JAARGANG 13 NUMMER 41 VOORJAAR 2019

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "JAARGANG 13 NUMMER 41 VOORJAAR 2019"

Transcriptie

1 JAARGANG 13 NUMMER 41 VOORJAAR 2019

2 NUMMER 41 VOORJAAR 2019 DURF TE DROMEN Een van de vragen die je vast wel eens gesteld wordt in een functionering gesprek is welke ambities je hebt. Deze vraag kreeg ik ook van Marjo Fokkema toen ik op De Ark kwam werken. Ik was net verhuisd naar Haarlem. Naast het met veel plezier lesgeven op mijn nieuwe werkplek en een gezond en gelukkig leven leiden, had ik eigenlijk niet veel meer te wensen. Totdat zij aan mij vroeg of het mij niet leuk leek om een nieuwe school te beginnen in hun oude schoolgebouw aan de Velserstraat. Ik kwam van een school voor Ontwikkelinggericht Onderwijs (OGO) in Amsterdam. In mijn zoektocht naar een nieuwe baan in Haarlem was ik het concept niet tegengekomen. Zou ik het zelf dan gaan proberen? VOORWOORD 2 DOOR HET OOG VAN EEN OUDER 3 WIST JE DAT... 4 ANS WEET RAAD: OPLOSSINGEN 5 VOOR HET LERARENTEKORT COLUMN ICT: DURF TE DROMEN! 6 In een leeg schoolgebouw zijn we met twee kinderen begonnen. Nu zes jaar later varen we op volle kracht vooruit. Inmiddels telt de school acht groepen met 185 leerlingen. We zijn samen op weg om het Ontwikkelingsgericht Onderwijs in onze school vorm te geven. Samen is met kinderen, leerkrachten en ouders. Zij vertellen in de interviews over hun ervaringen bij het opzetten van de school en over de invoering van het 'Zin in Lezen'-traject en De Vreedzame school. Het is een mooi avontuur waar we echt trots op zijn. De titel van dit nummer verwijst naar een wens die ik zelf had bij het opzetten van De Werkschuit. Wat zou ik graag nog eens samenwerken met Bea Pompert. Zij inspireerde mij in 1997 voor het eerst op een studiedag en vanaf dat moment zit OGO in mijn hart. Bijna twintig jaar later hebben we met haar een eerste studiedag op De Werkschuit. We zijn gestart met 'Zin in Lezen' waarmee we kinderen willen laten wegdromen in prachtige boeken en maken zelf kennis met allerlei nieuwe werkvormen zoals expert lezen en snuffel lezen. Als kind wilde ik graag kinderboekenschrijfster worden. Eigenlijk wel zoals J. K Rowling schrijft. Wie weet, als ik later groot ben. Onze dochter droomt nog graag weg in de Harry Potter boeken. We vulden laatst samen haar middelbare school top 5 in en ze zegt: Mam, weet je wat ik eigenlijk echt op 1 zou willen zetten? Zweinstein. De sorteerhoed loot haar gelukkig in op een echte nummer 1. Groot worden in een veilige wereld, waar je mag zijn wie je bent. Dat is wat we willen. Die veilige wereld blijkt niet zo vanzelfsprekend meer te zijn. We werken op De Werkschuit met De Vreedzame school. We leren de kinderen oor, oog en hart te hebben voor elkaar, conflicten uit te praten en respect te hebben voor elkaar. Ik droom ervan dat een van onze Werkschuit kinderen een vreedzaam wereldleider kan worden. Grote mensen zouden nog veel van kinderen kunnen leren. Niet alleen ik, ook andere directeuren en bestuursleden maken mooie dromen waar in hun school of in hun vakgebied. We willen jullie in dit nummer inspireren. Onderwijs is een vak om trots op te zijn. We hebben elkaar in de toekomst hard nodig om het onderwijs werkbaar te houden en met passie te blijven doen. Ik wens jullie veel leesplezier toe met deze Impuls en hoop dat je na het lezen van dit nummer mooie dromen durft te dromen en misschien ook wel waar gaat maken. Susan Seijmonsbergen Gastredacteur BOEKENBUIT 7 LEKKER ETEN TEGEN OVERGEWICHT 8 RECEPTEN 10 LEERLINGEN VAN HET EERSTE UUR 11 DE MOOISTE FOUT VAN DE DAG 12 SNEL KUNNEN SCHAKELEN 14 WAT BORRELT IN JE HOOFD? 16 ZIJ HEBBEN ZIN IN LEZEN! 18 EEN VEILIG GEVOEL OP 20 DE VREEDZAME SCHOOL NOOIT DE OORTJES LATEN HANGEN 22 JE OEFENT VOOR DE ECHTE WERELD 24 GEDICHT: OOH HAD IK MAAR 27 EEN BOOTJE COLOFON 27 SALOMO-WIJZER 28 2

3 DOOR HET OOG VAN EEN OUDER EEN DORPSSCHOOL IN EEN STAD Edo Balsinks oudste dochter Lieke en Elvira Dentenaars Matthijs zijn nu leerlingen van groep 6. Eind 2012 hoorden zij bij de allereerste zeven kinderen van De Werkschuit. Volgens de ouders zag de school er toen misschien kil en donker uit, maar als je de klas binnenkwam, was het of je een warme jas aankreeg. Beiden hebben nu twee kinderen op De Werkschuit. Tekst: Minke van Putten Foto s: Susan Seijmonsbergen en Minke van Putten H et lokaal van hun groep 1 was warm en gezellig, alle andere lokalen lagen er nog kil en ongebruikt bij. Wij hadden gezocht naar kleinschaligheid en die kregen we, lacht Balsink nu. Maar de sfeer was gelijk goed en we hadden direct een klik met de leerkrachten. Anno 2019 telt de Werkschuit zo n 185 leerlingen. Maar volgens Edo Balsink staat het nog steeds vast: Het is hier een dorpsschool in een stad. Dit dorpsgevoel is volgens hem de oorzaak van de sterke binding tussen ouders en school. Maar het is de vraag of Balsink en Denteneer er niet zelf een belangrijke bijdrage aan leveren. Deze ouders van het eerste uur hebben, als voorzitter en penningmeester van de ouderraad, vanaf dat eerste uur zorg gedragen voor een indrukwekkende hoeveelheid boeiende en leuke activiteiten. We hadden gezocht naar kleinschaligheid. Wat meer diversiteit zou hier welkom zijn, maar het is niet anders. Activiteiten die kennelijk bij andere ouders in de smaak vallen. Balsink vertelt bijvoorbeeld over de jaarlijkse startbijeenkomst van de OR, waarop de jaarcijfers worden gepresenteerd en ouders kunnen intekenen op hulp bij activiteiten. Geen spectaculair onderwerp, maar alleen al op zo n vergadering kan de ouderraad rekenen op een opkomst van minstens tachtig procent. En aan hulp is nooit gebrek. Steenmassa Groot enthousiasme was ook te zien bij de opknapbeurt van het schoolplein in 2017, dat er aanvankelijk (volgens Balsink) uitzag als een Oost-Duitse steenmassa. Een veiling zorgde onder meer voor het benodigde geld. En dat gebeurde: ouders boden een enorme hoeveelheid spullen en diensten aan: van marketingmateriaal van het Rijksmuseum, tennis- en surfclinics tot en met hotelovernachtingen. Aan dat veilingaanbod van ouders zie je het al een beetje: ouders van De Werkschuit horen bij het hoger opgeleide segment. Kan dat de betrokkenheid niet ook verklaren? De Kleverparkbuurt is een beetje een yuppenbuurt, geeft Balsink toe. En Denteneer vult aan: Wat meer diversiteit zou hier welkom zijn, maar het is niet anders. Elvira Dentenaars Edo Balsink 3

4 DOOR HET OOG VAN EEN OUDER Er is een grote betrokkenheid, ook bij deze klus. Toch lijkt het er vooral op dat de grote betrokkenheid komt doordat ouders en school elkaar als echte partners zien. De ouderraad stemt zijn thema s van de jaarlijkse feesten welbewust af op de onderwijsthema s bijvoorbeeld. Anderzijds toont het schoolpersoneel zich weer sterk betrokken bij de activiteiten van de ouders. Ze zijn het helemaal niet verplicht, maar de meeste leerkrachten komen verkleed en wel - naar onze feesten toe, vertelt Balsink. Gaat dan àltijd alles perfect op De Werkschuit? Natuurlijk niet, antwoordt Denteneer. Ook hier bestaan ontwikkelpunten net als overal. Maar de kleinschaligheid voorkomt dat kinderen opgaan in de massa en er kan snel geschakeld worden met de leerkrachten: Het fijne is hier bovendien dat de sfeer open is. Dus kun je je zorgen altijd bespreekbaar maken. Dat heeft zijn weerslag op de kinderen. Ze ervaren dat het okay is om fouten te maken. Het fijne is hier bovendien dat de sfeer open is. Dus kun je je zorgen altijd bespreekbaar maken. Dat heeft zijn weerslag op de kinderen. Ze ervaren dat het okay is om fouten te maken. WIST JE DAT... het bestuurskantoor van Salomo inmiddels versterkt is met Yvonne Mols, Hoofd Administratie? Marian Schreppers eind dit schooljaar afscheid gaat nemen van Salomo en van de International School? wij dus op zoek zijn naar een nieuwe Head of School voor de ISH? we daarnaast ook nog op zoek zijn naar een vierde ICT-cluster-coördinator? er in het kader van de fusie inmiddels een ouderraadpleging heeft plaatsgevonden onder de ouders van de MR-en van alle scholen? de besturen van Salomo en Sint Bavo inmiddels een voorgenomen besluit tot fusie hebben genomen? beide GMR en instemmingsrecht hierop hebben? ook de Raden van Toezicht goedkeuring moeten geven? binnenkort de definitieve beslissing zal worden genomen? voor de derde keer een plaatsingsronde is uitgevoerd in het kader van het plaatsingsbeleid Haarlem? het ging om de plaatsing van kinderen die in de periode 1 augustus 30 november 2019 vier jaar worden? 585 kinderen werden geplaatst, waarvan 93% op de school van eerste voorkeur? uit de resultaten blijkt dat de druk op het Kleverpark veel kinderen, schaarse plekken- groot is? we heel trots zijn op het resultaat van de tevredenheidspeilingen? 4

