120. De mededingings rechtelijke boete in concernverband: wie heeft de draagplicht?

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "120. De mededingings rechtelijke boete in concernverband: wie heeft de draagplicht?"

Transcriptie

1 DE MEDEDINGINGSRECHTELIJKE BOETE IN CONCERNVERBAND: WIE HEEFT DE DRAAGPLICHT? 120. De mededingings rechtelijke boete in concernverband: wie heeft de draagplicht? MR. M.G. BREDENOORD-SPOEK Civiele handhaving van het mededingingsrecht heeft de laatste jaren een flinke opmars gemaakt. In binnen- en buitenland is het inmiddels eerder regel dan uitzondering dat (vermeende) kartelovertreders kunnen rekenen op forse schadevergoedingsclaims. 1 Ook de nationale en Europese politiek draagt bij aan deze ontwikkeling. Het meest ingrijpende voorbeeld is de in november 2014 aangenomen Richtlijn schadevergoeding wegens inbreuken op het mededingingsrecht. 2 Veel minder aandacht is er voor de civiele rechtsbetrekkingen tussen juridische entiteiten binnen één beboete onderneming. Deze bijdrage beoogt enig inzicht te geven in de omstandigheden die naar Nederlands recht een rol zouden kunnen spelen bij het vaststellen van de interne draagplicht van juridische entiteiten binnen een concern dat door de Europese Commissie of een nationale mededingingsautoriteit is beboet. 1. De onderneming in het mededingingsrecht De normadressaat van artikelen 101 en 102 VWEU (en hun nationale equivalenten) is de onderneming. Uit vaste rechtspraak volgt dat het mededingingsrecht een geheel eigen, autonoom ondernemingsbegrip kent. Een onderneming wordt beschouwd als een economische eenheid, ook al bestaat deze economische eenheid vanuit (nationaal) juridisch oogpunt uit verschillende natuurlijke personen of rechtspersonen. 3 De precieze privaatrechtelijke status van de onderneming is van ondergeschikt belang. 4 Het gegeven dat een boetebeschikking in de regel wordt uitgevaardigd aan een of meerdere juridische entiteiten binnen die onderneming is volgens het Hof een louter praktisch vereiste. 5 1 Binnen Nederland alleen al zijn er op dit moment civiele schadevergoedingsacties aanhangig in ten minste de volgende sectoren: bier, beeldbuizen, bitumen, gas geschakeld isolatiemateriaal, liften en roltrappen, luchtvracht, natrium-chloraat, spanstaal en suiker. 2 Richtlijn 2014/104/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 november 2014 betreffende bepaalde regels voor schadevorderingen volgens nationaal recht wegens inbreuken op de bepalingen van het mededingingsrecht van de lidstaten en van de Europese Unie. 3 Zaak C-90/09 P van 20 januari 2011, General Química/Commissie [2011] ECR I-1, para en de daar aangehaalde rechtspraak. Zie ook: Odudu, O. en Bailey, D., The Single Economic Entity Doctrine in EU Competition Law, CMLR 51, 2014, Zaak C-41/90 van 23 april 1991, Klaus Höfner and Fritz Elser/Macrotron Gmbh, [1991] ECR I-1979, para Gevoegde zaken C-231 t/m 233/11 P van 10 april 2014, Europese Commis- In de regel worden boetebeschikkingen geadresseerd aan (i) de juridische entiteit die daadwerkelijk inbreuk maakt op het mededingingsrecht en (ii) de moedervennootschap die ten tijde van de inbreuk daadwerkelijke invloed heeft uitgeoefend op het beleid van de dochtervennootschap, waarbij de boete hoofdelijk aan beiden wordt opgelegd. Het hoofdelijk verbinden van een vennootschap binnen een onderneming die niet de inbreukmakende is binnen een onderneming zal in het bijzonder aangewezen zijn indien het een situatie betreft waarin een moedermaatschappij 100% van het kapitaal in handen heeft van haar dochteronderneming die in een inbreuk op de mededingingsregels heeft gepleegd. 6 In dat geval kan de moedermaatschappij invloed uitoefenen op het commerciële beleid van deze dochteronderneming en bestaat er een weerlegbaar vermoeden dat zij deze invloed daadwerkelijk heeft uitgeoefend. 7 Het Hof van Justitie merkte in Kendrion op dat het hoofdelijk aansprakelijk stellen van een moederonderneming niet kan worden beperkt tot een soort van garantie voor de betaling van de aan de dochteronderneming opgelegde geldboete die door de moedermaatschapsie/siemens Ltd en anderen/europese Commissie, nog niet gepubliceerd, para Zaak T-54/06 van 16 november 2011, Kendrion/Commissie, 2011 II-00393, paras Zaak T-54/06 van 16 november 2011, Kendrion/Commissie, 2011 II-00393, para 49. TIJDSCHRIFT MEDEDINGINGSRECHT IN DE PRAKTIJK NUMMER 3, MEI 2015 / SDU 23

2 Het Siemens-arrest maakte echter duidelijk dat de interne draagplicht in beginsel een nationaalrechtelijke aangelegenheid is. pij wordt verstrekt. 8 Zowel de moedermaatschappij als de inbreukmakende dochteronderneming worden verantwoordelijk gehouden voor de inbreuk. Daardoor kan de Commissie hen hoofdelijk aansprakelijk stellen voor de kartelboete die is opgelegd aan de onderneming. 9 Deze hoofdelijke aansprakelijkheid ziet op de verhouding tussen de schuldenaar (de onderneming in mededingingsrechtelijke zin) en de schuldeiser (de Commissie of nationale mededingingsautoriteit). 10 Het gevolg van de hoofdelijke verbondenheid is dat de Commissie van elke geadresseerde rechtspersoon binnen de beboete onderneming betaling van het volledige boetebedrag kan vorderen. 11 Naast dit externe effect heeft het vaststellen van hoofdelijke aansprakelijkheid ook rechtsgevolgen voor de interne verhouding tussen de hoofdelijk verbonden schuldenaren onderling. Zo zal een hoofdelijk verbonden schuldenaar die voor de gehele schuld aangesproken wordt in de meeste nationale rechtstelsels een vorm van regres krijgen op zijn medeschuldenaren. De vraag doet zich dan voor in hoeverre de medeschuldenaren onderling draagplichtig zijn voor de hoofdelijke schuld. De vraag naar de onderlinge (interne) draagplicht is van ondergeschikt belang indien de beboete onderneming ten tijde van het publiceren van het boetebesluit uit dezelfde moeder- en dochtervennootschappen bestaat als ten tijde van de inbreuk. De vraag wie uiteindelijk de financiële lasten van de boete draagt, zal binnen het concern (de onderneming ) in dat geval doorgaans een kwestie van vestzak of broekzak zijn. 12 De vraag naar de interne draagplicht wint echter aan belang indien ten tijde van de vaststelling van de beschikking de economische eenheid die de inbreuk heeft gepleegd niet langer de vorm heeft die zij ten tijde van de 8 Zaak C-50/12 van 26 november 2013, Kendrion/Commissie, nog niet gepubliceerd, para Gevoegde zaken C-231 t/m 233/11 P van 10 april 2014, Europese Commissie/Siemens Ltd en anderen/europese Commissie, nog niet gepubliceerd, para Gevoegde zaken C-231 t/m 233/11 P van 10 april 2014, Europese Commissie/Siemens Ltd en anderen/europese Commissie, nog niet gepubliceerd, para Het hoofdelijk verbinden van verschillende vennootschappen binnen een onderneming heeft het inherente doel om de doeltreffendheid van de administratieve maatregelen voor de invordering van schulden te vergroten, zie: conclusie van advocaat-generaal Mengozzi in gevoegde zaken C-231 t/m 233/11 P van 19 september 2013, Europese Commissie/Siemens AG Österreich en anderen en Siemens Transmission & Distribution Ltd en anderen/europese Commissie, para 52 en verwijzingen aldaar. 12 Een bestuurder van een dochtervennootschap heeft echter ook een verantwoordelijkheid jegens de dochtervennootschap die losstaat van het concernbelang. Zie ook: Bartman, S.M., Draagplicht en draagplichtverdeling bij concernfinanciering: een kwestie van profijt of van solidariteit, Ars Aequi, november 2012, p schending had. 13 In dat geval zal de voormalige moedervennootschap, zeker als die alleen op basis van de 100%- presumptie hoofdelijk aansprakelijk is gehouden door de Commissie, weinig enthousiast zijn om de volledige boete te betalen. Tegelijkertijd zal de nieuwe moedervennootschap van de inbreukmakende dochteronderneming de inbreuk beschouwen als een probleem van het oude moederconcern en ook niet graag de financiële consequenties van de mededingingsrechtelijke boete willen dragen. Het was lange tijd onduidelijk in hoeverre de beschikking van de Europese Commissie consequenties had voor de interne draagplicht van verschillende vennootschappen in een beboete onderneming. Als de Commissie een moederen dochtervennootschap hoofdelijk had beboet, impliceerde de keuze voor hoofdelijkheid dan ook dat beide vennootschappen in hun onderlinge verhouding draagplichtig waren voor de boete? En zo ja, in hoeverre moest elk van de vennootschappen dan bijdragen? Het Siemens-arrest maakte echter duidelijk dat de interne draagplicht in beginsel een nationaalrechtelijke aangelegenheid is. 2. Het Hof van Justitie: Siemens In Siemens beboette de Commissie een aantal ondernemingen wegens kartelvorming in de sector voor gasgeïsoleerd schakelmateriaal. 14 Verschillende geadresseerde partijen, waaronder een aantal tot het Siemens concern behorende vennootschappen, gingen in beroep en klaagden (onder meer) over de wijze waarop de Commissie was omgegaan met de hoofdelijkheid. In een arrest van 3 maart 2011 overwoog het Gerecht dat de hoofdelijke verplichting tot betaling van geldboeten een autonoom begrip is dat op basis van de doelstellingen en de systematiek van het mededingingsrecht, waarvan het deel uitmaakt, en, in voorkomend geval, op basis van de uit de nationale rechtsstelsels voortvloeiende algemene beginselen moet worden uitgelegd. Volgens het Gerecht zou de hoofdelijke oplegging van een boete door de Europese Commissie niet alleen gevolgen hebben voor externe aansprakelijkheid van de hoofdelijke schuldenaren, maar ook voor hun interne relatie. Elke vennootschap waaraan een geldboete is opgelegd die zij hoofdelijk met één of meerdere andere vennootschappen dient te betalen, zou uit de beschikking van de Commissie zelf moeten kunnen afleiden welk aandeel zij in verhouding tot haar hoofdelijke medeschuldenaars moet dragen, wanneer de Commissie eenmaal is betaald, aldus het Gerecht. De Commissie zou dan ook bij uitsluiting bevoegd zijn om te bepalen welke vennootschap(pen) in welke mate moet(en) bijdragen aan de betaling van de boete. Indien de Commissie geen gebruikmaakt van deze 13 Conclusie van advocaat-generaal Mengozzi in gevoegde zaken C-231 t/m 233/11 P van 19 september 2013, Europese Commissie/Siemens AG Österreich en anderen en Siemens Transmission & Distribution Ltd en anderen/europese Commissie, para Beschikking van de Europese Commissie van 24 januari 2007 in zaak COMP/F/38.899, Gasgeïsoleerd schakelmateriaal. 24 SDU / NUMMER 3, MEI 2015 TIJDSCHRIFT MEDEDINGINGSRECHT IN DE PRAKTIJK

