Jaarverslag Rekenkamercommissie Zoetermeer

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Jaarverslag Rekenkamercommissie Zoetermeer"

Transcriptie

1 Jaarverslag 2013 Rekenkamercommissie Zoetermeer

2 Voorwoord Met genoegen biedt de rekenkamercommissie Zoetermeer de raad hierbij het jaarverslag over 2013 aan. Hiermee voldoen we aan artikel 10, lid 12 van de Verordening op de rekenkamercommissie. Op 19 maart jl is een nieuwe raad gekozen. Het merendeel van de leden heeft voor het eerst deel zitting in de raad. Mede daarom hebben we extra aandacht besteed aan de behandeling van rapporten van de rekenkamercommissie door de (vorige) raad en de besluiten die de raad daaromtrent in 2013 heeft genomen. In dit verslag gaan we voorts in op de samenstelling en werkwijze van de rekenkamercommissie, de resultaten van het onderzoeksprogramma 2013 en het financiële beloop van het verslagjaar. Hoogachtend, De voorzitter van de rekenkamercommissie Zoetermeer, Mr. W.R.J. van den Hende Maart

3 Samenstelling en werkwijze rekenkamercommissie Zoetermeer De rekenkamercommissie Zoetermeer bestaat uit drie externe leden: de heren mr W.R.J. van den Hende (voorzitter), drs. J. van Leijenhorst en drs. S.H. Dijk. De rekenkamercommissie wordt ondersteund door een ambtelijk secretaris, mevrouw drs. E.J. Wallet-Boers. De ambtelijk secretaris maakt deel uit van de griffie. In 2013 vond regelmatig overleg plaats met de auditwerkgroep, de griffier en de gemeentesecretaris. Ook namen de leden van de rekenkamercommissie deel aan overleggen met de voorzitters van de rekenkamer(commissie)s in de regio Haaglanden en is overleg gevoerd met de rekenkamercommissie van de gemeente Pijnacker-Nootdorp. In het kader van de behandeling van haar rapporten participeerden leden van de commissie in vergaderingen van raadscommissies. Samenstelling en vergaderingen In 2008 heeft de raad besloten tot een rekenkamercommissie bestaande uit uitsluitend drie externe leden. In 2013 bestond de rekenkamercommissie uit de heren Van den Hende (voorzitter), Van Leijenhorst en Dijk. De raad heeft op 16 september 2013 de heren Van den Hende en Dijk herbenoemd voor een periode van 3 jaar. De rekenkamercommissie vergadert gemiddeld eens per drie weken, doorgaans op maandagmiddag. De rekenkamercommissie wordt ondersteund door een secretaris, mevrouw Wallet-Boers. Zij is gepositioneerd op de griffie. Inhoudelijk wordt de secretaris aangestuurd door de voorzitter van de rekenkamercommissie, functioneel wordt de secretaris aangestuurd door de griffier. Overleg met auditwerkgroep en ambtelijke organisatie De auditwerkgroep is aangewezen als klankbordgroep voor de rekenkamercommissie. Tenminste twee maal per jaar vindt overleg plaats, waarin in ieder geval wordt gesproken over het lopende en voorgenomen onderzoeksprogramma (mede in het licht van eventueel door het college beoogde 213a onderzoeken) en het jaarverslag van de rekenkamercommissie. Tussentijds vindt zonodig overleg, of één-op-één overleg tussen de voorzitter van de rekenkamercommissie en de voorzitter van de auditwerkgroep plaats. Afgesproken is dat de auditwerkgroep zich inspant voor de agendering van de onderzoeksrapporten van de rekenkamercommissie in de raad(scommissie). De rekenkamercommissie heeft in 2013 tweemaal overleg gehad met de gemeentesecretaris. Daarbij stond wederzijdse informatie-uitwisseling over lopend en voorgenomen onderzoek respectievelijk evaluatie centraal. De communicatie en informatievoorziening vanuit de ambtelijke organisatie