MODEL S GEBRUIKERSHANDLEIDING

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "MODEL S GEBRUIKERSHANDLEIDING"

Transcriptie

1 MODEL S GEBRUIKERSHANDLEIDING

2 TOEPASSING DOCUMENT Dit document beschrijft de belangrijkste kenmerken ten tijde van het drukken van de: MODEL S SOFTWARE-versie: 5,0 Kenmerken van latere software-versies worden in dit document niet beschreven. Informatie over de nieuwste kenmerken is echter altijd beschikbaar door de release notes op het touchscreen van de Model S op te vragen. Deze mededelingen worden op het scherm weergegeven na een update van de software en kunnen op elk willekeurig moment opgevraagd worden door de T van Tesla aan de bovenzijde van het touchscreen aan te raken en vervolgens de link naar de release notes te activeren ( zie blz 5.27). Als de informatie in dit document afwijkt van die in de release notes, dan krijgt de informatie van de release notes de prioriteit. AFBEELDINGEN De afbeeldingen in dit document zijn uitsluitend bedoeld ter verduidelijking Afhankelijk van de uitvoering, de opties en het land van bestemming kan de informatie op het touchscreen in uw Model S enigszins afwijken. PRODUCTSPECIFICATIES Alle technische gegevens en beschrijvingen in dit document zijn zorgvuldig gecontroleerd en bijgewerkt op het moment van het drukken van het document. Gezien de doelstelling om producten voortdurend te ontwikkelen en te verbeteren, behoudt Tesla zich het recht voor om op willekeurige momenten wijzigingen door te voeren. CORRECTIES EN SUGGESTIES Commentaar en suggesties ter verbetering van dit instructieboekje kunt u via een sturen naar: TESLA MOTORS, INC. Alle rechten voorbehouden. Alle informatie in dit document en alle MODEL S software valt onder het copyright en andere intellectuele eigendomsrechten van Tesla Motors, Inc. en haar licentiehouders. Wijziging, reproductie of kopiëren, geheel of gedeeltelijk in welke vorm dan ook, is niet toegestaan zonder uitdrukkelijke, schriftelijke toestemming vooraf van Tesla Motors, Inc. en haar licentiehouders. Aanvullende informatie is op aanvraag verkrijgbaar. Onderstaande merken zijn geregistreerde handelsmerken van Tesla Motors, Inc. in de Verenigde Staten van Amerika en in andere landen: TESLA TESLA MOTORS TESLA ROADSTER MODEL S HOMELINK en het HOMELINK icoon zijn geregistreerde handelsmerken van Johnson Controls, Inc. Bluetooth is een geregistreerd handelsmerk van Bluetooth SIG. iphone is een registreerd handelsmerk van Apple, Inc. Android en Google Maps zijn handelsmerken Google, Inc. Sirius, XM en alle gerelateerde handelsmerken en logo's zijn handelsmerken van Sirius XM Radio Inc. Pandora is een geregistreerd handelsmerk van Pandora Media, Inc. Spotify is een geregistreerd handelsmerk van de Spotify Group. Alle andere handelsmerken in dit document zijn eigendom van hun respectievelijke eigenaren en het gebruik van deze handelsmerken impliceert niet dat er sprake is van sponsoring of promotie van deze producten en/of diensten. Het ongeoorloofd gebruik van elk van de handelsmerken in dit document of in de auto is niet toegestaan.

3 INHOUDSOPGAVE OVERZICHT Interieur Exterieur OPENEN EN SLUITEN Portieren Ruiten Bagageruimte achterin Bagageruimte voorin Open dak Dashboardkastje Bekerhouders VEILIGHEIDSMIDDELEN Voorstoelen en achterbank Veiligheidsgordels Kinderzitjes Tesla opklapbank Airbags RIJDEN Bestuurdersprofielen Stuur Spiegels Starten en afzetten Versnellingen Instrumentenpaneel Verlichting Ruitenwissers en -sproeiers Parkeerhulp Informatie dagteller Energieverbruik Remmen Traction Control Cruise control Achteruitrijcamera Navigeren Instellingen alarminstallatie HomeLink Universal Transceiver Software Updates Mobiele app OPLADEN Elektrische componenten Batterij Model S opladen ONDERHOUD Onderhoudsschema Onderhoud banden Tijdelijke bandenreparatie Reinigen Ruitenwissers en -sproeiers Vloeistofreservoirs Zekeringen Opkrikken en heffen Onderdelen en accessoires TECHNISCHE GEGEVENS Identificatiestickers Belading Afmetingen en gewichten Afzonderlijke systemen Wielen en banden TESLA ASSISTANCE Over Tesla Assistance Aanwijzingen voor sleepdiensten CONSUMENTENINFORMATIE Disclaimers Klachten melden TOUCHSCREEN Overzicht touchscreen Touchscreen - Bedieningsorganen Touchscreen - Instellingen Climate Control Luchtvering Media en Audio Telefoon Kaarten Ond. nr A REV: 1 i

4

5 OVERZICHT Interieur Exterieur

6 Interieur Interieur OVERZICHT 1. Portieren binnenzijde (blz. 2.4) 2. Grootlicht (blz. 4.16) Richtingaanwijzers(blz. 4.17) Ruitenwissers en -sproeiers (blz. 4.18) 3. Cruise control (blz. 4.27) 4. Bedieningsorganen op het stuur - links (blz. 4.3) 5. Instrumentenpaneel (blz. 4.10) 6. Bedieningsorganen op het stuur - rechts (blz. 4.4) 7. Selectiehendel (blz. 4.9) 8. Touchscreen (blz. 5.2) OPMERKING: Tik op Controls linksonder op het scherm om portieren, sloten, verlichting enz. van de auto te bedienen. 9. Schakelaar dashboardkastje (blz. 2.13) 10. Schakelaars ruitbediening (blz. 2.7) 11. Schakelaars spiegelverstelling (blz. 4.6) 12. Stoelen (blz. 3.2) 13. Stuurkolomverstelling (blz. 4.3) 14. Claxon (blz. 4.5) 15. Remmen (blz. 4.24) 16. Alarmknipperlichten (blz. 4.17) 17. Climate control (blz. 5.8) 18. Bekerhouders (blz. 2.11) 1.2 GEBRUIKERSHANDLEIDING MODEL S

7 Exterieur Exterieur 1. Verlichting(blz. 4.13) 2. Portiergrepen (blz. 2.4) 3. Open dak (blz. 2.12) 4. Laadcontact (blz. 6.5) 5. Buitenspiegels (blz. 4.6) 6. Bagageruimte voorin (blz. 2.10) 7. Wielen en banden (blz. 8.8) 8. Achteruitrijcamera (blz. 4.29) 9. Bagageruimte achterin/achterklep (blz. 2.8) 10. Parkeersensoren - optie (blz. 4.20) OVERZICHT 1.3

8

9 OPENEN EN SLUITEN Portieren Keyless vergrendelen en ontgrendelen Sleutel gebruiken Portiergrepen buitenzijde Portiergrepen binnenzijde Vergrendelen en ontgrendelen van binnenuit Kindersloten Drive-away vergrendeling Walk-away vergrendeling Ontgrendelen als batterij afstandsbediening leeg is Portieren van binnenuit openen zonder stroom Ruiten Van buitenaf openen Van binnenuit openen en sluiten Ruitbediening achter uitschakelen Bagageruimte achterin Openen Sluiten Hoogte van opening Van binnenuit openen Ontgrendelen zonder stroom Bagageruimte voorin Openen Sluiten Noodprocedure van binnenuit openen Ontgrendelen zonder stroom Open dak Openen en sluiten Dashboardkastje Openen en sluiten Bekerhouders Openen en sluiten

10 Portieren Portieren OPENEN PortierenEN SLUITEN Keyless vergrendelen en ontgrendelen De Model S heeft ingebouwde sensoren die de aanwezigheid van een sleutel kunnen vaststellen. Deze sensoren bevinden zich aan beide zijkanten van het dashboard en achter de achterbumper en hebben een bereik van ongeveer 1 meter. Sleutel gebruiken Om snel vertrouwd te worden met de sleutel, kunt u deze het beste zien als een miniatuur van de Model S met het Tesla-logo op de motorkap. De sleutel heeft 3 toetsen die zachter aanvoelen dan de rest van de behuizing. 1. Bagageruimte Twee keer indrukken om de achterklep te openen. Als de auto is uitgerust met het optionele Tech-pakket, wordt de auto automatisch ontgrendelt als u met de sleutel naar de auto loopt. Op dezelfde manier wijze wordt ook de achterklep ontgrendeld als u naar de auto toeloopt, om de klep te openen moet u de schakelaar onder de handgreep indrukken. Druk op de portiergreep om deze naar buiten te laten schuiven. Dit gebeurt automatisch bij het ontgrendelen van de auto als AUTO-PRESENT HANDLES (zie blz 2.4) is ingeschakeld. Als u op het touchscreen de WALK-AWAY vergrendeling op ON zet, dan zal de auto automatisch vergrendelen als u met de sleutel wegloopt (zie blz 2.5). Twee keer indrukken om bij een auto met een elektrisch bediende achterklep de klep te sluiten. Een keer indrukken om de beweging van de klep te stoppen. 2. Alles vergrendelen/ontgrendelen Twee keer indrukken om alle portieren en de achterklep te ontgrendelen. De alarmknipperlichten knipperen twee keer en de portiergrepen komen naar buiten. Een keer indrukken om de portieren en de achterklep te vergrendelen (alle portieren en de achterklep moeten goed gesloten zijn). De alarmknipperlichten knipperen een keer en de portiergrepen schuiven naar binnen. Indrukken en vasthouden om alle ruiten te openen. 3. Bagageruimte voorin Twee keer indrukken om de bagageklep vóór te openen. U hoeft de sleutel niet op de auto te richten maar de sleutel moet wel binnen het bereik van de auto zijn (afhankelijk van de conditie van de batterij in de sleutel). Als de sleutel niet kan worden waargenomen, wordt dit door middel van een bericht op het instrumentenpaneel aangegeven. Plaats de sleutel daar waar deze het gemakkelijkste herkend kan worden (op de middenconsole onder het 12V-stopcontact, zie blz 4.7). 2.2 GEBRUIKERSHANDLEIDING MODEL S

11 Portieren De werking van de sleutel kan verstoord worden door radioapparatuur die dezelfde frequenties gebruiken. Houd de sleutel in zo'n geval op minstens 30 cm afstand van elektronische apparatuur (GSM, laptop enz.). Als de sleutel niet werkt, bestaat de kans dat de batterij leeg is en vervangen moet worden. U kunt de auto in dat geval toch ontgrendelen via de procedure die is beschreven op blz 2.5. AANWIJZING: Zorg dat u altijd de sleutel bij u hebt als u gaat rijden met de auto. U kunt wel wegrijden van de sleutel maar zonder sleutel kunt u de auto niet meer starten als deze is uitgeschakeld. AANWIJZING: Bescherm de sleutel tegen stoten, water en hoge temperaturen. Voorkom dat de sleutel in aanraking komt met oplosmiddelen, autowas en schurende reinigingsmiddelen. Batterij in sleutel vervangen De batterij in de sleutel gaat ongeveer een jaar mee. Als de batterij leegraakt, verschijnt er een bericht op het instrumentenpaneel. Vervang de batterij op de volgende wijze: 1. Leg de sleutel ondersteboven op een zachte ondergrond. 4. Steek een nieuwe batterij (type CR2032) met de + aan de bovenzijde in de houder. Vermijd het aanraken van de vlakke kanten van de batterij met uw vingers en veeg de batterij schoon voordat u deze installeert. Vingerafdrukken kunnen de levensduur van de batterij verkorten. 5. Plaats het dekseltje op de opening in de sleutel en druk het aan tot het vastklikt. Lege batterijen bevatten schadelijke stoffen. Voer de batterij als chemisch afval op een milieuverantwoorde wijze af. Meerdere sleutels Neem contact op met Tesla als u de sleutel kwijt bent of een extra sleutel wilt bestellen. De auto kan maximaal 3 sleutels herkennen. Neem alle bestaande sleutels mee naar het Tesla Service Center als u een nieuwe sleutel wilt bestellen, de bestaande sleutel moeten opnieuw geprogrammeerd worden. 2. Open het dekseltje met een klein, plat voorwerp. 3. Schuif de batterij in de richting van het midden van de sleutel uit de klemmetjes. OPENEN EN SLUITEN 2.3

12 Portieren Portieren Portiergrepen buitenzijde Druk licht tegen een portiergreep en de portiergrepen komen automatisch naar buiten als er een sleutel binnen het bereik van de auto wordt geconstateerd. Als de auto is uitgerust met het optionele Tech-pakket, komen de portiergrepen automatisch naar buiten als u met de sleutel in uw bezit naar het bestuurdersportier loopt. Kies Controls > Settings > Auto-Present Handles > On op het touchscreen. Portiergrepen binnenzijde Trek de portiergreep aan de binnenzijde naar u toe om het portier te openen. Trek aan de portiergreep om het portier te openen. De portiergrepen schuiven automatisch naar binnen als ze niet binnen één minuut na het uitschuiven gebruikt worden. De Model S is niet vergrendeld--druk op een portiergreep om deze weer naar buiten te laten komen. Een minuut na het sluiten van het laatste portier, als de auto gaat rijden en als u de auto vergrendelt, schuiven de grepen ook naar binnen. OPMERKING: Als "Auto-Present Handles" is ingeschakeld zal de auto de aanwezigheid van een sleutel detecteren tot maximaal 24 uur na het verlaten van de auto. Als er niet binnen 24 uur een sleutel wordt waargenomen, komen de portiergrepen niet automatisch naar buiten, druk op de greep om ze naar buiten te laten komen. Deze instelling hoeft u niet opnieuw te doen. Als u de volgende keer wel binnen 24 uur met een sleutel de auto nadert, zullen de portiergrepen automatisch naar buiten komen. Als een portier open is, gaat het controlelampje op het instrumentenpaneel branden. Op het scherm Controls van het touchscreen wordt aangegeven welk portier of de achterklep open is. OPMERKING: Gebruik de kindersloten om te voorkomen dat kinderen achterin de portieren van binnenuit openen, u kunt de kindersloten via het touchscreen (Controls > Settings > Child Protection Locks) inschakelen (zie blz 2.5). Vergrendelen en ontgrendelen van binnenuit U kunt de portieren en de bagageruimte vooren achterin via het touchscreen vergrendelen en ontgrendelen mits er een geldige sleutel in de auto is. Tik op Controls > Lock/Unlock. De actuele status van de sloten wordt aan de onderzijde op het instrumentenpaneel aangegeven. OPMERKING: Als een portier of de voor- of achterklep nog open is als u de auto vergrendelt, wordt dit vergrendeld op het moment dat u het desbetreffende portier of achterklep sluit. 2.4 GEBRUIKERSHANDLEIDING MODEL S

13 Portieren Kindersloten De Model S is uitgerust met kindersloten op de achterportieren en de achterklep om te voorkomen dat kinderen deze van binnenuit openen. Het in- en uitschakelen van de kindersloten gebeurt via het touchscreen. Tik op Controls > Settings > Child Protection Locks. OPMERKING: Gebruik de kindersloten altijd als er kinderen achterin worden meegenomen. Drive-away vergrendeling De Model S kan de portieren en de achterklep automatisch vergrendelen zodra u harder rijdt dan 8 km/h. Tik op Controls > Settings > Drive-Away Door Lock om deze functie in- en uit te schakelen. Walk-away vergrendeling Als de auto is uitgerust met het optionele Tech-pakket, kunt u de portieren en de bagageruimte voor- en achterin automatisch laten vergrendelen als u met de sleutel in uw bezit wegloopt van de auto. Tik op Controls > Settings > Walk-Away Door Lock om deze functie in- en uit te schakelen. OPMERKING: Als de walk-away vergrendeling is ingeschakeld en u ontgrendelt de auto met de sleutel, dan wordt de automatische vergrendeling uitgeschakeld tot u de sleutel gebruikt om de auto te vergrendelen. Zo kunt u de auto neerzetten zonder deze af te sluiten. Ontgrendelen als batterij afstandsbediening leeg is Als de auto niet wordt ontgrendeld als u er naartoe loopt, of als u de toets op de sleutel indrukt, dan kan het zijn dat de batterij van de sleutel leeg is. Ook als dat het geval is, kunt u de auto toch ontgrendelen en er mee rijden. Houd de sleutel aan de onderzijde bij de ruitenwisser aan passagierszijde, zoals in de afbeelding is aangegeven om de auto te ontgrendelen (en het alarm uit te schakelen). Om met de auto te kunnen rijden, moet u de sleutel op de middenconsole, direct onder het 12V-stopcontact, plaatsen. Trap vervolgens op het rempedaal om de auto in te schakelen. Kijk voor meer informatie over het vervangen van de batterij van de sleutel op blz 2.3. OPMERKING: Als de auto op deze manier ontgrendeld wordt, wordt de walk-away vergrendeling uitgeschakeld. U moet de walk-away vergrendeling na het vervangen van de batterij in de sleutel handmatig opnieuw inschakelen. OPENEN EN SLUITEN 2.5

14 Portieren Portieren Portieren van binnenuit openen zonder stroom Als de auto geen stroom meer heeft, kunnen de voorportieren op de normale wijze van binnenuit geopend worden. Sla voor het openen van de achterportieren de vloerbedekking onder de achterbank om bij de kabel van de mechanische ontgrendeling te komen. Trek aan de kabel naar het midden van de auto. 2.6 GEBRUIKERSHANDLEIDING MODEL S

15 Ruiten Ruiten Van buitenaf openen Druk op de ontgrendeltoets van de sleutel en houd deze toets ingedrukt om de ruiten van buitenaf te openen. Van binnenuit openen en sluiten Druk de schakelaar helemaal in om de desbetreffende ruit helemaal te openen. De ruitschakelaars hebben een dubbele functie. Druk de schakelaar tot de weerstand in en laat deze los zodra de ruit de gewenste stand heeft bereikt. WAARSCHUWING: Neem de sleutel altijd mee als u de auto achterlaat. Als u de sleutel in de auto achterlaat, zal alles normaal blijven functioneren wat kan leiden tot onbedoeld of ongeoorloofd gebruik van de auto, waardoor gevaarlijke situaties kunnen ontstaan. Ruitbediening achter uitschakelen Druk de blokkeerschakelaar in om te voorkomen dat de achterpassagiers de ruitschakelaars achterin gebruiken. Het lampje in de schakelaar gaat branden. Druk nog een kaar op de schakelaar om de blokkering van de ruitbediening achter ongedaan te maken. Trek op dezelfde manier de schakelaar omhoog om de ruit te sluiten. De schakelaar heeft een dubbele functie trek de schakelaar tot de weerstand omhoog en laat deze los zodra de ruit de gewenste stand heeft bereikt. WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat er zich geen lichaamsdelen in de ruitopening bevinden als u de ruiten bedient, let daarbij vooral op kinderen. Het negeren van deze aanwijzing vergroot de kans op letsel. WAARSCHUWING: Gebruik de blokkering van de ruitbediening achter altijd als er kinderen achterin worden meegenomen. WAARSCHUWING: Laat kinderen nooit alleen achter in de auto. OPENEN EN SLUITEN 2.7

16 Bagageruimte achterinbagageruimte achterin Bagageruimte achterin Openen Er zijn verschillende manieren om de achterklep te openen: Tik op Controls > Trunk op het touchscreen. Druk de toets op de sleutel twee kaar achter elkaar in. Druk op de schakelaar van de achterklep onder de handgreep (de auto moet ontgrendeld zijn als er geen Tech-pakket aanwezig is). Sluiten Trek de achterklep naar beneden en druk deze vast in het slot. Als de Model S is uitgerust met het optionele Tech-pakket, kunt u de achterklep sluiten door: De toets op de sleutel twee kaar achter elkaar in te drukken. Op Controls > Trunk op het touchscreen te tikken. De achterklepschakelaar aan de onderzijde van de klep in te drukken (zie blz 2.8). Als de elektrisch bediende achterklep tijdens het sluiten een obstakel tegenkomt, klinken er twee piepjes en gaat de klep automatisch weer open. Verwijder het obstakel en probeer de klep weer te sluiten. Als de klep de tweede keer niet sluit, is de voeding tijdelijk onderbroken. Sluit de achterklep met de hand, de voeding wordt dan weer hersteld. OPMERKING: De elektrische bediening wordt uitgeschakeld als de klep langer dan een uur open staat. Als de achterklep open is, gaat het controlelampje op het instrumentenpaneel branden. Op het scherm "Controls" van het touchscreen wordt ook aangegeven dat de achterklep open is. Druk één keer op de toets voor de achterklep op de sleutel om de beweging van de klep te stoppen. Druk de toets twee keer in om de klep weer in beweging te brengen, de klep zal nu in de omgekeerde richting bewegen (tenzij deze al helemaal open of dicht is). Voorbeeld: als u de toets één keer indrukt tijdens het openen, stopt de beweging van de klep. Als u de toets dan twee keer indrukt, zal de klep sluiten. Ga voor de procedure voor het openen van de achterklep als de auto helemaal geen stroom meer heeft, naar blz 2.9. Hoogte van opening Als de auto een elektrisch bediende achterklep heeft, kunt u de hoogte van de opening zelf instellen: 1. Open de achterklep helemaal en laat deze vervolgens zakken tot de gewenste hoogte. 2. Druk op de schakelaar aan de onderzijde van de achterklep en houd deze minstens 2 seconden ingedrukt tot er een piepje klinkt ter bevestiging. 2.8 GEBRUIKERSHANDLEIDING MODEL S

17 Bagageruimte achterin 3. Bevestig het instellen van de hoogte door de klep te sluiten en dan opnieuw te openen. Van binnenuit openen Druk op de schakelaar aan de binnenzijde in de bagageruimte en duw de achterklep omhoog. Ontgrendelen zonder stroom Ook als de auto geen stroom meer heeft, kunt u de achterklep van binnenuit openen. Gebruik in dat geval de mechanische ontgrendelingskabel aan de onderzijde van de achterklep, naast de verlichting in de bagageruimte. Als de auto is uitgerust met het optionele Tech-pakket hoeft u de klep niet omhoog te duwen. Als u op de schakelaar drukt, gaat de klep open, als u aan de schakelaar trekt gaat de klep dicht. OPMERKING: De schakelaar aan de binnenzijde is uitgeschakeld als u de kindersloten heeft ingeschakeld (zie blz 2.5) en als de auto rijdt. 1. Open het dekseltje door de onderkant naar u toe te trekken. 2. Trek aan de kabel om het slot te ontgrendelen. 3. Duw de achterklep omhoog. OPENEN EN SLUITEN 2.9

18 Bagageruimte voorin Bagageruimte voorin Bagageruimte voorin Openen Om de bagageruimte voorin te openen: Tik op Controls > Front Trunk op het touchscreen of druk op de toets voor het ontgrendelen van de bagageruimte voorin op de sleutel. Trek de klep omhoog. Sluiten Laat de klep zakken en plaats de beide handen op de hoeken van de klep zoals in de afbeelding is aangegeven. Druk de klep met beide handen stevig vast in de sloten. Trek even aan de voorkant van de klep om te controleren of deze goed dicht zit. Het controlelampje op het instrumentenpaneel gaat branden als de voorklep open is. Op het scherm Controls van het touchscreen wordt ook aangegeven dat de voorklep open is. Ga voor de procedure voor het openen van de voorklep als de auto helemaal geen stroom meer heeft, naar blz WAARSCHUWING: Het laten vallen of dichtslaan van de klep kan schade veroorzaken en geeft geen enkele zekerheid of de klep goed gesloten is. WAARSCHUWING: Rijd niet met de auto als de voorklep alleen in de veiligheidshaak hangt GEBRUIKERSHANDLEIDING MODEL S

19 Bagageruimte voorin Noodprocedure van binnenuit openen In de bagageruimte voorin zit een knop waarmee iemand die ingesloten is, zichzelf kan bevrijden. Deze knop werkt alleen als de auto stilstaat. Ontgrendelen zonder stroom Als de auto zonder stroom staat of als u de voorklep niet via het touchscreen of de sleutel kunt openen, gebruik dan de mechanische ontgrendeling onder het dashboardkastje. Daarmee kunt u de voorklep tot aan de veiligheidshaak openen. Druk op de knop om de voorklep te openen en druk dan de klep omhoog. OPMERKING: De fluorescerende knop geeft licht na blootstelling aan het daglicht en blijft dat gedurende enige uren doen. Druk de hendel vervolgens in en open dan de klep. Soms is het nodig om de klep iets naar beneden te drukken om de druk op de veiligheidshaak te verminderen. OPENEN EN SLUITEN 2.11

20 Open dak Open dak dak Openen en sluiten Als de auto is uitgerust met een open dak kunt u dit via Controls > Sunroof op het touchscreen bedienen. Tik en sleep de schuifbalk in de gewenste stand of tik op de afbeelding van het open dak en sleep het in de gewenste stand. Het dak zal in de ingestelde stand worden gezet. WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat de inzittenden geen lichaamsdelen door het dak naar buiten steken. Dit kan ernstig letsel veroorzaken door vliegende objecten, takken bomen en andere obstakels. WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat er zich geen lichaamsdelen in de opening van het dak bevinden als u het dak sluit, let daarbij vooral op kinderen. Het negeren van deze aanwijzing vergroot de kans op letsel. AANWIJZING: Verwijder ijs en sneeuw van het open dak voordat u het opent. Het openen van het dak als dat bedekt is met sneeuw of ijs kan schade veroorzaken. AANWIJZING: Vervoer geen voorwerpen die door het open dak naar buiten steken. Dit kan de afdichting van het dak en de beveiliging tegen beknelling beschadigen. Tik één keer op OPEN om het dak in de comfortstand (80% voor zo min mogelijk windgeruis) te openen. U kunt het dak ook in de comfortstand zetten met behulp van de schuifbalk op het touchscreen. Open een zijruit een stukje als u het windgeruis in de comfortstand nog steeds hinderlijk vindt. Tik twee keer op OPEN om het dak helemaal te openen. Tik op CLOSE om het dak helemaal te sluiten. Als het dak tijdens het sluiten een obstakel tegenkomt, zal het niet sluiten. Verwijder het obstakel. Als het dak dan nog niet sluit, tik dan op CLOSE en houd dit even vast om de beveiliging te overrulen. Tik op VENT om het dak gedeeltelijk te openen. Tik op de afbeelding van het open dak om het dak op elk willekeurig moment te sluiten GEBRUIKERSHANDLEIDING MODEL S

21 Dashboardkastje Dashboardkastje Openen en sluiten Druk op de toets rechts naast het touchscreen om het dashboardkastje te openen. Als het dashboardkastje meer dan vijf minuten open is, gaat de verlichting automatisch uit. OPMERKING: Het dashboardkastje wordt afgesloten als de auto met de sleutel of door de walk-away vergrendeling wordt vergrendeld. Het wordt niet afgesloten als de auto via het touchscreen wordt vergrendeld. WAARSCHUWING: Houd het dashboardkastje onder het rijden dicht om te voorkomen dat het deksel bij een noodstop of een aanrijding verwondingen veroorzaakt. OPENEN EN SLUITEN 2.13

22 Bekerhouders Bekerhouders Bekerhouders Openen en sluiten Schuif de armsteun naar achteren om de bekerhouder te kunnen gebruiken GEBRUIKERSHANDLEIDING MODEL S

23 VEILIGHEIDSMIDDELEN Voorstoelen en achterbank Correcte houding Bestuurdersstoel verstellen Neerklapbare achterbank Rugleuning achterbank opklappen Hoofdsteunen Stoelhoezen Veiligheidsgordels Veiligheidsgordels dragen Veiligheidsgordels dragen tijdens zwangerschap Gordelspanners Veiligheidsgordels testen Waarschuwingen veiligheidsgordels Kinderzitjes Richtlijnen voor kinderzitjes Kinderzitje kiezen Grotere kinderen Kinderzitjes installeren Kinderzitje met veiligheidsgordel installeren ISOFIX-kinderzitjes installeren Bovenste riemen bevestigen Kinderzitje testen Waarschuwingen kinderzitjes Tesla opklapbank Beperkingen Opklappen Inklappen Een kind vastzetten Waarschuwingen - Tesla kinderzitjes Airbags Plaats van airbags Werking van airbags Soorten airbags Frontairbag passagier uitschakelen Effecten van het opblazen Controlelampje airbag Airbagwaarschuwingen

24 Voorstoelen en achterbank Voorstoelen en achterbank VEILIGHEIDSMIDDELEN Voorstoelen en achterbank Correcte houding De stoel, de hoofdsteun en de airbag vormen een combinatie die zorgt voor een optimale veiligheid. Een juist gebruik geeft een maximale bescherming. Bestuurdersstoel verstellen Stel de stoel zo in dat u de veiligheidsgordel goed kunt dragen en u zo ver mogelijk van de airbag zit: 1. Ga rechtop zitten met beide voeten op de vloer en met de rugleuning niet meer dan 30 graden achterover. 2. Zorg dat u goed bij de pedalen kunt en dat uw armen iets gebogen zijn als u het stuur beetpakt. De afstand tussen borst en airbag moet minstens 25 cm bedragen. 3. Leg de schoudergordel midden over uw schouder, zorg dat uw nek vrij blijft. Leg de heupgordel strak over de heupen, niet over uw buik. De Model S heeft stoelen met ingebouwde hoofdsteunen die niet versteld of verwijderd kunnen worden. 1. Lendensteun verstellen. 2. Rugleuning verstellen. 3. Zitting naar voren/achteren verstellen. 4. Hoogte en hellingshoek verstellen. WAARSCHUWING: Verstel de stoelen niet onder het rijden. Dit vergroot de kans op een aanrijding. WAARSCHUWING: Rijd niet met de auto als de rugleuning van de stoel achterover gekanteld is. Dit is gevaarlijk en kan ernstig letsel veroorzaken als u bij een aanrijding onder de gordel doorschiet. Zorg dat de rugleuning van de stoel onder het rijden nooit meer dan 30 graden achterover gekanteld is. 3.2 GEBRUIKERSHANDLEIDING MODEL S

25 Voorstoelen en achterbank Neerklapbare achterbank De Model S heeft een in delen neerklapbare achterbank. Verwijder alle spullen van de achterbank en van de vloer. Het kan zijn dat de voorstoelen iets naar voren geschoven moeten worden om de achterbank helemaal neer te kunnen klappen. Rugleuning achterbank opklappen Zorg dat de veiligheidsgordels niet achter de rugleuning blijven hangen als u deze omhoog beweegt. Duw de rugleuning omhoog tot in de vergrendeling. Trek de rugleuning even naar voren toe om te controleren of deze goed vastzit. WAARSCHUWING: Controleer na het opklappen altijd of de rugleuning goed vergrendeld is. Het negeren van deze aanwijzing vergroot de kans op letsel. Hoofdsteunen De stoelen hebben ingebouwde hoofdsteunen die niet versteld of verwijderd kunnen worden. Druk op de vergrendeling aan de bovenkant van de rugleuning en klap de rugleuning naar voren toe neer. Stoelhoezen Gebruik geen stoelhoezen in de Model S. Dat zou bij een aanrijding de goede werking van de zijairbags kunnen verstoren. Het kan ook de werking van het systeem voor het detecteren van inzittenden verstoren. VEILIGHEIDSMIDDELEN 3.3

26 Veiligheidsgordels Veiligheidsgordels Veiligheidsgordels dragen Veiligheidsgordels en kinderzitjes zijn de beste middelen ter bescherming van de inzittenden bij een aanrijding. Het dragen van de veiligheidsgordels is in de meeste landen dan ook verplicht. De voorstoelen van de Model S zijn uitgerust met 3-punts veiligheidsgordels met oprolautomaat. De oprolautomaat zorgt ervoor dat de inzittenden zich onder normale omstandigheden comfortabel kunnen bewegen. De oprolautomaat slaat bij een sterke beweging van de auto (bij hard remmen, accelereren of een aanrijding) vast en houd de passagiers stevig hun stoel. Het controlelampje op het instrumentenpaneel gaat branden als één van de inzittenden vergeet om zijn gordel om te doen. Als de gordel niet wordt vastgemaakt, gaat het lampje knipperen en klinkt er een pieptoon. Maak de gordels voor de zekerheid nog eens vast als het lampje blijft branden terwijl alle inzittenden de gordels hebben omgedaan. Leg geen zware voorwerpen op een lege stoel. Neem contact op met Tesla als het controlelampje blijft branden. 4. Trek even aan de gordel om te controleren of deze goed vastzit. 5. Trek het schoudergedeelte van de gordel aan tot dit vlak tegen de borst rust. Gordel losmaken Houd de gordel vlak bij de sluiting vast om te voorkomen dat deze te snel losschiet en druk op de knop van de gordelsluiting. De gordel rolt automatisch op. Zorg dat het oprollen van de gordel op geen enkele wijze belemmerd wordt. De gordel mag niet los hangen. Neem contact op met Tesla als een veiligheidsgordel niet helemaal oprolt. Veiligheidsgordels dragen tijdens zwangerschap Draag de gordel niet over de buik. Draag het heupgedeelte van de gordel onder de buik, zo laag mogelijk over het bekken. Draag het diagonale deel van de gordel over de borst boven de buik. Raadpleeg een arts voor meer specifieke adviezen. Gordel vastmaken 1. Controleer of de stoel in de juiste stand staat (juiste zit achter het stuur, zie blz. 3.2). WAARSCHUWING: Steek geen voorwerpen tussen de riem en uw lichaam om de klap van een aanrijding op te vangen. 2. Trek de gordel rustig uit en leg deze in het midden over uw schouder, borst en bekken. 3. Druk de gesp in de sluiting tot u een duidelijke klik hoort, ten teken dat de gordel goed vastzit. 3.4 GEBRUIKERSHANDLEIDING MODEL S

27 Veiligheidsgordels Gordelspanners De veiligheidsgordels voorin zijn voorzien van gordelspanners die bij een zware frontale aanrijding tegelijk met de airbags geactiveerd worden. De gordelspanner trekt het heup- en schoudergedeelte van de gordel automatisch strak tegen het lichaam zodat de inzittende niet naar voren schiet. Veiligheidsgordels testen U kunt op eenvoudige wijze controleren of de veiligheidsgordels hun werk goed doen. 1. Maak de gordel vast en geef ter hoogte van de sluiting een korte, felle ruk aan de riem. De gordel moet netjes vast blijven zitten. 2. Neem de losse gordel en trek de riem helemaal uit. Controleer of het afrollen soepel en zonder haperingen gaat en controleer de riem op sporen van slijtage. Laat de gordel oprollen, controleer of de riem soepel en zonder haperingen helemaal oprolt. 3. Rol de riem half uit en trek dan de gesp snel naar voren. De oprolautomaat moet de riem nu blokkeren. Neem onmiddellijk contact op met Tesla als een veiligheidsgordel niet werkt zoals bovenstaand is beschreven. Zie blz voor informatie het reinigen van veiligheidsgordels. Als de gordelspanners en airbags bij een aanrijding niet geactiveerd werden, wil dat nog niet zeggen dat het systeem defect is. In de meeste gevallen betekent het dat de kracht of de aard van de aanrijding geen aanleiding gaf om deze systemen te activeren. WAARSCHUWING: Een gordelspanner die eenmaal is geactiveerd, moet daarna vervangen worden. Laat na een aanrijding de airbags, de gordelspanners en alle bijbehorende onderdelen controleren en zo nodig vervangen. VEILIGHEIDSMIDDELEN 3.5

