Bundel van de BOB Besluitvormend van 28 oktober 2014

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Bundel van de BOB Besluitvormend van 28 oktober 2014"

Transcriptie

1 Bundel van de BOB Besluitvormend van 28 oktober 2014 Aan de leden van de besluitvormende vergadering van Sliedrecht. De voorzitter nodigt u uit voor de openbare besluitvormende vergadering van dinsdag 28 oktober 2014, aanvang uur, raadzaal, Raadhuis, Dr. Langeveldplein 30, Sliedrecht. 0 SOC = Sociaal / BEST = Bestuur en Middelen / FYS = Fysiek en Economie 1 Opening - Loting spreekvolgorde fracties 2 Spreekrecht burgers over geagendeerde onderwerpen 3 Vaststellen agenda 4 Vaststellen van de notulen van de openbare vergadering van 23 september 2014 notulen 23sept14.pdf 5 Mondelinge vragen (artikel 45 RvO) 6.1 Ingekomen stukken voor kennisgeving aan te nemen Onderzoeksplan RKC 2014.pdf Onderzoeksopzet cq startnotitie effectiviteit beleid t a v regiegemeente.pdf Agenda Drechtraad 4nov14.pdf ab Zienswijze Zwijndrecht DKCC ( aan raad Sliedrecht) Zienswijze DKCC Zwijndrecht Ingekomen stukken voor nadere advisering in handen van het college stellen art. 44 vragen De Mul uitbreiding huishoudelijke hulp.pdf 6.3 Ingekomen stukken voor nadere advisering in handen van het college gesteld en inmiddels afgehandeld ANTW Art 44 vr CDA armoedeval door huurverhoging.pdf ANTW Art. 44 vr SGP ChristenUnie over uitbreiding budget huishoudelijke hulp.pdf 7 BEST - Basisregistraties Adressen en Gebouwen. Hamerstuk zonder stemverklaring rv - Verordening naamgeving en nummering en delegatie uitvoering Wet BAG.pdf rb - Verordening naamgeving en nummering en delegatie uitvoering Wet BAG.pdf by - Verordening naamgeving en nummering _adressen_ gemeente Sliedrecht.pdf 8 BEST - Wijziging Gemeenschappelijke Regeling. Hamerstuk zonder stemverklaring rv - 9e wijziging Gemeenschappelijke Regeling Drechtsteden.pdf rb - 9e wijziging Gemeenschappelijke Regeling Drechtsteden.pdf by 1 - Brief d.d. 9 september 2014 van het college van Zwijndrecht.pdf by 2 - GRD 10 0 wijzigingsbesluit 9e wijziging.pdf by 3 - GRD 10 0 def _wijzigingen bijhouden_.pdf 9 FYS - Vaststelling BSP Kerkbuurt-Oost. Hamerstuk zonder stemverklaring. rv - Vaststellen bestemmingsplan kerkbuurt-oost.pdf rb - Vaststellen bestemmingsplan Kerkbuurt-Oost.pdf by 1a - Bestemmingsplan Kerkbuurt-Oost - Toelichting en Regels.pdf by 1b - Bestemmingsplan Kerkbuurt-Oost - Plankaart.pdf by 2 - Notitie zienswijzen bestemmingsplan Kerkbuurt-Oost.pdf 10 FYS - Vaststelling bestemmingsplan Kweldamweg Hamerstuk zonder stemverklaring. rv - vaststellen bestemmingsplan Kweldamweg 8-10.pdf

2 rb - vaststellen bestemmingsplan Kweldamweg 8-10.pdf by 1 - Vast te stellen bestemmingsplan Kweldamweg 8-10.pdf by 2 - Nota beantwoording zienswijzen bestemmingsplan Kweldamweg 8-10.pdf 11 FYS - Compenseren Bouwleges sociale woningbouw Oude Uitbreiding West, fase C. Hamerstuk met stemverklaring. rv - compenseren bouwleges OUW fase C.pdf rb - compenseren bouwleges OUW fase C.pdf by 1 nota bouwleges OUW-fase C, ontvangen door Tablis Wonen.pdf by 2 samenwerkingsovereenkomst Stedelijke vernieuwing OUW.pdf by 3 raadsvoorstel en besluit 10 november 2009 inz bel 2010.pdf by 4 raadsvoorstel en besluit 14 juni 2011 inzake leges OUW A getekend.pdf by 5 Begrotingswijziging Compensatie bouwleges Tablis OUW.pdf 12 SOC - Verordening Jeugdhulp. Hamerstuk met stemverklaring. rv - Verordening Jeugdhulp gemeente Sliedrecht.pdf rb - Verordening Jeugdhulp gemeente Sliedrecht.pdf by 1 - Verordening Jeugdhulp gemeente Sliedrecht.pdf by 2 - Toelichting Verordening Jeugdhulp gemeente Sliedrecht.pdf by 3 - Nota van reacties Verordening Jeugdhulp gemeente Sliedrecht.pdf 13 FYS - Bestemmingsplan Baanhoek-West, incl amendement (herstemming 23-9). Debatstuk. Amendement A herstemming.pdf rb - bestemmingsplan Baanhoek-West, eerste partiële herziening.pdf 14 FYS - Bouw fase 2 Bonkelaarstate. Debatstuk. rv - Start bouw fase 2 Bonkelaarstate.pdf rb -Start bouw fase 2 Bonkelaarstate.pdf 15 FYS - Sporthal Benedenveer. Debatstuk. RV - Benedenveer.pdf RB - Raadsbesluit Benedenveer.pdf By 1a - concept intentieovereenkomst v1 0.pdf BY 1b - verkooptekening bij intentieovereenkomst.pdf BY 2 - financiele en juridische aspecten - v2.1.pdf 16 FYS - Startnotitie Dijkvisie Sliedrecht. Debatstuk. Gewijzigd rv - Startnotitie Dijkvisie Sliedrechtl.pdf Gewijzigd rb - Startnotitie Dijkvisie Sliedrecht.pdf by 1 - Gewijzigde Startnotitie Dijkvisie Sliedrecht.pdf by 2- Begrotingswijziging Startnotitie voor het opstellen van een dijkvisie.pdf 17 BEST - Bestuursrapportage Debatstuk. Gewijzigde ab - Bestuursrapportage 2014.pdf Gewijzigd rv - Bestuursrapportage 2014.pdf Gewijzigd rb - Bestuursrapportage 2014.pdf By 1 - Bestuursrapportage 2014.pdf By 2 - Begrotingswijziging.pdf 18 SOC - Zienswijze begroting Gevudo. Debatstuk. 19 Sluiting

3 4 Vaststellen van de notulen van de openbare vergadering van 23 september notulen 23sept14.pdf NOTULEN VAN DE OPENBARE VERGADERING GEHOUDEN OP DINSDAG 23 SEPTEMBER 2014 Voorzitter: de heer A.P.J. Van Hemmen Griffier: dr. M.J.E.M. Van Dam Verslag: mevrouw E. Verveer, bureau Getikt (af audio) Aanwezig: Afwezig: Namens het college: 16 leden: H.M. Baars-Mulder, C.N. de Jager, M.C. Quist, J.C. Paas, J.H. Visser, A.W. de Mul-Donker, T.W. Pauw, W.H. Blanken, P.J. de Borst, R.C. Penning, J.K. Lanser, A. de Waard (tot agp 9), T.A. Spek, A.L. den Besten, V.E. Prins (vanaf agp 9), G.A. Kieft, R. Bijderwieden. M. Visser, G.P. Venis, A. van Rees-Huijzer wethouders J.P. Tanis, mevrouw G.J. Visser-Schlieker, L. van Rekom 1. OPENING, LOTING SPREEKVOLGORDE FRACTIES De voorzitter Dames en heren, van harte welkom op de vergadering van 23 september Een bijzondere vergadering, omdat we afscheid nemen en een aantal nieuwe raadsleden en burgerraadsleden welkom gaan heten. Ondertussen wil ik graag eerst even het officiële gedeelte met u aflopen. Ik heb zojuist het lot nummer 9 getrokken; dat betekent dat de sprekersvolgorde begint bij de heer Timo Pauw. De afmeldingen zijn van de heer Rien Visser, de heer Anton van Rees en de heer Gerrit Venis. Ik wil graag ook even melden dat wethouder Tanis vertraagd is omdat hij een verplichting in de Drechtsteden had die helaas een klein beetje uitliep, dus hij zal iets verlaat aanschuiven in deze vergadering. Ik wil graag eenieder op de publieke tribune en ook de mensen thuis van harte welkom heten bij deze vergadering, die ik helaas met een ietwat minder plezierige mededeling zal moeten beginnen. Gisteren ontvingen wij de rouwkaart van mevrouw Van Santen, die raadslid geweest is van deze raad en ik wil daar graag even bij stilstaan, met uw welnemen. Met verslagenheid hebben wij het bericht ontvangen van het overlijden van mevrouw Rita van Santen. Namens de raad en het college betuig ik ons medeleven aan haar en haar naaste familie. Mevrouw Van Santen was van 1982 tot 1986 lid van onze raad voor de fractie van de VVD. Haar betekenis voor Sliedrecht was groot, ondanks dat ze relatief kort, vier jaar, aanwezig was in de raad. Zo introduceerde zij als bestuurslid van het 4-5 mei comité de Bevrijdingsvaartocht op 5 mei. In 2015 wordt deze tocht voor de 25 e keer gehouden en zal zo'n 200 deelnemers hebben. Dat is iets wat zij toch wel achterlaat. Mevrouw Van Santen zat ook in het comité Remember September in , de herdenking van de slag om Arnhem, die toen 60 jaar geleden was. In september 2004 waren daarvoor een groot aantal Engelse veteranen te gast in Sliedrecht en ik weet dat daar nog met warmte over gesproken wordt. Mevrouw Van Santen was ook lid in de Orde van Oranje-Nassau. Wij wensen kracht en sterkte voor haar familie. Ik verzoek u allen, waar mogelijk, te gaan staan en een moment van stilte in acht te nemen. Stilte 2. SPREEKRECHT BURGERS OVER GEAGENDEERDE ONDERWERPEN De voorzitter Dan het spreekrecht Burgers over de Geagendeerde Onderwerpen. Er zijn geen aanmeldingen. 3. VASTSTELLEN AGENDA De voorzitter Dan gaan wij naar het vaststellen van de agenda. Op de agenda staat de beëdiging van de heer Prins en het afscheid van zijn voorganger, de heer De Waard. Mijn voorstel is om eerst

4 afscheid te nemen en dan te beëdigen. Vervolgens zijn er een aantal toevoegingen op de gepubliceerde agenda. De beëdiging van een burgerraadslid, ingevoegd als punt 7.2, de benoeming van de vicevoorzitter van de raad, ingevoegd als agendapunt 10.2, de benoeming van een lid van de Agendacommissie, ingevoegd als punt en de benoeming van een lid van de Rekenkamer, ingevoegd als Een en ander is al aangepast op de website en ibabs. Gaat u akkoord met deze agenda? De heer Blanken. De heer Blanken Voorzitter, dank u wel. Ik wil even melden dat ik bij het agendapunt van het WMObeleidsplan niet zal deelnemen aan de beraadslaging vanwege mijn betrokkenheid bij het platform Samenwerken en Versterken in Sliedrecht. De voorzitter Dank u wel. Meneer De Waard. De heer De Waard Voorzitter, namens de CDA-fractie zou ik willen vragen om het agendapunt 14 dat nu staat genoteerd als een hamerstuk met stemverklaring, op te waarderen tot een bespreekstuk. De voorzitter Gaat u akkoord, raad? Ja? Dan wordt dat een bespreekstuk. Ik laat hem overigens wel in dezelfde volgorde staan, anders moeten we de agenda overhoop halen. Mevrouw Lanser. Mevrouw Lanser Ja, voorzitter, ik wil nog zeggen dat wat ons betreft, of wat mij betreft, want ik ben maar alleen vanavond, het stuk over het WMO-beleidsplan een hamerstuk kan zijn. Daar hebben wij in de vorige vergadering nog een voorbehoud voor gemaakt. De voorzitter Is er nog iemand anders die hier iets anders van wil maken dan een hamerstuk? Dat was inderdaad alleen de PvdA die dat voorstelde. Dan zou ik er graag een hamerstuk van willen maken. Gaat u akkoord? Met stemverklaring, prima. De heer Bijderwieden. De heer Bijderwieden Ja, ik heb daar wel wat op voorbereid, dus ik wou daar toch graag gebruik van maken. De voorzitter Prima. Dan blijft het een bespreekstuk. Verder akkoord met deze agenda? Ja? Dank u wel. 4. VASSTELLEN VAN DE NOTULEN VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN 8 JULI 2014 De voorzitter Dan de vaststelling van de notulen van de openbare vergadering van 8 juli Er zijn geen voorstellen tot verandering bij de griffier binnengekomen; dat was om half één vanmiddag. Gaat u akkoord met het vaststellen van deze notulen? Dan zijn ze zo vastgesteld. 5. MONDELINGE VRAGEN De voorzitter Er zijn geen mondelinge vragen aangemeld. Is er nog iemand die een mondelinge vraag zou willen stellen? Nee? 6. INGEKOMEN STUKKEN EN MEDEDELINGEN De voorzitter Dan gaan wij naar de ingekomen stukken en mededelingen. Bent u akkoord met de voorgestelde wijze van afhandeling? De heer Paas. De heer Paas Voorzitter, ik zou graag een korte vraag aan u stellen over de ingekomen brief betreffende de integriteit. De voorzitter U heeft hem al even aangekondigd. Ik weet dat u een zeer korte vraag gaat stellen. Ik wil daar wel graag het akkoord van de raad op hebben, omdat het niet gebruikelijk is om een vraag direct naar aanleiding van ingekomen stukken te stellen, omdat die eigenlijk geagendeerd moet worden, maar hij is dermate klein gaat u daarmee akkoord? Ja? Meneer Paas, stelt u de vraag

5 De heer Paas Oké, dank u wel. In de brief staat de volgende zinsnede: 'dat ik op dit moment geen grote integriteitsrisico's zie' en ik wil vragen of de portefeuillehouder ondubbelzinnig kan uitleggen wat hij bedoelt met: op dit moment geen risico's. De voorzitter Dat kan ik, meneer Paas. Ik heb spijt van het woord 'vooralsnog'. Wat ik daarmee bedoelde, is dat we niet in de toekomst kunnen kijken en dat het altijd mogelijk is dat er integriteitsproblemen ontstaan. Ik bedoelde ermee te zeggen dat er op dit moment geen integriteitsrisico's zijn, dat ze in de toekomst mogelijk wel zouden kunnen ontstaan, maar dat we daar natuurlijk wel alert op zullen zijn. Het woord vooralsnog is wat ongelukkig gekozen. Ik hoop dat dit voldoende voor u is. De heer Paas Dank u wel. De voorzitter Prima. Meneer De Jager. De heer De Jager Ik heb al per mail gevraagd of het collegeplan opgewaardeerd mag worden naar bespreekstuk en dat zou ik hier nog even melden. De voorzitter U bedoelt, neem ik aan, voor 2018? Want het kan ook bij de evaluatie; daar wordt het waarschijnlijk sowieso behandeld. De heer De Jager Ja, dat laat ik aan de agendacommissie over. De voorzitter Dit grapje is voorbesproken in de agendacommissie. Ik zal het meenemen, meneer De Jager. Ik had beloofd dat ik het zou doen, dus bij deze. Goed. Bent u verder akkoord met de voorgestelde wijze van afhandeling? Goed. 8. AFSCHEID HEER DE WAARD De voorzitter Dan gaan wij naar het afscheid van de heer De Waard. De voorzitter Raadslid De Waard. Het is een beetje eigenaardig om iemand voor de derde keer toe te spreken omdat hij afscheid neemt. Ik wou met een metafoor gaan werken over Heintje Davids, maar helaas, meneer De Waard, zo ver kon ik niet komen. Daar zijn andere mensen beter in geschikt. Ja, Ad de Waard. Dat is afscheid nemen van een man die Sliedrecht heeft geholpen te maken tot het mooie dorp zoals we dat nu kennen en daar is een lange staat van dienst. In 1986 gestart als raadslid voor het CDA en hij kwam daarna al snel, zeker in die tijd heel snel, in 1988 als fractievoorzitter op de stoel. Hij heeft in de raad gezeten tot Er zijn dikke boeken verschenen uit de verslagen waar u zelf ook wel eens uit geciteerd heeft. Vroeger werden de notulen netjes ingebonden en die staan nog in kasten, her en der, bij mensen thuis. Onder andere bij toenmalig oud-raadslid De Waard en huidig raadslid De Waard. In 2010 kwam jij terug in het gemeentebestuur en dit keer als wethouder. Ad heb ik leren kennen als een man die zich voluit inzet voor de samenleving. Betrokken bij vrijwilligerswerk in Sliedrecht en toegewijd aan de dingen die hij doet. Bij de hervormde gemeente Sliedrecht, het christelijk onderwijs Sliedrecht, bij de CDA-afdeling Sliedrecht; dat is nog maar een deel van zijn maatschappelijke activiteiten. Hij neemt nu afscheid, mede omdat door de veranderingen in de organisatie van het raadswerk het niet meer te combineren valt met de bestuurlijke werkzaamheden binnen de kerk die meer aandacht beginnen te vragen. Het tekent Ad dat hij ondanks zijn pensioengerechtigde leeftijd het niet rustig aan gaat doen. Zo kennen we hem niet. Want naast zijn werkzaamheden voor de kerk en andere maatschappelijke activiteiten gaat hij natuurlijk ook, het bloed kruipt waar het niet gaan kan, zijn schoonzoon en dochter helpen in en met de drukkerijwerkzaamheden. Zo kennen de meesten van u Ad. Maar dit is toch ook wel het moment om wat meer over de man zelf te benoemen. Dan ga je je oor eens te luisteren leggen. Wat hoor je nou in de omgeving als je vraagt wat voor iemand hij is? Dan komen woorden boven als 'een warme persoonlijkheid', 'een charmante man', 'een tikkeltje ijdel', 'altijd kalm en rustig' en altijd goedemorgen

6 komen wensen en een strijd tussen de dames van het secretariaat en communicatie, want hij moest zijn aandacht wel evenwichtig blijven verdelen, vonden de dames. Iemand die normen en waarden hoog in het vaandel had staan en heeft staan. Een spellingsfetisjist, maar omdat dat een te moeilijk woord was hebben we dat maar gebombardeerd tot een 'de Waardje'. Als er een spelfout was in een collegestuk, was er bijna elke vergadering wel een 'de Waardje'. Ik kan u vertellen dat de 'de Waardjes' nog steeds gehanteerd worden; ook vanochtend was er weer iemand die een de Waardje deed. Ik zal u niet vertellen wie dat precies is, maar het gebeurt nog steeds. Een gezinsman en een enthousiaste opa, door bijvoorbeeld fanatiek mee te supporteren bij de kleinkinderen op de korfbal. Als wethouder Duurzaamheid heeft hij het goede voorbeeld gegeven door lopend of op de fiets naar kantoor te komen. Overigens was dat de enige sport die hij nog bedreef tijdens zijn wethouderschap. Dat paste ook wel bij zijn portefeuille Sport. Ja, en een man met humor. Altijd in voor een grapje en daarom moet me toch nog wel iets van het hart. Een aantal van u heeft mijn eerdere twee speeches gehoord voor de heer De Waard, over de verwarring die ontstond rondom de 1 april grap die hij maakte afgelopen 1 april. Ad kwam met een verhaal dat er een budget gevonden was op Drechtsteden, een zogenaamd luchtbudget waaruit elektrische fietsen beschikbaar gesteld zouden worden voor de gemeente. Wij waren ervan overtuigd dat hij een grap maakte. Dat is het nadeel van mensen die altijd in zijn voor een grapje: je neemt ze niet altijd serieus, zeker niet als er iets bijzonders uitkomt. Ik kan u vertellen, een week of twee, drie geleden, ik kijk even naar de collega's, kwamen wij erachter dat er twee fietsen afgeleverd werden. De 1 aprilgrap waarvan wij zeker wisten dat het een 1 april grap was, bleek gewoon waar te zijn. Dat was inderdaad uit een budget voor schone lucht. Nou goed, dat tekende ook wel een beetje - Ad zit natuurlijk nu weer breeduit te grinniken, want die verwarring heeft het lang volgehouden - dat zegt iets over hoe Ad is en hoe hij was in zijn werkzame tijd. Afgelopen dinsdag 16 september is Ad voor de vierde keer opa geworden. Ik maak nu geen leeftijdsgrap, maar ik wil je vooral van harte feliciteren. De stand is nu drie kleindochters en één kleinzoon en gelukkig is met schoondochter, kleindochter en met je zoon alles oké. Ad, ik wens je namens raad en college het allerbeste en ik hoop dat Sliedrecht nog lang van jouw inzet mag profiteren. Dank je wel, voor al je inzet. De voorzitter Dan zijn er nog meer mensen die het woord tot Ad willen richten. Mag ik de heer Spek naar voren vragen? De heer Spek Ja Ad, ik heb wat zitten tobben, want net als de burgemeester net zei: hoeveel keer moeten we nog afscheid van je nemen? Er zijn al heel veel dingen gezegd en daarom wil ik het graag wat meer persoonlijk houden over de periode dat wij samen in het CDA zaten. Ik heb je in 2012 leren kennen als wethouder; we hebben in de fractie en daar omheen veel met elkaar gesproken, maar in de aanloop naar de verkiezingen en tijdens de verkiezingscampagne zijn we denk ik echt helemaal los gegaan. Het idee om ons in de winkel te vestigen en vanuit daar te opereren had ons beider enthousiasme en we kregen er gaandeweg steeds meer lol in om daarvandaan Sliedrecht CDA-minded te maken, zeg maar. Voordat de winkel open ging, maar vooral ook daarna hadden we altijd even zo'n evaluatie en leefden we tussen hoop en vrees. De ene keer was het wat beter gegaan, de andere keer was het hartstikke slecht weer geweest; dan hadden we amper mensen in de winkel gehad en ga zo maar door. De euforie was groot op de verkiezingsavond, dat we meer stemmen hadden en dat we in ieder geval onze drie zetels zouden behouden en volgens mij heb ik nog steeds die whisky tegoed die wij als we zouden winnen, nog samen zouden drinken. Na de verkiezingen hebben we ook samen in de rollercoaster gezeten. Hebben we ook in een periode gezeten waarin heel veel emoties elkaar afgewisseld hebben en misschien hebben we elkaar toen wel het beste leren kennen. De manier waarop jij daarin ook met mij omgegaan bent en ook het belang van het CDA hoog gehouden hebt, is echt fantastisch. Daar heb ik diep respect voor gekregen en daar wil ik je echt vanaf deze plaats nog hartelijk voor danken. Je hebt 40 jaar CDA activiteiten gedaan in allerlei posities, maar ik was getuige van de laatste driekwart jaar en daar heb je laten zien dat je echt een CDA-man bent en daar wil ik je hartelijk voor bedanken. Groot gelijk dat je stopt. De Kerkeraad Meesterlijk Beheer, daar doe je goed werk. Ik zat ook nog een poosje als scriba in de Algemene Kerkenraad en volgens mij zag ik je sommige weken meer dan mijn eigen vrouw; dan vergaderden we bijna elke avond wel met elkaar. Dus daar doe je goed werk. Ik denk dat daar je hart ligt en zeker nu we elke dinsdagavond hier acte de

7 présence moeten geven, krijg jij daar meer energie van en kan je daar je kwaliteiten goed kwijt. Ad, hartstikke bedankt voor alles wat je voor ons betekend hebt. Het ga je goed en Gods zegen op je werk. De voorzitter Meneer De Waard. Mag ik u naar voren vragen? Raadslid De Waard heeft het woord. De heer De Waard Voorzitter, dank u wel. Heel lang met mijn i-padje gedaan; vanavond toch maar weer even terug, om de link weer te leggen naar de drukkerij en naar het drukwerk, nog maar weer een keertje van papier. Ik wil beginnen, voorzitter, om te bedanken voor de warme woorden die gesproken zijn. Ja, of dat ik echt zo ben als u me geschilderd hebt, dat hoop ik, want het was een, naar mijn gevoel, mooi beeld. Dus als dat overgekomen is bij de mensen, dan heb ik daar een goed gevoel over. Dank je wel voor de mooie woorden. Tussendoor bij mijn eigen speech kom ik waarschijnlijk ook nog wel op een aantal dingen terug. Tom, bedankt voor de warmte die jullie mij gegeven hebben in de fractie en de support die ik gekregen heb. Hoeveel keer nog? Troost je met de gedachte dat ik geen plannen heb om terug te keren, of het CDA moet echt volledig in elkaar zakken, wat ik overigens zeer betwijfel. Dat zal niet gebeuren, zeker niet met de mensen die er nu zitten. Inderdaad, in de campagne hebben wij heel goed met elkaar opgetrokken en eerlijk gezegd moet ik iets bekennen. Dat campagnevoeren is eigenlijk helemaal niks voor mij. Ik ga altijd met lood in mijn schoenen naar welke fair dan ook en welke campagne ook die we voeren: als ik eraan moet beginnen is het gewoon helemaal niks. Maar ben ik er eenmaal en ik raak in gesprek met mensen, dan komt die bevlogenheid toch weer terug en dan kijk ik altijd achteraf weer en denk: ja, het was toch wel goed om te doen. Maar toch maar die bekentenis dat het niet echt in mijn bloed zit om dit soort activiteiten te ontplooien. Ik praat liever over dingen als ik aan tafel zit. Dan over die whisky: er staan nog een paar flessen, want ik heb er inmiddels nog, bij al die afscheiden, nog meer gekregen, dus het moet wel een keer op. Ik heb begrepen, de voorzitter zit al een beetje somber te kijken, maar die mag wat mij betreft ook een borrel mee komen drinken. Dus bij deze uitgenodigd; daar bellen we nog een keer over. Dan het officiële gedeelte. Voorzitter, dames en heren raadsleden, dames en heren ambtenaren en andere aanwezigen, graag maak ik inderdaad van deze gelegenheid gebruik een paar woorden met u te wisselen. Zoals al eerder hier en daar gezegd, de voorzitter sprak daar ook over, loop ik al een poosje mee in de politiek in Sliedrecht. De ene periode als raadslid of wethouder, direct betrokken, het andere moment als bestuurder van mijn politieke partij of als steunfractielid, wat meer op afstand. Tom zei het al, het is inderdaad 40 jaar. Ik ben begonnen bij één van de voorlopers van het CDA, bij de Christelijk Historische Unie. Als jong broekie uitgenodigd door, bij sommigen wellicht bekend, wethouder Rob de Bruin, ook een steunpilaar van onze club, ben ik in de jaren '70 begonnen als bestuurder binnen de politiek Sliedrecht. Uiteindelijk in 1982 op de lijst gekomen, maar toen waren er ook al fluctuaties en verloor het CDA een zetel. Toen hebben we ons verdriet zitten uithuilen bij Bellevue op het terras. Overigens een mooie plek om te zitten, maar niet in die omstandigheden. In die 40 jaar heb ik veel bestuurders zien komen en gaan. Raadsleden, fractievoorzitters, wethouders, burgemeesters, gemeentesecretarissen. Ik ga geen namen noemen, want het risico dat ik er één vergeet in die ongelooflijke hoeveelheid is niet denkbeeldig. Met sommigen heb ik ook politieke robbertjes gevochten en met de meesten heb ik constructief kunnen samenwerken. In die toch vrij lange periode heb ik dicht op de soms stevige besluitvorming gezeten. Willekeurig gekozen: de fusie van ons ziekenhuis met dat in Dordrecht, het laten vervallen van de aansluiting Stationsweg met de A15, het sluiten van het theater De Bonkelaar, het bouwen van zwembad De Lockhorst, de uitbreiding van Sliedrecht, zowel in westelijke als in oostelijke richting, de aanleg van industrieterrein Noordoostkwadrant. Ik spreek over de uitbreiding van Sliedrecht in westelijke en oostelijke richting en velen van u weten dat het CDA jarenlang, samen overigens met nog een paar andere partijen in deze raad, de een wat meer enthousiast dan de ander, zich sterk heeft gemaakt voor uitbreiding van Sliedrecht ten noorden van de spoorlijn. Dat is er nooit van gekomen en in 2010 hebben wij ook als CDA officieel afscheid genomen van dat streven. Maar niettemin hebben we ons wel vrij lang sterk gemaakt, overigens ook met één van de oud-fractievoorzitters en wethouders Ad Den Besten, als één van de koplopers daarin. Dit was een kleine greep uit de besluitvorming die wezenlijk invloed heeft gehad en nog heeft op de samenleving in Sliedrecht. Met veel plezier kijk ik terug op een prachtige periode waarin ik in diverse functies een bijdrage heb mogen leveren. Waarbij ik ook heel veel mooie

8 mensen heb ontmoet. Mensen die mij ook telkens weer inspireerden om bij tegenvallers door te gaan. Iedereen die aan dat goede gevoel dat ik overhoud een bijdrage heeft geleverd wil ik daar bijzonder hartelijk voor bedanken. Ik liet het woord al wel vallen: tegenvallers. Natuurlijk waren die er ook. Met zaken, met mensen, maar die momenten vallen in het niet bij alles wat ik in die 40 jaar heb mogen meemaken. De goede momenten overheersen en daar geniet ik nu volop van. Het is een cliché, maar ik wil hierbij toch ook gezegd hebben en hartelijk dank uitgesproken hebben aan mijn vrouw Nellie, dochter Annemiek en zoon Lennart. De jonge vader is hier in ons midden. Hij mocht effe weg, heb ik begrepen. Jullie hartelijk dank voor de support die jullie mij hebben gegeven. Ook al was dat, dat moet ik ook eerlijk zeggen, niet altijd van harte. Mijn vrouw heeft weleens geklaagd, zeker de laatste vier jaar was het toch vrij drukke business. 's Morgens om acht uur weg en 's avonds om twaalf uur binnen, ja, dan is het niet echt gezellig als je alleen thuis moet blijven en als dat dan een paar dagen achter elkaar gebeurt, dan zeiden wij 'dan rookte het wel eens'. Nou, dat is gebeurd. De medaille is nu echt volslagen omgekeerd, want nu zit ik tot vervelens toe van acht tot twaalf uur boven op haar lip. Maar tot nu toe heb ik begrepen dat dat geen probleem oplevert en dat ik niet echt lastig ben. U allen die betrokken bent bij het reilen en zeilen in de gemeente Sliedrecht wil ik danken voor de medewerking in welke vorm dan ook. U, college en raad, wens ik succes in het besturen van deze gemeente. Mijn opvolger, Vincent Prins en zijn opvolger Mourits de Haan wens ik een mooie en zinvolle tijd toe als raadslid, respectievelijk burgerraadslid. De CDA-fractie is daarmee gewoon weer op volle sterkte. Dat hoort ook bij een zichzelf respecterende stevige politieke partij. Maak er met elkaar iets moois van ten dienste van de gemeenschap van Sliedrecht. Daarbij wens ik u allemaal de zegen van de Heer die ook mij dit werk mogelijk maakte. Met de overhandiging van mijn sleutels van de fractiekamer en de tag van de kopieermachine sluit ik een fantastische periode af. Dank u wel. (applaus) De voorzitter Dames en heren, voor degenen die persoonlijk afscheid willen nemen van de heer De Waard wil ik u vragen om nog heel even te wachten. Wij installeren nu een nieuw raadslid en een nieuw burgerraadslid. Na de beëdiging van het raadslid en burgerraadslid heeft u uitgebreid de tijd om afscheid te nemen van de heer De Waard en het nieuwe raadslid en burgerraadslid te feliciteren. 7. BEËDIGING EN INSTALLATIE NIEUW RAADSLID EN NIEUW BURGERRAADSLID VOORAFGEGAAN DOOR VERSLAG ONDERZOEK GELOOFSBRIEVEN De voorzitter Dan wil ik graag nu naar agendapunt 7, de beëdiging en installatie van het nieuwe raadslid en burgerraadslid. Dit wordt voorafgegaan door het verslag onderzoek geloofsbrieven. Vanavond is een installatie van een nieuw raadslid en een burgerraadslid, de beëdiging van een burgerraadslid en om er zeker van te zijn dat ze aan de wettelijke eisen voldoen worden de zogenaamde geloofsbrieven bekeken. Daartoe wordt een commissie uit de raad samengesteld, de commissie Geloofsbrieven. Die is van tevoren samengesteld. Dat zijn mevrouw Lanser, de heer Bijderwieden en de heer De Jager en deze commissie kiest zelf haar voorzitter. Die hebben voorafgaand aan deze vergadering alvast de geloofsbrieven gecontroleerd zodat wij niet hoeven te schorsen en ik wil graag de voorzitter van de commissie naar voren vragen om het woord te nemen en verslag te doen van hun bevindingen. Mevrouw Lanser heeft het woord. Mevrouw Lanser Dank u wel, voorzitter. De commissie uit de raad van de gemeente Sliedrecht, in wier handen werden gesteld de geloofsbrieven en de verdere bij de Kieswet gevorderde stukken, ingezonden door de heer V.E. Prins, die op 21 maart 2014 is benoemd tot lid van de raad van de gemeente Sliedrecht, rapporteert aan de raad van de gemeente Sliedrecht dat zij bovengenoemde bescheiden heeft onderzocht en in orde bevonden. Gebleken is dat de benoemde aan alle in de gemeentewet gestelde eisen voldoet. De commissie adviseert tot zijn toelating als raadslid van de gemeente Sliedrecht BEËDIGING EN INSTALLATIE DE HEER V.E. PRINS TOT RAADSLID De voorzitter Dan wil ik graag de heer Prins naar voren vragen. Ik wil graag een ieder verzoeken te gaan staan voor zover dat mogelijk is. Meneer Prins

9 "Ik zweer dat ik, om tot lid van de raad benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel dan ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd. Ik zweer dat ik, om in dit ambt iets te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk, enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen. Ik zweer dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als lid van de raad naar eer en geweten zal vervullen." De heer Prins Zo waarlijk helpe mij God almachtig. De voorzitter Gefeliciteerd. Welkom terug. 7.2 BEËDIGING DE HEER DE HAAN TOT BURGERRAADSLID De voorzitter Ik wil graag mevrouw Lanser ook nog even naar voren roepen om het deel van meneer De Haan nog even te benoemen. Mevrouw Lanser De commissie uit de raad van de gemeente Sliedrecht, in wier handen werden gesteld de geloofsbrieven en de verdere bij de Kieswet gevorderde stukken ingezonden door M.A.C. de Haan, rapporteert aan de raad van de gemeente Sliedrecht dat zij bovengenoemde bescheiden heeft onderzocht en in orde bevonden. Gebleken is dat de benoemde aan alle in de Gemeentewet gestelde eisen voldoet. De commissie adviseert tot zijn toelating als niet-raadslid, burgerraadslid van de gemeente Sliedrecht. De voorzitter Dan wil ik graag de heer De Haan naar voren vragen. Meneer De Haan. "Ik zweer dat ik, om tot burgerraadslid benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel dan ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd. Ik zweer dat ik om in dit ambt iets te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen. Ik zweer dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als burgerraadslid naar eer en geweten zal vervullen. De heer De Haan Zo waarlijk helpe mij God almachtig. De voorzitter Gefeliciteerd. Welkom. De voorzitter Dan wil ik graag oud-raadslid De Waard naar voren vragen en raadslid Prins. Dan kan een ieder afscheid nemen en/of feliciteren. In het geval van de heer De Waard mag u hem ook feliciteren denk ik. Dan schors ik deze vergadering voor een kleine 20 minuten en dan zie ik u straks terug. Dank u wel. SCHORSING 9. BENOEMING LID WELSTANDSCOMMISSIE De voorzitter Goed, dames en heren. Wij zijn aangeland bij agendapunt 9. Dat is benoeming van een lid van de welstandscommissie. Dat is een hamerstuk zonder stemverklaring. Zijn wij voor dit besluit? Dat maakt het een hamerstuk. Dan is het bij deze vastgesteld. 10. BENOEMING LID EN PLV LEDEN DIVERSE ORGANEN De voorzitter Dan gaan wij naar agendapunt 10. Benoeming lid en plaatsvervangend leden van diverse organen BENOEMING PLAATSVERVANGEND LID DRECHTRAAD De voorzitter Dan komen wij om te beginnen bij de benoeming van een plaatsvervangend lid voor de Drechtraad. Het betreft de heer Venis van PRO Sliedrecht die plaatsvervangend lid van de Drechtraad

10 voor zijn partij zal worden. Ik zou graag voor willen stellen om dit per acclamatie te doen en ik heb u eerder uitgelegd: acclamatie doet u door middels applaus uw instemming met de voorgedragen persoon laten blijken. Dat is beter dan een hoofdelijke stemming in dit geval, lijkt mij. Gaat u daarmee akkoord? (APPLAUS) De voorzitter Dan wens ik de heer Venis veel succes BENOEMING VICE-VOORZITTER GEMEENTERAAD De voorzitter Dan komen we bij de benoeming van de vicevoorzitter voor de gemeenteraad. Dat betreft wederom de heer Venis van PRO Sliedrecht. Ik wil wederom voorstellen om dat per acclamatie te doen omdat hij de enige kandidaat is. (APPLAUS) De voorzitter Ik wens de heer Venis, als hij dit op de band hoort, veel succes met zijn eervolle baan BENOEMING LID AGENDACOMMISSIE SLIEDRECHT De voorzitter Dan komen we bij de benoeming lid voor de agendacommissie Sliedrecht en dat betreft mevrouw Baars-Mulder van de SGP/ChristenUnie, die daarmee de heer Rien Visser opvolgt. Ook dit wil ik graag per acclamatie doen. (APPLAUS) De voorzitter Dan wil ik mevrouw Baars-Mulder feliciteren met haar benoeming en ik wil graag de heer Rien Visser bedanken voor zijn niet aflatende inzet in deze commissie. We gaan hem missen, maar ik ben wel heel blij dat het op deze manier ingevuld wordt. Van harte welkom BENOEMING DE HEER DE HAAN ALS LID VAN DE REKENKAMERCOMMISSIE De voorzitter Dan komen wij bij agendapunt 10.4 en dat is de benoeming van de heer De Haan tot lid van de Rekenkamercommissie. Dat betreft de afgevaardigde van de CDA-fractie voor de Rekenkamercommissie en ik wil ook hiervoor voorstellen dit per acclamatie te doen. (APPLAUS) De voorzitter Dan wens ik de heer De Haan heel veel succes in ook deze enerverende commissie. 11. ADVIES ZIENSWIJZE ONTWERP REGIONAAL BELEIDSPLAN POLITIE- EENHEID ROTTERDAM De voorzitter Dan komen we bij agendapunt 11, Advies Zienswijze Ontwerp Regionaal Beleidsplan Politie-eenheid Rotterdam. Dit betreft een hamerstuk zonder stemverklaring. Ik ben daar portefeuillehouder van, dus mocht u daar nog uitgebreid iets over willen zeggen, dan moeten wij even improviseren met de voorzitter. Maar ik wil graag weten: gaat u akkoord met het gevraagde besluit? Zijn er nog mensen die een stemverklaring willen afleggen? Excuus. Dan gaan wij akkoord met de gevraagde beslissing. 12. VASTSTELLING WERKELIJKE UITGAVEN EN ONTVANGSTEN OPENBARE SCHOLEN De voorzitter Dan komen wij bij de Vaststelling van de Werkelijke Uitgaven en Ontvangsten en de Openbare Scholen Dat betreft een hamerstuk met de mogelijkheid tot stemverklaring. Is er iemand die behoefte heeft tot stemverklaring? Nee? Dan ga ik ervan uit dat u akkoord bent? Ja? 13. ONTWERP JAARVERSLAG 2013 STG OPENBAAR BESTUUR PRIMAIR ONDERWIJS PAPENDRECHT EN SLIEDRECHT (OPOPS)

11 De voorzitter Dan het Ontwerp Jaarverslag, agendapunt 13, 2013 Stichting Openbaar Bestuur Primair Onderwijs Papendrecht en Sliedrecht (OPOPS); ook dit betreft een hamerstuk met de mogelijkheid tot stemverklaring. Ik heb begrepen dat de heer De Visser niet deelneemt aan de beraadslagingen en zich ook zal onthouden van stemming. Dat wil ik graag even officieel gemeld hebben. Heeft er iemand behoefte aan een stemverklaring? Nee? Gaat u akkoord met de gevraagde beslissing? Exclusief de heer De Visser uiteraard is dat akkoord. 14. BESTEMMINGSPLAN BAANHOEK-WEST De voorzitter Dan komen we bij het Bestemmingsplan Baanhoek-West. Dat is opgewaardeerd tot een bespreekstuk. Wie wenst daar het woord over te voeren? Dan heeft de heer Pauw (PRO Sliedrecht) het woord. De heer Pauw Dank u wel, voorzitter. Het nadeel als je als eerste hebt geloot, is dat je in staat wordt gesteld heel veel gras weg te maaien voor de voeten van je collega's. Daar heb ik vanavond twee keer de gelegenheid toe en ik ga ze niet gebruiken, dus er komt nog een inhoudelijke visie, zo meteen, van het CDA. Wel een kritisch puntje, voorzitter, ten aanzien van de beantwoording op de technische vragen. Eigenlijk waren we heel erg bedroefd. De fractie van PRO Sliedrecht was weer een maand of acht, negen, teruggeworpen in de tijd, gezien de beantwoording die we hebben gekregen. Een aantal simpele vragen over parkeernormen. A. Hebben we normen? Antwoord is ja. Tweede vraag, heel simpel, wat doen we eraan? Dat kan volgens mij een antwoord zijn van 'ja' of van 'nee'. Dan krijgen we een antwoord van een regel of vier met herzieningen, uitgangspunten, enzovoort. Ja, dat is jammer, voorzitter, dat is uit de oude doos. We hadden gedacht dat het nieuwe college daar anders mee om zou gaan en hier zou kunnen zeggen: het is een ja of het is een nee. Zoals het er nu voorstaat kan PRO Sliedrecht, voorzitter, niet instemmen met hetgeen er staat, maar het kan zo zijn dat zo meteen mijn collega's middels hun bijdrage en amendement daar nog een verandering in brengen en dan komen we daar nog even op terug. Dank u wel. De voorzitter Dank u wel. Ik wil graag de heer Prins voor zijn 're-maiden speech' naar voren vragen. Meneer Prins heeft het woord. De heer Prins Dank u wel, voorzitter. Wie wel eens in de nieuwbouwwijk Baanhoek-West komt, vraagt zich ongetwijfeld af: hoe groot zal de parkeerdruk hier over een paar jaar zijn? Dat wil zeggen, als alle woningen gereed zijn. Voor Baanhoek-West is jaren geleden een parkeernorm afgesproken van anderhalve parkeerplaats per woning. Deze norm ligt ruim onder de parkeernormen in de nota Parkeerbeleid van de gemeente Sliedrecht, want daarin gaat het om ongeveer 1,8 parkeerplaats per woning gemiddeld. In de CDA-fractie waren we blij toen we in paragraaf 3.3 van de toelichting van het bestemmingsplan lazen dat in de wijk Baanhoek-West toch wordt uitgegaan van de normen uit de nota Parkeerbeleid. Wij dachten: het college heeft waarschijnlijk hierover onderhandeld na het verzoek van de projectontwikkelaar om het bestemmingsplan aan te passen. Maar in het raadsvoorstel wordt helaas nog steeds gesproken over een parkeernorm van anderhalve parkeerplaats per woning. Daarom willen we een amendement indienen. De parkeernorm in het plangebied wordt hiermee opgehoogd van anderhalf naar gemiddeld 1,8 parkeerplaats per woning. In het amendement stelt de CDA-fractie voor om het volgende besluitpunt 3 in het raadsbesluit toe te voegen: 'Bij de vaststelling van het bestemmingsplan Baanhoek-West, eerste partiële herziening, wordt de parkeernorm aangepast aan de normen in de geldende nota Parkeerbeleid.' Nu gaat deze partiële herziening natuurlijk slechts over een deel van de wijk Baanhoek-West en daarom hebben we ook een motie opgesteld voor eventuele toekomstige bestemmingsplanwijzigingen in andere delen van de wijk Baanhoek-West. In onze motie staat de oproep aan het college om na een door de projectontwikkelaar ingediend verzoek tot gehele of gedeeltelijke herziening van het bestemmingsplan Baanhoek-West hieraan niet mee te werken, tenzij de parkeernormen in het betreffende plangebied minstens even hoog worden als de parkeernormen in de op dat moment geldende nota Parkeerbeleid van de gemeente Sliedrecht. Het zou immers jammer zijn als we over een paar jaar zeggen: waarom hebben we niet eerder actie ondernomen? Vandaar onze oproep. Laten we dit gewoon doen! Dank u wel

12 De voorzitter Dank u wel, meneer Prins en gefeliciteerd met uw re-maiden, het was succesvol. Terwijl het amendement en de motie gekopieerd en verspreid zullen worden: is er iemand van de collega-raadsleden die wil reageren op de gevoerde woorden? De heer Paas. U heeft het woord. De heer Paas Dank u wel voor het woord. Ik heb een vraag, via u, aan het CDA. Of het CDA niet van mening is dat wij als gemeenteraad beter kaders in het algemeen kunnen stellen en dus dat de motie ook meer algemeen geformuleerd zou moeten worden, dat bij herzieningen van bestemmingsplannen altijd de nota Parkeerbeleid toegepast gaat worden. De voorzitter Meneer Prins. De heer Prins Wij zijn ook van mening dat de nota Parkeerbeleid inderdaad niet voor niets is vastgesteld in het verleden. Dat zijn regels, kaders, waar wij onszelf zo veel mogelijk aan moeten houden. In dit geval gaat het om de nieuwbouwwijk Baanhoek-West, een bestemmingsplan Baanhoek- West Partiële Herziening. Een nieuwbouwwijk; een paar jaar geleden was het nog weiland en nu worden er huizen gebouwd met een lagere parkeernorm dan wij in onze eigen Parkeernota hebben vastgesteld. Dus dit vonden wij een mooie aanleiding om te zeggen: ga nou onderhandelen met de projectontwikkelaar en hou je aan de kaders die wij zelf als raad hebben vastgesteld. De voorzitter Meneer Paas. De heer Paas Ja, dank u wel, meneer de voorzitter. We kunnen ook instemmen met het amendement om dat voor deze partiële herziening, zeg maar, te regelen. Alleen, de motie gaat over: in de toekomst. Daarvan zeggen wij: is het niet beter om te zeggen dat dit in de toekomst geldt voor alle herzieningen van alle bestemmingsplannen en niet specifiek op één casus toegespitst? De voorzitter Meneer Prins. De heer Prins Bij alle nieuwe bestemmingsplannen horen wij de nota Parkeerbeleid als uitgangspunt te nemen. Alleen, bij Baanhoek-West is dat in het verleden niet gebeurd; daar is gekozen voor een lagere parkeernorm. Dus daarin wijkt de wijk Baanhoek-West af van, naar verwachting, toekomstige plannen. De voorzitter Meneer Bijderwieden. De heer Bijderwieden Ja voorzitter, dank u wel. Ik heb eigenlijk een vraag aan het CDA. Toen het raadsvoorstel van Baanhoek-West de raad passeerde, wat was toen de parkeernorm? Bij een aanpassing tussentijds van de parkeernormen, wat betekent dat voor eigenlijk de business case, oftewel de ontwikkeling van Baanhoek-West zelf? Ik zou graag willen weten of het CDA weet wat de parkeernorm was toen het stuk werd aangenomen. De voorzitter Meneer Prins, dat is een vraag aan u. De heer Prins Ik vind het niet relevant om te weten wat de parkeernorm was op het moment dat men begon met de plannen voor Baanhoek-West. Ik vind het wel relevant om te weten wat de huidige parkeernormen zijn. Die variëren van 1,6 voor kleine woningen tot 2.0 voor grote woningen. Nou, dat is gemiddeld 1,8. Dat is hoger dan de 1,5 wat in het verleden is vastgesteld. Als de projectontwikkelaar, zoals nu, zelf komt met een voorstel om een bestemmingsplan aan te passen, denken wij: je kan wel klakkeloos ja zeggen tegen de projectontwikkelaar. Maar je kan ook proberen om eruit te halen wat er in zit, voor de bewoners van Sliedrecht. Daarom zeggen we: nou, dan is dit een mooi punt om te kijken of je de parkeernorm kan aanpassen aan de regels die wij zelf in andere plannen als kader gebruiken. De voorzitter Meneer Prins, er was nog een tweede vraag die u gesteld werd over de business cases

13 De heer Prins Wilt u die even herhalen? De voorzitter Meneer Bijderwieden. De heer Bijderwieden Nou, de gedachte is: ergens wordt er een ontwikkeling gedaan en daar wordt uit berekend wat de opbrengst is van die ontwikkeling. Op het moment dat daar normen in verschuiven kan het zijn dat de opbrengsten die gedacht worden en verwacht worden, substantieel minder zullen zijn, waardoor in dit geval een projectontwikkelaar misschien zou kunnen zeggen: weet je, ik blaas het hele verhaal verder af of ik stel het nog verder uit, waardoor we eigenlijk nog verder achterlopen op hetgeen dat we daadwerkelijk zouden willen bereiken. Dus wij vinden, het is niet verkeerd om te vragen of er gekeken kan worden naar een nieuwe parkeernorm, maar om dat te gaan verplichten, dat is voor ons echt een stap te ver. De voorzitter Meneer Prins. De heer Prins Wij vinden het juist een mooie kans om te zeggen: nou, de projectontwikkelaar wil iets. Dan kunnen wij ook zeggen als gemeente: wij willen best meewerken, maar dan willen wij ook iets. De voorzitter Meneer Pauw wenst een interruptie. De heer Pauw Ik heb een vraag aan de fractie van de VVD, voorzitter. Baanhoek-West is ongeveer 12 jaar geleden bedacht en is ontworpen met de normen Toen kwam er een crisis, dus we zitten een paar jaar verder, anders was ik ervan overtuigd dat het al volgebouwd was. De normen 2004 liggen nòg lager en eigenlijk moeten die van 2012 gehanteerd worden. Maar is het nu zo dat de VVD-fractie van mening is dat geld hierin leidend is? Dus al zouden wij een woonwijk moeten bouwen met een parkeernorm van 0,6, ik noem maar even wat geks, om het de projectontwikkelaar mogelijk te maken om te kunnen bouwen; dan gaan we dat doen? De voorzitter Meneer Bijderwieden. De heer Bijderwieden Waar het om gaat in onze opvatting is niet zo zeer dat geld leidend is. Maar op het moment dat er investeringen gedaan worden en er worden plannen gemaakt waaruit ieder zijn boterham kan verdienen en zijn zaken kan regelen, dan vinden we het normaal dat die afspraken, die uitgangspunten, zoveel mogelijk gehanteerd blijven worden. Wij vinden niet dat vanuit deze plaats we daar verplichtingen op moeten leggen om tussentijds dit soort wijzigingen door te voeren. Daar zijn we geen voorstander van. Ik vind wel en daar kan ik zeker in meegaan, dat er gekeken kan worden in hoeverre de projectontwikkelaar genegen is om te kijken naar de huidige parkeernormen. Maar het is eigenlijk tijdens het spel de spelregels veranderen en daar zijn wij op zich nooit een voorstander van. De voorzitter Meneer Paas wenst een interruptie en dan de heer Pauw. De heer Paas Voorzitter, ik zou eigenlijk willen vragen aan de portefeuillehouder of hij kan uitleggen wat de reden is geweest dat er destijds afgeweken is van de kaders die meegegeven zijn als raad. De voorzitter Voordat we de wethouder naar voren roepen, wil ik graag eerst het debat tussen u de ruimte geven. Dan zal ik hem straks naar voren vragen en dan kan hij gelijk reageren op de motie en het amendement. De heer Pauw heeft het woord. De heer Pauw Ja voorzitter, er wordt gesteld dat de spelregels zijn veranderd, maar de spelregels worden veranderd op verzoek van de projectontwikkelaar. Dat snap ik heel goed; de situatie is gewijzigd. Alleen, door deze herziening lossen we het probleem van de projectontwikkelaar op. Vind ik prima. Maar om daar nou een hele woonwijk de komende 20, 30 jaar de dupe van te laten worden

14 omdat er te weinig parkeerplaatsen zijn, dat lijkt mij niet juist. Dus vandaar dat wij steun hebben voor het amendement. De voorzitter Is er nog iemand die hier iets aan toe wil voegen? Meneer Bijderwieden. De heer Bijderwieden Ja, voorzitter. Op het moment dat zo'n antwoord komt, dan denk ik dat we als raad gewoon beter ons werk moeten doen. Dat we bij het aannemen van zo'n raadsbesluit daadwerkelijk 20, 30 jaar verder moeten kijken en niet tussentijds moeten gaan kijken hoe we de boel dan toch nog kunnen veranderen. Dus ik snap wat PRO Sliedrecht betoogt en ik vind het prima dat ze daarin meegaan: wij houden graag vast aan het feit dat wij geen wijziging willen. Dank u wel. De voorzitter Ik heb de indruk dat de heer Pauw nog even wil reageren. De heer Pauw We zijn denk ik klaar met de discussie, voorzitter. Alleen, ik was erbij in 2005, geloof ik, toen het voorstel op tafel lag. Ter vergelijking even, het gaat toch over huizen bouwen: toen kreeg ik nog van de Rabobank vijf keer mijn brutosalaris als hypotheek mee. Volgens mij zijn de tijden gewoon veranderd. Nogmaals, dat probleem gaan we oplossen voor de projectontwikkelaar; dat is prima, maar niet ten koste van de bewoners en de parkeergelegenheid. Dank u wel. De voorzitter Dank u wel. Is er nog iemand die iets wil toevoegen aan dit debat? Meneer Prins. De heer Prins Ja, misschien samenvattend: beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald. De voorzitter Dank u wel voor deze samenvatting, meneer Prins. Ik realiseer me dat voor de mensen thuis het wel handig is als ik de motie en het amendement even voorlees. Dat heb ik net verzuimd. De motie parkeernormen Baanhoek-West heeft het nummer 1 gekregen. Naar aanleiding van het agendapunt van de raad Vaststellen van Bestemmingsplan Baanhoek-West Eerste Partiële Herziening, daar roept de motie het college op om na een door de projectontwikkelaar ingediend verzoek tot gehele of gedeeltelijke herziening van het bestemmingsplan Baanhoek-West hieraan niet mee te werken, tenzij de gehanteerde normen in het betreffende plangebied minstens even hoog zijn als de parkeernormen in de op dat moment geldende nota Parkeerbeleid van de gemeente Sliedrecht en gaat over tot de orde van de dag. Het amendement heeft de aanduiding A gekregen en dat is het onderwerp 'parkeerdruk in Baanhoek-West'. Daar stelt de ondergetekende Vincent Prins voor, namens de CDA- Fractie, in het voorgestelde raadsbesluit als extra besluitpunt toe te voegen: bij de vaststelling van het Bestemmingsplan Baanhoek-West Eerste Partiële Herziening wordt de parkeernorm aangepast aan de normen in de geldende nota Parkeerbeleid. Dan weten de mensen thuis ook waar de moties over gaan. Dan zou ik graag de wethouder willen verzoeken om naar voren te komen om de vraag van de heer Paas te beantwoorden en tegelijkertijd ook het standpunt van het college over de ingediende motie en het amendement met ons te delen. Wethouder Van Rekom gaat namens het college het woord voeren. Wethouder Van Rekom heeft het woord. Wethouder Van Rekom Voorzitter, dank je wel. Nou, zoals jullie allemaal horen had ik even heel kort overleg met mijn college om te reageren op dit amendement en deze motie. Laat ik beginnen, voor ik de vraag van de heer Paas beantwoord, om jullie wel even te helpen herinneren aan het feit dat wij een X aantal jaren geleden een samenwerkingsovereenkomst zijn aangegaan met, dat heet nu Bouwfonds Ontwikkeling, om uiteindelijk 950 woningen te realiseren. Ik zeg er met nadruk bij: een samenwerkingsovereenkomst. Wat ik hier aan geluiden hoor, dat neigt niet naar een vorm van samenwerking maar meer van: hij en zij. Ik wil benadrukken dat dat nooit de intentie geweest is van de samenwerking. Ook de gemeente Sliedrecht heeft er belang bij dat er gewoon woningbouw gaat plaatsvinden; niet alleen de ontwikkelaar. We suggereren hier een beetje dat de ontwikkelaar alleen maar op geld uit is en als gevolg daarvan de parkeernorm naar beneden heeft gehaald. Dat is deels waar; ook daar draai ik wat mij betreft niet omheen. Maar we weten allemaal dat de woningmarkt sterk veranderd is. We weten ook dat uiteindelijk een ontwikkelaar onderaan de streep wel minstens quitte moet draaien. Dat zal één van argumenten geweest zijn van de ontwikkelaar om enerzijds het woningpalet wat daar bedacht is, te gaan wijzigen. Dat is ook de hoofdreden geweest waarom het

15 bestemmingsplan is aangepast. Bij wijziging van het woningpalet kan het ook wel eens zo zijn dat, om uiteindelijk weer onderaan de streep minimaal quitte uit te komen, er wat gesleuteld moet gaan worden aan de parkeernorm. Natuurlijk is dat gewoon een financiële kwestie; ook voor Bouwfonds Ontwikkeling. Als ik kijk naar wat in het raadsvoorstel staat, dan heeft het college gemeend, vanuit die optiek bezien, dat er, ondanks dat het een verzoek was van de ontwikkelaar, wij als college niet op korte termijn zien is dat een norm van 1,5 een groot probleem gaat worden ten aanzien van het parkeren. Anders hadden we dat ook niet in ons raadsvoorstel gezet. Dat is mijn eerste reactie en ik denk ook impliciet een antwoord op de vraag van de heer Paas. Als het gaat om de nota Parkeerbeleid, dan kan ik het alleen maar met u als raad eens zijn: dat ik in beginsel absoluut vind, we hebben niet voor niks een nota Parkeerbeleid, die moet gevolgd worden, want als we dat niet doen, dan is het eind zoek. Daar geen misverstand over; dat begrijp ik. Nogmaals, ik wil wel benadrukken dat die ontwikkelaar ook in het belang van de gemeente Sliedrecht, dat we eindelijk eens een keer willen dat er wat voortgang komt, of wat snellere voortgang komt in de nieuwbouwsituatie. Hij heeft het initiatief genomen om, kijkend naar de markt, een ander woningpalet neer te gaan zetten. Dat juich ik van harte toe. Het gevolg daarvan is wel dat er een wat lagere parkeernorm bij hoort. Ik snap de ontwikkelaar, maar ik begrijp ook u, omdat we nou eenmaal niet voor niks een nota Parkeerbeleid hebben vastgesteld. Dus in die zin, als het gaat om het amendement: het is natuurlijk aan u als raad om daar een besluit op te nemen. Ik heb mijn nuance ten aanzien daarvan uitgebracht. Als het gaat om de motie, ja, dan ben ik het eigenlijk met de heer Paas eens. Ik vind dat dit echt zo toegespitst is op een specifieke ontwikkeling en ik heb daar zojuist denk ik voldoende over gezegd, dat als een motie hier om gaat, dat je hem dan ook breder moet trekken, want dan vind ik dat je iedereen over één kam scheert. Nu lijkt het toch een beetje op dat we deze specifieke ontwikkelaar een hak proberen te zetten en dat zou ik betreuren. De voorzitter Ik begrijp dat u zowel het amendement als de motie ontraadt? Wethouder Van Rekom Nee, dat heb ik niet gezegd, voorzitter. Wat ik gezegd heb, is dat uiteindelijk de raad besluit. Ik ontraad zeker niet dat amendement. Ik heb alleen getracht om wat nuances aan te brengen bij de overwegingen die nu door de raad moeten worden gemaakt. De voorzitter Oké. U geeft dus een neutraal advies. Wethouder Van Rekom Absoluut, het is aan de raad. De voorzitter Is er iemand die nog even wat vragen wil stellen? Meneer Prins. De heer Prins Ja, toch even over de laatste opmerking over het breder trekken van de motie. Volgens mij is dat helemaal niet nodig, want in Baanhoek-West geldt een lagere parkeernorm. In andere wijken gaat gewoon de nota Parkeerbeleid als uitgangspunt genomen worden, verwacht ik, dus hoeven we de motie voor andere wijken niet breder te trekken. Dit gaat alleen even over Baanhoek-West. De voorzitter Wethouder Van Rekom. Wethouder Van Rekom Ik kan me zo voorstellen en volgens mij doelde de heer Paas daar ook op, dat er in de toekomst wellicht vergelijkbare zaken aan het licht kunnen komen, waarvan ik persoonlijk geen zin heb om iedere keer hier in de raad te gaan uitleggen waarom we een lagere norm hebben. Laten we het ons dan makkelijk maken en zeggen: dan doen we het ook voor alles. Dan hoef ik ook niet bij u in de raad terug te komen met dit soort argumenten. De voorzitter Is er verder nog iemand die vragen heeft aan de wethouder? Dan wil ik graag de wethouder bedanken en dan kan hij weer plaatsnemen. Meneer Paas. De heer Paas Dank u wel. Ik wil een verzoek doen om even de vergadering te schorsen

16 De voorzitter Hoeveel tijd heeft u nodig? De heer Paas Vijf minuten. De voorzitter Gaat u daarmee akkoord? Ja? Dan schors ik de vergadering voor vijf minuten. SCHORSING De voorzitter Dames en heren, ik wil graag de vergadering heropenen. Dat doe ik bij deze. Ik wil graag de heer Paas het woord geven omdat hij de schorsing aangevraagd heeft, dan mag hij ons delen in datgeen wat uitgebroed is door zijn fractie. Meneer Paas heeft het woord. De heer Paas Dank u, meneer de voorzitter. Wat de motie betreft die ingediend is door het CDA zullen wij instemmen. Met betrekking tot het amendement wat is ingediend, kan onze fractie op dit moment niet overzien wat de consequenties zijn als wij voor dan wel tegen dit amendement stemmen. Ik zou willen vragen, nogmaals, aan de portefeuillehouder of hij ons kan vertellen wat de consequenties zijn als wij als raad nu gaan stemmen voor het amendement dat ingediend is door het CDA. De voorzitter Dan wil ik graag wethouder Van Rekom naar voren vragen. Meneer Van Rekom, als u alvast het loopje maakt, dan geef ik eerst de heer Bijderwieden het woord en daarna de heer Prins. De heer Bijderwieden Dank u wel, voorzitter. Ik heb dan nog wel een vraag aan de SGP/ChristenUnie: of ze zich ook bewust zijn wat er kan gebeuren op basis van zo'n motie. Ik denk dat de twijfel ten opzichte van het amendement een terechte is. Wij zijn er dus ook niet voor. Maar wat er dan zal gebeuren wanneer de projectontwikkelaar met een claim komt omdat er wijzigingen in de plannen tot stand komen en hoe we daar dan mee om moeten gaan? Ik vraag me af of dat meegenomen is. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter Meneer Paas, er wordt een vraag gesteld. Dan krijgt meneer Prins daarna het woord. Meneer Paas. De heer Paas Meneer de voorzitter, naar onze mening gaat de motie over toekomstige herzieningen, veranderingen van een bestemmingsplan en slaat het dus niet op het veranderen van de spelregels van huidige bestemmingsplannen, of vergunningen die afgegeven zijn onder de huidige bestemmingsplannen. De voorzitter Meneer Bijderwieden, is dat voldoende antwoord voor u? De heer Bijderwieden Nou, maar dan denk ik dat we nog een keer naar de motie moeten kijken. Volgens mij zegt de motie dat op het moment dat er in de toekomst een soortgelijke situatie komt dat er een projectontwikkeling is gedaan en tussentijdse plannenwijzigingen doorgevoerd moeten worden, dat de dan geldende normen, in dit geval alleen voor parkeren, maar dat kun je misschien wel verder trekken, dat die dan meegenomen moeten worden. Dat kan leiden tot claims en dat is de vraag die ik daarin gesteld heb. Ook voor de toekomst, niet alleen voor dit project. Maar ook als er in de toekomst in de ontwikkeling herzieningen komen waarin veranderingen komen. De voorzitter Meneer Paas. De heer Paas Voorzitter, ik denk dat het goed is om eerst de heer Prins het woord te geven omdat de motie qua tekst enigszins gewijzigd is. De voorzitter Oké. Dat is nieuwe informatie, meneer Paas. Meneer Prins, u krijgt gelijk het woord

17 De heer Prins Nou, dank u wel. Inderdaad, ik heb de tekst van de motie in overleg met collega-fracties iets aangepast. Onze oproep is nu iets algemener en gaat niet alleen meer over het plangebied Baanhoek-West. Zal ik de motie voorlezen? De voorzitter Misschien is dat in dit geval het handigste, meneer Prins. De heer Prins Wij roepen het college op om na een door een projectontwikkelaar ingediend verzoek tot gehele of gedeeltelijke herziening van een bestemmingsplan, hieraan niet mee te werken tenzij de gehanteerde parkeernormen in het betreffende plangebied minstens even hoog zijn als de parkeernormen in de op dat moment geldende nota Parkeerbeleid van de gemeente Sliedrecht en gaan over tot de orde van de dag. De voorzitter Dank u wel. Als u deze aan de griffier wil geven of aan de bode? Dan zal deze waarschijnlijk de naam 1A krijgen en zal de oude motie vervallen. Dank u wel. Meneer Bijderwieden, u heeft het woord. De heer Bijderwieden Voorzitter, dank u wel. Dan heb ik in dit kader helemaal een vraag aan het CDA, want dit betreft inderdaad breder, dat het voor alle ontwikkelingen geldt. Wat doen we dan als we vanuit de gemeente en volgens mij heeft de portefeuillehouder zojuist nog duidelijk gemaakt dat je in een samenwerking zit, op het moment dat je in een samenwerking dingen ziet waarvan we samen zeggen, dat zou eigenlijk anders moeten, dat daarmee gelijk dusdanige dingen veranderen dat je in dit geval en daarin is meestal de gemeente de onderliggende partij, er claims kunnen komen, omdat je van andere uitgangspunten ineens gaat werken. Is men zich dat hier bewust? Dat is de vraag die ik stel. Expliciet aan het CDA en eigenlijk voor iedereen die dan deze motie wil steunen. Ik dank u wel, voorzitter. De voorzitter Meneer Prins. De heer Prins Ja, ik heb het al eerder gezegd. Samenwerken is niet klakkeloos ja zeggen tegen de andere partij. Het is een kwestie van geven en nemen; je moet elkaar iets gunnen. Je moet weten dat je gelijkwaardig bent. Dus als de ene partij iets vraagt aan de andere partij, kun je gewoon ja zeggen, maar je kunt ook innovatief zijn, een term die de VVD ongetwijfeld zal aanspreken en proberen het beste er uit te halen voor je eigen bewoners. De voorzitter Meneer Bijderwieden, spreekt die term u aan? Naast de andere vragen die gesteld zijn mag u antwoorden. De heer Bijderwieden Ja, dat spreekt ons zeker aan, want innovatie, dat is vooruitgang, zeg ik altijd. Maar volgens mij heeft de heer Prins precies verwoord waar het nou om gaat. Dat is namelijk dat op het moment dat je samenwerkt, dat je in overleg bent met elkaar en kijkt wat de oplossing is. Zoals het er nu staat, is dat we eenzijdig vanuit de gemeente zeggen: u wil iets anders of wij willen iets anders, by the way, dit zijn de nieuwe regels. Dat is nou precies hoe het nou niet moet. Dus u zegt nou net: het gaat over samenwerken en dan kunt u ja of nee zeggen, maar dan laat je de keuze. Vanuit deze motie, die zo meteen wordt uitgedeeld, is er geen keuze meer. Is het bindend en legt u de verantwoordelijkheid neer bij de samenwerkende partijen waar u eigenlijk een wig tussen zet. Dus ik word alleen maar gesterkt om te zeggen: deze motie moeten we niet steunen. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter Meneer Prins. De heer Prins Ja, dat vind ik toch wel jammer. Volgens mij is het ook zo: niet met elke projectontwikkelaar is al een samenwerkingsovereenkomst aangegaan. In de toekomst kunnen allerlei nieuwe projecten oppoppen en dan is het voor zo'n projectontwikkelaar meteen duidelijk: nou, kijk, als ik wat wil, als ik het bestemmingsplan wil laten veranderen om een bepaalde ontwikkeling mogelijk te

18 laten maken, dan weet ik dat ik mij in ieder geval moet houden aan de op dat moment geldende parkeernormen. De voorzitter Nu is, geachte raad, deze vraag gesteld aan iedereen die overweegt om de motie te gaan steunen. Zijn er nog meer mensen die de motie overwegen te steunen en hierop willen antwoorden? Meneer Pauw heeft het woord. De heer Pauw Ja, we hadden steun uitgesproken voor het amendement en nog niet voor de motie. De motie wordt nu aangepast. Ik heb maar even hard meegekrast, maar ik ga er even van uit dat ik het goed gezien heb. Dan wordt het een algemene motie ten aanzien van alle bestemmingsplannen in Sliedrecht, vanaf nu tot in de verre toekomst. Dat is iets, voorzitter, wat volgens ons al onderweg is op basis van de nieuwe regels in de BRO en de WRO, waarin we dus een aantal normen moeten vastleggen en toetsen in bestemmingsplannen, dus dat gaat al gebeuren. Dus we hebben verder dan geen problemen met de motie en ook niet met het amendement. Nog even onze reactie op de fractie van de VVD. Natuurlijk is het handig dat we tegenwoordig allemaal zo'n ding bij ons hebben. Het Bouwfonds, dochter van de Rabobank, 1,3 miljard omzet in 2013, om over de winst maar even te zwijgen, dus er zit daar genoeg. En nogmaals, het verhaal is dat de wijziging op hun verzoek is. We zijn wel samen een avontuur aangegaan voor Baanhoek-West, maar ik zie nou niet in dat we halverwege de rit problemen aan de ene kant gaan oplossen en aan de andere kant de schatting is van het college, dus er is geen enkele waarde aan gehecht, ten aanzien van de parkeernormen en de parkeersituatie in de toekomst. Want daar inderdaad waar de huizenprijzen daalden, werd het autobezit per huishouden steeds hoger. Dus het is een soort vat wat de andere kant op vliegt. Daarom zijn die normen ook aangescherpt in 2012 naar nog hoger, dus 1,5 tot 1,8 en praten we in dit geval over 33 woningen, dus het gaat over 10 parkeerplaatsen. Maar even terugkomend op uw vraag: wij vinden dat je de problemen, winst/verlies van Bouwfonds, Rabobank, hoe je het wilt noemen, niet kan neerleggen bij de toekomstige bewoners van dit appartementencomplex. Dank u wel. De voorzitter Meneer Bijderwieden wil vast reageren. De heer Bijderwieden Ja, heel graag, voorzitter, dank u wel. Ik denk dat het niet relevant is welke partij wat voor winst ook maakt. Want we kunnen niet kijken naar welke investeringen in de toekomst van zo'n partij of van zo'n bedrijf of organisatie van toepassing zijn, waardoor deze reserveringen al misschien wel gedaan zijn. Maar dat is een heel ander economisch verhaal, dus ik vind, dat soort zaken moeten we niet in deze raadzaal erbij betrekken. Het gaat hier over ontwikkelingen in Sliedrecht en de vraag, volgens mij heb ik dat ook gezegd toen we de eerste motie al behandelden: ik vind te allen tijde dat je de vraag kan stellen vanuit het college of vanuit de gemeente: beste ontwikkelaar, dit zijn de huidige normen, kunt u daar naar kijken? Zoals het in samenwerking hoort te gaan. Dan kan de ontwikkelaar zeggen, nou ja, ik zal mijn best doen. Dit kan wel en dat kan niet; kijkend naar wat we in het verleden hebben afgesproken is dit haalbaar, of het is niet haalbaar. Volgens mij is dat precies wat de heer Prins daarnet betoogde. Ik vind, daar moeten we ons gewoon aan vasthouden. Dat heeft niks te maken met winsten of wat voor zaken dan ook. Het gaat er gewoon om: samenwerken en hoe iets tot stand is gekomen, daar hou je je aan vast. Dat is goed bestuur. De voorzitter Meneer Bijderwieden, meneer Pauw zit te popelen om te reageren. De heer Pauw Nou goed, dat is natuurlijk het nadeel als je al een tijdje hier bent, natuurlijk. De projectontwikkelaars waar de gemeente zaken mee gedaan heeft in de afgelopen 12 jaar een keus voorleggen: één, een winst van of de andere kant, een winst van Dan kiezen ze allemaal voor die , dus dat is geen vergelijk, denk ik. Maar nogmaals ja, dat was eigenlijk een antwoord op de vraag. De voorzitter Meneer Spek. De heer Spek Ik heb een vraag aan de VVD-fractie. Of en in hoeverre er sowieso dan normen afgesproken kunnen worden, parkeernormen in het algemeen kunnen vastgesteld worden, of wat dan

19 ook, als het altijd open moet liggen voor een projectontwikkelaar die mee moet kunnen denken en aan winstoptimalisatie moet denken. De voorzitter Meneer Bijderwieden. De heer Bijderwieden Ja, ik wil graag reageren op de vraag van de heer Spek. Dit lijkt me overigens een wat irrelevante vraag. Het gaat erom: ergens heb je een afspraak gemaakt met elkaar binnen welke spelregels, of zoals we dat zo mooi noemen, binnen welke kaders we iets doen. Op het moment dat we buiten die kaders treden, komen we in een conflictsituatie. Op het moment dat wij hier nu een motie neerleggen waarbij je op voorhand al kunt zeggen dat je buiten de kaders gaat werken, want zo werkt het. Wij leggen nu moedwillig en natuurlijk kunnen we zeggen: in de toekomst kunnen we kijken dat de projectontwikkelaar daar nu al rekening mee kan houden. Maar het kan ook zijn dat wij als gemeente zeggen tegen een projectontwikkelaar: 'is het niet verstandig, gezien de ontwikkelingen die we hebben binnen Sliedrecht, dat we de ontwikkeling aan moeten passen?'. Ik vind, dat is een samenwerking. Dus op het moment dat wij ergens een kader vast hebben gesteld, is dat het uitgangspunt waarin we werken en waarin de samenwerking tot stand komt. De voorzitter Meneer Pauw wenst een interruptie. De heer Pauw Ik wil zo graag het kader van de VVD weten, voorzitter. Want neem even een geval: in 2019 gaan we bestemmingsplan X aanpassen, maar de brandweer heeft de brandveiligheidsnormen aangepast. Het college besluit tot een herziening van het bestemmingsplan. Gaan we dan die brandveiligheidseisen wel of niet opleggen aan de projectontwikkelaar, of gaan we het lief aan ze vragen? Volgens mij moet je dat als overheid gewoon opleggen. De voorzitter Meneer Bijderwieden, ik hoop dat u deze vraag kort kunt beantwoorden, want ik denk dat we een klein beetje in rondjes beginnen te draaien nu. Ik wil graag de wethouder ook nog de mogelijkheid geven om de oorspronkelijke vraag van de heer Paas nog even te beantwoorden. De heer Bijderwieden Ik zal het heel kort houden, want we draaien inderdaad om rondjes heen. Dan denk ik gewoon en dan pak ik maar even het hele simpele voorbeeld dat op het moment dat ik nu een woning heb en ik doe daar een verbouwing in en die woning heeft nog een Bouwbesluit uit 1957, dat ik dat bouwbesluit nog steeds mag hanteren ten aanzien van de aanbouw of aanpassing van de woning. Oftewel: ik denk dat te allen tijde op het moment dat er iets verandert, dat je zoveel mogelijk kijkt wat de huidige normen zijn en probeert die mee te nemen, maar niet tegen willens en wetens dat dat wet is. Daarmee denk ik dat we het discussiepunt wel kunnen sluiten. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter Dank u wel, meneer Bijderwieden. Dan wil ik graag wethouder Van Rekom naar voren vragen om de oorspronkelijke vraag van de heer Paas, waarvan ik hoop dat hij hem opgeschreven heeft, te beantwoorden. U staat nog. Wethouder Van Rekom heeft het woord. Wethouder Van Rekom Voorzitter, dank je wel. Met uw goedvinden zou ik ook nog even willen reageren op de aangepaste motie. Dat lijkt me dan wel zo efficiënt. De voorzitter We kennen u als efficiënt; ik hoor het graag van u. Wethouder Van Rekom Allereerst de vraag van de heer Paas over de gevolgen van het amendement. Ik heb zojuist al gezegd dat we te maken hebben met een samenwerkingsovereenkomst. De grondlegger, of een van de bijlages is uiteraard een grondexploitatie die daar in zit. Toen we met de samenwerkingsovereenkomst begonnen en die ondertekend hebben, kwamen we neutraal uit. Daar hebben we de afspraak gemaakt, even in hoofdlijnen, dat we zouden meedelen als gemeente met een overschot wat er eventueel zou kunnen ontstaan en we zouden niet meedelen in het verlies, als dat aan de orde zou komen. Dat is in hoofdlijn hetgeen wij op financiële basis hebben afgesproken. Wat

20 meneer Bijderwieden absoluut terecht zegt en dat wil ik nog een keer herhalen, is dat we hier te maken hebben met een samenwerkingsovereenkomst waarin we gewoon afspraken gemaakt hebben hoe we daadwerkelijk komen tot de realisatie van 950 woningen. Vervolgens komt er een woningcrisis en doet Bouwfonds ultieme pogingen om toch aan die 950 woningen te komen, in het juiste tempo. We weten allemaal dat er sprake is van een behoorlijke vertraging. Juist door die vertraging is Bouwfonds, overigens in samenspraak met ons, creatief geweest en heeft een aantal andere typen woningen bedacht, waardoor zij er van uitgaan dat het tempo van nieuwbouw daarmee omhoog gaat. In ieder geval kunnen we dat veel meer zekerstellen. Dat heeft inderdaad gevolgen voor de parkeernorm, althans, om uiteindelijk onderaan de streep financieel redelijk quitte te draaien. Als ik kijk naar de regels die we gesteld hebben en de afspraken van: wij delen niet mee in het verlies, dan kan ik niet uitsluiten dat een ontwikkelaar toch naar de regels gaat kijken en zegt van: ja, we hebben natuurlijk wel te maken met een samenwerking. We moeten wel pogen om ook gewoon dat exploitatieplan en dat nieuwbouwplan wel haalbaar te maken. Op het moment dat ik nu terugga met jullie opdracht op basis van het amendement en ik zeg tegen de projectontwikkelaar: ik heb goed nieuws voor u, u mag de parkeernorm van de raad aanpassen, dan kan ik op dit moment niet uitsluiten dat Bouwfonds met een claim komt. Daar maak ik me nog niet zoveel zorgen om, maar ik vind wel, dat onderstreep ik nog een keer: we hebben hier te maken met een samenwerkingsverband. Laten we dan ook gewoon creatief nadenken en ik ben best bereid om samen met de projectontwikkelaar echt te gaan kijken of een parkeernorm van 1,5 nou echt leidt tot een probleem in de toekomst in die wijk, op basis van het toekomstig woningpalet. Dat is, in antwoord op uw vraag, best een zorgpunt dat ik heb. Ik heb u ook gezegd en dat moeten we kennelijk met zijn allen hier leren: het is u als raad die een besluit neemt en niet het college. Als u uiteindelijk besluit om dit amendement te steunen, dan moet u ook niet verrast zijn als ik nog een keer bij u in de raad terugkom om te zeggen: de ontwikkelaar heeft daar wellicht een probleem mee, met alle gevolgen van dien. Dat is mijn beantwoording, als het daarom gaat. Als het gaat om de motie, waarbij ik aangegeven heb dat het college niet een voorstander is van het ondersteunen van deze motie, ook niet als het gaat om de wat bredere beschrijving, nu, omdat we ook, daar ben ik echt van overtuigd, in de toekomst te maken gaan krijgen met projecten die we met zijn allen heel graag willen uitvoeren en waar wellicht de parkeernormen absoluut een issue zouden kunnen zijn. U kunt er van uitgaan dat wij als college ons uiterste best doen om gewoon die parkeernormen te halen. Sterker nog: als we ze niet halen, dan zijn wij de eersten die u daarover informeren. Dan kunt u alsnog nee zeggen. Maar op voorhand uitsluiten, daar hebben wij toch als college echt een probleem mee. De voorzitter De heer Paas wenst een interruptie en daarna de heer Prins. De heer Paas Voorzitter, ik wil de wethouder bedanken voor de beantwoording van mijn vraag. Op basis van dat antwoord zijn wij toch van mening dat we het aangaan van de samenwerkingsovereenkomst wel zwaar moeten laten wegen. Dat een partner van de gemeente, van ons, mag verwachten dat wij als goed bestuurders en ook als een betrouwbare overheid optreden. Wat dat betreft zullen wij dus het amendement niet steunen voor dit plan, omdat de afspraken eenmaal gemaakt zijn. Wat betreft de motie waarin we verwijzen naar de parkeernorm: verderop in de vergadering komt er een motie die het college oproept om de nota Parkeerbeleid zo spoedig mogelijk te herzien, in het eerste kwartaal van Dat lijkt me dan een perfecte mogelijkheid om in de nota Parkeerbeleid een mogelijkheid op te nemen om een uitzondering te vormen op de norm die daar gesteld is. De voorzitter Wethouder, wilt u reageren? Wethouder Van Rekom Nou, wat ik van de heer Paas hoor als het gaat om het aanpassen van de nota Parkeerbeleid, dat kan ik alleen maar toejuichen omdat ik in ieder geval weet dat het wat mij betreft ook enige aanpassing verdient. Prima, als we het zo kunnen oplossen. De voorzitter Prima. Dan de heer Prins