naar de rekenkamercommissie verliepen in 2013 goed. Overleg met externen In 2013 heeft de rekenkamercommissie regelmatig overleg gevoerd met organisaties en personen buiten de gemeente Zoetermeer. Deelgenomen is aan bijeenkomsten van de voorzitters van de rekenkamer(commissies) in de regio Haaglanden. Er is overleg gevoerd met de rekenkamercommissie van de gemeente Pijnacker-Nootdorp, waarbij met name de bestuurlijke samenwerking van die gemeente met de gemeente Zoetermeer centraal stond. Afgesproken is te streven naar afstemming van werkzaamheden die uitvloeisel zijn van die samenwerking. 3

4 Aan de jaarvergadering van de Nederlandse Vereniging van Rekenkamers en Rekenkamercommissies (NVRR) nam een lid van de rekenkamercommissie deel. De secretaris woonde vergaderingen van de Kring van Secretarissen van de NVRR bij. Zelf onderzoek uitvoeren Artikel 10, lid 8 van de Verordening op de rekenkamercommissie biedt aan de leden van de rekenkamercommissie de mogelijkheid om (tegen een vergoeding) zelf onderzoek uit te voeren. In 2013 hebben de leden van de rekenkamercommissie geen gebruik gemaakt van deze mogelijkheid. Onderzoeksprogramma 2013 De rekenkamercommissie heeft op 18 december 2012 het jaarplan 2013 aan de raad aangeboden. In het jaarplan is aangegeven dat de rekenkamercommissie in 2013 onderzoek wil doen/ starten naar de volgende onderwerpen: 1. Facilitering sportverenigingen 2. Effecten en resultaten KIZ 3. Beheer en onderhoud openbare ruimte 4. Aansluiting van documenten op programma 1 van de begroting. Daarnaast zal het onderzoek Participatie begin 2013 worden afgerond. Het jaarplan is kort besproken tijdens een gecombineerde vergadering van de raadscommissies Samenleving en Stad op 18 februari Dit heeft niet geleid tot wijziging van het jaarplan. De rekenkamercommissie heeft in onderzoeken afgerond, waarvan 1 in de raad(scommissie) is behandeld. Ook is eind nieuw onderzoek gestart. In de raads(scommissies) zijn in 2013 ook de rapporten besproken van 4 onderzoeken, die in 2012 waren afgerond. Welzijnssubsidies Het Onderzoek doelmatigheid en doeltreffendheid welzijnssubsidies Zoetermeer is in 2012 uitgevoerd door Stade advies. De rekenkamercommissie heeft het rapport van bevindingen op 16 oktober 2012 aan de raad verstuurd In de begeleidende bestuurlijke nota trekt de rekenkamercommissie 2 conclusies en deed 6 aanbevelingen. De conclusies en aanbevelingen luiden : Conclusie 1 Doelmatigheid: Zoetermeer heeft het toezicht op de doelmatige besteding op orde. Conclusie 2 Doeltreffendheid: Zoetermeer heeft een redelijk omvattend en actueel beleidskader met betrekking tot Subsidieverlening. Aanbeveling 1: Scherp het subsidiebeleid aan in de productieve relatie opdrachtgever-opdrachtnemer en ontwikkel bijbehorend instrumentarium. Aanbeveling 2: Maak inzichtelijk hoe opdrachten aan maatschappelijke organisaties voortvloeien uit beleid en kunnen bijdragen aan het realiseren van de daarin geformuleerde doelstellingen. Aanbeveling 3: 4