28 Veiligheidsgordels Veiligheidsgordels Waarschuwingen veiligheidsgordels WAARSCHUWING: Alle inzittenden moeten altijd veiligheidsgordels dragen, ook al is de rit nog zo kort. Het negeren van deze aanwijzing kan bij een aanrijding leiden tot ernstig letsel, in sommige gevallen zelfs met dodelijke afloop. WAARSCHUWING: Zet kleine kinderen altijd in een geschikt kinderzitje (zie blz. 3.7). Volg bij het plaatsen van een kinderzitje in de auto altijd de aanwijzingen van de fabrikant van het zitje. WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat de veiligheidsgordels op de juiste manier gedragen worden. Het negeren van deze aanwijzing kan bij een aanrijding leiden tot ernstig letsel, in sommige gevallen zelfs met dodelijke afloop (zie blz. 3.4). WAARSCHUWING: Leg de gordel niet over harde, kwetsbare of scherpe dingen in uw kleding zoals pennen, sleutels, een bril enz. Deze kunnen verwondingen veroorzaken als de gordel gespannen wordt. WAARSCHUWING: Zorg dat de riem op geen enkele plaats verdraaid is. WAARSCHUWING: Elke veiligheidsgordel mag maar door één persoon tegelijk gedragen worden. Voer geen kinderen mee op schoot. WAARSCHUWING: Veiligheidsgordels die bij een aanrijding gebruikt zijn, moeten door Tesla gecontroleerd en zo nodig vervangen worden, ook al lijkt er op het eerste gezicht niets aan de hand. WAARSCHUWING: Laat veiligheidsgordels die sporen van slijtage (rafels) vertonen, die gescheurd zijn of op enige andere wijze beschadigd zijn, zo snel mogelijk door Tesla vervangen. WAARSCHUWING: Zorg dat er geen chemicaliën, vloeistoffen, grit en reinigingsmiddelen op de gordels terecht kunnen komen. Vervang een veiligheidsgordel onmiddellijk als deze niet goed oprolt of als de sluiting niet goed werkt. Neem contact op met Tesla. WAARSCHUWING: Voer geen wijzigingen of aanpassingen uit aan de veiligheidsgordels, hierdoor zou de werking van de oprolautomaat verstoord kunnen worden. Een slappe riem biedt onvoldoende bescherming. WAARSCHUWING: Voer geen wijzigingen of aanpassingen uit aan de veiligheidsgordels, hierdoor zou de goede werking van de veiligheidsgordels verstoord kunnen worden. WAARSCHUWING: Als een gordel niet gebruikt wordt, moet deze helemaal opgerold zijn, de gordel mag niet (gedeeltelijk) los hangen. Neem contact op met Tesla als een veiligheidsgordel niet helemaal oprolt. 3.6 GEBRUIKERSHANDLEIDING MODEL S

29 Kinderzitjes Kinderzitjes Richtlijnen voor kinderzitjes Neem kinderen altijd mee in een goedgekeurd kinderzitje dat geschikt is qua lengte, leeftijd en gewicht. Volg de aanwijzingen van de fabrikant van het kinderzitje. Plaats een kinderzitje nooit op de rechter voorstoel. Als uw auto is uitgerust met opklapbare stoelen op de derde zitrij, dan gaat het om stoelen die alleen geschikt zijn voor kinderen tot een bepaalde lengte en gewicht (zie blz. 3.11). Raadpleeg de onderstaande tabel voor een geschikt kinderzitje (gordel- of ISOFIX-bevestiging) op basis van het gewicht van het kind. Met veiligheidsgordel bevestigde kinderzitjes Gewichtsklasse ISOFIX-kinderzitjes Passagierszijde voorin Buitenste zitplaats achterin Middelste zitplaats achterin Groep 0 tot 10 kg L U U Groep 0+ tot 13 kg L U U Groep l 9-18 kg UF* U, UF U, UF Groep II kg UF* U, UF U, UF Groep III kg UF* U, UF U, UF U: Universeel, naar achteren gericht kinderzitje UF: Universeel, naar voren gericht kinderzitje L: Speciaal geschikt voor deze zitjes - Maxi-Cosi Cabrio/Cabriofix E of Takata Mini E *: De stoel moet zo ver mogelijk omhoog en naar achteren gezet worden. Gewichtsklasse Klasse Bevestiging Buitenste zitplaatsen achterin ISOFIX-verankeringspunten in auto Middelste zitplaats achterin Groep 0 tot 10 kg E R1 IL IL Groep 0+ tot 13 kg E R1 IL IL D R2 IL IL C R3 IL IL Groep l 9-18 kg D R2 U, UF IL C R3 U, UF IL B F2 IUF IUF B1 F2x IUF IUF A F3 IUF IUF IL Geschikt voor elk universeel kinderzitje (naar voren/achteren gericht met voetensteun) IUF: Geschikt voor elk universeel kinderzitje (naar voren gericht met verankeringspunt) OPMERKING: Als het gewicht van het kind en het zitje in totaal meer dan 29 kg bedraagt, bevestig het zitje dan bij voorkeur met de veiligheidsgordel van de auto aan het bovenste verankeringspunt. Naast een optimale bescherming biedt deze oplossing ook het voordeel dat het waarschuwingslampje van de veiligheidsgordels niet onnodig blijft branden. Volg bij het plaatsen van een kinderzitje in de auto altijd de aanwijzingen van de fabrikant van het zitje. VEILIGHEIDSMIDDELEN 3.7

30 Kinderzitjes Kinderzitjes Grotere kinderen Gebruik een geschikte zitverhoging als een kind te groot is voor een kinderzitje maar nog niet groot genoeg om de veiligheidsgordel goed te kunnen gebruiken. Volg de aanwijzingen van de fabrikant om de zitverhoging met behulp van de veiligheidsgordel vast te zetten. Gebruik de ISOFIX-bevestigingspunten niet om een zitverhoging vast te zetten, ook al heeft de zitverhoging wel ISOFIX-bevestigingen. Kinderzitjes installeren Er zijn twee manieren om kinderzitjes te installeren: Met de veiligheidsgordel in de auto (zie blz. 3.8). Met ISOFIX*-bevestigingen die aan verankeringspunten op de achterbank van de auto worden vastgemaakt (zie blz. 3.9). Controleer de aanwijzingen van de fabrikant en de tabel op blz. 3.7 om te bepalen op welke manier het zitje geïnstalleerd moet worden. Sommige kinderzitjes kunnen op beide manieren bevestigd worden. Volg bij het plaatsen van een kinderzitje altijd de aanwijzingen van de fabrikant van het zitje. Kinderzitje met veiligheidsgordel installeren Controleer eerst of het kinderzitje qua gewichtsklasse geschikt is voor de stoel. Trek kinderen niet al te dikke kleren aan en plaats geen voorwerpen tussen het lichaam en de riempjes. Stel de riempjes elke rit op de juiste lengte af. Volg altijd de aanwijzingen van de fabrikant van het zitjes. Een paar algemene richtlijnen vindt u hieronder. 1. Plaats het zitje in de auto, voer de veiligheidsgordel op de door de fabrikant aangegeven wijze door het zitje en steek de gesp in de gordelsluiting. 2. Laat de gordel strak oprollen, zorg dat er geen speling overblijft door het zitje bij het oprollen van de gordel stevig in de stoel van de auto te drukken. 3. Als het zitje een bevestiging aan de bovenzijde heeft, maak deze dan vast aan de rugleuning van de achterbank (zie blz. 3.10). 3.8 GEBRUIKERSHANDLEIDING MODEL S

31 Kinderzitjes ISOFIX-kinderzitjes installeren Alle drie de zitplaatsen achterin hebben ISOFIX-verankeringspunten tussen de zitting en de rugleuning. De plaats van elk verankeringspunt is aangegeven door een label op de stoel. Plaats een ISOFIX-kinderzitje met de sluitingen op de verankeringspunten en klik ze vast. Volg altijd de aanwijzingen van de fabrikant van het zitjes. Alhoewel er drie ISOFIX-verankeringspunten zijn, kunnen er maar twee tegelijkertijd gebruikt worden. Als u drie kinderen wilt vervoeren, gebruik dan een zitje dat met de veiligheidsgordel bevestigd moet worden in het midden. Als u twee ISOFIX-zitjes naast elkaar wilt installeren, is dat alleen mogelijk als u één zitje in het midden en één zitje aan passagierszijde plaatst. Controleer na het plaatsen of het zitje goed vastzit voordat u er een kind in plaatst. Probeer het zitje heen en weer te draaien en van de bank af te trekken en controleer dan of het zitje nog steeds goed vastzit, VEILIGHEIDSMIDDELEN 3.9

32 Kinderzitjes Kinderzitjes Bovenste riemen bevestigen Als het zitje aan de bovenzijde een riem heeft, haak de riem dan vast aan de achterzijde van de rugleuning. Voer de riem altijd in het midden over de hoofdsteun behalve wanneer u een ISOFIX-zitje op de middelste zitplaats wilt plaatsen voer in dat geval de riem links langs de hoofdsteun zoals in de afbeelding is aangegeven. Zet het zitje stevig vast volgens de aanwijzingen van de fabrikant van het zitje. OPMERKING: De hoofdsteun zal indeuken waardoor wordt voorkomen dat de riem van links naar rechts heen en weer schuift. Kinderzitje testen Controleer altijd of een kinderzitje goed vastzit voordat u er een kind inzet: 1. Pak de riem, waarmee het zitje is bevestigd, beet en probeer het zitje heen en weer en van voor naar achter te schuiven. 2. Als het zitje meer dan 2,5 cm kan bewegen, zit het te los. Trek de riem strakker of druk een ISOFIX-zitje opnieuw vast in de verankeringspunten. 3. Plaats het zitje op een andere zitplaats of gebruik een ander kinderzitje als het niet lukt om het zitje goed vast te zetten. Waarschuwingen kinderzitjes WAARSCHUWING: Neem baby's en kinderen nooit op schoot mee. Kinderen moeten altijd vervoerd worden in een goedgekeurd en geschikt kinderzitje. WAARSCHUWING: Volg de aanwijzingen in deze handleiding en de aanwijzingen van de fabrikant van het kinderzitje om er zeker van te zijn dat kinderen veilig vervoerd worden. WAARSCHUWING: Kinderen moeten zo lang mogelijk in een naar achteren gericht kinderzitje vervoerd worden en stevig worden vastgezet met de 5-punts harnasgordel van het zitje. WAARSCHUWING: Zorg er bij het vervoer van grotere kinderen voor dat het hoofd wordt ondersteund en dat de veiligheidsgordels goed zijn afgesteld en bevestigd. Het schoudergedeelte van de gordel mag niet tegen het gezicht of de nek komen en het heupgedeelte mag niet op de buik rusten. WAARSCHUWING: Maak nooit twee zitjes vast aan één verankeringspunt. Een verankeringspunt is mogelijk niet sterk genoeg om bij een zware aanrijding twee zitjes vast te houden. WAARSCHUWING: De verankeringspunten kunnen alleen de belasting van correct geïnstalleerde zitjes aan. Gebruik deze verankeringspunten niet voor andere doeleinden. WAARSCHUWING: Controleer de gordels en de bevestigingsriemen altijd op slijtage en beschadiging. WAARSCHUWING: Laat een kind nooit alleen achter in de auto, ook niet als het kind in het zitje vastzit. WAARSCHUWING: Gebruik nooit een kinderzitje dat eerder aan een aanrijding is blootgesteld. Laat het zitje controleren of vervangen conform de aanwijzingen van de fabrikant van het zitje GEBRUIKERSHANDLEIDING MODEL S

33 Tesla opklapbank Tesla opklapbank Beperkingen De opklapbare, naar achteren gerichte kinderzitjes voldoen een de Europese R44.04 norm voor zitjes in gewichtsklasse II en III, voor kg. Deze zitjes zijn alleen geschikt voor kinderen van 3 tot 12 jaar en een lengte van cm. Zorg er altijd voor dat een kind zijn hoofd niet kan stoten en dat het comfortabel kan zitten met de gordels op de juiste maat. Het bekken van het kind moet stevig op zijn plaats gehouden worden door het heupgedeelte van de gordel. Volg alle aanwijzingen en plaats nooit een extra zitje of een zitverhoging op deze bank. OPMERKING: Zet de luchtrecirculatie uit als er kinderen op de achterste zitrij worden vervoerd. In dat geval wordt er namelijk meer frisse lucht aangevoerd dan wanneer de aanvoer van buitenlucht is afgesloten. Zie blz Maak de riem in het midden los. 4. Trek aan de hendel om de hoofdsteunen uit te klappen en trek de hoofdsteunen dan naar u toe. Opklappen 1. Verwijder de afdekplaat in de vloer van de bagageruimte en trek aan de lus om de opklapbank omhoog te trekken. 5. Trek de rugleuning omhoog en druk deze in de vergrendeling. Controleer of de bank goed in de vergrendeling zit. 2. Klap de bank op zijn plaats. 6. Trek even aan de rugleuning om te controleren of de zitting en de rugleuning goed vastzitten. VEILIGHEIDSMIDDELEN 3.11

34 Tesla opklapbank Tesla opklapbank Inklappen AANWIJZING: Maak de gordels vast voordat u de bank inklapt om te voorkomen dat ze bekneld en/of beschadigd raken. 4. Trek aan de lus om de achterbank in zijn geheel weg te klappen in de vloer van de bagageruimte. 1. Trek de rugleuning met de hendel los en klap de rugleuning neer. 5. Plaats de afdekplaat in de vloer van de bagageruimte. 2. Druk het hendeltje in om de hoofdsteunen los te maken en klap ze achterover. 3. Maak de riem in het midden vast GEBRUIKERSHANDLEIDING MODEL S

35 Tesla opklapbank Een kind vastzetten De opklapbank van Tesla bestaat uit naar achteren gerichte kinderzitjes die voldoen aan de Europese R44.04 norm voor zitjes in gewichtsklasse II en III, voor kg. Deze zitjes zijn alleen geschikt voor kinderen van 3 tot 12 jaar en een lengte van cm. Zorg er altijd voor dat een kind zijn hoofd niet kan stoten en dat het comfortabel kan zitten met de gordels op de juiste maat. Volg alle aanwijzingen en plaats nooit een extra zitje of een zitverhoging op deze bank. OPMERKING: Zet de luchtrecirculatie uit als er kinderen op de achterste zitrij worden vervoerd. In dat geval wordt er namelijk meer frisse lucht aangevoerd dan wanneer de aanvoer van buitenlucht is afgesloten. Zie blz Plaats het kind op de bank en steek de armen achter de gordels door. 2. Leg de gespen van de beide gordels op elkaar. 3. Steek de gespen in de sluiting en controleer of de riem goed vastzit. 7. Verschuif de schoudergeleiders zodanig dat ze het bovenste gedeelte van de gordels in het midden boven de schouders van het kind houden. Maak de riem los door de knop op de gordelsluiting in te drukken en de beide gespen los van elkaar te nemen. 4. Stel de schoudergordels zo af dat ze over de bovenkant van de schouders lopen en niet in het gezicht kunnen komen. 5. Stel de sluiting zo af dat de heupgordels op het bekken rusten en niet op de buik van het kind. Het bekken van het kind moet stevig op zijn plaats gehouden worden. 6. Trek de onderste riemen strak tot het kind stevig in het zitje vastzit. VEILIGHEIDSMIDDELEN 3.13

36 Tesla opklapbank Tesla opklapbank Waarschuwingen - Tesla kinderzitjes WAARSCHUWING: De opklapbank van Tesla bestaat uit achteren gerichte kinderzitjes die voldoen aan de Europese R44.04 norm voor zitjes in gewichtsklasse II en III, voor kg. Deze zitjes zijn alleen geschikt voor kinderen van 3 tot 12 jaar en een lengte van cm. Zorg er altijd voor dat een kind zijn hoofd niet kan stoten. WAARSCHUWING: Gebruik nooit een extra zitje of een zitverhoging op de opklapbank. WAARSCHUWING: Zorg er altijd voor dat een kind zijn hoofd niet kan stoten en dat het comfortabel zit met de gordels op de juiste wijze vastgemaakt. WAARSCHUWING: Volg alle aanwijzingen en lees de waarschuwingen met betrekking tot het gebruik van de opklapbank. Met het negeren van deze aanwijzingen en waarschuwingen brengt u de veiligheid van de inzittenden in gevaar. WAARSCHUWING: Lees alle waarschuwingen en labels die aan de stoelen zijn bevestigd. WAARSCHUWING: Laat een kind nooit alleen achter in de auto, ook niet als het kind op de opklapbank vastzit. Bij warm weer kan het in het interieur gevaarlijk heet worden met de kans op uitdroging, lichamelijk letsel, in sommige gevallen zelfs met dodelijke afloop. WAARSCHUWING: Verwijder of vervang de bekleding van de opklapbank niet. De bekleding vormt een integraal onderdeel van het beveiligingssysteem en mag niet vervangen worden door een ander materiaal. WAARSCHUWING: Als de opklapbank in gebruik was bij een aanrijding, moet deze door Tesla gecontroleerd en zo nodig vervangen worden, ook al lijkt er op het eerste gezicht niets aan de hand. WAARSCHUWING: Controleer voordat u een kind op de opklapbank meeneemt altijd eerst of deze goed is opgeklapt en vergrendeld door even aan de rugleuning te trekken. WAARSCHUWING: Verwijder de opklapbank nooit, ook niet om de bank schoon te maken. Het verwijderen en plaatsen van de opklapbank mag alleen door Tesla-technici worden gedaan, in het belang van de veiligheid van alle inzittenden. WAARSCHUWING: Voer geen wijzigingen of aanpassingen uit aan de opklapbank waardoor de goede werking verstoord zou kunnen worden. WAARSCHUWING: Zet losse spullen (tassen, koffers enz.) altijd goed vast om verwondingen te voorkomen. Losse spullen zouden bij een noodstop en bij plotseling uitwijken letsel kunnen veroorzaken GEBRUIKERSHANDLEIDING MODEL S

37 Airbags Airbags Plaats van airbags In de afbeelding is aangegeven op welke plaatsen er airbags in de auto zitten. Op de zonneklep is een waarschuwing over de airbags aangegeven. 1. Knieairbag passagier 2. Frontairbag passagier 3. Zijairbags 4. Hoofdairbags 5. Knieairbag bestuurder 6. Frontairbag bestuurder VEILIGHEIDSMIDDELEN 3.15

38 Airbags Airbags Werking van airbags Of een airbag bij een aanrijding wel of niet geactiveerd wordt, is afhankelijk van de kracht van de botsing. De vertraging is bepalend voor het activeren van de airbags. Een airbag wordt met een luide knal in een fractie van een seconde opgeblazen. De airbag zorgt er samen met de veiligheidsgordel voor dat de inzittenden niet naar voren schieten en beperken zo de kans op ernstig letsel. Frontairbags zijn zodanig ontworpen dat ze niet afgaan bij aanrijdingen van achteren, bij het over de kop slaan van de auto, bij kleinere aanrijdingen van voren en van opzij, bij een noodstop, noch bij het rijden over drempels of gaten. Het kan daardoor voorkomen dat de auto ernstig beschadigd raakt terwijl de airbags niet afgaan en omgekeerd, dat de schade relatief beperkt blijft maar de airbags wel geactiveerd worden. Neem contact op met Tesla als u de auto wilt ombouwen voor het vervoer van gehandicapten als de aanpassing invloed kan hebben op de werking van de airbags. Soorten airbags Zijairbags Geavanceerde frontairbags Knieairbags Hoofdairbags De frontairbags zijn speciaal ontworpen om verwondingen bij kinderen en kleine volwassenen door het afgaan van de airbag te beperken. De frontairbag aan bestuurderszijde kan aan de hand van het signaal van een sensor in de stoel bepalen in welke mate de airbag opgeblazen moet worden. Bij het gebruik van een kinderzitje op de voorstoel kan de frontairbag aan passagierszijde uitgeschakeld worden zoals is beschreven op blz Knieairbags en frontairbags werken gecombineerd. Knieairbags voorkomen dat de voorste inzittenden naar voren schieten door hun benen tegen te houden. Doordat de inzittenden beter rechtop blijven zitten, kunnen de frontairbags effectiever werken. Zijairbags beschermen de borst en het bekken en worden alleen opgeblazen bij zware aanrijdingen van opzij. De airbags aan de andere zijde van de aanrijding gaan niet af. Hoofdairbags beschermen de hoofden van de inzittenden vooren achterin en gaan doorgaans alleen af bij zware aanrijdingen van opzij en als de auto over de kop slaat. De airbags aan de andere zijde van de aanrijding gaan niet af GEBRUIKERSHANDLEIDING MODEL S

39 Airbags Frontairbag passagier uitschakelen Als u een kind op de voorstoel aan passagierszijde laat zitten (in een kinderzitje of op een zitverhoging) controleer dan altijd eerst of de airbag aan passagierszijde is uitgeschakeld. Dat voorkomt dat de airbag het kind verwondt bij een aanrijding. OPMERKING: Plaats kinderen bij voorkeur in een goedgekeurd kinderzitje achterin de auto. Tik op Controls > Settings > Safety & Security > Passenger Airbag om deze airbag in- en uit te schakelen. De status (ON/OFF) van de frontairbag aan passagierszijde wordt in de rechter bovenhoek van het touchscreen aangegeven. U kunt de airbag aan passagierszijde ook in- en uitschakelen door op de statusindicator te drukken, zoals bovenstaand is aangegeven. Neem onmiddellijk contact op met Tesla als hier wordt aangegeven dat de airbag ingeschakeld (ON) is, terwijl u de airbag handmatig hebt uitgeschakeld of andersom. OPMERKING: De Model S heeft een capacitief touchscreen dat mogelijk niet werkt als u gewone handschoenen draagt. Als het scherm bij aanraking niet reageert, doe dan uw handschoenen uit of gebruik handschoenen met speciale vingertoppen voor touchscreens. WAARSCHUWING: Zet niemand in de rechter voorstoel als de airbag aan passagierszijde niet lijkt te werken. Neem direct contact op met een Tesla Service Center om dit zo snel mogelijk te laten verhelpen. WAARSCHUWING: Plaats nooit een kind in een kinderzitje of op een zitverhoging op de rechter voorstoel als de airbag is ingeschakeld. Dit kan ernstig letsel veroorzaken met de dood tot gevolg. WAARSCHUWING: Gebruik geen stoelhoezen in de Model S. Dat zou bij een aanrijding de goede werking van de zijairbags kunnen verstoren. Het kan ook de werking van het systeem voor het detecteren van inzittenden verstoren. VEILIGHEIDSMIDDELEN 3.17

40 Airbags Airbags Effecten van het opblazen Bij het opblazen van de airbags komt een fijn poeder vrij. Dit poeder kan de huis irriteren en moet met veel water zorgvuldig uit ogen, schrammen en snijwonden gespoeld worden. Na het opblazen lopen de airbags weer leeg om de inzittenden gelijkmatig op te kunnen vangen en de bestuurder vrij zicht te geven. Als de auto bij een aanrijding betrokken is geweest, laat dan altijd de airbags, de gordelspanners en bijbehorende onderdelen door Tesla controleren en zo nodig vervangen. Als bij een aanrijding de airbags afgaan: Worden de portieren ontgrendeld en komen de portiergrepen naar buiten. Worden de alarmknipperlichten ingeschakeld. Wordt de binnenverlichting ingeschakeld. Wordt het hoogspanningscircuit uitgeschakeld. Schakel de auto handmatig uit via het touchscreen (zie blz. 4.7), trap dan op de rem om de batterijvoeding weer te herstellen. Controlelampje airbag Het controlelampje op het instrumentenpaneel blijft branden als er een storing in het systeem is geconstateerd. Het lampje mag alleen even kort branden als het contact wordt aangezet en moet binnen een paar seconden uitgaan. Neem onmiddellijk contact op Tesla als dit lampje blijft branden en rijd niet met de auto. Airbagwaarschuwingen Alle inzittenden van de auto moeten altijd de veiligheidsgordels dragen ongeacht of ze aanvullend beschermd worden door een airbag op de plaats waar ze zitten. Hang niet met de armen op het dashboard en leg ook de voeten niet op het dashboard, als de airbag afgaat kan dit ernstige verwondingen veroorzaken. WAARSCHUWING: Gebruik geen stoelhoezen in de Model S. Dat zou bij een aanrijding de goede werking van de zijairbags kunnen verstoren. Het kan ook de werking van het systeem voor het detecteren van inzittenden verstoren. WAARSCHUWING: Airbags worden snel en met veel kracht opgeblazen, dit kan tot verwondingen leiden. Zet de voorstoelen op voldoende afstand van het dashboard, zorg dat iedereen netjes rechtop zit en de gordel op de juiste wijze draagt, om de kans op verwonding door de airbags tot een minimum te beperken. WAARSCHUWING: Plaats kleine kinderen (al dan niet in een kinderzitje) nooit op de rechter voorstoel als de airbag is ingeschakeld. Dit kan, als de airbag afgaat, ernstig letsel veroorzaken met de dood tot gevolg. WAARSCHUWING: Zorg altijd voor voldoende afstand tussen het lichaam en de zijkant van de auto zodat de zijairbags hun werk goed kunnen doen. WAARSCHUWING: Leun niet met het hoofd tegen een portier. Dit kan ernstig letsel veroorzaken als de hoofdairbag afgaat. WAARSCHUWING: Plaats nooit geen voeten, knieën of andere lichaamsdelen op of in de buurt van airbags. WAARSCHUWING: Bevestig geen voorwerpen op of in de buurt van de frontairbags, op de zijkant van de voorstoelen, aan de zijkant tegen de hemel of op enige andere plaats waardoor het opblazen van de airbag belemmerd zou kunnen worden. Dergelijke voorwerpen zouden bij een aanrijding schade en lichamelijk letsel kunnen veroorzaken als de airbags geactiveerd worden. WAARSCHUWING: Na het opblazen kunnen sommige onderdelen van airbags erg heet zijn. Laat ze afkoelen voordat u ze aanraakt GEBRUIKERSHANDLEIDING MODEL S

41 RIJDEN Bestuurdersprofielen Een bestuurdersprofiel aanmaken Bestuurdersprofiel terughalen Opgeslagen instellingen bestuurder Stuur Stand instellen Gevoeligheid instellen Toetsen links op het stuur gebruiken Toetsen rechts op het stuur gebruiken Claxon Spiegels Buitenspiegels verstellen Binnenspiegel Starten en afzetten Model S starten Uitschakelen Versnellingen Schakelen Model S in Neutraal laten staan (Tow-stand) Instrumentenpaneel Overzicht instrumentenpaneel Controlelampjes Verlichting Bediening verlichting Grootlicht Headlights After Exit Bochtverlichting Richtingaanwijzers Alarmknipperlichten Parkeerhulp Werking van parkeerhulp Visuele en hoorbare feedback Hoorbare feedback regelen Beperkingen en valse waarschuwingen Andere parkeerhulpen Informatie dagteller Weergave informatie dagteller Energieverbruik Weergave energieverbruik Tips om actieradius te vergroten Remmen Remsystemen Remblokslijtage Regeneratief remmen Parkeerrem Traction Control Hoe het werkt Cruise control Cruise control bedienen Kruissnelheid veranderen Onderbreken en hervatten Achteruitrijcamera Plaats van camera Ruitenwissers en -sproeiers Ruitenwissers Sproeiers

42 Bestuurdersprofielen Bestuurdersprofielen RIJDEN Bestuurdersprofielen Een bestuurdersprofiel aanmaken Als de Model S is uitgerust met het optionele Tech-pakket, hoeft u de instellingen slechts één keer te doen. Na het instellen van de bestuurdersstoel, het stuur of de linker buitenspiegel vraagt het touchscreen of u een bestuurdersprofiel wilt aanmaken. In dit profiel worden de instellingen van de stoel, het stuur en de linker buitenspiegel opgeslagen maar ook andere instellingen die u via het touchscreen doet (Controls > Settings). U kunt ook een bestuurdersprofiel toevoegen door op Controls > Settings > Driver Profiles te tikken. Geef vervolgens de naam van de bestuurder en bevestig met Create Profile. Als u na het aanmaken van een profiel de stand van het stuur of de instellingen van de stoel of de linker buitenspiegel verandert, verschijnt een bericht dat u de nieuwe instellingen moet opslaan of de oude instellingen kunt terughalen (andere voorkeuren worden automatisch opgeslagen). Negeer dit bericht als u een instelling niet wilt opslaan en ook geen oude instelling wilt terughalen. Bestuurdersprofiel terughalen Tik op het icoon Driver profiles links naast de T van Tesla op de statusbalk van het touchscreen. Selecteer vervolgens de bestuurder en de instellingen worden automatisch opgehaald uit het geheugen. Opgeslagen instellingen bestuurder Gebruik Controls > Settings > Driver Profiles om te zien welke instellingen bij een bepaald bestuurdersprofiel zijn opgeslagen. Kies vervolgens See what s saved. Er verschijnt een pop-upscherm met de instellingen die bij het desbetreffende bestuurdersprofiel horen. Deze instellingen kunnen afhankelijk van de software die wordt gebruikt, variëren. 4.2 GEBRUIKERSHANDLEIDING MODEL S

43 Stuur Stuur Stand instellen Stel het stuur in de gewenste stand met behulp van de schakelaar aan de linkerzijde op de stuurkolom. Toetsen links op het stuur gebruiken De toetsen aan de linkerzijde op het stuur zijn voor het bedienen van de mediaspeler, de volumeregeling en de instellingen van het linker gedeelte van het instrumentenpaneel. OPMERKING: De volumeregeling op het stuur heeft geen invloed op het volume van de gesproken navigatie-aanwijzingen. Gebruik het navigatievenster op het touchscreen om het volume van de gesproken berichten in te stellen (zie blz. 5.22). WAARSCHUWING: Verstel het stuur niet onder het rijden. Dit vergroot de kans op een aanrijding. Gevoeligheid instellen U kunt de assistentie door de stuurbekrachtiging naar eigen wens instellen 1. Kies "Controls" op het touchscreen. 2. Selecteer één van de opties bij "Steering": Comfort - voor een lichtere besturing. De Model S stuurt licht en is gemakkelijk te parkeren. Standaard - volgens Tesla de beste instelling voor een optimale besturing en een goede respons onder alle omstandigheden. Sport - voor een zwaardere besturing. Op hoge snelheden geeft de Model S duidelijk meer respons. De enige manier om uit te vinden welke instelling uw voorkeur heeft, is door alle standen uit te proberen. 1. Volgende. Als u naar een lokale zender luistert en u heeft meer dan één voorkeuzezender in het geheugen opgeslagen (zie blz. 5.14) druk dan op deze toets om naar de volgende voorkeuzezender te gaan. Als er niet meer dan één voorkeuzezender is opgeslagen, dan zoekt de radio naar de volgende beschikbare frequentie. Druk op deze toets om bij het luisteren naar internetradio of via Bluetooth of de USB-stick naar een audiobestand om het volgende nummer of de volgende zender over te slaan. 2. Scrollwieltje Omhoog of omlaag draaien om het volume aan te passen. Druk het wieltje in om de weergave te onderbreken (mute) of voor pauze/afspelen van een audiobestand. Druk het scrollwieltje in om de weergave op het linker gedeelte van het instrumentenpaneel in te stellen aan de hand van de beschikbare optie. Draai het scrollwieltje omhoog of omlaag om een van de opties te kiezen. Druk het scrollwieltje in om een bepaalde optie te selecteren. RIJDEN 4.3

44 Stuur Stuur 3. Vorige Hetzelfde zoals bovenstaand is beschreven bij "Volgende" maar dan het vorige nummer of de vorige zender overslaan. OPMERKING: Ongeacht welke weergave u voor de linker gedeelte van het instrumentenpaneel heeft geselecteerd, schakelt het navigatiesysteem automatisch over op weergave van de navigatie-aanwijzingen (indien van toepassing) of een waarschuwing dat er een portier of bagageklep niet goed gesloten is terwijl de auto in een versnelling staat. Toetsen rechts op het stuur gebruiken Gebruik de toetsen aan de rechterzijde op het stuur voor het bedienen van de telefoon en andere functies zoals de spraakbediening en het instellen van de functies van het rechter scrollwieltje. OPMERKING: Ongeacht hoe u het rechter gedeelte van het instrumentenpaneel instelt, verschijnt automatisch het telefoonmenu als u via de Bluetooth wordt gebeld. 1. Telefoonmenu Druk tijdens een gesprek op deze toets om het telefoonmenu op te vragen met de opties mute, hold en end the call. 2. Scrollwieltje Draai het scrollwieltje omhoog of omlaag om een optie uit het menu te kiezen. Druk op het wieltje om de weergegeven optie te selecteren. Druk op het wieltje om de functie te selecteren die u naar uw eigen voorkeur hebt ingesteld (zie stap 3). Druk het wieltje in om de weergave op het rechter gedeelte van het instrumentenpaneel in te stellen aan de hand van de beschikbare optie. Draai het wieltje omhoog of omlaag om een van de opties te kiezen. Druk het scrollwieltje in om een bepaalde optie te selecteren. 3. Functies van scrollwieltje instellen/menu verlaten. Druk op deze toets en selecteer Phone om door het adresboek en de meest recente gesprekken te bladeren en deze te selecteren. Druk op deze toets en selecteer Customize om de functies van het scrollwieltje in te stellen. U kunt kiezen uit: All - verdraai het wieltje om door de beschikbare functies te scrollen (onderstaand). 4.4 GEBRUIKERSHANDLEIDING MODEL S

45 Stuur Climate Temps - verdraai het wieltje om de temperatuur in te stellen. Druk op het wieltje om de Climate control in- en uit te schakelen. Fan Speed - verdraai het wieltje om de aanjagersnelheid in te stellen. Display Brightness - verdraai het wieltje om de lichtsterkte van de displays in te stellen. Druk op het wieltje om terug te gaan naar de standaardinstelling. Media Source Picker - verdraai het wieltje om een mediaspeler te kiezen. Druk op het wieltje om een zender of een nummer dat wordt afgespeeld, als favoriet op te slaan of te verwijderen. Sunroof (indien aanwezig) - verdraai het wieltje om de stand van het open dak in te stellen. Druk op de toets rechtsonder om een menu te verlaten of terug naar een vorig niveau in de mapstructuur. Claxon Druk in het midden op het stuur om de claxon te bedienen. RIJDEN 4.5

