Masteropleiding Physician Assistant INFORMATIEBROCHURE VOOR INSTELLINGEN IN DE GEZONDHEIDSZORG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Masteropleiding Physician Assistant INFORMATIEBROCHURE VOOR INSTELLINGEN IN DE GEZONDHEIDSZORG"

Transcriptie

1 Masteropleiding Physician Assistant INFORMATIEBROCHURE VOOR INSTELLINGEN IN DE GEZONDHEIDSZORG december 2010

2 Inhoud Inleiding 5 Aandachtspunt 1: Besluitvorming over deelname aan de masteropleiding PA: taakherschikking 6 Aandachtspunt 2: Borging in de organisatie 6 Aandachtspunt 3: Werving- en selectieprocedure 7 Aandachtspunt 4: Begeleiding van de studenten in de instelling 9 Aandachtspunt 5: Beoordeling en studieadvies 12 Aandachtspunt 6: Studiebelasting en indeling werkweek 14 Aandachtspunt 7: Financiën 14 Aandachtspunt 8: Rol afdeling Personeel en Opleiding/Ontwikkeling 16 Aandachtspunt 9: Juridische aspecten 16 Bijlage I Voorlopig beroepsprofiel Physician Assistant 19 Bijlage II Opleidingsteam 21 Bijlage III Assessment voor kandidaat-studenten 22 Bijlage IV Juridische richtlijn voor de Physician Assistant in opleiding (PAIO) 25 Bijlage V Juridische richtlijn voor Physician Assistant (PA) 28 Bijlage VI Wet Versterking Besturing 31

3 Inleiding Deze brochure geeft informatie over de masteropleiding Physician Assistant 1. Als u als gezondheidszorginstelling, maatschap of vakgroep belangstelling heeft voor het opleiden en inzetten van Physician Assistants (PA) dan vindt u in deze notitie belangrijke informatie. In deze notitie nemen wij u met behulp van enkele aandachtspunten mee in het proces om tot het insturen van een student (PA in opleiding) te komen. In de bijlagen zijn een aantal relevante stukken opgenomen die de ontwikkeling van uw afdelings- cq instellingsbeleid in dit proces kunnen ondersteunen. Het beroep Physician Assistant De Physician Assistant is een nieuw beroep binnen de Nederlandse gezondheidszorg. De Physician Assistant is een gezondheidszorgmedewerker op hbo-masterniveau. Hij of zij ondersteunt de arts door zelfstandig en structureel een aantal medische taken te verrichten. De PA krijgt deze taken van de arts gedelegeerd. Basis voor de beroepsuitoefening van de PA is de rolverdeling tussen arts en PA. Gestage groei van het aantal opleidingsplaatsen De hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN) heeft in nauwe samenwerking met het Universitair Medisch Centrum St Radboud (UMCN) en de Hogeschool Utrecht de masteropleiding Physician Assistant ontwikkeld. De opleiding is in november 2003 van start gegaan.vanaf september 2004 is sprake van een structurele bekostiging door de overheid van deze masteropleiding. Aan het begin van elk kalenderjaar wordt door de minister van OCenW, op voordracht van de HBO-raad, het aantal opleidingsplaatsen vastgesteld voor dat jaar. Voor 2010 zijn 400 plaatsen voor zowel Nurse Practitioners als Physician Assistants beschikbaar. Voor de HAN betekent dit dat wij er van uitgaan dat wij in september 2011 met een groep van 40 studenten kunnen starten. Graag nodig ik u uit om de vragen die u heeft naar aanleiding van deze notitie aan mij voor te leggen. Drs. Geert van den Brink Opleidingscoördinator Master Physician Assistant 1 Accreditatie rapport MPA voor de Nederlands Vlaams Accreditatie Organisatie,

4 Aandachtspunten Aandachtspunt 1 Aandachtspunt 2 Aandachtspunt 3 BESLUITVORMING OVER DEELNAME AAN DE MASTEROPLEIDING PA: TAAKHERSCHIKKING BORGING IN DE ORGANISATIE WERVING- EN SELECTIEPROCEDURE De basis voor de inzet van een PA is de behoefte aan taakherschikking. Deze behoefte zal binnen uw afdeling mogelijk nader onderzocht moeten worden. Is er behoefte aan het delegeren van medische taken? Welke taken kunnen dit dan zijn? Kan dit ook op een andere wijze en met inzet van ander personeel opgelost worden? Mogelijk dat u meer heeft aan de inzet van een Nurse Practitioner als het bijvoorbeeld gaat om de zorg voor een specifieke groep van chronisch zieke patiënten. Het is dus zinvol om voorafgaand aan het eventueel opleiden van PA s deze vragen te beantwoorden. Als de behoefte aan het delegeren van medische taken aanwezig is en u tot een concept takenpakket kunt komen houdt u dan rekening met het voorlopige beroepsprofiel en opleidingsprofiel (zie bijlage I) waarin de reikwijdte van het beroep van PA wordt aangegeven. In het opleidingsprofiel zijn de eindkwalifi caties opgenomen; het concept takenpakket moet te herleiden zijn tot deze eindkwalificaties.het concepttakenpakket wordt vervolgens voorgelegd aan de opleidingcoördinator van de HAN. Hij beoordeelt, samen met de medisch specia list of het takenpakket voldoende inhoudelijke basis heeft voor deelname aan de opleiding PA. ONDERSTEUNING DOOR HET OPLEIDINGSTEAM PA Uw instelling kan op een adequate support van het opleidingsteam PA rekenen. Graag informeren, adviseren en ondersteunen wij u in de mogelijkheden van taakherschikking. Deze informatie, advisering en ondersteuning betreft zowel de medische afdelingen, het management, potentiële studenten als de werving- en selectieprocedure. Dit kan zowel in de vorm van informatievoordrachten als in de vorm van persoonlijke gesprekken met geïnteresseerde medisch specialisten en betrokkenen. Het opleidingsteam beschikt over actuele relevante informatie. Zo heeft de opleidingscoördinator met beide betrokken Ministeries (OCW en VWS) nauw overleg over financiering van de opleiding en juridische aspecten van de PA. In bijlage II een overzicht van het opleidingsteam PA van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen. De inzet van een PA (in opleiding) zal zijn effect hebben op uw organisatie. Het is van belang dat er binnen uw organisatie aandacht wordt besteed aan de introductie van de PA. Dit voorkomt mogelijk dat conflicten ontstaan op de werkvloer. Aan de ene kant kan het medisch specialisme dat een PA in haar gelederen heeft (of wil hebben) haar partnerafdelingen inlichten over de inzet van de PA in opleiding, waarbij de doelstelling van deze inzet wordt toegelicht. Aan de andere kant is het aan het management om de instelling als geheel in te lichten over deze ontwikkeling. Hierbij kan het opleidingsteam van de HAN behulpzaam zijn d.m.v. voordrachten en discussiebijeenkomsten.mogelijk kan een centrale commissie (stuurgroep) binnen uw instelling dit proces begeleiden. FORMATIEVE INBEDDING Het is aan de instelling om te bepalen waar de afgestudeerde PA formatief wordt ondergebracht. Dit kan de maatschap of medische afdeling zijn maar ook de instelling. Onderscheid kan gemaakt worden in hiërarchische- en functionele inbedding. Het is goed om hier vooraf helderheid in te verschaffen. ONDERSTEUNING DOOR HET OPLEIDINGSTEAM PA De HAN stelt eisen aan de toelating van de student tot de opleiding. Uw organisatie neemt de werving en selectie van kandidaat-studenten voor haar rekening. Het opleidingsteam kan op uw verzoek participeren in de voorbereiding op de selectie en is eventueel beschikbaar voor advisering bij de selectiegesprekken. Verschillende instellingen hebben hier tot nu toe gebruik van gemaakt. Met name het gegeven dat het gaat om een nieuw beroep en dat de kandidaat PA mogelijk ook een van de eerste PA s in uw instelling zal zijn, brengt onzekerheden met zich mee. Dit vraagt naast medisch inhoudelijke kwaliteiten ook om sterke psychosociale competenties. Het opleidingsteam is goed bekend met deze dynamiek en kan hierdoor de werving- en selectieprocedure ondersteunen. TOELATINGSEISEN De student dient te beschikken over een hbo-getuigschrift van een van de volgende opleidingen: ergotherapie, fysiotherapie, logopedie, verpleegkunde, voeding en diëtetiek, podotherapie. Daarnaast dient de student na afronding van zijn bacheloropleiding gedurende minimaal twee jaar werkervaring opgedaan te hebben in de uitvoering van patiëntenzorg. Beschikt de student niet over een van de bovenstaande getuigschriften maar heeft deze wel een andere hbogezondheidszorgopleiding afgerond of beschikt de student over een vergelijkbaar werk- en denkniveau dan kan hij/zij onder bepaalde voorwaarden toch in aanmerking komen voor de opleiding. U kunt door middel van een specifiek assessment laten onderzoeken of het intellectuele niveau van de student overeenkomt met het hbo-niveau. Voor inschrijving tot de masteropleiding PA moet er dus op de eerste plaats voldaan worden aan de harde toelatingseisen (hbo-bachelorniveau en minimaal twee jaar ervaring in de patiëntenzorg). Op de tweede plaats moet de kandidaat over de kwaliteit beschikken om een masteropleiding te kunnen afronden. De opleiding heeft een duale structuur waarbij de student zijn/haar aandacht, verantwoordelijkheid en energie over de onderwijs dagen, de stageopdrachten en het werken en leren op de eigen werkplek moet kunnen verdelen. Het opleidingsteam heeft op basis van onderzoek 2 met betrokken gezondheidszorginstellingen een achttal entreecompetenties aangemerkt als kritisch voor de toelating. Dit zijn in volgorde van belangrijkheid: 1. Probleemanalyse 2. Oordeelsvorming 3. Integriteit 4. Samenwerken 5. Leervermogen 6. Vraaggerichtheid / sensitiviteit 7. Resultaatgerichtheid 8. Onderhandelen De beoordeling van de mate waarin de kandidaat-student over deze competenties beschikt is onderdeel van de werving- en selectieprocedure van uw instelling, maar kan ook aanleiding geven de kandidaat-student een assessment te laten ondergaan. ASSESSMENT Als blijkt dat uw kandidaat-student een assessment moet ondergaan dan zijn er twee mogelijkheden: a. De kandidaat-student beschikt niet over een erkend hbogezondheidszorgdiploma b. De kandidaat-student beschikt wel over een hbo-gezondheidszorgdiploma maar er zijn tijdens de selectieprocedure twijfels over de motivatie, persoonlijkheidsaspecten of vaardigheden van de kandidaat. Ad a. Het betreft hier een capaciteitentest, waarbij gedurende een dagdeel wordt beoordeeld of de kandidaat over een hbo-niveau beschikt. Beschikt de kandidaat over een ondergemiddeld hbo-niveau dan is hiermee vastgesteld dat de kandidaat niet toelaatbaar is. 2 Holweg F. Afstudeerscriptie Master HRM: De selectie van studenten voor de Master Physician Assistant,

5 Aandachtspunt 4 BEGELEIDING VAN DE STUDENTEN IN DE INSTELLING Ad b. Het betreft hier een ontwikkelingsassessment waarbij het gaat om het beoordelen van ( mede door u) aangegeven specifieke competenties waarbij u gebruik kunt maken van de door de HAN onderzochte entreecompetenties. De uitkomst van dit assessment is bepalend voor wel of niet insturen van de kandidaat-student. Het Bureau Lancae, loopbaanoriëntatie en counseling in Arnhem heeft de nodige ervaring opgedaan met de selectie van kandidaat-studenten voor de masteropleiding PA. U bent uiteraard vrij om zelf voor een ander bureau te kiezen. In bijlage III worden variant a en b nader uitgewerkt. PROCEDURE BIJ TOEWIJZING VAN DE OPLEIDINGS- PLAATSEN Ook in 2011 zal de HBO-raad de beschikbare opleidingsplaatsen voor de Master Physician Assistant en de Master Advanced Nursing Practice verdelen over de hogescholen. In totaal zijn er voor het collegejaar 2011 voor de negen ANPopleidingen en de vijf PA-opleidingen 400 plaatsen beschikbaar. Naar verwachting zal de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN) 40 opleidingsplaatsen toebedeeld krijgen. Informatie over de procedure van toewijzing staat vanaf begin 2011 op de website. Heeft u vragen over de verdeling van plaatsen dan kunt u contact opnemen met de coördinator van de opleiding TOELATINGSPROCEDURE Uit OER: Artikel 24 Toelatingseisen/-procedure1 Voor de inschrijving geldt als toelatingseis het bezit van een getuigschrift behorende bij het met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van een of meer van de volgende hbobacheloropleidingen: verpleegkunde, fysiotherapie, ergotherapie, logopedie, voeding en diëtetiek, podotherapie. 2. Naast de in het vorige lid vermelde eisen zijn de onderstaande additionele toelatingseisen van toepassing: a. de betrokkene heeft na afronding van zijn bacheloropleiding minimaal 2 jaar relevante werkervaring opgedaan in de uitvoering van patiëntenzorg. b. de betrokkene heeft een aanstelling als Physician Assistant in opleiding van minimaal 32 uur/week bij een door de opleiding vastgestelde opleidingsplaats. 3. De instituutsdirecteur kan namens de faculteitsdirecteur vrijstelling verlenen van de in het eerste lid van dit artikel genoemde toelatingseis, indien uit een - in zijn opdracht ingesteld - onderzoek blijkt dat de betrokkene beschikt over vergelijkbare kennis, inzicht en vaardigheden waarop die toelatingseis betrekking heeft. 4. Het in lid 3 van dit artikel bedoelde (toelatings)onderzoek wordt georganiseerd en afgenomen door de examencommissie van de betreffende masteropleiding. Het onderzoek van de examencommissie mondt uit in een positief of negatief (toelatings)advies aan de instituutsdirecteur. 5. Indien de betrokkene heeft voldaan aan de hierboven in dit artikel vermelde toelatingseisen ontvangt hij een bewijs van toelating tot de opleiding. Dit bewijs is geldig in het studiejaar na het studiejaar waarin het bewijs van toelating is verkregen. 6. Eventuele nadere informatie over de toelatingseisen en -procedure is opgenomen in een of meer bijlagen van deze OER. WAT IS DUAAL ONDERWIJS? Een duale opleiding betekent leren en werken tegelijk. Studenten leren op de hogeschool én op de werkplek. Het belangrijkste kenmerk van duaal onderwijs is dus de sterke verwevenheid van werken en leren: de onderwijsinstelling draagt in samenwerking met het beroepenveld de verantwoordelijkheid voor het vormgeven van een leer/werkomgeving, waardoor de student zich kan ontwikkelen tot het competentieniveau van een beginnende PA. Een niet onbelangrijk aspect van deze duale opleiding is het gegeven dat de student een salaris ontvangt. De overheid komt uw instelling hierin tegemoet door een salariscompensatie (zie aandachtspunt 7: financiën) Opleiding en ziekenhuis zijn facilitair voor de lerende en werkende student. Bijkomend voordeel voor de student is dat hij of zij niet afhankelijk is van studiefinanciering. ROL VAN DE MENTOR Binnen het medisch specialisme wordt een mentor (arts/ medisch specialist) aangesteld die de student begeleidt gedurende de hele opleiding. Samen met de student wordt een persoonlijk opleidingsplan opgesteld. De mentor evalueert en toetst de student gedurende de opleiding. De afdeling schept een leerklimaat voor de student zodat deze op een verantwoorde wijze aan zijn of haar leerdoelen kan werken. De HAN organiseert minimaal eenmaal per jaar een mentoren overleg in Nijmegen om de mentoren de gelegenheid te geven ervaringen ten aanzien van de begeleiding van PA s uit te wisselen. Het geeft de HAN ook de gelegenheid om steeds de laatste stand van zaken rondom de PA met de mentoren te bespreken. Tot slot geeft dit overleg de mentoren de gelegenheid feedback te geven op de opleiding in zijn geheel. TAKEN MENTOR 3 - het regelen van de introductie en de begeleiding van de student; - het inwerken van de student dan wel zorgen dat hij ingewerkt wordt in de gang van zaken binnen de afdeling, in aansluiting bij de gebruikelijke procedures voor de introductie van medewerkers. - het ervoor zorg dragen dat anamnese, lichamelijk onderzoek, statusvoering en/of overige te verrichten vaardigheden, zoals die door de student worden uitgevoerd, adequaat worden gecontroleerd en besproken; - het stimuleren en begeleiden van de student om voorstellen te doen met betrekking tot verdere diagnostiek en therapie van de opgenomen patiënten; - het geven van (patiëntgebonden) onderwijs; - het door praktische demonstratie, oefening en begeleiding (doen) aanleren van vaardigheden bij de student; - het stimuleren van staf en arts-assistenten in hun educatieve opdracht; - het stimuleren en faciliteren van zelfstudie door de student; het houden van toezicht op de professionele aspecten van de taakuitoefening van de student, met inbegrip van zorg voor de kwaliteit; - het zorgdragen voor en het houden van toezicht op de aspecten verband houdende met de tewerkstelling van de student in de gezondheidszorginstelling; - het verrichten van dan wel zorg dragen voor beoordeling en toetsing van de student; - het behulpzaam zijn van de student bij het oplossen van specifieke problemen. STAGES EN HET VAARDIGHEIDSLEREN Tijdens ieder blok voert de PA-student praktijkopdrachten uit. Bij vier van de tien blokken vinden deze praktijkopdrachten plaats op de eigen werkplek van de PAstudent. In de overige zes blokken worden de praktijkopdrachten uitgevoerd op stageafdelingen. Deze stageafdelingen zullen meestal binnen uw eigen instelling voorhanden zijn. 8 9