5 Onderzoek de mogelijkheid om de bijdrage van maatschappelijke organisaties aan het realiseren van de beleidsdoelstellingen te toetsen. Aanbeveling 4: lntroduceer naast sturen en afrekenen op prestaties het resultaatbegrip in het sturings- en verantwoordingskader voor maatschappelijke organisaties. Aanbeveling 5: Zorg dat de gemeente Zoetermeer in haar subsidiebeleid verschillende rolopvattingen kan hanteren. Naast de rol van opdrachtgever is ook de rol van maatschappelijke partner in de context van complexe meervoudige vraagstukken op het sociale domein aan de orde. Aanbeveling6: Investeer in accounthouderschap in de ambtelijke organisatie. Het college heeft in zijn bestuurlijke reactie aangegeven de aanbevelingen over te nemen. De raadscommissie Samenleving heeft het rapport in haar vergadering van 28 januari 2013 besproken. De raad heeft op 25 maart 2013 met raadsbesluit DOC de aanbevelingen integraal overgenomen en het college opgedragen hieraan uitvoering te geven. Voorts heeft de raad een amendement aangenomen met de volgende strekking: bij het voorleggen van de uitkomsten van de 3 actiepunten expliciet inzichtelijk te maken hoe de uitkomsten van dit onderzoek zijn meegenomen. 1. een doorlichting van de subsidies voor welzijn en zorg (programma 2) na vaststelling van het Wmo-beleidsplan De resultaten hiervan worden voor het einde van 2012 verwacht; 2. het doorvoeren van aanpassingen in de Algemene subsidieverordening (ASV-201 1) en de beleidsregels; 3. het herinrichten van het subsidieproces als onderdeel van de organisatieverandering. Het accounthouderschap maakt hiervan deel uit. Risicoanalyse grondexploitaties De raad heeft op 2 april 2012 motie 9 aangenomen, waarin de rekenkamercommissie wordt verzocht een onderzoek in te stellen naar het instrument risicoanalyse in relatie tot grondexploitaties. De rekenkamercommissie heeft dit verzoek opgepakt. Het onderzoek is uitgevoerd door RIGO advies en research. De rekenkamercommissie heeft het onderzoeksrapport op 24 oktober 2012 aan de raad gestuurd. In de bestuurlijke nota trekt zij 3 conclusies en doet zij 4 aanbevelingen. De conclusies en aanbevelingen luiden: Conclusie 1: het risicobeleidssysteem wordt op een deugdelijke manier toegepast. Conclusie 2: De huidige projectenportefeuille is weinig risicovol. Conclusie 3: Er zijn voldoende handelingsalternatieven bij verslechtering. Aanbeveling 1: Maak duidelijk op welke wijze over grote afwijkingen gerapporteerd moet worden. Aanbeveling 2: Monitor de ontwikkeling van de grondexploitatieportefeuille goed en bepaal op basis daarvan of het blijven investeren in gronden en projecten nog zinvol is. Aanbeveling 3: Weeg per project af of de raad de projectdefinitie wenst te handhaven. Aanbeveling 4: Noem de gemiddelde boekwaarde per m2 van de niet in exploitatie genomen gronden in de balans. Het college heeft de aanbevelingen overgenomen, alleen geeft het naar aanleiding van aanbeveling 4 aan dat daar op andere wijze, naar het oordeel van het college afdoende, invulling aan wordt gegeven. De rapportage is 4 maart 2013 in een vergadering van de raadscommissie Stad besproken. De raadscommissie was ingenomen met het onderzoek. De raad heeft op 11 maart 2013 met Raadsbesluit DOC de aanbevelingen overgenomen en het college opgedragen hieraan uitvoering te geven. 5

6 Evaluatie rekenkamercommissie In de Verordening op de rekenkamercommissie is bepaald dat de rekenkamercommissie om de 4 jaar een evaluatie van de rekenkamercommissie en daarmee van de verordening initieert. Deze evaluatie is na ruggenspraak met de auditwerkgroep - in 2012 uitgevoerd in de vorm van een zelfevaluatie. De rekenkamercommissie heeft de evaluatie op 18 december 2012 naar de raad gestuurd. In de evaluatie zijn de volgende onderwerpen behandeld: - Afstemming. Medewerking en overleg - Jaarplannen en jaarverslagen - De onderzoeken en zijn effecten - Het budget van de rekenkamercommissie - Functioneren rekenkamercommissie - Toekomstgerichte bespiegeling Op 18 februari 2013 is de evaluatie in een