binnen Van binnen & van buiten buiten

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "binnen Van binnen & van buiten buiten"

Transcriptie

1 binnen Van binnen & van buiten buiten

2 Energie voor energie Karel Karel Stigter, directeur NAM voor energie Deze combinatie van het Groningen-veld en het zogeheten kleine-veldenbeleid, met op de achterhand twee ondergrondse gasopslagen die in actie komen wanneer van NAM s productie het uiterste wordt gevergd, is zonder meer uniek in de wereld. Vrijwel elke week trekken internationale energiespecialisten naar het noorden van ons land om kennis te maken met deze constructie, die zowel flexibel als robuust inspeelt op elke vraag naar aardgas. Maakt de Nederlander zich dan werkelijk niet druk om energie? Die vraag kan zeker niet ontkennend worden beantwoord met het gegeven dat circa huishoudens inmiddels zijn overgeschakeld op groene stroom zo ook de kantoren van de NAM. In vele reacties op NAM s advertentiecampagne kwam in duidelijk naar voren dat ons land zich met betrekking tot energie op drie thema s richt: hoe kunnen we fossiele brandstoffen (aardgas, olie, steenkool) schoner inzetten; hoe kunnen we de ontwikkeling van alternatieve bronnen versnellen; hoe kunnen we efficiënter met energie omgaan? Voor de tweede maal Voor u ligt het tweede Maatschappelijk Verslag van de NAM. De titel Van Binnen & Van Buiten geeft de invloed op de NAM aan van de vele veranderingen in de samenleving. Die invloed uit zich in de opzet van dit verslag. Met de combinatie van bredere verslaglegging over allerhande onderwerpen en ruimte voor verschillende visies en meningen over onze activiteiten zetten wij de nieuw ingeslagen weg voort. De reacties op ons vorige verslag hebben ons in die mening gesterkt. Dit houdt tevens in dat het traditionele voorwoord is vervangen door een meer opiniërend artikel van mijn hand. Hoe kunnen wij als de NAM zo goed mogelijk onze belangrijke functie ten aanzien van de voorzieningszekerheid van energie blijven vervullen? En wat zijn de gevolgen van de liberalisering van de energiemarkt? In het algemeen kan ik over de NAM-prestaties in zeggen dat ik er met een gevoel van tevredenheid op terugkijk. De positieve trend met betrekking tot veiligheid zette zich voort. We hadden gelukkig minder ongevallen, maar deze waren in een aantal gevallen wel ernstiger van aard. Dit is dus een zorgpunt. Wij blijven ons uiterste best doen om ongevallen te voorkomen. Going for zero is wat dit betreft ons streven. Op het gebied van een intensievere communicatie met de buitenwereld maakten we een flinke stap vooruit. Hiervoor kregen we veel waardering, maar er is nog veel werk te verzetten om een tot een goede dialoog met de samenleving te komen. Wat de zorg voor het milieu betreft ben ik er trots op dat het milieuzorgsysteem van de NAM, als integraal onderdeel van ons algemene bedrijfsvoeringssysteem, gecertificeerd is volgens de NEN-EN ISO norm. Daarnaast is het verheugend dat vrijwel alle emissies binnen de gestelde doelen zijn gebleven. In dit verslag vindt u over deze en vele andere onderwerpen meer informatie. Ik hoop dat u deze uitgave met belangstelling zult lezen. Uw mening en ideeën over onze activiteiten horen wij graag! Energie voor energie Het huwelijk van kroonprins Willem-Alexander en prinses Maxima op de Dam leidde op 2 februari van dit jaar tot een ongekende daling van 650 megawatt in de nationale elektriciteitsconsumptie. Ruim zes miljoen Nederlanders lieten kennelijk alle zaterdagse rituelen achterwege en nestelden zich voor de televisie om niets te hoeven missen. Pas na acht uur s avonds nam het verbruikspatroon weer vertrouwde vormen aan. Het nationale evenement op 02/02/02 vormt slechts een van de voorbeelden hoe het energieverbruik heftige schommelingen kan maken. Wat te denken van WK-voetbalfinales, de eindstrijd op Wimbledon en onze relatief zeldzame Elfstedentocht? Maar het betreft niet altijd een dip in de vraag. In vroege ochtenden van gure winterdagen slaan de meters van het nationale gasverbruik door naar fors hogere waarden. Sinds jaar en dag is de vertrouwde en betrouwbare energievoorziening in ons land geen nieuws. Wie de lichtschakelaar in de huiskamer omzet en geen licht ziet branden, snelt naar de voorraadkast op zoek naar een nieuwe lamp. Mocht de verwarming niet aanslaan dan biedt een telefoontje naar de dichtstbijzijnde verwarmingsmonteur uitkomst. Aan de toevoer van aardgas ligt het nooit. Falen is geen optie Aan die vanzelfsprekende beschikbaarheid wordt aan de bron 24 uur per dag hard gewerkt. Nimmer falen staat hoog in het vaandel van de NAM, die met haar gaswinning op land en zee in circa de helft van de nationale energievoorziening voorziet. Ons land is gezegend met een van de grootste gasvelden van de wereld, dat in 1959 in Slochteren voor het eerst werd aangeboord. Sindsdien heeft de overheid in haar beleid vastgesteld dat het enorme Groningen-veld zoveel mogelijk dient te worden gespaard en kleinere aardgasvelden derhalve met voorrang moeten worden opgespoord onmiskenbaar een vroege uiting van duurzaam denken. Scenario Het betreft hier een complexe materie die niet met simpele antwoorden valt op te lossen. Niettemin worden langzamerhand de contouren van een scenario zichtbaar. Als fossiele brandstof met de minste milieubelasting zal aardgas de komende decennia een cruciale rol blijven spelen om de bestaande en aanhoudende groeiende vraag naar energie te kunnen opvangen. Immers, de wereld is op weg naar een energiehuishouding waarin meer vraag zal zijn naar alternatieve bronnen, maar de beschikbare technologieën maken het nog niet mogelijk om vandaag de dag al een complete omschakeling te maken. De transitie is onderweg, maar het zal nog zeker tot na het midden van deze eeuw duren voordat alternatieve bronnen het merendeel van de energiebehoefte zullen kunnen dekken. De dreigende wereldwijde klimaatverandering zal ondertussen een aanhoudende druk leggen op energieleveranciers om fossiele brandstoffen schoner aan te wenden. Dat betekent bijvoorbeeld een verschuiving van kolengestookte energiecentrales naar gasgestookte installaties, waarbij intensiever zal worden gekeken hoe ook daarbij de uitstoot verder kan worden verminderd. Wellicht aan de bron door op een gasveld elektriciteit te produceren en CO 2 meteen terug te voeren in het ondergrondse veld. Of door CO 2 geconcentreerd af te vangen van een industrieel complex en ondergronds op te slaan. Dan wel aardgas aan te wenden voor de productie van waterstof, waaruit in combinatie met een brandstofcel schone energie kan worden geleverd. Voorzieningszekerheid De NAM wendt haar kennis aan voor dergelijke ontwikkelingen, maar zal ondertussen eveneens een belangrijke functie moeten blijven vervullen ten aanzien van de voorzieningszekerheid van energie, zowel op de korte als op de lange termijn. Over ongeveer tien jaar is ruwweg de helft van het resterend winbaar volume in onze bestaande kleine aardgasvelden leeg geproduceerd. Dat legt een aanhoudende druk op het continue blijven opsporen van nieuwe kleine velden om het bestaande systeem te kunnen handhaven. Deze druk ligt op Nederland, maar is eveneens van belang voor de landen binnen de Europese Unie. Daarbij bestaat een maatschappelijke zorg in hoeverre dergelijke activiteiten ook onder natuurgebieden moeten plaatsvinden. Het is geen eenvoudige discussie aangezien rationele en emotionele argumenten elkaar in hoog tempo afwisselen. Voorop staat in elk geval dat de NAM de hoogste normen hanteert in haar bedrijfsvoering en haar activiteiten op maatschappelijk verantwoorde wijze wil uitvoeren. Het is dus duidelijk dat ook de NAM geen blijvende aantasting van natuurwaarden tolereert. Maar ook betekent dit dat wij de discussie oppakken indien aan alle strikte voorwaarden kan worden voldaan. En wij vinden dan ook dat er ruimte moet zijn voor een zorgvuldig debat waarbij alle belangen op gebalanceerde wijze moeten worden meegenomen en waarbij constructief wordt getracht recht te doen aan alle belangen. In samenspraak zal steeds een oplossing moeten worden bereikt. Energieliberalisering De liberalisering van de energiemarkt gaat ondertussen in hoog tempo door. De overheid heeft van meet af aan duidelijk gemaakt dat het succesvolle kleine-veldenbeleid zal worden voortgezet. De NAM heeft, in overleg met Gasunie, een deel van haar ondergrondse gasopslag in Grijpskerk beschikbaar gesteld voor gebruik door derden; een nieuwe business voor de NAM. Hoe dergelijke nieuwe structuren in de praktijk zullen uitpakken, zal de toekomst leren. Van groot belang is in ieder geval dat het investeringsklimaat in Nederland de NAM in staat zal blijven stellen de noodzakelijke investeringen te plegen ten behoeve van de ontwikkeling van nieuwe kleine velden en het instandhouden van voldoende flexibiliteit in het Groningen-veld. Resteert de derde zorg van de samenleving: in hoeverre kunnen we efficiënter omspringen met energie? De NAM doet en gaat nog veel doen op dit gebied, mede in het kader van afspraken die hierover met de overheid zijn gemaakt. Maar het is een vraag die ons allen raakt. Hoeveel energie steken we ieder in energie? Karel Stigter directeur NAM Het is duidelijk dat ook de NAM geen blijvende aantasting van natuurwaarden tolereert.

3 Inhoudsopgave Inhoudsopgave Introductieartikel Energie voor energie 6 Verificatierapport 8 Inleiding 9 Bedrijfsproces 9 Aardgas in Nederland 10 Regelgeving 11 Activiteiten in 13 Gelet op de mensen De nieuwe NAM 16 Personeel 16 Arbozorg 20 Veiligheid 22 Gelet op het milieu Milieuzorg 26 Milieu-aspecten 28 Gelet op de samenleving Maatschappelijke verantwoordelijkheid 42 Reputatiebeleid 44 Aanwezigheid 46 Financiële aspecten 48 Gelet op uw mening... André Elbert 10 Ton Romein 18 Olga Timmerhuis 20 Dick Tommel 28 Coby van der Linde 32 Nico Boers 44 Concessiekaart 51 Cijferbijlage 52

4 Inleiding Een van de talrijke NAM-locaties op land. Bedrijfsproces De Nederlandse Aardolie Maatschappij B.V. (NAM) zoekt en wint sinds 1947 olie en gas in Nederland. Zowel op land als in het Nederlands deel van de Noordzee. Het bedrijf is actief op circa 450 locaties op land en zee en heeft per 1 januari 2002 circa 2100 medewerkers in dienst. De bedrijfsactiviteiten worden uitgevoerd door assets, die worden ondersteund door centrale dienstverlenende afdelingen. Het bedrijfsproces bestaat uit de onderstaande deelprocessen: opsporing, productie, opslag en ontmanteling. Daarbij vindt ondersteuning plaats in de vorm van bijvoorbeeld logistiek, inspectie, onderhoud en administratieve processen. Het zoeken naar gas en olie begint met seismologisch onderzoek van de bodem. Met een proefboring en puttesten wordt vastgesteld of er inderdaad gas of olie aanwezig is. Tevens worden de hoeveelheid en kwaliteit getest. Wanneer de hoeveelheid economisch winbaar blijkt, worden in veel gevallen aanvullende productieputten geboord en behandelingsinstallaties aangelegd. In de productiefase worden het gas en de olie naar de oppervlakte gebracht, behandeld en op afleveringsspecificatie gebracht. Het gas wordt verkocht aan Gasunie. De olie en het bij de gasproductie vrijkomende condensaat worden na behandeling verkocht aan Shell, ExxonMobil en andere maatschappijen. Bedrijfsactiviteiten Om de continuïteit in de gaslevering (bijvoorbeeld bij zeer lage temperaturen) te kunnen garanderen wordt sinds opsporing productie ondergrondse opslag ontmanteling enkele jaren ondergrondse opslag van gas toegepast. Dit gebeurt in gasvelden bij Norg en Grijpskerk (en bij Alkmaar; dit is geen NAM-activiteit), die bij een piekvraag als extra producent worden gebruikt. In perioden van seismisch onderzoek boring puttest winning behandeling aflevering gasinjectie behandeling aflevering verwijderen van productieinstallaties herinrichten van landlocaties laagverbruik worden de reservoirs weer gevuld. Na beëindiging van de productie of bij een niet succesvolle proefboring worden de locaties en installaties in overleg met de betrokkenen ontmanteld en verwijderd. Op land wordt de locatie geschikt gemaakt voor de bestemming gas/olie gas/olie die hij voorheen had of krijgt hij een nieuwe functie. offshore afnemers onshore gas ondergrondse opslag Inleiding 9

5 Gelet op uw mening... op uw mening... Al zestien jaar werkt André Elbert in de offshore, de laatste jaren als hoofd van het olie- en gasplatform F3-FB-1. Dat ligt meer dan tweehonderd kilometer boven Den Helder, zegt hij, en is daarmee het noordelijkste NAM-platform in de Noordzee. Het is ook het enige olieplatform dat we in gebruik hebben. Door zijn lange staat van dienst weet Elbert dat op de NAM-booreilanden qua veiligheid en milieu veel is veranderd: Het gaat nu niet meer enkel om produceren, maar om verantwoord produceren. Als er een situatie ontstaat waarin het milieu in het geding kan raken, nemen we meteen productie terug of stoppen we. Of zo n beslissing achteraf gezien nou nodig was of niet, je krijgt altijd steun van de organisatie. Die zal je nooit afvallen en dat is voor een leidinggevende een prettig gevoel. De milieuzorg zit echt bij iedereen tussen de oren. André Elbert Elbert Net als op de andere platforms van de NAM, worden ook op dat van Elbert alle verbruiken van potentieel milieubelastende stoffen nauwgezet geregistreerd. Die gegevens worden vervolgens verwerkt in onze rapportage aan Staatstoezicht op de Mijnen, dat een overzicht per maand krijgt. De emissies naar lucht en water worden niet alleen zorgvuldig bijgehouden, maar ook tot het haalbare minimum beperkt. Elbert: We hebben een fakkel nodig om de installatie veilig af te laten blazen, maar we zijn erop gespitst het vlammetje van die fakkel zo klein mogelijk te houden. In de flare zitten meters aan de hand waarvan we dat kunnen regelen. Bij olie- en gaswinning komt productiewater vrij, dat doorlopend moet worden afgevoerd. Platform F3-FB-1 genereert per dag zo n 800 m 3 productiewater, dat is gemengd met olie en gas. Die worden van het water gescheiden, vertelt Elbert, voordat het in zee wordt geloosd. De wettelijk maximaal toegestane olieverontreiniging van productiewater is 40 parts per million; wij houden een getal van 12 ppm aan. Als het richting 20 loopt, gaan we ons afvragen wat er aan de hand is en wordt de oorzaak opgespoord. Een zogeheten spill van olie wordt altijd gemeld: Dat gebeurt zelfs wanneer iemand een emmer olie laat vallen en er wat van overboord lekt. Het is wettelijk voorgeschreven en uiteraard dus ook het NAM-beleid alles te rapporteren. Niet alleen worden emissies tot een minimum beperkt, maar Elbert en zijn mensen bekijken ook steeds of er op hun platform nog milieuverbeteringsacties mogelijk zijn. Zo kwam er een roetwalm uit de fakkel als gevolg van de onvolledige verbranding van een restvloeistof uit gas, die veel aromaten bevat. Dat probleem is nu opgelost door de vloeistof naar een ander vat te leiden waar het niet meer kan uitdampen. Sindsdien hebben we geen roet meer. Een andere verbeteringsactie heeft betrekking op de twee gasturbines aan boord, die nogal wat stikstofoxiden ofwel No x -en uitstoten. Dit jaar wordt de eerste machine omgebouwd tot een laag No x -systeem en de tweede zal later volgen, zegt André Elbert, die graag wil benadrukken dat dergelijke initiatieven uit de bemanning zelf komen. De mensen zijn betrokken bij het milieu; ze stoorden zich echt aan dat roet uit die fakkel. De milieuzorg staat even hoog aangeschreven als de zorg voor veiligheid en zit echt bij iedereen tussen de oren. Milieubeheer verleend en elf vergunningen geactualiseerd dan wel veranderd. Er zijn vier milieu-effectrapporten (mer s) uitgebracht, die betrekking hebben op de gaswinning in Oud-Beijerland/Reedijk en de offshore productieplatforms K2, G16 en B13. Door veranderingen in de regelgeving is de mer-plicht aanzienlijk uitgebreid en zullen door de NAM naar verwachting de komende jaren drie tot vijf nieuwe procedures per jaar worden gestart. Mijnbouwwet Na een relatief stille periode is de introductie van de nieuwe Mijnbouwwet in een stroomversnelling geraakt. De wet vernieuwt, stroomlijnt en integreert de bestaande Mijnwetten (uit 1810 en 1903), de Wet Opsporing Delfstoffen en de Mijnwet Continentaal Plat. De parlementaire behandeling was eind gevorderd tot het wetgevingsoverleg tussen de Minister van Economische Zaken en de Vaste Kamercommissie voor Economische Zaken. Enkele maanden later, in april 2002, is de wet door de Tweede Kamer aanvaard. De nieuwe wet vormt naast het kader voor mijnbouwactiviteiten het integraal raamwerk voor milieu, veiligheid en arbeidsomstandigheden. Ook is de werking van de wet geharmoniseerd voor zowel land als zee en de (mijnbouw)milieuvergunning voor zowel de boven- als ondergrondse inrichting. In het voorstel is tevens een aantal nieuwe onderwerpen opgenomen, waaronder bodembeweging (zie ook pagina 12), het gebruik van aardwarmte en opslag van stoffen in de ondergrond. Inleiding Aardgas in Nederland De aardgasproductie is een zeer belangrijke economische activiteit in ons land en vrijwel iedere Nederlander is direct of indirect een gebruiker van aardgas. Van alle fossiele brandstoffen hebben de winning en het gebruik van aardgas per energie-eenheid de minste effecten op het milieu. Dit is één van de redenen waarom gas - ook buiten Nederland - een steeds groter aandeel krijgt in de energievoorziening. De totale aangetoonde voorraad aan gas in de Nederlandse ondergrond wordt geraamd op ongeveer miljard m 3. Het nog te ontdekken volume aan aardgas wordt geschat tussen de 200 en 400 miljard m 3. Sinds eind jaren 70 kenmerken de opsporing en winning van gas zich door het zogeheten kleine-veldenbeleid. In beginsel wordt, onder meer om continuïteitsredenen, elk klein veld onderzocht en eventueel bij voorrang in productie genomen en wordt het Groningen-gasveld zo lang mogelijk instandgehouden. Om een indruk te geven: een gemiddeld klein veld bevat circa drie miljard kubieke meter aardgas. Voldoende om een stad van inwoners voor een periode van 20 jaar van gas te voorzien. In Nederland is een tiental productiebedrijven werkzaam op het gebied van de opsporing en winning van gas en olie. De NAM waarin Shell Nederland B.V. en Esso Holding Company Holland Inc. elk voor 50 procent deelnemen is met een aandeel van rond de 75 procent de grootste producent. De bedrijven in de olie- en gaswinningsindustrie zijn verenigd in de Nederlandse Olie en Gas Exploratie en Productie Associatie (NOGEPA). Regelgeving Voor de opsporing en winning van aardolie en aardgas bestaat de regelgeving uit de Mijnwetten van 1810 en 1903, de Wet Opsporing Delfstoffen van 1967 en diverse Koninklijke Besluiten. In het verslagjaar is gewerkt aan de nieuwe Mijnbouwwet, die de eerder genoemde wetten moet vervangen. De verdere uitwerking van de regelgeving - waaronder naast mijnbouwkundige voorwaarden ook milieu, veiligheid en arbeidsomstandigheden vallen - vindt plaats via concessies, mijnreglementen, vergunningen of de rechtstreekse werking van de reguliere wetgeving ten aanzien van milieu, ruimtelijke ordening en arbeidsomstandigheden. Voor het in bedrijf hebben van productieinstallaties zijn in vijf nieuwe vergunningen in het kader van de Wet In tegenstelling tot de verwachting uitgesproken in het Maatschappelijk Verslag van is de invoering van de nieuwe Mijnbouwwet gepland op 1 januari Natuurbescherming en ruimtelijke ordening Omdat op grond van internationale verplichtingen de bescherming van natuurgebieden in Nederland verbeterd dient te worden is aan het eind van het jaar een wijziging van de Natuurbeschermingswet voorgesteld. Het betreft met name de implementatie van de toetsingskaders uit de Europese Vogel- en Habitatrichtlijnen. Voor de NAM zal de wijziging meer duidelijkheid opleveren op welk moment en door wie de zogeheten Habitattoets plaats dient te vinden. Er dienen namelijk vele opeenvolgende beslissingen te worden genomen voordat de opsporing en winning van olie en gas kunnen plaatsvinden. Deze beslissingen liggen bijvoorbeeld op het gebied van opsporings- Inleiding 10 11

