Zakendoen over de grenzen

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Zakendoen over de grenzen"

Transcriptie

1 Zakendoen over de grenzen Hoe interessant cultuurverschillen voor jezelf ook zijn, crosscultureel management speelt vooral een rol bij internationale commerciële samenwerking. Het boek Culturele competentie gaat niet over dat internationaal zakendoen of over globalisering, maar legt daar natuurlijk wel de band mee. Als de internationale zakenman geen idee heeft van de voordelen die dit boek hem biedt, heeft het boek zijn doelstelling niet bereikt. Daarom komt in dit document een aantal economische aspecten aan bod, net voldoende om de brug te kunnen slaan naar de culturele aspecten. Motivatie Voordat je cultuur en internationaal zakendoen op elkaar kunt loslaten, moet je je afvragen waarom een bedrijf internationaal zaken wil gaan doen. Steeds opnieuw blijkt dat je veel makkelijker zaken kunt doen in eigen land. Om dan toch de grens over te stappen, moet je wel een goede reden hebben. Die reden heeft weer effect op je houding waarmee je je buitenlandse zakenpartners benadert. Het eenvoudigste antwoord is natuurlijk dat je daarmee geld kunt verdienen. Dit antwoord is niet volledig, omdat dat in Nederland ook kan. Die uitbreiding van het antwoord kan zijn dat jij kansen of mogelijkheden hebt die anderen niet of veel minder hebben. Je hebt bijvoorbeeld goede contacten in een ander land waardoor je iets voor elkaar kunt krijgen dat voor anderen veel meer moeite kost of waardoor je een mogelijkheid ziet die voor anderen nog niet zo voor zichzelf spreekt. Je hebt dan een unieke positie, je onderkent de mogelijkheden en je grijpt je kans. Als je de middelen niet hebt om die kans te pakken, dan zorg je ook voor die middelen. Geld verdienen als individu is één ding, als bedrijf weer een ander. Een bedrijf is wel gericht op commerciële mogelijkheden maar moet ook denken aan het voortbestaan van dat bedrijf. Een avontuurtje is goed, maar je moet daar ook weer niet failliet van gaan. Een bedrijf kan door de aard van zijn product gedwongen zijn internationaal actief te zijn. Zo kan het een product maken voor de Nederlandse markt met behulp van grondstoffen die uit het buitenland moeten komen omdat ze in Nederland niet beschikbaar zijn. Een bedrijf kan ook beslissen het product te produceren in het land van die grondstoffen en de producten vervolgens naar Nederland te exporteren. Een bedrijf kan ook internationaal actief worden als gevolg van veranderingen zijn omgeving. Zo verandert bijvoorbeeld de smaak van mensen waardoor het product een andere vorm of kleur moet krijgen; grondstoffen worden een stuk duurder; een concurrent duikt op. Het bedrijf moet reageren op die verandering in de omgeving of het risico lopen failliet te gaan. Uiteindelijk moet de leiding van het bedrijf over die reactie beslissen en daarom heet die dan ook vaak een strategische reactie; strategisch omdat de beslissing gaat over de richting van de ontwikkeling van het bedrijf. Een bedrijf heeft in principe drie mogelijkheden, drie vormen van strategische reactie: kostenverlaging, productdifferentiatie en marktvergroting. De samenhang van deze drie vind je in afbeelding 1 (Hulleman en Marijs 2003, p. 188). Je verlaagt de kosten van je product door het productieproces goedkoper te maken. Hierbij kun je op de eerste plaats denken aan productiviteitsverhoging (meer resultaat per persoon): dingen anders doen (reorganisatie), innovatie, andere appararatuur en dergelijke. Een andere mogelijkheid is het verplaatsen van bedrijfsprocessen, omdat die processen elders goedkoper kunnen worden gedaan (bijvoorbeeld outsourcing). De tweede mogelijke strategische reactie is productdifferentiatie. Hierdoor wordt het product zelf aantrekkelijker voor de klant. De eerste mogelijkheid om producten een hogere toegevoegde waarde te geven in productie en verkoop. De klant heeft dan meer aan het product. De tweede mogelijkheid is het versterken van merken (status van het merk) en het verbeteren van producten (kwaliteit). De strategische reactie kan op de derde plaats bestaan uit marktvergroting: meer producten verkopen. In eigen land kun je denken aan een nieuwe doelgroep die aanvankelijk nog niet het belang van het product zag. maar je kunt ook denken aan verkoop in het buitenland. Pagina 1 van 11

2 productdifferentiatie marktvergroting omzet = prijs x afzet eindproducten - kosten = prijs x inzet productiefactoren = winst global sourcing verhoging productiviteit afbeelding 1: strategische reacties Een volgende vraag in welke vorm een bedrijf beslist de grens over te gaan. Hulleman en Marijs geven hiervoor een beslisschema; afbeelding 2 (vereenvoudigd). Je kiest pas voor direct investeren als gebleken is dat andere vormen van internationalisering niet geschikter zijn. Overigens moet je het onderste hokje direct investeren niet verkeerd lezen. Het betekent niet nu, meteen investeren maar een vorm van investeren waarbij de investering onderdeel vormt van de bedrijfsprocessen van de investeerder. De investeerder heeft directe controle over zijn investering. doelstellingen internationalisering verhoging rendement stabilisering Heeft de onderneming eigendomsspecifieke voordelen? ja nee: producten en verkopen op de thuismarkt landenspecifieke voordelen? ja nee: directe en indirecte export internalisatievoordelen? ja nee: licentieverlening; joint venture direct investeren afbeelding 2: beslisschema vorm van internationalisering Bij eigendomsspecifieke voordelen in afbeelding 2 kun je denken aan een betere technologie, een marketingformule, een sterk merk of kostenvoordeel. Deze eigendomsspecifieke voordelen vormen met productdifferentiatie en kostenvoordeel de bepalende factoren in de eerste stap. Bij de tweede stap (landenspecifieke voordelen) moet je denken aan handelsbelemmeringen, transportkosten, wisselkoersen en arbeidskosten als bepalende factoren. De bepalende factoren bij de derde stap (internalisatievoordelen) bestaan uit de benodigde controle, waarderings-, controle- en onderhandelingskosten en lokale wetgeving Economen kijken uiteraard wat algemener naar motivaties om internationaal zaken te doen, niet vanuit de positie van een bedrijf. In de loop van meer dan een eeuw zijn vele theorieën hierover ontwikkeld. Een klassieke theorie is die van de comparatieve voordelen. Deze theorie zegt in de kern dat landen door internationale handel en specialisatie in de productie meer kunnen produceren met dezelfde hoeveelheid arbeid. Meer productie met gelijke kosten betekent kostprijsverlaging en daarmee voordeel voor producenten die wel de route van internationale handel volgen. Een moderne theorie op het vlak van motivatie is die van Porter. Porter heeft onderzoek gedaan naar succesvolle ondernemingen en komt tot een samenspel van vier factoren: strategie, structuur, rivaliteit; de vraag Pagina 2 van 11

3 (van de klant); toeleveranciers en verwante bedrijven; en factorcondities. De overheid oefent op ieder van deze vier factoren invloed uit en die kun je dan ook als een vijfde factor zien. Als je kijkt naar de verschillende motivaties om internationaal zaken te doen, dan zie je een aantal culturele aspecten. Als een bedrijf voor zijn productie afhankelijk is van grondstoffen of deelfabrikaten uit het buitenland, is het bedrijf min of meer gedwongen een goede samenwerking op te bouwen met zijn toeleveranciers. Zo n samenwerking gaat veel verder dan de puur commerciële aspecten, een echt partnerschap. Je zult in zo n situatie dan ook moeten investeren in goede persoonlijke contacten en het minimaliseren van cultuurverschillen, zodat je ook in moeilijke tijden op elkaar kunt rekenen. Als je kiest voor internationale samenwerking als reactie op veranderingen in de bedrijfsomgeving, is de eerste overweging vooral commercieel. Een partnerschap heeft dan ook een veel beperktere betekenis, maar kan natuurlijk op termijn wel uitgroeien als het belang toeneemt. Zeker in het begin zal voor iedere commerciële partner al snel gelden voor jou honderd anderen. met andere woorden je mag blij zijn met me samen te werken. Als echter een markt maar weinig mogelijke partners biedt, dan is weer sprake van een ander evenwicht in de commerciële onderhandelingen. Door de commerciële oriëntatie staat in dit geval (internationalisering als reactie op verandering) misschien minder centraal, maar je kunt toch niet tot goede samenwerking komen als je het effect van cultuurverschillen niet volledig hebt meegenomen bij het maken van je afspraken. Bij de verschillende vormen van strategische reacties op verandering speelt cultuur ook een rol op lagere niveaus dan nationale cultuur. De aspecten van kostenverlaging (reorganisatie, al dan niet door nieuwe apparatuur en innovatie) kunnen grote gevolgen hebben voor de organisatiecultuur. De laatste jaren wordt steeds duidelijker hoe belangrijk die organisatiecultuur en veranderingen daarin eigenlijk zijn. Zo spelen cultuuraspecten ook een rol bij productdifferentiatie. Je maakt een product aantrekkelijker of geeft het meer status als het belangrijker wordt voor mensen, beter aansluit op hun leefwereld en dus eigenlijk beter past bij de cultuur van een bepaalde doelgroep. Steeds opnieuw is de vraag: waarom willen mensen mijn product kopen? En steeds opnieuw blijkt dat andere factoren dan de zuiver rationele een rol spelen. Zo eet je bijvoorbeeld niet het goedkoopste brood dat alle voedingsstoffen bevat maar wil je ook nog lekker brood. Kan het ook? Als je gemotiveerd bent om zaken te doen over de grens, is de volgende vraag of dat kan. Bij de beantwoording van die vraag komen we de paradox van de staat tegen: als je over de grens gaat, heb je toestemming van de staat nodig, maar je ziet de staat niet. In hoofdstuk 3 is al de definitie van een staat gegeven volgens het internationaal recht. Een belangrijk principe van de moderne staat is soevereiniteit (oorspronkelijk vastgelegd via het Verdrag van Westfalen, 1648). Soevereiniteit betekent eigenlijk niets anders dan baas in eigen buik ; de regering heeft als enige het gezag over de staat en dat betekent ook over wie en wat het land inkomt en uitgaat. Formeel betekent dat je steeds toestemming nodig hebt om zelf het land uit te gaan (personen) of iets het land uit te sturen (post, e- mail, een telefoongesprek, goederen, transportmiddelen). In een aantal landen moet je dit heel letterlijk nemen, omdat je bijvoorbeeld nog een uitreisvisum nodig hebt van je eigen overheid om het land te mogen verlaten. Omgekeerd heb je ook toestemming nodig een land binnen te komen. Voor mensen hanteren veel landen nog inreisvisa, schriftelijke toestemming om het land binnen te komen in de vorm van een stempel in je paspoort. Voor goederen en transportmiddelen heb je meestal een veel uitgebreidere toestemming nodig, maar voor internationale communicatie (post, , telefoon, telex, fax en dergelijke) lijk je die grens meestal niet te zien. Lijkt, omdat het oversteken van de grens (vertrekken en binnenkomen) als een soort standaardprocedure geregeld is in verdragen en uitgevoerd wordt door internationale organisaties. Juist door een berg aan verdragen tussen alle landen ter wereld en tussen (groepen van) landen en internationale organisaties, hebben mensen een structuur gecreëerd waardoor onder andere bedrijven vrijwel wereldwijd actief kunnen zijn. Via die verdragen en internationale organisaties hebben staten stukjes van hun soevereiniteit opgegeven, meestal natuurlijk wel met veiligheidsclausules als alles toch niet goed zou blijken te werken. Internationale organisaties en vervolgens bedrijven zorgen dan voor een zo soepel mogelijke praktijk van grensoverschrijding. Zo spreek je eerst af aan welke voorwaarden een bericht moet voldoen (standaarden) en vervolgens knoop je computers over grenzen aan elkaar en weten die computers wat ze met die verschillende berichten uit andere landen moeten doen. Voor Pagina 3 van 11