5 ANS WEET RAAD OPLOSSINGEN VOOR HET LERARENTEKORT Mees Kees inzetten, hoe tof zouden de kinderen dat vinden! Maar daarover kunnen we helaas slechts dromen. Met man en macht wordt er gewerkt door het team van de A-poolers en Ans Themmen is daarnaast voortdurend op zoek naar andere mogelijkheden, zoals de Ad PEP. Tekst: Ans Themmen Een van de bekendste vervangers in het onderwijs is, denk ik wel, Mees Kees, de onbevangen stagiair die door zijn moeder naar school gebracht wordt. Het voorlezen van het eerste Mees Kees-boek kostte mij ongelooflijk veel moeite. De tranen van het lachen liepen voortdurend over mijn wangen, omdat de capriolen van Mees Kees zo hilarisch absurd, maar ook zo heel herkenbaar waren. De A-poolers van Salomo (het huidige team bestaat uit twintig leerkrachten) zullen een aantal situaties waarin Mees Kees verzeild raakt beslist herkennen. Want zij komen ook, soms zelfs dagelijks, in een onbekende groep op een onbekende school. En net als Mees Kees moeten zij regelmatig allerlei creatieve oplossingen bedenken om er een geslaagde dag van te maken. Gedurende het schooljaar zijn er tot nu toe 427 aanvragen ingevoerd in de Vervangingsmanager. In 90% van de gevallen was er een vervanger beschikbaar, in 44 gevallen helaas niet. Dit is op zich een mooi resultaat. Maar kijkend naar de toekomst moeten we toch rekening houden met toenemende tekorten. Het invullen van vervangingsaanvragen wordt een steeds complexere puzzel. Wanneer er geen vervanger beschikbaar is, zijn de duo-leerkrachten vaak de reddende engel. Maar ook stagiairs, onderwijsassistenten en leraarondersteuners De tranen van het lachen liepen voortdurend over mijn wangen, omdat de capriolen van Mees Kees zo hilarisch absurd, maar ook zo heel herkenbaar waren. dragen bij aan het opvangen van groepen bij afwezigheid van de leerkracht. En ondanks dat mevrouw Dreus kennelijk niet in de problemen kwam door Mees Kees langdurig als vervanger in te zetten, is de realiteit voor de directeuren van Salomo anders. Gelukkig zijn er echter steeds meer mogelijkheden om studenten wel betaald zelfstandig voor de groep te kunnen inzetten. Zo kunnen studenten van de verkorte deeltijdopleiding een geschiktheidsverklaring behalen. Een student moet dertig EC (studiepunten) behalen om hiervoor in aanmerking te komen. Dit is praktisch haalbaar in een half jaar waarmee de student dus na een half jaar studie in dienst zou kunnen treden bij ons schoolbestuur. Daarnaast start mogelijk in september 2019 de Ad PEP-opleiding bij InHolland Haarlem. Ad PEP staat voor Associate degree Pedagogisch Educatief Professional. De opleiding is in afwachting van goedkeuring door DUO en is bedoeld voor onderwijsassistenten die graag zelfstandig voor de groep willen, maar om uiteenlopende redenen niet de pabo willen/kunnen gaan doen. De Ad-PEP kan zelfstandig voor de groep, maar deelt de eindverantwoordelijkheid met een leerkracht. Door van deze mogelijkheden gebruik te maken kan er bij Salomo toegewerkt worden naar een gezonde kweekvijver van nieuwe collega s. De combinatie van een goed functionerende A-pool van vervangers en een kweekvijver van toekomstige collega s gaat ervoor zorgen dat wij beter op de toekomst zijn voorbereid, zodat de tijd met de leerlingen besteed kan worden aan kwalitatief goed onderwijs. Of dan, zoals Mees Kees beweert, Spiderman kijken in het kader van natuureducatie geoorloofd is,... is wellicht een interessant onderwerp voor een andere column. de leerkrachten van de ouders het cijfer 8,5 hebben gekregen, d.w.z. fors boven het landelijk gemiddelde? een groot aantal Salomoscholen op 15 maart jl. gestaakt heeft om de actie investeren in het onderwijs kracht bij te zetten? de in dat kader ingehouden stakingsgelden later weer beschikbaar gesteld worden aan de scholen? we er veel, zo niet alles aan doen om het lerarentekort te lijf te gaan? zestien leerkrachten van elf verschillende scholen veertien kandidaten voor de zij-instroming bij Salomo hebben begeleid gedurende een tweedaagse stage? in april en mei weer de bestuurlijk toezichtgesprekken met directeuren en ib-ers worden gehouden? de inspectie dit jaar vier scholen bezoekt en dit een themaonderzoek is, te weten passend onderwijs? de high dosage tutoring in 2019 op twee Salomoscholen gegeven wordt, namelijk op De Wadden Boerhaave en De Wadden Molenwijk? er op woensdagmiddag 17 april een miniconferentie is (geweest) over kansengelijkheid in de regio? we nog steeds op zoek zijn naar mensen die deel zouden willen uitmaken van het Salomo-orkest? Dus, speel je een instrument en lijkt het je wat, meld je dan aan! we jullie allemaal een ontspannen en fijne meivakantie toewensen? Samengesteld door Els Kinneging 5

6 COLUMN ICT NUMMER 41 VOORJAAR 2019 DURF TE DROMEN! Waar dromen ICT-ers van? Van de nieuwste gadgets, nog sneller internet en ongelimiteerde opslag in de cloud? We vroegen het onze ICT-ers Tekst en foto: Mariëlle Stolp Joost: Als wereldreiziger is het leuk om je leerlingen te vertellen over (verre) buitenlandse avonturen. Alleen zal niet ieder kind zich een voorstelling kunnen maken van hoe buitenland eruit ziet. Het ene kind is happy op Hawaï, terwijl het andere gelukkig is op camping Bakkum. Daarnaast is het je verplaatsen in een andere wereld schier onbegonnen werk! Gelukkig biedt ICT een hulpmiddel: de VR-bril. Met deze brillen haal je de hele wereld in je klas en het geeft je de mogelijkheid om samen met je leerlingen door piramiden te lopen of op excursie te gaan door Hiroshima. Maar hoe fantastisch zou het zijn als leerlingen zelf tijdens een werkstuk, spreekbeurt of Vier Keer Wijzerproject hun medeleerlingen en jou mee kunnen nemen op avontuur! Als leerkracht kom je zo nog eens ergens! Jeroen: Soms moeten er dingen gewoon, ook als je iets niet leuk vindt. Een lastig vraagstuk doorgronden, begrijpen hoe een som opgelost moet worden. Hoe fijn is het dan als je jezelf overwonnen hebt? Dat leren ook leuk kan zijn zodat je weer nieuwe dingen wil gaan leren? Goede educatieve programma s waarbij leerstof in eigen tempo digitaal kan worden verwerkt geven leerlingen, én leerkrachten, de kans dit soort successen te laten ervaren. En real time overzichten kunnen ruimte bieden aan meer persoonlijke aandacht. Een pleidooi voor alleen maar digitaal werken? Zeker niet! Maar zeker is wel dat we ons hele knop aan hun klasgenoten en aan jou op het bord kunnen laten zien waar zij mee bezig zijn! Natuurlijk leveren jouw leerlingen hun werkstuk digitaal in via Google Classroom en nakijken en registreren is een fluitje van een cent. Kleurplaleven moeten blijven leren, omdat de wereld nou eenmaal verandert. Dit geldt ook voor de manieren waarop leerlingen leren. Liesbeth: Werkdrukverlaging is een thema dat nogal eens voorbij komt in de pers. En wat zou het fijn zijn als ICT voor jou gaat werken om te komen tot werkdrukverlaging! Dus als alle leerlingen in jouw klas de beschikking hebben over een eigen device waarmee ze met een druk op de Dat wij leerlingen leren hoe informatie op internet tot stand komt, hoe een informatiebubbel werkt, wat clickbait is en hoe social media worden ingezet voor propaganda. ten komen tot leven met Quiver, het oefenen van letters met Kiene Klanken is nooit meer hetzelfde... Het klinkt zo ver weg, maar het is dichterbij dan ooit! Mariëlle: Internet en social media hebben het mogelijk gemaakt om snel en goedkoop kennis en ideeën uit te wisselen met mensen over de hele wereld. Maar er is een keerzijde: juist omdat het zo laagdrempelig is, kan iedereen alles de wereld in slingeren. Waar het vroeger bij de tamelijk onschuldige broodjes aap (hoaxes) bleef, wordt 'fake news' inmiddels structureel ingezet om desinformatie te verspreiden en zo de publieke opinie te beïnvloeden. En door verbeterde technieken wordt het steeds moeilijker om echt van nep te onderscheiden. Ik droom er daarom van dat mediawijsheid en informatievaardigheden een centrale plek krijgen in het curriculum. Dat wij leerlingen leren hoe informatie op internet tot stand komt, hoe een informatiebubbel werkt, wat clickbait is en hoe social media worden ingezet voor propaganda. Want wie dat begrijpt, is beter in staat zich een eigen, op feiten gebaseerde mening te vormen en slim en zelfverzekerd zijn weg te vinden op het net. Wie is deze cluster ICT-coordinator? Conclusie: ICT-ers dromen van aantrekkelijk, uitdagend en stimulerend onderwijs. Van lessen ondersteund door ICT èn van meer aandacht voor ICT-vaardigheden in het curriculum. Van leerkrachten die ICT voor zich laten werken en meer tijd over houden voor waar het echt om gaat: leerlingen voorbereiden op hun volgende stap! 6

7 BOEKENBUIT In de Impuls boekenrubriek vind je elk nummer boekentips die bij het thema passen. Ook vertelt een collega alles over zijn of haar favoriete voorleesboek. Doe inspiratie op voor thuis en in de klas met onze suggesties voor Durf te dromen. Tekst: Dientje Goebert-Sanders MAX EN DE MAXIMONSTERS Deze klassieker Max en de Maximonsters van Maurice Sendak uit 1963 (!) mag niet in de bibliotheek op school ontbreken. Op de avond dat Max naar bed wordt gestuurd zonder eten, groeit er een bos in zijn kamer. Hij vaart over de zee naar het eiland van de Maximonsters en temt ze door ze in hun gele ogen te kijken. Dit bijzondere verhaal over emoties en dromen plus de mooie illustraties met pen, inkt en waterverf zijn een bron voor veel creatieve lessen. WAT HEB JIJ GEDROOMD VANNACHT? Als je s ochtends wakker wordt, denk je vast wel eens: wat heb ik raar gedroomd vannacht. Het boek Wat heb jij gedroomd vannacht? De kracht van denken in je slaap van Nicoline Douwes Isema en Cathelijne Esser kan veel ophelderen. In dit fraai vormgegeven boek lees je over verschillende soorten dromen en hoe waardevol slaapdenken kan zijn in het dagelijks leven. Het boek is niet meer te koop in de boekhandels, maar nog wel via de website wathebjijgedroomdvannacht.nl of tweedehands bij bol.com. Scriptum Books mei 2011 * 19,95 DROOMKONIJN Soms droom je over verlangens. Een verre reis of een wandeling in de ruimte. Uil droomt over een wit konijn dat hij heel graag wil hebben. Maar het konijn denkt hier heel anders over, tot hij tijdens een onweersbui de warme, beschermende vleugels van uil ontdekt. Droomkonijn van Daan Remmerts de Vries is een vertederend prentenboek met mooie dialogen tussen de dieren. Perfect voor een verteltafel in de klas of een kringactiviteit! Lemniscaat januari 1973 * 14,95 Querido februari 2008 * 15,95 WIN DIT FAVORIETE VOORLEESBOEK! Stuur een mail naar en wie weet lees jij hier straks zelf uit voor. Sietske Kroon, intern begeleider en leerkracht op De Werkschuit, heeft vier kinderen: Levi (12), Noah (10), Sem (6) en Sara Lot (1). De Madelief-verhalen van Guus Kuijer zijn haar persoonlijke favoriet, maar de woordgrapjes uit de Vos en Haas-serie van Sylvia Vanden Heede en Thé Tjong-Khing doen het beter bij de kinderen. van het verhaal. Tijdens het voorlezen van Lampje vond ik het echt jammer als ik dan een stukje moest missen. Wat ik fantastisch vind aan de Vos en Haasverhalen is de humor die erin zit. Sem zit in groep 3 en kan de grote woorden meelezen. De woordgrapjes begrijpt hij niet allemaal, maar het is heerlijk als we samen ergens om kunnen lachen. Thuis wisselen mijn Dennis en ik het voorlezen wel af, maar met vier kinderen lees je allebei bijna elke avond voor. Dikkie Dik is bij Sara Lot favoriet en gelukkig vinden haar oudere broers het ook leuk om voor te lezen. Ik lees het liefst uit één boek voor zodat ik niets mis Het is jammer dat ik zelf een lievelingsboek heb waar de jongens niets aan vinden. Ik heb de Madelief-bundel nu op school staan. Af en toe pak ik het boek erbij in groep 3, maar eigenlijk zijn ze net te jong. Wie weet als ik een keer groep 4 of 5 krijg, dan kan ik het helemaal voorlezen. 7