6 In totaal loopt de student zes stages op stageafdelingen passend binnen de blokken: - Blok 2: Patiënt met chirurgische aandoening - Blok 3: Patiënt met inwendige aandoening - Blok 4: Acuut zieke patiënt - Blok 5: Chronisch zieke patiënt - Blok 6: Psychiatrische en neurologische patiënt - Blok 7: Oudere patiënt - Blok 8: Vrouw & Kind Eén stage doorloopt de student binnen de eigen werkplek. Bijvoorbeeld: een student werkt op de afdeling algemene chirurgie. Tijdens blok 2 Patiënt met chirurgische aandoeningen kan deze student de praktijkopdrachten op zijn/haar eigen werkplek uitvoeren. Voor de overige blokken (blok 1, 9 en 10) zijn de te behalen doelstellingen minder gebonden aan een specifieke afdeling. Tijdens deze blokken voert de student de praktijkopdrachten uit op zijn/haar eigen werkplek. Echter, indien een student werkzaam is bij een subspecia lisme, moet hij/ zij enkele praktijkopdrachten op andere afdelingen uitvoeren om aan alle doelstellingen van het blok te kunnen voldoen. Het volgen van stages binnen andere (deel)specialismen is een essentiële toevoeging aan het leer programma: het biedt de student de gelegenheid om kennis en vaardigheden op te doen op andere afdelingen en in andere settings dan de eigen werkplek. Op deze manier wordt de student in staat gesteld om te voldoen aan de brede generalistische eindtermen van de masteropleiding PA. De stages binnen de opleiding onderstrepen het generalistische karakter van de opleiding en van het beroep. BLOK 1. Inleiding - Eigen werkplek 2. Patiënt met chirurgische aandoening 3. Patiënt met inwendige aandoening 4. Acuut zieke patiënt MOGELIJKE STAGEAFDELINGEN Algemene chirurgie Subspecialisatie in combinatie (zie leerdoelen): Traumatologie Plastische chirurgie Orthopedie Urologie Hartchirurgie Vaatchirurgie Algemeen interne Subspecialisatie in combinatie (zie leerdoelen): MDL Longziekten Endocrinologie Nefrologie Hematologie Traumatologie Medium Care Hartbewaking SEH Intensive Care Cardiologie Huisartsenpost BLOK 5. Chronisch ziekte patiënt 6. Psychiatrische en neurologische patiënt 7. Oudere patiënt 8. Vrouw & Kind MOGELIJKE STAGEAFDELINGEN Reumatologie Oncologie Longziekten Endocrinologie Dermatologie Huisartsenpraktijk Verpleeghuis Psychiatrie Neurologie Neurochirurgie Riagg/GGZ instelling Geriatrie Algemeen interne met veel oudere patiënten Verpleeghuis Huisartsenpraktijk Gynaecologie Obstetrie Kindergeneeskunde Kinderchirurgie 9. Verdieping Eigen werkplek 10. Afsluiting Eigen werkplek Op woensdag 4 (voor het cohort dat zal starten in september 2011) volgt de student onderwijs (colleges, werkgroepen, practica etc) op de hogeschool en is hij/zij níet inzetbaar op de werkplek/stageafdeling. Gezien de relatief korte duur van de stages kunnen er slechts oriënterende doelstellingen behaald worden. Er is geen tot weinig rendement ten aanzien van productie voor de stageverlenende afdeling. MOGELIJKE STAGEAFDELINGEN In onderstaand schema staan per blok de mogelijke stageafdelingen vermeld. Per student zal in overleg met de praktijkcoördinator en de opleidingscoördinator (en eventueel de mentor) een plan worden vastgesteld, welke garandeert dat de leerdoelen van de opleiding in voldoende mate behaald kunnen worden. De duur van iedere stage is 17,5 dag verspreid over tien weken. In overleg met de praktijkcoördinator en de stageafdeling plant de student deze stagedagen. Hierbij moet rekening gehouden worden met het contactonderwijs van de opleiding: 4 onder voorbehoud 10 11

7 Aandachtspunt 5 BEOORDELING EN STUDIEADVIES 12 BEOORDELING OP DRIE ONDERDELEN Om te komen tot een verantwoord studieadvies heeft de HAN een beoordelingsmethodiek ontwikkeld. De onderwijsactiviteiten van de opleiding kunnen globaal ingedeeld worden in een theoretisch deel, in stages en in een productief deel. Deze drie onderdelen omvatten elk 50 studiepunten (EC s), dit komt overeen met 1400 studiebelastingsuren. Binnenschools deel Stages (50 studiepunten, 1400 SBU) zelfstudie, responsiecolleges, werkgroepen, practica beoordeling: bloktoetsen (50 studiepunten, 1400 SBU) stage op afdelingen gerelateerd aan het onderwijsblok, uitvoeren van praktijkopdrachten beoordeling: (stage) portfolio s Werken en leren op de eigen werkplek (50 studiepunten, 1400 SBU) het leren op de werkplek, beoordeling: (werkplek) portfolio, directe observaties en korte klinische beoordelingen De beoordeling van deze drie onderdelen van de opleiding vindt op verschillende manieren plaats. Zo gebeurt de toetsing van het theoretische deel aan de hand van bloktoetsen. In totaal worden er tijdens de opleiding acht bloktoetsen afgenomen (blok 1 t/m blok 8). Blok 9 en 10 worden beoordeeld aan de hand van afstudeerverslagen. De stages worden beoordeeld aan de hand van portfolio s. In deze portfolio s dienen de studenten praktijkopdrachten uit te werken en te reflecteren op hun leerproces. In totaal dient iedere student gedurende de opleiding acht portfolio s in te leveren (blok 1 t/m 8). Beoordeling hiervan vindt plaats door zowel de mentor als een docent van het opleidingsteam. Het werken/leren op de eigen werkplek, m.a.w. het productieve deel, wordt beoordeeld op basis van de voortgang die de student op dit gebied realiseert. Basis hiervoor is het persoonlijk leerplan dat is afgeleid van het toekomstig takenpakket van de student. De student stelt hiervoor een leerplan op dat per jaar aangeeft waar de leeractiviteiten liggen en wat de beoogde leerdoelen zijn. De mentor zal gedurende de gehele opleiding een aantal keer directe observaties (waaronder de Korte Klinische beoordeling: de KKB) doen van handelingen / vaardigheden van de student. Er is een handleiding voor gebruik van het portfolio beschikbaar. Deze is aan te vragen bij de opleidingscoördinator. In de handleiding wordt uiteengezet wat achtereenvolgens van de student en de mentor verwacht wordt ten aanzien van het werken/leren op de werkplek, ten aanzien van het opstellen van het portfolio en ten aanzien van de directe observaties. PROCEDURE STUDIEADVIES Veel vragen worden gesteld over de beoordeling van de student: wat te doen als blijkt dat de student niet voldoet aan de minimumeisen van de opleiding. Daarom is hieronder een deel van het Opleidings- en examenreglement weergegeven dat zich specifiek richt op de studiebegeleiding en het studieadvies gedurende de opleiding. Uit: Artikel 23 Studiebegeleiding en studieadvies 1. De verantwoordelijkheid voor zijn studievoortgang ligt primair bij de student. Hij wordt geacht de bepalingen uit het opleidingsstatuut te kennen. 2. De studievoortgang van de student wordt ondersteund door een studiebegeleider. Deze begeleider heeft toegang tot de studievoortganggegevens van de aan hem toegewezen studenten en heeft een aantal keer per studiejaar een studievoortganggesprek met de student: ten minste twee maal in het eerste jaar, één keer in het tweede jaar en één keer in het derde jaar. 3. Op de werkplek wordt de student t.b.v. de uitvoering van de toetsopdrachten procesmatig ondersteund en begeleid door een mentor. 4. Een nadere concretisering en detaillering van de studiebegeleiding is opgenomen in het hoofdstuk studentbegeleiding van het opleidingsstatuut. 5. Elke student wordt uiterlijk aan het eind van het eerste jaar van inschrijving voor de opleiding door of namens de instituutsdirecteur een schriftelijk studieadvies uitgebracht over de voortzetting van zijn studie bij de opleiding. Dit advies kan positief of negatief zijn. Een negatief advies is bindend. Criteria voor een positief studieadvies: de student heeft minstens 45 studiepunten behaald. Criteria voor een (bindend) negatief studieadvies: de student heeft minder dan 45 studiepunten behaald. 6. Alvorens over te gaan tot het uitbrengen van een bindend negatief studieadvies dient de student een redelijke termijn (minimaal 40 werkdagen) voorafgaand aan het uitbrengen van dat advies een officiële (schriftelijke) waarschuwing te hebben ontvangen. De student wordt voorafgaand aan het uitbrengen van de waarschuwing in de gelegenheid gesteld te worden gehoord. 7. Als de student gedurende de eerste helft van het eerste jaar minder dan 15 studiepunten heeft behaald, ontvangt de student als waarschuwing een (schriftelijk) voorlopig negatief studieadvies. De student wordt voorafgaand aan het uitbrengen van de waarschuwing in de gelegenheid gesteld te worden gehoord. 8. In het in lid 6 en 7 van dit artikel bedoelde gesprek wordt nagegaan of er sprake is van persoonlijke omstandigheden die aantoonbaar hebben geleid tot een negatieve studievoortgang. Voorts expliciteert de student zijn plan van aanpak om te komen tot adequate studieresultaten. De persoonlijke omstandigheden die in acht kunnen worden genomen, zijn uitsluitend: a. ziekte van betrokkene; b. lichamelijke, zintuiglijke of andere functiestoornis van betrokkene; c. zwangerschap van betrokkene; d. bijzondere familieomstandigheden; e. het lidmaatschap, waaronder begrepen het voorzitterschap, van de medezeggenschapsraad, faculteitsraad, opleidingscommissie of studentenraad; f. andere door het instellingsbestuur aan te geven omstandigheden, waarin betrokkene activiteiten ontplooit in het kader van de organisatie en het bestuur van de zaken van de instelling; 9. Een student aan wie een bindend negatief studieadvies is uitgebracht wordt direct na het uitbrengen van dit advies als student uitgeschreven en kan in principe - niet opnieuw worden ingeschreven als student aan dezelfde hbo-masteropleiding van de HAN. 10. Indien de student het niet eens is met een bindend negatief studieadvies kan hij binnen 20 werkdagen nadat het besluit hem bekend is geworden een verzoek tot heroverweging van het besluit indienen bij de instituutsdirecteur. 11. De instituutsdirecteur beslist binnen twintig werkdagen op het verzoek tot heroverweging en motiveert de handhaving of wijziging van de eerder genomen beslissing. Indien de student het niet eens is met de beslissing na heroverweging, staat binnen twintig werkdagen na de beslissing beroep open bij het College van Beroep van de HAN. Zie verder het hoofdstuk inzake Rechtsbescherming (opgenomen in het algemeen deel van het studentenstatuut). 12 In afwijking van artikel 10 en 11: In plaats van de genoemde mogelijkheid bezwaar te maken bij de instituutsdirecteur en/of de examencommissie, kan de student indien hij het niet eens is met een beslissing van de instituutsdirecteur, examencommissie en/of examinator(en), binnen twintig werkdagen nadat hem het besluit kenbaar is gemaakt, rechtstreeks in beroep gaan bij het College van Beroep Studenten HAN (conform hoofdstuk 12 van het Studentenstatuut). Naast deze bepalingen gelden de normale bepalingen in de werkgever- werknemer relatie inclusief de jaargesprekken conform de geldende CAO. 13