4 goederen en transportmiddelen werkt dat meestal nog niet zo soepel en heb je vaak nog met stapels formulieren en stempels te doen. Omdat veel verdragen en internationale organisaties zo goed werken (Nederland is lid van meer dan 3000 internationale organisaties), merk je niet zoveel van die uitoefening van de soevereiniteit door de staat bij het internationaal zakendoen. Dat is de paradox van de staat. Door zijn eigen succes, zie je hem niet meer zo goed, terwijl hij op de achtergrond heel sterk aanwezig is. De paradox van de staat geldt met name binnen de Europese Unie. Binnen de EU hebben de lidstaten veel meer soevereiniteit opgegeven, bevoegdheden overgedragen aan Brussel een minister zou nooit moeten zeggen dat mag niet van Brussel maar eerder die bevoegdheid heeft de regering overgedragen aan Brussel om die en die reden of hebben ze afspraken gemaakt bepaalde onderwerpen op een overeenkomstige manier te regelen (bijvoorbeeld EU richtlijnen). Omdat de staat op deze manier centraal staat bij internationaal zakendoen, moet je als ondernemer ook rekening houden met die staat en vooral de voorschriften die staten geven. Dat blijkt het duidelijkst bij in- en uitvoervoorschriften, omdat het daaraan voldoen veel tijd en aandacht kost, maar dat is natuurlijk niet het enige. Daarom moet je ook wat weten van nationale culturen, want anders hoor je al snel van bijvoorbeeld een douaneambtenaar zo doen we dat hier en dan heb je eigenlijk maar één keus: gehoorzamen. De rol van de staat bij internationaal zakendoen is niet beperkt tot het toestemming geven voor het oversteken van de grens. De overheid heeft ook een economisch belang. Zo wil de overheid niet dat te veel geld het land verlaat maar ontstaat ook verstoring van het economisch evenwicht als te veel geld het land binnenkomt. Voor de welvaart van de eigen bevolking is een gezonde economie een belangrijke voorwaarde en daar horen evenwichtige handelsstromen bij. Omdat overheden economische evenwichten niet volledig aan de markt willen overlaten (bijvoorbeeld om de positie van de zwakkeren in de samenleving te beschermen), beschikken ze over een aantal instrumenten om dat economisch evenwicht te beïnvloeden. Een staat houdt de eigen positie in de internationale economie zorgvuldig in de gaten. Een middel dat de overheid hiervoor heeft, is de betalingsbalans. Zo n betalingsbalans is in essentie een tabel die aangeeft wat de financiële waarde is van goederen die het land verlaten en die het land binnenkomen, de waarde van binnenkomende en geëxporteerde goederen en in- en uitgaand kapitaal (inkomsten van onderdanen in het buitenland, betalingen, investeringen, speculeren, verrekeningen van banken, arbitrage en risicospreiding). Als je ziet, dat een land veel meer importeert dan exporteert, dan weet je dat op dat vlak veel meer geld het land uitgaat dan binnenkomt om voor die goederen en diensten te betalen; een negatieve handelsbalans. Als dat lang duurt of het verschil is erg groot, heb je op dat vlak een verstoring van je nationale economie. Gekoppeld aan andere economische gegevens, moet een overheid beslissen of ze iets wil doen en zo ja, wat. Uit het voorbeeld van de betalingsbalans blijkt ook nog iets anders. Voor een overheid is export in zekere zin belangrijker dan import, omdat het land geld verdient aan verkoop van goederen in het buitenland. Export is dan ook een positieve post op de betalingsbalans en import een negatieve post. Om deze reden hebben veel overheden een beleid om de export te bevorderen. Op wereldschaal houd je uiteindelijk een evenwicht, want het verlies van de een (negatieve post op de betalingsbalans) is de winst van de ander. Bij investeringen gaat dat net zo, maar is de richting omgekeerd. Een investering in het buitenland, is geld dat aan de nationale economie wordt onttrokken en dus een negatieve post op de betalingsbalans. Een investering uit het buitenland in eigen land is daarentegen extra geld voor de nationale economie met een positief effect op bijvoorbeeld werkgelegenheid. Om die bevorderen overheden investeringen uit het buitenland, bijvoorbeeld door belastingaftrek aan te bieden. Een overheid heeft in principe vier middelen om handel te bevorderen of af te remmen, los van vrijwillige handelsbeperkingen: tarieven, subsidies en het aankoopbeleid van de overheid, quota s en non-tarifaire barrières. Tarieven zijn niet meer dan een betaling om te mogen invoeren. Zo kan een overheid een tarief van 5 leggen op ieder ingevoerd paar schoenen. De importeur rekent dat uiteraard door aan de winkel en die weer aan de koper. Hierdoor worden de ingevoerde schoenen duurder en daardoor minder aantrekkelijk (geen prijsvoordeel meer). Ook kan de overheid de invoer beperken door quota, vastgestelde hoeveelheden goederen; bijvoorbeeld: in 2007 mag een bedrijf maximaal paar schoenen invoeren. Ook kan een overheid de invoer beperken door Pagina 4 van 11

5 algemenere wetgeving (non-tarifaire barrières). Zo had Canada wetgeving dat de grootte en de etiketten van jampotjes in iedere provincie anders moest zijn. Als je daaraan wilde voldoen, verdween ieder handelsvoordeel. Duitsland heeft op deze manier jarenlang de bierimport tegengehouden met het als argument het Reinheitsgebot, een eeuwenoude Duitse wet die bepaalt dat in bier alleen water, hop, mout en gerst mag zitten. Zoals gezegd, probeert de overheid naast het inperken van de invoer de uitvoer te bevorderen. Het middel hiervoor is subsidie. Als je een producent om wat voor reden dan ook subsidie geeft, wordt daardoor de productie goedkoper en de kostprijs lager, waardoor je beter op de internationale markt kunt concurreren. Verder kan een overheid een voorkeursbeleid voeren voor de aankoop van producten van fabrikanten van eigen nationaliteit en buitenlandse leverancier daarvan uitsluiten. Juist het handelsbeleid, zoals hierboven in algemene zin is geschetst, is een mooi voorbeeld van de verandering van een moderne naar een postmoderne staat binnen de EU. De soevereiniteit van lidstaten neemt steeds verder af. De verantwoording voor het externe handelsbeleid (handel met landen die geen lid zijn van de EU) is overgedragen aan de Europese Commissie, ook al voert de Commissie daarover nauw overleg met de lidstaten; zie bijvoorbeeld de voorbereidingen op het wereldhandelsoverleg. De EU heeft gemeenschappelijke tarieven en quota en de boeren krijgen subsidies. Overheden van lidstaten mogen de eigen industrie en dienstverleners niet langer bevoordelen maar zullen aankopen boven een bepaalde drempelwaarde openbaar moeten aanbesteden. Ook hebben lidstaten invloed op de wisselkoers van de nationale valuta opgegeven bij de invoering van de Euro. Het handelsbeleid en het effect daarvan, zoals dat te zien is via de betalingsbalans, heeft zijn effect op de beslissing van een ondernemer om wel of niet zaken te doen met een partner in een ander land. Achter dat handelsbeleid zitten uiteraard politieke keuzes en die zijn weer gebaseerd op maatschappelijke opvattingen. Het handelsbeleid is op die manier een uitwerking van een nationale cultuur. Een buitenlands product dat niet beter of goedkoper is dan een binnenlands product, kan al snel weerstanden oproepen, omdat mensen vaak trots zijn op de nationale economie en die willen beschermen. Ook in Nederland hadden we een reclame Koop Nederlandse waar, dan helpen we elkaar!. globalisering als kader Ook al hoor en lees je veel over globalisering wil dat niet zeggen dat globalisering een gegeven is. Globalisering is vooral een etiket om de mogelijkheden voor wereldwijde economische samenwerking aan te geven. Die mogelijkheden bestaan met de nodige beperkingen en bedrijven maken daar steeds meer gebruik van. Toch blijkt uit de cijfers van handel en investeringen het bedrijfsleven van een land vooral in de eigen wereldregio actief te zijn. Hulleman en Marijs (2003) noemen de Verenigde Staten, Japan en West-Europa als de belangrijkste partijen in de wereldeconomie en duiden ze samen aan als de triade. Met de opkomst van China in de laatste paar jaar, moet je nu waarschijnlijk van een kwartet spreken. Gelet op de omvang van de markt is China eigenlijk al een regio op zich en natuurlijk is dat land, die regio interessant voor het Nederlandse bedrijfsleven. Omdat China bovendien een heel andere cultuur heeft dan één van de EU lidstaten, is de verleiding groot hier nader op in te gaan. Toch belichten we een andere regio, namelijk Midden- en Oost-Europa, niet alleen omdat ook daar grote economische ontwikkelingen plaatsvinden, maar ook omdat die regio in structurele zin (voortdurende vaste samenwerking) voor Nederland en de EU wel eens interessanter zou kunnen zijn (transportkosten, voldoen aan Europese wetgeving, minder grote cultuurverschillen, veel kennis over elkaar wederzijds beschikbaar). Bovendien speelt in Midden- en Oost-Europa een bijzonder proces dat grote consequenties had, heeft en zal hebben voor West-Europa. Dat proces is het transformatieproces, de overgang van een socialistische staat met een planeconomie naar een pluriforme democratische samenleving met een marktgeoriënteerde economie. De transformatie in Midden- en Oost-Europa is de overgang van Marx naar markt, van toespraak naar inspraak. Het proces is (symbolisch gezien) begonnen op 10 november 1989 met de val van de Muur in Berlijn en zal waarschijnlijk nog enige decennia doorwerken. Aanvankelijk verzetten de bewoners in de betrokken landen zich vooral tegen het socialisme en kozen ze niet expliciet voor een Westers model. Nog steeds kun je veel mensen spreken, van jong tot oud, die vinden dat het socialistisch systeem eigenlijk zo slecht nog niet was en terugdenken aan gelukkige jaren. In het Westen hebben Pagina 5 van 11