6 Inleiding vergunningen, locatiebesluiten, eventuele bestemmingsplanwijzigingen, bouwvergunningen en de milieuvergunningen voor de uiteindelijke winningsinstallaties. Momenteel is vaak onduidelijk of en op welk moment welke (milieu)toets plaats moet hebben. In enkele beroepsprocedures bij de Raad van State stonden deze vraag en de vraag of überhaupt een zelfstandige vergunning op basis van de Natuurbeschermingswet nodig is centraal. De eind gepubliceerde Planologische Kernbeslissing (PKB) Derde nota Waddenzee bevat het rijksbeleid ten aanzien van dit staatsnatuurmonument. In het ontwerp is onder meer bepaald, dat in de Waddenzee geen proefboringen plaats mogen vinden en zolang niet alle twijfel over mogelijke aantasting van het gebied in voldoende mate is weggenomen geen boringen of winningen van buiten het PKB-gebied mogen plaatsvinden die het gebied kunnen beïnvloeden. Ook verschenen in deze categorie regelgeving de Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening en Structuurschema Groene Ruimte II. In de Tweede Kamer zijn in maart en april 2002 met betrekking tot de PKB Waddenzee en de Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening verstrekkende moties aangenomen die door het zittende kabinet niet zijn overgenomen. De PKB en de Vijfde Nota zullen na de verkiezingen moeten worden afgerond. Afvalstoffen Hoewel de wijzigingen nog niet van kracht werden, zijn reeds de interne voorbereidingen getroffen om het zogeheten Structuurbeheer afvalstoffen te kunnen implementeren. Deze wijziging van het hoofdstuk Afvalstoffen van de Wet Milieubeheer omvat tevens de introductie van de Europese afvalstoffencodering en een nieuw toetsingskader voor initiatieven, vastgelegd in het Landelijk Afvalstoffenbeheersplan. Binnen de NAM blijft net als in de wetswijziging de voorkeursvolgorde in de verwijdering van afvalstoffen overeind. De aannemers die behulpzaam zijn bij de verwijdering van afvalstoffen hebben ook uitdrukkelijk deze achtergronden als opdracht meegekregen. Besluit Stralingsbescherming Op basis van een tweetal Europese (Euratom) richtlijnen is de regelgeving voor stralingsbescherming aangepast hetgeen geleid heeft tot een nieuw Besluit Stralingsbescherming, dat het besluit Stralenbescherming vervangt. De introductie van het nieuwe besluit heeft een aantal consequenties voor bijvoorbeeld de classificatie van installaties, (afval)stoffen en de persoonlijke bescherming van medewerkers. Voor de natuurlijke radioactiviteit waarmee de NAM te maken heeft, wordt nu onderscheid gemaakt tussen meldingsplichtig en vergunningsplichtig. Voor natte sludge uit de olie- en gaswinningsindustrie zijn de kwalificatiegrenzen herzien. Vergunningen De actualisatie van milieuvergunningen, onder meer op basis van de afspraken in het Milieuconvenant tussen industrie en overheid, is gecontinueerd. Omdat bleek dat specifieke vergunningvoorwaarden niet altijd voldoende bekend zijn bij degenen die ermee moeten werken, is gestart met een geautomatiseerde registratie van voorwaarden. In de toekomst kunnen de medewerkers die onder een bepaalde vergunning werken, bijvoorbeeld de locatiebeheerders, betrekkelijk eenvoudig een overzicht krijgen van de geldende voorwaarden. Daarbij moet met name worden gedacht aan de geldingsduur van de vergunningen en voorwaarden die voorschrijven dat periodieke metingen worden verricht en zonodig aan de bevoegde instanties beschikbaar worden gesteld. Bodembeweging Het onderdeel bodembeweging is vooruitlopend op de nieuwe Mijnbouwwet reeds in werking getreden. Bodembeweging is de verzamelnaam voor de daling van de bodem en aardtrillingen die kunnen optreden als gevolg van de winning van olie en gas. In de nieuwe Mijnbouwwet is een zogeheten risico-aansprakelijkheid geïntroduceerd, waardoor de exploitant van een gasreservoir aansprakelijk is voor de schade die ontstaat door bodembeweging. Er dient echter wel een causaal verband te bestaan tussen de winning of opslag van olie/gas en de schade. Wanneer derden schade ondervinden door bodembeweging kunnen zij hiervoor een claim indienen bij de mijnbouwbedrijven. Al dan niet met behulp van een contraexpertise zullen deze bedrijven beslissen over de juistheid en hoogte van de claim. Om een onafhankelijk advies te kunnen inwinnen, wanneer schadeclaims niet naar tevredenheid worden afgehandeld tussen de mijnbouwbedrijven en derden, is de Technische Commissie Bodembeweging (Tcbb) ingesteld. Naast het onafhankelijk advies dat zij uitbrengt, heeft de Tcbb een adviserende taak richting de Minister van EZ aangaande de gaswinning. Zie ook het interview met Tcbb-voorzitter Dick Tommel op pagina 28 in dit verslag. Activiteiten in Seismiek In heeft de NAM een gebied van 80 km 2 op zee (blok K7) met 3D-seismiek onderzocht. Ook werd een gebied van km 2 aan 3D-indenting/ preprocessing onderworpen. Er werd km 2 3Dseismiek ge(re)processed en 54 km 2D-seismiek. Verder onderging km 2 pre-stack depth migration. Er werden geen gebieden via post-stack depth migration nader bewerkt. Exploratie In werden van drie exploratieboringen de resultaten bekend (: vier), waarvan twee op land (Leens-1 en Veenwouden-1) en een op zee (blok K15-16). Hiervan waren Leens en K15-Mike succesvol (: twee). Tevens werd de niet door de NAM geopereerde boring L16-14 afgerond. Het exploratieresultaat was bijgevolg 66 procent (: 50 procent). In werd totaal 12,2 miljard m 3 aardgas toegevoegd aan de reserves (: 5,1 miljard m 3 ). Aardgas- en olieproductie De totale aardgasproductie van de NAM bedroeg in 52,8 miljard m 3 (: 48,9 miljard). Met de term totale aardgasproductie wordt bedoeld: het totaal van de aardgasproductie uit de door de NAM geopereerde gasvelden én het NAM-aandeel in de productie uit velden die door andere mijnbouwondernemingen worden geopereerd. De in dit verslag vermelde gegevens zijn, tenzij anders vermeld, gerelateerd aan de door de NAM geopereerde velden. De productie uit het Groningen-gasveld bedroeg 24,5 miljard m 3 (: 21,3 miljard). De productie uit de overige gasvelden was -afgerond- 28,3 miljard m 3 (: 27,7 miljard). Hiervan was 14,3 miljard m 3 afkomstig uit In schonk de NAM kilo aan zwerfkeien aan het Leidse natuurmuseum Naturalis. De kolossale stenen lagen, voor hun transport naar Leiden, bij NAM s Gaszuiveringsinstallatie in Emmen. de velden op land (: 13,7 miljard) en 14,1 miljard uit de velden op het Nederlands deel van het Continentaal Plat en het Ameland-veld (: 11,9 miljard). Uit de productie is ruim 681 duizend m 3 condensaat (een benzine-achtige, lichte olie) als bijproduct ontstaan uit door de NAM geoperereerde installaties, evenals ton zwavel. De totale olieproductie van de NAM in beliep 0,81 miljoen m 3 (: 1,15 miljoen). Uit de velden in West- Nederland werd 0,54 miljoen m 3 geproduceerd (: 0,78 miljoen). Op zee werd 0,27 miljoen m 3 geproduceerd (: 0,38 miljoen) uit het F3-FB-veld. In werden wederom geen evaluatieboringen verricht. Er werden vijf gasproductieputten afgerond (: zes gasproductieputten) en twee waterinjectieputten (: nul), maar geen olieproductieputten (evenals in ). Er werden vijf putten op land geboord (: drie) en twee offshore (: drie). In totaal werden zes productieputten geabandonneerd (definitief verlaten). Dit waren Moerkapelle-10/11/12, De Lier-4 en Schoonebeek-275/401 (: drie). 2D seismologie (km) D seismologie (km 2 ) Boringen (aantal) Aardgasproductie (mrd m 3 ) 59,5 52,6 48,9 52,8 Aardolieproductie (mln m 3 ) 1,32 1,27 1,15 0,81 Condensaatproductie (mln m 3 ) 0,63 0,72 0,74 0,68 Zwavelproductie (ton) Samenvatting activiteiten (zie voor meer informatie) Inleiding 12 13

7 Bij de NAM werken bijna 2100 mensen. Zij vormen het hart van de organisatie. De NAM-ers zijn verspreid over diverse kantoren en vele, al dan niet tijdelijke locaties, zowel op land als op de Noordzee. Zij werken dus óf binnen óf buiten, op een van de talrijke boor- en productielocaties, veldkantoren en boor- en productieplatforms op het Nederlands deel van het Continentaal Plat. Er werken mensen uit verschillende culturen en met verschillende nationaliteiten bij de NAM, afkomstig uit meer dan veertig landen. Gelet op de mensen... Gelet op de mensen... De nieuwe NAM 16 Personeel 16 Ondernemingsraad 16 Vakverenigingen en CAO 16 Bedrijfsprestatiebonus 17 Ideeënbus 19 Training en ontwikkeling 19 Arbozorg 20 Veiligheid 22 Ziekteverzuim 20 Stressmanagement 20 RSI 21 Incidenten 22

8 De nieuwe NAM In kreeg de nieuwe NAM- groep van ongeveer 175 buitenlandse medewerkers op organisatie zijn beslag. Een groot deel van de medewerkers wie de zogenaamde expatriate-voorwaarden van toepas- ging werken in nieuwe banen en/of samenwerken in nieuwe teams. Tegelijkertijd werd het overgrote deel van de (kantoor)activiteiten gecentraliseerd in Assen. Zeker in de eerste helft van het jaar leidde dit tot veel extra werk, sing zijn. De rekruteringsinspanningen, zoals opgestart in, zijn het afgelopen jaar doorgezet. Het vervullen van de NAM in de praktijk Nieuw in de NAM gerelateerd aan het verhuizen van kantoren en mede- vacatures is essentieel voor het behalen van de NAM-doel- werkers. stellingen. In werden in totaal 279 vacatures vervuld. Ook in vond weer een NAM- verschillende onderdelen van van al deze aspecten op de hoogte te Het ging hier om vacatures als gevolg van de reorganisatie, introductiecursus plaats. Deze NAM s business belicht. De presen- raken en daarom is het erg interes- De nieuwe organisatie betekende ook een nieuwe manier om vervangingsvacatures die in de loop van het jaar ont- cursus, met als titel Know your taties worden afgewisseld met be- sant hier tijdens de cursus uitge- van werken. Per kwartaal werd per asset en service unit stonden en om uitbreidingsvacatures, grotendeels veroor- Company, biedt nieuwe NAM-ers zoeken aan locaties en installaties. breid bij stil te kunnen staan. Het gemeten wat de voortgang was ten opzichte van de gestel- zaakt door het toegenomen activiteitenniveau. een perfecte mogelijkheid om Deelnemer Raoul Bollen vertelt: Ik geeft je een zeker gevoel van trots de doelen op de scorecard. Verder werd voor het eerst in de kennis te maken met het bedrijf en heb de cursus als bijzonder nuttig om bij deze maatschappij te werken. gehele organisatie gewerkt met Service Level Agreements, Ondernemingsraad In januari is een nieuwe met de omgeving waarin de NAM en plezierig ervaren. Nuttig omdat Daarnaast is het erg plezierig, die het niveau van dienstverlening, doorbelasting van Ondernemingsraad van start gegaan. De raad heeft zich opereert. Met die omgeving begint je er veel nieuws over de NAM leert. omdat je een week lang intensief kosten en de wederzijdse verantwoordelijkheden tussen het afgelopen jaar gebogen over verschillende adviesaan- het meteen al: de eerste dagen van Niet alleen gingen we uitgebreid in optrekt met andere jonge mensen service units en hun klanten (assets en/of andere service vragen en instemmingsverzoeken, bijvoorbeeld ten aan- de cursus worden doorgebracht op op de zogenaamde Hydrocarbon die net bij de NAM zijn begonnen. units) vastlegden. zien van de cascadering van de Bedrijfsprestatiebonus het schip Koh-i-Noor op de Lifecycle, er werd ook veel aandacht Je leert van elkaar en je creëert de Met de introductie van het zogenaamde Elan Lite-proces (BPB), de verhuizing van de asset Land West in Schiedam Waddenzee. Aan boord wordt onder besteed aan de technische, commer- basis voor een actief netwerk. Ook werd vanaf september een vervolg gegeven aan het en SAP. Daarnaast werden de ontwikkelingen in het kader meer uitleg gegeven over de NAM en ciële, strategische en maatschappe- maanden na de cursus weten we leer- en actieprogramma Elan. Zoveel mogelijk medewer- van het op te zetten samenwerkingsverband tussen Shell het milieu en over de geologie en lijke uitdagingen waar ons bedrijf elkaar nog snel te vinden! kers uit alle delen van de organisatie werden betrokken bij Expro en de NAM op de Noordzee (NESS) nauwlettend ecologie van de Waddenzee. Tijdens mee wordt geconfronteerd. Het is de ontwikkeling en samenstelling van het NAM Business gevolgd. Meer informatie en achtergronden over de deze week worden vervolgens de onmogelijk om in je eigen baan snel Plan en het vaststellen van de scorecards. OR-activiteiten vindt u in het interview met voorzitter Dit geschiedde op dezelfde manier als tijdens het Elan- Ton Romein. proces van een jaar daarvoor. Lite had daarbij betrekking op de eenvoud en snelheid van het proces in vergelijking Vakverenigingen en CAO In april werd, na drie ronden met dat van. van onderhandelingen met de bonden FNV en CNV, met de ontwikkelingen binnen de NAM en de gevolgen daar- - Het realiseren van een nieuw woongedeelte voor het Ook zijn de Quarterly Review Meetings (QRM s) in de NAM een principeakkoord bereikt over een CAO met van voor de medewerkers. K81-platform; gecontinueerd. Tijdens deze QRM s presenteren de NAM- een looptijd van twee jaar. Met ingang van de nieuwe CAO - Het voor boren gereed zijn van de locatie s Gravenzande; assets en -units hun voortgang ten opzichte van het werd de werkingssfeer uitgebreid naar medewerkers in Bedrijfsprestatiebonus Binnen de NAM wordt een - Het boren van de put Coevorden-fase 1; Business Plan. salarisgroep 7. Overeenstemming werd bereikt over een Bedrijfsprestatiebonus (BPB) gehanteerd. De totstand- - Het afronden van Groningen Long Term op het cluster algemene salarisverhoging en tevens werden afspraken koming van de score is gebaseerd op vijf zogeheten Bierum; aantal medewerkers gemaakt over doorgroeimogelijkheden voor medewerkers die het maximum van de salarisschaal hebben bereikt. Kritische Prestatie Indicatoren (KPI s): nettowinst, veiligheid, NAM-milestones, productiekosten en Non- - Het goedkeuren van Groningen South project; - De uitstekende prestatie met betrekking tot well delivery vrouw man Daarnaast werden onder meer afspraken gemaakt over verruiming van het Persoonlijk Ontwikkelings- en Zorg Budget (POZB), flexibele roosters voor medewerkers die in dagdienst werkzaam zijn, koopdagen, BPB en harmonisatie van arbeidsvoorwaarden voor medewerkers in Groningen gasverkoopvolumes. Het resultaat van de NAM BPB Scorecard kwam voor het jaar uit boven de gestelde doelen. Op een schaal van 0 (below) tot 2 (outstanding) werd een score van 1,5 gerealiseerd. Deze score resulteerde voor de medewerkers in een bonus van en kosten. De minder succesvolle projecten, waarvan de milestones niet (op tijd) werden behaald zijn: salarisgroep 7. circa een halve maand salaris. - Het project G16-FA-development; - Het Anjum-compressieproject; Verder werd afgesproken dat de NAM ook gedurende de Nettowinst na belasting De nettowinst scoort ruim boven. - Het A&B-blokkenproject. looptijd van de nieuwe CAO haar werkgelegenheidsin- Deze score wordt behaald dankzij de hoge olie- en gasprij- Gelet op de mensen... Personeel Per 1 januari 2002 zijn er bij de NAM circa 2100 medewerkers in dienst. Op deze medewerkers zijn verschillende arbeidsvoorwaarden van toepassing. Een deel van de medewerkers (circa 790), in de salarisgroepen 15 tot en met 7, valt onder de werkingssfeer van de NAM- CAO. De meeste NAM-medewerkers zijn niet-cao-staf op Nederlandse arbeidsvoorwaarden. Daarnaast is er een spanningen zal continueren. Deze inspanningen zijn gericht op kwetsbare groepen op de arbeidsmarkt, waaronder beperkt arbeidsgeschikten. Zie hiervoor ook het stukje Werkgelegenheidsinspanning op pagina 43 in dit verslag. Naast de CAO-onderhandelingen werd gedurende het jaar een aantal maal overleg gevoerd met de vakbonden over zen en de hoger dan geplande gasverkoopvolumes. Veiligheid De Total Reportable Case Frequency (TRCF) van de afgelopen 12 maanden kwam uit op 2,7 (target 3,1). NAM-milestones Zes van de negen milestones werden met succes afgerond. Deze succesvolle milestones waren: Productiekosten De productiekosten kwamen 14 miljoen gulden lager uit dan gepland. Non-Groningen gasverkoopvolumes De Non-Groningen verkoopvolumes kwamen uit op 26,7 mrd m 3 (target 26 miljard m 3 ). Gelet op de mensen

