Ontwikkelingshulp? Is dat wel zo nuttig?

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Ontwikkelingshulp? Is dat wel zo nuttig?"

Transcriptie

1 Ontwikkelingshulp? Is dat wel zo nuttig? Begin 2005 reisde Harry Wagenaar per fiets door West-Afrika. Het was een schok om te ervaren hoe de samenlevingen daar funtioneren. Jarenlange kolonisatie, wanbestuur en ontwikkelingshulp lijken bij de bevolking weinig zelfrespect en ondernemingslust te hebben achtergelaten. Ontvangen van de rijke westerling is een vanzelfsprekendheid geworden. Ontwikkelingswerkers maken de regering overbodig en dat wat je gratis krijgt heeft geen waarde en hoeft niet gekoesterd te worden. Mauritanië Al heb ik dan de kerkdeur met een grote klap achter mij dichtgesmeten en ben ik hard weg gefietst, het is nog steeds het Christelijke verleden dat ik aan een draad achter me aan lijkt te slepen. In dit bizarre harde land is de link ook snel te leggen. Zo werd me vroeger voorgehouden dat het voor arme mensen eenvoudig was om in de hemel te komen. Rijke mensen moesten dat nog maar afwachten. Als je rijk was en al je geld aan de armen gaf, kwam het zonder meer goed, dan was er zeker een plaats. Zo staat het ongeveer in de bijbel. Maar mensen zijn egoïsten, hun hele bezit aan de armen schenken zit er doorgaans niet in, men klampt zich krampachtig vast aan de aardse veiligheid van luxe. In Afrika zijn de mensen arm en degene die het minder hebben moeten wij, al is het dan niet het hele bezit, tenminste toch nog wel iets gunnen. Uit naastenliefde. s Zondags in de kerk waren er daarom collectes. Vaak twee achterelkaar aan. Een voor de kerk, wat eigenlijk een eufemisme was voor het salaris van de dominee, onderhouds- en andere kosten -maar dat mocht nooit zo worden gezegd- en een voor de armen. En alsof dat nog niet genoeg was, ook nog bij de uitgang: Daar was er het offerblok; een houten aan de muur bevestigde collectebus. Voor de eerste twee had ik van mijn moeder twee guldens in mijn hand gedrukt gekregen en voor de andere meestal een of twee kwartjes. Gaat allen heen, de Heere behoede u, doet zijn aangezicht over u lichten en geve u vrede. Amen! Het was de mooiste zin van de hele dienst: het betekende niets anders dan ik mag naar huis! Onder begeleiding van orgelspel stormde ik door het gangpad en deponeerde mijn kwartjes in de bus. Soms vergat mijn moeder het wel eens of had ze even geen kleingeld in haar portemonnee. En waarschijnlijk was ze niet de enige want later werden de houten bussen in de ban gedaan. Ze bleven weliswaar gewoon hangen maar nu moesten kinderen er vlak voor gaan staan met een collectezak in hun hand, ieder aan een kant van het pad zodat er geen ontkomen aan was. Controlerende kinderogen dwingen. De kwartjes werden door niemand meer vergeten en veel mensen gingen zelfs over tot guldens. De begroting kwam weer rond. Thuis was er door de week dan nog een kartonnen busje. Een busje met de naam Gast aan Tafel in de vorm van een piramide. Een erg regelmatige maaltijd kreeg de gast doorgaans niet. Op de zaterdag, vlak voor de jaarlijkse zondag waarop ceremonieel de piramides voor in de kerk zouden worden neergezet, was deze nog vrijwel leeg. Snel werd er nog een flinke hoeveelheid kleingeld verzameld. Aan het eind van de dienst werden de busjes geleegd en geen busje mee, of een met niets erin, nee dat kon natuurlijk niet. Het was voor het goede doel, de armen moesten worden geholpen! En bovendien iedereen wilde aan de ander laten zien dat hij wist hoe het hoorde. Geld geven geeft aanzien.

2 Als kind ben je het symbool voor onschuld. En onschuld is heel goed te gebruiken om nog meer geld in te zamelen. Een ijzeren bus kreeg ik mee, hamerslag bruin, afgesloten met een hangslot. Voor de zending stond er op. Met het woord zending, werd eigenlijk het verkondigen van het evangelie bedoeld maar dat werd nooit zo duidelijk verteld. Geld voor de armen was het bovenal. Zendelingen waren iets uit het verleden, de onprettige geur van kerstening en paternalisme was hier en daar al wel doorgedrongen maar de naam die bleef. Een gleuf bovenop nodigde met opengesperde bek uit om geld soepel naar binnen te laten glijden. Voor bankbiljetten was het iets moeilijker maar ook daar was aan gedacht. Een rond gaatje, daar pasten ze opgerold doorheen. Iedere week ging ik er in mijn wijk bij de mensen mee langs de deur. De flats van de Ookmeerweg, de Osdorperban en de Boutenburg in Amsterdam Osdorp. Ik belde aan met de woorden: Zendingsbusje! Zo konden ook de mensen die wel ingeschreven stonden maar niet in de kerk kwamen, ook hun bijdrage geven. Aan creativiteit geen gebrek. Week na week werd de bus steeds zwaarder. Door het gaatje zag ik de munten glimmen, biljetten zaten er niet bij. Hoeveel zouden de mensen erin hebben gedaan? Is dat een rijksdaalder die ik zie? Later nam ik mijn kleine broertje mee. Dat was niet alleen gezellig maar leverde bovendien meer op. Niet alleen meer geld, maar daarnaast kregen we ook snoep. Thuis bleef de nieuwsgierigheid. Mensen gaven mij geld dat niet voor mij bestemd was. Waarom eigenlijk niet? Ik had het toch zelf opgehaald? Mocht ik er helemaal niets van hebben? Ik keerde de bus op zijn kop. Maar er kwam niets uit. Schudden dat zou wel eens kunnen helpen. Maar nee, ook dat niet, de bus liet niets los, het geheim van mijn trouw opgehaalde geld bleef binnen achter een hangslot waar ik de sleutel niet van had. Boos schudde ik woest de bus heen en weer. En zie daar, er viel een kwartje uit! Gelukt! Kijk mama, ik heb een kwartje! riep ik triomfantelijk. Nee, terug doen, gebood mijn moeder hoofdschuddend. Schuldbewust ging het kwartje weer naar binnen, het geld was voor de armen, ik had al zoveel te eten. Voorbij Nouakchott verschijnen er regelmatig dorpen, veel meer dan voorheen. Het landschap verandert, de Sahara maakt plaats voor de Sahel. Er zijn plaatsen met oases waar palmbomen groeien en gewassen worden verbouwd. Een kudde koeien verschijnt. En toch geeft me het een beklemmend gevoel. Er is armoede, wat af te lezen valt aan de hutten die er zijn gebouwd. Hutten gemaakt van oude olievaten, openknipt en platgeslagen. Tussen de bladderende verf zijn nog vaag de logo s van oliemaatschappijen leesbaar. In het zuiden houdt de woestijn op, zo werd mij verzekerd, daar regent het heel veel en er komt voedsel vandaan voor de mensen in de rest van het land. Maar voor mensen die in de woestijn wonen en waar niets aan landbouwgewassen wil groeien is het ver weggelegen zuiden al gauw een ideaalbeeld. Dit is een overgangsgebied en zo ongelofelijk kwetsbaar als maar mogelijk is. Kinderen zeuren er om pennen en cadeaus. Een grote vier wiel aangedreven terreinwagen stopt en men vraagt belangstellend waar ik vandaan kom. 'Op de fiets, dat is geweldig! Heb je ook een cadeau voor ons?' vraagt een van de mannen. 'Waarom?' werp ik tegen, ' jullie hebben een grote auto, ik slechts een fiets, daar heb je vast wel ergens een cadeau voor mij in liggen? 'Wij, nee natuurlijk niet,' glimlacht de man zuur. Tijdens een volgende stop passeert een

3 vrouw met een doos boodschappen onder haar arm. Ze groet niet, haar uitdrukkingsloze gezicht laat dat niet toe. Naast me staat ze stil, brabbelt wat onverstaanbare woorden, maakt het gebaar van geld en houdt haar hand op. Dit is een streek synoniem aan wankele armoede. Kwetsbaar overgeleverd aan de grillen van de weergoden. Regen of geen regen maakt het verschil tussen leven en dood. Maar ondanks dat het onlangs geregend heeft, rukt onder de acacia s de woestijn op. Het zijn de geiten, overal de geiten. Ze vreten het land kaal en ploegen daarna met hun poten de wortels omhoog. Niets groeit er daarna meer. De zeldzame regen spoelt het laatste restje vruchtbaarheid weg en de wind blaast het zand tot duinen. Dit is ook het land waar witte mensen hulp komen verlenen, geld en cadeaus komen brengen. Ze komen vertellen dat je de geiten 's avonds achter een hek moet verzamelen om zo de erosie tegen te gaan. Ik vraag me af hoe het komt dat de mensen dat zelf niet kunnen bedenken? Hoe komt het dat de wetten en gebruiken van de nomaden nog altijd geldig zijn in een zo ongelofelijk kwetsbaar land? Moet je naar school zijn geweest om te kunnen zien wat er gebeurd? Gelden de wetten van de logica niet? Gelatenheid lijkt te heersen, gelatenheid in een vicieuze cirkel. Als het echt niet meer gaat komt er toch wel hulp. Zou hier ooit mijn zendingsbusje zijn geleegd? Er staat water in de put, een vrouw trekt aan een touw een emmer omhoog. Moet ik geld over maken als die straks opnieuw droog staat? Ik ben geen lid meer van een kerk, kinderen komen bij mij niet aan de deur. Dat neemt niet weg dat ik het eens zou kunnen zijn met de visie dat de rijken de minder bedeelden moeten ondersteunen. In gevallen van nood dan wel te verstaan. De rode duinen langs de weg zijn prachtig, de schoonheid van een aanstormende ondergang. Ik maak er een foto van, voor mijn plezier. Een paradox. Is het eigen schuld of moet ik medelijden hebben? Donnez moi le Bic joelen de kinderen van bovenaf en rennen naar beneden. Een pen heeft hier alleen een merknaam. Maar voor ze me hebben bereikt ben ik al weer verder. Monsieur, cadeau Monsieur... Ik stop bij een winkeltje voor een flesje drinken. Zitplaatsen zijn er niet. Mijn blik dwaalt door het schemerige vertrek. Het is de eenvoud zelf. Gestapelde blokken vormen de muren en golfplaat dient als dak. Langs de wanden hangen planken met hierop de handelswaar: doosjes thee; blikjes sardines; verschillende soorten biscuit. Zakjes poedermelk hangen in lange strengen naar benden en zo nog een en ander. Er komt een jongetje binnen. Verlegen mompelt hij enkele onverstaanbare woorden. De winkelier begrijpt er weinig van en buigt zich voorover. Uit het knuistje van het joch komt een muntstuk tevoorschijn en weer mompelt hij wat. De handelaar heeft het nu begrepen, pakt een pakje boter, snijdt er zorgvuldig een uiterst dun reepje vanaf en stopt het in een plastic zakje. Beschaamd kijk ik naar mijn fiets en neem de laatste slok van de limonade. Het knulletje loopt weer naar zijn moeder. Vanavond hebben ze een likje boter, morgen waarschijnlijk niet.

4 Dakar, Senegal De wijk waarin de ambassades staan toont rustig en netjes. Welvarend, westers eigenlijk. Geen bedrijvigheid en gekrioel van mensen zoals ik onderweg vooral zag. Bij een snackkraam, eenzaam op een pleintje, bestel ik een kop thee en een broodje en nuttig dit op een van de plastic stoeltjes. Is dit Afrika wel? Bovenop een picknicktafel zitten een stel jongeren. Langzaam dringt het tot me door dat ze blank zijn. In deze omgeving niet meer dan normaal zo lijkt het, maar nu ik erover nadenk toch wel vreemd. Weten jullie misschien een winkel waar ze moderne fietsen en onderdelen verkopen vraag ik hen? Na enig nadenken en overleg met de anderen antwoord een van hen: Jawel, dan moet je bij Bomptysport, in de Rue Petavin zijn, daar hebben ze alles. In het centrum. Ik schrijf het adres op een servetje. Wonen jullie hier? vraag ik. De jongens knikken, we studeren aan de universiteit. Met uitzicht op zee loop ik in de richting van het centrum. Achter een hek wordt aan boten gewerkt. Lange kleurrijke vissersboten, precies zoals ze ook in St. Louis te zien waren. Een jongen ziet mij staan en komt op mij af. Te laat om door te lopen. Zoek je wat? vraagt hij. Nee hoor, ik keek naar de pirogues, ze zijn mooi. Ja, vissersboten, d r is er ook een van mij bij, moet gerepareerd worden. Waar ga je naar toe? Rue Petavin, er moet daar een sportwinkel zijn. Ah ja, weet ik wel, wacht ik breng je wel. Nee hoor, dat is niet nodig, wimpel ik af, het is vast wel te vinden. Nee, wacht ik kom, mijn boot is toch stuk, ik heb de tijd en wil het je wijzen. In een sprint rent hij naar de uitgang van het terrein, opent het hek en staat even later naast me. Malik is zijn naam. Het is ver, weet hij maar verderop gaat een bus, en dirigeert me mee te komen. De bus is een klein rijdend raamloos wrak, waaruit aan de binnenkant alle afwerking al lang geleden is weg gerammeld, met een ingang aan de achterkant waar iedereen ongestoord in en uit kan stappen als het voertuig ook maar even stil staat. Malik overhandigt een paar munten aan een persoon die kennelijk de controleur is. Aan zijn uiterlijk is dit niet af te lezen, maar dat vormt kennelijk geen probleem. De fietsenwinkel is een westers ogende zaak maar wel een die in crisis verkeerd. Het assortiment stelt niet zo veel voor, een handjevol fietsen slechts, voor mij niet echt bijzonder. Maar als je in ogenschouw neemt dat dit mogelijk de enige fietsenwinkel van deze omvang in heel West-Afrika is, dan is het toch wel iets bijzonders. Ik ben op zoek naar een nieuw tandwiel. De winkel jongen is de vriendelijkheid zelf. Even denkt hij na wanneer ik hem zo zorgvuldig mogelijk probeer uit te leggen welk tandwiel van welk merk en welk soort ik nodig heb. Ah, octalink, dat zit op zo n holle bracket-as met kartels! Ja, die zit ook op die fiets daar, klopt dat?