6 we vaak het leven daar veel zwarter voorgesteld, vooral ook omdat onze aandacht vaak gericht was op de levensomstandigheden van dissidenten. In de loop van de jaren negentig werd de EU voor de Midden-Europese landen steeds meer een voorbeeld en werd de wet- en regelgeving van EU lidstaten steeds meer als voorbeeld gebruikt om de zaakjes in eigen land op orde te krijgen. De toenmalige EU lidstaten en andere staten hebben Midden- en Oost-Europa hier ook mee geholpen, ook al was niet alles even effectief omdat niemand een idee had hoe je van transformatie een succes moest maken. Deze ontwikkelingen kregen voor tien landen de vorm van een toetredingsproces en uiteindelijk het EU lidmaatschap. Tijdens deze eerste twintig jaar van transformatie heeft het accent van de samenwerking van die landen met West-Europese en andere landen gelegen op de politieke en economische aspecten van transformatie, beide in brede zin. De politieke transformatie omvat niet alleen een systeem van verkiezingen, van democratische overheden op de diverse niveaus en controle van de macht maar ook beleid, wetgeving (ontwikkeling en naleving), de verzorgingsstaat, douane, de hele organisatie van de samenleving, een rechtsstaat met een goed ontwikkelde en onafhankelijke rechtelijke macht. Economische transformatie omvat(te) in eerste instantie vooral stabilisering, liberalisering, privatisering (het omkatten van staatsbedrijven in private bedrijven) en integratie in het wereld economisch bestel.. Het dialectisch grapje toentertijd in Midden-Europa was: hoe kun je nou iets wat van het volk is, teruggeven aan het volk? Steeds sterker komt in onderzoek naar voren dat de politieke en economische aspecten van de transformatie niet het hele verhaal vertellen. Om deze veranderingen mogelijk te maken, heb je nog wat anders nodig, een andere manier van denken. Dit staat in afbeelding 3 samengevat; drie assen of drie dimensies die op elkaar inwerken. Achteraf gezien, is dat makkelijk vast te stellen. Het leven was voor mensen in het begin van de jaren negentig verre van gemakkelijk (levensomstandigheden verslechterden en vele dagelijkse behoeften waren maar moeilijk te verkrijgen) en toch zetten mensen zich volop in om van de transformatie een succes te maken. Die motivatie schetst een beeld van een manier van denken waardoor ook iemand met een masterdiploma bereid was sigaretten te verkopen op de Karelsbrug om maar iets van een inkomen te verwerven. economische transformatie markteconomie individualisme initiatief verantwoordelijkheid communisme politieke transformatie democratie collectivisme gehoorzaamheid planeconomie afbeelding 3: transformatieproces Midden- en Oost-Europa De andere manier van denken die nodig was, bleek uit tal van dingen. Pieter van Nispen woonde van 1990 tot 1993 in Praag en herinnert zich dat managers in (nog niet geprivatiseerde) bedrijven vroegen wat afschrijving is. Als zo n begrip ontbreekt, kun je geen commerciële kostenstructuur opzetten met alle gevolgen van dien. De opmerkingen in hoofdstuk 4 van het boek Culturele competentie over de decennia die nodig zijn voor het ontwikkelen van (post)moderne waarden in Midden- en Oost-Europa sluit aan bij deze gedachte over de culturele transformatie. Pagina 6 van 11

7 Deze opvattingen over de culturele transformatie en de duur van de ontwikkeling van waardepatronen die nodig zijn voor democratie en markteconomie moeten zich nog bewijzen. Wel is duidelijk dat in Midden- en Oost-Europa een uniek proces aan de gang is dat we eigenlijk nog meer zouden moeten bestuderen dan thans het geval is. Wat vooral ontbreekt, zijn integrale studies, studies waarin de wisselwerking van economie, politiek, cultuur en andere aspecten in samenhang aan bod komt. Misschien moeten we daarvoor wel wachten op een historicus die over 50 jaar of zo terugkijkt op het einde van het communisme. Het transformatieproces is pas voltooid wanneer de presidenten in Washington en Moskou beiden pas na 1991 naar school gingen (waardeverandering). Europese integratie culturele aspecten transformatie proces afbeelding 4: EU en Midden-Europa Met name voor de landen in Midden-Europa heeft het Europees integratieproces een belangrijke rol gespeeld (zie afbeelding 4). De betrokken landen hadden natuurlijk hun nationale cultuur, een cultuur die door het socialisme wel eens minder veranderd kan zijn dan aanvankelijk gedacht werd. Hieroverheen kwam het transformatieproces. De EU oefenende vervolgens invloed uit op die twee door een toekomstbeeld te bieden maar ook door een enorme hoeveelheid regelgeving af te dwingen die vaak alleen maar werd geaccepteerd in het licht van die uiteindelijke beloning. Als die beloning vervolgens tegenvalt (bijvoorbeeld minder landbouwsubsidies dan verwacht), dan zijn de politieke en maatschappelijke gevolgen wel duidelijk. Omdat het vroegere Oost-Duitsland (de DDR of Deutsche Demokratische Republik) al binnen een jaar na de val van de Muur opging in West-Duitsland, is in de jaren negentig een aantal studies gedaan naar de effecten van het socialisme. Deze zijn niet onverkort en soms zelfs niet meer van toepassing op de andere Midden-Europese landen, maar geven bij elkaar toch een beeld van het vertrekpunt van ie landen, eind In steekwoorden komt dit neer op het ontbreken van kwaliteit en kwantiteit van economische gegevens; eigendomsvraagstukken (vaak geen registratie van grond, gebouwen, bedrijven); vaak bedroevende kwaliteit van de overheid en ambtenaren in het bijzonder; (zeer) lage productiviteit; ontbreken van gekwalificeerd personeel voor alle banen; geen inkomensbeleid; geen geld voor investeringen in sectoren met grote potentie (en als buitenlanders dat doen, heb je weer de vraag van de afhankelijkheid van het buitenland); een bijna onvermijdelijk protectionisme; het niet kunnen gebruiken van het wisselkoersinstrument. Nederlandse ondernemers in Midden-Europa moeten kennis hebben van en begrip voor deze aspecten van het transformatieproces, omdat ze invloed hebben op het zakendoen en omdat ze helpen bij het opbouwen van een band met mensen. Bovendien kan zo n ondernemer ook direct bijdragen aan het slagen van de transformatie. Dit kan op de eerste plaats door bij te dragen aan de legitimiteit van de hervormingen. Veel mensen vragen zich af of de inspanningen van de laatste 20 jaar (vaak ook ontberingen) de moeite wel waard was. De vraag komt dan op: zijn we wel zoveel beter af (met het gepast vergeten van aspecten als gebrek aan meningsuiting)? Een ondernemer kan door voorbeeldgedrag (goede werkomstandigheden, fatsoenlijk salaris en dergelijke) en bemiddeling bij uitwisseling (laat iemand maar eens een week naar het hoofdkwartier in Nederland gaan) een duidelijk verschil maken. Een tweede bijdrage bestaat uit het ondersteuning van de ontwikkeling van het maatschappelijk middenveld of civil society, alle organisaties die niet overheid of bedrijfsleven zijn. Meermalen is al aangetoond dat het democratiseringsproces vormt krijgt via de de kwaliteit en ontwikkeling van civil Pagina 7 van 11

8 society en dat datzelfde maatschappelijke middenveld vervolgens een noodzakelijke voorwaarde is voor de kwaliteit van de democratie. Wat is makkelijker dan de lokale fanfare of de bridgeclub s avonds ruimte te bieden in een ruimte die alleen overdag wordt gebruikt? Naast Midden- en Oost-Europa kun je in de internationale economie nog meer opkomende markten onderkennen. Door het EU lidmaatschap moet je die 10 lidstaten in Midden- en Oost-Europa alweer als een andere opkomende markt zien dan bijvoorbeeld Rusland. Vaak hoor je in dit verband mensen praten over de BRIC landen: Brazilië, Rusland, India en China. Behalve Rusland zijn deze landen ver weg met een heel andere manier van denken en doen. En Midden- en Oost-Europa biedt waarschijnlijk nog voor vele tientallen jaren nog uitstekende mogelijkheden. Omgekeerd kun je je afvragen wat voor regio West-Europa nou eigenlijk is. Hulleman en Marijs (2003) vatten dit alsvolgt samen. Deze opvattingen weerspiegelen een manier van denken. Europa organiseert solidariteit binnen en tussen maatschappelijke organisaties De economische orde is traditioneel het Rijnlandmodel met een vrijheid van marktpartijen in wederzijdse gebondenheid op basis van gelijkheid en solidariteit Accent ligt op de rol van de overheid om scheve inkomensverdeling te corrigeren en sociale zekerheid te verwezenlijken. Deze benadering verstoort markten en financiële prikkels werken minder goed door. De nadruk ligt op samenwerking; draagvlak, overlegeconomie. Een onderneming is een belangengemeenschap van managers, aandeelhouders, schuldeisers en werknemers. De overheid stimuleert samenwerking maar voert ook een streng mededingingsbeleid. Hulleman en Marijs (2003) maken binnen de regio West-Europa nog een verdere verdeling (zonder Midden-Europa). Scandinavië (IJsland, Noorwegen, Zweden, Finland en Denemarken): gehecht aan soevereiniteit; cultureel homogeen, lage bevolkingsdichtheid; hoog welvaartsniveau maar ook hoge kosten van levensonderhoud Rijnland (BRD, Benelux, Frankrijk en Oostenrijk): aanjagers Europese integratie; meer richting federaal Europa; cultureel meest verscheiden onder de vier subregio s; veel bevolking; rijk Angelsaksisch (Groot-Brittannië en Ierland): kritische houding t.a.v. EU; Ierland van emigratienaar immigratieland Zuid-Europa (Portugal, Spanje, Italië en Griekenland): sterk belanghebbenden (ontwikkelingslanden van de EU); economische achterhoede Globalisering bestaat dus vooralsnog uit samenwerkingen tussen en binnen wereldregio s. Iedere regio heeft een heel andere opvatting over het economisch bestel en de maatschappelijke inrichting (maar vergeet de drogreden van gemiddelden niet). Ook dit verschil in opvatting is uiteindelijk een cultuur verschil, omdat verschil in denken leidt tot andere manieren van economisch handelen. In de zin dat cultuur een manier van denken en doen is van een bepaalde groep mensen, zie je dat de toepassing op de economie een zinvol inzicht geeft in de aspecten waarmee je rekening kunt of moet houden. bedrijven en internationalisering Als een bedrijf internationaal actief wil zijn, kan dat besluit verschillende vormen krijgen. In Hulleman en Marijs (2003, p. 21 t/m 28) staan vijf fasen en vier typen beschreven. De vijf fasen zijn gebaseerd op de mate waarin een bedrijf bedrijfsfuncties overbrengt naar het buitenland. Deze bedrijfsfuncties zijn onderzoek en ontwikkeling, techniek, productie, marketing, verkoop en dienstverlening. Hoe meer je naar het buitenland verplaatst, hoe meer de bedrijven in het buitenland normaliter ook zelf te zeggen krijgen over hun aandeel. De vijf fasen van het internationaliseringsproces zijn Export via een buitenlandse partner; Export via een eigen verkoopkantoor in het buitenland; Eigen buitenlandse productie; Zelfstandige buitenlandse vestiging; Mondiale integratie. Tegen deze achtergrond (bedrijfsfuncties in het buitenland en autonomie) onderscheiden de twee auteurs vier typen van bedrijven die internationaal werken. De pionier: het bedrijf richt zich op binnenlandse markt export is toeval Pagina 8 van 11