8 Aandachtspunt 6 STUDIEBELASTING EN INDELING WERKWEEK De concrete inzet in uren wordt hieronder op een rij gezet: De student heeft een leerarbeidsovereenkomst van 32 tot 36 uren. Daarnaast wordt van de student verwacht dat hij/zij 8 tot 12 uur per week aan zelfstudie doet. Dit laatste is sterk afhankelijk van de wijze waarop de PA io studeert. De concrete inzet in uren wordt hieronder op een rij gezet: Standaard werkweek Binnenschools deel, stages en praktijkopdrachten (gesubsidieerd) Zelfstudie Werk basisafdeling (ongeveer 0,4 fte) Totaal 20 uur 8 tot 12 uur 16 uur 44 tot 48 uur Afhankelijk van de lesdag ziet een werkweek (behoudens hogeschoolvakanties) er als volgt uit: Voorbeeld werkweek van de PA-student Maandag Dinsdag Woensdag Donderdag Vrijdag onderwijsdag eigen werkplek eigen werkplek stage stage Het staat student en mentor vrij om de planning op de eigen werkplek en de stages naar eigen mogelijkheden en inzicht in te vullen. Aandachtspunt 7 FINANCIËN De masteropleiding PA wordt bekostigd door het Ministerie van Onderwijs en wetenschappen. De gehele opleiding kost voor 2,5 jaar ,00. Dit bedrag is exclusief het jaarlijkse collegegeld: 1.672,00 (prijspeil 2010/2011) en boekengeld: circa 1.300,00 (prijspeil 2010). College- en boekengeld komt voor rekening van de student. De Minister van VWS heeft besloten om voor de werkplaatsfunctie een loonkostensubsidie van 1750,- per maand beschikbaar te stellen. Op de volgende pagina treft u een overzicht aan van de maximale vergoedingen, waarvoor uw instelling in aanmerking kan komen met betrekking tot het opleiden van een student tot Physician Assistant. Deze vergoedingen zijn gebaseerd op de rijksbijdrage en subsidie die de Hogeschool per student ontvangt van respectievelijk het Ministerie van OCW en het Ministerie van VWS. Indien een student tussentijds de studie beëindigt, zullen de vergoedingen naar rato van het aantal maanden dat de opleiding is gevolgd worden vastgesteld. Indien de boogde student al eerder een masteropleiding gevolgd heeft kan het zijn dat in het kader van de wet Versterking Besturing voor deze student de vergoedingen vervallen (zie bijlage VI). AFHANDELING KOSTEN De kosten van het binnenschoolse gedeelte worden vanuit het Ministerie van OCW rechtstreeks vergoed aan de HAN. Aan het begin van de opleiding ontvangt u van onze financiële administratie een brief waarin wordt aangegeven hoe de verdeling van de subsidies over de jaren is verdeeld. De HAN kiest ervoor om hierover met name met uw debiteurenafdeling te communiceren. U ontvangt in de maand november van elk studiejaar een gespecificeerde uitnodiging van ons om voor het betreffende jaar te declareren. U wordt verzocht uw declaraties binnen twee weken na ontvangst aan ons te retourneren. Vergoeding per student gedurende hele opleiding Totalen a) Compensatiesalariskosten 7.000, , , , ,- b) Vergoeding begeleiding Medisch Specialist 1.020, , ,- 510, ,- c) Begeleiding afsluitende opdracht 1.500, ,- d) Vergoeding stages 3.000, , ,- Jaarlijks 8.020, , , , ,- Op de factuur dient u de volgende gegevens op te nemen: - naam student (ook met vermelding van eventuele meisjesnaam); - naam instelling; - bank/girorekening instelling; - periode waarover wordt gedeclareerd; - naam vertegenwoordiger van de instelling / ondertekenaar opleidingscontract. DE SUBSIDIES VOOR DE OPLEIDING PER JAAR Voor alle helderheid hier de subsidies voor de gezondheidszorginstelling nog eens op een rij: Ad. a Dit bedrag is vast: 30 x 1.750,-. Het is geënt op het salaris van een verpleegkundige (schaal 7 academische ziekenhuizen of functiegroep 45 overige zorginstellingen) die het hoogste niveau van de periodieken (inclusief 13e maand) heeft bereikt. Daarbij is rekening gehouden met 30% werkgeverslasten, vakantiegeld etc. Besluit een afdeling om een student gedurende de opleiding hoger in te schalen en daarmee het beschikbare bedrag te overschrijden dan komt dit voor rekening van de instelling. Het ministerie van VWS stelt zoals gezegd een salariscompensatie van 1.750,- per maand per student beschikbaar. De Hogeschool van Arnhem en Nijmegen fungeert voor deze salariscompensatie als doorgeefluik. Ad. b Gemiddelde inzet aan begeleiding door mentor van ca. 1 uur per week. Ad. c Komt ten goede aan de basisafdeling: begeleiding door mentor. Ad. d Uit te betalen aan stageverlenende afdelingen. AFDRACHTVERMINDERING ONDERWIJS Als werkgever heeft u in bepaalde gevallen recht op afdrachtvermindering onderwijs voor bepaalde groepen werk nemers. Dit kan ook gelden voor de duale masteropleiding Physician Assistant. Voor informatie hierover verwijzen wij graag naar

9 Aandachtpunt 8 Aandachtpunt 9 ROL AFDELING PERSONEEL EN OPLEIDING / ONTWIKKELING JURIDISCHE ASPECTEN Uit ervaring blijkt dat het de voorkeur heeft dat de afdeling personeelszaken vanaf het begin nadrukkelijk is betrokken bij de procedure van werven en selecteren van kandidaat-studenten. WERVING EN SELECTIE De afdeling stelt samen met de personeelsadviseur een advertentietekst op. Basis is het voorlopige beroepsprofiel PA. Het opleidingsteam PA is zoals geschreven beschikbaar voor deelname aan de procedure. Waarschijnlijk kiest u ervoor om binnen uw instelling te werven. De masteropleiding PA is een bekostigde opleiding. Dit betekent dat de instelling alleen de salariskosten voor het leren en werken op de eigen werkplek voor haar rekening neemt (ongeveer 0,4 fte). De student/instelling betaalt verder het boekengeld en het collegegeld. SALARIS Er is sprake van een vrijwillige overstap naar een nieuw beroep. Gedurende de opleiding zal de student nagenoeg niet werken in onregelmatige diensten. Deze noodzaak is na de opleiding mogelijk wel aanwezig. Dit betekent dat de student zijn eventuele ORT verliest. Daar krijgt hij wel een bekostigde opleiding voor terug, met perspectief op een functie die inhoudelijk en qua groeimogelijkheden interessant is. Binnen de Fuwa-vaz (functiewaardering van de Academische Ziekenhuizen) is de normfunctie Physician Assistant ingeschaald in schaal 11. Uw eigen functiewaarderingssysteem zal echter een uitspraak moeten doen over de hoogte van het salaris. ASSESSMENT Zoals al is aangeven speelt het assessment een belangrijke rol in de procedure indien de kandidaat-student niet primair voldoet aan de toelatingscriteria. U kunt het assessment ook inzetten als u twijfels heeft over de aanwezigheid van bepaalde competenties en /of u nadrukkelijk een coachingstraject wilt ingaan met een kandidaat-student. De HAN is bekend met het assessmentbureau LANCAE in Arnhem. Het assessment is onderdeel van de selectieprocedure en komt derhalve voor rekening van uw instelling. CONTEXT PA s nemen steeds vaker (deel)taken van medisch specia listen en huisartsen over. Omdat de huidige wetgeving onvoldoende is toegerust op deze vorm van taakherschikking, zijn er veel vragen en onduidelijkheden. Wat mag volgens de huidige wet wel en wat mag niet? Hieronder is in het kort nog even het standpunt van de inspectie weergegeven. Gelijktijdig zijn op dit gebied verschillende wetswijzigingen in voorbereiding die ook de nodige vragen oproepen. Deze wets wijzigingen zijn op advies van de toenmalige Stuurgroep MOBG en in navolging van het rapport taakherschikking in de gezondheidszorg van de RVZ door de Minister van VWS voorbereid. Volgens de MOBG (tegenwoordig: CBOG) zijn aanpassingen van de wet noodzakelijk om de juridische belemmeringen voor de taakherschikking weg te nemen (zie persbericht hieronder). STANDPUNT INSPECTIE VOOR DE VOLKSGEZONDHEID In een brief (dd 1 november 2006) aan ziekenhuizen en huisartsen geeft de Inspectie voor de volksgezondheid aan de geldende wetgeving te zullen hanteren en overtreding van deze huidige regelgeving niet te gedogen. In het kort komt het er op neer dat de inspectie vooralsnog niet toestaat dat anderen dan artsen/tandartsen/verloskundigen voorbehouden handelingen mogen indiceren en zelfstandig uitvoeren. Ook mogen anderen dan de genoemde beroepsbeoefenaren geen geneesmiddelen voorschrijven. In situaties waarin voorbehouden handelingen in opdracht van een arts worden uitgevoerd door niet-artsen moet aan de vereisten van de wet worden voldaan en moet er voldoende kwaliteitsborging zijn. Ook in de extramurale setting blijft steeds de arts/ praktijkvoerder verantwoordelijk voor de beslissing om de voorbehouden handeling te laten verrichten door een niet zelfstandig bevoegde. Hoewel medische diagnostiek tot het deskundigheidsgebied van de arts behoort, is het op zich géén voorbehouden handeling en mogen anderen ook diagnosticeren. De waarde daarvan is echter beperkt omdat op basis van die diagnose niet zonder meer gehandeld mag worden. OP HANDEN ZIJNDE WETSWIJZIGINGEN Kabinet stemt in met taakherschikking in de zorg De ministerraad heeft op voorstel van minister Klink van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) ingestemd met een wijziging van de Wet Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg (Wet BIG) om taakherschikking tussen zorgverleners mogelijk te maken. Door juridische belemmeringen weg te nemen, kunnen verschillende beroepen hun taken makkelijker verdelen. Met deze wetswijziging neemt het kabinet het advies Taakherschikking in de Gezondheidszorg van de Raad voor de Volksgezondheid en Zorg (RVZ) over. Het kabinet wil met de wijziging bereiken dat de zorg doel matiger wordt en bijdraagt aan het oplossen van het personeels tekort. Het resultaat daarvan is een meer patiëntgerichte zorg met behoud van en een mogelijke verbetering van kwaliteit. Een voorbeeld van taakherschikking is de introductie van de zogeheten physician assistant, een breed inzetbare beroepsbeoefenaar opgeleid aan een HBO masteropleiding, die onder meer routinematige taken van artsen kan overnemen. Door de Wet BIG te wijzigen wordt het verder mogelijk om aan in het buitenland opgelegde beperkingen in de beroepsuitoefening consequenties te verbinden. Dit geldt zowel voor houders van een Nederlands getuigschrift als ook voor beroepsbeoefenaren met een buitenlands getuigschrift. Tot slot wordt in een aantal bepalingen van de Wet BIG de mogelijkheid gecreëerd om nadere regels te stellen bij ministeriële regeling, waar dat nu nog bij algemene maatregel van bestuur moet worden vastgesteld. De ministerraad heeft ermee ingestemd dat het wetsvoorstel voor advies aan de Raad van State zal worden gezonden. De tekst van het wetsvoorstel en van het advies van de Raad van State worden pas openbaar bij indiening bij de Tweede Kamer. TIJDSPAD VAN DEZE WETWIJZIGING Het streven is om dit experimenteerartikel in 2010 te laten opnemen in de wet. TUCHTRECHT VOOR PA S Gedurende de experimentele periode valt de PA niet onder het wettelijk tuchtrecht.op initiatief van het landelijk platform PA/NP is op dit moment een voorstel in de maak om gedurende die periode een privaatrechterlijk tuchtrecht te realiseren voor de PA. De jurisprudentie inzake de beroepsuitoefening van de PA die daar uit voortvloeit kan een bijdrage leveren aan het uitkristalliseren van het beroep van PA. Dit tuchtrecht is (voorlopig) niet primair sanctionerend bedoeld. Wel is het bedoeld om klachten te beoordelen die te maken hebben met de vraag of het verantwoord was om een bepaalde handeling of taak op het gebied van de geneeskunde uit te laten voeren door een PA. Daarnaast kan beoordeeld worden of een handeling of taak conform de standaard is uitgevoerd. COMMISSIE BEROEPSUITOEFENING Naast het tuchtrecht wordt ook de commissie beroepsuitoefening opgericht. Deze commissie bewaakt op basis van alle takenpakketten van PA s in Nederland of een individueel taken pakket in overeenstemming is met het competentieprofiel van het beroep PA. Daarnaast beoordeelt de commissie op welke wijze er delegatie- en supervisieafspraken zijn gemaakt rekening houdend met de gezondheidsrisico s van de patiënt. De definitieve samenstelling van deze commissie is nog niet bekend. Ook hier is het landelijk platform PA/NP initiatiefnemer van deze commissie. Dit initiatief heeft de steun van het ministerie van VWS. Zowel het verenigingstuchtrecht als de commissie beroepsuitoefening zullen in opdracht van het platform PA/NP door adviseurs van de afdeling Beleid & Advies van de KNMG worden voorbereid. VOORBEELD VAN EEN RICHTLIJN VOOR PA IN OPLEIDING EN AFGESTUDEERDE PA S In bijlage IV en V zijn juridische richtlijnen opgenomen die u kunnen helpen invulling te geven aan een inzet van PA s in opleiding en afgestudeerde PA s. Deze richtlijnen hebben sterke overeenkomst met de juridische richtlijnen zoals die voor arts-assistenten gelden

10 Bijlage I Voorlopig beroepsprofiel Physician Assistant Opleidingsprofiel Het beroep PA is recentelijk in Nederland geïntroduceerd. De hier gepresenteerde aanzet voor een PA-beroepsprofiel is tot stand gekomen op grond van de actuele maatschappelijke ontwikkelingen, behoeftepeilingen in het veld, gesprekken met artsen en voorbeelden uit de VS (studiereizen en congressen). Inmiddels heeft de Nederlandse Associatie Physician Assistant (NAPA) een eigen beroepsprofiel geschreven. Dit beroepsprofiel komt in grote mate overeen met het voorlopig beroepsprofiel zoals dat bij de start van de opleiding is geformuleerd ( De PA is een gezondheidszorgmedewerker op hbo-masterniveau. Hij of zij ondersteunt de arts door zelfstandig en structureel een aantal medische taken te verrichten. De PA krijgt deze taken van de arts gedelegeerd. Basis voor de beroepsuitoefening van de PA is de rolverdeling tussen arts en PA. De PA kan duidelijk de grenzen van zijn handelen aangeven, heeft een actieve leerhouding, is sociaal vaardig en levert een bijdrage aan het ketenproces in de patiëntenzorg. De PA-beroepsuitoefening vertoont overeenkomsten met die van artsen. Kenmerken zijn: - streven naar de hoogste kwaliteit van behandeling, volgens de professionele standaard; - integer, compassierijk en ethisch; - handelen overeenkomstig wettelijke en maatschappelijke verplichtingen en de (individuele) competenties. Echter, de reikwijdte van de medische zorg die de PA verleent, wordt begrensd door: - afspraken over delegatie, zoals overeengekomen tussen superviserend arts en PA; - de beperktere medische competenties van de PA in vergelijking met die van artsen. EINDKWALIFICATIES De afgestudeerde PA beschikt over volgende eindkwalificaties: 1. Werken met en voor patiënten / directe patiëntenzorg De PA: 1.1 verleent effectieve patiëntenzorg door op een welomschreven terrein gangbare diagnosen te stellen, gangbare therapieën uit te voeren en die te evalueren; 1.2 stelt indicaties en herkent complicaties van gangbare medische handelingen en verrichtingen en handelt daarnaar; 1.3 verricht op een welomschreven terrein gangbare specifieke medische handelingen; 1.4 verleent spoedeisende hulp, bewaakt en herstelt waar nodig vitale lichaamsfuncties; 1.5 verstrekt in het belang van de patiënt opdrachten aan andere participanten in de zorgketen; 1.6 rapporteert met betrekking tot patiëntenzorg (mondeling en/of schriftelijk); 1.7 draagt bij aan gezondheidsvoorlichting en ziekte preventie; 1.8 praktiseert integer en betrokken, met respect voor de heersende ethiek en patiëntenrechten; 1.9 gebruikt informatietechnologie voor optimalisering van de patiëntenzorg. 2. Werken in en vanuit een organisatie De PA 2.1 draagt bij aan het functioneren en beheren van zijn directe werkomgeving of afdeling; 2.2 draagt bij aan kwaliteitszorg; 2.3 werkt constructief samen in teams; 2.4 functioneert binnen het vigerende systeem van de nationale, regionale en lokale gezondheidszorg. 3. Professioneel handelen en beroepsontwikkeling De PA: 3.1 ontwikkelt zichzelf binnen beroep/functie, verwerft actief professionele competenties, draagt deze uit en past ze toe; 3.2 toont adequaat professioneel-communicatief gedrag; 3.3 handelt in overeenstemming met wettelijke bepalingen; 18 19