46 Spiegels Spiegels Spiegels Buitenspiegels verstellen Druk op de toets van de spiegel die u wilt afstellen (links of rechts) en stel met behulp van de pijltjestoets de spiegel in de gewenste stand. Doe hetzelfde met de spiegel aan de andere kant. Tik op SAVE op het touchscreen om de instelling in het bestuurdersprofiel op te slaan. Als u de selectiehendel in stand D (Rijden) zet, zullen beide spiegels in de normale stand terugkeren (omhoog kantelen). Maar nu de stand van de spiegels bij het achteruit rijden is ingesteld, zullen de spiegels bij het inschakelen van de achteruit automatisch in de gewenste stand kantelen. Deze functie kan op het touchscreen in- en uitgeschakeld worden door op Controls > Settings > Mirror Auto-Tilt te tikken. Binnenspiegel De automatisch dimmende binnenspiegel reageert op de hoeveelheid licht van de koplampen van achteropkomend verkeer (behalve als de achteruit is ingeschakeld). De spiegel is in te klappen door deze met de hand aan de achterzijde in de richting van het portier te duwen. Als de Model S is uitgerust met het optionele Tech-pakket, is de buitenspiegel aan bestuurderszijde een automatisch dimmende spiegel die reageert op de hoeveelheid licht van de koplampen van achteropkomend verkeer (behalve in de achteruit). Beide spiegels zijn bovendien voorzien van spiegelverwarming die tegelijk met de achterruitverwarming in- en uitschakelt. Automatisch kantelen bij achteruit rijden Als de Model S is uitgerust met het optionele Tech-pakket, kunnen beide buitenspiegels bij het inschakelen van de achteruit automatisch naar beneden kantelen. Zet de selectiehendel in stand R (Achteruit) en stel de beide buitenspiegels op de hiervoor beschreven wijze in de gewenste stand (druk op de toets van de spiegel die u wilt afstellen (links of rechts) en stel met behulp van de pijltjestoets de spiegel in de gewenste stand). Tik op SAVE op het touchscreen om de instelling in het bestuurdersprofiel op te slaan. 4.6 GEBRUIKERSHANDLEIDING MODEL S

47 Starten en afzetten Starten en afzetten Model S starten Bij het openen van een portier worden het instrumentenpaneel en het touchscreen van de Model S ingeschakeld. In de cirkel in het midden van het instrumentenpaneel wordt de status van de portieren en het energieniveau weergegeven, alle bedieningsorganen kunnen bediend worden. Rijden: TRAP OP HET REMPEDAAL - de cirkel in het midden van het instrumentenpaneel verandert in een snelheidsmeter en een energiemeter met weergave van de actieradius en de gekozen versnelling (P, R, N of D) KIES EEN VERSNELLING - helemaal naar beneden voor vooruit rijden (D) en helemaal omhoog voor achteruit rijden (R), Alles wat van belang is tijdens het rijden met de Model S wordt op het instrumentenpaneel weergegeven. Sleutel niet aanwezig Als de Model S geen sleutel "ziet" als u op het rempedaal trapt, verschijnt er een bericht op het instrumentenpaneel dat er geen sleutel is gedetecteerd. Plaats de sleutel in het bekerhouder in de middenconsole, daar kan de auto de sleutel het beste waarnemen. Of de auto de sleutel kan zien, hangt van verschillende factoren af. Voorbeelden daarvan zijn een lege batterij in de sleutel, interferentie van andere apparatuur die gebruik maakt van radiosignalen en fysieke obstakels tussen de zender en de ontvanger. Houd de sleutel altijd bij u. Deze heeft u nodig om de Model S na een stop opnieuw te kunnen starten. En bij het verlaten van de auto moet u de sleutel meenemen om de auto handmatig of automatisch te vergrendelen (zie blz. 2.5). Uitschakelen Zet de auto na het rijden in stand P (Parkeren) door de toets op het uiteinde van de selectiehendel in te drukken. De parkeerrem wordt automatisch ingeschakeld en alle systemen blijven werken. Als u met de sleutel de auto verlaat, zal de Model S zichzelf automatisch uitschakelen en ook het touchscreen en het instrumentenpaneel gaan uit. De Model S schakelt zichzelf ook automatisch uit als de auto meer dan 15 minuten in stand P (Parkeren) staat, ook als u nog achter het stuur zit. Als u de auto wilt uitschakelen terwijl u nog achter het stuur zit, tik dan op het touchscreen op Controls > E-Brake & Power Off > Power Off. De Model S schakelt zichzelf automatisch weer in als u het rempedaal intrapt of op een willekeurige plaats het touchscreen aanraakt. OPMERKING: Bij het verlaten van de auto wordt deze automatisch in stand P (Parkeren) gezet, ook al heeft u de selectiehendel zelf eerst in stand N (Neutraal) gezet. Model S in Neutraal laten staan, zie blz Als de sleutel dan nog steeds niet wordt gezien, houd deze dan tegen de middenconsole, precies onder het 12V-stopcontact (zie blz. 5.19). Of probeer een andere sleutel. Neem contact op met Tesla als een andere sleutel ook niet werkt. RIJDEN 4.7

48 Versnellingen Versnellingen Versnellingen Schakelen Als de auto in stand P (Parkeren) staat, moet u eerst het rempedaal intrappen om een andere versnelling in te schakelen. Duw de hendel omhoog of omlaag om een versnelling te kiezen. Rijden Duw de hendel helemaal omlaag en laat deze dan los. Het inschakelen van stand D (Rijden) is alleen mogelijk als de auto stilstaat of achteruitrijdt met een snelheid van minder dan 8 km/h. Trap het rempedaal in als de snelheid lager is dan 1.6 km/h, om stand D (Rijden) in te schakelen. Als u onder het rijden probeert een versnelling in te schakelen die niet geschikt is vanwege de snelheid waarmee u op dat moment rijdt, dan klinkt er een waarschuwingssignaal en wordt de desbetreffende versnelling niet ingeschakeld. Achteruit Duw de hendel helemaal omhoog en laat deze dan los. Het inschakelen van de achteruit is alleen mogelijk als de auto stilstaat of rijdt met een snelheid van minder dan 8 km/h. Trap het rempedaal in als de snelheid lager is dan 1,6 km/h. Neutraal Duw de hendel één stand omhoog of omlaag en laat deze dan los om de auto in stand N (Neutraal) te zetten. In stand N (Neutraal) kan de Model S vrij rollen. Als de auto in stand P (Parkeren) staat en u lost parkeerrem via het touchscreen (Controls > E-Brake & Power Off), dan wordt de Model S automatisch in stand N (Neutraal) gezet (zie blz. 4.25). De Model S wordt automatisch in stand P (Parkeren) gezet als u de auto verlaat. Gebruik het touchscreen om de auto in de Tow-stand te zetten (zie blz. 4.9). 4.8 GEBRUIKERSHANDLEIDING MODEL S

49 Versnellingen Parkeren Zorg dat de auto helemaal stilstaat en druk op het uiteinde van de selectiehendel. Als de auto in stand P (Parkeren) staat, wordt ook altijd de parkeerrem aangetrokken. De Model S wordt automatisch in stand P (Parkeren) gezet als u: Het bestuurdersportier opent en de auto achterlaat. De laadkabel aansluit. Model S in Neutraal laten staan (Tow-stand) De Model S zet zichzelf automatisch in stand P (Parkeren) als u uit de auto stapt. Deze functie dient om dit te voorkomen zodat de auto in bijzondere situaties vrij kan rollen (bijvoorbeeld in een wasstraat, op een autotransporter takelen enz.): 1. Zet de selectiehendel in stand P. 2. Trap het rempedaal in. 3. Tik op het touchscreen op Controls > E-Brake & Power Off > Tow Mode. De auto geeft een piepje ter bevestiging, schakelt dan naar stand N (Neutraal) en zet de parkeerrem los (indien vastgezet). Als de auto in de Tow-stand staat, gaat het controlelampje op het instrumentenpaneel branden en verschijnt er een bericht om aan te geven dat de auto vrij kan rollen. OPMERKING: In de Tow-stand kan de auto niet in een versnelling gezet worden. Zet de selectiehendel in stand P (Parkeren) of tik nogmaals op "Tow mode" om de Tow-stand uit te schakelen. Als de auto in stand P (Parkeren) staat en u lost parkeerrem via het touchscreen (Controls > E-Brake & Power Off > Parking Brake), dan wordt de Tow-stand ook uitgeschakeld. RIJDEN 4.9

50 Instrumentenpaneel Instrumentenpaneel Instrumentenpaneel Overzicht instrumentenpaneel OPMERKING: De onderstaande afbeelding is uitsluitend bedoeld ter verduidelijking. Afhankelijk van de opties, de softwareversie en het land van bestemming kan de informatie op het touchscreen enigszins afwijken. 1. De cirkel in het midden van het instrumentenpaneel verandert van vorm, afhankelijk van het feit of auto is uitgeschakeld of klaar is om weg te rijden. Als de auto is uitgeschakeld, wordt op dit display de status van de portieren en het energieniveau weergegeven, Trap het rempedaal in om de Model S te starten de controlelampjes knipperen even en de cirkel in het midden van het instrumentenpaneel toont een snelheidsmeter, een energiemeter, de geschatte actieradius (zie 9) en de gekozen versnelling. Als de auto op een laadstation is aangesloten, wordt op het instrumentenpaneel ook de status van het laden weergegeven (zie blz. 6.8). 2. Gebruik de toetsen links op het stuur om de audio-installatie te bedienen. Of druk het scrollwieltje in en draai het omhoog of omlaag om te kiezen wat er op het linker gedeelte van het instrumentenpaneel wordt weergegeven (zie blz. 4.3). 3. Let op belangrijke berichten die hier worden weergegeven. 4. Als u het rempedaal intrapt, knipperen alle controlelampjes even ter bevestiging. De lampjes moeten uitgaan tenzij ze vanwege een bestaande situatie (zie blz. 4.11) worden aangestuurd. 5. Gebruik de toetsen aan de rechterzijde op het stuur voor het bedienen van de telefoon, de spraakbediening en sommige andere functies. U kunt de functies van het rechter scrollwieltje naar eigen wens instellen (zie blz. 4.4). 6. Status portiervergrendeling 7. KM-teller 8. Buitentemperatuur 9. Geschatte actieradius De geschatte actieradius is gebaseerd op de resterende hoeveelheid energie in de batterij. U kunt de weergave op het display zelf instellen door te tikken op Controls > Settings > Language & Units en dan te kiezen: Rated - gebaseerd op ECE R101 tests. Ideal - op basis van ideale omstandigheden zoals rijden met een constante snelheid van 89 km/h op een vlakke weg, zonder extra verbruikers (stoelverwarming, airconditioning enz.). OPMERKING: Gebruik de geschatte actieradius alleen als een algemene richtlijn om uit te vinden wanneer u de Model S moet opladen. 10. Let goed op belangrijke waarschuwingen die aan de onderzijde van het instrumentenpaneel worden weergegeven. Als er waarschuwingen zijn, kunt u aanvullende informatie opvragen door het icoontje (uitroepteken) op de statusbalk aan de bovenzijde van het touchscreen aan te raken. 11. Gekozen versnelling P (Parkeren), R (Achteruit), N (Neutraal) of D (Rijden). 12. Datum en tijd 4.10 GEBRUIKERSHANDLEIDING MODEL S

51 Instrumentenpaneel Controlelampjes Als u het rempedaal intrapt, knipperen de controlelampjes even ter bevestiging. De lampjes moeten uitgaan tenzij ze vanwege een actuele situatie worden aangestuurd. Neem contact op met Tesla als een controlelampje niet brandt of niet uitgaat. In aanvulling op de controlelampjes verschijnen er ook berichten boven of onder op het instrumentenpaneel. Als er een waarschuwing is afgegeven, verschijnt er een uitroepteken op het touchscreen. Tik op dit uitroepteken voor nadere omschrijving van de waarschuwing. Controlelampje Omschrijving Airbag. Neem direct contact op met Tesla als dit lampje bij het starten niet knippert en als het blijft branden. Zie blz Een veiligheidsgordel is niet goed vastgemaakt. Zie blz De airbag aan passagierszijde is via het touchscreen uitgeschakeld. Zie blz Mistachterlichten ingeschakeld. Zie blz Parkeerlichten (contourverlichting, achterlichten en kentekenplaatverlichting) ingeschakeld. Dimlicht ingeschakeld. Grootlicht ingeschakeld. Zie blz Elektronische stabiliteitssystemen bedienen de rem van een wiel om het doorslippen ervan te voorkomen (controlelampje knippert). TC Traction control uitgeschakeld. Zie blz Er is een defect aan de luchtvering vastgesteld. Neem contact op met Tesla. Zie blz Automatische niveauregeling uitgeschakeld. In andere woorden, de Model S is in de Jack-stand en kan op een autoambulance getakeld worden. De Jack-stand wordt automatisch uitgeschakeld als de auto harder dan 7 km/h rijdt. Zie blz De parkeerrem is handmatig aangetrokken. Zie blz RIJDEN 4.11

52 Instrumentenpaneel Instrumentenpaneel Controlelampje Omschrijving Er is een defect aan de parkeerrem vastgesteld. Neem contact op met Tesla. Zie blz Er is een defect aan het ABS vastgesteld. Zie blz Neem onmiddellijk contact op met Tesla. Er is een defect aan het remsysteem vastgesteld of het remvloeistofniveau is te laag. Zie blz Neem onmiddellijk contact op met Tesla. Waarschuwing bandenspanning De bandenspanning van een van de banden is te laag. Het lampje knippert als er een defect aan het bandenspanningcontrolesysteem (TPMS) is vastgesteld. Neem bij een defect aan het TPMS contact op met Tesla. Zie blz Een portier of de achterklep/voorklep is open. Zie blz Knippert groen als de linker richtingaanwijzer is ingeschakeld. Beide lampjes knipperen groen als de alarmknipperlichten zijn ingeschakeld. Knippert groen als de rechter richtingaanwijzer is ingeschakeld. Beide lampjes knipperen groen als de alarmknipperlichten zijn ingeschakeld. De auto is in de Tow-stand en kan vrij rollen. De auto wordt niet automatisch in stand P (Parkeren) gezet als u de auto verlaat. Zie blz GEBRUIKERSHANDLEIDING MODEL S

53 Verlichting Verlichting Bediening verlichting Tik op Controls linksonder op het touchscreen voor het bedienen van de verlichting. De verlichting van de auto is via het touchscreen te bedienen, daarnaast heeft de Model S een binnenverlichting die automatisch aan en uitgaat op basis van wat u op dat moment doet. Zo gaat de binnenverlichting, de contourverlichting, de achterlichten en de verlichting van de portiergrepen branden als u de Model S ontgrendelt, een portier opent en als u de selectiehendel in stand P (Parkeren) zet. Na ongeveer 2 minuten gaat de verlichting automatisch weer uit of eerder als u een versnelling inschakelt of de Model S vergrendelt. RIJDEN 4.13

54 Verlichting Verlichting 1. Als DOME op AUTO staat, gaat de binnenverlichting automatisch aan bij het ontgrendelen van de auto, bij het openen van een portier en als de selectiehendel in de stand P (Parkeren) wordt gezet. De verlichting gaat na 60 seconden vanzelf weer uit of eerder als de Model S vergrendeld wordt en als er een versnelling wordt ingeschakeld. U kunt de binnenverlichting ook in- en uitschakelen door op de lens te drukken. Als de binnenverlichting met de hand is ingeschakeld, gaat deze automatisch uit als de Model S afgezet wordt. Als de auto al afgezet is en u schakelt de binnenverlichting met de hand in, dan gaat deze na verloop van 60 minuten automatisch weer uit. 2. Als u de AMBIENT verlichting inschakelt, gaat de verlichting van de armleuningen op de portieren branden als de koplampen branden. 3. Selecteer FOG om de mistachterlichten in- en uit te schakelen. Het controlelampje van de mistachterlichten op het instrumentenpaneel gaat branden als de mistachterlichten zijn ingeschakeld. De mistachterlichten werken alleen als het dimlicht van de auto is ingeschakeld. Bij het uitschakelen van het dimlicht worden ook de mistachterlichten uitgeschakeld. 4. De Model S met schroefveren heeft koplamphoogteverstelling om te voorkomen dat tegenliggers verblind worden als de auto zwaar beladen is. U kunt bij een zwaar beladen auto de lichtbundel naar beneden stellen om te voorkomen dat tegenliggers verblind worden. Tik op LEVEL en sleep het schuifknopje in de gewenste stand. 0 Koplampen in hoogste stand Verstellen is niet nodig als alle stoelen bezet zijn en er alleen bagage in de bagageruimte voorin is opgeborgen. 1 Koplampen een of twee standen lager Als alle stoelen bezet zijn en 2 er bagage in de bagageruimte achter is opgeborgen. Zie blz. 8.3 voor meer informatie over het beladen van de auto. OPMERKING: Koplamphoogteverstelling is niet verkrijgbaar op de Model S met luchtvering omdat deze de wagenhoogte automatisch corrigeert. 5. Bij het starten van de Model S wordt de buitenverlichting altijd automatisch op AUTO gezet. AUTO De buitenverlichting (koplampen, achterlichten, parkeerlichten en kentekenplaatverlichting) wordt automatisch ingeschakeld als er onvoldoende daglicht is. Deze wordt bij een volgende rit altijd weer AUTO gezet, ongeacht of er tijdens de vorige rit voor een andere instelling is gekozen. OPMERKING: Als de verlichting op AUTO staat, gaat het dimlicht automatisch branden als het 4.14 GEBRUIKERSHANDLEIDING MODEL S

55 Verlichting schemert. Bij een heldere lucht en een laagstaande zon kan de verlichting ook automatisch inschakelen. Kies één van deze opties om de instellingen van de verlichting tijdelijk te veranderen: OFF Koplampen, achterlichten en kentekenplaatverlichting gaan uit tot u ze handmatig weer inschakelt of de volgende keer dat u de Model S start. Alleen de dagrijverlichting (voor) brandt. Alleen de dagrijverlichting, de achterlichten en de kentekenplaatverlichting zijn ingeschakeld. De buitenverlichting (koplampen, achterlichten, parkeerlichten en kentekenplaatverlichting) wordt ingeschakeld. RIJDEN 4.15

56 Verlichting Verlichting Grootlicht Duw de hendel aan de linkerzijde van het stuur van u af. Trek de hendel naar u toe om het grootlicht weer uit te schakelen. Bochtverlichting Als de Model S is uitgerust met het optionele Tech-pakket, zorgt de LED-bochtverlichting voor extra brede lichtbundel als u met een snelheid van 40 km/h of minder door een bocht rijdt. Het controlelampje van het grootlicht op het instrumentenpaneel gaat branden als het grootlicht ingeschakeld is. Trek de hendel helemaal naar u toe en laat hem los om een lichtsignaal te geven. Headlights After Exit Als de auto in het donker wordt geparkeerd, zal de buitenverlichting automatisch zijn ingeschakeld. Deze verlichting gaat na 2 minuten automatisch uit en ook wanneer u de auto vergrendelt. Deze functie kan via het touchscreen in- en uitgeschakeld worden. Kies hiervoor Controls > Settings > Vehicle > Headlights After Exit GEBRUIKERSHANDLEIDING MODEL S

57 Verlichting Richtingaanwijzers Duw de hendel aan de linkerzijde van het stuur omhoog (rechtsaf) of omlaag (linksaf). Alarmknipperlichten Druk op de schakelaar links naast het touchscreen om de alarmknipperlichten in te schakelen. Alle richtingaanwijzers knipperen. Druk nog een keer op de schakelaar om de alarmknipperlichten weer uit te schakelen. De richtingaanwijzers gaan automatisch uit als het stuur weer rechtuit staat en u kunt de hendel in de middelste stand terugzetten. Het controlelampje van de desbetreffende richtingaanwijzers op het instrumentenpaneel gaat knipperen als de richtingaanwijzers zijn ingeschakeld. U hoort ook een klikkend geluid. Passeerfunctie Duw de hendel even tegen de veerdruk in omhoog of omlaag en laat hem dan weer los. De desbetreffende richtingaanwijzers knipperen 3 keer. OPMERKING: De alarmknipperlichten werken ook als er geen sleutel in de buurt van de auto is. RIJDEN 4.17

58 Ruitenwissers en -sproeiers Ruitenwissers en -sproeiers -sproeiers Ruitenwissers Draai het uiteinde van de hendel aan de linkerzijde van het stuur naar voren. U kunt kiezen uit 4 standen: 1e: Automatisch met lage gevoeligheid.* 2e: Automatisch met hoge gevoeligheid.* 3e: Continu op lage snelheid. 4e: Continu op hoge snelheid. Ruitenwissers ontdooien Als de Model S is, uitgerust met het optionele Cold Weather-pakket kunt u de ruitenwisserbladen ontdooien via Controls > Cold Weather > Heated Wipers op het touchscreen. De verwarming werkt 15 minuten en gaat dan automatisch uit. Druk op het uiteinde van de hendel om één keer te wissen. Als de ruitenwissers op automatische bediening staan en de regensensor geen water op de voorruit waarneemt, dan zullen de ruitenwissers niet werken. Als u de ruitenwissers inschakelt, wordt automatisch ook het dimlicht ingeschakeld (als dat nog niet het geval was). *De Model S heeft een regensensor die in de steun van de binnenspiegel achter de voorruit is weggewerkt. Als de ruitenwissers op automatische bediening staan is de frequentie van het wissen afhankelijk van de hoeveelheid neerslag op de voorruit. Als de ruitenwissers in stand 2 staan, is de regensensor gevoeliger. Verwijder eventueel ijs van de wisserbladen voordat u de ruitenwissers inschakelt, dat zorgt voor een langere levensduur. IJs heeft scherpe kanten waardoor het rubber van de wisserbladen beschadigd kan raken. Controleer en reinig de wisserbladen regelmatig. Vervang de wisserbladen direct als ze beschadigd zijn. Voor details over het controleren en vervangen van wisserbladen, zie blz AANWIJZING: Controleer bij extreme kou altijd of de ruitenwissers niet aan de voorruit vastgevroren zijn GEBRUIKERSHANDLEIDING MODEL S

59 Ruitenwissers en -sproeiers Sproeiers Druk de knop op het uiteinde van de hendel aan de linkerzijde van het stuur in en houd deze ingedrukt om de ruitensproeiers te bedienen. De ruitenwissers worden ingeschakeld. Als u de knop loslaat, maken de ruitenwissers nog een paar slagen en dan stoppen ze. Vul de ruitensproeiervloeistof regelmatig bij (zie blz. 7.20). Ruitensproeiers ontdooien Als de Model S is uitgerust met het optionele Cold Weather-pakket worden de ruitensproeiers verwarmd als de omgevingstemperatuur het vriespunt nadert en als u de ruitenwisserverwarming inschakelt (via Controls > Cold Weather > Heated Wipers op het touchscreen). De sproeierverwarming schakelt uit als de ruitenwisserverwarming wordt uitgeschakeld (na 15 minuten) en als de omgevingstemperatuur hoog genoeg is. RIJDEN 4.19

60 Parkeerhulp Parkeerhulp Parkeerhulp Werking van parkeerhulp Als uw auto met de optie Park Assist is uitgerust, is deze voorzien van sensoren in de voor- en achterbumper. Als u langzaam voor of achteruit rijdt, waarschuwen deze sensoren voor eventuele objecten in de directe nabijheid van de auto. dieren en bewegende voorwerpen detecteren die zich te ver of te dichtbij vóór, achter, boven of onder de sensoren bevinden. De parkeerhulp helpt de bestuurder bij het parkeren en is niet bedoeld ter vervanging van de eigen waarnemingen van de bestuurder. De parkeerhulp is geen garantie voor veilig rijden. Visuele en hoorbare feedback Als u langzaam vooruit of achteruit rijdt met een snelheid van minder dan 4,8 km/h verschijnt op het linker gedeelte van het instrumentenpaneel een waarschuwing dat er een obstakel vóór of achter de auto is geconstateerd. Bij het achteruitrijden wordt u geholpen door het beeld van de achteruitrijcamera op het touchscreen (zie blz. 4.29). Als het geluid is ingeschakeld (zie blz. 4.21), hoort u een waarschuwingssignaal tijdens het manoeuvreren. U kunt dit geluid met behulp van het scrollwieltje aan de linkerzijde op het stuur doen tijdelijk uitschakelen. De sensoren worden ingeschakeld bij een snelheid lager dan 4,8 km/h. De auto ziet een obstakel tot op een afstand van ongeveer 120 cm in stand D (Rijden) en ongeveer 160 cm van de achterbumper in stand R (Achteruit). Er klinkt een waarschuwingssignaal (indien ingeschakeld). WAARSCHUWING: Vertrouw daarom nooit alleen op de informatie van de parkeerhulp maar overtuig u er zelf van dat er geen personen en/of obstakels in de buurt van de auto zijn. De goede werking van de parkeerhulp kan verstoord worden door een aantal externe factoren (zie blz. 4.21). Als u alleen afgaat op de informatie van de parkeerhulp bestaat de kans op het verwonden van personen en/of schade aan goederen. Houd de directe omgeving van de auto altijd zelf goed in de gaten. Kijk bij het achteruitrijden over uw schouder en gebruik alle spiegels. Park Assist kan geen kinderen, voetgangers, fietsers, Als het obstakel dichterbij komt, wordt de gele gevarenzone en de afstand tot het object weergegeven GEBRUIKERSHANDLEIDING MODEL S

61 Parkeerhulp Als de auto het obstakel tot op een afstand van ongeveer 40 cm in stand D (Drive) en ongeveer 30 cm in stand R (Reverse) van de bumper is genaderd, wordt de rode gevarenzone weergegeven en verschijnt er een waarschuwing op het scherm. De toon van het waarschuwingssignaal wordt hoger. Als een sensor geen signaal doorgeeft, verschijnt er een waarschuwing op het instrumentenpaneel. AANWIJZING: Zorg ervoor dat sensoren schoon zijn en vrij van sneeuw, modder en vuil. Richt een hogedrukspuit niet rechtstreeks op de sensoren en reinig ze niet met een scherp of schurend voorwerp, dat veroorzaakt krassen en kan het oppervlak beschadigen. AANWIJZING: Plak geen stickers op de parkeersensoren en monteer ook geen accessoires voor de sensoren. Hoorbare feedback regelen U kunt de parkeerhulp met en zonder geluidssignaal gebruiken. Tik op Controls > Settings > Safety & Security > Park Assist Chimes om het geluid in- en uit te schakelen. U kunt dit geluid ook met behulp van het scrollwieltje aan de linkerzijde op het stuur uitschakelen. Het geluid blijft uitgeschakeld tot u de selectiehendel in een andere stand zet of tot u harder rijdt dan 4,8 km/h. Beperkingen en valse waarschuwingen De parkeerhulp kan in de volgende omstandigheden geen obstakels waarnemen: Een of meer parkeersensoren is beschadigd, vuil of bedekt (met sneeuw, bladeren, ijs). Het obstakel is te laag, ongeveer 20 cm (bijvoorbeeld een trottoirband of een drempel). Weersomstandigheden (zware regen, sneeuw, mist) die de goede werking van de sensoren belemmeren. Het obstakel is dun (bijvoorbeeld een dun paaltje). Het obstakel is buiten het bereik van de sensor. Het object absorbeert geluid of is zacht (bijvoorbeeld poedersneeuw). Het obstakel is afgeschuind (bijvoorbeeld een oprit). Bij extreem koude of warme temperaturen. De sensoren worden gestoord door andere elektrische apparaten die ultrasone geluidsgolven produceren. Het object bevindt zich te dicht bij de bumper. De bumper beschadigd is of scheef hangt. Er iets op de bumper is gemonteerd waardoor de sensor wordt afgedekt (bijvoorbeeld een fietsenrek of een bumpersticker). Andere parkeerhulpen In aanvulling op de parkeerhulp is er ook het beeld van de achteruitrijcamera dat bij het inschakelen van de achteruit automatisch op het scherm verschijnt. Zie blz RIJDEN 4.21

62 Informatie dagteller Informatie dagteller Informatie dagteller Weergave informatie dagteller De informatie van de dagteller kunt u op het touchscreen opvragen door op Controls > Trips te tikken. Er zijn twee dagtellers, A and B. Tik op RESET van de bijbehorende dagteller om deze te resetten. OPMERKING: U kunt de informatie van de dagteller ook op het instrumentenpaneel laten weergeven (zie blz. 4.3) GEBRUIKERSHANDLEIDING MODEL S

63 Energieverbruik Energieverbruik Weergave energieverbruik Tik op de Energy-app aan de bovenzijde van het touchscreen voor een grafische weergave van het energieverbruik van de Model S. De grafiek toont het energieverbruik en de resterende actieradius. De actieradius wordt berekend op basis van de verbruik van de laatste 0,16 km. Snel accelereren en rijden op hoge snelheid zorgen voor pieken in het verbruik. Rustig rijden spaart energie. Momenten waarop er meer energie werd teruggewonnen dan verbruikt (een overschot dat gebruikt wordt om de batterij op te laden) worden in het groen aangegeven. U kunt de schaal van de weergave veranderen door in of uit te zoomen met de gebruikelijke vingerbewegingen op het scherm. U kunt het energieverbruik van de laatste 10, 25, of 50 km bekijken. U kunt de schaal ook veranderen door op Controls > Settings > Apps > Energy te tikken. OPMERKING: U kunt de grafiek ook op het instrumentenpaneel laten weergeven, gebruik daarvoor het scrollwieltje op het stuur (zie blz. 4.3). Tips om actieradius te vergroten U kunt uw actieradius vergroten door zuinig te rijden op dezelfde manier als u deed om benzine te besparen. Het energieverbruik is sterk afhankelijk van de rijstijl van de bestuurder en externe omstandigheden (koud weer, zware belading, rijden in bergen enz.). Houd de volgende punten in gedachten als u het maximale uit een lading wilt halen: Rijden op hoge snelheid kost veel energie en verkort de actieradius. Voorkom vaak en snel accelereren. Neem bijtijds de voet van het gaspedaal in plaats van te remmen. Elke keer dat u tijdens het rijden de voet van het gas neemt, verliest de auto door regeneratief remmen snelheid terwijl de daarbij opgewekte energie wordt gebruikt om de batterij op te laden (zie blz. 4.25). Zorg voor de juiste bandenspanning (zie blz. 7.4). Neem geen onnodige bagage mee. Beperk het gebruik van elektrische verbruikers zoals de verwarming en de airconditioning. Het gebruik van de stoelverwarming is efficiënter dan het hele interieur verwarmen. De energiemeter op het instrumentenpaneel en de Energy-app (zie blz. 4.23) geven informatie over het energieverbruik. Dankzij deze informatie weet u al snel hoeveel invloed uw rijstijl en de externe omstandigheden hebben op het energieverbruik van de Model S. RIJDEN 4.23

64 Remmen Remmen Remmen Remsystemen De Model S is uitgerust met ABS, een systeem dat voorkomt dat de wielen bij een eventuele noodstop blokkeren. Hierdoor blijft de auto in de meeste omstandigheden bestuurbaar. Bij een noodstop controleert het ABS de draaisnelheid van de wielen en regelt het systeem de remdruk naar elk wiel aan de hand van de grip. Het aanpassen van de remdruk zorgt voor een pulserende beweging van het rempedaal. Dit is een normaal verschijnsel en geeft aan dat het ABS actief is. Houd het rempedaal stevig ingetrapt als u deze pulserende beweging voelt. Het ABS-controlelampje op het instrumentenpaneel knippert heel even als u de auto start. Als het lampje op enig ander moment gaat branden, is er een storing geconstateerd en werkt het ABS niet. Neem contact op met Tesla. Het remsysteem blijft normaal functioneren en wordt niet beïnvloed door het uitvallen van het ABS. De remweg kan echter groter worden. Als dit controlelampje brandt, anders dan alleen kortstondig tijdens het starten, is er een storing in het remsysteem geconstateerd of is het remvloeistofniveau te laag. Neem onmiddellijk contact op met Tesla. Noodstop Trap bij een noodstop zo hard mogelijk op het rempedaal en houd het pedaal ingetrapt, ook als het glad is. Het ABS past de remdruk van elk wiel aan aan de grip die het wiel heeft. Zo wordt voorkomen dat de wielen blokkeren en kunt u op een zo veilig mogelijke manier stoppen. WAARSCHUWING: Nooit pompend remmen. Dit verstoort de goede werking van het ABS en de remweg zal toenemen. WAARSCHUWING: Houd altijd voldoende afstand tot uw voorganger en wees bij gevaarlijke omstandigheden extra voorzichtig. Alhoewel het ABS de remweg kan verkorten, het kan de wetten van de natuur niet verslaan. Het voorkomt ook geen aquaplaning (een laagje water verhindert het contact tussen de band en het wegdek). Remblokslijtage De remblokken van de Model S zijn standaard voorzien van slijtage-indicatoren. Als het remblok is versleten, raakt een dunne metalen strip in het remblok de remschijf en gaat daardoor hard piepen. Dit geluid geeft aan dat de remblokken versleten zijn en vervangen moeten worden. Neem contact op met het Tesla Service Center om het piepen te stoppen. De remmen moeten regelmatig gecontroleerd worden waarbij de wielen gedemonteerd moeten worden. Kijk voor technische details en de minimumdikte van remschijven en -blokken op blz WAARSCHUWING: Als u versleten remblokken niet op tijd laat vervangen, kan het remsysteem beschadigd raken en bestaat de kans op gevaar tijdens het remmen GEBRUIKERSHANDLEIDING MODEL S