5 Inderdaad! bevestig ik verheugd, hij heeft kennis van zake! Die hebben we helaas niet in voorraad, zegt hij ondanks dat met een zekere trots. Trots dat hij de kennis heeft van materialen en zich nu zomaar op een gelijk niveau ziet staan met de in het algemeen als superieur bekend staande blanke. Maar een andere as compleet met tandwielen hebben we wel, biedt hij aan. Dan zal ik met mijn fiets hier naartoe moeten komen, de maten zijn van belang. Met die file die er altijd staat, zal dat niet gaan lukken. Enigszins teleurgesteld maar niet verbaasd verlaat ik de winkel. Malik staat nog te wachten. Die vindt het nog niet genoeg. Zoek je nog meer? Geen probleem, ik breng je er wel naar toe, zegt hij. Nee ik zoek niets meer, ik ga nog even in het centrum kijken. O, dan ga ik met je mee. En of ik nou wil of niet, meegaan zal hij. Er lopen hier lastige lui rond die kwade bedoelingen hebben, zegt hij, Dakar is geen veilige stad. Wanneer ze zien dat ik bij je ben, laten ze je met rust. Natuurlijk zou ik resoluut kunnen zeggen dat ik alleen ga maar tegen deze redenering kan ik weinig in brengen, Dakar heeft inderdaad een bedenkelijke reputatie. Kijk dit is de hoofdstraat met de regeringsgebouwen, vervolgt hij, en hier wonen vrienden, kom mee dan drinken we er thee en stel ik je even voor. Bedenkelijk kijk ik om mij heen. Een donkere gang ligt er voor me. Een donkere gang in het criminele Dakar? Het is de nieuwsgierigheid die me toch verder doet lopen en we komen in een ruimte waar ook al weinig frivools aan te ontdekken valt. Twee vrienden geven me een ferme handdruk, joviale lui dat gelukkig wel. Malik dat is mijn vriend, je kunt hem vertrouwen het is een goede jongen hoor, zegt een van de twee geruststellend. De thee is in tegenstelling tot andere gelegenheden, geen ceremonie. Binnen tien minuten staan we weer buiten tussen het gonzende autoverkeer. Getoeter, geroep van stemmen en geschreeuw vult de lucht. Midden op de weg staan een aantal handelaren, ze proberen aan passerende automobilisten hun koopwaar te slijten. Blinkende messen zijn er in de aanbieding. Nee, dreiging gaat er niet van uit. Het oogt ludiek. Sommigen staan er met drie of vier maar anderen wel met tien, alsof het bossen bloemen zijn. Zo van, hallo, wilt u een mooi slachtmes? Nee? Ah wat jammer. Meneer, wilt u dan misschien zo n mooi mes? Nee, ook niet? Hallo, hallo, u meneer, een mes misschien? Kleine maar ook enorme machetes allen bedoeld voor het komende offerfeest om het schaap te kunnen slachten. Tabaski, zegt Malik, zo noemen we dat hier. Ik weet het, zeg ik en wijs op het reclamebord van Maggi dat een geweldige Tabaski belooft met hun bouillonblokjes. Ik heb nog nieuwe kleren nodig. Zo als ik er nu bij loop kan ik niet naar het feest, vind Malik. Bij een kraam met kledingstukken houden we halt. Onderzoekend bekijkt hij de broek en daarna het bijbehorende shirt. Een traditioneel kledingstuk waar veel mannen in rond lopen. Een pyjama zou ik het noemen als ik niet beter wist.

6 Het is te duur, mompelt Malik. In voor mij onverstaanbaar Wolof onderhandelen Malik en de handelaar tot ze het eens zijn geworden. Ik krijg het voor de helft van de prijs, drieduizend CFA zegt Malik, zou jij het voor me willen betalen? Hoezo, als cadeau? Ik heb geen geld, en ik moet straks tijdens het feest netjes gekleed zijn. Ik reken de genoemde prijs om. Minder dan vijf Euro. En al vind ik het dan onbeschoft dat hij mij vraagt geld te betalen voor zijn feestkleding, hij is wel uiterst vriendelijk geweest en heeft mij op de goede plaats gebracht. Oké, voor deze ene keer omdat je me van dienst bent geweest, zeg ik en betaal de man. Ik wil naar Ile de Goree, is dat ver? vraag ik na enige minuten gezwegen te hebben. Het is een paar kilometer lopen, maar wel te doen. Ik breng je er heen. Zwijgend lopen we door de eeuwig drukke straten vol toeterende taxi s. Voor de haven neem ik afscheid. Je moet me nog wel betalen, zegt Malik. Betalen? Waarvoor? Je hebt van mij toch al een cadeau gekregen? Mijn boot ligt in reparatie, ik heb op het moment geen inkomsten. Ja en? Ik heb je gebracht en ben je gids geweest. Daar heb ik niet om gevraagd, jij wilde perse met me mee. Ik kan straks de reparatie van mijn boot niet betalen, hoe moet ik dan leven? Wat zeg je? zeg ik nu boos. Je bent niet bij me in dienst, ik heb je kleding al betaald en verder betaal ik niets! We nemen nu afscheid, je was een aardige vent, maar nu niet meer. Tot ziens! Boos draait Malik zich om en gaat er met grote passen vandoor en ik vind even later de veerboot naar Ile de Goree waar je als westerling een veelvoud van de prijs moet betalen voor een ticket t.o.v. de plaatselijke inwoners. Heel duidelijk schaamteloos keurig net in het Frans aangekondigd op een prijslijst. Het eiland heeft een geschiedenis van slavenhandel en heeft zijn naam te danken aan het Nederlandse Goeree. Wij waren vroeger ook alles behalve netjes. Mbour, Senegal De weg van Thies naar Mbour is druk, vervelend en te smal en ik besluit er vandaag een korte trip van te maken. Het kostte me uren gisteren om voor de tweede maal uit Dakar terug te komen en ook op de heenweg ging het alles behalve makkelijk. Dakar is geen fijne stad. De gonzende drukte, het op mijn zenuwen werkende verkeer dat als gloeiende lava door de straten stroomde; een smeulende uitlaatgassen brakende stroom. Nee vandaag even niet. Maar wat is er mogelijk om in de hand te houden? Vandaag lijkt het opnieuw een dag te worden om op de tanden te moeten bijten. In de berm ligt een busje op zijn kant, een zelfde als waarmee ik eergisteren naar Dakar reed, zwaar gecrasht,

7 flink in de kreukels. Te zien aan het glas op de weg, ligt het er nog niet zo lang. Het kan niet anders of hier zijn doden bij gevallen. Normaal zou ik even mij wenkbrauwen gefronst hebben, nu doet het me huiveren. Telkens is er ook weer het gebedel, het houdt echt niet meer op, het gaat door en door en door. Cadeau monsieur, cadeau, l argent, AAAAH, Toubab, Toubab, TOUBAAAAB!! Bij een winkeltje onderneem ik een poging om wat koekjes te kopen maar binnen korte tijd staat er een enorme meute om mij heen. Gillend en krijsend trekken jochies aan mijn fiets. Een oude man brengt redding, voor korte tijd slechts, net lang genoeg om snel de inkopen te kunnen doen. Snel spring ik weer op mijn fiets en heb als de rattenvanger van Hamelen direct weer de krijsende rij achter mij aan. Toubab, TOUBAB, toubab! CADEAU!!! Mbour ligt aan de kust en als die dan toevallig uit zandstrand blijkt te bestaan is het zelfs in een land als Senegal mogelijk dat er toeristen uit Europa op af komen. Logischerwijs zijn er daarbij ook hotels. Reclameborden wijzen schreeuwend de weg, de keuze is groot. Maar wil ik dit wel? Ik schiet een jongeman aan. Is hier geen eenvoudig goedkoop hotel? Niet begrijpend kijkt hij mij aan. De hotels hier zijn voor jou niet duur. Jij bent Toubab, jij hebt geld. Voor ons is het duur, wij slapen daar dan ook niet. Hier valt weinig tegen in te brengen maar hoe kan ik hem uitleggen dat ik reiziger ben, in een eenvoudig plaatselijk onderkomen wil uitrusten gedurende de nacht en niet zo veel op heb met strand minnende toeristen. Overnachten in hotels is al niet mij hobby, maar het is momenteel wel het enige alternatief om de kuddes joelende kinderen te kunnen vermijden. Een vlucht voor de locale opdringerige bevolking met wie ik zo graag op een gelijkwaardig niveau zou staan. Besluiteloos kijk ik om mij heen. Ik voel me in de steek gelaten. Waar is de gastvrijheid, de interesse, of tenminste de minimale behulpzaamheid? Nog een keer probeer ik het en schiet weer een voorbijganger aan. Ik zoek een simpel hotel, niet duur, vraag ik kortweg. Daar verderop zijn er zat, is het bitse antwoord. Langzaam sjok ik door de mulle zandstraat in de aangewezen richting. Zonder overtuiging trek ik mijn fiets aan het zadel vooruit, op weg naar het eerste het beste hotel. Hulpeloos kijk ik nog eenmaal om me heen. Is er dan godverdomme echt helemaal niemand? Het is een hotel dat de naam Bounty draagt. Dat afstandelijkheid ten opzichte van de plaatselijke bevolking enorm kan zijn lijkt met deze naam wel beantwoord te worden. Een tropisch eiland, ver van de bewoonde buitenwereld, waar de golven rondom geen vat op hebben. De eigenaar is een Belgisch echtpaar. De vrouw is de vriendelijkheid zelf en spreekt een paar woorden Nederlands. Vol bewondering luistert ze naar mijn verhaal. Helemaal op de fiets vanuit Nederland? Geweldig! Hoe oprecht haar woorden ook bedoeld zullen zijn, ze raken me nu niet. Plichtmatig schrijf ik mijn naam in het register, trek de tassen van mijn fiets en loop achter madame aan naar de kamer. Ze draait de sleutel in het slot en... Verbaast kijk ik naar de inrichting. Het is een schok die me met een klap terugbrengt in het westen. Hier is aandacht aan besteed! Zorgvuldig op elkaar afgestemde warme kleuren, geel

8 bruin en blauw. De douche is speels midden in de kamer gesitueerd achter een manshoog muurtje en een gordijn. Openheid en vrijheid maar wel veilig achter muren van beton. Dit is zonder het te willen toegeven waar ik hevig behoefte aan heb. Ik heb het spel verloren, dat wordt hiermee wel duidelijk. Van de spelregels begreep ik geen moer en ben nu terug bij af. Het gezeur van de mensen onderweg is ermee verdwenen en heel ver weg. Ik ben terug in een wereld waar mensen mij begrijpen, waar zo vanzelfsprekende normen en waarden heersen. Omringt door een wereld vol achterdocht, onbegrip en afgunst, veilig op afstand. s Avonds nuttig ik mijn maaltijd buiten op het terras onder een zwarte hemel vol sterren. Uit de stereo klinkt zachte gitaar muziek naast het getsjirpt van krekels en het ruizen van de branding. Enkele gasten nippen tevreden aan hun glaasje wijn en eten beschaafd met mes en vork hun maaltijd. Zacht wordt er gepraat om de sfeer niet te verstoren. Morgen is er weer de weg, het verkeer en het gebedel maar dat duurt gelukkig nog even. Uitgerust sta ik s morgens naast mijn bed, opgeladen met nieuwe energie voor een volgende confrontatie. Campings had ik de eerste dagen in Saint Louis en Thies, dat soort adressen komen niet meer. Hotels zal het vervolg zijn. Maar het mag toch niet zo zijn dat door westerlingen gerunde onderkomens de enige zijn die reizigers plezier, gastvrijheid en menselijkheid kunnen bieden. Ik weiger te geloven dat alle mensen in Senegal afstandelijk, afgestompt, jaloers en haatdragend tegenover westerlingen zijn. Teleurstelling overvalt me wanneer de gastvrouw mij mee deelt dat er helaas geen ontbijt geserveerd kan worden deze morgen. Het personeel is niet op komen dagen. Zo af en toe gebeurd het wel eens dat er een of twee niet komen, zegt ze, het hoort een beetje bij de cultuur. Maar vandaag is het Tabaski, het offerfeest en nu is er helemaal niemand. Verantwoordelijkheidsgevoel voor hun werk kennen de mensen niet, ze blijven gewoon weg. Op mijn vraag of ze dat accepteert haalt ze haar schouders op: Ik moet wel, betere zijn er niet te vinden. Je kunt hier beneden aan het strand wel wat te eten krijgen, er is daar een klein restaurant. Op mijn vraag of er geen winkel is antwoord ze dat die vandaag allemaal gesloten zullen zijn, de meerderheid is moslim en viert feest. Bij het restaurant is het stil en verlaten. Er staat een jongetje bij de poort die zegt: de baas die slaapt nog. Ik kijk op mijn horloge: het is half tien, niet echt een tijd meer om te slapen lijkt me. Ik breng je wel naar de bakker, zegt het joch, die werken vandaag wel. Met zijn tweeën lopen we door een bijna verlaten mulle zandstraat. Ik trekkend aan het zadel, de jongen duwend tegen de bagagedrager. De bakkerij blijkt net zo dicht als de rest in de omgeving. Vanmorgen was ie nog open, zegt de jongen beteuterd. Maar verderop weet ik nog wel wat, bij de markt is ook een restaurant. Veel keus heb ik niet. Mijn maag rammelt en ik zal toch echt wat moeten eten. We lopen door de lange straat, zwetend trek ik moeizaam de fiets vooruit. Inspanning leveren met een lege maag ben ik absoluut niet gewend. En dan is er de marktplaats. Ik schrik. Het is een benauwende plek vol staken die duiden op iets wat een markt