3 DE MEDEDINGINGSRECHTELIJKE BOETE IN CONCERNVERBAND: WIE HEEFT DE DRAAGPLICHT? bevoegdheid moet ervan worden uitgegaan dat alle vennootschappen binnen de beboete ondernemingen in gelijke mate aansprakelijk zijn en dat hun aandeel in de bedragen die hun hoofdelijk zijn opgelegd dus even groot is. Het Gerecht meende ook dat de vennootschap die de boete volledig betaalt, een regresrecht heeft jegens zijn hoofdelijk verbonden medeschuldenaren op grond van Europees recht. 15 In hoger beroep vernietigde het Hof van Justitie echter het arrest van het Gerecht. 16 Het Hof overwoog dat noch de formulering van [artikel 23, lid 2, van verordening nr. 1/2003] noch het doel van het hoofdelijkheidsmechanisme... de conclusie [wettigen] dat deze sanctiebevoegdheid niet alleen de externe hoofdelijkheid betreft, maar tevens de bevoegdheid omvat om het aandeel van de hoofdelijke medeschuldenaars in het kader van hun interne relatie te bepalen. Het Hof overwoog voorts dat de interne aansprakelijkheid van medeschuldenaren die hoofdelijk aansprakelijk zijn voor een geldboete in beginsel wordt bepaald door hetgeen tussen hen contractueel is vastgelegd. Indien er geen contractuele regeling is getroffen staat het dus aan de nationale rechterlijke instanties om deze aandelen op grond van het op het geding toepasselijke nationale recht te bepalen met inachtneming van het recht van de Unie. De taak van de Commissie is beperkt, in die zin dat zij enkel het rechtskader bepaalt waarbinnen uitspraak moet worden gedaan op vorderingen die betrekkingen hebben op de interne aansprakelijkheid. Dat rechtskader zal zich in de regel beperken tot (i) het bepalen van de identiteit van de vennootschappen die hoofdelijk aansprakelijk worden gesteld en (ii) het maximale boetebedrag waartoe de hoofdelijke schuldenaren aansprakelijk zijn jegens de Unie. Daarnaast rust op de Commissie ingevolge artikel 4 VEU de plicht tot loyale samenwerking met nationale gerechten bij het vaststellen van de interne aansprakelijkheid. 17 De uitspraak van het Hof laat de kwestie van de interne draagplicht voor hoofdelijk opgelegde boetes dus in overwegende mate over aan het nationale recht van de lidstaten. Daarmee roept dit arrest voor de Nederlandse rechtspraktijk de vraag op hoe in het Nederlands recht de interne draagplicht van hoofdelijk verbonden vennootschappen voor een geldboete in het kader van een inbreuk op het mededingingsrecht moet worden bepaald. De Nederlandse rechter heeft zich hier nog niet over uitgelaten. Het Duitse Bundesgerichtshof deed op 18 november 2014 echter wel een uitspraak over deze problematiek. 15 Gevoegde zaken T-122 t/m 124/07 van 3 maart 2011, Siemens AG Österreich en VA Tech Transmission & Distribution GmbH & Co. KEG Siemens Transmission & Distribution Ltd en Siemens Transmission & Distribution SA en Nuova Magrini Galileo SpA/ Europese Commissie, para Gevoegde zaken C-231 t/m 233/11 P van 10 april 2014, Europese Commissie/Siemens AG Österreich en anderen en Siemens Transmission & Distribution Ltd en anderen/europese Commissie, nog niet gepubliceerd, para Gevoegde zaken C-231 t/m 233/11 P van 10 april 2014, Europese Commissie/Siemens Ltd en anderen/europese Commissie, nog niet gepubliceerd, para Bundesgerichtshof: Calcium Carbide II De achtergrond van de Calcium Carbide II-zaak is het boetebesluit van de Europese Commissie waarin enkele juridische entiteiten binnen het SKW Stahl-Metallurgie concern hoofdelijk verbonden werden tot het betalen van een geldboete. De moedervennootschap van de groep werd door de Commissie aangesproken tot betaling en betaalde de volledige boete. Vervolgens betrok de moeder haar (voormalige) dochterbedrijven in rechte en vorderde zij schadeloosstelling. De moeder betoogde dat de voormalige dochterbedrijven volledig draagplichtig waren, aangezien de moeder zelf niet actief had deelgenomen aan de inbreuk. Het Landesgerichtshof en het Oberlandesgericht wezen de vorderingen af. Daarbij redeneerden zij dat de (voormalige) moedervennootschap ten tijde van de inbreuk geprofiteerd zou hebben van de (eventuele) onrechtmatige opbrengsten van de karteldeelname. Het (veronderstelde) profiteren van de kartelinbreuk werd door de feitenrechters doorslaggevend geacht. De moedermaatschappij kon om die reden de betaling van de boete niet op haar (voormalige) dochtervennootschapen afwentelen. 18 Het Bundesgerichtshof vernietigde echter de uitspraak van het Oberlandesgericht, onder verwijzing naar het op dat moment gewezen arrest van het Hof in Siemens. Het Bundesgerichtshof oordeelde dat het relevante criterium naar Duits recht te vinden is in paragraaf 426 van het Duits burgerlijk wetboek ( BGB ), dat bepaalt: Die Gesamtschuldner sind im Verhältnis zueinander zu gleichen Anteilen verpflichtet, soweit nicht ein anderes bestimmt ist. (...) 19 Hieruit volgt dat gelijke delen de hoofdregel is, tenzij er omstandigheden zijn die tot een andere conclusie leiden. Het Bundesgerichtshof oordeelde vervolgens dat een draagplicht naar gelijke delen in geval van een hoofdelijk De uitspraak van het Hof laat de kwestie van de interne draagplicht voor hoofdelijk opgelegde boetes dus in overwegende mate aan het nationale recht van de lidstaten. opgelegde kartelboete niet als uitgangspunt kan dienen. 20 In plaats daarvan laat de aansprakelijkheid voor een boete zich vergelijken met een hoofdelijke aansprakelijkheid voor schade. Zijn twee of meer partijen hoofdelijk aansprakelijk voor schade, dan worden naar Duits recht de mate waarin de aansprakelijke partijen aan de veroorzaking van de schade hebben bijgedragen, alsook de mate waarin zij 18 Landesgerichtshof München I, uitspraak van 13 juli O 20080/10, niet digitaal te raadplegen, en Oberlandersgerichtshof München, uitspraak van 9 februari 2012-U 3283/11 Kart-1, te raadplegen op: openjur.de/u/ html. 19 Vertaald in het Nederlands: De medeschuldenaars zijn in hun onderlinge verhouding tot gelijke delen verbonden, tenzij anders is bepaald. 20 Bundesgerichtshof, arrest van 18 november 2014, Calcium Carbid II-KZR 15/12, alinea 44 e.v., te raadplegen op: https://openjur.de/u/ html. TIJDSCHRIFT MEDEDINGINGSRECHT IN DE PRAKTIJK NUMMER 3, MEI 2015 / SDU 25