8 NUMMER 41 VOORJAAR 2019 LEKKER ETEN TEGEN OVERGEWICHT KinderResto kookt wekelijks samen met Wadden-leerlingen uit groep 6, 7 en 8 een gezonde lunch voor de hele school. Want wil je kinderen leren over gezonde voeding, dan moet je met ze gaan koken. Wat ergens in Nederland klein begon, breidt zich nu uit over meerdere steden! Tekst en foto s: Annelies Siezenga Sinds 2012 is de Wadden-Molenwijk een Gezonde School met vignetten voor voeding en bewegen. Via het netwerk kwam de school het afgelopen jaar in beeld bij een Haarlems overleg waarbij Nienke Chantrel van de GGD aanwezig was. Zij had de directie van school inmiddels gesproken over de wens om concreet met voeding in school aan de slag te gaan en wist hen voor te dragen als eerste Haarlemse school, die in aanmerking kwam voor het op te starten Haarlemse Kinderresto. Niet voor niets houdt De Wadden zich bezig met gezondheid en leefstijl. De Schalkwijkse jeugd is veelal koploper in lijstjes van de GGD over overgewicht en een ongezonde leefstijl. Het besef dat kinderen die ongezond leven een grotere kans hebben op chronische ziekten, vaker kampen met een negatief zelfbeeld en aantoonbaar minder goed presteren op school was voor De Wadden een stimulans om aandacht voor gezondheid structureel op te nemen in het lesprogramma. Samen koken met een echte chef-kok voedsel, waar het vandaan komt en wat je ermee kunt doen, ontwikkelen vaker een gezond voedingspatroon. Door kennis te combineren met het ontwikkelen van vaardigheden zoals koken, proeven en samen eten wordt de impact van dit onderwijs vergroot. kinderen van de school. Vers en voedzaam. Het koken wordt vooraf gegaan door een korte pitch van wat er die dag wordt gedaan en wat daar gezond aan is. Deze informatie delen de leerlingen met de andere kinderen van de school op het moment dat zij de lunch Elke ouder geeft zijn kind te eten met de beste bedoelingen. Uit divers onderzoek blijkt dat voedselonderwijs op de basisschool helpt bij de ontwikkeling van een gezond en duurzaam voedingspatroon. Kinderen die meer weten over hun Het lunchprogramma van KinderResto combineert deze facetten. Een groep leerlingen kookt een jaar lang wekelijks, samen met een echte chef-kok, een warme lunch voor alle in de klassen uitserveren. Met als resultaat dat alle leerlingen van de school een gezonde lunch eten en verschillende ingrediënten leren kennen. Via informatiebijeenkomsten en vrijdagkranten zijn ouders meegenomen in het plan. Elke ouder geeft zijn kind te eten met de beste bedoelingen. Wij willen hen niet belerend tegemoet treden maar meenemen in het belang van groente en gezonde voeding, zegt directeur Annelies. Liefde gaat door de maag, gaat voor veel van de Waddenouders op. Er gaat geen bijeenkomst voorbij zonder baksels en koek. Dat is onderdeel van veel culturen en tegelijk de uitdaging waar wij als school voor staan. Zonder afbreuk te doen aan tradities willen wij tóch bewustwording creëren. Zo! Dat is toch eigenlijk heel lekker! 8

9 Kinderen leren niet vanzelf groente eten, maar door mee te helpen aan de maaltijd krijg je meer besef van wat je eet. Kok Jeroen Philipsen leert de hulpkoks meten, wegen en hoeveelheden uitrekenen, ze helpen snijden, stampen, roeren en doseren, én ze leren hoe de verschillende groentes heten en hoe ze smaken. De kok zorgt wekelijks voor de voorbereidingen, het recept, de levering van ingrediënten en in school staat een inventaris van pannen, kookplaten, messen en snijplanken. In alle klassen staat een krat met kommetjes, lepels, een afwasteiltje en theedoek. Om 9:30 uur begint kok Jeroen aan het voorwerk zodat een uur later de vijf leerlingen van die dag hun schort aan kunnen trekken en meteen in het strakke schema van De Keuken stappen. In een energieke vijf kwartier wordt er geluisterd, gelachen én hard gewerkt, want de klok tikt door. Als de maaltijden klaar zijn, worden alle groepen voorzien van een grote gevulde pan. De hulpkoks informeren de klas over de maaltijd, welke ingrediënten erin zitten en presenteren hun gerecht. In de klas zitten de leerlingen klaar, zij wachten tot ieder een schaaltje heeft en proeven in ieder geval een hap; dat is de minimum 'voorwaarde'. In de praktijk eten kinderen hun schaaltje vaak leeg en scheppen meermaals bij omdat het gewoon lekker is. 'Zien eten, doet eten', dus ook de 'ik-lust-geen-groente-kinderen' doen moedig mee! Het ruikt in school naar nasi, tomatensoep, couscous, pasta met pesto etc. Wekelijks een ander gerecht waarvan het recept na afloop met de ouders gedeeld wordt. Chef-kok Jeroen Philipsen leert ze àlles. Waar mogelijk worden er schoolprojecten gecombineerd met de aanwezigheid van de kok. Zo sloot de onderbouw het winterthema Brr, wat koud af met zelf gekookte erwtensoep, waarbij de ouders uitgenodigd werden om mee te komen eten. Zo kennen alle leerlingen en veel ouders de kok inmiddels en bemerken zij het plezier van het kookproject. Er wordt rekening gehouden met allergieën door alternatief te koken voor de betreffende leerlingen. Ouders geven leuke opmerkingen terug die zij thuis horen of wat zij zelf bij hun kinderen merken. De school is enorm blij met dit aanbod en het relatieve gemak waarmee het koken in de praktijk gaat: de teamkamer wordt wekelijks gebruikt voor het koken: er worden losse kookplaten op het aanrecht gezet, aan de teamtafels staan de kinderen te snijden, na afloop ruimt de kok de ruimte op. Wat de school betreft is dit een project dat langer dan één seizoen mag doorlopen! Wie droomt daar nou niet over? Eén hap proeven is de minimum voorwaarde. 9

10 NUMMER 41 VOORJAAR 2019 GEMAAKT MET DE WADDENLEERLINGEN TABOULEH VARIATIE MET COUSCOUS Ingrediënten (voor 4 personen): 200 gram couscous 20 ml olijfolie 200 milliliter water half blokje groentebouillon bakje kerstomaten paar stengels bleekselderij halve komkommer 1 paprika paar takjes verse platte peterselie grote tak verse munt olijfolie (voor dressing) citroen(sap) (voor dressing) 200 gram feta of witte kaas blokjes kruiden naar smaak: peper, zout, kaneelpoeder, komijnpoeder, paprikapoeder, korianderzaad Geroosterde kikkererwten: 200 gr kikkererwten uit blik 1 el olijfolie totaal 1 eetlepel kruiden: zoals: paprikapoeder, komijnpoeder, korianderpoeder, cayenne peper, ½ theelepel zout Bereiding: Verwarm de oven op 200 graden. Laat het blikje kikkererwten goed uitlekken en dep droog met wat keukenpapier. Verdeel de kikkererwten over een bakplaat met bakpapier en voeg de olie toe. Voeg kruiden naar smaak (zie hierboven) toe, je kunt het zo kruidig maken als je zelf wilt. Meng even met je handen zodat de kikkererwten allemaal onder de kruiden en olijfolie zitten. Zet de kikkererwten gedurende minuten in de oven en hussel ze regelmatig. Haal uit de oven als ze krokant zijn en laat een beetje afkoelen. Kook het water samen met het bouillonblokje. Doe de couscous in een schaal en giet hier wat olijfolie door. Roer door. Voeg vervolgens het gekookte water toe. Dek af met plasticfolie en laat 5 minuten staan. Snijd de komkommer (zonder de zaadlijst!), paprika, tomaatjes en bleekselderij in kleine stukjes. Maak de dressing door olijfolie en citroensap naar smaak te mengen. Pak nu twee vorken om de couscous los te rullen. Zorg ervoor dat er helemaal geen klontjes meer in de couscous voorkomen. Voeg alle gesneden groenten toe. Snijd nu nog de peterselie en munt fijn en voeg ook toe. Breng de couscous salade op smaak met diverse gedroogde kruiden (zie boven). Ook nu kun je het weer zo kruidig maken als je zelf prettig vindt. Serveer met de blokjes feta en geroosterde kikkererwten. GEROOSTERDE WORTELPOMPOENSOEP MET MEERGRANENBROODJE KRUIDENPESTO Ingrediënten soep (voor 8 personen): 1 flespompoen 1 kilo wortel 2 uien 4 tenen knoflook (= 20 tenen) 2 à 3 blokjes groentebouillon (voor 1,5 liter) smaakmakers: peper, zout, olijfolie, andere kruiden verse peterselie Ingrediënten kruidenpesto (bakje vol): 1 volkoren of meergranen stokbrood (niet afbak) verschillende verse kruiden (rozemarijn, bieslook, munt, basilicum) olijfolie peper 100 gram geraspte kaas gram zonnebloempitten Bereiding: Verwarm de oven voor op 180 graden. Leg, op bakpapier, de hele flespompoen. Maak hierin gaatjes met een mes. Elk gat moet ongeveer 2,5 tot 5 cm diep zijn. Laat de pompoen onbedekt tijdens het bereiden. Zet het bakblik met de pompoen een uur in de oven. Als je er zonder problemen een vork in kunt steken is de pompoen gaar. Haal de pompoen dan uit de oven. Wacht minstens 10 tot 15 minuten voordat je gaat snijden. Anders kun je je vingers verbranden. Haal de pompoen uit de oven en snij de pompoen doormidden. Verwijder de zaden en draden met een lepel. Snijd de pompoen in kleine stukken. Schil de uien en snijd in stukken. Doe hetzelfde met de knoflook. Was de wortel (schillen hoeft niet) en snijd deze in grote stukken en kook deze gaar in een pan met water. Giet af. Snijd het brood in plakken. Snijd hier dunne plakjes van (circa 20 plakjes uit 1 brood). Bak de ui en de knoflook aan in wat zonnebloemolie. Voeg de stukken pompoen en de wortel toe. Voeg de bouillonblokjes toe en het water. Laat de soep ca. 15 minuten koken en pureer m dan glad met een staafmixer. Snijd de peterselie fijn, voor over de soep (aan tafel). Voor de pesto. Pluk de verse kruiden met je handen in kleine stukjes en doe deze in de mengkom. Doe de olijfolie, peper en geraspte kaas bij de kruiden. Pureer de kruiden, kaas en de olie met de staafmixer tot een mooi glad mengsel. Houd de staafmixer goed in het mengsel anders gaat het spetteren. Doe de zonnebloempitten erbij. Proef! Leg het volkoren stokbrood horizontaal op je snijdplank. Pak een lepel en verdeel de kruidenolie over de plakjes stokbrood en strijk glad met de bolle kant van de lepel. TIP van de kok: Vind je de soep te dik? Voeg dan nog wat kokend water toe. TIP van de kok: het roosteren van de pompoen in de oven geeft de soep extra veel smaak! Met vriendelijke groet, Jeroen Philipsen chefkok Kinderresto 10

