Les 1 Integratie Leestekst: Een bankrekening. Introductiefase

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Les 1 Integratie Leestekst: Een bankrekening. Introductiefase"

Transcriptie

1 Les 1 Integratie Leestekst: Een bankrekening "Welkom:... " Introductiefase 1. "In de afgelopen weken hebben we veel teksten gelezen. Deze teksten hebben we samengevat, we hebben vragen erbij gesteld, gekeken of er ook moeilijke woorden in staan en geprobeerd te voorspellen hoe de tekst verder zal gaan. Daarvoor gebruikten we kaarten om te kijken wat we moesten doen. Alles wat op de kaarten stond, heb ik nu op één kaart gezet." 2. De kaart wordt uitgedeeld. 3. Vraag: "Zullen we even lezen wat er op de kaart staat?" 4. "Op de kaart staat: Staan er moeilijke woorden in de tekst? Kun je in één of twee zinnen vertellen waar de tekst over gaat? Welke vraag kun je het beste bij de tekst stellen? Hoe zal de tekst verder gaan?" 5. Vraag: "Komen deze vragen jullie nog bekend voor?" 6. Discussie: Vraag: "Ik wil graag weten wat we ook al weer moesten doen als we gingen ophelderen, samenvatten, vragen stellen en voorspellen." 8. Vraag: "Zullen we ze allemaal nog eens bij langs lopen?" A. Vraag: "Wat moesten we doen als we een moeilijk woord tegen kwamen?" Discussie:...(Belangrijk: Zin of zinnen opnieuw lezen). B. Vraag: "Wat moesten we doen om een gedeelte van de tekst te kunnen samenvatten?" Discussie:... (Belangrijk: vertel eerst in eigen woorden waar de tekst over gaat). C. Vraag: "Wat moesten we doen als we de beste vraag wilden stellen uit het gedeelte van de tekst dat we gelezen hadden?" Discussie:...(Belangrijk: Eerst een samenvatting maken, daar staat de belangrijkste informatie in en er voor zorgen dat deze informatie terug komt in de vraag en/of het antwoord). D. Vraag: "Wat moesten we doen als we wilden voorspellen?" Discussie:...(Belangrijk: Laatste zin goed lezen). 1

2 Instructiefase: 1. "Goed, we zijn alles opnieuw bij langs gegaan." 2. "We gaan straks opnieuw een tekst lezen. Als we stoppen met lezen is het de bedoeling dat we de kaart erbij pakken. Met de kaart erbij kunnen we zien wat we moeten doen. We gaan eerst kijken of er in het gedeelte dat we gelezen hebben ook moeilijke woorden staan. Staan die erin dan gaan we eerst de betekenis zoeken van het moeilijke woord. Vervolgens gaan we het tekstgedeelte samenvatten. Daarna bedenken we vragen bij de tekst. Kijk daarvoor op de achterkant van de kaart, daar staan de hulpvragen wie, wat, waar enz. Wanneer we dat hebben gedaan gaan we proberen de beste vraag te kiezen bij dit gedeelte van de tekst. Dat hoeft niet zo moeilijk meer te zijn omdat we met het samenvatten al de belangrijkste informatie genoemd hebben. En als we een vraag gekozen hebben, gaan we als laatste een voorspelling doen hoe de tekst verder gaat. Op de kaart staat dus aangegeven wat we het eerste moeten doen en wat we daarna moeten doen." 3. Vraag: "Is het duidelijk wat de bedoeling is?" 4. "Hebben we allemaal een gedeelte gelezen dan gaan we proberen hardop de betekenis van de moeilijke woorden te vinden, een samenvatting te geven, vragen te stellen en een voorspelling te doen. Steeds krijgt iemand de beurt om dit te doen. Iedere keer vraag je aan de anderen wat zij van jouw antwoord vinden. De eerste keer zal ik het voordoen." 5. Vraag: "Is het duidelijk wat vandaag de bedoeling is?" 6. "Dan zal ik nu de tekst van vandaag uitdelen. De tekst heeft als titel: Een bankrekening." 7. De tekst wordt uitgedeeld. Zorg dat de tekst wordt afgedekt, zodat alleen de titel zichtbaar is. 8. "We gaan eerst aan de hand van de titel voorspellen waar de tekst over zal gaan. De titel is: Een bankrekening. Waar denken jullie dan dat de tekst over zal gaan?" 9. Discussie: Voorspelling wordt gegeven en wordt opgeschreven: Voorspelling 1: "Aan het einde van de tekst zullen we kijken of deze voorspelling is uitgekomen." 12. "Dan gaan we nu beginnen met het lezen van de tekst." 2

3 13. Vraag: "Zien jullie de eerste streep staan? Willen jullie daaronder de kaart leggen? Tot zover mag je voor jezelf lezen. Ga je gang." 14. Het eerste gedeelte wordt stil gelezen. Hans werkt op een sociale werkplaats. Hij krijgt daar een salaris. Iedere maand ontvangt hij het geld. Geld waar hij van alles mee kan doen. Hij kan het geld direct uitgeven. Of een tijdje bewaren. Juist dat laatste wil Hans graag. 1. Vraag: "Heeft iedereen het eerste gedeelte gelezen? Dan gaan we nu de dingen doen die op de kaart staan. Als eerste staat daar: Staan er moeilijke woorden in de tekst?" 2. Vraag: "Is iemand een moeilijk woord tegengekomen?" 3. "Zo ja, dan zullen we de zin (of eerdere/latere zinnen) opnieuw lezen en proberen het moeilijk woord op te helderen. Zo nee, dan gaan we door naar de volgende vraag." 4. "Goed, dan kijken we nu weer naar de kaart. Als tweede staat er op de kaart: Kun je in één of twee zinnen vertellen waar de tekst over gaat? Ik zal proberen in mijn eigen woorden te vertelen waar de tekst over gaat. Daarna maak ik een samenvatting en vraag aan jullie wat jullie daarvan vinden. De tekst gaat over Hans. Hij krijgt een salaris. Hij krijgt dus geld en wil dat geld graag een tijdje bewaren. Als samenvatting zou ik dan willen geven: Hans wil zijn geld graag een tijdje bewaren." 5. Vraag: "Wat vinden jullie van deze samenvatting?" 6. Discussie: "Als iedereen het eens is met deze samenvatting, zal ik deze samenvatting opschrijven." 8. "Ik schrijf op: Samenvatting 1: Hans wil zijn geld graag een tijdje bewaren." 9. "Nu ga ik eerst vragen bij de tekst bedenken. Dit hebben we al eens eerder gedaan. Gebruik hierbij de achterkant van de kaart." Schrijf de vragen op. Vragen kunnen zijn: a. Waar werkt Hans? b. Wat krijgt Hans iedere maand? 3

4 c. Wat kan Hans met zijn geld doen? d. Wat wil Hans een tijdje bewaren? 10. "Laten we nu de antwoorden erbij bedenken. De antwoorden schrijf ik achter de vragen." 11. "Goed, dan gaan we nu door naar het derde gedeelte van de kaart namelijk: Welke vraag kun je het beste bij de tekst stellen? Daarvoor moet je eerst weten wat het belangrijkste is uit dit gedeelte van de tekst. Dat is niet zo moeilijk meer want dat staat al op het bord/scherm. Want de belangrijkste informatie hebben we al in de samenvatting genoemd." 12. "Laten we eens kijken wat we hebben opgeschreven: Samenvatting 1: Hans wil zijn geld graag een tijdje bewaren. We kijken nu nog eens naar de vragen. Eén van de vragen geeft het belangrijkste van de tekst weer. Dit is de vraag die het beste bij de samenvatting past. Welke vraag is dat denken jullie?" 13. "Vraag d is de beste vraag." 14. "Ik zal de andere vragen weg halen en de beste vraag onder de samenvatting laten staan/opschrijven." 15. De vraag wordt opgeschreven: Wat wil Hans een tijdje bewaren? 16. Vraag: "Wat is het antwoord op deze vraag?" 17. Iemand geeft aan: Zijn verdiende geld. 18. Vraag: "Is nu alle informatie die we in de samenvatting hadden gezet ook in de vraag of in het antwoord genoemd?" 19. Discussie: "Als we het eens zijn dan gaan we naar het laatste gedeelte van de kaart. Daar staat: Hoe zal de tekst verder gaan?" 21. "Ik zal proberen een voorspelling te maken. Daarvoor zal ik nog eens de laatste regel lezen van dit tekstgedeelte." "Ik lees hardop voor: Juist dat laatste wil Hans graag. Wat wil Hans juist graag? Dat is zijn geld bewaren. Ik voorspel dat de tekst verder gaat over hoe Hans zijn geld gaat bewaren. Ik zal deze voorspelling opschrijven." 22. Schrijf op: Voorspelling 2: De tekst gaat verder over hoe Hans zijn geld gaat bewaren. 23. Vraag: "Zijn jullie het met deze voorspelling eens?" 4