4 schuld hebben, tegen elkaar afgewogen. Zo dient dat ook te gebeuren bij de onderlinge verdeling van de boete binnen het (voormalige) concernverband. Daarbij moet, zo oordeelt het Bundesgerichthof, de effectieve werking van het kartelverbod steeds in het oog gehouden worden. Het zal daarom doorgaans in de rede liggen om geen van de beboete entiteiten of personen in staat te stellen de gehele De schuldenaar die een groter bedrag voldoet dan hem aangaat heeft een zelfstandig regresrecht jegens ieder van zijn medeschuldenaren ter hoogte van het gedeelte dat hen aangaat. financiële last op de andere(n) af te wentelen. Wat een juiste verdeling is, dient echter van geval tot geval en op basis van alle omstandigheden te worden bepaald. In dat kader kan onder meer betekenis toekomen aan de mate waarin de verschillende (rechts)personen schuld treft. Ook het financiële voordeel dat zij hebben genoten van de inbreuk op het kartelverbod, is relevant. Bovendien dient het boeteplafond van 10% te worden meegewogen. Zou daarop geen acht worden geslagen, dan zou de continuïteit van een rechtspersoon door de civielrechtelijke regresvordering van een voormalige moeder- of dochtermaatschappij alsnog in gevaar kunnen komen. Het Oberlandesgericht had voornoemde omstandigheden onvoldoende in zijn afweging betrokken. Het Bundesgerichtshof verwees de zaak daarom terug. 4. Hoofdelijke verbondenheid en draagplicht naar Nederlands recht De Nederlandse wet kent in artikel 6:10 lid 1 BW als hoofdregel voor het bepalen van de (interne) draagplicht van hoofdelijk verbonden schuldenaren dat zij ieder voor het gedeelte van de schuld dat hen in hun onderlinge verhouding aangaat, verplicht zijn in de schuld en in de kosten bij te dragen. De wet bevat voorts geen algemene bepaling hoe het gedeelte van de schuld dat de schuldenaar aangaat, moet worden vastgesteld. De grootte van ieders bijdrageplicht hangt af van de onderlinge rechtsverhouding van de schuldenaren, waarbij de beginselen van ongerechtvaardigde verrijking een rol kunnen spelen. 21 In geval van hoofdelijke aansprakelijkheid voor schade, volgt uit artikel 6:102 lid 1 jo 6:101 lid 1 BW dat de interne verdeling van de draagplicht plaatsvindt op basis van (i) de veroorzakingsbijdrage en (ii) de billijkheid (waarbij de uiteenlopende ernst van de gemaakte fouten een belangrijke rol speelt). In geval van groepsaansprakelijkheid, ten slotte, geeft artikel 6:166 lid 2 BW als hoofdregel dat de schuldenaren onderling voor gelijke delen in de schadevergoeding bijdragen. Van deze hoofdregel wordt echter afgeweken indien in de omstandigheden van het 21 Van Boom, W.H., Hoofdelijke verbintenissen, Deventer: Kluwer 1999, p geval de billijkheid een andere verdeling vordert. De schuldenaar die een groter bedrag voldoet dan hem aangaat, heeft een zelfstandig regresrecht jegens ieder van zijn medeschuldenaren ter hoogte van het gedeelte dat hen aangaat. De parlementaire geschiedenis stelt dat voor de vraag wat de schuld is die elk van de debiteuren aangaat geen algemene regels te geven zijn. 22 Hierna bespreek ik enkele omstandigheden die een rol zouden kunnen spelen bij het bepalen van de interne draagplicht van hoofdelijke verbonden vennootschappen in het kader van een kartelboete. 5. Aanknopingspunten voor bepalen interne draagplicht 5.1 Contractuele afspraken tussen de hoofdelijk verbonden vennootschappen Indien er een overeenkomst bestaat tussen de hoofdelijk verbonden vennootschappen, zal dit een eerste aanknopingspunt zijn bij het bepalen van de onderlinge rechtsverhouding en de daaruit voortvloeiende bepaling van de interne draagplicht. 23 Twee situaties kunnen hierbij onderscheiden worden. De eerste is dat er na het einde van de inbreuk en al dan niet na opleggen van de kartelboete tussen de hoofdelijk verbonden vennootschappen een afspraak wordt gemaakt over de verdeling van de draagplicht. De Rechtbank Zwolle heeft een vordering tot nakoming van een dergelijke overeenkomst toegewezen. 24 Mits de afspraak in volle bewustzijn is aangegaan, volgt uit het beginsel van de individuele contractsvrijheid dat een afspraak over de verdeling van een opgelegde of nog op te leggen boete naar Nederlands recht afdwingbaar is. Een tweede situatie is dat er reeds vóór (het einde van) de inbreuk (en derhalve ook vóór het opleggen van de boete) een overeenkomst bestaat tussen de hoofdelijk verbonden vennootschappen, die voorziet in een onderlinge verdeling van de draagplicht voor eventuele boetes. Het is zeer de vraag of een dergelijke overeenkomst rechtens afdwingbaar is. Toen in 2005 een Zweedse verzekeraar een verzekering tegen verkeersboetes wilde aanbieden op de Nederlandse markt, waarschuwde minister van Justitie Donner dat een dergelijke verzekering het verkeersveiligheidsbeleid van de overheid zou ondermijnen. Hij vond het echter niet nodig in te grijpen, omdat dat een verzekering tegen boetes in strijd is met de openbare orde en de goede zeden, waardoor een dergelijke verzekering ingevolge artikel 3:40 lid 1 BW nietig is. 25 Om dezelfde reden zou een civielrechtelijke afspraak 22 Parl. Gesch. Boek 6, p Vgl. HR 20 mei 1981, NJ 1982, 174 (Rollman/Van Opzeeland). Dat contractuele afspraken gemaakt kunnen worden, lijkt bevestigd te worden in gevoegde zaken C-231 t/m 233/11 P van 10 april 2014, Europese Commissie/ Siemens Ltd en anderen/europese Commissie, nog niet gepubliceerd, para Rechtbank Zwolle, 12 mei 2009, ECLI:NL:RBZLY:2009:BI9738, r.o Kamerstukken II 2005/06, 110 en 853 (antwoorden Donner van 6 oktober 2005 en 6 februari 2006 op Kamervragen Van der Ham). In gelijke zin Kamerstukken II 2006/07, 1172 (antwoorden Hirsch-Ballin van 30 maart 2007 op Kamervragen De Wit). 26 SDU / NUMMER 3, MEI 2015 TIJDSCHRIFT MEDEDINGINGSRECHT IN DE PRAKTIJK

5 DE MEDEDINGINGSRECHTELIJKE BOETE IN CONCERNVERBAND: WIE HEEFT DE DRAAGPLICHT? over de verdeling van de onderlinge draagplicht in geval van een (nog te plegen of te continueren) kartelinbreuk mogelijk in strijd kunnen zijn met de openbare orde en de goede zeden. 26 Hierover is, voor zover mij bekend, echter geen jurisprudentie voor handen. 5.2 Het profijtbeginsel Het is mogelijk dat de vraag welke vennootschap het meest profijt heeft gehad van de inbreuk, een rol speelt bij de vraag naar de interne verdeling van de aansprakelijkheid. Hiervoor kunnen aanwijzingen te vinden zijn in de boetebeschikking. Indien de Commissie de boete heeft verhoogd vanwege de winst die is behaald met de inbreuk, ligt het in de rede dat daaraan enige relevantie wordt toegekend bij het vaststellen van de interne draagplicht. Is de gerealiseerde (kartel)winst in de relevante periode steeds ten goede gekomen aan de moedervennootschap, dan kan dat een reden zijn om een groter deel van de draagplicht bij de moeder neer te leggen. Ook buiten de beschikking kunnen aanwijzingen gevonden worden voor de mate waarin de verschillende vennootschappen van de inbreuk hebben geprofiteerd. Zo zal een disgorgement agreement, waarin afspraken zijn opgenomen over de winstdeling binnen een concern, een rol kunnen spelen bij het bepalen van de interne draagplicht. Ook andere aanwijzingen waaruit blijkt welke vennootschap de winst heeft genoten, kunnen relevant zijn. De gedachte dat bij het bepalen van de onderlinge draagplicht relevantie toekomt aan het profijtbeginsel wordt ondersteund door het Bundesgerichtshof in het hiervoor besproken Calcium Carbide II-arrest. 27 De Hoge Raad heeft in een andere context (de onderlinge draagplicht van concernvennootschappen voor een concernkrediet) ook gekeken naar de vraag welke entiteit binnen het concern met name geprofiteerd had. 28 Zo overwoog de Hoge Raad in Janssen q.q./jvs Beheer dat bij het bepalen van de interne draagplicht voor een concernschuld erop moet worden gelet wie de lening of het krediet heeft gebruikt of te wier beschikking de lening of het krediet is gekomen Betrokkenheid en verwijtbaarheid Trekt men net als het Duitse Bundesgerichtshof een parallel met de draagplicht voor een hoofdelijk verschuldigde schadevergoeding, dan ligt in de rede om ook bijzonder belang toe te kennen aan de uiteenlopende ernst van de gemaakte fouten (de verwijtbaarheid). In dat kader ligt het voor de hand om bijvoorbeeld een moedervennootschap die actief bij een inbreuk betrokken was, een grotere interne draagplicht toe te kennen dan een moedervennootschap die slechts op grond van de 100%-presumptie is beboet. Waar in de mededingingsrechtelijke context een moedervennootschap zich niet kan disculperen door te wijzen op concernbeleid of zelfs een expliciete instructie aan de dochtervennootschappen om zich te onthouden van inbreuken op het mededingingsrecht, is dat civielrechtelijk wel voorstelbaar. In het kader van de billijkheidscorrectie van artikel 6:101 BW geldt als uitgangspunt dat een opzettelijk handelende schuldenaar, in diens verhouding tot een hoofdelijk verbonden partij aan wie slechts onvoldoende toezicht kan worden verweten, de gehele schade moet dragen. In de parlementaire geschiedenis is daarover opgemerkt: 30 Indien van één van de daders blijkt dat hij opzettelijk op onrechtmatige wijze de schade aan de benadeelde heeft toegebracht, is het in het algemeen redelijk dat alleen hij uiteindelijk de volle schade draagt. Het Duitse recht kent een zelfde uitgangspunt. Het Bundesgerichthof wees daar ook nadrukkelijk op in het Calcium Carbide II-arrest. 31 In geval van een dochtervennootschap die de expliciete instructies van haar moedervennootschap in de wind sloeg, zal dit een belangrijke reden zijn om de dochter met een (veel) grotere draagplicht te belasten dan de moeder. 5.4 De 10%-norm De vraag is vervolgens of de 10%-norm, die bepaalt dat een mededingingsrechtelijke boete nooit hoger kan zijn dan 10% van de totale omzet van de onderneming, ook een rol zal spelen bij het bepalen van de interne draagplicht tussen hoofdelijk verbonden ondernemingen. Anders dan het Bundesgerichtshof zou ik menen van niet. De gedachte achter de 10%-norm in het mededingingsrecht is dat een Indien er een overeenkomst bestaat tussen de hoofdelijk verbonden vennootschappen, zal dit een eerste aanknopingspunt zijn bij het bepalen van de onderlinge rechtsverhouding. 26 Zie hierover nader C.W.M. Lieverse en A.B. Schoonbeek, Doen en nalaten. Over opleggen van boetes aan feitelijkleidinggevers en medeplegers, FR 2011, p met verdere verwijzingen. Mogelijk kunnen afspraken die betrekking hebben op het verleggen van de aansprakelijkheid ook als boeteverhogende omstandigheid in aanmerking worden genomen. Dat gebeurde in eerste instantie in de LHV-zaak; besluit van de NMA van 30 december 2011 in zaak 6888, LHV, randnummer 184. In bezwaar zag de ACM echter af van een boeteverhoging op deze grond. Zie de beslissing op bezwaar van de ACM in zaak 6888, LHV, randnummers Bundesgerichtshof, arrest van 18 november 2014, Calcium Carbid II-KZR 15/12, para Hoge Raad 13 juli 2012, NJ 2012, 447 (Janssen q.q./jvs Beheer) en HR 18 april 203, «JOR» 2003/160 (Rivier de Lek c.s/van de Wetering). 29 Hoge Raad 13 juli 2012, NJ 2012, 447 (Janssen q.q./jvs Beheer), r.o onderneming niet ten gronde moet worden gericht door een (te) hoge boete. Civielrechtelijk werkt die norm echter niet door. Wordt een boete gemaximeerd vanwege het bereiken van de 10%-norm, dan beschermt vervolgens niets de beboete onderneming tegen schadevergoedingsvorderingen vanwege de overtreding van het kartelverbod. Richten die claims de onderneming alsnog ten gronde, dan is dat simpelweg het gevolg van de civielrechtelijke regel dat het 30 Parlementaire geschiedenis boek 6, p Bundesgerichtshof, arrest van 18 november 2014, Calcium Carbid II-KZR 15/12, para 60, te raadplegen op: https://openjur.de/u/ html. TIJDSCHRIFT MEDEDINGINGSRECHT IN DE PRAKTIJK NUMMER 3, MEI 2015 / SDU 27