21 De heer Prins Ik heb toch nog even een vraagje. De wethouder zei dat hij wat moeite heeft met de motie, terwijl hij in de vorige termijn volgens mij juist aandrong op het breder trekken van de omschrijving in de motie. Wethouder Van Rekom Laat ik het heel plat zeggen, meneer Prins. Ik vond de eerste motie helemaal niets. De ruimere motie - die suggestie heb ik gedaan: als het nou wat breder geformuleerd wordt kan ik me er iets bij voorstellen. Ook u heeft een schorsing gehad en ik ook met mijn collegeleden en wij zijn van mening dat we moeten voorkomen door een bredere motie straks alle mogelijke projecten te gaan afremmen door deze discussie. Dus ik stel me absoluut voor: we hebben te maken met een aantal grote projecten, laten we dan gewoon en dat mag u aan ons vragen, om extra aandacht te vragen in de voorstellen die wij doen als het gaat om de parkeernormen. Dan is het uiteindelijk per project aan u om als raad te besluiten of dat acceptabel is, kijkend naar de omstandigheden die op dat moment aan de orde zijn. De voorzitter Dank u, wethouder Van Rekom. Is er nog iemand die iets wil toevoegen aan het debat, of kan ik hem in stemming gaan brengen? Het lijkt me gezien de tijd verstandig om nu tot stemming over te gaan. Dan beginnen we met het amendement. Amendement A, wie is voor het amendement? De fractie van het CDA is voor, de fractie van PRO Sliedrecht is voor, de fractie van de PvdA. Dat zijn acht stemmen voor en acht stemmen tegen. Dat betekent dat het amendement staakt en er geen meerderheid voor is en daarmee is het amendement verworpen. Sorry? Nee? Een klein ogenblikje; dit zijn van die unieke gevallen waar we even de details scherp moeten hebben. Een ogenblik. ( ) Goed dames en heren, ik was even in de veronderstelling dat omdat er een besluit op de raad staat, op het moment dat het amendement dus niet verworpen of aangenomen wordt omdat de stemmen staken, betekent dat de complete besluitvorming opgeschort wordt. Dat is wat het reglement van orde voorschrijft; vandaar even mijn aanname dat ik dacht dat dat niet kon, dat ik dacht dat die daarmee verworpen was, maar u heeft in uw reglement iets anders opgeschreven. Dus dat betekent dat wij de besluitvorming opschorten naar de volgende besluitvormende vergadering. Meneer Prins. De heer Prins Kunnen we wel de motie in stemming brengen? Want dat heeft geen consequenties voor het besluit. De voorzitter De volgorde is dat wij eerst het amendement in besluitvorming nemen, dan het gevraagde besluit en daarna de motie. Dat is zoals we dat gebruikelijk doen, dus het is geen enkel probleem om de motie alsnog in stemming te brengen. Daar ga ik nu toe over. Dan de motie 1A. Ik wil graag weten wie er voor de gevraagde motie is. Daar is een meerderheid voor, omdat alleen de VVD tegen is en daarmee is de motie aangenomen. Dank u wel. 15. SUBSIDIE-AANVRAAG MANIFESTATIES JUBILEUM SLIEDRECHT 950 JAAR De voorzitter Dan gaan wij naar agendapunt 15. Ik had dit eigenlijk bij het vorige stuk al willen zeggen: dit is de eerste besluitvormende vergadering in het BOB-model. Dat betekent dat hier vooral politiek debat moet plaatsvinden. Dat betekent dat in het politieke debat nu het vooral over het delen van standpunten gaat en het elkaar proberen te overtuigen. Daarbij wil ik u vragen zich vooral te concentreren op het voorstel. Maar ik heb dit allemaal opgeschreven nadat we net een stuk hebben gehad waarbij u vooral geconcentreerd op het voorstel een politiek debat heeft gevoerd. Maar ik vond het wel goed om dat nog even te benadrukken dat het in deze vergadering anders hoort te gaan en dat doet u al. Dat vind ik heel fijn om te horen. Dan gaat het over Subsidieaanvraag van de Manifestaties Jubileum 950 Jaar. Dat is een debatstuk. Uw raadsvoorzitter is ook de portefeuillehouder daarvan en ik wilde u graag vragen of u behoefte heeft aan een wijziging van voorzitter. Want dan treed ik even terug en dan doe ik gewoon de beantwoording van de vragen. Maar als u iets heeft van: wij hebben geen uitgebreid debat hierover en dit komt dicht bij een hamerstuk, dan kan ik ook blijven zitten. Maar dat is graag aan u. De heer De Borst. Wat zegt u? (.) Prima. Dan heb ik weer wat uit te leggen. Normaal gesproken is uw plaatsvervangend voorzitter de heer

22 Venis. Die is afwezig. Dan hebben we daar een vervanger voor; dat is de volgende in leeftijd van het aantal raadsjaren en dat is de heer Visser. Die is ook afwezig. Dus dan heb ik goed nieuws voor de heer Pauw. U heeft nu de eer om de plaatsvervangend, plaatsvervangend, plaatsvervangend voorzitter te zijn. De vervangend voorzitter Goed. Subsidieaanvraag Manifestaties Jubileum Sliedrecht 950 Jaar. Wie wil daarover het woord voeren? De heer De Jager, de heer De Borst en de heer Kieft. De heer De Borst heeft als eerste het woord. De heer De Borst Voorzitter, dank u wel. Subsidieaanvraag Sliedrecht Jubileum 950 Jaar. Op zich kan PRO Sliedrecht meegaan in het voorgestelde raadsvoorstel voor wat betreft de subsidie van euro, voor wat betreft de insteek van de subsidieverlening. Er staat in het besluit een bedrag van op te nemen in de begroting 2015 als subsidie voor de Historische Vereniging ten behoeve van de activiteiten van het Comité 950 jaar Sliedrecht in Alleen ziet PRO Sliedrecht graag het besluit in lijn met het raadsvoorstel, waarin het bedrag van euro specifiek gekoppeld wordt aan de digitale lespakketten. Daar staat in het raadsvoorstel: voor de specifieke onderwijsactiviteit met betrekking tot digitale lespakketten wil het college voor 2015 een bedrag van euro toekennen. Deze lijn volgend, zien we graag dus een oormerking hiervan in het raadsbesluit. Hiervoor dient PRO Sliedrecht een amendement in. Voorzitter, wilt u dat voorlezen of zal ik dat voorlezen? De vervangend voorzitter U mag hem zelf voorlezen. De heer De Borst Dank u wel. In het voorgestelde raadsbesluit wordt besluitpunt 1 vervangen door de volgende nieuwe tekst: een bedrag van euro op te nemen in de begroting 2015 als subsidie voor de Historische Vereniging ten behoeve van de activiteiten van het Comité 950 jaar Sliedrecht 2015, geoormerkt voor de specifieke onderwijsactiviteit met betrekking tot het digitale lespakket. Het amendement is ondertussen ondertekend door het CDA, de SGP/ChristenUnie en de PvdA en PRO Sliedrecht natuurlijk. Tot zover. De vervangend voorzitter Dank u wel, we gaan hem even vermenigvuldigen en dan wordt hij rondgedeeld. De heer De Jager heeft het woord. De heer De Jager Dank u wel, voorzitter. We kunnen het kort houden. We hebben met bijzonder veel belangstelling het raadsvoorstel gelezen en geprobeerd het te doorgronden. We zijn er uitermate positief over, dus wij kunnen daar mee instemmen. We hebben er wel twee opmerkingen bij. Eén is dat wij bijzonder achter de opmerking kunnen staan dat historisch besef en kennis een belangrijk iets is voor onze jeugd op de scholen en daar gaat dit raadsvoorstel toe bijdragen. In dit geval is dat heel belangrijk en dat is eigenlijk altijd heel belangrijk, dus in die zin zijn we daar bijzonder blij mee. Eén kritische kanttekening, een puntje. Ik lees iets over digitaal en ik lees iets over 10 jaar. Ik heb niet het gevoel dat dat bij elkaar past. In de huidige digitale wereld is 10 jaar bijzonder lang; misschien wel een eeuw. Ik geloof niet dat dat wat afdoet aan het raadsvoorstel, maar ik vraag me af of iets wat je nu ontwikkelt en wat digitaal is, over 10 jaar de toets der kritiek nog kan doorstaan. Het amendement van PRO Sliedrecht, dat is al vermeld, dat kunnen wij steunen en we zien met belangstelling de resultaten tegemoet. De vervangend voorzitter Dank u wel, meneer De Jager. De heer Kieft heeft het woord. De heer Kieft Voorzitter, dank u wel. Zoals u wellicht weet, loopt de VVD niet voorop in de parade als er subsidies worden uitgedeeld; echter, wij hebben deze aanvraag van het comité 950 jaar Sliedrecht wel met veel belangstelling gelezen. De subsidieaanvraag bestaat ons inziens uit twee delen: het educatieve deel en de festiviteiten in ons dorp. Ik zal onze standpunten dan ook in tweeën delen. Als het gaat om educatie: de VVD wordt van het educatieve deel niet bepaald enthousiast. Goed, jonge inwoners van ons dorp mogen de geschiedenis van ons dorp zeker leren kennen. Maar

23 moet het gelijk zo groots worden opgetuigd? Wanneer alle groepen 6 de komende 10 jaar naar het Sliedrechts Museum gaan, over Ons dorp na de Elisabethsvloed en alle groepen 7 de komende 10 jaar naar het Nationaal Baggermuseum over de ontwikkeling van Sliedrecht, zal dit veel meer effect hebben op het bijbrengen van het Sliedrechts erfgoed. Als je een rekensommetje op de achterkant van een sigarendoosje maakt, weet je dat dit ons ongeveer euro gaat kosten de komende 10 jaar. Of dit met extra subsidie moet worden opgelost of dat dit binnen het lesbudget thuishoort, is een andere discussie. Wat betreft de festiviteiten. Daar worden we dus wel enthousiast van. We zien het als reclame voor ons dorp. Daarbij komt kijken, in tegenstelling tot de lesmaterialen, dat dit wel voor iedereen beschikbaar is en dat iedereen hiervan kan meegenieten. In verkiezingstijd riepen we op tot meer evenementen in ons dorp, dus ja, het zou raar zijn als we het nu niet zouden steunen. Het hoeft niet eens door onszelf te worden georganiseerd. Er is al iemand die het voor ons wil doen. Tot slot wil ik nog een kanttekening maken bij het gevraagde budget. Wat ons betreft is de verhouding wat mank. Veel meer geld voor educatie en veel te weinig voor het vieren, zoals in de aanvraag staat, voor het vieren van de verjaardag van Sliedrecht. Een ander uitgangspunt van de VVD is cultureel ondernemerschap: voor iedere euro die verstrekt wordt door de gemeente een euro zelf inbrengen. Kortom, bijvoorbeeld door crowd funding, door particuliere sponsors. We hebben dan ook twee vragen aan de andere fracties. Bent u het met ons eens om het idee voor de lesstof te schrappen en alleen geld uit te geven aan de festiviteiten? Twee: wat vindt u van het idee om het comité op te dragen om naast de euro die ze van ons krijgen, ook zelf met geld te komen? Dank u wel, voorzitter. De vervangend voorzitter Dank u wel, meneer Kieft. Dat waren op het laatst twee vragen aan de overige fracties, dus ik kijk even rond of daar mensen op willen reageren. Meneer De Jager. De heer De Jager Ja, voorzitter, ik kan daar wel kort op reageren. Ik denk dat wij feesten onder onderwijs plaatsen, onder historische kennis en geschiedenis. Dat vinden wij bijzonder belangrijk. Wie zijn geschiedenis niet kent, die is gedoemd hem over te doen. Daar mag van ons best in geïnvesteerd worden. Feesten vinden we op zich ook geen onaardige bezigheid, maar dat is eenmalig, dat vergeet je weer. Dat is soms weggegooid geld. De vervangend voorzitter Wil de heer Kieft daar nog op reageren? De heer Spek. De heer Spek Ja, het CDA zou ook liever investeren in onderwijs dan in festiviteiten. Vooral ook omdat die festiviteiten zichzelf kunnen bedruipen; dat vind ik een prachtig streven. Ik hoop gewoon dat dat lespakket zo leuk wordt dat het voor de kinderen echt een feest is. De vervangend voorzitter Kijk. De heer De Borst. De heer De Borst Heel kort op de eerste vraag van de VVD. Nee, dat zien wij dus zo niet, maar dat moge duidelijk zijn, vandaar het amendement. Met betrekking tot de euro investeren. Volgens mij heeft het college dat ook al een beetje gezegd tegen de Historische Vereniging, omdat ze dus veel meer hebben aangevraagd qua subsidie, maar eigenlijk minder hebben gehad. Denk aan de vlaggen zeg maar, met geld genereren et cetera. Dus eigenlijk doet het comité het al, op andere manieren ook geld binnen zien te halen en dat is goed. Ik weet niet, na beantwoording van de vraag, wat er dan aan zit te komen; gaan we daar dan nog een amendement over indienen of zo, dat we dat gaan opdragen? Of is het gewoon: u wilt de meningen weten? De vervangend voorzitter Meneer Kieft. De heer Kieft Nou voorzitter, volgens mij was het de bedoeling om dit even met elkaar in discussie te behandelen; vandaar ook mijn vragen aan de overige partijen. Dank u wel. De vervangend voorzitter Oké. Gaat mevrouw Lanser nog reageren?

24 Mevrouw Lanser Ja, heel kort, voorzitter. Wij vinden feesten ontzettend leuk en belangrijk, maar onderwijs ook zeker. Dus het antwoord op de eerste vraag is nee. Voor de rest sluiten we ons aan bij wat de collega's van PRO Sliedrecht zeiden. Dank u wel. De vervangend voorzitter Oké. Dank u wel. Dan is de beantwoording aan het college. De heer Van Hemmen. Burgemeester Van Hemmen Dank u wel, meneer de voorzitter. Er zijn eigenlijk niet zo veel vragen gesteld aan het college, maar ik denk wel dat het goed is dat wij even reageren op het amendement. Het amendement is een technische aanpassing waar wij ons denk ik prima in kunnen vinden. Ik wou ook nog even reageren op de opmerking van de heer De Jager over dat 10 jaar in deze tijd in IT-zin wel eens een eeuw zou kunnen zijn. Dat is een aandachtspunt dat ik door zal geven aan de Historische Vereniging. Ik vind dat u daar een terecht punt maakt. Tegelijkertijd zijn er ook heel veel onderwijspakketten die zo simpel in hun eenvoud zijn dat die na 15 jaar nog steeds gebruikt worden. Dus soms gaat het goed, maar daar moet wel aandacht voor zijn. Dank u wel. De vervangend voorzitter Dank u wel. Zijn er nog vragen over? Volgens mij niet. Wordt het amendement overgenomen door het college of gaan we het in stemming brengen? Positief advies, is dat voldoende voor de indieners? ( ) Burgemeester Van Hemmen Ik gedraag me nu ineens als een griffier, voorzitter. Excuus. De vervangend voorzitter Gaat uw gang. Burgemeester Van Hemmen Een motie kan overgenomen worden en dan hoeft de motie niet in stemming gebracht te worden. Maar u heeft een amendement ingediend en dat is een wijziging van het besluit. Dat kunnen wij wel overnemen, maar uiteindelijk is het uw besluit. Dus u zult eerst het besluit moeten wijzigen voordat u het besluit kunt nemen. Dus u moet hem nog wel in besluitvorming brengen. Dank u wel. De vervangend voorzitter Dus we gaan het amendement in stemming brengen. Wie is daarvoor? De VVD stemt ook voor, zie ik. Voor het amendement. Dan gaan we nu stemmen over het voorstel. (..) Ik verstond de stemverklaring van de heer Bijderwieden niet zo goed. De heer Bijderwieden Voorzitter, dat was ook geen stemverklaring, dat was een binnensmondse opmerking die iets te hard was, sorry. De vervangend voorzitter Dan laten we het daar even bij. Meneer Kieft wil een stemverklaring over het raadsvoorstel, neem ik aan? De heer Kieft Wij willen graag even twee minuten schorsen als dat mag, voorzitter. De vervangend voorzitter Ja, dat kan zeker. Dan zie ik u over twee minuten weer terug. SCHORSING De vervangend voorzitter Dames en heren, we gaan weer beginnen. Het woord is aan de heer Kieft. De heer Kieft Voorzitter, ik zou graag een korte stemverklaring willen afleggen voordat we gaan stemmen

25 De vervangend voorzitter Gaat uw gang. De heer Kieft Wij hadden graag een ander voorstel gezien ten aanzien van de educatie, maar we willen vooral niet de gedachte wekken dat wij tegen ontwikkeling van onze kinderen zijn en zeker niet als het gaat om de geschiedenis van Sliedrecht. Dat vinden we echt belangrijk, maar we hadden het graag in een andere variant gezien. Maar we zullen wel met de meerderheid meegaan. Dank u wel. De vervangend voorzitter Dank u wel. Dus dan wil ik graag 'voor' het voorstel. Dat is dan volgens mij unaniem. Dan mis ik de heer Den Besten, maar die komt met zijn hand omhoog de zaal in lopen. Die tellen we gewoon mee. Ik zelf zal ook meestemmen inderdaad, dus het voorstel is unaniem aangenomen. Het voorstel is unaniem aangenomen. De vervangend voorzitter Dan draag ik het voorzitterschap graag weer over aan onze raadsvoorzitter. De voorzitter Dank u wel, meneer de plaatsvervangend voorzitter, de heer Pauw. Goed, dat was agendapunt VERORDENING TOT WIJZIGING VAN DE HUISVESTINGSVERORDENING GEMEENTE SLIEDRECHT 2011 De voorzitter Dan gaan wij naar agendapunt 16, de Verordening tot Wijziging van de Huisvestingsverordening Gemeente Sliedrecht De heer De Jager neemt plaats op de publieke tribune, vermoed ik, want hij wenst niet deel te nemen aan deze beraadslaging. Aan wie mag ik het woord geven? Dan heeft de heer Pauw het woord. De heer Pauw Voorzitter, dank u wel. Ik had het al aangekondigd aan het begin van deze vergadering: er komen twee momenten waar ik in de gelegenheid ben het gras voor de voeten van mijn collega's weg te maaien. Ook nu ga ik dat weer niet doen. PRO Sliedrecht was negatief gestemd over dit voorstel, voorafgaand aan de oordeelvormende vergadering. Na het horen van de argumenten van het college wel wat positiever gestemd, ook na onderling overleg. Alleen hadden wij nog steeds problemen met de 4 naar 6. In 2012 hebben we vol overtuiging het op 4 laten staan en er waren nog wat vragen over handhaving en druk. Maar daar wordt een aantal amendementen en moties over geschreven, dus daar gaan we straks nog even over oordelen. Daarna komen wij tot een formeel besluit. Dank u wel. De voorzitter Dank u wel, meneer Pauw. Dan wil ik graag de heer Den Besten naar voren vragen. Meneer Den Besten heeft het woord. De heer Den Besten Voorzitter, vorige week waren wij kritisch over dit voorstel. Wij zagen nog wel een aantal punten van verbetering waarbij de inspreker, de heer van den Herik, ons informeerde over de drie procent normering en de verdeling daarvan met betrekking tot wooncomplexen. Wij vinden het een goede zaak dat deze niet worden meegerekend in de normering, zodat er een gelijkmatige verdeling ontstaat. Ook hierbij wil ik niet het gras wegmaaien. Onze grote vrienden van de SGP/CU komen hier met een amendement. Een ander zorgelijk punt blijft voor ons de verhoging van het aantal arbeidsmigranten c.q. studenten per woning. Deze wordt nu, voornamelijk om economische reden, verhoogd naar 6, maar er zijn meer spelers bij betrokken dan de verhuurder. Deze hebben toch ook een belangrijke rol? Ik noem de omgeving. De directe omwonenden zullen het merken dat er meer mensen zijn gehuisvest. Het is al vaak gezegd, maar het gaat hard wanneer er opeens zes auto's in je straat geparkeerd staan met een gemiddelde parkeernorm, variërend, de discussie was daar, naar ik zeg tussen 1,5 en 2. Daarnaast hebben wij nog een andere grote zorg en dat is eigenlijk de sociale kant van dit verhaal. Dit werd mij eigenlijk duidelijk afgelopen zaterdagavond. Ik was namelijk bij een vriend op bezoek en die woont op de Baanhoek. Ik raakte in gesprek met zijn buurman. Hij vertelde dat hij met belangstelling dit onderwerp in de krant volgt. Hij begreep ook wel dat deze mensen nodig zijn voor de Sliedrechtse scheepswerven, maar wat hij niet begreep was de huisvesting. Als inwoner van

26 Sliedrecht schaamde hij zich hiervoor. Want zoals hij had geconstateerd, verbleven in het betreffende pand geen vier, maar acht mensen. Deze mensen moesten zelfs in 'shifts' slapen: vier overdag en vier 's nachts. Het bed was bijna nog warm van de voorganger. Ik heb geen tijd gehad om dit verhaal te controleren, maar mijn vermoeden werd bevestigd. De tweede wijziging komt voor Sliedrecht gewoon nog veel te vroeg. Wij denken dat de gemeente Sliedrecht eerst orde op zaken moet stellen voordat zij zich aan de volgende grote stap waagt. Laat eerst maar eens zien dat de eerste wijziging goed uitgevoerd wordt voordat we deze alweer wijzigen. Daarom zullen wij een amendement indienen dat het aantal arbeidsmigranten c.q. studenten per woning op vier laat staan. Dank u, voorzitter. De voorzitter De heer Visser heeft het woord. De heer Visser Voorzitter, dank u wel. We willen de portefeuillehouder bedanken voor de toelichting in de oordeelvormende vergadering en we waarderen ook de wijze waarop het voorstel gepresenteerd is. Wat ons betreft een heldere verordening, goede afspraken en een duidelijke stellingname wat betreft eventueel noodzakelijke handhaving. We hebben iets gezegd over het goed kijken naar de getallen. Naar aanleiding van de bespreking en geluisterd naar de suggestie van de inspreker en andere bewoners, de reactie van de portefeuillehouder en, om het maar eens zo te zeggen, gezond boerenverstand op basis van feiten, willen wij akkoord gaan met de verlaging van de quoteringsnorm van drie procent, met een nadere beperking, waarbij, zoals onze collega's van het CDA al aangaven, een beperking waarbij woongebouwen en laagbouwwoningen apart worden beschouwd. Hiervoor is door ons een amendement opgesteld. We hebben iets gevraagd en besproken over overlast en klachten en er wordt ook iets in het voorstel gevraagd qua budget om handhavend op te treden. Nou, daar zijn verschillende vragen over gesteld, technische vragen en daar zijn antwoorden op ontvangen. We willen heel graag, nogmaals, het belang onderstrepen van inzet op goede controle en stringente handhaving. Wat dat betreft mag duidelijk zijn dat wij akkoord gaan met het voorgestelde budget. Wel zouden we heel graag zien dat de portefeuillehouder ons toezegt dat er binnen een half jaar een rapportage komt die ons, simpel gezegd, overtuigt van het feit dat de overlast tot een minimum beperkt wordt, de bewoners zorgeloos onder dak zijn en ook de professionele huisvester laat blijken de afspraken in het convenant in de praktijk serieus te hebben genomen. Dan iets over de verruiming van vier naar zes bewoners en het risico op overlast. Nou, dat heeft ons wel even van de straat gehouden; daarmee konden wij in ieder geval geen overlast veroorzaken. De portefeuillehouder heeft ons toegelicht op welke grond hij verruiming wil toestaan en wij kunnen ons daar ook in vinden. We hebben de stukken bestudeerd en op basis daarvan zijn wij ervan overtuigd dat als de regels worden nageleefd, de huisvesting bijdraagt aan het welbevinden van de bewoners. Wat naar onze mening echter nog niet voldoende is afgedekt, is het risico van parkeeroverlast. Een klacht die eerder ook al gehoord is, ook in de situatie dat er sprake is van vier bewoners in de woning. Daarom vragen we de portefeuillehouder hiertoe in het convenant heldere afspraken op te nemen. Die hebben we geformuleerd in een motie. Punt 1 van deze motie; er komen nog twee andere punten. Een ander punt is de regeling tussen de gebouweigenaar en de huisvester. De huisvester die in voorkomende gevallen handelt namens de woningeigenaar. Wanneer de overeenkomst tussen woningeigenaar en huisvester wordt beëindigd, heeft dit gevolgen voor de omzettingsvergunning. Het is van belang dat de huisvester de gemeente hiervan op de hoogte stelt. Ook daarvan stellen wij voor dit in het convenant te regelen; punt 2 van de motie is dat. Nou, het laatste punt, ook in de motie opgenomen en ons aangereikt door de collega's van de PvdA, met name. De Huisvestingswet gaat wijzigen per 1 juli Er is ook wat gezegd over de duur van het convenant, vijf jaar. Maar gezien die komende wijziging van de Huisvestingwet willen wij voorstellen om de duur van het convenant te beperken tot 1 juli Tot slot. Wat ons betreft is het goed om de tweede gewijzigde verordening zo spoedig mogelijk vast te stellen. We hebben dan feitelijk een aangescherpte verordening met ruimte voor verruiming, wat betreft het aantal kamers/bewoners. Je zou kunnen zeggen dat er dan sprake is van een overgangssituatie. De bestaande, gewijzigde huisvestingsverordening waarop nog enkele aanvragen lopen, naar we begrepen hebben, moet afgewikkeld worden. We hebben een inhaalslag wat betreft de controle op de naleving van gebruik en inrichting van de woningen waarvoor die omzettingsvergunning is aangevraagd, dan wel verstrekt. Wij stellen voor eerst die lopende aanvragen zo spoedig mogelijk af te wikkelen en ook die inhaalslag te maken en wanneer bevestigd wordt dat

27 alles in orde is, het convenant met de huisvester aan te gaan. Dank u wel. Ik heb een amendement. Zal ik dat voorlezen? De voorzitter Dat mag u zelf doen, maar soms doe ik het. Het is wat u wilt. De heer Visser Ik zal hem voorlezen. Prima. In de voorgestelde verordening tot de wijziging van de huisvestingsverordening gemeente Sliedrecht, tweede wijziging, vast te stellen wordt artikel 6, tekst artikel 3.1.5, criteria voor vergunningsverlening na wijziging lid 3, vervangen door twee nieuwe leden met de onderstaande tekst. De oude tekst is dan van artikel 3: voor toepassing van de 3 procent norm als bedoeld in artikel eerste en tweede lid worden de woonruimte en/of woongebouwen in eigendom van Tablis Wonen buiten beschouwing gelaten. Op de toewijzing en eigendom van Tablis Wonen is hoofdstuk twee verdeling van woonruimte van deze verordening van toepassing. Deze woningen zijn niet bestemd voor en worden niet gebruikt voor kamerverhuur. De nieuwe tekst die wij voorstellen voor toepassing van de 3 procent norm als bedoeld in artikel eerste lid: worden woongebouwen buiten beschouwing gelaten, een extra lid toe te voegen voor de toepassing van de 3 procent norm als bedoeld in artikel tweede lid worden de woongebouwen en woonruimten in eigendom van Tablis Wonen buiten beschouwing gelaten. Op de toewijzing van woningen in eigendom van Tablis Wonen is hoofdstuk 2 verdeling van woonruimte van deze verordening van toepassing. Deze woningen zijn niet bestemd voor en worden niet gebruikt voor kamerverhuur. Dat is het amendement. Daar kan ik nog een toelichting op voorlezen. Door middel van deze wijziging De voorzitter Dat hoeft niet, meneer Visser, dat lezen ze straks wel. De heer Visser Oké, nou, dat had ik misschien beter als samenvatting eerder kunnen noemen, maar goed. Dat is het amendement. Dan de motie. De raad van de gemeente Sliedrecht, in vergadering bijeen op 23 september 2014; constaterende dat - in de tweede gewijzigde huisvestingsverordening voor het risico op parkeeroverlast bij kamerverhuur slechts zeer beperkte maatregelen zijn genomen. - Voor het af te sluiten convenant met professionele huisvesters een looptijd wordt aangehouden van vijf jaar, terwijl op 1 juli 2015 die nieuwe Huisvestingswet van kracht wordt, waarvan de gevolgen voor de verordening en af te sluiten convenanten nog niet te overzien zijn - er in het voorgestelde convenant geen afspraak is opgenomen met betrekking tot de informatieplicht van de huisvester in het geval het contract tussen woningeigenaar en huisvester wordt beëindigd voor een woning waarvoor een omzetvergunning is verleend voor de huisvesting van 6 personen, - de raad, gehoord de beraadslaging, van mening dat hiervoor nadere afspraken noodzakelijk zijn, Verzoekt het college - hiervoor in het af te sluiten convenant met professionele huisvesters nadere afspraken te maken. - als uitgangspunt hiervoor aan te houden dat de parkeernorm wordt gesteld op één parkeervak per bewoner, waarbij in het huurcontract zal worden opgenomen dat niet meer dan één voertuig per bewoner mag worden geparkeerd. Indien deze bepaling niet wordt nageleefd, zal dit gevolgen hebben voor het al dan niet verlengen van het convenant en -Dringt er bij het college op aan op korte termijn, uiterlijk in het eerste kwartaal 2015 een voorstel te doen aan de raad om de huidige nota parkeerbeleid aan te passen op zodanige wijze dat bij het toetsen van de omzettingsvergunning c.q. omgevingsvergunning het risico op parkeeroverlast wordt beperkt en - Verzoekt het college de looptijd van af te sluiten convenanten te beperken tot 1 juli 2015 en - Verzoekt het college in de af te sluiten convenanten de informatieplicht voor de huisvester op te nemen, waarbij de gemeente onverwijld wordt geïnformeerd indien een huurovereenkomst voor een woning waarvoor een omzettingsvergunning is verleend voor de huisvesting van 6 personen wordt beëindigd. En gaat over tot de orde van de dag

28 De voorzitter Dank u wel, meneer Visser. Nu heeft u een aantal moties en amendementen voorgelezen en gehoord, maar die van het CDA heeft u nog tegoed. Dus die wil ik graag nog eventjes met u delen, met uw welnemen. Dat is amendement nummer C; deze had al een nummer. Het heeft als onderwerp Tweede Wijziging Huisvestingsverordening Gemeente Sliedrecht Er staat dat in het voorgestelde raadsbesluit een extra besluitpunt wordt toegevoegd. Uit de Verordening tot wijziging van de Huisvestingsverordening Gemeente Sliedrecht 2011, tweede wijziging wordt artikel drie verwijderd omdat het aantal te huisvesten personen (kamerverhuurders) per woning maximaal 4 blijft, wordt het in artikel geen nieuw zevende lid toegevoegd. De tekst wordt hier op aangepast, van het convenant. Dank u wel. Is er nog iemand die op deze moties of amendementen wil reageren voordat we de wethouder naar voren vragen? De heer Pauw heeft het woord, volgens de sprekersvolgorde. De heer Pauw Dames gaan voor, vind ik eigenlijk, maar. we hebben behoefte aan een korte schorsing als straks alles is gekopieerd en aangeleverd. De voorzitter Wat is voor u een korte schorsing? Hoeveel minuten heeft u daarvoor nodig? De heer Pauw Tien minuten. De voorzitter Tien minuten. Mevrouw Lanser. Mevrouw Lanser Dank u wel, voorzitter. Een hele korte in de richting van meneer Visser. Ik hoorde u zeggen in de motie dat de huisvestingswet per 1 juli in werking treedt, maar die treedt al per 1 januari in werking. Er is alleen een overgangstermijn voor de lopende verordeningen tot 1 juli. Dus hij is al eerder van kracht; misschien dat dat nog een klein streepje in de motie zou kunnen zijn? De voorzitter Als dat in de motie aangepast moet worden? Ik heb hem hier even niet. Het kan nog. Zal ik dat als een mondeling amendement verwerken in de motie? Meneer Visser? De heer Visser Wat mij betreft prima. De voorzitter Prima. Het is een technische wijziging. Dan wil ik graag wethouder Van Rekom even naar voren vragen. Het gaat goed met de conditie van de heer Van Rekom, want hij loopt veel vandaag. U heeft het woord. Wethouder Van Rekom Voorzitter, dank je wel. Ik zal proberen op alle opmerkingen even in hoofdlijnen te reageren. Te beginnen met het CDA die problemen had met 4 tot 6 en heeft daar ook zo meteen iets voor ingediend. Prima, dat zullen we straks met het college gaan beoordelen. Hij had het met name over de sociale kant. In Baanhoek is de constatering geweest dat daar geen 4, maar 8 mensen gehuisvest zijn. Arbeidsmigranten. Ik kan dat bevestigen. Ik kan u ook vertellen dat wij daar al ruim een maand op aan het handhaven zijn. We zijn daarvan op de hoogte en ik kan u ook vertellen dat in die desbetreffende woning geen professionele huisvester de zaak beheert. Daarmee impliceer ik eigenlijk dat het gewoon sowieso goed is dat je een professionele huisvester hebt die dit soort excessen kan voorkomen. Nogmaals, we zijn hard bezig om deze situatie te gaan stoppen en terug te brengen naar 4 personen. Maar dat duurt, in het kader van handhaving en allerlei regels, eventjes voor we dat voor elkaar hebben. Maar ik kan u verzekeren dat dit probleem opgelost gaan worden. Ik constateer dat ook PRO Sliedrecht wat problemen heeft met de uitbreiding van vier naar zes. Ik heb in de vorige oordeelsvormende vergadering de argumenten zoals ze ook in het raadsvoorstel staan uiteengezet. Ik wil nogmaals benadrukken dat er wat het college betreft voldoende voorwaarden zijn om er voor zorg te dragen dat het gewoon verantwoord is om zes personen te huisvesten in een ruimere woning, waarbij ook nog eens een keer een omgevingsvergunning moet worden aangevraagd waarbij het parkeren als gevolg van die omgevingsvergunning ook nog eens een keer wordt getoetst. Daarnaast kan dat alleen maar plaatsvinden als er sprake is van een professionele huisvester waar we als gemeente Sliedrecht een convenant mee hebben ondertekend, die ook nog eens een keer volgens een

29 keurmerk werkt. Dus wat ons betreft allerlei zaken die genoeg geregeld zijn en een uitbreiding naar zes rechtvaardigen. Als laatste reageer ik eventjes op de SGP-CU. Voordat ik daarop reageer, wil ik in ieder geval de SGP/CU danken voor het meedenken. Datzelfde geldt ook voor de PvdA. Graag, want dat komt de kwaliteit van ons raadsbesluit alleen maar ten goede. Als het gaat om handhaven en stringenter toezicht et cetera, nou, ik heb in de vorige vergadering ook al aangegeven dat wij absoluut serieus zijn om deze zaken aan te pakken, we ook zo spoedig mogelijk proberen om alle vergunningen die nog niet zijn afgehandeld, daadwerkelijk te gaan afhandelen. Dat laat onverlet dat we nog steeds geen compleet beeld hebben van andere woningen die niet via de professionele huisvesters lopen. Nogmaals, wij hopen door middel van een publicatie en wat aandacht via de lokale kranten dat meer omwonenden zich gaan melden om uiteindelijk dit arbeidsmigrantenissue aan ons te melden, zodat we ook daadwerkelijk adequaat kunnen gaan handhaven. De SGP. De heer Visser heeft aan het college gevraagd om binnen een half jaar met een rapportage te komen waarin we gaan aantonen wat we in de komende periode constateren, handhaven en hebben opgelost, om het maar samen te vatten. Geen enkel probleem om dat hierbij toe te zeggen. Ook de professionele huisvester Homeflex moet daar een onderdeel in zijn. Ik zou ervoor willen pleiten en ik leg het graag bij jullie terug: we zijn druk bezig met allerlei beeldvormende vergaderingen conform de nieuwe BOB structuur en ik zou er echt voor pleiten om eens een keertje als raadslid ook de moeite te nemen om gewoon bij Homeflex langs te gaan en zelf te ervaren hoe Homeflex werkt. Dan denk ik ook dat je een ander beeld krijgt dan dat je het alleen maar vanuit de straat krijgt. Ik kan u verzekeren dat Homeflex een professionele organisatie is. Als het gaat om de inhaalslag waar de heer Visser het over had, de lopende aanvragen: daarvan heb ik eigenlijk al gezegd dat we dat voortvarend gaan aanpakken. Dat zijn we al voortvarend aan het aanpakken en ik heb er geen enkel probleem mee, op het moment dat wij vaststellen dat alle lopende of ingediende aanvragen voor zover wij weten compleet zijn, dat dan pas het moment is dat we daadwerkelijk het convenant kunnen gaan ondertekenen. Dus geen enkel probleem daarmee. Volgens mij, voorzitter, heb ik alle vragen en opmerkingen beantwoord. De voorzitter Meneer Paas. De heer Paas Dank u wel. Dat laatste is een toezegging van de wethouder? Wethouder Van Rekom Jazeker. De voorzitter Dan noteren we die als toezegging. Kunt u die voor mij nog heel even herhalen, de toezegging? Wethouder Van Rekom De toezegging is dat we pas het convenant gaan ondertekenen op het moment dat wij, en dat moet u even aan ons overlaten, zeg maar alle aanvragen van de professionele huisvester binnen hebben. Volgens mij is dat zo, maar daar zullen we nog een extra check op leggen en in ieder geval alle lopende aanvragen die we nog niet hebben afgerond, eerst gaan afronden voordat het convenant wordt ondertekend. De voorzitter Prima, dank u wel. Dan heb ik begrepen van de wethouder dat de schorsing ook gebruikt zal worden door het college om u een advies te geven wat er met de amendementen en de motie vanuit het perspectief van het college geadviseerd zou kunnen worden aan u als raad. Ik schors daarmee de vergadering nu voor 10 minuten. SCHORSING De voorzitter Dames en heren, ik wil graag eenieder verzoeken om weer plaats te nemen. Ik mis alleen de heer Pauw nog en de heer Pauw was de aanvrager van de schorsing. Dan vraag ik wethouder Van Rekom naar voren om het standpunt of het advies van het college over de amendementen en de motie alvast kenbaar te maken. Dan geef ik daarna de heer Pauw, als hij dan al weer terug is, het woord. Daar is de heer Pauw al. U bent 10 minuten spoorloos geweest, meneer Pauw. Ik geef u als

30 eerste het woord, als aanvrager van de schorsing en dan vraag ik de wethouder nog even plaats te nemen. Meneer Pauw heeft het woord. De heer Pauw Dank u wel, voorzitter. De fractie van PRO Sliedrecht kan uiteraard instemmen met C, want daar staat ze onder. De fractie kan ook instemmen met amendement D en heeft een vraag over motie 2, met name over het geconstateerde in 1 en het verzochte in 1, of we hiermee niet alleen het probleem verschuiven naar de volgende straat? Dat is natuurlijk een wens die we heel graag willen, maar door dit nou in een motie vast te leggen vermindert dat niet het aantal auto's van de mensen in deze panden en huizen. Dus ja, dan gaan we een probleem verschuiven. We zouden daar graag een reactie op willen. De voorzitter Even kijken, de aanvrager van de motie. De SGP/CU is de initiatiefnemer, maar er staan nog een aantal andere fracties onder. Meneer Visser heeft het woord. De heer Visser Ja, ik begrijp de vraag. We hebben ons laten informeren dat het heel lastig is om daar een keiharde afspraak over te maken. Het liefst zou je daar een zodanige afspraak over maken dat je ook handhavend kan optreden. Ik heb begrepen, laat ik het dan maar zo zeggen, ik praat dan even ook na, dat het juridisch gezien heel lastig is. Door het in het convenant vast te leggen waarbij je met elkaar een aantal afspraken maakt en dan weet ik niet of ik dat helemaal goed zeg, maar dan heb je ook feitelijk morele gronden waar je zegt: dan hou je elkaar daar aan. Als er in de praktijk van afgeweken wordt, dan is het uiterste redmiddel dat je uiteindelijk zegt: we zeggen het convenant op, het wordt beëindigd. Naar ons idee is dat niet heel erg sterk, maar het maximale wat je dan kunt doen, denken wij. De voorzitter Meneer Pauw, dat is voldoende? Oké. Dan wil ik graag de wethouder vragen om plaats te nemen achter de microfoon. Wethouder Van Rekom heeft het woord. Wethouder Van Rekom Voorzitter, dank je wel. Het college heeft net even het een en ander afgestemd. Ten aanzien van amendement D, wat inhoudt dat de woongebouwen worden uitgezonderd, om het maar samenvattend te zeggen, daar adviseert het college positief. Ten aanzien van de motie waar een aantal punten zijn aangegeven en aanpassingen in het convenant daarvan en de heer Visser heeft het eigenlijk al aangegeven, is dat de parkeernorm '1 vak per bewoner' wat het college betreft prima is, met dien verstande dat het nog steeds gewoon lastig is om dat te handhaven. Handhaven kun je alleen op het moment, dat is ook een beetje het beleid van de gemeente, dat je dan ook daadwerkelijk klachten krijgt. Het college heeft er geen problemen mee als we die klachten zullen registreren en de hoeveelheid klachten ten aanzien van parkeeroverlast in dit geval, dat dan ook kan worden overwogen om het convenant niet te verlengen. Dus wat ons betreft prima, maar wel met het aandachtspunt dat handhaven dus best lastig is in dat kader. Als het gaat om amendement C, ingediend door het CDA: volgens mij heb ik in de vorige raadsvergadering aangegeven dat het college er alle vertrouwen in heeft dat ook met zes arbeidsmigranten er in, plus een convenant en een keurmerk en een professionele huisvester, de zorgen die hier geuit zijn wat ons betreft veel te veel gebaseerd zijn op suggesties en niet op feiten. Ik ken de feiten en ik heb er vertrouwen in dat het wel degelijk mogelijk moet zijn om gewoon verantwoord van vier naar zes toe te gaan. Kennelijk ben ik daar niet overtuigend in geweest. Het is aan de raad om daar een besluit over te nemen, maar als het gaat om het advies van het college, dan raden wij dit amendement ten sterkste af en vind ik ook dat je tekort doet aan de professionele huisvester. Ik wil u wel voorleggen dat dit ook voor de professionele huisvester financieel gezien ook een grote teleurstelling zal zijn, met als gevolg dat ik niet weet of het allemaal nog wel rendabel zal gaan worden voor een professionele huisvester. Wat ik uitermate zou betreuren, is dat we straks geen professionele huisvester meer zouden hebben en we deze zaken met particuliere eigenaren zelf moeten gaan doen. Ik ben er van overtuigd dat we dan verder van huis zijn dan wanneer we met een goede professionele huisvester aan de gang kunnen gaan. Meer kan ik er niet over zeggen; het is aan u om hier een besluit over te nemen. Dank je wel. De voorzitter Dank u wel, wethouder. Ik wil graag de amendementen in stemming brengen. Dan beginnen we bij amendement C. Als het goed is, is dat voor iedereen duidelijk welke dat is. Ik wil

31 graag weten wie voor het gevraagde amendement is. Dat is iedereen behalve de VVD en de SGP/CU. Dat betekent dus dat er een meerderheid is en daarmee is het amendement aangenomen. Dan gaan wij naar amendement D. Wie is voor het gevraagde amendement? Dat is unaniem. Daarmee aangenomen. Eerst het besluit. Wie is voor de gevraagde beslissing zoals die nu voorligt? Dat is behalve het CDA iedereen. Daarmee is het voorstel aangenomen. De voorzitter Dan komen wij bij de motie. Wie is er voor de gevraagde motie? De heer Pauw Voorzitter, ik heb nog een vraag over de motie als dat mag. De voorzitter Meneer Pauw, u mag altijd een vraag stellen. Stelt u hem maar. De heer Pauw In punt 3 van de motie staat nu het aantal van zes en zojuist is met het amendement het aantal teruggebracht naar vier. Dus dan moet de motie aangepast worden. De voorzitter Meneer Visser, ik kijk weer naar u of dit mondelinge amendement, omdat het besluit is gevallen dat er sprake is van vier personen die maximaal gehuisvest mogen worden, in de motie is er sprake van zes, het is wederom een technische wijziging naar aanleiding van het eerdere besluit wat u zojuist genomen heeft. Gaat u akkoord met de gevraagde wijziging? Dan hanteren we hem als mondeling amendement. De heer Visser Ja, we kunnen wel akkoord gaan, maar eigenlijk heeft dat helemaal geen zin meer. We willen alleen voorkomen dat een particuliere eigenaar de mogelijkheid houdt om zes mensen te huisvesten en die mogelijkheid gaan we al niet meer bieden. Dus in feite zou heel punt 3 geschrapt kunnen worden, om het maar even ingewikkeld te maken. De voorzitter Een dergelijk mondeling amendement kan ook. Dan schrappen we punt 3. Dan breng ik de geamendeerde motie in stemming. Hij heeft nog steeds nummer 2. Wie is voor de gevraagde motie? Ik zie twijfel bij het CDA. Ja? Dan is die aangenomen. De voorzitter Goed. Dan wil ik even een procedureel voorstel doen even kijkend naar de tijd. Het is vijf voor elf. Meneer De Jager, welkom terug. We hebben iets meer tijd nodig gehad voor een hamerstuk en dat was agendapunt 14. Nu hebben wij agendapunt 17 en 18 nog. Ik wil u even wijzen op de tijd. Denkt u dat dat binnen, pak 'm beet, een twintig minuten tot een half uur te doen is en vindt u dat acceptabel? Meneer De Jager. De heer De Jager Ik vind het geen probleem als het iets over de tijd heen loopt, maar ik denk dat we nu wel een eindtijd moeten vaststellen waar we ons dan wel aan houden. De voorzitter Wat zou uw voorstel voor een eindtijd zijn, meneer De Jager? De heer De Jager Wat mij betreft half twaalf. De voorzitter Half twaalf. Is dat voor u akkoord, een harde eindtijd half twaalf? Dat betekent dat als het stuk niet klaar is dat het doorgeschoven wordt naar de volgende vergadering. Dat is over vier weken. Dat kan niet? Als het niet kan, dan is er maar één mogelijkheid. Dat betekent dat u òf korter zult moeten debatteren, of we moeten morgen terugkomen. Op de reservedatum, dat is morgen, volgens mij. Iemand? Ik wil de tijd niet meer verder volpraten. Mevrouw Baars, dat gaat helemaal goed

32 17. WMO BELEIDSPLAN 2015 De voorzitter Wij komen bij agendapunt 17. Wie wenst daar het woord over te voeren? De heer Blanken verlaat de tafel, voor de mensen thuis, omdat hij niet deelneemt aan de beraadslagingen. Dan heeft de heer Spek het woord. De heer Spek Ik zal niet gaan herhalen wat ik vorige week al gezegd heb. Ik wil een aantal zaken kort even aanstippen. Het beroep op eigen kracht is een kwetsbaar onderdeel van de WMO. Eén op de drie mensen in Nederland, oud of jong, is eenzaam. Zeker in deze week dat het de Week tegen de eenzaamheid is, moet er toch echt een oproep van mijn hart: laat deze mensen niet in de kou staan. Even alle mooie plannen ten spijt: in Sliedrecht loopt het, we hebben een mooi beleidsplan, maar in Sliedrecht loopt het toch anders dan we gedacht en gepland hadden. Complimenten voor de wethouder dat hij daadkrachtig daar op ingrijpt; dat vinden wij goed. Maar of alle deadlines gehaald worden? Daarom, nogmaals, we verwachten op korte termijn een plan van aanpak en als het moet zo spoedig mogelijk afwijkingsrapportages. Het uitvoeringsprogramma zien wij met meer dan gemiddelde belangstelling tegemoet, met name ook de samenwerking met de kerken en met name ook de interkerkelijke diaconale commissie. Dan tot slot. Hoe goed alles ook beschreven is, het is de maakbare wereld. De praktijk zal veel weerbarstiger zijn dan we denken. Er zullen zaken mis gaan; kwetsbare mensen zullen, onbedoeld, maar toch, tussen wal en schip vallen. Hoe kijkt u er tegenaan, nogmaals, om de komende drie jaar een speciale decentralisatie Ombudsman aan te stellen of een incidentenmanager, hoe je het ook wilt noemen, waar mensen terecht kunnen als dit beleidsplan voor hen te mooi blijkt om waar te zijn. Dank u wel. De voorzitter Meneer Spek, u stelde de vraag aan uw collega-raadsleden hoe ze tegen de Ombudsman aankijken? De heer Spek Ja, daar ben ik sowieso benieuwd naar, maar ook naar de portefeuillehouder natuurlijk. Die had vorige week al wat gezegd, maar het kan zijn dat er over is nagedacht. De voorzitter Dank u wel. Dan wil ik graag mevrouw De Mul naar voren vragen. Mevrouw De Mul heeft het woord. Mevrouw De Mul Voorzitter, dank u wel. In aansluiting op onze woordvoering van vorige week komen we op dit moment alleen terug op de vraag die we toen hebben gesteld in het kader van een volwaardige rol van de kerken binnen de WMO-Raad. Vandaag hebben we als antwoord gekregen dat er voor het tegemoetkomen aan dit verzoek een wijziging van de verordening nodig is. Met de komst van de WMO-2015 en overige decentralisaties is de manier waarop het college zich vanaf 2015 vanuit de vragers wil laten adviseren nog een aandachtspunt en dit zal verder worden uitgewerkt in een WMO-uitvoeringsplan of het uitvoeringsplan 3D, zoals ons is geantwoord. Voor het college was het de vraag of het verstandig is om hierop vooruitlopend de verordening op dit moment te wijzigen. Voorzitter, de SGP/CU zal instemmen met het voorstel en u kunt zich voorstellen dat wij de uitvoeringsplannen met belangstelling tegemoet zien en dat wij bij het behandelen van deze plannen onze vraag in gedachten houden. Dank u wel. De voorzitter Dank u wel, mevrouw De Mul. Dan de heer Bijderwieden. De heer Bijderwieden heeft het woord. De heer Bijderwieden Voorzitter, dank u wel. Bij mijn betoog staat bovenaan: oogkleppen af. Iedereen weet het, iedereen ziet het, iedereen begrijpt het; niemand wil het horen, niemand wil het voelen en eigenlijk wil niemand het zeggen. We moeten dingen veranderen binnen de zorg; binnen de maatschappij. Het duurt te lang om de vele mensen die gebruik willen maken van voorzieningen allemaal te kunnen helpen. Het wordt te duur. Het moet dus anders. De oogkleppen moeten af. Voor ons ligt een document, erg groot, een belangrijk onderwerp. Het gaat over geld wat we met zijn allen betalen om de zorg voor diegenen die het nodig hebben, te kunnen bekostigen. De vraag die op tafel ligt is dus eigenlijk erg duidelijk; het antwoord niet. Wie heeft welke zorg nodig en wat willen we ervoor betalen? Toen mijn zoon de leeftijd kreeg van ongeveer vier jaar kocht ik een fiets voor hem

33 Later ook voor mijn dochter en mijn jongste zoon kreeg de oude fiets van mijn dochter. Want zo gaat dat: je maakt keuzes over wat wel kan en wat niet kan. Volgens mij vindt iedereen dat normaal. Wanneer je dingen nodig heb, schaf je ze aan. Niemand die de vraag stelt of we de kinderfietsen moeten betalen met gemeenschapsgeld. Let wel, we zijn een fietsnatie waarbij de verwachting is dat iedereen op een fiets kan stappen en kan wegfietsen. Niet iedereen kan een fiets betalen; soms ook geen tweedehands fiets en toch leert iedereen fietsen. Op dit moment geven we, gemiddeld in de Drechtsteden, aan PGB en zorg in natura zo'n euro per zorgbehoevende cliënt uit. Is dat nu veel of is dat weinig? We kennen allemaal een voorbeeld in de zorg waarbij we zeggen: dat is goed en we zijn blij dat het zo geregeld is. Denk aan de intensieve verzorging van dementen. We kunnen we ook zaken opnoemen waarvan we de vraag mogen stellen of we dat gemeenschapsgeld wel moeten betalen en of dat wel te betalen is. Is het wel logisch dat we op die manier betalen, of is het logisch dat iemand daar zelf voor zorgt? Moeten we bijvoorbeeld het vervoer vergoeden van Sliedrechtse kinderen die in Dordrecht of in Barendrecht of misschien wel in Rotterdam naar school gaan en dag in, dag uit, worden gebracht, terwijl we een school met dezelfde zorg en begeleiding, misschien met een andere grondslag, gewoon binnen onze eigen gemeentegrens hebben? Dat vervoer is dag in, dag uit, alle jaren en dat kost nogal wat. Wat wij graag willen meegeven aan de maatschappij is dat de algemene voorzieningen versoberd mogen worden. Voorzieningen zijn niet vanzelfsprekend; zeker niet alle voorzieningen. De vraag die mensen kunnen stellen: waarom hij of zij wel en ik niet, dat Calimerogedrag, dat moet gewoon stoppen. Leef je leven zoals het komt. Kijk niet naar de tekortkomingen, kijk naar de mogelijkheden. Niet iedereen is gelijk, hoewel we dat graag willen. Nee, we willen dat iedereen gelijk is; we gunnen iedereen hetzelfde. Dat is een fundamenteel verschil. We gunnen het iedereen; dat is menselijk. Alleen niet tegen elke prijs en dat is ook menselijk. Het zou mooi zijn wanneer er niemand is die hulp nodig heeft; dat is natuurlijk een utopie. Zij die hulp nodig hebben moeten dat gewoon krijgen. De vraag blijft: wat is die hulp, wie moet ze leveren en wie gaat ze betalen? Wij zijn voor een frisse blik van het aanbod in de zorg. Wij zijn voor een frisse blik naar het aanbod dat valt binnen de algemene voorzieningen. Wij zijn natuurlijk voor een frisse blik om te kijken naar die zaken waarvan we eigenlijk vinden dat die niet voor iedereen hetzelfde hoeven te zijn. Wij zijn voor een frisse blik waarbij iedereen begrijpt dat de zorg die nu betaald wordt doordat we het te ver of zo ver hebben laten komen, gewoon door kinderen, broers, zussen, ouders, vrienden, vriendinnen, vrijwilligers en kerken wordt gedaan. Omdat het logisch is. Omdat we dat misschien 15 jaar geleden gewoon deden. Niet de uitvoerende verzorging aan bed in de instelling moet veranderen. De omgeving van cliënten moet veranderen. We moeten dus niet bedroefd zijn dat sommige dingen niet meer kunnen, we moeten zelf dingen oppakken. Omdat het moet. Omdat het niet betaald kan worden. We hopen dat iedereen hetzelfde gezonde boerenverstand heeft als wij. We weten eigenlijk wel zeker dat het zo is. De cultuurverandering die nodig is, die vraagt leiderschap. Leiderschap waarbij de vraag op tafel ligt dat er keuzes gemaakt moeten worden. Een slagvaardig college; wij hebben er vertrouwen in dat leiderschap wat nodig is, daar getoond wordt. Voor ons ligt nog steeds het Beleidsplan WMO Voor ons staat WMO voor Weg Met Oogkleppen. We willen graag de portefeuillehouder meegeven dat we het plan ondersteunen. We willen graag zien hoe het gaat lopen in de zorg en leren daarbij binnen de Drechtsteden van elkaar. Uiteraard zien we de focus op innovatie, want zonder innovatie geen ontwikkeling en geen verbetering in de zorg. Ik dank u voor uw aandacht. De voorzitter Meneer Bijderwieden, misschien dat u even wilt blijven staan? Meneer Spek wenst een vraag. Een interruptie is het niet want hij is klaar. De heer Spek heeft een vraag. De heer Spek Ja, ik heb tot het einde toe bijna ademloos zitten luisteren, want ik denk: hij gaat het ook nog zeggen, wat niemand wil zeggen, namelijk: niet voor iedereen moet het allemaal hetzelfde zijn of gelijk zijn, de zorg. Dat snap ik niet, wat de VVD daarmee bedoelt. Wat zou nou bijvoorbeeld een voorbeeld kunnen zijn wat voor de één wel toegankelijk zou moeten zijn en voor de ander niet? De voorzitter De heer Bijderwieden

34 De heer Bijderwieden Voorzitter, wanneer het gaat over het verlenen van zorg, dan is het niet zo dat voor elke situatie een pasklare oplossing is. Laten we het zo zeggen: de ene zorgbehoevende heeft meer zorg nodig dan de ander. Dat hebben we onder andere bijvoorbeeld geregeld in de thuiszorg, waarin je al in verschillende mate meer of minder zorg kan hebben. Waar het ons om gaat, is dat er niet automatisch gedacht wordt 'we hebben een zorgbehoevende en die heeft zorgpakket A nodig' en dat dat ook volledig nodig is. We zouden meer moeten kijken of we daarin kunnen differentiëren. Of tenminste, dat is een mooi woord, differentiëren. Waar het om gaat is: kunnen we het meer op maatwerk doen? Kunnen we dat algemene zorgpakket eigenlijk gewoon tegen het licht houden? Laten we gewoon eens kritisch kijken, is dat nou allemaal nodig? Is dat nou per definitie de standaard waarin iedereen zegt van: dat moet zo? Dat is waar mijn betoog over gaat. Het gaat dus niet over of iedereen dezelfde zorg zou moeten krijgen. Het gaat erom: heeft iedereen dezelfde zorg nodig? De voorzitter Meneer Spek. De heer Spek In het beleidsplan wordt volgens mij gesproken over maatwerkvoorzieningen. Dat past mooi bij uw besluit. Maar ook over de basisvoorzieningen. Die basisvoorzieningen, die zijn in mijn beleving voor iedereen evenveel toegankelijk of beschikbaar. De heer Bijderwieden Ja. Daarom zijn ze ook basisvoorzieningen. Wat ik in mijn pleidooi heb aangehaald, is dat we eigenlijk zouden moeten kijken wat er in die basisvoorziening nou echt basis is en wat er eigenlijk ook vanuit het verleden zo is gegroeid. Wij zouden daar best wel eens een frisse blik op willen leggen. Niet alleen wij; ik vind dat wij dat als gemeente, als raad, zouden moeten doen. De voorzitter Meneer Spek, graag kort uw punt, want de heer De Jager wil ook graag een interruptie. De heer Spek Is de basis wat u betreft nog te veel? Te goed? Of te allesomvattend? Of is het echt het minimum, de basis waarop men kan terug vallen? De voorzitter Meneer Bijderwieden. De heer Bijderwieden Om het even kort te houden, voorzitter. De basis is de basis en als de basis in een smaller pakket kan, dan zijn we daar uiteraard voor. We gaan hier nu een definitie hebben, wat valt precies binnen de basis? volgens mij is de strekking die wij betogen, duidelijk: dat wij vinden dat er best met een frisse blik gekeken kan worden naar wat er in de basis thuishoort en wat niet. De voorzitter Dank u wel, meneer Bijderwieden. Meneer De Jager. De heer De Jager Dank u wel, voorzitter. Ik heb met belangstelling naar het betoog van de heer Bijderwieden zitten luisteren en met name naar het aspect 'oogkleppen'. Ik heb het gevoel en meneer Bijderwieden moet het maar weerleggen als dat niet zo is, dat het ontbreken van oogkleppen hem zo'n ruime blik geeft dat hij hier ook de vrijheid van onderwijs en onderwijskeuze ter discussie stelt in deze WMO discussie. Klopt dat? De voorzitter Meneer Bijderwieden, ik hoop dat u dit kort wilt houden. Dit is een onderwerp waarbij ik denk dat het een klein beetje afleidt van het stuk wat voorligt. Het is inderdaad waar dat het punt aan de orde gesteld is, dus ik wil graag daar een antwoord op laten geven. Maar laten we hier nu niet een artikel 23 discussie gaan voeren. We hebben het hier over de WMO. De heer Bijderwieden. De heer Bijderwieden Precies, voorzitter. Dat is ook niet wat ter discussie staat. De vraag is alleen: wie moet het bekostigen? Dus als iemand de behoefte heeft om bepaalde keuzes te maken voor typen onderwijs, dan is iedereen daar vrij in. De vraag is alleen of alle voorzieningen die daarvoor nodig zijn, te allen tijde volledig door de maatschappij betaald moeten worden. De voorzitter De heer De Jager

35 De heer De Jager Ja voorzitter, ik ben het met de voorzitter eens. Ik denk niet dat deze discussie in de WMO-discussie thuishoort. De voorzitter Dank u wel. Dank u wel, meneer Bijderwieden. Volgens mij zijn alle interrupties geweest. Dan heeft de heer De Borst de gelegenheid om naar de microfoon te komen. Meneer De Borst heeft het woord. De heer De Borst Dank u wel, voorzitter. Afgelopen week heb ik helaas van mensen uit de Sliedrechtse praktijk, ervaringsdeskundigen, moeten vernemen dat duidelijk communiceren vanuit de gemeente vele malen beter kan en vele malen beter moet. Dat persoonlijk contact en inlevingsvermogen belangrijk is. Dat mensen geen objecten zijn. Geen lastige inwoners. Geen hindernis tussen negen uur 's ochtends en vijf uur 's middags. Mensen die al zoveel moeite hebben gedaan om die stap uiteindelijk naar die hulpvraag te maken, dat ze zich letterlijk 'afgeserveerd' hebben gevoeld, waardoor ze letterlijk tegen mij zeiden 'ik ben bang om opnieuw in gesprek te gaan'. Dat lossen we niet op met dit beleidsplan. Dat lossen we niet op met mooie woorden op papier. Dat is de praktijk, mensenwerk. Dat vraagt menselijk kijken en de menselijke maat. Dat heeft mijn collega de heer Blanken vorige week ook al benadrukt. Mensen dienen zeer snel de juiste informatie te gaan krijgen met betrekking tot alle veranderingen die op stapel staan. We zijn al half september. Waar heb ik nog recht op? Wat gaat er nu echt veranderen? Wat moet ik doen? Wat moet ik niet doen? Allemaal vragen die leven bij hen die het dagelijks aangaat. PRO Sliedrecht vraagt met klem aan het college die communicatielijn naar de inwoners op te pakken, de aandacht voor privacy vast te houden en de praktijk dichtbij, snel en menselijk uit te voeren. In het plan hebben we het over vijf maatwerkvoorzieningen. Thuisondersteuning, logeervoorziening, dagbesteding-activering, inkomensondersteuning, opvang plus beschermd wonen. PRO Sliedrecht wil er een zesde maatwerkvoorziening aan koppelen. Focus op menselijkheid. Laten we dat niet vergeten. PRO Sliedrecht is blij dat het WMO-beleidsplan 2015 een prachtig, mooi, inhoudelijk stuk is geworden. Het college en het ambtelijk apparaat heeft goed werk geleverd, waarvoor onze dank. De wethouder mag die dank ook zeker overbrengen aan hen die het verdienen. Wij zullen dat ook vanavond met een jawoord bekrachtigen. Tot zover. De voorzitter Ik hoop dat u uw beantwoording wel compact kunt houden, hoewel dit onderwerp wel alle aandacht verdient. Wethouder Visser Ik heb de aantekeningen op een half A4tje. De meeste mensen die mij kennen, die weten dat ik als het even kan het in vijf minuten af zal doen in plaats van een half uur. Vijf minuten maximaal. De week van de eenzaamheid komt er inderdaad aan, meneer Spek en dat laat ook ons college, dus namens u allen de gemeente Sliedrecht, niet in stilte voorbij gaan. De aftrap is zaterdag. Ik zal er in ieder geval bij zijn en ik hoop dat ook een hoog aantal raadsleden zich daar laten zien. Want ook wij kunnen met zijn allen laten zien dat maatwerk of menselijkheid, meneer De Borst, vanuit ons allemaal moet komen. Niet alleen vanuit een aantal beleidsmedewerkers. De deadline voor het plan van aanpak, heeft meneer Spek genoemd. We zijn er hard mee aan het werk en ik hoop dat echt, nou, in ieder geval voor de volgende besluitvormende raad is dat bij u. Dat is vier weken maximaal, dus dat moet makkelijk kunnen. Het uitvoeringsplan staat gepland voor november; dat staat nog steeds. De voorzitter De heer Spek wil graag een interruptie. De heer Spek Vier weken is op zich niet zo lang, maar als je nog maar 13 weken te gaan hebt, is dat meer dan 30 procent. Wethouder Visser 25 procent is dat, dus dat moet goed komen. De CDA-fractie heeft nogmaals aandacht gevraagd voor hetzij een ombudsman, hetzij een incidentenmanager, maar ik heb mijn beantwoording in de vorige officiële vergadering daarop gegeven. De overige raadsleden hebben in uw richting niet gereageerd. Als de raad in meerderheid zegt dat er zoiets moet komen, dan ga ik het u

36 niet ontzeggen, maar ik denk toch dat wij met elkaar in staat moeten zijn om het goed te regelen. De opmerking van de SGP/ChristenUnie ging met name over de plaats van de kerken in de WMO-raad. De huidige verordening voorziet er inderdaad niet in, maar op het moment dat we iets gaan aanpassen of met een andere verordening komen, zullen we de plaats van de kerken weer ter discussie stellen. Ik heb heel goed geluisterd naar het betoog van de heer Bijderwieden van de VVD-fractie. Het enige wat ik u kan zeggen: u heeft uitgerekend wat de kosten per cliënt gemiddeld zijn, maar de inzet vanuit ons huidige beleidsplan is 'alle hulp bieden we zo licht als mogelijk, maar zo zwaar als nodig'. Dus het wordt veel meer op maat als dat het vroeger in het verleden was. Wij hebben nu een zorgplicht en toen was het recht op zorg. Dat recht op zorg vertaalde zich vaak in een bepaald pakket. De inzet is nu veel meer gericht op: wat is er werkelijk nodig? U heeft een discussie gevoerd met de SGP/ChristenUnie. Ik blijf daar even buiten, maar ik heb me wel conform de wens van de raad opgesteld dat wij het komende jaar sowieso in staat zullen zijn identiteitsgebonden hulp aan te bieden. PRO Sliedrecht; het was een praktijkvoorbeeld. Het enige wat ik u toe kan zeggen, is dat dit huidige college zo laagdrempelig is dat daar waar een probleem is, we het met de mensen samen op gaan lossen. Dat was mijn beantwoording, voorzitter. De voorzitter Meneer De Borst wenst een interruptie. De heer De Borst Nou, met die mensen ga ik ook de decentralisatie Ombudsman/vrouw functie van de huidige wethouder en het college testen in de praktijk. Wethouder Visser Iedereen is altijd welkom bij dit college. De voorzitter Dank u wel, meneer De Borst. Meneer Spek wenst ook een interruptie. De heer Spek Ik wil even reageren op wat de heer De Borst zegt. Hoe ziet hij dat dan voor zich - dat degene die de regels maakt, ook als Ombudsman functioneert? De voorzitter Meneer De Borst, ik hoop dat u dit kort houdt, want dit leidt wel een beetje af van het onderwerp waar we hier over spreken. Ik wil daar wat strenger op zijn nu, gezien de tijd. De heer De Borst Ik reageer op de opmerking van de wethouder van vorige week dat zij zei: laat mij de Sliedrechtse functie van Ombudsman, decentralisatieman/vrouw zijn. Dus: kom met de klachten wat in de praktijk niet werkt. Als mensen tussen wal en schip raken, kom dan bij mij op gesprek. Dat ga ik dus daadwerkelijk met het praktijkvoorbeeld, waar ik erg van geschrokken ben, doen. Dan gaan we dus in de praktijk testen of het werkt. De voorzitter Goed. Dank u wel, meneer De Borst, meneer Spek en wethouder Visser. Ik wil graag het voorstel in stemming brengen. Wie is voor de gevraagde beslissing? Dat is unaniem; daarmee aangenomen. Dan zie ik de heer Blanken weer terug aan de tafel komen. 18. BELEIDSRIJK REGIONAAL TRANSITIEARRANGEMENT JEUGDHULP ZUID- HOLLAND STURINGSNOTITIE EN INRICHTINGSPLAN SERVICEORGANISATIE De voorzitter Dan komen we bij ons op één na laatste agendapunt en dat is Beleidsrijk Regionaal Transitiearrangement Jeugdhulp Zuid-Holland Sturingsnotitie en Inrichtingsplan Serviceorganisatie. Wie wenst daar het woord voor? Dan heeft de heer Spek het woord. De heer Spek Ja, dank u wel. Ik zal het kort houden. Ik had de vorige keer een toezegging van de wethouder over de stroomschema's. Vanavond kwam ik er pas achter dat dat antwoord er al lang was, maar dat het onder een ander tabblad in ons informatiesysteem was. Dat vind ik erg jammer; nu kan ik er wat minder inhoudelijk op reageren en vanwege de tijd ook heel kort. Kijk, die decentralisaties waren bedoeld om de verantwoordelijkheid bij de gemeenten te leggen. Met die stroomschema's heb ik echt het idee dat wij niet decentraliseren naar de gemeente, maar naar gemeenschappelijke regelingen en daarmee voordat de jongeren onder onze verantwoordelijkheid vallen en dat wij voor

37 hen de goede dingen kunnen organiseren, wij ze al weer over de schutting van de decentralisatie gooien. Dat vind ik jammer. Dank u wel. De voorzitter Dank u wel, meneer Spek. Dan wil ik graag mevrouw Baars naar voren vragen. Mevrouw Baars Dank u wel, voorzitter. Ik zal het ook kort houden. Wij kunnen instemmen met het voorstel zoals het nu voorligt. In theorie ziet het er heel goed uit; wij maken ons nog enigszins wel zorgen over hoe het in de praktijk er uit zal gaan zien. Een tijdje geleden hebben we als raad ingestemd om één sociaal team van 0 tot 100 te creëren. De wethouder heeft zich genoodzaakt gevoeld dit anders aan te pakken, waarvoor wij alle respect hebben en wij hebben ook alle vertrouwen dat dit op een goede manier gaat. Maar we willen wel opmerken dat het doel blijft om nog steeds één sociaal team te hebben, dat efficiënt en dicht bij de burger geregeld wordt. De organisaties zullen op dit gebied moeten samenwerken. Wij verwachten dan ook dat dit sociaal team zo snel mogelijk gevormd wordt en uiterlijk 1 januari 2016 gereed is. De voorzitter Dank u wel, mevrouw Baars. Tot slot de heer Blanken. De heer Blanken heeft het woord. De heer Blanken Voorzitter, dank u wel. Aangepast voorstel, daar kom ik zo even op terug. Ik heb het in de vorige bijeenkomst gehad over financiën, over het lokale deel. Ik neem aan dat we daar in de begroting een beslissing over gaan nemen. Want dat is hard nodig, dat we lokaal onze inzet niet vergeten. Angst - die hebben we al eens eerder, zelfs ruim voor het zomerreces, uitgesproken, over de financiën. Elke eurocent die niet naar de zorg gaat is eigenlijk een eurocent verspild. Helaas weten we dat er een organisatie nodig is, maar laat die prijs zo laag mogelijk. Kosten voor een organisatie zijn geen kosten voor daadwerkelijke zorg. Dat wil ik gewoon uitspreken. Ik ben blij dat we zover zijn. Aan de andere kant geeft het ons een hele grote verantwoording. Ik denk dat we met elkaar ons daar heel goed van bewust zijn. Dan kom ik op het aangepaste voorstel en ik ben blij dat het college zo voortvarend is in deze, dat ook de eerdere punten die wij als fractie van PRO Sliedrecht naar voren hebben gebracht vanuit de regelingen nu echt ondervangen zijn. Dat was mijn betoog. De voorzitter Dank u wel, meneer Blanken. Misschien dat de wethouder nog een korte reactie wil geven. Er zijn niet echt vragen gesteld, maar misschien wel iets waar u op wilt reageren? Wethouder Visser heeft het woord. Wethouder Visser Dank u wel, voorzitter. De SGP/ChristenUnie maakte de opmerking de theorie en de praktijk. Dat is ook inderdaad iets wat we de komende maanden met elkaar gaan ondervinden. Maar die theorie en praktijk heeft er ook wel toe geleid, denk ik, dat in 2013 reeds het besluit is genomen dat gemeenten in de omvang van Sliedrecht waarschijnlijk niet in staat zouden zijn om de gedecentraliseerde taken die de regering naar de gemeente verschuift, zelfstandig zouden kunnen uitvoeren. In november 2013 heeft deze raad zelf ook het besluit, volgens mij unaniem, genomen om zowel de Jeugdwet als de WMO in regionaal verband uit te gaan voeren. WMO in onze vertrouwde regio Drechtsteden en de Jeugdwet in de regio Zuid-Holland Zuid. Het is een groot geheel, dat ben ik met iedereen eens. Maar doordat het een groot geheel is kunnen we waarschijnlijk ook met elkaar de opgave aan. Dan reageer ik in de richting van PRO Sliedrecht: daar waar angst is over de financiën, dat moet u tweeledig zien. Omdat we het ondergebracht hebben in Zuid-Holland Zuid hebben we ook gekozen voor de eerste drie jaar de solidariteit. Dus wat dat betreft verdelen we de pijn ook met elkaar. Daar waar u zegt, de angst voor de financiën, want wordt iedere euro wel uitgegeven aan jongeren, kan ik u de verzekering geven dat de wethouder die hier staat er heel erg voor zal waken dat wat we ook verzinnen mean en lean moet zijn en goed uitlegbaar moet zijn waarom bepaalde bedragen binnen een organisatie blijven en niet uitgegeven worden aan jongeren. Dan hebben we het nog over het sociaal team, want dat heeft de SGP/ChristenUnie ook nog genoemd. Uitgangspunt van dit college is nog steeds één sociaal team onder één dak. Eén dak, dat gaan we gewoon met de mogelijkheden en het vastgoed dat we hebben, niet redden voor 1 januari. De twee teams die nu tijdelijk naast elkaar gaan

38 bewegen, hebben wel de opdracht om vanaf 1 januari 2015 in ieder geval al met elkaar samen te werken. Het is niet zo dat we ze in twee sporen apart laten lopen. Ook de beide kwartiermakers weten dat het uitgangspunt van de gemeente Sliedrecht blijft: één team voor 0 tot Een toezegging voor 1 januari 2016 durf ik hier niet te geven, maar het uitgangspunt van dit college is nog steeds één team, onder één dak voor 0 tot Ik denk dat ik dan alle vragen beantwoord heb. De voorzitter Dank u wel, wethouder Visser. Is er nog iemand die behoefte heeft aan een tweede termijn? Nee? Dan breng ik graag dit stuk in stemming. Wie is akkoord met de gevraagde beslissing? Dat is unaniem en daarmee is het voorstel aangenomen. 19. SLUITING De voorzitter Dan wil ik graag deze vergadering sluiten, maar niet dan nadat ik u uitgenodigd heb voor een drankje in de raadinformatieruimte. Ik zeg u in ieder geval dat ik dat heel kort ga houden. Dank u wel. Vastgesteld in de openbare vergadering van de raad der gemeente Sliedrecht op 28 oktober De griffier, De voorzitter, Dr. M.J.E.M. van Dam drs. A.P.J. van Hemmen

39 6.1 Ingekomen stukken voor kennisgeving aan te nemen 1 Onderzoeksplan RKC 2014.pdf 16 oktober 2014 ONDERZOEKSPLAN REKENKAMERCOMMISIE SLIEDRECHT 2014/2015 Inleiding Voor u ligt het onderzoeksplan van de Rekenkamercommissie (RKC) Sliedrecht voor het jaar 2014/2015. In het Reglement van Orde (RvO) van de RKC is vastgelegd dat uiterlijk in december het onderzoeksplan ter kennisneming naar de raad en het college wordt gestuurd en het op internet wordt geplaatst (artikel 6, lid 9). Dit onderzoeksplan verschijn pas op dit moment vanwege de verkiezingen, de bestuurswisseling, het vertrek van de griffier en nieuwe samenstelling van de rekenkamercommissie. Totstandkoming De RKC heeft het afgelopen jaar de politiek-bestuurlijke discussies en gebeurtenissen in het Sliedrechtse gevolgd en kennis genomen van datgene dat in rekenkamer(commissie)land in Nederland aan de orde was. Daarnaast heeft zij jl. juli aan de raadsfracties gevraagd geschikte onderzoeksonderwerpen aan te dragen. Een aantal raadsfracties heeft zich hierover gebogen en gemotiveerd onderwerpen aangedragen. Geprioriteerde groslijst 1. Doeltreffendheid van het beleid om te komen tot een regiegemeente; 2. De effectiviteit van de wijkplatformen; 3. De effectiviteit van het college-uitvoeringsprogramma Gewoon doen! 4. Doeltreffendheid van de aanbevelingen van de verschillende RKC-rapporten uit het verleden: in hoeverre zijn de verschillende aanbevelingen van de rapporten van de RKC door de raad overgenomen, zijn deze aangenomen aanbevelingen uitgevoerd en hebben ze het beoogde resultaat behaald; 5. Doeltreffendheid en doelmatigheid van de instandhouding van de huidige afdeling welzijn: een groot deel van de uitvoering van de werkzaamheden van de afdeling welzijn vindt inmiddels plaats door SDD, staan de kosten nog wel in verhouding tot de opbrengsten;

40 6. Doeltreffendheid van de interne en externe communicatie; bij verschillende casussen blijkt dat er zowel intern als extern nog wel eens wat misgaat; Toelichting De RKC heeft bovenstaande geprioriteerde groslijst opgesteld, rekening houdend met de suggesties van de gemeenteraadsfracties, ervaringen van andere rekenkamer(commissie)s en uitgaande van de criteria en randvoorwaarden met betrekking tot de werkwijze, zoals beschreven in artikel 4, lid 1 en 2 van het RvO. Planning De RKC zal conform artikel 9 van de Verordening en artikel 7 van het RvO- de raad, het college en de gemeentesecretaris ter kennisneming de startnotitie/onderzoeksopzet doen toekomen. Naar verwachting zal dit eind oktober zijn.

41 2 Onderzoeksopzet cq startnotitie effectiviteit beleid t a v regiegemeente.pdf STARTNOTITIE EFFECTIVITEIT BELEID OM TE KOMEN TOT REGIEGEMEENTE Inleiding In deze startnotitie wordt de opzet van het onderhavige onderzoek door de rekenkamercommissie van Sliedrecht, conform artikel 9 van de Verordening op de rekenkamercommissie en artikel 7 van het Reglement van Orde (RvO), toegelicht. De notitie wordt ter informatie gestuurd aan de raad, het college van B&W en de gemeentesecretaris. Het door de rekenkamercommissie te onderzoeken onderwerp is de effectiviteit van het beleid om te komen tot een regiegemeente. Dit onderzoeksobject vloeit voort uit het Onderzoeksplan rekenkamercommissie Sliedrecht 2014 zoals dat onlangs ter kennisname naar de raad (ingekomen stukken opiniërende bijeenkomst) en het college van B&W is gestuurd. Aanleiding In De Toekomst van Sliedrecht (februari 2012) wordt beschreven waarom op grond van de huidige situatie, ten gevolge van een aantal relevante ontwikkelingen en passend binnen de uitgangspunten van de gemeenteraad Sliedrecht zelfstandig moet blijven maar met een ambtelijke organisatie waarbij regievoeren de overwegende werkwijze is (een zogenaamde regiegemeente). Deze lijn en keuze voor de bestuurlijke en ambtelijke ontwikkeling is februari 2012 door de raad vastgesteld. Vervolgens zou het college een plan op stellen waarin is aangegeven welke stappen gezet moeten worden om inhoud te geven aan de onderdelen die de gemaakte keuze inhoud moet geven. Naar verwachting van het college zou een dergelijke ontwikkeling en verandering twee tot drie jaar duren. Inmiddels groeit de twijfel over de kans dat deze omslag tot een goed einde wordt gebracht en zelfs ook over de wijsheid van het in 2012 genomen besluit op zich. Het besluit lijkt namelijk allerlei gevolgen met zich mee te brengen die raadsleden/de raad indertijd niet hebben voorzien/geweten. Bijvoorbeeld dat er geen sprake zal zijn van financieel gewin maar dat het juist leidt tot substantiële extra kosten ( en euro; zie beantwoording vragen PRO Sliedrecht n.a.v. bestemmingsvoorstel bij de Jaarrekening 2012, beslispunt b.12 Organisatieontwikkeling). Uit diezelfde beantwoording vragen lijkt het college een echte regieorganisatie gelijk te stellen aan het uitplaatsen van taken, dat uiteindelijk zou moeten leiden tot een formatiereductie met 3,5 fte in de periode Tenslotte is er twijfel of de gemeentelijke organisatie de omschakeling naar wel aankan omdat in de voorbereiding daar naar toe al sprake is van een aanzienlijk ziekteverzuim.