65 Remmen Regeneratief remmen Elke keer dat u tijdens het rijden de voet van het gas neemt, verliest de auto door regeneratief remmen snelheid terwijl de daarbij opgewekte energie wordt gebruikt om de batterij op te laden. Door goed te anticiperen en tijdig uw voet van het gaspedaal te nemen, kunt u de voordelen van regeneratief remmen optimaal benutten en de actieradius vergroten. Natuurlijk is dit geen volwaardig alternatief voor het echte remmen om gevaarlijke situaties te voorkomen. OPMERKING: Als de auto door het regeneratief remmen sterk afremt, bijvoorbeeld tijdens een afdaling, dan gaan de remlichten branden om het achteropkomend verkeer te waarschuwen. De energiemeter op het instrumentenpaneel geeft real-time informatie over de hoeveelheid energie die wordt herwonnen De hoeveelheid energie die op deze manier wordt herwonnen en in de batterij wordt opgeslagen, is afhankelijk van de staat van de batterij en het door u ingestelde laadniveau. Als het regeneratief remmen is beperkt, verschijnt er een gele stippellijn op de energiemeter. Het regeneratief remmen kan bijvoorbeeld beperkt worden omdat de batterij te koud of te heet is, de extra energie wordt dan gebruikt om de batterij te verwarmen of te koelen. Regeneratief remmen wordt ook beperkt als de batterij helemaal volgeladen is. Niveau regeneratief remmen instellen U kunt het niveau voor het regeneratief remmen via het touchscreen instellen. 1. Tik op "Controls". 2. U kunt kiezen uit 2 niveaus: Standard - maximaal regeneratief remmen Als u het gas loslaat, zal de Model S sterk afremmen, zo kunt u de remmen sparen. Low - beperkt regeneratief remmen Als u het gas loslaat, zal de auto minder sterk afremmen en langer doorrollen. OPMERKING: Bij het starten van de Model S wordt het regeneratief remmen altijd automatisch op "Standard" gezet. Parkeerrem De parkeerrem wordt automatisch aangetrokken als u de selectiehendel in stand P (Parkeren) zet. De parkeerrem wordt automatisch gelost als u een andere versnelling kiest. OPMERKING: De parkeerrem werkt alleen op de achterwielen en is onafhankelijk van de voetrem. U kunt de parkeerrem handmatig lossen via het touchscreen (de Model S wordt tegelijkertijd in stand N (Neutraal) gezet): 1. Tik op het touchscreen op Controls > E-Brake & Power Off. 2. Trap het rempedaal in en tik op Parking Brake. Als de auto in stand P (Parkeren) stond, wordt deze nu automatisch in stand N (Neutraal) gezet. Het controlelampje van de parkeerrem op het instrumentenpaneel gaat branden als u de parkeerrem via het touchscreen aantrekt. Als er een elektrische storing wordt geconstateerd aan de parkeerrem, verschijnt er aan de bovenzijde van het touchscreen een oranje gekleurde foutmelding. AANWIJZING: In het uitzonderlijke geval dat de Model S helemaal zonder stroom komt te staan, kunt u de parkeerrem niet lossen. RIJDEN 4.25

66 Traction Control Traction Control Traction Control Hoe het werkt Traction control is een systeem dat voortdurend controleert of de voor- en achterwielen even snel draaien. Als de wielen hun grip verliezen, wordt het doorslippen van de wielen tegengegaan door de remmen te bedienen en het motorvermogen te beperken. Het controlelampje van de Traction control op het instrumentenpaneel gaat branden als het systeem actief is. WAARSCHUWING: De Traction control kan geen ongelukken door te hard rijden (in bochten) voorkomen. Uitschakelen Laat de Traction control onder normale omstandigheden altijd ingeschakeld. U kunt de Traction control in uitzonderlijke gevallen uitschakelen als u juist wilt dat de wielen doorslippen, zoals: Wegrijden op een gladde ondergrond zoals grind of sneeuw Rijden in diepe sneeuw, zand of modder Schommelen om uit een kuil of een gat weg te komen Uitschakelen van de Traction control kan via het touchscreen door op Controls > Driving > Traction Control > Off te tikken. Aan de bovenzijde van het touchscreen TC gaat het controlelampje Traction Control Off branden als het systeem is uitgeschakeld. Alhoewel de Traction control elke keer als u de auto opnieuw start, automatisch weer ingeschakeld wordt, is beter om het systeem zelf via het touchscreen weer in te schakelen zodra de omstandigheden dit toelaten GEBRUIKERSHANDLEIDING MODEL S

67 Cruise control control Cruise control bedienen Met Cruise control kunt u gemakkelijk een constante snelheid aanhouden en heel comfortabel uw voet van het gaspedaal nemen. Vooral handig bij het rijden van lange afstanden met een constante snelheid. De Cruise control werkt alleen bij snelheden boven 32 km/h. WAARSCHUWING: Gebruik de Cruise control niet op gladde wegen, bij sterke wind en als de verkeersdrukte dit niet toelaat. Cruise control bedienen: 1. Druk bij een snelheid van minstens 32 km/h, op het uiteinde van de Cruise control-hendel. Het lampje in de hendel gaat branden. 2. Geef gas tot de auto de gewenste kruissnelheid heeft bereikt. 3. Beweeg de hendel omhoog of omlaag en laat hem dan los. Op het instrumentenpaneel verschijnt het bericht "Cruise On" boven de snelheidsmeter en een wit pijltje geeft de ingestelde snelheid aan. WAARSCHUWING: Tijdens afdalingen kan de snelheid stijgen, waardoor de auto boven de ingestelde snelheid uitkomt. Kruissnelheid veranderen Beweeg de hendel omhoog (sneller) of omlaag (langzamer). Duw de hendel één stapje omhoog/omlaag en laat deze dan los om de snelheid van de auto met 1,6 km/h te verhogen/verlagen. Duw de hendel twee stapjes omhoog/omlaag en laat deze dan los om de snelheid van de auto met 8 km/h te verhogen/verlagen. Houd de hendel omhoog/omlaag om de snelheid in stappen van 3 km/h te verhogen/verlagen tot de gewenste snelheid is bereikt. OPMERKING: Het kan even duren om de nieuwe kruissnelheid te bereiken. Als u de kruissnelheid tot minder dan 32 km/h verlaagt, wordt de Cruise control uitgeschakeld en de ingestelde snelheid uit het geheugen verwijderd. U kunt op elk willekeurig moment gas geven als de Cruise control in werking is. Als u het gas loslaat, zal de snelheid van de auto terugzakken tot de ingestelde snelheid. RIJDEN 4.27

68 Cruise control Cruise control Onderbreken en hervatten De Cruise control wordt automatisch uitgeschakeld als u: Het rempedaal intrapt. Met een snelheid van minder dan 32 km/h rijdt. De selectiehendel uit stand D (Rijden) zet. Druk de Cruise control-hendel even van u af om de werking van de Cruise control handmatig te onderbreken. Het bericht op het instrumentenpaneel verdwijnt, maar de ingestelde kruissnelheid blijft aangegeven tot u de Model S uitschakelt. Trek de hendel even naar u toe om de Cruise control te activeren en de ingestelde kruissnelheid weer aan te houden. De Cruise control werkt alleen bij snelheden boven 32 km/h GEBRUIKERSHANDLEIDING MODEL S

69 Achteruitrijcamera Achteruitrijcamera Plaats van camera De Model S is uitgerust met een achteruitrijcamera die zich boven de kentekenplaat achter bevindt. Camera reinigen Zorg dat de lens van de camera altijd schoon is, voor een helder beeld. Veeg de lens van de camera regelmatig met een vochtige, zachte doek schoon. AANWIJZING: Gebruik geen chemische of schurende reinigingsmaterialen, die kunnen het lensoppervlak onherstelbaar beschadigen. Zodra de achteruit wordt ingeschakeld, wordt het beeld van de camera op het touchscreen weergegeven. OPMERKING: Als uw auto met de optie Park Assist is uitgerust, verschijnt ook de informatie van de parkeerhulp onder het beeld van de achteruitrijcamera. Zie blz WAARSCHUWING: Houd in gedachten dat overhangende obstakels die letsel of schade zouden kunnen veroorzaken, buiten het bereik van de camera vallen en niet in beeld gebracht kunnen worden. RIJDEN 4.29

70 Achteruitrijcamera Achteruitrijcamera 4.30 GEBRUIKERSHANDLEIDING MODEL S

71 TOUCHSCREEN Overzicht touchscreen Het grote geheel Touchscreen - Bedieningsorganen Bediening Model S Touchscreen - Instellingen Persoonlijke instellingen Model S Climate Control Overzicht Climate control Climate control instellen Ventilatie Tips voor de bediening Luchtvering Automatische niveauregeling Handmatige niveauregeling Jack-stand Media en Audio Overzicht AM-en FM-radio DAB-radioservices Internetradio Media-instellingen Favorieten My Music & Devices USB-aansluitingen V-stopcontact Kaarten Kaarten gebruiken Navigeren Overzicht navigatie Navigatie starten Tijdens het navigeren Instellingen alarminstallatie Over de alarminstallatie HomeLink Universal Transceiver Over HomeLink HomeLink programmeren Software Updates Nieuwe software Release Notes bekijken Mobiele app Model S Mobiele app Telefoon Bluetooth Compatibiliteit Bluetooth-telefoon linken Contacten importeren Bluetooth-telefoon, linken ongedaan maken Verbinding met gelinkte telefoon maken Bellen Een gesprek aannemen Opties binnenkomend gesprek

72 Overzicht touchscreenoverzicht touchscreen TOUCHSCREEN Overzicht touchscreen Het grote geheel Hier worden de belangrijkste onderdelen van het touchscreen weergegeven. Tik op Controls > Displays om de lichtsterkte en het contrast in te stellen. Als het scherm op Auto staat, wisselt het touchscreen automatisch tussen dag- en nachtweergave waarbij de lichtsterkte afhankelijk is van de hoeveelheid licht. OPMERKING: De onderstaande afbeelding is uitsluitend bedoeld ter verduidelijking. Afhankelijk van de opties, de softwareversie en het land van bestemming kan de inf3ormatie op het touchscreen enigszins afwijken. 5.2 GEBRUIKERSHANDLEIDING MODEL S

73 Overzicht touchscreen 1. Statusbalk Op de statusbalk aan de bovenzijde van het scherm staan snelkoppelingen naar Charging, HomeLink, Driver Profiles, voertuiginformatie (de Tesla T ), info over updates, Bluetooth en de status van de airbag aan passagierszijde. Daarnaast worden de temperatuur, de tijd, de signaalsterkte van het netwerk, Bluetooth, en de status van de airbag aan passagierszijde aangegeven. Als er een waarschuwing wordt gegeven (uitroepteken) tik dan op het icoontje om de actuele waarschuwingen weer te geven. OPMERKING: De tijd wordt automatisch ingesteld via het mobiele netwerk. Tik op Controls > Settings > Language & Units om de eenheden voor temperatuur (C o or F o ) en tijd (12- of 24-uursnotatie) te veranderen. 2. Apps Er zijn verschillende manieren om een app weer te geven: Tik op het icoontje van de app om de gegevens op het bovenste gedeelte van het scherm weer te geven. Tik, als de app al weergegeven wordt, nog een keer op het icoontje om naar een volledig scherm over te schakelen (slechts enkele apps hebben een volledig-schermfunctie). Sleep het icoontje van de app naar het bovenste gedeelte van het scherm. Tik op het icoontje en houd het even vast. Er verschijnt een pop-up met de vraag of u de app op het bovenste of het onderste gedeelte van het scherm weer wilt geven. Media. Zie blz Nav. Zie blz Energy. Zie blz Web. Toegang tot het internet via de web browser. Camera. Weergave van het gebied achter de auto. Dit beeld verschijnt automatisch zodra de selectiehendel in stand R (Achteruit) wordt gezet. Zie blz Telefoon. Zie blz Scherm De weergave van het scherm is afhankelijk van de app die is geselecteerd (in dit voorbeeld worden de Nav- en de Media-app weergegeven). Bij sommige apps (zoals Nav en Web) kunt u in- en uitzoomen met de gebruikelijke vingerbewegingen. 4. Maximaliseren/minimaliseren Tik op het kleine rechthoekje om de desbetreffende app op het hele scherm weer te geven (niet bij alle apps mogelijk). Tik nog een keer op dit icoontje om twee apps tegelijk weer te geven. 5. Bedieningsorganen Dit icoon geeft toegang tot alle bedieningsorganen en instellingen van de Model S (portieren, sloten, verlichting enz.) 6. Climate control (zie blz. 5.10). 7. Volumeregeling Tik op het pijltje omhoog of het pijltje omlaag om het volume van de luidsprekers te regelen. U kunt dit ook met behulp van het scrollwieltje aan de linkerzijde op het stuur doen. OPMERKING: Als u bij het instappen een portier opent, gaat de mediaspeler door met het weergeven van de muziek die bij het uitschakelen van de auto ook al werd afgespeeld. Het volume blijft zacht tot u zit en het portier sluit, dan wordt het volume automatisch ingesteld op het volume dat al eerder was ingesteld. Als u het portier weer opent, wordt het volume weer verminderd. Als het laatste portier wordt gesloten stopt de mediaspeler de weergave. 8. Positie van twee weergegeven apps wisselen. WAARSCHUWING: Kijk niet naar het touchscreen onder het rijden. Dit vergroot de kans op een aanrijding. Alles wat van belang is tijdens het rijden wordt op het instrumentenpaneel weergegeven. TOUCHSCREEN 5.3

74 Touchscreen - Bedieningsorganen Touchscreen - Bedieningsorganen Touchscreen - Bedieningsorganen Model S Tik op Controls linksonder op het touchscreen voor de bediening van de Model S. OPMERKING: De onderstaande afbeelding is uitsluitend bedoeld ter verduidelijking. Afhankelijk van de opties, de softwareversie en het land van bestemming kan de informatie op het touchscreen enigszins afwijken. 5.4 GEBRUIKERSHANDLEIDING MODEL S

75 Touchscreen - Bedieningsorganen 1. Close Tik op het kruisje in de cirkel aan de linker bovenzijde om het venster te sluiten. U kunt het venster ook sluiten door ergens buiten het venster op het scherm te tikken. 2. Sunroof Tik op dit icoon om de stand het het open dak (indien aanwezig) in te stellen (zie blz. 2.12). 3. Driving Suspension Tik op dit icoon om, als de auto is uitgerust met actieve luchtvering, de hoogte van de auto handmatig aan te passen (zie blz. 5.12). U moet het rempedaal intrappen om de instelling van de vering te kunnen veranderen. Auto's met actieve luchtvering hebben een automatische niveauregeling die ook werkt als de auto is uitgeschakeld. Deze niveauregeling moet uitgeschakeld worden als de auto wordt opgetakeld of gesleept (zie blz en 9.3). Steering mode Voor het instellen van de kracht waarmee het stuurwiel verdraaid moet worden. Sport geeft een betere respons terwijl Comfort zorgt voor een lichtere besturing en extra gemak bij het inparkeren (zie blz. 4.3). Regenerative braking Als het gaspedaal wordt losgelaten, zal de auto snelheid verliezen door het regeneratief remmen. De energie die daarbij wordt opgewekt, wordt gebruikt om de batterij weer op te laden. Selecteer Low om het remmende effect te beperken, dit gaat echter wel ten koste van de actieradius (zie blz. 4.25). OPMERKING: Ongeacht de instellingen is de hoeveelheid energie die met regeneratief remmen wordt herwonnen kleiner als de batterij vol is, of als het heel heet of heel heet is (de extra energie wordt gebruikt om de batterij te koelen of te verwarmen). Traction Control Als de Traction Control wordt uitgeschakeld, verschijnt er een waarschuwing op het instrumentenpaneel. Het systeem wordt aan het einde van elke rit automatisch weer ingeschakeld (zie blz. 4.26). Creep Selecteer ON als u wilt dat de auto in stand D (Rijden) en R (Achteruit) kruipt als u het rempedaal loslaat (net als bij een conventionele automatische transmissie). Om deze instelling te kunnen veranderen moet de selectiehendel in stand P (Parkeren) staan. 4. Cold weather-pakket Als de Model S is uitgerust met het optionele Cold Weather-pakket beschikt u over stoelverwarming en verwarmde ruitenwissers. U kunt de verwarming van de beide voorstoelen ook instellen via het bedieningspaneel van de airco aan de onderzijde van het touchscreen (zie blz. 5.8). 5. Trips Het bekijken en resetten van de dagteller (zie blz. 4.22). 6. Displays Voor het handmatig instellen van de lichtsterkte en het selecteren van dag- (lichte achtergrond) of nachtweergave (donkere achtergrond). Als het scherm op Auto staat, wisselt het touchscreen automatisch tussen dag- en nachtweergave waarbij de lichtsterkte afhankelijk is van de hoeveelheid licht. 7. E-Brake & Power Off U kunt handmatig: De parkeerrem vastzetten en lossen (blz. 4.24). Uitschakelen (zie blz. 4.7) De Model S in Neutraal laten staan door de Tow-stand in te schakelen (zie blz. 9.3). 8. Doors & locks (zie blz. 2.4) 9. Control lights (zie blz. 4.13) WAARSCHUWING: Kijk niet naar het touchscreen onder het rijden. Dit vergroot de kans op een aanrijding. Alles wat van belang is tijdens het rijden wordt op het instrumentenpaneel weergegeven. TOUCHSCREEN 5.5

76 Touchscreen - Instellingen Touchscreen - Instellingen Touchscreen - Instellingen Persoonlijke instellingen Model S Druk op de tab Settings aan de bovenzijde van het Controls-venster om uw persoonlijke voorkeuren in te stellen. OPMERKING: De onderstaande afbeelding is uitsluitend bedoeld ter verduidelijking. Afhankelijk van de opties, de softwareversie en het land van bestemming kan de informatie op het touchscreen enigszins afwijken. Bijvoorbeeld bij auto's voor de US heeft de tab Language & Units een andere titel: Units & Format. 5.6 GEBRUIKERSHANDLEIDING MODEL S

77 Touchscreen - Instellingen 1. Hier stelt u de voorkeuren van de geïnstalleerde apps instellen. Apps waarvan u de instellingen niet kunt instellen, worden in het grijs weergegeven. 2. Driver profiles (zie blz. 4.2) 3. Language & Units Voor het instellen van de weergave van: Taal: Voor het instellen van de taal waarin waarschuwingen, berichten en navigatie-aanwijzingen (indien van toepassing) worden weergegeven. OPMERKING: Als u de taal verandert, zal het touchscreen even sluiten en opnieuw opstarten. Regio: Voor het selecteren van een regio voor het formaat van datum en (mm dd jj/dd-mm-jj, enz,) en de weergave van decimalen (5.123, 5,123 enz.). Afstand: Eenheden voor de actieradius (mijl of km), snelheidsmeter, energiegrafiek, dagteller en Google map zoekfuncties en navigatieroutes. Tijd: 12- of 24-uursnotatie. Temperatuur: o F of o C. Laadeenheden: Weergave van energie (kwh) of afstand (mijl/km). Actieradius: Berekende actieradius (op basis van ECE R101) of Ideale actieradius (op basis van ideale omstandigheden zoals rijden met een constante snelheid van 89 km/h op een vlakke weg, zonder extra verbruikers (stoelverwarming, airconditioning enz.). 4. Vehicle Drive-away vergrendeling: Als deze optie op ON staat, worden alle portieren vergrendeld als de auto een snelheid van meer dan 8 km/h bereikt (zie blz. 2.5). Walk-away vergrendeling: Als deze optie op ON staat, worden alle portieren vergrendeld als u van de auto wegloopt en de sleutel meeneemt (zie blz. 2.5). Alleen beschikbaar als de auto is uitgerust met het optionele Tech-pakket. Child-Protection Locks: Als deze optie op ON staat, kunnen de achterportieren en de achterklep niet van binnenuit geopend worden. Auto-Present Handels: Als deze optie op ON staat komen de portiergrepen automatisch naar buiten als u met een afstandsbediening naar de auto loopt, ongeacht of de auto vergrendeld is of niet (zie blz. 2.4). Mirrors Auto-Tilt: Als deze optie op ON staat, kantelen de buitenspiegels automatisch omlaag bij het inschakelen van de achteruit (zie blz. 4.6). Alleen beschikbaar als de auto is uitgerust met het optionele Tech-pakket. Headlights After Exit Als deze optie op ON staat, blijven de koplampen nog 2 minuten na het verlaten van de auto branden of tot u de auto vergrendelt (zie blz. 4.16). Range mode: Als deze optie op ON staat, wordt het vermogen van de airconditioning beperkt om energie te besparen. De verwarming/airconditioning kan dan minder effectief zijn. 5. Safety & Security Voor het in- of uitschakelen van veiligheidsfuncties: Passagiersairbag (zie blz. 3.17). Alarminstallatie en veiligheidsopties van de auto (zie blz. 5.25). Toegang op afstand tot mobiele apps van Tesla (zie blz. 5.28). 6. HomeLink Gebruik HomeLink voor radiografisch werkende bediening van garagedeuren, verlichting of beveiligingssystemen (zie blz. 5.26). WAARSCHUWING: Kijk niet naar het touchscreen onder het rijden. Dit vergroot de kans op een aanrijding. Alles wat van belang is tijdens het rijden wordt op het instrumentenpaneel weergegeven. TOUCHSCREEN 5.7

78 Climate Control Climate Control Climate Control Overzicht Climate control De bediening van de Climate control wordt permanent weergegeven aan de onderzijde van het touchscreen. Standaard staat de airconditioning altijd op Auto On, dat zorgt voor een maximaal comfort onder alle normale omstandigheden. Als u de temperatuur aanpast, past het systeem automatisch de temperatuur, de luchtverdeling, de luchtrecirculatie, de luchthoeveelheid en de aanjagersnelheid aan om de ingestelde temperatuur te bereiken en aan te houden. Tik op Auto On om deze instellingen te overrulen (zie blz. 5.10). De aanjager, de verwarming en de airconditioning worden alle door de batterij gevoed. Dat betekent dat langdurig gebruik van deze systemen de actieradius kan verminderen. OPMERKING: De onderstaande afbeelding is uitsluitend bedoeld ter verduidelijking. Afhankelijk van de opties, de softwareversie en de instellingen kan de informatie op het touchscreen enigszins afwijken. 1. De voorstoelen zijn uitgerust met thermostatisch geregelde stoelverwarming met 3 standen (1 = laagste stand, 3 = hoogste stand). Als de verwarming is ingeschakeld, branden de controlelampjes rood en wordt aangegeven in welke stand de verwarming staat. OPMERKING: Als de Model S is uitgerust met het optionele Cold weather-pakket, zijn ook de drie zitplaatsen op de achterbank voorzien van verwarming en kan de verwarming van alle stoelen bediend worden door op Controls > Cold Weather te tikken. OPMERKING: De stoelverwarming gebruikt veel minder energie dan de Climate control. 2. Tik op het pijltje omhoog of pijltje omlaag om de temperatuur in te stellen (van LO, 17 C tot HI, 32 C). Tik op SYNC TEMP in de pop-up die verschijnt als u op het pijltje tikt. Op deze manier kunt u de temperatuur voor bestuurder en passagier tegelijkertijd instellen. OPMERKING: De temperatuur kan worden weergegeven in o C of o F (Controls > Settings > Language & Units). 3. Automatische/handbediende Climate control (zie blz. 5.10). 4. De voorruitontwaseming richt de luchtstroom op de voorruit en zet de verwarming en de aanjagersnelheid in de hoogste stand. Een keer tikken voor de normale werking (icoontje wordt blauw). Twee keer tikken voor de maximale werking (icoontje wordt rood). Tik nog een keer op het icoontje om de voorruitontwaseming uit te schakelen en de luchtverdeling, de verwarming en de aanjagersnelheid terug te zetten in de vorige standen. 5. Climate control AAN/UIT zetten. 6. De achterruitverwarming* werkt gedurende 15 minuten en wordt dan automatisch uitgeschakeld. *Als de Model S is uitgerust met het optionele Tech-pakket, zijn de buitenspiegels voorzien van spiegelverwarming. 5.8 GEBRUIKERSHANDLEIDING MODEL S

79 Climate Control WAARSCHUWING: Om verbranding bij langdurig gebruik te voorkomen, moeten personen met aandoeningen aan het zenuwstelsel en mensen met een hoge pijngrens vanwege diabetes, leeftijd, neurologische problemen enz. extra voorzichtig zijn bij het gebruik van de Climate control en de stoelverwarming. TOUCHSCREEN 5.9

80 Climate Control Climate Control Climate control instellen Het systeem zorgt volledig automatisch voor een maximaal comfort onder alle normale omstandigheden. Als u de temperatuur naar eigen wens instelt, past het systeem automatisch de temperatuur, de luchtverdeling, de luchtrecirculatie, de luchthoeveelheid en de aanjagersnelheid aan om de ingestelde temperatuur te bereiken en aan te houden. Tik op Auto On om de automatische instelling te overrulen en de eigen instellingen te bekijken. Tik vervolgens op de instelling die u wilt veranderen. Als u dit doet, zal het blauwe Auto On-icoontje grijs worden en verschijnt Reset Auto op het scherm. 3. Tik op een van de icoontjes om de aanvoer van buitenlucht in te stellen. 1. Tik op Reset Auto om het systeem weer volledig automatisch te laten werken. 2. Tik op A/C On of A/C Off om de airconditioning aan of uit te zetten. Het uitschakelen zal leiden tot minder koeling maar het spaart ook energie waardoor de actieradius toeneemt. Omdat de Model S veel stiller is dan een auto met een gewone verbrandingsmotor, kan het zijn dat u de compressor hoort werken. Verlaag de aanjagersnelheid of schakel de luchtrecirculatie in om het geluid te beperken. OPMERKING: Het uitschakelen kan er onder bepaalde omstandigheden toe leiden dat de ruiten beslaan. Van buitenaf wordt er verse lucht aangevoerd (zie blz. 5.11). Alhoewel minder efficiënt dan bij het recirculeren van de lucht bij extreme hitte of kou, wordt er nu meer lucht aangezogen en naar achteren gevoerd. Deze stand wordt dan ook aanbevolen als er kinderen op de achterste zitrij worden vervoerd. De aanvoer van buitenlucht is afgesloten en de lucht in het interieur wordt gerecirculeerd. Daarmee kunt u voorkomen dat uitlaatgassen en stank het interieur binnendringen maar de kans dat de ruiten beslaan, neemt wel toe. Het recirculeren van de lucht is de meest effectieve manier om het interieur te koelen maar het maakt wel lawaai. Zet de luchtrecirculatie uit om het beslaan van de ruiten onder bepaalde omstandigheden te voorkomen. 4. Tik op een van de icoontjes om de luchtstroom te regelen. U hebt keuze uit: Ventilatieroosters beenruimte Ventilatieroosters dashboard Voorruitontwaseming 5. Tik op het schuifje en sleep dit in de gewenste stand om de aanjagersnelheid te regelen. OPMERKING: Verhoog de aanjagersnelheid bij hoge temperaturen. Dan zal de airconditioning minder hard hoeven te werken GEBRUIKERSHANDLEIDING MODEL S

81 Climate Control Ventilatie De buitenlucht wordt aangezogen via een rooster onder de voorruit. Houd dit rooster vrij van bladeren, sneeuw e.d. Richt de ventilatieroosters omhoog, omlaag, naar links of naar rechts om de luchtstroom te regelen. OPMERKING: De buitenste ventilatieroosters kunnen ook op de zijruiten gericht worden om deze te ontwasemen. Interieurfilter De Model S heeft een interieurfilter dat stof, roet, pollen en andere deeltjes opvangt. Dit filter moet elke km vervangen worden. Tips voor de bediening Als de Climate control te veel lawaai maakt, verlaag dan de aanjagersnelheid of zet de luchtrecirculatie uit. De airconditioning koelt niet alleen het interieur maar ook de batterij. Daardoor kan het gebeuren dat de airconditioning bij erg warm weer vanzelf inschakelt. Dit is normaal omdat het koelen van de batterij de grootste prioriteit heeft. Door de batterij op de juiste temperatuur te houden, bent u zeker van optimale prestaties en een lange levensduur. De airconditioning werkt het beste als u ruiten dichthoudt en er voor zorgt dat het rooster onder de voorruit vrij is van bladeren, sneeuw e.d. Rijd de eerste minuten na het starten met de ruiten een stukje open om de hitte uit het interieur te laten ontsnappen. Zo krijgt u het interieur sneller op een aangename temperatuur. In een vochtige omgeving kan de voorruit bij het inschakelen van de airconditioning een beetje beslaan, dat is een normaal verschijnsel. Dit zal binnen een paar seconden verdwijnen. Als u de auto parkeert, kan er zich een klein plasje water onder de auto vormen. Dit is een normaal verschijnsel. Het aan de lucht onttrokken water wordt aan de onderkant van de auto afgevoerd. TOUCHSCREEN 5.11

82 Luchtvering Luchtvering Luchtvering Automatische niveauregeling Als de Model S is uitgerust met luchtvering, wordt de wagenhoogte automatisch aangepast aan de rijsnelheid. Ook bij zware belading wordt de wagenhoogte automatisch gecompenseerd. OPMERKING: Bij het starten van de auto kunt u de compressor horen die de luchttank vult. Onder het rijden past het systeem de wagenhoogte op de onderstaande wijze aan: Als u met een snelheid van 90 tot 115 km/h rijdt, wordt de wagenhoogte op Low ingesteld, voor betere rijeigenschappen en minder luchtweerstand. Als de snelheid terugzakt tot minder dan 65 km/h, dan wordt de wagenhoogte weer ingesteld op Standard. Als u harder rijdt dan 115 km/h, dan wordt de hoogte onmiddellijk ingesteld op Low. Als de snelheid terugzakt tot minder dan 40 km/h, dan wordt de wagenhoogte onmiddellijk ingesteld op Standard. Als u de hoogte zelf instelt op Low en daarna harder rijdt dan 7 km/h, dan wordt de wagenhoogte automatisch weer ingesteld op Standard. Als u de hoogte zelf instelt op Very High en daarna harder rijdt dan 15 km/h, dan wordt de wagenhoogte automatisch ingesteld op High. Als u de hoogte zelf instelt op High en daarna harder rijdt dan 30 km/h, dan wordt de wagenhoogte automatisch ingesteld op Standard. Tijdens stilstand wordt de wagenhoogte regelmatig gecontroleerd en aangepast, ook als de auto uitgeschakeld is. Bij een storing in het systeem gaat een geel controlelampje op het instrumentenpaneel branden. Neem contact op met Tesla als de storing blijft bestaan. Handmatige niveauregeling AANWIJZING: Controleer of er zich geen obstakels onder en boven de auto bevinden voordat u de wagenhoogte verandert. Het instellen van de wagenhoogte doet u via het touchscreen. Trap het rempedaal in en tik op Controls. Kies uit de volgende mogelijkheden: Very High - De normale wagenhoogte wordt met 33 mm verhoogd. Een grotere bodemvrijheid, handig bij opritten, drempels enz. High - De normale wagenhoogte wordt met 23 mm verhoogd. Een grotere bodemvrijheid, handig bij opritten, drempels enz. Standard - De normale wagenhoogte. Deze instelling zorgt voor de beste rijeigenschappen en een optimaal comfort ongeacht de belading. Low - De normale wagenhoogte wordt met 20 mm verlaagd. Handig voor het laden en lossen. OPMERKING: Welke instellingen mogelijk zijn, is afhankelijk van de rijsnelheid en andere omstandigheden. Zo kan bijvoorbeeld de wagenhoogte niet verlaagd worden als er een portier geopend is GEBRUIKERSHANDLEIDING MODEL S

83 Luchtvering Jack-stand Voordat u de auto kunt takelen of slepen moet de vering in de Jack-stand gezet worden om te voorkomen dat de wagenhoogte verandert, dat immers ook kan gebeuren als de auto is uitgeschakeld. Trap het rempedaal in en tik op Controls > Jack. Als de auto in de Jack-stand staat, brandt het rode controlelampje van de luchtvering op het instrumentenpaneel. Tik nogmaals op Jack om deze stand uit te schakelen. OPMERKING: De Jack-stand wordt automatisch uitgeschakeld als de auto harder dan 7 km/h rijdt. TOUCHSCREEN 5.13

84 Media en Audio Media en Audio Media en Audio Overzicht Tik op het Media-icoon om naar de radio te luisteren of een audiobestand af te spelen. Op het touchscreen verschijnt de Mediaspeler in beeld. Gebruik de tab "Browse" om te selecteren wat u wilt horen en de tab "Now Playing" om te zien wat er momenteel wordt afgespeeld. U kunt naar de AM- en FM-radio luisteren en naar de DAB-radio (indien uw auto is uitgerust met het optionele Sound Studio-pakket). U kunt ook naar de internetradio luisteren en naar audiobestanden die op een draagbaar apparaat (via Bluetooth) of een USB-stick staan. 1. Favorieten Weergave van een lijst met favoriete zenders en muziekbestanden. 2. Onlangs afgespeeld Voor toegang tot de lijst met favoriete zenders en muziekbestanden die u onlangs hebt beluisterd. 3. Browse Voor toegang tot andere mediabronnen en door audiobestanden te bladeren. 4. Audio-instellingen 5. Bronselectie Voor het kiezen van een andere mediabron. 6. Zenderinformatie Afhankelijk van de frequentie kan er informatie over de zender of radioservice worden weergegeven. 7. Favorieten toevoegen/verwijderen Voor het toevoegen van een zender aan uw lijst met favorieten. Een blauw icoontje betekent dat de desbetreffende zender al is toegevoegd aan de lijst met favorieten. Als u nu weer op het icoontje tikt, wordt de zender verwijderd. OPMERKING: Als er nog ruimte is voor een voorkeuzezender (zie item 14) dan wordt de zender die u aan de lijst met favorieten toevoegt ook als voorkeuzezender opgeslagen. 8. Signaalsterkte-indicator 5.14 GEBRUIKERSHANDLEIDING MODEL S

85 Media en Audio 9. DAB-bediening Als u tijdens het luisteren naar een DAB-kanaal op de servicenaam tikt, verschijnt er een pop-up met een lijst van services die via het actuele DAB-kanaal beschikbaar zijn. Of tik op het linker (vorige) of rechter (volgende) pijltje om door de lijst te bladeren. 10. Frequentieschaal Sleep de keuzebalk naar links of rechts om handmatig op een zender af te stemmen. 11. Vorige zoeken 12. Volgende zoeken 13. Voorkeuzezenders Tik op het icoontje en houd het even vast om de huidige zender als voorkeuzezender op te slaan. De naam van een opgeslagen voorkeuzezender wordt op het scherm aangegeven. U kunt maximaal 6 voorkeuzezenders per radiobron opslaan. TOUCHSCREEN 5.15

86 Media en Audio Media en Audio AM-en FM-radio AM- en FM-radio Deze kunnen via de tab "Browse" gekozen worden of via de bronselectie in de rechter bovenhoek van de mediaspeler. U kunt handmatig op elke frequentie afstemmen door de keuzebalk op het scherm "Now playing" te selecteren en te verschuiven. Met de kanaalkeuzebalk kunt u van de ene naar de andere beschikbare zender die wordt ontvangen. U kunt ook op een bepaalde FM-zender afstemmen op het scherm "Browse" met "Direct Tune" en de cijfertoetsen. DAB-radioservices Als uw auto is uitgerust met het Sound Studio-pakket dan kunt u via de tab "Browse" of via de bronselectie in de rechter bovenhoek van de mediaspeler een kanaal kiezen. U kunt handmatig op elke DAB-zender afstemmen door de keuzebalk op het scherm "Now playing" te selecteren en te verschuiven. Als u naar een DAB-kanaal luistert, geeft de tab "Browse" de naam van de geselecteerde service. Tik op de naam van de service en er verschijnt pop-up met een overzicht van alle services van het DAB-kanaal, zoals onderstaand is aangegeven. Of tik op het linker (vorige) of rechter (volgende) pijltje om door de lijst te bladeren. Als u naar een DAB-kanaal luistert met een slechte ontvangst, wordt er automatisch overgeschakeld naar dezelfde zender via de FM. U kunt dit omschakelen uitzetten door de optie "Use Strongest Frequency" in het menu "Instellingen" uit te vinken GEBRUIKERSHANDLEIDING MODEL S

