Ter besluitvorming door de Raad. Collegevoorstel Openbaar

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Ter besluitvorming door de Raad. Collegevoorstel Openbaar"

Transcriptie

1 Collegevoorstel Openbaar Onderwerp Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan "Nijmegen Dukenburg - 10 (Uitvaartfaciliteit nabij Staddijk 20)" Programma / Programmanummer Ruimte & Cultuurhistorie / 1031 Portefeuillehouder B. Velthuis Samenvatting Op verzoek van Dela is de gemeente op zoek gegaan naar een nieuwe geschikte locatie voor haar uitvaartcentrum. Deze locatie is gevonden aan de Staddijk. Nu sprake is van een nieuw gebouw op een nieuwe locatie bestaat tevens de wens een crematorium aan dit uitvaartcentrum toe te voegen, waardoor een complete uitvaartfaciliteit ontstaat. Het onderhavige bestemmingsplan maakt de realisatie van deze uitvaartfaciliteit mogelijk. BW-nummer Directie/afdeling, ambtenaar, telefoonnr. SO10, Bas Crebolder, 9324 Datum ambtelijk voorstel 21 mei 2014 Registratienummer Het ontwerpbestemmingsplan heeft van 20 maart tot en met 30 april 2014 ter visie gelegen. Gedurende deze termijn van 6 weken zijn er 20 zienswijzen ingekomen op het ontwerpbestemmingsplan. De ingekomen zienswijzen hebben geleid tot een wijziging van de maximale bouwhoogten van het plan. Aan de Raad voor te stellen 1. Vast te stellen de gegeven beoordeling van de ingekomen zienswijzen op het ontwerpbestemmingsplan "Nijmegen Dukenburg - 10 (Uitvaartfaciliteit nabij Staddijk 20)"; 2. Het bestemmingsplan "Nijmegen Dukenburg - 10 (Uitvaartfaciliteit nabij Staddijk 20)" gewijzigd vast te stellen conform de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0268.BP4010-VG01.gml met bijbehorende bestanden, waarbij voor de locatie van de geometrische planobjecten gebruik is gemaakt van een ondergrond welke is ontleend aan de GBK Geen exploitatieplan vast te stellen als bedoeld in artikel 6.12 Wet ruimtelijke ordening. Steller B. Crebolder Paraaf akkoord Datum Ter besluitvorming door de Raad Besluit B&W d.d. 3 juni 2014 X Conform advies Aanhouden Anders, nl. nummer: 3.8 Bestuursagenda Paraaf akkoord Datum Portefeuillehouder

2 Collegevoorstel

3 Voorstel aan de Raad Datum raadsvergadering / Nummer raadsvoorstel 25 juni 2014 / 75/2014 Fatale termijn: besluitvorming vóór: Onderwerp Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 10 (Uitvaartfaciliteit nabij Staddijk 20) Programma / Programmanummer Ruimte & Cultuurhistorie / 1031 Portefeuillehouder B. Veldhuis Voorstel van het College van Burgemeester en Wethouders d.d. 3 juni 2014 Samenvatting Uitvaartcentrum Dela is op dit moment gevestigd aan de burgemeester Daleslaan, centraal in Nijmegen. Met ingang van 1 januari 2016 verdwijnt Dela van deze locatie, omdat de huur door de verhuurder is opgezegd. Op verzoek van Dela is de gemeente op zoek gegaan naar een nieuwe geschikte locatie. Deze locatie is gevonden aan de Staddijk. Nu sprake is van een nieuw gebouw op een nieuwe locatie bestaat tevens de wens een crematorium aan dit uitvaartcentrum toe te voegen, waardoor een complete uitvaartfaciliteit ontstaat. Het onderhavige bestemmingsplan maakt de realisatie van deze uitvaartfaciliteit mogelijk. Het ontwerpbestemmingsplan heeft van 20 maart tot en met 30 april 2014 ter visie gelegen. Gedurende deze termijn van 6 weken zijn er 20 zienswijzen ingekomen op het ontwerpbestemmingsplan. De ingekomen zienswijzen hebben geleid tot een wijziging van de maximale bouwhoogten van het plan. Voorstel om te besluiten 1. Vast te stellen de gegeven beoordeling van de ingekomen zienswijzen op het ontwerpbestemmingsplan "Nijmegen Dukenburg - 10 (Uitvaartfaciliteit nabij Staddijk 20)"; 2. Het bestemmingsplan "Nijmegen Dukenburg - 10 (Uitvaartfaciliteit nabij Staddijk 20)" gewijzigd vast te stellen conform de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0268.BP4010-VG01.gml met bijbehorende bestanden, waarbij voor de locatie van de geometrische planobjecten gebruik is gemaakt van een ondergrond welke is ontleend aan de GBKN (BP4010_GBKN dxf). 3. Geen exploitatieplan vast te stellen als bedoeld in artikel 6.12 Wet ruimtelijke ordening. Opgesteld door, telefoonnummer, Bas Crebolder, 9324,

4 Voorstel aan de Raad Aan de Raad van de gemeente Nijmegen 1 Inleiding Uitvaartcentrum Dela is op dit moment gevestigd aan de burgemeester Daleslaan, centraal in Nijmegen. Met ingang van 1 januari 2016 verdwijnt Dela van deze locatie, omdat de huur door de verhuurder is opgezegd. Op verzoek van Dela is de gemeente op zoek gegaan naar een nieuwe geschikte locatie. Deze locatie is gevonden aan de Staddijk. Nu sprake is van een nieuw gebouw op een nieuwe locatie bestaat tevens de wens een crematorium aan dit uitvaartcentrum toe te voegen, waardoor een complete uitvaartfaciliteit ontstaat. In het onderhavige bestemmingsplan wordt het realiseren van deze uitvaartfaciliteit mogelijk gemaakt binnen de bestemming Maatschappelijk. Het gebouw zelf dient binnen het bouwvlak gebouwd te worden. Parkeervoorzieningen en overige gerelateerde bouwwerken kunnen ook buiten dit bouwvlak gerealiseerd worden. Binnen de bestemming Groen worden niet alleen groenvoorzieningen aangelegd maar is ook een waterpartij gepland. De bestemming Bos is voorzien voor het behoud van het reeds aanwezige bos. Hier wordt terughoudend omgegaan met het toelaten van andere functies en het kappen van bomen. In alle bestemmingen worden ondergeschikte bouwwerken ten behoeve van de uitvaartfaciliteit mogelijk gemaakt. In maart 2014 zijn nabij de Streekweg, buiten het plangebied, twee dassenburchtlocaties gevonden door Stichting Das en Boom. In opdracht van gemeente Nijmegen heeft Bureau Waardenburg een onderzoek uitgevoerd. Het doel van het onderzoek was om de gevolgen van de beoogde ruimtelijke ontwikkeling voor de beschermde das te beoordelen. Uit het onderzoek blijkt dat de ontwikkeling van het uitvaartcentrum met een ontsluiting aan de Staddijk geen negatieve gevolgen voor de dassen heeft. Ontsluiting aan de Streekweg zou daarentegen in strijd zijn met de flora- en faunawet. Het uitgevoerde onderzoek is als bijlage toegevoegd aan het bestemmingsplan. 1.1 Wettelijk kader of beleidskader De vaststellingsprocedure voor bestemmingsplannen is geregeld in artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening. Daarbij wordt verwezen naar de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. Dit houdt in dat het ontwerpbestemmingsplan gedurende 6 weken ter inzage is gelegd, met de mogelijkheid voor een ieder om zienswijzen naar voren te brengen. Het ontwerpbestemmingsplan heeft van 20 maart tot en met 30 april 2014 ter visie gelegen. Gedurende deze termijn van 6 weken zijn er 20 zienswijzen ingekomen op het ontwerpbestemmingsplan. De ingekomen zienswijzen hebben geleid tot wijziging van het plan. 1.2 Relatie met programma Bestemmingsplannen behoren tot het programma Ruimte & Cultuurhistorie

5 Voorstel aan de Raad Vervolgvel 2 2 Doelstelling Het opstellen van een bestemmingsplan voor het betreffende plangebied teneinde de realisatie van een uitvaartfaciliteit mogelijk te maken. 3 Argumenten 3.1 Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan heeft van 20 maart tot en met 30 april 2014 ter visie gelegen. Gedurende deze termijn van 6 weken zijn er 20 zienswijzen ingekomen op het ontwerpbestemmingsplan. Deze zienswijzen zijn samengevat en beoordeeld in de bijgevoegde zienswijzennota. De ingekomen zienswijzen hebben geleid tot een wijziging van de maximale bouwhoogten van het plan. In het ontwerpbestemmingsplan was één maximale bouwhoogte opgenomen voor het hele bouwvlak. Dit liet de mogelijkheid open om in de toekomst meer capaciteit te realiseren dan waar nu rekening mee is gehouden. Om deze mogelijkheid uit te sluiten zijn gedifferentieerde maximale bouwhoogten opgenomen op de verbeelding. De nieuwe maximale bouwhoogten sluiten beter aan bij het concept bouwplan en laten geen ruimte over voor significante uitbreidingen zonder dat daarvoor een nieuwe planologische procedure noodzakelijk is. 3.2 Geschikte locatie voor uitvaartfaciliteit Een nieuwe locatie voor uitvaartcentrum Dela is nodig, nu het uitvaartcentrum haar activiteiten op de locatie aan de burgemeester Daleslaan per 1 januari 2016 moet beëindigen. Door de rustige groene ligging is het perceel aan de Staddijk uitstekend geschikt voor de geplande functie als uitvaartcentrum. Het terrein zal bovendien een landschappelijk hoogwaardige groene invulling krijgen en deels voor het publiek toegankelijk zijn en daarmee een uitloopfunctie hebben voor de omgeving. 3.3 Financiële uitvoerbaarheid Op 2 juli 2013 heeft ons college de grondverkoopovereenkomst tussen de gemeente en de initiatiefnemer vastgesteld. De gemeentelijke plankosten en eventuele planschadeclaims worden gedekt uit de exploitatie "Herstructurering Dukenburg". Door de aanwezigheid van deze overeenkomsten is er geen noodzaak een exploitatieplan te maken. 4 Klimaat De initiatiefnemer heeft de ambitie uitgesproken om een duurzaam gebouw te realiseren en heeft aangegeven een aantal specifieke duurzaamheidsmaatregelen te zullen treffen. Hierbij moet o.a. gedacht worden aan het gebruik maken van warmtepompen, warmteterugwinning en heat-recovery. 5 Risico s Tegen het gewijzigd vastgestelde bestemmingsplan kunnen gedurende de beroepsperiode van 6 weken door belanghebbenden die een zienswijze hebben ingediend beroepschriften worden ingediend bij de Raad van State. Ook bestaat voor hen de mogelijkheid het plan te schorsen door middel van het indienen van een verzoek om voorlopige voorziening. Belanghebbenden die geen zienswijze hebben ingediend, kunnen uitsluitend nog tegen de

6 Voorstel aan de Raad Vervolgvel 3 wijzigingen in de regels en op de verbeelding beroep instellen. Een gunstige afloop van de juridische procedure is vooraf niet te garanderen. Het bestemmingsplan kan schade veroorzaken als bedoeld in artikel 6.1 van de Wro (planschade), doordat nieuwe bouw- en gebruiksmogelijkheden ontstaan. Indien via de planschadeprocedure wordt vastgesteld dat deze niet voor rekening van een derde kan blijven, dient de Gemeente de schade te vergoeden. Eventueel te honoreren planschadeclaims komen ten laste van de hierboven genoemde planexploitatie: "Herstructurering Dukenburg". 6 Financiën Het plan wordt uitgevoerd in opdracht en op kosten van de initiatiefnemer. 7 Participatie en Communicatie In een vroegtijdig stadium is overleg gevoerd met de Wijkplatforms Teersdijk/Tolhuis en Meijhorst alsmede de Werkgroep Groen & Cultuurhistorie. Na overleggen met de wijkplatforms heeft Dela een informatieavond voor omwonenden georganiseerd op 20 juni Tijdens deze avond zijn de plannen toegelicht en zijn de te voeren formele procedures uitgelegd. Dela heeft geregeld overleg met de Wijkplatforms met betrekking tot het ontwerpen van de buitenruimte. De wijkplatforms hebben al meerdere jaren hun zorgen geuit over de verkeersafwikkeling door de wijk. De komst van Dela heeft aanleiding gegeven hun verzoek tot een verkeersonderzoek nogmaals uit te spreken vanwege de zorg over sluipverkeer door de wijk, die reeds aanwezig is en die in hun beleving groter zal worden door de vestiging van een uitvaartfaciliteit op deze locatie. Naar aanleiding van dit verzoek is in overleg met de wijkplatforms de opdracht van het onderzoek geformuleerd en is het onderzoek met de wijkplatforms besproken. Het onderzoek heeft naast het aspect sluipverkeer ook op het volgende antwoord gegeven: 1. Wat is de bijdrage van het verkeer van en naar de Dela op de omliggende wegen; 2. Wat zijn de verschillen in de verkeersstromen bij ontsluiting vanaf de Staddijk dan wel de Streekweg. De uitkomst van dit onderzoek is eveneens met de platforms besproken voor het in procedure brengen van het bestemmingsplan. Dit onderzoek is als bijlage toegevoegd aan bestemmingsplan. Met de wijkplatforms is afgesproken dat als de ontsluiting aan de Staddijk wordt gerealiseerd de wijze van uitwerking en uitvoering in overleg met de wijkplatforms zal geschieden. Dela heeft de inrichting van het terrein met de wijkplatforms en de Werkgroep Groen en Cultuurhistorie besproken en zal dat gedurende het proces blijven doen. Reclamanten krijgen het raadsvoorstel en de zienswijzennota toegezonden. Tevens worden de reclamanten door de Griffie uitgenodigd voor de behandeling in de raad. Daarbij wordt gewezen op de mogelijkheid om bij de raad over het bestemmingsplan in te spreken. Na de besluitvorming in de raad krijgen reclamanten het raadsbesluit toegezonden en wordt hen gewezen op de beroepsmogelijkheid bij de Raad van State.

7 Voorstel aan de Raad Vervolgvel 4 8 Uitvoering en evaluatie Het bestemmingsplan zal gedurende 6 weken ter inzage worden gelegd. Het bestemmingsplan zal op de gebruikelijke wijze bekend worden gemaakt in de Staatscourant en digitaal op de gemeentelijke website (www.nijmegen.nl/bekendmakingen en onder inspraak&info). Daarnaast wordt het bestemmingsplan aan de landelijke website aangeboden. College van Burgemeester en Wethouders van Nijmegen, De Burgemeester, De Gemeentesecretaris, drs. H.M.F. Bruls drs. B. van der Ploeg Bijlage(n): zienswijzennota Ter inzage: bestemmingsplan

8 Zienswijzennota in het kader van het bestemmingsplan (Wro) Ontwerpbestemmingsplan Nijmegen Dukenburg - 10 (Uitvaartfaciliteit nabij Staddijk 20) Gemeente Nijmegen Afdeling Stadsontwikkeling Mei 2014

9 2

10 Inleiding Het ontwerpbestemmingsplan Nijmegen Dukenburg - 10 (Uitvaartfaciliteit nabij Staddijk 20) heeft in de periode van 20 maart tot en met 30 april 2014 voor een periode van zes weken ter inzage gelegen. Er zijn twintig zienswijzen binnengekomen. Alle zienswijzen zijn binnen de daarvoor gestelde termijn ontvangen. Van de twintig zienswijzen zijn er 15 identiek. Deze zienswijze is opgesteld door actie comité geef de bewoners een stem. Een indiener van de zienswijze van het actie comité heeft geen adres vermeld. Er is getracht de ontbrekende informatie te achterhalen (d.m.v. de telefoongids). Dit is helaas niet gelukt. Daarnaast heeft een van de indieners van de gedeelde zienswijze een schriftelijke toevoeging gedaan met een verzoek om de zienswijze mondeling toe te lichten. Omdat een telefoonnummer ontbrak is een brief gestuurd met het aanbod in te gaan op dit verzoek. In deze notitie zijn de zienswijzen samengevat en van een reactie voorzien. Als onderdelen van de zienswijzen niet expliciet worden genoemd in een samenvatting, wil dit niet zeggen dat deze niet bij de beoordeling zijn betrokken. De zienswijzen zijn allen in hun geheel beoordeeld. Er zijn veel vragen, verzoeken en kanttekeningen betreffende de situering van de in-/ uitgang van het terrein. Dit vraagstuk is verder uitgewerkt in een memo over de ontsluiting van het terrein. Dit memo wordt als bijlage toegevoegd aan de zienswijzennota. De ingekomen zienswijzen hebben geleid tot een wijziging van de maximale bouwhoogten van het plan. In het ontwerpbestemmingsplan was één maximale bouwhoogte opgenomen voor het hele bouwvlak. Dit liet de mogelijkheid open om in de toekomst meer capaciteit te realiseren dan waar nu rekening mee is gehouden. Om deze mogelijkheid uit te sluiten zijn gedifferentieerde maximale bouwhoogten opgenomen op de verbeelding. De nieuwe maximale bouwhoogten sluiten beter aan bij het concept bouwplan en laten geen ruimte over voor significante uitbreidingen zonder dat daarvoor een nieuwe planologische procedure noodzakelijk is. 3

11 4

12 Overzicht reclamanten Ontvankelijke zienswijzen 1. Eigenaar/bewoner van Meijhorst 9239, 6537KP Nijmegen Eigenaren/bewoners van: a. Zonder adres b. Tolhuis 3106, 6537NB Nijmegen c. Meijhorst 9307, 6537KW Nijmegen d. Tolhuis 3112, 6537NB Nijmegen e. Tolhuis 3205, 6537ND Nijmegen f. Tolhuis 3550, 6537NS Nijmegen g. Tolhuis 1317, 6537MR Nijmegen h. Tolhuis 3116, 6537NB Nijmegen i. Tolhuis 3114, 6537NB Nijmegen j. Meijhorst 9129, 6537KK Nijmegen k. Meijhorst 9182, 6537KN Nijmegen l. Tolhuis 3108, 6537NB Nijmegen m. Meijhorst 9321, 6537KW Nijmegen n. Meijhorst 9102, 6537KL Nijmegen Stichting/bewonersplatform De Zevensprong, Tolhuis-Teersdijk en Meijhorst Eigenaar/bewoner van Meijhorst 5308, 6537HR Nijmegen Crematorium Jonkerbos, Weg door Jonkerbos 51, 6532CN Nijmegen Eigenaar/bewoner van Tolhuis 6552, 6537SZ ONP PSP Toevoeging aan zienswijze Meijhorst 9321, 6537KW Nijmegen

13 2. Samenvatting zienswijzen en reactie gemeente 1. Eigenaar/bewoner van Meijhorst 9239 Samenvatting zienswijze 1 Wij zouden graag de ingang van het terrein aan de noord- oost zijde hebben. Het onverharde bospad zou opgeknapt kunnen worden. Reactie Tijdens de voorbereiding van het bestemmingsplan is nagedacht over de wijze van ontsluiten van het plangebied. Er is een bewuste keuze gemaakt om de ontsluiting aan de Staddijk te situeren. Tijdens de informatieavond bleek er onduidelijkheid te bestaan over de motivering van de gekozen ontsluiting. Naar aanleiding van deze informatieavond en de ingediende zienswijzen is een memo opgesteld met als doel de motivering voor de gekozen ontsluiting toe te lichten. Dit memo is als bijlage toegevoegd aan deze zienswijzennota. In dit memo komt ook de ontsluiting aan de noord-oost zijde van het perceel aan bod. Voor een gedetailleerde beantwoording van dit onderwerp verwijzen we naar dit memo. 2 Hou rekening met de dagjes mensen die langs de Staddijk lopen richting de Berendonck. Zowel op de informatieavond als in de diverse zienswijzen worden zorgen geuit over het samenkomen van de verkeersstromen van de geplande uitvaartfaciliteit en van recreanten die op weg zijn naar de Berendonck. Hoewel op voorhand opgemerkt kan worden dat de belangen van beiden groepen personen geen belangen van omwonenden zijn, is daar vanuit het kader van de zienswijze wel naar gekeken. Dela kent vele uitvaartcentra met crematoria in den lande in stedelijk gebied waarbij verschillende aangrenzende functies goed naast elkaar bestaan. Ook hier is de verwachting dat er geen frictie ontstaat mede gezien de beperkte duur op jaarbasis van het gestelde recreatieve gebruik en de korte tijdsbestekken overdag dat uitvaarten bezocht worden. Dat laat onverlet dat het aspect verkeersveiligheid hier wel een rol speelt. 6

14 Tijdens warme zomerdagen is de stroom recreanten die vanuit Dukenburg naar de Berendonck trekt aanzienlijk. Om het verkeer goed en veilig te kunnen verwerken zal de Staddijk in de nabije toekomst opnieuw ingericht worden. De inrichting van de Staddijk voldoet dan aan de richtlijnen van het CROW. Hierdoor is een goede en veilige route beschikbaar voor de verschillende weggebruikers. Bovendien moet nogmaals opgemerkt worden dat de situatie met grote recreantenstromen zich enkel voordoet bij goed weer. Het gaat hier om enkele weken per jaar. 3 De onbewaakte parkeerplaats naast het te bouwen crematorium trekt onguur volk aan en leidt mogelijk tot onveiligheid op het terrein van het crematorium. De parkeerplaats waarover gesproken wordt valt buiten het plangebied van dit bestemmingsplan. De voorgestelde bestemmingsplanherziening zal geen negatieve invloed hebben op de overlast die ervaren wordt van dit perceel. Het parkeerterrein bevindt zich aan de openbare weg. In het bestemmingsplan worden geen regels gesteld over het gedrag en wangedrag door personen op het parkeerterrein. Toezicht op en naleving van de openbare orde en veiligheid is een primaire taak van de politie. Zij zien toe op de hiervoor geldende regelgeving. Dela zal er op toezien dat het terrein van Dela niet toegankelijk is voor onbevoegden. Daarnaast zal Dela ook met regelmaat de situatie op het aanpalend terrein in de gaten houden. 4 Het verkeer door de wijk neemt toe. Is het mogelijk om verkeer dat niet in de wijk hoeft te zijn, om te leiden? Is het mogelijk om de rouwstoet en bezoekers van DELA die per auto komen om te leiden via de Wijchenseweg, van Schuylenburgweg en de van Rosenburgweg, zodat ze bij de streekweg uitkomen? Een uitvaartcentrum staat vaak bewegwijzerd. Door dit goed aan te geven kunnen de grootste stromen verkeer via bewegwijzering worden verwezen via de Streekweg. Met Dela kunnen te allen tijde ook nog afspraken worden gemaakt over de aanrijdroute. Er is heden te dage nog slechts sporadisch sprake van een rouwstoet dan wel van een stoet van meerdere voertuigen. Dat geschiedt doorgaans alleen nog bij kerkelijke uitvaarten welke steeds minder plaatsvinden. Daarbij is het ook nog eens zo dat in de meeste gevallen dan slechts de familie met een enkel voertuig de overledene vanuit het uitvaartcentrum mee begeleid naar de kerk waar de uitvaartdienst plaatsvindt. Van daaruit vindt dan de uitvaart verder plaats en wordt doorgaans in een stoet naar 7

15 de betreffende begraafplaats gereden. Van een stoet vanuit het uitvaartcentrum is dan geen sprake. Mocht na de kerkdienst een crematie plaatsvinden dan kan wel sprake zijn van een stoet. Bij enkel een crematie is evenmin sprake van een stoet omdat dan de aanwezigen veelal separaat komen. Ook op de website van Dela kan de routebeschrijving goed worden weergegeven. Echter bezoekers die via de navigatie in de auto komen aanrijden worden geleid via de kortste route en dat kan dus de route door de wijk zijn. 5 Er gaan veel schoolkinderen vanuit de wijk Meijhorst richting basisschool Dukendonck en winkelcentrum Dukenburg. Het aantal auto s waar de schoolkinderen mee in aanraking komt gaat toenemen met circa 7%, dat zijn 700 auto s per dag. De Staddijk krijgt een verkeersveilige inrichting welke voldoet aan de richtlijnen van het CROW. Hierdoor is een goede en veilige route naar de uitvaartfaciliteit aanwezig. In totaal is er sprake van een toename van het aantal verkeersbewegingen met 7%. Deze bewegingen gaan echter niet allemaal door de wijk. Naar schatting zijn dit er 323. Conclusie: Deze zienswijze heeft niet geleid tot een aanpassing van het bestemmingsplan. Deze bewegingen zullen niet plaatsvinden tijdens de ochtendspits, dus op dat belangrijke moment ondervindt het schoolgaande verkeer geen overlast van onderhavige ontwikkeling. Ook overdag als gekeken wordt naar de tijden waarbinnen uitvaarten plaatsvinden (tussen 9.30 en de laatste om uur) zal geen onaanvaardbare overlast plaatsvinden. Het aantal extra verkeersbewegingen houdt in dat er gemiddeld 40 auto s per uur door de wijk heen rijden. Schoolgaand verkeer zal geen onevenredige overlast ondervinden van de toename van het verkeer dat Dela aantrekt. De bestaande wegenstructuur kan de verkeerstoename ruimschoots verwerken. 8

16 2. Diverse bewoners Tolhuis en Meijhorst Samenvatting zienswijze 1 In de zienswijzen wordt aangegeven dat er weliswaar veel onderzoek is verricht ten behoeve van de komst van het crematorium maar dat deze onderzoeken zich niet richten op de aspecten die voor de omwonenden van belang zijn. De omwonenden maken zich zorgen over geluidshinder, luchtkwaliteit en verkeersonveiligheid als gevolg van zowel de komst van het uitvaartcentrum alsook de huidige en toekomstige situatie in de wijk. Reactie Het is bekend dat er in de wijken Tolhuis en Meijhorst al geruime tijd zorgen zijn over de luchtkwaliteit, de verkeersveiligheid en geluidshinder. Naar aanleiding van overleggen met de wijkplatforms is afgesproken verkeersonderzoek te doen. De formulering van de opdracht is in goed overleg met deze platforms geformuleerd en de uitkomsten van het onderzoek is met hen besproken. Uit het verkeersonderzoek dat gedaan is blijkt dat in ieder geval een aantal van deze zorgen terecht zijn. Zo is duidelijk geworden dat er in sommige straten (veel) te hard gereden wordt. Relevant in het kader van deze bestemmingsplanprocedure is of de uitvaartfaciliteit van Dela ruimtelijk inpasbaar is. Daarbij spelen volgens vaste rechtspraak aspecten als bestaande overlast of parkeerdruk geen rol. Dat wil niet zeggen dat daar niet naar gekeken zou moeten worden. Echter dat gaat buiten dit bestemmingsplan om. Het is niet het doel van dit bestemmingsplan om alle problemen in de wijk op te lossen. Doel van dit bestemmingsplan is om de uitvaartfaciliteit van Dela mogelijk te maken. Om te kunnen beoordelen of de komst van deze uitvaartfaciliteit uitvoerbaar is zijn bepaalde onderzoeken gedaan. Tijdens de voorbereiding van het bestemmingsplan is, onder andere met behulp van de uitgevoerde onderzoeken, beoordeeld dat er geen onevenredige hinder wordt veroorzaakt door de nieuwbouw van een uitvaartfaciliteit op deze locatie. Zie voor aspect luchtkwaliteit punt 3. Zie voor wat betreft aspect geluidshinder punt 4. 2 Er zijn veel zorgen over de verkeersveiligheid. Deze zorgen spitsen zich specifiek toe op twee gevoelige locaties. Voor de recreanten is de Staddijk en het poortje onder de snelweg van groot belang. Voor scholieren zijn er extra zorgen over de oversteekplaats om van de wijk naar de stoplichten te komen bij de Rozenburgweg (nabij de Praxis). De Staddijk krijgt een verkeersveilige inrichting welke voldoet aan de richtlijnen van het CROW. Hierdoor is een goede en veilige route beschikbaar voor de verschillende weggebruikers. Het bereiken van deze oversteek is vooral een probleem in de ochtend spits. Op dat moment zijn er nog geen activiteiten bij het uitvaartcentrum. 9

17 De komst van het uitvaartcentrum zal geen significante impact hebben op de verkeersveiligheid bij deze oversteek. 3 Er worden zorgen geuit over een verslechterende luchtkwaliteit. De luchtkwaliteit zal negatief beïnvloed worden door de verbrandingsoven, het toenemende autoverkeer in de wijk en de strooivelden. Er is veel onduidelijkheid over de toekomstige ontwikkelingen op het gebied van luchtkwaliteit. Bovendien is er onvoldoende vertrouwen dat de bestaande wet- en regelgeving op het gebied van luchtkwaliteit voldoende wordt nageleefd en gecontroleerd. Door de bestaande bronnen in de omgeving (o.a. de A73) en de mogelijke extra toevoeging door het bestemmingsplan maken de bewoners zich zorgen over de luchtkwaliteit. In de Wet milieubeheer titel 5.2 ( Wet luchtkwaliteit ) zijn luchtkwaliteitseisen opgenomen. In Nederland worden langs drukke wegen over het algemeen alleen overschrijdingen geconstateerd voor de stoffen NO2 en PM10. Bij het faciliteren van ruimtelijke plannen moet volgens de Nederlandse wetgeving de verandering van de luchtkwaliteit door het plan worden getoetst. Op basis van het maximale aantal crematies en het gemiddelde aantal bezoekers per crematie, verwacht DELA door dit plan op de aanen afrijroute (Staddijk en Streekweg) maximaal 500 extra verkeersbewegingen per dag. Dit is een realistische schatting op basis van het maximaal aantal uitvaarten op een dag (6) vermenigvuldigd met het gemiddeld aantal bezoekers van een uitvaart. Op basis van Regeling niet in betekenende mate bijdragen luchtkwaliteitseisen hoeven plannen die niet meer dan 3% bijdragen aan een verslechtering van de luchtkwaliteit, niet getoetst te worden aan de luchtkwaliteitseisen. In de regeling is nader uitgewerkt dat een woningbouwplan met minder dan 1500 woningen en één ontsluitingsweg, minder dan 3% bijdraagt. Dit komt overeen met een verkeersaantrekkende werking van ca motorvoertuigen per etmaal. De verkeersaantrekkende werking van het plan blijft ruim onder bovenstaande grens. Het plan is derhalve NIBM (niet in betekenende mate) en het hoeft niet aan de luchtkwaliteitseisen getoetst te worden. Ondanks dat er veel in media gesproken wordt over aanscherping van luchtkwaliteitseisen, zijn er vanuit Europa de komende jaren geen nieuwe luchtkwaliteitseisen te verwachten en bestaat er op dat punt geen onduidelijkheid. Uit de monitoringstool (het landelijk rekeninstrument voor het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit) blijkt dat in gemeente Nijmegen in 2015 aan de luchtkwaliteitseisen wordt voldaan en daarmee de regelgeving wordt nageleefd. De uitstoot van de crematieoven voldoet aan alle wettelijke voorschriften. 10

18 Dela past daarbij de best beschikbare technieken toe. De rookgassen uit de crematieoven worden volledig gefilterd en de temperatuur wordt sterk verlaagd. In feite komt er enkel geur- en kleurloze warme lucht met waterdamp vrij. Bij verstrooiing van as wordt gebruik gemaakt van speciale bussen zodat verspreiding van as niet optreedt. Inzake de uitvaartfaciliteit dient Dela straks een melding ingevolge het Activiteitenbesluit te doen. De algemene milieuregels van dit besluit gelden dan voor Dela. Indien Dela zich daar niet aan houdt, kan de gemeente hiertegen optreden. Controle geschiedt ambtshalve dan wel op verzoek. Ook voldoet de locatie van het uitvaartcentrum aan de VNGbrochure. Daarin wordt aangegeven wat de afstand is waarbinnen door woonbebouwing nog enige invloed van een faciliteit merkbaar is. De brochure geeft hier als maximale afstand 100 meter aan. De woningen liggen in dit geval op een grotere afstand. 4 Door de komst van het crematorium zullen er meer verkeersbewegingen ontstaan. Er is geen onderzoek gedaan naar de toename van geluidsoverlast door de komst van het crematorium. De gemeente Nijmegen heeft aanvullende berekeningen uitgevoerd om te onderzoeken of de toename van het verkeer resulteert in een toename van het geluid afkomstig van de Streekweg en de Staddijk. Op basis van het verkeerskundig onderzoek is de verkeerstoename van 700 mvt in de dagperiode in een rekenmodel verwerkt. Hierbij dient opgemerkt te worden dat deze 700 mvt uitgaat van een worst-case scenario. De daadwerkelijke verwachting van het maximum aantal verkeersbewegingen is lager. De bestaande situatie is vergeleken met de situatie inclusief het uitvaartcentrum. Daarbij is de verdeling van het verkeer over de Streekweg en de Meijhorst gehanteerd die in het verkeerskundig onderzoek is gebruikt namelijk respectievelijk 66% en 33 %. Uit het onderzoek blijkt dat er in de dagperiode een toename ontstaat van maximaal 0,6 db ten opzichte van de huidige situatie. Dit verschil is niet hoorbaar. Op basis van de Wet geluidhinder wordt de dagperiode met betrekking wegverkeerslawaai niet apart getoetst. Wettelijk gezien is voor wegverkeerslawaai de zogenaamde Lden norm afgesproken. Dit gaat uit van een jaargemiddelde over alle drie periodes in een etmaal, de dag-, avond- en nachtperiode. Wordt de toename van het verkeer uitgedrukt in Lden dan is de sprake van een verwaarloosbare toename van maximaal 0,3 db. Op de wettelijke geluidsbelasting heeft het plan geen invloed. 11

19 Dit alles neemt niet weg dat de toename van het verkeer in de dagperiode niet merkbaar is voor omwonenden. Verkeer in deze wijk zal voornamelijk spitsgebonden zijn waardoor een toename als gevolg van het uitvaartcentrum misschien wel zichtbaar is omdat de betreffende activiteiten gedurende de dagperiode plaatsvinden en maar gedeeltelijk tijdens de spits. Conclusie: Wellicht is de toename van het verkeer in de dagperiode merkbaar omdat het ook buiten de spits plaatsvindt echter blijkt uit de berekeningen dat de akoestische toename niet ten koste zal gaan van de bestaande leefkwaliteit ter plaatse van de omliggende woningen. 5 Het is onwenselijk om verkeersstromen voor het crematorium en voor recreatie op een weg te combineren. Rouwende mensen en recreanten willen niet met elkaar geconfronteerd worden. Bezoekers van het rouwcentrum zullen veelal met de auto via de Staddijk naar het parkeerterrein op het perceel van de Dela rijden. Daar aangekomen kunnen ze in stilte naar het gebouw wandelen. Tijdens deze wandeling zullen ze niet geconfronteerd worden met recreanten. Dat rouwende mensen in hun auto voorbij rijden aan een stroom recreanten wordt door Dela als acceptabel gezien. Vooral ook omdat deze recreantenstromen zich met name concentreren in de enkele weken per jaar dat er echt goed weer is. Vanuit het perspectief van de recreanten kan moeilijk hard worden gemaakt dat een aantal passerende auto s met rouwende mensen een onevenredige hinder geven voor de beleving van de recreanten. 6 Indieners maken zich zorgen over mogelijke toekomstige uitbreidingen van de uitvaart faciliteit. Dit bestemmingsplan maakt een uitvaartcentrum van een bepaalde omvang met een bepaalde capaciteit mogelijk. Mocht in de toekomst blijken dat Dela haar activiteiten op deze locatie uit wilt breiden dan is het zeer waarschijnlijk dat deze uitbreiding niet zal passen binnen dit bestemmingsplan. Er zal dan opnieuw een planologische procedure noodzakelijk zijn waarop bewoners kunnen reageren. Deze procedure is met alle waarborgen omkleed. Het is uiteindelijk de gemeente die afweegt of aan een uitbreiding medewerking wordt verleend. Op dit moment staat het bestemmingsplan ter discussie dat de huidige omvang mogelijk maakt en is er geen concrete sprake van uitbreiding. 12

20 7 Er is onduidelijkheid over het maximaal aantal uitvaarten per dag. Op de informatie avond werd aangegeven dat er maximaal vijf uitvaarten per dag plaats vinden, terwijl in de onderliggende stukken op de website dat er wordt uitgegaan van zes uitvaarten per dag. 8 De gemeente wordt opgeroepen om het bestemmingsplan te wijzigen. De ontsluiting zou moeten plaatsvinden via de streekweg. De uitvaartfaciliteit zou alleen als rouwcentrum moeten functioneren zonder crematorium. Gemiddeld zullen per dag vier uitvaarten met een maximum van zes uitvaarten plaatsvinden. Tijdens de voorbereiding van het bestemmingsplan is nagedacht over de wijze van ontsluiten van het plangebied. Er is een bewuste keuze gemaakt om de ontsluiting aan de Staddijk te situeren. Tijdens de informatieavond bleek er onduidelijkheid te bestaan over de motivering van de gekozen ontsluiting. Naar aanleiding van deze informatieavond en de ingediende zienswijzen is een memo opgesteld met als doel de motivering voor de gekozen ontsluiting toe te lichten. Dit memo is als bijlage toegevoegd aan deze zienswijzennota. In dit memo komt ook de ontsluiting aan de noord-oost zijde van het perceel aan bod. Voor een gedetailleerde beantwoording van dit onderwerp verwijzen we naar dit memo. Dela heeft aangegeven dat het hebben van een eigen crematorium van groot belang is voor de bedrijfsvoering van de toekomstige uitvaartfaciliteit. Tijdens de bestemmingsplanprocedure is gebleken dat het crematorium geen onevenredige hinder zal opleveren voor de omwonenden. 9 Er is onterecht de indruk gewekt dat bewoners blij zouden zijn met de komst van het crematorium. De toekomstige toevoeging van het wandelgebied wordt niet als verbetering gezien. Door de ingekomen zienswijzen is het duidelijk dat in ieder geval een gedeelte van de bewoners niet gelukkig is met de komst van het uitvaartcentrum. Het is niet de bedoeling geweest om de indruk te wekken dat bewoners hier blij mee zouden zijn. Tijdens het ontwerp van het plan is onderzocht hoe de inrichting van het gebied zou kunnen lijden tot een verbetering van de omgeving. De toevoeging van het wandelgebied zal het Stadspark met het bos aan de noordzijde van het crematorium verbinden. Het behoud van het bos en de verruiming van het wandelgebied wordt door een aantal indieners niet belangrijk gevonden. De gemeente hecht hier wel waarde aan. De gemeente wenst een goede ruimtelijke ordening te 13

21 bewerkstelligen voor alle belanghebbenden. De gemeente gaat er vanuit dat er ook bewoners zijn die geen zienswijzen hebben ingediend die wel waarde hechten aan dit wandelgebied en het behoud van groen. 10 Indieners geven aan onvoldoende geïnformeerd te worden. De beschikbare informatie op de informatieavonden is eenzijdig en incompleet. Gedurende het proces om te komen tot het ontwerpbestemmingsplan is er op brede wijze overleg geweest tussen Dela, Gemeente Nijmegen en bewoners van het stadsdeel Dukenburg. De stichtingen De Zevensprong, Bewonersplatform Tolhuis-Teersdijk en Bewonersplatform Meijhorst hebben een gezamenlijke zienswijze ingediend waarin zij aangeven dat dit brede overleg heeft plaatsgevonden en ook als zeer positief werd ervaren door de bewoners van het stadsdeel. Dit wordt beaamt in de zienswijze van de Onafhankelijke Nijmeegse Partij en de Nijmeegse afdeling van de Pacifistische- Socialistische Partij 92. Op de informatieavond zelf hebben de mensen van Dela, de ambtenaren van de Gemeente Nijmegen en Wethouder Kunst zo goed mogelijk antwoord proberen te geven op alle vragen die gesteld werden. Aan het einde van de avond werd geconcludeerd dat er met name over de ontsluiting nog veel onduidelijkheid was. Om deze onduidelijkheid weg te kunnen nemen is een memo over dit onderwerp opgesteld en bijgevoegd bij deze zienswijzennota. Conclusie: Deze zienswijze heeft niet geleid tot een aanpassing van het bestemmingsplan. 14

22 3. Stichting De Zevensprong Dukenburg, Stichting Bewonersplatform Tolhuis-Teersdijk, Stichting Bewonersplatform Meijhorst Samenvatting zienswijze Reactie 1 Indiener geeft aan dat er op brede wijze overleg is geweest tussen de gemeente Nijmegen, DELA en bewoners van het stadsdeel Dukenburg. Dit overleg is door de bewoners van het stadsdeel steeds als zeer positief ervaren. 2 De bewonersverenigingen geven aan dat zij van mening zijn dat het wenselijk is om de ontsluiting van het plangebied te situeren aan de Streekweg. Daarbij worden de volgende redenen aangedragen: De Staddijk is een smalle weg die momenteel vooral voor bezoek aan het recreatiegebied de Berendonck wordt gebruikt, omdat er geen alternatieven zijn. Door de ingang van DELA aan de Staddijk te situeren zal er meer verkeer door de wijken Meijhorst en Tolhuis stromen. Via de Streekweg zou het complex beter te bereiken zijn via de Van Rosenburgweg, die op zichzelf weer makkelijk te bereiken is vanaf de A73, via de N236, als uit de richtingen van Wijchen, Noord-Brabant en verder. Het verplaatsen van de ingang zou er toe zorgen dat rouwenden en bewoners minder in aanraking hoeven te komen. Daarnaast zou het verkeer door de wijk verminderen. De situering van de ingang aan de streekweg zou bijdragen aan de verbetering van de verkeersveiligheid op de Staddijk. Situering van de hoofdingang aan de Streekweg zou de bewoners een erkend gevoel geven en dat zal bijdragen aan het maatschappelijk draagvlak van dit plan. Realisatie van een in- en uitgang aan de Streekweg zou bouwtechnisch eenvoudiger en goedkoper zijn. De gemeente en Dela hebben gedurende de voorbereiding van het bestemmingsplan getracht de bewoners van het Stadsdeel Dukenburg zo goed mogelijk te betrekken. Het is goed om te zien dat dit zo positief ervaren wordt. Tijdens de voorbereiding van het bestemmingsplan is nagedacht over de wijze van ontsluiten van het plangebied. Er is een bewuste keuze gemaakt om de ontsluiting aan de Staddijk te situeren. Tijdens de informatieavond bleek er onduidelijkheid te bestaan over de motivering van de gekozen ontsluiting. Naar aanleiding van deze informatieavond en de ingediende zienswijzen is een memo opgesteld met als doel de motivering voor de gekozen ontsluiting toe te lichten. Door meer uitleg te geven over de gemaakte keuze wordt hopelijk ook het maatschappelijk draagvlak van het plan vergroot. Het memo is als bijlage toegevoegd aan deze zienswijzennota. In dit memo komt ook de ontsluiting aan de noord-oost zijde van het perceel aan bod. Voor een gedetailleerde beantwoording van dit onderwerp verwijzen we naar dit memo. In het memo staat uitgelegd waarom gekozen is vóór de ontsluiting aan de Staddijk. Hieronder zal beknopt aangegeven worden waarom het plan vanuit het oogpunt van verkeersveiligheid en verkeersafwikkeling acceptabel is. Door afspraken te maken met Dela en door de bewegwijzering via de Wijchenseweg te laten lopen wordt autoverkeer door de wijk zoveel mogelijk ontmoedigd. Bezoekers die reizen via de navigatie van de auto kunnen moeilijk worden verwezen. Zij worden via de kortste route geleid welke mogelijk door de wijk gaat. Uit het uitgevoerde verkeersonderzoek blijkt dat de wijk de extra verkeerstoename van Dela goed kan verwerken. De Staddijk krijgt een verkeersveilige inrichting welke voldoet aan de richtlijnen van het CROW. 15

23 Conclusie: Deze zienswijze heeft niet geleid tot een aanpassing van het bestemmingsplan. Na deze herinrichting kan deze weg het extra verkeer op een verkeersveilige manier verwerken. Als resultaat van het onderzoek heeft de gemeente overigens aangegeven om te kijken naar de mogelijkheden om verkeerstechnische maatregelen in de wijk aan te brengen. Het doel van deze maatregelen zou een verdere ontmoediging van verkeer in de wijk moeten zijn. Dit betreft overigens het verkeer door de wijk in algemene zin en heeft niet rechtstreeks te maken met de komst van het uitvaartcentrum. 16

24 4. Tolhuis 5308 Samenvatting zienswijze 1 Volgens de indiener gaat men voorbij aan het feit dat de Staddijk in de zomer maanden zeer intensief wordt gebruikt door recreanten. Reactie Zowel de gemeente Nijmegen als Dela zijn ervan bewust dat de Staddijk soms zeer intensief wordt gebruikt door recreanten. Deze situatie komt naar schatting enkele weken per jaar voor tijdens goed zomerweer. De Staddijk krijgt een verkeersveilige inrichting welke voldoet aan de richtlijnen van het CROW. Na deze herinrichting zullen recreanten en bezoekers van het uitvaartcentrum de weg gelijktijdig op een veilige manier kunnen gebruiken. 2 Wanneer er een crematie begint of eindigt worden deze mensen geconfronteerd met recreanten, dit is een onwenselijke situatie. De situatie is in dat geval respectloos naar de overledenen en zijn/haar gevolg. Bezoekers van het rouwcentrum zullen veelal met de auto via de Staddijk naar het parkeerterrein op het perceel van de Dela rijden. Daar aangekomen kunnen ze in stilte naar het gebouw wandelen. Tijdens deze wandeling zullen ze niet geconfronteerd worden met recreanten. Dat rouwende mensen in hun auto voorbij rijden aan een stroom recreanten wordt door Dela als acceptabel gezien. Vooral ook omdat deze recreantenstromen zich met name concentreren in de enkele weken per jaar dat er echt goed weer is. Vanuit het perspectief van de recreanten kan moeilijk hard worden gemaakt dat een aantal passerende auto s met rouwende mensen een onevenredige hinder geven voor de beleving van de recreanten. 3 Is er genoeg plaats voor een groot crematorium in Nijmegen? Er is namelijk al een uitstekende locatie aan Burgemeester Daleslaan. En een vergelijkbare opstelling als locatie Burgemeester Daleslaan is niet te realiseren op de locatie aan de Staddijk. In fysieke zin is er op de nieuwe locatie voldoende ruimte voor het bouwen van de uitvaartfaciliteit. Een uitvaartcentrum met crematoriumfaciliteiten is primair een maatschappelijke voorziening waarvoor de gemeente Nijmegen geen economisch beleid heeft opgesteld. Toch is het van belang om te beoordelen wat de effecten zullen zijn van de vestiging van een uitvaartcentrum op deze locatie. In een bestemmingsplanprocedure kunnen volgens vaste rechtspraak 17

25 4 De ingang zou gesitueerd moeten worden midden op de Streekweg. Zie zienswijze 1 onder 1. alleen ruimtelijk relevante argumenten worden aangevoerd. Concurrentiebelangen spelen geen rol. Dat betekent dat het enkele feit dat door de komst van een concurrerende voorziening er overaanbod in het verzorgingsgebied zal ontstaan en dientengevolge er zelfs een bestaande voorziening zou moeten sluiten, in beginsel niet relevant is. Enkel indien dit tot gevolg zou hebben dat het voorzieningenniveau duurzaam ontwricht raakt, is dit ruimtelijk wel relevant. In de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 18 september 2013 ( /1/R2) is dit nog verder aangescherpt dat ontwrichting alleen kan spelen bij voorzieningen in de eerste levensbehoeften. Inzake sportscholen, crematoria, speelgoedwinkels etc. kan van ontwrichting geen sprake meer zijn. Door de indiener wordt niet aangetoond dat door onderhavige ontwikkeling er leegstand bij een concurrent ontstaat welke leidt tot onaanvaardbare gevolgen voor het ondernemersklimaat dan wel dat enkel dit gevolg intreedt. Om toch duidelijk zicht te krijgen op de effecten is een Distributie Planologisch Onderzoek (DPO) uitgevoerd. Uit dit DPO blijkt dat er nog ruimte is op de markt. Door een toenemende vergrijzing is dit bovendien een "groeimarkt" waardoor er in de toekomst meer capaciteit nodig zal zijn. Het is waarschijnlijk dat de vestiging van dit uitvaartcentrum een impact zal hebben op de reeds aanwezige uitvaartfaciliteiten. Dit geldt vooral in de nabije toekomst als de groei van de markt nog niet volledig doorgezet is. De gemeente mengt zich in principe niet in concurrentieverhoudingen tussen bedrijven maar richt zich op een goede ruimtelijke ordening. Uit het DPO blijkt dat het erg onwaarschijnlijk is dat toevoeging van het onderhavige uitvaartcentrum zal leiden tot onaanvaardbare leegstand danwel duurzame ontwrichting van de voorzieningenstructuur op het vlak van de lijkbezorging. 5 Buurtbewoners krijgen te maken met de uitstoot van fijnstof. Tijdens de bijeenkomst werd uitgelegd, dat er toezicht en onderhoud is om de uitstoot onschadelijk te maken. indiener wil meer zekerheid dan alleen de uitleg tijdens de bijeenkomst. Zie zienswijze 2 onder 3. 18

26 6 Het zou ideaal zijn om het uitvaartcentrum te situeren op een plaats waar niemand enig hinder ondervind van de faciliteit. Net zoals bij de meeste ontwikkelingen zal het ook voor het uitvaartcentrum waarschijnlijk niet mogelijk zijn een locatie te vinden waar niemand er enige hinder van ondervind. Door de rustige groene ligging is de locatie aan de Staddijk wel geschikt voor de geplande functie als uitvaartcentrum. De verwachting is dat door deze locatie te gebruiken er geen onaanvaardbare hinder zal optreden. Het terrein zal bovendien een landschappelijk hoogwaardige groene invulling krijgen en deels voor het publiek toegankelijk zijn en daarmee een uitloopfunctie hebben voor de omgeving. Hiermee geeft de planontwikkeling ook een positieve impuls aan het gebied. Conclusie: Deze zienswijze heeft niet geleid tot een aanpassing van het bestemmingsplan. 19

27 5. Crematorium Jonkerbos Samenvatting zienswijze 1 Indiener heeft eerder een brief gestuurd met als doel te voorkomen dat de gemeente toezeggingen zou doen. Er wordt de conclusie getrokken dat er toch mogelijk reeds toezeggingen zijn gedaan vanuit de gemeente Nijmegen aan Dela. 2 Indiener heeft begrip voor vrije markt werking, maar met uitvaartverzekeringen is er geen sprake van vrije marktwerking. 3 Door de ontwikkelingen zouden er minder crematies uitgevoerd worden in crematorium Jonkerbos, dit betekent een verlies van arbeidsplaatsen. 4 Er is geen enkele objectieve reden is voor het toevoegen van een tweede crematorium binnen de gemeente Nijmegen. Reactie De gemeente heeft in 2013 een grondovereenkomst gesloten met DELA voor het perceel waarvoor nu het ontwerpbestemmingsplan ter visie heeft gelegen. Deze overeenkomst is onder voorbehoud dat planologische basis ontstaat voor de afgifte van een omgevingsvergunning. Allereerst wordt verwezen naar de reactie hiervoor onder 4.3. Indiener maakt een opmerking over het ontbreken van vrije marktwerking. Vrije marktwerking is een aspect dat buiten deze planologische procedure valt en waar de gemeente geen rol in heeft. Door indiener wordt weliswaar gesteld dat er minder crematies in de eigen faciliteit zullen plaatsvinden echter door indiener is niet aangetoond dat zijn voorziening geheel verdwijnt en er dientengevolge leegstand ontstaat. Daarenboven houdt de verzekerde van Dela de mogelijkheid om gebruik te maken van de al bestaande faciliteit zodat het verlies aan crematies niet zo groot zal zijn als indiener aangeeft. Het is mede daarom niet aannemelijk dat door de nieuwbouw van Dela leegstand ontstaat. Het onderhavige initiatief zelf is als zodanig maatschappelijk en economisch uitvoerbaar. Allereerst wordt verwezen naar de reacties hiervoor onder 4.3 en 5.2. Het kan wellicht zo zijn dat er arbeidsplaatsen verdwijnen. Het onderhavige initiatief levert ook weer arbeidsplaatsen op. Er is geen reden aan te nemen dat er netto minder arbeidsplaatsen over zullen blijven. Het betreft een privaat initiatief waarvan de gemeente dient te beoordelen of het ruimtelijk inpasbaar is. Die beoordeling heeft plaatsgevonden waarbij de gemeente na afweging van al hetgeen relevant daarbij is, tot de conclusie is gekomen dat het initiatief ruimtelijk inpasbaar is en niet in strijd is met de eisen van een goede ruimtelijke ordening. 5 Verzoek om de crematorium functie uit de uitvaartfaciliteit te halen. Het totale plan is beoordeeld en voldoet aan de eisen van een goede ruimtelijke ordening. De gemeente is niet voornemens om aan dit verzoek te voldoen. 20

28 Conclusie: Deze zienswijze heeft niet geleid tot een aanpassing van het bestemmingsplan. 21

29 6. Tolhuis 6552 Samenvatting zienswijze 1 Door de in-/uitgang aan de Staddijk te situeren, kunnen er met name in de zomermaanden conflicterende situaties ontstaan tussen uitvaartbezoekers en recreanten. Reactie Zowel de gemeente als Dela zijn ervan bewust dat de Staddijk soms zeer intensief wordt gebruikt door recreanten. Deze situatie komt naar schatting enkele weken per jaar voor tijdens goed zomerweer. De Staddijk krijgt een verkeersveilige inrichting welke voldoet aan de richtlijnen van het CROW. Na deze herinrichting zullen recreanten en bezoekers van het uitvaartcentrum de weg gelijktijdig op een veilige manier kunnen gebruiken. De Staddijk kan het aanbod verkeer 700 mvt/dag op een verkeersveilige manier verwerken. 2 Bestemmingsverkeer zal gebruik maken van de afvoerroutes door de wijken Tolhuis en Meijhorst. Wat voor gevolgen heeft dit voor het woongenot? Door afspraken te maken met Dela en door de bewegwijzering via de Wijchenseweg te laten lopen wordt autoverkeer door de wijk zoveel mogelijk ontmoedigd. Hierdoor zal slechts een gedeelte van de extra verkeersbewegingen door de wijk rijden. Uit het uitgevoerde verkeersonderzoek blijkt dat het aantal verkeersbewegingen met 4-8 % toeneemt. Deze relatief beperkte toename zal niet leiden tot een onredelijke afname van woongenot in de wijken Tolhuis en Meijhorst. 3 Door verplaatsing van de in-/uitgang naar de noord oost zijde van het terrein zal de ontsluiting voornamelijk via de Rosenburgweg gebeuren. Dit zal overlast in de wijken Tolhuis en Meijhorst verminderen. 4 Dit zou ook kosten besparen, want in dat geval zou de Staddijk niet aangepast te hoeven worden. Uit het uitgevoerde verkeersonderzoek blijkt dat het verschil in verkeersbewegingen door de wijk bij beide ontsluitingsopties nihil is. Beide opties zijn vanuit het aspect mobiliteit aanvaardbaar. In de bovenstaande reactie is toegelicht waarom er is gekozen voor ontsluiten via de Staddijk. Omdat de gemeente wenst een goede ruimtelijke ordening te bewerkstelligen voor alle belanghebbenden, wordt er gekozen voor het aanpassen van de Staddijk om een veilige verkeerssituatie te realiseren. De gemeente heeft met de wijkplatforms afgesproken hen te betrekken bij de verdere planvorming en uitwerking van deze herinrichting van de Staddijk 22

30 5 Indiener zou de toegestane bouwhoogte van 9 meter willen limiteren tot enkel de afscheidsruimte. Zodat verhogingen op andere delen niet mogelijk zijn. Het is nooit de intentie geweest een groter bouwplan mogelijk te maken dan dat gepresenteerd is op de informatieavonden. In het ontwerpbestemmingsplan wordt dit echter niet onmogelijk gemaakt. Om deze mogelijkheid toch uit te sluiten is de verbeelding (plankaart) van het bestemmingsplan aangepast. Op de aangepaste verbeelding zijn gedifferentieerde maximale bouwhoogten opgenomen. De nieuwe maximale bouwhoogten sluiten beter aan bij het concept bouwplan en laten geen ruimte over voor significante uitbreidingen zonder dat daarvoor een nieuwe planologische procedure noodzakelijk is. Conclusie: Naar aanleiding van deze zienswijze is de verbeelding van het bestemmingsplan aangepast. 23

31 7. Nijmeegse Onafhankelijke Partij en Pacifistische Socialistische Partij 92 Samenvatting zienswijze 1 ONP/PSP 92 kan instemmen met het plan wegens goed en constructief overleg met de bewonersgroepen. 2 Indieneer geeft aan dat het behouden van een uitvaartfaciliteit voor Nijmegen van belang is en dat het plan goed inpasbaar is in de wijk Meijhorst en Tolhuis. Reactie De gemeente en Dela hebben gedurende de voorbereiding van het bestemmingsplan getracht de bewoners van het Stadsdeel Dukenburg zo goed mogelijk te betrekken. Het is goed om te zien dat dit zo positief ervaren wordt. Deze positieve zienswijze wordt gewaardeerd en verder ter kennisgeving aangenomen. Conclusie: Deze zienswijze heeft niet geleid tot een aanpassing van het bestemmingsplan. 24

32 8. Toevoeging zienswijze Meijhorst 9321 Samenvatting zienswijze 1 Met betrekking tot specifiek de eigen woonsituatie, wordt er veel geluidsoverlast ervaren van het verkeer in de nabije omgeving. 2 Er zijn zorgen over de luchtkwaliteit, met name over de hoeveelheid fijnstof en andere schadelijke stoffen. 3 De mooie natuur in de omgeving wordt meer belast. Is de Flora en Fauna wet van toepassing? Reactie Zie zienswijze 2 onder 4. Zie zienswijze 2 onder 3. Bij de inrichting van het terrein is nadrukkelijk rekening gehouden met het behoud van natuurwaarden. Het behoud van bos aan de noordzijde van het perceel is bijvoorbeeld één van de redenen waarom gekozen is voor een ontsluiting aan de Staddijk. De Flora en Fauna wet is van toepassing. Om te toetsen of het bestemmingsplan niet in strijd is met deze wetgeving is een Quick Scan Flora- en Faunawet uitgevoerd (Tauw, 19 juni 2013). De conclusie van dit rapport is dat er redelijkerwijs te verwachten is dat het bestemmingsplan kan worden uitgevoerd zonder overtreding van de Floraen Faunawet. Conclusie: Deze zienswijze heeft niet geleid tot een aanpassing van het bestemmingsplan. 25

33 Nijmegen Dukenburg - 10 (Uitvaartfaciliteit nabij Staddijk 20)

34 2 bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg - 10 (Uitvaartfaciliteit nabij Staddijk 20)

35 Inhoudsopgave Toelichting 5 Hoofdstuk 1 Inleiding Aanleiding Bestaande situatie Toekomstige situatie Stedenbouw 9 Hoofdstuk 2 Sectoraal beleid Economie Verkeer Milieu Water Natuur & Landschap Archeologie en Cultuurhistorie 38 Hoofdstuk 3 Uitvoerbaarheid Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid 41 Hoofdstuk 4 Vooroverleg Ministerie I&M Provincie Gelderland Waterschap 42 Regels 44 Hoofdstuk 1 Inleidende regels 46 Artikel 1 Begrippen 46 Artikel 2 Wijze van meten 56 Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels 59 Artikel 3 Bos 59 Artikel 4 Groen 61 Artikel 5 Maatschappelijk 62 Hoofdstuk 3 Algemene regels 64 Artikel 6 Anti-dubbeltelregel 64 Artikel 7 Algemene bouwregels 65 Artikel 8 Algemene gebruiksregels 66 Artikel 9 Algemene afwijkingsregels 67 Artikel 10 Overige regels 67 Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels 68 Artikel 11 Overgangsrecht 68 Artikel 12 Slotregel 69 bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg - 10 (Uitvaartfaciliteit nabij Staddijk 20) 3

36 4 bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg - 10 (Uitvaartfaciliteit nabij Staddijk 20)

37 Toelichting bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg - 10 (Uitvaartfaciliteit nabij Staddijk 20) 5

38 6 bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg - 10 (Uitvaartfaciliteit nabij Staddijk 20)

39 Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding Uitvaartcentrum Dela is op dit moment gevestigd aan de burgemeester Daleslaan, centraal in Nijmegen. Met ingang van 1 januari 2016 verdwijnt Dela van deze locatie, omdat de huur door de verhuurder is opgezegd. Op verzoek van Dela is de gemeente op zoek gegaan naar een nieuwe locatie. Nu sprake is van een nieuw gebouw op een nieuwe locatie bestaat tevens de wens een crematorium aan dit uitvaartcentrum toe te voegen, waardoor een complete uitvaartfaciliteit ontstaat. 1.2 Bestaande situatie Het plangebied voor de nieuwe locatie van de uitvaartfaciliteit va Dela betreft een L-vormig perceel van circa m2, gelegen aan de Staddijk in het stadsdeel Dukenburg. Dukenburg ligt in het zuidwesten van de stad, voorbij het Maas-Waalkanaal. In de jaren 60 is de keuze gemaakt om voor de grootschalige uitbreiding van Nijmegen de sprong over het kanaal te maken. In Dukenburg is wonen, met zo'n inwoners in zeven wijken, de belangrijkste functie. Vanwege de grote afstand tot het stadscentrum kent Dukenburg een eigen voorzieningenpakket: scholen, winkels, wijkcentra, sportvoorzieningen etc. Locatie uitvaartfaciliteit aan de westrand van Dukenburg. Aan de westzijde van het gebied ligt de geluidswal van de A73. Aan de noordzijde van het plangebied ligt een populierenbosje en aan de oostzijde is een scholencomplex gesitueerd. Het plangebied zelf is op dit moment een braak liggend ruig terrein. De locatie maakt onderdeel uit van stads-en sportpark Staddijk, een belangrijk groen uitloopgebied voor stadsdeel Dukenburg. bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg - 10 (Uitvaartfaciliteit nabij Staddijk 20) 7

40 1.3 Toekomstige situatie In het plangebied wordt een nieuwe uitvaartfaciliteit gerealiseerd. Hiervoor is een stedenbouwkudig ontwerp uitgewerkt, zowel voor het gebouw als voor de buitenruimte. Het gebouw is geprojecteerd in een L-vorm in de noordwesthoek van het perceel. Belangrijk uitgangspunt daarbij was dat het gebouw en de buitenruimte op elkaar zijn afgestemd en passen in de omgeving. Ten zuiden van het plangebied, in het stadspark Staddijk is een belangrijke waterpartij aanwezig. Voor de benodigde waterberging binnen het plangebied is een nieuwe waterpartij ontworpen die qua vorm goed aansluit op de bestaande waterpartij in het stadspark. Tevens zorgt deze waterpartij voor een duidelijke afscherming tussen het openbare deel van het terrein (met daarin een wandel-fietsroute) en het privé-gedeelte. Het privégedeelte van de uitvaartfaciliteit wordt in de avond- en nachtperiode afgesloten middels een toegangspoort aan de Staddijk. Bij binnenkomst ligt aan de oostzijde een parkeerterrein ruimte voor ca. 100 voertuigen in een groene setting die aansluit op de totale groenstructuur van het gebied en de omgeving. Vanaf het parkeerterrein naar de uitvaartfaciliteit wordt een bezinningsruimte gecreëerd. Daarmee wordt een heldere indeling gemaakt tussen de parkachtige setting van de entreezone enerzijds en het natuurlijke karakter dat past bij de omgeving. Het bestaande bosgebied in het noordoostelijk deel van het plangebied wordt omgevormd en krijg een meer natuurlijk karakter met daarin functies als urnentuin. Aan de zuidzijde, zijn de strooivelden gepland. Bij de vormgeving van het gebouw is optimaal rekening gehouden bij de ligging in de omgeving. Aan de voorzijde heeft het een open uitstraling (entreegebied). Ondersteunende functies (zoals kantoren) zijn gepland aan de achterzijde. Hier zijn de gevels meer gesloten. Vanuit de aula en de koffiekamers is een directe verbinding met de parkachtige buitenruimte. Het gebouw krijgt een duurzaam ecologisch karakter. De nieuwe uitvaartfaciliteit geprojecteerd in haar omgeving. 8 bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg - 10 (Uitvaartfaciliteit nabij Staddijk 20)

41 1.4 Stedenbouw Belangrijk uitgangspunt is dat er een terrein van minimaal 1 hectare is, bij voorkeur gelegen in een groene landschappelijke setting die goed bereikbaar en eenvoudig te vinden is. Het plangebied aan de Staddijk voldoet aan deze uitgangspunten. Door de realisatie van een uitvaartfaciliteit in het groen ontstaat op dit braakliggend terrein de mogelijkheid om de parkachtige sfeer van de Staddijk te continueren en een groene verbinding te maken tussen het bestaande park en het populierenbosje, ten noorden hiervan. Door het semi openbaar maken van het terrein worden recreatieve routes in het gebied verlengd. De ontsluiting van de uitvaartfaciliteit vindt plaats via de Staddijk, Streekweg en sluit daarna aan op de hoofdwegen van Nijmegen. Het bouwvolume is gezien de groote van het perceel van ondergeschikte aard en past gezien situering en omvang prima in deze rustige groene setting. Concept inrichtingsplan uitvaartfaciliteit DELA Nijmegen bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg - 10 (Uitvaartfaciliteit nabij Staddijk 20) 9

42 Hoofdstuk 2 Sectoraal beleid 2.1 Economie Een uitvaartcentrum met creamtoriumfaciliteiten is primair een maatschappelijke voorziening waarvoor de gemeente Nijmegen geen economisch beleid heeft opgesteld. Toch is het van belang om te beoordelen wat de effecten zullen zijn van de vestiging van een uitvaartcentrum op deze locatie. Om hier zicht op te krijgen is een Distributie Planologisch Onderzoek (DPO) uitgevoerd. Uit dit DPO blijkt dat er nog ruimte is op de markt. Door een toenemende vergrijzing is dit bovendien een "groeimarkt" waardoor er in de toekomst meer capaciteit nodig zal zijn. Het is waarschijnlijk dat de vestiging van dit uitvaartcentrum een impact zal hebben op de reeds aanwezige uitvaartfaciliteiten. Dit geldt vooral in de nabije toekomst als de groei van de markt nog niet volledig doorgezet is. De gemeente mengt zich in principe niet in concurrentieverhoudingen tussen bedrijven maar richt zich op een goede ruimtelijke ordening. Uit het DPO blijkt dat het erg onwaarschijnlijk is dat toevoeging van het onderhavige uitvaartcentrum zal leiden tot onaanvaardbare leegstand danwel duurzame ontwrichting van de voorzieningenstructuur op het vlak van de lijkbezorging. Conclusie Het plan is vanuit economisch en ruimtelijk oogpunt aanvaardbaar. 2.2 Verkeer Bereikbaarheid Verkeersontsluiting Het plangebied wordt omsloten door de A73, Staddijk en Streekweg. De A73 is een stroomweg en de Staddijk en Streekweg zijn gebiedsontsluitingswegen. De ontsluiting van het plangebied vindt plaats aan de zijde van de Staddijk. In de huidige situatie is de rijbaan van de Staddijk voorzien van een smalle rijstrook voor gemotoriseerd verkeer en vrijliggend fietspad voor fietsverkeer in tweerichtingen. De rijstrook en het vrijliggende fietspad zijn door een verhoogde band van elkaar gescheiden. Deze situatie is gecreëerd toen deze route gebruikt werd voor de ontsluiting van de grondbank. Na het gereedkomen van de geluidwal langs de A73 is de verkeerssituatie echter niet meer naar de oorspronkelijke situatie teruggebracht. Met de komst van het uitvaartcentrum en crematorium en de hiermee gepaard gaande verkeersafwikkeling is een herinrichting van de Staddijk noodzakelijk. De rijstrook voor het gemotoriseerde verkeer is te krap voor een goede ontsluiting. In- en uitrijdend verkeer tussen de inrit van het plangebied en de Streekweg/Meijhorst 16e straat kan elkaar namelijk niet passeren maar moet op passeerstroken op elkaar wachten. Deze situatie is bij de vestiging van het uitvaartcentrum en crematorium niet acceptabel. De herinrichting wordt zodanig dat tegemoet komend gemotoriseerd verkeer elkaar kan passeren en het fietsverkeer veilig wordt afgewikkeld. Verkeersonderzoek In het najaar van 2013 heeft een verkeersonderzoek plaatsgevonden naar het doorgaand verkeer door de wijk en de effecten van de komst van uitvaartcentrum Dela. In deze toelichting wordt verder ingegaan op de effecten van de komst van het uitvaartcentrum. De onderzoeksresultaten voor het reeds bestaande doorgaande verkeer in de wijk zijn terug te vinden in het verkeersonderzoek. 10 bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg - 10 (Uitvaartfaciliteit nabij Staddijk 20)

43 Uit het onderzoek blijkt dat de huidige etmaalintensiteiten (uitgedrukt in motorvoertuigbeweging per etmaal) van de wegen in de omgeving bedragen: Streekweg 4272 Meijhorst 14e straat 7543 Meijhorst 16e straat 4699 Meijhorst 60e straat 6278 De komst van Dela leidt tot een verkeerstoename in de wijk Meijhorst. Dela gaat uit van een maximum toename van 700 motorvoertuigen tussen 9.00 en uur. Afhankelijk van de herkomst maakt dit verkeer gebruik van de route van Rosenburgweg - Streekweg - Staddijk of de route van Apelterenweg - Meijhorst 60e straat - Meijhorst 14e straat - Meijhorst 16e straat - Staddijk. De toename van de verkeersintensiteit door de vestiging van het uitvaartcentrum en crematorium bedraagt circa 700 ritten per etmaal (komen en gaan van een voertuig betekent 2 ritten). Naar verwachting maakt 50% van dit verkeer gebruik van de Streekweg en 50% van de route Meijhorst 16e straat. Dit betekent dat de verkeersintensiteit op de: Streekweg verhoogt van 4272 naar 4649, een toename van 8%; Meijhorst 16e straat verhoogt van 4699 naar 5022, een toename van 7%; Meijhorst 14e straat verhoogt van 7543 naar 7866, een toename van 4%; Meijhorst 60e straat verhoogt van 6278 naar 6601, een toename van 5%. Gezien de inrichting van de betreffende wegen en kruisingen vormt deze toename van de etmaal intensiteiten geen probleem voor verkeersveiligheid, leefbaarheid en verkeersafwikkeling. Openbaar vervoer Het plangebied ligt in de zone rest bebouwde kom en is hierdoor minimaal voor het openbaar vervoergebruik ontsloten. De haltevoorzieningen liggen op grote loopafstand en bevinden zich op de van Rosenburgweg, Tolhuis 11e straat en Meijhorst 13e straat. Gebruik van openbaar vervoer is altijd zeer laag bij dit soort voorzieningen en verkleining van de loopafstand draagt dan ook niet bij aan een hoger gebruik Parkeren Het aantal parkeerplaatsen wordt berekend aan de hand van de toepassing van artikel uit de Nijmeegse bouwverordening. Het artikel is een uitwerking van de door Burgemeester en Wethouders vastgestelde parkeervisie (2012) en de hierin verbonden nota parkeernormen gemeente Nijmegen (2012). Het plangebied valt in de sterk stedelijke zone "Rest bebouwde kom". De parkeernormen voor de verschillende functie bedragen: kantoor 2,75 pp per 100m2 bruto vloeroppervlak crematorium 22,5 pp per gelijktijdige crematie Uitgaande van het beoogde plan zijn de volgende parkeerplaatsen benodigd: crematorium grote aula 2 diensten achter elkaar 2 x 22,5 pp = 45 pp (overdag) crematorium kleine aula 1 dienst 1 x 10 pp = 10 pp (overdag) familiekamers 4 x 10 pp = 40 pp ('s-avonds) familiekamers overdag 50% = 20pp (overdag) kantoor 150m2 1,5 x 2,75 pp = 5 pp (overdag) personeel uitvaartcentrum en crematorium 15 x 0,8 pp = 12 pp (overdag en 's avonds) bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg - 10 (Uitvaartfaciliteit nabij Staddijk 20) 11

44 Dit betekent dat overdag gemiddeld 92 parkeerplaatsen benodigd zijn en 's-avonds 52. Met de aanleg van circa 100 parkeerplaatsen voldoet de planontwikkeling aan de parkeereis. Er is binnen het plangebied voldoende ruimte aanwezig om te kunnen voldoen aan deze parkeereis. De parkeerbehoefte wordt ten tijde van de aanvraag omgevingsvergunning getoetst aan de dan geldende normen Verkeersveiligheid Aan de hand van de wegencategoriseringskaart uit de nota Nijmegen Duurzaam bereikbaar (augustus 2012) is bepaald welke snelheidsregime er geldt. De Streekweg, Meijhorst 14e, 16e en 60e straat zijn gebiedsontsluitingswegen. De Streekweg en Meijhorst 16e straat zijn een GOW-basis en de Meijhorst 14e en 60e straat een GOW-min. Voor deze wegen geldt 50 km/h. Voor het gedeelte van de Staddijk tussen tunneltje A73 en Streekweg geldt nu nog 50 km/h. maar kan 30km/h worden, maar dit is afhankelijk van de inrichting van de weg. 2.3 Milieu Bedrijvigheid In de VNG brochure Bedrijven en milieuzonering, Editie 2009" zijn richtafstanden opgenomen voor geur, geluid, stof en gevaar. Voor het bepalen van richtafstanden zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: Gemiddeld moderne bedrijfsactiviteiten met gebruikelijke productieprocessen en voorzieningen; Richtafstanden hebben zoals aangegeven in de VNG brochure betrekking op de omgevingstypen als 'rustige woonwijk' en 'rustig buitengebied'; De richtafstanden bieden in beginsel ruimte voor normale groei van bedrijfsactiviteiten; Activiteiten waarbij ruimtelijk duidelijk te onderscheiden deelactiviteiten [productie, opslag, kantoren, parkeerterrein] aanwezig zijn kunnen deze als afzonderlijke te zoneren activiteiten worden beschouwd, bijvoorbeeld bij ligging van de activiteiten binnen zones met een verschillende milieucategorie. Voor een scala aan milieubelastende activiteiten die zijn gerangschikt naar SBI-code zijn richtafstanden aangegeven ten opzichte van een rustige woonwijk [verwezen wordt naar lijst 1 in bijlage 1 van de VNG brochure bedrijven en milieuzonering, editie 2009]. In die lijst wordt onderscheid gemaakt naar richtafstanden voor relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar en van de indices voor verkeer aantrekkende werking, bodem. Lucht en visueel. De grootste van de vier afstanden voor relevante milieuaspecten is bepalend voor de indeling van een activiteit in een milieucategorie. Voor de te hanteren richtafstanden is het type omgeving bepalend. De richtafstanden in bijlage 1 van de VNG brochure zijn afgestemd op de omgevingskwaliteit zoals die wordt nagestreefd in een rustige woonwijk of een vergelijkbaar omgevingstype. Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies zoals bedrijven en kantoren voor. Langs de randen [in de overgang naar mogelijke bedrijfsfuncties] is weinig verstoring door verkeer. Een vergelijkbaar omgevingstype qua aanvaardbare milieubelasting is een rustig buitengebied [eventueel inclusief verblijfsrecreatie], een stilte gebied pof een natuurgebied. 12 bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg - 10 (Uitvaartfaciliteit nabij Staddijk 20)

45 De richtafstanden gelden tussen de grens van de bestemming die bedrijven of andere milieubelastende functies toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een woning die volgens het bestemmingsplan mogelijk is. De gegeven afstanden zijn in het algemeen richtafstanden en geen harde afstandseisen; geringe afwijkingen in de lokale situatie zijn mogelijk. De richtafstanden voor de bedrijfstypen zijn afgeleid van de aanvaarde normen voor emissies door milieubelastende activiteiten, de voorgeschreven of aanvaarde grens- en richtwaarden voor immissies bij woningen en andere milieugevoelige bestemmingen. De richtafstanden gelden ten opzichte van een rustige woonwijk. Zonder dat het ten koste gaat van het woon- en leefklimaat kunnen de richtafstanden met één afstandsstap worden verlaagd indien sprake is van omgevingstype gemengd gebied. Hindercontouren Voor het crematorium in bijlage 1 van de VNG brochure bedrijven en milieuzonering editie 2009 onder SBIcode gelden de volgende contouren voor: Geur : 100 meter 1. Stof : 10 meter Geluid : 30 meter Gevaar : 10 meter De grootste afstand is bepalend en in het geval van een crematorium is dit de geurcontour, 100 meter. De milieucategorie die bij deze afstand hoort is milieucategorie 3.2 cf. de Handreiking voor maatwerk in de gemeentelijke ruimtelijke ordeningspraktijk, Editie 2009, Bedrijven en milieuzonering. Geur, richtafstand 100 meter In het algemeen zijn de genoemde afstanden in de VNG brochure 'Bedrijven en milieuzonering, Editie 2009" richtafstanden en geen harde afstandseisen. Aanvaarde normen voor emissies liggen hieraan ten grondslag. Eisen voor emissies naar de lucht liggen vast in voorschriften in het Activiteitenbesluit milieubeheer en de bijbehorende Ministeriele regeling. Crematoria vallen onder de werkingssfeer van het genoemde besluit en de regeling en zijn aan te merken als type B-inrichtingen en daarmee melding plichtig volgens de Wet milieubeheer. Crematoria moeten zich aan de voorschriften houden waar het gaat om emissie van luchtverontreinigende stoffen afkomstig van verbranding van het aangebodene maar ook van het verbrandingsproces. Naverbrandingstechnieken zijn in de voorschriften van het Activiteitenbesluit opgenomen waaraan voldaan moet worden. De aangegeven richtafstanden in de VNG brochure dateren van De huidige eisen voor emissie, die staan weergegeven in het Activiteitenbesluit, voldoen aan BBT, de laatste stand der techniek. In die zin kan van de aangegeven richtafstand eventueel worden afgeweken. Noot hierbij is dat het crematorium aan de [emissie] eisen in het activiteitenbesluit dient te voldoen. Besluit op de lijkbezorging De richtlijn van het Besluit op de lijkbezorging staat niet toe dat geur geëmitteerd wordt. Cremeren vereist een optimale verbrandingstechniek: het is gewenst om het verbrandingsproces zo te laten plaatsvinden dat zintuiglijk buiten de verbrandingsruimtes niets waarneembaar is. Dat betekent dat geen zichtbare rook uit de schoorsteen mag komen en er geen geur verspreid mag worden. bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg - 10 (Uitvaartfaciliteit nabij Staddijk 20) 13