9 gericht op de bevolking van eigen land (etnocentrisch) De internationaliseerder: het bedrijf erkent het belang van het buitenland houdt rekening met verschillen tussen landen (policentrisch) local for local: de buitenlandse vestigingen bewerken de eigen markt meer buitenlanders in dienst maar nog geen leidinggevende functies De multinational: het grootste deel van omzet en winst komt uit het buitenland werkt via directe buitenlandse investeringen en heeft veel bedrijfsfuncties in buitenland sterke coördinatie en sturing vanuit hoofdkantoor wereldwijde identiteit en oriëntatie (geocentrisch) topfuncties vervuld door mensen uit eigen land De wereldwijde netwerkorganisatie: thuismarkt vormt klein deel van omzet en winst netwerk van autonome organisaties hoofdkantoor: strategie, financiering en uitvoering van research voor alle vestigingen, kennisuitwisseling; juridische thuisbasis think global, act local; geocentrisch Dit onderscheid op economische gronden kun je aanvullen met aspecten van crosscultureel management. De pionier houdt vooral rekening met de eigen, nationale cultuur. Als een buitenlander het product of dienst wil kopen, prima, maar het bedrijf gaat daar niet te veel moeite voor doen. De bijdrage aan de omzet en winst is daarvoor te gering. Dat betekent ook weinig inspanning om iets van die cultuur van die ander te begrijpen. Als een pionier al aan cultuur denkt, dan betreft dat de organisatiecultuur en de manier waarop die kan bijdragen aan de realisatie van de bedrijfsdoelstellingen. Wel zal af en toe iemand voor de zaak op reis gaan maar dat is niet meer dan dienstreis als intercultureel vluggertje. Je houdt tijdens de reis een beetje rekening met verschillen omdat je toch wel in de gaten hebt dat je moet (interculturele communicatie) maar denkt daar niet verder bij na. Deze algemene houding betekent natuurlijk niet dat niemand enthousiast is voor het buitenland. Juist het enthousiasme van een enkeling tegen de stroom in kan het verschil maken. Zo besloot een Nederlands adviesbureau begin jaren negentig een Tsjechisch adviesbureau te helpen opzetten, omdat bij het Nederlandse bedrijf iemand werkte van Tsjechische afkomst. Die Tsjechisch Nederlandse medewerkster was niet alleen blij dat de Muur in Berlijn was gevallen maar kon ook niet wachten om haar geboorteland weer op de kaart van Europa (Vaclav Havel) te plaatsen. Voor het Nederlands bedrijf was dat een nieuw avontuur, hoewel het wel een licentieovereenkomst had met een Amerikaanse firma. De internationaliseerder zit al volledig in het cultureel moeras of zou dat moeten zitten. Cultuurverschillen komen naar voren via het personeel en via de afzet in het buitenland met noodzakelijke aandacht voor die landen. Zoals je in dit boek al vaker hebt kunnen lezen, heeft die afzet in het buitenland tal van culturele aspecten: het product of de dienst zelf, productie, reclame, marketing, verkoop en bijbehorende dienstverlening. Een product moet passen bij het land waar het bedrijf het verkoopt: de functie van het product, vorm en kleur, aansluiting op de levenswijze van de koper (als de koper een bedrijf is: aansluiting op de bedrijfsfuncties) en dergelijke. Een dienst is lastiger dan een product, omdat een dienst tot stand komt na de koop overeenkomst. Dat betekent dat bij een dienst vertrouwen een belangrijkere rol speelt dan bij een product en dat roept weer de vraag op hoe je dat vertrouwen kunt bevorderen. Vertrouwen en bevordering daarvan zijn bij uitstek culturele aspecten, omdat ze te maken met manieren van denken en houding die onder andere nationaal zijn gevormd. Op het vlak van reclame is misschien nog wel de meeste erkenning van de doorwerking van cultuurverschillen. Steeds sterker erkent die branche dat je eigenlijk geen reclame uit het buitenland kan overnemen. Kleuren, teksten, modellen, vormgeving enzovoort blijken allemaal een behoorlijke doorwerking te hebben. Hiernaast spelen ook duidelijk aantoonbare verschillen een rol, zoals het lezen van links naar rechts of juist omgekeerd. Beroemd is het verhaal van een babymelkpoederfabrikant met een reclame met drie afbeelding: een huilende baby babypoedermelk in een fles gelukkige baby. Toen deze reclame in de Arabische landen werd toegepast, klapte de markt volledig in. Omdat mensen van rechts naar links lezen zagen ze een gelukkige baby babypoedermelk in een fles huilende baby. Dan wordt verkopen wel heel moeilijk. Pagina 9 van 11

10 Naast de verkoop van product of dienst heeft de internationaliseerder ook te maken met cultuurverschillen via het personeel. Het bedrijf heeft eigen mensen in dienst die voor een paar jaar in het buitenland zijn geplaatst en heeft ook buitenlanders in dienst (in het land van het bedrijf of in de landen van die buitenlanders). Dit heeft tal van gevolgen. Eigen mensen in het buitenland (expatriates of expats) plaatsen, is niet alleen een kwestie van een vliegtuig pakken en een verhuizer je boeltje laten inpakken. Wonen en werken in het buitenland betekent in je werk aanpassen aan het land en de dingen doen op de manier van dat land. Je kunt nu eenmaal niet verwachten dat mensen in hun eigen buitenland de dingen op een Nederlandse manier gaan doen. Die aanpassing in manier van werken blijkt al zo lastig dat mensen soms voortijdig terug gehaald moeten naar eigen land met alle gevolgen van zo n mislukking voor de eigen loopbaan. Zo n mislukking zegt echter niets over je professionaliteit, alleen over het uitoefenen daarvan in een andere omgeving. Ook een goede voorbereiding kan mislukking niet altijd voorkomen. Toch is die aanpassing in het werk maar een stukje van het probleem. Andere aspecten zijn vaak een andere manier van wonen, andere gezondheidszorg, een andere organisatie van heel veel praktische details. Winkelen kan al een uitdaging zijn, omdat producten niet in het type winkel worden verkocht dat jij gewend bent maar in een heel ander type winkel. Verder heeft wonen in het buitenland grote gevolgen voor een eventuele partner en kinderen. Deze aspecten komen aan bod in de paragraaf over leven en werken in het buitenland. Voor het bedrijf betekent het uitsturen van mensen naar het buitenland veranderingen in loopbaanplanning, voorbereiding op uitzending (bijvoorbeeld een taalcursus), betrokkenheid bij de woonsituatie en eventueel bij partner en kinderen, een afbreukrisico, opvang na afloop, koopkracht- of risicotoeslagen en dan heeft het nog niets verdiend; kortom een behoorlijk kostenplaatje en een lastige materie (zie bijvoorbeeld Harzing en Ruysseveldt, 2005). Omgekeerd kan het bedrijf kiezen voor het inzetten van mensen uit het land van vestiging maar dan spelen weer andere aspecten: controle en vertrouwen, kennis van het bedrijf en product of dienst, competenties en dergelijke. De vraag wat de beste combinatie is van buitenlanders en mensen van eigen nationaliteit is dan ook niet eenvoudig te beantwoorden, kan zelfs afhangen van de persoonlijkheid van betrokkenen en verandert bovendien in de loop der jaren. De Human Resources Manager (in tegenstelling tot een afdeling P&O) heeft onder andere tot taak de leiding van een organisatie te adviseren over wat in de verschillende situaties het beste kan worden gedaan. Expats bekleden vaak managementfuncties en zijn dan niet de gewone productiemedewerker. De internationaliseerder heeft echter ook vele productiemedewerkers in dienst. Ook zij kunnen ongewild tot extra risico s voor een bedrijf leiden. Dit kan zich bijvoorbeeld voordoen als de lokale productieomstandigheden niet aan de Nederlandse normen beantwoorden. Hoe ver ga je dan met het aanpassen van het productieproces? Doe je dat alleen uit ethisch motief en schrijf je de uitgave af op de post maatschappelijk verantwoord ondernemen of verdien je daar ook aan? En heft die aanpassing nou net niet het voordeel op dat ik verkrijg om het productieproces naar dat land te verplaatsen? Als dat het geval is, kan het bedrijf veel eenvoudiger in eigen land produceren. Een extreem voorbeeld van het effect van lokale productieomstandigheden betreft kinderarbeid. Via actiegroepen in Nederland kan een bedrijf behoorlijke problemen krijgen als het niet kan aantonen dat dat in ieder niet van toepassing is. Je zou kunnen zeggen dat de internationaliseerder de meeste problemen heeft met cultuurverschillen omdat het bedrijf moet leren daarmee om te gaan in een veelheid van aspecten. De multinationals en de wereldwijde netwerkorganisatie hebben in dat opzicht hun leergeld al betaald. Ze hebben hun leergeld voor hun interculturele competentie betaald, hebben hun praktijkexamen gehaald en gebruiken die competentie in zijn volle breedte op ieder moment van de dag. Bij deze twee typen organisaties is alles rond cultuurverschillen een paar maatjes groter dan bij de internationaliseerder. Voor deze bedrijven is de wereld de werkplaats (naar de titel van de memoires van oud-ambassadeur Mr. F. van Raalte: De Wereld als Werkplaats). Bij de multinational heeft het hoofdkantoor nog een sterke vinger in de pap, maar bij de wereldwijde netwerkorganisatie is ook die rol een stuk minder. ondersteuning Voor de Nederlandse overheid is het geheel aan internationaal economische activiteit van groot belang. Volgens diverse berekeningen zou tweederde van het Nederlandse bruto nationaal product te maken hebben met de internationale handel en investeringen. Zo n groot belang wil en kan de overheid niet aan de markt alleen overlaten. Ook moet de overheid beslissen hoe te reageren op de Pagina 10 van 11

11 acties van andere overheden die veel sterker zijn betrokken bij de eigen economie. In meer algemene zin geldt dan nog dat in het bedrijfsleven het geld wordt verdiend; zonder bedrijfsleven geen belastingen, geen overheid. De overheid besteedt dan ook veel aandacht aan het bevorderen van export, het aantrekken van investeringen en heeft in algemenere zin een economische beleid, inclusief handelsbeleid. Dit alles past bovendien in het kader van de Europese Unie (gemeenschappelijke regelgeving, gemeenschappelijk beleid en samenwerking tussen de 27 lidstaten). De inspanningen van de overheid ondersteunen ook het bedrijfsleven bij export en aantrekken van investeringen. Zo heeft de overheid verschillende diensten om bedrijven op weg te helpen, zoals de EVD (Economische Voorlichtings Dienst), ondersteunt ze diverse organisaties op dat vlak en hebben alle ambassades een handelssecretaris (variërend van een deeltijdfunctie tot een complete afdeling). In geval van oneerlijke concurrentie (een overheid van een ander land geeft subsidie aan producenten van eigen nationaliteit waardoor ze onder de marktprijs kunnen verkopen) heeft de Nederlandse overheid mogelijkheden om Nederlandse producenten ook te ondersteunen om zo weer de concurrentie aan te kunnen gaan. De grote lijn van het economisch beleid is gericht op liberalisering omdat dat uiteindelijk het beste is. Uiteindelijk wil zeggen op de lange termijn, want op de korte termijn kan liberalisering bijvoorbeeld tot gevolg hebben dat mensen hun baan kwijt raken. Daar moet je als overheid ook rekening mee houden. Zo zou handelsliberalisatie voor de ontwikkelingslanden veel meer voordelen opleveren dan ontwikkelingshulp (trade, not aid) maar de Europese Unie opent de grenzen maar mondjesmaat. Een zelfde redenering geldt voor de landbouwsubsidies. Zo zie je dat de betekenis van de uitdrukking het hemd is nader dan de rok gekoppeld is aan een tijdstermijn. Op lange termijn is liberalisatie voor iedereen het beste maar we richten ons vooral op de korte termijn gevolgen en gooien daarmee soms het kind met het badwater weg. Dit is het cultuurverschil tussen politiek en economisch denken. De rol van de overheid leidt nog tot een ander fenomeen, lobbyen. Vroeger bestond de samenleving uit duidelijk te onderscheiden groepen mensen en kon de overheid beleid en wetgeving daarop afstemmen. Die duidelijkheid is afgenomen door de individualisering; mensen zoeken of maken hun eigen groepen en leven in hun eigen netwerk. Gevolg van deze ontwikkeling is onder andere dat tal van bedrijven merken dat de overheid hun belangen niet of onvoldoende behartigt. Daardoor gaan bedrijven hun eigen belangen behartigen. Zo proberen ze wetgeving te bevorderen, tegen te houden of anders te formuleren, dan wel de uitvoering van regelgeving te beïnvloeden. Hoewel Nederlandse partijen op lobbygebied vooral in Brussel actief zijn (of zouden moeten zijn), is de Nederlandse overheid voor hun toch interessant. Zo deelt de Nederlandse overheid veel geld uit op veel verschillende manieren. Subsidies zijn misschien het meest bekend, maar subsidies zijn voor lobbyen niet zo interessant. Een subsidie is namelijk een financiële ondersteuning waar je recht op hebt als je aan een aantal voorwaarden voldoet. Je kunt hooguit discussie hebben over de vraag of je wel of niet aan de voorwaarden voldoet. Voor (waarschijnlijk) het grootste deel van fondsen die je kunt verwerven, bestaat dat punt van recht hebben onder voorwaarden niet. Toewijzing van fondsen hangt dan af van bijvoorbeeld het beste voorstel. Maar wat is het beste voorstel? Wat zijn de criteria, wie stelt ze op, wie past ze toe, hoe worden ze toegepast, wie kan meedoen? Lobbyisten kunnen deze zaken beïnvloeden en vaak nog aanvullende informatie verschaffen waardoor het eigen voorstel in een beter licht komt te staan. Bij lobbyen in Nederland speelt alleen de Nederlandse cultuur. Toch kan de kloof tussen bijvoorbeeld overheid en bedrijfsleven fors zijn. Lobbyen is vaak een subtiel spel waarin sociale vaardigheden een grote rol spelen. Als beide partijen belang hebben bij het lobbyen, dient een botsing van organisatieculturen voorkomen te worden. Dat betekent een aftasten van vooronderstellingen op basis van enerzijds een open houding en anderzijds niet meteen alle kaarten op tafel leggen. Het lobbyen in Brussel is een aantal malen complexer (talen, nationaliteiten, culturen, organisatieculturen, structuren, regels) en de gevolgen kunnen veel groter zijn. Een lobbyist kan, zeker in Brussel, niet zonder interculturele competentie. Pagina 11 van 11

Werkvel opdracht 9 (Onderhandelingsspel: hoe neem je samen moeilijke besluiten?)

Werkvel opdracht 9 (Onderhandelingsspel: hoe neem je samen moeilijke besluiten?) Werkvel opdracht 9 (Onderhandelingsspel: hoe neem je samen moeilijke besluiten?) Toelichting op de opdracht Tijdens deze opdracht gaan jullie in kleine groepjes in onderhandeling met elkaar over een pakket

Nadere informatie

Landenanalyse H4. Week 1 Landenrisico

Landenanalyse H4. Week 1 Landenrisico Landenanalyse H4 Week 1 Landenrisico Risico s en problemen die verbonden zijn met het exporteren naar het buitenland - Importbelemmeringen (als bijvoorbeeld de handelsbalans een groot tekort vertoont)

Nadere informatie

1 De onderneming in de wereldeconomie

1 De onderneming in de wereldeconomie 1 De onderneming in de wereldeonomie Meerkeuzevragen 1.1 1.1 Globalisering is een proes a van wereldwijde eonomishe integratie door een sterke toename van de internationale handel en investeringen. b waarbij

Nadere informatie

Examen economie thema 2 deel 1 Theorie thema 2: Produceren voor de wereldmarkt

Examen economie thema 2 deel 1 Theorie thema 2: Produceren voor de wereldmarkt Examen economie thema 2 deel 1 Theorie thema 2: Produceren voor de wereldmarkt Door: F. De Smyter en P. Holvoet 1. Geef een correcte omschrijving van de volgende economische begrippen: a) Globalisering:.

Nadere informatie

Samenvatting Economie Hoofdstuk 8 Over de grens?

Samenvatting Economie Hoofdstuk 8 Over de grens? Samenvatting Economie Hoofdstuk 8 Over de grens? 8.1 Waarom handel met het buitenland? Importeren = het kopen van goederen en diensten uit het buitenland. Waarom? -Goedkoper of van betere kwaliteit -Bepaalde

Nadere informatie

Samenvatting Flanders DC studie Internationalisatie van KMO s

Samenvatting Flanders DC studie Internationalisatie van KMO s Samenvatting Flanders DC studie Internationalisatie van KMO s In een globaliserende economie moeten regio s en ondernemingen internationaal concurreren. Internationalisatie draagt bij tot de economische

Nadere informatie

Exportmonitor 2011. Het noordelijke bedrijfsleven wordt steeds internationaler

Exportmonitor 2011. Het noordelijke bedrijfsleven wordt steeds internationaler Exportmonitor 2011 Het noordelijke bedrijfsleven wordt steeds internationaler Uit de Exportmonitor 2011 blijkt dat het noordelijk bedrijfsleven steeds meer aansluiting vindt bij de wereldeconomie. De Exportmonitor

Nadere informatie

Eindexamen vwo maatschappijwetenschappen 2013-I

Eindexamen vwo maatschappijwetenschappen 2013-I Opgave De eurocrisis Bij deze opgave horen de teksten 9 en. Inleiding De situatie rond de gemeenschappelijke munt, de euro, is tien jaar na de introductie verre van stabiel (mei 2012). In tekst 9 beschrijft

Nadere informatie

Samenvatting. Zorgt het openstellen van de detailhandelssector voor buitenlandse concurrentie in een verbetering van de productiviteit?

Samenvatting. Zorgt het openstellen van de detailhandelssector voor buitenlandse concurrentie in een verbetering van de productiviteit? Samenvatting Dit proefschrift bestudeert de relatie tussen beleidshervormingen en productiviteitsgroei. Het beargumenteert dat het onderkennen van de diversiteit van bedrijven aan de basis ligt voor het

Nadere informatie

1.4 Factoren die bepalend zijn voor reële convergentie

1.4 Factoren die bepalend zijn voor reële convergentie Productiviteit, concurrentiekracht en economische ontwikkeling Concurrentiekracht wordt vaak beschouwd als een indicatie voor succes of mislukking van economisch beleid. Letterlijk verwijst het begrip

Nadere informatie

3.2 De omvang van de werkgelegenheid

3.2 De omvang van de werkgelegenheid 3.2 De omvang van de werkgelegenheid Particuliere bedrijven en overheidsbedrijven nemen mensen in dienst. Collectieve sector = Semicollectieve sector = De overheden op landelijk, provinciaal en lokaal

Nadere informatie

MVO-Control Panel. Instrumenten voor integraal MVO-management. MVO en reorganisatie. Een model voor verantwoorde en succesvolle reorganisatie

MVO-Control Panel. Instrumenten voor integraal MVO-management. MVO en reorganisatie. Een model voor verantwoorde en succesvolle reorganisatie MVO-Control Panel Instrumenten voor integraal MVO-management MVO en reorganisatie Een model voor verantwoorde en succesvolle reorganisatie 1 Inhoudsopgave Mvo en reorganisatie Verantwoord en succesvol

Nadere informatie

Moeilijke besluiten voor de Europese Raad

Moeilijke besluiten voor de Europese Raad Moeilijke besluiten voor de Europese Raad Korte omschrijving: Leerlingen gaan aan de slag met actuele Europese dilemma s. Er zijn vijf dilemma s. U kunt zelf kiezen welke dilemma s u aan de orde stelt.

Nadere informatie

Goede tijden, slechte tijden. Soms zit het mee, soms zit het tegen

Goede tijden, slechte tijden. Soms zit het mee, soms zit het tegen Slides en video s op www.jooplengkeek.nl Goede tijden, slechte tijden Soms zit het mee, soms zit het tegen 1 De toegevoegde waarde De toegevoegde waarde is de verkoopprijs van een product min de ingekochte

Nadere informatie

MODULE III BESLISSINGEN NEMEN IN EUROPA? BEST LASTIG!!!

MODULE III BESLISSINGEN NEMEN IN EUROPA? BEST LASTIG!!! MODULE III BESLISSINGEN NEMEN IN EUROPA? BEST LASTIG!!! De Europese Unie bestaat uit 27 lidstaten. Deze lidstaten hebben allemaal op dezelfde gebieden een aantal taken en macht overgedragen aan de Europese

Nadere informatie

Internationale varkensvleesmarkt 2012-2013

Internationale varkensvleesmarkt 2012-2013 Internationale varkensvleesmarkt 212-213 In december 212 vond de jaarlijkse conferentie van de GIRA Meat Club plaats. GIRA is een marktonderzoeksbureau, dat aan het einde van elk jaar een inschatting maakt

Nadere informatie

Hoofdstuk 3. 3.1 De grens over. www.jooplengkeek.nl. Wat is export? Wat is import? Vraag1

Hoofdstuk 3. 3.1 De grens over. www.jooplengkeek.nl. Wat is export? Wat is import? Vraag1 www.jooplengkeek.nl 3.1 De grens over Hoofdstuk 3 Wat is export? Wat is import? Vraag1 1 Vraag 2 a) 1) (Meer) personeel in het hotel. 2) Meer werk bij leveranciers, bijvoorbeeld bij een bakker die brood

Nadere informatie

Leiden is een typische studentenstad en heeft dus veel kamerbewoners.

Leiden is een typische studentenstad en heeft dus veel kamerbewoners. EC 01. EEN KAMER HUREN IN LEIDEN. Leiden is een typische studentenstad en heeft dus veel kamerbewoners. Vermoedelijk blijft het aanbod van kamers achter bij de vraag, waardoor er gemakkelijk prijsopdrijving

Nadere informatie

T4 Oefen SED Geschiedenis Module 6

T4 Oefen SED Geschiedenis Module 6 T4 Oefen SED Geschiedenis Module 6 1. Bekijk bron 1. De titel van de onderstaande Russische cartoon is: De Amerikaanse stemmachine. De Verenigde Staten drukken op het knopje voor, dat naast het knopje

Nadere informatie

Docentenvel Opdracht 10 (het paspoortenspel)

Docentenvel Opdracht 10 (het paspoortenspel) Docentenvel Opdracht 10 (het paspoortenspel) Als voorbereiding op de opdracht kunt u onderstaande tekst lezen. Wat heb jij aan Europa Europa een ver van je bed show? Nee hoor. Je eten, je kleding, de prijs

Nadere informatie

Goed voorbereid zakendoen met het buitenland De kansen en valkuilen!

Goed voorbereid zakendoen met het buitenland De kansen en valkuilen! Een eerste stap naar succesvol internationaal ondernemen Goed voorbereid zakendoen met het buitenland De kansen en valkuilen! Bent u op zoek naar nieuwe afzetmarkten voor uw producten of diensten? Wilt

Nadere informatie

Wie bestuurt de Europese Unie?

Wie bestuurt de Europese Unie? Wie bestuurt de Europese Unie? De Europese Unie (EU) is een organisatie waarin 28 landen in Europa samenwerken. Eén ervan is Nederland. Een aantal landen werkt al meer dan vijftig jaar samen. Andere landen

Nadere informatie

Deel 3. Wat doet de Europese Unie? 75

Deel 3. Wat doet de Europese Unie? 75 DEEL 3.4 DE EURO Deel 3. Wat doet de Europese Unie? 75 3.4. DE EURO DOEL - De leerlingen/cursisten ontdekken de voordelen van het gebruik van de eenheidsmunt: wisselen van geld is niet meer nodig, je spaart

Nadere informatie

Internationale handel H7 1. Internationale handel. Waarom importeren: 25-2-2013. Waar komt het vandaan?

Internationale handel H7 1. Internationale handel. Waarom importeren: 25-2-2013. Waar komt het vandaan? Internationale handel H7 1 Waar komt het vandaan? Economie voor het vmbo (tot 8,35 m.) Internationale handel Importeren = invoeren (betalen) Exporteren = uitvoeren (verdienen) Waarom importeren: Meer keuze

Nadere informatie

Betalingsachterstand bij handelstransacties

Betalingsachterstand bij handelstransacties Betalingsachterstand bij handelstransacties 13/05/2008-20/06/2008 408 antwoorden 0. Uw gegevens Land DE - Duitsland 48 (11,8%) PL - Polen 44 (10,8%) NL - Nederland 33 (8,1%) UK - Verenigd Koninkrijk 29

Nadere informatie

Examen HAVO. Economie 1

Examen HAVO. Economie 1 Economie 1 Examen HAVO Hoger Algemeen Voortgezet Onderwijs Tijdvak 2 Woensdag 21 juni 13.30 16.00 uur 20 00 Dit examen bestaat uit 31 vragen. Voor elk vraagnummer is aangegeven hoeveel punten met een goed

Nadere informatie

Vertegenwoordigers van de WTO Europese Unie voor tegen een beetje voor Landbouw: Exportsubsidies afschaffen

Vertegenwoordigers van de WTO Europese Unie voor tegen een beetje voor Landbouw: Exportsubsidies afschaffen Rol als voorzitter Elke werkgroep heeft een voorzitter. Als voorzitter ben je partijdig voor de EU en VS en laat je de inbreng/mening van de ontwikkelingslanden niet zo erg mee tellen. Jouw voorbereiding

Nadere informatie

Turken in Kreuzberg. Bram Vrielink en Jens Barendsen (2de)

Turken in Kreuzberg. Bram Vrielink en Jens Barendsen (2de) Turken in Kreuzberg Bram Vrielink en Jens Barendsen (2de) 1 OPDRACHT 1 Waarom werd de Berlijnse muur opgericht? Na de 2 e Wereldoorlog werd Duitsland in 2 gedeeltes opgesplitst, te weten West-Duitsland

Nadere informatie

Examen VMBO-GL en TL - COMPEX

Examen VMBO-GL en TL - COMPEX Examen VMBO-GL en TL - COMPEX 2009 tijdvak 1 woensdag 27 mei totale examentijd 2 uur economie CSE GL en TL COMPEX Vragen 1 tot en met 24 In dit deel van het examen staan de vragen waarbij de computer niet

Nadere informatie

MODULE II. Wat heb jij aan de Europese Unie?

MODULE II. Wat heb jij aan de Europese Unie? MODULE II Wat heb jij aan de Europese Unie? In de Europese Unie ben je als consument goed beschermd. Producten moeten aan allerlei veiligheidsvoorschriften voldoen, reclame mag niet misleidend zijn en

Nadere informatie

De kracht van een sociale organisatie

De kracht van een sociale organisatie De kracht van een sociale organisatie De toegevoegde waarde van zakelijke sociale oplossingen Maarten Verstraeten. www.netvlies.nl Prinsenkade 7 T 076 530 25 25 E mverstraeten@netvlies.nl 4811 VB Breda

Nadere informatie

Meerkeuzevragen Schrijf alleen de hoofdletter van het goede antwoord op.

Meerkeuzevragen Schrijf alleen de hoofdletter van het goede antwoord op. Meerkeuzevragen Schrijf alleen de hoofdletter van het goede antwoord op. De economische kringloop Voor de beantwoording van de vragen 1 tot en met 6 moet je soms gebruikmaken van informatiebron 1 in de

Nadere informatie

De groei voorbij. Jaap van Duijn september 2007

De groei voorbij. Jaap van Duijn september 2007 De groei voorbij Jaap van Duijn september 2007 1 Een welvaartsexplosie Na WO II is de welvaart meer gestegen dan in de 300 jaar daarvoor Oorzaken: inhaalslag, technologische verandering en bevolkingsgroei

Nadere informatie

Handelsmerken 0 - DEELNAME

Handelsmerken 0 - DEELNAME Handelsmerken 29/10/2008-31/12/2008 391 antwoorden 0 - DEELNAME Land DE - Duitsland 72 (18.4%) PL - Polen 48 (12.3%) NL - Nederland 31 (7.9%) UK - Verenigd Koninkrijk 23 (5.9%) DA - Denemarken 22 (5.6%)

Nadere informatie

MANAGEN van INTERNATIONALE ORGANISATIES

MANAGEN van INTERNATIONALE ORGANISATIES Symposium business trends for the next entrepreneur MANAGEN van INTERNATIONALE ORGANISATIES Opletten of Loslaten? Huib Visser 19 November 2015 Wat gaan we doen? 1. Kennismaken 2. Een paar voorbeelden 3.

Nadere informatie

Arm en Rijk. Hoofdstuk 2: Arm en rijk in de Verenigde Staten

Arm en Rijk. Hoofdstuk 2: Arm en rijk in de Verenigde Staten Arm en Rijk Hoofdstuk 2: Arm en rijk in de Verenigde Staten 2.1 Rijk en arm in de Verenigde Staten De rijke Verenigde Staten Je kunt op verschillende manieren aantonen dat de VS een rijk land is. Het BNP

Nadere informatie

Duurzaamheidsbeleid Doingoood

Duurzaamheidsbeleid Doingoood Duurzaamheidsbeleid Doingoood Over Doingoood Doingoood bestaat uit 2 delen: Doingoood volunteer work (sociale onderneming) en Doingoood foundation (stichting). In al onze werkwijzen en procedures gaan

Nadere informatie

Wie beslist wat? Duur: 30 45 minuten. Wat doet u?

Wie beslist wat? Duur: 30 45 minuten. Wat doet u? Wie beslist wat? Korte omschrijving werkvorm: De werkvorm Wie-Beslist-Wat is een variant op het spel Ren je rot. De leerlingen worden ingedeeld in teams. Elk team strijdt om de meeste punten. Er zijn kennisvragen

Nadere informatie

In welke landen liggen kansen?

In welke landen liggen kansen? 2 Heb je een sterk onderscheidend product? Bijv: Enige in de wereld Unieke eigenschappen geschiedenis, geografie, sociale betekenis Functioneel/performance Ambachtelijke kwaliteit Beschikbaarheid / prijs

Nadere informatie

Toetsvragen bij hoofdstuk 3 Oriënteren

Toetsvragen bij hoofdstuk 3 Oriënteren Toetsvragen bij hoofdstuk 3 Oriënteren Opgave 1 De organisatiecultuur is een belangrijk gegeven bij het analyseren van een organisatie. Stelling: De gemeenschappelijke waarden, normen en opvattingen binnen

Nadere informatie

Internationale handel visproducten

Internationale handel visproducten Internationale handel visproducten Marktmonitor ontwikkelingen 27-211 en prognose voor 212 Januari 213 Belangrijkste trends 27-211 Ontwikkelingen export De Nederlandse visverwerkende industrie speelt een

Nadere informatie

Advies. over het ontwerp van kaderdecreet Vlaamse ontwikkelingssamenwerking

Advies. over het ontwerp van kaderdecreet Vlaamse ontwikkelingssamenwerking Brussel, 5 juli 2006 050706_Advies_kaderdecreet_Vlaamse_ontwikkelingssamenwerking Advies over het ontwerp van kaderdecreet Vlaamse ontwikkelingssamenwerking 1. Inleiding Op 24 mei 2006 heeft Vlaams minister

Nadere informatie

BRUSSEL Wat gebeurt daar? Peter N. Ruys

BRUSSEL Wat gebeurt daar? Peter N. Ruys BRUSSEL Wat gebeurt daar? Peter N. Ruys INHOUD 1. Algemene kennis over de EU 2. Wat ging eraan vooraf 3. Structuur 4. Totstandkoming wetten De Europese Unie: 500 miljoen mensen 27 landen EU-landen Kandidaat-EU-landen

Nadere informatie

Maatschappelijke vorming

Maatschappelijke vorming toelichting Hoe kan de school de leerling helpen om zich te ontwikkelen tot een actieve, verantwoordelijke en sociale burger? Een belangrijke taak van de school is om leerlingen voor te bereiden op hun

Nadere informatie

Vraag 1. Wanneer zijn outsourcingprojecten van belang voor medewerkers?

Vraag 1. Wanneer zijn outsourcingprojecten van belang voor medewerkers? Vragen en antwoorden over outsourcing-projecten Vraag 1. Wanneer zijn outsourcingprojecten van belang voor medewerkers? Outsourcingprojecten zijn relevant voor medewerkers als een bedrijf niet alleen ICT-diensten

Nadere informatie

2. Beter nu dan later

2. Beter nu dan later Daarom Duits 1. Engels is niet voldoende Natuurlijk is kennis van de Engelse taal essentieel, maar: Englisch ist ein Muss, Deutsch ist ein Plus. Uit een enquête onder bedrijven die actief zijn in Duitsland

Nadere informatie

Presentatie onderdirecteur Handel, Mw. Mr. H. Djosetiko voor de ASFA workshop op 20 oktober 2004. Lokatie: Ballroom Hotel Torarica

Presentatie onderdirecteur Handel, Mw. Mr. H. Djosetiko voor de ASFA workshop op 20 oktober 2004. Lokatie: Ballroom Hotel Torarica Presentatie onderdirecteur Handel, Mw. Mr. H. Djosetiko voor de ASFA workshop op 20 oktober 2004. Lokatie: Ballroom Hotel Torarica Voorzitter ASFA, dagvoorzitter Etc, Dames en heren,.. Goedemorgen, Met

Nadere informatie

Beleid voor internationale sponsoring. 1 april 2015 Amway

Beleid voor internationale sponsoring. 1 april 2015 Amway Beleid voor internationale sponsoring 1 april 2015 Amway Beleid voor internationale sponsoring Dit beleid geldt per 1 april 2015 voor alle Europese markten (België, Bulgarije, Denemarken, Duitsland, Estland,

Nadere informatie

Beknopte samenvatting Concept

Beknopte samenvatting Concept De ontwikkeling van de nieuwe vakbeweging Beknopte samenvatting Concept Kwartiermakers Vakbeweging De nieuwe vakbeweging Beknopte samenvatting van het concept-advies Kwartiermakers de nieuwe vakbeweging

Nadere informatie

Hoofdstuk 5: Internationale betrekkingen

Hoofdstuk 5: Internationale betrekkingen Hoofdstuk 5: Internationale betrekkingen Economie VWO 2011/2012 www.lyceo.nl H5: Internationale betrekkingen Economie 1. Inkomen 2. Consument 3. Producenten 4. Markt en Overheid 5. Internationale betrekkingen

Nadere informatie

Valutamarkt. De euro op koers. Havo Economie 2010-2011 VERS

Valutamarkt. De euro op koers. Havo Economie 2010-2011 VERS Valutamarkt De euro op koers Havo Economie 2010-2011 VERS 2 Hoofdstuk 1 : Inleiding Opdracht 1 a. Dirham b. Internet c. Duitsland - Ierland - Nederland - Griekenland - Finland - Luxemburg - Oostenrijk

Nadere informatie

Onderzoek over zaken doen in Duitsland. Januari 2014

Onderzoek over zaken doen in Duitsland. Januari 2014 Onderzoek over zaken doen in Duitsland Januari 2014 Samenvatting - Nederlands middenbedrijf wil meer groei halen uit Duitse markt Middelgrote Nederlandse bedrijven willen meer groei realiseren in Duitsland.

Nadere informatie

Naslagwerk Economie van Duitsland. Hoofdstuk 8: Financiële stelsel. 8.1 Overzicht

Naslagwerk Economie van Duitsland. Hoofdstuk 8: Financiële stelsel. 8.1 Overzicht Naslagwerk Economie van Duitsland 8.1 Overzicht Het Duitse bankenstelsel is anders georganiseerd dan in de meeste andere landen. Naast een centrale bank, de Bundesbank, de reguliere zaken en retailbanken

Nadere informatie

Samen sterker in het buitenland met de overheid als partner

Samen sterker in het buitenland met de overheid als partner Samen sterker in het buitenland met de overheid als partner Partners for International Business Als het gaat om internationaal ondernemen en samenwerken Partners for International Business (PIB) is een

Nadere informatie

Interview Alex Wynaendts, Aegon. Tekst: Martin Voorn. Kop

Interview Alex Wynaendts, Aegon. Tekst: Martin Voorn. Kop Interview Alex Wynaendts, Aegon Tekst: Martin Voorn Kop (suggestie 1:) Globalisering kan financiële markten hard raken (suggestie 2:) Verzekeren is lokale kennis wereldwijd inzetten (suggestie 3:) Globalisering

Nadere informatie

H2: Economisch denken

H2: Economisch denken H2: Economisch denken 1 : Produceren Produceren: Het voortbrengen van goederen en diensten met behulp van de productiefactoren door bedrijven en de overheid. Alleen bedrijven en de overheid kunnen produceren

Nadere informatie

Goede zorg van groot belang. Nederlanders staan open voor private investeringen

Goede zorg van groot belang. Nederlanders staan open voor private investeringen Goede zorg van groot belang Nederlanders staan open voor private investeringen Index 1. Inleiding p. 3. Huidige en toekomstige gezondheidszorg in Nederland p. 6 3. Houding ten aanzien van private investeerders

Nadere informatie

Naar de kern. Thema 1: De kern van het ondernemen ...

Naar de kern. Thema 1: De kern van het ondernemen ... Thema 1: De kern van het ondernemen overheid klanten leveranciers leefomgeving onderneming werknemers... mede-eigenaars drukkingsgroepen en actiecomités U Ondernemen doet iemand in de eerste plaats uit

Nadere informatie

Europa in crisis. George Gelauff. Rijksacademie voor Financiën, Economie en Bedrijfsvoering

Europa in crisis. George Gelauff. Rijksacademie voor Financiën, Economie en Bedrijfsvoering Europa in crisis George Gelauff Rijksacademie voor Financiën, Economie en Bedrijfsvoering Opzet Baten en kosten van Europa Banken en overheden Muntunie en schulden Conclusie 2 Europa in crisis Europa veruit

Nadere informatie

ENQUÊTE OVER DIVERSITEIT OP HET WERK EN ANTIDISCRIMINAT

ENQUÊTE OVER DIVERSITEIT OP HET WERK EN ANTIDISCRIMINAT ENQUÊTE OVER DIVERSITEIT OP HET WERK EN ANTIDISCRIMINAT 14.06.2005-15.07.2005 803 antwoorden Geef aan op welk gebied uw hoofdactiviteit ligt D - Industrie 225 K - Exploitatie van en handel in onroerend

Nadere informatie

Onderzoek Mercuri Urval achtergrondinformatie voor de media Klantgerichtheid is de belangrijkste aanjager voor economische groei in Europa

Onderzoek Mercuri Urval achtergrondinformatie voor de media Klantgerichtheid is de belangrijkste aanjager voor economische groei in Europa Voor nadere informatie, neem contact op met: Wilma Buis Algemeen Directeur van Mercuri Urval b.v. Tel: 033 450 1400 of 06 5025 3038 wilma.buis@mercuriurval.com Onderzoek Mercuri Urval achtergrondinformatie

Nadere informatie

Een eigen bedrijf is leuk!

Een eigen bedrijf is leuk! M200815 Een eigen bedrijf is leuk! Ervaringen van starters uit de jaren 1998-2000 drs. A. Bruins drs. D. Snel Zoetermeer, december 2008 2 Een eigen bedrijf is leuk! Een eigen bedrijf geeft ondernemers

Nadere informatie

Samenvatting (Summary in Dutch)

Samenvatting (Summary in Dutch) Samenvatting (Summary in Dutch) Tot 1978 was China ondanks zijn grootte een geïsoleerd land. Daar kwam verandering in toen partijleider Mao Zedong werd opgevolgd door Deng Xiaoping en China haar economie

Nadere informatie

Correctievoorschrift VMBO-BB

Correctievoorschrift VMBO-BB Correctievoorschrift VMBO-BB 2008 tijdvak 1 economie CSE BB Het correctievoorschrift bestaat uit: 1 Regels voor de beoordeling 2 Algemene regels 3 Vakspecifieke regels 4 Beoordelingsmodel 5 Inzenden scores

Nadere informatie

Wie zijn wij? Waar staan wij voor? Onze mensen

Wie zijn wij? Waar staan wij voor? Onze mensen Prioriteiten 2014-2019 Wie zijn wij? Wij zijn de grootste politieke familie in Europa, gedreven door een centrumrechtse politieke visie. Wij vormen de Fractie van de Europese Volkspartij (christendemocraten)

Nadere informatie

Hoofdstuk 7 Samenwerking in Europa

Hoofdstuk 7 Samenwerking in Europa Hoofdstuk 7 Samenwerking in Europa Vroeger voerden Europese landen vaak oorlog met elkaar. De laatste keer was dat met de Tweede Wereldoorlog (1940-1945). Er zijn in die oorlog veel mensen gedood en er

Nadere informatie

Topsectoren. Hoe & Waarom

Topsectoren. Hoe & Waarom Topsectoren Hoe & Waarom 1 Index Waarom de topsectorenaanpak? 3 Wat is het internationale belang? 4 Hoe werken de topsectoren samen? 5 Wat is de rol voor het MKB in de topsectoren? 6 Wat is de rol van

Nadere informatie

MODULE I EUROPA: NOOIT MEER OORLOG!

MODULE I EUROPA: NOOIT MEER OORLOG! MODULE I EUROPA: NOOIT MEER OORLOG! I.I De geboorte van de Europese Unie Zoals jullie waarschijnlijk wel weten zijn er de vorige eeuwen veel oorlogen in Europa geweest. Vooral de Eerste en de Tweede Wereldoorlog

Nadere informatie

Internationale Kansen & Knelpunten

Internationale Kansen & Knelpunten Onderzoeksrapport Internationale Kansen & Knelpunten Onderzoeksrapport van- en voor de Nederlandse Life Sciences & Health sector Versie 2015 Mede mogelijk gemaakt door: www.tfhc.nl Task Force Health Care

Nadere informatie

Eén panellid, werkzaam in de juridische dienstverlening, geeft juist aan dat zijn omzet is toegenomen door de kredietcrisis.

Eén panellid, werkzaam in de juridische dienstverlening, geeft juist aan dat zijn omzet is toegenomen door de kredietcrisis. Respons Van 25 juni tot en met 5 juli is aan de leden van het Brabantpanel een vragenlijst voorgelegd met als thema Kredietcrisis. Ruim de helft van de 1601 panelleden (54%) vulde de vragenlijst in. Hieronder

Nadere informatie

KONING ARTHUR visie en organisatieprincipes

KONING ARTHUR visie en organisatieprincipes KONING ARTHUR visie en organisatieprincipes Ed Knies Koning Arthur; visie en organisatieprincipes Welkom Dit boek is een moreel boek voor professionals. Met moreel bedoelen we dat er binnen organisaties

Nadere informatie

KIJK VOOR MEER INFORMATIE EN LESTIPS OP WWW.EUROPAEDUCATIEF.NL HET STARTPUNT VOOR EUROPA IN HET ONDERWIJS. werkvel - 1. Tweede Fase Havo/vwo

KIJK VOOR MEER INFORMATIE EN LESTIPS OP WWW.EUROPAEDUCATIEF.NL HET STARTPUNT VOOR EUROPA IN HET ONDERWIJS. werkvel - 1. Tweede Fase Havo/vwo werkvel - 1 De Europese Unie (EU). Je hebt er dagelijks mee te maken. Al is het alleen al omdat je niet alleen Nederlander bent, maar ook Europeaan. Of dat er bijvoorbeeld euro s in je portemonnee zitten.