87 Media en Audio Internetradio Internetradio is alleen te ontvangen via een data-verbinding. Tik op Media> Browse > Internet om de internetradio te gebruiken. Media-instellingen Ga naar Controls > Settings > Apps > Media.voor het instellen van FM- en DAB-zenders en om bij TuneIn in te loggen. Kies de gewenste internetservice (bijvoorbeeld Tuneln) en maak een keuze uit de beschikbare zenders en categorieën. Zodra u een zender of episode selecteert, start de mediaspeler de weergave en verschijnt het scherm "Now Playing". Tik op de pijltjes "Next" of "Previous" van het scherm "Now Playing" of gebruik de pijltjestoetsen links op het stuur (zie blz. 4.3) om naar de volgende of vorige zender of episode in dezelfde categorie te gaan. Accountregistratie Internetradio De Model S wordt standaard afgeleverd met één of meer internetradioservices: Tik op Controls > Settings > Apps > Media om uw gegevens te registreren. Voer een gebruikersnaam en wachtwoord in en tik op Log In. Tuneln Voor TuneIn hoeft u geen account te hebben. Als u wel een Tuneln-account ( heeft, kunt u op de bovenstaande manier inloggen. 1. DAB-radio Use Strongest Frequency - als deze optie is ingeschakeld, schakelt de radio automatisch over op een andere frequentie als de ontvangst slecht is. Traffic Alerts - als deze optie is ingeschakeld, kan de uitzending op elk moment onderbroken worden voor de actuele verkeersinformatie. OPMERKING: U kunt alleen de verkeersinformatie uitschakelen. Noodoproepen kunnen niet uitgeschakeld worden. 2. FM-radio Use Strongest Frequency - zie bovenstaand. Traffic Alerts - zie bovenstaand. Use Regional Content - als deze optie is ingeschakeld, schakelt de radio automatisch over op een regionale zender als deze beschikbaar zijn. 3. Tuneln internetradio Voer de gegevens van uw TuneIn Internet radio account (zie blz. 5.17) in om in te loggen. TOUCHSCREEN 5.17

88 Media en Audio Media en Audio Favorieten Voor het opslaan van een zender of audiobestand waar u naar luistert, in de lijst met favorieten. Het icoontje wordt blauw om aan te geven dat de zender of het bestand als favoriet is opgeslagen. Tik nog een keer op het icoontje om de zender of het audiobestand te verwijderen uit de lijst met favorieten. My Music & Devices Tik op Media > Browse > My Music & Devices om uw eigen bestanden van een portable geluidsdrager af te kunnen afspelen. De naam van de geluidsdrager wordt weergegeven. Tik op een nummer, een artiest of een album, de mediaspeler begint met het afspelen en het scherm "Now Playing" verschijnt. Tik op het pijltje "Next" of "Vorige" van het touchscreen of gebruik de toetsen links op het stuur om naar het/de volgende of vorige nummer, album of afspeellijst te gaan (zie blz. 4.3). USB-apparaten Sluit een portable geluidsdrager of een flash drive op een van de USB-aansluitingen aan (zie USB-aansluitingen). Tik op Media > Browse > My Music & Devices en toets de naam van het apparaat en het nummer dat u wilt afspelen in. OPMERKING: Als u een zender aan de lijst met favorieten toevoegt, wordt deze zender ook als voorkeuzezender ingesteld, mits er nog plaats is in het menu. Blader door de lijst met favorieten en tik op Browse> Favorites om een favoriete zender of audiobestand te selecteren. De favorieten zijn op geluidsbron gestort. Blader door de lijst door te slepen en tik op een gewenste favoriet om deze te kunnen beluisteren. Bluetooth apparaten Als u een Bluetooth-apparaat hebt, zoals een GSM, die gekoppeld is met de apparatuur in de auto (zie blz. 5.20), dan kunt u audiobestanden die op dat apparaat zijn opgeslagen, via de audio-installatie van de auto afspelen. Tik op Media > Browse > My Music & Devices en toets de naam van het Bluetooth-apparaat in. Het eerste audiobestand dat wordt gevonden, wordt afgespeeld en op het touchscreen verschijnt het scherm "Now Playing". Tik op het icoontje "Next" of "Previous" van het touchscreen of gebruik de toetsen links op het stuur om naar het volgende of vorige nummer te gaan. OPMERKING: Om media van een Bluetooth-apparaat af te kunnen spelen, moet er een verbinding met het apparaat tot stand zijn gebracht. Zie blz U kunt ook door de lijst bladeren met behulp van de toetsen links op het stuur (zie blz. 4.3), Tik op een kruisje om de desbetreffende favoriet uit de lijst te wissen. OPMERKING: Als u een favoriet verwijdert die ook als voorkeuzezender is opgeslagen, zal deze ook uit het geheugen met voorkeuzezenders verwijderd worden GEBRUIKERSHANDLEIDING MODEL S

89 Media en Audio USB-aansluitingen Aan de voorzijde van de middenconsole zijn twee USB-aansluitingen aangebracht. Gebruik deze poorten om USB flash drives en portable geluidsdragers op het touchscreen aan te sluiten. U kunt deze aansluitingen ook gebruiken om USB-apparatuur op te laden. 12V-stopcontact Aan de voorzijde van de middenconsole bevindt zich een 12V-stopcontact. 12V-voeding via dit stopcontact is alleen beschikbaar als het instrumentenpaneel en het touchscreen ingeschakeld zijn. Zie blz voor meer informatie over het afspelen van audiobestanden via externe apparatuur. OPMERKING: Sluit geen meerdere apparaten tegelijkertijd aan met een USB-hub. Dit kan het opladen verstoren en het kan zijn dat het touchscreen apparaten niet herkent. Deze 12V-aansluiting is geschikt voor de voeding van accessoires met een maximum stroomsterkte van 15 A en een vermogen van maximaal 180 W. OPMERKING: Als de auto geen sleutel kan waarnemen (lege batterij, storingen enz), houd deze dan direct onder het 12V-stopcontact, dat is de beste plaats om de sleutel te kunnen detecteren. WAARSCHUWING: Het stopcontact en de stekker van de aangesloten apparaat kunnen heet worden. TOUCHSCREEN 5.19

90 Telefoon Telefoon Telefoon Bluetooth Compatibiliteit Als u beschikt over een Bluetooth-telefoon die binnen het bereik van de auto is, kunt u handsfree bellen in de auto. Alhoewel Bluetooth-apparaten meestal een bereik van zo'n 9 meter hebben, kan dit afhankelijk van de leeftijd van de apparatuur en de softwareversie nogal verschillen. Voordat u een GSM kunt gebruiken, moet u deze linken aan de apparatuur in de auto. Tijdens het linken wordt de apparatuur zo ingesteld, dat deze kan communiceren met uw Bluetooth-telefoon. U kunt maximaal 10 Bluetooth-telefoons linken. Het systeem kiest bij het instappen automatisch de telefoon die het laatst verbonden was (mits binnen het bereik). Kijk voor het verbinden met een andere telefoon op Verbinding met gelinkte telefoon maken, blz OPMERKING: Bij veel telefoons wordt Bluetooth uitgeschakeld als de batterij leeg dreigt te raken. U kunt ook andere Bluetooth-apparaten linken, bijvoorbeeld een ipod Touch, een ipad of een Android-tablet voor streaming music. Bluetooth-telefoon linken Tijdens het linken wordt de apparatuur zo ingesteld, dat deze kan communiceren met uw Bluetooth-telefoon. Als de telefoon gelinkt is, maakt de auto automatisch contact zodra de telefoon binnen bereik is. Ga in de auto zitten en volg de onderstaande aanwijzingen om een telefoon te linken: 1. Zorg dat het touchscreen en de telefoon beide ingeschakeld zijn. 2. Tik op het Bluetooth-icoon op de statusbalk van het touchscreen. 3. Schakel de Bluetooth op uw telefoon in en zorg dat uw telefoon "zichtbaar" is voor andere apparaten. 4. Tik op Start Search op het touchscreen. Het systeem begint te zoeken en op het scherm verschijnt een lijst met alle Bluetooth-apparaten binnen het bereik. 5. Tik op het touchscreen op de telefoon die u wilt linken. Binnen een paar seconden verschijnt er een code op het touchscreen, dezelfde code moet ook op het scherm van uw telefoon staan. 6. Controleer of de beide codes overeenkomen. Bevestig vervolgens op de telefoon dat u verbinding wilt maken. De verbinding komt tot stand en op het touchscreen verschijnt het Bluetooth-symbool naast de naam van de telefoon om aan te geven dat er verbinding is. Contacten importeren Bij de Bluetooth-instellingen kunt u aangeven of u toegang tot het adresboek van de telefoon en de lijst met recente gesprekken wilt toestaan. Als u toegang tot de telefoon toestaat, kunt u de lijst met recente gesprekken op het touchscreen inzien. Tik op Phone > Contacts. Tik op een contact om het nummer te bellen of om naar het adres te navigeren. OPMERKING: Voordat contacten geïmporteerd kunnen worden, moet u op de telefoon misschien instellen dat synchroniseren is toegestaan of u moet reageren op een pop-up die vraagt of het synchroniseren van contacten toegestaan is. Dit is afhankelijk van het type telefoon. Raadpleeg de gebruiksaanwijzing van de telefoon voor meer informatie. Als er toegang is, wordt de geïmporteerde informatie weergegeven als u op de tab "Contacts" van de telefoon-app tikt. Bluetooth-telefoon, linken ongedaan maken Als u de verbinding met de telefoon wilt verbreken en deze later opnieuw wilt gebruiken, tik dan op Disconnect op het scherm met Bluetooth-instellingen. Als u deze telefoon niet meer in de auto wilt gebruiken, tik u op Forget This Device. Als een telefoon eenmaal uit de lijst is verwijderd, moet deze eerst opnieuw gelinkt worden om het apparaat weer in de auto te kunnen gebruiken (zie "Bluetooth-telefoon linken"). OPMERKING: Als u de auto verlaat, wordt de verbinding met de telefoon automatisch verbroken GEBRUIKERSHANDLEIDING MODEL S

91 Telefoon Verbinding met gelinkte telefoon maken De Model S maakt automatisch verbinding met de laatste telefoon waarmee eerder verbinding was, mits Bluetooth op de telefoon is ingeschakeld en de telefoon binnen bereik is. Verbinding met een andere telefoon maken: 1. Tik op het Bluetooth-icoon op de statusbalk van het touchscreen. 2. Op het touchscreen in de auto verschijnt een overzicht met gelinkte telefoons. Als de telefoon niet op deze lijst staat, voer dan eerst de aanwijzingen op blz uit om de telefoon te linken. 3. Kies uit de lijst een telefoon waarmee u een verbinding wilt maken en tik op Connect. De verbinding komt tot stand en op het touchscreen verschijnt het Bluetooth-symbool naast de naam van de telefoon om aan te geven dat er verbinding is. Bellen U kunt een telefoonnummer invoeren via het toetsenbord op het scherm of door een contact uit de adreslijst te selecteren en op het door u gewenste nummer te tikken. Een nummer bellen via het toetsenbord op het scherm: 1. Tik op de Phone-app op het touchscreen en dan op Dialer. OPMERKING: Als er geen verbinding is met een telefoon, verschijnt het bericht "Connect Phone" op het touchscreen. 2. Voer het telefoonnummer in. 3. Tik op Call. Op het touchscreen verschijnt het nummer dat u belt. Een nummer bellen via het adresboek: 1. Tik op de Phone-app op het touchscreen en dan op Contacts. OPMERKING: Zorg dat het adresboek van de telefoon toegankelijk is. Zie blz Tik op het contact dat u wilt bellen om de details weer te geven. 3. Tik op het nummer dat uw wilt bellen (er kunnen meerdere nummers bij een contact staan). Op het touchscreen verschijnt het nummer dat u belt. OPMERKING: Indien wettelijk toegestaan en voor zover de omstandigheden het toelaten kunt u ook een nummer bellen door het op het scherm van de telefoon in te voeren of te selecteren. Een gesprek aannemen Als u gebeld wordt, verschijnt het nummer en de naam van de beller op het touchscreen en het instrumentenpaneel (indien de beller in het adresboek staat en het adresboek toegankelijk is, zoals is aangegeven op blz. 5.20). Tik op een van de opties op het touchscreen of gebruik het scrollwieltje rechts op het stuur om het gesprek aan te nemen of te weigeren (zie blz. 4.4). Opties binnenkomend gesprek Druk op de bovenste toets rechts op het stuur om tijdens een gesprek het telefoonmenu op het instrumentenpaneel op te vragen. Draai het scrollwieltje omhoog of omlaag om een van de opties te kiezen (zie blz. 4.4). TOUCHSCREEN 5.21

92 Kaarten Kaarten Kaarten gebruiken Tik op het Map-icoon om Google Maps TM te openen om een bepaalde plaats op te zoeken. Als uw auto is uitgerust met het optionele navigatiesysteem, dan staat er "Nav" op het icoon en kunt u naar een plaats navigeren zoals beschreven is op de volgende bladzijde. Als de auto niet is uitgerust met navigatie zijn er geen eigen kaarten beschikbaar en moet u een dataverbinding hebben om plaatsen te kunnen zoeken en weer te geven. 1. Lijst met recente zoekopdrachten. Als uw auto is uitgerust met het optionele navigatiesysteem, kunt u de laatste bestemmingen weergeven en de plaatsen waar u de batterij hebt opgeladen. 2. Tik hier om zoekopdrachten in te voeren. U kunt hier een adres, een oriëntatiepunt, de naam van een bedrijf, een categorie enz. opgeven. 3. Tik in het midden op de kaart en laat de kaart uw actuele positie bepalen terwijl u rijdt. Het icoontje is blauw tijdens het volgen van uw positie en u kunt de richting van de kaart veranderen door op het icoontje te tikken: North up - Het Noorden is altijd aan de bovenkant. Heading up - De richting waar u in rijdt is altijd aan de bovenkant. De map draait met u mee als u van richting verandert. U kunt de kaart in elke gewenste richting verdraaien. Als u dit doet, wordt het icoontje grijs waarmee wordt aangegeven dat het systeem uw positie niet meer volgt. Tik nogmaals op het icoon om uw positie weer te laten volgen. Als de kaart niet naar het Noorden is gericht, verschijnt er een kompas op de kaart. Het kompas wijst naar het Noorden en met letters wordt aangegeven in welke richting u rijdt. 4. Vorige oplaadlocaties op de kaart weergeven. 5. Het navigatiescherm weergeven op volledig scherm. 6. Versleep de kaart naar het gebied dat u wilt zien. 7. De rode pijl geeft uw actuele positie aan. 8. In- en uitzoomen. U kunt in- en uitzoomen met de gebruikelijke vingerbewegingen. 9. Wisselen tussen kaart- en satellietweergave. 10. Weergave van verkeersinformatie aan- en uitzetten. OPMERKING: U kunt de grootte van het lettertype aanpassen via Controls > Settings > Apps > Maps GEBRUIKERSHANDLEIDING MODEL S

93 Navigeren Navigeren Overzicht navigatie Als uw auto is uitgerust met het optionele navigatiesysteem, kunt u naar elke willekeurige plaats navigeren, ook in gebieden waar geen dataverbinding beschikbaar is. Als u een bestemming invoert, verschijnt de route op het touchscreen en wordt u met behulp van route-aanwijzingen naar uw bestemming geleid. OPMERKING: Als uw auto niet is uitgerust met het optionele navigatiesysteem, dan staat er "Map" op het icoon (zie vorige bladzijde). Navigatie starten 1. Tik op het Nav-icoon om de kaart weer te geven. Zie de vorige bladzijde voor een beschrijving van de kaart. 2. Tik op de zoekbalk om de bestemming in te voeren. U kunt hier alle adresgegevens enz. opgeven, tik dan op GO. Als er een dataverbinding beschikbaar is, kunt u beginnen met het invoeren van de bestemming en vervolgens de invoergegevens naar wens aanvullen. Zo kunt u beginnen met het invoeren van een straat, een naam of een categorie (zoals hotels, restaurants enz). Er verschijnt een lijst met resultaten en op de kaart verschijnen punaises. Tik op een item uit de lijst of op een punaise om met navigeren te starten. Als er geen dataverbinding is, moet u het complete adres van de bestemming invoeren. OPMERKING: U kunt ook op PLACES tikken en een bestemming kiezen uit de lijst met recente bestemmingen, recente zoekopdrachten, of eerder bezochte oplaadplaatsen. Als u een bestemming kiest, verschijnt er een pop-up met informatie over de geselecteerde bestemming op de kaart. Als u niet binnen 5 seconden op "Cancel" tikt, start het navigeren automatisch. Als u op "Cancel" tikt voordat het navigeren is gestart, blijft de pop-up open en kunt het navigeren starten als u daar klaar voor bent of u kunt een andere bestemming opgeven. In de pop-up staat ook een telefoonnummer (indien beschikbaar) dat u kunt met een Bluetooth-telefoon kunt bellen door op "Call" te tikken. TOUCHSCREEN 5.23

94 Navigeren Navigeren Tijdens het navigeren Tijdens het navigeren wordt de route op de kaart weergegeven alsmede een lijst met route-aanwijzingen. In sommige gevallen kunt u de hele route niet op het scherm zien, afhankelijk van het ingestelde zoomniveau. Maar tijdens het rijden wordt uw actuele positie op de kaart weergegeven. Op het instrumentenpaneel verschijnen tijdens het navigeren ook aanwijzingen naar uw bestemming en de aanwijzingen worden ook hardop uitgesproken. 1. Op de lijst met route-aanwijzingen wordt de complete route aangegeven. U kunt door deze lijst scrollen om de diverse route-aanwijzingen in te zien. 2. Als u op een bepaald segment van de route tikt, wordt de kaart rondom dit segment gecentreerd. Tik nog een keer om de kaart weer op de vorige wijze weer te geven. 3. Volumeregeling van gesproken aanwijzingen. 4. Geschatte duur, afstand en tijdstip van aankomst. 5. Navigatie afbreken. 6. De vlaggetjes markeren uw bestemming op de kaart. 7. De rode pijl geeft uw actuele positie aan. 8. Zie blz Centreren van uw bestemming op de kaart en weergave van de pop-up met details van de bestemming en een link om het telefoonnummer van de bestemming (indien beschikbaar) met een Bluetooth-telefoon te bellen GEBRUIKERSHANDLEIDING MODEL S

95 Instellingen alarminstallatie Instellingen alarminstallatie Over de alarminstallatie Als de auto geen sleutel in de directe nabijheid detecteert en er wordt een portier of een bagageklep geopend, dan klinkt de claxon en gaan de koplampen en de richtingaanwijzers knipperen. Druk op een willekeurige toets van de afstandsbediening om het alarm uit te schakelen. Tik op Controls > Settings > Safety & Security > Alarm om de alarminstallatie handmatig in- of uit te schakelen. Als het systeem op ON staat, wordt het alarm één minuut na het vergrendelen van de portieren en het buiten het bereik raken van de afstandsbediening, ingeschakeld. Als de Model S is uitgerust met het optionele Security-pakket, is de auto uitgerust met een sirene met een back-upvoeding Als het alarm is ingeschakeld, gaat de sirene loeien als er enige beweging in het interieur wordt geconstateerd of wanneer de auto wordt opgetakeld. Voorwaarde is wel dat de portieren vergrendeld zijn en dat er geen afstandsbediening binnen het bereik van de auto wordt geconstateerd. Tik op Controls > Settings > Safety & Security > Tilt/Intrusion. om de alarminstallatie in- en uit te schakelen. OPMERKING: Vergeet niet om de interieurbeveiliging uit te schakelen als u iets dat beweegt (een kind of een dier) in de auto achterlaat. Bewegingen in het interieur leiden ertoe dat het alarm afgaat. TOUCHSCREEN 5.25

96 HomeLink Universal Transceiver HomeLink Universal Transceiver HomeLink Universal Transceiver Over HomeLink Als de Model S is uitgerust met het optionele Tech-pakket, kunt u de HomeLink Universal Transceiver gebruiken om tot drie verschillende garagedeuren, hekken, verlichting en beveiligingssytemen radiografisch te bedienen. HomeLink programmeren 1. Parkeer de auto voor het systeem dat u wilt programmeren en houd de afstandsbediening klaar. 2. Tik op Controls > Settings > HomeLink op het touchscreen. 3. Tik op Enter Name en geef via het toetsenbord op het scherm een naam voor het HomeLink-apparaat op. 4. Tik op Create HomeLink. 5. Volg de aanwijzingen op het scherm. Nu kunt u de deuren, het hek, de verlichting enz. bedienen door op het corresponderende HomeLink-icoontje op de statusbalk te tikken. HomeLink onthoudt de locatie van de opgeslagen systemen en apparaten. Zodra u in de buurt komt van een bekende locatie, verschijnt de HomeLink-bediening automatisch op het touchscreen. Het verdwijnt automatisch als u wegrijdt. OPMERKING: Wis de opgeslagen HomeLink-instellingen als u de auto verkoopt. WAARSCHUWING: Tijdens het programmeren kunnen deuren en hekken openen of sluiten. Zorg er daarom voor dat er zich geen personen of objecten in de directe nabijheid van de deuren/hekken bevinden. WAARSCHUWING: Gebruik de HomeLink Universal Transceiver niet voor garagedeuren die niet aan de normale veiligheidseisen voldoen. Een garagedeuropener zonder beveiliging tegen beknellen voldoet niet aan deze minimum veiligheidseisen en is niet geschikt. Het gebruik van een dergelijke garagedeuropener vergroot de kans op lichamelijk letsel GEBRUIKERSHANDLEIDING MODEL S

97 Software Updates Software Updates Nieuwe software U kunt de software voor de Model S via een draadloze verbinding updaten, daarmee bent u altijd verzekerd van de nieuwste functies en kenmerken. De eerste keer dat u een update uitvoert, verschijnt er een scherm waar u de frequentie van updates kunt instellen. OPMERKING: Het updaten kan soms wel twee uur in beslag nemen (de geschatte tijd wordt aangegeven). De selectiehendel van de auto moet in de stand P (Parkeren) staan als er nieuwe software wordt geïnstalleerd. Een geel icoontje (klokje) op de statusbalk van het touchscreen geeft aan dat er een nieuwe update beschikbaar is. Release Notes bekijken Na het voltooien van een update kunt u in de release notes lezen wat er nieuw is. U kunt deze release notes ook altijd opvragen door op de Tesla T aan de bovenzijde van het touchscreen te tikken en dan op de link Release Notes. 1. Tik op het pijltje omhoog of het pijltje omlaag om het tijdstip voor het installeren te veranderen (indien nodig). Tik dan op Set For This Time om de installatie in te stellen. Als het installeren van de update is ingesteld, wordt het gele icoontje op de statusbalk van het touchscreen wit. 2. Tik op Install Now om het installeren direct te starten. U kunt de instelling voor het installeren nog veranderen zolang het proces nog niet is gestart. Tik op het icoontje (klokje) op de statusbalk om het update-venster te openen. Als de batterij wordt geladen op het moment dat er een update start, wordt het opladen van de batterij gestopt. Het opladen wordt automatisch hervat na het updaten. Als u rijdt op het moment dat er een update gepland is, wordt het installeren van de update geannuleerd en moet u deze update opnieuw instellen. Neem contact op met Tesla als er op het scherm een bericht verschijnt dat een update is mislukt. TOUCHSCREEN 5.27

98 Mobiele app Mobiele app Mobiele app Model S Mobiele app Met de mobiele app van Tesla voor de Model S kunt u met een iphone of Android Smartphone op afstand communiceren met de auto. Met behulp van deze app kunt u het laadproces controleren, het opladen starten en stoppen, de verwarming/airconditioning bedienen, de auto lokaliseren of volgen, de lichten/claxon bedienen, de auto vergrendelen/ontgrendelen en nog meer. Download de app op uw telefoon en log in. U moet er wel voor zorgen dat de auto met de mobiele app kan communiceren door dit in te stellen. Tik op Controls > Settings > Safety & Security > Remote Access > On GEBRUIKERSHANDLEIDING MODEL S

99 OPLADEN Elektrische componenten Onderdelen hoogspanningscircuit Laadkabel High Power thuislaadstation Batterij Over de batterij Onderhoud batterij Model S opladen Laadcontact openen Aansluiten Tijdens het laden Opladen stoppen Verlichting laadcontact Instellingen laadfunctie veranderen Status van het laden

100 Elektrische componenten Elektrische componenten OPLADEN Elektrische componenten Onderdelen hoogspanningscircuit 1. Batterij 2. DC-DC omvormer 3. Hoogspanningskabels (oranje) 4. Ingebouwde 10 kw-hoofdlader 5. OPTIE: Ingebouwde 10 kw-lader 6. Laadcontact 7. Aandrijfunit WAARSCHUWING: Het hoogspanningssysteem bevat geen losse onderdelen die onderhouden of gerepareerd moeten/kunnen worden. Onderdelen, kabels en stekkers van het hoogspanningscircuit mogen niet gedemonteerd, verwijderd of vervangen worden. Hoogspanningskabels zijn oranje gekleurd zodat ze gemakkelijk te herkennen zijn. WAARSCHUWING: Lees en volg alle instructies en aanwijzingen op de stickers van de Model S. Deze stickers zijn er voor uw veiligheid. WAARSCHUWING: Als er onverhoopt brand zou uitbreken, neem dan direct contact op met de brandweer. 6.2 GEBRUIKERSHANDLEIDING MODEL S

101 Elektrische componenten Laadkabel De Model S is uitgerust met een laadkabel en verloopstekkers waarmee u de auto op gewone stopcontacten kunt aansluiten. Sluit de laadkabel eerst aan op de voedingsbron en daarna pas op het laadcontact van de auto. Raadpleeg de speciale handleiding in de boorddocumentatie van de Model S voor meer gedetailleerde informatie over het opladen met behulp van de kabel. OPMERKING: Extra verloopstekkers zijn verkrijgbaar via Tesla. High Power thuislaadstation Er is ook een High Power thuislaadstation leverbaar via Tesla. Dit is de snelste manier om de Model S thuis op te laden en is bedoeld voor installatie in een garage. Ga naar voor meer informatie. OPLADEN 6.3

102 Batterij Batterij Batterij Over de batterij De Model S heeft een van de meest geavanceerde batterijsystemen in de wereld. Belangrijk voor een lange levensduur van de batterij is LAAT DE MODEL S AANGESLOTEN OP HET LAADSTATION als u de auto niet gebruikt. Dit is vooral van belang als de Model S een paar weken niet gebruikt zal worden. Als de Model S is aangesloten op een laadstation, zal deze automatisch worden bijgeladen om er te zorgen dat de batterij altijd voldoende geladen is voor een maximale levensduur. Het heeft geen zin om met het opladen te wachten tot de batterij leeg is. Integendeel, de batterij presteert het beste als deze regelmatig wordt bijgeladen. Onderhoud batterij Laat de batterij nooit helemaal leegraken. Ook als de Model S niet gebruikt wordt, zal de batterij langzaam leegraken vanwege de voeding van de aanwezige elektronica. Onder normale omstandigheden zal de batterij gemiddeld zo'n 1% van zijn capaciteit per dag verliezen. Er zijn ook situaties denkbaar waarbij het opladen van de Model S gedurende langere tijd niet mogelijk is (bijvoorbeeld bij langparkeren op een luchthaven). Denk in dat geval aan deze 1% ontlading per dag om te voorkomen dat de batterij te ver leegraakt. Voorbeeld: bij een reis van 14 dagen zal de batterij ongeveer 14% van zijn capaciteit kwijtraken. Als de batterij helemaal leegraakt (0%), kan deze definitief beschadigd raken Om dit te voorkomen, schakelt de Model S automatisch over op een noodprogramma als de capaciteit tot minder dan 5% daalt. De voeding van de ingebouwde elektronica wordt gestopt om het ontladen te vertragen tot 4% per maand. Als dit noodprogramma is ingeschakeld, is het van groot belang dat de batterij van de Model S binnen twee maanden wordt opgeladen om schade aan de batterij te voorkomen. OPMERKING: Als het noodprogramma is ingeschakeld, wordt de 12V-accu niet langer geladen, deze kan binnen 12 uur leegraken. Als dat onverhoopt gebeurt, moet u wellicht startkabels gebruiken of de 12V-accu vervangen voordat u de batterij weer kunt opladen. Neem in dat geval contact op met Tesla. Temperatuurbeperkingen Stel de Model S niet langer dan 24 uur achter elkaar bloot aan temperaturen boven 60 C of onder -30 C. Aanwijzingen en waarschuwingen Batterij WAARSCHUWING: De batterij bevat geen onderdelen waar werkzaamheden aan uitgevoerd kunnen worden. Probeer de batterij NOOIT te openen of anderszins te bewerken. Neem voor eventuele werkzaamheden aan de batterij altijd contact op met Tesla. AANWIJZING: Als de batterij helemaal leeg raakt, moet u deze weer opladen. Als u de batterij gedurende langere tijd leeg laat, kan het zijn dat deze niet meer op te laden is en u de auto met startkabels moet starten of de 12V-accu moet vervangen. Als u de Model S gedurende lange tijd niet oplaadt kan dit tot onherstelbare schade aan de batterij leiden. Neem onmiddellijk contact op met Tesla als u de Model S niet kunt opladen. AANWIJZING: De batterij is onderhoudsvrij. Verwijder de vuldop nooit en vul nooit vloeistof bij. Neem direct contact op met Tesla als het controlelampje op het instrumentenpaneel waarschuwt dat het niveau te laag is. Als de batterij het eind van de levensduur heeft bereikt, kan deze gerecycled worden. Neem contact op met Tesla voor het recyclen van de batterij. 6.4 GEBRUIKERSHANDLEIDING MODEL S

103 Model S opladen Model S opladen Laadcontact openen Het laadcontact bevindt zich achter een klepje in het linker achterlicht. Parkeer de Model S zo dicht bij het laadstation, dat de kabel lang genoeg is om deze zonder problemen op het laadcontact te kunnen aansluiten. Zorg dat de auto ontgrendeld is of houd een geldige sleutel in de buurt, druk de knop op de laadkabel in en houd deze ingedrukt. Als de kabel die u gebruikt niet zo'n knop heeft, kies dan Controls > Charge Port op het touchscreen. U kunt ook het batterij-icoontje aan de bovenzijde van het touchscreen aanraken en op het volgende scherm kiezen voor Open Charge Port. Sluit bij een openbaar laadstation een geschikte verloopstekker op de kabel van het laadstation aan. De meest gangbare verloopstekker(s) voor het desbetreffende land van bestemming worden standaard meegeleverd. Het controlelampje van het laadcontact gaat branden zodra het klepje geopend wordt. Als er geen laadkabel wordt aangesloten, gaat dit lampje na enige tijd uit. OPMERKING: Als er niet binnen enkele minuten een kabel op het laadcontact wordt aangesloten, word de blokeer pen geactiveerd. Open dan het klepje opnieuw via het touchscreen. AANWIJZING: De stekker van de laadkabel kan de lak van de Model S beschadigen als deze tegen de auto stoot. AANWIJZING: Probeer het klepje nooit met kracht te openen. Daardoor zou het slot beschadigd kunnen raken. Als het slot defect raakt, blijft het klepje niet dicht. Aansluiten U kunt desgewenst het laadniveau en de laadstroom instellen via het touchscreen (zie blz. 6.7). Sluit de laadkabel altijd eerst aan op de voedingsbron en daarna pas op het laadcontact van de auto. Houd de stekker recht voor het contact en steek deze dan in het laadcontact. Als de kabel op de juiste wijze is aangesloten, start het opladen als: De stekker vergrendeld is De auto in stand P (Parkeren) staat De batterij verwarmd of gekoeld is, indien noodzakelijk. Als de batterij opgewarmd of afgekoeld moet worden, kan het even duren voordat het laden begint. OPMERKING: Als de Model S op een laadstation is aangesloten maar niet feitelijk aan het laden is, gebruikt de auto energie van het laadstation en niet van de batterij. Als u bijvoorbeeld het touchscreen gebruikt terwijl de auto geparkeerd is en opgeladen wordt, dan is de energie afkomstig van het laadpunt en niet van de batterij. Tijdens het laden Tijdens het laden, knippert de verlichting rondom het contact groen en wordt de status van het laden weergegeven op het instrumentenpaneel (zie blz. 6.8). Het groene licht knippert steeds langzamer naarmate de batterij verder opgeladen wordt. Als de batterij helemaal opgeladen is, brandt de verlichting constant. OPMERKING: Als de Model S afgesloten is, brandt deze groene verlichting niet. Als er een storing wordt geconstateerd, gaat de verlichting rondom het laadcontact rood branden. Kijk op het instrumentenpaneel of het touchscreen of er een bericht over deze storing wordt weergegeven. Zoiets kan gebeuren bijvoorbeeld bij een stroomstoring. Als er sprake is van een stroomstoring, wordt het opladen automatisch hervat zodra de stroomvoorziening hersteld is. OPLADEN 6.5

104 Model S opladen Model S opladen OPMERKING: Tijdens het laden met een hoge stroomsterkte gaan de aircocompressor en de ventilator werken om de batterij voldoende te koelen. Het is daarom normaal dat u geluid hoort tijdens het laden. Opladen stoppen U kunt het opladen op elk willekeurig moment stoppen door de laadkabel los te nemen of door "Stop Charging" op het touchscreen te kiezen. Laadkabel losnemen 1. Druk op de knop van de Tesla-stekker om de kabel te ontgrendelen. 2. Trek de stekker uit het laadcontact. 3. Druk het klepje van het laadcontact dicht. Om te voorkomen dat de kabel door onbevoegden wordt losgenomen, moet er altijd een geldige sleutel in de buurt van de Model S aanwezig zijn om de kabel los te kunnen nemen. OPMERKING: Het opladen van de auto stopt als u twee keer op de sleutel tikt. Als u de laadkabel niet binnen 60 seconden losneemt, wordt het opladen hervat. AANWIJZING: Tesla adviseert met klem om de Model S op het laadstation aangesloten te laten als de auto niet gebruikt wordt. Zo blijft de batterij in topconditie. Verlichting laadcontact Wit Groen - knipperen Groen - constant Rood - knipperen Het klepje is open en de laadfunctie is geactiveerd. Bezig met laden. Laden voltooid. Er is een storing geconstateerd en het laden is gestopt. Kijk op het instrumentenpaneel of het touchscreen of er een bericht over deze storing wordt weergegeven. 6.6 GEBRUIKERSHANDLEIDING MODEL S

