Concept Basiskennisdocument 8 oktober

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Concept Basiskennisdocument 8 oktober 2015 0"

Transcriptie

1 Concept Basiskennisdocument 8 oktober

2 Inhoudsopgave Inleiding Zoönosen Antibioticaresistentie Fijn stof en endotoxinen Basisdocument geur Bijlage 1 Spelregels Kennisplatform Veehouderij Bijlage 2 Uitkomsten voorbereidingstafels Bijlage 3 Maatschappelijke dialoog Bijlage 4: Lopend onderzoek veehouderij en volksgezondheid Bijlage 5 Informatieposter voor zorgboerderijen Bijlage 6 Informatiebronnen veehouderij en gezondheid Concept Basiskennisdocument 8 oktober

3 Inleiding Al lange tijd worden in Nederland veel dieren gehouden. De omgang van mensen en dieren is in onze samenleving algemeen geaccepteerd en een belangrijke economische activiteit. In Nederland werden in 2015 ruim 100 miljoen kippen, 12 miljoen varkens en 4 miljoen runderen gehouden. De veestapel in Nederland is redelijk stabiel in omvang, waarbij sprake is van specialisering en een trend is naar steeds minder, maar steeds grotere bedrijven. De Nederlandse veehouderij is internationaal voorloper als het gaat om kwaliteitsborging, milieu en dierenwelzijn. Tegelijk zijn mensen zich meer zorgen gaan maken over mogelijke gevolgen van de veehouderij, onder andere door blootstelling aan geur, fijn stof en diverse micro-organismen. Maar ook omdat in de afgelopen 15 jaar een aantal uitbraken van dierziekten plaatsvonden waarbij mensen ziek werden en sommigen hierdoor overleden. Bijvoorbeeld de vogelgriep in 2003 en de Q-koorts uitbraak in Deze incidenten hebben verschillende ontwikkelingen in gang gezet. Zo is de signaleringsstructuur voor zoönosen sterk verbeterd. De aanpak rond het Schmallenbergvirus, wat uiteindelijk geen zoönose bleek te zijn, heeft laten zien dat deze structuur goed werkt. Een andere grote verbetering is de afname van het antibioticagebruik in de veehouderij met 58% in 2014 ten opzichte van Voor fijnstof is de veehouderij een factor van belang geworden, nu verkeer en industrie de emissies steeds verder terugdringen. Inmiddels zijn regels opgesteld voor vermindering van fijnstof uit de veehouderij. Aan regelgeving voor endotoxinen wordt gewerkt en voor geur wordt de bestaande regelgeving geëvalueerd. Onderwerpen die veel genoemd worden als het gaat over risico s van veehouderij zijn geur, fijnstof, endotoxinen, zoönosen en antibioticaresistentie. De overeenkomst is dat ze allemaal (ook) een relatie hebben met de veehouderij. Voor lokale professionals van overheden en bedrijfsleven is het ondoenlijk om de hele materie over de relatie tussen veehouderij en humane gezondheid te overzien. Daaruit is de wens voor dit Kennisplatform ontstaan. Het Kennisplatform presenteert de materie compact, begrijpelijk en in samenhang. Dit basiskennisdocument vormt het eerste kennisproduct van het Kennisplatform 1. Op basis van de discussie en inbreng bij het symposium maken we een geactualiseerd basiskennisdocument, met daarbij een werkvoorraad van aspecten die aangevuld en verdiept zullen worden en hun (voorlopige) prioriteit. Op basis van de geactualiseerde versie wordt de website van het Kennisplatform gevuld. Naar aanleiding van de ontwikkelingen in het wetenschappelijke en het maatschappelijke veld past het Kennisplatform de informatie op de website regelmatig aan. Hoe het Kennisplatform werkt is te lezen in bijlage 1. Vier inhoudelijke onderwerpen In 2013 is een draagvlakverkenning gehouden voor de oprichting van het Kennisplatform. Hierbij zijn verschillende stakeholders gevraagd wat volgens hen de onderwerpen waren die voor hen het belangrijkste zijn en waar zij meer informatie over wilden hebben (voor uitkomsten zie bijlage 2). De stand van de kennis van de vier meest urgente onderwerpen bespreken we in dit basiskennisdocument. Dat zijn: geur, fijnstof (inclusief endotoxinen), zoönosen en antibioticaresistentie. We beseffen dat een bespreking van de inhoud langs anderen indelingen ook nuttig kan zijn, zoals per diercategorie, gezondheidseffecten of bedrijfstype. Dergelijke aanvullingen kunnen op termijn zeker overwogen worden. 1 In bijlage 1 is te lezen hoe kennisdocumenten en andere producten van het Kennisplatform tot stand komen. Concept Basiskennisdocument 8 oktober

4 Algemene samenhang tussen de vier onderwerpen en veehouderij De samenhang tussen blootstelling aan geur, fijnstof (inclusief endotoxinen), zoönosen en antibioticaresistentie en hun effecten op humane gezondheid is complex. Blootstelling door verspreiding via de lucht vindt plaats voor geur, fijnstof, endotoxinen en in mindere mate zoönosen en resistente bacteriën. Voor zoönosen en resistente bacteriën is direct contact relevanter. De veehouderij speelt zeker een rol in het ontstaan van geur, fijnstof, zoönosen en antibioticaresistentie. Maar de veehouderij is niet de enige bron. Dat maakt het complex om de bijdrage van de veehouderij te bepalen. Tegelijkertijd zijn er nog veel onzekerheden of en hoe effecten van de veehouderij op humane gezondheid geduid en waar nodig beheerst kunnen worden. De aanwezigheid van de genoemde stoffen in de omgeving van veehouderijen leidt niet direct tot gezondheidseffecten voor mensen. Daarbij speelt ook de mate van blootstelling, de route van blootstelling en de persoonlijke gesteldheid van mensen mee. De gezondheid van werknemers in de veehouderij is veel onderzocht. Werknemers in de veehouderij kunnen gezondheidsschade oplopen door blootstelling aan fijnstof, endotoxinen en zoönosen. Bovendien zijn werknemers vaker besmet met (bepaalde typen) antibioticaresistente bacteriën (dragerschap). Dit hoeft overigens geen gezondheidsschade op te leveren. Wat voor werknemers geldt, geldt mogelijk ook voor omwonenden. Maar voor omwonenden hebben we de blootstelling aan en mogelijke gezondheidseffecten van stoffen en micro-organismen afkomstig uit de veehouderij nog niet goed in kaart. Daarbij speelt ook dat het ontstaan van antibioticaresistente bacteriën en zoönosen een natuurlijk proces is dat lastig te beheersen is. Echter, de monitoring van potentiële zoönosen en antibioticaresistente bacteriën verloopt via strakke en goed gehandhaafde protocollen. Daardoor kunnen risico s beter in kaart gebracht worden en vervolgens ook bespreekbaar gemaakt worden. Volledige zekerheid over aan- of juist afwezigheid van risico s van dierhouderij voor mensen is echter niet te geven. Omgaan met onzekerheden en maatschappelijke dialoog Maatschappelijke vragen over de relatie tussen veehouderij en humane gezondheid zijn zeer divers. Bekende voorbeelden zijn Kan ik mijn kinderen op een (kinder)boerderij laten spelen? Hoeveel meer risico lopen we als het veebedrijf bij ons in de buurt uitbreidt? en ook Waarom weten we zo weinig over de werkelijke risico s? Onzekerheid over en vrees voor de eventuele risico s is een belangrijke factor in de maatschappelijke vragen. Geur, fijnstof, zoönosen en antibioticaresistentie worden in het maatschappelijk debat vaak genoemd. Omdat er nog veel onzeker is over risico s voor omwonenden, heeft de Gezondheidsraad in 2012 geadviseerd om op lokaal niveau een kwalitatieve beoordeling van gezondheidsrisico s uit te voeren met behulp van een maatschappelijke dialoog. Daar voegt de Gezondheidsraad aan toe: Ook als mensen (nog) geen gezondheidsklachten ervaren, kunnen ze bezorgd zijn over de kwaliteit van het plaatselijke milieu. Bekend is dat gebrek aan controle op een situatie ongerustheid en ook stress in de hand kan werken. Bij de beoordeling van risico s leggen deskundigen dikwijls het accent op kwantitatieve informatie en analyses, terwijl burgers hun oordeel veel sterker laten afhangen van kwalitatieve aspecten, zoals de onbekendheid met of onbeheersbaarheid van de emissies en de onzekerheden over de gezondheidsrisico s. Steeds speelt vertrouwen in de autoriteiten eveneens mee. Concept Basiskennisdocument 8 oktober

5 Het is belangrijk om met zulke factoren rekening te houden bij de omgang met onzekerheden. Het biedt ook aanknopingspunten voor handelingsopties. Vanwege de discrepantie tussen risico s en percepties en vanwege de normatieve invalshoek, is een maatschappelijke dialoog een goed middel om samen tot besluiten te komen. In bijlage 3 wordt een basis gelegd voor het delen van de kennis en ervaringen over maatschappelijke dialoog. Daarnaast kan op basis van kennislacunes die binnen het Kennisplatform worden benoemd een onderzoeksagenda opgesteld worden. Deze kan door ZonMw en anderen gebruikt worden om onderzoek te programmeren, zodat er een verdere verdieping van kennis kan komen. Leeswijzer: Hierna volgen achtereenvolgens hoofdstukken met meer detailinformatie over zoönosen, antibioticaresistentie, fijnstof en endotoxinen en tot slot geur. Ook zijn in bijlage 3 inzichten opgenomen over het voeren van een maatschappelijke dialoog. In bijlage 1 staat de werkwijze van het Kennisplatform. Concept Basiskennisdocument 8 oktober

6 1 Zoönosen Wat zijn zoönosen? Zoönosen zijn infectieziekten die van dieren op mensen kunnen worden overgedragen. Zoönosen kunnen veroorzaakt worden door bacteriën, virussen, protozoën, parasieten en schimmels. Er zijn zeer veel verschillende zoönosen, die variëren in ernst, voorkomen, besmettingsroute en symptomen. Meer dan 60% van de soorten opkomende infectieziekten die bij de mens voorkomen, zijn zoönosen. Infectieziekten kunnen ook van mensen op dieren worden overgedragen, dan worden ze antropozoönosen genoemd. Via bacteriën kan resistentie tegen antibiotica worden overgebracht van dier op mens, deze bacteriën worden echter verder besproken onder het hoofdstuk Antimicrobiële resistentie. Waar komen zoönosen voor? Allerlei dieren kunnen ziekteverwekkers bij zich dragen waar mensen ziek van kunnen worden, zoals landbouwhuisdieren, wilde dieren, ongedierte of huisdieren. Zoönosen veroorzaken ziekte bij de mens, maar de dieren waarvan ze afkomstig hoeven hier niet ziek van te worden. Zoönosen komen over de hele wereld voor. In dit kennisdocument gaan we vooral in op zoönosen in de Nederlandse veehouderij (landbouwhuisdieren). Hoe kun je worden besmet? Mensen kunnen op verschillende manieren worden besmet. Een belangrijke route is voedsel, maar ook oppervlaktewater kan besmet zijn met ziekteverwekkers van dierlijke oorsprong. Afhankelijk van de ziekteverwekker kunnen mensen ook via de lucht, door direct contact met dieren of dierlijk materiaal of via vectoren zoals teken of insecten blootgesteld worden en geïnfecteerd raken. Voeding Voedingsmiddelen van dierlijke oorsprong zoals vlees, vis, melk, eieren en afgeleide producten kunnen zoönoseverwekkers bevatten. Groenten en fruit kunnen ook besmet raken met ziektekiemen die van dieren afkomstig zijn. Als groenten en fruit besproeid worden met water dat met dierlijke mest verontreinigd is, kunnen ziektekiemen op het voedsel terecht komen. Op die manier kunnen ook mensen die nooit dierlijke producten eten toch besmet raken met een zoönose. Een andere veel voorkomende route van besmetting vindt plaats in de keuken: via kruisbesmetting kunnen ziektekiemen van het ene product op het andere overgaan. Kruisbesmetting treedt op wanneer je een besmet product bereidt of bewaart en de bacteriën van dat product op een ander product brengt. Vooral als bacteriën overgaan op producten die rauw gegeten worden neemt het risico op infectie toe. Veehouderij In Nederland is de veehouderij een belangrijke potentiële bron van zoönoseverwekkers. In Nederland worden een groot aantal dieren bedrijfsmatig gehouden. In een grote populatie kunnen ziekteverwekkers zich gewoonlijk gemakkelijker handhaven, maar door verschillende managementmaatregelen kan dit risico worden teruggedrongen. Voorbeelden van dergelijke maatregelen zijn: goede hygiëne, het scheiden van leeftijdsgroepen of een gesloten bedrijfsvoering waarbij geen dieren hoeven te worden aangekocht. Naast besmetting via voedingsmiddelen van dierlijke oorsprong (zie boven), kan de besmetting van mensen door landbouwhuisdieren optreden via direct contact, via vectoren (zoals teken of insecten) of via de lucht. Op veehouderijen zonder zorg- of publieksfunctie komen doorgaans relatief weinig bezoekers en hebben vooral werknemers contact met de dieren. Omwonenden van veehouderijen kunnen ook besmet raken over grotere afstand via de lucht, maar dat is voor slechts een klein aantal zoönosen waargenomen. Concept Basiskennisdocument 8 oktober