5 24. Discussie: "Als iedereen het daarmee eens is, dan gaan we verder met de tekst." Toepassingsfase. 1. Vraag: "Zouden jullie stil verder willen lezen tot de volgende streep in de tekst?" 2. Iedereen leest stil verder. Maar hij wil het geld niet bewaren op zijn eigen kamer. Dat vindt hij veel te gevaarlijk. Het liefst brengt hij het geld naar de bank. Daarom zou het handig zijn als hij een bankrekening heeft. Dan kan de bank daar zijn geld op bewaren. Ook houdt de bank dan zijn saldo bij. Hans kan dan zien hoeveel geld hij heeft. En als Hans geld nodig heeft, kan hij het bij de bank ophalen. Hans gaat naar de bank om een rekening te openen. Kees, zijn begeleider gaat mee. Als Hans iets niet begrijpt, kan Kees hem uitleg geven. 1. Vraag: "Heeft iedereen het tweede gedeelte gelezen?" 2. "Dan gaan we nu de eerste vraag op de kaart lezen. Stephan wil jij de eerste vraag voorlezen?" 3. Stephan leest hardop voor: Staan er moeilijke woorden in de tekst? 4. Vraag: "Stephan ben jij een moeilijk woord tegengekomen?" Zo ja: "Wil je dan de zin (of eerdere zinnen) opnieuw lezen en proberen de betekenis van het moeilijke woord te vinden?" Zo nee: "Wil je dan aan de anderen vragen of ze een moeilijk woord tegen zijn gekomen en zou je daar dan de betekenis van willen zoeken?" 5. Stephan doet een poging totdat er geen moeilijke woorden meer zijn. 6. Vraag: "Jolien, wil jij de voorspelling van het eerste gedeelte nog eens voorlezen?" 7. Jolien leest voor: De tekst gaat verder over hoe Hans zijn geld gaat bewaren. 8. Vraag: "Jolien, is onze voorspelling uitgekomen?" 9. Reactie Jolien: Ja, waarom dan wel? Nee. Waarom niet? 5

6 10. Vraag: "Zijn jullie het met Jolien eens?" 11. Discussie: "Dan kijken we nu weer naar de volgende vraag op de kaart." 13. "Ria wil jij de tweede vraag van de kaart oplezen?" 14. Ria leest hardop voor: Kun je in één of twee zinnen vertellen waar de tekst over gaat? 15. Vraag: "Ria, wil je proberen een samenvatting te maken en wil je daarna aan de anderen vragen wat zij daarvan vinden?" 16. Ria maakt een samenvatting en vraagt aan de anderen wat zij daarvan vinden. Wanneer dit niet lukt maak je gebruik van de instructie samenvatten. (De samenvatting zou kunnen zijn: Hans wil zijn geld naar de bank brengen). 17. Vraag: "Ria, wat is de samenvatting geworden waar jullie het allemaal over eens zijn?" 18. Ria geeft de samenvatting: De samenvatting wordt opgeschreven. Samenvatting 2:. 20. "Stephan, wil je een vraag over de tekst bedenken? Het antwoord op de vraag moet in de tekst staan. Je kunt hierbij gebruik maken van de achterkant van de kaart. Daarop staan hulpwoorden waarmee je de vraag zou kunnen beginnen." Stephan bedenkt een vraag. 21. "Stephan, wil jij aan de anderen vragen of zij ook een vraag kunnen bedenken?" (Schrijf de vragen op). Wanneer de cursisten zelf geen vragen kunnen bedenken, help je ze met wie, wat, waarom, wanneer, hoelang enz. Vragen kunnen zijn: a. Wat vindt Hans gevaarlijk? b. Waar wil Hans zijn geld heen brengen? c. Wat doet de bank? d. Wie gaat er met Hans mee? 22. "Wie weet de antwoorden op de vragen?" Behandel de vragen één voor één. (Schrijf de antwoorden achter de vragen). 23. "Goed, dan gaan we nu door naar de derde vraag van de kaart. Stephan wil jij de derde vraag voorlezen?" 24. Stephan leest hardop voor: Welke vraag kun je het beste bij de tekst stellen? 6

7 25. "Daarvoor moet je eerst weten wat het belangrijkste is uit dit gedeelte van de tekst. Dat is niet zo moeilijk meer want dat staat al op het bord/scherm. Want de belangrijkste informatie hebben we al in de samenvatting genoemd." 26. "We gaan nu nog een keer kijken naar de vragen die we net hebben bedacht. Stephan, welke vraag is volgens jou de beste?" 27. "Stephan vindt... de beste vraag bij dit stukje tekst." 28. Vraag: "Vinden jullie dit allemaal de beste vraag bij dit gedeelte van de tekst?" 29. "We gaan even kijken of dit ook de beste vraag is." Vraag: "Wat is het antwoord op deze vraag?" 30. Iemand geeft aan: Vraag: "Is nu alle informatie die we in de samenvatting hadden gezet ook in de vraag of in het antwoord genoemd?" 32. Discussie: "Ik zal de andere vragen en antwoorden dan weghalen. Dat zijn ook goede vragen, maar ze passen niet het beste bij de samenvatting." 34. De vraag wordt opgeschreven:... (Een goede vraag zou kunnen zijn: Waar wil Hans zijn geld heen brengen?) 35. "Als we het eens zijn dan gaan we naar de laatste vraag op de kaart. Ria wil jij de laatste vraag op de kaart voorlezen?" 36. Ria leest voor: Hoe zal de tekst verder gaan? 37. Vraag: "Ria, wil jij proberen een voorspelling te maken? Daarvoor moet je eerst nog eens de laatste twee zinnen van dit tekstgedeelte lezen." 38. Ria leest hardop de laatste twee zinnen voor: Hans gaat naar de bank om een rekening te openen. Kees, zijn begeleider gaat mee. 39. Vraag: "Ria, zou jij nu een voorspelling willen maken en aan de anderen willen vragen wat zij van jouw voorspelling vinden?" 40. Ria doet een voorspelling en vraagt aan de anderen wat zij daarvan vinden. 41. Vraag: "Wat is jullie voorspelling?" 42. Ria geeft haar voorspelling: "Ik zal deze voorspelling opschrijven." 7

8 44. Schrijf op: Voorspelling 3: De tekst gaat verder over (Voorspelling zou kunnen zijn: De tekst gaat verder over Hans die een bankrekening gaat openen.) 45. Vraag: "Ria, hoe kom jij bij deze voorspelling?" 46. Ria legt uit hoe zij tot deze voorspelling is gekomen. 47. "Goed, dan gaan we verder met de tekst." 48. Vraag: "Zouden jullie stil willen lezen tot aan de volgende streep in de tekst?" 49. Iedereen leest stil verder. Er staat een vrouw achter de balie bij de bank. "Goedemorgen, " zegt Hans, "ik wil graag een rekening openen." "Dat kan," zegt de mevrouw. "Hebt u een paspoort of een identiteitsbewijs meegenomen? Dan kan ik zien wie u bent. Dat doen we bij alle klanten van de bank als ze voor het eerst bij ons komen." Hans laat zijn paspoort zien en zijn salarisstrook. Daarop staat waar hij werkt. En hoeveel hij verdient. Dat wil de bank ook graag weten. Van de mevrouw achter de balie krijgt Hans een formulier. 1. Vraag: "Heeft iedereen het derde gedeelte gelezen?" 2. Vraag: "Jolien, wil jij de eerste vraag op de kaart voorlezen?" Jolien leest hardop voor: Staan er moeilijke woorden in de tekst? 3. "Zo ja, wil je dan de zin (of eerdere zinnen) opnieuw lezen en proberen de betekenis van het moeilijke woord te vinden? Zo nee, wil je dan aan de anderen vragen of ze een moeilijk woord tegen zijn gekomen en daar de betekenis van zoeken?" 4. Jolien doet een poging totdat moeilijke woorden is afgerond. 5. Vraag: "Ria, wil jij de voorspelling van het tweede gedeelte nog eens voorlezen?" 6. Ria leest voor: De tekst gaat verder over Vraag: "Ria, is jouw voorspelling uitgekomen?" 8. Reactie Ria:. Ja, waarom dan wel? Nee. Waarom niet? 9. Vraag: "Zijn jullie het met Ria eens?" 8