105 Model S opladen Instellingen laadfunctie veranderen Zodra het klepje van het laadcontact geopend wordt, verschijnen de instellingen voor het laden van de batterij op het touchscreen. Tik op een willekeurig moment op het Battery-icoon aan de bovenzijde van het touchscreen om de instellingen voor het laden te bekijken of tik op Controls > Charging rechtsboven van het scherm. De onderstaande afbeelding dient uitsluitend ter illustratie en kan iets afwijken van de werkelijke weergave op het scherm, afhankelijk van de software-versie en het land van bestemming. 1. Berichten over de status van het laden (zoals het laadschema, bezig met laden enz.) worden hier weergegeven. 2. Stel hier een limiet in op basis van de verwachte energiebehoefte. Tik op Set Charge Limit en sleep de schuifbalk naar het gewenste niveau. U kunt elk niveau tussen 50% en 100% kiezen. Laad de batterij voor dagelijks verbruik voor 50% tot 90%, dat verlengt de levensduur van de batterij. Laad de batterij meer dan 90% voor lange ritten. Deze ingestelde limiet geldt niet alleen voor de direct volgende laadsessie, maar ook voor toekomstige geplande laadsessies. 3. Locatie-specifiek schema Stel met de selectiehendel in stand P (Parkeren) een bepaalde tijd in waarop het laden van de batterij op de huidige locatie moet beginnen. Als de Model S op dat tijdstip niet op de desbetreffende locatie is aangesloten op een laadstation, begint het laden automatisch zodra de auto wordt aangesloten, mits dit binnen 6 uur na het opgegeven tijdstip is. Als dit later gebeurt, zal het laden pas de volgende dag op het opgegeven tijdstip starten. U kunt deze instellingen overrulen via Start Charging of Stop Charging (zie stap 4). Als er een tijdstip voor het laden is ingesteld, wordt dit tijdstip op het instrumentenpaneel en het touchscreen van de Model S weergegeven. 4. Tik hier om het klepje van het laadcontact te openen of het opladen te starten (of te stoppen). 5. Het laden gebeurt met de maximum stroomsterkte (afhankelijk van de laadkabel) behalve wanneer de laadstroom vooraf lager werd ingesteld. Bij 3-fasen laden is de beschikbare laadstroom de stroom per fase (tot 32 A). Tijdens het laden wordt het 3-fasensymbool voor de weergegeven stroomsterkte aangegeven. Tik op de pijltjes omhoog/omlaag om de stroomsterkte te veranderen (bijvoorbeeld in gevallen waarbij het lichtnet waar ook andere apparatuur op is aangesloten, overbelast dreigt te raken). De laadstroom kan nooit hoger ingesteld worden dan het maximum van de aangesloten laadkabel. Als de laadstroom wordt aangepast, wordt dat in het geheugen van de Model S opgeslagen. De volgende keer hoeft de laadstroom bij hetzelfde laadstation dan niet meer aangepast te worden. OPMERKING: Als de laadstroom wordt beperkt, duurt het langer voordat de batterij is opgeladen. OPLADEN 6.7

106 Model S opladen Model S opladen Status van het laden De onderstaande afbeelding dient uitsluitend ter illustratie en kan iets afwijken van de werkelijke weergave op het scherm, afhankelijk van de software-versie en het land van bestemming. 1. Laadniveau per uur 2. Beschikbare, geschatte actieradius (of energie). In plaats van een afstand, zoals hier is afgebeeld, kan hier ook een hoeveelheid energie worden weergegeven. Ga daarvoor naar Controls > Settings > Language & Units. 3. De actuele laadstroom/beschikbare stroom van het aangesloten laadstation (zie blz. 6.7). Bij 3-fasen laden is de beschikbare laadstroom de stroom per fase en wordt het 3-fasensymbool weergegeven. 4. Geschatte toename in afstand (of energie) tot dusver tijdens deze sessie. In plaats van een afstand, zoals hier is afgebeeld, kan hier ook een hoeveelheid energie worden weergegeven. Ga daarvoor naar Controls > Settings > Language & Units. 5. Informatie over de status van het laden wordt hier aangegeven. Bijvoorbeeld de resterende tijd totdat de batterij van de Model S volledig opgeladen is met de huidige stroomsterkte. Als er een laadschema is gekoppeld aan een bepaalde locatie, wordt hier aangegeven wanneer het laden start. 6. De spanning die via de kabel geleverd wordt. 6.8 GEBRUIKERSHANDLEIDING MODEL S

107 ONDERHOUD Onderhoudsschema Onderhoudsintervallen Dagelijkse en maandelijkse controles Veiligheid hoogspanningscircuit Onderhoud banden Bandenspanning Controle en onderhoud van banden Banden en wielen vervangen Gebruik van sneeuwkettingen Bandenspanningcontrole Opkrikken en heffen Opkrikken Onderdelen en accessoires Onderdelen, accessoires en modificaties Schadeherstel Tijdelijke bandenreparatie Bandenreparatiesetje Oppompen met lucht en vulmiddel Oppompen met lucht Busje met vulmiddel vervangen Reinigen Carrosserie reinigen Interieur reinigen Poetsen, bijtippen en schadeherstel Stofhoes Matten Ruitenwissers en -sproeiers Ruitenwisserbladen controleren en vervangen Ruitensproeiers reinigen Vloeistofreservoirs Afdekplaat servicecompartiment verwijderen Koelvloeistof batterij controleren Remvloeistof Ruitensproeiervloeistof bijvullen Zekeringen Plaats van zekeringkasten Zekering vervangen Zekeringkast Zekeringkast Zekeringkast Zekeringkast

108 Onderhoudsschema Onderhoudsschema ONDERHOUD Onderhoudsschema Onderhoudsintervallen Regelmatig onderhoud is de beste garantie om er altijd op te kunnen vertrouwen dat uw Model S onder alle omstandigheden veilig en efficiënt blijft functioneren. Breng uw auto voor het reguliere onderhoud eens per jaar of elke kms, al naar gelang wat het eerst wordt bereikt, naar een Tesla Servicecentrum. Laat onderhoud en reparatie uitsluitend door erkende Tesla-technici uitvoeren. Schades en defecten tengevolge van onderhoud of reparaties door niet-erkende Tesla-technici vallen niet onder garantie. Dagelijkse controles Controleer het laadniveau van de batterij, aangegeven op het instrumentenpaneel. Controleer de werking van de verlichting, de claxon, de richtingaanwijzers, de ruitenwissers en de ruitensproeiers. Controleer de werking van de remmen en de parkeerrem. Controleer de werking van de veiligheidsgordels (zie blz 3.5). Controleer onder de auto of er niets lekt. Er kan er zich een klein plasje water onder de auto vormen (afkomstig van de airconditioning). Vloeistoffen vervangen Vervang de koelvloeistof voor de batterij en de remvloeistof niet zelf en vul dit ook niet zelf bij. Tesla-technici doen dit volgens het voorgeschreven onderhoudsschema: Remvloeistof - elke 2 jaar of kms, al naar gelang wat het eerst wordt bereikt. Koelvloeistof batterij - elke 4 jaar of kms, al naar gelang wat het eerst wordt bereikt. OPMERKING: Schade tengevolge van het openen van het koelvloeistofreservoir van de batterij valt niet onder garantie. Dagelijkse en maandelijkse controles Naast het voorgeschreven onderhoud door Tesla moet u zelf regelmatig ook een paar eenvoudige controles doen. Maandelijkse controles Controleer de staat van de banden en de bandenspanning van elke band (zie blz 7.4). Controleer het niveau van de ruitensproeiervloeistof en vul het reservoir zo nodig bij (zie blz 7.20). Controleer de werking van de airconditioning (zie blz 5.10). AANWIJZING: Neem direct contact op met Tesla als een vloeistofniveau plotseling sterk gedaald is en u ziet dat de banden onregelmatig verslijten. Veiligheid hoogspanningscircuit Veiligheid heeft bij de ontwikkeling en de bouw van de Model S voorop gestaan. Neem de onderstaande voorzorgsmaatregelen in acht om uzelf te beschermen tegen de risico's van hoogspanningssystemen: Lees en volg alle instructies en aanwijzingen op de stickers van de Model S. Deze stickers zijn er voor uw veiligheid. Het hoogspanningssysteem bevat geen losse onderdelen die onderhouden of gerepareerd moeten/kunnen worden. Onderdelen, kabels en stekkers van het hoogspanningscircuit mogen niet gedemonteerd, verwijderd of vervangen worden. Hoogspanningskabels zijn oranje gekleurd zodat ze gemakkelijk te herkennen zijn. 7.2 GEBRUIKERSHANDLEIDING MODEL S

109 Onderhoudsschema Raak na een aanrijding nooit de hoogspanningsbedrading en stekkers en onderdelen die hierop zijn aangesloten, aan. Als er onverhoopt brand zou uitbreken, neem dan direct contact op met de brandweer. WAARSCHUWING: Neem de oplaadkabel altijd los voordat er werkzaamheden onder de auto uitgevoerd worden, ook als de batterij op dat moment niet opgeladen wordt. WAARSCHUWING: Houd uw handen en kleding uit de buurt van koelventilatoren. Sommige ventilatoren werken ook als de auto uitgeschakeld is. WAARSCHUWING: Sommige vloeistoffen (accuzuur, koelvloeistof, remvloeistof, additieven in de ruitensproeiervloeistof enz.) die in auto's worden gebruikt zijn giftig en mogen niet ingeademd of ingeslikt worden, of in contact komen met de huid. Lees daarom altijd eerst de gebruiksvoorschriften op de verpakking. Voer vloeistoffen en chemische stoffen altijd via een officieel milieudepot af. Vervuiling van het openbare riool, open water of de grond is verboden. ONDERHOUD 7.3

110 Onderhoud banden Onderhoud banden Onderhoud banden Bandenspanning Zorg dat de banden altijd op de juiste spanning zijn. De gegevens over de banden staan op een sticker op de linker middenstijl (gegevens op de sticker aanhouden, ook al staat er iets anders op de band). Het controlelampje van de bandenspanningcontrole op het instrumentenpaneel waarschuwt als de spanning in één of meerdere banden te laag of te hoog is. Het lampje gaat niet direct uit als de band op de juiste spanning is gebracht. Rijd minstens 10 minuten met een snelheid van meer dan 40 km/h om het TPMS een nieuwe meting te laten doen waarna de waarschuwing verdwijnt. Als het controlelampje elke keer bij het aanzetten van het contact gedurende één minuut knippert, is er een storing in het systeem geconstateerd (zie blz 7.9). Bandenspanning controleren en aanpassen Volg de onderstaande aanwijzingen als de banden koud zijn en de auto minstens 3 uur stil heeft gestaan: 1. Verwijder het ventieldopje. 2. Druk de bandenspanningmeter stevig op het ventiel. 3. Breng de band zo nodig op de juiste spanning. 4. Controleer de bandenspanning nogmaals met de meter. 5. Laat, als de bandenspanning te hoog is, enige lucht ontsnappen door het metalen pennetje in het midden van het ventiel in te drukken. 6. Controleer de bandenspanning nogmaals met de meter en breng de band zo nodig op de juiste spanning. 7. Schroef het dopje op het ventiel om het tegen vuil te beschermen. Controleer het ventiel regelmatig op beschadigingen en lekkage. WAARSCHUWING: Een te lage bandenspanning is de meest voorkomende oorzaak van bandenproblemen. Het kan leiden tot oververhitting waardoor scheuren kunnen optreden, koordlagen kunnen losraken en een klapband kan ontstaan. De bestuurder kan de controle over de auto verliezen en er is een grote kans op ernstige ongevallen. Een te lage bandenspanning zorgt ook voor een kleinere actieradius en verkort de levensduur van de banden. WAARSCHUWING: Controleer de bandenspanning met een bandenspanningmeter en als de banden koud zijn. De banden zijn na één kilometer al zo ver opgewarmd dat de meting niet betrouwbaar meer is. Ook de felle zon of extreem warm weer kan de bandenspanning beïnvloeden. Wees niet verbaasd over hogere waardes als u de bandenspanning meet als de banden warm zijn. Laat geen lucht uit warme banden ontsnappen om de voorgeschreven waardes die gelden voor koude banden, te bereiken. Een warme band met een spanning gelijk aan of lager dan de voorgeschreven waarde heeft een gevaarlijk lage bandenspanning. 7.4 GEBRUIKERSHANDLEIDING MODEL S

111 Onderhoud banden WAARSCHUWING: Gebruik geen andere vulmiddelen dan die uit het bandenreparatiesetje van Tesla. Bij het gebruik van andere middelen kunnen de bandenspanningsensoren defect raken. Als u geen bandenreparatiesetje bij uw Model S heeft, koop er dan een bij Tesla. Controle en onderhoud van banden Controleer de wangen en het loopvlak van de banden regelmatig op slijtage en beschadigingen (uitstulpingen, scheuren enz.). WAARSCHUWING: Rijd niet met de auto als een band beschadigd of versleten is en ook niet als de bandenspanning te laag is. Controleer de banden regelmatig op slijtage en beschadigingen zoals scheuren, uitstulpingen, losse koordlagen. Bandenslijtage De Model S is af-fabriek voorzien van banden met een slijtage-indicator in het loopvlak. Als het profiel tot op 1,6 mm, is versleten, komen deze indicatoren aan het oppervlak en ontstaat er een streep over de volle breedte van het loopvlak van de band. Vervang een band direct als de slijtage-indicator zichtbaar is of als de wettelijk voorgeschreven minimum profieldiepte is bereikt. Wielen wisselen, balanceren en uitlijnen Tesla adviseert om de wielen elke km te wisselen. Controleer na het wisselen van de wielen altijd de bandenspanning. OPMERKING: Verwissel geen banden bij Performance Plus modellen. Wielen met een onbalans (merkbaar als een trilling in het stuur) hebben een negatieve invloed op de rijeigenschappen en verkorten de levensduur van de banden. Ook bij normaal gebruik van de auto kan er op enig moment een onbalans in de wielen optreden. Laat de wielen in dat geval opnieuw balanceren. Laat de wielen opnieuw uitlijnen als er sprake is van onregelmatige (scheef afgesleten band) of overmatige slijtage. ONDERHOUD 7.5

112 Onderhoud banden Onderhoud banden Lekke band Controleer de bandenspanning regelmatig om te voorkomen dat u onderweg met een lekke band wordt geconfronteerd. Laat een lekke band zo snel mogelijk repareren of vervangen. Rijd niet door met een lekke band, ook niet als de band niet helemaal is leeggelopen. Een lekke band kan opeens helemaal leegraken. Tubeless banden kunnen niet zomaar lek raken, tenminste zolang het object dat het gaatje veroorzaakt (bijv. een spijker) maar in het rubber blijft zitten. Als u onder het rijden plotseling een sterke trilling voelt of vermoedt dat er een band beschadigd is, verminder dan direct uw snelheid. Rijd langzaam, vermijd sterk remmen en sturen en stop op een veilige plaats. Laat uw auto naar een Tesla Servicecentrum of een bandenspecialist brengen. In sommige gevallen kunt u kleine gaatjes (minder dan 6 mm) repareren met een bandenreparatiesetje dat optioneel verkrijgbaar is bij Tesla. Dan kunt u met een aangepaste snelheid zelf naar een Tesla Servicecentrum of een bandenspecialist rijden (zie blz 7.10). WAARSCHUWING: Rijd niet door met een lekke band. Ook niet als de band niet helemaal is leeggelopen, een lekke band kan op elk willekeurig moment ineens helemaal leegraken. Rijden in koude gebieden Banden presteren minder goed in erg koude gebieden, dat betekent minder grip en een grotere kans op ongelukken. Banden worden stug als ze erg koud worden, daardoor kunnen ze de eerste kilometers tijdens het opwarmen rumoerig zijn. Neem contact op met Tesla voor advies over het gebruik van winterbanden. Vlakke kanten Als de auto gedurende lange tijd heeft stilgestaan, kunnen er vlakke kanten op de banden ontstaan. Deze vlakke kanten zullen een trilling veroorzaken, dit verdwijnt vanzelf als de banden warm worden en hun oorspronkelijke vorm weer aannemen. U kunt de banden op de maximale spanning brengen (zie bandensticker) om het ontstaan van vlakke kanten tegen te gaan maar vergeet niet om de banden eerst weer op de normale spanning te brengen voordat u met de auto gaat rijden. 7.6 GEBRUIKERSHANDLEIDING MODEL S

113 Onderhoud banden Levensduur banden verlengen Houd de banden op de juiste spanning (zie blz 7.4) en houd u aan de snelheidslimieten voor een maximale levensduur van de banden. Vermijd: Hard wegrijden, snel accelereren. Bochten op hoge snelheid nemen, hard remmen. Door kuilen en over bulten in de weg rijden. Tegen stoepranden rijden. Dat er schadelijke vloeistoffen op het rubber komen. Banden en wielen vervangen Banden verouderen onder invloed van ultraviolet licht, extreme temperaturen, zware belastingen en milieugerelateerde omstandigheden. Vervang de banden daarom eens per 6 jaar of zoveel eerder als nodig blijkt. Velgen en banden passen bij elkaar en de combinatie van die twee resulteert in de beste rijeigenschappen. Vervang banden alleen door banden die voldoen aan de originele specificaties. Als u andere banden laat monteren, zorg dan dat ze minimaal dezelfde belastings- en snelheidsindex hebben (op de zijkant van de band, zie blz 8.10) als de originele banden. Laat bij voorkeur alle banden tegelijk vernieuwen. Als dit niet mogelijk is, vervang de banden dan per as (beide voorbanden/beide achterbanden). Laat wielen na het vervangen van banden altijd opnieuw balanceren en laat de uitlijning van de wielen controleren. Kijk voor de technische gegevens van de originele banden en wielen op blz 8.8. WAARSCHUWING: Gebruik in het belang van de veiligheid alleen banden en wielen die aan de originele specificaties voldoen. Het gebruik van andere dan de originele banden kan de goede werking van het bandenspanningcontrolesysteem (TPMS) verstoren. Asymmetrische banden De Model S is uitgerust met asymmetrische banden, die maar op één manier op de velg mogen worden. Op de zijkant die naar buiten gericht moet worden staat het woord OUTSIDE aangegeven. Let erop dat de banden op de juiste manier op de velgen gemonteerd worden. WAARSCHUWING: Als de banden verkeerd op de velgen gemonteerd worden, zal de wegligging duidelijk minder zijn. Winterbanden Het gebruik van winterbanden wordt daarom aangeraden. Alle 4 de winterbanden moeten hetzelfde merk, maat, type en loopvlak hebben. Neem contact op met Tesla voor advies over het gebruik van winterbanden. WAARSCHUWING: Op droge wegen kunnen winterbanden soms minder grip hebben. ONDERHOUD 7.7

114 Onderhoud banden Onderhoud banden Gebruik van sneeuwkettingen Tesla heeft de Security Chain Company (SCC) Model Z-563 sneeuwkettingen getest en goedgekeurd voor het gebruik op de achterwielen. Deze kettingen mogen alleen gebruikt worden in combinatie met banden in de maat 245/45R19. Gebruik geen sneeuwkettingen op 21" banden. Volg voor het monteren van de sneeuwkettingen de aanwijzingen van de fabrikant. Span de kettingen zo strak mogelijk. Als u sneeuwkettingen gebruikt: Rijd met aangepaste snelheid niet harder dan 48 km/h. Belast de auto niet te zwaar (door het doorzakken bestaat de kans op te weinig ruimte tussen de ketting en de wielkasten). Verwijder sneeuwkettingen weer zodra de omstandigheden dat toelaten. OPMERKING: In sommige landen is het gebruik van sneeuwkettingen niet toegestaan. Controleer de wetgeving ter plaatse voordat u sneeuwkettingen monteert. AANWIJZING: Het gebruik van andere dan de goedgekeurde sneeuwkettingen of het gebruik van kettingen op een andere maat banden kan leiden tot schade aan de wielophanging, de carrosserie, de wielen en/of de remleidingen. Schade tengevolge van het gebruik van niet-goedgekeurde sneeuwkettingen valt niet onder garantie. AANWIJZING: Zorg ervoor dat sneeuwkettingen de wielophanging en de remleidingen niet kunnen raken. Als u vreemde geluiden hoort, die erop lijken alsof de kettingen andere onderdelen raken, stop dan onmiddellijk en onderzoek wat er aan de hand is. Bandenspanningcontrole Controleer eens per maand de bandenspanning als de banden koud zijn en breng de banden zo nodig op de juiste spanning zoals is aangegeven op de sticker op de linker middenstijl (zie blz 7.4). Als er banden met een afwijkende maat op de auto gemonteerd zijn, informeer dan bij de fabrikant naar de juiste bandenspanning. De auto is uitgerust met een bandenspanningcontrolesysteem (TPMS) dat u via een controlelampje op het instrumentenpaneel waarschuwt voor een te lage spanning in een of meer banden. Als dit controlelampje gaat branden, moet u zo snel mogelijk stoppen en de banden controleren en weer op spanning brengen (zie blz 7.4). Rijden met een zachte band leidt tot oververhitting waardoor de band beschadigd kan raken. Bovendien leidt het tot een hoger verbruik, extra slijtage, minder goede rijeigenschappen en een langere remweg. Als er een storing in het systeem wordt geconstateerd, knippert het TPMS-controlelampje telkens een minuut bij het starten. OPMERKING: Het monteren van niet-goedgekeurde accessoires kan de goede werking van het TPMS verstoren. WAARSCHUWING: Het TPMS is niet bedoeld als vervanging van de regelmatige controle die de bestuurder zelf moet doen. Een correcte bandenspanning is en blijft de verantwoording van de bestuurder, ook als de band nog niet zo zacht is dat het TPMS een waarschuwing geeft. 7.8 GEBRUIKERSHANDLEIDING MODEL S

115 Onderhoud banden TPMS-storing Als er een storing in het TPMS wordt geconstateerd, wordt de bestuurder gewaarschuwd dat het systeem niet naar behoren functioneert. Het TPMS-controlelampje heeft daarvoor een extra functie, naast het melden van een te lage bandenspanning. Als er een storing in het systeem wordt geconstateerd, knippert het TPMS-controlelampje gedurende één minuut tijdens het starten en blijft dan constant branden. Dit blijft zich herhalen zolang de storing blijft bestaan. Als het TPMS-controlelampje constant brandt, kan het zijn dat het systeem de bandenspanning niet kan controleren. Storingen met betrekking tot bandenspanningcontrole kunnen allerlei oorzaken hebben, waaronder het monteren van andere banden of wielen waardoor het systeem niet goed meer werkt. Controleer na het vervangen van een of meer banden en/of wielen door andere dan de originele exemplaren aan de hand van het TPMS-controlelampje of het systeem nog steeds goed werkt. OPMERKING: Als een band vervangen is of gerepareerd werd met een ander vulmiddel dan dat van Tesla en er wordt een waarschuwing voor een te lage bandenspanning gegeven, dan kan het zijn dat de bandensensor beschadigd is. Neem contact op met een Tesla Servicecentrum om dit zo snel mogelijk te laten verhelpen. Bandenspanningsensor vervangen Neem contact op met een Tesla Servicecentrum als het TPMS-controlelampje regelmatig brandt om te laten controleren of er een bandenspanningsensor vervangen moet worden. Laat een bandenspanningsensor uitsluitend door een Tesla-technicus vervangen, hij kan een korte setup-procedure uitvoeren. Als een ander bedrijf de band vervangt of repareert, zal de bandenspanningsensor niet werken tot de setup-procedure door Tesla is gedaan. ONDERHOUD 7.9

116 Tijdelijke bandenreparatie Tijdelijke bandenreparatie Tijdelijke bandenreparatie Bandenreparatiesetje De model S heeft geen reservewiel. Afhankelijk van het land van bestemming wordt de auto al dan niet standaard afgeleverd met een bandenreparatiesetje. Als uw auto zonder bandenreparatiesetje is afgeleverd, kunt u er aanschaffen via Tesla. Het bandenreparatiesetje bestaat uit een compressor en een busje met vulmiddel (genoeg voor één reparatie). Het vulmiddel is geschikt voor het dichten van kleine gaatjes tot maximaal 6 mm en deze reparatie dient slechts als tijdelijke oplossing. OPMERKING: Neem contact op met de Tesla Assistance bij gaatjes groter dan 6 mm, bij beschadigingen en bij andere defecten aan de band. WAARSCHUWING: Het reparatiesetje is alleen bedoeld als tijdelijke oplossing. Laat een lekke band zo snel mogelijk repareren of vervangen. WAARSCHUWING: Rijd niet harder dan 48 km/h met een band die met behulp van het bandenreparatiesetje tijdelijk is gerepareerd. WAARSCHUWING: Lees en volg de aanwijzingen op de verpakking van het reparatiesetje. AANWIJZING: Rijd niet door met een lekke band, hierdoor kan de band onherstelbaar beschadigd raken. Busje met vulmiddel Het vulmiddel in het bandenreparatiesetje van Tesla is goedgekeurd voor de Model S en is speciaal ontwikkeld om schade aan de bandenspanningsensoren van het TPMS te voorkomen. Vervang het lege busje dan ook alleen door eenzelfde busje setje met dezelfde inhoud (zie blz 7.13). Busjes met vulmiddel zijn verkrijgbaar via Tesla. De uiterste houdbaarheidsdatum staat aan de buitenzijde op het busje. Na het verstrijken van de uiterste houdbaarheidsdatum, kan het vulmiddel minder goed werken. Vervang daarom een busje waarvan de uiterste houdbaarheidsdatum is verstreken. WAARSCHUWING: Gebruik geen ander vulmiddel dan dat uit het bandenreparatiesetje van Tesla. Bij het gebruik van andere middelen kunnen de bandenspanningsensoren defect raken. WAARSCHUWING: Lees en volg de aanwijzingen van de fabrikant op het busje. WAARSCHUWING: Houd vulmiddel buiten het bereik van kinderen. WAARSCHUWING: Het vulmiddel kan schadelijk zijn als het in de ogen komt of als het ingeslikt of ingeademd wordt. Als u vulmiddel in uw ogen krijgt, spoel ze dan direct met veel water en raadpleeg bij aanhoudende irritatie een arts. Als het middel werd ingeslikt, wek dan geen braken op maar neem direct contact op met arts. Zorg voor veel frisse lucht als u het vulmiddel hebt ingeademd. Inademen kan slaperigheid en duizeligheid veroorzaken. Als de ademhaling moeilijk gaat, neem dan onmiddellijk contact op met een arts GEBRUIKERSHANDLEIDING MODEL S

117 Tijdelijke bandenreparatie Oppompen met lucht en vulmiddel Volg de onderstaande aanwijzingen om een lekke band blz 7.10 (gaatje kleiner dan 6 mm) tijdelijk te repareren. 1. Stop op een veilige plek zonder verkeer en vraag alle inzittenden om uit te stappen en op een veilige plaats te wachten. 2. Schakel de alarmknipperlichten in om andere weggebruikers te waarschuwen. 3. Plaats het wiel met het gaatje naar beneden voor zover dat mogelijk is. 6. Verwijder het rode dopje en schroef het slangetje op het ventiel. 4. Neem de stekker aan de achterkant van de compressor los en steek die in het 12V-stopcontact op de middenconsole. 5. Maak het doorzichtige plastic slangetje los van de compressor. 7. Druk het zwarte slangetje op de aansluiting op het busje met vulmiddel en druk het hendeltje naar beneden om de slang vast te zetten. 8. Zorg dat de compressor op een vlakke ondergrond staat met de meter opzij zoals in de afbeelding is aangegeven. 9. Schakel de compressor in. OPMERKING: De meter geeft in eerste instantie een hoge druk aan, als het vulmiddel in de band gedrukt wordt. Als het vulmiddel eenmaal in de band is, zal de druk snel dalen en daarna weer oplopen als de band zich vult met lucht. 10. Pomp de band op tot de voorgeschreven bandenspanning is bereikt. AANWIJZING: Stop met pompen als de juiste bandenspanning niet binnen 8 minuten bereikt wordt. In dat geval is de band niet tijdelijk te repareren met het vulmiddel. Rijd niet verder. Bel Tesla Assistance om de auto naar een reparateur te laten brengen. 11. Zet de compressor uit en neem de slang los van het ventiel. Veeg overtollig vulmiddel van het ventiel en de velg af. 12. Ga direct minstens 8 km rijden om het vulmiddel in de band goed te verdelen. Rijd niet harder dan 48 km/h. 13. Stop en controleer de bandenspanning. Pomp de band zo nodig op met behulp van het zwarte slangetje. ONDERHOUD 7.11

118 Tijdelijke bandenreparatie Tijdelijke bandenreparatie 14. Laat de band zo snel mogelijk repareren of vervangen. 15. Schaf een nieuw busje met vulmiddel aan (zie blz 7.13). Oppompen met lucht Als u een bandenreparatiesetje van Tesla hebt, zoals beschreven in blz 7.10, kunt u een zachte band op de volgende manier oppompen: 1. Neem de stekker van de compressor en steek die in het 12V-stopcontact op de middenconsole. 6. Schakel de compressor uit en druk op de rode knop om lucht te laten ontsnappen tot de juiste spanning is bereikt. OPMERKING: De compressor wordt geleverd met meerdere adapters zodat u ook andere dingen kunt oppompen. Deze adapters zijn in het vakje aan de achterkant van de compressor opgeborgen. 2. Maak het zwarte slangetje los van de compressor. 3. Druk het zwarte slangetje op het ventiel en druk het hendeltje naar beneden om de slang vast te zetten. AANWIJZING: Gebruik de compressor nooit langer dan 8 minuten achter elkaar om te voorkomen dat deze te heer wordt. Laat de compressor minstens 15 minuten afkoelen voordat u deze opnieuw gebruikt. AANWIJZING: De compressor gaat langzamer werken als deze te heet wordt. Schakel de compressor in dat geval uit en laat deze afkoelen. 4. Zorg dat de compressor op een vlakke ondergrond staat met de meter opzij zodat u die kunt aflezen. 5. Schakel de compressor in en pomp de band op tot deze de juiste spanning heeft bereikt GEBRUIKERSHANDLEIDING MODEL S

119 Tijdelijke bandenreparatie Busje met vulmiddel vervangen Een nieuw busje met vulmiddel voor het bandenreparatiesetje van Tesla zoals beschreven in blz 7.10, kunt u aanschaffen via Tesla. Volg de onderstaande aanwijzingen om het busje met vulmiddel te vervangen: 1. Neem het doorzichtige plastic slangetje los van de compressor. Dit slangetje wordt met het nieuwe busje vulmiddel meegeleverd. 2. Schuif het deksel van het busje omhoog. 3. Verwijder het busje van de compressor. 4. Plaats een nieuw busje met vulmiddel en vervang het deksel. ONDERHOUD 7.13

120 Reinigen Reinigen Reinigen Carrosserie reinigen Verwijder agressieve stoffen (vogelpoep, hars, insecten, teer, zout, industriële neerslag enz.) direct om schade aan de lak te voorkomen. Wacht daar niet mee tot u de auto laat wassen. Gebruik zo nodig gedenaturaliseerde alcohol om teervlekken en hardnekkige vetvlekken te verwijderen, was het oppervlak dan direct met water en milde zeep schoon om de alcohol te verwijderen. Volg de onderstaande aanwijzingen bij het wassen van uw auto: 1. Grondig spoelen Spoel de carrosserie voor het wassen grondig af met veel water. Spuit plaatsen waar vuil en modder zich kan verzamelen (wielen en carrosserienaden) goed schoon. Verwijder (in de wintermaanden) alle resten van pekel en spuit ook de onderzijde van de auto schoon. 2. Met de hand wassen Gebruik een zachte spons en koud of handwarm water met een goed autoshampoo. 3. Afspoelen met schoon water Spoel de auto na het wassen met schoon water af om te voorkomen dat zeepresten opdrogen en vlekken achterlaten. 4. Drogen en ruiten reinigen Maak de auto na het afspoelen met een schone zeem goed droog. Reinig de ruiten en de spiegels met een ruitenreiniger. Kras niet en gebruik ook geen schurende middelen op de ruiten en spiegels. Aanwijzingen AANWIJZING: Gebruik geen heet water en oplosmiddelen. AANWIJZING: Was de auto niet in de felle zon. AANWIJZING: Houd de spuitmond van een hogedrukreiniger altijd op een afstand van minstens 30 cm van de carrosserie. Blijf met de lans bewegen en spuit niet op één bepaalde plek. AANWIJZING: Richt een waterstraal niet direct op ruit-, portier- en motorkaprubbers of door de openingen in de wielen op onderdelen van de rem. AANWIJZING: Gebruik geen molton doeken of washandschoenen. AANWIJZING: Was de auto bij voorkeur in een borstelloze wasstraat. Deze wasstraten hebben geen borstels die de carrosserie zouden kunnen beschadigen. Andere wasstraten zouden schades kunnen veroorzaken die niet onder garantie vallen. AANWIJZING: Gebruik geen velgenreinigers met een chemische samenstelling. Deze kunnen de toplaag van de velgen aantasten. AANWIJZING: Richt een hogedrukspuit niet rechtstreeks op de achteruitrijcamera of de sensoren (indien aanwezig) en reinig ze niet met een scherp of schurend voorwerp, dat veroorzaakt krassen en kan het oppervlak beschadigen. Sommige reinigingsmiddelen bevatten chemische stoffen die slecht zijn voor het milieu. Zorg dat u niet knoeit. Vervuiling van het openbare riool, open water of de grond is verboden. Giftige stoffen moeten volgens de geldende voorschriften via een milieudepot afgevoerd worden GEBRUIKERSHANDLEIDING MODEL S