6 op onrechtmatige wijze schade toebrengen van schade aan een ander, een verplichting tot (in beginsel: volledige) schadevergoeding in het leven roept. Ik zie niet in waarom het anders zou zijn in het geval dat de schade bestaat uit een mededingingsrechtelijke boete. Een vennootschap die het kartelverbod overtreedt, neemt daarmee niet alleen het risico om schade te veroorzaken aan de markt, maar ook aan (hoofdelijk verbonden) concernvennootschappen. Wijzen de contractuele afspraken tussen partijen, het profijtbeginsel en/of de onderlinge betrokkenheid en verwijtbaarheid op een draagplicht van een bepaald niveau, dan zie ik geen (goede) reden waarom die draagplicht vervolgens gemaximeerd zou moeten worden op 10% van de omzet van de vennootschap die het aangaat. Dat zou immers ook niet zo zijn, als de vennootschap op grond van onrechtmatige daad zou worden aangesproken (hetgeen mogelijk is). 32 Daarbij zij nog aangetekend, dat het relevante peilmoment voor de toepassing van een 10%-norm in een civielrechtelijk geschil ook niet eenvoudig aanwijsbaar is. Gezien de ratio van de norm zou men wellicht moeten uitgaan van de datum waarop de vennootschap in een veroordelend vonnis tot bijdragen wordt verplicht. Dat kan echter leiden tot vertragingstactieken. 5.5 Overige omstandigheden Als variant op het profijtbeginsel zou verder nog een rol kunnen spelen dat de moederonderneming geen eigen vennootschapsrechtelijke belangen had in de sector waarin de mededingingsinbreuk plaatsvond. Dat zou een aanwijzing kunnen zijn om haar interne draagplicht te verlagen. 33 Als variant op de beperking op 10% van omzet zou ten 32 Vgl. Rb. Zwolle-Lelystad 25 maart 2009, RO 2009, 73 en Hof Arnhem 11 januari 2011, NJF 2011, 105, waarin een strafrechtelijke boete werd aangemerkt als schade van de vennootschap. 33 Conclusie van advocaat-generaal Mengozzi in gevoegde zaken C-231 t/m 233/11 P van 19 september 2013, Europese Commissie/Siemens AG Österreich en anderen en Siemens Transmission & Distribution Ltd en anderen/europese Commissie, para 87. slotte gedacht kunnen worden aan een verdeling van de draagplicht naar draagkracht. Er zijn echter in de wet, noch in de jurisprudentie aanwijzingen te vinden dat dergelijke overwegingen een rol kunnen spelen Conclusie De oplegging van een kartelboete kan leiden tot een civielrechtelijk geschil over de verdeling van de draagplicht voor die boete tussen (voormalige) concernvennootschappen. Uit het Siemens-arrest van het Hof van Justitie volgt dat het aan de nationale civiele rechter is om op basis van het toepasselijke nationale recht te bepalen in hoeverre deze vennootschappen in hun onderlinge verhouding moeten bijdragen aan de betaling van de boete. Het recente arrest van het Duitse Bundesgerichtshof bevat interessante gezichtspunten over de verdeling van de draagplicht. In Nederland bestaat over deze kwestie voor zover mij bekend nog geen jurisprudentie met betrekking tot kartelboetes. Gezien de algemene regels over de draagplicht van hoofdelijk verbonden schuldenaren is evenwel aannemelijk dat de volgende factoren een belangrijke rol zullen spelen: contractuele afspraken tussen de schuldenaren, het profijtbeginsel en de betrokkenheid en verwijtbaarheid van de gedragingen van de verschillende (concern-)vennootschappen. Het is de vraag of de 10%-norm die in het mededingingsrecht leidt tot een maximering van de boete ook privaatrechtelijk doorwerkt. De toekomst zal het moeten uitwijzen. Over de auteur Mr. Marieke Bredenoord-Spoek is advocaat bij Stibbe Amsterdam. Zij dankt Stijn de Jong voor zijn assistentie bij het schrijven van dit artikel. 34 Van Boom, W.H., Hoofdelijke verbintenissen, Deventer: Kluwer 1999, p SDU / NUMMER 3, MEI 2015 TIJDSCHRIFT MEDEDINGINGSRECHT IN DE PRAKTIJK

Datum van inontvangstneming : 20/09/2013

Datum van inontvangstneming : 20/09/2013 Datum van inontvangstneming : 20/09/2013 Vertaling C-451/13-1 Zaak C-451/13 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 12 augustus 2013 Verwijzende rechter: Bundesgerichtshof (Duitsland)

Nadere informatie

Er zijn verschillende methoden van draagplichtverdeling mogelijk, die op hoofdlijnen als volgt kunnen worden onderscheiden:

Er zijn verschillende methoden van draagplichtverdeling mogelijk, die op hoofdlijnen als volgt kunnen worden onderscheiden: Notitie aandachtspunten fiscale eenheid vennootschapsbelasting Inleiding PlasBossinade houdt u graag op de hoogte van relevante ontwikkelingen. In dit kader willen wij uw aandacht vestigen op de fiscale

Nadere informatie

Turbo-liquidatie en de bestuurder

Turbo-liquidatie en de bestuurder Turbo-liquidatie en de bestuurder Juni 2012 mr J. Brouwer De auteur heeft grote zorgvuldigheid betracht in het weergeven van delen uit het geldende recht. Evenwel is noch de auteur noch Boers Advocaten

Nadere informatie

Jurisprudentie Ondernemingsrecht

Jurisprudentie Ondernemingsrecht Jurisprudentie Ondernemingsrecht 3 februari 2015 Mr. P.J. Peters 1 HR 23 mei 2014, JOR 2014, 229 Kok/Maas q.q. Bestuurdersaansprakelijkheid/selectieve betaling Casus P. Kok ( Kok ) 100% bestuurder Kok

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 25/08/2014

Datum van inontvangstneming : 25/08/2014 Datum van inontvangstneming : 25/08/2014 Vertaling C-359/14 1 Datum van indiening: 23 juli 2014 Verwijzende rechter: Zaak C-359/14 Verzoek om een prejudiciële beslissing Vilniaus miesto apylinkės teismas

Nadere informatie

GEZAMENLIJKE VERKLARING VAN DE RAAD EN DE COMMISSIE BETREFFENDE DE WERKING VAN HET NETWERK VAN MEDEDINGINGSAUTORITEITEN

GEZAMENLIJKE VERKLARING VAN DE RAAD EN DE COMMISSIE BETREFFENDE DE WERKING VAN HET NETWERK VAN MEDEDINGINGSAUTORITEITEN GEZAMEIJKE VERKLARING VAN DE RAAD EN DE COMMISSIE BETREFFENDE DE WERKING VAN HET NETWERK VAN MEDEDINGINGSAUTORITEITEN "1. De vandaag vastgestelde verordening betreffende de uitvoering van de mededingingsregels

Nadere informatie

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau enz. enz. enz.

