Analyse van de nieuwe corporate campagne van Achmea. 15 november 2012. Sanne Gaastra Mirjam Lasthuizen Sonja Utz

Volgens Nederland. Analyse van de nieuwe corporate campagne van Achmea. 15 november 2012. Sanne Gaastra Mirjam Lasthuizen Sonja Utz Volgens Nederland Analyse van de nieuwe corporate campagne van Achmea 15 november 2012 Sanne Gaastra Mirjam Lasthuizen Sonja Utz Achtergrond Volgens Nederland Nederland kent een aantal belangrijke maatschappelijke

Nadere informatie

Maatschappelijke waardering van Nederlandse Landbouw en Visserij

Maatschappelijke waardering van Nederlandse Landbouw en Visserij Nederlandse Landbouw en Visserij Inhoud 1 Inleiding 03 2 Samenvatting en conclusies landbouw en visserij 3 Maatschappelijke waardering landbouw 09 4 Associaties agrarische sector 13 5 Waardering en bekendheid

Nadere informatie

Op(weg(naar(een(optimale(vitamine(D(status:(determinanten(en( consequenties(van(vitamine(d(deficiëntie(in(de(oudere(populatie(

Op(weg(naar(een(optimale(vitamine(D(status:(determinanten(en( consequenties(van(vitamine(d(deficiëntie(in(de(oudere(populatie( Summary&Samenvatting SAMENVATTING OpwegnaareenoptimalevitamineDstatus:determinantenen consequentiesvanvitamineddeficiëntieindeouderepopulatie De belangrijkste functie van vitamine D is het stimuleren van

Nadere informatie

te krijgen in dynamica van de CZS processen. Figuur 1 laat de algemene onderzoeksopzet van de experimenten uit Hoofdstuken 2 tot en met 7 zien.

te krijgen in dynamica van de CZS processen. Figuur 1 laat de algemene onderzoeksopzet van de experimenten uit Hoofdstuken 2 tot en met 7 zien. amenvatting 141 amenvatting Onze zintuigen zijn fascinerende systemen die ons in staat stellen om de wereld om ons heen waar te nemen en onze bewegingen te controleren. Meestal komt de informatie van de

Nadere informatie

Samenvatting (Summary in Dutch)

Samenvatting (Summary in Dutch) Samenvatting (Summary in Dutch) Burnout, een toestand van mentale uitputting door chronische stress in de werksituatie, vormt een ernstig maatschappelijk probleem dat momenteel veel aandacht krijgt. In

Nadere informatie

Experience Mathness: Oefen- en ingangstoetsing voor bachelor studenten TUE

Experience Mathness: Oefen- en ingangstoetsing voor bachelor studenten TUE Experience Mathness: Oefen- en ingangstoetsing voor bachelor studenten TUE ONBETWIST Werkpakket 5 Deliverable 5.3.3, April 2012 Dirk Tempelaar & Hans Cuypers Introductie Experience Mathness diende ter

Nadere informatie

Cover Page. The handle http://hdl.handle.net/1887/22989 holds various files of this Leiden University dissertation

Cover Page. The handle http://hdl.handle.net/1887/22989 holds various files of this Leiden University dissertation Cover Page The handle http://hdl.handle.net/1887/22989 holds various files of this Leiden University dissertation Author: Pouw, Lucinda Title: Emotion regulation in children with Autism Spectrum Disorder

Nadere informatie

Vergelijken of corrigeren? De processen die ten grondslag liggen aan contextuele invloeden. op de beoordeling van nieuwe objecten

Vergelijken of corrigeren? De processen die ten grondslag liggen aan contextuele invloeden. op de beoordeling van nieuwe objecten Vergelijken of corrigeren? 1 VERGELIJKEN OF CORRIGEREN? Vergelijken of corrigeren? De processen die ten grondslag liggen aan contextuele invloeden op de beoordeling van nieuwe objecten Wouter M. van den

Nadere informatie

het psychisch functioneren van de ouder, de tevredenheid van de ouders met de (huwelijks)relatie en de gezinscommunicatie. Een beter functioneren van

het psychisch functioneren van de ouder, de tevredenheid van de ouders met de (huwelijks)relatie en de gezinscommunicatie. Een beter functioneren van 9 Samenvatting 173 174 9 Samenvatting Kanker is een veel voorkomende ziekte. In 2003 werd in Nederland bij meer dan 72.000 mensen kanker vastgesteld. Geschat wordt dat het hier in 9.000 gevallen om mensen