121 Reinigen Interieur reinigen Controleer en reinig het interieur regelmatig, dan blijft het mooi en voorkomt u vroegtijdige slijtage. Verwijder vuil en vlekken altijd zo snel mogelijk. Gebruik een zachte doek (microvezel) gedrenkt in een mengsel van warm water en een milde zeep (vooraf testen op een minder zichtbaar onderdeel) om de verschillende onderdelen van het interieur te reinigen. Maak het oppervlak meteen droog met een niet-pluizende doek om vlekken te voorkomen. Ruiten Kras niet en gebruik ook geen schurende middelen op de ruiten en spiegels. Hierdoor zou de toplaag van de spiegel of de bedrading van de achterruitverwarming beschadigd kunnen raken. Airbags Zorg dat er geen vuil op airbags terechtkomt. Dit zou de goede werking kunnen verstoren. Dashboard en kunststof oppervlakken Poets de bovenkant van het dashboard niet. Glanzende oppervlakken kunnen reflecteren en uw zicht ernstig belemmeren. Leren bekleding Leer is een natuurlijk materiaal dat kan verkleuren, vooral de lichtere kleuren. Wit en lichtbruin leer is voorzien van een coating die het materiaal beschermt tegen vuil. Verwijder vuil en vlekken zo snel mogelijk met een zachte doek, gedrenkt in een mengsel van warm water en een milde zeep. Wrijf zachtjes met een ronddraaiende beweging. Maak het dan droog met een niet-pluizende doek. Het gebruik van oplosmiddelen en in de handel verkrijgbare leerreinigers wordt afgeraden, deze kunnen verkleuringen veroorzaken en het leer uitdrogen. Stoffen bekleding Verwijder vuil en vlekken zo snel mogelijk met een zachte doek, gedrenkt in een mengsel van warm water en een milde zeep. Wrijf zachtjes met een ronddraaiende beweging. Maak het dan droog met een niet-pluizende doek. Maak de stoelen regelmatig met een stofzuiger schoon. Vloerbedekking Maak vloerbedekking niet te nat. Gebruik voor hardnekkig vuil een geschikte bekledingreiniger. Veiligheidsgordels Trek de gordel helemaal uit om deze schoon te vegen. Gebruik nooit een oplosmiddel of een chemisch reinigingsmiddel. Laat de gordel in uitgetrokken toestand aan de lucht drogen, niet in de felle zon. Tesla opklapbank Maak de stoelen regelmatig met een stofzuiger schoon. Veeg de stoelen met een zachte, in warm water gedrenkte doek schoon. U kunt ook een speciale reiniger voor autobekledingen gebruiken. Trek de gordel helemaal uit om deze schoon te vegen. Laat de gordel aan de lucht drogen, niet in de felle zon. Touchscreen en instrumentenpaneel Reinig het touchscreen en het instrumentenpaneel met een zachte, niet-pluizende doek en een speciaal middel voor het reinigen van schermen en displays. Gebruik geen reinigingsmiddelen (zoals ruitenreinigers), geen zeem en geen droge statisch geladen doek (zoals pas gewassen microvezeldoekjes). Verchroomde en metalen oppervlakken Poetsmiddelen, cleaners en harde doeken kunnen de toplaag van verchroomde en metalen oppervlakken beschadigen. Aanwijzingen WAARSCHUWING: Neem direct contact op met Tesla als u een beschadiging aan een veiligheidsgordel of een airbag ziet. WAARSCHUWING: Zorg dat er geen water, zeep of stukken poetsdoek in de oprolautomaat van de veiligheidsgordel kan komen. AANWIJZING: Het gebruik van oplosmiddelen (incl. alcohol), bleekmiddelen, citrus, wasbenzine en producten op siliconenbasis voor het reinigen van onderdelen in het interieur kan schade veroorzaken. ONDERHOUD 7.15

122 Reinigen Reinigen Poetsen, bijtippen en schadeherstel Zet de auto van tijd tot tijd in de was om de carrosserie gedurende lange tijd mooi te houden. Gebruik een goedgekeurde was met daarin: Een milde cleaner om oppervlakken te reinigen zonder de lak aan te tasten. Een vulmiddel dat kleine krasjes vult zodat ze minder zichtbaar zijn. Een was die zorgt voor een langdurige bescherming van de lak tegen de weersinvloeden van buitenaf. Controleer de carrosserie regelmatig op lakschades. Tip kleine beschadigingen en krasjes bij met een lakstift (verkrijgbaar bij Tesla). Gebruik de lakstift na het wassen maar voordat u de auto poetst of in de was zet. Tip steenslag en krasjes altijd zo snel mogelijk bij. Laat reparaties aan de carrosserie uitvoeren door een door Tesla goedgekeurd carrosseriebedrijf. Neem contact op met Tesla voor een overzicht van erkende carrosseriebedrijven. AANWIJZING: Gebruik geen grove cleaner, kleurherstellende cleaners of andere middelen met een schurende werking. Deze kunnen krassen veroorzaken en de lak blijvend beschadigen. AANWIJZING: Gebruik geen chroompolish of andere schurende middelen. Stofhoes Om de carrosserie te beschermen als de auto niet wordt gebruikt, is er een originele Tesla stofhoes verkrijgbaar. Stofhoezen zijn verkrijgbaar via Tesla. AANWIJZING: Gebruik nooit een andere hoes als de auto wordt opgeladen, anders kan de batterij tijdens het laden niet voldoende gekoeld worden. Matten Gebruik originele vloermatten van Tesla om ervoor te zorgen dat de vloerbedekking er lange tijd nieuw blijft uitzien. Klop de vloermatten regelmatig schoon en vervang ze als ze versleten zijn. WAARSCHUWING: Om te voorkomen dat de vloermat en het gaspedaal elkaar in de weg zitten, is de mat aan bestuurderszijde stevig vastgezet. Leg nooit twee matten bovenop elkaar GEBRUIKERSHANDLEIDING MODEL S

123 Ruitenwissers en -sproeiers Ruitenwissers -sproeiers Ruitenwisserbladen controleren en vervangen Controleer de staat van de wisserbladen regelmatig en maak ze geregeld schoon. Vervang een beschadigd wisserblad direct om te voorkomen dat de voorruit beschadigd raakt. Vuil op de ruit of op de wisserbladen zelf kan de goede werking van de ruitenwissers verstoren. Dat geldt ook voor ijs, vloeibare was van wasstraten, ruitensproeiervloeistof met middelen tegen insecten, vogelpoep, hars en andere organische stoffen. Volg de onderstaande aanwijzingen: Reinig de voorruit met een niet-schurende ruitenreiniger. Veeg de ruitenwisserbladen schoon met isopropylalcohol of met ruitensproeiervloeistof. Vervang de wisserbladen als ze na het reinigen nog niet goed werken. Vervang de ruitenwisserbladen tenminste eens per jaar. Ruitenwisserbladen vervangen: 1. Til de ruitenwisserarm omhoog. 2. Druk de borglip in en schuif het blad langs de arm omlaag. 3. Breng het wisserblad in lijn met de arm en schuif het blad langs de ruitenwisserarm naar de bocht aan het einde van de arm tot het vastklikt. 4. Duw de ruitenwisserarm met het wisserblad tegen de voorruit. gedrenkt in een mengsel van water en een milde zeep. Spoel vervolgens de voorruit en de wisserbladen met schoon water af. De voorruit is schoon als er zich geen druppels vormen. AANWIJZING: Gebruik uitsluitend reinigingsmiddelen die geschikt zijn voor autoruiten en rubbers. Andere middelen kunnen schade veroorzaken of een film op de ruit achterlaten waardoor het zicht belemmerd wordt. AANWIJZING: Vervang de ruitenwisserbladen alleen door exemplaren die identiek zijn aan de originele wisserbladen. Het gebruik van verkeerde wisserbladen kan schade aan de ruitenwissers veroorzaken en de werking van de regensensor verstoren. Ruitensproeiers reinigen De ruitensproeiers zijn op de fabriek afgesteld en hoeven in principe nooit bijgesteld te worden. Gebruik een dunne draad of een naald om een verstopte ruitensproeier weer open te krijgen. WAARSCHUWING: Bedien de ruitensproeiers niet tijdens het wassen van de auto. Ruitensproeiervloeistof kan de huid en de ogen irriteren. Lees de aanwijzingen van de fabrikant op de verpakking. Als de nieuwe ruitenwisserbladen de ruit ook niet schoonvegen, reinig dan de voorruit en de wisserbladen met een spons of een doek ONDERHOUD 7.17

124 Vloeistofreservoirs Vloeistofreservoirs Vloeistofreservoirs Afdekplaat servicecompartiment verwijderen Verwijder de afdekplaat van het servicecompartiment om bij de zekeringen te komen en om de vloeistofniveaus te kunnen controleren: 1. Trek de afdekplaat aan de achterzijde omhoog en neem het los uit de 5 klemmen. 2. Beweeg de plaat in de richting van de voorruit om deze te verwijderen. Koelvloeistof batterij controleren Als het vloeistofniveau te laag is, gaat er een controlelampje op het instrumentenpaneel branden. Stop zo snel mogelijk op een veilige plaats en neem contact op met Tesla Assistance om de auto naar een Tesla Servicecentrum te laten brengen. Controle vloeistofniveau Het niveau van de koelvloeistof voor de batterij wordt tijdens de reguliere onderhoudsbeurten door Tesla gecontroleerd. Als u dit zelf wilt doen, zet dan de auto op een vlakke ondergrond. Laat de auto afkoelen en verwijder dan de afdekplaat van het servicecompartiment (zie blz 7.18). AANWIJZING: De afdekplaat van het servicecompartiment voorkomt dat er water in de bagageruimte voorin komt. Zorg dat de afdekplaat overal goed sluit als u deze weer monteert. Controleer het vloeistofniveau aan de hand van de merktekens op de buitenkant van het reservoir. VERWIJDER DE VULDOP NOOIT EN VUL NOOIT VLOEISTOF BIJ. Dit kan tot schade leiden die niet onder garantie valt. Het niveau moet tussen de merktekens MIN en MAX staan. Neem contact op met Tesla als u merkt dat het niveau daalt. Koelvloeistof batterij bijvullen Bijvullen van de koelvloeistof voor de batterij is onder geen enkele voorwaarde toegestaan. Neem direct contact op met Tesla als het controlelampje op het instrumentenpaneel waarschuwt dat het niveau te laag is. Voor optimale prestaties en een lange levensduur van de batterij wordt er gebruik gemaakt van een speciale koelvloeistof, type G-48 ethyleen-glycol (HOAT). Neem contact op met Tesla voor meer informatie over deze koelvloeistof GEBRUIKERSHANDLEIDING MODEL S

125 Vloeistofreservoirs Remvloeistof WAARSCHUWING: Neem onmiddellijk contact op met Tesla als u merkt dat de slag van het rempedaal duidelijk verandert of als u merkt dat het remvloeistofniveau sterk is gedaald. Dit kan leiden tot een langere remweg en zelfs tot het wegvallen van de remmen. Het controlelampje op het instrumentenpaneel waarschuwt de bestuurder als het remvloeistofniveau tot beneden het minimumniveau daalt. Als het lampje onder het rijden gaat branden, stop dan zo snel mogelijk op een veilige plaats en rem daarbij zo zacht mogelijk. Rijd niet verder! Neem direct contact op met Tesla voor hulp. Controle vloeistofniveau Het remvloeistofniveau wordt tijdens de reguliere onderhoudsbeurten door Tesla gecontroleerd. Als u dit zelf wilt doen, zet dan de auto op een vlakke ondergrond. Laat de auto afkoelen en verwijder dan de afdekplaat van het servicecompartiment (zie blz 7.18). Remvloeistof bijvullen Vul zelf geen remvloeistof bij. Tesla doet dit als u de auto brengt voor het reguliere onderhoud. De onderstaande instructies dienen uitsluitend ter informatie en als referentie: 1. Reinig de vuldop van het reservoir voordat u deze verwijdert, om te voorkomen dat er vuil in het reservoir komt. 2. Draai de vuldop los en verwijder deze. 3. Vul het reservoir met schone remvloeistof met de specificatie DOT3 of DOT4 bij tot het merkteken MAX. 4. Monteer de vuldop. WAARSCHUWING: Gebruik uitsluitend nieuwe remvloeistof uit een ongeopende. luchtdichte container. Gebruik geen remvloeistof die al eerder werd gebruikt of remvloeistof uit een geopende container de vloeistof is vochtabsorberend waardoor de capaciteit van het remsysteem sterk kan dalen. WAARSCHUWING: Remvloeistof is giftig. Houd containers dicht en buiten bereik van kinderen. Neem direct op met een arts als iemand remvloeistof binnenkrijgt. AANWIJZING: Remvloeistof tast de lak van de auto aan. Verwijder gemorste remvloeistof onmiddellijk met een absorberende doek en reinig het oppervlak met een mengsel van water en een autoshampoo. Controleer het vloeistofniveau aan de hand van de merktekens op de buitenkant van het reservoir zonder de vuldop te verwijderen. Het niveau moet tussen de merktekens MIN en MAX staan. OPMERKING: Tijdens het normale gebruik van de auto kan het vloeistofniveau door slijtage van de remblokken enigszins dalen, maar het niveau mag nooit beneden het merkteken MIN komen. ONDERHOUD 7.19

126 Vloeistofreservoirs Vloeistofreservoirs Ruitensproeiervloeistof bijvullen De Model S heeft maar één reservoir dat u kunt bijvullen. Dat is het ruitensproeierreservoir onder de bagageruimte voorin. Als het vloeistofniveau laag is, verschijnt er een waarschuwing op het instrumentenpaneel. Vul het reservoir bij tot de vloeistof zichtbaar is in de vulpijp. Gebruik geen kant-en-klare vloeistoffen waar middelen tegen insecten aan zijn toegevoegd. Deze middelen kunnen een folie op de ruit achterlaten waardoor het zicht belemmerd wordt of waardoor vervelende bijgeluiden kunnen optreden Gebruik de ruitensproeiers af en toe om te controleren of de sproeiers juist zijn afgesteld en of ze niet verstopt zijn. Ruitensproeiervloeistof bijvullen: 1. Reinig de vuldop van het reservoir voordat u deze verwijdert, om te voorkomen dat er vuil in het reservoir komt. 2. Open de vuldop. AANWIJZING: Andere vloeistofreservoirs hoeven niet gecontroleerd of bijgevuld te worden. Naast het ruitensproeierreservoir bevinden zich nog twee extra reservoirs, onder de afdekplaat van het servicecompartiment. In het onwaarschijnlijke geval dat u een melding op het instrumentenpaneel krijgt dat een van deze reservoirs leeg zou zijn, stop dan op een veilige plaats en neem contact op met Tesla. AANWIJZING: Mors geen ruitensproeiervloeistof op carrosseriedelen. Het negeren van deze aanwijzing kan schade veroorzaken. Veeg gemorste vloeistof direct af en was het bevuilde oppervlak met water. WAARSCHUWING: Gebruik een sproeiervloeistof met antivries bij temperaturen onder 4 C. Het gebruik van sproeiervloeistof zonder antivries bij koud weer kan het zicht ernstig belemmeren. 3. Vul het reservoir bij tot de vloeistof zichtbaar is in de vulpijp. 4. Monteer de vuldop. OPMERKING: In sommige landen gelden beperkingen ten aanzien van het gebruik van Volatile Organic Compounds (VOC's). VOC's worden doorgaans gebruikt als antivries in ruitensproeiervloeistof. Gebruik een ruitensproeiervloeistof met VOC's alleen als ze voldoende bescherming bieden in het klimaat waar u met de auto rijdt GEBRUIKERSHANDLEIDING MODEL S

127 Zekeringen Zekeringen Plaats van zekeringkasten Er zijn drie zekeringkasten in het servicecompartiment in de bagageruimte voorin. Kijk voor meer informatie over het verwijderen van de afdekplaat van het servicecompartiment op blz Zekering vervangen Druk op de plastic lippen aan de zijkant om een zekeringkast te openen. 1. Zekeringkast 1 (zie blz 7.22). Vervang deze zekeringen NIET. Neem contact op met Tesla als een van deze zekeringen defect is. 2. Zekeringkast 2. (zie blz 7.23). 3. Zekeringkast 3 (zie blz 7.24). Als uw auto is uitgerust met het optionele Cold Weather-pakket is er nog een extra zekeringkast (4) onder het zijpaneel aan bestuurderszijde aangebracht. Zoek de zekering van het uitgevallen circuit. Zoek de zekering van het uitgevallen circuit aan de hand van het label aan de binnenzijde van de zekeringkast of aan de hand van de tabel op de volgende bladzijde. Trek aan de zekering om deze te verwijderen. Een gebroken draad in de zekering betekent dat de zekering is doorgebrand. OPMERKING: Vervang de zekeringen in zekeringkast 1 en 4 niet en vervang of verplaats ook geen relais. Neem contact op met Tesla als een van deze zekeringen of relais defect is. WAARSCHUWING: Schakel de auto handmatig helemaal uit helemaal uit voordat u een zekering vervangt (zie blz 4.7). AANWIJZING: Gebruik bij vervanging alleen door Tesla goedgekeurde zekeringen met dezelfde stroomsterkte en dezelfde specificaties. Het gebruik van een verkeerde zekering kan leiden tot schade aan het elektrische systeem en kan brand veroorzaken. AANWIJZING: Als een zekering na vervanging opnieuw doorbrandt, neem dan contact op met Tesla om het elektrische systeem van de auto te laten controleren. ONDERHOUD 7.21

128 Zekeringen Zekeringen Zekeringkast 1 Om bij zekeringkast 1 te kunnen komen, moeten er onderdelen verwijderd worden wat alleen door Tesla-technici gedaan mag worden. De onderstaande lijst dient alleen om u te helpen om te bepalen of een zekering vervangen moet worden. Neem contact op met een Tesla Servicecentrum als een van deze zekeringen vervangen moet worden. Zekering Ampèrage Circuit OPMERKING: DEZE ZEKERINGEN MOETEN DOOR EEN TESLA-TECHNICUS VERVANGEN WORDEN 1 5 A Accessoiresensor, radio, USB-hub 2 5 A Koplamphoogteverstelling (EU/China alleen auto's met schroefveren) 3 5 A Verlichting make-upspiegels, achteruitkijkspiegel 4 30 A Stoelverwarming buitenste stoelen achterin (alleen Cold Weather-optie) 5 15 A Stoelverwarming (bestuurdersstoel) 6 20 A Standaard audioversterker 7 15 A Stoelverwarming (passagiersstoel) 8 20 A Premium audioversterker 9 25 A Open dak 10 5 A Passieve veiligheidsvoorzieningen 11 5 A Bedieningsorganen stuurkolom 12 5 A Slingersensor (Stabiliteit/Traction Control) A Ruststand ruitenwisser 14 5 A Omvormer aandrijving A Elektrische parkeerrem 16 5 A Parkeer-/dode-hoeksensoren A Elektrische parkeerrem 18 5 A Niet in gebruik 19 5 A HVAC-sensor 20 5 A Interieurverwarming A Pomp 1 koelvloeistof batterij 22 5 A Servo's luchttoevoer A Koelvloeistofpomp aandrijflijn 24 5 A Climate control A Pomp 2 koelvloeistof batterij 26 - Niet in gebruik A Thermische beveiliging 7.22 GEBRUIKERSHANDLEIDING MODEL S

129 Zekeringen Zekeringkast 2 Zekering Ampèrage Circuit A Ruitmotor (rechtsachter) A Voeding contact A Ruitmotor (rechtsvoor) 31 - Niet in gebruik A Portierschakelaars (rechts) 33 - Niet in gebruik A Stoelverwarming middenachter, verwarming ruitenwissers/-sproeiers (alleen Cold Weather-optie) A 12V-stopcontact A Luchtvering A Ruitmotor (linksachter) 38 5 A Geheugen bestuurdersstoel A Ruitmotor (linksvoor) 40 5 A Portiergrepen achter A Portierschakelaars (links) A Elektrische achterklep 43 5 A Sensor constante voeding, remschakelaar 44 5 A Lader (laadcontact) A Passieve toegang (claxons) A Bedieningsorganen carrosserie (groep 2) 47 5 A Verlichting dashboardkastje A Bedieningsorganen carrosserie (groep 1) 49 5 A Instrumentenpaneel 50 5 A Sirene, sensor interieurbeveiliging (alleen Europa) A Touchscreen A Achterruitverwarming 53 5 A Batterijmanagementsysteem 54 - Niet in gebruik A Elektrische stoel linksvoor A Elektrische stoel rechtsvoor A Aanjager 58 - Niet in gebruik 59 - Niet in gebruik ONDERHOUD 7.23

130 Zekeringen Zekeringen Zekeringkast 3 Zekering Ampèrage Circuit A Condensorventilator (links) A Condensorventilator (rechts) A Vacuümpomp A 12V-voedingslijn (interieur) 75 5 A Stuurbekrachtiging 76 5 A ABS A Stabiliteitscontrole A Koplampen - grootlicht/dimlicht A Verlichting - exterieur/interieur 7.24 GEBRUIKERSHANDLEIDING MODEL S

131 Zekeringen Zekeringkast 4 Als uw auto is uitgerust met het optionele Cold Weather-pakket is er nog een extra zekeringkast (4) onder het zijpaneel aan bestuurderszijde aangebracht. Om bij zekeringkast 4 te kunnen komen, moeten er onderdelen verwijderd worden wat alleen door Tesla-technici gedaan mag worden. De onderstaande lijst dient alleen om u te helpen om te bepalen of een zekering vervangen moet worden. Neem contact op met een Tesla Servicecentrum als een van deze zekeringen vervangen moet worden. Zekering Ampèrage Circuit OPMERKING: DEZE ZEKERINGEN MOETEN DOOR EEN TESLA-TECHNICUS VERVANGEN WORDEN A Stoelverwarming linksachter A Stoelverwarming rechtsachter A Bediening stoelverwarming middenachter A Stoelverwarming middenachter A Verwarming ruitenwissers Niet in gebruik ONDERHOUD 7.25

132 Opkrikken en heffen Opkrikken en heffen heffen Opkrikken Volg de onderstaande aanwijzingen om de Model S op te krikken. Zorg dat een buitenstaander weet waar zich de krikpunten bevinden. 1. Plaats de auto in het midden tussen twee hefarmen. 2. Als uw auto is uitgerust met actieve luchtvering, zal de auto uit zichzelf op de juiste hoogte komen, ook als de auto is uitgeschakeld. Gebruik het touchscreen om de vering in de juiste stand te zetten: Tik op Controls. Trap het rempedaal in en tik dan op Very High om de auto in de hoogste stand te zetten. Tik op Jack om de automatische niveauregeling uit te schakelen. Als de auto in de Jack-stand staat, gaat het controlelampje op het instrumentenpaneel branden en verschijnt er een bericht om aan te geven dat de luchtvering is uitgeschakeld. OPMERKING: De Jack-stand wordt automatisch uitgeschakeld als de auto harder dan 7 km/h rijdt. 3. Plaats de steunpunten van de hefarmen op de aangegeven plaatsen onder de auto. Plaats de hefarmen NIET onder de batterij. 4. Stel de hefarmen op de juiste wijze af. 5. Breng de auto omhoog en let erop dat de hefarmen op de juiste plaats onder de auto blijven zitten. WAARSCHUWING: Als uw auto is uitgerust met actieve luchtvering, zal de auto uit zichzelf op de juiste hoogte komen, ook als de auto is uitgeschakeld. U MOET de niveauregeling uitschakelen en de auto in de Jack-stand zetten voordat u de auto omhoog brengt. Als u de niveauregeling niet uitschakelt, kan het systeem in werking treden met de kans op schade en/of lichamelijk letsel. WAARSCHUWING: Breng de auto nooit omhoog als de laadkabel is aangesloten, ook niet als de batterij op dat moment niet geladen wordt. WAARSCHUWING: Werk nooit aan een auto die niet goed ondersteund wordt. Dit kan leiden tot schade en lichamelijk letsel. AANWIJZING: Plaats de hefarmen NIET onder de batterij. Plaats de steunpunten van de hefarmen alleen op de aangegeven plaatsen onder de dorpels van de auto. De aangegeven punten zijn de enige plaatsen waar de auto geheven/opgekrikt mag worden. Opkrikken op andere plaatsen kan schade veroorzaken. Schade tengevolge van het opkrikken van de Model S valt niet onder garantie GEBRUIKERSHANDLEIDING MODEL S

133 Onderdelen en accessoires en accessoires Onderdelen, accessoires en modificaties Gebruik uitsluitend originele Tesla-onderdelen en accessoires. Tesla test onderdelen en accessoires zorgvuldig op geschiktheid, veiligheid en betrouwbaarheid. Koop deze onderdelen bij Tesla, waar u kunt rekenen op deskundige montage en een betrouwbaar advies over aanpassingen aan uw auto. Tesla heeft geen invloed op onderdelen van andere leveranciers en is op geen enkele wijze verantwoordelijk voor de gevolgen van het gebruik van niet-originele onderdelen voor de Model S. WAARSCHUWING: Het monteren van niet-goedgekeurde onderdelen en het aanbrengen van niet-toegestane wijzigingen kan de prestaties van de auto en de veiligheid van de inzittenden op negatieve wijze beïnvloeden. Schade tengevolge van dergelijk handelen valt niet onder garantie. WAARSCHUWING: Tesla is op geen enkele wijze aansprakelijk voor de gevolgen van het monteren van niet-goedgekeurde accessoires, of het aanbrengen van niet-toegestane wijzigingen. Schadeherstel Neem bij een aanrijding contact op met een Tesla Servicecentrum om er zeker van te zijn dat er bij de reparatie van de auto originele Tesla-onderdelen gebruikt worden. Tesla heeft een aantal carrosseriebedrijven geselecteerd die voldoen aan strenge eisen ten aanzien van opleiding, uitrusting, kwaliteit en klantentevredenheid. Sommige carrosseriebedrijven en verzekeringsmaatschappijen adviseren misschien om niet-originele of gebruikte onderdelen te gebruiken om op die manier geld te besparen. Deze onderdelen voldoen echter niet aan de hoge eisen die Tesla stelt aan kwaliteit, pasvorm en corrosiebestendigheid. Daarnaast vallen niet-originele en gebruikte onderdelen (en eventuele schade en defecten tengevolge van het gebruik ervan) niet onder garantie. ONDERHOUD 7.27

134

135 TECHNISCHE GEGEVENS Identificatiestickers Voertuigidentificatienummer Belading Sticker laadvermogen Laadvermogen berekenen Aanhanger trekken Afmetingen en gewichten Afmetingen exterieur Gewicht Afzonderlijke systemen Motor Aandrijving Stuurinrichting Remmen Wielophanging Batterij - 12 V Batterij - Hoogspanning Wielen en banden Technische gegevens wielen Wielgeometrie Technische gegevens banden Betekenis van merktekens op banden

136 Identificatiestickers Identificatiestickers TECHNISCHE Identificatiestickers GEGEVENS Voertuigidentificatienummer Het voertuigidentificatienummer is op de volgende plaatsen te vinden: Aan de bovenzijde van het dashboard, op een plaatje achter de voorruit. In de carrosserie ingeslagen. Zichtbaar na het verwijderen van de afdekplaat van het servicecompartiment (zie blz 7.18). Op het identificatieplaatje op de linker middenstijl. Zichtbaar als het portier aan bestuurderszijde open is. 8.2 GEBRUIKERSHANDLEIDING MODEL S

137 Belading Belading Sticker laadvermogen Het is belangrijk om in de gaten te houden hoeveel gewicht de Model S veilig mag vervoeren. Het maximum laadvermogen is het totaal van het gewicht van de inzittenden, de bagage en eventuele extra's die later zijn gemonteerd. De Model S heeft 2 stickers waarop is aangegeven hoeveel gewicht de auto veilig kan vervoeren. Deze stickers bevinden zich op de linker middenstijl en zijn zichtbaar als het linker voorportier geopend is. Sticker banden en laadvermogen Op de informatiesticker staat: Het maximum aantal zitplaatsen. Het maximum laadvermogen. De maat van de originele banden. De bandenspanning vóór en achter (koud). Houd u aan de voorgeschreven bandenspanning voor optimale rijeigenschappen onder alle omstandigheden. OPMERKING: Breng geen wijzigingen aan op deze sticker, ook niet als er later andere banden gemonteerd worden. Controleer de bandenspanning nog eens extra als de auto tot het maximum beladen wordt. 1. Sticker banden en laadvermogen 2. Identificatieplaatje WAARSCHUWING: Een te zware belading heeft een nadelige invloed op de rijeigenschappen en het remvermogen van de Model S, dit gaat ten koste van de veiligheid en vergroot de kans op schade. AANWIJZING: Laad nooit meer dan 136 kg aan bagage in de bagageruimte voorin. Het negeren van deze aanwijzing kan schade veroorzaken. AANWIJZING: Neem nooit grote hoeveelheden vloeistof mee in de auto. Knoeien en lekkage geeft een grote kans op storingen en beschadiging van elektrische onderdelen. TECHNISCHE GEGEVENS 8.3

MODEL S GEBRUIKERSHANDLEIDING

MODEL S GEBRUIKERSHANDLEIDING MODEL S GEBRUIKERSHANDLEIDING TOEPASSING DOCUMENT Dit document beschrijft de belangrijkste kenmerken ten tijde van het drukken van de: MODEL S SOFTWARE-versie: 5,0 Kenmerken van latere software-versies

Nadere informatie

Stoelen VOORSTOELEN. Juiste zithouding H6544L. Stoelen

Stoelen VOORSTOELEN. Juiste zithouding H6544L. Stoelen Stoelen VOORSTOELEN De stoel nooit afstellen als het voertuig in beweging is. Als van deze instructies wordt afgeweken, kan dit leiden tot lichamelijk letsel of verlies van controle over het voertuig.

Nadere informatie

IN EEN OOGOPSLAG. Panoramadak. Parkeerhulp achter

IN EEN OOGOPSLAG. Panoramadak. Parkeerhulp achter Panoramadak Dankzij het brede glazen dak zijn het zicht en de lichtinval in het interieur ongekend. 78 Te openen achterruit (SW) Dankzij deze voorziening hebt u eenvoudig toegang tot de bagageruimte zonder

Nadere informatie

F I A T 5 0 0 603.83.297 NL S N E L G I D S

F I A T 5 0 0 603.83.297 NL S N E L G I D S F I A T 5 0 0 603.83.297 NL S N E L G I D S Raadpleeg voor een uitvoerige beschrijving en meer informatie, of in noodgevallen, het instructieboek. DASHBOARD 1 Linker hendel: bediening buitenverlichting

Nadere informatie

F I A T B R A V O 603.83.122 NL S N E L G I D S

F I A T B R A V O 603.83.122 NL S N E L G I D S F I A T B R A V O 603.83.122 NL S N E L G I D S DASHBOARD 1 Linker hendel: bediening buitenverlichting - 2 Instrumentenpaneel - 3 Rechter hendel: bediening ruitenwissers, achterruitwisser, trip computer

Nadere informatie

SCdefault. 900 Montagerichtlijn. Accessories Part No. Group Date Instruction Part No. Replaces 12 799 012 9:88-15 May 03 12 798 998 12 798 998 Jun 02

SCdefault. 900 Montagerichtlijn. Accessories Part No. Group Date Instruction Part No. Replaces 12 799 012 9:88-15 May 03 12 798 998 12 798 998 Jun 02 SCdefault 900 Montagerichtlijn SITdefault Kinderzitje Saab Child Seat MONTERINGSANVISNING INSTALLATION INSTRUCTIONS MONTAGEANLEITUNG INSTRUCTIONS DE MONTAGE Accessories Part No. Group Date Instruction

Nadere informatie

Gefeliciteerd met uw nieuwe autoalarm! Inhoud

Gefeliciteerd met uw nieuwe autoalarm! Inhoud Gefeliciteerd met uw nieuwe autoalarm! Lees de gebruikershandleiding voor gebruik zorgvuldig door en maak u vertrouwd met de verschillende functies van uw autoalarm. Deze handleiding beschrijft de functies

Nadere informatie

Renault TRAFIC. Instructieboekje

Renault TRAFIC. Instructieboekje Renault TRAFIC Instructieboekje eenpassievoor presteren ELF partner van de RENAULT adviseert ELF ELF en Renault, partners op het vlak van hightech in de automobielsector, bundelen hun krachten zowel op

Nadere informatie

Renault CLIO. Instructieboekje

Renault CLIO. Instructieboekje Renault CLIO Instructieboekje een passie voor presteren ELF partner van de RENAULT adviseert ELF ELF en Renault, partners op het vlak van hightech in de automobielsector, bundelen hun krachten zowel op

Nadere informatie

VOORWOORD. Dit instructieboekje hoort bij uw auto. Bewaar het daarom altijd in uw auto, ook als u de auto verkoopt.

VOORWOORD. Dit instructieboekje hoort bij uw auto. Bewaar het daarom altijd in uw auto, ook als u de auto verkoopt. VOORWOORD Dit instructieboekje maakt u vertrouwd met de bediening van en het onderhoud aan uw nieuwe auto. Verder vindt u in dit instructieboekje belangrijke informatie over veiligheid. Lees het daarom

Nadere informatie

MEGANE COUPE CABRIOLET INSTRUCTIEBOEKJE

MEGANE COUPE CABRIOLET INSTRUCTIEBOEKJE MEGANE COUPE CABRIOLET INSTRUCTIEBOEKJE een passie voor presteren ELF partner van de RENAULT adviseert ELF ELF en Renault, partners op het vlak van hightech in de automobielsector, bundelen hun krachten

Nadere informatie

Sloten en alarm ALARM-SYSTEEM

Sloten en alarm ALARM-SYSTEEM Sloten en alarm ALARM-SYSTEEM H6716G Uw voertuig is voorzien van een uiterst verfijnd elektronisch diefstalalarm en motor-immobilisatiesysteem. Tevens beschikt het voertuig over een aantal extra veiligheidssystemen.

Nadere informatie

AYGO. Instructieboekje

AYGO. Instructieboekje AYGO Instructieboekje Voorwoord Welkom in de steeds groeiende groep van waardebewuste automobilisten die voor Toyota hebben gekozen. Wij zijn trots op de vooruitstrevende techniek en hoge kwaliteit van

Nadere informatie

Handleiding. Tilly Light fietsendrager

Handleiding. Tilly Light fietsendrager Handleiding Tilly Light fietsendrager mei 2015 Tilly Light BV Inhoudsopgave Algemeen 4 Onderdelen 5 Stekker aansluiting 10 Eerste gebruik 11 Op de auto plaatsen 15 Fietsen plaatsen 18 Rijden 23 Fietsen

Nadere informatie

Veilig mee in de auto

Veilig mee in de auto obs Voorhoute Veilig mee in de auto Praktische oplossingen voor het vervoer van kinderen Praktische oplossingen voor het vervoer van kinderen = + + = + + Veilig mee in de auto Kinderen veiligheid bieden.

Nadere informatie

Veilig vervoer van kinderen in de auto

Veilig vervoer van kinderen in de auto Veilig vervoer van kinderen in de auto Daar kun je mee komen Waarom nieuwe regels? Auto s worden steeds veiliger. Met behulp van kreukelzones, kooiconstructies en airbags beschermen zij de inzittenden.