11 Bijlagen II 3.4 stelt bij het uitvoeren van taken prioriteiten met betrekking tot patiënt, zorgketen en het eigen functioneren; 3.5 draagt bij aan de ontwikkeling van het beroep; 3.6 draagt bij aan klinisch wetenschappelijk onderzoek. Deze eindkwalificaties zijn gebaseerd op de geschetste aanzet voor een breed PA-beroepsprofiel dat weer is gebaseerd op behoeftepeilingen, taakanalyses en internationale voorbeelden. De eindkwalificaties gelden voor alle PA s. Complementaire, werkplekgerelateerde competenties worden gedurende de opleiding in overleg met de superviserende arts vast gesteld en geoperationaliseerd. Eindkwalificaties en werkplekgerelateerde competenties vormen daarmee een vertaling van het huidige beroepsbeeld. Omdat de PA een jonge discipline is, ligt het voor de hand dat het beroepsbeeld de komende jaren op basis van de ervaringen in de praktijk zal worden bijgesteld. De opleidingen volgen deze ontwikkelingen op de voet. Zonodig zullen de eindkwalificaties daaraan worden aangepast. Bij het opstellen van de eindkwalificaties is getracht aan te sluiten bij het niveau van de instromende studenten. Hiervoor is onder meer een instroomanalyse uitgevoerd: de eindkwalificaties van de hbo gezondheidszorgopleidingen zijn met elkaar vergeleken. Op basis van de resultaten van deze analyse is het startniveau van de masteropleiding PA vastgesteld. Bovendien is bepaald aan welke competentiegebieden in het PA-curriculum (extra) aandacht besteed moet worden. ALGEMENE MASTERKWALIFICATIES Wat betreft de algemene masterkwalificaties, volgt hieronder een toelichting aan de hand van de zogenaamde Dublin descriptoren. Kennis en inzicht De opleiding telt ervaren gezondheidszorgmedewerkers in staat om in grote lijnen dezelfde medische kennis en inzichten als de basisarts te verwerven om daarop gebaseerde medische vaardigheden te kunnen toepassen. Daarnaast krijgt de afgestudeerde inzicht in de belangrijkste aspecten van wetenschappelijk onderzoek en is hij of zij in staat de resultaten daarvan te beoordelen op relevantie en bruikbaarheid voor de praktijk. Daartoe participeren PA-studenten ook in wetenschappelijk onderzoek. Ook kennis en inzicht omtrent sociaalcommunicatieve aspecten van de arts-patiënt-relatie behoren tot de noodzakelijke bagage van de PA. Dit aspect komt noodzakelijkerwijs in alle eindkwalificaties tot uiting. Toepassen kennis en inzicht De PA neemt medische taken van de arts over. Dit vergt van de PA dat hij of zij medische kennis op specifieke patiënten kan toepassen, in zowel standaard als complexe gevallen. Met name in de complexe gevallen is het belangrijk dat de PA een helder besef van de eigen competenties heeft en daarnaar handelt. Dat wil zeggen dat de PA bij twijfel altijd met de verantwoordelijke arts overlegt of de patiënt direct naar de arts doorverwijst. Dit doet een groot appel op het toepassen van kennis en inzicht in specifieke situaties.dit aspect komt noodzakelijkerwijs in alle eindkwalificaties tot uiting, alsmede in de relatie van de afzonderlijke eindkwalificaties tot elkaar. Oordeelsvorming Heldere oordeelsvorming is een essentieel aspect van het werk van de PA. Hij of zij moet immers op grond van veelal onvolledige informatie verantwoorde conclusies trekken ten aanzien van diagnose en behandeling van, en gezondheidsrisico s voor de patiënt. Het hoort bij het vak van de PA dat deze daarbij rekening houdt met de sociaal-maatschappelijke en ethische dimensie van de medische discipline. Dit aspect komt vooral tot uitdrukking in eindkwalificaties 1.1, 1.2, 1.4, 1.8 en 2.1. De PA is een nieuw beroep in het medisch continuüm. PA s zullen zich dus moeten inzetten voor een duidelijke positionering van het beroep. Ook dat vergt adequate oordeelsvorming ten aanzien van de eigen rol binnen het medische domein. Dit aspect komt vooral tot uitdrukking in eindkwalificaties 3.3, 3.4 en 3.6. Communicatie De PA moet zowel met patiënten en hun familie (leken) als met artsen en andere gezondheidszorgmedewerkers (deskundigen) helder kunnen communiceren. De onderbouwing van het medische oordeel met heldere argumenten speelt daarbij een belangrijke rol. Dit aspect komt vooral tot uitdrukking in eindkwalificaties 1.6, 1.7 en 3.2. Leervaardigheden PA s kunnen op meerdere terreinen van de gezondheidszorg werkzaam zijn. Binnen verschillende specialismen in het ziekenhuis, maar ook in de sociale geneeskunde en de huisartsenzorg. Het is ook voorstelbaar dat een PA gedurende zijn of haar carrière van werkterrein wisselt. Daarnaast dient de PA, net als een arts de ontwikkelingen op het eigen terrein bij te houden. Het vermogen om zelfstandig vlot en efficiënt nieuwe kennis en vaardigheden te verwerven is dus essentieel. De opleiding besteedt derhalve expliciet aandacht aan de ontwikkeling van leervaardigheden. Dit aspect komt vooral tot uitdrukking in eindkwalificaties 3.1, 3.5 en

12 Bijlage II Bijlage III Opleidingsteam Voor meer informatie over het beroep en/of de opleiding kunt u contact opnemen met het opleidingsteam: Drs. G. van den Brink opleidingscoördinator Dhr. F. Holweg MHRM opleider Drs. M. Gerhardus arts en opleider Mw. dr. A. van Vught opleider Mw. drs. J. Juffermans arts en opleider Dhr. N. Braam MPA opleider Mw. drs. E. Wittenberg opleider Mw. drs. T. van Bohemen opleider Mw. drs. S. Oostlander huisarts en opleider Mw. drs. T. Zendijk opleider Het opleidingsteam is telefonisch te bereiken onder Secretariaat: Mw. J. Coumans tel: Postadres: HAN Masterprogramma s Postbus GL Nijmegen Werkadres: St Annastraat HG Nijmegen Website Beroepsvereniging: Assessment voor kandidaatstudenten PROTOCOL PSYCHOLOGISCH ONDERZOEK T.B.V. DE NIVEAU BEPALING STUDENTEN MASTER PHYSICIAN ASSISTENT (MPA) OPLEIDINGEN januari 2010 ACHTERGROND De PA opleidingen hebben met Lancae een opzet gemaakt om de hogescholen te ondersteunen bij het selecteren van succesvolle PA studenten. Lancae verzorgt nu al verscheidene jaren de niveaubepaling van studenten die niet over een erkend HBO diploma in de gezondheidszorg beschikken. Opdrachtgevers kunnen kiezen uit 2 varianten onderzoeken, te weten het capaciteitenonderzoek en het ontwikkelingsassessment. INDICATIE VOOR CAPACITEITENONDERZOEK Voor kandidaten zonder erkend HBO diploma in de gezondheidszorg is een capaciteitenonderzoek in ieder geval verplicht. Het gaat hier om een harde toelatingseis op basis van de WHW waarbij voor een HBO master een bachelordiploma wordt geëist. Het capaciteitenonderzoek is een variant waarbij de kandidaat naast de toets op intellectueel niveau, inzicht krijgt in aspecten van zijn werkstijl en analytische vaardigheden. INDICATIE VOOR ONTWIKKELINGSASSESSMENT Los van het intellectuele niveau van de kandidaat, kan er in de sollicitatieprocedure bij de instelling behoefte zijn om de geschiktheid van de kandidaat in beeld te krijgen. Geschiktheid die wordt bepaald door de persoonlijkheid, motivatie en/ of vaardigheden van de kandidaat. Is de kandidaat voldoende stevig/weerbaar in het krachtenveld op de afdeling? Is de kandidaat voldoende gemotiveerd? Is de kandidaat voldoende sensitief in het contact met patiënten en collega s? Doel van een ontwikkelingsassessment is, de risico s van de kandidaat helder te krijgen om zodoende tot een succesvolle plaatsing te komen. De Physisian Assistant is een relatief nieuwe functie, waarbij werken en leren gecombineerd worden. De opzet van de combinatie van werken en leren, vraagt een behoorlijk niveau van belastbaarheid van de nieuwe functionaris. De functie van Physician Assistant is een inhoudelijk brede functie waarbij de medewerker goed in staat moet zijn om complexe informatie te verwerken en de grenzen van zijn handelen moet kunnen afbakenen. Daarnaast moet de Physician Assistant in staat zijn zich in de nieuwe functie staande te houden en te profileren. Met name wanneer kandidaten weinig ervaring hebben in het directe patiëntencontact is een ontwikkelings-assessment aan te raden. Het is voor alle partijen, maar in de eerste plaats voor de student frustrerend wanneer na verloop van tijd blijkt dat hij/zij niet in het profiel van de MPA er past en de opleiding moet verlaten. In een ontwikkelingsassessment komen de competenties aan de orde die door het werkveld als relevant worden gezien. Naast het helder krijgen van de twijfels over de geschiktheid van de kandidaat, biedt een dergelijk onderzoek de aankomende student een spiegel over waar hij/zij staat in zijn ontwikkeling. Er worden concrete leer- en ontwikkelpunten aangereikt waarmee de student in de opleiding aan de slag kan. INHOUD VAN DE ONDERZOEKEN 1. Capaciteitenonderzoek Het capaciteitenonderzoek heeft als doel de intellectuele capaciteiten van de kandidaat in kaart te brengen. De resultaten van het capaciteitenonderzoek worden ondersteund door een simulatie oefening, waarin de kandidaat gevraagd wordt praktisch informatie te verwerken. Het accent ligt op het werk- en denkniveau, de probleemanalyse en de oordeelsvorming van de kandidaat. Probleemanalyse en oordeelsvorming zijn aangemerkt als belangrijke competenties voor het succesvol doorlopen van de masteropleiding PA en het func tioneren in het werkveld. Naast een capaciteitenonderzoek worden middels een persoonlijkheidsvragenlijst een aantal kritische factoren onderzocht die van belang zijn in de motivatie en het doorzettings vermogen van de kandidaat. De scores van de capaciteiten tests worden naast het persoonlijkheidsprofiel van de kandidaat gelegd. Met name bij een matige score op de capaciteitentest gaan persoonlijkheidsaspecten meewegen in de conclusie en het advies. Deze resultaten worden opgenomen in het onderzoeksrapport

13 Bijlagen IV Bijlage IV Juridische richtlijn voor de Physician Assistant in opleiding (PAio) (Opgesteld door: UMC St Radboud Januari 2005) In de rapportage worden de scores van de kandidaat en de resultaten van de simulatieoefening en persoonlijkheidsvragenlijst beschreven. De resultaten van het onderzoek geven aan of de kandidaat het hbo-normgemiddelde onvoldoende, voldoende of ruim voldoende waarmaakt. Een aantal subtesten wegen zwaarder daar ze het abstractievermogen van de kandidaat in kaart brengen. Dit vermogen is belangrijk om overzicht te kunnen houden over complexe materie en verbanden te kunnen leggen op een hoger abstractieniveau. Programma (dagdeel): Intellectuele capaciteitentests (bestaande uit 8 genormeerde en gevalideerde subtests) simulatieoefening (fact-finding oefening, waarin de kandidaat gevraagd wordt om praktisch informatie te verwerken om zicht te krijgen op de competenties probleemanalyse en oordeelsvorming) persoonlijkheidsonderzoek waarbij aspecten als zelfdiscipline, ambitie, impulsiviteit/ bedachtzaamheid, consciëntieusheid en werkstijl worden verhelderd mondelinge terugkoppeling van de resultaten aan het eind van het programma schriftelijke rapportage van de resultaten 2. Ontwikkelingsassessment In een ontwikkelingsassessment krijgt de kandidaat te maken met een scala aan instrumenten en oefeningen: persoonlijkheidsvragenlijst; motivatieonderzoek; zelfanalyse verschillende simulatieoefeningen (gesprek met een patiënt, gesprek met een arts); De door het werkveld aangemerkte relevante competenties vormen de basis voor het assessmentonderzoek. De te gebruiken simulatieoefeningen zijn toegepast op de werksituatie van de Physician Assistant. Daarnaast wordt samen met de instelling vastgesteld wat de specifiek kritische situaties zijn voor de betreffende PAopleidingsplek. In het onderzoek worden de vaardigheden van de kandidaat in die specifieke situatie onderzocht. Dit onderzoek neemt een dag in beslag. Ter voorbereiding op de onderzoeksdag bereidt de kandidaat een aantal opdrachten thuis voor. Nagesprek De bevindingen van de onderzoeksdag worden gerapporteerd en met betrokkene besproken in een nagesprek. Doel van dit gesprek is om de kandidaat inzicht te bieden in zijn sterke en minder sterke kanten en in de mechanismen achter zijn of haar gedrag. Onze ervaring is dat een open en eerlijk nagesprek de onderkenning en acceptatie van de uitkomsten groter maakt. De schriftelijke rapportage kan gebruikt worden als een Persoonlijk Ontwikkel Plan (POP) gedurende de opleiding. Investering Capaciteitenonderzoek plus (per kandidaat) f 825,00 (onderzoek van capaciteiten, persoonlijkheid en informatieverwerkingsvaardigheden, programma van een dagdeelplus, inclusief rapportage en terugkoppeling) Ontwikkelingsassessment (per kandidaat) f 1475,00 (onderzoek van capaciteiten, persoonlijkheid, motivatie en breed scala aan functiegerichte competenties, programma van een dag, inclusief rapportage en nagesprek) CONTACT Wanneer u vragen heeft, kunt u contact met ons opnemen. Lancae, loopbaanoriëntatie en counseling Eusebiusbuitensingel HT Arnhem Mw. drs. Liesbeth Jans BEGRIPSBEPALINGEN: Physician assistant in opleiding: De beroepsbeoefenaar die via de masteropleiding Physician Assistant (erkend door de Nederlands -Vlaamse Accreditatie Organisatie) wordt opgeleid om onder verantwoordelijkheid van een arts medische taken van de arts over te nemen. Mentor: De binnen het ziekenhuis werkzame medisch specialist die belast is met de regeling en vormgeving van de masteropleiding PA. Op de vaste werkplek van de physician assistant in opleiding geeft de mentor de PAio opdrachten om bepaalde handelingen te verrichten. Stagebegeleider: De in het ziekenhuis werkzame medisch specialist die is aangewezen om de PAio bij diens werkzaamheden op de stageafdeling te begeleiden en degene die de physician assistant in opleiding op de stageafdeling opdrachten geeft om bepaalde hande lingen te verrichten. Medisch afdelingshoofd: de medisch specialist die verantwoordelijk is voor het medisch inhoudelijk beleid van de afdeling. Lijnverantwoordelijke: de functionaris die verantwoordelijk is voor de organisatorische gang van zaken op een afdeling; (Dit kan in sommige situaties dezelfde persoon zijn als het medisch afdelingshoofd). Waar in deze richtlijn gesproken is over de mannelijke vorm (hij) dient men ook de vrouwelijke vorm (zij) te lezen. CONSIDERANS De PAio is bij voldoende bekwaamheid - en met in acht neming van de in het ziekenhuis geldende randvoorwaarden alsmede de in deze instructie genoemde bepalingen - bevoegd tot het verrichten van handelingen op het gebied van de geneeskunde en heeft als zodanig een eigen verantwoordelijkheid; De PAio is verplicht de overeengekomen werkzaamheden naar beste vermogen te verrichten en zich daarbij te houden aan de door of vanwege de Raad van Bestuur of directie van het ziekenhuis gegeven regels en aanwijzingen; Onverlet de hierboven genoemde door of vanwege de Raad van Bestuur of directie gegeven aanwijzingen kunnen door de mentor of stagebegeleider aanwijzingen worden gegeven met betrekking tot de werkzaamheden in het kader van de zorgverlening al dan niet in verband met de opleiding. Uit oogpunt van duidelijkheid zijn voor zowel physician assistants al dan niet in opleiding, mentoren, stagebegeleiders, supervisoren, andere artsen en patiënten in het ziekenhuis richtlijnen opgesteld waarin bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de physician assistants al dan niet in opleiding staan omschreven; De richtlijnen worden aan de PAio ter beschikking gesteld gelijktijdig met de aanvang van de masteropleiding Physician Assistant. ALGEMENE BEPALINGEN 1.1 De PAio is verplicht, onverlet zijn eigen verantwoordelijkheid, de hem opgedragen werkzaamheden in het kader van de patiëntenzorg en/of de opleiding nauwgezet en naar beste kunnen te verrichten met in achtneming van: geldend recht; door of vanwege Raad van Bestuur of directie of (medisch) afdelingshoofd vastgestelde regelingen of aanwijzingen; het opname-, onderzoek-, behandel-, verwijzing- en ontslagbeleid van de afdeling; vigerende medische protocollen/richtlijnen; de door de mentor of stagebegeleider in kader van patiëntenzorg gegeven aanwijzingen. 1.2 Per (stage)afdeling/specialisme is door de mentor, in overleg met het medisch afdelingshoofd en de lijnverantwoordelijke bepaald welke handelingen wel en niet door PAio uitgevoerd mogen worden, alsmede de mate van begeleiding. Het stadium van opleiding waarin de PAio zich bevindt vormt hierbij het uitgangspunt