gecombineerde vergadering van de raadscommissie Stad en de raadscommissie Samenleving besproken. De leden van de rekenkamercommissie hebben met veel genoegen kunnen vaststellen dat de raad in al zijn geledingen positief was over de verrichtingen van de commissie. Participatie Begin november 2012 is de rekenkamercommissie een onderzoek gestart naar participatie. Het betreft een ex-ante onderzoek, om de raad van handvatten te voorzien om de nieuw op te stellen participatienota te beoordelen en wellicht zelf helpen op te stellen. Het was de eerste keer dat de rekenkamercommissie een ex-ante onderzoek uitvoerde. De onderzoeksaankondiging met de onderzoeksvragen is op 14 november 2012 aan de raad gestuurd. Het onderzoek is uitgevoerd door PBLQ Zenc. Onderdeel van het onderzoek was een workshop met raadsleden op 13 februari De rekenkamercommissie heeft haar rapport, vergezeld van een pre-advies op 21 februari aan de raad gestuurd. Omdat er sprake is van een pre-advies ten behoeve van de totstandkoming/beoordeling van een nieuw gemeentelijk beleidskader is van het college geen bestuurlijke reactie gevraagd. Op 4 maart 2013 heeft de raadscommissie Samenleving het rapport besproken. De raadscommissie was blij met het onderzoek, maar geschrokken van de conclusies. Zij nam de aanbevelingen over en zal deze meenemen in het proces van totstandkoming van de kadernota. De wethouder gaf aan in het rapport een goede aanzet te zien voor de vormgeving van de kadernota. Op 25 maart 2013 nam de raad het volgende raadsbesluit naar aanleiding van het rapport van de rekenkamercommissie: DOC De overwegingen en aanbevelingen van de rekenkamercommissie over te nemen als uitgangspunten voor de kadernota burgerparticipatie. 1. Heb bij elk participatietraject vooraf aandacht voor: 2. Betrek de raad actief bij de kaders voor elk participatietraject 6

7 3. Sluit aan bij: Landelijke ontwikkelingen op het gebied van burgerparticipatie Initiatieven die als bij burgers en andere partners in de stad bestaan en faciliteer die initiatieven 4. Maak geen onderscheid in het domein waarbinnen een beleids- of besluitvormingtraject plaatsvindt 5. Geef projectleiders voldoende middelen, randvoorwaarden en ruimte om burgerparticipatie van de grond te krijgen 6. Informeer de raad regelmatig over de voortgang van elk participatietraject 7. Evalueer altijd en organiseer toegang tot de ervaringen (Prestatie- en effect)indicatoren programma Economie Reeds eerder heeft de rekenkamercommissie de raad onder meer op zijn verzoek geadviseerd over de aansluiting tussen beleidsdocumenten en documenten in de planning- en controlcyclus van de gemeente Zoetermeer. De hoofdvraag daarbij is: Is de aansluiting en consistentie zodanig dat de raad zijn kaderstellende en controlerende rol naar behoren kan uitoefenen. Eind 2011 is de rekenkamercommissie in eigen beheer gestart met een onderzoek naar de aansluiting van doelen en indicatoren in het Programma Economie. Zijn de beleidsdoelstellingen SMART (specifiek, meetbaar, aanwijsbaar, realistisch en tijdgebonden) geformuleerd, is duidelijk beschreven wat de nagestreefde maatschappelijke situatie aan het einde van de beleidsperiode is en welk maatschappelijk effect moet zijn opgetreden? En sluiten de effect- en prestatie-indicatoren goed aan op de gestelde doelen? De rekenkamercommissie kwam tot de conclusie dat nog de nodige stappen moeten worden gezet en deed de volgende aanbevelingen: 1. Zorg voor een goede aansluiting tussen beleidskaders en de rapportages in het kader van de Planning- en Controlcylus. 