7 Kinder/zorgboerderijen Op kinderboerderijen en zorgboerderijen is er veelvuldig en soms intensief contact tussen dier en mens. Steeds meer commerciële veehouderijen starten met nevenactiviteiten zoals recreatie en zorg, wat leidt tot meer contact tussen mens en vee (en diens directe omgeving). Dit kan ertoe leiden dat infectieziekten gerelateerd aan dit contact ook meer zullen voorkomen. Daarnaast bezoeken relatief veel YOPI s (Young, Old, Pregnant en Immunosuppressed) kinderboerderijen en zorgboerderijen. Hierdoor kunnen zoönotische infecties mogelijk vaker voorkomen en mogelijk een ernstiger verloop kennen. Welke gevaren bezoekers in de praktijk lopen, hangt af van de aanwezigheid van de ziekteverwekkers bij de dieren, van de aanwezige diersoorten, de eigenschappen van de ziekteverwekker, de gezondheid van de dieren, de weerstand van de persoon in kwestie en de mate van contact met de aanwezige dieren. Risico s kunnen worden beperkt door maatregelen te nemen om overdracht van zoönosen te beperken (meer informatie onder Wat kan ik doen om risico s te verminderen? ). Wat is het gezondheidsprobleem? In 2014 bevonden zich in Nederland ruim 100 miljoen kippen, 12 miljoen varkens, 4 miljoen runderen en 1.4 miljoen kleine herkauwers (schapen en geiten). Al deze dieren kunnen ziekteverwekkers bij zich dragen die ook mensen kunnen besmetten. Een bekend voorbeeld van een zoönose in Nederland is Q-koorts, een ziekte die van geiten op mensen kan worden overgedragen. In de periode zijn meer dan 4000 mensen ziek geworden. Ook sommige varianten van vogelgriep zijn een zoönose. Dergelijke vogelgriepvirusinfecties kunnen bij mensen milde griepklachten en/of een oogontsteking veroorzaken. Dit zijn meestal mensen die aan hoge concentraties van het virus worden blootgesteld, zoals ruimers en directe betrokkenen. In Nederland is een enkel sterftegeval bekend ten gevolge van vogelgriep. In 2003 overleed een dierenarts aan de vogelgriep na een bezoek aan een besmet bedrijf. Hoe groot is het gezondheidsprobleem? Hoe vaak komen zoönosen precies voor? Circa 60% van de infectieziekten die wereldwijd bij de mens opduiken zijn van dieren afkomstig. Echter, het aantal mensen dat een infectie oploopt van een dier is vele malen lager dan mensen die een infectieziekte oplopen van andere mensen. Denk daarbij aan veel voorkomende infecties als griep en verkoudheid. Ook zijn er een aantal zoönosen die wel regelmatig voorkomen, maar niet gerelateerd zijn aan de veehouderij. Voorbeelden hiervan zijn de Ziekte van Lyme, die via teken wordt overgebracht en ongeveer ziektegevallen per jaar kent, of kattenkrabziekte, waarbij jaarlijks naar schatting 300 tot 1000 mensen door katten worden besmet en vervolgens ziek worden. De belangrijkste besmettingsroute van zoönosen is via voedsel. Campylobacter-infecties worden bijvoorbeeld voornamelijk veroorzaakt door besmet voedsel. Infecties komen bij ongeveer mensen per jaar voor. Zoönosen door direct contact worden ook regelmatig gezien, zoals kattenkrabziekte (zie boven) en koepokken. Ziektekiemen uit de veehouderij die worden verspreid via de lucht en zo mensen ziek kunnen maken komen in Nederland maar weinig voor nu de Q- koorts uitbraak is bestreden. De precieze ziektelast van alle zoönosen in Nederland is onbekend. Een aantal zoönosen zijn meldingsplichtig 2, waardoor voor een aantal ziekten kan worden geschat hoe veel mensen jaarlijks besmet raken. Er is echter vrijwel altijd sprake van onderrapportage omdat veel mensen met ziekteverschijnselen niet naar de huisarts gaan of omdat de huisarts geen laboratoriumonderzoek aanvraagt. Eens per jaar publiceert het RIVM de Staat van Zoönosen waarin de meldingsplichtige zoönosen van het opgelopen jaar alsook een aantal opmerkelijke voorvallen worden beschreven. 2 Meldingsplichtige zoönosen zijn infectieziekten waarbij een melding dient te worden gedaan bij een bevoegde autoriteit. Concept Basiskennisdocument 8 oktober

8 Wat zijn de grootste kennishiaten? Risico s veehouderij voor omwonenden Onderzoek naar de gezondheid van omwonenden van veehouderijen is veel minder vaak uitgevoerd dan onder werknemers. Daardoor is weinig betrouwbare informatie beschikbaar. In 2012 stelde de Gezondheidsraad dat er onvoldoende wetenschappelijke kennis is over de gezondheidsrisico s van veehouderijen. Ook uit een literatuuronderzoek van Maassen et al (2012) bleek dat er weinig studies zijn gedaan waarbij daadwerkelijk is onderzocht of omwonenden van veehouderijbedrijven een verhoogd risico hebben op infecties, als er op dat moment zoönosen op bedrijven circuleren. Micro-organismen die aanwezig zijn in stallen kunnen door uitstoot naar de buitenlucht worden verspreid in de omgeving. De mate van uitstoot van micro-organismen zal onder andere afhankelijk zijn van het type dieren, het aantal dieren in de stal, het bedrijfsmanagement en het type stal. De verspreiding tot aan de omringende bewoning is vervolgens weer afhankelijk van vele andere factoren zoals de plaats van uitlaat, bomen en struiken in de omgeving, bebouwing en het weer en de overleving van het micro-organisme in het milieu. Het bepalen van de veilige afstand tussen veehouderijen en bewoning is door het gebrek aan betrouwbare informatie over de risico s voor omwonenden en de grote variatie aan lokale omstandigheden zeer lastig. Het is met de huidige informatie niet mogelijk om een minimale afstand te bepalen die voor alle situaties (diersoorten, huisvestingtypes etc) en de veelvoud aan zoönoseverwekkers toepasbaar is. Maximale dichtheid veehouderijen Momenteel is er voor geen enkele zoönose informatie over risico s voor de omwonenden in relatie tot dichtheid van veehouderijen. Er zijn diverse wetenschappelijke studies gedaan op basis waarvan een afstandsadvies tussen bedrijven onderling kan worden gegeven om besmetting met een dierziekteverwekker te voorkomen. In sommige gevallen zijn zoönoseverwekkers ook onderzocht, maar dan alleen de zoönosen waar dieren ook (erg) ziek van worden. Er moet in ogenschouw genomen worden dat het gaat om de verspreiding tussen bedrijven met grote aantallen dieren die (zeer) gevoelig zijn voor een bepaalde ziekteverwekker, zoals een hoog pathogeen vogelgriepvirus. Doorgaans zijn mensen veel minder gevoelig voor dergelijke ziekteverwekkers en leven veel minder geconcentreerd, waardoor de verspreiding van dezelfde ziekteverwekker onder mensen waarschijnlijk veel minder vaak en snel plaats zal vinden. Wel is het theoretisch zo dat als veel bedrijven besmet zijn, de uitscheiding hoog is en de potentiële blootstelling van het aantal mensen toeneemt. In een van de studies blijkt dat de maximale dichtheid van veehouderijen belangrijker is dan een afstand tussen individuele bedrijven. Dit is informatie die van belang kan zijn voor de inrichting van veehouderijrijke gebieden. Verschillen in gezondheidsrisico s tussen veehouderijen met verschillende diersoorten Er is maar heel weinig informatie bekend over de verschillen in gezondheidsrisico s die omwonenden van verschillende typen veehouderijen lopen. Het kleine aantal studies dat wel is gedaan lijkt te laten zien dat er verschillen zijn in uitstoot van micro-organismen en gezondheid van omwonenden. Er is echter nog veel meer onderzoek nodig om dit verder uit te zoeken. In één studie zijn bijvoorbeeld verschillen gevonden tussen de uitstoot van micro-organismen (en delen van bacteriën) bij pluimveebedrijven, varkensbedrijven en runderbedrijven. De hoogste concentraties werden gevonden rondom pluimveebedrijven en de laagste concentraties rondom runderbedrijven. Wat dit betekent voor blootstelling en ziektelast bij omwonenden is onbekend. Wel is in een recente Nederlandse studie een verband gevonden tussen de nabijheid van stallen met pluimvee en een hoger aantal maagdarminfecties bij kinderen van 0 tot en met 14 jaar. Concept Basiskennisdocument 8 oktober

9 Zijn er lopende onderzoeken om de kennishiaten op te lossen? In 2014 is een grootschalige Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (VGO) studie gestart naar mogelijke gezondheidsrisico s van de veehouderij voor omwonenden. Een groot deel van de resultaten komen in 2016 beschikbaar. Er is een gezondheidsonderzoek gedaan bij ongeveer 2500 personen in Brabant en Limburg waar de veedichtheid erg hoog is. Ook zijn er in de woonomgeving luchtmetingen gedaan om inzicht te krijgen waar omwonenden van veehouderijen aan worden blootgesteld. Tevens zijn bij een aantal veehouderijen luchtmetingen gedaan om te onderzoeken hoe bepaalde stoffen en micro-organismen zich vanuit de veehouderij verspreiden. De verzamelde gegevens zullen informatie verschaffen over de mogelijke gezondheidsrisico s van de veehouderij voor omwonenden. In het project Plat4m2Btpsittacose wordt onder andere gekeken naar het verband tussen het voorkomen van papegaaienziekte (psittacose) en het aantal pluimveehouderijen in de buurt. Het NVWA-RIVM project Surveillance landbouwhuisdieren onderzoekt jaarlijks de aanwezigheid van geselecteerde zoönosen bij mensen en dieren (vee, veehouders en familie) op veehouderijbedrijven gedurende een periode van 5 jaar in verschillende sectoren (ieder jaar een andere sector: pluimveesector, varkenssector, etc.). Waarover maken mensen zich zorgen? Wat is de aanleiding? Mensen maken zich zorgen over de negatieve gevolgen van de intensieve veehouderij, onder andere door blootstelling aan geur, ammoniak, fijnstof en diverse micro-organismen. In de afgelopen 15 jaar hebben bovendien een aantal ernstige uitbraken van dierziekten plaatsgevonden die een risico vormden voor de volksgezondheid, zoals de vogelgriep in 2003 en de Q-koorts in Zeer recent was er veel aandacht voor het verband tussen de varkenshouderij en het toegenomen aantal hepatitis E infecties bij mensen. Dit alles draagt bij aan de zorgen van omwonenden van veehouderijen over hun gezondheid. Bij het algemene publiek is er ook veel aandacht voor de risico s van een bezoek aan kinderboerderijen en zorgboerderijen. Door de recente aandacht voor EHEC in kiemgroenten, Salmonella infecties door besmette zalm en ESBL-producerende bacteriën op kippenvlees zijn er ook opnieuw zorgen over ziektekiemen uit de veehouderij die in ons voedsel terecht kunnen komen. Wat kan ik doen om risico s te verminderen? Consument Voedsel overdraagbare ziekten zijn veelal te voorkomen door goede keukenhygiëne. Onvoldoende verhit vlees, rauw verwerkte eieren en kruiscontaminatie bij het verwerken van voedsel is een risicofactor voor diverse zoönosen. Consumenten kunnen veel infecties voorkomen door de volgende regels in acht te nemen: bewaar voedsel bij de juiste temperatuur, verhit voedsel door en door zodat het van buiten én van binnen voldoende heet is, let op de uiterste houdbaarheidsdatum, was handdoeken, theedoeken en vaatdoeken, regelmatig handen wassen en voorkom kruisbesmetting. Daarnaast kan invriezen van vlees het risico verder terugdringen. Risicogroepen (YOPI s) kunnen risico s verminderen door geen producten te consumeren die rauwe melk of rauwe vleeswaren bevatten. Werknemers en eigenaren van veehouderijen (inclusief boerderijen met publieksfunctie) Preventie van zoönosen begint bij de bron: als een ziekteverwekker niet op het bedrijf voorkomt, kan ook niemand besmet raken. Daarom is het aan te raden om alleen dieren aan te kopen van een bedrijf dat aan kan tonen dat het vrij is van een bepaalde ziekte en dieren te vaccineren waar mogelijk (bijvoorbeeld tegen vlekziekte (varkens), Chlamydia abortus (schapen) of Q-koorts (melkgeiten en -schapen)). Insleep van ziekten kan bovendien worden voorkomen door zo min mogelijk bezoekers toe te laten en ongedierte te bestrijden. Laat de bezoekers die wel naar binnen Concept Basiskennisdocument 8 oktober