14 VERANTWOORDELIJKHEDEN MENTOR EN STAGE- BEGELEIDER 2.1 Binnen de onder 1.1 en 1.2 bedoelde grenzen bepaalt de mentor en/of de stagebegeleider periodiek aan de hand van: het stadium van de opleiding/ervaring van de betrokken PAio, en de concrete bekwaamheid van de PAio; tot het verrichten van welke handelingen de PAio in staat mag worden geacht alsmede de mate van begeleiding door de mentor/stagebegeleider bij het verrichten van deze handeling(en). Dit wordt vastgelegd in het portfolio. 2.2 De mentor en/of stagebegeleider geeft de PAio alleen die opdrachten waarvan hij redelijkerwijs mag aannemen dat de PAio beschikt over de bekwaamheid die vereist is voor het behoorlijk uitvoeren van die opdrachten. 2.3 Waar van toepassing in het kader van de functie draagt de mentor en/of stagebegeleider er zorg voor dat hij op de hoogte blijft van de vorderingen van de PAio. 2.4 Indien de PAio aangeeft dat een bepaalde opdracht zijn bekwaamheid te boven gaat zal de mentor en/of stagebegeleider voor de noodzakelijke begeleiding zorgdragen dan wel de opdracht zelf uit (laten) voeren. 2.5 De mentor en/of stagebegeleider draagt er zorg voor dat hij op de hoogte blijft van de toestand van de door de PAio behandelde patiënten. VERANTWOORDELIJKHEDEN VAN DE PHYSICIAN ASSISTANT IN OPLEIDING 3.1 De PAio aanvaardt alleen opdrachten indien hij redelijkerwijs mag aannemen dat hij beschikt over de bekwaamheid die vereist is voor het behoorlijk uitvoeren van die opdrachten. 3.2 De PAio is verplicht bij twijfel over zijn eigen bekwaamheid of indien de toestand van de patiënt hiertoe aanleiding geeft te overleggen met de mentor en/of stagebegeleider over het uitvoeren van de opgedragen handeling. 3.3 De PAio heeft het recht op grond van ernstige gewetensbezwaren te weigeren een bepaalde opgedragen handeling te verrichten. De PAio dient dit aan te geven bij de mentor. De mentor beslist vervolgens over de verdere behandeling van de patiënt. Bij indiensttreding of bij het starten van de opleiding meldt de PAio eventuele gewetensbezwaren zodat daarmee rekening kan worden gehouden. BEHANDELING VAN DE PATIËNT 4.1 De PAio is gehouden de medische gegevens rondom de behandeling van de patiënt zorgvuldig overeenkomstig WGBO en conform binnen het ziekenhuis gebruikelijke procedures in het patiëntendossier te registreren. (NB: de WGBO geldt niet rechtstreeks voor PA in opleiding, die sluit niet zelfstandig een behandelovereenkomst dus is gehouden aan interne regels ziekenhuis) De PAio informeert de patiënt - of degene die de patiënt rechtmatig vertegenwoordigt - over de aard, omvang, doel en de te volgen procedure van het onderzoek en de behandeling. Het informeren geschiedt op een zodanige wijze dat tijdig voldoende inzicht wordt gegeven in de doelstelling van het onderzoek en de behandeling, alsmede de daaraan verbonden risico s en bijwerkingen. Op de belangrijke keuzemomenten in de behandeling vergewist de PAio zich ervan dat de patiënt adequaat is geïnformeerd en voldoende gelegenheid heeft gehad tot oordeelsvorming. Indien nodig overlegt de PAio met de behandelend arts over de informatie verstrekking. 4.2 De PAio dient -onverlet de regeling binnen het ziekenhuis- onverwijld de mentor en/of stagebegeleider en het medisch afdelingshoofd op de hoogte te brengen van iedere gebeurtenis (al dan niet veroorzaakt door menselijk handelen of nalaten) bij onderzoek, behandeling, verzorging van de patiënt(en) die heeft geleid tot een schadelijk gevolg voor de patiënt(en). Dit geldt eveneens voor iedere gebeurtenis die naar algemene ervaringsregels tot schadelijk gevolg had zullen leiden, indien die niet voorkomen was door een toevallige gebeurtenis of door een tevoren niet gepland ingrijpen. 4.3 De PAio dient onverwijld de mentor en/of de stagebegeleider te informeren als om wat voor reden dan ook zijn (vertrouwens)relatie met de patiënt is verstoord. 4.4 De PAio pleegt overleg met de mentor en/of stagebegeleider over (dreigende) complicaties, abnormaal verloop van het genezingsproces en bijzondere uitslagen. VOORBEHOUDEN HANDELINGEN 5.1 De PAio wordt niet gezien als zelfstandig bevoegd om voorbehouden handelingen uit te voeren conform artikel 36 van de Wet BIG. Indien de PAio voorbehouden handelingen verricht doet hij dit met in achtneming van de bepalingen van de wet BIG dienaangaande en de geldende regels van het ziekenhuis. VOORSCHRIJVEN MEDICATIE 6.1 De PAio is niet bevoegd tot het voorschrijven van medicatie op grond van artikel 1 onder 1 van de Wet op de geneesmiddelenvoorziening (WOG). In gevallen waarin het noodzakelijk is dat de PAio medicatie voorschrijft is dit mogelijk mits geprotocolleerd

15 Bijlage V Bijlagen VII Juridische richtlijn voor de Physician Assistant (PA) (opgesteld door: UMC St Radboud Januari 2005) BEGRIPSBEPALINGEN: Physician Assistant: is een gezondheidszorgmedewerker op hbo-masterniveau. Hij of zij heeft de masteropleiding Physician Assistant, geaccrediteerd door de Nederlands-Vlaamse Accreditatie Organisatie (NVAO), met goed gevolg afgerond. Hij of zij ondersteunt de arts door zelfstandig en structureel een aantal medische taken te verrichten. De PA krijgt deze taken van de arts gedelegeerd. (uit accreditatierapport NVAO) Supervisor: de in het ziekenhuis werkzame medisch specialist onder wiens verantwoordelijkheid de Physician Assistant deelneemt aan de patiëntenzorg. Medisch afdelingshoofd: de medisch specialist die verantwoordelijk is voor het medisch inhoudelijk beleid van de afdeling; Lijnverantwoordelijke: de functionaris die verantwoordelijk is voor de organisatorische gang van zaken op een afdeling; (Dit kan in sommige situaties dezelfde persoon zijn als het medisch afdelingshoofd) Waar in deze richtlijn gesproken is over de mannelijke vorm (hij) dient men ook de vrouwelijke vorm (zij) te lezen. CONSIDERANS De PA is bij voldoende bekwaamheid - en met in achtneming van de in het ziekenhuis geldende randvoorwaarden alsmede de in deze instructie genoemde bepalingen - bevoegd tot het verrichten van handelingen op het gebied van de geneeskunde en heeft als zodanig een eigen verantwoordelijkheid; De PA is verplicht de overeengekomen werkzaamheden naar beste vermogen te verrichten en zich daarbij te houden aan de door of vanwege de Raad van Bestuur of directie van het ziekenhuis gegeven regels en aanwijzigen; Onverlet de hierboven genoemde door of vanwege de Raad van Bestuur of directie gegeven aanwijzingen kunnen door de supervisor aanwijzingen worden gegeven met betrekking tot de werkzaamheden in het kader van de zorgverlening; Uit oogpunt van duidelijkheid zijn voor zowel PA s al dan niet in opleiding, mentoren, stagebegeleiders, supervisoren, andere artsen en patiënten in het ziekenhuis richtlijnen opgesteld waarin bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de PA al dan niet in opleiding staan omschreven; De richtlijnen worden aan de PA s ter beschikking gesteld gelijktijdig met de arbeidsovereenkomst met het ziekenhuis. ALGEMENE BEPALINGEN 1.1 De PA is verplicht, onverlet zijn eigen verantwoordelijkheid, de hem opgedragen werkzaamheden in het kader van de patiëntenzorg nauwgezet en naar beste kunnen te verrichten met in achtneming van: geldend recht; door of vanwege Raad van Bestuur of directie of (medisch) afdelingshoofd vastgestelde regelingen of aanwijzingen; het opname-, onderzoek-, behandel-, verwijzing- en ontslagbeleid van de afdeling; vigerende medische protocollen/richtlijnen; de door de supervisor in het kader van patiëntenzorg gegeven aanwijzingen. 1.2 Per afdeling/specialisme is in overleg met het medisch afdelingshoofd en de lijnverantwoordelijke, bepaald welke handelingen wel en niet door PA s uitgevoerd mogen worden, alsmede de mate van directe begeleiding. De opleiding PA vormt hierbij het uitgangspunt. VERANTWOORDELIJKHEDEN SUPERVISOR 2.1 Binnen de onder 1.1 en 1.2 bedoelde grenzen bepaalt de supervisor aan de hand van: de opleiding/ervaring van de betrokken PA en de concrete bekwaamheid van de Physician Assistant; tot het verrichten van welke handelingen de PA in staat mag worden geacht alsmede de mate van begeleiding door de supervisor bij het verrichten van deze handeling(en). 2.2 De supervisor geeft de PA alleen die opdrachten waarvan hij redelijkerwijs mag aannemen dat de PA beschikt over de bekwaamheid die vereist is voor het behoorlijk uitvoeren van die opdrachten. 2.3 Waar van toepassing in het kader van de functie draagt de supervisor er zorg voor dat hij op de hoogte blijft van de vorderingen van de PA. 2.4 Indien de PA aangeeft dat een bepaalde opdracht zijn bekwaamheid te boven gaat zal de supervisor voor de noodzakelijke begeleiding zorgdragen dan wel de opdracht zelf uit (laten) voeren. 2.5 De supervisor draagt er zorg voor dat hij op de hoogte blijft van de toestand van de door de PA behandelde patiënten. VERANTWOORDELIJKHEDEN VAN DE PHYSICIAN ASSISTANT 3.1 De PA aanvaardt alleen opdrachten indien hij redelijkerwijs mag aannemen dat hij beschikt over de bekwaamheid die vereist is voor het behoorlijk uitvoeren van die opdrachten. 3.2 De PA is verplicht bij twijfel over zijn eigen bekwaamheid of indien de toestand van de patiënt hiertoe aanleiding geeft te overleggen met de supervisor over het uitvoeren van de opgedragen handeling. 3.3 De PA heeft het recht op grond van ernstige gewetensbezwaren te weigeren een bepaalde opgedragen handeling te verrichten. De PA dient dit aan te geven bij de supervisor. De supervisor beslist vervolgens over de verdere behandeling van de patiënt. Bij indiensttreding meldt de PA eventuele gewetensbezwaren zodat daarmee rekening kan worden gehouden. BEHANDELING VAN DE PATIËNT 4.1 De PA is gehouden de medische gegevens rondom de behandeling van de patiënt zorgvuldig overeenkomstig WGBO en conform binnen het ziekenhuis gebruikelijke procedures in het patiëntendossier te registreren. De PA informeert de patiënt - of degene die de patiënt rechtmatig vertegenwoordigt - over de aard, omvang, doel en de te volgen procedure van het onderzoek en de behandeling. Het informeren geschiedt op een zo danige wijze dat tijdig voldoende inzicht wordt gegeven in de doelstelling van het onderzoek en de behandeling, alsmede de daaraan verbonden risico s en bijwerkingen. Op de belangrijke keuzemomenten in de behandeling vergewist de PA zich ervan dat de patiënt adequaat is geïnformeerd en voldoende gelegenheid heeft gehad tot oordeelsvorming. Indien nodig overlegt de PA met de behandelend arts over de informatieverstrekking. 4.2 De PA dient -onverlet de regeling binnen het ziekenhuisonverwijld de supervisor en het medisch afdelingshoofd op de hoogte te brengen van iedere gebeurtenis (al dan niet veroorzaakt door menselijk handelen of nalaten) bij onderzoek, behandeling, verzorging van de patiënt(en) die heeft geleid tot een schadelijk gevolg voor de patiënt(en). Dit geldt eveneens voor iedere gebeurtenis die naar algemene ervaringsregels tot schadelijk gevolg had zullen leiden, indien die niet voorkomen was door een toevallige gebeurtenis of door een tevoren niet gepland ingrijpen. 4.3 De PA dient onverwijld de supervisor te informeren als om wat voor reden dan ook zijn (vertrouwens)relatie met de patiënt is verstoord. 4.4 De PA pleegt overleg met de supervisor over (dreigende) complicaties, abnormaal verloop van het genezingsproces en bijzondere uitslagen