42 Doelstelling De doelstelling van het onderzoek is inzicht te verkrijgen in het traject naar een regiegemeente. Verloopt het een en ander volgens planning (financieel, tijd en inhoud) en zo nee, wat daaraan te doen? De resultaten van dit onderzoek moeten er toe bijdragen dat de raad een nadere afweging kan maken of en hoe bijsturing gewenst is of moet worden teruggekomen van het toentertijd genomen besluit. Probleem Raadsleden in Sliedrecht betwijfelen of de omslag naar een regiegemeente volgens planning (financieel, tijd, inhoud) verloopt en daardoor zelfs ook over de wijsheid van het in 2012 genomen besluit. Centrale vraag Hoe effectief is het beleid van het college met betrekking tot de omslag naar een regiegemeente? Wat zijn de redenen van eventueel onvoldoende effectiviteit en op welke manier kan de effectiviteit worden vergroot. Deelvragen 1. Voldoen de geformuleerde doelstellingen aan wat met een regiegemeente wordt begrepen? 2. Zijn deze doelstellingen specifiek, meetbaar en tijdgebonden geformuleerd? 3. Zijn de door het college ingezette middelen voldoende om de betreffende doelstellingen te bereiken? 4. Zo nee, wat moet er gebeuren om de geformuleerde doelstellingen wel te bereiken? 5. Wat zijn de inhoudelijk en financiële risico s? 6. Op welke manier is de raad bij deze operatie betrokken en is dat voldoende? 7. Is met de kennis van het voorgaande deze operatie nog steeds de moeite waard? Onderzoeksmethoden Documentenanalyse waaronder verslagen van relevante vergaderingen van raad en college, planning & control documenten, beleidsnota s, moties, etc. Deze worden op verzoek aangeleverd door de organisatie (betrokken ambtenaren en/of secretaris) aan de onderzoeker(s) (Groeps)interviews met sleutelfiguren uit de organisatie zoals leden van het college, de raad, de griffie en de ambtelijke organisatie. De afspraken hiervoor worden met behulp van de griffie en/of secretaris met de betrokkenen gemaakt.

43 Planning Start onderzoek medio november, direct na selectie onderzoeksbureau. Begin januari bespreking van de concept Nota van Bevindingen, daarna de ambtelijke hoor en wederhoorfase (twee weken) en de afronding van de definitieve Nota van Bevindingen. Ook begin januari bespreking van de concept Bestuurlijke Nota (met name conclusies en aanbevelingen), vervolgens hoor en wederhoorfase (weer twee weken) van het college en nawoord door de rekenkamercommissie. Begin februari aanbieding aan de raad, bekendmaking aan het publiek met behulp van persbericht, website en andere vormen middelen Eind februari bespreking in opiniërende raadsbijeenkomst en tenslotte besluitvorming door de raad. Vervolgens regelmatige controle door de raad via de P&C cyclus en mogelijk separate rapportages op de door haar besloten aanbevelingen. Budget Maximaal tot euro ( is het volledige jaarbudget voor onderzoek en dus beschikbare budget).

44 3 Agenda Drechtraad 4nov14.pdf Page 1 of 1 Feddema-Wardenaar, MY Van: regiogriffie Verzonden: donderdag 16 oktober :13 Aan: regiogriffie Onderwerp: Uitnodiging Drechtstedendinsdag 4 november 2014 Geachte (plv.) leden van de Drechtraad en gemeenteraadsleden, Hierbij deel ik u mee dat het programma/de agenda en de stukken voor de Drechtstedendinsdag avonddeel en van de Drechtraad op 4 november 2014 gereed zijn. Via de link komt u in het Portaal van het Raadsinformatiesysteem. Via het groene blok 'Agenda's en besluiten' aan de rechterzijde komt u direct in de stukken voor de vergaderingen. Tevens zijn de stukken via Ibabs beschikbaar. De Drechtstedendinsdag wordt gehouden in het Gemeentehuis van Zwijndrecht, Raadhuisplein 3. Hopend u hiermee te hebben geïnformeerd. Met vriendelijke groet, mede namens kwartiermaker Drechtraadcoördinator B.C.A.M. Poiesz Arda A.A. (Arda) de Klerk-Faro - procescoördinator Drechtraad - regiogriffie telefoon: bezoekadres: Noordendijk 250, Postbus 619, 3300 AP Dordrecht. Het algemene nummer van bur. Drechtsteden is Disclaimer Bureau Drechtsteden De informatie verzonden met dit bericht is uitsluitend bestemd voor de geadresseerde(n) en kan vertrouwelijke informatie bevatten. Indien de informatie verzonden met dit bericht niet voor u is bestemd, verzoeken wij u dit bericht te vernietigen en de inhoud ervan niet te gebruiken, openbaar te maken, te vermenigvuldigen en/of te verspreiden. Bureau Drechtsteden staat niet in voor de juiste en volledige overbrenging van deze , noch voor de tijdige ontvangst daarvan. Aan dit bericht kunnen jegens Bureau Drechtsteden geen rechten worden ontleend inzake contractuele of wettelijke verplichtingen. Een opdracht of beschikking wordt alleen per post verzonden en ondertekend door de daartoe bevoegde perso(o)n(en). Denk aan het milieu voordat u deze print!

45 4 ab Zienswijze Zwijndrecht DKCC ( aan raad Sliedrecht) Page 1 of 1 Vos-Hulleman, HM Van: Kanters, N Verzonden: maandag 20 oktober :59 Aan: Klerk, A de; Bergmans, APMAF; Dam, Marcel van; Dijk-Kien, NM van; griffie; griffier; ZWD_Griffie; Gruijter, IM de; Hall, M van; Honcoop, JG; Logt, GH; Poiesz, BCAM; Roo- Veulings, JH de; griffie; Wuisman, J Onderwerp: graag doorsturen naar jullie raadsleden Bijlagen: Beste griffiers, zienswijze DKCC definitief.doc Willen jullie bijgevoegde mail en bijlage doorsturen naar jullie raadsleden. Alvast dank groet Noor -- Geachte raden van de drechtstedengemeenten, Afgelopen dinsdag heeft de gemeenteraad van Zwijndrecht gesproken over het te vormen Drechtstedelijk Klantcontactcentrum. De gemeenteraad heeft via een zienswijze aan het college van Zwijndrecht laten weten hoe de gemeenteraad over dit onderwerp denkt. In deze zienswijze kunt u lezen dat de gemeenteraad niet kiest voor de 'hostings' variant. De gemeenteraad ziet graag dat naast het in eigen beheer houden ook wordt gekeken naar de variant waarbij het DKCC wordt ondergebracht bij de GRD. De gemeenteraad vraagt u als raad om ook deze afweging (GRD-variant ipv hosting-variant) lokaal in uw raad te bespreken, zowel naar de inhoud van dit voorstel als naar het algemene principe om als we samen iets willen doen dit binnen de GRD te doen. Verder geeft de gemeenteraad van Zwijndrecht u in overweging om gezamenlijk vanuit de raden te vragen om hier in drechtraadverband over te spreken. Met vriendelijke groet namens de gemeenteraad van Zwijndrecht Noor Kanters Raadsgriffier Zwijndrecht Raadhuisplein 3, 3331 BT Zwijndrecht

46 5 Zienswijze DKCC Zwijndrecht Zienswijze gemeenteraad DKCC Geachte leden van het college, Op 11 september 2014 heeft de gemeenteraad, via wethouder Henk Mirck, zich laten informeren over uw voorgenomen ideeën over de bouw van een Regionaal Drechtstedelijk KlantenContactCentrum (DKCC). Verder hebben wij als gemeenteraad op 14 oktober 2014 tijdens onze politieke markt opnieuw met elkaar en het college over dit onderwerp gesproken. Op basis van beide bijeenkomsten en onderliggende informatie en businesscase geven wij u de volgende overwegingen mee: 1) aanhechting bij de lokale samenleving De gemeenteraad ziet nog onvoldoende borging dat, burgercontact via het DKCC goed afgestemd is en aanhechting houdt bij de Zwijndrechtse burger. Hierbij kunt u denken aan fysieke loketten in Zwijndrecht, ruime openingstijden etc, klantencontact zo nodig op locatie. 2) behoud kwaliteit en herkenbaarheid en personeel De gemeenteraad geeft het college in overweging dat met het vertrek van onze eigen mensen kennis en knowhow (voorgoed) en de vertrouwde gezichten aan onze balies uit onze organisatie verdwijnen. Ook uit de bewonersavond is gebleken dat communicatie, fysieke nabijheid en inleving van ambtenaren belangrijk is. 3) noodzaak en financiële consequenties De gemeenteraad geeft het college mee dat op dit moment de dienstverlening door ons aan het klantcontactcentrum prima is. De ontwikkelingen die op ons afkomen rondom digitalisering moeten worden opgepakt maar kunnen mogelijk tezamen met ICT van het SCD ook worden gerealiseerd. De gemeenteraad ziet graag dat besparingen op het regionaliseren van het klantcontactcentrum ten gunste blijven komen van de gemeente Zwijndrecht. Niet alleen nu maar ook in de toekomst. 4) sturing, beheersing en verantwoording De gemeenteraad heeft nog onvoldoende zicht op de wijze waarop het college en de raad controle en sturing kan geven aan een regionaal dienstencentrum. De verantwoordingslijn aan college en raad vraagt om nadere bepalingen. Op basis van de bovengenoemde punten adviseert de gemeenteraad opnieuw met hen in gesprek te gaan over de toekomst van het klantcontactcentrum en daarvoor voor te bereiden een uitgebreide vergelijking (business cases) van de twee besproken scenario s: * Het klantcontactcentrum in eigen beheer houden. * Het klantcontactcentrum onderbrengen binnen de GRD.

47 Pagina 2 van 3 De gemeenteraad verwacht dat het college geen verder besluiten neemt over de uitplaatsing van het DKCC, alvorens de raad opnieuw geconsulteerd is. De gemeenteraad zal verder een gemotiveerd verzoek indienen bij de agendacommissie van de Drechtraad, om het te vormen DKCC onder te brengen bij de Drechtsteden. Verder wil de gemeenteraad met de Drechtraad een discussie voeren over toekomstige regionale samenwerking. De plv. voorzitter, De burgemeester, Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van 14 oktober 2014 De griffier, De voorzitter,

48 Pagina 3 van 3

49 6.2 Ingekomen stukken voor nadere advisering in handen van het college stellen 1 art. 44 vragen De Mul uitbreiding huishoudelijke hulp.pdf

50 6.3 Ingekomen stukken voor nadere advisering in handen van het college gesteld en inmiddels afgehandeld 1 ANTW Art 44 vr CDA armoedeval door huurverhoging.pdf

51

52 2 ANTW Art. 44 vr SGP ChristenUnie over uitbreiding budget huishoudelijke hulp.pdf

53

54 7 BEST - Basisregistraties Adressen en Gebouwen. Hamerstuk zonder stemverklaring 1 rv - Verordening naamgeving en nummering en delegatie uitvoering Wet BAG.pdf Raadsvoorstel Aan de raad van de gemeente Sliedrecht Zaaknummer: Sliedrecht, 16 september 2014 Onderwerp: Verordening naamgeving en nummering (adressen) en delegatie uitvoering Wet BAG Beslispunten 1. de bijgaande Verordening naamgeving en nummering (adressen) vast te stellen; 2. de uitvoering van de Wet BAG te delegeren aan het college. Samenvatting In 2009 is de Wet basisregistraties adressen en gebouwen (Wet BAG) van kracht geworden. Conform deze wet is de gemeente Sliedrecht in 2010 begonnen met het benoemen, nummeren, begrenzen en registreren van alle op haar grondgebied voorkomende woonplaatsen, openbare ruimten, gebouwen, verblijfsobjecten en stand- en ligplaatsen. Het ministerie van Infrastructuur en Milieu ziet toe op de uitvoering van de Wet BAG. In dat kader heeft de gemeente Sliedrecht in 2013 een audit ondergaan. Eén van de door de auditor gedane aanbevelingen betrof de delegatie van de uitvoering van de Wet BAG en de actualisatie van de Verordening straatnaamgeving en huisnummering. Met de Wet BAG is de juridische basis van de gemeentelijke taak om de in de gemeente aanwezige woonplaatsen, openbare ruimten, gebouwen, stand- en ligplaatsen te benoemen, nummeren, begrenzen en registreren namelijk gewijzigd. Voorheen werd deze gevonden in artikel 108, eerste lid en hoofdstuk IX van de Gemeentewet. Nu is deze te vinden in artikel 6 van de wet BAG. Ongewijzigd blijft dat de gemeenteraad het orgaan is aan welke de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van deze taak is toebedeeld. Daarom is het aan de gemeenteraad om de Verordening straatnaamgeving en huisnummering te actualiseren en de uitvoering van de daarin verwoorde - en aan de BAG gerelateerde - taken te delegeren aan het college. Met bijgaand voorstel wordt hierin met terugwerkende kracht met ingang van 23 februari 2010 voorzien. Op deze wijze worden niet alleen de toekomstige, maar ook de in het verleden genomen straatnaamgevings- en huisnummerbesluiten, alsmede alle andere aan de uitvoering van de Wet BAG gerelateerde besluiten van de juiste juridische basis voorzien. Het voorstel sluit volledig aan bij de tekst van de modelverordening naamgeving en nummering van de VNG. Deze gaat ervan uit dat de uitvoering van de uit de Wet BAG voortvloeiende werkzaamheden aan het college wordt overgedragen. De Verordening straatnaamgeving en huisnummering uit 1995 komt daarmee te vervallen.

55 - 2 - Beoogd effect 1. Het aanpassen van de Verordening straatnaamgeving en huisnummering aan de Wet BAG. 2. Het college de bevoegdheid geven voor de uitvoering van de Wet BAG. Argumenten 1.1 Wettelijke verplichting Het aanpassen van de Verordening straatnaamgeving en huisnummering komt voort uit de in de Wet BAG beschreven gewijzigde kaders omtrent het toekennen van straatnamen en het uitgeven van huisnummers. Het gaat dus om een wettelijke verplichting. 2.1 Legaliseren genomen besluiten Sinds 2010 heeft het college talrijke besluiten genomen ten behoeve van de opbouw en de bijhouding van de BAG. Juridisch gezien was het college echter niet bevoegd om deze besluiten te nemen. Door het delegatiebesluit met terugwerkende kracht geldig te laten zijn wordt dit manco verholpen. Kanttekeningen 1.1 Weinig nieuws onder de zon Inhoudelijk verschilt de nieuwe verordening erg weinig van de vorige verordening. De gang van zaken omtrent de straatnaamgeving en huisnummering zal dan ook niet veranderen. Toch vereist de veranderde juridische context dat de verordening wordt aangepast en opnieuw wordt vastgesteld. 2.1 De gemeenteraad wil controle houden Het toevertrouwen van de straatnaamgeving en huisnummering aan het college kan betekenen dat de gemeenteraad de controle over de uitvoering ervan verliest. Het staat het college echter vrij om voor een bepaald aan de Wet BAG gerelateerd besluit toch het advies van de gemeenteraad in te winnen. Dit is bijvoorbeeld te overwegen ten tijde van de straatnaamgeving van een nieuwbouwwijk. Kaderstellende en controlerende aspecten t.b.v. de gemeenteraad, uitgesplitst in: Financiële kaders n.v.t. Wettelijke en Beleidskaders, eventueel inhoudelijke/ruimtelijke kaders Artikel 6 van de Wet basisregistraties adressen en gebouwen, alsmede de artikels 108, 147, 149 en 156 van de Gemeentewet. Tijdspad, monitoring en evaluatie mb.t. voorgesteld raadsbesluit De verordening moet voor de eerstvolgende audit vastgesteld zijn. Dit betekent dat het voorstel en het besluit in de raadsvergadering van oktober 2014 aan de orde moeten komen. Communicatie n.v.t. Vervolg De vastgestelde verordening en het delegatiebesluit geven het college de mogelijkheid om ook de mandatering van de uit de bijhouding van de BAG voortvloeiende werkzaamheden te actualiseren.

56 - 3 - Eerdere besluiten/behandeling raad De Verordening straatnaamgeving en huisnummering van 19 mei 1995 komt te vervallen. Burgemeester en wethouders van Sliedrecht, De secretaris, De burgemeester, drs. C.A. de Haas MBA drs. A.P.J. van Hemmen Bijlage(n): Concept Raadsbesluit met: 1. Verordening naamgeving en nummering en delegatie uitvoering Wet BAG

57 2 rb - Verordening naamgeving en nummering en delegatie uitvoering Wet BAG.pdf Concept Raadsbesluit zaaknummer: Onderwerp: Verordening naamgeving en nummering (adressen) en delegatie uitvoering Wet basisregistraties adressen en gebouwen (Wet BAG) De raad van de gemeente Sliedrecht; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 16 september 2014; Besluit: gelet op artikel 6 van de Wet basisregistraties adressen en gebouwen en artikel 147 van de Gemeentewet (medebewindstaken), en de artikelen 108, eerste lid, en artikel 149 van de Gemeentewet (autonome taken), en artikel 156, eerste lid, van de Gemeentewet (delegatiebesluit); 1. de bijgaande en bij dit raadsbesluit behorende Verordening naamgeving en nummering (adressen) vast te stellen; 2. de uitvoering van de Wet BAG te delegeren aan het college en dit met terugwerkende kracht met ingang van 23 februari Vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Sliedrecht op De griffier, De voorzitter, dr. M.J.E.M. van Dam drs. A.P.J. van Hemmen

58 3 by - Verordening naamgeving en nummering _adressen_ gemeente Sliedrecht.pdf Verordening naamgeving en nummering (adressen) gemeente Sliedrecht HOOFDSTUK 1. Algemene bepalingen Artikel 1. In deze verordening (en de daarop berustende bepalingen) wordt verstaan onder: a. Adres: door het college aan een verblijfsobject, een standplaats of een ligplaats toegekende benaming, bestaande uit een combinatie van de naam van een openbare ruimte, een nummeraanduiding en de naam van een woonplaats. b. Afgebakend terrein: een terrein met een kunstmatige of natuurlijke afbakening, waarop zich geen verblijfsobjecten bevinden en dat betreedbaar en afsluitbaar is. c. College: het college van burgemeester en wethouders. d. Convenant: het tussen de Minister van Infrastructuur & Milieu, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en Post NL BV gesloten Kader Convenant en Nader Convenant inzake postcodes. e. Ligplaats: door het college als zodanig aangewezen plaats in het water, al dan niet aangevuld met een op de oever aanwezig terrein of een gedeelte daarvan, die is bestemd voor het permanent afmeren van een voor woon-, bedrijfsmatige of recreatieve doeleinden geschikt vaartuig. f. Nummeraanduiding: door het college als zodanig toegekende aanduiding van een verblijfsobject, een standplaats, een ligplaats en een afgebakend terrein dat bestaat uit een of meer Arabische cijfers, al dan niet met toevoeging van een letter- en/of cijfercombinatie. g. Openbare ruimte: door het college als zodanig aangewezen en van een naam voorziene buitenruimte die binnen één woonplaats is gelegen. h. Pand: kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is. i. Rechthebbende: een ieder die krachtens eigendom of een beperkt zakelijk recht of een persoonlijk recht zodanig beschikking heeft over een onroerende zaak dat hij naar burgerlijk recht bevoegd is om in die zaak te handelen zoals in de verordening is voorgeschreven, alsmede de beheerder. j. Standplaats: door het college als zodanig aangewezen terrein of een gedeelte daarvan dat is bestemd voor het permanent plaatsen van een niet direct en duurzaam met de aarde verbonden en voor woon-, bedrijfsmatige of recreatieve doeleinden geschikte ruimte. k. Uitvoeringsvoorschriften: nadere bepalingen inzake naamgeving en nummering (adressen). l. Verblijfsobject: de kleinste binnen één of meerdere panden gelegen en voor woon-, bedrijfsmatige of recreatieve doeleinden geschikte eenheid van gebruik die ontsloten wordt via een eigen afsluitbare toegang vanaf de openbare weg, een erf of een gedeelde verkeersruimte, die onderwerp kan zijn van goederenrechtelijke rechtshandelingen en in functioneel opzicht zelfstandig is. m. Wijk- en buurtindeling: een indeling van de gemeente in wijken en buurten conform de eisen die het CBS aan deze indeling verbindt. n. Woonplaats: door het college als zodanig aangewezen en van een naam voorzien gedeelte van het grondgebied van de gemeente. o. De Wet: Wet basisregistraties adressen en gebouwen.

59 HOOFDSTUK 2. Naamgeving en begrenzing van woonplaatsen, toekennen van namen aan de openbare ruimte, het nummeren van verblijfsobjecten, ligplaatsen, standplaatsen en afgebakende terreinen Artikel Het college stelt de grens en de naam van de woonplaats(en) vast en kan desgewenst de woonplaats(en), al dan niet op basis van bouwblokken, in wijken en buurten verdelen en aanduiden met namen, zo nodig met letters en nummers. 2. Het college kent per woonplaats namen toe aan delen van de openbare ruimte en zonodig aan gemeentelijke gebouwen en bouwwerken. 3. Onder vaststellen, verdelen, aanduiden en toekennen, zoals bedoeld in het eerste lid en tweede lid, wordt tevens begrepen het wijzigen en intrekken daarvan. Artikel Het college stelt de ligplaatsen en standplaatsen vast. 2. Het college kent binnen het grondgebied van de gemeente nummers toe aan verblijfsobjecten, ligplaatsen en standplaatsen. 3. Het college bepaalt de afbakening van panden, verblijfsobjecten, standplaatsen en ligplaatsen. 4. De toekenning of afbakening, zoals bedoeld in het tweede en derde lid, kan ook op voor personen toegankelijke objecten, zijnde niet verblijfsobjecten of op afgebakende terreinen worden toegepast, indien dat naar oordeel van het college noodzakelijk is. 5. Onder vaststellen, toekennen en bepalen, zoals bedoeld in het eerste tot en met vierde lid, wordt tevens begrepen het wijzigen en intrekken daarvan. Artikel De door het college toegekende namen, zoals vervat in artikel 2, worden door of in opdracht van de gemeente blijvend zichtbaar en in voldoende aantallen ter plaatse aangebracht. 2. Aan objecten, zoals aangegeven in artikel 3, waarvoor een nummer is vastgesteld moet dat nummer op een doeltreffende wijze zijn aangebracht. 3. Het is eenieder die daartoe niet is bevoegd is, verboden namen aan de openbare ruimte en woonplaatsen, wijken en buurten toe te kennen door deze op zichtbare wijze aan te brengen. 4. Het is een ieder die daartoe niet is bevoegd, verboden aan een pand of verblijfsobject, stand- of ligplaats of afgebakend terrein nummers toe te kennen door deze op zichtbare wijze aan te brengen. HOOFDSTUK 3. Plaatsen van naam- en nummerborden Artikel 5. Gedoogplicht naamborden 1. Indien het college het nodig oordeelt dat borden met een wijk- of buurtaanduiding, borden met namen van de openbare ruimte, naamverwijsborden, nummerborden, nummerverzamelborden en andere (verwijs)aanduidingen aan een bouwwerk, gebouw, muur, paal, schutting of een andere soort terreinafscheiding worden aangebracht, draagt de rechthebbende er zorg voor dat de hier bedoelde borden vanwege of op verzoek en overeenkomstig de aanwijzingen van het college worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd.

60 2. Indien het college het noodzakelijk acht om een naambord, waarop de vervallen naam is doorgehaald, tijdelijk naast het naambord met de nieuwe naam te handhaven zal de rechthebbende dit toelaten als daaraan door het college een termijn van niet langer dan een jaar is verbonden. 3. De rechthebbende zorgt er voor dat de in het eerste en tweede lid bedoelde borden vanaf de openbare weg duidelijk leesbaar blijven. Artikel 6. Verplichting tot aanbrengen van nummerborden 1. Tenzij het college anders heeft besloten, zorgt de rechthebbende van een object er voor dat de nummers, zoals bedoeld in artikel 3, tweede lid, worden aangebracht op een wijze zoals krachtens artikel 7 is bepaald. 2 De rechthebbende draagt er zorg voor dat de in het eerste lid genoemde nummers binnen vier weken na kennisgeving van het besluit van het college zijn aangebracht. 3. Indien een verblijfsobjecten, ligplaatsen, standplaatsen of afgebakend terrein nog niet is voltooid, wordt het nummer binnen vier weken na voltooiing aangebracht. 4. Indien het college heeft besloten om een nummerbord, waarop het vervallen nummer is doorgehaald, naast het nummerbord met het nieuwe nummer te handhaven zal de rechthebbende dit toelaten of daar uitvoering aan geven als daaraan door het college een termijn van niet langer dan een jaar is verbonden. 5. Het college kan de in het tweede en derde lid genoemde termijn verlengen. HOOFDSTUK 4. Nadere voorschriften Artikel 7. Uitvoeringsvoorschriften 1. Het college kan uitvoeringsvoorschriften vaststellen betreffende het proces en de wijze van: a. naamgeving en van begrenzing van woonplaatsen, wijken, buurten en bouwblokken; b. naamgeving en begrenzing van de openbare ruimte; c. nummering van verblijfsobjecten, ligplaatsen en standplaatsen en afgebakende terreinen; d. opmaak van formulieren, besluiten en verklaringen. 2. De uitvoeringsvoorschriften zijn niet strijdig met het convenant inzake postcodes. HOOFDSTUK 5. Straf-, overgangs- en slotbepalingen Artikel 8. Strafbepaling 1. Overtreding van artikel 4, tweede en derde lid, artikel 5 en artikel 6, eerste tot en met het vierde lid, wordt gestraft met een geldboete van de eerste categorie. 2. Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de medewerkers van het team Vergunningen, Toezicht & Handhaving. Artikel 9. Inwerkingtreding De verordening treedt daags na bekendmaking in werking - met terugwerkende kracht tot 23 februari 2010.

61 Artikel 10. Vervallen oude regels Met de inwerkingtreding van deze verordening vervallen alle eerdere gemeentelijke regels en voorschriften voor het benoemen van delen van de openbare ruimte en het nummeren van de daaraan liggende objecten. Artikel 11. Overgangsbepaling 1. Namen en nummers die op grond van de in artikel 10 genoemde regels en voorschriften aan objecten zijn toegekend, blijven na inwerkingtreding van deze verordening bestaan. 2. Het college kan in afwijking van het eerste lid besluiten dat de op grond van de in het eerste lid genoemde regels en voorschriften aangebrachte namen en nummers binnen een door hen te bepalen termijn moeten worden vervangen door namen en nummers die voldoen aan de bij of krachtens deze verordening gestelde voorschriften. Artikel 12. Citeertitel Deze verordening kan worden aangehaald als Verordening naamgeving en nummering (adressen) gemeente Sliedrecht.

62 Toelichting op de verordening naamgeving en nummering (adressen) Algemeen Wettelijke grondslag Op 1 juli 2009 is de Wet Basisregistaties Adressen en Gebouwen (hierna: Wet BAG), in werking getreden. Deze wet omvat ondermeer regels betreffende de methodische registratie van adresgegevens. Met de invoering van de Wet BAG is de gemeente de plicht opgelegd om ten behoeve van de basisregistratie adressen bepaalde, expliciet in de Wet BAG genoemde zaken, van een naam, nummer of begrenzing te voorzien. Voor zover het deze zaken betreft is er sprake van medebewind als bedoeld in artikel 108, tweede lid, van de Gemeentewet. Hoeveel vrijheid de gemeente nog heeft om zelf een regeling rond naamgeving en nummering te treffen wordt aangegeven in artikel 121 Gemeentewet. Dit artikel stelt, dat de gemeentelijke regeling niet in strijd mag zijn met wetten, algemene maatregelen van bestuur en provinciale verordeningen. Deze bevoegdheidsafbakening betekent, dat de gemeente een aanvullingsbevoegheid heeft op de hogere regelgeving. De gemeente heeft ter voorbereiding daarvan wel rekening te houden met twee grenzen. Een benedengrens (niet treden in de bijzondere belangen van de ingezetenen) en een bovengrens (regels mogen niet in strijd zijn met hogere regelgeving). Al met al staat het de gemeente dus vrij om, met het oog op een goede uitvoering van het medebewind, de wijze van naamgeving en nummering in het kader van de Wet BAG nader te regelen. Het gaat hier om het zogeheten vrije medebewind, omdat in de Wet BAG geen regels worden gegeven voor het meer creatieve proces dat aan de eerder genoemde methodische registratie vooraf gaat; onder andere het bedenken en toekennen van namen aan woonplaatsen en aan delen van de openbare ruimte en de methode van toekennen van nummeren aan objecten en plaatsen. Het is de gemeente, in het kader van regeling en bestuur van de eigen huishouding, toegestaan om in de verordening inzake naamgeving en nummering bepalingen op te nemen over zaken waarin de Wet BAG in het geheel niet voorziet. Daaronder vallen bijvoorbeeld zaken als de afbakening en aanduiding van wijken, buurten en bouwblokken, alsmede het nummeren van afgebakende en afsluitbare terreinen en de naamgeving van gemeentelijke bouwwerken. De verordening naamgeving en nummering heeft daardoor een dubbele grondslag nodig. Met betrekking tot de beslissingen, als bedoeld in artikel 6 van de Wet BAG, is er sprake van regeling van bestuur in medebewind, waarvoor artikel 108, tweede lid, en artikel 149 van de Gemeentewet de grondslag biedt. Voor de overige beslissingen betreft het regeling en bestuur op grond van artikel 108, eerste lid en artikel 149 van de Gemeentewet. De twee grondslagen voor deze verordening worden dan ook in de aanhef van de verordening genoemd. Op het punt van de taaktoedeling bepaalt de Wet BAG, dat de in artikel 6 van die wet genoemde beslissingen door de gemeenteraad moeten worden genomen, waarmee wordt aangesloten op de voorheen bestaande taaktoedeling op basis van artikel 108, eerste lid en hoofstuk IX van de Gemeentewet. Het is zodoende mede ingevolge artikel 149 van de Gemeentewet - de raad die, naast het autonome deel, ook het onderwerpelijke medebewindsdeel in een regeling kan uitwerken. In de verordening zelf kan delegatie van beslissingen aan het college worden geregeld op grond van de algemene delegatiebevoegdheid van artikel 156, eerste lid, van de Gemeente. Dit is in deze verordening ook het geval. (Zie verder ook hierna onder dualistisch bestel)

63 Belang van naamgeving en nummering (adressen) Adressen vervullen een essentiële functie in het maatschappelijk verkeer. Niet alleen voor dienstverlenende instanties als politie, brandweer, posterijen en ambulancebedrijven, maar ook voor bijvoorbeeld de makelaardij, de advocatuur, het notariaat en het bedrijfsleven. Zij kunnen veelal hun werkzaamheden niet uitvoeren zonder goed sluitende informatie over adressen. Ook de burger heeft belang bij goede adressering van zijn woonverblijf. Hij wenst in brede zin vindbaar te zijn. Adressen vervullen binnen het openbaar bestuur eveneens een wezenlijke functie. Enerzijds is een groot deel van de overheidsregistraties geordend (toegankelijk) op alfanumerieke volgorde van adressen. Anderzijds zijn adressen van wezenlijke betekenis voor het koppelen en maken van selecties uit deze registraties. Het benoemen van delen van de openbare ruimte (voorheen straatnamen) en het toekennen van nummers aan verblijfsobecten (voorheen huisnummers) is een taak die de gemeente met extra zorg moet omgeven. Algemene wet bestuursrecht Het toekennen van een naam of nummer (adressen) op grond van de verordening is een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Het besluit zal aan de formele en materiële eisen van de Awb moeten voldoen. Op grond van de Awb is het mogelijk tegen een besluit een bezwaarschrift in te dienen bij het besluitende bestuursorgaan. Tevens staat de mogelijkheid open om een beroepschrift in te dienen bij de sector bestuursrecht van de arrondissementsrechtbank. Met name ten aanzien van naamgeving kan de vraag rijzen of er wel sprake is van een besluit. Deze vraag kan bevestigend worden beantwoord indien het besluit zich richt op bepaalde, concreet aanwijsbare objecten en het besluit gebaseerd is op een publiekrechtelijke regeling die een gedoogplicht inhoudt voor de rechthebbende op onroerende zaken in verband met het op deze objecten aanbrengen van naam- en nummerborden. Op grond van deze verordening zal derhalve sprake zijn van een besluit tot naamgeving of nummering. Ook wijziging of intrekking van een naam of nummer of het afwijzen van een verzoek daartoe valt binnen de reikwijdte van de AWB. Indien een aanvraag voor een naam of een nummering moet worden afgewezen of een een besluit tot naamgeving of nummering een belanghebbenden zou treffen, moet worden bezien of artikel 4:7 dan wel 4:8 van de AWB van toepassing is. Deze artikelen houden de verplichting in de aanvrager of belanghebbende te horen voordat het besluit wordt genomen. Dualistisch bestel Maar er is meer te melden over de bevoegdheid inzake naamgeving en nummering; namelijk het dualistische stelsel. De kern van het dualisme is de ontvlechting van de positie en bevoegdheden van de raad en het college. De kaderstellende en controlerende bevoegdheden worden bij de raad gelegd en de bestuursbevoegdheden worden bij het college geconcentreerd. Er kunnen drie typen bestuursbevoegdheden worden onderscheiden in a.) bestuursbevoegdheden die in de Gemeentewet zijn opgenomen, b.) de bestuursbevoegdheden in medebewindswetten en c.) de autonome bevoegdheden. De bestuurlijke bevoegdheden die in de Gemeentewet zijn opgenomen zijn met de inwerkingtreding van de Wet dualisering gemeentebestuur (Stb.2002, 111) bij het college gelegd. De naamgeving en nummering kan worden aangemerkt als een autonome bestuursbevoegdheid. Deze bevoegdheid blijft dus nog bij de raad liggen. Pas na de aanvaardig van de grondwetswijziging en een wijziging van de artikelen 108 en 147 Gemeentewet kan deze bevoegdheid aan het college worden toegekend. Voorlopig blijft deze bevoegdheid nog bij de Gemeenteraad. Wel kan de raad ervoor kiezen om vooruitlopend op deze wijziging van de Grondwet de bevoegdheid tot naamgeving en nummering aan het college te delegeren. Ter volmaking van het dualistische stelsel ligt dit ook in de rede. Wel blijft ook in het dualistische stelsel de verordende bevoegdheid bij de raad liggen. Dit betekent dat de bevoegdheid tot vaststelling van een verordening op de

64 naamgeving en nummering bij de raad blijft berusten. De raad kan er echter ook nu al voor kiezen om de verordende bevoegdheid ter zake van naamgeving en nummering op grond van artikel 156 Gemeentewet aan het college te delegeren. Dat is in deze modelverordening ook voor gekozen. Regelen van de gevolgen Bij het gebruik van de bevoegdheid tot naamgeving en nummering moet het college rekening houden met het belang van vooral bewoners en bedrijven. Wijziging van een naam of een nummer treft immers de belangen van bewoners en bedrijven. In bepaalde gevallen kan er sprake zijn van een gemeentelijke gehoudenheid tot regeling van de gevolgen van de wijzigingsbesluiten. Een aantal punten is hierbij van belang: 1. Tussen het besluit tot wijziging en de uitvoering van de wijziging dient voldoende tijd te liggen, zodat de bewoners en de bedrijven zich op de gewijzigde naam of het veranderde nummer kunnen voorbereiden. Hoe langer deze periode is, hoe minder de gemeenten gehouden is tot compenserende maatregelen. De in artikel 11 genoemde periode kan voor gewone gevallen als een redelijke voorbereiding worden gezien. Gevallen die hiervan afwijken, zoals sterk naar buiten tredende bedrijven met een groot klantenpotentieel, moeten op zichzelf worden bezien. Het verdient aanbeveling in een vroeg stadium contact op te nemen met de betrokken bewoners en bedrijven. De Algemene wet bestuursrecht (Awb) kent deze verplichting op grond van artikel 4:8. 2. Voor de gevallen waarin de gemeente gehouden kan worden tot het vergoeden van de gemaakte kosten, is geen algemene norm aan te geven waaruit de hoogte of de vorm van de vergoeding kan worden afgeleid. 3. Indien de wijziging bewoners betreft en er een korte voorbereidingsperiode geldt, is het beschikbaar stellen van een aantal adreswijzigingkaarten in de meeste gevallen een redelijke vorm van schadeloosstelling. 4. Bedrijven die ook bij een voorbereidingsperiode van een jaar onredelijk in hun belangen worden getroffen, kunnen een aanspraak maken op vergoeding van een deel van de kosten die ze maken. Daarbij zijn de volgende aspecten te overwegen: a. De bevoegdheid van de gemeente om tot wijziging te besluiten; b. Het maatschappelijk risico dat een bedrijf dientengevolge is toe te rekenen, waarbij de keuze voor vermelding van het adres op verpakkingsmateriaal, winkelruiten, markiezen, bedrijfsauto s of productieonderdelen geacht worden tot het ondernemersrisico te behoren; c. De lengte van de voorbereidingsperiode; d. De specifieke aspecten van het bedrijf; e. De voorraad naar buiten gerichte kantoorbescheiden en andersoortige productieonderdelen die niet tot het ondernemingsrisico zijn te rekenen; f. De actualiteit van de onder punt e genoemde zaken; g. Het gemiddelde gebruik of de omzet per tijdsperiode van de onder punt e genoemde zaken; h. De mogelijkheid tot bedrijfseconomische en fiscale afschrijving van de onder punt e genoemde zaken.

65 Artikelsgewijze toelichting Artikel 1. De begripsomschrijvingen zijn aangepast aan de omschrijving zoals opgenomen in artikel 1 van de wet. Daardoor zijn de voorheen in de verordening gehanteerde begrippen straatnaam, huisnummer, object, gebouw, complex en bouwwerk komen te vervallen. Verblijfsobject, pand, nummeraanduiding, wijk- en buurtindeling, wooonplaats en convenant zijn aan de begripsomschrijvingen toegevoegd. De overige begrippen zijn ongewijzigd gebleven. Voor de goede orde wordt gewezen op het feit dat het begrip < openbare ruimte > onder punt g niet precies overeenkomt met de openbare ruimte die wordt gebezigd in het spraakgebruik. Artikel 2. Het eerste lid regelt het vaststellen en begrenzen van de woonplaats(en). Het totale grondgebied van de gemeente moet in een of meer woonplaatsen worden opgedeeld. Dit betekent, dat de gemeentegrens altijd samenvalt met de woonplaatsgrenzen. Verder biedt het eerste lid de mogelijkheid om woonplaatsen te verdelen in wijken en buurten. In het kader van de Volkstelling 1971 is tussen gemeenten, de provinciale planologische diensten en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) een gebiedsindeling overeengekomen, die wordt aangeduid met de term CBS wijk- en buurtindeling. Deze indeling werd noodzakelijk geacht, omdat op provinciaal en landelijk niveau behoefte bestond aan inzicht in de onderverdeling van het gemeentelijk grondgebied. Sinds 1971 heeft het echter ontbroken aan systematisch interbestuurlijk overleg waardoor onduidelijkheid kon ontstaan over de te hanteren wijk- en buurtindeling. De minister van Economische Zaken is voornemens zijn coördinerende rol inzake wijk- en buurtindeling te reactiveren, maar dat heeft nog niet geleid tot nadere bijhoudingsregels. Gemeenten doen er voorlopig verstandig aan - bij het opdelen van een woonplaats in wijken en buurten - de CBS-voorschriften inzake de wijk- en buurtindeling uit 1970 aan te houden. Het tweede lid regelt het per woonplaats benoemen van openbare ruimte. In de Wet BAG zijn geen bepalingen opgenomen over de grenzen van benoemde delen van de openbare ruimte. Daar is in de verordening wel voor gekozen om te voorkomen dat delen van de openbare ruimte, onbedoeld, een dubbele naam krijgen of deels geen naam krijgen vanwege onduidelijkheid over de begrenzingen. Voor de meeste gemeenten is het vastleggen van begrenzingen van benoemde delen van de openbare ruimte al dagelijkse praktijk. Verder is in het tweede lid de naamgeving van gemeentelijke gebouwen en bouwwerken meegenomen. Deze taak kan, naast de naamgeving van woonplaatsen en de openbare ruimte, aan de Commissie voor de naamgeving worden opgedragen. Met de wettelijke regeling inzake de naamgeving van de openbare ruimte komt een einde aan discussies over de naamgeving van rijkswegen en provinciale wegen. De Wet BAG schrijft namelijk voor dat alle verblijfsobjecten van een nummer moeten zijn voorzien en dat geldt dus ook voor bijvoorbeeld benzinestations, restaurants of hotels die alleen via een rijksof provinciale weg zijn te bereiken. Nummers kunnen alleen worden uitgegeven als zij worden gerelateerd aan een door het college vastgestelde naam aan een deel van de openbare ruimte. Gemeenten moeten derhalve ex artikel 6 van de Wet BAG voor rijks- en provinciale wegen een naambesluit nemen. Gemeenten moeten hier verstandig met hun bevoegdheid omgaan. In dit soort gevallen kan worden aangesloten bij de al jaren door veel gemeenten toegepaste werkwijze, waarbij de naamgeving louter wordt gebaseerd op de nummer en het type weg. Bijvoorbeeld door de A3 in een bepaalde woonplaats de naam

66 <Rijksweg A3> toe te kennen. Daarmee blijft de A-nummering in tact en ook het type weg (rijksweg) blijft onveranderd. (E-aanduidingen moeten niet in de naamgeving van rijkswegen worden betrokken.) Zo kan ook bijvoorbeeld de provinciale weg N999 de naam <Provinciale weg N999> worden toegekend. Ook hier blijft het type weg en de N-nummering volledig in tact. Tot op heden hebben gemeenten zich aan deze werkwijze gehouden. Anders ligt dat bij de naamgeving van rivieren en wateren van internationale betekenis. Na ampel beraad is besloten over de naamgeving van dit soort openbare buitenruimten geen regels op te nemen in de verordening. Er bestaat voor de gemeente immers geen enkele aanleiding of noodzaak tot het herbenoemen van deze rivieren en wateren. Het behoeft bovendien geen nadere uitleg dat het tot onoverzichtelijke situaties leidt als bijvoorbeeld een rivier per woonplaats een andere naam krijgt toebedeeld. Het toekennen van nummeringen aan een object of plaats dient te worden gekoppeld aan de naam van de openbare ruimte naast voornoemde rivieren en wateren. Als zich de bijzondere situatie al mocht voordoen om een naam van een rivier of water van internationale betekenis te wijzigen, dan kan dat niet eerder plaatsvinden dan na gehouden overleg met het bestuursorgaan die dat aangaat. Het derde lid bepaalt, dat onder de termen bepalen, vaststellen, verdelen en toekennen, zoals bedoeld in het eerste en twee lid, tevens het wijzigingen of intrekken daarvan omvat. Deze passage is opgenomen, omdat hierover in het verleden problemen zijn gerezen. Artikel 3. Het eerste en tweede lid regelen het vaststellen van standplaatsen en ligplaatsen en het toekennen van nummers aan verblijfsobjecten, ligplaatsen, standplaatsen en afgebakende terreinen. Hier is niet voor de term huisnummer gekozen, omdat bij afgebakende terreinen, lig- en standplaatsen niet kan worden gesproken van huis. Vandaar dat de term nummeraanduiding wordt gebruikt. Een burger kan overigens een aanvraag voor een nummeraanduiding bij burgemeester en wethouders indienen. Deze aanvraag zal in de regel zijn aan te merken als een verzoek van een belanghebbende om een besluit te nemen in de zin van artikel 1:3, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). Op de afwikkeling van de aanvraag zijn de hoofdstuk 3 en 4 van de Awb van toepassing (zie hierover ook de algemene toelichting). De strekking van het derde lid spreekt voor zich en behoeft geen verdere toelichting. Het vierde lid regelt, dat het eerste tot en met het derde lid ook kan worden toegepast op andere betreedbare en afsluitbare objecten - zoals bijvoorbeeld afgebakende terreinen - als het college dat nodig oordeelt. Het vijfde lid bepaalt dat onder de termen vaststellen, verdelen en toekennen, zoals bedoeld in het eerste en twee lid, tevens het wijzigingen of intrekken daarvan omvat. Deze passage is opgenomen, omdat hierover in het verleden problemen zijn gerezen. Artikel 4. De toegekende namen moeten overeenkomstig de wens van het college worden aangebracht. De kosten daarvan komen voor rekening van de gemeente. De in het eerste lid vervatte zinsnede in voldoende aantallen ter plaatse verdient nadere toelichting. Onder dit begrip wordt verstaan, dat een verkeersdeelnemer bij het oprijden van een kruising van wegen, door in voldoende aantallen aangebrachte naamborden, zonder omkijken en in een oogopslag de naam van de dwarsstraat moet kunnen lezen. Dit betekent doorgaans dat op alle hoeken van de kruising borden dienen te worden aangebracht. Het tweede lid bepaalt dat een object of plaats of terrein een door het college toegekend nummer ook feitelijk moet dragen. Het college wordt de mogelijkheid geboden toe te zien op de naleving van het aanbrengen van nummers. Met het oog op de dienstverlening is het immers noodzakelijk dat de nummers, die door het college zijn toegekend, ook ter plaatse terug zijn te vinden. Voor de hieraan verbonden kosten wordt verwezen naar de algemene toelichting.

67 Het derde lid verbiedt een ieder die daartoe niet is bevoegd, namen toe te kennen aan delen van de openbare ruimte door naamborden zichtbaar ter plaatse aan te brengen. Het komt steeds vaker voor dat burgers - om de meest uiteenlopende redenen - een straatnaambord in de tuin plaatsen of aan de onroerende zaak bevestigen. Dat geeft veelal verwarring met de door de gemeente toegekende namen aan de openbare ruimte. Het derde lid geeft de gemeente de bevoegdheid om hiertegen op te treden. Voor de goede wordt erop gewezen dat het iedereen vrij staat om een naam toe te kennen aan zijn onroerende zaak, zolang dat geen verwarring geeft met de door de gemeente toegekende namen aan de openbare ruimte. Het vierde lid verbiedt een ieder die daartoe niet is bevoegd nummers toe te kennen aan onroerende zaken die prive bezit zijn door deze op zichtbare wijze aan te brengen. Het aanbrengen van zelf gekozen nummers door eigenaren, gebruikers of beheerders aan objecten, plaatsen en terreinen is de laatste decennia hand over hand toegenomen. Bovendien is bij de invoering van de BAG ook gebleken dat nummers vaak zijn verdwenen. Ook worden nummers soms zo abstract vormgegeven dat zij niet meer aan het criteria van doeltreffendheid, zoals bedoeld in het tweede lid, voldoen. Deze criteria kunnen worden uitgewerkt in de uitvoeringsvoorschriften, zoals bedoeld in artikel 7. Artikel 5. Vanuit een weloverwogen algemeen maatschappelijk belang dienen naamborden door of namens de gemeente ter plaatse goed zichtbaar en in voldoende mate te worden aangebracht. Veelal is het noodzakelijk om naamborden te bevestigen aan gebouwgevels, terreinafscheidingen of aan paaltjes die op prive-terrein worden geplaatst. De betrokken rechthebbenden zijn verplicht dat toe te laten. Het artikel houdt verder rekening met de omstandigheid dat de borden niet door de gemeente zelf, maar op verzoek van de gemeente door derden worden aangebracht. Het tweede lid geeft de gemeente de mogelijkheid om een bord met de oude (doorgehaalde) naam enige tijd te handhaven naast een bord met de nieuwe naam. Op deze wijze wordt voorkomen dat zij, die niet van de herbenoeming op de hoogte zijn, hun bestemming niet kunnen vinden. Het derde lid is opgenomen om te voorkomen dat de leesbaarheid/zichtbaarheid van een aangebracht naambord door bijvoorbeeld hoog opschietend groen, zonnescherm of reclamebord wordt belemmerd. Vandaar dat is bepaald dat de rechthebbende ervoor dient te zorgen dat de bedoelde borden vanaf de openbare weg leesbaar blijven. Artikel 6. Met betrekking tot dit artikel wordt gewezen op het feit dat het aanbrengen van nummerborden per gemeente verschillend is geregeld. Sommige gemeenten brengen de nummers zelf aan. Het aanbrengen van de nummers wordt echter ook uitbesteed of overgelaten aan de aannemer. Bijvoorbeeld als onderdeel van het uitvoeren van een bouwwerk. Ten slotte wordt het ook vaak aan de rechthebbende opgedragen om de nummers, conform de gemeentelijke voorschriften, aan te brengen. In de verordening is gekozen voor een formulering waarbij de rechthebbende het nummer dient aan te brengen, tenzij het college anders besluit. Het laatste zal vaak het geval zijn bij nieuwbouwprojecten, waarbij een uniform uitgevoerde nummering wenselijk wordt geacht. Het verdient aanbeveling de verantwoordelijkheid voor het aanbrengen van een nummer in de tekst van het nummerbesluit te regelen. In het tweede en derde lid is bepaald dat het door het college toegekende nummer binnen een bepaalde termijn moet zijn aangebracht. Voor gevallen waarin het object nog niet is voltooid, moet het nummer vier weken na de voltooiing zijn aangebracht. Het vierde lid biedt de gemeente de mogelijkheid om een bord met het oude (doorgehaalde) nummer enige tijd te handhaven naast een bord met het nieuwe nummer. Op deze wijze

68 wordt voorkomen dat zij, die niet van de hernummering op de hoogte zijn, hun bestemming niet kunnen vinden. Het handhaven van het oude (doorgehaalde) nummer wordt soms bij omvangrijke of ingewikkelde vernummering toegepast. Het vijfde lid geeft het college de mogelijkheid de in het tweede en derde lid genoemde termijnen te verlengen. Artikel 7. Het eerste lid biedt de mogelijkheid om uitvoeringsvoorschriften vast te stellen ten aanzien van naamgeving en nummering. Deze uitvoeringsvoorschriften zijn gericht op vast gemeentelijk beleid. Dat kan van belang zijn bij beroeps- en bezwaarprocedures. De uitvoeringsvoorschiften kunnen bepalingen bevatten met betreking tot de bestuurlijke, taalkundige en inhoudelijke aspecten van de naamgeving, alsmede bepalingen over de wijken buurtindeling, de toekenning van nummers, de wijze van nummeren, de uitvoering en plaatsing van borden en voorschriften van administratief-organisatorische aard. Ook kunnen modellen worden voorgeschreven voor verklaringen, besluiten en formulieren. Artkel 2 bepaalt dat de uitvoeringsvoorschriften niet in strijd mogen zijn met het postcodeconvenant. Artikel 8. Het opleggen van verplichtingen, zoals vervat in de verordening, heeft alleen zin wanneer deze verplichtingen bij nalatigheid of overtreding kunnen worden afgedwongen, zodra deze worden overtreden. Het is gebruikelijk aan lichte overtredingen een geldboete van de eerste categorie te verbinden. In het tweede lid wordt de afdeling of dienst aangewezen, die op de naleving van de bepalingen in de verordening moet toezien. Dat kan bijvoorbeeld de afdeling of dienst Bouwtoezicht zijn. De laatste jaren wordt dit toezicht steeds vaker opgedragen aan de afdeling waaraan de bijhouding van de BAG is opgedragen. Artikel 9. Dit artikel regelt de inwerkingtreding van de verordening. Artikel 10. Dit artikel regelt het vervallen van de oude bepalingen. De strekking van dit artikel spreekt voor zich. Artikel 11. Het principe van het benoemen van de openbare ruimte en het nummeren van verblijfsobjecten, ligplaatsen, standplaatsen en afgebakende terreinen dateert al uit de vorige eeuw. In de loop der jaren zijn veel opvolgende voorschriften van kracht geweest. Het is niet zinvol bij de invoering van de verordening te eisen dat alle nummers in de gemeente dienen te worden aangepast aan de nieuwe uitvoeringsvoorschriften, zoals vervat in artikel 7. Nummers die onder het oude regime tot stand zijn gekomen, blijven gehandhaafd. Het college heeft wel de mogelijkheid om aanpassing van de nummers te eisen.

69 Artikel 12. Omdat de term huisnummer in principe geen juiste term is voor het nummeren van verblijfsobjecten, afgebakende terreinen, standplaatsen en ligplaatsen en de term straatnaam geen juiste term is voor plantsoenen, wegen e.d., is gekozen voor de nieuwe citeertitel Verordening naamgeving en nummering (adressen).

70 8 BEST - Wijziging Gemeenschappelijke Regeling. Hamerstuk zonder stemverklaring 1 rv - 9e wijziging Gemeenschappelijke Regeling Drechtsteden.pdf Raadsvoorstel Aan de raad van de gemeente Sliedrecht Zaaknummer: Sliedrecht, 16 september 2014 Onderwerp: 9 e wijziging Gemeenschappelijke Regeling Drechtsteden Beslispunten 1. De negende wijziging van de gemeenschappelijke regeling Drechtsteden vast te stellen, door middel van ondertekening van het bijgevoegde ontwerp-besluit; 2. De vaststelling door de raad bekend te maken op de bij de gemeente gebruikelijke wijze. Samenvatting De gemeente Zwijndrecht heeft enkele wijzigingen in de tekst van de GRD voorgesteld. De wijzigingen hebben te maken met de invoering van nieuwe wetgeving (in relatie tot de decentralisaties), het bieden van een juridische basis voor de Regiogriffie, het scherper formuleren van de bepalingen rondom archivering en enkele wijzigingen van meer redactionele aard. Het wijzigingsbesluit moet door de besturen van de deelnemers worden vastgesteld. Inleiding De gemeente Zwijdrecht heeft aan alle deelnemende gemeenten voorgesteld de 9 e wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling Drechtsteden vast te stellen. Beoogd effect Met de wijziging wordt beoogd dat de GRD haar taken rechtmatig kan uitvoeren en dat de tekst actueel is. Argumenten 1.1. De inhoudelijke wijzigingen zijn noodzakelijk. De belangrijkste redenen voor dit wijzigingsbesluit zijn invoering van de WMO 2015 en de Participatiewet per 1 januari Daarnaast zijn er nog wat inhoudelijke wijzigingen in het takenpakket van de SDD. Zo wordt de Wet educatie en beroepsonderwijs (WEB) (zeer waarschijnlijk) vanaf 1 januari 2015 door de contactgemeente Dordrecht uitgevoerd en verdwijnt het coördinatiepunt ex-gedetineerden bij de SDD. Verder bestaat het Investeringsfonds Drechtsteden niet meer, krijgt de Regiogriffie een juridische basis en worden de bepalingen rond de archivering aangescherpt. Verder wordt van de gelegenheid gebruik gemaakt om enkele redactionele verbeteringen aan te brengen. Voor de inhoudelijke toelichting op het wijzigingsbesluit verwijzen wij u naar de toelichting bij het wijzigingsbesluit.

71 Slechts indien alle besturen van alle deelnemers het wijzigingsbesluit gelijkluidend vaststellen, wordt het besluit van kracht. U wordt verzocht het besluit conform en zonder amendering vast te stellen. Slechts indien alle besturen van alle deelnemers het wijzigingsbesluit gelijkluidend vaststellen, wordt het besluit van kracht De wet bepaalt dat bekendmaking noodzakelijk is voor de inwerkingtreding van het wijzigingsbesluit Kanttekeningen N.v.t. Kaderstellende en controlerende aspecten t.b.v. de gemeenteraad, uitgesplitst in: Financiële kaders N.v.t. Wettelijke en Beleidskaders, eventueel inhoudelijke/ruimtelijke kaders Wet gemeenschappelijke regelingen Tijdspad, monitoring en evaluatie m.b.t. voorgesteld raadsbesluit N.v.t. Communicatie Bekendmaking van de vaststelling van het wijzigingsbesluit Vervolg Bekendmaking van de vaststelling van het wijzigingsbesluit. Eerdere besluiten/behandeling raad -- Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Sliedrecht, De secretaris, De burgemeester, drs. C.A. de Haas MBA drs. A.P.J. van Hemmen Bijlage(n): conceptraadsbesluit met de volgende bijlagen: 1. Brief d.d. 9 september 2014 van het college van Zwijndrecht 2. Wijzigingsbesluit 9 e wijziging GRD 3. GRD 10.0 met wijzigingen zichtbaar

72 2 rb - 9e wijziging Gemeenschappelijke Regeling Drechtsteden.pdf Concept Raadsbesluit zaaknummer: Onderwerp: 9 e wijziging Gemeenschappelijke Regeling Drechtsteden De raad van de gemeente Sliedrecht; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 16 september 2014; Besluit: 1. De negende wijziging van de gemeenschappelijke regeling Drechtsteden vast te stellen, door middel van ondertekening van het bijgevoegde ontwerp-besluit; 2. De vaststelling door de raad bekend te maken op de bij de gemeente gebruikelijke wijze. Vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Sliedrecht op De griffier, De voorzitter, dr. M.J.E.M. van Dam drs. A.P.J. van Hemmen

73 3 by 1 - Brief d.d. 9 september 2014 van het college van Zwijndrecht.pdf

74

75 4 by 2 - GRD 10 0 wijzigingsbesluit 9e wijziging.pdf BESLUIT Nr. Het COLLEGE van BURGEMEESTER en WETHOUDERS van de gemeente Sliedrecht, de BURGEMEESTER van de gemeente Sliedrecht, en de gemeenteraad van de gemeente Sliedrecht, ieder voor zover het zijn bevoegdheid betreft; overwegende, dat op 8 maart 2006 de gemeenschappelijke regeling Drechtsteden (GRD) in werking is getreden; dat op 1 januari 2015 de WMO 2015 in werking treedt. Dat deze wet ingrijpende wijzigingen in het takenpakket van de gemeenten tot gevolg heeft. Dat de gemeenten hebben besloten de taken en bevoegdheden die voortvloeien uit de WMO 2015 aan de GR Drechtsteden te delegeren, met uitzondering van beschermd wonen en opvang; Dat de Participatiewet op 1 januari 2015 in werking treedt als opvolger van de Wet Werk en Bijstand; Dat op verzoek van de Drechtraad de Regiogriffie ingericht wordt; Dat daartoe, gezien het monistische karakter van gemeenschappelijke regelingen, een juridische basis voor moet worden opgenomen in deze regeling; dat wijziging van de tekst van de GRD daarom noodzakelijk is; gelet op de Wet gemeenschappelijke regelingen, de Gemeentewet, de Kieswet en de Algemene wet bestuursrecht; B E S L U I T E N: de gemeenschappelijke regeling Drechtsteden, versie 9.0 als volgt te wijzigen: Artikel I A. In artikel 1 vervalt sub k, onder vernummering van sub l tot en met sub aa tot sub k tot en met sub z. B. Artikel 1, sub k (nieuw) komt te luiden: Gemeentewet: de vigerende tekst van de Gemeentewet van 14 februari 1992, houdende nieuwe bepalingen met betrekking tot gemeenten (Stb. 1992,96). C. In artikel 1, sub n (nieuw), wordt het openbaar lichaam gewijzigd in de. D. In artikel 1, sub w en sub y (nieuw), wordt het openbaar lichaam gewijzigd in de Drechtsteden. E. In artikel 1, tweede lid wordt respectieveljik gewijzigd in respectievelijk. F. In artikel 3, tweede lid wordt als gewijzigd in dan. Pagina 1/8

76 BESLUIT Nr. G. In artikel 6, tweede lid komt het onderdeel a onder het kopje sociaal te luiden: a. De Wet Maatschappelijke Ondersteuning 2015 (WMO 2015), voor zover het betreft het verstrekken van maatwerkvoorzieningen zoals nader aangeduid in de desbetreffende begripsbepaling van artikel van de Wmo 2015, met uitzondering van beschermd wonen en opvang. Op de onderdelen beschermd wonen en opvang voert de Drechtsteden slechts die taken uit waartoe door de Centrumgemeente Dordrecht specifiek opdracht is gegeven. H. In artikel 6, tweede lid komt het onderdeel b onder het kopje sociaal te luiden: b. De Participatiewet. I. In artikel 6, onder het kopje sociaal, vervalt onderdeel h. J. Artikel 6, tweede lid, onder het kopje Sociale werkvoorziening (Wsw) komt te luiden: Het uitvoeren van de Wet sociale werkvoorziening (Wsw), aangepaste arbeid en daarmee verband houdende vraagstukken (artikel 1, tweede lid Wsw) op de volgende terreinen: 1. het (doen) verschaffen van arbeid onder aangepaste omstandigheden aan mensen die op 1 januari 2015 een swindicatie en een dienstbetrekking bij de GR Drechtwerk hebben en door de uitvoeringsorganisatie van de GRD gedetacheerd zijn of worden; 2. het verlenen van loonkostensubsidie aan werkgevers die mensen in dienst hebben die op 1 januari 2015 een sw-indicatie begeleid werken hebben; 3. het bieden van begeleiding aan werkgevers en werknemers, waarbij de werknemers op 1 januari 2015 een sw-indicatie begeleid werken hebben en in dienst zijn van de werkgever; 4. het uitvoeren van de verordening persoonsgebonden budget begeleid werken Wsw voor zover het gaat om mensen die op 1 januari 2015 een sw-indicatie begeleid werken hebben; 5. het organiseren van cliëntenparticipatie sociale werkvoorziening; 6. het uitvoeren van al die werkzaamheden en activiteiten die dienstbaar zijn aan en voortvloeien uit de onder 1 tot en met 5 genoemde taken. K. In artikel 7, eerste lid, onder het kopje sociaal, vervalt coördinatiepunt ex-gedetineerden. L. tweede lid wordt artikel 5, eerste lid onder c gewijzigd in artikel 5, eerste lid onder e. M. In artikel 16, vierde lid wordt derde gewijzigd in tweede. N. In artikel 20, eerste lid wordt in de tweede volzin Artikel 17, derde, vijfde, zesde en zevende lid gewijzigd in Artikel 17, vierde, zesde, zevende en achtste lid. Pagina 2/8

77 BESLUIT Nr. O. In artikel 21, eerste lid vervalt,waaronder begrepen de uitvoering van in het uitvoeringsprogramma als bedoeld in artikel 39, vierde lid,opgenomen projecten,. P. In artikel 29, tweede lid wordt de Drechtraad gewijzigd in het Drechtstedenbestuur. Q. Artikel 30 komt te luiden: 1. De Drechtraad wordt ondersteund door een Regiogriffie, die bestaat uit de Regiogriffier en uit griffiemedewerkers. 2. De Regiogriffie vervult ten behoeve van de Drechtraad alle taken die een griffie bij een gemeente vervult. 3. De taken, organisatorische positie en de aansturing van de Regiogriffie worden geregeld bij verordening. 4. De Drechtraad kan in een instructie nadere regels stellen over de regiogriffie. R. In artikel 31, tweede lid wordt Drechtstedensecretaris gewijzigd in Regiogriffier en wordt medeondertekend gewijzigd in meeondertekend. S. In artikel 31, tweede lid vervalt de tweede volzin T. In het kopje van artikel 32 vervalt, de algemeen directeur. U. In artikel 32, tweede lid wordt medeondertekend gewijzigd in meeondertekend. V. Aan artikel 32 worden een nieuw vijfde tot en met achtste lid toegevoegd, luidende: 5. De Drechtstedensecretaris geeft leiding aan het ambtelijk apparaat en is eindverantwoordelijk voor de organisatieontwikkeling, innovatie en de bedrijfsvoering van de regeling. 6. De Drechtstedensecretaris is de bestuurder als bedoeld in de Wet op de Ondernemingsraden. 7. De Drechtstedensecretaris wordt ondersteund door en geeft leiding aan de concernstaf. 8. De Drechtstedensecretaris is verantwoordelijk voor de voorbereiding en uitvoering van de bestuurlijke besluitvorming van het Drechtstedenbestuur en de Drechtraad voor zover het zijn taken betreft. W. Artikel 33 vervalt, onder vernummering van de artikelen 34 tot en met 60 tot 33 tot en met 59. X. Artikel 38 (nieuw) vervalt onder vernummering van de artikelen 39 tot en met 59 tot 38 tot en met 58. Y. In artikel 40 (nieuw) wordt 41 gewijzigd in 39. Z. In artikel 43, tweede lid wordt 41 gewijzigd in 39. Pagina 3/8

78 BESLUIT Nr. AA. In artikel 44 wordt 45 gewijzigd in 43. BB. Artikel 52 (nieuw) komt te luiden: 1. Het Drechtstedenbestuur is belast met de zorg voor de archiefbescheiden van de organen van de gemeenschappelijke regeling, overeenkomstig een door de Drechtraad, met inachtneming van artikel 40 van de Archiefwet 1995 vast te stellen regeling (Archiefverordening), die aan Gedeputeerde Staten moet worden medegedeeld. 2. Het Drechtstedenbestuur is tevens belast met de zorg voor de archiefbescheiden die worden gevormd krachtens de aan de gemeenschappelijke regeling gedelegeerde taken. 3. Voor de door deelnemende gemeenten of publiekrechtelijke lichamen gemandateerde taken berust de zorg voor de desbetreffende archiefbescheiden bij deze gemeenten of publiekrechtelijke lichamen. 4. Met het toezicht op de bewaring en beheer van de archiefbescheiden van de gemandateerde taken is belast de archivaris van de desbetreffende gemeenten of publiekrechtelijke lichamen. 5. Bij opheffing van de gemeenschappelijke regeling wordt ten aanzien van de archiefbescheiden een voorziening getroffen conform artikel 4 lid 1 van de Archiefwet CC. Na artikel 52 wordt, onder vernummering van de artikelen 53 tot en met 60 tot 54 tot en met 61, een nieuw artikel 53 toegevoegd, luidende: Artikel De archivaris van de gemeente Dordrecht is belast met het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden, voor zover deze archiefbescheiden niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats. 2. De directeur van het SCD is belast met het beheer van de archiefbescheiden, voor zover deze archiefbescheiden niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats. Artikel II Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2015 of, indien de datum van inwerkingtreding na 1 januari 2015 ligt, treedt in werking met ingang van de datum na de bekendmaking en werkt terug tot 1 januari Pagina 4/8

79 BESLUIT Nr. Artikel III Dit besluit kan worden aangehaald als "wijzigingsbesluit gemeenschappelijke regeling Drechtsteden, negende wijziging". Aldus besloten in de vergadering van Burgemeester en wethouders van Sliedrecht, De secretaris, De burgemeester, drs. C.A. de Haas MBA drs. A.P.J. van Hemmen De burgemeester van Sliedrecht, drs. A.P.J. van Hemmen Vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Sliedrecht op De griffier, De voorzitter, dr. M.J.E.M. van Dam drs. A.P.J. van Hemmen Pagina 5/8

80 BESLUIT Nr. Toelichting Artikel I A. Het Investeringsfonds Drechtsteden bestaat niet meer en de bepalingen daarover kunnen daarom uit de regeling worden verwijderd. B. De oude definitie verwees naar de tekst van de Gemeentewet zoals die gold voor de Dualisering in In de regeling wordt echter uitsluitend verwezen naar de actuele tekst van de Gemeentewet. C. Dit sluit beter aan op de definitie in artikel 1, eerste lid onder d. D. Idem E. Dit betreft de correctie van een typefout. F. Dit betreft een taalkundige verbetering. G. In artikel 6 staan de gedelegeerde taken van de Sociale Dienst Drechtsteden. Vanaf 1 januari 2015 wordt de huidige WMO vervangen door de WMO Die wijziging wordt hier verwerkt in de regeling. H. Vanaf 1 januari 2015 wordt de Wet Werk en Bijstand vervangen door de Participatiewet. Die wijziging wordt hier verwerkt in de regeling. I. Naar verwachting zal de Wet educatie en beroepsonderwijs vanaf 1 januari 2015 door de gemeente Dordrecht als contactgemeente worden uitgevoerd. Mocht de SDD daar toch nog een rol in spelen dan kan dat eventueel via een DVO worden geregeld. J. De Wet sociale werkvoorziening (Wsw) komt met ingang van 1 januari 2015 te vervallen voor nieuwe cliënten. De huidige cliënten blijven nog wel onder de Wsw vallen. Een en ander brengt een wijziging in de Wswtaken met zich mee. K. De hier genoemde taak is vervallen. L. Dit betreft het herstel van een foutieve verwijzing. M. Dit betreft het herstel van een foutieve verwijzing. N. Als gevolg van de vorige wijziging van de GRD is artikel 17 gewijzigd. Dat leidt tot een aanpassing van de verwijzing naar artikel 17 in artikel 20. O. Dit betrof een verwijzing naar het uitvoeringsprogramma van het Investeringsfonds. Aangezien het Investeringsfonds niet meer bestaat kan ook deze verwijzing uit de tekst gehaald worden. P. Doordat de Regiogriffie nu een formele status krijgt ondersteunt de Drechtstedensecretaris niet langer in directe zin de Drechtraad maar wel het Drechtstedenbestuur. Dit betreft dus een aanpassing van de tekst Pagina 6/8

81 BESLUIT Nr. aan de nieuwe situatie. Q. Artikel 30 geeft de juridische grondslag voor de Regiogriffie. R. Doordat de Regiogriffier nu formeel de Drechtraad ondersteunt en het de wens is dat de Regiogriffier zoveel mogelijk functioneert als een griffier bij een gemeente, worden voortaan de stukken die van de Drechtraad uitgaan meeondertekend door de Regiogriffier. S. Dit betreft een overbodig geworden bepaling. T. De functie van algemeen directeur is verweven met de functie van Drechtstedensecretaris. Alle bepalingen die betrekking hadden op de algemeen directeur zijn daarom nu opgenomen bij het artikel over de Drechtstedensecretaris. U. Taalkundige wijziging V. Dit betreft het toevoegen van de taken van de algemeen directeur aan die van de Drechtstedensecretaris. Inhoudelijk wijzigt er niets. W. Door de toevoeging van de taken van de algemeen directeur aan die van de Drechtstedensecretaris kan het artikel over de algemeen directeur vervallen. X. Aangezien het Investeringsfonds Drechtsteden niet meer bestaat kunnen de bepalingen daarover uit de regeling worden verwijderd. Y. Redactioneel Z. Redactioneel AA. Redactioneel BB. Op aangeven van de archivaris is het artikel over de verantwoordelijkheid voor de zorg voor het archief in overeenstemming gebracht met de wettelijke regels daaromtrent. Het verandert niets in de feitelijke situatie maar schept wel duidelijkheid in de verdeling van verantwoordelijkheden. CC. Dit artikel regelt de verdeling van de verantwoordelijkheid voor het archiefbeheer. Artikel II Regelt de datum waarop het wijzigingsbesluit in werking treedt. Aangezien het besluit moet worden vastgesteld door 6 gemeenten (colleges, burgemeesters en raden) is moeilijk met zekerheid te voorspellen dat dit in alle gemeenten lukt voor 1 januari Aangezien de WMO 2015 op 1 januari 2015 in werking treedt en vanaf die datum ook rechtmatige besluiten genomen moeten worden, wordt als vangnetbepaling opgenomen dat vaststellingsbesluiten die worden genomen na 1 januari 2015, terugwerken tot 1 januari Daarmee worden de in de tussenliggende Pagina 7/8

82 BESLUIT Nr. periode genomen besluiten met terugwerkende kracht bekrachtigd. Artikel III Betreft de citeertitel van het wijzigingsbesluit. Pagina 8/8

83 5 by 3 - GRD 10 0 def _wijzigingen bijhouden_.pdf versie 10.0 (def.) SAMEN WERKEN AAN EEN KRACHTIGE REGIO Gemeenschappelijke regeling Drechtsteden Verwijderd: Verwijderd: 9... [1]

84 De raden, respectievelijk de colleges van burgemeester en wethouders en de burgemeesters van de gemeenten Alblasserdam Dordrecht Hendrik-Ido-Ambacht Papendrecht Sliedrecht Zwijndrecht Elk voor zover het zijn bevoegdheden betreft, Overwegende, Dat de gemeenten sinds 1999 in de vorm van een zelfstandige bestuurscommissie Drechtsteden van de gemeenschappelijke regeling Zuid-Holland Zuid met elkaar samenwerken; Dat op verzoek van het Drechtstedenbestuur de Commissie Dijkstal in januari 2004 het rapport Samen stad betekent wat heeft uitgebracht waarin voorstellen zijn gedaan om te komen tot vergroting van de uitvoeringsgerichtheid en daadkracht; Dat dit er onder meer toe heeft geleid dat de gemeenten in het Eindbod manden maken van 28 juni 2004, elk een of meer projecten met een regionaal belang of een regionale uitstraling hebben benoemd, waarover is besloten dat deze in een regionaal kader moeten worden uitgevoerd; Dat de gemeenten daartoe ook financiële middelen beschikbaar stellen; Dat de Commissie Scholten op 10 juni 2004 aan het Drechtstedenbestuur een advies heeft uitgebracht over de lange termijn afspraken die zouden moeten gelden voor de bestuurlijke organisatie van de Drechtsteden; Dat de commissie Scholten adviseert de samenwerking tussen de gemeenten te organiseren in een zelfstandige gemeenschappelijke regeling met rechtspersoonlijkheid; Dat de Commissie Scholten adviseert daarbij zoveel mogelijk te werken overeenkomstig de principes van het duale stelsel; Dat de Commissie ambtelijke en uitvoeringsorganisatie op 21 juni 2004 aan het Drechtstedenbestuur een advies heeft uitgebracht over de vormgeving van de ambtelijke en uitvoeringsorganisatie in Drechtstedenverband; dat in het Eindbod Manden Maken van 28 juni 2004 het voornemen is opgenomen om te komen tot de oprichting van een gemeenschappelijke regeling Drechtsteden; Dat het Drechtstedenbestuur het Eindbod Manden Maken in zijn vergadering van 23 september 2004 conform heeft vastgesteld, welk besluit door de raden van de deelnemende gemeenten is bekrachtigd, waarmee is besloten tot de oprichting van een gemeenschappelijke regeling; Dat de Drechtraad op 1 december 2004 het Drechtstedenmanifest heeft vastgesteld, aangevuld in de vergadering van 19 januari 2005; Gelet op de Wet gemeenschappelijke regelingen, de Gemeentewet, de Kieswet en de Algemene wet bestuursrecht; B E S L U I T E N; De hierna volgende gemeenschappelijke regeling aan te gaan, genaamd, Gemeenschappelijke regeling Drechtsteden. Verwijderd: 9 versie 10.0 (def.) - 2 -

85 Hoofdstuk 1: Algemene bepalingen Begripsbepalingen Artikel 1 1. in deze regeling wordt verstaan onder: a. de Wgr: de Wet gemeenschappelijke regelingen (Stb. 1984, nr. 667); b. de regeling: de gemeenschappelijke regeling Drechtsteden ; c. de gemeente(n): een/de aan de regeling deelnemende gemeente(n); d. de Drechtsteden: het openbaar lichaam Drechtsteden; e. Gedeputeerde Staten: het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Zuid- Holland; f. het gebied: het grondgebied van de gemeenten Alblasserdam, Dordrecht, Hendrik- Ido-Ambacht, Papendrecht, Sliedrecht en Zwijndrecht; g. de Drechtraad: Het Algemeen Bestuur van de regeling; h. het Drechtstedenbestuur: het Dagelijks Bestuur van de regeling; i. regionaal portefeuillehouder: een lid van het Drechtstedenbestuur dat een bepaald te behartigen onderwerp, project of programma in zijn portefeuille heeft; j. opdrachtportefeuillehouder: een lid van een college van een gemeente dat is belast met de uitvoering, voorbereiding of realisatie van een concrete opdracht met regionaal belang, onder de verantwoordelijkheid van een lid van het Drechtstedenbestuur. k. Gemeentewet: de vigerende tekst van de Gemeentewet van 14 februari 1992, houdende nieuwe bepalingen met betrekking tot gemeenten (Stb. 1992,96). l. inspecteur: de door het Drechtstedenbestuur aangewezen ambtenaar van de Drechtsteden, als bedoeld in artikel 232, lid 4, sub a, van de Gemeentewet, bevoegd tot het heffen van belastingen, en tot de uitvoering van de Wet waardering onroerende zaken; m. ontvanger: de door het Drechtstedenbestuur aangewezen ambtenaar van de Drechtsteden, als bedoeld in artikel 232, lid 4, sub b, van de Gemeentewet, bevoegd tot invordering van belastingen; n. ambtenaar van de Drechtsteden: de door het Drechtstedenbestuur aangewezen ambtenaar van de Drechtsteden, als bedoeld in artikel 232, lid 4, sub c, van de Gemeentewet, bevoegd tot de heffing of de invordering van belastingen, en tot de uitvoering van de Wet waardering onroerende zaken; o. belastingdeurwaarder: de door het Drechtstedenbestuur aangewezen ambtenaar van de Drechtsteden als bedoeld in artikel 232, lid 4, sub d, van de Gemeentewet, dan wel een als belastingdeurwaarder aangewezen gerechtsdeurwaarder, bedoeld in de Gerechtsdeurwaarderswet; p. belastingen: de gemeentelijke belastingen die de gemeenten heffen op grond van hoofdstuk XV van de Gemeentewet, zoals vastgelegd in bijlage 1, Heffingen op basis van door deelnemende gemeenten vastgestelde belastingverordeningen. ; q. WOZ: Wet van 15 december 1994, houdende algemene regels inzake de waardering van onroerende zaken. r. belastingverordening: de verordening tot heffing en invordering van belasting of rechten van de gemeenteraden van de deelnemers aan de regeling; s. nadere regels: nadere regels ter uitvoering van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, van de Invorderingswet 1990 en van de belastingverordening; t. kwijtscheldingsregels: de door of namens de gemeenteraden van de deelnemers vastgestelde regels als bedoeld in artikel 255, leden 3 en 4 van de Gemeentewet; u. beleidsregels: beleidsregels in de zin van Titel 4.3 van de Algemene wet bestuursrecht op het gebied van de heffing en invordering van belastingen en de uitvoering van de Wet waardering onroerende zaken; v. Wsw: de Wet sociale werkvoorziening; Verwijderd: Verwijderd: Verwijderd: k. Investerin gsfonds: het Investeringsfonds Drechtsteden als bedoeld in artikel 38; l. Gemeentewet: de wet van 14 februari 1992, houdende nieuwe bepalingen met betrekking tot gemeenten (Stb. 1992,96), zoals deze luidde voor het inwerkingtreden van de Wet dualisering gemeentebestuur (Stb. 2002, 111), met dien verstande dat in artikel 36, tweede en vierde lid wordt verwezen naar de Gemeentewet zoals deze luidt na het inwerkingtreden van de Wet dualisering gemeentebestuur. m Verwijderd: n Verwijderd: o Verwijderd: het openbaar lichaam Verwijderd: p Verwijderd: q Verwijderd: r Verwijderd: s Verwijderd: t Verwijderd: u Verwijderd: v Verwijderd: w Verwijderd: 9 versie 10.0 (def.) - 3 -

86 w. Wsw-werknemer: degene die ingevolge de wet een arbeidsovereenkomst heeft met de Drechtsteden; x. Werkvoorziening: voorziening in aangepaste werkgelegenheid als bedoeld in de Wsw; y. ambtelijk werknemer: degene die krachtens de CAR/UWO in een dienstbetrekking tot de Drechtsteden staat; hiertoe wordt tevens gerekend een arbeidscontractant naar burgerlijk recht; z. bezwaarschriftencommissie: adviescommissie als bedoeld in artikel 7:13, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht. 2. Waar in de regeling artikelen van de Gemeentewet, de Algemene wet bestuursrecht of enige andere wet of wettelijke regeling van (overeenkomstige) toepassing worden verklaard, worden in die artikelen in de plaats van de gemeente, de raad, het college, de burgemeester, de secretaris, de griffier, de inspecteur, de ontvanger, de ambtenaar respectievelijk de belastingdeurwaarder van de gemeente onderscheidenlijk gelezen de regeling, de Drechtraad, het Drechtstedenbestuur, de voorzitter, de secretaris en griffier, de inspecteur, de ontvanger, de ambtenaar van de Drechtsteden en de belastingdeurwaarder van de regeling. Verwijderd: x Verwijderd: het openbaar lichaam Verwijderd: y Verwijderd: z Verwijderd: het openbaar lichaam Verwijderd: aa Verwijderd: respectieveljik Hoofdstuk 2: Het Openbaar Lichaam Openbaar Lichaam Artikel 2 1. Er is een openbaar lichaam, genaamd: Drechtsteden ; 2. Het openbaar lichaam is rechtspersoon op grond van artikel 8, eerste lid van de Wgr en is gevestigd in Dordrecht. 3. Drechtsteden kent een algemeen bestuur, een dagelijks bestuur en een voorzitter. 4. Drechtsteden heeft een inspecteur, een ontvanger, een ambtenaar van de Drechtsteden en een belastingdeurwaarder. 5. Drechtsteden kan beschikken over commissies als bedoeld in de artikelen 22, 23 en 24 van deze regeling. Gebied Artikel 3 1. Deze regeling geldt voor het gebied als bedoeld in artikel 1 onder f. 2. Deze regeling kan voor specifiek opgedragen taken gelden voor een groter gebied dan bedoeld in het eerste lid. Verwijderd: als Hoofdstuk 3: Doel en belangen Doel Artikel 4 1. Drechtsteden heeft tot doel, binnen de kaders als genoemd in en voortvloeiend uit deze regeling, draagvlak te creëren voor een evenwichtige ontwikkeling van het gebied. 2. Ter verwezenlijking van de in het vorige lid genoemde doelstelling behartigt Drechtsteden, met inachtneming van de autonomie van de deelnemende gemeenten, de gemeenschappelijke regionale belangen op de volgende terreinen: a. Economie en bereikbaarheid (economie, grondzaken, bereikbaarheid, recreatie en toerisme) b. Fysiek (volkshuisvesting, wonen, ruimtelijke ontwikkeling en ruimtelijk beheer, milieu, water, groen, publieke infrastructuur, beheer basisregistraties en verkeersveiligheid) c. Sociaal (sociale zekerheid en - ontwikkeling, sociale werkvoorziening, kennisinfrastructuur, sport en cultuur) d. Bestuurlijke ontwikkeling en grotestedenbeleid Verwijderd: 9 versie 10.0 (def.) - 4 -

