FORENSISCH- PSYCHIATRISCHE DIAGNOSTIEK

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "FORENSISCH- PSYCHIATRISCHE DIAGNOSTIEK"

Transcriptie

1 NEDERLANDS JURISTENBLAD FORENSISCH- PSYCHIATRISCHE DIAGNOSTIEK Massaliteit en kwaliteit van juridisch onderwijs Gemeentezorg en privacyzorgen Besluitbevoegdheid is geen bevelsbevoegdheid De Hoge Raad is geen rotaryclub P JAARGANG 89 5 DECEMBER

2 De Raad van State is onafhankelijk adviseur van de regering voor wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter. De Raad is ook adviseur van de Tweede Kamer voor initiatiefwetgeving. De advisering is opgedragen aan de Afdeling advisering, de bestuursrechtspraak aan de Afdeling bestuursrechtspraak. Binnen de Raad van State ontstaan, ten behoeve van zowel zijn adviserende als zijn rechtsprekende taak, met enige regelmaat vacatures. Thans is behoefte aan vervulling van vacatures binnen de Afdeling advisering, in het bijzonder met het oog op het versterken van de volgende specifieke deskundigheden: 1. het recht van de Europese Unie; 2. (internationale) financieel-economische kennis en ervaring; 3. kennis en ervaring op het terrein van de gezondheidszorg/volksgezondheid. De Afdeling advisering moet breed zijn samengesteld naar deskundigheid, maatschappelijke ervaring en politieke achtergrond. Voor de leden geldt dat kennis van de constitutionele en bestuurlijke verhoudingen onontbeerlijk is. Daarnaast moeten zij in staat zijn te werken in een juridische omgeving. Met het oog op deze vacatures wil de Raad beschikken over een overzicht van personen die in aanmerking zouden kunnen komen voor de benoeming tot Staatsraad (m/v) OMVANG BENOEMING Afhankelijk van de gevraagde specifieke deskundigheid gaat het om een benoeming van ten minste 3 dagen per week (0,6 fte) of ten minste 4 dagen per week (0,8 fte). INFORMATIE Informatie over benoemingsvereisten en benoemingsprocedure en meer algemene informatie over de Raad van State en over de kwaliteiten die de Raad van belang acht voor de vervulling van de taak van adviseur zijn te vinden op onder: Over de Raad van State en dan doorklikken naar Organisatie, in het bijzonder Samenstelling waar wordt verwezen naar de 'Notitie kwaliteiten waarmee rekening moet worden gehouden bij werving en selectie van staatsraden en staatsraden in buitengewone dienst'. In die notitie zijn de kwaliteiten geformuleerd die binnen de Raad voor de taken van de Raad, respectievelijk de Afdeling advisering en de Afdeling bestuursrechtspraak aanwezig moeten zijn, alsmede de persoonlijke kwaliteiten waarover de staatsraden moeten beschikken. De Raad van State stelt het op prijs niet alleen te kunnen beschikken over een lijst van personen die zelf voor een benoeming in aanmerking willen komen, maar zou ook geattendeerd willen worden op personen die de aandacht verdienen bij het voorbereiden van een aanbeveling voor de benoeming tot staatsraad. Bezoldiging vindt plaats volgens wettelijk besluit. Informatie over de functie kunt u inwinnen bij de secretaris van de Raad, mr. H.H.C. Visser, telefoon REACTIES Reacties op de vacatures worden graag binnen drie weken na het verschijnen van deze publicatie tegemoetgezien. U kunt deze richten aan: Raad van State T.a.v. mr. J.P.H. Donner, vice-president Postbus EA Den Haag Op de enveloppe vermeldt u persoonlijk en vertrouwelijk. Uw gegevens worden vertrouwelijk behandeld. Acquisitie naar aanleiding van deze advertentie wordt niet op prijs gesteld.

3 Inhoud Vooraf Prof. mr. P.J. Wattel (Monsieur) Ruling Wetenschap Prof. mr. dr. E.G.C. Rassin Prof. dr. H.L.G.J. Merckelbach Forensisch-psychiatrische diagnostiek Hoog tijd om er een echt vak van te maken Focus Prof. dr. H.C.G. Spoormans Over massaliteit en kwaliteit van juridisch onderwijs Focus Mr. dr. J. Nouwt Gemeentezorg en privacyzorgen Opinie Prof. dr. J.G. Brouwer Prof. mr. A. E. Schilder Een besluitbevoegdheid is geen bevelsbevoegdheid Opinie Prof. dr. M.A. Loth De Hoge Raad is geen rotaryclub Rubrieken Rechtspraak Boeken Tijdschriften Wetgeving Nieuws Universitair nieuws Personalia Agenda 3044 Omslag: Rorschach inktvlekken tests Marmaduke St. John / Alamy De met de duizenden door MONSIEUR RULING afgegeven rulings beoogde RECHTSZEKERHEID zou in haar TEGENDEEL verkeren. LUXEMBURG zou door die miljarden echter wel nóg veel RIJKER worden Pagina 2979 De Hoge Raad gaat er aan voorbij dat er tussen de FEITELIJKE handhaving van de openbare orde in artikel 172 Gemw en de REGULIERE, BESTUURSRECHTELIJKE HANDHAVING van de openbare orde door middel van besluiten een WEZENLIJK VERSCHIL bestaat Pagina 2998 Het GEBREK aan CONSENSUS over hoe DIAGNOSE en DELICT met elkaar samenhangen is debet aan de tegenstrijdige conclusies die FORENSISCHE EXPERTS debiteren over toerekeningsvatbaarheid Pagina 2983 Door de VRIJE TOEGANG tot gezondheidszorg te waarborgen kan het MEDISCH BEROEPSGEHEIM juist bijdragen aan VEILIGHEID in de samenleving in plaats van dat het die veiligheid zou belemmeren Pagina 2997 De functie van PRESIDENT van de HOGE RAAD is niet meer het eerbare CORVEE waarover Jensma spreekt, maar is geprofessionaliseerd tot een BESTUURSFUNCTIE op NIVEAU Pagina 3000 De RECHTBANK zal STERKER dan voorheen, op basis van het dossier, de inhoud van de GELOOFWAARDIG- HEIDSBEOORDELING van het bestuursorgaan TOETSEN Pagina 3040 Alle OPLEIDINGEN staan voor de TAAK om zo veel mogelijk STUDENTEN in een zo kort mogelijke TIJD bij teruglopende MIDDELEN de EINDSTREEP te laten behalen Pagina 2987 Bij de RECHTBANKEN werden meer dan de HELFT van de NORMSTELLINGEN voor de DUUR van rechtszaken niet gehaald, bij de HOVEN nog MINDER Pagina 3041

4 NEDERLANDS JURISTENBLAD Opgericht in 1925 Eerste redacteur J.C. van Oven Erevoorzitter J.M. Polak Redacteuren Tom Barkhuysen, Ybo Buruma, Coen Drion, Ton Hartlief, Corien (J.E.J.) Prins (vz.), Taru Spronken, Peter J. Wattel Medewerkers Barend Barentsen, sociaal recht (socialezekerheidsrecht), Stefaan Van den Bogaert, Europees recht, Alex F.M. Brenninkmeijer, alternatieve geschillen - beslechting, Wibren van der Burg, rechtsfilosofie en rechtstheorie, G.J.M. Corstens, Europees strafrecht, Remy Chavannes, technologie en recht, Eric Daalder, bestuursrecht, Caroline Forder, personen-, familie- en jeugdrecht, Janneke H. Gerards, rechten van de mens, Ivo Giesen, burgerlijke rechtsvordering en rechts pleging, Aart Hendriks, gezondheidsrecht, Marc Hertogh, rechtssociologie, P.F. van der Heijden, internationaal arbeidsrecht, C.J.H. Jansen, rechtsgeschiedenis, Piet Hein van Kempen, straf(proces)recht, Harm-Jan de Kluiver, ondernemingsrecht, Willemien den Ouden, bestuursrecht, Stefan Sagel, arbeidsrecht, Nico J. Schrijver, volkenrecht en het recht der intern. organisaties, Ben Schueler, omgevingsrecht, Thomas Spijkerboer, migratierecht, T.F.E. Tjong Tjin Tai, verbintenissenrecht, F.M.J. Verstijlen, zakenrecht, Dirk J.G. Visser, auteursrecht en intellectuele eigendom, Inge C. van der Vlies, kunst en recht, Rein Wesseling, mededingingsrecht, Reinout Wibier, financieel recht Auteursaanwijzingen Zie Het al dan niet op verzoek van de redactie aanbieden van artikelen impliceert toestemming voor openbaarmaking en ver veelvoudiging t.b.v. de elektronische ontsluiting van het NJB. Citeerwijze NJB 2014/[publicatienr.], [afl.], [pag.] Redactiebureau Bezoekadres: Lange Voorhout 84, Den Haag, postadres: Postbus 30104, 2500 GC Den Haag, tel. (0172) , Internet en Secretaris, nieuws- en informatie-redacteur Else Lohman Adjunct-secretaris Berber Goris Secretariaat Nel Andrea-Lemmers Vormgeving Colorscan bv, Voorhout, Uitgever Simon van der Linde Uitgeverij Kluwer, Postbus 23, 7400 GA Deventer. Op alle uitgaven van Kluwer zijn de algemene leveringsvoorwaarden van toepassing, zie Abonnementenadministratie, productinformatie Kluwer Afdeling Klantcontacten, tel. (0570) Abonnementsprijs (per jaar) Tijdschrift: 310 (incl. btw.). NJB Online: Licentieprijs incl. eerste gebruiker 340 (excl. btw), extra gebruiker 100 (excl. btw). Combinatieabonnement: Licentieprijs incl. eerste gebruiker 340 (excl. btw). Prijs ieder volgende gebruiker 100 (excl. btw). Bij dit abonnement ontvangt u 1 tijdschrift gratis en krijgt u toegang tot NJB Online. Zie voor details: (bij abonneren). Studenten 50% korting. Losse nummers 7,50. Abonnementen kunnen op elk gewenst moment worden aangegaan voor de duur van minimaal één jaar vanaf de eerste levering, vooraf gefactureerd voor de volledige periode. Abonnementen kunnen schriftelijk tot drie maanden voor de aanvang van het nieuwe abonnementsjaar worden opgezegd; bij niet-tijdige opzegging wordt het abonnement automatisch met een jaar verlengd. Gebruik persoonsgegevens Kluwer BV legt de gegevens van abonnees vast voor de uitvoering van de (abonnements-)over eenkomst. De gegevens kunnen door Kluwer, of zorgvuldig geselecteerde derden, worden gebruikt om u te informeren over relevante producten en diensten. Indien u hier bezwaar tegen heeft, kunt u contact met ons opnemen. Media advies/advertentiedeelname Maarten Schuttél Capital Media Services Staringstraat 11, 6521 AE Nijmegen Tel , ISSN NJB verschijnt iedere vrijdag, in juli en augustus driewekelijks. Hoewel aan de totstandkoming van deze uitgave de uiterste zorg is besteed, aanvaarden de auteur(s), redacteur(en) en uitgever(s) geen aansprakelijkheid voor eventuele fouten en onvolkomenheden, noch voor gevolgen hiervan. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van art. 16h t/m 16m Auteurswet j. Besluit van 29 december 2008, Stb. 2008, 583, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoeding te voldoen aan de Stichting Reprorecht te Hoofd dorp (Postbus 3051, 2130 KB). Specialisatie & Permanente Educatie Civiele Cassatie (leerlijn 3) De complete leergang Civiele Cassatieadvocatuur bestrijkt vijf cursusblokken: Meer informatie? Juridisch PAO Opleidingen Cursussen Symposia Incompany

5 Vooraf 2155 (Monsieur) Ruling 42 De Europese Commissie heeft de tax ruling ontdekt als crypto-staatssteun. Tax rulings zijn comfort letters van de fiscus. Belastingwetgeving is complex en onzeker in haar effecten. Rulings geven een internationaal concern zekerheid over de wets- toepassing; over de berekening van de belastbare winst, met name die op transacties met concernonderdelen in andere landen. Als de ruling strookt met de belastingwet en de OECD-regels voor transfer pricing van grensoverschrijdende intraconcerndienstverlening, is daar niets op tegen. Maar of dat zo is, is niet makkelijk te beoordelen. Transfer pricing ( TP ) is door de globalisering van de economie en van concerns een kabbalistisch mandarijnenspecialisme geworden. Het gaat om honderden miljarden en om de vraag waar die belast moeten worden. Met name de VS zitten multinationals al decennia agressief achter de broek om export van belastinggrondslag naar lager belastende jurisdicties tegen te gaan. Maar een (klein) land kan ook het omgekeerde doen: juist een zeer bescheiden marge aan zichzelf toerekenen (resulterend in lage effectieve belastingdruk), om makkelijk verplaatsbare economische activiteit uit hoogbelastende landen aan te trekken (zoals concernfinanciering en uitbating van intellectuele eigendom) die anders weg zou blijven. Uit de LuxLeaks-affaire blijkt dat in Luxemburg 22 jaar lang één ambtenaar ( Monsieur Ruling ) duizenden concernvriendelijke rulings afgaf. De voorgelegde structuren keurde hij vaak nog dezelfde dag mondeling goed. Op de vraag van de Wall Street Journal na zijn pensionering vorig jaar hoe hij al die complexe financierings- en royaltystructuren zo snel beoordeelde, likte hij aan zijn duim en stak die in de lucht: There was no way to verify it. Hij werkte hard en was geliefd (een Luxemburgse belastingadviseur: he deserves a medal ) en trots op zijn werk: The work I did definitely benefited the country, though maybe not in terms of reputation. Luxemburg is er inderdaad het per capita rijkste EU-land mee geworden. Geen wonder dat Monsieur Ruling didn t get any pressure from above en never had any problems with Juncker. De Commissie onderzoekt de Luxemburgse rulings, maar ook Ierse en een Nederlandse. Als zij afwijken van de OECD benchmark voor transfer pricing, dan rijst de verdenking van staatssteun, die mogelijk ongedaan gemaakt moet worden. Zij heeft ter zake van vier grote multinationals formele onderzoeken geopend: Bij Amazon gaat het om de royaltybetalingen door diens Luxemburgse dochter Amazon EU Sàrl aan diens eveneens Luxemburgse Amazon Europe Holding Technologies SCS, die niet aan de Luxemburgse winstbelasting is onderworpen. Van de bij Amazon EU binnenstromende Europese concernwinst blijft door die aftrekbare royaltybetalingen aan die niet-belaste SCS weinig belastbare winst over. As a result, most European profits of Amazon are recorded in Luxembourg but are not taxed in Luxembourg, aldus de Commissie, die nu de royalty s onderzoekt. Zijn die te hoog en in zoverre niet aftrekbaar, dan moet die belastingaftrek ongedaan gemaakt worden. Bij Apple gaat het om de Ierse Apple Operations Europe (AOE) en Apple Sales International (ASI). AOE produceert computers en levert groepsdiensten. ASI koopt Apple-producten in van derden die in opdracht van Apple produceren; zij verkoopt door aan groepsvennootschappen. Hoewel opgericht naar Iers recht, worden AOE en ASI door Ierland als buitenlands belastingplichtig beschouwd zonder vast te stellen waar zij dan wél zijn gevestigd. AOE heeft in 1991 met de Ierse fiscus kennelijk een bepaald belastbare-winstniveau onderhandeld, van waaruit teruggeredeneerd is naar een (dus) niet-onderbouwde winstberekening: 65% winstopslag op de kostprijs van transacties met groepsvennootschappen. Boven een bepaald kostprijsniveau was de winstopslag slechts 20% in order not to prohibit the expansion of the Irish operations. Vanaf 2007 zijn de percentages lager, en evenmin onderbouwd. ASI heeft in 1991 een winstopslag van 12,5% op intraconcern-transacties afgesproken en vanaf 2007 tussen 8% en 18%. De Commissie valt er over dat geen enkele bedrijfseconomische analyse aan deze winstberekening ten grondslag lijkt te liggen, zodat het op toeval berust als de belastbare winst (en daarmee de belasting) strookt met de transactiewinst en de belasting die bij vergelijkbare transacties tussen ongelieerde partijen zou resulteren. Starbucks betreft de Nederlandse Starbucks Manufacturing BV (SMBV), een koffiebranderij met 100 werknemers. SMBV betrekt bonen bij een Zwitserse groepsvennootschap en levert de gebrande en verpakte koffie meteen aan andere groepsvennootschappen. De ruling gaat ervan uit dat zij een toll manufacturer (loonproducent) is. Een toll manufacturer loopt nauwelijks voorraad- en debiteurenrisico, en er kan dus maar een klein deel van de concernwinst aan toegerekend worden. SMBV rapporteerde 9%-12% van haar operationele kosten als belastbare winst in Nederland. De Commissie betwijfelt of SMBV wel een toll manufacturer is en of haar niet meer winst moet worden toegerekend (met als gevolg meer belastingheffing), nu ook SMBV zelf enige voorraad op haar balans had. Fiat Finance and Trading (FFT) tenslotte is een groepsfinancieringsvennootschap in Luxemburg met 20 werknemers die geld inleent van derden en van groepsvennootschappen, en uitleent aan andere groepsvennootschappen. Zij rapporteert op die financieringsactiviteiten een belastbare marge van 2,4 tot 2,8 mln, gebaseerd op een rendement op haar eigen vermogen bepaald op een risicoloze rente plus een opslag. De Commissie betwijfelt deze winstbepaling, met name het gefixeerde maximum en de lage opslag. Als een gedetailleerde analyse van functions performed, assets used, en risks assumed volgens de OECD transfer pricing guidelines ontbreekt, en in plaats daarvan de natte duim is gehanteerd, gaat de Commissie van staatssteun uit. Dan moeten in Luxemburg, waar die natte duim kennelijk wel eens vigeerde, over de afgelopen tien jaren mogelijk miljarden belastingvoordeel worden teruggevorderd van de betrokken multinationals, mét rente. De met de duizenden door Monsieur Ruling afgegeven rulings beoogde rechtszekerheid zou daarmee in haar tegendeel verkeren. Maar Luxemburg zou door die miljarden wel nóg veel rijker worden. Peter Wattel Reageer op NJBlog.nl op het Vooraf NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL

6 2156 Wetenschap Forensisch-psychiatrische diagnostiek Hoog tijd om er een echt vak van te maken Eric Rassin & Harald Merckelbach 1 Bij de beantwoording van de derde en vierde hoofdvraag uit artikel 350 Sv laat de rechter zich bijstaan door gedragsdeskundigen. Het gaat dan om forensisch psychiaters en psychologen, die via hun Pro Justitia rapportages de rechter voorlichten over de symptomen en vervolgens de (on)toerekeningsvatbaarheid van de verdachte. Maar in de diagnostiek van deze deskundigen gaat het nodige mis. In deze bijdrage wordt dit type voorlichting van een paar kritische kanttekeningen voorzien. Ook mogelijke oplossingen voor de problemen die worden gesignaleerd worden besproken. De forensische psychiatrie is al langere tijd onderwerp van discussie. Zo werd in dit tijdschrift nog onlangs betoogd dat strafrechtelijke sancties bij voorkeur een voorlopig karakter behoren te dragen, omdat de psychiatrische inzichten waarop zulke sancties zijn gestoeld, nu eenmaal traag rijpen. 2 Stel bijvoorbeeld dat een verdachte van een levensdelict een vrijheidsstraf krijgt opgelegd, terwijl later blijkt dat het delict in een psychotische toestand werd gepleegd. Dan, zo zeggen de auteurs van het artikel, zou het strafrecht de flexibiliteit moeten kunnen opbrengen om de straf in te ruilen voor een behandeling. Ook menen zij dat het Nederlandse strafrecht een uitgangspunt hanteert dat juist voor de categorie van psychiatrische verdachten problematisch is. De auteurs doelen daarbij op het principe dat volwassen verdachten voor toerekeningsvatbaar worden gehouden totdat er duidelijke blijken van het tegendeel zijn. De boodschap van deze auteurs en andere auteurs uit hun kring is dat de rechter beter naar de psychiater moet luisteren. Dat is een stichtende boodschap, maar het veronderstelt dat de psychiater over solide kennis kan beschikken. Maar beschikt hij 3 daar ook over? Wij hebben daar zo onze twijfels over en leggen hieronder uit waar die vandaan komen. Psychiatrische diagnostiek in het algemeen Zoals in veel andere westerse landen, laten ook in Nederland psychiaters zich bij het stellen van hun diagnosen veelal leiden door de Amerikaanse Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders, kortweg de DSM-5. 4 Dit boek catalogiseert een paar honderd breed erkende psychiatrische stoornissen. Het biedt daartoe de nomenclatuur zoals post traumatische stressstoornis, antisociale persoonlijkheidsstoornis en obsessief-compulsieve stoornis - en de criteria waaraan een patiënt moet voldoen, wil hij in aanmerking komen voor een van de diagnostische labels uit de DSM-5. Het voordeel van het volgen van deze nomenclatuur is dat het in beginsel consensus over diagnosen mogelijk maakt. Zoiets bevordert de kennisaccumulatie voor dokters en wetenschappers. Maar de DSM-5 beschermt niet tegen diagnostische missers. Zo komt het wel voor dat een patient die last heeft van nachtmerries, aanvankelijk de diagnose posttraumatische stressstoornis krijgt, terwijl later toch blijkt dat er sprake is van een obsessief-compulsieve stoornis. 5 Om een ander voorbeeld te geven: er bestaat een aanzienlijke kans dat als de ene psychiater met de DSM-5 in de hand een antisociale persoonlijkheidsstoornis vaststelt bij de verdachte, een andere psychiater het daar eveneens met de DSM-5 in de hand - niet mee eens is. Een van de twee kan hoogstens gelijk hebben, terwijl tenminste één expert een diagnostische fout maakt. 6 Wij kennen de precieze onzekerheidsmarge van psychiatrische diagnosen niet, maar stellen ons zo voor dat missers hier in de regel niet zo erg zijn. De patiënt die fout is gediagnosticeerd, zal een onwerkzame behandeling krijgen, de klachten zullen aanhouden en de diagnose zal uiteindelijk worden ingewisseld tegen een betere met dito behandeling. Het wordt pas ernstig als de behandeling danig invasief is, hetgeen bij psychiatrische en psychotherapeutische interventies vaak niet maar soms wel 7 aan de hand is. Diagnostische missers zijn één ding, maar hoe ze zoveel mogelijk zijn te voorkomen, is een andere kwestie. Voor psychologen geldt dat fouten worden vermeden door het gebruik van gevalideerde meetinstrumenten, waarbij 2980 NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL. 42

7 Is het normaal of getuigt het van een verontrustend gebrek aan creativiteit om in Figuur 1 een vlinder te zien? Niemand die het weet Figuur 1. Voorbeeld van een inktvlek vergelijkbaar met die uit de Rorschachtest. te denken valt aan vragenlijsten en tests. Van psychologen mag derhalve worden verwacht dat ze hun diagnostische conclusies trekken op grond van instrumenten die aantoonbaar meten wat ze beogen te meten. Foutloze tests bestaan niet, maar de foutenmarge moet wel binnen de perken blijven. Het is inmiddels vele malen aangetoond dat het gebruik van goede tests psychologen tot betere diagnostiek in staat stelt dan professionele ervaring, mensenkennis en vrijblijvende gesprekken met de patiënt of de verdachte. 8 Ter illustratie: psychologen kunnen zich hetzij op tests, hetzij op hun klinische intuïtie verlaten om te voorspellen of iemand in de toekomst gewelddadig wordt; op elke 1000 voorspellingen die ze aldus doen, zullen de tests zo n 90 geweldsincidenten meer correct voorspellen dan intuïtie. 9 Het aantal psychologische tests dat op de markt is, valt nauwelijks nog te tellen, maar ze zijn niet allemaal even goed gevalideerd. In de praktijk worden dus ook slechte tests gebruikt. Een berucht voorbeeld is de Rorschach-test. Deze test, ook wel de inktvlekkentest genoemd, bestaat eruit dat de geteste persoon een verhaal vertelt over wat hij ziet in abstracte inktvlekken. Dat verhaal wordt achteraf door de psycholoog of psychiater geïnterpreteerd. De validiteit van deze test is kwestieus omdat niet duidelijk is welke verhalen waarop zouden duiden. Is het normaal of getuigt het van een verontrustend gebrek aan creativiteit om in Figuur 1 een vlinder te zien? Niemand die het weet. Toch wordt de Rorschach-test op ruime schaal gebruikt, ook ten behoeve van pro Justitia-rapportages. De experts die deze test hanteren, geloven dat de verhalen inzicht bieden in verborgen motieven waarover de testpersoon in een vraaggesprek niet zomaar zou uitweiden. De kracht van de Rorschach-test zou dus zijn dat hij informatie uit de testpersoon haalt, die anders ontoegankelijk zou blijven. 10 Dat is op zichzelf geen gekke gedachte, maar ondertussen blijkt dat het gebruik van de Rorschach-test niets toevoegt aan de kwaliteit van de diagnose; de foutenmarge van de test ligt ergens tussen 20 en 70%. 11 Waar psychologen zich beschermen tegen fouten door gebruik te maken van goede tests, geldt voor psychiaters paradoxaal genoeg dat zij zich zelden verlaten op tests. Psychiatrische diagnosen worden doorgaans gesteld op grond van gesprekken, ook wel diepte-interviews genoemd. Deze aanpak zelfs als hij gestuurd wordt door de DSM-5 nomenclatuur levert vaak een gebrekkige overeenstemming op tussen psychiaters die moeten oordelen over een en dezelfde persoon. 12 Consensus is al helemaal ver te zoeken als psychiaters op grond van hun diagnoses een oordeel moeten vellen over toerekeningsvatbaarheid. In een Amerikaans onderzoek werden 483 rapporten over 165 verdachten met elkaar vergeleken om te bezien hoe vaak experts tot eenzelfde oordeel kwamen. Overeenstemming over de toerekeningsvatbaarheid bleek er maar voor 55% van de verdachten te zijn. 13 Dat percentage stemt tot nadenken. Auteurs 5. J.F. Lipinski & H.G. Pope, Do flashbacks represent obsessional imagery?, Comprehensive Psychiatry, 1994/35, p cal prediction: A meta-analysis, Psychological Assessment, 2000/12, p gezonde mensen geven is psychose. Zie voor een overzicht: W.M. Grove & R.C. Barden (1999), Protecting the integrity of the legal system. The admissibility of testimony from mental health experts under Daubert/ Kumho analysis, Psychology, Public Policy, and Law, 1999/5, p ; zie voorts: G. Ben-Shakhar, M. Bar-Hillel, Y. Bilu & G. Shefler, Seek and ye shall find: Test results are what you hypothesize they are, Journal of Behavioral Decision Making, 1998/11, p S. Vanheule et al, W.N. Gowensmith, D.C. Murrie & M.T. Boccaccini, How reliable are forensic evaluations of legal sanity?, Law and Human Behavior, 2013/37, p Prof. mr. dr. E.G.C. Rassin is verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam; Prof. dr. H.L.G.J. Merckelbach is verbonden aan de Maastricht University; 9. Zie voor meer voorbeelden: S. Aegisdottir, M.J. White, P.M. Spengler, A.S. Maugerman et al., The meta-analysis of clinical judgment project, The Counseling Psychologist, 2006/34, p Technisch gesproken: de interbeoordelaarsbetrouwbaarheid voor deze DSM-5 categorie is armoedig (kappa = 0.21); zie voor een overzicht: S. Vanheule, M. Desmet, R. Meganck, R. Insleger, J. Willemsen, M. de Schryver & I. Devisch, Reliability in psychiatric diagnosis with the DSM: Old wine in new barrels, Psychotherapy and Psychosomatics, 2014/83, p Noten 2. A. Loonen, P. van Panhuis & R. Meester, Belangrijke beperkingen van de gerechtelijke onderzoeksmethode, NJB 2014/721, afl. 14, p We doelen hier en elders met hij op mannen en vrouwen. 4. American Psychiatric Association, Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders, fifth edition, Washington: APA H.N. Garb, J.M. Wood, S.O. Lilienfeld & M.T. Nezworski, Roots of the Rorschach controversy, Clinical Psychology Review, 2005/25, p ; S.O. Lilienfeld, J.M. Wood & H.N. Garb, Why questionable psychological tests remain popular, The Scientific Review of Alternative Medicine, 2006/10, p Een telkens terugkerende diagnose die Rorschach-experts aan de verhalen van 7. S.O. Lilienfeld, Psychological treatments that cause harm. Perspectives on Psychological Science, 2007/2, p W.M. Grove, D.H. Zald, B.S. Lebow, B. E. Snitz & C. Nelson, Clinical versus mechani- NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL

8 Wetenschap We hebben wel een idee over waarom het met die consensus zo droevig gesteld is. Wie zijn oordeel stoelt op gesprekken met een patiënt of verdachte, zet de deur open voor cognitieve illusies, variërend van confirmatiebias (wie overtuigd is van de ziekte van een patiënt, zal alle ambigue informatie interpreteren vanuit die overtuiging) tot pathologiebias ( daar komt er weer een, die zal ook wel weer een antisociale persoonlijkheidsstoornis hebben ). 14 Foutenbronnen in de forensischpsychiatrische diagnostiek Het kan niet anders dan dat de forensisch-psychiatrische diagnostiek geplaagd wordt door een aanzienlijke foutenmarge, iets wat door beoefenaren van dat vak ook wel wordt erkend. 15 Want vergeleken met een gewone psychiater, moet de forensisch psychiater werken onder omstandigheden waarin fouten goed gedijen. Om te beginnen: waar patiënten in de regel naar de psychiater gaan om beter te worden, geldt voor forensische patiënten dat ze vaak niet gemotiveerd zijn en er ook geen belang bij hebben om mee te werken aan forensisch-psychiatrische diagnostiek. Een deel van hen zal niet eens vrijwillig naar de psychiater zijn gekomen. Ook zullen forensische patiënten zich nogal eens beter of juist slechter willen voordoen dan dat zij er in werkelijkheid aan toe zijn. Psychiaters blijken, net als ieder ander, notoir slecht te zijn in het doorzien van veinzen. 16 In de psychologie is er inmiddels een aantal tests ontworpen om veinzen te detecteren. 17 Onze indruk is dat zulke tests slechts sporadisch worden ingezet bij de forensisch-psychiatrische diagnostiek. Om redenen die we eerder hebben uiteengezet, zijn in dat veld nog steeds experts op de been die een voorkeur hebben voor de Rorschach-test, als zij willen nagaan of de verdachte zijn klachten op een onwaarachtige manier presenteert. 18 Het percentage forensische patiënten verdachten en gedetineerden dat klachten veinst, wordt ondertussen geschat op enkele tientallen procenten. 19 We mogen dus aannemen dat de meerderheid van hen onder de radar van de forensisch-psychiatrische diagnostiek vliegt. Dan is er ook deze foutenbron: de forensisch psychiater die zich moet uitspreken over toerekeningsvatbaarheid, beoordeelt niet de huidige toestand van de verdachte, maar die ten tijde van het delict. Tussen het delict en het forensisch-psychiatrisch onderzoek kunnen weken, maanden, of zelfs jaren verstrijken. De forensisch psychiater moet dus retrospectieve diagnostiek bedrijven, maar hoe dat in zijn werk gaat, blijft in nevelen gehuld. 20 Er bestaan in ieder geval geen tests die terug in de tijd kijken. Dit probleem denken experts in de praktijk op te lossen door vooral diagnosen te stellen die een aura Vergeleken met een gewone psychiater, moet de forensisch psychiater werken onder omstandigheden waarin fouten goed gedijen 2982 NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL. 42

9 van permanentie hebben. Denk aan de antisociale persoonlijkheidsstoornis. Dat klinkt stabiel, en suggereert dat wie er vandaag aan lijdt, daar hoogstwaarschijnlijk een jaar geleden ook al aan leed. Maar die intuïtieve vanzelfsprekendheid gaat er ten eerste aan voorbij dat zo n diagnose zoals gezegd weinig solide is en ten tweede dat ook een persoonlijkheidsstoornis net als de persoonlijkheid - wel degelijk veranderlijk is. 21 Een volgende foutenbron: de forensisch psychiater moet niet alleen in zijn tijdmachine stappen en een diagnose terug in de tijd stellen, maar hij moet ook nog eens de rechter voorlichten over de oorzakelijke samenhang tussen diagnose en delict. Een verdachte is immers niet strafbaar indien hij het delict heeft gepleegd onder invloed van een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens (artikel 39 Sr). Wat is onder invloed van? De beroepsgroep van forensisch psychologen en psychiaters verkeert daarover in dubio. Terwijl sommigen een psychiatrische diagnose zo relevant vinden dat zij liberalere standaards voor ontoerekeningsvatbaarheid adviseren, 22 weten anderen het zo net nog niet. In die laatste categorie valt de forensische expert Brand: Of iemand een stoornis heeft, is absoluut niet relevant. Van de honderd schizofrenen plegen er misschien vijf een delict. Bovendien is een schizofreen die op het ene moment een parfum jat, omdat hij denkt daarmee de duivel te kunnen verdrijven, op een ander moment prima in staat om bewust te frauderen met zijn telefoonrekening. 23 Het gebrek aan consensus over hoe diagnose en delict met elkaar samenhangen zal zeker debet zijn aan de tegenstrijdige conclusies die forensische experts debiteren over toerekeningsvatbaarheid R.S. Nickerson, Confirmation bias: A ubiquitous phenomenon in many guises, Review of General Psychology, 1998/2, p ; D.L. Rosenhan, On being sane in insane places, Science, 1973/179, p ; D. Faust & J. Ziskin, The expert witness in psychology and psychiatry, Science, 1988/241, p Loonen et al, 2014 a.w. 16. E. Rassin, Het Spinoza-effect: Goedgelovigheid en de zoektocht naar de waarheid. Schiedam: Scriptum H. Merckelbach, De leugenmachine: Over fantasten, patiënten en echte boeven. Amsterdam: Contact R. Hoogerwerf, W. van Kordelaar, J. Pauw, T. Verheugt & I. van Woudenberg, Best practice ambulant: Forensisch psychologisch onderzoek en rapportage in het strafrecht voor volwassenen. Almere: Plantijn Casparie I.J.M. Niesten, L. Nentjes, H. Merckelbach & D.P. Bernstein (in druk), Antisocial features and faking bad: A critical note, International Journal of Law and Psychiatry. 20. In jargon heet dit probleem dat van de postdictie van diagnostische status en het duikt voortdurend op in het forensische domein. Neem dit voorbeeld: een forensisch psychiater stelt vast dat de verdachte leed aan een posttraumatische stressstoornis ten tijde van het delict. Maar hoe kan de expert uitsluiten dat deze stoornis het gevolg is van het delict waarmee de verdachte ook zichzelf heeft getraumatiseerd? En hoe valt uit te sluiten dat de stoornis het gevolg is van detentie? 21. E. Rassin, Niemand is uniek, behalve ik: Hoe je persoonlijkheid voortdurend verandert, Amsterdam: Bert Bakker Loonen et al., 2014; p. 906: Dit heeft als consequentie dat in ieder geval statistisch bezien onder de plegers van levensdelicten vaker mensen met dit soort psychische stoornissen worden aangetroffen dan hun frequentie van voorkomen is binnen de algemene bevolking. Dit maakt de stelling dat iedere delinquent toerekeningsvatbaar is zolang het tegendeel niet is bewezen, onhoudbaar. De globale strekking van deze zin snappen we, maar de finesses vinden we bepaald raadselachtig. 23. D. van der Neut, Moordenaar of patient? Psychologie Magazine, juli-augustus 2003, p , citaat p Gowensmith et al., NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL

10 Wetenschap Bij forensisch-psychiatrische diagnose draait het trouwens niet meer alleen maar om de aanwezigheid van een stoornis en de oorzakelijke samenhang met het delict. De diagnosticus wordt ook geacht de vraag naar de kans op herhaling te beantwoorden. 25 Het voorspellen van toekomstig gedrag (risicotaxatie in casu) is niet onmogelijk, maar wel moeilijk, zeker als dat moet gebeuren binnen de contouren van het strafrecht. Niettemin dicteert het systeem dat mede op grond van deze taaie kwestie het vervolgtraject voor de verdachte wordt bepaald. Beschikbare tests om recidive te voorspellen, zoals de Psychopathic Checklist (PCL-R), presteren matig 26 en een van de redenen daarvoor is dat ze getroebleerd worden door de zogenaamde allegiance bias : forensische experts die op verzoek van de verdediging rapporteren schatten de risico s lager in dan experts die op verzoek van het Openbaar Ministerie rapporteren. 27 Maar een matige test is nog altijd beter dan geen test. Hoe een forensisch psychiater op grond van een diepte-interview tot een inschatting van het recidive-risico kan komen, snappen we niet. Wij betwijfelen ook of de psychiater wel de geëigende deskundige is om de vraag naar zulke risico s te beantwoorden. Uit ervaring weten we in ieder geval wel dat psychiaters zich in hun pro Justitia-rapportages nogal eens uitspreken over recidiverisico s. Weeffouten Tot zover hebben we enkele foutenbronnen in de praktijk van de forensisch-psychiatrische diagnostiek belicht. Maar die praktijk stuit ook op een paar weeffouten in het Nederlandse strafprocesrecht. Het gaat om problemen die allicht juridisch te rijmen zijn, maar als relatieve buitenstaanders vinden wij ze tenminste opmerkelijk. Het springende punt daarbij is dit: de antwoorden op de vraag naar psychiatrische stoornis, causaliteit ten opzichte van het delict, en recidiverisico worden door de forensisch psychiater gebundeld in één advies over toerekeningsvatbaarheid. Het advies wordt door de rechter gebruikt om de sanctie te bepalen. Maar aangezien de rechter dat advies ook al kent op het moment dat hij de schuldvraag beantwoordt, kan niet worden uitgesloten dat het advies doorwerkt in de beantwoording van de prealabele schuldvraag. Stel dat de rechter op weg is om overtuigd te raken van de schuld van de verdachte en dan het pro Justitia-rapport openslaat. In het rapport wordt geconcludeerd dat de verdachte een ernstige persoonlijkheidsstoornis heeft met gemengde antisociale, ontwijkende en passief-agressieve trekken. Zo n diagnostische conclusie kan zomaar het laatste stukje overtuiging opleveren. 28 Het risico van diagnostische vervuiling zou vermeden moeten worden. Maar prospectieve bevuiling rechterlijke overtuiging die gevoed wordt door een aan een pro Justitia-rapport ontleend recidiverisico is helemaal kwestieus. Het komt er dan in essentie op neer dat de verdachte mede wordt veroordeeld vanwege mogelijk toekomstige criminaliteit. Sommige forensisch psychologen blijven laconiek onder de problemen die we hier schetsen: De onderzoeker ontkomt er nagenoeg niet aan om met het beschrijven van de persoon(lijkheidsstructuur) van de verdachte toch een bijdrage te leveren aan de overtuiging van de rechter, die immers, wil hij tot een veroordeling komen, het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen moet achten. 29 Maar wat heeft de persoon(lijkheidsstructuur) van de verdachte er überhaupt mee te maken? Justitie behoort toch blind te zijn en te oordelen zonder aanzien des persoons? Terzijde zij opgemerkt dat een deel van de hier genoemde problematiek ook speelt in civiele procedures (BOPZ) waarbij psychiatrische en psychologische diagnostiek een rol speelt. Een andere, maar gerelateerde weeffout is de manier waarop met ontkennende verdachten wordt omgegaan. Forensisch psychiater Van Marle zegt er dit over: The problem with this examination is that no discussion about the crime in question can take place because the person claims to know nothing about it. In order to be able to provide the judge with proper advice, it is advisable to assume that the person being examined committed the crime in question. 30 De forensisch psycholoog Koenraadt en zijn collega s vallen Van Marle bij, zij het dat ze de kwestie nogal omfloerst formuleren: The assessment does however need to consider the significance of the offence (if proven) within the detainee s personality structure or life story. In the case of a defendant who denies the charges this is a delicate matter, which is difficult if not impossible to discuss with him, so the psychologist will Zo n diagnostische conclusie kan zomaar het laatste stukje overtuiging opleveren need to formulate a few hypotheses and develop them in the course of the assessment and in the report. He will therefore need to stick to the facts described in the case file. 31 Hoe dan ook, de praktijk die hier wordt beschreven is in regelrechte strijd met de presumptie van onschuld. Geldt die presumptie even niet tijdens opname in het Pieter Baan Centrum of tijdens het ambulante psychiatrische onderzoek van de verdachte? Behalve dat de uit bovenstaande citaten blijkende presumptie van schuld vreemd aandoet, kan zij makkelijk leiden tot overdiagnostiek. Stel dat de verdachte Kees B. ontkent tijdens zijn verblijf in het Pieter Baan Centrum en voor het overige een rustige bewoner is van het observatiecentrum. Idealiter zouden de forensisch deskundigen dan een beroep doen op artikel 37 lid 3 Sr: onder deze omstandigheden is geen zinnig rapport te schrijven. Voor de deskundige die uitgaat van B. s schuld, ligt dat anders: B. is passief-agressief, antisociaal, psychopaat, en zijn ontkenning maakt deel uit van de psychiatrische problematiek, want die geeft blijk van ontwijkende persoonlijkheidskenmerken. 32 Oplossingen In het voorgaande is betoogd dat forensisch-psychiatrische diagnosen met grote problemen zijn omgeven. Diagnostiek is sowieso al moeilijk en de forensische context wakkert fouten alleen maar aan. Sommige van de door ons gesignaleerde problemen zijn wellicht onoplosbaar, maar andere zijn te repareren. Een drastisch voorstel is 2984 NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL. 42

11 Diagnostiek is sowieso al moeilijk en de forensische context wakkert fouten alleen maar aan om het instituut van de ontoerekeningsvatbaarheid af te schaffen. De mens wordt daarmee de kleinste voor het strafrecht relevante eenheid. We maken niet langer onderscheid tussen een mens en zijn zieke geest. Elk individu dat zich niet aan de regels houdt, wordt bestraft, zelfs als de regeloverschrijding is toe te schrijven aan een ziekte. 33 Dat lijkt weinig humaan. Toch is onze huidige praktijk niet veel beter. Om te beginnen is het aantal daders dat tbs krijgt opgelegd slechts een fractie van het aantal gedetineerden. Over de periode werd in de categorie van levensdelicten en brandstichting bij 6% van de gevallen een tbs opgelegd. 34 Het tbs-probleem is daarmee bescheiden, maar gaat wel hand in hand met een jaarlijkse productie van duizenden pro Justitia-rapportages. 35 Bovendien is het nog maar de vraag of daders tegenwoordig ontoerekeningsvatbaar worden verklaard op grond van humanitaire beginselen. Er zijn nu eenmaal meerdere strafdoelen, zoals vergelding, specifieke preventie (recidivepreventie), generieke preventie (voorbeeld stellen), onschadelijkmaking, herstel van de morele balans en rehabilitatie. 36 Van al deze strafdoelen zijn alleen de eerste twee relevant voor tbs. Voor de onschadelijkmaking maakt het bijvoorbeeld niet uit of de dader wordt opgesloten in een gevangenis of een tbs-kliniek. Voor vergelding geldt echter dat het discutabel is om te willen vergelden als de dader ziek is. Voor de specifieke preventie geldt dat het systeem er blijkbaar vanuit gaat dat ontoerekeningsvatbare daders niet leren van straf. In de huidige praktijk ligt de nadruk inderdaad sterk op deze overweging. Denk aan het gevaarscriterium uit artikel 37a Sr. Daders worden veroordeeld tot tbs in plaats van gevangenisstraf, niet uit humaan oogpunt, maar uit angst dat ze weer in de fout zullen gaan. 37 Waarmee we dit willen zeggen: het instituut van ontoerekeningsvatbaarheid is niet alleen klein in termen van aantallen tbs-ers, maar ook in verhouding tot de strafdoelen. Een ander voorstel is om wettelijk vast te stellen voor welke delicten daders veroordeeld worden tot tbs. Net zoals je voor inbraak een maximale gevangenisstraf kunt hanteren, zou je aan bijvoorbeeld daders van serieverkrachting standaard een tbs kunnen opleggen. Daarmee wordt de forensisch-psychiatrische diagnose goeddeels overbodig. Veel van de hierboven gesignaleerde problemen zouden dan verdwijnen. Hoewel het aanvankelijk wellicht vreemd lijkt om bij de strafbaarstelling tevens een toerekeningsvatbaarheidsdefinitie op te nemen, geldt ook hier dat de praktijk daar nu al toe neigt. Zo bepaalt artikel 37a lid 1 sub 1 dat tbs alleen mogelijk is in geval van delicten waarop minstens vier jaar gevangenisstraf staat, of voor specifiek omschreven delicten. Verder blijkt uit onderzoek dat plegers van bepaalde misdrijven eerder in aanmerking komen voor een tbs dan plegers van andere misdrijven: in de meeste gevallen gaat het om (bedreiging met en poging tot) levensdelicten (32%), (poging tot) geweldsdelicten (31%), zedendelicten (16%) en brandstichting (7%). 38 Dat is een opvallend kleine selectie uit alle definities die zijn te vinden in het Wetboek van Strafrecht. Een vergelijkbare selectie tekent zich overigens af voor de erbij horende psychiatrische diagnosen. Meestal blijkt er sprake van een persoonlijkheidsstoornis (39%), een psychotische stoornis (17%), een stemmingsstoornis (12%), en/of een parafilie (5%). Daarom: ons voorstel om bepaalde delicten wettelijk te pareren met ontoerekeningsvatbaarheid is slechts een codificatie van de bestaande praktijk, maar dan wel een die problematische diagnostiek overbodig maakt. Een variant is om gevangenisstraf en tbs te verweven. Je zou bijvoorbeeld daders die veroordeeld worden tot minstens vier jaar gevangenisstraf, in hun laatste jaar standaard aan een tbs-achtige behandeling kunnen onderwerpen, zodat hun terugkeer in de maatschappij soepel zal verlopen. Vreemd voorstel? De huidige praktijk, waarin daders nogal eens worden veroordeeld tot een combinatie van gevangenisstraf en tbs is niet minder vreemd. Moeten daders, die deels ontoerekeningsvatbaar zijn, eerst behandeld worden om vervolgens optimaal te kunnen leren van hun straf? Of moeten ze eerst worden gestraft, ondanks dat ze deels ontoerekeningsvatbaar zijn? In de praktijk is gekozen voor dat laatste. We geven toe: onze verbetervoorstellen zijn dras F. Koenraadt & S.J. Steenstra (red.), Forensische psychologie: Rapportage en behandeling in het straf(proces)recht. Arnhem: Gouda Quint 1995, citaat: p H. Van Marle, The Dutch medico-legal health system in forensic psychiatry, in: E. Blaauw, M. Hoeve, H. van Marle & L. Sheridan (red.), Mentally disordered offenders: International perspectives on assessment and treatment, Den Haag: Elsevier 2002, p , citaat: p F. Koenraadt, A. Mooij & J. van Mulbregt (red.), The mental condition in criminal law: Forensic psychiatry and psychological assessment in a residential setting, Amsterdam: Dutch university press 2007, citaat: p J.M. De Keijser, R. van der Leeden & J.L. Jackson, From Moral Theory to Penal Attitudes and Back: A Theoretically Integrated Modeling Approach, Behavioral Sciences and the Law, 2002/20, p S. Fazel, J.P. Singh, H. Doll & M. Grann, Use of risk assessment instruments to predict violence and antisocial behaviour in 73 samples involving people: Systematic review and meta-analysis, British Medical Journal, 2012, DOI: /bmj.e En zo is het ook gegaan: P.J. van Koppen, De Schiedammer parkmoord: Een rechtspsychologische reconstructie. Nijmegen: Ars Aequi F. Frenkel, Toerekeningsvatbaarheid: Een schijnprobleem, De Psycholoog, 1989/24, p Strafdoelen 34. E.M.H. van Dijk, Daling oplegging tbs met dwangverpleging. Memorandum , Den Haag: WODC M.J.F. van der Wolf, TBS: Veroordeeld tot vooroordeel: Een visie na analyse van historische fundamenten van recente knelpunten, het systeem en buitenlandse alternatieven, Oisterwijk: Wolf Legal Publishers B.A. Blansjaar, M.M. Beukers & W.F. van Kordelaar (red.), Stoornis en delict: Handboek psychiatrische en psychologische rapportage in strafzaken, Utrecht: De Tijdstroom D.C. Murrie, M.T. Boccaccini, L.A. Guarnera & K. Rufino (in druk), Are forensic experts biased by the side that retained them?, Psychological Science. 28. E. Rassin, Oneigenlijke beïnvloeding, onmogelijke onderzoeksopdrachten, ontkennende verdachten en onscherpe diagnosen: Enkele TBS-gerelateerde problemen, De Psycholoog, 2005/40, p W.F. Kordelaar & G.R.C. Veurink, De indicatiestelling voor gedragsdeskundige expertise, in: H. van Marle & P. Mevis (red.). Gedragskundige rapportage in het strafrecht, p , Lisse: Kluwer NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL

12 Wetenschap Het is nog maar de vraag of daders tegenwoordig ontoerekeningsvatbaar worden verklaard op grond van humanitaire beginselen tisch, maar ze zijn minder drastisch dan het voorstel van Loonen en collega s om de forensisch-psychiatrische foutenmarge te compenseren met herroepbare veroordelingen. Dat schept, zoals ook door anderen is opgemerkt, een grote rechtsonzekerheid. 39 Een minder vergaand voorstel, dat wellicht zonder al te veel wetgeving zou kunnen worden geïmplementeerd, is gelegen in de manier waarop forensisch psychiaters en psychologen met elkaar samenwerken. Artikel 37 lid 2 Sr luidt: De rechter geeft een last als bedoeld in het eerste lid slechts nadat hij zich een met redenen omkleed, gedagtekend en ondertekend advies heeft doen overleggen van ten minste twee gedragsdeskundigen van verschillende disciplines - waaronder een psychiater - die de betrokkene hebben onderzocht. Zodanig advies dient door de gedragsdeskundigen gezamenlijk dan wel door ieder van hen afzonderlijk te zijn uitgebracht. Indien dit advies eerder dan een jaar voor de aanvang van de terechtzitting is gedagtekend, kan de rechter hiervan slechts gebruik maken met instemming van het openbaar ministerie en de verdachte. In de praktijk is er veelal een werkverdeling tussen de forensisch psychiater en de forensisch psycholoog, waarbij de eerste de vraag naar de psychiatrische stoornis beantwoordt en de tweede het recidiverisico bepaalt. Uiteindelijk komen beiden in overleg tot één conclusie en één advies. Deze benadering, die schijnconsensus in de hand werkt, zou kunnen worden vervangen door een waarbij psychiater en psycholoog onafhankelijk van elkaar alle relevante vragen beantwoorden. Waarschijnlijk blijkt dan dat ze het in niet veel meer dan de helft van de gevallen met elkaar eens zijn, 40 wat voor de rechter relevant is om te weten en als uitgangspunt kan dienen voor vergaande protocollering van de forensisch-psychiatrische diagnostiek. Wat dat betreft kan de forensisch psychiater, die in artikel 37 Sr onterecht wordt aangeduid als gedragskundige (hij is immers geneeskundige) en in het algemeen een hogere vergoeding ontvangt voor een Pro Justitia-rapportage dan een forensisch psycholoog, nog wat leren van de psychologische literatuur over tests en die over cognitieve biases. 41 Toontje lager Wanneer is iemand een echte expert? De vakliteratuur zegt daar het volgende over: de expert weet verschillende gevallen die aan zijn oordeel zijn onderworpen te onderscheiden en hij doet dat op een consistente manier. Stel dat een dokter vier patiënten met vier verschillende aandoeningen ziet. En stel voorts dat deze patiënten in eenzelfde toestand na een half jaar de dokter nogmaals consulteren. Dan kan de dokter als expert gelden indien hij vier verschillende ziektebeelden weet te discrimineren en daarbij geen inconsistenties begaat. In jargon: zijn Cochran-Weiss-Shanteau (CWS)-index is hoog, omdat hij verschillende diagnosen goed discrimineert en dat ook nog eens consistent doet (CWS = discriminatie/inconsistentie). 42 Wij vermoeden dat de CWS-index van forensisch psychiaters laag is. Dat vermoeden is gebaseerd op de analyse waar de lezer hierboven kennis van heeft kunnen nemen en op de ruiterlijke erkenning van die inconsistenties door forensisch psychiaters zelf. 43 Sommigen van hen leggen die inconsistenties uit als een vorm van vertraagd inzicht en zij zouden graag zien dat het strafrecht via een stelsel van herroepbare veroordelingen daarmee rekening houdt. Dat lijkt ons een mal voorstel, want dan moet het strafprocesrecht zich aanpassen aan de armoedige kwaliteit van de forensisch-psychiatrische diagnostiek. Verstandiger is het om de forensisch-psychiatrische diagnostiek een minder voorname plaats te geven. Dat kan door het stelsel van straf en tbs met elkaar te combineren. En als dat niet mogelijk is, dan moet de forensisch-psychiatrische diagnostiek gedisciplineerd worden via protocollen zodat inconsistenties en daarmee rechtsongelijkheid worden vermeden. 39. W. van Hattum, Sancties zonder houdbaarheidsdatum: Reactie op Belangrijke beperkingen van de gerechtelijke onderzoeksmethode. NJB 2014/1227, afl. 25, p Gowensmith et al., D. Kahneman, Ons feilbare denken. Amsterdam: Business contact D.J. Weiss & J. Shanteau, Who s the best? A relativistic view of expertise, Applied Cognitive Psychology, 2014/28, p Loonen et al., 2014; en zie ook: W. Derks, Het oordeel van Hippias: Over de deskundigheid van psychiaters en psychologen en hun invloed op de strafrechtspraktijk, Amsterdam: De Arbeiderspers NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL. 42