16 Bijlagen VI VII Wet Versterking Besturing VOORBEHOUDEN HANDELINGEN 5.1 De PA wordt niet gezien als zelfstandig bevoegd om voorbehouden handelingen uit te voeren conform artikel 36 van de Wet BIG. Indien de PA voorbehouden handelingen verricht doet hij dit met in achtneming van de bepalingen van de wet BIG dienaangaande en de geldende regels van het ziekenhuis. VOORSCHRIJVEN MEDICATIE 6.1 De PA is niet bevoegd tot het voorschrijven van medicatie op grond van artikel 1 onder 1 van de Wet op de geneesmiddelenvoorziening (WOG). In gevallen waarin het noodzakelijk is dat de PA medicatie voorschrijft is dit mogelijk mits geprotocolleerd. Begin februari 2010 is door de Eerste Kamer de wet Versterking Besturing aangenomen. De belangrijkste wijzigingen worden hieronder uitgelegd. Collegegelden binnen het Hoger Onderwijs In het Hoger Onderwijs wordt onderscheid gemaakt tussen wettelijk- en instellingscollegegeld. Het wettelijk collegegeld wordt door de minister vastgesteld en het instellingscollegegeld door het College van Bestuur van de instelling. De overheid heeft voorwaarden geformuleerd aan de hand waarvan wordt vastgesteld of een student het wettelijk vastgestelde of het instellingscollegegeld moet betalen. Bepaling wettelijk en instellingscollegegeld Voor elke (aankomende) student moet de HAN beoordelen of iemand het wettelijk of instellingscollegegeld moet betalen. Vanaf 1 september 2010 zijn hiervoor de regels veranderd, de consequenties voor de studenten zullen merkbaar zijn vanaf studiejaar In onderstaande uitwerking beperken we ons tot de regelgeving en consequenties voor de masteropleiding. Een (aankomend) masterstudent is in de onderstaande situaties het instellingscollegegeld verschuldigd: 1. Hij/zij na 1991 een andere mastergraad behaald heeft in het Hoger Onderwijs in Nederland 1 In de wet is bepaald dat nog maar één masteropleiding wordt gefinancierd door de overheid (Rijksbijdrage). Dit betekent dat (aankomende) studenten die in Nederland al eerder een mastergraad hebben behaald niet meer het wettelijk collegegeld mogen betalen maar het instellingscollegegeld moeten gaan betalen. De overheid maakt daarbij een uitzondering voor een tweede studie in de zorg of het onderwijs, maar alleen als de eerste studie buiten die sectoren valt. Daarnaast is er nog een uitzondering: studenten die aan een tweede masteropleiding beginnen begonnen vóór het behalen van hun eerste masteropleiding kunnen hun tweede masteropleiding afmaken tegen het wettelijk collegegeld. 2. Een (aankomend) student waarvan bij de instelling geen officieel woonadres in Nederland,België, Luxemburg of de Duitse deelstaten Nord-Rhein-Westfalen, Nedersaksen of Bremen bekend is, betaalt het instellingscollegegeld. 3.Een nationaliteit van buiten de Europese Economische Ruimte (EER) (nationaliteitsvereiste) Een (aankomend) student die niet behoort tot de groep als bedoeld in artikel 2.2 van de Wet Studiefinanciering 2000 (dit betreft onder andere studenten met een EER-nationaliteit 2 Zwitserse of Surinaamse nationaliteit en bepaalde soorten verblijfsvergunningen) betalen het instellingscollegegeld. Nationaliteitsvereiste was eerder al een voorwaarde voor het verkrijgen van Rijksbijdrage; dit is geen nieuwe wijziging in de wetgeving. Studenten die eerder een graad behaald hebben in het Hoger Onderwijs in Nederland en/of niet voldoen aan het woonplaats- en/of nationaliteitsvereiste betalen vanaf studiejaar het vastgestelde instellingscollegegeld. De overige studenten betalen het wettelijk collegegeld. 1 Indien de student ingeschreven stond voor een tweede opleiding op het moment dat de eerste opleiding werd afgerond, kan de hoogte van het instellingscollegegeld anders zijn. Hiervoor kan contact worden opgenomen met t Vraagpunt van de faculteit of het HAN Voorlichtingscentrum. 2 Onder de EER vallen de volgende landen: Nederland, Duitsland, België, Luxemburg, Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Italië,Spanje, Portugal, Griekenland, Bulgarije, Cyprus, Denemarken, Estland, Finland, Hongarije, Ierland, Letland, Litouwen, Malta,Oostenrijk, Polen, Roemenie, Slovenië, Slowakije, Tsjechië, Zweden, Liechtenstein, Noorwegen en IJsland. Aan deze informatie kunnen geen rechten worden ontleend. 16 juli

17 Hoogte instellingscollegegeld EN VERGOEDINGEN Het instellingscollegegeld ligt aanzienlijk hoger dan het wettelijk vastgestelde collegegeld. Reden hiervoor is dat een instelling geen Rijksbijdrage meer ontvangt voor studenten die niet voldoen aan één van de eerder voorwaarden. De HAN heeft het instellingscollegegeld voor het studiejaar vastgesteld op Voor de masteropleidingen Nurse Practitioner en Physician Assistant geldt tevens dat wanneer een student niet in aanmerking komt voor bekostiging maar het instellingscollegeld moet betalen, ook het recht op salariscompensatie vervalt en er ook geen gelden beschikbaar zijn tbv het leren op de werkplek. Door het wegvallen van deze vergoedingen voor de instelling kan het volgen van één van bovenstaande masteropleidingen dusdanig onaantrekkelijk zijn voor werkgevers dat dit geen reële mogelijkheid is Om studenten en aankomende studenten die (op)nieuw instromen in het studiejaar niet direct met dit hogere instellingscollegegeld te confronteren, heeft de HAN een overgangsperiode ingesteld. Voor het studiejaar betalen studenten die óp of vóór studiejaar zijn gestart het instellingscollegegeld dat gelijk is gesteld aan het wettelijk collegegeld (voltijd/ duaal en deeltijd 1.400); Studiejaar wordt gebruikt als overgangsjaar. Studenten betalen dan 4.250, wat neerkomt op ongeveer 60% van het instellingscollegegeld geldend voor studenten die in voor het eerst instromen; Vanaf studiejaar betalen de studenten het volledige instellingscollegegeld. Dit komt neer op ten minste Let op: dit geldt niet voor de (aankomende) studenten die niet voldoen aan het nationaliteitsvereiste. Voor deze groep geldt bovenstaande overgangsregeling niet. Zij betalen, al meerdere jaren, het volledige instellingscollegegeld. 32

De beoordeling en niveau bepaling van instromers voor de opleiding tot GGZ- Verpleegkundig Specialist

De beoordeling en niveau bepaling van instromers voor de opleiding tot GGZ- Verpleegkundig Specialist De beoordeling en niveau bepaling van instromers voor de opleiding tot GGZ- Verpleegkundig Specialist Achtergrond Vanuit de GGZ-VS opleiding is behoefte aan een instroom assessment voor studenten die geen

Nadere informatie

Beroepsprofiel Physician Assistant

Beroepsprofiel Physician Assistant Beroepsprofiel Physician Assistant januari 2012 Nederlandse Associatie van Physician Assistants 31-01-2012 Copyright 2005 NAPA - K.v.K. 30200557 - Rabobank 1040.88.168 www.napa.nl Page 1 of 8 Inhoudsopgave

Nadere informatie

BEROEPSPROFIEL PHYSICIAN ASSISTANT

BEROEPSPROFIEL PHYSICIAN ASSISTANT BEROEPSPROFIEL PHYSICIAN ASSISTANT 1-1-2012 Het kloppend hart van het beroep Versie 1.1 Nederlandse Associatie Physician Assistants, Utrecht Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden

Nadere informatie

A. Hieronder is voor zover van toepassing nadere facultaire invulling per artikel gegeven:

A. Hieronder is voor zover van toepassing nadere facultaire invulling per artikel gegeven: 10 FACULTAIRE BEPALINGEN Faculteit Gezondheidszorg A. Hieronder is voor zover van toepassing nadere facultaire invulling per artikel gegeven: Artikel 20 Inschrijving voor cursussen 3A De student is zelf

Nadere informatie

2014-2016. Tripartite overeenkomst. Masteropleiding Advanced Nursing Practice

2014-2016. Tripartite overeenkomst. Masteropleiding Advanced Nursing Practice 2014-2016 Tripartite overeenkomst Masteropleiding Advanced Nursing Practice TRIPARTITE OVEREENKOMST 2014-2016 Master Advanced Nursing Practice (MANP) De ondergetekenden: Naam instelling:. Gevestigd te:

Nadere informatie

VS en PA op eigen benen

VS en PA op eigen benen VS en PA op eigen benen De wettelijke regeling van bevoegdheden per 1-1-2012 Context Toenemende en complexer wordende zorgvraag, groeiende personeelstekorten, groeiende behoefte aan kostenbeheersing en

Nadere informatie

Sport en Welzijn. Physician Assistant Masteropleiding Amsterdam

Sport en Welzijn. Physician Assistant Masteropleiding Amsterdam Gezondh Sport en Welzijn Physician Assistant Masteropleiding Amsterdam Gezondheid, Sport en Welzijn Masteropleiding Physician Assistant De Physician Assistant (PA) is een hoogopgeleide medische professional

Nadere informatie

Landelijk Opleidingscompetentieprofiel. Master Physician Assistant

Landelijk Opleidingscompetentieprofiel. Master Physician Assistant Landelijk Opleidingscompetentieprofiel Master Physician Assistant Dit Landelijk Opleidingscompetentieprofiel van de Physician Assistant is tot stand gekomen door samenwerking tussen de 5 PA opleidingen

Nadere informatie

Eindelijk VS en andere belangrijke zaken.

Eindelijk VS en andere belangrijke zaken. Waar staan we nu? Eindelijk VS en andere belangrijke zaken., MANP (bestuurslid ) NP nu 12 jaar in Nederland 26 maart 2010 eerste Verpleegkundig Specialisten geregistreerd in art. 14 BIG-register Alleen

Nadere informatie

Sport en Welzijn. Advanced Nursing Practice Masteropleiding Amsterdam

Sport en Welzijn. Advanced Nursing Practice Masteropleiding Amsterdam Gezondh Sport en Welzijn Advanced Nursing Practice Masteropleiding Amsterdam Gezondheid, Sport en Welzijn Masteropleiding Verpleegkundig Specialist De masteropleiding Advanced Nursing Practice (ANP) leidt

Nadere informatie

Intro 1. Waarom is taakherschikking zo belangrijk? Voor VWS en naar mijn mening voor de samenleving.

Intro 1. Waarom is taakherschikking zo belangrijk? Voor VWS en naar mijn mening voor de samenleving. Toespraak drs. H.C.M. Middelplaats (hoofd afdeling Beroepen, Opleidingen en Arbeidsmarkt van het ministerie van VWS) ten behoeve de opening NAPAcongres INVEST 2012 d.d. 9 november 2012. Intro - Het ministerie

Nadere informatie

Informatiebrochure voor instellingen in de gezondheidszorg Master Advanced Nursing Practice

Informatiebrochure voor instellingen in de gezondheidszorg Master Advanced Nursing Practice Informatiebrochure voor instellingen in de gezondheidszorg Master Advanced Nursing Practice Pagina 1 Inleiding Deze brochure geeft informatie over de Master Advanced Nursing Practice (MANP). Verpleegkundigen

Nadere informatie

Besluit van. Op de voordracht van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, kenmerk ;

Besluit van. Op de voordracht van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, kenmerk ; Besluit van houdende tijdelijke regels inzake de zelfstandige bevoegdheid tot het verrichten van voorbehouden handelingen van verpleegkundig specialisten (Besluit tijdelijke zelfstandige bevoegdheid verpleegkundig

Nadere informatie

Leergang Praktijkondersteuner in de huisartsenpraktijk

Leergang Praktijkondersteuner in de huisartsenpraktijk Leergang Praktijkondersteuner in de huisartsenpraktijk Deze éénjarige leergang bereidt u voor op de functie van praktijkondersteuner/-verpleegkundige in de huisartsenpraktijk (POH). Het lesprogramma sluit

Nadere informatie

Opleidingsstatuut Bacheloropleiding Automotive Studiejaar 2015 2016. Regeling Externe toezichthouders bij examens

Opleidingsstatuut Bacheloropleiding Automotive Studiejaar 2015 2016. Regeling Externe toezichthouders bij examens Opleidingsstatuut Bacheloropleiding Automotive Studiejaar 2015 2016 Regeling Externe toezichthouders bij examens Inhoudsopgave 1. Positie en benoeming externe toezichthouders... 3 2. Taak externe toezichthouder

Nadere informatie

ONDERWIJS- EN EXAMENREGELING (OER) DEEL 1: AVANS GENERIEK

ONDERWIJS- EN EXAMENREGELING (OER) DEEL 1: AVANS GENERIEK ONDERWIJS- EN EXAMENREGELING (OER) DEEL 1: AVANS GENERIEK 1 De inhoud van de Onderwijs- en Examenregelingen Hoofdstuk 1 ALGEMEEN 1.1 Algemene bepalingen 1 Avans Hogeschool kent, conform artikel 7.59. van

Nadere informatie

ONDERWIJS- EN EXAMENREGELING (OER) DEEL 1: AVANS GENERIEK

ONDERWIJS- EN EXAMENREGELING (OER) DEEL 1: AVANS GENERIEK ONDERWIJS- EN EXAMENREGELING (OER) DEEL 1: AVANS GENERIEK 1 De inhoud van de Onderwijs- en Examenregelingen Hoofdstuk 1 ALGEMEEN 1.1 Algemene bepalingen 1 Avans Hogeschool kent, conform artikel 7.59. van

Nadere informatie

1 Inleiding... 2 2 Examencommissie... 3 3 Toelating... 4. 3.1 Toelatingseisen... 4 3.2 Vrijstellingen... 4. 4 De inrichting van toetsen...

1 Inleiding... 2 2 Examencommissie... 3 3 Toelating... 4. 3.1 Toelatingseisen... 4 3.2 Vrijstellingen... 4. 4 De inrichting van toetsen... Inhoudsopgave 1 Inleiding... 2 2 Examencommissie... 3 3 Toelating... 4 3.1 Toelatingseisen... 4 3.2 Vrijstellingen... 4 4 De inrichting van toetsen... 5 4.1 Toelating tot de toetsing... 5 4.2 Schriftelijke

Nadere informatie

Dedicated Schakeljaar Vitale Functies

Dedicated Schakeljaar Vitale Functies Dedicated Schakeljaar Vitale Functies 1. Inleiding Het schakeljaar vormt de verbinding tussen de studie geneeskunde en de vervolgopleidingen. De student leert te functioneren op het niveau van een beginnende

Nadere informatie

SPELREGELS TOEWIJZINGSVOORSTEL 2016 VOOR DE ZORGOPLEIDINGEN DIE WORDEN BEKOSTIGD DOOR MIDDEL VAN EEN BESCHIKBAARHEIDBIJDRAGE (SPELREGELDOCUMENT 2016)

SPELREGELS TOEWIJZINGSVOORSTEL 2016 VOOR DE ZORGOPLEIDINGEN DIE WORDEN BEKOSTIGD DOOR MIDDEL VAN EEN BESCHIKBAARHEIDBIJDRAGE (SPELREGELDOCUMENT 2016) SPELREGELS TOEWIJZINGSVOORSTEL 2016 VOOR DE ZORGOPLEIDINGEN DIE WORDEN BEKOSTIGD DOOR MIDDEL VAN EEN BESCHIKBAARHEIDBIJDRAGE (SPELREGELDOCUMENT 2016) Januari 2015 1. Inleiding Dit document bevat de spelregels

Nadere informatie

De CBP: Competentie Beoordeling Praktijk

De CBP: Competentie Beoordeling Praktijk De CBP: Competentie Beoordeling Praktijk Op de HBOV van de Hogeschool Leiden wordt sinds het studiejaar 2013-2014 gewerkt met CBP s, Competentie Beoordelingen in de Praktijk. Gedachte hierachter is, dat

Nadere informatie

INHOUDSOPGAVE... 2 1. ALGEMEEN... 4 1.1 Aard van dit document... 4 1.2 Informatie en communicatie... 4 1.3 Inwerkingtreding en duur... 4 1.

INHOUDSOPGAVE... 2 1. ALGEMEEN... 4 1.1 Aard van dit document... 4 1.2 Informatie en communicatie... 4 1.3 Inwerkingtreding en duur... 4 1. 1 INHOUDSOPGAVE... 2 1. ALGEMEEN... 4 1.1 Aard van dit document... 4 1.2 Informatie en communicatie... 4 1.3 Inwerkingtreding en duur... 4 1.4 Onderwijs- en examenregeling... 4 2. TOELATING TOT DE OPLEIDING...

Nadere informatie

De onderwijs- en examenregeling

De onderwijs- en examenregeling De onderwijs- en examenregeling Algemeen In de onderwijs- en examenregeling (OER) wordt informatie gegeven over het onderwijs van een opleiding of een groep van opleidingen. Heeft de OER betrekking op

Nadere informatie

Intake- en vrijstellingsregels voor de HBO-bacheloropleiding Informatica 2013-2014 Vastgesteld door de examencommissie NOH-I op 16 september 2013.