9 Gelet op de mensen... Na de hectiek van het reorganisatiejaar is het vorig jaar bij de NAM vrij rustig geweest, vindt Ton Romein. Hij werkt als geoloog bij het Offshore Noord Exploratie Team. Tevens is hij voorzitter van de Ondernemingsraad die in januari van start ging. Als nieuwe OR hebben we allereerst een missie en visie geformuleerd, waarin herstel van vertrouwen en motivatie de kernbegrippen zijn. Hoewel het bedrijf tijdens de afslankingsronde goed met de mensen is omgegaan, heeft die toch een schokeffect gehad. Daar moeten we iets aan doen. Waar het gaat om motivatie, weet Romein te vertellen dat de mogelijkheid van op competenties gebaseerde progressie door veel medewerkers wordt gewaardeerd. Het is een nieuw proces, waarin mensen zichzelf kunnen voordragen voor promotie. Dat vergroot hun carrièreperspectief, omdat ze nu niet langer meer uitsluitend afhankelijk zijn van leidinggevenden. Wat de Ondernemingsraad ook motiverend vond was het Elan-proces, dat teams van medewerkers uit alle assets en service-units van de NAM de gelegenheid bood hun eigen doelstellingen te bepalen. Wie zijn we? Wat willen we bereiken? Waar willen we ons geld in steken? Door het beantwoorden van die vragen kreeg iedere medewerker inzicht in datgene waar hij mee bezig is, aldus Romein. De doelstellingen van de negentien Elan-teams vormden ook het uitgangspunt voor de te verwachten prestaties van elke groep. Met het plan om vervolgens de hoogte van de bedrijfsprestatiebonus te relateren aan die prestaties was de OR minder gelukkig. Romein: Wij hebben gezegd dat we eerst maar eens met dat systeem moesten gaan proefdraaien. Want, zo vroegen we ons af, doet het geen afbreuk aan de één-nam-gedachte en heeft ieder team bij het bepalen van zijn doelstellingen de lat wel op vergelijkbare hoogte gelegd? Toen uit een enquête onder de medewerkers bleek dat het plan onvoldoende draagvlak had, hebben we geen instemming verleend aan het instemmingsverzoek. Romein noemt de reorganisatie van de NAM tot een meer gecentraliseerd bedrijf redelijk geslaagd waar het gaat om de organisatie en de processen. Maar het aanpassen van de bedrijfscultuur kost veel tijd; die verander je niet zo maar. Of de NAM-waarden zoals die door het bedrijf en de OR zijn geformuleerd nu echt leven? Ik denk dat daar nog heel wat ruimte voor verbetering is. Dat al snel na de reorganisatie van het bericht kwam dat de NAM intensief gaat samenwerken met Shell Expro op het gebied van exploratie en productie in de Noordzee, heeft volgens Romein voor wat verontruste geluiden gezorgd. Alwéér een verandering, was de reactie, en vooral bij de mensen in offshore ontstond bezorgdheid. De houding van de OR ten aanzien van de samenwerking is niet negatief, maar we zijn er wel wat laat bij betrokken. Er wordt nu een synergieproject op poten gezet, dat we kritisch zullen volgen. Daarbij gaat het ons vooral om de gevolgen voor de medewerkers. Op de menselijke aspecten van de onderneming wil de Ondernemingsraad zich blijven concentreren, zo besluit Ton Romein. We hebben ertoe bijgedragen dat de NAM een efficiënter bedrijf is geworden; nu gaat het erom dat het ook een attractief bedrijf blijft. Een bedrijf waar mensen graag komen en blijven werken. Het gaat er nu om dat de NAM een attractief bedrijf blijft. Gelet op uw mening... op uw mening... Ton Ton Romein Ideeënbus In werden beduidend minder ideeën ingediend dan in het voorgaande jaar. Een duidelijke reden hiervoor is moeilijk aan te geven. De totale besparing die op basis van de ideeën werd gerealiseerd bedroeg gulden. Hoewel het afgelopen jaar minder ideeën zijn beloond dan in, lag de gemiddelde beloning aanmerkelijk hoger dan in het voorgaande jaar. In het personeelsblad Dynamiek zijn de beloonde ideeën maandelijks gepubliceerd. Ideeën Ingediend Behandeld Beloond Aanmoedigingspremie ad fl. 125, Beloning (Nfl) , ,- Besparing (Nfl) , ,- Gemiddelde beloning (Nfl) 1267,- 1896,- Gemiddelde besparing (Nfl) , ,- Training en ontwikkeling Eén van de belangrijke aandachtsgebieden van de afdeling Change and Learning in was het ontwikkelen van een NAM-trainingsplan. In samenwerking met expertisehouders en skillpoolmanagers is dit plan in november uitgebracht. Het plan is vooral strategisch van inhoud en heeft onder meer tot doel het beter managen van training en ontwikkeling, het beter beheersen van het beschikbare trainingsbudget en het krijgen van een grotere aandacht voor de voor het bedrijf kritische gebieden. De zorg voor veiligheid, gezondheid, welzijn en milieu (VGWM), zeker ook op het gebied van training, bleef het afgelopen jaar onverminderd hoog. Naast de reguliere VGWM-trainingen zijn in Safety Management Audit Trainingen (SMAT) gegeven, werden drie workshops VGWM voor contracthouders georganiseerd en zijn diverse workshops Duurzame Ontwikkeling gehouden (zie een van de stukjes bij NAM in de Praktijk ). In startte de NAM met een tweetal nieuwe belangrijke trainingen: Operations Technician (OT) en Senior Operations Technician (SOT). Beide opleidingen zijn erop gericht de competenties van NAM-technici op het niveau te brengen dat het bedrijf nu en in de toekomst nodig heeft. In juni werd een evaluatiedag rond het OT/SOT-opleidingstraject georganiseerd. Hierbij was een aantal operators, docenten en coaches/coördinatoren betrokken. Het doel van deze dag was om terug te kijken op drie jaar OT/SOT-opleidingen en deze te evalueren, maar vooral ook om vooruit te kijken. Uit de dag zijn diverse aanbevelingen naar voren gekomen, waarvan een aantal al in het opleidingstraject is geïmplementeerd. In het vierde kwartaal van is de workshop Coaching, Ranking en Beoordeling gestart. Deze tweedaagse workshop dient als ondersteuning voor het vernieuwde ranking- en beoordelingssysteem, dat in in gebruik is genomen. Het doel van de workshop is het versterken van performance management door onder andere het ranking- en beoordelingsproces toe te passen, coaching instrumenten in te zetten en de eigen medewerkers meer te betrekken. Met andere woorden: hoe haal je het beste uit jezelf en uit je team. TRAINING CURSISTEN MENSJAREN* Organisatie NAM Shell Groep Derden Totaal Categorie Vaktechnisch Veiligheid/Milieu Niet-technisch Totaal * Een mensjaar wordt als volgt berekend: het aantal cursisten maal het aantal gevolgde cursusdagen, gedeeld door het aantal werkdagen per jaar (260). Er was in een duidelijke afname ten opzichte van, doordat in diverse medewerkers herplaatst zijn naar nieuwe werkplekken en derhalve nog geen gelegenheid hebben gevonden om benodigde trainingen te volgen. De competenties van NAM-technici worden via trainingen op hoog niveau gebracht. 18

10 ziekteverzuim (%) -doelstelling Er is in een duidelijke afname ten opzichte van, doordat in veel medewerkers hebben deelgenomen aan NAM Leadership Challenge en Coaching for Performance. Arbozorg De veiligheid en gezondheid van de werknemers is een gedeelde verantwoordelijkheid van de medewerker en de leidinggevenden. Hierin worden zij ondersteund door de Arbodienst en de Veiligheidsdienst. De speerpunten in betroffen de verbetering van de veiligheidsprestaties, bestrijding van RSI en - mede gezien de reorganisatie - stressmanagement. Ziekteverzuim Het ziekteverzuim (exclusief zwangerschap) binnen de NAM ligt onder het landelijke gemiddelde van de sector delfstoffenwinning (CBS september ) van 4,0 procent. Het verzuim daalde van 3,8 procent in naar 2,8 procent in het afgelopen jaar. Het landelijke verzuim waarmee vergeleken wordt is in dezelfde periode met 0,5 procent gedaald. De diagnoseverdeling geeft aan dat het merendeel van het arbeidsverzuim te maken heeft met problemen van psychische aard, de ademhaling (veelal griep- en verkoudheidsgevallen) of het bewegingsapparaat, waaronder RSI, sportletsel, rug- en gewrichtsklachten. Het verzuim als gevolg van psychische problemen geeft de laatste jaren een geleidelijke, maar opvallende stijging te zien. ziekteverzuim (%) 0 0,5 1,0 1,5 2,0 2,5 3,0 3,5 4,0 Olga Olga Timmerhuis Zij was als assistent-gynaecoloog werkzaam in een ziekenhuis, maar ging een kleine vijf jaar geleden iets heel anders doen: ze werd bedrijfsarts in opleiding bij Shell Pernis en trad vorig jaar zomer aan als hoofd van NAM s Arbodienst. Gevraagd naar de reden van haar overgang van hospitaal naar onderneming antwoordt Olga Timmerhuis opgewekt: Als je eenmaal medisch specialist bent, zit er verder nauwelijks meer ontwikkeling in je werk. Bij een bedrijf ligt dat anders omdat je beleidsmatig en projectmatig bezig bent. Dat trok me aan. De interne Arbodienst van de NAM maakt deel uit van de organisatie voor Veiligheid, Gezondheid, Welzijn en Milieu en vervult uiteraard zijn vijf wettelijk vastgestelde taken. Een daarvan is het maken van risico-inventarisaties aangaande de inrichting van de werkplek, de voorzieningen, de werktijden en de werkdruk. Timmerhuis: Daarbij richten we onze bijzondere aandacht op RSI en stress. Dat zijn de meest voorkomende beroepsziektes, waarvan de oorzaken elkaar deels kunnen overlappen. op Gelet uw op uw mening... RSI komt volgens Timmerhuis vooral voor bij mensen tussen de 25 en de 40 jaar, is een probleem waar de meesten weer van afkomen en wordt niet alleen veroorzaakt door pc-werk. Bovendien moet je er het type voor zijn: of je er last van krijgt hangt van je spierspanning af. Als een medewerker na een check van de mogelijke ergonomische of fysieke oorzaken van RSI klachten blijft houden, komen indirecte factoren in beeld. Dan ga je onder meer kijken of er sprake is van een conflict met de leidinggevende, van onvrede met het werk, te hoge werkdruk of van thuisproblematiek. Dit zijn volgens Timmerhuis ook de belangrijkste potentiële stressfactoren, waarvan te hoge werkdruk bij de NAM ook aan de orde komt. Die uit zich in onvoldoende energie na het werk om nog met leuke dingen bezig te zijn. Dat gebrek aan herstel is nog groter bij degenen die na de reorganisatie van het bedrijf vinden dat ze niet op de goede plek terecht zijn gekomen. Het is vooral bij de combinatie van te hoge werkdruk en teleurstelling dat mensen gaan uitvallen. De Arbodienst benadert dit probleem nu met een aanpak als een tweetrapsraket: We overleggen met de leidinggevenden wat ze kunnen doen om de werkdruk te verlagen en de mensen zelf adviseren we ervoor te zorgen dat ze na hun werk herstellen. Daarnaast geven we ook stressherkenningstrainingen. Timmerhuis voegt eraan toe dat de NAM er qua work/life balance in vergelijking met andere exploratie- en productiebedrijven heel gunstig uitkomt. En uit ons periodiek geneeskundig onderzoek blijkt dat de werkdruk bij het bedrijf lager ligt dan het gemiddelde van de Nederlandse beroepsbevolking. Een speciaal project waaraan de Arbodienst deelneemt, is de tweede fase van het langlopende tripod-onderzoek van de Shell Groep. Dat ging in eerste instantie om de vraag welke factoren in de organisatie oorzaak kunnen zijn van incidenten en ongevallen. Dezelfde onderzoeksmethodiek passen we nu ook toe op beroepsziektes door stress, waarvan we er in zeventien hebben geanalyseerd, aldus Olga Timmerhuis. Als belangrijkste initiatief voor de nabije toekomst noemt ze het leefstijlonderzoek. Dat is gebaseerd op de algemene health checks die we hebben ingevoerd en die betrekking hebben op de bekende factoren gewicht, roken, bloeddruk, cholesterol en suikerziekte. Tot nu toe werd daar een persoonlijk advies aan gehangen, maar onderzoek heeft uitgewezen dat het veel effectiever is wanneer je risicogroepen gericht gaat trainen. Wat ons betreft gaan de NAM ers sporten en op dieet. Wat ons betreft gaan de NAM ers sporten en op dieet. diagnoseverdeling verzuim zwangerschap spijsvertering 18,1% psychische problemen ademhaling 4,2% bewegingsapparaat ongevallen overigen 27,7% 18,1% 2,7% 3,5% 25,7% Stressmanagement In de beleidsnotitie Stressmanagement van december wordt een actieve aanpak voorgestaan met betrekking tot stressverschijnselen binnen de NAM-organisatie. Stress was ook in het VGWMprogramma een speerpunt. Met behulp van de zogenaamde Transitiethermometer werd evenals in vier keer een stressmeting gedaan via enquêtes. De enquêtes waren gericht op het meten van de aanwezigheid van stressfactoren, de effecten van stress op de gezondheid en motivatie en de behoefte aan professionele hulpverlening. De metingen geven aan dat de respondenten toenemende problemen ervaren met de behartiging van individuele belangen en dat de werkdruk ten opzichte van de eerste meting toeneemt. Leidinggevenden spelen hierin een cruciale rol. Zij worden en zullen worden gestimuleerd om onder andere via de cursus Health Management Counselling deze rol zo goed mogelijk te vervullen. Daarnaast zijn er in onderdelen van de organisatie diverse kleinschalige initiatieven geweest die zijn gericht op de aanpak van werkstress en conflicten. In 2002 zal stress in de gehele NAM-organisatie op verschillende manieren aan de orde worden gesteld. RSI Repetitive Strain Injury (RSI) is een verzamelnaam voor lichamelijke klachten die ontstaan door repeterende bewegingen. Het gaat om pijnklachten, tintelingen, doofheid en krachtverlies, vooral in nek, schouders, armen, polsen en handen. Binnen de NAM wordt al een aantal jaren, onder meer met de VGWM-programma s, ruim aandacht besteed aan de preventie en aanpak van RSI. In de afgelopen jaren zijn circa 800 medewerkers getraind in het ergonomisch verantwoord werken met beeldschermen. Voorts is pauze-software beschikbaar, evenals een uitgebreide RSI-website op NAM-intranet. De begeleiding van medewerkers met RSI is uitgebreid met een case management aanpak. De bestrijding van RSI krijgt vooral bij verhuizingen (waardoor de werkplekken vaak veranderen) en de toenemende werkdruk voortdurend aandacht. Gelet op de mensen... 21

11 ongevallen met verzuim (per mln blootstellingsuren) ongevallen met letsel (per mln blootstellingsuren) -doelstelling Veiligheid De positieve trend in de veiligheidsprestaties van de NAM en haar aannemers heeft zich na een geringe terugslag in in het afgelopen jaar verder voortgezet. Voor het eerst is de jaardoelstelling in de categorie ongevallen met letsel gehaald bij een gemiddelde van 2,7 per miljoen gewerkte uren. De doelstelling voor was maximaal 3,1. Wel moet worden aangetekend dat de ongevallen die hebben geleid tot verzuim, met 1,1 per miljoen gewerkte uren niet binnen het gestelde doel van maximaal 0,8 zijn gebleven. Hierbij moet tevens worden opgemerkt dat het letsel relatief ernstig was en de verzuimduur van de slachtoffers relatief lang. Bij een van de ongevallen met verzuim was helaas een dodelijk slachtoffer van een derde partij te betreuren. ongevalsfrequenties toename te constateren van het aantal incidenten met potentieel ernstig gevolg. Een oorzaak is de toename van het aantal meldingen en de verbeterde kwaliteit van de onderzoeksrapporten. Het NAM-beleid vermeldt dat bij risicobeheersing een systematische aanpak wordt gevolgd, die onder andere is gericht op een voortdurende verbetering van de VGWMprestaties. Deze doelstelling en deze ambitie hebben geleid tot het opzetten van een programma voor de lange termijn onder de naam Going for zero. In dit programma streeft de NAM naar het voorkomen van beroepsziektes, ongevallen met verzuim en blijvend negatief effect op het milieu. De bedoeling van Going for zero is om een andere manier van denken (en handelen) bij NAM-activiteiten te introduceren. Regelmatig zal een thema worden behandeld waarbij het streven is een beter bewustzijn en een consequenter handelen te bereiken. In het afgelopen jaar had het thema voornamelijk een relatie met de veiligheid in kantoren. In de gehele organisatie is uitleg gegeven over de inhoud van het begrip en de bedoeling van Going for zero. In 2002 zullen de thema s vooral betrekking hebben op VGWM-aspecten in relatie met de aannemers die op NAM-locaties werkzaamheden uitvoeren. Fietsen is gezond, goedkoop, milieuvriendelijk en helpt mee aan het oplossen van file- en parkeerproblemen. De NAM wil het gebruik van fietsen in het woon-werkverkeer stimuleren en introduceerde in een regeling waarbij medewerkers voordelig een fiets kunnen aanschaffen. In meer dan de helft van de gevallen met letsel betrof het verwondingen aan handen of armen. Aan het terugdringen van met name deze gevallen heeft de in gestarte Safety Management Auditing Technique (SMAT) een verbeterbijdrage geleverd. Met de SMAT-methode kunnen onveilige handelingen en situaties door middel van obser- NAM in de praktijk Niet zomaar een kotter vatie en communicatie vroegtijdig worden geïdentificeerd en gestopt en wordt veilig werken gestimuleerd. Zoals in dit maatschappelijk verslag nemers op termijn een reëel uitzicht dienst deden op de Noordzee, was Incidenten Incidenten zijn binnen de NAM gedefinieerd staat vermeld, geeft de NAM in het op een reguliere baan te bieden. er een afhaalkotter, die het contact als ongeplande gebeurtenissen (of reeksen van gebeurte- kader van werkgelegenheidsinspan- Vanaf de start van het project in tussen Delfzijl en de buitengaats nissen) die hebben geleid of hadden kunnen leiden tot ningen een aanzienlijk bedrag per juli hebben 54 werkzoekenden verblijvende kotters onderhield. letsel en/of schade aan personen, eigendommen of milieu. jaar uit. Een deel van dit geld werd aan de kotter meegebouwd. De Pas in 1923 werd dit schip uit de De milieu-incidenten zijn elders in dit verslag nader uit- in besteed aan een bijzonder afstand tot de arbeidsmarkt is voor vaart gehaald. Met de bouw van een gewerkt. project: de bouw van een loods- alle deelnemers groot. Van de 39 nieuwe loodskotter, die Delfzijl als Incidenten worden ingedeeld naar de daadwerkelijke én kotter. deelnemers die inmiddels zijn uitge- thuishaven zal hebben, komt het potentiële gevolgen, verzuim of medische behandeling. De bouw van de kotter is een initia- stroomd, is 41% in een reguliere verleden tot leven en wordt tevens Ten opzichte van is voor alle risicogebieden een tief van de Stichting Loodskotter baan begonnen en 25% aan een baan een eerbetoon gebracht aan de Eems, die tevens opdrachtgever is. of opleiding in het kader van de loodsdienst. Gelet op de mensen... Het is een werk-leerproject, waarbij ongeveer 15 langdurig werkzoekenden worden getraind in arbeidsen vaktechnische vaardigheden. Het streven is erop gericht de deel- Wet Inschakeling Werkzoekenden. De loodskotter is een zeilschip dat in de 19 e eeuw werd gebruikt voor het binnenloodsen van zeeschepen. Naast deze schepen, die beurtelings De verwachting is dat de loodskotter Eems in 2003 in de vaart zal worden genomen. Gelet op de mensen