Nadere informatie

Het belangrijkste doel van de studie in hoofdstuk 3 was om onafhankelijke effecten van visuele preview en spellinguitspraak op het leren spellen van

Het belangrijkste doel van de studie in hoofdstuk 3 was om onafhankelijke effecten van visuele preview en spellinguitspraak op het leren spellen van Samenvatting Het is niet eenvoudig om te leren spellen. Om een woord te kunnen spellen moet een ingewikkeld proces worden doorlopen. Als een kind een bepaald woord nooit eerder gelezen of gespeld heeft,

Nadere informatie

Langdurig ziekteverzuim van werknemers met een chronische ziekte of beperking Geeke Waverijn, Mieke Rijken

Langdurig ziekteverzuim van werknemers met een chronische ziekte of beperking Geeke Waverijn, Mieke Rijken Deze factsheet is een uitgave van het NIVEL. De gegevens mogen met bronvermelding (Langdurig ziekteverzuim van werknemers met een chronische ziekte of beperking, G. Waverijn & M. Rijken, NIVEL, januari

Nadere informatie

Huiswerk, het huis uit!

Huiswerk, het huis uit! Huiswerk, het huis uit! Een explorerend onderzoek naar de effecten van studiebegeleiding op attitudes en gedragsdeterminanten en de bijdrage van de sociale- en leeromgeving aan deze effecten Samenvatting

Nadere informatie

DE INVLOED VAN GELUK, PECH, BIED- EN SPEELTECHNIEK OP DE SCORE BIJ BRIDGE

DE INVLOED VAN GELUK, PECH, BIED- EN SPEELTECHNIEK OP DE SCORE BIJ BRIDGE DE INVLOED VAN GELUK, PECH, BIED- EN SPEELTECHNIEK OP DE SCORE BIJ BRIDGE Versiedatum: 30-8-2008 Jan Blaas Blz. 1 van 7 Versiedatum: 30-8-08 INHOUDSOPGAVE Inleiding... 3 Hoe groot is de invloed van pech

Nadere informatie

Particles Matter: Transformation of Suspended Particles in Constructed Wetlands B.T.M. Mulling

Particles Matter: Transformation of Suspended Particles in Constructed Wetlands B.T.M. Mulling Particles Matter: Transformation of Suspended Particles in Constructed Wetlands B.T.M. Mulling Zwevende stof vormt een complex mengsel van allerlei verschillende deeltjes, en speelt een belangrijke rol

Nadere informatie

Het effect van doelstellingen

Het effect van doelstellingen Het effect van doelstellingen Inleiding Goalsetting of het stellen van doelen is een van de meest populaire motivatietechnieken om de prestatie te bevorderen. In eerste instantie werd er vooral onderzoek

Nadere informatie

Samenvatting. Dutch Summary.

Samenvatting. Dutch Summary. Samenvatting Dutch Summary. 125 126 Dutch Summary Nederlandse Samenvatting (Summary in Dutch) Door de aanwezigheid van omstanders helpen mensen elkaar minder snel en minder vaak. Dit geldt voor zowel noodsituaties,

Nadere informatie

Samenvatting. (Summary in dutch)

Samenvatting. (Summary in dutch) Samenvatting (Summary in dutch) 74 Samenvatting Soms kom je van die stelletjes tegen die alleen nog maar oog hebben voor elkaar. Ze bestellen hetzelfde ijsje, maken elkaars zinnen af en spiegelen elkaar

Nadere informatie

Amsterdam lapt regels preventief fouilleren aan haar laars. 26 maart 2013, Peter van de Wijngaart

Amsterdam lapt regels preventief fouilleren aan haar laars. 26 maart 2013, Peter van de Wijngaart Amsterdam lapt regels preventief fouilleren aan haar laars 26 maart 2013, Peter van de Wijngaart Voorwoord In december 2012 constateerde ik in het besluit van de burgemeester over preventief fouilleren

Nadere informatie

Samenvatting. Leeftijd en Psychologisch Contractbreuk in Relatie tot Werkuitkomsten

Samenvatting. Leeftijd en Psychologisch Contractbreuk in Relatie tot Werkuitkomsten Samenvatting Leeftijd en Psychologisch Contractbreuk in Relatie tot Werkuitkomsten De beroepsbevolking in Nederland, maar ook in andere westerse landen, vergrijst in een rap tempo. Terwijl er minder kinderen

Nadere informatie

Waarom een samenvatting maken?