11 LEERLINGEN VAN HET EERSTE UUR Ze weten het nog goed toen de school geopend werd. Met zijn vieren waren ze en nu zitten ze al weer in groep 6. Ze blikken terug op die begintijd en vertellen waarom zij het nog steeds reuze naar hun zin hebben op De Werkschuit. Tekst: Nanda Klaassen Foto s: Loes Passchier W il je een uitdaging? Dan had je echt met me mee moeten gaan naar De Werkschuit. Allereerst is het al een uitdaging, gelukkig samen met Suzanne, om het juiste lokaal te vinden. Wanneer was ik er voor de laatste keer? Een jaar geleden denk ik alweer. In mijn herinnering waren er toen alleen klassen beneden en nu. de trap op en naar boven. Ik kijk m n ogen uit. Daar waar eerst o.a. ateliers waren, zijn nu klassen. Wat gaat dit hard! Hoe dan ook, we vinden de klas waar de vier leerlingen van het eerste uur te vinden zijn. Enthousiast lopen ze met me mee. Het is duidelijk dat ze zich hier behoorlijk thuis voelen. Eerst maar eens een voorstelrondje: Rikkie Lucardie, Isa Polak, Juan Perez-Benito (eigenlijk nog langer maar dit is zoals ze hem noe- Juan: Ik kan me nog zo goed herinneren dat de school geopend werd. We gingen taart eten. En ik mocht samen met Rikkie de vlag ophijsen. Ja, vult Rikkie aan. Want eigenlijk was ik de allereerste leerling en Juan kwam vlak daarna en toen Morten en Isa. We kijken terug naar hun eerste jaren op De Werkschuit. Nu in groep 6, de inmiddels oudste groep. Na juf Susan en Suzanne kwamen juf Nienke, juf Sietske en Susan, Annemarie en Emilie, Esther (die missen we echt) en Mirjam, Marieke en Theda. Op De Werkschuit. Waarom eigenlijk die naam? De meningen lopen wat uiteen. Van piraten tot werken totdat we met elkaar op het volgende uitkomen: We zijn een christelijke school, we bidden dan wel niet maar we praten wel over Jezus. En over het verhaal van Noach en de ark. En de ark kan ook schuit heten. En, roept een slimmerd: De Ark en Zij waren er vanaf het begin. Ik kan me nog zo goed herinneren dat de school geopend werd. We gingen taart eten. En ik mocht samen met Rikkie de vlag ophijsen. men én met een liggend streepje ertussen) en Morten van Toor. Als Susan weer aan haar werk verder gaat is enthousiasme van deze vier niet te stuiten. Ja, ze weten waar ik voor kom. En ja, zij zijn de eerste leerlingen van De Werkschuit. Met juf Susan (die van net? Ja, die juf Susan) en juf Suzanne. Het was té leuk. schuit werken samen, dus de Werkschuit. Hoe duidelijk kun je het hebben? Maar wat maakt deze school dan leuker dan andere scholen? Morten is de eerste: Ik vind thematijd geweldig. We krijgen de uitleg tijdens de pauzes en mogen zelf onze onderdelen kiezen. Rikkie vult aan: Maar juf kiest het thema. De thema s lopen van vakantie tot vakantie. Nou ja, ongeveer, als er te lang tussen zit, dan soms iets korter. Isa vindt het nog steeds fantastisch dat zij de oudsten zijn: Wij hebben de school mede opgericht. Juan vindt het moeilijk om te kiezen, er is veel geweldig maar hij is vooral trots op zijn school. En verder: bijna geen huiswerk (jippie), ze hebben met z n vieren een hele sterke vriendschap, ze spelen extra lang, komen veel verder als je met een thema werkt, doen met sporttoernooien mee, gaan om het jaar naar de kerk met kerst, knutselen, hebben per thema een leuk uitje en hebben een echte muziekleraar. Ruimte te kort om dit gesprek weer te geven. Geloof mij: die Werkschuit? Ik ben het met hen eens, een prachtschool! Ze vinden het fantastisch dat zij de oudsten zijn. 11

12 NUMMER 41 VOORJAAR 2019 DE MOOISTE FOUT VAN DE DAG Uit je comfortzone komen betekent dat je aan het leren bent. Met veel gevoel voor humor gaf James Nottingham, uitgenodigd door Bazalt, een conferentie over hoe je talent laat groeien, over wat er echt nodig is om kinderen te laten leren. Daar is wel een verandering in denken voor nodig: van een fixed mindset naar een growth mindset. Tekst: Betty van der Vlist Illustraties: PR D e kracht van geloven dat je jezelf kan verbeteren, daar kunnen leerkrachten veel aan bijdragen. Dat gaat trouwens niet alleen voor kinderen op, ook voor volwassenen. Ik kan het niet, nee, je kunt het nóg niet. Een wereld van verschil. De kracht van één woordje. Er is een focus om het goede te doen door volwassenen. Ook op school. In zijn algemeenheid krijgen kinderen daardoor voortdurend de boodschap dat ze alles goed moeten doen, dat ze stil moeten zitten en moeten luisteren. Terwijl je juist het meeste leert van je fouten. Daarvoor is bij menig docent een verandering in denken nodig. Een focus op leren en niet op de uitvoering en het eindresultaat. Want waarom moet je je slecht voelen als je een fout maakt?! Geef kinderen een keuze in leertaken en controle. Wat blijkt? Kinderen leren dan veel minder. Het leereffect is 0.02, terwijl als ze uitdagende taken van de leerkracht krijgen het effect 0.40 is. Ze kiezen namelijk voor het makkelijke, omdat ze dan weten dat ze het goed doen. Op makkelijke taken prijzen is onverstandig. IN PLAATS VAN: IK KAN DIT NIET IK BEN HIER SUPERGOED IN IK GEEF HET OP HET IS GEWOON TE MOEILIJK BETER DAN DIT KAN IK HET NIET IK SNAP ER NIKS VAN IK HEB EEN FOUT GEMAAKT IK WORD NOOIT ZO SLIM ALS ZIJ DIT IS GOED GENOEG PLAN A WERKTE NIET Van een fixed naar een growth mindset Kinderen gaan de moeilijke taken dan uit de weg. Het is beter om aanmoedigend te zijn op moeilijke taken dan te prijzen. Prijs vooruitgang in het proces. WAT ZEG JE TEGEN JEZELF? PROBEER DIT EENS: WAT MOET IK NOG LEREN? IK BEN OP DE GOEDE WEG IK PROBEER EEN ANDERE STRATEGIE DIT ZAL TIJD EN MOEITE KOSTEN IK BLIJF PROBEREN MEZELF TE VERBETEREN WAT HEB IK NODIG OM HET WEL TE BEGRIJPEN? DOOR M'N FOUTEN LEER IK HET BETER HOE HEEFT ZE DAT VOOR ELKAAR GEKREGEN? KAN IK ECHT NIET BETER? GELUKKIG HEEFT HET ALFABET NOG 25 LETTERS Deel fouten in de klas en vraag: wat kan iedereen ervan leren? Op school zijn kinderen meer sociaal gevoelig: voor stil zijn, het goed doen, geprezen worden. Maar makkelijk werk is saai, 12

13 uitgedaagd worden is interessant. Door een taak interessanter te maken, maak je het moeilijker. Als een kind faalt, doe het dan meteen opnieuw. Als iets niet werkt, vraag: wat kunnen we ervan leren? Sta positief tegenover falen, je hersenen leren daar het meeste van. Uit je comfortzone komen betekent dat je aan het leren bent. Het gaat om vooruitkomen op school, zoveel mogelijk, op elk niveau. Dat sluit aan bij wat Luc Stevens zei: Hoe kan een kind zwak zijn in zijn eigen ontwikkeling?! Als een kind nul fout heeft in zijn dictee, heeft dat kind niets geleerd. Door een pre-test te geven, maak je het interessanter. Het ene kind gaat van acht fout naar vier fout, mooi, een vooruitgang! Net zo goed als dat andere kind dat van twee fout naar nul fout gaat. Feedback geven is eigenlijk zinloos. Veel beter werkt feedforward, aan het begin of halverwege de les. Tijdens het proces, dus niet aan het eind en zeker niet de dag of enkele dagen erna. Rondlopen door de klas, het werk bekijken en er meteen op anticiperen. Jongens! Ik heb hier de mooiste fout van de dag! Wat kunnen we ervan leren? Kwetsbaarheid is geen zwakte, die mythe is gevaarlijk. Alleen als je je kwetsbaar opstelt, kun je leren. Het besef van self-efficacy (ik ben bekwaam genoeg om met problemen om te gaan) is nodig om tot leren te komen. Hoe kom je tot die oplossing? Welk stapje deed je daarvoor en welke stap daarna? Hoe heb je het aangepakt? Lichtpuntje 2: Majesteit Zeggen dat iemand slim is, zet zijn mindset op slot. zei: Als ik straks naar huis vlieg, hoop ik dat de piloot een fixed mindset heeft en voor de makkelijke weg kiest! Een mooi voorbeeld waren twee rijen tekeningen onder elkaar. De onderste rij was de eerste aanzet om een huis te tekenen. Daarboven de vraag: welke hoort er niet bij? Bedenk bij elk hoofddeksel vijf redenen waarom die er niet bij hoort. Daarin zit hem de uitdaging! Een opdracht om in tweetallen te doen of viertallen of met de hele groep. Dan zit je met elkaar in de leerkuil en help je elkaar eruit te komen en weet je meer dan toen je de leerkuil instapte! Niet zeggen: Schrijf je antwoord op. Maar zeggen: Schrijf je eerste ideeën op. Dan ben je bezig met een growth mindset in plaats van een fixed mindset. De meeste leraren geven advies, beter is het om vragen te stellen. Hoe heb je het de vorige keer gedaan? En de tussenstapjes te laten benoemen. Niet iedere vraag hoeft goed te worden beantwoord; elk antwoord moet wel worden bevraagd. Groeitaal gebruiken. Reageer niet met: Dat is goed. Dat is fout., maar met een volgende vraag. Laat kinderen het uitleggen. Zeg niet: Wat weet je? maar Wat denk je tot zover? Of: Wat denk je op dit moment? Wat heb je geleerd tot nu toe? Niet zeggen: Schrijf je antwoord op. Maar zeggen: Schrijf je eerste ideeën op. Dan ben je bezig met een growing mindset in plaats van een fixed mindset. Een voorbeeld van een fixed mindset is zeggen tegen een kind dat hij slim is. In het leven heb je beide mindsets nodig. Zoals Nottingham hing de rij tekeningen nadat er feedforward was gegeven. Heel interessant om het proces te zien voor ieder! Fouten maken moet en het proces benoemen moet. Vraag aan kinderen aan het eind van de dag: wat heb je vandaag gedaan wat je moeilijk vond? Als een kind niets moeilijk vond, heeft het te weinig geleerd, is hij niet uitgedaagd en leert hij voor de makkelijke weg te kiezen. Natuurlijk kun je als leerkracht wel keuzes geven, maar doe dan moeilijk-moeilijker-moeilijkst. Een prachtig voorbeeld om het denkvermogen te vergroten vond ik de volgende opdracht. Drie plaatjes van verschillende hoofddeksels (Het kan met van alles zijn, op elk niveau) met Op TEDXNorrkoping kun je via youtube een boeiend filmpje zien van Carol Dweck: The power of yet. Meer informatie over James Nottingham en de leerkuil is te vinden op onderstaande website: 13