46 Door het uitvoeren van proeven is gebleken dat het mogelijk is om een crematieproces nagenoeg reukloos en geurloos te laten verlopen. Basis hiervoor ligt in optimale verbrandingscondities zowel in de oven als in de naverbrandingstechniek. Ten aanzien van het voorkomen van rook en geuroverlast zij in het Besluit op de lijkbezorging bepalingen genoemd waaraan het aangebodene [kist] dient te voldoen. De houder van een crematorium dient ook daarop toe te zien. Ten aanzien van stoffen die geëmitteerd worden bij het verbrandingsproces dient in de bedrijfsvoering dan ook aan voorwaarden te worden voldaan. Die voorwaarden staan, zoals eerder genoemd, beschreven in het Activiteitenbesluit en de ministeriele regeling. Afstanden van de grens van de inrichting tot bewoonde omgeving Vanuit de aangeleverde informatie is bij benadering de afstand gemeten tussen de grens van het gebouw en de omliggende bewoonde bebouwing. Aan de noordzijde bedraagt de afstand ongeveer 240 meter naar de woonwagens op de Teersdijk die nagenoeg grenzen aan de A73. De afstand naar de woonwagens boven het bosgebiedje bedraagt ongeveer 190 meter. Aan de oostzijde bedraagt de afstand naar de bewoonde bebouwing in wijkdeel Tolhuis 345 meter. Conclusie Dit betekent dat het crematorium ruimschoots kan voldoen aan de richtafstand geur van 100 meter zoals aangegeven in de VNG-brochure Bodem Het vaststellen of wijzigen van een bestemmingsplan kan gevolgen hebben voor de belangen van natuur en milieu, waaronder de bodem. Ook moet inzicht bestaan over de uitvoerbaarheid van het plan (artikel Bro). Bodemverontreiniging kan hierop van invloed zijn. Daarom wordt de bodemkwaliteit in relatie tot het bestemmingsplan beoordeeld. De bodemkwaliteit is beoordeeld op basis van de volgende bodemonderzoeken: Bodemonderzoek Teersdijk te Nijmegen, Tauw B.V., projectnummer , d.d. 10 december 2007; Verkennend en nader bodemonderzoek Staddijk ong. in Nijmegen, Envita Nijmegen B.V., rapportnummer /R01, d.d. 28 maart 2013 (actualisatie bodemonderzoek 2007); Aanvullend bodemonderzoek Staddijk te Nijmegen, MWH B.V., projectnummer M13B0184, d.d. 30 juli 2013 (ter plaatse van toekomstige bouwlocatie). Conclusies bodemonderzoeken Toekomstige locatie gebouw In de grond zijn geen verontreinigingen aangetoond. In het grondwater is een licht verhoogd gehalte aan barium gemeten. Deze verontreiniging vormt geen risico voor het beoogde gebruik van de locatie als uitvaartfaciliteit. In de bovengrond (0 tot 0,5 meter diep) is geen asbest aangetoond. 14 bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg - 10 (Uitvaartfaciliteit nabij Staddijk 20)

47 Overig terrein In de grond zijn plaatselijk lichte verontreinigingen gemeten. In het grondwater zijn lichte tot matige verontreiniging met barium, zink, nikkel en/of arseen aangetoond. Dit betreft van nature aanwezige verhoogde achtergrondgehalten. De lichte en matige (grondwater) verontreinigingen vormen geen risico voor het beoogde gebruik van de locatie als uitvaartfaciliteit. In de opgeboorde grond en op het maaiveld zijn geen asbestverdachte materialen aangetroffen. Op het zuidelijk deel van de locatie wijkt de bodemkwaliteit plaatselijk af. Hier is namelijk een geval van ernstige bodemverontreiniging met zink aangetoond (zie afbeelding). Globale weergave zinkverontreiniging De omvang van de verontreiniging wordt geschat op ca. 120 m³. Deze verontreiniging bevindt zich niet ter plaatse van de geplande bouwlocatie, parkeerplaatsen en toegangsweg. Op basis van de nu bekende gegevens is een risicobeoordeling uitgevoerd. Er blijkt geen sprake te zijn van actuele risico's voor mens, milieu of onacceptabele verspreiding van de verontreiniging. Een spoedeisende sanering van de verontreiniging is daarom niet aan de orde. Sanering kan plaatsvinden op een 'natuurlijk moment'. De zinkverontreiniging in de bovengrond zal niet tot nauwelijks uitlogen naar de onderliggende kleilaag. Verdere uitloging vanuit de kleilaag naar het grondwater is zeer onwaarschijnlijk. In de laaggelegen wijken aan de westrand van Nijmegen worden vaak licht verhoogde gehalten aan, met name, barium, zink, nikkel en/of arseen in het grondwater bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg - 10 (Uitvaartfaciliteit nabij Staddijk 20) 15

48 gemeten. Het betreft van nature verhoogde gehalten. De op het perceel aanwezige zinkverontreiniging zal geen significante impact hebben op de kwaliteit van het grondwater in het gebied. Bij het realiseren van de uitvaartfaciliteit op de locatie worden zodoende geen maatschappelijke en financiële belemmeringen ten gevolge van een bodemverontreiniging verwacht Geluid Het bestemmingsplan maakt de realisatie van een uitvaartcentrum mogelijk. Een crematorium is geen geluidgevoelige bestemming in de zin van de Wet geluidhinder (Wgh). Ook andere geluidgevoelige bestemmingen zijn enkel toegestaan voor zover voldaan wordt aan de eisen van de Wgh. Dit betekent dat de Wet geluidhinder voor dit bestemmingsplan niet van toepassing is. Een akoestisch onderzoek naar de geluidbelasting binnen het bestemmingsplangebied vanwege het wegverkeer van de omliggende wegen is daarom niet vereist. Vanuit het oogpunt van een fatsoenlijke en respectvolle bedrijfsvoering heeft de intitiatiefnemer aangegeven akoestische maatregelen te nemen om de geluidsniveau's binnen het pand laag te houden Luchtkwaliteit Op 15 november 2007 is de Wet Milieubeheer uitgebreid met hoofdstuk 5, titel 5.2 Luchtkwaliteiteisen. De regelgeving met betrekking tot luchtkwaliteitseisen is verder uitgewerkt in AMvB's (Besluit niet in betekenende mate bijdragen luchtkwaliteitseisen; Besluit gevoelige bestemmingen luchtkwaliteits-eisen) en Ministeriele regelingen (Regeling niet in betekenende mate bijdragen lucht-kwaliteitseisen; Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007; Regeling projectsaldering luchtkwaliteit 2007). Bij toetsing van een ruimtelijk plan op luchtkwaliteit moet conform regelgeving gelet worden op de volgende 2 aspecten: a. het plan als veroorzaker van verkeer en daardoor bron van slechte luchtkwaliteit; b. het plan als te beschermen object tegen slechte luchtkwaliteit. Ad a. Het plan als veroorzaker van verkeer en daardoor bron van slechte luchtkwaliteit. Op basis van het verwachte aantal crematies en gemiddelde aantal bezoekers per crematie, verwacht DELA door dit plan op de aan- en afrijroute (Staddijk en Streekweg) maximaal 500 extra verkeersbewegingen per dag. Voor de toetsing van het plan is de Regeling niet in betekenende mate (NIBM) bijdragen luchtkwaliteitseisen van belang. Plannen die niet meer dan 3% bijdragen aan een verslechtering van de luchtkwaliteit, hoeven niet getoetst te worden aan de luchtkwaliteitseisen in de Wet Milieubeheer, hoofdstuk 5. In de regeling is nader uitgewerkt dat een woningbouwplan met minder dan 1500 woningen en één ontsluitingsweg, minder dan 3% bijdraagt. Dit komt overeen met een verkeersaantrekkende werking van ca motorvoertuigen per etmaal. De verkeersaantrekkende werking van het plan blijft ruim onder bovenstaande grens. Het plan is daarom NIBM en het hoeft niet aan de luchtkwaliteitseisen getoetst te worden. 16 bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg - 10 (Uitvaartfaciliteit nabij Staddijk 20)

49 Ad b. Het plan als te beschermen object tegen slechte luchtkwaliteit. Met de AMvB "Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen)" wordt de bouw van zogenaamde gevoelige bestemmingen in de nabijheid van (snel)wegen beperkt. Het besluit heeft als doel het beschermen van mensen met een verhoogde gevoeligheid voor fijn stof (PM10) en stikstofdioxide (NO2), met name kinderen, ouderen en zieken. Over gemeentelijke wegen zegt het besluit niets. De volgende gebouwen met de bijbehorende terreinen zijn aangemerkt als gevoelige bestemming: scholen, kinderdagverblijven en verzorging-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Ziekenhuizen, woningen en sportaccommodaties worden dus niet als gevoelige bestemming gezien. Het plan voor een uitvaartcentrum valt niet onder het begrip gevoelige bestemmingen. Daarom vormt dit aspect geen belemmering voor het plan Externe veiligheid Pompstation aan de Wijchenseweg Voor LPG-pompstation TEXACO aan de Wijchenseweg nummer 1 gelden contouren i.v.m. de aflevering van LPG. Voor dergelijke inrichtingen geldt het Besluit externe veiligheid inrichtingen. In dit externe veiligheidsbeleid wordt onderscheid gemaakt tussen begrippen plaatsgebonden risico PR en groepsrisico GR. Normering van PR garandeert de basisveiligheid van personen in de omgeving van een risicobron. Dit risico laat zich ruimtelijk vertalen omdat er afstandseisen gelden. Daardoor kan er een contour ronde inrichting worden getrokken die de omvang van het risico aangeeft. Het LPG station aan de Wijchenseweg betreft een categorie A wat betekent dat de doorzet LPG maximaal 1000 m3 per jaar mag zijn. Voor categorie A LPG-pompstations geldt een minimale afstand van 45 meter van af het LPG-vulpunt tot al dan niet geprojecteerde kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten waarbij voldaan wordt aan de grenswaarde 10-6 per jaar, onderscheidenlijk de richtwaarde 10-6 per jaar. De plaatsgebonden risicocontouren PR10-6 van het LPG-station zijn als volgt: Reservoir : 25 meter [middelste rode cirkel] Vulpunt : 45 meter [grootste rode cirkel] Afleverzuil : 15 meter [kleinste rode cirkel] bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg - 10 (Uitvaartfaciliteit nabij Staddijk 20) 17

50 Het invloedsgebied [groene cirkel] bedraagt 150 meter De afstand van de grens van het invloedsgebied van LPG-pompstation Wijchenseweg naar de grens van de inrichting bedraagt ongeveer 900 meter. Conclusie De beoogde locatie voor het crematorium bevindt zich900 meter buiten de grens van het invloedsgebied van het LPG-pompstation. Het ondervindt geen hinder van het plaatsgebonden risico en het invloedsgebied van het LPG-pompstation aan de Wijchenseweg. Transportassen Ten westen van de beoogde locatie ligt de A73. Dit is een route waar gevaarlijke stoffenvervoer plaats vindt en daardoor dient rekening te worden gehouden met de veiligheidszone. De plaatsgebonden risicocontour [PR 10-6] van de A73 vanwege vervoer gevaarlijke stoffen bedraagt 13 meter, gemeten vanaf de grens van het asfalt aan de zijkant van de weg. Groepsrisico dient te worden verantwoord als sprake is van een verblijf voor minimaal 10 personen. Het onderhavige bestemmingsplan betreft in dit geval geen permanente bewoning van tien mensen of meer; in die zin is geen verantwoording groepsrisico noodzakelijk [Besluit externe veiligheid]. 18 bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg - 10 (Uitvaartfaciliteit nabij Staddijk 20)

51 Het invloedsgebied vanwege het vervoer van brandbare gevaarlijke stoffen over de A73 bedraagt 30 meter. In de afbeelding is de rode lijn het invloedsgebied van 30 meter vanaf de grens van het asfalt aan de zijkant van de weg, de blauw gearceerde contour geeft de risicocontour weer van 13 meter. Conclusie Het invloedsgebied van de verkeersader vormt geen belemmering van uit het aspect externe veiligheid voor de ontwikkeling van de locatie. Hogedruk aardgasleiding Ten zuiden van de beoogde locatie loopt een hoge druk aardgastransportleiding. De 0% - 100% lethaalzone van deze leiding blijft ten zuiden van de beoogde locatie. Door de ligging van de gasleiding ten opzichte van de geplande bebouwing vormt de leiding geen belemmering voor de ontwikkeling van de locatie. Hoogspanningskabel Parallel langs de Streekweg loopt een hoogspanningskabel van 150 kv. In de buurt van bovengrondse hoogspanningskabel is sprake van een elektromagnetisch veld. Elektromagnetische straling leidt mogelijk tot een verhoogd leukemierisico bij kinderen. Daarom is door het Ministerie van I&M beleid ontwikkeld dat is gebaseerd op het voorzorgprincipe. Uitgangspunt van dit beleid rondom hoogspanningsleidingen dat een magneetveldzone wordt vastgelegd waarin geen nieuwe kwetsbare objecten mogen worden gerealiseerd. Het uitvaartcentrum is geen kwetsbaar object omdat hier geen mensen permanent verblijven. Tevens is de afstand tot de Kabel (190m) te groot voor een daadwerkelijke impact Fysieke veiligheid Het aspect fysieke (brand)veiligheid stelt voorwaarden aan de inrichting van de openbare ruimte, de situering van gebouwen ten opzichte van elkaar, de bluswatervoorziening en de bereikbaarheid. De van toepassing zijnde voorwaarden worden genoemd. bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg - 10 (Uitvaartfaciliteit nabij Staddijk 20) 19

52 Inrichting openbare ruimte: ontvluchting en zelfredzaamheid Hoe de openbare ruimte is ingericht, is van invloed op de mate waarin hulpdiensten de incidentlocatie kunnen bereiken en betrokkenen bij een incident in staat zijn een locatie te ontvluchten. In dit kader zijn de mogelijkheden voor ontvluchting en zelfredzaamheid binnen het plangebied getoetst. Hierbij gaat het er bijvoorbeeld om dat vluchtroutes in het gebouw goed aansluiten op de omgeving. Aan de hand van het voorgelegde plan kunnen wat betreft de inrichting van de openbare ruimte geen beperkingen worden geconstateerd. Situering van gebouwen In verband met brandveiligheid kan het Bouwbesluit voorwaarden stellen aan de afstand tussen gebouwen onderling en de positionering ten opzichte van elkaar. Aan de hand van het voorgelegde plan kunnen wat betreft de situering van gebouwen geen beperkingen worden geconstateerd. Eventuele nadere eisen kunnen in het kader van de omgevingsvergunning gesteld worden. Bluswatervoorziening De brandweer stelt eisen aan de beschikbaarheid van bluswater. De capaciteit van een dergelijke voorziening dient voor de panden minimaal 60 m3 water per uur te bedragen. Afstand van de bluswatervoorziening tot de brandweertoegang van het gebouw/de gebouwen dient maximaal 40 meter te bedragen. Hiervoor zal een extra voorziening in het plangebied aangelegd moeten worden. Op basis van het huidige plan zijn er geen beperkingen, behoudens het hierboven genoemde aandachtspunt. Bereikbaarheid Wat bereikbaarheid betreft, zijn voor dit plan met name de dimensionering van de wegen en de bereikbaarheid van de hoofdtoegang/brandweertoegang van het gebouw/de gebouwen vanaf de weg van belang. De afstand van de straat/ontsluitingsweg tot deze brandweertoegang mag niet meer dan 10 meter bedragen en er dient een opstelplaats voor het voertuig te zijn. Een onafhankelijke, tweede, onsluitingsroute heeft de voorkeur van de brandweer. Indien dit om andere redenen niet wenselijk is, en er sprake is van doodlopende wegen, dan dient er een keervoorziening aangelegd te worden. Op basis van het huidige plan zijn er geen beperkingen, behoudens de hierboven genoemde aandachtspunten. Conclusie De conclusie luidt dat vanuit het oogpunt van fysieke veiligheid de brandweer geen beperkingen ziet ten aanzien van het voorliggende bestemmingsplan. De voorwaarden t.a.v. bereikbaarheid en bluswatervoorziening zijn opgenomen in het Bouwbesluit 2012 en de nota 'Randvoorwaarden en Richtlijnen Brandweer Nijmegen m.b.t. bluswater en bereikbaarheid'. 20 bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg - 10 (Uitvaartfaciliteit nabij Staddijk 20)

53 2.3.7 Klimaat Algemeen De klimaatverandering noopt tot aanpassingen in ruimtelijke ontwikkelingen. De Gemeenteraad van Nijmegen heeft haar visie hierop in de Kadernotitie Klimaat en de duurzaamheidsagenda vastgelegd. Kernbegrippen zijn compensatie en adaptatie. Compensatie is het tegengaan en verminderen van negatieve effecten op het klimaat. Dit kan door energiegebruik te beperken en/of duurzame energiebronnen te gebruiken en door gebruik te maken materialen uit vernieuwbare bronnen. Nijmegen streeft er daarom naar om als stad energieneutraal te worden. Adaptatie is het aanpassen aan de wijzigende omstandigheden zoals extremere weersomstandigheden en een stijgende energieprijs. Voorbeelden hiervan zijn het voorkomen van oververhitting, aandacht voor windklimaat en het realiseren van grotere piekbergingen voor neerslag. In de gebouwde omgeving zijn voor energiegebruik en oververhitting de oriëntatie van de bebouwing en de manier waarop met de bezonning is omgegaan bepalende factoren. Het microklimaat wordt bepaald door de verhouding tussen bebouwd en begroend oppervlak en de relatie tussen bebouwde en groene structuren. Een goed groenontwerp helpt oververhitting tegen te gaan en vangt neerslag en luchtverontreiniging op. Verantwoord materiaalgebruik, beperking van energievraag en een verstandige positionering van functies dragen mede bij aan de klimaatdoelstellingen. In Stadsregionaal verband wordt de GPR-methodiek gehanteerd om prestaties van gebouwen te in beeld te brengen. De ontwikkelaar kan deze systematiek ook gebruiken om haar ontwerpen te optimaliseren. Voor utiliteitsbouw liggen kernpunten bij terugdringen van de CO2 uitstoot en aanpassing aan veranderde weersomstandigheden. Bijkomend voordeel hierbij is dat dit leidt tot lagere beheerlasten en een gezonder, comfortabeler gebouw. Om de mogelijkheden per plan in beeld te brengen kan de voor het bouwplan noodzakelijke installatie ontwerp aangevuld worden met een energiescan. Hierin kunnen zowel de warmtevraag als de koelingsbehoefte onderzocht worden. Op die manier kan de bijdrage van dit project aan de hierboven genoemde doelstellingen in beeld woorden gebracht. Het gebied is onder voorwaarden geschikt voor bodemenergiesystemen zoals Koude-Warmte opslag van het gesloten type. Voor het bepalen van deze voorwaarden zal afstemming gezocht moeten worden met eventuele andere grondwatergebruikers in de omgeving en zal de milieu hygiënische situatie van de bodem en het grondwater mee moeten worden gewogen. Uitvaartfaciliteit van Dela De ontwikkelaar van de uitvaarfaciliteit heeft aangegeven onderstaande duurzaamheidsaspecten toe te zullen passen: Warmterugwinning Bij de ventilatie-installatie wordt warmteterugwinning toegepast zodat de warmte uit de retourlucht uit het pand gebruikt kan worden om de verse buitenlucht die gebruikt wordt om te ventileren te kunnen voorverwarmen. bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg - 10 (Uitvaartfaciliteit nabij Staddijk 20) 21

54 Lage temperatuurverwarming De verwarmingsinstallatie wordt als lage temperatuur verwarming uitgevoerd waardoor de HR 107-ketels een hoger rendement halen. De warmte afgifte vindt plaats via vloerverwarming. Warmtepompen Voor de warmteopwekking wordt aanvullend op de verwarmingsketels warmtepompen voorzien. Hierbij wordt een warmtepomp gebruikt die ventilatielucht naverwarmd en een warmtepomp die middels binnendelen de ruimten verwarmd. Hierbij wordt gedurende het stookseizoen de warmte uit de opstelruimte van de crematieoven gebruikt om de andere ruimte te verwarmen. Heat-recovery Bij het crematieproces is het noodzakelijk dat er een filterinstallatie wordt geplaatst om te voldoen aan de emissie-eisen. Bij het filterproces komt een relatief grote hoeveelheid warmte vrij. Deze warmte kan worden benut om in een gedeelte van de benodigde warmte voor het gebouw te voorzien. Warmte koude opslag (WKO) De mogelijkheid bestaat om in watervoerende lagen warmte/koude op te slaan dat dan in een ander seizoen wordt gebruikt. Hiertoe dient de ondergrond geschikt te zijn, dit is op dit moment nog niet onderzocht. In de winter wordt water uit de watervoerende laag opgepompt staat zijn warmte af aan een warmtepomp die het water van de verwarmingsinstallatie in temperatuur verhoogd. Het afgekoelde grond water wordt op een andere locatie weer in de watervoerende laag gepompt. In de zomer wordt het afgekoelde water opgepompt en wordt de koude direct via een warmtewisselaar afgestaan aan de koelinstallatie. Het opgewarmde grondwater wordt weer in de watervoerende laag gepompt. Hierna herhaalt zich de cyclus. LED-verlichting De ruimte verlichting wordt middels LED-verlichting gerealiseerd. PV-panelen Middels PV-panelen kan in een gedeelte van het elektriciteitsgebruik worden voorzien. 2.4 Water Inleiding Als onderdeel van de watertoets zijn de volgende stappen doorlopen: de huidige situatie en de (beleids)uitgangspunten van de waterbeheerders, gemeente Nijmegen en waterschap Rivierenland, zijn geïnventariseerd en geanalyseerd. Hiervoor zijn de (beleids)stukken van de waterbeheerders geraadpleegd en heeft overleg met de waterbeheerders plaatsgevonden; op basis van de huidige situatie en de (beleids)uitgangspunten zijn de uitgangspunten voor de waterparagraaf uiteengezet; op 22 november 2013 is deze notitie "Uitgangspunten waterparagraaf" voorgelegd aan de gemeente Nijmegen. De daaruit voortgekomen reacties zijn verwerkt in deze notitie; aansluitend heeft de gemeente de notitie ter controle voorgelegd aan het waterschap Rivierenland. 22 bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg - 10 (Uitvaartfaciliteit nabij Staddijk 20)

55 2.4.2 Huidige bodem- en watersituatie Gebruik, topografie en maaiveldverloop Het plangebied bestaat in de huidige situatie uit weide en bosschages (zie figuur 2.1). Uit het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) blijkt het maaiveld grotendeels op NAP +7,0 tot +7,3 m te liggen (zie figuur 2.2). In de noordwesthoek loopt het maaiveld af tot circa NAP +6,8 m en in de zuidzijde loopt het maaiveld op tot circa NAP +8,2 m. Aandachtspunt is dat de AHN kan afwijken van de werkelijke maaiveldhoogte vanwege opgaande beplanting, bos en bebouwing. Figuur: maaiveldverloop Bodemopbouw Volgens de Bodemkaart (Bodemdata NL) blijkt binnen het gebied een Poldervaaggrond voor te komen ontwikkelt in zware zavel. Daarnaast begint tussen de 0,4 en 1,2 meter minus maaiveld (m -mv) een laag met grof zand of grind van tenminste 0,4 m dik. In de zuidrand van het gebied is een TNO-boring (B46A1772) gelegen. Binnen deze boring be-staat de bodem uit een kleilaag van circa 0,8 m met daaronder zand tot in ieder geval 10 m -mv. Verder zijn geen gegevens van de bodem (opbouw, waterdoorlatendheid) voorhanden. Over de doorlatendheid van zand en klei kan globaal het volgende worden aangegeven: (Fijn) zand: matig tot goed doorlatend, 0,1 tot 1,0 meter/dag (m/d); Grof zand: (zeer) goed doorlatend, groter dan 1,0 tot 10,0 m/d; Grind: zeer goed doorlatend, groter dan 10,0 m/d; Zandige klei, kleiner dan 0,1 tot 0,01 m/d; Klei: matig tot (zeer) slecht doorlatend, kleiner dan 0,01 m/d;. Infiltratie en kwel Volgens de gegevens uit de Atlas Provincie Gelderland ligt het plangebied binnen een kwelgebied. bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg - 10 (Uitvaartfaciliteit nabij Staddijk 20) 23

56 Grondwaterstanden De wisseling in grondwaterstanden wordt uitgedrukt door middel van de gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) en de gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG). Daarbij wordt de GHG vaak als maatgevende grondwaterstand gehanteerd voor de toetsing van het ontwerp. Volgens de Bodemkaart komt binnen het plangebied grondwatertrap VI voor. Dat een GLG bete-kent van 1,2 m -mv of dieper en een GHG van 0,4 tot 0,8 m -mv. Afgaand op een maaiveldni-veau van NAP +7,0 tot +7,3 m ligt de GHG op NAP +6,2/6,6 m tot NAP +6,5/6,9 m. Ten zuiden van het gebied zijn twee TNO-peilbuizen gelegen, B46A0771 en B46A1772 (zie figuur 2.3). Bij peilbuis B46A0771 ligt het maaiveld op NAP +7,42 m en zit de filterstelling op 1,58 tot 2,08 m -mv. Deze peilbuis is tussen 1980 en 2000 afgelezen. In de jaren van 1980 tot 1995 kende de grondwaterstand een oplopende trend. Tussen 1995 en 2000 is de grondwaterstand nagenoeg gelijk gebleven en varieerde deze tussen circa NAP +6,5 m tijdens de droge perioden en NAP +6,7 m tijdens de natte perioden. Bij peilbuis B46A1772 ligt het maaiveld op NAP +7,66 m en zijn twee filterstellingen aanwezig, waarvan één op 2,85 tot 3,85 m -mv en één op 9,0 tot 10,0 m -mv. De ondiepe filterstelling is tussen augustus 2012 en oktober 2013 afgelezen en de diepere tussen juni en oktober Ter hoogte van het ondiepe filter varieerde de grondwaterstand grotendeels tussen NAP +6,2 en +6,4 m met uitschieters richting NAP +6,45/+6,5 m en NAP +6,15 m. Ter hoogte van het diepere filter varieerde de grondwaterdruk tussen NAP +6,15 en +6,4 m, dat nagenoeg gelijk is aan de grondwaterstand ter hoogte van het ondiepe filter. Omdat peilbuis B46A0771 circa 20 jaar is afgelezen tot en met 2000 en peilbuis B46A1772 circa 1 jaar is afgelezen tot en met 2013 is het niet mogelijk om op basis hiervan een betrouwbare GLG en GHG te bepalen. Afgaand op de gegevens van de Bodemkaart en de peilbuizen is een voorzichtige schatting van de maatgevende grondwaterstand mogelijk van NAP +6,6 m. Gezien het peil in het nabijgelegen oppervlaktewater richting het noorden afloopt (zie paragraaf 2.5), loopt de grondwater mogelijk ook richting het noorden af. Oppervlaktewater Het plangebied valt binnen het beheergebied van het waterschap Rivierenland. Binnen het gebied is geen oppervlaktewater (watergangen, sloten, greppels, vijvers) aanwezig (zie figuur 2.4). Wel ligt ten westen van het gebied een A-watergang. Deze watergang en bijhorende beschermingszone (die vrijgehouden dient te worden) vallen volledig buiten het plangebied. Ten zuiden van de Staddijk is een grote vijver gelegen. Ten westen van de Rijksweg A73 ligt een waterplas. 24 bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg - 10 (Uitvaartfaciliteit nabij Staddijk 20)

57 Figuur: Oppervlaktewater (bron: Legger-viewer Waterschap Rivierenland) Op aangeven van de gemeente blijkt in deze watergang, ter hoogte van het plangebied, een stuw aanwezig te zijn, die de scheiding vormt tussen twee peilgebieden (zie figuur 2.5). Ten noorden van de stuw ligt het zomerpeil op NAP +6,3 m en het winterpeil op NAP +6,0 m. Ten zuiden van de stuw ligt het peil hoger met een zomerpeil van NAP +6,6 m en een winterpeil van NAP +6,3 m. Keringen Binnen het plangebied is geen kern- of beschermingszone van een waterkering aanwezig. Kabels en leidingen Binnen het plangebied is geen afvalwaterriolering van de gemeente Nijmegen en geen persleiding van het waterschap gelegen. Ook in de Staddijk is geen riolering gelegen. De dichtstbijzijnde afvalwaterriolering ligt in het doodlopende deel van de Steekweg, gelegen ten oosten van het plangebied Beleid en uitgangspunten Beleid algemeen Relevante beleidsstukken op het gebied van water zijn de Europese Kaderrichtlijn Water, het Nationaal Waterplan , het advies WB21, Nationaal Bestuursakkoord Water, Provinciaal Waterplan Gelderland en het Waterbeheerplan van het waterschap. De belangrijkste gezamenlijke punten uit deze beleidstukken zijn dat water een belangrijk sturend element is in de ruimtelijke ordening en dat de verdroging en wateroverlast bestreden dienen te worden. Hierna is dieper ingegaan op het beleid en de uitgangspunten van het waterschap en de gemeente en de beschermde gebieden. Beschermde gebieden Het plangebied is volgens de Waterverordening provincie Gelderland 2009 niet gelegen in een beschermingszone ten behoeve van natte landnatuur. Volgens de Provinciale Milieuverordening Gelderland 2009 is het gebied ook niet gelegen in een waterwingebied en beschermingszone ten behoeve van de drinkwaterwinning. bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg - 10 (Uitvaartfaciliteit nabij Staddijk 20) 25

58 Waterschap Rivierenland In de brochure "Partners in water - De watertoets in rivierenland" is aangegeven op welke wijze het waterschap Rivierenland uitvoering wil geven aan de watertoets. Peilers van het Waterschap zijn 'Waterneutraal inrichten' en 'Schoon inrichten'. Voor nieuwe woonwijken streeft het Waterschap naar een afwateringssysteem met maximale afkoppeling te komen, zodat 'schoon' hemelwater niet naar een rioolwaterzuivering wordt afgevoerd, maar via een alternatief systeem opgevangen en naar het grond- dan wel oppervlaktewater afgevoerd wordt. Om wateroverlast te voorkomen door de toename van verhard oppervlak, dient het verlies aan waterberging in de bodem gecompenseerd te worden. Compensatie is verplicht bij een toename aan verhard oppervlak van meer dan 500 m2 binnen het stedelijk gebied of m2 binnen het landelijk gebied. Tevens geldt voor de genoemde oppervlakken een eenmalige vrijstelling. Dat wil zeggen dat ze mogen worden afgetrokken van de totale toename aan verhard oppervlak. De benodigde ruimte voor compenserende waterberging wordt berekend op basis van maatgevende regenbuien, de landbouwkundige afvoer, de toename aan verhard oppervlak en de maximaal toelaatbare peilstijging binnen waterlopen en andere bergingsvoorzieningen. Voor plannen met een toename aan verharding tot 5 ha kan de vuistregel van 436 m3 per hectare verharding worden gebruikt, mits er geen complicerende zaken zoals kwel aan de orde zijn. Hierbij is rekening gehouden met de regenbui die statistisch gezien 1 keer in de 10 jaar + 10% (T= %). In de waterlopen binnen het beheersgebied van het Waterschap geldt een maximaal toelaatbare peilstijging van 0,3 m. Uitzondering daarop zijn de deelgebieden Alblasserwaard en Vijfheerenlanden waar een maximale toelaatbare peilstijging van 0,2 m geldt. Wanneer de waterberging binnen een voorziening als een wadi of infiltratieveld wordt gerealiseerd geldt de vuistregel 664 m3 per hectare verharding. Hierbij is rekening gehouden met de regenbui die statistisch gezien 1 keer in de 100 jaar + 10% (T= %). De voorkeursvolgorde van het Waterschap voor de locatie van waterberging is als volgt: Waterberging binnen het plangebied; Extra waterberging in uitbreidingsgebieden; Waterberging aan de rand van het stedelijk gebied; Benutten van bergingscapaciteit in het landelijk gebied; Bovendien geldt als uitgangspunt dat niet wordt afgewenteld op het benedenstroomsgebied. Bij de keuze van het soort bergingsvoorziening hanteert het Waterschap de trits: vasthouden/ infiltreren -bergen - afvoeren. Hierbij is de eerst genoemde het meest wenselijk en de laatst genoemde minst wenselijk. Op dit moment is de rioleringsnota "Samen door een buis" van toepassing. Lozing van het afstromende hemelwater op de bodem en op open water moet, voor wat de kwaliteit betreft, voldoen aan algemene regels, die zijn opgenomen in het Blbi en het Barim. Het waterschap houdt toezicht op deze regels, voor zover het lozingen op open water betreft. Een watervergunning voor het lozen, waarin de kwalitatieve aspecten worden geregeld, is niet meer nodig, indien voldaan wordt aan deze algemene regels. Een watervergunning blijft nodig als het gaat om de kwantitatieve effecten van het lozen vanaf nieuw verhard oppervlak op oppervlaktewater. 26 bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg - 10 (Uitvaartfaciliteit nabij Staddijk 20)

59 Aanvullende randvoorwaarden zijn: Ontwikkelingen dienen (grond)waterneutraal te zijn. Dit betekent dat een ontwikkeling geen nadelige effecten mag hebben op de (grond)waterhuishouding; Het oppervlak van eventueel te dempen watergangen dient gecompenseerd te worden; De aanleg van lange duikers voorkomen; Drooglegging van minimaal 0,7 m in watergang bij bui T= %; Drooglegging van minimaal 0,0 m in watergang en wadi/infiltratieveld bij bui T= %; De eis m.b.t. de drooglegging is op een wadi/infiltratieveld niet van toepassing, gezien de aanwezigheid van het hemelwater in een dergelijke voorziening van korte duur is. Er dient echter wel een overloopvoorziening in de voorziening te worden opgenomen, om de maximale peilstijging (inundatie) te waarborgen; De toegestane peilstijging in watergangen is tijdens een T= % 0,3 m. Tijdens een T= % mag het water tot aan maaiveld stijgen; In een wadi/infiltratieveld mag maximaal een peilopzet van 0,3 m worden toegepast. De toegestane peilstijging is afhankelijk van zaken als kindveiligheid en inrichting/opbouw van de voorziening. Om die reden wordt ook wel een grotere of kleinere peilstijging toegestaan. Dit in overleg met het Waterschap en Gemeente; Om te voorkomen dat de bodem van een wadi/infiltratieveld verslempt en de begroeiing afsterft, dient de voorziening binnen 24 uur leeg te lopen; Maximale afvoer naar landelijk gebied betreft 1,5 l/s/ha; Hemelwater, afkomstig van wegoppervlakken, dient, alvorens het wordt geloosd op het oppervlakte, via een bodempassage of lamellenfilter te worden afgevoerd; Er mogen geen uitlogende materialen binnen het watersysteem worden toegepast; Indien drainage onder de woningen en/of wegen wordt aangelegd, dient de b.o.b. of de drempel van de drainageleiding boven de GHG te worden gesitueerd. In overleg met Waterschap en Gemeente kan hiervan onder nader te bepalen voorwaarden van worden afgeweken. Het binnen het peilgebied ingestelde waterpeil ligt namelijk een stuk lager dan de GHG. Het is echter niet de bedoeling dat door de lager dan GHG aan te leggen drainage een kweltoename ontstaat. Wanneer dit wel het geval is dient deze gemitigeerd of gecompenseerd te worden; Indien de afvalwaterafvoer ofwel droogweerafvoer (DWA) via een gemaal op de bestaande gemengde riolering wordt aangesloten het inprikpunt niet binnen de invloedssfeer van een overstort plaatsen. De voorkeur gaat uit om het inprikpunt binnen de invloedssfeer van een eindgemaal te plaatsen; Gelet op de aanwezigheid van een overstort van het gemengde rioolstelsel dient de woningbouwontwikkeling geen risico's voor de volksgezondheid te introduceren. De overstort ligt echter 130 m ten noorden van de ontwikkeling, waarmee de risico's voor de volksgezondheid minimaal zijn.? Gemeente Nijmegen In 2001 heeft de gemeente Nijmegen een Waterplan opgesteld, waarin het beleid en de uit-gangspunten voor een duurzaam stedelijk waterbeheer zijn opgenomen. In april 2010 zijn de uitgangspunten voor de infiltratie nader uitgewerkt in de Nota " Afkoppelen en infiltreren hemel-waterafvoer" Deze nota is in maart 2013 geactualiseerd. In tabel 4.1 is een samenvatting van de uitgangspunten opgenomen. bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg - 10 (Uitvaartfaciliteit nabij Staddijk 20) 27

60 28 bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg - 10 (Uitvaartfaciliteit nabij Staddijk 20)

61 Tabel: Samenvatting uitgangspunten infiltreren hemelwater (bron: Samenvatting Nota 'Afkoppelen en infiltreren hemelwaterafvoer') Nieuw oppervlaktewater Bij de aanleg van nieuw water in het plangebied wordt bij voorkeur zoveel mogelijk aangesloten op de bestaande waterstructuur. Ondanks dat het nieuwe water, de vijver, niet in onderhoud komt van het waterschap, blijft het van belang dat binnen het ontwerp van de vijver rekening wordt gehouden met het onderhoud en de opslagmogelijkheden voor vuil en kroos. De vijver wordt echter niet aangesloten op de bestaande staddvijvers. Om oppervlaktewater van voldoende waterkwaliteit te kunnen handhaven, is het zelfreinigend vermogen van het water van belang. Dit wordt bevorderd door rekening te houden met voldoende ruimte voor water, voldoende waterdiepte (streven is 1 m), voldoende oevervegetatie (taludschuinte minimaal 1:2 of flauwer) en eventuele aanvulling met grond- (kwel stuwwal) en/of oppervlaktewater. Ontwateringsnormen en drooglegging De ontwateringsnorm is de afstand tussen de GHG en het maaiveld, straatniveau en bouwpeil. Hierna zijn de te hanteren ontwateringnormen uiteengezet: Wegen (secundair): minimaal 0,7 m; Bebouwing (onderkant vloer) en aanliggend maaiveld: 0,8 m bij niet waterdichte kruipruimtes. Wanneer wordt uitgegaan van een vloerdikte (excl. isolatie) van 0,2 m komt de ontwaterings-diepte voor het bouwpeil uit op 1,0 m. Bij kruipruimteloos bouwen kan de ontwateringsdiepte met 0,3 m worden verminderd; bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg - 10 (Uitvaartfaciliteit nabij Staddijk 20) 29

62 Groen: 0,5 m. De drooglegging van het gebied is medebepalend voor de ontwatering. Drooglegging is de maat waarop het maaiveld, het straatniveau of het bouwpeil boven het oppervlaktewaterpeil ligt. Doorgaans geldt voor het maaiveld een drooglegging van 0,7 m, voor het straatpeil een drooglegging van 1 m en voor het bouwpeil een drooglegging van 1,3 meter. Omdat het uitgangspunt (grond)waterneutraal ontwikkelen is, mag de grond- en oppervlaktewa-terstand niet verlaagd worden om te voldoen aan de ontwateringsnormen en drooglegging. Afvalwaterafvoer De gemeente Nijmegen heeft aangegeven dat de afvalwaterafvoer vanuit het plangebied aange-sloten kan worden op de afvalwaterriolering in het doodlopende deel van de Steekweg, ter hoog-te van putnummer 10327/25. Afhankelijk van de uit te werken hoogtes van de afvalwaterafvoer kan dit onder vrijverval plaatsvinden of is voor de aansluiting een pomp nodig. Daarbij is voor de aansluiting een capaciteitsberekening nodig Toekomstige waterhuishouding Hemelwaterbehandeling Het van de verhardingen afstromende hemelwater wordt gescheiden afgevoerd van de afvalwaterafvoer van het gebouw. Afgaand op de huidige bodem- en watersituatie blijkt het plangebied matig tot slecht geschikt te zijn voor de infiltratie van hemelwater. De eerste 0,8 m van de bodem bestaat zeer waarschijnlijk uit matig tot slecht waterdoorlatende klei. Daarnaast ligt de GHG volgens de Bodemkaart op 0,4 tot 0,8 m -mv. Gezien de huidige bodem- en watersituatie en de huidige vijver ten zuiden van de Staddijk is gekozen om binnen het plangebied een nieuwe vijver te realiseren. Binnen de nieuwe vijver kan het van de verhardingen afstromende hemelwater worden geborgen, deels infiltreren en deels (vertraagd) afstromen richting het watersysteem buiten het plangebied. Tijdens een regenbui kan het waterpeil in de vijver stijgen, waarmee de berging van het hemelwater plaatsvindt. Na neerslag stroomt het water langzaam af, waarmee het waterpeil weer zakt tot normaal niveau. Voor de zichtbaarheid en beheersbaarheid van het watersysteem heeft het de voorkeur het hemelwater bovengronds af te laten stromen richting de nieuwe vijver; bijvoorbeeld via laagtes in het gras vanaf het gebouw, de wegen en parkeerplaatsen tot aan de vijver. Daarbij is het voor het voorkomen van wateroverlast van belang dat het maaiveld van het gebied wordt afgewerkt richting de vijver. Het van de verhardingen afstromende hemelwater hergebruiken is een mogelijkheid. Gedacht kan worden aan het gebruik van hemelwater voor sanitaire voorzieningen. Het is nog niet bekend of en hoe dit een plek krijgt in de ontwikkeling van het gebied. Voor de toekomstige parkeerplaatsen is het wenselijk een voorzuivering van het afstromende hemelwater toe te passen. Hiermee wordt voorkomen dat eventuele verontreinigingen in het oppervlaktewater of grondwater terecht komen. Een voorzuivering kan plaatsvinden doormiddel van een bodempassage als een infiltratieveld met een berging van minimaal 10 mm en een voldoende snelle leegloop. Bij de uitwerking van het plan dient deze bodempassage nader te worden uitgewerkt. 30 bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg - 10 (Uitvaartfaciliteit nabij Staddijk 20)

63 Om de vervuiling van het afstromende hemelwater zoveel mogelijk te beperken gelden de volgende uitgangspunten: voorkomen gebruik van vervuilende (uitlogende) bouwmaterialen; voorkomen/beperken gebruik van chemische onkruidbestrijdingsmiddelen; beperken strooien bij gladheid; voorkomen autowassen op de kavels en op straat; goede communicatie richting de toekomstige gebruikers (folder, informatie in koopcontract, plaatsing bordjes). Compensatie verhard oppervlak Binnen het plangebied neemt het afstromend verhard oppervlak met circa m2 toe. Met de vrijstelling van 500 m2 komt het te compenseren verhard oppervlak uit op m2. Op basis van de bergingsnorm van 436 m3/ha betekent dit een benodigde berging van 366 m3. In tabel 4.1 is het verhard oppervlak en benodigde berging nader uiteengezet. Het wateroppervlak van de vijver is bepaald op circa m2. Met de maximale peilstijging van 0,3 m betekent dit een beschikbare berging van m3. Dit is dus ruim voldoende voor het opvangen van de benodigde berging. Tabel: Verhard oppervlak en benodigde waterberging Naast de compensatie van het verhard oppervlak dient ook de eventuele toename aan kwel, als gevolg van het graven van de vijver, gecompenseerd te worden. Echter het overschot van circa 655 m3 is ruim afdoende om de toename aan kwel te compenseren. Vijver De vijver dient later nader te worden uitgewerkt, waarbij in ieder geval wordt ingegaan op het realiseren van een goede waterkwaliteit en een voldoende snelle daling van het waterpeil na een regenbui. De peildaling is nodig om weer ruimte te hebben voor nieuwe regenbuien. Met het graven van de vijver komt het water zeer waarschijnlijk in contact te staan met de aanwezige kwelstroom vanuit de stuwwal. Dit heeft een positieve invloed op de waterkwaliteit in de vijver. Voor de peildaling, ofwel vertraagde leegloop van de vijver, is het nodig een aansluiting te realiseren op de nabijgelegen A-watergang, benedenstrooms de aanwezige stuw. Voor het realiseren van de aansluiting op de watergang dienen de technische uitgangspunten van bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg - 10 (Uitvaartfaciliteit nabij Staddijk 20) 31

64 het waterschap gehanteerd te worden. Ontwatering Afgaand op de geschatte ontwerpgrondwaterstand van NAP +6,6 m en het maaiveldverloop volgens de AHN blijkt het gebied niet overal te voldoen aan de ontwateringsnormen. Het straatniveau en het maaiveld ter hoogte van het gebouw dienen in ieder geval op NAP +7,3 m afgewerkt te worden. Het bouwpeil dient weer circa 0,3 m hoger gelegd te worden dan het straatniveau. Afvalwaterafvoer Binnen het plangebied komt een vrijverval afvalwaterafvoer te liggen welke wordt aangesloten op de afvalwaterriolering in het doodlopende deel van de Steekweg, ter hoogte van putnummer 10327/25. Bij de uitwerking van het plan wordt de diameter en hoogteligging van afvalwaterafvoer en de aansluiting op de bestaande riolering nader uitgewerkt. Watervergunning Voor plannen met (in)directe lozing (toename verharding) op het oppervlaktewater is een watervergunning nodig. In dit kader zullen nadere eisen worden gesteld aan het plan. 2.5 Natuur & Landschap Natuur Natura 2000 Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden op het grondgebied van de lidstaten van de Europese Unie. Dit netwerk vormt de hoeksteen van het beleid van de EU voor behoud en herstel van biodiversiteit. Natura 2000 is niet enkel ter bescherming van gebieden (habitats), maar draagt ook bij aan soortenbescherming. Het Natura 2000 netwerk omvat alle gebieden die zijn beschermd op grond van de Vogelrichtlijn van 1979 en de Habitatrichtlijn van Rondom Nijmegen gaat het om de natura 2000 gebieden 'Uiterwaarden Waal' en de 'Gelderse Poort'. Het plangebied valt niet binnen Natura 2000 gebieden en er is geen externe werking op deze gebieden te verwachten. Natuurbeschermingswet De Natuurbeschermingswet 1998 (NB-wet) is een Nederlandse wet die oorspronkelijk in 1967 is vastgesteld maar in 1998 ingrijpend is gewijzigd. In deze wet is nu de natuurbescherming van specifieke gebieden geregeld. Internationale verplichtingen uit de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn zijn in de Natuurbeschermingswet verwerkt. De volgende gebieden zijn aangewezen en beschermd op grond van de wet: Natura 2000-gebieden (Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebieden) Beschermde Natuurmonumenten (Rondom Nijmegen gaat het dan om 'Oude Waal' en 'Bronnenbos Refter') Er zijn geen nadelige effecten vanuit het plangebied te verwachten op de beschermde Natuurmonumenten rond Nijmegen. 32 bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg - 10 (Uitvaartfaciliteit nabij Staddijk 20)

65 Ecologische Hoofd Structuur De Ecologische Hoofdstructuur (EHS) is een netwerk van bestaande en nog te ontwikkelen natuurgebieden in Nederland. De EHS is in het Streekplan Gelderland door de provincie vertaald in de Gebiedsplannen Natuur en Landschap. Nijmegen valt binnen het gebiedsplan Rivierenland. De uiterwaarden van de Waal, de stuwwal, de Ooijpolder en de bosgebieden ten zuiden van Nijmegen zijn opgenomen in de EHS evenals een deel van de landbouwgronden die grenzen aan de wijk Weezenhof en het bosgebied van Vogelzang. Het plangebied ligt niet binnen de EHS en zal hier ook geen directe invloed op uitoefenen Flora en Fauna Op 1 april 2002 is de Nederlandse Flora- en faunawet in werking getreden. Deze wet regelt de bescherming van dier- en plantensoorten. De Flora- en faunawet bundelt bepalingen die voorheen in verschillende wetten waren opgenomen. Tevens is de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn (Europees) en het CITES-verdrag geïmplementeerd in deze wet. Hierdoor heeft Nederland nu één wet voor de bescherming van in het wild voorkomende soorten. Het doel van deze wet is het in stand houden en beschermen van in het wild voorkomende planten- en diersoorten. Deze wet hanteert daarbij het "nee, tenzij principe". Dat betekent dat alle schadelijke handelingen ten aanzien van beschermde planten- en diersoorten in principe verboden zijn. Alleen onder strikte voorwaarden zijn afwijkingen van de verbodsbepalingen mogelijk. Hiertoe zal een ontheffing ex artikel 75 moeten worden aangevraagd. De ontheffingsaanvraag moet onderbouwd zijn door een goed onderzoek naar het voorkomen van en de effecten op beschermde soorten. Ook moet aangetoond worden dat er sprake is van een zwaarwegend maatschappelijk belang. In de Flora- en Faunawet is daarnaast een zogenaamde 'algemene zorgplicht' opgenomen. De zorgplicht is van toepassing op alle planten en dieren, ongeacht of ze wettelijk beschermd zijn. De zorgplicht houdt in dat er bij ingrepen zoals bouwactiviteiten altijd zorgvuldig moet worden omgegaan met de aanwezige planten en dieren. Schadelijke activiteiten moeten zoveel mogelijk worden voorkomen. Voor het plangebied is een quickscan uitgevoerd. Het rapport "Quick Scan Flora- en faunawet nieuwbouw uitvaartcentrum Dela Nijmegen" d.d. 19 juni 2013 van Tauw. De conclusies uit dit onderzoek zijn hier kort samengevat. Gelet op de terreinkenmerken en de aanwezige biotopen, wordt de aanwezigheid van beschermde flora, reptielen, dagvlinders, libellen, overige ongewervelde, vissen en amfibieën uit te sluiten. Het terrein is wel geschikt als leef of foerageergebied voor enkele zoogdieren, vleermuizen en vogels. Grondgebonden zoogdieren Eekhoorn, steenmarter en boommarter kunnen op basis van de aanwezige biotopen voorkomen. Er zijn geen nesten of verblijfplaatsen aangetroffen. Het gebied is geschikt als foerageergebied. Door de voorgenomen ingreep zal dit gebied verkleinen, maar er zijn voldoende alternatieven in de omgeving aanwezig. Er zijn daarom geen consequenties vanuit deze soortgroep voor de verdere planning en uitvoer van het project. bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg - 10 (Uitvaartfaciliteit nabij Staddijk 20) 33

66 Op basis van verspreidingsgegevens en eerdere onderzoeken is bekend dat de das voorkomt ten zuiden van het plangebied. Er zijn geen waarnemingen bekend binnen het plangebied of direct hieraan grenzend. Er zijn geen burchten waargenomen tijdens de quickscan, wel kan hier sporadisch een foeragerende das voorkomen. Omdat het naastgelegen bosgebied een gunstiger foerageergebied is, zal het verwijderen van dit sporadisch foerageergebied geen effect hebben op de soort. Vleermuizen Het plangebied kan de functie hebben als verblijfplaats en als foerageergebied voor diverse vleermuissoorten. Een deel van deze soorten kan een verblijfplaats hebben in bomen. Daarnaast heeft het gebied mogelijk een functie als foerageergebied. Nader onderzoek is noodzakelijk om te bepalen in hoeverre deze leefgebiedfuncties worden geschaad. Op basis van dit nader onderzoek kan worden bepaald of er mitigerende maatregelen noodzakelijk zijn. Mogelijk is een ontheffingsaanvraagprocedure noodzakelijk. Vogels Nader onderzoek is noodzakelijk om vast te stellen of er binnen het plangebied of de directe omgeving daarvan jaarrond beschermde nesten aanwezig zijn van de boomvalk, buizerd of ransuil. Op basis van dit nader onderzoek kunnen effecten worden uitgesloten of maatregelen worden getroffen om effecten uit te sluiten of te mitigeren. Mogelijk is in het laatste geval een ontheffingsaanvraagprocedure noodzakelijk. Tijdens het veldbezoek zijn niet-jaarrond beschermde nesten aangetroffen. Deze nesten zijn in elk geval tijdens de broedperiode beschermd. De broedperiode loopt globaal van maart tot en met juli. Bescherming van broedende vogels vanuit de Flora- en faunawet is niet strikt gebonden aan deze periode. Het uitgangspunt moet zijn of er (al/nog) sprake is van een nestgeval. De vegetatie in het plangebied dient buiten de broedperiode te worden verwijderd. Uitvoerbaarheid bestemmingplan Het is redelijkerwijs te verwachten dat het bestemmingsplan kan worden ingevuld zonder overtreding van de Flora- en faunawet vanuit vleermuizen en vogels. Wanneer er sprake is van vaste verblijfplaatsen voor vleermuizen op het terrein, kunnen deze (bomen) worden gespaard bij de daadwerkelijke ruimtelijke ontwikkelingen. Indien het niet mogelijk is verblijfplaatsen te sparen, kunnen, afhankelijk van de omvang van de verblijfplaats, mitigerende maatregelen getroffen worden waarbij schade aan de soort(en) wordt voorkomen. Hiermee is het reëel dat er een positieve afwijzing zal worden verleend bij een ontheffingsaanvraag. Alleen in zeldzame gevallen, zoals bij aanwezigheid van zeer grote verblijfplaatsen, zal een ontheffing moeilijker te verkrijgen zijn. Op basis van de quickscan wordt dit niet verwacht Voor eventuele jaarrond nesten van de boomvalk, buizerd of ransuil kunnen maatregelen worden getroffen zoals het werken buiten de kwetsbare periode of het behouden van bomen met vogelnesten en het effectief leefgebied daarvan. Hiermee wordt overtreding van de Flora- en faunawet voorkomen. In het onwaarschijnlijke geval dat een jaarrond beschermd broedvogelnest moet worden verwijderd, is het mogelijk dat met voldoende mitigerende maatregelen een positieve afwijzing kan worden verkregen bij een ontheffingsaanvraag. In dat geval is er eveneens geen sprake van een overtreding van de Flora- en faunawet. Of er voldoende mogelijkheden zijn ter mitigatie is wel afhankelijk van de conclusies uit het nader onderzoek. 34 bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg - 10 (Uitvaartfaciliteit nabij Staddijk 20)

67 Nader onderzoek Voor de bestemmingsplanprocedure is geen nader onderzoek nodig, dit is wel zo voor de uitvoering. De noodzakelijk compenserende en mitigerende maatregelen moeten verwerkt worden in het plan en tijdens de uitvoering Groen Groenplan De groene draad (2007) Het groenbeleid voor gemeente Nijmegen is vastgelegd in 'De groene draad - kansen voor het Nijmeegse groen' en heeft als doelstelling: inzicht te geven in het totaal van groene ontwikkelingen in en om de stad en hun onderlinge samenhang; een sturingsinstrument voor het bestuur te zijn voor groene ontwikkelingen in de stad; vanuit een groen toekomstperspectief een gids of leidraad te zijn voor toekomstige stedelijke ontwikkelingen; de groene ambities te benoemen voor de komende jaren die vertaald worden in een uitvoeringsprogramma. Hoofdgroenstructuur uit Groenplan De Groenen Draad De hoofdgroenstructuur en de hoofdbomenstructuur zijn de basis en de ruggengraat van het groen in Nijmegen. Deze structuren houden we dan ook in stand. In bestemmingsplannen gaat het dan om de bestemmingen Groen, Natuur en Bos. Daarnaast kennen ook andere plekken een groene bestemming bijvoorbeeld kleinere groenplekken op wijkniveau. Het plangebied ligt binnen de hoofdgroenstructuur als gewenste ruimtelijke ontwikkeling. Bij de ontwikkeling van het uitvaartcentrum wordt de buitenruimte ontwikkeld als parkachtig gebied dat aansluit bij het naastgelegen stadspark Staddijk. In het plan zal een natuurlijke vijver met graslandvegetatie gerealiseerd worden. Een deel van het bestaande populierenbos wordt omgevormd tot een structuurrijk bosgebiedje. De ontwikkeling van deze parkachtige inrichting past binnen de ambitie van het groenplan. Bij de opstelling van het inrichtingsplan van de buitenruimte en het gebouw moet rekening gehouden worden met eventueel te nemen compenserende of mitigerende maatregelen die voorkomen uit het nadere onderzoek ten behoeve van de Flora en Faunawet. bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg - 10 (Uitvaartfaciliteit nabij Staddijk 20) 35

68 Hoofdgroenstructuur uit Groenplan De Groenen Draad Handboek stadsbomen (2009) Het Handboek Stadsbomen is een uitwerking van het Groenplan "De Groene draad, kansen voor het Nijmeegse groen'. Het Handboek Stadsbomen vormt het kader voor inrichtingsplannen en beheerplannen voor de openbare ruimte waar het bomen betreft. Het handboek is daarnaast te definiëren als toetsingskader voor ruimtelijke plannen en initiatieven en biedt inzicht in de beleidsuitgangspunten ten aanzien van bescherming, aanplant, beheer en kap van bomen. De hoofddoelstelling van het Handboek Stadsbomen is het waarborgen van de duurzame instandhouding van het Nijmeegs bomenbestand door middel van behoud èn ontwikkeling. De volgende uitgangspunten staan daarbij centraal: Optimale inzet van middelen; Waarborgen van een vitaal bomenbestand; Zorgen voor draagvlak; zorgvuldig afwegen, bewust besluiten en tijdig communiceren; Meer bomen en meer kronen. Inzet op kwantiteit en kwaliteit. Het Handboek Stadsbomen heeft betrekking op alle bomen binnen de gemeentegrenzen. Dat zijn dus niet alleen de park-, laan- en straatbomen, maar ook bomen in tuinen en op particuliere terreinen. Voor bosopstanden, bosplantsoen en bomen in natuurgebieden gelden andere beleidskaders en wet- en regelgeving. In het Handboek Stadsbomen is de hoofdbomenstructuur opgenomen. Deze structuur vormt samen met de hoofdgroenstructuur de basis van het groen in Nijmegen. De hoofdbomenstructuur leggen we niet vast in bestemmingsplannen maar wordt wel beschreven in de toelichting en speelt daarmee wel een rol in bestemmingsplannen. 36 bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg - 10 (Uitvaartfaciliteit nabij Staddijk 20)

69 Hoofdboomstructuur uit het Handboek Stadsbomen De eikenlaan aan de westzijde van het plangebied maakt deel uit van de hoofdgroenstructuur. Bij de ontwikkeling van het plangebied moet de eikenlaan behouden blijven. Dit is reeds in het plan opgenomen. Vanuit het Handboek Stadsbomen bestaat de ambitie om een boomstructuur te realiseren in de Staddijk. Bij ontwikkeling van deze straat, moet dit voornemen uitgewerkt worden. Hoofdboomstructuur uit het Handboek Stadsbomen Het plangebied valt binnen het regime van de rooivergunning. Dit betekend dat voor alle bomen dikker dan 95 cm. in omtrek (op een hoogte van 1.30 meter boven maaiveld) een rooivergunning aangevraagd moet worden. Voor bosplantsoen en bos met een oppervlakte meer dan 150 m2 moet tevens een rooivergunning aangevraagd worden. De dikte van de stammen van de bomen in het bos of in het bosplantsoen zijn hierbij niet bepalend, maar de oppervlakte van het te rooien gebied. Bij de aanvraag van de rooivergunning moet een compensatieplan ingediend worden. Om een goede beoordeling van het bomenplan (rooivergunning en compensatieplan) moet een Boom Effect Analyse (een zogenaamde BEA) gemaakt worden. Deze BEA maakt deel uit van de rooiaanvraag. bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg - 10 (Uitvaartfaciliteit nabij Staddijk 20) 37

70 2.6 Archeologie en Cultuurhistorie Cultuurhistorische waarden Rijksbeleid Cultuurhistorie speelt een belangrijke rol bij de ruimtelijke inrichting van ons land. Het geeft identiteit en kwaliteit aan een gebied. Om deze redenen heeft het rijk de beleidslijn ingezet om cultuurhistorie onderdeel te laten zijn van het afwegingskader bij het opstellen van bestemmingsplannen. Deze beleidslijn is verwoord in de beleidsbrief Modernisering Monumentenzorg uit 2009 en heeft geleid tot wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) sinds 1 januari Met het gewijzigde Bro zijn gemeenten wettelijk verplicht cultuurhistorie deel uit te laten maken van het afwegingskader voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het rijk vraagt hiermee aan gemeenten om bij het opstellen van bestemmingsplannen, projectafwijkingsbesluiten en beheersverordeningen cultuurhistorische gebouwen, objecten en structuren te inventariseren en daaraan conclusies te verbinden en in het bestemmingsplan te verankeren. De Monumentenwet 1988 vormt de basis voor de monumentenzorg. Rijksmonumenten en rijksbeschermde stads- en dorpsgezichten worden op basis van deze wet aangewezen. Er zijn geen rijksmonumenten in het gebied aanwezig en het ligt ook niet binnen een rijksbeschermd stadsgezicht. Gemeentelijk beleid Het gedachtengoed uit de beleidsbrief Modernisering Monumentenzorg en het gewijzigde Besluit ruimtelijke ordening is aanleiding geweest het gemeentelijk erfgoedbeleid te actualiseren. Dit heeft geresulteerd in de Nota Cultureel Erfgoed, die op 15 mei 2013 door de raad is vastgesteld. Deze nota beschrijft op welke manier erfgoed kan bijdragen aan de ambitie van de gemeente Nijmegen om de identiteit van de stad te behouden en te versterken. Hiervoor worden drie strategieën ingezet: duurzame ruimtelijke ontwikkeling, kennis & inspiratie en bescherming & instandhouding. De strategie duurzame ruimtelijke ontwikkeling heeft betrekking op een toekomstbestendige stad, waar erfgoed ingezet wordt om bij gebiedsontwikkelingen de eigen identiteit te behouden of te versterken. De verplichtingen vanuit het Besluit ruimtelijke ordening en de daaruit voortvloeiende beleidsvrijheid die we als gemeente hebben zetten we in om deze ambitie te kunnen realiseren. Erfgoed is namelijk een factor die mede kwaliteit geeft aan de ruimte en daarmee ruimtelijke ontwikkelingen kan verrijken. De cultuurhistorische elementen die onderdeel zijn van de identiteit van de stad kan men niet allemaal als beschermd monument of gezicht aanwijzen, maar zijn wel onderdeel van de manier waarop we onze stad beleven, inrichten en gebruiken. De cultuurhistorische beleidskaart is de basis voor de cultuurhistorische inbreng bij het opstellen van ruimtelijke plannen. Het betreffende bestemmingsplangebied aan de Streeksweg valt binnen gebiedstype 1 van de cultuurhistorische beleidskaart. Dit houdt in dat bij ruimtelijke ontwikkelingen vanuit cultuurhistorie alleen ingezet wordt op behoud van historische structuren, tenzij de ontwikkeling betrekking heeft op een beschermd monument of is gelegen in de directe nabijheid van een beschermd monument. 38 bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg - 10 (Uitvaartfaciliteit nabij Staddijk 20)

71 Cultuurhistorie Streekweg en Staddijk De Staddijk heette omstreeks 1859 nog Stadsdijk en werd als volgt omschreven: "loopende nabij de Teerschesluis van de Graafscheweg langs den Duckenburg en verenigt zich bij de brug aan de Vossendijk met den groote weg van Nijmegen op Overasselt". Deze weg was vroeger een dijk, de naam zegt het al, en is in de veertiende eeuw opgeworpen vanwege de ontginning van het gebied. De Staddijk is namelijk gelegen in een gebied dat nog een restant is van een verwilderd riviersysteem uit het late Pleistoceen. Het is ontstaan na de laatste ijstijd, toen veel water werd afgevoerd door een groot aantal ondiepe geulen die zich regelmatig verlegden. In het park Staddijk is dit oeroude landschap, waaronder een restant van een rivierarm van de Maas, nog bewaard gebleven. Hierdoor is het eeuwenlang een moerrasig gebied geweest. De oude benamingen, zoals Neerbosse Broek, Teerse Broek en Dukenburgse broek verwijzen hier nog naar. Broek betekent namelijk 'moerassig land'. De natte ondergrond van de Broekgebieden is mede oorzaak voor de late ontginningen in de westelijke strook van Nijmegen. Tot omstreeks 1300 werden rond de hoger gelegen oeverwallen kades gelegd om de bewoonde gebieden vrij te houden van wateroverlast. De Teersdijk is zo'n kade en kan als waterkering voor de hoger gelegen gronden van Hatert en Wijchen worden beschouwd. De dijken waren een eerste vervolg op de kades. De westelijke begrenzing van Dukenburg's broek is de Staddijk. Deze is waarschijnlijk in de veertiende eeuw opgeworpen als scheiding tussen Dukenburg's broek en het nog nattere deel rond het Wijchens Ven. In dezelfde eeuw is voor het Land van Maas en Waal ook een regionaal afwateringsysteem ontworpen met de Oude en Nieuwe Wetering als hartlijnen. De gegraven waterlopen voerden van oost naar west en konden overtollig water kwijt via een sluis op de Maas. Vanaf het begin van de negentiende eeuw is er bebouwing langs de Staddijk tot stand gekomen. Er is nog een aantal boerderijen aanwezig. Gevolgen bestemmingsplanwijziging voor de aanwezige cultuurhistorische waarden Met de nieuwe Nota Cultureel Erfgoed heeft de gemeente Nijmegen er voor gekozen bij gebiedstype 1 alleen in te zetten op behoud van historische structuren. Deze bestemmingsplanwijziging heeft geen gevolgen voor de omringende historische structuren. Vanuit cultuurhistorisch oogpunt kan daarom ingestemd worden met de voorgestelde bestemmingsplanwijziging Archeologie Met de ondertekening van het Verdrag van Valletta (Malta) in 1992 is in Nederland de beleidsmatige zorg voor het archeologisch bodemarchief aanzienlijk toegenomen. In het verdrag staat: Archeologische waarden dienen als onvervangbaar onderdeel van het culturele erfgoed te worden meegenomen en te worden ontzien bij de ontwikkeling en besluitvorming van ruimtelijke plannen. Mocht bescherming onvoldoende mogelijk zijn dan dient, volgens dit verdrag, de informatie te worden onttrokken aan de bodem via archeologisch onderzoek. Uitgangspunt hierbij is dat de initiatiefnemer van de verstoring van het bodemarchief de kosten van het onderzoek dient te dragen. Inmiddels zijn de uitgangspunten van het Verdrag in de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd in de Monumentenwet 1988 via de wijzigingswet Wet op de Archeologische Monumentenzorg (WAMz, ). bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg - 10 (Uitvaartfaciliteit nabij Staddijk 20) 39

72 Het archeologiebeleid van de gemeente Nijmegen is, in overeenstemming met Malta en de Monumentenwet 1988, er op gericht om het bodemarchief zoveel mogelijk te ontzien. Indien dat niet mogelijk is, wordt voorafgaande aan de bodemverstoring archeologisch onderzoek verricht. De wijze van onderzoek wordt bepaald op basis van de vast te stellen archeologische waarden en de aard en omvang van de bodemingrepen. De archeologische (in bredere zin: cultuurhistorische) kennis die hierbij wordt vergaard, levert informatie op die mede als inspiratiebron kan dienen voor het ontwerp van een gebouw of bij het inrichten van de openbare ruimte. Zo kan het 'verhaal van de plek' ook door toekomstige generaties nog worden gelezen. Het zal duidelijk zijn dat een betere bescherming van het bodemarchief en vooral ook het tijdig meewegen van de archeologische belangen vraagt om een zo goed mogelijk inzicht in de verwachte ligging, verspreiding en aard van het bodemarchief. Om deze reden heeft Bureau Archeologie en Monumenten van de gemeente Nijmegen een archeologische beleidskaart ontwikkeld, waarop de belangrijkste archeologische vindplaatsen en zones en hun waardering zijn aangegeven. 8.2 Plangebied De locatie Staddijk 20 ligt in een gebied met een nader te onderzoeken archeologisch belang (waarde 1). In het in 2013 door de gemeenteraad vastgesteld archeologisch beleid wordt bepaald dat in gebieden met waarde 1 bij bodemingrepen groter dan 2500 m2 archeologisch (voor)onderzoek moet plaatsvinden. Inmiddels is in september 2013 een proefsleuven-onderzoek in het plangebied uitgevoerd. Dit onderzoek heeft enkele recente sporen opgeleverd en slechts enkele losse vondsten uit de bouwvoor. Uit het proefsleuven-onderzoek blijkt dat er geen verder archeologisch onderzoek meer uitgevoerd hoeft te worden. 8.3 Voorwaarden Geen voorwaarden 8.4 Informatieplicht Een persoon die anders dan bij het doen van opgravingen een zaak vindt, waarvan deze weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat het een monument is (in roerende of onroerende zin), is verplicht dit binnen drie dagen te melden (artikel 53 Monumentenwet 1988)bij de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed. 40 bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg - 10 (Uitvaartfaciliteit nabij Staddijk 20)

73 Hoofdstuk 3 Uitvoerbaarheid 3.1 Economische uitvoerbaarheid Het plan wordt uitgevoerd in opdracht en op kosten van de initiatiefnemer. Op 2 juli 2013 heeft het college de grondverkoopovereenkomst tussen de gemeente en de initiatiefnemer vastgesteld. De gemeentelijke plankosten en eventuele planschadeclaims worden gedekt uit de exploitatie "Herstructurering Dukenburg". Door de aanwezigheid van deze overeenkomsten is er geen noodzaak een exploitatieplan te maken. 3.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Het ontwerpbestemmingsplan Nijmegen Dukenburg - 10 (Uitvaartfaciliteit nabij Staddijk 20) heeft in de periode van 20 maart tot en met 30 april 2014 voor een periode van zes weken ter inzage gelegen. Er zijn twintig zienswijzen binnengekomen. Alle zienswijzen zijn binnen de daarvoor gestelde termijn ontvangen. Van de twintig zienswijzen zijn er 15 identiek. Deze zienswijze is opgesteld door actie comité 'geef de bewoners een stem'. De zienswijzen zijn samengevat en van een reactie voorzien in een seperate zienswijzennota. De ingekomen zienswijzen hebben geleid tot een wijziging van de maximale bouwhoogten van het plan. In het ontwerpbestemmingsplan was één maximale bouwhoogte opgenomen voor het hele bouwvlak. Dit liet de mogelijkheid open om in de toekomst meer capaciteit te realiseren dan waar nu rekening mee is gehouden. Om deze mogelijkheid uit te sluiten zijn gedifferentieerde maximale bouwhoogten opgenomen op de verbeelding. De nieuwe maximale bouwhoogten sluiten beter aan bij het concept bouwplan en laten geen ruimte over voor significante uitbreidingen zonder dat daarvoor een nieuwe planologische procedure noodzakelijk is. bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg - 10 (Uitvaartfaciliteit nabij Staddijk 20) 41

74 Hoofdstuk 4 Vooroverleg 4.1 Ministerie I&M Inzicht wanneer het Rijk vooroverleg van belang acht is te herleiden uit de nationale belangen zoals opgenomen in de Realisatieparagraaf Nationaal ruimtelijk beleid. Deze paragraaf geeft inzicht in welke nationale belangen het kabinet heeft gedefinieerd en op welke wijze het rijk deze wil verwezenlijken. Het resultaat is een helder en scherpe markering voor gevallen waarvoor de mede-overheden afstemming moeten zoeken met het Rijk. Onderhavig project doorkruist geen van de door het Rijk aangemerkte nationale belangen. Zodoende is overleg ex. artikel Bro met het minsterie van I&M niet noodzakelijk. 4.2 Provincie Gelderland Bij brief van 5 juni 2008 heeft de Provincie Gelderland aangegeven op welke wijze waarop en in welke mate de Provincie betrokken wil worden bij het vooroverleg ex. artikel Bro. In deze brief is gesteld dat voor plannen van puur lokaal belang geen rol is weggelegd voor de provincie en geen vooroverleg hoeft plaats te vinden. Het onderhavige plan treft geen provinviale belangenen en hoeft niet aangeboden te worden aan de Provincie voor het artikel Bro vooroverleg. 4.3 Waterschap Het waterschap Rivierenland heeft in het kader van het artikel Bro overleg aangegeven akkoord te zijn met het plan. 42 bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg - 10 (Uitvaartfaciliteit nabij Staddijk 20)

75 bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg - 10 (Uitvaartfaciliteit nabij Staddijk 20) 43

76 44 bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg - 10 (Uitvaartfaciliteit nabij Staddijk 20) Regels

77 bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg - 10 (Uitvaartfaciliteit nabij Staddijk 20) 45

78 Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen 1.1 plan: het bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg - 10 (Uitvaartfaciliteit nabij Staddijk 20) met identificatienummer NL.IMRO.0268.BP4010-VG01 van de gemeente Nijmegen. 1.2 bestemmingsplan: de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3 aanbouw een aan een hoofdgebouw aangebouwd gebouw, dat op de grond staat, dat in bouwkundig opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw en dat een aparte ruimte vormt die al dan niet vanuit het hoofdgebouw bereikbaar is. 1.4 aan huis verbonden beroepsactiviteiten een dienstverlenend beroep, dat op kleine schaal in een woning wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en de desbetreffende beroepsuitoefening een ruimtelijke uitstraling heeft die in overeenstemming is met de woonfunctie. 1.5 aan huis verbonden bedrijfsactiviteiten het verlenen van diensten, het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid (geheel of overwegend door middel van handwerk uit te oefenen), het voeren van de administratie van bedrijfsactiviteiten die (behoudens genoemde administratieve werkzaamheden) niet ter plaatse worden uitgeoefend, het verstrekken van logies en ontbijt (bed and breakfast) waarvan de aard, omvang en uitstraling zodanig zijn dat de activiteit in de woning met behoud van de woonfunctie ter plaatse kan worden uitgeoefend. 1.6 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.7 aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.8 achtergevellijn de achterste grens van het bouwvlak en het verlengde daarvan; 1.9 archeologisch deskundige de gemeentelijk (beleids)archeoloog of een andere door het College van Burgemeester en Wethouders aan te wijzen deskundige op het gebied van de archeologie. 46 bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg - 10 (Uitvaartfaciliteit nabij Staddijk 20)

79 1.10 archeologisch onderzoek onderzoek (bureauonderzoek en/of boren en/of geofysisch onderzoek en/of graven en/of begeleiden) verricht door de gemeente Nijmegen of namens de gemeente Nijmegen door een dienst, bedrijf of instelling erkend door het College voor de Archeologische Kwaliteit (CvAK/SIKB), beschikkend over een opgravingsvergunning ex artikel 39 MW en werkend volgens de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie agrarisch bedrijf een bedrijf dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of houden van dieren bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde bed and breakfast een overnachtingsmogelijkheid gericht op het bieden van de mogelijkheid tot een toeristisch en veelal kortdurend verblijf met het serveren van ontbijt. Een bed- en breakfast heeft maximaal 4 kamers en 8 slaapplaatsen bedrijf een onderneming waarbij het accent ligt op het vervaardigen, bewerken, installeren en verhandelen van goederen dan wel op het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij eventueel detailhandel plaatsvindt uitsluitend als niet zelfstandig en ondergeschikt onderdeel van de onderneming in de vorm van verkoop c.q. levering van ter plaatse vervaardigde, bewerkte of herstelde goederen, dan wel goederen die in rechtstreeks verband staan met de uitgeoefende handelingen bedrijfswoning een woning in of bij een gebouw of op of bij een terrein kennelijk slechts bedoeld voor de huisvesting van (het huishouden van) een persoon wiens huisvesting daar gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein noodzakelijk moet worden geacht bedrijvigheid het uitoefenen van een bedrijf, met aanverwante activiteiten als laden en lossen en parkeren beschermd stadsbeeld stadsbeelden die overeenkomstig de bepalingen van de gemeentelijke monumentenverordening zijn aangewezen als beschermde stadsbeelden en waarvan een kaart met daarop aangegeven de begrenzing van het te beschermen gebied is opgenomen in het gemeentelijk monumentenregister Nijmegen beschermd stadsgezicht stadgezicht dat ingevolge artikel 35 van de Monumentenwet is aangewezen, met ingang van de datum van publicatie van die aanwijzing in de Nederlandse Staatscourant bestaand a. bestaande bouwwerken: een legaal bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning; b. bestaand gebruik: het legale gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan. bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg - 10 (Uitvaartfaciliteit nabij Staddijk 20) 47