10 mogen het bedrijf alleen via een hygiënesluis betreden, waar bedrijfskleding en een mogelijkheid tot handen wassen (en douchen) aanwezig zijn. Boerderijen met een publieksfunctie zullen veel bezoekers krijgen waardoor het voorkomen van de insleep van ziekten lastiger zal zijn. Zij kunnen echter nog steeds door middel van hun aankoop- en vaccinatiebeleid en ook het aanbieden van voldoende gelegenheid tot handen wassen de mogelijkheden tot insleep beperkt houden. Dieren die ziek zijn dienen bij voorkeur apart gehouden te worden van de bezoekers, vooral de YOPI s. Laat dieren bij voorkeur alleen bevallen en in afwezigheid van bezoekers. Het is verstandig om zieke werknemers van werkzaamheden te ontslaan om contact met dieren te voorkomen. Door een besmetting met sommige ziekteverwekkers die vooral een rol spelen bij jonge dieren en bevallingen, kunnen zwangere vrouwen ernstig ziek worden en/of een miskraam krijgen. In bijlage 5 is de poster voorkom ziek worden op de boerderij te vinden, met meer informatie over preventieve maatregelen. Bezoekers van veehouderijen (inclusief boerderijen met publieksfunctie) Infecties kunnen veelal worden voorkomen door persoonlijke hygiënemaatregelen zoals handen wassen met water en zeep na contact met dieren en vóór het eten, handen drogen met wegwerpdoekjes, niet eten bij de dieren en schone kleding en schoenen na bezoek van stallen of contact met dieren. Niet alle zoönosen kunnen op deze manier worden voorkomen, maar de kans op infectie wordt wel een stuk kleiner. Voor YOPI s is het extra belangrijk dat zij deze voorzorgsmaatregelen goed in acht nemen. Zwangere vrouwen doen er verstandig aan om contact met zieke dieren te vermijden en geen bevallingen van dieren bij te wonen. Omwonenden Als omwonenden geen direct contact hebben met de dieren op een veehouderij, kunnen ze alleen besmet raken door de lucht overdraagbare zoönosen. Coxiella burnetii, de veroorzaker van Q- koortskan zich goed via de lucht kan verspreiden en kan onder bepaalde omstandigheden ook goed overleven in het milieu. Echter, van de meeste zoönoseverwekkers is weinig bekend over verspreiding door de lucht en de overleving onder verschillende omstandigheden. Huisvestingssystemen verschillen per diersoort. Varkens- en pluimveestallen zijn veelal gesloten systemen en verspreiding naar de omgeving vindt vooral plaats via de ventilatie openingen. Luchtwassers 3 kunnen verspreiding van micro-organismen verminderen, maar er zijn nog weinig gegevens over het percentage ziekteverwekkers wat daarmee kan worden weggefilterd. Geiten- en rundvee leven doorgaans in meer open stallen, waardoor verspreiding van ziektekiemen naar de omgeving makkelijker kan plaatsvinden. Tot op heden is er onvoldoende informatie beschikbaar om veilige afstanden in te schatten voor het oplopen van een zoönose, ook niet per diersoort. Bij direct contact met dieren gelden dezelfde preventieve maatregelen als onder Bezoekers van veehouderijen. Overheid De overheid kan een rol spelen in de bewustwording van het voorkomen en de risico s van zoönosen. Het is belangrijk dat zoönosen deel uitmaken van het curriculum van diverse professionals die met dieren werken. Vooral artsen en dierenartsen, maar ook consumenten zouden kennis moeten hebben van het bestaan van zoönosen. De overheid zou bijvoorbeeld kennisuitwisseling tussen dierenartsen en huisartsen kunnen stimuleren. De overheid kan bovendien regels opleggen voor de voorlichting van bezoekers en de opzet van kinder- en zorgboerderijen (o.a. voldoende gelegenheid tot handen wassen), zodat de kans op infecties zo klein mogelijk wordt. 3 Een luchtwasser wordt in de intensieve veehouderij gebruikt om de uitstoot van gevaarlijke stoffen en/of stoffen die het milieu aantasten te reduceren. Concept Basiskennisdocument 8 oktober

11 Wat wordt er al gedaan aan zoönosen? Monitoring en surveillance In de veehouderij worden diverse ziekteverwekkers bij dieren intensief gemonitord en bestreden. De Gezondheidsdienst voor Dieren (GD Deventer) monitort sinds 10 jaar dierziekten in landbouwhuisdieren en sinds een jaar ook in de paardenhouderij. De monitoring is de plek waar alle informatie bij elkaar komt vanuit de praktijk, de sectiezaal, het laboratorium en de data-analyse. Gecombineerd met de expertise uit binnen en buitenland wordt er gestructureerd gewerkt aan verbetering van diergezondheid in Nederland. Dankzij de monitoring konden ziekten als MRSA bij varkens, blauwtong en schmallenbergvirus vroegtijdig gesignaleerd worden. Voor een aantal meldingsplichtige ziekteverwekkers is het verplicht om een melding te doen bij een bevoegde autoriteit (zowel humaan als veterinair) als er een verdenking of bewijs is van de aanwezigheid van deze ziekteverwekkers. Een deel van deze meldingsplichtige ziekten zijn zoönosen. Om de vroegsignalering van 'opkomende' zoönosen en niet-meldingsplichtige zoönosen te verbeteren is in 2011 de 'zoönosestructuur' ingericht inclusief een maandelijks Signaleringsoverleg Zoönosen (SOZ). Doel van deze risico-analysestructuur is dat signalen die op een (opkomende) zoönose kunnen duiden worden herkend en dat tijdig actie wordt ondernomen. Verschillende partijen zijn betrokken in de zoönosestructuur. Deskundigen in het veterinaire en humane domein beoordelen maandelijks de regionale, landelijke en internationale signalen van (mogelijke) zoönosen uit verschillende sectoren en dierreservoirs. De uitbraak van het Schmallenbergvirus eind 2011 liet zien dat de samenwerking tussen de humane en veterinaire snel en adequaat verliep. Binnen enkele maanden waren de risico s van de uitbraak van Schmallenbergvirus duidelijk, waarbij geen risico was voor de humane gezondheid. Onderwijs One Health heeft de laatste jaren een duidelijke plaats gekregen in het onderwijs bij de Faculteit Diergeneeskunde en de Universiteit Utrecht. Bij Diergeneeskunde is het als thema verwerkt door de hele opleiding, bijvoorbeeld in het onderwijs over zoönosen, voedselveiligheid, infectieverspreiding, milieukunde etc. Expliciet komt het aan de orde in de bachelor in een keuzevak One Health voor honnours studenten (studenten met een cijfer gemiddelde boven de 8). Dit is een universiteitsbreed keuzevak waarbij honnours studenten van alle studierichtingen gezamenlijk dit keuzevak volgen. Binnen de master Diergeneeskunde is One Health een aparte track. Deze track bestaat uit 1 jaar One Health gerelateerde onderwerpen. Diergeneeskunde studenten die deze track volgen studeren af als algemeen bevoegd dierenarts met een specialisme One Health. Daarnaast is de Universiteit Utrecht onder leiding van de Faculteit Diergeneeskunde bezig met de ontwikkeling van een aparte 2 jarige master One Health voor studenten met een bachelor Diergeneeskunde, Geneeskunde, Biologie, Farmacie, Biomedische wetenschappen etc. De verwachting is dat deze master in 2016 van start gaat. In Wageningen is daarnaast een master Global Health. In Nijmegen is onlangs een gezamenlijk coschap geneeskunde studenten en diergeneeskunde studenten georganiseerd en daarnaast is er de mogelijkheid voor huisartsen in opleiding om de cursus zoönosen te volgen. Samenwerking humane en veterinaire sector Op regionaal niveau zijn er de afgelopen jaren diverse zoönosenetwerken opgericht waarin artsen, dierenartsen en vaak ook andere professionals aan deelnemen om kennis uit te wisselen over zoönosen. Er zijn netwerken in Brabant, Utrecht en Twente. Een ander voorbeeld is het project SaMeDi, in 2014 gestart door de Zuidelijke Land en Tuinbouworganisatie (ZLTO), wat staat voor Samenwerking Medici en Dierenartsen. Het project wil in het belang van de veehouder en zijn gezin en vanuit de One Health gedachte, het onderlinge contact tussen de twee beroepsgroepen stimuleren. In inmiddels vijf proeftuinen zitten huisartsen en dierenartsen met vertegenwoordigers Concept Basiskennisdocument 8 oktober

12 van de ZLTO-afdeling om tafel. De ervaringen die in de vijf proeftuinen worden opgedaan, worden gedeeld met andere dieren- en huisartsen, in eerste instantie in Brabant. De NVWA heeft in 2012 Regionaal Veterinair Consulenten aangesteld om samen met de Regionaal Arts Consulenten de humaan-veterinaire samenwerking in de regio te stimuleren. Er wordt regelmatig een bijeenkomst georganiseerd en GGD en hebben bij melding van een zoönose een laagdrempelige ingang tot overleg met het veterinaire veld. GGD en hebben meer inzicht gekregen in het voorkomen van veehouderijen in de regio. Daarnaast zijn er in de afgelopen jaren diverse gezamenlijke publicaties en rapporten uitgekomen. Een voorbeeld is de Staat van Zoönosen: een NVWA/RIVM rapport waarin een overzicht wordt gegeven van de mate waarin zoönosen in Nederland voorkomen en ontwikkelingen daarin op de lange termijn. Daarnaast is er een Vademecum Zoönosen, en een praktische gids over de melding, signalering en bestrijding van zoönosen in de humane en veterinaire gezondheidszorg. Onderzoek Het pas opgerichte Netherlands Centre for One Health (NCOH) zal multidisciplinair en multisectorieel onderzoek doen en kennis ontwikkelen in het domein van biowetenschappen, geneeskunde, diergeneeskunde, dierwetenschappen en milieuwetenschappen. Het NCOH slaat bruggen tussen academische en onderzoeksinstituten, industrie, overheid en NGO s. Ook op andere nationale en internationale onderzoeksagenda s nemen (opkomenden) zoönosen een steeds prominentere plaats in. In 2015 is in Amsterdam het One Health Congres georganiseerd. Dat was een groot internationaal congres waarbij onderzoekers op het gebied van One Health uit binnen- en buitenland samen kwamen om kennis uit te wisselen. Welke inzichten zijn er veranderd of aan het veranderen? Na de Q-koorts epidemie van is er veel veranderd in Nederland. Door deze zoönotische uitbraak met een enorme impact, ontstond nadrukkelijker het besef dat de veterinaire (en landbouw-) sector en de volksgezondheidssector meer moeten samenwerken om dergelijke uitbraken in de toekomst te voorkomen. Daarop is het SOZ opgericht en werken artsen en dierenartsen op verschillende niveaus meer samen(zie boven voor beide). Daarnaast wordt in diverse onderzoeksprojecten en in het diergeneeskundig curriculum veel aandacht besteed aan het One Health concept. 4 Is biologisch beter dan regulier? Biologisch is niet beter dan regulier als we kijken naar het vóórkomen van zoönosen. Er bestaan verschillen in infectieziekterisico tussen biologische en gangbare veehouderij. Deze worden vooral veroorzaakt door de aan- of afwezigheid van de mogelijkheid tot buitenloop. De verschillen zijn vooral te vinden bij varkens en pluimvee. Door de vrije uitloop komen varkens en kippen meer in contact met ziekteverwekkers in het buitenmilieu. Runderen en kleine herkauwers hebben in het algemeen meer contact met buiten waardoor het verschil tussen gangbare en biologische veehouderij niet of nauwelijks aanwezig is. Er zijn vooral verschillen te vinden in het voorkomen van voedseloverdraagbare zoönosen. Een voorbeeld is de hogere seroprevalentie voor Toxoplasma gondii onder varkens met buitenloop vergeleken met conventioneel gehouden varkens. Een andere parasitaire zoönose die van belang kan zijn bij varkens met buitenloop is Trichinella. Trichinella bij gehouden varkens komt in Nederland niet voor, maar wordt wel met enige regelmaat gevonden in wilde zwijnen. Buitenloop van varkens kan door het contact met de omgeving (via besmette knaagdieren) leiden tot besmetting met 4 Het One Health-concept is een wereldwijde strategie voor het uitbreiden van interdisciplinaire samenwerkingen communicatie in alle aspecten van de gezondheidszorg voor mens, dier en milieu. (bron: Kaplan et al. The brewing storm Monograph about One Medicine - One Health concept) Concept Basiskennisdocument 8 oktober

13 Trichinella en kan zo een potentieel risico voor de mens zijn. Verschillende studies laten zien dat ook besmetting met Campylobacter meer voorkomt onder pluimvee met buitenloop vergeleken met conventioneel gehouden pluimvee. Naast een verhoogde prevalentie van voedseloverdraagbare zoönosen kan buitenloop van pluimvee ook het risico op besmetting met het aviaire influenzavirus vergroten. Contact met (uitwerpselen) van geïnfecteerde wilde watervogels kan leiden tot besmetting van het pluimvee, met mogelijke gevolgen voor de mens. Kan ik nog veilig vlees eten of rauwe groenten Het is veilig om vlees en rauwe groenten te eten. Het is alleen wel belangrijk om enkele maatregelen te treffen. Voedseloverdraagbare ziekten zijn veelal te voorkomen door goede keukenhygiëne. Onvoldoende verhit vlees, rauw verwerkte eieren en kruiscontaminatie bij het verwerken van voedsel zijn risicofactoren voor diverse zoönosen. Consumenten kunnen veel infecties voorkomen door de volgende regels in acht te nemen: bewaar voedsel bij de juiste temperatuur, verhit voedsel door en door zodat het van buiten én van binnen voldoende heet is, was handdoeken, theedoeken en vaatdoeken, regelmatig handen wassen en voorkom kruisbesmetting. Ik ben veehouder/werknemer, word ik eerder ziek? In verschillende studies is gekeken naar de verschillen in antistoffen tegen bepaalde zoönosen bij veehouders en mensen die geen dieren houden. Bij veehouders wordenvaker antistoffen gevonden. Doordat veehouders veel meer contact hebben met dieren is de blootstelling aan zoönoseverwekkers groter. Blootstelling leidt echter niet altijd tot ziekte, en veehouders en werknemers op veehouderijen worden dan ook niet per definitie eerder ziek. Veel zoönosen leiden niet of nauwelijks tot ziekteverschijnselen. Bovendien geldt voor veel zoönosen dat het mogelijk is om weerstand op te bouwen waardoor er bij een tweede infectie veel minder symptomen op zullen treden. Het is belangrijk om als veehouder persoonlijke beschermingsen hygiënemaatregelen in acht te nemen, daarmee kunnen veel infecties worden voorkomen. Kunnen mijn kinderen nog wel op een boerderij spelen? Als uw kind in goede gezondheid is, is het veilig om ze op de boerderij te laten spelen. Het oplopen van een infectie met een zoönose is altijd mogelijk bij contact met dieren. Dit geldt ook voor contact met huisdieren. Echter, infecties kunnen veelal worden voorkomen door persoonlijke hygiënemaatregelen zoals handen wassen met water en zeep na contact met dieren en vóór het eten, handen drogen met wegwerpdoekjes, niet eten bij de dieren en schone kleding en schoenen na bezoek van stallen of contact met dieren. Niet alle zoönosen kunnen op deze manier worden voorkomen, maar de kans op infectie wordt wel een stuk kleiner. Is het een risico om nabij een boerderij te wonen of deze te bezoeken? (inclusief kinderboerderij en zorgboerderij) Er is maar heel weinig onderzoek gedaan naar de infectieziekterisico s bij omwonenden van veehouderijen. In een Nederlandse studie onder omwonenden van veehouderijbedrijven (IVG studie) is gevonden dat omwonenden minder astma en hooikoorts lijken te hebben. Echter, mensen met COPD en astma die in veehouderijgebieden wonen lijken wel meer longontstekingen en verergeringen van hun ziekte te hebben. In het geval van Q-koorts is er een verband aangetoond tussen geitenbedrijven en ziektegevallen van mensen in de buurt. Door de huidige maatregelen op geitenbedrijven (m.n. verplichte vaccinatie) is het risico voor omwonenden bijna nihil. Het oplopen van een infectie met een zoönose is altijd mogelijk bij contact met dieren. Dit geldt ook voor een bezoek aan een boerderij. Iinfecties kunnen echter veelal worden voorkomen door persoonlijke hygiënemaatregelen zoals handen wassen met water en zeep na contact met dieren en vóór het eten, handen drogen met wegwerpdoekjes, niet eten bij de dieren en schone kleding en schoenen na bezoek van stallen of contact met dieren. Niet alle zoönosen kunnen op deze manier worden voorkomen, maar de kans op infectie wordt wel een stuk kleiner. YOPI s moeten goed Concept Basiskennisdocument 8 oktober