12 Jaarlijks geeft de NAM vele miljoenen euro uit aan het voorkomen van milieuschade, het reduceren van emissies en lozingen, het verminderen en deskundig verwerken van afvalstromen en het saneren van de bodem. Er wordt nog veel meer gedaan. Zo worden bijvoorbeeld de NAM-locaties zo goed mogelijk landschappelijk ingepast, zoals hier in De Wijk. Gelet op het Gelet op het milieu.. De zorg voor het milieu vormt bij de NAM een vast, belangrijk onderdeel van alle bedrijfsactiviteiten. Het doel dat daarbij wordt gesteld, is het voorkomen van alle incidenten, van schade aan de gezondheid en aan het welzijn van personen en van negatieve effecten op het milieu. Hiervoor is onder andere veel research nodig, dat in eigen laboratoria wordt uitgevoerd. milieu... Milieuzorg 26 Milieu-aspecten 28 Certificatie 26 Programmering 26 Grond- en hulpstoffen 28 Energie 28 Gasvormige emissies 31 Beperkingen 32 Vloeistofstromen naar water 33 Vloeistofstromen naar de bodem 36 Afvalstoffen 38 Radioactiviteit van natuurlijke oorsprong (LSA) 39 Duurzame Ontwikkeling (DO) 26 Bodemsaneringen 36 Injectie van productiewater 36

13 In april werd het van Schoonebeek naar Assen verhuisde Coördinatie Centrum in gebruik genomen. Het ACC bewaakt en controleert de gasstromen van al de onshore gasvelden, met uitzondering van het Groningen-veld. jaren geleden een speciaal instrument ontwikkeld, de milieu-invloedrapportage (MIR). Voor alle nieuwe exploratie- en productielocaties en grote projecten geldt dat in een vroeg stadium een MIR dient te worden uitgevoerd. In het MIR-proces wordt, naast de milieu-effecten, ook de bijdrage van het project aan de drie pijlers van duurzaamheid zichtbaar gemaakt. Voor de toetsing zijn per pijler duidelijke criteria opgesteld. In zijn negen MIR-rapportages uitgevoerd, die voornamelijk betrekking hadden op de ontwikkeling van gasproductieinstallaties. Bij de beoordeling van projecten op duurzaamheid ligt de Value Assurance Review (VAR) in het verlengde van MIR. De VAR is bedoeld om de kwaliteit van projecten te waarborgen en waar nodig te verbeteren. Criteria zijn vooral gericht op kosteneffectiviteit, planning en de kwaliteit van de uitvoering van het project. De MIR gaat over voornemens voor duurzame ontwikkeling, de VAR over de toetsing aan de praktijk. In het verslagjaar is verder een nieuwe workshop Duurzame Ontwikkeling opgezet. Inmiddels zijn vier workshops gehouden, waarvan er twee zogenaamde pilots waren (zie ook het kader NAM in de Praktijk op pagina 30). In mei is door de NAM, net als in, een Duurzame Ontwikkelingskrant uitgegeven. De krant is bedoeld om aan te geven wat de NAM op het gebied van duurzame ontwikkeling doet en om de dialoog met de samenleving op gang te brengen (zie ook het kader NAM in de Praktijk op pagina 31). Gelet op het milieu... Milieuzorg Certificatie Het milieuzorgsysteem van de NAM is gecertificeerd volgens de NEN-EN ISO norm. In eerste instantie omvatte de certificatie de gehele bedrijfsvoering door de koppeling van de zes afzonderlijke business unitcertificaten. Door de reorganisatie in, waarbij de business units verdwenen en de NAM-organisatie werd gecentraliseerd, was het noodzakelijk te komen tot één NAM ISO14001-certificaat. In is hiertoe de VGWM-regelgeving op NAM-niveau aangepast en gestandaardiseerd. Dit als onderdeel van de actie om de totale VGWM-regelgeving in het uniforme NAM-bedrijfsvoeringsysteem, het zogenaamde Common Management Systeem, onder te brengen. Eind hebben de certificatieaudits op het zorgsysteem door een extern bureau plaatsgevonden. Het resultaat was zodanig dat de NAM als geheel nu één certificaat heeft in het kader van de norm NEN-EN ISO Specifieke afdelingen van de NAM zoals de Inspectiedienst, de Arbodienst, de Logistieke afdeling en het laboratorium voor productiechemie zijn respectievelijk gecertificeerd volgens de normen EN en ISO/IEC (accreditatie type B), Regeling Certificatie Arbodiensten, NEN-EN ISO 9001 en Sterlab. Daarnaast zijn over het algemeen de aannemerbedrijven die voor de NAM werkzaamheden uitvoeren gecertificeerd. Programmering Iedere vier jaar verschijnt -als een onderdeel van het Milieuconvenant tussen de overheid en de olie- en gaswinningsindustrie- een nieuw Bedrijfsmilieuplan (BMP). De kern van het huidige plan, dat de periode beslaat van tot en met 2002, omvat de beschrijving van de actuele milieubelasting, een lijst met potentiële reductiemaatregelen, de uiteindelijke geselecteerde maatregelen en hun effectiviteit. In is de effectiviteit van maatregelen en eventuele bijstellingsacties gerapporteerd aan de overheid. Met dit Maatschappelijk Verslag wordt deels voldaan aan die rapportageplicht in het kader van het BMP. Over de inhoud en de wijze van rapporteren zal in 2002 overleg plaatsvinden met de overheid, mede als voorbereiding op het nieuwe BMP-3, waarvan de werkzaamheden in 2003 zullen beginnen. Bij de NAM zullen vanaf 2002 de reductieprojecten genoemd in het BMP-2 extra aandacht krijgen, onder andere door de opname van deze activiteiten in de prestatieindicatoren van de diverse assets. Voor bodembeheer is een nieuw Raamplan opgesteld, dat in februari is ondertekend. Het NAM Raamplan Bodem is een beleidskader en plan om de problemen met vervuilde locaties van de NAM aan te pakken. Het Raamplan is een herziening van het plan dat medio jaren negentig is opgesteld. Deze herziening was noodzakelijk omdat de overheidsuitgangspunten van grond- en watersaneringen in de loop der jaren zijn herzien van multifunctioneel saneren naar functie- respectievelijk bestemmingsgerichte methodieken. Deze zijn realistischer, zeker als naar de kosten van die operaties wordt gekeken. Bovendien leveren ze een hoger milieurendement op. Duurzame Ontwikkeling (DO) De NAM richt zich op de drie pijlers van duurzaamheid, te weten economische ontwikkeling, milieubescherming en sociale verantwoordelijkheid ( profit-planet-people ). Om de drie pijlers gebalanceerd in projecten te integreren is al een aantal NAM Om een valide vergelijking te kunnen maken tussen grootheden, of de inschatting van de zwaarte van de milieubelasting of de keuze van het juiste middel, is het vergelijken van appels met appels van cruciaal belang. Uniforme omrekeningsgetallen, weegfactoren en eenheidscijfers moeten een eerlijk beeld van de bedrijfsvoering geven. Voor emissies naar de lucht en grond- en hulpstoffen energie materialen water in de praktijk Appels afval worden reeds weegfactoren gehanteerd, de zogeheten Environmental Impact Units en Milieu Impact Factoren. In zowel, en is veel tijd besteed aan de verbetering en verdere automatisering van de registratie, analyse en rapportage van milieudata. Om praktische redenen zijn in het milieudeel van dit verslag alleen de geluid, stof, geur of licht hergebruik straling gasvormige emissies R U I M T E productwinning emissies naar de diepe ondergrond emissies naar de bodem met appels vergelijken belangrijke, ook wel significante milieuaspecten van de bedrijfsvoering beschreven. Dit is overeenkomstig de significantie die hieraan is toegekend tijdens de ISO certificatie. Dit betekent dat een aantal onderwerpen niet aan de orde komt. De cijferbijlage bevat echter de overige gegevens om al met al een volledig beeld te verkrijgen. product afvalstoffen emissies naar water Gelet op het milieu

14 Gelet mening... Gelet op uw op uw mening... Milieu-aspecten Grond- en hulpstoffen Bij de exploratie en productie van aardgas en aardolie worden grond- en hulpstoffen gebruikt. Het verbruik van grond- en hulpstoffen is sterk afhankelijk van het activiteitenniveau, af te meten aan bijvoorbeeld het aantal boringen en de hoeveelheden kubieke meters geproduceerd aardgas en gewonnen aardolie. De afleveringskwaliteit van aardgas en aardolie wordt onder meer bereikt door diverse hulpstoffen aan het proces toe te voegen. Deze hulpstoffen zijn met name bedoeld om de productstromen te ontdoen van water en hydraatvorming en corrosie in installaties te voorkomen. De belangrijkste proceshulpstoffen voor het behandelen van aardgas zijn corrosion inhibitor, H 2 S-scavengers, glycol en methanol. Voor de winning van olie wordt een scala aan behandelingsproducten gebruikt met een gemiddelde van 0,1 liter per 1000 liter geproduceerde olie. De gas- en olieproductieniveaus per periode zijn in principe in lijn met het gebruik van de hulpstoffen bij deze productie. De toename van het methanolgebruik wordt met name veroorzaakt door de hogere gasproductie op de locaties Monster en Blija. hulpstoffen bij productie (1000 m 3 ) 0 0,5 1,0 1,5 2,0 2,5 3,0 3,5 4,0 4,5 olieproductie (diversen) 1990 gasproductie (glycol) gasproductie (methanol) Dick Dick Tommel Oud-staatssecretaris van Volkshuisvesting Dick Tommel is een druk bezet man. Als ik mijn bijna vijfentwintig activiteiten allemaal zou opnoemen, dan ben ik wel een half uur bezig, zegt hij opgewekt. Dus noemt hij er slechts enkele: voorzitter van het College Toelating Bestrijdingsmiddelen, plaatsvervangend voorzitter van de Commissie Milieueffectrapportage, president-commissaris van een aantal woningbouwcorporaties, commissaris van de Europese vestiging van het Amerikaanse bedrijf Cytec en voorzitter van de Technische Commissie Bodembeweging of Tcbb. We spreken Tommel in verband met de laatstgenoemde functie, die hij maatschappelijk gesproken als een goede activiteit beschouwt. Je bent probleemoplossend bezig: wat de Commissie kan bereiken is dat ze twee tegengestelde partijen weer on speaking terms brengt en zo de vrede herstelt. De Tcbb werd in opgericht en heeft sinds april ook de taak te bemiddelen in conflicten tussen burgers en mijnbouwmaatschappijen die met hun winning van aardgas of zout voor bodembeweging kunnen zorgen. Met name aardtrillingen kunnen schade aan woningen of bedrijfspanden veroorzaken. Tommel: Burgers die van mening zijn dat zij schade hebben geleden als gevolg van mijnbouwactiviteiten, zullen de betrokken onderneming daarvoor aansprakelijk stellen. Deze laat vervolgens door een extern bureau een technisch onderzoek doen, op grond waarvan partijen het meestal eens worden over een schadevergoeding. Mocht er geen overeenstemming worden bereikt over de oorzaak van de schade of over de hoogte van de vergoeding, kunnen burgers hun klacht voorleggen aan de Tcbb. Eerst zal de Commissie proberen de partijen alsnog tot elkaar te brengen. Als dat niet lukt, laat ze een nieuw technisch onderzoek doen door een bureau dat door beide kanten geschikt is bevonden en dat door de minister van Economische Zaken wordt betaald. Op basis van het dossier plus de resultaten van dat onderzoek komen we tot een advies, zegt Tommel. Met de mijnbouwondernemingen is overeengekomen dat ze onze uitspraken zullen respecteren, mits we natuurlijk ons werk goed doen. Sinds april vorig jaar heeft de Tcbb een kleine twintig zaken onder handen en dat aantal valt, vindt Tommel, reuze mee. Dat we niet worden Dat we niet worden overstroomd door klachten is een goed teken. Want het duidt erop dat de overstroomd door mijnbouwmaatschappijen de schade in het algemeen soepel vergoeden. Het merendeel van de gevallen heeft betrekking op de NAM en de meeste klachten is een daarvan doen zich voor in Zuid-Oost Drenthe. Er zitten een paar lastige problemen onder, waarbij partijen zich hebben ingegraven. De omvang goed teken. van de schade kan zeer uiteenlopen. Het beantwoorden van de vraag of schade deels of geheel valt toe te schrijven aan mijnbouwactiviteiten is volgens Tommel niet eenvoudig. Er kunnen ook andere oorzaken zijn zoals waterstandsveranderingen, het inklinken van de veenbodem of zwaar verkeer. In de gevallen die nu voorliggen heeft de Tcbb nog geen uitspraak gedaan. De Commissie is niet steeds tevreden over het tempo waarin wordt gewerkt, maar tegelijkertijd moet je beseffen dat goed onderzoek nu eenmaal tijd vraagt. Wat ons betreft gaat zorgvuldigheid voor alles, want voor de betrokken burgers is onze uitspraak praktisch gesproken de laatste kans. Dick Tommel zegt het mooi te vinden dat de regeling is ingesteld en concludeert dat ze goed werkt. Je moet natuurlijk niet de illusie hebben dat je het iedereen steeds naar de zin kunt maken. Maar we hebben tot nu toe geen enkele klacht gehad over onze manier van werken. Gelet op het milieu... Energie De belangrijkste energiedragers bij de activiteiten van de NAM zijn aardgas, dieselolie en elektriciteit. Aardgas wordt onder andere gebruikt bij de opwekking van elektriciteit door middel van gasturbines en voor het aandrijven van compressoren om de gasdruk op peil te houden bij productieinstallaties op zee. Elektriciteit wordt betrokken van het openbare net om onder meer compressoren aan te drijven waarmee gas in de diepe ondergrond wordt geïnjecteerd en voor het aandrijven van compressoren om de gasdruk op peil te houden bij productieinstallaties op het vaste land. Dieselolie wordt gebruikt voor transport van condensaat en materialen van en naar diverse NAM-locaties. Het gasverbruik is met name gestegen als gevolg van de toegenomen compressiebehoefte op de productieinstallaties offshore. Deze behoefte ontstaat door een toename van het drukverschil tussen het reservoir en de afleveringsspecificatie. De gasdruk in de ondergrondse reservoirs daalt tijdens de productiefase. Het verbruik van elektriciteit en diesel is nagenoeg gelijk gebleven met het jaar. Het verbruik van elektriciteit is in meer gestegen dan verwacht. Deze stijging zal zich ook in de toekomst voortzetten. De reden hiervoor is de verdere afname van de reservoirdrukken. Hierdoor gas diesel elektriciteit worden in toenemende mate compressoren ingezet, die aangedreven zullen worden door elektromotoren. Deze effecten zullen met name zichtbaar zijn bij de productie van gas uit het Groningen-veld. energieverbruik (G J) In de Energiebesparingsnota (EBN) van van de Minister van Economische Zaken (EZ) is gesteld dat de Meerjarenafspraken (MJA) ter verbetering van de energieefficiëntie een centrale plaats in het energiebesparingsbeleid zullen hebben. De Minister van EZ en de olie- en gasproducerende bedrijven (inclusief de NAM), verenigd in de Nederlandse Olie en Gas Exploratie en Productie Associatie (NOGEPA), hebben een nieuwe afspraak gemaakt betreffende energiebesparing als voortzetting van de MJA-1, die eind is afgerond. Het MJA-2 is na ondertekening van een verklaring van deelname in december gestart en zal lopen tot en met Het referentiejaar is. Gelet op het milieu