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau enz. enz. enz. Wijziging van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek en het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, in verband met de omzetting van Richtlijn 2014/104/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 november

Nadere informatie

BESLUIT. Besluit van de directeur-generaal van de Nederlandse Mededingingsautoriteit als bedoeld in artikel 79, eerste lid, van de Mededingingswet.

BESLUIT. Besluit van de directeur-generaal van de Nederlandse Mededingingsautoriteit als bedoeld in artikel 79, eerste lid, van de Mededingingswet. Nederlandse Mededingingsautoriteit BESLUIT Nummer 3698-22 Betreft zaak: natuurlijke persoon Besluit van de directeur-generaal van de Nederlandse Mededingingsautoriteit als bedoeld in artikel 79, eerste

Nadere informatie

Datum 24 april 2013 Betreft Beantwoording Kamervragen van het lid Dijkgraaf (SGP) over de column dat Deutsche Bank in strijd handelt met de zorgplicht

Datum 24 april 2013 Betreft Beantwoording Kamervragen van het lid Dijkgraaf (SGP) over de column dat Deutsche Bank in strijd handelt met de zorgplicht > Retouradres Postbus 20201 2500 EE Den Haag Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag Korte Voorhout 7 2511 CW Den Haag Postbus 20201 2500 EE Den Haag www.rijksoverheid.nl

Nadere informatie

Rb. 's-gravenhage 6 juli 2012, LJN BX2021, JA 2012/183. Trefwoorden: Sommenverzekering, Voordeelstoerekening, Eigen schuld

Rb. 's-gravenhage 6 juli 2012, LJN BX2021, JA 2012/183. Trefwoorden: Sommenverzekering, Voordeelstoerekening, Eigen schuld Rb. 's-gravenhage 6 juli 2012, LJN BX2021, JA 2012/183 Trefwoorden: Sommenverzekering, Voordeelstoerekening, Eigen schuld Auteurs: mr. M. Verheijden en mr. L. Stevens Samenvatting In maart 2009 vindt een

Nadere informatie

Hoge Raad 23 november 2012, LJN: BX5880: als twee vechten om een been, mag de WAM-verzekeraar van de medeschuldenaar er mee heen?

Hoge Raad 23 november 2012, LJN: BX5880: als twee vechten om een been, mag de WAM-verzekeraar van de medeschuldenaar er mee heen? Hoge Raad 23 november 2012, LJN: BX5880: als twee vechten om een been, mag de WAM-verzekeraar van de medeschuldenaar er mee heen? Feiten In 2007 vindt een ongeval plaats tussen twee auto s. De ene wordt

Nadere informatie

Uitspraken CRvB inzake boetes en overgangsrecht (in kader Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW-wetgeving)

Uitspraken CRvB inzake boetes en overgangsrecht (in kader Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW-wetgeving) Uitspraken CRvB inzake boetes en overgangsrecht (in kader Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW-wetgeving) Inleiding Op 24 november 2014 heeft de CRvB de eerste uitspraak gedaan over boetes

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 18/11/2014

Datum van inontvangstneming : 18/11/2014 Datum van inontvangstneming : 18/11/2014 Samenvatting C-475/14-1 Zaak C-475/14 Samenvatting van het verzoek om een prejudiciële beslissing overeenkomstig artikel 98, lid 1, van het Reglement voor de procesvoering

Nadere informatie

Bachelorscriptie: Concernfinanciering & Regresaansprakelijkheid

Bachelorscriptie: Concernfinanciering & Regresaansprakelijkheid Bachelorscriptie: Concernfinanciering & Regresaansprakelijkheid Bachelorscriptie van W.L. Beek s0825204 Scriptiebegeleider: prof. mr. S.M. Bartman 2 Bachelorscriptie: Concernfinanciering & Regresaansprakelijkheid

Nadere informatie

Rapport. Datum: 12 juni 2006 Rapportnummer: 2006/210

Rapport. Datum: 12 juni 2006 Rapportnummer: 2006/210 Rapport Datum: 12 juni 2006 Rapportnummer: 2006/210 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat de Dienst Domeinen Roerende Zaken, directie Apeldoorn hem naar aanleiding van zijn verzoek om ontbinding van een

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 17/12/2013

Datum van inontvangstneming : 17/12/2013 Datum van inontvangstneming : 17/12/2013 Vertaling C-578/13-1 Zaak C-578/13 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 15 november 2013 Verwijzende rechter: Landgericht Kiel (Duitsland)

Nadere informatie

1. Inleiding en procedure

1. Inleiding en procedure Advies in zaaknr. 3938-570 Minerva Beheer Oss B.V. Subcommissie van de Adviescommissie bezwaarschriften Mededingingswet bestaande uit: mr R.E. Bakker (voorzitter), prof dr E.E.C. van Damme en mr H.H.B.

Nadere informatie

Amsterdam Centre for Insurance Studies (ACIS) De opzetclausule in aansprakelijkheidsverzekeringen

Amsterdam Centre for Insurance Studies (ACIS) De opzetclausule in aansprakelijkheidsverzekeringen Amsterdam Centre for Insurance Studies (ACIS) De opzetclausule in aansprakelijkheidsverzekeringen Prof. dr. M.L. Hendrikse Inleiding: de aard van de aansprakelijkheidsverzekering (1) Art. 7:952 BW (eigen

Nadere informatie

Onrechtmatige daad. Benadeling van de boedel. Misbruik van rechtspersoonlijkheid.

Onrechtmatige daad. Benadeling van de boedel. Misbruik van rechtspersoonlijkheid. Annotatie bij HR 27-02-2009, C07/168HR, LJN BG6445 Onrechtmatige daad. Benadeling van de boedel. Misbruik van rechtspersoonlijkheid. [BW art. 6:162] Een gefailleerde natuurlijke persoon heeft de eigendom

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 19/07/2016

Datum van inontvangstneming : 19/07/2016 Datum van inontvangstneming : 19/07/2016 Vertaling C-341/16-1 Zaak C-341/16 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 16 juni 2016 Verwijzende rechter: Oberlandesgericht Düsseldorf (Duitsland)

Nadere informatie

Actio Pauliana en onrechtmatige daadvordering. Mr. drs. KP. van Koppen

Actio Pauliana en onrechtmatige daadvordering. Mr. drs. KP. van Koppen Actio Pauliana en onrechtmatige daadvordering Mr. drs. KP. van Koppen Kluwer - Deventer - 1998 Voorwoord V Gebruikte afkortingen XV Algemene inleiding en verantwoording 1 Verantwoording 1 2 Een körte schets

Nadere informatie

http://www.legalintelligence.com/documents/14498405?srcfrm=bas...

http://www.legalintelligence.com/documents/14498405?srcfrm=bas... Page 1 of 7 JOR 2015/42 CBB, 20-11-2014, AWB 13/184, ECLI:NL:CBB:2014:455 Bestuurlijke boete wegens overtreding art. 4:23 lid 1 Wft, Beboeting normadressaat staat los van mogelijk aan feitelijk leidinggevende

Nadere informatie

zaaknummer / rolnummer: C/09/428013 / HA ZA 12-1153 Partijen zullen hierna Stichting de Thuiskopie en [X] genoemd worden.

zaaknummer / rolnummer: C/09/428013 / HA ZA 12-1153 Partijen zullen hierna Stichting de Thuiskopie en [X] genoemd worden. vonnis RECHTBANK DEN HAAG Team handel Zittingsplaats Den Haag zaaknummer / rolnummer: C/09/428013 / HA ZA 12-1153 Vonnis in incident van in de zaak van de stichting STICHTING DE THUISKOPIE, gevestigd te

Nadere informatie

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. Wijziging van de Faillissementswet in verband met de invoering van de mogelijkheid van een civielrechtelijk bestuursverbod (Wet civielrechtelijk bestuursverbod) VOORSTEL VAN WET Wij Willem-Alexander, bij

Nadere informatie

Bahialaan 100 3065WC Rotterdam

Bahialaan 100 3065WC Rotterdam Bahialaan 100 3065WC Rotterdam T: +31 (0)10-764 0804 F: +31 (0)10 254 0015 M: +31 (0)6 51 99 78 08 E: dehaas@dehaasadvocatuur.nl I: www.dehaasadvocatuur.nl Mevrouw mr. P. (Priscilla) de Haas 11-8-2015

Nadere informatie

Jurisprudentie contractenrecht

Jurisprudentie contractenrecht Jurisprudentie contractenrecht W.L. Valk senior raadsheer Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden senior onderzoeker Radboud Universiteit Programma Twee arresten van de Hoge Raad: HR 12 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3593

Nadere informatie

De Rechtbank te 's-gravenhage (nr. AWB 10/5062) heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep ongegrond verklaard.

De Rechtbank te 's-gravenhage (nr. AWB 10/5062) heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep ongegrond verklaard. 11 Oktober 2013 nr. 12/04012 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-gravenhage van 10 juli 2012, nr. BK-11/00544,

Nadere informatie

Vennootschappelijk belang

Vennootschappelijk belang Dit artikel uit is gepubliceerd door Boom juridisch en is bestemd voor anonieme bezoeker pelijk belang Inleiding Het belang van de vennootschap is een begrip dat in het vennootschapsrecht op verschillende

Nadere informatie

Juridisch Document ZORG

Juridisch Document ZORG Juridisch Document ZORG Wanneer ben je als bestuurder van een rechtspersoon in de zorg persoonlijk aansprakelijk? 14 maart 2014 Zorg Zaken Groep Mr. W. Wickering Mr. M.N. Minasian Alle rechten voorbehouden.