Intake- en vrijstellingsregels voor de HBO-bacheloropleiding Informatica 2013-2014 Vastgesteld door de examencommissie NOH-I op 16 september 2013. Intake- en vrijstellingsregels voor de HBO-bacheloropleiding Informatica 2013-2014 Vastgesteld door de examencommissie NOH-I op 16 september 2013. Artikel 1. Begripsbepaling. In deze regeling wordt verstaan

Nadere informatie

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG. Datum 14 april 2014 Betreft Beroep en opleiding verpleegkundige

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG. Datum 14 april 2014 Betreft Beroep en opleiding verpleegkundige > Retouradres Postbus 20350 2500 EJ Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Bezoekadres: Rijnstraat 50 2515 XP Den Haag www.rijksoverheid.nl Bijlage(n)

Nadere informatie

ONDERWIJSARBEIDSOVEREENKOMST Themasemester: xxx (periode: xxx xxx)

ONDERWIJSARBEIDSOVEREENKOMST Themasemester: xxx (periode: xxx xxx) 1/6 ONDERWIJSARBEIDSOVEREENKOMST Themasemester: xxx (periode: xxx xxx) Ondergetekenden: Naam organisatie Straatnaam en huisnummer Postcode en Plaatsnaam Naam rechtsgeldig vertegenwoordiger Functie rechtsgeldig

Nadere informatie

Onderwijs- en examenregeling 2004-2005 Masteropleiding Spaanse taal en cultuur. Paragraaf 1 Algemene bepalingen

Onderwijs- en examenregeling 2004-2005 Masteropleiding Spaanse taal en cultuur. Paragraaf 1 Algemene bepalingen [66810] Onderwijs- en examenregeling 2004-2005 Masteropleiding Spaanse taal en cultuur Paragraaf 1 Algemene bepalingen art. 1.1 toepasselijkheid van de regeling Deze regeling is van toepassing op het onderwijs

Nadere informatie

MES-6 / 2 14. Informatie voor en over Coassistenten

MES-6 / 2 14. Informatie voor en over Coassistenten MES-6 / 2 14 A6 A6 Informatie voor en over Coassistenten A5 A5 A4 A4 Informatie voor en over Coassistenten Medisch Spectrum Twente Medisch Spectrum Twente (MST) behoort tot de grootste niet-academische

Nadere informatie

Verpleegkundig specialist (MANP)

Verpleegkundig specialist (MANP) Verpleegkundig specialist (MANP) Naam van de opleiding en opleidingsinstituut Door welk orgaan wordt deze opleiding erkend? Master Advanced Nursing Practice GSW, Inholland, Amsterdam NVAO = Nederlands/Vlaams

Nadere informatie

en overige relevante documentatie, waaronder dit controleprotocol en het assurance-rapport, zijn te vinden op het internet van de Rijksoverheid.

en overige relevante documentatie, waaronder dit controleprotocol en het assurance-rapport, zijn te vinden op het internet van de Rijksoverheid. Controleprotocol subsidievaststelling subsidieregeling opleiding tot advanced nurse practitioner en opleiding tot physician assistant (versie 31-3-2014) Hoofdstuk 1: Uitgangspunten 1.1 Doelstelling Dit

Nadere informatie

BESLUIT COLLEGE VAN BESTUUR

BESLUIT COLLEGE VAN BESTUUR BESLUIT COLLEGE VAN BESTUUR Nummer : 684 Paraaf: Onderwerp : Reglement Studiekeuzecheck Windesheim (Aanmelding, studiekeuzeactiviteiten en studiekeuzeadvies voor het studiejaar 2014-2015) Besluit : Het

Nadere informatie

Onderwijs- en examenregeling 2004-2005 Masteropleiding Dramaturgie. Paragraaf 1 Algemene bepalingen. art. 1.1 toepasselijkheid van de regeling

Onderwijs- en examenregeling 2004-2005 Masteropleiding Dramaturgie. Paragraaf 1 Algemene bepalingen. art. 1.1 toepasselijkheid van de regeling [60717] Onderwijs- en examenregeling 2004-2005 Masteropleiding Dramaturgie Paragraaf 1 Algemene bepalingen art. 1.1 toepasselijkheid van de regeling Deze regeling is van toepassing op het onderwijs en

Nadere informatie

Examenreglement 2014-2015

Examenreglement 2014-2015 Examenreglement 2014-2015 INHOUDSOPGAVE Hoofdstuk 1 Algemeen 3 Hoofdstuk 2 Toelating tot opleidingen en cursussen 4 Hoofdstuk 3 Onderwijsprogramma 5 Hoofdstuk 4 Getuigschrift 7 Hoofdstuk 5 Doel en vorm

Nadere informatie

Stagereglement Masteropleiding Theologie Tilburg School of Catholic Theology

Stagereglement Masteropleiding Theologie Tilburg School of Catholic Theology Stagereglement Masteropleiding Theologie Tilburg School of Catholic Theology Artikel 1 De stage 1. De stage is een onderdeel van de Masteropleiding Theologie dat in de stagehandleiding van de respectievelijke

Nadere informatie

me nse nkennis Competentiegericht opleiden in de BIG opleidingen Getting started

me nse nkennis Competentiegericht opleiden in de BIG opleidingen Getting started me nse nkennis Competentiegericht opleiden in de BIG opleidingen Getting started Inhoud Competentiegericht opleiden 3 Doel van praktijktoetsen 4 Wijze van evalueren en beoordelen 4 Rollen 5 Getting started

Nadere informatie

Physician assistants en verpleegkundig specialisten wettelijk op eigen benen 1

Physician assistants en verpleegkundig specialisten wettelijk op eigen benen 1 Physician assistants en verpleegkundig specialisten wettelijk op eigen benen 1 Inleiding Sinds 1 januari 2012 geldt een aangepast wettelijk kader voor de bevoegdheden van twee betrekkelijk nieuwe professionals

Nadere informatie

Nieuwe beroepen in de Nederlandse

Nieuwe beroepen in de Nederlandse Nieuwe beroepen in de Nederlandse gezondheidszorg en taakherschikking Dr Lode Wigersma, arts, voormalig algemeen directeur KNMG Nu voorzitter Raad van Toezicht, Flevoziekenhuis Almere, en adviseur gezondheidszorgvraagstukken

Nadere informatie

Stichting opleidingsinstelling GGZ-VS Addendum opleidingsplan 2014-2017 Opleiding GGZ-VS met vrijstellingen voor specifieke doelgroepen

Stichting opleidingsinstelling GGZ-VS Addendum opleidingsplan 2014-2017 Opleiding GGZ-VS met vrijstellingen voor specifieke doelgroepen Stichting opleidingsinstelling GGZ-VS Addendum opleidingsplan 2014-2017 Opleiding GGZ-VS met vrijstellingen voor specifieke doelgroepen Opleidingsmanager Drs. M. de Leeuw (i.s.m. hoofdopleiders drs. D.

Nadere informatie

REGLEMENT STUDIEKEUZECHECK WINDESHEIM

REGLEMENT STUDIEKEUZECHECK WINDESHEIM REGLEMENT STUDIEKEUZECHECK WINDESHEIM Inhoud Preambule... 3 Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen... 4 Hoofdstuk 2 Doelgroep... 5 Hoofdstuk 3 Rechten en plichten bij aanmelding... 5 Hoofdstuk 4 Studiekeuzecheck...

Nadere informatie

Kwaliteitsprofiel Verloskundige Echoscopist maart 2011

Kwaliteitsprofiel Verloskundige Echoscopist maart 2011 Kwaliteitsprofiel Verloskundige Echoscopist maart 2011 Inleiding Door het toenemende belang van echoscopisch onderzoek in de zwangerschap en de invoering van prenatale screening in Nederland, wordt het

Nadere informatie

6. Het eindniveau van de onderzoeksvaardigheden die via (1), (2) en (3) verworven zijn, komt tot uitdrukking in het bacheloreindwerkstuk.

6. Het eindniveau van de onderzoeksvaardigheden die via (1), (2) en (3) verworven zijn, komt tot uitdrukking in het bacheloreindwerkstuk. Opleidingsspecifieke deel OER, 0-0 BA Keltische talen en cultuur Artikel Tekst. Colloquium doctum Het toelatingsonderzoek, bedoeld in art. 7.9 van de wet, heeft betrekking op maximaal vier van de volgende

Nadere informatie

Strategisch Opleidingsbeleid. Geert van den Brink Radboud Zorgacademie

Strategisch Opleidingsbeleid. Geert van den Brink Radboud Zorgacademie Strategisch Opleidingsbeleid Geert van den Brink Radboud Zorgacademie Oktober 2012 Huidige situatie Aantal zorgprofessionals in het UMCN (25 beroepen) Verpleegkunde Medische ondersteunende beroepen Paramedische

Nadere informatie

Reglement Permanente Educatie (PE) Leden Actuaris AG en Leden Actuarieel Analist AG. Geldend vanaf 1 januari 2013

Reglement Permanente Educatie (PE) Leden Actuaris AG en Leden Actuarieel Analist AG. Geldend vanaf 1 januari 2013 Reglement Permanente Educatie (PE) Leden Actuaris AG en Leden Actuarieel Analist AG Geldend vanaf 1 januari 2013 Hoofdindeling: Beroepsreglementering Categorie: Gedragsregels Opgesteld door: Bureau AG

Nadere informatie

Academiejaar 2013/2014. navorming. Mentor Klinisch Onderwijs. Artesis Plantijn Hogeschool Antwerpen

Academiejaar 2013/2014. navorming. Mentor Klinisch Onderwijs. Artesis Plantijn Hogeschool Antwerpen Academiejaar 2013/2014 navorming Mentor Klinisch Onderwijs Artesis Plantijn Hogeschool Antwerpen Navorming Mentor Klinisch Onderwijs Deze opleiding is een samenwerking van het departement Gezondheid en

Nadere informatie

Onderwijs- en examenregeling 2012-2013 bacheloropleiding HBO-Rechten

Onderwijs- en examenregeling 2012-2013 bacheloropleiding HBO-Rechten College van bestuur Onderwijs- en examenregeling 2012-2013 bacheloropleiding HBO-Rechten ) U2012-04405-BGA I Algemeen deel 1. Algemeen Artikel 1. Toepasselijkheid van de regeling Het Algemeen Deel (Deel

Nadere informatie

Handreiking aanvraag Toets Nieuwe Opleiding Nederland

Handreiking aanvraag Toets Nieuwe Opleiding Nederland Handreiking aanvraag Toets Nieuwe Opleiding Nederland 17 december 2015 Inhoud 1 Inleiding 3 2 Wanneer een Toets Nieuwe Opleiding? 4 3 Werkwijze Toets Nieuwe Opleiding 5 4 Aanvraagdossier ten behoeve van

Nadere informatie

EXAMENREGLEMENT FACTORING MANAGEMENT

EXAMENREGLEMENT FACTORING MANAGEMENT EXAMENREGLEMENT FACTORING MANAGEMENT ARTIKEL 1. BEGRIPSBEPALINGEN In dit examenreglement wordt verstaan onder: NIVE: Cash management Examencommissie: Voorzitter: Dagvoorzitter: Corrector: Examinator: Kandidaat:

Nadere informatie

Gespreksdocument Inleiding Doel Werkwijze

Gespreksdocument Inleiding Doel Werkwijze Gespreksdocument Inleiding Het portfolio is gevuld met bewijslast voor de behaalde competenties op het gevraagde niveau Het laatste studiepunt wordt behaald met het schrijven van het gespreksdocument.

Nadere informatie

Verpleegkundig specialist preventieve zorg aandachtsgebied arbeid en gezondheid

Verpleegkundig specialist preventieve zorg aandachtsgebied arbeid en gezondheid Verpleegkundig specialist preventieve zorg aandachtsgebied arbeid en gezondheid Drs. Riet van Dommelen Opleidingsmanager Master advanced nursing practice, Hoofdopleider Verpleegkundig specialisten Programma

Nadere informatie

Forensische verpleegkunde; als je verder kijkt!

Forensische verpleegkunde; als je verder kijkt! Forensische verpleegkunde; als je verder kijkt! Forensische verpleegkunde; als je verder kijkt! Waarom een opleiding Forensische Verpleegkunde? Forensisch-medisch onderzoek is nodig voor waarheidsvinding.

Nadere informatie

Zaaknummer : 2013/129

Zaaknummer : 2013/129 Zaaknummer : 2013/129 Rechter(s) : mr. Olivier Datum uitspraak : 13 november 2013 Partijen : Appellante tegen CBE Hogeschool van Amsterdam Trefwoorden : Bindend negatief studieadvies, finale geschillenbeslechting,

Nadere informatie

DEFINITIE VAN DE BEGRIPPEN FUNCTIEPROFIEL EN COMPETENTIEPROFIEL

DEFINITIE VAN DE BEGRIPPEN FUNCTIEPROFIEL EN COMPETENTIEPROFIEL Huis voor Gezondheid vzw Lakensestraat 76 bus 7 1000 Brussel t. 02 412 31 6 f. 02 412 31 69 info@huisvoorgezondheid.be www.huisvoorgezondheid.be ond. nr. 821.4.683 DEFINITIE VAN DE BEGRIPPEN FUNCTIEPROFIEL

Nadere informatie

Cursusinformatie PIAF opleiding nieuwe stijl 2013/2014

Cursusinformatie PIAF opleiding nieuwe stijl 2013/2014 Cursusinformatie PIAF opleiding nieuwe stijl 2013/2014 Medicatiebeoordeling is een systematische beoordeling van het geneesmiddelgebruik van een individuele patiënt door arts, apotheker en patiënt op basis

Nadere informatie

Hij draagt in deze hoedanigheid zorg voor:

Hij draagt in deze hoedanigheid zorg voor: Inleiding Patiënten worden in het ziekenhuis regelmatig door meerdere medisch specialisten tegelijk behandeld. In het verleden is verschillende malen geconstateerd dat de onderlinge verantwoordelijkheden

Nadere informatie

Regeling Studiekeuzecheck en studiekeuzeadvies

Regeling Studiekeuzecheck en studiekeuzeadvies Regeling Studiekeuzecheck en studiekeuzeadvies Eigenaar Studentenzaken Vastgesteld door het College van Bestuur d.d. 20 februari 2014 Instemming van de CMR d.d. 20 februari 2014 2014, Hogeschool van Amsterdam

Nadere informatie

Medical Imaging/ Radiation Oncology Masteropleiding Haarlem

Medical Imaging/ Radiation Oncology Masteropleiding Haarlem Medical Imaging/ Radiation Oncology Masteropleiding Haarlem Gezondheid, Sport en Welzijn Masteropleiding Medical Imaging/ Radiation Oncology Verschillende studies laten zien dat de druk op de gezondheidszorg

Nadere informatie

FACULTEIT DER NATUURWETENSCHAPPEN, WISKUNDE EN INFORMATICA. ONDERWIJS- EN EXAMENREGELING Masterschool Life and Earth Sciences studiejaar 2008-2009

FACULTEIT DER NATUURWETENSCHAPPEN, WISKUNDE EN INFORMATICA. ONDERWIJS- EN EXAMENREGELING Masterschool Life and Earth Sciences studiejaar 2008-2009 UNIVERSITEIT VAN AMSTERDAM FACULTEIT DER NATUURWETENSCHAPPEN, WISKUNDE EN INFORMATICA ONDERWIJS- EN EXAMENREGELING Masterschool Life and Earth Sciences studiejaar 2008-2009 DE MASTEROPLEIDING BIOMEDICAL