9 moet zijn geweest maar zich nu in de meest deplorabele staat bevindt. Plastic, papier en karton liggen in enorme hoeveelheden midden in een smurrie van bagger en rottend afval. Kun je hier wat kopen? vraag ik. Ja, daar verderop, echt waar, daar is het. Met grote tegenzin loop ik over de smalle paden in de aangewezen richting. Plastic draait zich om de spaken en ik neem een kleine sprong over een lichtbruine stinkende plas. Helemaal aan de andere kant komen we bij een van blokken gemetseld krot. Dit moet het dan zijn? Een krakkemikkige houten deur scharniert open. Binnen zitten mannen aan een paar lange gammele tafels op evenzo gammele banken slurpend aan hun Nescafé. De ruimte wordt verlicht door het schaarse licht dat door de met plastic zakken afgesloten ramen valt en een enkele verstofte TL buis aan de wand. En hoe afzichtelijk dit ook is, hier ben ik dan wel te midden van de bevolking. Zouden dit dan de mensen zijn die ik wil ontmoeten? Vol verbazing staar ik naar het tafereel. Ja, je kan hier wel wat te eten krijgen, wat wil je? zegt een man die kennelijk de eigenaar is. Doe mij maar wat brood en thee alsjeblieft, zeg ik. Maar wat is dat? vraag ik wijzend op een grote pan die dampend op het vuur staat. Ticha, zegt de man kortaf. Niet begrijpend kijk ik hem aan, Ticha? Ja, Ticha, mengt zich een ander in het niet al te vlot lopende gesprek. Ticha dat zijn de bladeren die wij trekken, we drinken het samen met de Nescafé. Het is gezond het werkt goed tegen de stof, het houdt de luchtwegen open. Laat ik dat dan maar eens proberen, zeg ik, en stokbrood alsjeblieft. Met boter? Ja dat is goed of heb je ook nog wat anders? Mayonaise, ik heb niet veel tijd, we gaan zo sluiten. Hij is Moslim, zegt de man tegenover mij gekleed in T-shirt, die een stuk vriendelijk oogt dan de chef, dat zie je toch wel aan hem? Ik knik, inderdaad, het is een vergelijkbaar kostuum zoals ik Malik in Dakar cadeau had gegeven. In een stuk krant krijg ik aan half stokbrood aangereikt. Kauwend werk ik de smakeloze kost naar binnen. De ticha smaakt niet slecht. Het is warm en spoelt het brood goed weg. Mijn ogen glijden door de ruimte en blijven steken bij een bord aan de wand. Het licht in de ruimte is te schaars om goed te kunnen zien wat erop staat. Dat het een prijslijst is, is wel duidelijk. Maar hoeveel kost nou een stuk brood en hoeveel de ticha? Getallen van drie cijfers en twee nullen op het eind. Erg vullen doet het stuk brood niet. Vanwege het stuk lopen had ik al een flinke trek gekregen maar veel zin om nog iets te kopen heb ik niet. Brood met mayonaise klinkt voor mij net zo aanlokkelijk als bruine bonen dat ooit voor Bartje waren. Hoeveel krijg je van me, vraag ik hem. Vijfduizend CFA, is zijn antwoord. Vijfduizend? van verbazing schud ik met mijn hoofd en knijp mijn ogen dicht. Dit kun je niet menen, je moet je vergissen. Jawel, vijfduizend. Ik had een stuk brood en een kop thee, wat staat daar dan op dat bord? O dat, nee dat is oud, en hij maakt een wegwerpgebaar. Jij rekent voor mij tien keer zo veel hè, omdat ik een witte toerist ben! Toubab

10 hè? zeg ik nu boos. Nee iedereen betaalt dit. Daar geloof ik helemaal niets van. Dat is niet mijn probleem, is het bitse antwoord. Een van de andere mannen is opgestaan en zegt: We gaan sluiten, je zal moeten betalen. Boos overhandig ik het bedrag, loop zonder te groeten naar buiten en sla de deur met een klap dicht. In wat voor land ben ik in hemelsnaam beland? Beteuterd kijkt de jongen mij aan. Ik zal je fiets wel weer duwen, zegt hij. Bij de asfaltweg aangekomen stap ik op en rijd weg. Hè meneer, heb je nog wat voor me, zegt de jongen. Nee, bits ik hem boos toe, je hebt me naar een oplichter gebracht, daar ligt jouw fooi. Ga maar terug, ga maar halen. Boos stamp ik de pedalen richting het wegdek. Toubab, geeft me een cadeau, roepen weer een paar kinderen langs de kant. NEE, brul ik kortaf. En de volgende: Toubab, cadeau! NEE, GA WEG! En dan wordt het stil, Mbour verdwijnt uit het zicht. Ik kom hier nooit meer terug. Banjul heeft een vliegveld, ik wil dit niet meer meemaken. Incasseringsvermogen houdt een keer op. Ik wil naar huis! De weg is stil. Het verschil met gisteren is enorm. Fietsen op Tabaski vrijdag is als fietsen op zondag in het Nederland van veertig jaar geleden toen men nog de zondagsrust eerbiedigde. Groepjes mensen lopen in hun netste boubou s naar de moskee. Eerst naar de dienst voordat het feest los zal barsten. Langzaam kom ik weer bij zinnen. Wil ik echt wel naar huis? Het kan toch niet zo zijn dat Senegal een verdorven land is. Ergens moeten toch goede en vriendelijke mensen wonen. Mbour is een plaats waar toeristen komen. Mensen met al hun meegebrachte geld genieten er van de zee en het strand in hotels die grotendeels worden gerund door blanken uit Europa. Het personeel wordt er afgescheept met een fooi. En hoeveel van de toeristen nemen er cadeautjes mee voor de arme en o zo schattige zwarte kindjes? Heel erg veel ben ik bang. Bamako, Mali Je hebt van die plaatsen die voor eeuwig op je netvlies blijven staan. Ze grijpen je beet en laten je niet meer los. Dat is waar je voor reist. Het gebeurt meestal onverwachts. Veel vaker gebeurd er niets, zeker als je zoals ik al enige maanden onderweg bent en de omgeving en de mensen heel vertrouwd zijn geworden. Bamako is zo n plaats die er niet zo heel erg toe lijkt te doen. De verrassing was er nog wel in het begin. De weg begon te stijgen en als perfecte opbouw naar een apotheose, moest ik na lange tijd rechte weg een keuze gaan maken: linksaf of toch rechts? Er kwam een vrouw op een brommer aan. Het was onmiskenbaar dat de stad er aan zat te komen. Vrouwen van het platteland verplaatsen zich doorgaans niet op brommers en al helemaal niet op een glimmend exemplaar als

11 waarop deze vrouw zat. Ik vroeg haar de weg. Links af was de goede richting. In volle vaart schoot ik naar beneden. Eindelijk weer eens een afdaling! Het voelde goed. Langs stenen huizen, cafés, garages, handelaren. Beneden was er de stad zoals ik die van tevoren nooit had verwacht. Dit was zo n plek, veelbelovend, precies zoals ik het nooit had kunnen bedenken, de verbazing was terug! Wanneer dit gebeurd grijpt het je beet, schudt het je wakker en zie je dingen die je normaal gesproken over het hoofd ziet. Grote groene bomen sierden de straten. Het verkeer passeerde in geordendheid. Maar een eind verder de stad in nam de hoeveelheid verkeer toe en de netheid af. Het was slechts een rustige plek, een buitenwijk voor de beter gesitueerden waar ik doorheen kwam. Weg apotheose! Talloze brommers stonden er voor de stoplichten in brede rijen vooraan. Wanneer er een licht op groen sprong was het een verstikkende blauwe wolk uitlaatgassen die zich verzwaarde met het opgeworpen stof. En wanneer mijn stoplicht aan de beurt was, was het alsof er een enorme bokshandschoen mij een dreun wilde verkopen. Afwerend sloeg ik een arm voor het gezicht en vervolgens mijn shirt voor mijn neus. Helpen deed het uiteraard nauwelijks. Maar wat moet je? Ik had kunnen wachten tot ze allemaal aan de overkant waren maar tegen die tijd zou het licht al weer op rood gesprongen zijn en was er weer een nieuwe meute gearriveerd die met nieuwe kracht weer een vuist zou oprichten met de intentie mij geheel knock-out te slaan. Met ingehouden adem stapte ik op om aan de overkant een teug van de nauwelijks schonere lucht te nemen. Stoppen met ademhalen is immers minder erg dan verliezen op punten. Het verblijf in Bamako was een aftellen geworden, zo n smerige smogstad had ik nog niet eerder meegemaakt. Aftellen tot de laatste ronde waarop ik mijn visum voor Burkina Faso zou krijgen. De Mission Catholique die beschreven stond in mijn reisgids als een prima plek, was dicht. Een niet al te vriendelijke blanke non stond mij er na lang wachten te woord vanachter een stalen hek, als vanaf een eiland waar nog nooit eerder een reiziger was langs geweest. Een angstig celibatair persoon die niets van de boze buitenwereld leek te moeten hebben. Het paste precies binnen het beeld dat de stad Bamako bij mij in het geheugen aan het opbouwen was. Basaal rubber, een enorme stapel autobanden, om de smog soepel over de stad mee uit te kunnen rollen, markeerde de afslag naar mijn tijdelijk verblijf waar ik wel terecht kon. Niet alles was slecht. Het verblijf in mijn hotel was eenvoudig en goed, er was vriendelijk personeel en een bibliotheek waarin ik zelfs enkele Nederlandse boeken ontdekte. Ik las er Kader Abdolah en met plezier, dat was tenminste toch nog iets dat mij verraste. Dat ik het niet uit kreeg zou ik jammer kunnen vinden maar ik ben blij dat Bamako nu achter me ligt. Met een kersvers visum voor Burkina Faso op zak: drie fiscale postzegels en een stel rode stempels, afkomstig uit een ook al kersverse, vernieuwde ambassade middenin een wijk waar alles zo n beetje nieuw en niet erg sfeervol was. En nu, zo fietsend over de lange rechte weg die niet zo veel anders is dan voorheen, is Bamako een onbeduidende vlek in mijn geheugen aan het worden met slechts enkele spikkels erin die een levendige herinnering naar boven

12 moeten te brengen. Te weinig om van een echte routemarkering te kunnen spreken. De ene na de andere auto scheurt mij voorbij. Als een afscheidsgroet uit Bamako: Wegwezen hier! Vier wiel aangedreven luxe terreinwagens van ontwikkelingswerkers, notabelen en een enkele toerist. Een fiets telt niet mee, je hebt maar aan de kant te gaan. Vlak voor mij haalt een tegemoetkomende auto een andere in en komt recht op mij af. Vloekend schiet ik de berm in. Het is verdorie al de zoveelste. Spreken doe ik de ingeblikte mensen niet, dat kan ik ze niet! Later misschien nog eens, als ze stil staan. De kans dat het sympathieke mensen zijn is best groot. Nu zijn het duivels! Door agressie voorbewogen dozen op wielen waar je je middelvinger tegen omhoog steekt! Zo nu en dan is er brand in de berm. Een weggegooide sigarettenpeuk uit een van de auto s ligt als een waarschijnlijke oorzaak voor de hand. Natuurlijk! Agressie lokt agressie uit en vooroordelen. Ook dieper in het land is het regelmatiger dan voorheen kaler dan elders. Is het niet verwoest door het vuur, dan is het wel veroorzaakt door het kappen voor brandstof. Rechtstreeks voor de houtvuren of om er inefficiënt op smeulende hopen houtskool van te stoken. Om kaalgeslagen stukken weer op te vullen is jong bos aangeplant. Lang leve de ontwikkelingshulp, Toubab plant wel weer bomen! Het maakt me cynisch. Dit land, jaren lang door Frankrijk als eigendom gezien en niet alleen dit land, nee het grootste deel van mijn tocht ging door voormalig Frans gebied. Marokko, Mauritanië, Senegal en straks ook Burkina Faso. Hoe krankzinnig kan een land zijn, kan de wereld zijn? Tegenwoordig wanen we ons beschaafd, we doen dit soort dingen niet meer. We hebben geld te over en God mag weten hoe we daaraan zijn gekomen. We verlenen er ontwikkelingshulp mee. En we manipuleren met uitdagende reclames om mensen cola, maggiblokjes, Nescafé en kaaspuntjes La Vache Qui Rit te laten consumeren, om zo het geld weer terug te halen. We dumpen uien en andere gesubsidieerde voedseloverschotten onder de marktprijs zodat de mensen het zelf niet meer hoeven te verbouwen. En mocht men honger krijgen omdat er geen geld en voorraden zijn, om wat voor reden dan ook, dan brengen we wel eten. Gratis, omdat ze zo zielig zijn. Geregeld door gekken, scheurend in veel te grote auto s met enorme betweterige antennes voorop de bumper. Ja, ik word cynisch. Langs de route naar Djenné, Mali Dagen van te voren je kamer al bespreken, weken of maanden misschien al wel, miljoenen mensen doen het maar ik moet er niet aan denken. Je bent verplicht er heen te fietsen en het idee alleen al is afschuwelijk, het vermeiden van onzekerheden is helemaal nergens voor nodig. Ik heb een tent die mijn zekerheid vormt. Hotelletjes vormen de afwisseling op het kamperen en leiden vaak tot leuke ontmoetingen. De ene dag lukt het uiteraard makkelijker dan de andere om een plek te vinden en niet altijd is het even goed of leuk maar zonder slechte accommodaties, geen goede. In ieder geval is het me nog nooit