14 opletten, maar door persoonlijke hygiënemaatregelen, en het uit de buurt blijven van zieke of bevallende dieren kunnen de meeste infecties worden voorkomen. Wat is het risico op besmetting buiten de boerderij? Het oplopen van een zoönose is ook mogelijk na contact met andere diersoorten, zoals huisdieren of wilde dieren. Daarnaast zijn veel zoönosen voedseloverdraagbaar. Voor deze infecties is het dus niet nodig om op een boerderij te zijn geweest. Er is bovendien een zeer kleine kans op via de lucht te worden besmet met een zoönose. Als ik besmet ben, hoe groot is de kans dat ik ziek word? De kans op ziek worden verschilt per zoönose. Bij de meeste zoönosen wordt het grootste deel van de mensen die besmet zijn niet ziek, hoewel dit per zoönose kan variëren. Daarnaast zal ook de ernst van de klachten voor iedere zoönose weer anders zijn. Het is niet mogelijk om een algemene uitspraak over alle zoönosen te doen. Kan ik ook weer van een besmetting af komen? Voor het overgrote deel van de gevallen van zoönosen die in Nederland opgelopen worden geldt dat het goed mogelijk is om van de besmetting af te komen. In veel gevallen gaat het vanzelf over en in andere gevallen is een behandeling noodzakelijk. Waarom moet ik aangeven bij het ziekenhuis of ik recent bij een veehouderijbedrijf ben geweest? Deze maatregel is ingesteld omdat patiënten die recent op een vleeskalver-, pluimvee- of varkenshouderij zijn geweest meer kans hebben op het bij zich dragen van bacteriën die resistent zijn tegen antibiotica (zie verder onder antibioticaresistentie). Concept Basiskennisdocument 8 oktober

15 2 Antibioticaresistentie Hoe ontstaat antibioticaresistentie? Van nature komt resistentie bij bacteriën al voor. Door antibiotica te gebruiken hebben resistente bacteriën een voordeel. Zij kunnen overleven en gevoelige bacteriën niet. De resistente bacteriën krijgen dan ruimte om uit te groeien. Soms kan het gebruik van een antibioticum ook zorgen voor een verandering bij bacteriën, waardoor bacteriën resistent worden. Deze bacteriën kunnen dan weer uitgroeien, doordat de andere bacteriën (die niet veranderd zijn) door het antibioticum geremd of gedood worden. Als een antibioticum volgens de voorschriften (in de juiste dosering) wordt gebruikt, is de kans op het ontstaan van resistentie lager dan wanneer hiervan wordt afgeweken. Over het algemeen geldt, hoe minder vaak een antibioticum gebruikt wordt, hoe kleiner de kans is dat resistente bacteriën kunnen ontstaan en/of groeien. Waar komen resistente bacteriën voor? Resistente bacteriën komen altijd al overal voor waar bacteriën aanwezig zijn (milieu, dieren, mensen, planten, overal ter wereld). Waar vaak één of meerdere antibiotica gebruikt worden, zullen resistente bacteriën meer voorkomen dan waar geen of weinig antibiotica gebruikt worden. Dit betekent dat ze meer voorkomen in ziekenhuizen en in de veehouderij. In veel buitenlandse ziekenhuizen is de kans groter om resistente bacteriën tegen te komen dan in Nederlandse ziekenhuizen. Want in Nederland worden antibiotica terughoudend gebruikt daar worden meer maatregelen genomen rondom patiënten die resistente bacteriën bij zich dragen om verspreiding tegen te gaan. Hoe kunnen resistente bacteriën zich verspreiden? De manier waarop bacteriën en dus ook resistente bacteriën zich kunnen verspreiden hangt af van de bacterie zelf en waar ze voorkomen. Sommige bacteriën bevinden zich in luchtwegen van mens en dier en kunnen zich via de lucht verspreiden, bijvoorbeeld door niezen. Andere bacteriën komen voor in het darmkanaal van mens en dier en zullen zich eerder via persoonlijk contact verspreiden. Dit kan bijvoorbeeld doordat de handen niet gewassen worden na toiletbezoek of na het aaien van dieren. Hoe kun je besmet raken met resistente bacteriën? Mensen kunnen op veel manieren besmet raken met resistente bacteriën. De belangrijkste bronnen buiten de gezondheidszorg zijn andere mensen, dieren, de omgeving en voedsel. De besmetting kan door direct contact (b.v. de hand schudden) of door indirect contact (b.v. een vies toilet) worden overgebracht. Mensen lopen een verhoogd risico op besmetting met een resistente bacterie in ziekenhuizen en verpleeghuizen. Vooral in veel buitenlandse ziekenhuizen is de kans groter dan in Nederlandse ziekenhuizen, omdat in de meeste landen minder strikt met resistente bacteriën en met antibioticagebruik wordt omgegaan dan in Nederland. Reizen naar het buitenland (met name Afrika, Azië en Zuid-Amerika) geeft een grotere kans om besmet te raken met een resistente bacterie. Wat is precies het gezondheidsprobleem? (Resistente) bacteriën komen overal voor. Je wordt van resistente bacteriën over het algemeen niet zieker dan van gevoelige bacteriën. Maar wanneer je wel ziek wordt van een resistente bacterie, zorgt de resistentie ervoor dat de infectie niet meer te behandelen is met een gangbaar antibioticum. Meestal kan dan nog met andere type antibiotica behandeld worden, maar het duurt langer om de juiste behandeling in te stellen en patiënten zijn dus langer ziek. Daarnaast is deze behandeling soms duurder of is er een grotere kans op bijwerkingen. Steeds vaker zien we dat bacteriën ook resistent zijn voor verschillende soorten antibiotica waardoor behandeling met Concept Basiskennisdocument 8 oktober

16 verschillende type antibiotica geen effect heeft. De bacterie is dan multiresistent. Patiënten, die ziek zijn door een dergelijke multiresistente bacterie, worden in Nederland in isolatie behandeld. Soms gaan hele afdelingen dicht omdat een dergelijke bacterie in een patiënt op een afdeling is gevonden. Dit zorgt voor logistieke problemen en hogere kosten. Daarnaast kunnen zeer verzwakte en ernstig zieke mensen door niet tijdig te behandelen met het juiste antibioticum overlijden. Hoe groot is het gezondheidsprobleem? In de Nederlandse gezondheidszorg worden antibiotica heel bewust ingezet. Dit betekent dat ze zoveel mogelijk alleen voorgeschreven worden wanneer het nodig is en met de juiste dosering en duur van de behandeling. Daardoor is in Nederland het probleem van resistente bacteriën in ziekenhuizen nog beperkt tot incidentele gevallen en soms korte uitbraken. Resistente bacteriën worden echter wel steeds vaker aangetroffen, waardoor dit een serieuzere bedreiging voor de volksgezondheid begint te worden. Ook in de veehouderij worden resistente bacteriën aangetroffen. In de Nederlandse veehouderij werden tot 2010 heel veel antibiotica gebruikt. Nederland stond bovenaan de lijst van landen die veel antibiotica gebruiken in de veehouderij in Europa. Hierdoor werden resistente bacteriën regelmatig bij dieren, maar ook op het vlees in de winkel aangetroffen. Door allerlei maatregelen, is inmiddels het gebruik van antibiotica in de Nederlandse veehouderij enorm gedaald (58% ten opzichte van 2009). De resistentieniveaus zijn dan ook gedaald, maar nog steeds worden resistente bacteriën regelmatig bij dieren en op het vlees aangetroffen ( Wat zijn de (3-5) grootste onzekerheden in onze kennis? 1. Het grootste kennishiaat in de relatie van enerzijds het voorkomen van resistente bacteriën en anderzijds de gezondheidseffecten bij de mens, is de kennis over dosis en respons. Met andere woorden: het is niet bekend hoeveel resistente bacteriën iemand binnen moet krijgen om drager te worden en als men drager is, hoe lang men drager blijft en hoe groot de kans is dat iemand daadwerkelijk ziek wordt. Ook is niet bekend hoeveel resistente bacteriën een mens gemiddeld per jaar binnen krijgt. De klachten en symptomen hangen af van de soort bacterie waarmee je besmet bent en kunnen sterk variëren. Darmbacteriën kunnen bijvoorbeeld urineweginfecties veroorzaken, huidbacteriën wondinfecties. Baby s, ouderen, zwangeren en mensen met een verlaagde weerstand zijn over het algemeen gevoeliger voor infecties, dus ook voor infecties met resistente bacteriën. 2. Het is op dit moment niet bekend welk aandeel van ziektes met resistente bacteriën bij de mens afkomstig is van de veehouderij. Voor sommige resistente bacteriën is de link met de veehouderij heel duidelijk (bijvoorbeeld bij de v-mrsa), maar voor andere resistente bacteriën (bijvoorbeeld ESBL-producerende bacteriën) is dat veel moeilijker aan te tonen en is dit niet precies bekend. In relatie tot de veehouderij is wel bekend dat dragerschap van Extended Spectrum Beta-Lactamase (ESBL)-producerende bacteriën en de veegerelateerde Methicilline Resistente Staphylococcus Aureus (v-mrsa) vaker voorkomt bij mensen die dagelijks contact hebben met dieren in de veehouderij dan voor mensen uit de algemene bevolking. 3. De relatie naar het wonen rondom veehouderijen en het vóórkomen van ESBL-producerende bacteriën bij deze omwonenden is onderzocht. In pluimvee zijn veel ESBL-producerende bacteriën gevonden. Desondanks hebben mensen die in een gebied wonen met een hoge dichtheid aan pluimveebedrijven geen grotere kans om besmet te raken met een ESBL-bacterie dan mensen die in een gebied wonen met weinig pluimveebedrijven. V-MRSA en ESBLproducerende bacteriën zijn aangetoond in oppervlakte water en in de omgeving rond bedrijven, maar het is onbekend of blootstelling aan water met kleine hoeveelheden bacteriën een risico vormt op dragerschap of ziekte bij de mens. Bij het bezoeken van een Concept Basiskennisdocument 8 oktober

17 (kinder)boerderij geldt dat goede hygiëne van belang is, dus handen wassen na contact met dieren en beschermende kleding dragen in de stallen ( 4. Om de grootste hiaten in de kennis op te lossen lopen (of gaan) er op dit moment verschillende onderzoeken lopen: a. Op dit moment loopt er een heel groot onderzoek waarbij in kaart wordt gebracht wat de mogelijke bronnen van ESBL-producerende bacteriën voor de mens zijn en in welke mate deze bijdragen tot het voorkomen van deze bacteriën bij de mens (ESBLAT). Dit onderzoek loopt tot b. Ook loopt er een grote studie Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (VGO) die kijkt naar de risico s van verschillende soorten veehouderijen en dragerschap van MRSA en ESBLproducerende bacteriën. Dit onderzoek wordt in april 2016 afgerond. c. Om meer inzicht te krijgen in de rol van voedsel op ESBL-dragerschap is een bevolkingsonderzoek gestart naar het voorkomen van ESBL-producerende bacteriën bij vegetariërs. Dit onderzoek zal eind 2017 worden afgerond. d. De rol van de omgeving voor de verspreiding van resistente bacteriën is op dit moment niet bekend. Deels zal dit meegenomen worden in de ESBLAT studie. Om meer inzicht te krijgen in de mogelijke milieu-effecten zullen er metingen worden gedaan naar het voorkomen van resistente bacteriën en de aanwezigheid van (resten van) antibiotica in het milieu. Hiervoor zullen onder andere metingen worden uitgevoerd in afvalwater van zorginstellingen en huishoudens, bij afvalwaterzuiveringsinstallaties en in mest. Om deze gegevens goed te interpreteren zijn gegevens over de dosis-respons relatie van belang, met andere woorden is de blootstelling ook daadwerkelijk een risico. Wat zijn andere belangrijke bronnen in de veehouderijketen? Als we kijken naar de voedselketen weten we dat dieren in de hele voedselketen besmet kunnen zijn. Daarbij is direct contact met dieren die resistente bacteriën bij zich dragen een risico om deze bacteriën op te lopen bij de mens. Daarnaast kunnen in slachterijen en vleesbewerkingsbedrijven kruisbesmettingen voorkomen, waarbij verspreiding van resistente bacteriën op eindproducten kan plaatsvinden. Voedsel kan dan een bron zijn voor de mens. Verder komen resistente bacteriën ook voor in de mest van dieren en in de omgeving van veehouderijen. In hoeverre dit bijdraagt tot besmetting naar de mens is onduidelijk. Onbewerkte mest op het land zou een bron van verspreiding kunnen zijn. Pluimveemest wordt grotendeels verbrand of bewerkt. Slechts 6% komt onbewerkt op het land terecht. Voor de andere meststromen ligt dit wat anders, die worden vaker onbewerkt op het land gebruikt. Waarover maken mensen zich zorgen? Mensen maken zich zorgen omdat berichten over resistente bacteriën en de relatie met de veehouderij regelmatig in de media verschijnen. Op dit moment zijn er geen wettelijke normen voor de minimale afstand tussen veehouderijen en woonwijken. Het is moeilijk om een norm vast te stellen, omdat de verspreiding voor verschillende soorten bacteriën heel verschillend is en afhangt van veel factoren. Het is nog niet goed bekend of voor alle resistente organismen het wonen in veedichte gebieden wel of geen risico geeft op dragerschap van resistente bacteriën. Voor ESBL-producerende bacteriën en pluimveerijke gebieden leek dit niet het geval, maar voor MRSA en het wonen rond rundveebedrijven leek er wel meer Concept Basiskennisdocument 8 oktober