9 10. Discussie: "Stephan, zou je nu de tweede vraag van de kaart hardop voor willen lezen?" Stephan leest hardop voor: Kun je in één of twee zinnen vertellen waar de tekst over gaat? 12. Stephan maakt een samenvatting en vraagt aan de anderen wat zij daarvan vinden. Wanneer dit niet lukt maak je gebruik van de instructie samenvatten. Een goede samenvatting zou kunnen zijn: Om een rekening te openen moet Hans zijn paspoort en salarisstrook aan de mevrouw van de bank laten zien. 13. Vraag: "Stephan, wat is de samenvatting geworden waar jullie het allemaal over eens zijn?" 14. Stephan geeft de samenvatting: De samenvatting wordt opgeschreven. 16. "Jolien, wil je een vraag over de tekst bedenken? Het antwoord op de vraag moet in de tekst staan. Je mag hierbij de hulpwoorden op de achterkant van de kaart gebruiken." Jolien bedenkt een vraag. 17. "Jolien, wil jij aan de anderen vragen of zij ook een vraag kunnen bedenken?" (Schrijf de vragen op). Wanneer de cursisten zelf geen vragen bedenken, help je ze met wie, wat, waarom, wanneer, hoelang enz. 18. "Wie weet de antwoorden op de vragen?" Behandel de vragen één voor één. (Schrijf de antwoorden op). 19. Vraag: "Ria, wil jij de derde vraag op de kaart voorlezen?" 20. Ria leest hardop: Welke vraag kun je het beste bij de tekst stellen? 21. "Om te weten welke vraag je het beste bij de tekst kunt stellen, moet je eerst weten wat het belangrijkste is uit dit gedeelte van de tekst. Dat is niet zo moeilijk meer want dat staat al op het bord/scherm. Want de belangrijkste informatie hebben we al in de samenvatting genoemd." 22. "We gaan nu nog een keer kijken naar de vragen die we net hebben bedacht. Ria, welke vraag is de beste?" 23. "Ria vindt... de beste vraag bij dit stukje tekst." 24. Vraag: "Vinden jullie dit allemaal de beste vraag bij dit gedeelte van de tekst?" 25. "We gaan even kijken of dit ook de beste vraag is." Vraag: "Wat is het antwoord op deze vraag?" 9

10 26. Iemand geeft aan: Vraag: "Is nu alle informatie die we in de samenvatting hadden gezet ook in de vraag of in het antwoord genoemd?" 28. Discussie: "Ik zal de andere vragen en de antwoorden weer weghalen. Dit waren ook goede vragen, maar ze pasten niet het beste bij de samenvatting." 30. "Als we het eens zijn dan gaan we naar de laatste vraag van de kaart. Jolien wil jij de laatste vraag op de kaart voorlezen?" 31. Jolien leest hardop voor: Hoe zal de tekst verder gaan? 32. Vraag: "Jolien, wil jij nog eens de laatste zin van dit tekstgedeelte lezen?" 33. Jolien leest hardop de laatste zin voor: Van de mevrouw achter de balie krijgt Hans een formulier. 34. Jolien doet een voorspelling en vraagt aan de anderen wat zij daarvan vinden. 35. Vraag: "Jolien, wat vinden jullie de beste voorspelling?" 36. Jolien geeft de voorspelling: "Ik zal deze voorspelling opschrijven." 38. Schrijf op: Voorspelling 4: De tekst gaat verder over... (Een voorspelling zou kunnen zijn: De tekst gaat verder over Hans die het formulier invult.) 39. Vraag: "Jolien, hoe kom jij bij deze voorspelling?" 40. Jolien legt uit hoe zij tot deze voorspelling is gekomen. 41. "Goed, dan gaan we verder met de tekst." 42. Vraag: "Zouden jullie stil willen lezen tot de volgende streep in de tekst?" 43. Iedereen leest stil verder. 10

11 Het is de bedoeling dat hij dit formulier invult. Samen met Kees en de mevrouw vult Hans het formulier in. Hij schrijft zijn naam op. Hans moet ook opschrijven waar hij woont en wanneer hij geboren is. Wanneer hij alles heeft ingevuld zet Hans zijn handtekening. Nu is hij klaar met het formulier. Daarna geeft hij het formulier terug aan de vrouw achter de balie. De mevrouw zegt: "Over een week heb ik uw rekeningnummer klaar. Kunt u dan terugkomen? U moet dan weer uw paspoort meenemen." "Goed", zegt Hans. Een week later zijn Hans en Kees weer bij de bank. 1. Vraag: "Heeft iedereen het vierde gedeelte gelezen?" 2. "Dan gaan we nu de dingen doen die op de kaart staan. Stephan wil jij de eerste vraag op de kaart voorlezen?" Stephan leest hardop voor: Staan er moeilijke woorden in de tekst? 3. "Zo ja, wil je dan de zin (of eerdere zinnen) opnieuw lezen en proberen de betekenis van het moeilijke woord te vinden? Zo nee, wil je dan aan de anderen vragen of ze een moeilijk woord tegen zijn gekomen en zou je daar dan de betekenis van willen zoeken?" 4. Stephan doet een poging totdat ophelderen is afgerond. 5. Vraag: "Jolien, wil jij de voorspelling van het derde gedeelte nog eens voorlezen?" 6. Jolien leest voor: De tekst gaat verder over Vraag: "Jolien, is jouw voorspelling uitgekomen?" 8. Reactie Jolien:.. Ja, waarom dan wel? Nee. Waarom niet? 9. Vraag: "Zijn jullie het met Jolien eens?" 10. Discussie: "Jolien, zou je nu de tweede vraag van de kaart hardop voor willen lezen?" Jolien leest hardop voor: Kun je in één of twee zinnen vertellen waar de tekst over gaat? 12. Vraag: "Jolien, wil jij proberen een samenvatting te maken en wil je daarna aan de anderen vragen wat zij daarvan vinden?" 11

12 13. Jolien maakt een samenvatting en vraagt aan de anderen wat zij daarvan vinden. Wanneer dit niet lukt maak je gebruik van de instructie samenvatten. Een goede samenvatting zou kunnen zijn: Hans moet een formulier invullen. Zijn rekeningnummer is dan over een week klaar. 14. Vraag: "Jolien, wat is de samenvatting geworden waar jullie het allemaal over eens zijn?" 15. Jolien geeft de samenvatting: De samenvatting wordt opgeschreven. 17. "Nu we de samenvatting hebben opgeschreven, gaan we vragen stellen. Ria, wil je een vraag over de tekst bedenken? Het antwoord op de vraag moet in de tekst staan." Ria bedenkt een vraag. Als dit niet lukt wijs je haar erop dat ze gebruik mag maken van de achterkant van de kaart. 18. "Ria, wil jij aan de anderen vragen of zij ook een vraag kunnen bedenken?" (Schrijf de vragen op). Wanneer de cursisten zelf geen vragen bedenken, help je ze met wie, wat, waarom, wanneer, hoelang enz. 19. "Wie weet de antwoorden op de vragen?" Behandel de vragen één voor één. (Schrijf de antwoorden op). 20. "Goed, dan gaan we nu door naar de derde vraag van de kaart namelijk: Welke vraag kun je het beste bij de tekst stellen? Daarvoor moet je eerst weten wat het belangrijkste is uit dit gedeelte van de tekst. Dat is niet zo moeilijk meer want dat hebben we al opgeschreven. De belangrijkste informatie hebben we al in de samenvatting genoemd." 21. "We gaan nu nog een keer kijken naar de vragen die we net hebben bedacht. Jolien, welke vraag is de beste?" 22. "Jolien vindt... de beste vraag bij dit stukje tekst." 23. Vraag: "Vinden jullie dit allemaal de beste vraag bij dit gedeelte van de tekst?" 24. "Laten we nog één keer kijken of dit ook de beste vraag is." Vraag: "Wat is het antwoord op deze vraag?" 25. Iemand geeft aan: Vraag: "Is nu alle informatie die we in de samenvatting hadden gezet ook in de vraag of in het antwoord genoemd?" 27. Discussie:... 12

13 28. "Als we dat allemaal de beste vraag vinden, halen we de andere vragen en antwoorden weer weg." 29. "Als we het eens zijn dan gaan we naar de laatste vraag van de kaart. Ria wil jij de laatste vraag voorlezen?" 30. Ria leest hardop voor: Hoe zal de tekst verder gaan? 31. Vraag: "Ria, wil jij proberen een voorspelling te maken? Daarvoor moet je eerst nog eens de laatste zin van dit tekstgedeelte lezen." 32. Ria leest hardop de laatste zin voor: Een week later zijn Hans en Kees weer bij de bank. 33. Vraag: "Ria, zou jij nu een voorspelling willen maken en aan de anderen willen vragen wat zij van jouw voorspelling vinden?" 34. Ria doet een voorspelling en vraagt aan de anderen wat zij daarvan vinden. 35. Vraag: "Wat is jullie voorspelling?" 36. Ria geeft haar voorspelling: "Ik zal deze voorspelling opschrijven." Schrijf de voorspelling op: Voorspelling 5: De tekst gaat verder over... (De voorspelling zou kunnen zijn: De tekst gaat verder over wat Hans en Kees de volgende keer bij de bank doen.) 38. Vraag: "Ria, hoe kom jij bij deze voorspelling?" 39. Ria legt uit hoe zij tot deze voorspelling is gekomen. 40. "Goed, dan gaan we verder met de tekst. Zouden jullie stil willen lezen tot de volgende streep in de tekst?" Dezelfde mevrouw van de vorige week helpt Hans weer. Ze wil nog even het paspoort van Hans zien. Daarna geeft de mevrouw Hans een brief. Daarin staat wat zijn rekeningnummer is. Hans krijgt ook een ordner aangereikt. Daarin kan hij alle papieren van de bank bewaren. Het bankpasje is pas over twee weken klaar. Dat kan Hans dan op komen halen. Nu kan hij alvast zijn geld op zijn eigen rekening zetten. En over twee weken kan hij met zijn bankpasje geld ophalen bij de bank. Natuurlijk wel geld dat op zijn eigen rekening staat. 13