Waarom een samenvatting maken? Waarom een samenvatting maken? Er zijn verschillende manieren om actief bezig te zijn met de leerstof. Het maken van huiswerk is een begin. De leerstof is al eens doorgenomen; de stof is gelezen en opdrachten

Nadere informatie

OW 10.2440. Nameting project Studiekeuzegesprekken NHTV Opleiding International Game Architecture and Design

OW 10.2440. Nameting project Studiekeuzegesprekken NHTV Opleiding International Game Architecture and Design OW 10.2440 Nameting project Studiekeuzegesprekken NHTV Opleiding International Game Architecture and Design Bij de opleiding International Game Architecture and Design zijn de studenten die gestart zijn

Nadere informatie

Geen tekort aan technisch opgeleiden

Geen tekort aan technisch opgeleiden Geen tekort aan technisch opgeleiden Auteur(s): Groot, W. (auteur) Maassen van den Brink, H. (auteur) Plug, E. (auteur) De auteurs zijn allen verbonden aan 'Scholar', Faculteit der Economische Wetenschappen

Nadere informatie

De vrouwen hebben dan ook een grotere kans op werkloosheid (0,39) dan de mannen uit de onderzoekspopulatie (0,29).

De vrouwen hebben dan ook een grotere kans op werkloosheid (0,39) dan de mannen uit de onderzoekspopulatie (0,29). In het kader van het onderzoek kreeg de RVA de vraag om op basis van de door het VFSIPH opgestelde lijst van Rijksregisternummers na te gaan welke personen op 30 juni 1997 als werkloze ingeschreven waren.

Nadere informatie

Meer Merkbeleving door Merkextensies Een onderzoek naar de invloed van merkextensies op de merkbeleving van de consument

Meer Merkbeleving door Merkextensies Een onderzoek naar de invloed van merkextensies op de merkbeleving van de consument Meer Merkbeleving door Merkextensies Een onderzoek naar de invloed van merkextensies op de merkbeleving van de consument - Marieke van Westerlaak 2007 - 1. Inleiding Libelle Idee, Libelle Balans, Libelle

Nadere informatie

Uitwisseling tussen teamleden in sociale teams cruciaal voor prestatie

Uitwisseling tussen teamleden in sociale teams cruciaal voor prestatie Uitwisseling tussen teamleden in sociale teams cruciaal voor prestatie Voorlopige resultaten van het onderzoek naar de perceptie van medewerkers in sociale (wijk)teams bij gemeenten - Yvonne Zuidgeest

Nadere informatie

Optimale loopvaardigheid met een prothese Balanceren tussen capaciteit en belasting. Samenvatting

Optimale loopvaardigheid met een prothese Balanceren tussen capaciteit en belasting. Samenvatting Optimale loopvaardigheid met een prothese Balanceren tussen capaciteit en belasting amenvatting ummary Introductie Het ondergaan van een beenamputatie is een drastische chirurgische ingreep, die grote

Nadere informatie

Rapportage beoordelen en incidenteel belonen 2012

Rapportage beoordelen en incidenteel belonen 2012 Rapportage beoordelen en incidenteel belonen 2012 Oktober 2013 Samenvatting Provinciebreed wordt er in 2012 met 91% van de medewerkers een planningsgesprek gevoerd, met 81% een voortgangsgesprek en met

Nadere informatie

Nieuwe tijden, nieuwe collectieve pensioenen

Nieuwe tijden, nieuwe collectieve pensioenen Nieuwe tijden, nieuwe collectieve pensioenen Werkgevers en werknemers aan het woord Onderzoek verricht in opdracht van Nationale-Nederlanden door Motivaction. Wat vinden werkgevers en werknemers van pensioenen.