87 e. Staf- en ondersteunende diensten en de bedrijfsvoering f. Sociaal-geografisch onderzoek g. De uitvoering van de belastingheffing en -invordering. 3. Naast de in het tweede lid genoemde belangen heeft Drechtsteden als doelstelling zorg te dragen voor: a. de efficiënte en effectieve heffing en invordering van belastingen, voor de heffing en invordering waarvan de gemeenteraden van de gemeenten belastingverordeningen en de kwijtscheldingsregels hebben vastgesteld, elk voor zover het hun gebied betreft; b. de uitvoering van de WOZ waaronder tevens wordt begrepen de administratie van vastgoedgegevens en het verstrekken van vastgoedgegevens aan de deelnemers en derden, elk voor zover het hun gebied betreft. Hoofdstuk 4: Taken en bevoegdheden Algemene bepalingen Artikel 5 1. Drechtsteden vervult ten behoeve van de in artikel 4 genoemde doelstelling de taken: a. welke in deze regeling in artikel 6, eerste lid als autonome taken zijn aangeduid; b. welke bij afzonderlijk eensluidend besluit van het (de) bevoegde bestuursorga(a)n(en) van alle gemeenten aan Drechtsteden zijn gedelegeerd en door de Drechtraad zijn aanvaard. c. welke bij afzonderlijk eensluidend besluit van het (de) bevoegde bestuursorga(a)n(en) van alle gemeenten aan Drechtsteden zijn gemandateerd dan wel waarvoor volmacht of machtiging is verleend en door de Drechtraad zijn aanvaard. d. welke, voor zover betrekking hebbend op het grondgebied van één of enkele van de gemeenten, bij afzonderlijk eensluidend besluit van het (de) bevoegde bestuursorga(a)n(en) van deze gemeente(n) zijn gemandateerd dan wel waarvoor volmacht of machtiging is verleend en door de Drechtraad zijn aanvaard. e. welke worden uitgevoerd ten behoeve van tenminste twee gemeenten en bij afzonderlijk eensluidend besluit van de bevoegde bestuursorganen van deze gemeenten zijn gemandateerd dan wel waarvoor volmacht of machtiging is verleend en door de Drechtraad zijn aanvaard. f. welke worden uitgevoerd ten behoeve van de gemeenten en door deze gemeenten zijn opgedragen aan Drechtsteden in artikel 7, eerste lid, van deze regeling en door de Drechtraad zijn aanvaard. 2. De in het eerste lid genoemde besluiten bevatten tevens de aanduiding van de specifieke bevoegdheden die door de gemeente(n) worden overgedragen aan de Drechtsteden. 3. Naast de in het eerste lid bedoelde taken kan Drechtsteden ook de uitvoering van taken ten behoeve van ook andere dan de in de aanhef genoemde gemeenten, rijk, provincie en andere publiekrechtelijke lichamen op zich nemen, indien die door de Drechtraad worden aanvaard. 4. De uitvoering van de in het derde lid bedoelde taken kan plaatsvinden door middel van een daartoe tussen het betreffende overheids-/publiekrechtelijke lichaam en Drechtsteden te sluiten overeenkomst en door middel van deelname door het betreffende overheids-/publiekrechtelijke lichaam aan de regeling voor die ta(a)k(en), onder door de Drechtraad te stellen voorwaarden. Eigen taken Artikel 6 1. Drechtsteden vervult de volgende taken als bedoeld in artikel 5, eerste lid onder a: Algemeen a. het beheer van het Investeringsfonds Verwijderd: 9 versie 10.0 (def.) - 5 -

88 Economie en bereikbaarheid a. Het opstellen van een regionale economische visie. b. Het opstellen van een regionale visie voor detailhandel. c. Het opstellen van een uitvoeringsprogramma voor detailhandel. d. Het opstellen van een regionale visie voor kantoorontwikkeling. e. Het opstellen van een regionaal uitvoeringsprogramma voor kantoorontwikkeling. f. Het opstellen van een regionale visie voor (herstructurering) bedrijventerreinen. g. Het opstellen van een regionaal uitvoeringsprogramma voor (herstructurering van) bedrijventerreinen. h. Het opstellen van een regionale visie voor toerisme en recreatie. i. Het opstellen van een regionaal uitvoeringsprogramma voor toerisme en recreatie. j. Het opstellen van een regionale beleid voor een regionaal verkeers- en vervoersplan. k. Het opstellen van een regionaal uitvoeringsprogramma voor het regionaal verkeersen vervoersplan. Fysiek a. Het opstellen van een regionaal ruimtelijke structuurvisie. b. Het opstellen van een regionale woonvisie. c. Het opstellen van een regionaal woningbouwprogramma. d. Het opstellen van een regionaal woonruimteverdelingsbeleid. e. De Drechtraad is budgethouder voor de BWS-middelen. f. De Drechtraad sluit uitvoeringsconvenanten met Rijk, provincie, gemeenten, corporaties en marktpartijen. g. Het opstellen van een regionaal groenstructuurplan, waarin de hoofdlijnen van het regionaal beleid ten aanzien van de groene ruimte zijn vastgelegd. h. Het opstellen van een regionaal uitvoeringsprogramma dat het regionaal groenstructuurplan ondersteunt. i. Het opstellen van een regionaal programma voor geluidssanering. j. Het opstellen van een regionaal programma voor milieu en infrastructuur. k. Het opstellen van een regionaal ISV-programma. l. Het opstellen van een meerjaren bodemsaneringsprogramma. m. Het adviseren over en het ontwerpen en voorbereiden van civieltechnische werken alsmede het voeren van projectleiding en het houden van toezicht op de uitvoering van werken. Sociaal a. Het opstellen van een regionale visie sociaal beleid. b. Het opstellen van een regionaal uitvoeringsprogramma voor de visie sociaal beleid. Bestuurlijke ontwikkeling a. Het opstellen van het regionaal Meerjaren Programma. 2. Drechtsteden vervult als bevoegd gezag de volgende taken als bedoeld in artikel 5, eerste lid onder b: Sociaal a. De Wet Maatschappelijke Ondersteuning 2015 (WMO 2015), voor zover het betreft het verstrekken van maatwerkvoorzieningen zoals nader aangeduid in de desbetreffende begripsbepaling van artikel van de Wmo 2015, met uitzondering van beschermd wonen en opvang. Op de onderdelen beschermd wonen en opvang voert de Drechtsteden slechts die taken uit waartoe door de Centrumgemeente Dordrecht specifiek opdracht is gegeven. b. De Participatiewet. c. De Wet Inkomensvoorziening Oudere en gedeeltelijk Arbeidsongeschikte werkloze Werknemers (IOAW). d. De Wet Inkomensvoorziening Oudere en gedeeltelijk Arbeidsongeschikte Zelfstandigen (IOAZ). e. De Wet Inburgering (WI). Met opmaak: opsommingstekens en nummering Verwijderd: <#>De Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO), voor zover het betreft het verstrekken van individuele voorzieningen (Prestatieveld 6), inclusief de daarmee samenhangende informatie- en adviesfunctie. De Wet Werk en Bijstand (WWB), inclusief bijzondere bijstand Verwijderd: 9 versie 10.0 (def.) - 6 -

89 f. De Wet kinderopvang, voor zover betrekking hebbend op de tegemoetkoming van de gemeente in de kosten van kinderopvang (hoofdstuk 2) alsmede de vergoeding van kinderopvang op basis van sociaal-medische indicatie. g. Wet gemeentelijke schuldhulpverlening. Sociale werkvoorziening (Wsw) Het uitvoeren van de Wet sociale werkvoorziening (Wsw), aangepaste arbeid en daarmee verband houdende vraagstukken (artikel 1, tweede lid Wsw) op de volgende terreinen: 1. het (doen) verschaffen van arbeid onder aangepaste omstandigheden aan mensen die op 1 januari 2015 een sw-indicatie en een dienstbetrekking bij de GR Drechtwerk hebben en door de uitvoeringsorganisatie van de GRD gedetacheerd zijn of worden; 2. het verlenen van loonkostensubsidie aan werkgevers die mensen in dienst hebben die op 1 januari 2015 een sw-indicatie begeleid werken hebben; 3. het bieden van begeleiding aan werkgevers en werknemers, waarbij de werknemers op 1 januari 2015 een sw-indicatie begeleid werken hebben en in dienst zijn van de werkgever; 4. het uitvoeren van de verordening persoonsgebonden budget begeleid werken Wsw voor zover het gaat om mensen die op 1 januari 2015 een sw-indicatie begeleid werken hebben; 5. Het organiseren van cliëntenparticipatie sociale werkvoorziening; 6. het uitvoeren van al die werkzaamheden en activiteiten die dienstbaar zijn aan en voortvloeien uit de onder 1 tot en met 5 genoemde taken. Uitvoeringstaken Artikel 7 1. Drechtsteden voert de volgende taken uit als bedoeld in artikel 5, eerste lid onder c en f: a. het uitvoeren van werkzaamheden op het gebied van financiële zaken, waaronder: i. financiële administratie ii. Financieel beleid en verantwoording iii. Controlling iv. Administratieve Organisatie en Interne Controle (AO/IC) b. Het uitvoeren van werkzaamheden op het gebied van informatisering, waaronder: i. Informatieanalyse en advies ii. Gegevensbeheer c. Het uitvoeren van werkzaamheden op het gebied van automatisering, waaronder: i. Technisch beheer ii. Helpdesk iii. Functioneel beheer iv. Automatiseringsbeleid d. Het uitvoeren van werkzaamheden op het gebied van personeelsaangelegenheden, waaronder: i. Personeelsadministratie ii. Salarisadministratie iii. Personeelsadvies iv. Personeelsbeleid e. Het uitvoeren van werkzaamheden op het gebied van organisatievraagstukken, waaronder: i. Organisatieontwikkeling f. Het uitvoeren van werkzaamheden op het gebied van facilitaire zaken, waaronder: i. Postverzorging, drukkerij en repro ii. Archivering van stukken op grond van de Archiefwet en daaruit voortvloeiende en samenhangende regelgeving iii. Bemensing en bediening van de receptie, telefooncentrale en servicedesk iv. Gebouwbeheer, schoonmaak Verwijderd: <#>De Wet educatie en beroepsonderwijs (WEB) Verwijderd: Het uitvoeren van de Wet sociale werkvoorziening (Wsw), aangepaste arbeid en daarmee verband houdende vraagstukken (artikel 1, tweede lid Wsw) op de volgende terreinen: <#>De beleidsontwikkeling en vaststelling en de maatschappelijke inbedding van de aan Drechtsteden opgedragen wettelijke taken; <#>( ) komt nog nieuwe tekst voor Verwijderd: <#>Per jaar vaststellen van het aantal sw-geïndiceerden (in SE) die bij of via het openbaar lichaam sociale werkvoorziening Drechtwerk aan het werk zijn; <#>Het beheer van de wachtlijst(en) overeenkomstig de vastgestelde Wachtlijstverordening Sociale Werkvoorziening; <#>Het uitvoeren van de verordening persoonsgebonden budget begeleid werken Wsw; <#>Het organiseren van cliëntenparticipatie sociale werkvoorziening; <#>Het verschaffen van informatie over de uitvoering aan het Drechtstedenbestuur, de afzonderlijke gemeenten en de op basis van de Verordening cliëntenparticipatie werk en bijstand Drechtsteden ingestelde cliëntenraad sw; <#>Het afleggen van verantwoording over de uitvoering van de Wsw aan de gemeenten en het Rijk. Verwijderd: 9 versie 10.0 (def.) - 7 -

90 v. catering vi. Beveiliging en bodes g. Het uitvoeren van werkzaamheden op het gebied van inkoop, waaronder: i. Het adviseren over en verzorgen of begeleiden van aanbestedingstrajecten ii. Het uitvoeren van marktanalyses iii. Het gevraagd en ongevraagd adviseren over zaken betreffende inkoop en aanbesteding h. Het uitvoeren van werkzaamheden op het gebied van communicatie, waaronder: i. Concerncommunicatie ii. Beleidscommunicatie iii. Bestuurscommunicatie iv. Representatie v. Rampencommunicatie i. Het uitvoeren van werkzaamheden op het gebied van juridische zaken, waaronder: i. Juridisch advies ii. Juridische vertegenwoordiging in publiekrechtelijke-, strafrechtelijke- en privaatrechtelijke aangelegenheden iii. Het behandelen van en adviseren over bezwaarschriften iv. Het behandelen van aansprakelijkstellingen, zowel door als voor de gemeenten j. Het uitvoeren van werkzaamheden op het gebied van de sociale geografie, waaronder: i. Het verzamelen, ordenen en rapporteren over basisinformatie ii. Het uitvoeren van onderzoeksprogramma s iii. Het uitvoeren van beleidsonderzoek. k. Het uitvoeren van werkzaamheden op het gebied van geografische informatie, waaronder: i. Het uitvoeren van de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen (WKPB) ii. Het uitvoeren van de Wet basisregistraties adressen en gebouwen (BAG) iii. Cartografie Sociaal a. De Wet op de lijkbezorging, artikelen 21 en 22. Economie a. Het voeren van de regie op de uitvoering van de notities als bedoeld in artikel 6, eerste lid. b. Het coördineren van en uitvoering geven aan de aansturing van ROM-D door: i. invulling te geven aan het opdrachtgeverschap op regionaal niveau ii. op basis van een daartoe verstrekte volmacht invulling te geven aan de beheersmatige aansturing in de aandeelhoudersvergadering. 2. Drechtsteden voert de volgende taken uit als bedoeld in artikel 5, eerste lid onder e: a. Het heffen en invorderen van belastingen b. De waardebepaling en waardevaststelling van onroerende zaken, gegevensbeheer en gegevensverstrekking en taken aangaande bezwaar en beroep, in het kader van de WOZ c. Het informeren van de gemeenten over de uitvoering van de onder a en b bedoelde taken d. Het gevraagd en ongevraagd adviseren van de gemeenten over aangelegenheden die haar taken en de uitvoering daarvan betreffen. 3. De gemeente Alblasserdam wordt tot en met 31 december 2020 vrijstelling verleend van de in het tweede lid genoemde taken. Aan de deelname kunnen door de Drechtraad voorwaarden worden verbonden. Verwijderd: <#>Coördinati epunt ex-gedetineerden Verwijderd: c Hoofdstuk 5: De Drechtraad (Algemeen Bestuur) Bevoegdheden van de Drechtraad Verwijderd: 9 versie 10.0 (def.) - 8 -

91 Artikel 8 1. De Drechtraad is belast met het algemeen bestuur, waaronder begrepen kaderstelling en toezicht. 2. De Drechtraad oefent voor de aan de Drechtsteden behorende autonome taken de bevoegdheden uit die bij of krachtens de Gemeentewet zijn opgedragen aan de gemeenteraad, met dien verstande dat zij niet kan treden in de autonomie van de gemeenten. 3. De Drechtraad is voor de in artikel 6, eerste lid genoemde taken bevoegd de daar genoemde activiteiten uit te voeren en producten vast te stellen. 4. De Drechtraad oefent voor de in artikel 6, tweede lid genoemde taken de bevoegdheden uit die bij of krachtens de daarop van toepassing zijnde wet- en regelgeving zijn opgedragen aan de gemeenteraad. Samenstelling Artikel 9 1. De Drechtraad bestaat uit: a. de voorzitter b. de leden. 2. De Drechtraad wordt als volgt samengesteld: a. uit door de raden van de deelnemende gemeenten uit hun midden aangewezen leden, waarbij het aantal leden dat per gemeente wordt aangewezen gelijk is aan het aantal fracties dat in de gemeenteraad is vertegenwoordigd en b. uit tenminste twee leden van het totaal aan burgemeesters en wethouders van de gemeenten. 3. Onverminderd het gestelde in artikel 20 van de Wgr is het lidmaatschap van de Drechtraad onverenigbaar met de betrekking van ambtenaar bij Drechtsteden. 4. De leden van de Drechtraad en hun plaatsvervangers kunnen een vergoeding voor hun werkzaamheden en/of tegemoetkoming in de kosten ontvangen, een en ander overeenkomstig artikel 21 van de Wgr. In dat geval stelt de Drechtraad de bedragen van de vergoeding en de tegemoetkoming op jaarbasis vast. Aanwijzing van raadsleden voor de Drechtraad Artikel De zittingsperiode van de leden van de Drechtraad als bedoeld in artikel 9, tweede lid onder a, is gelijk aan die van de leden van de gemeenteraden. 2. Aftredende leden van de Drechtraad als bedoeld in artikel 9, tweede lid onder a, blijven - onverminderd het bepaalde in het vijfde en achtste lid van dit artikel - als zodanig fungeren tot aan het moment dat hun opvolger is aangewezen. 3. De raden wijzen in de eerste vergadering van de zittingsperiode van de nieuwe raden opnieuw de leden aan van de Drechtraad. Aftredende leden kunnen opnieuw als lid worden aangewezen. 4. De raden kunnen per lid van de Drechtraad één vaste plaatsvervanger aanwijzen. 5. Het verlies van de hoedanigheid van raadslid doet het lidmaatschap of plaatsvervangend lidmaatschap van de Drechtraad van rechtswege ophouden. 6. Indien tussentijds een zetel van een lid of plaatsvervangend lid van de Drechtraad als bedoeld in artikel 9, tweede lid onder a beschikbaar komt, wijst de raad van de betrokken gemeente in zijn eerstvolgende vergadering een nieuw lid of plaatsvervangend lid aan. 7. Van elke aanwijzing tot lid of plaatsvervangend lid van de Drechtraad geeft de raad van de gemeente die het aangaat onverwijld kennis aan de Drechtsteden. 8. De leden van de Drechtraad kunnen te allen tijde ontslag nemen. Van dit ontslag stellen zij de voorzitter van de Drechtraad, alsmede de raad die hen heeft aangewezen, schriftelijk op de hoogte. Het ontslag gaat onmiddellijk in en is onherroepelijk. Verwijderd: 9 versie 10.0 (def.) - 9 -

92 9. Indien door splitsing of samenvoeging tijdens een periode de verdeling in fracties in een raad wijzigt, wordt door de betreffende raad het aantal leden van de Drechtraad daarmee in overeenstemming gebracht. Aanwijzing van collegeleden voor de Drechtraad Artikel De leden van de Drechtraad als bedoeld in artikel 9, tweede lid onder b worden door de raden die het aangaat aangewezen op aanbeveling van de Drechtraad. 2. De Drechtraad doet zijn aanbeveling nadat hij zich heeft uitgesproken over de gewenste samenstelling van het Drechtstedenbestuur, overeenkomstig het bepaalde in artikel 17, tweede lid. 3. Het verlies van de hoedanigheid van collegelid of lid van het Drechtstedenbestuur doet het lidmaatschap van de Drechtraad van rechtswege ophouden. 4. Indien tussentijds een vacature ontstaat onder de leden als bedoeld in artikel 9, tweede lid onder b, zijn het eerste en tweede lid van dit artikel van toepassing. 5. De zittingsperiode van de leden van de Drechtraad als bedoeld in artikel 9, tweede lid onder b, is gelijk aan die van de collegeleden van de gemeenten. 6. Aftredende leden van de Drechtraad als bedoeld in artikel 9, tweede lid onder b, blijven - onverminderd het bepaalde in het derde lid van dit artikel - als zodanig fungeren tot aan het moment dat hun opvolger is aangewezen. Verwijderd: en derde Werkwijze Artikel De Drechtraad houdt tenminste vier keer per jaar een reguliere vergadering en voorts zo dikwijls de voorzitter dit nodig acht, of tenminste een/vijfde van het aantal leden van de Drechtraad dit schriftelijk en onder opgave van redenen verzoekt. 2. Datum, tijdstip en plaats van en de agenda voor een vergadering van de Drechtraad worden door de voorzitter bekendgemaakt. 3. De vergaderingen van de Drechtraad zijn openbaar. Indien evenwel, overeenkomstig artikel 22 van de Wgr, wordt besloten dat met gesloten deuren zal worden vergaderd, is artikel 24 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing. Reglement van orde Artikel 13 De Drechtraad stelt voor zijn vergaderingen een reglement van orde vast. Het reglement wordt aan de gemeenteraden toegezonden. Beraadslaging en stemming Artikel Elk lid van de Drechtraad heeft stemrecht. 2. In de Drechtraad wordt een stemverhouding gehanteerd, waarbij elke gemeente zoveel stemmen vertegenwoordigt als bij de laatst gehouden gemeenteraadsverkiezingen geldig in de gemeente zijn uitgebracht. Het stemgewicht van elke gemeente wordt gedeeld door 100 (honderd), waarna de uitkomst naar beneden wordt afgerond op een rond getal. 3. Alleen de aanwezige leden of hun plaatsvervangers kunnen aan een stemming deelnemen. 4. Het eerste, tweede en derde lid van artikel 28 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing. 5. Voor het tot stand komen van een beslissing is vereist dat meer dan 50,0% van de aanwezige stemmen vóór de beslissing stemt Recht van initiatief, amendement, vragen en interpellatie Artikel 15 Verwijderd: 9 versie 10.0 (def.)

93 1. Een lid van de Drechtraad kan een voorstel voor een verordening of een ander voorstel ter behandeling in de raad indienen. 2. Een lid van de Drechtraad kan een voorstel tot wijziging van een voor de vergadering van de Drechtraad geagendeerde ontwerp-verordening of ontwerp-beslissing indienen. 3. Een lid van de Drechtraad kan aan het Drechtstedenbestuur mondeling en schriftelijk vragen stellen. 4. De Drechtraad regelt op welke wijze een voorstel als bedoeld in het eerste en tweede lid en mondelinge en schriftelijke vragen als bedoeld in het derde lid worden ingediend en behandeld. Hoofdstuk 6: Het Drechtstedenbestuur (Dagelijks Bestuur) Bevoegdheden van het Drechtstedenbestuur Artikel Het Drechtstedenbestuur is bevoegd: a. het dagelijks bestuur van de regeling te voeren, voor zover niet bij of krachtens de wet of de Gemeentewet de Drechtraad of de voorzitter hiermee is belast; b. beslissingen van de Drechtraad voor te bereiden en uit te voeren; 2. Het Drechtstedenbestuur is voor alle in artikel 4, tweede lid genoemde belangen bevoegd tot: a. Het reageren op rijks- en provinciale nota s en plannen die voor het gebied van belang zijn; b. Het vertegenwoordigen van de regio in overlegsituaties; c. Het organiseren van overleg en het uitbrengen van advies. 3. Het Drechtstedenbestuur oefent voor de in artikel 6, tweede lid genoemde taken de bevoegdheden uit die bij of krachtens de daarop van toepassing zijnde wet- en regelgeving zijn opgedragen aan het college. 4. Het Drechtstedenbestuur is ten aanzien van de in artikel 7, tweede lid juncto artikel 4, derde lid bedoelde taken in ieder geval bevoegd tot: a. de uitoefening van de bevoegdheden en verplichtingen die bij of krachtens de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de Invorderingswet 1990, de Kostenwet invordering rijksbelastingen, de Gemeentewet, de Wet milieubeheer en de Wet waardering onroerende zaken zijn toegekend aan de Minister van Financiën, het bestuur van s Rijksbelastingdienst en de directeur, respectievelijk het college van burgemeester en wethouders, b. de aanwijzing van een of meer ambtenaren van de Drechtsteden als inspecteur en als ontvanger; c. de aanwijzing van een of meer ambtenaren van de Drechtsteden of een gerechtsdeurwaarder als belastingdeurwaarder; d. het aanwijzen van een of meer ambtenaren van de Drechtsteden als ambtenaar van de Drechtsteden als bedoeld in artikel 1, eerste lid onder n; e. het vaststellen van instructies per geval of in het algemeen en beleidsregels voor de inspecteur, ontvanger, de ambtenaar van de Drechtsteden en de belastingdeurwaarder voor de uitoefening van hun bevoegdheden; f. het stellen van beleidsregels en nadere regels met betrekking tot de heffing en invordering van de belastingen; g. het geheel of gedeeltelijk oninbaar verklaren van de belasting; h. het houden van toezicht op de uitoefening van de bevoegdheden door de inspecteur en de ontvanger; i. het nemen van alle conservatoire maatregelen, ook alvorens is besloten tot het voeren van een rechtsgeding, zowel in als buiten rechte, en het doen van alles wat nodig is ter voorkoming van verjaring en verlies van recht of bezit; j. het beheer van een register met de belastingverordeningen en de kwijtscheldingsregels die Drechtsteden voor de deelnemers uitvoert; Verwijderd: derde Verwijderd: 9 versie 10.0 (def.)

94 k. het procederen in kort geding en tot voeging in strafzaken als bedoeld in artikel 51a van het Wetboek van Strafvordering, tenzij de Drechtraad daaromtrent in voorkomende gevallen een beslissing heeft genomen; l. indien ingevolge wettelijk voorschrift aan Drechtsteden of aan het bestuur van Drechtsteden hetzij een recht van beroep hetzij een recht bezwaar te maken toekomt, om spoedshalve beroep in te stellen of bezwaar te maken alsmede, voor zover de voorschriften dat toelaten, om schorsing van het aangevochten besluit of om voorlopige voorziening ter zake te verzoeken. 5. Het Drechtstedenbestuur is bevoegd tot het doen van aangifte van alle strafbare feiten waarvan het kennis heeft genomen. Samenstelling Artikel Het Drechtstedenbestuur bestaat uit: a. de voorzitter en b. ten minste vier en ten hoogste negen leden, aangewezen door de Drechtraad, met dien verstande dat ten minste de helft van de leden aangewezen wordt uit de collegeleden als bedoeld in artikel 9, tweede lid onder b en dat ten hoogste de helft van de leden aangewezen kan worden uit personen die geen lid zijn van de Drechtraad, gemeenteraden of colleges. 2. De Drechtraad benoemt in zijn eerste vergadering na de aanwijzing van de leden als bedoeld in artikel 9, tweede lid onder a, een formateur voor het Drechtstedenbestuur. Deze adviseert, na overleg met de colleges, de Drechtraad zo snel mogelijk over de aanwijzing van de leden van het Drechtstedenbestuur, waarover de Drechtraad zich terstond uitspreekt, waarna de Drechtraad de aanbeveling doet als bedoeld in artikel 11, eerste lid. De formateur neemt bij zijn advies de door de Drechtraad vastgestelde functieomschrijvingen en vereiste kwalificaties in acht. 3. De Drechtraad kan opdrachtportefeuillehouders benoemen. Een opdrachtportefeuillehouder is geen lid van het Drechtstedenbestuur maar functioneert onder de politieke en bestuurlijke verantwoordelijkheid van een lid van het Drechtstedenbestuur. De Drechtraad kan een opdrachtportefeuillehouder uitnodigen om in de Drechtraad een toelichting te geven en vragen te beantwoorden betreffende zijn opdracht. 4. De aanwijzing van de leden van het Drechtstedenbestuur vindt plaats nadat de raden die het aangaat de in artikel 9, tweede lid onder b bedoelde leden van de Drechtraad hebben aangewezen. 5. Met betrekking tot de leden van het Drechtstedenbestuur zijn de artikelen 40, 41, 46 en 47 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing. 6. De leden van het Drechtstedenbestuur treden als lid van het bestuur af in de eerste vergadering van de Drechtraad waarin de leden als bedoeld in artikel 9, tweede lid onder b optreden. Zij zijn direct weer herkiesbaar. 7. Aftredende leden van het Drechtstedenbestuur blijven - onverminderd het bepaalde in het zevende lid van dit artikel - als zodanig fungeren tot aan het moment dat hun opvolger is aangewezen. 8. Degene die tussentijds ophoudt lid van de Drechtraad te zijn, houdt tevens op lid van het Drechtstedenbestuur te zijn. 9. Indien tussentijds een plaats in het Drechtstedenbestuur beschikbaar komt, wijst de Drechtraad zo spoedig mogelijk een nieuw lid aan. Bij de keuze voor het nieuwe lid worden de in het tweede lid bedoelde functieomschrijvingen en vereiste kwalificaties in acht genomen. 10. Hij die als lid van het Drechtstedenbestuur ontslag neemt blijft zijn functie waarnemen, totdat de opvolger zijn functie heeft aanvaard. 11. Een lid van het Drechtstedenbestuur kan, in geval van langdurige afwezigheid, worden vervangen door een ander lid van het Drechtstedenbestuur of door een door de Verwijderd: 9 versie 10.0 (def.)

95 Drechtraad uit zijn midden aan te wijzen lid, niet zijnde een lid van een gemeenteraad. Deze tijdelijke vervanging kan ook plaats hebben indien een lid van het Drechtstedenbestuur het voorzitterschap waarneemt. 12. De samenstelling van het voltallige Drechtstedenbestuur wordt twee jaar na de vorming van het Drechtstedenbestuur na de verkiezingen, door de Drechtraad geëvalueerd. De Regiogriffier draagt zorg voor de evaluatie. Werkwijze Artikel Het Drechtstedenbestuur vergadert zo dikwijls als de voorzitter of tenminste twee leden dit nodig oordelen. 2. De artikelen 56 tot en met 59 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing. 3. Elk lid van het Drechtstedenbestuur heeft in de vergadering één stem. Het Drechtstedenbestuur beslist bij meerderheid van stemmen. 4. Het Drechtstedenbestuur verdeelt de portefeuilles binnen zijn bestuur. Reglement van orde Artikel 19 Het Drechtstedenbestuur stelt voor zijn vergadering een reglement van orde vast. Het reglement van orde wordt ter kennis van de Drechtraad gebracht. Hoofdstuk 7: De voorzitter Benoeming en positie Artikel De voorzitter van de Drechtraad en het Drechtstedenbestuur wordt aangewezen door de Drechtraad uit de collegeleden als bedoeld in artikel 9, tweede lid onder b. Artikel 17, vierde, zesde, zevende en achtste lid zijn van overeenkomstige toepassing. De voorzitter heeft het recht bij de vergaderingen van de Drechtraad en het Drechtstedenbestuur deel te nemen aan de beraadslagingen. 2. De plaatsvervangend voorzitter van de Drechtraad wordt door de Drechtraad uit de leden als bedoeld in artikel 9, tweede lid onder a aangewezen. De plaatsvervangend voorzitter van het Drechtstedenbestuur wordt door het Drechtstedenbestuur uit zijn midden aangewezen. 3 Bij verhindering of ontstentenis van de voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter worden zij vervangen door een lid, door en uit de Drechtraad respectievelijk het Drechtstedenbestuur aan te wijzen. 4. Tot het moment waarop de voorzitter is aangewezen op de wijze als bedoeld in het eerste lid, worden de vergaderingen van de Drechtraad voorgezeten door de burgemeester van Dordrecht en vindt de waarneming plaats door het langstzittende lid van de raden van de gemeenten. Verwijderd: derde Verwijderd: vijfde, Verwijderd: en Hoofdstuk 8: Portefeuillehouder en Bestuursteams Benoeming Artikel De behartiging van een belang en de uitvoering van taken vindt plaats onder regie en verantwoordelijkheid van het Drechtstedenbestuur door een regionaal portefeuillehouder die als zodanig uit en door het Drechtstedenbestuur wordt benoemd. 2. De regionaal portefeuillehouder kan desgewenst voor specifieke uitvoeringsprojecten een bestuursteam samenstellen, waarin de betrokken gemeentelijke portefeuillehouders deelnemen. Het bestuursteam ondersteunt en adviseert de regionaal portefeuillehouder. Verwijderd:, Verwijderd: waaronder begrepen de uitvoering van in het uitvoeringsprogramma als bedoeld in artikel 39, vierde lid,opgenomen projecten, Verwijderd: 9 versie 10.0 (def.)

96 Hoofdstuk 9: Commissies Commissies ex artikel 24 van de Wgr Artikel De Drechtraad kan commissies van advies instellen. 2. De Drechtraad regelt de bevoegdheden, werkwijze en samenstelling. 3. Artikel 24 van de Wgr is van overeenkomstige toepassing. 4. De leden van de commissie als bedoeld in het eerste lid genieten, indien de Drechtraad dat bepaalt, een op jaarbasis door de Drechtraad te bepalen tegemoetkoming in de kosten. Het besluit hiertoe wordt aan Gedeputeerde Staten gezonden. 5. Collegeleden van de deelnemende gemeenten zijn geen lid van een vaste commissie van advies van de Drechtraad. 6. Raadsleden van de deelnemende gemeenten zijn geen lid van een vaste commissie van advies van Drechtstedenbestuur of de voorzitter. Commissies ex artikel 25 van de Wgr Artikel De Drechtraad kan commissies instellen met het oog op de behartiging van bepaalde belangen als genoemd in artikel De Drechtraad regelt, met inachtneming van het bepaalde in artikel 25 van de Wgr, de bevoegdheden, werkwijze en samenstelling. 3. De Drechtraad gaat niet over tot de instelling van de in het eerste lid bedoelde commissies, dan na verkregen verklaring van geen bezwaar van de raden van de deelnemende gemeenten. 4. Raadsleden van de deelnemende gemeenten zijn geen lid van een commissie als bedoeld in dit artikel. Overige commissies Artikel Andere commissies van advies aan het Drechtstedenbestuur of aan de voorzitter dan die welke worden bedoeld in artikel 22, worden door het Drechtstedenbestuur respectievelijk de voorzitter ingesteld. 2. Het Drechtstedenbestuur respectievelijk de voorzitter regelt de bevoegdheden, werkwijze en samenstelling. 3. Raadsleden van de deelnemende gemeenten zijn geen lid van een commissie als bedoeld in dit artikel. Hoofdstuk 9a: De inspecteur, ontvanger, ambtenaar van de Drechtsteden en belastingdeurwaarder Bevoegdheden van de inspecteur Artikel De inspecteur oefent de bevoegdheden en verplichtingen uit welke bij of krachtens de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de Invorderingswet 1990, de Kostenwet invordering rijksbelastingen, de Gemeentewet, de WOZ en de Wet milieubeheer toegekend zijn aan de inspecteur van de deelnemende gemeenten en de gemeenteambtenaar genoemd in artikel 1, tweede lid, van de WOZ. 2. Bij de uitoefening van de bevoegdheden als bedoeld in het voorgaande lid neemt de inspecteur de nadere regels van het Drechtstedenbestuur in acht en houdt hij rekening met de beleidsregels die het Drechtstedenbestuur heeft geformuleerd ter zake van de uitoefening van zijn bevoegdheid. Bevoegdheden van de ontvanger Verwijderd: 9 versie 10.0 (def.)

97 Artikel De ontvanger oefent de bevoegdheden en verplichtingen uit welke bij of krachtens de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de Invorderingswet 1990, de Kostenwet invordering rijksbelastingen, de Gemeentewet, de WOZ en de Wet milieubeheer toegekend zijn aan de ontvanger of een inzake rijksbelastingen bevoegde ontvanger van de deelnemende gemeenten. 2. Bij de uitoefening van de bevoegdheden als bedoeld in het voorgaande lid neemt de ontvanger de kwijtscheldingsregels van de desbetreffende gemeenten en de nadere regels van het Drechtstedenbestuur in acht, alsmede houdt hij rekening met de beleidsregels van het Drechtstedenbestuur ter zake van de uitoefening van zijn bevoegdheid. 3. De ontvanger beslist niet tot het leggen van beslag en tot het voeren van een executieprocedure in eerste aanleg, hoger beroep en in cassatie dan nadat hij het Drechtstedenbestuur van zijn voornemen op de hoogte heeft gesteld. Bevoegdheden van de ambtenaar van de Drechtsteden Artikel De ambtenaar van de Drechtsteden oefent de bevoegdheden en verplichtingen uit welke bij of krachtens de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de Invorderingswet 1990, de Kostenwet invordering rijksbelastingen, de Gemeentewet, de WOZ en de Wet milieubeheer toegekend zijn aan de ambtenaren van de rijksbelastingdienst, respectievelijk de ambtenaar belast met de heffing of invordering van de gemeenten als bedoeld in artikel 232, lid 4, sub c, van de Gemeentewet. 2. Bij de uitoefening van de bevoegdheden als bedoeld in het voorgaande lid neemt de ambtenaar van de Drechtsteden de nadere regels van het Drechtstedenbestuur in acht en houdt hij rekening met de beleidsregels die het Drechtstedenbestuur heeft geformuleerd ter zake van de uitoefening van zijn bevoegdheid. Bevoegdheden van de belastingdeurwaarder Artikel De belastingdeurwaarder oefent de bevoegdheden en verplichtingen uit welke bij of krachtens de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de Invorderingswet 1990, de Kostenwet invordering rijksbelastingen, de Gemeentewet, de WOZ en de Wet milieubeheer toegekend zijn aan de belastingdeurwaarder. 2. Bij de uitoefening van de bevoegdheden als bedoeld in het voorgaande lid neemt de belastingdeurwaarder de nadere regels van het Drechtstedenbestuur in acht en houdt hij rekening met de beleidsregels die het Drechtstedenbestuur heeft geformuleerd ter zake van de uitoefening van zijn bevoegdheid. Hoofdstuk 10: Ondersteuning van de Drechtraad De Drechtstedensecretaris Artikel Er is een Drechtstedensecretaris. De Drechtstedensecretaris wordt benoemd door het Drechtstedenbestuur. 2. De Drechtstedensecretaris staat het Drechtstedenbestuur, de voorzitter en de door het Drechtstedenbestuur ingestelde commissies bij de uitoefening van hun taak terzijde. De Griffie Artikel De Drechtraad wordt ondersteund door een Regiogriffie, die bestaat uit de Regiogriffier en uit griffiemedewerkers. 2. De Regiogriffie vervult ten behoeve van de Drechtraad alle taken die een griffie bij een gemeente vervult. Verwijderd: de Drechtraad Verwijderd: de Drechtraad Met opmaak: opsommingstekens en nummering Verwijderd: 9 versie 10.0 (def.)

98 3. De taken, organisatorische positie en de aansturing van de Regiogriffie worden geregeld bij verordening. 4. De Drechtraad kan in een instructie nadere regels stellen over de regiogriffie. Wijze van functioneren Artikel De voorzitter van de Drechtraad is verantwoordelijk voor het bestuurlijk gezag over het functioneren van de regiogriffie. 2. De stukken die van de Drechtraad uitgaan, worden door de Regiogriffier meeondertekend. 3. De Drechtraad stelt in een instructie nadere regels over de regiogriffie. 4. De Drechtraad kan regels stellen over de organisatie van de regiogriffie. Hoofdstuk 11: Ondersteuning van het Drechtstedenbestuur De taken van de Drechtstedensecretaris en het Overleg Netwerksecretarissen Drechtsteden Artikel De Drechtstedensecretaris staat het Drechtstedenbestuur, de voorzitter en de door het Drechtstedenbestuur ingestelde commissies bij de uitoefening van hun taak terzijde. 2. De stukken die van het Drechtstedenbestuur uitgaan, worden door de Drechtstedensecretaris meeondertekend. 3. De Drechtstedensecretaris is verantwoordelijk voor de strategische, beleidsmatige en inhoudelijke samenwerking in de regio en voor de ambtelijke vertegenwoordiging naar andere overheden en organisaties op strategisch beleidsinhoudelijk terrein. 4. De Drechtstedensecretaris is verantwoordelijk voor de voorbereiding en uitvoering van de bestuurlijke besluitvorming van het Drechtstedenbestuur en de Drechtraad voor zover het zijn taken betreft. 5. De Drechtstedensecretaris geeft leiding aan het ambtelijk apparaat en is eindverantwoordelijk voor de organisatieontwikkeling, innovatie en de bedrijfsvoering van de regeling. 6. De Drechtstedensecretaris is de bestuurder als bedoeld in de Wet op de Ondernemingsraden. 7. De Drechtstedensecretaris wordt ondersteund door en geeft leiding aan de concernstaf. 8. De Drechtstedensecretaris is verantwoordelijk voor de voorbereiding en uitvoering van de bestuurlijke besluitvorming van het Drechtstedenbestuur en de Drechtraad voor zover het zijn taken betreft. Overleg Netwerksecretarissen Drechtsteden (ONS-D) Artikel Er is een Overleg Netwerksecretarissen Drechtsteden, bestaande uit de Drechtstedensecretaris, de algemeen directeur en de gemeentesecretarissen van de deelnemende gemeenten. 2. Het Overleg Netwerksecretarissen Drechtsteden is belast met: a. Ambtelijk toezicht op het functioneren van de organisatie van het openbaar lichaam Drechtsteden; b. Ontwikkeling van het netwerk en advisering daarover aan het Drechtstedenbestuur en aan de bestuursorganen van de deelnemers; c. Afstemming tussen de verschillende rollen en organisaties. Formatie, organisatie en rechtspositie Artikel De omvang van de ambtelijke organisatie wordt vastgesteld door het Drechtstedenbestuur, binnen de door de Drechtraad goedgekeurde begroting. Verwijderd: <#>De Drechtraad wordt mede ondersteund door een regiogriffie, die bestaat uit de griffiers van de gemeenteraden van de gemeenten en, eventueel, uit medewerkers. <#>De Drechtraad wijst op voorstel van de voorzitter van de Drechtraad een coördinerend griffier aan. De voorzitter pleegt voorafgaand aan het doen van het voorstel overleg met de regiogriffie en met de gemeenten, behorend tot de Drechtsteden. <#>De Drechtraad regelt in overleg met de Drechtstedensecretaris de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de uitoefening van de in het eerste lid bedoelde taak. Verwijderd: Drechtstedens ecretaris Met opmaak: opsommingstekens en nummering Verwijderd: d Verwijderd: <#>Het gestelde in artikel 30, derde lid is van overeenkomstige toepassing. Verwijderd:, Verwijderd: de algemeen directeur Verwijderd: d Met opmaak: opsommingstekens en nummering Verwijderd: Algemeen Directeur Artikel 33 <#>Er is een algemeen directeur. <#>De algemeen directeur geeft leiding aan het ambtelijk apparaat en is eindverantwoordelijk voor de organisatieontwikkeling, innovatie en de bedrijfsvoering van de... [2] Verwijderd: 4 Verwijderd: 5 Verwijderd: 9 versie 10.0 (def.)

99 2. De rechtspositie en bezoldiging van de Drechtstedensecretaris, de ambtenaren en van het personeel, werkzaam op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht, worden door of namens de Drechtraad vastgesteld. Hoofdstuk 12: De administratie en de controle Algemeen Artikel De deelnemers dragen er zorg voor dat Drechtsteden te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan al zijn verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen. 2. Onverminderd het gestelde in het eerste lid garanderen de deelnemers jegens iedere geldgever de nakoming van de huidige en toekomstige verplichtingen die de publieke rechtspersoon te eniger tijd jegens die geldgever heeft. 3. Indien een der deelnemers op grond van een in het eerste of tweede lid bedoelde borgstelling en/of garantie wordt aangesproken door een geldgever zijn de deelnemers jegens elkaar verplicht bij te dragen in de schuld waarvoor de eerstbedoelde deelnemer wordt aangesproken. 4. De interne verhaals-afspraken hierop betrekking hebbend, regarderen de geldgever niet. Financiële administratie Artikel De Drechtraad stelt bij verordening regels vast over de uitgangspunten voor het financiële beleid, alsmede voor het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie. 2. Op de in het eerste lid bedoelde verordening is artikel 212 van de Gemeentewet van toepassing. 3. De Drechtraad stelt bij verordening regels vast voor de controle op het financiële beheer en op de inrichting van de financiële organisatie. 4. Op de in het derde lid bedoelde verordening is artikel 213 van de Gemeentewet van toepassing. 5. De artikelen 214 en 215 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing. De rekenkamer(functie) Artikel De Drechtraad beraadslaagt en spreekt zich uit over onderzoeken die door de rekenkamers of rekenkamercommissies van de deelnemende gemeenten over de doelmatigheid, de doeltreffendheid en de rechtmatigheid van facetten van het door hem en door het Drechtstedenbestuur in het kader van de samenwerking gevoerde bestuur, individueel en/of gezamenlijk, zijn verricht. 2. De Drechtraad beraadslaagt jaarlijks met de voorzitters van de rekenkamer(s)(commissies) over de onderzoeksprogramma s en kan daarbij aan de voorzitters een verzoek voorleggen tot het daarin opnemen van een of meerdere onderwerpen. De begroting Artikel De Drechtraad stelt jaarlijks vóór 15 juli de begroting vast voor het eerstvolgende begrotingsjaar. 2. Het Drechtstedenbestuur zendt de ontwerp-begroting uiterlijk zes weken voor de voorgenomen datum van vaststelling door de Drechtraad toe aan de raden van de deelnemende gemeenten. De ontwerp-begroting wordt gelijktijdig toegezonden aan de leden van de Drechtraad. 3. De raden van de deelnemende gemeenten kunnen het Drechtstedenbestuur van hun gevoelen omtrent de ontwerp-begroting doen blijken. Het Drechtstedenbestuur voegt de Verwijderd: 6 Verwijderd: 7 Verwijderd: 8 Verwijderd: Investeringsf onds Artikel 39 <#>Er is een Investeringsfonds Drechtsteden. <#>Het Investeringsfonds vormt een aparte post op de begroting van Drechtsteden en wordt uitsluitend gebruikt om de realisatie van projecten van regionaal belang te stimuleren en te bewerkstelligen. <#>De met gelden in het fonds verkregen rente wordt in dit fonds gestort. <#>De Drechtraad stelt bij verordening regels vast voor de voeding en het vaststellen van een investeringsprogramma en een uitvoeringsprogramma, waarin de projecten worden benoemd die hij van regionaal belang acht. In de verordening worden tevens opgenomen de voorwaarden waaraan deze projecten moeten voldoen alsmede de wijze van allocatie van financiële middelen uit het Investeringsfonds. <#>In afwijking van het gestelde in artikel 14, vijfde lid is voor het tot stand komen van een beslissing over het doen van extra stortingen door de gemeenten in het Investeringsfonds, een unaniem besluit van de raden van de deelnemers vereist. Verwijderd: 40 Verwijderd: 9 versie 10.0 (def.)

100 ontvangen commentaren, waarin dit gevoelen is vervat, voorzover deze ten minste een week voor de voorgenomen datum van vaststelling door de Drechtraad zijn ontvangen, bij de ontwerp-begroting, zoals deze aan de Drechtraad wordt aangeboden. 4. De vastgestelde begroting wordt vóór 15 juli met alle bijbehorende bescheiden aan Gedeputeerde Staten toegezonden. Van de vaststelling doet het Drechtstedenbestuur mededeling aan de raden van de deelnemende gemeenten. Inhoud van de begroting Artikel De Drechtraad stelt een verordening vast over de wijze waarop de door de deelnemende gemeenten en andere publiekrechtelijke lichamen verschuldigde algemene en specifieke bijdrage wordt berekend. Bij het opstellen van de verordening geldt als uitgangspunt dat de financiële gevolgen uitsluitend worden gedragen door de gemeenten die de betreffende taken hebben overgedragen. 2. In de ontwerp-begroting wordt aangegeven de naar raming door elke deelnemende gemeente verschuldigde algemene en specifieke bijdrage voor het jaar waarop de begroting betrekking heeft. 3. De deelnemende gemeenten betalen de in het eerste lid bedoelde totale bijdrage bij wijze van voorschot. Het Drechtstedenbestuur stelt de frequentie van betaling vast, waarbij geldt dat de totale bijdrage in ten minste 2 halfjaarlijkse termijnen wordt betaald. 4. Na vaststelling van de begroting zendt het Drechtstedenbestuur de begroting aan de raden van de deelnemende gemeenten, die ervoor zorgen dat het in deze begroting voor de betreffende gemeente als bijdrage in de kosten van de Drechtsteden geraamde bedrag, in de gemeentebegroting wordt opgenomen. 5. De relevante bepalingen uit dit hoofdstuk zijn zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing op wijzigingen van de begroting. 6. De artikelen 192 en 208 tot en met 211 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing. Weigering opname in begroting Artikel 40 Wanneer aan de Drechtraad blijkt, dat de raad van een gemeente niet voldoet of zal voldoen aan het gestelde in artikel 39, vierde lid, van deze regeling, verzoekt de Drechtraad aan Gedeputeerde Staten om over te gaan tot toepassing van artikel 194 van de Gemeentewet. De rekening Artikel Van de inkomsten en uitgaven van de Drechtsteden over het afgelopen jaar wordt door het Drechtstedenbestuur verantwoording afgelegd aan de Drechtraad onder overlegging van de rekening met de daarbij behorende bescheiden. 2. Het Drechtstedenbestuur biedt de in het eerste lid bedoelde rekening, met toevoeging van een verslag als bedoeld in artikel 213, tweede lid van de (gedualiseerde) Gemeentewet alsmede met toevoeging van hetgeen het Drechtstedenbestuur voor zijn verantwoording dienstig acht, ter vaststelling aan de Drechtraad aan. 3. Het Drechtstedenbestuur zendt de ontwerp-rekening uiterlijk zes weken voor de voorgenomen datum van vaststelling door de Drechtraad toe aan de Drechtraad en aan de raden van de deelnemende gemeenten. Onderzoek en vaststelling Artikel De Drechtraad onderzoekt de rekening zonder uitstel en stelt haar vóór 15 juli vast. Verwijderd: 41 Verwijderd: 2 Verwijderd: 41 Verwijderd: 3 Verwijderd: 4 Verwijderd: 9 versie 10.0 (def.)

101 2. De rekening wordt vóór 15 juli met alle bijbehorende bescheiden aan Gedeputeerde Staten toegezonden. Van de vaststelling doet het Drechtstedenbestuur mededeling aan de raden van de deelnemende gemeenten. 3. De vaststelling van de rekening strekt het Drechtstedenbestuur tot décharge, behoudens later in rechte gebleken onregelmatigheden, ten aanzien van het daarin verwoorde financieel beheer. Bijdrage per gemeente Artikel In de rekening worden de door elk van de deelnemende gemeenten over het betreffende kalenderjaar werkelijk verschuldigde bedragen opgenomen. 2. Verrekening van het verschil tussen het op grond van artikel 39, derde lid betaalde voorschot en de werkelijk verschuldigde bedragen vindt plaats onmiddellijk na kennisgeving aan de deelnemende gemeenten van de vaststelling van de rekening. Weigering verrekening Artikel 44 Wanneer aan de Drechtraad blijkt, dat een gemeenteraad van een gemeente niet voldoet of zal voldoen aan het gestelde in artikel 43, tweede lid, van deze regeling, verzoekt de Drechtraad aan Gedeputeerde Staten om over te gaan tot toepassing van artikel 195 van de Gemeentewet. Scheiding belastingen en andere taken Artikel Drechtsteden houdt de administratie voor de opgelegde aanslagen en ingevorderde belastingen gescheiden van de administratie voor andere taken van Drechtsteden. 2. De ingevorderde belastingen worden beheerd op een uitsluitend daartoe bestemde rekening. 3. Het is Drechtsteden niet toegestaan te ontvangen of ontvangen belastingen te verrekenen met bijdragen van de gemeenten aan Drechtsteden. Periodieke betaling van en informatievoorziening over belastingen Artikel Ingevorderde belastingen worden maandelijks overgemaakt naar een rekening van de desbetreffende gemeente. 2. Het Drechtstedenbestuur zendt periodiek aan de colleges van burgemeesters en wethouders van de gemeenten een overzicht van de te heffen, geheven, in te vorderen, ingevorderde en oninbaar verklaarde belastingen. Daarbij wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de Planning en Controlcyclus van de betreffende gemeente. Verwijderd: 5 Verwijderd: 41 Verwijderd: 6 Verwijderd: 5 Verwijderd: 7 Verwijderd: 8 Hoofdstuk 13: Verantwoording Verantwoording Artikel Het Drechtstedenbestuur geeft -samen dan wel ieder lid afzonderlijk ongevraagd aan de Drechtraad alle inlichtingen die voor een juiste beoordeling van het door het Drechtstedenbestuur te voeren en gevoerde bestuur nodig zijn. 2. Het Drechtstedenbestuur geeft -samen dan wel ieder lid afzonderlijk aan de Drechtraad, wanneer de Drechtraad of een of meer leden daarvan hierom verzoekt, alle gevraagde inlichtingen. 3. Het Drechtstedenbestuur is, samen en ieder lid afzonderlijk, aan de Drechtraad verantwoording verschuldigd voor het door hen gevoerde bestuur. Verwijderd: 9 Verwijderd: 9 versie 10.0 (def.)

102 4. Een lid van het Drechtstedenbestuur kan door de Drechtraad worden ontslagen, indien dit lid het vertrouwen van de Drechtraad niet meer bezit. In dit geval zijn de artikelen 49 en 50 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing. 5. Het bepaalde in het eerste tot en met het vierde lid is van overeenkomstige toepassing op de voorzitter voor het door hem gevoerde bestuur. Artikel De Drechtraad geeft aan de raden van de deelnemende gemeenten gevraagd dan wel ongevraagd alle inlichtingen die voor een juiste beoordeling van het door de Drechtraad gevoerde en te voeren beleid nodig zijn. 2. De Drechtraad stelt een informatieprotocol vast voor de wijze waarop de in het eerste lid bedoelde inlichtingen worden verstrekt. 3. Een lid van de Drechtraad geeft aan de raad die hem heeft aangewezen alle inlichtingen die door de raad, of één of meer leden daarvan, worden gevraagd, en wel op de in het reglement van orde voor de vergaderingen van die raad aangegeven wijze. 4. Een lid van de Drechtraad is aan de raad die hem heeft aangewezen, verantwoording verschuldigd voor het door hem in de Drechtraad gevoerde beleid en wel op de in het reglement van orde voor de vergaderingen van die raad aangegeven wijze. 5. De benoeming van een lid van de Drechtraad kan door de raad die hem heeft benoemd worden ingetrokken, indien dit lid het vertrouwen van die raad niet meer bezit. Verwijderd: 50 Hoofdstuk 14: Geschillen Geschillen Artikel Onverminderd het gestelde in artikel 28 van de Wgr worden geschillen over de toepassing van de regeling, in de ruimste zin van het woord, daaronder begrepen de wijze waarop lokaal invulling wordt gegeven aan vastgesteld regionaal beleid, onderworpen aan een niet-bindend deskundigenadvies. 2. Voordat wordt overgegaan tot het vragen van het in het eerste lid bedoelde deskundigenadvies, wordt het geschil besproken tussen een afvaardiging van het Drechtstedenbestuur en een afvaardiging van het college van de gemeente waarmee het geschil bestaat. 3. Indien het in het tweede lid bedoelde overleg niet tot een oplossing leidt benoemen het Drechtstedenbestuur en het college van de betreffende gemeente elk een onafhankelijke deskundige. Beide deskundigen benoemen een derde deskundige, die tevens als voorzitter van de adviescommissie optreedt. Het Drechtstedenbestuur treedt mede namens de betreffende gemeente op als opdrachtgever van de commissie. In de opdracht wordt ten minste het probleem geschetst, worden de te beantwoorden vragen geformuleerd en wordt de termijn genoemd waarbinnen de commissie haar advies dient uit te brengen. 4. De in het derde lid bedoelde commissie regelt zelf de wijze waarop zij haar advies tot stand brengt. Het advies wordt tegelijkertijd toegezonden aan het Drechtstedenbestuur en aan het college van de betreffende gemeente. 5. Na ontvangst van het advies treden de in het tweede lid bedoelde personen nogmaals in overleg om te trachten tot een oplossing van het geschil te komen. Indien het overleg niet tot een oplossing leidt, is elk der partijen vrij om het geschil overeenkomstig het gestelde in artikel 28 van de Wgr, voor te leggen aan Gedeputeerde Staten. 6. De kosten van de adviescommissie worden door het Drechtstedenbestuur en de betreffende gemeente ieder voor de helft gedragen. Verwijderd: 51 Hoofdstuk 15: Archief Verwijderd: 9 versie 10.0 (def.)

103 Het archief Artikel Het Drechtstedenbestuur is belast met de zorg voor de archiefbescheiden van de organen van de gemeenschappelijke regeling, overeenkomstig een door de Drechtraad, met inachtneming van artikel 40 van de Archiefwet 1995 vast te stellen regeling (Archiefverordening), die aan Gedeputeerde Staten moet worden medegedeeld. 2. Het Drechtstedenbestuur is tevens belast met de zorg voor de archiefbescheiden die worden gevormd krachtens de aan de gemeenschappelijke regeling gedelegeerde taken. 3. Voor de door deelnemende gemeenten of publiekrechtelijke lichamen gemandateerde taken berust de zorg voor de desbetreffende archiefbescheiden bij deze gemeenten of publiekrechtelijke lichamen. 4. Met het toezicht op de bewaring en beheer van de archiefbescheiden van de gemandateerde taken is belast de archivaris van de desbetreffende gemeenten of publiekrechtelijke lichamen. 5. Bij opheffing van de gemeenschappelijke regeling wordt ten aanzien van de archiefbescheiden een voorziening getroffen conform artikel 4 lid 1 van de Archiefwet Artikel De archivaris van de gemeente Dordrecht is belast met het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden, voor zover deze archiefbescheiden niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats. 2. De directeur van het SCD is belast met het beheer van de archiefbescheiden, voor zover deze archiefbescheiden niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats. Hoofdstuk 16: Toetreding, uittreding, wijziging en opheffing Toetreding Artikel Ten behoeve van de uitvoering van specifiek opgedragen taken als bedoeld in artikel 5, derde lid, kunnen ook andere dan de in de aanhef genoemde gemeenten alsmede andere publiekrechtelijke lichamen toetreden tot deze regeling. Het Drechtstedenbestuur zendt in dat geval een verzoek tot toetreding van een andere gemeente of publiekrechtelijk lichaam tot deze regeling aan de raden, de colleges en de burgemeesters van de deelnemende gemeenten. 2. Toetreding tot de regeling kan plaatsvinden bij daartoe strekkende besluiten van de Drechtraad en de bestuursorganen van de deelnemende gemeenten en, voor wat betreft de taken als bedoeld in het eerste lid, van de andere deelnemende publiekrechtelijke lichamen. 3. De Drechtraad regelt de gevolgen van de toetreding en kan aan die toetreding voorwaarden verbinden. 4. De toetreding gaat in op de in het toetredingsbesluit genoemde datum. 5. Terstond na de toetreding worden door de gemeenteraad van de toetredende gemeente of door het algemeen bestuur van het publiekrechtelijk lichaam de leden van de Drechtraad aangewezen. Behoudens eerdere beëindiging van het lidmaatschap treden de benoemde leden af op het tijdstip waarop de dan zitting hebbende leden van de Drechtraad aftreden. Uittreding Artikel Een deelnemende gemeente en een deelnemend publiekrechtelijk lichaam kan uittreden door toezending aan de Drechtraad van een daartoe strekkend besluit van haar Verwijderd: 2 Met opmaak: opsommingstekens en nummering Met opmaak: opsommingstekens en nummering Verwijderd: Het Drechtstedenbestuur is belast met de zorg en het toezicht op de bewaring en het beheer van de archiefbescheiden van de Drechtsteden, overeenkomstig een door de Drechtraad met inachtneming van de Archiefwet en andere relevante wet- en regelgeving, vast te stellen verordening. Verwijderd: 3 Verwijderd: 4 Verwijderd: 9 versie 10.0 (def.)

104 bestuursorganen. De Drechtraad besluit over de voorwaarden waaronder de uittreding geëffectueerd kan worden en regelt de financiële en overige gevolgen van de uittreding. 2. Tenzij de Drechtraad een kortere termijn bepaalt, kan de uittreding niet eerder plaatsvinden dan tegen 31 december van het tweede kalenderjaar volgend op de datum van het in het eerste lid bedoelde uittredingsbesluit. Wijziging Artikel Wijziging van de regeling kan plaatsvinden bij daartoe strekkende besluiten van de bestuursorganen van alle deelnemende gemeenten en alle deelnemende publiekrechtelijke lichamen. 2. Zowel het Drechtstedenbestuur, als de bestuursorganen van de deelnemers aan deze regeling kunnen voorstellen doen tot wijziging van de regeling. 3. Een besluit tot wijziging dat conform het gestelde in het eerste lid tot stand is gekomen, treedt in werking op de in het wijzigingsbesluit genoemde datum. Opheffing Artikel De regeling kan worden opgeheven bij daartoe strekkende besluiten van de bestuursorganen van alle deelnemende gemeenten en publiekrechtelijke lichamen. 2. Een besluit als bedoeld in het eerste lid kan niet worden genomen dan nadat de Drechtraad daarover is gehoord. 3. De opheffing gaat in op de in het opheffingsbesluit genoemde datum. 4. In geval van opheffing van de regeling stelt de Drechtraad ter regeling van de financiële en andere gevolgen van de opheffing een liquidatieplan vast gehoord het Drechtstedenbestuur, de bestuursorganen van de deelnemende gemeenten en publiekrechtelijke lichamen. Hierbij kan van bepalingen van deze regeling worden afgeweken. 5. Het liquidatieplan voorziet in de verplichting van de deelnemers alle rechten en verplichtingen van het openbaar lichaam over de deelnemers te verdelen op een in het plan te bepalen wijze. 6. Het liquidatieplan voorziet in ieder geval ook in de financiële en overige gevolgen die de opheffing voor het personeel heeft. Het plan bevat een personeelsplan als bedoeld in artikel 108 van de Wgr. 7. Het Drechtstedenbestuur is belast met de uitvoering van de liquidatie conform het liquidatieplan. 8. Zonodig blijven de bestuursorganen en commissies van de Drechtsteden ook na het tijdstip van opheffen in functie totdat de liquidatie is beëindigd. 9. Alle rechten en verplichtingen van de regeling die resteren na uitvoering van het liquidatieplan gaan bij vereffening over naar de gemeenten, naar evenredigheid van de grootte van hun bijdrage aan de regeling in het jaar voorafgaande aan de opheffing. Verwijderd: 5 Verwijderd: 6 Hoofdstuk 17: Overgangs- en slotbepalingen Evaluatie Artikel 58 De Drechtraad draagt zorg voor een evaluatie van de regeling in Bij deze evaluatie worden de bestuursorganen van de Drechtsteden en de deelnemers betrokken. De evaluatie wordt aan de deelnemers ter besluitvorming voorgelegd. Geldigheidsduur Artikel 59 Deze regeling wordt getroffen voor onbepaalde tijd. Verwijderd: 7 Verwijderd: 8 Verwijderd: 9 versie 10.0 (def.)

105 Inwerkingtreding Artikel 60 De regeling treedt in werking op 8 maart Citeertitel Artikel 61 De regeling kan worden aangehaald als Gemeenschappelijke regeling Drechtsteden. Verwijderd: 59 Verwijderd: 60 Verwijderd: 9 versie 10.0 (def.)

106 Bijlage 1 Heffingen op basis van door deelnemende gemeenten vastgestelde belastingverordeningen Heffing / Gemeente Alblasserdam Dordrecht H.I. Ambacht Papendrecht Sliedrecht Zwijndrecht Afvalstoffenheffing (incidentele diensten) GEM/SCD Afvalstoffenheffing (jaarlijkse heffing) SVHW/SVHW GBD/GBD GBD/GBD GBD/GBD GBD/GBD GBD/GBD (Binnen)havengeld GEM/SCD GEM/SCD GEM/SCD GEM/SCD Brandweerrechten GEM/SCD GEM/SCD GEM/SCD Eenmalig rioolaansluit(ings)recht GBD/GBD GBD/GBD Hondenbelasting SVHW/SVHW GBD/GBD GBD/GBD GBD/GBD GBD/GBD GBD/GBD Kadegeld GEM/SCD Leges GEM/SCD GEM/SCD GEM/SCD GEM/SCD GEM/SCD GEM/SCD Lijkbezorgingsrechten (jaarlijks onderhoudsrecht) SVHW/SVHW GEM/SCD GEM/SCD GEM/SCD GEM/SCD GEM/SCD Lijkbezorgingsrechten (overige) GEM/SCD GEM/SCD GEM/SCD GEM/SCD GEM/SCD GEM/SCD Marktgeld GEM/SCD GEM/SCD GEM/SCD GEM/SCD GEM/SCD GEM/SCD Onroerende-zaakbelastingen SVHW/SVHW GBD/GBD GBD/GBD GBD/GBD GBD/GBD GBD/GBD Parkeerbelasting, naheffingsaanslag GEM/GBD EXT/EXT Parkeerbelasting, vergunningafgifte GEM/SCD GEM/SCD EXT/EXT Precariobelasting SVHW/SVHW GBD/GBD GBD/GBD GBD/GBD Reinigingsrecht (jaarlijkse heffing) EXT/GBD GBD/GBD EXT/GBD Reinigingsrecht (incidentele diensten) GEM/SCD GEM/SCD Rioolheffing (tot 2010 rioolrecht) SVHW/SVHW GBD/GBD GBD/GBD GBD/GBD GBD/GBD GBD/GBD Woonwagenrechten GEM/SCD GEM/SCD WOZ SVHW/SVHW GBD/GBD GBD/GBD GBD/GBD GBD/GBD GBD/GBD Toelichting: In dit overzicht wordt weergegeven voor welke heffing bij welke organisatie het heffings- en invorderingsambtenaarschap is belegd. De instantie voor de / geeft de heffingsambtenaar weer en achter de / de invorderingsambtenaar Uitleg codering: EXT = Externe organisatie GBD = directeur Gemeentebelastingen Drechtsteden GEM = directeur/afdelingshoofd/manager van gemeente tot wiens verantwoordelijkheid de desbetreffende heffing dient te worden toegerekend Verwijderd: 9 versie 10.0 (def.)

107 SCD = manager service-eenheid Debiteuren- en Crediteurenbeheer van Servicecentrum Drechtsteden SVHW = Samenwerking Vastgoedinformatie Heffing en Waardebepaling te Klaaswaal Als er niets ingevuld staat dan is de heffing in de desbetreffende gemeente niet van toepassing Verwijderd: 9 versie 10.0 (def.)

108 Pagina - 1 -: [1] Verwijderd hla :05:00

109

110

111 Pagina : [2] Verwijderd aja :36:00 Algemeen Directeur Artikel 33 Er is een algemeen directeur. De algemeen directeur geeft leiding aan het ambtelijk apparaat en is eindverantwoordelijk voor de organisatieontwikkeling, innovatie en de bedrijfsvoering van de regeling. De algemeen directeur is de bestuurder als bedoeld in de Wet op de Ondernemingsraden. De algemeen directeur wordt ondersteund door en geeft leiding aan de concernstaf. De algemeen directeur is verantwoordelijk voor de voorbereiding en uitvoering van de bestuurlijke besluitvorming van het Drechtstedenbestuur en de Drechtraad voor zover het zijn taken betreft.

112 9 FYS - Vaststelling BSP Kerkbuurt-Oost. Hamerstuk zonder stemverklaring. 1 rv - Vaststellen bestemmingsplan kerkbuurt-oost.pdf Raadsvoorstel Aan de raad van de gemeente Sliedrecht Zaaknummer: Sliedrecht, 16 september 2014 Onderwerp: Vaststellen bestemmingsplan Kerkbuurt-Oost Beslispunten 1. De ingediende zienswijze op het ontwerp bestemmingsplan ontvankelijk te verklaren; 2. De zienswijze van reclamant 1 ongegrond te verklaren; 3. Het bestemmingsplan Kerkbuurt-Oost, bestaande uit de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0610.bp09KerkbuurtOost 3001 met de bijbehorende bestanden gewijzigd vast te stellen overeenkomstig het bij het raadsbesluit behorende Nota van wijzigingen ; 4. Bij de vaststelling van het bestemmingsplan Kerkbuurt-Oost geen exploitatieplan als bedoeld in artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening vast te stellen omdat de noodzaak hiertoe niet aanwezig is. Samenvatting De wetgeving verplicht om eens in de 10 jaar een bestemmingsplan te actualiseren. Het bestemmingsplan Kerkbuurt-Oost dient daarvoor vòòr 2 november 2014 vastgesteld te zijn. Met dit bestemmingsplan wordt aan de actualiseringverplichting vanuit de wetgeving voldaan. Inleiding Binnen het plangebied vigeert grotendeels het bestemmingsplan Kerkbuurt-Oost, dat op 2 november 2004 is vastgesteld. Het voorliggende bestemmingsplan vormt de planologische regeling voor het gebied Kerkbuurt-Oost van de gemeente Sliedrecht. Het plan heeft een conserverend karakter ten aanzien van de bestaande situatie. Beoogd effect Het doel van het nieuwe bestemmingsplan is het bieden van een actuele, eenduidige en uniforme juridische regeling voor het toegestane gebruik en bebouwing binnen het plangebied. Daarnaast wordt voldaan aan de wettelijke plicht dat bestemmingsplannen na 1 juli 2013 niet ouder mogen zijn dan tien jaar. Argumenten 1.1. De zienswijze is op tijd binnengekomen In het bijgevoegde zienswijzenverslag kunt u zien welke zienswijze is ontvangen. De zienswijze is binnen de termijn binnengekomen en van een handtekening voorzien. De zienswijze is daarmee ontvankelijk. 2.1 De ingediende zienswijze is behandeld Het ontwerpbestemmingsplan heeft vanaf 4 juli 2014 gedurende zes weken ter inzage gelegen. Tijdens deze termijn is 1 zienswijze ontvangen. De zienswijze is samengevat en van een reactie voorzien in de bijgevoegde Notitie zienswijzen bestemmingsplan Kerkbuurt-Oost. De bevoegdheid om te beslissen

113 - 2 - over de ingebrachte zienswijze ligt bij de raad. Geadviseerd wordt de zienswijze ongegrond te verklaren. De zienswijze leidt niet tot aanpassingen van het bestemmingsplan. 3.1 Het bestemmingsplan wordt op een punt aangepast Het vast te stellen bestemmingsplan Kerkbuurt-Oost behelst een aanpassing ten opzichte van het ontwerp bestemmingsplan. Hierin is het perceel Kerkbuurt 12 bestemd als Wonen. Dit dient de bestemming Centrum-2 te zijn, het pand bevat immers een bestaande detailhandelsvestiging. Dit punt wordt meegenomen in het vast te stellen bestemmingsplan. 4.1 Het is niet nodig een exploitatieplan vast te stellen Het bestemmingsplan Kerkbuurt-Oost maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk. Het opstellen van een exploitatieplan is daarom niet aan de orde. Kanttekeningen n.v.t. Kaderstellende en controlerende aspecten t.b.v. de gemeenteraad, uitgesplitst in: Financiële kaders De kosten voor het opstellen van dit bestemmingsplan worden gedekt uit de reguliere post Bestemmingsplannen herziening Wettelijke en Beleidskaders, eventueel inhoudelijke/ruimtelijke kaders De verplichting om te beschikken over bestemmingsplannen die niet ouder zijn dan 10 jaar is neergelegd in artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening. Tijdspad, monitoring en evaluatie n.v.t. Communicatie - De kennisgeving van het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan wordt gepubliceerd in de Staatscourant, Het Kompas en op de website van de gemeente; - Het bestemmingsplan wordt gepubliceerd op de website van de gemeente en op de landelijke voorziening - De indieners van een zienswijze worden schriftelijk op de hoogte gebracht van de behandeling van hun zienswijze. Vervolg Het bestemmingsplan wordt na vaststelling ter inzage gelegd. Er is dan de mogelijkheid om beroep aan te tekenen bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Burgemeester en wethouders van Sliedrecht, De secretaris, De burgemeester, drs. C.A. de Haas MBA drs. A.P.J. van Hemmen Bijlagen: Conceptraadsbesluit met de volgende bijlagen; 1. Vast te stellen bestemmingsplan Kerkbuurt-Oost 2. Nota zienswijzen.

114 2 rb - Vaststellen bestemmingsplan Kerkbuurt-Oost.pdf Concept Raadsbesluit zaaknummer: Onderwerp: Vaststellen bestemmingsplan Kerkbuurt-Oost De raad van de gemeente Sliedrecht; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 16 september 2014; Besluit: 1. De ingediende zienswijze op het ontwerp bestemmingsplan ontvankelijk te verklaren; 2. De zienswijze van reclamant 1 ongegrond te verklaren; 3. Het bestemmingsplan Kerkbuurt-Oost, bestaande uit de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0610.bp09KerkbuurtOost 3001 met de bijbehorende bestanden gewijzigd vast te stellen overeenkomstig het bij het raadsbesluit behorende Nota van wijzigingen ; 4. Bij de vaststelling van het bestemmingsplan Kerkbuurt-Oost geen exploitatieplan als bedoeld in artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening vast te stellen omdat de noodzaak hiertoe niet aanwezig is. Vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Sliedrecht op 28 oktober 2014 De griffier, De voorzitter, A. Overbeek drs. A.P.J. van Hemmen

115 3 by 1a - Bestemmingsplan Kerkbuurt-Oost - Toelichting en Regels.pdf SLIEDRECHT KERKBUURT-OOST BESTEMMINGSPLAN

116

117 Sliedrecht Kerkbuurt-Oost bestemmingsplan identificatie planstatus identificatiecode: datum: status: NL.IMRO.0610.bp09KerkbuurtOost concept voorontwerp projectnummer: ontwerp vastgesteld projectleider: drs. G.M. Boiten - van Eck aangesloten bij: Delftseplein 27b RBOI - Rotterdam postbus bv 150 Delftseplein 27b 3000 AD Rotterdam Postbus AD Rotterdam T: telefoon (010)

118 Rho Adviseurs bv Niets uit dit drukwerk mag door anderen dan de opdrachtgever worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Rho Adviseurs bv, behoudens voorzover dit drukwerk wettelijk een openbaar karakter heeft gekregen. Dit drukwerk mag zonder genoemde toestemming niet worden gebruikt voor enig ander doel dan waarvoor het is vervaardigd.