2. Zorg dat indicatoren alleen door een raadsbesluit kunnen worden aangepast. 3. Zorg dat alle in de P&C-documenten genoemde doelen en prestaties zijn voorzien van bijbehorende indicatoren. 4. Zorg voor een duidelijke afbakening van prestatie- en effectindicatoren. 5. Zorg voor voldoende informatie over het nieuwe beleid t.a.v. Sociaal Economische Agenda (SEA), Kenniseconomie en Innovatie Zoetermeer (KIZ) en het startersbeleid. De rekenkamercommissie heeft de uitkomsten van dit onderzoek op 19 maart 2013 verstuurd aan de raad. De rekenkamercommissie had het rapport naar de raad gestuurd zonder het college vooraf de kans te geven te reageren. Alhoewel het rapport voornamelijk beschrijvend van aard is, vond de rekenkamercommissie dit toch niet de juiste gang van zaken en heeft zij het college, op 27 maart 2013 alsnog de gelegenheid geboden op het rapport te reageren. Op 11 juni 2013 heeft het college gereageerd. Het college herkent zich in de door de rekenkamercommissie genoemde punten en spreekt de hoop uit handvatten aangereikt te krijgen door Deloitte (onderzoek beleidseffectmeting) om verbeteringen door te voeren. De rapportage is op 9 september 2013 besproken door de raadscommissie Stad. De raadscommissie is blij met de ondersteuning van de rekenkamercommissie met betrekking tot de indicatoren. De raad heeft de aanbevelingen op 16 september 2013 met Raadsbesluit nr DOC overgenomen. Ondersteuning verenigingssport Begin mei 2013 is de rekenkamercommissie gestart met onderzoek naar de ondersteuning 7

8 van verenigingssport. Het onderzoek is uitgevoerd door het Mulier instituut. Onderzoeken naar sportbeleid bij gemeenten kennen over het algemeen een andere insteek dan het onderzoek dat door de rekenkamercommissie is uitgevoerd. Onderzoeken naar sport gaan gewoonlijk over het sportbeleid. Het onderzoek van de rekenkamercommissie had tot doel de financiering helder in kaart te brengen. Gegevens waren vaak niet eenvoudig opvraagbaar. Zij moesten uit verschillende delen van de organisatie komen. Dit heeft het beeld bevestigd dat vanuit de begroting geen duidelijk inzicht kan worden verkregen van wat de gemeente op financieel gebied doet aan verenigingsondersteuning De mate waarin de gemeente ondersteunt door middel van accommodaties (en dus de hoogte van de subsidie ) verschilt behoorlijk. De rekenkamercommissie heeft de volgende conclusies getrokken: Conclusie 1: Uit de nota Sport en bewegen wordt niet duidelijk hoe de doelstelling om de sportdeelname te bevorderen moet worden bereikt. Conclusie 2: De doelstellingen die in 2016 moeten zijn bereikt staan helder omschreven Het vraaggerichte verenigings-ondersteuningsbeleid staat hiermee op gespannen voet. Conclusie 3: De doelstellingen en ingezette beleidsinstrumenten lijken geen directe relatie met elkaar te hebben. Conclusie 4: De keuzes waarom sommige accommodaties wel, maar andere niet door de gemeente worden aangelegd en de verschillen in dekkingspercentages worden niet (expliciet) afgeleid uit de doelstellingen van het Zoetermeerse sportbeleid. Conclusie 5: De teamsporten in de openlucht worden fors ondersteund door middel van indirecte subsidie, terwijl andere sporten veel minder of zelfs niet ondersteund worden door de gemeente. Conclusie 6: De kosten voor de niet commercieel geëxploiteerde sporten zijn voor de deelnemers enigszins vergelijkbaar door de wijze waarop de gemeente de verenigingsondersteuning vorm geeft. Daarnaast heeft zij op basis van haar