80 1.20 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming BEVI-bedrijf bedrijf vallend onder de werkingssfeer van artikel 2 lid 1 a tot en met f van het Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen bevoegd gezag bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning bijgebouw een vrijstaand, in functioneel en bouwkundig opzicht aan het hoofdgebouw ondergeschikt gebouw op hetzelfde bouwperceel dat op de grond staat en alleen bedoeld en ingericht ten behoeve van (huishoudelijke) berging, hobby- en/of stallingruimte bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats bouwhistorisch onderzoek in een schriftelijke rapportage vastgelegd onderzoek naar de bouw-, verbouwings- en gebruiksgeschiedenis en bouwhistorische kwaliteit van een monument in de vorm van een bouwhistorische inventarisatie, -verkenning, -opname of -ontleding, uitgevoerd overeenkomstig de Richtlijnen Bouwhistorisch Onderzoek bouwgrens de grens van een bouwvlak bouwlaag een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder bouwmarkt een geheel of gedeeltelijk overdekt detailhandelsbedrijf met een overdekt verkoopvloeroppervlak van minimaal m 2, waarop een volledig of nagenoeg volledig assortiment van bouw- en doe-het-zelf producten uit voorraad wordt aangeboden bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 48 bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg - 10 (Uitvaartfaciliteit nabij Staddijk 20)

81 1.31 bouwperceelsgrens een grens van een bouwperceel bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten bouwwerk een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden casino een speelcasino zoals bedoeld in artikel 27 lid g van de Wet op de kansspelen, te weten de voor het publiek opengestelde of bedrijfsmatig gedreven inrichting, waar door middel van gemeenschappelijk beoefende kansspelen aan de deelnemers de gelegenheid wordt gegeven om mede te dingen naar prijzen of premies, indien de aanwijzing der winnaars geschiedt door enige kansbepaling, waarop de deelnemers in het algemeen geen overwegende invloed kunnen uitoefenen cultuurhistorische waarden waarden die zijn gekoppeld aan de beschavingsgeschiedenis, ondergebracht als historisch (steden)bouwkundig erfgoed, historisch landschappelijk erfgoed of archeologisch erfgoed cultuur en ontspanning voorzieningen gericht op cultuur en ontspanning, zoals een atelier, bioscoop, bowlingbaan, creativiteitscentrum, dansschool, museum, muziekschool, muziektheater, sauna, speelautomatenhal, theater en wellness. Prositutie, raamprostitutie/raamexploitatie of seksinrichting is uitgesloten. Een casino is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'casino' detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ter verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die de goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit, met uitzondering van het bieden van gelegenheid om gekochte etenswaren ter plaatse te nuttigen. Onder detailhandel wordt niet verstaan detailhandel in volumineuze goederen detailhandel in volumineuze goederen detailhandel die vanwege de omvang van de gevoerde artikelen een groot oppervlak nodig heeft voor de uitstalling, zoals: verkoop van auto's, boten, caravans, tuininrichtingsartikelen, grove bouwmaterialen, keukens, meubels en woninginrichting en sanitair dienstverlenend bedrijf een bedrijf met een uitsluitend of in hoofdzaak dienstverlenende of verzorgende taak al dan niet met een baliefunctie, zoals: uitzendbureaus, reisbureaus, wasserettes, kapsalons, bijkantoren van banken en van sociaal-culturele instellingen, postagentschappen, telefoon-, internet-, telegraaf- en telexdiensten, snelfoto-ontwikkel- en copyshops, videotheken, autorijscholen en dergelijke. bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg - 10 (Uitvaartfaciliteit nabij Staddijk 20) 49

82 1.40 erf de gronden met een woonbestemming gelegen binnen het bouwperceel maar buiten het bouwvlak escortbedrijf de natuurlijke persoon, groep van personen of rechtspersoon, die bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, prostitutie aanbiedt, die op een andere plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend (escortservices, bemiddelingsbureaus, overige) evenement evenement zoals bedoeld in de Algemene Plaatselijke Verordening voor de gemeente Nijmegen (APV) garagebedrijf een bedrijf dat uitsluitend of in hoofdzaak is bestemd voor verkoop, onderhoud en reparatie van motorvoertuigen, met dien verstande dat de verkoop van motorbrandstoffen is uitgezonderd garagebox overdekte berg- en bewaarplaats, stalling voor auto's en (motor)fietsen gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt gebouwd terras aan- of uitbouw in de openbare ruimte ten behoeve van een aangrenzend horecabedrijf waar zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken worden geschonken en/of spijzen voor directe consumptie ter plaatse worden verstrekt geluidsgevoelige functies geluidsgevoelige functies als bedoeld in de Wet geluidhinder, te weten: geluidsgevoelige gebouwen a. woningen; b. andere geluidsgevoelige gebouwen: 1. onderwijsgebouwen; 2. ziekenhuizen; 3. verpleeghuizen; 4. verzorgingstehuizen; 5. psychiatrische inrichtingen; 6. kinderdagverblijven. geluidsgevoelige terreinen I. een standplaats als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder e, van de Huisvestingswet (woonwagen); II. ligplaats in het water, bestemd om door een woonschip te worden ingenomen gevelbreedte de breedte van de gevel waar tegenaan wordt gebouwd. 50 bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg - 10 (Uitvaartfaciliteit nabij Staddijk 20)

83 1.49 groothandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan wederverkopers, dan wel aan instellingen of personen ter aanwending in een andere bedrijfsactiviteit historisch stedenbouwkundig erfgoed fysieke verschijningsvorm en geschiedenis van de gebouwde omgeving historisch landschappelijk erfgoed fysieke verschijningsvorm en geschiedenis van landschap en geografie hoekovergang een aan- of uitbouw die buiten de gevelbreedten van het hoofdgebouw wordt gerealiseerd en die een verbinding vormt tussen een aan- of uitbouw aan de voorgevel en een aan- en of uitbouw aan de zijgevel van het hoofdgebouw hoofdbebouwing hoofdgebouw(en) inclusief aan- en of uitbouwen binnen het bouwvlak hoofdgebouw(en) een of meer panden, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is hoogwaardig openbaar vervoer een vorm van openbaar vervoer die gepositioneerd kan worden tussen de traditionele bus en trein, waarbij de nadruk ligt op het snel en betrouwbaar en comfortabel vervoeren van passagiers over vrijliggende HOV-infrastructuur horecabedrijf een bedrijf of instelling waar als hoofddoel bedrijfsmatig dranken en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse worden verstrekt en/of waarin bedrijfsmatig logies wordt verstrekt, niet zijnde detailhandel en/of ondersteunende horeca of bed and breakfast hotel/pension een horecabedrijf dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van logies (per nacht) met als nevenactiviteiten het verstrekken van maaltijden en/of dranken voor consumptie ter plaatse kantoor een ruimte welke door de aard en indeling kennelijk is bestemd om uitsluitend of in hoofdzaak dienstig te zijn tot het verrichten van administratieve en/of ontwerptechnische arbeid, al dan niet met een ondergeschikte baliefunctie landschappelijke waarden waarden gebaseerd op aardkundige, cultuurhistorische en visueel-ruimtelijke aspecten, zowel afzonderlijk als in onderlinge samenhang. bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg - 10 (Uitvaartfaciliteit nabij Staddijk 20) 51

84 1.60 kiosk een gebouw, al dan niet met een (gebouwd) terras, van beperkte omvang, veelal geplaatst in de openbare ruimte, gericht op het ter plaatse aan passanten te koop aanbieden van producten zoals souvenirs, kranten, tijdschriften, bloemen en planten, vis, groenten, versnaperingen, niet-alcoholische en licht alcoholische dranken, rookwaren, e.d maatschappelijke voorzieningen het openbaar bestuur, medische, sociale, educatieve en levensbeschouwelijke diensten, openbare orde en veiligheid en daarmee gelijk te stellen diensten, zoals: huisarts, apotheek, school, sportzaal, kinderdagverblijf, wijkcentrum, kerkgebouw, verzorgingstehuis, onzelfstandige woonvormen, uitvaartcentrum en bibliotheek natuurlijke waarden de aan een gebied toegekende waarden in verband met de geologische, bodemkundige, ecologische en biologische elementen voorkomende in dat gebied omgevingsvergunning vergunning voor activiteiten als genoemd in artikel 2.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht ondergronds bouwwerk a. een (gedeelte van een) gebouw dat gelegen is onder het niveau van de begane grondvloer van dat gebouw, waarbij de hoogte van die begane grondvloer nergens hoger ligt dan 0,25 meter boven het aansluitende maaiveld ter plaatse van de hoofdtoegang; b. een zelfstandig voor mensen toegankelijk bouwwerk waarvan de bovenkant nergens hoger is dan het maaiveld van het bouwperceel ter plaatse van dat bouwwerk ondergeschikte detailhandel detailhandel waarbij de detailhandelsactiviteit een directe relatie heeft met de hoofdactiviteit maar daaraan ondergeschikt is ondergeschikte kantoren kantoren waarbij het kantoor een directe relatie heeft met de hoofdactiviteit maar daaraan ondergeschikt is ondergrond voor de ondergrond van het plan is gebruik gemaakt van de Grootschalige Basiskaart Nederland (GBKN), als vervat in het bestand GBK ondersteunende horeca horeca waarbij de horeca-activiteit ondersteunend is aan de hoofdactiviteit maar daaraan ondergeschikt is overig bouwwerk een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden overkapping een op de grond staand, plat afgedekt bouwwerk, bestaande uit ten minste een dak, niet zijnde een gebouw pand 52 bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg - 10 (Uitvaartfaciliteit nabij Staddijk 20)

85 de kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is parkeerdak plat dak dat als parkeerplaats gebruikt kan worden parkeergarage onder- of bovengrondse voorziening waar automobilisten (meestal) overdekt hun auto's kunnen parkeren perceelsgrens de grens van een bouwperceel permanente bewoning bewoning van een ruimte als hoofdverblijf door dezelfde persoon productiegebonden detailhandel detailhandel in goederen die ter plaatse worden vervaardigd, gerepareerd en/of toegepast in het productieproces, waar de detailhandelsfunctie ondergeschikt is aan de productiefunctie prostitutie het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele diensten ten behoeve van een ander tegen vergoeding raamprostitutie een seksinrichting met één of meer ramen van waarachter de prostituee/prostitué tracht de aandacht van passanten op zich te vestigen recreatieve voorzieningen op verblijfs- en dagrecreatie gerichte voorzieningen, niet zijnde een sportvoorziening, zoals: kampeerterrein, kampeerboerderij, recreatiewoning en een volkstuin seksinrichting een voor het publiek toegankelijk gebouw of bouwwerk, geen gebouw zijnde dan wel onderkomen, waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub of een prostitutiebedrijf, waaronder tevens begrepen een erotische massagesalon, al of niet in combinatie met elkaar speelautomatenhal een inrichting, bestemd om het publiek gelegenheid te geven een spel door middel van speelautomaten te beoefenen, als bedoeld in artikel 30c, eerste lid, onder c, van de Wet op de kansspelen. bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg - 10 (Uitvaartfaciliteit nabij Staddijk 20) 53

86 1.82 sportvoorzieningen gebouwde en niet-gebouwde voorzieningen gericht op sport, niet zijnde een recreatieve voorziening, zoals: fitnesscentrum, ijsbaan, manege, speelterrein, sporthal, sportveld, stadion, tennisbaan en zwembad straatmeubilair de op of bij de weg behorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals: verkeerstekens, wegbebakeningen, bewegwijzeringen, verlichting, halteaanduidingen, parkeerregulerende constructies, road barriers, afvalinzamelsystemen, openbare toiletvoorzieningen, brandkranen, informatie- en reclameobjecten, fietsenstallingen, papier- en plantenbakken, zitbanken, communicatievoorzieningen, beeldende kunst, gedenktekens, sport- en speelvoorzieningen, abri's en dergelijke straatprostitutie het op straat door handelingen, houding, woord, gebaar of op andere wijze, passanten tot seksuele handelingen te bewegen, uit te nodigen dan wel aan te lokken stacaravan een caravan, die, ook als deze niet omgevingvergunningplichtig is, toch als bouwwerk valt aan te merken standplaats een kavel, bestemd voor het plaatsen van een woonwagen, waarop voorzieningen aanwezig zijn die op het leidingnet van de openbare nutsbedrijven, andere instellingen of van gemeenten kunnen worden aangesloten supermarkt een (grootschalig) detailhandelsbedrijf, veelal onderdeel van een supermarktketen, met een grote verscheidenheid aan levensmiddelen terras een buiten de besloten ruimte van een inrichting liggend deel van een bedrijf of instelling waar zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken worden geschonken en/of spijzen voor directe consumptie ter plaatse worden verstrekt terreinen met een archeologisch belang terreinen met een hoge verwachtingswaarde op het aantreffen van archeologische resten in de bodem of waarvan bekend is dat er in beperkte mate waardevolle archeologische resten in de bodem aanwezig zijn terreinen van zeer hoge archeologische waarde terreinen waarvan bekend is dat er waardevolle archeologische resten aanwezig zijn uitbouw een op de grond staand en aan een hoofdgebouw aangebouwd gebouw dat in bouwkundig opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw en dat een vergroting betreft van een in het gebouw gelegen ruimte. 54 bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg - 10 (Uitvaartfaciliteit nabij Staddijk 20)

87 1.92 verblijfsgebied binnen de bestemming Verkeer gelegen gronden vooral bedoeld voor voetgangers en niet voor doorgaand verkeer voorgevellijn de voorgevel van het hoofdgebouw en het verlengde ervan wadi voorziening voor de infiltratie van regenwater. Een wadi is een laagte waarin het regenwater zich kan verzamelen en in de bodem kan infiltreren werk een werk, geen bouwwerk zijnde winkelcentrum een cluster van winkels, al dan niet in combinatie met andere functies, die in ruimtelijk-economisch opzicht als eenheid beschouwd moet worden wonen de huisvesting van één of meerdere personen in een gebouw, niet zijnde een woonwagen of woonschip woning een (gedeelte van een) gebouw dat dient voor de huisvesting van een of meer personen woonschip onder woonschip verstaan we een (voormalig) schip met een (metalen) scheepsromp, dat is ingericht of verbouwd voor permanente bewoning waarbij de oorspronkelijke verschijningsvorm grotendeels behouden is gebleven. Met schip wordt in deze bedoeld: elk van oorsprong watergaand vaartuig, met eigen voortstuwing, dat gebruikt wordt (of werd) om goederen, passagiers of beide te vervoeren woonwagen een voor bewoning bestemd gebouw dat is geplaatst op een standplaats en dat in zijn geheel of in delen kan worden verplaatst zaalverhuur een inrichting ten behoeve van het al dan niet bedrijfsmatig exploiteren van zaalaccommodatie, waarbij het verstrekken van al dan niet ter plaatse bereide etenswaren en/of het verstrekken van drank voor consumptie ter plaatse mogelijk is zeer kwetsbaar object een object dat bestemd is voor groepen beperkt zelfredzame personen. Van beperkte zelfredzaamheid is sprake wanneer personen in geval van een calamiteit niet in staat zijn zichzelf zonder hulp van buitenaf in veiligheid te brengen, zoals kinderen, ouderen, gehandicapten en gedetineerden. Voorbeelden van zeer kwetsbare objecten zijn grote zorgcomplexen, ziekenhuizen, detentiecentra, peuterspeelzalen, kinderdagverblijven, basisscholen en begeleid wonen met 24-uurszorg. bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg - 10 (Uitvaartfaciliteit nabij Staddijk 20) 55

88 Artikel 2 Wijze van meten Bij de toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 de afstand van een gebouw tot een zijdelingse perceelsgrens de afstand gemeten vanaf het dichtst bij de perceelsgrens gelegen punt van het gebouw tot aan de zijdelingse perceelsgrens. 2.2 de afstanden tussen lijnen afstanden tussen lijnen worden gemeten van het hart van de ene lijn tot het hart van de andere lijn. 2.3 de bedrijfsvloeroppervlakte de totale oppervlakte, binnenwerks gemeten, van alle op een bouwperceel aanwezige bebouwing, boven en onder peil, ten dienste van één bepaalde binnen een bestemming toegestane activiteit/functie. 2.4 de diepte van een bouwwerk, niet zijnde een hoofdgebouw de afstand gemeten vanaf het verste punt van het bouwwerk loodrecht op de gevel waartegen het bouwwerk wordt aangebouwd. 2.5 de bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, lichtkoepels, dakkapellen, lucht- en liftkokers, (brand)trappen, zonnepanelen, andere technische ruimten en/of technische constructies, hekwerken, luifels, balkons en antennes. 2.6 de bouwhoogte van een dakopbouw vanaf de afdekking van de bovenste bouwlaag tot aan het hoogste punt van de dakopbouw. 2.7 de bouwhoogte van een kap vanaf de bovenkant goot, boeibord of daarmee gelijk te stellen constructiedeel tot aan het hoogste punt van de kap. 2.8 de dakhelling langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.9 gevellijn de plaats vanaf waar de bouw- en goothoogte van het aangrenzende maatvoeringsvlak wordt gemeten de goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, lichtkoepels, dakkapellen, lucht- en liftkokers, (brand)trappen, zonnepanelen, andere technische ruimten en/of technische constructies, hekwerken, luifels, balkons en antennes. Voor de meest voorkomende dakvormen bij woningen is in onderstaande schetsjes aangegeven waar de goothoogte wordt bepaald. Daarbij geldt dat voorzover het gaat om een bestaand zadeldak deze niet mag worden uitgebouwd tot een afgetopte dakvorm. 56 bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg - 10 (Uitvaartfaciliteit nabij Staddijk 20)

89 2.11 de hoogte van een windturbine vanaf het peil tot aan de (wieken)as van de windturbine de inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen de oppervlakte van een bouwwerk bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg - 10 (Uitvaartfaciliteit nabij Staddijk 20) 57

90 tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk het bebouwde oppervlakte de buitenwerks gemeten oppervlakte van de verticale projectie van alle in een nader aan te geven gebied aanwezige, al dan niet ondergrondse, bouwwerken, met uitzondering van ondergeschikte bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals pompputten, luifels en balkons het bebouwingspercentage het percentage dat de oppervlakte van (een gedeelte van) het bouwvlak aangeeft dat binnen de aanduiding 'bouwvlak' maximaal mag worden bebouwd. Dit percentage geldt voor elk afzonderlijk bouwperceel het peil de plaats vanwaar in het kader van dit bestemmingsplan de hoogte wordt gemeten als bedoeld bouw- en goothoogte en als volgt bepaald: a. voor bouwwerken boven het maaiveld, waarvan de hoofdtoegang onmiddellijk aan een (al dan niet openbare) weg grenst: de hoogte van de kruin van die weg ter plaatse van de hoofdtoegang; b. voor bouwwerken boven het maaiveld, waarvan de hoofdtoegang niet onmiddellijk aan de hiervoor bedoelde weg grenst: de hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld ter plaatse van de hoofdtoegang; c. voor bouwwerken onder het maaiveld, het peil van het bijbehorende bovengrondse hoofdgebouw; d. voor drijvende bouwwerken: de waterlijn; e. in de andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld het (bruto) verkoopvloeroppervlak de totale oppervlakte van de voor publiek toegankelijke ruimten, etalages en ruimten achter toonbanken het vloeroppervlak de totale oppervlakte, binnenwerks gemeten, van alle ruimten ondergronds, op de begane grond, de verdiepingen, de zolder en de bijbehorende aan- en uitbouwen. 58 bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg - 10 (Uitvaartfaciliteit nabij Staddijk 20)

91 Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Artikel 3 Bos 3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Bos' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. bos; b. behoud, herstel en/of ontwikkeling van cultuurhistorische- en natuurwaarden; c. bijbehorende voorzieningen zoals: schuilgelegenheden, bergingen, sport- en speelvoorzieningen, parkeervoorzieningen en fiets- en voetpaden; d. wadi's, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, alsmede daarbij behorende voorzieningen zoals duikers, kunstwerken en overbruggingen. 3.2 Bouwregels Algemene bouwregels Op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend worden gebouwd: a. gebouwen en overkappingen ten behoeve van schuilgelegenheden en/of berging; b. bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde Specifieke bouwregels De in artikel genoemde bouwwerken zijn toegestaan voor zover voldaan wordt aan de volgende regels: a. de oppervlakte van gebouwen en/of overkappingen ten behoeve van schuilgelegenheden en/of berging mag per locatie niet meer bedragen dan 20 m 2. De bouwhoogte mag maximaal 5 meter en de goothoogte maximaal 3 meter bedragen; b. de bouwhoogte van erfafscheidingen mag niet meer dan 2,5 meter bedragen, de bouwhoogte van palen en (licht)masten niet meer dan 10 meter en de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, mag niet meer dan 5 meter bedragen. 3.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Omgevingsvergunningsplicht Het is verboden op of in de lid 3.1 bedoelde gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegde gezag de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, te doen of te laten uitvoeren: a. het aanleggen van wegen, parkeervoorzieningen en andere oppervlakteverhardingen met gezamenlijke oppervlakte van meer dan 25 m 2 ; b. het veranderen van het huidige maaiveldniveau door ontginnen, bodem verlagen, egaliseren, afgraven of ophogen; c. het kappen van bomen en andere beplanting; d. het aanleggen van waterpartijen of vergraven, verruimen of dempen van waterpartijen Uitzonderingen Het in lid vervatte verbod geldt niet voor werken of werkzaamheden die: a. betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer; b. het aanleggen van (half)verharde fiets-en voetpaden; c. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; d. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning. bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg - 10 (Uitvaartfaciliteit nabij Staddijk 20) 59

92 3.3.3 Toelaatbaarheid De werken of werkzaamheden als bedoeld in lid zijn slechts toelaatbaar voor zover het bos hierdoor niet onevenredig wordt geschaad. 60 bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg - 10 (Uitvaartfaciliteit nabij Staddijk 20)

93 Artikel 4 Groen 4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groenvoorzieningen; b. bijbehorende voorzieningen zoals: sport- en speelvoorzieningen, terrassen, hondenuitlaatplaatsen, in- en uitritten en fiets- en voetpaden, overige voorzieningen ten behoeve van een uitvaartfaciliteit; c. wadi's, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, overstortvijvers, rioolbuffers, alsmede daarbij behorende voorzieningen zoals duikers, kunstwerken en overbruggingen; d. geluidwerende voorzieningen, zoals geluidswallen en geluidsschermen; e. ondergeschikte bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, zoals (brand)trappen, keldertoegangen, koekoeken, luifels en balkons, ten behoeve van het aangrenzende hoofdgebouw in de naastgelegen bestemming; f. (bouw)werken ten algemenen nutte zoals bedoeld in artikel Bouwregels Algemene bouwregels Op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend worden gebouwd: a. ondergeschikte bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, zoals (brand)trappen, keldertoegangen, koekoeken, luifels en balkons, ten behoeve van het aangrenzende hoofdgebouw in de naastgelegen bestemming; b. gebouwen en overkappingen ten behoeve van (bouw)werken ten algemenen nutte zoals bedoeld in artikel 7.2; c. bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde Specifieke bouwregels De in artikel genoemde bouwwerken zijn toegestaan voor zover voldaan wordt aan de volgende regels: a. aangrenzend aan het hoofdgebouw van de naastliggende bestemming mogen ondergeschikte bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, zoals (brand)trappen, keldertoegangen, koekoeken, luifels en balkons, worden gebouwd met een maximum diepte van 2 meter; b. de bouwhoogte van erfafscheidingen mag niet meer dan 2,5 meter bedragen, de bouwhoogte van palen, (licht)masten en ballenvangers en geluidwerende voorzieningen niet meer dan 15 meter en de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, mag niet meer dan 5 meter bedragen. 4.3 Specifieke gebruiksregels Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval verstaan: het gebruik van gronden ten behoeve van parkeren, met uitzondering van ondergrondse parkeervoorzieningen. bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg - 10 (Uitvaartfaciliteit nabij Staddijk 20) 61

94 Artikel 5 Maatschappelijk 5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. ter plaatse van de aanduiding uitvaartcentrum (uv) enkel bestemd voor het realiseren van een uitvaartcentrum / uitvaartfaciliteit met dien verstande dat bijbehorende voorzieningen zoals bijvoorbeeld een crematorium ook zijn toegestaan; b. ondersteunende horeca zoals bedoeld in artikel 8.2; c. bijbehorende voorzieningen zoals: verhardingen, parkeer- en groenvoorzieningen, sport- en speelvoorzieningen, fiets- en voetpaden; d. wadi's, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, alsmede daarbij behorende voorzieningen zoals duikers, kunstwerken en overbruggingen. 5.2 Bouwregels Algemeen bouwregels Op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend worden gebouwd: a. gebouwen en overkappingen; b. bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde Specifieke bouwregels De in artikel genoemde bouwwerken zijn toegestaan voor zover voldaan wordt aan de volgende regels: a. hoofdgebouwen mogen uitsluitend worden opgericht binnen de aanduiding 'bouwvlak'; b. ten aanzien van gebouwen en overkappingen binnen de aanduiding 'bouwvlak' gelden de volgende bepalingen: 1. het bouwperceel binnen de aanduiding 'bouwvlak' tot maximaal het ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage' aangegeven bebouwingspercentage worden bebouwd; indien geen bebouwingspercentage is aangegeven mag het bouwperceel binnen de aanduiding 'bouwvlak' geheel worden bebouwd; 2. de goot- en bouwhoogte van gebouwen en overkappingen binnen de aanduiding 'bouwvlak' niet meer mogen bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum goot- en bouwhoogte' is aangegeven; c. aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen mogen op het bouwperceel zowel binnen als buiten de aanduiding 'bouwvlak' worden opgericht; buiten de aanduiding 'bouwvlak' gelden de volgende bepalingen: 1. het totaal bebouwd oppervlak van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen buiten de aanduiding 'bouwvlak' mag ten hoogste 75 m 2 bedragen; 2. de goothoogte van aan- en uitbouwen mag ten hoogste de hoogte van de beganegrondlaag van het hoofdgebouw bedragen en de bouwhoogte mag ten hoogste de hoogte van de direct daarboven gelegen bouwlaag bedragen; 3. de goothoogte van bijgebouwen mag ten hoogste 3 meter bedragen en de bouwhoogte mag ten hoogste 5 meter bedragen; 4. de hoogte van overkappingen mag ten hoogste 3 meter bedragen; d. erfafscheidingen en andere bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, mogen zowel binnen als buiten de aanduiding 'bouwvlak' worden opgericht, met dien verstande dat: 1. aangrenzend aan de hoofdbebouwing mogen ondergeschikte bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, zoals (brand)trappen, keldertoegangen, koekoeken, luifels en balkons, worden gebouwd met een maximum diepte van 2 meter; 2. de bouwhoogte van erfafscheidingen niet meer dan 2,5 meter mag bedragen; 3. de bouwhoogte van palen en (licht)masten niet meer dan 10 meter mag bedragen en de bouwhoogte van andere bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, niet meer dan 4 meter. 62 bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg - 10 (Uitvaartfaciliteit nabij Staddijk 20)

95 e. bij de realisering van de in deze bestemming toegelaten geluidsgevoelige bestemmingen en/of functies moet worden voldaan aan de voorkeurswaarde uit de Wet geluidhinder. Als de geluidsbelasting hoger is dan de voorkeurswaarde mogen geluidsgevoelige bestemmingen en/of functies alleen worden gerealiseerd als voldaan wordt aan de van toepassing zijnde vastgestelde hogere waarde en de daarin opgenomen voorwaarden. bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg - 10 (Uitvaartfaciliteit nabij Staddijk 20) 63

96 Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 6 Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing. 64 bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg - 10 (Uitvaartfaciliteit nabij Staddijk 20)

97 Artikel 7 Algemene bouwregels 7.1 Beeldende kunst Het oprichten van bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, ten behoeve van beeldende kunst is binnen alle bestemmingen toegestaan tot een maximum bouwhoogte van 15 meter, met dien verstande dat de regels van de dubbelbestemmingen en algemene aanduidingsregels onverkort van toepassing zijn. 7.2 (Bouw)werken ten algemenen nutte Het oprichten van bouwwerken ten algemenen nutte, zoals: transformatorhuisjes, schakelhuisjes, bemalingsinrichtingen, gasdrukregel- en meetstations, straatmeubilair, infiltratievoorzieningen, voorzieningen ten behoeve van koude- en warmteopslag, wachthuisjes voor verkeers- en parkeerdiensten en schuilgelegenheden, is binnen alle bestemmingen toegestaan, met dien verstande dat: a. de inhoud van elk gebouw niet meer mag bedragen dan 50 m³; b. de oppervlakte van elke overkapping niet meer mag bedragen dan 20 m²; c. de goothoogte van gebouwen niet meer dan 3 meter mag bedragen en de bouwhoogte van gebouwen niet meer dan 5 meter mag bedragen; d. de bouwhoogte van overkappingen niet meer dan 3 meter mag bedragen; e. voor de bouwhoogte van andere bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, de bouwregels van de geldende bestemming van toepassing zijn; f. de regels van de dubbelbestemmingen en algemene aanduidingsregels onverkort van toepassing zijn. 7.3 Ondergronds bouwen Bouwen onder peil ten behoeve van de bestemming is toegestaan, met dien verstande dat: a. bouwen onder peil is toegestaan binnen de aanduiding 'bouwvlak' ten behoeve van op de begane grond toegestane functies; b. bouwen onder peil is toegestaan binnen de aanduiding 'bouwvlak' ten behoeve van ondergrondse parkeervoorzieningen; c. bouwen onder peil binnen de bestemming Wonen is tevens buiten de aanduiding 'bouwvlak' toegestaan, voor zover bovengronds aan- en uitbouwen zijn toegestaan dan wel tot zover als de bestaande bovengrondse aan- of uitbouw reikt; d. bouwen onder peil binnen de bestemming Tuin is toegestaan, mits grenzend aan het hoofdgebouw met een maximum diepte van 1,5 meter dan wel tot zover als de bestaande bovengrondse aan- of uitbouw reikt; e. bouwen onder peil ten behoeve van een woning binnen de bestemming [Gemengd] is tevens buiten de aanduiding 'bouwvlak' toegestaan, mits grenzend aan de woning met een maximum diepte van 3 meter achter de achtergevelrooilijn dan wel tot zover als de bestaande bovengrondse aan- of uitbouw reikt; f. bouwen onder peil ten behoeve van een woning binnen de bestemming [Gemengd] is tevens buiten de aanduiding 'bouwvlak' toegestaan, mits grenzend aan de woning met een maximum diepte van 1,5 meter voor de voorgevellijn danwel tot zover als de bestaande aan- of uitbouw reikt; g. bouwen onder peil ten behoeve van bouwwerken ten algemenen nutte zoals bedoeld in artikel 7.2 is toegestaan; h. de regels van de dubbelbestemming en algemene aanduidingsregels onverkort van toepassing zijn. bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg - 10 (Uitvaartfaciliteit nabij Staddijk 20) 65

98 Artikel 8 Algemene gebruiksregels 8.1 Evenementen Evenementen zijn binnen alle bestemmingen toegestaan, mits hiervoor vergunning is verleend op grond van de Algemeen Plaatselijke Verordening. 8.2 Ondersteunende horeca In gebouwen die ingevolge deze regels gebruikt mogen worden voor cultuur en ontspanning, detailhandel, dienstverlening, maatschappelijke voorzieningen, recreatie en/of sport, en niet voor horeca, is ondersteunende horeca onder de volgende voorwaarden toegestaan: a. de horeca-activiteit is ondergeschikt aan de hoofdactiviteit; b. de openingstijden van de horeca-activiteit zijn aangepast aan de openingstijden van de hoofdactiviteit; c. de toegang tot de horeca-activiteit is uitsluitend via die van de hoofdactiviteit, er is dus geen aparte ingang; d. er is in het pand vrij toegankelijke sanitaire ruimte; e. voor de horeca-activiteit mag geen aparte reclame worden gemaakt; f. van het totale vloeroppervlak van een food-detailhandelsbedrijf mag maximaal 20 m 2 en niet meer dan 25% van het totale verkoopvloeroppervlak aan ondersteunende horeca worden besteed, mits binnen een afstand van 50 meter aan weerszijden van het pand zich geen andere zaak bevindt met ondersteunende of reguliere horeca; g. van het totale vloeroppervlak van een non-food detailhandelsbedrijf mag maximaal 50 m 2 en niet meer dan 25% van het totale verkoopvloeroppervlak aan ondersteunende horeca worden besteed, mits binnen een afstand van 50 meter aan weerszijden van het pand zich geen andere zaak bevindt met ondersteunende of reguliere horeca; h. van het totale vloeroppervlak van een maatschappelijke voorziening, een voorziening gericht op cultuur en ontspanning en een recreatieve- en sportvoorziening (met uitzondering van een sporthal en sportveld) mag maximaal 10% aan ondersteunende horeca worden besteed; i. van het totale vloeroppervlak van een sporthal mag maximaal 12% aan ondersteunende horeca worden besteed; j. voor 1 sportveld mag maximaal 150 m 2 aan ondersteunende horeca worden besteed en bij meerdere velden mag voor ieder extra sportveld maximaal 75 m 2 worden opgeteld, met dien verstande dat de maximum oppervlakte niet meer mag bedragen dan 375 m 2. De gehanteerde oppervlaktematen betreffen de totale oppervlakte ten dienste van de ondersteunende horecafunctie, niet inbegrepen de daarbij behorende ruimten als opslag, keuken- en toiletruimten. 66 bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg - 10 (Uitvaartfaciliteit nabij Staddijk 20)

99 Artikel 9 Algemene afwijkingsregels Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van de bepalingen van dit plan, voor zover het een in beperkte mate afwijking van de maatvoering betreft, noodzakelijk om het bouwwerk zodanig te laten aansluiten op een bestaande, legale situatie dat dit vanuit architectonisch en/of bouwkundig opzicht een verbetering is. Artikel 10 Overige regels 10.1 Uitsluiting aanvullende werking van de bouwverordening De voorschriften van de Bouwverordening ten aanzien van onderwerpen van stedenbouwkundige aard blijven overeenkomstig het gestelde in artikel 9 lid 2 van de Woningwet buiten toepassing, behoudens ten aanzien van de volgende onderwerpen: a. de parkeergelegenheid en laad- en losmogelijkheden; b. de ruimte tussen bouwwerken. bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg - 10 (Uitvaartfaciliteit nabij Staddijk 20) 67

100 Hoofdstuk 4 Artikel 11 Overgangs- en slotregels Overgangsrecht 11.1 Overgangsrecht bouwwerken Algemeen Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan Afwijken bij omgevingsvergunning Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde in artikel een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in artikel met maximaal 10% Uitzonderingen Artikel is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan Overgangsrecht gebruik Algemeen Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet Strijdig gebruik a. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in artikel , te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. b. Indien het gebruik, bedoeld in artikel , na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten Uitzonderingen Artikel is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan. 68 bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg - 10 (Uitvaartfaciliteit nabij Staddijk 20)

101 Artikel 12 Slotregel Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Nijmegen Dukenburg - 10 (Uitvaartfaciliteit nabij Staddijk 20)'. bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg - 10 (Uitvaartfaciliteit nabij Staddijk 20) 69

102 Legenda Plangebied Bestemmingen BO Bos G Groen BO M Maatschappelijk Aanduidingen (uv) uitvaartcentrum bouwvlak maximale goot- en bouwhoogte (m) Algemeen M 53 Ondergrond bestaande bebouwing GBK (uv) G G Staddijk Gemeente Staddijk 123 Nijmegen ter visielegging m.i.v. vaststelling door Raad dd: dd: bestemmingsplan Raad van State nr: dd: nr: datum: gewijzigd: schaal: 1:1000_A2 Nijmegen Dukenburg - 10 (Uitvaartfaciliteit nabij Staddijk 20) 125 get. / gez.: EF nummer: cadnr.: NL.IMRO.0268.PB4010-VG01

103

104

105

106

107

108

109

110

111

112

113

114

115

116

117

118

119

120

121

122

123

124

125

126

127

128

129

130

131

132

133

134

135

136

137

138

139

140

141

142

143

144

145

146

147

148

149

150

151

152

153

154

155

156

157

158

159

160

161

162

163

164

165

166

167

168

169

170

171

172

173

174

175

176

177

178

179

180

181

182

183

184

185

186

187

188

189

190

191

192

193

194

195

196

197

198

199

200

201

202

203

204

205

206

207

208

209

210

211

212 Aanvullend bodemonderzoek Staddijk te Nijmegen definitief In opdracht van Opgesteld door Projectnummer Gemeente Nijmegen MWH B.V. M13B0184 Documentnaam \\nlarn1s01\data\data\project\m13\m13b0184\2 (T ) Inhoudelijk - Technisch\T1 Figuren, schetsen en notitie's\m13b0184.r01-ciho-def.docx Datum 30 juli 2013 Postadres Postbus EB ARNHEM Nederland T +31(0) F +31(0) Bezoekadres Westervoortsedijk AT ARNHEM Nederland KVK Haaglanden BNP Paribas IBAN NL 75 BNP A /BIC BNPANL2A MWH is ISO 9001:2008 en VCA* gecertificeerd

213 2 Opgesteld door Datum MWH B.V. 30 juli 2013, definitief

214 Inhoudsopgave 1 Inleiding Doel van het onderzoek Referentiekader Betrouwbaarheid 6 2 Vooronderzoek Beschrijving van de locatie Voorgaande onderzoeken Hypothese en onderzoeksstrategie 7 3 Veldwerk en chemische analyses Algemene onderzoeksstrategie en werkwijze Resultaten veldwerk Analysestrategie Chemische analyses 11 4 Bespreking onderzoeksresultaten Interpretatie onderzoeksresultaten (Wet bodembescherming) (Indicatieve) toetsing Besluit bodemkwaliteit Toetsing hypothese 14 5 Conclusies en aanbevelingen 15 Bronvermeldingen 16 Bijlage 1: : overzichtskaart (1:25.000) Bijlage 2 : situatietekening (1:1.000) Bijlage 3.1 : verklarende woordenlijst Bijlage 3.2 : toetsing analyseresultaten grond conform Wbb (inclusief normtabel) Bijlage 3.3 : toetsing analyseresultaten grondwater conform Wbb (inclusief normtabel) Bijlage 3.4 : indicatieve toetsing analyseresultaten grond aan het Bbk (inclusief normtabel) Bijlage 4.1 : boorbeschrijvingen inclusief legenda Bijlage 4.2 : kwaliteitsborging veldwerk Bijlage 5 : analysecertificaten en gaschromatogrammen Bijlage 6 : foto s onderzoekslocatie 3 Opgesteld door Datum MWH B.V. 30 juli 2013, definitief

215 4 Opgesteld door Datum MWH B.V. 30 juli 2013, definitief

216 1 Inleiding Op 9 juli 2013 is door de gemeente Nijmegen aan MWH B.V. opdracht verstrekt voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek ter plaatse van een locatie aan de Staddijk (nabij Streekweg 20) te Nijmegen (bijlagen 1 en 2). De aanleiding voor het onderzoek wordt gevormd door een wijziging van de geplande nieuwbouw locatie. Er zijn aanvullende gegevens nodig voor de omgevingsvergunning/bestemmingsplan aanvraag. 1.1 Doel van het onderzoek Het doel van dit onderzoek is inzicht verkrijgen in hoeverre het voormalige, dan wel het huidige gebruik van de onderhavige locatie en haar omgeving heeft geleid tot verontreiniging van de bodem. Aan de hand van de onderzoeksresultaten wordt vastgesteld of de locatie in milieuhygiënisch opzicht geschikt is voor de gewenste bestemming. Indien de resultaten daartoe aanleiding geven wordt advies gegeven over eventueel vervolgonderzoek. 1.2 Referentiekader De onderzoeksstrategie is afgeleid van de NEN 5740 (bron 1). In overeenstemming met deze norm is voorafgaand aan het veldonderzoek een vooronderzoek uitgevoerd gebaseerd op de NEN 5725 (bron 2). Het verkennend onderzoek bestond uit vooronderzoek, veldonderzoek, chemische analyses, toetsing en interpretatie. In het geval van onderzoek naar asbest in bodem en/of verhardingen is gebruik gemaakt van NEN 5707 (bron 3). Het veldwerk is uitgevoerd onder certificaat van de BRL SIKB 2000, certificaatnummer RQA (MWH B.V., gevestigd te Delft). Hierbij is gebruik gemaakt van protocol 2001 Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen (bron 6), protocol 2002 Het nemen van grondwatermonsters (bron 7), en protocol 2018 Locatie-inspectie en monsterneming van asbest in bodem (bron 8) MWH B.V. is voor deze werkzaamheden gecertificeerd door Lloyd s Register en de medewerkers erkend en geregistreerd bij AgentschapNL. Het veldwerk is uitbesteed aan Het Veldwerkbureau B.V. (certificaat EC-SIK-20264) en uitgevoerd door Piet Hein Jongens en Herman Bunt (geregistreerd als erkende veldmedewerkers bij Agentschap NL). Zowel MWH B.V. als Het Veldwerkbureau B.V. hebben geen financiële of juridische belangen met betrekking tot het eigendom van de locatie. 5 Opgesteld door Datum MWH B.V. 30 juli 2013, definitief

217 De advieswerkzaamheden voor dit project zijn uitgevoerd vanuit ons kantoor te Arnhem. De resultaten van het onderzoek zijn getoetst aan de normering zoals opgenomen in de Circulaire bodemsanering 2009 (bron 9) en de Regeling bodemkwaliteit (bron 10). 1.3 Betrouwbaarheid Dit onderzoek is op een zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de huidige richtlijnen en methoden op het gebied van bodemonderzoek. Aan de hand van de uit de bronnen verzamelde informatie is een onderzoeksstrategie afgeleid, waarvan het aannemelijk wordt geacht dat deze representatief is voor de locatie. Er wordt op gewezen dat de geraadpleegde bronnen mogelijk onvolledig zijn of dat niet alle bronnen zijn geraadpleegd, doordat ze niet voorhanden waren. Hierdoor kan informatie ontbreken. Voor elk bodemonderzoek geldt dat het is gebaseerd op een beperkt aantal monsterpunten en analyses. De hiervoor voorgeschreven onderzoeksstrategie geeft een goed beeld van de algemene bodemkwaliteit. Tevens wordt opgemerkt dat een bodemonderzoek een momentopname is. De resultaten van het onderzoek kunnen minder representatief worden naarmate de tijd verstrijkt. Indien na het onderzoek op of nabij de locatie (bodembedreigende) activiteiten of calamiteiten plaatsvinden en/of in de omgeving (mobiele) verontreinigingen aanwezig zijn, kan de bodemkwaliteit hierdoor worden beïnvloed. 6 Opgesteld door Datum MWH B.V. 30 juli 2013, definitief

218 2 Vooronderzoek In dit hoofdstuk worden de resultaten van het vooronderzoek besproken. Dit resulteert in een hypothese over de mogelijke verontreinigingssituatie op de onderzoekslocatie. Het vooronderzoek is afgeleid van de NEN 5725 (bron 2). Omdat op het perceel reeds een verkennend bodemonderzoek is uitgevoerd is niet opnieuw een volledig vooronderzoek gedaan. Het onderhavige onderzoek is een aanvulling op het reeds uitgevoerde verkennend bodemonderzoek. 2.1 Beschrijving van de locatie De regionale ligging van de onderzoekslocatie is zichtbaar in bijlage 1. Een overzichtelijke situatietekening is weergegeven in bijlage 2. De onderzoekslocatie is kadastraal bekend als gemeente Hatert, sectie E, nr. 351 (gedeeltelijk). De oppervlakte van de onderzoekslocatie locatie bedraagt circa m 2. Momenteel is de locatie deels braakliggend en deels bossage. Ter plaatse van de locatie is nieuwbouw gepland. 2.2 Voorgaande onderzoeken Op de locatie is een reeds een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd: verkennend (NEN 5740 en NEN 5707) en nader bodemonderzoek NTA 5755 Staddijk ong. te Nijmegen, Envita, projectnummer: /R01, 28 maart Er zijn binnen het te onderzoeken gebied negen boringen tot 0,5 m-mv en één boring tot 2 m-mv geplaatst (in het noordoosten van de onderhavige onderzoekslocatie). Twee boringen zijn voorgegraven met een proefgat. Er zijn visueel geen bodemvreemde bijmengingen in boven- en ondergrond aangetroffen. Er zijn in boven- en ondergrond geen verhoogde gehalten voor de onderzochte parameters gemeten. Binnen de onderhavige onderzoekslocatie (noordoosten) is zowel visueel als analytisch geen asbest aangetoond. Binnen de onderhavige onderzoekslocatie is het grondwater niet onderzocht. Circa 20 meter ten noorden van de onderzoekslocatie is een licht verhoogde concentraties barium in het grondwater gemeten. Het grondwater is waargenomen op circa 1,5 m-mv. 2.3 Hypothese en onderzoeksstrategie Op basis van het voorgaand onderzoek worden geen gehalten boven de achtergrondwaarden verwacht, de hypothese is derhalve onverdacht (ONV uit de NEN 5740). De onderzoeksstrategie is aangegeven door de opdrachtgever. 7 Opgesteld door Datum MWH B.V. 30 juli 2013, definitief

219 Uit het voorgaand onderzoek blijkt dat de bovengrond voldoende is onderzocht. De ondergrond dient aanvullend onderzocht te worden. Er zijn drie boringen tot 2 m-mv geplaatst. Tevens is één peilbuis geplaatst (circa 3 m-mv). Er zijn twee ondergrond (meng)monsters geanalyseerd op het standaard pakket grond. Alle boringen zijn voorgegraven met een proefgat conform NEN Van een mengmonster van de proefgaten is analytisch het asbestgehalte in de grond bepaald. 8 Opgesteld door Datum MWH B.V. 30 juli 2013, definitief

220 3 Veldwerk en chemische analyses 3.1 Algemene onderzoeksstrategie en werkwijze De gehanteerde onderzoeksstrategie is gebaseerd op de in hoofdstuk 2 gestelde hypothese. In onderstaande tabel is een overzicht gegeven van alle uitgevoerde veldwerkzaamheden en de analyses van grond en grondwater. In de hierop volgende paragrafen wordt nader ingegaan op de veldwerkzaamheden en de chemische analyses. Tabel 1: Overzicht uitgevoerde veldwerkzaamheden en analyses Aanleiding/deellocatie Veldwerk Analyses Aantal boringen Aantal peilbuizen Grond Grondwater Algemene bodemkwaliteit 0,0-2,0 m-mv 3 2 NEN-grond NEN ,0-2,4 m-mv 1 1 NEN-grondwater 3 Totaal totaal: alle boringen zijn voorgegraven met een proefgat. 2 NEN-grond: lutum- en organisch stofpercentage, barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink, minerale olie, polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK 10 VROM) en polychloorbifenylen (PCB). 3 NEN-grondwater: barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink, benzeen, tolueen, ethylbenzeen, som xylenen (som o,m,p), styreen, naftaleen, vinylchloride, 1,1-dichlooretheen, dichloormethaan, trans-1,2-dichlooretheen, cis-1,2-dichlooretheen, som 1,2-dichlooretheen, 1,1-dichloorethaan, chloroform, 1,1,1-trichloorethaan, tetrachloormethaan, 1,2-dichloorethaan, trichlooretheen, 1,2- dichloorpropaan, 1,1-dichloorpropaan, 1,3-dichloorpropaan, som dichloorpropanen, 1,1,2- trichloorethaan, tetrachlooretheen en bromoform, minerale olie. 3 NEN 5707 asbestgehalte in grond (9-10 kg); bij een volumepercentage puin(granulaat) in de bodem kleiner dan 20 %; 9-10 kg van de fractie <20 mm; 20 grepen van circa 0,5 kg. De boorlocaties zijn weergegeven in bijlage 2. De boringen zijn gelijkmatig over de locatie geplaatst. 3.2 Resultaten veldwerk Het veldwerk is uitgevoerd op 05 juli Voor aanvang van de boorwerkzaamheden is de locatie zintuiglijk geïnspecteerd. Op het maaiveld van het terrein zijn geen verontreinigingen of asbestverdachte materialen waargenomen. In bijlage 4 zijn de gedetailleerde boorbeschrijvingen weergegeven met de bodemopbouw, de diepten waarop grondmonsters zijn genomen en de diepten waarop eventuele peilfilters geplaatst zijn. De zintuiglijke waarnemingen en eventuele afwijkingen zijn eveneens in deze bijlage weergegeven. 9 Opgesteld door Datum MWH B.V. 30 juli 2013, definitief

221 Bodemopbouw De bodemopbouw ter plaatse van de onderzoekslocatie bestaat uit zand. Op een diepte van circa 0,5-1,2 m-mv komen kleilagen van verschillende diktes voor. Grond Visueel zijn in het opgegraven en opgeboorde bodemmateriaal geen bodemvreemde bijmengingen en/of asbestverdachte materialen waargenomen. Van het bodemmateriaal is maximaal per halve meter en/of per bodemlaag een monster genomen. Voor de analyse van grondmonsters op asbest is in het veld een mengmonster samengesteld. Grondwater Voor de bemonstering van het grondwater is boring 103 afgewerkt met een peilbuis. Conform NEN 5740 is de bovenzijde van het peilfilter circa 0,5 m beneden de grondwaterstand geplaatst. Het grondwater is bemonsterd op 12 juli Bij de grondwaterbemonstering is het grondwater waargenomen op een diepte van circa 0,9 m-mv. Tijdens de bemonstering zijn aan het grondwater geen afwijkingen waargenomen. De zuurgraad (ph), de elektrische geleidbaarheid (Ec) en de aanwezigheid van niet opgeloste deeltjes (troebelheid) van het grondwater zijn tijdens de monstername in het veld bepaald. De resultaten zijn weergegeven in tabel 2. De meetwaarden geven geen aanleiding de analysestrategie te wijzigen. Tabel 2: Veldmetingen grondwater Peilbuis Filter (m-mv) GWS (m-mv) Temp. ( 0 C) ph Ec (µs/cm) Troebelheid (NTU) 103 1,4-2,4 0,9 12,1 6, ,9 3.3 Analysestrategie Tabel 3 geeft, voor de verschillende aanleidingen, de geselecteerde monsters weer met de bijbehorende zintuiglijke waarnemingen en de uitgevoerde analyses. Tabel 3: Analysestrategie Aanleiding Code (meng)monster diepte (m-mv) Algemene kwaliteit grond - MM1 (0,4-1,0) - MM2 (1,0-1,6) - MM proefgaten (0-0,4) Samengesteld uit boringen Bodemtype Zintuiglijke waarnemingen Grond Analyses 102, 103, 104 klei - NEN-grond - 101, 102, 103, , 102, 103, 104 zand - NEN-grond - zand - NEN Grondwater Algemene kwaliteit grondwater NEN-grondwater 10 Opgesteld door Datum MWH B.V. 30 juli 2013, definitief

222 3.4 Chemische analyses De analyseresultaten met de bijbehorende toetsingswaarden en een verklarende woordenlijst zijn opgenomen in bijlage 3. De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 5. In hoofdstuk 4 worden de onderzoeksresultaten besproken. De analyseresultaten voor grond en grondwater zijn getoetst aan de normering zoals opgenomen in de Circulaire bodemsanering 2009 (bron 9) en de Regeling bodemkwaliteit (bron 10). De toetsingswaarden voor de grond zijn per bodemtype berekend op basis van gemeten lutum- en organische stofpercentages. In dit rapport wordt voor grond de volgende terminologie gehanteerd: kleiner of gelijk aan de achtergrondwaarde (AW) of detectiegrens: geen sprake van een verhoogde concentratie; niet verontreinigd; groter dan AW, kleiner dan of gelijk aan de tussenwaarde (T): licht verhoogde concentratie; licht verontreinigd. Voor de tussenwaarde (T) geldt de volgende berekening: (achtergrondwaarde + interventiewaarde)/2; groter dan T, kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarde (I): matig verhoogde concentratie; matig verontreinigd; groter dan I: sterk verhoogde concentratie; sterk verontreinigd. De terminologie voor grondwater is als volgt: kleiner of gelijk aan de streefwaarde (S) of detectiegrens: geen sprake van een verhoogde concentratie; niet verontreinigd; groter dan de streefwaarde (S), kleiner dan of gelijk aan de tussenwaarde (T): licht verhoogde concentratie; licht verontreinigd. Voor de tussenwaarde (T) geldt de volgende berekening: (streefwaarde + interventiewaarde)/2; groter dan T, kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarde (I): matig verhoogde concentratie; matig verontreinigd; groter dan I: sterk verhoogde concentratie; sterk verontreinigd. De chemische analyses zijn uitgevoerd door ALcontrol Laboratories te Hoogvliet (RvA geaccrediteerd). De analyses zijn uitgevoerd conform het AS3000 protocol. 11 Opgesteld door Datum MWH B.V. 30 juli 2013, definitief

223 12 Opgesteld door Datum MWH B.V. 30 juli 2013, definitief

224 4 Bespreking onderzoeksresultaten In dit hoofdstuk wordt de verontreinigingssituatie beschreven op basis van de onderzoeksresultaten. Vervolgens worden de onderzoeksresultaten getoetst aan de in hoofdstuk 2 geformuleerde hypothese. 4.1 Interpretatie onderzoeksresultaten (Wet bodembescherming) Algemene kwaliteit grond In de zandige en kleiige ondergrond zijn geen verhoogde gehalten voor de onderzochte parameters gemeten. In het zandige bovengrond mengmonster dat geanalyseerd is op asbest is zowel zintuiglijk als analytisch geen asbest aangetoond. Algemene kwaliteit grondwater In het grondwater is een licht verhoogde concentratie barium gemeten. Mogelijk is sprake van een verhoogde achtergrondwaarde. De overige onderzochte parameters zijn niet in verhoogde concentraties ten opzichte van de streefwaarden en/of detectiegrenzen gemeten. 4.2 (Indicatieve) toetsing Besluit bodemkwaliteit De analyseresultaten van de geanalyseerde grond(meng)monster(s) zijn (indicatief) getoetst aan de, op basis van het lutum- en organisch stofgehalte, gecorrigeerde normwaarden uit de Regeling bodemkwaliteit behorende bij het Besluit bodemkwaliteit (bron 11). De uitwerking van deze (indicatieve) toetsing is opgenomen in bijlage 3. In de onderstaande tabel wordt een overzicht gegeven van de resultaten van de (indicatieve) toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit conform het generieke beleid (landelijke beleid). Bij gebiedsspecifiek beleid dient te worden getoetst aan het door het bevoegd gezag vastgestelde lokale bodembeleid (bodembeheernota, bodemkwaliteitskaart en bodemfunctiekaart) met lokale maximale waarden en eventueel aanvullende specifieke eisen ten aanzien van grondverzet. 13 Opgesteld door Datum MWH B.V. 30 juli 2013, definitief

225 Tabel 4: (Indicatieve) toetsing analyseresultaten aan het Besluit bodemkwaliteit Monstercode (diepte m- mv) MM1 (0,4-1,0) MM2 (1,0-1,6) Toelichting: AW: Wonen: Industrie: NT: Boorpunten Textuur Zintuiglijke bijmengingen Analyseparameters 102, 103, 104 klei - NEN-grond AW 101, 102, 103, 104 Bodemkwaliteitsklasse AW; Bodemkwaliteitsklasse Wonen; Bodemkwaliteitsklasse Industrie; Niet toepasbaar zand - NEN-grond AW Bodemkwaliteitsklasse voor toepassen op landbodem Alle parameters voldoen aan de bodemkwaliteitsklasse achtergrondwaarden. Eventueel vrijkomende grond is derhalve vrij toepasbaar. 4.3 Toetsing hypothese Op basis van de onderzoeksresultaten wordt de in paragraaf 2.6 opgestelde hypothese aanvaard. De licht verhoogde concentratie barium in het grondwater wordt beschouwd als (verhoogde) achtergrondwaarden. De locatie wordt geschikt geacht voor de gewenste bestemming. 14 Opgesteld door Datum MWH B.V. 30 juli 2013, definitief

226 5 Conclusies en aanbevelingen Op basis van de onderzoeksresultaten worden de volgende conclusies getrokken: Conclusies De bodemopbouw ter plaatse van de onderzoekslocatie bestaat uit zand tot de maximale boordiepte. Tussen 0,5 en 1,2 m-mv komt een kleilaag voor. Aan het maaiveld is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Zowel visueel als analytisch is in het opgeboorde materiaal geen asbest aangetoond. In het opgeboorde materiaal zijn geen bodemvreemde bijmengingen aangetroffen. In de zandige ondergrond zijn geen verhoogde gehalten gemeten. In de kleiige ondergrond zijn geen verhoogde gehalten gemeten. In het grondwater is een licht verhoogde concentraties barium gemeten. Op basis van de onderzoeksresultaten wordt de locatie in milieuhygiënisch opzicht wel geschikt geacht voor de toekomstige bestemming. Vervolgonderzoek wordt niet noodzakelijk geacht. Eventueel vrijkomende grond kan waarschijnlijk op of buiten de locatie worden hergebruikt. Aanbevelingen Het verdient altijd aanbeveling om tijdens grondwerkzaamheden alert te zijn op een eventuele onvoorziene verontreiniging van de bodem. Indien vrijkomende grond elders wordt hergebruikt kunnen partijkeuringen conform het Besluit bodemkwaliteit noodzakelijk zijn om de uiteindelijke hergebruiksmogelijkheden van de grond vast te stellen. 15 Opgesteld door Datum MWH B.V. 30 juli 2013, definitief

227 Bronvermeldingen 1. NEN 5740, Bodem- Landbodem- Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek- Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond, Nederlands Normalisatie-instituut, januari NEN 5725, Bodem- Landbodem- Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek, Nederlands Normalisatie-instituut, januari NEN 5707, Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem, Nederlands Normalisatie-instituut, april NEN 5897, Monsterneming en analyse van asbest in onbewerkt bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat, Nederlands Normalisatie-instituut, december BRL SIKB 2000, Beoordelingsrichtlijn voor het SIKB procescertificaat Veldwerk Milieuhygienisch Bodemonderzoek, Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer, versie 3.2a, 13 maart Protocol 2001, Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen, Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer, versie 3.1, 13 maart Protocol 2002, Het nemen van grondwatermonsters, Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer, versie 3.2, 13 maart Protocol 2018, Locatie-inspectie en monstername van asbest in bodem, Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer, versie 3, 10 mei Circulaire bodemsanering 2009, Ministerie van VROM, Staatscourant nummer 67, 7 april Regeling bodemkwaliteit, Staatscourant nr. 247, 20 december 2007 en bijbehorende wijzigingen: Staatscourant nr. 122, 27 juni 2008; Staatscourant nr. 196, 9 oktober 2008; Staatscourant nr. 67, 7 april 2009; Staatscourant nr.17187, 16 november 2009; Staatscourant nr. 5673, 15 april 2010 en Staatscourant nr. 8546, 8 juni 2010). 11. Besluit bodemkwaliteit, besluit van 22 november 2007, houdende regels inzake de kwaliteit van de bodem, Staatscourant nr. 469., 3 december 2007 en bijbehorende wijzigingen/besluiten: Inwerkingtredingsbesluit Staatsblad nr. 571, 10 december 2007; Rectificatie Besluit bodemkwaliteit Staatsblad 2007, nr. 469, 22 januari Opgesteld door Datum MWH B.V. 30 juli 2013, definitief

228 Bijlagen Bijlage 1: : overzichtskaart (1:25.000) Bijlage 2 : situatietekening (1:1.000) Bijlage 3.1 : verklarende woordenlijst Bijlage 3.2 : toetsing analyseresultaten grond conform Wbb (inclusief normtabel) Bijlage 3.3 : toetsing analyseresultaten grondwater conform Wbb (inclusief normtabel) Bijlage 3.4 : indicatieve toetsing analyseresultaten grond aan het Bbk (inclusief normtabel) Bijlage 4.1 : boorbeschrijvingen inclusief legenda Bijlage 4.2 : kwaliteitsborging veldwerk Bijlage 5 : analysecertificaten en gaschromatogrammen Bijlage 6 : foto s onderzoekslocatie

229

230 Bijlage 1: overzichtskaart (1:25.000)

231

232

233

234 Bijlage 2: situatietekening (1:1.000)

235

236

237

238 Bijlage 3.1: verklarende woordenlijst

239

240 Verklarende woordenlijst Een grond- en/of grondwaterverontreiniging kan veroorzaakt worden door verschillende parameters. Soms betreft het stoffen die van nature in de bodem voorkomen. In andere gevallen is er sprake van milieuvreemde stoffen. Om een indicatie te krijgen van een eventuele grond(water)verontreiniging worden analyses uitgevoerd op verschillende parameters. Toetsingskader De streefwaarden voor grond gelden sinds het vervallen van de Circulaire Streefwaarden en Interventiewaarden niet meer als toetsingsgrondslag voor grond. De streefwaarden voor grond zijn nog wel opgenomen in de normstelling en bodemkwaliteitsbeoordeling (NOBO) van VROM. De grond wordt vanaf 1 oktober 2008 getoetst aan de AW-waarde zoals opgenomen in de regeling Bodemkwaliteit. Voor de tussenwaarde (T) geldt de volgende berekening: (achtergrondwaarde (AW) + interventiewaarde)/2. De interventiewaarden voor grond en de streef- en interventiewaarden voor grondwater zijn opgenomen in de Circulaire bodemsanering 2006 zoals gewijzigd op 1 oktober 2008 en per 7 april Achtergrondwaarde (AW) (grond) In het kader van het opstellen van correcte achtergrondwaarden zijn honderd landbouw- en natuurgebieden geselecteerd. Op elke locatie zijn grondmonsters genomen en vervolgens geanalyseerd op het al dan niet voorkomen van 200 stoffen. Op basis van dit project zijn de achtergrondwaarden voor grond vastgesteld. Als de achtergrondwaarde wordt overschreden is er sprake van bodemverontreiniging. Streefwaarde (grondwater) Als de streefwaarde wordt overschreden is er sprake van bodemverontreiniging. Voor de stoffen die van nature voorkomen, komt de streefwaarde overeen met het zogenaamde gemiddelde achtergrondgehalte. Voor stoffen die niet van nature in de bodem voorkomen is de streefwaarde gelijkgesteld aan de aantoonbaarheidsgrens van de huidige analysetechnieken, ook wel detectiegrens genoemd. Tussenwaarde, ½ (AW * I) De gemiddelde waarde van de streefwaarde en de interventiewaarde voor grondwater (S+I)/2, of AW+I/2 voor grond, hierna te noemen tussenwaarde (T) wordt gehanteerd om na te gaan of bij overschrijding de kans aanwezig is dat er sprake is van een ernstige bodemverontreiniging, ofwel of nader onderzoek noodzakelijk is. Interventiewaarde De interventiewaarde is een waarde die aangeeft bij welke concentratie sprake kan zijn van een dreigende ernstige vermindering van de functionele eigenschappen van de bodem voor plant, mens en dier. Geval van ernstige verontreiniging Er is sprake van een geval van ernstige verontreiniging indien voor ten minste één stof de gemiddelde gemeten concentratie van minimaal 25 m 3 bodemvolume in het geval van bodemverontreiniging, of 100 m 3 poriënverzadigd bodemvolume in het geval van een grondwaterverontreiniging, hoger is dan de interventiewaarde. Asbest is echter uitgezonderd van dit volumecriterium.

241 Kwalibo (besluit uitvoeringskwaliteit bodembeheer) Kwalibo staat voor kwaliteitsborging in het bodembeheer. Het is een van de maatregelen om het bodembeheer te verbeteren. Kwalibo kent drie speerpunten: Kwaliteitsverbetering bij de overheid; Versterking van het toezicht en de handhaving; Erkenningsregeling bodemintermediairs. BRL SIKB 2000, Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek alleen met erkenning Alleen bedrijven die door het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie zijn erkend mogen veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek verzorgen in het kader van het Besluit uitvoeringskwaliteit bodembeheer. Zij zijn ook de enigen die voor deze activiteit het keurmerk Kwaliteitswaarborg bodembeheer SIKB' mogen voeren. De bedrijven met deze erkenning staan vermeld op de lijst met erkende veldwerkers bij milieuhygiënisch bodemonderzoek op de website van Bodem+ (onderdeel van Agentschap NL (www.agentschapnl.nl)). Besluit Bodemkwaliteit Op 1 juli 2008 is het Besluit Bodemkwaliteit in werking getreden. Volgens dit Besluit kan per gemeente een beleid worden gevoerd, waarin rekening gehouden is met locatiespecifieke omstandigheden. In voorliggende rapportage zijn de resultaten van de uitgevoerde analyses getoetst aan het zogenaamde Generieke beleid. Per gemeente dient voor toepassing gecontroleerd te worden of er mogelijk sprake is van overgangsbeleid of gebiedsspecifiek beleid. Voor de ontvangende bodem dient de bodemkwaliteit te zijn vastgesteld. Deze kwaliteit kan vastgelegd zijn in een functiekaart uit een vastgestelde Bodemkwaliteitskaart conform het Besluit Bodemkwaliteit. Er kan echter ook een bodemonderzoek noodzakelijk zijn van de locatie waar de grond toegepast gaat worden (bodemkwaliteit ontvangende bodem). Een dergelijk onderzoek dient tenminste te worden uitgevoerd volgens een onderzoeksstrategie uit de NEN Voor de toepassing van het Besluit en de bijbehorende regeling zijn er twee mogelijkheden voor het Bevoegd Gezag, namelijk Generiek beleid volgen of Gebiedsspecifiek beleid opstellen. Generiek beleid de generieke normen zoals opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit zijn van toepassing; een functieklassenkaart is verplicht; de bodemkwaliteitskaart is een keuzeoptie; grond en baggerspecie die voldoen aan de kwaliteits- en functieklasse van de ontvangende bodem mogen worden toegepast (geen functietoets bij waterbodems). Gebiedsspecifiek beleid lokale (water)bodembeheerders kunnen zelf normen vaststellen, onderbouwd door een risicobeoordeling. Dit maakt lokaal maatwerk mogelijk; een bodembeheernota en bodemkwaliteitskaart zijn verplicht; grond en baggerspecie die aan de lokale normen voldoen mogen worden toegepast; het stand still-beginsel geldt op gebiedsniveau en op stofniveau; het stand still-beginsel geldt op locatieniveau en op klassenniveau (niet op stofniveau).

242 Parameters Asbest Asbest is een verzamelnaam voor een aantal in de natuur voorkomende mineralen, die zijn opgebouwd uit fijne, microscopisch kleine vezels. Losse asbestvezels zijn met het blote oog niet zichtbaar. Asbestvezels zijn sterk en flexibel tegelijk. Bovendien zijn ze thermisch en elektrisch isolerend, bestand tegen zuren en logen en hebben ze een hoge wrijvingsweerstand. Hierdoor zijn ze geschikt voor veel verschillende toepassingen, als: golfplaten; waterleidingbuizen; rem- en frictiemateriaal; isolatiemateriaal. Asbest is met name na de Tweede Wereldoorlog veel gebruikt. Niet-hechtgebonden asbest is sinds 1983 vrijwel niet meer toegepast. De beroepsmatige toepassing en verkoop van alle soorten asbest is sinds 1 juli 1993 volledig verboden. Minerale olie Onder verontreinigingen met minerale olie vallen o.a. benzine, diesel en huisbrandolieverontreinigingen. Verontreinigingen met minerale olie komen veelvuldig voor. Minerale olie is in de meeste gevallen in de bodem terechtgekomen door lekkage bij ondergrondse tanks of calamiteiten. Een olieverontreiniging is in de meeste gevallen goed zintuiglijk waarneembaar door geurafwijkingen en/of met behulp van de olie-op-watertest. Bij de olie-op-watertest wordt een beetje grond in water gebracht. De in de grond aanwezige olie komt boven drijven en wordt zichtbaar als een oliefilm. Na analyse kan in de meeste gevallen een redelijk betrouwbare indicatie worden gegeven van de oliesoort. Indien sprake is van een benzineverontreiniging dient tevens rekening gehouden te worden met een verontreiniging met vluchtige aromaten (BTEXN) en bij nieuwe gevallen met MTBE. Organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB) Bestrijdingsmiddelen worden ook wel pesticiden genoemd. Met name bij (voormalige) tuinbouwkassen en akkerbouw wordt rekening gehouden met deze vorm van verontreiniging. DDT en drins zijn bekende voorbeelden. Polychloorbifenylen (PCB) PCB zijn olieachtige vloeistoffen die veel zijn toegepast in transformatoren en condensatoren vanwege hun goede elektrisch-isolerende eigenschap in combinatie met het bestand zijn tegen hoge temperaturen. In het verleden zijn PCB ook toegepast in producten als motorolie, tl-armaturen, inkt, lijm en verf. Tegenwoordig zijn PCB op de zwarte lijst geplaatst en is de toepassing ervan verboden. PCB zijn voor mens en dier met name schadelijk omdat zij de eigenschap hebben om zich op te hopen in vet. Polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) PAK zijn teerachtige producten. PAK wordt gevormd bij diverse verbrandings- en chemische processen, veelal door onvolledige verbranding van koolstofverbindingen. PAK kan in hoge gehaltes voorkomen in asfalt, steenkoolteer, pek, creosoot, diverse oliesoorten, zuiveringsslib en dakbedekkingsmaterialen. In de bodem komen PAK-verbindingen vaak voor in combinatie met koolas of sintels. In totaal bestaan er circa 250 verschillende PAK-verbindingen. Bij analyse op PAK ten behoeve van bodemonderzoek wordt een selectie van deze verbindingen geanalyseerd, bijvoorbeeld de zogeheten zestien van EPA of tien van VROM. Enkele PAK-verbindingen, zoals benzo(a)pyreen, zijn carcinogeen ofwel kankerverwekkend.

243 Vluchtige aromaten (BTEXN) Vluchtige aromaten (BTEXN = benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen en naftaleen) worden bereid uit aardolieën. Ze zijn met name aanwezig in benzine en oplosmiddelen (bv. thinner). Ze zijn vrij vluchtig en hebben een sterk oplossend vermogen voor een groot aantal kunststoffen. Van bijvoorbeeld benzeen is bekend dat het kankerverwekkend is. Vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen (VOH/ VOCl) Vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen zijn koolwaterstoffen met een halogeenverbinding, met name chloor is in dit kader bekend. VOH/ VOCl worden veel gebruikt als ontvettings- en schoonmaakmiddelen bij chemische wasserijen, metaalindustrie en drukkerijen. Met name verontreinigingen met Per (tetrachlooretheen) en Tri (trichlooretheen) komen veel voor. Per en Tri hebben een hoog soortelijk gewicht (zwaarder dan water) en zijn vrij vluchtig. Ook deze stoffen hebben een sterk oplossend vermogen voor een groot aantal kunststoffen. Van deze stoffen is bekend dat ze het zenuwstelsel aan kunnen tasten. Zware metalen Zware metalen komen van nature in kleine hoeveelheden voor in de bodem. In deze hoeveelheden zijn ze niet schadelijk voor volksgezondheid of milieu. Grote (schadelijke) hoeveelheden zware metalen zijn in veel gevallen in het milieu terecht gekomen door: verwerking metaalertsen; metaalbewerking; metaaloppervlaktebehandeling (galvaniseren/ leren); glazuren van aardewerk (loodwit); metalen in drukinkt, cosmetica, katalysatoren, accu's, batterijen en verbrandingsafval (sintels, cokes, vliegas, slakken). Zware metalen komen in de bodem vaak in combinatie met puin en aardewerk voor. Door toepassing van lood als antiklopmiddel in benzine zijn grote hoeveelheden lood diffuus verspreid in het milieu terecht gekomen, vooral langs wegen en in stedelijke gebieden.

244 Bijlage 3.2: toetsing analyseresultaten grond conform Wbb (inclusief normtabel)

245

246 Projectnaam Projectcode Staddijk Nijmegen M13B0184 Tabel: Analyseresultaten grond (as3000) monsters (gehalten in mg/kgds, tenzij anders aangegeven) Monstercode MM1 1 MM2 2 Bodemtype 1) 1 2 droge stof(gew.-%) gewicht artefacten(g) <1 -- <1 -- aard van de artefacten(g) Geen -- Geen -- organische stof (gloeiverlies)(% vd DS) KORRELGROOTTEVERDELING lutum (bodem)(% vd DS) METALEN barium cadmium 0.27 <0.2 kobalt koper kwik <0.05 <0.05 lood 20 <10 molybdeen 0.9 <0.5 nikkel zink 58 <20 POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN naftaleen < < fenantreen < < antraceen < < fluoranteen < < benzo(a)antraceen < < chryseen < < benzo(k)fluoranteen < < benzo(a)pyreen < < benzo(ghi)peryleen < < indeno(1,2,3-cd)pyreen < < pak-totaal (10 van VROM) (0.7 factor) POLYCHLOORBIFENYLEN (PCB) PCB 28(µg/kgds) <1 -- <1 -- PCB 52(µg/kgds) <1 -- <1 -- PCB 101(µg/kgds) <1 -- <1 -- PCB 118(µg/kgds) <1 -- <1 -- PCB 138(µg/kgds) <1 -- <1 -- PCB 153(µg/kgds) <1 -- <1 -- PCB 180(µg/kgds) <1 -- <1 -- som PCB (7) (0.7 factor)(µg/kgds) 4.9 a 4.9 a MINERALE OLIE fractie C10 - C12 <5 -- <5 -- fractie C12 - C22 <5 -- <5 -- fractie C22 - C30 <5 -- <5 -- fractie C30 - C40 <5 -- <5 -- totaal olie C10 - C40 <20 <20 Monstercode en monstertraject MM1 102 (40-90) 103 (50-90) 104 (65-100) MM2 101 ( ) 102 ( ) 103 ( ) 104 ( ) De resultaten zijn voor de interventiewaarde getoetst aan de toetsingswaarden zoals vermeld in de Circulaire Bodemsanering 2009, zoals gewijzigd op 3 april 2012 en voor de achtergrondwaarden aan het Besluit Bodemkwaliteit, Staatscourant 20

247 december 2007, Nr Tevens zijn de volgende wijzigingen doorgevoerd: De gewijzigde grenswaarden van een aantal OCB (per ) (www.senternovem.nl) en de wijziging in de Staatscourant 67 van 7 april De gehalten die de betreffende achtergrondwaarden en interventiewaarden overschrijden zijn als volgt geclassificeerd: * het gehalte is groter dan de achtergrondwaarde en kleiner dan of gelijk aan het gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarde ** het gehalte is groter dan het gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarde en kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarde *** het gehalte is groter dan de interventiewaarde -- geen toetsingswaarde voor opgesteld - niet geanalyseerd # verhoogde rapportagegrens, voor meer informatie zie analysecertificaat a gecorrigeerd gehalte is groter dan of gelijk aan de achtergrondwaarde (of geen achtergrondwaarde voor opgesteld), maar wel kleiner dan de AS3000 rapportagegrens-eis, dus mag verondersteld worden kleiner dan de achtergrondwaarde te zijn. b gecorrigeerd gehalte is groter dan de achtergrondwaarde (of geen achtergrondwaarde voor opgesteld), en groter dan de AS3000 rapportagegrens-eis. + De interventiewaarde voor barium geldt alleen voor die situaties waarbij duidelijk sprake is van antropogene verontreiniging en geen sprake is van thermisch gereinigde grond en baggerspecie. 1) De achtergrond- en interventiewaarden zijn afhankelijk van de bodemsamenstelling. Voor de toetsing zijn de grond (as3000) monsters ingedeeld in de volgende bodemtypen: (als humus/lutum niet is gemeten geldt een default waarde van lutum = 25% en organische stof = 10%.) 1: lutum 37% ; humus 1.6% 2: lutum 4.4% ; humus 0.9%

248 Tabel: Toetsingswaarden voor grond (as3000) (I&M-toetsingskader). Het betreft gehalten in mg/kgds, tenzij anders aangegeven Toetsingswaarden 1) AW 1/2(AW+I) I AS3000 eis METALEN barium cadmium kobalt koper kwik lood molybdeen nikkel zink POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN pak-totaal (10 van VROM) (0.7 factor) POLYCHLOORBIFENYLEN (PCB) som PCB (7) (0.7 factor)(µg/kgds) MINERALE OLIE totaal olie C10 - C ) AW achtergrondwaarde 1/2(AW+I) gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarde I interventiewaarde AS3000 laboratoriumanalyses voor grond-, waterbodem- en grondwateronderzoek; grondprotocollen 3010 t/m 3090 versie 4,25 juni De achtergrond- en interventiewaarden zijn afhankelijk van de bodemsamenstelling. De genoemde toetsings waarden zijn van toepassing op het volgende bodem type: 1: lutum 37%; humus 1.6%

249 Tabel: Toetsingswaarden voor grond (as3000) (I&M-toetsingskader). Het betreft gehalten in mg/kgds, tenzij anders aangegeven Toetsingswaarden 1) AW 1/2(AW+I) I AS3000 eis METALEN barium cadmium kobalt koper kwik lood molybdeen nikkel zink POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN pak-totaal (10 van VROM) (0.7 factor) POLYCHLOORBIFENYLEN (PCB) som PCB (7) (0.7 factor)(µg/kgds) MINERALE OLIE totaal olie C10 - C ) AW achtergrondwaarde 1/2(AW+I) gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarde I interventiewaarde AS3000 laboratoriumanalyses voor grond-, waterbodem- en grondwateronderzoek; grondprotocollen 3010 t/m 3090 versie 4,25 juni De achtergrond- en interventiewaarden zijn afhankelijk van de bodemsamenstelling. De genoemde toetsings waarden zijn van toepassing op het volgende bodem type: 2: lutum 4.4%; humus 0.9%

250 Bijlage 3.3: toetsing analyseresultaten grondwater conform Wbb (inclusief normtabel)

251

252 Projectnaam Projectcode Staddijk Nijmegen M13B0184 Tabel: Analyseresultaten grondwater (as3000) monsters (gehalten in µg/l, tenzij anders aangegeven) Monstercode METALEN barium 77 * cadmium <0.20 kobalt 4.1 koper <2.0 kwik <0.05 lood 5.3 molybdeen <2 nikkel <3 zink 19 VLUCHTIGE AROMATEN benzeen <0.2 tolueen 0.35 ethylbenzeen <0.2 o-xyleen < p- en m-xyleen < xylenen (0.7 factor) 0.21 a styreen <0.2 naftaleen <0.05 a GEHALOGENEERDE KOOLWATERSTOFFEN 1,1-dichloorethaan <0.2 1,2-dichloorethaan <0.2 1,1-dichlooretheen <0.1 a cis-1,2-dichlooretheen < trans-1,2-dichlooretheen < som (cis,trans) 1,2- dichloorethenen (0.7 factor) 0.14 a dichloormethaan <0.2 a 1,1-dichloorpropaan < ,2-dichloorpropaan < ,3-dichloorpropaan < som dichloorpropanen (0.7 factor) 0.42 tetrachlooretheen <0.1 a tetrachloormethaan <0.1 a 1,1,1-trichloorethaan <0.1 a 1,1,2-trichloorethaan <0.1 a trichlooretheen <0.2 chloroform <0.2 vinylchloride <0.2 a tribroommethaan <0.2 MINERALE OLIE fractie C10 - C12 <25 -- fractie C12 - C22 <25 -- fractie C22 - C30 <25 -- fractie C30 - C40 <25 -- totaal olie C10 - C40 <50 Monstercode en monstertraject ( ) De resultaten zijn getoetst aan de toetsingswaarden zoals vermeld Circulaire Bodemsanering 2009, zoals gewijzigd op 3 april De gehalten die de betreffende streefwaarden en interventiewaarden overschrijden zijn als volgt geclassificeerd: * het gehalte is groter dan de streefwaarde en kleiner dan of gelijk aan het gemiddelde van de streef- en interventiewaarde ** het gehalte is groter dan het gemiddelde van de streef- en interventiewaarde en kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarde *** het gehalte is groter dan de interventiewaarde -- geen toetsingswaarde voor opgesteld

253 - niet geanalyseerd # verhoogde rapportagegrens, voor meer informatie zie analysecertificaat a gecorrigeerd gehalte is groter dan of gelijk aan de streefwaarde (of geen streefwaarde voor opgesteld), maar wel kleiner dan de AS3000 rapportagegrens-eis, dus mag verondersteld worden kleiner dan de streefwaarde te zijn. b gecorrigeerd gehalte is groter dan de streefwaarde (of geen streefwaarde voor opgesteld), en groter dan de AS3000 rapportagegrens-eis.