119 Toelichting

120

121 3 Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding Aanleiding Ligging en begrenzing plangebied Vigerend bestemmingsplan Leeswijzer 7 Hoofdstuk 2 Omschrijving plangebied Algemeen Functies Structuur Gebiedsvisie 10 Hoofdstuk 3 Beleidskader Rijksbeleid Provinciaal en regionaal beleid Gemeentelijk beleid 13 Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten Verkeer en parkeren Geluid Luchtkwaliteit Bedrijven en milieuzonering Horeca Bodem Externe veiligheid Kabels en leidingen Waterparagraaf Ecologie Archeologie en cultuurhistorie 32 Hoofdstuk 5 Juridische vormgeving Inleidende regels Bestemmingsregels Algemene regels Overgangsrecht en slotregel 38 Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid 39 Rho adviseurs voor leefruimte

122 4 Bijlagen toelichting Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Toelichting Staat van Bedrijfsactiviteiten 'functiemenging' Nota inspraak en overleg Nota zienswijzen Rho adviseurs voor leefruimte

123 Rho adviseurs voor leefruimte

124 6 Rho adviseurs voor leefruimte

125 7 Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding Het voorliggende bestemmingsplan vormt de planologische regeling voor het gebied Kerkbuurt Oost van de gemeente Sliedrecht. Het plan heeft een conserverend karakter ten aanzien van de bestaande situatie. Met dit bestemmingsplan wordt aan de actualiseringverplichting vanuit de wetgeving voldaan. Deze wetgeving verplicht om eens in de 10 jaar een bestemmingsplan te actualiseren. 1.2 Ligging en begrenzing plangebied Het plangebied omvat grofweg het gebied rond het oostelijke deel van de Kerkbuurt, gelegen tussen de P.C. Hooftlaan en de Stationsweg/Kerkstraat. De exacte plangrens is aangegeven in figuur Vigerend bestemmingsplan Binnen het plangebied vigeert grotendeels het bestemmingsplan Kerkbuurt Oost, dat in 2004 is vastgesteld. In het plangebied zijn daarnaast twee locaties opgenomen waar bestemmingsplan Woongebied, dat in 2012 is vastgesteld, vigeert. 1.4 Leeswijzer In hoofdstuk 2 is een omschrijving van het plangebied opgenomen. In hoofdstuk 3 wordt het relevante beleidskader toegelicht. Het beleid op rijks, provinciaal, regionaal en gemeentelijk niveau wordt hier beschreven. De omgevingsaspecten komen aan de orde in hoofdstuk 4. Een toelichting op de juridische regeling van het plan wordt gegeven in hoofdstuk 5. Hoofdstuk 6 ten slotte gaat in op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid. Rho adviseurs voor leefruimte

126 8 Rho adviseurs voor leefruimte

127 9 Hoofdstuk 2 Omschrijving plangebied 2.1 Algemeen De Kerkbuurt is het historische centrum van Sliedrecht. Het vormt samen met de Rivierdijk één van de overblijfselen waaruit de geschiedenis van de plaats te lezen valt. Al eeuwen wordt hier handel gedreven en de afgelopen decennia heeft vooral de detailhandel zich sterk ontwikkeld. De unieke ligging en het historisch gevormd karakter maken het gebied aantrekkelijk en levendig, en onderscheiden het van andere winkelgebieden in de omgeving. Dit onderscheid wordt versterkt door de aanwezigheid van veel Sliedrechtse ondernemers, en relatief minder grootschalige landelijke ketens. Hierdoor bestaat er een grote wederzijdse binding tussen winkelier en (veelal vaste) klant. De Kerkbuurt onderscheidt zich verder van de andere winkelgebieden in Sliedrecht door het aanbod van winkels in met name het hogere segment. Naast de hoofdfunctie als winkelgebied kent de Kerkbuurt ook een, zij het beperktere, woonfunctie. Tevens bevinden zich binnen het plangebied een aantal maatschappelijke instellingen, kantoren en horecabedrijven. Naast de Kerkbuurt, zijnde hét centrale winkelgebied, kent Sliedrecht nog enkele ondersteunende winkelgebieden voor de meer dagelijkse boodschappen. Zoals de wijk en buurtcentra Burgemeester Winklerplein, Fazantplein, Populierenhof en Thorbeckelaan, waar het accent duidelijk ligt op het dagelijkse artikelenaanbod. 2.2 Functies Binnen het plangebied is sprake van een tweedeling. Aan de oostzijde van het Merwedeplein zijn minder winkels gevestigd en staan tussen de winkels verspreid ook enkele woningen. Het gedeelte aan de westzijde van het plein bestaat voornamelijk uit winkels, wordt daarom meer bezocht door het winkelend publiek en doet hierdoor aantrekkelijker en levendiger aan. De detailhandel in de Kerkbuurt is enerzijds eenzijdig van karakter. Er is relatief veel mode, andere branches zijn minder vertegenwoordigd. Het overgrote deel van het winkelaanbod in het hogere segment in Sliedrecht bevindt zich daarentegen juist in de Kerkbuurt, waarin het zich onderscheidt qua aanbod en doelgroep van andere winkelgebieden in zowel Sliedrecht als omliggende dorpen. De branchegroep 'mode en luxe' is aldus sterk vertegenwoordigd. Zowel in aantallen winkels als wat betreft vloeroppervlak is sprake van een bijzonder hoog niveau. Kijken we naar de kwaliteiten van het winkelaanbod dan valt op dat vooral de lokale winkeliers het hogere marktsegment bedienen. De landelijk bekende winkelformules bevinden zich veelal in het lage tot midden marktsegment. In vergelijking met soortgelijke winkelcentra zijn er minder andere functies, zoals dienstverlening, horeca en ambacht. De horeca bevindt zich voornamelijk op de kop nabij de Stationsweg en Grote Kerk. De woonfunctie bevindt zich vooral in het oostelijke deel van het plangebied, deze woningvoorraad is divers naar type, afmetingen en gebruiker. De maatschappelijke functies en aanwezige kantoren zijn verspreid door het gebied te vinden. Rho adviseurs voor leefruimte

128 Structuur De Kerkbuurt heeft haar eigen kernkwaliteiten. De dijk is de belangrijkste structuurdrager met een kronkelige loop en hoogteverschillen ten opzichte van de directe omgeving. Tussen de panden c.q. groepen van panden zijn openingen aanwezig, al dan niet toegankelijk voor het publiek. Sommige openingen doen dienst als entrees naar de dijk en verbinden de winkelstraat met de parkeerplaatsen. Aan de noordzijde bestaan de opgangen uit trappen vanwege het (grote) hoogteverschil. Aan de zuidzijde bestaan de opgangen uit hellingbanen. Aan de westzijde van de Kerkbuurt wordt de entree van de dik gevormd door een verbreding van de oorspronkelijke dijk. Het beeld van de ontstane verblijfsruimte wordt sterk bepaald door de Grote Kerk. Kijkend in westelijke richting vanuit de winkelstraat doemt deze markant op. Het Merwedeplein is een onderbreking van de langgerekte dijkstructuur. Trekkende elementen Jumbo en Hema zijn hier gevestigd. Het Merwedeplein vormt het zwaartepunt van het winkelgebied. Het plein is het middelpunt van de Kerkbuurt. De rivier is vanaf de dijk niet te zien, maar vanwege de ligging van de waterbushalte aan het einde van de Kerkbuurt (oostzijde) is indirect toch een relatie aanwezig met het water. 2.4 Gebiedsvisie In paragraaf 3.3 is het beleidsdocument 'Toekomstvisie Sliedrecht' samengevat. In dit document is een toekomstvisie met actieprogramma voor de Kerkbuurt beschreven. Het onderhavige bestemmingsplan is in hoofdzaak consoliderend, maar het biedt wel ruimte aan enkele in het gebied gewenste ontwikkelingen. De bestemmingen zijn waar mogelijk globaal, zodat functies onderling kunnen worden uitgewisseld. Daarnaast is de centrumfunctie verdeeld in twee categorieën (voor kernwinkelgebied en aanloopstraten), met elk hun eigen accenten. Verder biedt het bestemmingsplan ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan extra bouwmogelijkheden aan de achterzijde van de panden binnen het kernwinkelgebied. Via een wijzigingsbevoegdheid biedt het bestemmingsplan de mogelijkheid om de reeds gesloten school aan de Jacob Catsstraat (nu in gebruik als wissellocatie) te wijzigen in de bestemming 'Verkeer Verblijfsgebied' ten behoeve van de weekmarkt. De gemeente is eigenaar van deze gronden. Rho adviseurs voor leefruimte

129 11 Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte en Barro Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar & veilig. Daar streeft het Rijk naar met een aanpak die ruimte geeft aan regionaal maatwerk, de gebruiker voorop zet, investeringen scherp prioriteert en ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur met elkaar verbindt. Een actualisatie van het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid is daarvoor nodig. De verschillende beleidsnota's op het gebied van ruimte en mobiliteit zijn gedateerd door nieuwe politieke accenten en veranderende omstandigheden zoals de economische crisis, klimaatverandering en toenemende regionale verschillen onder andere omdat groei, stagnatie en krimp gelijktijdig plaatsvinden. De ontwerpstructuurvisie Infrastructuur en Ruimte geeft een nieuw, integraal kader voor het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid op rijksniveau en is de 'kapstok' voor bestaand en nieuw rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. De structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is vertaald in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Het Barro omvat alle ruimtelijke rijksbelangen die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsplannen. Het gaat om kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking, de bufferzones, nationale landschappen, de Ecologische Hoofdstructuur, de kust, grote rivieren, militaire terreinen, mainportontwikkeling van Rotterdam en de Waddenzee. Met het Barro maakt het Rijk proactief duidelijk waar provinciale verordeningen en gemeentelijke bestemmingsplannen aan moeten voldoen. Uit de regels en kaarten behorende bij het Barro kan worden afgeleid welke aspecten relevant zijn voor het ruimtelijke besluit. Doelen In de structuurvisie Infrastructuur en Ruimte formuleert het Rijk drie hoofddoelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar & veilig te houden voor de middellange termijn (2028): het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk economische structuur van Nederland; het verbeteren, in stand houden en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Nationale belangen De voorgaande (hoofd)doelstellingen zijn in de structuurvisie vertaald naar nationale belangen. Deze zijn direct of indirect ook opgenomen in het Barro, waarmee zij juridisch doorwerken in bestemmingsplannen. De volgende rijksbeleidspunten zijn van toepassing op het plangebied: 1. Een excellent en internationaal bereikbaar vestigingsklimaat in de stedelijke regio's met een concentratie van topsectoren. In dit kader blijft het Rijk gebiedsgerichte afspraken maken met de stedelijke regio's over de programmering van verstedelijking (woningbouw), zowel kwantitatief als kwalitatief. 2. Efficiënt gebruik van de ondergrond. 3. Een robuust hoofdnetwerk van weg, spoor en vaarwegen rondom en tussen de belangrijkste Rho adviseurs voor leefruimte

130 12 stedelijke regio's inclusief de achterlandverbindingen. 4. Betere benutting van de capaciteit van het bestaande mobiliteitssysteem van weg, spoor en vaarwegen. 5. Het instandhouden van de hoofdnetwerken van weg, spoor en vaarwegen om het functioneren van de netwerken te waarborgen. 6. Verbeteren van de milieukwaliteit (lucht, bodem, water) en bescherming tegen geluidsoverlast en externe veiligheidsrisico's. 7. Ruimte voor waterveiligheid, een duurzame zoetwatervoorziening en kaders voor klimaatbestendige stedelijke (her)ontwikkeling. 8. Ruimte voor behoud en versterking van (inter) nationale unieke cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten. 9. Ruimte voor een nationaal netwerk van natuur voor het overleven en ontwikkelen van flora en faunasoorten. 10. Zorgvuldige afwegingen en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke plannen. 3.2 Provinciaal en regionaal beleid Provinciale Structuurvisie Visie op Zuid Holland De provincie heeft een integrale structuurvisie voor de ruimtelijke ordening in Zuid Holland vastgesteld. In deze Visie op Zuid Holland beschrijft de provincie haar doelstellingen en provinciale belangen. De structuurvisie geeft de provincie de visie tot 2020 met bijbehorende uitvoeringsstrategie en een doorkijk naar De kern van Visie op Zuid Holland is het versterken van samenhang, herkenbaarheid en diversiteit binnen Zuid Holland. Dit draagt bij aan een goede kwaliteit van leven en een sterke economische concurrentiepositie. Duurzame ontwikkeling en klimaatbestendigheid zijn belangrijke pijlers. Dit wil Zuid Holland bereiken door realisering van een samenhangend stedelijk en landschappelijk netwerk. Goede bereikbaarheid, een divers aanbod van woon en werkmilieus in een aantrekkelijk landschap met ruimte voor water, landbouw en natuur zijn daarin kenmerkende kwaliteiten. De visie op Zuid Holland is opgebouwd uit vijf integrale hoofdopgaven, namelijk: aantrekkelijk en concurrerend internationaal profiel; duurzame en klimaatbestendige deltaprovincie; divers en samenhangend stedelijk netwerk; vitaal, divers en aantrekkelijk landschap; stad en land verbonden. Het plangebied is aangewezen als 'stad en dorpsgebied'. Dit in basis conserverende plan past binnen de doelstellingen van de Provinciale Structuurvisie. Verordening Ruimte In deze verordening zijn specifieke eisen gesteld waaraan bestemmingsplannen moeten voldoen. Het plangebied ligt binnen de bebouwingscontour. Dit in basis conserverende bestemmingsplan dat een aantal stedelijke functies toestaat, past binnen de Verordening Ruimte, aangezien deze functies binnen de bebouwingscontour zijn toegestaan. Rho adviseurs voor leefruimte

131 Gemeentelijk beleid Structuurvisie Sliedrecht 2020 De hoofdlijnen van de Structuurvisie De wèreld tusse Wengerde en 't waoter (2006)worden in de nieuwe structuurvisie onderschreven: De structuurvisie bevat drie hoofddoelen: 1. Sliedrecht wil op sociaal gebied een pluriforme, tolerante en vitale gemeenschap blijven, waarbij een goed functionerende samenleving centraal staat; 2. fysiek gezien betekent dit dat Sliedrecht een ruimtelijke structuur wil realiseren die zowel kwantitatief als kwalitatief inspeelt op de actuele dynamiek waarbij de sociale waarden behouden moeten blijven; 3. daarbij wil de gemeente een actieve rol spelen in de realisatie van de gewenste toekomstige ruimtelijke structuur. De structuurvisie Sliedrecht 2020 onderstreept niet alleen de hoofdkeuzen die zijn vastgelegd in de structuurvisie 2006 'De wèreld tussen Wengerde en 't woater' maar ook het ambitiedocument 'Sliedrecht 2010 en verder'. De hoofdkeuzen hieruit worden toegespitst op de actuele situatie en te voorziene trends en uitgewerkt in concrete beleidskeuzen en te ondernemende activiteiten en projecten in de komende periode van 10 tot 15 jaar. Deze dragen allen bij aan de missie: Sliedrecht: watergericht, innovatief en betrokken bij elkaar. In het kader van voorzieningen wordt de Kerkbuurt genoemd als hoofdwinkelcentrum die onder druk staat. Een extra supermarkt is gezien de marktruimte niet aan de orde. Voor het niet dagelijkse artikelaanbod bestaat een marktruimte van circa à m 2 wvo, welke in de Kerkbuurt ontwikkeld zou kunnen worden. Ambitie voor de Kerkbuurt is het versterken van de bestaande detailhandelconcentratie met een accent op kwaliteit. Toekomstvisie Kerkbuurt De winkelfunctie staat onder druk in de Kerkbuurt, het historische centrum van Sliedrecht. In de Kerkbuurt begint hier en daar leegstand te ontstaan, hebben enkele panden een matige presentatie en er heerst weinig investeringsbereidheid bij ondernemers (hoewel de leegstand in Sliedrecht minder is dan gemiddeld in den lande). Daarnaast hebben enkele gemeentelijke en regionale ontwikkelingen op met name het gebied van detailhandel hun weerslag op de toekomstpotentie van het gebied. Enkele zaken die genoemd worden in de toekomstvisie zijn: het eenzijdige karakter van de detailhandel; naast detailhandel weinig andere functies; met name het westelijke deel dat aansluit op de Stationsweg staat onder druk; weinig grotere winkelruimtes; het Merwedeplein moet worden ingericht als een besloten plein, met aanpak van de winkelpuien. Een combinatie met woningbouw kan de ruimtelijke kwaliteiten enorm versterken; er moet beleidsmatig een duidelijker onderscheid gemaakt worden tussen het kernwinkelgebied en de aanloopstraten. De doorwerking van de toekomstvisie in het bestemmingsplan zit met name in het onderscheiden van het kernwinkelgebied en de aanloopstraten. Het onderscheid in kernwinkelgebied (Centrum 1) en aanloopgebied (Centrum 2) is nu zichtbaar op de verbeelding en ligt ter hoogte van de Waterkeringweg. Het grootste verschil tussen de gebieden is dat er in het kernwinkelgebied in principe alleen op de verdieping gewoond mag worden en in het aanloopgebied ook op de begane grond. Rho adviseurs voor leefruimte

132 14 Beeldkwaliteitplan Kerkbuurt Oost (2008) In het beeldkwaliteitplan zijn de bestaande kwaliteiten en knelpunten van de Kerkbuurt aangegeven. Op basis daarvan zijn doelstellingen opgesteld voor toekomstige ontwikkelingen. Gestreefd wordt naar ontwikkelingen die de kwaliteit van het winkelgebied verbeteren en het karakter versterken. In het onderhavige bestemmingsplan zijn ondermeer de bebouwingsmogelijkheden aangegeven, gebaseerd op de historisch gegroeide structuur en schaal van de dijk. Het beeldkwaliteitplan gaat verder en geeft randvoorwaarden aan voor de verschijningsvorm van de bebouwing en de openbare ruimte. De doelstellingen voor de beeldkwaliteit zijn: 1. karakter van de dijk handhaven; 2. versterken van de kwaliteit en vormgeving van de gebouwen; 3. versterken van de kwaliteit van de openbare ruimte. Om dit te bewerkstelligen zijn voor individuele panden en voor de openbare ruimte spelregels opgesteld. Aan de spelregels wordt getoetst via de welstandstoets. Parkeernota Tot voor kort werden parkeernormen in de gemeente Sliedrecht in drie documenten geregeld: Het VCP 2005 en de Bouwverordening, beide gebaseerd op het ASVV 2004 en het bestemmingsplan waarbij er een uiteenlopend beeld was. Bij die opzet waren een bestemmingsplan, bouwverordening of parkeerverordening niet in alle situaties van toepassing. Daarnaast is sinds de inwerkingtreding van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) per 1 juli 2008 de parkeerregeling in de Woningwet vervallen. Daarom heeft de gemeente in november 2008 de Nota Parkeerbeleid Sliedrecht opgesteld. Door hier in het bestemmingsplan en de Bouwverordening naar te verwijzen, of de relevante passages over te nemen, is het mogelijk om zowel bij nieuwbouw, functieverandering of verbouwing dwingend parkeernormen op te leggen. In paragraaf 4.1 wordt nader op het parkeren ingegaan. Seksinrichtingen Er is slechts één seksinrichting toegestaan in de gemeente, op bedrijventerrein Nijverwaard. Rho adviseurs voor leefruimte

133 15 Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten 4.1 Verkeer en parkeren Verkeer Ontsluiting gemotoriseerd verkeer De belangrijkste toegangsweg naar het plangebied betreft de Stationsweg, welke in zuidelijke richting overloopt in de Kerkstraat/Merwestraat. Deze gebiedsontsluitingsweg (50 km/h) loopt vanaf het kruispunt met de Thorbeckelaan/Deltalaan naar de westelijke grens van het plangebied. De Stationsweg kruist de Rembrandtlaan. Deze weg aan de noordzijde van het plangebied, eveneens gecategoriseerd als gebiedsontsluitinsgweg (50 km/h), loopt vanaf de Stationsweg in oostelijke richting en sluit ter hoogte van de Beneden Merwede aan op de Rivierdijk. Er lopen vanaf deze oost west verbinding enkele inprikkers van en naar het plangebied. De belangrijkste zijn de Jacob Catsstraat en de P.C. Hooftlaan (grenzend aan de oostzijde van het plangebied). Deze beide wegen zijn gecategoriseerd als erftoegangsweg 1 (erftoegangswegen met een verzamelfunctie). De Jacob Catsstraat heeft daarbij de functie als toegangsroute voor vrachtverkeer ter bevoorrading van het winkelgebied. Aan de zuidzijde van het plangebied wordt de ontsluiting naar ofwel de Kerkstraat/Merwestraat ofwel de P.C. Hooftlaan verzorgt door de Middeldiepstraat. Ook deze weg is gecategoriseerd als erftoegangsweg 1. De wegen gecategoriseerd als erftoegansgweg 1 hebben een maximum snelheid van 30 km/h. De Kerkbuurt is tussen de Kerkstraat en de P.C. Hooftlaan ingericht als autoluw winkelgebied. Langzaam verkeer Voor fietsers verloopt de hoofdontsluiting van het plangebied via dezelfde wegenstructuur als voor het gemotoriseerd verkeer. Hierbij is langs de Stationsweg tussen het kruispunt met de Thorbeckelaan/Deltalaan en de rotonde met de Rembrandtlaan een vrijliggende fietsvoorziening aanwezig. De overige wegen met een ontsluitende functie zijn voorzien van fietsstroken. Op de wegen die niet zijn gecategoriseerd als gebiedsontsluitingsweg of erftoegangsweg 1 maken fietsers en gemotoriseerd verkeer gebruik van dezelfde verkeersruimte. Voor voetgangers zijn trottoirs aanwezig. Tevens is de Kerkbuurt, tussen de Kerkstraat en de P.C. Hooftlaan ingericht als voetgangersgebied. Openbaar vervoer Rondom het plangebied zijn verschillende bushaltes aanwezig, waaronder het busstation aan het Burgemeester Winklerplein. Andere bushaltes liggen aan de Middeldiepstraat (ter hoogte van het kruispunt met de Oranjestraat), aan de Kerkbuurt (net ten westen van het plangebied) en aan de Oosterbrugstraat (aan de oostzijde van het plangebied). Vanaf deze verschillende haltes rijden bussen richting onder andere het NS station Sliedrecht, Dordrecht, Rotterdam en Gorinchem. Tevens is aan de oostzijde van het plangebied (kruispunt Middeldiepstraat Oosterbrugstraat) een halte van de Waterbus aanwezig. Vanaf hier varen boten naar de Merwedekade in Dordrecht. Rho adviseurs voor leefruimte

134 16 Parkeren Rondom de Kerkbuurt zijn verschillende parkeerterreinen aanwezig. Deze zijn gelegen aan: het kruispunt Jacob Catsstraat Frans Halsstraat; de Zoutstoep (2 terreinen); de Van Goghstraat; de Rubensstraat; de Gantelweg (2 terreinen); de Middeldiepstraat. Daarnaast kan tevens langs de weg en in de woonstraten worden geparkeerd. Binnen Sliedrecht is de ambitie gesteld alleen parkeerregulering toe te passen op basis van tijd (blauwe zone). Binnen het plangebied is deze vorm van parkeerregulering toegepast op de Rembrandtlaan, de Stationsweg, de Kerkstraat, het parkeerterrein aan de Jacob Catsstraat, de Frans Halsstraat, Joost van den Vondelstraat en het westelijke parkeerterrein aan de Zoutstoep. Bij eventuele nieuwe ontwikkelingen binnen het plangebied dient voldaan te worden aan de parkeernormen van de gemeente Sliedrecht. Voor ontwikkelingen in de Kerkbuurt geldt echter niet de eis dat het parkeren op eigen terrein afgewikkeld hoeft te worden. Voor deze ontwikkelingen is als eis gesteld dat compenserende parkeerplaatsen gerealiseerd dienen te worden binnen een afgebakend zoekgebied. Deze afbakening is opgenomen in bijlage 3 van de Nota Parkeerbeleid Sliedrecht. Voor de aanleg van deze compenserende parkeerplaatsen geldt een realisatietermijn van maximaal twee jaar. 4.2 Geluid Binnen dit bestemmingsplan worden geen nieuwe geluidsgevoelige ontwikkelingen mogelijk gemaakt. Onderzoek naar geluidshinder is daarom niet aan de orde. 4.3 Luchtkwaliteit Beleid en normstelling In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van een ruimtelijk plan uit het oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens rekening gehouden met de luchtkwaliteit. Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer. Dit onderdeel van de Wet milieubeheer (Wm) bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk langs wegen vooral de grenswaarden voor stikstofdioxide (jaargemiddelde) en fijn stof (jaar en daggemiddelde) van belang. De grenswaarden van de laatstgenoemde stoffen zijn in tabel 4.1 weergegeven. Rho adviseurs voor leefruimte

135 17 Tabel 4.1 Grenswaarden maatgevende stoffen Wm stof toetsing van grenswaarde geldig stikstofdioxide (NO 2 ) 1) jaargemiddelde 60 µg/m³ 2010 tot en met 2014 concentratie jaargemiddelde 40 µg/m³ vanaf 2015 concentratie fijn stof (PM 10 ) 2) jaargemiddelde 40 µg/m³ vanaf 11 juni 2011 concentratie 24 uurgemiddelde max. 35 keer p.j. meer dan vanaf 11 juni 2011 concentratie 50 µg/m³ 1) De toetsing van de grenswaarde voor de uurgemiddelde concentratie NO 2 is niet relevant aangezien er pas meer overschrijdingsuren dan het toegestane aantal van 18 per jaar zullen optreden als de jaargemiddelde concentratie NO 2 de waarde van 82 µg/m³ overschrijdt. Dit is nergens in Nederland het geval. 2) Bij de beoordeling hiervan blijven de aanwezige concentraties van zeezout buiten beschouwing (volgens de bij de Wlk behorende Regeling beoordeling Luchtkwaliteit 2007). Op grond van artikel 5.16 van de Wm kunnen bestuursorganen bevoegdheden, die gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit (zoals de vaststelling van een bestemmingsplan), uitoefenen indien: de bevoegdheden/ontwikkelingen niet leiden tot een overschrijding van de grenswaarden (lid 1 onder a); de concentratie in de buitenlucht van de desbetreffende stof als gevolg van de uitoefening van die bevoegdheden per saldo verbetert of ten minste gelijk blijft (lid 1 onder b1); bij een beperkte toename van de concentratie van de desbetreffende stof, door een met de uitoefening van de betreffende bevoegdheid samenhangende maatregel of een door die uitoefening optredend effect, de luchtkwaliteit per saldo verbetert (lid 1 onder b2); de bevoegdheden/ontwikkelingen niet in betekenende mate bijdragen aan de concentratie in de buitenlucht (lid 1 onder c); het voorgenomen besluit is genoemd in of past binnen het omschreven Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) of een vergelijkbaar programma dat gericht is op het bereiken van de grenswaarden (lid 1 onder d). Besluit NIBM In het 'Besluit niet in betekenende mate' is bepaald in welke gevallen een project vanwege de gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst. Hierbij worden 2 situaties onderscheiden: een project heeft een toename van minder dan 3% van de jaargemiddelde concentratie NO 2 en PM 10 (= 1,2 µg/m³); een project valt in een categorie die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden; deze categorieën betreffen onder andere woningbouw met niet meer dan woningen aan één ontsluitingsweg of kantoorlocaties met maximaal m 2 bvo bij één ontsluitingsweg. Onderzoek Het bestemmingsplan is consoliderend van aard, er worden geen directe ontwikkelingen mogelijk gemaakt. Er is dan ook geen sprake van verkeersgeneratie ten gevolge van het bestemmingsplan. Het bestemmingsplan draagt daarmee niet in betekenende mate bij aan de luchtkwaliteit. Nader onderzoek is dan ook niet noodzakelijk. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is een indicatie van de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied gegeven. Dit is gedaan aan de hand van de monitoringstool (http://www.nsl monitoring.nl/viewer/) die bij het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit hoort. Hieruit blijkt dat zowel in 2011 als in 2020 voldaan wordt aan de voor dit jaar geldende normen Rho adviseurs voor leefruimte

136 18 uit de Wet Milieubeheer. Met behulp van deze monitoringstool kunnen de rekenpunten per weg worden geselecteerd voor de exacte rekenresultaten. Het maximale gehalte stikstofdioxide in het jaar 2011 bedraagt 34,8 µg/m³, voor fijnstof bedraagt dit maximaal 28,1 µg/m³ en het maximaal aantal overschrijdingsdagen van het 24 uurs gemiddelde voor fijnstof bedraagt 25. Voor het jaar 2020 bedraagt het gehalte stikstofdioxide maximaal 24,7 µg/m³, voor fijnstof bedraagt dit 22,8 en het maximale aantal overschrijdingsdagen van het 24 uurs gemiddelde voor fijnstof bedraagt 12 dagen. In figuur 4.1 zijn de rekenpunten voor het plangebied weergegeven. Dit betreffen zowel de rekenpunten voor het jaar 2011 als Hieruit blijkt dat de Rembrandtlaan de maatgevende weg is voor het plangebied. Figuur 4.1 Luchtkwaliteit o.b.v. NSL monitoringstool. Direct langs deze wegen wordt aan de grenswaarden voldaan, dit zal dus ook ter plaatse van het gehele plangebied het geval zijn. Concentraties luchtverontreinigende stoffen nemen immers af naarmate een locatie verder van de weg ligt. Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de vaststelling van het bestemmingsplan. Rho adviseurs voor leefruimte

137 Bedrijven en milieuzonering Beleid en regelgeving Wanneer nieuwe ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt dient vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening rekening te worden gehouden met eventuele milieuhinder door bedrijven. Uitgangspunt daarbij is dat nieuwe en bestaande bedrijven niet in hun bedrijfsvoering worden beperkt en dat ter plaatse van nieuwe woningen sprake is van een aanvaardbaar woon en leefklimaat. Voor afstemming tussen bedrijven en gevoelige functies, zoals woningen, wordt gebruik gemaakt van milieuzonering aan de hand van een Staat van Bedrijfsactiviteiten (SvB). Dat is een lijst waarin de meest voorkomende bedrijfsactiviteiten zijn gekoppeld aan een mate van milieubelasting. De Staat van Bedrijfsactiviteiten is opgesteld met behulp van de VNG publicatie Bedrijven en milieuzonering (editie 2009). In gebieden waar bedrijfsactiviteiten en hindergevoelige functies reeds naast elkaar voorkomen of gewenst zijn, wordt gebruik gemaakt van de SvB 'functiemenging'. In deze SvB wordt per bedrijfsactiviteit bekeken in welke mate deze direct naast woningen toelaatbaar is. Voor een nadere toelichting op de aanpak van de milieuzonering met behulp van de SvB 'functiemenging' wordt verwezen naar bijlage 1. Afwijkingsbevoegdheid De toelaatbaarheid zoals hierboven beschreven betekent niet dat de uitoefening van activiteiten uit een hogere milieucategorie in alle gevallen onaanvaardbaar is. De SvB geeft namelijk een grove indeling van de hinderlijkheid van bedrijven. De situatie bij een specifiek bedrijf kan daarvan afwijken. Zo komt het voor dat een bedrijf als gevolg van de geringe omvang van hinderlijke activiteiten of door een milieuvriendelijke werkwijze minder hinder veroorzaakt dan in de SvB is verondersteld. Om bedrijfsactiviteiten toe te laten uit de milieucategorie die hoger ligt dan de algemene toelaatbaarheid, kan het bevoegd gezag gebruikmaken van een afwijkingsmogelijkheid. Ingeval van afwijking dient wel te worden aangetoond dat deze bedrijfsactiviteiten naar aard en invloed op de omgeving vergelijkbaar zijn met de bedrijfsactiviteiten die zijn genoemd in de algemeen toelaatbare milieucategorieën. Ook is er een afwijkingsmogelijkheid opgenomen voor bedrijven die niet in de SvB 'functiemenging' zijn genoemd, maar die wel naar aard en invloed op de omgeving geacht kan worden te behoren tot de categorieën die zijn toegestaan. Onderzoek In het plangebied zijn naast woningen andere functies aanwezig zoals bedrijven, kantoren, maatschappelijke voorzieningen, detailhandel en horeca. Functiemenging is in dit geval wenselijk gezien het feit dat het een centrumgebied betreft. In dit bestemmingsplan wordt daarom gebruik gemaakt van de SvB 'functiemenging', welke onderdeel uitmaakt van de regels. Binnen het plangebied worden bedrijven uit milieucategorie A en B1 van de SvB algemeen toelaatbaar geacht. Dit zijn bedrijven die direct naast, onder of boven woningen toelaatbaar zijn en zodanig weinig milieubelastend zijn dat de eisen uit het Bouwbesluit voldoende zijn om relevante milieuhinder te voorkomen. Met behulp van de SvB wordt bepaald welke bedrijven binnen de algemene toelaatbaarheid vallen. De in het plangebied voorkomende bedrijfsactiviteiten zijn geïnventariseerd en ingeschaald op basis van de categorieën uit de SvB 'functiemenging' (zie bijlage 1 van de regels). De bedrijven vallen alle in milieucategorie A of B1 van de SvB 'functiemenging'. Ter plaatse van twee bedrijven in het plangebied geldt de bestemming Centrum 1. Binnen deze bestemming zijn in principe geen bedrijven toegestaan. Aangezien het bestaande situaties betreft, wordt de huidige situatie gecontinueerd en mogelijk gemaakt via een specifieke bedrijfsbestemming, zie ook het onderstaande schema. Rho adviseurs voor leefruimte

138 20 Adres Naam bedrijf SBI Omschrijving VNG In bestemming Aanduiding code categorie Kerkbuurt 48 Drukkerij De Waard kleine drukkerij 2 Centrum 1 'specifieke vorm van bedrijf 1' Kerkbuurt 126 Drukkerij Van Wijngaarden kleine drukkerij 2 Centrum 1 specifieke vorm van bedrijf 1' Bij bedrijfsbeëindiging of verplaatsing kan zich op deze locaties alleen nog een gelijksoortig bedrijf vestigen, of een andere functie die past binnen de bestemming. Op deze manier wordt onaanvaardbare hinder uitgesloten. Op het adres Stationsweg 3A is een boksvereniging gevestigd. Ook deze functie past niet binnen de ter plaatse opgenomen bestemming (Centrum 2). De boksvereniging heeft daarom ook een specifieke aanduiding gekregen, namelijk 'sportzaal'. Conclusie Het aspect bedrijven en milieuhinder staat de uitvoering van het plan niet in de weg. 4.5 Horeca Bij de aanwezigheid van horecavoorzieningen is het van belang dat ter plaatse van woningen een goed woon en leefklimaat kan worden gerealiseerd en dat horecavoorzieningen op een gewenste locatie hun bedrijf kunnen uitoefenen. Vergelijkbaar met de zonering van bedrijfsactiviteiten wordt daarbij gebruikgemaakt van een (Sliedrechtse) horecaindeling. De SvH bestaat uit vijf categorieën van horeca activiteiten die zijn gerangschikt naar mate van hinderlijkheid waarbij vooral is gekeken naar het aspect geluidshinder en de verkeersaantrekkende werking van de onderscheiden categorieën. Per gebied wordt vastgesteld welke categorie van horecavoorzieningen toelaatbaar wordt geacht. De horeca indeling is opgenomen in de begrippen (artikel 1 lid 1.33). Onderzoek In het centrum van Sliedrecht bevinden zich verscheidene horecavoorzieningen en wordt de concentratie van horeca ook wenselijk geacht. In dit bestemmingsplan zijn horeca activiteiten uit categorie 2, 3 en 4 van de Sliedrechtse horecaindeling toegestaan. Deze horeca betreft horeca zoals een restaurant, dagzaken en cafetaria's. Het voorgaande is in dit bestemmingsplan vertaald door horeca uit categorie 2,3 en 4 in het plangebied toe te staan. Vier horecabedrijven in het plangebied vallen in een hogere categorie dan de algemeen toelaatbare categorieën (zie het onderstaande schema). Adres Naam bedrijf SBI code Omschrijving VNG categorie Aanduiding Stationsweg 3 Café Havana Discotheek, muziek 2 h=5 Stationsweg 7 Café De Waag Café 1 h=5 Rembrandtlaan 10A Café bar Café, bar 1 h=5 Rembrandt Kerkbuurt 140 Bar de Huifkar Discotheek, muziek 2 h=5 Horecavestigingen uit een hogere categorie dan de algemene toelaatbare categorieën worden mogelijk gemaakt via een specifieke horecabestemming. Dit houdt in dat ter plaatse het bestaande horecabedrijf is toegestaan, maar dat bij vertrek van dit bedrijf uitsluitend eenzelfde soort bedrijf dan wel een bedrijf uit categorie 2,3 en 4 is toegestaan. Conclusie De bestaande horeca inrichtingen in het plangebied zijn geïnventariseerd en ingeschaald volgens de horeca indeling. Voor de horecabedrijven die niet in de algemeen toelaatbare categorie (2, 3 en 4) vallen is een specifieke aanduiding opgenomen. Geconcludeerd wordt dat er ter plaatse van woningen Rho adviseurs voor leefruimte

139 21 sprake zal zijn van een aanvaardbaar woon en leefklimaat dat past bij het gebied. Het aspect horeca en milieuhinder staat de uitvoering van het plan niet in de weg. 4.6 Bodem Normstelling en beleid Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening dient in verband met de uitvoerbaarheid van een plan rekening gehouden te worden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijzigingen dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur op schone grond te worden gerealiseerd. Ten behoeve van ruimtelijke plannen dient ten minste het eerste deel van het verkennend bodemonderzoek, het historisch onderzoek, te worden verricht. Indien uit het historisch onderzoek wordt geconcludeerd dat op de betreffende locatie sprake is geweest van activiteiten met een verhoogd risico op verontreiniging dient een volledig verkennend bodemonderzoek te worden uitgevoerd. Onderzoek Het voorliggende bestemmingsplan betreft een consoliderend bestemmingsplan en maakt geen nieuwe functies mogelijk. Binnen het plangebied zijn hebben diverse bodemonderzoeken plaatsgevonden. Op dit moment is er echter geen sprake van saneringslocaties. Gezien het feit dat er geen sprake is van functiewijzigingen is bodemonderzoek niet noodzakelijk. Conclusie Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de vaststelling van het bestemmingsplan. 4.7 Externe veiligheid Beleid en normstelling Bij ruimtelijke plannen wordt ten aanzien van externe veiligheid naar verschillende aspecten gekeken, namelijk: bedrijven waar opslag, gebruik en/of productie van gevaarlijke stoffen plaatsvindt; vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, spoor, water of leidingen. In het externe veiligheidsbeleid wordt onderscheid gemaakt in het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans per jaar dat een persoon op een bepaalde plaats overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen, indien hij onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom een inrichting of langs een vervoersas. Het GR drukt de kans per jaar uit dat een groep mensen van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Voor het GR geldt een oriëntatiewaarde. De gemeente heeft een verantwoordingsplicht als het GR toeneemt en/of de oriëntatiewaarde overschrijdt. Risicovolle inrichtingen Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (hierna: Bevi) geeft een wettelijke grondslag aan het externe veiligheidsbeleid rondom risicovolle inrichtingen. Het doel van het besluit is de risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen tot een aanvaardbaar minimum te beperken. Op basis van het Bevi geldt voor het PR een grenswaarde voor kwetsbare objecten en een richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten. Beide liggen op een niveau van 10 6 per jaar. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet aan deze normen worden voldaan, ongeacht of Rho adviseurs voor leefruimte

140 22 het een bestaande of nieuwe situatie betreft. Het Bevi bevat geen norm voor het GR; wel geldt op basis van het Bevi een verantwoordingsplicht ten aanzien van het GR in het invloedsgebied van de inrichting. De in het externe veiligheidsbeleid gehanteerde norm voor het GR geldt daarbij als oriëntatiewaarde. Vervoer van gevaarlijke stoffen In de circulaire Risiconormering Vervoer Gevaarlijke Stoffen is het externe veiligheidsbeleid voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over water, wegen en spoorwegen opgenomen. Op basis van de circulaire geldt voor bestaande situaties de grenswaarde voor het PR ter plaatse van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten van 10 5 per jaar en de streefwaarde 10 6 per jaar. In nieuwe situaties is de grenswaarde voor het PR ter plaatse van kwetsbare objecten 10 6 per jaar. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt deze waarde als een richtwaarde. Op basis van de circulaire geldt bij een overschrijding van de oriëntatiewaarde voor het GR of een toename van het GR een verantwoordingsplicht. Deze verantwoordingsplicht geldt zowel in bestaande als nieuwe situaties. De circulaire vermeldt dat op een afstand van 200 m vanaf het tracé in principe geen beperkingen hoeven te worden gesteld aan het ruimtegebruik. Vooruitlopend op de vaststelling van het Besluit transportroutes externe veiligheid (Btev) is de circulaire RVGS per 1 januari 2010 gewijzigd. Met deze wijziging zijn de veiligheidsafstanden uit het Basisnet Weg en het Basisnet Water opgenomen in de circulaire. In het Btev worden tevens plasbrandaandachtsgebieden benoemd voor transportroutes. Vooruitlopend op de vaststelling van het Btev wordt, aan de hand van de Basisnetten, al geanticipeerd op de beperkingen voor ruimtelijke ontwikkelingen die samenhangen met deze plasbrandaandachtsgebieden. Buisleidingen Per 1 januari 2011 is het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) in werking getreden. In dat Besluit wordt aangesloten bij de risicobenadering uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) zodat ook voor buisleidingen normen voor het PR en het GR gelden. Op advies van de minister wordt bij de toetsing van externe veiligheidsrisico's van buisleidingen al enkele jaren rekening gehouden met deze risicobenadering. Op grond van het Bevb dient zowel bij consoliderende bestemmingsplannen als bij ontwikkelingen inzicht te worden gegeven in de afstand tot het plaatsgebonden risico en de hoogte van het groepsrisico als gevolg van het transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen. Onderzoek Risicovolle inrichtingen In (de nabije omgeving van) het plangebied zijn geen risicovolle inrichtingen aanwezig. In het plangebied worden dit soort inrichtingen ook niet mogelijk gemaakt. Nader onderzoek en/of een verantwoording van het groepsrisico is dan ook niet noodzakelijk. Vervoer van gevaarlijke stoffen Ten noorden van het plangebied op circa 500 m is de Rijksweg A15 gelegen. Het betreft het traject tussen afrit 23 (Papendrecht) en afrit 27 (Gorinchem). Deze weg beschikt over een veiligheidszone van maximaal 46 m en een Plasbrandaandachtsgebied (PAG) van 30 m. Gezien de ruime afstand tot het plangebied vormt dit geen belemmering. Het bestemmingsplan is consoliderend van aard. Er worden geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt en opzichte van de huidige planologische situatie. Dit in combinatie met de ruime afstand tot de A15 zorgt ervoor dat een verantwoording van het groepsrisico niet noodzakelijk geacht wordt. Ten zuiden van het plangebied op een afstand van circa 125 m is de Beneden Merwede gelegen. Over de Beneden Merwede worden gevaarlijke stoffen getransporteerd. Conform het Basisnet water betreft deze route een zwarte vaarweg. Voor zwarte vaarwegen geldt dat de PR 10 6 contour maximaal tot aan de oever reikt. De PR 10 6 contour komt daardoor niet over het plangebied. Het PR vormt geen belemmering voor het bestemmingsplan. Rho adviseurs voor leefruimte

141 23 Het GR ten gevolge van een zwarte vaarweg zal niet toenemen ten gevolge van het bestemmingsplan. Dit plan is consoliderend van aard en maakt geen directe ontwikkelingen mogelijk. De personendichtheid zal derhalve niet toenemen ten gevolge van dit bestemmingsplan. Gezien het omgevingsbeeld zal het GR naar verwachting niet hoger zijn dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde. Dit gegeven in combinatie met de consoliderende aard van het bestemmingsplan zorgen ervoor dat een nadere verantwoording van het GR niet noodzakelijk wordt geacht. Buisleidingen In het plangebied en omgeving zijn geen buisleidingen gelegen. Verantwoording groepsrisico Hierboven is reeds vermeld dat in de omgeving van het plangebied vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt over de Beneden Merwede, de A15 en de Betuweroute. Gezien de grote afstanden tot deze bronnen heeft alleen een ongeval met een transport van toxische gassen (bijv. Ammoniak) op één van de transportassen invloed op het plangebied. Vanwege de ligging van het plangebied binnen het invloedsgebied van de vervoersassen is een verantwoording van het groepsrisico noodzakelijk. Aangezien het voorliggende bestemmingsplan consoliderend van aard is en daarmee niet leidt tot een toename van de personendichtheden en het GR, kan worden volstaan met een beperkte verantwoording van het GR, waarin aandacht wordt besteed aan zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid en bereikbaarheid voor hulpdiensten. Over deze aspecten is advies gevraagd aan de Veiligheidsregio Zuid Holland Zuid. De veiligheidstoets van de veiligheidsregio levert de volgende conclusies op: het plangebied ligt buiten de PR 10 6 contouren; het groepsrisico neemt niet toe door het bestemmingsplan en de vaststelling van het bestemmingsplan zal niet leiden tot een groter aantal mogelijke slachtoffers. In het kader van de zelfredzaamheid verdient het aanbeveling bij de realisatie van toekomstige bouwplannen te zorgen voor ventilatie die door de gebruikers centraal in de objecten buiten werking kan worden gezet. Hiermee kan de zelfredzaamheid worden vergroot. De omwonenden, gebruikers en andere betrokkenen dienen daarnaast geïnformeerd te worden over een drietal zaken: de plannen/bestemming in hun directe omgeving en de mogelijke risico's als gevolg hiervan; de maatregelen die de overheid treft om de risico's te beperken; de handelingsperspectieven voor de burger zelf om zich zo goed mogelijk voor te bereiden op een eventueel incident. Dit kan door middel van het publiceren van teksten op de website of in de gemeenterubriek, maar hiertoe kunnen ook andere communicatie middelen worden ingezet. De gemeente is wettelijk verantwoordelijk voor risicocommunicatie. De regionaal risicocommunicatie adviseur, werkzaam bij de Veiligheidsregio, kan hierbij ondersteunen. Omdat het voorliggende bestemmingsplan consoliderend van aard is en daarmee niet leidt tot een toename van de personendichtheden en er voor mogelijk toekomstige bouwplannen maatregelen mogelijk zijn om de zelfredzaamheid te vergroten, wordt het groepsrisico aanvaardbaar geacht. Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de vaststelling van het bestemmingsplan. Rho adviseurs voor leefruimte

142 Kabels en leidingen Beleid en normstelling Planologisch relevante leidingen en hoogspanningsverbindingen dienen te worden gewaarborgd. Tevens dient rond dergelijke leidingen rekening te worden gehouden met zones waarbinnen mogelijke beperkingen gelden. Planologisch relevante leidingen zijn leidingen waarin de navolgende producten worden vervoerd: 1. gas, olie, olieproducten, chemische producten, vaste stoffen/goederen; 2. aardgas met een diameter groter of gelijk aan 18 inch; 3. defensiebrandstoffen; 4. warmte en afvalwater, ruwwater of halffabricaat voor de drink en industriewatervoorziening met een diameter groter of gelijk aan 18 inch. Onderzoek en conclusie In het plangebied en omgeving zijn geen planologisch relevante leidingen gelegen. Er wordt geconcludeerd dat het aspect kabels en leidingen de uitvoering van het plan niet in de weg staat. 4.9 Waterparagraaf Waterbeheer en watertoets De initiatiefnemer dient in een vroeg stadium overleg te voeren met de waterbeheerder over een ruimtelijke planvoornemen. Hiermee wordt voorkomen dat ruimtelijke ontwikkelingen in strijd zijn met duurzaam waterbeheer. Het plangebied ligt binnen het beheersgebied van het Waterschap Rivierenland, verantwoordelijk voor het waterkwantiteits en waterkwaliteitsbeheer. Bij het tot stand komen van het bestemmingsplan wordt overleg gevoerd met de waterbeheerder over de waterparagraaf. De opmerkingen van de waterbeheerder worden vervolgens verwerkt in deze waterparagraaf. Beleid duurzaam stedelijk waterbeheer Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding, alle met als doel een duurzaam waterbeheer (kwalitatief en kwantitatief). Deze paragraaf geeft een overzicht van de voor het plangebied relevante nota's, waarbij het beleid van de gemeente en het waterschap nader wordt behandeld. Europees: Kaderrichtlijn Water (KRW) Nationaal: Nationaal Waterplan (NW) Waterbeleid voor de 21ste eeuw (WB21) Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) Waterwet Provinciaal: Provinciaal Waterplan Provinciale Structuurvisie Verordening Ruimte Waterschapsbeleid Het Waterbeheerplan (2009) heeft een integraal en strategisch karakter. De koers voor de komende zes jaren wordt hierin vastgelegd. In de planperiode staan de volgende aspecten centraal: het bieden van veiligheid tegen overstromingen; het realiseren van de kwantitatieve wateropgave (NBW1); Rho adviseurs voor leefruimte

143 25 het realiseren van de waterkwaliteits en ecologische doelstellingen (KRW2); het samen met de gemeenten realiseren van de kwantitatieve wateropgave in het stedelijk gebied en het verbeteren van de waterkwaliteit in stedelijke wateren; het invulling geven aan de samenwerking in de afvalwaterketen. Het Waterbeheerplan borduurt voort op de verschillende beleidsplannen die in de afgelopen jaren zijn vastgesteld. Er is dus geen sprake van een breuk in het waterbeleid maar wel van een verdere intensivering. Het is het eerste volledig integrale waterbeheerplan van het waterschap. Alle beleidsaspecten van waterkeringen, watersysteem en afvalwaterketen zijn in dit plan verwoord. Ook zijn voor het eerst de nationale, de provinciale en waterschapsplannen tegelijkertijd opgesteld. Omdat deze verschillende plannen elkaar beïnvloeden is er veel geïnvesteerd in een goede afstemming tussen de verschillende overheden. In de Beleidsregels van het waterschap is vuistregel opgenomen voor de compensatie van toename aan verhard oppervlak. Deze vuistregel houdt in dat voor elke hectare nieuw verhard oppervlak er 436 m 3 waterberging gerealiseerd moet worden (gebaseerd op de T=10+10% bui). Daarbij mag het waterpeil niet meer dan 20 cm stijgen in de Alblasserwaard. In het stedelijk gebied is de toename voor de eerste 500 m 2 verhard oppervlak vrijgesteld van watercompensatie en voor het landelijk gebied is dit m 2. Het waterschap bereidt een nieuwe legger voor. Aanleiding om de legger te actualiseren is de toevoeging van het zogenaamde profiel van vrije ruimte (PVVR) in de legger. Dit profiel geeft de ruimtelijke reservering weer rondom de dijk die nodig is voor een eventuele toekomstige dijkverbetering. Gemeentelijk beleid Waterschap Rivierenland heeft samen met de gemeente Sliedrecht een stedelijk waterplan voor Sliedrecht opgesteld. In het waterplan kijken beide overheden vooral naar de waterkwaliteit, de hoeveelheid water in natte én in droge perioden en de wijze waarop het water wordt onderhouden. Hiervoor hebben de verschillende vijvers, sloten en plassen in Sliedrecht een specifieke gebruiksfunctie gekregen. Denk hierbij aan recreatiewater of natuurwater. Vervolgens zijn er doelen en maatregelen bepaald voor elke type water. Bijvoorbeeld de bereikbaarheid van viswater en de inrichting van natuurvriendelijke oevers langs natuurwater. Daarnaast heeft de gemeente het Gemeentelijke Rioleringsplan ( ) opgesteld. De gemeente heeft als taak het aanleggen van een rioleringsstelsel en het beheren/exploiteren daarvan. Het Rioleringsplan geeft inzicht in het functioneren van het rioolsysteem en benodigde maatregelen voor het goed functioneren hiervan. Huidige situatie Algemeen Het plangebied is gelegen in het centrum van Sliedrecht en bestaat in de huidige situatie uit winkel, kantoor, centrum en woonfuncties. Bodem en grondwater Volgens de Bodemkaart van Nederland bestaat de bodem ter plaatse uit veen op ongerepte klei. Er is sprake van grondwatertrap II. Dat wil zeggen dat de gemiddeld hoogste grondwaterstand minder dan 0,4 m onder maaiveld en de gemiddelde laagste grondwaterstand varieert van 0,5 tot 0,8 m onder maaiveld. Waterkwantiteit In het plangebied is één watergang aanwezig. Dit betreft een B watergang. B watergangen zijn van secundair belang en onderhoud vindt plaats door aangrenzende eigenaren. Aan de oostzijde van het plangebied grenst een insteek van de Beneden Merwede. De Beneden Merwede is aan de zuidzijde op zo'n 125 m gelegen van het plangebied. Rho adviseurs voor leefruimte

144 26 Watersysteemkwaliteit en ecologie Aan de zuidzijde van het plangebied is de Beneden Merwede gelegen. Dit betreft een watergang als genoemd in de Kader Richtlijn Water. Voor deze watergang geldt dat er Europese normen zijn opgesteld. Veiligheid en waterkeringen Het plangebied is deels binnen de beschermingszone van de primaire waterkering van de Beneden Merwede gelegen. Deze is opgenomen op de plankaart. Afvalwaterketen en riolering De aanwezige bebouwing in het plangebied is aangesloten op de riolering. Toekomstige situatie Het bestemmingsplan is hoofdzakelijk consoliderend van aard. Er worden geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt. Dit betekent dat geen grootschalige functieveranderingen en/of herinrichtingen zijn gepland. Binnen de vigerende bestemmingen bestaat wel de mogelijkheid tot kleinschalige ontwikkelingen. Het gaat dan bijvoorbeeld om het bouwen van aan of bijgebouwen (al of niet bouwvergunningplichtig) of het aanleggen van paden of verhardingen. Vanwege de consoliderende aard biedt het bestemmingsplan weinig of geen mogelijkheden om het watersysteem en beheer te verbeteren. Als in de toekomst ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvinden, is het uitgangspunt dat de waterhuishoudkundige situatie niet mag verslechteren. Dit betekent bijvoorbeeld dat de waterhuishouding kan worden verbeterd door het afkoppelen van schoon verhard oppervlak, hiermee wordt voorkomen dat schoon hemelwater wordt afgevoerd naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie. Dit betekent ook dat toename van het verharde oppervlak en/of dempingen binnen het gebied moeten worden gecompenseerd. Ook combinaties met andere functies zoals groen en recreatie liggen voor de hand. Door de aanleg van natuurvriendelijke en ecologische oevers wordt bijvoorbeeld meer waterberging gerealiseerd. Daarnaast is het van belang om bij eventuele ontwikkeling diffuse verontreinigingen te voorkomen door het gebruik van duurzame, niet uitloogbare materialen (geen zink, lood, koper en PAK's houdende materialen), zowel gedurende de bouw als de gebruiksfase. Het bestemmingsplan is consoliderend van aard en vormt geen belemmering voor de Europese normen uit de Kader Richtlijn Water van de Beneden Merwede. Watervergunning Voor aanpassingen aan het bestaande watersysteem dient bij het waterschap vergunning te worden aangevraagd op grond van de "Keur". Dit geldt dus bijvoorbeeld voor het graven van nieuwe watergangen, het aanbrengen van een stuw of het afvoeren van hemelwater naar het oppervlaktewater. In de Keur is ook geregeld dat een beschermingszone voor watergangen en waterkeringen in acht dient te worden genomen. Dit betekent dat binnen de beschermingszone niet zonder watervergunning gebouwd, geplant of opgeslagen mag worden. De genoemde bepaling beoogt te voorkomen dat de stabiliteit, het profiel en/of de veiligheid wordt aangetast, de aan of afvoer en/of berging van water wordt gehinderd dan wel het onderhoud wordt gehinderd. Ook voor het onderhoud gelden bepalingen uit de "Keur". Het onderhoud en de toestand van de (hoofd)watergangen worden tijdens de jaarlijkse schouw gecontroleerd en gehandhaafd. Rho adviseurs voor leefruimte

145 27 Water en waterstaat in het bestemmingsplan In het bestemmingsplan wordt het oppervlaktewater in het plangebied bestemd als 'Water'. Voor de waterkering (kernzone) is de dubbelbestemming 'Waterstaat Waterkering' opgenomen. De binnenbeschermingszone van de primaire waterkeringen heeft de gebiedsaanduiding vrijwaringszone dijk 1 gekregen, de buitenbeschermingszone heeft de gebiedsaanduiding vrijwaringszone dijk 2 gekregen. Conclusie Het bestemmingsplan heeft geen negatieve gevolgen voor het waterhuishoudkundige systeem ter plaatse Ecologie In dit bureauonderzoek is de bestaande situatie vanuit ecologisch oogpunt beschreven en is vermeld welke ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt. Vervolgens is aangegeven waaraan deze ontwikkelingen wat ecologie betreft moeten worden getoetst. Hierbij is een onderscheid gemaakt tussen het toetsingskader dat door wettelijke regelingen wordt bepaald en het toetsingskader dat wordt gevormd door het beleid van Rijk, provincie en gemeente. Huidige situatie Het plangebied bestaat uit het centrumgebied van Sliedrecht. Binnen dit centrumgebied zijn diverse functies aanwezig zoals bedrijven, kantoren, maatschappelijke voorzieningen, detailhandel en horeca. In het plangebied is diverse bebouwing aanwezig en nagenoeg het gehele gebied is verhard. In het plangebied zijn geen waterpartijen aanwezig. Beoogde ontwikkelingen Het bestemmingsplan is consoliderend van aard. Er worden geen directe nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt. Dit betekent dat binnen de juridische regeling geen grootschalige functieveranderingen en/of herinrichtingen mogelijk zijn. Het plan biedt wel ruimte tot kleinschalige ontwikkelingen. Het gaat dan bijvoorbeeld om verbouw of het bouwen van aan of bijgebouwen (al of niet omgevingsvergunningplichtig) of het aanleggen van paden of verhardingen. In het kader hiervan is een ecologisch bureauonderzoek uitgevoerd, waarin is aangegeven waar deze kleinschalige ontwikkelingen aan dienen te worden getoetst. Beleid en normstelling Beleid Het rijksbeleid ten aanzien van de bescherming van soorten (flora en fauna) en de bescherming van de leefgebieden van soorten (habitats) is opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). De uitwerking van dit nationale belang ligt bij de provincies. De bescherming van gebieden die deel uitmaken van de EHS, alsmede de bescherming van belangrijke weidevogelgebieden, is geregeld via de Provinciale Verordening Ruimte. Wanneer er ruimtelijke ontwikkelingen in gebieden plaatsvinden die onderdeel zijn van de EHS of in belangrijke weidevogelgebieden, geldt het nee, tenzij principe. Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet compensatie plaatsvinden, wanneer er effecten optreden. Rho adviseurs voor leefruimte

146 28 Normstelling Flora en faunawet Voor de soortenbescherming is de Flora en faunawet (hierna Ffw) van toepassing. Deze wet is gericht op de bescherming van dier en plantensoorten in hun natuurlijke leefgebied. De Ffw bevat onder meer verbodsbepalingen met betrekking tot het aantasten, verontrusten of verstoren van beschermde dieren plantensoorten, hun nesten, holen en andere voortplantings of vaste rust en verblijfsplaatsen. De wet maakt hierbij een onderscheid tussen 'licht' en 'zwaar' beschermde soorten. Indien sprake is van bestendig beheer, onderhoud of gebruik, gelden voor sommige, met name genoemde soorten, de verbodsbepalingen van de Ffw niet. Er is dan sprake van vrijstelling op grond van de wet. Voor zover deze vrijstelling niet van toepassing is, bestaat de mogelijkheid om van de verbodsbepalingen ontheffing te verkrijgen van het Ministerie van Economische Zaken. Voor de zwaar beschermde soorten wordt deze ontheffing slechts verleend, indien: er sprake is van een wettelijk geregeld belang (waaronder het belang van land en bosbouw, bestendig gebruik en dwingende reden van groot openbaar belang); er geen alternatief is; geen afbreuk wordt gedaan aan een gunstige staat van instandhouding van de soort. Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient in het geval van zwaar beschermde soorten of broedende vogels overtreding van de Ffw voorkomen te worden door het treffen van maatregelen, aangezien voor dergelijke situaties geen ontheffing kan worden verleend. Met betrekking tot vogels hanteert het Ministerie van Economische Zaken de volgende interpretatie van artikel 11: De verbodsbepalingen van artikel 11 beperken zich bij vogels tot alleen de plaatsen waar gebroed wordt, inclusief de functionele omgeving om het broeden succesvol te doen zijn, én slechts gedurende de periode dat er gebroed wordt. Er zijn hierop echter verschillende uitzonderingen, te weten: Nesten die het hele jaar door zijn beschermd Op de volgende categorieën gelden de verbodsbepalingen van artikel 11 van de Ffw het gehele seizoen. 1. Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust en verblijfplaats (voorbeeld: steenuil). 2. Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar (voorbeeld: roek, gierzwaluw en huismus). 3. Nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak specifiek en limitatief beschikbaar (voorbeeld: ooievaar, kerkuil en slechtvalk). 4. Vogels die jaar in jaar uit gebruikmaken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen (voorbeeld: boomvalk, buizerd en ransuil). Nesten die niet het hele jaar door zijn beschermd In de 'aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten' worden de volgende soorten aangegeven als categorie 5. Deze zijn buiten het broedseizoen niet beschermd. 5. Nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het hele jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen. De soorten uit categorie 5 vragen soms wel om nader onderzoek, ook al zijn hun nesten niet jaarrond beschermd. Categorie 5 soorten zijn namelijk wel jaarrond beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. Rho adviseurs voor leefruimte

147 29 De Ffw is voor dit bestemmingsplan van belang, omdat bij de voorbereiding van het plan moet worden onderzocht of deze wet de uitvoering van het plan niet in de weg staat. Natuurbeschermingswet 1998 Uit het oogpunt van gebiedsbescherming is de Natuurbeschermingswet 1998 van belang. Deze wet onderscheidt drie soorten gebieden, te weten: a. door de minister van EZ (voormalig Ministerie van EL&I/LNV) aangewezen gebieden, zoals bedoeld in de Vogel en Habitatrichtlijn; b. door de minister van EZ (voormalig Ministerie van EL&I/LNV) aangewezen beschermde natuurmonumenten; c. door Gedeputeerde Staten aangewezen beschermde landschapsgezichten. De wet bevat een zwaar beschermingsregime voor de onder a en b bedoelde gebieden (in de vorm van verboden voor allerlei handelingen, behoudens vergunning van Gedeputeerde Staten of de Minister van EZ). De bescherming van de onder c bedoelde gebieden vindt plaats door middel van het bestemmingsplan. De speciale beschermingszones (a) hebben een externe werking, zodat ook ingrepen die buiten deze zones plaatsvinden verstoring kunnen veroorzaken en moeten worden getoetst op het effect van de ingreep op soorten en habitats. Bij de voorbereiding van het bestemmingsplan moet worden onderzocht of de Natuurbeschermingswet 1998 de uitvoering van het plan niet in de weg staat. Dit is het geval wanneer de uitvoering tot ingrepen noodzaakt waarvan moet worden aangenomen dat daarvoor geen vergunning ingevolge de Natuurbeschermingswet 1998 zal kunnen worden verkregen. Onderzoek Gebiedsbescherming Het plangebied vormt geen onderdeel van een natuur of groengebied met een beschermde status, zoals Natura Het plangebied maakt ook geen deel uit van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Het dichtstbijzijnde Natura 2000 en EHS gebied betreft de Biesbosch en is gelegen ten zuiden van het plangebied aan de overzijde van de Beneden Merwede op circa 400 m van het plangebied. In het plangebied worden geen concrete ontwikkelingen mogelijk gemaakt. Significant negatieve effecten op de EHS en Natura 2000 worden dan ook uitgesloten. Rho adviseurs voor leefruimte

148 30 Figuur 4.2 Ligging plangebied (rode cirkel) t.o.v. beschermde natuurgebieden (bron: geo loket provincie Zuid Holland) De Natuurbeschermingswet 1998 en het beleid van de provincie staan de uitvoering van het plan dan ook niet in de weg. Soortenbescherming De huidige ecologische waarden zijn vastgesteld aan de hand van foto's van het plangebied, algemene ecologische kennis en verspreidingsatlassen/gegevens (onder andere Ravon en Vogels In het beperkt aanwezige groen kunnen tuin en struweelvogels voorkomen. Hier zijn soorten als koolmees, roodborst, winterkoning en merel aanwezig. Spreeuw, huismus, gierzwaluw en kauw kunnen broeden in (de omgeving van) de bebouwing. Zoogdieren Het plangebied biedt mogelijk geschikt leefgebied aan algemeen voorkomende, licht beschermde soorten als mol, egel, gewone bosspitsmuis, dwergspitsmuis, huisspitsmuis en veldmuis. De bebouwing Rho adviseurs voor leefruimte

149 31 kan plaats bieden aan vaste verblijfplaatsen van vleermuizen. Het beperkt aanwezige groen vormt marginaal foerageergebied voor vleermuizen. In de wijdere omgeving is meer groen aanwezig, naar verwachting vormt dat primair foerageergebied. Kerkbuurt kan een vliegroute vormen voor vleermuizen. Amfibieën Algemene amfibieën als bruine kikker, middelste groene kikker en gewone pad kunnen gebruik maken van het plangebied als schuilplaats in struiken, onder stenen of in kelders. Gezien de aanwezige biotopen komen hier geen zwaarder beschermde soorten voor. Overige soorten Er zijn, gezien de aanwezige biotopen, geen beschermde vaatplanten, reptielen en/of bijzondere insecten, vissen of overige soorten te verwachten op de planlocatie. Deze soorten stellen hoge eisen aan hun leefgebied; het plangebied voldoet hier niet aan. In tabel 4.2 staat aangegeven welke beschermde soorten er binnen het plangebied (naar verwachting) aanwezig zijn en onder welk beschermingsregime deze vallen. Tabel 4.2 Naar verwachting aanwezige beschermde soorten binnen het plangebied en het beschermingsregime Nader onderzoek nodig bij toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen Vrijstellings r egeling Ffw Ontheffings r egeling Ffw tabel 1 mol, egel, gewone bosspitsmuis, dwergspitsmuis, huisspitsmuis en veldmuis, Nee bruine kikker, gewone pad, kleine en de middelste groene kikker tabel 2 geen Nee tabel 3 bijlage 1 AMvB geen Nee bijlage IV HR alle vleermuizen Ja vogels cat. 1 t/m 4 gierzwaluw en huismus Ja Het bestemmingsplan is het besluit dat ingrepen mogelijk maakt en een aantasting van beschermde dier of plantensoorten kan betekenen. Uiterlijk bij het nemen van een besluit dat ruimtelijke veranderingen mogelijk maakt, zal daarom zekerheid moeten zijn verkregen dat overtredingen van de Ffw niet optreden. Het bestemmingsplan is consoliderend van aard. Er worden geen concrete ontwikkelingen voorzien. De Flora en faunawet staat de uitvoering van het bestemmingsplan dan ook niet in de weg. Het bestemmingsplan maakt echter altijd indirect (kleine) ontwikkelingen mogelijk. Hieronder is aangeven waar bij deze mogelijke toekomstige ontwikkelingen rekening moet worden gehouden. Er is geen ontheffing nodig voor de tabel 1 soorten van de Flora en faunawet omdat hiervoor een vrijstelling geldt van de verbodsbepalingen van de Ffw. Uiteraard geldt wel de algemene zorgplicht. Dat betekent dat iedereen voldoende zorg in acht moet nemen voor alle in het wild voorkomende planten en dieren en hun leefomgeving. Tijdens werkzaamheden dient rekening te worden gehouden met het broedseizoen. Verstoring van Rho adviseurs voor leefruimte

150 32 broedende vogels is verboden. Overtreding van verbodsbepalingen ten aanzien van vogels wordt voorkomen door de werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. In het kader van de Flora en faunawet wordt geen standaardperiode gehanteerd voor het broedseizoen. Van belang is of een broedgeval aanwezig is, ongeacht de periode. Indien de werkzaamheden uitgevoerd worden op het moment dat er geen broedgevallen (meer) aanwezig zijn, is overtreding van de wet niet aan de orde. De meeste vogels broeden overigens tussen 15 maart en 15 juli (bron:www.vogelbescherming.nl). Voorafgaand aan een ontwikkeling dient nagegaan te worden of sprake is van potentieel leefgebied voor de tabel 2 en 3 soorten en broedvogels met vaste nesten. In dat geval is nader veldonderzoek noodzakelijk. Hierbij dient rekening gehouden te worden met het onderzoeksseizoen, dat over het algemeen tussen maart en oktober ligt. Conclusie Het aspect ecologie vormt geen belemmering voor de vaststelling van het bestemmingsplan Archeologie en cultuurhistorie Normstelling Verdrag van Malta Het Verdrag van Malta is in 1992 ondertekend en in 1995 in werking getreden. Doelstelling van het Verdrag van Malta is de bescherming en het behoud van archeologische waarden. Als gevolg van dit verdrag wordt in het kader van de ruimtelijke ordening het behoud van het archeologisch erfgoed meegewogen zoals alle andere belangen die bij de voorbereiding van het plan een rol spelen. De inhoud van het Verdrag van Malta is neergelegd in de Wet op de Archeologische Monumentenzorg die op 1 september 2007 van kracht is geworden en een wijziging van de Monumentenwet 1988 tot gevolg heeft gehad. Op grond van deze aangescherpte regelgeving stellen Rijk en provincie zich op het standpunt dat in het ruimtelijk beleid zorgvuldig met het archeologische erfgoed moet worden omgegaan. Voor gebieden waar archeologische waarden voorkomen of waar reële verwachtingen bestaan dat ter plaatse archeologische waarden aanwezig zijn, dient voorafgaand aan bodemingrepen archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. De uitkomsten van het archeologisch onderzoek dienen vervolgens volwaardig in de belangenafweging te worden betrokken. Het Rijk heeft deze beleidsuitgangspunten neergelegd in onder meer de Nota Belvedère, de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte, de Monumentenwet 1988 en diverse publicaties van het Ministerie ven OC&W. Onderzoek en conclusie Uit de kaart van de Cultuurhistorische Hoofdstructuur Zuid Holland (provincie Zuid Holland) blijkt dat er binnen het plangebied 2 gebieden zijn met een zeer grote kans op archeologische sporen (zie uitsnede in figuur 4.3). Er vinden daar geen ontwikkelingen plaats. In het bestemmingsplan is een dubbelbestemming opgenomen ter bescherming van de archeologische waarden. Rho adviseurs voor leefruimte

151 33 Figuur 4.3 Archeologische verwachtingswaarden (bron: holland.nl/geo loket/kaart_chs.html) Rho adviseurs voor leefruimte

152 34 Rho adviseurs voor leefruimte

153 35 Hoofdstuk 5 Juridische vormgeving 5.1 Inleidende regels Conform SVBP bevatten de inleidende regels artikelen met de begripsbepalingen en de wijze van meten. 5.2 Bestemmingsregels In het hoofdstuk bestemmingsregels zijn alle bestemmingen opgenomen met de daarbij behorende bestemmingsomschrijving. Waar noodzakelijk is gebruikgemaakt van aanduidingen om toegestaan gebruik nader te specificeren. Artikel 3 Bedrijf De gronden met een bedrijfsbestemming in het vigerende bestemmingsplan behouden in dit plan de bedrijfsbestemming. Op deze gronden zijn bedrijven toegestaan in de categorieën A en B1 als bedoeld in de bij deze regels behorende SvB 'functiemenging'. Daarnaast zijn bij deze bestemming behorende voorzieningen zoals groen, water, nutsvoorzieningen en parkeervoorzieningen toegestaan. Gebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd binnen het bouwvlak. De maximale bouw en goothoogte zijn gekoppeld aan het aantal bouwlagen van de bestaande bebouwing. Artikel 4 Centrum 1 Centrum 1 betreft de gronden die centraal zijn gelegen in de Kerkbuurt Oost. Op deze gronden zijn de functies detailhandel, dienstverlening, kantoren en zorgvoorzieningen toegestaan. Wonen is alleen toegestaan op de verdieping. Daar waar nu wordt gewoond op de begane grond, blijft dit toegestaan. Deze locaties hebben een aanduiding op de verbeelding gekregen. Horeca is toegestaan van categorie 2 t/m 4. Op de locaties waar nu zwaardere horeca is toegestaan is dit vastgelegd en aangeduid op de kaart (h=5). Op deze locaties is horeca t/m categorie 5 toegestaan. Dit gebruik mag worden voortgezet. Een supermarkt is uitsluitend toegestaan op de huidige locatie aan het Merwedeplein (Joost van den Vondelstraat). Ter plaatse van de aanduiding 'garagebox' zijn tevens garageboxen toegestaan. Drukkerij De Waard aan de Gantelweg 30 en drukkerij Van Wijngaarden aan de Kerkbuurt 126 hebben een specifieke aanduiding gekregen, omdat dit gebruik niet valt onder de algemene toelaatbaarheid van de bestemming Centrum 1. Dit geldt tevens voor de Sliedrechtse boksvereniging op het adres Stationsweg 3a. Ook zijn bij deze bestemming behorende voorzieningen zoals wegen en paden, groenvoorzieningen en parkeervoorzieningen toegestaan. Rho adviseurs voor leefruimte

154 36 Hoofdgebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd binnen het bouwvlak, waarbij de goothoogte niet meer mag bedragen dan 7 m (tenzij anders is aangegeven) en de bouwhoogte van hoofdgebouwen niet meer dan 10 m. De diepte van hoofdgebouwen mag niet meer bedragen dan de bestaande diepte (tenzij anders is aangegeven). Via binnenplanse afwijking kunnen onder voorwaarden winkels met een grotere diepte worden gerealiseerd. Voor erfbebouwing bevatten de regels een erfbebouwingsregeling. Artikel 5 Centrum 2 De voor Centrum 2 aangewezen gronden betreffen de aanloopstraten. Ten opzichte van de bestemming Centrum 1 is hier wonen wel algemeen toegestaan. Verder zijn ook de overige centrumfuncties toegestaan. Een supermarkt is niet toegestaan. Horeca is toegestaan van categorie 2 t/m 4. Op de locaties waar nu zwaardere horeca is toegestaan is dit vastgelegd en aangeduid op de kaart (h=5). Op deze locaties is horeca t/m categorie 5 toegestaan. Dit gebruik mag worden voortgezet. Wel is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen om de betreffende aanduiding te verwijderen, indien ter plaatse gedurende een termijn van ten minste 1 jaar geen horeca van categorie 5 aanwezig is geweest Hoofdgebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd binnen het bouwvlak, waarbij de goothoogte niet meer mag bedragen dan 7 m en de bouwhoogte van hoofdgebouwen niet meer dan 10 m. De diepte van hoofdgebouwen mag niet meer bedragen dan de bestaande diepte. Voor erfbebouwing bevatten de regels een erfbebouwingsregeling. De erfbebouwingsregeling is afwijkend van Centrum 1. Artikel 6 Gemengd De in het vigerende plan voor Commerciële Doeleinden aangewezen gronden hebben in dit bestemmingsplan de bestemming 'Gemengd' gekregen. De voor 'Gemengd' aangewezen gronden zijn bestemd voor bedrijven in de categorie A en B1, kantoren, zorgvoorzieningen en dienstverlening. Ter plaatse van de aanduiding 'garagebox' zijn tevens garageboxen toegestaan. Dit betreffen de bestaande garageboxen aan de Gantelweg. Ook zijn bij deze bestemming behorende voorzieningen zoals toegangswegen, groen, water, nutsvoorzieningen en parkeervoorzieningen toegestaan. Gebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd binnen het bouwvlak. De bouw en goothoogte zijn gekoppeld aan het aantal bouwlagen van de bestaande bebouwing. Artikel 7 Groen Deze bestemming is opgenomen voor de gronden grenzend aan de bestemming 'Wonen Uit te werken'. Artikel 8 Kantoor De gronden met een kantorenbestemming in het vigerende bestemmingsplan behouden in dit plan de kantoorbestemming. De voor 'Kantoor' aangewezen gronden zijn naast de functie kantoor ook bestemd voor dienstverlening, educatieve voorzieningen en wonen. Tevens zijn bij deze bestemming behorende voorzieningen zoals groen, water, nutsvoorzieningen en parkeervoorzieningen toegestaan. Gebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd binnen het bouwvlak. De maximale bouw en goothoogte zijn gekoppeld aan het aantal bouwlagen van de bestaande bebouwing. Rho adviseurs voor leefruimte

155 37 Artikel 9 Maatschappelijk De gronden met de bestemming Maatschappelijke doeleinden uit het vigerende bestemmingsplan behouden in dit plan de maatschappelijke bestemming. Deze gronden zijn bestemd als 'Maatschappelijk'. Op deze gronden zijn overheids, medische, onderwijs, sociaal culturele, levensbeschouwelijke en vergelijkbare maatschappelijke voorzieningen, ondergeschikte detailhandel en bij deze bestemming behorende voorzieningen zoals toegangswegen en paden, tuinen en erven, groenen speelvoorzieningen, water, nutsvoorzieningen en parkeervoorzieningen toegestaan. De bestaande brandweerkazerne aan de Middeldiepstraat wordt specifiek aangeduid en is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'brandweerkazerne'. De bijbehorende dienstwoningen hebben de aanduiding 'wonen'. Gebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd binnen het bouwvlak. De maximale bouw en goothoogte zijn gekoppeld aan het aantal bouwlagen van de bestaande bebouwing. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bestemming van de gronden die zijn voorzien van de aanduiding 'Wetgevingszone wijzigingsgebied 1' te wijzigen in de bestemming 'Verkeer Verblijfsgebied' met inachtneming van een aantal regels. Deze wijzigingsbevoegdheid is opgenomen ten behoeve van de weekmarkt. Artikel 10 Verkeer Dit betreft de gronden die in het vigerende bestemmingsplan zijn bestemd als Verkeersdoeleinden en Parkeerterrein. De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor wegen, voet en fietspaden, parkeren, verblijfs en speelgebied, nutsvoorzieningen, groen, water, geluidwerende voorzieningen, bij deze bestemming behorende voorzieningen. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van water halte waterbus' zijn tevens voorzieningen ten behoeve van de waterbus toegestaan. Gebouwen zijn in principe niet toegestaan. Ter plaatse van de aanduiding 'nutsvoorziening' is wel een nutsgebouw met een bouwhoogte van ten hoogste 4 m toegestaan. De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 6 m. Uitzondering zijn lichtmasten tot een hoogte van 10 meter ten behoeve van de waterbus. Artikel 11 Verkeer Verblijfsgebied De in het vigerende bestemmingsplan als Verblijfsdoeleinden bestemde gronden krijgen in dit bestemmingsplan de bestemming 'Verkeer Verblijfsgebied'. Op deze gronden zijn voet en fietspaden, verblijfs en speelgebied, groen, water, niet overdekte terrassen en bij deze bestemming behorende voorzieningen toegestaan. Gebouwen zijn in principe niet toegestaan. In afwijking hiervan zijn uitstekende bouwdelen en balkons toegestaan, met dien verstande dat een hoogte van ten minste 3 m boven maaiveld vrij blijft van bebouwing. De bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 m. Artikel 12 Water De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor wateraanvoer en afvoer en waterberging. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van water halte waterbus' zijn tevens een aanlegsteiger en halte ten behoeve van de waterbus toegestaan. Ook zijn bij deze bestemming behorende voorzieningen toegestaan. Gebouwen zijn niet toegestaan. De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 5 m. Uitzondering zijn lichtmasten tot een hoogte van 10 meter ten behoeve van de waterbus. Rho adviseurs voor leefruimte

156 38 Artikel 13 Wonen De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor wonen, inclusief aan verbonden beroeps of bedrijfsactiviteiten. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van centrum 1' zijn op de begane grond tevens centrumdoeleinden in de vorm van detailhandel, dienstverlening, kantoren en zorgvoorzieningen, zoals medische praktijken, klinieken en dagverblijven, consultatiebureaus en kinderopvang toegestaan. Tevens zijn bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals groen, water, nutsvoorzieningen en parkeervoorzieningen toegestaan. Hoofdgebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd binnen het bouwvlak en het aantal woningen, zoals aanwezig ten tijde van het in werking treden van dit plan, mag niet worden vergroot. Gebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd binnen het bouwvlak. De maximale bouw en goothoogte zijn gekoppeld aan het aantal bouwlagen van de bestaande bebouwing. Artikel 14 Wonen Uit te werken Voor de gronden aan de Rivierdijk is de bestemming 'Wonen Uit te werken' opgenomen, conform het vigerende bestemmingsplan. Artikel 15 Waarde Archeologie Deze dubbelbestemming is toegekend aan de gronden met archeologische verwachtingswaarden. Bouwwerken die dieper reiken dan 0,3 m en die een grondoppervlakte hebben groter dan 100 m 2 mogen uitsluitend met een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag worden gebouwd. Daarnaast geldt voor diverse werken en werkzaamheden een omgevingsvergunningplicht. Artikel 16 Waterstaat Waterkering Deze dubbelbestemming is toegekend aan de gronden binnen de kernzone van de waterkering. Op deze gronden mogen ten behoeve van de dubbelbestemming Waterstaat Waterkering bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd. Bouwwerken ten behoeve van samenvallende bestemmingen mogen op enkele uitzonderingen na uitsluitend met een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag worden gebouwd. De belangen van de waterkering mogen niet onevenredig worden geschaad. 5.3 Algemene regels In de algemene regels zijn de anti dubbeltelregel, algemene bouwregels, algemene aanduidingsregels, algemene afwijkingsregels, algemene wijzigingsregels en overige regels opgenomen. 5.4 Overgangsrecht en slotregel In artikel van het Bro zijn standaardregels opgenomen met betrekking tot het overgangsrecht voor bouwwerken en gebruik. Deze maken onderdeel uit van dit bestemmingsplan. In de slotregel is aangegeven onder welke naam de regels kunnen worden aangeduid. Rho adviseurs voor leefruimte

157 39 Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1 Economische uitvoerbaarheid In de Wro (artikel 6.12) staat dat de gemeente verplicht is om een exploitatieplan vast te stellen, voor de gronden waar een aangewezen bouwplan is voorgenomen. In het Bro is bepaald wat wordt verstaan onder een aangewezen bouwplan. Het gaat daarbij om: de bouw van één of meer woningen, één of meer hoofdgebouwen, uitbreiding van het hoofdgebouw met ten minste m², functieverandering naar woningen voor ten minste 10 woningen, of functieverandering naar horeca of kantoor voor ten minste m². Daarbij geldt een verhaalbare kostendrempel van , waarbij bij de verhaalbare kosten geen fysieke werken als kostenpost mogen worden opgevoerd. In het kader van dit bestemmingsplan is het niet noodzakelijk om een exploitatieplan op te stellen. In het plan zijn geen ontwikkelingen voorzien. De plankosten worden gedragen door de gemeente Sliedrecht. 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Inspraak In het kader van het bepaalde in de gemeentelijke inspraakverordening is de mogelijkheid geboden tot inspraak. In dat kader heeft het voorontwerpbestemmingsplan vanaf 11 april 2014 gedurende vier weken ter inzage gelegen. De ontvangen reacties zijn samengevat en beantwoord in de Nota inspraak en overleg (zie bijlage 2). Overleg ex artikel Bro In het kader van het overleg ex artikel Bro is het voorontwerpbestemmingsplan aan instanties toegezonden. De ontvangen reacties zijn samengevat en beantwoord in de Nota inspraak en overleg (zie bijlage 2). Zienswijzen Het ontwerpbestemmingplan heeft vanaf 4 juli 2014 gedurende zes weken ter inzage gelegen. In deze periode is één schriftelijke zienswijze ontvangen. De zienswijze is samengevat en beantwoord in de Nota zienswijzen (zie bijlage 3). Rho adviseurs voor leefruimte

158 40 Rho adviseurs voor leefruimte

159 bijlagen bij de Toelichting

160 42 Bijlage 1 Toelichting Staat van Bedrijfsactiviteiten 'functiemenging' Rho adviseurs voor leefruimte

161 Toelichting op de aanpak van milieuzonering met behulp van de Staat van Bedrijfsactiviteiten functiemenging 1. Regeling toelaatbaarheid van bedrijfsactiviteiten met behulp van milieuzonering Om de toelaatbaarheid van bedrijfsactiviteiten in dit bestemmingsplan vast te leggen is gebruikgemaakt van een milieuzonering. Een milieuzonering zorgt ervoor dat milieubelastende functies (zoals bedrijven) en milieugevoelige functies (zoals woningen) waar nodig ruimtelijk voldoende worden gescheiden. De gehanteerde milieuzonering is gekoppeld aan een Staat van Bedrijfsactiviteiten. Een Staat van Bedrijfsactiviteiten is een lijst waarin de meest voorkomende bedrijven en bedrijfsactiviteiten, al naar gelang de te verwachten belasting voor het milieu, zijn ingedeeld in een aantal categorieën. Voor de indeling in de categorieën zijn de volgende ruimtelijk relevante milieuaspecten van belang: - geluid; - geur; - stof; - gevaar (met name brand- en explosiegevaar). Daarnaast kan de verkeersaantrekkende werking van een bedrijf relevant zijn. 2. Toepassing Staat van Bedrijfsactiviteiten 'functiemenging' Algemeen In de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering (2009) zijn twee VoorbeeldStaten voor milieuzonering opgenomen, namelijk de 'VoorbeeldStaat van Bedrijfsactiviteiten voor bedrijventerreinen' en de ' VoorbeeldStaat van Bedrijfsactiviteiten functiemenging'. De aanpak van milieuzonering en de in dit plan gebruikte Staat van Bedrijfsactiviteiten 'functiemenging' (SvB 'functiemenging') is gebaseerd op de tweede VoorbeeldStaat in de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering (2009). De SvB 'functiemenging' wordt gehanteerd in gebieden waar bedrijven of andere milieubelastende functies verspreid zijn gesitueerd tussen woningen en/of andere gevoelige functies. Onderstaand wordt hier meer in detail op ingegaan. Het gaat in dergelijke gebieden in het algemeen om relatief kleinschalige bedrijvigheid die op korte afstand van woningen kan worden toegestaan. De toelaatbaarheid van activiteiten wordt voor dergelijke gebieden in de VNG-publicatie (en de SvB 'functiemenging') bepaald met behulp van op deze situaties toegesneden toelatingscriteria. Rho adviseurs voor leefruimte