Nadere informatie

Powerpack. gebruikshandleiding

Powerpack. gebruikshandleiding Powerpack gebruikshandleiding 1 INHOUDSOPGAVE 1. Inleiding De RMA powerpack is een hulpmiddel voor de begeleiding. Het vergemakkelijkt het duwen van een rolstoel gebruiker. De hulpmotor is niet ontworpen

Nadere informatie

http://www.ikbenvoor.be/content.aspx?id=292

http://www.ikbenvoor.be/content.aspx?id=292 1 van 5 8-11-2007 11:17 Burgers Bewegingen Bedrijven Besturen Vervoer van kinderen in de wagen: nieuwe regels! De Belgische wetgeving sinds 1 september 2006 Algemene regel Kinderen (jonger dan 18 jaar)

Nadere informatie

Sleutels en zenders SLEUTELS EN ZENDERS

Sleutels en zenders SLEUTELS EN ZENDERS Sleutels en zenders Bedieningsorganen en instrumenten SLEUTELS EN ZENDERS H6718G Met het voertuig heeft u twee zenders met integrale sleutels ontvangen waarmee alle sloten van het voertuig kunnen worden

Nadere informatie

Verklaring vervoersregeling

Verklaring vervoersregeling Verklaring vervoersregeling Hierbij geef ik toestemming voor mijn kind(eren) om in een auto met de gastouder mee te rijden. Deze neemt te allen tijde de veiligheidsregels in acht. Autogebruik door gastouders

Nadere informatie

lief! autostoeltjes gebruiksaanwijzing Cato (meisjesversie) Casper (jongensversie) geschikt voor kinderen van 9-36 KG

lief! autostoeltjes gebruiksaanwijzing Cato (meisjesversie) Casper (jongensversie) geschikt voor kinderen van 9-36 KG lief! autostoeltjes gebruiksaanwijzing Cato (meisjesversie) Casper (jongensversie) geschikt voor kinderen van 9-36 KG lief! autostoeltjes (Cato/Casper) GESCHIKT VOOR KINDEREN VAN 9-36 KG; Groep I, II en

Nadere informatie

ES-K1A. Draadloze keypad. www.etiger.com

ES-K1A. Draadloze keypad. www.etiger.com ES-K1A Draadloze keypad www.etiger.com NL Voorwoord Hartelijk dank voor uw aankoop van de ES-K1A. De ES-K1A is een keypad waarmee u uw alarmsysteem kunt inschakelen en uitschakelen, ook in de Thuismodus.

Nadere informatie

VOORWOORD. Dank u dat u CHEVROLET hebt gekozen.

VOORWOORD. Dank u dat u CHEVROLET hebt gekozen. VOORWOORD Dank u dat u CHEVROLET hebt gekozen. Dit instructieboekje maakt u vertrouwd met de bediening van en het onderhoud aan uw nieuwe auto. Verder vindt u in dit instructieboekje belangrijke informatie

Nadere informatie

Voorwoord. 2002 Mazda Motor Corporation Printed in Japan Mar. 2003(Print3)

Voorwoord. 2002 Mazda Motor Corporation Printed in Japan Mar. 2003(Print3) Voorwoord Hartelijk dank voor het kiezen van een Mazda. Bij het ontwerp en de constructie van automobielen geven wij bij Mazda aan de volledige tevredenheid van de klant de hoogste prioriteit. Wij raden

Nadere informatie

Cobra Alarm 4627. Gebruikers Handleiding

Cobra Alarm 4627. Gebruikers Handleiding Cobra Alarm 4627 Gebruikers Handleiding Clifford Electronics Benelux BV Tel.+31 20 40 40 919 info@clifford.nl ISO 9001:2008 Cobra Alarmsysteem: Diefstal is de laatste tijd explosief gestegen. CAN Bus manipulatie

Nadere informatie

2 Inleiding. Inleiding

2 Inleiding. Inleiding Inhoud Inleiding... 2 Kort en bondig... 6 Sleutels, portieren en ruiten... 20 Stoelen, veiligheidssystemen... 32 Opbergen... 53 Instrumenten en bedieningsorganen... 60 Verlichting... 77 Infotainmentsysteem...

Nadere informatie

Verwarming en ventilatie

Verwarming en ventilatie Verwarming en ventilatie BEDIENINGSELEMENTEN 1. Temperatuurregeling. Afzonderlijk instelbaar voor de bestuurder en de passagier voorin. 2. Programma voor maximaal ontdooien. 3. Luchtverdeling. In de geselecteerde

Nadere informatie

GT-912/GT-913/GT-914 Gebruikers handleiding

GT-912/GT-913/GT-914 Gebruikers handleiding GT-912/GT-913/GT-914 Gebruikers handleiding Rho-Delta b.v. Escudostraat 2 2991 XV Barendrecht Tel. +03110-4795755 Fax. +03110-2927461 www.rhodelta.nl info@rhodelta.nl - OMSCHRIJVING De GT-912 /GT-913/GT-914

Nadere informatie

SmartHome Huiscentrale

SmartHome Huiscentrale installatiehandleiding SmartHome Huiscentrale Vervanging voor Egardia Huiscentrale (model GATE-01) INSTALLATIEHANDLEIDING SMARTHOME HUISCENTRALE Website Egardia www.egardia.com Klantenservice Meer informatie

Nadere informatie

SmartHome Huiscentrale

SmartHome Huiscentrale installatiehandleiding SmartHome Huiscentrale Vervanging voor WoonVeilig Huiscentrale (model WV-1716) INSTALLATIEHANDLEIDING SMARTHOME HUISCENTRALE Website WoonVeilig www.woonveilig.nl Klantenservice Meer

Nadere informatie

INTERIEURBEKLEDING BEKLEDING KAPPEN - KLEPPEN STOELFRAME EN STELRAILS VOOR STOELFRAME EN STELRAILS ACHTER BEKLEDING VOORSTOELEN BEKLEDING ACHTERBANK

INTERIEURBEKLEDING BEKLEDING KAPPEN - KLEPPEN STOELFRAME EN STELRAILS VOOR STOELFRAME EN STELRAILS ACHTER BEKLEDING VOORSTOELEN BEKLEDING ACHTERBANK Bekleding ALGEMEEN INTERIEURBEKLEDING PORTIERBEKLEDING BEKLEDING KAPPEN - KLEPPEN HOEDENPLANK STOELFRAME EN STELRAILS VOOR STOELFRAME EN STELRAILS ACHTER BEKLEDING VOORSTOELEN BEKLEDING ACHTERBANK STOELACCESSOIRES

Nadere informatie

Mauer GmbH Technologie voor beveiliging. Code Combi B VdS-Cl 2 Artikelnummer 82131 - standaard

Mauer GmbH Technologie voor beveiliging. Code Combi B VdS-Cl 2 Artikelnummer 82131 - standaard Informatie over de bediening: Mauer GmbH Technologie voor beveiliging Code Combi B VdS-Cl 2 Artikelnummer 82131 - standaard Bedieningsinstructies Lees deze instructies aandachtig door voordat u het slot

Nadere informatie

StyleView Envelope Drawer

StyleView Envelope Drawer User Guide StyleView Envelope Drawer www.ergotron.com User's Guide - English Guía del usuario - Español Manuel de l utilisateur - Français Gebruikersgids - Nederlands Benutzerhandbuch - Deutsch Guida per

Nadere informatie

Hartelijk gefeliciteerd met de aanschaf van een COBRA alarmsysteem type 889.

Hartelijk gefeliciteerd met de aanschaf van een COBRA alarmsysteem type 889. COBRA 889 INLEIDING Hartelijk gefeliciteerd met de aanschaf van een COBRA alarmsysteem type 889. De belangrijkste vernieuwing in deze 889-serie bestaat uit het systeem, dat de herkenningscode van de afstandsbediening

Nadere informatie

OPEL AMPERA. Gebruikershandleiding

OPEL AMPERA. Gebruikershandleiding OPEL AMPERA Gebruikershandleiding Inhoud Inleiding... 2 Kort en bondig... 6 Sleutels, portieren en ruiten... 19 Stoelen, veiligheidssystemen... 34 Opbergen... 52 Instrumenten en bedieningsorganen... 59

Nadere informatie

Mitsubishi - Cobra Alarm CO4627. Gebruikers Handleiding

Mitsubishi - Cobra Alarm CO4627. Gebruikers Handleiding Mitsubishi - Cobra Alarm CO4627 Gebruikers Handleiding Clifford Electronics Benelux BV Tel.+31 20 40 40 919 info@clifford.nl ISO 9001:2008 Mitsubishi - Cobra Alarmsysteem: Om uw auto optimaal te beschermen

Nadere informatie

installatiehandleiding Bewegingsmelder

installatiehandleiding Bewegingsmelder installatiehandleiding Bewegingsmelder INSTALLATIEHANDLEIDING Gefeliciteerd met de aankoop van de Egardia bewegingsmelder. Website Egardia www.egardia.com Klantenservice Meer informatie over de installatie

Nadere informatie

Handleiding LifeGuard

Handleiding LifeGuard Handleiding LifeGuard I Introductie De LifeGuard bestaat uit een basisstation en een armband, die gebruikt kunnen worden als alarm bij onderdompeling in water en bij verdwalen. Ga naar www.manual-guide.com

Nadere informatie

Handleiding. Tilly Light fietsendrager

Handleiding. Tilly Light fietsendrager Handleiding Tilly Light fietsendrager Versie 2, 2015 Tilly Light BV 2 Inhoudsopgave Algemeen 4 Onderdelen 5 Stekker aansluiting 9 Eerste gebruik 10 Op de auto plaatsen 14 Fietsen plaatsen 17 Rijden 22

Nadere informatie

GfS Day Alarm. Algemene omschrijving...p. 2. Montage handleiding en functies...p. 3. Instellingen van magneet contacten...p. 4

GfS Day Alarm. Algemene omschrijving...p. 2. Montage handleiding en functies...p. 3. Instellingen van magneet contacten...p. 4 Art.-Nr.: Art.-Nr.: Montage handleiding Inhoud Algemene omschrijving...p. Montage handleiding en functies...p. Instellingen van magneet contacten...p. Aansluiting met draadloos magneet contact...p. Aansluiting

Nadere informatie

Handleiding. Tilly Light fietsendrager

Handleiding. Tilly Light fietsendrager Handleiding Tilly Light fietsendrager Versie 1, 2015 Tilly Light BV 2 inhoudsopgave Inhoudsopgave Onderdelen 5 Eerste gebruik 8 Op de auto plaatsen 12 Fietsen plaatsen 15 Rijden 20 Fietsen afnemen 21 Van

Nadere informatie

Dit instructieboekje gebruiken

Dit instructieboekje gebruiken Inhoudsopgave Inleiding...1 Kort en bondig...3 Sleutels, portieren en ruiten...17 Stoelen, hoofdsteunen...35 Opbergruimte...59 Instrumenten en bedieningsorganen... 71 Verlichting...107 Infotainment- systeem...115

Nadere informatie

my baby carrier NEDERLANDS GEBRUIKSAANWIJZING LET OP! BEWAAR DE GEBRUIKS- AANWIJZING VOOR LATERE REFERENTIE!

my baby carrier NEDERLANDS GEBRUIKSAANWIJZING LET OP! BEWAAR DE GEBRUIKS- AANWIJZING VOOR LATERE REFERENTIE! my baby carrier GEBRUIKSAANWIJZING NEDERLANDS Geïntegreerde hoofdsteun LET OP! BEWAAR DE GEBRUIKS- AANWIJZING VOOR LATERE REFERENTIE! > WAARSCHUWINGEN WAARSCHUWING: Je evenwicht kan door je eigen bewegingen

Nadere informatie

installatiehandleiding Bewegingsmelder

installatiehandleiding Bewegingsmelder installatiehandleiding Bewegingsmelder INSTALLATIEHANDLEIDING Gefeliciteerd met de aankoop van de WoonVeilig bewegingsmelder. Telefoonnummer WoonVeilig 0900-388 88 88 E-mail WoonVeilig klantenservice@woonveilig.nl

Nadere informatie

2015 Multizijn V.O.F 1

2015 Multizijn V.O.F 1 Dank u voor de aanschaf van de gloednieuwe SJ5000 Camera. Lees deze handleiding aandachtig door voordat u de camera gaat gebruiken en wij hopen dat u snel vertrouwd zal zijn met de camera en u veel spannende

Nadere informatie

Gebruikershandleiding AT-300T/R UHF-PLL. 40 kanaals rondleidingsysteem & draadloze microfoon systemen.

Gebruikershandleiding AT-300T/R UHF-PLL. 40 kanaals rondleidingsysteem & draadloze microfoon systemen. Gebruikershandleiding AT-300T/R UHF-PLL 40 kanaals rondleidingsysteem & draadloze microfoon systemen. Introductie: Bedankt voor het aanschaffen van deze UHF- PLL 40 kanaals rondleidingsysteem en draadloze

Nadere informatie

Afstandsbediening Telis 16 RTS

Afstandsbediening Telis 16 RTS Afstandsbediening Telis 16 RTS Bedieningshandleiding Telis 16 RTS Pure Art.nr. 1811020 Telis 16 RTS Silver Art.nr. 1811021 Afstandsbediening Telis 16 RTS 16 Kanaals zender met display Telis 16 RTS Pure

Nadere informatie

De gordel en de kinderstoel: kort en bondig

De gordel en de kinderstoel: kort en bondig De gordel en de kinderstoel: kort en bondig Artikel 35 (KB01/12/75) onder de loep. Gordelproject rond de Tieltse schoolpoorten (kleuter- en basisonderwijs) De gordel Algemene regel: Bestuurders en passagiers

Nadere informatie

AluTech 500 Series Gebruikershandleiding.

AluTech 500 Series Gebruikershandleiding. Gebruikershandleiding. AluTech 3400 serie (opbouw) AluTech 3500 serie (inbouw) AluTech 540 AluTech 540/O Inhoud Pagina Overzicht bedieningselementen 2 Rugleuning instellen 3 Hoogte voetensteun instellen

Nadere informatie

INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR

INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR CITROËN AFTER SALES SERVICE INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR CITROËN DISTRIBUTEUR NIEUWE AUTO'S - Afleveringstechnicus - Coördinator terugroepacties CITROËN ERKEND REPARATEURS - Servicemanager - Technisch

Nadere informatie

DACIA LOGAN VAN/PICK-UP PRIJSLIJST januari 2012

DACIA LOGAN VAN/PICK-UP PRIJSLIJST januari 2012 DACIA LOGAN VAN/PICK-UP PRIJSLIJST januari 2012 VERSIEPRIJZEN LOGAN VAN/PICK-UP Dacia Logan Van Motor Uitvoering CATALOGUSPRIJS BTW BPM* CONSUMENTENPRIJS Netto INCL. BTW en BPM 1.6 MPI 85 Euro 5 Logan

Nadere informatie

OPEL AMPERA. Gebruikershandleiding

OPEL AMPERA. Gebruikershandleiding OPEL AMPERA Gebruikershandleiding Inhoud Inleiding... 2 Kort en bondig... 6 Sleutels, portieren en ruiten... 19 Stoelen, veiligheidssystemen... 35 Opbergen... 52 Instrumenten en bedieningsorganen... 60

Nadere informatie

Voordat u gaat rijden. Tijdens het rijden. Onderhoud en verzorging. Trefwoordenlijst INHOUDSOPGAVE

Voordat u gaat rijden. Tijdens het rijden. Onderhoud en verzorging. Trefwoordenlijst INHOUDSOPGAVE Aygo Handleiding INHOUDSOPGAVE 1 Voordat u gaat rijden Het afstellen en bedienen van systemen als de portiervergrendeling, spiegels en stuurkolom. 2 Tijdens het rijden Rijden, stoppen en informatie over

Nadere informatie

2 Inleiding. Inleiding

2 Inleiding. Inleiding Inhoud Inleiding... 2 Kort en bondig... 6 Sleutels, portieren en ruiten... 19 Stoelen, veiligheidssystemen... 33 Opbergen... 51 Instrumenten en bedieningsorganen... 56 Verlichting... 93 Klimaatregeling...

Nadere informatie

Configuratie. Jimny 3 deurs. Samenvatting

Configuratie. Jimny 3 deurs. Samenvatting Jimny 3 deurs 5 jaar garantie en assistance Compacte 4x4 Uitstekende terreincapaciteiten Laagste kostprijs per kilometer Uniek in zijn segment Krachtige motor Bekijk alle 4x4's van Suzuki Samenvatting

Nadere informatie

Cobra 4627 Alarmsysteem met DriverCards

Cobra 4627 Alarmsysteem met DriverCards Cobra 4627 Alarmsysteem met DriverCards Gebruikershandleidingding Effectief en gebruiksvriendelijk Het in uw voertuig gemonteerde Cobra alarmsysteem biedt een simpele, maar uiterst effectieve en gebruiksvriendelijke

Nadere informatie

HANDLEIDING. Barry de Brachiosaurus. 2012 VTech Printed in China 91-002777-004 NL

HANDLEIDING. Barry de Brachiosaurus. 2012 VTech Printed in China 91-002777-004 NL HANDLEIDING Barry de Brachiosaurus 2012 VTech Printed in China 91-002777-004 NL Beste ouders, Wij van VTech weten dat een kind tot grootse dingen in staat is. Daarom zijn al onze elektronische, educatieve

Nadere informatie

Elektrische muurbeugel

Elektrische muurbeugel E HANDLEIDING Elektrische muurbeugel IR ontvanger programmeren: (AB = afkorting voor afstandsbediening) STAP 1: Druk en houd voor 5 seconden ingedrukt totdat de LED gaat knipperen en aan blijft, dan druk

Nadere informatie

Mercedes-Benz Mobility voor meer vrijheid. Aangepast vervoer nu af fabriek.

Mercedes-Benz Mobility voor meer vrijheid. Aangepast vervoer nu af fabriek. Mercedes-Benz Mobility voor meer vrijheid. Aangepast vervoer nu af fabriek. Geniet van het unieke Mercedes-Benz gevoel. Gemakkelijk en zelfstandig op uw bestemming aankomen. Ook met een handicap is dat

Nadere informatie

Wind, Sun & Rain Sensor Instructions

Wind, Sun & Rain Sensor Instructions Awning Instructions Wind, Sun & Rain Sensor Instructions B C D Nederlands Wind, Zon & Regen Sensor Instructies Inhoud Garantie Voordat u de sensor aansluit raden wij u aan de instructies zorgvuldig door

Nadere informatie

FIAT ULYSSE 603.45.458 NL INSTRUCTIEBOEK

FIAT ULYSSE 603.45.458 NL INSTRUCTIEBOEK FIAT ULYSSE 603.45.458 NL INSTRUCTIEBOEK WEGWIJS IN UW AUTO Fiat-CODE... 7 Diefstalalarm... 12 Start-/contactslot... 14 Portieren... 14 Kinderveiligheidsslot... 19 Zitplaatsen voor... 20 Zitplaatsen achter...

Nadere informatie

AR280P Clockradio handleiding

AR280P Clockradio handleiding AR280P Clockradio handleiding Index 1. Beoogd gebruik 2. Veiligheid o 2.1. Pictogrammen in deze handleiding o 2.2. Algemene veiligheidsvoorschriften 3. Voorbereidingen voor gebruik o 3.1. Uitpakken o 3.2.

Nadere informatie

ComfortControl 01 NEIGVERGRENDELING 02 NEIGWEERSTAND 05 RUGLEUNINGHOOGTE 03 ZITDIEPTE 06 RUGLEUNINGHOEK 04 ZITHOOGTE 07 ARMLEUNING HOOGTE

ComfortControl 01 NEIGVERGRENDELING 02 NEIGWEERSTAND 05 RUGLEUNINGHOOGTE 03 ZITDIEPTE 06 RUGLEUNINGHOEK 04 ZITHOOGTE 07 ARMLEUNING HOOGTE Stap 1: Ontgrendel uw stoel. 01 NEIGVERGRENDELING Stap 2: Stel de stoel af op uw lichaam. 02 NEIGWEERSTAND 03 ZITDIEPTE 04 ZITHOOGTE Stap 3: Stel de stoel af op uw manier van werken. 05 RUGLEUNINGHOOGTE

Nadere informatie

PROFICIAT MET UW NIEUWE VOLVO! VOLVO V70 & XC70 quick guide

PROFICIAT MET UW NIEUWE VOLVO! VOLVO V70 & XC70 quick guide VOLVO V70 & XC70 quick guide PROFICIAT MET UW NIEUWE VOLVO! Het ontdekken van een nieuwe auto is een spannende bezigheid. Neem deze beknopte handleiding door om nog meer plezier te beleven aan uw nieuwe

Nadere informatie

Werken met Flex-i-Trans System

Werken met Flex-i-Trans System Werken met Flex-i-Trans System Flex-i-Trans Een taxibedrijf biedt graag een multifunctionele inzet als het gaat om het inzetten van voertuigen en chauffeurs. In het verleden was er een verschil tussen

Nadere informatie

Afdrukmateriaal plaatsen in de standaardlade voor 250 vel

Afdrukmateriaal plaatsen in de standaardlade voor 250 vel Naslagkaart Papier en speciaal afdrukmateriaal plaatsen In dit gedeelte wordt beschreven hoe u papier plaatst in de laden voor 250 en 550 vel en de handmatige invoer. Het bevat tevens informatie over het

Nadere informatie

installatiehandleiding Alarmlicht met sirene

installatiehandleiding Alarmlicht met sirene installatiehandleiding Alarmlicht met sirene INSTALLATIEHANDLEIDING ALARMLICHT MET SIRENE Gefeliciteerd met de aankoop van het Egardia alarmlicht met sirene. Website Egardia www.egardia.com Klantenservice

Nadere informatie

2014-2015 DUAL MOTOR HANDLEIDING NOODSITUATIES

2014-2015 DUAL MOTOR HANDLEIDING NOODSITUATIES 2014-2015 DUAL MOTOR HANDLEIDING NOODSITUATIES Deze handleiding is uitsluitend bedoeld voor gebruik door getrainde en gecertificeerde hulpverleners en reddingswerkers. Uitgangspunt is dat de lezers van

Nadere informatie

PRODUCTBESCHRIJVING...

PRODUCTBESCHRIJVING... Naslaghandleiding Inhoudsopgave 1. INLEIDING... 4 INHOUD VAN DE DOOS... 4 STROOMVERBRUIK... 4 PRAKTISCHE TIPS VOOR HET GEBRUIK VAN HET CONTROLEAPPARAAT... 5 2. PRODUCTBESCHRIJVING... 6 FUNCTIES VAN HET

Nadere informatie

voor- & achterwaarts gericht Gebruiksaanwijzing ECE R44 04 0+/1 0-18 kg 6m-4j

voor- & achterwaarts gericht Gebruiksaanwijzing ECE R44 04 0+/1 0-18 kg 6m-4j voor- & achterwaarts gericht Gebruiksaanwijzing ECE R44 04 Groep Gewicht Leeftijd 0+/1 0-18 kg 6m-4j 1 Dank u voor uw keuze voor de Besafe izi Combi. BeSafe heeft dit product uiterst zorgvuldig ontworpen

Nadere informatie

Starten, schakelen & wegrijden:

Starten, schakelen & wegrijden: Auteursrechtinformatie Dit document is bedoeld voor eigen gebruik. In het algemeen geldt dat enig ander gebruik, daaronder begrepen het verveelvoudigen, verspreiden, verzenden, herpubliceren, vertonen

Nadere informatie

Packard Bell Easy Repair

Packard Bell Easy Repair Packard Bell Easy Repair EasyNote MZ serie Instructies voor het vervangen van de wireless LAN kaart 7429160005 7429160005 Documentversie: 1.0 - Mei 2007 www.packardbell.com Belangrijke veiligheidsinstructies

Nadere informatie

HANDLEIDING NOODSITUATIES

HANDLEIDING NOODSITUATIES 2014 HANDLEIDING NOODSITUATIES Deze handleiding is uitsluitend bedoeld voor gebruik door getrainde en gecertificeerde hulpverleners en reddingswerkers. Uitgangspunt is dat de lezers van deze handleiding

Nadere informatie

Kinderen klikvast in de auto. Veilig vervoerd van peuter tot tiener

Kinderen klikvast in de auto. Veilig vervoerd van peuter tot tiener Kinderen klikvast in de auto Veilig vervoerd van peuter tot tiener Inleiding 3 Hoe installeer je een zitje van groep 1 (9-18 kg)? 4 Vaak voorkomende installatiefouten - zitje groep 1 9 Hoe installeer je

Nadere informatie

Gebruikershandleiding

Gebruikershandleiding Gebruikershandleiding gemotoriseerd elektronisch cijfercombinatieslot van Het Sargent & Greenleaf slot model 6124 combineert bedieningsgemak met optimale veiligheid. Door het geavanceerde elektronische

Nadere informatie

De stoel in de bus Een handleiding voor goed zitten

De stoel in de bus Een handleiding voor goed zitten De stoel in de bus Een handleiding voor goed zitten Adviezen voor buschauffeurs van Arriva in opdracht van 1 Wat leest u in deze handleiding? Deze handleiding is bestemd voor buschauffeurs van Arriva.

Nadere informatie

ATA-kabel. Opmerking: U kunt instructies op het internet vinden op http://www.apple.com/support/doityourself/.

ATA-kabel. Opmerking: U kunt instructies op het internet vinden op http://www.apple.com/support/doityourself/. Nederlands Instructies voor vervanging ATA-kabel AppleCare Volg de instructies in dit document nauwgezet. Als u dit niet doet, kan de apparatuur beschadigd raken en de garantie komen te vervallen. Opmerking:

Nadere informatie

900 Montagerichtlijn. SITdefault F930A205

900 Montagerichtlijn. SITdefault F930A205 3456789 900 Montagerichtlijn SITdefault F930A05 3456748946 83 54 5 4 6 0 7 8 3 9 3 F930A390 Versterker Luidspreker hoge tonen (4 st.) 3 Basluidspreker ( st.) 4 Bout (8 st.) 5 Kapje, connector 6 Connector

Nadere informatie

iq iq Handleiding Handleiding 09-2010 01651-01010-00

iq iq Handleiding Handleiding 09-2010 01651-01010-00 iq Handleiding INHOUDSOPGAVE 1 Voor het rijden Het afstellen en bedienen van systemen als de portiervergrendeling, spiegels en stuurkolom. 2 Tijdens het rijden Rijden, stoppen en informatie over veilig

Nadere informatie

Handleiding WatchWatch smart

Handleiding WatchWatch smart Handleiding WatchWatch smart Introductie Bedankt voor uw aankoop van de WatchWatch smart. Een technisch hoogstandje op het gebied van telefoon en multimedia. Voor de juiste werking van het apparaat adviseren

Nadere informatie

Video Intercom Systeem

Video Intercom Systeem Video Intercom Systeem VM-320 VM-670 VM-372M1 VM-670M1 / VM-670M4 AX-361 GEBRUIKERS HANDLEIDING 2 Functies VM-320 VM-670 VM-372M1 VM-670M1 / VM-670M4 AX-361 1 Microfoon 8 Luidspreker 2 Indicatie-led s

Nadere informatie

Handleiding Archos 40 Titanium

Handleiding Archos 40 Titanium Handleiding Archos 40 Titanium Inhoud van de verpakking Controleer of de volgende onderdelen in de verpakking zitten: -- ARCHOS 40 Titanium -- Batterij -- Headset -- Micro SIM-adapter -- USB-kabel -- Lader

Nadere informatie

INLEIDING VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN SYMBOLEN. De symbolen in deze gebruiksaanwijzing. Symbolen op het apparaat

INLEIDING VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN SYMBOLEN. De symbolen in deze gebruiksaanwijzing. Symbolen op het apparaat INLEIDING Deze gebruiksaanwijzing is bedoeld voor Rapid 100E. Lees ze eerst grondig door alvorens u het apparaat in gebruik neemt. Deze gebruiksaanwijzing bevat de veiligheidsvoorschriften, de voorschriften

Nadere informatie

Clifford Electronics Benelux bv. Tel.+31 20 40 40 919 Fax. +31 20 40 40 948

Clifford Electronics Benelux bv. Tel.+31 20 40 40 919 Fax. +31 20 40 40 948 Clifford Electronics Benelux bv. Tel.+31 20 40 40 919 Fax. +31 20 40 40 948 Belangrijke informatie Gefeliciteerd met de aankoop van uw voertuig beveiligingsysteem. Het is ontworpen om jaren van probleemloze

Nadere informatie

604.31.649 NL INSTRUCTIEBOEK ALFA

604.31.649 NL INSTRUCTIEBOEK ALFA 604.31.649 NL INSTRUCTIEBOEK ALFA 147 Geachte cliënt, Hartelijk dank dat u voor een Alfa Romeo hebt gekozen. Uw Alfa 147 is ontworpen om maximale veiligheid, comfort en rijplezier te garanderen. Dit instructieboekje

Nadere informatie

MinivatorTrapliften. Minivator 1000 Minivator Simplicity ( + ) Rechte trapliften

MinivatorTrapliften. Minivator 1000 Minivator Simplicity ( + ) Rechte trapliften MinivatorTrapliften Minivator 1000 Minivator Simplicity ( + ) Rechte trapliften De voordelen van een rechte Minivator-traplift van Handicare Overweegt u een traplift te installeren, dan is een Minivator-traplift

Nadere informatie

Packard Bell Easy Repair

Packard Bell Easy Repair Packard Bell Easy Repair EasyNote MZ serie Instructies voor het vervangen van de CD/DVD speler 7429150005 7429150005 Documentversie: 1.0 - Mei 2007 www.packardbell.com Belangrijke veiligheidsinstructies

Nadere informatie

druk 1 1TH 084070 NSN 2320-17-122-6055 PROJECTNUMMER 084070 TECHNISCHE HANDLEIDING VAU 150 KN 6X6 DAF YBB95.480 TAKEL

druk 1 1TH 084070 NSN 2320-17-122-6055 PROJECTNUMMER 084070 TECHNISCHE HANDLEIDING VAU 150 KN 6X6 DAF YBB95.480 TAKEL druk 1 1TH 084070 NSN 30-17-1-6055 PROJECTNUMMER 084070 TECHNISCHE HANDLEIDING VAU 150 KN 6X6 DAF YBB5.480 TAKEL Vastgesteld door de Directeur Defensie Materieel Organisatie voor deze Hoofd Logistieke

Nadere informatie

MEUBELSLOTEN (LOCKERSLOTEN) DS300 / DS400 1/13. t 0183 30 28 00 f 0183 30 28 46 01 INHOUDSOPGAVE

MEUBELSLOTEN (LOCKERSLOTEN) DS300 / DS400 1/13. t 0183 30 28 00 f 0183 30 28 46 01 INHOUDSOPGAVE MEUBELSLOTEN (LOCKERSLOTEN) ELEKTRISCHE INHOUDSOPGAVE 1 Inhoudsopgave 2 Bedienings element 3 Slot met bevestigings elementen 4 Installatie informatie 4 Preparatie van de deur 4 Installtatie 5 Draairichting

Nadere informatie

Configuratie. Swift 5 deurs. Samenvatting. 7 airbags standaard ESP-systeem standaard 5 jaar garantie en assistance Manueel of automaat Laag verbruik

Configuratie. Swift 5 deurs. Samenvatting. 7 airbags standaard ESP-systeem standaard 5 jaar garantie en assistance Manueel of automaat Laag verbruik Swift 5 deurs 7 airbags standaard ESP-systeem standaard 5 jaar garantie en assistance Manueel of automaat Laag verbruik Samenvatting Swift 5 deurs 1.2 benzine 4 A/T (), Tweewielaandrijving, 4 automaat

Nadere informatie

Gebruikersveiligheid. Elektrische veiligheid. Phaser 4500-laserprinter

Gebruikersveiligheid. Elektrische veiligheid. Phaser 4500-laserprinter Gebruikersveiligheid De printer en de aanbevolen verbruiksartikelen zijn getest en voldoen aan strikte veiligheidsnormen. Als u de volgende informatie in acht neemt, bent u verzekerd van een ononderbroken

Nadere informatie

SEC-ALARM100/110/120. Alarmsystemen INSTRUCTIES NEDERLANDS

SEC-ALARM100/110/120. Alarmsystemen INSTRUCTIES NEDERLANDS NEDERLANDS INSTRUCTIES SEC-ALARM100/110/120 Alarmsystemen Introductie: Multifunctioneel plug and play draadloos alarmsysteem. Eenvoudige en snelle installatie. Het werkt op batterijen en maakt transformatoren

Nadere informatie

2015 Multizijn V.O.F 1

2015 Multizijn V.O.F 1 Dank u voor de aanschaf van de SJ4000 WIFI Camera. Lees deze handleiding aandachtig door voordat u de camera gaat gebruiken en wij hopen dat u snel vertrouwd zal zijn met de camera en u veel spannende

Nadere informatie

Cobra Bridge CAN 8800

Cobra Bridge CAN 8800 Cobra Bridge CAN 8800 Installatie Handleiding 2005 Clifford Electronics Benelux, Lijnden. Inhoudsopgave. Bridge 8800 CAN...3 Tabel Geheugen Alarm LED....3 Garagestand...4 Plaatsing van de alarmunit...4

Nadere informatie

BLUETOOTH-AUDIO-ONTVANGER/Z ENDER

BLUETOOTH-AUDIO-ONTVANGER/Z ENDER BLUETOOTH-AUDIO-ONTVANGER/Z ENDER Snel installatiegids DA-30501 Inhoud Vóór gebruik... 2 1. Informatie over de DA-30501... 2 2. Systeemeisen... 2 3. Overzicht... 2 Aan de slag... 3 1. De batterij van de

Nadere informatie

Gebruikershandleiding Douche/toilet-rolstoel Flexo

Gebruikershandleiding Douche/toilet-rolstoel Flexo Gebruikershandleiding Douche/toilet-rolstoel Flexo Belangrijk: Lees deze instructies eerst goed door voordat u de Flexo in gebruik neemt! Datum ingebruikneming Gebruiker Naam Adres Manufactured by: Lopital

Nadere informatie

Packard Bell Easy Repair

Packard Bell Easy Repair Packard Bell Easy Repair EasyNote MB Series Instructies voor het vervangen van het vasteschijfstation 7440930005 7440930005 Documentversie: 1.0 - Februari 2008 www.packardbell.com Veiligheidsinstructies

Nadere informatie

InteGra Gebruikershandleiding 1

InteGra Gebruikershandleiding 1 InteGra Gebruikershandleiding 1 Algemeen Met dank voor de keuze van dit product aangeboden door SATEL. Hoge kwaliteit en vele functies met een simpele bediening zijn de voordelen van deze inbraak alarmcentrale.

Nadere informatie

installatiehandleiding Rookmelder

installatiehandleiding Rookmelder installatiehandleiding Rookmelder INSTALLATIEHANDLEIDING ROOKMELDER Gefeliciteerd met de aankoop van de WoonVeilig rookmelder. Telefoonnummer WoonVeilig 0900-388 88 88 E-mail WoonVeilig klantenservice@woonveilig.nl

Nadere informatie

JABRA BOOST. Handleiding. jabra.com/boost

JABRA BOOST. Handleiding. jabra.com/boost Handleiding jabra.com/boost 2014 GN Netcom A/S. Alle rechten voorbehouden. Jabra is een geregistreerd handelsmerk van GN Netcom A/S. Alle andere handelsmerken zijn eigendom van hun respectievelijke eigenaars.

Nadere informatie