254 Tabel: Toetsingswaarden voor grondwater (as3000) Toetsingswaarden 1) S 1/2(S+I) I AS3000 METALEN barium cadmium kobalt koper kwik lood molybdeen nikkel zink VLUCHTIGE AROMATEN benzeen tolueen ethylbenzeen xylenen (0.7 factor) styreen naftaleen GEHALOGENEERDE KOOLWATERSTOFFEN 1,1-dichloorethaan ,2-dichloorethaan ,1-dichlooretheen dichloormethaan som (cis,trans) 1,2- dichloorethenen (0.7 factor) som dichloorpropanen (0.7 factor) tetrachlooretheen tetrachloormethaan ,1,1-trichloorethaan ,1,2-trichloorethaan trichlooretheen chloroform vinylchloride tribroommethaan MINERALE OLIE totaal olie C10 - C ) S 1/2(S+I) I AS3000 streefwaarde gemiddelde van streef- en interventiewaarde interventiewaarde laboratoriumanalyses voor grond-, waterbodem- en grondwateronderzoek; grondwaterprotocollen 3110 t/m 3190 versie 3,25 juni 2008.

255

256 Bijlage 3.4: toetsing analyseresultaten grond conform Bbk (inclusief normtabel)

257

258 Toetsing analyseresultaten Partijkeuringen grond- en waterbodem (analyses conform AP04) Regeling Bodemkwaliteit, 20 december 2007, DJZ , Integrale versie geldend per , met wijziging Staatscourant Nr , ; zie Interventiewaarden grond: Circulaire Bodemsanering 2009 zoals gewijzigd op Waterbodem: Staatscourant 18 dec. 2007, nr. 245, met wijziging Staatscourant 68, (Alle gehaltes in mg/kg ds. Voor toelichting op gehanteerde grenswaarden, zie het Normen blad). ALcontrol rapport nr Datum toetsing: Versie: ALcontrol Project: Staddijk Nijmegen Monsterselectie: MM1 102 (40-90) 103 (50-90) 104 (65-100) Gebruikte bodemkenmerken voor toetsing (gemiddelde waarden bij gebruik van gemiddelde toetsing): - org. stofgehalte: 1,6 - lutumgehalte 37,0 parameter eenheid gemeten gecorr. gehalte gehalte naar st. bodem Klasse > 2AW of >wonen? Grond Vgl. met AP04 eis Klasse > 2AW of >wonen? Vgl. met AP04 eis Klasse > 2AW of >wonen? Waterbodem Toepassen op land Toepassen onder water Toepassen onder water Toepassen op land RBK, tabel 1 RBK, tabel 2 RBK, tabel 2 RBK, tabel 1 Vgl. met AP04 eis Klasse > 2AW of >wonen? Vgl. met AP04 eis Interventiewaarde / Tussenwaarde 3) Grond Waterbodem Metalen Barium [Ba] mg/kg ds ,767 <T <T Cadmium [Cd] mg/kg ds 0,27 0,302 AW AW AW AW AW AW Cobalt [Co] mg/kg ds 14 10,194 AW AW AW AW AW AW Koper [Cu] mg/kg ds 14 13,125 AW AW AW AW AW AW Kwik [Hg] mg/kg ds <0,05 0,032 AW AW AW AW AW AW Lood [Pb] mg/kg ds 20 19,101 AW AW AW AW AW AW Molybdeen [Mo] mg/kg ds 0,9 0,900 AW AW AW AW AW AW Nikkel [Ni] $) mg/kg ds 34 25,319 AW AW AW AW AW AW Zink [Zn] mg/kg ds 58 49,512 AW AW AW AW AW AW Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen Naftaleen mg/kg ds <0,01 0,0350 Fenanthreen mg/kg ds <0,01 0,0350 Anthraceen mg/kg ds <0,01 0,0350 Fluorantheen mg/kg ds <0,01 0,0350 Chryseen mg/kg ds <0,01 0,0350 Benzo(a)anthraceen mg/kg ds <0,01 0,0350 Benzo(a)pyreen mg/kg ds <0,01 0,0350 Benzo(k)fluorantheen mg/kg ds <0,01 0,0350 Indeno-(1,2,3-c,d)pyreen mg/kg ds <0,01 0,0350 Benzo(g,h,i)peryleen mg/kg ds <0,01 0,0350 Pak-totaal (10 van VROM) (0.7 factor) mg/kg ds 0,07 0,070 AW AW AW AW AW AW PCB PCB 28 mg/kg ds <0,001 0,0035 AW * AW * PCB 52 mg/kg ds <0,001 0,0035 AW * AW * PCB 101 mg/kg ds <0,001 0,0035 AW * AW * PCB 118 mg/kg ds <0,001 0,0035 AW AW PCB 138 mg/kg ds <0,001 0,0035 AW AW PCB 153 mg/kg ds <0,001 0,0035 AW AW PCB 180 mg/kg ds <0,001 0,0035 AW * AW * PCB (7) (som, 0.7 factor) $) mg/kg ds 0,0049 0,0245 AW * AW * AW * AW * AW AW Overige stoffen Minerale olie (totaal) mg/kg ds <20 70,000 AW AW AW AW AW AW Conclusie voor het hele monster: Aantal Overschrijdingen Klasse oordeel getoetst > 2x AW of Toegestaan voor betreffende 2) > AW > Wonen $) AW 1) situatie Oordeel Interventie- en Tussenwaarde Grond, toepassing op landbodem AW <tussenwaarde Grond, toepassing onder water AW <tussenwaarde Waterbodem, toepassing onder water AW <tussenwaarde Waterbodem, toepassing op landbodem AW <tussenwaarde 1) Toegestane overschrijdingen AW gelden voor alle situaties. 2) Betreft het aantal parameters van dit rapport met een Achtergrondwaarde 3) "Tussenwaarde": zoals gedefinieerd in NEN * gehalte >AW (of geen AW vastgesteld), maar wel < AP04 aantoonbaarheidsgrens-eis, dus mag verondersteld worden kleiner dan AW te zijn. # verhoogde rapportagegrens, geen conclusie mogelijk of waarde voldoet aan de voor humus en lutum wordt minimaal 2% gehanteerd; als humus/lutum niet is gemeten geldt een default waarde van lutum = 25% en organische stof = 10%. $) Bij nikkel en PCB gelden voor toegestane overschrijding voor achtergrondwaarden niet de eis dat deze ook < "wonen" moet zijn. Een overschrijding voor "wonen" bij nikkel en PCB worden in de kolom niet meegeteld. (de kolom bevat daarom geen "X" indien Wonen wel en 2xAW niet wordt overgeschreden) &) Barium: Interventiewaarde geldt alleen voor situaties waarbij duidelijk sprake is van antropogene verontreiniging. Voor deze toetsing gelden de algemene voorwaarden van ALcontrol Laboratories. Met dit toetsingsprogramma is geen uitspraak gedaan over de mogelijkheden van verspreiding (zowel zoet als zout oppervlaktewater) of grootschalige toepassing van het materiaal.

259 Toetsing analyseresultaten Partijkeuringen grond- en waterbodem (analyses conform AP04) Regeling Bodemkwaliteit, 20 december 2007, DJZ , Integrale versie geldend per , met wijziging Staatscourant Nr , ; zie Interventiewaarden grond: Circulaire Bodemsanering 2009 zoals gewijzigd op Waterbodem: Staatscourant 18 dec. 2007, nr. 245, met wijziging Staatscourant 68, (Alle gehaltes in mg/kg ds. Voor toelichting op gehanteerde grenswaarden, zie het Normen blad). ALcontrol rapport nr Datum toetsing: Versie: ALcontrol Project: Staddijk Nijmegen Monsterselectie: MM2 101 ( ) 102 ( ) 103 ( ) 104 ( ) Gebruikte bodemkenmerken voor toetsing (gemiddelde waarden bij gebruik van gemiddelde toetsing): - org. stofgehalte: 0,9 - lutumgehalte 4,4 parameter eenheid gemeten gecorr. gehalte gehalte naar st. bodem Klasse > 2AW of >wonen? Grond Vgl. met AP04 eis Klasse > 2AW of >wonen? Vgl. met AP04 eis Klasse > 2AW of >wonen? Waterbodem Toepassen op land Toepassen onder water Toepassen onder water Toepassen op land RBK, tabel 1 RBK, tabel 2 RBK, tabel 2 RBK, tabel 1 Vgl. met AP04 eis Klasse > 2AW of >wonen? Vgl. met AP04 eis Interventiewaarde / Tussenwaarde 3) Grond Waterbodem Metalen Barium [Ba] mg/kg ds 25 48,438 <T <T Cadmium [Cd] mg/kg ds <0,2 0,232 AW AW AW AW AW AW Cobalt [Co] mg/kg ds 4,5 12,531 AW AW AW AW AW AW Koper [Cu] mg/kg ds 5 9,554 AW AW AW AW AW AW Kwik [Hg] mg/kg ds <0,05 0,048 AW AW AW AW AW AW Lood [Pb] mg/kg ds <10 10,550 AW AW AW AW AW AW Molybdeen [Mo] mg/kg ds <0,5 0,350 AW AW AW AW AW AW Nikkel [Ni] $) mg/kg ds 12 29,167 AW AW AW AW AW AW Zink [Zn] mg/kg ds <20 29,607 AW AW AW AW AW AW Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen Naftaleen mg/kg ds <0,01 0,0350 Fenanthreen mg/kg ds <0,01 0,0350 Anthraceen mg/kg ds <0,01 0,0350 Fluorantheen mg/kg ds <0,01 0,0350 Chryseen mg/kg ds <0,01 0,0350 Benzo(a)anthraceen mg/kg ds <0,01 0,0350 Benzo(a)pyreen mg/kg ds <0,01 0,0350 Benzo(k)fluorantheen mg/kg ds <0,01 0,0350 Indeno-(1,2,3-c,d)pyreen mg/kg ds <0,01 0,0350 Benzo(g,h,i)peryleen mg/kg ds <0,01 0,0350 Pak-totaal (10 van VROM) (0.7 factor) mg/kg ds 0,07 0,070 AW AW AW AW AW AW PCB PCB 28 mg/kg ds <0,001 0,0035 AW * AW * PCB 52 mg/kg ds <0,001 0,0035 AW * AW * PCB 101 mg/kg ds <0,001 0,0035 AW * AW * PCB 118 mg/kg ds <0,001 0,0035 AW AW PCB 138 mg/kg ds <0,001 0,0035 AW AW PCB 153 mg/kg ds <0,001 0,0035 AW AW PCB 180 mg/kg ds <0,001 0,0035 AW * AW * PCB (7) (som, 0.7 factor) $) mg/kg ds 0,0049 0,0245 AW * AW * AW * AW * AW AW Overige stoffen Minerale olie (totaal) mg/kg ds <20 70,000 AW AW AW AW AW AW Conclusie voor het hele monster: Aantal Overschrijdingen Klasse oordeel getoetst > 2x AW of Toegestaan voor betreffende 2) > AW > Wonen $) AW 1) situatie Oordeel Interventie- en Tussenwaarde Grond, toepassing op landbodem AW <tussenwaarde Grond, toepassing onder water AW <tussenwaarde Waterbodem, toepassing onder water AW <tussenwaarde Waterbodem, toepassing op landbodem AW <tussenwaarde 1) Toegestane overschrijdingen AW gelden voor alle situaties. 2) Betreft het aantal parameters van dit rapport met een Achtergrondwaarde 3) "Tussenwaarde": zoals gedefinieerd in NEN * gehalte >AW (of geen AW vastgesteld), maar wel < AP04 aantoonbaarheidsgrens-eis, dus mag verondersteld worden kleiner dan AW te zijn. # verhoogde rapportagegrens, geen conclusie mogelijk of waarde voldoet aan de voor humus en lutum wordt minimaal 2% gehanteerd; als humus/lutum niet is gemeten geldt een default waarde van lutum = 25% en organische stof = 10%. $) Bij nikkel en PCB gelden voor toegestane overschrijding voor achtergrondwaarden niet de eis dat deze ook < "wonen" moet zijn. Een overschrijding voor "wonen" bij nikkel en PCB worden in de kolom niet meegeteld. (de kolom bevat daarom geen "X" indien Wonen wel en 2xAW niet wordt overgeschreden) &) Barium: Interventiewaarde geldt alleen voor situaties waarbij duidelijk sprake is van antropogene verontreiniging. Voor deze toetsing gelden de algemene voorwaarden van ALcontrol Laboratories. Met dit toetsingsprogramma is geen uitspraak gedaan over de mogelijkheden van verspreiding (zowel zoet als zout oppervlaktewater) of grootschalige toepassing van het materiaal.

260 Bijlage 4.1: boorbeschrijvingen inclusief legenda

261

262 Bijlage: Boorprofielen Boring: 101 Boring: 102 Datum: Datum: gras Zand, matig grof, matig siltig, zwak humeus, zwak grindig, bruin, geroerd groenstrook Zand, uiterst fijn, uiterst siltig, matig humeus, donkerbruin, geroerd Zand, matig grof, zwak siltig, lichtbruin 50 2 Klei, uiterst siltig, matig roesthoudend, licht oranjebruin, ongeroerd Klei, sterk zandig, matig roesthoudend, grijs, ongeroerd Zand, matig grof, sterk siltig, grijsbruin Zand, zeer grof, matig siltig, matig grindig, grijs Zand, matig fijn, matig siltig, zwak grindig, bruin Zand, zeer grof, matig siltig, sterk grindig, grijs Boring: 103 Boring: 104 Datum: Datum: groenstrook Zand, uiterst fijn, sterk siltig, matig humeus, donkerbruin, geroerd groenstrook Zand, uiterst fijn, sterk siltig, matig humeus, donkerbruin, geroerd Zand, matig grof, sterk siltig, oranje Klei, uiterst siltig, matig roesthoudend, licht oranjebruin, ongeroerd Klei, sterk zandig, zwak roesthoudend, grijs Zand, matig grof, matig siltig, matig grindig, grijs Zand, zeer grof, matig siltig, sterk grindig, grijs Zand, matig grof, zwak siltig, bruinoranje Klei, uiterst siltig, matig humeus, bruin Klei, uiterst siltig, matig roesthoudend, licht oranjebruin, ongeroerd Klei, uiterst siltig, zwak roesthoudend, zwak kalkhoudend, grijs Zand, matig grof, sterk siltig, matig grindig, grijs Zand, zeer grof, matig siltig, sterk grindig, grijs Zand, matig fijn, zwak siltig, grijs 240 getekend volgens NEN 5104 Projectcode: M13B0184 Opdrachtgever: MWH Projectnaam: Staddijk Nijmegen

263 Legenda (conform NEN 5104) grind klei geur Grind, siltig Klei, zwak siltig geen geur zwakke geur Grind, zwak zandig Klei, matig siltig matige geur sterke geur Grind, matig zandig Klei, sterk siltig uiterste geur Grind, sterk zandig Klei, uiterst siltig olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie Grind, uiterst zandig Klei, zwak zandig matige olie-water reactie sterke olie-water reactie Klei, matig zandig uiterste olie-water reactie zand Klei, sterk zandig p.i.d.-waarde Zand, kleiïg >0 >1 Zand, zwak siltig Zand, matig siltig leem Leem, zwak zandig >10 >100 >1000 >10000 Zand, sterk siltig Leem, sterk zandig monsters Zand, uiterst siltig geroerd monster overige toevoegingen ongeroerd monster veen Veen, mineraalarm zwak humeus matig humeus volumering overig bijzonder bestanddeel Veen, zwak kleiïg sterk humeus Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand Veen, sterk kleiïg zwak grindig Gemiddeld laagste grondwaterstand slib Veen, zwak zandig matig grindig water Veen, sterk zandig sterk grindig peilbuis blinde buis casing hoogste grondwaterstand gemiddelde grondwaterstand laagste grondwaterstand bentoniet afdichting filter

264 Bijlage 4.2: kwaliteitsborging veldwerk

265

266

267 Veldverslag protocol 2002 M13B Opdrachtgever : Contactpersoon : Betreft : Tel. +31 (0) MWH Steef Ritzema Staddijk Nijmegen Datum 12 juli 2013 Volledig invullen! JA NEE NVT Opmerkingen/Acties Gemeld en toestemming van de eigenaar? Toegang terrein geregeld? Bijgeleverde tekening duidelijk? Opdracht afgerond? Indien nee, reden. Drijf- of zaklaag aanwezig? Beluchting opgetreden? EC gemeten bij aanvang onderzoek? EC gemeten na stabilisatie? O 2 gemeten na stabilisatie? Zintuiglijke waarnemingen: Zo ja, bij pb: Zo ja, bij pb: Digitale foto's genomen? Monsteroverdracht uitgevoerd? Situatie op locatie veilig (LMRA)? Laboratorium: Alcontrol Wordt u per mail toegezonden: Watermonsternamegegevens Digitale foto's Overige opmerkingen: Geen bijzonderheden Door ondertekening verklaart de geregistreerde boormeester dat het veldwerk onafhankelijk van de opdrachtgever is uitgevoerd conform de eisen van de BRL SIKB 2000 en het daarbij horende protocol Uitgevoerd door: Boormeester Boormedewerker(s) Herman Bunt 0 (naam voluit) REG Versie 3.0 Gewijzigd op

268 Bijlage 5: analysecertificaten en gaschromatogrammen

269

270 ALcontrol B.V. Steenhouwerstraat AG Rotterdam Tel.: +31 (0) Fax: +31 (0) Analyserapport MWH B.V. S. Ritzema Postbus EB ARNHEM Blad 1 van 5 Uw projectnaam : Staddijk Nijmegen Uw projectnummer : M13B0184 ALcontrol rapportnummer : , versienummer: 1 Rotterdam, Geachte heer/mevrouw, Hierbij ontvangt u de analyse resultaten van het laboratoriumonderzoek ten behoeve van uw project M13B0184. Het onderzoek werd uitgevoerd conform uw opdracht. De gerapporteerde resultaten hebben uitsluitend betrekking op de geteste monsters. De door u aangegeven omschrijvingen voor de monsters en het project zijn overgenomen in dit analyserapport. Het onderzoek is, met uitzondering van eventueel door derden uitgevoerd onderzoek, uitgevoerd door ALcontrol Laboratories, gevestigd aan de Steenhouwerstraat 15 in Rotterdam (NL). Dit analyserapport bestaat inclusief bijlagen uit 5 pagina's. In geval van een versienummer van '2' of hoger vervallen de voorgaande versies. Alle bijlagen maken onlosmakelijk onderdeel uit van het rapport. Alleen vermenigvuldiging van het hele rapport is toegestaan. Mocht u vragen en/of opmerkingen hebben naar aanleiding van dit rapport, bijvoorbeeld als u nadere informatie nodig heeft over de meetonzekerheid van de analyseresultaten in dit rapport, dan verzoeken wij u vriendelijk contact op te nemen met de afdeling Customer Support. Wij vertrouwen er op u met deze informatie van dienst te zijn. Hoogachtend, R. van Duin Laboratory Manager ALCONTROL B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM ISO/IEC 17025:2005 ONDER NR. L 028 AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM

271 MWH B.V. S. Ritzema Analyserapport Blad 2 van 5 Projectnaam Staddijk Nijmegen Orderdatum Projectnummer M13B0184 Startdatum Rapportnummer Rapportagedatum Nummer Monstersoort Monsterspecificatie 001 Grondwater (AS3000) ( ) Analyse Eenheid Q 001 METALEN barium µg/l S 77 cadmium µg/l S <0.20 kobalt µg/l S 4.1 koper µg/l S <2.0 kwik µg/l S <0.05 lood µg/l S 5.3 molybdeen µg/l S <2 nikkel µg/l S <3 zink µg/l S 19 VLUCHTIGE AROMATEN benzeen µg/l S <0.2 tolueen µg/l S 0.35 ethylbenzeen µg/l S <0.2 o-xyleen µg/l S <0.1 p- en m-xyleen µg/l S <0.2 xylenen (0.7 factor) µg/l S 0.21 styreen µg/l S <0.2 naftaleen µg/l S <0.05 GEHALOGENEERDE KOOLWATERSTOFFEN 1,1-dichloorethaan µg/l S <0.2 1,2-dichloorethaan µg/l S <0.2 1,1-dichlooretheen µg/l S <0.1 cis-1,2-dichlooretheen µg/l S <0.1 trans-1,2-dichlooretheen µg/l S <0.1 som (cis,trans) 1,2- dichloorethenen (0.7 factor) µg/l 0.14 dichloormethaan µg/l S <0.2 1,1-dichloorpropaan µg/l S <0.2 1,2-dichloorpropaan µg/l S <0.2 1,3-dichloorpropaan µg/l S <0.2 som dichloorpropanen (0.7 factor) µg/l S 0.42 tetrachlooretheen µg/l S <0.1 tetrachloormethaan µg/l S <0.1 1,1,1-trichloorethaan µg/l S <0.1 1,1,2-trichloorethaan µg/l S <0.1 trichlooretheen µg/l S <0.2 chloroform µg/l S <0.2 vinylchloride µg/l S <0.2 tribroommethaan µg/l S <0.2 MINERALE OLIE fractie C10 - C12 µg/l <25 De met S gemerkte analyses zijn geaccrediteerd en vallen onder de AS3000-erkenning. Overige accreditaties zijn gemerkt met een Q. Paraaf : ALCONTROL B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM ISO/IEC 17025:2005 ONDER NR. L 028 AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM

272 MWH B.V. S. Ritzema Analyserapport Blad 3 van 5 Projectnaam Staddijk Nijmegen Orderdatum Projectnummer M13B0184 Startdatum Rapportnummer Rapportagedatum Nummer Monstersoort Monsterspecificatie 001 Grondwater (AS3000) ( ) Analyse Eenheid Q 001 fractie C12 - C22 µg/l <25 fractie C22 - C30 µg/l <25 fractie C30 - C40 µg/l <25 totaal olie C10 - C40 µg/l S <50 De met S gemerkte analyses zijn geaccrediteerd en vallen onder de AS3000-erkenning. Overige accreditaties zijn gemerkt met een Q. Paraaf : ALCONTROL B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM ISO/IEC 17025:2005 ONDER NR. L 028 AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM

273 MWH B.V. S. Ritzema Analyserapport Blad 4 van 5 Projectnaam Staddijk Nijmegen Orderdatum Projectnummer M13B0184 Startdatum Rapportnummer Rapportagedatum Monster beschrijvingen 001 * De monstervoorbehandeling en analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatieschema AS3000, dit geldt alleen voor de analyses die worden gerapporteerd met het "S" kenmerk. Paraaf : ALCONTROL B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM ISO/IEC 17025:2005 ONDER NR. L 028 AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM

274 MWH B.V. S. Ritzema Analyserapport Blad 5 van 5 Projectnaam Staddijk Nijmegen Orderdatum Projectnummer M13B0184 Startdatum Rapportnummer Rapportagedatum Analyse Monstersoort Relatie tot norm barium Grondwater (AS3000) Conform AS en Conform NEN 6966 (meting conform NEN-EN-ISO 11885) cadmium Grondwater (AS3000) Idem kobalt Grondwater (AS3000) Idem koper Grondwater (AS3000) Idem kwik Grondwater (AS3000) Conform AS en conform NEN-EN-ISO lood Grondwater (AS3000) Conform AS en Conform NEN 6966 (meting conform NEN-EN-ISO 11885) molybdeen Grondwater (AS3000) Idem nikkel Grondwater (AS3000) Idem zink Grondwater (AS3000) Idem benzeen Grondwater (AS3000) Conform AS tolueen Grondwater (AS3000) Idem ethylbenzeen Grondwater (AS3000) Idem o-xyleen Grondwater (AS3000) Idem p- en m-xyleen Grondwater (AS3000) Idem xylenen (0.7 factor) Grondwater (AS3000) Conform AS styreen Grondwater (AS3000) Conform AS naftaleen Grondwater (AS3000) Idem 1,1-dichloorethaan Grondwater (AS3000) Idem 1,2-dichloorethaan Grondwater (AS3000) Idem 1,1-dichlooretheen Grondwater (AS3000) Idem cis-1,2-dichlooretheen Grondwater (AS3000) Idem trans-1,2-dichlooretheen Grondwater (AS3000) Idem som (cis,trans) 1,2- dichloorethenen (0.7 factor) Grondwater (AS3000) Idem dichloormethaan Grondwater (AS3000) Idem 1,1-dichloorpropaan Grondwater (AS3000) Idem 1,2-dichloorpropaan Grondwater (AS3000) Idem 1,3-dichloorpropaan Grondwater (AS3000) Idem som dichloorpropanen (0.7 factor) Grondwater (AS3000) Idem tetrachlooretheen Grondwater (AS3000) Idem tetrachloormethaan Grondwater (AS3000) Idem 1,1,1-trichloorethaan Grondwater (AS3000) Idem 1,1,2-trichloorethaan Grondwater (AS3000) Idem trichlooretheen Grondwater (AS3000) Idem chloroform Grondwater (AS3000) Idem vinylchloride Grondwater (AS3000) Idem tribroommethaan Grondwater (AS3000) Idem totaal olie C10 - C40 Grondwater (AS3000) Conform AS Monster Barcode Aanlevering Monstername Verpakking 001 B ALC G ALC G ALC236 Paraaf : ALCONTROL B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM ISO/IEC 17025:2005 ONDER NR. L 028 AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM

275 ALcontrol B.V. Steenhouwerstraat AG Rotterdam Tel.: +31 (0) Fax: +31 (0) Analyserapport MWH B.V. S. Ritzema Postbus EB ARNHEM Blad 1 van 5 Uw projectnaam : Staddijk Nijmegen Uw projectnummer : M13B0184 ALcontrol rapportnummer : , versienummer: 1 Rotterdam, Geachte heer/mevrouw, Hierbij ontvangt u de analyse resultaten van het laboratoriumonderzoek ten behoeve van uw project M13B0184. Het onderzoek werd uitgevoerd conform uw opdracht. De gerapporteerde resultaten hebben uitsluitend betrekking op de geteste monsters. De door u aangegeven omschrijvingen voor de monsters en het project zijn overgenomen in dit analyserapport. Het onderzoek is, met uitzondering van eventueel door derden uitgevoerd onderzoek, uitgevoerd door ALcontrol Laboratories, gevestigd aan de Steenhouwerstraat 15 in Rotterdam (NL). Dit analyserapport bestaat inclusief bijlagen uit 5 pagina's. In geval van een versienummer van '2' of hoger vervallen de voorgaande versies. Alle bijlagen maken onlosmakelijk onderdeel uit van het rapport. Alleen vermenigvuldiging van het hele rapport is toegestaan. Mocht u vragen en/of opmerkingen hebben naar aanleiding van dit rapport, bijvoorbeeld als u nadere informatie nodig heeft over de meetonzekerheid van de analyseresultaten in dit rapport, dan verzoeken wij u vriendelijk contact op te nemen met de afdeling Customer Support. Wij vertrouwen er op u met deze informatie van dienst te zijn. Hoogachtend, R. van Duin Laboratory Manager ALCONTROL B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM ISO/IEC 17025:2005 ONDER NR. L 028 AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM

276 MWH B.V. S. Ritzema Analyserapport Blad 2 van 5 Projectnaam Staddijk Nijmegen Orderdatum Projectnummer M13B0184 Startdatum Rapportnummer Rapportagedatum Nummer Monstersoort Monsterspecificatie 001 Asbestverdacht MM proefgaten emmer2 (0-40) Analyse Eenheid Q 001 ASBESTONDERZOEK aangeleverd materiaal grond kg Q KWALITATIEF ASBESTONDERZOEK gemeten totaal asbestconcentratie mg/kgds Q <0.1 chrysotiel mg/kgds Q <0.1 amosiet mg/kgds Q <0.1 crocidoliet mg/kgds Q <0.1 anthophylliet mg/kgds Q <0.1 tremoliet mg/kgds Q <0.1 actinoliet mg/kgds Q <0.1 KWANTITATIEF ASBESTONDERZOEK gewogen asbestconcentratie mg/kgds Q <0.1 gewogen niethechtgebonden asbestconcentratie ondergrens (95% betrouwb.interval) bovengrens (95% betrouwb.interval) Concentratie chrysotiel (ondergrens) Concentratie chrysotiel (bovengrens) Concentratie amosiet (ondergrens) Concentratie amosiet (bovengrens) Concentratie crocidoliet (ondergrens) Concentratie crocidoliet (bovengrens) Concentratie anthophylliet (ondergrens) Concentratie anthophylliet (bovengrens) Concentratie tremoliet (ondergrens) Concentratie tremoliet (bovengrens) Concentratie actinoliet (ondergrens) Concentratie actinoliet (bovengrens) gemeten serpentijnasbestconcentratie gemeten amfiboolasbestconcentratie mg/kgds Q <0.1 mg/kgds Q <0.1 mg/kgds Q <0.1 mg/kgds Q <0.1 mg/kgds Q <0.1 mg/kgds Q <0.1 mg/kgds <0.1 mg/kgds Q <0.1 mg/kgds Q <0.1 mg/kgds Q <0.1 mg/kgds Q <0.1 mg/kgds Q <0.1 mg/kgds Q <0.1 mg/kgds Q <0.1 mg/kgds Q <0.1 mg/kgds Q <0.1 mg/kgds Q <0.1 De met S gemerkte analyses zijn geaccrediteerd en vallen onder de AS3000-erkenning. Overige accreditaties zijn gemerkt met een Q. Paraaf : ALCONTROL B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM ISO/IEC 17025:2005 ONDER NR. L 028 AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM

277 MWH B.V. S. Ritzema Analyserapport Blad 3 van 5 Projectnaam Staddijk Nijmegen Orderdatum Projectnummer M13B0184 Startdatum Rapportnummer Rapportagedatum Nummer Monstersoort Monsterspecificatie 001 Asbestverdacht MM proefgaten emmer2 (0-40) Analyse Eenheid Q 001 gemeten bepalingsgrens mg/kgds Q 1.9 De met S gemerkte analyses zijn geaccrediteerd en vallen onder de AS3000-erkenning. Overige accreditaties zijn gemerkt met een Q. Paraaf : ALCONTROL B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM ISO/IEC 17025:2005 ONDER NR. L 028 AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM

278 MWH B.V. S. Ritzema Analyserapport Blad 4 van 5 Projectnaam Staddijk Nijmegen Orderdatum Projectnummer M13B0184 Startdatum Rapportnummer Rapportagedatum Analyse Monstersoort Relatie tot norm gemeten totaal asbestconcentratie Asbestverdacht conform NEN5707 en/of NEN5897 chrysotiel Asbestverdacht Conform NEN 5896 amosiet Asbestverdacht Idem crocidoliet Asbestverdacht Idem anthophylliet Asbestverdacht Idem tremoliet Asbestverdacht Idem actinoliet Asbestverdacht Idem gewogen asbestconcentratie Asbestverdacht conform NEN5707 en/of NEN5897 gewogen niet-hechtgebonden asbestconcentratie ondergrens (95% betrouwb.interval) bovengrens (95% betrouwb.interval) Concentratie chrysotiel (ondergrens) Concentratie chrysotiel (bovengrens) Concentratie amosiet (ondergrens) Concentratie amosiet (bovengrens) Concentratie crocidoliet (ondergrens) Concentratie crocidoliet (bovengrens) Concentratie anthophylliet (ondergrens) Concentratie anthophylliet (bovengrens) Concentratie tremoliet (ondergrens) Concentratie tremoliet (bovengrens) Concentratie actinoliet (ondergrens) Concentratie actinoliet (bovengrens) gemeten serpentijnasbestconcentratie gemeten amfiboolasbestconcentratie Asbestverdacht Asbestverdacht Asbestverdacht Asbestverdacht Asbestverdacht Asbestverdacht Asbestverdacht Asbestverdacht Asbestverdacht Asbestverdacht Asbestverdacht Asbestverdacht Asbestverdacht Asbestverdacht Asbestverdacht Asbestverdacht Asbestverdacht Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem gemeten bepalingsgrens Asbestverdacht Idem Monster Barcode Aanlevering Monstername Verpakking 001 E ALC291 Paraaf : ALCONTROL B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM ISO/IEC 17025:2005 ONDER NR. L 028 AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM

279 ALcontrol rapportnummer Blad 5 van 5

280 ALcontrol B.V. Steenhouwerstraat AG Rotterdam Tel.: +31 (0) Fax: +31 (0) Analyserapport MWH B.V. S. Ritzema Postbus EB ARNHEM Blad 1 van 5 Uw projectnaam : Staddijk Nijmegen Uw projectnummer : M13B0184 ALcontrol rapportnummer : , versienummer: 1 Rotterdam, Geachte heer/mevrouw, Hierbij ontvangt u de analyse resultaten van het laboratoriumonderzoek ten behoeve van uw project M13B0184. Het onderzoek werd uitgevoerd conform uw opdracht. De gerapporteerde resultaten hebben uitsluitend betrekking op de geteste monsters. De door u aangegeven omschrijvingen voor de monsters en het project zijn overgenomen in dit analyserapport. Het onderzoek is, met uitzondering van eventueel door derden uitgevoerd onderzoek, uitgevoerd door ALcontrol Laboratories, gevestigd aan de Steenhouwerstraat 15 in Rotterdam (NL). Dit analyserapport bestaat inclusief bijlagen uit 5 pagina's. In geval van een versienummer van '2' of hoger vervallen de voorgaande versies. Alle bijlagen maken onlosmakelijk onderdeel uit van het rapport. Alleen vermenigvuldiging van het hele rapport is toegestaan. Mocht u vragen en/of opmerkingen hebben naar aanleiding van dit rapport, bijvoorbeeld als u nadere informatie nodig heeft over de meetonzekerheid van de analyseresultaten in dit rapport, dan verzoeken wij u vriendelijk contact op te nemen met de afdeling Customer Support. Wij vertrouwen er op u met deze informatie van dienst te zijn. Hoogachtend, R. van Duin Laboratory Manager ALCONTROL B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM ISO/IEC 17025:2005 ONDER NR. L 028 AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM

281 MWH B.V. S. Ritzema Analyserapport Blad 2 van 5 Projectnaam Staddijk Nijmegen Orderdatum Projectnummer M13B0184 Startdatum Rapportnummer Rapportagedatum Nummer Monstersoort Monsterspecificatie 001 Grond (AS3000) MM1 102 (40-90) 103 (50-90) 104 (65-100) 002 Grond (AS3000) MM2 101 ( ) 102 ( ) 103 ( ) 104 ( ) Analyse Eenheid Q droge stof gew.-% S gewicht artefacten g S <1 <1 aard van de artefacten g S geen geen organische stof (gloeiverlies) % vd DS S KORRELGROOTTEVERDELING lutum (bodem) % vd DS S METALEN barium mg/kgds S cadmium mg/kgds S 0.27 <0.2 kobalt mg/kgds S koper mg/kgds S kwik mg/kgds S <0.05 <0.05 lood mg/kgds S 20 <10 molybdeen mg/kgds S 0.9 <0.5 nikkel mg/kgds S zink mg/kgds S 58 <20 POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN naftaleen mg/kgds S <0.01 <0.01 fenantreen mg/kgds S <0.01 <0.01 antraceen mg/kgds S <0.01 <0.01 fluoranteen mg/kgds S <0.01 <0.01 benzo(a)antraceen mg/kgds S <0.01 <0.01 chryseen mg/kgds S <0.01 <0.01 benzo(k)fluoranteen mg/kgds S <0.01 <0.01 benzo(a)pyreen mg/kgds S <0.01 <0.01 benzo(ghi)peryleen mg/kgds S <0.01 <0.01 indeno(1,2,3-cd)pyreen mg/kgds S <0.01 <0.01 pak-totaal (10 van VROM) mg/kgds S ) ) (0.7 factor) POLYCHLOORBIFENYLEN (PCB) PCB 28 µg/kgds S <1 <1 PCB 52 µg/kgds S <1 <1 PCB 101 µg/kgds S <1 <1 PCB 118 µg/kgds S <1 <1 PCB 138 µg/kgds S <1 <1 PCB 153 µg/kgds S <1 <1 PCB 180 µg/kgds S <1 <1 som PCB (7) (0.7 factor) µg/kgds S 4.9 1) 4.9 1) MINERALE OLIE De met S gemerkte analyses zijn geaccrediteerd en vallen onder de AS3000-erkenning. Overige accreditaties zijn gemerkt met een Q. Paraaf : ALCONTROL B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM ISO/IEC 17025:2005 ONDER NR. L 028 AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM

282 MWH B.V. S. Ritzema Analyserapport Blad 3 van 5 Projectnaam Staddijk Nijmegen Orderdatum Projectnummer M13B0184 Startdatum Rapportnummer Rapportagedatum Nummer Monstersoort Monsterspecificatie 001 Grond (AS3000) MM1 102 (40-90) 103 (50-90) 104 (65-100) 002 Grond (AS3000) MM2 101 ( ) 102 ( ) 103 ( ) 104 ( ) Analyse Eenheid Q fractie C10 - C12 mg/kgds <5 <5 fractie C12 - C22 mg/kgds <5 <5 fractie C22 - C30 mg/kgds <5 <5 fractie C30 - C40 mg/kgds <5 <5 totaal olie C10 - C40 mg/kgds S <20 <20 De met S gemerkte analyses zijn geaccrediteerd en vallen onder de AS3000-erkenning. Overige accreditaties zijn gemerkt met een Q. Paraaf : ALCONTROL B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM ISO/IEC 17025:2005 ONDER NR. L 028 AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM

283 MWH B.V. S. Ritzema Analyserapport Blad 4 van 5 Projectnaam Staddijk Nijmegen Orderdatum Projectnummer M13B0184 Startdatum Rapportnummer Rapportagedatum Monster beschrijvingen 001 * De monstervoorbehandeling en analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatieschema AS3000, dit geldt alleen voor de analyses die worden gerapporteerd met het "S" kenmerk. 002 * De monstervoorbehandeling en analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatieschema AS3000, dit geldt alleen voor de analyses die worden gerapporteerd met het "S" kenmerk. Voetnoten 1 De sommatie na verrekening van de 0.7 factor conform AS3000 Paraaf : ALCONTROL B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM ISO/IEC 17025:2005 ONDER NR. L 028 AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM

284 MWH B.V. S. Ritzema Analyserapport Blad 5 van 5 Projectnaam Staddijk Nijmegen Orderdatum Projectnummer M13B0184 Startdatum Rapportnummer Rapportagedatum Analyse Monstersoort Relatie tot norm droge stof Grond (AS3000) Grond: gelijkwaardig aan NEN-ISO 11465, Grond (AS3000): conform AS gewicht artefacten Grond (AS3000) Conform AS3000, NEN 5709 aard van de artefacten Grond (AS3000) Idem organische stof (gloeiverlies) Grond (AS3000) Grond/Puin: gelijkwaardig aan NEN Grond (AS3000): conform AS3010 lutum (bodem) Grond (AS3000) Conform AS barium Grond (AS3000) Conform AS3010-5, conform NEN 6950 (ontsluiting conform NEN 6961, meting conform NEN 6966) eigen methode (ontsluiting conform NEN 6961, meting conform ISO 22036). cadmium Grond (AS3000) Idem kobalt Grond (AS3000) Idem koper Grond (AS3000) Idem kwik Grond (AS3000) Conform AS en conform NEN 6950 (ontsluiting conform NEN 6961, meting conform NEN-ISO 16772) lood Grond (AS3000) Conform AS3010-5, conform NEN 6950 (ontsluiting conform NEN 6961, meting conform NEN 6966) eigen methode (ontsluiting conform NEN 6961, meting conform ISO 22036). molybdeen Grond (AS3000) Idem nikkel Grond (AS3000) Idem zink Grond (AS3000) Idem naftaleen Grond (AS3000) Conform AS fenantreen Grond (AS3000) Idem antraceen Grond (AS3000) Idem fluoranteen Grond (AS3000) Idem benzo(a)antraceen Grond (AS3000) Idem chryseen Grond (AS3000) Idem benzo(k)fluoranteen Grond (AS3000) Idem benzo(a)pyreen Grond (AS3000) Idem benzo(ghi)peryleen Grond (AS3000) Idem indeno(1,2,3-cd)pyreen Grond (AS3000) Idem pak-totaal (10 van VROM) (0.7 factor) Grond (AS3000) PCB 28 Grond (AS3000) Conform AS Idem PCB 52 Grond (AS3000) Idem PCB 101 Grond (AS3000) Idem PCB 118 Grond (AS3000) Idem PCB 138 Grond (AS3000) Idem PCB 153 Grond (AS3000) Idem PCB 180 Grond (AS3000) Idem som PCB (7) (0.7 factor) Grond (AS3000) Idem totaal olie C10 - C40 Grond (AS3000) Conform prestatieblad Gelijkwaardig aan NEN-EN-ISO Monster Barcode Aanlevering Monstername Verpakking 001 Y ALC Y ALC Y ALC Y ALC Y ALC Y ALC Y ALC201 Paraaf : ALCONTROL B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM ISO/IEC 17025:2005 ONDER NR. L 028 AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM

285

286 Bijlage 6: foto s onderzoekslocatie

287

288 Photographic Log Client: Gemeente Nijmegen Project: Bodemonderzoek Staddijk ong. Nijmegen Site Name: Staddijk ong. Site Location: Nijmegen Photograph ID: 1 Survey Date: File Name: 101.jpg Photograph ID: 2 Survey Date: File Name: 102.jpg Page 1 of 2

289 Photographic Log Client: Gemeente Nijmegen Project: Bodemonderzoek Staddijk ong. Nijmegen Site Name: Staddijk ong. Site Location: Nijmegen Photograph ID: 3 Survey Date: File Name: 103.jpg Photograph ID: 4 Survey Date: File Name: 104.jpg Page 2 of 2

290 B4505HC1 DELA-Crematorium Nijmegen Distributie planologisch onderzoek B4505HC1/ Verantwoording Projectnaam : DPO crematorium Nijmegen Projectnummer : B4505HC1 Documentnummer : B4505HC1/ Status : Definitief Versie : 0.2 Datum : 28 oktober 2013 Opdrachtgever : DELA Postadres : Postbus 6411 Postcode & Plaats : 5600 HK EINDHOVEN Contactpersoon : de heer N.A.C. van der Loop Telefoonnummer : Auteur(s) : M. van Haren Controle : R. Otten Akkoord : Vrijgave :

291

292 B4505HC1 Inhoudsopgave 1 Inleiding Huidige situatie Aanleiding Onderzoeksvragen Leeswijzer 3 2 Eindconclusies ten aanzien van de haalbaarheid 4 3 Uitgangssituatie en planologische beschouwing Locaties crematoria huidige situatie Afbakening verzorgingsgebied na oprichting beoogd crematorium DELA Bepaling crematiebehoefte Bepaling doelgroep Bepaling crematiecijfer en controle doelgroep 10 4 Externe factoren en distributieve ruimte Sterfteprognose en crematiecijfer Distributieve ruimte en ontwrichtende werking 11 5 Conclusies economisch functioneren Huidig functioneren Toekomstig functioneren 13 KYBYS DPO crematorium Nijmegen DELA-Crematorium Nijmegen I

293

294 B4505HC1 1 Inleiding 1.1 Huidige situatie Crematie als vorm van lijkbezorging geniet in Nederland momenteel een ongekende populariteit en maakt de laatste jaren een sterke stijging door. Landelijk wordt in meer dan 60% van de lijkbezorgingen gekozen voor crematie in plaats van het traditionele begraven. Ook in de provincie Gelderland neemt crematie een steeds prominentere rol in. De bouw van crematoria gaat zo gestaag dat in Nederland praktisch alle regio s voorzien zijn van de mogelijkheid tot crematie. Ook in de regio Nijmegen zijn momenteel al meerdere crematoria gevestigd. Er bestaat een toenemende wens vanuit de maatschappij voor persoonlijke benadering van crematiediensten met ruimte en tijd voor individuele invulling van de uitvaart. Dit stelt verregaande eisen aan de exploitatie van crematoria. Uitvaartverzekeraar en -verzorger DELA acht het gewenst aan deze wensen van haar verzekerden tegemoet te komen. Daarnaast bestaat binnen de regio Nijmegen een groot aantal DELA-verzekerden waarvoor geen toegang tot crematiefaciliteiten van DELA aanwezig is. DELA is momenteel in Nijmegen eigenaar van de uitvaartverzorging Barbara DELA en huurt daarvoor een pand met daarin een uitvaartcentrum inclusief kantoor, aula, verzorgingen en horeca. In verband met de huuropzegging voor dit pand heeft de organisatie op korte termijn echter behoefte aan een nieuwe, eigen locatie om haar medewerkers, leden en andere particuliere ondernemers onder te brengen. 1.2 Aanleiding Voorgaande huuropzegging is de directe aanleiding voor onderhavige ontwikkeling; om de genoemde groep verzekerden te kunnen bedienen in een eigen faciliteit, daarbij niet afhankelijk te hoeven zijn van de kwaliteit- en prijsinvulling van anderen en gezien de behoefte aan een nieuwe locatie voor deze dienstverlening, wordt door DELA de oprichting van een crematorium met uitvaartcentrum overwogen. Voorgaande is voor DELA aanleiding om een onafhankelijk onderzoek uit te laten voeren naar de distributieve ruimte die binnen de regio op dit vlak bestaat. Dit onderzoek toont aan of binnen de beoogde regio voldoende distributieve ruimte bestaat voor oprichting van een extra crematorium en of oprichting hiervan een ontwrichtende werking binnen de regio heeft. 1.3 Onderzoeksvragen In opdracht van DELA is een onderzoek uitgevoerd naar de distributieve ruimte voor oprichting van een crematorium in de regio Nijmegen. Hiervoor zijn de volgende onderzoeksvragen geformuleerd. 1. Wat is de reële huidige en toekomstige crematiebehoefte binnen het verzorgingsgebied Nijmegen? 2. Wat betekent de toevoeging van het door DELA beoogde crematorium voor de bestaande crematoria binnen de genoemde regio? 1.4 Leeswijzer In hoofdstuk twee zijn de conclusies en aanbevelingen ten aanzien van de onderzoeksvragen weergegeven. Deze zijn middels berekeningen, tabellen en afbeeldingen onderbouwd in de hoofdstukken drie en vier. In hoofdstuk vijf zijn conclusies getrokken ten aanzien van het economisch functioneren van de crematoria in de huidige en toekomstige situatie na mogelijke oprichting van een crematorium in de regio Nijmegen. KYBYS DPO crematorium Nijmegen DELA-Crematorium Nijmegen 3

295 B4505HC1 2 Eindconclusies ten aanzien van de haalbaarheid In antwoord op de twee onderzoeksvragen wordt gesteld dat binnen het verzorgingsgebied Nijmegen in de huidige situatie een behoefte bestaat voor crematies dat zal oplopen tot in 2038, bij een gehandhaafd crematiepercentage van 67%. Er bestaat distributieve ruimte voor het oprichten van een extra crematorium in de regio Nijmegen. Het oprichten van een crematorium in deze regio zal invloed op de bedrijfsvoering van de bestaande crematoria hebben (een afname van respectievelijk 4,6 en 4,9 naar gemiddeld 2 en 2,2 crematies per dag). De invloed is niet zodanig dat de bedrijfsvoering of continuïteit van de bestaande crematoria in het geding komt: er blijft immers voldoende potentieel en marktaandeel om te kunnen blijven functioneren als crematorium met ruimte voor groei. Verondersteld wordt dat de afname van het aantal crematies voor de bestaande crematoria een herziening zal betekenen van de tot nu toe gevoerde bedrijfsvoering. Het oprichten van een extra crematorium is derhalve een indringende factor binnen de crematievoorzieningenstructuur zoals die bestaat in de regio Nijmegen. Het is echter zeker geen ontwrichtende factor, bezien vanuit het groeipotentieel van de markt. Binnen het onderzochte verzorgingsgebied zullen drie crematoria verantwoord kunnen functioneren die door elkaars concurrentie verplicht zijn goede dienstverlening te bieden. De concurrentie zal in het voordeel zijn van de consument. De voorzieningen zullen verbeteren: Zo kan er een herbezinning op de bedrijfsvoering plaatsvinden van de bestaande crematoria met als mogelijk resultaat specialisatie en verhoogde kwaliteit van dienstverlening, verbeterd aanbod van voorzieningen en mogelijk concurrerende tarieven. Daarbij is het begrijpelijk dat DELA wil voorzien in een eigen faciliteit voor het merendeel van de eigen leden en om hiermee niet langer afhankelijk te hoeven zijn van de kwaliteit en de faciliteiten van andere crematoria. Er is vooralsnog geen aanleiding om te betogen dat bestaande faciliteiten binnen de regio Nijmegen zullen wegvallen door het oprichten van een derde crematorium. Zelfs als na oprichting van het beoogde crematorium een situatie ontstaat waarin faciliteiten wegvallen, zullen binnen de regio Nijmegen altijd voldoende faciliteiten aanwezig blijven om aan de crematiebehoefte vanuit de regio en de stad Nijmegen te kunnen voldoen. 4 KYBYS DPO crematorium Nijmegen DELA-Crematorium Nijmegen

296 B4505HC1 3 Uitgangssituatie en planologische beschouwing 3.1 Locaties crematoria huidige situatie In Gelderland, Noord-Brabant en Limburg is een aantal crematoria gesitueerd en zijn enkele crematoria gepland. Deze crematoria bestrijken ieder hun eigen verzorgingsgebied dat in de regel wordt bepaald door de helft van de afstand tot het volgende crematorium te nemen. Onderstaande afbeelding geeft de situering van deze crematoria weer inclusief de beoogde locatie van een door DELA op te richten crematorium in de regio Nijmegen (DELA Nijmegen). Fac. Moscowa DELA Tiel Yarden Rijk van Nijmegen Fac. Jonkerbos DELA Nijmegen DELA Uden DELA Boschhuizen Afbeelding 1: Situering crematoria Bron: Google Maps 2013 Crematorium in gebruik Crematorium beoogd De plannen voor de mogelijke vestiging van een crematorium te Nijmegen door DELA verkeren nog in de ontwikkelingsfase, evenals de plannen voor een crematorium in Tiel (DELA). Alle andere getoonde crematoria functioneren reeds. Wanneer de situatie in de regio Nijmegen bezien wordt, valt op dat slechts twee crematoria actief zijn. De crematoria te Beuningen (Rijk van Nijmegen) en te Nijmegen (Jonkerbos) bestrijken momenteel als enigen het verzorgingsgebied tussen de Nederrijn en de Maas. In de navolgende tabel zijn de crematoria in de regio Nijmegen nogmaals weergegeven voorzien van het aantal crematies dat in 2012 in deze crematoria plaatsvond. KYBYS DPO crematorium Nijmegen DELA-Crematorium Nijmegen 5

297 B4505HC1 Tabel 1: tabel crematoria in de regio Nijmegen (Bron: L.V.C. eerste kwartaal 2013) Crematorium Aantal crematies in 2012 Moscowa, Arnhem Jonkerbos, Nijmegen Rijk van Nijmegen Uden* 793 Venray* 564 Totaal: *) Deze crematoria zijn opgenomen in het overzicht om aan te tonen dat door een mogelijk wegvallen van bestaande faciliteiten geen ontwrichtende werking zal ontstaan voor de regio Nijmegen. De drie crematoria te Arnhem en Nijmegen zijn grootschalig te noemen, Uden valt daarvoor op de grens. Een kleinschalig crematorium voert jaarlijks tussen de 450 en 700 crematies uit per jaar en biedt de nabestaanden meer tijd en kwaliteit van dienstverlening dan reguliere crematoria. In de genoemde crematoria wordt dit aantal overschreden. Dit wil overigens niet zeggen dat hun maximale capaciteit bereikt is. Het geeft wel aan dat druk staat op de mate waarin kwaliteit en persoonlijke aandacht en tijd kunnen worden geboden bij de crematiediensten. Binnen de verzorgingsgebieden, gemeten binnen een straal van 15 kilometer van het centrum van Nijmegen, zijn 19 gemeenten gelegen. Dit betreft de gemeenten in de volgende tabel 2. De percentages in de tabel geven bij benadering aan welk aandeel van het inwoneraantal gericht zal zijn de diverse crematoria (gebaseerd op inschattingen). Deze percentages zijn aannames gebaseerd op de ligging (en de omvang) van de woonkernen binnen elke gemeente en hun oriëntatie op en hun afstand tot de genoemde crematoria. Naarmate een kern dichter bij de grens van het verzorgingsgebied is gelegen, zal een groter deel van de bevolking uit de kern op het concurrerende crematorium georiënteerd zijn. De percentages geven een inschatting van deze spreiding van oriëntatie aan. Wanneer de omvang en oriëntatie van de verzorgingsgebieden gekoppeld worden aan de bevolkingscijfers van de gemeenten die binnen de verzorgingsgebieden vallen, ontstaat het volgende beeld. Tabel 2: oriëntatie op crematoria in de regio Nijmegen Gemeente Inwoners regio Moscowa Inwoners Rijk van Nijmegen Inwoners Jonkerbos Inwoners DELA Uden Inwoners DELA Venray Inwoners Elders Inwoners Lingewaard % % % % - 0% - 0% - Overbetuwe % % % % - 0% - 0% - Neder-Betuwe % % % % - 0% - 0% - Druten % - 100% % - 0% - 0% - 0% - Beuningen % - 100% % - 0% - 0% - 0% - Nijmegen % - 30% % % - 0% - 0% - Ubbergen % - 20% % % - 0% - 0% - Millingen aan den Rijn % - 0% - 100% % - 0% - 0% - Groesbeek % - 0% - 100% % - 0% - 0% - Heumen % - 30% % % - 0% - 0% - Wijchen % - 55% % % - 0% - 0% - Oss % - 15% % % % - 20% Grave % - 30% % % % - 0% - Landerd % - 0% - 10% % % - 0% - Mill en St. Hubert % - 0% - 25% % % % - Cuijk % - 0% - 60% % % % - Boxmeer % - 0% - 5% % % % - Gennep % - 0% - 45% % - 55% % - Mook en Middelaar % - 0% - 100% % - 0% - 0% - Totalen: Moscowa: Rijk van Nijmegen Jonkerbos DELA Uden DELA Venray Elders Aandeel: 10,3% 28,1% 42,4% 11,2% 6,0% 1,9% 6 KYBYS DPO crematorium Nijmegen DELA-Crematorium Nijmegen

298 B4505HC1 Uit het overzicht van tabel 2 blijkt dat met name de crematoria Rijk van Nijmegen en Jonkerbos het grootste potentieel hebben binnen de regio, respectievelijk 28,1% ( inwoners) en 42,4% ( inwoners), op afstand gevolgd door DELA Uden en Moscowa Arnhem. Het verzorgingsgebied is feitelijk verdeeld tussen de twee crematoria met de kortste afstand tot de kern Nijmegen. De cijfers geven niet het crematiecijfer weer, enkel het aandeel van de bevolking dat, wanneer zij crematie zou kiezen als vorm van lijkbezorging, georiënteerd zou zijn op één van de crematoria. 3.2 Afbakening verzorgingsgebied na oprichting beoogd crematorium DELA De verzorgingsgebieden van de bestaande crematoria zijn afgebakend en liggen vast (afbeelding 2). Hierbij dient het volgende in acht te worden genomen. Het crematorium te Beuningen (Rijk van Nijmegen) wordt geëxploiteerd door Yarden. Yarden is een natura verzekeraar en biedt een korting aan wanneer een verzekerde diens uitvaart door Yarden laat verzorgen. Er is geen sprake van een woonplaatsbeginsel zoals DELA dat hanteert, waarbij de verzekerde, wanneer deze binnen een straal van 15 kilometer van een DELA faciliteit woont, daar ook verplicht gebruik van moet maken bij de uitvaart. Door een nieuw op te richten crematorium in Nijmegen zullen verschuivingen optreden vanwege de overlappingen en door de onderling beperkte afstand tussen de verzorgingsgebieden binnen de regio Nijmegen. Afbeelding 2: Verzorgingsgebieden schematisch Bron: Google Maps 2013 Uit de voorgaande afbeelding 2 is op te maken dat, bij een schematische verdeling van de verzorgingsgebieden in cirkels met een straal van 15 km, een sterke overlapping zal ontstaan wanneer een derde crematorium in de regio Nijmegen wordt gerealiseerd. KYBYS DPO crematorium Nijmegen DELA-Crematorium Nijmegen 7

299 B4505HC1 Door de ligging van de snelwegen A73, A326, A50 en A15 vormt de ligging van de diverse rivieren geen geografische barrière die voorkomt dat de verzorgingsgebieden gescheiden blijven. De grens met Duitsland vormt de oostgrens van het verzorgingsgebied. In het noorden is het met name het crematorium Moscowa dat de grens stelt aan de verzorgingsgebieden. In het zuiden zijn het de crematoria Uden en Boschhuizen die het verzorgingsgebied afbakenen. Voor DELA is dit een situatie waarin na realisatie van het crematorium het ene DELA-verzorgingsgebied overloopt in het andere DELAverzorgingsgebied. Gezien het grote aantal crematoria in en om de regio Nijmegen is, zeker na oprichting van een crematorium door DELA, sprake van een sterke spreiding van oriëntatie. 3.3 Bepaling crematiebehoefte Bepaling doelgroep Op basis van de ligging van de gemeenten in de verzorgingsgebieden en hun aandeel in het verzorgingsgebied, is voor de gebieden de doelgroep bepaald. Uit cijfers van DELA blijkt dat binnen de verzorgingsgebieden een groot aantal DELA-verzekerden bestaat. Binnen Nijmegen heeft DELA een marktaandeel van 39% verzekerden. Aangenomen wordt dat dit representatief voor de regio is. Op het verzorgingsgebied is het woonplaatsbeginsel van toepassing. Dit gegeven staat navolgend uiteengezet. De volgende uitgangspunten zijn van belang: Uitgangspunt 1: Indien inwoners een vrije keuze hebben voor een crematorium, dan kiest men in de regel voor de kortste afstand (dit vormt de basis voor tabel 2); De crematie van natura-verzekerden (80% van de DELA-polissen) vindt in principe plaats in het DELA crematorium in de woonplaats; Als er geen DELA crematorium in de woonplaats is, vindt de crematie van natura-verzekerden plaats in een door DELA geadviseerd crematorium binnen een straal van 15 kilometer van de woonplaats; In geval van een naturapolis en indien er geen DELA-crematorium binnen 15 kilometer van de woonplaats is gelegen, dan vindt crematie plaats in het dichtstbijzijnde crematorium dat wordt geadviseerd door DELA (naturapolis heeft geen invloed). 8 KYBYS DPO crematorium Nijmegen DELA-Crematorium Nijmegen

300 B4505HC1 Tabel 3: tabel oriëntatie van gemeenten op de crematoria in de regio Nijmegen Gemeente Inwoners km afstand tot Yarden, Rijk van Nijmegen potentieel km afstand tot fac. Jonkerbos potentieel km afstand tot DELA Nijmegen potentieel Lingewaard % % % Overbetuwe % % % Neder-Betuwe % % % Druten % % % - Beuningen* % % % Nijmegen** % na woonplaatsbeginsel: % % % Ubbergen** % na woonplaatsbeginsel: % % % Millingen aan den Rijn % % % Groesbeek** % na woonplaatsbeginsel: % % % Heumen** % na woonplaatsbeginsel: % % % Wijchen** % na woonplaatsbeginsel: % % % Oss % % % Grave** % na woonplaatsbeginsel: % % % Landerd % % % Mill en St. Hubert % % % Cuijk** % na woonplaatsbeginsel: % % % Boxmeer % % % Gennep % % % Mook en Middelaar** % na woonplaatsbeginsel: % % % TOTAAL: *) Invloed naturapolis en woonplaatsbeginsel: normaliter zou 100% van de inwoners gericht zijn op het crematorium te Beuningen. De gemeente Beuningen ligt echter binnen een straal van 15 kilometer van het beoogde DELA crematorium. Doordat DELA een verzekeringsdekking van 39% heeft en 80% van deze verzekerden een naturapolis heeft, zal er een meetelling bestaan van (80% van 39% =) 31% van de bevolking. **) Bij deze gemeenten speelt naast de invloed van de naturapolis en het woonplaatsbeginsel tevens de afstand tot het DELA crematorium een rol. Door een gunstige ligging ten opzichte van de andere crematoria zal een aanvullende toestroom ontstaan op basis van de toegekende oriëntatiepercentages. De totaalcijfers uit tabel 3 geven de doelgroepen binnen het verzorgingsgebied daarom bij benadering weer. Dit is het totaal van de drie crematoria ( =) personen binnen het gehele gebied met inwoners. Het betreft de aantallen inwoners binnen het verzorgingsgebied regio Nijmegen die wanneer zij zouden kiezen voor crematie als lijkbezorging gericht zouden zijn op één van de drie crematoria. Het levert de navolgende verdeling op van het potentieel in de huidige situatie en in de situatie waarin DELA een crematorium opricht in de regio Nijmegen. Tabel 4: verhouding marktpotentieel crematoria regio Nijmegen* Crematorium Potentieel huidig % Potentieel na oprichting % Verschil Relatief crematorium DELA % Jonkerbos, Nijmegen % Rijk van Nijmegen, Beuningen % DELA, Nijmegen Aandeel andere crematoria % Totaal: *) Afrondingsverschillen mogelijk KYBYS DPO crematorium Nijmegen DELA-Crematorium Nijmegen 9

301 B4505HC1 Uit de voorgaande tabel 4 blijkt dat het marktaandeel van de twee bestaande crematoria binnen het verzorgingsgebied (Jonkerbos en Rijk van Nijmegen) naar inschatting zal afnemen bij oprichting van een crematorium binnen Nijmegen door DELA. Crematorium Jonkerbos verliest 22% van het marktaandeel en verliest daarmee 52% van het aantal crematies dat in de huidige situatie plaatsvindt. Crematorium Rijk van Nijmegen verliest 10% van het marktaandeel en verliest daarmee 36% van het aantal crematies dat in de huidige situatie plaatsvindt. DELA zal bij oprichting van het beoogde crematorium beschikken over 36% van het marktaandeel binnen de regio Bepaling crematiecijfer en controle doelgroep Het gemiddelde sterftepromillage binnen de gemeenten uit tabel 4 bedroeg 7,56 in 2012 en zal 8,35 bedragen in 2013 (bron: CBS Statline). Dit betekent dat van de personen in het verzorgingsgebied er circa kwamen te overlijden in 2012 en de verwachting is dat er binnen hetzelfde verzorgingsgebied circa personen komen te overlijden in Niet alle mensen binnen het verzorgingsgebied zullen voor crematie kiezen als vorm van lijkbezorging. In werkelijkheid is 67% van deze specifieke doelgroep geïnteresseerd in crematie als vorm van lijkbezorging (Bron: DELA). De overige 33% kiest voor begraving. Uitgaande van het huidige regionale crematiecijfer van 67% betekent dit een aantal van crematies dat binnen de regio Nijmegen zou hebben plaatsgevonden in De aangeleverde crematiecijfers over 2012 van L.V.C. (Tabel 1) voor de crematoria Jonkerbos en Rijk van Nijmegen bedragen respectievelijk en crematies voor een totaal van crematies. Geconcludeerd wordt dat, gezien de concurrentie van de buiten de regio gelegen crematoria te weten Moscowa Arnhem en DELA Uden een berekend aantal van crematies een juiste benadering van het potentieel is (met slechts een afwijking van 5%). Het benaderde potentieel voor 2013 (3.306 crematies) binnen het verzorgingsgebied wordt daarom eveneens als representatief gezien en zal daarom als uitgangspunt dienen in de berekening van het toekomstige potentieel. De betekenis hiervan op de toekomstige crematiebehoefte (de distributieve ruimte) is navolgend in hoofdstuk 4 uiteengezet. 10 KYBYS DPO crematorium Nijmegen DELA-Crematorium Nijmegen

302 B4505HC1 4 Externe factoren en distributieve ruimte 4.1 Sterfteprognose en crematiecijfer De crematiebehoefte binnen het verzorgingsgebied is aan verandering onderhevig. Zo zal het sterftepromillage door de vergrijzing stijgen en zullen bevolkingsaanwas en -afname invloed hebben op het aantal crematies dat jaarlijks zal plaatsvinden. Om de sterfteprognose te bepalen voor de toekomst zal de CBS sterfte index worden toegepast op het promillage (zie tabel 5). Deze index is gebaseerd op de bevolkingsprognose van het CBS. Tabel 5: bepaling crematiebehoefte binnen verzorgingsgebied Jaar Inwoneraantal Sterftepromillage (niet geïndexeerd) Regionale sterfteindex (CBS) Geprognosticeerde sterfte Crematiecijfer 67% Bij crematiecijfer 75%* , *) Prognose wanneer het crematiecijfer in het verzorgingsgebied doorgroeit naar 75% Het aantal personen dat komt te overlijden en zich zal laten cremeren (regionaal 67%) zal oplopen van circa in 2013 tot circa in Hierbij wordt uitgegaan van een gehandhaafd crematiepercentage van 67%. Tabel 5 laat eveneens de prognose zien wanneer een crematiecijfer wordt gebruikt van 75%, een crematiecijfer dat gezien de ontwikkelingen in den lande en het huidige (hoger dan landelijke) crematiecijfer. Uit de tabel valt op te maken dat er, afhankelijk van de verdeling binnen het verzorgingsgebied, een spreiding te verwachten is van circa crematies huidig tot mogelijk crematies in Distributieve ruimte en ontwrichtende werking In de situatie waarin DELA een crematorium opricht in Nijmegen, zal de onder punt genoemde herindeling van het verzorgingsgebied ontstaan. Hierbinnen zal het crematorium Jonkerbos (Nijmegen) een aandeel van 20% nemen (661 crematies) en het crematorium Rijk van Nijmegen (Beuningen) een aandeel van 18% nemen (595 crematies). De overige crematoria in de regio Nijmegen nemen 26% van het marktaandeel binnen het verzorgingsgebied (860 crematies). Het beoogde crematorium van DELA neemt 36% van het marktgebied (1.190 crematies). Schematisch is deze verdeling op basis van crematies als volgt weergegeven. KYBYS DPO crematorium Nijmegen DELA-Crematorium Nijmegen 11

303 B4505HC1 Tabel 6: verhouding marktpotentieel crematoria regio Nijmegen* Crematorium Potentieel na oprichting crematorium DELA % Crematies in jaar 2013 Crematies in jaar 2038 Jonkerbos, Nijmegen Rijk van Nijmegen, Beuningen DELA, Nijmegen Aandeel andere crematoria Totaal: inwoners *) Afrondingsverschillen mogelijk Geconcludeerd wordt dat in theorie voldoende distributieve ruimte bestaat voor een aanvullend crematorium in het verzorgingsgebied regio Nijmegen. Enerzijds vanuit de geprognosticeerde stijging van het sterftecijfer, anderzijds vanuit het stijgende crematiecijfer. Wanneer bestaande faciliteiten binnen de regio Nijmegen zouden wegvallen door het oprichten van een derde crematorium is het niet aannemelijk dat dit een ontwrichtende werking heeft op de mogelijkheid om in de regionale crematiebehoefte te voorzien. Er blijven voldoende, voor ieder toegankelijke faciliteiten aanwezig. De oprichting van een crematorium door DELA zorgt voor een herschikking van het marktaandeel en de verdeling binnen het verzorgingsgebied. Daar staat tegenover dat de komst van een nieuwe faciliteit met name kansen biedt voor de nabestaanden en de particuliere ondernemers door concurrentietoetreding, betere prijs/kwaliteitsverhoudingen en een meerwaarde op dienstverlening. 12 KYBYS DPO crematorium Nijmegen DELA-Crematorium Nijmegen

304 B4505HC1 5 Conclusies economisch functioneren 5.1 Huidig functioneren In de huidige situatie functioneren meerdere crematoria in de regio Nijmegen waarbij de crematoria Jonkerbos en Rijk van Nijmegen het grootste marktaandeel hebben. Het aantal crematies op jaarbasis is bij deze crematoria zodanig (Jonkerbos gemiddeld 4,9 per dag in 2012 en Rijk van Nijmegen gemiddeld 4,6 uitgaande van minimaal 300 werkbare dagen) dat van grootschaligheid mag worden gesproken. Het merendeel van de crematies vindt plaats vanuit de stad Nijmegen en de vele aangrenzende buurgemeenten van het verzorgingsgebied. Dit zijn voor een belangrijk deel crematies van verzekerden bij DELA die door DELA bij deze crematoria zijn ondergebracht. 5.2 Toekomstig functioneren De berekende en aangeleverde cijfers duiden op een grote doelgroep binnen het gestelde verzorgingsgebied. Op basis van dit distributie planologisch onderzoek kan gesteld worden dat binnen het verzorgingsgebied regio Nijmegen gerekend kan worden op een gemiddelde behoefte van minimaal crematies per jaar ofwel 11 crematies per dag (uitgaande van 300 werkbare dagen per jaar). Dit aantal zal naar verwachting oplopen tot 16 crematies per dag in het jaar Waarschijnlijker zal het aantal crematies nog sterker toenemen onder invloed van het stijgende crematiecijfer, mogelijk zelfs tot 18 per dag. De toekomstige verdeling van dit aantal crematies bij oprichting van een crematorium in de regio Nijmegen door DELA is als volgt. Tabel 7: toekomstig functioneren op basis van het aantal crematies per dag* Crematorium Crematies in jaar 2013 Crematies per dag Crematies in jaar 2028 Crematies per dag Crematies in jaar 2038 Crematies per dag Jonkerbos, Nijmegen 661 2, , ,3 Rijk van Nijmegen, Beuningen , ,9 DELA, Nijmegen ,9 Andere regionale crematoria 860 2, , ,2 *) Afrondingsverschillen mogelijk Bij 2 crematies per dag komt het functioneren van een crematorium niet in het geding. Het zijn aantallen die normaal zijn bij kleinschalige crematoria. Voor de huidige crematoria Jonkerbos en Rijk van Nijmegen kan de berekende afname van het marktaandeel leiden tot een heroriëntatie op de bedrijfsvoering maar dit blijven interne organisatorische afwegingen. KYBYS DPO crematorium Nijmegen DELA-Crematorium Nijmegen 13

305 NOTITIE Gemeente Nijmegen Mevrouw T. Martens Postbus HG Nijmegen DATUM: 23 mei 2014 ONS KENMERK: / /GerHo UW KENMERK: VPL AUTEUR: PROJECTLEIDER: STATUS: CONTROLE: ir. G. Hoefsloot ir. G. Hoefsloot eindrapport drs. D. Emond Effectbeoordeling das plangebied Streekweg In maart 2014 zijn nabij de Streekweg aan de zuid-westzijde van Nijmegen twee burchtlocaties gevonden door Das en Boom. De gemeente Nijmegen wil nabij de burchtlocaties een uitvaartcentrum ontwikkelen. In opdracht van de gemeente Nijmegen heeft Bureau Waardenburg een onderzoek uitgevoerd naar de betekenis van het beoogde plangebied voor de das. Het doel van het onderzoek was om de effecten van de ruimtelijke ontwikkeling op de beschermde das te beoordelen. Deze effectbeoordeling is nodig voor de bestemmingsplanprocedure en uitvoering van het plan. Doel van het onderzoek Het uitgevoerde onderzoek heeft tot doel de volgende vragen te beantwoorden: Wat is de functie van de twee burchten? Hoe gebruiken de dieren de omgeving en wat is de relatie tot andere burchten aanwezig in de omgeving? Is er geschikt foerageergebied aanwezig in het plangebied en heeft dit betekenis voor de das? Heeft de ontwikkeling van het uitvaartcentrum een negatief effect op de das? Zijn er mogelijkheden om negatieve effecten te voorkomen? Methodiek 1 Het uitgevoerde onderzoek bestaat uit een eenmalig veldinspectie en een aanvullend onderzoek. De veldinspectie in het plangebied aan de Streekweg is op 15 april Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van de Flora- en faunawet. Bij toepassing van de Flora- en faunawet worden conform de AmvB art. 75 drie beschermingsregimes onderscheiden. Voor soorten uit Tabel 1 geldt vrijstelling van verbodsbepalingen bij werkzaamheden in het kader van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting. Voor vogels en soorten van Tabel 2 of 3 geldt geen vrijstelling en kan aanvraag van een ontheffing aan de orde zijn bij overtreding van verbodsbepalingen. De das staat in Tabel 3 van de Flora- en faunawet. Effectbeoordeling das plangebied Streekweg 1

306 uitgevoerd. Om de betekenis van het plangebied voor de das te bepalen is een geschiktheidsbeoordeling van het plangebied en omgeving uitgevoerd. De twee bekende burchtlocaties nabij de Streekweg zijn geïnspecteerd op recente gebruikssporen en de vaste looproutes vanaf de burcht en potentiele foerageerterreinen voor de das zijn in kaart gebracht. Het gehele terrein is onderzocht op latrines (mestputjes), graafsporen en wissels van de das. Het aanvullend onderzoek bestaat uit een ruimere omgevingsscan en het plaatsen van een cameraval (Reconyx HyperFire Camera) nabij de burchtlocaties en naast een dassenwissel in het populierenbos. Op basis van het fotomateriaal is getracht te bepalen hoeveel dieren er gebruik maken van de burchten, wat de gebruiksintensiteit is van de burchten in deze tijd van het jaar en of er jonge dassen gebruik maken van de burchten. De aanwezigheid van jongen kan betekenen dat de burcht een kraamfunctie heeft voor de das. In totaal heeft de cameraval 17 nachten op scherp gestaan op vier verschillende locaties in het populierenbos waar de burchten zich bevinden. Tijdens de bezoeken aan het gebied voor het wisselen van de geheugenkaartjes zijn beide burchten geinspecteerd op verse sporen om recent gebruik vast te stellen. Tabel 1. Details onderzoek met cameraval. Locatie cameraval 4 (burcht) 4 3 (burcht) 6 2 (bijburcht) 3 1 (wissel) 5 Aantal nachten camera op scherp 2 Effectbeoordeling das plangebied Streekweg