14 1. Vraag: "Heeft iedereen het laatste gedeelte gelezen? Staan er moeilijke woorden in dit gedeelte van de tekst?" (Zo ja: geef instructie ophelderen). 2. Vraag: "Ria, wil jij voorspelling 5 nog eens voorlezen?" 3. Ria leest voor: De tekst gaat verder over Vraag: "Ria, is jouw voorspelling uitgekomen?" 5. Reactie Ria: Ja, waarom dan wel? Nee. Waarom niet? 6. Vraag: "Zijn jullie het met Ria eens?" 7. Discussie: Vraag: "Stephan, wil jij onze eerste voorspelling nog eens voorlezen?" 9. Vraag: "Is onze eerste voorspelling uitgekomen?" 10. Stephan geeft een reactie. 11. Vraag: "Zijn jullie het met Stephan eens?" 12. Discussie: "Als jullie het allemaal met Stephan eens zijn, dan zijn we klaar met deze les." Afrondingsfase: 1. "Vandaag zijn we alle vragen bij langs gegaan die we in de afgelopen lessen gebruikt hebben om de tekst zo goed mogelijk te leren begrijpen. Nu moest je de vragen allemaal gebruiken. Dus iedere keer moest je opletten hoe je dat ook al weer moest doen. Ik vind dat jullie het prima hebben gedaan. Bedankt daarvoor. De volgende twee lessen doen we hetzelfde als wat we nu hebben gedaan. Tot de volgende keer." 14

Algemene instructies voor de strategie: Vragen stellen. Introductiefase bij de eerste les:

Algemene instructies voor de strategie: Vragen stellen. Introductiefase bij de eerste les: Algemene instructies voor de strategie: Vragen stellen "Welkom,." Introductiefase bij de eerste les: 1. "Vandaag gaan we weer een tekst lezen. Daarbij gaan we een nieuwe strategie leren. Deze strategie

Nadere informatie

Les 1 Vragen stellen Leestekst: De tandarts

Les 1 Vragen stellen Leestekst: De tandarts Les 1 Vragen stellen Leestekst: De tandarts "Welkom:... " Introductiefase: 1. "Vandaag gaan we weer een tekst lezen. Daarbij gaan we een nieuwe strategie leren. Deze strategie heet vragen stellen. We gaan

Nadere informatie

Les 2 Integratie Leestekst: Begeleid Werken. Introductiefase

Les 2 Integratie Leestekst: Begeleid Werken. Introductiefase Les 2 Integratie Leestekst: Begeleid Werken "Welkom:... " Introductiefase 1. "In de vorige les hebben we weer met een kaart gewerkt. Daarop stonden alle 4 de vragen die we de vorige lessen gebruikt hebben

Nadere informatie

Algemene instructies voor de strategie: Voorspellen. Introductiefase bij de eerste les: 2. Vraag: "Kan iemand mij vertellen wat voorspellen betekent?

Algemene instructies voor de strategie: Voorspellen. Introductiefase bij de eerste les: 2. Vraag: Kan iemand mij vertellen wat voorspellen betekent? Algemene instructies voor de strategie: Voorspellen "Welkom,." Introductiefase bij de eerste les: 1. "We gaan vandaag proberen te voorspellen." 2. Vraag: "Kan iemand mij vertellen wat voorspellen betekent?"

Nadere informatie

Les 3 Vragenstellen Leestekst: De inbreker. 1. "Vandaag gaan we voor de derde keer een tekst lezen en daarbij vragen maken."

Les 3 Vragenstellen Leestekst: De inbreker. 1. Vandaag gaan we voor de derde keer een tekst lezen en daarbij vragen maken. Les 3 Vragenstellen Leestekst: De inbreker "Welkom:... " Introductiefase: 1. "Vandaag gaan we voor de derde keer een tekst lezen en daarbij vragen maken." 2. Vraag: "Welke vraag hebben we daarbij nodig?"

Nadere informatie

Les 3 Integratie Leestekst: Een contact-advertentie. Introductiefase

Les 3 Integratie Leestekst: Een contact-advertentie. Introductiefase Les 3 Integratie Leestekst: Een contact-advertentie "Welkom:... " Introductiefase 1. "In de vorige twee lessen hebben we met de kaart gewerkt, waarop alle vragen stonden die we gebruikt hebben om de tekst

Nadere informatie

Les 3 Voorspellen Leestekst: Mijn droom. Introductiefase:

Les 3 Voorspellen Leestekst: Mijn droom. Introductiefase: Les 3 Voorspellen Leestekst: Mijn droom "Welkom:..." Introductiefase: 1. "Vandaag gaan we voor de laatste keer voorspellen." 2. Vraag: "Kan iemand mij vertellen welke vraag wij onszelf moeten stellen om

Nadere informatie

Les 1 Samenvatten Leestekst: Afval

Les 1 Samenvatten Leestekst: Afval Les 1 Samenvatten Leestekst: Afval "Goedemorgen.. De vorige lessen zijn we bezig geweest met het ophelderen van moeilijke woorden in de tekst. Vandaag gaan we een andere manier proberen om de tekst beter

Nadere informatie

Les 2: Voorspellen Tekst: Veilig in het verkeer. Introductiefase: 2. Vraag: "Kan iemand zich nog herinneren wat de bedoeling was bij het voorspellen?

Les 2: Voorspellen Tekst: Veilig in het verkeer. Introductiefase: 2. Vraag: Kan iemand zich nog herinneren wat de bedoeling was bij het voorspellen? Les 2: Voorspellen Tekst: Veilig in het verkeer "Welkom:... " Introductiefase: 1. "Vorige week zijn we begonnen met voorspellen." 2. Vraag: "Kan iemand zich nog herinneren wat de bedoeling was bij het

Nadere informatie

Les 1 Voorspellen Leestekst: De nieuwe computer. Introductiefase: 2. Vraag: "Kan iemand mij vertellen wat voorspellen betekent?"

Les 1 Voorspellen Leestekst: De nieuwe computer. Introductiefase: 2. Vraag: Kan iemand mij vertellen wat voorspellen betekent? Les 1 Voorspellen Leestekst: De nieuwe computer "Welkom:..." Introductiefase: 1. "We gaan vandaag proberen te voorspellen." 2. Vraag: "Kan iemand mij vertellen wat voorspellen betekent?" 3. Discussie:...

Nadere informatie

Les 3 Samenvatten Leestekst: Verhuizen. 2. Vraag: "Kan iemand mij vertellen welke vraag we onszelf moesten stellen om te kunnen samenvatten?

Les 3 Samenvatten Leestekst: Verhuizen. 2. Vraag: Kan iemand mij vertellen welke vraag we onszelf moesten stellen om te kunnen samenvatten? Les 3 Samenvatten Leestekst: Verhuizen "Welkom:..." Introductiefase: 1. "Vandaag gaan we weer samenvatten." 2. Vraag: "Kan iemand mij vertellen welke vraag we onszelf moesten stellen om te kunnen samenvatten?"

Nadere informatie

Les 1 Ophelderen Leestekst: Bibliotheek

Les 1 Ophelderen Leestekst: Bibliotheek Les 1 Ophelderen Leestekst: Bibliotheek "Welkom. Dit is de allereerste les van de cursus Begrijpend lezen. Leuk dat jullie meedoen aan de cursus. De komende weken gaan we teksten lezen over allerlei leuke

Nadere informatie

Les 2 Samenvatten. Leestekst: Lachen. 1. "We gaan vandaag weer proberen om de tekst die jullie krijgen samen te vatten."