Nadere informatie

OER. Uitleg over de. Alles wat iedere student moet weten over zijn of haar Onderwijs- en Examenregeling (OER)

OER. Uitleg over de. Alles wat iedere student moet weten over zijn of haar Onderwijs- en Examenregeling (OER) Uitleg over de OER Alles wat iedere student moet weten over zijn of haar Onderwijs- en Examenregeling (OER) Fractie VUUR, Universiteitsraad www.verenigingvuur.nl info@verenigingvuur.nl Voorwoord De Onderwijs-

Nadere informatie

8.4 Inrichting mastertrack Training & Development

8.4 Inrichting mastertrack Training & Development Master Psychologie 8 Track Training & Development 8.1 Doelgroep, toelaatbaarheid, selectie De track Training & Development is in principe toegankelijk voor studenten die een bachelor Psychologie hebben

Nadere informatie

reglement examencommissie HZ Stichting HZ Gelet op het bepaalde in art. 7.12 van de wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;

reglement examencommissie HZ Stichting HZ Gelet op het bepaalde in art. 7.12 van de wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek; reglement examencommissie HZ Stichting HZ Het college van bestuur van de Stichting HZ; Gelet op het bepaalde in art. 7.12 van de wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek; Gelet op het advies

Nadere informatie

Reglement Diploma Praktijkonderwijs, Regio Haaglanden. Inhoudsopgave reglement

Reglement Diploma Praktijkonderwijs, Regio Haaglanden. Inhoudsopgave reglement Inhoudsopgave reglement Reglement Diploma Praktijkonderwijs, Regio Haaglanden. 1. Algemeen 2. Begrippen 3. Totstandkoming en wijziging 4. Publicatie 5. Eisen 6. Commissie Examinering PrO den Haag 7. Beroepsmogelijkheid

Nadere informatie

BESLUIT COLLEGE VAN BESTUUR

BESLUIT COLLEGE VAN BESTUUR BESLUIT COLLEGE VAN BESTUUR Nummer : 763 Paraaf: Onderwerp : Reglement Studiekeuzecheck Windesheim (van toepassing voor de inschrijving voor het studiejaar 2016-2017) Besluit : Het College van Bestuur

Nadere informatie

Onderwijs- en examenregeling 2005-2006 Masteropleiding Italiaanse taal en cultuur. Paragraaf 1 Algemene bepalingen

Onderwijs- en examenregeling 2005-2006 Masteropleiding Italiaanse taal en cultuur. Paragraaf 1 Algemene bepalingen [66809] Onderwijs- en examenregeling 2005-2006 Masteropleiding Italiaanse taal en cultuur Paragraaf 1 Algemene bepalingen art. 1.1 toepasselijkheid van de regeling Deze regeling is van toepassing op het

Nadere informatie

U I T S P R A A K 1 4 1 6 3

U I T S P R A A K 1 4 1 6 3 U I T S P R A A K 1 4 1 6 3 van het College van beroep voor de examens van de Universiteit Leiden inzake het beroep van [naam], appellant tegen het Bestuur van de Faculteit Geesteswetenschappen, verweerder

Nadere informatie

Eindtermen vervolgopleiding intensive care verpleegkundige

Eindtermen vervolgopleiding intensive care verpleegkundige Eindtermen vervolgopleiding intensive care verpleegkundige De beschrijving van de eindtermen voor de vervolgopleiding tot intensive care verpleegkundige is ontleend aan het deskundigheidsgebied intensive

Nadere informatie

het College van Beroep voor de Examens van de HZ University of Applied Sciences, gevestigd te Vlissingen, verweerder.

het College van Beroep voor de Examens van de HZ University of Applied Sciences, gevestigd te Vlissingen, verweerder. Zaaknummer : 2014/232A en 232B Rechter[s] : mrs. Nijenhof, Van der Spoel, Hoogvliet Datum uitspraak : 25 maart 2015 Partijen : Appellant en CBE Hogeschool Zeeland Trefwoorden : Bindend negatief studieadvies

Nadere informatie

Zaaknummer : CBHO 2015/089 Rechter(s) : mr. Olivier Datum uitspraak : 18 augustus 2015 Partijen : Appellante en CBE Erasmus Universiteit Rotterdam

Zaaknummer : CBHO 2015/089 Rechter(s) : mr. Olivier Datum uitspraak : 18 augustus 2015 Partijen : Appellante en CBE Erasmus Universiteit Rotterdam Zaaknummer : CBHO 2015/089 Rechter(s) : mr. Olivier Datum uitspraak : 18 augustus 2015 Partijen : Appellante en CBE Erasmus Universiteit Rotterdam Trefwoorden : bindend negatief studieadvies compensatieregeling

Nadere informatie

Instituutsreglement OPLEIDINGSINSTITUUT IGT

Instituutsreglement OPLEIDINGSINSTITUUT IGT Instituutsreglement OPLEIDINGSINSTITUUT IGT HOOFDSTUK A Artikelen bij het Kaderbesluit CHVG en het Besluit IGT Artikel 1 Opleiding bij erkende specialisten, profielartsen en instellingen Bij artikel B.1

Nadere informatie

Informatiebrochure Wet BIG Alles draait om bekwaamheid

Informatiebrochure Wet BIG Alles draait om bekwaamheid BIG - Commissie Informatiebrochure Wet BIG Alles draait om bekwaamheid Het Antonius Ziekenhuis vormt samen met Thuiszorg Zuidwest Friesland de Antonius Zorggroep Alle professionals die beroepsmatig werken

Nadere informatie

NFU-master. Kwaliteit en Veiligheid in de Patiëntenzorg

NFU-master. Kwaliteit en Veiligheid in de Patiëntenzorg NFU-master Kwaliteit en Veiligheid in de Patiëntenzorg 2016-2018 De master Kwaliteit en Veiligheid in de Patiëntenzorg De zorg heeft initiatiefnemers en leiders in kwaliteit en veiligheid van zorg nodig.

Nadere informatie

Zaaknummer : CBHO 2015/254 Rechter(s) : mr. B.K. Olivier Datum uitspraak : 13 januari 2016 Partijen : appellante en CBE Hogeschool Inholland

Zaaknummer : CBHO 2015/254 Rechter(s) : mr. B.K. Olivier Datum uitspraak : 13 januari 2016 Partijen : appellante en CBE Hogeschool Inholland Zaaknummer : CBHO 2015/254 Rechter(s) : mr. B.K. Olivier Datum uitspraak : 13 januari 2016 Partijen : appellante en CBE Hogeschool Inholland Trefwoorden : bewijsmiddelen bindend negatief studieadvies BNSA

Nadere informatie

Bindend Studieadvies (BSA)

Bindend Studieadvies (BSA) BSA_4luik_0708.qxp:BSA folder recht 06-06-2007 18:18 Pagina 1 Bindend Studieadvies (BSA) Neem contact op met het Bureau Studiebegeleiding Om dispensatie te krijgen van het negatief BSA moet u uw persoonlijke

Nadere informatie

U I T S P R A A K 1 3 1 5 4

U I T S P R A A K 1 3 1 5 4 U I T S P R A A K 1 3 1 5 4 van het College van beroep voor de examens van de Universiteit Leiden inzake het beroep van XXX, appellant tegen het Bestuur van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid, verweerder

Nadere informatie

Beschrijving Basiskwalificatie onderwijs

Beschrijving Basiskwalificatie onderwijs universitair onderwijscentrum groningen hoger onderwijs Beschrijving Basiskwalificatie onderwijs 2008-2009 september 2008 Basiskwalificatie onderwijs 2 Wat is de basiskwalificatie onderwijs (BKO)? De basiskwalificatie

Nadere informatie

profiel Open Universiteit Voorzitter en leden raad van toezicht

profiel Open Universiteit Voorzitter en leden raad van toezicht profiel Open Universiteit Voorzitter en leden raad van toezicht Open Universiteit Voorzitter en leden raad van toezicht Organisatie De Open Universiteit (OU), opgericht in 1984, is de jongste universiteit

Nadere informatie

Programma van toetsing

Programma van toetsing Programma van toetsing Inleiding In samenwerking met onderwijskundige experts hebben we ons programma van toetsing ontworpen. Het programma van toetsing is gevarieerd en bevat naast kennistoetsen en beoordelingen

Nadere informatie

Competentieprofiel MZ Opleider. Competentieprofiel voor mz-opleider.

Competentieprofiel MZ Opleider. Competentieprofiel voor mz-opleider. Competentieprofiel MZ Opleider Dit is een verkorte versie van het document dat is vastgesteld door de ledenvergaderingen van BVMP en BVMZ. In de volledige versie zijn enkele bijlagen toegevoegd, deze worden

Nadere informatie

Instructie arts al dan niet in opleiding tot (medisch) specialist werkzaam in het Westfriesgasthuis

Instructie arts al dan niet in opleiding tot (medisch) specialist werkzaam in het Westfriesgasthuis Instructie arts al dan niet in opleiding tot (medisch) specialist werkzaam in het Westfriesgasthuis VOORWOORD Voor u ligt de Instructie arts al dan niet in opleiding tot (medisch) specialist werkzaam in

Nadere informatie

TOELICHTING COLLEGEGELD 2015 2016, HOGESCHOOL LEIDEN

TOELICHTING COLLEGEGELD 2015 2016, HOGESCHOOL LEIDEN TOELICHTING COLLEGEGELD 2015 2016, HOGESCHOOL LEIDEN Voor je inschrijving bij Hogeschool Leiden betaal je jaarlijks, dit is wettelijk verplicht. De Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek

Nadere informatie

EXAMENREGLEMENT CASH MANAGEMENT (QCM)

EXAMENREGLEMENT CASH MANAGEMENT (QCM) EXAMENREGLEMENT CASH MANAGEMENT (QCM) ARTIKEL 1. BEGRIPSBEPALINGEN In dit examenreglement wordt verstaan onder: NIVE Opleidingen: Cash Management: Examencommissie: Voorzitter: Dagvoorzitter: Corrector:

Nadere informatie

U I T S P R A A K 07 73

U I T S P R A A K 07 73 U I T S P R A A K 07 73 van het College van Beroep voor de examens van de Universiteit Leiden inzake het beroep van XXX, appellant tegen het College van Bestuur, verweerder 1. Ontstaan en loop van het

Nadere informatie

Polikliniek. Algemene bezoekersinformatie

Polikliniek. Algemene bezoekersinformatie Polikliniek Algemene bezoekersinformatie 1 2 Inhoudsopgave Een afspraak maken met de specialist 4 Inlichtingen 4 Gastvrouw 4 Respectvol omgaan met elkaar 5 Rolstoelen 5 Inschrijving (ponsplaatje) 5 Melden

Nadere informatie

Studentenstatuut (opleidingsspecifiek deel) 2014-2015

Studentenstatuut (opleidingsspecifiek deel) 2014-2015 Studentenstatuut (opleidingsspecifiek deel) 014-015 Master Pedagogiek CROHO-nummer 44113 deeltijd 1 INHOUDSOPGAVE INHOUDSOPGAVE... 1. ALGEMEEN... 4 1.1 Aard van dit document... 4 1. Informatie en communicatie...

Nadere informatie

Artikel Tekst 2.1 Toelatingseisen opleiding Voor toelating tot de opleiding Mediastudies komt in aanmerking de bezitter van

Artikel Tekst 2.1 Toelatingseisen opleiding Voor toelating tot de opleiding Mediastudies komt in aanmerking de bezitter van Opleidingsspecifieke deel OER, 2016-2017 Opleiding / programma: Mediastudies/ Film- en televisiewetenschap; New Media and Digital Culture (voorheen Nieuwe media en digitale cultuur, see English EER) Artikel

Nadere informatie

Functieomschrijving Hoofd Huisartsopleiding UMCG

Functieomschrijving Hoofd Huisartsopleiding UMCG Pagina 1 van 5 Functiebeschrijving Hoofd Huisartsopleiding Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG) Doel Het hoofd huisartsopleiding (hoofd opleidingsinstituut huisartsgeneeskunde, conform regelgeving)

Nadere informatie

Opleiding: Eerst Verantwoordelijke Verzorgende met plus (EVV met plus)

Opleiding: Eerst Verantwoordelijke Verzorgende met plus (EVV met plus) Opleiding: Eerst Verantwoordelijke Verzorgende met plus (EVV met plus) De Eerst Verantwoordelijke Verzorgende (EVV er) is onmisbaar in de zorg en u wilt uw EVV er de juiste kennis en vaardigheden meegeven.

Nadere informatie

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG > Retouradres Postbus 20350 2500 EJ Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Bezoekadres: Parnassusplein 5 2511 VX Den Haag www.rijksoverheid.nl Kenmerk

Nadere informatie

werkzaam in ziekenhuizen

werkzaam in ziekenhuizen modelinstructie arts al dan niet in opleiding tot (medisch) specialist werkzaam in ziekenhuizen VOORWOORD Voor u ligt de Modelinstructie arts al dan niet in opleiding tot (medisch) specialist werkzaam

Nadere informatie

REGELING TOELATING MASTEROPLEIDINGEN UNIVERSITEIT LEIDEN

REGELING TOELATING MASTEROPLEIDINGEN UNIVERSITEIT LEIDEN REGELING TOELATING MASTEROPLEIDINGEN UNIVERSITEIT LEIDEN Het College van Bestuur van de Universiteit Leiden, gelet op artikel 7.31 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek juncto

Nadere informatie

Informatiebrief wetgeving bepaling hoogte collegegelden

Informatiebrief wetgeving bepaling hoogte collegegelden Informatiebrief wetgeving bepaling hoogte collegegelden In het Hoger Onderwijs wordt onderscheid gemaakt tussen wettelijk en instellingscollegegeld. Het wettelijk collegegeld wordt door de minister vastgesteld

Nadere informatie

Advanced Nursing Practice

Advanced Nursing Practice Advanced Nursing Practice Opleiding tot Verpleegkundig Specialist Zuyd Hogeschool Opbouw Achtergrond Samenhang Opleiding M-ANP en VS Opleidingsprogramma o Cursorisch o Werkplekleren Toelatingseisen en

Nadere informatie

Opleidingsstatuut Bacheloropleiding Automotive Studiejaar 2015 2016. Reglement opleidingscommissie

Opleidingsstatuut Bacheloropleiding Automotive Studiejaar 2015 2016. Reglement opleidingscommissie Opleidingsstatuut Bacheloropleiding Automotive Studiejaar 2015 2016 Reglement opleidingscommissie Inhoudsopgave Artikel 1 Status en begripsbepalingen... 3 Artikel 2 Gezamenlijke (vergadering) opleidingscommissie(s)...

Nadere informatie

Het traceren en ontwikkelen van potentieel leidinggevenden rechtbank Amsterdam 2013.

Het traceren en ontwikkelen van potentieel leidinggevenden rechtbank Amsterdam 2013. Het traceren en ontwikkelen van potentieel leidinggevenden rechtbank Amsterdam. 1. Doel Door het formeren van een managementpool wil de rechtbank: - medewerkers binnen de rechtbank, die zich onderscheiden

Nadere informatie

Opleiding Verpleegkunde Stage-opdrachten jaar 3

Opleiding Verpleegkunde Stage-opdrachten jaar 3 Opleiding Verpleegkunde Stage-opdrachten jaar 3 Handleiding Voltijd Jaar 3 Studiejaar 2015-2016 Stage-opdrachten Tijdens stage 3 worden 4 stage-opdrachten gemaakt (waarvan opdracht 1 als toets voor de

Nadere informatie