bevindingen de volgende aanbevelingen gedaan: Aanbeveling 1: Geef aan welke acties ondernomen worden om de doelstellingen te bereiken en koppel de voortgang jaarlijks terug aan de raad Aanbeveling 2: Bied verenigingsondersteuning actief aan vanuit de geformuleerde doelstellingen en toets ontvangen aanvragen van verenigingen aan deze doelstellingen Aanbeveling 3: Beschrijf het accommodatiebeleid. Op 25 september 2013 heeft de rekenkamercommissie het college verzocht te reageren op haar onderzoeksbevindingen. De reactie van het college is op 14 oktober 2013 ontvangen. Het college kon zich grotendeels vinden in de conclusies en aanbevelingen van de rekenkamercommissie en zal de aanbevelingen meenemen bij het opstellen van de kadernota Vrije Tijd. Het onderzoek is op 15 oktober 2013 verstuurd aan de raad. De raad(scommissie) heeft het rapport niet meer in 2013 behandeld. Dit is gebeurd in de vergadering van de Commissie Samenleving van 13 januari Kenniseconomie en Innovatie Zoetermeer (KIZ) Sinds 2008 kent Zoetermeer het programma Kenniseconomie en Innovatie. De organisatie van het programma en de verschillende gremia die daarmee te maken hebben blijkt voor raadsleden onduidelijkheden te bevatten. De rekenkamercommissie heeft dit van meerdere fracties te horen gekregen, onder meer tijdens de fractiebezoeken in oktober De rekenkamercommissie wilde met het onderzoek helder krijgen hoe de verschillende gremia, en de personen daarbinnen, zich tot elkaar verhouden. Ook beoogde de rekenkamercommissie aan de raad te laten zien welke mogelijkheden de raad had om 8

9 invloed op het programma uit te oefenen. Het onderzoek is in juli 2013 gestart en is uitgevoerd door Partners+Pröpper. Op basis van de bevindingen zijn de volgende conclusies getrokken: Conclusie 1: De maatschappelijke opgaven en doelen voor het programma KIZ zijn in zeer algemene bewoordingen geformuleerd. Tevens ontbreekt een vertaling naar kwalitatieve en kwantitatieve indicatoren. Conclusie2: De clusteraanpak verloopt adequaat bij twee van de vier sectoren, namelijk bij ICT en Leisure. Rond de clusters Zorg en Belangenorganisaties blijven de resultaten achter bij de verwachtingen. Conclusie 3: De rolverdeling tussen de gemeente en Stichting KIZ is onvoldoende helder. Conclusie 4: De functiescheidingen zijn niet goed doorgevoerd binnen de organisatie. Conclusie 5: De precieze bijdrage van het programma aan maatschappelijke effecten is niet in beeld. Evaluatie van effecten vindt niet plaats. Conclusie 6: De gemeenteraad voelt zich door het college onvoldoende in stelling gebracht voor kaderstelling en controle. Daarnaast heeft de rekenkamercommissie de volgende aanbevelingen gedaan: Aanbeveling 1: Zorg voor evalueerbare doelen zodat de controlerende rol adequaat vervuld kan worden. Aanbeveling 2: Formuleer doelen zo dat de partijen zich herkennen in de doelstellingen en hier een evalueerbare bijdrage aan kunnen leveren. Aanbeveling 3: Breng meer helderheid in de rollen en relatie van de gemeente Zoetermeer met de Stichting KIZ en zorg voor functiescheiding binnen de betrokken organen. Aanbeveling 4: Vergroot de aandacht voor (tussentijdse) evaluatie en monitoring. Aanbeveling 5: Laat de programmaraad, ondanks de afname van financiële middelen, zijn adviserende rol behouden. Aanbeveling 6: Zorg voor een actievere informatievoorziening richting gemeenteraad. In de bestuurlijke reactie d.d. 13 december 2013 heeft het college de aanbevelingen 1, 2, 4 en 6 overgenomen. Dat geldt niet voor de aanbevelingen 