13 overkomen dat ik een spookbeeld, dat waarschijnlijk al die mensen hebben, werkelijkheid heb zien worden: onder de brug slapen, of erger, in het riool tussen de ratten. Een klein bordje langs de kant van de weg gaf aan dat er een campement zou moeten zijn. Het was toeval, ik stond net even stil toen mijn oog erop viel: letters slordig op een houten plankje gekwast. Guus Geluk zou het me hooguit nog nadoen. In fietstempo zou je er achteloos aan voorbij zijn gegaan, met de auto zou het er niet zijn geweest. Mohammed is er de eigenaar, een vrolijke goedlachse vent. Een schuur is er half afgebouwd, lege cementzakken, kruiwagens en puin liggen rondom, vuil in de vorm van plastic, karton blik en dorre bladeren in een kuil: een geweldige entourage is het niet. De bar, waar men zowaar bier verkoopt, is niet meer dan een tafel en een houten bankje. Ik kan het nog steeds niet helemaal begrijpen. Deze overnachtingsplek ligt langs een route waar circa 90 procent van alle toeristen in Mali zich over verplaatst. Een beetje opruimen kost toch geen geld? Een duidelijker bordje camping langs de weg doet bovendien vast wonderen. Plek voor een camper, vouwwagen of tent is er zat. Maar Mohammed is tevreden en trots. Languit ligt hij in zijn bamboe stoel. Afrika, ja ik houd van Afrika! roept hij uit. De muziek, de dans, je moet het meemaken! Wat vind jij van Afrika? Nou ja, ehh, de mensen zijn enorm vriendelijk, altijd lachen hè en een goede percussieband hoop ik nog te kunnen zien optreden, antwoord ik ontwijkend. Ah ja, heel wat anders dan Europa hè? Deze tafel bijvoorbeeld had bij jullie al lang bij de vuilnis gelegen, zegt hij alsof hij mijn gedachten heeft gelezen, maar hier doet hij het nog goed, de cola blijft er prima op staan! En het huis, da s niet goed gebouwd. We hebben nog geen geld voor verbeteringen, dus we doen het er maar mee. Eerst de schuur afmaken als we weer wat verdiend hebben maar ach Het zijn de mensen, de muziek en de dans dat echt belangrijk is. En weet je, er hebben hier in het dorp vijf maanden lang twee Belgen gewoond! Ze vonden het geweldig en dansten in het weekeind altijd mee! Afrika, ja het is super, ik hou van Mali, mijn land! Ik kan een glimlach niet onderdrukken, wat een enthousiasme! Voor een deel heeft hij zeker gelijk, geniet van het moment, de rest komt later wel. Het is voor mij een uitgangspunt geweest om op de fiets te stappen. Ik sleep alleen nog steeds mijn afkomst mee en loslaten zal ik die niet kunnen. Wel krijg ik steeds meer waardering voor de manier van leven hier, dat er ook gebreken bij horen waar je je met ogen als schoteltjes over kan verbazen zal ik op de koop toe moeten nemen. Op een andere manier hebben ik en mijn landgenoten immers ook gebreken. Om die te ontdekken moet je wel eerst zien hoe het ook anders kan. Het begint te schemeren en ondanks de hitte heb ik behoorlijk trek. Mohammed legt me uit waar de restaurants te vinden zijn. Ja, ze zijn echt goed hier, beter dan waar ook, vindt hij. Het is donker geworden wanneer ik er een heb gevonden en tref een bijna lege zaal, hel wit verlicht met enkele tl-buizen die de warmte voor even uit mijn gedachten weten te verdrijven.

14 Monsieur, mijn vader en moeder zijn dood, zou u mij mee naar Frankrijk willen nemen? Verstoord kijk ik op, de rijst die ik eet is koud, de kip taai, de saus te vet en het is verdorie al de zoveelste dag op rij dat ik geen verse groenten eet. Monsieur, zou u mij alstublieft mee naar Frankrijk willen nemen? klinkt het naast me opnieuw heel zacht. Het is een jochie met om zijn nek een emmertje aan een touw. Het kan niet, verzucht ik, ik woon niet in Frankrijk, en lepel in gedachten verzonken de rijst naar binnen. Morgen weer een flinke hoeveelheid fruit eten en nu oppassen voor de muggen, die Tl-buizen lokken er veel te veel naar binnen. Twee Fransen steken hun hoofd om de hoek van de deur en speuren twijfelend rond, overleggen even en zijn binnen korte tijd weer verdwenen. De locatie bevalt ze mogelijk niet zo. Ik kan me er wel wat bij voorstellen, leeg lokt niet. Naast me komt een man zitten. In recordtempo lepelt hij zijn bord leeg. Smaak is voor hem niet belangrijk, net zo min als het dat voor de kok zal zijn. U bent chauffeur, vraag ik? De man knikt, zo meteen weer verder naar Bamako, zegt hij kortaf, veegt enkele korrels rijst van zijn mond en staat op. De tafels met de houten banken staan rij aan rij. Klandizie moet misschien nog komen. Halverwege vind ik het genoeg en schuif de borden van me af, het smaakt me niet. Mohammed was wel erg enthousiast, je hebt slechte restaurants in Mali en minder slechte, ik kan er niet anders van maken. Dat minder slecht went na enige tijd, slecht nog steeds niet. De warmte en de priemende ogen van de kinderen zorgen voor de rest om het tot een onbehaaglijk verblijf te maken. Precies op het moment dat ik opsta veren de drie jongens overeind, met een rauwe kreet uit kinderkelen die mij terug brengt in een werkelijkheid die ik nog niet kende. Er gaat een rilling door me heen. De jochies eigenen zich de kippenbotten, de restant saus en het stokbrood toe! De kleinste van allen wil ook maar krijgt een stevige duw, struikelt richting het bankje tegenover mij en blijft snikkend achter. De twee schrapen met hun vingers het bord leeg, schrokkend als een roedel wilde honden waar enkel het recht van de sterkste geldt. Helaas je kunt niet mee naar Frankrijk, mompel ik nogmaals tegen de zachtjes snikkende kleinste en diep een mango uit mijn tas voor hem op. Onvoldaan loop ik terug naar het campement. Ik wilde armoede zien en heb het gekregen maar het voelt zo raar en onwerkelijk. De dikke kokkin moet er dagelijks mee omgaan en heeft meer dan genoeg te eten in voorraad. Mogelijk dat ze zich hooguit net zo opgelaten zal voelen als wanneer ik voor de ingang van Albert Heijn een dakloze tegen het lijf loop met een stapeltje straatkranten. Voor mij is dit oord echter als een diepe put waaruit vandaan een aller afgrijselijkste krijs uit de diepte vandaan galmt. Ha, monsieur, goed gegeten? vraagt Mohammed met een grote glimlach wanneer ik zijn terrein op kom gelopen. Ja hoor, lieg ik, in het restaurant bij het busstation. O, daar, ja da s een heel goed restaurant!

15 Zonder verder te groeten zoek ik mijn tent op. Ik ben uit eigen vrije wil hier naartoe gefietst en er bekruipt mij opnieuw een lichte spijt die ik piekerend even later weer aan de kant schuif: zonder mijn aanwezigheid zou de ellende net zo groot zijn geweest. De nieuwe dag zou ellendig kunnen worden, hongerende weeskinderen op het netvlies fietst niet zo fijn en toch lijkt het dat niet te worden. Ik zie de trotse vrouwen weer lopen in hun fel gekleurde jurken, met de onmogelijkste lading op het hoofd. Ook de lachende meisjes die water uit de put omhoog trekken zijn een genot om naar te kijken. Leven bij de dag, net als een Afrikaan, het lukt mij ook. Pssst, roepen de mannen, Toubabou! Mon ami! Ik zwaai en heb weer plezier. De ene keer haal ik water midden in een dorp, de andere keer oliebollen bij een van de vrouwen langs de kant of drink een flesje cola bij een kraam. En nu valt mijn oog op sla. Sla in een grote bak, vers uit eigen moestuin. Het is zeldzaam hier en ik weet het, dit moet je niet eten, de kans op een bacteriële besmetting is levensgroot. Maar hoe lang geleden zal het zijn dat ik dit voor het laatst gegeten heb? Elke dag is het rijst, spaghetti, uiensaus met bouillonblokje, kip, koude slappe patat of een combinatie hiervan. Meer dan ooit heb ik behoefte aan wat anders. En hoe lang geleden is het dat ik voor het laatst diaree heb gehad? Diverse keren speelde het mij parten, maar de laatste weken gaat het redelijk goed. Ik voel me ook goed al is dit slechts een enkele dag tussendoor waarop ik me niet als een dweil verplaats. Ondertussen ben ik getraind en kan wel tegen een stootje en je moet er van profiteren wanneer het kan. Voor ik er zelf erg in heb sta ik voor de vrouw: Doet u mij maar wat van de sla, zeg ik. Een voor een met vaardige vingers plukt madame de blaadjes van de krop, slingert ze door een bak water, slaat de druppels eraf, drapeert ze in een schaaltje en vraagt of ik er ook olie en azijn overheen wil. Natuurlijk wil ik dat en ook wel tomaat en ui. Naast haar zit een kind, een peuter nog maar. En wanneer ik het aankijk, schrik ik opnieuw. Hoe kan dit? Ik ben geen medicus maar een opgeblazen bolle buik als deze duidt naar mijn weten op eenzijdig voedsel. Traditionele graanpap vooraf gegaan door poedermelk, dat is waar kinderen groot mee moeten worden, niets meer en niets minder. Sla is niet voor kinderen en mango s die de buurvrouw verkoopt ook niet. Bovendien, ook Nestlé verkoopt dat niet en die weet echt wel wat goed is. Het bestaan van vitamines en de belangrijkheid hiervan het zou zo n basale kennis kunnen zijn. Dat gaat toch gewoon van mond tot mond, daar is toch geen school voor nodig? Of ligt het toch anders? Ik kom uit een land waar het individu centaal staat. Een land waar eigen verantwoordelijkheid, zelfontplooiing, kennis en logisch inzicht voor de hand liggende waarden zijn. Iedereen gaat omhoog in zijn Maslow-piramide, op zoek naar waardering, succes en zelfontplooiing, naar het maximale dat hij zelf kan behalen. Hier komt men niet verder dan de onderste regionen. Achterover leunend lijkt men daar met een grote glimlach tevreden mee te zijn. Traditie, saamhorigheid en berusting voeren de boventoon, slechts doorbroken door de schreeuw van multinationals die een voet tussen de deur hebben gekregen. De sla smaakt fantastisch, fris zuur en vers. Azijn doodt bacteriën is mijn naïeve

16 redenatie. Het is de smaak van thuis, de smaak van mijn waarden waar ik ondanks dat ik mij kwetsbaar en open op wil stellen aan vast blijf klampen. Yangasso, Mali Het was donker in Yangasso, echt donker. Slechts enkele lichtjes, verstopt achter de veel te kleine ramen, verraadden menselijke aanwezigheid. Naast me klonk opeens een stem met de vraag of ik de fietser was, in vloeiend Engels. Geen idee waar die stem zo opeens vandaan kwam. Hoe kon hij mij ontdekt hebben in het donker en hoe wist hij dat ik op de fiets was? Uit zijn silhouet kon ik opmaken dat het een blanke man was al maakte de nacht hem net zo zwart als alle anderen. Ik ben hier nu twee jaar, uitgezonden door het Peace Corps, zei hij. Ontwikkelingswerker mocht ik hem niet noemen want eigenlijk wilde hij dat niet zijn. Hij kwam hier met een opdracht om de mensen te leren over bosbouw. Het werkte niet en hij kwam tot de ontdekking dat enkel aanwezig zijn meer teweeg kon brengen dan de geleerde uit te hangen. Een contract voor twee jaar ging hij aan met de verplichting de taal te leren, Bambara, de oorspronkelijke en door iedereen dagelijks gesproken taal van de streek. Zijn tijd zat erop, volgende week zou hij terug gaan naar the States en hij zei de mensen te zullen gaan missen, het waren zijn vrienden geworden. Vertellen over bosbouw had niet zoveel zin, de mensen zijn Er viel een korte stilte. Traditioneel, en ze willen het niet van je aannemen, vulde ik aan. Nou ja, zo ongeveer, in je eentje bereik je ook niet zo veel, zei hij, ik heb het geprobeerd en inderdaad leergierig is men niet. In het begin raak je er door gefrustreerd. De logica kan je ze vertellen maar het komt niet over. Men leeft hier niet volgens logische wetmatigheden, veel meer op het gevoel en volgens de traditie. Ondertussen heb ik me daaraan weten aan te passen en dan kom je tot de ontdekking dat het geweldige mensen zijn die hier leven. Het zou een glimlach op zijn gezicht kunnen zijn geweest als ik het had kunnen zien. Het zou passen bij zijn woorden en zijn intonatie. En ik besefte dat hij zich had aangepast. Het allerbelangrijkste was om er gewoon te zijn te midden van de mensen. Met praten, plezier hebben, bereikte hij heel erg veel. Ze hadden gezien dat hij een gewoon mens was en geen Amerikaan met alle bijbehoren vooroordelen. En vooroordelen had ik ook: Hoe was het mogelijk dat iemand uit het land van George Bush hier op deze manier kon zijn? George Bush nota bene met zijn bekrompen blik op de wereld en daarbij een Peace Corps ondersteund door diezelfde regering? Het Peace Corps werd ooit opgericht door John F. Kennedy en is gebleven wat het was. Het was ontwikkelingswerk volgens de jonge man, het helpen van de armen en dat was in zijn land altijd goed, ze lazen het in de bijbel. Tegelijkertijd is het afkopen van schuldgevoel. Plichtsbesef. En nee, de realiteit is moeilijk uit te leggen, eigenlijk net als aan de mensen hier. Hij gaat straks weer naar huis en dan begint zijn werk opnieuw. Hij zal zijn mensen gaan vertellen hoe geweldig de mensen hier waren. Maar zullen ze het daar begrijpen? Dat valt nog maar te bezien. Ik heb het vaker gehoord, ontwikkelingswerkers lopen met alle goede