162 2 Bijlage Functiemengingsgebieden In bestaande gebieden waar in enige vorm sprake is van functiemenging, of in gebieden waar bewust functiemenging wordt nagestreefd (bijvoorbeeld om een grotere levendigheid tot stand te brengen), wordt de SvB 'functiemenging' toegepast. Zoals in de VNG-publicatie reeds is aangegeven kan bij functiemengingsgebieden gedacht worden aan: - stadscentra, dorpskernen en winkelcentra; - horecaconcentratiegebieden; - zones met functiemenging langs stedelijke toegangswegen en in lintbebouwingen; - (delen van) woongebieden met kleinschalige c.q. ambachtelijke bedrijvigheid. Daarnaast kan ook in (delen van) woongebieden waar enige vorm van bedrijvigheid aanwezig of gewenst is de SvB 'functiemenging' worden toegepast. Kenmerken van de activiteiten De activiteiten in dergelijke gebieden verschillen in het algemeen qua aard en schaal sterk van de activiteiten op een bedrijventerrein. Behalve in historisch gegroeide situaties gaat het in hoofdzaak om: - kleinschalige, meestal ambachtelijke bedrijvigheid; - bedrijven waarbij de productie en/of laad- en loswerkzaamheden noodzakelijkerwijs alleen in de dagperiode plaatsvindt; - activiteiten die hoofdzakelijk inpandig geschieden. De toegepaste Staat van Bedrijfsactiviteiten 'functiemenging' De bovengenoemde criteria liggen mede ten grondslag aan de selectie van activiteiten die zijn opgenomen in de SvB 'functiemenging'. In de SvB 'functiemenging' zijn de aspecten geluid, geur, stof en gevaar en de index voor verkeersaantrekkende werking (zoals aangegeven onder het kopje 'Regeling toelaatbaarheid van bedrijfsactiviteiten met behulp van milieuzonering') in de categorisering opgenomen. Deze Staat is samengesteld volgens dezelfde methodiek als de betreffende VoorbeeldStaat uit de VNG-publicatie. Op twee punten is een andere werkwijze toegepast: - In dit plan wordt alleen de toelaatbaarheid van bedrijfsactiviteiten gekoppeld aan de Staat. In de SvB 'functiemenging' zijn daarom alleen de activiteiten opgenomen die passen binnen de definitie van bedrijf volgens de begripsbepalingen in de regels van dit bestemmingsplan 1). De toelaatbaarheid van andere functies wordt in dit plan indien nodig op een andere wijze in de regels en op de plankaart van dit bestemmingsplan geregeld (bijvoorbeeld horecabedrijven via een afzonderlijke Staat van Horeca-activiteiten). Toegevoegd zijn enkele regelmatig voorkomende bedrijfsactiviteiten die in de lijst van de VNG-publicatie niet specifiek zijn opgenomen, maar wel aan de genoemde criteria voldoen zoals een ambachtelijke glas-in-loodzetterij. Voor aannemers, SBI-code 45, heeft een nadere specificatie van de activiteiten plaatsgevonden met bijbehorende categorie-indeling die is afgestemd op de verwachte milieueffecten 2) van deze activiteiten. - In de SvB 'functiemenging' is in de categorie-indeling een nader onderscheid gemaakt tussen categorie B1 en B2. Voor de toepassing in dit bestemmingsplan blijkt het onderscheid tussen categorie A en categorie B zoals beschreven in de VNG-publicatie te groot om de toelaatbaarheid van activiteiten voldoende af te kunnen stemmen op de kenmerken van de functiemengingsgebieden en het daarin te volgen beleid. 1) De VoorbeeldStaat 'functiemenging' van de VNG-publicatie omvat alle denkbare hinderlijke functies waaronder, naast bedrijven, ook horeca, kantoren en dienstverlening. 2) Inschatting van milieueffecten heeft plaatsgevonden op basis van dezelfde expertise die bij het opstellen van de nieuwe VNGuitgave is gebruikt. Rho adviseurs voor leefruimte

163 Bijlage 3 Categorie-indeling Zoals in de VNG-publicatie is aangegeven kan, vanwege de bijzondere kenmerken van gebieden met enige vorm van functiemenging, niet worden gewerkt met een systematiek van richtafstanden en afstandsstappen: vanwege de zeer korte afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies is een dergelijke systematiek niet geschikt voor functiemengingsgebieden. De SvB 'functiemenging' hanteert vier categorieën A, B1, B2 en C met specifieke criteria voor de toelaatbaarheid die onderstaand uiteen zijn gezet. Categorie A Bedrijfsactiviteiten die direct naast of beneden woningen/andere gevoelige functies zijn toegestaan, desgewenst in daarvoor omschreven zones binnen rustige woongebieden. De activiteiten zijn zodanig weinig milieubelastend dat de eisen uit het Bouwbesluit toereikend zijn. Categorie B1 Bedrijfsactiviteiten die direct naast of beneden woningen/andere gevoelige functies in een daarvoor omschreven gebied met functiemenging zijn toegestaan 1). De activiteiten zijn zodanig weinig milieubelastend dat de eisen uit het Bouwbesluit toereikend zijn. Categorie B2 Bedrijfsactiviteiten die in een gemengd gebied kunnen worden uitgeoefend, echter bouwkundig afgescheiden van woningen/andere gevoelige functies. Bouwkundig afgescheiden betekent dat de panden los van elkaar dienen te staan. Uitzondering hierop vormen binnenterreinen omringd door voornamelijk woningen: ook al zijn bedrijven bouwkundig afgescheiden van woningen, op deze locaties zijn hooguit categorie B1 bedrijven toegestaan. Categorie C Activiteiten genoemd onder categorie B2, waarbij vanwege relatief grote verkeersaantrekkende werking een directe ontsluiting op hoofdinfrastructuur gewenst is. 3. Flexibiliteit De SvB 'functiemenging' blijkt in de praktijk een relatief grof hulpmiddel te zijn om hinder door bedrijfsactiviteiten in te schatten. De inschalingen gaan uit van een gemiddeld bedrijf met een moderne bedrijfsvoering. Het komt in de praktijk voor dat een bepaald bedrijf als gevolg van een geringe omvang van hinderlijke deelactiviteiten, een milieuvriendelijke werkwijze of bijzondere voorzieningen minder hinder veroorzaakt dan in de SvB 'functiemenging' is verondersteld. In de regels is daarom bepaald dat het bevoegd gezag bij een omgevingsvergunning kan afwijken van de SvB 'functiemenging' en een dergelijk bedrijf toch kan toestaan, indien dit bedrijf niet binnen de algemene toelaatbaarheid past. Bij de SvB 'functiemenging' is deze mogelijkheid beperkt tot maximaal 1 categorie (dus bijvoorbeeld categorie B1 in plaats van A of categorie B2 in plaats van B1). Om deze omgevingsvergunning te kunnen verlenen, moet worden aangetoond dat het bedrijf naar aard en invloed op de omgeving (gelet op de specifieke werkwijze of bijzondere verschijningsvorm) vergelijkbaar is met andere bedrijven uit de desbetreffende lagere categorie. 1) Dit betreffen bedrijven die in de 'VoorbeeldStaat van Bedrijfsactiviteiten voor bedrijventerreinen' uit de VNG-uitgave voor alle milieuaspecten een richtafstand van maximaal 30 m hebben ten opzichte van een rustige woonwijk en voor het aspect gevaar zelfs een richtafstand van 10 m. Dergelijke bedrijven worden in de bestemmingsplanpraktijk, ook onder de oude VNG-uitgave Bedrijven en milieuzonering (2001), direct naast woningen in een gemengd gebied toegestaan. Rho adviseurs voor leefruimte

164 4 Bijlage Daarnaast is het mogelijk dat bepaalde bedrijven zich aandienen, waarvan de activiteiten in de SvB 'functiemenging' niet zijn genoemd, maar die qua aard en invloed overeenkomen met bedrijven die wel zijn toegestaan. Met het oog hierop is in de regels bepaald dat het bevoegd gezag vestiging van een dergelijk bedrijf via een omgevingsvergunning kan toestaan. Om deze omgevingsvergunning te kunnen verlenen, moet op basis van milieutechnisch onderzoek worden aangetoond dat het bedrijf naar aard en invloed op de omgeving vergelijkbaar is met direct toegelaten bedrijven. Voor de concrete toetsing van een verzoek om afwijking middels een omgevingsvergunning wordt verwezen naar bijlage 5 van de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering. SBI 93/SvB f oktober 2010 Rho adviseurs voor leefruimte

165 43 Bijlage 2 Nota inspraak en overleg Rho adviseurs voor leefruimte

166 Sliedrecht Voorontwerp bestemmingsplan Kerkbuurt Oost Notitie inspraak en overleg mei 2014

167 Inhoud 1. Inleiding pag Inspraakreacties pag Overlegreacties pag. 5 Bijlagen: Overlegreacties 2

168 Inleiding Het voorontwerp bestemmingsplan Kerkbuurt Oost heeft in het kader van de gemeentelijke inspraakverordening vanaf vrijdag 11 april 2014 vier weken, dus tot vrijdag 9 mei 2014, ter inzage in het gemeentekantoor gelegen. In deze periode heeft een ieder de mogelijkheid gekregen een reactie in te dienen op het voorontwerp bestemmingsplan. Inspraakreacties Er is 1 schriftelijke inspraakreacties ingediend. In hoofdstuk 2 is een samenvatting gegeven van de ontvangen inspraakreactie en is de reactie van gemeentelijk commentaar voorzien. Tevens is aangegeven of de reactie leidt tot aanpassingen van het voorontwerp bestemmingsplan. Overlegreacties In het kader van het vooroverleg ex artikel Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is het voorontwerp bestemmingsplan toegezonden aan diverse overleginstanties. In totaal hebben 4 instanties gereageerd op het voorontwerp bestemmingsplan. In hoofdstuk 3 is een samenvatting gegeven van de ontvangen overlegreacties en zijn de reacties van gemeentelijk commentaar voorzien. Per reactie is aangegeven of de reactie leidt tot aanpassingen van het voorontwerp bestemmingsplan. 3

169 2. Inspraakreacties In dit hoofdstuk zijn de inspraakreacties samengevat en beantwoord. 1. Inspreker 1 Samenvatting Naar de mening van inspreker komt hij in het nieuwe (voor)ontwerpbestemmingsplan in een nadeliger positie te verkeren en wel om de volgende redenen: In het vigerend bestemmingsplan is het te bebouwen (vloer)oppervlak van het hoofdgebouw, ondanks de verlaging van bouwhoogte naar 4 mtr., groter en met name dieper, dan in het voorontwerp. Er is hier geen sprake van bijgebouw, aanbouw of iets dergelijks, het betreft een hoofdgebouw. In het voorontwerp staat onder ad d; "de diepte van hoofdgebouwen mag niet meer bedragen dan de bestaande diepte". Dit houdt in dat de huidige achtergevel dan de uiterste, achterste bouwgrens zou worden. Een aanzienlijke en onevenredige vermindering van het vloeroppervlak ten opzichte van het vigerend plan. Daarnaast leggen de regels onder over de "Aanbouwen bijgebouwen en overkappingen" nog (ad b en g) extra beperkingen op ten opzichte van de situatie en vigerend bestemmingsplan. Omdat het ter plaatse een relatief groot erf betreft zou er dan een minimale aanbouw of bijgebouw gerealiseerd kunnen worden. Bovenstaande leidt tot ten minste een "dubbele" beperking van het voorontwerp ten opzichte van de huidige situatie en het vigerend bestemmingsplan. Voor Kerkbuurt 9 met Kerkbuurt 11/13 gelden, zij het in mindere mate, dezelfde argumenten met betrekking tot de nieuwe regels. Inspreker verzoekt het voorontwerpbestemmingsplan dusdanig aan te passen dat hij niet in een nadeliger positie komen te verkeren. Beantwoording De gemeente streeft er niet naar bestaande (bouw)rechten in te perken. Dit betekent dat op beide percelen de bouwmogelijkheden zoals voorheen werden geboden, ook in voorliggend bestemmingsplan zullen worden gehandhaafd. Conclusie De inspraakreactie leidt tot aanpassing van de plankaart van het bestemmingsplan. 4

170 3. Overlegreacties In het kader van het overleg als bedoeld in artikel Bro is het voorontwerp bestemmingsplan Woongebied aan de volgende instanties voorgelegd: 1. Ministerie EL&I/energie; 2. Provincie Zuid-Holland; 3. Waterschap Rivierenland; 4. Rijkswaterstaat; 5. Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid; 6. GasUnie; 7. TenneT. 8. Federatie Ondernemersverenigingen Drechtsteden 9. Oasen 10. Vereniging Sliedrechtse Ondernemers Van de onder 2, 3, 5 en 6 genoemde instanties is een reactie ontvangen. Hieronder zijn de brieven van deze instanties samengevat en van gemeentelijk commentaar voorzien. De volledige overlegreacties zijn in bijlage 1 opgenomen. 5

171 1. Waterschap Rivierenland Samenvatting Het waterschap is vroegtijdig in het bestemmingsplantraject betrokken en de digitale watertoets is goed doorlopen. Ten aanzien van de volgende onderwerpen ziet het waterschap graag enkele aanpassingen: 1. Verbeelding: Op de verbeelding is de beschermingszone van de primaire waterkering onjuist weergegeven. Daarnaast dient op basis van nieuwe regelgeving alleen de kernzone de dubbelbestemming Waterstaat-Waterkering te krijgen. De beschermingszone kan worden voorzien van de aanduiding 'Vrijwaringszone-dijk-1' en de buitenbeschermingszone (die tot voorheen niet werd bestemd) kan de aanduiding 'Vrijwaringszone-dijk-2' krijgen. 2. Regels: Verzocht wordt aan de hand van de modelregels de bestemmingsplanregels voor Waterstaat-Waterkering', 'Vrijwaringszone-dijk-1' en `Vrijwaringszone-dijk-2' te formuleren. Daarnaast wordt in overweging gegeven om in de bestemmingsomschrijving 'Centrum 1' en 'Centrum 2', water mogelijk te maken. 3. Toelichting: Waterparagraaf In overweging wordt gegeven ten aanzien van de primaire waterkeringen gelegen in het deelgebied 'Beneden Merwede' meer informatie op te nemen over de in ontwikkeling zijnde legger. In deze legger wordt namelijk melding gemaakt van het feit, dat eventuele nieuwbouw achter de bouwgrens (gezien vanuit de waterkering) en boven het leggerprofiel moet worden gerealiseerd. Commentaar 1. De gevraagde aanpassingen worden op de plankaart opgenomen. 2. De gevraagde aanpassingen worden in de regels opgenomen. Wij zien echter geen noodzaak water op te nemen in de Centrumbestemmingen, immers dit is nagenoeg geheel gebouwd of verhard terrein. 3. In de toelichting zal in het onderdeel waterparagraaf kort worden ingegaan op de in ontwikkeling zijnde legger. Conclusie De overlegreactie leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan. 2. Provincie Zuid-Holland Samenvatting Zoals te doen gebruikelijk is het voorontwerpbestemmingsplan gemeld bij het door de provincie hiertoe ingerichte digitale loket. Commentaar De provincie heeft geen aanleiding gezien te reageren op het voorontwerpbestemmingsplan. Het bestemmingsplan is immers conserverend van aard en raakt niet aan provinciale belangen. Conclusie De overlegreactie leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. 6

172 3. Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid Samenvatting De veiligheidstoets van de veiligheidsregio levert de volgende conclusies op: - Het plangebied ligt buiten de PR 10-6 contouren; - Het groepsrisico neemt niet toe door het bestemmingsplan; - De vaststelling van het bestemmingsplan zal niet leiden tot een groter aantal mogelijke slachtoffers. Tevens doet de veiligheidsregio een aantal aanbevelingen op het gebied van zelfredzaamheid en communicatieaspecten aangaande risicobeheersing. Commentaar Het bestemmingsplan is conserverend van aard, nieuwe ontwikkelingen worden dus niet voorzien, ook niet in de directe omgeving. In de toelichting zal een onderdeel worden opgenomen over het advies. Conclusie De overlegreactie leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan. 4. Gasunie Samenvatting Het voornoemde plan is door Gasunie getoetst aan het huidige externe veiligheidsbeleid van het Ministerie van I&M voor aardgastransportleidingen. Uit toetsing blijkt dat de dichtst bij gelegen gasleiding geen invloed heeft op de verdere planontwikkeling. Commentaar De gemeente neemt de reactie van de Gasunie voor kennisgeving aan. Conclusie De overlegreactie leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. 7

173 Bijlage 1 Overlegreacties 8

174 Bezoekadres De Blonnboogerd 1, 4003 BX Tiel Postadres Postbus 599, 4000 AN Tiel T (0344) F (0344) E 1 Bank IBAN NL93NWAB BIC NWABNL2G W a t e r s c h a p Rivie re n la nd College van burgemeester en wethouders van de gemeente Sliedrecht Postbus AA SLIEDRECHT MPGSD2O GSD Q Irmwo, r W\ J, TIFP 11-1 Datum: 1 mei 2014 Onderwerp: Uw kenmerk: Ons kenmerk: Behandeld door: / Maarten Koppen Doorkiesnummer t Wateradvies voorontwerp bestemmingsplan Kerkbuurt-Oost Sliedrecht VERZONDEN - 1 MEI 2014 (0344) Geacht college, Uw toegezonden voorontwerp bestemmingsplan 'Kerkbuurt-Oost' Sliedrecht geeft aanleiding tot het maken van opmerkingen. Deze reactie is aan te merken als wateradvies in het kader van de watertoetsprocedure. Doorlopen proces Het waterschap is vroegtijdig in het bestemmingsplantraject betrokken en de digitale watertoets is goed doorlopen. Barro en bestemmen waterkering Met ingang van 1 oktober 2012 geldt op grond van het Besluit algemene regels omgevingsrecht (Barro) een instructie ten aanzien van de wijze van bestemmen van de waterkering (kernzone) en de bijbehorende beschermingszone. Voor de beschermingszone geldt dat zowel de binnenbeschermingszone als de buitenbeschermingszone moet worden opgenomen. De begrenzing van deze zones wordt rechtstreeks overgenomen uit de Legger. Er wordt hierbij onderscheid gemaakt tussen de wijze van bestemmen van de kernzone en de beschermingszone. De beschermingszone moet nu opgenomen worden als ` vrij waringszone'. De kernzone van de waterkering krijgt de bestemming 'Waterstaat-Waterkering'; hiervoor gelden regels. De beschermingszone krijgt de aanduiding `Vrijwaringszone-dijk-l'; hiervoor gelden regels. De buitenbeschermingszone krijgt de aanduiding 'Vrijwaringszone-dijk-2'; hiervoor gelden geen regels, maar dit betreft een attentiefunctie.

175 W a t e r s c h a p R i v i e r e n l a n d Ons kenmerk / Pagina 2 van 6 Nieuwe legger waterkeringen Onlangs heeft er een nieuwe legger voor de primaire waterkeringen ter inzage gelegen. Hierbij is rekening gehouden met nieuwe inzichten ten aanzien van dijkveiligheid in het rivierengebied, namelijk het risico op piping. De op de verbeelding van dit bestemmingsplan weergegeven situatie zal qua beleid dus naar verwachting vrij snel verouderd zijn. De leggerprocedure wordt op dit moment doorlopen. Zodra de nieuwe legger definitief is, gaan wij dit beleid toepassen. Ruimtelijke consequenties Op het voorliggende bestemmingsplan hebben wij de volgende opmerkingen en aandachtspunten welke wij graag verwerkt zien. Verbeelding Op de verbeelding is de beschermingszone van de primaire waterkering onjuist weergegeven. In bijlage 1 is een afbeelding gevoegd waarop de juiste zonering is weergegeven. Wij zullen aan uw ambtenaar de digitale bestanden toesturen waarin onderscheid is gemaakt in de verschillende zones. Deze kunt u gebruiken om de zonering op de verbeelding aan te passen. Daarnaast dient op basis van nieuwe regelgeving alleen de kernzone de dubbelbestemming 'Vrij waringszone-dijk-1 ' en de buitenbeschermingszone (die tot voorheen niet werd bestemd) kan de aanduiding 'Vrijwaringszone-dijk-2' krijgen. Regels Wij willen u vragen om aan de hand van de modelregels (bijlage 2) de bestemmingplanregels voor `Waterstaat-Waterkering', 'Vrijwaringszone-dijk-1' en `Vrijwaringszone-dijk-2' te formuleren. Daarnaast geven wij u ter overweging om in de bestemmingsomschrijving 'Centrum 1' en 'Centrum 2', water mogelijk te maken. Waterparagraaf Wij geven u ter overweging om ten aanzien van de primaire waterkeringen gelegen in het deelgebied 'Beneden Merwede' meer informatie op te nemen over de in ontwikkeling zijnde legger. In deze legger wordt namelijk melding gemaakt van het feit, dat eventuele nieuwbouw achter de bouwgrens (gezien vanuit de waterkering) en boven het leggerprofiel moet worden gerealiseerd. Conclusie Wij adviseren positief over het plan, mits bovengenoemde opmerkingen en aandachtspunten op een goede manier in het bestemmingsplan worden verwerkt. Zoals hiervoor is aangegeven, is er een nieuwe legger voor waterkeringen bij het waterschap in ontwikkeling. Het zou goed zijn om dit procedureel op elkaar te laten aansluiten, zodat het bestemmingsplan ook op dit punt toekomstbestendig is. Mocht het qua procedure niet lukken, dan is het goed om hier (tekstueel) zodanig op in te spelen, dat gebruikers van het bestemmingsplan hier alert op worden gemaakt. Graag stemmen wij in de volgende fase van de bestemmingsplanprocedure definitief af hoe wij dit vorm kunnen geven. Wij verzoeken u aan te geven op welke wijze onze opmerkingen worden verwerkt in het plan. Daarnaast verzoeken wij u het waterschap te betrekken bij de verdere procedure van het plan en de planning hiervan aan te geven.

176 W a t e r s c h a p R i v i e r e n l a n d Ons kenmerk / Pagina 3 van 6 Voor de uitvoering van het plan is, gezien het consoliderende karakter, geen watervergunning van het waterschap vereist. Aangezien bijna de gehele locatie in de huidige situatie bebouwd is of uit verhard oppervlak bestaat, zal het verhard oppervlak in de toekomstige situatie niet verder toenemen. Nieuwbouw en/of herinrichtingsplannen zullen door het waterschap hierop worden getoetst. Heeft u nog vragen? Als u nog wagen heeft over deze brief, kunt u contact opnemen met Cindy Gejas-Josten, telefoonnummer (0344) , adres Hoogachtend, namens het college van dijkgraaf en heemraden van Waterschap Rivierenland, de teamleider Plannen West, Smeets P.S. Wij verzoeken u vriendelijk bij verdere correspondentie ons kenmerk te vermelden, zodat wij uw brief sneller kunnen beantwoorden. Bijlage(n): Afschrift: Zonering van de primaire waterkering Modelregels Archief (inclusief bijlagen)

177 Bezoekadres De Blomboogerd 1, 4003 BX Tiel Postadres Postbus 599, 4000 AN Tiel T (0344) F (0344) E 1 Bank IBAN NL93NWAB BIC NWABNL2G Bijlage 1: Zonering van de primaire waterkering Zonering primaire waterkering VOBP kerkbuurt-oost. Sliedrecht,b S. "40 - e. -e Legenda ly / / / ( / /,/ / / / / // ',,._, -.t i ',.. - -, --- /., Zoneriteen 5~ ~ ~ ~ o MI.82051~ ~ D ~ ~ 1 ~ 5 W I! ~ weereaseimp EI ~Mepte Welgesteld a e r g e - mr Topo g... 3 c low- nu, ---, / _ / 7 / \. / 1 /,, 1 ///,,.,. - -, _ ḳ / - --,, i ''--, ,., , ). -, , "..-.~.., / -, , /. -, -,. /., _, _ 4 e Auteur: MK CEoWEa GoodNeb versie 4.1 Grontrim Nedertand B.V Aan deze tekening kunnen geen rechten ~den ontleend C 2013 Ale rechten voon,ehouden Datum: Schaal: 1:3.500

178 Bezoekadres De Blom boogerd 1, 4003 BX Tiel Postadres Postbus 599, 4000 AN Tiel T (0344) F (0344) E 1 Bank IBAN NL93NWAB BIC NWABNL2G Bijlage 2: Modelregels 1.5. Modelregels Waterstaat - Waterkering Waterstaat - Waterkering zonder waarden Modelregel 5 Modelregel kemzone primaire waterkering (dubbelbestemming) voor kemzone Artikel 5 Waterstaat - Waterkering 5.1. Bestemmingsomschrijving De voor 'W aterstaat - W aterkering' aangewezen gronden zijn behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en) mede bestemd voor: a. het in stand houden, het beheer, het onderhoud en de verbetering van de waterkering; b. bij deze bestemming behorende voorzieningen zoals kunstwerken, dijksloten en andere waterstaatswerken Bouwregels Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. op deze gronden mogen ten behoeve van de in lid 5.1 genoemde bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd; b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste PM m; c. ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag niet worden gebouwd Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan in afwijking van lid 5.2 onder c beslissen - middels een omgevingsvergunning - met inachtneming van het volgende: a. de bij de betrokken bestemming behorende bouwregels worden in acht genomen; b. het belang van de waterkering wordt niet onevenredig geschaad en vooraf wordt schriftelijk advies ingewonnen bij de betreffende waterbeheerder Algemene aanduidingsregel beschermingszones langs primaire Waterkering Modelregel 5C Modelregel voor beschermingszone volgens legger wsrl (aanduiding met regels) 5.1 Vrijwaringszone - dijk - 1 a. Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone - dijk - 1' zijn de gronden, naast de voor die gronden aangewezen bestemmingen, tevens aangeduid voor de bescherming, onderhoud en instandhouding van de primaire waterkering; b. Ter plaatse van gronden met de gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone - dijk - 1' mag niet worden gebouwd; c. Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van lid 8.1 onder b, met inachtneming van de volgende regels: 1. de bij de betrokken bestemming behorende bouwregels worden in acht genomen; 2. het belang van de waterkering wordt niet onevenredig geschaad en vooraf wordt schriftelijk advies ingewonnen bij de betreffende waterbeheerder.

179 W a t e r s c h a p R i v i e r e n l a n d Ons kenmerk / Pagina 6v an Algemene aanduidingsregel buitenbeschermingszones langs primaire Waterkering Modelregel 5D Modelregel voor buitenbeschermingszone volgens legger wsrl (aanduiding enkel attentiefunctie) 5.2 Vrijwaringszone - dijk - 2 Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone - dijk - 2' zijn de gronden naast de voor die gronden aangewezen bestemmingen, aangeduid als buitenbeschermingszone van de primaire waterkering. Waterschap Rivierenland vindt helder taalgebruik belangrijk. Heeft u opmerkingen bij het taalgebruik in deze brief? Dan kunt u daarover een mail sturen aan info wsrl.nl.

180 E-formulier aanbieden ruimtelijke plannen Wro en ontheffingsverzoeken provinciale verordening ruimte Naam aanvrager Postadres Provincie Zuid-Holland Postbus LP Den Haag T Datum donderdag 10 april 2014 Correspondentienummer Bijlagen 1 Hieronder vindt u de samenvatting van het door u ingevulde formulier. Wat is de naam van het plan: * Waar heeft het plan betrekking op: * Kerkbuurt-Oost Het bestemmingsplan vormt de planologische regeling voor het gebied Kerkbuurt-Oost van de gemeente Sliedrecht. Het plan heeft een conserverend karakter ten aanzien van de bestaande situatie. Welk type plan betreft het: * Wat is de status van het plan: * bestemmingsplan voorontwerp U biedt een voorontwerp bestemmingsplan aan. Op de volgende pagina kunt u aangeven welke provinciale belangen in het plan eventueel in het geding zijn. Bevat het plan ontwikkelingen: (Onder ontwikkelingen wordt verstaan: verandering van de planologischjuridische mogelijkheden ten opzichte van de huidige situatie) * Is het plan in overeenstemming met de verordening ruimte: * Bevat het plan één of meer van de volgende provinciale belangen: * nee ja Kantoren U heeft aangegeven dat in het plan

181 gebruik wordt gemaakt van een afwijkingsmogelijkheid van de verordening Ruimte. U wordt verzocht dit plan op te sturen. Op welke datum wenst u uiterlijk een reactie van de provincie te ontvangen: * Hoe wilt u het voorontwerp van het bestemmingsplan aanbieden: * in analoge vorm Kerkbuurt-Oost.pdf Gemeente: Naam: * adres: * Sliedrecht Matthijs Suijkerbuijk Telefoonnummer: Heeft u nog vragen? U vindt een toelichting op onze website:

182 \ \) la veiligheidsregio ZHZ Brandweer Aan het college v an burgemeester en wethouders van de gemeente Sliedrecht Postbus AA SLIEDRECHT 1, 1) 1al 1l,1,1 1 GSD Uw kenmerk Ons kenmerk Datum 2014/1671/PG 2 mei 2014 Onderwerp Bijlage(n) Behandeld door Advies bestemmingsplan "Kerkbuurt- - P.J.C. Gruijthuijsen Oost" Geacht college, Naar aanleiding van uw adviesaanvraag d.d. 10 april 2014 per mail, treft u hierbij het adv ies aan van de Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid, Directie Brandweer, met betrekking tot bestemmingsplan "Kerkbuurt-Oost". Op basis van de circulaire Risiconormering v ervoer gevaarlijke stoff en (RNVGS), Besluit externe veiligheid inrichtingen en het Besluit externe veiligheid buisleidingen wordt het Bestuur van de Veiligheidsregio in de gelegenheid gesteld om in verband met het groepsrisico adv ies uit te brengen ov er de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp of zwaar ongeval en over de zelfredzaamheid van personen in het invloedsgebied v an de inrichting. Het onderstaande advies is tot stand gekomen aan de hand van het Toetsingskader Externe Veiligheid. Dit toetsingskader kent een vijf tal criteria die in samenhang worden bekeken, te weten plaatsgebonden risico, groepsrisico, zelfredzaamheid, beheersbaarheid en resteff ect. Het plangebied ligt op resp. 125 meter van de Beneden Merwede, op 500 meter van de A15 en op 780 meter van de Betuweroute. Over alle drie de transportassen vindt transport van gevaarlijke stof fen plaats. Gezien de grote af standen heef t alleen een ongeval met een transport van toxische gassen (bijv. Ammoniak) op één van de transportassen inv loed op het plangebied. Postbus 350, 3300 Ai Dordrecht, Bezoekadres: Romboutslaan 105, 3312 KP Dordrecht, T , E I

183 o a s e s Conclusie en aanbevelingen De v eiligheidstoets levert de volgende conclusies op: Het plangebied ligt buiten de PR 10-6 contouren; Het groepsrisico neemt niet toe door het bestemmingsplan en De v aststelling v an het bestemmingsplan zal niet leiden tot een groter aantal mogelijke slachtof fers. In het kader van de zelfredzaamheid verdient het aanbeveling bij de realisatie van toekomstige bouwplannen de volgende maatregelen te creëren: Ventilatie die door de gebruikers centraal in de objecten buitenwerking kunnen worden gezet. De omwonenden, gebruikers en andere betrokkenen dienen geïnf ormeerd te worden ov er een drietal zaken. Ten eerste ov er de plannen/bestemming in hun directe omgev ing en de mogelijke risico's als gevolg. Vervolgens over de maatregelen die de overheid treft om de risico's te beperken. Tot slot over de handelingsperspectieven voor de burger zelf om zich zo goed mogelijk voor te bereiden op een eventueel incident. Dit kan door middel van het publiceren van teksten op de website of in de gemeenterubriek. Maar hiertoe kunnen ook andere communicatie middelen worden ingezet. De gemeente is wettelijk v erantwoordelijk v oor risicocommunicatie. De regionaal risicocommunicatie adviseur, werkzaam bij de Veiligheidsregio, kan hierbij ondersteunen. Ik vertrouw erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Voor nadere informatie kunt u contact opnemen met de heer P.J.C. Gruijthuijsen v an de Afdeling Expertise en Adv ies v an mijn dienst. Hij is bereikbaar onder telef oonnummer Voor adv ies ov er risicocommunicatie kunt u contact opnemen de afdeling Risicocommunicatie v an mijn dienst. De af deling is bereikbaar onder telef oonnummer Graag ontvang ik van uw zijde een afschrift van het genomen besluit. Het dagelijks bestuur van de na mens,dé bf stra irecteur Brandweer In af schrift aan: Omgev ingsdienst Zuid-Holland Zuid, t.a.v. de heer E. Arnold pagina 2 van 2

184 Page 1 of 2 Suijkerbuijk, MC Van: Keizer H.H. namens Alg. Postbus RO_West Verzonden: maandag 14 april :12 Aan: Suijkerbuijk, MC CC: Dalen van D. Onderwerp: RE: Voorontwerp bestemmingsplan Kerkbuurt-Oost gemeente Sliedrecht Geachte heer / mevrouw, Bij bericht van 10 april 2014 heeft Gasunie, namens u, het bovengenoemd voorontwerpbestemmingsplan in het kader van het vooroverleg, zoals bedoeld in artikel Bro, ontvangen. Het voornoemde plan is door ons getoetst aan het huidige externe veiligheidsbeleid van het Ministerie van I&M voor onze aardgastransportleidingen, zoals bepaald in het per 1 januari 2011 in werking getreden Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Op grond van deze toetsing komen wij tot de conclusie dat het plangebied buiten de 1% letaliteitgrens van onze dichtst bij gelegen leiding valt. Daarmee staat vast dat deze leiding geen invloed heeft op de verdere planontwikkeling. Onder dankzegging voor de toezending verblijven wij. Met vriendelijke groet, H.H. Keizer E: T: I: Gasunie Transport Services B.V. Legal Affairs Projects West Postbus AD Groningen Concourslaan 17 Van: Suijkerbuijk, MC Verzonden: donderdag 10 april :13 Aan: 'Federatie Ondernemersverenigingen Drechtsteden '; 'Gasunie'; 'Gasunie WEST'; Dalen van D.; 'Ministerie EL&I/energie'; 'Oasen'; Dorst-vanden Hout, AACM van; 'Rijkswaterstaat'; 'tennet'; 'TenneT'; 'TenneT, Marcel de Waij'; 'VRZHZ'; 'VSO'; 'Waterschap Rivierenland' Onderwerp: Voorontwerp bestemmingsplan Kerkbuurt-Oost gemeente Sliedrecht Geachte heer/mevrouw, In het kader van het overleg als bedoeld in artikel van het Besluit ruimtelijke ordening brengen wij u hierbij op de hoogte van het voorontwerp bestemmingsplan Kerkbuurt-Oost van de gemeente Sliedrecht. Het bestemmingsplan vormt de planologische regeling voor het gebied Kerkbuurt-Oost van de gemeente Sliedrecht. Het plan heeft een conserverend karakter ten aanzien van de bestaande situatie. Het voorontwerpbestemmingsplan is te vinden onder:

185 Page 2 of 2 Wij stellen het zeer op prijs als wij binnen 4 weken uw reactie op het voorontwerp bestemmingsplan mogen ontvangen. Hoogachtend, Namens het college van burgemeester en wethouders van Sliedrecht, M.C. Suijkerbuijk Beleidsadviseur Team VROM, Sliedrecht Tel: This communication is intended only for use by the addressee. It may contain confidential or privileged information. If you receive this communication unintentionally, please let us know by reply immediately. N.V. Nederlandse Gasunie does not guarantee that the information sent with this is correct and does not accept any liability for damages related thereto

186 44 Bijlage 3 Nota zienswijzen Rho adviseurs voor leefruimte

187 Sliedrecht Ontwerp bestemmingsplan Kerkbuurt-Oost Notitie zienswijzen Augustus 2014

188 Inhoud 1. Inleiding pag Zienswijzen pag Vaststelling pag. 5 2

189 1. Inleiding Het ontwerp bestemmingsplan Kerkbuurt-Oost heeft vanaf 4 juli 2014 gedurende zes weken ter inzage gelegen in het gemeentekantoor van de gemeente Sliedrecht. In deze periode heeft een ieder de mogelijkheid gekregen een zienswijze in te dienen op het ontwerp bestemmingsplan. Zienswijzen Er is één schriftelijke zienswijzen ingediend. In hoofdstuk 2 is een samenvatting gegeven van de ontvangen zienswijze en is de reactie van gemeentelijk commentaar voorzien. Tevens is aangegeven of de reactie leidt tot aanpassingen van het ontwerp bestemmingsplan. Ontvankelijkheid De ontvangen zienswijze is tijdig ingediend en daarmee ontvankelijk. Vaststelling De zienswijze leidt niet tot aanpassingen ten opzichte van het ontwerp bestemmingsplan, één ambtshalve aanpassing zal daarentegen leiden tot gewijzigde vaststelling van het bestemmingspan. In hoofdstuk 3 is een samenvatting gegeven van de wijziging. 3

190 2. Zienswijzen In dit hoofdstuk zijn de zienswijzen samengevat en beantwoord. 1. Reclamant 1 Samenvatting 1. Reclamant verzoekt voor de betreffende locatie op de hoek van de Kerkbuurt en Oosterbrugstraat, welke is belegd met de aanduiding 'specifieke vorm van centrum - 1', tevens op te nemen dat een supermarkt wordt uitgesloten. Dit is in lijn met de systematiek van het plan alsook het gemeentelijk beleid zoals weergegeven in de structuurvisie, zijnde dat de uitbreiding van het aantal supermarkten onwenselijk is. Beantwoording 1. De gemeente ziet naar aanleiding van de zienswijze geen reden om voor deze specifieke locatie een wijziging in de regels van het plan door te voeren waar het de uitsluiting van een supermarkt betreft. Het beleid van de gemeente voor de Kerkbuurt is, zoals reclamant al aangeeft, gericht op het tegengaan van de komst van nieuwe supermarkten. In de bestemmingen Centrum-1 en Centrum-2 zijn deze daarom specifiek uitgesloten. De bestaande supermarkt op het Merwedeplein kent een specifieke aanduiding supermarkt om deze daarentegen wel mogelijk te maken. In de begripsbepalingen (artikel 1.42) is omschreven wat onder een supermarkt wordt verstaan. Het uitsluiten van nieuwe supermarkten is met name gericht op grotere supermarkten, daarom is in de begripsbepalingen een minimale verkoopvloeroppervlakte van 500 m2 opgenomen. Deze hebben door hun omvang grote ruimtelijke gevolgen zoals, naast het ruimtelbeslag an sich, de benodigde parkeervoorzieningen. De oppervlakte van de betreffende locatie op de hoek van de Kerkbuurt en Oosterbrugstraat (en dus ook de oppervlakte van de specifieke aanduiding) is echter kleiner dan 500 m2. Het is daarom overbodig in de regels op te nemen dat er geen supermarkt groter dan 500 m2 is toegestaan. De locatie leent zich hier immers niet voor qua oppervlakte. Overigens leent de locatie zich meer praktisch gezien al niet voor een grote supermarkt, wegens gebrek aan bijvoorbeeld voldoende parkeergelegenheid en laad- en losmogelijkheden in de directe omgeving. 4

191 3. Vaststelling Bij de vaststelling van het bestemmingsplan worden ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan de volgende wijzigingen aangebracht. Verbeelding Ambtshalve wijziging: Abusievelijk is het perceel Kerkbuurt 12 bestemd als Wonen. Dit dient de bestemming Centrum-2 te zijn, het pand bevat immers een bestaande detailhandelsvestiging. Deze omissie is hersteld in het vast te stellen bestemmingsplan. 5

192

193 Regels

194 46 Rho adviseurs voor leefruimte

195 47 Regels Hoofdstuk 1 Inleidende regels 49 Artikel 1 Begrippen 49 Artikel 2 Wijze van meten 54 Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels 57 Artikel 3 Bedrijf 57 Artikel 4 Centrum 1 59 Artikel 5 Centrum 2 61 Artikel 6 Gemengd 63 Artikel 7 Groen 65 Artikel 8 Kantoor 66 Artikel 9 Maatschappelijk 67 Artikel 10 Verkeer 69 Artikel 11 Verkeer Verblijfsgebied 70 Artikel 12 Water 71 Artikel 13 Wonen 72 Artikel 14 Wonen Uit te werken 75 Artikel 15 Waarde Archeologie 76 Artikel 16 Waterstaat Waterkering 78 Hoofdstuk 3 Algemene regels 79 Artikel 17 Anti dubbeltelregel 79 Artikel 18 Algemene bouwregels 79 Artikel 19 Algemene aanduidingsregels 80 Artikel 20 Algemene afwijkingsregels 80 Artikel 21 Algemene wijzigingsregels 80 Artikel 22 Overige regels 81 Hoofdstuk 4 Overgangs en slotregels 83 Artikel 23 Overgangsrecht 83 Artikel 24 Slotregel 83 Bijlagen regels Bijlage 1 SvB 'functiemenging' Rho adviseurs voor leefruimte

196 48 Rho adviseurs voor leefruimte

197 49 Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen 1.1 plan het bestemmingsplan Kerkbuurt Oost met identificatienummer NL.IMRO.0610.bp09KerkbuurtOost 3001 van de gemeente Sliedrecht. 1.2 bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.4 aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.5 aan en uitbouw een aan een hoofdgebouw gebouwd gebouw dat in bouwkundig opzicht te onderscheiden is van het hoofdgebouw. 1.6 aan huis verbonden beroeps of bedrijfsactiviteit een beroeps of bedrijfsactiviteit uitgeoefend door de hoofdbewoner, waarvan de activiteiten in hoofdzaak niet publiekstrekkend zijn en dat op kleine schaal in een woning en/of de daarbij behorende bijgebouwen wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en de desbetreffende activiteit een ruimtelijke uitstraling heeft die in overeenstemming is met de woonfunctie. 1.7 achtererf de gronden die behoren bij het hoofdgebouw en gelegen zijn achter de achtergevel van het hoofdgebouw of achter een denkbeeldige lijn in het verlengde daarvan. 1.8 archeologisch onderzoek onderzoek verricht door of namens een dienst of instelling die over een opgravingsvergunning beschikt. 1.9 archeologische waarde de aan een gebied toegekende waarde in verband met de in dat gebied voorkomende overblijfselen uit oude tijden bebouwing een of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Rho adviseurs voor leefruimte

198 bedrijf een onderneming gericht op het produceren, bewerken, herstellen, installeren of inzamelen van goederen, alsmede verhuur, opslag en distributie van goederen bedrijfs of dienstwoning een woning in of bij een gebouw of op een terrein, die slechts is bestemd voor bewoning door (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar noodzakelijk is, vanwege de bestemming van het gebouw of het terrein bedrijfsvloeroppervlakte de totale vloeroppervlakte van een kantoor, winkel of bedrijf met inbegrip van de daartoe behorende magazijnen en overige dienstruimten bestaande afstands, hoogte, inhouds en oppervlaktematen afstands, hoogte, inhouds en oppervlaktematen, die op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan tot stand zijn gekomen of tot stand zullen komen met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming Bevi inrichting bedrijven zoals bedoeld in artikel 2 lid 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen, met uitzondering van bedrijven zoals bedoeld in artikel 3 lid 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen bevoegd gezag bevoegd gezag zoals bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats bouwgrens de grens van een bouwvlak bouwlaag een doorlopend gedeelte van een gebouw dat is begrensd door op (nagenoeg) gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen en dat zodanige afmetingen en vormen heeft dat dit gedeelte zonder ingrijpende voorzieningen voor functies uit de bestemmingsomschrijving geschikt of geschikt te maken is bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge deze regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten bouwperceelgrens een grens van een bouwperceel. Rho adviseurs voor leefruimte

199 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten bouwwerk elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond bijgebouw een vrijstaand gebouw dat in functioneel en bouwkundig opzicht ondergeschikt is aan een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw consumentenvuurwerk vuurwerk dat is bestemd voor particulier gebruik deskundige een door het bevoegd gezag aan te wijzen onafhankelijke deskundige of commissie van deskundigen detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps of bedrijfsactiviteit dienstverlening het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek rechtstreeks (al dan niet via een balie) te woord wordt gestaan en geholpen, zoals reis en uitzendbureaus, kapsalons, pedicures, wasserettes, makelaarskantoren en bankfilialen gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt hoofdgebouw gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is horeca het bedrijfsmatig verstrekken van ter plaatse te nuttigen voedsel en dranken en het bedrijfsmatig exploiteren zaalaccommodatie en/of het bedrijfsmatig verstrekken van nachtverblijf, waarbij de volgende categorie worden onderscheiden: 1. hotel: een bedrijf, dat in hoofdzaak bestaat uit het verstrekken van nachtverblijf en waarbij het verstrekken van voedsel en dranken daaraan ondergeschikt is; 2. restaurant: een bedrijf, dat in hoofdzaak bestaat uit verstrekken van maaltijden voor gebruik ter plaatse en waar het verstrekken van dranken daaraan ondergeschikt is; 3. dagzaak: een horecabedrijf, dat voor wat betreft openingstijden vergelijkbaar is met detailhandelsbedrijven, zoals een dagcafé, lunchroom, koffiehuis, koffieshop en ijssalon; 4. cafetaria: een bedrijf, dat in hoofdzaak bestaat uit het verstrekken van kleine eetwaren, niet zijnde maaltijden; 5. cafés, bars, avond en nachtgelegenheid: een horecabedrijf, dat in hoofdzaak bestaat uit het verstrekken van dranken voor gebruik ter plaatse en/of het gelegenheid bieden voor dansen. Rho adviseurs voor leefruimte

200 kantoor een ruimte welke door haar indeling en inrichting kennelijk is bestemd om uitsluitend te worden gebruikt voor administratieve en daarmee gelijk te stellen werkzaamheden, waarbij het publiek niet of slechts in ondergeschikte mate rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen kap een constructie van één of meer dakvlakken met een helling van meer dan 30 en minder dan nutsvoorzieningen voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen, voorzieningen ten behoeve van (ondergrondse) afvalinzameling en apparatuur voor telecommunicatie onzelfstandige woonruimte een woning waarbij de keuken, douche en toilet wordt gedeeld met andere bewoners van een pand; een onzelfstandige woning heeft wel een eigen toegang, namelijk de deur van de gehuurde kamer(s) overkapping een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van een dak peil a. voor gebouwen die onmiddellijk aan de weg grenzen of waarvan de hoofdtoegang minder dan 1 m van de weg ligt: de hoogte van de bovenkant van die weg; b. in andere gevallen en voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld, op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan; c. indien wordt gebouwd in of aan een dijk, waterkering of in gebieden waar het peil op een perceel een verhang kent van meer dan 1 m: 1. indien de hoofdtoegang en/of de langste gevel van het hoofdgebouw aan de weg grenst: de hoogte van bovenkant van die weg, waarbij dit peil zich uitstrekt tot een zone van ten hoogste 3 m achter de achtergevelbouwgrens van een op bedoeld perceel aangegeven bouwvlak, mits het een aanbouw aan het hoofdgebouw betreft; 2. indien de hoofdtoegang en/of de langste gevel van het hoofdgebouw niet aan de weg grenst: het peil wordt bepaald door de gemiddelde hoogte van het aansluitend afgewerkt terrein, op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan; 3. voor vrijstaande bijgebouwen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte terrein, op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan Staat van Bedrijfsactiviteiten 'functiemenging' de Staat van Bedrijfsactiviteiten 'functiemenging' die van deze regels deel uitmaakt straatmeubilair a. verkeersgeleiders, verkeersborden, lichtmasten, zitbanken en bloembakken; b. telefooncellen, abri's kunstwerken, speeltoestellen en draagconstructies voor reclame; c. kleinschalige bouwwerken ten behoeve van (openbare) nutsvoorzieningen met een inhoud van 50 m3 en een bouwhoogte van ten hoogste 3 m waaronder begrepen voorzieningen ten behoeve van telecommunicatie, energievoorziening en brandkranen; d. afvalinzamelsystemen supermarkt een detailhandelsbedrijf met een verkoopvloeroppervlakte van meer dan 500 m 2 voor de handel in voedings en genotmiddelen (foodsector) en in dagelijkse (huishoudelijke) gebruiksartikelen. Rho adviseurs voor leefruimte

201 verkoopvloeroppervlakte de voor het publiek zichtbare en toegankelijke (besloten) winkelruimte ten behoeve van detailhandel vervangende nieuwbouw nieuwbouw van woningen als gevolg van recente sloop, met dien verstande dat de situering in hoofdzaak onveranderd blijft voorgevellijn lijn die per bouwperceel wordt bepaald door de, ten opzichte van de weg of langzaam verkeersroute, dichtstbij gesitueerde gevel van het hoofdgebouw Wgh inrichting bedrijven, zoals bedoeld in artikel 2.1 lid 3 van het Besluit omgevingsrecht, die in belangrijke mate geluidshinder kunnen veroorzaken wonen het houden van verblijf, het huren en tevens (laten) bewonen van kamers of het gehuisvest zijn in een huis/woning, evenwel met uitzondering van woonvormen met een maatschappelijk karakter met intensieve begeleiding, met dien verstande dat kamerhuur in een pand beperkt is en blijft tot maximaal 4 personen zijerf het bij een gebouw behorende erf, dat is gelegen naast de zijgevellijn van dat gebouw zijgevel de zijgevel links of rechts, meestal haaks op de voorgevel, zoals deze bij de bouw is gerealiseerd en grenzend aan het zijerf zijgevellijn een lijn, welke zoveel mogelijk aansluit aan de ligging van de zijgevels van de hoofdgebouwen. Rho adviseurs voor leefruimte

202 54 Artikel 2 Wijze van meten Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 afstand de afstand tussen bouwwerken onderling alsmede de afstand van bouwwerken tot perceelsgrenzen worden daar gemeten waar deze afstanden het kleinst zijn. 2.2 bouwhoogte van een bouwwerk a. vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; b. in die gevallen dat het maaiveld niet horizontaal ligt (dijkbebouwing): tussen de bovenkant van het gebouw, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen, en het hoogste punt van de snijlijn van de dichtst bij de kruin van de dijk gelegen gevel met het maaiveld. Indien sprake is van gebouwen op een niet horizontaal gelegen maaiveld geldt het bepaalde in dit lid onder b over een afstand van ten hoogste 15 m gemeten in het horizontale vlak vanaf de kruin van de dijk; c. in geval van her of nieuwbouw van bebouwing aan een dijk (de onder b bedoelde gevallen) wordt voor de bouwhoogte uitgegaan van het bepaalde onder a. 2.3 brutovloeroppervlakte wordt gemeten binnenwerks, met dien verstande, dat de totale vloeroppervlakte ten dienste van kantoren, winkels of bedrijven, met inbegrip van de daarbij behorende magazijnen en overige dienstruimten worden opgeteld. 2.4 dakhelling langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.5 goothoogte van een bouwwerk a. vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; b. in die gevallen dat het maaiveld niet horizontaal ligt (dijkbebouwing): tussen de bovenkant van de goot, boeibord of daarmee gelijk te stellen constructiedeel en het hoogste punt van de snijlijn van de dichtstbij de kruin van de dijk gelegen gevel met het maaiveld; met dien verstande dat: indien sprake is van gebouwen op een niet horizontaal gelegen maaiveld geldt het bepaalde in dit lid onder b over een afstand van ten hoogste 15 m gemeten in het horizontale vlak vanaf de kruin van de dijk; voor zover sprake is van meerdere goot en/of boeibordhoogten per gebouw, wordt als meetpunt het hoogste punt gehanteerd; indien zich aan enige zijde van een gebouw één of meer dakkappellen bevinden waarvan de gezamenlijke breedte meer bedraagt dan 30% van de gevelbreedte ( op de achterzijde van een gebouw meer dan 50%), wordt de goot of boeibord van de dakkapel als hoogste punt aangemerkt; in geval van herbouw of nieuwbouw wordt uitgegaan van hetgeen was vergund dan wel gerealiseerd. 2.6 inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. Rho adviseurs voor leefruimte

203 oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. Rho adviseurs voor leefruimte

204 56 Rho adviseurs voor leefruimte

205 57 Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Artikel 3 Bedrijf 3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. bedrijven waarbij bedrijfsactiviteiten zijn toegelaten in categorie A en B1 als bedoeld in de Staat van Bedrijfsactiviteiten 'functiemenging'; b. bij deze bestemming behorende voorzieningen zoals groen, water, nutsvoorzieningen en parkeervoorzieningen. 3.2 Bouwregels Ten aanzien van de in lid 3.1 bedoelde gronden gelden de volgende bouwregels: a. gebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd binnen het bouwvlak; b. de goothoogte van gebouwen mag niet meer bedragen dan: 1. 4 m indien het bestaande gebouw bestaat uit 1 bouwlaag al dan niet met kap; 2. 7 m indien het bestaande gebouw bestaat uit 2 bouwlagen al dan niet met kap; 3. 7 m vermeerderd met 3 m voor elke bouwlaag boven de tweede bouwlaag indien het bestaande gebouw bestaat uit 3 of meer bouwlagen al dan niet met kap; c. de bouwhoogte van gebouwen mag niet meer bedragen dan: 1. 4 m indien het bestaande gebouw bestaat uit 1 bouwlaag zonder kap; 2. 7 m indien het bestaande gebouw bestaat uit 1 bouwlaag met kap dan wel 2 bouwlagen zonder kap; m indien het bestaande gebouw bestaat uit 2 bouwlagen met kap; 4. 7 m vermeerderd met 3 m voor elke bouwlaag boven de tweede bouwlaag indien het bestaande gebouw bestaat uit 3 of meer bouwlagen zonder kap; m vermeerderd met 3 m voor elke bouwlaag boven de tweede bouwlaag indien het bestaande gebouw bestaat uit 3 of meer bouwlagen met kap; d. in afwijking van het bepaalde onder a mag een gedeelte van een gebouw buiten het bouwvlak worden gebouwd onder de volgende voorwaarden: 1. de oppervlakte van het deel van het gebouw dat buiten het bouwvlak ligt bedraagt maximaal 10 m 2 ; 2. de bouwhoogte van het deel van het gebouw dat buiten het bouwvlak ligt bedraagt maximaal de bouwhoogte van de eerste bouwlaag van het gebouw; e. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 m; f. in afwijking van het bepaalde onder e mag de bouwhoogte van masten en palen niet meer bedragen dan 10 m. Rho adviseurs voor leefruimte

206 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.2 voor het bouwen van aanbouwen of bijgebouwen in of op een afstand van 1 m uit de zij of achtererfgrens tot een maximum van 50 m 2 en een bouwhoogte van maximaal 3 m onder de voorwaarden dat geen onnodige nadelige verandering teweeg wordt gebracht in de bezonningssituatie op de aangrenzende erven en licht en luchttoetreding van de aangrenzende gebouwen, met dien verstande dat: a. daardoor de gebruikswaarde van het te behouden erf niet onevenredig wordt geschaad; b. geen inbreuk wordt gemaakt op het toelaatbare bebouwbare oppervlak. 3.4 Specifieke gebruiksregels Met betrekking tot het gebruik gelden de volgende regels: a. Bevi inrichtingen zijn niet toegestaan; b. opslag van meer dan kg consumentenvuurwerk is niet toegestaan; c. Wgh inrichtingen zijn niet toegestaan; d. opslag van goederen met een totale stapelhoogte van meer dan 4 m is op onbebouwde gronden niet toegestaan; e. per bedrijf is kantoorvloeroppervlakte die meer bedraagt dan 50% van de bedrijfsvloeroppervlakte niet toegestaan; f. bedrijfswoningen zijn niet toegestaan. 3.5 Afwijken van de gebruiksregels Afwijken van de Staat van Bedrijfsactiviteiten 'functiemenging' Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van lid 3.1: a. om bedrijven toe te laten uit ten hoogste één categorie hoger dan in lid 3.1 genoemd, voor zover het betrokken bedrijf naar aard en invloed op de omgeving (gelet op de specifieke werkwijze of bijzondere verschijningsvorm) geacht kan worden te behoren tot de categorieën, zoals in lid 3.1 genoemd; b. om bedrijven toe te laten die niet in de Staat van Bedrijfsactiviteiten 'functiemenging' zijn genoemd, voor zover het betrokken bedrijf naar aard en invloed op de omgeving geacht kan worden te behoren tot de categorieën, zoals in lid 3.1 genoemd. Rho adviseurs voor leefruimte

207 59 Artikel 4 Centrum Bestemmingsomschrijving De voor Centrum 1 aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. detailhandel, met dien verstande dat een supermarkt uitsluitend is toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'supermarkt'; b. dienstverlening; c. horeca van categorie 2 t/m 4, met uitzondering van de gronden ter plaatse van de aanduiding 'horeca uitgesloten'; d. kantoren; e. wonen (inclusief aan huis verbonden beroeps of bedrijfsactiviteiten) op de verdiepingen en bijbehorende entrees en bergingen op de begane grond; f. zorgvoorzieningen, zoals medische praktijken, klinieken en dagverblijven, consultatiebureaus en kinderopvang; g. ter plaatse van de aanduiding 'garagebox': uitsluitend garageboxen; h. ter plaatse van de aanduiding 'horeca van categorie 5': tevens horeca van categorie 5, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'horeca' horeca van categorie 5 uitsluitend op de bovenste verdieping is toegestaan; i. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf 1': tevens een bedrijfsactiviteit met de SBI code 18129, uit ten hoogste categorie 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten 'functiemenging'; j. ter plaatse van de aanduiding 'sportzaal': tevens een sportzaal; k. ter plaatse van de aanduiding 'wonen': tevens wonen (inclusief aan huis verbonden beroeps of bedrijfsactiviteiten) op de begane grond; l. bij deze bestemming behorende voorzieningen zoals: wegen en paden, tuinen, groenvoorzieningen en parkeervoorzieningen. 4.2 Bouwregels Hoofdgebouwen Ten aanzien van de in lid 4.1 bedoelde gronden gelden voor hoofdgebouwen de volgende bouwregels: a. hoofdgebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd binnen het bouwvlak; b. de voorgevel van hoofdgebouwen dient te worden gebouwd in of maximaal 5 m achter de naar de weg gekeerde grens van het bouwvlak; c. de afstand van hoofdgebouwen tot de zijdelingse perceelsgrens mag niet minder bedragen dan de bestaande afstand; d. de diepte van hoofdgebouwen mag niet meer bedragen dan de bestaande diepte; deze regel geldt niet ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding 1'; e. de goothoogte van hoofdgebouwen mag niet meer bedragen dan 7 m; f. de bouwhoogte van hoofdgebouwen mag niet meer bedragen dan 10 m; g. in afwijking van het bepaalde onder e en f bedraagt de bouwhoogte van garageboxen ter plaatse van de aanduiding 'garagebox' ten hoogste 3 m; h. ter plaatse van de aanduiding 'onderdoorgang' dient een ruimte van ten minste de bestaande verdiepingshoogte minus de constructiehoogte vanaf peil te worden vrijgehouden van bebouwing. Rho adviseurs voor leefruimte

208 Aanbouwen, bijgebouwen en overkappingen Ten aanzien van de in lid 4.1 bedoelde gronden gelden voor aanbouwen, bijgebouwen en overkappingen de volgende bouwregels: a. aanbouwen, bijgebouwen en overkappingen mogen uitsluitend worden gebouwd vanaf 1 m achter (het verlengde van) de voorgevellijn en op ten minste 1 m uit de zijerfgrens indien deze grenst aan de openbare weg; b. de bouwhoogte van aanbouwen mag niet meer bedragen dan de bouwhoogte van de begane grondlaag van het hoofdgebouw waaraan gebouwd wordt, vermeerderd met 0,3 m; c. in afwijking van het bepaalde onder b, bedraagt de bouwhoogte van aanbouwen op het zijerf ten hoogste 5 m en de goothoogte niet meer dan de bouwhoogte van de eerste bouwlaag, vermeerderd met 0,3 m; d. de goothoogte van bijgebouwen en overkappingen mag niet meer bedragen dan 3 m; e. de bouwhoogte van bijgebouwen en overkappingen mag niet meer bedragen dan 5 m; f. de diepte van aanbouwen aan de achterzijde van een hoofdgebouw, gemeten vanaf de achtergevel van het hoofdgebouw gemeten, bedraagt ten hoogste 4 m; g. de voorgevellijn mag worden overschreden door tot het gebouw behorende erkers en serres, mits: 1. de overschrijding ten hoogste 2 m bedraagt; 2. de breedte van erkers en andere aanbouwen voor de voorgevel van woningen niet meer dan tweederde van de breedte van de gevel bedragen; 3. de afstand van de aanbouwen tot de voorste perceelsgrens ten minste 2 m bedraagt; 4. uitsluitend op de begane grondlaag wordt gebouwd; h. de afstand tussen aanbouwen op het achtererf en bijgebouwen mag niet minder bedragen dan 2 m Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Ten aanzien van de in lid 4.1bedoelde gronden gelden voor bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde de volgende bouwregels: a. de bouwhoogte van erf en terreinafscheidingen binnen het bouwvlak mag niet meer bedragen dan 2 m; b. de bouwhoogte van erf en terreinafscheidingen buiten het bouwvlak mag niet meer bedragen dan: 1. voor (het verlengde van) de voorgevel: 1 m; 2. achter (het verlengde van) de voorgevel: 2 m; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 m. 4.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid onder d. teneinde de diepte van hoofdgebouwen in gebruik voor detailhandel te vergroten, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. er wordt geen onevenredige afbreuk gedaan aan de ingevolge de bestemming gegeven gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken; b. de uitbreiding van het hoofdgebouw is noodzakelijk voor een doelmatige bedrijfsvoering; c. er wordt voorzien in voldoende parkeerruimte. 4.4 Specifieke gebruiksregels Met betrekking tot het gebruik gelden de volgende regels: a. de oppervlakte ten behoeve van aan huis verbonden beroeps of bedrijfsactiviteiten bedraagt ten hoogste 30% van de vloeroppervlakte van de betrokken woning met een maximum van 40 m²; b. het gebruik van bijgebouwen als zelfstandige woning of onzelfstandige woonruimte is niet toegestaan; c. ter plaatse van de aanduiding 'sportzaal' mag de oppervlakte in gebruik voor de sportzaal niet meer bedragen dan de bestaande oppervlakte. Rho adviseurs voor leefruimte

209 61 Artikel 5 Centrum Bestemmingsomschrijving De voor Centrum 2 aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. detailhandel, met uitzondering van supermarkten; b. dienstverlening; c. kantoren; d. horeca van categorie 2 t/m 4; e. wonen (inclusief aan huis verbonden beroeps of bedrijfsactiviteiten) ; f. zorgvoorzieningen, zoals medische praktijken, klinieken en dagverblijven, consultatiebureaus en kinderopvang; g. ter plaatse van de aanduiding 'horeca van categorie 5': tevens horeca van categorie 5; h. ter plaatse van de aanduiding 'nutsvoorziening': uitsluitend een nutsvoorziening; i. bij deze bestemming behorende voorzieningen zoals: wegen en paden, tuinen, groenvoorzieningen en parkeervoorzieningen. 5.2 Bouwregels Hoofdgebouwen Ten aanzien van de in lid 5.1 bedoelde gronden gelden voor hoofdgebouwen de volgende bouwregels: a. hoofdgebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd binnen het bouwvlak; b. de voorgevel van hoofdgebouwen dient te worden gebouwd in of maximaal 5 m achter de naar de weg gekeerde grens van het bouwvlak; c. de afstand van hoofdgebouwen tot de zijdelingse perceelsgrens mag niet minder bedragen dan de bestaande afstand; d. de diepte van hoofdgebouwen mag niet meer bedragen dan de bestaande diepte; deze regel geldt niet ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding 1'; e. de goothoogte van hoofdgebouwen mag niet meer bedragen dan 7 m; deze regel geldt niet voor de gronden waar een maximale bouwhoogte is aangegeven; f. de bouwhoogte van hoofdgebouwen mag niet meer bedragen dan de ter plaatse van de aanduiding 'maximale bouwhooge (m)' aangegeven bouwhoogte; indien geen maximale bouwhoogte is aangegeven, mag de bouwhoogte van hoofdgebouwen niet meer dan 10 m bedragen Aanbouwen, bijgebouwen en overkappingen Ten aanzien van de in lid 5.1 bedoelde gronden gelden voor aanbouwen, bijgebouwen en overkappingen de volgende bouwregels: a. aanbouwen, bijgebouwen en overkappingen mogen uitsluitend worden gebouwd vanaf 1 m achter (het verlengde van) de voorgevellijn en op ten minste 1 m uit de zijerfgrens indien deze grenst aan de openbare weg; b. de gezamenlijke oppervlakte van aanbouwen, bijgebouwen en overkappingen mag per bouwperceel niet meer bedragen dan 100 m 2 met dien verstande dat de gronden gelegen achter (het verlengde van) de voorgevellijn voor 50% onbebouwd dienen te blijven; c. de bouwhoogte van aanbouwen mag niet meer bedragen dan de bouwhoogte van de begane grondlaag van het hoofdgebouw waaraan gebouwd wordt, vermeerderd met 0,3 m; d. in afwijking van het bepaalde onder c bedraagt de bouwhoogte van aanbouwen op het zijerf ten hoogste 5 m en de goothoogte niet meer dan de bouwhoogte van de eerste bouwlaag, vermeerderd met 0,3 m; e. de goothoogte van bijgebouwen en overkappingen mag niet meer bedragen dan 3 m; f. de bouwhoogte van bijgebouwen en overkappingen mag niet meer bedragen dan 5 m; g. de diepte van aanbouwen aan de achterzijde van een hoofdgebouw, gemeten vanaf de achtergevel van het hoofdgebouw gemeten, bedraagt ten hoogste 4 m; h. de voorgevellijn mag worden overschreden door tot het gebouw behorende erkers en serres, mits: 1. de overschrijding ten hoogste 2 m bedraagt; Rho adviseurs voor leefruimte

210 62 2. de breedte van erkers en andere aanbouwen voor de voorgevel van woningen niet meer dan tweederde van de breedte van de gevel bedragen; 3. de afstand van de aanbouwen tot de voorste perceelsgrens ten minste 2 m bedraagt; 4. uitsluitend op de begane grondlaag wordt gebouwd; i. de afstand tussen aanbouwen op het achtererf en bijgebouwen mag niet minder bedragen dan 2 m Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Ten aanzien van de in lid 5.1bedoelde gronden gelden voor bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde de volgende bouwregels: a. de bouwhoogte van erf en terreinafscheidingen binnen het bouwvlak mag niet meer bedragen dan 2 m; b. de bouwhoogte van erf en terreinafscheidingen buiten het bouwvlak mag niet meer bedragen dan: 1. voor (het verlengde van) de voorgevel: 1 m; 2. achter (het verlengde van) de voorgevel 2 m; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 m. 5.3 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn, overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.6, lid 1 onder a van de Wet ruimtelijke ordening, bevoegd de aanduiding 'horeca 5' te verwijderen, indien ter plaatse gedurende een termijn van ten minste 1 jaar geen horeca van categorie 5 aanwezig is geweest. 5.4 Specifieke gebruiksregels Met betrekking tot het gebruik gelden de volgende regels: a. de oppervlakte ten behoeve van aan huis verbonden beroeps of bedrijfsactiviteiten bedraagt ten hoogste 30% van de vloeroppervlakte van de betrokken woning met een maximum van 40 m²; b. het gebruik van bijgebouwen als zelfstandige woning of onzelfstandige woonruimte is niet toegestaan. Rho adviseurs voor leefruimte

211 63 Artikel 6 Gemengd 6.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Gemengd' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. bedrijven waarbij bedrijfsactiviteiten zijn toegelaten in de categorie A en B1 als bedoeld in de bij deze regels behorende Staat van bedrijfsactiviteiten 'functiemenging'; b. dienstverlening; c. kantoren; d. zorgvoorzieningen, zoals medische praktijken, klinieken en dagverblijven, consultatiebureaus en kinderopvang; e. ter plaatse van de aanduiding 'garagebox': tevens garageboxen; f. bij deze bestemming behorende voorzieningen zoals toegangswegen, groen, water, nutsvoorzieningen en parkeervoorzieningen. 6.2 Bouwregels Ten aanzien van de in lid 6.1 bedoelde gronden gelden de volgende bouwregels: a. gebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd binnen het bouwvlak; b. de goothoogte van gebouwen mag niet meer bedragen dan: 1. 4 m indien het bestaande gebouw bestaat uit 1 bouwlaag al dan niet met kap; 2. 7 m indien het bestaande gebouw bestaat uit 2 bouwlagen al dan niet met kap; 3. 7 m vermeerderd met 3 m voor elke bouwlaag boven de tweede bouwlaag indien het bestaande gebouw bestaat uit 3 of meer bouwlagen al dan niet met kap; c. de bouwhoogte van gebouwen mag niet meer bedragen dan: 1. 4 m indien het bestaande gebouw bestaat uit 1 bouwlaag zonder kap; 2. 7 m indien het bestaande gebouw bestaat uit 1 bouwlaag met kap dan wel 2 bouwlagen zonder kap; m indien het bestaande gebouw bestaat uit 2 bouwlagen met kap; 4. 7 m vermeerderd met 3 m voor elke bouwlaag boven de tweede bouwlaag indien het bestaande gebouw bestaat uit 3 of meer bouwlagen zonder kap; m vermeerderd met 3 m voor elke bouwlaag boven de tweede bouwlaag indien het bestaande gebouw bestaat uit 3 of meer bouwlagen met kap; d. de bouwhoogte van garageboxen ter plaatse van de aanduiding 'garagebox' mag in afwijking van het bepaalde onder b en c niet meer bedragen dan 3 m; e. in afwijking van het bepaalde onder a mag een gedeelte van een gebouw buiten het bouwvlak worden gebouwd onder de volgende voorwaarden: 1. de oppervlakte van het deel van het gebouw dat buiten het bouwvlak ligt bedraagt maximaal 10 m 2 ; 2. de bouwhoogte van het deel van het gebouw dat buiten het bouwvlak ligt bedraagt maximaal de bouwhoogte van de eerste bouwlaag van het gebouw; f. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 m; g. in afwijking van het bepaalde onder f mag de bouwhoogte van masten en palen niet meer bedragen dan 10 m. 6.3 Specifieke gebruiksregels Met betrekking tot het gebruik gelden de volgende regels: a. Bevi inrichtingen zijn niet toegestaan; b. opslag van meer dan kg consumentenvuurwerk is niet toegestaan; c. Wgh inrichtingen zijn niet toegestaan; d. opslag van goederen met een totale stapelhoogte van meer dan 4 m is op onbebouwde gronden niet toegestaan; e. bedrijfswoningen zijn niet toegestaan. Rho adviseurs voor leefruimte

212 Afwijken van de gebruiksregels Afwijken van de Staat van Bedrijfsactiviteiten 'functiemenging' Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van lid 6.1: a. om bedrijven toe te laten uit ten hoogste één categorie hoger dan in lid 6.1 genoemd, voor zover het betrokken bedrijf naar aard en invloed op de omgeving (gelet op de specifieke werkwijze of bijzondere verschijningsvorm) geacht kan worden te behoren tot de categorieën, zoals in lid 6.1 genoemd; b. om bedrijven toe te laten die niet in de Staat van Bedrijfsactiviteiten 'functiemenging' zijn genoemd, voor zover het betrokken bedrijf naar aard en invloed op de omgeving geacht kan worden te behoren tot de categorieën, zoals in lid 6.1 genoemd. Rho adviseurs voor leefruimte

213 65 Artikel 7 Groen 7.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groen; b. water; c. voet en fietspaden; d. speelvoorzieningen; e. nutsvoorzieningen; f. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals straatmeubilair. 7.2 Bouwregels Ten aanzien van de in lid 7.1 bedoelde gronden gelden de volgende bouwregels: a. gebouwen zijn niet toegestaan; b. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 m. Rho adviseurs voor leefruimte

214 66 Artikel 8 Kantoor 8.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Kantoor' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. kantoren; b. dienstverlening; c. educatieve voorzieningen; d. wonen (inclusief aan huis verbonden beroeps of bedrijfsactiviteiten) ; e. bij deze bestemming behorende voorzieningen zoals groen, water, nutsvoorzieningen en parkeervoorzieningen. 8.2 Bouwregels Ten aanzien van de in lid 8.1 bedoelde gronden gelden de volgende bouwregels: a. gebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd binnen het bouwvlak; b. de goothoogte van gebouwen mag niet meer bedragen dan: 1. 4 m indien het bestaande gebouw bestaat uit 1 bouwlaag al dan niet met kap; 2. 7 m indien het bestaande gebouw bestaat uit 2 bouwlagen al dan niet met kap; 3. 7 m vermeerderd met 3 m voor elke bouwlaag boven de tweede bouwlaag indien het bestaande gebouw bestaat uit 3 of meer bouwlagen al dan niet met kap; c. de bouwhoogte van gebouwen mag niet meer bedragen dan: 1. 4 m indien het bestaande gebouw bestaat uit 1 bouwlaag zonder kap; 2. 7 m indien het bestaande gebouw bestaat uit 1 bouwlaag met kap dan wel 2 bouwlagen zonder kap; m indien het bestaande gebouw bestaat uit 2 bouwlagen met kap; 4. 7 m vermeerderd met 3 m voor elke bouwlaag boven de tweede bouwlaag indien het bestaande gebouw bestaat uit 3 of meer bouwlagen zonder kap; m vermeerderd met 3 m voor elke bouwlaag boven de tweede bouwlaag indien het bestaande gebouw bestaat uit 3 of meer bouwlagen met kap; d. in afwijking van het bepaalde onder a mag een gedeelte van een gebouw buiten het bouwvlak worden gebouwd onder de volgende voorwaarden: 1. de oppervlakte van het deel van het gebouw dat buiten het bouwvlak ligt bedraagt maximaal 10 m 2 ; 2. de bouwhoogte van het deel van het gebouw dat buiten het bouwvlak ligt bedraagt maximaal de bouwhoogte van de eerste bouwlaag van het gebouw; e. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 m; f. in afwijking van het bepaalde onder e mag de bouwhoogte van masten en palen niet meer bedragen dan 10 m. 8.3 Specifieke gebruiksregels Met betrekking tot het gebruik gelden de volgende regels: a. de oppervlakte ten behoeve van aan huis verbonden beroeps of bedrijfsactiviteiten bedraagt ten hoogste 30% van de vloeroppervlakte van de betrokken woning met een maximum van 40 m²; b. het gebruik van bijgebouwen als zelfstandige woning of onzelfstandige woonruimte is niet toegestaan. Rho adviseurs voor leefruimte

215 67 Artikel 9 Maatschappelijk 9.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. overheids, medische, onderwijs, sociaal culturele, levensbeschouwelijke en vergelijkbare maatschappelijke voorzieningen, alsmede voorzieningen ten behoeve van kinderdagverblijven en kinderopvang en fietspaden; b. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'brandweerkazerne': een brandweerkazerne; c. ter plaatse van de aanduiding 'wonen': tevens wonen op de verdieping (inclusief aan huis verbonden beroeps of bedrijfsactiviteiten) en bijbehorende entrees en bergingen op de begane grond; d. bij deze bestemming behorende voorzieningen zoals groen, water, nutsvoorzieningen en parkeervoorzieningen. 9.2 Bouwregels Ten aanzien van de in lid 9.1 bedoelde gronden gelden de volgende bouwregels: a. gebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd binnen het bouwvlak; b. de goothoogte van gebouwen mag niet meer bedragen dan: 1. 4 m indien het bestaande gebouw bestaat uit 1 bouwlaag al dan niet met kap; 2. 7 m indien het bestaande gebouw bestaat uit 2 bouwlagen al dan niet met kap; 3. 7 m vermeerderd met 3 m voor elke bouwlaag boven de tweede bouwlaag indien het bestaande gebouw bestaat uit 3 of meer bouwlagen al dan niet met kap; c. de bouwhoogte van gebouwen mag niet meer bedragen dan: 1. 4 m indien het bestaande gebouw bestaat uit 1 bouwlaag zonder kap; 2. 7 m indien het bestaande gebouw bestaat uit 1 bouwlaag met kap dan wel 2 bouwlagen zonder kap; m indien het bestaande gebouw bestaat uit 2 bouwlagen met kap; 4. 7 m vermeerderd met 3 m voor elke bouwlaag boven de tweede bouwlaag indien het bestaande gebouw bestaat uit 3 of meer bouwlagen zonder kap; m vermeerderd met 3 m voor elke bouwlaag boven de tweede bouwlaag indien het bestaande gebouw bestaat uit 3 of meer bouwlagen met kap; d. in afwijking van het bepaalde in lid 9.2, onder c bedraagt de bouwhoogte ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding 1' ten hoogste 4 m, gemeten vanaf de bovenkant van de Kerkbuurt; e. in afwijking van het bepaalde onder a mag een gedeelte van een gebouw buiten het bouwvlak worden gebouwd onder de volgende voorwaarden: 1. de oppervlakte van het deel van het gebouw dat buiten het bouwvlak ligt bedraagt maximaal 10 m 2 ; 2. de bouwhoogte van het deel van het gebouw dat buiten het bouwvlak ligt bedraagt maximaal de bouwhoogte van de eerste bouwlaag van het gebouw; f. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 m; g. in afwijking van het bepaalde onder e mag de bouwhoogte van masten en palen niet meer bedragen dan 10 m. Rho adviseurs voor leefruimte

216 Specifieke gebruiksregels Met betrekking tot het gebruik gelden de volgende regels: a. dienstwoningen zijn uitsluitend toegestaan op verdiepingen ter plaatse van de aanduiding 'wonen'; b. de oppervlakte ten behoeve van aan huis verbonden beroeps of bedrijfsactiviteiten bedraagt ten hoogste 30% van de vloeroppervlakte van de betrokken woning met een maximum van 40 m²; c. het gebruik van bijgebouwen als zelfstandige woning of onzelfstandige woonruimte is niet toegestaan; d. het is toegestaan de maatschappelijke voorzieningen naast hun hoofdfunctie te gebruiken voor vergaderfaciliteiten voor derden, mits dit een ondergeschikt karakter heeft en op incidentele en niet commerciële basis plaatsvindt. 9.4 Wijzigingsbevoegdheid Wetgevingszone wijzigingsgebied 1 Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bestemming van de gronden die zijn voorzien van de aanduiding 'Wetgevingszone wijzigingsgebied 1' te wijzigen in de bestemming 'Verkeer Verblijfsgebied' zoals genoemd in artikel 11, met inachtneming van de volgende regels: a. er mag geen onevenredige afbreuk worden gedaan aan de ingevolge de bestemming gegeven gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken; b. de regels van artikel 11 zijn van overeenkomstige toepassing. Rho adviseurs voor leefruimte

217 69 Artikel 10 Verkeer 10.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wegen; b. parkeren; c. voet en fietspaden; d. groen; e. geluidwerende voorzieningen; f. nutsvoorzieningen; g. verblijfs en speelgebied; h. water; i. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van water halte waterbus': tevens voorzieningen ten behoeve van de waterbus; j. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals straatmeubilair Bouwregels Ten aanzien van de in lid 10.1 bedoelde gronden gelden de volgende bouwregels: a. gebouwen zijn niet toegestaan; b. in afwijking van het bepaalde onder a is ter plaatse van de aanduiding 'nutsvoorziening' een nutsgebouw met een bouwhoogte van ten hoogste 4 m toegestaan; c. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 6 m; d. in afwijking van het bepaalde onder c zijn ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van water halte waterbus' lichtmasten met een bouwhoogte van ten hoogste 10 m toegestaan. Rho adviseurs voor leefruimte

218 70 Artikel 11 Verkeer Verblijfsgebied 11.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Verkeer Verblijfsgebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. voet en fietspaden; b. groen; c. niet overdekte terrassen; d. verblijfs en speelgebied; e. water; f. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals, Bouwregels Ten aanzien van de in lid 11.1 bedoelde gronden gelden de volgende bouwregels: a. gebouwen zijn niet toegestaan; b. in afwijking van het bepaalde onder a zijn uitstekende bouwdelen toegestaan overeenkomstig het bepaalde in artikel 18.1, met dien verstande dat een hoogte van ten minste 3 m boven maaiveld vrij blijft van bebouwing; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 m Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn, overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.6, lid 1 onder a van de Wet ruimtelijke ordening, bevoegd de bestemming 'Verkeer Verblijfsgebied' te wijzigen in de bestemming 'Centrum 1' of 'Centrum 2' onder de volgende voorwaarden: a. de wijziging dient gericht te zijn op het vergroten van een gebouw, dat toegestaan is binnen de naastgelegen bestemming 'Centrum 1' of 'Centrum 2'; b. de vergroting van de oppervlakte van het nieuw te bouwen gebouw bedraagt niet meer dan 10 m²; c. de bouwhoogte van het nieuw te bouwen gebouw bedraagt maximaal de bouwhoogte van de eerste bouwlaag van het naastgelegen gebouw binnen de bestemming 'Centrum 1' of 'Centrum 2'; d. er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van de gebruiksmogelijkheden van naastgelegen gronden; e. voor het overige zijn de regels van artikelen 4 en 5 van overeenkomstige toepassing. Rho adviseurs voor leefruimte

219 71 Artikel 12 Water 12.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wateraanvoer en afvoer; b. waterberging; c. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van water halte waterbus': tevens een aanlegsteiger en halte ten behoeve van de waterbus; d. bij deze bestemming behorende voorzieningen Bouwregels Ten aanzien van de in lid 12.1 bedoelde gronden gelden de volgende bouwregels: a. gebouwen zijn niet toegestaan; b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 5 m; c. in afwijking van het bepaalde onder b zijn ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van water halte waterbus' lichtmasten met een bouwhoogte van ten hoogste 10 m toegestaan. Rho adviseurs voor leefruimte

220 72 Artikel 13 Wonen 13.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen; b. aan huis verbonden beroeps of bedrijfsactiviteiten; c. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van centrum 1' op de begane grond tevens de centrumdoeleinden in de vorm van: 1. detailhandel; 2. dienstverlening; 3. kantoren; 4. zorgvoorzieningen, zoals medische praktijken, klinieken en dagverblijven, consultatiebureaus en kinderopvang; d. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals groen, water, nutsvoorzieningen en parkeervoorzieningen Bouwregels Hoofdgebouwen Ten aanzien van de in lid 13.1 bedoelde gronden gelden voor hoofdgebouwen de volgende bouwregels: a. hoofdgebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd binnen het bouwvlak; b. het aantal woningen, zoals aanwezig op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan, mag niet worden vergroot; c. de bestaande inhoudsmaat van een hoofdgebouw mag niet worden vergroot, behalve door middel van dakkapellen, door middel van dak en gevelopbouwen waar dat op de verbeelding is aangegeven, aanbouwen die op grond van lid zijn toegestaan en als gevolg van vervangende nieuwbouw; d. de voorgevel van hoofdgebouwen dient te worden gebouwd in of maximaal 5 m achter de naar de weg gekeerde grens van het bouwvlak; e. de afstand van hoofdgebouwen tot de zijdelingse perceelsgrens mag niet minder bedragen dan de bestaande afstand; f. de diepte van hoofdgebouwen mag niet meer bedragen dan de bestaande diepte; g. de goothoogte van hoofdgebouwen mag niet meer bedragen dan: 1. 4 m indien het bestaande gebouw bestaat uit 1 bouwlaag al dan niet met kap; 2. 7 m indien het bestaande gebouw bestaat uit 2 bouwlagen al dan niet met kap; 3. 7 m vermeerderd met 3 m voor elke bouwlaag boven de tweede bouwlaag indien het bestaande gebouw bestaat uit 3 of meer bouwlagen al dan niet met kap; h. de bouwhoogte van hoofdgebouwen mag niet meer bedragen dan: 1. 4 m indien het bestaande gebouw bestaat uit 1 bouwlaag zonder kap; 2. 7 m indien het bestaande gebouw bestaat uit 1 bouwlaag met kap dan wel 2 bouwlagen zonder kap; m indien het bestaande gebouw bestaat uit 2 bouwlagen met kap; 4. 7 m vermeerderd met 3 m voor elke bouwlaag boven de tweede bouwlaag indien het bestaande gebouw bestaat uit 3 of meer bouwlagen zonder kap; m vermeerderd met 3 m voor elke bouwlaag boven de tweede bouwlaag indien het bestaande gebouw bestaat uit 3 of meer bouwlagen met kap. Rho adviseurs voor leefruimte