15 ongunstig. Zelfs met inachtneming van onder meer subsidies is geothermie op deze locatie niet haalbaar gebleken. NAM in de praktijk Workshop Duurzame Ontwikkeling Op basis van deze redenen is besloten het project niet verder te continueren. Gasvormige emissies In het kader van de in het eerdere stukje Programmering genoemde bedrijfsmilieuplannen, Gelet op het milieu... Op verschillende manieren geeft de NAM bij haar werkzaamheden invulling aan duurzame ontwikkeling. Bij het in de praktijk brengen van de NAM-visie op In het kader van de MJA-1 heeft NOGEPA in de periode van 1996 tot heden al veel inspanningen verricht om de in de MJA-1 gestelde doelstelling te realiseren. Zo werd in ten opzichte van 1989 een energie-efficiëntieverbetering van 31,8% gerealiseerd, waarmee de sector ruimschoots voorligt op de MJA-1-doelstelling van 20% in en zelfs een leidende positie in Nederland inneemt. De NAM liet in hetzelfde jaar een bovengemiddelde energie-efficiëntieverbetering van 41,5% noteren, eveneens gerelateerd aan In het kader van de MJA-2 zijn in het Energiebesparingsplan (EBP) van de NAM de contouren voor verdere verbetering van energie-efficiëntie binnen de NAM opgesteld. Binnen NOGEPA zal verdere inpassing van dit raamwerk worden gegeven, waarbij eventueel gebruik zal worden gemaakt van nieuwe thema s zoals duurzame energie. Hierbij wordt vooruitgekeken tot en met 2004, waarbij, zoals vermeld, als referentiejaar is genomen. Ten opzichte van is een potentiële energiebesparing voor de NAM van 2650 Tera Joules (TJ) in 2004 mogelijk als de in het EBP gedefinieerde besparingsmaatregelen worden uitgevoerd. Samen met het verwachte energieverbruik in 2004 van TJ resulteert dit omgerekend in energie-efficiëntieverbeteringen van 18,4% in 2004 ten opzichte van. De bijdragen van de NAM aan gebruik en besparing van energie bestaan ook uit het beschikbaar stellen van DO-gebied horen instrumenten en technieken. En er zijn vaardigheden nodig om die instrumenten en technieken te gebruiken. In samenwerking met het ingenieursbureau IWACO (inmiddels Royal Haskoning geheten) is een workshop ontwikkeld. Centraal in deze workshop staan de vragen: Wat is duurzame ontwikkeling? Op welke wijze wil de NAM daaraan invulling geven? Hoe verhoudt zich duurzame ontwikkeling tot de bedrijfsactiviteiten van de NAM (want de NAM haalt geen hernieuwbare grondstoffen uit de grond)? En op welke wijze kunnen alle NAM ers hieraan bijdragen? De tweedaagse workshop beoogt bewustwording te kweken, informatie te verstrekken en vaardigheden te ontwikkelen. Voorts besteedt de workshop aandacht aan de praktijk van alledag. In een mengeling van presentaties, opdrachten en plenaire discussies wordt het programma afgewerkt. In zijn inmiddels vier succesvolle workshops (waaronder twee pilots ) gehouden. kennis, bijvoorbeeld ten aanzien van aardwarmte, windenergie offshore en energie in het algemeen. Het afgelopen jaar hebben ENECO Energie en de NAM gezamenlijk een haalbaarheidsstudie uitgevoerd naar mogelijke groene warmtelevering aan huizen en bedrijven door middel van een geothermisch concept. Het betreft hier de levering van warmte, die met behulp van een warmtewisselaar onttrokken zou kunnen worden uit een dieper gelegen warmwatervoerende formatie. Het afgekoelde water zou dan weer worden ge(her)ïnjecteerd in een ander gedeelte van het ondergrondse waterreservoir. Deze geothermische studie richtte zich op de Carnisselande VINEX-locatie in Barendrecht, waar ENECO Energie bezig is met het ontwikkelen van warmtelevering. De NAM heeft hier een gasbehandelingsinstallatie, onder meer ten behoeve van geproduceerd gas uit het Barendrecht-veld. Uit diepgaand onderzoek van de NAM is gebleken dat geothermische warmtewinning technisch gezien tot de mogelijkheden behoort. Allerlei aspecten, waaronder de liberalisering van de energiemarkt (aardgas, elektriciteit), leiden ertoe dat warmtelevering momenteel financieeleconomisch een minder aantrekkelijk product is. Het warmteproject in Barendrecht is relatief klein: ongeveer 900 woningen en een bedrijventerrein. Dit resulteert in een lagere afzet voor geothermische warmte, terwijl de investeringen voor het boren van een waterproduktie- en injektieput relatief hoog zijn. De economische rentabiliteit van het project is daarom gasvormige emissies doelstelling -doelstelling zijn in de afgelopen jaren verschillende projecten uitgevoerd, die hebben geleid tot een reductie in de uitstoot van gasvormige emissies. Omdat circa 60% van deze emissies ontstaat bij de productie en behandeling van gas op de Noordzee, heeft een groot deel van de vermindering plaatsgevonden bij deze installaties. Dit komt met name door de reductie van de hoeveelheid afgeblazen gas. Een langjarig project als het HiCal Evacuation Upgrade Project, kortweg HEUP, heeft en zal een belangrijke bijdrage leveren aan deze reducties. Binnen HEUP worden de compressie en het transport van gas, dat op zee is gewonnen, verder geoptimaliseerd. Daarnaast is een belangrijke reductiebedrage geleverd door de installatie van Low Nox -motoren op de locatie Ameland Westgat. Het effect van de gasvormige emissies wordt niet alleen uitgedrukt in tonnages (zie de bijlage), maar tevens doorgerekend in zogeheten Environmental Impact Units (EIU). EIU s zijn gebaseerd op een methode die de hoeveelheden uitgestoten componenten met weegfactoren, die in samenwerking met overheid en wetenschap zijn ontwikkeld - omrekent naar hun bijdrage aan de milieubelasting. De verdere vermindering van de totale uitstoot van gasvormige emissies uitgedrukt in EIU s wordt met name veroorzaakt door een daling van de uitstoot van methaan en Vluchtige Organische Stoffen (VOS). Er is ten opzichte van het jaar minder gas op de behandelingslocaties afgeblazen en afgefakkeld door een efficiëntere procesvoering. De emissie van koolstofdioxide is gestegen omdat door de toegenomen gasproductie en de afname van de reservoirdrukken meer gebruik moest worden gemaakt van compressoren. De gasvoorraad in de bestaande ondergrondse reservoirs is verminderd, waardoor de druk in die reservoirs eveneens afneemt. gasvormige emissies (mln EIU) 0 0,5 1,0 1,5 2,0 2,5 3,0 3,5 4,0 4,5 5, NAM in de praktijk DO-krant In juni bracht de NAM de eerste Duurzaamheidskrant uit. De belangstelling voor deze krant bleek erg groot, zowel binnen de NAM als daarbuiten. Veel positieve reacties kwamen van NAMmedewerkers en andere bedrijven, overheden en individuele personen buiten de NAM. De teneur van de reacties was dat men het een goed initiatief van de NAM vond om te laten zien wat duurzaamheid voor haar betekent, wat de intenties en bedoelingen zijn van de NAM om haar bijdrage aan Duurzame Ontwikkeling (DO) vorm te geven en vooral om daar open in te zijn naar de samenleving. Daarop besloot de NAM om in mei een tweede DO-krant uit te brengen. Bijdragen aan duurzaamheid bevat onder meer bijdragen van personen buiten de NAM zoals Hans Revier, directeur van de Waddenvereniging, Henk de Vries, ecoloog van It Fryske Gea en Jan-Paul van Soest, directeur van CE-Transform in Delft. In de krant worden tal van NAM-activiteiten in relatie met DO belicht. De reacties op deze tweede krant waren wederom positief. De krant heeft ontegenzeggelijk een bijdrage geleverd aan de discussie tussen de NAM en de samenleving. Gelet op het milieu

16 Met de nog uit te voeren maatregelen zoals vermeld in het tweede Bedrijfsmilieuplan van de NAM (-2002) is de verwachting dat eind 2002 de reductiedoelstellingen van dat plan met betrekking tot de uitstoot van gasvormige emissies worden gehaald. op Gelet uw op uw mening... afgefakkeld afgeblazen doelstelling -doelstelling Gerelateerd aan de productie van aardgas geeft de vermindering in emissies het volgende beeld voor een aantal parameters: 1990 Methaan (kg per miljoen m 3 gas) Kooldioxide (kg per miljoen m 3 gas) Stikstofoxiden (kg per miljoen m 3 gas) Een groot deel van de restgassen, die bij de behandeling van gewonnen aardgas vrijkomen en het gas dat vrijkomt tijdens het testen van putten en het drukvrij maken van installaties, kunnen in principe niet in de productiestroom worden meegenomen en worden om veiligheidsof onderhoudsredenen afgefakkeld of afgeblazen. Zoals reeds vermeld, wordt bij de maatregelen genoemd in het BMP aandacht besteed aan het verminderen van deze emissies. In is 48 miljoen kubieke meter gas afgefakkeld en afgeblazen. Dit betekent ten opzichte van het jaar een vermindering van 10 miljoen m 3. Dit komt voornamelijk omdat er minder gas is afgefakkeld bij shutdowns en puttesten. afgeblazen en afgefakkeld gas (mln m 3 ) Coby Coby van der der Linde Linde Coby van der Linde is hoogleraar internationale oliemarkten in Leiden en projectleider van het Clingendael International Energy Programme (CIEP), een denktank die wil bijdragen aan het openbare debat over de internationale politieke en economische ontwikkelingen in de energiesector. Zij is gefascineerd door haar vakgebied en heeft een duidelijke mening over de stand van de energiediscussie in Nederland. Hier een samenvatting van die mening. Dankzij de grote aardgasvoorraden is Nederland een beetje in slaap gesust waar het om zijn energievoorziening ging. Jarenlang konden regeringen zeggen dat er nog genoeg gas was voor de volgende 25 jaar. De voorzieningszekerheid was dus geen probleem, over het milieu werd nauwelijks gepraat en de markt was in handen van de overheid. Toen in de jaren 70 de milieubeweging de discussie over kernenergie opende, kon Nederland het zich dankzij de rijkdom onder zijn bodem permitteren de nucleaire optie af te wijzen. Diezelfde milieubeweging heeft vervolgens met veel succes het bewustzijn gewekt dat de energievoorziening de duurzame richting op moet en kan. Daarna kwam de EU met haar streven de interne energiemarkt te liberaliseren en zo de aanbieders tot concurrentie aan te sporen. Sindsdien heeft, aldus Van der Linde, de energiediscussie vooral betrekking gehad op de aspecten Het is hoog tijd voor milieu en markt, terwijl de voorzieningszekerheid een visie op de praktisch buiten beschouwing is gebleven. Daarin zal volgens haar verandering komen; wel móeten toekomst van de komen. Want inmiddels begint het door te dringen dat onze gasvoorraad eindig is en dat het nog tot 2030 of 40 zal duren alvorens Nederlandse alternatieve energiebronnen een voldoende bijdragen kunnen leveren aan de energievoorziening. Als schoonste van de fossiele brandstoffen zal aardgas dan energievoorziening. ook nodig zijn als transitiebrandstof. Van der Linde: De genoemde factoren en er zijn er nog meer gaan Europa in toenemende mate afhankelijk maken van gasimporten. Daarmee ontstaat een bepaalde mate van onzekerheid op de thuismarkt, want die importen zullen afkomstig zijn uit gebieden waar sprake is van politiek-economische risico s. Deze toenemende onzekerheid komt samen met een verandering in het geopolitieke denken na de aanslagen van 11 september. Als potentiële gasleveranciers aan Europa noemt Van der Linde de regio rond de Kaspische Zee en Rusland. De Kaspische-Zeeregio is een enorm investeringsgebied geworden, maar is politiek-strategisch ook een ingewikkeld gebied waar de grootmachten hun spel spelen. En Rusland moet nog bewijzen dat het zijn politieke stabiliteit verder kan herwinnen. De discussie tussen markt en milieu over de vraag wat Nederland met zijn resterende gasvoorraden moet doen, is volgens Van der Linde nu behoorlijk vastgelopen. Het debat kan haars inziens weer worden vlotgetrokken èn naar een realistischer niveau worden getild, als de factor voorzieningszekerheid weer in de overwegingen wordt betrokken. Het gas dat aan die zekerheid moet bijdragen en dat nodig zal zijn voor de transitie naar een duurzamere energiehuishouding, zit deels nog in de Nederlandse bodem en zal deels moeten worden geïmporteerd. Dat betekent dat je bredere afwegingen moet gaan maken dan tot nu toe is gebeurd. Je zult bijvoorbeeld de voor- en nadelen van het produceren onder kwetsbare Nederlandse gebieden moeten afzetten tegen de gevolgen in vergelijkbare Russische gebieden. Verder dien je mee te nemen dat hier onder veel strengere voorwaarden wordt geproduceerd dan ginds en rekening te houden met de energieverliezen en de CO 2 -uitstoot bij gastransporten over lange afstanden. Ook zijn we technologisch een stuk verder dan vijftien jaar geleden. Volgens Coby van der Linde zijn de milieubeweging en de energieindustrie verder op weg naar een geïntegreerde discussie over onze energietoekomst dan de politiek. Het CIEP heeft de partijprogramma s voor de verkiezingen van dit jaar op een rij gezet en daaruit blijkt dat de politiek bang is duidelijke uitspraken te doen. Maar als we doorgaan met geen besluiten te nemen en ophouden te investeren in onze energievoorziening, loopt de zaak snel af. En dat zou niet alleen jammer zijn van onze kostbare infrastructuur en onze kennis, maar dit zou ook de verduurzaming bemoeilijken. Het is dan ook hoog tijd voor het ontwikkelen van een geïntegreerde, strategische visie op de toekomst van de Nederlandse energievoorziening. Het Shell/NAM-CO 2 Opslag Project is gericht op het terugbrengen van CO 2 -emissies in het kader van het Gelet op het milieu... Kyoto-protocol, door CO 2 ondergronds op te slaan. Het plan is om CO 2 dat afkomstig is van de Shell-raffinaderij in Pernis, te comprimeren en via een grotendeels bestaande pijpleiding van Gasunie naar het uitgeputte NAMgasveld De Lier te transporteren. De CO 2 moet vervolgens in dit veld worden opgeslagen. In de haalbaarheidsstudie worden risico s ten aanzien van veiligheid onderzocht en belemmeringen in de uitvoering op sociale, economische en milieuaspecten in kaart gebracht. Daarnaast zullen opties worden bekeken om de opgeslagen CO 2 eventueel nuttig te gebruiken. Indien de haalbaarheidsstudie de veiligheid en uitvoerbaarheid van een dergelijk project ondersteunt en gebleken is dat een voldoende breed maatschappelijk draagvlak bestaat, is het de bedoeling het project te realiseren. Beperkingen Voor de bepaling van de gasvormige emissies van de NAM wordt vanaf 1 januari 2002 gebruikgemaakt van een nieuw programma genaamd EIS (Environmental Information System). Dit systeem vervangt het MIRASprogramma. De gegevens betreffende de gasvormige emissies van zijn nog bepaald via dit systeem, omdat het nieuwe systeem ten tijde van de jaarrapportage nog niet volledig operationeel was. De externe verificatie door KPMG is deels gebaseerd op het nieuwe datamanagementsysteem. Wat betreft is voor de gasvormige emissies een vergelijking tussen de uitkomsten van beide systemen gemaakt. Via het EIS-systeem komen de emissies uitgedrukt in EIU circa 5% hoger uit. In het verslag over 2002 zal nader op dit verschil worden ingegaan. Vloeistofstromen naar water Bij NAM-locaties op het vasteland wordt water op het oppervlaktewater geloosd. Het gaat hier om hemelwater en water dat afkomstig is van saneringen op en bij NAM-locaties. Al het water waar de NAM zich door middel van lozing van ontdoet wordt regelmatig gecontroleerd op kwaliteit. Water dat niet voldoet aan de lozingscriteria of afvalwater met waardevolle componenten als boorspoeling, wordt afgevoerd naar waterzuiveringsinstallaties of gespecialiseerde bewerkingsbedrijven. Gelet op het milieu

17 NAM in de praktijk Grootschalige baggerwerkzaamheden komen niet zo veel voor bij de vrijgekomen dat is gestort in de ruim m 3 baggerslib klasse 4 NAM. Op de locatie Vlaardingen, zogenaamde Slufter, het baggerdepot van de gemeente Rotterdam. die werd gebruikt als oliedoorpompstation en later als tussenopslag van afvalstoffen, is dit wel zaamheden in de haven is op de Behalve de sloop- en baggerwerk- gebeurd. Het baggeren van de haven locatie een bodemsanering uitgevoerd. Hierbij is 8500 m 3 grond af- van de locatie Vlaardingen is onderdeel van de totale abandonneringswerkzaamheden op die locatie. De is voor het grootste deel buiten de gegraven en gereinigd. Deze grond haven, die gebruikt is bij overslag NAM hergebruikt. van olie uit het IJsselmondeveld, is Bij de sloop van de bakken, waarin in uitgebaggerd. Daarbij is afgewerkte spoeling op waterbasis Slibvelden Vlaardingen en boorgruis werden opgeslagen, is 6500 m 3 schoon zand vrijgekomen, dat als aanvullingsmateriaal buiten de NAM is hergebruikt. Daarnaast is 1000 m 3 zand dat vrijkwam bij de sanering van de locatie Werkendam hergebruikt op de locatie Vlaardingen. Verder zijn alle opstallen van de locatie gesloopt, evenals de ondergrondse leidingen en fundaties. Deze werkzaamheden zijn eind voor 99% afgerond en hebben circa acht maanden in beslag genomen. Na de uitgevoerde bodemsanering is het de bedoeling dat de gemeente Vlaardingen de locatie van de NAM gaat kopen en dat er bedrijven worden gevestigd die nu in het centrum van Vlaardingen zijn gehuisvest. Op deze manier komen er in het centrum terreinen vrij die geschikt worden gemaakt voor woningbouw. De onderhandelingen hierover tussen de gemeente Vlaardingen en de NAM waren eind nog niet afgerond. oliegehalte -doelstelling olie in overboordwater (mg/l) Met inzet van zwaar materieel werd vorig jaar een nieuwe bezinktank bij de Reststoffen Bewerkingsinstallatie (RBI) in Delfzijl geïnstalleerd. Deze tank heeft tot doel het indikken van kwikhoudend slib effectiever en efficiënter te laten verlopen. Dit gebeurt met minder stappen, minder materiaal en een lager energieverbruik. De lozing van andere verontreinigende stoffen (onder andere zware metalen) via het overboordwater is, net zoals het totale watervolume, gestegen. Met het water is namelijk circa 2500 kilogram metaalsporen als zink en lood geloosd (: 500 kilogram). Deze stijging wordt met name veroorzaakt door de toename van overboordwater op locaties waar de vracht zware metalen vanuit de historie al relatief groot was. Onvoorziene waterdoorbraken in de reservoirs zijn de voornaamste oorzaak, waardoor de samenstelling van het water drastisch is veranderd. Aan hulpstoffen als glycol en methanol is circa 160 ton geloosd (: 260 ton). De vermindering ten opzichte van wordt met name veroorzaakt doordat operationele storingen bij de behandeling van gas zijn afgenomen. Gelet op het milieu... Bij de productie van olie en aardgas op de Noordzee wordt het meegeproduceerde water ter plekke ontdaan van de minerale olie en vervolgens met het gezuiverde hemelwater en ander afvalwater geloosd op het oppervlaktewater, de zee. Deze waterstromen worden aangeduid als overboordwater. In is m 3 overboordwater geloosd vanaf installaties op zee, waarbij de gemiddelde olieconcentratie 11,2 mg/l was. Dit gemiddelde is ten opzichte van het voorgaande jaar wederom gedaald en is daarbij ruim onder de interne doelstelling van 20 mg/l en de wettelijke limiet van 40 mg/l gebleven. Er is bijvoorbeeld een geslaagde proef gedaan met de toepassing van MPPEfiltratie op de Noordzee-locatie L2. In de komende jaren zullen drie van deze filtratie-units worden geplaatst op locaties waar de lozingen van aromaten in het overboordwater het grootst zijn. Daarnaast is overleg gaande met de betrokken overheden om een proef te doen met de injectie van overboordwater in de diepe ondergrond. De totale hoeveelheid geloosd overboordwater is ten opzichte van het jaar sterk gestegen. Deze stijging komt met name voort uit het feit dat de aardlaag van waaruit de koolwaterstoffen door de installatie F3 worden gewonnen (het reservoir), onverwacht met een grotere hoeveelheid water is gevuld (waterdoorbraak). 34