Les 2 Samenvatten. Leestekst: Lachen. 1. We gaan vandaag weer proberen om de tekst die jullie krijgen samen te vatten. Les 2 Samenvatten Leestekst: Lachen 1. "Goedemorgen." Introductiefase: 1. "We gaan vandaag weer proberen om de tekst die jullie krijgen samen te vatten." 2. Vraag: "Wie kan vertellen wat we de vorige les

Nadere informatie

Les 2 Ophelderen Leestekst: Het zonnestelsel

Les 2 Ophelderen Leestekst: Het zonnestelsel Les 2 Ophelderen Leestekst: Het zonnestelsel "Welkom:... " Introductiefase: 1. "We gaan vandaag, net als de vorige keer, proberen de betekenis te vinden van moeilijke woorden. We hebben dit de vorige keer

Nadere informatie

Les 3 Ophelderen Leestekst: De Friese Elfstedentocht

Les 3 Ophelderen Leestekst: De Friese Elfstedentocht "Welkom:... " Les 3 Ophelderen Leestekst: De Friese Elfstedentocht Introductiefase: 1. "We gaan vandaag weer proberen om de betekenis te vinden van moeilijke woorden. Dit noemen we 'Ophelderen van moeilijke

Nadere informatie

Waarom ga je schrijven: Nieuwsbegripfilmpje kijken. Wat voor tekst schrijf je en voor wie: een gedicht over Egypte

Waarom ga je schrijven: Nieuwsbegripfilmpje kijken. Wat voor tekst schrijf je en voor wie: een gedicht over Egypte Les 1: Een gedicht over Egypte schrijven Waarom ga je schrijven: Nieuwsbegripfilmpje kijken 1. Bekijk het Nieuwsbegripfilmpje van het Jeugdjournaal op www.nieuwsbegrip.nl. Het filmpje gaat over de situatie

Nadere informatie

Waarom ga je schrijven: het Jeugdjournaalfilmpje bekijken

Waarom ga je schrijven: het Jeugdjournaalfilmpje bekijken Les 1: Je eigen vredesspreuk bedenken Waarom ga je schrijven: het Jeugdjournaalfilmpje bekijken Bekijk met de klas het Jeugdjournaalfilmpje op www.nieuwsbegrip.nl. Let er vooral op wat vrede precies betekent.

Nadere informatie

Waarom ga je schrijven: Nieuwsbegripfilmpje kijken. Wat voor tekst schrijf je en voor wie: een gedicht over Egypte

Waarom ga je schrijven: Nieuwsbegripfilmpje kijken. Wat voor tekst schrijf je en voor wie: een gedicht over Egypte Les 1: Een gedicht over Egypte schrijven Waarom ga je schrijven: Nieuwsbegripfilmpje kijken 1. Bekijk het Nieuwsbegripfilmpje van het Jeugdjournaal op www.nieuwsbegrip.nl. Het filmpje gaat over de situatie

Nadere informatie

Nieuwsbegrip Schrijven 2012 week 2 Hoog water in Nederland

Nieuwsbegrip Schrijven 2012 week 2 Hoog water in Nederland week 2 9 januari 2012 Handleiding Schrijven niveau A Nieuwsbegrip Schrijven 2012 week 2 Hoog water in Nederland Inhoud Eenmalig afdrukken: Handleiding les 1 en 2 Hardopdenk-tekst Voor de leerlingen: Leerlingblad

Nadere informatie

Wat voor tekst schrijf je en voor wie: een gedicht over de Paralympische Spelen

Wat voor tekst schrijf je en voor wie: een gedicht over de Paralympische Spelen Les 1: Een gedicht over de Paralympische Spelen schrijven Waarom ga je schrijven: Nieuwsbegripfilmpje kijken 1. Bekijk het Nieuwsbegripfilmpje van het Jeugdjournaal op www.nieuwsbegrip.nl. Het filmpje

Nadere informatie

Waarom ga je schrijven? Om de directeur te overtuigen

Waarom ga je schrijven? Om de directeur te overtuigen week 17 20 april 2015 - Schrijfopdrachten niveau A, les 1 Les 1: Een overtuigende tekst schrijven Beantwoord deze vragen: Een mooie manier om te herdenken 1. Waarom is het volgens jou belangrijk om de

Nadere informatie

Les 1: Een sprookje schrijven

Les 1: Een sprookje schrijven Les 1: Een sprookje schrijven Wat ga je schrijven: een sprookje. In deze les ga je een sprookje verzinnen. De held van het sprookje heeft een slechte gewoonte. 1. Wat zijn slechte gewoontes? Kun je voorbeelden

Nadere informatie

Voordoen (modelen, hardop denken)

Voordoen (modelen, hardop denken) week 11-12 maart 2012 - hardop-denktekst schrijven B Voordoen (modelen, hardop denken) Waarom voordoen? Net zoals bij lezen, leren leerlingen heel veel over schrijven als ze zien hoe een expert dit (voor)doet.

Nadere informatie

Dwerggras 30, Rotterdam. 1. Schrijf tijdens het kijken dingen op die jou belangrijk lijken. Je hebt dit later nodig.

Dwerggras 30, Rotterdam. 1. Schrijf tijdens het kijken dingen op die jou belangrijk lijken. Je hebt dit later nodig. Les 1: Een Wikitekst schrijven Waarom ga je schrijven: het Jeugdjournaalfilmpje bekijken Bekijk met de klas het Jeugdjournaalfilmpje over koningin Beatrix op www.nieuwsbegrip.nl 1. Schrijf tijdens het

Nadere informatie

Les 1: Een sprookje schrijven

Les 1: Een sprookje schrijven Les 1: Een sprookje schrijven Wat ga je schrijven: een sprookje over een held, die van een slechte gewoonte wil afkomen In deze les ga je een sprookje verzinnen. De held van het sprookje heeft een slechte

Nadere informatie

Wat voor tekst schrijf je en voor wie: een gedicht voor op een poëziekaart. Hoe pak je het schrijven van een gedicht aan?

Wat voor tekst schrijf je en voor wie: een gedicht voor op een poëziekaart. Hoe pak je het schrijven van een gedicht aan? Les 1: Een poëziekaart maken Wat voor tekst schrijf je en voor wie: een gedicht voor op een poëziekaart Lees over Verbonden zijn. Verbonden zijn De Nieuwsbegrip leesles gaat over de ramadan. Tijdens de

Nadere informatie

Waarom ga je schrijven? Om de directeur te overtuigen

Waarom ga je schrijven? Om de directeur te overtuigen week 17 20 april 2015 - Schrijfopdrachten niveau B, les 1 Les 1: Een overtuigende tekst schrijven Beantwoord deze vragen: Een mooie manier om te herdenken 1. Waarom is het volgens jou belangrijk om de

Nadere informatie

Wat ga je schrijven: een verklarende tekst. Voorbereiden op het schrijven met je schrijfmaatje

Wat ga je schrijven: een verklarende tekst. Voorbereiden op het schrijven met je schrijfmaatje Les 1: Een verklarende tekst schrijven Wat ga je schrijven: een verklarende tekst Jullie gaan een verklarende tekst schrijven: een flyer voor leerlingen uit een andere klas. Veel jongeren hebben geldproblemen.

Nadere informatie

Werkstukken maken op PCBO-Het Mozaiek Groep 6

Werkstukken maken op PCBO-Het Mozaiek Groep 6 We gaan een werkstuk maken en je mag het helemaal zelf doen. Het is helemaal jouw eigen werkstuk. Maar om je even goed op weg te helpen hebben we hieronder alle stapjes even op een rij gezet. Wat moet

Nadere informatie

Tekst lezen en moeilijke woorden

Tekst lezen en moeilijke woorden Tekst lezen en moeilijke woorden 1. Lees de tekst met het stappenplan. Zet een lijn onder de woorden die jij moeilijk vindt. 2. Lees de uitleg. In een tekst staan soms woorden die je niet kent. Op de woordhulp

Nadere informatie

Huiswerk Spreekbeurten Werkstukken

Huiswerk Spreekbeurten Werkstukken Huiswerk Spreekbeurten Werkstukken - 2 - Weer huiswerk? Nee, deze keer geen huiswerk, maar een boekje óver huiswerk! Wij (de meesters en juffrouws) horen jullie wel eens mopperen als je huiswerk opkrijgt.

Nadere informatie

Ik heb geen idee wat het betekent. Ik heb dit woord wel eens gezien of gehoord.

Ik heb geen idee wat het betekent. Ik heb dit woord wel eens gezien of gehoord. Tekst lezen en moeilijke woorden bespreken 1. Hoe goed ken je de woorden in het schema? Je hoeft alleen een kruisje te zetten bij hoe goed je het woord kent. 2. Lees de tekst met het stappenplan. Onderstreep

Nadere informatie

Films kijken op internet: verboden of niet?

Films kijken op internet: verboden of niet? Les over auteursrecht tekst niveau A Films kijken op internet: verboden of niet? Veel mensen kijken graag naar films. Jij ook? Als je zin hebt om een film te zien, kun je natuurlijk naar de bioscoop gaan.

Nadere informatie

Werkboek Het is mijn leven

Werkboek Het is mijn leven Werkboek Het is mijn leven Het is mijn leven Een werkboek voor jongeren die zelf willen kiezen in hun leven. Vul dit werkboek in met mensen die je vertrouwt, bespreek het met mensen die om je geven. Er

Nadere informatie

Waarom ga je schrijven: het Jeugdjournaalfilmpje bekijken

Waarom ga je schrijven: het Jeugdjournaalfilmpje bekijken Les 1: Je eigen vredesspreuk bedenken Waarom ga je schrijven: het Jeugdjournaalfilmpje bekijken Bekijk met de klas het Jeugdjournaalfilmpje op www.nieuwsbegrip.nl. Let er vooral op wat vrede precies betekent.