13 Focus 2157 Over massaliteit en kwaliteit van juridisch onderwijs Huub Spoormans 1 De universiteit zien we niet graag als een fabriek. Toch is dat volgens de auteur wel de werkelijkheid. Hoe is deze onderwijsfabriek ontstaan, welke gevolgen heeft dat gehad voor het onderwijs aan de universiteiten en hoe ziet het er voor de toekomst uit? Zolang we niet over de mogelijkheden en middelen beschikken als een Oxbridge, Harvard of Yale, zullen we op een fabrieksmatige werkwijze zijn aangewezen. Dat betekent dat we de inrichting van ons onderwijs ook moeten baseren op de sterke punten van deze werkwijze: arbeidsdeling en differentiatie. Mensen moeten worden ingezet waar ze relatief het best tot hun recht komen. Inleiding De discussie over juridisch onderwijs, over de vraag wat de opleiding voorstelt of voor zou moeten stellen, is zo oud als de rechtsgeleerdheid zelf. 2 Heel lang stond die discussie in het teken van de relatie van opleiding tot de beroepspraktijk. Het ging en gaat vooral over de vraag of juristen in hun opleiding voldoende zijn voorbereid op hun werkzaamheden als jurist. 3 In de loop van de twintigste eeuw ontstond een discussie over doel en inhoud van een juridisch curriculum. Het recht werd alsmaar omvangrijker. Dat geldt voor de traditionele vakken uit privaatrecht, staatsrecht en strafrecht, maar ook voor de nieuwe vakken als administratief recht, de proliferatie van functionele rechtsgebieden, en de opkomst van het Europese recht. Moesten al deze terreinen een plaats vinden in het curriculum? De opleiding was van oudsher een soort liberal arts opleiding avant la lettre, met veel aandacht voor geschiedenis, staathuishoudkunde, staatsleer en filosofie. De rechtenopleiding leidde niet op tot rechtskunde, maar tot rechtsgeleerdheid. Was er in het programma wel genoeg ruimte voor de behandeling van het snel groeiende positieve recht? Over welke (juridische) kennis en vaardigheden dient een afgestudeerde jurist eigenlijk te beschikken? 4 Intussen worden de universiteiten vanaf 1968 overspoeld door grote aantallen nieuwe studenten. De schaalvergroting heeft verregaande consequenties gehad voor de organisatie en het functioneren van de academie in het algemeen en voor de juridische opleidingen in het bijzonder. De juridische faculteiten staan voor een duivels dilemma: enerzijds vergt academisch onderwijs intensieve begeleiding, maar anderzijds staan alle opleidingen om te Auteur Noten 2. Vergelijk J.H.A. Lokin & C.J.H. Jansen, Tussen droom en daad, De Nederlandse Juristen-Vereniging , Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink Vergelijk M. Ashmann, Over meesters in de rechten en priesters van het recht, Feit en fictie in hun opleiding, Den Haag: BJu 2012, p. 67 e.v.; C.J.M. Schuyt, Juridische beroepsuitoefening en de eisen die aan een universitaire juridische opleiding gesteld kunnen worden, Strafblad, 2011/9, afl. 4, p. 18 e.v. Nederlandse Juristen-Vereniging deel 1, De juridische opleiding, Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink 1972, p.13-65; S.C.J.J. Kortmann, De juridische opleiding, pre- en postdoctoraal, NJB 1990, p ; VSNU-visitatiecommissie rechtsgeleerdheid (1991), Rapport waarin de visitatiecommissie rechtsgeleerdheid haar bevindingen ten aanzien van het onderwijs binnen de studierichtingen Nederlands recht, notarieel recht en fiscaal recht, alsmede binnen de internationaal-juridische-, juridisch-politiek-wetenschappelijke- en de juridisch bestuurswetenschappelijke richting en binnen het vrij doctoraal heeft vastgelegd, Utrecht: VSNU 1991, p. 28 e.v.; K. Schuyt, Academische vorming en scholing in het wetenschappelijk onderwijs, in: idem: Steunberen van de samenleving, Sociologische essays, Amsterdam: Amsterdam University Press 2006, p ; Eindrapport Commissie Academisering, Faculteit rechtswetenschappen, commissie onder voorzitterschap van prof. mr. dr. M. Adams, Tilburg: Universiteit van Tilburg 2010; Carel Stolker, Over de toekomst van het juridisch onderwijs, Ars Aequi, 2013, afl. 1, p Prof. dr. H.C.G. Spoormans is hoogleraar metajuridica aan de Open Universiteit. De auteur heeft een eerdere versie van dit artikel gepresenteerd tijdens de 2011 Annual Meeting of the Law and Society Association te San Francisco onder de titel The transformation of legal education in the Netherlands, Hij bedankt Pauline Westerman, Maurice Adams en Alex Jettinghoff voor hun commentaar op een eerdere versie. 4. H.F.M. Crombag, Notities over de juridische opleiding, in Handelingen 1972 der NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL

14 Focus overleven voor de taak om zoveel mogelijk studenten in een zo kort mogelijke tijd bij teruglopende middelen de eindstreep te laten behalen. Dat is de kern van de discussie over de onderwijsfabriek. In deze bijdrage beschrijf ik 1. hoe de onderwijsfabriek is ontstaan, 2. wat de kenmerken ervan zijn en 3. welke gevolgen dit heeft voor het onderwijs. Massaliteit De grote instroom dateert van de jaren 1970, toen de universiteiten overstroomd werden door de generatie van de baby-boomers. Grote aantallen studenten leidden tot een andere inrichting van het onderwijs en tot de instelling van nieuwe categorieën van wetenschappelijk personeel. Ook de financiering van de universiteiten en de bestuursstructuur ondergingen grote veranderingen. In opdracht van de International Council of the Future of the University, schreef een groep wetenschappers onder leiding van de socioloog Edward Shils in 1983 een rapport over de invloed van massificatie op het academisch onderwijs en onderzoek. Zijn conclusie luidde destijds dat the sheer increase in size in both student body and teaching staff has rendered it difficult to maintain the kinds of relations among students and teachers and among colleagues which are necessary for a university to maintain a high morale in its devotion to the advancement of learning through teaching and research. 5 Wellicht dat sommige instellingen die over veel middelen beschikken, zoals Oxbridge, Harvard of Yale, de traditionele onderwijsvormen kunnen handhaven, waarbij studenten en stafleden in direct en persoonlijk contact met elkaar verkeren. Maar de meeste opleidingen, en de opleidingen Nederlands recht in het bijzonder, staan voor de opgave die tot uiting komt in de titel van het jongste visitatierapport rechtsgeleerdheid: Kwaliteit ondanks massaliteit. 6 Om welke aantallen gaat het? Het aantal ingeschreven rechtenstudenten nam tussen 1900 en 2012 toe van ruim 500 tot meer dan , inclusief HBO-Rechten. De grootste groei vond plaats tussen 1960 en In 1960 stonden ruim 3000 studenten ingeschreven, in 1990 bijna Er kwamen enkele opleidingen bij, 9 maar de meeste studenten werden opgevangen binnen de bestaande faculteiten. De groei van de studentenaantallen leidde dus tot de groei van de faculteiten. Vanaf 1990 stabiliseert de situatie en nemen de aantallen zelfs iets af, maar na 2000 neemt het aantal studenten weer toe (zie figuur 1). Figuur 1: Ingeschreven studenten rechtsgeleerdheid Figuur 1 bevat enkel informatie over de wo opleidingen. De grote groei na 2002 komt vooral op rekening van de nieuwe opleiding HBO-Rechten. Inclusief HBO-rechten komt het aantal ingeschreven rechtenstudenten op ruim in Al in de jaren negentig hadden HBO studenten de rechtenstudie ontdekt, 10 maar sedert 2002 hebben havisten een directe toegang tot het juridische domein via HBO-Rechten. In 2012 volgt een op de vier instromers in de rechtenopleidingen een HBO opleiding (zie figuur 2). Van deze HBO-alumni wil overigens meer dan 75% via schakelprogramma s doorstuderen aan een universiteit. 11 Figuur 2: Instroom rechtenstudenten instroom wo instroom hbo instroom totaal De toename van het aantal ingeschreven studenten leidde aanvankelijk niet direct tot een evenredige toename van het aantal afgestudeerden. Het aantal afgestudeerden verdubbelde tussen 1982 en 1987, maar bedroeg in het laatstgenoemde jaar nog geen duizend. In 1988 schoot het aantal diploma-uitreikingen omhoog en behaalden ongeveer 3500 studenten hun bul. In het midden van de jaren negentig was het aantal juristen in opleiding bijna even groot als het aantal werkzame juristen. 13 In figuur 3 staat de groei van het aantal studenten dat na 2002 een master (inclusief doctoraal), een wo bachelor en hbobachelor (beide LLB genaamd) behaalde. Figuur 3: aantallen afgegeven diploma s rechtenonderwijs master of doct wo bachelor hbo bachelor De enorme groei van de studentenaantallen heeft enerzijds te maken met de naoorlogse geboortegolf en anderzijds met het bewuste beleid van de overheid om de universiteiten open te stellen voor grotere groepen men NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL. 42

15 sen (WWO 1960). De toegangsdrempel werd verlaagd (ook de HBS-abituriënten kregen toegang tot de rechtenopleiding in 1967) en iedereen kreeg een kans: geen selectie aan de poort. In 1960 bestond de studentenpopulatie voor meer dan 80 percent uit gymnasiasten, in 1971 slechts voor een kwart. 15 Opvallend is de toename van het aantal vrouwen onder de rechtenstudenten. In 1900 was slechts een op de vijftig studenten vrouw. In 1982 is 37% van de studenten vrouw en dat percentage stijgt geleidelijk tot bijna 60 percent in De gemeenschap van de rechtenstudenten wordt steeds groter en ook steeds gedifferentieerder. Door de grote studentenaantallen ontstond behoefte aan meer personeel bij de juridische faculteiten. Volgens Roos telde de wetenschappelijke staf in leden en in De visitatiecommissie onderwijs Rechtsgeleerdheid uit 2002 telde 1376 stafleden. 18 De grotere aantallen hadden gevolgen voor kwaliteit en de onderlinge verhoudingen binnen de staf. In 1959 waren drie van de vijf leden van de wetenschappelijke staf hoogleraar of lector. De uitbreiding van de staf verliep in eerste instantie via het aantrekken van tijdelijke assistenten zonder academische kwalificaties. 19 In de jaren tachtig en negentig ontstond een beweging om de staf te professionaliseren en de verschillende functies te ordenen. In 2002 bestond de wetenschappelijke staf uit een breed scala van verschillende soorten medewerkers, hoogleraar, UHD, UD, onderzoeker, docent, postdoc of AIO, ieder met een eigen functieprofiel en inschaling. In 1999 is slechts 13% van de academische staf hoogleraar. 20 Dat aandeel stijgt weliswaar tot 22% in 2012, maar die stijging is tevens het gevolg van een afname van de totale omvang van het WP van 1645 (1999) naar 1347 fte (2012) (zie figuur 4). Het aantal studenten per fte WP neemt toe van 16,7 in 1999 tot 22 in Vermoedelijk is de werkdruk hier en daar gestegen. Figuur 4: Fte WP (exclusief promovendi) tussen 1999 en hgl uhd ud ovwp Gevolgen voor organisatie en gezagsverhoudingen De grote aantallen studenten en medewerkers hadden ook gevolgen voor de organisatie en de gezagsverhoudingen op de universiteit. Door het grote getal ontstond het probleem van de vele handen en de onderlinge afstemming. Van oudsher waren de universiteiten en de afzonderlijke docenten autonoom. De leerstoelhouders bestuurden zichzelf en de overheid betaalde de rekening. Toen, als gevolg van de grote instroom van studenten, de kosten begonnen te stijgen, probeerde de overheid de kosten te beheersen en efficiency te bevorderen. Om de universiteiten gereed te maken voor de toekomst kregen de universiteiten in 1960 zelfstandigheid en de rijksuniversiteiten een eigen rechtspersoonlijkheid. De overheid stuurde via de bekostiging. De overheid heeft weliswaar pogingen ondernomen om de curricula te hervormen, de cursusduur te verkorten en de positie van de junior staf te veranderen, maar dat leidde niet tot de gewenste resultaten. Met de WUB in 1971 wijzigde de overheid de gezagsverhoudingen ingrijpend. De eenheid van de organisatie werd 5. E. Shils, The Academic Ethic, The Report op draaitabellen die ik van de VSNU mocht Juridisch Onderwijs. 16. Bron: draaitabellen VSNU. of a Study Group of the International Coun- ontvangen. Bij ingeschreven rechtenstuden- 13. Onderwijsvisitatie Rechtsgeleerdheid, 17. Roos, a.w., p. 24. cil on the Future of the University, Chicago: ten gaat het niet alleen om de hoofdin- Rapport waarin de visitatiecommissie 18. Onderwijsvisitatie Rechtsgeleerdheid, University of Chigago Press 1983, p. 12. schrijvingen, zoals vermeld op de VSNU rechtsgeleerdheid haar bevindingen ten , onder auspiciën van de VSNU Voor het juridisch onderwijs komt Gold- website, maar om alle inschrijvingen. aanzien van het onderwijs aan de opleidin- conform het protocol Onderwijsvisitatie op smith tot dezelfde conclusie, zie. A. Gold- 9. Tilburg, Maastricht en de Open Universi- gen Nederlands recht, notarieel recht, fis- Maat, Quality Assurance Netherlands Uni- smith, Standing at Crossroads: Law teit. caal recht, de juridisch-bestuursweten- versities, Utrecht: QANU Schools, Universities, Markets and the Futu- 10. Eind jaren negentig had een van elke schappelijke opleidingen, de 19. Vergelijk H. Daalder, The Netherlands: re of Legal Scholarship, in: F. Cownie (ed.), tien afgestudeerde juristen eerder een juridisch-politiekwetenschappelijke oplei- universities between the new democracy The Law School Global Issues, Local HBO-diploma behaald, zo blijkt uit de ding, de internationaal-juridische opleidin- and the new management, in: H. Daalder Questions, Aldershot: Dartmouth 1999, draaitabellen van de VSNU. gen, recht & economie in bedrijf & maat- & E. Shils, Universities, Politicians and p S. de Rooij, De Hbo-jurist: kans of schappij, recht, bestuur & management en Bureaucrats, Europe and the United States, 6. J.W. Zwemmer & J.E. Bosch-Boesjes, bedreiging? De positionering van de hbo- de vrije doctoraalopleidingen heeft vastge- Cambridge: Cambridge University Press Kwaliteit ondanks massaliteit, State of the jurist in de wereld van de klassieke juridi- legd. Utrecht: VSNU 1997, p , p Art rechtsgeleerdheid, Utrecht: QANU sche beroepen (diss. Heerlen), Nijmegen: 14. Gegevens ontleend aan statistieken van 20. Promovendi heb ik niet gerekend tot de WLP 2012, p VSNU (www.vsnu.nl/feiten-en-cijfers.html) academische staf. De gegevens zijn ont- 7. N.H.M. Roos, Juristerij in Nederland, 12. Bron: draaitabellen VSNU en gegevens en HBO-Raad (www.vereniginghogescho- leend aan de feiten en cijfers van de VSNU: Sociale ontwikkelingen in de opleiding en van de HBO-Raad (www.hbo-raad.nl), met len.nl/vereniging-hogescholen/feiten-en- de beroepen van juristen, Deventer: Kluwer uitzondering van de studentenaantallen van cijfers/cat_view/60-feiten-en-cijfers/ Gegevens voor het HOOP-gebied 1981, p. 13. de Open Universiteit (vanwege een andere onderwijs). Recht, ontleend aan 8. De gegevens vanaf 1982 zijn gebaseerd inschrijfsystematiek) en de opleiding Hoger 15. Roos, a.w., p. 14. soneel_downloads.html. NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL

16 Focus De verliezers in dit proces waren de professoren: vroeger waren zij de universiteit, nu werden zij werknemers van de universiteit versterkt door een centralisatie van het bestuur in handen van het CvB. Tegelijk werd de universiteit gedemocratiseerd door alle geledingen van de universitaire gemeenschap te betrekken bij het besluitvormingsproces. Besluiten zouden genomen worden door alle professoren, wetenschappelijke en niet-wetenschappelijke medewerkers en studenten gezamenlijk. De faculteiten, vroeger een ontmoetingsplaats voor hoogleraren die een discipline deelden, werden organisatieeenheden, waar regels worden vastgesteld inzake onderwijs en onderzoek. Maar de eigenlijke besluitvorming en uitvoering lag in de handen van raden, vakgroepen en talrijke commissies. Alle betrokkenen konden deelnemen, maar niemand was uiteindelijk verantwoordelijk. 22 De massa-universiteit bleek een complex geheel van instituties binnen instituties binnen instituties (faculteiten, vakgroepen en commissies). De verliezers in dit proces waren de professoren: vroeger waren zij de universiteit, nu werden zij werknemers van de universiteit. 23 Door de wassende stroom van studenten, in combinatie met een stijging van het prijspeil, stegen de kosten gigantisch. 24 Er is sinds 1960 van alles geprobeerd om de kosten te beheersen, de efficiency te vergroten, de rendementen te verhogen en de kwaliteit te handhaven. Om de paar jaar werd de bekostigingssystematiek bijgesteld. 25 De algemene lijn van de ontwikkeling is dat er een scheiding ontstond tussen bekostiging van onderwijs en onderzoek, 26 en dat in beide gevallen de financiering meer afhankelijk wordt gesteld van verwachte, later van gebleken prestaties. De omslag van financiering van behoefte naar verdeling van beschikbare middelen, werd gekocht met een grotere (financiële) zelfstandigheid voor de universiteiten. De universiteiten werden eigenaar van hun eigen gebouwen, en daarmee ook van de zorg voor die gebouwen en alle activiteiten die daarbinnen plaatsvinden. De groei en de verzelfstandiging van de universiteiten betekenen een steeds zwaardere bestuurslast, mede gelet op de teruglopende bekostiging. Hoe moeten al die studenten opgeleid worden en al dat onderzoek verricht, zonder verlies van kwaliteit en rendement? De steeds scherpere concurrentie om onderzoeksmiddelen leidde ertoe dat hoogleraren zich meer concentreerden op onderzoek en dat het onderwijs werd overgelaten aan jonge docenten. De rijksbijdrage per student daalde voortdurend tussen 1981 en In 2001 is de rijksbijdrage gedaald tot 70% van het niveau van het bedrag in en in 2013 tot 68% van het niveau in In 1996 besliste de minister dat de universiteiten meer bestuurskracht vereisen om de kwaliteit en studeerbaarheid van onderwijsprogramma s te garanderen (MUB). Met name de faculteiten kregen meer bevoegdheden en de decaan werd integraal verantwoordelijk voor bestuur en beheer. De universiteitsen de faculteitsraad verloren hun bestuurlijke verantwoordelijkheid en medebestuur werd inspraak. De Modernisering van het Universitair Bestuur maakte de instelling onafhankelijker van de overheid, maar tegelijk meer hiërarchisch. De macht lag niet meer bij de hoogleraren, niet meer bij de medewerkers en studenten, maar bij van hogerhand benoemde bestuurders. De vroegere autonomie van afzonderlijke docenten werd aanvankelijk vervangen door de autonomie van raden of commissies, en later door de autonomie van het instellingsbestuur. Gevolgen voor het onderwijs Hoe moesten de faculteiten de wassende stroom studenten verwerken met steeds minder middelen per student en extra taken op het gebied van onderzoek? De collegezalen werden alsmaar voller. Tentamens werden massale en schriftelijke aangelegenheden, vaak bestaande uit meerkeuzevragen, afgenomen in grote hallen, en verzorgd door teams van docenten. Dit in tegenstelling tot de traditionele mondelinge tentamens die werden afgenomen door de betreffende leerstoelhouder. Niet alleen de afstand tussen studenten en stafleden werd groter, 29 maar ook tussen de stafleden onderling. Vóór 1969 waren hoogleraren en lectoren zelf verantwoordelijk voor het nemen en uitvoeren van besluiten. Maar na 1970, toen het aantal stafleden begon te groeien en de onderlinge (gezags)verhoudingen niet altijd helder waren, raakten de relaties binnen de staf soms verstoord. Sommige stafleden wierpen zich op voor hervorming van het curriculum, terwijl anderen, vooral hoogleraren, zich terugtrokken op hun vakgebied. Dit leidde geregeld tot conflicten over onderwijs en examinering. 30 De invoering van de universitaire functieprofielen heeft duidelijkheid gegeven over taken en verantwoordelijkheden van afzonderlijke functionarissen. Massaliteit blijkt in onderwijsland niet bevorderlijk voor de rendementen. Er zijn geen exacte cijfers bekend van de rendementen vóór 1960, maar Roos heeft de rendementen gereconstrueerd voor de periode 1947 tot Volgens zijn berekeningen was in de jaren vijftig gemiddeld 90% van alle rechtenstudenten binnen vijf jaar (de nominale studieduur) afgestudeerd. 31 De visitatiecommissie rechtsgeleerdheid constateerde in 2004 dat minder dan 20% hun studie succesvol afsloten binnen dezelfde vijf jaren, dat is op dat moment de nominale studieduur plus één jaar. 32 Er kunnen tal van redenen zijn waarom studenten vertraging oplopen of uitvallen. Tijdens een conferentie over juridisch onderwijs in Europa (Trier 2007) klaagden de aanwezige docenten vooral over gebrek aan motivatie bij studenten, met uitzondering van landen waar rechtenstudenten aan de poort geselecteerd worden, namelijk Groot-Brittannië en Finland. 33 De relatief lage rendementen en de kwaliteit van het onderwijs waren de belangrijkste onderwerpen in de rapporten van de visitatiecommissies, ingesteld toen de overheid het toezicht op het onderwijs had toevertrouwd aan de samenwerkende universiteiten en, later, aan de NVAO. De commissie Storme stelde in 1997 dat de kwaliteit van het onderwijs onder druk stond vanwege de massale toestroom van studenten en de achterblijvende financiële middelen, die ertoe leiden dat er een te zwaar beroep gedaan werd op de onderwijscapaciteit van de staf: Hierdoor kan met name de ontwikkeling van essentiële vaardigheden in kleine intensief begeleide onderwijsgroepen in gevaar komen. 34 Ook de commissie Zwemmer wees in 2012 de grote aantal NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL. 42

17 len studenten in relatie tot de beschikbare middelen aan als belangrijkste oorzaak van de lage rendementen: alleen al doordat de binding tussen student en opleiding daardoor geringer wordt. 35 De visitatiecommissies hebben een enorme impact gehad op het juridische onderwijs. Zij konden daarbij aansluiten op een ontwikkeling die al in de jaren zeventig begonnen was, namelijk de bureaucratisering van het onderwijsproces. Om de grote aantallen in goede banen te laten leiden, werd het onderwijs opgedeeld in losse cursussen die elk met een tentamen diende te worden afgesloten. Cursussen en tentamens werden uitgevoerd door teams van docenten. Om dit alles logistiek te verwerken ontstonden overal onderwijsbureaus, die zorg droegen voor de organisatie en afhandeling. De rechten en plichten van studenten werden nauwgezet geregeld (o.a. in het examenreglement) en vastgelegd in een studentenstatuut. De kroon op de bureaucratisering is het moderne systeem van de Kwaliteitszorg. In elk systeem van grootschalig onderwijs zijn bureaucratisering en kwaliteitszorg onvermijdelijk. Zonder strikte regels, kennis van en inzicht in het onderwijsproces is voor niemand duidelijk welke prestaties geleverd worden. Echter, de vastlegging tot in detail van de verplichte tentamenstof in combinatie met kennisgerichte toetsing (gemakkelijker en betrouwbaarder bij grote aantallen) leidde in de context van massaliteit tot een algehele verschoolsing. De rationele student ( Wat moeten we kennen voor de toets? ) studeert vlak vóór de toets op basis van uittreksels en proeftentamens. 36 Tot afgrijzen van hun docenten zeggen universitaire studenten tegenwoordig dat zij naar school gaan. Toen de visitatiecommissies langs kwamen was de onderwijsfabriek al een feit. Zoals gezegd, de commissies hebben een grote invloed gehad op het onderwijs. Ze hebben, zo schrijft de voorlaatste commissie, de opleidingen meer gestructureerd en genormeerd. De commissie mocht constateren dat doorgaans eerder vastgestelde tekortkomingen in de volgende ronde opgeheven waren. 37 Tot in het detail bemoeiden de commissies zich met het onderwijs, de examinering en de interne organisatie van een faculteit. Zij hoeden de identiteit van de opleiding (hoe zien de contouren van een goede opleiding er uit?), zij bieden een referentiekader aan alle zusterfaculteiten (welke soort van toetsen zijn acceptabel en welke niet?), zij fungeren als stok achter de deur voor interne disciplinering ( we moeten dit wel doen om problemen met een volgende commissie te voorkomen ). De rode draad door alle rapporten is: hoe slagen wij er in zoveel mogelijk studenten van een aanvaardbare kwaliteit door te laten stromen tegen aanvaardbare kosten? De visitatiecommissies kiezen voor een duidelijke afbakening. De opleiding is geen beroepsopleiding, maar bereidt de studenten voor op een praktijk als jurist, waarbij voor sommige beroepen een voortgezette praktijkopleiding vereist is. Terecht, schreef de commissie de Haan in 1991, wordt aan behoorlijk diepgaand juridisch inzicht en probleemoplossingsvermogen in alle faculteiten meer waarde gehecht dan aan een zo breed mogelijke kennis. Nog maar enkele tientallen jaren geleden was de doelstelling veel explicieter gericht op de meningsvorming over het recht, de theoretische, historische en maatschappelijke achtergronden alsmede de maatschappelijke werking met het doel een bijdrage te leveren tot maatschappelijke rechtvaardigheid. 38 In navolging van de commissie de Haan hebben alle volgende commissies vastgehouden aan de idee dat de kern van de juridische opleiding bestaat uit de systematische behandeling van de hoofdvakken van het positieve recht, aangevuld met een zekere training in juridische vaardigheden en een beperkte mate van specialisatie. Om het concreet te maken berekende de commissie Storme in 1997 hoeveel tijd de faculteiten besteedden aan de hoofdvakken. Dat bleek ongeveer de helft te zijn van het totale programma, hetgeen de commissie als voldoende beoordeelde. 39 Uit een virtuele rondgang langs de examenregelingen van alle faculteiten in 2012 is mij gebleken, dat bijna alle faculteiten intussen meer studiepunten aan de hoofdvakken besteden in de bachelor dan in 1996 in de gehele ongedeelde opleiding! Sinds de jaren negentig zoeken de faculteiten de samenhang met de praktijk door in veel vakken de leerstukken te verbinden met de behandeling en oplossing van casus. Daardoor wordt of lijkt de theorie gericht op de praktijk. Rechtsgeleerdheid wordt rechtskunde: de (gedegen) kennis van rechtsregels en hun (dogmatisch) correcte toepassing in specifieke gevallen In een studie over HRM bij wetenschapsorganisaties constateren Fruytier en Timmerhuis: Voor de oplossing van functioneringsproblemen geldt het DELLE-principe: durch einfach liegen lassen erledigen. B. Fruytier & V. Timmerhuis, Mensen in onderzoek, Het mobiliseren van human resources in wetenschapsorganisaties, Assen: Van Gorcum 1995, p A. C. van Wageningen, De staat van de universiteit, Enschede: CHEPS 2003, p p. 39 e.v. terwijl alumni van later datum doorgaans spreken over de stad waar zij zijn afgestudeerd. 30. Daalder, a.w., p Roos, a.w., p Onderwijsvisitatie 2004, p Vergelijk Baldus, Finkenauer & Ruefner, Juristenausbildung in Europa zwischen Tradition und Reform, Tübingen: Mohr Siebeck 2008, p Onderwijsvisitatie Rechtsgeleerdheid (1997), a.w., p J.W. Zwemmer & J.E. Bosch-Boesjes, a.w., p Vergelijk o.a. C.J.J.M. Stolker, Waarom kent rechten een uittrekselcultuur?, in: A.G. Castermans et al. (red.), Ex libris Hans Nieuwenhuis, Deventer: Kluwer 2009, p. 81 e.v. 37. Onderwijsvisitatie Rechtsgeleerdheid (2004), p. 8. In dezelfde zin spreekt de Commissie Storme in een terugblik op de vorige visitatie. Zie: Onderwijsvisitatie Rechtsgeleerdheid (1997), a.w., p Onderwijsvisitatie 1991, a.w., p Idem, p Vergelijk F. Ranieri, Juristen für Europa, Vorraussetzungen und Hindernisse für ein europäisches juristisches Ausbildungsmodell, Münster Studies in Comparative Law, Berlin: LIT Verlag Overigens constateert Ranieri in een overzicht dat de meeste juridische opleidingen op het Europese continent zich steeds meer richten op praktische problemen en gevallen. 25. Vergelijk B. Jongbloed & C. Salerno, De Bekostiging van het Universitaire Onderwijs en Onderzoek in Nederland: Modellen, Thema s en Trends, Achtergrondstudie voor de AWT, Enschede: CHEPS Pas in de WWO van 1960 kregen de universiteiten tot taak onderzoek te verrichten. Onderzoek was eerder een vast onderdeel van de werkzaamheden, de wetenschapsbeoefening, maar integraal verbonden met het onderwijs. 27. Idem, p Volgens mededeling van de VSNU op de website in Dit komt tot uitdrukking in het feit dat alumni van vóór 1970 spreken over de hoogleraar bij wie ze zijn afgestudeerd, 24. J. L.T. Blank & T. K. Niaoukanis, Productiviteitstrends in het wetenschappelijk onderwijs, Een empirisch onderzoek naar het effect van regulering op de productiviteitsontwikkeling tussen 1982 en 2009, Centrum voor Innovaties en Publieke Sector Efficiëntie Studies, Delft: Technische Universiteit 2011, NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL

18 Focus Academisch vorming vereist persoonlijke interactie in een open discussie Deze aanpak leidde tot kritiek dat de rechtenstudie niet langer een academische, maar een beroepsopleiding was geworden. In 2000 klaagde Freek Bruinsma over De ondraaglijke lichtheid van de rechtenstudie. 41 In soortgelijke zin heeft ook Kinneging gesteld dat de huidige opleiding teveel gericht is op de beroepspraktijk en te weinig op academische vorming. 42 Zij kregen bijval uit onverdachte hoek, namelijk vanuit de beroepspraktijk. De deken van de Advocatenorde noemde de bestaande opleiding flinterdun en Margreeth Ashmann, rechter en voorheen betrokken bij het opleidingsinstituut voor de rechterlijke macht, stelde dat de faculteiten niet waar maken wat zij pretenderen. 43 Een lastig probleem De vraag is: hoe moet je 400 mensen in een collegezaal academisch vormen? Om nog maar te zwijgen van de 300 die er niet zijn omdat ze even iets anders te doen hebben. Dat kan helemaal niet. Academisch vorming vereist, ik verwijs naar de eerder geciteerde Edward Shils, persoonlijke interactie in een open discussie. In de Verenigde Staten heeft de American Bar Association (ABA), in een debat over afstandsonderwijs, in haar Standards and Procedures vastgelegd dat de vorming van juristen tenminste drie competenties vereist. De eerste is een goede kennis van het geldende recht, regels en voorschriften. De tweede competentie is bekwaamheid in de kunst van het argumenteren. Een goede jurist is geoefend in het bouwen, toetsen en weerleggen van redeneringen. Dat wordt niet geleerd uit boeken, maar in de confrontatie met docenten en andere studenten. 44 Argumenteren is de kern van de juristerij. De derde competentie is de bekwaamheid om recht en regelgeving te kunnen plaatsen in een context. De rechtsgevolgen van een handeling hangen niet alleen af van de rechtsregels, maar ook van de context. Het reflecteren op recht in context valt niet te leren uit het bestuderen van boeken, aldus de ABA. En, zou ik daaraan toe willen voegen, evenmin uit hoorcolleges. Recht in samenhang te leren begrijpen vereist discussie, het systematisch wegen van argumenten en het beoordelen van omstandigheden. Ook dat vereist interactie en terugkoppeling in een open gesprek. 45 Daar is vast niemand tegen, maar de tegenwerping ligt voor de hand. Dat kunnen wij ons helemaal niet permitteren bij het huidige onderwijsbeleid (dat selectie aan de poort verbiedt) en de huidige financiering (stijgende kosten, dalende opbrengsten). Wij hebben al onze (beperkte) docentcapaciteit nodig om studenten tenminste de grote lijnen van de hoofdvakken bij te brengen. En daar zit een knelpunt. Wij zetten docenten vooral in op de taak om kennis over te brengen. Elk juridisch curriculum bestaat voor een belangrijk deel uit kennisoverdracht, 46 maar er zijn nog andere mogelijkheden om kennis over te brengen dan de inzet van gepromoveerde onderzoekers. Afstandsuniversiteiten, in Nederland en elders, maken succesvol gebruik van zelf instruerende leermaterialen. In het leermateriaal (gedrukt of digitaal) wordt de student bij de hand genomen en langs de leerdoelen geleid; door zelftoetsen en verwerkingsopdrachten met terugkoppeling kan de student zijn vorderingen zelf volgen. Het gebruik van dergelijke leermaterialen ontlast het onderwijs, dat in het teken kan staan van verdieping, verbreding en debat in kleine groepen. 47 Veel mensen willen de universiteit niet zien als een fabriek. Zolang we echter niet over de mogelijkheden en middelen beschikken als Oxbridge, Harvard of Yale, dan zullen we moeten leven met een onderwijsfabriek. Dat is geen schande en veroordeelt ons niet tot een plaats aan de lopende band. Het betekent wel dat we bij de inrichting van ons onderwijs moeten uitgaan van de sterke punten van de fabrieksmatige werkwijze: arbeidsdeling en differentiatie. Mensen moeten worden ingezet waar ze relatief het best tot hun recht komen. Administratieve en organisatorische taken moeten niet door wetenschappelijk personeel verricht worden en de overdracht van basiskennis hoeft niet altijd door gerenommeerde onderzoekers te gebeuren. Ervaren onderzoekers hebben vooral meerwaarde bij het leren argumenteren, het evalueren of het in context plaatsen van recht. 41. De ondraaglijke lichtheid van de rechtenstudie, NJB 2002, p Zijn kritiek heeft hij diverse malen herhaald, o.a. in De verborgen agenda van de rechtenstudie, in W.J.M. Bekkers, R.H. Koning & N.J. Vette (red.), Rechten in Utrecht, Deventer: Kluwer 2002, p Zie D. Jongsma & J. van Rijn van Alkemade, We kweken een Mexicaans leger met alleen maar generaals en officieren en bijna geen manschappen, interview met prof. dr. A.A.M. Kinneging, AA /10, p , en A.M. Kinneging, Over de (opleiding tot een) goede jurist, in: A. Ellian, T.J.M. Slootweg & C.E. Smith (red.), Recht, beslissing en geweten. Beschouwingen naar aanleiding van Paul Scholten, Deventer: Kluwer VS gangbare socratische methode. Deze methode van het ondervragen oefent studenten in het wegen en weerleggen van argumenten. Zie Rule 306 in ABA Standards and Rules of procedures for Approval of Law Schools, Hoofdstuk 3 Legal Education, 25 november voor het laatst geraadpleegd op org/groups/legal_education/resources/ standards.html. Zie ook R. H. Woods, Order in the virtual classroom a Closer Look at American Law Schools in Cyberspace: Constructing Multiple Instructional for effective Internet-based legal Education, 2001, nr. 3 The Journal of Information, Law and Technology (JILT) (http://elj.warwick.ac.uk/jilt). 45. Onder een open gesprek versta ik onderwijs dat niet van te voren is ingevuld ( vandaag de pagina s 48 tot 84 uit het leerboek ), maar een gesprek dat in principe alle kanten op kan gaan. 46. Vergelijk F. Nievelstein, Learning law, Expertise differences and the effect of instructional support (diss. Heerlen), M. van Kleef, De zorgen van Willem Bekkers, Mr. 2010, afl. 3, p. 21; Margreeth Ahsmann, Het civiel effect biedt niet wat het pretendeert, Over de aansluiting van de universitaire opleiding op de togaberoepen, NJB 2011/28, p Overigens gaf ook de visitatiecommissie Storme in 1997 aan niet tevreden (te zijn) over de mate waarin programma s het kritisch en onafhankelijk denken van studenten bevorderen ( ) Kritisch en onafhankelijk denken kan men leren door actieve werkvormen te hanteren en studenten te dwingen hieraan mee te werken, Onderwijsvisitatie Rechtsgeleerdheid 1997, a.w., p Daarbij wordt verwezen naar de in de 47. Vergelijk W.G. Bowen, M.M. Chingos, K.A. Lack & T.I. Nygren, Interactive Learning Online at Public Universities: Evidence from a Six-Campus Randomized Trial, in: Journal of Policy Analysis and Management, 2013, in te zien onder wileyonlinelibrary.com/journal/pam DOI: / pam NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL. 42