18 onttrokken grondwater 1997 Vloeistofstromen naar de bodem Bodemsaneringen In waren 47 grond- en grondwatersaneringen in uitvoering en zijn 18 locaties ontmanteld en hersteld naar hun oorspronkelijke of een nieuwe functie. Hiervoor is ton grond ontgraven en afgevoerd en 1,9 miljoen m 3 grondwater onttrokken en gezuiverd. Het gezuiverde grondwater wordt bij voorkeur geloosd op het oppervlaktewater. In enkele gevallen wordt het op het riool geloosd of gebruikt voor kunstmatige aanvulling van het grondwater (infiltratie). De vermindering in de onttrokken hoeveelheid houdt verband met een geringere omvang van de saneringen en de toename van in-situ (biologische) saneringsvarianten. onttrokken grondwater ten behoeve van saneringen (mln m 3 ) urgentie/gevalsklasse urgentie/gevalsklasse-2 urgentie/gevalsklasse-3 urgentie/gevalsklasse-4 urgentie/gevalsklasse-5 0 0,5 1,0 1,5 2,0 2,5 3,0 Aan het eind van het verslagjaar waren er nog 471 historische gevallen van bodemverontreiniging, waarmee de omvang van de bodemverontreiniging op ongeveer hetzelfde niveau blijft als in. Oorzaak is dat er steeds gevallen van bodemverontreiniging worden geconstateerd. In bleef de verhouding gecompleteerde saneringen en nieuw ontdekte gevallen nagenoeg gelijk. Sinds de introductie van de NAM-urgentiesystematiek in 1992 werden de verontreinigingsgevallen aangeduid in urgentieklassen. Met ingang van is echter de landelijke methodiek voor ernst en urgentie gehanteerd, vanaf dan aangeduid als gevalsklassen. aantal historische gevallen van bodemverontreiniging Soms wordt door belanghebbenden en/of omwonenden tegen een voorgenomen sanering bezwaar gemaakt. Wat de NAM betreft ging het in dit geval om een locatie nabij Schoonebeek, die onder andere dienst heeft gedaan als tussenopslag voor afvalstoffen die afkomstig waren van boringen. De procedure liep tot aan de Raad van State. De Raad van State heeft in haar uitspraak van 13 september het door derden ingestelde beroep tegen de sanering van de NAM-locatie WKI/slibvelden Schoonebeek ongegrond verklaard en gaf daarmee groen licht voor een geplande functionele sanering. De Raad staat daarmee toe dat reeds vooruitgelopen wordt op een aantal toekomstige ontwikkelingen op het gebied van ruimtelijke ordeningen en bestemmingsgericht saneren. De wijze waarop de provincie Drenthe haar beoordelingsvrijheid en zeer gedegen motivering heeft ingevuld is hiermee gehonoreerd. De procedure rond de ruimtelijke inpassing dient nog te worden afgerond. Een en ander betekent dat de saneringswerkzaamheden op de WKI/slibvelden hervat kunnen worden. De uitspraak van de Raad van State is een doorbraak op het gebied van kosteneffectieve bodemsanering en daarmee in lijn met het kabinetsstandpunt inzake beleidsvernieuwing bodembeheer (BEVER). Injectie van productiewater Bij de winning van olie en gas komt water uit de diepe ondergrond mee. Dit water komt uiteindelijk vrij bij de behandeling van olie en gas. In dit geïnjecteerd water productiewater komen sporen olie, zware metalen, zouten en aromaten voor. Daarnaast kunnen sporen van behandelingschemicaliën aanwezig zijn. Met name deze laatst genoemde stoffen geven de afgelopen tijd aanleiding tot discussie met de overheid over de wenselijkheid het geproduceerde water in de diepe ondergrond terug te brengen. Via de injectiepunten op de NAM-locaties te Borgsweer (Groningen), Schoonebeek, Dalen, Berkel, Pernis, Ridderkerk, Rotterdam en Ameland is 1,95 miljoen m 3 water in de diepe ondergrond geïnjecteerd. Met het stopzetten van de olieproductie in Schoonebeek is sinds 1996 aanzienlijk minder water geproduceerd en via injectie teruggebracht in de diepe ondergrond. Ten opzichte van het jaar is in een lichte stijging van de hoeveelheid geïnjecteerd water te zien. Deze stijging wordt veroorzaakt door de hogere gasproductie in. hoeveelheid geïnjecteerd water (mln m 3 ) 1990 NAM Alhoewel radioactiviteit en straling meestal geassocieerd worden met kernenergie, zijn er ook toepassingen die op positieve wijze bijdragen aan de volksgezondheid. Hiermee worden de medische toepassingen van radioactiviteit en (ioniserende) straling bedoeld. Wat is nu de overeenkomst en wat is het verschil tussen deze toepassingen en de radioactiviteitsproblematiek zoals deze zich bij de NAM voordoet? Overeenkomst: het gaat in beide gevallen om ioniserende straling, dat wil zeggen dat deze straling verandering ofwel schade kan veroorzaken in levend weefsel. in de praktijk R Verschil: de ioniserende straling wordt in de olie- en gaswinning ongewild veroorzaakt door NORM (Naturally Occuring Radioactive Materials; dit zijn radioactieve stoffen van natuurlijke oorsprong). De radioactiviteit ligt vele ordegroottes lager dan bij de eerder genoemde medische toepassingen, waar sprake is van het bewust toepassen van bronnen. In Nederland vallen zowel radioactiviteit van natuurlijke oorsprong als kunstmatige bronnen en medische apparatuur die straling uitzendt onder dezelfde Kernenergiewet. Ten opzichte van de grenswaarden, die Als eerste NAM-locatie werd vorig jaar de trainingstoren en put Simwell in Schoonebeek voorzien van zonnepanelen, als onderdeel van het zogeheten groene stroom -project. adioactiviteit nader bekeken in de bij deze wet behorende besluiten zijn vastgelegd, beweegt de olie- en gaswinning zich met haar radioactieve materialen van natuurlijke oorsprong aan de ondergrens qua radioactiviteit en stralingsniveaus. Een van de grondbeginselen van stralingsbescherming is het ALARA-principe. Dit principe houdt in dat iedere blootstelling aan ioniserende straling zo laag als redelijkerwijs mogelijk moet zijn (As Low As Reasonable Achievable). Dit uitgangspunt wordt door de NAM onverkort toegepast. Gelet op het milieu... 37

19 Gelet op het milieu... Afvalstoffen In is ton afval geproduceerd De hoeveelheid geproduceerd afval is gedaald ten opzichte en afgevoerd voor verwijdering. De belangrijkste componenten zijn afvalstromen afkomstig van saneringen en zaakt door een afname in asfaltpuin. De trendbreuk in van het voorgaande jaar. De daling is met name veroor- ontmantelingen van locaties en installaties zoals asfaltpuin, bouw- en sloopafval en verontreinigde grond. registratiesysteem is vervangen en gedurende een bepaalde is deels te verklaren door het feit dat in dit jaar het Geloosd afvalwater, geïnjecteerd productiewater en radioactief afval worden onder een ander hoofdstuk in dit periode niet optimaal kon worden gebruikt. verslag behandeld. De verwerking van afvalstoffen vindt in beginsel plaats op basis van de in de wetgeving vastgelegde voorkeursvolgorde (Ladder van Lansink). Ongeveer 80 procent van afvalstoffenproductie ( x ton) het geproduceerde afval bestaat uit bedrijfsafval. Deze afvalstoffen -doelstelling 1990 NAM Calamiteitenoefening De Gier in de praktijk Regelmatig worden bij de NAM - materieel. Dit materieel is voor een naast relatief kleine- ook grote deel in beheer van de NAM. Ook oefeningen gehouden, waaraan met andere, soortgelijke bedrijven inzet van al het benodigde materieel binnen Nederland kunnen hier door veel NAM-ers en externe partijen wordt deelgenomen. Op 27 communicatie, die essentieel is bij gebruik van maken. Voorts werd de november werd op de ondergrondse opslaglocatie Grijpskerk oefening uitgebreid getest. Over het calamiteitenbestrijding, tijdens de een dergelijke grote, niet aangekondigde oefening gehouden. De goed, met name tussen de regionale algemeen verliep de samenwerking oefening werd uitgevoerd in samenwerking met de plaatselijke brand- kwamen uit de oefening punten van en de NAM-brandweer. Uiteraard weer. De brandweer heeft de leiding aandacht naar voren. Deze zijn bij bij calamiteiten, zoals een brand, als de evaluatie van de oefening besproken en zullen als leerpunten binnen die op een NAM-terrein plaatsvindt. Er werd geoefend met specifiek voor de betrokken organisaties worden de olie- en gasindustrie ontworpen opgevolgd. afvalstoffen - waaronder veel grond en puinsoorten - worden in hoge mate hergebruikt. De trede anders dan storten bestaat onder meer uit afvalwater naar zuiveringsinstallaties en in zee geloosd boorgruis en -spoeling op waterbasis. materiaalhergebruik producthergebruik storten anders dan storten verbranden nuttige toepassing verwerking afval volgens de voorkeursvolgorde 11% 5% 1% 1% 5% 77% Radioactiviteit van natuurlijke oorsprong (LSA) Het is in de aardolie- en aardgasproducerende industrie een bekend gegeven dat men kan worden geconfronteerd met radioactieve stoffen, die zich hebben verzameld in installatiedelen of in meegeproduceerde reststoffen. Het betreft dan stoffen met een geringe activiteit, die afkomstig zijn uit de diepe ondergrond (de formatie) waaruit het aardgas of de aardolie wordt geproduceerd. De verzamelnaam voor deze stoffen is NORM (Naturally Occurring Radioactive Materials). Bij de NAM wordt hiervoor de term LSA gehanteerd: Lage Specifieke Activiteit. Omdat in enkele installaties en reststoffen de aangetrof- fen activiteitsconcentraties de grenswaarden, zoals vastgelegd in het Besluit Stralingsbescherming Kernenergiewet overschrijden, is een aantal vergunningen in het kader van de Kernenergiewet aangevraagd en aan de NAM verleend. De NAM heeft vergunningen voor: - het in bezit hebben van en omgaan met radioactieve stoffen van natuurlijke oorsprong op onshore-locaties en offshore-locaties; - het in- en doorvoeren van radioactieve stoffen van natuurlijke oorsprong vanaf offshore-locaties op het Continentaal Plat. Deze vergunningen schrijven onder meer een meldingsen rapportagestructuur en de vorming van een stralingsbeschermingsorganisatie voor en geven voorwaarden met betrekking tot beheer van radioactiviteit en straling in relatie met veiligheid, gezondheid en milieu. De NAM-stralingsbeschermingsdienst bestaat uit vier fulltime stralingsdeskundigen en daarnaast een groep van meer dan 200 operators, die zijn opgeleid voor de directe begeleiding van werkzaamheden bij installaties, waarin radioactieve afzettingen zijn aangetoond. Voor het omgaan met deze radioactieve stoffen van natuurlijke oorsprong zijn binnen de NAM voorschriften, procedures en werkinstructies voor de stralingsbeschermingsdienst van kracht. Momenteel zijn 50 locaties vergunningplichtig op basis van de Kernenergiewet. De aangetoonde concentraties leiden op deze locaties tot speciale voorschriften met betrekking tot veiligheid, gezondheid en milieu. Alle overige locaties worden minimaal eens in de drie jaar volgens een meetplan gecontroleerd op radioactiviteit. Wanneer wordt geconstateerd dat afval radioactief is, wordt het door de NAM overgedragen aan de COVRA te Vlissingen. In het afgelopen jaar betrof dit 82 kilogram secundair afval, zoals handschoenen en poetsdoeken. Omdat in Nederland geen geschikte verwerkingscapaciteit bestaat voor slib dat ook metallisch kwik bevat, wordt het noodgedwongen in opslag gehouden. Eind waren 47 ton slib, 15 ton besmette installatieonderdelen en 186 kilogram secundair afval in opslag onder NAM-beheer. De NAM werkt aan het realiseren van een oplossing voor de verwerking van laag-radioactief slib. Gelet op het milieu

20 Nederland is een echt aardgasland. Ruim vijf miljoen huishoudens ontvangen door de NAM geproduceerd gas, dat onder meer wordt gebruikt voor verwarming van onze huizen en om te koken. Onze aardgasvoorraden leveren de schatkist veel geld op. In was dit ongeveer 12,5 miljard gulden. Hieruit worden onder meer infrastructurele werken betaald. Maar ook wordt dit geld mede gebruikt om verschillende grootschalige natuurprojecten te financieren. Het duurt vaak vele jaren voordat een olie- of gasveld is leeg geproduceerd, soms wel vijftien tot twintig jaar. In vele gevallen wordt de locatie opgeruimd en weer in de oude staat hersteld. Soms krijgt de locatie echter, in overleg met de eigenaar of de overheid, een andere bestemming. Op de plek waar nu velen met plezier in zwembad De Slagen in Schoonebeek vertoeven, was vroeger de NAM-locatie Schoonebeek-261 gevestigd. Gelet op de mensen... de samenleving... Gelet op de samenleving... Maatschappelijke verantwoordelijkheid 42 Reputatiebeleid 44 Donaties 42 Sponsoring 42 Werkgelegenheidsinspanning 43 Advertenties 45 Participatie 45 Politiek 45 Ronde Tafel 45 Onderwijs 43 Voorlichting 45 Perceptieonderzoek 46 Aanwezigheid 46 Financiële aspecten 48 Ruimtebeslag 46 Verstoring 47 Bodemdaling en -trillingen 47 Investeringen en operationele uitgaven 48 Klachten en incidenten 48 Milieu-uitgaven en -compensatie 49

Hierbij doe ik u toekomen het Jaarverslag 2010, Delfstoffen en aardwarmte in Nederland en het Jaarverslag 2010 van Energie Beheer Nederland B.V.

Hierbij doe ik u toekomen het Jaarverslag 2010, Delfstoffen en aardwarmte in Nederland en het Jaarverslag 2010 van Energie Beheer Nederland B.V. > Retouradres Postbus 20101 2500 EC Den Haag De Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 22 2513 AA s-gravenhage Directoraat-generaal voor Bezoekadres Bezuidenhoutseweg 30 2594 AV Den

Nadere informatie

Door: Vincent Damen Ninja Hogenbirk Roel Theeuwen

Door: Vincent Damen Ninja Hogenbirk Roel Theeuwen Door: Vincent Damen Ninja Hogenbirk Roel Theeuwen 31 mei 2012 INHOUDSOPGAVE Inleiding... 3 1. Totale resultaten... 4 1.1 Elektriciteitsverbruik... 4 1.2 Gasverbruik... 4 1.3 Warmteverbruik... 4 1.4 Totaalverbruik

Nadere informatie

Milieubarometer 2009-2010

Milieubarometer 2009-2010 NOTITIE Nr. : A.2007.5221.01.N004 Versie : definitief Project : DGMR Duurzaam Betreft : Milieubarometer 2009-2010 Datum : 26 juli 2011 Milieubarometer 2009-2010 Inleiding De milieubarometer is een instrument,

Nadere informatie

Ondergrondse opslag van aardgas. Locaties Grijpskerk en Langelo

Ondergrondse opslag van aardgas. Locaties Grijpskerk en Langelo Ondergrondse opslag van aardgas Locaties Grijpskerk en Langelo Ondergrondse opslag van aardgas Elke dag voldoende aardgas voor iedereen. Het lijkt de normaalste zaak van de wereld, maar dat is het niet.

Nadere informatie

Eigendom bijvangst koolwaterstoffen bij aardwarmte

Eigendom bijvangst koolwaterstoffen bij aardwarmte (Deze notitie is de integrale versie van de Notitie bijvangst Ministerie EZ van april 2014 en ook onder andere op de site van Platform Geothermie te vinden.) Aanleiding In bijna alle van de tot op heden

Nadere informatie

Minder gaswinning, versterkingspakket voor Groningen

Minder gaswinning, versterkingspakket voor Groningen Ministerie van Economische Zaken Minder gaswinning, versterkingspakket voor Groningen Uitleg over het besluit gaswinning Groningen Geachte bewoner, Vrijdag 17 en zaterdag 18 januari 2014 heb ik in Groningen

Nadere informatie

Toepassing van wet- en regelgeving voor de diepe ondergrond

Toepassing van wet- en regelgeving voor de diepe ondergrond Toepassing van wet- en regelgeving voor de diepe ondergrond Pieter Jongerius De Mijnbouwwet 2 1 De Mijnbouwwet Invloedssfeer Wat is de diepe ondergrond? 100 m 500 m ~ 5 km 3 De Mijnbouwwet Vergunningen

Nadere informatie

Nieuwe Energie Aanboren. PvdA Aanvalsplan Aardwarmte 17 februari 2011

Nieuwe Energie Aanboren. PvdA Aanvalsplan Aardwarmte 17 februari 2011 Nieuwe Energie Aanboren PvdA Aanvalsplan Aardwarmte 17 februari 2011 Verduurzaming van onze energievoorziening hapert De zekerstelling van onze energievoorziening is één van de grootste uitdagingen voor

Nadere informatie

Case study: Service en sales gaan samen voor beter klantcontact

Case study: Service en sales gaan samen voor beter klantcontact Case study: Service en sales gaan samen voor beter klantcontact Sales als basis voor klantcontact stimuleert klanttevredenheid Meer dan 900 medewerkers van Transcom Nederland verzorgen dagelijks facilitaire

Nadere informatie

Vermilion Oil & Gas Netherlands BV Aardgas productie Oppenhuizen. MFC t Harspit Oppenhuizen 26 mei 2015

Vermilion Oil & Gas Netherlands BV Aardgas productie Oppenhuizen. MFC t Harspit Oppenhuizen 26 mei 2015 Vermilion Oil & Gas Netherlands BV Aardgas productie Oppenhuizen MFC t Harspit Oppenhuizen 26 mei 2015 PROGRAMMA 20.00 uur Opening 20.10 uur Presentatie 21.15 uur Vragen 22.00 uur Afsluiting 2 Inhoud Introductie:

Nadere informatie

Een proefboring op zee, wat houdt dat in?