17 bedoelingen heel vaak tegen een muur van onwil op, telkens gaat het mis en de armoede die blijft. Veel ontwikkelingswerkers zijn naar mijn idee naïef en de goede zijn cynisch, zoals jij. Ik ben niet cynisch, wierp hij tegen. Nee, maar je beseft wel dat ontwikkelingswerk op bijna alle fronten faalt. De mensen sterven bij bossen aan aids en worden niet alleen daarom niet oud. Aids is een ziekte van de vooruitgang hè. Hoe bedoel je dat? Deze asfaltweg, de silhouet van zijn arm wees naar enkele verdwijnende autolichten in de verte, werkt de verspreiding van aids in de hand. Vroeger kwamen hier geen vrachtwagenchauffeurs. Tegenwoordig wel. Onderweg slapen die met diverse vrouwen! Zo had ik het nog niet bekeken, gaf ik toe, maar De gelegenheid om verder te praten kreeg ik niet meer. Het was leuk kennis met je te hebben gemaakt, ik moet nu weg, zei hij. We gaan film kijken, er staat daar een tv en een video, nou ja zoiets dergelijks. Rudimentair, maar ach daar ben ik ondertussen ook aan gewend. De mensen weten zo wel wat sneeuw is. Ik had nog verder met hem willen praten, over falen van ontwikkelingshulp, over mensen die niet meewerken en geen initiatieven tonen. En over malaria, vertelde hij daar ook niet iets over? Het was hem overkomen en er met veel moeite weer van genezen. Onrustig woelend val ik in slaap. Bandiagara, Mali In Koro is tegenover ons een blank echtpaar komen zitten, voor een restaurant op een paar houten banken aan een tafel. Ze vertellen dat ze ieder jaar hier naartoe komen om medicijnen te brengen en projecten op te starten. Zo zijn ze bezig te inventariseren waar waterpompen moeten komen. Er komt dan een team over vanuit Frankrijk om ze aan te leggen. Goede mensen, volgens Seck mijn gids. Op mijn vraag of de mensen dat zelf niet kunnen, schudden ze ontkennend hun hoofd. Nee, dat kunnen de mensen hier niet. O nee, waarom niet? wil ik vragen. Maar ik weet dat ik geen eerlijk antwoord zal krijgen. Ze willen het simpelweg niet doen, hebben er geen belangstelling voor! Pompen zijn er nooit geweest, waarom zal je ze dan aan gaan leggen? Er zijn toch putten? Het is een taboe, mensen in een hoek zetten is niet netjes. Over het waarom ze niet willen nadenken over hun eigen mogelijkheden kun je je hoofd breken. In ieder geval is het niet alleen de volksaard die de oorzaak is. Gebrek aan scholing drukt er een heel zwaar stempel op en corruptie en wanbestuur van de regering vast ook. En dat jarenlange kolonisatie gevolgd door een bijbehorend schuldgevoel en ontwikkelingshulp meer kwaad dan goed hebben gedaan, ligt ook voor de hand. De witte mannen weten het immers erg goed, kunnen goed organiseren en hebben geld. Als er problemen zijn, komen zij die oplossen! Geweldig toch? Hoeven wij het niet te doen. En ze komen nog steeds. Wij

18 kunnen het niet, zij wel! Tegelijkertijd kan ik het echtpaar ook niet helemaal ongelijk geven. Het is ambivalent, mensen laten sterven aan allerlei ziekten die met hulp van eenvoudige middelen en medicijnen heel simpel te voorkomen of te genezen zijn is inhumaan. Dat doe je niet als je in een land leeft waar je geld te veel hebt, dan biedt je hulp. Dat de mensen daarmee eeuwig afhankelijk van je blijven moet je dan maar op de koop toe nemen. Het is allemaal niet zo eenvoudig, ik ben slechts een fietsreiziger met een westerse bril en begrijp het ook lang niet allemaal en wellicht is het nog complexer. Reizen leidt niet tot het beantwoord krijgen van alle vragen al zou ik dat zeker in dit geval heel graag willen. Toch maar aan een opleiding tot journalist, cultureel antroposoof of zo beginnen en me er nog verder in verdiepen en vastbijten. Net zo lang tot ik een degelijke onderbouwde mening heb en net zo vastberaden als een politicus ben. Politici twijfelen immers zelden. Mijn afscheid van Seck was allerhartelijkst, al heb ik wel enige twijfel over zijn geloofwaardigheid wat betreft de financiën. Was die fiets huren werkelijk zo duur? En de maaltijden? Ik betaalde voorheen zelf een stuk minder en ook aan de colanoten kan hij nooit zo veel hebben uitgegeven als dat hij beweerde. Het leek een krampachtig spel te zijn waarbij hij aan de ene kant mij niets te kort wilde laten komen en aan de andere kant zichzelf zo veel mogelijk probeerde toe te bedelen. Het zij zo, al irriteerde het mij wel dat hij op het laatst met een treurig gezicht nog meer vroeg en beweerde niet uit te komen. Dit is Afrika en hoe dan ook zal ik me zolang als ik hier ben erbij neer moeten leggen dat ik gezien wordt als een wandelende portemonnee vol strooigoed, al blijft dat moeilijk. Ik zal Seck daarom maar niet als oneerlijk betitelen te midden van deze cultuur en statusverschillen. Burkina Faso Een omgevallen bord met het opschrift Territoire de la Haute-Volta doet de plaats van de werkelijke grens vermoeden. Het moet gezien de tekst van voor 1984 dateren. In dit jaar had de onder de arme bevolking populaire president Thomas Sankara de naam Opper- (of Boven) Volta vervangen door Burkina Faso. Burkina betekent eerlijke mensen in het Moré, en Faso vaders huis in het Dioula. De twee belangrijkste talen van het land samen in een naam. Ik trek het bord omhoog, plaats het tegen een grote steen en maak een foto. Enkele kilometers verder pauzeer ik onder een boom en wordt daar aangestaard door een passerende jongen met een ezel. Gaat het goed met je? vraag ik. De jongen glimlacht en knikt bevestigend. Ik spreek niet zo goed Frans, zegt hij verlegen na een tijdje en vervalt hierna weer in een afwachtend stilzwijgen. Voldaan kijk ik om me heen. Geel verdord landschap, een suf stil staande ezel en een jongen die alle tijd van de wereld heeft. Hij doet geen kwaad en eigenlijk ben ik zijn gast in plaats van andersom zoals het lijkt. Vroeger zou ik me er misschien ongemakkelijk bij hebben

19 gevoeld, nu niet meer. Hij zal iets van me willen: geld wellicht maar de brutaliteit om het te vragen is hem vreemd. Ik lach hem toe en zeg: je hebt een mooie ezel. De jongen zwijgt. Ik zwijg en neem de omgeving in mij op. Het land van de eerlijke mensen. Zou het werkelijk? Na kilometers dun bevolkt gebied, bereik ik het eerste dorp van betekenis waar wat te drinken te krijgen is. Cola, Fanta en Sprite: de Amerikaans multinational is echt overal. Maar wat mij hoegenaamd verbaast is de plek waar het verkocht wordt. Het is niet zoals in het buurland een simpele schuur of afdak met een koelkast wat de bezoeker genoegen mee moet nemen. Nee, hier heeft men getracht een heuse bar met krukken te construeren en een terras met stoelen en tafeltjes. Natuurlijk valt niet te verwachten dat het er allemaal erg fraai uit ziet, maar het is er wel. Mali is een heel arm land, Burkina is zo mogelijk nog armer. En opnieuw verbaas ik me er over dat een land als Mali met zijn historische rijkdom en bezienswaardigheden, zijn mogelijkheden zo laat liggen. Buurland Burkina Faso heeft op papier bijna niets te bieden, het wordt betiteld als een verloren land van nul betekenis, de meeste mensen in West-Europa kennen het waarschijnlijk niet eens. En al zijn er die de naam kennen, dan nog hebben de meesten hiervan geen idee waar het land precies ligt. De hoofdstad Ouagadougou heeft om het jaar een filmfestival dat ze helemaal zelf organiseren en hier heeft men een bar met krukken gemaakt. Zou het de erfenis van Thomas Sankara zijn, die de mensen opriep zelf de schouders onder de economie te zetten? Op het eerste gezicht lijkt dit land anders te zijn dan Mali. Ik schuif mijn kruk wat dichter bij de bar, doe mij maar een cola alsjeblieft. De jongen achter de bar glimlacht verlegen en zet het flesje voor mij neer. Je hebt een goede bar, zeg ik om het ijs te breken. De jongen schudt mistroostig zijn hoofd, Nee, het is niet goed hier. Ik zou graag naar Europa gaan, antwoord hij. Er gaan boten vanuit Senegal. Mijn neef werkt in Frankrijk, het is hem gelukt er te komen. Maar toch, werp ik tegen, het is anders hier dan in Mali, daar heb ik een bar als deze helemaal niet gezien! De jongen haalt zijn schouders op, hij zal waarschijnlijk nog nooit in Mali geweest zijn. Het beeld van het rijke westen is zo wie zo te sterk, natuurlijk komt dat veel beter door dan het o zo kleine verschil met het buurland. Nieuws verspreidt zich door de hele wereld in uitersten, dat is hier niet anders. Wij, onwetend in Europa, zien enkel hun armoede, zij alleen onze rijkdom. Wat kan ik anders doen dan het uit zijn hoofd proberen te praten van zijn plan. Gevaarlijk is het, er gaan mensen dood onderweg, heel veel. Maar tegelijkertijd weet ik dat de barkrukken in Europa glimmend strak in de lak staan, ze glitteren en lokken. Ik heb makkelijk praten, heb geld genoeg. Deze jongen heeft gelijk, hij wil net als ik zijn leven verbeteren. Ik heb te veel en neem ontslag, hij te weinig en wil werken. Ik geloof nu al dat ik Burkina Faso een leuk land ga vinden.

20 Onderuit gezakt, loom en plakkend van het zweet, staar ik vanonder een afdak over een meer, of beter gezegd iets wat eens een meer was. De zon, het vee, de bomen en de mensen hebben het gedecimeerd tot niet meer dan een flinke vijver. Er boven cirkelen gieren op thermiek, imposant en lelijk tegelijk. Er zijn kinderen aan het werk, ze vullen grote grijze vaten met het water dat in kleur weinig verschilt. Stalen vaten op bromfietswielen getrokken door ezels. Werken in dit klimaat maakt dorstig. Bij gebrek aan een put en met het spetterende vocht zo dicht bij de hand is de verleiding te groot, een van de jongens zet de schaal waarmee hij aan het scheppen is aan zijn mond en neemt een slok. De koeien drinken het toch ook? Wanneer de tank vol is krijgt de ezel een ferme tik met de stok. Met tegenzin zet het beest zich in beweging, richting de moestuin waar het vat gelost zal worden. Ik kijk omhoog en bedenk me dat als ik hier zou blijven en van de hitte en de malaria zou bezwijken, de gieren hun vlucht zullen onderbreken, naar beneden komen zweven en mij zullen gaan halen, met hun enorme vleugels recht op mij af. Niets zal ik er van merken als ze eerst mijn ogen uitpikken, daarna mijn buik openrijten om er na korte tijd met hun kale koppen geheel in te verdwijnen op zoek naar de zachte delen, tot het moment dat alles is leeggegeten en ze zwijgend en anoniem zullen wegvliegen. Nee, ik hoor hier niet thuis, dit land is niet geschikt voor een veel te witte man. Ik sta op en zet me in beweging: De laatste dagen op de fiets, op het vervoermiddel dat geen deur heeft om dicht te trekken, geen airco om af te kunnen koelen en geen gordijn om dicht te schuiven. Ik heb datgene moeten accepteren wat op mij af kwam, dat maakte het reizen op deze manier moeilijk maar tegelijkertijd ook zo vreselijk mooi. Cynisme was het dat ik nodig had om de soms voelbare armoede bij mij vandaan te houden. Reizen door een van de armste delen van de wereld roept vragen op, heel veel vragen. Heel veel hiervan zijn onbeantwoord gebleven. Maar net zo min als ik de zin van het leven ken, zal ik in staat zijn alles te verklaren. Dat is precies wat Afrika me heeft geleerd, de logica is niet altijd zo belangrijk. Je best doen om gelukkig te zijn onder alle omstandigheden is dat wat telt. Dood gaan is de enige zekerheid die we hebben in het leven en wat is er nou mooier dan dat vooraf te laten gaan door een levenslange glimlach. In Ougadougou zal straks een vliegtuig staan die mij terug zal brengen naar de snelle westerse wereld, naar de evaluatie van gisteren, de agenda van morgen en de haast van vandaag vanuit een werelddeel waar de ellende gisteren was, de zorgen voor morgen en de lach voor vandaag. Copyright 2009, Harry Wagenaar

MEMORY WOORDEN 1.1. TaalCompleet A1 Memory Woorden 1 1

MEMORY WOORDEN 1.1. TaalCompleet A1 Memory Woorden 1 1 MEMORY WOORDEN 1.1 TaalCompleet A1 Memory Woorden 1 1 ik jij hij zij wij jullie zij de baby het kind ja nee de naam TaalCompleet A1 Memory Woorden 1 2 MEMORY WOORDEN 1.2 TaalCompleet A1 Memory Woorden

Nadere informatie

1. Joris. Voor haar huis remt Roos. Ik ben er. De gordijnen beneden zijn weer dicht.

1. Joris. Voor haar huis remt Roos. Ik ben er. De gordijnen beneden zijn weer dicht. 1. Joris Hé Roos, fiets eens niet zo hard. Roos schrikt op en kijkt naast zich. Recht in het vrolijke gezicht van Joris. Joris zit in haar klas. Ben je voor mij op de vlucht?, vraagt hij. Wat een onzin.

Nadere informatie

de aanbieding reclame, korting De appels zijn in de a Ze zijn vandaag extra goedkoop.

de aanbieding reclame, korting De appels zijn in de a Ze zijn vandaag extra goedkoop. Woordenlijst bij hoofdstuk 4 de aanbieding reclame, korting De appels zijn in de a Ze zijn vandaag extra goedkoop. alleen zonder andere mensen Hij is niet getrouwd. Hij woont helemaal a, zonder familie.

Nadere informatie

Inhoud. Een nacht 7. Voetstappen 27. Strijder in de schaduw 51

Inhoud. Een nacht 7. Voetstappen 27. Strijder in de schaduw 51 Inhoud Een nacht 7 Voetstappen 27 Strijder in de schaduw 51 5 Een nacht 6 Een plek om te slapen Ik ben gevlucht uit mijn land. Daardoor heb ik geen thuis meer. De wind neemt me mee. Soms hierheen, soms

Nadere informatie

Noah(een kerstverhaal)

Noah(een kerstverhaal) Noah(een kerstverhaal) Josja loopt mopperend tussen de tafeltjes door. Hij heeft een hotelletje aan de rand van Bethlehem. Het is druk in zijn hotel en alles loopt in het honderd. Daarom is hij binnensmonds

Nadere informatie

En er komt nog een derde vinger bij: Ik heb nog niets aan mijn boekverslag gedaan.

En er komt nog een derde vinger bij: Ik heb nog niets aan mijn boekverslag gedaan. Kenneth en Iwan Hé, kijk, zegt Kenneth. Check dat uit, man. Kenneth knikt met zijn hoofd naar een groepje meisjes. Ze staan aan de overkant van de straat en wachten voor het stoplicht. Ze komen net uit

Nadere informatie

Rivka voelt tranen in haar ogen. Vader aait over haar wang. Hij zegt: Veel plezier, prinsesje. Vergeet je nooit wie je bent? Dan draait vader zich

Rivka voelt tranen in haar ogen. Vader aait over haar wang. Hij zegt: Veel plezier, prinsesje. Vergeet je nooit wie je bent? Dan draait vader zich 1942-1943 1 Rivka! Het is tijd om te gaan!, roept vader. Rivka is blij. Ze gaat logeren. Ze weet niet bij wie. En ze weet ook niet hoe lang. Maar ze heeft er wel zin in. Vader heeft gezegd: Je gaat in

Nadere informatie

Ze neemt nog een slok van haar rum-cola. Even lijkt het alsof de slok weer omhoogkomt.

Ze neemt nog een slok van haar rum-cola. Even lijkt het alsof de slok weer omhoogkomt. Manon De muziek dreunt in haar hoofd, haar maag, haar buik. Manon neemt nog een slok uit het glas dat voor haar staat. Wat was het ook alweer? O ja, rum-cola natuurlijk. Een bacootje noemen de jongens

Nadere informatie

Help, mijn papa en mama gaan scheiden!

Help, mijn papa en mama gaan scheiden! Help, mijn papa en mama gaan scheiden! Joep ligt in bed. Hij houdt zijn handen tegen zijn oren. Beneden hoort hij harde boze stemmen. Papa en mama hebben ruzie. Papa en mama hebben vaak ruzie. Ze denken

Nadere informatie

Beste vrienden, ik mag jullie vandaag vertellen over de laatste week van het leven van Jezus.

Beste vrienden, ik mag jullie vandaag vertellen over de laatste week van het leven van Jezus. 1 Beste vrienden, ik mag jullie vandaag vertellen over de laatste week van het leven van Jezus. 2 Het verhaal De Goede Week Trouw, Hoop en Spijt Ik wil jullie vandaag vertellen over de Goede Week. Dat

Nadere informatie

Tuin van Heden.nu 1 Mag ik zijn wie ik ben? Van In 5

Tuin van Heden.nu 1 Mag ik zijn wie ik ben? Van In 5 Tuin van Heden.nu 1 Mag ik zijn wie ik ben? Van In 5 5 Tuin van Heden.nu 1 Mag ik zijn wie ik ben? Van In 6 Zacheüs (1) Het is erg druk in de stad vandaag. Iedereen loopt op straat. Zacheüs wurmt zich

Nadere informatie

Johannes 6,1-15 - We danken God, want Jezus zorgt voor ons

Johannes 6,1-15 - We danken God, want Jezus zorgt voor ons Johannes 6,1-15 - We danken God, want Jezus zorgt voor ons Dankdag voor gewas en arbeid Liturgie Voorzang LB 448,1.3.4 Stil gebed Votum Groet Zingen: Gez 146,1.2 Gebed Lezen: Johannes 6,1-15 Zingen: Ps

Nadere informatie

Het meisje De volgende dag is de soldaat er niet. De negers zijn weer naar het front vertrokken, hoort ze de opgeluchte zuchten in het dorp. De sfeer verandert als blanke soldaten hen aflossen. De mensen

Nadere informatie

Stomme trutten. Qatar, Qatar!, giechelen de meisjes voor het huis aan de overkant. Kelly heeft gelijk. Nu zijn ze op de fiets.

Stomme trutten. Qatar, Qatar!, giechelen de meisjes voor het huis aan de overkant. Kelly heeft gelijk. Nu zijn ze op de fiets. Stomme trutten Kijk, die stomme trutjes zijn er weer. Kelly wijst naar buiten. Sanne kijkt nieuwsgierig uit het raam. Voor het huis aan de overkant staan twee meisjes. Meisjes met blonde paardenstaartjes.

Nadere informatie

Hij had dezelfde soort helm op als in het beeld vooraf...2 Mijn vader was verbaasd dat ik alles wist...3 Ik zat recht overeind in mijn bed te

Hij had dezelfde soort helm op als in het beeld vooraf...2 Mijn vader was verbaasd dat ik alles wist...3 Ik zat recht overeind in mijn bed te Hij had dezelfde soort helm op als in het beeld vooraf...2 Mijn vader was verbaasd dat ik alles wist...3 Ik zat recht overeind in mijn bed te kijken...4 De mensenmenigte opende zich in het midden...5 Toen

Nadere informatie

Het verhaal van. de bomen

Het verhaal van. de bomen Het verhaal van de bomen 24 Mr finney liep fluitend het bos in. Hij snoof een paar keer heel diep. Niets ruikt lekkerder dan een bos waar het net geregend heeft! Pinky Pepper zou het hier vast mooi vinden.

Nadere informatie

Er was eens een heel groot bos. Met bomen en bloemen. En heel veel verschillende dieren. Aan de rand van dat bos woonde, in een grot, een draakje. Dat draakje had de mooiste grot van iedereen. Lekker vochtig

Nadere informatie

Schoolkamp. Ze hadden toen allemaal iets verzonnen om niet mee te hoeven met de dropping.

Schoolkamp. Ze hadden toen allemaal iets verzonnen om niet mee te hoeven met de dropping. Schoolkamp En jij, Abel?, vraagt Nadia. Wat doe jij over tien jaar? Abel buigt naar voren om nog een flesje bier uit het kratje te pakken. Dan werk ik bij de Amsterdamse politie, zegt hij. Hij maakt het

Nadere informatie

veeg de tranen van me weg. Ik kijk nog eens rond en er valt een hoop spanning van me af. Er komt zelfs een kleine glimlach op me gezicht terug.

veeg de tranen van me weg. Ik kijk nog eens rond en er valt een hoop spanning van me af. Er komt zelfs een kleine glimlach op me gezicht terug. Het DOC Ik kruip in één van de buikpijn terwijl ik in bed lig. Mijn gedachten gaan uit naar de volgende dag. Ik weet wat er die dag staat te gebeuren, maar nog niet hoe dit zal uitpakken. Als ik hieraan

Nadere informatie

Tornado. Maartje gaat voor het eerst logeren. s Nachts belandt ze met haar vriendinnetje Eva in een tornado en beleven ze een heel spannend avontuur.

Tornado. Maartje gaat voor het eerst logeren. s Nachts belandt ze met haar vriendinnetje Eva in een tornado en beleven ze een heel spannend avontuur. Tornado Maartje gaat voor het eerst logeren. s Nachts belandt ze met haar vriendinnetje Eva in een tornado en beleven ze een heel spannend avontuur. Geschreven in januari 2012 (Geïllustreerd t.b.v. het

Nadere informatie

Een Berbers dorp. Mijn zussen en ik mochten van mijn vader naar school. Meestal mochten alleen jongens naar school.

Een Berbers dorp. Mijn zussen en ik mochten van mijn vader naar school. Meestal mochten alleen jongens naar school. Een Berbers dorp Ik ben geboren en opgegroeid in het noorden van Marokko. In een buitenwijk van de stad Nador. Iedereen kent elkaar en altijd kun je bij de mensen binnenlopen. Als er feest is, viert het

Nadere informatie

Exodus 17,1-7 - Water uit de rots voor mensen met een kort lontje

Exodus 17,1-7 - Water uit de rots voor mensen met een kort lontje Exodus 17,1-7 - Water uit de rots voor mensen met een kort lontje Aangepaste dienst Liturgie Voor de dienst speelt de band drie liederen Opwekking 11 Er is een Heer Opwekking 277 Machtig God, sterke Rots

Nadere informatie

Bijbellezing: Johannes 2 vers 1-12. Bruiloftsfeest

Bijbellezing: Johannes 2 vers 1-12. Bruiloftsfeest Bijbellezing: Johannes 2 vers 1-12 Bruiloftsfeest Sara en Johannes hebben een kaart gekregen In een hele mooie enveloppe Met de post kregen ze die kaart Weet je wat op die kaart stond? Nou? Wij gaan trouwen!

Nadere informatie

Pannenkoeken met stroop

Pannenkoeken met stroop Pannenkoeken met stroop Al een maand lang zegt Yvonne alleen maar nee. Heb je je best gedaan op school? Nee. Was het leuk? Nee. Heb je nog met iemand gespeeld? Nee. Heb je lekker gegeten? Nee. Heb je goed

Nadere informatie

Door het raam ziet ze Bea, de benedenbuurvrouw. Ze veegt de sneeuw weg van het pad voor de flat. Uitslover, denkt Alice.

Door het raam ziet ze Bea, de benedenbuurvrouw. Ze veegt de sneeuw weg van het pad voor de flat. Uitslover, denkt Alice. Alice ligt in bed. Heel langzaam wordt ze wakker. Haar lichaam ontspannen, haar hoofd leeg. De vertrouwde geur van haar man Jules hangt in de slaapkamer. Een geur van alcohol, nootmuskaat en oude man.

Nadere informatie

Op reis naar Bethlehem

Op reis naar Bethlehem Op reis naar Bethlehem Rollen: Verteller Jozef Maria Engel Twee omroepers Kind 1 Kind 2 Kind 3 Receptionist 1 Receptionist 2 Receptionist 3 Kind 4 Kind 5 Herder 1 Herder 2 Herder 3 Herder 4 Drie wijzen

Nadere informatie

Wat is PDD-nos? VOORBEELDPAGINA S. Wat heb je dan? PDD-nos is net als Tourette een neurologische stoornis. Een stoornis in je hersenen.

Wat is PDD-nos? VOORBEELDPAGINA S. Wat heb je dan? PDD-nos is net als Tourette een neurologische stoornis. Een stoornis in je hersenen. Wat is PDD-nos? 4 PDD-nos is net als Tourette een neurologische stoornis. Een stoornis in je hersenen. Eigenlijk vind ik stoornis een heel naar woord. Want zo lijkt het net of er iets niet goed aan me

Nadere informatie

Die nacht draait Cees zich naar me toe. In het donker voel ik heel zachtjes zijn lippen op mijn wang.

Die nacht draait Cees zich naar me toe. In het donker voel ik heel zachtjes zijn lippen op mijn wang. Vanavond ga ik mijn man vertellen dat ik bij hem wegga. Na het eten vertel ik het hem. Ik heb veel tijd besteed aan het maken van deze laatste maaltijd. Met vlaflip toe. Ik hoop dat de klap niet te hard

Nadere informatie

Het is woensdagmiddag. Hij heeft alle tijd. Wat zal hij

Het is woensdagmiddag. Hij heeft alle tijd. Wat zal hij DUBBEL Eerst merkt TimTom niets bijzonders. Hij zit gewoon op zijn plaats in de klas. Iedereen weet nu dat hij Daan heet. Juf noemt hem niet Daan. Ze zegt ook niet TimTom. Ze is aardig tegen hem. Dat wel.

Nadere informatie

Ik geloof dat er in mijn achterband

Ik geloof dat er in mijn achterband Ik geloof dat er in mijn achterband Sinterklaastoneelstukje geschreven door Ron Jansen In een slaperig plattelandsdorpje komen op een zekere dag, vlak voor Sinterklaas, twee pieten aangelopen, met de fiets

Nadere informatie

Nieuws van mama uit Holland

Nieuws van mama uit Holland 1 Nieuws van mama uit Holland Als Nadia en haar oudere broertje Iván uit school komen, zit oma klaar in de versleten stoel. Kom gauw zitten, zegt ze en ze trekt Nadia op schoot. Ze heeft een brief van

Nadere informatie

De jongen weet dat hij niet in slaap moet vallen. Want dan zullen dieven zijn spullen stelen. Ook al is het nog zo weinig wat hij heeft.

De jongen weet dat hij niet in slaap moet vallen. Want dan zullen dieven zijn spullen stelen. Ook al is het nog zo weinig wat hij heeft. In Kanton, China Op de hoek van twee nauwe straatjes zit een jongen. Het is een scheepsjongen, dat zie je aan zijn kleren. Hij heeft een halflange broek aan, een wijde bloes en blote voeten. Hij leunt

Nadere informatie

Papa en mama hebben ruzie. Ton en Toya vinden dat niet leuk. Papa wil graag dat Ton en Toya bij hem op bezoek komen, maar van mama mag dat niet.

Papa en mama hebben ruzie. Ton en Toya vinden dat niet leuk. Papa wil graag dat Ton en Toya bij hem op bezoek komen, maar van mama mag dat niet. Bezoek op kantoor Papa en mama hebben ruzie. Ton en Toya vinden dat niet leuk. Papa wil graag dat Ton en Toya bij hem op bezoek komen, maar van mama mag dat niet. Ton en Toya hebben wat problemen thuis.

Nadere informatie

ROSANNE. Oh, oh, oh. Van Aemstel Produkties - De leukste uitjes van Amsterdam - www.amterdamexcursies.nl

ROSANNE. Oh, oh, oh. Van Aemstel Produkties - De leukste uitjes van Amsterdam - www.amterdamexcursies.nl ROSANNE Rosanne, ik weet dat er heel veel mannen zijn Elke keer weer een ander en mij doet 't pijn Want jou liefde waarmee jij mij soms verblijdt Wil ik liever, liever, liever, liever voor altijd Als ik

Nadere informatie

Ria Massy. De taart van Tamid

Ria Massy. De taart van Tamid DE TAART VAN TAMID Ria Massy De taart van Tamid De taart van Tamid 1 Hallo broer! Hallo Aziz! roept Tamid. Zijn hart klopt blij. Aziz belt niet zo dikwijls. Hij woont nog in Syrië. Bellen is moeilijk in

Nadere informatie

Ze moet wel twee keer zo veel eten als Anne, en altijd weer die pillen vooraf.

Ze moet wel twee keer zo veel eten als Anne, en altijd weer die pillen vooraf. 1. Susan Susan ligt op een bed in haar tuinhuisje. De twee deuren van het huisje staan wijd open, zodat er frisse lucht naar binnen komt. Vanuit haar bed kan Susan precies tussen de struiken door de achterdeur

Nadere informatie

Deel 1. De eerste oorlogsdagen

Deel 1. De eerste oorlogsdagen Deel 1 De eerste oorlogsdagen Vrijdag 10 mei 1940, heel vroeg in de ochtend Luchtaanval Chris wordt wakker van harde dreunen en zwaar gebrom. Vliegtuigen, weet hij meteen. Zware vliegtuigen, bommenwerpers!

Nadere informatie

MARIAN HOEFNAGEL. De nieuwe buurt. Uitgeverij Eenvoudig Communiceren

MARIAN HOEFNAGEL. De nieuwe buurt. Uitgeverij Eenvoudig Communiceren MARIAN HOEFNAGEL De nieuwe buurt Uitgeverij Eenvoudig Communiceren 1 4 Een nieuw huis Dit is nu ons nieuwe huis. De auto stopt en Kika s vader wijst trots naar het huis rechts. Kika kijkt. Het is een rijtjeshuis

Nadere informatie

vandaan. Hij loopt ermee naar de grote tafel voor het raam. Ziet u wel? zegt hij tegen opa die net de kamer inloopt. U hebt echt wel spelletjes.

vandaan. Hij loopt ermee naar de grote tafel voor het raam. Ziet u wel? zegt hij tegen opa die net de kamer inloopt. U hebt echt wel spelletjes. 1. Naar opa Mam, ik ga naar opa! roept Fin onder aan de trap. Mama is aan het stofzuigen. Hoort ze hem wel? Met drie treden tegelijk neemt hij de trap. Zachtjes tikt hij mama aan. Ze maakt een sprongetje.

Nadere informatie

Prediker 2:24-25 - Hoe word ik gelukkig?

Prediker 2:24-25 - Hoe word ik gelukkig? Prediker 2:24-25 - Hoe word ik gelukkig? Voor preeklezers: ik hoor graag als mijn preek ergens gelezen wordt. Neem dan even contact met mij op: hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint

Nadere informatie

Orde van dienst voor de gemeentezondag. Thema: (Toekomst)-dromen. zondag 3 april 2016 om 9.30 uur. Gereformeerde Kerk Nieuwe Pekela

Orde van dienst voor de gemeentezondag. Thema: (Toekomst)-dromen. zondag 3 april 2016 om 9.30 uur. Gereformeerde Kerk Nieuwe Pekela Orde van dienst voor de gemeentezondag Thema: (Toekomst)-dromen -2- welkom en mededelingen intocht: lied 81 : 1, 2 en 4 zondag 3 april 2016 om 9.30 uur Laat de harpen slaan, klinken de trompetten. Vier

Nadere informatie

Voor Cootje. de vuurtoren

Voor Cootje. de vuurtoren Voor Cootje de vuurtoren De Koos Meinderts vuurtoren Lemniscaat & Annette Fienieg Nederlandse rechten Lemniscaat b.v. Rotterdam 2007 isbn 978 90 5637 909 4 Tekst: Koos Meinderts, 2007 Illustraties: Annette

Nadere informatie

waarom ontwikkelingssamenwerking?

waarom ontwikkelingssamenwerking? ontwikkeling EN waarom ontwikkelingssamenwerking? EUROPESE COMMISSIE DE 116 MEI 2003 EN waarom ontwikkelingssamenwerking? Dit boekje vertelt een verhaal zoals ik vroeger zelf graag aan mijn drie kinderen

Nadere informatie

Theorieboek. leeftijd, dezelfde hobby, of ze houden van hetzelfde. Een vriend heeft iets voor je over,

Theorieboek. leeftijd, dezelfde hobby, of ze houden van hetzelfde. Een vriend heeft iets voor je over, 3F Wat is vriendschap? 1 Iedereen heeft vrienden, iedereen vindt het hebben van vrienden van groot belang. Maar als we proberen uit te leggen wat vriendschap precies is staan we al snel met de mond vol

Nadere informatie

O, antwoordde ik. Verder zei ik niets. Ik ging vlug de keuken weer uit en zonder eten naar school.

O, antwoordde ik. Verder zei ik niets. Ik ging vlug de keuken weer uit en zonder eten naar school. Voorwoord Susan schrijft elke dag in haar dagboek. Dat dagboek is geen echt boek. En ook geen schrift. Susans dagboek zit in haar tablet, een tablet van school. In een map die Moeilijke Vragen heet. Susan

Nadere informatie

60 DAGEN Eva de Wit 1. INT. KLOKKENWINKEL. DAG

60 DAGEN Eva de Wit 1. INT. KLOKKENWINKEL. DAG 60 DAGEN Eva de Wit 1. INT. KLOKKENWINKEL. DAG We zien een drukke winkel volgestouwd met allerlei soorten klokken. Er klinkt luid getik. (70) staat naast een KLANT#1 en laat hem vol enthousiasme de ene

Nadere informatie

Spekkoek. Op de terugweg praat zijn oma de hele tijd. Ze is blij omdat Igor maandag mag komen werken.

Spekkoek. Op de terugweg praat zijn oma de hele tijd. Ze is blij omdat Igor maandag mag komen werken. Spekkoek Oma heeft de post gehaald. Er is een brief van de Sociale Werkplaats. Snel scheurt ze hem open. Haar ogen gaan over de regels. Ze kan het niet geloven, maar het staat er echt. Igor mag naar de

Nadere informatie

Kijk ook op: www.ploegsma.nl www.jannyvandermolen.nl www.elsvanegeraat.nl

Kijk ook op: www.ploegsma.nl www.jannyvandermolen.nl www.elsvanegeraat.nl Kijk ook op: www.ploegsma.nl www.jannyvandermolen.nl www.elsvanegeraat.nl isbn 978 90 216 7308 0 / nur 277 Tekst: Hans Kuyper en Janny van der Molen 2014 Illustraties: Els van Egeraat 2014 Vormgeving:

Nadere informatie

Het paaltje van Oosterlittens Er stond weer een pot met bonen! Elke avond kreeg de schoenmaker van Oosterlittens bonen te eten. Maar de schoenmaker

Het paaltje van Oosterlittens Er stond weer een pot met bonen! Elke avond kreeg de schoenmaker van Oosterlittens bonen te eten. Maar de schoenmaker Het paaltje van Oosterlittens Er stond weer een pot met bonen! Elke avond kreeg de schoenmaker van Oosterlittens bonen te eten. Maar de schoenmaker klaagde nooit. Hij was te arm om vlees te kopen. Elke

Nadere informatie

Inhoud. Woord vooraf 7. Het allereerste begin 9. Oervaders 19. Israël als moeder 57. Wijsheid voor ouders en kinderen 83. Koninklijke vaders 113

Inhoud. Woord vooraf 7. Het allereerste begin 9. Oervaders 19. Israël als moeder 57. Wijsheid voor ouders en kinderen 83. Koninklijke vaders 113 Inhoud Woord vooraf 7 Het allereerste begin 9 Oervaders 19 Israël als moeder 57 Wijsheid voor ouders en kinderen 83 Koninklijke vaders 113 Profetische opvoedkunde 145 Kinderen in zijn koninkrijk 177 Leerling

Nadere informatie

Eén ding is nodig. Deze geschiedenis kun je lezen in Lukas 10 : 38 42.

Eén ding is nodig. Deze geschiedenis kun je lezen in Lukas 10 : 38 42. Eén ding is nodig Deze geschiedenis kun je lezen in Lukas 10 : 38 42. We hebben met elkaar nagedacht over de wonderen die de Heere Jezus heeft gedaan toen Hij op de aarde was. Grote wonderen! Weet je t

Nadere informatie

Elke miskraam is anders (deel 2)

Elke miskraam is anders (deel 2) Elke miskraam is anders (deel 2) Eindelijk zijn we twee weken verder en heb ik inmiddels de ingreep gehad waar ik op zat te wachten. In de tussen tijd dacht ik eerst dat ik nu wel schoon zou zijn, maar

Nadere informatie

Mijn loverboy Verloren onschuld

Mijn loverboy Verloren onschuld Mijn loverboy Verloren onschuld in makkelijke taal simone schoemaker 8 Het verhaal van Lisa De dag begint goed. Ik word wakker met een blij gevoel. Yes, ik ben jarig! Ik ben zestien! Mijn moeder feliciteert

Nadere informatie

MARIAN HOEFNAGEL. Met alle geweld. in één klap alleen. Uitgeverij Eenvoudig Communiceren

MARIAN HOEFNAGEL. Met alle geweld. in één klap alleen. Uitgeverij Eenvoudig Communiceren MARIAN HOEFNAGEL Met alle geweld in één klap alleen Uitgeverij Eenvoudig Communiceren 1 Stoer Yung loopt de school uit. Zijn rugtas hangt over zijn rechterschouder. Zo ziet hij er stoer uit. Yung draagt

Nadere informatie

Toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen

Toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen 1. Print deze tekst 2. Download het geluidsbestand en luister Je gaat een toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen maken. Dit is een leestoets. De toets heeft vijf delen. Deel A, B, C, D en E. Deze toets

Nadere informatie

Exodus 3, 1-15 Belijdenis- en doopdienst 9 oktober 2011 Wehl. Thema: 'Ik heb je bij je naam geroepen!' Gemeente,

Exodus 3, 1-15 Belijdenis- en doopdienst 9 oktober 2011 Wehl. Thema: 'Ik heb je bij je naam geroepen!' Gemeente, Exodus 3, 1-15 Belijdenis- en doopdienst 9 oktober 2011 Wehl Thema: 'Ik heb je bij je naam geroepen!' Gemeente, Er wordt vandaag gedoopt de naam van een mensenkind wordt verbonden met die van God. In onze

Nadere informatie

- je kan me wat - module 3. docere delectare movere. je kan me wat nt2taalmenu.nl module 3. tekeningen -

- je kan me wat - module 3. docere delectare movere. je kan me wat nt2taalmenu.nl module 3. tekeningen - - je kan me wat - module 3 docere delectare movere tekeningen - 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 je kan me wat ROCvA nt2taalmenu.nl - educatie - ROCvA module 3 1 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 1 2 3 4 5

Nadere informatie

KINDEREN VAN HET LICHT

KINDEREN VAN HET LICHT KINDEREN VAN HET LICHT Verteller: Het gebeurde in een donkere nacht, heel lang geleden, dat er herders in het veld waren, die de wacht hielden over hun schapen. Zij stonden net wat met elkaar te praten,

Nadere informatie

De Bloem (van plastic) is een meid van nu! Tikkeltje brutaal!

De Bloem (van plastic) is een meid van nu! Tikkeltje brutaal! De Bloem (van plastic) is een meid van nu! Tikkeltje brutaal! Hé hoi, hallo! Ik zal me even voorstellen. Ik ben Bloem. Bloem van Plastic. Maar je mag gewoon Bloem zeggen. Wow! Wat goed dat jullie even

Nadere informatie

Sander Kloet. Elisha Mercelina. Het zwarte meer

Sander Kloet. Elisha Mercelina. Het zwarte meer Sander Kloet koud zo voelt het hier. kil ik weet niet waar het vandaan komt het is geen kou. het is angst. angst voor de wereld angst voor de dag van morgen bang dat we dingen vergeten bang dat we dingen

Nadere informatie

De Bloem (van plastic) is een meid van nu! Tikkeltje brutaal!

De Bloem (van plastic) is een meid van nu! Tikkeltje brutaal! De Bloem (van plastic) is een meid van nu! Tikkeltje brutaal! Hé hoi, hallo! Ik zal me even voorstellen. Ik ben Bloem. Bloem van Plastic. Maar je mag gewoon Bloem zeggen. Wow! Wat goed dat jullie even

Nadere informatie

Water Egypte. In elk land hebben mensen hun eigen gewoontes. Dat merk je als je veel reist. Ik zal een voorbeeld geven.

Water Egypte. In elk land hebben mensen hun eigen gewoontes. Dat merk je als je veel reist. Ik zal een voorbeeld geven. Water Egypte In elk land hebben mensen hun eigen gewoontes. Dat merk je als je veel reist. Ik zal een voorbeeld geven. Ik ga naar een restaurant in Nederland. Daar bestel ik een glas water. De ober vraagt

Nadere informatie

Projectlijn D Blik op de weg Hellig Hart

Projectlijn D Blik op de weg Hellig Hart Informatieblad 2D Toneelstuk: Arme Jan en de perenboom Personen: Arme Jan, een beetje rare snuiter De koopman Mevrouw Goedhart, een van de omstanders Meneer Bovenbaas, een andere kijker Meneer Galeo, ook

Nadere informatie

Tik-tak Tik-tak tik-tak. Ik tik de tijd op mijn gemak. Ik haast me niet zoals je ziet. Tik-tak tik-tak, ik denk dat ik een slaapje pak.

Tik-tak Tik-tak tik-tak. Ik tik de tijd op mijn gemak. Ik haast me niet zoals je ziet. Tik-tak tik-tak, ik denk dat ik een slaapje pak. Tik-tak - Lees het gedicht tik-tak voor. Doe dit in het strakke ritme van een langzaam tikkende klok: Tik - tak - tik - tak Ik tik - de tijd - op mijn - gemak. Enzovoort. - Laat de kinderen vrij op het

Nadere informatie

Soms ben ik eens boos, en soms wel eens verdrietig, af en toe eens bang, en heel vaak ook wel blij.

Soms ben ik eens boos, en soms wel eens verdrietig, af en toe eens bang, en heel vaak ook wel blij. Lied: Ik ben ik (bij thema 1: ik ben mezelf) (nr. 1 en 2 op de CD) : Weet ik wie ik ben? Ja, ik weet wie ik ben. Weet ik wie ik ben? Ja, ik weet wie ik ben. Ik heb een mooie naam, van achter en vooraan.

Nadere informatie

Krabbie Krab wordt Kapper

Krabbie Krab wordt Kapper E-boek Geschreven en Vormgeving Esther van Duin Copyright Esthers Atelier www.esthersatelier.nl email info@esthersatelier.nl Krabbie Krab wordt Kapper Krabbie krab was een kunstenaar. Hij maakte beelden

Nadere informatie

De drie jongetjes lopen weg

De drie jongetjes lopen weg De drie jongetjes lopen weg Het is woensdagmiddag en de drie kleine jongetjes vervelen zich. Ze weten helemaal níéts te doen, en daarom rennen ze maar een beetje door het huis. Hou eens op met dat kabaal!

Nadere informatie

Ik moet Claire nu niet aankijken. Wij kennen elkaar te goed. Mijn ogen zouden me verraden.

Ik moet Claire nu niet aankijken. Wij kennen elkaar te goed. Mijn ogen zouden me verraden. 1. We gaan eten in een restaurant. Serge heeft gereserveerd; dat doet híj altijd. Het is zo n restaurant waar je drie maanden van tevoren moet bellen. Of nog langer. Serge belt nooit drie maanden van tevoren.

Nadere informatie

Bert staat op een ladder. En trekt aan de planten die groeien in de dakgoot. Hij verstopt de luidspreker en het stopcontact achter de planten.