221 Aanbouwen, bijgebouwen en overkappingen Ten aanzien van de in lid 13.1 bedoelde gronden gelden voor aanbouwen, bijgebouwen en overkappingen de volgende bouwregels: a. aanbouwen, bijgebouwen en overkappingen mogen uitsluitend worden gebouwd binnen het bouwvlak, vanaf 1 m achter (het verlengde van) de voorgevellijn en op ten minste 1 m uit de zijerfgrens indien deze grenst aan de openbare weg; b. de gezamenlijke oppervlakte van aanbouwen, bijgebouwen en overkappingen mag per bouwperceel niet meer bedragen dan 100 m² met dien verstande dat de gronden gelegen achter (het verlengde van) de voorgevellijn voor 50% onbebouwd dienen te blijven; c. de bouwhoogte van aanbouwen mag niet meer bedragen dan de bouwhoogte van de begane grondlaag van het hoofdgebouw waaraan gebouwd wordt, vermeerderd met 0,3 m; d. in afwijking van het bepaalde onder c, bedraagt de bouwhoogte van aanbouwen op het zijerf ten hoogste 5 m en de goothoogte niet meer dan de bouwhoogte van de eerste bouwlaag, vermeerderd met 0,3 m; e. de goothoogte van bijgebouwen en overkappingen mag niet meer bedragen dan 3 m; f. de bouwhoogte van bijgebouwen en overkappingen mag niet meer bedragen dan 5 m; g. de diepte van aanbouwen aan de achterzijde van een hoofdgebouw, gemeten vanaf de achtergevel van het hoofdgebouw gemeten, bedraagt ten hoogste 4 m; h. de voorgevellijn mag worden overschreden door tot het gebouw behorende erkers en serres, mits: 1. de overschrijding ten hoogste 2 m bedraagt; 2. de breedte van erkers en andere aanbouwen voor de voorgevel van woningen niet meer dan tweederde van de breedte van de gevel bedragen; 3. de afstand van de aanbouwen tot de voorste perceelsgrens ten minste 2 m bedraagt; 4. uitsluitend op de begane grondlaag wordt gebouwd; i. in afwijking van het bepaalde onder a mag, indien op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan de erfbebouwing in de voortuin is gerealiseerd, het gezamenlijk oppervlak aan aanbouwen, bijgebouwen en overkappingen op het voorerf ten hoogste 40 % van het gezamenlijk voorerf bedragen met een maximum van 25 m², met dien verstande, dat: 1. de bebouwing op het voorerf op een afstand van ten hoogste 2 m tot de voorerfgrens dient te worden gebouwd; 2. bij deze woningen op het achtererf ten hoogste één bijgebouw mag worden gebouwd met een maximum grondoppervlak van 6 m²; 3. achter de achtergevel van de woning een aanbouw mag worden gebouwd met een diepte van ten hoogste 2 m; 4. de bebouwing op het achtererf in of op een afstand van ten minste 1 m uit de zijerfgrens dient te worden gebouwd; j. de afstand tussen aanbouwen op het achtererf en bijgebouwen mag niet minder bedragen dan 2 m Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Ten aanzien van de in lid 13.1 bedoelde gronden gelden voor bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde de volgende bouwregels: a. de bouwhoogte van erf en terreinafscheidingen binnen het bouwvlak mag niet meer bedragen dan 2 m; b. de bouwhoogte van erf en terreinafscheidingen buiten het bouwvlak mag niet meer bedragen dan: 1. voor (het verlengde van) de voorgevel: 1 m; 2. achter (het verlengde van) de voorgevel 2 m; c. de bouwhoogte van masten en palen mag niet meer bedragen dan 7 m; d. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 m. Rho adviseurs voor leefruimte

222 Specifieke gebruiksregels Met betrekking tot het gebruik gelden de volgende regels: a. de oppervlakte ten behoeve van aan huis verbonden beroeps of bedrijfsactiviteiten bedraagt ten hoogste 30% van de vloeroppervlakte van de betrokken woning met een maximum van 40 m²; b. het gebruik van bijgebouwen als zelfstandige woning is niet toegestaan; c. ter plaatse van de in lid 13.1 bedoelde gronden is het gebruik ten behoeve van onzelfstandige wooneenheden toegestaan, met dien verstande dat een woning uit niet meer dan uit 4 onzelfstandige wooneenheden mag bestaan. Rho adviseurs voor leefruimte

223 75 Artikel 14 Wonen Uit te werken 14.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen Uit te werken' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen in gestapelde vorm; b. aan huis verbonden beroeps of bedrijfsactiviteiten; c. horeca van categorie 3; d. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals groen, water, nutsvoorzieningen en parkeervoorzieningen Uitwerkingsregels Burgemeester en wethouders werken de in lid 14.1 bedoelde bestemming nader uit, met inachtneming van de volgende regels: a. gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; b. de voorgevel dient naar de Rivierdijk te zijn gericht; c. de bouwhoogte van gebouwen mag niet meer dan 12 m bedragen; d. de bouwhoogte van erf en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan: 1. voor (het verlengde van) de voorgevel: 1 m; 2. achter (het verlengde van) de voorgevel 2 m; e. de bouwhoogte van andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 3 m bedragen; f. de oppervlakte ten behoeve van aan huis verbonden beroeps of bedrijfsactiviteiten bedraagt ten hoogste 30% van de vloeroppervlakte van de betrokken woning met een maximum van 40 m²; g. er is één vestiging voor horeca toegestaan; het bedrijfsvloeroppervlak hiervan bedraagt ten hoogste 110 m Bouwregels Op deze gronden mag uitsluitend worden gebouwd in overeenstemming met een in werking getreden uitwerkingsplan en met inachtneming van de in dat plan opgenomen regels Afwijken van de bouwregels Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van lid 14.3, indien de op te richten bebouwing naar zijn bestemming en gebruik, alsmede naar zijn afmetingen en zijn plaats binnen het plangebied in overeenstemming zal zijn met, dan wel op verantwoorde wijze kan worden ingepast in een reeds vastgesteld uitwerkingsplan of een daarvoor ter inzage gelegd ontwerp Specifieke gebruiksregels Met betrekking tot het gebruik gelden de volgende regels: a. de oppervlakte ten behoeve van aan huis verbonden beroeps of bedrijfsactiviteiten bedraagt ten hoogste 30% van de vloeroppervlakte van de betrokken woning met een maximum van 40 m²; b. er is één vestiging voor horeca toegestaan; het bedrijfsvloeroppervlak hiervan bedraagt ten hoogste 110 m 2. Rho adviseurs voor leefruimte

224 76 Artikel 15 Waarde Archeologie 15.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde Archeologie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor behoud van de archeologische waarde en de bij deze dubbelbestemming behorende voorzieningen Bouwregels Op de in lid 15.1 bedoelde gronden mogen geen bouwwerken worden gebouwd die dieper reiken dan 0,3 m en die een grondoppervlakte hebben groter dan 100 m Afwijken van de bouwregels a. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in lid 15.2, voor het bouwen ten behoeve van de andere daar voorkomende bestemmingen, conform de bouwregels op grond van de betreffende bestemming, mits de archeologische waarde niet wordt geschaad. b. Alvorens een omgevingsvergunning te kunnen verlenen, dient de aanvrager van omgevingsvergunning voor het bouwen aan burgemeester en wethouders hieromtrent een schriftelijk advies van een archeologisch deskundige te overleggen. Aan een omgevingsvergunning voor het afwijken kunnen voorwaarden worden verbonden in het belang van de bescherming van de archeologische waarde Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Uitvoeringsverbod zonder omgevingsvergunning Het is verboden op of in de in lid 15.1 bedoelde gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde uit te voeren te doen uitvoeren of te laten uitvoeren: a. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en bomen; b. het uitvoeren van grondbewerkingen; c. het graven, vergraven, vergroten alsmede het dempen van watergangen en waterpartijen; d. het ophogen van gronden; e. het aanbrengen van oppervlakteverhardingen; f. het verhogen of het verlagen van de grondwaterstand Uitzondering op het uitvoeringsverbod Het bepaalde in lid is niet van toepassing: a. op normale onderhoudswerkzaamheden gericht op en noodzakelijk voor de instandhouding van het onderhavige plangebied; b. op andere werken en/of werkzaamheden die uit een oogpunt van bescherming van de archeologische waarde van niet ingrijpende betekenis zijn; c. indien uit archeologisch onderzoek is komen vast te staan dat er geen sprake is van te beschermen archeologische waarden. Rho adviseurs voor leefruimte

225 Voorwaarden voor een omgevingsvegunning a. De in lid genoemde vergunning kan worden verleend indien de archeologische waarde van de gronden niet onevenredig wordt geschaad door de voorgenomen werken en werkzaamheden. b. Aan een omgevingsvergunning kunnen voorwaarden worden verbonden in het belang van de bescherming van de archeologische waarde. c. In het belang van de bescherming van de archeologische waarde van de gronden dient de aanvrager van een vergunning een rapport te overleggen waarin de archeologische waarde van het terrein, dat blijkens de aanvraag kan worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld. d. Alvorens te beslissen omtrent een omgevingsvergunning als bedoeld in lid wordt door burgemeester en wethouders schriftelijk advies ingewonnen een archeologisch deskundige Wijzigingsbevoegdheid Wijziging bestemming Waarde Archeologie a. Burgemeester en wethouders zijn, overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.6, lid 1 onder a van de Wet ruimtelijke ordening, bevoegd de in lid 15.1 bedoelde dubbelbestemming te wijzigen indien uit nader archeologisch onderzoek is gebleken dat er geen sprake is van te beschermen archeologische waarde. b. Alvorens toepassing te geven aan deze bepaling winnen burgemeester en wethouders advies in bij een archeologisch deskundige. Rho adviseurs voor leefruimte

226 78 Artikel 16 Waterstaat Waterkering 16.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waterstaat Waterkering' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor: a. het in stand houden, het beheer, het onderhoud, de verbetering van de waterkering; b. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals kunstwerken, dijksloten en andere waterstaatswerken Bouwregels Op de in lid 16.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd, met dien verstande dat de bouwhoogte van de bouwwerken niet meer mag bedragen dan 10 m Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 16.2 voor het bouwen ten behoeve van de andere daar voorkomende bestemmingen, met dien verstande dat: a. de bij de betrokken bestemming behorende bouwregels in acht worden genomen; b. het belang van de waterkering niet onevenredig wordt geschaad; c. vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen bij de betreffende waterbeheerder. Rho adviseurs voor leefruimte

227 79 Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 17 Anti dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing. Artikel 18 Algemene bouwregels 18.1 Overschrijding bouwgrenzen De bouwgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, mogen in afwijking van aanduidingsgrenzen, aanduidingen en bestemmingsregels worden overschreden door: a. tot gebouwen behorende stoepen, stoeptreden, trappen(huizen), galerijen, hellingbanen, funderingen, balkons, entreeportalen, veranda's en afdaken, mits de overschrijding ten hoogste 2,5 m bedraagt; b. andere ondergeschikte onderdelen van gebouwen, mits de overschrijding ten hoogste 1,5 m bedraagt Toegelaten bouwwerken met afwijkende maten a. voor een bouwwerk, dat krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden en dat in het plan ingevolge de bestemming is toegelaten, maar waarvan de bestaande afstands, hoogte, inhouds en oppervlaktematen afwijken van de maatvoeringsbepalingen in de bouwregels van de betreffende bestemming, geldt dat: 1. bestaande maten, die meer bedragen dan in hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen als ten hoogste toelaatbaar worden aangehouden; 2. bestaande maten, die minder bedragen dan in hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen als ten minste toelaatbaar worden aangehouden; b. in geval van herbouw is lid a onder 1 en 2 uitsluitend van toepassing, indien de herbouw op dezelfde plaats plaatsvindt; c. op een bouwwerk als hiervoor bedoeld, is het 'Overgangsrecht bouwwerken' als opgenomen in lid 23.1 in dit plan niet van toepassing. Rho adviseurs voor leefruimte

228 80 Artikel 19 Algemene aanduidingsregels 19.1 Vrijwaringszone dijk 1 a. ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone dijk 1' zijn de gronden, naast de voor die gronden aangewezen bestemmingen, tevens aangeduid voor de bescherming, onderhoud en instandhouding van de primaire waterkering; b. ter plaatse van gronden met de gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone dijk 1' mag niet worden gebouwd; c. het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder b, met inachtneming van de volgende regels: 1. de bij de betrokken bestemming behorende bouwregels worden in acht genomen; 2. het belang van de waterkering wordt niet onevenredig geschaad en vooraf wordt schriftelijk advies ingewonnen bij de betreffende waterbeheerder Vrijwaringszone dijk 2 Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone dijk 2' zijn de gronden naast de voor die gronden aangewezen bestemmingen, aangeduid als buitenbeschermingszone van de primaire waterkering. Artikel 20 Algemene afwijkingsregels 20.1 Maten en bouwgrenzen Tenzij op grond van hoofdstuk 2 reeds afwijking mogelijk is, kan het bevoegd gezag bij een omgevingsvergunning afwijken van de regels voor: a. afwijkingen van maten (waaronder percentages) met ten hoogste 10%; b. overschrijding van bouwgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, voor zover zulks van belang is voor een technisch betere realisering van bouwwerken dan wel voor zover zulks noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein; de overschrijdingen mogen ten hoogste 3 m bedragen en het bouwvlak mag met ten hoogste 10% worden vergroot. De omgevingsvergunning wordt niet verleend, indien daardoor onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ingevolge de bestemming gegeven gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken. Artikel 21 Algemene wijzigingsregels 21.1 Overschrijding bestemmingsgrenzen Burgemeester en wethouders kunnen de in het plan opgenomen bestemmingen wijzigen ten behoeve van overschrijding van bestemmingsgrenzen, voor zover zulks van belang is voor een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voor zover zulks noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein. De overschrijdingen mogen echter ten hoogste 3 m bedragen en het bestemmingsvlak mag met ten hoogste 10% worden vergroot. Rho adviseurs voor leefruimte

229 81 Artikel 22 Overige regels 22.1 Uitsluiting aanvullende werking bouwverordening De voorschriften van stedenbouwkundige aard en de bereikbaarheidseisen van paragraaf 2.5 van de bouwverordening zijn uitsluitend van toepassing, voor zover het betreft: a. de ruimte tussen bouwwerken; b. parkeergelegenheid en laad en losmogelijkheden bij of in gebouwen Werking wettelijke regelingen De wettelijke regelingen waarnaar in de regels wordt verwezen, gelden zoals deze luiden op het moment van vaststelling van het plan. Rho adviseurs voor leefruimte

230 82 Rho adviseurs voor leefruimte

231 83 Hoofdstuk 4 Overgangs en slotregels Artikel 23 Overgangsrecht 23.1 Overgangsrecht bouwwerken Voor bouwwerken luidt het overgangsrecht als volgt: a. een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het tenietgaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is tenietgegaan; b. het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van dit lid onder a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in dit lid onder a met maximaal 10%; c. dit lid onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan Overgangsrecht gebruik Voor gebruik luidt het overgangsrecht als volgt: a. het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet; b. het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in dit lid onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind; c. indien het gebruik, bedoeld in dit lid onder a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten; d. dit lid onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan. Artikel 24 Slotregel Deze regels worden aangehaald als: 'Regels van het bestemmingsplan Kerkbuurt Oost'. Rho adviseurs voor leefruimte

232 84 Rho adviseurs voor leefruimte

233 bijlagen bij de Regels

234 Bijlage Staat van Bedrijfsactiviteiten 'functiemenging' 1 Lijst van afkortingen in de Staat van Bedrijfsactiviteiten 'functiemenging' - niet van toepassing of niet relevant < kleiner dan > groter = gelijk aan cat. e.d. kl. n.e.g. categorie en dergelijke klasse niet elders genoemd o.c. p.c. p.o. b.o. v.c. u d w j opslagcapaciteit productiecapaciteit productieoppervlak bedrijfsoppervlak verwerkingscapaciteit uur dag week jaar

235 VNG-nr. CATEGORIE 2 Staat van Bedrijfsactiviteiten 'functiemenging' SBI-1993 SBI-2008 OMSCHRIJVING LANDBOUW EN DIENSTVERLENING TEN BEHOEVE VAN DE LANDBOUW Dienstverlening ten behoeve van de landbouw: algemeen (onder andere loonbedrijven), b.o < 500 m² B plantsoenendiensten en hoveniersbedrijven, b.o. < 500 m² B , 11 - VERVAARDIGING VAN VOEDINGSMIDDELEN EN DRANKEN ,102 0 Slachterijen en overige vleesverwerking: vleeswaren- en vleesconservenfabrieken, p.o. < 200 m² B Consumptie-ijsfabrieken, p.o. < 200 m² B Broodfabrieken, brood- en banketbakkerijen, chargeovens, v.c. < kg meel/week B Verwerking cacaobonen en vervaardiging chocolade- en suikerwerk: cacao- en chocoladefabrieken, vervaardigen van chocoladewerken met p.o. < 200 m² B suikerwerkfabrieken zonder suiker branden, p.o. < 200 m² B t/m t/m 1104 Vervaardiging van wijn, cider en dergelijke B VERVAARDIGING VAN TEXTIEL 174, Vervaardiging van textielwaren B2 176, , 143 Vervaardiging van gebreide en gehaakte stoffen en artikelen B VERVAARDIGING VAN KLEDING; BEREIDEN EN VERVEN VAN BONT Vervaardiging kleding van leer B Vervaardiging van kleding en toebehoren (exclusief leer) C HOUTINDUSTRIE EN VERVAARDIGING ARTIKELEN VAN HOUT, RIET, KURK EN DERGELIJKE 203, 204, Timmerwerkfabrieken, vervaardiging overige artikelen van hout, p.o. < 200 m² B Kurkwaren-, riet- en vlechtwerkfabrieken B UITGEVERIJEN, DRUKKERIJEN EN REPRODUCTIE VAN OPGENOMEN MEDIA Kleine drukkerijen en kopieerinrichtingen B A Grafische afwerking A B Binderijen B Grafische reproductie en zetten B Overige grafische activiteiten B Reproductiebedrijven opgenomen media A 24 20, 21 - VERVAARDIGING VAN CHEMISCHE PRODUCTEN Farmaceutische productenfabrieken: verbandmiddelenfabrieken C VERVAARDIGING VAN GLAS, AARDEWERK, CEMENT-, KALK- EN GIPSPRODUCTEN Glas-in-lood-zetterij B Glasbewerkingsbedrijven B2 262, , Aardewerkfabrieken: 262, , vermogen elektrische ovens totaal < 40 kw B Natuursteenbewerkingsbedrijven: indien p.o. < m² B2

236 VNG-nr. CATEGORIE Staat van Bedrijfsactiviteiten 'functiemenging' 3 SBI-1993 SBI-2008 OMSCHRIJVING Slijp- en polijstmiddelen fabrieken B , 33 - VERVAARDIGING EN REPARATIE VAN PRODUCTEN VAN METAAL (EXCLUSIEF MACHINES/TRANSPORTMIDDELEN) , 331 1a - gesloten gebouw, p.o. < 200 m² B , 331 B1 Smederijen, lasinrichtingen, bankwerkerijen en dergelijke, p.o. < 200 m² B , Overige metaalbewerkende industrie, inpandig, p.o. < 200 m² B , 331 B Overige metaalwarenfabrieken n.e.g.; inpandig, p.o. < 200 m² B , 28, 33 - VERVAARDIGING VAN KANTOORMACHINES EN COMPUTERS 30 26, 28, 33 A Kantoormachines- en computerfabrieken, incl. reparatie B , 32, 33 - VERVAARDIGING VAN MEDISCHE EN OPTISCHE APPARATEN EN INSTRUMENTEN 33 26, 32, 33 A Fabrieken voor medische en optische apparaten en instrumenten en dergelijke B /32 - VERVAARDIGING VAN MEUBELS EN OVERIGE GOEDEREN N.E.G Meubelstoffeerderijen b.o. < 200 m² A Fabricage van munten, sieraden en dergelijke B Muziekinstrumentenfabrieken B Sociale werkvoorziening B PRODUCTIE EN DISTRIBUTIE VAN STROOM, AARDGAS, STOOM EN WARM WATER C0 Elektriciteitsdistributiebedrijven, met transformatorvermogen: C1 - < 10 MVA B D0 Gasdistributiebedrijven: D3 - gas: reduceer-, compressor-, meet- en regelinstallaties categorie A A D4 - gasdrukregel- en meetruimten (kasten en gebouwen), categorie B en C B E0 Warmtevoorzieningsinstallaties, gasgestookt: E2 - blokverwarming B WINNING EN DISTRIBUTIE VAN WATER B0 Waterdistributiebedrijven met pompvermogen: B1 - < 1 MW B , 42, 43 - BOUWNIJVERHEID 45 41, 42, 43 3 Aannemersbedrijf of bouwbedrijf met werkplaats, b.o. < m² B Bouwinstallatie algemeen (exclusief spuiterij) B Elektrotechnische installatie B , 47 - HANDEL/REPARATIE VAN AUTO'S, MOTORFIETSEN; BENZINESERVICESTATIONS 501, 502, , 452, Handel in auto's en motorfietsen, reparatie- en servicebedrijven (exclusief plaatwerkerij B1 454 of spuiterij) B Autobeklederijen A Autowasserijen B1 503, Handel in auto- en motorfietsonderdelen en -accessoires B GROOTHANDEL EN HANDELSBEMIDDELING Groothandel in dranken C

237 VNG-nr. CATEGORIE 4 Staat van Bedrijfsactiviteiten 'functiemenging' SBI-1993 SBI-2008 OMSCHRIJVING Groothandel in tabaksproducten C Groothandel in suiker, chocolade en suikerwerk C Groothandel in koffie, thee, cacao en specerijen C , Groothandel in overige consumentenartikelen C Groothandel in vuurwerk en munitie: consumentenvuurwerk, verpakt, opslag < 10 ton C Groothandel in hout en bouwmaterialen: algemeen: b.o. > m² C indien b.o. <= m² B Zand en grind: indien b.o. <= 200 m² B Groothandel in ijzer- en metaalwaren en verwarmingsapparatuur: algemeen: b.o. > m² C indien b.o. <= m² B Groothandel in overige intermediaire goederen C Groothandel in machines en apparaten, opp >= b.o m², exclusief machines voor de C bouwnijverheid Groothandel in machines en apparaten, opp < m², exclusief machines voor de B1 bouwnijverheid , 469 Overige groothandel (bedrijfsmeubels, emballage, vakbenodigdheden en dergelijke) C REPARATIE TEN BEHOEVE VAN PARTICULIEREN Reparatie ten behoeve van particulieren (exclusief auto's en motorfietsen) A VERVOER OVER LAND Taxibedrijven B Goederenwegvervoerbedrijven (zonder schoonmaken tanks), b.o. < m² C Pomp- en compressorstations van pijpleidingen B DIENSTVERLENING TEN BEHOEVE VAN HET VERVOER POST EN TELECOMMUNICATIE , 532 Post- en koeriersdiensten C VERHUUR VAN TRANSPORTMIDDELEN, MACHINES, ANDERE ROERENDE GOEDEREN Personenautoverhuurbedrijven B , 7739 Verhuurbedrijven voor transportmiddelen (exclusief personenauto's) C Verhuurbedrijven voor machines en werktuigen C COMPUTERSERVICE- EN INFORMATIETECHNOLOGIE A Computerservice- en informatietechnologiebureaus en dergelijke A 72 58, 63 B Datacentra B SPEUR- EN ONTWIKKELINGSWERK Maatschappij- en geesteswetenschappelijk onderzoek A 74 63, 69 t/m - OVERIGE ZAKELIJKE DIENSTVERLENING

238 VNG-nr. CATEGORIE Staat van Bedrijfsactiviteiten 'functiemenging' 5 SBI-1993 SBI-2008 OMSCHRIJVING 71, 73, 74, 77, 78, 80 t/m Foto- en filmontwikkelcentrales C Veilingen voor huisraad, kunst en dergelijke A 90 37, 38, 39 MILIEUDIENSTVERLENING B Rioolgemalen B OVERIGE DIENSTVERLENING A Wasverzendinrichtingen B1 SBI 93/08/SvB f maart 2012

239 4 by 1b - Bestemmingsplan Kerkbuurt-Oost - Plankaart.pdf Plangebied plangrens Enkelbestemmingen B Bedrijf C-1 Centrum - 1 C-2 Centrum - 2 K GD Gemengd C-2 G Groen (h=5) V K M V V-VB Kantoor Maatschappelijk Verkeer Verkeer - Verblijfsgebied C-2 WA Water W Wonen K C-2 W-U Wonen uit te werken C-2 (nv) Dubbelbestemmingen Waarde - Archeologie WS-WK Waterstaat - Waterkering C-2 Gebiedsaanduidingen wetgevingszone - wijzigingsgebied 1 (h=5) V vrijwaringszone - dijk 1 vrijwaringszone - dijk 2 C-2 V-VB (h=5) (spz) (h) Functieaanduidingen (brk) brandweerkazerne (gab) garagebox C-1 (h=5) C-1 M (h) horeca (h=5) horeca van categorie 5 (nv) nutsvoorziening (sb-1) specifieke vorm van bedrijf - 1 K M (w) C-1 (sc-1) specifieke vorm van centrum - 1 (spz) sportzaal V M (swa-hw) (su) specifieke vorm van water - halte waterbus supermarkt (sb-1) (w) (w) wonen 2 (w) C-1 C-1 V Bouwvlakken bouwvlak (w) [sba-1] C-1 W 1 M Bouwaanduidingen onderdoorgang W specifieke bouwaanduiding - 1 [ond] Maatvoeringsaanduidingen 2 V C-1 (gab) WA V 4 maatvoeringsvlak maximum bouwhoogte (m) (w) C-1 C-1 (su) M W W [sba-1] C-1 (-h) V-VB B V C-2 B W (sb-1) (w) C-1 W C-2 (w) (brk) M (nv) C-1 (w) C-2 W V GD (gab) (gab) [sba-1] C-2 4 [sba-1] W C-2 4 W V-VB C-2 C-2 W 2 W (sc-1) V C W-U WS-WK G (swa-hw) WA WA 2 (swa-hw) gemeente Sliedrecht bestemmingsplan Kerkbuurt Oost noordpijl identificatie planstatus tekening identificatiecode datum status schaal : 1:1000 NL.IMRO bp09KerkbuurtOost concept afmeting : A voorontwerp bladnummer : 1 projectnummer ontwerp aantal bladen : vastgesteld bestand : 0YVC-BPL postbus AD Rotterdam referte : mw drs G.M. Boiten getekend : ing R. Durville

240 5 by 2 - Notitie zienswijzen bestemmingsplan Kerkbuurt-Oost.pdf Sliedrecht Ontwerp bestemmingsplan Kerkbuurt-Oost Notitie zienswijzen Augustus 2014

241 Inhoud 1. Inleiding pag Zienswijzen pag Vaststelling pag. 5 2

242 1. Inleiding Het ontwerp bestemmingsplan Kerkbuurt-Oost heeft vanaf 4 juli 2014 gedurende zes weken ter inzage gelegen in het gemeentekantoor van de gemeente Sliedrecht. In deze periode heeft een ieder de mogelijkheid gekregen een zienswijze in te dienen op het ontwerp bestemmingsplan. Zienswijzen Er is één schriftelijke zienswijzen ingediend. In hoofdstuk 2 is een samenvatting gegeven van de ontvangen zienswijze en is de reactie van gemeentelijk commentaar voorzien. Tevens is aangegeven of de reactie leidt tot aanpassingen van het ontwerp bestemmingsplan. Ontvankelijkheid De ontvangen zienswijze is tijdig ingediend en daarmee ontvankelijk. Vaststelling De zienswijze leidt niet tot aanpassingen ten opzichte van het ontwerp bestemmingsplan, één ambtshalve aanpassing zal daarentegen leiden tot gewijzigde vaststelling van het bestemmingspan. In hoofdstuk 3 is een samenvatting gegeven van de wijziging. 3

243 2. Zienswijzen In dit hoofdstuk zijn de zienswijzen samengevat en beantwoord. 1. Reclamant 1 Samenvatting 1. Reclamant verzoekt voor de betreffende locatie op de hoek van de Kerkbuurt en Oosterbrugstraat, welke is belegd met de aanduiding 'specifieke vorm van centrum - 1', tevens op te nemen dat een supermarkt wordt uitgesloten. Dit is in lijn met de systematiek van het plan alsook het gemeentelijk beleid zoals weergegeven in de structuurvisie, zijnde dat de uitbreiding van het aantal supermarkten onwenselijk is. Beantwoording 1. De gemeente ziet naar aanleiding van de zienswijze geen reden om voor deze specifieke locatie een wijziging in de regels van het plan door te voeren waar het de uitsluiting van een supermarkt betreft. Het beleid van de gemeente voor de Kerkbuurt is, zoals reclamant al aangeeft, gericht op het tegengaan van de komst van nieuwe supermarkten. In de bestemmingen Centrum-1 en Centrum-2 zijn deze daarom specifiek uitgesloten. De bestaande supermarkt op het Merwedeplein kent een specifieke aanduiding supermarkt om deze daarentegen wel mogelijk te maken. In de begripsbepalingen (artikel 1.42) is omschreven wat onder een supermarkt wordt verstaan. Het uitsluiten van nieuwe supermarkten is met name gericht op grotere supermarkten, daarom is in de begripsbepalingen een minimale verkoopvloeroppervlakte van 500 m2 opgenomen. Deze hebben door hun omvang grote ruimtelijke gevolgen zoals, naast het ruimtebeslag an sich, de benodigde parkeervoorzieningen. De oppervlakte van de betreffende locatie op de hoek van de Kerkbuurt en Oosterbrugstraat (en dus ook de oppervlakte van de specifieke aanduiding) is echter kleiner dan 500 m2. Het is daarom overbodig in de regels op te nemen dat er geen supermarkt groter dan 500 m2 is toegestaan. De locatie leent zich hier immers niet voor qua oppervlakte. Overigens leent de locatie zich meer praktisch gezien al niet voor een grote supermarkt, wegens gebrek aan bijvoorbeeld voldoende parkeergelegenheid en laad- en losmogelijkheden in de directe omgeving. 4

244 3. Vaststelling Bij de vaststelling van het bestemmingsplan worden ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan de volgende wijzigingen aangebracht. Verbeelding Ambtshalve wijziging: Het perceel Kerkbuurt 12 is in het ontwerp bestemmingsplan bestemd als Wonen. Dit dient de bestemming Centrum-2 te zijn, het pand bevat immers een bestaande detailhandelsvestiging. Dit wordt in het vast te stellen bestemmingsplan opgenomen. 5

245 10 FYS - Vaststelling bestemmingsplan Kweldamweg Hamerstuk zonder stemverklaring. 1 rv - vaststellen bestemmingsplan Kweldamweg 8-10.pdf Concept Raadsvoorstel Aan de raad van de gemeente Sliedrecht Zaaknummer: Sliedrecht, 2 september 2014 Onderwerp: Vaststellen bestemmingsplan Kweldamweg 8-10 Beslispunten 1. De ingediende zienswijzen op het ontwerp bestemmingsplan ontvankelijk te verklaren; 2. De zienswijzen van reclamanten 1 en 2 ongegrond te verklaren; 3. Naar aanleiding van zienswijze 3 een kleine aanpassing in de toelichting van het bestemmingsplan door te voeren; 4. Zienswijze 4 voor kennisgeving aan te nemen. 5. Het bestemmingsplan Kweldamweg 8-10, bestaande uit de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML -bestand NL.IMRO.0610.bp28kweldamweg met de bijbehorende bestanden vast te stellen; 6. Bij de vaststelling van het bestemmingsplan Kweldamweg 8-10 geen exploitatieplan als bedoeld in artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening vast te stellen omdat de kosten voor de gemeente anderszins zijn verzekerd. Samenvatting De huidige situatie voorziet in het oprichten van een paardenfokkerij voor circa 150 paarden tot 3 jaar en 65 sportpaarden binnen het bestaande bouwvlak. Initiatiefnemer is voornemens een uitbreiding te doen voor de boxenstal achterop het kavel en een uitbreiding aan de oostkant van het kavel aan de weg met diverse functies. Naast het bouwvlak wordt een paardenbak gerealiseerd van 40 x 80 m. Dit tweede deel past niet in het vigerende bestemmingsplan en daarom is een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk. Inleiding De huidige situatie voorziet in een paardenfokkerij voor circa 150 paarden tot 3 jaar en 65 sportpaarden binnen het bestaande bouwvlak. In 2012 is reeds een vergunning verleend voor een woonhuis met schuur, een stallencomplex, een verzorgingsruimte, fokruimtes, stageverblijven, een kantine, kantoren, een binnenbak en buitenbak, een stapmolen, opslagruimtes en het eerste gedeelte van de boxenstal waar de 1- tot 3-jarige paarden worden gehouden. Initiatiefnemer is voornemens een uitbreiding te doen voor de boxenstal achterop het kavel en een uitbreiding aan de oostkant van het kavel aan de weg met de volgende functies: een woonhuis, een ruimte om op authentieke bakplaten de producten van De Bioderij te promoten (een baklijn voor productiedoeleinden is uitgesloten), een kleinschalig en ondergeschikt restaurant, een biologische kippenen koeienschuur (met circa 40 koeien, 25 pinken en kalveren, 30 schapen en 400 kippen), een dagopvang/sociale werkplaats en opslagruimtes voor het materieel en materiaal dat hoort bij de genoemde functies. Naast het bouwvlak wordt een paardenbak gerealiseerd van 40 x 80 m. Dit tweede deel past niet in het vigerende bestemmingsplan en daarom is een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk.

246 - 2 - Beoogd effect Met de vaststelling van het bestemmingsplan worden de nieuwbouwplannen van initiatiefnemer mogelijk gemaakt. Argumenten 1.1. Zienswijzen 1 t/m 4 zijn op tijd binnengekomen In het bijgevoegde zienswijzenverslag kunt u zien welke zienswijzen zijn ontvangen. De zienswijzen zijn binnen de termijn binnengekomen en van een handtekening voorzien. De zienswijzen zijn daarmee ontvankelijk. 2.1 De ingediende zienswijzen zijn behandeld Het ontwerpbestemmingsplan heeft vanaf 6 juni 2014 gedurende zes weken ter inzage gelegen. Tijdens deze termijn zijn 4 zienswijzen ontvangen. De zienswijzen zijn samengevat en van een reactie voorzien in het bijgevoegde Nota beantwoording zienswijzen bestemmingsplan Kweldamweg De bevoegdheid om te beslissen over de ingebrachte zienswijzen ligt bij uw raad. Voorgesteld wordt de zienswijzen 1 en 2 ongegrond te verklaren. Zienswijze 3 leidt tot een kleine aanpassing van de toelichting van het bestemmingsplan en zienswijze 4 kan voor kennisgeving worden aangenomen. 3.1 Bestemmingsplanprocedure is noodzakelijk voor voorgenomen ontwikkeling In het geldende bestemmingsplan Buitengebied heeft het plangebied de bestemming Agrarisch. Deze gronden zijn bestemd voor agrarisch gebruik van gronden, grondgebonden veehouderijen en bedrijfsmatige nevenactiviteiten. Binnen het bouwvlak zijn agrarische bedrijfsgebouwen toegestaan. Ter plaatse is één bedrijfswoning toelaatbaar. De plannen van initiatiefnemer betreffen agrarische activiteiten, maar de planontwikkeling is in strijd met het huidige bestemmingsplan omdat de bouw- en gebruiksvoorschriften van het bestemmingplan (gedeeltelijk) worden overschreden. Met het doorlopen van deze bestemmingsplanprocedure wordt de voorgenomen ontwikkeling van het plangebied juridisch planologisch mogelijk gemaakt. 4.1 Het is niet nodig een exploitatieplan vast te stellen De Wet ruimtelijke ordening schrijft in artikel 6.12 voor dat de gemeenteraad een exploitatieplan vaststelt voor gronden waarop een bouwplan is voorgenomen. De Wet ruimtelijke ordening geeft aan dat het opstellen van een exploitatieplan niet noodzakelijk is indien (het verhaal van) de kosten voor de gemeente anderszins is verzekerd. Tussen de gemeente en initiatiefnemer/exploitant is een exploitatieovereenkomst gesloten, waaronder planschade is begrepen. Hiermee is het kostenverhaal voor de ontwikkeling verzekerd en is het niet noodzakelijk om een exploitatieplan vast te stellen. Kanttekeningen n.v.t. Kaderstellende en controlerende aspecten t.b.v. de gemeenteraad, uitgesplitst in: Financiële kaders Tussen de gemeente en initiatiefnemer/exploitant is een exploitatieovereenkomst gesloten, waaronder planschade is begrepen. Hiermee is het kostenverhaal voor de ontwikkeling verzekerd en is het niet noodzakelijk om een exploitatieplan vast te stellen. Wettelijke en Beleidskaders, eventueel inhoudelijke/ruimtelijke kaders n.v.t. Tijdspad, monitoring en evaluatie n.v.t.

247 - 3 - Communicatie - De kennisgeving van het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan wordt gepubliceerd in de Staatscourant, Het Kompas en op de website van de gemeente; - Het bestemmingsplan wordt gepubliceerd op de website van de gemeente en op de landelijke voorziening - De indieners van een zienswijze worden schriftelijk op de hoogte gebracht van de behandeling van hun zienswijze. Vervolg Het bestemmingsplan wordt na vaststelling ter inzage gelegd. Er is dan de mogelijkheid om beroep aan te tekenen bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Sliedrecht, De secretaris, De burgemeester, drs. C.A. de Haas MBA drs. A.P.J. van Hemmen

248 2 rb - vaststellen bestemmingsplan Kweldamweg 8-10.pdf Concept Raadsbesluit zaaknummer: Onderwerp: Vaststellen bestemmingsplan Kweldamweg 8-10 De raad van de gemeente Sliedrecht; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 26 augustus 2014; Besluit: 1. De ingediende zienswijzen op het ontwerp bestemmingsplan ontvankelijk te verklaren; 2. De zienswijzen van reclamanten 1 en 2 ongegrond te verklaren; 3. Naar aanleiding van zienswijze 3 een kleine aanpassing in de toelichting van het bestemmingsplan door te voeren; 4. Zienswijze 4 voor kennisgeving aan te nemen. 5. Het bestemmingsplan Kweldamweg 8-10, bestaande uit de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML -bestand NL.IMRO.0610.bp28kweldamweg met de bijbehorende bestanden vast te stellen; 6. Bij de vaststelling van het bestemmingsplan Kweldamweg 8-10 geen exploitatieplan als bedoeld in artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening vast te stellen omdat de kosten voor de gemeente anderszins zijn verzekerd. Vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Sliedrecht op 28 oktober 2014 De griffier, De voorzitter, dr. M.J.E.M. van Dam drs. A.P.J. van Hemmen

249 3 by 1 - Vast te stellen bestemmingsplan Kweldamweg 8-10.pdf Gemeente Sliedrecht Bestemmingsplan Kweldamweg 8-10, Sliedrecht Luchtfoto plangebied. IDN NL.IMRO.0610.bp28kweldamweg Status Datum Opmerkingen Concept 8 juni e concept IntROview B.V. Voorontwerp 24 juni e versie Sterrenlaan 24 Ontwerp 14 april e versie 2743 LS Waddinxveen Vaststelling 24 juli e versie

250 Toelichting Bestemmingsplan Kweldamweg 8-10, Sliedrecht (vastgesteld) 2

251 Inhoudsopgave pagina 1. INLEIDING Aanleiding Ligging plangebied Vigerend bestemmingsplan Leeswijzer 6 2. BELEIDSKADER Rijksbeleid Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012) AMvB Ruimte (2011) Provinciaal beleid Provinciale Structuurvisie Zuid-Holland, Visie op Zuid-Holland (2010) Verordening Ruimte Regionaal beleid Transformatievisie Merwedezone (2009) Gemeentelijk beleid Welstandnota Sliedrecht Duurzaamheid Conclusie PLANBESCHRIJVING Historie Bestaande situatie plangebied en omgeving Nieuwe situatie Verkeer en parkeren Landschappelijke inpassing OMGEVINGSASPECTEN Milieu M.E.R Milieuzonering Geluid Bodem Luchtkwaliteit Externe veiligheid Waterparagraaf Archeologie Flora- en fauna Flora- en faunatoets Overige realiserings- en uitvoeringsaspecten Kabels en leidingen JURIDISCHE PLANBESCHRIJVING Algemeen Verbeelding Planregels Inleidende regels Bestemmingsregels 37 Bestemmingsplan Kweldamweg 8-10, Sliedrecht (vastgesteld) 3

252 5.3.3 Algemene regels Overgangs- en slotregels Handhaving bestemmingsplan UITVOERBAARHEID EN RESULTATEN OVERLEG Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid Resultaten overleg ex artikel Bro 41 BIJLAGEN 43 Bestemmingsplan Kweldamweg 8-10, Sliedrecht (vastgesteld) 4

253 1. INLEIDING 1.1 Aanleiding Aan de Kweldamweg 8-10 in Sliedrecht is een agrarisch bedrijf gevestigd. De eigenaar heeft het voornemen het bestaande (vergunde) agrarisch bedrijfscentrum voor een paardenfokkerij met circa 150 paarden niet ouder dan 3 jaar uit te breiden met een boerderij/bakkerij met als nevenactiviteiten het houden van circa 40 koeien, 25 pinken en kalveren en 30 schapen op voornoemde planlocatie. Voorts worden maximaal 400 kippen gehouden met voldoende vrije uitloop. Deze planontwikkeling is niet in overeenstemming met het geldende bestemmingsplan "Buitengebied", omdat het bouwvlak van het agrarisch bouwblok wordt overschreden. Mitsdien is een herziening van het bestemmingsplan nodig om medewerking te kunnen verlenen aan de beoogde planontwikkeling. Dit bestemmingsplan maakt een uitbreiding van het bouwvlak ten behoeve van de gevraagde (neven)activiteiten juridisch planologisch mogelijk. 1.2 Ligging plangebied Het plangebied ligt aan de Noordkant van de A15, boven Sliedrecht in de randen van de Alblasserwaard. Het perceel ligt aan de Kweldamweg, een weg in het buitengebied van Sliedrecht die verschillende moderne agrarische bedrijven en een groenbeheerbedrijf ontsluit. Aan de zuidkant van het kavel loopt de Kweldamweg. Ten zuiden hiervan ligt het open weiland tot de spoorbaan en A15 met daarachter de bebouwde kom van Sliedrecht. Aan de westkant ligt op enige afstand een ander agrarisch bedrijf. Naar het oosten en noorden is er het open weiland met in de verte het lintdorp Wijngaarden (2km). Het zicht op open weiland wordt beïnvloed door twee hoogspanningstracé s. Plangebied Figuur 1: Plattegrond plangebied en omgeving. 1.3 Vigerend bestemmingsplan Voor het betreffende plangebied geldt het volgende bestemmingsplan: Bestemmingsplan Kweldamweg 8-10, Sliedrecht (vastgesteld) 5

254 Bestemmingsplan Raadsbesluit ABR Raad van State Bestemmingsplan Buitengebied 26 juni 2013 In het vigerende bestemmingsplan heeft het plangebied de bestemming Agrarisch. Deze gronden zijn bestemd voor agrarisch gebruik van gronden, grondgebonden veehouderijen en bedrijfsmatige nevenactiviteiten. Binnen het bouwvlak zijn agrarische bedrijfsgebouwen toegestaan. Ter plaatse is één bedrijfswoning toelaatbaar. De planontwikkeling is hiermee in strijd, omdat de bouw- en gebruiksvoorschriften van het bestemmingplan (gedeeltelijk) worden overschreden. (Het bouwvlak wordt vergroot en er vinden ook agrarisch aanverwante activiteiten plaats.) Momenteel staan op het bestaande bouwvlak twee bedrijfswoningen. Deze zullen opnieuw positief worden bestemd. 1.4 Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt het beleidskader uiteengezet. Hierin wordt het voor dit bestemmingsplan relevante rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid beschreven. Hoofdstuk 3 beschrijft de huidige situatie en geeft een planbeschrijving van de nieuwe toestand. Het vierde hoofdstuk omvat de omgevingsaspecten, waaronder ook de watertoets. Ook uitvoeringsaspecten worden hier beschreven. In hoofdstuk 5 wordt de keuze voor de planmethodiek nader toegelicht. Het zesde hoofdstuk is gewijd aan de uitvoerbaarheid. Hier wordt met name ingegaan op de uitkomsten van de inspraak en het overleg ex artikel van het Besluit ruimtelijke ordening. Luchtfoto plangebied (in rode rechthoek) en omgeving (bron Google Earth). Bestemmingsplan Kweldamweg 8-10, Sliedrecht (vastgesteld) 6

255 2. BELEIDSKADER 2.1 Rijksbeleid Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012) Op 22 november 2011 heeft de Tweede Kamer de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) met bijbehorende stukken aangenomen. De Minister van Infrastructuur en Ruimte heeft op 13 maart 2012 het vaststellingsbesluit zoals bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) van de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) ondertekend. Daarmee is het nieuwe ruimtelijke en mobiliteitsbeleid zoals uiteengezet in de SVIR van kracht geworden. De structuurvisie bevat een concrete, bondige actualisatie van het mobiliteit- en ruimtelijke ordeningsbeleid. Dit nieuwe beleid vervangt de Nota Mobiliteit, de Nota Ruimte en de structuurvisie Randstad De structuurvisie heeft betrekking op: rijksverantwoordelijkheden voor basisnormen op het gebied van milieu, leefomgeving, water)veiligheid en het beschermen van unieke ruimtelijke waarden; rijksbelangen met betrekking tot (inter)nationale hoofdnetten voor mobiliteit en energie; rijksbeleid voor ruimtelijke voorwaarden die bijdragen aan versterking van de economische structuur. Bij deze aanpak hanteert het Rijk een filosofie die uitgaat van vertrouwen, heldere verantwoordelijkheden, eenvoudige regels en een selectieve rijksbetrokkenheid. Zo laat het Rijk de verantwoordelijkheid voor de afstemming tussen verstedelijking en groene ruimte op regionale schaal over aan provincies. Daarmee wordt bijvoorbeeld het aantal regimes in het landschaps- en natuurdomein fors ingeperkt. Daarnaast wordt (boven)lokale afstemming en uitvoering van verstedelijking overgelaten aan (samenwerkende) gemeenten binnen provinciale kaders. Alleen in de stedelijke regio s rond de mainports (Amsterdam c.a. en Rotterdam c.a.) zal het Rijk afspraken maken met decentrale overheden over de programmering van verstedelijking. Overige sturing op verstedelijking zoals afspraken over percentages voor binnenstedelijk bouwen, Rijksbufferzones en doelstellingen voor herstructurering laat het Rijk los. Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen neemt het Rijk enkel nog een ladder voor duurzame verstedelijking op (gebaseerd op de SER-ladder ). Hierdoor neemt de bestuurlijke druk af en ontstaat er ruimte voor regionaal maatwerk AMvB Ruimte (2011) De inwerkingtreding van de Wet ruimtelijke ordening (afgekort Wro) op 1 juli 2008 heeft gevolgen voor de doorwerking van het nationale ruimtelijke beleid. Totdat de Wro in werking was getreden werd het geldende rijksbeleid vastgelegd in Planologische Kernbeslissingen (PKB's). Sinds 1 juli 2008 zijn deze documenten alleen nog bindend voor het Rijk en niet meer voor andere overheden. Het Rijk kiest ervoor om het deel van het ruimtelijk beleid dat bedoeld is bindend te zijn voor andere overheden, ook onder de Wro te borgen. De Wro geeft daarvoor het Rijk de beschikking over het instrument Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB). De AMvB is het inhoudelijke beleidskader van de rijksoverheid waaraan bestemmingsplannen van gemeenten moeten voldoen. Dat betekent dat de AMvB regels geeft over bestemmingen en het gebruik van gronden en zich primair richt tot de gemeente. Daarnaast kan de AMvB aan de gemeente opdragen om in de toelichting bij een bestemmingsplan bepaalde zaken uitdrukkelijk te motiveren. Deze algemene regels bewerkstelligen dat nationale ruimtelijke belangen doorwerken tot op lokaal niveau. Inhoudelijk kan het daarbij gaan om nationale belangen die samenhangen met het beschermen van ruimtelijke functies zoals natuur in de ecologische hoofdstructuur (EHS) of met het vrijwaren van functies, bijvoorbeeld kapitaalintensieve functies in gebieden waar rivierverruiming noodzakelijk is. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (afgekort Barro) bevat een beperkt aantal beslissingen van wezenlijk belang (13 nationale belangen) uit de nieuwe Structuurvisie. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze 13 belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening en de hierbij behorende ministeriële regeling zijn op 30 december 2011 in werking getreden. Op 1 oktober 2012 is het besluit aangevuld met voorschriften voor de andere Bestemmingsplan Kweldamweg 8-10, Sliedrecht (vastgesteld) 7

256 beleidskaders uit de SVIR, het Nationaal Waterplan en het Derde Structuurschema Elektriciteitsvoorziening. Het gaat hierbij om onder andere de hier relevant zijnde onderwerpen: rijksvaarwegen; hoofdwegen en hoofdspoorwegen; ecologische hoofdstructuur (EHS). Het kabinet heeft de keuze voor deze onderwerpen gemaakt in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Door de nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. Conclusie In het Barro is een aantal algemene regels opgenomen, welke doorwerking hebben op provinciaal en gemeentelijk beleid. Met deze planontwikkeling zijn geen rijksbelangen gemoeid als genoemd in het Barro. 2.2 Provinciaal beleid Provinciale Structuurvisie Zuid-Holland, Visie op Zuid-Holland (2010) Provinciale Staten van Zuid-Holland hebben naar aanleiding van de inwerkingtreding van de Wet ruimtelijke ordening voor de hele provincie een integrale Structuurvisie, genaamd Visie op Zuid-Holland, op 2 juli 2010 vastgesteld. Deze is in de plaats gekomen van de bestaande streekplannen. Voor dit plangebied is dat het streekplan Zuid-Holland Zuid. In deze visie beschrijft de provincie haar doelstellingen en geeft zij haar kijk op de ruimtelijke ontwikkeling tot In de Structuurvisie Visie op Zuid-Holland staat hoe de provincie samen met haar partners wil omgaan met de beschikbare ruimte. Met de Structuurvisie werkt de provincie aan een vitaal Zuid-Holland, met meer samenhang en verbinding tussen stad en land. Hierdoor is in Zuid- Holland goed wonen, werken en recreëren voor iedereen binnen handbereik. De provincie onderscheidt vijf hoofdopgaven: aantrekkelijk en concurrerend internationaal profiel; duurzame en klimaatbestendige deltaprovincie; divers en samenhangend stedelijk netwerk; vitaal, divers en aantrekkelijk landschap; stad en land verbonden. Naast het bieden van ruimte aan en het ordenen van functies richt de visie 2020 zich nadrukkelijk ook op het beschermen en ontwikkelen van ruimtelijke kwaliteiten. Functie en kwaliteit staan niet los van elkaar. De provincie kiest ervoor om verstedelijking zoveel mogelijk in bestaand bebouwd gebied te concentreren. Hiermee wordt de kwaliteit van het bebouwde gebied behouden en versterkt. Op de kaart zijn het stedelijk netwerk en alle daarbuiten gelegen kernen in Zuid-Holland omgeven door bebouwingscontouren. Deze geven de grens van de bebouwingsmogelijkheden voor wonen en werken weer. De bebouwingscontouren zijn strak getrokken om het bestaand stedelijk gebied en de kernen, rekening houdend met plannen waar de provincie al mee heeft ingestemd. De planlocatie ligt buiten de bebouwingscontour. Bij het provinciaal belang 'ontwikkelen en behouden van vitale en waardevolle landschappen' horen ambities, zoals: - behoud kernkwaliteiten landelijk gebied met bijzondere aandacht voor natuurlijke, landschappelijke en cultuurhistorische waarden en - behoud landbouw als economische kracht en hoeder van het landelijk gebied en stimuleren verbreding van de landbouw. In de grote landschappen wordt de nadruk gelegd op klimaatbestendigheid met de belangrijkste dragende functies: landbouw en natuur. Bestemmingsplan Kweldamweg 8-10, Sliedrecht (vastgesteld) 8

257 De inzet van de provincie voor onder andere dit gebied is (wat betreft agendering) gericht op het in stand houden van de landbouw als drager van het landschap met kwaliteiten als openheid, agrarische identiteit, cultuurhistorie en duurzaam bodem- en waterbeheer. Het voorliggend initiatief sluit qua aard en omvang aan op de doelstellingen uit de Structuurvisie Zuid-Holland. Middels een landschappelijke inpassing worden de aanwezige kwaliteiten van het veenweidelandschap gewaarborgd en indien mogelijk versterkt. Versterken recreatieve functie Bij het provinciaal belang 'Versterken recreatieve functie en groenstructuur' heeft de provincie ambities geformuleerd over onder andere het stimuleren van duurzame, op de stedelijke vraag gerichte (verbrede) landbouw en het versterken van culturele en toeristische voorzieningen. Samenvattend is het hoofddoel van dit provinciaal belang het verbeteren van de relatie tussen stad en land in zowel ruimtelijk, recreatief als economisch opzicht. Functiekaart en kwaliteitskaart Structuurvisie De provincie ordent de instrumenten ook op kaarten, ontwikkelt programma s en projecten, agendeert zaken en laat onderzoek uitvoeren. Zij stuurt op hoofdlijnen door kaders te stellen en het lokale bestuur ruimte te geven bij de ruimtelijke inrichting. Deze aanpak sluit aan bij de nieuwe stijl van besturen: Lokaal wat kan, provinciaal wat moet. De functiekaart geeft de gewenste en mogelijke ruimtelijke functies weer die in de structuurvisie zijn geordend, begrensd en vastgelegd als ruimtelijke beleid tot Op de functiekaart van de Structuurvisie is de Kweldamweg aangeduid als 'Agrarisch landschap - inspelen op bodemdaling' (figuur 2). Dit landelijk gebied met landschappelijke, cultuurhistorische waarden en een overwegend agrarische functie dient in te spelen op de bodemdaling. Daarnaast komen (verspreid gelegen) natuurwaarden en bebouwingslinten voor. Het vergroten van een bouwvlak voor een agrarisch bedrijf is niet strijdig met deze functie. Terwijl de functiekaart stuurt op 'wat en waar', stuurt de kwaliteitskaart op het 'waar en hoe'. Op de kaart zijn zowel de bestaande als de gewenste kwaliteiten benoemd op een globale regionale schaal. Op de kwaliteitskaart is dat 'droogmakerij als herkenbare eenheid'. Van belang bij elke ruimtelijke ontwikkeling binnen het gebied is het behoud en versterking van dit unieke Hollandse landschap. In de Structuurvisie is aangegeven dat een verbreding en/of uitbreiding van bedrijvigheid middels (verblijfs)recreatie, educatie, zorg en streekeigen producten een belangrijke bijdrage kan leveren aan de bewustwording voor het Groene Hart. Plangebied Figuur 2: uitsnede functiekaart van de provinciale Structuurvisie. Bestemmingsplan Kweldamweg 8-10, Sliedrecht (vastgesteld) 9

258 Actualisering 2011 en 2012 provinciale Structuurvisie Provinciale Staten hebben op 29 februari 2012 de Actualisering 2011 Structuurvisie en Verordening Ruimte vastgesteld. Op 30 januari 2013 is de Actualisering 2012 vastgesteld. De hoofdlijnen, hoofdopgaven en provinciale belangen van het ruimtelijk beleid blijven ongewijzigd. De belangrijkste wijzigingen gaan over de volgende onderwerpen: Verbeterde Kwaliteitskaart (effectiever sturen op kwaliteit); Kantorenbouw (beperking aantal nieuwe kantorenlocaties); Woningbouw (inspelen op ontwikkelingen woningmarkt); Opnemen regionale afstemming nieuwe ontwikkelingen ladder voor duurzame verstedelijking. Daarnaast zijn er enkele technische correcties doorgevoerd. Herziening provinciaal ruimtelijk beleid Momenteel werkt de provincie aan een nieuwe visie, omdat sprake is van veranderende economische en demografische omstandigheden. Deze ontwikkelingen werken structureel door op onder meer de kantoren- en woningmarkt. In dat kader heeft overleg plaatsgevonden met gemeenten om te spreken over de oplossingen voor deze ruimtelijke vraagstukken. Op basis daarvan is inmiddels een ontwerp Visie Ruimte en Mobiliteit, een ontwerp Programma Ruimte en een ontwerp Verordening Ruimte vrijgegeven voor inspraak. Deze beleidstukken zullen naar verwachting op 9 juli 2014 door Provinciale Staten worden vastgesteld. Conclusie Verordening Ruimte Op grond van artikel 4, lid 1 van de Verordening Ruimte dienen bestemmingsplannen voor gronden buiten de bebouwingscontouren bepalingen te bevatten, die erin voorzien dat: a. agrarische bebouwing (uitgezonderd kassen en schuilstallen) wordt geconcentreerd binnen het bouwperceel dat een maximale omvang heeft van 2 hectare; b. nieuwe bebouwing alleen mogelijk is als deze noodzakelijk en doelmatig is voor de bedrijfsvoering van volwaardige agrarische bedrijven; c. voor een volwaardig agrarisch bedrijf maximaal één agrarische bedrijfswoning is toegestaan, of het aantal dat al is vergund; d. nieuwe intensieve veehouder wordt uitgesloten. Bij agrarische bedrijven kunnen op grond van artikel 4, lid 7 nevenactiviteiten plaatsvinden, zoals bijvoorbeeld zorg, minicampings en overige agro-gerelateerde voorzieningen. Dit onder de volgende voorwaarden: a. het oprichten van bebouwing of het aanbrengen van verharding voor de nevenactiviteit is in beperkte mate mogelijk binnen het agrarisch bouwperceel; b. de agrarische functie blijft de hoofdfunctie van het bedrijf; c. er mogen geen belemmeringen voor de agrarische bedrijfsvoering van de omliggende agrarische bedrijven worden veroorzaakt én d. de nevenactiviteit mag de verkeersafwikkeling niet onevenredig belasten. Aanvullend hierop is artikel 2, lid 4 relevant, waarin is bepaald dat recreatieve functies buiten de bebouwingscontouren zijn toegestaan, zoals kleinschalige bebouwing voor recreatie, passend bij en ondersteunend aan de recreatieve functie van het gebied. Bijvoorbeeld een restaurant, een café, een bed & breakfast, een manege, een centrum voor natuureducatie, een clubgebouw bij een golfbaan of voorzieningen bij een camping. Sprake is van een aanvulling op een volwaardig agrarisch bedrijf, waarbij sprake is van een agrarische structuurversterking in de omgeving. Het bouwvlak wordt niet groter dan 2 hectare. Voor de twee aanwezige bedrijfswoningen zijn eerder bouwvergunningen verleend. De in dit bestemmingsplan opgenomen planontwikkeling met inbegrip van een paardenfokkerij voldoet aan de in de Verordening opgenomen voorwaarden. Het plangebied van voorliggend bestemmingsplan is op de kaarten behorende bij de Verordening Ruimte aangeduid als Nationaal Landschap Het Groene Hart. Bestemmingsplannen voor gronden gelegen binnen de begrenzing van het nationale landschap Het Groene Hart, mogen alleen ontwikkelingen mogelijk maken die de kernkwaliteiten van het Bestemmingsplan Kweldamweg 8-10, Sliedrecht (vastgesteld) 10

259 gebied behouden of versterken. In paragraaf 3.5 wordt nader ingegaan op de landschappelijke inpassing van voorliggend initiatief. Met een erfbeplantingplan wordt bereikt dat de (beperkte) aantasting van het landschap wordt gecompenseerd door aanleg van landschappelijk verantwoorde en streekeigen beplanting. Conclusie De locatie is gelegen buiten bebouwingscontour, zoals opgenomen in kaart 1 van de Verordening Ruimte. Voldaan wordt aan het provinciale belang met betrekking tot locatiekeuze, omdat sprake is van een agrarische functie in het buitengebied. Het bouwvlak wordt voorts niet groter dan 2 hectare, zodat er geen strijdigheden zijn met de provinciale belangen. 2.3 Regionaal beleid Transformatievisie Merwedezone (2009) Gemeenten, waterbeheerders en provincie schetsen met het opstellen van de Transformatievisie Merwedezone de toekomstige ruimtelijke ontwikkeling van de Merwedezone tussen Gorinchem en Alblasserdam. De visie geeft randvoorwaarden voor een gewenste ruimtelijke ontwikkeling tot 2015 met een doorkijk naar de verdere toekomst. De op 8 mei 2009 vastgestelde Transformatievisie is bedoeld als basis voor verdere uitwerking op projectniveau. De transformatievisie zet onder andere in op het benutten van gebiedsspecifieke kwaliteiten voor woonmilieus. Het plangebied is niet aangemerkt als specifiek project. Het voorliggend initiatief is gesitueerd in de randzone van het Groene Hart. In de Transformatievisie Merwedezone wordt ten noorden van de Betuweroute ingezet op de realisering van een duurzame en kwalitatieve overgangszone van stad naar land met oog voor de bestaande agrarische belangen. Het streven is ten noorden van de Betuweroute/A15 te komen tot een duurzame, kwalitatieve en groenblauwe overgangszone, genaamd Regiopark Merwede. Hierbij wordt een sterke verwevenheid tussen natuur en recreatie beoogd, waarbij een bescherming wordt geboden tegen een verdere verstedelijking van het Groene Hart en de bestaande verrommeling een halt wordt toegeroepen. Het regiopark dient verder een recreatieve gebruikswaarde te krijgen voor inwoners en passanten. De recreatieve knooppunten vormen de basis voor de ontwikkeling van het regiopark en zijn de toegangspoorten naar het Groene Hart. Vanuit recreatie wordt hierin een belangrijke rol toegedacht aan het Werelderfgoed Kinderdijk, het Recreatiegebied Soubergh, het Alblasserbos met het Educatief Streekcentrum Alblasserbos en het nog te realiseren Recreatief Knooppunt Sliedrecht, dat westelijk van de Kweldamweg ligt. Deze recreatiegebieden zullen een functie moeten vervullen als pleisterplaats, als begin- en eindpunt van bijvoorbeeld wandel-, ruiter-, en fietstochten in de directe omgeving. Het Recreatief Knooppunt Sliedrecht moet derhalve voorzien in elementen op het gebied van sport, recreatie, natuur en water. Het uitgangspunt bij alle te realiseren voorzieningen is dat deze een meerwaarde moeten leveren aan de randzone en dat de legitimiteit van een eventuele uitplaatsing uit het stedelijk gebied gewaarborgd is. Conclusie De agrarische functie van het voorliggend initiatief sluit aan op de doelstellingen vanuit de Transformatievisie Merwedezone. Bestemmingsplan Kweldamweg 8-10, Sliedrecht (vastgesteld) 11

260 Figuur 3: Uitsnede Transformatievisie. 2.4 Gemeentelijk beleid In dit hoofdstuk zal aandacht worden besteed aan de Structuurvisie. In deze visie worden de door de gemeente gewenste ruimtelijke ontwikkelingen voor de komende jaren vastgelegd. Deze beleidsuitgangspunten zullen ondermeer worden vertaald in de komende herzieningen van bestemmingsplannen voor het gemeentelijke grondgebied. Voorts wordt aandacht besteed aan de Welstandsnota en Duurzaamheid Structuurvisie Sliedrecht De gemeenteraad van Sliedrecht heeft op 4 juni 2013 de Structuurvisie Sliedrecht 2020; geen nieuw plan, op volle kracht door met uitvoering! vastgesteld. Hierin worden de hoofdlijnen van de in 2006 vastgestelde structuurvisie nog steeds onderschreven en bekrachtigd. In de actualisatie is de balans opgemaakt en specifiek aangevuld voor de komende tien jaar. Hierbij spelen recente inzichten in demografische trends en andere ontwikkelingen een belangrijke rol. Deze structuurvisie vormt een richtinggevend kader voor de werkzaamheden als gemeente, het vormt een afwegingskader voor initiatieven van particulieren en andere (semi)overheden, maar zeker ook een uitnodiging en inspiratiebron voor deze partijen om initiatieven te ontplooien in lijn met de structuurvisie. De hoofdkeuzes uit 'De wèreld tusse Wengerde en 't woater' zijn toegespitst op de huidige situatie en trends voor de toekomst. Waar dat aan de orde is worden bij de uitwerking daarvan nieuwe projecten benoemd. Daarnaast omvat de structuurvisie een uitvoeringsparagraaf, waarin de gemeentelijke beleidskeuzen rondom de gewenste in te zetten instrumenten op het gebied van kostenverhaal zijn verankerd. Het plangebied ligt in het gebied met de aanduiding faciliteren verbreding van landbouw. De planontwikkeling is inpasbaar in de geactualiseerde Structuurvisie. Conclusie De planontwikkeling is in overeenstemming met de Structuurvisie 2020 van de gemeente Sliedrecht. Bestemmingsplan Kweldamweg 8-10, Sliedrecht (vastgesteld) 12

261 Figuur 4: plankaart Structuurvisie Sliedrecht Welstandnota Sliedrecht 2011 In 2004 is de welstandsnota voor de gemeente Sliedrecht in werking getreden, waarvan de Welstandsnota Sliedrecht 2011 een herziening betreft. In de welstandsnota zijn welstandseisen opgenomen waaraan een bouwplan moet voldoen. Voor elk welstandsgebied is het gewenste welstandsniveau aangegeven. Het welstandsniveau sluit zoveel mogelijk aan bij het gehanteerde ruimtelijke kwaliteitsbeleid en de gewenste ontwikkelingen. Het voorliggend initiatief is gesitueerd in het buitengebied van de gemeente Sliedrecht. Het buitengebied van Sliedrecht is een gewoon welstandsgebied. Het beleid is gericht op het behoud van het karakteristieke profiel van de lintwegen en de cultuurhistorische bebouwing en het inperken van grote oppervlakken verharding. De welstandscommissie zal bij de advisering over de bouwplannen onder meer aandacht schenken aan de mate van afwisseling en individualiteit in de massa in combinatie met een terughoudende vormgeving en traditioneel gebruik van materialen en kleuren. Conclusie Er wordt rekening gehouden met de landschappelijke inpassing op advies van Landschapsbeheer Zuid-Holland Duurzaamheid Duurzaam bouwen is gericht op het beperken van de negatieve milieuaspecten in alle fasen van het bouwproces en het vergroten van de ecologische kwaliteiten van het leefgebied. Concreet betekent dit het terugdringen van verspilling van grondstoffen, het verlengen van de levensduur, een flexibeler gebruik van gebouwen en het bevorderen van hergebruik van bouwmaterialen. Bij duurzaam bouwen wordt onder andere aandacht besteed aan waterhuishoudingsaspecten (bijv. afkoppeling hemelwaterafvoer), stedenbouwkundige structuur (bijv. oriëntatie van gebouwen op de zon) en bouwkundige maatregelen (isolatie, zonnecollectoren, materiaalgebruik). De gemeente Sliedrecht heeft verklaard duurzaam bouwen als uitgangspunt te nemen bij nieuwbouwprojecten. Hierbij zullen de Nationale Pakketten Duurzaam Bouwen worden gehanteerd, o.a. om de doelstelling van het Klimaatbeleid te halen met betrekking tot een verlaging van de EPC-waarde. Conclusie De planontwikkeling zal voldoen aan de bepalingen in het Bouwbesluit. Voor zover mogelijk zal rekening worden gehouden met de gemeentelijke uitgangspunten op het gebied van duurzaam bouwen. Bestemmingsplan Kweldamweg 8-10, Sliedrecht (vastgesteld) 13

262 2.5 Conclusie Het planinitiatief voldoet aan het geschetste rijksbeleid, omdat een volwaardig agrarisch bedrijf mogelijk wordt gemaakt in het buitengebied. De 13 rijksbelangen zijn niet in het geding. In de provinciale Structuurvisie is het gebied buiten de zogenaamde rode contour gelegen. Voldaan wordt aan de uitgangspunten en randvoorwaarden, zoals deze zijn vastgelegd in de Verordening Ruimte. De nieuwbouw van een volwaardig agrarisch bedrijf past binnen het provinciale beleid, temeer daar sprake is van een agrarische structuurversterking en de landschappelijke kwaliteiten in het veenweidegebied worden verbeterd door uitvoering te geven aan een opgesteld landschapsplan. Het bouwvlak van maximaal 2 hectare is toegestaan op grond van de Verordening Ruimte. Mitsdien is dit bestemmingsplan in overeenstemming met het provinciale belang. De nieuwbouw van het agrarisch bedrijf past eveneens binnen de uitgangspunten van het gemeentelijke beleid, zoals dat is vastgelegd in de gemeentelijke structuurvisie. De bedrijfsactiviteiten worden op landschappelijke wijze ingepast. Op grond van het vorenstaande kan worden geconcludeerd dat dit bestemmingsplan in overeenstemming is met het rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid. Bestemmingsplan Kweldamweg 8-10, Sliedrecht (vastgesteld) 14

263 3. PLANBESCHRIJVING 3.1 Historie De gemeente Sliedrecht ligt in het zuidoosten van de provincie Zuid-Holland op de noordelijke oever van de Beneden-Merwede. De gemeente grenst in het noorden aan de gemeente Graafstroom, in het oosten aan Hardinxveld-Giessendam, in het zuiden aan Dordrecht en in het westen aan de gemeente Papendrecht. De gemeentegrenzen vallen samen met de grenzen van de oorspronkelijke ontginning van de polder Sliedrecht. Tot 1960 behoorde ook het noordelijk gedeelte van de Biesbosch tot de gemeente, maar in het genoemde jaar is dit land bij Dordrecht gevoegd. De west-, noord- en oostgrenzen zijn dus primair van historisch-juridische aard. Zij lopen langs kavelsloten (in het westen), de Achterwetering (in het noorden) en de Zwijnskade (in het oosten) en zijn daarmee in het landschap terug te vinden. De zuidelijke grens is in 1960 als gevolg van een planologisch-administratieve beslissing tot stand gekomen. Tevens is deze grens, die door de Beneden-Merwede wordt gevormd, als een functioneellandschappelijke grensscheiding te betitelen. De gemeente bestaat uit twee kernen: Sliedrecht en het buurtschap Baanhoek. Tussen beide kernen is nauwelijks een strikte scheiding aan te brengen. In verschillende bronnen wordt Baanhoek als onderdeel van het dorp Sliedrecht beschouwd. Waar Baanhoek het karakter van dijkdorp heeft bewaard, is de bebouwde kom van Sliedrecht na de Tweede Wereldoorlog dusdanig uitgebreid met nieuwbouwwijken, dat de oude lineaire structuur niet meer dominant aanwezig is. Het plangebied zelf ligt in het noordelijk gelegen buitengebied van de gemeente ten noorden van de Betuwelijn. Figuur 5: Sliedrecht circa Uitsnede topografische kaart. 3.2 Bestaande situatie plangebied en omgeving In de Alblasserwaard en de Vijfheerenlanden kan er onderscheid gemaakt worden tussen historische lintbebouwing en moderne agrarische ensembles. Bij de historische lintbebouwing is de positie van de individuele erfbebouwing beeldbepalend voor de omgeving; bij de ensembles is het groen omzoomde geheel in het open landschap de beeldbepalende éénheid. Het plangebied zelf ligt aan de Noordkant van de A15, boven Sliedrecht in de randen van de Alblasserwaard. Aan de Kweldamweg liggen verschillende agrarische bedrijven en een groenbeheer bedrijf. In plangebied is momenteel een agrarisch bedrijf gevestigd in het fokken en houden van dieren. Naast de agrarische bedrijfsbebouwing staan hier twee bedrijfswoningen. Bestemmingsplan Kweldamweg 8-10, Sliedrecht (vastgesteld) 15

264 3.3 Nieuwe situatie De huidige situatie voorziet in het oprichten van een paardenfokkerij voor circa 150 paarden tot 3 jaar en 65 sportpaarden binnen het bestaande bouwvlak. De reeds vergunde situatie behelst een woonhuis met schuur, een stallencomplex, een verzorgingsruimte, fokruimtes, stageverblijven, een kantine, kantoren, een binnenbak en buitenbak, een stapmolen, opslagruimtes en het eerste gedeelte van de boxenstal waar de 1- tot 3-jarige paarden worden gehouden. De vergroting bestaat uit een uitbreiding van de boxenstal achterop het kavel en een uitbreiding aan de oostkant van het kavel aan de weg met de volgende functies: een woonhuis, een ruimte om op authentieke bakplaten de producten van De Bioderij de promoten (een baklijn voor productiedoeleinden is uitgesloten), een kleinschalig en ondergeschikt restaurant, een biologische kippen- en koeienschuur (met circa 40 koeien, 25 pinken en kalveren, 30 schapen en maximaal 400 kippen), een dagopvang/sociale werkplaats en opslagruimtes voor het materieel en materiaal dat hoort bij de genoemde functies. Het te vergroten bouwvlak wordt maximaal 2 hectare. Tussen de Kweldamweg en bedrijfsbebouwing zal conform het geldende bestemmingsplan een bebouwingsvrije zone van 18 meter worden aangehouden. De twee te vervangen bedrijfswoningen worden op landschappelijke wijze ingepast. In figuren 6 en 7 is een impressie van de nieuwbouwontwikkeling weergegeven. Figuur 6: impressie nieuwbouwontwikkeling (in bruin eerste fase en in grijs tweede fase). Figuur 7: Artists impression nieuwbouwontwikkeling. Bestemmingsplan Kweldamweg 8-10, Sliedrecht (vastgesteld) 16

265 Een plattegrond van de vergunde situatie is opgenomen in figuur 8; de plattegrond van fase 2 in figuur 9. Figuur 8: Plattegrond fase 1. Figuur 9: Plattegrond fase 2. Bestemmingsplan Kweldamweg 8-10, Sliedrecht (vastgesteld) 17

266 3.4 Verkeer en parkeren Verkeer Het plangebied wordt ontsloten via de Kweldamweg en de westelijk gelegen Provinciale weg (N482). Vanaf hier begeeft men zich in zuidelijke richting naar het centrum van Sliedrecht en de rijksweg A15 (richting Dordrecht - Gorinchem). De ontwikkeling brengt een (beperkte) toename van het aantal verkeersbewegingen met zich mee. De Kweldamweg heeft voldoende capaciteit om deze uitbreiding te kunnen opvangen. Parkeren Voor onderhavige planontwikkeling worden overeenkomstig de gemeentelijke Nota Parkeerbeleid Sliedrecht (2008) en de richtlijnen van de ASVV 2004 de onderstaande parkeerkencijfers aangehouden: Tabel 3.1: Parkeerkencijfers gemeente/ ASVV 2004 Categorie niet stedelijk/ Functie ASVV Ondergeschikt oppervlakte Aantal/ rest bebouwde kom per 100 m² Grote woning (120 m² en groter) Paardenfokkerij* Koeienschuren Dagopvang/ sociale werkplaats Norm Aantal parkeerplaatsen Grote woning 2 3,5 7 pp Arbeidsextensieve/ bezoekers-extensieve bedrijven Arbeidsextensieve/ bezoekers-extensieve bedrijven Arbeidsextensieve/ bezoekers-extensieve bedrijven m² 0,9 17,1 pp m² 0,9 16,2 pp 80 m² 2,7 2,1 pp Opmerkingen Detailhandel Detailhandel 60 m² 3,5 2 pp Bakkerij Ja 180 m² 0 pp Onderdeel restaurant Kantine paardenfokkerij Ja 170 m² 0 pp Onderdeel fokkerij Restaurant 110 m² 13 14,3 pp Totaal 59 pp Op basis van het voorgenomen programma komt de parkeerbehoefte op afgerond 59 parkeerplaatsen. Dit aantal is inclusief parkeerplaatsen voor bezoekers. Dit aantal kan ruimschoots op het terrein (binnenplaats) worden aangelegd aangelegd, zodat dit plan kan voorzien in de eigen parkeerbehoefte van deze nieuwbouwontwikkeling. 3.5 Landschappelijke inpassing Op locaties binnen het Nationaal Landschap het Groene Hart zijn alleen ontwikkelingen toegestaan die de kernkwaliteiten van deze gebieden behouden of versterken. De provincie Zuid-Holland heeft in de Provinciale Verordening vier kernkwaliteiten vastgelegd waaraan ontwikkelingen moeten voldoen: landschappelijke diversiteit, het veenweidekarakter, openheid en rust, en stilte. In deze paragraaf wordt ingegaan op de relatie tussen de vier kernkwaliteiten en de ontwikkelingsmogelijkheden die het bestemmingsplan biedt. Het voorliggend initiatief betreft een ruimtelijke ontwikkeling welke qua schaal en omvang passend is in de omgeving. Aansluitend hierop wordt middels een landschappelijke inpassing een versterking van de aanwezige landschappelijke kwaliteiten en natuurkwaliteiten nagestreefd. Landschappelijke diversiteit De percelen in deze polder worden vooral gekenmerkt door de openheid in meerdere richtingen naar de polder. Voor het agrarisch bouwblok aan de Kweldamweg betekent dit: het realiseren van aaneengeschakelde bebouwing binnen het bouwvlak, zodat de open doorzichten zo min mogelijk worden beperkt; aan het erf uitsluitend transparante beplanting om zo het zicht rondom en over de polder te handhaven; Bestemmingsplan Kweldamweg 8-10, Sliedrecht (vastgesteld) 18

267 aanplant met bomen en struiken (gebiedseigen beplanting) aan de randen van de percelen. De erfbeplanting kenmerkt zich door een transparante beplanting met solitaire bomen. Veenweidekarakter De kavelrichting ter hoogte van de locatie is overwegend noord-zuid. Deze karakteristieke verkavelingstructuur inclusief de daarbij behorende slotenpatronen is de landschappelijke onderlegger voor de inrichting en positionering van het bouwblok. De hoofdbebouwing dient zodanig in het landschap te worden gesitueerd, waarbij de kaprichting en -vorm deze verkavelingrichting benadrukken. Openheid, rust en stilte Met de situering van het bouwblok wordt rekening gehouden met de aanwezige zichtlijn, randen van het veenweidelandschap en de zichtlijn over het erf. De bebouwing in de polder neemt toe, maar er wordt zeker rekening gehouden met de aanwezige landschappelijke structuren. Door de bebouwing te clusteren blijft zoveel mogelijk gebied open. De eenheid en rust wordt versterkt door streekeigen, neutraal kleurgebruik en transparante beplanting. De architectuur van de bebouwing is ook terughoudend. Door de gedeeltelijke functieverandering van een weiland naar een agrarisch bedrijf zal er echter geen sprake zijn van een afname van rust en stilte. Beplantingsplan Om de landschappelijke inpassing te waarborgen is er een beplantingsplan vervaardigd. Dit rapport met de titel 'Beplantingsplan Kweldamweg 8-10' is opgesteld door Landschapsbeheer Zuid-Holland te Waddinxveen (rapport van 31 oktober 2012, bijlage 1). De realisatie en het in stand houden van de noodzakelijke inpassingsmaatregelen wordt in het bestemmingsplan geborgd door deze als specifieke gebruiksregels op te nemen (artikel van de regels). De beplanting dient uiterlijk 1 mei 2015 te worden aangelegd. Met het opnemen van een dergelijke regeling kan publiekrechtelijk worden afgedwongen dat de beplanting wordt aangelegd en in stand wordt gehouden. Conclusie De ontwikkelingsmogelijkheden die het bestemmingsplan biedt zijn van dien aard en omvang dat de kernkwaliteiten van het gebied niet worden aangetast. Bestemmingsplan Kweldamweg 8-10, Sliedrecht (vastgesteld) 19