Een proefboring op zee, wat houdt dat in? Een proefboring op zee, wat houdt dat in? GDF SUEZ E&P Nederland B.V. voert regelmatig proefboringen uit naar gas op zee. Deze proef boringen worden uitgevoerd op een milieu- en veiligheidstechnisch verantwoorde

Nadere informatie

Ontwikkelen salarissysteem

Ontwikkelen salarissysteem Ontwikkelen salarissysteem Augustus 2012 Rijskadeveld 28 4231 DZ Meerkerk +31 183 35 35 20 +31 6 22 201 805 www.deldenadvies.nl mail@deldenadvies.nl HR ontwikkelaanpak Externe ontwikkelingen Overleg (Management,

Nadere informatie

Milieubarometer 2010-2011

Milieubarometer 2010-2011 NOTITIE Nr. : A.2007.5221.01.N005 Versie : definitief Project : DGMR Duurzaam Betreft : Milieubarometer 2010-2011 Datum : 6 januari 2012 Milieubarometer 2010-2011 Inleiding De milieubarometer is een instrument,

Nadere informatie

Wij brengen energie. Waar mensen licht en warmte nodig hebben

Wij brengen energie. Waar mensen licht en warmte nodig hebben Wij brengen energie Waar mensen licht en warmte nodig hebben Energie in goede banen De beschikbaarheid van energie bepaalt in grote mate hoe we leven: hoe we wonen, werken, produceren en ons verplaatsen.

Nadere informatie

Prestatiebeloning werkt nauwelijks, maar prestatieafstemming

Prestatiebeloning werkt nauwelijks, maar prestatieafstemming Prestatiebeloning werkt nauwelijks, maar prestatieafstemming werkt wel André de Waal Prestatiebeloning wordt steeds populairder bij organisaties. Echter, deze soort van beloning werkt in veel gevallen

Nadere informatie

Strategisch Thema. -Duurzame stad-

Strategisch Thema. -Duurzame stad- Strategisch Thema -Duurzame stad- Modules Samenvatting 1 Houding Nijmegenaren 2 Energieopwekking en -verbruik 3 Omgaan met grondstoffen 5 Duurzame mobiliteit 6 Milieukwaliteit en leefomgeving 7 Datum:

Nadere informatie

Review CO2 reductiedoelstellingen. Conform niveau 5 op de CO2-prestatieladder 2.2

Review CO2 reductiedoelstellingen. Conform niveau 5 op de CO2-prestatieladder 2.2 Review CO2 reductiedoelstellingen Conform niveau 5 op de CO2-prestatieladder 2.2 Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 2 Voortgang subdoelstellingen 4 2.1. Voortgang subdoelstelling kantoren 4 2.2. Voortgang subdoelstelling

Nadere informatie

Arnold Maassen Holding BV. Verslag energieaudit. Verslag over het jaar 2014. G.R.M. Maassen

Arnold Maassen Holding BV. Verslag energieaudit. Verslag over het jaar 2014. G.R.M. Maassen Arnold Maassen Holding BV Verslag energieaudit Verslag over het jaar 2014 G.R.M. Maassen Inhoud 1 Inleiding... 3 2 Inventarisatie van energieverbruik en emissiebronnen... 3 3 Energieverbruik en CO 2 Footprint...

Nadere informatie

Periodieke rapportage 2014

Periodieke rapportage 2014 Periodieke rapportage 2014 Inhoudsopgave Inleiding 3 1. Basisgegevens 4 1.1 Beschrijving van de organisatie 4 1.2 Verantwoordelijkheden 4 1.3 Basisjaar 4 1.4 Rapportageperiode 4 1.5 Verificatie 4 2. Afbakening

Nadere informatie

Duurzaamheidsrapport CCL Nutricontrol

Duurzaamheidsrapport CCL Nutricontrol Duurzaamheidsrapport CCL Nutricontrol Voorwoord Met trots presenteer ik u het allereerste duurzaamheidsverslag van CCL Nutricontrol! In dit eerste duurzaamheids verslag willen wij u laten zien dat wij

Nadere informatie

Leeftijdbewust personeelsbeleid Ingrediënten voor een plan van aanpak

Leeftijdbewust personeelsbeleid Ingrediënten voor een plan van aanpak Leeftijdbewust personeelsbeleid Ingrediënten voor een plan van aanpak Inhoud Inleiding 3 Stap 1 De noodzaak vaststellen 4 Stap 2 De business case 5 Stap 3 Probleemverdieping 6 Stap 4 Actieplan 8 Stap 5

Nadere informatie

Hengelo, april 2013. 02 Gedragscode Twence

Hengelo, april 2013. 02 Gedragscode Twence Gedragscode Twence Twence in Hengelo is een (inter)nationale speler op de markt van grondstoffen en duurzame energie met hoogwaardige verwerking van afvalstromen en biomassa. Met innovatieve technieken

Nadere informatie

Het Nieuwe Werken: Transitie van Controle naar Vertrouwen

Het Nieuwe Werken: Transitie van Controle naar Vertrouwen Het Nieuwe Werken: Transitie van Controle naar Vertrouwen Het Nieuwe Werken (HNW) is een van de meest populaire trends op het gebied van organisatieontwikkeling van de laatste jaren; meer dan een kwart

Nadere informatie

DGMR Totaal. Figuur 1. DGMR - Milieubelasting per jaar

DGMR Totaal. Figuur 1. DGMR - Milieubelasting per jaar Notitie Project DGMR Duurzaam Betreft Milieubarometer 2011-2012 Ons kenmerk A.2007.5221.01.N006 Versie 001 Datum 7 oktober 2013 Verwerkt door VI GA Contactpersoon drs. ing. B.E.A. (Bianca) van Osch E-mail

Nadere informatie

Achtergrond. Visie op arbeidsverzuim

Achtergrond. Visie op arbeidsverzuim Deze visienota richt zich specifiek op preventie van arbeidsverzuim. Deze visie is door te vertalen naar terugkeer vanuit arbeidsverzuim en op instroom, doorstroom en uitstroom vraagstukken. Deze doorvertaling

Nadere informatie

3.C.1 Voortgangrapportage CO 2 2014 Ter Riele

3.C.1 Voortgangrapportage CO 2 2014 Ter Riele 3.C.1 Voortgangrapportage CO 2 2014 Ter Riele Datum: 11-9-2015 Versie: 3 A.J.J ter Riele Directeur 1. Inleiding Middels deze rapportage wil Ter Riele B.V. (Ter Riele) de voortgang op de CO 2 reductiedoelstellingen

Nadere informatie

20140813.v2 2014 Q1/Q2

20140813.v2 2014 Q1/Q2 2014 Voortgang CO2-prestatieladder 2014 OFS heeft, samen met OFN, in het begin van niveau 5 bereikt op de CO 2 -prestatieladder. Dit is de hoogst haalbare trede op de ladder. Zoals gebruikelijk blikken

Nadere informatie

Monitor HH(T) 4 e kwartaalmeting

Monitor HH(T) 4 e kwartaalmeting Monitor HH(T) 4 e kwartaalmeting Marlijn Abbink-Cornelissen Marcel Haverkamp Janneke Wilschut 5 April 2016 1 Samenvatting Samenvatting Dit is het vijfde rapport van de monitor HH(T). Deze monitor inventariseert

Nadere informatie

Review CO2 reductiedoelstellingenvoestalpine WBN. Conform niveau 5 op de CO2-prestatieladder 2.1

Review CO2 reductiedoelstellingenvoestalpine WBN. Conform niveau 5 op de CO2-prestatieladder 2.1 Review CO2 reductiedoelstellingenvoestalpine WBN Conform niveau 5 op de CO2-prestatieladder 2.1 Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 2 Voortgang subdoelstellingen 4 2.1. Voortgang subdoelstelling kantoren 4 2.2.

Nadere informatie

Rapport Intake Loopbaantraject

Rapport Intake Loopbaantraject Rapport Intake Loopbaantraject Naam Adviseur Jan Voorbeeld Adviseur van Organisatie Datum 20/02/2015 Inleiding In het kader van een loopbaantraject hebt u een tweetal vragenlijsten ingevuld die u inzicht

Nadere informatie

Arbeidsomstandigheden

Arbeidsomstandigheden t b r o n s e k Arbeidsomstandigheden T Inleiding Wettelijke regels Veiligheid, gezondheid en welzijn Rechten en plichten Uitvoering arbobeleid Inleiding Johan ter Veer, administratief medewerker bij blikfabriek

Nadere informatie

Van baan naar loopbaan Verslag van het onderzoek naar de praktijk van mobiliteitsbeleid

Van baan naar loopbaan Verslag van het onderzoek naar de praktijk van mobiliteitsbeleid Van baan naar loopbaan Verslag van het onderzoek naar de praktijk van mobiliteitsbeleid In het voorjaar van 2015 heeft Odyssee een digitale enquête uitgezet onder 950 ondernemingsraden om zicht te krijgen

Nadere informatie

Carbon Footprint 2014

Carbon Footprint 2014 Carbon Footprint 2014 Opdrachtgever: Stuurgroep MVO Projectnummer: 550613 Versie: 1.1 Datum: 19-6-2015 Status: Defintief Adres Kievitsweg 13 9843 HA, Grijpskerk Contact Tel. 0594-280 123 E-mail: info@oosterhofholman.nl

Nadere informatie

Inhoudsopgave: 1. Inleiding 3. 2. Reductiedoelstellingen 4 2.1 Algemeen 2.2 Per scope

Inhoudsopgave: 1. Inleiding 3. 2. Reductiedoelstellingen 4 2.1 Algemeen 2.2 Per scope Energie management actieplan Conform 3.B.2 Op basis van de internationale norm ISO 50001 4.4.3, 4.4.4, 4.4.5, 4.4.6, 4.6.1 en 4.6.4 CO 2 -prestatieladder Niveau 3 Auteur(s): F. Reijm () A.T. Zweers (A.T.

Nadere informatie

Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen 2015-2016

Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen 2015-2016 Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen 2015-2016 Van verbruik naar gebruik Pagina 1 van 5 Inleiding: Voor u ligt het MVO beleid van ABIRD Industrial Rental Services. Maatschappelijk Verantwoord en Duurzaam

Nadere informatie

jouw gezondheid telt! Zwangerschap HAIRDRESSER

jouw gezondheid telt! Zwangerschap HAIRDRESSER HEALTHY jouw gezondheid telt! Zwangerschap HAIRDRESSER Zwangerschap Zwangerschap is een heugelijk feit voor de medewerkster. De werkgever is verplicht om de gezondheid van de medewerkster en haar (ongeboren)

Nadere informatie

Voortgangsrapportage CO 2 reductie 1 e helft 2014

Voortgangsrapportage CO 2 reductie 1 e helft 2014 Voortgangsrapportage CO 2 reductie 1 e helft 2014 CO 2 Prestatieladder - Niveau 3 Datum: 1 november 2014 Versie: 1 Inhoudsopgave 1. Inleiding... 1 2. Basisgegevens... 2 2.1 Beschrijving van de organisatie...

Nadere informatie

MKB-ondernemer geeft grenzen aan

MKB-ondernemer geeft grenzen aan M0040 MKB-ondernemer geeft grenzen aan Reactie van MKB-ondernemers op wetswijzigingen in sociale zekerheid Florieke Westhof Peter Brouwer Zoetermeer, 0 april 004 MKB-ondernemer geeft grenzen aan Ondernemers

Nadere informatie

Arnold Maassen Holding BV. Voortgangsrapportage scope 1 en 2 1e halfjaar 2014

Arnold Maassen Holding BV. Voortgangsrapportage scope 1 en 2 1e halfjaar 2014 Arnold Maassen Holding BV Voortgangsrapportage scope 1 en 2 1e halfjaar 2014 G.R.M. Maassen 24-10-2014 Inhoud 1 Inleiding... 3 2 Scope 1 en 2... 3 2.1 Voortgang in relatie tot reductiedoelstellingen....

Nadere informatie

Carbon footprint 2011

Carbon footprint 2011 PAGINA i van 12 Carbon footprint 2011 Opdrachtgever: Stuurgroep MVO Besteknummer: - Projectnummer: 511133 Documentnummer: 511133_Rapportage_Carbon_footprint_2011_1.2 Versie: 1.2 Status: Definitief Uitgegeven

Nadere informatie

Aan de slag met duurzame inzetbaarheid 3 november 2015

Aan de slag met duurzame inzetbaarheid 3 november 2015 Duurzame inzetbaarheid uitgangspunt personeelsbeleid Het voorstel is duurzame inzetbaarheid centraal te stellen in het personeelsbeleid om medewerkers van alle levensfasen optimaal inzetbaar te houden

Nadere informatie

Geachte mevrouw Franke,

Geachte mevrouw Franke, Retouradres:, Aan de griffier van de vaste commissie voor Economische Zaken, Landbouw & Innovatie T.a.v. mevrouw drs. M.C.T.M. Franke Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG 2500EA Onderwerp Rondetafelgesprek inzake

Nadere informatie

WKK: de energiebesparingtechnologie bij uitstek!

WKK: de energiebesparingtechnologie bij uitstek! WKK: de energiebesparingtechnologie bij uitstek! Deze notitie belicht puntsgewijs de grote rol van WKK bij energiebesparing/emissiereductie. Achtereenvolgens worden de volgende punten besproken en onderbouwd:

Nadere informatie

Beeldschermwerk en werken in de e-gemeente

Beeldschermwerk en werken in de e-gemeente Beeldschermwerk en werken in de e-gemeente Gezond werken aan het beeldscherm (voor medewerkers) Brochure voor medewerkers over het voorkomen van gezondheidsklachten door beeldschermwerk Inhoudsopgave Gezond

Nadere informatie

ZUINIGE ENERGIE EN KPN

ZUINIGE ENERGIE EN KPN ZUINIGE ENERGIE EN KPN KPN start op 30 oktober 2012 met nieuwe corporate campagne Het netwerk dat geeft om Nederland. Hierbij worden relevante maatschappelijke thema s belicht. In de eerste uiting, We

Nadere informatie

Inhoud. Inleiding... 3. Algemene gegevens... 4. Gevoel van veiligheid... 5. De mate waarin agressie voorkomt... 7. Omgaan met agressie...

Inhoud. Inleiding... 3. Algemene gegevens... 4. Gevoel van veiligheid... 5. De mate waarin agressie voorkomt... 7. Omgaan met agressie... Inhoud Inleiding... 3 Algemene gegevens... 4 Gevoel van veiligheid... 5 De mate waarin agressie voorkomt... 7 Omgaan met agressie... 8 Ontwikkeling van agressie... 11 Kwalitatieve analyse... 11 Conclusies...

Nadere informatie

Reductiebeleid en (kwantitatieve) doelstellingen (3.B.1)

Reductiebeleid en (kwantitatieve) doelstellingen (3.B.1) Reductiebeleid en (kwantitatieve) doelstellingen (3.B.1) Directie: K.J. de Jong Handtekening: KAM-Coördinator: D.T. de Jong Handtekening: Inhoudsopgave 1. Inleiding... 3 2. Het CO 2 -reductiebeleid van

Nadere informatie

Review CO 2 reductiedoelstellingen voestalpine WBN. Conform niveau 5 op de CO 2 -prestatieladder 2.2

Review CO 2 reductiedoelstellingen voestalpine WBN. Conform niveau 5 op de CO 2 -prestatieladder 2.2 Review CO 2 reductiedoelstellingen voestalpine WBN Conform niveau 5 op de CO 2 -prestatieladder 2.2 Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 2 Voortgang subdoelstellingen 4 2.1. Voortgang subdoelstelling kantoren 4

Nadere informatie

Van baan naar eigen baas

Van baan naar eigen baas M200912 Van baan naar eigen baas drs. A. Bruins Zoetermeer, juli 2009 Van baan naar eigen baas Ruim driekwart van de ondernemers die in de eerste helft van 2008 een bedrijf zijn gestart, werkte voordat

Nadere informatie

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 2513 AA 's-gravenhage

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 2513 AA 's-gravenhage Bezoekadres Bezuidenhoutseweg 73 2594 AC Den Haag Postadres Postbus 20401 2500 EK Den Haag Factuuradres Postbus 16180 2500 BD Den Haag Overheidsidentificatienr 00000001003214369000 T 070 379 8911 (algemeen)

Nadere informatie

Periodieke rapportage 2 e helft 2014. 18 maart 2015 versie definitief

Periodieke rapportage 2 e helft 2014. 18 maart 2015 versie definitief Periodieke rapportage 2 e helft 18 maart 2015 versie definitief Inhoudsopgave Inleiding 3 1. Basisgegevens 4 1.1 Beschrijving van de organisatie 4 1.2 Verantwoordelijkheden 4 1.3 Basisjaar 4 1.4 Rapportageperiode

Nadere informatie

Vario Grass B.V. Keteninitiatieven. Masters in Green. CO2-Prestatieladder Eis: 1.D.1, 1.D.2 en 3.D.1. Koningslinde 5b. 7131 MP, Lichtenvoorde

Vario Grass B.V. Keteninitiatieven. Masters in Green. CO2-Prestatieladder Eis: 1.D.1, 1.D.2 en 3.D.1. Koningslinde 5b. 7131 MP, Lichtenvoorde Keteninitiatieven CO2-Prestatieladder Eis: 1.D.1, 1.D.2 en 3.D.1 Vario Grass Masters in Green Organisatie: Adres: Opgesteld door: Vario Grass B.V. Koningslinde 5b 7131 MP, Lichtenvoorde Jasper Eppingbroek

Nadere informatie

Hogeschool van Amsterdam. Beeldschermwerk? Voorkom RSI!

Hogeschool van Amsterdam. Beeldschermwerk? Voorkom RSI! Hogeschool van Amsterdam Beeldschermwerk? Voorkom RSI! RSI, dat krijg ik toch niet, dat krijgen anderen... Iedereen die dagelijks langer dan 2 uur ononderbroken op de computer werkt loopt het risico om

Nadere informatie

Kwaliteitszorg met behulp van het INK-model.