Nadere informatie

Gemeente Breda. Onderzoek en Informatie. Klanttevredenheidsonderzoek WSNP 2012

Gemeente Breda. Onderzoek en Informatie. Klanttevredenheidsonderzoek WSNP 2012 Gemeente Breda Onderzoek en Informatie Klanttevredenheidsonderzoek WSNP 2012 Publicatienummer: 1715 Datum: Februari 2013 In opdracht van: Gemeente Breda Kredietbank West-Brabant Uitgave: Gemeente Breda

Nadere informatie

Het meten van regula e-ac viteiten van docenten

Het meten van regula e-ac viteiten van docenten Samenvatting 142 Samenvatting Leerlingen van nu zullen hun werk in steeds veranderende omstandigheden gaan doen, met daarbij horende eisen van werkgevers. Het onderwijs kan daarom niet voorbijgaan aan

Nadere informatie

Affectieve en motivationele consequenties van intergroeps-vergelijkingen over tijd: De blik op het verleden of de toekomst.

Affectieve en motivationele consequenties van intergroeps-vergelijkingen over tijd: De blik op het verleden of de toekomst. Affectieve en motivationele consequenties van intergroeps-vergelijkingen over tijd: De blik op het verleden of de toekomst. Jaap W. Ouwerkerk * (Vrije Universiteit Amsterdam) Naomi Ellemers (Vrije Universiteit

Nadere informatie

waardoor een beroerte kan worden gezien als een chronische aandoening.

waardoor een beroerte kan worden gezien als een chronische aandoening. amenvatting Elk jaar krijgen in Nederland zo n 45.000 mensen een beroerte, ook wel CVA (Cerebro Vasculair Accident) genoemd. Ongeveer 60% van hen keert na opname in het ziekenhuis of revalidatiecentrum

Nadere informatie

Verdringing op de Nederlandse arbeidsmarkt: sector- en sekseverschillen

Verdringing op de Nederlandse arbeidsmarkt: sector- en sekseverschillen 1 Verdringing op de Nederlandse arbeidsmarkt: sector- en sekseverschillen Peter van der Meer Samenvatting In dit onderzoek is geprobeerd antwoord te geven op de vraag in hoeverre het mogelijk is verschillen

Nadere informatie

Samenvatting. Beleid en richtlijnen ten aanzien van beslissingen rond het levenseinde in Nederlandse zorginstellingen

Samenvatting. Beleid en richtlijnen ten aanzien van beslissingen rond het levenseinde in Nederlandse zorginstellingen Beleid en richtlijnen ten aanzien van beslissingen rond het levenseinde in Nederlandse zorginstellingen 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 196 Beleid en richtlijnen

Nadere informatie

Kiezers en potentiële kiezers van 50PLUS

Kiezers en potentiële kiezers van 50PLUS Kiezers en potentiële kiezers van 50PLUS Versie 2013-2014 Tekstrapport Peil.nl/Maurice de Hond 1 Doelstelling en opzet van het onderzoek Het Wetenschappelijk Instituut van 50PLUS heeft ons in december

Nadere informatie

Hoe staan deelnemers aan een studiebijeenkomst over Eigen Kracht in Egmond tegenover Eigen - Kracht conferenties?

Hoe staan deelnemers aan een studiebijeenkomst over Eigen Kracht in Egmond tegenover Eigen - Kracht conferenties? Hoe staan deelnemers aan een studiebijeenkomst over Eigen Kracht in Egmond tegenover Eigen - Kracht conferenties? Als eerste worden demografische gegevens van de deelnemers aan deze studiebijeenkomst besproken.

Nadere informatie

Samenvatting (Summary in Dutch)

Samenvatting (Summary in Dutch) Samenvatting (Summary in Dutch) SAMENVATTING Jaarlijks wordt 8% van alle kinderen in Nederland prematuur geboren. Ernstige prematuriteit heeft consequenties voor zowel het kind als de ouder. Premature

Nadere informatie

Over Plantinga s argument voor de existentie van een noodzakelijk bestaand individueel ding. G.J.E. Rutten

Over Plantinga s argument voor de existentie van een noodzakelijk bestaand individueel ding. G.J.E. Rutten 1 Over Plantinga s argument voor de existentie van een noodzakelijk bestaand individueel ding G.J.E. Rutten Introductie In dit artikel wil ik het argument van de Amerikaanse filosoof Alvin Plantinga voor

Nadere informatie

Nederlandse Samenvatting

Nederlandse Samenvatting Nederlandse Samenvatting Samenvatting (Summary in Dutch) Achtergrond Het millenniumdoel (2000-2015) Education for All (EFA, onderwijs voor alle kinderen) heeft in ontwikkelingslanden veel losgemaakt. Het