14 NUMMER 41 VOORJAAR 2019 SNEL KUNNEN SCHAKELEN Het was geen alledaagse decembermaand die Suzanne van Roijen indertijd meemaakte. Met collega Susan Seijmonsbergen en welgeteld twee kleuters in haar klas, vormde zij weken lang een gehele school. Aan de Velserstraat in Haarlem-Noord startten zij met hun vieren (ouders niet meegeteld) in december 2012 basisschool De Werkschuit. Van Roijen achteraf: Gelukkig konden die twee kleuters goed met elkaar overweg. Tekst: Minke van Putten Foto's: Loes Passchier en Minke van Putten E en gekke tijd. Aan de ene kant geweldig leuk, maar ook lastig. Suzanne van Roijen: Technici die nog in het gebouw aan het werk waren, belden continu aan en je was wel de enige aanwezige volwassene. Materialen moesten we voor het overgrote deel nog aanschaffen, dus elke zaterdag stond ik bij de Rataplan. Na die eerste maand ging het hard met De Werkschuit en een jaar later telde de school al twee groepen. Inmiddels gaan er kinderen tot en met groep 6 naar de school en zijn er welgeteld acht klassen. De Werkschuit zou je anno 2019 dus een jongvolwassen basisschool kunnen noemen maar het is niet zomaar een basisschool. Al bij de start hadden Suzanne van Roijen en Susan Seijmonsbergen, die de directietaken op zich nam, een missie. Aansluiten bij de ontwikkeling van de kinderen en écht thematisch werken, nieuwsgierigheid prikkelen: daar moest het om gaan op de nieuwe school. Samen met nieuwe collega s ontwikkelden ze door, zodat De Werkschuit zich nu een officiële OGO-school mag noemen. OGO staat voor Ontwikkelingsgericht Onderwijs en dat hoort in de eerste plaats betekenisvol te zijn voor de kinderen. Vandaar de thematische aanpak, want die biedt meer kans om aan te sluiten bij hun belevingswereld. Nienke van de Water, leerkracht groep 1/2, kwam in december 2013 bij De Werkschuit en voelde zich snel thuis. Zij vertelt: Veel scholen die thematisch werken, stellen die thema s alleen s middags centraal. Bij ons zijn ze in alle kernvakken verweven. De thema s krijgen bovendien nadrukkelijk vorm in samenspraak met de kinderen, volgens Van Roijen: Dat betekent dus continu vragen stellen, zodat ze zelf met ideeën komen. En zo krijgen de leerlingen ruimte om de invulling ervan daadwerkelijk mee te bepalen. Echte krant Nienke van de Water: Wij vinden het erg belangrijk om de werkelijkheid ook echt de school in te halen. De kinderen hóren niet alleen over het thema - ze dóen er ook van alles mee. Toen we bij voorbeeld over de krantenredactie werkten, hebben ze ook een echte krant gemaakt. En bij het thema Ik hou van Haarlem, werd door de oudere kinderen ook serieus een wijk ontworpen. Suzanne van Roijen: We stellen de kinderen continu vragen, zodat ze zelf met ideeën komen. Bij de onderbouw is het uitgangspunt dat de kinderen spelend leren. Onderzoekend leren is leidend bij de bovenbouwaanpak. Een vraag die je tegenwoordig nogal eens hoort in dit verband is: leren de kinderen wel voldoende op die manier? Van de Water en Van Roijen beantwoorden deze vraag met een volmondig ja. Van Roijen: We laten de kinderen natuurlijk niet wat aanmodderen. Integendeel, we zijn sterk sturend bezig en dragen wel degelijk kennis aan. Bovendien gebruiken we voor rekenen en spelling gewoon nog methodes. Voor taal worden de doelen - maar niet de activiteiten - van Staal gehanteerd. De leerkrachten vertalen al deze doelen naar opdrachten die passen binnen de thema s. Binnen die thema s kunnen de kinderen veelal kiezen welke activiteiten ze willen doen. Zo bepaalden de kinderen zelf de aanpak van de kerstmarkt. Ook kozen ze zelf voor deelname aan díe activiteit die hun het meest aansprak. Sommigen bemensten bijvoorbeeld de kassa, anderen deden een presentatie over de achtergrond van het goede doel van de markt. Nienke van de Water: Wij willen de werkelijkheid echt de school binnenhalen. Schuilt daarin niet het risico dat de kinderen te veel voor dezelfde soort activiteiten kiezen en dus te weinig leren? Nee, zegt Van de 14

15 Water: Ook hier is de leerkracht weer sturend. Ze zorgt ervoor dat alle kinderen profiteren van het leerproces van enkelen. Tijdens het circusthema kiezen sommige kinderen bij voorbeeld een paar keer voor de kassa. Als leerkracht houd je ze natuurlijk goed in de gaten, zodat je precies weet wat deze kinderen op dat moment leren. Vervolgens zorg je voor een erg belangrijke gebeurtenis: de terugkoppeling naar de kring na afloop van het spel. Schakelen Het is dus aan de leerkracht om te zorgen voor inbreng van experts naar de grote groep. Dat brengt met zich mee dat De Werkschuit een groot appèl doet op de creatieve vermogens van de leerkrachten. Van Roijen: We spelen met de kinderen mee, maar we zijn op datzelfde moment actief aan het doordenken: hoe Een sturende rol voor de leerkracht We stellen de kinderen continu vragen, zodat ze zelf met ideeën komen. maak ik een bewust leermoment van wat ze nu doen? Dus moet je snel kunnen schakelen. Want we willen natuurlijk ook aansluiten bij wat de kinderen bedenken. En die slaan nogal eens een heel andere weg in dan jij had gedacht. Switchen is dan het parool. Switchen, creatief denken, thema s vormgeven, zelf methodedoelen vertalen naar activiteiten: de missie van De Werkschuit vraagt wel wat van de leerkrachten. Van Roijen en Van de Water beamen dit. Daar komt nog bij dat de school zich in een hoog tempo ontwikkelt. Van de Water: We hebben alles moeten opbouwen en uitvinden. Al doende kom je er achter wat wel werkt en wat niet. Dat betekent dat we ook dingen durven te veranderen - we hebben al heel wat protocollen aangepast. Tel daarbij op dat de Werkschuitcollega s vanaf de start een sterke bewijsdrang ervoeren. We wilden zo graag dat het zou lukken om de school op te bouwen die we voor ogen hadden!, zegt Van de Water nu. De grens tussen privé en werk kon dus wel eens vaag worden. Was die bewijsdrang nodig? In ieder geval niet lang, want ouders wisten De Werkschuit snel te vinden. Aanmeldingen kwamen vlot op gang. De ouderbetrokkenheid is trouwens erg groot bij De Werkschuit, volgens Van de Water en Van Roijen: Dat zie je aan de vele ouders die bereid zijn om te helpen. En aan de grote opkomsten bij de afsluitingen van de thema s. Het enthousiasme dat we dan tegenkomen, is elke keer weer hartverwarmend. Suzanne van Roijen: Je moet hier snel kunnen schakelen tussen je eigen doelen en de leefwereld van de kinderen. 15

16 NUMMER 41 VOORJAAR 2019 WAT BORRELT IN JE HOOFD? Met Susan, onze gastredacteur voor dit nummer, kwam OMDENKEN aan de orde. En Loes, onze nieuwe hoffotograaf, wist meteen wie daar een artikel over moest schrijven: Dat is wat voor Nanda. En zo is het. Ik hou van de scherpe doch positieve toon die OMDENKEN weergeeft. Niet wegzakken in problemen maar zoeken naar de oplossingen. In dit artikel zal ik hier en daar een citaat opnemen uit het boek van Berthold Gunster Omdenken is stom en de link leggen met trainingsbureau So what s cooking. Een trainingsbureau waar ze het vuurtje indien nodig opstoken. Tekst: Nanda Klaassen Foto's: Loes Passchier en Charlotte Tonino IS JE POTLOOD DOOR DE MIDDEN GEBROKEN? DA S TOCH MOOI. HEB JE ER TWEE. Kort na de redactievergadering ontvang ik Veronique van de Sande. Haar naam werd door Susan genoemd en dat triggerde me genoeg om contact met haar op te nemen. Veronique was meteen bereid om te komen en over dit onderwerp met mij in gesprek te gaan. JOCHEM (7) SPEELT MET LEGO. OMA: JIJ WORDT LATER ZEKER ARCHITECT. NEE HOOR, IK BLIJF GEWOON MEZELF. Veronique is één van de oprichters van So what s cooking, een professioneel bureau voor training en coaching met een uniek concept. Samen met Trix Simmeren en Karen van der Mark geeft zij dit bureau vorm. We maken kennis. Veronique komt op haar 23e als logopediste aan de slag op de Toneelschool in Maastricht. Als de stem-/spraakdocent weggaat, wordt zij gevraagd of zij deze wil vervangen. Dat doet ze. Meerdere jaren werkt zij met studenten aan o.a. ademhaling, spraaktechnieken en ontspanning. Belangrijke basis voor het staan op het toneel, het performen zoals dat in mooi Nederlands heet. Rond haar 30e jaar komt er een baan als intercedente vrij bij Manpower Consultancy. Ze krijgt de gelegenheid om daar de opleiding Trainer/coach te volgen. Jan Stans, trainer, inspireert haar, raakt haar. Het geeft haar de richting waar ze naar op zoek was. Dichter bij de mens, niet de afstandelijke manier waarop management om kan gaan met personeel en klanten. Uit het hart gegrepen. DE SPOORBOMEN GAAN VLAK VOOR M N NEUS OMLAAG. DOCHTER (4): JIPPIE, NET OP TIJD, NU STAAN WE VOORAAN. De vrouwen van So what s cooking In 2006 krijgt ze de gelegenheid, de kans, om een eigen bedrijf op te zetten. Oude klanten uit eerdere sessies benaderen haar voor trainingen. Veronique praat honderduit over wat haar heeft geïnspireerd, wat haar richting heeft gegeven. Het gaat over leiderschap, menselijke houding, bij besluiten steeds de keus maken tussen ratio en gevoel. Welke type leider je bent.. Waar ik ook nieuwsgierig naar ben is hoe Veronique met Susan in contact is gekomen. Dat blijkt, niet zo verrassend eigenlijk, Marjo te zijn. Directeur van De Ark. In de tijd dat Marjo met haar team van twee gebouwen naar dat ene nieuwe gebouw ging, zocht zij naar iemand die de verbinding een start zou kunnen geven. En daar ontstond de link. Veronique: We zijn op zoek gegaan naar verbinding en samenwerking. Naar de zoektocht van de verschillende types, waar we wel/niet elkaar zouden gaan vinden en waar we rekening mee te houden hadden. Fantastisch. Tot slot hebben we met elkaar een megavlieger gemaakt. Over verbinding en samenwerking gesproken... 16