18 dragerschap voor te komen bij mensen, die in de omgeving woonden. Dit wordt voor beide bacteriesoorten op dit moment verder onderzocht. Zoals boven aangegeven heeft ook antibioticagebruik in de veehouderij geleid tot resistente bacteriën. De twee meest bekende veegerelateerde resistente bacteriën in Nederland zijn ESBLproducerende bacteriën en vee-gerelateerde-mrsa (v-mrsa is een variant van de gewone MRSA en komt veel voor bij landbouwhuisdieren). De afgelopen jaren is er om verschillende redenen aandacht voor geweest: - dergelijke bacteriën zitten in of op ons eten, - in het ziekenhuis worden agrariërs en andere risicogroepen apart behandeld en - huisartsen in Brabant slaan alarm in de media om het toenemende aantal patiënten dat ze zien met infecties met multiresistente bacteriën. Mensen maken zich zorgen over mogelijke besmetting met deze bacteriën, omdat dit ertoe kan leiden dat normale infecties niet meer adequaat behandeld kunnen worden. Daarbij komen de volgende vragen op: Kan ik nog veilig vlees eten of rauwe groente eten? Ja, dat kan. Hoewel een aantal voedingsmiddelen resistente bacteriën kunnen bevatten is de kans op besmetting van de consument klein bij goede hygiëne in de keuken en de producten goed verhit worden. Daarnaast wordt de kans op ziekte klein ingeschat als men toch resistente bacteriën binnenkrijgt. Het risico kan wel hoger zijn in gevoelige populaties zoals baby s, ouderen, mensen met een verlaagde weerstand en zwangeren. Besmette voedingsmiddelen die rauw geconsumeerd worden kunnen vanzelfsprekend wel tot besmetting van de consument leiden. Ik ben veehouder, word ik nu eerder ziek van resistente bacteriën? Als veehouder met direct contact met dieren is de kans op dragerschap van resistente bacteriën groter. Echter het is niet bekend of de kans op ziekte ook groter is. Voor MRSA dragerschap en het ontstaan van infecties lijkt de kans groter om een infectie met een resistente Staphylococcus aureus (MRSA) te krijgen, wanneer men drager is van deze bacterie. Voor andere resistente bacterie is dit nog niet onderzocht. Kunnen mijn kinderen nog wel op een boerderij spelen? Ja, ook hier geldt dat algemene persoonlijke hygiëne belangrijk is. Dus na het spelen en voor het eten goed de handen wassen. En eventuele vuile kleding wassen. De kans op het oplopen van een resistente bacterie op een boerderij waar dieren gehouden worden is het grootst als er direct contact is met de dieren. Wat is het risico op het krijgen van een resistente bacterie als ik in het ziekenhuis/verpleegtehuis wordt opgenomen? In principe wordt in ziekenhuizen hygiënisch gewerkt waardoor de kans op het oplopen van een resistente bacterie in een Nederlands ziekenhuis relatief klein is. In Nederlandse ziekenhuizen worden bij aantonen van resistente bacteriën direct maatregelen genomen om verspreiding tegen te gaan. In buitenlandse ziekenhuizen is de kans echter groter om een resistente bacterie in het ziekenhuis op te lopen, vooral in het gebied rond de Middellandse Zee, in Azië, Afrika en Zuid- Amerika. Resistente bacteriën komen daar vaker voor en als besmetting met zo n bacterie is vastgesteld zijn de maatregelen om verspreiding tegen te gaan niet altijd net zo effectief als in Nederland. Ook speelt slechtere hygiëne in buitenlandse ziekenhuizen een belangrijke rol bij de verspreiding van dergelijke bacteriën. Hoe weet ik of ik een resistente bacterie bij me draag? In principe kun je dit niet weten, tenzij je onderzocht bent bij een eerdere ziekenhuisopname of doordat je mee hebt gedaan aan een bevolkingsonderzoek. Zolang iemand niet tot de risicogroepen Concept Basiskennisdocument 8 oktober

19 behoort (o.a. mensen met een recent verblijf in buitenlands ziekenhuis, veehouders, bekende dragers) wordt hij/zij niet onderzocht op dragerschap van resistente bacteriën. Als ik een resistente bacterie bij me draag, hoe groot is de kans dat ik er ziek van wordt? Het is niet bekend of mensen die resistente bacteriën bij zich dragen eerder een infectie krijgen met een resistente bacterie. Of dit zal gebeuren is afhankelijk van veel factoren, zoals de soort bacterie, de hoeveelheid resistente bacteriën, de plaats waar de bacteriën zich bevinden en de algemene gezondheid van de drager. Kan ik er ook weer vanaf komen? Uit longitudinale studies blijkt voor v-mrsa en ESBL-producerende bacteriën dat men niet altijd drager blijft. Mensen kunnen de bacteriën ook weer vanzelf kwijt raken, mits ze niet blootgesteld blijven aan bijvoorbeeld dieren die de betreffende bacterie bij zich dragen. Voor MRSA is een behandeling beschikbaar, waardoor mensen de bacterie kwijt kunnen raken. Deze wordt bijvoorbeeld toegepast bij gezondheidsmedewerkers die drager zijn van MRSA en daardoor een bron kunnen zijn voor patiënten. Dit geldt niet voor de v-mrsa, omdat mensen vaak blijvend zijn blootgesteld aan deze bacterie (bijvoorbeeld doordat ze dagelijks contact met dieren hebben, die deze bacterie bij zich dragen) en ook omdat de v-mrsa zich niet zo gemakkelijk verspreid als de gewone MRSA, die alleen bij mensen voorkomt. Indien de v-mrsa zich wel heeft verspreid worden er wel maatregelen toegepast om de v-mrsa weer kwijt te raken. Voor ESBL-producerende bacteriën is er geen behandeling voorhanden om deze kwijt te raken. Hoe lang blijf ik drager van een resistente bacterie? Dit blijkt heel erg variabel te zijn. Sommige mensen blijven jarenlang drager van v-mrsa of ESBLproducerende bacteriën. Anderen raken deze na een paar maanden weer kwijt. Wel is bekend dat wanneer mensen blootgesteld blijven aan v-mrsa of ESBL-producerende bacteriën men de bacterie vaak bij zich blijft dragen, waarschijnlijk in belangrijke mate door herbesmetting. Wat kan ik doen om risico s te verminderen? Je kunt resistente bacteriën bij je dragen zonder er ziek van te worden en zonder er bewust van te zijn. Daarom is het verstandig om altijd goede hygiëne in acht te nemen (zeker als je weet dat je drager bent van bijvoorbeeld MRSA of ESBL) als men op bezoek gaat bij iemand met een verlaagde weerstand. Het is verstandig om de handen goed te wassen en eventueel te desinfecteren. Bij het nemen van een antibioticakuur is het belangrijk de adviezen van de voorschrijvende arts op te volgen. - Voor de boer en zijn gezin. In het algemeen is goede hygiëne van belang, dus handen wassen na contact met dieren en beschermende kleding dragen in de stallen. - Voor de omwonenden. Op dit moment zijn er nog geen aanwijzingen dat omwonenden een groter risico lopen dan andere mensen uit de algemene bevolking. Bij bezoek aan veehouderijen in de omgeving geldt hetzelfde als voor de boer en zijn gezin. - Voor de consument. Bij het bereiden van voedsel is goede hygiëne belangrijk. Vlees moet goed worden verhit, fruit en groente moet worden gewassen of geschild, kruisbesmetting moet worden voorkomen. Kruisbesmetting treedt op als (ziekteverwekkende) bacteriën van product A door bereiding in de keuken terecht komen op product B. Een voorbeeld is het snijden van kip op de snijplank en vervolgens dezelfde plank gebruiken voor de rauwe groenten. - Bedrijfsleven: Lange tijd werd jaarlijks steeds meer antibiotica gebruikt in de veehouderij. In 2009 ging een grootschalige aanpak van start om het antibioticagebruik te verminderen. Een paar zeer belangrijke antibiotica mogen alleen nog voor mensen worden gebruikt. Het bedrijfsleven kan investeren in de ontwikkeling van nieuwe antibiotica, maar ook in de ontwikkeling van alternatieven voor antibiotica. Concept Basiskennisdocument 8 oktober

20 Wat wordt er al gedaan? Algemeen Antibioticagebruik en resistentie wordt zowel in de gezondheidszorg als in de veehouderij gemonitord en ieder jaar gezamenlijk gerapporteerd in een Nethmap/MARAN rapport ( Zo kan men trends in resistentie in de gaten houden en ingrijpen wanneer er bijvoorbeeld een toename te zien is in resistentie voor verschillende bacterie antibiotica combinaties. Gezondheidszorg Naast het restrictief antibioticabeleid worden in ziekenhuizen nog verschillende maatregelen genomen om het risico van insleep en verspreiding van resistente bacteriën zo klein mogelijk te houden. Daarbij worden mensen die varkens, kalveren of pluimvee houden of daar contact mee hebben of recent in een buitenlands ziekenhuis hebben gelegen, bij binnenkomst in een ziekenhuis gescreend op resistente bacteriën (zie ook WIP-richtlijnen BRMO en MRSA op ). Bij bekend dragerschap wordt die persoon in isolatie verzorgd om verspreiding te voorkomen. Daarnaast is in een centrale database (ISIS-AR) alle resistentiedata te vinden van de bacteriën die in de humane gezondheidszorg getest zijn op resistentie tegen antibiotica. In periodieke overleggen (signaleringsoverleg) worden uitbraken in ziekenhuizen met multiresistente bacteriën laagdrempelig gemeld. Indien nodig kan er actie ondernomen worden om de verspreiding tegen te gaan. Veehouderij Inmiddels is door allerlei maatregelen het antibioticagebruik in de veehouderij afgenomen met 58% t.o.v Ook de komende jaren zal hard gewerkt worden om het antibioticagebruik nog verder terug te dringen. Daarnaast mogen belangrijke antibiotica voor mensen niet of nauwelijks worden gebruikt bij dieren. Nieuwe richtlijnen (formularia) voor antibioticagebruik bij dieren zijn gemaakt of worden opgesteld, waarbij bestaande resistentie of resistentie-ontwikkeling meegenomen wordt in de afweging om een antibioticum voor een bepaalde ziekte en diersoort wel of niet te gebruiken. Daarnaast lopen er verschillende onderzoeken om te kijken naar het effect van interventies op bijvoorbeeld het voorkomen van MRSA of ESBL-producerende bacteriën op een bedrijf, zoals bijvoorbeeld het effect van toedienen van probiotica aan vleeskuikens op het voorkomen van ESBL bacteriën en het effect van hygiënemaatregelen op bedrijven op het voorkomen van MRSA en ESBL bacteriën en het effect van de verlaging van het gebruik van antibiotica bij dieren op het voorkomen van resistentie. Overheid In de Kamerbrief van 24 juni 2015 van minister Schippers staat beschreven wat de overheid al doet om antibioticaresistentie terug te dringen. ( Huisartsen Huisartsen zijn over het algemeen alert op ziekte veroorzaakt door een bacterie, die moeilijk te behandelen is. Het is dan belangrijk om een kweek in te zetten en vast te stellen voor welke antibiotica de bacterie nog gevoelig is, zodat daarmee behandeld kan worden. Aanvullende informatiebronnen Meer informatie over antibioticaresistentie: dium= &utm_campaign=ministerie+van+volksgezondheid%2c+welzijn+en+sport Filmpje Wat is antibioticaresistentie Concept Basiskennisdocument 8 oktober

Veehouderij & Gezondheid stand van zaken onderzoek oktober 2015. Renske Nijdam Adviseur milieu & gezondheid

Veehouderij & Gezondheid stand van zaken onderzoek oktober 2015. Renske Nijdam Adviseur milieu & gezondheid Veehouderij & Gezondheid stand van zaken onderzoek oktober 2015 Renske Nijdam Adviseur milieu & gezondheid 20 oktober 2015 Danielle van Oudheusden Arts M&G, Infectieziektebestrijding GGD Brabant-Zuidoost

Nadere informatie

Intensieve veehouderij en. hoe groot zijn de risico s? HWA Jans, arts Maatschappij en Gezondheid, profiel medische milieukunde en chemicus

Intensieve veehouderij en. hoe groot zijn de risico s? HWA Jans, arts Maatschappij en Gezondheid, profiel medische milieukunde en chemicus Intensieve veehouderij en gezondheid hoe groot zijn de risico s? HWA Jans, arts Maatschappij en Gezondheid, profiel medische milieukunde en chemicus 14 februari 2012 Historie 1997/98: varkenspest: virus