Nadere informatie

Waarom ga je schrijven: Jeugdjournaalfilmpje kijken

Waarom ga je schrijven: Jeugdjournaalfilmpje kijken Les 1: Een stripverhaal schrijven Waarom ga je schrijven: Jeugdjournaalfilmpje kijken 1. Bekijk het Nieuwsbegripfilmpje van het Jeugdjournaal op www.nieuwsbegrip.nl over Donald Duck. 2. Er wordt veel verteld

Nadere informatie

Persoonlijk opleidingsplan. Hulpmiddelen voor de werknemer

Persoonlijk opleidingsplan. Hulpmiddelen voor de werknemer Persoonlijk opleidingsplan Hulpmiddelen voor de werknemer Elk bedrijf heeft bepaalde doelstellingen. Maar ook de werknemers van een bedrijf, jij en je collega s, hebben eigen doelen. Zoals: beter worden

Nadere informatie

Wat schrijf je en voor wie: een gedicht voor op een. Hoe pak je het schrijven van een gedicht aan?

Wat schrijf je en voor wie: een gedicht voor op een. Hoe pak je het schrijven van een gedicht aan? Les 1: Een poëziekaart maken poëziekaart Lees over Verbonden zijn. Wat schrijf je en voor wie: een gedicht voor op een Verbonden zijn De Nieuwsbegrip leesles gaat over de ramadan. Tijdens de ramadan voelen

Nadere informatie

Banger voor spinnen dan voor terreur.

Banger voor spinnen dan voor terreur. Opdracht 1 (tweetal): Voorspellen wat je gaat lezen 1. Lees de uitleg in het blokje hieronder. Uitleg Tijdens het lezen van een tekst zijn je hersenen hard aan het werk! Ze proberen de informatie uit de

Nadere informatie

Begeleide interne stage

Begeleide interne stage Ik, leren en werken Begeleide interne stage Deel 2 Colofon Uitgeverij: Edu Actief b.v. 0522-235235 info@edu-actief.nl www.edu-actief.nl Auteur: Marian van der Meijs Inhoudelijke redactie: Titel: Ik, leren

Nadere informatie

Voordoen (modelen, hardop denken)

Voordoen (modelen, hardop denken) Voordoen (modelen, hardop denken) Waarom voordoen? Net zoals bij lezen, leren leerlingen heel veel over schrijven als ze zien hoe een expert dit (voor)doet. Het voordoen (modelen) van het schrijven van

Nadere informatie

? Hier heb ik een vraag bij.?? Dit snap ik niet.! Dit valt me op! N Dit is nieuw voor me.

? Hier heb ik een vraag bij.?? Dit snap ik niet.! Dit valt me op! N Dit is nieuw voor me. Zonder hulp: onduidelijkheden ophelderen 1. Lees de tekst actief. Schrijf de volgende tekens in de kantlijn bij de tekst om te laten zien dat je actief leest. X Dit klopt niet met wat ik al wist/dacht.

Nadere informatie

Spreekopdrachten thema 3 Kinderen

Spreekopdrachten thema 3 Kinderen Spreekopdrachten thema 3 Kinderen Opdracht 1 bij 3.2 Jullie zijn bij het consultatiebureau. Cursist A: je bent arts bij het consultatiebureau. Cursist B: je bent met je baby van twee maanden bij het consultatiebureau.

Nadere informatie

Thema Op zoek naar werk

Thema Op zoek naar werk http://www.edusom.nl Thema Op zoek naar werk Lesbrief 8. Opbellen naar een bedrijf. Wat leert u in deze les? Een telefoongesprek naar een bedrijf begrijpen. Een gesprek over een advertentie begrijpen.

Nadere informatie

Les 1: Halloween en Sint-Maarten beschrijven

Les 1: Halloween en Sint-Maarten beschrijven Les 1: Halloween en Sint-Maarten beschrijven Wat voor tekst ga je schrijven en waarom? Op 31 oktober is het Halloween en op 11 november is het Sint-Maarten. Veel mensen weten niet zo goed wat voor feesten

Nadere informatie

3. Wat betekent ergens hinder van ondervinden (regel 16)? Hoe ben je achter de betekenis gekomen?

3. Wat betekent ergens hinder van ondervinden (regel 16)? Hoe ben je achter de betekenis gekomen? Tekst lezen 1. Lees de tekst en gebruik het stappenplan als je het nodig hebt. Kom je nog moeilijke woorden tegen in de tekst? Gebruik dan de woordhulp. 2. Waarom hadden met name scholieren in Midden-

Nadere informatie

Hoe leer ik uit... Naam: Klas:

Hoe leer ik uit... Naam: Klas: Hoe leer ik uit... Naam: Klas: 1 Inhoud Woorden... 3 Flashcards... 3 Opschrijven... 3 WRTS... 3 Tekenen... 4 Stones... 5 Flashcards Opschrijven - WRTS... 5 Het thema van de Stone... 5 Stukjes combineren...

Nadere informatie

Spreekopdrachten thema 8 Opleidingen

Spreekopdrachten thema 8 Opleidingen Spreekopdrachten thema 8 Opleidingen Opdracht 1 bij 8.2 Lees de vragen. Geef antwoord. 1. Kun je bij jou in de buurt cursussen volgen? Waar dan? 2. Volg jij een cursus of heb je een cursus gevolgd? Welke

Nadere informatie

Ben jij een kind van gescheiden ouders? Dit werkboekje is speciaal voor jou!

Ben jij een kind van gescheiden ouders? Dit werkboekje is speciaal voor jou! Hallo Ben jij een kind van gescheiden ouders? Dit werkboekje is speciaal voor jou Als je ouders uit elkaar zijn kan dat lastig en verdrietig zijn. Misschien ben je er boos over of denk je dat het jouw

Nadere informatie

Meten van mediawijsheid. Bijlage 6. Interview. terug naar meten van mediawijsheid

Meten van mediawijsheid. Bijlage 6. Interview. terug naar meten van mediawijsheid Meten van mediawijsheid Bijlage 6 Interview terug naar meten van mediawijsheid Bijlage 6: Het interview Individueel interview Uitleg interview Ik zal je uitleggen wat de bedoeling is vandaag. Ik ben heel

Nadere informatie

Handleiding Les 1: Een verklarende tekst schrijven over waarom er onrust is in Oekraïne

Handleiding Les 1: Een verklarende tekst schrijven over waarom er onrust is in Oekraïne Handleiding Les 1: Een verklarende tekst schrijven over waarom er onrust is in Oekraïne Deze schrijfles is dit jaar de tweede waarin leerlingen oefenen in het genre verklaren. Het is een instructieles,

Nadere informatie

september 2013 Huygens College Kernuur Leesles Muziek Engels Dans PROJECT TITEL Werkboek First ID

september 2013 Huygens College Kernuur Leesles Muziek Engels Dans PROJECT TITEL Werkboek First ID september 2013 Huygens College Kernuur NAAM JAAR KLAS VAK PROJECT TITEL Leesles Muziek Engels Dans Werkboek First ID Inhoud Werkboek First ID 4 Het gebruik van de Powerpoint 7 Instructie voor het gebruik

Nadere informatie

dat ouders vaak afspraken maken om hun kinderen bij elkaar thuis te laten spelen.

dat ouders vaak afspraken maken om hun kinderen bij elkaar thuis te laten spelen. CP7 Vrije tijd In Nederland zijn veel kinderen lid van een sportclub of een andere club zoals bijvoorbeeld een knutselclu Maar het is ook heel gewoon dat kinderen na schooltijd bij elkaar thuis spelen.

Nadere informatie

Les 35. Een nieuw paspoort

Les 35. Een nieuw paspoort http://www.edusom.nl Thema Het stadhuis Les 35. Een nieuw paspoort Wat leert u in deze les? Informatie over het aanvragen en verlengen van uw paspoort of identiteitskaart. Vragen stellen bij het loket.

Nadere informatie

Workshop Handleiding. Verhalen schrijven. wat is jouw talent?

Workshop Handleiding. Verhalen schrijven. wat is jouw talent? Workshop Handleiding Verhalen schrijven wat is jouw talent? Inhoudsopgave Hoe gebruik je deze workshop? Hoe kun je deze workshop inzetten in je klas? Les 1: Even voorstellen stelt zich kort voor en vertelt

Nadere informatie

Waarom ga je schrijven: het Jeugdjournaalfilmpje bekijken. Wat voor tekst schrijf je en aan wie?

Waarom ga je schrijven: het Jeugdjournaalfilmpje bekijken. Wat voor tekst schrijf je en aan wie? Les 1: Je eigen reclameposter maken Waarom ga je schrijven: het Jeugdjournaalfilmpje bekijken Bekijk met de klas het Jeugdjournaalfilmpje op www.nieuwsbegrip.nl. Let vooral op de leerlingen van Het Geuzencollege

Nadere informatie

? Hier heb ik een vraag bij.?? Dit snap ik niet.! Dit valt me op! N Dit is nieuw voor me.

? Hier heb ik een vraag bij.?? Dit snap ik niet.! Dit valt me op! N Dit is nieuw voor me. 1. Kijk naar de titel en de tussenkopjes van de tekst. Kijk ook naar het plaatje. Waar gaat de tekst over? 2. Tijdens deze les let je extra op moeilijke woorden in de tekst. Kies of je opdracht 1 met hulp

Nadere informatie

Workshop Handleiding. Verhalen schrijven. wat is jouw talent?