17 En zo geschiedde. Door het contact met De Ark kwam bijna vanzelfsprekend het contact met De Werkschuit toen Susan de geschikte persoon op de juiste plek - daar met haar hele kleine school begon met twee kleuters. ALS JE EEN BEKEURING KRIJGT ALS JE TE HARD RIJDT, KRIJG JE DAN OOK GELD ALS JE IN DE FILE STAAT? We focussen ons op So what s cooking. Is dat inderdaad wat het zegt? Koken? Niet helemaal.vaak denken mensen dat we kookworkshops geven, maar we zijn een trainingsbureau en we gaan op onderzoek uit naar wat borrelt in je hoofd: wat houdt je bezig? Wat speelt er binnen het team? En soms doen we dat daadwerkelijk in een keuken. Er is een tafel, er is een Uit de folder: Als het nodig is stoken we het vuurtje nog een beetje op. We houden de bekende spiegel voor en brengen iedereen letterlijk en figuurlijk in beweging. Dit leidt tot een beter zelfbeeld en meer inzicht in anderen, waardoor je beter in staat bent de juiste keuzes te maken. Openheid en nuchterheid zijn belangrijke eigenschappen. Het denken in kansen en mogelijkheden geeft ruimte en vrijheid. En hier komt ook OMDENKEN om de hoek kijken. We raken niet uitgepraat. Oude en nieuwe organisaties passeren de revue, kiezen (tien!!) uit honderd waarden/normen, 360 graden feedback, verantwoordelijkheid nemen, samen met je team. Welke kleuren zet je in? Het Insights Wiel. Manager zijn is een confrontatie met jezelf. Iedereen die leiding geeft zal zich hierin herkennen. Meer weten of contact zoeken met Veronique? Ga naar Dank Veronique, ook mij heb je, onbedoeld wellicht, een spiegel voorgehouden! Op school leer je dat er één antwoord is. In het echte leven zijn er heel veel antwoorden. keuken, er zijn ingrediënten. De deelnemers worden uitgenodigd om te gaan koken: Ga je gang. Er gebeurt veel tijdens zo n sessie. Er wordt gesproken over eigen gedrag. Welke kleur past bij jou? Ben je groen (reactief/introvert), ben je geel (humor/creatief) of blauw (taakgericht/ pietje precies) of rood (daadkrachtig, resultaatgericht). Tijdens het koken (en vanzelfsprekend het eten) worden de deelnemers geobserveerd. De profielen, de kleuren worden gedeeld. Veronique: De laatste tijd gaan we bij bedrijven zelf aan de slag op de werkvloer in plaats van in de keuken We onderzoeken wat er speelt en waarom de onderlinge samenwerking niet soepel verloopt. Hierbij gebruiken we veel metaforen van het koken.heb je te veel op het vuur staan? Is het glas half leeg bij jou? Onze insteek is altijd om iedereen in zijn kracht te zetten, zodat het team of de organisatie weer op volle kracht kan draaien. Veronique van de Sande 17

18 NUMMER 41 VOORJAAR 2019 ZIJ HEBBEN ZIN IN LEZEN! Hoe geef je lezen en schrijven een plek binnen Ontwikkelingsgericht Onderwijs? Intern begeleider Sietske Kroon vertelt over het traject op De Werkschuit en hoe onderwijsontwikkelaar Bea Pompert het team met haar adviezen op de juiste koers zet. Sprankelende activiteiten zorgen voor betrokken kinderen en meer Zin in Lezen. Tekst: Dientje Goebert-Sanders Foto s: Loes Passchier Sietske laat een serie foto s zien van werkvormen uit de praktijk. Hierop is te zien hoe de kinderen zich hebben verzameld rond een stapel boeken. Ze vlogen echt op de tafel met boeken af, vertelt ze. Dit is een boekenkring in groep 3 rond het thema kunst. Ze mochten eerst alleen kijken en de juf vertelde over een boek dat zij zelf heel mooi vindt. Ik zag dat ook de zwakke lezers opvallend goed meededen en dat ze echt met elkaar in gesprek raakten over de boeken. Klassenbezoeken Het bedenken en vormgeven van betekenisvolle en activerende werkvormen is een expertise van Bea Pompert, auteur van onder andere Naar lezen, schrijven en rekenen en Lezen en schrijven doe je samen. Zij is onderwijsontwikkelaar bij De Activiteit, het landelijk centrum voor Ontwikkelingsgericht Onderwijs in Alkmaar. Tijdens klassenbezoeken op De Werkschuit geeft ze tips en adviezen en baseert haar bevindingen op het vier velden model dat bestaat uit motivatie, begrip, techniek en woordenschat (zie afbeelding) en de drie v s: verbinden, verrijken en verdiepen. We zijn er nog niet, maar we zijn goed op weg. Dat zie je ook in de klas. Alle werkvormen brengen we al in de praktijk. In groep 5 merkte ze op dat de kinderen meteen aan stonden tijdens een les binnen het thema Iconische schrijvers. De leerkracht begon over een biografie te vertellen. En dan denk je misschien, dat lijkt me een beetje moeilijk voor groep 5, maar niets is minder waar. De kinderen barstten los en konden van alles vertellen over schrijvers. Samen bezoeken we alle klassen, legt Sietske uit. We kijken naar de werkvormen die al worden gebruikt. De centrale vraag is hoe die werkvormen routine gaan worden. En hoe je, als je team groeit of verandert, nieuwe leerkrachten hier bij kunt betrekken. Nu stellen leerkrachten nog wel eens de vraag: hoe lang moeten we bezig zijn met Zin in Lezen? In de toekomst zal dat Sietske Kroon geen vraag meer zijn. Het wordt in thema s en uiteindelijk in het dagelijkse onderwijs verweven en is dus niet iets waarmee je persé een half uur per dag bezig bent. De leerkrachten kunnen ook met hun verdiepende vragen terecht bij Bea Pompert. Een collega wilde bijvoorbeeld weten wat ze kon doen voor een kleuter die heel veel wilde schrijven. Maar de zinnen die ze wilde schrijven, werden te lang. Daarom stopte ze helemaal met schrijven. Bea gaf het advies: vorm samen met het kind de zinnen en sluit aan op haar niveau en zoek de zone van de naaste ontwikkeling. Het schrijven van verhalen neemt een grote plek in binnen OGO, al vanaf de kleutergroepen. Kinderen lezen elkaars teksten actief, waarbij spelling ondergeschikt is aan de vorm. Teksten voor begrijpend lezen die bij thema s, techniek en woordenschat passen, zoeken de leerkrachten zelf in boeken op of gebruiken klassenteksten waar de teksten per groep op niveau zijn gerangschikt. Doorgaande lijn Om de doorgaande lijn goed te kunnen waarborgen, gebruikt de school het digitale HOREB observatiemodel. HOREB staat voor Handelingsgericht Observeren, Registreren en Evalueren van Basisontwikkeling en bevat aanwijzingen en instrumenten waarmee leerkrachten ontwikkelingsgericht kunnen werken. 18

19 Behalve de ontwikkeling per kind in een logboek, is ook de planning van de thema s hier overzichtelijk in geordend. Alle (spel)activiteiten plus inhoud en betekenis zijn op datum en onderwerp terug te vinden. Bovendien staan er suggesties in voor uiteenlopende activiteiten. Eigenlijk dekt HOREB alle doelen inclusief de brede ontwikkeling en de binnencirkel van de basisontwikkeling, dus nieuwsgierig zijn, zelfvertrouwen hebben en emotioneel vrij zijn, aldus Sietske. Bij meer zin in lezen hoort vanzelfsprekend een fijne schoolbibliotheek. Op de eerste verdieping is sinds dit schooljaar een bibliotheek te vinden. Het eerste begin is er, vertelt Sietske over de bescheiden verzameling kasten met boeken. Maar als ze haar ogen even sluit, ziet ze het helemaal voor zich: een boekenwalhalla met rustige leeshoekjes waar kinderen zich even stilletjes kunnen terugtrekken met een verhaal. We zijn er nog niet, maar we zijn goed op weg. Dat zie je ook in de klas. Alle werkvormen brengen we al in de praktijk. De bedoeling is dat we nog meer verbindingen maken tussen de verschillende vakken. Uit onderzoek blijkt dat deze brede aanpak echt werkt en ervoor zorgt dat ook de aarzelende lezer een gemotiveerde lezer wordt. Kortom, aansluiten bij waar de kinderen mee bezig zijn en wat zij willen weten, daar krijg je goede lezers van! Op de site van De Activiteit vind je meer informatie over OGO- onderwijs, cursussen, onderwijstrajecten en materialen. In de webshop staan inspirerende boeken en praktische leermiddelen. Zie SNUFFELLEZEN Alle kinderen krijgen een post-it, een boek én een opdracht. Wil je ook meer zin in lezen op school? Sietske heeft nog een tip voor een prikkelende werkvorm. Ze noemt dit snuffellezen. Alle kinderen krijgen een post-it, een boek én een opdracht. Bijvoorbeeld: schrijf een weetje op over de hoofdpersoon of een onderwerp als het een informatief boek is. Daarna laten de kinderen het boek zien en vertellen over het weetje. Je kunt deze werkvorm gebruiken om een thema te verkennen, maar je kunt er ook mee de verdieping ingaan om meer te weten te komen over een onderwerp. 19