19 Focus 2158 Gemeentezorg en privacyzorgen Sjaak Nouwt 1 As we speak worden allerlei zorgtaken gedecentraliseerd naar gemeenten. Dat leidt tot nieuwe behoeften aan informatie-uitwisseling. In oktober 2013 is een juridisch kader gepubliceerd voor de informatie-uitwisseling binnen veiligheidshuizen. 2 Dat rapport gaat nogal creatief om met de huidige privacyregels. 3 Gemeenten dreigen daardoor op het verkeerde been te worden gezet. Daarom hierbij enkele juridische kanttekeningen bij deze creativiteit vanuit het perspectief van de zorgprofessional. Inleiding Nederland telt momenteel een kleine vijftig veiligheidshuizen. Deze veiligheidshuizen zijn voortgekomen uit het Grote Steden Beleid van de jaren negentig. Dit leidde in 1997 tot de zogeheten Justitie in de Buurt (JIB) kantoren. Veiligheidshuizen zijn netwerksamenwerkingsverbanden, bestaande uit partners uit de strafrechtketen, de zorgketen, gemeentelijke partners en bestuur. Het doel van de samenwerking is het terugdringen van overlast, huiselijk geweld en criminaliteit. De ketenpartners signaleren problemen, bedenken oplossingen en voeren die samen uit. Zij doen dat vooral op het gebied van jeugdcriminaliteit, huiselijk geweld, veelplegers en nazorg voor (ex-)gedetineerden. Bij de samenwerking spelen zowel strafrecht en zorgverlening een rol. Organisaties die participeren in de veiligheidshuizen zijn: gemeenten, politie, Openbaar Ministerie, Raad voor de Kinderbescherming, reclasseringsorganisaties en welzijnsorganisaties. 4 In oktober 2013 is een juridisch kader gepubliceerd voor de informatie-uitwisseling binnen veiligheidshuizen, onder het motto een nieuwe kijk op privacy. Het is echter juridisch gezien een zeer discutabel rapport, aangezien het nogal wat juridische fouten bevat. Dit klemt te meer omdat dit kader ook met enige regelmaat wordt gepropageerd als grondslag voor het delen van informatie op de meest zorgvuldige wijze binnen gemeenten en regio s, zoals binnen een OGGz netwerk (Openbare Geestelijke Gezondheidszorg), sociale wijkteams, Advies- en Meldpunten voor Huiselijk Geweld en Kindermishandeling (AMHK) of Centra voor Jeugd en Gezin in samenhang met de Zorg Advies Teams. Aldus wordt dit juridisch kader in een brede maatschappelijke context onder de aandacht gebracht en dreigt het te worden omarmd in het kader van de decentralisatie van de zorg naar gemeenten. Over de privacy bij die decentralisatie van jeugdzorg, maatschappelijke ondersteuning, werk en inkomen en zorg voor langdurig zieken en ouderen maken ook Eerste Kamerleden zich grote zorgen. 5 Zorgen die groter lijken te worden wanneer gemeenten ook nog (vrijwillige) dorpsondersteuners gaan inzetten. Redenen genoeg om nader in te gaan op de juridische onjuistheden die het rapport bevat. Een andere, maar foute, kijk op privacy Het bewuste rapport bestaat uit twee delen. Het eerste deel geeft een zeer informatief en vrij compleet overzicht van actuele maatschappelijke ontwikkelingen en aan gemeenten opgedragen taken op het terrein van zorg, welzijn, jeugd en criminaliteit. Het tweede deel bevat een nieuw juridisch handelingskader. Hieronder volgen enkele kanttekeningen bij dat tweede deel vanuit het perspectief van de uitwisseling van medische persoonsgegevens. Auteur Samenwerken aan Zorg en Veiligheid. Naar een handelingskader gegevensdeling. Werkdocument 1 oktober Het document is beschikbaar als Opbrengst Leertuin Privacy Tilburg via nl/toolbox/informatie-uitwisseling-en-privacy (laatst bezocht op 25 november 2014). 3. Nieuwsbrief Leertuin Zorg en Veiligheid, maart Op internet: veiligheidshuis.org/files/ Nieuwsbrief+leertuin+mrt+2013.pdf. 4. Bron: Ministerie van Veiligheid en Justitie, Veiligheidshuizen Achtergrond. Op internet: achtergrond#w (laatst bezocht op 25 november 2014). 5. Zie bijv. het betoog van mw. Gerkens (SP) in de Eerste Kamer tijdens het debat over privacy en het toezicht op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, waarin zij bijval ontving van D66 en VVD. Zie het stenogram van de plenaire vergadering van 23 september 2014 (ongecorrigeerd) op: www. eerstekamer.nl/stenogram/ / stenogram (laatst bezocht op 25 november 2014). 1. Mr. dr. J. Nouwt is werkzaam als adviseur gezondheidsrecht bij de artsenfederatie KNMG en zelfstandig privacy adviseur. Deze bijdrage is op persoonlijke titel geschreven. Noten 2. J.J.A. van Boven & P.J. Gunst, Grondslag NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL

20 Focus Met het beroep op menselijke waardigheid ondermijnt het rapport hier de grondrechten van burgers op persoonlijke levenssfeer, privé-leven, de bescherming van persoonsgegevens en het zelfbeschikkingsrecht Menselijke waardigheid 6 De menselijke waardigheid is de bril waardoor in het rapport naar de problematiek van de betreffende cliënten wordt gekeken. Het dwingt én legitimeert om zorg en steun te bieden aan een burger die daartoe zelf om wat voor reden dan ook niet (meer) in staat is, opdat die weer zoveel en zo goed mogelijk kan participeren in de samenleving en wel met een zo groot mogelijke zelfstandigheid. Dat geeft hem vrijheid en autonomie (vaak aangeduid als eigen kracht ) en daarmee kan hij het stuur van zijn eigen leven weer in eigen handen nemen. Maar dan moeten we dit doel voor ogen hebben en dit noopt tot het delen van gegevens tussen de verschillende disciplines! Met het beroep op menselijke waardigheid ondermijnt het rapport hier echter de grondrechten van burgers op persoonlijke levenssfeer, privé-leven, de bescherming van persoonsgegevens en het zelfbeschikkingsrecht. Het rapport ziet menselijke waardigheid en human dignity primair als titel voor de staat en hulpverleners om te beschermen. Daarin gaat het soms veel te ver, en lijkt het af en toe te vergeten dat we naar elkaar toe ook de plicht hebben de persoonlijke autonomie van mensen te respecteren, beschermen en bevorderen. Die nuance ontbreekt in het rapport. Verenigbare doelen 7 In het kader van doelbinding besteedt het rapport terecht aandacht aan artikel 9 Wbp. 8 Dit artikel bepaalt dat persoonsgegevens verder mogen worden verwerkt op een wijze die verenigbaar is met de doeleinden waarvoor ze zijn verkregen. Dit wordt het verenigbaar gebruik genoemd. Volgens het rapport is duidelijk al beargumenteerd dat de problematiek van de cliënten op de verschillende leefgebieden zich tot elkaar verhouden als communicerende vaten. Daarmee zou de verenigbaarheid van de doelen om gegevens te delen tussen de verschillende domeinen betreffende de cliënt afdoende zijn aangetoond. Het rapport gaat hier echter wel erg gemakkelijk voorbij aan lid 4 van artikel 9 Wbp, dat met name voor zorgprofessionals met een medisch beroepsgeheim van belang is: verwerking van persoonsgegevens blijft achterwege voor zover een geheimhoudingsplicht daaraan in de weg staat. Dit betekent kortweg dat een zorgaanbieder die informatie over een patiënt aan een derde wil verstrekken, aan toetsing aan de Wbp in het geheel niet toekomt zolang die informatie valt onder zijn beroepsgeheim en er geen beroep kan worden gedaan op een van de uitzonderingen op het beroepsgeheim. Eerst wanneer een uitzondering kan worden gemaakt op de geheimhoudingsplicht komt men pas toe aan de vraag of sprake is van verenigbaar gebruik. Nakomen wettelijke verplichting 9 Het rapport stelt de vraag welke grondslagen als bedoeld in artikel 8 van de Wbp mogelijkheden bieden, bijvoorbeeld voor zorgprofessionals, om gegevens aan anderen te verstrekken. Volgens het rapport biedt artikel 8 sub c Wbp een grondslag voor de voorgestane verstrekking van gegevens tussen de diverse betrokken professionals bij een cliënt. Deze grondslag staat het verstrekken van persoonsgegevens toe indien dit noodzakelijk is om een wettelijk verplichting na te komen. Als argument wordt in het rapport aangevoerd dat een gemeente wettelijke verantwoordelijkheden heeft om te zorgen voor kwetsbare burgers. Om deze publiekrechtelijke taken met betrekking tot deze burgers ook daadwerkelijk te kunnen uitoefenen, is het noodzakelijk om te kunnen beschikken over relevante gegevens. Dat vereist samenwerking met en tussen uiteenlopende partijen als gemeentelijke diensten, politie, Openbaar Ministerie, Gevangeniswezen, Bureau Halt, Reclassering, welzijnswerk, jongerenwerk, Bureau Jeugdzorg, GG&GD, verschillende andere (geestelijke) gezondheidsinstellingen, lokaal en regionaal onderwijs, woningcorporaties, enz., aldus het rapport. De verwerkingsgrond van artikel 8 sub c staat de gegevensverwerking toe als die noodzakelijk is om een wettelijke verplichting na te komen waaraan de verantwoordelijke onderworpen is. Het rapport stelt ten onrechte dat die wettelijke verplichting bestaat uit de wettelijke verantwoordelijkheid die gemeenten hebben om te zorgen voor kwetsbare burgers. Daarmee wordt voorbij gegaan aan het feit dat, aldus de toelichting op de Wbp, een beroep op onderdeel c slechts mogelijk is als de gemeente is onderworpen aan de nakoming van een wettelijke verplichting die strekt tot het vastleggen of bewaren van persoonsgegevens of het verstrekken ervan aan derden en dus niet op het hebben van een willekeurige andere wettelijke verplichting.10 Verstrekking van medische gegevens aan een woningcorporatie 11 De Wbp stelt in de tweede laag van de wet 12 extra zorgvuldigheidseisen aan het verwerken van bijzondere persoonsgegevens. Zo geldt er een algemeen verbod op het verwerken van persoonsgegevens over iemands gezondheid (artikel 16 Wbp). Er zijn echter uitzonderingen op dat verbod mogelijk, bijvoorbeeld indien de verwerking geschiedt door hulpverleners, instellingen of voorzieningen voor gezondheidszorg of maatschappelijke dienstverlening, voor zover dat noodzakelijk is met het oog op een goede behandeling of verzorging, dan wel wanneer het voor het beheer van de instelling of beroepspraktijk noodzakelijk is (artikel 21 Wbp). Binnen samenwerkingsverbanden worden gegevens uitgewisseld tussen hulpverleners uit de gezondheidszorg met 2994 NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL. 42

De forensische psychiatrie is al langere tijd onderwerp

De forensische psychiatrie is al langere tijd onderwerp 2156 Wetenschap Forensisch-psychiatrische diagnostiek Hoog tijd om er een echt vak van te maken Eric Rassin & Harald Merckelbach 1 Bij de beantwoording van de derde en vierde hoofdvraag uit artikel 350

Nadere informatie

Gezondheidsstrafrecht

Gezondheidsstrafrecht Gezondheidsstrafrecht Mr. dr. W.L.J.M Duijst Deventer 2014 Omslagontwerp: H2R creatievecommunicatie ISBN 978-90-13-12600-6 E-book 978-90-13-12601-3 NUR 824-410 2014, W.L.J.M. Duijst Alle rechten voorbehouden.

Nadere informatie

Juridische basiskennis over de maatregel TBS, oplegging en verlenging

Juridische basiskennis over de maatregel TBS, oplegging en verlenging TBS voor Dummies Juridische basiskennis over de maatregel TBS, oplegging en verlenging Auteur: Miriam van der Mark, advocaat-generaal en lid van de Kerngroep Forum TBS Algemeen De terbeschikkingstelling

Nadere informatie

Wie zijn onze patiënten?

Wie zijn onze patiënten? In deze folder vertellen wij u graag wat meer over Forensisch Psychiatrisch Centrum de Kijvelanden. De Kijvelanden behandelt mensen met een psychiatrische stoornis. De rechter heeft hen tbs met bevel tot

Nadere informatie

Forensisch Psychiatrisch Centrum de Kijvelanden. Over TBS

Forensisch Psychiatrisch Centrum de Kijvelanden. Over TBS Forensisch Psychiatrisch Centrum de Kijvelanden Over TBS In deze folder vertellen wij u graag meer over Forensisch Psychiatrisch Centrum de Kijvelanden en in het bijzonder over tbs. De Kijvelanden behandelt

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Schedeldoekshaven 100 2511 EX Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den Haag

Nadere informatie

VAN REDACTIEWEGE. Levenslang en TBS: een LAT-relatie. PM Schuyt

VAN REDACTIEWEGE. Levenslang en TBS: een LAT-relatie. PM Schuyt VAN REDACTIEWEGE Levenslang en TBS: een LAT-relatie PM Schuyt Mevr. Mr. Drs. P.M. Schuyt is universitair docent straf en strafprocesrecht aan de universiteit Leiden en redacteur van dit blad. Op 14 maart

Nadere informatie

> Retouradres Postbus 20201 2500 EE Den Haag Directie Internationale Zaken en Verbruiksbelastingen

> Retouradres Postbus 20201 2500 EE Den Haag Directie Internationale Zaken en Verbruiksbelastingen > Retouradres Postbus 20201 2500 EE Den Haag Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Korte Voorhout 7 2511 CW Den Haag Postbus 20201 2500 EE Den Haag www.rijksoverheid.nl

Nadere informatie

De Relatie Tussen Persoonskenmerken en Ervaren Lijden bij. Verslaafde Patiënten met PTSS

De Relatie Tussen Persoonskenmerken en Ervaren Lijden bij. Verslaafde Patiënten met PTSS Persoonskenmerken en ervaren lijden bij verslaving en PTSS 1 De Relatie Tussen Persoonskenmerken en Ervaren Lijden bij Verslaafde Patiënten met PTSS The Relationship between Personality Traits and Suffering

Nadere informatie

Advies KAGB over de Forensische Psychiatrie 26 April 2014. Em. Prof. Paul Cosyns UA Gewoon lid, Psychiatrie

Advies KAGB over de Forensische Psychiatrie 26 April 2014. Em. Prof. Paul Cosyns UA Gewoon lid, Psychiatrie Advies KAGB over de Forensische Psychiatrie 26 April 2014 Em. Prof. Paul Cosyns UA Gewoon lid, Psychiatrie KAGB 28 september 2014 1 De Forensische Psychiatrie in België Unieke en baanbrekende start begin

Nadere informatie

Programma Open dag zaterdag 28 februari 2015 Program Open Day Saturday 28 February 2015

Programma Open dag zaterdag 28 februari 2015 Program Open Day Saturday 28 February 2015 Programma Open dag zaterdag 28 februari 2015 Program Open Day Saturday 28 February 2015 Tijd 09.15 09.45 Je bent op de Open dag, wat nu? Personal welcome international visitors 10.00 10.45 Je bent op de

Nadere informatie

TBS uit de gratie. K.P.M.A. Muis L. van der Geest

TBS uit de gratie. K.P.M.A. Muis L. van der Geest K.P.M.A. Muis L. van der Geest Samenvatting en conclusies in hoofdpunten In 2008 en 2009 is er sprake van een opvallende daling van het aantal tbs-opleggingen met bevel tot verpleging. Het is onwaarschijnlijk

Nadere informatie

Fout van CPB bij berekening remgeldeffect eigen risico

Fout van CPB bij berekening remgeldeffect eigen risico Fout van CPB bij berekening remgeldeffect eigen risico Wynand van de Ven en Erik Schut Wederreactie op Douven en Mannaerts In ons artikel in TPEdigitaal (Van de Ven en Schut 2010) hebben wij uiteengezet