307 Figuur 1. Kaartje met locaties cameraval. Beschrijving plangebied en werkzaamheden Het plangebied bevindt zich nabij het Mondial College aan de Streekweg te Nijmegen. Een beschrijving van het plangebied is opgenomen in de notitie van de heer Bakker (kenmerk N BKR-mfv-V02-NL). In het plangebied wil de gemeente de realisatie en gebruik van een uitvaartcentrum mogelijk maken. De beoogde locatie voor het uitvaartcentrum bevindt zich tussen het Mondial College en de rijksweg A73. Rondom het centrum worden parkeerplaatsen, strooivelden, wandelpaden en een vijverpartij aangelegd (zie figuur 2). Een deel van het bos nabij het gebouw zal worden omgevormd naar een bos met duurzame soorten zoals zomereik. Het is nog niet duidelijk hoe het uitvaartcentrum ontsloten wordt. Dit gebeurd vanaf de Streekweg via de huidige weg van en naar het Mondial College, via de Staddijk of via een nieuwe weg net ten noorden van het Mondial College. Effectbeoordeling das plangebied Streekweg 3

308 Figuur 2. Inrichtingsschets voor het uitvaartcentrum aan de Streekweg met ontsluiting via Staddijk (Auteur: Grontmij). Resultaten Beschrijving burchtlocaties en analyse fotomateriaal De situatie zoals aangetroffen door Das en Boom is niet veranderd. Er zijn twee burchtlocaties met belopen pijpen. Een bevindt zich op enkele meters van een verkeersluwe weg naar het Mondial College. Hier zijn zeven pijpen waarvan er vier frequent worden gebruikt. De tweede burchtlocatie bevindt zich op ongeveer 70 meter afstand van de (hoofd)burcht richting het woonwagenpark. Hier zijn twee belopen pijpen aanwezig. Op basis van het sporenonderzoek gaat het naar verwachting om een bijburcht die niet frequent wordt gebruikt. Tussen de beide burchten zijn wissels aanwezig. Vanaf de burchten lopen verschillende wissels door het populierenbos, die deels ook door andere soorten worden gebruikt (vos). Verder van de burcht vervagen de sporen en zijn er geen duidelijke wissels gezien. Er zijn op alle locaties waar de camaraval heeft gestaan (zie figuur 1) dassen gefotografeerd. In de periode 13-5 tot en met 18-5 (6 nachten) zijn bij de hoofdwissel vanaf de (hoofd)burcht elke nacht dassen gezien en zijn ook twee dassen in één fotobeeld gezien. Er zijn geen jonge (kleine) dieren gefotografeerd. Het is mogelijk dat de jonge dieren nog in de burcht aanwezig zijn of alleen op korte afstand van de pijpen buiten komen en daarom niet zijn gefotografeerd. 4 Effectbeoordeling das plangebied Streekweg

309 Beoordeling geschiktheid foerageergebied Rondom het Mondial College zijn vier gebieden onderscheiden die potentieel geschikt zijn als foerageergebied voor de das (zie bijlage). Vlak 1 betreft een populierenbos van 6,18 ha waarin ook de burchtlocaties zich bevinden. Het populierenbos wordt door de dassen gebruikt als foerageergebied. Op verschillende plaatsen in het bos zijn wissels gevonden en sporen van foerageren (snuitputjes, graafplekken). Vlak 2 betreft een ruigte van 1,05 ha met minimaal 50 cm hoog gras. Het perceel wordt niet beheerd en heeft geen gebruiksfunctie voor de mens. Hier zijn enkele mestputjes gevonden en een loopspoor. Als foerageergebied is de ruigte weinig geschikt vanwege het hoge gras. Vlak 3 bestaat uit een grasstrook langs de watergang die jaarlijks wordt gemaaid en gebruikt wordt als schouwpad en enkele eiken en struweel. De oppervlakte is 0,8 ha. Het gebied is als foerageergebied geschikt voor de das. Het vlak heeft een belangrijke functie als migratieroute richting Berendonck en de zuidelijk gelegen graslanden langs de rijksweg. Vlak 4 bestaat uit een klein oppervlakte bos en grasland met struweelranden. De oppervlakte is 1,86 ha. Alleen de graslandjes langs de watergangen, struweelranden en het bos zijn geschikt als foerageergebied voor de das. Langs de watergangen en onder begroeiing is de bodem voedselrijker en vochtiger waardoor er meer wormen aanwezig zullen zijn. De drogere delen van de graslanden zijn zandiger en droger en daarom minder geschikt om te foerageren. Ruimtelijk gebruik van het plangebied en omgeving Het gebied dat de dassen uit de twee burchtlocaties nabij de Streekweg gebruiken wordt begrensd door de watergang tussen het bos en het woonwagenkamp, de watergang langs de Streekweg, de watergang langs de A73 en de verharde weg Staddijk. Dassen kunnen goed zwemmen maar doen dat niet dagelijks om foerageergebieden te bereiken. De dassen bewonen als het ware een eiland met een nauwe corridor richting zuid en via een faunabuis en fietspad naar het gebied ten westen van de rijksweg. Het gebruik van de faunabuis onder de rijksweg is aan de hand van sporen vastgesteld. Aan de westzijde van de rijksweg zijn enkele burchtlocaties aanwezig en verder richting zuid aan de oostzijde van de rijksweg is een burcht aanwezig (zie notitie met kenmerk / /DimEm Dassenonderzoek Skaeve Huuse, Nijmegen). Op 13 mei 2014 is net ten noorden van de het plangebied voor het uitvaartcentrum een bewoonde burcht gevonden aan de oostzijde van de snelweg. Verwacht wordt dat er tussen de verschillende burchten en leefgebieden uitwisseling is maar dat het wel verschillende dassenterritoria zijn (de deelpopulaties staan met elkaar in verbinding). In tijden van voedselschaarste (droge perioden, winterperiode) zullen de dieren foerageergebieden op ruimere afstand van de burchtlocaties opzoeken. Effecten In de onderzoeksperiode werd de (hoofd)burcht dagelijks gebruikt door dassen als verblijfplaats. Er zijn geen aanwijzingen dat de kleinere burcht in gebruik was. Het aantal dassen dat gebruik maakt van de (hoofd)burcht wordt op basis van het fotomateriaal en Effectbeoordeling das plangebied Streekweg 5

310 de voedselbeschikbaarheid in het gebied geschat op 2 tot maximaal 4. Het is op basis van het onderzoek niet duidelijk geworden of de burcht een functie heeft als kraamburcht. In het territorium aan de Streekweg is primair en secundair foerageergebied aanwezig. Primaire gebieden leveren een groot deel van het jaar voedsel en liggen nabij de burcht, bijvoorbeeld het populierenbos (1) en de corridor richting zuid (3). Secundaire gebieden leveren alleen in bepaalde jaargetijden voedsel (2 en 4). Van groot belang is te zorgen dat de dassen van de Streekweg het gehele jaar ongehinderd van en naar de fietstunnel en faunabuis kunnen lopen. De ontwikkeling van het uitvaartcentrum heeft hier niet direct een negatief effect op. Het wordt wel aanbevolen de verbinding te versterken door middel van het aanbrengen van beplanting in vlak 3. De realisatie en het gebruik van het uitvaartcentrum kan twee verschillende negatieve effecten veroorzaken voor de das: 1. Aantasting en verstoring van foerageergebied 2. Aantasting en verstoring van de burchtlocatie Foerageergebied Een deel van het secundair foerageergebied van de das wordt door de aanleg van het uitvaartcentrum ongeschikt gemaakt. Het betreft 0,7 ha van vlak 2 waar een deel van de parkeerplaatsen en het uitvaartgebouw voorzien zijn. Een smalle rand van het populierenbos (vlak 1 primair foerageergebied; 0,18 ha) wordt ongeschikt gemaakt door realisatie van het uitvaartcentrum (zie tabel 2). Het verlies aan foerageergebied in vlak 3 (0,12 ha) gebeurd alleen in het geval ontsluiting via de Staddijk wordt gerealiseerd. Indien de ontsluiting via een nieuwe weg ten noorden van Mondial College, nr. 21 van het schoolgebouw wordt vormgegeven betekent dit een verlies aan oppervlakte en versnippering van secundair foerageergebied (verlies mogelijk 1 ha in vlak 4). Het ruimtebeslag in vlak 3 komt dan te vervallen. Tabel 2. Verlies aan foerageergebied bij ontsluiting via Staddijk. Huidig oppervlakte (ha) Na realisatie uitvaartcentrum (ha) Primair (1 & 3) 6,98 6,68 0,3 Secundair (2 & 4) 2,91 2,21 0,7 Verlies aan oppervlakte (ha) Op de foerageerterreinen die niet worden aangetast is er een grotere kans op verstoring door de aanwezigheid van mensen die het uitvaartcentrum bezoeken, bewoners uit de omgeving die de opgewaardeerde wandelpaden gaan gebruiken eventueel met honden en beheerders. De aanwezigheid van mensen is vooral bij daglicht maar kan dan nog wel voor verstoring zorgen door geursporen van mens en hond. Honden kunnen de burchtlocatie opspeuren en voor verstoring zorgen. Burchtlocatie De burchtlocatie zelf valt buiten het plangebied. Van directe aantasting is geen sprake. De burcht nabij de weg richting Mondial College kan wel negatieve effecten ondervinden van toename van verkeersbewegingen van en naar het toekomstige uitvaartcentrum. 6 Effectbeoordeling das plangebied Streekweg

311 Hierdoor vindt er vergeleken met de huidige situatie meer verstoring plaats. Door verkeersbewegingen in de ochtend- of avondschemer kan het risico op aanrijdingen vanaf het najaar tot het vroege voorjaar voor de das toenemen. Mogelijke herontwikkeling van de bermen van de weg (het plaatsen van borden en verlichting, aanpassen beplanting) om de entree naar het uitvaartcentrum toonbaar te maken kunnen zorgen voor een negatief effect op de burchtlocatie. Verstoring, instorten van de gangen door de werkzaamheden (egaliseren, aanplanten) en minder dekking waardoor de burcht vanaf de weg beter zichtbaar wordt kunnen hiervan het gevolg zijn. Deze effecten treden niet op als ontsluiting via de Staddijk of de nieuwe weg langs het schoolgebouw wordt gerealiseerd. Overtreding van verbodsbepalingen Flora- en faunawet en mogelijke mitigerende maatregelen Foerageergebied Aantasting van primair foerageergebied of afname van het beschikbaar oppervlakte waardoor de functionaliteit van de burchtlocatie in gevaar komt is een overtreding van artikel 11 van de Flora- en faunawet. De ontwikkeling van het uitvaartcentrum zorgt in het geval van ontsluiting via Staddijk voor een afname van 4,3 % van het beschikbaar primair foerageergebied (0,3 ha van 6,98 ha) en 24,1 % van secundair foerageergebied. In het geval van ontsluiting via een nieuwe weg langs de school is het verlies aan foerageergebied netto groter (minder afname aan primair foerageergebied maar een grotere afname secundair foerageergebied door oppervlakte beslag en versnippering juist in het bos dat geschikt is als foerageergebied en zich nabij de burcht bevindt). In het geval van ontsluiting via de bestaande Streekweg is het verlies aan foerageergebied het kleinst. Echter, die keuze zorgt voor negatieve effecten op de burcht (zie onder). Voor het geval een nieuwe ontsluitingsweg ten noorden van Mondial College nr. 21 wordt aangelegd is het nodig om vervangend foerageergebied te zoeken buiten het plangebied. Binnen het plangebied is hier geen ruimte voor. Een mogelijke optie is om de graslanden op het talud van de geluidswal te ontsluiten voor de das. Het beperkte verlies aan foerageergebied bij de opties voor ontsluiting via de bestaande Streekweg of Staddijk kan worden opgevangen door foerageergebied in het plangebied kwalitatief te verbeteren en verstoring hiervan te voorkomen. Als de maatregelen voor foerageergebied gereed zijn voordat het uitvaartcentrum wordt gerealiseerd wordt voorkomen dat beschikbaar foerageergebied afneemt en wordt de functionaliteit van de burchtlocaties behouden. Van overtreding van artikel 11 van de Flora- en faunawet is dan geen sprake. Burchtlocatie Ontsluiting van het uitvaartcentrum via de huidige toegangsweg tot het Mondial College veroorzaakt in het geval herinrichting van de bermen nodig is verstoring van de burcht. De toename van verkeer kan zorgen voor een groter aanrijdingsrisico voor de das. Voor het verstoren van de burcht is een ontheffing van de Flora- en faunawet nodig. Negatieve effecten op de burchtlocatie langs de toegangsweg tot het Mondial College kan worden Effectbeoordeling das plangebied Streekweg 7

312 voorkomen door te kiezen voor een ontsluiting vanaf de Staddijk. In dat geval vindt geen verstoring plaats van de burcht en is geen ontheffing van de Flora- en faunawet nodig. Ook de keuze voor een nieuwe weg langs het schoolgebouw door foerageergebied vlak 4 veroorzaakt geen verstoring van de burcht (maar wel aantasting van het betreffende foerageergebied). Onderdeel van de ontheffingsaanvraagprocedure voor een strikt beschermde soort zoals de das is een alternatievenafweging. Aangezien er alternatieven voorhanden zijn die geen verstoring voor de burcht veroorzaken wordt een ontheffingsaanvraag voor ontsluiting via de bestaande Streekweg niet kansrijk geacht. Conclusie De ontwikkeling van het uitvaartcentrum veroorzaakt een verlies aan foerageergebied voor een kleine groep dassen die een burcht nabij de Streekweg bewoond. Door middel van kwaliteitsverbetering van de foerageergebieden (inrichting, aanplant en beheer) en te zorgen voor een goede geleiding kan de functionaliteit behouden blijven. Aanbevolen wordt om de maatregelen vast te leggen in een mitigatieplan. Bij ontsluiting via de bestaande Streekweg valt verstoring van de burcht niet uit te sluiten waardoor een ontheffingsaanvraag van de Flora- en faunawet nodig is. Deze aanvraag is niet kansrijk gezien de voorhanden alternatieven: ontsluiting via Staddijk of aanleg nieuwe weg langs de school. De aanleg van een nieuwe weg zorgt voor aantasting van een groot oppervlakte secundair foerageergebied door ruimtebeslag en versnippering. Als het project wordt uitgevoerd met een ontsluiting via Staddijk en het treffen van mitigerende maatregelen is een ontheffing van de Flora- en faunawet niet nodig en het oppervlakteverlies aan foerageergebied het kleinst. Literatuur Bakker, B., Quick scan Flora- en faunawet, nieuwbouw uitvaartcentrum Dela, Nijmegen, Tauw. Dienst Regelingen, Soortenstandaard das Meles meles. Westra, S.A. & C. Achterberg, Handleiding voor het inventariseren van dassenburchten. Zoogdiervereniging VZZ, Arnhem. 8 Effectbeoordeling das plangebied Streekweg

313 Voor vragen over deze notitie kunt u contact opnemen met G. Hoefsloot Akkoord voor uitgave: Teamleider Bureau Waardenburg bv drs. PM Paraaf: Bureau Waardenburg bv is niet aansprakelijk voor gevolgschade, alsmede voor schade welke voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van werkzaamheden of andere gegevens verkregen van Bureau Waardenburg bv; opdrachtgever vrijwaart Bureau Waardenburg bv voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing. Bureau Waardenburg bv / Gemeente Nijmegen Dit rapport is vervaardigd op verzoek van opdrachtgever hierboven aangegeven en is zijn eigendom. Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden d.m.v. druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever hierboven aangegeven en Bureau Waardenburg bv, noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd. Het kwaliteitsmanagementsysteem van Bureau Waardenburg bv is door CERTIKED gecertificeerd overeenkomstig ISO 9001:2008. Effectbeoordeling das plangebied Streekweg 9

314 Bijlage Geschikt foerageergebied voor de dassen aan de Streekweg Vlak met rode lijn: ontwikkeling van uitvaartcentrum waar geen geschikt foerageergebied meer aanwezig is na ontwikkeling (gebouw, parkeerplaatsen). De overlap van het vlak met rode lijn met de foerageergebieden (1, 2 en 3) is bepaald. 10 Effectbeoordeling das plangebied Streekweg

315 Varianten voor de ontsluiting van uitvaartfacilteit in Dukenburg Inleiding Tijdens de informatieavond van dit bestemmingsplan zijn vragen gesteld over de voorgestelde ontsluiting aan de Staddijk. Het was voor de aanwezigen onvoldoende duidelijk waarom in het ontwerp bestemmingsplan gekozen is voor een ontsluiting aan de Staddijk. Bewoners hebben aangegeven dat als de ontsluiting op de Streekweg plaatsvindt, bezoekers van het uitvaartcentrum minder geneigd zijn door de woonwijk te rijden. Ook de combinatie met recreatie verkeer is dan minder aanwezig. In dit memo wordt toegelicht welke varianten voor de ontsluiting van de uitvaartfaciliteit tijdens het planproces bestudeerd zijn en waarom uiteindelijk gekozen is voor de variant die vastgelegd is in het ontwerp bestemmingsplan. De keuze is gebaseerd op zowel de ruimtelijke ambities van gemeente Nijmegen als ook de ambities van de initiatiefnemer Dela. Bij de keuze is het uitgevoerde verkeerskundig onderzoek betrokken. Tijdens de ter visielegging van het ontwerp bestemmingsplan is geconstateerd dat zich in het gebied een dassenburcht bevindt. De gevolgen die dit heeft voor de keuze van de ontsluiting wordt in deze memo tevens meegenomen. Ruimtelijke randvoorwaarden en ambities Bij de keuze voor de situering van de ontsluiting van het uitvaartcentrum is gekeken naar de ambities vanuit de gemeente en vanuit de initiatiefnemer (Dela). Dela heeft met name vanuit het oogpunt van een goede bedrijfsvoering naar het terrein gekeken terwijl de gemeente ruimtelijke ambities heeft met het plangebied als onderdeel van een groter geheel. De belangrijkste elementen worden hieronder kort aangegeven. Dit zijn de criteria op basis waarvan de drie varianten worden beoordeeld. Ruimtelijke wensen en randvoorwaarden gemeente Landschappelijke kwaliteiten van het bestaande bosperceel dienen zoveel mogelijk te worden behouden en/of versterkt (mogelijkheid tot omvormen duurzaam bos kwaliteitsimpuls voor Bos) De inrichting van het plangebied dient qua sfeer aan te sluiten bij de sfeer van het Stadspark Staddijk met haar karakteristiek vormgegeven waterpartijen. Het gaat dan met name om het karakter van een natuurlijk park met waterpartijen, bomen en bos en informele wandelpaden Realiseren van een openbare verbindingsroute tussen de woonwijk Tolhuis en het stadspark, bijvoorbeeld in de vorm van een wandelpad. Ruimtelijke ambities Dela Uitvaartfaciliteit in groene en ruime setting (gebouw en parkeren in het groen) ) geen parkeerplaats en geen autobewegingen voor de deur. Een logische entree en een logische inrichting van het terrein en zichtbaarheid van het gebouw (positionering van het hoofdgebouw, goede verdeling van het programma over het beschikbare terrein, bij de entree moet de bezoeker begrijpen waar hij naar toe moet).

316 plangebied in omgeving

317 Variant A1 Ontsluiting & Parkeren aan de Streekweg variant A1 In deze variant is de entree van de uitvaartfaciliteit via de Streekweg. Ook de aanwezige scholen ontsluiten via de Streekweg. Het parkeren is direct bij de ontsluiting. De Streekweg is een representatieve straat en van voldoende maat voor de afwikkeling van het verkeer van en naar het uitvaartcentrum. Om duidelijk te maken waar de uitvaartfaciliteit is gesitueerd, dient een duidelijke entree gemaakt te worden vanaf de Streekweg en is het gewenst dat vanaf de Streekweg direct zicht is op het gebouw en terrein. Om zicht mogelijk te maken, dient een deel van het bos gerooid te worden. Deze variant behelst een aantasting van het bestaande bosgebied. Dit strookt niet met de vooraf door de gemeente meegegeven ambitie/randvoorwaarde om de bestaande landschappelijke kwaliteiten van het bos te behouden en/of te versterken. De parkeerplaats is in deze variant direct bij de ingang gesitueerd. Dit geeft de bezoeker duidelijkheid en voorkomt verkeersbewegingen over het terrein. Omdat de ruimte hier beperkt is,

318 wordt dit gebied door parkeerplaatsen en rijweg vrijwel helemaal verhard en moet een deel van het bos wijken. Er is geen sprake meer van parkeren in een groene ruime setting. Het groen heeft slechts de functie om het gebied aan te kleden. Het plangebied heeft een L- D L projecten, is een beperkte fysieke afstand tussen het gebouw en het parkeerterrein aanwezig. Hierdoor kan de verstilde wandeling niet goed tot haar recht komen. Door het programma zo ongelijkmatig over het terrein te verdelen ontstaat in het noorden een grote concentratie verharding en blijft het zuidelijke deel van het terrein onbenut. Er is daarmee geen sprake meer van een uitvaartfaciliteit in een parkachtige omgeving maar eerder van een uitvaartfaciliteit met een park ernaast. Ook de gewenste verbinding tussen de woonwijk Tolhuis en het Stadspark komt in deze variant niet goed tot zijn recht. Variant A2 ontsluiting aan de Streekweg variant A2 In deze variant is ook gekozen voor een entree via de Streekweg. Voor wat betreft de ontsluiting geldt hetzelfde als bij variant A.

319 Het parkeerterrein is in tegenstelling tot variant A gelegen aan de zuidzijde van het perceel. Bezoekers dienen vanaf de Streekweg door te rijden over het terrein, langs het gebouw en naar de parkeerplaatsen aan de zuidzijde van het terrein. Door deze situering van het parkeren hoeft minder bos te wijken. V deze variant daarom minder ongunstig dan variant A1. Om het gebouw zichtbaar te maken vanaf de entree dient wel een deel van het bos te worden gerooid. Op deze manier wordt bovendien een goede verdeling van het programma over het terrein bereikt. en is er voldoende ruimte aan de zuidzijde van het plangebied om het parkeren in een ruimte groene setting te laten plaatsvinden. Deze variant scoort ongunstig voor wat logische indeling van het terrein. Vanaf de entree is niet meteen duidelijk waar je je auto moet parkeren, je moet daarvoor doorrijden de hoek om. Dit betekent verkeersbewegingen voor het gebouw, confrontatie van wande. De fysieke afstand tussen het parkeerterrein en het gebouw is goed, maar door de vervoersstromen van noord naar zuid, is het niet mogelijk om de gewenste verstilde wandeling van parkeerterrein naar gebouw als zodanig te beleven. Een entree aan de Streekweg en het parkeerterrein aan de Staddijk zonder dat een in of uitgang aan de Staddijk wordt gerealiseerd voelt onlogisch. De inrichting van het terrein sluit aan bij de sfeer van Stadspark Staddijk. Wandelroutes van Stadspark Staddijk kunnen worden verbonden met de wandelroutes door het bos en omliggende woonbuurten.

320 Variant A3 ontsluiting aan Streekweg (tot bijna aan de Streekweg) Variant A3 is een verdere verfijning van variant A2. In deze variant hoeft nauwelijks bos gekapt te E D wandeling is hier goed mogelijk. De afstand tussen de eerste afslag vanaf de Streekweg naar de entree van het terrein van de Dela is redelijk lang en voert langs de scholen in dit gebied. De zichtbaarheid van het gebouw en terrein is minder dan bij de andere varianten omdat het gebouw verstopt blijft in het bos. variant A3

321 Variant B ontsluiting aan de Staddijk variant B In deze variant wordt de uitvaartfaciliteit aan de Staddijk ontsloten. De route vanaf de Streekweg en Staddijk is een heldere route. De huidige straatinrichting is niet representatief (o.a. door een varkensrug in het midden die dient om hard rijden te voorkomen), maar deze is eenvoudig aan te passen. Vanaf de entree is direct een overzicht over het terrein. Dit komt door het nu al open voorterrein. Bij de entree zie je waar je moet parkeren en zie je waar je het gebouw kan vinden. Het gebouw staat mooi tegen het groene decor van het landschap. Het bos vormt de achtergrond van het gebouw. Vanaf de entree heb je een lange zichtlijn naar het markante gebouw. Het parkeren ligt herkenbaar, maar uit het directe zicht in een ruime groene setting. Als eerste kunnen mensen een plekje zoeken om te parkeren daarna vindt de verstilde wandeling naar het gebouw plaats. Op het voorterrein voor het gebouw zijn nauwelijks verkeerbewegingen. Hier kunnen mensen elkaar ontmoeten. Het bestaande bos blijft vrijwel onaangetast. De komende jaren kan het bos toekomstwaarde krijgen doordat het wordt omgevormd naar een meer duurzamer bos. Het is een rustige plek voor het plaatsen van urnen. Een functie die op het terrein gewenst is.

322 De inrichting van het terrein sluit aan bij de sfeer van het stadspark Staddijk. Wandelroutes van het park kunnen worden verbonden met wandelroutes over het terrein naar Tolhuis. Samenvatting ruimtelijke ambitie Op basis van het voorgaande kunnen de drie varianten op de genoemde criteria samenvattend als volgt worden beoordeeld: A1 A2 A3 B Ruimtelijke ambities gemeente Behoud/versterking landschappelijke kwaliteiten boscomplex Aansluiting stadspark -/ (openbare) Verbinding Tolwijk - Stadspark 0/ Ruimtelijke ambities Dela Uitvaartfaciliteit in ruime groene setting - 0/+ + + Beleving verstilde wandeling Logische entree/ logische indeling/ zichtbaarheid gebouw Variant B scoort op de ruimtelijke ambities het best. Variant A3 komt daarbij dicht in de buurt. Alleen op het punt logische indeling van het terrein en zichtbaarheid van het gebouw scoort dit alternatief minder. Dit heeft er mee te maken dat het gebouw in deze variant langer verstopt blijft in het bos en achter gebouwen en de aanrijroute door het gebied waar zich de scholen bevinden. Verkeer De zorg van bewoners is tweeledig: - Kans op sluipverkeer - Vermenging van recreatief langzaam verkeer met rouwverkeer (zowel wat betreft verkeersveiligheid en gevoelsmatig). Het uitgevoerde verkeerskundig onderzoek toont aan dat de voorkeursvariant vanuit verkeerskundig oogpunt even acceptabel is als de andere varianten. De verschillen in aantallen motorvoertuigen onderscheid te maken is tussen de verschillende ontsluitingen voor wat betreft de mate waarin sluipverkeer optreedt. Voor wat betreft menging van recreatiefverkeer met rouwverkeer geldt dat dit zich bij ontsluiting via de Staddijk zich inderdaad voordoet, vooral in de zomermaanden. Vanuit de functie van het uitvaartcentrum is dat geen zorg. Het profiel van de Staddijk kan aangepast worden dat er een aparte fietsstrook komt waardoor het recreatieve fietsverkeer van autoverkeer gescheiden wordt. Hiermee kan het gevoel van onveiligheid worden weggenomen en het verschil tussen de varianten A1, 2 en 3 e variant B verdwijnt daarmee grotendeels.

323 Flora en fauna: Dassenburcht Nadat het ontwerp bestemmingsplan ter visie is gelegd is geconstateerd dat in het gebied direct grenzend aan het gebied dat aan Dela is verkocht, nabij de Streekweg zich twee dassenburchten bevinden (zie luchtfoto ter plaatse van de twee sterren). Door Bureau Waardenburg is onderzoek uitgevoerd naar de betekenis van het gebied voor de das. Conform de Flora- en faunawet is de das een strikt beschermde diersoort. Het is (o.a.)verboden om de verblijfplaatsen van de das te verstoren. Eén burchtlocatie bevindt zich op enkele meters van de weg naar het Mondial College. Een ontsluiting op deze locatie is dan ook in strijd met de Flora- en faunawet. Dat betekent dat een ontheffing moet worden verkregen om hier een ontsluiting te realiseren. Een ontheffing is niet altijd mogelijk. De ontheffingsaanvraag wordt beoordeeld aan de hand van een alternatievenafweging. Er moet aangetoond worden dat er geen alternatief voorhanden is met minder negatieve effecten voor de das. In dit geval is wel een alternatief voorhanden, namelijk via de Staddijk Dit alternatief is vanuit ruimtelijk oogpunt goed en vanuit de ambities van de initiatiefnemer zelfs beter. De bewoners spreken zich vanuit de zorg voor vermenging verkeer uit voor de Streekweg, maar maatregelen maken dat de scheiding tussen langzaam recreatief verkeer en autoverkeer naar het uitvaartcentrum verbetert. Wanneer niet aantoonbaar is dat er geen alternatieven voorhanden zijn, is een ontheffingsaanvraag voor ontsluiting aan de Streekweg niet kansrijk. Naar aanleiding van deze conclusies is ook nog een keer gekeken of de inrit vanaf de Streekweg dichter bij de scholen en dus van de dassenburcht gesitueerd kan worden (zie gele pijl op de luchtfoto). Dan moet een nieuwe weg aangelegd worden die bovendien een watergang moet kruisen. Deze optie leidt tot een grotere aantasting van fourageergebied dan ontsluiting via de Staddijk en scoort daarom nog steeds slechter dan ontsluiting via de Staddijk.. Binnen het leefgebied voor de das moet hiervoor compensatie plaatsvinden.. Binnen het plangebied zijn hiervoor geen mogelijkheden en dus zouden mogelijkheden buiten het plangebied gezocht moeten worden. Dit gaat gepaard met extra kosten, is afhankelijk van medewerking van derden en brengt de planning van deze ontwikkeling in gevaar. Dat maakt dat dit geen haalbare optie is. Eindconclusie Eindafweging A1 A2 A3 B Ruimtelijke ambities - -/0 0/+ + Verkeer Sluipverkeer Menging met recreatieverkeer /+ Verkrijgen ontheffing Flora- en faunawet Niet waarschijnlijk Niet waarschijnlijk Niet waarschijnlijk + Vanuit ruimtelijke ambities is er een lichte voorkeur voor variant B. Vanuit verkeer is het verschil tussen de varianten erg klein. Hierbij gaat het niet om de aspecten verkeersveiligheid (menging fietsen autoverkeer) want wordt opgelost door aanpassing van het profiel en niet over sluipverkeer waarvan door het verkeerskundig onderzoeksbureau is uitgesproken dat de ontsluiting daarvoor niet uitmaakt. Het gaat dan alleen om het feit dat bezoekers van de Berendonck in de zomermaanden van dezelfde route gebruik maken als het rouwverkeer. De intiatiefnemer heeft zelf aangegeven hier geen enkel probleem te zien. Voor wat betreft flora en fauna is er echter een dusdanige beperking dat de verwachting is dat geen ontheffing verleend wordt dan wel dat zodanige maatregelen buiten het plangebied getroffen moeten worden dat de onwikkeling in gevaar komt.

324 Eindconclusie is dan ook dat ontsluiting aan de Staddijk met aanpassing van het profiel vanwege de verkeersveiligheid, niet alleen de meest gewenste ontsluiting, maar ook de enige haalbare mogelijkheid is. Locatie van Dassenburcht en optie inrit vanaf Streekweg

325 Notitie Contactpersoon Bas Bakker ( ) Datum 19 juni 2013 Kenmerk N BKR-mfv-V02-NL Quick Scan Flora- en faunawet, nieuwbouw uitvaartcentrum Dela, Nijmegen 1 Inleiding 1.1 Aanleiding en doel In opdracht van de gemeente Nijmegen heeft Tauw onderzoek gedaan naar de consequenties vanuit de Flora- en faunawet voor de nieuwbouw van een uitvaartcentrum voor Dela, met bijbehorende voorzieningen. In deze notitie wordt antwoord gegeven op de volgende vragen: Op welke punten is de beoogde ontwikkeling (mogelijk) strijdig met de Flora- en faunawet? Wat betekent dit voor de verdere planvorming en uitvoering? 1.2 Huidige situatie en ontwikkeling van plangebied Huidige situatie Het plangebied betreft een verruigd gebied aan de zuid-westzijde van Nijmegen, aan de Staddijk. Het plangebied is weergegeven in figuur 1.1 en in detail in bijlage. Figuur 1.2 geeft een fotoimpressie van het plangebied. Het plangebied grenst aan een schoolterrein aan de oostzijde. Ten noorden van het plangebied ligt een loofbos met een relatief dichtere structuur. Het plangebied zelf bestaat uit verruigd grasland, struweel en de grens van een bos. In het westen van het plangebied ligt een watergang met daarlangs een eikenlaan (foto midden links). Aan de zuidoostzijde van het plangebied, langs de parkeerplaats, loopt een smalle sloot (zie foto rechtsonder). In het noordelijk deel van het plangebied staan de meeste bomen. Er staan loofbomen waaronder beuk, eik en linde. De ondergroei bestaat vooral uit brandnetel, braam en kleefkruid (zie foto s middenrechts en linksonder). Ontwikkeling Binnen het plangebied zal een uitvaartcentrum worden aangelegd met bijbehorende voorzieningen. De eikenlaan langs de brede watergang ten westen van het plangebied blijft gehandhaafd. Quick Scan Flora- en faunawet, nieuwbouw uitvaartcentrum Dela, Nijmegen 1\1

326 Kenmerk N BKR-mfv-V02-NL Grasland en ruigte Grasland en bomen Watergang westzijde, met eikenlaan Bosschage met ondergroei van brandnetel Bosschage Figuur 1.1 Impressie plangebied en omgeving Slootje oostzijde, langs parkeerterrein 2\1 Quick Scan Flora- en faunawet, nieuwbouw uitvaartcentrum Dela, Nijmegen

327 Kenmerk N BKR-mfv-V02-NL Figuur 1.2 Indicative ligging plangebied. In bijlage 1 vind u een detailkaart van het plangebied 1.3 Methode De effectbeoordeling op beschermde soorten is gebaseerd op de volgende gegevens: Aan de hand van regionale en landelijke verspreidingsatlassen en data [Broekhuizen et al. 1992; EIS, 2013; Floron, 2011; Hustings en Vergeer, 2002; Limpens et al. 1997; Naturalis ; Ravon, 2013; Sovon, 2013; expert judgement] is bepaald binnen welk van de zwaarder beschermde soorten het plangebied binnen het verspreidingsgebied valt Op 6 juni 2013 heeft een ecoloog van Tauw een oriënterend veldbezoek op locatie verricht. Bij dit veldbezoek is een inschatting gemaakt tot in hoeverre geschikt leefgebied daadwerkelijk aanwezig is voor beschermde soorten Quick Scan Flora- en faunawet, nieuwbouw uitvaartcentrum Dela, Nijmegen 3\1

328 Kenmerk N BKR-mfv-V02-NL 2 Effectbeoordeling 2.1 Beschermde soorten In deze paragraaf is beschreven tot in hoeverre de soorten die op basis van verspreidingsgegevens verwacht worden in het plangebied, aan de hand van de aanwezige biotopen ook daadwerkelijk aanwezig kunnen zijn binnen het plangebied. Vervolgens is geadviseerd hoe u bij de ontwikkeling effecten op deze zwaarder beschermde soorten kunt voorkomen Flora Op basis van verspreidingsgegevens worden diverse zwaarder beschermde plantensoorten verwacht binnen het plangebied. Het plangebied bevat echter geen geschikte biotopen waarbinnen deze soorten verwacht worden (zoals oude muren, moerasgebieden of oeverzones). Er zijn tijdens het oriënterend veldbezoek, in de gunstige periode, geen zwaarder beschermde planten aangetroffen. Effecten van de ontwikkeling op zwaarder beschermde plantensoorten kunnen daarom worden uitgesloten Grondgebonden zoogdieren Algemeen Op basis van verspreidingsgegevens worden de volgende grondgebonden zoogdieren verwacht binnen het plangebied: bever, boommarter, das, eekhoorn, waterspitsmuis en wild zwijn. De eekhoorn, steenmarter en bommarter kunnen op basis van de aanwezige biotopen ook daadwerkelijk in het gebied voorkomen. Er zijn geen nesten of verblijfplaatsen aangetroffen. Deze worden hier ook niet verwacht. Wel kan het plangebied functie hebben als foerageergebied. Het gebied ten noorden van het plangebied is bos. Dit biedt voldoende alternatief foerageergebied. Er zijn daarom geen consequenties vanuit deze soortgroep voor de verdere planning en uitvoer van het project. Das Op basis van verspreidingsgegevens en eerdere onderzoeken is bekend dat de das veelvuldig voorkomt ten zuiden van het plangebied. Er zijn geen waarnemingen bekend binnen het plangebied of direct hieraan grenzend. Het plangebied zelf ligt in een minder bosrijke omgeving dichtbij bebouwing en omvat zelf ook weinig beschut gebied. Er zijn hier geen burchten waargenomen tijdens de quickscan. Wel kan hier sporadisch een foeragerende das voorkomen. Omdat het naastgelegen bosgebied gunstiger foerageergebied is (vanwege de dichtheid), zal het verwijderen van dit sporadisch foerageergebied geen effect hebben op deze soort. 4\1 Quick Scan Flora- en faunawet, nieuwbouw uitvaartcentrum Dela, Nijmegen

329 Kenmerk N BKR-mfv-V02-NL Figuur 2.1 Waarneming das nabij plangebied. Bron: NDFF Vleermuizen Op basis van verspreidingsinformatie worden diverse vleermuissoorten verwacht binnen het plangebied. Een deel van deze soorten kan een verblijfplaats hebben in bomen. De soorten die vooral verblijfplaatsen in bomen hebben zijn: watervleermuis, ruige dwergvleermuis en rosse vleermuis. De aanwezigheid van dergelijke verblijfplaatsen is op basis van het oriënterend veldbezoek niet uit te sluiten. Hiervoor is nader onderzoek noodzakelijk. Het gebied heeft daarnaast mogelijk een functie als foerageergebied voor vleermuizen. Met het nader onderzoek kan het belang hiervan ten opzichte van alternatieve foerageergebieden worden bepaald. Op basis van dit nader onderzoek kan worden bepaald of er mitigerende maatregelen of eventueel een ontheffingsaanvraagprocedure noodzakelijk zijn. De laan eiken langs het de watergang ten westen van het plangebied is geschikt als vliegroute voor diverse vleermuissoorten. Het uitgangspunt van deze toets is dat deze laan blijft gehandhaafd. Quick Scan Flora- en faunawet, nieuwbouw uitvaartcentrum Dela, Nijmegen 5\1

330 Kenmerk N BKR-mfv-V02-NL Vogels Vanuit de Flora- en faunawet zijn alle broedende vogels beschermd, alsmede hun nesten en de functionele omgeving daarvan. Van een aantal soorten zijn de nesten ook buiten de broedperiode beschermd. Hierin wordt onderscheid gemaakt in vijf categorieën. Nesten uit categorie 1 tot en met 4 zijn altijd jaarrond beschermd. Nesten uit categorie 5 zijn jaarrond beschermd indien zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat verantwoorden, bijvoorbeeld wanneer in omgeving zeer beperkt alternatieve nestgelegenheid beschikbaar is. Als dit niet het geval is, zijn ook nesten uit categorie 5 alleen beschermd indien er sprake is van een broedgeval. Jaarrond beschermde nesten (categorie 1 tot en met 4) Op basis van verspreidingsgegevens worden binnen het plangebied diverse broedvogelsoorten met jaarrond beschermde nesten verwacht. Op basis van de aanwezige biotopen en de ligging ten opzichte van overige gebieden zijn nesten van boomvalk, buizerd en ransuil niet uit te sluiten. Nader onderzoek is nodig om te bepalen of er nesten van één of meerdere van deze soorten aanwezig zijn binnen het plangebied. Categorie 5 In de directe omgeving van het plangebied blijft ruim voldoende alternatieve en vergelijkbaar nestgelegenheid voor soorten uit categorie 5 aanwezig. Daarnaast is de ingreep zeer lokaal. Effecten op deze soorten zijn uit te sluiten Vissen In de omgeving van het plangebied komen de zwaarder beschermde vissoorten kleine modderkruiper, grote modderkruiper en bittervoorn voor. Binnen het plangebied is alleen een watergang langs de parkeerplaats aanwezig. Deze watergang bevat geen geschikt habitat voor genoemde soorten vanwege het geïsoleerde karakter en het feit dat deze watergang bijna dichtgegroeid is met riet. Effecten op beschermde vissoorten zijn dan ook uit te sluiten Amfibieën Het plangebied ligt in een omgeving waar alpenwatersalamander, heikikker, kamsalamander, knoflookpad, poelkikker en rugstreeppad voorkomen. Deze zwaarder beschermde amfibieën en reptielen worden niet verwacht voor te komen binnen het plangebied of in de directe omgeving daarvan, omdat de biotopen hiervoor ongeschikt zijn als leefgebied. Effecten op zwaarder beschermde amfibieën en reptielen zijn daarom geheel uit te sluiten. 6\1 Quick Scan Flora- en faunawet, nieuwbouw uitvaartcentrum Dela, Nijmegen

331 Kenmerk N BKR-mfv-V02-NL Reptielen Het plangebied ligt in een regio waar gladde slang, hazelworm, levendbarende hagedis, muurhagedis en zandhagedis voorkomen. Deze soorten komen voor in biotopen waarbinnen voldoende rust en beschutting is door bijvoorbeeld bladafval en ook voldoende rustige, open plekken zijn om op te warmen. Deze combinatie is niet aanwezig binnen het plangebied. Daarom zijn effecten op zwaarder beschermde reptielen geheel uit te sluiten Dagvlinders en libellen Het plangebied ligt in een regio waar de dagvlinders heideblauwtje en de iepepage en de libellen gevlekte witsnuitlibel en rivierrombout voorkomen. Deze soorten worden niet verwacht voor te komen binnen het plangebied omdat voor deze soorten geen geschikte biotopen aanwezig zijn (zoals respectievelijk: heide, loofbos met iepen, laagveenmoerassen,l rivieren met krabbenscheer en zandstrandjes). Effecten op zwaarder beschermde dagvlinders en libellen zijn daarom uit te sluiten Overige ongewervelden Het plangebied ligt in een regio waar het vliegend hert (kever) voorkomt. Deze soort wordt niet verwacht voor te komen binnen het plangebied omdat hiervoor geen geschikte biotopen aanwezig zijn (oud loofbos met daarin ook dode of stervende bomen). Daarom zijn effecten op zwaarder beschermde overige ongewervelden uit te sluiten. 3 Conclusies 3.1 Flora- en faunawet In de onderstaande tabel zijn de beschermde tabel 2 en 3-soorten uit de Flora- en faunawet opgenomen waarvan het voorkomen in het plangebied niet kan worden uitgesloten. Eventueel overtreden verbodsbepalingen uit de Flora- en faunawet bij de uitgevoerde werkzaamheden zijn eveneens weergegeven. In de navolgende alinea s zijn de eventuele effecten per soortgroep beschreven, evenals het advies hoe hiermee om te gaan. Tabel 3.1 Aangetroffen of verwachte zwaarder beschermde soorten (Ffw tabel 2 of 3) die mogelijk geschaad worden door de beoogde ontwikkeling Soortgroep Tabel 2 en 3-soorten Verbodsbepalingen* Vleermuizen Diverse soorten (tabel 3), verblijfplaatsen in bomen en Artikel 11 Nader onderzoek noodzakelijk foerageergebied Broedvogels, vaste verblijfplaatsen Boomvalk, buizerd en ransuil Artikel 11 Nader onderzoek noodzakelijk Quick Scan Flora- en faunawet, nieuwbouw uitvaartcentrum Dela, Nijmegen 7\1

332 Kenmerk N BKR-mfv-V02-NL Soortgroep Tabel 2 en 3-soorten Verbodsbepalingen* categorie 1 t/m 4 Broedvogels Meerdere soorten aanwezig Geen, wanneer - tijdens broedseizoen werkzaamheden buiten het broedseizoen worden verricht. *Toelichting verbodsbepalingen: Artikel 8: Verbod: plukken, uitsteken, vernielen, beschadigen of verwijderen van beschermde planten Artikel 9: Verbod: opsporen, vangen, bemachtigen, doden, verwonden van beschermde dieren Artikel 10: Verbod: opzettelijk verontrusten van beschermde dieren Artikel 11: Verbod: wegnemen, verstoren, aantasten van verblijfplaatsen en voortplantingsplaatsen Artikel 12: Verbod: zoeken, rapen, beschadigen, vernielen of uit nesten nemen van eieren Artikel 13: Verbod: onder zich hebben van beschermde planten, dieren, eieren of producten hiervan Vleermuizen Het plangebied kan de functie hebben als verblijfplaats en als foerageergebied voor diverse vleermuissoorten. Nader onderzoek is noodzakelijk om te bepalen tot in hoeverre deze leefgebiedfuncties worden geschaad. Op basis daarvan kunnen effecten worden uitgesloten of maatregelen worden getroffen om effecten uit te sluiten of te mitigeren. Mogelijk is in het laatste geval een ontheffingsaanvraagprocedure noodzakelijk. Uitvoerbaarheid bestemmingplan met betrekking tot vleermuizen Het is redelijkerwijs te vermoeden dat het bestemmingsplan kan worden ingevuld zonder overtreding van de Flora- en faunawet vanuit vleermuizen. Wanneer er namelijk sprake is van vaste verblijfplaatsen op het terrein, kunnen deze (bomen) worden gespaard bij de daadwerkelijke ruimtelijke ontwikkelingen. Indien het niet mogelijk is verblijfplaatsen te sparen, kunnen, afhankelijk van de omvang van de verblijfplaats, mitigerende maatregelen getroffen worden waarbij schade aan de soort(en) wordt voorkomen. Hiermee is het reëel dat er een positieve afwijzing zal worden verleend bij een ontheffingsaanvraag. Alleen in zeldzame gevallen, zoals bij aanwezigheid van zeer grote verblijfplaatsen, zal een ontheffing moeilijker te verkrijgen zijn. Op basis van de quickscan wordt dit niet verwacht. 8\1 Quick Scan Flora- en faunawet, nieuwbouw uitvaartcentrum Dela, Nijmegen

333 Kenmerk N BKR-mfv-V02-NL Vogels Jaarrond beschermde nesten (1 tot en met 4) Nader onderzoek is noodzakelijk om vast te stellen of er binnen het plangebied of de directe omgeving daarvan jaarrond beschermde nesten aanwezig zijn van de boomvalk, buizerd of ransuil. Op basis van dit nader onderzoek kunnen effecten worden uitgesloten of maatregelen worden getroffen om effecten uit te sluiten of te mitigeren. Mogelijk is in het laatste geval een ontheffingsaanvraagprocedure noodzakelijk. Niet-jaarrond beschermde vogelnesten Tijdens het veldbezoek zijn niet-jaarrond beschermde nesten aangetroffen. Deze nesten zijn in elk geval tijdens de broedperiode beschermd. De broedperiode loopt globaal van maart tot en met juli. Bescherming van broedende vogels vanuit de Flora- en faunawet is niet strikt gebonden aan deze periode. Het uitgangspunt moet zijn of er (al/nog) sprake is van een nestgeval. De vegetatie in het plangebied dient buiten de broedperiode te worden verwijderd. Uitvoerbaarheid bestemmingplan met betrekking tot vogelnesten In het kader van de bestemmingsplanprocedure kan er vanuit de beschermde vogelnesten redelijkerwijs van worden uitgegaan dat de herziene bestemming zonder overtreding van de Flora- en faunawet kan worden ingevuld. Er kunnen maatregelen worden getroffen zoals het werken buiten de kwetsbare periode of het behouden van bomen met vogelnesten en het effectief leefgebied daarvan. Hiermee wordt overtreding van de Flora- en faunawet voorkomen. In het onwaarschijnlijke geval dat een jaarrond beschermd broedvogelnest moet worden verwijderd, is het mogelijk dat met voldoende mitigerende maatregelen een positieve afwijzing kan worden verkregen bij een ontheffingsaanvraag. In dat geval is er eveneens geen sprake van een overtreding van de Flora- en faunawet. Of er voldoende mogelijkheden zijn ter mitigatie is wel afhankelijk van de conclusies uit het nader onderzoek. 3.2 Geldigheid Afhankelijk van de tijd tussen dit onderliggende onderzoek en het uitvoeren van de werkzaamheden, kan een actualiserend of aanvullend onderzoek noodzakelijk zijn naar de aanwezigheid van beschermde planten- en diersoorten. Met name bij het in ongebruik raken van grond en/of bebouwing is de kans op (nieuw)vestiging van beschermde soorten aanwezig. De conclusies van dit onderzoek zijn daarom hooguit enkele jaren (drie tot vijf) geldig. Quick Scan Flora- en faunawet, nieuwbouw uitvaartcentrum Dela, Nijmegen 9\1

334 Kenmerk N BKR-mfv-V02-NL 4 Literatuur [Broekhuizen S., B. Hoekstra, V. van Laar, C. Smeenk & J.B.M. Thissen, 1992] Atlas van de Nederlandse zoogdieren. Stichting Uitgeverij Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging, Utrecht. [EIS, 2013] Stichting European Invertebrate Survey (EHS) Nederland [Floron, 2011] Nieuwe Atlas Nederlandse Flora. Stichting Floron, Nijmegen. KNNV Uitgeverij, Zeist. [Hustings, F. en Vergeer, J-W. 2002] Atlas van de Nederlandse Broedvogels SOVON. ISBN KNNV Uitgeverij, Utrecht. [Limpens H., K. Mostert & W. Bongers, 1997] Atlas van de Nederlandse vleermuizen, Onderzoek naar verspreiding en ecologie. Stichting Uitgeverij Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging, Utrecht. [Naturalis, ] Serie Nederlandse Fauna. Boekenreeks soortinformatie en verspreiding per soortgroep. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, Leiden. KNNV Uitgeverij, Utrecht. [Ravon, 2013] Reptielen amfibieën vissen onderzoek Nederland. Soorten. Verspreiding per soortgroep. [Sovon, 2013] Stichting vogelonderzoek Nederland. 10\1 Quick Scan Flora- en faunawet, nieuwbouw uitvaartcentrum Dela, Nijmegen

335 Verkeersonderzoek Meijhorst Effecten komst uitvaartcentrum en doorgaand verkeer door de wijk Definitief Gemeente Nijmegen Grontmij Nederland B.V. De Bilt, 13 januari 2014, revisie 3

336 Verantwoording Titel : Verkeersonderzoek Meijhorst Subtitel : Doorgaand verkeer door de wijk en effecten komst uitvaartcentrum Projectnummer : Referentienummer : Revisie : 3 Datum : 13 januari 2014 Auteur(s) : M.A.J. van de Lindeloof adres : Gecontroleerd door : E. Meijers Paraaf gecontroleerd : Goedgekeurd door : C. Stevens-Van der Geer Paraaf goedgekeurd : Contact : Grontmij Nederland B.V. De Holle Bilt HM De Bilt Postbus AE De Bilt T F revisie 3 Pagina 2 van 22

337 Inhoudsopgave 1 Inleiding Nieuw uitvaartcentrum Doorgaand verkeer Leeswijzer Werkwijze Onderzoek verkeerseffecten uitvaartcentrum Meting doorgaand verkeer: specificaties Beantwoording onderzoeksvragen doorgaand verkeer Verkeersproductie uitvaartcentrum extra voertuigbewegingen extra voertuigbewegingen extra voertuigbewegingen Interpretatie en conclusies Bevindingen doorgaand verkeer Passagetijd en doorgaand verkeer Aandelen doorgaand verkeer per relatie Analyse trajecten met veel doorgaand verkeer Daguurverdeling doorgaand verkeer Doorgaand verkeer op meetpunten in de wijk Relatie doorgaand verkeer - snelheid Verdeling gebruik doorgaande routes Intensiteit-capaciteitsverhouding op doorgaande route Overwegingen en conclusies Mogelijke maatregelen Bijlage 1: Relatie hoeveelheden doorgaand verkeer - afstandsklassen... 20, revisie 3 Pagina 3 van 22

338 1 Inleiding In de Nijmeegse wijk Meijhorst lopen op het gebied van mobiliteit twee ontwikkelingen die vragen om een nadere verkeerskundige analyse: De verkeerseffecten van de komst van een nieuw uitvaartcentrum in de wijk. De vermoedens dat de ontsluitingswegen in de wijk veelvuldig door doorgaand verkeer gebruikt worden. De gemeente Nijmegen heeft behoefte aan meer inzicht in deze ontwikkelingen en heeft op 25 juli 2013 Grontmij gevraagd hiernaar onderzoek te doen. De resultaten hiervan zijn in de voorliggende rapportage verwerkt. In de twee hiernavolgende paragrafen wordt per ontwikkeling een korte beschrijving gegeven van de situatie en van de onderzoeksvragen. 1.1 Nieuw uitvaartcentrum Het nieuwe uitvaartcentrum aan de Staddijk zal voor een toename van verkeer zorgen op de toeleidende wijkonsluitingswegen, de Meijhorst en de Streekweg. De bewoners maken zich zorgen over het effect van deze toename op het verkeersbeeld in de wijk. Vragen die de gemeente hieromtrent beantwoord wil hebben: A. Op welke manier zal het extra verkeer zich over de toeleidende routes verdelen? Welke toename betekent dit voor deze routes? B. Wat zijn de verschillen qua verkeersintensiteit tussen ontsluiting via de Streekweg dan wel via de Staddijk? 1.2 Doorgaand verkeer In de wijk leeft het vermoeden dat de wijkontsluitingsroute via de Streekweg en de Meijhorst veelvuldig door doorgaand verkeer wordt gebruikt; verkeer dat in de wijk noch herkomst noch bestemming heeft. Eerder onderzoek door de gemeente Nijmegen, waarbij gebruik werd gemaakt van TomTom-data, bood onvoldoende inzicht hierin. Om die reden heeft de gemeente Grontmij gevraagd om een verkeersonderzoek uit te voeren ter beantwoording van de volgende vragen: C. Hoeveel doorgaand verkeer maakt gebruik van de route via de Streekweg en de Meijhorst? D. Hoeveel procent is dit ten opzichte van het totale verkeersaanbod op deze route? E. Hoeveel procent is dit ten opzichte van het totale verkeersaanbod op de relatie tussen de Van Apelterenweg en de Van Rosenburgweg? F. Indien er daadwerkelijk sprake is van structureel doorgaand verkeer; welke maatregelen zouden hiertegen genomen kunnen worden? Om deze vragen te beantwoorden is een kentekenonderzoek uitgevoerd. 1.3 Leeswijzer In hoofdstuk 2 van deze rapportage wordt de werkwijze beschreven, inclusief de kenmerken van het kentekenonderzoek. In hoofdstuk 3 worden aan de vragen ten aanzien van het uitvaartcentrum beantwoord. In hoofdstuk 4 gebeurt hetzelfde voor het onderzoek naar doorgaand verkeer door de wijk., revisie 3 Pagina 4 van 22

339 Werkwijze 2 Werkwijze In de hiernavolgende paragrafen beschrijven wij per onderzoeksvraag (a t/m f) op welke wijze deze beantwoord is. 2.1 Onderzoek verkeerseffecten uitvaartcentrum Een uitvaartcentrum is een zeer specifieke voorziening, waarbij het aantal bezoekers en hun routes per locatie verschillen. Weliswaar zijn kencijfers beschikbaar, maar bij onderzoek naar verkeerseffecten van een dergelijke voorziening ligt schijnnauwkeurigheid op de loer. Met 500 à 700 extra voertuigbewegingen per dag (verwachting gemeente Nijmegen en DELA) zal een zekere verkeerstoename plaatsvinden op de Streekweg en Staddijk. Deze toename is nader beschouwd, waarbij nadrukkelijk schijnnauwkeurigheid is getracht te voorkomen; De aangereikte aantallen crematies per gemeente betekenen niet dat alle bezoekers van de uitvaartdiensten uit de betreffende gemeente komen. Er zijn twee ontsluitingsvarianten voor het uitvaartcentrum; één via de Staddijk en één via de Streekweg (voorlangs het Mondial college). De verschillen in afstand en route tussen deze ontsluitingsvarianten zijn zo gering dat wij het prematuur achten om uitspraken te doen over het gebruik van beide varianten. a) Verdeling van en toename door nieuw verkeer naar uitvaartcentrum Er is een rekenblad opgesteld dat inzicht biedt in de verdeling van de verkeersstromen over de beide routes richting het uitvaartcentrum (via de Streekweg vanuit het noorden en via de Staddijk vanuit het oosten). Dit mede op basis van enkele uitgangspunten die in het rekenblad eenvoudig bijgesteld kunnen worden, waarna eventuele wijzigingen in effecten meteen zichtbaar zijn. Een voorbeeld van het rekenblad wordt weergegeven in figuur 1. In dit voorbeeld wordt het fictieve scenario van 400 motorvoertuigbewegingen per dag beschreven. Wij hebben 3 scenario s met dit rekenblad berekend en beschreven: Een toeloop van 500 motorvoertuigbewegingen per dag (ondergrens scenario gemeente) Een toeloop van 700 motorvoertuigen per dag (bovengrens scenario gemeente) Een toeloop van 800 motorvoertuigen per dag (verwachting Bewonersplatform Meijhorst (bron: In de effectbeschrijving wordt ingaan op: De verkeerstoename ten opzichte van de autonome verkeersintensiteiten (op etmaalniveau en, waar dit meerwaarde biedt, op uurniveau). Eventuele knelpunten die verwacht mogen worden ten gevolge van de toename., revisie 3 Pagina 5 van 22

340 Werkwijze Gemeente De resultaten en technische verantwoording van het kentekenonderzoek worden los aangeleverd. Gemeenteafhankelijk verkeer rijdt via: Bijdrage % 400 voertuigbewegingen per etmaal 66,67% verdeelt zich sowieso gelijk over beide routes 33,33% verdeelt zich afhankelijk van de gemeente van crematie Bijdrage absoluut Route Streekweg 'Sowieso' Route Staddijk 'Sowieso' Streekweg 'Gemeenteafhankelijk" Staddijk 'Gemeenteafhankelijk' Beuningen Streekweg 0% Groesbeek Staddijk 7% Heumen Staddijk 4% Lingewaard Streekweg 9% Mook en Middelaar Staddijk 1% Nijmegen Beide 53% Overbetuwe Streekweg 8% Rijnwaarden Streekweg 2% Ubbergen Streekweg 4% Wijchen Streekweg 12% % Toename route Streekweg 215 Toename route Staddijk 185 Figuur 1: Voorbeeldweergave rekenmodel verkeersproductie uitvaartcentrum (fictief scenario: 400 motorvoertuigen) Aannames bij het rekenmodel zijn: Dat 66% van het verkeer zich hoe dan ook 50/50 over beide aanvoerroutes verdeelt, ongeacht de gemeente van waaruit de dienst plaatsvindt. In de tabel zijn de bijbehorende aantallen over de gele kolommen verdeeld. Aangenomen wordt dat dit verkeer niet aan de gemeente van herkomst gebonden is. Dat de andere 34% de kortste route neemt vanaf de gemeente van herkomst. Dit verkeer is toegedeeld aan de oranje kolom. De percentages bij de gemeenten zijn aangeleverd door de gemeente Nijmegen (bron: DELA). b) Verschillen tussen ontsluiting uitvaartcentrum via Streekweg en Staddijk Zoals gezegd: gezien de geringe verschillen in routering tussen beide ontsluitingsvarianten is het op dit moment prematuur en schijnnauwkeurig om effecten op verkeersstromen te vergelijken. Psychologisch zal er wellicht een licht verschil zijn in de beleving van beide routes. Als dit zich voordoet is er een kans dat dit de routekeuze beïnvloedt, maar op basis van expert judgement stellen wij dat deze kans en het optredende route-effect dermate klein zijn dat er in de praktijk geen verschil merkbaar is. 2.2 Meting doorgaand verkeer: specificaties De basis van dit onderzoek bestaat uit een kentekenonderzoek dat middels kentekencamera s is uitgevoerd in de wijk. Deze camera s zijn op 4 locaties geplaatst (zie kaartje in figuur 2): 1. De weg Meijhorst 60 vlak voor de kruising met de Van Apelterenweg; 2. De Streekweg vlak voor de kruising met de Van Rosenburgweg; 3. De weg Tolhuis vlak voor de kruising met de Van Schuilenburgweg 4. De weg Meijhorst 71 vlak voor de kruising met de Van Apelterenweg, revisie 3 Pagina 6 van 22

341 Werkwijze kentekenonderzoek Telling 4 Figuur 2: Locaties kentekenregistratie en verkeerstellingen De camera s registreerden gedurende een periode van 8 dagen (vrijdag 26-9 t/m vrijdag 4 oktober) de kentekens van al het passerende autoverkeer, in beide richtingen. Per meetpunt en per auto werd het passagetijdstip geregistreerd waardoor eenvoudig onderscheid gemaakt kon worden tussen wijkgebonden verkeer en doorgaand verkeer. Van elk voertuig zijn de volgende kenmerken vastgelegd: datum; tijdstip (msec.); kenteken (alle karakters); nationaliteit (NL, D, B, EU=overige); confidence/ herkenningswaarde (getal tussen de ). Per locatie wordt normaliter minimaal 95% van de gepasseerde voertuigen op een correcte, unieke wijze herkend en geregistreerd. Deze betrouwbaarheid kon gedurende de metingen worden aangetoond. De apparatuur neemt alleen kentekenplaten waar, geen aantallen voertuigen. Voor het doel van het onderzoek is deze afwijking acceptabel. De volgende zaken zijn 24 uur per dag gemonitord: het aantal kentekens, deze worden telkens vergeleken met het aantal kentekens van het vorige uur en met hetzelfde uur van de dag(en) ervoor; betrouwbaarheid van de registratie (de betrouwbaarheid wordt bepaald door het uitvoeren van diverse steekproeven);, revisie 3 Pagina 7 van 22

342 Werkwijze de positie van het kenteken op het beeld; de aanwezigheid van video; capaciteit op de harddisks; spanning van de accu s; temperatuur van systeemkast (pc s, olie & koelwater van de motor); sabotage van de kast (door contacten op de deur en trilcontacten op de kast). Naast de twee kentekencamera s is het verkeer gedurende de meetperiode ook gemeten met telslangen. Hierdoor werd de totale verkeersintensiteit niet alleen aan de randen van de wijk gemeten, maar ook er midden in. De slangen lagen in de Meijhorst 14 en de Meijhorst 16. De locaties worden in figuur 2 weergegeven. De telslangen registreerden net als de camera s individuele voertuigen gedurende een periode van 8 dagen. De resultaten van de slangentellingen worden los aangeleverd, tezamen met de resultaten van het kentekenonderzoek. Aanvullend is gebruik gemaakt van onderzoek door de gemeente Nijmegen (november 2013), waarbij Tom- Tom speedprofiles zijn ingewonnen. 2.3 Beantwoording onderzoeksvragen doorgaand verkeer c) Hoeveelheid doorgaand verkeer (absoluut) op routes door Meijhorst De hoeveelheid doorgaand verkeer bestaat uit alle voertuigen die binnen korte tijd op beide meetpunten zijn geregistreerd. Hierbij zijn meerdere tijdsklassen gehanteerd: <6, 7, 8, 9 en 10 minuten. Op basis van narijden en reistijden in Google Maps is geschat dat alle mogelijke relaties tussen de camerapunten normaliter in maximaal 6 minuten te overbruggen zijn. Voordat dit uitgangspunt definitief wordt gemaakt wordt het echter eerst in de praktijk getoetst. In paragraaf 3.1 wordt hierop ingegaan. Per dag, per daguur en per richting zijn de hoeveelheden doorgaand verkeer inzichtelijk gemaakt, alsmede de fluctuaties die daarbij optraden. d) % doorgaand verkeer t.o.v. totale verkeer op routes door Meijhorst De hoeveelheid doorgaand verkeer is op alle drie de meetpunten afgezet tegen het totale aantal motorvoertuigen. Op ieder punt is het percentage doorgaand verkeer per dag, per daguur en per richting in beeld gebracht. In deze rapportage wordt tevens ingegaan op de hoeveelheid verkeer in relatie tot de capaciteit van de wegen op de doorgaande route. e) % doorgaand verkeer t.o.v. totale verkeer op relatie Van Apelterenweg Van Rosenburgweg Om een inschatting te maken van de hoeveelheid doorgaand verkeer ten opzichte van het aantal automobilisten dat de reguliere route (Van Apelterenweg Van Schuilenburgweg Van Rosenburgweg) gebruikt, zijn intensiteitsgegevens nodig van de VRI-kruising Van Schuilenburgweg Van Rosenburgweg en van het verkeersplein bij de Nieuwe Dukemburgseweg. Deze zijn echter niet voorhanden of bieden onvoldoende detailniveau. Daarom zijn de intensiteiten ingeschat op basis van het meest actuele verkeersmodel, de Regionale Verkeersmilieukaart (RVMK). f) Eventuele maatregelen tegen doorgaand verkeer Bij geconstateerde verkeerproblematiek worden gerichte maatregelen voorgesteld om deze tegen te gaan. Conform de grondregels uit de verkeerspsychologie is hierbij mede gekeken naar positief ingestelde maatregelen; ingrepen die niet enkel als doel hebben om de route voor doorgaand verkeer onaantrekkelijk te maken, maar ook om de automobilisten juist te verleiden om de gewenste route via de Van Apelterenweg en de Van Rosenburgweg te nemen. Een goede balans tussen uitnodigende maatregelen en ontmoedigende maatregelen sorteert vaak het meest effect, zo leert de ervaring., revisie 3 Pagina 8 van 22

343 Verkeersproductie uitvaartcentrum 3 Verkeersproductie uitvaartcentrum Met 500 à 700 extra voertuigbewegingen per dag zal de komst van het uitvaartcentrum aan de Stadddijk vermoedelijk een significante verkeerstoename veroorzaken op de Streekweg en Staddijk. Met een op maat gemaakt rekenmodel is deze toename nader in beeld gebracht. In dit hoofdstuk wordt dit beschreven. Voor 3 scenario s is de verkeerstoename in beeld gebracht: 500 voertuigbewegingen van/naar het uitvaartcentrum; 700 voertuigbewegingen; 800 voertuigbewegingen. In de hiernavolgende paragrafen worden per gemeente en per route de voertuigbewegingen van/naar het uitvaartcentrum in beeld gebracht voor deze 3 scenario s extra voertuigbewegingen Figuur 3 beschrijft de verdeling van extra voertuigbewegingen over de routes in de wijk Meijhorst bij het scenario van 500 voertuigbewegingen van/naar het uitvaartcentrum. Iets meer dan de helft van deze verkeerstoename (269 bewegingen) vindt plaats op de Streekweg. Gemeente Gemeenteafhankelijk verkeer rijdt via: Bijdrage % 500 voertuigbewegingen per etmaal 66,67% verdeelt zich sowieso gelijk over beide routes 33,33% verdeelt zich afhankelijk van de gemeente van crematie Bijdrage absoluut Route Streekweg 'Sowieso' Route Staddijk 'Sowieso' Figuur 3: Verdeling van voertuigbewegingen van/naar het uitvaartcentrum in het 500-scenario Streekweg 'Gemeenteafhankelijk" Staddijk 'Gemeenteafhankelijk' Beuningen Streekweg 0% Groesbeek Staddijk 7% Heumen Staddijk 4% Lingewaard Streekweg 9% Mook en Middelaar Staddijk 1% Nijmegen Beide 53% Overbetuwe Streekweg 8% Rijnwaarden Streekweg 2% Ubbergen Streekweg 4% Wijchen Streekweg 12% % Toename route Streekweg 269 Toename route Staddijk 231 Figuur 4 geeft weer wat de verkeertoename ten gevolge van het uitvaartcentrum betekent ten opzichte van de bestaande verkeersintensiteiten. De relatieve toename bedraagt 3 tot 6%., revisie 3 Pagina 9 van 22

344 Verkeersproductie uitvaartcentrum Figuur 4: Absolute en relatieve verkeerstoename t.g.v. het uitvaartcentrum in het 500-scenario extra voertuigbewegingen Figuur 5 beschrijft de verdeling van extra voertuigbewegingen over de routes in de wijk Meijhorst bij het scenario van 700 voertuigbewegingen van/naar het uitvaartcentrum. Gemeente Gemeenteafhankelijk verkeer rijdt via: Bijdrage % 700 voertuigbewegingen per etmaal 66,67% verdeelt zich sowieso gelijk over beide routes 33,33% verdeelt zich afhankelijk van de gemeente van crematie Bijdrage absoluut Route Streekweg 'Sowieso' Route Staddijk 'Sowieso' Figuur 5: Verdeling van voertuigbewegingen van/naar het uitvaartcentrum in het 700-scenario Streekweg 'Gemeenteafhankelijk" Staddijk 'Gemeenteafhankelijk' Beuningen Streekweg 0% Groesbeek Staddijk 7% Heumen Staddijk 4% Lingewaard Streekweg 9% Mook en Middelaar Staddijk 1% Nijmegen Beide 53% Overbetuwe Streekweg 8% Rijnwaarden Streekweg 2% Ubbergen Streekweg 4% Wijchen Streekweg 12% % Toename route Streekweg 377 Toename route Staddijk 323 Figuur 6 geeft weer wat de verkeertoename ten gevolge van het uitvaartcentrum betekent ten opzichte van de bestaande verkeersintensiteiten. De relatieve toename bedraagt 4 tot 8%., revisie 3 Pagina 10 van 22

345 Verkeersproductie uitvaartcentrum Figuur 6: Absolute en relatieve verkeerstoename t.g.v. het uitvaartcentrum in het 700-scenario extra voertuigbewegingen Figuur 7 beschrijft de verdeling van extra voertuigbewegingen over de routes in de wijk Meijhorst bij het scenario van 800 voertuigbewegingen van/naar het uitvaartcentrum. Gemeente Gemeenteafhankelijk verkeer rijdt via: Bijdrage % 800 voertuigbewegingen per etmaal 66,67% verdeelt zich sowieso gelijk over beide routes 33,33% verdeelt zich afhankelijk van de gemeente van crematie Bijdrage absoluut Route Streekweg 'Sowieso' Route Staddijk 'Sowieso' Figuur 7: Verdeling van voertuigbewegingen van/naar het uitvaartcentrum in het 800-scenario Streekweg 'Gemeenteafhankelijk" Staddijk 'Gemeenteafhankelijk' Beuningen Streekweg 0% Groesbeek Staddijk 7% Heumen Staddijk 4% Lingewaard Streekweg 9% Mook en Middelaar Staddijk 1% Nijmegen Beide 53% Overbetuwe Streekweg 8% Rijnwaarden Streekweg 2% Ubbergen Streekweg 4% Wijchen Streekweg 12% % Toename route Streekweg 431 Toename route Staddijk 369 Figuur 8 geeft weer wat de verkeertoename ten gevolge van het uitvaartcentrum betekent ten opzichte van de bestaande verkeersintensiteiten. De relatieve toename bedraagt 5 tot 9%., revisie 3 Pagina 11 van 22

346 Verkeersproductie uitvaartcentrum Figuur 8: Absolute en relatieve verkeerstoename t.g.v. het uitvaartcentrum in het 800-scenario 3.4 Interpretatie en conclusies De uitgevoerde exercities omtrent de verkeerstoename door de komst van het uitvaartcentrum leidt tot de volgende bevindingen: De toename is met enkele honderden voertuigbewegingen per etmaal in absolute zin niet gering, maar zal in de praktijk slechts beperkt zichtbaar zijn. Voor verkeersveiligheid, leefbaarheid en afwikkeling worden geen extra risico s verwacht. De bezoekerspieken van het uitvaartcentrum vallen over het algemeen buiten de (spits)pieken van het overige verkeer. Oftewel: de drukste momenten van de dag zullen niet nog drukker worden door de komst van het uitvaartcentrum., revisie 3 Pagina 12 van 22

347 4 Bevindingen doorgaand verkeer 4.1 Passagetijd en doorgaand verkeer Voordat de hoeveelheid doorgaand verkeer bepaald wordt rijst de vraag: hoe kort mag een verplaatsing tussen 2 meetpunten duren om als doorgaand verkeer aangemerkt te worden (i.v.m. het verdisconteren van korte stops in de wijk)? Voor alle mogelijke relaties tussen de 4 meetpunten geldt dat deze normaliter in 2 tot 4 minuten te overbruggen is. Hoe hoger deze drempelwaarde wordt gelegd, hoe groter de kans dat ook bestemmingsverkeer ten onrechte als doorgaand verkeer wordt aangemerkt. Bijvoorbeeld: een koerier die snel een pakket moet afleveren langs de doorgaande route. Om de drempelwaarde voor doorgaand verkeer te bepalen is voor een aantal reistijdklassen gekeken naar de hoeveelheid verkeer die binnen deze klasse als doorgaand verkeer aangemerkt wordt. De resultaten van deze exercitie zijn terug te vinden in bijlage 1. Uit deze exercitie kan worden geconcludeerd dat verkeer niet als doorgaand hoeft te worden aangemerkt als de reistijd langer is dan de free flow reistijd + 3 minuten, met een minimum van 6 minuten). 4.2 Aandelen doorgaand verkeer per relatie Na het vaststellen van de drempelwaarde op 6 minuten is op etmaalbasis (werkdagen) per relatie gekeken naar het aandeel doorgaand verkeer. Figuur 9 geeft de resultaten weer voor alle mogelijke relaties tussen de 4 in-/uitgangen. Bijvoorbeeld: Er rijden 981 voertuigen per etmaal van ingang K1 naar uitgang K2, en 34 voertuigen per etmaal van ingang K2 naar uitgang K3. In deze tabel worden de hoeveelheden doorgaand verkeer per relatie weergegeven. Met name op de relatie tussen K1 en K2 zijn aanzienlijke hoeveelheden doorgaand verkeer geregistreerd; 981 voertuigen per etmaal van K1 naar K2 en 858 voertuigen van K2 naar K1. Ook op andere relaties zit doorgaand verkeer, maar deze hoeveelheden blijven beperkt. In enkele gevallen gaat het om meer dan 100 motorvoertuigen per dag, maar ter indicatie: dit gaat om hooguit 13 auto s per uur. Naar K1 K2 K3 K4 Subtotaal Wijk Totaal Van doorgaand K1 x K2 858 x K x K x Wijk Figuur 9: Hoeveelheden doorgaand en bestemmingsverkeer op werkdagen per in-/uitgang. Figuur 10 bevat de percentages bij de in figuur 9 weergegeven hoeveelheden verkeer. Hierin wordt de bevindingen van hierboven onderstreept: van alle verkeer dat per werkdag bij locatie K1 de wijk binnenrijdt; rijdt 31% binnen 6 minuten bij K2 de wijk weer uit (de overige 69% is bestemmingsverkeer). In de tegengestelde richting is dit zelfs 41% (de overige 59% is bestemmingsverkeer)., revisie 3 Pagina 13 van 22

348 Bevindingen doorgaand verkeer Naar K1 K2 K3 K4 Van K1 x 31% 4% 1% K2 41% x 2% 4% K3 2% 2% x 4% K4 1% 1% 3% x Figuur 10: Percentages doorgaand verkeer (t.o.v. het totale ingaande verkeer per ingang). Voorbeeld:Van al het verkeer dat bij K1 de wijk binnenrijdt, rijdt 31% in minder dan 6 minuten bij K2 weer de wijk uit. Deze hoge aantallen zijn reden om in ieder geval op deze relatie tussen K1 en K2 e.v.v. de situatie nader te beschouwen (zie paragraaf 4.3). Op de overige relaties is de hoeveelheid doorgaand verkeer zowel in absolute als relatieve zin zeer beperkt. Om die reden worden deze relaties dan ook niet nader beschouwd in paragraaf Analyse trajecten met veel doorgaand verkeer In de wetenschap dat de relaties tussen K1 en K2 e.v.v. structureel door doorgaand verkeer worden benut, is de situatie op deze relaties nader bekeken. Hierbij is gekeken naar: De verdeling van het doorgaand verkeer over de uren van de dag. Het aandeel van het doorgaand verkeer halverwege de route in de wijk. Een eventuele relatie tussen het doorgaand verkeer en de rijsnelheid. De verhouding tussen het doorgaand verkeer door de wijk en het doorgaand verkeer dat van de reguliere route via de Van Schuylenburgweg en Van Rosenburgweg gebruik maakt. In de hiernavolgende paragrafen wordt ingegaan op deze aspecten Daguurverdeling doorgaand verkeer De tabellen in figuur 11 laten per locatie de verdeling van het doorgaand over de uren van de dag zien. Kijkend naar de absolute aantallen liggen de pieken zowel bij de ingangen als de uitgangen in de avondspits hoger dan de rest van de dag, met uitschieters van 88 en 95 motorvoertuigen per uur per richting. In relatieve zin gaat het hier om hoge percentages doorgaand verkeer. In absolute zin echter niet. Ter illustratie: in het daguur waarop het aantal doorgaande voertuigen het hoogst is (16:00 17:00) gaat het om 180 voertuigen extra (beide rijrichtingen bij elkaar opgeteld), oftewel 3 voertuigen extra per minuut. Dergelijke aantallen kunnen in de praktijk geen significante invloed hebben op het verkeersbeeld, de afwikkeling of de verkeersveiligheid., revisie 3 Pagina 14 van 22