20 NUMMER 41 VOORJAAR 2019 IEDEREEN LUISTERT NU VEEL BETER NAAR ELKAAR EEN VEILIG GEVOEL OP DE VREEDZAME SCHOOL Op een Vreedzame School spreken kinderen, leerkrachten en ouders dezelfde taal. Iedereen weet wat opstekers en afbrekers zijn en dat een conflict geen ruzie is. De Werkschuit werkt sinds drie jaar met het programma van de CED-groep en merkt dat het van grote invloed is op een positief schoolen groepsklimaat. Tekst: Dientje Goebert-Sanders Foto s: Loes Passchier E dgar en Felien uit groep 5 van juf Miranda Ekens leggen uit hoe de boosheidsthermometer van De Vreedzame School werkt. Die begint bij een ontevreden gevoel en piekt bij een razend gevoel. Aan het begin van het schooljaar hadden we nog een speciaal plekje waar je kon gaan zitten als je boos was, legt Felien uit. Maar we zijn veel meer vooruitgegaan en dat plekje hebben we helemaal niet gebruikt! Tranen Onlangs vertelde Edgar aan de klas dat hij afscheid moest nemen van zijn vijf weken oude puppy, want zijn vader bleek zwaar allergisch. Hij huilde zachtjes terwijl hij zijn verhaal vertelde. De klas was vol begrip en Felien pinkte een traantje mee. Het was fijn om het te vertellen, zegt Edgar. Iedereen luistert door De Vreedzame School veel beter naar elkaar. Juf Miranda zorgt ervoor dat de kinderen met elkaar naar oplossingen zoeken. Zij is echt superlief, vindt Felien. Ze helpt ons altijd met het oplossen van allerlei situaties. Dan gaan we er met de hele klas over praten. Dat hebben we nog nooit zo meegemaakt. De methodiek van de CED-groep is niet alleen een succesnummer in groep 5. De leerkrachten merken door de hele school dat de kinderen enthousiast zijn. Zeker als de handpoppen Tijger en Aap in de onderbouw tevoorschijn komen. Elke les start met een binnenkomer en eindigt met een afsluiter. Juf Miranda Ekens van groep 3 Dat zijn een soort energizers, legt Marja Zomer uit, coördinator van De Vreedzame School en leerkracht in groep 3. Favoriet in mijn groep is de paardenrace. De kinderen trappelen met hun voeten als paarden en moeten onderweg opdrachten doen, zoals de manen kammen of water drinken. Een conflict is nog geen ruzie. Naast alle deuren in de gangen hangt een illustratie met een hart. Hart voor elkaar is het schoolbrede thema deze maand. De lessenseries dragen in elke groep hetzelfde thema waardoor er een solide leerlijn ontstaat. Het werkt heel goed, want alle kinderen spreken dezelfde taal, vindt Nienke van de Water, leerkracht van groep 1-2. Je hoort het ook van ouders terug, want de kinderen nemen het mee naar huis. Helpende handpoppen Ze merkt dat haar groep aan haar lippen hangt als ze een les start. De handpoppen Aap en Tijger spelen altijd de onwetende kinderen. De klas helpt ze om oplossingen te vinden en zo het juiste gedrag aan te leren. Daarbij moeten ze elkaar in hun waarde laten, zeker als ze zien dat iets niet zo goed lukt bij een ander. Ze geven elkaar meer complimenten en zijn minder bezig met het onderling vergelijken van vaardigheden. 20

21 Op dit moment wordt nog gewerkt aan de grondwet van de school. Daarin zijn alle regels van de school overzichtelijk en helder geformuleerd, licht Marja Zomer toe. Dit gebeurt volgens de Positive Behavior Support (PBS) aanpak die zich richt op het versterken van gewenst gedrag en het voorkomen van probleemgedrag. Hierbij krijgt de school ondersteuning van de OBD Noordwest. De visie achter PBS is dat je altijd positief richting de kinderen bent. Edgar en Felien leven uit hun hart. Marja: De visie achter PBS is dat je altijd positief richting de kinderen bent. Daarom hebben we met elkaar heel goed naar ons eigen gedrag als leerkracht gekeken en onze eigen normen en waarden tegen het licht gehouden. De houding van de leerkracht is heel belangrijk, want je bent zelf de norm. Als er iets gebeurt moet je bedenken: hé, hoe doe ik dat eigenlijk op de PBS-manier? De Vreedzame School raakt inmiddels steeds meer verweven in alle lessen op De Werkschuit, merkt Marja. Coöperatieve werkvormen die in de lessen voorkomen, gebruiken we ook tijdens het werken met de thema s. En een binnenkomer is een activiteit die je gemakkelijk even tussendoor doet. Als we met het team vergaderen, bereiden we nu ook vaak een binnenkomer voor. Dat de kinderen meer dan enthousiast zijn over De Vreedzame School, bewijzen Edgar en Felien. Het tweetal raakt namelijk niet uitgepraat over de pluspunten van de methode. We hebben het nu helemaal voor elkaar, zegt Edgar met een brede glimlach. Want we dragen allemaal een steentje bij en lossen beter zelf conflicten op. Felien heeft nog één laatste, belangrijke toevoeging. Weet je wat het is? Het gaat erom hoe je uit je hart leeft. WAT IS DE VREEDZAME SCHOOL? De Vreedzame School is een programma voor basisscholen voor sociale competentie en democratisch burgerschap. Het beschouwt de klas en de school als een leefgemeenschap, waarin kinderen zich gehoord en gezien voelen, een stem krijgen, en waarin kinderen leren om samen beslissingen te nemen en conflicten op te lossen. Ze voelen zich verantwoordelijk voor elkaar en voor de gemeenschap, en staan open voor de verschillen tussen mensen. Het hart van De Vreedzame School wordt gevormd door een lessenserie. Tijdens het tweejarige invoeringstraject staat in teamtrainingen het leerkrachtgedrag centraal. In het eerste jaar ligt het accent op het invoeren van de lessenserie en in het tweede jaar krijgt leerlingmediatie vorm. Daarnaast komen thema s aan de orde als sociale veiligheid, omgaan met (ongewenst) gedrag, ouderbetrokkenheid en de democratische Groepsvergadering... Bron:

22 NUMMER 41 VOORJAAR 2019 NOOIT DE OORTJES LATEN HANGEN Handen uit de mouwen. Dat was niet aan dovemans oren gezegd op De Werkschuit, nadat directeur Susan verlangend naar de speelplek van de peuters gekeken had en zo n mooie plek ook graag wilde voor de kinderen. Nadat de subsidie afgewezen was, ontstond er een brede samenwerking om deze droom toch uit te laten komen. Met man en macht werd er gedacht en ontworpen. Ook voor de financiën werd gezorgd. Het was geen kleine klus, maar het groene speelplein kwam er! Tekst en foto s: Susan Seijmonsbergen Ons schoolplein bestond bij de start van De Werkschuit uit een glijbaan en een kleine zandbak. Je kon er goed achter elkaar aan rennen, maar dat was eigenlijk ook alles wat er te doen was. In 2013 werd een deel van het schoolgebouw ingericht voor de crèche. De Benjamins kwamen in ons gebouw. Hun buiten werd ingericht als groene speelplek. Ik hing met de kinderen bij de werkzaamheden over het hek. Jan, een van De Twee Heren was wilgenhutten aan het maken. Jan, zei ik. Dat willen wij ook. Een droom over een groen schoolplein was ontstaan. Jan had allerlei ideeën over spelen op een natuurlijk schoolplein. Meer groen en minder tegels. Dat stond voorop. Boomstammen om op te klimmen, een uitdagend klimparcours, water om mee te spelen. Met dit eerste plan gingen we naar de gemeente om subsidie aan te vragen. De subsidie werd helaas niet aan onze school toegekend. Een van de voorwaarden was dat het plein toegankelijk moest zijn voor de buurt. En dat is niet zo. Teleurgesteld ging ik terug naar Jan. In het West- Fries kreeg ik een goed advies: Susan, je moet nooit de oortjes laten hangen. Er was een nieuw plan nodig om aan de slag te kunnen. Edo Balsink, voorzitter Meer groen en minder tegels van de ouderraad hoorde van de afwijzing van de subsidie en besloot: Dan gaan we het zelf doen. Zo ontstond er een hele bijzondere samenwerking met de ouders, kinderen, de buurt en allerlei sponsoren. Hoe is het plan van start gegaan? De kinderen mochten per groep tekeningen en ideeën aanleveren voor het nieuwe plein. Vogelhuisjes, vlinderstruiken, verstopplekken, een lange glijbaan en een grote zandbak stonden op het wensenlijstje. Edo deed een oproep aan de ouders wie mee wilden denken om een groen schoolplein voor elkaar te krijgen. Met een diverse groep ouders ging we nadenken hoe we het kostenplaatje voor het plein voor elkaar gingen krijgen. We hadden een mooi team bij elkaar. Eén ouder werkt bij een gemeente, een architect, een grafisch vormgever, een projectmanager en Edo om altijd iedereen enthousiast bij elkaar te krijgen. Het plan werd geschreven en werd mooi vorm gegeven met de tekeningen van de kinderen en ideeën van de leerkrachten en ouders. Boomstammen om op te klimmen 22

23 De ouders gingen op zoek naar subsidies en bedrijven die mee wilden doen aan ons plan. Winkeliers in het Kleverpark en de Cronjé deden mee en grote bedrijven wilden sponsoren. De kinderen organiseerden een markt waarbij ze allemaal zelfgemaakte spullen gingen verkopen. Cees Vrooland kocht een pennenbakje en Ben Cüsters een mooie ketting voor onze nieuwe bedrijfsdirecteur Petra de Waard. Met de opbrengst van de kinderen konden we een waterpomp in de zandbak aanschaffen. Ook de ouders hadden zelf een idee en wel zin in een Werkschuitfeestje. Er werd een groot veilingfeest georganiseerd in onze gymzaal. Een groot succes! We hadden op dat moment genoeg opgehaald om te kunnen starten met de uitvoering. Inmiddels werkte Jan voor zichzelf en gingen we verder met Barry van de Twee Heren. De kosten van het plan gingen we zoveel mogelijk proberen te drukken door zelf aan het werk te gaan. Het was geen kleine klus. Met de ouders gingen we alle tegels er zelf uithalen. Eén van de ouders had een eigen grote shovel waarmee we de pallets van het plein konden weg rijden. Nadat alle leidingen onder de grond vernieuwd waren, gingen we aan de slag. Iedereen droeg Lichtpuntje 2: Majesteit Een uitdaging erbij op het schoolplein Susan, je moet nooit de oortjes laten hangen. letterlijk zijn steentje bij. Kinderen en ouders hielpen tegels tillen, een ouder stond het cement te draaien en zo kwam er een plein terug met een grote zandbak, een uitdagend klimrek en veel groen om fruit te zien groeien en insecten te lokken. De stam van de kerstboom van de Grote Markt is gebruikt om zitjes en staptegels van te maken. De opening van ons plein werd een groot feest. Met liedjes, een heus lintje door knippen en een toespraak van onze nieuwe directeur Petra de Waard en wethouder Merijn Snoek genoten we van alle blije gezichten van de kinderen. Ons groene schoolplein was er! En wat een mooie ervaring om op deze manier met ouders te kunnen samenwerken. Een boompje wordt geplant. 23