Nadere informatie

Veehouderij en gezondheid omwonenden

Veehouderij en gezondheid omwonenden Veehouderij en gezondheid omwonenden Hebben veehouderijen effect op de gezondheid van mensen die in de omgeving wonen? Dat was de centrale vraag in het onderzoek VGO. In deze brochure vindt u de belangrijkste

Nadere informatie

15-07-2008 Kamervragen aan de ministers van VWS en LNV over de explosieve stijging van het aantal Q-koorts gevallen in Brabant

15-07-2008 Kamervragen aan de ministers van VWS en LNV over de explosieve stijging van het aantal Q-koorts gevallen in Brabant 15-07-2008 Kamervragen aan de ministers van VWS en LNV over de explosieve stijging van het aantal Q-koorts gevallen in Brabant Kamervragen van het lid Thieme aan de minister van Volksgezondheid, Welzijn

Nadere informatie

Memo. Vragen gemeenteraadsfractie Partij voor de Dieren. aan

Memo. Vragen gemeenteraadsfractie Partij voor de Dieren. aan Memo aan onderwerp van directie afdeling telefoon datum Raadsfractie Partij voor de Dieren Vragen Partij voor de Dieren n.a.v. Regionaal risicoprofiel De burgemeester mo Veiligheid en wijken 0182-588725

Nadere informatie

Intensieve veehouderij en gezondheid

Intensieve veehouderij en gezondheid Intensieve veehouderij en gezondheid Renske Nijdam Adviseur milieu & gezondheid 3 december 2015 Bureau Gezondheid, Milieu & Veiligheid Samenwerkingsverband GGD en Brabant/Zeeland Arts, toxicologen, milieugezondheidkundigen,

Nadere informatie

Welk inzicht hebben we in de relatie veehouderij en gezondheid? Dick Heederik IRAS Universiteit Utrecht

Welk inzicht hebben we in de relatie veehouderij en gezondheid? Dick Heederik IRAS Universiteit Utrecht Welk inzicht hebben we in de relatie veehouderij en gezondheid? Dick Heederik IRAS Universiteit Utrecht Emissies veehouderij Primair fijnstof voer, mestdeeltjes, haren, huidschilfers, veren,.. bacterien

Nadere informatie

Zijn omwonenden veehouderij vaker ziek?

Zijn omwonenden veehouderij vaker ziek? Zijn omwonenden veehouderij vaker ziek? Zijn de omwonenden van veehouderijen vaker ziek? En wat zijn dan hun klachten? Dat is in een notendop de vraag die een groep onderzoekers heeft beantwoord. En daar

Nadere informatie

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA 's-gravenhage. Geachte Voorzitter,

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA 's-gravenhage. Geachte Voorzitter, Directie Voedselkwaliteit en Diergezondheid De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA 's-gravenhage uw brief van uw kenmerk ons kenmerk datum 10 september 2008 08-LNV-107

Nadere informatie

Intensieve veehouderij en gezondheid. Henk Jans, arts MG/chemicus Renske Nijdam 15 juni 2009

Intensieve veehouderij en gezondheid. Henk Jans, arts MG/chemicus Renske Nijdam 15 juni 2009 Intensieve veehouderij en gezondheid Henk Jans, arts MG/chemicus Renske Nijdam 15 juni 2009 Inhoud presentatie Actualiteit Componenten Beleving Kansen en bedreigingen Onderzoeksvoorstel Actualiteit Handtekeningenactie

Nadere informatie

Veehouderij & Gezondheid. Renske Nijdam Adviseur milieu & gezondheid

Veehouderij & Gezondheid. Renske Nijdam Adviseur milieu & gezondheid Veehouderij & Gezondheid Renske Nijdam Adviseur milieu & gezondheid 13 januari 2015 Wat ga ik vertellen? Gezondheid & veehouderij Mogelijkheden om gezondheid mee te wegen in de discussie veehouderij Casus

Nadere informatie

Notitie Landelijke en regionale OneHealth netwerken in de praktijk

Notitie Landelijke en regionale OneHealth netwerken in de praktijk SaMeDi (Samenwerking Medici Dierenartsen) Notitie Landelijke en regionale OneHealth netwerken in de praktijk Aanleiding Ministeries, provincies en de agrarische sector streven ernaar om risico s van besmetting

Nadere informatie

Vervolggesprekken over leefbaarheid in en om Heusden

Vervolggesprekken over leefbaarheid in en om Heusden Vervolggesprekken over leefbaarheid in en om Heusden Programma 20.00 uur inloop 20.15 uur welkom door wethouder Martens presentaties van Fred Stouthart (OZOB) en Renske Nijdam (GGD) over geur, fijnstof

Nadere informatie

Vragen en antwoorden over het Schmallenbergvirus Versie 14 februari 2012

Vragen en antwoorden over het Schmallenbergvirus Versie 14 februari 2012 Vragen en antwoorden over het Schmallenbergvirus Versie 14 februari 2012 Is er mogelijk gevaar voor omwonenden/mensen? Op basis van de beschikbare informatie concluderen experts van het RIVM dat overdracht

Nadere informatie

Zicht op Q-koorts. Kernboodschap

Zicht op Q-koorts. Kernboodschap Zicht op Q-koorts Deze informatie is tot stand gekomen in samenwerking met het RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu), diverse organisaties en beroepsgroepen. 1 Kernboodschap Q-koorts kunt

Nadere informatie

Resultaten Q-koorts onderzoek (Q-VIVE) melkgeitensector 2009-2010

Resultaten Q-koorts onderzoek (Q-VIVE) melkgeitensector 2009-2010 8 maart 2012 Resultaten Q-koorts onderzoek (Q-VIVE) melkgeitensector 2009-2010 Beste deelnemer aan het Q-koorts onderzoek Q-VIVE, Van maart 2009 tot medio 2010 heeft er onder de naam Q-VIVE een landelijk

Nadere informatie

Informatie voor veehouders en medewerkers van bedrijven waar Q-koorts is vastgesteld

Informatie voor veehouders en medewerkers van bedrijven waar Q-koorts is vastgesteld Informatie voor veehouders en medewerkers van bedrijven waar Q-koorts is vastgesteld Inleiding U krijgt deze informatie omdat er door het tankmelkonderzoek Q-koorts is vastgesteld op uw bedrijf of omdat

Nadere informatie

Zoönose in aantocht! Help, wat nu?

Zoönose in aantocht! Help, wat nu? Zoönose in aantocht! Help, wat nu? 12 Juni 2014 Arjen van de Giessen, Kitty Maassen, mede namens de leden van het SOZ Disclosure belangen spreker (potentiële) belangenverstrengeling Voor bijeenkomst mogelijk

Nadere informatie

Gezondheidsrisico s voor omwonenden van intensieve veehouderijen. Prof Dr Dick Heederik Institute for Risk Assessment Sciences Universiteit Utrecht

Gezondheidsrisico s voor omwonenden van intensieve veehouderijen. Prof Dr Dick Heederik Institute for Risk Assessment Sciences Universiteit Utrecht Gezondheidsrisico s voor omwonenden van intensieve veehouderijen Prof Dr Dick Heederik Institute for Risk Assessment Sciences Universiteit Utrecht MER bijeenkomst Utrecht 2013 Gezondheidsrisico s en effecten

Nadere informatie

VOORSTEL AAN DE RAAD: VERGADERING d.d. 27 sept 2016 NR.: RI

VOORSTEL AAN DE RAAD: VERGADERING d.d. 27 sept 2016 NR.: RI VOORSTEL AAN DE RAAD: VERGADERING d.d. 27 sept 2016 NR.: RI-16-00186 Onderwerp: RIVM rapport "Veehouderij en gezondheid omwonenden" Agendapunt 14. Voorstel: Raadsvoorstelnummer 2016-45 1. Kennis te nemen

Nadere informatie

Agrarische kinderopvang? Gezond en Veilig! Informatie voor ouders

Agrarische kinderopvang? Gezond en Veilig! Informatie voor ouders Agrarische kinderopvang? Gezond en Veilig! Informatie voor ouders Uw kind gaat (mogelijk) naar een agrarische kinderopvang. Wist u dat deze vorm van kinderopvang veel voordelen met zich meebrengt? In een

Nadere informatie

Introductie. Doel van dit proefschrift

Introductie. Doel van dit proefschrift Samenvatting 222 Introductie Staphylococcus aureus (S. aureus) is een bacterie die op de huid en slijmvliezen (onder andere keel en neus) van mensen leeft. Ongeveer 1 op de 3 mensen draagt deze bacterie

Nadere informatie

Huisartsen & Dierenartsen Samen Werken aan Zoönosen & Antibioticareductie. Theo Verheij, huisarts David Speksnijder, dierenarts

Huisartsen & Dierenartsen Samen Werken aan Zoönosen & Antibioticareductie. Theo Verheij, huisarts David Speksnijder, dierenarts Huisartsen & Dierenartsen Samen Werken aan Zoönosen & Antibioticareductie Theo Verheij, huisarts David Speksnijder, dierenarts Disclosure belangen sprekers (potentiële) belangenverstrengeling Voor bijeenkomst

Nadere informatie

NVMO CONGRES 2011. Prof.dr. Ludo J. Hellebrekers, voorzitter

NVMO CONGRES 2011. Prof.dr. Ludo J. Hellebrekers, voorzitter NVMO CONGRES 2011 Prof.dr. Ludo J. Hellebrekers, voorzitter 1 2 3 4 5 6 7 DEFINITIE ONE HEALTH The One Health concept is a worldwide strategy for expanding interdisciplinary collaborations and communications

Nadere informatie

*PDOC01/229345* PDOC01/229345. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG

*PDOC01/229345* PDOC01/229345. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG > Retouradres Postbus 20401 2500 EK Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Prins Clauslaan 8 2595 AJ Den Haag Postbus 20401 2500 EK Den Haag www.rijksoverheid.nl/eleni

Nadere informatie

*PDOC01/229801* PDOC01/ De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus EA DEN HAAG

*PDOC01/229801* PDOC01/ De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus EA DEN HAAG > Retouradres Postbus 20401 2500 EK DEN HAAG De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Prins Clauslaan 8 2595 AJ DEN HAAG Postbus 20401 2500 EK DEN HAAG www.rijksoverheid.nl/eleni

Nadere informatie

Informatiefolder BRMO voor patiënt en familie

Informatiefolder BRMO voor patiënt en familie Informatiefolder BRMO voor patiënt en familie BIJZONDER RESISTENTE MICRO-ORGANISMEN, WAT ZIJN DIT? Bij u is aangetoond dat u een Bijzonder Resistent Micro-organisme heeft. In deze folder leest u algemene

Nadere informatie

Wat is M RSA? Wat zijn de ziekteverschijnselen van M RSA? Hoe kun je M RSA krijgen en hoe kun je anderen besmetten?

Wat is M RSA? Wat zijn de ziekteverschijnselen van M RSA? Hoe kun je M RSA krijgen en hoe kun je anderen besmetten? MRSA In deze folder leest u wat MRSA is, welke gevolgen dit kan hebben voor uw opname en behandeling en welke maatregelen er genomen worden om de verspreiding van MRSA te voorkomen. U wordt behandeld

Nadere informatie

Informatie voor veehouders en medewerkers van bedrijven waar Q-koorts is vastgesteld

Informatie voor veehouders en medewerkers van bedrijven waar Q-koorts is vastgesteld Informatie voor veehouders en medewerkers van bedrijven waar Q-koorts is vastgesteld Inleiding U krijgt deze informatie omdat er door tankmelkonderzoek Q-koorts is vastgesteld op uw bedrijf of omdat u

Nadere informatie

Papegaaienziekte. (Psittacose) Informatie over de ziekte en de procedures van de NVWA voor vogelhouders en -handelaren

Papegaaienziekte. (Psittacose) Informatie over de ziekte en de procedures van de NVWA voor vogelhouders en -handelaren Papegaaienziekte (Psittacose) Informatie over de ziekte en de procedures van de NVWA voor vogelhouders en -handelaren Papegaaienziekte bij dieren De bacterie Chlamydia psittaci veroorzaakt papegaaienziekte

Nadere informatie

Beroepsmatig in aanraking komt met levende varkens, vleeskalveren of vleeskuikens.

Beroepsmatig in aanraking komt met levende varkens, vleeskalveren of vleeskuikens. MRSA 1 U wordt behandeld in een zorginstelling en bent mogelijk in contact gekomen met de MRSA bacterie (Meticilline Resistente Staphylococcus Aureus). Dit kan zijn doordat u Beroepsmatig in aanraking

Nadere informatie

De dierenarts, toen, nu en straks

De dierenarts, toen, nu en straks De dierenarts, toen, nu en straks Gezond groeien, 9 februari 2012, Veghel Prof.dr. Frans van Knapen, Institute for Risk Assessment Sciences, Divisie Veterinaire Volksgezondheid, Universiteit Utrecht Veterinaire

Nadere informatie

BRMO. Bijzonder Resistent Micro-Organisme

BRMO. Bijzonder Resistent Micro-Organisme BRMO Bijzonder Resistent Micro-Organisme Inleiding Uit onderzoek is gebleken dat u met een Bijzonder Resistent Micro-organisme (BRMO) besmet bent. Dit zijn bacteriën die verwant zijn aan bacteriën die

Nadere informatie

Samenvatting. Waaraan kunnen mensen die in de buurt van veehouderijen wonen worden blootgesteld?