Nadere informatie

Edèlhoogachtbare Heer/Vrouwe,

Edèlhoogachtbare Heer/Vrouwe, Edèlhoogachtbare Heer/Vrouwe, X Z (belanghebbende), \ beroep in cassatie ingesteld tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 4 juli 2013. Bij brief van 11 oktober 2013 heeft de griffier mij

Nadere informatie

CENTRALE RAAD VAN BEROEP U I T S P R A AK

CENTRALE RAAD VAN BEROEP U I T S P R A AK CENTRALE RAAD VAN BEROEP 97/524 WW U I T S P R A AK in het geding tussen: het Landelijk instituut sociale verzekeringen, appellant, en A, wonende te B, gedaagde. I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING Met

Nadere informatie

13-05- 14. Programma van vandaag. Aansprakelijkheid van (brede) scholen

13-05- 14. Programma van vandaag. Aansprakelijkheid van (brede) scholen 13 mei 2014 Netwerk sport bewegen en gezonde leefstijl Brechtje Paijmans Doelen Advocatuur & Universiteit Utrecht paijmans@doelenadvocatuur.nl Programma van vandaag ongevallen Aspecten van verzekering

Nadere informatie

BESLUIT. 3. Bij brief van 4 augustus 2003 heeft Sakata voornoemde brief van de NMa beantwoord.

BESLUIT. 3. Bij brief van 4 augustus 2003 heeft Sakata voornoemde brief van de NMa beantwoord. Nederlandse Mededingingsautoriteit BESLUIT Nummer 3576-55 Betreft zaak: Van Klink v. Sakata Besluit van de directeur-generaal van de Nederlandse Mededingingsautoriteit op het bezwaar gericht tegen zijn

Nadere informatie

Analyse proceskansen. Geachte heer R

Analyse proceskansen. Geachte heer R te Per e-mail Ministerie van Financiën uw ref. - inzake Analyse proceskansen 10 juli 2015 Geachte heer R 1 Inleiding 1.1 Vandaag, op 10 juli 2015, heeft de tweede aandeelhoudersvergadering van de N.V.

Nadere informatie

CxS/oiaéi cas. Den Haag, 22 OKT 2008 AAN DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN. Kenmerk: DGB 2008-4936

CxS/oiaéi cas. Den Haag, 22 OKT 2008 AAN DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN. Kenmerk: DGB 2008-4936 CxS/oiaéi cas Den Haag, 22 OKT 2008 Kenmerk: DGB 2008-4936 X ^_ Motivering van het beroepschrift in cassatie (rolnummer 08/03864) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Arnhem van 29 juli 2008, nr.

Nadere informatie

Civiele Procespraktijk

Civiele Procespraktijk Civiele Procespraktijk Nr. 11 maart 2010 De volgende onderwerpen worden behandeld: Schorsing na faillissement en terugverwijzing naar een lagere rechter Alternatieve causaliteit Lastgeving Tussentijds

Nadere informatie

Datum 17 december 2015 Beantwoording Kamervragen lid Bashir over bemiddelingskosten bij woningverhuur

Datum 17 december 2015 Beantwoording Kamervragen lid Bashir over bemiddelingskosten bij woningverhuur > Retouradres Postbus 20011 2500 EA Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Turfmarkt 147 Den Haag Postbus 20011 2500 EA Den Haag Uw kenmerk 2015Z20887

Nadere informatie

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken:

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken: Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 102 d.d. 2 november 2009 (mr. R.J. Verschoof, voorzitter, mr. E.M. Dil-Stork en drs. A.I.M. Kool) 1. Procedure De Commissie beslist met inachtneming

Nadere informatie

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK MigratieWeb ve07001320 200700456/1. Datum uitspraak: 11 juli 2007 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het hoger beroep van: vennootschap onder firma Chinees Japans Specialiteitenrestaurant A., gevestigd

Nadere informatie

zaaknummer rechtbank Amsterdam : C/13/5545011KG ZA 13-1428 arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 22 juli 2014

zaaknummer rechtbank Amsterdam : C/13/5545011KG ZA 13-1428 arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 22 juli 2014 arrest GERECHTSHOF AMSTERDAM afdeling civiel recht en belastingrecht, team II zaaknummer :200.140.465101 KG zaaknummer rechtbank Amsterdam : C/13/5545011KG ZA 13-1428 arrest van de meervoudige burgerlijke

Nadere informatie

Rolnummer 4237. Arrest nr. 33/2008 van 28 februari 2008 A R R E S T

Rolnummer 4237. Arrest nr. 33/2008 van 28 februari 2008 A R R E S T Rolnummer 4237 Arrest nr. 33/2008 van 28 februari 2008 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 34, 2, van de wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst, gesteld door

Nadere informatie

» Samenvatting. » Uitspraak. JOR 2012/302 Gerechtshof Amsterdam 3 april 2012, 200.083.000/01; LJN BW9630. ( mr. Van Achterberg mr. Rang mr.

» Samenvatting. » Uitspraak. JOR 2012/302 Gerechtshof Amsterdam 3 april 2012, 200.083.000/01; LJN BW9630. ( mr. Van Achterberg mr. Rang mr. JOR 2012/302 Gerechtshof Amsterdam 3 april 2012, 200.083.000/01; LJN BW9630. ( mr. Van Achterberg mr. Rang mr. Hoekzema ) A. Visser te Amsterdam, appellant, advocaat: mr. M.E. van der Werf, tegen Rabo

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 14/06/2013

Datum van inontvangstneming : 14/06/2013 Datum van inontvangstneming : 14/06/2013 Vertaling C-258/13-1 Zaak C-258/13 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 13 mei 2013 Verwijzende rechter: Varas Cíveis de Lisboa (Portugal)

Nadere informatie

JURISPRUDENTIE VAN HET HVJEG 1987 BLADZIJDEN 3611

JURISPRUDENTIE VAN HET HVJEG 1987 BLADZIJDEN 3611 JURISPRUDENTIE VAN HET HVJEG 1987 BLADZIJDEN 3611 ARREST VAN HET HOF (DERDE KAMER) VAN 24 SEPTEMBER 1987. BESTUUR VAN DE SOCIALE VERZEKERINGSBANK TEGEN J. A. DE RIJKE. VERZOEK OM EEN PREJUDICIELE BESLISSING,

Nadere informatie

Civiele Procespraktijk

Civiele Procespraktijk Civiele Procespraktijk Nr. 13 - september 2010 De volgende onderwerpen worden behandeld: Vordering tot winstafdracht Aansprakelijkheid voor niet-ondergeschikten, en schadebeperkingsplicht Verjaring Klachtplicht

Nadere informatie

Rapport. Rapport over een klacht over het College van procureurs-generaal te Den Haag. Datum: 25 februari 2014. Rapportnummer: 2014/010

Rapport. Rapport over een klacht over het College van procureurs-generaal te Den Haag. Datum: 25 februari 2014. Rapportnummer: 2014/010 Rapport Rapport over een klacht over het College van procureurs-generaal te Den Haag. Datum: 25 februari 2014 Rapportnummer: 2014/010 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat het College van procureurs-generaal

Nadere informatie

Voorrang hebben versus overschrijding van de maximumsnelheid

Voorrang hebben versus overschrijding van de maximumsnelheid Voorrang hebben versus overschrijding van de maximumsnelheid Mr. Bert Kabel (1) Inleiding In het hedendaagse verkeer komt het regelmatig voor dat verkeersdeelnemers elkaar geen voorrang verlenen. Gelukkig

Nadere informatie

De (wan)beherend vennoot

De (wan)beherend vennoot De (wan)beherend vennoot M r. B. N. M w a n g i e n m r. B. J. M. v a n d e W e t e r i n g * Inleiding De commanditaire vennootschap (hierna: de CV) is een veelgebruikt vehikel voor private equity-fondsen.

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 19/11/2015

Datum van inontvangstneming : 19/11/2015 Datum van inontvangstneming : 19/11/2015 Vertaling C-538/15-1 Zaak C-538/15 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 15 oktober 2015 Verwijzende rechter: Juzgado de Primera Instancia

Nadere informatie

Rechtspraak.nl - Print uitspraak

Rechtspraak.nl - Print uitspraak ECLI:NL:HR:2014:1405 Instantie Hoge Raad Datum uitspraak 13-06-2014 Datum publicatie 13-06-2014 Zaaknummer 13/05858 Formele relaties Rechtsgebieden Conclusie: ECLI:NL:PHR:2014:289 Civiel recht Bijzondere

Nadere informatie

Instantie. Onderwerp. Datum

Instantie. Onderwerp. Datum Instantie Hof van Cassatie Onderwerp Overeenkomst - Bestanddelen - Toestemming - Gebrek - Geweld - Morele dwang - Gebrekkige wil - Voorwaarde - Artt. 1109 en 1112, BW Datum 23 maart 1998 Copyright and

Nadere informatie

Samenvatting. Consument, ARAG SE, gevestigd te Leusden, hierna te noemen: Aangeslotene. 1. Procesverloop

Samenvatting. Consument, ARAG SE, gevestigd te Leusden, hierna te noemen: Aangeslotene. 1. Procesverloop Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-373 d.d. 9 oktober 2014 (mr. P.A. Offers, prof. mr. E.H. Hondius en drs. W. Dullemond, leden en mr. E.E. Ribbers, secretaris) Samenvatting

Nadere informatie

Inhoudsopgave. Voorwoord / 9. Inleiding / 11

Inhoudsopgave. Voorwoord / 9. Inleiding / 11 Inhoudsopgave Voorwoord / 9 Inleiding / 11 1 Het toepasselijke recht op de internationale arbeidsovereenkomst / 13 1.1 Inleiding / 13 1.2 Rome I-Verordening en het EVO-Verdrag / 13 1.3 Arbeidsovereenkomst

Nadere informatie

DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringmaatschappij N.V, gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen: Aangeslotene.

DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringmaatschappij N.V, gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen: Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-372 d.d. 9 oktober 2014 (mr. P.A. Offers, prof. mr. E.H. Hondius en drs. W. Dullemond, leden en mr. E.E. Ribbers, secretaris) Samenvatting

Nadere informatie

Corporate Alert: de 403-verklaring

Corporate Alert: de 403-verklaring Corporate Alert: de 403-verklaring Kort na elkaar heeft de Hoge Raad twee uitspraken gedaan over vragen waartoe de 403- verklaring aanleiding geeft. De meest in het oog springende beslissing (HR 20 maart

Nadere informatie

Datum 8 juni 2011 Onderwerp De op het goed werkgeverschap gebaseerde verzekeringsplicht

Datum 8 juni 2011 Onderwerp De op het goed werkgeverschap gebaseerde verzekeringsplicht 1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG sector privaatrecht Schedeldoekshaven 100 2511 EX Den Haag Postbus

Nadere informatie

BESLUIT. Besluit van de Raad van Bestuur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit als bedoeld in artikel van de Mededingingswet.

BESLUIT. Besluit van de Raad van Bestuur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit als bedoeld in artikel van de Mededingingswet. Nederlandse Mededingingsautoriteit BESLUIT Besluit van de Raad van Bestuur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit als bedoeld in artikel van de Mededingingswet. Nummer 4445-51 Betreft zaak: 4445/ Aannemingsbedrijf

Nadere informatie

BESLUIT. Besluit van de Raad van Bestuur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit (hierna: de Raad) als bedoeld in artikel 62 van de Mededingingswet.

BESLUIT. Besluit van de Raad van Bestuur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit (hierna: de Raad) als bedoeld in artikel 62 van de Mededingingswet. Nederlandse Mededingingsautoriteit BESLUIT Nummer: 3938_432/13 Betreft zaak: B&U Besluit van de Raad van Bestuur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit (hierna: de Raad) als bedoeld in artikel 62 van

Nadere informatie

Inbesteding of aanbesteding?

Inbesteding of aanbesteding? APRIL 2006 Inbesteding of aanbesteding? Opdrachten die door een aanbestedende dienst worden gegund aan een overheidsgedomineerde onderneming (met eigen rechtspersoonlijkheid) vallen in beginsel onder de

Nadere informatie

Vaak gestelde vragen. over het Hof van Justitie van de Europese Unie

Vaak gestelde vragen. over het Hof van Justitie van de Europese Unie Vaak gestelde vragen over het Hof van Justitie van de Europese Unie WAAROM EEN HOF VAN JUSTITIE VAN DE EUROPESE UNIE (HVJ-EU)? Om Europa op te bouwen hebben een aantal staten (thans 28) onderling verdragen

Nadere informatie

C/13/555974 / HA ZA 13-1827 28 oktober 2015 8 oordeel dat met deze uitingen sprake was van misleidende publieke berichtgeving. VEB en de stichting stellen dat door deze uitingen de gedupeerde beleggers

Nadere informatie

vonnis In naam des Konings RECHTBANK AMSTERDAM Vonnis van 6 augustus 2014 1. De procedure Sector civiel recht

vonnis In naam des Konings RECHTBANK AMSTERDAM Vonnis van 6 augustus 2014 1. De procedure Sector civiel recht I vonnis In naam des Konings RECHTBANK AMSTERDAM Sector civiel recht zaaknummer I rolnummer: Cl131539507 I HA ZA 13-406 Vonnis van in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Nadere informatie

De contractuele uitsluiting en beperking van de tienjarige aansprakelijkheid van de architect (Cass. 5 september 2014)

De contractuele uitsluiting en beperking van de tienjarige aansprakelijkheid van de architect (Cass. 5 september 2014) De contractuele uitsluiting en beperking van de tienjarige aansprakelijkheid van de architect (Cass. 5 september 2014) FORUM ADVOCATEN BVBA Nassaustraat 37-41 2000 Antwerpen T 03 369 95 65 F 03 369 95

Nadere informatie

Komt een wijkteammedewerker bij de burger en hij maakt en fout

Komt een wijkteammedewerker bij de burger en hij maakt en fout 1. Inleiding Komt een wijkteammedewerker bij de burger en hij maakt en fout Over aansprakelijkheden en schadevergoeding bij wijkteams Tim Robbe 1 Een wijkteammedewerker komt bij een burger. Vervolgens

Nadere informatie

Honderbezitter aansprakelijk voor schade aangericht door hond aan hondenuitlaatster

Honderbezitter aansprakelijk voor schade aangericht door hond aan hondenuitlaatster Honderbezitter aansprakelijk voor schade aangericht door hond aan hondenuitlaatster LJN: BW9368, Rechtbank Amsterdam, 6 juni 2012 2. De feiten 2.1. [A] en [B] wonen tegenover elkaar in [plaats]. [C] woont

Nadere informatie

Artikel 1 In dit besluit wordt verstaan onder wet: Wet op het financieel toezicht.

Artikel 1 In dit besluit wordt verstaan onder wet: Wet op het financieel toezicht. Besluit van [datum] houdende bepalingen ter uitvoering van artikel 5:81, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht (Vrijstellingsbesluit overnamebiedingen Wft) Op voordracht van Onze Minister van

Nadere informatie

BESLUIT. Besluit van de Raad van Bestuur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit (hierna: de Raad) als bedoeld in artikel 62 van de Mededingingswet.

BESLUIT. Besluit van de Raad van Bestuur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit (hierna: de Raad) als bedoeld in artikel 62 van de Mededingingswet. Nederlandse Mededingingsautoriteit BESLUIT Nummer: 3938_777/7 Betreft zaak: B&U Besluit van de Raad van Bestuur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit (hierna: de Raad) als bedoeld in artikel 62 van

Nadere informatie

De eigendomskwestie KNAW. 9 januari 2014. Dr. mr. H. van Meerten (disclaimer: standpunten komen voor rekening van de auteur)

De eigendomskwestie KNAW. 9 januari 2014. Dr. mr. H. van Meerten (disclaimer: standpunten komen voor rekening van de auteur) De eigendomskwestie Dr. mr. H. van Meerten (disclaimer: standpunten komen voor rekening van de auteur) 9 januari 2014 KNAW Prof. Schoordijk, NJB 2010, 2049 Enige jaren geleden betoogde ik dat de privatisering

Nadere informatie

Vertaling C-441/13-1. Zaak C-441/13. Verzoek om een prejudiciële beslissing

Vertaling C-441/13-1. Zaak C-441/13. Verzoek om een prejudiciële beslissing Vertaling C-441/13-1 Zaak C-441/13 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 5 augustus 2013 Verwijzende rechter: Handelsgericht Wien (Oostenrijk) Datum van de verwijzingsbeslissing:

Nadere informatie

Beleidsregels Boete Participatiewet/Bbz, IOAW en IOAZ Sociale Dienst Oost Achterhoek 2015 en volgende jaren.

Beleidsregels Boete Participatiewet/Bbz, IOAW en IOAZ Sociale Dienst Oost Achterhoek 2015 en volgende jaren. Beleidsregels Boete Participatiewet/Bbz, IOAW en IOAZ Sociale Dienst Oost Achterhoek 2015 en volgende jaren. Artikel 1. Gebruikmaking van de wettelijke bevoegdheid. 1. Het college maakt gebruik van de

Nadere informatie

PDF hosted at the Radboud Repository of the Radboud University Nijmegen

PDF hosted at the Radboud Repository of the Radboud University Nijmegen PDF hosted at the Radboud Repository of the Radboud University Nijmegen The following full text is a publisher's version. For additional information about this publication click this link. http://hdl.handle.net/2066/37707

Nadere informatie

Zaak C-524/04. Test Claimants in the Thin Cap Group Litigation tegen Commissioners of Inland Revenue

Zaak C-524/04. Test Claimants in the Thin Cap Group Litigation tegen Commissioners of Inland Revenue Zaak C-524/04 Test Claimants in the Thin Cap Group Litigation tegen Commissioners of Inland Revenue [verzoek van de High Court of Justice (England & Wales), Chancery Division, om een prejudiciële beslissing]

Nadere informatie

Aansprakelijkheid Scholen

Aansprakelijkheid Scholen Aansprakelijkheid Scholen Mr. B.M. (Brechtje) Paijmans KBS Advocaten / Universiteit Utrecht 12 januari 2011 1 www.kbsadvocaten.nl NRC Handelsblad 11 maart 2006 2 Schade op school: aansprakelijke partijen

Nadere informatie

Vertaling C-291/13-1. Zaak C-291/13. Verzoek om een prejudiciële beslissing. Eparchiako Dikastirio Lefkosias (Cyprus)

Vertaling C-291/13-1. Zaak C-291/13. Verzoek om een prejudiciële beslissing. Eparchiako Dikastirio Lefkosias (Cyprus) Vertaling C-291/13-1 Zaak C-291/13 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 27 mei 2013 Verwijzende rechter: Eparchiako Dikastirio Lefkosias (Cyprus) Datum van de verwijzingsbeslissing:

Nadere informatie

2. Publiekrechtelijke en privaatrechtelijke handhaving van het mededingingsrecht

2. Publiekrechtelijke en privaatrechtelijke handhaving van het mededingingsrecht Wijziging van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek en het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, in verband met de omzetting van Richtlijn 2014/104/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 november

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 10 SEPTEMBER 2007 S.07.0003.F/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. S.07.0003.F A. T., Mr. Michel Mahieu, advocaat bij het Hof van Cassatie, tegen OPENBAAR CENTRUM VOOR MAATSCHAPPELIJK WELZIJN VAN LUIK.