3 en 5. Op 18 december 2013 heeft de rekenkamercommissie de uitkomsten van het onderzoek aan de raad verstuurd. De raad(scommissie) heeft het rapport niet meer in 2013 behandeld. Dit is gebeurd in de vergadering van de Commissie Stad van 3 maart Beheer en Onderhoud Openbare Ruimte De aanleiding van het onderzoek was de bezuiniging die de gemeente Zoetermeer heeft doorgevoerd op het beheer en onderhoud van de openbare ruimte. Op basis hiervan heeft de rekenkamercommissie de vraag geformuleerd wat het maatschappelijk effect is van deze bezuiniging. Vinden de inwoners van Zoetermeer het huidige niveau van onderhoud acceptabel? En zijn er naar aanleiding van de bezuinigingen bewonersinitiatieven opgestart? Het onderzoek is in oktober 2013 gestart en is uitgevoerd door Greeven procesregie en conflictbegeleiding. De onderzoeksresultaten zullen in de eerste helft van 2014 aan de raad verstuurd worden. 9

10 Beoogde onderzoeken De rekenkamercommissie heeft afgezien van het voor 2013 beoogde onderzoek Aansluiting van documenten op programma 1. De reden hiervoor is het onderzoek dat door Deloitte in opdracht van het college is uitgevoerd, waarin onder andere gekeken is naar indicatoren. De onderzoeksopdracht luidde: Onderzoek de verbetermogelijkheden voor de sturing door de raad en doe hierbij aanbevelingen om deze verbeteringen te implementeren. Een afgeleid doel hierbij is om een eenduidiger en beter beheersbare systematiek, met duidelijke normen en afspraken op elk niveau, te bewerkstelligen. Deloitte heeft aanbevelingen gedaan en aangeraden de voorgestelde verbeteringen door middel van een gefaseerde aanpak door te voeren. Het college heeft aangegeven bij de programmabegroting al quick wins door te voeren en de volledige systematiek in te voeren bij het nieuwe collegeprogramma en de daarop volgende programmabegroting De rekenkamercommissie heeft er dan ook voor gekozen om eerst af te wachten hoe het college de aanbevelingen van Deloitte implementeert en daarna te beoordelen of een onderzoek naar de aansluiting van documenten op de programmabegroting nog nodig is. Financiën In artikel 11 van de Verordening op de rekenkamer is voorzien dat de rekenkamercommissie bevoegd is binnen een aan haar bij de begroting beschikbaar gesteld budget uitgaven te doen ten behoeve van de uitvoering van haar taken. Ten laste van dat budget komen de kosten van externe deskundigen, die de commissie heeft ingeschakeld, de vergoedingen aan de leden van de commissie( presentiegelden en in voorkomend geval vergoeding voor in eigen beheer uitgevoerd onderzoek) en eventuele overige uitgaven die de commissie nodig acht voor de uitvoering van haar taak. In 2013 bedroeg het budget euro. De totale uitgaven op grond van artikel 11 beliepen ,19 euro, waarvan ,75 euro voor uitbesteed onderzoek en ,58 voor presentiegelden ( zie onderstaande tabel). De commissie heeft in 2013 geen eigen onderzoek gedaan. Post rekenkamercommissie 2013 Budget rkc 2013 cfm art. 11 Verordening (in euro s) Uitbesteed onderzoek Eigen onderzoek cfm art. 6 lid 3 Presentiegelden Reiskosten Lidmaatschap NVRR Diverse kosten (o.a. representatie) TOTAAL Uitgaven 2013 (in euro s) Totaal (in euro s) ,75 0, , ,86 825,00 195, , , ,81 In artikel 7 van de verordening is bepaald dat de commissie in haar werkzaamheden wordt bijgestaan door een ambtelijk secretaris, die door de griffier beschikbaar wordt gesteld. De kosten voor de ambtelijk secretaris komen ten laste van het budget van de griffie. Deze beliepen in ,48 euro. 1 0