Nadere informatie

Overzicht inschrijvingsvereisten Rechten 2015-2016

Overzicht inschrijvingsvereisten Rechten 2015-2016 Bachelor of Science in de Rechten (180 studiepunten) 1ste bachelorjaar - Modeltraject ( 60 sp verplicht ) Bronnen en beginselen van het recht 1 6 Sociologie I 1 6 Politieke Geschiedenis van België 1 6

Nadere informatie

De Minister van Veiligheid en Justitie. Postbus 20301 2500 EH Den Haag. Advies wetsvoorstel toevoegen gegevens aan procesdossier minderjarige

De Minister van Veiligheid en Justitie. Postbus 20301 2500 EH Den Haag. Advies wetsvoorstel toevoegen gegevens aan procesdossier minderjarige POSTADRES Postbus 93374, 2509 AJ Den Haag BEZOEKADRES Juliana van Stolberglaan 4-10 TEL 070-88 88 500 FAX 070-88 88 501 INTERNET www.cbpweb.nl www.mijnprivacy.nl AAN De Minister van Veiligheid en Justitie

Nadere informatie

Beoordeling van de waarde van de verklaring van kinderen

Beoordeling van de waarde van de verklaring van kinderen Beoordeling van de waarde van de verklaring van kinderen Geen enkele wetenschappelijk verantwoorde methode biedt absolute zekerheid over de vraag of de verklaring van een kind over een delict wel of niet

Nadere informatie

P. de Beurs, psychiater en adviseur voor de IGZ

P. de Beurs, psychiater en adviseur voor de IGZ P. de Beurs, psychiater en adviseur voor de IGZ Dilemma s bij risicotaxatie Risicotaxatie is een nieuw en modieus thema in de GGZ Veilige zorg is een illusie Hoe veiliger de zorg, hoe minder vrijheid voor

Nadere informatie

Kinderdoding. Inhoud. Onderzoeksopzet. Aanleiding 17-10-2010. Aanleiding Onderzoeksopzet Wetgeving Resultaten Discussie. Verschil in berechting tussen

Kinderdoding. Inhoud. Onderzoeksopzet. Aanleiding 17-10-2010. Aanleiding Onderzoeksopzet Wetgeving Resultaten Discussie. Verschil in berechting tussen Kinderdoding Verschil in berechting tussen mannelijke en vrouwelijke kinderdoders Aanleiding Onderzoeksopzet Wetgeving Resultaten Discussie Inhoud E.J.C. Goetheer 13-1- Aanleiding Proefschrift A.J. Verheugt,

Nadere informatie

Understanding and being understood begins with speaking Dutch

Understanding and being understood begins with speaking Dutch Understanding and being understood begins with speaking Dutch Begrijpen en begrepen worden begint met het spreken van de Nederlandse taal The Dutch language links us all Wat leest u in deze folder? 1.

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG 1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Turfmarkt 147 2511 DP Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den Haag www.rijksoverheid.nl/venj

Nadere informatie

Programma Open dag zaterdag 28 februari 2015 Program Open Day Saturday 28 February 2015

Programma Open dag zaterdag 28 februari 2015 Program Open Day Saturday 28 February 2015 Programma Open dag zaterdag 28 februari 2015 Program Open Day Saturday 28 February 2015 Tijd 09.15 09.45 Je bent op de Open dag, wat nu? Personal welcome international visitors 10.00 10.45 Je bent op de

Nadere informatie

Disclaimer. Deze presentatie kan off-label informatie bevatten. Raadpleeg altijd de SmPC alvorens enige medicatie voor te schrijven.

Disclaimer. Deze presentatie kan off-label informatie bevatten. Raadpleeg altijd de SmPC alvorens enige medicatie voor te schrijven. Disclaimer De inhoud van deze presentatie is onafhankelijk samengesteld door de spreker(s). De slides representeren de persoonlijke mening van de spreker(s). Deze presentatie kan off-label informatie bevatten.

Nadere informatie

Verslaving binnen de forensische psychiatrie

Verslaving binnen de forensische psychiatrie Verslaving binnen de forensische psychiatrie Minor - Werken in gedwongen kader Praktijkverdieping Docent: Paul Berkers Geschreven door: Martine Bergshoeff Edith Yayla Louiza el Azzouzi Evelyne Bastien

Nadere informatie

STOP ELECTRONISCHEWAPENS STOP GROEPSTALKING

STOP ELECTRONISCHEWAPENS STOP GROEPSTALKING Openbaar Ministerie Parket-Generaal T.a.v. De directie Postbus 20305 2500 EH Den Haag Datum: 10 oktober 2011 Betreft: Onvolkomenheden in de bewijsvoering van het Openbaar Ministerie naar de geestelijke

Nadere informatie

Met het oog op uw vragen en kritiek zijn kort samengevat mijn conclusies de volgende:

Met het oog op uw vragen en kritiek zijn kort samengevat mijn conclusies de volgende: Geachte mevrouw Stembor, U heeft mij een aantal stellingen/vragen voorgelegd. Ik heb daaruit opgemaakt dat u kritiek heeft op de onduidelijkheid over de verhouding tussen de Wbtv en de wet van 8 mei 1878,

Nadere informatie

De Invloed van Perceived Severity op Condoomgebruik en HIV-Testgedrag. The Influence of Perceived Severity on Condom Use and HIV-Testing Behavior

De Invloed van Perceived Severity op Condoomgebruik en HIV-Testgedrag. The Influence of Perceived Severity on Condom Use and HIV-Testing Behavior De Invloed van Perceived Severity op Condoomgebruik en HIV-Testgedrag The Influence of Perceived Severity on Condom Use and HIV-Testing Behavior Martin. W. van Duijn Student: 838797266 Eerste begeleider:

Nadere informatie

NRGD Nederlands Register Gerechtelijk Deskundigen

NRGD Nederlands Register Gerechtelijk Deskundigen NRGD Nederlands Register Gerechtelijk Deskundigen Het Nederlands Register Gerechtelijk Deskundigen (NRGD) vergroot het vertrouwen in de Nederlandse rechtspraak door het waarborgen van een constante hoge

Nadere informatie

Het Belgische recht vanuit Nederlands perspectief

Het Belgische recht vanuit Nederlands perspectief 1 Studiedag - Nationaal register van gerechtsdeskundigen, en dat van vertalers en tolken Het Belgische recht vanuit Nederlands perspectief Mr. Rolf Hoving Rijksuniversiteit Groningen r.a.hoving@rug.nl

Nadere informatie

III. Rapportage Civiel (beslissingsdiagnostiek jeugd) 7. Rapportages civiel (bladzijde 26) 7.1 Jeugdigen 7.1.1 Productie 7.1.

III. Rapportage Civiel (beslissingsdiagnostiek jeugd) 7. Rapportages civiel (bladzijde 26) 7.1 Jeugdigen 7.1.1 Productie 7.1. Jaarcijfers NIFP 2014: Inhoud I. Zorg 1. Zorg Gevangeniswezen (bladzijde 2) 1.1 Productie 1.2 Populatie 2. Zorg Directie Bijzondere Voorzieningen (bladzijde 5) 2.1 Productie 2.2 Populatie II. Rapportage

Nadere informatie

Disclosure belangen spreker

Disclosure belangen spreker Disclosure belangen spreker (potentiële) belangenverstrengeling Voor bijeenkomst mogelijk relevante relaties met bedrijven Sponsoring of onderzoeksgeld Honorarium of andere (financiële) vergoeding Aandeelhouder

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Directoraat-Generaal Rechtspleging en Rechtshandhaving Directie Rechtsbestel

Nadere informatie

De gevolgen van een strafrechtelijke afdoening voor de verblijfsrechtelijke positie van jongeren

De gevolgen van een strafrechtelijke afdoening voor de verblijfsrechtelijke positie van jongeren De gevolgen van een strafrechtelijke afdoening voor de verblijfsrechtelijke positie van jongeren Dit document beoogt de strafrechtelijke consequenties voor de verblijfsrechtelijke positie van een vreemdeling

Nadere informatie

POST-HBO OPLEIDING. Forensische psychiatrie. mensenkennis

POST-HBO OPLEIDING. Forensische psychiatrie. mensenkennis POST-HBO OPLEIDING Forensische psychiatrie mensenkennis Post-hbo opleiding forensische psychiatrie Initiatief De post-hbo opleiding is een initiatief van de: Dr. Henri van der Hoeven Stichting (Forum Educatief),

Nadere informatie

Impact of BEPS disruptions on TCF / TRM / Tax Strategy

Impact of BEPS disruptions on TCF / TRM / Tax Strategy Impact of BEPS disruptions on TCF / TRM / Tax Strategy Be prepared for the future Herman Huidink & Hans de Jong TCF / TRM Basics (I) Werkstromen Tax Tax risk management & control Tax reporting & compliance

Nadere informatie

Tentamenkalender Faculteit der Rechtsgeleerdheid - Leiden

Tentamenkalender Faculteit der Rechtsgeleerdheid - Leiden Tentamenkalender Faculteit der Rechtsgeleerdheid - Leiden 2005-2006 Trimester - 1 Vakkode Vaknaam dag - datum Aanvang Pers. Locatie Opmerking B2604 Accounting & legal report system wo 07-12-2005 13:30

Nadere informatie

DE RECHTERS ZIJN GESCHEIDEN

DE RECHTERS ZIJN GESCHEIDEN DE RECHTERS ZIJN GESCHEIDEN www.rechtvoorjou.nl Hoofdstuk 3.0 Wat is een democratische rechtsstaat? Maak de volgende oefeningen met behulp van de informatie op de website. Naam Leerling: Klas:. 3.0 a.

Nadere informatie

Rechtbank straft bewust zwaarder dan wettelijk toegestaan

Rechtbank straft bewust zwaarder dan wettelijk toegestaan 2250 NEDERLANDS JURISTENBLAD 16-12-2011 AFL. 44/45 2981 Rechtbank straft bewust zwaarder dan wettelijk toegestaan Johannes Bijlsma en Marius Duker 1 De Rechtbank Amsterdam wees onlangs een opmerkelijk

Nadere informatie

Kennislink.nl. Reizende criminelen langer uit handen van de politie. Slechts kwart van misdrijven opgehelderd

Kennislink.nl. Reizende criminelen langer uit handen van de politie. Slechts kwart van misdrijven opgehelderd Kennislink.nl Discussieer mee: Allemaal de beste van de klas?! Onderwerpen Publicaties Over Kennislink Nieuwsbrief Zoek Leven, Aarde & Heelal Gezondheid, Hersenen & Gedrag Mens & Maatschappij Energie &

Nadere informatie

S e v e n P h o t o s f o r O A S E. K r i j n d e K o n i n g

S e v e n P h o t o s f o r O A S E. K r i j n d e K o n i n g S e v e n P h o t o s f o r O A S E K r i j n d e K o n i n g Even with the most fundamental of truths, we can have big questions. And especially truths that at first sight are concrete, tangible and proven

Nadere informatie

NEDERLANDSE SAMENVATTING

NEDERLANDSE SAMENVATTING NEDERLANDSE SAMENVATTING Zedendelicten vormen een groot maatschappelijk probleem met ernstige gevolgen voor zowel het slachtoffer als voor de dader. Hoewel de meeste zedendelicten worden gepleegd door

Nadere informatie

Faculteit der Rechtsgeleerdheid Amsterdam Center for International Law Postbus 1030 1000 BA Amsterdam

Faculteit der Rechtsgeleerdheid Amsterdam Center for International Law Postbus 1030 1000 BA Amsterdam Faculteit der Rechtsgeleerdheid Amsterdam Center for International Law Postbus 1030 1000 BA Amsterdam T 020 535 2637 Advies Luchtaanvallen IS(IS) Datum 24 september 2014 Opgemaakt door Prof. dr. P.A. Nollkaemper

Nadere informatie

Uitspraak Landelijke Commissie van Vertrouwenslieden

Uitspraak Landelijke Commissie van Vertrouwenslieden Uitspraak Landelijke Commissie van Vertrouwenslieden Uitspraaknr. : 07-07 Datum : 8 november 2007 Partijen : de , vertegenwoordigd door , hierna aangeduid als: de directeur;

Nadere informatie

Dokters voor de rechter

Dokters voor de rechter Dokters voor de rechter Tien jaar tuchtuitspraken in Medisch Contact Paul Rijksen Reed Business, Amsterdam Medisch Contact, Utrecht Inleiding.indd 1 Reed Business, Amsterdam 2011 Medisch Contact, Utrecht

Nadere informatie

advies. Strekking wetsvoorstellen

advies. Strekking wetsvoorstellen Datum 20 maart 2014 De Minister van Veiligheid en Justitie Mr. I.W. Opstelten en De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie Mr. F. Teeven Postbus 20301 2500 EH DEN HAAG Uw kenmerk 447810 en 447811

Nadere informatie

(Jong)Volwassen? Gebruik indicatiecriteria adolescentenstrafrecht. Studiedag 18 april 2014. Lieke Vogelvang & Maaike Kempes

(Jong)Volwassen? Gebruik indicatiecriteria adolescentenstrafrecht. Studiedag 18 april 2014. Lieke Vogelvang & Maaike Kempes (Jong)Volwassen? Gebruik indicatiecriteria Studiedag 18 april 2014 Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie Lieke Vogelvang & Maaike Kempes Overzicht strafrechtketen 18-23 Wegingslijst

Nadere informatie

Forensisch gedragsonderzoek in strafzaken

Forensisch gedragsonderzoek in strafzaken 50 Forensisch gedragsonderzoek in strafzaken C. de Ruiter In Nederland bestaat op dit moment geen volwaardige postdoctorale beroepsopleiding tot forensisch psycholoog of -psychiater. Toch worden psychologen

Nadere informatie

Uitvoeringsregeling bij de Onderwijs- en examenregeling 2012-2013 wo-masteropleiding Rechtsgeleerdheid 1 van 5

Uitvoeringsregeling bij de Onderwijs- en examenregeling 2012-2013 wo-masteropleiding Rechtsgeleerdheid 1 van 5 wo-masteropleiding Rechtsgeleerdheid 1 van 5 U2012/00018 De uitvoeringsregeling treedt in werking per 1 september 2012 en heeft een zelfde werkingsduur als de Onderwijs- en examenregeling (OER) 2012-2013

Nadere informatie

Standpunt NVGzP inzake hoofdbehandelaarschap in de specialistische

Standpunt NVGzP inzake hoofdbehandelaarschap in de specialistische Standpunt NVGzP inzake hoofdbehandelaarschap in de specialistische GGZ In april van dit jaar publiceerde de Inspectie voor de Gezondheidszorg een concept-advies over het hoofdbehandelaarschap in de specialistische

Nadere informatie

Hoofdstuk 3.0 Wat is een democratische rechtsstaat?

Hoofdstuk 3.0 Wat is een democratische rechtsstaat? Scheiding der machten De rechters zijn gescheiden www.rechtvoorjou.nl Hoofdstuk 3.0 Wat is een democratische rechtsstaat? Maak de volgende oefeningen met behulp van de informatie op de website*. Naam Leerling:...Klas:...

Nadere informatie

de minister van Veiligheid en Justitie 070-8888500 Ontwerpbesluit tot aanpassing van het Besluit politiegegevens

de minister van Veiligheid en Justitie 070-8888500 Ontwerpbesluit tot aanpassing van het Besluit politiegegevens POSTADRES Postbus 93374, 2509 AJ Den Haag BEZOEKADRES Juliana van Stolberglaan 4-10 TEL 070-88 88 500 FAX 070-88 88 501 E-MAIL info@cbpweb.nl INTERNET www.cbpweb.nl AAN de minister van Veiligheid en Justitie

Nadere informatie

Inleiding. 2. Vraagstelling. Advies expertgroep middelen. geweld

Inleiding. 2. Vraagstelling. Advies expertgroep middelen. geweld Advies expertgroep middelen Bijeenkomst 12 december 2012, 12.30-16.00 uur Nederlands Forensisch Instituut, Den Haag en geweld Datum 5 februari 2013 Ons kenmerk 1. Inleiding In maart 2011 heeft de Minister

Nadere informatie

Lijst met publicaties van P.P.J. van der Meij

Lijst met publicaties van P.P.J. van der Meij Lijst met publicaties van P.P.J. van der Meij 2001 Annotaties bij: o Rechtbank Amsterdam 13 juni 1995, RR 366. o Hof Leeuwarden 7 april 1997, RR 430. o Rechtbank Rotterdam 8 april 1998, RR 471. o Hof Den

Nadere informatie

Datum 29 januari 2010 Onderwerp WODC-onderzoek 'Strafrechtelijke ontzetting uit beroep of ambt'

Datum 29 januari 2010 Onderwerp WODC-onderzoek 'Strafrechtelijke ontzetting uit beroep of ambt' > Retouradres Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Schedeldoekshaven 100 2511 EX Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den Haag www.justitie.nl Onderwerp WODC-onderzoek

Nadere informatie

De uitvoering van het jeugdstrafrecht

De uitvoering van het jeugdstrafrecht Stelselwijziging Jeugd Factsheet De uitvoering van het jeugdstrafrecht Na inwerkingtreding van de Jeugdwet De uitvoering van het jeugdstrafrecht 1 De uitvoering van het jeugdstrafrecht 2 Inleiding Deze

Nadere informatie

Strafuitvoeringsrechtbanken

Strafuitvoeringsrechtbanken v.u.: Jos Vander Velpen, Gebroeders De Smetstraat 75, 9000 Gent foto s: Lieven Nollet Strafuitvoeringsrechtbanken Gebroeders De Smetstraat 75 9000 Gent tijdstip eerste publicatie: februari 2007 - herwerking:

Nadere informatie

6 secondant #6 december 2010. Groot effect SOV/ISD-maatregel

6 secondant #6 december 2010. Groot effect SOV/ISD-maatregel 6 secondant #6 december 21 Groot effect SOV/ISD-maatregel Selectieve opsluiting recidivisten werkt Crimi-trends Een langere opsluiting van hardnekkige recidivisten heeft een grote bijdrage geleverd aan

Nadere informatie

meest gestelde vragen over De Proeftijd De Gier Stam &

meest gestelde vragen over De Proeftijd De Gier Stam & meest gestelde vragen over De Proeftijd De Gier Stam & De 10 meest gestelde vragen over De Proeftijd De Gier Stam & Colofon De Gier Stam & Advocaten Lucasbolwerk 6 Postbus 815 3500 AV UTRECHT t: (030)

Nadere informatie

Naar aanleiding van het emailbericht van Caroline Hazewinkel met bijlagen d.d. 17 juli 2015, bericht ik u als volgt.