Nadere informatie

Rapport Carriere Waarden I

Rapport Carriere Waarden I Rapport Carriere Waarden I Kandidaat TH de Man Datum 18 Mei 2015 Normgroep Advies 1. Inleiding Carrièrewaarden zijn persoonlijke kenmerken die maken dat u bepaald werk als motiverend ervaart. In dit rapport

Nadere informatie

Examen VMBO-GL en TL 2005

Examen VMBO-GL en TL 2005 Examen VMBO-GL en TL 2005 tijdvak 1 woensdag 25 mei 9.00 11.00 uur GESCHIEDENIS EN STAATSINRICHTING CSE GL EN TL Gebruik het bronnenboekje. Dit examen bestaat uit 38 vragen. Voor dit examen zijn maximaal

Nadere informatie

Welke wapens worden voor het eerst gebruikt in de Eerste Wereldoorlog? 1. Geweren en gifgas. 2. Machinegeweren en gifgas. 3. Gifgas en pistolen.

Welke wapens worden voor het eerst gebruikt in de Eerste Wereldoorlog? 1. Geweren en gifgas. 2. Machinegeweren en gifgas. 3. Gifgas en pistolen. Tussen welke twee landen is de Eerste Wereldoorlog begonnen? 1. Engeland en Frankrijk 2. Duitsland en Frankrijk 3. Duitsland en Engeland Nederland blijft neutraal. Wat betekent dat? 1. Nederland kiest

Nadere informatie

Grensoverschrijdende aftrek van fiscale verliezen

Grensoverschrijdende aftrek van fiscale verliezen Grensoverschrijdende aftrek van fiscale verliezen 20.01.2006-20.02.2006 220 antwoorden. Geef aan op welk gebied uw hoofdactiviteit ligt D - Industrie 58 26,4% G - Groothandel en kleinhandel; reparatie

Nadere informatie

Vraag Antwoord Scores. Aan het juiste antwoord op een meerkeuzevraag wordt één punt toegekend.

Vraag Antwoord Scores. Aan het juiste antwoord op een meerkeuzevraag wordt één punt toegekend. Beoordelingsmodel Aan het juiste antwoord op een meerkeuzevraag wordt één punt toegekend. Bankzaken 1 maximumscore 1 Voorbeeld van een juiste verklaring: De inflatie van 1,6% is een gemiddelde waarin de

Nadere informatie

Gids voor werknemers. Rexel, Building the future together

Gids voor werknemers. Rexel, Building the future together Gids voor werknemers Rexel, Building the future together Editorial Beste collega s, De wereld om ons heen verandert snel en biedt ons nieuwe uitdagingen en kansen. Aan ons de taak om effectievere oplossingen

Nadere informatie

Verdieping: Kan een land failliet gaan?

Verdieping: Kan een land failliet gaan? Verdieping: Kan een land failliet gaan? Korte omschrijving werkvorm De leerlingen lezen fragmenten uit artikelen over wat het betekent als Griekenland failliet gaat en maken daar verwerkingsvragen over.

Nadere informatie

De hereniging van Duitsland

De hereniging van Duitsland De hereniging van Duitsland 9 november is voor onze oosterburen een bijzondere dag. Op die dag in 1989 viel namelijk de Berlijnse muur en die ingrijpende gebeurtenis wordt nog steeds elk jaar in het hele

Nadere informatie

Eindexamen maatschappijleer vwo 2003-II

Eindexamen maatschappijleer vwo 2003-II Opgave 1 Armoede en werk 1 Het proefschrift bespreekt de effecten van het door twee achtereenvolgende kabinetten-kok gevoerde werkgelegenheidsbeleid. / De titel van het proefschrift heeft betrekking op

Nadere informatie

EUROPEAN DISABILITY FORUM...

EUROPEAN DISABILITY FORUM... Deïnstitutionalisering en de rechten van personen met een handicap perspectief van Europese Unie... An-Sofie Leenknecht, EDF Human Rights Officer, Brussel, 26 november 2014 EUROPEAN DISABILITY FORUM Vertegenwoordigen

Nadere informatie

Beleggingsthema s 2016. What a difference a day makes (1975), Dinah Washington

Beleggingsthema s 2016. What a difference a day makes (1975), Dinah Washington Beleggingsthema s 2016 What a difference a day makes (1975), Dinah Washington Inleiding De dagen die in 2015 het verschil maakten, zijn de dagen waarop centrale bankiers uitspraken deden, what a difference

Nadere informatie

Inhoud. Inleiding 7. 4 De rol van de leidinggevende 59 4.1 Inleiding 59 4.2 De verschillende rollen van de leidinggevende 59

Inhoud. Inleiding 7. 4 De rol van de leidinggevende 59 4.1 Inleiding 59 4.2 De verschillende rollen van de leidinggevende 59 Inhoud Inleiding 7 1 Coaching en ontwikkeling van medewerkers in organisaties 13 1.1 Inleiding 13 1.2 Professionele ontwikkeling in organisaties 13 1.3 Coaching in organisaties 14 1.4 Coachend leidinggeven

Nadere informatie

Communicatie in het horecabedrijf. Waar gaat deze kaart over? Wat wordt er van je verwacht? Wat is communicatie?

Communicatie in het horecabedrijf. Waar gaat deze kaart over? Wat wordt er van je verwacht? Wat is communicatie? Waar gaat deze kaart over? Deze kaart gaat over communicatie in het horecabedrijf. In de horeca ga je om met gasten en communiceer je met ze. Je gaat als medewerker ook om met je collega s en je zult het

Nadere informatie

FAIRTRADE. Een beter leven. Wat is Fairtrade

FAIRTRADE. Een beter leven. Wat is Fairtrade Wat is Fairtrade EERLIJKE HANDEL STAAT VOOROP KEURMERK INTERNATIONALE SAMENWERKING HANDEL GEMEENTE DUURZAAMHEID Een beter leven Met Fairtrade krijgen boeren en arbeiders in ontwikkelingslanden een eerlijke

Nadere informatie

Het Vijfkrachtenmodel van Porter

Het Vijfkrachtenmodel van Porter Het Vijfkrachtenmodel van Porter (een concurrentieanalyse en de mate van concurrentie binnen een bedrijfstak) 1 Het Vijfkrachtenmodel van Porter Het vijfkrachtenmodel is een strategisch model wat de aantrekkelijkheid

Nadere informatie

Meer succes met je website

Meer succes met je website Meer succes met je website Hoeveel geld heb jij geïnvesteerd in je website? Misschien wel honderden of duizenden euro s in de hoop nieuwe klanten te krijgen. Toch levert je website (bijna) niets op Herkenbaar?

Nadere informatie

Exact Synergy Enterprise. Krachtiger Personeelsmanagement HRM

Exact Synergy Enterprise. Krachtiger Personeelsmanagement HRM Exact Synergy Enterprise Krachtiger Personeelsmanagement HRM 1 Inleiding Waar gaat het om? Uw mensen zijn uw meest waardevolle bezit. U spaart tijd noch geld om uw mensen de erkenning te geven die zij

Nadere informatie

Michiel Verbeek, januari 2013

Michiel Verbeek, januari 2013 Michiel Verbeek, januari 2013 1 2 Eens of oneens? De bankiers zijn schuldig aan de kredietcrisis. De huidige economische crisis is het gevolg van de kredietcrisis van 2008. Als een beurshandelaar voor

Nadere informatie

HOE LAAT IK MEDEWERKERS

HOE LAAT IK MEDEWERKERS MANAGEMENT Een zelfstandige medewerker is een tevreden medewerker HOE LAAT IK MEDEWERKERS ZELFSTANDIG FUNCTIONEREN? De ene mens is de andere niet. Sommigen zijn blij met een chef die aan hen geducht leiding

Nadere informatie

Opdrachtblad A: De Raad van Ministers Opdrachtblad B: De prioriteiten van het Nederlands voorzitterschap

Opdrachtblad A: De Raad van Ministers Opdrachtblad B: De prioriteiten van het Nederlands voorzitterschap VERDIEPING: DE PRIORITEITEN VAN NEDERLAND KORTE OMSCHRIJVING WERKVORM Nederland heeft drie prioriteiten voor het voorzitterschap opgesteld: een innovatieve EU, een EU die zich beperkt tot hoofdzaken en

Nadere informatie

PLANTAGELANDBOUW IN LATIJNS-AMERIKA

PLANTAGELANDBOUW IN LATIJNS-AMERIKA PLANTAGELANDBOUW IN LATIJNS-AMERIKA 0 Lesschema 1 WAT IS PLANTAGELANDBOUW? 1.1 Bestudeer de afbeeldingen en satellietbeelden van plantages 1.2 Input, proces en output 2 WAAR DOET MEN AAN PLANTAGELANDBOUW?

Nadere informatie

QUINN-MODEL. CompetenZa info@competenza.nu www.competenza.nu

QUINN-MODEL. CompetenZa info@competenza.nu www.competenza.nu QUINN-MODEL In onze adviestrajecten en gesprekken met opdrachtgevers maken wij vaak gebruik van het zgn. Quinn-model. Een handig hulpmiddel om samen, met een zo objectief mogelijke blik, naar het bedrijf

Nadere informatie

Herdenking Capitulaties Wageningen

Herdenking Capitulaties Wageningen SPEECH SYMPOSIUM 5 MEI 2009 60 jaar NAVO Clemens Cornielje Voorzitter Nationaal Comité Herdenking Capitulaties Wageningen Dames en heren, De détente tussen oost en west was ook in Gelderland voelbaar.

Nadere informatie

Loopbaan & Burgerschap VERANTWOORDINGSDOCUMENT

Loopbaan & Burgerschap VERANTWOORDINGSDOCUMENT Loopbaan & Burgerschap VERANTWOORDINGSDOCUMENT Methode Schokland 3.0 van Deviant. De methode is ontwikkeld conform het vernieuwde brondocument 'Loopbaan en burgerschap in het mbo'. 2013-2014 team Horeca

Nadere informatie

Transformatie leer je niet in een cursus

Transformatie leer je niet in een cursus NIEUW VAKMANSCHAP Transformatie leer je niet in een cursus Door: Rieke Veurink Fotografie: Kees Winkelman Aansluiten bij de vraag uit de samenleving, regie voeren, werken in steeds veranderende omstandigheden:

Nadere informatie

Factsheet 1 WAAROM EEN INVESTERINGSPLAN VOOR DE EU?

Factsheet 1 WAAROM EEN INVESTERINGSPLAN VOOR DE EU? Factsheet 1 WAAROM EEN INVESTERINGSPLAN VOOR DE EU? Als gevolg van de wereldwijde economische en financiële crisis heeft de EU met een laag investeringsniveau te kampen. Alleen met gezamenlijke gecoördineerde

Nadere informatie

ILO-VERKLARING BETREFFENDE DE FUNDAMENTELE PRINCIPES EN RECHTEN OP HET WERK

ILO-VERKLARING BETREFFENDE DE FUNDAMENTELE PRINCIPES EN RECHTEN OP HET WERK Toelichting In het onderstaande zijn de afzonderlijke elementen van het normatieve kader integraal opgenomen en worden ze nader toegelicht en beschreven. Daarbij wordt aandacht besteed aan de volgende

Nadere informatie