Nadere informatie

TETRALERT - SOCIAAL ONWETTIGE TERBESCHIKKINGSTELLING VAN PERSONEEL: EEN AKELIG ARREST VAN CASSATIE? NEEN, NIET ECHT

TETRALERT - SOCIAAL ONWETTIGE TERBESCHIKKINGSTELLING VAN PERSONEEL: EEN AKELIG ARREST VAN CASSATIE? NEEN, NIET ECHT TETRALERT - SOCIAAL ONWETTIGE TERBESCHIKKINGSTELLING VAN PERSONEEL: EEN AKELIG ARREST VAN CASSATIE? NEEN, NIET ECHT Het Hof van Cassatie wond er op 15 februari laatstleden geen doekjes om. Het Hof heeft

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 2 JANUARI 2014 C.12.0463.N/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. C.12.0463.N 1. WIBRA BELGIË nv, met zetel te 9140 Temse, Frank Van Dyckelaan 7A, 2. WIBRA HOLDING bv, vennootschap naar Nederlands recht,

Nadere informatie

vonnis - het tussenvonnis van 15 juli 2009 - de akte houdende uitlating na tussenvonnis van Fashion Box c.s. van 26 augustus 2009

vonnis - het tussenvonnis van 15 juli 2009 - de akte houdende uitlating na tussenvonnis van Fashion Box c.s. van 26 augustus 2009 vonnis RECHTBANK ZUTPHEN Sector Civiel - Afdeling Handel zaaknummer 1 rolnummer: 893 88 1 HA ZA 07-1 04 1 Vonnis van 11 november 2009 in de zaak van 1. de vennootschap naar buitenlands recht FASHION BOX

Nadere informatie

Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive Participatiewet gemeente Midden- Delfland 2015

Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive Participatiewet gemeente Midden- Delfland 2015 Registratienummer : 2015-00722 / 15Z.000072 Onderwerp : conceptverordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive Participatiewet Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive Participatiewet

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 10/06/2014

Datum van inontvangstneming : 10/06/2014 Datum van inontvangstneming : 10/06/2014 I' Hoge Raad der Nederlanden Derde Kamer w ~e' {J.J ::li "~.8 ;.l_~ ( E..::r,",'_ t"::) ('0",,1 l:'jt:: ~~ ~ )(, ::li oe i~..- ~ c:: L'..J Nr. 12/03718 28 maart

Nadere informatie

arrest GERECHTSHOF AMSTERDAM Parketnummer: X Datum uitspraak: 20 oktober 2016 TEGENSPRAAK (gemachtigde raadsman)

arrest GERECHTSHOF AMSTERDAM Parketnummer: X Datum uitspraak: 20 oktober 2016 TEGENSPRAAK (gemachtigde raadsman) arrest GERECHTSHOF AMSTERDAM Parketnummer: X Datum uitspraak: 20 oktober 2016 TEGENSPRAAK (gemachtigde raadsman) Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis

Nadere informatie

Het juridische lot van de Commissaris. Mr. David Dronkers 26 november 2009

Het juridische lot van de Commissaris. Mr. David Dronkers 26 november 2009 Het juridische lot van de Commissaris Mr. David Dronkers 26 november 2009 Amerikaanse toestanden? Rechtspersoon houder van rechten en plichten mythe van bestuurdersaansprakelijkheid Kentering: deep pocket-beginsel

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 27 JUNI 2012 P.12.0873.F/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.12.0873.F I. P. D. V., II. III. IV. P. D. V., P. D. V., P. D. V., V. P. D. V., Mrs. Cédric Vergauwen en Olivia Venet, advocaten bij de

Nadere informatie

Aspecten van de aansprakelijkheid van de vennoten onderling en jegens derden in titel 7.13

Aspecten van de aansprakelijkheid van de vennoten onderling en jegens derden in titel 7.13 Aspecten van de aansprakelijkheid van de vennoten onderling en jegens derden in titel 7.13 M r. J. A. H e u r k e n s * Inleiding Gezien de uitgesproken verwachting van de staatssecretaris van Justitie,

Nadere informatie

Vragen naar aanleiding van de uitspraken van de CRvB van 11 januari 2016 (ECLI:NL:CRVB:2016:8 t/m 13)

Vragen naar aanleiding van de uitspraken van de CRvB van 11 januari 2016 (ECLI:NL:CRVB:2016:8 t/m 13) Vragen naar aanleiding van de uitspraken van de CRvB van 11 januari 2016 (ECLI:NL:CRVB:2016:8 t/m 13) Inhoudsopgave Vragen over vaststelling hoogte boete... 2 Is deze uitspraak uitsluitend bedoeld voor

Nadere informatie

Besluit tot openbaarmaking

Besluit tot openbaarmaking Besluit als bedoeld in artikel 8 van de Wet openbaarheid van bestuur Zaak: OB/001 Kenmerk: 00.061.063 Openbaarmaking onder kenmerk: Besluit tot openbaarmaking Besluit tot openbaarmaking van de besluiten

Nadere informatie

Memorie van toelichting. Algemeen. 1. Inleiding

Memorie van toelichting. Algemeen. 1. Inleiding WIJZIGING VAN BOEK 6 VAN HET BURGERLIJK WETBOEK EN HET WETBOEK VAN BURGERLIJKE RECHTSVORDERING IN VERBAND MET DE NORMERING VAN DE VERGOEDING VOOR KOSTEN TER VERKRIJGING VAN VOLDOENING BUITEN RECHTE Memorie

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus EA DEN HAAG

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus EA DEN HAAG 1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Turfmarkt 147 2511 DP Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den Haag www.rijksoverheid.nl/venj

Nadere informatie

BESLUIT. 2. Bij brief van 21 oktober 2002 heeft P. Abegg tegen dit besluit bezwaar gemaakt.

BESLUIT. 2. Bij brief van 21 oktober 2002 heeft P. Abegg tegen dit besluit bezwaar gemaakt. Nederlandse Mededingingsautoriteit BESLUIT Nummer 2960/ 24 Betreft zaak: Abegg - CZ Besluit van de directeur-generaal van de Nederlandse Mededingingsautoriteit tot ongegrondverklaring van het tegen zijn

Nadere informatie

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: Uitspraak 6 februari 2015 Eerste Kamer 14/03627 LH/EE Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [eiser], wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, advocaat: mr. R.J. van Galen, t e g e n BEPRO

Nadere informatie

Rechtspraak.nl - Print uitspraak

Rechtspraak.nl - Print uitspraak pagina 1 van 6 Zoekresultaat - inzien document ECLI:NL:RBAMS:2014:6139 Instantie Rechtbank Amsterdam Datum uitspraak 13-08-2014 Datum publicatie 19-09-2014 Zaaknummer HA ZA 14-295 Rechtsgebieden Civiel

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 28/12/2015

Datum van inontvangstneming : 28/12/2015 Datum van inontvangstneming : 28/12/2015 Vertaling C-618/15-1 Zaak C-618/15 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 23 november 2015 Verwijzende rechter: Cour de cassation (Frankrijk)

Nadere informatie

Aansprakelijkheid van rechtspersoon-bestuurders en feitelijk beleidsbepalers

Aansprakelijkheid van rechtspersoon-bestuurders en feitelijk beleidsbepalers Dit artikel is gepubliceerd in het tijdschrift Juridisch up to Date, september 2008 Aansprakelijkheid van rechtspersoon-bestuurders en feitelijk beleidsbepalers Mr. dr. S. Parijs, CMS Derks Star Busmann

Nadere informatie

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken:

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken: Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2012-67 d.d. 2 maart 2012 (prof.mr. M.M. Mendel, voorzitter, mr. E.M. Dil-Stork en mr. A.W.H. Vink, leden, en mr.drs. D.J. Olthoff, secretaris)

Nadere informatie

Jurisprudentie Ondernemingsrecht. Adriaan F.M. Dorresteijn september 2015

Jurisprudentie Ondernemingsrecht. Adriaan F.M. Dorresteijn september 2015 Jurisprudentie Ondernemingsrecht Adriaan F.M. Dorresteijn september 2015 Onderwerpen 1. Bestuurdersaansprakelijkheid a) Westenbroek/Olden in OR 2015/69/70 b) Rb R dam 26 aug 2015 (kennelijk onbehoorlijk

Nadere informatie

Een van de motieven voor concernvorming is

Een van de motieven voor concernvorming is MR.DRS. A.G. DE NEVE Regresvorderingen en concern Een kritische noot bij HR 18 april 2003, JOR 2003, 160 m. nt. Bartman (*) Een van de motieven voor concernvorming is doorgaans het behalen van synergetische

Nadere informatie

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Raad vanstate 201110635/1/V1. Datum uitspraak: 15 november 2012 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 08/07/2016

Datum van inontvangstneming : 08/07/2016 Datum van inontvangstneming : 08/07/2016 Vertaling C-278/16-1 Zaak C-278/16 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 19 mei 2016 Verwijzende rechter: Landgericht Aachen (Duitsland) Datum

Nadere informatie

Loondoorbetaling na 104 weken ziekte

Loondoorbetaling na 104 weken ziekte Loondoorbetaling na 104 weken ziekte Brief minister Donner Datum 2 februari 2010 Bij brief van 2 juli jl. heeft u gereageerd op mijn brief van 19 december 2008. Uw reactie heeft u inmiddels ook bij brief

Nadere informatie