Naar aanleiding van het emailbericht van Caroline Hazewinkel met bijlagen d.d. 17 juli 2015, bericht ik u als volgt. De heer F. Wagenvoort Beleidsmedewerker NIFP Per email: f.wagenvoort@dji.minjus.nl mr. E.J.P. Nolet mr. P. Drenth mr. J.A.W. Knoester mr. A.A. van Harmelen mr. F.P. Holthuis mr. A. Klomp-Kraal mr. K.J.

Nadere informatie

COGNITIEVE DISSONANTIE EN ROKERS COGNITIVE DISSONANCE AND SMOKERS

COGNITIEVE DISSONANTIE EN ROKERS COGNITIVE DISSONANCE AND SMOKERS COGNITIEVE DISSONANTIE EN ROKERS Gezondheidsgedrag als compensatie voor de schadelijke gevolgen van roken COGNITIVE DISSONANCE AND SMOKERS Health behaviour as compensation for the harmful effects of smoking

Nadere informatie

Hybride werken bij diagnose en advies. Inleiding

Hybride werken bij diagnose en advies. Inleiding Hybride werken bij diagnose en advies Inleiding Hybride werken is het combineren van 2 krachtbronnen. Al eerder werd aangegeven dat dit bij de reclassering gaat over het combineren van risicobeheersing

Nadere informatie

1. Afbakening van en aanvulling op GRECO rapport

1. Afbakening van en aanvulling op GRECO rapport Minister van Justitie D.t.v. Mw. Mr. E.E. Weeda Postbus 20301 2500 EH Den Haag datum 2 februari 2004 contactpersoon R.C. Hartendorp doorkiesnummer 070-361 9788 e-mail R.Hartendorp@rvdr.drp.minjus.nl ons

Nadere informatie

Profielschets Raad van Commissarissen

Profielschets Raad van Commissarissen Profielschets Raad van Commissarissen Vastgesteld door de Raad van Commissarissen op 18 maart 2009 en laatstelijk gewijzigd in 2014. 1. Doel profielschets 1.1 Het doel van deze profielschets is om uitgangspunten

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG 1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Turfmarkt 147 2511 DP Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den Haag www.rijksoverheid.nl/venj

Nadere informatie

Recente ontwikkelingen in de ethische normen voor medisch-wetenschappelijk onderzoek

Recente ontwikkelingen in de ethische normen voor medisch-wetenschappelijk onderzoek Recente ontwikkelingen in de ethische normen voor medisch-wetenschappelijk onderzoek Prof dr JJM van Delden Julius Centrum, UMC Utrecht j.j.m.vandelden@umcutrecht.nl Inleiding Medisch-wetenschappelijk

Nadere informatie

Advies expertgroep middelen en geweld. 1. Inleiding. 2. Vraagstelling

Advies expertgroep middelen en geweld. 1. Inleiding. 2. Vraagstelling Advies expertgroep middelen en geweld Bijeenkomst 12 december 2012, 12.30-16.00 uur Nederlands Forensisch Instituut, Den Haag 5 tabruari 2013 Onalcenmerk 1. Inleiding In maart 2011 heeft de Minister van

Nadere informatie

Advies ontwerpbesluit aanscherping glijdende schaal

Advies ontwerpbesluit aanscherping glijdende schaal De minister voor Immigratie en Asiel drs. G.B.M. Leers Postbus 20011 2500 EA Den Haag datum 15 augustus 2011 doorkiesnummer 070-361 9721 e-mail voorlichting@rechtspraak.nl uw kenmerk 2011-2000250817 cc

Nadere informatie

Het delict als maatstaf

Het delict als maatstaf Het delict als maatstaf Methodiek voor werken in gedwongen kader Anneke Menger Lous Krechtig Hoofdstuk 1 Wat is methodiek? Begeleidingscommissie: Mw. A. Andreas Beleidsmedewerker, Reclassering Nederland

Nadere informatie

En desondanks gaat het niet altijd zoals het zou moeten gaan. Daarom bestaan klachtenregelingen, letselschadeverzekeringen, en ook het tuchtrecht.

En desondanks gaat het niet altijd zoals het zou moeten gaan. Daarom bestaan klachtenregelingen, letselschadeverzekeringen, en ook het tuchtrecht. Voorwoord In zijn boek Smetten op de witte jas schreef Van Everdingen in 1993: Geneeskunde bestaat bij de gratie van het nemen van risico s. Een arts die weet hoe hij risico s moet inschatten en hanteren

Nadere informatie

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: Raad vanstatc 201106015/1/V1. Datum uitspraak: 16 augustus 2012 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep

Nadere informatie

Psychometrische Eigenschappen van de Youth Anxiety Measure for DSM-5 (YAM-5) Psychometric Properties of the Youth Anxiety Measure for DSM-5 (YAM-5)

Psychometrische Eigenschappen van de Youth Anxiety Measure for DSM-5 (YAM-5) Psychometric Properties of the Youth Anxiety Measure for DSM-5 (YAM-5) Psychometrische Eigenschappen van de Youth Anxiety Measure for DSM-5 (YAM-5) Psychometric Properties of the Youth Anxiety Measure for DSM-5 (YAM-5) Hester A. Lijphart Eerste begeleider: Dr. E. Simon Tweede

Nadere informatie

P R O J U S T I T I A

P R O J U S T I T I A Psychiatrisch onderzoek P R O J U S T I T I A betreffende de heer/mevrouw Voornamen TUSSENVOEGSEL(S) ACHTERNAAM geboren : dag maand jaar te : plaats, land verblijvend : forensisch psychiatrische instelling

Nadere informatie

De Gerechtspsychiater: de portier van het systeem

De Gerechtspsychiater: de portier van het systeem De Gerechtspsychiater: de portier van het systeem Vlaams Geneeskundigenverbond Prof Dr Dillen Chris Forensisch Psychiater Vrije Universiteit Brussel Onderdeel van een geheel misdrijf strafrecht gerechtspsychiater

Nadere informatie

Een niet vrijwillige opname in het verpleeghuis

Een niet vrijwillige opname in het verpleeghuis Een niet vrijwillige opname in het verpleeghuis Ouderen Een niet vrijwillige opname in het verpleeghuis Introductie Op dit moment is uw dementerend familielid in behandeling bij Mondriaan Ouderen van Mondriaan.

Nadere informatie

Van je nachtmerries af

Van je nachtmerries af Van je nachtmerries af 2 van je nachtmerries af Dit boek, Van je nachtmerries af, is onderdeel van de reeks Protocollen voor de GGZ. Serie Protocollen voor de GGZ De boeken in de reeks Protocollen voor

Nadere informatie

`Voorheen kon ook zonder machtiging de raadsman de verdediging voeren voor zijn afwezige cliënt, sedert het Bouterse-arrest niet meer.

`Voorheen kon ook zonder machtiging de raadsman de verdediging voeren voor zijn afwezige cliënt, sedert het Bouterse-arrest niet meer. 3.8 Meningen van bevraagden ten aanzien van de verstekregeling 3.8.1 Verruiming mogelijkheden verdachte? Uit de verkregen reacties wordt duidelijk dat er uiteenlopende antwoorden zijn gegeven op de vraag

Nadere informatie

Herstelbemiddeling voor jeugdigen in Nederland

Herstelbemiddeling voor jeugdigen in Nederland Herstelbemiddeling voor jeugdigen in Nederland Majone Steketee Sandra ter Woerds Marit Moll Hans Boutellier Een evaluatieonderzoek naar zes pilotprojecten Assen 2006 2006 WODC, Ministerie van Justitie.

Nadere informatie

1. In welk deel van de wereld ligt Nederland? 2. Wat betekent Nederland?

1. In welk deel van de wereld ligt Nederland? 2. Wat betekent Nederland? First part of the Inburgering examination - the KNS-test Of course, the questions in this exam you will hear in Dutch and you have to answer in Dutch. Solutions and English version on last page 1. In welk

Nadere informatie

de Rechtspraak Raad voor de rechtspraak Ministerie van Veiligheid en Justitie mr. F. Teeven Postbus 20301 2500 ER DEN HAAG

de Rechtspraak Raad voor de rechtspraak Ministerie van Veiligheid en Justitie mr. F. Teeven Postbus 20301 2500 ER DEN HAAG Ministerie van Veiligheid en Justitie mr. F. Teeven Postbus 20301 2500 ER DEN HAAG Directie Strategie en Ontwikkeling bezoekadres Kneuterdijk 1 2514 EM Den Haag correspondentieadres Postbus 90613 2509

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Nederlandse samenvatting 134 Nederlandse samenvatting De inleiding van dit proefschrift beschrijft de noodzaak onderzoek te verrichten naar interpersoonlijk trauma en de gevolgen daarvan bij jongeren in

Nadere informatie

Zoekresultaat - inzien document. ECLI:NL:RBOBR:2015:5776 Permanente link: Uitspraak. Rechtbank Oost-Brabant

Zoekresultaat - inzien document. ECLI:NL:RBOBR:2015:5776 Permanente link: Uitspraak. Rechtbank Oost-Brabant Zoekresultaat - inzien document ECLI:NL:RBOBR:2015:5776 Permanente link: http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ec Instantie Datum uitspraak 07-10-2015 Datum publicatie 07-10-2015 Rechtbank Oost-Brabant

Nadere informatie

Strafprocesrecht Bijzondere kenmerken: Hoger beroep Wetsverwijzingen: Wetboek van Strafrecht 197a, geldigheid: 2014-05-11

Strafprocesrecht Bijzondere kenmerken: Hoger beroep Wetsverwijzingen: Wetboek van Strafrecht 197a, geldigheid: 2014-05-11 ECLI:NL:GHSHE:2015:3566 Instantie: Gerechtshof 's-hertogenbosch Datum uitspraak: 16-09-2015 Datum publicatie: 17-09-2015 Zaaknummer: 20-002514-14 Rechtsgebieden: Materieel strafrecht Strafprocesrecht Bijzondere

Nadere informatie

Presentatie Recht en Economie

Presentatie Recht en Economie Presentatie Recht en Economie Prof. dr. Koen Caminada Index - Programma s met economie - Afstudeerrichting Recht & economie - Waarom Recht & economie - Voorbeelden van vragen - Afstudeerrichtingen - Opbouw

Nadere informatie

Verslag Expertmeeting FPPO 28 september 2012

Verslag Expertmeeting FPPO 28 september 2012 Verslag Expertmeeting FPPO 28 september 2012 Aanwezig: M. Beukers, B. van Giessen, P. van Koppen, W. van Kordelaar, S. van Loenhout, H. Merckelbach, J. van Mulbregt, R. Rijnders, E. van Ruth (notulen),

Nadere informatie

Samenvatting aanvraag. Bijlage 8

Samenvatting aanvraag. Bijlage 8 Samenvatting aanvraag Bijlage 8 Samenvatting aanvraag Algemeen Soort aanvraag (kruis aan wat van toepassing is): X Nieuwe opleiding Nieuw Ad programma Nieuwe hbo master Nieuwe joint degree 1 Verplaatsing

Nadere informatie

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje- Nassau, enz. enz. enz.

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje- Nassau, enz. enz. enz. WETSVOORSTEL Voorstel van wet van de leden Segers, Rebel-Volp en Kooiman tot wijziging van het Wetboek van Strafrecht en het Wetboek van Strafrecht BES, houdende de invoering van de strafbaarstelling van

Nadere informatie

Inhoud. deel i de omvang en aard van het probleem 19. Voorwoord 1 1

Inhoud. deel i de omvang en aard van het probleem 19. Voorwoord 1 1 Voorwoord 1 1 deel i de omvang en aard van het probleem 19 1 Psychiatrische comorbiditeit van verslaving in relatie tot criminaliteit 2 1 Arne Popma, Eric Blaauw, Erwin Bijlsma 1.1 Inleiding 2 2 1.2 Psychiatrische

Nadere informatie

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 26 maart 2013 in de zaak tegen: thans gedetineerd in de.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 26 maart 2013 in de zaak tegen: thans gedetineerd in de. vonnis RECHTBANK NOORD-HOLLAND Afdeling Publiekrecht, Sectie Straf Locatie Schiphol Meervoudige strafkamer Parketnummer: Uitspraakdatum: 8 april 2013 Tegenspraak Strafvonnis Dit vonnis is gewezen naar

Nadere informatie

De aansprakelijkheidsverzekering

De aansprakelijkheidsverzekering De aansprakelijkheidsverzekering Dit boek is het achtste deel van een boekenreeks van Uitgeverij Paris: de ACIS-serie. ACIS staat voor het UvA Amsterdam Centre for Insurance Studies. Dit multidisciplinaire

Nadere informatie

NIFP OPLEIDING RAPPORTEUR NIFP. Verdiep en vergroot uw kennis van de forensische diagnostiek!

NIFP OPLEIDING RAPPORTEUR NIFP. Verdiep en vergroot uw kennis van de forensische diagnostiek! OPLEIDING RAPPORTEUR NIFP Verdiep en vergroot uw kennis van de forensische diagnostiek! Jaargang 2009-2010 NIFP NEDERLANDS INSTITUUT VOOR FORENSISCHE PSYCHIATRIE EN PSYCHOLOGIE Een forensisch psychiater

Nadere informatie

Gênant ACTUALITEITEN. Frederik van Nouhuys 1

Gênant ACTUALITEITEN. Frederik van Nouhuys 1 Gê n a n t Aanbestedingsrecht ACTUALITEITEN Gênant Frederik van Nouhuys 1 Eind vorig jaar is namens de Staatssecretaris van VWS een brief gestuurd aan de Europese Commissie omtrent de vraag of gemeentelijke

Nadere informatie

Boekenlijst eerste semester 2014/2015 Aan deze lijsten kunnen geen rechten worden ontleend Kijk voor meer informatie op www.sbjs.

Boekenlijst eerste semester 2014/2015 Aan deze lijsten kunnen geen rechten worden ontleend Kijk voor meer informatie op www.sbjs. BACHELOR 1 LET OP! Je hoeft maar een van bovenstaande wettenbundels aan te schaffen. Het zijn beide wetboeken en bevatten dus ook allebei dezelfde inhoud. Inleiding tot de rechtswetenschap - Inleiding

Nadere informatie

De hybride vraag van de opdrachtgever

De hybride vraag van de opdrachtgever De hybride vraag van de opdrachtgever Een onderzoek naar flexibele verdeling van ontwerptaken en -aansprakelijkheid in de relatie opdrachtgever-opdrachtnemer prof. mr. dr. M.A.B. Chao-Duivis ing. W.A.I.

Nadere informatie

Stichting Registered Tax Assurance Providers. Reglement toetreding register. Vastgesteld en in werking getreden op 12 september 2012

Stichting Registered Tax Assurance Providers. Reglement toetreding register. Vastgesteld en in werking getreden op 12 september 2012 1 Stichting Registered Tax Assurance Providers (RTAP) Reglement toetreding Register Vastgesteld en in werking getreden op 12 september 2012 Artikel 1 Definities Aspirant Tax Assurance Provider Bestuur

Nadere informatie

Kennissynthese arbeid en psychische aandoeningen. Dr. F.G.Schaafsma Dr. H. Michon Prof. dr. J.R. Anema

Kennissynthese arbeid en psychische aandoeningen. Dr. F.G.Schaafsma Dr. H. Michon Prof. dr. J.R. Anema Kennissynthese arbeid en psychische aandoeningen Dr. F.G.Schaafsma Dr. H. Michon Prof. dr. J.R. Anema Ernstige Psychische Aandoeningen (EPA) Definitie consensus groep EPA¹ - Sprake van psychische stoornis

Nadere informatie

Eindexamen maatschappijleer vwo 2008-I

Eindexamen maatschappijleer vwo 2008-I Opgave 1 Tbs ter discussie 1 maximumscore 2 beveiliging van de samenleving Voorbeeld van juiste toelichting bij beveiliging van de samenleving: In de tekst staat dat er steeds minder mensen uitstromen

Nadere informatie

Grondtrekken van het Nederlandse strafrecht

Grondtrekken van het Nederlandse strafrecht Grondtrekken van het Nederlandse strafrecht Mr. J. Kronenberg Mr. B. de Wilde Vijfde druk Kluwer a Kluwer business Deventer - 2012 Inhoudsopgave Voorwoord 13 Aanbevolen literatuur 15 Afkortingenlijst 17

Nadere informatie

De stand van Mediation in Nederland

De stand van Mediation in Nederland De stand van Mediation in Nederland drs. R.J.M. Vogels Zoetermeer, 17 november 2011 In opdracht van het Nederlands Mediation Instituut (NMI). De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Stratus.

Nadere informatie

Registratie-eisen en toetsingsprocedure Forensische Psychiatrie, Forensische Psychologie en Forensische Orthopedagogiek 003

Registratie-eisen en toetsingsprocedure Forensische Psychiatrie, Forensische Psychologie en Forensische Orthopedagogiek 003 Registratie-eisen en toetsingsprocedure Forensische Psychiatrie, Forensische Psychologie en Forensische Orthopedagogiek 003 Versie 1.0 (Juni 2010) Pagina - 1 - van 7 Registratie-eisen en toetsingsprocedure

Nadere informatie