Kwaliteitszorg met behulp van het INK-model. Kwaliteitszorg met behulp van het INK-model. 1. Wat is het INK-model? Het INK-model is afgeleid van de European Foundation for Quality Management (EFQM). Het EFQM stelt zich ten doel Europese bedrijven

Nadere informatie

FOSSIELE BRANDSTOFFEN

FOSSIELE BRANDSTOFFEN FOSSIELE BRANDSTOFFEN De toekomst van fossiele energiebronnen W.J. Lenstra Inleiding Fossiele energiebronnen hebben sinds het begin van de industriele revolutie een doorslaggevende rol gespeeld in onze

Nadere informatie

Betrekken omgeving bij ruimtelijke initiatieven

Betrekken omgeving bij ruimtelijke initiatieven Betrekken omgeving bij ruimtelijke initiatieven Aanleiding Op 2 september heeft het college het volgende verzocht: Maak een voorstel betreffende de wijze waarop omwonenden worden geïnformeerd of betrokken

Nadere informatie

Maatschappelijk Jaarverslag 2012

Maatschappelijk Jaarverslag 2012 Maatschappelijk Jaarverslag 2012 Inhoudsopgave Blad Voorwoord 2 1. Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO) 3 2. MVO en Prins Bouw 3 3. Beleid 4 4. Speerpunten 5 5. Duurzaam bouwen 9 6. Toekomst 10

Nadere informatie

Power to gas onderdeel van de energietransitie

Power to gas onderdeel van de energietransitie Power to gas onderdeel van de energietransitie 10 oktober 2013 K.G. Wiersma Gasunie: gasinfrastructuur & gastransport 1 Gastransportnet in Nederland en Noord-Duitsland Volume ~125 mrd m 3 aardgas p/j Lengte

Nadere informatie

http://enquete.groenepeiler.nl/admin/statistics.aspx?inquiry=47 1 van 13 5-7-2011 17:03

http://enquete.groenepeiler.nl/admin/statistics.aspx?inquiry=47 1 van 13 5-7-2011 17:03 1 van 13 5-7-2011 17:03 Enquête Enquête beheer Ingelogd als: aqpfadmin Uitloggen Enquête sta s eken Enquête beheer > De Klimaat Enquête van het Noorden > Statistieken Algemene statistieken: Aantal respondenten

Nadere informatie

Hoe blijf je er gezond bij?

Hoe blijf je er gezond bij? Het Nieuwe Werken Hoe blijf je er gezond bij? Aandachtspunten bij een verantwoorde introductie W&V-64L240-A5 folder_07_def.indd 1 10-09-10 09:19 W&V-64L240-A5 folder_07_def.indd 2 10-09-10 09:19 Het Nieuwe

Nadere informatie

Overzicht lessenserie Energietransitie. Lessen Energietransitie - Thema s en onderwerpen per les.

Overzicht lessenserie Energietransitie. Lessen Energietransitie - Thema s en onderwerpen per les. 1 Lessen Energietransitie - Thema s en onderwerpen per les. 2 Colofon Dit is een uitgave van Quintel Intelligence in samenwerking met GasTerra en Uitleg & Tekst Meer informatie Kijk voor meer informatie

Nadere informatie

Energie management Actieplan

Energie management Actieplan Energie management Actieplan Conform niveau 3 op de CO 2 -prestatieladder 2.2 Auteur: Mariëlle de Gans - Hekman Datum: 30 september 2015 Versie: 1.0 Status: Concept Inhoudsopgave 1 Inleiding... 2 2 Doelstellingen...

Nadere informatie

MVIE Geluidssystemen B.V.

MVIE Geluidssystemen B.V. MILIEUZORGSYSTEEM van MVIE Geluidssystemen B.V. tevens handelend onder: MVIE Audiovisuele Techniek MVIE Home Entertainment De scope van dit kwaliteitssysteem is: MVIE levert, installeert en onderhoud professionele

Nadere informatie

3.C.1 Voortgangrapportage CO 2 2015(1) Ter Riele

3.C.1 Voortgangrapportage CO 2 2015(1) Ter Riele Datum: 11-09- Versie: 2 3.C.1 Voortgangrapportage CO 2 (1) Ter Riele A.J.J ter Riele Directeur 1. Inleiding Middels deze rapportage wil Ter Riele B.V. (Ter Riele) de voortgang op de CO 2 reductiedoelstellingen

Nadere informatie

Elektrische auto stoot evenveel CO 2 uit als gewone auto

Elektrische auto stoot evenveel CO 2 uit als gewone auto Elektrische auto stoot evenveel CO 2 uit als gewone auto Bron 1: Elektrische auto s zijn duur en helpen vooralsnog niets. Zet liever in op zuinige auto s, zegt Guus Kroes. 1. De elektrische auto is in

Nadere informatie

Betreft: vragen ex artikel 41 RvO over wijziging gasopslagplan Norg

Betreft: vragen ex artikel 41 RvO over wijziging gasopslagplan Norg Aan de voorzitter van Provinciale Staten van Drenthe De heer J. Tichelaar Postbus 122 9400 AC Assen Assen, 11-08-2015 Betreft: vragen ex artikel 41 RvO over wijziging gasopslagplan Norg Geachte heer Tichelaar,

Nadere informatie

Inzicht en acties naar aanleiding van de enquête.

Inzicht en acties naar aanleiding van de enquête. Inzicht en acties naar aanleiding van de enquête. Bureau Architectenregister heeft in het voorjaar van 2015 een onderzoek onder de ingeschrevenen in het register laten uitvoeren. Aan alle bij Bureau Architectenregister

Nadere informatie

Ontwerpen van een salarissysteem

Ontwerpen van een salarissysteem Ontwerpen van een salarissysteem Oktober 2015 Herman Kuijkstraat 14 +31 622 201 805 4191 AK Geldermalsen www.deldenadvies.nl Organisatie structuur, functieniveau en beloning Organisatie structuur Functie

Nadere informatie

Chronische longziekten en werk

Chronische longziekten en werk Chronische longziekten en werk Mensen met een longziekte hebben meer moeite om aan het werk te blijven of een betaalde baan te vinden dan de rest van de bevolking. Slechts 42% van de mensen met COPD heeft

Nadere informatie

Eis 3.B.1 CO2 Reductiebeleid

Eis 3.B.1 CO2 Reductiebeleid CO2 Reductiebeleid 1 INLEIDING Ons bedrijf wil concreet en aantoonbaar maken dat we ons inspannen om CO 2 te reduceren. Daarvoor hebben wij dit reductiebeleid opgesteld. 2 HET CO 2 REDUCTIE BELEID VAN

Nadere informatie

1 Nederland is nog altijd voor 92 procent afhankelijk van fossiele brandstoffen

1 Nederland is nog altijd voor 92 procent afhankelijk van fossiele brandstoffen achtergrond Afscheid van fossiel kan Klimaatverandering is een wereldwijd probleem. Energie(on)zekerheid ook. Dat betekent dat een transitie naar een veel duurzamere economie noodzakelijk is. Het recept

Nadere informatie

Uw mening over gaswinning uit het Groningen-gasveld

Uw mening over gaswinning uit het Groningen-gasveld faculteit gedrags- en maatschappijwetenschappen sociale psychologie Uw mening over gaswinning uit het Groningen-gasveld Onderzoeksresultaten fase 1 Elisabeth Hoekstra Goda Perlaviciute Linda Steg onderzoekgaswinning@rug.nl

Nadere informatie

Horizontale planning - integratie in de gehele olie-en gas supply chain

Horizontale planning - integratie in de gehele olie-en gas supply chain Managementsamenvatting Horizontale planning - integratie in de gehele olie-en gas supply chain Neem planningsbesluiten voor maximale winst, meer veiligheid en minimalenadelige gevolgen voor het milieu

Nadere informatie

CONSTANT ONDERHANDEN WERK ZORGT VOOR STABIELE DOORLOOPTIJDEN

CONSTANT ONDERHANDEN WERK ZORGT VOOR STABIELE DOORLOOPTIJDEN CONSTANT ONDERHANDEN WERK ZORGT VOOR STABIELE DOORLOOPTIJDEN Klanten verwachten tegenwoordig een grotere leverbetrouwbaarheid, tegen lagere kosten, met betere kwaliteit en dat allemaal tegelijk. Diegenen

Nadere informatie

CO 2 reductieplan: doelstellingen en voortgang Thales Transportation Systems 2 e half jaar 2015

CO 2 reductieplan: doelstellingen en voortgang Thales Transportation Systems 2 e half jaar 2015 UNCLASSIFIED TOL: 0006 0000795431 CO 2 reductieplan: doelstellingen en voortgang Thales Transportation Systems 2 e half jaar 2015 Conform de CO 2 prestatieladder 3.0 CO 2 reductieplan: doelstellingen en

Nadere informatie

Voortgangsrapportage CO 2 reductiedoelstellingen

Voortgangsrapportage CO 2 reductiedoelstellingen Voortgangsrapportage CO 2 reductiedoelstellingen BAM Infra Nederland bv Periode Q4 2015 (cumulatief) Versie 1 Extern Datum 2016-02-19 Auteur J. van den Elshout, T. Wennink Goedkeuring C. K. den Uil, Hoofd

Nadere informatie

Groene bedrijfsvoering

Groene bedrijfsvoering Groene bedrijfsvoering Emissie-inventaris DWA 2011 2 DWA installatie- en energieadvies (DWA) is een adviesbureau met ambitie. Met meer dan honderd collega s werken wij aan de verduurzaming van onder meer

Nadere informatie

Energie Management Actieplan

Energie Management Actieplan Energie Management Actieplan Rijssen, Juli 2013 Auteur: L.J. Hoff Geaccodeerd door: M. Nijkamp Directeur Inhoudsopgave 1. Inleiding Pagina 3 2. Beleid CO₂ reductie Pagina 4 3. Borging CO₂ prestatieladder

Nadere informatie

Voorwoord De bedrijfs-cao TenneT maakt onderdeel uit van de arbeidsvoorwaarden van cao-werknemers binnen TenneT TSO B.V.

Voorwoord De bedrijfs-cao TenneT maakt onderdeel uit van de arbeidsvoorwaarden van cao-werknemers binnen TenneT TSO B.V. Bedrijfs-cao TenneT Looptijd 1 mei 2013 tot en met 30 oktober 2015 Voorwoord De bedrijfs-cao TenneT maakt onderdeel uit van de arbeidsvoorwaarden van cao-werknemers binnen TenneT TSO B.V. Binnen TenneT

Nadere informatie

Loopbanen in het onderwijs? Analyse van de loopbaanontwikkeling van onderwijspersoneel

Loopbanen in het onderwijs? Analyse van de loopbaanontwikkeling van onderwijspersoneel Loopbanen in het onderwijs? Analyse van de loopbaanontwikkeling van onderwijs 1 Inhoudsopgave 1. Inleiding 2. Resultaten Karin Jettinghoff en Jo Scheeren, SBO Januari 2010 2 1. Inleiding Tot voor kort

Nadere informatie

CO2-reductieplan 2015

CO2-reductieplan 2015 CO2-reductieplan 2015 Samen zorgen voor minder CO2 Rapportage 2015 1 Inleiding Dit CO₂-reductieplan heeft, net zoals het volledige energiemanagementsysteem, zowel betrekking op de totale bedrijfsvoering

Nadere informatie

Evaluatie nota vrijwilligerswerkbeleid Oostzaan. Aan de Waterkant 2008-2011

Evaluatie nota vrijwilligerswerkbeleid Oostzaan. Aan de Waterkant 2008-2011 Evaluatie nota vrijwilligerswerkbeleid Oostzaan Aan de Waterkant 2008-2011 Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 1.1 Evaluatiekader 3 1.2 Leeswijzer 3 2 Vrijwilligerswerk Oostzaan 4 2.1 De situatie toen 4 2.2 De

Nadere informatie

3.B.2 Energiemanagement actieplan 2014-2015:

3.B.2 Energiemanagement actieplan 2014-2015: Pagina: 323.6-1 / 7 3.B.2 Energiemanagement actieplan 2014-2015: Periode: januari 2014 t/m december 2015 Versie: 2 Pagina: 323.6-2 / 7 Inhoudsopgave 1. Inleiding... 1 2. Reductiedoelstellingen... 2 3.

Nadere informatie

jouw gezondheid telt! Ziekteverzuim HAIRDRESSER

jouw gezondheid telt! Ziekteverzuim HAIRDRESSER HEALTHY jouw gezondheid telt! Ziekteverzuim HAIRDRESSER Ziekteverzuim Ziekteverzuim komt altijd voor. Een hoog ziekteverzuim is een probleem. Hoog verzuim kan een financiële molensteen zijn en de teamsfeer

Nadere informatie

De maatregelen bestaan in hoofdlijnen uit: Betrekken medewerkers bij reduceren energieverbruik en reduceren CO2-uitstoot

De maatregelen bestaan in hoofdlijnen uit: Betrekken medewerkers bij reduceren energieverbruik en reduceren CO2-uitstoot Beleidsverklaring Co2 Deze beleidsverklaring met betrekking tot de CO2 uitstoot is onderdeel van het door M, van der Spek Hoveniersbedrijf B.V. gevoerde milieubeleid. M. van der Spek Hoveniersbedrijf B.V.

Nadere informatie

Carbon Capture & Storage (CCS): Richtlijn 2009/31/EG en het Implementatietraject

Carbon Capture & Storage (CCS): Richtlijn 2009/31/EG en het Implementatietraject Carbon Capture & Storage (CCS): Richtlijn 2009/31/EG en het Implementatietraject Prof. mr. dr. Martha Roggenkamp Groningen Centre of Energy Law (RUG) en participant Cato2 Brinkhof Advocaten, Amsterdam

Nadere informatie

Beschrijving Energie Management Systeem

Beschrijving Energie Management Systeem Beschrijving Energie Management Systeem 11 maart 2014 Dit document beschrijft het Energie Management Systeem en het reductieplan voor realisatie van de energiereductie doelstellingen van Bepacom B.V. StenVi

Nadere informatie

Geïnteresseerd in het vak van trainer/adviseur? Solliciteer via sollicitatie@dekrommerijn.nl. Lees hieronder verder over:

Geïnteresseerd in het vak van trainer/adviseur? Solliciteer via sollicitatie@dekrommerijn.nl. Lees hieronder verder over: Geïnteresseerd in het vak van trainer/adviseur? Solliciteer via sollicitatie@dekrommerijn.nl Lees hieronder verder over: Het werk van ondernemingsraden. Het werk van de trainer/adviseur. De ideale trainer/adviseur.

Nadere informatie

mentalcare arboadviescentrum

mentalcare arboadviescentrum mentalcare arboadviescentrum Het Arboadviescentrum Hoe gezonder uw werknemers, hoe gezonder uw bedrijf. En dus uw winst. Helaas hebben we die gezondheid niet altijd in de hand. Eén hevige weersomslag en

Nadere informatie

Review CO 2 reductiedoelstellingen. Conform niveau 3 op de CO 2 -prestatieladder 2.2

Review CO 2 reductiedoelstellingen. Conform niveau 3 op de CO 2 -prestatieladder 2.2 Review CO 2 reductiedoelstellingen Conform niveau 3 op de CO 2 -prestatieladder 2.2 Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 2 Voortgang subdoelstellingen 4 2.1. Voortgang subdoelstelling kantoren 4 2.2. Voortgang

Nadere informatie

Snel, zorgvuldig en zorgeloos reorganiseren met de Q-Reorganisatie Methode

Snel, zorgvuldig en zorgeloos reorganiseren met de Q-Reorganisatie Methode Reorganisatie Methode Quintop Management Consultants Groenewoudsedijk 70b 3528 BK Utrecht Telefoon: 030-670 46 05 Fax: 030-670 46 04 E-mail: info@quintop.nl Website: www.quintop.nl Snel, zorgvuldig en

Nadere informatie

Voortgangsrapportage CO 2 - reductiedoelstellingen scope 1 & 2 -emissies

Voortgangsrapportage CO 2 - reductiedoelstellingen scope 1 & 2 -emissies Voortgangsrapportage CO 2 - reductiedoelstellingen scope 1 & 2 -emissies BESIX Nederland Branch 17 oktober 2011 Definitief rapport BESIX Nederland Branch Trondheim 22-24 Postbus 8 2990 AA Barendrecht

Nadere informatie

RSI. Informatie voor werknemers en werkgevers

RSI. Informatie voor werknemers en werkgevers RSI Informatie voor werknemers en werkgevers RSI RSI (Repetitive Strain Injury) is de veelgebruikte verzamelnaam voor klachten aan nek, bovenrug, schouders, armen, polsen en handen. Deze klachten komen

Nadere informatie

Voortgangsrapportage CO 2 reductie 1 e helft 2013

Voortgangsrapportage CO 2 reductie 1 e helft 2013 Voortgangsrapportage CO 2 reductie 1 e helft 2013 CO 2 Prestatieladder - Niveau 3 Datum: 1 november 2013 Versie: 1 Inhoudsopgave 1. Inleiding... 1 2. Basisgegevens... 2 2.1 Beschrijving van de organisatie...

Nadere informatie

3.C.1 Communicatie over de voortgang van CO 2 bij Prins Bouw.

3.C.1 Communicatie over de voortgang van CO 2 bij Prins Bouw. 3.C.1 Communicatie over de voortgang van CO 2 bij Prins Bouw. Datum: 12-05-2016 Versie: 1 1. Inleiding Middels deze rapportage wil Prins Bouw de voorgang op de CO 2 reductiedoelstellingen laten zien, door

Nadere informatie

20140813.v2 2014 Q1/Q2

20140813.v2 2014 Q1/Q2 2014 Voortgang CO2-prestatieladder 2014 OFN heeft, samen met OFS, in het begin van niveau 5 bereikt op de CO 2 -prestatieladder. Dit is de hoogst haalbare trede op de ladder. Zoals gebruikelijk blikken

Nadere informatie

CO 2 -Prestatieladder

CO 2 -Prestatieladder CO 2 -Prestatieladder Energiemanagement actieplan Schilderwerken De Boer Obdam B.V. 2015 Op basis van de internationale norm ISO 50001 4.4.3, 4.4.4, 4.4.5, 4.4.6, 4.6.1 en 4.6.4 Auteur(s): R. de Boer (Schilderwerken

Nadere informatie

CO 2 -reductiedoelstelling 2011-2013

CO 2 -reductiedoelstelling 2011-2013 CO 2 -reductiedoelstelling 2011-2013 Cauberg-Huygen Raadgevende Ingenieurs BV december 2011 2010.0001-15 Inleiding Cauberg-Huygen is sinds 1975 koploper in oplossingen voor de bouw- en infrasector, industrie

Nadere informatie

Adviezen bij KANS/rsi

Adviezen bij KANS/rsi Adviezen bij KANS/rsi U bent momenteel in behandeling wegens klachten aan arm, nek en schouders. Dit wordt ook wel KANS/rsi genoemd. Het begrip RSI (Repetitive Strain Injury) heeft in de praktijk een groot

Nadere informatie

Energie Management Actieplan [3.B.2] HOOIJER Renkum B.V. HOOIJER Wegenbouw B.V. Versie d.d.18-4-2013, Geactualiseerd d.d.

Energie Management Actieplan [3.B.2] HOOIJER Renkum B.V. HOOIJER Wegenbouw B.V. Versie d.d.18-4-2013, Geactualiseerd d.d. Energie Management Actieplan [3.B.2] HOOIJER Renkum B.V. HOOIJER Wegenbouw B.V. Versie d.d.18-4-2013, Geactualiseerd d.d. 04-10-2013 Inhoudsopgave 1. Inleiding 3 2. Reductiedoelstellingen 4 2.1 Bedrijfsdoelstelling

Nadere informatie