24 NUMMER 41 VOORJAAR 2019 JE OEFENT VOOR DE ECHTE WERELD Een OGO-school in de groei. Dat is De Werkschuit in Haarlem-Noord. Eerst als klein bootje verbonden met De Ark, maar nu zelfstandig. Ontwikkelingsgericht onderwijs wordt er gegeven onder leiding van Susan Seijmonsbergen. Het is een nieuw concept binnen de Salomoscholen. Hoe wordt dat aangepakt? Enthousiast, op het puntje van haar stoel vertelt Susan gedreven en met een glinstering in haar ogen over haar droomschool. Tekst: Susan Seijmonsbergen Foto s: Susan Seijmonsbergen en Saar Manders E erst is er even hectiek bij binnenkomst. Een vervangersprobleem. Een leerkracht gaat ziek naar huis en de klas wordt verdeeld. En dan is de rust hersteld en kan het interview beginnen. Voorheen werkte Susan Seijmonsbergen -met een korte tussenstop op De Ark- ruim zestien jaar in Amsterdam op een OGO -school, De Vlaamse Reus. Ze was er leerkracht geweest in een super leuk team, bovenbouwcoördinator, taalcoördinator en intern begeleider. Een grote school van ongeveer 460 kinderen. Het gezin verhuisde naar Haarlem. Susan: Dan word je veertig en dan... wil je wat anders? Ik zou wel weer van voren af aan willen beginnen. En ze ging op zoek naar een school en vond via de website De Ark, waar ze ging vervangen. Op die website stond ook de naam van een opleider die ze goed kende en dus spraken ze in ieder geval dezelfde men, maar tegelijkertijd dacht ze: waarom zou ik het niet gewoon gaan doen? Op 1 december 2012 startte ze met twee kinderen in het gebouw aan de Velserstraat 55. Ze hing de vlag uit en bestelde taart. Op 5 december speelde Susan dat ze Sint was en de twee kinderen waren piet. De rest van het gebouw stond leeg. Ja, peinsde ze. Wat wil ik met dit gebouw? Ze was de duo van een leerkracht en één dag per week ambulant en ze had de tijd om na te denken en plannen te maken. Na één jaar kwam er een groep bij. Inmiddels telt de school acht groepen, waarvan groep 6 de hoogste is. Er kwamen zoveel kinderen in de wijk dat zij en Marjo ze niet konden onderbrengen. Dus Susan maakte een extra groep. Dat is nu een dubbele groep 5. De rest verdubbelen was geen oplossing door ruimtegebrek. De Ark werkt vanuit de visie Zin in leren, die veel overeenkomsten heeft met OGO-onderwijs en De Werkschuit is mee gaan varen op die visie. Na vierenhalf jaar Susan Seijmonsbergen thema s oefenen de kinderen voor de echte wereld. Ze worden voorbereid op een toekomstige rol in de samenleving. Daarin is samenwerken erg belangrijk, elkaar helpen en van elkaar leren. In groep 1 t/m 4 doen ze dit via de spelhoek, bij voorbeeld een museum, een dierenwinkel of met ridders en kastelen. In de groepen 5 en 6 wordt er gewerkt vanuit onderzoeksvragen, maar ook in deze groepen blijft het naspelen van de werkelijkheid belangrijk. In groep 3 t/m 6 wordt er nog met de methoden voor taal, schrijven en rekenen gewerkt, waarbij de inhouden zoveel mogelijk worden verbonden met het thema. Het werken aan het thema kan zowel s ochtends als Dan word je veertig en dan... wil je wat anders? Ik zou wel weer van voren af aan willen beginnen. taal. De Ark verhuisde in juni 2012 naar het nieuwe gebouw. Dat was echter direct te klein voor de groei van het aantal kinderen in het Kleverpark. Het oude gebouw aan de Velserstraat kwam leeg te staan. Marjo, de directeur van De Ark, vroeg naar haar ambities. Susan kon veel redenen verzinnen waarom ze niet de leiding van De Werkschuit op zich zou neging ze los van De Ark. De school was groot genoeg om haar eigen koers te gaan varen. Op De Werkschuit wordt er gewerkt met thema s waarin de wereld herkenbaar is en die aansluiten bij de belevingswereld en de eigen ervaringen van het kind. In de bouwen wordt er met dezelfde thema s gewerkt. Met de s middags plaats vinden. In groep 1 t/m 4 is het thema nu (januari) Ik ben een schilder en in groep 5 en 6 Ik duik in een boek. Er zijn binnen het thema verschillende activiteiten: een biografie schrijven over een iconische auteur zoals J.K. Rowling, Roald Dahl en Jan Terlouw die de kinderen zelf uitgezocht hebben of de tijdlijn van een verhaal maken. 24

25 De leraren werken met het digitaal instrument van Horeb om de thema s voor te bereiden en een dagelijks aanbod te plannen. De afgelopen twee jaar is het team daarin geschoold. Het instrument bestaat uit een dagelijks logboek, een activiteitenboek en het kinderdagboek. De leerkrachten bereiden het thema met elkaar voor. Bij het plannen van het thema worden de activiteiten aan de doelencirkels verbonden. De binnencirkel staat voorop. Deze gaat erover dat een kind optimaal leert als het goed in zijn vel zit, zelfvertrouwen heeft en nieuwsgierig is. Er staan twee cirkels omheen. Die gaan over een brede ontwikkeling, probleemoplossend leren werken, samenwerken en argumenteren leren. De buitenste cirkel staat voor specifieke kennis en vaardigheden en daar zijn de kerndoelen in opgenomen. een vorm bedacht hoe dit te presenteren aan de groep. Wat vraagt het van de kinderen? Iedereen kan meedoen op zijn eigen manier. Er is altijd wel een rol die bij een kind past. Wat is de rol van de leerkracht? Soms legt ze iets uit. Ze kijkt wat de kinderen nodig hebben en ze doet mee. Leerkrachten hebben daarbij een onderzoekende en reflectieve houding, stemmen hun onderwijs af op de ontwikkelingsbehoeften van kinderen en denken samen met de kinderen na over de wereld om hen heen. Susan zit in een landelijk netwerk van OGO-directeuren, waar ze elkaar inspireren en overleggen hoe OGO-onderwijs ingevoerd kan worden. Ze heeft veel aan het boek Spelen en leren op school van Marjolein Dobber en Bert van Oers. Bea Pompert is haar grote inspirator en begeleidt de school in het project Zin in lezen (zie het artikel hierover op bladzijde 18). Susan houdt het einddoel voor ogen. Wat zou ze willen in acht jaar? Susan: Dat kinderen een leuke basisschooltijd hebben gehad, zelfstandig zijn geworden en open de wereld inkijken, dat ze respectvol omgaan met anderen en een goed gevulde rugzak met kennis en vaardigheden hebben. Maar vooral dat we ze als kind gezien hebben en ze vol vertrouwen een stap verder laten maken in de wereld waarin je groot wordt. Bij het werken met de thema s doorloop je verschillende fases. Je hebt een breed thema nodig om er zes tot acht weken aan te kunnen werken. Bij het plannen van een thema worden altijd eerst de volgende vragen ingevuld: wat vinden de kinderen interessant? Wat betekent het voor de kinderen? Welke doelen kunnen wij aan de activiteiten verbinden? Uit elke cirkel wordt één deel gehaald, zodat er een taartpunt ontstaat. Zo werk je het hele jaar door aan de verschillende doelen. De inhouden worden uitgekozen door de leerkrachten en de kinderen denken mee. Na deze fase worden er vijf verschillende startactiviteiten bedacht om de kinderen nieuwsgierig te maken en voorkennis te activeren. Aan de kinderen wordt bij voorbeeld gevraagd: wat zou je willen leren? En later in het thema: wat zou je nog te weten willen komen? Soms loopt een thema niet, maar dat geeft niet. Het kan anders lopen dan je voor ogen had. Als het niet interessant is voor kinderen, wordt het bijgesteld door te kijken waar je wel kan aansluiten bij de kinderen. Hierdoor kan een thema ook heel verschillend uitpakken in de groepen door de verschillende inbreng en interesses van kinderen. In alle groepen werken de kinderen met onderzoeksvragen en gaan ze op zoek naar antwoorden. In de midden-bovenbouw zie je ze werken in groepjes. Ze geven tussendoor presentaties en elk groepje draagt bij aan het eindproduct, zoals De Vakantiebeurs. Aan het eind van een thema is er een afsluitende fase waarin je met de kinderen het thema evalueert. Regelmatig worden ouders uitgenodigd voor de presentaties. Groep 1 t/m 4 hebben een museum gemaakt. Daar is een tentoonstelling te zien van al hun schilderwerken en de kinderen zijn gids voor hun ouders. Bij het thema Ik duik in een boek is het spel dat de kinderen boekrecensent zijn. Ze hebben zelf Iedereen kan meedoen op zijn eigen manier. 25

26 NUMMER 41 VOORJAAR 2019 DOELENCIRKEL ONTWIKKELINGSGERICHT ONDERWIJS (OGO) VOOR DE ONDERBOUW De spil zijn de basiskenmerken: nieuws/leergierigheid, zelfvertrouwen, emotionele balans. De basiskenmerken vormen de basis voor al het leren ongeacht de leeftijd van het kind. De brede ring betreft aspecten die in de volle breedte ontwikkeld moeten worden: communiceren, voorstellingsvermogen, wereld verkennen, symbolen en tekens leren, zelfstandigheid en zelfsturing, probleem oplossen en redeneren. De derde ring bevat de doelen voor kennis en vaardigheden voor deze leeftijdsgroep: grove en fijne motoriek, waarnemen en ordenen, woorden en begrippen, hoeveelheden en bewerkingen, technieken, sociale vaardigheden, geschreven en gedrukte taal, schematiseren. DOELENCIRKEL ONTWIKKELINGSGERICHT ONDERWIJS (OGO) VOOR DE BOVENBOUW De binnencirkel geeft de opbrengsten van basisontwikkeling (cirkel onderbouw) weer: de leerlingen kunnen veilig en onbelemmerd communiceren ( schriftelijk en mondeling), ze kunnen zich kennis eigen maken uit spel en werk, ze kunnen reflecteren en representeren; kortom echte lezers en schrijvers en vormgevers die écht willen leren en weten op het gebied van basisvaardigheden en kennis van de wereld. De tweede cirkel geeft weer dat het gaat om systematisch kennis verwerven met behulp van schema s en modellen, daarover kunnen redeneren en verbanden leggen en verder uitdiepen van vaardigheden, automatisering van praktische en mentale handelingen; het ontwikkelen van een zelfbeeld. Alle basisvaardigheden van taal: lezen, spreken, schrijven en luisteren, van rekenen en wiskunde, van ruimte, tijd, natuur en techniek, van sociale verhoudingen bieden de leerinhouden voor deze ontwikkelingsdoelen. De derde cirkel geeft weer dat het denken en de taal van het kind zich moet ontwikkelen. Door te denken en daarover te praten met anderen wordt de kennis gesystematiseerd. Regels en instrumenten die horen bij de vakken aardrijkskunde, geschiedenis, natuur en techniek, sociale en maatschappelijke regels. Begrijpen en begripsvorming van al deze aspecten zijn nodig om het geleerde te gebruiken. De vierde cirkel geeft de kerndoelen, de vaardigheden die de leerlingen zich eigen moeten maken als basis voor het vervolgonderwijs, weer. 26

27 GEDICHT OOH HAD IK MAAR EEN BOOTJE Ooh had ik maar een bootje Als ik dan ook een ponnie had Dan reed ik met mijn ponnie Naar mijn bootje en ging ik Met mijn bootje naar de zee Ooh had ik maar een bootje Martin Bril SALOMO IMPULS VOORJAAR 2019 COLOFON REDACTIETEAM Salomo: Gast Redacteur: Fast Company: Ontwerp/opmaak: Ben Cüsters Betty van der Vlist Nanda Klaassen Minke van Putten Dientje Goebert Loes Passchier Susan Seijmonsbergen Marco Antheunisse Fast Company Niets uit deze uitgave mag worden gebruikt zonder schriftelijke toestemming van de redactie. Deze Salomo Impuls is een uitgave van: Salomo Stichting voor Christelijk Primair Onderwijs Zuid-Kennemerland Kantoor: Garenkokerskade 19, 2013 AJ Haarlem Post: Postbus 2018, 2002 CA Haarlem Tel.: Uit de gedichtenwaaier van De Ark Website: