Hoofddocument 3 Offerteaanvraag / Programma van Eisen voor Perceel 1 en 2

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Hoofddocument 3 Offerteaanvraag / Programma van Eisen voor Perceel 1 en 2"

Transcriptie

1 Niet-Openbare Europese aanbesteding Landelijk Crisis Management Systeem Publicatienummer 2010/S Hoofddocument 3 Offerteaanvraag / Programma van Eisen voor Perceel 1 en 2 Zoetermeer 26 november

2 Uitgegeven door: Informatie: Contactpersoon: Versie: Project Doorontwikkeling LCMS Project Doorontwikkeling LCMS Relinde van Bladel Definitief 2

3 INHOUDSOPGAVE 1 Inleiding Algemeen Doelgroep Leeswijzer Context: achtergrond en organisatie Netcentrisch Werken Project Netcentrisch Werken Betrokken partijen LCMS1.0 en Aanbestedende dienst Voorwerp van aanbesteding Perceel Perceel Scope afbakening Beschrijving van de huidige situatie Algemeen LCMS Regionale CMS-en Beschrijving van de gewenste situatie Organisatorisch Systeem: Landelijk Crisismanagement Systeem versie Logische en fysieke inrichting van LCMS Logische inrichting Fysieke inrichting Migratie van de huidige situatie naar toekomstige situatie Gunningprocedure Planning van de aanbesteding De Offerteaanvraag Tegenstrijdigheden 'Of gelijkwaardig' Vertrouwelijkheid Voorbehoud Verzoek om nadere informatie Sluitingsdatum Indiening Offerte Vorm en Inhoud Offerte Presentaties Wijze van beoordelen Voornemen tot Gunning Wachttermijn 15 dagen (Alcatel-termijn) Contractering Aanvullende informatie Overige punten Onvoorwaardelijke inschrijving Afzien van deelname Taal Geldigheidsduur Verificatie Aanvullingen en verduidelijkingen Kosten aanbieden Offerte Eigendom van de informatie Rechten Concept Overeenkomst Instemming Gunningcriteria en wijze van beoordelen

4 5.1 Beoordeling van het aanbod van Geselecteerde Gegadigden 'Economisch meest voordelige aanbieding' Presentatie voor Perceel Beoordeling Knock-out criteria en eisen Beoordeling Prijsaspect Gebruikte notatie Wanneer een toelichting vereist is Totaal aantal te behalen punten Applicatieve dienstverlening LCMS Algemeen procedureel Generieke functionaliteiten Tekstuele component Geografische Component Viewer Content Management Functionaliteit Zoeken Logboek component Gebruikersgroepen en gebruikersprofielen Quick wins Kosten en tarieven Perceel Kosten en tarieventabel Perceel Technische dienstverlening Algemeen Applicatie Hosting Koppelingen Capaciteit Personeel Kosten en tarieven Perceel Kosten en tarieventabel Perceel Beveiliging Algemeen Integriteit Confidentialiteit Personeel Exclusiviteit Beschikbaarheid Beheer Beheermodel Eisen ten aanzien van beheer Opleidingen Acceptatie en Implementatie Bijlagen

5 1 Inleiding 1.1 Algemeen Voor u ligt de Offerteaanvraag voor de gunningfase van de niet-openbare Europese aanbesteding voor de tweede versie het landelijke crisismanagement systeem (hierna: LCMS2.0). In de eerste fase van de aanbestedingsprocedure voor LCMS2.0 zijn, op basis van door Gegadigden ingezonden Aanvragen tot deelname, geschikte Gegadigden geselecteerd. Per perceel zijn in de eerste fase zes Gegadigden met de meeste punten geselecteerd. In de huidige fase wordt de Geselecteerde Gegadigden gevraagd een Offerte uit te brengen op basis van de voor u liggende Offerteaanvraag. Het inschrijvingstraject leidt tot gunning aan de Gegadigde(n) met de economisch meest voordelige inschrijving. Dit document betreft de Offerteaanvraag voor LCMS2.0 en wordt gestuurd naar alle Gegadigden die in de voorgaande selectiefase zijn geselecteerd. De offerteaanvraag is voor alle Gegadigden gelijk. Uiteraard zijn voor de Geselecteerde Gegadigden enkel de vereisten van toepassing die betrekking hebben op het perceel waarvoor zij geselecteerd zijn in de Selectiefase. Het gaat om de volgende Percelen: Applicatieve dienstverlening in perceel 1 en Technische dienstverlening in perceel Doelgroep Deze Offerteaanvraag is bestemd voor de in de selectiefase geselecteerde Gegadigden. Deze Gegadigden kunnen aan de hand van dit document een Offerte opstellen. Alle geselecteerde Gegadigden dingen mee voor de uiteindelijke gunning van perceel 1 en/of 2. NIFV/Project Netcentrisch Werken heeft het voornemen als resultaat van deze Europese aanbesteding met één Geselecteerde Gegadigde per Perceel een overeenkomst af te sluiten. De basiscontractduur bedraagt 4 jaar. De Aanbestedende dienst heeft het recht deze basiscontractduur twee keer voor een periode van één jaar te verlengen. Indien u niet als (gelegenheids)combinatie van Geselecteerde Gegadigden bent geselecteerd voor beide percelen, dient u bereid te zijn samen te werken en garanties af te geven betreffende de samenwerking en afstemming tussen perceel 1 (Applicatieve dienstverlening) en perceel 2 (Technische dienstverlening). NIFV/Project Netcentrisch Werken verwacht in dat geval van de Geselecteerde Gegadigde voor Perceel 2 dat deze in zijn rol van systemintegrator een coördinerende rol speelt ten aanzien van de werkzaamheden in beide Percelen. Offertes die betrekking hebben op een gedeelte van een Perceel worden terzijde gelegd. Het doel van de gunningfase van deze aanbesteding is het selecteren van de economisch meest voordelige aanbieding. 1.3 Leeswijzer Deze Offerteaanvraag omvat achtereenvolgens een inleiding (Hoofdstuk 1), met daarin o.a. het onderwerp van aanbesteding. Hoofdstuk 2 beschrijft op hoofdlijnen de huidige situatie, hoofdstuk 3 beschrijft de gewenste toekomstige situatie en beschrijft op hoofdlijnen op welke manier die bereikt zal worden. Hoofdstuk 4 en 5 beschrijven respectievelijk de gunningprocedure en de beoordelingprocedure (inclusief criteria). Hoofdstuk 6 beschrijft voor perceel 1 de functionaliteiten van het LCMS2.0 en hoofdstuk 7 voor perceel 2. Met behulp van deze beschrijving dient u uw antwoorden op de gestelde functionaliteiten in te vullen in de Formulierenset. Hoofdstuk 8 beschrijft de beveiliging, hoofdstuk 9 het beheer en hoofdstuk 10 de opleidingen. Hoofdstuk 11 tenslotte gaat in op de acceptatie en de implementatie. Deze laatste 4 hoofdstukken gelden voor beide percelen. 5

6 1.4 Context: achtergrond en organisatie Netcentrisch Werken Het professionaliseren van de informatievoorziening tijdens rampen en crisis staat hoog op de agenda binnen de OOV-sector. Informatie is cruciaal in de hulpverlening bij incidenten, rampen en crises. Hulpverleners en bestuurders hebben relevante informatie nodig om effectief voor de burger op te kunnen treden. Concreet betekent dit dat de informatiepositie van bestuurders en operationele staffunctionarissen in de crisisbeheersingsorganisatie verbeterd moet worden. Om dit te bereiken worden alle crisisprofessionals (op regionaal en landelijk niveau) bijeen gebracht in één virtuele omgeving. Binnen deze omgeving is informatie over het incident of evenement op hetzelfde moment bij iedereen beschikbaar. Deze aanpak noemen we Netcentrisch Werken Project Netcentrisch Werken Het landelijk project Netcentrisch Werken ondersteunt de crisisorganisaties bij het invullen van het aspect informatievoorziening van het Besluit Veiligheidsregio's 1. Daarbij gaat het vooral om het implementeren van een werkwijze die het mogelijk maakt om binnen de hoofdstructuur van de crisisorganisatie bij opschalingsituaties snel te komen tot een eenduidig gedeeld beeld van de situatie. Dit gedeelde Totaalbeeld dient als basis voor de te nemen besluiten en de in te zetten acties. In het najaar 2009 heeft het Veiligheidsberaad de intentie uitgesproken Netcentrisch Werken in alle 25 veiligheidsregio s in te voeren. Het Veiligheidsberaad heeft dit voornemen bekrachtigd in een convenant. Eind 2011 moet het operationeel informatiemanagement in alle 25 veiligheidsregio s en bij de landelijke coördinatiecentra NCC en LOCC op de nieuwe leest zijn geschoeid. Om bovenstaande te bereiken is het project Netcentrisch Werken ingericht. De doelstelling van het project Netcentrisch Werken is het verbeteren van operationele en bestuurlijke informatie-uitwisseling bij rampenbestrijding en crisisbeheersing. Een goede informatievoorziening op basis van een actueel Totaalbeeld is alleen mogelijk door rekening te houden met alle aspecten die daarbij een rol spelen: mensen, processen, techniek en sturing. Om dit te bereiken ontwikkelt, onderhoudt en implementeert het project de Netcentrische doctrine die ten grondslag ligt aan de netcentrische werkwijze. Hiervoor worden in nauwe samenwerking met de Veiligheidsregio s, de benodigde werkprocessen ingericht en worden de betrokken personen opgeleid. Het project Netcentrisch Werken ondersteunt en faciliteert de implementatie van de netcentrische werkwijze en de implementatie van de applicatiesuite LCMS in alle veiligheidsregio's en bij het Nationaal Coördinatie Centrum (NCC) en het Landelijk Operationeel Crisis Centrum (LOCC). Dit gebeurt op zodanige wijze dat andere partijen in een later stadium eenvoudig kunnen aansluiten. De implementatie vindt plaats in nauwe samenwerking met de crisisorganisaties zelf, waarbij de crisisorganisaties zelf verantwoordelijk zijn voor de implementatie in de regio teneinde te kunnen voldoen aan de Basisvereisten Crisismanagement. De scope voor de implementatie is vanuit het project Netcentrisch Werken in principe beperkt tot de crisisorganisaties. Dit zijn de hulpverleningsdiensten binnen de 25 veiligheidsregio's en de landelijke crisis- en coördinatiecentra. Daarnaast worden overige organisaties (Defensie, Waterschappen etc.) betrokken bij het implementeren en werken conform de netcentrische werkwijze. Samenvattend draagt het project Netcentrisch Werken zorg voor: 1. Het ontwikkelen en onderhouden van de Netcentrische doctrine (visie en werkwijze); 2. Het ondersteunen van de crisisorganisaties bij het implementeren en borgen van de netcentrische werkwijze, op basis van een gezamenlijk met de crisisorganisatie op te stellen plan van aanpak; 1 6

7 3. Het laten ontwikkelen en beschikbaar stellen van een Landelijk Crisis Management Systeem (LCMS) aan de regionale crisisorganisaties en NCC en LOCC; 4. Het borgen van de netcentrische werkwijze bij geselecteerde Nederlandse kennis- en opleidingsinstituten, zodat deze onderdeel uit gaat maken van de reguliere opleidingen, trainingen en oefeningen; 5. Het inrichten van het beheer (functioneel-, applicatie- en technisch beheer) van het LCMS en het overdragen van dit beheer naar (een) hiervoor ingerichte landelijke beheerorganisatie(s) Betrokken partijen De aanbesteding van het LCMS2.0 vormt een onderdeel van het project Netcentrisch Werken. Betrokken partijen hierbij zijn de primaire ketenpartners (de 25 veiligheidsregio's) en de twee landelijke coördinatiecentra NCC en LOCC. Het gaat hierbij om de organisaties die ten tijde van incidenten, rampen of crisis binnen een veiligheidsregio samenwerken. Deze organisaties moeten in staat zijn om hetzelfde actuele beeld van een crisis met elkaar te delen. De hoofdstructuur van de regionaal georiënteerde crisismanagement organisatie bestaat uit: Meldkamer, één of meer Commando s plaats incident (CoPI), Team Bevolkingszorg (TB), Regionaal Operationeel Team (ROT) en een Gemeentelijk Beleidsteam (GBT) of Regionaal Beleidsteam (RBT). Meldkamer, CoPI, TB en ROT zijn de operationele elementen. Ook het NCC, het LOCC, de eenheden ter plaatse (ingezet voorafgaand aan de opschaling), liaisons en actiecentra vormen een onderdeel van de crisisorganisatie. Voor meer informatie over de hoofdstructuur van de crisismanagement organisatie wordt verwezen naar het landelijk referentiekader, het Referentiekader Regionaal crisisplan LCMS1.0 en 2.0 In 2007/2008 heeft een samenwerkingsprogramma van zeven veiligheidsregio s, het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. het Ministerie van Defensie en TNO geleid tot de ontwikkeling van een nieuwe werkwijze voor operationele informatievoorziening en een eerste versie van een landelijk crisismanagement systeem. De eerste versie van dit LCMS wordt LCMS1.0 genoemd. LCMS1.0 bestaat uit een mix van applicaties en is getest tijdens de nationale crisisbeheersingsoefening Voyager in 2007 en tijdens Waterproef in Naast deze ontwikkeling heeft een aantal regio's een separate ontwikkeling doorgemaakt. Deze regio's zijn afzonderlijk van elkaar een ontwikkelingstraject voor een regionaal crisismanagement systeem gestart. De systemen 'an sich' verschillen van elkaar, wel wordt met deze systemen het gedachtegoed van het Netcentrisch Werken nagestreefd. Na de nationale rampenoefening Voyager heeft in 2008 een doorstart naar het project Netcentrisch Werken plaatsgevonden. Het project Netcentrisch Werken ondersteunt de veiligheidsregio's bij het invullen van het aspect informatievoorziening van het Besluit Veiligheidsregio's. In het project Netcentrisch Werken staat de ontwikkeling en implementatie van de netcentrische werkwijze en het ontwikkelen en beschikbaar stellen van een ondersteunend Landelijk Crisis Management Systeem (LCMS) bij de veiligheidsregio s centraal. Vanuit de verschillende veiligheidsregio s is aangegeven dat de huidige versie van het LCMS (LCMS1.0) beperkingen kent met betrekking tot de aansluiting op overige functies in het werkveld van politie, brandweer en hulpdiensten. Deze beperkingen moeten in de ontwikkeling van volgende versies worden geadresseerd. In dit kader is de aanbesteding voor een Landelijk Crisismanagement Systeem 2.0 (LCMS2.0) gestart. In LCMS2.0 worden de functionaliteiten van alle bij de veiligheidsregio's operationele crisismanagementsystemen geïntegreerd. Concreet betekent dit dat LCMS2.0 zowel de 2 7

8 functionaliteiten van LCMS1.0, als ook de functionaliteiten van de andere operationele crisismanagementsystemen bevat. 1.5 Aanbestedende dienst Opdrachtgever voor de aanbesteding van het LCMS2.0 is het Veiligheidsberaad. Namens de opdrachtgever verzorgt het Nederlands Instituut Fysieke Veiligheid, hierna te noemen de Aanbestedende dienst, de aanbesteding onder het aanbestedingsnummer 2010/S De Aanbestedende dienst heeft besloten de Niet-Openbare aanbestedingsprocedure te volgen en daarin twee Percelen te benoemen. Deze Offerteaanvraag bevat de informatie die nodig is om een Offerte voor één of voor beide percelen van het LCMS2.0 uit te kunnen brengen. 1.6 Voorwerp van aanbesteding Het voorwerp van aanbesteding is het LCMS2.0, inclusief de ondersteunende technische omgeving en het leveren van aanvullende diensten. Onder deze laatste vallen in ieder geval (gebruikers)opleidingen maar hier kunnen ook andere aanvullende diensten worden gevraagd. Het doel is om het LCMS2.0 als dienstverlening aan de veiligheidsregio s aan te bieden, teneinde de veiligheidsregio s zo min mogelijk met beheerwerkzaamheden te belasten. Dat betekent dat Winnende Inschrijver(s) van Percelen 1 en 2 een centrale, redundante en gesynchroniseerde uitgevoerde omgeving inrichten. Op hoofdlijnen betreft de aanbesteding de levering van een applicatie(suite), inclusief de daarbij behorende technische omgeving. Met behulp van de suite en de technische omgeving kunnen de - bij een incident, ramp of crisis - betrokken organisaties de juiste en dezelfde informatie op hetzelfde tijdstip delen. Gebruikers kunnen - binnen de hiervoor ingerichte autorisaties - de voor hen relevante informatie uit het systeem raadplegen en/of muteren. Daarnaast dienen alle door gebruikers uitgevoerde acties, eenduidig en transparant te worden gelogd, o.a. voor verantwoording achteraf. De opdracht is verdeeld in twee Percelen, deze worden in de volgende twee paragrafen nader toegelicht Perceel 1 Perceel 1 betreft het leveren van Applicatieve dienstverlening LCMS2.0 (licenties, verwerven softwaresuite, configuratie en applicatieonderhoud) voor de duur van vier jaar met optie tot verlenging van twee keer één jaar. Daarnaast betreft Perceel 1 het leveren van aanvullende werkzaamheden (opleidingen en eventuele andere aanvullende diensten die gerelateerd zijn aan de beschreven Applicatieve dienstverlening). De volgende onderdelen zijn binnen Perceel 1 voorwerp van aanbesteding: Het ter beschikking stellen van een applicatiesuite, die zal worden gebruikt (eind)gebruikers in de vorm van alle partijen (overheid en civiel) die betrokken kunnen worden bij de rampenbestrijding en crisisbeheersing. De licentiestructuur dient zodanig te zijn ingericht dat NIFV/Netcentrisch Werken op flexibele wijze (eind)gebruikers kan toestaan van de applicatiesuite gebruik te maken. Er dient sprake te zijn van een vaste totaalprijs per jaar waarin het gebruik van de applicatiesuite door alle (eind)gebruikers, ongeacht het (variërende) aantal, is inbegrepen. De applicatiesuite moet minimaal voorzien in de volgende componenten: a) een tekstuele component; b) een geografische component; c) een tekst- en grafische viewer; d) een component om documenten op te slaan en te beheren en voor gebruikers te ontsluiten (contentmanagement); e) een component voor zoekfunctionaliteiten; f) een component om berichten uit te wisselen en de status te zien van andere gebruikers in het systeem (logboekfunctionaliteit), 8

9 g) een aantal ondersteunende/administratieve componententen zoals securitymanagement, gebruikersbeheer et cetera; Het leveren van diensten voor het opleiden van gebruikers in het gebruik van de applicatie; Het leveren van diensten voor het opleiden van de regionale beheerders voor de uitvoering van het functioneel applicatiebeheer; Het uitvoeren van applicatiebeheer van de applicatiesuite voor een periode van minimaal 4 jaar met een optie op verlenging; Het optioneel leveren van diensten voor de uitvoering van overige diensten of werkzaamheden die gerelateerd zijn aan de beschreven applicatieve dienstverlening. Primaire eindgebruikers van de applicatie zijn de organisaties die in formele zin deel uitmaken van de operationele hoofdstructuur van de rampenbestrijding en crisisbeheersing zoals bedoeld in het Besluit Veiligheidsregio s. Het gaat hierbij om de organisaties die ten tijde van incidenten, rampen of crisis binnen een veiligheidsregio samenwerken. Voorbeelden hiervan zijn de brandweer, geneeskundige hulpverlening, gemeenten en politie. Ook de landelijke coördinatiecentra LOCC en NCC maken hier onderdeel van uit. Het optreden van overige diensten en organisaties wordt in geval van een ramp of een crisis in een veiligheidsregio geregeld. Omdat dit door de betreffende veiligheidsregio wordt gefaciliteerd, kunnen ook zij gebruik maken van de applicatie. Concreet betekent dit dat de betreffende veiligheidsregio faciliteert dat een specifieke organisatie geautoriseerd wordt. Voorbeelden van deze organisaties zijn Waterschappen, Havenbedrijf, nutsbedrijven etc Perceel 2 Perceel 2 betreft de Technische dienstverlening LCMS2.0 (hosting van applicatiesuite, leveren van een beveiligde en redundante netwerkomgeving, koppelingen met netwerken en overige systemen, technisch beheer, helpdeskdiensten en systeemintegratie) voor de duur van vier jaar met optie tot verlenging van twee keer één jaar. Daarnaast betreft perceel 2 het leveren van aanvullende werkzaamheden (gebruikersopleidingen en eventuele andere aanvullende diensten die gerelateerd zijn aan de beschreven technische dienstverlening, bv. koppelingen met infrastructuur veiligheidsregio s). De volgende onderdelen zijn binnen Perceel 2 voorwerp van aanbesteding: Het leveren van technische dienstverlening, bestaande uit het leveren van diensten en het ter beschikking stellen van hardware voor applicatie hosting; Het leveren van een technische omgeving voor de applicatiesuite LCMS2.0. De technische omgeving is zodanig ingericht dat deze omgeving zowel gebruikt kan worden in de dagelijkse praktijk als tijdens operationele omstandigheden (dus als er daadwerkelijk sprake is van een ramp of crisis) alsook voor oefendoelen; Het leveren van systeemintegratie diensten. Het zorgen voor de koppelingen met externe systemen en (publieke) netwerken en infrastructurele netwerkservices zoals DNS en NTP. Het op aangeven van de landelijke beheerorganisatie LCMS2.0 aansturen van de applicatieve dienstverlening; Het configureren van de benodigde infrastructuur voor LCMS2.0 zodat het systeem (minimaal) geoperationaliseerd kan worden in de veiligheidsregio's en landelijke coördinatiecentra; Het technisch realiseren van een koppeling van de applicatie LCMS2.0 met de database van het Geïntegreerd Meldkamer Systeem (GMS) in alle veiligheidsregio's; Het realiseren van een koppeling met de regionale (AVLS) systemen die actuele gegevens aanbieden van de locaties van voertuigen van de aangesloten hulpverleningsdiensten in de regio's; Het realiseren van ontsluitingen met als het doel het kunnen tonen van landelijke en regionale preparatieve data en kaartmateriaal; Het leveren van service & support diensten. Het inrichten van een beheerproces en organisatie voor het uitvoeren van technisch beheer, het daadwerkelijk uitvoeren van technisch beheer van de applicatie suite en de technische omgeving inclusief koppelingen, het monitoren van de beschikbaarheid van de systemen en verbindingen en het bemannen van een servicedesk ten behoeve van eerstelijns support; 9

10 Het leveren van diensten voor het opleiden van de regionale beheerders voor de uitvoering van technisch beheer; Het optioneel leveren van overige diensten voor de uitvoering van overige werkzaamheden; Voorbeelden zijn het leveren van ondersteuning bij het koppelen met de infrastructuur van de veiligheidsregio's, het leveren van ondersteuning bij de installatie van LCMS2.0 software. 1.7 Scope afbakening Buiten scope van deze aanbesteding vallen, zowel voor Perceel 1 als voor Perceel 2, de volgende onderdelen: Organisatorische aspecten zoals het implementeren van het concept van Netcentrisch Werken in de organisaties van de veiligheidsregio's en landelijke coördinatiecentra; Het begeleiden van de veiligheidsregio's bij het veranderproces (het 'leren' Netcentrisch Werken) van de organisatie; Het opzetten van (landelijke) opleidingen en trainingen met het doel te leren om netcentrisch te werken en het concept te doorgronden; Het inrichten en uitvoeren van het landelijk functioneel beheer van LCMS2.0; Het beheren van werkplekken in de veiligheidsregio's (bv PC, laptop, Mobiele Data Terminal), regionale hardware (kantoorautomatisering) en regionale netwerken in de veiligheidsregio's zelf; Het aanleveren van realtime voertuiglocaties; Het beheren en afsluiten van het contract met de leverancier(s) van (mobiele) verbindingen in eenheden (waaronder UMTS of een eigen regionaal netwerk, etcetera). 10

11 2 Beschrijving van de huidige situatie 2.1 Algemeen De afgelopen jaren hebben verschillende veiligheidsregio's meerdere initiatieven ontplooid om te komen tot een verbetering van de informatievoorzienig bij rampen en crises. Deze ontwikkelingen hebben er toe geleid dat regio's een verschillend startpunt hebben. Dit geldt zowel voor de implementatie van de netcentrische werkwijze (de uitwerking van de werkprocessen) als ook voor de ondersteuning hiervan. Concreet betekent dit dat de veiligheidsregio's van verschillende crisismanagementsystemen gebruik maken. Een aantal veiligheidsregio s en coördinatiecentra maakt gebruik van LCMS1.0. Hier is LCMS1.0 reeds geïmplementeerd of is de implementatie ervan onlangs gestart. Daarnaast maakt een aantal regio's gebruik van een eigen Crisis Management Systeem (CMS). Deze regionale CMS-en zijn veelal in eigen beheer of vanuit een regionale opdracht ontwikkeld. In de volgende subparagrafen worden het LCMS1.0 en de verschillende in gebruik zijnde regionale CMS-en op hoofdlijnen beschreven. Deze beschrijvingen zijn enkel bedoeld als illustratie; ook de eventueel genoemde leveranciers- of applicatienamen zijn enkel ter informatie weergegeven en zijn op geen enkele wijze als richtinggevend te beschouwen. De daadwerkelijk gewenste functionaliteit voor LCMS2.0 wordt in de volgende hoofdstukken van dit document expliciet gemaakt LCMS1.0 De applicatiesuite LCMS1.0 bestaat uit drie modules: applicaties LCMS Tekst, LCMS Plot en LCMS Viewer. Via de tekstmodule kunnen gebruikers tekstuele informatie lezen (en wijzigen als ze autorisatie hebben). De tekstmodule is toegankelijk via internet en werkt zonder plugin. Met de plotmodule wordt de grafische informatie in het systeem gezet. De plotter kiest een kaart en geeft daarop informatie weer over bijvoorbeeld bron- en effectgebied, afzettingen en de plaats van een eventuele opvanglocatie. De plotmodule maakt gebruik van een Java client, de plotapplicatie is een java app die gedownload wordt van een server op internet. De geplotte informatie is voor alle gebruikers van het systeem toegankelijk via de viewer. De gebruikers kunnen via de viewer de grafische informatie bekijken. De viewer start op vanuit de tekstmodule en is dus ook zonder plugin toegankelijk via internet. In figuur 1 is de stand van zaken van oktober 2010 rondom de toepassing van LCMS1.0 in de regio's weergegeven. Van de regio's die gebruik maken van LCMS1.0 is de fase aangegeven, waarin zij zich bevinden (voorbereiding, uitvoering, beëindiging, nazorg, beheer). De donkergroene regio s zitten in de beheerfase LCMS1.0, de felgroene in de nazorgfase van de implementatie LCMS1.0, de donkeroranje in de laatste fase van de implementatie van LCMS1.0, de oranje in de implementatiefase van LCMS1.0 en de lichtoranje in de voorbereidingsfase voor de invoering van LCMS1.0. De lichtblauwgekleurde regio's maken gebruik van eigen regionaal crisismanagementsysteem, niet zijnde LCMS1.0 (zie voor een omschrijving van de regionale CMS-en paragraaf 2.1.2). 11

12 Figuur 1: Stand van zaken toepassing LCMS1.0 (oktober 2010) 2.1.2Regionale CMS-en In deze paragraaf zijn de regionale CMS-en beschreven. Per regio is een korte beschrijving van het betreffende CMS opgenomen. Benadrukt wordt dat deze beschrijvingen enkel bedoeld zijn als illustratie; ook de eventueel genoemde leveranciers- of applicatienamen zijn enkel ter informatie weergegeven en zijn op geen enkele wijze als richtinggevend te beschouwen. De daadwerkelijk gewenste functionaliteit voor LCMS2.0 wordt in de volgende hoofdstukken van dit document expliciet gemaakt. Limburg Noord en Zuid Het in Limburg Noord en Zuid gebruikte crisismanagementsysteem (CMS Veiligheidsnet) is gebaseerd op een algemeen toegepast contentmanagementsysteem. Het systeem is te beschouwen als een centrale bibliotheek en communicatieplatform voor politie, brandweer, GHOR, gemeenten en provincie. Het is een platform dat via internettechnologie toegankelijk is en daarmee op iedere plaats, op ieder moment geraadpleegd kan worden door hen die daarvoor zijn geautoriseerd. Het geeft preparatieve informatie zoals rampenplannen, rampenbestrijdingsplannen, adresgegevens, evenementen, bereikbaarheidsgegevens, enz. Het wordt multi-disciplinair toegepast als ondersteuning voor het dagelijks werk met betrekking tot notulen, roosters, piketten, etc. Daarnaast is het een platform waarop de hulpdiensten tijdens een calamiteit met elkaar kunnen communiceren. Situatierapporten en logboeken, aangevuld met geografische beelden (sitplot) en/of andere relevante informatie kan door iedere operationele organisatie via het crisismanagementsysteem ter beschikking worden gesteld en is direct voor iedereen toegankelijk. De sitplot functionaliteit (ingericht op een viewer) is gebaseerd op open source web technologie en maakt gebruik van actuele webservices. Gelderland Midden De regio Gelderland Midden maakt gebruik van het CMS Eagle. De netcentrische werkwijze was het uitgangspunt voor de ontwikkeling van dit CMS. Dit heeft geresulteerd in een systeem dat is opgebouwd uit een tekst- en een plotmodule. Alle ingevoerde informatie is door iedere gebruiker te raadplegen. Door het gebruik van logboeken wordt alle tekstinformatie (opdrachten en berichten) per team gebundeld. Met behulp van filters kunnen gewenste selecties worden gemaakt. De plotmodule beschikt over een beperkte symbolenset. Met behulp van labels kan hieraan een toelichting worden 12

13 gehangen. Een view van de plot is in de tekstmodule beschikbaar en omgekeerd is ook het Totaalbeeld in de plotmodule opvraagbaar. Van de plotmodule zijn drie versies beschikbaar: Advanced: voor plotters COPI, ROT en de AGS, met daarin analysefunctionaliteit en (meet-) opdrachten; Basic: eenvoudige bewerkingen en plotfunctionaliteit voor de meldkamer, team bevolkingzorg, actiecentra e.d; Mobiel: eenvoudige bewerkingen en plotfunctionaliteit aangevuld met tracking en tracing en Command and Control (voor brandweereenheden). Twente In Twente is het crisismanagementsysteem ingericht volgens drie basisprincipes: beheren bij de bron, eén systeem voor regulier en grootschalig optreden, en daar waar mogelijk koppelen met andere informatiebronnen. In alle schakels (pro-actief, preventief, preparatief, repressief en in de nazorgfase) van de veiligheidsketen wordt informatie gegenereerd en geactualiseerd. Deze informatie wordt in Twente opgeslagen in een zogenoemd datawarehouse (Microsoft SQL). Afhankelijk van de behoefte wordt deze informatie tekstueel ontsloten en bijgehouden via Veiligheidsnet of geografisch via de GIS applicatie (Citygis). Op dit moment zijn 80 eerstelijns voertuigen uitgerust met een mobiele dataterminal voor de ontsluiting van de informatie via GIS of veiligheidsnet. Het overgrote deel hiervan zijn brandweervoertuigen. De GIS applicatie wordt ook gebruikt voor geavanceerde navigatie voor de hulpdiensten. Verder hebben alle bij een eventuele crisis betrokken gremia toegang tot de GIS omgeving en Veiligheidsnet. Alle betrokkenen (zowel meldkamer, eenheden en crisiscentra) zijn aangesloten op één GIS systeem. Het totaal aantal gebruikers van veiligheidsnet in Twente is rond de 500. Naast het uitwisselen van actuele (preparatieve) informatie wordt dit platform onder andere ook gebruikt voor bij de procedure decentrale afhandeling, het ontsluiten van GMS incidenten, het bijhouden van ongewenste en onechte meldingen van (brand)meldinstallaties en als ondersteuning van dagdagelijkse werkzaamheden. Noord Oost Gelderland Het crisismanagementsysteem (CCS) dat in Noord Oost Gelderland wordt gebruikt, kent een tekstueel en een geografische deel. Voor het hele systeem geldt dat er onafhankelijk van lijnverbindingen gewerkt kan worden; op het moment dat verbindingen weer operationeel zijn, wordt gesynchroniseerd. Het systeem is netcentrisch: op elke werkplek wordt naar hetzelfde beeld gekeken. Het tekstuele deel kent de volgende functionaliteiten (niet uitputtend): logboek, totaalbeeld, actielijst, organisatielijst en thematisch werken. In het geografische deel wordt het plot getekend. Samen met de diverse onderlagen vormen zij het kaartbeeld. Het crisismanagementsysteem kent ook een 'command' en 'control' functionaliteit. Hiermee kunnen opdrachten worden gegeven aan brandweereenheden en meetploegen ter plaatse. En de voertuigen kunnen worden gevolgd (AVLS). Veiligheidsregio IJsselland Tekstuele informatie wordt uitgewisseld met een webapplicatie op basis van Google site waarin zijn opgenomen een multidisciplinair totaalbeeld en per discipline een logboek, besluiten- en actielijst. De geografische informatie, bestaande uit basis- en themakaarten voor preparatieve en operationele kaartlagen, wordt webbased ontsloten op basis van open uitwisselingsstandaarden en een webapplicatie op basis van ArcGIS Server. Per discipline is afgestemd wie zorg draagt voor het plotten en beheren van de operationele informatie. Daarnaast is een desktopversie beschikbaar voor analyses. 13

14 3 Beschrijving van de gewenste situatie Hoofdstuk 3 beschrijft de gewenste situatie rondom de werking en toepassing van LCMS2.0. Dit hoofdstuk dient als context en dient gezien te worden als illustratie en omschrijving van de gewenste situatie. 3.1 Organisatorisch Het professionaliseren van de informatievoorziening tijdens rampen of crises staat hoog op de agenda van de OOV-sector. Het kost momenteel teveel tijd om betrokken spelers bij een incident goed op de hoogte te stellen. Betrokken functionarissen hebben veelal een verschillend beeld van de actuele situatie. De veiligheidsregio's willen deze informatievoorziening verbeteren. De veiligheidsregio's maken hierbij gebruik van een landelijk ontwikkelde werkwijze, te weten Netcentrisch Werken. Deze werkwijze houdt in dat actoren niet via een hiërarchische lijn, maar via een netwerk informatie delen. Op deze manier heeft iedereen hetzelfde (totaal)beeld van de crisis. Figuur 2: Hiërarchische informatieoverdracht (links) versus Netcentrisch Werken (rechts) Met dit gedeelde netcentrische Totaalbeeld kunnen betrokkenen sneller besluiten nemen en tot actie overgaan. Dit leidt tot een effectieve inzet van manschappen en middelen en het sneller informeren van de burgers. Dit zorgt uiteindelijk voor minder schade, minder slachtoffers en een sneller herstel van de normale situatie. Het invoeren van deze nieuwe werkwijze vraagt van betrokkenen dat ze zich bewust worden van het belang en de waarde van informatie en dat ze in staat zijn die informatie snel en volgens duidelijke afspraken met elkaar te delen. Het vraagt ook dat spelers hun mandaat kennen en weten op welke informatie ze moeten reageren en op welke niet. Een voordeel en opbrengst van Netcentrisch Werken is de tijdswinst door versnelling van de beeldvorming (niet achter de feiten aanlopen). Dit leidt tot sneller kunnen reageren, een versterking van de samenwerking met regio s en kolommen en meer tijd voor oordeelsvorming waardoor een betere en effectievere crisisbesluitvorming optreedt. Een ander voordeel betreft geloofwaardigheid in optreden en communicatie. Onderdelen hiervan zijn pro-actiever opstellen en handelen, sneller en effectiever optreden van de overheid, actuele en tijdige voorlichting en het bevorderen van de zelfredzaamheid van de burgers door betere communicatie. Het invoeren van Netcentrisch Werken in de veiligheidsregio's leidt tot verschillende vormen van verandering: het organiseren van informatiestromen, inrichting van nieuwe rollen en verantwoordelijkheden bij de informatievoorziening en de implementatie van een LCMS. Voor wat betreft het organiseren van informatiestromen (organisatie en processen): Netcentrisch Werken betekent een andere manier van informatie uitwisselen. Er moeten met alle betrokkenen afspraken 14

15 worden gemaakt over o.a. organisatie-inrichting, processen, heldere taken en verantwoordelijkheden en terminologie. De vergadercyclus in crisissituaties wordt hiermee flexibeler in structuur. Besluitvorming wordt natuurlijk wel voorbereid, maar kent een meer dynamische vorm. Dit betekent dat traditionele sequentiële vergaderingen (eerst CoPI dan ROT daarna BT) met een strakke vergaderklok ook op een andere wijze ingericht kunnen worden. Als voorbeeld: Het BT hoeft niet meer te wachten met overleg totdat de resultaten van het ROT-overleg bekend zijn, maar kan tegelijkertijd overleg voeren. De informatiemanager en informatiecoördinatoren in het BT houden de BT-leden (op basis van het LCMS) op de hoogte van nieuwe informatie en scenario s die het ROT ontwikkelt. Er wordt alleen vergaderd als daar reden toe is, namelijk als er nieuwe informatie beschikbaar is, zogenaamd informatiegestuurd i.p.v. klokgestuurd overleg. Deze dynamische besluitvorming maakt het ook mogelijk dat experts (eventueel op afstand) deelnemen aan overleg. Voor wat betreft de inrichting van nieuwe rollen en verantwoordelijkheden bij de informatievoorziening (mensen) wordt verwezen naar de Wet op de Veiligheidsregio's, Het Besluit Veiligheidsregio's en het Referentiekader Regionaal Crisisplan. De Wet op de Veiligheidsregio s geeft aan dat iedere veiligheidsregio de organisatie, de verantwoordelijkheden, de taken en de bevoegdheden inzake de rampenbestrijding en crisisbeheersing moet vastleggen. Het Besluit Veiligheidsregio s geeft aan dat de hoofdstructuur van de rampenbestrijding en crisisbeheersing binnen een regio bestaat uit: een meldkamer; één of meer CoPI (waar onder één coördinerende); één of meer teams bevolkingszorg; een ROT; een GBT; een RBT. Het Referentiekader Regionaal Crisisplan onderscheidt hiernaast nog (monodisciplinaire) stafsecties of actiecentra (waaronder de teams bevolkingszorg ook worden gerekend). De informatie-organisatie bestaat uit: Meldkamer Calamiteiten Coördinator; CoPI Informatiemanager CoPI; Team bevolkingszorg Functionaris belast met Informatiemanagement; ROT Sectie Informatiemanagement. Van de Calamiteiten Coördinator, de Informatiemanager CoPI en de Informatiemanager ROT zijn kwalificatieprofielen vastgelegd. Op hoofdlijnen is aangegeven dat voor de regionale operationele informatie-organisatie de volgende rollen moeten worden ingevuld: Meldkamer - Calamiteiten Coördinator; CoPI - Informatiemanager CoPI en plotter; ROT - Informatiemanager ROT, plotter en verslaglegger (sectie informatiemanagement); BT - Informatiemanager BT. 3.2 Systeem: Landelijk Crisismanagement Systeem versie 2.0 Deze paragraaf beschrijft op hoofdlijnen het LCMS2.0. Voor een nadere detaillering en uitwerking van de gevraagde functionaliteiten van het LCMS2.0 wordt verwezen naar de volgende hoofdstukken in dit document. Op dit moment wordt de eerste versie van het LCMS (LCMS1.0) uitgerold bij een aantal veiligheidsregio's. Hierbij is bruikbare ervaring opgedaan, die gebruikt is als input voor deze aanbesteding. 15

16 In de toekomstige situatie maken alle veiligheidsregio's en de landelijke coördinatiecentra gebruik van één systeem, het LCMS2.0. Dit LCMS2.0 wordt vanuit een landelijke beheerorganisatie ter beschikking gesteld aan alle veiligheidsregio s. Gebruikers zullen vanuit verschillende locaties inloggen, met het doel dat ze over hetzelfde actuele beeld van de situatie beschikken. Het LCMS2.0 wordt zowel gebruikt op vaste werkplekken als ook op mobiele werkplekken (bijvoorbeeld laptops en Mobiele Data terminals (MDT's)). Het LCMS2.0 wordt vormgegeven door één individuele applicatie of door een combinatie van een aantal applicaties. Omdat de gekozen oplossing pas na de aanbesteding bekend zal zijn, wordt in deze notitie gesproken van de 'applicatiesuite'. Figuur 3 beschrijft op hoofdlijnen een samenhang tussen de verschillende functionaliteiten in de applicatiesuite. In deze figuur zijn twee soorten gebruikers getekend. Hiermee wordt weergegeven dat de eindgebruikers de applicatie kunnen benaderen via een webbrowser of via een specifiek ontwikkelde eindgebruikersomgeving. De applicatie zelf vormt de basis van de gebruikersfunctionaliteiten en bestaat ten minste uit de volgende hoofdcomponenten: a) Een tekstuele component waarin gebruikers tekstbijdragen kunnen aanleveren ten behoeve van het tekstdeel van het beeld; b) Een component met een geografisch informatie systeem, waarin kaarten en geografische afbeeldingen ten behoeve van het geografische deel van het beeld worden getoond. Ook kunnen met deze component analyses uitgevoerd worden en gegevens geplot worden; c) Een component waarin gegevens uit de geografische component worden getoond, de zogenaamde grafische viewer en een component waarin gegevens uit het logboek en het tekstuele deel van het beeld worden getoond, de zogenaamde tekstviewer; d) Een component dat zorgt voor het uitwisselen van berichten, opdrachten en besluiten en statusmeldingen; e) Een component met zoekfunctionaliteiten; f) Een component om data op te slaan, te beheren en voor gebruikers te ontsluiten (contentmanagement); g) Een aantal ondersteunende/administratieve componenten voor de uitvoering van gebruikersbeheer en toegangsbeheer, securitymanagement et cetera; De componenten worden geïntegreerd tot één logisch geheel. Daarnaast kent de applicatie de component 'buffer/synchronisatie'. Deze component is aan zowel de zijde van de eindgebruikers als ook aan de applicatie-zijde (zie figuur 3) geplaatst. De component heeft tot taak ervoor te zorgen dat de applicatie doordraait wanneer de netwerk- of internetverbinding wegvalt. Ook heeft deze component de taak dat gegevens gesynchroniseerd worden indien de verbinding weer hersteld is. Met synchronisatie wordt in dit geval bedoeld dat de laatste actuele situatie (gebaseerd op datum en tijd), die ofwel op de server, ofwel in de gebruikersomgeving aanwezig is, gesynchroniseerd wordt. Daarnaast moet deze component er ook zorg voor dragen dat gesynchroniseerd wordt met naburige gebruikers/systemen indien geen verbinding aanwezig is met een centrale functionaliteit. In het LCMS2.0 kunnen verschillende gegevens geherbergd worden. Elke regio heeft de mogelijkheid om documenten, bestanden of kaartlagen op te slaan in het eigen regionale administratieve domein in het LCMS2.0. Deze documenten kunnen ten tijde van een crisis ontsloten worden. Ook ieder incident dat aangemaakt wordt en de gegevens die in het kader van dat incident worden ingevoerd, worden opgeslagen in een incidentendatabase in het regionale administratieve domein. 16

17 Eindgebruikersomgeving (web) Eindgebruikersomgeving Webbrowser HTTPS ontsluiting via een eindgebruikersomgeving buffer/synchronisatie eindgebruikersomgeving webserver buffer/synchronisatie zoek functionaliteit logboek en tekstcomponent preparatieve documenten ontsluiten integratie/business logic messaging & presence samenstellen Totaalbeeld toegangsbeheer plot & analyse functionaliteit gebruikersfunctionaliteitl LCMS2.0 regionale beheerfunctionaliteit LCMS2.0 interne databronnen LCMS2.0 externe databronnen gebruikersbeheerder gebruikersbeheer preparatieve data incidenten configuratie externe databronnen data preparationist beheer preparatieve documenten en kaartmateriaal kaartmateriaal Ontsluiting gegevens in LCMS naar externe systemen gebruikers & gebruikersgroepen GMS connector GPS lokaties mobiele units connector externe kaartenbronnen (WMF/WFS) Figuur 3: applicatie architectuur LCMS2.0 Dit is in figuur 3 weergegeven met de term 'interne bronnen'. Een 'interne databron' is een gegevensopslag binnen het LCMS2.0 systeem, die doorzocht kan worden met een zoekfunctionaliteit. Het LCMS2.0 kan middels webservices de interne bronnen benaderen. Voorbeelden van data in de interne databronnen zijn: Preparatieve data zoals aanvalsplannen, rampenbestrijdingsplannen (documenten die in het kader van planvorming en voorbereiding opgesteld worden) etcetera. Onder de noemer preparatieve data kan ook kaartmateriaal verstaan worden. Elke regio heeft de mogelijkheid om data in de interne bronnen op te slaan. Deze data kan ten tijde van een crisis ontsloten worden. De bronhouder is verantwoordelijk voor de inhoud van de data, de beheerder draagt zorg voor het daadwerkelijke beheer van de data; Incidentengegevens. Elk incident dat aangemaakt wordt en de data die in het kader van dat incident worden ingevoerd, worden opgeslagen in een incidentendatabase; Kaartmateriaal zoals basis- en themakaarten. Het kaartmateriaal is onderdeel van de 'regionale administratieve omgeving' en wordt beheerd door de veiligheidsregio; Gebruikers en gebruikersgroepen. Dit zijn de identiteits- en autorisatiegegevens van alle gebruikers van het LCMS2.0. Deze worden beheerd door een regionale gebruikersbeheerder. Het LCMS2.0 voorziet ook in een aantal koppelingen naar externe bronnen. Dit is in figuur 2 weergegeven middels de rechthoek 'externe databronnen', dit representeert de koppeling. Een externe databron is een locatie buiten LCMS2.0 waar data is opgeslagen. Bij de realisatie hiervan wordt in principe gebruik gemaakt van open standaarden. Als voorbeeld: Vanuit LCMS2.0 wordt met een externe bron gekoppeld, bijvoorbeeld via webservices zoals WMS, WFS. Concreet betekent dit dat vanuit LCMS2.0 toegang verkregen kan worden tot deze data. Naast bovenstaande voorziet het LCMS ook nog in andere koppelingen. Voorbeelden hiervan zijn: Een koppeling naar externe data in kaartenbronnen en kaartlaag-informatie via WMS/WFS-T. Deze koppelingen zijn nodig voor de aanlevering en toegang van kaartmateriaal. Dit betekent bijvoorbeeld dat in de toekomst een koppeling naar de PDOK-motor wordt gemaakt; Een - na de gunning door de Winnende Inschrijver te realiseren - koppeling naar het GMS voor het aanleveren van het startbeeld en het doorgeven van updates van meldkamerbeeld; 17

18 Een koppeling naar de regionale systemen die de actuele coördinaten (latitude/longitude) aanbieden van de locaties van voertuigen van hulpverleningsdiensten. De actuele posities van de beschikbare en aan het incident gekoppelde voertuigen dienen in het LCMS2.0 op de kaart getoond te worden. Hiervoor dient het LCMS2.0 te koppelen met de door de veiligheidsregio s gebruikte AVLS-systemen. Tevens dient het mogelijk te zijn om interne data uit LCMS2.0 te exporteren en te koppelen naar externe systemen. Bijvoorbeeld: het moet mogelijk zijn om gegevens over het incident te exporteren naar een extern systeem. Ook het technisch en applicatief beheer wordt als onderdeel van de aanbesteding in de markt belegd. Het functionele beheer zal door de veiligheidsregio's zelf worden uitgevoerd. Voor een nadere uitwerking van het beheer wordt verwezen naar hoofdstuk Logische en fysieke inrichting van LCMS2.0 Bij het beschrijven van de inrichting van LCMS2.0 wordt onderscheid gemaakt tussen een logische en fysieke inrichting. Beide inrichtingen staan los van elkaar en worden hieronder toegelicht Logische inrichting De logische inrichting is hetgeen de eindgebruikers en de veiligheidsregio s zien van het systeem. De fysieke inrichting geeft aan op welke locaties de servers staan, en via welke netwerken ze communiceren. In beginsel kunnen logische en fysieke inrichting los van elkaar gezien worden. De logische inrichting wordt met name bepaald door de Winnende Inschrijver van Perceel 1 (kortweg de software), de fysieke inrichting wordt met name bepaald door de Winnende Inschrijver van Perceel 2 (kortweg de hosting component). Het LCMS2.0 bestaat uit een centrale component met centrale voorzieningen (een centraal gemanagede en geleverde dienst) en 'regionale administratieve domeinen'. De centrale informatievoorziening en de regionale administratieve domeinen vallen beiden binnen de scope van LCMS2.0. De regionale administratieve domeinen zijn aan de centrale informatievoorziening gekoppeld. De bovenregionale organisaties LCC en NOCC worden gezien als een extra regionaal administratief domein naast de 25 veiligheidsregio's. Dit betekent dat het totaal aantal regionale administratieve domeinen 26 bedraagt. De centrale informatievoorziening stelt centrale faciliteiten (functionaliteiten en materiaal) beschikbaar, die voor alle regio's gelijk zijn. Hier wordt landelijke documentatie opgeslagen, centraal beheerd en beschikbaar gesteld. Voorbeelden van bestanden die hier opgeslagen kunnen worden, zijn kaartmateriaal of landelijk ter beschikking gestelde documenten. De regionale administratieve domeinen huisvesten de regionale componenten van het LCMS2.0. In de regionale administratieve domeinen slaan de regio s eigen documentatie (bijvoorbeeld preparatieve data, documenten of regionale kaarten) op. De administratieve domeinen hebben een eigen gebruikersbeheer en een eigen documentenbeheer, beide zijn een verantwoordelijkheid van de regio. Ook het vullen van het regionale administratieve domein met content is een regionale verantwoordelijkheid. Daarnaast worden vanuit de regionale domeinen de (logische) koppelingen met het regionale AVLS gerealiseerd. De redenen om te kiezen voor een regionale oriëntatie van de logische structuur in de applicatie zijn de volgende: De content (preparatieve data en kaartmateriaal) in het LCMS2.0 kan per regio specifiek zijn; Het gebruikersbeheer wordt op regionaal niveau uitgevoerd; De bestuurlijke verantwoordelijkheden in de crisisbeheersing zijn per veiligheidsregio ingericht. 18

19 Logische inrichting van LCMS2.0 AVLS regio A GMS regio A AVLS regio B GMS regio B AVLS regio C GMS regio C regionale informatiebronnen en koppelingen Veiligheidsregio A Veiligheidsregio B Veiligheidsregio C regionale administratieve domeinen gebruikers kaartmateriaal incident- gebruikers kaartmateriaal incident- gebruikers kaartmateriaal incident- regio A & documenten gegevens regio B & documenten gegevens regio C & documenten gegevens centrale bovenregionale gebruikers bibliotheek van kaartmateriaal gemeenschappelijke preparatieve documenten, templates informatievoorziening andere informatie Externe bronnen bronnen Nota bene: in dit schema zijn omwille van de overzichtelijkheid slechts drie van de 25 veiligheidsregio s ingetekend Figuur 4: de logische inrichting van LCMS2.0 met daarin weergegeven drie veiligheidsregio s (A, B en C) en de relatie met de centrale administratieve omgeving en de regionale informatiebronnen AVLS en GMS. Voor GMS geldt dat het hier gaat om dezelfde versie van de software GMS, die echter per regio is geïmplementeerd. Om bovenstaande toe te lichten wordt de metafoor van de bibliotheek en de boekenkast gebruikt. In deze metafoor is de centrale component de bibliotheek en zijn de regionale administratieve domeinen de boekenkasten. In de bibliotheek worden landelijk ter beschikking gestelde documenten geplaatst. Voorbeelden hiervan zijn regio-overstijgende documenten en kaartmateriaal. Deze documenten worden aan de regionale administratieve domeinen ter beschikking gesteld. Een regio kan naar eigen inzicht haar boekenkast vullen, dit is de verantwoordelijkheid van de regio. De boekenkasten kunnen gevuld worden met documenten uit de centrale voorziening (de bibliotheek) of met documenten die in de eigen regio gemaakt zijn (bijvoorbeeld aanvalsplannen, bereikbaarheidskaarten etcetera) Fysieke inrichting De fysieke inrichting betreft de inrichting van de netwerkinfrastructuur en de feitelijke locatie van de servers, routers en firewalls. Dit is met name voor de technisch beheerder en de beheerder van de infrastructuur relevant. Figuur 5 geeft een beeld van de fysieke inrichting. Deze figuur beschrijft ook de scope afbakening van de domeinen en relatie met de netwerken en systemen in de veiligheidsregio s. Een belangrijk element bij de inrichting van de fysieke infrastructuur is de wijze waarop voorzien wordt in backup en redundancy. De eis rondom de beschikbaarheid (24x7) betekent dat gevraagd wordt een voorstel te doen voor de inrichting van de onderliggende netwerkinfrastructuur en hosting faciliteiten. Hier liggen twee belangrijke afhankelijkheden: 1. De eerste betreft een afhankelijkheid van de datacenters van de Winnende Inschrijver, en de daarin beschikbare redundancy- en backupvoorzieningen. 2. De tweede betreft een afhankelijkheid van de applicatiesoftware, die specifieke Eisen aan de onderliggende infrastructuur kan stellen. 19

20 Figuur 5: Scope LCMS2.0 en samenhang met gebruikersorganisaties en tussenliggende netwerken 3.4 Migratie van de huidige situatie naar toekomstige situatie In de toekomstige situatie zullen alle veiligheidsregio's van LCMS2.0 gebruik gaan maken. Regio's die nu gebruik maken van LCMS1.0 en/of een regionaal CMS (zie hoofdstuk 2), zullen migreren naar LCMS2.0. Afhankelijk van de fase waarin een betreffende regio zich bevindt, zal een ander migratietraject plaatsvinden. De volgende situaties kunnen onderkend worden: 1) Een regio past de netcentrische werkwijze toe en maakt gebruik van LCMS1.0. Deze regio ondergaat een migratietraject naar LCMS2.0. Dit traject wordt door de Winnende Inschrijver, in samenwerking met de regio en onder regievoering van het project Netcentrisch Werken uitgevoerd. 2) Een regio past de netcentrische werkwijze toe en maakt gebruik van een eigen crisis management systeem. Deze regio ondergaat een migratietraject naar LCMS2.0. Dit traject wordt door de Winnende Inschrijver, in samenwerking met de regio en onder regievoering van het project Netcentrisch Werken uitgevoerd. Voor het uitvoeren van het migratietraject zal tussen de Winnende Inschrijver, het project Netcentrisch Werken en de betreffende regio samengewerkt moeten worden. Afhankelijk van de fase waarin de regio verkeert, zal een separaat traject voor een specifieke regio opgesteld en uitgevoerd worden. De daadwerkelijke invulling van het migratietraject wordt in overleg tussen het project Netcentrisch Werken, de betreffende regio en de Winnende Inschrijver uitgewerkt en ingevuld. In ieder geval moeten de Winnende Inschrijver gebruikersopleidingen geven, die nodig zijn om de gebruikers (in de breedste zin) te kunnen laten werken met LCMS

21 4 Gunningprocedure 4.1 Planning van de aanbesteding Begin november 2010 heeft de selectie plaatsgevonden van de Gegadigden voor de twee percelen. Aan alle Gegadigden is door NIFV/Project Netcentrisch Werken tegelijkertijd op 9 november 2010 het bericht verzonden of zij wel of niet geselecteerd zijn. Deze Offerteaanvraag - die voor elke Geselecteerde Gegadigde identiek is - is op 26 november 2010 aan alle Geselecteerde Gegadigden verstuurd. De volgende planning voor het verdere offerte- en gunningtraject wordt voorzien. De data zoals genoemd in het onderstaande schema zijn vanaf 'Beoordeling offertes' indicatief en onder voorbehoud. Aan deze planning kunt u dan ook geen rechten ontlenen. Actie Datum/tijdstip Versturen Offerteaanvraag 26 november 2010 Versturen concept overeenkomsten Week Uiterste inzenddatum vragen over concept overeenkomsten 14 kalenderdagen na verzending 1 e versie concept overeenkomsten, 12.00u Uiterste inzenddatum overige vragen 20 december 2010, 12.00u Uiterste datum waarop antwoorden op vragen 23 december 2010, 17.00u (Nota van Inlichtingen) worden verspreid; Uiterste datum waarop de definitieve overeenkomsten worden verspreid Einddatum voor het inzenden van de Offertes 5 januari 2011, 12.00u Beoordeling Offertes 5 januari 2011 t/m 13 januari 2011 Uitnodigen voor presentatie 13 januari 2011 Presentatie door (beperkt aantal) Geselecteerde 18 en 19 januari 2011 Gegadigden op basis van de beoordeling van de Offertes (geldt alleen voor Perceel 1) Voornemen tot gunning 30 januari 2011 Wachttermijn 15 kalenderdagen vanaf Voornemen tot gunning Gunning 14 februari 2011 Contract ondertekening 28 februari 2011 Publicatie van gunning geplaatste opdracht Binnen 48 kalenderdagen na Gunning Startdatum contract 1 maart De Offerteaanvraag Tegenstrijdigheden Dit document is met grote zorg samengesteld. Indien er desondanks tegenstrijdigheden en/of onvolkomenheden in voorkomen, dient u de NIFV/Project Netcentrisch Werken hiervan vóór de sluiting van de einddatum voor het inzenden van de Offertes schriftelijk of per op de hoogte te stellen. Indien dit document afwijkt van de tekst van de selectiedocumenten, prevaleert deze Offerteaanvraag. Indien naderhand blijkt dat dit document tegenstrijdigheden en/of onvolkomenheden bevat die de Geselecteerde Gegadigde redelijkerwijs had kunnen opmerken en die niet door Geselecteerde Gegadigde zijn opgemerkt, zijn deze voor risico van de Geselecteerde Gegadigde. In geval van onduidelijkheid prevaleert de naar aanleiding van eventuele vragen in de Nota van Inlichtingen gegeven uitleg. Bij gebreke van gestelde vragen prevaleert de interpretatie van dit document door de NIFV/Project Netcentrisch Werken. 21

22 4.2.2 'Of gelijkwaardig' NIFV/Project Netcentrisch Werken wijst er op dat daar waar in dit document in verband met beschrijvingen melding wordt gedaan van een bepaald fabricaat of bepaalde leverancier, een bepaalde herkomst, een bijzondere werkwijze, van een verwijzing naar een merk, een octrooi of een type, een bepaalde oorsprong of een bepaald product, dan deze melding of verwijzing alleen is bedoeld als voorbeeld. De melding of verwijzing dient dan zo gelezen te worden dat deze wordt opgevolgd door de woorden of gelijkwaardig Vertrouwelijkheid De informatie in deze Offerteaanvraag is vertrouwelijk en uitsluitend bedoeld voor deze aanbesteding. De door de Geselecteerde Gegadigde aan te leveren Offerte zal door NIFV/Project Netcentrisch Werken vertrouwelijk worden behandeld Voorbehoud De Aanbestedende dienst behoudt zich, met toestemming van het project Netcentrisch Werken, het recht voor om het gehele aanbestedingstraject of een gedeelte daarvan tijdelijk of definitief te stoppen. Indien er om welke reden dan ook geen gunning of uitstel van gunning plaatsvindt, zal hierdoor geen recht op schadevergoeding voor de Geselecteerde Gegadigde ontstaan. Door het indienen van een Offerte verklaart de Geselecteerde Gegadigde zich akkoord met dit voorbehoud en het daaromtrent gestelde. 4.3 Verzoek om nadere informatie Eventuele vragen over de aanbesteding of de verstrekte documenten, behalve over de conceptovereenkomsten, kunnen tot uiterlijk 20 december 2010, 12:00 uur, alleen per worden gesteld. In het onderwerp van het bericht dient te worden vermeld: Vragen Europese aanbesteding Landelijk Crisis Management Systeem. Vragen over de conceptovereenkomsten kunnen tot uiterlijk 14 kalenderdagen na het versturen van de conceptovereenkomst aan Geselecteerde Gegadigde alleen per worden gesteld. In het onderwerp van het bericht dient te worden vermeld: Vragen conceptovereenkomst Europese aanbesteding Landelijk Crisis Management Systeem. Alle vragen dienen te worden aangeleverd in een gangbaar formaat, leesbaar in het pakket MS Office, in de vorm van een tabel met drie kolommen. De eerste kolom bevat de paragraaf met het onderwerp van de vraag en het paginanummer van het Hoofddocument. Indien de vraag betrekking heeft op een functionaliteit, dient het specifieke nummer van de functionaliteit vermeld te worden. De tweede kolom bevat (een deel van) de tekst uit het Hoofddocument waarop de vraag betrekking heeft. De laatste kolom bevat de feitelijke vraag. Bijvoorbeeld: Paragraaf Tekst Vraag Hoofddoc 3; 3.1 pag 22; Eis Het indienen van een Inschrijving houdt in dat Geselecteerde Gegadigde instemt met alle in deze aanbestedingsprocedure gestelde voorwaarden. Een format voor het indienen van de vragen wordt u separaat met toegestuurd. Dit format dient u te gebruiken bij het indienen van de vragen. NIFV/Project Netcentrisch Werken stelt de geanonimiseerde vragen en bijbehorende antwoorden beschikbaar in een Nota van Inlichtingen. Op straffe van uitsluiting mag/mogen Gegadigde en door deze ingeschakelde Onderaannemers, Combinanten en/of derden, vanaf de datum van publiceren van deze aanbesteding geen contact hebben met medewerkers van het project Netcentrisch Werken over de aanbesteding anders dan via het hierboven vermelde adres. 22

23 4.4 Sluitingsdatum Indiening Offerte De Offerte per Perceel dient uiterlijk op 5 januari 2011 voor 12:00 uur bezorgd te zijn bij: Bezoekadres: NIFV t.a.v. Project Netcentrisch Werken Engelandlaan DZ Zoetermeer Postadres: NIFV t.a.v. Project Netcentrisch Werken Postbus AC Zoetermeer Deze datum en tijdstip van indiening van de Offerte zijn fataal, Offertes die na die tijd binnenkomen worden terzijde gelegd. De Offerte of Offertes (bij twee percelen) dien(t)(en) in een gesloten envelop te worden bezorgd (zending of afgifte) met op de linkerbovenhoek de tekst: - VERTROUWELIJK Offerte aanbesteding Landelijk Crisis Management Systeem Perceel 1 - NIET OPENEN VOOR 12:00 UUR, respectievelijk; - VERTROUWELIJK Offerte aanbesteding Landelijk Crisis Management Systeem Perceel 2 - NIET OPENEN VOOR 12:00 UUR Indien de Offerte(s) door de Geselecteerde Gegadigde wordt afgegeven, dient dit te gebeuren bij een contactpersoon van het project Netcentrisch Werken op het hierboven genoemde bezoekadres. De Geselecteerde Gegadigde dient zelf voor het ontvangstbewijs te zorgen en er op toe te zien dat de contactpersoon hierop de tijd en datum invult waarop de Offerte(s) bij de Aanbestedende dienst is aangeboden. Het te hanteren ontvangstbewijs is beschikbaar gesteld in de Formulierenset. Indien de Offerte(s) per post word(t)(en) verzonden dient dit aangetekend te gebeuren. Per fax of ingediende Offertes worden niet geaccepteerd. Het risico van vertraging is geheel voor rekening van Geselecteerde Gegadigde. Tevens dient u rekening te houden met de volgende zaken: Per of per fax ingediende Offertes worden niet geaccepteerd; Met strafport bezwaarde Offertes worden geweigerd; Gegadigde draagt zelf het risico van vertraging tijdens de (post)verzending en/of door onjuiste c.q. onvolledige adressering; Indien op genoemde datum/tijdstip geen Offerte is ontvangen, wordt aangenomen dat de betreffende aanbieder geen Offerte wenst in te dienen; Offertes die na de genoemde datum/tijdstip worden ingediend, worden niet meer behandeld en zijn uitgesloten van het verdere verloop van de aanbesteding. De opening van de Offertes is niet openbaar. 4.5 Vorm en Inhoud Offerte U dient (indien daartoe uitgenodigd) per Perceel een Offerte in. De Offerte dient te zijn ondertekend door een daartoe bevoegde functionaris van Geselecteerde Gegadigde. De Offerte wordt in drievoud ingediend, waarvan één exemplaar losbladig in een ringband. Het losbladige exemplaar dient als kopieerbaar exemplaar en dient daarom te worden aangeleverd zonder tabbladen of andere niet kopieerbare tussenvoegsels en documenten. Tevens voegt u uw Offerte digitaal toe op een usb stick (MS Office 2000 of hoger, Word- of Excel bestand of PDF-bestand. Geen.docx voor Word of.xlsx voor Excel). U dient de volgende indeling aan te houden: 23

24 Tab nr. Omschrijving Vooraan Aanbiedingssbrief Tab 1 hoofdstuk 6, applicatieve dienstverlening Tab 2 hoofdstuk 7, technische dienstverlening Tab 3 hoofdstuk 8, beveiliging Tab 4 hoofdstuk 9, beheer Tab 5 hoofdstuk 10, opleidingen Tab 6 hoofdstuk 11, acceptatie en implementatie Tab 7 Instemming conceptovereenkomst perceel 1 Tab 8 Instemming conceptovereenkomst perceel 2 Usb-stick met de digitale versie van de Offerte (MS Office 2000 of hoger, Word-, Excelbestand of PDF-bestand) Indien de digitale versie van de Inschrijving afwijkt van de papieren losbladige versie, beschouwt de Aanbestedende dienst de papieren losbladige versie als leidend. 4.6 Presentaties De Geselecteerde Gegadigden voor Perceel 1 (Applicatieve dienstverlening) die na de inhoudelijke beoordeling van de Offertes voor Perceel 1 (d.w.z. de beoordeling van deze Offertes op basis van de documenten behorende bij tabblad 1 t/m 8) nog in aanmerking komen voor het winnen van de aanbestedingsprocedure voor Perceel 1 worden uitgenodigd om een presentatie van hun aanbieding te geven. Hiervoor krijgt een Geselecteerde Gegadigde een scenario aangeboden. In de presentatie presenteren de Geselecteerde Gegadigden de in hun Offerte aangeboden oplossing. 4.7 Wijze van beoordelen De behandeling en beoordeling van de Offertes vindt als volgt plaats: Opening van de Offertes; Controle van de Offertes op volledigheid en tijdigheid; Toetsing inachtneming procedurele voorschriften; Toetsing van de Offertes aan de Knock out Criteria; Beoordeling van de Offertes aan de hand van de overige gewenste functionaliteit; Beoordeling van presentaties; Eindbeoordeling. In hoofdstuk 5 wordt inhoudelijk ingegaan op de wijze van beoordeling en de gunningscriteria. 4.8 Voornemen tot Gunning Nadat de Aanbestedende dienst de definitieve rangorde heeft vastgesteld, ontvangen de afgewezen Geselecteerde Gegadigden een Bericht van Afwijzing en de Geselecteerde Gegadigde(n) die gewonnen heeft (hebben) een Bericht van Winnende Offerte. 4.9 Wachttermijn 15 dagen (Alcatel-termijn) Na ontvangst van het Bericht van Afwijzing worden de betreffende Gegadigden, indien gewenst en op hun verzoek, binnen de Alcatel-termijn uitgenodigd voor een aanvullende mondelinge toelichting Contractering Indien afgewezen Gegadigden binnen Alcatel-termijn na Bericht van Afwijzing geen kort geding aanhangig hebben gemaakt, zal worden overgegaan tot het sluiten van de Overeenkomst met de Geselecteerde Gegadigde(n) die gewonnen heeft (hebben). Uiterlijk 48 kalenderdagen daarna zal de publicatie van gunning worden geplaatst. 24

25 4.11 Aanvullende informatie De Aanbestedende dienst heeft te allen tijde het recht maar is daartoe niet verplicht om Geselecteerde Gegadigden om verduidelijking en/of aanvulling van ontbrekende gegevens te vragen en de door Geselecteerde Gegadigde verstrekte informatie te controleren. Indien de verstrekte informatie en/of gegevens geheel of gedeeltelijk onvolledig of onjuist zijn, kan de Aanbestedende dienst de Geselecteerde Gegadigde uitsluiten van verdere deelname aan de procedure. Indien een Geselecteerde Gegadigde van mening is dat hij om redenen die buiten zijn invloedssfeer liggen niet kan voldoen aan de eis de gevraagde informatie en/of bewijsstukken volledig over te leggen, dient hij de reden daarvan bij zijn Offerte deugdelijk gemotiveerd mee te delen. Afhankelijk van de deugdelijkheid van de motivering beslist de Aanbestedende dienst over het al of niet ter zijde leggen van de Offerte Overige punten Onvoorwaardelijke inschrijving Door middel van het indienen van een Offerte geeft de Geselecteerde Gegadigde aan in te stemmen met de gevolgde aanbestedingsprocedure, de uitgangspunten bij inschrijving en de voorwaarden zoals expliciet in dit document inclusief bijlagen opgenomen. Het onder voorwaarden en/of voorbehoud aanbieden van een Offerte zal worden opgevat als het ontbreken van instemming met het in deze Offerteaanvraag gestelde en maakt de Offerte ongeldig Afzien van deelname Indien de Geselecteerde Gegadigde na kennisneming van deze Offerteaanvraag besluit geen inschrijving(en) in te dienen, dan wordt u verzocht dit zo spoedig mogelijk, doch in ieder geval vóór de sluitingsdatum te melden op het in paragraaf 4.3. vermelde adres Taal De Offerte dient in de Nederlandse taal te zijn gesteld. Alle overige informatie die door de Geselecteerde Gegadigde wordt verstrekt bij de Offerte, dient bij voorkeur in de Nederlandse taal te worden gesteld en anders in de Engelse taal Geldigheidsduur De Offerte van de Geselecteerde Gegadigde dient een minimale geldigheidsduur te hebben van 90 dagen, vanaf het moment van indiening. Gedurende deze periode heeft de Offerte het karakter van een onherroepelijk aanbod Verificatie Geselecteerde Gegadigde verplicht zich alleen juiste informatie te verstrekken met betrekking tot alle informatie die in deze Offerte wordt gevraagd. Voor alle onderwerpen geldt dat NIFV/Project Netcentrisch Werken zich het recht voorbehoudt om de door Geselecteerde Gegadigden gegeven informatie te verifiëren Aanvullingen en verduidelijkingen Aanvullingen die worden verstrekt door Geselecteerde Gegadigden na het moment van indienen van de Offerte worden niet geaccepteerd tenzij nadrukkelijk door de Aanbestedende dienst is verzocht om een aanvulling. De Aanbestedende dienst behoudt zich het recht voor om aanvullende informatie of verduidelijkingen met betrekking tot de ingediende Offerte op te vragen voor zover het aanbestedingsrecht dat toelaat. De Geselecteerde Gegadigde wordt geacht bereid en in staat te zijn om op vragen met betrekking tot zijn Offerte binnen 48 uur antwoord te geven. 25

26 Kosten aanbieden Offerte Geselecteerd Gegadigde is niet gerechtigd om kosten in rekening te brengen aan de Aanbestedende dienst voor het uitbrengen van een Offerte en de daarvoor uit te voeren werkzaamheden en te verstrekken materialen Eigendom van de informatie Alle door de Geselecteerde Gegadigde als onderdeel van de Offerte aangeboden informatie en documenten worden eigendom van de Aanbestedende dienst. Verzoeken om retourzending zullen niet gehonoreerd worden Rechten Geselecteerd gegadigde kan op geen enkele manier rechten ontlenen aan het beantwoorden van deze Offerteaanvraag Concept Overeenkomst Bijgevoegd in de Bijlagen A en B treft u het concept aan van de overeenkomsten voor respectievelijk perceel 1 en perceel 2. Eventuele opmerkingen op de concept overeenkomsten kunnen kenbaar worden gemaakt in de vragenprocedure zoals beschreven in paragraaf 4.3. Opmerkingen die betrekking hebben op het willen aanpassen van de in deze Offerte genoemde Knock-out criteria, die samenhangen met de in deze Offerte gevraagde functionele en technische specificaties zullen terzijde worden gelegd. NIFV/Netcentrisch Werken zal de opmerkingen beoordelen en, indien zij dit redelijk acht, verwerken in de definitieve versie van de Overeenkomst(en). Aanpassingen zullen niet leiden tot voor (een) andere Geselecteerde Gegadigde(n) nadeliger bepalingen. De definitieve versie van de Overeenkomst(en) wordt meegestuurd met de laatste Nota van Inlichtingen. Deze versies zijn de Geselecteerde Gegadigden verplicht onvoorwaardelijk te accepteren (zie paragraaf ) Instemming Het indienen van een Offerte houdt in dat de Geselecteerd Gegadigde instemt met alle voorwaarden voor deze aanbestedingsprocedure, de Offerteaanvraag en de definitieve overeenkomsten (zie paragraaf ). 26

27 5 Gunningcriteria en wijze van beoordelen Dit hoofdstuk beschrijft de gunningcriteria en de wijze van beoordelen. 5.1 Beoordeling van het aanbod van Geselecteerde Gegadigden Voor de beoordeling van de Offertes zal het volgende beoordelingsproces worden uitgevoerd. Deze beoordeling vindt plaats per perceel en bestaat uit de volgende stappen: Offertes van de Geselecteerde Gegadigde(n) worden als eerste beoordeeld aan de hand van de Knock-out criteria. Deze toetsing wordt uitgevoerd door de leden van het projectteam Doorontwikkeling. Offertes die niet aan de Knock-Out criteria voldoen worden terzijde gelegd. Ook Offertes die betrekking hebben op slechts een gedeelte van een Perceel worden terzijde gelegd; Vervolgens worden de offertes beoordeeld en worden op basis van de beantwoording en toelichtingen die de Geselecteerde Gegadigde heeft ingediend punten aan de Offertes toegekend. De 10 deelnemers van de klankbordgroep LCMS (gebruikersvertegenwoordiging vanuit de veiligheidsregio s en NCC/LOCC) vullen de scores in voor Perceel 1 (hoofdstuk 6 en 8 t/m 11). De scores worden individueel ingevuld en de totaalscores worden gemiddeld. Een team van 4 experts vult de scores in voor Perceel 2 (hoofdstuk 7 en 8 t/m 11). Ook deze scores worden individueel ingevuld en de totaalscores worden gemiddeld. De leden van de projectgroep Doorontwikkeling toetsen of invulling van de scores op de juiste wijze heeft plaatsgevonden. Tot slot wordt aan een aantal Geselecteerde Gegadigde(n) voor Perceel 1 gevraagd een presentatie te geven op basis van hun aanbieding. Ook deze presentatie wordt met punten beoordeeld. Voor deze presentatie worden enkel die Geselecteerde Gegadigde(n) uitgenodigd die op basis van het puntentotaal van de beoordeling zoals beschreven in het vorige punt nog kans maken om de aanbesteding voor Perceel 1 te winnen. De presentatie voor Perceel 1 wordt beoordeeld door de stuurgroep Netcentrisch Werken en de klankbordgroep LCMS. De score hier wordt unaniem bepaald (eensluidend oordeel) en vastgesteld door de Voorzitter van de stuurgroep. Het uiteindelijke eindoordeel van de aanbesteding wordt per perceel gevormd door: Voor Perceel 1: De toets van de Knock-Out criteria, het al dan niet voldoen aan de gestelde eisen, de ingevulde toelichtingen bij de eisen en de beoordeling van de presentatie; Voor Perceel 2: De toets van de Knock-Out criteria, het al dan niet voldoen aan de gestelde eisen en de ingevulde toelichtingen bij de eisen. Indien het verschil in scores voor Perceel 2 tussen de hoogst scorende partij en de daarop volgenden minder dan 1000 punten bedraagt, behoudt NIFV/Netcentrisch Werken zich het recht voor om beide percelen te gunnen aan de Winnende Inschrijver van Perceel 1 indien deze Winnende Inschrijver heeft ingeschreven op beide percelen en binnen deze marge van 1000 punten valt. 5.2 'Economisch meest voordelige aanbieding' Beoordeling en daarop volgende gunning vindt per perceel plaats op basis van het gunningcriterium 'de economisch meest voordelige aanbieding'. Dit gunningcriterium is onderverdeeld in de subcriteria Kwaliteit en Prijs, waarbij voor het totaal van beide percelen Kwaliteit een gewicht van 80% heeft en Prijs een gewicht van 20% heeft. 5.3 Presentatie voor Perceel 1 De presentatie voor Perceel 1 (Applicatieve dienstverlening) zal worden beoordeeld op de volgende aspecten: De mate waarin de getoonde applicatiesuite als gebruikersvriendelijk wordt beoordeeld; In welke mate invulling is gegeven aan het uitvoeren van het opgegeven scenario; De wijze van presenteren, de structuur van de presentatie en de mate waarin bevredigende antwoorden worden gegeven op tijdens de presentatie gestelde vragen. 27

28 In totaal zijn met de presentatie 5000 punten te behalen. Beoordeling vindt plaats via een rapportcijfer (zie schaalverdeling in paragraaf 5.4), dat vermenigvuldigd wordt met de wegingsfactor Beoordeling Knock-out criteria en eisen In deze Offerteaanvraag zijn Knock-out criteria en overige eisen die aan de Applicatieve en Technische dienstverlening worden gesteld opgenomen. Deze staan voor Perceel 1 uitgeschreven in hoofdstuk 6 en voor Perceel 2 in hoofdstuk 7. In de hoofdstukken 8, 9, 10 en 11 zijn Knock-out criteria en gestelde eisen rondom beveiliging, beheer, opleidingen en implementatie beschreven. Deze gelden deels voor 1 van beide percelen en deels voor beide percelen. De Knock-out criteria beschrijven de essentiële onderdelen van LCMS2.0, deze onderdelen moeten deel uitmaken van het LCMS2.0. Als de Geselecteerde Gegadigde niet akkoord gaat met de Knock-out criteria of hieraan niet voldoet, is dit een reden om de betreffende Offerte direct af te wijzen en de Geselecteerde Gegadigde van verdere deelname aan het aanbestedingstraject uit te sluiten. Voor de overige eisen, die voor het overgrote deel betrekking hebben op het aspect Kwaliteit, kan de Geselecteerde Gegadigde per eis een aantal punten krijgen. Punten worden toebedeeld aan de hand van de mate waarin de Geselecteerde Gegadigde in de toelichting aangeeft direct op de gewenste wijze, dan wel indirect op een andere wijze, te kunnen voorzien in het gevraagde in de eis. Voor de toekenning van de punten wordt de volgende schaalverdeling gehanteerd: 10 =uitmuntend, 9=zeer goed, 8=goed, 7=ruim voldoende, 6=voldoende, 5=twijfelachtig, 4= onvoldoende, 3=ruim onvoldoende, 2= slecht, 1=zeer slecht, 0=niet. Vervolgens wordt met een wegingsfactor aangegeven hoe deze score doorberekend wordt in de totaalscore op de Offerte. Een wegingsfactor van 50 betekent dat een toekenning van 10 punten (uitmuntend) resulteert in een puntentotaal van 50 (wegingsfactor) * 10 (uitmuntend) = 500 punten. Indien geen toelichting wordt gevraagd op een eis en de Geselecteerde Gegadigde geeft aan aan deze eis te voldoen, krijgt de Geselecteerde Gegadigde het aantal punten zoals aangegeven bij de betreffende eis toegekend. Indien de Geselecteerde Gegadigde aangeeft niet aan deze eis te kunnen voldoen, dient de Geselecteerde Gegadigde alsnog een toelichting te geven. De beoordeling geschiedt dan zoals hierboven beschreven. Ten aanzien van de gevraagde functionaliteit geldt specifiek om 'cherry picking' te voorkomen dat de Geselecteerde Gegadigde minimaal aan 70% van de gevraagde functionaliteiten dient te voldoen. Dit is een Knock-out criterium. In concreto: in totaal wordt 258 maal (exclusief Knock Out criteria) om specifieke functionaliteit gevraagd; in minimaal 181 stuks gevraagde functionaliteit dient de Geselecteerde Gegadigde onverkort te voorzien. Indien het minder dan 181 stuks betreft, is dit een reden om de betreffende Offerte direct af te wijzen en de Geselecteerde Gegadigde van verdere deelname aan het aanbestedingstraject uit te sluiten. Indien in meer dan 181 stuks van de gevraagde functionaliteit wordt voorzien, worden op de betreffende aspecten punten gescoord. Bovenstaande geldt voor alle gevraagde functionaliteiten (exclusief Knock Out criteria) in de hoofdstukken 6, 7, 8, 9, De Geselecteerde Gegadigde dient aan minimaal 70% van het aantal eisen in de hoofdstukken 6, 7, 8, 9, 10 en 11 te voldoen, niet zijnde de eisen die als knock out zijn benoemd en 11. Max. punten 3 Dit geldt als op beide percelen is ingeschreven. In het geval alleen is ingeschreven op Perceel 1 geldt dit voor alle eisen uit Hoofdstuk 6 en alle relevante eisen uit hoofdstuk 8, 9, 10 en 11. In het geval alleen is ingeschreven op Perceel 2 geldt dit voor alle eisen uit Hoofdstuk 7 en alle relevante eisen uit hoofdstuk 8, 9, 10 en

29 5.5 Beoordeling Prijsaspect Ten aanzien van het aspect Prijs geldt als indicatie 2 miljoen incl. BTW op jaarbasis ( incl. BTW voor perceel 1 en incl. BTW voor perceel 2). Deze bedragen gelden als richtlijnen. Hierbij geldt overigens dat de kosten voor het geven van opleidingen geen onderdeel uitmaken van de genoemde richtbedragen. De beoordeling van het door de Geselecteerde Gegadigde(n) ingediende prijsoverzicht zal plaatsvinden aan de hand van de genoemde richtbedragen per perceel en aan de hand van de verschillen tussen de opgegeven tarieven voor opleidingen en aanvullende diensten. Indien een Geselecteerde Gegadigde uitkomt op het richtbedrag voor de gevraagde dienstverlening (zie vorige alinea) ontvangt deze per perceel 3400 punten. Indien de Geselecteerde Gegadigde uitkomt boven de genoemde richtbedragen, zal puntenaftrek plaatsvinden die gerelateerd is aan de omvang van de overschrijding van het richtbedrag (zie tabel hieronder). Een overschrijding van meer dan 10% van de richtbedragen wordt als een Knock-out criterium gehanteerd. Indien de Geselecteerde Gegadigde onder het richtbedrag aanbiedt, zullen bonuspunten worden toegekend, gerelateerd aan de mate waarin onder het richtbedrag wordt De Geselecteerde Gegadigde biedt in haar offerte op het aspect Prijs een richtbedrag aan per perceel dat blijft binnen de marges van een maximale overschrijding van 10% op het richtbedrag per perceel. aangeboden (zie tabel hieronder). Max. punten Wat betreft de kosten voor opleidingen (opleidingen tijdens implementatiefase (aspect 1) en reguliere opleidingen na de implementatiefase (aspect 2)) en het gemiddeld uurtarief voor aanvullende diensten geldt per aspect dat de Geselecteerde Gegadigde die de laagste kosten berekent het maximaal aantal te behalen punten krijgt (200 per aspect per perceel). De eerstvolgende met de op 1 na laagste kosten krijgt 150 punten, vervolgens 100 punten, vervolgens 50 punten en vervolgens geen punten. Betreft Perceel 1: Offerte conform richtbedrag ( ) Max. aantal punten 4400 Indien >10% boven richtbedrag volgt uitsluiting ( criterium). Per boven richtbedrag geldt aftrek van 425 punten. Per onder richtbedrag geldt bonus van 100 punten met een maximum van 1000 punten. Perceel 1: Opleidingen 400 Per aspect: laagste kosten 200, 1-na-laagste kosten 150, 2- na-laagste kosten 100, 3-na-laagste kosten 50, overige 0 punten Perceel 1: Aanvullende dienstverlening 200 Laagste tarief 200, verder conform opleidingen. Perceel 2: Offerte conform richtbedrag ( ) 4400 Indien >10% boven richtbedrag volgt uitsluiting ( criterium). Per boven richtbedrag geldt aftrek van 280 punten. Per onder richtbedrag geldt bonus van 100 punten met een maximum van 1000 punten.. Perceel 2: Opleidingen 400 Per aspect: laagste kosten 200, 1-na-laagste kosten 150, 2- na-laagste kosten 100, 3-na-laagste kosten 50, overige 0 punten Perceel 2: Aanvullende 200 Laagste tarief 200, verder conform opleidingen. dienstverlening Totaal In paragraaf 5.8. wordt een volledig overzicht gegeven van het totaal aantal maximaal te verdienen punten, uitgesplitst naar Kwaliteit en Prijs. 29

30 5.6 Gebruikte notatie In de hoofdstukken 6 t/m 11 treft u, in tabelvorm, de uitgeschreven Knock-out Criteria en gevraagde eisen aan, ingedeeld naar de verschillende onderwerpen. In de kolommen is - van links naar rechts - achtereenvolgens beschreven: Unieke nummer van de betreffende eis; Kolom 'Omschrijving'. Dit betreft de inhoudelijke beschrijving van de eis (bijvoorbeeld een beschrijving van een functionaliteit); Kolom 'Voldaan?'. Met een Ja, danwel een Nee, geeft u aan of u aan het betreffende Knock Out criterium of gevraagde eis kunt voldoen, waarbij de opmerkingen gelden zoals omschreven in paragraaf 5.4. Indien hier geen toelichting wordt gevraagd krijgt de Geselecteerde Gegadigde bij invulling van Ja het aantal punten zoals vermeld in de laatste kolom; Kolom ' '. Met een Ja, danwel een Nee, is aangegeven of u al dan niet een toelichting dient te geven. Deze toelichting dient gegeven te worden in de Formulierenset. Indien een toelichting moet worden gegeven wordt gescoord conform het beschrevene in paragraaf 5.4 (puntenscore op schaal 1 t/m 10 maal wegingsfactor, de laatste kolom geeft in dit geval de wegingsfactor aan); Kolom 'WF/ P / '. Hierin wordt aangegeven of een eis een Knock-out eis is (), of een eis een puntenaantal (P) krijgt toegekend (indien dit het geval is, staat in de kolom 'toelichting' een 'Nee') of een wegingsfactor (WF). Dit laatste geldt voor eisen waar een toelichting voor wordt gevraagd. 5.7 Wanneer een toelichting vereist is Bij gestelde eisen wordt de Geselecteerde Gegadigde in een aantal gevallen gevraagd om een toelichting te geven. In deze gevallen is een toelichting vereist. De toelichting dient to-thepoint te zijn en mag per gestelde eis maximaal 0,5 pagina A4 (lettertype 10pt) omvatten, tenzij anders gesteld bij de gestelde eis. Indien een Geselecteerde Gegadigde aangeeft dat hij aan de gestelde eis voldoet maar hij verzuimt de gevraagde toelichting daarop te geven, is niet voldaan door de Geselecteerde Gegadigde aan de gestelde eis en zullen voor deze eis geen punten worden toegekend. In een aantal gevallen wordt gespecificeerd waaraan een toelichting moet voldoen. Aangegeven is bijvoorbeeld welke elementen in de toelichting aan de orde dienen te komen, of welke omvang de toelichting maximaal mag hebben (in afwijking van de in de vorige alinea omschreven omvang). Daarnaast geldt expliciet dat de Geselecteerde Gegadigde altijd, ongeacht of daarom wordt gevraagd of niet, een toelichting geeft wanneer hij in eerste instantie niet aan een gestelde eis kan voldoen. Hij dient dan aan te geven welke inspanningen benodigd zijn om wel aan de betreffende eis te kunnen voldoen of welke work-around kan worden gebruikt om alsnog invulling te geven aan de gestelde eis In dit geval wordt het puntenaantal dat wordt gescoord op deze eis bepaald door de beoordeling van de te leveren inspanning of te gebruiken work-around. 5.8 Totaal aantal te behalen punten In de onderstaande tabel wordt samengevat weergegeven hoeveel punten een Geselecteerde Gegadigde maximaal kan behalen bij de beoordeling van zijn Offerte(s), waarbij de weging van Kwaliteit versus Prijs over beide percelen, zoals eerder aangegeven, 80% vs 20% is. Daar waar een eis voor beide percelen geldt is per perceel de helft van het maximaal te behalen punten te verkrijgen. Perceel 1 Onderdeel Maximaal aantal te behalen Beoordelingsaspect punten Hoofdstuk Kwaliteit Hoofdstuk Prijs Hoofdstuk 8 (beveiliging) Kwaliteit Hoofdstuk 9 (beheer) 405 Kwaliteit Hoofdstuk 10 (opleidingen) 250 Kwaliteit 30

31 Onderdeel Maximaal aantal te behalen Beoordelingsaspect punten Hoofdstuk 11 (acceptatie en implementatie) 250 Kwaliteit Presentatie (beoordeling perceel 1) Kwaliteit Perceel 2 Onderdeel Maximaal aantal te behalen Beoordelingsaspect punten Hoofdstuk Kwaliteit Hoofdstuk Prijs Hoofdstuk 8 (beveiliging) Kwaliteit Hoofdstuk 9 (beheer) Kwaliteit Hoofdstuk 10 (opleidingen) 150 Kwaliteit Hoofdstuk 11 (acceptatie en implementatie) 250 Kwaliteit 31

32 6 Applicatieve dienstverlening LCMS Hoofdstuk 6 beschrijft de functionaliteiten voor het applicatieve deel (perceel 1) van de aanbesteding LCMS2.0. Paragraaf 6.1 beschrijft de algemene onderwerpen zoals procedurele zaken en generieke functionaliteiten. In de daarop volgende paragrafen worden de functionaliteiten en eisen per component nader uitgewerkt. Indien in paragrafen een toelichting op een eis gevraagd wordt, dient de Geselecteerde Gegadigde aan te geven in welke mate de aangeboden Applicatieve dienstverlening aan de eis voldoet. Het toekennen van het puntenaantal gebeurt op de wijze zoals beschreven in paragraaf 5.4 (schaalverdeling 1-10 maal wegingsfactor). Het LCMS2.0 moet ten minste voorzien in de volgende hoofdcomponenten: a) Een tekstuele component waarin gebruikers tekstbijdragen kunnen aanleveren ten behoeve van het tekstdeel van het beeld; b) Een component met een geografisch informatie systeem, waarin kaarten en geografische afbeeldingen ten behoeve van het geografische deel van het beeld worden getoond. Ook kunnen met deze component analyses uitgevoerd worden en gegevens geplot worden; c) Een component waarin gegevens uit de geografische component worden getoond, de zogenaamde grafische viewer en een component waarin gegevens uit het logboek en het tekstuele deel van het beeld worden getoond, de zogenaamde tekstviewer; d) Een component dat zorgt voor het uitwisselen van berichten, opdrachten en besluiten en statusmeldingen; e) Een component met zoekfunctionaliteiten; f) Een component om data op te slaan, te beheren en voor gebruikers te ontsluiten (contentmanagement); g) Een aantal ondersteunende/administratieve componenten voor de uitvoering van gebruikersbeheer en toegangsbeheer, securitymanagement et cetera; Naast bovenstaande functionaliteiten is een aantal algemene functionaliteiten, functionaliteiten omtrent het koppelen met externe bronnen en netwerken en het geven van training benoemd. Voor een nadere detaillering van de gevraagde functionaliteiten wordt verwezen naar de volgende paragrafen. 6.1 Algemeen procedureel Deze paragraaf beschrijft de generieke elementen, die niet direct aan één specifieke component gekoppeld kunnen worden De Geselecteerde Gegadigde dient zijn crisismanagement systeem te beschrijven in maximaal 8 pagina's A4, inclusief afbeeldingen (lettertype 10pt). De Geselecteerde Gegadigde besteedt in deze beschrijving in ieder geval specifiek aandacht aan de mate waarin de volgende componenten onderdeel uitmaken van de voorgestelde oplossing: Type oplossing en voorgestelde software; Onderbouwing van de keuze voor deze oplossing; Technische architectuur; De eventuele single-points-of-failure in de architectuur; Systeembeschrijving; De manier waarop de redundantie tot stand komt; De manier waarop geborgd wordt dat ook bij zware belasting het systeem snel blijft reageren; De manier waarop geborgd wordt dat in geval van een 32

33 calamiteit het systeem blijft functioneren; De manier waarop geborgd wordt dat de applicatie van de eindgebruiker doordraait wanneer de netwerkverbinding (tijdelijk) wegvalt; De gewenste systeemvereisten voor de LCMS2.0 eindgebruikersomgeving; Beheer en rapportage middelen; Optioneel of additioneel af te nemen functionaliteit; Voor- en nadelen van deze oplossing; Roadmap van de oplossing voor de komende jaren; Randvoorwaarden aan het functioneren van de geboden oplossing, bijvoorbeeld op het vlak van verbindingen, koppelvlakken et cetera; Beveiliging Geselecteerde Gegadigde dient één aanspreekpunt te bieden voor de complete scope van dit Perceel van de aanbesteding gedurende de looptijd van de overeenkomst. 6.2 Generieke functionaliteiten Deze paragraaf beschrijft de generieke functionaliteiten en eisen van het LCMS2.0. Algemeen Het LCMS moet de mogelijkheid bieden om het tekstgedeelte en het geografische deel via een webapplicatie (viewer) te kunnen tonen Het moet mogelijk zijn om binnen het LCMS2.0 meerdere operationele incidenten tegelijkertijd af te handelen en parallel te laten draaien Het LCMS2.0 dient te beschikken over een logging functionaliteit. Deze functionaliteit houdt bij wie (welke gebruiker), wat (bv welke actie of besluit), wanneer (op welk moment) heeft verricht. Met deze resultaten van deze functionaliteit moet het mogelijk zijn de uitgevoerde handeling terug te herleiden naar een persoon, een datum en tijd. Tevens dient er een voorziening te zijn om de integriteit van de gegevens in het logboek te borgen Het crisismanagement systeem dient gebaseerd te zijn op bewezen technologie. Bij de realisatie van LCMS2.0 dient zoveel mogelijk gebruik te worden gemaakt van reeds ontwikkelde en in gebruik zijnde functionaliteiten. Het gaat hierbij om componenten die eerder als geheel hebben gefunctioneerd. Componenten die zich wel 'losstaand' bewezen hebben, maar nooit eerder als 1 systeem hebben gewerkt, tellen niet mee Het LCMS2.0 dient ingezet te kunnen worden op apparatuur die gebruik maakt van een (multi-)touchscreen Het crisismanagementsysteem dient zoveel mogelijk gebruik te maken van open standaarden en open source software. De Geselecteerde Gegadigde dient aan te geven voor welke functionaliteit gebruik wordt gemaakt van open source en/of open standaarden, en aan te geven waarom in voorkomende gevallen niet voor open source of open standaarden is gekozen 4. Ja WF

34 6.2.7 Het LCMS2.0 moet gebruikersvriendelijk zijn. Dit wordt onder andere beoordeeld op basis van de mate waarin de applicatie invulling geeft aan de volgende items: Een herkenbare gebruikersinterface, vergelijkbaar met applicaties waar gebruikers dagelijks mee werken, zoals kantoorautomatisering, en eenvoudige GIS-applicaties; Gebruik maken van in de markt gangbare keybord shortcuts voor het wijzigen en bewerken (opslaan, kopiëren, knippen, plakken), navigeren (binnen vensters en tussen vensters); Gebruik van de in de markt gangbare 'rechtermuisknopmenu's'; Overzichtelijke gebruikersinterface. Dit betekent dat elementen die bij een crisis essentieel zijn, snel en goed herkenbaar moeten zijn; Efficiënte gebruikersinterface: handelingen zijn met een minimaal aantal muisklikken uit te voeren Het LCMS2.0 dient de functionaliteit te bieden om gekopieerde informatie (bv afkomstig uit een andere applicatie) in LCMS te kunnen plakken. Het LCMS dient de functionaliteit te bieden om informatie uit LCMS2.0 te kopiëren in een andere applicatie te kunnen plakken Extra punten kunnen verkregen worden indien het LCMS2.0 beschikt over een mogelijkheid om de in beschreven gegevens ( de gelogde gegevens) realtime te ontsluiten Het moet mogelijk zijn om bestanden vanuit buiten LCMS2.0 te kunnen uploaden in het LCMS2.0. Als voorbeeld: het moet mogelijk zijn om bestanden die lokaal opgeslagen zijn, te kunnen importeren in het LCMS In het LCMS dient een module beschikbaar te zijn aan hand waarvan ingelogde gebruikers met elkaar kunnen chatten De applicatiesuite dient te beschikken over een printmogelijkheid. Printen (leesbaar) moet mogelijk zijn De opgeslagen en bewaarde beelden (de plot) en bijbehorende tekst dienen eenvoudig teruggevonden kunnen worden en leesbaar getoond en geprint kunnen worden Het LCMS2.0 dient aan verschillende onderdelen zoals plots, logboeken en beelden een datum en tijd conform het centrale systeem mee te geven. Wanneer mogelijk: DCF-gesynchroniseerd De data van de verschillende onderdelen zoals plots, logboeken en beelden dienen na afsluiting gearchiveerd te kunnen worden Het LCMS2.0 dient de functionaliteit te bieden om data afkomstig uit de applicatie (afkomstig uit de geo en de tekstuele component) op de lokale machine op te slaan Het LCMS dient in staat te zijn om de status van gebruikers weer te geven. De status van een gebruiker kan zijn: offline, dat wil zeggen niet ingelogd; in incident, dat wil zeggen: ingelogd maar tijdelijk niet beschikbaar; online, dat wil zeggen: ingelogd en bereikbaar De gebruikersinterface van de applicatiesuite wordt naar keuze van de gebruiker in de Nederlandse of de Duitse taal weergegeven Indien een foutmelding getoond wordt, dient deze begrijpelijk getoond te worden aan de eindgebruiker zodat deze kan worden doorgegeven aan de medewerkers van de servicedesk Aan generieke opdrachten en berichten dient een bestand als bijlage toegevoegd te kunnen worden. 34

35 Omgevingen Het LCMS dient koppelingen door middel van open standaarden - met andere systemen te ondersteunen. Bij deze koppelingen moet het mogelijk zijn om: 1. gegevens uit externe systemen (web, database, documenten, GIS) binnen LCMS te tonen en vice versa (mits het externe systeem dat toestaat). Hierbij bij voorkeur gebruik maken van webservices; 2. gegevens uit externe systemen (web, database, documenten) binnen LCMS2.0 te importeren door (content)beheerder; 3. via een koppeling (evt url) toegang te krijgen tot externe directories (mits het externe systeem dat toestaat, eventueel na inloggen), om zo documenten op andere servers te kunnen raadplegen/ophalen. Deze koppelingen worden vermeld in de bibliotheek; 4. een link (url) op te nemen naar een externe applicatie (er opent een browservenster waarin die applicatie verschijnt). 5. een koppeling te maken met externe systemen om gegevens in het LCMS2.0 te ontsluiten; 6. een koppeling te maken om gegevens uit LCMS2.0 naar externe systemen te ontsluiten. De Geselecteerde Gegadigde wordt gevraagd een beschrijving te geven van de mate waarin de voorgestelde oplossing aan deze zes vereiste koppelingen voldoet Het LCMS2.0 dient de mogelijkheid te bieden om incidenten aan elkaar te kunnen koppelen, zowel binnen de eigen regio als aan incidenten binnen andere regio's Het LCMS2.0 kent één technische omgeving waarin zowel geoefend als ook operationeel gewerkt wordt. Voor beide doeleinden worden dezelfde software, dezelfde functionaliteiten en inrichting van de applicatie gebruikt Het LCMS2.0 biedt de mogelijkheid dat iedere veiligheidsregio een eigen regionale administratieve omgeving in kan richten Het LCMS2.0 biedt de mogelijkheid om een filtering toe te passen tussen operationele (werkelijke) incidenten en oefenincidenten, waarbij ieder incident individueel te selecteren is Binnen het LCMS2.0 moet het mogelijk zijn een trainingsincident aan te maken. Dit dient als zodanig gemarkeerd te worden zodat elke gebruiker direct ziet dat het een training en geen echt incident betreft Het LCMS dient de mogelijkheid te hebben om operationele incidenten en oefenincidenten voor te bereiden Naast de omgeving waarin geoefend wordt en waarin incidenten afgehandeld worden, dient het LCMS2.0 te voorzien in een les- en testomgeving waar nieuwe software wordt aangeleerd (leeromgeving). De lesomgeving kan centraal ingericht/gefaciliteerd worden en samenvallen met de test/acceptatieomgeving. Beelden Het LCMS2.0 biedt de functionaliteit om verschillende beelden te tonen, zoals een totaalbeeld en eigen beelden van verschillende organisaties en organisatieonderdelen. Deze beelden bestaan uit een tekst- en een geografisch gedeelte Als nieuwe informatie of een nieuw beeld, bijvoorbeeld een verversing of update, beschikbaar wordt gesteld, moeten de deelnemers of gebruikers in het incident hierop visueel worden geattendeerd. Ja WF 50 Ja WF 20 35

36 Het LCMS2.0 dient de mogelijkheid te bieden om informatie elementen uit beelden, weer te kunnen geven in andere beelden. Dit geldt voor: a. binnen één incident, b. binnen verschillende incidenten c. interregionaal (bv van regionale totaalbeelden naar een landelijk totaalbeeld) De wijzigingen van een beeld dienen, indien verbinding aanwezig is, binnen één minuut bij iedere gebruiker beschikbaar te zijn De tijd tussen het openen van een incident en het tonen van het eerste beeld mag maximaal 2 seconden zijn Het moet mogelijk zijn om de situatie (beeldtekst en plot, acties/knelpunt/besluiten, genomen besluiten et cetera), van een bepaald periode of een specifiek moment in een incident terug te halen. Besturingssystemen De LCMS2.0 dient ten minste te kunnen draaien op door Microsoft ondersteunde besturingsystemen De LCMS2.0 cliënt applicatie moet kunnen functioneren op diverse apparatuur die in het land gebruikt wordt en moet minimaal kunnen draaien op apparatuur die voldoet aan de volgende systeemspecificaties: - schermgrootte 10,4" XGA1024x768; GHz pentium mobile processor; - 1 GByte RAM geheugen; - 40 GB HDD De applicatie moet ook kunnen draaien op andere gangbare besturingssystemen, dan de in genoemde ondersteunende besturingsystemen Naast de meest gangbare besturingssystemen worden extra punten verkregen indien de webinterface voldoet aan de webrichtlijnen overheid. Verbindingen / connectiviteit Het LCMS2.0 dient bij wegvallen van verbindingen de laatste situatie van de situatie off-line te tonen en beschikbaar te houden In het geval van wegvallen van verbindingen dient in het LCMS2.0 doorgewerkt te kunnen worden. Het systeem dient aan te geven dat er geen verbinding is. Doorwerken gebeurt in de laatste versie van de plot en tekst Bij het herstellen van een weggevallen netwerkconnectiviteit dient automatische synchronisatie (tweerichting) plaats te vinden. Na automatische synchronisatie dienen alle gebruikers de laatste up-todate informatie tot hun beschikking te hebben. Conflicten worden daar waar mogelijk automatisch opgelost, of anders gesignaleerd Indien geen netwerkconnectiviteit voorhanden is, dient het LCMS2.0 op te kunnen starten Wanneer geen netwerkconnectiviteit met de centrale server voorhanden is, is het vereist dat lokaal verder gewerkt kan worden en met lokale gebruikers informatie uitgewisseld en gesynchroniseerd kan worden Het gebruikte synchronisatiemechanismes moet instelbaar zijn. Er zijn twee vormen van synchronisatie. De ene vorm heeft betrekking op uitwisseling van incidentgegevens, deze moet altijd automatisch synchroniseren. De andere vorm heeft betrekking op de synchronisatie van preparatieve data en kaartmateriaal, deze moet handmatig en in tijd instelbaar zijn. Ja WF 20 Nee P 20 Ja WF 50 Ja WF 50 Ja WF 50 Ja WF 50 Ja WF 50 36

37 Gebruik Als een gebruiker zich aanmeldt op het systeem, moet het systeem binnen maximaal 15 seconden voor deze gebruiker beschikbaar zijn De cliëntversie van LCMS2.0 dient binnen max. 10 minuten op een werkplek voor een ad hoc gebruiker operationeel te kunnen worden gemaakt Authenticatie van een gebruiker geschiedt in de applicatie. Het dient mogelijk te zijn om de identiteit van een gebruiker te controleren bij een vertrouwde server (bijvoorbeeld een Active Directory). Hiervoor dienen standaard protocollen als bijvoorbeeld Radius ondersteund te worden De hoofdfunctionaliteiten van de applicatie mogen niet uitvallen of in performance afnemen indien incidenteel een grote hoeveelheid dataverkeer in de vorm van bijlagen bij berichten worden aangeboden. 6.3 Tekstuele component De tekstuele component bestaat uit de volgende onderdelen: Het tekstdeel van het beeld. Dit bestaat uit verschillende onderdelen die gezamenlijk zorgen voor een overzicht van alle beschikbare informatie. Dit beeld wordt door de informatiemanager op gezette momenten samengesteld uit de aanwezige informatie en vervolgens beschikbaar gesteld voor de andere gebruikers. De component waarin gebruikers tekstbijdragen kunnen aanleveren ten behoeve van het tekstdeel van het beeld. Elke gebruiker in de rol van editor kan in dit gedeelte tekst invoeren. Deze tekst is direct zichtbaar voor alle andere gebruikers. Iedere regio maakt in het LCMS2.0 zijn eigen incident (incl. totaalbeeld) aan. De regie over een incident ligt in de betreffende regio en bij het betreffende ROT. Een regio benadert een incident vanuit een eigen perspectief en stelt een eigen specifiek totaalbeeld op. Vanuit dit perspectief neemt een regio maatregelen die binnen de eigen regio uitgevoerd worden. Deze paragraaf beschrijft de functionaliteiten en eisen ten aanzien van de tekstuele component De tekstuele component van het LCMS2.0 dient te beschikken over functionaliteiten om tekstbijdragen aan te kunnen leveren ten behoeve van het tekstdeel van het beeld De applicatie dient er zorg voor te dragen dat tekstvelden die door verschillende gebruikers gelijktijdig worden gewijzigd, op een consistente manier en zonder verlies van informatie door het LCMS2.0 verwerkt wordt Toevoegingen aan en wijzigingen in een beeld zijn door een afwijkende kleur en weergave direct inzichtelijk Het moet mogelijk zijn beelden met een minimaal aantal simpele handelingen te kunnen printen (ook naar een pdf) Het LCMS2.0 dient de mogelijkheid te bieden extra beelden aan te kunnen maken. Dit kan alleen door de daartoe geautoriseerde gebruiker uitgevoerd te worden Alle hierboven genoemde beelden kennen een eigen omschrijving en een vast format met een eigen inrichting in velden. Het format bestaat uit meerdere invulvelden (nader in te vullen welke velden en aantal velden) en moet zo compact als mogelijk worden Ja WF 20 Nee 200 Nee 100 Nee 20 Nee 20 37

38 weergegeven. De velden dienen vrij invulbaar te zijn door de editors, het format kan niet door de editor gewijzigd worden De beelden dienen voor alle gebruikers van het LCMS2.0 inzichtelijk te zijn Het LCMS2.0 dient de mogelijkheid te bieden dit format te kunnen wijzigen op aangeven van de landelijke beheergroep De beelden dienen een link te kunnen bevatten naar bijlagen binnen LCMS2.0. Deze link hoeft niet te werken indien geen verbinding aanwezig is Informatie die met prioriteit gedeeld moet worden dient expliciet en afwijkend van gewone updates gesignaleerd te kunnen worden Binnen het LCMS2.0 moet configureerbaar zijn wie aan kan geven wat 'prioriteitsinformatie is ('prioriteitsinformatie' = informatie die met prioriteit gedeeld moet worden) Bij het openen van beelden door een gebruiker zijn alle wijzigingen zichtbaar ten opzichte van de vorige keer dat het beeld door deze gebruiker werd geopend Het LCMS2.0 dient de mogelijkheid te bieden om teksten te bewerken en van opmaak te voorzien (onderstrepen, cursief, markeren et cetera). Nee 20 Nee 20 Nee 20 Nee 20 Nee 20 Nee 20 Nee Geografische Component Deze paragraaf beschrijft de functionaliteiten omtrent de geografische component van het LCMS2.0. De geografische component stelt gebruikers in staat geografische informatie interactief te raadplegen, te analyseren en gegevens toe te voegen. De geografische informatie omvat onder meer basis- en thematisch kaartmateriaal, dynamische incident informatie en locaties van mobiele eenheden. Naast deze gebruikersfunctionaliteit is het beheer van geografische informatie (o.a. importeren, opslaan en beschikbaar stellen) binnen het LCMS2.0 ook in deze paragraaf beschreven. Weergeven en raadplegen van geografische informatie De geografische component van het LCMS2.0 dient de gebruikers de standaard functionaliteiten van GIS-systemen te bieden bij het raadplegen van geografische informatie. Voorbeelden hiervan zijn: Tonen van kaartmateriaal; In- en uitzoomen (via vaste stappen of via een schaal); Plotten van gegevens en objecten op kaarten; Navigeren in een kaartlaag (bijvoorbeeld omhoog, omlaag, naar rechts, naar links) et cetera. Daarnaast dient de grafische component van het LCMS2.0 gebruikers de mogelijkheid te bieden beschikbare administratieve informatie op te vragen van een op een kaartlaag weergegeven object of van de betreffende kaartlaag zelf Het LCMS2.0 ondersteunt de functionaliteit voor het geven van opdrachten via een bestand met een standaardformat aan voertuigen vanuit de geografische component van het LCMS2.0 en het rapporteren over de resultaten van deze opdrachten De geografische component van het LCMS2.0 dient ook gebruikt te kunnen worden voor de ondersteuning van andere werkprocessen in de veiligheidsregio, niet zijnde de operationele werkprocessen van de veiligheidsregio. Voorbeelden van andere werkprocessen zijn proactie en planvorming. Ja WF 50 38

39 6.4.4 Meerdere gebruikers dienen (conform het gebruikersprofiel) gelijktijdig (geo-) informatie te kunnen raadplegen, invoeren en beheren In de geografische component van het LCMS dient op basis van het eerste meldkamerbeeld (GMS) een incidentlocatie te kunnen worden geïmporteerd De geografische component van het LCMS2.0 dient het mogelijk te maken de inhoudsopgave van kaartlagen/themalagen weer te geven. Het moet mogelijk zijn, deze kaarten / themalagen per stuk te selecteren De geografische component van het LCMS2.0 dient verschillende grafische user interfaces te ondersteunen. Dit betreft minimaal een desktop variant voor vaste en deployed werkplekken en een variant voor eindgebruikers met touch screen De geografische component van het LCMS2.0 dient een vastgestelde set aan iconen te ondersteunen. Dit betekent dat de iconen op kaartlagen getoond en geïntegreerd kunnen worden De standaard iconensets dienen eenvoudig in het LCMS2.0 aangepast te kunnen worden. Aanpassing gebeurt na goedkeuring van landelijk functioneel beheer In de geografische component van het LCMS2.0 dient bij het plotten van ieder icoon of gegeven, een label (met een door de regionaal beheerder instelbaar aantal tekens) en een tekstvak (met onbeperkt aantal tekens) te worden getoond. In een tekstvak wordt de achterliggende informatie van een object weergegeven. Deze achterliggende informatie (het tekstvak) wordt getoond middels een 'klik' (aanklikken van het gegeven of symbool met de cursor) Het symbool 'meteo' is een dynamisch symbool. De geautoriseerde gebruiker kan het symbool handmatig aanpassen naar aanleiding van de actuele weersomstandigheden (temperatuur, windrichting, windsnelheid) De geografische component van het LCMS2.0 biedt functionaliteit voor het toevoegen van een automatisch gegenereerde schaalbalk, legenda, noordpijl, teksten en logo's aan de randinformatie van de kaart. Dit is noodzakelijk bij het maken van een print In de geografische component van het LCMS2.0 dient gebruik te kunnen worden gemaakt van de resultaten van gasmal of een vergelijkbare functionaliteit De geografische component van het LCMS2.0 dient te beschikken over de mogelijkheid om kaartlagen met door de gebruiker instelbaar contrast te tonen, zodat voldoende contrast kan ontstaan tussen de basiskaart en themakaart De geografische component van het LCMS2.0 dient te beschikken over de mogelijkheid om te zoeken in beschikbare administratieve data van kaartlagen. Voorbeelden zijn adres en huisnummer, postcode, ANWB paddenstoelen, wegnummering, hectometerpalen van wegen en spoorwegen, kilometerraaien, coördinaten De geografische component van het LCMS2.0 moet in staat zijn om te koppelen met de door de veiligheidsregio s gebruikte AVLS systemen, zodat de actuele posities van de beschikbare en aan het incident gekoppelde voertuigen op de kaart getoond kan worden De geografische component van het LCMS2.0 biedt functionaliteit om werkprocessen en procedures vast te leggen in macro s of een model en deze macro's of het model aan te roepen De geografische component van het LCMS2.0 moet gelijktijdig diverse soorten kaartlagen, met verschillende formaten, kunnen presenteren. Nee

40 Indien het resultaat van een ruimtelijke analyse (zie ) een vlak is, dient het in een transparante kleur te kunnen worden getoond Het symbool meteo heeft binnen de geografische component van het LCMS2.0 een vaste plek op het scherm Bij het raadplegen van geografische informatie moeten gegevens en iconen zowel in kleur als ook in grijstint kunnen worden weergegeven. Hiermee kan de status van objecten worden weergegeven en veranderd. Bijvoorbeeld geplande inzet in grijstint en gerealiseerde inzet in kleur De geografische component van het LCMS2.0 dient te beschikken over functionaliteit om symbolen, naar wens van de gebruiker: Te vergroten of verkleinen aan de hand van de schaalgrootte van de kaart, Ongeacht de schaal van de kaart in een vaste grootte weer te geven, In een vaste grootte weer te geven, maar vanaf een bepaald schaalniveau niet meer weer te geven. Bovenstaande elementen dienen per symbool instelbaar te zijn De geografische component van het LCMS2.0 dient te beschikken over de mogelijkheid om kaarten te centreren op een bepaald punt De geografische component van het LCMS2.0 dient te beschikken over de mogelijkheid om gelijktijdig verschillende coördinaatsystemen toe te passen. Minimaal dienen de volgende coördinaatsystemen ondersteund te worden: RD (rijsdriehoeksstelsel); WGS84 lat/lon, UTM WGS84, ETRS89, Duitse coördinatenstelsel Gauss-Krügerstelsel; Belgische coördinatenstelsel Lambert 2008 projectie De geografische component van het LCMS2.0 biedt functionaliteit om een administratief bestand dat X,Y-coördinaten bevat (bijvoorbeeld een bestand in dbase, MS Excel formaat of CSV-format) geautomatiseerd om te zetten naar een puntenkaartlaag in de kaart De geografische component van het LCMS2.0 moet de gebruiker in staat stellen de legenda (kaartweergave met verklaring) van kaartlagen weer te geven en te verbergen De geografische component van het LCMS2.0 is in staat kaartlagen transparant weer te geven in het kaartbeeld zodat onderliggende informatie zichtbaar blijft. De gebruiker moet in staat zijn de transparantie in te stellen De geografische component van het LCMS2.0 biedt de gebruiker de mogelijkheid met een minimaal aantal simpele handelingen één of meerdere administratieve kenmerken van alle geo-objecten als tekstlabels in de kaart te plaatsen ( labelling ) of deze weer te verbergen De gebruiker kan voorkeurinstellingen opgeven voor het plaatsen van labels, zoals in ieder geval: de keuze voor het administratieve kenmerk of de combinatie van administratieve kenmerken dat als label in de kaart wordt weergegeven; de positie in de kaart van het label ten opzichte van het bijbehorende geo-object; het lettertype, stijl, kleur, grootte et cetera van het label; de manier waarop het systeem handelt als labels overlappen of niet uniek zijn De geografische component van het LCMS2.0 biedt de gebruiker de mogelijkheid om vanaf een object een link naar een afbeelding of 40

41 een url in een extra venster te openen (er opent een browservenster waarin de afbeelding of webapplicatie verschijnt). Voorbeelden zijn url's van Buienradar of Streetview. Analysefunctionaliteiten De geografische component van het LCMS2.0 bevat tekenfunctionaliteiten, waarmee in ieder geval de volgende gegevens kunnen worden geplot: Punten met verschillende puntsymbolen; Lijnen; Vlakken (bv cirkels en polygonen). De puntsymbolen betreffen de vastgestelde en voorgedefinieerde multidisciplinaire symbolen, optionele symbolen en symbolen zoals toegepast bij de risicokaart Het LCMS2.0 dient gebruik te kunnen maken van de startmal en de gasmallenset bestaande uit de isoconcentratiemallen van het Werkblad en de schadecontourmallen van het Schadescenarioboek. Deze mallen moeten op de bron worden geplaatst conform de ingestelde windrichting. Uit de set moeten één of meer mallen kunnen worden geselecteerd die in de betreffende kleur transparant worden weergegeven Met de geografische component van LCMS2.0 dienen eindgebruikers te beschikken over een aantal eenvoudige ruimtelijke analysefunctionaliteiten die kunnen worden uitgevoerd op een aantal bronnen (bijvoorbeeld databases, webservices en lokaal opgeslagen kaartlagen). Het betreft minimaal de volgende analysefunctionaliteiten: 1) het analyseren van het aantal aanwezigen op een specifiek tijdstip en/of het analyseren van het aantal aanwezigen op een specifiek moment van de dag binnen een bepaald (effect)gebied; 2) het tonen en analyseren van gegevens van objecten (bv kwetsbare en risicovolle objecten) in een effectgebied; 3) het selecteren van objecten op basis van locatie of gebied Analysefunctionaliteiten dienen door een geoefende gebruiker met een simpele handeling toegepast en uitgevoerd te kunnen worden Uitkomsten van de analyses moeten kunnen worden opgeslagen en op meerdere manier kunnen weergegeven: 1) op de kaartlaag in de grafische component; 2) als tekst in administratieve (Word, Excel) bestanden en rapportages Het LCMS2.0 biedt functionaliteit om (multiple ring) buffergebieden te genereren op basis van een of meerdere door de gebruiker in te stellen afstanden ten opzichte van bestaande geo-objecten. De gebruiker moet daarbij kunnen kiezen om de buffergebieden te genereren voor alleen de geselecteerde geo-objecten in een kaartlaag of voor alle geo-objecten in een kaartlaag In de geografische component van het LCMS2.0 dienen lijnen en vlakken vanuit een specifiek punt te kunnen worden geplot op basis van basale gegevens als lengte, breedte en straal Een beheerder kan de analysefunctionaliteiten configureren en kan instellen welke werkplekken over welke analysefunctionaliteiten beschikken. Beheer en toegang Beheerders van de centrale informatievoorziening en de regionale administratieve domeinen moeten geografische informatie vanuit externe bronnen kunnen importeren op de volgende wijzen: via webservices, in ieder geval op basis van WMS en WFS; via fysieke gegevensdragers; Ja WF 50 41

42 via database synchronisatie protocollen De beheerder van de centrale informatievoorziening moet binnen de centrale informatievoorziening opgeslagen geografische informatie door middel van webservices kunnen ontsluiten voor: opslag in de regionale administratieve domeinen (zie eis ), gebruik in de eindgebruikersomgeving (zie eis ), De gebruikte of ontwikkelde componenten voor ontsluiting via webservices zijn bij voorkeur open source en op de marktplaats van NOiV verworven, of worden daarop beschikbaar gesteld De beheerder van een regionaal administratief domein moet binnen het regionaal administratief domein opgeslagen geografische informatie door middel van webservices kunnen ontsluiten voor: opslag in de centrale informatievoorziening (zie eis ) gebruik in de eindgebruikersomgeving (zie eis ), De gebruikte of ontwikkelde componenten voor ontsluiting via webservices zijn bij voorkeur open source en op de marktplaats van NOiV verworven, of worden daarop beschikbaar gesteld De eindgebruiker moet de geografische informatie die vanuit de centrale informatievoorziening en de regionale administratieve domeinen is ontsloten, kunnen benaderen om te gebruiken in de functionaliteit van de geografische component Beheerders van de centrale informatievoorziening en de regionale administratieve domeinen moeten na het importeren van geografische informatie uit externe bronnen, voorafgaand aan opslag binnen de centrale informatievoorziening, met behulp van een ETL (extract-transform-load) component in staat zijn: controles op de geografische informatie te doen (bijvoorbeeld om te controleren of volgens een overeengekomen formaat is geleverd); transformaties op de geografische informatie toe te passen, bijvoorbeeld conversie naar andere formaten of mapping op andere coördinatenstelsels; geografische informatie, of onderdelen daarvan, te selecteren voor opslag. Kaarten, lijnen en vlakken en objecten (inclusief onderliggende gegevens) dienen binnen de geldende LCMS2.0 gebruikersinterface gepresenteerd kunnen worden. De gebruikte of ontwikkelde ETL-component is bij voorkeur open source en wordt op de marktplaats van NOiV5 verworven, of wordt daarop beschikbaar gesteld Beheerders van de centrale informatievoorziening en de regionale administratieve domeinen moeten geïmporteerde geografische informatie afkomstig van externe bronnen kunnen opslaan binnen hun domeinen Beheerders van de centrale informatievoorziening en de regionale administratieve domeinen moeten binnen hun omgeving opgeslagen geografische informatie kunnen inzien en beheren De beheerders van de centrale informatievoorziening en de regionale administratieve domeinen kunnen voor iedere kaartlaag instellen vanaf en tot welk schaalniveau de kaartlaag wordt getoond In de geografische component van het LCMS2.0 moeten regionale en lokale kaartlagen met verschillende bestandsformaten en kaartlagen opgeslagen in de gangbare geografische databases eenvoudig ontsloten kunnen worden. 5 https://noiv.nl/marktplaats/ 42

43 Minimaal worden de volgende bestandsformaten ondersteund: ESRI shapefile, GML, KML (webservice), GeoTIFF, JPG, PNG, ECW en MrSID. Minimaal worden de volgende geografische databases ondersteund: Oracle Locator, Oracle Spatial, Microsoft SQL Server 2008, PostgreSQL/PostGIS De standaarden en webservices zoals eerder weergegeven gelden ook output gericht, met het doel dat het LCMS2.0 ook via deze standaarden informatie aan externe systemen aan kan bieden. Als voorbeeld: de regionale geografische informatie moet ook voor andere systemen beschikbaar zijn via WMS, WFS-T webservices In de geografische component van LCMS2.0 dient vooraf gedefinieerd kaartmateriaal (een minimale set, nader te bepalen) altijd beschikbaar te zijn, ook indien geen netwerkverbindingen aanwezig zijn In de geografische component van LCMS2.0 dient het mogelijk te zijn om de gegevens en het kaartmateriaal te synchroniseren Voor benaderen (importeren) en beschikbaar stellen (ontsluiten) van geografische informatie binnen het LCMS2.0 door middel van webservices gelden de standaarden zoals beschreven in het Raamwerk van Standaarden van Geonovum 6. Indien van toepassing, dient in de toekomst gebruik te worden gemaakt van PDOK motor zoals opgeleverd door PDOK Een beheerder van de centrale informatievoorziening moet door de regionale administratieve domeinen ontsloten geografische informatie (zie eis ) kunnen benaderen en opslaan Een beheerder van een regionaal administratief domein moet door de centrale informatievoorziening ontsloten geografische informatie (zie eis ) kunnen benaderen en opslaan Bij het gebruik van een kaartlaag met labels kan de regionale beheerder voor iedere kaartlaag instellen vanaf en tot welk schaalniveau die labels worden getoond Kaartmateriaal en documentatie in de centrale informatievoorziening kan alleen door een geautoriseerde functionaris(sen) toegevoegd en/of ontsloten worden. 6.5 Viewer Deze paragraaf beschrijft de functionaliteiten omtrent de omgeving waarin geografisch en tekstuele viewer. In onderstaande tabel wordt een onderscheid gemaakt tussen de functionaliteiten van een geografische en tekstuele viewer, deze omgeving mag geïntegreerd zijn. Algemeen Het LCMS dient te beschikken over een viewer met een geografisch en tekstuele component. De in de viewer beschikbare informatie is configureerbaar voor verschillende gebruikersgroepen De autorisatie vindt plaats conform de LCMS2.0 authenticatie gegevens De viewer (tekst en geografisch) dient te voldoen aan de webrichtlijnen van de overheid (zie De viewer dient de functionaliteit te bieden voor het maken van een 6 43

44 automatische update functionaliteit (bv. 1x per minuut). Hiermee wordt bedoeld dat de viewer iedere minuut wijzigingen uit de database van de tekstuele en geografische component haalt. Functionaliteiten viewer geografische component De viewer dient te beschikken over de standaard functionaliteiten aanwezig in een GIS-viewer. Voorbeelden hiervan zijn: in- en uitzoomen (via vaste stappen of via een schaal), tonen van kaartmateriaal, navigeren in een kaartlaag (bijvoorbeeld omhoog, omlaag, naar rechts, naar links), zoeken et cetera De viewer dient te beschikken over de functionaliteit om geografische informatie te tonen die vanuit externe bronnen via webservices (op basis van de eerder genoemde standaarden voor webservices) is ontsloten De viewer dient te beschikken over de mogelijkheid de administratieve informatie op te vragen van een object weergegeven op een kaartlaag of van een betreffende kaartlaag zelf. Dit geldt ook voor de coördinaat van een muispositie De viewer dient te beschikken over de mogelijkheid de basis- en themakaarten naar behoefte aan en uit te kunnen zetten De viewer dient de mogelijkheid te bieden om bij wijzigingen in de plotapplicatie, een signaal te kunnen geven in viewer Het zoekbereik in geografische data dient instelbaar te zijn door een regionaal beheerder De viewer dient te beschikken over de mogelijkheid om kaarten te centreren op een bepaald punt en over de mogelijkheid om in te kunnen zoomen op een specifieke regio of een specifiek incident De viewer biedt functionaliteit om een kilometer schaal stok via de viewer te tonen De geografische viewer van het LCMS2.0 dient te beschikken over functionaliteit om symbolen, naar wens van de gebruiker: Te vergroten of verkleinen aan de hand van de schaalgrootte van de kaart, Ongeacht de schaal van de kaart in een vaste grootte weer te geven, In een vaste grootte weer te geven, maar vanaf een bepaald schaalniveau niet meer weer te geven. Bovenstaande elementen dienen per symbool instelbaar te zijn. Functionaliteiten viewer tekstuele component Het LCMS moet de mogelijkheid bieden om het tekstuele deel via een webinterface (viewer) te kunnen tonen. Bijvoorbeeld: het moet mogelijk zijn om informatie uit de beelden en het logboek weer te geven Als nieuwe informatie of een nieuw beeld, bijvoorbeeld een verversing of update, beschikbaar wordt gesteld, moeten de deelnemers of gebruikers in het incident hierop visueel worden geattendeerd De interface van de viewer moet overeenkomstig zijn met de 'beeld' edit oplossing Het LCMS2.0 biedt de mogelijkheid om vanuit een viewer beelden met een minimaal aantal simpele handelingen te kunnen printen (ook naar een pdf). Ja WF 50 Ja WF 20 Ja WF 20 Nee P

45 6.6 Content Management Deze paragraaf beschrijft de functionaliteiten ten aanzien van het beheer van preparatieve data. Dit is te zien als een 'Content Management' component. In paragraaf is beschreven dat het LCMS2.0 bestaat uit een centrale component met centrale voorzieningen (een centraal gemanagede en geleverde dienst) en 'regionale administratieve domeinen' (zie ook figuur 3, paragraaf 3.3.1). De toelichting hierop is als volgt: De centrale informatievoorziening stelt centrale faciliteiten (functionaliteiten en materiaal) beschikbaar, die voor alle regio's gelijk zijn. Hier wordt landelijke documentatie opgeslagen, centraal beheerd en beschikbaar gesteld. Voorbeelden van documentatie die hier opgeslagen kunnen worden, zijn kaartmateriaal of landelijk ter beschikking gestelde documenten; De regionale administratieve domeinen huisvesten de regionale componenten van het LCMS2.0. In de regionale administratieve domeinen slaan de regio s eigen documentatie (bijvoorbeeld preparatieve data, documenten of regionale kaarten) op. De administratieve domeinen hebben een eigen gebruikersbeheer en een eigen documentenbeheer, beide zijn een verantwoordelijkheid van de regio. Ook het vullen van het regionale administratieve domein met content is een regionale verantwoordelijkheid. Daarnaast worden vanuit de regionale domeinen de (logische) koppelingen met het GMS en het regionale AVLS gerealiseerd De applicatie kent een functionaliteit om data op te slaan, te beheren en voor gebruikers te ontsluiten Het LCMS2.0 dient de mogelijkheid te bieden om metadata over de documenten en kaartlagen te genereren, in te voeren en te beheren De volgende metadata dienen minimaal over de documenten en kaartlagen te worden gegenereerd, ingevoerd, beheerd en opgeslagen: De eigenaar (auteur); De goedkeuringsdatum; De status (oefendocument, definitief, draft); Een geografische locatie; Een vrije-tekst veld ('opmerkingen'). Het vereiste autorisatieniveau Met betrekking tot het ontsluiten en opslaan van preparatieve data dient het LCMS2.0 onderscheid te maken in een centrale informatievoorziening en 25+1 regionale administratieve domeinen Het LCMS2.0 biedt de mogelijkheid om, via de centrale informatievoorziening, landelijk ter beschikking gestelde data (bijvoorbeeld documenten of kaartmateriaal) te kunnen ontsluiten Het LCMS2.0 biedt de mogelijkheid om in de regionale administratieve omgeving regionale data te bewaren en te ontsluiten. De data uit de regionale administratieve omgeving is afkomstig uit de eigen regio (bv documenten, preparatieve data, kaartmateriaal, evenementenkalenders et cetera) of uit de centrale informatievoorziening van LCMS2.0 (bijvoorbeeld kaartmateriaal, landelijk ter beschikking gestelde documenten, landelijke evenementenkalender et cetera) Het LCMS2.0 dient de mogelijkheid te beiden een document te koppelen aan een object. In de geografische component dienen objecten waarvoor aanvullende informatie in het contentmanagement beschikbaar is opvraagbaar te zijn. Bijvoorbeeld: een aanvalsplan of een vergunning Het LCMS2.0 moet de mogelijkheid bieden om revisiebeheer op data uit te kunnen voeren Het LCMS2.0 dient de mogelijkheid te bieden om data in de regionaal beheerde administratieve omgeving ook buiten het LCMS2.0 te gebruiken. Ja WF 20 45

46 Het LCMS2.0 biedt de mogelijkheid tot het automatisch verwerken van data-updates uit de centrale naar de regionale informatievoorziening. Het is (door middel van autorisatie) instelbaar door de regionale beheerder voor welke kaartlagen en documenten dit van toepassing is. Updates van niet geautoriseerde bestanden worden periodiek gemeld naar de regionale beheerder De eigenaar van de data (op het niveau van functionaris) is degene die de data mag wijzigen. 6.7 Functionaliteit Zoeken Deze paragraaf beschrijft de functionaliteiten rondom de component 'zoeken' Een gebruiker moet de mogelijkheid hebben te zoeken in door de gebruiker af te bakenen bronnen. Concreet betekent dit dat binnen het LCMS2.0 minimaal gezocht moet kunnen worden op: de titels van de data, de content van de data (doc, pdf, ppt, xls, txt, html, odf), de metadata van documenten (incl. datum en tijd laatste wijziging), chatberichten, eigen regionale gegevens, in de gegevens van alle veiligheidsregio s, in het incident, in alle incidenten van de regio en in oefengegevens. Het zoekbereik in geografische data dient instelbaar te zijn door een regionaal beheerder Het LCMS2.0 dient de mogelijkheid te bieden om jokertekens te gebruiken bij het zoeken Het moet mogelijk zijn om een andere LCMS gebruiker te zoeken op: Naam (voor- en/of achternaam), Functie, Veiligheidsregio, Gebruikersgroep Het LCMS dient de mogelijkheid te bieden externe bronnen te doorzoeken Het LCMS2.0 dient de mogelijkheid te bieden bij het presenteren van de zoekresultaten de status van het document duidelijk te tonen. Als voorbeeld: het moet duidelijk zijn dat een document specifiek een oefendocument is. 6.8 Logboek component Deze paragraaf beschrijft de functionaliteiten behorende bij de logboek component. In een logboek houdt een gebruiker bij welke berichten verzonden en ontvangen zijn en welke opdrachten zijn uitgevoerd. Om het overzicht te behouden, moet het mogelijk zijn om te kunnen filteren in het logboek. Naast de logboek functionaliteit kent het LCMS ook een logging functionaliteit. Het logboek is een functionaliteit die de gebruiker gebruikt om bij te houden wat hij of zij gedaan heeft en wat de openstaande acties zijn. De logging functionaliteit is een functie van het systeem, waarin het systeem bijhoudt wat er op welk moment gebeurt, ten behoeve van technische analyses, performance analyses of audit achteraf. 46

47 6.8.1 Het LCMS2.0 bevat een logboek functionaliteit. Het moet mogelijk zijn de berichten, opdrachten of besluiten te versturen en/of te ontvangen aan/van individuele functies, gebruikersgroepen en/of externe accounts Het LCMS2.0 moet de mogelijkheid bieden dat voor ieder bericht, bijvoorbeeld met behulp van een icoon, aangegeven kan worden of: Een afleverbevestiging gewenst is; Een leesbevestiging gewenst is; Of er een reactie wordt verwacht op het bericht, en Of het bericht afgehandeld is. De beschikbaarheid en standaard instellingen worden op regionaal beheerderniveau geconfigureerd Het LCMS2.0 moet de mogelijkheid bieden het overzicht tenminste te filteren op: Tijd/datum; Soort (bijvoorbeeld verzonden/ontvangen bericht, ontvangen bericht, ontvangen/verzonden of afgehandelde/openstaande opdracht, acties, besluiten, ontvanger en verzender); Crisisbestrijdingsproces; Een zoekterm (bijvoorbeeld alle toevoegingen waarin een bepaald woord of serie woorden voorkomt); Of combinaties van deze bovenstaande. Het gefilterde overzicht dient vervolgens in deze vorm geprint te kunnen worden Het LCMS2.0 biedt de mogelijkheid om het logboek met een minimaal aantal simpele handelingen te kunnen printen (ook naar een pdf) Het LCMS2.0 moet de mogelijkheid bieden om de logboekregels die de gebruiker zelf heeft aangemaakt, te wijzigen of te verwijderen. Het is voor een gebruiker onmogelijk om de door anderen gemaakte logboekregels te verwijderen of te wijzigingen In het logboek dienen nieuwe acties, opdrachten en berichten als zodanig direct herkenbaar te zijn Het LCMS2.0 moet de mogelijkheid bieden aan een bericht en opdracht een bijlage toe te voegen Het LCMS2.0 moet de mogelijkheid bieden een antwoord op een bericht/actie/opdracht te koppelen aan het oorspronkelijke bericht/opdracht/actie Het logboek is gekoppeld aan een incident en een functie (expliciet: niet gekoppeld aan een functionaris). Een nieuw incident begint met een nieuw, leeg logboek Het LCMS2.0 moet de mogelijkheid bieden om in het logboek opdrachten te markeren en bij elke opdracht, bericht of besluit aan te geven wie verantwoordelijk is (opdrachtgever) Berichten worden op het niveau van gebruikers op functieniveau verstuurd. Berichten worden dus niet verstuurd naar specifieke personen De tijd tussen het verzenden van een bericht en de notificatie van dit nieuwe bericht bij de ontvanger, mag maximaal 10 seconden zijn. Dit is van toepassing indien zender en ontvanger online zijn Het LCMS2.0 moet de mogelijkheid bieden een overzicht te presenteren van de items in het logboek Bij het printen van een bericht moet het mogelijk zijn om aan te geven welke onderdelen van een bericht geprint moeten worden. Ja WF 50 47

48 6.9 Gebruikersgroepen en gebruikersprofielen Deze paragraaf beschrijft de functionaliteiten behorende bij de toepassing van gebruikersgroepen en gebruikersbeheer. Van het LCMS2.0 zullen verschillende gebruikersgroepen gebruik gaan maken. Onder gebruikersgroep wordt hier verstaan: een verzameling van gebruikers, die een gelijke functie invullen. Met andere woorden, een gebruikersgroep beschrijft de functie van de gebruiker. Voor de benamingen van de gebruikersgroepen zijn de benamingen in het Referentiekader Regionaal Crisisplan aangehouden. Het LCMS2.0 onderkent vooralsnog de volgende gebruikersgroepen: Informatiemanagers (ROT en COPI), CaCo, plotters, meldkamerfunctionaris, secties (geneeskundige zorg, politiezorg, brandweerzorg etc.), actiecentra, liaisons, beleidsteam en veldeenheden. Hiernaast kunnen ook andere gebruikersgroepen worden onderkend. Een specifieke gebruikersgroep is de landelijke, bovenregionale groep. Deze bovenregionale groep kan in principe 'alles zien'. Een gebruikersgroep beschikt over dezelfde toegang tot een specifiek aantal functionaliteiten. Dit is vastgelegd in de vorm van een gebruikersprofiel. Een gebruikersprofiel is het geheel van functionaliteiten dat aan een gebruikersgroep is gekoppeld. Elke gebruikersgroep heeft binnen LCMS2.0 bepaalde lees- en/of schrijfrechten. Deze worden bepaald door het gebruikersprofiel dat aan de betreffende gebruikersgroep wordt gekoppeld. In principe zijn twee soorten te onderkennen: 1) gebruikersgroepen die alleen meelezen en meekijken in het incident; 2) gebruikersgroepen die ook informatie (tekst, geografisch) kunnen wijzigen/toevoegen in het incident. Naast de hierboven beschreven gebruikersgroepen onderkent het LCMS2.0 ook een separate gebruikersgroep voor de Regionaal Beheerders. Aan deze gebruikersgroep worden functionaliteiten gekoppeld die het mogelijk maken het gebruikersbeheer op regionaal niveau (aanmaken accounts, aanmaken regionale gebruikersgroepen en -profielen etc.) uit te voeren en preparatieve data aan te maken, te wijzigen, te koppelen of te verwijderen Het LCMS2.0 biedt de informatiemanager de mogelijkheid om gebruikersgroepen die standaard worden uitgenodigd voor een incident, voor een specifiek incident geen toegang te verlenen. Bijvoorbeeld: tijdens het afhandelen van een incident kan op elk moment - door een daartoe geautoriseerde gebruikersgroep - aangegeven worden welke gebruikersgroepen en welke regio s toegang hebben tot het incident Elke gebruiker die met LCMS2.0 wil werken, krijgt een gebruikersaccount. Dit account is strikt persoonlijk voor de betreffende gebruiker Een gebruikersaccount heeft de volgende landelijke attributen: Inlognaam; Wachtwoord; Regio. Op regionaal niveau wordt het attribuut gebruikersgroep per gebruiker bepaald Het LCMS2.0 ondersteunt verschillende vormen van gebruikersgroepen met verschillende gebruikersprofielen Voor alle gebruikersgroepen die 'aangelogd' zijn binnen een incident is alle aan dat incident gekoppelde informatie in principe beschikbaar, met inachtneming van de restricties die zijn aangemaakt in het bijbehorende gebruikersprofiel Het LCMS2.0 ondersteunt een landelijke standaard voor het aanmaken en toepassen van gebruikersgroepen met daaraan gekoppeld gebruikersprofielen. Hiervan kan op regionaal niveau Ja WF 20 Nee P 200 Nee P 200 Ja WF 20 Nee P

49 worden afgeweken Een gebruiker (persoon) kan lid zijn van één of meerdere gebruikersgroepen en de daaraan gekoppelde gebruikersprofielen. Met andere woorden, aan één gebruikersnaam kunnen verschillende gebruikersgroepen (functies) gekoppeld worden Een gebruiker (persoon) kan maar op één functie tegelijkertijd ingelogd zijn Het LCMS ondersteunt minimaal de volgende twee gebruikersprofielen: 1) Gebruikersgroepen die alleen meelezen en meekijken in het incident; 2) Gebruikersgroepen die ook informatie (tekst, geografisch) kunnen wijzigen/toevoegen in het incident De regionaal beheerder kan expliciet aangeven of een gebruiker toegang heeft tot de oefenomgeving (niet zijnde de lesomgeving) en/of de operationele omgeving Het moet voor een regionaal beheerder mogelijk zijn met relatief weinig handelingen nieuwe, regionale gebruikersgroepen aan te maken en in te richten Het LCMS2.0 dient zo te worden ingericht dat veiligheidsregio s in hun regionaal beheerde administratieve omgeving zelf het gebruikersbeheer kunnen uitvoeren en zelf gebruikers kunnen toevoegen aan gebruikersgroepen Binnen het LCMS2.0 moet het mogelijk zijn om incidenten uit verschillende regio's aan elkaar te relateren en een koppeling tussen deze incidenten te maken. Regio s met gekoppelde incidenten worden actief geïnformeerd over nieuwe/gewijzigde informatie over gekoppelde incidenten Na afloop van een incident dient het incident door een daartoe geautoriseerde gebruikersgroep afgesloten te kunnen worden Na afloop van een incident wordt op aangegeven van een geautoriseerde functionaris de bijbehorende incidentinformatie automatisch gearchiveerd. Onder archiveren wordt verstaan het verwijderen van de informatie uit het operationele omgeving, waarbij de informatie nog wel conform de archiefwet ontsloten kan worden Wanneer een gebruiker uit de bovenregionale groep uit regio B participeert in een incident van regio A, valt hij in regio A onder dezelfde gebruikersgroep als in zijn eigen regio. Als een functionaris uit de bovenregionale groep met deze functie inlogt in het systeem, zal deze gebruiker deze functie ook in een andere regio vasthouden Quick wins Deze paragraaf beschrijft een aantal functionaliteiten die gezien worden als een 'quick win'. De in deze paragraaf beschreven functionaliteiten dienen gezien te worden als 'wensen' Het is wenselijk als de tekstregels in het logboek en het beeld gekoppeld kunnen worden aan geografische objecten op de kaart. Het idee hierachter is dat één bron gebruikt wordt voor zowel het logboek als ook voor de geografische objecten. Concreet betekent dit dat de gegevens in de grafische en tekstuele component zoveel mogelijk dienen te worden geïntegreerd: tekst en geografische informatie dienen inhoudelijk gekoppeld te zijn. In het Ja WF 1 49

50 Beeld mogen geen verschillen bestaan tussen de informatie die het plot weergeeft en de tekstuele weergave (geo-tekst integratie) Het is wenselijk dat een scenario klaargezet kan worden. Dit scenario wordt afgespeeld ten behoeve van oefendoeleinden. Als voorbeeld: denk hierbij aan een script waarmee - op vooraf bepaalde tijden - gebeurtenissen plaatsvinden in het LCMS. Een aanvullende wens hierop is het klaarzetten van een tegenspel. Dit betekent dat vooraf stappen in het scenario worden gedefinieerd. Deze stappen worden met informatie (bv in plot, acties en berichten) ingevuld. Het moet mogelijk zijn om het scenario stapsgewijs af te kunnen spelen. Dit gebeurt doordat een OTO functionaris steeds met één druk op de knop de volgende stap in het scenario activeert. Hierdoor komt klaargezette informatie vrij en wordt dit aan de deelnemers aangeboden Het is wenselijk als het LCMS2.0 in plaats van het functiegerichte logboek, ook een generiek logboek kan ondersteunen en realiseren. In dit logboek worden alle wijzigingen weergeven. Gebruikers kunnen deze vervolgens als gelezen aanvinken. Door filtering per functie ontstaat het eigen functiegerichte logboek Het is wenselijk als vanuit het LCMS2.0 een koppeling met een mailserver gemaakt kan worden, met het doel dat s van buiten direct aan gebruikers of gebruikersgroepen in het LCMS2.0 kunnen worden gericht. Als voorbeeld: een aan wordt dan automatisch als bericht bezorgd bij de gebruikersgroep ROT-limburgnoord Het is wenselijk als het LCMS2.0 de functionaliteit biedt om netwerkanalyses uit te voeren. Hieronder vallen de volgende functionaliteiten: 1) de mogelijkheid tot navigeren; 2) de mogelijkheid om te navigeren en wegafsluitingen te vermijden; 3) de mogelijkheid om te navigeren en gevaarlijke gebieden (effectgebieden) te vermijden. Op basis van de resultaten van de netwerkanalyses kunnen bijvoorbeeld specifieke routes (bv voor het vermijden van wegafsluitingen) aan diensten meegegeven worden Het is wenselijk dat het LCMS2.0 beschikt over een oefenklok voor het netcentrisch delen van de gesimuleerde oefentijd. Hierbij wordt de status weergegeven zoals: het (bijna) starten, pauzeren en stoppen van een oefening. Op deze manier kan tijdens oefeningen met een andere tijd gewerkt worden, dan de werkelijke tijd. Ja WF 1 Ja WF 1 Ja WF 1 Ja WF 1 Ja WF Kosten en tarieven Perceel 1 Deze paragraaf beschrijft het gevraagde omtrent de kosten en tarieven van perceel Geselecteerde Gegadigde vult, zonder voorbehoud, de kosten- en tarieventabel in zoals die hierna is weergegeven en maakt daarbij alle berekeningen zoals aangegeven in de tabel. Alle bedragen en tarieven in de tabel zijn inclusief BTW. 50

51 Kosten en tarieventabel Perceel 1 Kostenaspecten Totale kosten voor de configuratie van de LCMS2.0 applicatie suite conform de eisen in deze Offerteaanvraag en het applicatie beheer conform de eisen in deze Offerteaanvraag voor de initiële looptijd van het contract, zijnde 4 jaar. Voor een juiste berekening wordt verder verwezen naar de overeenkomst voor Perceel 1. Totale kosten voor het verzorgen van de opleidingen tijdens de implementatiefase zoals beschreven in Hoofdstuk 10, gespecificeerd naar - Gebruikersopleiding - Beheerdersopleiding - Train-de trainer opleiding Kosten per cursist voor het geven van de reguliere opleidingen na de implementatiefase zoals beschreven in Hoofdstuk 10, gespecificeerd naar - Gebruikersopleiding - Beheerdersopleiding - Train-de trainer opleiding Gemiddeld uurtarief voor het optioneel leveren van af te nemen aanvullende diensten. Door Geselecteerde Gegadigde in te vullen Kosten of tarieven, in Euro, inclusief BTW 51

52 7 Technische dienstverlening Dit hoofdstuk beschrijft de eisen rondom de technische dienstverlening van de aanbesteding LCMS2.0. Hieronder vallen de volgende onderdelen: Algemene onderwerpen; Applicatie hosting; Koppelingen; Capaciteit; Personeel; Kosten en tarieven perceel 2. Deze eisen worden in de volgende paragrafen nader uitgewerkt. 7.1 Algemeen De Geselecteerde Gegadigde van perceel 2 levert en beheert de technische omgeving waarop de LCMS2.0 dienstverlening draait De Geselecteerde Gegadigde van perceel 2 geeft invulling aan de rol van System Integrator, zoals beschreven in de selectiedocumenten. Geselecteerde Gegadigde toont aan hoe deze rol van System Integrator wordt ingevuld waarbij in ieder geval wordt aangegeven hoe wordt gezorgd voor de integratie van de vanuit perceel 1 opgeleverde (deel)applicatie(s) en de technische omgeving waarop deze draaien. Daarnaast de wijze waarop gekoppeld wordt met andere systemen. Ja WF Applicatie Hosting De vorm van hosting die voor Perceel 2 van deze aanbesteding gevraagd is, is Applicatie Hosting op een volledig beheerd softwareplatform. Dit betekent dat de Geselecteerde Gegadigde van perceel 2 verantwoordelijk is voor het technisch beheer van de applicatie, alsook de hardware (al dan niet virtueel) waarop de applicatie draait. De Geselecteerde Gegadigde van perceel 2 installeert alle benodigde middleware, platformsoftware en basisapplicaties en beheert deze. De eisen van deze vorm van hosting hangen zeer sterk samen met de keuze gemaakt in perceel 1. Van de Geselecteerde Gegadigde van perceel 2 wordt vereist dat hij hiervoor samenwerkt met de Geselecteerde Gegadigde van perceel De Geselecteerde Gegadigde van perceel 2 is in staat servers met een softwareplatform dat naast operating systems, ook webservers, applicatieservers, run-time omgevingen voor aangegeven talen, database servers, etc. omvat, dedicated ter beschikking te stellen aan de Opdrachtgever, waarbij de Geselecteerde Gegadigde van Perceel 1 aangeeft welke voorzieningen op het platform gehost worden De Geselecteerde Gegadigde van perceel 2 beschrijft hoe hij er zorg voor draagt datt zowel een (gevirtualiseerde) operationele omgeving als een (gevirtualiseerde) test/acceptatieomgeving wordt geleverd. Aangetoond dient te worden hoe de test/acceptatieomgeving zoveel mogelijk gelijk wordt gehouden aan de operationele omgeving. Geselecteerde Gegadigde geeft in de toelichting aan waar de Toelich -ting 52

53 eventuele verschillen zitten Alle voorzieningen (hardware, software en netwerken) moeten naast IPv4 ook IPv6 ondersteunen. Aanvankelijk zal alleen IPv4 worden gevraagd en ingericht. Geselecteerde Gegadigde dient de expertise in huis te hebben om gedurende de looptijd van de overeenkomst op verzoek van Opdrachtgever ook IPv6 te leveren. Toelich -ting 7.3 Koppelingen Deze paragraaf beschrijft de koppelingen die de Geselecteerde Gegadigde van Perceel 2 dient te bewerkstelligen. Voor het LCMS2.0 is een aantal netwerkkoppelingen voorzien, deze netwerkkoppelingen dienen door de Geselecteerde Gegadigde van Perceel 2 tot stand te worden gebracht en zijn minimaal de volgende: 1. Diginetwerk (voorheen Koppelpunt Publieke Sector). Via dit netwerk wordt LCMS2.0 ontsloten aan de gebruikersorganisaties en, op het moment dat dit mogelijk is, aan Publieke Dienstverlening op de Kaart (project PDOK). 2. Internet, ten behoeve van gegevensuitwisseling met derden en/of toegang via publieke systemen. 3. GemNet, ten behoeve van gegevensuitwisseling. Via bovengenoemde fysieke netwerkkoppelingen moet een aantal logische koppelingen tot stand worden gebracht met de volgende omgevingen: 1) de 25 regionale GMS systemen ten behoeve van de uitwisseling van het Meldkamerbeeld; 2) de 25 regionale AVLS systemen ten behoeve van de uitwisseling van de locaties van voertuigen; 3) in de toekomst met de PDOK omgeving, ten behoeve van de uitwisseling en levering van kaartmateriaal Geselecteerde Gegadigde beschrijft hoe hetlcms2.0 in staat is om te koppelen met de door de veiligheidsregio s gebruikte AVLS systemen, zodat de actuele posities van de beschikbare en aan het incident gekoppelde voertuigen op de kaart getoond worden. Nota bene: het is de verantwoordelijkheid van de Geselecteerde Gegadigde van Perceel 1 om een interfacespecificatie af te spreken (waaronder ook de webservices volgens open standaarden) waardoor de lokatiegegevens van mobiele eenheden uitgewisseld kunnen worden. Het is de verantwoordelijkheid van de veiligheidsregio s om de lokatiegegegevens vervolgens via deze specificatie aan te leveren aan de LCMS2.0 applicatie De Geselecteerde Gegadigde van Perceel 2 is in het kader van zijn verantwoordelijkheid als system integrator eindverantwoordelijk voor de goede werking en samenwerking met andere systemen, netwerken en omgevingen Geselecteerde Gegadigde dient zorg te dragen voor een ontsluiting van de LCMS2.0 applicatiesuite via het Diginetwerk Geselecteerde Gegadigde dient zorg te dragen voor een ontsluiting van de LCMS2.0 applicatiesuite via GemNet. Ja WF 50 53

54 7.3.5 Geselecteerde Gegadigde dient zorg te dragen voor een ontsluiting van de LCMS2.0 applicatiesuite via Internet Geselecteerde Gegadigde dient zorg te dragen dat het technisch mogelijk is de LCMS2.0 applicatiesuite te ontsluiten via beveiligde netwerken als de Nood Communicatie Voorziening en het Politienetwerk LCMS2.0 moet in staat zijn nieuwe incidenten te maken op basis van een uit het meldkamersysteem (GMS) overgenomen incident. Van dit incident moet vastgelegd kunnen worden aan welk incident in het meldkamersysteem het gerelateerd is Het systeem moet in staat zijn eenheden die in het meldkamersysteem aan een incident gekoppeld worden automatisch in te schakelen bij het gerelateerde LCMS-incident Het systeem moet in staat zijn bepaalde (nader vast te leggen) nieuwe of gewijzigde gegevens van een incident door te geven aan het meldkamersysteem, zodat deze informatie daar bijgewerkt kan worden Geselecteerde Gegadigde dient voor elk van de 26 regionale administratieve omgevingen (veiligheidsregio's en LOCC/NCC) een koppeling te realiseren van het LCMS2.0 naar het regionale meldkamersysteem ten behoeve van de uitwisseling van het Meldkamerbeeld. Geselecteerde Gegadigde is ervoor verantwoordelijk dat deze koppeling tot stand gebracht wordt Geselecteerde Gegadigde zal in het kader van zijn rol als system integrator zorgen voor ondersteuning bij het aansluiten van veiligheidsregio s op LCMS Geselecteerde Gegadigde dient aan te geven hoe de beschikbaarheid van de koppelingen geborgd wordt. 7.4 Capaciteit Deze paragraaf beschrijft de eisen rondom de capaciteit De Geselecteerde Gegadigde stemt met de Geselecteerde Gegadigde van Perceel 1 af, dat de infrastructuur zodanig wordt ingericht dat de infrastructuur aansluit bij de Eisen die de software stelt en dat het geheel van software en infrastructuur aan de gestelde performance eisen zoals beschreven in en de gestelde robuustheid eisen zoals beschreven in voldoet Geselecteerde Gegadigde dient aan te geven hoe invulling wordt gegeven aan de volgende eisen, die worden gesteld aan de performance van de applicatieve en technische dienstverlening: Alle aspecten van de dienstverlening kunnen per veiligheidsregio gelijktijdig worden gebruikt door 1000 eindgebruikers voor het raadplegen van informatie zonder merkbaar verlies van performance; Alle aspecten van de dienstverlening kunnen per veiligheidsregio gelijktijdig worden gebruikt door 100 eind gebruikers voor het invoeren, wijzigen en verwijderen van informatie zonder merkbaar verlies van performance; Een mutatie van gegevens moet binnen 20 seconden na opslaan zichtbaar zijn bij de betrokken eindgebruikers De applicatie en infrastructuur moeten zodanig ingericht zijn dat tussen het inloggen op de applicatie en het verschijnen van het Ja WF 50 54

55 eerste scherm gemiddeld 3 seconden zit en dit nooit langer dan 5 seconden duurt De applicatie en infrastructuur moeten zodanig ingericht zijn dat er tussen het geven van een zoekopdracht in de LCMS2.0 applicatie en het tonen van het resultaat aan de eindgebruiker maximaal 3 seconden zit De applicatie en infrastructuur moeten zodanig ingericht zijn dat de tijd tussen het oproepen van een kaartbeeld en het verschijnen van de kaart gemiddeld maximaal 3 seconden is De applicatie en infrastructuur moeten zodanig ingericht zijn dat minimaal 100 wijzigingen door verschillende gebruikers op hetzelfde incident (tekst en/of geo) per minuut verwerkt kunnen worden De tijd tussen het verzenden van een bericht door een gebruiker en de notificatie van dit nieuwe bericht bij de ontvanger, mag maximaal 20 seconden zijn De tijd tussen het inloggen van een gebruiker en de notificatie hiervan bij de andere gebruikers, mag maximaal 20 seconden zijn. Dit geldt ook voor andere statuswijzigingen Geselecteerde Gegadigde dient te beschrijven hoe uitbreiding van netwerk-, server- en opslagcapaciteit op een eenvoudige wijze mogelijk is. Aangegeven dient te worden welke procedures Geselecteerde Gegadigde hiervoor hanteert en wat daarvan de doorlooptijden zijn De Geselecteerde Gegadigde neemt pro-actief maatregelen om de vereiste performance van de voorzieningen te garanderen en waar nodig ervoor te zorgen dat vereiste capaciteit voor deze voorzieningen beschikbaar is Geselecteerde Gegadigde dient aan te geven welke testen worden uitgevoerd om aan te tonen dat het LCMS2.0 ook onder maximale belasting binnen de gestelde performancegrenzen blijft functioneren. 7.5 Personeel Deze paragraaf beschrijft de eisen rondom het personeel Personeel dat Geselecteerde Gegadigde inzet voor de Dienstverlening moet geschikt zijn voor de hem of haar gestelde taken en dient en over de juiste kwalificaties en opleidingen te beschikken De medewerkers(s) van de Servicedesk zijn voldoende gekwalificeerd en beschikken over voldoende middelen om calls af te handelen. 7.6 Kosten en tarieven Perceel 2 Deze paragraaf beschrijft het gevraagde omtrent de kosten en tarieven van perceel Geselecteerde Gegadigde vult, zonder voorbehoud, de kosten- en tarieventabel in zoals die hierna is weergegeven en maakt daarbij alle berekeningen zoals aangegeven in de tabel. Alle bedragen en tarieven in de tabel zijn inclusief BTW. 55

56 7.6.1 Kosten en tarieventabel Perceel 2 Kostenaspecten Totale kosten voor de configuratie en implementatie van de Technische dienstverlening conform de eisen in deze Offerteaanvraag en het technisch beheer conform de eisen in deze Offerteaanvraag voor de initiële looptijd van het contract, zijnde 4 jaar. Voor een juiste berekening wordt verder verwezen naar de overeenkomst voor Perceel 2. Totale kosten voor het verzorgen van de opleidingen tijdens de implementatiefase zoals beschreven in Hoofdstuk 10, gespecificeerd naar - Beheerdersopleiding - Train-de trainer opleiding Kosten per cursist voor het geven van de reguliere opleidingen na de implementatiefase zoals beschreven in Hoofdstuk 10, gespecificeerd naar - Beheerdersopleiding - Train-de trainer opleiding Gemiddeld uurtarief voor het optioneel leveren van af te nemen aanvullende diensten. Door Geselecteerde Gegadigde in te vullen Kosten of tarieven, in Euro, inclusief BTW 56

57 8 Beveiliging De eisen die op het gebied van beveiliging worden gesteld gelden voor beide percelen, tenzij bij de betreffende eis anders staat aangegeven. Indien op beide percelen is ingeschreven hoeft deze eis slechts 1 maal beantwoord te worden en kan het maximaal aantal punten (schaalverdeling maal wegingsfactor (toelichting gevraagd) of totaal aantal punten (geen toelichting gevraagd)) worden behaald.indien op 1 van beide percelen is ingeschreven dient de eis beantwoord te worden voor het betreffende perceel en kan maximaal de helft van het maximaal te behalen aantal punten worden verkregen. 8.1 Algemeen De Geselecteerde Gegadigde dient aan te geven hoe het information security management system waarover hij beschikt conform ISO27000:2005, of een gelijkwaardig systeem werkt. Daarnaast dient Geselecteerde Gegadigde aan te geven hoe de dienstverlening in scope is met dit information security management systeem (ISMS) De Geselecteerde Gegadigde dient aan te geven hoe hij (conform het ISMS) jaarlijks een risicoanalyse uit laat voeren met als scope de LCMS2.0 dienstverlening. Daarnaast hoe deze risicoanalyse en de eventueel daaruit voortvloeiende resultaten jaarlijks worden gedeeld en besproken met opdrachtgever. De eerste risicoanalyse dient voor oplevering van LCMS2.0 aan opdrachtgever te worden uitgevoerd De Geselecteerde Gegadigde dient de beveiligingsorganisatie minimaal 1 keer per 2 jaar te laten auditen door een onafhankelijke organisatie. Ja WF 50 Ja WF Integriteit Aan LCMS2.0 zijn hoge integriteiteisen gekoppeld, waarmee in LCMS2.0 maatregelen moeten worden getroffen om de ontkenning van berichtenverkeer via het netwerk te voorkomen (non repudiation). Geldt alleen voor perceel Ten behoeve van LCMS2.0 moet ingeregeld worden dat inbreuken op de integriteit van de programmatuur tijdens transport en gebruik worden voorkomen De integriteit van gegevens die elektronisch opgeslagen zijn, moet worden gecontroleerd. Geldt alleen voor perceel De integriteit van gegevens die elektronisch verstuurd worden, moet worden gecontroleerd. Geldt alleen voor perceel Confidentialiteit LCMS2.0 netwerkverkeer dat over externe netwerken (zoals bijvoorbeeld het internet) getransporteerd wordt, dient beveiligd te zijn tegen inzage door derden. Alle communicatie dient veilig en versleuteld (bijvoorbeeld via SSL) te zijn. Geselecteerde Gegadigde dient aan te geven hoe hij hier zorg voor draagt. Geldt alleen voor perceel 2. Ja WF 50 57

58 8.3.2 De systemen waarop de LCMS2.0 applicatie draait, zijn voor exclusief gebruik door Opdrachtgever Het netwerkverkeer van de LCMS2.0 applicatie wordt gescheiden gehouden van het netwerkverkeer van andere applicaties. Geselecteerde Gegadigde dient aan te geven hoe deze scheiding wordt geborgd. Geldt alleen voor perceel Geselecteerde Gegadigde dient aan te geven hoe hij het netwerk beveiligd tegen ongeoorloofde toegang Geselecteerde Gegadigde dient de locaties waar apparatuur ten behoeve van LCMS2.0 opgesteld staat, te beveiligen tegen ongeoorloofde fysieke toegang. Hij dient hiertoe organisatorische, bouwkundige en elektronische beveiligingsmaatregelen te treffen. Geldt alleen voor perceel In serverracks die worden ingezet voor voorzieningen van LCMS2.0, wordt geen apparatuur geplaatst die niet bij de Dienstverlening voor Opdrachtgever hoort. Geldt alleen voor perceel Geselecteerde Gegadigde dient de netwerken waarover LCMS2.0 verkeer gaat te beveiligen tegen ongeoorloofde toegang Wachtwoorden worden niet in klare tekst opgeslagen in het computersysteem, noch in klare tekst over een netwerk getransporteerd. Geldt alleen voor perceel Geselecteerde Gegadigde beschikt over een procedure die garandeert dat bij afvoer van apparatuur, de gegevens die hierop opgeslagen zijn, permanent gewist worden Geselecteerde Gegadigde dient aan te geven hoe hij zorg draagt dat data alleen toegankelijk is voor daartoe geautoriseerde gebruikers. Geldt alleen voor perceel Webservices dienen beveiligd te worden aangeboden zodat alleen bevoegde gebruikers toegang krijgen. Geldt alleen voor perceel Personeel Medewerkers van de Geselecteerde Gegadigde dienen een bewijs van goed gedrag te kunnen overhandigen De Geselecteerde Gegadigde dient te allen tijde een overzicht te kunnen overleggen van de medewerkers die logisch en/of fysiek toegang hebben (gehad) tot de ruimten en/of systemen van LCMS De ontwikkelomgeving, testomgeving en productieomgeving van het LCMS2.0 dient gescheiden te zijn. Geldt alleen voor perceel Exclusiviteit Gebruikers loggen in het LCMS2.0 in met een persoonlijke gebruikersnaam (= functienaam) en persoonlijk wachtwoord. Geldt alleen voor Perceel Een gebruiker moet zelf zijn wachtwoord kunnen wijzigen. Dit moet door de regionaal beheerder overruled kunnen worden (bijvoorbeeld in het geval dat de gebruiker het wachtwoord vergeten is en reset plaatsvindt). Geldt alleen voor Perceel 1. 58

59 8.5.3 De applicatie dient de mogelijkheid te hebben om kwaliteitseisen aan het wachtwoord af te dwingen. Deze kwaliteitseisen moeten door de applicatiebeheerder centraal ingesteld kunnen worden. Geldt alleen voor Perceel Wachtwoorden worden niet in klare tekst over netwerken verzonden, noch in klare tekst in het systeem opgeslagen. Geldt alleen voor perceel De applicatie dient de sterkte van het wachtwoord aan de gebruiker te tonen, wanneer de gebruiker zijn wachtwoord wijzigt. Geldt alleen voor Perceel Er worden maatregelen getroffen om het (systematisch) raden van gebruikersnamen en/of wachtwoorden te bemoeilijken. Geldt alleen voor perceel De regionale beheerder moet de mogelijkheid hebben om in te loggen met de autorisaties van één van zijn gebruikers. Geldt alleen voor perceel Beschikbaarheid De Geselecteerde Gegadigde dient een backup/restore procedure te hebben. Geldt alleen voor perceel De Geselecteerde Gegadigde dient aan te geven hoe hij periodiek rapporteert over de goede werking van uitgevoerde backup/restore acties De Geselecteerde Gegadigde dient over een uitwijk lokatie te beschikken. Geldt alleen voor perceel De Geselecteerde Gegadigde heeft procedures m.b.t. recovery. 59

60 9 Beheer De eisen die op het gebied van beheer worden gesteld gelden voor de Geselecteerde Gegadigde van perceel 2. Daar waar deze eisen ook betrekking hebben op perceel 1 wordt dit expliciet vermeld. Voor eisen die betrekking hebben op beide percelen geldt voor de Geselecteerde Gegadigden die op beide percelen hebben ingeschreven dat deze vraag slechts 1 maal beantwoord hoeft te worden. In dit geval kan het maximaal aantal punten (schaalverdeling maal wegingsfactor (toelichting gevraagd) of totaal aantal punten (geen toelichting gevraagd)) worden behaald. Indien op 1 van beide percelen is ingeschreven dient een dergelijke de vraag beantwoord te worden voor het betreffende perceel en kan maximaal de helft van het maximaal te behalen aantal punten worden verkregen. 9.1 Beheermodel Het beheermodel voor LCMS2.0 is op hoofdlijnen weergegeven in onderstaande figuur. Figuur 6: Beheermodel De grijs gearceerde processen zijn door de Geselecteerde Gegadigde in te vullen en uit te voeren processen. De processen worden hierna op hoofdlijnen beschreven. De informatiestromen tussen de processen in het model lopen als volgt: - De eindgebruiker doet een support request dat terecht komt in het proces incident & request management. Ook vanuit het proces event management kunnen support requests worden gedaan. - Vanuit het proces incident & request management worden wijzigingsverzoeken (change requests) doorgegeven naar het proces change management. Indien dit standaard wijzigingsverzoeken zijn (welke dat zijn wordt gedefinieerd in de Service Level Agreement) worden deze afgehandeld in het proces change management. Indien dit niet standaard wijzigingsverzoeken zijn wordt de 60

Managementsamenvatting Referentiekader. Netcentrische crisisbeheersing

Managementsamenvatting Referentiekader. Netcentrische crisisbeheersing Achtergrond In de eindrapportage van het RADAR-onderzoek uit 2009 constateerde de Inspectie Openbare Orde en Veiligheid dat het overgrote deel van de veiligheidsregio s op het gebied van informatiemanagement

Nadere informatie

Addendum Beleidsplan 2012-2015 Bestuursvisie op fysieke veiligheid in Zeeland

Addendum Beleidsplan 2012-2015 Bestuursvisie op fysieke veiligheid in Zeeland Addendum Beleidsplan 2012-2015 Bestuursvisie op fysieke veiligheid in Zeeland Waarom een addendum? Het beleidsplan 2012-2015 is op 7 juli 2011 in een periode waarop de organisatie volop in ontwikkeling

Nadere informatie

Algemeen bestuur Veiligheidsregio Groningen

Algemeen bestuur Veiligheidsregio Groningen AGENDAPUNT 2 Algemeen bestuur Veiligheidsregio Groningen Vergadering 12 december 2014 Strategische Agenda Crisisbeheersing In Veiligheidsregio Groningen werken wij met acht crisispartners (Brandweer, Politie,

Nadere informatie

Netcentrisch Werken. leo kooijman. 18 november 2008 Kenniskring Crisisbeheersing

Netcentrisch Werken. leo kooijman. 18 november 2008 Kenniskring Crisisbeheersing Netcentrisch Werken leo kooijman 18 november 2008 Kenniskring Crisisbeheersing Achtergrond Intensivering Civiel-Militaire samenwerking (2005) Vraag: kunnen de civiele en de militaire wereld iets van elkaar

Nadere informatie

Referentiekader GRIP en eisen Wet veiligheidsregio s

Referentiekader GRIP en eisen Wet veiligheidsregio s Kennispublicatie Referentiekader GRIP en eisen Wet veiligheidsregio s 1 Infopunt Veiligheid In 2006 heeft de toenmalige Veiligheidskoepel een landelijk Referentiekader GRIP opgesteld. De op 1 oktober 2010

Nadere informatie

Praktijktest Apeldoorn 30 april 2009 Koninginnedag

Praktijktest Apeldoorn 30 april 2009 Koninginnedag Incidentbeheer bij VNOG: Praktijktest Apeldoorn 30 april 2009 Koninginnedag Sinds 2005 is de Veiligheidsregio Noordoost Gelderland betrokken geweest bij de ontwikkeling van het incident-volgsysteem CCS-M

Nadere informatie

Van goed plan tot infrastructuur. Paul Hanraets Programmamanager GEO OOV

Van goed plan tot infrastructuur. Paul Hanraets Programmamanager GEO OOV Van goed plan tot infrastructuur Paul Hanraets Programmamanager GEO OOV Belang Geo-info voor de OOV Essentieel voor de plaatsbepaling van het incident en omvang van het effectgebied Basis voor communicatie

Nadere informatie

Crisismanagement Groningen. Basismodule

Crisismanagement Groningen. Basismodule Crisismanagement Groningen Basismodule Doel van de module Kennismaken met crisismanagement Groningen Inzicht krijgen in rollen en taken Beeld krijgen bij samenwerken in de crisis-organisatie Programma

Nadere informatie

Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland

Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland Inhoudsopgave Grip op hulpverlening 4 Routinefase 6 GRIP 1 8 GRIP 2 12 GRIP 3 18 GRIP 4 24 Gebruikte afkortingen 30 4 Grip op hulpverlening Dit boekje bevat de samenvatting

Nadere informatie

Gecoördineerde Regionale Incidentbestrijdings Procedure (GRIP)

Gecoördineerde Regionale Incidentbestrijdings Procedure (GRIP) Gecoördineerde Regionale Incidentbestrijdings Procedure (GRIP) Inleiding Een goede coördinatie tussen betrokken hulpdiensten is bij de bestrijding van complexe incidenten van groot belang. Het model voor

Nadere informatie

GRIP-regeling 1 t/m 5 en GRIP Rijk

GRIP-regeling 1 t/m 5 en GRIP Rijk GRIP-regeling 1 t/m 5 en GRIP Rijk Al jaren is het de dagelijkse praktijk om bij grote, complexe incidenten op te schalen binnen de GRIP-structuur. Deze structuur beschrijft in vier fasen de organisatie

Nadere informatie

Collegevoorstel. Inleiding. Feitelijke informatie. Zaaknummer: BVJL11. Regionaal Crisisplan Veiligheidsregio Brabant-Noord

Collegevoorstel. Inleiding. Feitelijke informatie. Zaaknummer: BVJL11. Regionaal Crisisplan Veiligheidsregio Brabant-Noord Zaaknummer: BVJL11 Onderwerp Regionaal Crisisplan Veiligheidsregio Brabant-Noord Collegevoorstel Inleiding Met de vaststelling van de Wet veiligheidsregio s heeft de veiligheidsregio Brabant-Noord de verplichting

Nadere informatie

Productbeschrijvingen generiek

Productbeschrijvingen generiek en generiek 108 Totaalbeeld Toelichting Het totaalbeeld is een informatieproduct dat wordt gegenereerd in de multidisciplinaire hoofdas van de crisisbeheersingsorganisatie in het landelijk crisismanagementsysteem

Nadere informatie

STAPPENPLAN IMPLEMENTATIE WATERRAND

STAPPENPLAN IMPLEMENTATIE WATERRAND STAPPENPLAN IMPLEMENTATIE WATERRAND HOE TE KOMEN TOT EEN ADEQUATE ORGANISATIE VAN INCIDENTBESTRIJDING OP HET WATER? IN AANSLUITING OP HET HANDBOEK INCIDENTBESTRIJDING OP HET WATER Uitgave van het Projectbureau

Nadere informatie

Handleiding voor beheerders SesamID

Handleiding voor beheerders SesamID Handleiding voor beheerders SesamID Versie 3.0 Mei 2013 2013 Copyright KPN Lokale Overheid Alle rechten voorbehouden. Zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van KPN Lokale overheid mag niets uit

Nadere informatie

Voor de inhoud van het Regionaal Crisisplan en de aanpassingen, wordt u verwezen naar de bijlage.

Voor de inhoud van het Regionaal Crisisplan en de aanpassingen, wordt u verwezen naar de bijlage. Voorstel AGP 10 Aan : Algemeen Bestuur Datum : 3 november 2014 Bijlagen : 1 Steller : Christel Verschuren Onderwerp : Regionaal Crisisplan 2014 Algemene toelichting Aanleiding Voor u ligt het. Veiligheidsregio

Nadere informatie

; - 3 JUNI 2009 fio^gzl. ouwaw 1- c\s. ! _^M^NT go_sterhout I

; - 3 JUNI 2009 fio^gzl. ouwaw 1- c\s. ! _^M^NT go_sterhout I ! _^M^NT go_sterhout I ; - 3 JUNI 2009 fio^gzl ouwaw 1- c\s Inspectie Openbare Orde en Veiligheid fainisterie van BirmenlandseZaken en Konmkrijksrelaties > Retouradres Postbus 20011 2500 EA Den Haag Inspectie

Nadere informatie

Multidisciplinair GIS en interregionaal GIS in de OOV

Multidisciplinair GIS en interregionaal GIS in de OOV Stephan Miegies MVA Multidisciplinair GIS en interregionaal GIS in de OOV GIS = Geografisch Informatie Systeem Multidisciplinair en interregionaal GIS = Koppelen tussen disciplines Koppelen tussen regio

Nadere informatie

DE NIEUWE GHOR. 24 NOVEMBER 2011 Jan Woldman

DE NIEUWE GHOR. 24 NOVEMBER 2011 Jan Woldman DE NIEUWE GHOR 24 NOVEMBER 2011 Jan Woldman De GHOR komt in de pubertijd 13 jaar WAT NU? Andere omgeving Nieuwe Rector Nieuwe conrectrice De werelden van zorg en veiligheid Wetgeving Departement Sturing

Nadere informatie

Bijlage 1. Opzet aanpak Navigatie. inowit. Datum: augustus 2013. Versie 4. Pagina 1 van 7

Bijlage 1. Opzet aanpak Navigatie. inowit. Datum: augustus 2013. Versie 4. Pagina 1 van 7 Bijlage 1 Opzet aanpak Navigatie inowit Datum: augustus 2013 Versie 4 Pagina 1 van 7 Inhoud 1. Stappen:... 3 Stap 1: beheer kaartapplicatie / wegennetwerk... 3 Stap 2: CCS-M ingeven van (operationele)

Nadere informatie

De complete oplossing voor uw kadastrale informatievoorziening.

De complete oplossing voor uw kadastrale informatievoorziening. De complete oplossing voor uw kadastrale informatievoorziening. Foto: Mugmedia Het Kadaster gaat de levering van kadastrale informatie ingrijpend vernieuwen. Het huidige proces van verwerken van kadastrale

Nadere informatie

De Veiligheidsregio NHN in vogelvlucht. 28-03-2011 Commissie Bestuur en middelen

De Veiligheidsregio NHN in vogelvlucht. 28-03-2011 Commissie Bestuur en middelen De Veiligheidsregio NHN in vogelvlucht 28-03-2011 Commissie Bestuur en middelen Welkom Veiligheidsregio NHN Wet veiligheidsregios Bezuinigingen Regionalisering brandweer Praktijk Veiligheidsregio Noord-Holland

Nadere informatie

Bijlage A bij voorstel Systeemoefening VRU 2013

Bijlage A bij voorstel Systeemoefening VRU 2013 Bijlage A bij voorstel Systeemoefening VRU 2013 1 Rapportage Systeemoefening VRU 4 december 2013 2 Inleiding Voor u ligt het ingevulde toetsingskader van de Inspectie Veiligheid & Justitie (IV&J). De gegevens,

Nadere informatie

Eagle One: Gebruik van geoinformatie bij crisismanagement. gineke.snoeren@eagle4s.com

Eagle One: Gebruik van geoinformatie bij crisismanagement. gineke.snoeren@eagle4s.com Eagle One: Gebruik van geoinformatie bij crisismanagement gineke.snoeren@eagle4s.com Kenmerken van een crisis De rol van informatievoorziening & GIS Eagle One theorie Eagle One - Praktijk Lessons Learned

Nadere informatie

GRIP-teams en kernbezetting

GRIP-teams en kernbezetting GR P Wat is GRIP? GRIP is de afkorting van Gecoördineerde Regionale Incidentenbestrijdings Procedure en staat voor: het snel en multidisciplinair organiseren van de juiste mensen en middelen die nodig

Nadere informatie

Crisismodel GHOR. Landelijk model voor de invulling van het geneeskundige deel van het regionaal crisisplan. Versie 1.0 Datum 4 juni 2013

Crisismodel GHOR. Landelijk model voor de invulling van het geneeskundige deel van het regionaal crisisplan. Versie 1.0 Datum 4 juni 2013 Crisismodel GHOR Landelijk model voor de invulling van het geneeskundige deel van het regionaal crisisplan. Versie 1.0 Datum 4 juni 2013 Status Definitief Besluit Raad DPG d.d. 26 april 2013 Beheer PGVN

Nadere informatie

Veiligheidsregio Haaglanden. Basis voor regionale informatievoorziening Haaglanden. De Brandweer

Veiligheidsregio Haaglanden. Basis voor regionale informatievoorziening Haaglanden. De Brandweer Basis voor regionale informatievoorziening Mr. Rob K. Brons Regionaal Commandant Brandweer www.brandweerhaaglanden.nl www.brandweer.nl/haaglanden Landelijk Commandant USAR.NL commandant@brw.denhaag.nl

Nadere informatie

crisis bestuurders ramp netcentrisch werken CoPI crisismanagement informatiemanager informatie delen regionaal veiligheidsregio

crisis bestuurders ramp netcentrisch werken CoPI crisismanagement informatiemanager informatie delen regionaal veiligheidsregio regionaal interactief operationeel netwerk team netcentrisch werken veiligheidsregio plotter informatievoorziening crisismanagement bestuurders informatie delen CoPI informatiemanager ramp meldkamer crisis

Nadere informatie

Reactie op rapport loov en ADD over ICMS

Reactie op rapport loov en ADD over ICMS Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-eneraal 6;^ Datum DV/CB Inlichtingen mr. M.S. van Eek T 070.4268844 F Uw kenmerk Onderwerp op rapport

Nadere informatie

Zoals afgesproken zenden wij u ons voorstel in het kader van de het initiatief van de stuurgroep inowit.

Zoals afgesproken zenden wij u ons voorstel in het kader van de het initiatief van de stuurgroep inowit. Brandweer Brabant Noord Mevrouw H. van Kessel Postbus 218 5201 AE 's-hertogenbosch Datum : 28 augustus 2013 Behandeld door : R. Awater Ons kenmerk : Off-13.090 Telefoon : 06 516 832 51 Bijlage(n) : - Uw

Nadere informatie

Aan Regiegroep 17.02.2014. Aan Veiligheidsdirectie 27.02.2014. Goedkeuring Dagelijks bestuur 26.03.2014. Vaststelling Algemeen Bestuur 09.04.

Aan Regiegroep 17.02.2014. Aan Veiligheidsdirectie 27.02.2014. Goedkeuring Dagelijks bestuur 26.03.2014. Vaststelling Algemeen Bestuur 09.04. Voorstel CONCEPT AGP 12 Aan : Algemeen Bestuur Datum : 9 april 2014 Bijlage : 1 Steller : Ruud Huveneers Onderwerp : Continuïteitsplan sleutelfunctionarissen hoofdstructuur Algemene toelichting De Veiligheidsregio

Nadere informatie

Kwalificatieprofiel. Hoofd Informatie GZ (HIN)

Kwalificatieprofiel. Hoofd Informatie GZ (HIN) Kwalificatieprofiel Hoofd Informatie GZ (HIN) Inleiding Voortvloeiend uit de Wet veiligheidsregio s hebben de veiligheidsregio s in Nederland een aantal beleidsdocumenten vastgesteld, Het Regionaal Risicoprofiel,

Nadere informatie

Regionaal Crisisplan. Deel 1

Regionaal Crisisplan. Deel 1 Regionaal Crisisplan Deel 1 Regionaal Crisisplan Deel 1 Veiligheidsregio Hollands Midden Datum: Inhoud 1 Inleiding... 2 2 Voorwaardenscheppende processen... 3 2.1 Melden en alarmeren... 3 2.2 Op- en afschalen...

Nadere informatie

Uitwerking onderdelen werkplan

Uitwerking onderdelen werkplan Uitwerking onderdelen werkplan Het Nationaal Platform Data Model (NPDM) heeft een werkplan opgesteld om richting te geven aan de activiteiten voor de komende maanden en inzicht te krijgen in de benodigde

Nadere informatie

Regionaal Crisisplan 2012

Regionaal Crisisplan 2012 Regionaal Crisisplan 2012 ------------- 2016 Colofon: Dit document is tot stand gekomen in opdracht van de veiligheidsdirectie van de veiligheidsregio Midden- en West-Brabant Adres: Veiligheidsregio Midden-

Nadere informatie

Bauke Ybema. Lid Stuurgroep Brandweer 100% Mobiel Themacoördinator RGI OOV

Bauke Ybema. Lid Stuurgroep Brandweer 100% Mobiel Themacoördinator RGI OOV Bauke Ybema Lid Stuurgroep Brandweer 100% Mobiel Themacoördinator RGI OOV Multidisciplinair toepasbaar voor Brandweer Politie GHOR Anderen Aanleiding: Gebeurtenissen uit het verleden Grote Brand Koningkerk

Nadere informatie

Veiligheidsregio Fryslân. Netwerkbijeenkomst crisispartners i.h.k.v. de risico s 2012

Veiligheidsregio Fryslân. Netwerkbijeenkomst crisispartners i.h.k.v. de risico s 2012 Veiligheidsregio Fryslân Netwerkbijeenkomst crisispartners i.h.k.v. de risico s 2012 Programma bijeenkomst 1. Risicoprofiel en uitval elektriciteitsvoorziening (VRF) 2. Impact stroomstoring (Liander) 3.

Nadere informatie

BeheerVisie ondersteunt StUF-ZKN 3.10

BeheerVisie ondersteunt StUF-ZKN 3.10 Nieuwsbrief BeheerVisie Nieuwsbrief BeheerVisie 2015, Editie 2 Nieuws BeheerVisie ondersteunt StUF-ZKN 3.10 BeheerVisie geeft advies MeldDesk App Message Router MeldDesk Gebruikers Forum Nieuwe MeldDesk

Nadere informatie

De veiligheidsregio Midden- en West-Brabant is gebaseerd op verlengd lokaal bestuur en is een samenwerkingsverband tussen 26 gemeenten.

De veiligheidsregio Midden- en West-Brabant is gebaseerd op verlengd lokaal bestuur en is een samenwerkingsverband tussen 26 gemeenten. BELEIDSPLAN 2011-2015 VEILIGHEIDSREGIO MIDDEN- EN WEST-BRABANT Bijlage 3. Sturing en organisatie De veiligheidsregio Midden- en West-Brabant is gebaseerd op verlengd lokaal bestuur en is een samenwerkingsverband

Nadere informatie

Digikoppeling adapter

Digikoppeling adapter Digikoppeling adapter Versie 1.0 Datum 02/06/2014 Status Definitief Van toepassing op Digikoppeling versies: 1.0, 1.1, 2.0, 3.0 Colofon Logius Servicecentrum: Postbus 96810 2509 JE Den Haag t. 0900 555

Nadere informatie

WERKEN IN CRISISSITUATIES DAAR MOET JE OP TRAINEN. Onderdeel van Twente Safety Campus

WERKEN IN CRISISSITUATIES DAAR MOET JE OP TRAINEN. Onderdeel van Twente Safety Campus WERKEN IN CRISISSITUATIES DAAR MOET JE OP TRAINEN Onderdeel van Twente Safety Campus 1 2 De totstandkoming van Safety Care Center is ontstaan na een gedeelde behoefte om specifiek voor organisaties in

Nadere informatie

Kaders voor de GRIP in Groningen, Friesland en Drenthe

Kaders voor de GRIP in Groningen, Friesland en Drenthe Kaders voor de GRIP in Groningen, Friesland en Drenthe Johan Haasjes Vakspecialist Expertise Veiligheidsregio Groningen Versie 1.5 16 april 2014 (definitief) Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 2 De opschalingsniveaus

Nadere informatie

Intelligent Bridge 2.0 (i-bridge)

Intelligent Bridge 2.0 (i-bridge) Intelligent Bridge 2.0 (i-bridge) Innovatietraject voor crisismanagement tijdens crisisbeheersing, rampenbestrijding en oefeningen 23 maart 2010 21-10-2012 i-bridge in a nutshell Doelstelling is door toepassing

Nadere informatie

zorgeloos werken in de cloud

zorgeloos werken in de cloud metacom cloud functionele mogelijkheden zorgeloos werken in de cloud vanmeijel.nl bouwen kan simpeler Metacom is één van de meest bedrijfskritische applicaties binnen uw organisatie. De beschikbaarheid,

Nadere informatie

B2 - Hoofdproces Coördinatie en Commandovoering: GRIP Noord-Holland Noord

B2 - Hoofdproces Coördinatie en Commandovoering: GRIP Noord-Holland Noord B2 - Hoofdproces Coördinatie en Commandovoering: GRIP Noord-Holland Noord B2-0 Overzicht Samenvatting In dit deel is de Gecoördineerde Regionale Incidentenbestrijdings- Procedure (GRIP) Noord-Holland Noord

Nadere informatie

Rapport. i-bridge FleetBroker en LocationBroker. Versie 1.0. Datum 22 December 2010

Rapport. i-bridge FleetBroker en LocationBroker. Versie 1.0. Datum 22 December 2010 Rapport i-bridge FleetBroker en LocationBroker Versie 1.0 Datum 22 December 2010 Status Final Colofon IVENT A&A CDC Madame Curielaan 4-6 Postbus 20703 2289 CA Rijswijk Contactpersoon Patrick Brooijmans

Nadere informatie

Prijzen RIVOS. RIVOS Prijzen Pagina 1

Prijzen RIVOS. RIVOS Prijzen Pagina 1 Prijzen RIVOS De totale investering voor RIVOS bestaat uit de basis aanschafprijs, optionele modules, bijkomende kosten en jaarlijks terugkerende kosten. De basis aanschafprijs wordt bepaald door het aantal

Nadere informatie

Rapport. Crisisbeheersing. Datum 29 maart 2013. Status Definitief REGIONAAL CRISISPLAN. Versie 1.0. Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost

Rapport. Crisisbeheersing. Datum 29 maart 2013. Status Definitief REGIONAAL CRISISPLAN. Versie 1.0. Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost Rapport Crisisbeheersing REGIONAAL CRISISPLAN Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost Datum 29 maart 2013 Status Definitief Versie 1.0 Colofon Opdrachtgever Veiligheidsbureau Brabant-Zuidoost Auteur(s) Deel

Nadere informatie

Jaarplan 2016 GSR. Grensoverschrijdende Samenwerking Rampenbestrijding en Crisisbeheersing

Jaarplan 2016 GSR. Grensoverschrijdende Samenwerking Rampenbestrijding en Crisisbeheersing Jaarplan 2016 GSR Grensoverschrijdende Samenwerking Rampenbestrijding en Crisisbeheersing Colofon Dit document is tot stand gekomen in opdracht van de Commissie Grensoverschrijdende Samenwerking Rampenbestrijding

Nadere informatie

Procesbeschrijving informatiemanagement bij evenementen

Procesbeschrijving informatiemanagement bij evenementen Procesbeschrijving informatiemanagement bij evenementen Concert @ Sea 5 e editie 2010 Opdrachtgever/ budgethouder Paraaf akkoord opdrachtgever Auteur: 1/13 Inhoudsopgave Inhoudsopgave... 2 1. Inleiding...

Nadere informatie

SAMENWERKING IN DE VEILIGHEIDSREGIO Uitwerking van criterium 8 uit het Slotdocument VGS-congres 2013

SAMENWERKING IN DE VEILIGHEIDSREGIO Uitwerking van criterium 8 uit het Slotdocument VGS-congres 2013 SAMENWERKING IN DE VEILIGHEIDSREGIO Uitwerking van criterium 8 uit het Slotdocument VGS-congres 2013 In het Slotdocument van het VGS-congres 2013 Gemeentesecretaris in Veiligheid staat een leidraad voor

Nadere informatie

VRHM REGIONAAL CRISISPLAN

VRHM REGIONAAL CRISISPLAN VRHM REGIONAAL CRISISPLAN Inhoud 1. Inleiding 4 2. Voorwaardenscheppende processen 6 2.1 Melden en alarmeren 6 2.2 Op- en afschalen 7 2.3 Leiding en coördinatie 8 2.4 Informatiemanagement 9 3. Beschrijving

Nadere informatie

Lessons Learned - Samenhang. Leo Kooijman

Lessons Learned - Samenhang. Leo Kooijman Lessons Learned - Samenhang Leo Kooijman Soesterberg, 10-01-2008 Inhoud Waar staan we met de NEC-experimenten Wat hebben we gedaan Wat hebben we geleerd Hoofdlijnen aanpak vervolg 2008 e.v. Totaalpakket

Nadere informatie

Crisiscommunicatie: wie neemt de lead? Door: Roy Johannink & Eveline Heijna

Crisiscommunicatie: wie neemt de lead? Door: Roy Johannink & Eveline Heijna Crisiscommunicatie: wie neemt de lead? Door: Roy Johannink & Eveline Heijna Als het misgaat bij de communicatie in een crisis, dan is dit vaak een gebrek aan duidelijkheid op de vragen: wie doet wat, wie

Nadere informatie

Multidisciplinair Opleiden en Oefenen

Multidisciplinair Opleiden en Oefenen Toetsingskader en positiebepalingssystematiek (definitieve versie) Inhoudsopgave Inleiding. Verdeling in oordeel, hoofdonderwerpen, onderwerpen, hoofd- en subaspecten. Banden voor positiebepaling. Prestatieniveaus.

Nadere informatie

Netwerkdag NVBR 20-9-2012 Workshop stroomuitval. Peter Uithol, Sr. Beleidsmedewerker Risico- en Crisisbeheersing

Netwerkdag NVBR 20-9-2012 Workshop stroomuitval. Peter Uithol, Sr. Beleidsmedewerker Risico- en Crisisbeheersing Netwerkdag NVBR 20-9-2012 Workshop stroomuitval Peter Uithol, Sr. Beleidsmedewerker Risico- en Crisisbeheersing 1 Waarom een plan? Operationele behoefte uit de praktijk Gelegenheid om de in het convenant

Nadere informatie

RACKBOOST Hosted Exchange. Mobiel, veilig en eenvoudig. hosting support consulting

RACKBOOST Hosted Exchange. Mobiel, veilig en eenvoudig. hosting support consulting RACKBOOST Hosted Exchange Mobiel, veilig en eenvoudig hosting support consulting RACKBOOST Hosted Exchange RACKBOOST, SINDS 1999 TOONAANGEVEND RACKBOOST is sinds 1999 een toonaangevende Belgische leverancier

Nadere informatie

Mozard BV Oktober 2013 Versie 3.0. Prijsmodel Mozard Suite voor GEMEENTEN

Mozard BV Oktober 2013 Versie 3.0. Prijsmodel Mozard Suite voor GEMEENTEN Mozard BV Oktober 2013 Versie 3.0 Prijsmodel Mozard Suite voor GEMEENTEN INHOUDSOPGAVE OPBOUW PRIJSMODEL MOZARD VOOR GEMEENTEN... 3 1. EENMALIGE TECHNISCHE INSTALLATIE... 3 2. CONFIGURATIE EN IMPLEMENTATIE...

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2007 2008 26 956 Beleidsnota Rampenbestrijding 2000 2004 29 754 Terrorismebestrijding Nr. 63 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

Nadere informatie

Bevolkingszorg. De weg naar een regionale organisatie

Bevolkingszorg. De weg naar een regionale organisatie Bevolkingszorg De weg naar een regionale organisatie 1 1. Inleiding In de 2 e helft van 2011 is het project Ontwikkeling Bevolkingszorg opgestart. Met dit project wordt beoogd dat de sectie Bevolkingszorg

Nadere informatie

Toelichting RADAR. Pagina 1 van 8

Toelichting RADAR. Pagina 1 van 8 Toelichting RADAR Inleiding De ambitie van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) is dat eind 2009 de (organisatie van de) rampenbestrijding en crisisbeheersing op orde moet zijn

Nadere informatie

Naar een gemeenschappelijk beeld. Jeroen Neuvel

Naar een gemeenschappelijk beeld. Jeroen Neuvel Naar een gemeenschappelijk beeld Jeroen Neuvel Context Achtergrond PhD in ruimtelijke planning: Geographical dimensions of risk management Docent Integrale veiligheidskunde Deventer en Enschede Onderzoeker

Nadere informatie

Brandweer Hollands Midden. Achtergrond In het kader van inowit wordt hiermee door BHM een innovatievoorstel ingediend en als projectplan uitgewerkt.

Brandweer Hollands Midden. Achtergrond In het kader van inowit wordt hiermee door BHM een innovatievoorstel ingediend en als projectplan uitgewerkt. Memo Datum 30 augustus 2013 Contactpersoon Marijn Riemens Brandweer Hollands Midden Projectplan Innovatievoorstel Brandveiligheid [in]zicht Achtergrond In het kader van inowit wordt hiermee door BHM een

Nadere informatie

Tussenrapportage project professionaliseren functioneel beheer instellingssystemen September 2011

Tussenrapportage project professionaliseren functioneel beheer instellingssystemen September 2011 Universitair Informatiemanagement Kenmerk: SECR/UIM/11/0914/FS Datum: 14-09-11 Tussenrapportage project professionaliseren functioneel beheer instellingssystemen September 2011 1. Inleiding Begin 2011

Nadere informatie

Prijsmodel Mozard Suite voor RIJKSOVERHEDEN

Prijsmodel Mozard Suite voor RIJKSOVERHEDEN Prijsmodel Mozard Suite voor RIJKSOVERHEDEN Mozard BV Februari 2013 Versie 2.0 INHOUDSOPGAVE OPBOUW PRIJSMODEL MOZARD VOOR RIJKSOVERHEDEN... 3 1. EENMALIGE INSTALLATIE... 3 2. CONFIGURATIE EN IMPLEMENTATIE...

Nadere informatie

Algemeen Commandant Bevolkingszorg

Algemeen Commandant Bevolkingszorg Algemeen Commandant Bevolkingszorg Functie Als Algemeen Commandant Bevolkingszorg ben je lid van het Regionaal Operationeel Team bij opschaling vanaf GRIP 2. Je bent aanspreekpunt voor de Operationeel

Nadere informatie

Deel 4. Informatiebronnen, taakkaarten en bijlagen. Versie 2.0

Deel 4. Informatiebronnen, taakkaarten en bijlagen. Versie 2.0 Deel 4 Informatiebronnen, Versie 2.0 Inhoudsopgave 1. Informatiebronnen... 3 1.1 Leidraad COBRA... 3 1.2 4all... 3 1.3 Witte kaart voor zorgcontinuïteit en rampenbestrijding... 4 1.4 Risicokaart (www.risicokaart.nl

Nadere informatie

Regionaal Crisisplan Utrecht 2014-2017

Regionaal Crisisplan Utrecht 2014-2017 Regionaal Crisisplan Utrecht 2014-2017 Regionaal Crisisplan Utrecht Opgesteld door: projectteam crisisplan, samengesteld uit deelnemers vanuit gemeenten, politie, RMC, waterschappen, VRU Het beheer van

Nadere informatie

Ondersteuning van zorg gerelateerde processen en activiteiten voor patiënt en zorgverstrekkers

Ondersteuning van zorg gerelateerde processen en activiteiten voor patiënt en zorgverstrekkers Ondersteuning van zorg gerelateerde processen en activiteiten voor patiënt en zorgverstrekkers Contact persoon: Thera Splinter: 020 6445160 team@webfysio.nl Contact persoon: Joost Nagelmaeker: 0642115336

Nadere informatie

Intelligent Bridge (i-bridge) & witte kaart

Intelligent Bridge (i-bridge) & witte kaart Intelligent Bridge (i-bridge) & witte kaart Innovatietraject voor crisismanagement tijdens crisisbeheersing, rampenbestrijding en oefeningen 8 juni 2011 Context i-bridge Programma Nederland Ondernemend

Nadere informatie

Containermanagement. Fotobijschrift Schematisch overzicht WinConsyst WMSbeheersoftware. Pagina 28 van 39

Containermanagement. Fotobijschrift Schematisch overzicht WinConsyst WMSbeheersoftware. Pagina 28 van 39 Containermanagement Met de functionele WinConsyst WMS-beheersoftware verkrijgt u een multifunctioneel platform dat schaalbaar is u een groeimodel biedt voor de toekomst. U gebruikt alleen die functionaliteit

Nadere informatie

Regionaal Crisisplan 2012-2016 VRMWB. Regionaal Crisisplan 2012-2016

Regionaal Crisisplan 2012-2016 VRMWB. Regionaal Crisisplan 2012-2016 Regionaal Crisisplan 2012-2016 1 2 Voorwoord De Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant omvat een gebied met veel uiteenlopende risico s. Veel ramp- en crisisscenario s kunnen zich potentieel in onze

Nadere informatie

Gebruikershandleiding. StUF Testplatform Versie 1.3.0

Gebruikershandleiding. StUF Testplatform Versie 1.3.0 Gebruikershandleiding StUF Testplatform Versie 1.3.0 Documentversie: 0.7 Datum 25 november 2014 Status In gebruik Inhoudsopgave 1 INLEIDING...3 2 GEBRUIK MAKEN VAN HET STUF TESTPLATFORM...4 2.1 INLOGGEN

Nadere informatie

Werkplekvisie. Hans van Zonneveld Senior Consultant Winvision

Werkplekvisie. Hans van Zonneveld Senior Consultant Winvision Werkplekvisie Hans van Zonneveld Senior Consultant Winvision De essentie De gebruiker centraal Verschillende doelgroepen Verschillende toepassingen Verschillende locaties Het beschikbaar

Nadere informatie

Regionaal Crisisplan

Regionaal Crisisplan Regionaal Crisisplan Titel : Regionaal Crisisplan Bestandslocatie : G:\Staf\Vastgestelde documenten Versie : 3.0 Datum : 14 november 2011 Samenstellers : Projectgroep Regionaal Crisisplan Status : definitief

Nadere informatie

Voorzitter Crisisbeleidsteam

Voorzitter Crisisbeleidsteam - generieke - - Voorzitter Crisisbeleidsteam Naam: Reguliere functie: Crisisfunctie sinds: ROP-coördinator: Organisatie: Periode: Typering van de functie De voorzitter van het Crisisbeleidsteam is (in

Nadere informatie

MA!N Rapportages en Analyses

MA!N Rapportages en Analyses MA!N Rapportages en Analyses Auteur Versie CE-iT 1.2 Inhoud 1 Inleiding... 3 2 Microsoft Excel Pivot analyses... 4 2.1 Verbinding met database... 4 2.2 Data analyseren... 5 2.3 Analyses verversen... 6

Nadere informatie

WET. Toelichting N.v.t.

WET. Toelichting N.v.t. TOETSINGSKADER RADAR In de periode mei 2008 t/m december 2009 voert de Inspectie Openbare Orde en Veiligheid (Inspectie OOV) het project RADAR uit. Vooruitlopend op de inwerkingtreding van de Wet op de

Nadere informatie

CONVENANT. SLOTERVAART ZIEKENHUIS VEILIGHEIDSREGIO Amsterdam-Amstelland SAMENWERKINGSAFSPRAKEN VOOR RAMPEN EN CRISES

CONVENANT. SLOTERVAART ZIEKENHUIS VEILIGHEIDSREGIO Amsterdam-Amstelland SAMENWERKINGSAFSPRAKEN VOOR RAMPEN EN CRISES CONVENANT SLOTERVAART ZIEKENHUIS VEILIGHEIDSREGIO Amsterdam-Amstelland SAMENWERKINGSAFSPRAKEN VOOR RAMPEN EN CRISES 2012 Ondergetekenden: 1. Het Slotervaart, gevestigd te Amsterdam, in deze rechtsgeldig

Nadere informatie

Visie op crisismanagement in de zorgsector en de toegevoegde waarde van een Integraal Crisisplan. All hazard voorbereid zijn (1 van 3)

Visie op crisismanagement in de zorgsector en de toegevoegde waarde van een Integraal Crisisplan. All hazard voorbereid zijn (1 van 3) Visie op crisismanagement in de zorgsector en de toegevoegde waarde van een Integraal Crisisplan All hazard voorbereid zijn (1 van 3) Versie 1.0 11 november 2014 Voorwoord Zorginstellingen zijn vanuit

Nadere informatie

Technisch Ontwerp W e b s i t e W O S I

Technisch Ontwerp W e b s i t e W O S I Technisch Ontwerp W e b s i t e W O S I WOSI Ruud Jungbacker en Michael de Vries - Technisch ontwerp Website Document historie Versie(s) Versie Datum Status Omschrijving / wijzigingen 0.1 20 nov 2008 Concept

Nadere informatie

nemen van een e-depot

nemen van een e-depot Stappenplan bij het in gebruik nemen van een e-depot CONCEPT VOOR FEEDBACK Bijlage bij Handreiking voor het in gebruik nemen van een e-depot door decentrale overheden 23 juli 2015 Inleiding Dit stappenplan

Nadere informatie

Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Winsum, gelet op artikel 14 van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens;

Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Winsum, gelet op artikel 14 van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens; Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Winsum, gelet op artikel 14 van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens; besluit vast te stellen de navolgende Beheerregeling

Nadere informatie

Handleiding GBO Helpdesk voor aanmelders

Handleiding GBO Helpdesk voor aanmelders Inhoud 1 Inleiding... 2 2 In- en uitloggen... 3 2.1 Webadres GBO Helpdesk... 3 2.2 Inloggen... 3 2.3 Wachtwoord wijzigen... 4 2.4 Uitloggen... 4 3 Incidenten... 5 3.1 Incident aanmelden... 5 3.2 Bijlage

Nadere informatie

Regionaal crisisplan Regio Zuidoost-Brabant. Deel 2: Deelplan Bevolkingszorg

Regionaal crisisplan Regio Zuidoost-Brabant. Deel 2: Deelplan Bevolkingszorg Regionaal crisisplan Regio Zuidoost-Brabant Deel 2: Deelplan Bevolkingszorg Colofon Opdrachtgever dhr. H.A.M. Arkesteijn Auteur(s) mw. D. Aarts dhr. B.M.J. Peute Versie geschiedenis: Versiedatum Veranderingen

Nadere informatie

Alle activiteiten zijn op maat te maken in overleg met de opdrachtgever. Ook kunt u activiteiten combineren.

Alle activiteiten zijn op maat te maken in overleg met de opdrachtgever. Ook kunt u activiteiten combineren. Introduceren en in gebruik nemen Regionaal Crisisplan: Wij zijn gespecialiseerd in de rampenbestrijding en crisisbeheersing en uiteraard op de hoogte van de ontwikkelingen rondom het Regionaal CrisisPlan

Nadere informatie

Procesmanagement. Hoe processen beschrijven. Algra Consult

Procesmanagement. Hoe processen beschrijven. Algra Consult Procesmanagement Hoe processen beschrijven Algra Consult Datum: juli 2009 Inhoudsopgave 1. INLEIDING... 3 2. ORGANISATIE VAN PROCESMANAGEMENT... 3 3. ASPECTEN BIJ HET INRICHTEN VAN PROCESMANAGEMENT...

Nadere informatie

m.b.v. digitale certificaten en PKI Versie: mei 2002 Beknopte Dienstbeschrijving beveiligen van e-mail

m.b.v. digitale certificaten en PKI Versie: mei 2002 Beknopte Dienstbeschrijving beveiligen van e-mail Beknopte dienstbeschrijving Beveiligen van e-mail m.b.v. digitale certificaten en PKI Document: Versie: mei 2002 Beknopte Dienstbeschrijving beveiligen van e-mail Inhoudsopgave 1. Inleiding 2 2. Snel te

Nadere informatie

B & W-nota. Onderwerp Vaststelling Notitie Een kwaliteitsslag in de Rampenbestrijdingsorganisatie van Haarlem

B & W-nota. Onderwerp Vaststelling Notitie Een kwaliteitsslag in de Rampenbestrijdingsorganisatie van Haarlem Onderwerp Vaststelling Notitie Een kwaliteitsslag in de Rampenbestrijdingsorganisatie van Haarlem B & W-nota Portefeuille mr. J.J.H. Pop Auteur P. Abma Telefoon 023 5114489 E-mail: pabma@haarlem.nl PD/Veiligheid/2005/547

Nadere informatie

BIJLAGE 4 Selectiecriteria met een gewogen karakter Perceel Switching

BIJLAGE 4 Selectiecriteria met een gewogen karakter Perceel Switching Europese aanbesteding Netwerkinfrastructuur Hardware, service en ondersteuning BIJLAGE 4 Selectiecriteria met een gewogen karakter Perceel Switching Niet openbare procedure Selectiecriteria met een gewogen

Nadere informatie

In the hot seat. NIBHV Ede 24 november 2015. de crisis samen de baas

In the hot seat. NIBHV Ede 24 november 2015. de crisis samen de baas In the hot seat NIBHV Ede 24 november 2015 de crisis samen de baas Programma: Inleiding workshop Film: Samenwerking tijdens een GRIP incident Sitting in the hot seat: CoPI Even voorstellen Ymko Attema

Nadere informatie

24/7. Support. smart fms

24/7. Support. smart fms 24/7 Support Smart FMS vindt het van het grootste belang dat haar klanten helder inzicht hebben in de voorwaarden, zekerheid over gemaakte afspraken en het vertrouwen in haar als softwareaanbieder. Het

Nadere informatie

Naam: Draaiboek decentrale implementatie PAUW en Tridion

Naam: Draaiboek decentrale implementatie PAUW en Tridion Programma Aanpak Universitaire Website (PAUW) Draaiboek decentrale implementatie PAUW en Tridion Inleiding In het kader van het Programma Aanpak Universitaire Website (PAUW) is afgesproken dat alle decentrale

Nadere informatie

VEILIGHEIDSINFORMATIE CENTRUM

VEILIGHEIDSINFORMATIE CENTRUM VEILIGHEIDSINFORMATIE CENTRUM Contactdag Inspectie Veiligheid en Justitie RBCB en Brandweer Erik van Borkulo, Coördinator Netcentrisch Werken Guus Welter, Adviseur Informatisering Agenda Veiligheidsinformatie

Nadere informatie

De oranje kolom in de Veiligheidsregio

De oranje kolom in de Veiligheidsregio De oranje kolom in de Veiligheidsregio Visiedocument voor de verankering van de gemeentelijke kolom in de Veiligheidsregio Zeeland - Vastgesteld in Kring van Zeeuwse gemeentesecretarissen d.d. 12 april

Nadere informatie

Viewer MapGuide Open Source/Enterprise

Viewer MapGuide Open Source/Enterprise Viewer MapGuide Open Source/Enterprise Versie 2.0, december 2012 GISkit BV Introductie Van Mapguide 6.5 MapGuide Open Source Ondanks het succes van MapGuide 6.5 had architectuur van dit product zijn beperkingen.

Nadere informatie

Mobiel Internet Dienstbeschrijving

Mobiel Internet Dienstbeschrijving Mobiel Internet Dienstbeschrijving o ktober 2013 INHOUD MOBIEL INTERNET 3 ABONNEMENTEN 3 BASISAANBOD 3 OPTIONELE MODULES VOOR MOBIEL INTERNET 5 TARIEVEN 5 INFORMATIEBEVEILIGING 5 MOBIEL INTERNET De tijd

Nadere informatie

I-bridge: het overbruggen van een kloof I-bridge

I-bridge: het overbruggen van een kloof I-bridge I-bridge: het overbruggen van een kloof Informatie is cruciaal in de hulpverlening bij incidenten, rampen en crises. Hulpverleners en bestuurders hebben relevante informatie nodig om effectief voor de

Nadere informatie

Enterprise SSO Manager (E-SSOM) Security Model

Enterprise SSO Manager (E-SSOM) Security Model Enterprise SSO Manager (E-SSOM) Security Model INHOUD Over Tools4ever...3 Enterprise Single Sign On Manager (E-SSOM)...3 Security Architectuur E-SSOM...4 OVER TOOLS4EVER Tools4ever biedt sinds 2004 een

Nadere informatie