349 Bevindingen doorgaand verkeer Ingaand K1 Waarvan naar K 2 % Ingaand K2 Waarvan naar K1 % Uitgaand K1 Waarvan van K2 % Uitgaand K2 Waarvan van K1 % 00:00-01: :00-01: :00-02: :00-02: :00-03: :00-03: :00-04: :00-04: :00-05: :00-05: :00-06: :00-06: :00-07: :00-07: :00-08: :00-08: :00-09: :00-09: :00-10: :00-10: :00-11: :00-11: :00-12: :00-12: :00-13: :00-13: :00-14: :00-14: :00-15: :00-15: :00-16: :00-16: :00-17: :00-17: :00-18: :00-18: :00-19: :00-19: :00-20: :00-20: :00-21: :00-21: :00-22: :00-22: :00-23: :00-23: :00-24: :00-24: % % % % Figuur 11: Daguurverdeling van het verkeer bij de locaties K1 en K Doorgaand verkeer op meetpunten in de wijk Om te kijken hoe groot de aandelen doorgaand verkeer in de wijk zelf zijn, zijn op een tweetal locaties op de doorgaande route tussen K1 en K2 verkeerstellingen uitgevoerd d.m.v. telslangen. In figuur 12 worden de resultaten gevisualiseerd. Hierin worden ook de exacte locaties met de twee tellocaties getoond. Figuur 12: Aandelen doorgaand verkeer bij de in-/uitgangen en in de wijk, revisie 3 Pagina 15 van 22

350 Bevindingen doorgaand verkeer De figuur laat zien dat ook op de route in de wijk het doorgaand verkeer een substantieel deel uitmaakt van het totale verkeer Relatie doorgaand verkeer - snelheid Op de twee tellocaties in de wijk zijn zowel de intensiteit als de rijsnelheid gemeten. Omdat zij niet registreerden of een voertuig wel/niet doorgaand is, is er geen 1-op-1 relatie te leggen tussen snelheid en type verkeer. Wel is op basis van het dagverloop van de rijsnelheid gekeken of er een verband ontdekt kan worden tussen de geregistreerde snelheid, de geldende maximumsnelheid (50 km/h) en het aandeel doorgaand verkeer. Bij de snelheid is als maatstaf de zogenaamde V85 aangehouden, de rijsnelheid die door 85% van het autoverkeer niet overschreden wordt. Op locatie E1 ligt de V85 met 52 km/h iets lager dan op E2 (56 km/h). Dit valt te verklaren door het feit dat locatie 1 vlakbij 2 kruisingen ligt waar veel uitgewisseld wordt, en locatie E2 niet. Voor beide locaties geldt dat de maximumsnelheid van 50 km/h weliswaar door een deel van de automobilisten overschreden wordt, maar niet structureel. In figuur 13 wordt het verloop van de V85 over de uren van de dag weergegeven. Hierin zijn weliswaar lichte fluctuaties waarneembaar, maar niet van dien aard dat een directe relatie gelegd kan worden met de pieken in doorgaand verkeer. Aanvullend op de uitgevoerde snelheidsmeting is gebruik gemaakt van TomTom Speedprofiles die in november 2013 realtime zijn ingewonnen. Figuur 14 laat zien op welke onderdelen van de doorgaande route de gemiddelde rijsnelheid de maximumsnelheid overschrijdt, en in welke mate dit gebeurt. E1 E2 V85 V85 Uren 00:00-01: :00-02: :00-03: :00-04: :00-05: :00-06: :00-07: :00-08: :00-09: :00-10: :00-11: :00-12: :00-13: :00-14: :00-15: :00-16: :00-17: :00-18: :00-19: :00-20: :00-21: :00-22: :00-23: :00-24: Etm.gemiddelde Figuur 13: Verloop van de V85 over de dag Figuur 14: Trajectdelen en snelheidsoverschrijdingen (bron: TomTom Speedprofiles), revisie 3 Pagina 16 van 22

351 Bevindingen doorgaand verkeer Figuur 14 laat zien dat juist op de trajectdelen waar geen slangtelling heeft plaatsgevonden de maximumsnelheid relatief veel wordt overschreden: op de Streekweg en in mindere mate op de Meijhorst 60 (het oostelijke deel van de weg Meijhorst). Hier ligt de gemiddelde rijsnelheid boven de maximumsnelheid. Met name op de Streekweg is het percentage snelheidsovertreders structureel. De Speedprofiles geven geen verdeling in snelheidsklassen, maar uitgaande van een normaalverdeling mag aangenomen worden dat een aanzienlijk deel van het autoverkeer harder dan 60 km/h rijdt. Deze bevinding sluit aan bij het profiel van de Streekweg, die vrijwel recht is, weinig kruisingen kent en waar de fietspaden vrijliggend zijn Verdeling gebruik doorgaande routes Met behulp van de Regionale Verkeersmilieukaart (RVMK) is een inschatting gemaakt van het aantal voertuigen dat de reguliere route via de Van Apelterenweg, de Van Schuylenburgweg en de Van Rosenburgweg gebruikt. Het gaat om ca motorvoertuigen per etmaal per richting. In het kader rechts wordt toegelicht op welke wijze deze waarde is berekend. In de wetenschap dat zich per etmaal 981 (oostwest) en 858 (west-oost) doorgaande voertuigen door de wijk Meijhorst bewegen betekent dit dat: van al het doorgaande verkeer op de oostwest relatie 33% door de wijk rijdt; van al het doorgaande verkeer op de westoost relatie 30% door de wijk rijdt. Dit zijn natuurlijk aanzienlijke percentages. In paragraaf werd reeds vermeld dat de hoeveelheden doorgaand verkeer door de wijk in absolute zin geen problemen opleveren op het gebied van afwikkeling en veiligheid. Berekening doorgaand verkeer via reguliere route Uit de RVMK is afgeleid dat op het verkeersplein bij de Nieuwe Dukenburgseweg ca motorvoertuigen per etmaal noordwaarts rijden, van de Van Apelterenweg naar de Van Schuylenburgweg. Van de kruising Van Schuylenburgweg Van Rosenburgweg konden uit de aangeleverde modelplots geen kruispuntstromen worden afgeleid. Echter; aangenomen mag worden dat meer dan de helft van al het verkeer op de Van Schuylenburgweg, komende vanaf het verkeersplein) op de verkeerslichtenkruising niet de Van Rosenburgweg oprijdt maar rechtdoor rijdt richting het Takenhofplein. Deze route biedt immers toegang tot belangrijke ontsluitingswegen als de Graafseweg, de A326 richting Den Bosch en de A73. Op basis van expert judgement wordt aangenomen dat ca. 40% van de eerder genoemde voertuigen de Van Rosenburgweg oprijdt; afgerond voertuigen per etmaal. Dit aantal is gespiegeld voor de tegenrichting. 4.4 Intensiteit-capaciteitsverhouding op doorgaande route Na het bepalen van de absolute en relatieve hoeveelheden doorgaand verkeer op de route rijst de vraag: Hoe verhoudt de totale intensiteit zich tot de afwikkelingscapaciteit? Voor ontsluitingswegen binnen de bebouwde kom geeft het CROW hier een richtwaarde van 800 pae (personenauto-equivalenten) per uur voor wegen met één rijbaan zonder fietsvoorzieningen tot pae/uur voor wegen met gescheiden rijstroken met vrijliggende fietsvoorzieningen. De werkelijke capaciteit wordt mede bepaald door het aantal erfaansluitingen en zijwegen, de vormgeving van de kruisingen en het lengteprofiel. De doorgaande route door de wijk kent over het algemeen een breed profiel met weinig conflictpunten, visueel of fysiek gescheiden fietsvoorzieningen en ruim opgezette kruisingen. De capaciteit van de losse wegvakken op de route zal daardoor naar pae/uur neigen. Aangezien de gemeten intensiteit nergens de 300 motorvoertuigen ontstijgt komt de afwikkelingscapaciteit op de doorgaande route sowieso niet in het geding. 4.5 Overwegingen en conclusies Naast de cijfermatige analyse is de problematiek ook kwalitatief benaderd, vanuit aspecten als wegbeeld en beleving. Vanuit deze aspecten volgen de onderstaande constateringen: Qua free flow-reistijd doet de doorgaande route niet of nauwelijks onder voor de reguliere route; beide routes kennen een reistijd van ca. 3 minuten tussen de kruising Van Apelterenweg - Meijhorst en Van Rosenburgweg Streekweg. Er is in de praktijk maar relatief weinig nodig om de route door Meijhorst sneller te laten zijn dan de reguliere route., revisie 3 Pagina 17 van 22

352 Bevindingen doorgaand verkeer De intensiteit-capaciteitverhouding van de doorgaande route door de wijk is laag; de afwikkelingscapaciteit komt geen moment in het geding. Dit uit zich niet alleen in de cijfers, maar ook in het rustige wegbeeld. Van sluipverkeer spreekt men normaliter als er in de spitsperioden verkeerspieken zijn op relaties waar vertraging optreedt. De uitgevoerde analyse laat zien dat de hoeveelheden doorgaand verkeer in de avondspits iets hoger liggen dan in de rest van de dag, maar dat er ook tussen de spitsen in structurele hoeveelheden doorgaand verkeer zijn die niet direct te relateren zijn aan vertragingen op de reguliere route via de Van Rosenburgweg. Dit roept de vraag op: Is hier wel sprake van sluipverkeer, of is er sprake van twee concurrerende routes die zich beide in bepaalde mate voor doorgaand gebruik lijken te lenen? De doorgaande route tussen K1 en K2 kent weinig vertragende elementen (verkeersdrukte, steile drempels). Er zit relatief veel zekerheid in de reistijd via de route door de wijk. Vanuit verliesaversie zijn mensen snel geneigd om voor zekerheid te kiezen in plaats van voor een route met risico op vertraging, zelfs als deze normaliter iets sneller is. Het gegeven dat een bij verkeerslichten opgelopen verliestijd altijd als langer wordt ervaren dan hij daadwerkelijk is versterkt dit effect. De route door Meijhorst oogt voor de beleving van de doorgaande automobilist niet direct als een sluiproute ; een route waarvan het gebruik door doorgaand verkeer minder gewenst is. Dit komt door: De rechte en vrij brede wegen en ruim opgezette kruisingen. Het bord Doorgaand verkeer ter hoogte van de kruising bij Meijhorst 14 e. De gemakkelijke toegang tot de wijk vanaf de voorkeursroute. Op de Van Apelterenweg ligt een aparte linksafstrook richting Meijhorst, en op de VRI-kruising Van Rosenburgweg Streekweg ligt een rechtsafstrook richting Meijhorst die een relatief groot deel van de tijd groen krijgt. Op de reguliere route via de Van Schuijlenburgweg bestaat altijd kans op vertraging bij de VRI-kruising met de Van Rosenburgweg. Een mogelijke (harde) busingreep kan de doorstroming uit zuidelijke richting verder beperken. De reguliere route bestaat uit wegen met 2x2 rijstroken en een maximumsnelheid van 50km/h (uitgezonderd de laatste 100 meter voor de kruising met de Streekweg, die buiten de kom liggen (80 km/h). Het rijden op 2x2 wegen met een snelheid van 50km/h voelt voor veel automobilisten langzaam aan, waardoor de reistijd via de reguliere route ook langer kan aanvoelen dan hij daadwerkelijk is. Conclusie uit voorgaande punten is dat a) de doorgaande relatie door Meijhorst een alternatief is dat qua reistijd nauwelijks onderdoet voor de reguliere route, en b) die bovendien stukken zekerder is. De reguliere route werpt zowel in objectieve zin (oponthoud bij de kruising Van Schuijlenburgweg Van Rosenburgweg) als in subjectieve zin (beleving van dit oponthoud, plus de beleefde lage rijsnelheid i.r.t. het wegprofiel) een aantal barrières op voor de doorgaande automobilist. Op de Streekweg, waar de maximumsnelheid structureel overschreden wordt, zijn snelheidsregulerende maatregelen denkbaar. Het is echter zeer de vraag of de hoeveelheden doorgaand verkeer hierdoor structureel teruggebracht zullen worden. Belangrijker nog dan deze conclusie is de vraag in welke mate er in objectieve zin sprake is van een probleem en in hoeverre het doorgaande verkeer hierbij een rol speelt. In veel opzichten is er van problematiek geen sprake; de hoeveelheid doorgaand verkeer door de wijk bereikt nergens dusdanige pieken dat de afwikkeling in gevaar komt. De snelheid wordt op enkele wegvakken wel overschreden maar over het algemeen niet bij erfaansluitingen of daar waar de bewoning dicht aan de weg staat. De geboekte tijdswinst op deze wegvakken is dusdanig beperkt dat deze in objectieve zin niet het verschil maakt tussen beide route-alternatieven. Bovendien is niet gezegd dat enkel het doorgaande verkeer de snelheidsovertredingen begaat. 4.6 Mogelijke maatregelen Met het oog op de conclusies uit de voorgaande paragraaf luidt ons advies: pak de problematiek aan daar waar deze zich uit. In dit geval: pak de snelheidsoverschrijdingen op de Streekweg, en in mindere mate op de route Meijhorst , aan. Beschouw deze maatregel niet, revisie 3 Pagina 18 van 22

353 Bevindingen doorgaand verkeer als een maatregel gericht op doorgaand verkeer maar op alle gemotoriseerd verkeer; de snelheidsreductie is dusdanig beperkt dat de hoeveelheid doorgaand verkeer niet structureel zal afnemen. De snelheidsovertredingen zijn wel structureel maar vinden niet plaats op wegvakken waar de verkeersveiligheid acuut in het geding komt. Het is zaak om tot maatregelen te komen die bij deze mate van problematiek aansluit. Snelheidsregulerende maatregelen Streekweg Een voor de hand liggende oorzaak voor de relatief hoge snelheid op de Streekweg is het lengteprofiel in combinatie met de brede opzet van de weg; brede rijstroken, lange brede verdrijvingsvlakken en linksafstroken. Relatief kleinschalige ingrepen die het wegbeeld visueel kunnen versmallen zijn: Het visueel versmallen van de rijstroken. Het verwijderen van de voorsorteerstroken. Afwikkelingstechnisch zijn deze niet nodig. Het inkorten van de verdrijvingsvlakken en/of deze vervangen door middengeleiders. De overgangsvakken (waarin de breedte van de verdrijvingsvakken op-/terugloopt van 0 naar 2 meter) verkorten, waardoor er meer sprake is van een asverspringing. Snelheidsregulerende maatregelen route Meijhorst Met zijn beperkte lengte van deze weg, de aanliggende fietsstroken en het ontbreken van geleiders en voorsorteervakken kent deze weg duidelijk een ander profiel de Streekweg. Bij de Meijhorst 60 lijkt een wegvakplateau (ontwerpsnelheid 50 km/h) een voor de hand liggende maatregel. Daarnaast kan het bord Doorgaand verkeer op de kruising tussen Meijhorst 60 en Meijhorst 14 verwijderd worden. (Eventuele) doorstromingsmaatregelen kruising Van Schuylenburgweg Van Rosenburgweg Op de reguliere route is dit de enige kruising met structurele kans op oponthoud. Ook hier geldt; het effect op de routekeuze voor doorgaand verkeer zal beperkt zijn. Om die reden wordt aanbevolen om hier geen grootschalige maatregelen te treffen enkel met als doel om meer doorgaand verkeer uit de wijk te halen. Wellicht zijn in de instelling van de verkeerslichtenregeling optimalisaties mogelijk die de afwikkelingscapaciteit op deze doorgaande relatie verhogen. Deze verbinding is echter niet de enige verkeersstroom waarvan de afwikkeling onder druk staat op deze kruising. Een nadere analyse van de verkeerslichtenregeling is nodig om beter zicht te krijgen op mogelijke optimalisaties en hun effecten., revisie 3 Pagina 19 van 22

354 Bijlage 1: Relatie hoeveelheden doorgaand verkeer - afstandsklassen Om de drempelwaarde voor doorgaand verkeer te bepalen is per relatie gekeken naar de free flow reistijden (gemeten met narjiden en in Google Maps) in relatie tot hoeveelheid extra verkeer die per reistijdklasse als doorgaand verkeer aangemerkt wordt als op die reistijdklasse de drempelwaarde wordt neergelegd. De resultaten worden weergegeven in de tabel in figuur A. Twee voorbeelden hieruit: Op de relatie van K1 naar K2 neemt het percentage doorgaand verkeer met 2% toe als de drempelwaarde op 10 minuten wordt gelegd in plaats van op 6 minuten. De free flow reistijd is 3 minuten, dus ook verkeer dat 7 minuten langer dan normaal doet over deze verplaatsing zou in dit geval als doorgaand verkeer worden aangemerkt. Op de relatie van K3 naar K1 neemt het percentage doorgaand verkeer met 53% toe als de drempelwaarde op 10 minuten wordt gelegd in plaats van op 6 minuten. De free flow reistijd is 2 minuten, dus ook verkeer dat 8 minuten langer dan normaal doet over deze verplaatsing zou in dit geval als doorgaand verkeer worden aangemerkt. Van K1 K1 K1 K2 K2 K2 K3 K3 K3 K4 K4 K4 Naar K2 K3 K4 K1 K3 K4 K1 K2 K4 K1 K2 K3 Free flow reistijd Index 6 minuten 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% Extra reistijd t.o.v. free flow Extra doorgaand verkeer bij index + 1 minuut 1% 9% 15% 0% 29% 6% 21% 21% 6% 13% 10% 19% Extra doorgaand verkeer bij index + 2 min. 1% 20% 22% 1% 43% 6% 34% 28% 8% 23% 15% 23% Extra doorgaand verkeer bij index + 3 min. 1% 23% 34% 1% 43% 13% 45% 40% 13% 37% 23% 32% Extra doorgaand verkeer bij index + 4 min. 2% 28% 49% 2% 50% 13% 53% 47% 15% 50% 35% 39% Figuur A: De relatie tussen drempelwaarde voor reistijd en hoeveelheid doorgaand verkeer, revisie 3 Pagina 20 van 22

355 Ons advies is om verkeer niet als doorgaand verkeer aan te merken als de reistijd langer is dan de free flow reistijd plus 3 minuten. Afgaande op figuur A betekent dit dat op vrijwel alle relaties een reistijd van 6 minuten als drempelwaarde voor doorgaand verkeer kan worden aangehouden. Enige uitzondering is de relatie van K2 naar K4 en vice versa; met een free flow reistijd van 4 minuten zou de drempelwaarde daar op 7 minuten uitkomen. Echter: met 6% en 10% blijft de relatieve hoeveelheid extra verkeer beperkt. Ook in absolute zin zijn de hoeveelheden doorgaand verkeer op deze 2 relaties zeer beperkt (meer hierover in paragraaf 3.2). Om die reden wordt, in het kader van uniformiteit, ook bij de relatie van K2 naar K4 en vice versa een drempelwaarde van 6 minuten aangehouden., revisie 3 Pagina 21 van 22

356 , revisie 3 Pagina 22 van 22

357 Verkennend (NEN 5740 en NEN 5707) en nader bodemonderzoek NTA 5755 Staddijk ong. in Nijmegen ONDERDEEL VAN ORTAGEO GROEP Envita Almelo B.V. Einsteinstraat 12a 7601 PR ALMELO Tel. +31(0) Fax +31(0) IBAN NL89 Rabobank K.v.K. nr BTW-nr. NL B.01 Envita Nijmegen B.V. Metaalweg 18 Postbus ZG WEURT Tel. +31(0) Fax +31(0) IBAN NL83 Rabobank K.v.K. nr BTW-nr. NL B.01

358 Terrein ten noorden van de Staddijk en ten westen van de Streekweg. Staddijk ong. Nijmegen lopend Geen bijzonderheden bij dit project. VMBO-5740 OH-GEM ENN VPL-nummer JSP RHA mevrouw A. van Eekeren BSc Mevrouw mevrouw ing. A. van Eekeren BSc Afdeling Milieu, Bureau Bodem en Water Gemeente Nijmegen, Afdeling Milieu, Bureau Bodem en Water Postbus HG NIJMEGEN NL Postbus 571 NIJMEGEN 6500 AN NL TOAN A. Astrid van ing. Adviseur Bodem mevrouw van Eekeren BSc Envita Nijmegen B.V. mevrouw ir. J. Spekreijse de heer drs. R.J.A. Haenen Actualiserend bodemonderzoek NEN 5740 en NEN 5707, Staddijk ong. in Nijmegen verkennend bodemonderzoek NEN 5740 J. Janneke Spekreijse mevrouw adviseur ir. R.J.A. Rob Haenen heer projectmanager drs. mevrouw ir. J. (Janneke) Spekreijse de heer drs. R.J.A. (Rob) Haenen Verkennend (NEN 5740 en NEN 5707) en nader bodemonderzoek NTA 5755 Staddijk ong. in Nijmegen Opdrachtgever: Gemeente Nijmegen, Afdeling Milieu, Bureau Bodem en Water Postbus HG NIJMEGEN Rapportnummer: Status rapport: /R01 Definitief Datum: 28 maart 2013 Envita Nijmegen B.V. Postbus ZG WEURT Tel: Fax: Ingenieursbureau voor ruimtelijke ontwikkeling, bodem, water & milieu

359 Verkennend en nader bodemonderzoek Staddijk ong. in Nijmegen Inhoudsopgave 1 Inleiding Kader van het onderzoek Kader onderzoeksstrategie Uitvoeringskader Reikwijdte van het onderzoek Toetsingskader Beoordelingskader saneringsnoodzaak... 5 Deel A: verkennend onderzoek Vooronderzoek Algemeen Algemene gegevens Bodemgebruik Reeds uitgevoerd bodemonderzoek Bodemopbouw en geohydrologie Hypothese en onderzoeksstrategie Hypothese Onderzoeksstrategie Veldwerkzaamheden Opzet Resultaten Laboratoriumonderzoek Analyseprogramma Analyseresultaten Grond Grondwater Toetsing aan de gestelde hypothese Toetsing aan de noodzaak tot nader onderzoek Deel B: nader onderzoek Onderzoeksstrategie Conceptueel model Onderzoeksvragen en onderzoeksstrategie Veldwerkzaamheden Opzet Resultaten Laboratoriumonderzoek Analyseprogramma Analyseresultaten Grond Grondwater... Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. 10 Evaluatie verontreinigingssituatie Aard en oorzaak van de verontreiniging Omvang verontreiniging in de grond Omvang verontreiniging in het grondwater... Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd Ernst van de verontreiniging Spoedeisendheid Samenvatting, conclusies en aanbevelingen rapportnummer / R01 d.d. 28 maart 2013

360 Verkennend en nader bodemonderzoek Staddijk ong. in Nijmegen Bijlagen: 1) Regionale ligging onderzoekslocatie 2) Tekening met situering boringen, peilbuis en omvang verontreiniging 3) Bodemprofielbeschrijvingen 4) Analysecertificaten 5) Overschrijdingstabellen 6) Gegevens vooronderzoek 7) Rapport risicobeoordeling (Sanscrit) Verantwoording rapportnummer / R01 d.d. 28 maart 2013

361 Verkennend en nader bodemonderzoek Staddijk ong. in Nijmegen 1 INLEIDING In opdracht van Gemeente Nijmegen, Afdeling Milieu, Bureau Bodem en Water is door Envita Nijmegen B.V. een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op een locatie gelegen aan Staddijk ong. in Nijmegen. Naar aanleiding van het aantonen van sterke verontreiniging met zink is aansluitend een nader bodemonderzoek ingesteld conform NTA Aanleiding voor het onderzoek is de uitgifte van de grond en de geplande nieuwbouw op een deel van de onderzoekslocatie. Het doel van het onderzoek is om middels het bepalen van de actuele bodemkwaliteit vast te stellen of de locatie geschikt is voor het beoogde gebruik. Het doel van het nader bodemonderzoek is het bepalen van de omvang en daarmee de ernst van de verontreiniging(en) met zink in de grond op het zuidelijk deel van de onderzoekslocatie. Indien sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging zal middels het uitvoeren van een risico-evaluatie worden bepaald of een bodemsanering met spoed dient te worden uitgevoerd. Voorliggend rapport beschrijft de resultaten van het verkennend onderzoek (deel A) en nader onderzoek (deel B). Hoofdstuk 2 presenteert het algemene wettelijke kader waarna het rapport is opgedeeld in deel A en B. deel A bevat de resultaten van het vooronderzoek (hoofdstuk 3), de hypothese en onderzoeksstrategie (hoofdstuk 4), de veldwerkzaamheden (hoofdstuk 5) en het laboratoriumonderzoek (hoofdstuk 6) van het verkennend onderzoek; deel B presenteert de onderzoeksaanpak (hoofdstuk 7), de veldwerkzaamheden (hoofdstuk 8) en het laboratoriumonderzoek (hoofdstuk 9) van het nader onderzoek. In hoofdstuk 10 wordt de verontreinigingssituatie geëvalueerd. Het rapport wordt besloten met de aan het onderzoek te verbinden conclusies en aanbevelingen die in samenvatting zijn weergegeven (hoofdstuk 11). rapportnummer / R01 d.d. 28 maart /28

362 Verkennend en nader bodemonderzoek Staddijk ong. in Nijmegen 2 KADER VAN HET ONDERZOEK In dit hoofdstuk wordt kort ingegaan op de verschillende kaders die van toepassing zijn op bodemonderzoek. 2.1 Kader onderzoeksstrategie Bij het bepalen van de onderzoeksstrategie en het vaststellen van het onderzoeksprogramma is uitgegaan van de volgende NEN-normen: bodem- landbodem strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek (Nederlandse Norm 5725: januari 2009); bodem landbodem strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond (Nederlandse norm 5740: januari 2009); "bodem- Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond" (Nederlandse Norm 5707: mei 2003); bodem- Landbodem Strategie voor het uitvoeren van nader onderzoek Onderzoek naar de aard en omvang van bodemverontreiniging (Nederlandse technische afspraak NTA 5755: juli 2010). 2.2 Uitvoeringskader Het bodemonderzoek is uitgevoerd conform de wettelijke KWALIBO-regeling (Kwaliteitsborging bij bodemintermediairs). Dit betekent dat het veldwerk is uitgevoerd onder erkenning op basis van BRL SIKB 2000 en de daarbij behorende protocollen 2001 (plaatsen handboringen en peilbuizen), 2002 (nemen van grondwatermonsters) en 2018 (locatie-inspectie en monsterneming van asbest in bodem). Waar tijdens het onderzoek is afgeweken van de normen en de protocollen, is dat vermeld in dit rapport. Het laboratoriumonderzoek is uitgevoerd door een laboratorium dat is geaccrediteerd op basis van de criteria in NEN-EN-ISO/IEC 17025:2000 en op basis van AS3000. Op de analysecertificaten is aangegeven welke laboratoriumverrichtingen onder de genoemde accreditaties zijn uitgevoerd. Voor zover de veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd op basis NEN 5897 is BRL SIKB 2000 en protocol 2018 niet van toepassing. Na de laatste bijlage is de verantwoording van het uitgevoerde onderzoek opgenomen, waaronder verwijzingen naar informatiebronnen, literatuur, wet- en regelgeving en kwaliteitsborging. 2.3 Reikwijdte van het onderzoek Het onderzoek omvat een verkennend en een nader deel. Het verkennend bodemonderzoek is alleen bedoeld om inzicht te krijgen in de actuele chemische kwaliteit van grond en grondwater op de onderzoekslocatie ten behoeve van het beoogde doel. Het verkennend bodemonderzoek beoogt een waarheidsgetrouw beeld te geven van de bodemkwaliteit van de onderzoekslocatie op het moment van de monstername. Vanwege het steekproefsgewijze karakter van het onderzoek waarbij de monstername op (deels) willekeurig bepaalde locaties plaatsvindt, kan niet worden uitgesloten dat binnen de onderzoekslocatie lokaal een verontreiniging (puntbron) aanwezig is die niet wordt aangetoond in dit onderzoek. Het nader bodemonderzoek is bedoeld om inzicht te krijgen in de aard en omvang van de bodemverontreiniging op de onderzoekslocatie. Vanwege het steekproefsgewijze karakter van het onderzoek dient voor het bepalen van de omvang gebruik te worden gemaakt van interpolatie en extrapolatie zodat de werkelijke omvang van de verontreiniging altijd kan afwijken van de werkelijke omvang. rapportnummer / R01 d.d. 28 maart /28

363 Verkennend en nader bodemonderzoek Staddijk ong. in Nijmegen Tevens wordt erop gewezen dat het uitgevoerde onderzoek een momentopname betreft. De onderzoeksresultaten worden minder representatief voor de actuele bodemkwaliteit naarmate meer activiteiten op de locatie plaatsvinden en de verstreken periode sinds de uitvoering van het onderzoek langer wordt. De uitvoering van de werkzaamheden door Envita vindt op zorgvuldige wijze plaats volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden bij onderzoek naar bodemverontreiniging. Indien grond van de locatie vrijkomt, moet er rekening mee worden gehouden dat deze niet zonder meer elders toepasbaar is. Op hergebruik van grond is het Besluit bodemkwaliteit van toepassing. De toepassing van grond elders moet worden gemeld via het meldpunt bodemkwaliteit van Agentschap NL. In bepaalde gemeenten kan daarnaast op grond van overgangsbeleid nog grond worden toegepast op basis van de Ministeriële vrijstellingsregeling grondverzet. Deze toepassingen moeten rechtstreeks aan de betreffende gemeente worden gemeld. Het onderzoek is, mits anders aangegeven, niet van toepassing op puin- of andere lagen waarin de fractie aan bodemvreemd materiaal groter is dan 50%. Deze lagen betreffen formeel geen bodem en hierop is de Wet bodembescherming niet van toepassing. 2.4 Toetsingskader Om de mate waarin sprake is van bodemverontreiniging te kunnen beoordelen, worden de analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters getoetst aan het toetsingskader dat landelijk (generiek) is vastgesteld. Gemeenten kunnen daarnaast voor hun grondgebied gebiedsspecifiek beleid vaststellen. Generiek toetsingskader Voor de beoordeling van de analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters wordt gebruik gemaakt van de achtergrondwaarden grond zoals opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit, de streefwaarden grondwater en interventiewaarden grond en grondwater zoals opgenomen in de Circulaire bodemsanering Bij concentraties aan verontreinigende stoffen tussen het niveau van de streef- of achtergrondwaarde en de interventiewaarde, geldt in het algemeen dat een nader onderzoek noodzakelijk is als de gemeten concentraties de halve som van streef- of achtergrondwaarde en interventiewaarde overschrijden ((S+I)/2). Deze waarde wordt ook wel aangeduid als tussenwaarde. In onderstaande tabel worden deze referentiewaarden en de daarbij gehanteerde terminologie toegelicht. Tabel 1: Toelichting op referentiewaarden Referentiewaarde Afkorting Betekenis Terminologie bij overschrijding grond achtergrondwaarde Aw generieke waarde voor schone grond (AW2000- waarde) tussenwaarde T toetsingswaarde voor nader onderzoek ((Aw + I) / 2) > Aw: licht verhoogd / verontreinigd > T: matig verhoogd / verontreinigd interventiewaarde I waarde voor sanering(sonderzoek) > I: sterk verhoogd / verontreinigd grondwater streefwaarde S generieke waarde voor een schoon grondwater > S: licht verhoogd / verontreinigd tussenwaarde T toetsingswaarde voor nader onderzoek ((S + I) / 2) > T: matig verhoogd / verontreinigd interventiewaarde I waarde voor sanering(sonderzoek) > I: sterk verhoogd / verontreinigd rapportnummer / R01 d.d. 28 maart /28

364 Verkennend en nader bodemonderzoek Staddijk ong. in Nijmegen De referentiewaarden voor verontreinigende stoffen in grond zijn mede afhankelijk gesteld van de percentages aan lutum (fractie <2 m) en organische stof. Dit betekent dat bij elk bodemonderzoek locatiespecifieke referentiewaarden worden berekend. Sinds de inwerkingtreding van de Regeling bodemkwaliteit en Circulaire bodemsanering 2009 zijn op basis van voortschrijdend inzicht voor specifieke stoffen aanvullende toetsnormen opgesteld of toetsregels vastgesteld. Voor zover bij de uitvoering van voorliggend bodemonderzoek hiervan sprake is zal bij de interpretatie hier nader op worden ingegaan. Voor asbest is een interventiewaarde vastgesteld van 100 mg/kg d.s. De restconcentratienorm (hergebruikswaarde) is gelijk gesteld aan de interventiewaarde. Het gehalte aan asbest wordt bepaald aan de hand van onderstaande formule. Hierbij vindt voor gehalten in de grond van gaten of sleuven een correctie plaats naar de inhoud van de sleuf. gewogen gehalte asbest = gehalte serpentijnasbest + (10 * gehalte amfiboolasbest) Voor asbest geldt dat, ongeacht de hoeveelheid, er sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging indien de interventiewaarde van 100 mg/kg d.s wordt overschreden. Gebiedsspecifiek toetsingskader Gemeenten hebben op basis van het Besluit bodemkwaliteit de keuze tussen het gebruiken van het generieke kader of het vaststellen van gebiedsspecifiek beleid voor hun grondgebied. Daarnaast kunnen gemeenten op grond van het overgangsrecht nog gebruik maken van de Ministeriële vrijstellingsregeling grondverzet. In dat kader hebben veel gemeenten een bodemkwaliteitskaart en een bodembeheerplan vastgesteld. Op basis van deze door gemeenten vastgestelde beleidsdocumenten kunnen lokale maximale waarden (LMW) zijn vastgesteld die hoger liggen dan de generieke achtergrondwaarden. Deze waarden gelden voor homogene deelgebieden die zijn ingedeeld naar ontstaansgeschiedenis en gebruik. De lokale maximale waarden kunnen, mits dit is vastgelegd in het gemeentelijk beleid, worden gebruikt in plaats van de generieke achtergrondwaarden bij de toetsing of sprake is van bodemverontreiniging in de zin van de Wet bodembescherming. De gemeente Nijmegen heeft lokale maximale waarden vastgesteld op basis van het Besluit bodemkwaliteit. De onderzoekslocatie bevindt zich in het deelgebied 1965-heden. In de volgende tabel zijn voor een standaardbodem (10% humus en 25% lutum) de lokale maximale waarden voor dit deelgebied weergegeven. Net zoals de generieke toetsingswaarden, zijn de lokale maximale waarden afhankelijk van de percentages lutum en humus in de grond. In het geval dat in de grond verontreinigende stoffen worden aangetoond in gehalten boven de generieke achtergrondwaarde, vindt er tevens toetsing plaats aan de lokale maximale waarden. rapportnummer / R01 d.d. 28 maart /28

365 Verkennend en nader bodemonderzoek Staddijk ong. in Nijmegen Tabel 2: Lokale maximale waarden voor een standaardbodem (10% humus en 25% lutum) voor deelgebied tot heden Lokale maximale waarde (gehalte in mg/kg d.s.) Parameter Traject 1 (0 0,5 m mv) Traject 2 ( > 0,5 m mv) barium cadmium 1,20 1,20 koper kwik 0,30 0,30 lood nikkel zink kobalt molybdeen 3,0 3,0 PAK 3,0 3,0 PCB 0,040 0,040 DDT 0,20 0,20 DDE 0,13 0,13 DDD 0,040 0,040 drins 0,030 0,030 overige stoffen 2 * LA en klasse wonnen 2 * LA en klasse wonnen 2.5 Beoordelingskader saneringsnoodzaak Gevalsdefinitie Een geval van bodemverontreiniging wordt gedefinieerd als een verontreinigd grondgebied, waarbij de geconstateerde verontreinigingen een technische, organisatorische en ruimtelijke samenhang vertonen. Aan elk van deze drie criteria dient te worden voldaan om te spreken over één geval van bodemverontreiniging. Bodemverontreiniging ontstaan vanaf 1987 Indien de bodemverontreiniging is ontstaan na 1 januari 1987 dan is conform de Wet bodembescherming sprake van een verontreiniging die valt onder de zorgplicht (art. 13 Wbb). De veroorzaker is verplicht de verontreiniging en de directe gevolgen daarvan te beperken en zoveel mogelijk omgedaan te maken. Er dient dus zo spoedig mogelijk een sanering te worden uitgevoerd, ongeacht de omvang en risico s van de verontreiniging. Bodemverontreiniging ontstaan vóór 1987 De saneringsregeling Wet bodembescherming (Wbb), van toepassing op bodemverontreiniging van vóór 1 januari 1987, hanteert de volgende uitgangspunten: Er is sprake van een "geval van ernstige bodemverontreiniging" indien in een bodemvolume van 25 m³ de grond en/of 100 m³ het grondwater het gemiddelde gehalte van een verontreinigde stof groter is dan de interventiewaarde voor grond respectievelijk grondwater. Voor een geval van ernstige bodemverontreiniging geldt een saneringsnoodzaak; Of een geval van ernstige bodemverontreiniging met spoed dient te worden gesaneerd is afhankelijk van de risico s. Hiertoe dient een risicobeoordeling te worden uitgevoerd waarbij de humane, ecologische en verspreidingsrisico s worden vastgesteld. Indien sprake van onaanvaardbare risico s moet de sanering met spoed worden uitgevoerd. Eventueel kunnen ook tijdelijke beveiligingsmaatregelen worden getroffen om de risico s te beheersen. Degene die op of in de bodem handelingen verricht en daarbij kennis neemt of heeft van een verontreiniging van de bodem, dient dit te melden aan het bevoegd gezag Wbb. Het bevoegd gezag Wbb stelt in een beschikking vast of er sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging en indien dit het geval is, of de verontreiniging met spoed dient te worden gesaneerd. Indien er sprake is van een spoed, dan stelt het bevoegd gezag in de beschikking tevens de termijn vast waarbinnen met de sanering dient te worden begonnen. rapportnummer / R01 d.d. 28 maart /28

366 Verkennend en nader bodemonderzoek Staddijk ong. in Nijmegen Deel A: verkennend onderzoek rapportnummer / R01 d.d. 28 maart /28

367 Verkennend en nader bodemonderzoek Staddijk ong. in Nijmegen 3 VOORONDERZOEK Ten behoeve van de uitvoering van het verkennend bodemonderzoek is een "standaard" vooronderzoek uitgevoerd. Doel van het vooronderzoek is het achterhalen van (potentieel) bodemverontreinigende activiteiten die nu plaatsvinden of in het verleden hebben plaatsgevonden op of in de directe omgeving van de onderzoekslocatie. 3.1 Algemeen In onderstaande tabel zijn de in het kader van het vooronderzoek geraadpleegde bronnen opgesomd. Tabel 3: Geraadpleegde bronnen nr. Bron Verwijzing 1 topografische kaart, schaal 1 : (Kadaster) - 2 locatiebezoek uitgevoerd op 3 januari mondelinge/schriftelijke informatie van eigenaar - 4 internetbronnen: a luchtfoto s en straatoverzichten maps.google.nl b historische topografische kaarten c TNO-NITG (gegevens bodemopbouw en grondwater) opgenomen als bijlage 6 d website milieuarchief gemeente Nijmegen e wateratlas provincie Gelderland 5 bodemkwaliteitskaart gemeente Nijmegen Gemeente Nijmegen, Nota Bodembeheer, augustus archief Envita Nijmegen - 7 Voorgaand onderzoek: a Rapport: Bodemonderzoek Teersdijk te Nijmegen" Tauw B.V. milieuatlasnummer 4027, d.d b c Rapport: "verkennend bodemonderzoek Streekweg te Nijmegen" Rapport "Nulsituatie-onderzoek Staddijk te Nijmegen" Ingenieurs- en adviesburo Kobessen B.V., milieuatlasnummer 1079, d.d. 20 juni 1997 Sector Milieuhygiëne en Energie, Dienst Milieu en Openbare werken, milieuatlasnummer 1429, d.d rapportnummer / R01 d.d. 28 maart /28

368 Verkennend en nader bodemonderzoek Staddijk ong. in Nijmegen 3.2 Algemene gegevens Gegevens over de locatie zijn weergegeven in de volgende tabel. De regionale ligging van de locatie is weergegeven in bijlage 1. Tabel 4: Locatiegegevens adres Staddijk ong., Nijmegen kadastrale aanduiding gemeente Hatert, sectie E, nummer 351 eigenaar / gebruiker Gemeente Nijmegen oppervlakte ca m 2 bebouwing twee schuurtjes: Clubhuis (1977) en dierenschuilplaats/verblijf terreinverharding boven-/ondergrondse tanks begroeiing in 'clubhuis': onbekend in dierenverblijf: geen buitenterrein: halfverharding van grind (voetpad) zo verbekend geen Het noordelijk deel van de onderzoekslocatie is begroeid met bomen. 3.3 Bodemgebruik In onderstaande tabel zijn de beschikbare gegevens over het historisch, huidig en toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie en de directe omgeving weergegeven. Tabel 5: Gegevens bodemgebruik Onderzoekslocatie Huidige situatie activiteiten / gebruik locatie braakliggend terrein met twee schuurtjes 2 potentieel bodembedreigende activiteiten Historische situatie zo ver bekend geen 2 activiteiten / gebruik locatie Grondbank GMG 7b potentieel bodembedreigende activiteiten/situaties Toekomstige situatie zo ver bekend geen - activiteiten / gebruik locatie Uitvaartfaciliteit 3 potentieel bodembedreigende activiteiten Omgeving onderzoekslocatie Huidige situatie activiteiten / gebruik locatie potentieel bodembedreigende activiteiten zo ver bekend geen ten noorden: populierenbos ten oosten: scholengemeenschap 2 ten zuiden: Staddijk ten westen: geluidswal langs de A73 zover bekend geen - bron bron bron bron rapportnummer / R01 d.d. 28 maart /28

369 Verkennend en nader bodemonderzoek Staddijk ong. in Nijmegen 3.4 Reeds uitgevoerd bodemonderzoek Op de locatie In voorgaande onderzoeken [7a en 7b] zijn in de grond lichte tot matige bijmengingen met puin aangetroffen. In de grond zijn op een aantal licht verhoogde gehalten aan PAK en minerale olie na, geen verontreinigingen aangetoond. In het grondwater is een matig verhoogde concentratie arseen en zijn licht verhoogde concentraties nikkel en zink aangetoond. Er wordt in de rapporten [7a en 7b] geconcludeerd dat deze waarschijnlijk van nature verhoogd in het grondwater aanwezig zijn. Directe omgeving Op het terrein ten noorden van de onderzoekslocatie is een sloperij aanwezig geweest en heeft na verschillende bodemonderzoeken een bodemsanering plaatsgevonden waarbij een leeflaag van 1,0 meter dikte is aangebracht [7a]. Het grondwater is tot circa 2004 gemonitoord, waarbij overschrijdingen van de streefwaarden voor de concentraties PER, koper en lood zijn aangetoond. Ten westen van de onderzoekslocatie is een geluidswal van de A73 aanwezig. In de grond van de geluidswal zijn lichte verontreinigingen aan zware metalen en PAK aangetoond welke waarschijnlijk gerelateerd zijn aan het zintuiglijk waargenomen puin. De aangetoonde sterk verhoogde arseenconcentratie in het grondwater is waarschijnlijk van natuurlijke aard [7c]. 3.5 Bodemopbouw en geohydrologie De regionale geohydrologische bodemopbouw is weergegeven in onderstaande tabel. Tabel 5: Schematisch overzicht bodemopbouw en geohydrologie Diepte (m -mv) Geohydrologische eenheid Geologische Formatie Lithologie e watervoerend pakket Formatie van Kreftenheye grof zand en grind waterscheidende laag klei Formatie van Waalre e zand en grind watervoerend pakket Formatie van Oosterhout/ Kiezelooliet Formatie zand Uit het bodembeheerplan van de gemeente Nijmegen blijkt dat de onderzoekslocatie niet ligt in het intrekgebied van een grondwaterwinning c.q. een grondwaterbeschermingsgebied. Voor zover bekend wordt er in de directe omgeving van de locatie geen grondwater door bedrijven en/of particulieren onttrokken. rapportnummer / R01 d.d. 28 maart /28

370 Verkennend en nader bodemonderzoek Staddijk ong. in Nijmegen 4 HYPOTHESE EN ONDERZOEKSSTRATEGIE 4.1 Hypothese Verkennend bodemonderzoek NEN 5740 Op basis van de momenteel beschikbare informatie is uitgegaan van een onverdachte locatie ; er wordt geen bodemverontreiniging verwacht. Verkennend onderzoek asbest NEN 5707 Op basis van het vooronderzoek wordt de nieuwbouwlocatie als onverdacht gekwalificeerd ten aanzien van asbest. 4.2 Onderzoeksstrategie Ter plaatse van de geplande nieuwbouw wordt een verkennend onderzoek conform NEN 5740 uitgevoerd. Op het overige terreindeel vindt een actualiserend onderzoek plaats waarbij de gemeente Nijmegen heeft aangegeven alleen de bovengrond te willen onderzoeken. De grondwal langs de Staddijk met onbekende herkomst wordt indicatief onderzocht. Op basis van de hypothese worden de nieuwbouwlocatie en het overig deel van de onderzoekslocatie onderzocht conform de strategie voor een onverdachte locatie (ONV). In afwijking op deze strategie vindt ter plaatse van het overige terreindeel alleen onderzoek naar de bovengrond plaats en worden alle boringen tot 0,5 m -mv uitgevoerd. De peilbuizen op het overige terreindeel komen te vervallen. De grondwal wordt indicatief onderzocht, waarbij verspreid over de grondwal 40 steken worden genomen en een mengmonster wordt samengesteld. Verkennend bodemonderzoek asbest NEN 5707 Op basis van de hypothese wordt de toekomstige nieuwbouwlocatie onderzocht conform de strategie kleinschalig onverdachte locatie. In aanvulling op de NEN 5707 worden van de geroerde bovengrond twee mengmonsters samengesteld en geanalyseerd op asbest. De proefgaten worden gecombineerd met de boringen uitgevoerd. De exacte locaties op het terrein waar de boringen worden geplaatst, worden gedurende het veldonderzoek vastgesteld. Op het overig terrein vindt alleen een visuele inspectie van het maaiveld en de opgeboorde grond plaats. rapportnummer / R01 d.d. 28 maart /28

371 Verkennend en nader bodemonderzoek Staddijk ong. in Nijmegen 5 VELDWERKZAAMHEDEN 5.1 Opzet Algemeen In onderstaande tabel zijn de uitvoeringsdata en de verantwoordelijke monsternemers aangegeven voor de verschillende uitvoeringsfasen van het veldonderzoek. De boorlocaties zijn weergegeven op de tekening in bijlage 2. Tabel 6:Uitvoeringsgegevens Datum Werkzaamheden Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en inmeten Beoordelingsrichtlijn/ protocol Erkende organisatie 2000/2001 Envita Nijmegen B.V. Verantwoordelijk medewerker H.H. Wolters F. Regeling Nemen van grondwatermonsters 2000/2002 Envita Nijmegen B.V. L.M. van der Meul Locatie-inspectie en monsterneming van asbest in bodem 2000/2018 Envita Nijmegen B.V. H.H. Wolters F. Regeling Mechanisch boren 2100/2101 Envita Nijmegen BV F. Regeling De locatie was tijdens de uitvoering van het asbestonderzoek ( ) bedekt met sneeuw, waardoor er geen maaiveldinspectie uitgevoerd kon worden. Op 30 januari 2013 is de (relatief) onbegroeide delen van de onderzoekslocatie alsnog visueel geïnspecteerd op asbestverdacht materiaal. In het veld is de vrijgekomen grond beoordeeld op de texturele samenstelling. Hierbij zijn tevens de percentages lutum en organische stof geschat. Daarnaast is gelet op het voorkomen van puin, slakken, kolengruis en dergelijke evenals op kleurafwijkingen, die kunnen duiden op de aanwezigheid van bodemverontreiniging. De opgeboorde grond is, indien nodig, met behulp van de olie-waterreactie beoordeeld op de aanwezigheid van olieachtige stoffen. Ook het maaiveld is visueel geïnspecteerd op indicaties die kunnen duiden op een bodemverontreiniging. Ten slotte is visueel specifiek aandacht besteed aan het voorkomen van asbest op het maaiveld en in de bodem. Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden is geen aanvullende informatie naar voren gekomen die tot een aanpassing van het veldwerkprogramma heeft geleid. In de volgende tabel is een overzicht van het uitgevoerde veldwerkprogramma weergegeven. Tabel 7: Overzicht boorprogramma Onderdeel Aantal Diepte (m -mv) Nummers A: Nieuwbouwlocatie Boringen/asbestgaten 10 0,5 01, 03, 04, 06, 07, 08, 10, 11, 12, ,0 05, 09 Peilbuis 1 2,0-3,0 02 B: Grondwal Boringen 1 2,0 grondwal C: Overig deel onderzoekslocatie Boringen 54 0,5 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31, 32, 33, 34, 35, 36, 37, 38, 39, 40, 41, 42, 43, 44, 45, 46, 47, 48, 49, 50, 51, 52, 53, 54, 55, 56, 57, rapportnummer / R01 d.d. 28 maart /28

372 Verkennend en nader bodemonderzoek Staddijk ong. in Nijmegen Tabel 7: Overzicht boorprogramma 58, 59, 60, 61, 62, 67, 68, 69, 70, ,5 63, 64, 65, 66 Afwijkingen ten opzichte van BRL SIKB 2000 De veldwerkzaamheden zijn conform BRL SIKB 2000 uitgevoerd, behalve door de bedekking van het maaiveld met begroeiing van meer dan 75% is er geen visuele inspectie van het maaiveld is uitgevoerd conform NEN Slechts kleine stukken van het terrein bleken inspecteerbaar, het overige terrein was alleen inspecteerbaar op grotere stukken asbestverdacht plaatmateriaal (zwerfasbest). 5.2 Resultaten In bijlage 3 zijn de uitgetekende bodemprofielen weergegeven. Bodemopbouw In onderstaande tabel is weergegeven hoe de bodem op de onderzoekslocatie tot de maximaal onderzochte diepte van 1,5 m mv globaal is opgebouwd. Tabel 8: Globale bodemopbouw Diepte (m- mv) Hoofdbestanddeel Nadere omschrijving 0-0,5 klei zwak tot sterk zandig, zwak tot matig humeus 0 0,5 à 1,0 zand matig fijn tot grof, zwak tot sterk siltig, zwak grindig 0,5 à 1,0-1,5 klei matig tot sterk zandig, zwak humeus Visueel waargenomen bijzonderheden Ter plaatse van de locatie welke in gebruik is geweest door de grondbank GMG is tot 0,3 a 0,6 m -mv een laag volledig bestaande uit puin aangetroffen. Om een beter beeld te krijgen van de omvang van deze puinlaag zijn aanvullend boringen 1000 tot 1009 uitgevoerd tot in de puinlaag. De locaties waar de puinlaag is aangetroffen is weergegeven in bijlage 2B. Uit de veldwaarnemingen blijkt dat de puinlaag op vrijwel het gehele deel waar de grondbank gevestigd was is aangetroffen. Westelijk daarvan is een strook aanwezig waar de puinlaag niet is aangetroffen. De puinlaag is vanaf maaiveld aangetroffen, behalve bij boring 1005, hier ligt er ca. 10 cm grond bovenop. De puinlaag heeft een dikte van 0,3 a 0,6 m. Gebaseerd op deze resultaten is er ca m 3 (50m x 55m x 0,5m en 30m x 20m x 0,4m) puin aanwezig. Ten oosten van de locatie waar de Grondbank gevestigd is geweest is in een boring (68) matige bijmengingen met koolas waargenomen. In zeven overige boringen op het zuidoostelijke terreindeel zijn lichte tot matige bijmengingen met puin waargenomen. Op het noordelijk terreindeel zijn op een boring (45: sporen koolas) na, geen bijzonderheden waargenomen. Het materiaal in de grondwal bestaat uit matig fijn, zwak siltig en zwak humeus zand en is (plaatselijk) sterk baksteenhoudend. Grondwater Tijdens de bemonstering van het grondwater zijn visueel waarnemingen gedaan en metingen verricht. De resultaten daarvan zijn weergegeven in onderstaande tabel. De zuurgraad en het geleidingsvermogen zijn als normaal te beschouwen voor de onderzochte locatie. rapportnummer / R01 d.d. 28 maart /28

373 Verkennend en nader bodemonderzoek Staddijk ong. in Nijmegen Tabel 9: Grondwaterstanden, zuurgraad en geleidingsvermogen Peilbuis Filterstelling (m mv) 2 2,0-3,0 Visuele waarnemingen geen bijzonderheden Grondwaterstand (m mv) Zuurgraad (ph) Geleidingsvermogen ( S/cm) Troebelheid (NTU) 1,1 7,3 3,82 81,4 rapportnummer / R01 d.d. 28 maart /28

374 Verkennend en nader bodemonderzoek Staddijk ong. in Nijmegen 6 LABORATORIUMONDERZOEK 6.1 Analyseprogramma Op basis van de visuele waarnemingen (textuur, kleur, bodemvreemd materiaal e.d.) en de ruimtelijke verdeling van de boringen, zijn mengmonsters samengesteld. In aanvulling op de geplande analyses zijn vier extra analyse uitgevoerd in verband met de aangetroffen koolas en puin. In de volgende tabel is een overzicht van de samenstelling van de (meng)monsters en het uitgevoerde analyseprogramma weergegeven. De aangetroffen puinlaag ter plaatse van het voormalige terreindeel van de Grondbank wordt niet als bodem beschouwd. Om een indicatie te krijgen van de kwaliteit van dit puin is een mengmonster samengesteld en geanalyseerd op het standaardpakket bodem. Tabel 10: Samenstelling (meng)monsters en analyseprogramma Monstercode Samenstelling Traject Visuele waarnemingen / Analysepakket monsters (m -mv) omschrijving A Nieuwbouwlocatie Bovengrond 0-0,5 m-mv mm1 01-1; 02-1; ,0-0,5 Geen bijzonderheden Standaardpakket bodem 1 mm2 03-1; 05-1; 07-1; 08-1; 09-1; ,0-0,5 Geen bijzonderheden Standaardpakket bodem MM 1 asbest-1 5 t/m 9 0,0-0,5 Geen bijzonderheden Asbest in grond MM 2 asbest-1 3,4,10,11,12 0,0-0,5 Geen bijzonderheden Asbest in grond Ondergrond > 0,5 m-mv mm3 02-3; 02-4; 05-3; ,5-1,8 Geen bijzonderheden Standaardpakket bodem Grondwater ,0-3,0 geen bijzonderheden Standaardpakket grondwater 2 B: Grondwal grondwal-1 grondwal-1 0,0-0,8 Sterk baksteenhoudend Standaardpakket bodem C: Overig terrein mm4 52-1; 62-1; ,0-0,5 Matig puinhoudend Standaardpakket bodem mm5 61-1; 67-1; ,0-0,5 Sporen puin Standaardpakket bodem mm6 mm7 mm8 mm9 mm ; 53-1; 56-1; 58-1; 60-1; ; 39-1; 40-1; 44-1; ; 35-1; 36-1; 37-1; 41-1; ; 23-1; 27-1; 30-1; 31-1; ; 17-1; 18-1; 19-1; ,0-0,4 Vml Grondbank 0,0-0,5 Geen bijzonderheden Standaardpakket bodem 0,0-0,5 Geen bijzonderheden Standaardpakket bodem 0,0-0,5 Geen bijzonderheden Standaardpakket bodem 0,0-0,5 Geen bijzonderheden Standaardpakket bodem 0,0-0,5 Geen bijzonderheden Standaardpakket bodem Matig koolashoudend, matig puinhoudend Standaardpakket bodem mm ; 65-1; ,0-0,5 Volledig puin Standaardpakket bodem mm ; 63-2; ,0-1,0 Sporen kolen, matig puinhoudend Standaardpakket bodem mm ; 65-2; ,5-1,3 Zwak puinhoudend Standaardpakket bodem 1 2 metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Pb, Mo, Ni, Zn), PCB, PAK, minerale olie, lutum, organische stof en droge stofgehalte metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Pb, Mo, Ni, Zn), vluchtige aromatische koolwaterstoffen (BTEXN en styreen), vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen en minerale olie (GC) rapportnummer / R01 d.d. 28 maart /28

375 Verkennend en nader bodemonderzoek Staddijk ong. in Nijmegen 6.2 Analyseresultaten De analysecertificaten van de chemische analyses zijn opgenomen in bijlage 4. De toetsingstabellen zijn opgenomen in bijlage 5. De referentiewaarden (toetsingswaarden) zijn berekend op basis van de analytisch vastgestelde percentages aan lutum en organische stof Grond De toetsingsresultaten van de grondanalyses zijn in onderstaande tabel samengevat weergegeven waarbij overschrijdingen van de (plaatselijke) achtergrondwaarden, tussenwaarden of interventiewaarden zijn weergegeven evenals de eventuele bodemvreemde bijmengingen in het monster. Tabel 11: Toetsing analyseresultaten grond(meng)monsters Monstercode Samenstelling (meng) monster A Nieuwbouw locatie Bovengrond 0-0,5 m-mv mm1 mm Ondergrond > 0,5 m-mv mm3 B Grondwal Bovengrond 0-0,8 m-mv Traject (m -mv) 0,0-0,5 0,0-0,5 0,0-0,5 0,0-0,5 0,0-0,5 0,0-0,5 0,0-0,5 0,0-0,5 0,0-0,5 0,8-1,3 1,3-1,8 1,0-1,5 0,5-1,0 grondwal-1 0,0-0,8 C Overig deel locatie Bovengrond 0-0,5 m-mv ,0-0,4 mm4 mm5 mm ,0-0,5 0,0-0,5 0,0-0,5 0,0-0,5 0,0-0,5 0,0-0,5 0,0-0,5 0,0-0,5 0,0-0,5 0,0-0,5 0,0-0,5 Visuele Waarnemingen Geen bijzonderheden Geen bijzonderheden Geen bijzonderheden Sterk baksteenhoudend Matig koolashoudend, matig puinhoudend Matig puinhoudend Sporen puin Geen bijzonderheden Analysepakket Standaardpakket bodem Standaardpakket bodem Standaardpakket bodem Standaardpakket bodem Standaardpakket bodem Standaardpakket bodem Standaardpakket bodem Standaardpakket bodem Overschrijding van de Achtergrondwaarde Tussenwaarde Interventiewaarde kobalt, koper, kwik, lood, PCB, zink cadmium, koper, lood, PAK Lokale maximale waarde (LMW) - - koper - zink kwik, lood, zink barium, zink, koper, PAK rapportnummer / R01 d.d. 28 maart /28

376 Verkennend en nader bodemonderzoek Staddijk ong. in Nijmegen Tabel 11: Toetsing analyseresultaten grond(meng)monsters ,0-0,5 mm mm mm mm vml locatie grondbank mm11 mm12 mm ,0-0,5 0,0-0,5 0,0-0,5 0,0-0,5 0,0-0,5 0,0-0,5 0,0-0,5 0,0-0,5 0,0-0,5 0,0-0,5 0,0-0,5 0,0-0,5 0,0-0,5 0,0-0,5 0,0-0,5 0,0-0,5 0,0-0,5 0,0-0,5 0,0-0,5 0,0-0,5 0,0-0,5 0,0-0,5 0,0-0,3 0,0-0,5 0,0-0,5 0,0-0,5 0,5-0,9 0,7-1,0 1,0-1,3 0,5-1,1 0,6-1,0 Geen bijzonderheden Geen bijzonderheden Geen bijzonderheden Geen bijzonderheden Volledig puin Sporen kolen, matig puinhoudend Zwak puinhoudend Standaardpakket bodem Standaardpakket bodem Standaardpakket bodem Standaardpakket bodem Standaardpakket bodem Standaardpakket bodem Standaardpakket bodem kwik, nikkel cadmium, koper, kwik - - n.v.t. kwik, lood, PAK - - lood, PAK De verhoogde gehalten aan zware metalen zijn waarschijnlijk te relateren aan het voorkomen van bodemvreemde bijmengingen Grondwater De toetsing van de grondwateranalyses is in onderstaande tabel samengevat weergegeven. Tabel 12: Toetsing analyseresultaten grondwatermonsters Monster- Visuele Analyse- Overschrijding van de code Waarnemingen pakket Streefwaarde Tussenwaarde Interventiewaarde A: nieuwbouwlocatie geen bijzonderheden Standaardpakket grondwater barium - - Aangezien er geen directe relatie is tussen de licht verhoogde concentratie aan barium en het gebruik van de locatie en er geen bron aanwezig is in de directe omgeving, is de verhoogde concentratie waarschijnlijk van nature in het grondwater aanwezig Asbest In mengmonster mm2-asbest is een gewogen gehalte aan asbest van 2,7 mg/kg d.s. aangetoond. Dit gehalte ligt beneden de interventiewaarde c.q. hergebruiksnorm van 100 mg/kg d.s. (gewogen). rapportnummer / R01 d.d. 28 maart /28

377 Verkennend en nader bodemonderzoek Staddijk ong. in Nijmegen Toetsing aan de gestelde hypothese Verkennend bodemonderzoek (NEN 5740) De hypothese onverdachte locatie blijkt voor de deellocatie 'nieuwbouwlocatie' blijkt strikt genomen geen correcte hypothese te zijn geweest en wordt verworpen doordat in het grondwater barium is aangetoond in een licht verhoogde concentratie. De hypothese onverdachte locatie voor het overig terreindeel blijkt voor een deel van de locatie niet correct te zijn en wordt verworpen doordat lokaal in de grond zink in een sterk verhoogd gehalte en overige zware metalen, PAK en PCB in licht verhoogde gehalten zijn aangetoond. Verkennend onderzoek asbest (NEN 5707) De hypothese onverdachte locatie blijkt niet correct te zijn en wordt verworpen omdat er asbest is aangetoond in de bodem Toetsing aan Besluit bodemkwaliteit Het materiaal in de grondwal voldoet indicatief aan Klasse Industrie (koper en PCB zijn de maatgevende parameters) Toetsing aan de noodzaak tot nader onderzoek Ter plaatse van boring 68 op het zuidelijke terreindeel wordt voor zink de interventiewaarde overschreden zodat een nader onderzoek nodig is voor het bepalen van de ernst, omvang en spoedeisendheid van de verontreiniging (zie hierna volgende deel B). Omdat ter plaatse van de nieuwbouwlocatie asbest is aangetoond in de bodem, dient formeel een nader bodemonderzoek te worden uitgevoerd ter bepaling van het gehalte asbest. Indien het gehalte (gewogen) asbest de interventiewaarde overschrijdt is sanering noodzakelijk. Aangezien er in het verkennend onderzoek reeds aanvullend op de strategie onverdacht twee mengmonsters zijn geanalyseerd, waarbij in een mengmonster geen asbest is aangetoond, in het andere slechts een lage concentratie, wordt de kans op een gehalte aan asbest boven 100 mg/kg d.s. echter laag ingeschat. rapportnummer / R01 d.d. 28 maart /28

378 Verkennend en nader bodemonderzoek Staddijk ong. in Nijmegen Deel B: nader onderzoek rapportnummer / R01 d.d. 28 maart /28

379 Verkennend en nader bodemonderzoek Staddijk ong. in Nijmegen 7 ONDERZOEKSSTRATEGIE 7.1 Conceptueel model Het conceptueel model is een schematische beschrijving en/of visualisatie van de (veronderstelde) verontreinigingssituatie (bron, aard, mate en verdeling van de verontreiniging), het systeem waarin de verontreiniging zich bevindt (bodemopbouw), welke processen van invloed zijn op de verspreiding (geochemie, geohydrologie) en de receptoren van die verontreiniging (bodemgebruik, bedreigde objecten). Het conceptueel model wordt in eerste instantie gebruikt als basis voor het bepalen van de onderzoeksstrategie. Op basis van de beschikbare gegevens wordt een verwachting geformuleerd met betrekking tot de verontreinigingssituatie (hypothese). De leemtes in informatie over de verontreinigingssituatie vormen de basis voor onderzoeksvragen. Deze leemtes bepalen de onderzoeksstrategie. Na uitvoering van het nader bodemonderzoek op basis van de gekozen strategie wordt het conceptueel model bijgesteld. Zo ontwikkelt het conceptueel model zich van een hypothetisch model naar een meer op de feitelijke situatie aansluitend model. Tabel 13: Conceptueel model Aspect vermoedelijke bron van verontreiniging aard van de verontreiniging mate van verontreiniging vermoedelijke compartimentering verwachte schaalgrootte van de verontreiniging in de grond verdeling van de verontreiniging mogelijke verspreidingsroutes mogelijke natuurlijke afbraak/omzetting mogelijke risico s Gegevens Aangezien er geen direct bron bekend is, is de verontreiniging met zink hoogstwaarschijnlijk te relateren aan de bodemvreemde bijmengingen (matig puin- en koolashoudende laag) zink sterk bovengrond / geroerde bodemlaag / ophooglaag ondergrond onverzadigde zone ondergrond verzadigde zone / smeerzone grondwater ondiep grondwater diep < 25 m 2 homogeen op schaalniveau van het geval heterogeen op schaalniveau van de monsterpunten geen geen verspreiding verwacht, immobiele verontreinigingssituatie verspreiding met grondwaterstroming (convectie en dispersie) verspreiding door grondwaterfluctuatie (smeerzone) verspreiding puur product, ontstaan restverzadigingszone verspreiding puur product, ontstaan zak-/drijflaag blootstelling mens door direct contact / ingestie blootstelling mens door uitdamping verontreiniging blootstelling mens door consumptie gewassen ecologische risico s door blootstelling plant/dier aan verontreiniging in onverharde bovengrond verspreidingsrisico s doorforse toename omvang grondwaterverontreiniging verspreidingsrisico s door bereiken bedreigde objecten rapportnummer / R01 d.d. 28 maart /28

380 Verkennend en nader bodemonderzoek Staddijk ong. in Nijmegen 7.2 Onderzoeksvragen en onderzoeksstrategie Als onderzoeksstrategieën worden onderscheiden: 1. bepalen van de ernst van de bodemverontreiniging (NTA 5755, 6.2); 2. bepalen van de spoed van de sanering van het geval van ernstige bodemverontreiniging (NTA 5755, 6.3); 3. bepalen van de omvang van de bodemverontreiniging (NTA 5755, 6.4); a) omvang van de lokale verontreiniging met duidelijke verontreinigingskern in een immobiele verontreinigingssituatie (NTA 5755, 6.4.2); b) omvang van de lokale verontreiniging met een duidelijke verontreinigingskern in een mobiele verontreinigingssituatie (NTA 5755, 6.4.3); c) omvang diffuse verontreiniging (NTA 5755, 6.4.4). 4. aanwijzingen voor nader onderzoek in het kader van de zorgplicht Wet bodembescherming/wet milieubeheer (NTA 5755, 6.5). Gekozen kan worden voor één van deze strategieën of een combinatie van meerdere. Voor onderhavig onderzoek worden de strategieën 1, 2 en 3a gecombineerd. De volgende onderzoeksvragen zijn geformuleerd: is sprake van een met zink verontreinigde bodemlaag waarvoor binnen de onderzoekslocatie het volumecriterium grond wordt overschreden?; beperkt de verontreiniging zich tot de bodemlaag waarin bijmengingen met koolas zijn waargenomen? De onderzoeksvragen zijn vertaald in de hieronder weergegeven onderzoeksstrategie. Tabel 14: Onderzoeksstrategie nader bodemonderzoek voor: grond grondwater analyseparameter(s) grond zink rasterafstand (grond) 5 m afperking in het veld op basis van mate van bijmenging grond met koolas en puin diepte boringen [m-mv] 1,0 nadere toelichting op circa 5 en 10 meter afstand van boring 68 worden 8 boringen geplaatst tot een halve meter in de ongeroerde grond, met een minimale diepte van 1,0 m -mv rapportnummer / R01 d.d. 28 maart /28

381 Verkennend en nader bodemonderzoek Staddijk ong. in Nijmegen 8 VELDWERKZAAMHEDEN 8.1 Opzet Algemeen In onderstaande tabel zijn de uitvoeringsdata en de verantwoordelijke monsternemers aangegeven voor de verschillende uitvoeringsfasen van het veldonderzoek. De boorlocaties zijn weergegeven op de tekening in bijlage 2. Tabel 15:Uitvoeringsgegevens Datum Werkzaamheden Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters, inmeten en waterpassen Beoordelingsrichtlijn/ protocol Erkende organisatie Verantwoordelijk medewerker 2000/2001 Envita Nijmegen B.V. F. Regeling In het veld is de vrijgekomen grond beoordeeld op de texturele samenstelling. Hierbij zijn eveneens de percentages lutum en organische stof geschat. Daarnaast is gelet op het voorkomen van puin, slakken, kolengruis en dergelijke en op kleurafwijkingen, die kunnen duiden op de aanwezigheid van bodemverontreiniging. De opgeboorde grond is, indien nodig, met behulp van de olie-waterreactie beoordeeld op de aanwezigheid van olieachtige stoffen. In de volgende tabel is een overzicht van het uitgevoerde veldwerkprogramma weergegeven. Tabel 16: Overzicht boorprogramma Onderdeel Aantal Diepte (m mv) Nummers Boringen 15 1,0 à 1,5 101, 102, 103, 104, 105, 106, 107, 108, 109, 110, 111, 112, 113, 114, 115 In verband met het sterk puinhoudende karakter van de bovengrond (op delen) van de onderzoekslocatie, is de betreffende laag met een machinale ramguts doorboord. Aangezien er na de geplande 8 boringen nog bijmengingen met koolas werden waargenomen, is een derde ring boringen op circa 15 meter afstand van boring 68 uitgevoerd. Afwijkingen ten opzichte van BRL SIKB 2000 Er is bij de uitvoering van de veldwerkzaamheden niet afgeweken van de BRL SIKB Resultaten In bijlage 3 zijn de uitgetekende bodemprofielen weergegeven. Bodemopbouw In de volgende tabel is weergegeven hoe de bodem op de onderzoekslocatie tot de maximaal onderzochte diepte van 1,5 m mv globaal is opgebouwd. rapportnummer / R01 d.d. 28 maart /28

382 Verkennend en nader bodemonderzoek Staddijk ong. in Nijmegen Tabel 17: Globale bodemopbouw Diepte (m- mv) Hoofdbestanddeel Nadere omschrijving 0 0,4 a 0,8 zand matig fijn matig siltig, zwak humeus 0,4 a 0,8-1,5 klei matig zandig, zwak humeus Visueel waargenomen bijzonderheden Bij de boringen 101, 102 en 104 is een laag bestaande uit koolas waargenomen van circa 0,1 m dik op circa 0,3 m -mv. In de boringen 103, 107, 110, 113 en 115 is een laag volledig bestaand uit puin waargenomen van maaiveld tot 0,2 a 0,4 en in boring 112 van 0,4 tot 0,7 m -mv. In boringen 102, 103, 104, 106, 107, 108, 110, 111, 113 en 115 zijn van maaiveld tot 0,5 a 1,0 m -mv sporen kolen tot sterke bijmengingen met koolas waargenomen. rapportnummer / R01 d.d. 28 maart /28

383 Verkennend en nader bodemonderzoek Staddijk ong. in Nijmegen 9 LABORATORIUMONDERZOEK 9.1 Analyseprogramma Op basis van de gekozen onderzoeksstrategie en de veldwaarnemingen, zijn (meng)monsters geselecteerd voor analyse. De aangetroffen puin/kolenlaag wordt niet als bodem beschouwd en is derhalve niet in het analyseprogramma betrokken. Tabel 18: Samenstelling (meng)monsters en analyseprogramma Monstercode Deel-monsters Traject Visuele waarnemingen / omschrijving Analysepakket (m mv) ,0-0,4 Sporen puin zink mm mm mm ,0-0,3 0,0-0,3 0,0-0,5 0,0-0,4 0,0-0,5 0,0-0,4 0,0-0,5 0,4-0,7 0,4-0,7 Matig puinhoudend Sporen puin Sterk koolhoudend, zwak puinhoudend ,5-1,0 Matig koolhoudend, matig puinhoudend zink mm ,5-0,8 0,8-1,0 0,4-0,8 Matig tot sterk koolhoudend, zwak tot matig puinhoudend uitsplitsing mm16 0,0-0,5 Sterk koolhoudend, zwak puinhoudend zink uitsplitsing mm16 0,4-0,7 Sterk koolhoudend zink uitsplitsing mm16 0,4-0,7 Sterk koolhoudend zink zink zink zink zink 9.2 Analyseresultaten De analysecertificaten van de chemische analyses zijn opgenomen in bijlage 4. De toetsingstabellen zijn opgenomen in bijlage 5. De referentiewaarden (toetsingswaarden) zijn vastgesteld op basis van de analytisch vastgestelde percentages aan lutum en organische stof Grond De toetsingsresultaten van de grondanalyses zijn in de volgende tabel samengevat weergegeven waarbij overschrijdingen van de (plaatselijke) achtergrondwaarden, tussenwaarden of interventiewaarden zijn weergegeven evenals de eventuele bodemvreemde bijmengingen in het monster. rapportnummer / R01 d.d. 28 maart /28

384 Verkennend en nader bodemonderzoek Staddijk ong. in Nijmegen Tabel 19: Toetsing analyseresultaten grond(meng)monsters Monstercode Deelmonsters Traject (m mv) verkennend onderzoek mm mm mm ,0-0,5 0,0-0,5 0,0-0,5 0,0-0,5 0,0-0,5 0,0-0,5 0,0-0,5 0,0-0,5 0,0-0,5 0,0-0,5 0,0-0,5 0,0-0,5 Zintuiglijke waarneming zink [mg/kg d.s.] Matig puinhoudend 79 + Sporen puin 65 - Geen bijzonderhede n ,0-0,4 Matig koolashoudend, matig puinhoudend nader onderzoek ,0-0,4 Sporen puin 82 + mm mm mm ,0-0,3 0,0-0,3 0,0-0,5 0,0-0,4 0,0-0,5 0,0-0,4 0,0-0,5 0,4-0,7 0,4-0,7 Matig puinhoudend Sporen puin 67 - Sterk koolhoudend, zwak puinhoudend ,5-1,0 Matig koolhoudend, matig puinhoudend mm ,5-0,8 0,8-1,0 0,4-0,8 Matig tot sterk koolhoudend, zwak tot matig puinhoudend uitsplitsing mm16 0,0-0,5 Sterk koolhoudend, zwak puinhoudend uitsplitsing mm16 0,4-0,7 Sterk koolhoudend uitsplitsing mm16 0,4-0,7 Sterk koolhoudend Legenda Betekenis Terminologie +++ gehalte > interventiewaarde sterk verontreinigd ++ interventiewaarde > gehalte > tussenwaarde matig verontreinigd + tussenwaarde > gehalte > achtergrondwaarde licht verontreinigd - gehalte < achtergrondwaarde "schoon" rapportnummer / R01 d.d. 28 maart /28

385 Verkennend en nader bodemonderzoek Staddijk ong. in Nijmegen 10 EVALUATIE VERONTREINIGINGSSITUATIE 10.1 Aard en oorzaak van de verontreiniging De verontreiniging lijkt te relateren aan de aanwezige bijmengingen met koolas. In de in 1997 en 2007 uitgevoerde bodemonderzoeken [bron 7a en 7b] zijn in de bodem lichte bijmengingen met kooldeeltjes waargenomen, daarbij zijn alleen licht verhoogde gehalten aan zink aangetoond. Gezien het lokale karakter van de verontreiniging is niet eenduidig of de verontreiniging in 1997 (en 2007) al aanwezig was of dat de koolassen later in/op de bodem terecht zijn gekomen. Daarmee is ook niet eenduidig of de verontreiniging als een bestaande of een nieuwe verontreiniging moet worden beschouwd Omvang verontreiniging in de grond De omvang van de verontreiniging is niet geheel in beeld, met name in noordelijke en oostelijke richting is de afperking van de verontreiniging nog niet afdoende. De verontreinigingssituatie is weergegeven in bijlage 2C. Een oppervlakte van circa 20 x 15 meter lijkt minimaal sterk verontreinigd. Bij een gemiddelde laagdikte van 0,4 meter bedraagt het verontreinigde bodemvolume daarmee minimaal 120 m Ernst van de verontreiniging Omdat het volumecriterium van 25 m 3 boven interventiewaarde verontreinigde grond wordt overschreden, is conform de Wet bodembescherming sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging Spoedeisendheid Als sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging moet op basis van een beoordeling van de actuele humane, ecologische en/of verspreidingsrisico s worden bepaald of een bodemsanering met spoed dient te worden uitgevoerd. Deze beoordeling dient plaats te vinden aan de hand van het saneringscriterium zoals vastgelegd in de Circulaire bodemsanering Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de webapplicatie Sanscrit (www.sanscrit.nl). In eerste instantie dient een standaard risicobeoordeling te worden uitgevoerd. Indien daaruit geen onaanvaardbare risico s blijken, is een spoedige sanering niet noodzakelijk. Indien wel onaanvaardbare risico s blijken kan ervoor worden gekozen een locatiespecifieke risicobeoordeling uit te voeren. Daarvoor wordt meer gebruik gemaakt van metingen in plaats van berekeningen. Indien ook hieruit onaanvaardbare risico s blijken, dient een sanering met spoed te worden uitgevoerd. Voor onderhavige verontreinigingssituatie is alleen een standaard risicobeoordeling uitgevoerd. Het rapport van de risicobepaling is opgenomen als bijlage 6. Aangezien nog niet de gehele verontreiniging in beeld is, kunnen ook de risico's en daarmee de spoedeisendheid niet bepaald worden. De beoordeling is uitgevoerd met de nu bekende gegevens. De conclusie van de risicobeoordeling is dat er, uitgaande van de huidige bodemgebruiksvorm (plaatsen waar kinderen spelen), géén sprake is van actuele humane, ecologische of verspreidingsrisico's. Een bodemsanering hoeft op grond van de Wet bodembescherming niet met spoed te worden uitgevoerd. rapportnummer / R01 d.d. 28 maart /28

386 Verkennend en nader bodemonderzoek Staddijk ong. in Nijmegen 11 SAMENVATTING, CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN In opdracht van Gemeente Nijmegen, Afdeling Milieu, Bureau Bodem en Water is door Envita Nijmegen B.V. in februari en maart 2013 een verkennend en nader bodemonderzoek uitgevoerd aan de Staddijk in Nijmegen. Aanleiding en doel Aanleiding voor het onderzoek is de uitgifte van de grond en de geplande nieuwbouw op een deel van de onderzoekslocatie. Het doel van het verkennend onderzoek is om middels het bepalen van de actuele bodemkwaliteit vast te stellen of de locatie geschikt is voor het beoogde gebruik. Het doel van het nader bodemonderzoek is het bepalen van de omvang en daarmee de ernst van de verontreiniging(en) met zink in de grond op het zuidelijk deel van de onderzoekslocatie. Indien sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging zal middels het uitvoeren van een risico-evaluatie worden bepaald of een bodemsanering met spoed dient te worden uitgevoerd. Wettelijk kader Het onderzoek is uitgevoerd conform de vigerende wettelijke normen en protocollen en voldoet aan de Kwalibo-wetgeving. In afwijking op protocol is er geen (volledige) maaiveldinspectie uitgevoerd in verband met de begroeiing van de onderzoekslocatie. Strategie Verkennend bodemonderzoek NEN 5740 Op basis van de hypothese is de nieuwbouwlocatie en het overig deel van de onderzoekslocatie onderzocht conform de strategie voor een onverdachte locatie (ONV). In afwijking op deze strategie heeft ter plaatse van het overige terreindeel alleen onderzoek naar de bovengrond plaatsgevonden en zijn alle boringen tot 0,5 m -mv uitgevoerd. De peilbuizen op het overige terreindeel zijn komen te vervallen. Naar aanleiding van de bodemvreemde bijmengingen ter plaatse van de voormalige grondbank heeft hier aanvullend onderzoek plaatsgevonden naar de omvang en kwaliteit van de aanwezig puinlaag. De grondwal is indicatief onderzocht, waarbij verspreid over de grondwal 40 steken zijn genomen en een mengmonster is samengesteld. Verkennend bodemonderzoek asbest NEN 5707 Op basis van de hypothese wordt de deellocaties onderzocht conform de strategie kleinschalig onverdachte locatie. In aanvulling op de NEN 5707 worden van de geroerde bovengrond twee mengmonsters samengesteld en geanalyseerd op asbest. Nader onderzoek Verwacht werd dat de verontreiniging veroorzaakt werd door de bijmeningen met koolas. Derhalve is in het nader onderzoek de verontreiniging afgeperkt door boringen in cirkels om de vermoedelijke kern te plaatsen. Resultaten verkennend onderzoek In onderstaande tabel zijn de resultaten van het verkennend bodemonderzoek samengevat weergegeven. rapportnummer / R01 d.d. 28 maart /28

387 Verkennend en nader bodemonderzoek Staddijk ong. in Nijmegen Tabel 20: Samenvatting resultaten bodemonderzoek Visuele waarnemingen Nieuwbouwlocatie bovengrond (0-0,5 m -mv) Overschrijding van de Achtergrondwaarde / Streefwaarde Tussenwaarde Interventie-waarde Lokale maximale waarde (LMW) geen bijzonderheden ondergrond (0,5-2,0 m -mv) geen bijzonderheden grondwater 2,0-3,0 m -mv) geen bijzonderheden n.v.t. vml locatie grondbank Volledig puin cadmium, koper, kwik - - cadmium, koper Sporen kolen, matig puinhoudend kwik, lood, PAK - - lood, PAK Zwak puinhoudend overig deel locatie Matig koolashoudend, matig puinhoudend cadmium, koper, lood, PAK - zink Matig puinhoudend kwik, lood, zink Sporen puin geen bijzonderheden kwik, nikkel geen bijzonderheden = geen parameters in gehalten boven de betreffende toetsingswaarden aangetoond barium, zink, koper, PAK Het materiaal in de grondwal voldoet indicatief aan Klasse Industrie (koper en PCB zijn de maatgevende parameters). Uit de veldwaarnemingen blijkt dat de puinlaag op vrijwel het gehele deel waar de grondbank gevestigd was is aangetroffen. Aan de westzijde daarvan is een strook aanwezig waar de puinlaag niet is aangetroffen. De puinlaag is vanaf maaiveld aangetroffen, behalve bij boring 1005, hier ligt ca. 10 cm grond bovenop. De puinlaag heeft een dikte van 0,3 a 0,6 m. Gebaseerd op deze resultaten is er ca m 3 puin aanwezig. In de puinlaag zijn indicatief licht verhoogde gehalten aan cadmium, koper en kwik aangetoond, getoetst als zijnde bodem. Resultaten nader onderzoek De sterk verhoogde gehalten aan zink zijn vermoedelijk te relateren aan de bijmeningen met koolas. Het is onbekend wanneer deze koolas is aangebracht en vermengd geraakt met de bodem. De verontreiniging is met onderhavig onderzoek niet volledig afgeperkt, maar bevindt zich gezien de vermoedelijk oorzaak, waarschijnlijk niet dieper dan 1,0 m -mv. Op basis van de bekende gegevens is ingeschat dat tenminste 120 m 3 sterk verontreinigde grond aanwezig is en daarmee een geval van ernstige bodemverontreiniging. Op basis van de uitgevoerde risico-evaluatie hoeft een sanering niet met spoed te worden uitgevoerd. Conclusies Op basis van het uitgevoerde onderzoek blijkt dat: ter plaatse van de nieuwbouwlocatie in de grond een gehalte aan asbest is aangetoond van 2,7 mg/kg d.s., er verder geen verhoogde gehalten of concentraties zijn aangetoond in de grond. In het grondwater is een lichte verontreiniging met barium aangetoond; rapportnummer / R01 d.d. 28 maart /28

388 Verkennend en nader bodemonderzoek Staddijk ong. in Nijmegen formeel vormt het aantreffen van asbest aanleiding tot nader bodemonderzoek. Er wordt echter op basis van de resultaten van de aanvullend uitgevoerde analyses niet verwacht dat sprake is van een overschrijding van de interventiewaarde voor asbest; de grond van de grondwal indicatief valt in de klasse industrie (koper en PCB zijn maatgevend). ter plaatse van het zuidelijke terreindeel plaatselijk sterk verhoogd gehalten aan zink zijn aangetoond en licht verhoogde gehalten aan kwik, nikkel, cadmium, koper, lood en PAK. er sprake is van een zinkverontreiniging in de grond met een omvang van tenminste 120 m 3. De verontreiniging is nog niet afdoende afgeperkt; er sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging; een bodemsanering niet met spoed hoeft te worden uitgevoerd. Aanbevelingen Voor de nieuwbouwlocatie vormen de resultaten, afgezien van de formele noodzaak tot uitvoering van een nader bodemonderzoek asbest (zie conclusies), geen belemmering voor het realiseren van de nieuwbouw. Op het zuidelijk terreindeel is sprake van een ernstige verontreiniging met zink, gerelateerd aan (matige tot sterke) bijmengingen met koolas. De omvang van deze verontreiniging is nog niet afdoende in beeld gebracht. Aanbevolen wordt om met name in noordelijke en oostelijke richting het onderzoek nog uit te breiden. Grondwerkzaamheden zijn hier niet toegestaan zonder daarvan voorafgaand melding te doen aan het bevoegd gezag Wet bodembescherming, de gemeente Nijmegen, in de vorm van een BUS-melding of een saneringsplan. In het kader van kostenefficiëntie adviseren wij om vrijkomende grond zoveel mogelijk binnen de onderzoekslocatie te hergebruiken. Indien grond van de locatie vrijkomt, moet er rekening mee worden gehouden dat deze niet zonder meer elders toepasbaar is. Op hergebruik van grond is het Besluit bodemkwaliteit van toepassing. De toepassing van grond elders moet worden gemeld via het meldpunt bodemkwaliteit van Agentschap NL. In bepaalde gemeenten kan daarnaast op grond van overgangsbeleid nog grond worden toegepast op basis van de Ministeriële vrijstellingsregeling grondverzet. Deze toepassingen moeten rechtstreeks aan de betreffende gemeente worden gemeld. rapportnummer / R01 d.d. 28 maart /28

389 Verkennend en nader bodemonderzoek Staddijk ong. in Nijmegen BIJLAGE 1 Regionale ligging onderzoekslocatie rapportnummer

390 Omgevingskaart Klantreferentie: m 125 m 625 m Deze kaart is noordgericht. Schaal 1: Hier bevindt zich Kadastraal object HATERT E 295 Streekweg 22, 6537 TP NIJMEGEN De auteursrechten en databankenrechten zijn voorbehouden aan de Topografische Dienst Kadaster.