Samenvatting. Waaraan kunnen mensen die in de buurt van veehouderijen wonen worden blootgesteld? Samenvatting Maatschappelijk is er de laatste jaren veel ongerustheid over de intensieve veehouderij in ons land. Diverse elementen zijn daarbij in het spel: dierwelzijn, duurzaamheid, leefbaarheid, landschapskwaliteit

Nadere informatie

Resultaten VGO en gerelateerde studies: inzichten in de relatie veehouderij en gezondheid? Dick Heederik IRAS Universiteit Utrecht

Resultaten VGO en gerelateerde studies: inzichten in de relatie veehouderij en gezondheid? Dick Heederik IRAS Universiteit Utrecht Resultaten VGO en gerelateerde studies: inzichten in de relatie veehouderij en gezondheid? Dick Heederik IRAS Universiteit Utrecht VGO studie Geen aanwijzingen voor meer ziekte door zoönoseverwekkers of

Nadere informatie

Volksgezondheid en veehouderij

Volksgezondheid en veehouderij Volksgezondheid en veehouderij Ammoniak, geur Emissies intensieve veehouderij Fijn stof (PM10, PM2,5) 75-80% door menselijk handelen, rest is van natuurlijke oorsprong Zeezout, bodemstof, verkeersemissies,

Nadere informatie

Inspraakreactie Stichting Leefbaar Buitengebied Gelderland vergadering Commissie Ruimtelijke Ordening, Landelijk gebied en Wonen

Inspraakreactie Stichting Leefbaar Buitengebied Gelderland vergadering Commissie Ruimtelijke Ordening, Landelijk gebied en Wonen Inspraakreactie Stichting Leefbaar Buitengebied Gelderland vergadering Commissie Ruimtelijke Ordening, Landelijk gebied en Wonen 13-09-2017 We zijn erg blij met het besluit om de geitenhouderij op slot

Nadere informatie

ONDERZOEK NAAR BRMO EN MRSA INFORMATIE VOOR PATIËNTEN

ONDERZOEK NAAR BRMO EN MRSA INFORMATIE VOOR PATIËNTEN ONDERZOEK NAAR BRMO EN MRSA INFORMATIE VOOR PATIËNTEN Inleiding In deze folder leest u informatie over Bijzonder Resistente Micro-Organismen (BRMO) en MRSA (Methicilline Resistente Staphylococcus aureus)

Nadere informatie

Veehouderij en volksgezondheid

Veehouderij en volksgezondheid Veehouderij en volksgezondheid Stand van zaken wetgeving en jurisprudentie Peter Bokelaar Inleiding Gezondheidseffecten veehouderij nog steeds een actueel thema. Q-koorts uitbraak in 2008/2009: bewustwording

Nadere informatie

Bijzonder Resistent Micro-Organisme

Bijzonder Resistent Micro-Organisme Bijzonder Resistent Micro-Organisme (BRMO en MRSA) In deze folder krijgt u uitleg over een Bijzonder Resistent Micro-Organisme (BRMO) en wat gevolgen hiervan zijn. Ook leest u algemene informatie over

Nadere informatie

Centrum Zoönosen en Omgevingsmicrobiologie

Centrum Zoönosen en Omgevingsmicrobiologie Centrum Zoönosen en Omgevingsmicrobiologie Het centrum Zoönosen en Omgevingsmicrobiologie (Z&O) doet onderzoek naar microbiële risico s veroorzaakt door besmet voedsel, door pathogenen (ziekteverwekkers)

Nadere informatie

l s c h a p s d i e r e n PRAKTISCH ZOÖNOSEN l a n d e l i j k i n f o r m a t i e c e n t r u m g e z e www.licg.nl over houden van huisdieren

l s c h a p s d i e r e n PRAKTISCH ZOÖNOSEN l a n d e l i j k i n f o r m a t i e c e n t r u m g e z e www.licg.nl over houden van huisdieren PRAKTISCH ZOÖNOSEN l a n d e l i j k i n f o r m a t i e c e n t r u m g e z e l s c h a p s d i e r e n over houden van huisdieren Zoönosen: ziekten bij dieren die overgedragen kunnen worden op mensen

Nadere informatie

Als je buiten op de grond valt en je hebt een diepe wond, wat moet je dan doen? A) Niks B) Een pleister er op plakken C) Naar de dokter gaan

Als je buiten op de grond valt en je hebt een diepe wond, wat moet je dan doen? A) Niks B) Een pleister er op plakken C) Naar de dokter gaan Van welk dier kan je de gekkekoeienziekte krijgen? A) Stieren en koeien B) Schapen C) Allebei Als je buiten op de grond valt en je hebt een diepe wond, wat moet je dan doen? A) Niks B) Een pleister er

Nadere informatie

MRSA. Maatregelen bij (mogelijke) dragers van Meticilline-resistente Staphylococcus aureus. Afdeling Infectiepreventie

MRSA. Maatregelen bij (mogelijke) dragers van Meticilline-resistente Staphylococcus aureus. Afdeling Infectiepreventie MRSA Maatregelen bij (mogelijke) dragers van Meticilline-resistente Staphylococcus aureus Afdeling Infectiepreventie Inleiding U bezoekt de polikliniek van het Amphia Ziekenhuis of u bent in ons ziekenhuis

Nadere informatie

Als u drager bent van de resistente Acinetobacter-bacterie

Als u drager bent van de resistente Acinetobacter-bacterie Als u drager bent van de resistente Acinetobacter-bacterie Naar het ziekenhuis? Lees eerst de informatie op www.asz.nl/brmo. Inleiding Uit onderzoek is gebleken dat u met een resistente Acinetobacter

Nadere informatie

Maatregelen bij mogelijke dragers

Maatregelen bij mogelijke dragers Maatregelen bij mogelijke dragers van MRSA Omdat u mogelijk drager bent van een bijzondere bacterie (MRSA-bacterie), gelden voor u isolatiemaatregelen. In deze brochure kunt u meer lezen over deze bacterie

Nadere informatie

Hepatitis B Inleiding Hepatitis A Preventie hepatitis B Preventie hepatitis A

Hepatitis B Inleiding Hepatitis A Preventie hepatitis B Preventie hepatitis A Naast deze infokaart over hepatitis zijn er ook infokaarten beschikbaar over: infectieziekten algemeen, tuberculose, seksueel overdraagbare aandoeningen, jeugd en onveilig vrijen en jeugd en vaccinatie.

Nadere informatie

Samenvatting. Griepvaccinatie: wie wel en wie niet?

Samenvatting. Griepvaccinatie: wie wel en wie niet? Samenvatting Griepvaccinatie: wie wel en wie niet? Griep (influenza) wordt veroorzaakt door het influenzavirus. Omdat het virus steeds verandert, bouwen mensen geen weerstand op die hen een leven lang

Nadere informatie

Kamervragen aan de ministers van VWS en LNV over nieuwe gevallen van Q-koorts besmettingen bij mensen in Brabant

Kamervragen aan de ministers van VWS en LNV over nieuwe gevallen van Q-koorts besmettingen bij mensen in Brabant 08-05-2008 Kamervragen aan de ministers van VWS en LNV over nieuwe gevallen van Q-koorts besmettingen bij mensen in Brabant Vragen van het lid Thieme aan de ministers van Volksgezondheid Welzijn en Sport

Nadere informatie

Informatie over Q-koorts

Informatie over Q-koorts Informatie over Q-koorts De laatste jaren is er steeds meer aandacht voor Q-koorts. De afgelopen weken ontvingen gemeenten hierover brieven van de Vereniging Nederlandse Gemeenten, het ministerie van Volksgezondheid

Nadere informatie

MRSA Radboud universitair medisch centrum

MRSA Radboud universitair medisch centrum MRSA U wordt behandeld in het Radboudumc en bent mogelijk in contact gekomen met de MRSA bacterie (Meticilline Resistente Staphylococcus Aureus). Dit kan zijn doordat u Beroepsmatig in aanraking komt

Nadere informatie

BRMO (Resistente bacteriën)

BRMO (Resistente bacteriën) BRMO (Resistente bacteriën) Drager van resistente bacteriën Er is geconstateerd dat u drager bent van een bacterie die ongevoelig (resistent) is voor bepaalde antibiotica. Dit is op zich niet ernstig,

Nadere informatie

Niet altijd treden ziekteverschijnselen op. Als er ziekteverschijnselen optreden, gebeurt dat meestal 3-4 dagen na de besmetting.

Niet altijd treden ziekteverschijnselen op. Als er ziekteverschijnselen optreden, gebeurt dat meestal 3-4 dagen na de besmetting. E. coli infecties (EHEC = Enterohemorragische Escherichia coli ) 1 Wat is het De E-coli bacterie is meestal een onschuldige darmbewoner bij de mens. Er zijn echter ook E.coli bacteriën waarvan je ziek

Nadere informatie

Projectplan Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (VGO)

Projectplan Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (VGO) Projectplan Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (VGO) Waarom dit onderzoek? Sinds enkele jaren staat de gezondheid van mensen die in de buurt van veehouderijen wonen in de belangstelling. Discussies over

Nadere informatie

Antibiotica Gebruik ze goed en alleen. als t moet!

Antibiotica Gebruik ze goed en alleen. als t moet! Antibiotica Gebruik ze goed en alleen Algemene informatie als t moet! Antibiotica blijven effectief als we ze verstandig gebruiken: niet te vaak en op de goede manier. Uw arts weet wanneer u antibiotica

Nadere informatie

PRAKTISCH Toxoplasmose

PRAKTISCH Toxoplasmose PRAKTISCH Toxoplasmose l a n d e l i j k i n f o r m a t i e c e n t r u m g e z e l s c h a p s d i e r e n over houden van huisdieren Toxoplasmose is een belangrijke zoönose. Dat betekent dat deze ziekte

Nadere informatie

Controle op Bijzonder Resistente Micro- Organismen

Controle op Bijzonder Resistente Micro- Organismen Controle op Bijzonder Resistente Micro- Organismen BRMO In deze folder staat algemene informatie over bijzonder resistente micro-organismen (bacteriën). En waarom en hoe u hierop wordt gecontroleerd. Deze

Nadere informatie

Extended Spectrum Beta-Lactamase (ESBL)-producerende bacteriën

Extended Spectrum Beta-Lactamase (ESBL)-producerende bacteriën Extended Spectrum Beta-Lactamase (ESBL)-producerende bacteriën Inleiding U ontvangt deze folder omdat u mogelijk ESBL-drager bent. In deze folder kunt u lezen meer over ESBL zoals wat het is, hoe het wordt

Nadere informatie

H y g i ë n e r i c h t l i j n e n. Evenementen met dieren

H y g i ë n e r i c h t l i j n e n. Evenementen met dieren H y g i ë n e r i c h t l i j n e n Evenementen met dieren Versie 1.0 - augustus 2016 Zijn er dieren op het evenement? Dan kunnen er extra risico s zijn. Dieren kunnen namelijk allerlei ziekteverwekkers

Nadere informatie

Brabant-Zuidoost. Zicht op Q-koorts. Ronald ter Schegget. arts infectieziektebestrijding. GGD Brabant-Zuidoost

Brabant-Zuidoost. Zicht op Q-koorts. Ronald ter Schegget. arts infectieziektebestrijding. GGD Brabant-Zuidoost Zicht op Q-koorts Ronald ter Schegget arts infectieziektebestrijding GGD Brabant-Zuidoost 1 Kernboodschap Q-koorts kunt u oplopen door het inademen van de bacterie. Wees alert op de verschijnselen van

Nadere informatie

DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT,

DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT, MINISTERIE VAN LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT Regeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 2009, TRCJZ/2009/ houdende een vaccinatiecampagne ter bestrijding van Q-koorts

Nadere informatie

MRSA INFORMATIE VOOR PATIËNTEN

MRSA INFORMATIE VOOR PATIËNTEN MRSA INFORMATIE VOOR PATIËNTEN Inleiding U kunt in deze folder informatie vinden over de Methicilline Resistente Staphylococcus aureus (MRSA) en de maatregelen die het Franciscus Gasthuis & Vlietland treft

Nadere informatie

Volksgezondheidsaspecten van veehouderijmegabedrijven

Volksgezondheidsaspecten van veehouderijmegabedrijven Volksgezondheidsaspecten van veehouderijmegabedrijven in Nederland zoönosen en antibioticumresistentie J.E. Kornalijnslijper J.C. Rahamat-Langendoen Y.T.H.P. van Duynhoven februari 2008 J.E. Kornalijnslijper

Nadere informatie

Afdeling hygiëne en infectiepreventie MRSA-bacterie? Voorkomen is beter

Afdeling hygiëne en infectiepreventie MRSA-bacterie? Voorkomen is beter Afdeling hygiëne en infectiepreventie MRSA-bacterie? Voorkomen is beter Bent u de afgelopen 2 maanden in een buitenlands ziekenhuis opgenomen of behandeld geweest? Hebt u beroepsmatig contact met varkens

Nadere informatie

MRSA. Neem altijd uw verzekeringsgegevens en identiteitsbewijs mee!

MRSA. Neem altijd uw verzekeringsgegevens en identiteitsbewijs mee! MRSA MRSA staat voor Methicilline Resistente Staphylococcus Aureus. Het is een bacterie die via contact en via de lucht kan worden overgedragen. Patiënten in het ziekenhuis zijn erg gevoelig voor de MRSA-bacterie

Nadere informatie

Volksgezondheid en veehouderij

Volksgezondheid en veehouderij VNG bijeenkomst landelijk gebied en gezondheid 14 september 2016 Volksgezondheid en veehouderij Handelingsperspectieven? Inhoud Werkprogramma regio Zuidoost-Brabant Uitkomsten VGO en Endotoxinen onderzoeken

Nadere informatie

MRSA-positief, wat nu?

MRSA-positief, wat nu? Infectiepreventie MRSA-positief, wat nu? www.catharinaziekenhuis.nl Inhoud Wat is MRSA?... 3 Wie loopt het meeste risico MRSA op te lopen?... 3 MRSA-dragerschap... 4 Verspreiding van MRSA voorkomen...