Workshop Handleiding. Verhalen schrijven. wat is jouw talent? Workshop Handleiding Verhalen schrijven wat is jouw talent? Inhoudsopgave Hoe gebruik je deze workshop? Hoe kun je deze workshop inzetten in je klas? Les 1: Even voorstellen stelt zich kort voor en vertelt

Nadere informatie

Mijn Mokum is een project voor NT2 cursisten. Het is gemaakt door het Amsterdam Museum.

Mijn Mokum is een project voor NT2 cursisten. Het is gemaakt door het Amsterdam Museum. 2 INTRODUCTIE is een project voor NT2 cursisten. Het is gemaakt door het. In het wordt de geschiedenis verteld aan de hand van schilderijen en voorwerpen. Je gaat met de groep naar het museum. In dit werkboekje

Nadere informatie

Thema Informatie vragen bij een instelling

Thema Informatie vragen bij een instelling http://www.edusom.nl Thema Informatie vragen bij een instelling Lesbrief 28. De belastingaanslag. Wat leert u in deze les? Informatie over uw inkomsten begrijpen. Informatie over uw uitgaven begrijpen.

Nadere informatie

Een overtuigende tekst schrijven

Een overtuigende tekst schrijven Een overtuigende tekst schrijven Taalhandeling: Betogen Betogen ervaarles Schrijftaak: Je mening geven over een andere manier van herdenken op school instructieles oefenlesles Lesdoel: Leerlingen kennen

Nadere informatie

lezen de kinderen samen met u wat er in de brief staat en schrijven gezamenlijk een brief terug. Groep 1 Groep 2

lezen de kinderen samen met u wat er in de brief staat en schrijven gezamenlijk een brief terug. Groep 1 Groep 2 1. Een brief van Tom Tijdens deze activiteit: lezen de kinderen samen met u wat er in de brief staat en schrijven gezamenlijk een brief terug. Taal Ontluikende en beginnende geletterdheid Oriëntatie op

Nadere informatie

Hoe maak ik een werkstuk?

Hoe maak ik een werkstuk? Hoe maak ik een werkstuk? Je gaat, misschien wel voor de eerste keer, een eigen werkstuk maken. Dat is leuk, maar ook best moeilijk. Je moet er namelijk een heleboel voor doen. Heb je al eens een eigen

Nadere informatie

Spreekopdrachten thema 4 Gezondheid

Spreekopdrachten thema 4 Gezondheid Spreekopdrachten thema 4 Gezondheid Opdracht 1 bij 4.1 * Doe de opdracht in groepjes. Uitleg voor de docent: Verdeel de klas in groepjes van vier à vijf cursisten. Op deze pagina staan kaartjes met lichaamsdelen

Nadere informatie

Lesbrief 14. Naar personeelszaken.

Lesbrief 14. Naar personeelszaken. http://www.edusom.nl Thema Op het werk Lesbrief 14. Naar personeelszaken. Wat leert u in deze les? Wanneer u zeggen en wanneer jij zeggen. Je mening geven en naar een mening vragen. De voltooide tijd gebruiken.

Nadere informatie

Wat ga je schrijven: een verklarende tekst. Filmpje kijken en aantekeningen maken

Wat ga je schrijven: een verklarende tekst. Filmpje kijken en aantekeningen maken B, les 1 Les 1: Een verklarende tekst schrijven Wat ga je schrijven: een verklarende tekst Wat is de VOGELS-strategie? Schrijf op wat de letters betekenen. V O GE L S Filmpje kijken en aantekeningen maken

Nadere informatie

Werkwijzer Verslagkring:

Werkwijzer Verslagkring: Werkwijzer Verslagkring: 1. Je maakt een tweetal. 2. Met zijn tweeën kies je een onderwerp, waarin jullie je willen verdiepen en waarover jullie meer willen weten. 3. Samen ga je op zoek naar informatie

Nadere informatie

De Drakendokter: Gideon

De Drakendokter: Gideon De Drakendokter: Gideon Om hulp vragen Vervolgverhalen Groep 5 en 6 (SO en SBO) Overzicht De opdrachten zijn het leukst om te doen, als het hele boek in de klas is voorgelezen. Dit kan door elke dag in

Nadere informatie

2.4 Tekstopbouw In deze paragraaf oefen je in het schrijven van een tekst met een indeling in inleiding, kern en slot.

2.4 Tekstopbouw In deze paragraaf oefen je in het schrijven van een tekst met een indeling in inleiding, kern en slot. Fase.4 Tekstopbouw In deze paragraaf oefen je in het schrijven van een tekst met een indeling in inleiding, kern en slot. 1 1 Lees onderstaande tekst. Daarna ga je zelf een soortgelijke tekst schrijven.

Nadere informatie

Les 1: Een rampenwijzer maken.

Les 1: Een rampenwijzer maken. Les 1: Een rampenwijzer maken. Voorbereiden: wat ga je schrijven en voor wie? De Nieuwsbegriples gaat over de orkaan Hagupit. De mensen op de Filippijnen waren goed voorbereid. Daardoor zijn er niet zoveel

Nadere informatie

Lesbrief: Sporten met een doelgroep Thema: Waar ga ik heen?

Lesbrief: Sporten met een doelgroep Thema: Waar ga ik heen? Lesbrief: Sporten met een doelgroep Thema: Waar ga ik heen? Copyright Stichting Vakcollege Groep 2015. Alle rechten voorbehouden. Sporten met een doelgroep Inleiding Sporten is goed voor iedereen. Je blijft

Nadere informatie

Jaarplan ASVZ 2016 Zorg pakken we samen aan

Jaarplan ASVZ 2016 Zorg pakken we samen aan Jaarplan ASVZ 2016 Zorg pakken we samen aan Jaarplan ASVZ 2016 eenvoudige versie Dit is het jaarplan van ASVZ. Hierin schrijft ASVZ op wat we in 2016 gaan doen, en wat beter of anders kan in de zorg. Het

Nadere informatie

Wat kan ik voor u doen?

Wat kan ik voor u doen? 139 139 HOOFDSTUK 9 Wat kan ik voor u doen? WOORDEN 1 1 Peter is op vakantie. Hij stuurde mij een... uit Parijs. a brievenbus b kaart 2 Ik heb die kaart gisteren.... a ontvangen b herhaald 3 Bij welke...

Nadere informatie

Acht leesadviezen voor thuis

Acht leesadviezen voor thuis Acht leesadviezen voor thuis Advies1 Advies 2 Advies 3 Advies 4 Advies 5 Advies 6 Advies 7 Advies 8 Overleg met uw kind over de tijdstippen waarop er het best kan worden ge. Als uw kind daarin inbreng

Nadere informatie

Waar zie je de bijzondere vogel en hoe ziet hij eruit?

Waar zie je de bijzondere vogel en hoe ziet hij eruit? Les 1: Een verhaal schrijven Voor je gaat schrijven: een schema maken Je hebt net een verhaal bedacht. Schrijf alles wat je hebt bedacht kort op in het schema hieronder. Zijn er vragen waar je nog niet

Nadere informatie

voorwoord VOORBEELDPAGINA S Bestelnr De ander en ik

voorwoord VOORBEELDPAGINA S Bestelnr De ander en ik voorwoord Dit werkboek gaat over de omgang met andere mensen. We bespreken hoe jij met anderen kunt omgaan. Bijvoorbeeld hoe je problemen oplost, omgaat met pesten, gevoelens en vriendschappen en hoe je

Nadere informatie

Uitleg boekverslag en boekbespreking

Uitleg boekverslag en boekbespreking Uitleg boekverslag en boekbespreking groep 7 schooljaar 2014-2015 Inhoudsopgave: Blz. 3 Blz. 3 Blz. 3 Blz. 4 Blz. 6 Blz. 7 Blz. 7 Stap 1: Het lezen van je boek Stap 2: Titelpagina Stap 3: Inhoudsopgave

Nadere informatie

Spreekopdrachten thema 4 Wonen

Spreekopdrachten thema 4 Wonen Spreekopdrachten thema 4 Wonen Opdracht 1 bij 4.1 ** Uitleg voor de docent: Op de volgende pagina vind je een blad met plaatjes. Knip de plaatjes uit en doe ze in een envelop. Geef elk tweetal een envelop.

Nadere informatie

GROEP 3 GROEP 4 GROEP 5 GROEP 6 GROEP 7 GROEP 8. limme Taal. Kranten en tijdschriften

GROEP 3 GROEP 4 GROEP 5 GROEP 6 GROEP 7 GROEP 8. limme Taal. Kranten en tijdschriften GROEP 3 GROEP 4 GROEP 5 GROEP 6 GROEP 7 GROEP 8 limme Taal Kranten en tijdschriften Een 'Acta Diurna ' voor de klas Wat ga je leren? Je leert hoe je een muurkrant kunt maken die interessant is voor kinderen.