391 Verkennend en nader bodemonderzoek Staddijk ong. in Nijmegen BIJLAGE 2 A) Tekening met situering boringen, peilbuis en proefgaten B)Tekening met locaties aangetroffen puinlaag C) Tekening met verontreinigingssituatie zink in grond rapportnummer

392 STREEKWEG C A b 14 C C 8 A 24 20a STREEKWEG 43 C C a a 66a 66 64a C a Legenda boring tot 0,5 m -mv boring tot ca. 1,0 m -mv A73/E31 B STADDIJK B boring tot 1,5 à 2,0 m -mv boring tot in puinlaag proefgat peilbuis A deellocatie grondwal onderzoekslocatie toekomstige nieuwbouw meters Titel: Projectnaam: Project: Bijlage: Formaat: A A3 Gecontroleerd : Getekend : JWE Opdrachtgever : X: Y: Schaal: Datum: : 1000 Gemeente Nijmegen, Afdeling Milieu, Bureau Bodem en Water ingenieursbureau voor bodem water en milieu Envita Nijmegen B.V. Metaalweg 18, 6551 AD WEURT O:\doc\opdracht\ \Tekeningen\ _V3p.dwg

393 C a grondwal Legenda A73/E31 boring tot 0,5 m -mv boring tot ca. 1,0 m -mv B STADDIJK B meters boring tot 1,5 à 2,0 m -mv Titel: Projectnaam: Project: Bijlage: Formaat: boring tot in puinlaag onderzoekslocatie B A4 geen puin aangetoond puin aangetoond Gecontroleerd : Getekend : BBR Opdrachtgever : X: Y: Schaal: Datum: : 500 Gemeente Nijmegen,Afdeling Millieu, Bureau Bodem en Water ingenieursbureau voor bodem water en milieu Envita Nijmegen B.V. Metaalweg 18, 6551 AD WEURT O:\doc\opdracht\ \Tekeningen\ _V3p.dwg

394 C a grondwal Legenda A73/E31 boring tot 0,5 m -mv boring tot ca. 1,0 m -mv boring tot 1,5 à 2,0 m -mv B STADDIJK 0 5 B meters boring tot in puinlaag Titel: Projectnaam: Project: Bijlage: Formaat: onderzoekslocatie niet geanalyseerd gehalte achtergrondwaarde/detectiegrens gehalte > achtergrondwaarde gehalte > tussenwaarde gehalte > interventiewaarde Gecontroleerd : Getekend : BBR Opdrachtgever : X: Y: Schaal: Datum: : 500 Gemeente Nijmegen,Afdeling Millieu, Bureau Bodem en Water C A4 ingenieursbureau voor bodem water en milieu Envita Nijmegen B.V. Metaalweg 18, 6551 AD WEURT O:\doc\opdracht\ \Tekeningen\ _V3p.dwg

395 Verkennend en nader bodemonderzoek Staddijk ong. in Nijmegen BIJLAGE 3 Bodemprofielbeschrijvingen rapportnummer

396 Meetpunt: 01 Datum meting: Boormeester: H.H. Wolters Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0 0 bosgrond Klei, zwak zandig, matig humeus, donkerbruin Meetpunt: 02 Datum meting: Boormeester: H.H. Wolters Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0 0 bosgrond Klei, zwak zandig, zwak humeus, oranjebruin Zand, matig fijn, matig siltig, lichtbruin Zand, matig fijn, matig siltig, donkergrijs Zand, matig grof, kleiïg, sterk humeus, matig grindig, donkergrijs Meetpunt: 03 Datum meting: Boormeester: H.H. Wolters Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0 0 gras Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, beigebruin Meetpunt: 04 Datum meting: Boormeester: H.H. Wolters Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0 0 gras Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, beigebruin Projectlocatie: Staddijk Nijmegen Projectcode: Opdrachtgever: Gemeente Nijmegen Pagina: 1 / 16

397 Meetpunt: 05 Datum meting: Boormeester: H.H. Wolters Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0 0 bosgrond Zand, zeer fijn, sterk siltig, matig humeus, donkerbruin Meetpunt: 06 Datum meting: Boormeester: H.H. Wolters Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0 0 bosgrond Zand, zeer fijn, matig siltig, matig humeus, donkerbruin Klei, zwak siltig, lichtbruin Zand, matig fijn, zwak siltig, donkergrijs Meetpunt: 07 Datum meting: Boormeester: H.H. Wolters Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0 0 bosgrond Zand, zeer fijn, matig siltig, matig humeus, donkerbruin Meetpunt: 08 Datum meting: Boormeester: H.H. Wolters Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0 0 bosgrond Zand, zeer fijn, matig siltig, matig humeus, donkerbruin Meetpunt: 09 Datum meting: Boormeester: H.H. Wolters Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0 0 bosgrond Zand, zeer fijn, matig siltig, matig humeus, donkerbruin Meetpunt: 10 Datum meting: Boormeester: H.H. Wolters Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0 0 gras Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, beigebruin Zand, matig grof, zwak siltig, lichtbruin Projectlocatie: Staddijk Nijmegen Projectcode: Opdrachtgever: Gemeente Nijmegen Pagina: 2 / 16

398 Meetpunt: 11 Datum meting: Boormeester: H.H. Wolters Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0 0 gras Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, beigebruin Meetpunt: 12 Datum meting: Boormeester: H.H. Wolters Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0 0 gras Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, beigebruin Meetpunt: 13 Datum meting: Boormeester: H.H. Wolters Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0 0 bosgrond Klei, zwak zandig, matig humeus, donkerbruin Meetpunt: 14 Datum meting: Boormeester: H.H. Wolters Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0 0 gras Klei, matig siltig, matig humeus, donker bruinoranje Meetpunt: 15 Datum meting: Boormeester: H.H. Wolters Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0 0 gras Klei, matig siltig, matig humeus, donker bruinoranje Meetpunt: 16 Datum meting: Boormeester: H.H. Wolters Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0 0 gras Klei, matig siltig, matig humeus, donker bruinoranje Projectlocatie: Staddijk Nijmegen Projectcode: Opdrachtgever: Gemeente Nijmegen Pagina: 3 / 16

399 Meetpunt: 17 Datum meting: Boormeester: H.H. Wolters Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0 0 gras Klei, matig siltig, matig humeus, donker bruinoranje Meetpunt: 18 Datum meting: Boormeester: H.H. Wolters Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0 0 gras Klei, matig siltig, zwak humeus, donkerbruin Meetpunt: 19 Datum meting: Boormeester: H.H. Wolters Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0 0 gras Klei, matig siltig, matig humeus, donkerbruin Meetpunt: 20 Datum meting: Boormeester: H.H. Wolters Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0 0 gras Klei, matig siltig, matig humeus, donker bruinoranje Meetpunt: 21 Datum meting: Boormeester: H.H. Wolters Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0 0 gras Klei, matig siltig, zwak humeus, donkerbruin Meetpunt: 22 Datum meting: Boormeester: H.H. Wolters Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0 0 gras Klei, matig siltig, matig humeus, donker bruinoranje Projectlocatie: Staddijk Nijmegen Projectcode: Opdrachtgever: Gemeente Nijmegen Pagina: 4 / 16

400 Meetpunt: 23 Datum meting: Boormeester: H.H. Wolters Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0 0 gras Klei, matig siltig, matig humeus, donker bruinoranje Meetpunt: 24 Datum meting: Boormeester: H.H. Wolters Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0 0 gras Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, donkerbruin Meetpunt: 25 Datum meting: Boormeester: H.H. Wolters Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0 0 gras Klei, matig siltig, zwak humeus, donkerbruin Meetpunt: 26 Datum meting: Boormeester: H.H. Wolters Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0 0 gras Zand, matig fijn, matig siltig, donker oranjebruin Meetpunt: 27 Datum meting: Boormeester: H.H. Wolters Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0 0 braak Klei, sterk zandig, zwak humeus, donkerbruin Meetpunt: 28 Datum meting: Boormeester: H.H. Wolters Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0 0 braak Klei, sterk zandig, zwak humeus, donkerbruin Projectlocatie: Staddijk Nijmegen Projectcode: Opdrachtgever: Gemeente Nijmegen Pagina: 5 / 16

401 Meetpunt: 29 Datum meting: Boormeester: H.H. Wolters Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0 0 braak Klei, sterk zandig, zwak humeus, donkerbruin Meetpunt: 30 Datum meting: Boormeester: H.H. Wolters Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0 0 braak Klei, zwak zandig, zwak humeus, donkerbruin Meetpunt: 31 Datum meting: Boormeester: H.H. Wolters Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0 0 braak Klei, zwak zandig, zwak humeus, donkerbruin Meetpunt: 32 Datum meting: Boormeester: H.H. Wolters Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0 0 braak Klei, zwak zandig, zwak humeus, donkerbruin Meetpunt: 33 Datum meting: Boormeester: H.H. Wolters Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0 0 braak Klei, sterk zandig, zwak humeus, donkerbruin Meetpunt: 34 Datum meting: Boormeester: H.H. Wolters Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0 0 braak Klei, sterk zandig, zwak humeus, bruinoranje Projectlocatie: Staddijk Nijmegen Projectcode: Opdrachtgever: Gemeente Nijmegen Pagina: 6 / 16

402 Meetpunt: 35 Datum meting: Boormeester: H.H. Wolters Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0 0 braak Klei, sterk zandig, zwak humeus, donkerbruin Meetpunt: 36 Datum meting: Boormeester: H.H. Wolters Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0 0 braak Klei, sterk zandig, zwak humeus, donkerbruin Meetpunt: 37 Datum meting: Boormeester: H.H. Wolters Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0 0 braak Klei, sterk zandig, zwak humeus, donkerbruin Meetpunt: 38 Datum meting: Boormeester: H.H. Wolters Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0 0 gras Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, donkerbruin Meetpunt: 39 Datum meting: Boormeester: H.H. Wolters Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0 0 gras Zand, matig fijn, matig siltig, donker oranjebruin Meetpunt: 40 Datum meting: Boormeester: H.H. Wolters Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0 0 gras Zand, matig fijn, matig siltig, donker oranjebruin Projectlocatie: Staddijk Nijmegen Projectcode: Opdrachtgever: Gemeente Nijmegen Pagina: 7 / 16

403 Meetpunt: 41 Datum meting: Boormeester: H.H. Wolters Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0 0 braak Klei, sterk zandig, zwak humeus, bruinoranje Meetpunt: 42 Datum meting: Boormeester: H.H. Wolters Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0 0 braak Klei, sterk zandig, zwak humeus, bruinoranje Meetpunt: 43 Datum meting: Boormeester: H.H. Wolters Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0 0 braak Klei, sterk zandig, zwak humeus, bruinoranje Meetpunt: 44 Datum meting: Boormeester: H.H. Wolters Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0 0 braak Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, oranjebruin Meetpunt: 45 Datum meting: Boormeester: H.H. Wolters Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0 0 braak Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, sporen koolas, oranjebruin Meetpunt: 46 Datum meting: Boormeester: H.H. Wolters Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0 0 braak Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, donkerbruin Projectlocatie: Staddijk Nijmegen Projectcode: Opdrachtgever: Gemeente Nijmegen Pagina: 8 / 16

404 Meetpunt: 47 Datum meting: Boormeester: H.H. Wolters Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0 0 braak Klei, matig zandig, zwak humeus, donker oranjebruin Meetpunt: 48 Datum meting: Boormeester: H.H. Wolters Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0 0 braak Klei, matig zandig, zwak humeus, donker oranjebruin Meetpunt: 49 Datum meting: Boormeester: H.H. Wolters Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0 0 braak Klei, matig zandig, zwak humeus, donker oranjebruin Meetpunt: 50 Datum meting: Boormeester: H.H. Wolters Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0 0 braak Klei, zwak zandig, matig humeus, donker grijsbruin Meetpunt: 51 Datum meting: Boormeester: H.H. Wolters Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0 0 braak Klei, zwak zandig, matig humeus, donker grijsbruin Meetpunt: 52 Datum meting: Boormeester: H.H. Wolters Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0 0 braak Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, matig puinhoudend, donker grijsbruin Projectlocatie: Staddijk Nijmegen Projectcode: Opdrachtgever: Gemeente Nijmegen Pagina: 9 / 16

405 Meetpunt: 53 Datum meting: Boormeester: H.H. Wolters Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0 0 bosgrond Klei, zwak zandig, bruinoranje Meetpunt: 54 Datum meting: Boormeester: H.H. Wolters Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0 0 bosgrond Klei, zwak zandig, bruinoranje Meetpunt: 55 Datum meting: Boormeester: H.H. Wolters Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0 0 braak Klei, sterk zandig, zwak humeus, zwak puinhoudend, donker oranjebruin Meetpunt: 56 Datum meting: Boormeester: H.H. Wolters Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0 0 bosgrond Klei, zwak zandig, bruinoranje Meetpunt: 57 Datum meting: Boormeester: H.H. Wolters Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0 0 braak Zand, matig fijn, sterk siltig, matig humeus, donker grijsbruin Meetpunt: 58 Datum meting: Boormeester: H.H. Wolters Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0 0 braak Klei, matig zandig, matig humeus, zwak grindig, donker grijsbruin Projectlocatie: Staddijk Nijmegen Projectcode: Opdrachtgever: Gemeente Nijmegen Pagina: 10 / 16

406 Meetpunt: 59 Datum meting: Boormeester: H.H. Wolters Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0 0 braak Klei, matig zandig, matig humeus, zwak grindig, donker grijsbruin Meetpunt: 60 Datum meting: Boormeester: H.H. Wolters Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0 0 braak Klei, zwak zandig, matig humeus, zwak grindig, donker grijsbruin Meetpunt: 61 Datum meting: Boormeester: H.H. Wolters Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0 0 braak Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, zwak grindig, sporen puin, donker zwartbruin Meetpunt: 62 Datum meting: Boormeester: H.H. Wolters Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0 0 braak Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, matig puinhoudend, donkerbruin Meetpunt: 63 Datum meting: Boormeester: F. Regeling Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0 0 braak Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, matig puinhoudend, donker geelbruin Meetpunt: 64 Datum meting: Boormeester: F. Regeling Peilen in cm t.o.v. referentievlak braak Volledig puin 1 30 Klei, sterk zandig, zwak humeus, grijsoranje Klei, matig zandig, zwak humeus, bruingrijs Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, matig puinhoudend, sporen kolen, donkerbruin Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindig, lichtgrijs Klei, matig zandig, zwak humeus, bruingrijs Projectlocatie: Staddijk Nijmegen Projectcode: Opdrachtgever: Gemeente Nijmegen Pagina: 11 / 16

407 Meetpunt: 65 Datum meting: Boormeester: F. Regeling Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0 0 braak Volledig puin Meetpunt: 66 Datum meting: Boormeester: F. Regeling Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0 0 braak Volledig puin Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, zwak puinhoudend, donker geelbruin Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindig, grijsgeel Klei, matig zandig, zwak humeus, bruingrijs Klei, sterk zandig, zwak humeus, bruingrijs Meetpunt: 67 Datum meting: Boormeester: H.H. Wolters Peilen in cm t.o.v. referentievlak braak Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, sporen puin, lichtbruin Meetpunt: 68 Datum meting: Boormeester: H.H. Wolters Peilen in cm t.o.v. referentievlak braak Zand, zeer fijn, sterk siltig, matig humeus, matig koolashoudend, matig puinhoudend, donkerbruin Klei, matig zandig, licht grijsbruin 2 80 Meetpunt: 69 Datum meting: Boormeester: H.H. Wolters Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0 0 braak Zand, matig fijn, zwak siltig, sterk humeus, matig puinhoudend, donker zwartbruin Meetpunt: 70 Datum meting: Boormeester: H.H. Wolters Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0 0 braak Zand, matig fijn, matig siltig, sterk humeus, zwak grindig, sporen puin, donker zwartbruin Projectlocatie: Staddijk Nijmegen Projectcode: Opdrachtgever: Gemeente Nijmegen Pagina: 12 / 16

408 Meetpunt: 71 Datum meting: Boormeester: H.H. Wolters Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0 0 braak Klei, zwak zandig, matig humeus, zwak grindig, donker grijsbruin Meetpunt: 101 Datum meting: Boormeester: F. Regeling Peilen in cm t.o.v. referentievlak 1 0 braak Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, matig puinhoudend, lichtbruin Volledig kolen, zwart Klei, matig zandig, zwak humeus, bruingrijs Meetpunt: 102 Datum meting: Boormeester: F. Regeling Peilen in cm t.o.v. referentievlak 1 0 braak Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, matig puinhoudend, lichtbruin Meetpunt: 103 Datum meting: Boormeester: F. Regeling Peilen in cm t.o.v. referentievlak 1 0 braak Volledig puin Volledig kolen, zwart Klei, zwak zandig, zwak humeus, zwak grindig, sporen kolen, bruingrijs Klei, matig zandig, zwak humeus, sporen puin, sporen kolen, bruingrijs Klei, matig siltig, zwak humeus, bruingrijs Klei, matig siltig, bruingrijs Projectlocatie: Staddijk Nijmegen Projectcode: Opdrachtgever: Gemeente Nijmegen Pagina: 13 / 16

409 Meetpunt: 104 Datum meting: Boormeester: F. Regeling Peilen in cm t.o.v. referentievlak braak Volledig puin Meetpunt: 105 Datum meting: Boormeester: F. Regeling Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0 braak Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, sporen puin, donkerbruin Volledig kolen, zwart Klei, matig zandig, zwak humeus, zwak koolhoudend, zwak houthoudend, bruingrijs Klei, matig zandig, zwak humeus, zwak grindig, bruingrijs Klei, matig siltig, zwak humeus, bruingrijs Klei, zwak zandig, zwak humeus, bruingrijs Meetpunt: 106 Datum meting: Boormeester: F. Regeling Peilen in cm t.o.v. referentievlak braak Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, zwak puinhoudend, sterk koolhoudend, donker zwartbruin Meetpunt: 107 Datum meting: Boormeester: F. Regeling Peilen in cm t.o.v. referentievlak braak Volledig puin Klei, matig zandig, zwak humeus, bruingrijs Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, sterk koolhoudend, zwak puinhoudend, donker zwartbruin 2 80 Klei, matig zandig, zwak humeus, bruingrijs Meetpunt: 108 Datum meting: Boormeester: F. Regeling Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0 braak Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, matig puinhoudend, donkerbruin Meetpunt: 109 Datum meting: Boormeester: F. Regeling Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0 braak Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, sporen puin, donkerbruin Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, matig puinhoudend, matig koolhoudend, donkergrijs Klei, matig zandig, zwak humeus, bruingrijs Gestaakt Projectlocatie: Staddijk Nijmegen Projectcode: Opdrachtgever: Gemeente Nijmegen Pagina: 14 / 16

410 Meetpunt: 110 Datum meting: Boormeester: F. Regeling Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0 braak Volledig puin Meetpunt: 111 Datum meting: Boormeester: F. Regeling Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0 braak Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, sporen puin, donkerbruin Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, sterk koolhoudend, donkergrijs Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, sterk koolhoudend, donkergrijs Klei, matig zandig, zwak humeus, bruinoranje Klei, matig zandig, zwak humeus, bruingrijs Meetpunt: 112 Datum meting: Boormeester: F. Regeling Peilen in cm t.o.v. referentievlak braak Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, zwak puinhoudend, donkerbruin Meetpunt: 113 Datum meting: Boormeester: F. Regeling Peilen in cm t.o.v. referentievlak 1 0 braak Volledig puin Volledig puin Klei, sterk zandig, zwak humeus, zwak grindig, bruingrijs Klei, matig zandig, zwak humeus, bruingrijs Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, zwak grindig, matig puinhoudend, matig koolhoudend, donkergrijs Klei, matig siltig, zwak humeus, bruingrijs Projectlocatie: Staddijk Nijmegen Projectcode: Opdrachtgever: Gemeente Nijmegen Pagina: 15 / 16

411 Meetpunt: 114 Datum meting: Boormeester: F. Regeling Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0 braak Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, sporen puin, donkerbruin Meetpunt: 115 Datum meting: Boormeester: F. Regeling Peilen in cm t.o.v. referentievlak braak Volledig puin Klei, matig zandig, zwak humeus, bruingrijs Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, matig puinhoudend, sterk koolhoudend, donkergrijs Klei, matig siltig, zwak humeus, bruingrijs Projectlocatie: Staddijk Nijmegen Projectcode: Opdrachtgever: Gemeente Nijmegen Pagina: 16 / 16

412 Verkennend en nader bodemonderzoek Staddijk ong. in Nijmegen rapportnummer

413 Verkennend en nader bodemonderzoek Staddijk ong. in Nijmegen BIJLAGE 4 Analysecertificaten rapportnummer

414 Envita Nijmegen B.V. T.a.v. J. Spekreijse Postbus ZG NIJMEGEN Analysecertificaat Datum: Hierbij ontvangt u de resultaten van het navolgende laboratoriumonderzoek. Certificaatnummer Uw projectnummer Uw projectnaam nijmegen Uw ordernummer Monster(s) ontvangen Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. Aanvullende informatie behorend bij dit analysecertificaat kunt U vinden in het overzicht "Specificaties Analysemethoden". Extra exemplaren zijn verkrijgbaar bij de afdeling Verkoop en Advies. De grondmonsters worden tot 6 weken na datum ontvangst bewaard en watermonsters tot 2 weken na datum ontvangst. Zonder tegenbericht worden de monsters nadien afgevoerd. Indien de monsters langer bewaard dienen te blijven verzoeken wij U dit exemplaar uiterlijk 1 week voor afloop van de standaardbewaarperiode ondertekend aan ons te retourneren. Voor de kosten van het langer bewaren van monsters verwijzen wij naar de prijslijst. Bewaren tot: Datum: Naam: Handtekening: Wij vertrouwen erop uw opdracht hiermee naar verwachting te hebben uitgevoerd, mocht U naar aanleiding van dit analysecertificaat nog vragen hebben verzoeken wij U contact op te nemen met de afdeling Verkoop en Advies. Met vriendelijke groet, Eurofins Analytico B.V. Ing. A. Veldhuizen Technical Manager Eurofins Analytico B.V. Gildeweg NB Barneveld P.O. Box AL Barneveld NL Tel. +31 (0) BNP Paribas S.A Fax +31 (0) VAT/BTW No. NL B01 KvK No Site IBAN: NL71BNPA BIC: BNPANL2A Eurofins Analytico B.V. is erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. LNE), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheden van Frankrijk en Luxemburg (MEV). Pagina 1 van 39

415 Analysecertificaat Uw projectnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Datum monstername Monsternemer Monstermatrix Certificaatnummer/Versie /1 nijmegen Startdatum Rapportagedatum /11: Bijlage A,B,C H.H. Wolters Pagina 1/6 Grond; Grond (AS3000) Analyse Eenheid Voorbehandeling Cryogeen malen AS3000 Uitgevoerd Uitgevoerd Uitgevoerd Uitgevoerd Uitgevoerd Q Verkleinen brekermolen (cryogeen) Uitgevoerd Uitgevoerd Bodemkundige analyses S Droge stof % (m/m) S Organische stof % (m/m) ds Q Gloeirest % (m/m) ds S Korrelgrootte < 2 µm (Lutum) % (m/m) ds Metalen S Barium (Ba) mg/kg ds S Cadmium (Cd) mg/kg ds S Kobalt (Co) mg/kg ds S Koper (Cu) mg/kg ds S Kwik (Hg) mg/kg ds S Molybdeen (Mo) mg/kg ds <1.5 <1.5 <1.5 <1.5 <1.5 S Nikkel (Ni) mg/kg ds S Lood (Pb) mg/kg ds S Zink (Zn) mg/kg ds Minerale olie Minerale olie (C10-C12) Minerale olie (C12-C16) Minerale olie (C16-C21) Minerale olie (C21-C30) Minerale olie (C30-C35) Minerale olie (C35-C40) mg/kg ds < <3.0 <3.0 <3.0 mg/kg ds <5.0 <5.0 <5.0 <5.0 <5.0 mg/kg ds <6.0 <6.0 <6.0 <6.0 <6.0 mg/kg ds <12 <12 <12 <12 <12 mg/kg ds <6.0 < <6.0 <6.0 mg/kg ds <6.0 <6.0 <6.0 <6.0 <6.0 S Minerale olie totaal (C10-C40) mg/kg ds <38 <38 <38 <38 <38 Polychloorbifenylen, PCB S PCB 28 mg/kg ds < < < < < S PCB 52 mg/kg ds < < < < < S PCB 101 mg/kg ds < < < < < Nr. Monsteromschrijving Analytico-nr mm1 mm9 mm grondwal Q: door RvA geaccrediteerde verrichting A: AP04 erkende verrichting S: AS 3000 erkende verrichting Eurofins Analytico B.V. Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. Gildeweg NB Barneveld P.O. Box AL Barneveld NL Tel. +31 (0) Fax +31 (0) Site BNP Paribas S.A VAT/BTW No. NL B01 KvK No IBAN: NL71BNPA BIC: BNPANL2A Eurofins Analytico B.V. is erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. LNE), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheden van Frankrijk en Luxemburg (MEV). Pagina 2 van 39 TESTEN RvA L010

416 Analysecertificaat Uw projectnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Datum monstername Monsternemer Monstermatrix Certificaatnummer/Versie /1 nijmegen Startdatum Rapportagedatum /11: Bijlage A,B,C H.H. Wolters Pagina 2/6 Grond; Grond (AS3000) Analyse Eenheid S PCB 118 mg/kg ds < < < < < S PCB 138 mg/kg ds < < < < < S PCB 153 mg/kg ds < < < < S PCB 180 mg/kg ds < < < < S PCB (som 7) (factor 0,7) Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen, PAK 1) 1) mg/kg ds S Naftaleen mg/kg ds <0.050 <0.050 < <0.050 S Fenanthreen mg/kg ds <0.050 <0.050 < S Anthraceen mg/kg ds <0.050 <0.050 < S Fluorantheen mg/kg ds <0.050 <0.050 < S Benzo(a)anthraceen mg/kg ds <0.050 <0.050 < S Chryseen mg/kg ds <0.050 <0.050 < S Benzo(k)fluorantheen mg/kg ds <0.050 <0.050 < S Benzo(a)pyreen mg/kg ds <0.050 <0.050 < S Benzo(ghi)peryleen mg/kg ds <0.050 <0.050 < S Indeno(123-cd)pyreen mg/kg ds <0.050 <0.050 < S PAK VROM (10) (factor 0,7) 1) 1) mg/kg ds ) 1) 1) Nr. Monsteromschrijving Analytico-nr mm1 mm9 mm grondwal Q: door RvA geaccrediteerde verrichting A: AP04 erkende verrichting S: AS 3000 erkende verrichting Eurofins Analytico B.V. Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. Gildeweg NB Barneveld P.O. Box AL Barneveld NL Tel. +31 (0) Fax +31 (0) Site BNP Paribas S.A VAT/BTW No. NL B01 KvK No IBAN: NL71BNPA BIC: BNPANL2A Eurofins Analytico B.V. is erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. LNE), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheden van Frankrijk en Luxemburg (MEV). Pagina 3 van 39 TESTEN RvA L010

417 Analysecertificaat Uw projectnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Datum monstername Monsternemer Monstermatrix Certificaatnummer/Versie /1 nijmegen Startdatum Rapportagedatum /11: Bijlage A,B,C H.H. Wolters Pagina 3/6 Grond; Grond (AS3000) Analyse Eenheid Q Voorbehandeling Cryogeen malen AS3000 Verkleinen brekermolen (cryogeen) Uitgevoerd Uitgevoerd Uitgevoerd Uitgevoerd Uitgevoerd Uitgevoerd Bodemkundige analyses S Droge stof % (m/m) S Organische stof % (m/m) ds 2.6 < Q Gloeirest % (m/m) ds S Korrelgrootte < 2 µm (Lutum) % (m/m) ds Metalen S Barium (Ba) mg/kg ds S Cadmium (Cd) mg/kg ds 0.19 < S Kobalt (Co) mg/kg ds <4.3 <4.3 < S Koper (Cu) mg/kg ds 6.8 < S Kwik (Hg) mg/kg ds <0.050 < S Molybdeen (Mo) mg/kg ds <1.5 <1.5 <1.5 <1.5 <1.5 S Nikkel (Ni) mg/kg ds S Lood (Pb) mg/kg ds 14 < S Zink (Zn) mg/kg ds 33 < Minerale olie Minerale olie (C10-C12) Minerale olie (C12-C16) Minerale olie (C16-C21) Minerale olie (C21-C30) Minerale olie (C30-C35) Minerale olie (C35-C40) mg/kg ds <3.0 <3.0 <3.0 <3.0 <3.0 mg/kg ds <5.0 <5.0 <5.0 <5.0 <5.0 mg/kg ds <6.0 <6.0 <6.0 <6.0 <6.0 mg/kg ds <12 <12 <12 <12 <12 mg/kg ds <6.0 <6.0 < <6.0 mg/kg ds <6.0 <6.0 < <6.0 S Minerale olie totaal (C10-C40) mg/kg ds <38 <38 <38 <38 <38 Polychloorbifenylen, PCB S PCB 28 mg/kg ds < < < < < S PCB 52 mg/kg ds < < < < < S PCB 101 mg/kg ds < < < < < Nr. Monsteromschrijving Analytico-nr mm2 mm3 mm4 mm5 mm Q: door RvA geaccrediteerde verrichting A: AP04 erkende verrichting S: AS 3000 erkende verrichting Eurofins Analytico B.V. Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. Gildeweg NB Barneveld P.O. Box AL Barneveld NL Tel. +31 (0) Fax +31 (0) Site BNP Paribas S.A VAT/BTW No. NL B01 KvK No IBAN: NL71BNPA BIC: BNPANL2A Eurofins Analytico B.V. is erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. LNE), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheden van Frankrijk en Luxemburg (MEV). Pagina 4 van 39 TESTEN RvA L010

418 Analysecertificaat Uw projectnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Datum monstername Monsternemer Monstermatrix Certificaatnummer/Versie /1 nijmegen Startdatum Rapportagedatum /11: Bijlage A,B,C H.H. Wolters Pagina 4/6 Grond; Grond (AS3000) Analyse Eenheid S PCB 118 mg/kg ds < < < < < S PCB 138 mg/kg ds < < < < S PCB 153 mg/kg ds < < < S PCB 180 mg/kg ds < < < < < S PCB (som 7) (factor 0,7) Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen, PAK 1) 1) mg/kg ds S Naftaleen mg/kg ds <0.050 <0.050 <0.050 <0.050 <0.050 S Fenanthreen mg/kg ds <0.050 < <0.050 S Anthraceen mg/kg ds <0.050 <0.050 <0.050 <0.050 <0.050 S Fluorantheen mg/kg ds <0.050 < S Benzo(a)anthraceen mg/kg ds <0.050 < <0.050 S Chryseen mg/kg ds <0.050 < <0.050 S Benzo(k)fluorantheen mg/kg ds <0.050 < <0.050 S Benzo(a)pyreen mg/kg ds <0.050 < <0.050 S Benzo(ghi)peryleen mg/kg ds <0.050 <0.050 < <0.050 S Indeno(123-cd)pyreen mg/kg ds <0.050 < <0.050 S PAK VROM (10) (factor 0,7) 1) 1) mg/kg ds ) Nr. Monsteromschrijving Analytico-nr mm2 mm3 mm4 mm5 mm Q: door RvA geaccrediteerde verrichting A: AP04 erkende verrichting S: AS 3000 erkende verrichting Eurofins Analytico B.V. Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. Gildeweg NB Barneveld P.O. Box AL Barneveld NL Tel. +31 (0) Fax +31 (0) Site BNP Paribas S.A VAT/BTW No. NL B01 KvK No IBAN: NL71BNPA BIC: BNPANL2A Eurofins Analytico B.V. is erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. LNE), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheden van Frankrijk en Luxemburg (MEV). Pagina 5 van 39 TESTEN RvA L010

419 Analysecertificaat Uw projectnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Datum monstername Monsternemer Monstermatrix Certificaatnummer/Versie /1 nijmegen Startdatum Rapportagedatum /11: Bijlage A,B,C H.H. Wolters Pagina 5/6 Grond; Grond (AS3000) Analyse Eenheid Voorbehandeling Cryogeen malen AS3000 Uitgevoerd Uitgevoerd Bodemkundige analyses S Droge stof % (m/m) S Organische stof % (m/m) ds Q Gloeirest % (m/m) ds S Korrelgrootte < 2 µm (Lutum) % (m/m) ds Metalen S Barium (Ba) mg/kg ds S Cadmium (Cd) mg/kg ds S Kobalt (Co) mg/kg ds < S Koper (Cu) mg/kg ds S Kwik (Hg) mg/kg ds < S Molybdeen (Mo) mg/kg ds <1.5 <1.5 S Nikkel (Ni) mg/kg ds S Lood (Pb) mg/kg ds S Zink (Zn) mg/kg ds Minerale olie Minerale olie (C10-C12) Minerale olie (C12-C16) Minerale olie (C16-C21) Minerale olie (C21-C30) Minerale olie (C30-C35) Minerale olie (C35-C40) mg/kg ds 6.2 <3.0 mg/kg ds <5.0 <5.0 mg/kg ds <6.0 <6.0 mg/kg ds <12 <12 mg/kg ds <6.0 <6.0 mg/kg ds <6.0 <6.0 S Minerale olie totaal (C10-C40) mg/kg ds <38 <38 Polychloorbifenylen, PCB S PCB 28 mg/kg ds < < S PCB 52 mg/kg ds < < S PCB 101 mg/kg ds < < S PCB 118 mg/kg ds < < Nr Monsteromschrijving Analytico-nr. mm mm Eurofins Analytico B.V. Q: door RvA geaccrediteerde verrichting A: AP04 erkende verrichting S: AS 3000 erkende verrichting Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. Gildeweg NB Barneveld P.O. Box AL Barneveld NL Tel. +31 (0) Fax +31 (0) Site BNP Paribas S.A VAT/BTW No. NL B01 KvK No IBAN: NL71BNPA BIC: BNPANL2A Eurofins Analytico B.V. is erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. LNE), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheden van Frankrijk en Luxemburg (MEV). Pagina 6 van 39 TESTEN RvA L010

420 Analysecertificaat Uw projectnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Datum monstername Monsternemer Monstermatrix Certificaatnummer/Versie /1 nijmegen Startdatum Rapportagedatum /11: Bijlage A,B,C H.H. Wolters Pagina 6/6 Grond; Grond (AS3000) Analyse Eenheid S PCB 138 mg/kg ds < < S PCB 153 mg/kg ds < < S PCB 180 mg/kg ds < < S PCB (som 7) (factor 0,7) Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen, PAK mg/kg ds S Naftaleen mg/kg ds <0.050 <0.050 S Fenanthreen mg/kg ds <0.050 <0.050 S Anthraceen mg/kg ds <0.050 <0.050 S Fluorantheen mg/kg ds <0.050 <0.050 S Benzo(a)anthraceen mg/kg ds <0.050 <0.050 S Chryseen mg/kg ds <0.050 <0.050 S Benzo(k)fluorantheen mg/kg ds <0.050 <0.050 S Benzo(a)pyreen mg/kg ds <0.050 <0.050 S Benzo(ghi)peryleen mg/kg ds <0.050 <0.050 S Indeno(123-cd)pyreen mg/kg ds <0.050 <0.050 S PAK VROM (10) (factor 0,7) mg/kg ds ) 1) 1) 1) Nr Monsteromschrijving Analytico-nr. mm mm Eurofins Analytico B.V. Q: door RvA geaccrediteerde verrichting A: AP04 erkende verrichting S: AS 3000 erkende verrichting Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. Akkoord Pr.coörd. JK Gildeweg NB Barneveld P.O. Box AL Barneveld NL Tel. +31 (0) Fax +31 (0) Site BNP Paribas S.A VAT/BTW No. NL B01 KvK No IBAN: NL71BNPA BIC: BNPANL2A Eurofins Analytico B.V. is erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. LNE), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheden van Frankrijk en Luxemburg (MEV). Pagina 7 van 39 TESTEN RvA L010

421 Bijlage (A) met deelmonsterinformatie behorende bij analysecertificaat /1 Pagina 1/2 Analytico-nr. Boornr Omschrijving Van Tot Barcode Monsteromschrijving grondwal mm1 mm9 mm grondwal-1 mm2 mm3 mm4 mm5 mm6 Eurofins Analytico B.V. Gildeweg NB Barneveld P.O. Box AL Barneveld NL Tel. +31 (0) Fax +31 (0) Site BNP Paribas S.A VAT/BTW No. NL B01 KvK No IBAN: NL71BNPA BIC: BNPANL2A Eurofins Analytico B.V. is erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. LNE), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheden van Frankrijk en Luxemburg (MEV). Pagina 8 van 39

422 Bijlage (A) met deelmonsterinformatie behorende bij analysecertificaat /1 Pagina 2/2 Analytico-nr. Boornr Omschrijving Van Tot Barcode Monsteromschrijving mm6 mm7 mm8 Eurofins Analytico B.V. Gildeweg NB Barneveld P.O. Box AL Barneveld NL Tel. +31 (0) Fax +31 (0) Site BNP Paribas S.A VAT/BTW No. NL B01 KvK No IBAN: NL71BNPA BIC: BNPANL2A Eurofins Analytico B.V. is erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. LNE), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheden van Frankrijk en Luxemburg (MEV). Pagina 9 van 39

423 Bijlage (B) met opmerkingen behorende bij analysecertificaat /1 Pagina 1/1 Opmerking 1) De toetswaarde van de som is gelijk aan de sommatie van 0,7*RG Eurofins Analytico B.V. Gildeweg NB Barneveld P.O. Box AL Barneveld NL Tel. +31 (0) Fax +31 (0) Site BNP Paribas S.A VAT/BTW No. NL B01 KvK No IBAN: NL71BNPA BIC: BNPANL2A Eurofins Analytico B.V. is erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. LNE), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheden van Frankrijk en Luxemburg (MEV). Pagina 10 van 39

424 . Bijlage (C) met methodeverwijzingen behorende bij analysecertificaat /1 Pagina 1/1 Analyse Methode Techniek Referentiemethode Vermaling (cryogeen, <=1 W0106 Crushen Cf. NVN 7313 kg,verkleinen brekermolen) Cryogeen malen AS3000 W0106 Voorbehandeling Cf. AS3000 Droge Stof W0104 Gravimetrie Cf. pb en Gw. NEN-ISO Organische stof/gloeirest W0109 Gravimetrie Cf. pb en cf. NEN 5754 Korrelgrootte < 2 µm (Lutum) W0173 Sedimentatie Cf. pb en cf. NEN 5753 Barium (Ba) W0423 ICP-MS Cf. pb en cf. NEN-EN-ISO Cadmium (Cd) W0423 ICP-MS Cf. pb en cf. NEN-EN-ISO Kobalt (Co) W0423 ICP-MS Cf. pb en cf. NEN-EN-ISO Koper (Cu) W0423 ICP-MS Cf. pb en cf. NEN-EN-ISO Kwik (Hg) W0423 ICP-MS Cf. pb en cf. NEN-EN-ISO Molybdeen (Mo) W0423 ICP-MS Cf. pb en cf. NEN-EN-ISO Nikkel (Ni) W0423 ICP-MS Cf. pb en cf. NEN-EN-ISO Lood (Pb) W0423 ICP-MS Cf. pb en cf. NEN-EN-ISO Zink (Zn) W0423 ICP-MS Cf. pb en cf. NEN-EN-ISO Minerale Olie (GC) W0202 GC-FID Cf. pb en cf. NEN 6978 Polychloorbifenylen (PCB) W0271 GC-MS Cf. pb en gw. NEN 6980 PAK som AS3000/AP04 W0271 GC-MS Cf. pb en gw. NEN-ISO PAK (VROM) W0271 GC-MS Cf. pb en gw. NEN-ISO Nadere informatie over de toegepaste onderzoeksmethoden alsmede een classificatie van de meetonzekerheid staan vermeld in ons overzicht "Specificaties analysemethoden", versie Eurofins Analytico B.V. Gildeweg NB Barneveld P.O. Box AL Barneveld NL Tel. +31 (0) Fax +31 (0) Site BNP Paribas S.A VAT/BTW No. NL B01 KvK No IBAN: NL71BNPA BIC: BNPANL2A Eurofins Analytico B.V. is erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. LNE), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheden van Frankrijk en Luxemburg (MEV). Pagina 11 van 39

425 Envita Nijmegen B.V. T.a.v. J. Spekreijse Postbus ZG NIJMEGEN Analysecertificaat Datum: Hierbij ontvangt u de resultaten van het navolgende laboratoriumonderzoek. Certificaatnummer Uw projectnummer Uw projectnaam nijmegen Uw ordernummer Monster(s) ontvangen Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. Aanvullende informatie behorend bij dit analysecertificaat kunt U vinden in het overzicht "Specificaties Analysemethoden". Extra exemplaren zijn verkrijgbaar bij de afdeling Verkoop en Advies. De grondmonsters worden tot 6 weken na datum ontvangst bewaard en watermonsters tot 2 weken na datum ontvangst. Zonder tegenbericht worden de monsters nadien afgevoerd. Indien de monsters langer bewaard dienen te blijven verzoeken wij U dit exemplaar uiterlijk 1 week voor afloop van de standaardbewaarperiode ondertekend aan ons te retourneren. Voor de kosten van het langer bewaren van monsters verwijzen wij naar de prijslijst. Bewaren tot: Datum: Naam: Handtekening: Wij vertrouwen erop uw opdracht hiermee naar verwachting te hebben uitgevoerd, mocht U naar aanleiding van dit analysecertificaat nog vragen hebben verzoeken wij U contact op te nemen met de afdeling Verkoop en Advies. Met vriendelijke groet, Eurofins Analytico B.V. Ing. A. Veldhuizen Technical Manager Eurofins Analytico B.V. Gildeweg NB Barneveld P.O. Box AL Barneveld NL Tel. +31 (0) BNP Paribas S.A Fax +31 (0) VAT/BTW No. NL B01 KvK No Site IBAN: NL71BNPA BIC: BNPANL2A Eurofins Analytico B.V. is erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. LNE), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheden van Frankrijk en Luxemburg (MEV). Pagina 12 van 39

426 Analysecertificaat Uw projectnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Datum monstername Monsternemer Monstermatrix Certificaatnummer/Versie /1 nijmegen Startdatum Rapportagedatum /14: Bijlage A,B,C H.H. Wolters Pagina 1/1 Grond; Asbesthoudende grond Analyse Eenheid 1 2 Bodemkundige analyses Q Droge stof % (m/m) Uitbesteed onderzoek In behandeling genomen hoeveelheid Asbest fractie <0,5mm Asbest fractie 0,5-1mm Asbest fractie 1-2mm Asbest fractie 2-4mm Asbest fractie 4-8mm Asbest fractie 8-16mm Asbest fractie >16mm Asbest (som) Gemeten Asbestconcentratie Asbest in grond (gewogen NEN 5707) Gemeten concentratie (OG) Gemeten concentratie (BG) Gemeten concentratie Crocidoliet Concentratie Crocidoliet (OG) Concentratie Crocidoliet (BG) Gemeten concentratie Amosiet Concentratie Amosiet (OG) Concentratie Amosiet (BG) Gemeten concentratie Chrysotiel Concentratie Chrysotiel (OG) Concentratie Chrysotiel (BG) Totaal asbest hechtgebonden Totaal asbest niet hechtgebonden kg mg mg mg mg mg mg mg mg mg/kg ds 2.7 <2.0 mg/kg ds mg/kg ds <1.0 0 mg/kg ds mg/kg ds 0 0 mg/kg ds 0 0 mg/kg ds 0 0 mg/kg ds 0 0 mg/kg ds 0 0 mg/kg ds 0 0 mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds 0 0 1) 1) Nr. 1 2 Monsteromschrijving Analytico-nr. MM 2 asbest MM1 asbest Eurofins Analytico B.V. Q: door RvA geaccrediteerde verrichting A: AP04 erkende verrichting S: AS 3000 erkende verrichting Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. Akkoord Pr.coörd. JK Gildeweg NB Barneveld P.O. Box AL Barneveld NL Tel. +31 (0) Fax +31 (0) Site BNP Paribas S.A VAT/BTW No. NL B01 KvK No IBAN: NL71BNPA BIC: BNPANL2A Eurofins Analytico B.V. is erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. LNE), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheden van Frankrijk en Luxemburg (MEV). Pagina 13 van 39 TESTEN RvA L010

427 Bijlage (A) met deelmonsterinformatie behorende bij analysecertificaat /1 Pagina 1/1 Analytico-nr. Boornr Omschrijving Van Tot Barcode Monsteromschrijving MM 2 asbest R MM1 asbest R MM 2 asbest-1 MM1 asbest-1 Eurofins Analytico B.V. Gildeweg NB Barneveld P.O. Box AL Barneveld NL Tel. +31 (0) Fax +31 (0) Site BNP Paribas S.A VAT/BTW No. NL B01 KvK No IBAN: NL71BNPA BIC: BNPANL2A Eurofins Analytico B.V. is erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. LNE), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheden van Frankrijk en Luxemburg (MEV). Pagina 14 van 39

428 Bijlage (B) met opmerkingen behorende bij analysecertificaat /1 Pagina 1/1 Opmerking 1) Deze bepaling is uitgevoerd onder de accreditatie van L192. Het originele certificaat van dit asbestonderzoek is op verzoek verkrijgbaar. Eurofins Analytico B.V. Gildeweg NB Barneveld P.O. Box AL Barneveld NL Tel. +31 (0) Fax +31 (0) Site BNP Paribas S.A VAT/BTW No. NL B01 KvK No IBAN: NL71BNPA BIC: BNPANL2A Eurofins Analytico B.V. is erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. LNE), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheden van Frankrijk en Luxemburg (MEV). Pagina 15 van 39

429 . Bijlage (C) met methodeverwijzingen behorende bij analysecertificaat /1 Pagina 1/1 Analyse Methode Techniek Referentiemethode Droge stof RPS AV.008 Microscopie Cf. NEN 5709/5896 Asbest RPS grond (NEN5707) (uitb.) AV.008 Microscopie Cf. NEN 5709/5896 Nadere informatie over de toegepaste onderzoeksmethoden alsmede een classificatie van de meetonzekerheid staan vermeld in ons overzicht "Specificaties analysemethoden", versie Eurofins Analytico B.V. Gildeweg NB Barneveld P.O. Box AL Barneveld NL Tel. +31 (0) Fax +31 (0) Site BNP Paribas S.A VAT/BTW No. NL B01 KvK No IBAN: NL71BNPA BIC: BNPANL2A Eurofins Analytico B.V. is erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. LNE), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheden van Frankrijk en Luxemburg (MEV). Pagina 16 van 39

430 Envita Nijmegen B.V. T.a.v. J. Spekreijse Postbus ZG NIJMEGEN Analysecertificaat Datum: Hierbij ontvangt u de resultaten van het navolgende laboratoriumonderzoek. Certificaatnummer Uw projectnummer Uw projectnaam Staddijk Nijmegen Uw ordernummer Monster(s) ontvangen Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. Aanvullende informatie behorend bij dit analysecertificaat kunt U vinden in het overzicht "Specificaties Analysemethoden". Extra exemplaren zijn verkrijgbaar bij de afdeling Verkoop en Advies. De grondmonsters worden tot 6 weken na datum ontvangst bewaard en watermonsters tot 2 weken na datum ontvangst. Zonder tegenbericht worden de monsters nadien afgevoerd. Indien de monsters langer bewaard dienen te blijven verzoeken wij U dit exemplaar uiterlijk 1 week voor afloop van de standaardbewaarperiode ondertekend aan ons te retourneren. Voor de kosten van het langer bewaren van monsters verwijzen wij naar de prijslijst. Bewaren tot: Datum: Naam: Handtekening: Wij vertrouwen erop uw opdracht hiermee naar verwachting te hebben uitgevoerd, mocht U naar aanleiding van dit analysecertificaat nog vragen hebben verzoeken wij U contact op te nemen met de afdeling Verkoop en Advies. Met vriendelijke groet, Eurofins Analytico B.V. Ing. A. Veldhuizen Technical Manager Eurofins Analytico B.V. Gildeweg NB Barneveld P.O. Box AL Barneveld NL Tel. +31 (0) BNP Paribas S.A Fax +31 (0) VAT/BTW No. NL B01 KvK No Site IBAN: NL71BNPA BIC: BNPANL2A Eurofins Analytico B.V. is erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. LNE), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheden van Frankrijk en Luxemburg (MEV). Pagina 17 van 39

431 Analysecertificaat Uw projectnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Datum monstername Monsternemer Monstermatrix Certificaatnummer/Versie /1 Staddijk Nijmegen Startdatum Rapportagedatum /16: Bijlage A,B,C L.M. van der Meul Pagina 1/2 Water; Water (AS3000) Analyse Eenheid 1 Metalen S Barium (Ba) µg/l 70 S Cadmium (Cd) µg/l <0.80 S Kobalt (Co) µg/l <5.0 S Koper (Cu) µg/l <15 S Kwik (Hg) µg/l <0.050 S Molybdeen (Mo) µg/l <3.6 S Nikkel (Ni) µg/l <15 S Lood (Pb) µg/l <15 S Zink (Zn) µg/l <60 Vluchtige Aromatische Koolwaterstoffen S Benzeen µg/l <0.20 S Tolueen µg/l <0.30 S Ethylbenzeen µg/l <0.30 S o-xyleen µg/l <0.10 S m,p-xyleen µg/l <0.20 S Xylenen (som) factor 0,7 BTEX (som) µg/l µg/l 0.21 <1.1 S Naftaleen µg/l <0.050 S Styreen µg/l <0.30 1) Vluchtige organische halogeenkoolwaterstoffen S Dichloormethaan µg/l <0.20 S Trichloormethaan µg/l <0.60 S Tetrachloormethaan µg/l <0.10 S Trichlooretheen µg/l <0.60 S Tetrachlooretheen µg/l <0.10 S 1,1-Dichloorethaan µg/l <0.60 S 1,2-Dichloorethaan µg/l <0.60 S 1,1,1-Trichloorethaan µg/l <0.10 S 1,1,2-Trichloorethaan µg/l <0.10 S cis 1,2-Dichlooretheen µg/l <0.10 Nr. Monsteromschrijving Analytico-nr Eurofins Analytico B.V. Q: door RvA geaccrediteerde verrichting A: AP04 erkende verrichting S: AS 3000 erkende verrichting Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. Gildeweg NB Barneveld P.O. Box AL Barneveld NL Tel. +31 (0) Fax +31 (0) Site BNP Paribas S.A VAT/BTW No. NL B01 KvK No IBAN: NL71BNPA BIC: BNPANL2A Eurofins Analytico B.V. is erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. LNE), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheden van Frankrijk en Luxemburg (MEV). Pagina 18 van 39 TESTEN RvA L010

432 Analysecertificaat Uw projectnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Datum monstername Monsternemer Monstermatrix Certificaatnummer/Versie /1 Staddijk Nijmegen Startdatum Rapportagedatum /16: Bijlage A,B,C L.M. van der Meul Pagina 2/2 Water; Water (AS3000) Analyse Eenheid 1 S trans 1,2-Dichlooretheen µg/l <0.10 CKW (som) µg/l <3.2 S Tribroommethaan µg/l <2.0 S Vinylchloride µg/l <0.10 S 1,1-Dichlooretheen µg/l <0.10 S 1,2-Dichloorethenen (Som) factor 0,7 µg/l 0.14 S 1,1-Dichloorpropaan µg/l <0.25 S 1,2-Dichloorpropaan µg/l <0.25 S 1,3-Dichloorpropaan µg/l <0.25 S Dichloorpropanen som factor 0.7 µg/l ) Minerale olie Minerale olie (C10-C12) Minerale olie (C12-C16) Minerale olie (C16-C21) Minerale olie (C21-C30) Minerale olie (C30-C35) Minerale olie (C35-C40) µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l <16 <31 <15 <15 S Minerale olie totaal (C10-C40) µg/l <100 Nr. Monsteromschrijving Analytico-nr Eurofins Analytico B.V. Q: door RvA geaccrediteerde verrichting A: AP04 erkende verrichting S: AS 3000 erkende verrichting Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. Akkoord Pr.coörd. VA Gildeweg NB Barneveld P.O. Box AL Barneveld NL Tel. +31 (0) Fax +31 (0) Site BNP Paribas S.A VAT/BTW No. NL B01 KvK No IBAN: NL71BNPA BIC: BNPANL2A Eurofins Analytico B.V. is erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. LNE), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheden van Frankrijk en Luxemburg (MEV). Pagina 19 van 39 TESTEN RvA L010

433 Bijlage (A) met deelmonsterinformatie behorende bij analysecertificaat /1 Pagina 1/1 Analytico-nr. Boornr Omschrijving Van Tot Barcode Monsteromschrijving Eurofins Analytico B.V. Gildeweg NB Barneveld P.O. Box AL Barneveld NL Tel. +31 (0) Fax +31 (0) Site BNP Paribas S.A VAT/BTW No. NL B01 KvK No IBAN: NL71BNPA BIC: BNPANL2A Eurofins Analytico B.V. is erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. LNE), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheden van Frankrijk en Luxemburg (MEV). Pagina 20 van 39

434 Bijlage (B) met opmerkingen behorende bij analysecertificaat /1 Pagina 1/1 Opmerking 1) De toetswaarde van de som is gelijk aan de sommatie van 0,7*RG Eurofins Analytico B.V. Gildeweg NB Barneveld P.O. Box AL Barneveld NL Tel. +31 (0) Fax +31 (0) Site BNP Paribas S.A VAT/BTW No. NL B01 KvK No IBAN: NL71BNPA BIC: BNPANL2A Eurofins Analytico B.V. is erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. LNE), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheden van Frankrijk en Luxemburg (MEV). Pagina 21 van 39

435 . Bijlage (C) met methodeverwijzingen behorende bij analysecertificaat /1 Pagina 1/1 Analyse Methode Techniek Referentiemethode Aromaten (BTEXN) W0254 HS-GC-MS Cf. pb Barium (Ba) W0421 ICP-MS Cf. pb en cf. NEN-EN-ISO Cadmium (Cd) W0421 ICP-MS Cf. pb en cf. NEN-EN-ISO Kobalt (Co) W0421 ICP-MS Cf. pb en cf. NEN-EN-ISO Koper (Cu) W0421 ICP-MS Cf. pb en cf. NEN-EN-ISO Kwik (Hg) W0421 ICP-MS Cf. pb en cf. NEN-EN-ISO Molybdeen (Mo) W0421 ICP-MS Cf. pb en cf. NEN-EN-ISO Nikkel (Ni) W0421 ICP-MS Cf. pb en cf. NEN-EN-ISO Lood (Pb) W0421 ICP-MS Cf. pb en cf. NEN-EN-ISO Zink (Zn) W0421 ICP-MS Cf. pb en cf. NEN-EN-ISO Xylenen som AS3000 W0254 HS-GC-MS Cf. pb Styreen W0254 HS-GC-MS Cf. pb VOCL (11) W0254 HS-GC-MS Cf. pb tribroommethaan W0254 HS-GC-MS Cf. pb CKW : Vinylchloride W0254 HS-GC-MS Cf. pb CKW : 1,1-Dichlooretheen W0254 HS-GC-MS Cf. pb HS DiClEtheen som AS3000 W0254 HS-GC-MS Cf. pb ,1-dichloorpropaan W0254 HS-GC-MS Cf. pb ,2-Dichloorpropaan W0254 HS-GC-MS Cf. pb ,3-dichloorpropaan W0254 HS-GC-MS Cf. pb DiChlprop. som AS300 W0254 HS-GC-MS Cf. pb en gw. NEN EN ISO Minerale Olie (GC) W0215 LVI-GC-FID Cf. pb Nadere informatie over de toegepaste onderzoeksmethoden alsmede een classificatie van de meetonzekerheid staan vermeld in ons overzicht "Specificaties analysemethoden", versie Eurofins Analytico B.V. Gildeweg NB Barneveld P.O. Box AL Barneveld NL Tel. +31 (0) Fax +31 (0) Site BNP Paribas S.A VAT/BTW No. NL B01 KvK No IBAN: NL71BNPA BIC: BNPANL2A Eurofins Analytico B.V. is erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. LNE), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheden van Frankrijk en Luxemburg (MEV). Pagina 22 van 39

436 Envita Nijmegen B.V. T.a.v. I. Leeftink Postbus ZG NIJMEGEN Analysecertificaat Datum: Hierbij ontvangt u de resultaten van het navolgende laboratoriumonderzoek. Certificaatnummer Uw projectnummer Uw projectnaam Staddijk Nijmegen Uw ordernummer Monster(s) ontvangen Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. Aanvullende informatie behorend bij dit analysecertificaat kunt U vinden in het overzicht "Specificaties Analysemethoden". Extra exemplaren zijn verkrijgbaar bij de afdeling Verkoop en Advies. De grondmonsters worden tot 6 weken na datum ontvangst bewaard en watermonsters tot 2 weken na datum ontvangst. Zonder tegenbericht worden de monsters nadien afgevoerd. Indien de monsters langer bewaard dienen te blijven verzoeken wij U dit exemplaar uiterlijk 1 week voor afloop van de standaardbewaarperiode ondertekend aan ons te retourneren. Voor de kosten van het langer bewaren van monsters verwijzen wij naar de prijslijst. Bewaren tot: Datum: Naam: Handtekening: Wij vertrouwen erop uw opdracht hiermee naar verwachting te hebben uitgevoerd, mocht U naar aanleiding van dit analysecertificaat nog vragen hebben verzoeken wij U contact op te nemen met de afdeling Verkoop en Advies. Met vriendelijke groet, Eurofins Analytico B.V. Ing. A. Veldhuizen Technical Manager Eurofins Analytico B.V. Gildeweg NB Barneveld P.O. Box AL Barneveld NL Tel. +31 (0) BNP Paribas S.A Fax +31 (0) VAT/BTW No. NL B01 No Site IBAN: NL71BNPA BIC: BNPANL2A Eurofins Analytico B.V. is erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. LNE), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheden van Frankrijk en Luxemburg (MEV). Pagina 23 van 39

437 Analysecertificaat Uw projectnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Datum monstername Monsternemer Monstermatrix Certificaatnummer/Versie /1 Staddijk Nijmegen Startdatum Rapportagedatum /16: Bijlage A,B,C F. Regeling Pagina 1/3 Grond; Grond (AS3000) Analyse Eenheid Q Voorbehandeling Cryogeen malen AS3000 Verkleinen brekermolen (cryogeen) Uitgevoerd Uitgevoerd Uitgevoerd Uitgevoerd Uitgevoerd Uitgevoerd Bodemkundige analyses S Droge stof % (m/m) S Organische stof % (m/m) ds Q Gloeirest % (m/m) ds S Korrelgrootte < 2 µm (Lutum) % (m/m) ds 6.2 < Metalen S Barium (Ba) mg/kg ds S Cadmium (Cd) mg/kg ds <0.17 <0.17 S Kobalt (Co) mg/kg ds <4.3 <4.3 S Koper (Cu) mg/kg ds S Kwik (Hg) mg/kg ds 0.17 <0.050 S Molybdeen (Mo) mg/kg ds <1.5 <1.5 S Nikkel (Ni) mg/kg ds S Lood (Pb) mg/kg ds S Zink (Zn) mg/kg ds Minerale olie Minerale olie (C10-C12) Minerale olie (C12-C16) Minerale olie (C16-C21) Minerale olie (C21-C30) Minerale olie (C30-C35) Minerale olie (C35-C40) mg/kg ds <3.0 <3.0 mg/kg ds <5.0 <5.0 mg/kg ds <6.0 <6.0 mg/kg ds <12 <12 mg/kg ds <6.0 <6.0 mg/kg ds <6.0 <6.0 S Minerale olie totaal (C10-C40) mg/kg ds <38 <38 Polychloorbifenylen, PCB S PCB 28 mg/kg ds < < S PCB 52 mg/kg ds < < S PCB 101 mg/kg ds < < Nr. Monsteromschrijving Analytico-nr mm12 mm13 mm Q: door RvA geaccrediteerde verrichting A: AP04 erkende verrichting S: AS 3000 erkende verrichting Eurofins Analytico B.V. Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. Gildeweg NB Barneveld P.O. Box AL Barneveld NL Tel. +31 (0) Fax +31 (0) Site BNP Paribas S.A VAT/BTW No. NL B01 KvK No IBAN: NL71BNPA BIC: BNPANL2A Eurofins Analytico B.V. is erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. LNE), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheden van Frankrijk en Luxemburg (MEV). Pagina 24 van 39 TESTEN RvA L010

438 Analysecertificaat Uw projectnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Datum monstername Monsternemer Monstermatrix Certificaatnummer/Versie /1 Staddijk Nijmegen Startdatum Rapportagedatum /16: Bijlage A,B,C F. Regeling Pagina 2/3 Grond; Grond (AS3000) Analyse Eenheid S PCB 118 mg/kg ds < < S PCB 138 mg/kg ds < < S PCB 153 mg/kg ds < < S PCB 180 mg/kg ds < < S PCB (som 7) (factor 0,7) Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen, PAK 1) mg/kg ds S Naftaleen mg/kg ds <0.050 <0.050 S Fenanthreen mg/kg ds 0.45 <0.050 S Anthraceen mg/kg ds 0.20 <0.050 S Fluorantheen mg/kg ds S Benzo(a)anthraceen mg/kg ds S Chryseen mg/kg ds S Benzo(k)fluorantheen mg/kg ds 0.25 <0.050 S Benzo(a)pyreen mg/kg ds 0.46 <0.050 S Benzo(ghi)peryleen mg/kg ds 0.28 <0.050 S Indeno(123-cd)pyreen mg/kg ds 0.36 <0.050 S PAK VROM (10) (factor 0,7) mg/kg ds ) Nr. Monsteromschrijving Analytico-nr mm12 mm13 mm Q: door RvA geaccrediteerde verrichting A: AP04 erkende verrichting S: AS 3000 erkende verrichting Eurofins Analytico B.V. Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. Gildeweg NB Barneveld P.O. Box AL Barneveld NL Tel. +31 (0) Fax +31 (0) Site BNP Paribas S.A VAT/BTW No. NL B01 KvK No IBAN: NL71BNPA BIC: BNPANL2A Eurofins Analytico B.V. is erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. LNE), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheden van Frankrijk en Luxemburg (MEV). Pagina 25 van 39 TESTEN RvA L010

439 Analysecertificaat Uw projectnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Datum monstername Monsternemer Monstermatrix Certificaatnummer/Versie /1 Staddijk Nijmegen Startdatum Rapportagedatum /16: Bijlage A,B,C F. Regeling Pagina 3/3 Grond; Grond (AS3000) Analyse Voorbehandeling Cryogeen malen AS3000 Eenheid Uitgevoerd Uitgevoerd Uitgevoerd Bodemkundige analyses S Droge stof % (m/m) S Organische stof % (m/m) ds Q Gloeirest % (m/m) ds S Korrelgrootte < 2 µm (Lutum) % (m/m) ds Metalen S Zink (Zn) mg/kg ds Nr Monsteromschrijving Analytico-nr. mm mm mm Eurofins Analytico B.V. Q: door RvA geaccrediteerde verrichting A: AP04 erkende verrichting S: AS 3000 erkende verrichting Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. Akkoord Pr.coörd. JV Gildeweg NB Barneveld P.O. Box AL Barneveld NL Tel. +31 (0) Fax +31 (0) Site BNP Paribas S.A VAT/BTW No. NL B01 KvK No IBAN: NL71BNPA BIC: BNPANL2A Eurofins Analytico B.V. is erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. LNE), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheden van Frankrijk en Luxemburg (MEV). Pagina 26 van 39 TESTEN RvA L010

440 Bijlage (A) met deelmonsterinformatie behorende bij analysecertificaat /1 Pagina 1/1 Analytico-nr. Boornr Omschrijving Van Tot Barcode Monsteromschrijving mm12 mm13 mm14 mm15 mm16 mm17 Eurofins Analytico B.V. Gildeweg NB Barneveld P.O. Box AL Barneveld NL Tel. +31 (0) Fax +31 (0) Site BNP Paribas S.A VAT/BTW No. NL B01 KvK No IBAN: NL71BNPA BIC: BNPANL2A Eurofins Analytico B.V. is erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. LNE), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheden van Frankrijk en Luxemburg (MEV). Pagina 27 van 39

441 Bijlage (B) met opmerkingen behorende bij analysecertificaat /1 Pagina 1/1 Opmerking 1) De toetswaarde van de som is gelijk aan de sommatie van 0,7*RG Eurofins Analytico B.V. Gildeweg NB Barneveld P.O. Box AL Barneveld NL Tel. +31 (0) Fax +31 (0) Site BNP Paribas S.A VAT/BTW No. NL B01 KvK No IBAN: NL71BNPA BIC: BNPANL2A Eurofins Analytico B.V. is erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. LNE), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheden van Frankrijk en Luxemburg (MEV). Pagina 28 van 39

442 . Bijlage (C) met methodeverwijzingen behorende bij analysecertificaat /1 Pagina 1/1 Analyse Methode Techniek Referentiemethode Vermaling (cryogeen, <=1 W0106 Crushen Cf. NVN 7313 kg,verkleinen brekermolen) Cryogeen malen AS3000 W0106 Voorbehandeling Cf. AS3000 Droge Stof W0104 Gravimetrie Cf. pb en Gw. NEN-ISO Organische stof/gloeirest W0109 Gravimetrie Cf. pb en cf. NEN 5754 Korrelgrootte < 2 µm (Lutum) W0173 Sedimentatie Cf. pb en cf. NEN 5753 Barium (Ba) W0423 ICP-MS Cf. pb en cf. NEN-EN-ISO Cadmium (Cd) W0423 ICP-MS Cf. pb en cf. NEN-EN-ISO Kobalt (Co) W0423 ICP-MS Cf. pb en cf. NEN-EN-ISO Koper (Cu) W0423 ICP-MS Cf. pb en cf. NEN-EN-ISO Kwik (Hg) W0423 ICP-MS Cf. pb en cf. NEN-EN-ISO Molybdeen (Mo) W0423 ICP-MS Cf. pb en cf. NEN-EN-ISO Nikkel (Ni) W0423 ICP-MS Cf. pb en cf. NEN-EN-ISO Lood (Pb) W0423 ICP-MS Cf. pb en cf. NEN-EN-ISO Zink (Zn) W0423 ICP-MS Cf. pb en cf. NEN-EN-ISO Minerale Olie (GC) W0202 GC-FID Cf. pb en cf. NEN 6978 Polychloorbifenylen (PCB) W0271 GC-MS Cf. pb en gw. NEN 6980 PAK som AS3000/AP04 W0271 GC-MS Cf. pb en gw. NEN-ISO PAK (VROM) W0271 GC-MS Cf. pb en gw. NEN-ISO Nadere informatie over de toegepaste onderzoeksmethoden alsmede een classificatie van de meetonzekerheid staan vermeld in ons overzicht "Specificaties analysemethoden", versie Eurofins Analytico B.V. Gildeweg NB Barneveld P.O. Box AL Barneveld NL Tel. +31 (0) Fax +31 (0) Site BNP Paribas S.A VAT/BTW No. NL B01 KvK No IBAN: NL71BNPA BIC: BNPANL2A Eurofins Analytico B.V. is erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. LNE), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheden van Frankrijk en Luxemburg (MEV). Pagina 29 van 39