268 Bestemmingsplan Kweldamweg 8-10, Sliedrecht (vastgesteld) 20

269 4. OMGEVINGSASPECTEN De beleidsvelden milieu en ruimtelijke ordening groeien de laatste decennia steeds meer naar elkaar toe. Ook op rijksniveau wordt steeds meer aandacht gevraagd voor de wisselwerking tussen milieu en ruimtelijke ordening. Milieubeleid kan beperkingen opleggen aan de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen maar is primair bedoeld om een zo optimaal mogelijke leefomgeving te realiseren. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de omgevingsaspecten die een rol spelen bij ruimtelijke ontwikkelingen binnen dit plan. Deze onderwerpen worden in dit hoofdstuk toegelicht. 4.1 Milieu De te behandelen vermelde thema s die vanuit een oogpunt van milieu van belang zijn voor de ontwikkeling van het plangebied zijn M.E.R., milieuzonering, geluid, bodem, luchtkwaliteit en externe veiligheid M.E.R. Wettelijk kader In het Besluit milieueffectrapportage is bepaald dat een milieueffectbeoordeling ook uitgevoerd moet worden als een project, dat wordt genoemd in de bijlage onder D van het Besluit m.e.r., nadelige gevolgen heeft voor het milieu. Omdat dit project wordt genoemd in de D-lijst (categorie D 14, oprichten inrichting bestemd voor het fokken, mesten of houden van dieren), maar de omvang ruim onder de drempelwaarde van 200 stuks melkvee (ouder dan 2 jaar), 100 paarden (waarbij het aantal bijbehorende dieren in opfok jonger dan 3 jaar niet wordt meegeteld), schapen en stuks pluimvee blijft, kan worden volstaan met een vormvrije m.e.r.-beoordeling, die onderdeel moet zijn van dit bestemmingsplan. Onderzoek/ beoordeling De centrale doelstelling van het instrument milieueffectrapportage is het milieubelang een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming over activiteiten met mogelijk belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. De basis van de milieueffectrapportage wordt gevormd door de EU Richtlijn m.e.r. De richtlijn is van toepassing op de milieueffectbeoordeling van openbare en particuliere projecten die aanzienlijke gevolgen voor het milieu kunnen hebben. De Europese regelgeving is in de Nederlandse wetgeving onder andere geïmplementeerd in de Wet milieubeheer (verder Wm) en in het Besluit milieueffectrapportage In de bijlagen behorende bij het Besluit m.e.r. zijn de m.e.r.-plichtige activiteiten (de C-lijst) en de m.e.r.- beoordelingsplichtige activiteiten (de D-lijst) beschreven. In dit bestemmingsplan wordt een groter bouwvlak voor een (nieuw) agrarisch bedrijf mogelijk gemaakt van 2,26 hectare. Momenteel is het gebied als agrarisch in gebruik met een kleiner bouwvlak. De planontwikkeling zit qua omvang onder de grens voor een m.e.r.- beoordelingsplichtige activiteit. Voorts zal de mogelijke uitstoot vanwege de grote afstand tot het dichtstbijzijnde gelegen Natura 2000-gebied de Biesbosch geen gevolgen hebben. Zoals de hieronder beschreven milieuparagrafen en -onderzoeken aantonen, heeft het bestemmingsplan ook om andere redenen dan de omvang (zoals bijvoorbeeld de aard van de ontwikkeling of een ligging nabij een gevoelig gebied) geen significante nadelige gevolgen voor het milieu. Conclusie Dit bestemmingsplan is niet m.e.r.-beoordelingsplichtig, en dus ook niet m.e.r.-plichtig Milieuzonering Bedrijvigheid is een milieubelastende activiteit. Ten gevolge van aanwezige bedrijvigheid kan mogelijk hinder voor de omgeving optreden met betrekking tot de milieuaspecten geluid, geur, stof en gevaar. Nieuwe situaties, waarin milieubelastende activiteiten en milieugevoelige functies met elkaar worden gecombineerd, moeten worden beoordeeld op Bestemmingsplan Kweldamweg 8-10, Sliedrecht (vastgesteld) 21

270 mogelijke hindersituaties. Daarbij wordt getoetst aan de Wet milieubeheer, Algemene Maatregelen van Bestuur onder de Wet milieubeheer en de brochure Bedrijven en Milieuzonering (VNG, 2009). De richtafstanden in Bedrijven en Milieuzonering gelden ten opzichte van een milieugevoelige functie, zoals bedoeld tot de omgevingstypen rustige woonwijk of rustig buitengebied (zie tabel 4.1). In het geval de milieugevoelige functies zijn gelokaliseerd in omgevingstype gemengd gebied kan een afwijkende systematiek worden toegepast, die meer ruimte biedt aan bedrijven. Het bedrijf is gelegen in het landelijk gebied. Op grond van de Wet geurhinder en veehouderij geldt een afstand tussen de veehouderij en woningen van derden buiten de bebouwde kom een afstand van 50 meter. Ten westen van het plangebied is op ruim 150 meter afstand aan de Kweldamweg 4 v.o.f. Smits, Sliedrecht (een agrarisch bedrijf) gevestigd. Ten oosten ligt op ruim 500 meter een groenbeheer bedrijf (Verheij Groenvoorzieningen B.V., Kweldamweg 49, Sliedrecht). Voor het overige is in de nabijheid geen (woon)bebouwing aanwezig. Hier is sprake van een rustig agrarisch buitengebied. Op grond van de lijst van bedrijfsactiviteiten wordt het bedrijf zelf ingedeeld in milieucategorie 3.2. Tabel 4.1: Richtafstanden en omgevingstype. Milieucategorie Richtafstand tot omgevingstype rustig buitengebied Richtafstand tot omgevingstype gemengd gebied 1 10 m 0 m 2 30 m 10 m m 30 m m 50 m m 100 m m 200 m Wet geurhinder en veehouderij In de nieuwe situatie zal op het agrarisch bedrijf een paardenfokkerij (met circa 300 paarden jonger dan 3 jaar en 65 paarden van 3 jaar en ouder) worden gehouden met als nevenactiviteiten het houden van circa 40 koeien, 25 pinken en kalveren, 30 schapen (weidebloters) en maximaal 400 kippen. In verband hiermede is de Wet geurhinder en veehouderij van toepassing. Op grond van de Wet geurhinder en veehouderij gelden er voor veehouderijbedrijven afstanden die in het kader van de milieuvergunningverlening moeten worden aangehouden tussen de veehouderij en woningen van derden. Voor een woning buiten de bebouwde kom tot een veehouderij geldt een afstand van 50 meter. De Wet geurhinder en veehouderij kent een omgekeerde werking. Dat wil zeggen dat ook bij plannen die woningbouwlocaties mogelijk maken wordt getoetst aan de normen van de Wet geurhinder en veehouderij. Bij ruimtelijke ordeningsplannen moet worden beoordeeld of sprake is van een goed woon- en verblijfklimaat. Tevens moet beoordeeld worden of het bedrijf niet onevenredig in zijn belangen wordt geschaad. Quick scan Kweldamweg 8-10, Sliedrecht In verband met onderhavige planontwikkeling heeft DLV Bouw, Milieu en Techniek B.V. te Uden een quick scan uitgevoerd met betrekking tot de milieuvergunning, de Natuurbeschermingswet en het bestemmingsplan (rapport van 31 augustus 2012, bijlage 2) 1. Uit de resultaten van dit onderzoek kunnen de volgende conclusies worden getrokken. Ammoniak Wet ammoniak en Veehouderij De Wet Ammoniak en Veehouderij is geen beperkende factor voor het verlenen van het aspect milieu van de omgevingsvergunning, omdat het bedrijf op meer dan 250 meter van een zeer kwetsbaar gebied ingevolge de Wet Ammoniak en Veehouderij ligt. Het dichtstbijzijnde kwetsbare gebied ligt op meter. 1 De geuremissie in het milieurapport is berekend voor het houden van kippen. Dit aantal is inmiddels teruggebracht tot maximaal 400 kippen, zodat niet langer sprake is van intensieve veehouderij activiteiten. Bestemmingsplan Kweldamweg 8-10, Sliedrecht (vastgesteld) 22

271 Besluit Huisvesting Op grond van het Besluit Huisvesting moeten huisvestingssystemen voor dieren voldoen aan een maximale emissiewaarde. Om te kunnen voldoen aan het Besluit Huisvesting, is het noodzakelijk dat de legkippen op een emissiearmsysteem gehuisvest worden bijvoorbeeld scharrelstal met frequente mest- en strooiselverwijdering. De melkkoeien moeten weidegang worden geboden om te kunnen voldoen aan het Besluit Huisvesting. Voor jongvee zijn geen aanvullende eisen gesteld om aan het Besluit Huisvesting te kunnen voldoen. Geur De geurbelasting is berekend en getoetst met het verspreidingsmodel V-Stacks vergunning. Dit geldt alleen voor dieren waarvoor geuremissiefactoren zijn opgenomen in de Wet geurhinder en veehouderij. Legkippen zijn dieren met een geuremissiefactor. Voor dieren zonder geuremissiefactor gelden minimaal aan te houden afstanden. In onderhavige situatie zijn ook dieren aanwezig zonder geuremissiefactor. Deze afstanden moeten minimaal 50 meter tot een woning buiten de bebouwde kom en 100 meter tot een woning binnen de bebouwde kom bedragen. Melkkoeien en paarden zijn dieren zonder geuremissiefactor. Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat kan worden voldaan aan de minimaal aan te houden afstanden van de Wet geurhinder en veehouderij. De woning van Kweldamweg 4 is gelegen op ongeveer 240 meter vanaf het emissiepunt van de stal. Het dichtstbijzijnde gevoelige object binnen de bebouwde kom is het zwembad (Sportlaan 1), waarvan de afstand 780 meter bedraagt. Legkippen zijn dieren met een geuremissiefactor. Uit de V-stacks berekeningen, blijkt dat er geen sprake is van een overschrijding van de geurnormen op omliggende geurgevoelige objecten. Resumerend kan worden vastgesteld dat de geuremissie van de legkippen geen belemmering oplevert voor de oprichting van het bedrijf. Daarnaast kan ook worden voldaan aan de minimaal aan te houden afstanden van de Wet geurhinder. Fijn stof Het dichtstbijzijnde gevoelige object ligt op ongeveer 240 meter vanaf het dichtstbijzijnde emissiepunt. De grenswaarde van de totale emissie van fijn stof, in gram per jaar, van de oprichting om nog als NIBM beoordeeld te worden, bedraagt gram per jaar. De fijnstofbelasting van het totale bedrijf is gram per jaar. De emissie is daarmee lager dan de maximale emissie die op die afstand geldt als grenswaarde voor de status NIBM. De fijnstofbelasting van het gehele bedrijf geeft een bijdrage die beoordeeld mag worden als Niet In Betekende Mate. Toetsing bedrijf aan richtlijnen Bedrijven - en milieuzonering Zoals hiervoor gesteld is een uitbreiding van het bedrijf gelegen op een afstand van minimaal 50 meter gelegen van de dichtstbijzijnde gelegen (agrarische) bedrijfswoningen. Overeenkomstig de richtlijnen uit de brochure bedrijven en Milieuzonering wordt voorts een vrije afstand van minimaal 100 meter aangehouden, zodat er vanuit milieuzonering geen beperkingen worden gesteld. Gelet op de schaalgrootte van het bedrijf is het Activiteitenbesluit niet van toepassing, omdat de agrariër meer dan 50 paarden zal gaan houden. Mitsdien is het bedrijf milieuvergunningplichtig. De gebruiker zal tijdig een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor de activiteit milieu indienen bij het bevoegd gezag. Voldaan kan worden aan de in de omgevingsvergunning op te nemen geluidvoorschriften. Conclusie De planontwikkeling geeft vanuit milieuzonering geen beperkingen voor de aanwezige c.q. nieuwe milieubelastende activiteiten. Het woon- en leefklimaat in de omgeving van het plangebied kan in voldoende mate worden gegarandeerd Geluid Wegverkeerslawaai Ter bepaling van de geluidsbelasting dient op grond van artikel 74 van de Wet geluidhinder (Wgh) iedere weg in beschouwing te worden genomen, tenzij deze binnen een woonerf gelegen is of voor de weg een maximum rijsnelheid van 30 km/uur geldt. Deze wegen hebben een zone. Bestemmingsplan Kweldamweg 8-10, Sliedrecht (vastgesteld) 23

272 Dit is een aandachtsgebied waarbinnen een akoestisch onderzoek dient plaats te vinden, voor zover sprake is van wonen. De grootte van de zones is afhankelijk van het aantal rijstroken en de definitie van het gebied (buitenstedelijk of binnenstedelijk). Buitenstedelijk is het gebied dat buiten de bebouwde kom is gelegen en het gebied binnen de bebouwde kom voor zover liggend langs een autosnelweg. Het overige gebied is binnenstedelijk. De relevante weg met een maximum snelheid van 50 km/uur binnen 200 meter van het plangebied is alleen de Kweldamweg. In verband met het vorenstaande is een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is uitgevoerd door S&W Consultancy B.V. te Vlissingen (rapportnummer van 16 november 2012, bijlage 3). Uit de uitgevoerde berekeningen blijkt dat ten gevolge van wegverkeerslawaai de voorkeursgrenswaarde van 48 (db) Lden voor de twee bedrijfswoningen als gevolg van de Kweldamweg met 3 db (inclusief aftrek op grond van artikel 110 Wet geluidhinder) wordt overschreden. Er wordt wel voldaan aan de maximum toegelaten waarde van 58 db. Dit betekent dat een hogere waarde dient te worden vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders voor de gevels van de twee woningen, nadat hiervoor een procedure hogere grenswaarde ten gevolge van het wegverkeerslawaai is doorlopen. Deze procedure zal gelijktijdig worden gestart met de tervisielegging van het ontwerpbestemmingsplan. Railverkeerslawaai Bij de vaststelling of herziening van een bestemmingsplan dient op grond van artikel 4.1 van het Besluit geluidhinder (Bgh) iedere spoorlijn in beschouwing te worden genomen ter bepaling van de geluidsbelasting. Deze spoorwegen hebben een door de Minister vastgestelde zone, volgens artikel 1 van de Wet geluidhinder. Binnen deze zone dient een akoestisch onderzoek plaats te vinden. De zone van de Betuwelijn (traject 671) ter hoogte van het plangebied bedraagt meter gemeten vanuit de buitenste spoorstaaf. De onderzoekszone van de spoorlijn Dordrecht - Gorinchem (traject 680) heeft een zone van 100 meter aan weerszijden van de spoorweg en is voor dit onderzoek niet relevant, omdat de woningen op een grotere afstand geprojecteerd worden. Volgens de artikelen 4.9 tot en met 4.12 van het Bgh bedraagt de voorkeursgrenswaarde dan wel de maximale hogere waarde niet meer dan: 55 db respectievelijk 68 db voor woningen; 53 db respectievelijk 68 db voor andere geluidgevoelige bestemmingen; 55 db respectievelijk 63 db voor geluidsgevoelige terreinen. Uit de resultaten van de door S & W Consultancy B.V. uitgevoerde berekeningen blijkt dat de geluidbelasting (Lden) ten gevolge van het railverkeer op de dichtstbijzijnde geprojecteerde woningen ten hoogste 58 db bedraagt. Hiermee wordt niet voldaan aan de voorkeursgrenswaarde voor railverkeer van 55 db voor woningen, doch de maximum toegelaten waarde wordt niet overschreden. Dit betekent dat een hogere waarde dient te worden vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders voor de gevels van de twee woningen, nadat hiervoor een procedure hogere grenswaarde ten gevolge van het railverkeerslawaai is doorlopen. Deze procedure zal gelijktijdig worden gestart met de tervisielegging van het ontwerpbestemmingsplan. Industrielawaai Het plangebied ligt niet binnen een geluidzone industrielawaai, zodat er geen beperkingen gelden voor (vervangende) nieuwbouw van twee bedrijfswoningen. Conclusie Vanuit de Wet geluidhinder bestaan er geen beperkingen tegen onderhavige planontwikkeling, die dit bestemmingsplan mogelijk maakt, nadat een procedure hogere grenswaarde ten gevolge van het wegverkeerslawaai en railverkeerslawaai is doorlopen Bodem De bodemkwaliteit is in het kader van een aanvraag omgevingsvergunning van belang indien er sprake is van functieveranderingen of een ander gebruik. De bodem moet geschikt zijn voor de nieuwe functie. In verband hiermede is mede ten behoeve van dit bestemmingsplan een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd door AT MilieuAdvies B.V. te Lekkerkerk (rapportnr. Bestemmingsplan Kweldamweg 8-10, Sliedrecht (vastgesteld) 24

273 AT06388 van december 2006, bijlage 4) om de kwaliteit van de bodem vast te stellen. Op basis hiervan kan het volgende worden vastgesteld (overgenomen uit rapport). Verontreinigingssituatie Op de locatie zijn in de grond sterke verontreinigingen met zware metalen, minerale olie en polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) aangetoond als gevolg van de aanwezigheid van een ophooglaag. Deze ophooglaag bestaat uit grond met puin en asfaltbrokken. Het grondwater is maximaal licht verontreinigd met de onderzochte stoffen. In verband hiermede is door AT MilieuAdvies B.V. te Lekkerkerk (rapportnr. AT07005 van mei 2007, bijlage 5) een nader bodemonderzoek uitgevoerd om de ernst en omvang van de (matig tot) sterke verontreiniging met minerale olie, PAK en zink in de ophooglaag te bepalen. De samenvatting uit het rapport is hieronder overgenomen. Resultaten nader onderzoek De ophooglaag bestaat voornamelijk uit zandig materiaal met bijmengingen aan asfalt, puin, baksteen, beton en/of grind. Bij een aantal boringen is zelfs een volledige verhardingslaag aanwezig. De gemiddelde laagdikte van de ophooglaag is vastgesteld op ongeveer 1,3 m. De oppervlakte van de ophooglaag wordt ingeschat op circa m². In de ophooglaag zijn op enkele plaatsen en op variërende dieptes matig tot sterke verontreinigingen met minerale olie, PAK, koper, lood en/of zink aangetoond. De hoeveelheid matig tot sterk met minerale olie verontreinigde grond wordt ingeschat op ongeveer 700 m³. Ongeveer 140 m³ hiervan is sterk verontreinigd met minerale olie. De matige minerale olieverontreiniging in de grond bevindt zich op variërende dieptes (vanaf 0,2 m mv tot minimaal 2,7 m mv). Ter plaatse van één boring in de grondlaag van 0,6-1,8 m mv is nog een sterke PAK-verontreiniging met een omvang van circa 180 m³ aangetroffen. Deze PAK-verontreiniging maakt deel uit van de grotere verontreiniging met minerale olie. De hoeveelheid matig met zink verontreinigde bovengrond bij één boring is ingeschat op circa 45 m³. Deze matige zinkverontreiniging is gemeten in de grondlaag van 0,1-0,6 m mv. De omvang van de sterke minerale olieverontreiniging in het grondwater bij een peilbuis uit het voorgaand bodemonderzoek bedraagt op basis van de onderzoeksresultaten ongeveer 115 m³. BUS-melding Door de hoeveelheid sterk verontreinigde grond in de ophooglaag (totaal ongeveer 360 m³) en grondwater (circa 115 m³) is conform de Wet bodembescherming (Wbb) sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging, waardoor een saneringsplicht geldt. De niet tot licht verhoogde concentraties in grond en grondwater geven geen beperkingen ten aanzien van het huidige gebruik en de mogelijke herinrichting van de locatie ten behoeve van een paardenfokkerij en aanverwante activiteiten. De resultaten van het asbestonderzoek nabij de containerunit, waarbij geen asbest is aangetoond, en het waterbodemonderzoek in de sloten (klasse 1 specie) geven evenmin aanleiding tot sanerende maatregelen. Op basis hiervan kan worden geconcludeerd dat de aangetroffen bodemkwaliteit niet geschikt is voor de functiewijziging, omdat niet zondermeer op sterk verontreinigde grond mag worden gebouwd. In verband hiermede is ten behoeve van de omgevingsvergunning een zogenaamde BUS-melding beoordeeld door de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid te Dordrecht (besluit van 29 januari 2013, zaaknummer , bijlage 6), waarna een sanering is uitgevoerd. Bij beschikking van 14 april 2014, zaaknummer heeft de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid ingestemd het evaluatierapport en is de sanering als afgerond beschouwd. Vanuit milieuhygiënisch oogpunt levert het gebruik van de locatie geen verdere beperkingen op. Wanneer grond van de locatie moet worden afgevoerd of ergens anders zal moeten worden toegepast zal initiatiefnemer de kwaliteit van de vrijkomende grond laten onderzoeken conform de eisen van het Besluit Bodemkwaliteit of hetgeen is gesteld in het bodembeheerplan. Conclusie Er zullen geen risico s voor de volksgezondheid en het milieu aanwezig zijn met betrekking tot de voorgenomen activiteiten op het onderhavige plangebied. Bestemmingsplan Kweldamweg 8-10, Sliedrecht (vastgesteld) 25

274 4.1.5 Luchtkwaliteit Wet- en regelgeving De belangrijkste wet- en regelgeving voor luchtkwaliteit is vanaf 15 november 2007 vastgelegd in hoofdstuk 5, Titel 5.2 van de Wet milieubeheer (Luchtkwaliteitseisen). In de wet zijn onder andere regels en grenswaarden opgenomen voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. De grenswaarden gelden voor de buitenlucht, met uitzondering van een werkplek in de zin van de Arbeidsomstandighedenwet. In tabel 4.2 is een overzicht gegeven van de grenswaarden. Tabel 4.2: Grenswaarden maatgevende stoffen Wet milieubeheer Stof Toetsing norm Grenswaarden geldig Stikstofdioxide (NO 2) Jaargemiddelde concentratie 40 g/m 3 vanaf 2015 Fijn stof (PM10)* Jaargemiddelde concentratie 40 g/m 3 vanaf 11 juni uurgemiddelde concentratie Max. 35 keer p.j. meer vanaf 11 juni 2011 dan 50 g/m 3 * Bij de beoordeling hiervan blijven de aanwezige concentraties van zeezout buiten beschouwing (volgens de bij de Wet milieubeheer behorende Regeling beoordeling Luchtkwaliteit 2007). De Wet luchtkwaliteit (artikel 5.16, eerste lid, Wm) stelt dat ruimtelijke plannen doorgang kunnen vinden indien aan één van de onderstaande voorwaarden is voldaan: a. de plannen niet leiden tot het overschrijden van een grenswaarde; b. de luchtkwaliteit tengevolge van de plannen (per saldo) verbetert of ten minste gelijk blijft; c. de plannen niet in betekenende mate (NIBM) bijdragen aan de concentratie van NO2 en PM10 in de buitenlucht. Vanaf het in werking treden van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit op 1 augustus 2009 wordt onder een NIBM bijdrage een bijdrage van minder dan 3% van de grenswaarde verstaan; d. het project is opgenomen of past binnen het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Verder is er met deze wijziging een wettelijke basis voor een Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit opgesteld. Het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit Het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (afgekort NSL) is de kern van de Wet luchtkwaliteit. Doel van het NSL is: 1. Negatieve effecten op de volksgezondheid als gevolg van te hoge niveaus van luchtverontreiniging aan te pakken; 2. Mogelijkheden voor ruimtelijke ontwikkeling te creëren door tijdig aan de Europese grenswaarden voor luchtkwaliteit te voldoen. Het NSL is een bundeling van de regionale actieprogramma's en de Rijksmaatregelen om de luchtkwaliteit te verbeteren. Het NSL bevat enerzijds maatregelen die de luchtkwaliteit verbeteren en anderzijds ruimtelijke ontwikkelingen die de luchtkwaliteit in betekenende mate verslechteren. Het NSL brengt deze twee aspecten in evenwicht. Het Rijk coördineert het nationale programma. Het Rijk maakt met provincies en gemeenten afspraken over toetsbare resultaten; in de gebieden moeten de normen voor luchtkwaliteit stap voor stap dichterbij komen. De overheden kunnen op die resultaten worden afgerekend. Het NSL is op 1 augustus 2009 in werking getreden. De uitvoeringsregels behorende bij de wet zijn vastgelegd in Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB) en Ministeriële Regelingen (mr) die gelijktijdig met de Wet luchtkwaliteit in werking zijn getreden, waaronder de AMvB en Ministeriele Regeling niet in betekenende mate (afgekort NIBM). AMvB en Regeling niet in betekenende mate (NIBM) De Wet luchtkwaliteit maakt onderscheid tussen grote en kleine ruimtelijke projecten. Een project is klein als het slechts in geringe mate (ofwel niet in betekenende mate) leidt tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. De grens ligt bij een verslechtering van maximaal 3% van Bestemmingsplan Kweldamweg 8-10, Sliedrecht (vastgesteld) 26

275 de grenswaarden voor de luchtkwaliteit. Grotere projecten daarentegen kunnen worden opgenomen in het NSL-programma, mits ook overtuigend wordt aangetoond dat de effecten van dat project worden weggenomen door de maatregelen van het NSL. De AMvB en Regeling niet in betekenende mate bevatten criteria waarmee kan worden bepaald of een project van een bepaalde omvang wel of niet als in betekenende mate moet worden beschouwd. Deze AMvB is gelijktijdig met het NSL in werking getreden. NIBM projecten kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Ook als het bevoegd gezag op een andere wijze, bijvoorbeeld door berekeningen, aannemelijk kan maken dat het geplande project NIBM bijdraagt, kan toetsing van de luchtkwaliteit achterwege blijven 2. Uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening moet wel worden bekeken of het realiseren van het plan met betrekking tot de luchtkwaliteit op die locatie gewenst is. Daarbij speelt de mate van blootstelling aan de luchtverontreiniging een rol. Ook de gevoeligheid van bepaalde groepen mensen voor luchtverontreiniging kan daarbij worden afgewogen. Het plan valt niet onder de NIBM-grenzen, zodat middels een berekening zal moeten worden aangetoond of de bijdrage niet in betekenende mate is of dat de grenswaarden niet worden overschreden. Tevens is in het Besluit NIBM een anticumulatie bepaling opgenomen, die zegt dat de effecten van beoogde ontwikkelingen in de omgeving van het plangebied moeten worden meegenomen in de beoordeling van het betreffende plan. Hiermee wordt voorkomen dat verschillende NIBM-projecten samen toch in betekenende mate bijdragen aan verslechtering van de luchtkwaliteit. Programma Luchtkwaliteit Drechtsteden In het kader van het Regionaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (RSL) is voor de Drechtsteden het Regionaal Programma Luchtkwaliteit opgesteld. Het RSL maakt onderdeel uit van het NSL. Met de uitvoering van het Programma Luchtkwaliteit willen de Drechtsteden de komende jaren de luchtkwaliteit in de regio structureel verbeteren. Zo worden ook door de gemeente Sliedrecht diverse maatregelen genomen om de luchtkwaliteit te verbeteren dan wel de negatieve bijdrage van ruimtelijke plannen door maatregelen weg te nemen. Maatregelen op nationaal, regionaal en gemeentelijk niveau hebben tot doel om in 2011 en 2015 aan de gestelde grenswaarden zoals genoemd in de Wet milieubeheer te voldoen. Op basis van de huidige inzichten zal, mede door luchtkwaliteitsmaatregelen, in 2011 en 2015 in Sliedrecht ruimschoots aan de grenswaarden worden voldaan. Onderzoek luchtkwaliteit In verband met onderhavige planontwikkeling heeft DLV Bouw, Milieu en Techniek B.V. te Uden een onderzoek naar de luchtkwaliteit uitgevoerd (zie hiervoor paragraaf en bijlage 2). Specifiek is in dit rapport aandacht besteed aan: artikel e lid Wet milieubeheer, grond b: "per saldo gelijk blijven of verbeteren van de luchtkwaliteit; het verstrekken van inzicht in huidige en toekomstige aard en omvang van bedrijfsvoering en afstand tot gevoelige objecten in vigerende en geplande situatie. Conclusie In het onderzoek zijn de jaren 2012 (jaar van besluitvorming) en 2022 (10 jaar na besluitvorming) beschouwd. Uit de resultaten van het onderzoek blijkt dat op de beschouwde posities wordt voldaan aan de grenswaarden voor PM10 en NO2 zoals opgenomen in de Wet milieubeheer. Ter hoogte van het onderzoeksgebied kan voor de overige in de Wet milieubeheer opgenomen stoffen zonder verder onderzoek worden geconcludeerd dat wordt voldaan aan de genoemde grenswaarden. Aldus gelden er vanuit het aspect luchtkwaliteit geen beperkingen voor het vaststellen van het bestemmingsplan Externe veiligheid Wettelijk kader Bij Externe Veiligheid (EV) gaat het om de gevaren die de directe omgeving loopt in het geval er iets mis mocht gaan tijdens de opslag, productie of het transport van gevaarlijke stoffen. De 2 Bijlage 3B van de Ministeriële Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) (Stcrt. 2007, 218). Bestemmingsplan Kweldamweg 8-10, Sliedrecht (vastgesteld) 27

276 daaraan verbonden risico s moeten aanvaardbaar blijven. Binnen de EV worden twee normstellingen gehanteerd: Het Plaatsgebonden risico (PR) richt zich vooral op de te realiseren basisveiligheid voor burgers. Het Groepsrisico (GR) stelt beperkingen aan de maatschappelijke ontwrichting als gevolg van calamiteiten met gevaarlijke stoffen. Bebouwing is niet toegestaan binnen de zogenaamde 10-6 contour van het PR: - rond inrichtingen, waarin opslag/verwerking van gevaarljke stoffen plaatsvindt; - langs transportroutes (weg, spoor, water, buisleiding) waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Risico s verbonden aan het transport van gevaarlijke stoffen zijn in kaart gebracht in de diverse risicoatlassen. In het Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen (BEVI) is opgenomen dat voor iedere toename van het GR een verantwoordingsplicht geldt, ook als de verandering geen overschrijding van de norm veroorzaakt. Transport gevaarlijke stoffen Gevaarlijke stoffen worden vervoerd over de modaliteiten binnenwater, spoor, weg en door buisleidingen. Indien een bestemming is gepland binnen het invloedsgebied van de transportas dient de toename van het GR berekend te worden en afhankelijk van de uitkomst van de berekening dient een verantwoording GR te worden opgesteld. Transport over water Er ligt in de omgeving van het plangebied geen hoofdvaarweg, waarover transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Er is dus geen beperking voor het plangebied. Transport over spoor Ten zuiden van het plangebied ligt de Betuweroute. Met betrekking tot het vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor geldt dat het afwegingsgebied voor het stellen van randvoorwaarden in de ruimtelijke ordening in principe is gemaximaliseerd op 200 meter van het spoor (aan beide zijden). De afstand ten opzichte van het plangebied is meer dan 550 meter. Er is dus geen beperking voor het plangebied. Wegtransport Er ligt in de directe omgeving van het plangebied (binnen 200 meter) geen rijksweg of provinciale weg met een route gevaarlijke stoffen, zodat deze planontwikkeling geen belemmering vormt. Transport per buisleiding Voor zoneringsafstanden van hogedruk gasleidingen geldt vanaf 1 januari 2011 de nieuwe AMvB Buisleidingen. Hierbij dient te worden uitgegaan van de risicoafstanden zoals aangegeven in de AMvB. Ten zuiden van het plangebied ligt op meer dan 500 meter afstand een hogedruk gasleiding van de Gasunie (transportroutedeel W KR-036, zie figuur 8). De PR contour is 0 meter met een effectafstand van 140 meter. Er zijn voor wat betreft het transport door buisleidingen derhalve geen beperkingen voor de ontwikkeling. Inrichtingen Binnen de 10-6 contour van een risicovolle inrichting mogen geen kwetsbare bestemmingen geplaatst worden. Indien een bestemming is gepland binnen het invloedsgebied van de EV relevante inrichtingen dient de toename van het GR berekend te worden en afhankelijk van de uitkomst van de berekening dient een verantwoording GR te worden opgesteld. In de nabijheid van het plangebied liggen geen risicovolle bedrijven, zodat er geen belemmeringen zijn voor deze planontwikkeling. Hoogspanningsleiding Ten noorden van het plangebied is de hoogspanningsleiding Papendrecht-Arkel (150 kv) gelegen. Het betreft een hoogspanningsleiding, welke op een afstand van circa 300 meter van het voorliggend initiatief is gelegen. Derhalve is er geen belemmering aanwezig. Bestemmingsplan Kweldamweg 8-10, Sliedrecht (vastgesteld) 28

277 Risicokaart Zuid-Holland De risicokaart Zuid-Holland geeft inzicht in de risico's in de woon- en werkomgeving. Op de kaart staan meerdere typen rampen, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde. Deze gegevens zijn afkomstig van gemeenten, waterschappen, provincie en de rijksoverheid. Op de risicokaart (zie figuur 10) is opgenomen dat de huidige gebruiker een bovengrondse propaantank van liter heeft met een PR van 10 meter. Deze propaantank wordt meegenomen bij de aanvraag omgevingsvergunning voor de activiteit milieu wanneer deze wordt gehandhaafd. Voor het overige zijn in de omgeving van het plangebied geen risicovolle bedrijven en/of activiteiten vermeld, zodat er geen belemmeringen zijn voor het plangebied. Plangebied Figuur 10: Uitsnede risicokaart Zuid-Holland. Conclusie Bij externe veiligheid gaat het om de gevaren die in de directe omgeving aanwezig zijn in het geval er iets mis mocht gaan tijdens de productie, het behandelen of het vervoeren van gevaarlijke stoffen. De daaraan verbonden risico s moeten aanvaardbaar blijven. Vanuit spoor-, vaarwegen, wegtransport, buisleidingen en inrichtingen gelden geen beperkingen voor het plangebied. Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (BEVI), Besluit externe veiligheid Buisleidingen (BEVB) en de circulaire Risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen (RNVGS) staat de uitvoering van dit bestemmingsplan dan ook niet in de weg. 4.2 Waterparagraaf Water en ruimtelijke ordening hebben veel met elkaar te maken. Aan de ene kant is water één van de sturende principes in de ruimtelijke ordening en kan daarmee beperkingen opleggen aan het ruimtegebruik zoals locaties voor stadsuitbreiding. Aan de andere kant kunnen ontwikkelingen in het ruimtegebruik ongewenste effecten hebben op de waterhuishouding. Een watertoets geeft aan wat de gevolgen zijn van een ruimtelijk plan voor de waterhuishouding in het betreffende gebied. Zo'n waterparagraaf moet sinds 1 januari 2003 worden opgenomen in onder meer de toelichting bij een bestemmingsplan. Doel van de watertoets is de relatie tussen planvorming op het gebied van de ruimtelijke ordening en de waterhuishouding te versterken. Beleidskader Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota s verschenen aangaande de waterhuishouding. Deze paragraaf geeft een overzicht van de voor het plangebied relevante nota s. Bestemmingsplan Kweldamweg 8-10, Sliedrecht (vastgesteld) 29

Agenda. 1. Opening 2. Vaststellen agenda 3. Beëdiging van de leden van de nieuwe raad 4. Sluiting

Agenda. 1. Opening 2. Vaststellen agenda 3. Beëdiging van de leden van de nieuwe raad 4. Sluiting Agenda 1. Opening 2. Vaststellen agenda 3. Beëdiging van de leden van de nieuwe raad 4. Sluiting 1 Gesproken tekst "Leden van de, na beëdiging, nieuwe gemeenteraad van de gemeente Stadskanaal, leden van

Nadere informatie

de heer W.W.J. Janssen (GroenLinks) de heer W.G. Smit (BurgerBelangen Nu) de heer J. Fraters, Nieuwe Schakel mevrouw W.

de heer W.W.J. Janssen (GroenLinks) de heer W.G. Smit (BurgerBelangen Nu) de heer J. Fraters, Nieuwe Schakel mevrouw W. VERSLAG RAADSVERGADERING 1 juli 2014 Samenvattend verslag van de openbare vergadering van de gemeenteraad van de gemeente Wijk bij Duurstede Voorzitter Griffier de heer T.R. Poppens mevrouw M.A.C. van

Nadere informatie

: de heer A.P.J. van Hemmen : de heer A. Overbeek : mevrouw E. Verveer, bureau Getikt (af audio)

: de heer A.P.J. van Hemmen : de heer A. Overbeek : mevrouw E. Verveer, bureau Getikt (af audio) NOTULEN VAN DE OPENBARE VERGADERING GEHOUDEN OP DINSDAG 11 MAART 2014 Voorzitter Griffier Verslag Aanwezig Afwezig Namens het college : de heer A.P.J. van Hemmen : de heer A. Overbeek : mevrouw E. Verveer,

Nadere informatie

Memorie van antwoord. Convenant actieve informatieplicht

Memorie van antwoord. Convenant actieve informatieplicht Memorie van antwoord Aan : de leden van de gemeenteraad Van : het college van burgemeester en wethouders en de griffier Datum : 26 januari 2015 Onderwerp : memorie van antwoord bij Nota geheimhouding,

Nadere informatie

Het is goed om het grote belang van die rol hier te midden van u, de gemeenteraadsleden, nog maar eens te onderstrepen.

Het is goed om het grote belang van die rol hier te midden van u, de gemeenteraadsleden, nog maar eens te onderstrepen. Toespraak van Commissaris van de Koning Ank Bijleveld-Schouten bij de eedaflegging en installatie van mevrouw Ellen Nauta-van Moorsel als burgemeester van Hof van Twente op woensdag 15 mei 2013 Burgemeester

Nadere informatie

Adviezen commissie Algemene Bestuurlijke Zaken d.d. 30 augustus 2004 van 20.00 uur tot 23.00 uur.

Adviezen commissie Algemene Bestuurlijke Zaken d.d. 30 augustus 2004 van 20.00 uur tot 23.00 uur. Adviezen commissie Algemene Bestuurlijke Zaken d.d. 30 augustus 2004 van 20.00 uur tot 23.00 uur. 0. verslag Aanwezig zijn: De heer A. van Leeuwen, voorzitter. De heren W. Goudriaan, E.A.R. Meesters (vanaf

Nadere informatie

Hoofdstuk 2. Contact maken, inlichtingen verstrekken en onderhandelen

Hoofdstuk 2. Contact maken, inlichtingen verstrekken en onderhandelen Hoofdstuk 2 Contact maken, inlichtingen verstrekken en onderhandelen 48 Gangbare uitdrukkingen bij contact maken en onderhandelen De meeste zinnen die in dit overzicht staan, zijn formeel. U kunt deze

Nadere informatie

Agenda. Maandag 6 december 2010, 19.30 uur

Agenda. Maandag 6 december 2010, 19.30 uur Agenda Openbare raadsvergadering Maandag 6 december 2010, 19.30 uur Raadzaal in het Raadhuis, Dr. Langeveldplein 30, Sliedrecht Om 19.30 uur begint een vragen(half)uurtje. De leden van de raad kunnen tijdens

Nadere informatie

Voorafgaand aan de raadsvergadering staat voor u vanaf 19.30 uur in de raadsontmoetingsruimte een kop koffie/thee klaar.

Voorafgaand aan de raadsvergadering staat voor u vanaf 19.30 uur in de raadsontmoetingsruimte een kop koffie/thee klaar. De voorzitter van de gemeenteraad van Sliedrecht nodigt u uit voor de raadsvergadering van dinsdag 10 september 2013. Aanvang 20.00 uur, raadzaal in het Raadhuis, Dr. Langeveldplein 30, Sliedrecht. Voorafgaand

Nadere informatie

Behoort bij V.R. 2010/110 Gewijzigd exemplaar * is aangevuld

Behoort bij V.R. 2010/110 Gewijzigd exemplaar * is aangevuld Behoort bij V.R. 2010/110 Gewijzigd exemplaar * is aangevuld Verordening op de raadscommissies, vergelijking gewijzigde/nieuwe artikelen met de oude artikelen. De nieuwe artikelen (met woorden tegen een

Nadere informatie

Besluitenlijst van de commissievergadering Ruimtelijke Zaken van 8 december 2011

Besluitenlijst van de commissievergadering Ruimtelijke Zaken van 8 december 2011 Besluitenlijst van de commissievergadering Ruimtelijke Zaken van 8 december 2011 Datum: 8 december 2011 Aanvang: 20:00 uur Einde: 23:30 uur Vergaderlocatie: Raadzaal, raadhuis Voorzitter: Carlo van Esch

Nadere informatie

De voorzitter van de raad van de gemeente Terschelling roept de leden van de raad op tot het houden van een openbare vergadering op:

De voorzitter van de raad van de gemeente Terschelling roept de leden van de raad op tot het houden van een openbare vergadering op: Agenda Raad De voorzitter van de raad van de gemeente Terschelling roept de leden van de raad op tot het houden van een openbare vergadering op: Dinsdag 24 november 2015, aanvang 19.30 uur in de raadzaal

Nadere informatie

Besluitenlijst Commissie Regionale aangelegenheden, Economie en Financiën 13-03-2008

Besluitenlijst Commissie Regionale aangelegenheden, Economie en Financiën 13-03-2008 Besluitenlijst Commissie Regionale aangelegenheden, Economie en Financiën 13-03-2008 Besluitenlijst van de openbare vergadering van de raadscommissie Regionale aangelegenheden, Economie en Financiën d.d.

Nadere informatie

Agenda. Dinsdag 29 november 2011 Aanvang 20.00 uur

Agenda. Dinsdag 29 november 2011 Aanvang 20.00 uur Agenda Openbare raadsvergadering Dinsdag 29 november 2011 Aanvang 20.00 uur Raadzaal in het Raadhuis, Dr. Langeveldplein 30, Sliedrecht Om 20.00 uur begint een vragen(half)uurtje (artikel 45 vragen). De

Nadere informatie

Invulling vacature wethouder en instelling commissie onderzoek geloofsbrieven

Invulling vacature wethouder en instelling commissie onderzoek geloofsbrieven Raad Onderwerp: V200900004 Invulling vacature wethouder en instelling commissie onderzoek geloofsbrieven Raadsvoorstel Inleiding: Op 7 januari 2009 heeft de heer Groen aangegeven dat hij per 2 februari

Nadere informatie

de heren W.J. Dunsbergen, T.W. Pauw de wethouders J.P. Tanis, A. de Waard en J.A. Lavooi

de heren W.J. Dunsbergen, T.W. Pauw de wethouders J.P. Tanis, A. de Waard en J.A. Lavooi NOTULEN VAN DE OPENBARE VERGADERING GEHOUDEN OP DINSDAG 8 OKTOBER 2013 Voorzitter: de heer A.P.J. Van Hemmen Griffier: de heer A. Overbeek Verslag: mevrouw E. Verveer, bureau Getikt (af audio) Aanwezig:

Nadere informatie

Agenda. Dinsdag 27 maart 2012 Aanvang 20.00 uur

Agenda. Dinsdag 27 maart 2012 Aanvang 20.00 uur Agenda Openbare raadsvergadering Dinsdag 27 maart 2012 Aanvang 20.00 uur Raadzaal in het Raadhuis, Dr. Langeveldplein 30, Sliedrecht Om 20.00 uur begint een vragen(half)uurtje (artikel 45 vragen). De leden

Nadere informatie

Conceptbesluitenlijst van de vergadering van de raadscommissie

Conceptbesluitenlijst van de vergadering van de raadscommissie Conceptbesluitenlijst van de vergadering van de raadscommissie Datum: 20 november 2012 met voortzetting op 21 november 2012 Plaats: raadszaal gemeentehuis, Vendelweg 1 te Steenwijk Tijd: 19.30 uur ----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Nadere informatie

Nr. Voorstel Onderwerp Actie

Nr. Voorstel Onderwerp Actie Aan: de fractievoorzitters, collegeleden en sectordirecteuren Van: de raadsgriffier Datum: 28 mei 2008 I.a.a.: Concernstaf, Communicatie, R. ter Braak, website-beheer, infranet-beheer, raadsgriffier en

Nadere informatie

gemeente Eindhoven Betreft openbare vergadering van 18 februari 2014, locatie Raadszaal, aanvang 20:30 uur tot 23:30 uur

gemeente Eindhoven Betreft openbare vergadering van 18 februari 2014, locatie Raadszaal, aanvang 20:30 uur tot 23:30 uur A gemeente Eindhoven Griffie gemeenteraad Commissiesecretariaat Besluitenlijst Gemeenteraad Betreft openbare vergadering van 18 februari 2014, locatie Raadszaal, aanvang 20:30 uur tot 23:30 uur Definitieve

Nadere informatie

Politieke Avond Gooise Meren Handleiding / Algemene beschrijving.

Politieke Avond Gooise Meren Handleiding / Algemene beschrijving. Politieke Avond Gooise Meren Handleiding / Algemene beschrijving. 1. Inleiding In deze handleiding/beschrijving wordt aangegeven wat het doel c.q. karakter is (van de verschillende onderdelen) van de Politieke

Nadere informatie

Bundel van de Ingekomen stukken oordeelsvormend van 20 januari 2015

Bundel van de Ingekomen stukken oordeelsvormend van 20 januari 2015 Bundel van de Ingekomen stukken oordeelsvormend van 20 januari 2015 1 BEST - Collegeinformatiebrief Kengetallen regulier werk CIB kengetallen regulier werk.pdf ab - Kengetallen regulier werk.pdf 2 FYS

Nadere informatie

2006. Nr.: 06.0025 Dnst: Griffie. Werkwijze Raad en commissies 2006 2010. Leiden, 21 maart 2006.

2006. Nr.: 06.0025 Dnst: Griffie. Werkwijze Raad en commissies 2006 2010. Leiden, 21 maart 2006. 2006. Nr.: 06.0025 Werkwijze Raad en commissies 2006 2010. Leiden, 21 maart 2006. In maart 2005 heeft de fractie van D66 de Notitie Bestuurlijke Vernieuwing uitgebracht, met als ondertitel: Het Forum Lugdunum:

Nadere informatie

PS-besluitenlijst d.d. 25 en 26 juni 2008

PS-besluitenlijst d.d. 25 en 26 juni 2008 PS-besluitenlijst d.d. 25 en 26 juni 2008 Aan deze openbare besluitenlijst kunnen geen rechten worden ontleend. Alleen de tekst van het door provinciale staten vastgestelde verslag bevat de formele besluitvorming

Nadere informatie

de heren J.J. Huisman, K. Kuiken, M. Sneijder en mevrouw C.E. Verschoor-Bijderwieden de wethouders A. de Waard, J.P. Tanis en J.A.

de heren J.J. Huisman, K. Kuiken, M. Sneijder en mevrouw C.E. Verschoor-Bijderwieden de wethouders A. de Waard, J.P. Tanis en J.A. GEMEENTERAAD VAN SLIEDRECHT NOTULEN VAN DE OPENBARE VERGADERING GEHOUDEN OP 12 MAART 2013 Voorzitter: de heer drs. A.P.J. van Hemmen Griffier: de heer A. Overbeek Verslag: mevrouw E. Verveer, bureau Getikt

Nadere informatie

VERGADERVERSLAG (kort)

VERGADERVERSLAG (kort) VERGADERVERSLAG (kort) Van : Bijeenkomst evaluatie dualisme Datum : 23 januari 2006 Aanwezig : de heer M. Visser de heer T.C.C. den Braanker de heer D. Van Meeuwen mevrouw G.J. Visser-Schlieker de heer

Nadere informatie

14R.00426. RAADSINFORMATIEBRIEF met beantwoording artikel 40 vragen 14R.00426. Gemeente Woerden

14R.00426. RAADSINFORMATIEBRIEF met beantwoording artikel 40 vragen 14R.00426. Gemeente Woerden RAADSINFORMATIEBRIEF met beantwoording artikel 40 vragen 14R.00426 ^ 3 gemeente WOERDEN Van: college van burgemeester en wethouders Datum : 7 oktober 2014 Portefeuillehouder(s) : wethouder Koster Portefeuille(s)

Nadere informatie

Raad V200701046 versie 3 december 2007. Verordening functioneringsgesprekken burgemeester

Raad V200701046 versie 3 december 2007. Verordening functioneringsgesprekken burgemeester Raadsvoorstel Inleiding:In 2006 is met de fractievoorzitters de afspraak gemaakt dat er in de loop van 2007 een functioneringsgesprek zou worden gehouden met de burgemeester. In het kader van de voorbereiding

Nadere informatie

Besluitenlijst van de raadsvergadering

Besluitenlijst van de raadsvergadering Besluitenlijst van de raadsvergadering Datum: 23 april 2015 Opening: 20:00 uur Sluiting: 22:22 uur Agendapunt Onderwerp 1. Opening en mededelingen De voorzitter opent de vergadering om 20:00 uur en meldt

Nadere informatie

Nieuwe raad met een open blik! Anders vergaderen, anders omgaan met elkaar en met onze inwoners

Nieuwe raad met een open blik! Anders vergaderen, anders omgaan met elkaar en met onze inwoners Nieuwe raad met een open blik! Anders vergaderen, anders omgaan met elkaar en met onze inwoners 1 Waarom veranderen? We willen dualer debatteren We willen korter/ efficiënter vergaderen We willen meer

Nadere informatie

de heren A.P.J. van Hemmen, M. Visser, W.H. Blanken, C.N. de Jager, mevrouw H.M. Mulder de wethouders A. de Waard, J.P. Tanis en J.A.

de heren A.P.J. van Hemmen, M. Visser, W.H. Blanken, C.N. de Jager, mevrouw H.M. Mulder de wethouders A. de Waard, J.P. Tanis en J.A. GEMEENTERAAD VAN SLIEDRECHT NOTULEN VAN DE OPENBARE VERGADERING GEHOUDEN OP 12 FEBRUARI 2013 Voorzitter: de heer T.C.C. den Braanker, vice vz Griffier: de heer A. Overbeek Verslag: mevrouw E. Verveer,

Nadere informatie

- C O N C E P T - M.M. van der Wyck-Helmer (VVD)

- C O N C E P T - M.M. van der Wyck-Helmer (VVD) - C O N C E P T - KORT VERSLAG VAN DE EXTRA OPENBARE VERGADERING VAN DE COMMISSIE SOCIALE INFRASTRUCTUUR, GEHOUDEN OP WOENSDAG 24 MAART 2010 OM 19.30 UUR IN DE RAADZAAL VAN HET GEMEENTEHUIS IN ZEVENBERGEN

Nadere informatie

NOTULEN COMMISSIE WELZIJN EN ZORG

NOTULEN COMMISSIE WELZIJN EN ZORG NOTULEN COMMISSIE WELZIJN EN ZORG Van : vergadering raadscommissie Welzijn en Zorg Datum : 1 juli 2003 Aanwezig : de heer A. de Winter voorzitter de heer Ph.G. Mak mevrouw C. Galle-Prins de heer J.J. Huisman

Nadere informatie

De Raad 29-05-2007 Aanvang: 16:00

De Raad 29-05-2007 Aanvang: 16:00 De Raad 29-05-2007 Aanvang: 16:00 Tijd Raadzaal 1.02 16:00 Verantwoordingsdebat Jaarverslag 2006 en Burgerjaarverslag 2006 Verantwoordingsdebat naar aanleiding van - Jaarverslag 2006 - Burgerjaarverslag

Nadere informatie

Agendapunt: )1. portefeuillehouder. ,dat m akkoord. lq:5-:10,6 datum akkoord

Agendapunt: )1. portefeuillehouder. ,dat m akkoord. lq:5-:10,6 datum akkoord 1 Gemeente Zandvoort -7" Verordening Nadere regels Beleidsnota Overig Vergadering B. en W. 2 4 MEI 2016 Agendapunt: )1 Na besluit (B&W/Raad): Uitgaande brief verzenden Stukken retour Digitale publicatie

Nadere informatie

Besluitenlijst van de openbare vergadering van de raad van de gemeente Winsum op 25 september 2012 in de raadzaal

Besluitenlijst van de openbare vergadering van de raad van de gemeente Winsum op 25 september 2012 in de raadzaal Besluitenlijst van de openbare vergadering van de raad van de gemeente Winsum op 25 september 2012 in de raadzaal Voorzitter: M.A.P. Michels Griffier: J. van der Meer Aanwezig: PvdA: J.W. Nanninga, W.

Nadere informatie

REGLEMENT VAN ORDE UNIVERSITEITSRAAD. van de UNIVERSITEIT UTRECHT

REGLEMENT VAN ORDE UNIVERSITEITSRAAD. van de UNIVERSITEIT UTRECHT REGLEMENT VAN ORDE UNIVERSITEITSRAAD van de UNIVERSITEIT UTRECHT In werking getreden op 1 januari 2015. Vastgesteld door de universiteitsraad op 9 december 2014. Artikel 9.31 WHW Universiteitsraad [ ]

Nadere informatie

Aan de Gemeenteraad. Raadsvoorstel nr. 694681

Aan de Gemeenteraad. Raadsvoorstel nr. 694681 meppel.nl Raadsvoorstel Agendapunt: VII/9. Meppel, 2 juni 2015 Aan de Gemeenteraad. Raadsvoorstel nr. 694681 Onderwerp: Invoering Model Raad van Toezicht Stichting Promes Voorgesteld besluit 1. In te stemmen

Nadere informatie

Raadadviescommissie Bestuur BESLUITENLIJST

Raadadviescommissie Bestuur BESLUITENLIJST (17550\...) BESLUITENLIJST Datum : woensdag 10 september 2014 Tijd : 19.30 uur Plaats : raadzaal gemeentehuis Neerijnen Aanwezig : de heer J.G. van Maanen (commissievoorzitter), de heer H. Mulder (raadslid

Nadere informatie

BESLUITENLIJST VAN DE VERGADERING

BESLUITENLIJST VAN DE VERGADERING BESLUITENLIJST VAN DE VERGADERING VAN HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS D.D. 7 APRIL 2009 Aanwezig: de heer M.C. Boevée, burgemeester de heer J.A. Lavooi, wethouder de heer J.P. Tanis, wethouder

Nadere informatie

Nevenfuncties lokale volksvertegenwoordigers en bestuurders = een handreiking voor D66-bestuurders =

Nevenfuncties lokale volksvertegenwoordigers en bestuurders = een handreiking voor D66-bestuurders = Nevenfuncties lokale volksvertegenwoordigers en bestuurders = een handreiking voor D66-bestuurders = Inleiding Het verrichten van functies naast je rol als volksvertegenwoordiger of bestuurder is vaak

Nadere informatie

Gemeenteraad Landsmeer

Gemeenteraad Landsmeer Gemeenteraad Landsmeer BESLUITENLIJST RAADSVERGADERING VAN 04 december 2014 Voorzitter Raadsgriffier Aanwezige raadsleden Afwezige raadsleden Aanwezige collegeleden A.N. Nienhuis C.B.H. Heusingveld N.H.W.

Nadere informatie

Artikel 2 Het huishoudelijk reglement wordt vastgesteld door de Algemene ledenvergadering.

Artikel 2 Het huishoudelijk reglement wordt vastgesteld door de Algemene ledenvergadering. Huishoudelijk reglement Vergeb. Doelstelling Artikel 1 De vereniging heeft als doel het bewaken van de continuïteit van administratieve software pakketten van BCT Guiding Documents die in gebruik zijn

Nadere informatie

Kindergemeenteraad 2016. Leerlingenboek

Kindergemeenteraad 2016. Leerlingenboek Kindergemeenteraad 2016 Leerlingenboek Inhoudsopgave 3 Voorwoord van de Burgemeester 4 Les 1: Democratie 6 Les 2: Politiek in Nederland 8 Les 3: Politieke Partijen 10 Les 4: De Gemeente 12 Les 5: Politiek

Nadere informatie

2. SPREEKRECHT BURGERS OVER GEAGENDEERDE ONDERWERPEN De voorzitter Er heeft zich op dit moment niemand gemeld.

2. SPREEKRECHT BURGERS OVER GEAGENDEERDE ONDERWERPEN De voorzitter Er heeft zich op dit moment niemand gemeld. NOTULEN VAN DE OPENBARE VERGADERING GEHOUDEN OP DINSDAG 10 DECEMBER 2013 Voorzitter: de heer A.P.J. Van Hemmen Griffier: de heer A. Overbeek Verslag: mevrouw E. Verveer, bureau Getikt (af audio) Aanwezig:

Nadere informatie

Toespraak bij de aflegging van de ambtseed door burgemeester Onno van Veldhuizen van Enschede, 2 oktober 2015

Toespraak bij de aflegging van de ambtseed door burgemeester Onno van Veldhuizen van Enschede, 2 oktober 2015 Toespraak bij de aflegging van de ambtseed door burgemeester Onno van Veldhuizen van Enschede, 2 oktober 2015 Voorzitter, geachte leden van de gemeenteraad van Enschede, geacht college, burgemeester Van

Nadere informatie

gemeente Bronckhorst Raadsbesluit besluit: Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Behorende bij raadsvoorstel met nummer: 141127/11

gemeente Bronckhorst Raadsbesluit besluit: Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Behorende bij raadsvoorstel met nummer: 141127/11 gemeente Bronckhorst Raadsbesluit Behorende bij raadsvoorstel met nummer: 141127/11 De raad van de gemeente Bronckhorst; gelezen het voorstel van 1 oktober 2014; Gelet op de bespreking in de commissievergadering

Nadere informatie

REGLEMENT VAN ORDE FACULTEITSRAAD RSM ERASMUS UNIVERSITY

REGLEMENT VAN ORDE FACULTEITSRAAD RSM ERASMUS UNIVERSITY REGLEMENT VAN ORDE FACULTEITSRAAD RSM ERASMUS UNIVERSITY HOOFDSTUK 1: BEGRIPSBEPALINGEN Artikel 1 In dit artikel wordt verstaan onder: de faculteit: het van overheidswege gefinancierde gedeelte van de

Nadere informatie

De raad van de gemeente Moerdijk, in zijn vergadering van 21 augustus 2007, VERORDENING VOOR DE REKENINGCOMMISSIE VAN DE GEMEENTE MOERDIJK

De raad van de gemeente Moerdijk, in zijn vergadering van 21 augustus 2007, VERORDENING VOOR DE REKENINGCOMMISSIE VAN DE GEMEENTE MOERDIJK De raad van de gemeente Moerdijk, in zijn vergadering van 21 augustus 2007, gelet op artikel 84 van de Gemeentewet, BESLUIT vast te stellen de volgende verordening: VERORDENING VOOR DE REKENINGCOMMISSIE

Nadere informatie

draadswijzer week 01 Zwolle

draadswijzer week 01 Zwolle draadswijzer week 01 Zwolle Agenda Raadsplein Maandag 11 januari 2016 Raadzaal Besluitvormingsronde 19.30 uur Start besluitvormingsronde met de volgende hamerstukken: - Nota van Uitgangspunten MPV 2016*

Nadere informatie

Als stemcijfer wordt getrokken nr. 15, de heer Ad van de Sande.

Als stemcijfer wordt getrokken nr. 15, de heer Ad van de Sande. Agenda Gemeenteraad Besluitvormende raadsvergadering. Uitnodiging voor de vergadering op dinsdag 25 november 2014 20:00-23:00 uur, locatie Raadszaal Voorzitter : Ruud Severijns 1 Opening De voorzitter

Nadere informatie

CONCEPT - NOTULEN. Nummer Onderwerp Actie

CONCEPT - NOTULEN. Nummer Onderwerp Actie CONCEPT - NOTULEN Onderwerp: Raadscommissie Maatschappelijke Ontwikkeling d.d. 6 juli 2011 Aanwezigen: Mevrouw A.M. Valent-Groot (voorzitter), de heer H. Wijnveen (wnd. Raadsgriffier), de heer A.C. van

Nadere informatie

Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad Korendijk 2016

Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad Korendijk 2016 GEMEENTEBLAD Officiële uitgave van gemeente Korendijk. Nr. 20666 23 februari 2016 Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad Korendijk 2016 Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Nadere informatie

Besluitenlijst. Besluitenlijst van de openbare vergadering van de raad van de gemeente Staphorst, d.d. 22 september 2015 om 19.30 uur.

Besluitenlijst. Besluitenlijst van de openbare vergadering van de raad van de gemeente Staphorst, d.d. 22 september 2015 om 19.30 uur. Besluitenlijst Besluitenlijst van de openbare vergadering van de raad van de gemeente Staphorst, d.d. 22 september 2015 om 19.30 uur. Aanwezig: Voorzitter : de heer T.C. Segers Griffier : mevrouw L. Randsdorp

Nadere informatie

Onderwerp: Zienswijzen op de begrotingen voor 2014 van de Gemeenschappelijke Regelingen

Onderwerp: Zienswijzen op de begrotingen voor 2014 van de Gemeenschappelijke Regelingen Raadsvoorstel Aan de raad van de gemeente Sliedrecht Sliedrecht, 21 mei 2013 Zaaknummer: 1011614 Onderwerp: Zienswijzen op de begrotingen voor 2014 van de Gemeenschappelijke Regelingen Beslispunten Wij

Nadere informatie

Rekenkamercommissie Beverwijk

Rekenkamercommissie Beverwijk Rekenkamercommissie Beverwijk Gemeente Beverwijk t.a.v. leden van de Gemeenteraad Postbus 450 1940 AL Beverwijk datum 26 juni 2015 ons kenmerk onderwerp bijlagen Onderzoek naar de effectiviteit van de

Nadere informatie

GESTRUCTUREERDE VRAGENLIJST BEWUSTWORDINGSGESPREK KANDIDAAT DB-LEDEN

GESTRUCTUREERDE VRAGENLIJST BEWUSTWORDINGSGESPREK KANDIDAAT DB-LEDEN GESTRUCTUREERDE VRAGENLIJST BEWUSTWORDINGSGESPREK KANDIDAAT DB-LEDEN Vragen voor gesprekken van dijkgraaf en secretaris met kandidaat DB-leden Dit formulier wordt van te voren door het kandidaat DB-lid

Nadere informatie

Besluitenlijst gemeenteraad Hengelo Ov. Pag. 1

Besluitenlijst gemeenteraad Hengelo Ov. Pag. 1 Besluitenlijst gemeenteraad Hengelo Ov. Pag. 1 VERGADERING D.D. 26-02-2013 AGENDAPUNT B1 REG.NR. 12G201670 PORTH./SECTOR Lievers Wijziging CAR-UWO per 1 januari 2013 ten behoeve van het personeel van de

Nadere informatie

Vermeerzaal 1.03. Pvda en Trots: Raadsinformatiebrief 2012-145: Combinatiefunctionaris Hessels/Bongers. Oostlander/Pen

Vermeerzaal 1.03. Pvda en Trots: Raadsinformatiebrief 2012-145: Combinatiefunctionaris Hessels/Bongers. Oostlander/Pen De Raad 18-12-2012 Aanvang: 19:00 *gewijzigd / toegevoegd ten opzichte van eerder gepubliceerde versie Tijd Raadzaal 1.02 Molendijkzaal 0.01 Vermeerzaal 1.03 Het Plein 19:00 19:15 - - VERVALLEN: Vragen

Nadere informatie

Ad Jongenelen, Carola van t Schip en Frank Reiber

Ad Jongenelen, Carola van t Schip en Frank Reiber Spelregels Jongerengemeenteraad 19 februari 2015 Er zijn 2 onderwerpen (agendapunten): - Veiligheid - Openings- en sluitingstijden van de horeca Regels van de vergadering - Ieder onderwerp/ agendapunt

Nadere informatie

BESLUITENLIJST VAN DE VERGADERING

BESLUITENLIJST VAN DE VERGADERING BESLUITENLIJST VAN DE VERGADERING VAN HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS D.D. 2 SEPTEMBER 2008 Aanwezig: de heer M.C. Boevée, burgemeester de heer J.A. Lavooi, wethouder de heer J.P. Tanis, wethouder

Nadere informatie

Besluitenlijst van de raadsvergadering van 22 september 2014

Besluitenlijst van de raadsvergadering van 22 september 2014 Besluitenlijst van de raadsvergadering van 22 september 2014 Aanwezig: M. Sahinturk (CDA), A. van Zeeland (CDA), J. Hendriks (CDA), M. Thijssen (CDA), C. Angevaren (VVD), L. van Heeswijk (VVD), R. Gertsen

Nadere informatie

De heer A. Bogerd, directeur van Stichting Syndion; De dames P. van Loon en G. Platerink van het Steunpunt Vrijwilligerswerk.

De heer A. Bogerd, directeur van Stichting Syndion; De dames P. van Loon en G. Platerink van het Steunpunt Vrijwilligerswerk. Besluiten en afsprakenlijst van de vergadering van het Platform Maatschappelijke Verkenning (PMV) op donderdag 5 februari 2003 van 20.00 tot 22.45 uur in de raadzaal. Aanwezig: Voorzitter: De heer R. V.

Nadere informatie

Besluitenlijst Commissie Regionale aangelegenheden, Economie en Financiën 26-09-2007

Besluitenlijst Commissie Regionale aangelegenheden, Economie en Financiën 26-09-2007 Besluitenlijst Commissie Regionale aangelegenheden, Economie en Financiën 26-09-2007 Besluitenlijst van de openbare vergadering van de raadscommissie Regionale aangelegenheden, Economie en Financiën d.d.

Nadere informatie

de heer P.H. Roos (GroenLinks), de heer F.J.W. Saelman (VVD), de heer H.A. Stuurman (PvdA) de heer P.C. Tange, burgemeester

de heer P.H. Roos (GroenLinks), de heer F.J.W. Saelman (VVD), de heer H.A. Stuurman (PvdA) de heer P.C. Tange, burgemeester Verslag van de openbare vergadering van de gemeenteraad van Wormerland, gehouden op 3 juli 07 in het gemeentehuis aan de Koetserstraat 3 te Wormer, aanvang 22. uur AANWEZIG de leden: de wethouders: de

Nadere informatie

Agendapunt: 5 Sliedrecht, 30 november 2009. Onderwerp: Besluit tegemoetkoming computerapparatuur en internetverbinding

Agendapunt: 5 Sliedrecht, 30 november 2009. Onderwerp: Besluit tegemoetkoming computerapparatuur en internetverbinding Raadsvoorstel Aan de raad van de gemeente Sliedrecht Agendapunt: 5 Sliedrecht, 30 november 2009 Onderwerp: Besluit tegemoetkoming computerapparatuur en internetverbinding Voorgesteld besluit: 1. Vaststellen

Nadere informatie

iiiiiiiiioiiiniiiui Registratienummer: 13.0003415

iiiiiiiiioiiiniiiui Registratienummer: 13.0003415 Registratiedatum:24A)972013 iiiiiiiiioiiiniiiui Registratienummer: 13.0003415 Titel/onderwerp: Beslissen over het initiatiefvoorstel 'Verbeteren omgeving Station Veiperpoorť Datum: 23 september 2013 Van:

Nadere informatie

Raadsvergadering : 22 april 2013 Agendanr. 15

Raadsvergadering : 22 april 2013 Agendanr. 15 Raadsvergadering : 22 april 2013 Agendanr. 15 Voorstelnr. : R 6948 Onderwerp : scheiding bestuur en toezicht Stichting Scholengroep OPRON Stadskanaal, 5 april 2013 Beslispunten 1. Instemmen met de gewijzigde

Nadere informatie

Er zijn bij de raadsgriffie vragen binnengekomen van de VVD inzake de Boulevard. Woordvoerder is de heer B. van Bijsteren.

Er zijn bij de raadsgriffie vragen binnengekomen van de VVD inzake de Boulevard. Woordvoerder is de heer B. van Bijsteren. Vergadering Raad 04-07-2013 Tijd: 00:00-00:00 Voorzitter: 1 Opening De voorzitter opent de vergadering. 2 Vragenhalfuurtje raadsleden Er zijn bij de raadsgriffie vragen binnengekomen van de VVD inzake

Nadere informatie

Besluitenlijst Provinciale Staten

Besluitenlijst Provinciale Staten Besluitenlijst Provinciale Staten Middelburg: 25 september 2015 Nummer 15013794 Besluitenlijst van de openbare vergadering van de provinciale staten van Zeeland, gehouden op 25 september 2015 van 9.35

Nadere informatie

Voorzitter: de heer M.C. Boevée, burgemeester Griffier: de heer A. Koenen Verslag: mevrouw E. Verveer, bureau Getikt (af tape en digitale bestanden)

Voorzitter: de heer M.C. Boevée, burgemeester Griffier: de heer A. Koenen Verslag: mevrouw E. Verveer, bureau Getikt (af tape en digitale bestanden) GEMEENTERAAD VAN SLIEDRECHT NOTULEN VAN DE OPENBARE VERGADERING GEHOUDEN OP MAANDAG 19 MEI OM 19.30 UUR Voorzitter: de heer M.C. Boevée, burgemeester Griffier: de heer A. Koenen Verslag: mevrouw E. Verveer,

Nadere informatie

Agenda. Dinsdag 26 april 2011, 20.00 uur

Agenda. Dinsdag 26 april 2011, 20.00 uur Agenda Openbare raadsvergadering Dinsdag 26 april 2011, 20.00 uur Raadzaal in het Raadhuis, Dr. Langeveldplein 30, Sliedrecht Om 20.00 uur begint een vragen(half)uurtje (artikel 45 vragen). De leden van

Nadere informatie

: Vaststelling van het reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad.

: Vaststelling van het reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad. Raad : 27 februari 2007 Agendanr. : Doc.nr : B200700726 Team: : Bestuur RAADSVOORSTEL Onderwerp : Vaststelling van het reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad. Toelichting

Nadere informatie

Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de Drechtraad

Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de Drechtraad De Drechtraad Gezien het voorstel van de Agendacommissie van 16 september 2010 Vast te stellen het navolgende: B E S L U I T : Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de Drechtraad

Nadere informatie

Onderwerp: Instelling werkgeverscommissie griffie ex artikel 83 Gemeentewet

Onderwerp: Instelling werkgeverscommissie griffie ex artikel 83 Gemeentewet Raadsvergadering, 26 oktober 2010 Voorstel aan de Raad Onderwerp: Instelling werkgeverscommissie griffie ex artikel 83 Gemeentewet Nr.: 411 Agendapunt: 10 Datum: 11 oktober 2010 Voorgesteld besluit 1)

Nadere informatie

G E M E E N T E SLIEDRECHT N O T U L E N. van de vergadering van burgemeester en wethouders gehouden op dinsdag 24 mei 2011

G E M E E N T E SLIEDRECHT N O T U L E N. van de vergadering van burgemeester en wethouders gehouden op dinsdag 24 mei 2011 Nr. 2011-20 OPENBAAR G E M E E N T E SLIEDRECHT N O T U L E N van de vergadering van burgemeester en wethouders gehouden op dinsdag 24 mei 2011 Aanwezig: J.P. Tanis, J.A. Lavooi, A. de Waard, A.G.M. van

Nadere informatie

de heer T.W. Pauw, mevrouw G.J. Visser-Schlieker de wethouders J.P. Tanis, J.A. Lavooi en A. de Waard

de heer T.W. Pauw, mevrouw G.J. Visser-Schlieker de wethouders J.P. Tanis, J.A. Lavooi en A. de Waard GEMEENTERAAD VAN SLIEDRECHT NOTULEN VAN DE OPENBARE VERGADERING GEHOUDEN OP DINSDAG 29 en WOENSDAG 30 MEI 2012 Voorzitter: mevrouw A.G.M. van de Vondervoort Griffier: de heer A. Overbeek Verslag: mevrouw

Nadere informatie

Artikel 6 Lid van de vereniging kan zijn iedere natuurlijk persoon die instemt met het doel van de vereniging.

Artikel 6 Lid van de vereniging kan zijn iedere natuurlijk persoon die instemt met het doel van de vereniging. Statuten Zoals vastgesteld door het Congres bijeen op 16 december 1990 te Wageningen; waarna verleden in een akte houdende de oprichting van de vereniging, op 4 januari 1991 te Amsterdam; en voor het laatst

Nadere informatie

Bundel van de BOB Oordeelsvormend van 14 oktober 2014

Bundel van de BOB Oordeelsvormend van 14 oktober 2014 Bundel van de BOB Oordeelsvormend van 14 oktober 2014 BEST = Bestuur en Middelen FYS = Fysiek en Economie SOC = Sociaal 1 Opening 2 Spreekrecht burgers over geagendeerde en niet-geagendeerde onderwerpen

Nadere informatie

De Raad 04-12-2012 Aanvang: 19:00

De Raad 04-12-2012 Aanvang: 19:00 De Raad 04-12-2012 Aanvang: 19:00 Tijd Raadzaal 1.02 Molendijkzaal 0.01 Vermeerzaal 1.03 19:00 Waarborgen ruimtelijke kwaliteit door stadsbouwmeester en commissie ruimtelijke kwaliteit vrz: Land secr:

Nadere informatie

de wethouders J.P. Tanis, J.A. Lavooi en A. de Waard

de wethouders J.P. Tanis, J.A. Lavooi en A. de Waard GEMEENTERAAD VAN SLIEDRECHT NOTULEN VAN DE OPENBARE VERGADERING GEHOUDEN OP DINSDAG 29 NOVEMBER 2011 Voorzitter: mevrouw A.G.M. van de Vondervoort Griffier: de heer A. Overbeek Verslag: mevrouw E. Verveer,

Nadere informatie

de wethouders J.P. Tanis, J.A. Lavooi en A. de Waard

de wethouders J.P. Tanis, J.A. Lavooi en A. de Waard GEMEENTERAAD VAN SLIEDRECHT NOTULEN VAN DE OPENBARE VERGADERING GEHOUDEN OP DINSDAG 29 NOVEMBER 2011 Voorzitter: mevrouw A.G.M. van de Vondervoort Griffier: de heer A. Overbeek Verslag: mevrouw E. Verveer,

Nadere informatie

Besluitenlijst van de vergadering van de Raad van de gemeente Hoorn gehouden op 17 december 2008 om 20.00 uur.

Besluitenlijst van de vergadering van de Raad van de gemeente Hoorn gehouden op 17 december 2008 om 20.00 uur. Besluitenlijst van de vergadering van de Raad van de gemeente Hoorn gehouden op 17 december 2008 om 20.00 uur. Aanwezig 27 leden, te weten: de dames C.A.A. Bakker (D66), M.J.S. van Berkum-Schouten (CDA),

Nadere informatie

Besluitenlijst van de gemeenteraad van 18 mei 2010

Besluitenlijst van de gemeenteraad van 18 mei 2010 enlijst van de gemeenteraad van 18 mei 2010 1 Opening en vaststellen agenda De burgemeester heet iedereen welkom. De raad krijgt een USB stick met daarop de digitale informatie van de informatiemappen

Nadere informatie

nieuwkoop G Aanwezig:

nieuwkoop G Aanwezig: G12.1547 nieuwkoop Notulen van de besluitvormende raadsvergadering van de gemeente Nieuwkoop gehouden op donderdag 11 oktober 2012 om 20.00 uur in de raadzaal te Nieuwveen Aanwezig: Voorzitter: Plv. griffier:

Nadere informatie

Raadadviescommissie Welzijn BESLUITENLIJST

Raadadviescommissie Welzijn BESLUITENLIJST BESLUITENLIJST (17549\...) Datum : dinsdag 2 december 2014 Tijd : 19.30 uur Plaats : raadzaal gemeentehuis Neerijnen Aanwezig : de heer C. Nijhoff (commissievoorzitter), de heer G.J. van Weelden (raadslid

Nadere informatie

- 1 - Huishoudelijk Reglement Stichting Bouwvereeniging Volksbelang Vianen.

- 1 - Huishoudelijk Reglement Stichting Bouwvereeniging Volksbelang Vianen. - 1 - Huishoudelijk Reglement Stichting Bouwvereeniging Volksbelang Vianen. Zaaknummer 2008S72525DO ALGEMENE BEPALINGEN a. bewonerscommissie: groep huurders van de Woningbouwvereeniging behorende tot één

Nadere informatie

Raadsvoorstel agendapunt

Raadsvoorstel agendapunt Raadsvoorstel agendapunt Aan de raad van de gemeente IJsselstein Zaaknummer : 193184 Datum : 17 november 2015 Programma : Woon en leefomgeving Blad : 1 van 5 Cluster : Ruimte Portefeuillehouder: dhr. H.C.V.

Nadere informatie

Kort verslag. 7. Wabo-projectbesluit bouw zorgkliniek aan de Schipholweg (023) (2013/23263) Besluit: conform

Kort verslag. 7. Wabo-projectbesluit bouw zorgkliniek aan de Schipholweg (023) (2013/23263) Besluit: conform Kort verslag Datum: raadsvergadering 21 maart 2013 1. Vragenuur De vragen gesteld door de fractie D66 inzake provinciale herverdeling worden beantwoord door burgemeester Schneiders De vragen gesteld door

Nadere informatie

: Benoemen nieuwe leden rekenkamercommissie Baarn

: Benoemen nieuwe leden rekenkamercommissie Baarn Raadsvoorstel Openbaar Raadsvergadering d.d. : 26 augustus 2009 Voorstelnummer Onderwerp Portefeuillehouder Naam steller : 09RV000033 : Benoemen nieuwe leden rekenkamercommissie Baarn : N.v.t. : J.G.S.

Nadere informatie

Vooraf. Artikel 1 Vergaderingen en vergaderorde HUISHOUDELIJK REGLEMENT. Brede Sociaal Maatschappelijke Raad gemeente Doesburg

Vooraf. Artikel 1 Vergaderingen en vergaderorde HUISHOUDELIJK REGLEMENT. Brede Sociaal Maatschappelijke Raad gemeente Doesburg HUISHOUDELIJK REGLEMENT Brede Sociaal Maatschappelijke Raad gemeente Doesburg Vooraf De Brede Sociaal Maatschappelijke Raad (BSMR) van de gemeente Doesburg adviseert het College van Burgemeester en Wethouders

Nadere informatie

Besluitenlijst Provinciale Staten

Besluitenlijst Provinciale Staten Besluitenlijst Provinciale Staten Middelburg: 16 juli 2015 Nummer: 15009898 Besluitenlijst van de openbare vergadering van de provinciale staten van Zeeland, gehouden op 3 juli 2015 van 9.35 tot 17.39

Nadere informatie

Notulen van de openbare vergadering van de raad van de gemeente Velsen gehouden donderdag 27 maart 2013 om 19.30 uur in het stadhuis van Velsen.

Notulen van de openbare vergadering van de raad van de gemeente Velsen gehouden donderdag 27 maart 2013 om 19.30 uur in het stadhuis van Velsen. Notulen van de openbare vergadering van de raad van de gemeente Velsen gehouden donderdag 27 maart 2013 om 19.30 uur in het stadhuis van Velsen. Aanwezig de leden: A.V. Baerveldt, F. Bal, S. Bart, R.G.

Nadere informatie

RAADSVOORSTEL EN ONTWERPBESLUIT

RAADSVOORSTEL EN ONTWERPBESLUIT RAADSVOORSTEL EN ONTWERPBESLUIT Registratienummer raad 1190699 Datum: 1 april 2015 Behandeld door: G.C. Sweers-Hoogland/ A.B. Visser Afdeling / Team: Raadsgriffie / Onderwerp: 1. 2. Herbenoeming voorzitter

Nadere informatie

De Raad 26-02-2013 Aanvang: 19:00

De Raad 26-02-2013 Aanvang: 19:00 De Raad 26-02-2013 Tijd Raadzaal 1.02 Molendijkzaal 0.01 Vermeerzaal 1.03 B&W-kamer 1.25 19:00 Voortgezette bijeenkomst Wijziging Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Utrecht vrz: Barske pfh: Bolsius

Nadere informatie

1. Vaststelling agenda Op verzoek van de IPV-fractie wordt de motie Containerruil als agendapunt 13 aan de agenda toegevoegd.

1. Vaststelling agenda Op verzoek van de IPV-fractie wordt de motie Containerruil als agendapunt 13 aan de agenda toegevoegd. RAADSVERGADERING Besluitenlijst van de openbare vergadering van de raad van de gemeente Brummen op donderdag 28 januari 2010 om 20.00 uur in het gemeentehuis van Brummen AGENDA 0. Opening en mededelingen

Nadere informatie

Advies presidium Het presidium adviseert positief ten aanzien van dit voorstel en stelt voor dit als hamerstuk te beschouwen.

Advies presidium Het presidium adviseert positief ten aanzien van dit voorstel en stelt voor dit als hamerstuk te beschouwen. No. 691-1 Emmeloord, 14 januari 2013. Onderwerp Invulling werkgeverschap griffie Noordoostpolder Voorgenomen besluit 1. Het raadsbesluit d.d. 27 maart 2003, voor zover inhoudende de delegatie van de werkgeversbevoegdheden

Nadere informatie

de wethouders J.P. Tanis, J.A. Lavooi en A. de Waard

de wethouders J.P. Tanis, J.A. Lavooi en A. de Waard GEMEENTERAAD VAN SLIEDRECHT NOTULEN VAN DE OPENBARE VERGADERING GEHOUDEN OP DINSDAG 21 en WOENSDAG 22 FEBRUARI 2012 Voorzitter: mevrouw A.G.M. van de Vondervoort Griffier: de heer A. Overbeek Verslag:

Nadere informatie

Besluitenlijst van de openbare vergadering van de Raad van de gemeente Hoorn, gehouden op 9 december 2003 om 20.00 uur

Besluitenlijst van de openbare vergadering van de Raad van de gemeente Hoorn, gehouden op 9 december 2003 om 20.00 uur Besluitenlijst van de openbare vergadering van de Raad van de gemeente Hoorn, gehouden op 9 december 2003 om 20.00 uur Aanwezig 26 leden, te weten: de dames M.J.S. van Berkum-Schouten (CDA), L.J. van Diest

Nadere informatie