Nadere informatie

MRSA. Wat is MRSA, wat zijn de gevolgen voor u, uw familie, voor medewerkers en andere patiënten?

MRSA. Wat is MRSA, wat zijn de gevolgen voor u, uw familie, voor medewerkers en andere patiënten? MRSA Wat is MRSA, wat zijn de gevolgen voor u, uw familie, voor medewerkers en andere patiënten? 2 Wat is MRSA? MRSA staat voor Methicilline Resistente Staphylococcus Aureus. Stafylokokken zijn bacteriën

Nadere informatie

Tot categorie 1 behoren - patiënten bij wie het MRSA dragerschap is aangetoond A

Tot categorie 1 behoren - patiënten bij wie het MRSA dragerschap is aangetoond A MRSA In deze folder geeft het Ruwaard van Putten Ziekenhuis u algemene informatie over de MRSA bacterie en de maatregelen die het ziekenhuis treft bij patiënten met een mogelijke of aangetoonde MRSA besmetting.

Nadere informatie

Bijzonder Resistente Micro-Organismen. Isolatiemaatregelen infectiepreventie bij BRMO

Bijzonder Resistente Micro-Organismen. Isolatiemaatregelen infectiepreventie bij BRMO Bijzonder Resistente Micro-Organismen Isolatiemaatregelen infectiepreventie bij BRMO In deze folder vindt u meer informatie over Bijzonder Resistente Micro Organismen (BRMO) en Extended Spectrum Beta-Lactamase

Nadere informatie

Wat zijn infectieziekten

Wat zijn infectieziekten Wat zijn infectieziekten Infectieziekten zijn ziekten die veroorzaakt worden door micro-organismen. Dit zijn hele kleine, levende deeltjes zoals virussen en bacteriën. Ze worden meestal van de ene mens

Nadere informatie

Deze informatie is bestemd voor patiënten met een mogelijke of aangetoonde MRSA besmetting.

Deze informatie is bestemd voor patiënten met een mogelijke of aangetoonde MRSA besmetting. Deze informatie is bestemd voor patiënten met een mogelijke of aangetoonde MRSA besmetting. Wat is MRSA? Staphylococcus aureus, is een bacterie die bij 20-60% van gezonde personen voorkomt op de huid.

Nadere informatie

DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT, Gelet op de artikelen 17 en 31 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren; BESLUIT:

DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT, Gelet op de artikelen 17 en 31 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren; BESLUIT: MINISTERIE VAN LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT Regeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 30 januari 2009, nr. TRCJZ/2009/244, houdende wijziging van de Regeling tijdelijke

Nadere informatie

BRMO (MRSA/VRE/ESBL) Bacteriën die niet reageren op standaard gebruikte antibiotica

BRMO (MRSA/VRE/ESBL) Bacteriën die niet reageren op standaard gebruikte antibiotica BRMO (MRSA/VRE/ESBL) Bacteriën die niet reageren op standaard gebruikte antibiotica Inhoud Inleiding 3 Wat is een BRMO? 3 MRSA 3 VRE 3 ESBL en CPE 4 Wanneer verhoogde kans om drager van een BRMO te zijn?

Nadere informatie

DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT,

DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT, MINISTERIE VAN LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT Regeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 20 april 2009, TRCJZ/2009/1142 houdende een vaccinatiecampagne ter bestrijding

Nadere informatie

MRSA-bacterie. 'ziekenhuisbacterie' Afdeling Medische Microbiologie en Ziekenhuishygiëne

MRSA-bacterie. 'ziekenhuisbacterie' Afdeling Medische Microbiologie en Ziekenhuishygiëne 00 MRSA-bacterie 'ziekenhuisbacterie' Afdeling Medische Microbiologie en Ziekenhuishygiëne 1 Inleiding MRSA staat voor Meticilline-resistente Staphylococcus aureus. De Staphylococcus aureus is een bacterie

Nadere informatie

GEZONDHEIDSRISICO S ROND VEEHOUDERIJEN

GEZONDHEIDSRISICO S ROND VEEHOUDERIJEN Startnotitie GEZONDHEIDSRISICO S ROND VEEHOUDERIJEN DIALOOG VISIE - MAATREGELEN INFORMATIE VOOR DE WORKSHOP OP 10 SEPTEMBER 2013 BEOORDELINGSKADER GEZONDHEID EN MILIEU Inge van den Broek, GGD bureau Gezondheid,

Nadere informatie

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus EA DEN HAAG. Datum 14 september 2009 Betreft Kamervragen. Geachte voorzitter,

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus EA DEN HAAG. Datum 14 september 2009 Betreft Kamervragen. Geachte voorzitter, > Retouradres Postbus 20350 2500 EJ Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Bezoekadres: Parnassusplein 5 2511 VX DEN HAAG T 070 340 79 11 F 070 340

Nadere informatie

MRSA staat voor Methicilline (M) resistente (R) Staphylococcus (S) aureus (A).

MRSA staat voor Methicilline (M) resistente (R) Staphylococcus (S) aureus (A). MRSA MRSA staat voor Methicilline (M) resistente (R) Staphylococcus (S) aureus (A). Stafylokokken zijn bacteriën die ongemerkt leven bij vele mensen, bij voorkeur in de neus of op de huid. Deze bacteriën

Nadere informatie

Vraag en Antwoord NDM Klebsiella Pneumoniae Voor aanvullingen zie onderaan, laatste update 18 december 2015

Vraag en Antwoord NDM Klebsiella Pneumoniae Voor aanvullingen zie onderaan, laatste update 18 december 2015 Vraag en Antwoord NDM Klebsiella Pneumoniae Voor aanvullingen zie onderaan, laatste update 18 december 2015 Algemene vragen 1 Wat is BRMO? BRMO is de afkorting van Bijzonder Resistent Micro-organisme.

Nadere informatie

Screening BRMO na opname in een buitenlands ziekenhuis

Screening BRMO na opname in een buitenlands ziekenhuis Infectiepreventie Screening BRMO na opname in een buitenlands ziekenhuis www.catharinaziekenhuis.nl Patiëntenvoorlichting: patienten.voorlichting@catharinaziekenhuis.nl INF006 / Screening BRMO na opname

Nadere informatie

Zicht op Q-koorts. Informatie over de ziekte Q-koorts. www.rivm.nl/q-koorts

Zicht op Q-koorts. Informatie over de ziekte Q-koorts. www.rivm.nl/q-koorts Zicht op Q-koorts Informatie over de ziekte Q-koorts Q-koorts kunt u oplopen door het inademen van de bacterie. Wees alert op de verschijnselen van Q-koorts. Woont u of bent u in een gebied waar Q-koorts

Nadere informatie

Veterinaire volksgezondheid en vogelinfluenza

Veterinaire volksgezondheid en vogelinfluenza Veterinaire volksgezondheid en vogelinfluenza NVAG themamiddag d.d. 02-03 2006, Utrecht Prof.dr. Frans van Knapen influenza virus typeringen: H-antigeen N-antigeen Permanente veranderingen in influenza

Nadere informatie

Maatregelen voor drager van MRSA-bacterie

Maatregelen voor drager van MRSA-bacterie MRSA positief Maatregelen voor drager van MRSA-bacterie Inleiding Bij u is vastgesteld dat u drager bent van de MRSA-bacterie. MRSA staat voor Meticilline-Resistente Staphylococcus Aureus. Dit is een bacterie

Nadere informatie

GRIEPVACCINATIE VOOR ZORGVERLENERS Hoe kan griep voorkomen worden?

GRIEPVACCINATIE VOOR ZORGVERLENERS Hoe kan griep voorkomen worden? GRIEPVACCINATIE VOOR ZORGVERLENERS Hoe kan griep voorkomen worden? WAT IS SEIZOENSGRIEP? WAT IS SEIZOENSGRIEP? > Een acute luchtweginfectie: Plots begin met koorts en rillingen Hoofdpijn Spierpijn Keelpijn

Nadere informatie

Vragen en antwoorden geitenhouderij en gezondheid

Vragen en antwoorden geitenhouderij en gezondheid Vragen en antwoorden geitenhouderij en gezondheid Kennisplatform Veehouderij en humane gezondheid Joost van der Ree, Gert Kelfkens 13 april 2017 Inleiding De mogelijke vestiging van een geitenhouderij

Nadere informatie

Patiënteninformatie. MRSA bacterie

Patiënteninformatie. MRSA bacterie Patiënteninformatie MRSA bacterie 2 Inhoud Inhoud... 3 Inleiding... 4 Informatie over MRSA... 4 Wat is MRSA?... 4 Hoe wordt MRSA overgedragen?... 4 Word je ziek van de MRSA bacterie?... 4 Hoe word je opgevolgd?...

Nadere informatie

Patiënteninformatie. VRE Vancomycine resistente enterococcus

Patiënteninformatie. VRE Vancomycine resistente enterococcus Patiënteninformatie VRE Vancomycine resistente enterococcus Inhoud Inleiding... 3 Informatie over VRE... 3 Wat is VRE?... 3 Is de VRE-bacterie gevaarlijk?... 3 Kan ik ziek worden van VRE?... 3 Hoe wordt

Nadere informatie

Belang van diergezondheid en bioveiligheid in de intensieve varkenshouderij Prof. dr. D. Maes

Belang van diergezondheid en bioveiligheid in de intensieve varkenshouderij Prof. dr. D. Maes Belang van diergezondheid en bioveiligheid in de intensieve varkenshouderij Prof. dr. D. Maes Afdeling bedrijfsdiergeneeskunde varken Faculteit Diergeneeskunde UGent Brugge, 29 november 2013 1 Belang van

Nadere informatie

Bijzonder Resistent Micro-Organismen (BRMO)

Bijzonder Resistent Micro-Organismen (BRMO) Bijzonder Resistent Micro-Organismen (BRMO) 2 Bij u is vastgesteld dat u een verhoogde kans heeft om drager te zijn van een Bijzonder Resistent Micro-Organisme (BRMO) of er is bij u vastgesteld dat u drager

Nadere informatie

Opname: na een verblijf in een buitenlands ziekenhuis nadat u in contact bent geweest met varkens of vleeskalveren.

Opname: na een verblijf in een buitenlands ziekenhuis nadat u in contact bent geweest met varkens of vleeskalveren. Opname: na een verblijf in een buitenlands ziekenhuis nadat u in contact bent geweest met varkens of vleeskalveren (MRSA-bacterie) Als u in het buitenland in het ziekenhuis bent behandeld, bestaat de

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. handelende in overeenstemming met de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. handelende in overeenstemming met de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport; STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 5289 6 april 2010 Regeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 26 maart 2010, nr. 115877, houdende

Nadere informatie

Hoesten, niezen en neus snuiten in papieren zakdoekje. Zakdoekje direct weggooien. Handen wassen met water en zeep. ZO HOUDEN WE GRIP OP GRIEP

Hoesten, niezen en neus snuiten in papieren zakdoekje. Zakdoekje direct weggooien. Handen wassen met water en zeep. ZO HOUDEN WE GRIP OP GRIEP Hoesten, niezen en neus snuiten in papieren zakdoekje. Zakdoekje direct weggooien. Handen wassen met water en zeep. ZO HOUDEN WE GRIP OP GRIEP Lees deze brochure aandachtig. In deze brochure staat praktische

Nadere informatie

Veehouderij en Gezondheid Omwonenden. De VGO-studie

Veehouderij en Gezondheid Omwonenden. De VGO-studie Veehouderij en Gezondheid Omwonenden De VGO-studie De gezondheid van mensen die in de buurt van veehouderijen wonen staat in de belangstelling. Discussies over eventuele gezondheidsrisico s zijn in een

Nadere informatie

Samenvatting. Etiologie. samenvatting

Samenvatting. Etiologie. samenvatting Samenvatting Hoofdstuk 1 is een algemene inleiding op dit proefschrift. Luchtweginfecties zijn veel voorkomende aandoeningen, die door een groot aantal verschillende virussen en bacteriën veroorzaakt kunnen

Nadere informatie

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG. Datum 23 november 2012 Betreft Kamervragen. Geachte voorzitter,

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG. Datum 23 november 2012 Betreft Kamervragen. Geachte voorzitter, > Retouradres: Postbus 20350, 2500 EJ Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Bezoekadres: Parnassusplein 5 2511 VX DEN HAAG T 070 340 79 11 F 070

Nadere informatie

*PDOC01/268847* PDOC01/ De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus EA 's-gravenhage

*PDOC01/268847* PDOC01/ De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus EA 's-gravenhage > Retouradres Postbus 20401 2500 EK DEN HAAG De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA 's-gravenhage Cluster Prins Clauslaan 8 2595 AJ DEN HAAG Postbus 20401 2500 EK DEN

Nadere informatie

BRMO-positief, en dan?

BRMO-positief, en dan? Infectiepreventie BRMO-positief, en dan? www.catharinaziekenhuis.nl Patiëntenvoorlichting: patienten.voorlichting@catharinaziekenhuis.nl INF005 / BRMO-positief, en dan? / 10-04-2015 2 BRMO-positief, en

Nadere informatie

MRSA en patiënt in het Maasziekenhuis

MRSA en patiënt in het Maasziekenhuis MRSA en patiënt in het Maasziekenhuis Tijdens uw opname of consult in Maasziekenhuis Pantein worden extra maatregelen getroffen, omdat u mogelijk de moeilijk te bestrijden bacterie MRSA bij u draagt. In

Nadere informatie

Maatregelen voor drager van MRSA-bacterie

Maatregelen voor drager van MRSA-bacterie MRSA positief Maatregelen voor drager van MRSA-bacterie Bij u is vastgesteld dat u drager bent van de MRSA-bacterie. MRSA staat voor Meticilline-Resistente Staphylococcus Aureus. Dit is een bacterie die

Nadere informatie