Nadere informatie

Begrijpend lezen Strategie 6 & 7. Extra oefenen Niveau B

Begrijpend lezen Strategie 6 & 7. Extra oefenen Niveau B Begrijpend lezen Strategie 6 & 7 Extra oefenen Niveau B Remediëringsbladen - strategie 6 en 7 Niveau B 2 Je gaat leren om je leesdoel bij een tekst te bepalen en je leert om te controleren of je je leesdoel

Nadere informatie

Werkboek LINTSTAGE NAAM: KLAS:

Werkboek LINTSTAGE NAAM: KLAS: Werkboek LINTSTAGE NAAM: KLAS: Inhoudsopgave Gegevens van het talent, de school en het leerbedrijf... 1 Belangrijke regels... 3 Wat wordt er van je verwacht als je stageloopt?... 4 Verslagonderdeel A...

Nadere informatie

Nationaal Gevangenismuseum Gevangen in beeld

Nationaal Gevangenismuseum Gevangen in beeld Nationaal Gevangenismuseum Gevangen in beeld Groep 8 Les 1. Boeven in beeld Les 1. Boeven in beeld Nationaal Gevangenismuseum Groep 8 120 minuten Samenvatting van de les De les begint met een klassikaal

Nadere informatie

Bijeenkomst 7 Module Zorg thuis (2)

Bijeenkomst 7 Module Zorg thuis (2) Bijeenkomst 7 Module Zorg thuis (2) Doelen van deze bijeenkomst Doelen voor de cursusbegeleider: b laten kennismaken met het aanbod van de thuiszorg, inclusief hulpmiddelen b laten kennismaken met de ziekenboeg

Nadere informatie

OPA EN OMA DE OMA VAN OMA

OPA EN OMA DE OMA VAN OMA Hotel Hallo - Thema 4 Hallo opdrachten OPA EN OMA 1. Knip de strip. Strip Knip de strip los langs de stippellijntjes. Leg de stukken omgekeerd en door elkaar heen op tafel. Draai de stukken weer om en

Nadere informatie

Soms gebeurt er wel eens iets wat jij niet wilt. Dit noemen wij onvrijwillige zorg. Onvrijwillige zorg mag alleen als jij in gevaar bent, of als jouw

Soms gebeurt er wel eens iets wat jij niet wilt. Dit noemen wij onvrijwillige zorg. Onvrijwillige zorg mag alleen als jij in gevaar bent, of als jouw Soms gebeurt er wel eens iets wat jij niet wilt. Dit noemen wij onvrijwillige zorg. Onvrijwillige zorg mag alleen als jij in gevaar bent, of als jouw gedrag gevaarlijk is voor andere mensen. Dit mag nooit

Nadere informatie

taalkaart 1 Mijn diploma Mijn diploma

taalkaart 1 Mijn diploma Mijn diploma tk taalkaart 1 Mijn diploma Wat ga je doen? Je leert wat een diploma is. Je bedenkt en maakt een diploma. Op verkenning 1 Mijn diploma 1 Bekijk het diploma. naam: Femke Visser geboortedatum: 7 juni 1999

Nadere informatie

Praten over boeken in de klas Het vragenspel van Aidan Chambers

Praten over boeken in de klas Het vragenspel van Aidan Chambers Praten over boeken in de klas Het vragenspel van idan hambers We weten pas wat we denken als we het onszelf horen zeggen. (idan hambers). Elk individu, kind en volwassene, beleeft een tekst op geheel eigen

Nadere informatie

Checklist Sollicitatiebrief schrijven 2F - handleiding

Checklist Sollicitatiebrief schrijven 2F - handleiding Checklist Sollicitatiebrief schrijven 2F - handleiding Inleiding De checklist Sollicitatiebrief schrijven 2F is ontwikkeld voor leerlingen die moeten leren schrijven op 2F. In deze handleiding wordt toegelicht

Nadere informatie

2.4 Tekstopbouw In deze paragraaf oefen je in het schrijven van een tekst met een indeling in inleiding, kern en slot.

2.4 Tekstopbouw In deze paragraaf oefen je in het schrijven van een tekst met een indeling in inleiding, kern en slot. Fase.4 Tekstopbouw In deze paragraaf oefen je in het schrijven van een tekst met een indeling in inleiding, kern en slot. 1 In fase 1 heb je geoefend met het schrijven van teksten. Je hebt ook geleerd

Nadere informatie

Mijn doelen voor dit jaar

Mijn doelen voor dit jaar Mijn doelen voor dit jaar Een nieuw schooljaar betekent nieuwe kansen. Aan het begin van een nieuw kalenderjaar maken veel mensen goede voornemens. Dat gaan wij nu ook doen: het maken van voornemens of

Nadere informatie

Gegevens van u (en uw partner)

Gegevens van u (en uw partner) Gegevens van u (en uw partner) 1. Uw gegevens op 1 september 2014 Voorletters en achternaam Straatnaam en huisnummer Postcode en woonplaats Telefoonnummer Geboortedatum Burgerservicenummer (BSN) 2. Gegevens

Nadere informatie

Waarom ga je schrijven: Nieuwsbegripfilmpje kijken. Wat voor tekst schrijf je en aan wie: een brief aan de minister

Waarom ga je schrijven: Nieuwsbegripfilmpje kijken. Wat voor tekst schrijf je en aan wie: een brief aan de minister Les 1: Een brief aan de minister schrijven Waarom ga je schrijven: Nieuwsbegripfilmpje kijken 1. Bekijk het Nieuwsbegripfilmpje van het Jeugdjournaal op www.nieuwsbegrip.nl. Het filmpje gaat over de staking

Nadere informatie

Tekst lezen en verwijswoorden begrijpen

Tekst lezen en verwijswoorden begrijpen Tekst lezen en verwijswoorden begrijpen 1. Lees de tekst met het stappenplan. In de tekst staan veel verwijswoorden, zoals hij, zij en dat. Markeer de woorden tijdens het lezen. Kom je nog moeilijke woorden

Nadere informatie

De gelijkenis van de barmhartige Samaritaan.

De gelijkenis van de barmhartige Samaritaan. De gelijkenis van de barmhartige Samaritaan. Eerst lezen. Daarna volgen er vragen en opdrachten. Gelijkenissen Toen de Heere Jezus op aarde was, heeft Hij gelijkenissen verteld om de mensen veel dingen

Nadere informatie

Leesdossier moderne vreemde talen (Engels / Duits) VMBO onderbouw

Leesdossier moderne vreemde talen (Engels / Duits) VMBO onderbouw Leesdossier moderne vreemde talen (Engels / Duits) VMBO onderbouw 2 boekjes 2 boekjes WAT MOET JE DOEN? Engels: Duits: Kies op school een boek uit dat bij jouw niveau past ( beginner of starter). Dit in

Nadere informatie

Bij u schuil ik, u bent mijn schild,

Bij u schuil ik, u bent mijn schild, Bij u schuil ik, u bent mijn schild, in uw woord stel ik mijn hoop. Psalm 119:114 inleiding Laten we eerlijk zijn: het is niet zo eenvoudig om regelmatig uit de Bijbel te lezen en te bidden. Onze volle

Nadere informatie

Docentenhandleiding. CP15 het functioneringsgesprek. dh15-v2.0. daar gaan we werk van maken! 2007 ITpreneurs Nederland BV. All Rights Reserved

Docentenhandleiding. CP15 het functioneringsgesprek. dh15-v2.0. daar gaan we werk van maken! 2007 ITpreneurs Nederland BV. All Rights Reserved Docentenhandleiding CP15 het functioneringsgesprek dh15-v2.0 INBURGEREN daar gaan we werk van maken! 2007 ITpreneurs Nederland BV. All Rights Reserved Het functioneringsgesprek CP15 Waar gaat het over?

Nadere informatie

Thema Gezondheid. Lesbrief 2. Naar het ziekenhuis.

Thema Gezondheid. Lesbrief 2. Naar het ziekenhuis. Thema Gezondheid Lesbrief 2. Naar het ziekenhuis. Wat leert u in deze les? De weg vragen. Om herhaling en verduidelijking vragen. Je naam spellen. Vragen stellen en beantwoorden. Veel succes! 1 HET GESPREK

Nadere informatie

2 Ik en autisme VOORBEELDPAGINA S

2 Ik en autisme VOORBEELDPAGINA S 2 Ik en autisme In het vorige hoofdstuk is verteld over sterke kanten die mensen met autisme vaak hebben. In dit hoofdstuk vertellen we over autisme in het algemeen. We beginnen met een stelling. In de

Nadere informatie

Werkschrift : Hoe werk ik op WikiKids?

Werkschrift : Hoe werk ik op WikiKids? Werkschrift : Hoe werk ik op WikiKids? WERKBOEK WIKIKIDS Welkom bij het werkboek van WikiKids. In dit werkboek staan opdrachten waarmee je stap voor stap leert werken met WikiKids. Er staan 15 opdrachten

Nadere informatie