Bert staat op een ladder. En trekt aan de planten die groeien in de dakgoot. Hij verstopt de luidspreker en het stopcontact achter de planten. Helaas Wanneer besloot Bert om Lizzy te vermoorden? Vreemd. Hij herinnert zich het niet precies. Het was in ieder geval toen Lizzy dat wijf leerde kennen. Dat idiote wijf met haar rare verhalen. Bert staat

Nadere informatie

Oud wit Prins de Vos. Ik wil je.

Oud wit Prins de Vos. Ik wil je. Oud wit Prins de Vos Ik wil je. Het is het eerste berichtje dat ik vandaag van hem ontvang. De uren waarin het stil blijf zijn ondragelijk. Pas als ik de trilling in mijn broekzak voel begint mijn hart

Nadere informatie

Help me, Zoey, zeg ik. Zoey kijkt verbaasd. Waarmee?, vraagt ze.

Help me, Zoey, zeg ik. Zoey kijkt verbaasd. Waarmee?, vraagt ze. 1 Ik wou dat ik een vriendje had. Ik wou dat hij in mijn kast zat. Dan kon ik hem tevoorschijn halen wanneer ik maar wilde. Hij zou naar me kijken alsof ik mooi ben. Zwijgend. Hij zou zijn leren jack uittrekken

Nadere informatie

Brandweerman. 1 Brandweerman, brandweerman. Red die kat, als je kan. Zet je ladder neer en draag snel die kat omlaag.

Brandweerman. 1 Brandweerman, brandweerman. Red die kat, als je kan. Zet je ladder neer en draag snel die kat omlaag. vanaf 4 jaar tekst: Marian van Gog muziek: Ton Kerkhof ouplet Brandweerman Intro D7 G man, Refrein brand -weer - man. Red die kat, Brand-weer Œ Œ Œ G Œ Ó als je kan. Zet je lad - der neer en draag snel

Nadere informatie

TONEELSTUK Hoe Zebra aan zijn strepen komt. Een Afrikaanse fabel over een onverstoorbare grazende zebra.

TONEELSTUK Hoe Zebra aan zijn strepen komt. Een Afrikaanse fabel over een onverstoorbare grazende zebra. TONEELSTUK Hoe Zebra aan zijn strepen komt. Een Afrikaanse fabel over een onverstoorbare grazende zebra. AKTE I Scène 1 Op een open grasvlakte in Afrika zijn dieren aan het grazen. Een zebra, twee antilopen,

Nadere informatie

Een buik van wol. Tom! Tom! Cato kwam hard aan rennen. En zei: vandaag word mevr. Catharina. 90 jaar en ik wil haar een heel mooi cadeau

Een buik van wol. Tom! Tom! Cato kwam hard aan rennen. En zei: vandaag word mevr. Catharina. 90 jaar en ik wil haar een heel mooi cadeau Een buik van wol. Tom! Tom! Cato kwam hard aan rennen En zei: vandaag word mevr. Catharina 90 jaar en ik wil haar een heel mooi cadeau Geven. Ja maar wat zei Tom. Umm wacht ik Weet het zei Cato een herinnering.

Nadere informatie

Sterdienst 8 februari 2015 Oosterkerk: Thema: Mag ik mij even voorstellen, n.a.v. Lukas 19, 1 10 Jezus en Zacheus. Ds.

Sterdienst 8 februari 2015 Oosterkerk: Thema: Mag ik mij even voorstellen, n.a.v. Lukas 19, 1 10 Jezus en Zacheus. Ds. Sterdienst 8 februari 2015 Oosterkerk: Thema: Mag ik mij even voorstellen, n.a.v. Lukas 19, 1 10 Jezus en Zacheus. Ds. Evert Jan Hefting Mag ik me even voorstellen? Mijn naam is Zacheüs, oppertollenaar

Nadere informatie

-23- Geen medelijden

-23- Geen medelijden -22- Graniet Hoeveel keer was de vrachtwagen al gestopt? Innocent was de tel kwijtgeraakt. Telkens als de truck halt hield, werden er een paar jongens naar binnen geduwd. Maar nu bleef de deur van de laadruimte

Nadere informatie

Verhaal: Jozef en Maria

Verhaal: Jozef en Maria Verhaal: Jozef en Maria Er was eens een vrouw, Maria. Maria was een heel gewone jonge vrouw, net zo gewoon als jij en ik. Toch had God haar uitgekozen om iets heel belangrijks te doen. Iets wat de hele

Nadere informatie

Spreekbeurt Dag. Oglaya Doua

Spreekbeurt Dag. Oglaya Doua Spreekbeurt Dag Oglaya Doua Ik werd wakker voordat m n wekker afging. Het was de dag van mijn spreekbeurt. Met m n ogen wijd open lag ik in bed, mezelf afvragend waarom ik in hemelsnaam bananen als onderwerp

Nadere informatie

Mieke Lansbergen. Op een dag leek het me een goed idee om een offer te maken voor God. Uit dankbaarheid voor alles wat groeit, en omdat

Mieke Lansbergen. Op een dag leek het me een goed idee om een offer te maken voor God. Uit dankbaarheid voor alles wat groeit, en omdat Mieke Lansbergen Hallo? Ha! Zie je mij? Kijk! Kijk even naar mij. Ik ben Kaïn. Fijn dat ik even iemand tegenkom! Ik loop hier al een tijd te dwalen, en het is zo saai in je eentje. Ik kom daar vandaan.

Nadere informatie

Voor Olaf Bremer: bedankt voor de gezellige en leuke dagen in Spanje!

Voor Olaf Bremer: bedankt voor de gezellige en leuke dagen in Spanje! Voor Olaf Bremer: bedankt voor de gezellige en leuke dagen in Spanje! Proloog: 7 januari Van harte gefeliciteerd! Lindy sloeg haar armen om Mariëlle heen. Zestien! Nu mag je eindelijk op een scooter rijden.

Nadere informatie

Nooit had zijn moeder over haar vader gesproken en nu hij dood was, moest ze de hele dag huilen.

Nooit had zijn moeder over haar vader gesproken en nu hij dood was, moest ze de hele dag huilen. 9-12 jaar De villa van Spoek De villa van Spoek was een grote villa aan de Tapijtweg nummer elf in het stadje Sonsbeek. Het huis stond aan een brede rivier en had een lange oprijlaan van glimmende witte

Nadere informatie

En rijke mensen werken niet. Die kunnen de hele dag doen wat ze leuk vinden.

En rijke mensen werken niet. Die kunnen de hele dag doen wat ze leuk vinden. Warm in Verona Romeo loopt een beetje rond. Dat doet hij bijna elke dag. Hij vindt het leuk om door het stadje te lopen. Door de kleine straatjes. Langs de rivier waar de meisjes de was doen. En over de

Nadere informatie

LES 4. Handelingen 12:1-19; Van Jeruzalem tot Rome: Verlost uit de gevangenis blz.109-116

LES 4. Handelingen 12:1-19; Van Jeruzalem tot Rome: Verlost uit de gevangenis blz.109-116 LES 4 Handelingen 12:1-19; Van Jeruzalem tot Rome: Verlost uit de gevangenis blz.109-116 De boodschap God hoort en verhoort onze gebeden voor elkaar. Leertekst: Terwijl Petrus onder zware bewaking zat

Nadere informatie

Rianne haalt haar hand door Jochems haar terwijl ze naar de kamer loopt. Kijk eens wie we daar hebben? roept ze als ze uit het raam kijkt.

Rianne haalt haar hand door Jochems haar terwijl ze naar de kamer loopt. Kijk eens wie we daar hebben? roept ze als ze uit het raam kijkt. Hoofdstuk 1 Zullen we deze ballonnen nog aan de lamp hangen? Vragend kijkt Rianne Jochem aan. Is goed, mompelt haar stiefbroertje zacht. Hé, wat is er? vraagt Rianne verbaasd. Vind je de slingers niet

Nadere informatie

De Boomhut Module muziek groep 3-4

De Boomhut Module muziek groep 3-4 De Boomhut Module muziek groep 3-4 Teksten: Stella van Lieshout Illustraties: Tjarko van der Pol In samenwerking met Centrum voor de Kunsten Beverwijk en ABC Cultuur Contact: DeboraVollebregt@centrumvoordekunstenbeverwijk.nl

Nadere informatie

Protestantse Gemeente Biddinghuizen. Gezinsdienst. Thema: Ja is ja

Protestantse Gemeente Biddinghuizen. Gezinsdienst. Thema: Ja is ja Zondag 25 oktober 205 Protestantse Gemeente Biddinghuizen Gezinsdienst Thema: Ja is ja Voorganger: ds. Sifra Baayen - Op t Land Meevoorbereid door WJV Muzikale medewerking: True Colors Welkom - door de

Nadere informatie

Bert schrikt Johan Bordewijk

Bert schrikt Johan Bordewijk Bert schrikt Johan Bordewijk gepubliceerd in: literair tijdschrift Schoon Schip 20e jaargang, nummer 1/2013 Met de hand, niet met de schoffel, roept Wiebe, anders beschadig je de wortels. O ja, da s waar

Nadere informatie

Alleen een plastic tasje

Alleen een plastic tasje Alleen een plastic tasje Gaat u zitten, fijn dat u er bent. Wilt u thee? Met suiker? Zal ik beginnen bij het begin? Ik woon hier sinds 1970. Toen ik hier aankwam, had ik alleen een klein plastic tasje

Nadere informatie

1. De tuin wordt opgeruimd

1. De tuin wordt opgeruimd 1. De tuin wordt opgeruimd Wat gaan jullie doen? vraagt mama. Ze is iets lekkers aan het maken: zoute bolletjes. Dat doet ze elke vrijdagmiddag als Joas, Aron en Lisa uit school komen. Vaak helpt een van

Nadere informatie

rijm By fightgirl91 Submitted: October 17, 2005 Updated: October 17, 2005

rijm By fightgirl91 Submitted: October 17, 2005 Updated: October 17, 2005 rijm By fightgirl91 Submitted: October 17, 2005 Updated: October 17, 2005 Provided by Fanart Central. http://www.fanart-central.net/stories/user/fightgirl91/21803/rijm Chapter 1 - rijm 2 1 - rijm Gepaard

Nadere informatie

Hoe lang duurt geluk?

Hoe lang duurt geluk? Hoe lang duurt geluk? Op dit moment ben ik gelukkig. Na veel pech ben ik dan eindelijk een vrolijke schrijver. Mijn roman is goed gelukt. En ik verdien er veel geld mee. En ik heb ook nog eens een mooie,

Nadere informatie

Gijsje zonder staart geschreven door Henk de Vos (in iets gewijzigde vorm) Er was eens een klein lief konijntje, dat Gijs heette. Althans, zo noemden

Gijsje zonder staart geschreven door Henk de Vos (in iets gewijzigde vorm) Er was eens een klein lief konijntje, dat Gijs heette. Althans, zo noemden Gijsje zonder staart geschreven door Henk de Vos (in iets gewijzigde vorm) Er was eens een klein lief konijntje, dat Gijs heette. Althans, zo noemden zijn ouders hem, maar alle andere konijntjes noemden

Nadere informatie

En? zegt mijn moeder, die haar nieuwe zomerjurkje laat zien: Wat vind je ervan? Mooi. Ik zeg niets meer dan dat, want ik weet dat ik er geen verstand

En? zegt mijn moeder, die haar nieuwe zomerjurkje laat zien: Wat vind je ervan? Mooi. Ik zeg niets meer dan dat, want ik weet dat ik er geen verstand En? zegt mijn moeder, die haar nieuwe zomerjurkje laat zien: Wat vind je ervan? Mooi. Ik zeg niets meer dan dat, want ik weet dat ik er geen verstand van heb. De vorige keer zei ik dat de nieuwe broek

Nadere informatie

Op weg met Jezus. eerste communieproject. hoofdstuk 1 De droom van Jesaja. H. Theobaldusparochie, Overloon

Op weg met Jezus. eerste communieproject. hoofdstuk 1 De droom van Jesaja. H. Theobaldusparochie, Overloon Op weg met Jezus eerste communieproject H. Theobaldusparochie, Overloon hoofdstuk 1 De droom van Jesaja Eerste communieproject "Op weg met Jezus" hoofdstuk 1 blz. 1 Lieve God, Soms droom ik van het paradijs.

Nadere informatie

Kom jij ook uit een ei?

Kom jij ook uit een ei? Kom jij ook uit een ei? Er was eens een prachtig bos. Er groeiden de hoogste bomen en allerlei prachtige bloemen. Er was een vijver en een groot grasveld, waar je lekker kon spelen. Maar om het bos stond

Nadere informatie

Op weg met Jezus. eerste communieproject. Hoofdstuk 5 Bidden. H. Theobaldusparochie, Overloon

Op weg met Jezus. eerste communieproject. Hoofdstuk 5 Bidden. H. Theobaldusparochie, Overloon Op weg met Jezus eerste communieproject H. Theobaldusparochie, Overloon Hoofdstuk 5 Bidden Eerste communieproject "Op weg met Jezus" hoofdstuk 5 blz. 1 Joris is vader aan het helpen in de tuin. Ze zijn

Nadere informatie

Johanna Kruit. Gedichten, geïnspireerd door bomen. Geheimen

Johanna Kruit. Gedichten, geïnspireerd door bomen. Geheimen 1 Gedichten, geïnspireerd door bomen Geheimen In het donker huizen bomen die overdag gewoner zijn. Wij slaan de bochten van een pad mee om en gaan, ontkomen aan het licht af op geheimen.kleine geluiden

Nadere informatie

De gelijkenis van de verloren zoon.

De gelijkenis van de verloren zoon. De gelijkenis van de verloren zoon. Eerst lezen. Daarna volgen er vragen en opdrachten. Gelijkenissen Toen de Heere Jezus op aarde was, heeft Hij gelijkenissen verteld om de mensen veel dingen te leren.

Nadere informatie

Charles den Tex VERDWIJNING

Charles den Tex VERDWIJNING Charles den Tex VERDWIJNING 3 Klikketik-tik-tik Het is halftwaalf s ochtends. Marja vouwt een hemd. En kijkt om zich heen. Even staat ze op haar tenen. Zo kan ze over de kledingrekken kijken. Die rekken

Nadere informatie