Nadere informatie

Graphical modelling voor Mediastudies Data

Graphical modelling voor Mediastudies Data Graphical modelling voor Mediastudies Data De analyse Alle analyses zijn gedaan met MIM, een analyseprogramma ontworpen voor graphical modelling (Versie 3.2.07, Edwards,1990,1995). Modellen zijn verkregen

Nadere informatie

Capaciteitentest HBO. Denkvermogen en denkstijl

Capaciteitentest HBO. Denkvermogen en denkstijl Denkvermogen en denkstijl Naam: Ruben Smit Inhoudsopgave 1. Inleiding... 3 2. De uitslag... 4 3. Bijlage: Het lezen van de uitslag... 5 Pagina 2 van 7 1. Inleiding Op 5 april 2016 heeft Ruben Smit een

Nadere informatie

Iedereen ervaart wel eens lichamelijke klachten. Soms is hiervoor een duidelijke oorzaak, zoals een beschadiging of een ontsteking, maar vaak is er ge

Iedereen ervaart wel eens lichamelijke klachten. Soms is hiervoor een duidelijke oorzaak, zoals een beschadiging of een ontsteking, maar vaak is er ge LEKENSAMENVATTING Iedereen ervaart wel eens lichamelijke klachten. Soms is hiervoor een duidelijke oorzaak, zoals een beschadiging of een ontsteking, maar vaak is er geen duidelijke medische verklaring

Nadere informatie

Het belang van begeleiding

Het belang van begeleiding Het belang van begeleiding Langdurig zieke werknemers 9 en 18 maanden na ziekmelding vergeleken Lone von Meyenfeldt Philip de Jong Carlien Schrijvershof Dit onderzoek is financieel mogelijk gemaakt door

Nadere informatie

nederlandse samenvatting

nederlandse samenvatting Nederlandse Samenvatting NEDERLANDSE SAMENVATTING Inleiding Hartfalen is een syndroom, waarbij de pompfunctie van het hart achteruitgaat en dat onder andere gepaard kan gaan met klachten van kortademigheid

Nadere informatie

Hardell: mobiel bellen en hersentumoren aan de belzijde

Hardell: mobiel bellen en hersentumoren aan de belzijde Hardell: mobiel bellen en hersentumoren aan de belzijde Kennisbericht over een publicatie in een wetenschappelijk tijdschrift: Hardell L, Carlberg M, Söderqvist F, Hansson Mild K, Meta-analysis of long-term

Nadere informatie

80% VAN DE NEDERLANDERS TYPEERT ZICH ALS GOEDE-DOELENGEVER,

80% VAN DE NEDERLANDERS TYPEERT ZICH ALS GOEDE-DOELENGEVER, Meting juni 2013 Het Nederlandse Donateurspanel van WWAV wordt mede mogelijk gemaakt door het CBF en is uitgevoerd door Peil.nl 80% VAN DE NEDERLANDERS TYPEERT ZICH ALS GOEDE-DOELENGEVER, AL ZIEN MINDER

Nadere informatie

Van Klacht Naar Kracht deelnemersresultaten april 2010-2011

Van Klacht Naar Kracht deelnemersresultaten april 2010-2011 Feitenkaart Van Klacht Naar Kracht deelnemersresultaten april 010-011 In september 007 is de uitvoering van het Rotterdamse leefstijlprogramma Van Klacht naar Kracht gestart. Het doel van het programma

Nadere informatie

Invloed van IT uitbesteding op bedrijfsvoering & IT aansluiting

Invloed van IT uitbesteding op bedrijfsvoering & IT aansluiting xvii Invloed van IT uitbesteding op bedrijfsvoering & IT aansluiting Samenvatting IT uitbesteding doet er niet toe vanuit het perspectief aansluiting tussen bedrijfsvoering en IT Dit proefschrift is het

Nadere informatie

Aandeel van de gerechtigden op wachten overbruggingsuitkeringen. volledige werkloosheid - analyse volgens arrondissement

Aandeel van de gerechtigden op wachten overbruggingsuitkeringen. volledige werkloosheid - analyse volgens arrondissement Aandeel van de gerechtigden op wachten overbruggingsuitkeringen in de volledige werkloosheid - analyse volgens arrondissement Inleiding In ons recent onderzoek betreffende de gerechtigden op wacht- en

Nadere informatie