443 Envita Nijmegen B.V. T.a.v. I. Leeftink Postbus ZG NIJMEGEN Analysecertificaat Datum: Hierbij ontvangt u de resultaten van het navolgende laboratoriumonderzoek. Certificaatnummer Uw projectnummer Uw projectnaam Staddijk Nijmegen Uw ordernummer Monster(s) ontvangen Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. Aanvullende informatie behorend bij dit analysecertificaat kunt U vinden in het overzicht "Specificaties Analysemethoden". Extra exemplaren zijn verkrijgbaar bij de afdeling Verkoop en Advies. De grondmonsters worden tot 6 weken na datum ontvangst bewaard en watermonsters tot 2 weken na datum ontvangst. Zonder tegenbericht worden de monsters nadien afgevoerd. Indien de monsters langer bewaard dienen te blijven verzoeken wij U dit exemplaar uiterlijk 1 week voor afloop van de standaardbewaarperiode ondertekend aan ons te retourneren. Voor de kosten van het langer bewaren van monsters verwijzen wij naar de prijslijst. Bewaren tot: Datum: Naam: Handtekening: Wij vertrouwen erop uw opdracht hiermee naar verwachting te hebben uitgevoerd, mocht U naar aanleiding van dit analysecertificaat nog vragen hebben verzoeken wij U contact op te nemen met de afdeling Verkoop en Advies. Met vriendelijke groet, Eurofins Analytico B.V. Ing. A. Veldhuizen Technical Manager Eurofins Analytico B.V. Gildeweg NB Barneveld P.O. Box AL Barneveld NL Tel. +31 (0) BNP Paribas S.A Fax +31 (0) VAT/BTW No. NL B01 No Site IBAN: NL71BNPA BIC: BNPANL2A Eurofins Analytico B.V. is erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. LNE), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheden van Frankrijk en Luxemburg (MEV). Pagina 30 van 39

444 Analysecertificaat Uw projectnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Datum monstername Monsternemer Monstermatrix Certificaatnummer/Versie /1 Staddijk Nijmegen Startdatum Rapportagedatum /16: Bijlage A,B,C F. Regeling Pagina 1/2 Grond; Grond (AS3000) Analyse Voorbehandeling Cryogeen malen AS3000 Eenheid 1 Uitgevoerd Bodemkundige analyses S Droge stof % (m/m) 91.3 S Organische stof % (m/m) ds 0.9 Q Gloeirest % (m/m) ds 98.4 S Korrelgrootte < 2 µm (Lutum) % (m/m) ds 8.9 Metalen S Barium (Ba) mg/kg ds 160 S Cadmium (Cd) mg/kg ds 0.78 S Kobalt (Co) mg/kg ds 5.8 S Koper (Cu) mg/kg ds 33 S Kwik (Hg) mg/kg ds 0.14 S Molybdeen (Mo) mg/kg ds <1.5 S Nikkel (Ni) mg/kg ds 18 S Lood (Pb) mg/kg ds 35 S Zink (Zn) mg/kg ds 68 Minerale olie Minerale olie (C10-C12) Minerale olie (C12-C16) Minerale olie (C16-C21) Minerale olie (C21-C30) Minerale olie (C30-C35) Minerale olie (C35-C40) mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds 3.9 <5.0 <6.0 <12 <6.0 <6.0 S Minerale olie totaal (C10-C40) mg/kg ds <38 Polychloorbifenylen, PCB S PCB 28 mg/kg ds < S PCB 52 mg/kg ds < S PCB 101 mg/kg ds < S PCB 118 mg/kg ds < Nr. Monsteromschrijving Analytico-nr. 1 mm Eurofins Analytico B.V. Q: door RvA geaccrediteerde verrichting A: AP04 erkende verrichting S: AS 3000 erkende verrichting Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. Gildeweg NB Barneveld P.O. Box AL Barneveld NL Tel. +31 (0) Fax +31 (0) Site BNP Paribas S.A VAT/BTW No. NL B01 KvK No IBAN: NL71BNPA BIC: BNPANL2A Eurofins Analytico B.V. is erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. LNE), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheden van Frankrijk en Luxemburg (MEV). Pagina 31 van 39 TESTEN RvA L010

445 Analysecertificaat Uw projectnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Datum monstername Monsternemer Monstermatrix Certificaatnummer/Versie /1 Staddijk Nijmegen Startdatum Rapportagedatum /16: Bijlage A,B,C F. Regeling Pagina 2/2 Grond; Grond (AS3000) Analyse Eenheid 1 S PCB 138 mg/kg ds < S PCB 153 mg/kg ds < S PCB 180 mg/kg ds < S PCB (som 7) (factor 0,7) mg/kg ds ) Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen, PAK S Naftaleen mg/kg ds <0.050 S Fenanthreen mg/kg ds 0.13 S Anthraceen mg/kg ds <0.050 S Fluorantheen mg/kg ds 0.26 S Benzo(a)anthraceen mg/kg ds 0.13 S Chryseen mg/kg ds 0.16 S Benzo(k)fluorantheen mg/kg ds S Benzo(a)pyreen mg/kg ds 0.11 S Benzo(ghi)peryleen mg/kg ds 0.10 S Indeno(123-cd)pyreen mg/kg ds 0.12 S PAK VROM (10) (factor 0,7) mg/kg ds 1.2 Nr. Monsteromschrijving Analytico-nr. 1 mm Eurofins Analytico B.V. Q: door RvA geaccrediteerde verrichting A: AP04 erkende verrichting S: AS 3000 erkende verrichting Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. Akkoord Pr.coörd. VA Gildeweg NB Barneveld P.O. Box AL Barneveld NL Tel. +31 (0) Fax +31 (0) Site BNP Paribas S.A VAT/BTW No. NL B01 KvK No IBAN: NL71BNPA BIC: BNPANL2A Eurofins Analytico B.V. is erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. LNE), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheden van Frankrijk en Luxemburg (MEV). Pagina 32 van 39 TESTEN RvA L010

446 Bijlage (A) met deelmonsterinformatie behorende bij analysecertificaat /1 Pagina 1/1 Analytico-nr. Boornr Omschrijving Van Tot Barcode Monsteromschrijving mm11 Eurofins Analytico B.V. Gildeweg NB Barneveld P.O. Box AL Barneveld NL Tel. +31 (0) Fax +31 (0) Site BNP Paribas S.A VAT/BTW No. NL B01 KvK No IBAN: NL71BNPA BIC: BNPANL2A Eurofins Analytico B.V. is erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. LNE), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheden van Frankrijk en Luxemburg (MEV). Pagina 33 van 39

447 Bijlage (B) met opmerkingen behorende bij analysecertificaat /1 Pagina 1/1 Opmerking 1) De toetswaarde van de som is gelijk aan de sommatie van 0,7*RG Eurofins Analytico B.V. Gildeweg NB Barneveld P.O. Box AL Barneveld NL Tel. +31 (0) Fax +31 (0) Site BNP Paribas S.A VAT/BTW No. NL B01 KvK No IBAN: NL71BNPA BIC: BNPANL2A Eurofins Analytico B.V. is erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. LNE), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheden van Frankrijk en Luxemburg (MEV). Pagina 34 van 39

448 . Bijlage (C) met methodeverwijzingen behorende bij analysecertificaat /1 Pagina 1/1 Analyse Methode Techniek Referentiemethode Cryogeen malen AS3000 W0106 Voorbehandeling Cf. AS3000 Droge Stof W0104 Gravimetrie Cf. pb en Gw. NEN-ISO Organische stof/gloeirest W0109 Gravimetrie Cf. pb en cf. NEN 5754 Korrelgrootte < 2 µm (Lutum) W0173 Sedimentatie Cf. pb en cf. NEN 5753 Barium (Ba) W0423 ICP-MS Cf. pb en cf. NEN-EN-ISO Cadmium (Cd) W0423 ICP-MS Cf. pb en cf. NEN-EN-ISO Kobalt (Co) W0423 ICP-MS Cf. pb en cf. NEN-EN-ISO Koper (Cu) W0423 ICP-MS Cf. pb en cf. NEN-EN-ISO Kwik (Hg) W0423 ICP-MS Cf. pb en cf. NEN-EN-ISO Molybdeen (Mo) W0423 ICP-MS Cf. pb en cf. NEN-EN-ISO Nikkel (Ni) W0423 ICP-MS Cf. pb en cf. NEN-EN-ISO Lood (Pb) W0423 ICP-MS Cf. pb en cf. NEN-EN-ISO Zink (Zn) W0423 ICP-MS Cf. pb en cf. NEN-EN-ISO Minerale Olie (GC) W0202 GC-FID Cf. pb en cf. NEN 6978 Polychloorbifenylen (PCB) W0271 GC-MS Cf. pb en gw. NEN 6980 PAK (VROM) W0271 GC-MS Cf. pb en gw. NEN-ISO PAK som AS3000/AP04 W0271 GC-MS Cf. pb en gw. NEN-ISO Nadere informatie over de toegepaste onderzoeksmethoden alsmede een classificatie van de meetonzekerheid staan vermeld in ons overzicht "Specificaties analysemethoden", versie Eurofins Analytico B.V. Gildeweg NB Barneveld P.O. Box AL Barneveld NL Tel. +31 (0) Fax +31 (0) Site BNP Paribas S.A VAT/BTW No. NL B01 KvK No IBAN: NL71BNPA BIC: BNPANL2A Eurofins Analytico B.V. is erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. LNE), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheden van Frankrijk en Luxemburg (MEV). Pagina 35 van 39

449 Envita Nijmegen B.V. T.a.v. J. Spekreijse Postbus ZG NIJMEGEN Analysecertificaat Datum: Hierbij ontvangt u de resultaten van het navolgende laboratoriumonderzoek. Certificaatnummer Uw projectnummer Uw projectnaam Staddijk Nijmegen Uw ordernummer Monster(s) ontvangen Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. Aanvullende informatie behorend bij dit analysecertificaat kunt U vinden in het overzicht "Specificaties Analysemethoden". Extra exemplaren zijn verkrijgbaar bij de afdeling Verkoop en Advies. De grondmonsters worden tot 6 weken na datum ontvangst bewaard en watermonsters tot 2 weken na datum ontvangst. Zonder tegenbericht worden de monsters nadien afgevoerd. Indien de monsters langer bewaard dienen te blijven verzoeken wij U dit exemplaar uiterlijk 1 week voor afloop van de standaardbewaarperiode ondertekend aan ons te retourneren. Voor de kosten van het langer bewaren van monsters verwijzen wij naar de prijslijst. Bewaren tot: Datum: Naam: Handtekening: Wij vertrouwen erop uw opdracht hiermee naar verwachting te hebben uitgevoerd, mocht U naar aanleiding van dit analysecertificaat nog vragen hebben verzoeken wij U contact op te nemen met de afdeling Verkoop en Advies. Met vriendelijke groet, Eurofins Analytico B.V. Ing. A. Veldhuizen Technical Manager Eurofins Analytico B.V. Gildeweg NB Barneveld P.O. Box AL Barneveld NL Tel. +31 (0) BNP Paribas S.A Fax +31 (0) VAT/BTW No. NL B01 KvK No Site IBAN: NL71BNPA BIC: BNPANL2A Eurofins Analytico B.V. is erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. LNE), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheden van Frankrijk en Luxemburg (MEV). Pagina 36 van 39

450 Analysecertificaat Uw projectnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Datum monstername Monsternemer Monstermatrix Certificaatnummer/Versie /1 Staddijk Nijmegen Startdatum Rapportagedatum /07: Bijlage A,C F. Regeling Pagina 1/1 Grond; Grond (AS3000) Analyse Voorbehandeling Cryogeen malen AS3000 Eenheid Uitgevoerd Uitgevoerd Uitgevoerd Bodemkundige analyses S Droge stof % (m/m) S Organische stof % (m/m) ds Q Gloeirest % (m/m) ds S Korrelgrootte < 2 µm (Lutum) % (m/m) ds Metalen S Zink (Zn) mg/kg ds Nr Monsteromschrijving Analytico-nr Eurofins Analytico B.V. Q: door RvA geaccrediteerde verrichting A: AP04 erkende verrichting S: AS 3000 erkende verrichting Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. Akkoord Pr.coörd. JV Gildeweg NB Barneveld P.O. Box AL Barneveld NL Tel. +31 (0) Fax +31 (0) Site BNP Paribas S.A VAT/BTW No. NL B01 KvK No IBAN: NL71BNPA BIC: BNPANL2A Eurofins Analytico B.V. is erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. LNE), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheden van Frankrijk en Luxemburg (MEV). Pagina 37 van 39 TESTEN RvA L010

451 Bijlage (A) met deelmonsterinformatie behorende bij analysecertificaat /1 Pagina 1/1 Analytico-nr. Boornr Omschrijving Van Tot Barcode Monsteromschrijving Eurofins Analytico B.V. Gildeweg NB Barneveld P.O. Box AL Barneveld NL Tel. +31 (0) Fax +31 (0) Site BNP Paribas S.A VAT/BTW No. NL B01 KvK No IBAN: NL71BNPA BIC: BNPANL2A Eurofins Analytico B.V. is erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. LNE), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheden van Frankrijk en Luxemburg (MEV). Pagina 38 van 39

452 . Bijlage (C) met methodeverwijzingen behorende bij analysecertificaat /1 Pagina 1/1 Analyse Methode Techniek Referentiemethode Cryogeen malen AS3000 W0106 Voorbehandeling Cf. AS3000 Droge Stof W0104 Gravimetrie Cf. pb en Gw. NEN-ISO Organische stof/gloeirest W0109 Gravimetrie Cf. pb en cf. NEN 5754 Korrelgrootte < 2 µm (Lutum) W0173 Sedimentatie Cf. pb en cf. NEN 5753 Zink (Zn) W0423 ICP-MS Cf. pb en cf. NEN-EN-ISO Nadere informatie over de toegepaste onderzoeksmethoden alsmede een classificatie van de meetonzekerheid staan vermeld in ons overzicht "Specificaties analysemethoden", versie Eurofins Analytico B.V. Gildeweg NB Barneveld P.O. Box AL Barneveld NL Tel. +31 (0) Fax +31 (0) Site BNP Paribas S.A VAT/BTW No. NL B01 KvK No IBAN: NL71BNPA BIC: BNPANL2A Eurofins Analytico B.V. is erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. LNE), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheden van Frankrijk en Luxemburg (MEV). Pagina 39 van 39

453 Verkennend en nader bodemonderzoek Staddijk ong. in Nijmegen BIJLAGE 5 Overschrijdingstabellen rapportnummer

454 Tabel 1: Aangetroffen gehaltes in grond met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Analysemonster mm1 mm2 mm3 mm4 Boring(en) 01, 02, 13 03, 05, 07, 08, 09, 02, 02, 05, 09 52, 62, Traject (m -mv) 0,00-0,50 0,00-0,50 0,50-1,80 0,00-0,50 Humus (% ds) 3,7 2,6 0,50 3,9 Lutum (% ds) 25 3,7 4,6 5,3 METALEN kobalt mg/kg ds 11 <AW < 4,3 <d < 4,3 <d < 4,3 <d nikkel mg/kg ds 25 <AW 7,6 <AW 11 <AW 9 <AW zink mg/kg ds 54 <AW 33 <AW < 17 <d 79 * koper mg/kg ds 11 <AW 6,8 <AW < 5 <d 14 <AW molybdeen mg/kg ds < 1,5 <d < 1,5 <d < 1,5 <d < 1,5 <d cadmium mg/kg ds 0,17 <AW 0,19 <AW < 0,17 <d 0,3 <AW barium mg/kg ds lood mg/kg ds 25 <AW 14 <AW < 13 <d 49 * kwik mg/kg ds 0,086 <AW < 0,05 <d < 0,05 <d 0,14 * PAK naftaleen mg/kg ds < 0,05 <d < 0,05 <d < 0,05 <d < 0,05 <d benzo(a)pyreen mg/kg ds < 0,05 <d < 0,05 <d < 0,05 <d 0,18 -- benzo(k)fluorantheen mg/kg ds < 0,05 <d < 0,05 <d < 0,05 <d 0,1 -- indeno-(1,2,3- mg/kg ds < 0,05 <d < 0,05 <d < 0,05 <d 0,17 -- c,d)pyreen benzo(g,h,i)peryleen mg/kg ds < 0,05 <d < 0,05 <d < 0,05 <d < 0,05 <d fluorantheen mg/kg ds < 0,05 <d < 0,05 <d < 0,05 <d 0,33 -- chryseen mg/kg ds < 0,05 <d < 0,05 <d < 0,05 <d 0,22 -- benzo(a)anthraceen mg/kg ds < 0,05 <d < 0,05 <d < 0,05 <d 0,19 -- anthraceen mg/kg ds < 0,05 <d < 0,05 <d < 0,05 <d < 0,05 <d fenanthreen mg/kg ds < 0,05 <d < 0,05 <d < 0,05 <d 0,13 -- PAK mg/kg ds 0,35 <d 0,35 <d 0,35 <d 1,4 <AW GECHLOREERDE KOOLWATERSTOFF EN PCB mg/kg ds 0,0049 <d 0,0049 <d 0,0049 <d 0,0063 <AW PCB 28 mg/kg ds < 0, < 0, < 0, < 0, PCB 52 mg/kg ds < 0, < 0, < 0, < 0, PCB 101 mg/kg ds < 0, < 0, < 0, < 0, PCB 118 mg/kg ds < 0, < 0, < 0, < 0, PCB 138 mg/kg ds < 0, < 0, < 0, < 0, PCB 153 mg/kg ds < 0, < 0, < 0, , PCB 180 mg/kg ds < 0, < 0, < 0, < 0, OVERIGE (ORGANISCHE) VERBINDINGEN minerale olie mg/kg ds < 38 <d < 38 <d < 38 <d < 38 <d minerale olie C10 - mg/kg ds < 3 -- < 3 -- < 3 -- < 3 -- C12 minerale olie C12 - mg/kg ds < 5 -- < 5 -- < 5 -- < 5 -- C16 minerale olie C16 - mg/kg ds < 6 -- < 6 -- < 6 -- < 6 -- C21 minerale olie C21 - mg/kg ds < < < < C30 minerale olie C30 - mg/kg ds < 6 -- < 6 -- < 6 -- < 6 -- C35 minerale olie C35 - C40 mg/kg ds < 6 -- < 6 -- < 6 -- < 6 -- OVERIG Droge stof % m/m 76, , , cryogeen gemalen gloeirest % (m/m) ds 94, , , ,7 -- Projectcode: Pagina 1 van 11

455 Tabel 2: Aangetroffen gehaltes in grond met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Analysemonster mm5 mm6 mm7 mm8 Boring(en) 61, 67, 70 51, 53, 56, 58, 60, 71 38, 39, 40, 44, 46 33, 35, 36, 37, 41, 43 Traject (m -mv) 0,00-0,50 0,00-0,50 0,00-0,50 0,00-0,50 Humus (% ds) 4,8 4,1 3,2 5,3 Lutum (% ds) 6,8 20 6,8 15 METALEN kobalt mg/kg ds 4,4 <AW 8,3 <AW < 4,3 <d 6,7 <AW nikkel mg/kg ds 10 <AW 22 <AW 9,5 <AW 19 <AW zink mg/kg ds 65 <AW 67 <AW 40 <AW 63 <AW koper mg/kg ds 13 <AW 11 <AW 7 <AW 14 <AW molybdeen mg/kg ds < 1,5 <d < 1,5 <d < 1,5 <d < 1,5 <d cadmium mg/kg ds 0,32 <AW 0,37 <AW 0,22 <AW 0,39 <AW barium mg/kg ds lood mg/kg ds 32 <AW 37 <AW 17 <AW 31 <AW kwik mg/kg ds 0,076 <AW 0,11 <AW < 0,05 <d 0,09 <AW PAK naftaleen mg/kg ds < 0,05 <d < 0,05 <d < 0,05 <d < 0,05 <d benzo(a)pyreen mg/kg ds 0,18 -- < 0,05 <d < 0,05 <d < 0,05 <d benzo(k)fluorantheen mg/kg ds 0,12 -- < 0,05 <d < 0,05 <d < 0,05 <d indeno-(1,2,3- mg/kg ds 0,19 -- < 0,05 <d < 0,05 <d < 0,05 <d c,d)pyreen benzo(g,h,i)peryleen mg/kg ds 0,15 -- < 0,05 <d < 0,05 <d < 0,05 <d fluorantheen mg/kg ds 0, , < 0,05 <d < 0,05 <d chryseen mg/kg ds 0,24 -- < 0,05 <d < 0,05 <d < 0,05 <d benzo(a)anthraceen mg/kg ds 0,21 -- < 0,05 <d < 0,05 <d < 0,05 <d anthraceen mg/kg ds < 0,05 <d < 0,05 <d < 0,05 <d < 0,05 <d fenanthreen mg/kg ds 0, < 0,05 <d < 0,05 <d < 0,05 <d PAK mg/kg ds 1,5 <AW 0,37 <AW 0,35 <d 0,35 <d GECHLOREERDE KOOLWATERSTOFF EN PCB mg/kg ds 0,0062 <AW 0,0049 <d 0,0049 <d 0,0049 <d PCB 28 mg/kg ds < 0, < 0, < 0, < 0, PCB 52 mg/kg ds < 0, < 0, < 0, < 0, PCB 101 mg/kg ds < 0, < 0, < 0, < 0, PCB 118 mg/kg ds < 0, < 0, < 0, < 0, PCB 138 mg/kg ds 0, < 0, < 0, < 0, PCB 153 mg/kg ds 0, < 0, < 0, < 0, PCB 180 mg/kg ds < 0, < 0, < 0, < 0, OVERIGE (ORGANISCHE) VERBINDINGEN minerale olie mg/kg ds < 38 <d < 38 <d < 38 <d < 38 <d minerale olie C10 - mg/kg ds < 3 -- < ,2 -- < 3 -- C12 minerale olie C12 - mg/kg ds < 5 -- < 5 -- < 5 -- < 5 -- C16 minerale olie C16 - mg/kg ds < 6 -- < 6 -- < 6 -- < 6 -- C21 minerale olie C21 - mg/kg ds < < < < C30 minerale olie C30 - mg/kg ds < 6 -- < 6 -- < 6 -- C35 minerale olie C35 - C40 mg/kg ds 7,9 -- < 6 -- < 6 -- < 6 -- OVERIG Droge stof % m/m 77, , , cryogeen gemalen gloeirest % (m/m) ds 94, , , ,6 -- Projectcode: Pagina 2 van 11

456 Tabel 3: Aangetroffen gehaltes in grond met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Analysemonster mm9 mm Boring(en) 22, 23, 27, 30, 31, 14, 17, 18, 19, Traject (m -mv) 0,00-0,50 0,00-0,50 0,50-1,00 0,00-0,40 Humus (% ds) 4,2 5,1 12 3,4 Lutum (% ds) ,2 2,0 METALEN kobalt mg/kg ds 8,6 <AW 9,1 <AW nikkel mg/kg ds 23 <AW 23 * zink mg/kg ds 61 <AW 70 <AW 390 ** 82 * koper mg/kg ds 11 <AW 11 <AW molybdeen mg/kg ds < 1,5 <d < 1,5 <d cadmium mg/kg ds 0,26 <AW 0,32 <AW barium mg/kg ds lood mg/kg ds 26 <AW 28 <AW kwik mg/kg ds 0,1 <AW 0,15 * PAK naftaleen mg/kg ds < 0,05 <d < 0,05 <d benzo(a)pyreen mg/kg ds < 0,05 <d < 0,05 <d benzo(k)fluorantheen mg/kg ds < 0,05 <d < 0,05 <d indeno-(1,2,3- mg/kg ds < 0,05 <d < 0,05 <d c,d)pyreen benzo(g,h,i)peryleen mg/kg ds < 0,05 <d < 0,05 <d fluorantheen mg/kg ds < 0,05 <d < 0,05 <d chryseen mg/kg ds < 0,05 <d < 0,05 <d benzo(a)anthraceen mg/kg ds < 0,05 <d < 0,05 <d anthraceen mg/kg ds < 0,05 <d < 0,05 <d fenanthreen mg/kg ds < 0,05 <d < 0,05 <d PAK mg/kg ds 0,35 <d 0,35 <d GECHLOREERDE KOOLWATERSTOFF EN PCB mg/kg ds 0,0049 <d 0,0049 <d PCB 28 mg/kg ds < 0, < 0, PCB 52 mg/kg ds < 0, < 0, PCB 101 mg/kg ds < 0, < 0, PCB 118 mg/kg ds < 0, < 0, PCB 138 mg/kg ds < 0, < 0, PCB 153 mg/kg ds < 0, < 0, PCB 180 mg/kg ds < 0, < 0, OVERIGE (ORGANISCHE) VERBINDINGEN minerale olie mg/kg ds < 38 <d < 38 <d minerale olie C10 - mg/kg ds 6,2 -- < 3 -- C12 minerale olie C12 - mg/kg ds < 5 -- < 5 -- C16 minerale olie C16 - mg/kg ds < 6 -- < 6 -- C21 minerale olie C21 - mg/kg ds < < C30 minerale olie C30 - mg/kg ds < C35 minerale olie C35 - C40 mg/kg ds < 6 -- < 6 -- OVERIG Droge stof % m/m 76, , , ,5 -- cryogeen gemalen gloeirest % (m/m) ds 94, , ,6 -- Projectcode: Pagina 3 van 11

457 Tabel 4: Aangetroffen gehaltes in grond met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Analysemonster mm11 mm12 mm13 mm14 Boring(en) 64, 65, 66 63, 63, 64 64, 65, , 102, 108 Traject (m -mv) 0,00-0,50 0,00-1,00 0,50-1,30 0,00-0,50 Humus (% ds) 0,90 1,7 0,80 3,6 Lutum (% ds) 8,9 2,8 4,6 5,3 METALEN kobalt mg/kg ds 5,8 <AW < 4,3 <d < 4,3 <d nikkel mg/kg ds 18 <AW 8,9 <AW 8,2 <AW zink mg/kg ds 68 <AW 59 <AW 43 <AW 180 * koper mg/kg ds 33 * 18 <AW 14 <AW molybdeen mg/kg ds < 1,5 <d < 1,5 <d < 1,5 <d cadmium mg/kg ds 0,78 * < 0,17 <d < 0,17 <d barium mg/kg ds lood mg/kg ds 35 <AW 76 * 16 <AW kwik mg/kg ds 0,14 * 0,17 * < 0,05 <d PAK naftaleen mg/kg ds < 0,05 <d < 0,05 <d < 0,05 <d benzo(a)pyreen mg/kg ds 0, ,46 -- < 0,05 <d benzo(k)fluorantheen mg/kg ds 0, ,25 -- < 0,05 <d indeno-(1,2,3- mg/kg ds 0, ,36 -- < 0,05 <d c,d)pyreen benzo(g,h,i)peryleen mg/kg ds 0,1 -- 0,28 -- < 0,05 <d fluorantheen mg/kg ds 0, ,1 -- 0, chryseen mg/kg ds 0, , ,08 -- benzo(a)anthraceen mg/kg ds 0, , , anthraceen mg/kg ds < 0,05 <d 0,2 -- < 0,05 <d fenanthreen mg/kg ds 0, ,45 -- < 0,05 <d PAK mg/kg ds 1,2 <AW 4,4 * 0,48 <AW GECHLOREERDE KOOLWATERSTOFF EN PCB mg/kg ds 0,0049 <d 0,0049 <d 0,0049 <d PCB 28 mg/kg ds < 0, < 0, < 0, PCB 52 mg/kg ds < 0, < 0, < 0, PCB 101 mg/kg ds < 0, < 0, < 0, PCB 118 mg/kg ds < 0, < 0, < 0, PCB 138 mg/kg ds < 0, < 0, < 0, PCB 153 mg/kg ds < 0, < 0, < 0, PCB 180 mg/kg ds < 0, < 0, < 0, OVERIGE (ORGANISCHE) VERBINDINGEN minerale olie mg/kg ds < 38 <d < 38 <d < 38 <d minerale olie C10 - mg/kg ds 3,9 -- < 3 -- < 3 -- C12 minerale olie C12 - mg/kg ds < 5 -- < 5 -- < 5 -- C16 minerale olie C16 - mg/kg ds < 6 -- < 6 -- < 6 -- C21 minerale olie C21 - mg/kg ds < < < C30 minerale olie C30 - mg/kg ds < 6 -- < 6 -- < 6 -- C35 minerale olie C35 - C40 mg/kg ds < 6 -- < 6 -- < 6 -- OVERIG Droge stof % m/m 91, , , ,5 -- cryogeen gemalen gloeirest % (m/m) ds 98, , , Projectcode: Pagina 4 van 11

458 Tabel 5: Aangetroffen gehaltes in grond met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Analysemonster mm15 mm16 mm Boring(en) 105, 109, , 110, , 113, Traject (m -mv) 0,00-0,50 0,00-0,70 0,40-1,00 0,00-0,40 Humus (% ds) 2,2 12 4,9 3,3 Lutum (% ds) 5,0 4,7 6,3 11 METALEN kobalt mg/kg ds 8,2 <AW nikkel mg/kg ds 19 <AW zink mg/kg ds 67 <AW 940 *** 160 * 460 *** koper mg/kg ds 38 * molybdeen mg/kg ds < 1,5 <d cadmium mg/kg ds 0,48 * barium mg/kg ds lood mg/kg ds 50 * kwik mg/kg ds 0,064 <AW PAK naftaleen mg/kg ds 0,12 -- benzo(a)pyreen mg/kg ds 0,25 -- benzo(k)fluorantheen mg/kg ds 0,14 -- indeno-(1,2,3- mg/kg ds 0,19 -- c,d)pyreen benzo(g,h,i)peryleen mg/kg ds 0,18 -- fluorantheen mg/kg ds 0,94 -- chryseen mg/kg ds 0,34 -- benzo(a)anthraceen mg/kg ds 0,37 -- anthraceen mg/kg ds 0,41 -- fenanthreen mg/kg ds 1,2 -- PAK mg/kg ds 4,2 * GECHLOREERDE KOOLWATERSTOFF EN PCB mg/kg ds 0,0049 <d PCB 28 mg/kg ds < 0, PCB 52 mg/kg ds < 0, PCB 101 mg/kg ds < 0, PCB 118 mg/kg ds < 0, PCB 138 mg/kg ds < 0, PCB 153 mg/kg ds < 0, PCB 180 mg/kg ds < 0, OVERIGE (ORGANISCHE) VERBINDINGEN minerale olie mg/kg ds < 38 <d minerale olie C10 - mg/kg ds < 3 -- C12 minerale olie C12 - mg/kg ds < 5 -- C16 minerale olie C16 - mg/kg ds < 6 -- C21 minerale olie C21 - mg/kg ds < C30 minerale olie C30 - mg/kg ds < 6 -- C35 minerale olie C35 - C40 mg/kg ds < 6 -- OVERIG Droge stof % m/m 87, , , cryogeen gemalen gloeirest % (m/m) ds 97, , , ,9 -- Projectcode: Pagina 5 van 11

459 Tabel 6: Aangetroffen gehaltes in grond met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Analysemonster grondwal-1 Boring(en) grondwal Traject (m -mv) 0,00-0,80 Humus (% ds) 2,4 Lutum (% ds) 3,1 METALEN kobalt mg/kg ds 4,9 * nikkel mg/kg ds 13 <AW zink mg/kg ds 64 * koper mg/kg ds 33 * molybdeen mg/kg ds < 1,5 <d cadmium mg/kg ds 0,36 <AW barium mg/kg ds lood mg/kg ds 39 * kwik mg/kg ds 0,14 * PAK naftaleen mg/kg ds < 0,05 <d benzo(a)pyreen mg/kg ds 0,18 -- benzo(k)fluorantheen mg/kg ds 0, indeno-(1,2,3- mg/kg ds 0,17 -- c,d)pyreen benzo(g,h,i)peryleen mg/kg ds 0,14 -- fluorantheen mg/kg ds 0,29 -- chryseen mg/kg ds 0,19 -- benzo(a)anthraceen mg/kg ds 0,16 -- anthraceen mg/kg ds 0, fenanthreen mg/kg ds 0,12 -- PAK mg/kg ds 1,4 <AW GECHLOREERDE KOOLWATERSTOFF EN PCB mg/kg ds 0,0057 * PCB 28 mg/kg ds < 0, PCB 52 mg/kg ds < 0, PCB 101 mg/kg ds < 0, PCB 118 mg/kg ds < 0, PCB 138 mg/kg ds < 0, PCB 153 mg/kg ds 0, PCB 180 mg/kg ds 0, OVERIGE (ORGANISCHE) VERBINDINGEN minerale olie mg/kg ds < 38 <d minerale olie C10 - mg/kg ds < 3 -- C12 minerale olie C12 - mg/kg ds < 5 -- C16 minerale olie C16 - mg/kg ds < 6 -- C21 minerale olie C21 - mg/kg ds < C30 minerale olie C30 - mg/kg ds < 6 -- C35 minerale olie C35 - C40 mg/kg ds < 6 -- OVERIG Droge stof % m/m 86,4 -- cryogeen gemalen - -- gloeirest % (m/m) ds 97,4 --? <d = kleiner dan de detectielimiet Projectcode: Pagina 6 van 11

460 -- = geen toetsnorm aanwezig ## = geen meetwaarde aanwezig ** = groter dan T en kleiner of gelijk aan de interventiewaarde (I) *** = groter dan I <AW = kleiner of gelijk aan achtergrondwaarde * = groter dan AW en kleiner of gelijk aan de tussenwaarde (T) <trig. = kleiner of gelijk aan interventiewaarde, er is geen streefwaarde <trig. = groter dan de achtergrondwaarde er is geen interventiewaarde (trigger) # = verhoogde rapportagegrens Tabel 7: Voor humus en lutum gecorrigeerde normen voor grond van de Wet Bodembescherming Humus (% ds) 0,50 0,80 0,90 1,7 Lutum (% ds) 4,6 4,6 8,9 2,8 Analysemonsters mm3 mm13 mm11 mm12 AW T I AW T I AW T I AW T I METALEN kobalt mg/kg ds 5, , , , nikkel mg/kg ds zink mg/kg ds koper mg/kg ds molybdeen mg/kg ds 1, , , , cadmium mg/kg ds 0,36 4,1 7,8 0,36 4,1 7,8 0,39 4,4 8,3 0,35 4,0 7,6 barium mg/kg ds lood mg/kg ds kwik mg/kg ds 0, , , , PAK PAK mg/kg ds 1, , , , GECHLOREERDE KOOLWATERSTOFF EN PCB mg/kg ds 0,0040 0,10 0,20 0,0040 0,10 0,20 0,0040 0,10 0,20 0,0040 0,10 0,20 OVERIGE (ORGANISCHE) VERBINDINGEN minerale olie mg/kg ds Tabel 8: Voor humus en lutum gecorrigeerde normen voor grond van de Wet Bodembescherming Humus (% ds) 2,2 2,4 2,6 3,2 Lutum (% ds) 5,0 3,1 3,7 6,8 Analysemonsters mm15 grondwal-1 mm2 mm7 AW T I AW T I AW T I AW T I METALEN kobalt mg/kg ds 4, , , nikkel mg/kg ds zink mg/kg ds koper mg/kg ds molybdeen mg/kg ds 1, , , cadmium mg/kg ds 0,36 4,1 7,8 0,37 4,2 8,0 0,39 4,5 8,5 barium mg/kg ds lood mg/kg ds kwik mg/kg ds 0, , , PAK PAK mg/kg ds 1, , , GECHLOREERDE KOOLWATERSTOFF EN PCB mg/kg ds 0,0048 0,12 0,24 0,0052 0,13 0,26 0,0064 0,16 0,32 OVERIGE (ORGANISCHE) Projectcode: Pagina 7 van 11

461 Humus (% ds) 2,2 2,4 2,6 3,2 Lutum (% ds) 5,0 3,1 3,7 6,8 Analysemonsters mm15 grondwal-1 mm2 mm7 AW T I AW T I AW T I AW T I VERBINDINGEN minerale olie mg/kg ds Tabel 9: Voor humus en lutum gecorrigeerde normen voor grond van de Wet Bodembescherming Humus (% ds) 3,3 3,4 3,6 3,7 Lutum (% ds) 11 2,0 5,3 25 Analysemonsters mm14 mm1 AW T I AW T I AW T I AW T I METALEN kobalt mg/kg ds 8, nikkel mg/kg ds zink mg/kg ds koper mg/kg ds molybdeen mg/kg ds 1, , cadmium mg/kg ds 0,42 4,8 9,1 0,50 5,7 11 barium mg/kg ds lood mg/kg ds kwik mg/kg ds 0, , PAK PAK mg/kg ds 1, , GECHLOREERDE KOOLWATERSTOFF EN PCB mg/kg ds 0,0066 0,17 0,33 0,0074 0,19 0,37 OVERIGE (ORGANISCHE) VERBINDINGEN minerale olie mg/kg ds Tabel 10: Voor humus en lutum gecorrigeerde normen voor grond van de Wet Bodembescherming Humus (% ds) 3,9 4,1 4,2 4,8 Lutum (% ds) 5, ,8 Analysemonsters mm4 mm6 mm9 mm5 AW T I AW T I AW T I AW T I METALEN kobalt mg/kg ds 5, , nikkel mg/kg ds zink mg/kg ds koper mg/kg ds molybdeen mg/kg ds 1, , , , cadmium mg/kg ds 0,40 4,5 8,6 0,48 5,4 10 0,48 5,5 11 0,42 4,8 9,1 barium mg/kg ds lood mg/kg ds kwik mg/kg ds 0, , , , PAK PAK mg/kg ds 1, , , , GECHLOREERDE KOOLWATERSTOFF EN PCB mg/kg ds 0,0078 0,20 0,39 0,0082 0,21 0,41 0,0084 0,21 0,42 0,0096 0,24 0,48 OVERIGE (ORGANISCHE) VERBINDINGEN minerale olie mg/kg ds Projectcode: Pagina 8 van 11

462 Tabel 11: Voor humus en lutum gecorrigeerde normen voor grond van de Wet Bodembescherming Humus (% ds) 4,9 5,1 5,3 12 Lutum (% ds) 6, ,7 Analysemonsters mm17 mm10 mm8 mm16 AW T I AW T I AW T I AW T I METALEN kobalt mg/kg ds 9, nikkel mg/kg ds zink mg/kg ds koper mg/kg ds molybdeen mg/kg ds 1, , cadmium mg/kg ds 0,46 5,2 9,9 0,47 5,4 10 barium mg/kg ds lood mg/kg ds kwik mg/kg ds 0, , PAK PAK mg/kg ds 1, , GECHLOREERDE KOOLWATERSTOFF EN PCB mg/kg ds 0,010 0,26 0,51 0,011 0,27 0,53 OVERIGE (ORGANISCHE) VERBINDINGEN minerale olie mg/kg ds Tabel 12: Voor humus en lutum gecorrigeerde normen voor grond van de Wet Bodembescherming Humus (% ds) 12 Lutum (% ds) 6,2 Analysemonsters AW T I METALEN kobalt mg/kg ds nikkel mg/kg ds zink mg/kg ds koper mg/kg ds molybdeen mg/kg ds cadmium mg/kg ds barium mg/kg ds lood mg/kg ds kwik mg/kg ds PAK PAK mg/kg ds GECHLOREERDE KOOLWATERSTOFF EN PCB mg/kg ds OVERIGE (ORGANISCHE) VERBINDINGEN minerale olie mg/kg ds Tabel 13: Aangetroffen gehaltes in grondwater met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Watermonster Datum Filterdiepte (m -mv) 2,00-3,00 METALEN kobalt µg/l < 5 <d nikkel µg/l < 15 <d Projectcode: Pagina 9 van 11

463 Watermonster Datum Filterdiepte (m -mv) 2,00-3,00 zink µg/l < 60 <d koper µg/l < 15 <d molybdeen µg/l < 3,6 <d cadmium µg/l < 0,8 <d barium µg/l 70 * lood µg/l < 15 <d kwik µg/l < 0,05 <d AROMATISCHE VERBINDINGEN BTEX (som) µg/l < 1,1 -- xylenen (som) µg/l 0,21 <d ethylbenzeen µg/l < 0,3 <d tolueen µg/l < 0,3 <d meta-/para-xyleen µg/l < 0,2 -- (som) ortho-xyleen µg/l < 0,1 -- benzeen µg/l < 0,2 <d styreen µg/l < 0,3 <d PAK naftaleen µg/l < 0,05 <d GECHLOREERDE KOOLWATERSTOFF EN 1,3-Dichloorpropaan µg/l < 0,25 -- VOCl µg/l < 3,2 -- 1,1-Dichloorpropaan µg/l < 0,25 -- DCE (som) µg/l 0,14 <d dichloormethaan µg/l < 0,2 <d chloroform µg/l < 0,6 <d bromoform µg/l < 2 <d TETRA µg/l < 0,1 <d 1,1-dichloorethaan µg/l < 0,6 <d 1,2-dichloorethaan µg/l < 0,6 <d 1,2-dichloorpropaan µg/l < 0, ,1,1-trichloorethaan µg/l < 0,1 <d 1,1,2-trichloorethaan µg/l < 0,1 <d TRI µg/l < 0,6 <d PER µg/l < 0,1 <d 1,1-dichlooretheen µg/l < 0,1 <d DCE (cis) µg/l < 0,1 -- DCE (trans) µg/l < 0,1 -- vinylchloride µg/l < 0,1 <d dichloorpropaan (som) µg/l 0,52 <d OVERIGE (ORGANISCHE) VERBINDINGEN minerale olie µg/l < 100 <d minerale olie C10 - µg/l C12 minerale olie C12 - µg/l C16 minerale olie C16 - µg/l < C21 minerale olie C21 - µg/l < C30 minerale olie C30 - µg/l < C35 minerale olie C35 - C40 µg/l < 15 --? Projectcode: Pagina 10 van 11

464 <d = kleiner dan de detectielimiet -- = geen toetsnorm aanwezig ## = geen meetwaarde aanwezig <S = kleiner of gelijk aan de streefwaarde (S) * = groter dan S en kleiner of gelijk aan de tussenwaarde (T) ** = groter dan T en kleiner of gelijk aan de interventiewaarde (I) *** = groter dan I <trig. = kleiner of gelijk aan interventiewaarde, er is geen streefwaarde <trig. = groter dan de streefwaarde er is geen interventiewaarde (trigger) # = verhoogde rapportagegrens Tabel 14: Grondwaternormen van de Wet Bodembescherming S T I METALEN kobalt µg/l nikkel µg/l zink µg/l koper µg/l molybdeen µg/l 5, cadmium µg/l 0,40 3,2 6,0 barium µg/l lood µg/l kwik µg/l 0,050 0,18 0,30 AROMATISCHE VERBINDINGEN xylenen (som) µg/l 0, ethylbenzeen µg/l 4, tolueen µg/l 7, benzeen µg/l 0, styreen µg/l 6, PAK naftaleen µg/l 0, GECHLOREERDE KOOLWATERSTOFFEN DCE (som) µg/l 0,010 10,0 20 dichloormethaan µg/l 0, chloroform µg/l 6, bromoform µg/l 630 TETRA µg/l 0,010 5,0 10,0 1,1-dichloorethaan µg/l 7, ,2-dichloorethaan µg/l 7, ,1,1-trichloorethaan µg/l 0, ,1,2-trichloorethaan µg/l 0, TRI µg/l PER µg/l 0, ,1-dichlooretheen µg/l 0,010 5,0 10,0 vinylchloride µg/l 0,010 2,5 5,0 dichloorpropaan (som) µg/l 0, OVERIGE (ORGANISCHE) VERBINDINGEN minerale olie µg/l *: Diep grondwater Projectcode: Pagina 11 van 11

465 Verkennend en nader bodemonderzoek Staddijk ong. in Nijmegen BIJLAGE 6 Gegevens vooronderzoek rapportnummer

466 Topografie 2005 Topografie 2003 Topografie 2000 Topografie 1996 Topografie 1994 Topografie Staddijk Nijmegen

467 Topografie 1980 Topografie 1974 Topografie 1964 Topografie 1949 Topografie 1930 Topografie Staddijk Nijmegen

Nota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan "Recreatieve Poort 2015" Behoort bij het besluit van de raad van de gemeente Goirle van 9 juni 2015 Mij bekend, De griffier Gemeente Goirle Afdeling Ontwikkeling

Nadere informatie

Gewijzigde vaststelling '4e herziening bestemmingsplan Buitengebied gemeente Dalfsen, Plattelandswoningen'.

Gewijzigde vaststelling '4e herziening bestemmingsplan Buitengebied gemeente Dalfsen, Plattelandswoningen'. Raadsvoorstel Status: Besluitvormend Agendapunt: 12 Onderwerp: Gewijzigde vaststelling '4e herziening bestemmingsplan Buitengebied gemeente Dalfsen, Plattelandswoningen'. Datum: 22 juli 2014 Portefeuillehouder:

Nadere informatie

V A L K E N S WA A R. D

V A L K E N S WA A R. D G E M E E N T E V A L K E N S WA A R. D Agendapunt commissie: steller telefoonnummer email C. Evers 678 cev(o)valkenswaard.nl agendapunt kenmerk datum raadsvergadering 10raad00743 onderwerp Vaststellen

Nadere informatie

Reactie op de brief van Vérian omtrent verlenging contracten Hulp bij het Huishouden

Reactie op de brief van Vérian omtrent verlenging contracten Hulp bij het Huishouden Collegevoorstel Openbaar Onderwerp Reactie op de brief van Vérian omtrent verlenging contracten Hulp bij het Huishouden Programma Zorg & Welzijn BW-nummer Portefeuillehouder B. Frings Samenvatting Op 24

Nadere informatie

Varianten voor de ontsluiting van uitvaartfacilteit in Dukenburg. Inleiding

Varianten voor de ontsluiting van uitvaartfacilteit in Dukenburg. Inleiding Varianten voor de ontsluiting van uitvaartfacilteit in Dukenburg Inleiding Tijdens de informatieavond van dit bestemmingsplan zijn vragen gesteld over de voorgestelde ontsluiting aan de Staddijk. Het was

Nadere informatie

beantwoording schriftelijke vragen Nijmeegse Fractie inzake de woonfunctie in bestemmingsplannen

beantwoording schriftelijke vragen Nijmeegse Fractie inzake de woonfunctie in bestemmingsplannen Collegevoorstel Openbaar Onderwerp beantwoording schriftelijke vragen Nijmeegse Fractie inzake de woonfunctie in bestemmingsplannen Programma / Programmanummer Ruimte & Cultuurhistorie / 1031 BW-nummer

Nadere informatie

Zienswijzennota ontwerpbestemmingsplan Eibergen, Hondevoort 7 2012. 14 januari 2012. Zienswijzenota

Zienswijzennota ontwerpbestemmingsplan Eibergen, Hondevoort 7 2012. 14 januari 2012. Zienswijzenota Zienswijzennota ontwerpbestemmingsplan Eibergen, Hondevoort 7 2012 14 januari 2012 Zienswijzenota ontwerpbestemmingsplan Eibergen, Hondevoort 7 2012 Inhoudsopgave 1. Inleiding 2. Algemene toelichting ontwerpbestemmingsplan

Nadere informatie

Raadsvoorstel. Voorgesteld wordt. Samenvatting. Programmabegroting 2011. Doelstelling. Keuzemogelijkheden

Raadsvoorstel. Voorgesteld wordt. Samenvatting. Programmabegroting 2011. Doelstelling. Keuzemogelijkheden Raadsvoorstel Raadsvergadering : 27 april 2011 Agendapunt : Nummer : Onderwerp : Vaststelling bestemmingsplan "Nieuwebrug-Lier 6" Portefeuillehouder : J. Benedictus Behandeld in commissie : wonen en werken

Nadere informatie

Nota van Inspraak en Overleg bestemmingsplan Westergeest-Bumawei 21

Nota van Inspraak en Overleg bestemmingsplan Westergeest-Bumawei 21 Nota van Inspraak en Overleg bestemmingsplan Westergeest-Bumawei 21 Het voorontwerp bestemmingsplan Westergeest-Bumawei 21 heeft met de bijbehorende stukken met ingang van donderdag 3 oktober 2013 gedurende

Nadere informatie

Het bestemmingsplan legt gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden planologisch-juridisch

Het bestemmingsplan legt gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden planologisch-juridisch voorstel raad en raadsbesluit gemeente Landgraaf Programma ONDERWERP: Vaststelling bestemmingsplan Steenen Kruis. Raadsvoorstelnummer: 63 PROGRAMMA 2. Ruimte en Herstructurering Documentnummer: Landgraaf,

Nadere informatie

Zienswijzennotitie ontwerp-bestemmingsplan Buitengebied Hof van Twente, wijziging Hagmolenweg 19 Bentelo. Gemeente Hof van Twente.

Zienswijzennotitie ontwerp-bestemmingsplan Buitengebied Hof van Twente, wijziging Hagmolenweg 19 Bentelo. Gemeente Hof van Twente. 1 Zienswijzennotitie ontwerp-bestemmingsplan Buitengebied Hof van Twente, wijziging Hagmolenweg 19 Bentelo. Gemeente Hof van Twente. 2 B&W besluit 16 april 2013 Zienswijzennotitie ontwerp-bestemmingsplan

Nadere informatie

: M.P.C. Gadella - Van Gils

: M.P.C. Gadella - Van Gils RAADSVOORSTEL ter besluitvorming in de raad Datum Forum vergadering : 15 februari 2016 Zaaknummer : 235763 Datum Raadsvergadering : 29 februari 2016 Portefeuillehouder Verantwoordelijk MT-lid Evaluatiedatum:

Nadere informatie

Nota behandeling zienswijzen en ambtelijke aanpassingen (procesnota) bestemmingsplan

Nota behandeling zienswijzen en ambtelijke aanpassingen (procesnota) bestemmingsplan Nota behandeling zienswijzen en ambtelijke aanpassingen (procesnota) bestemmingsplan Bestemmingsplan : Zuilichem, t Boske Behorend bij raadsbesluit : 26 september 2013 I. Procedure ontwerp-bestemmingsplan

Nadere informatie

Onderdeel raadsprogramma: 3 (Wonen en ruimtelijke ontwikkeling) Portefeuillehouder: Robbert Peek (ruimtelijke ordening)

Onderdeel raadsprogramma: 3 (Wonen en ruimtelijke ontwikkeling) Portefeuillehouder: Robbert Peek (ruimtelijke ordening) Raadsvergadering, 17 september 2013 Voorstel aan de Raad Onderwerp: Bestemmingsplan Willem Alexanderweg 79, Cothen Nr.: 20130917 7 RV Agendapunt: 7 Datum: 17 september 2013 Onderdeel raadsprogramma: 3

Nadere informatie

Toelichting over de behandeling van:

Toelichting over de behandeling van: Toelichting over de behandeling van: HAMERSTUK Raadsvoorstel Advies van de Commissie voor bezwaarschriften inzake bezwaarschrift tegen de afwijzing van een verzoek tot herziening van het bestemmingsplan

Nadere informatie

memo INLEIDING WETTELIJK KADER aan: Johan van der Burg datum: 26 maart 2013 Luchtkwaliteit parkeerterrein Fort Pannerden project: 110189.

memo INLEIDING WETTELIJK KADER aan: Johan van der Burg datum: 26 maart 2013 Luchtkwaliteit parkeerterrein Fort Pannerden project: 110189. memo aan: van: Johan van der Burg datum: 26 maart 2013 betreft: Luchtkwaliteit parkeerterrein Fort Pannerden project: 110189.01 INLEIDING De ministeriële regeling NIBM bevat geen kwantitatieve uitwerking

Nadere informatie

Nota behandeling zienswijzen en ambtelijke aanpassingen (procesnota) bestemmingsplan Zuilichem, Kerkwegje tussen 8 en 10

Nota behandeling zienswijzen en ambtelijke aanpassingen (procesnota) bestemmingsplan Zuilichem, Kerkwegje tussen 8 en 10 Nota behandeling zienswijzen en ambtelijke aanpassingen (procesnota) bestemmingsplan Zuilichem, Kerkwegje tussen 8 en 10 Bestemmingsplan : Zuilichem, Kerkwegje tussen 8 en 10 Datum vaststelling raad :

Nadere informatie

Gemeente Langedijk. Voorstel aan de raad

Gemeente Langedijk. Voorstel aan de raad Gemeente Langedijk Raadsvergadering van : Agendanummer : Portefeuillehouder Afdeling Opsteller : P.J. Beers : Beleid en Projecten : M. Klazema Voorstel aan de raad Onderwerp Programma : Vaststelling bestemmingsplan

Nadere informatie

Beslissen op verzoeken tegemoetkoming planschade eigenaren/ bewoners de Meeuwse Acker 12-33, 12-35, 12-37 en 12-43

Beslissen op verzoeken tegemoetkoming planschade eigenaren/ bewoners de Meeuwse Acker 12-33, 12-35, 12-37 en 12-43 Embargo tot vrijdag 6 maart 2015 Onderwerp Beslissen op verzoeken tegemoetkoming planschade eigenaren/ bewoners de Meeuwse Acker 12-33, 12-35, 12-37 en 12-43 Programma Stedelijke ontwikkeling BW-nummer

Nadere informatie

Onderwerp Vaststellen bestemmingsplan 'Steenakker, herzieing diverse locaties Gageldonkseweg'

Onderwerp Vaststellen bestemmingsplan 'Steenakker, herzieing diverse locaties Gageldonkseweg' ~Q~ ~"~ Gemeente Breda Raadsvoorstel Agendapuntnummer: Registratienr: [ 43874] Aantal bijlagen: - 2 - Onderwerp Vaststellen bestemmingsplan 'Steenakker, herzieing diverse locaties Gageldonkseweg' Voorgesteld

Nadere informatie

voorstel raad en raadsbesluit Programma

voorstel raad en raadsbesluit Programma voorstel raad en raadsbesluit Programma GEMEENTE LANDGRAAF PROGRAMMA 2. Ruimte en Herstructurering Organisatieonderdeel: Ruimtelijke Ontwikkeling en Grondzaken Documentnummer Landgraaf, Verantwoordelijke

Nadere informatie

Het gebied waarop het bestemmingsplan betrekking heeft wordt als volgt begrensd

Het gebied waarop het bestemmingsplan betrekking heeft wordt als volgt begrensd GEMEENTE LANDGRAAF PROGRAMMA 2. Ruimte en Herstructurering Verantwoordelijke portefeuillehouder A. Dritty Documentnummer Landgraaf, 11 november 2013 Raad 19 december 2013 Commissie(s)' Grondzaken 04-12-2013

Nadere informatie

Collegevoorstel RUIMTELIJKE ONTWIKKELING. Ja, zonder beperkingen Veelzijdige stad in het groen

Collegevoorstel RUIMTELIJKE ONTWIKKELING. Ja, zonder beperkingen Veelzijdige stad in het groen Collegevoorstel RUIMTELIJKE ONTWIKKELING Reg.nr. 2012/3128 B&W d.d. 15-5-2012 Openbaar Programma Ja, zonder beperkingen Veelzijdige stad in het groen DT d.d. OR d.d. B&W d.d. OR d.d. Raad Raadsdocumenten

Nadere informatie

Alleen ter besluitvorming door het College Actief informeren van de Raad. Collegevoorstel Openbaar. Onderwerp verwerving perceel Slachthuis Nijmegen

Alleen ter besluitvorming door het College Actief informeren van de Raad. Collegevoorstel Openbaar. Onderwerp verwerving perceel Slachthuis Nijmegen Openbaar Onderwerp verwerving perceel Slachthuis Nijmegen Programma / Programmanummer Ruimte & Cultuurhistorie / 1031 Portefeuillehouder H. Kunst Samenvatting Naar aanleiding van het advies van de Commissie

Nadere informatie

Alleen ter besluitvorming door het College. Collegevoorstel Openbaar

Alleen ter besluitvorming door het College. Collegevoorstel Openbaar Openbaar Onderwerp Beslissingen op bezwaar gericht tegen last onder dwangsom Regentessestraat 3 Programma / Programmanummer Ruimte & Cultuurhistorie / 1031 BW-nummer D12.871468 Portefeuillehouder H. Kunst

Nadere informatie

Herzien bestemmingsplan (artikel 3.1 Wro) Het bestemmingsplan Wat is een bestemmingsplan? Waaruit bestaat een bestemmingsplan?

Herzien bestemmingsplan (artikel 3.1 Wro) Het bestemmingsplan Wat is een bestemmingsplan? Waaruit bestaat een bestemmingsplan? Herzien bestemmingsplan (artikel 3.1 Wro) In deze brochure leest u wat het herzien van een bestemmingsplan inhoudt, zoals bedoeld in artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Het bestemmingsplan

Nadere informatie

Onderwerp Vaststelling bestemmingsplan "Heerde-Dorp, 5 e herziening (Haneweg 4 te Heerde)".

Onderwerp Vaststelling bestemmingsplan Heerde-Dorp, 5 e herziening (Haneweg 4 te Heerde). Gemeente Heerde Raadsvergadering 3 1 JAN 2011 Conform voorstel Raadsvoorstel Raadsvergadering 31 januari 2011 Commissie Ruimte 10 januari 2011 Agendapunt 7 Afdeling en opsteller Ruimte/Lisette Sipman (0578

Nadere informatie

Ruimtelijke onderbouwing Fort Imperial te Breskens

Ruimtelijke onderbouwing Fort Imperial te Breskens Ruimtelijke onderbouwing Fort Imperial te Breskens 1 INHOUDSOPGAVE 1. Inleiding 4 1.1 Aanleiding 4 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 4 1.3 Vigerende bestemmingsplan 5 2. Bestaande situatie 6 2.1 ruimtelijke

Nadere informatie

Raadsvoorstel. Voor de gemeenteraadsvergadering d.d. 13 juli 2015. Documentnummer : 2015.0.055.926. Zaaknummer: 2014-11-00464

Raadsvoorstel. Voor de gemeenteraadsvergadering d.d. 13 juli 2015. Documentnummer : 2015.0.055.926. Zaaknummer: 2014-11-00464 Raadsvoorstel Voor de gemeenteraadsvergadering d.d. 13 juli 2015 Documentnummer : 2015.0.055.926 Zaaknummer: 2014-11-00464 Onderwerp: Vaststelling bestemmingsplan Geluidszone industrieterrein Arnhem Noord

Nadere informatie

Aan de gemeenteraad Gemeente Steenwijkerland Vendelweg 1 8331 XE Steenwijk Steenwijk, 4-10-2011 Nummer voorstel: 2011/81

Aan de gemeenteraad Gemeente Steenwijkerland Vendelweg 1 8331 XE Steenwijk Steenwijk, 4-10-2011 Nummer voorstel: 2011/81 Voorstel aan de raad Aan de gemeenteraad Gemeente Steenwijkerland Vendelweg 1 8331 XE Steenwijk Steenwijk, 4-10-2011 Nummer voorstel: 2011/81 Voor raadsvergadering d.d.: 25-10-2011 Agendapunt: 10 Onderwerp:

Nadere informatie

Memo. In totaal worden er maximaal 110 woningen gerealiseerd. Dit kunnen zowel grondgebonden woningen zijn alsook gestapeld woningen.

Memo. In totaal worden er maximaal 110 woningen gerealiseerd. Dit kunnen zowel grondgebonden woningen zijn alsook gestapeld woningen. Memo aan: van: Gemeente Arnhem SAB datum: 18 maart 2015 betreft: Luchtkwaliteit Schuytgraaf Arnhem project: 150131 INLEIDING Het voornemen bestaat om veld 13 van de in aanbouw zijnde woonwijk Schuytgraaf

Nadere informatie

Beantwoording van vragen van de fracties D66 en Groen Links over de voortgang van een watersportcentrum langs de Nevengeul

Beantwoording van vragen van de fracties D66 en Groen Links over de voortgang van een watersportcentrum langs de Nevengeul Collegevoorstel Openbaar Onderwerp Beantwoording van vragen van de fracties D66 en Groen Links over de voortgang van een watersportcentrum langs de Nevengeul Programma Grondbeleid BW-nummer Portefeuillehouder

Nadere informatie

Nota zienswijzen vaststelling hogere waarden, Wet Geluidhinder, Oud Gastel Noord

Nota zienswijzen vaststelling hogere waarden, Wet Geluidhinder, Oud Gastel Noord Nota zienswijzen vaststelling hogere waarden, Wet Geluidhinder, Oud Gastel Noord Overzicht Reclamanten Nr. Naam / Adres 1. XXX (Rijpersweg 108, Oud Gastel) 2. XXX (Rijpersweg 73a, Oud Gastel) 3. XXX (Rijpersweg

Nadere informatie

TITEL Verklaring van geen bedenkingen voor gedeeltelijke sloop en verbouwing tot woning op het perceel Westerstraat 92.

TITEL Verklaring van geen bedenkingen voor gedeeltelijke sloop en verbouwing tot woning op het perceel Westerstraat 92. Gemeente Amersfoort RAADSVOORSTEL Van : Burgemeester en Wethouders Reg.nr. : 4356845 Aan : Gemeenteraad Datum : 26 maart 2013 Portefeuillehouder : Wethouder P. van den Berg Agendapunt : B&W-vergadering

Nadere informatie

Raadsvoorstel. Leefomgeving. Beleid en regie E. Bressers P. Visser

Raadsvoorstel. Leefomgeving. Beleid en regie E. Bressers P. Visser Titel Vaststelling bestemmingsplan Noordeinde 41-43 Nummer 13/68 Datum 30 oktober 2013 Programma Fase Leefomgeving Onderwerp Vaststelling bestemmingsplan Noordeinde 41-43 Gemeentehuis Bezoekadres Kerkbuurt

Nadere informatie

Beslisdocument college van Peel en Maas

Beslisdocument college van Peel en Maas Beslisdocument college van Peel en Maas Document openbaar: Ja Zaaknummer: 1894/2015/637429 Besluitnummer: 52 6.2 Onderwerp: Ontwerp wijzigingsplan Molenhof fase 2 voor de realisatie van 4 woningbouwkavels

Nadere informatie

Vastgesteld bestemmingsplan Groenvoorziening Klokkengietersstraat 2-96 te Venlo

Vastgesteld bestemmingsplan Groenvoorziening Klokkengietersstraat 2-96 te Venlo Raadsvoorstel GEMEENTEBESTUUR onderwerp raadsnummer 2012 87 collegevergadering raadsvergadering fatale termijn programma portefeuillehouder Vastgesteld bestemmingsplan Groenvoorziening Klokkengietersstraat

Nadere informatie

Nachtwinkels. Alleen ter besluitvorming door het College Formele consultatie van de Raad. Collegevoorstel Openbaar. Onderwerp

Nachtwinkels. Alleen ter besluitvorming door het College Formele consultatie van de Raad. Collegevoorstel Openbaar. Onderwerp Openbaar Onderwerp Nachtwinkels Programma Economie & Werk Portefeuillehouder T. Tankir / B. van Hees / H. Bruls Samenvatting Bij raadsbesluit van 20 november 2013 is de Verordening Winkeltijden Nijmegen

Nadere informatie

memo INLEIDING 1 Toets NIBM; 2 Toets grenswaarden in het kader van goede ruimtelijke ordening; WETTELIJK KADER Bogor projectontwikkeling

memo INLEIDING 1 Toets NIBM; 2 Toets grenswaarden in het kader van goede ruimtelijke ordening; WETTELIJK KADER Bogor projectontwikkeling memo aan: van: Bogor projectontwikkeling SAB datum: 4 februari 2015 betreft: Luchtkwaliteit Plantageweg 35 Alblasserdam project: 140479 INLEIDING Het gebied tussen de Plantageweg, de Cornelis Smitstraat,

Nadere informatie

Nota zienswijzen Ontwerpbestemmingsplan De Eng II Zuidzijde

Nota zienswijzen Ontwerpbestemmingsplan De Eng II Zuidzijde Nota zienswijzen Ontwerpbestemmingsplan De Eng II Zuidzijde Idn: NL.IMRO.0733.BPASPDEENGIIZZ-VS01 Versie: Definitief Asperen, 25 mei 2016 Definitief 25 mei 2016 1 Definitief 25 mei 2016 2 Inhoud 1. Inleiding...

Nadere informatie

Straatnaamgeving in Lentseveld: Cataloniëstraat, Salamancastraat en Sevillastraat

Straatnaamgeving in Lentseveld: Cataloniëstraat, Salamancastraat en Sevillastraat Collegevoorstel Openbaar Onderwerp Straatnaamgeving in Lentseveld: Cataloniëstraat, Salamancastraat en Sevillastraat Programma Cultuur & Cultuurhistorie & Citymarketing Portefeuillehouder B. van Hees Samenvatting

Nadere informatie

Uitvoering van de aangenomen moties tijdens de Politieke avonden van 17 september, 1 oktober en 15 oktober 2014

Uitvoering van de aangenomen moties tijdens de Politieke avonden van 17 september, 1 oktober en 15 oktober 2014 Collegevoorstel Openbaar Onderwerp Uitvoering van de aangenomen moties tijdens de Politieke avonden van 17 september, 1 oktober en 15 oktober 2014 Programma / Programmanummer Bestuur & Middelen / 1042

Nadere informatie

Beleidsregels binnenplans afwijken van het bestemmingsplan (artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 1 Wabo)

Beleidsregels binnenplans afwijken van het bestemmingsplan (artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 1 Wabo) Beleidsregels binnenplans afwijken van het bestemmingsplan (artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 1 Wabo) Versie: vastgesteld Gemeente Landsmeer, januari 2011 Inhoudsopgave Inhoudsopgave... 2 1. Inleiding...

Nadere informatie

Argumenten 1.1. De opgestelde randvoorwaarden waarborgen een voldoende toetsingskader en een goede ruimtelijke ordening.

Argumenten 1.1. De opgestelde randvoorwaarden waarborgen een voldoende toetsingskader en een goede ruimtelijke ordening. Portefeuillehouder Datum raadsvergadering drs A.J. Ditewig 29 april 2010 Datum voorstel 02 maart 2010 Agendapunt Onderwerp vervangende nieuwbouw Huize Het Oosten, Bilthoven De raad wordt voorgesteld te

Nadere informatie

Datum Referentie Uw referentie Behandeld door 2 november 2012 20121559-02 M. Souren

Datum Referentie Uw referentie Behandeld door 2 november 2012 20121559-02 M. Souren Notitie 20121559-02 Brede Maatschappelijke Voorzieningen (BMV) Molenberg Beoordeling luchtkwaliteitsaspecten Datum Referentie Uw referentie Behandeld door 2 november 2012 20121559-02 M. Souren 1 Inleiding

Nadere informatie

gemeente Eindhoven OplegvelRaadsvoorstel tot het vaststellen van het bestemmingsplan II Buitengebied (Hotel Van der Valk) rma/lg11000662

gemeente Eindhoven OplegvelRaadsvoorstel tot het vaststellen van het bestemmingsplan II Buitengebied (Hotel Van der Valk) rma/lg11000662 gemeente Eindhoven Openbare Ruimte, Verkeer & Milieu Raadsnummer Inboeknummer 11bst00085 Beslisdatum B&W 01 februari 2011 Dossiernummer 05.251 OplegvelRaadsvoorstel tot het vaststellen van het bestemmingsplan

Nadere informatie

Alleen ter besluitvorming door het College. Collegevoorstel Openbaar

Alleen ter besluitvorming door het College. Collegevoorstel Openbaar Collegevoorstel Openbaar Onderwerp Beantwoording schriftelijke vragen fractie Groenlinks over verkeerssituatie rondom nieuwe school Brakkenstein Programma / Programmanummer Mobiliteit / 9710 Portefeuillehouder

Nadere informatie

Bestemmingsplan Regenboogschool - Sportvoorziening

Bestemmingsplan Regenboogschool - Sportvoorziening Zienswijzennota Bestemmingsplan Regenboogschool - Sportvoorziening Gemeente Hardinxveld-Giessendam Datum: 21 januari 2015 GemHG\Intern\17599 Zaaknr: HG 12838 Inhoud 1. Inleiding 1.1 Status zienswijzennota

Nadere informatie

Zienswijzennota Mgr. van de Weteringstraat 68-75 #4703567

Zienswijzennota Mgr. van de Weteringstraat 68-75 #4703567 Zienswijzennota Mgr. van de Weteringstraat 68-75 #4703567 Zienswijzennota Mgr. van de Weteringstraat 68-75 Behorend bij het raadsvoorstel en besluit tot vaststelling van het wijzigingsplan Mgr. van de

Nadere informatie

2 e Plan van wijziging Globaal Bestemmingsplan Houten Vinex. Houtensewetering naast 45

2 e Plan van wijziging Globaal Bestemmingsplan Houten Vinex. Houtensewetering naast 45 2 e Plan van wijziging Globaal Bestemmingsplan Houten Vinex Houtensewetering naast 45 2 Toelichting 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Vigerend bestemmingsplan 1.3 Bestemmingsplan 2 Gebieds- en projectbeschrijving

Nadere informatie

Voorstel aan de Raad. Datum raadsvergadering / Nummer raadsvoorstel / Fatale termijn: besluitvorming vóór:

Voorstel aan de Raad. Datum raadsvergadering / Nummer raadsvoorstel / Fatale termijn: besluitvorming vóór: Collegevoorstel Openbaar Onderwerp Straatnaamgeving: Nijmegen Goffert Programma Cultuur & Cultuurhistorie & Citymarketing B. van Hees Samenvatting Op 3 oktober 2007 heeft de raad de naam Nijmegen Goffert

Nadere informatie

G. Akkerman-Wielinga Ruimtelijke Ontwikkeling en Economische Zaken

G. Akkerman-Wielinga Ruimtelijke Ontwikkeling en Economische Zaken Gemeente Südwest-Fryslan Raadsvoorstel gemeente Südwest-Fryslan Ons nummer: R14.000175 llllllllilllllilllllllllllllllllllllllllllllllllllllllllll Onderwerp Bestemmingsplan Kilewierwei 1 in Tirns Raadsvergadering

Nadere informatie

Ter besluitvorming door de Raad. Collegevoorstel Openbaar. Onderwerp Raadvoorstel ivm begrotingswijziging vanwege uitbetaling schadevergoeding

Ter besluitvorming door de Raad. Collegevoorstel Openbaar. Onderwerp Raadvoorstel ivm begrotingswijziging vanwege uitbetaling schadevergoeding Collegevoorstel Openbaar Onderwerp Raadvoorstel ivm begrotingswijziging vanwege uitbetaling schadevergoeding Programma / Programmanummer Ruimte & Cultuurhistorie / 131 BW-nummer BW-165 Portefeuillehouder

Nadere informatie

REACTIENOTA ZIENSWIJZEN BESTEMMINGSPLAN ANDEREN DORP, NIJEND 18 (ZAAGWERKZAAMHEDEN)

REACTIENOTA ZIENSWIJZEN BESTEMMINGSPLAN ANDEREN DORP, NIJEND 18 (ZAAGWERKZAAMHEDEN) REACTIENOTA ZIENSWIJZEN BESTEMMINGSPLAN ANDEREN DORP, NIJEND 18 (ZAAGWERKZAAMHEDEN) 1 Algemeen In deze notitie wordt een reactie gegeven op de ingediende zienswijzen op het ontwerpbestemmingsplan Anderen

Nadere informatie

RAADSVOORSTEL. Vaststellen van de 2 e herziening bestemmingsplan Amsterdamse Bos Woonschepen en de Woonschepenverordening

RAADSVOORSTEL. Vaststellen van de 2 e herziening bestemmingsplan Amsterdamse Bos Woonschepen en de Woonschepenverordening RAADSVOORSTEL Raadsvoorstel nr Portefeuillehouder wethouder P.A. Bot Datum B&W-besluit 28 april 2015 Voor de raadsvergadering van 3 juni 2015 Afdeling ROV Behandelend ambtenaar (voor technische vragen)

Nadere informatie

Straatnaamgeving op het Novio Tech Campus-terrein

Straatnaamgeving op het Novio Tech Campus-terrein Collegevoorstel Openbaar Onderwerp Straatnaamgeving op het Novio Tech Campus-terrein Programma Cultuur & Cultuurhistorie & Citymarketing Portefeuillehouder B. van Hees Samenvatting Het terrein van de Novio

Nadere informatie

Kredietaanvraag Verbouwing Nieuwe Dukenburgseweg 21

Kredietaanvraag Verbouwing Nieuwe Dukenburgseweg 21 Collegevoorstel Openbaar Onderwerp Kredietaanvraag Verbouwing Nieuwe Dukenburgseweg 21 Programma / Programmanummer 1042,1043 / Bestuur en Middelen, Facilitaire Diensten Portefeuillehouder H. Tiemens, R.

Nadere informatie

Vergadering van : 14 september 2010 Agendanummer : 8 Onderwerp : Vaststelling bestemmingsplan Foarstrjitte 7a Programma : Ruimte om te leven

Vergadering van : 14 september 2010 Agendanummer : 8 Onderwerp : Vaststelling bestemmingsplan Foarstrjitte 7a Programma : Ruimte om te leven RAADSVOORSTEL Vergadering van : 14 september 2010 Agendanummer : 8 Onderwerp : Vaststelling bestemmingsplan Foarstrjitte 7a Programma : Ruimte om te leven Voorstel De navolgende ingediende schriftelijke

Nadere informatie

RAADSVOORSTEL Agendanummer 9.1. Onderwerp: keuze tussen twee locaties voor een brandstofverkooppunt te Fijnaart.

RAADSVOORSTEL Agendanummer 9.1. Onderwerp: keuze tussen twee locaties voor een brandstofverkooppunt te Fijnaart. RAADSVOORSTEL Agendanummer 9.1 Raadsvergadering van 17 april 2008 Onderwerp: keuze tussen twee locaties voor een brandstofverkooppunt te Fijnaart. Verantwoordelijke portefeuillehouder: L.M. Koevoets SAMENVATTING

Nadere informatie

Ruimtelijke onderbouwing. Bouw zeven garageboxen achter Kerkstraat 18 Voorthuizen

Ruimtelijke onderbouwing. Bouw zeven garageboxen achter Kerkstraat 18 Voorthuizen Ruimtelijke onderbouwing Bouw zeven garageboxen achter Kerkstraat 18 Voorthuizen 1 2 Hoofdstuk 1 1.1 Aanleiding INLEIDING Op 4 maart 2011 is een aanvraag om een omgevingsvergunning binnengekomen voor het

Nadere informatie

memo INLEIDING 1 Toets NIBM; 2 Toets grenswaarden in het kader van goede ruimtelijke ordening; Gemeente Hof van Twente Johan van der Burg

memo INLEIDING 1 Toets NIBM; 2 Toets grenswaarden in het kader van goede ruimtelijke ordening; Gemeente Hof van Twente Johan van der Burg memo aan: van: Gemeente Hof van Twente Johan van der Burg datum: 20 februari 2014 betreft: Luchtkwaliteit Hengevelde, Marke III project: 120218 INLEIDING Aan de zuidwestzijde van de kern van Hengevelde

Nadere informatie

GEMEENTE HOOGEVEEN Raadsvoorstel

GEMEENTE HOOGEVEEN Raadsvoorstel GEMEENTE HOOGEVEEN Raadsvoorstel Datum raadsavond Programma Onderwerp Hoogeveen Ontwikkelt Bestemmingsplan Bentinckspark 2009 Samenvatting Het bestemmingsplan Bentinckspark 2009 wordt ter vaststelling

Nadere informatie

mêçàéåíåìããéê= W 2009089 mêçàéåí= léçê~åüíöéîéê= låçéêïéêé=ãéãç= W Verkeerskundig advies rev. 2

mêçàéåíåìããéê= W 2009089 mêçàéåí= léçê~åüíöéîéê= låçéêïéêé=ãéãç= W Verkeerskundig advies rev. 2 1. Inleiding De gemeente Lingewaard is voornemens om de begraafplaats De Hoeve in Huissen uit te breiden. Tevens zijn er plannen om een crematorium te bouwen op deze locatie. Voor beide plannen zijn reeds

Nadere informatie

Pagina 1 van 6 Versie Nr. 1 Registratienr.: Z/14/005105/9510. Afdeling: Beleid Ruimte Leiderdorp, 25 augustus 2014 Onderwerp: herontwikkeling

Pagina 1 van 6 Versie Nr. 1 Registratienr.: Z/14/005105/9510. Afdeling: Beleid Ruimte Leiderdorp, 25 augustus 2014 Onderwerp: herontwikkeling Pagina 1 van 6 Versie Nr. 1 Afdeling: Beleid Ruimte Leiderdorp, 25 augustus 2014 Onderwerp: herontwikkeling Aan de raad. Hoogmadeseweg 60A Besluit categorie vvgb 09-2014 Beslispunten *Z001D11AA5 5* 1.

Nadere informatie

Datum Referentie Uw referentie Behandeld door 12 februari 2014 20102687-06v3 M. Blankvoort

Datum Referentie Uw referentie Behandeld door 12 februari 2014 20102687-06v3 M. Blankvoort Wilhelm Röntgenstraat 4 8013 NE Zwolle Postbus 1590 8001 BN Zwolle T +31 (0)38-4221411 F +31 (0)38-4223197 E Zwolle@chri.nl www.chri.nl Notitie 20102687-06v3 Clarissenhof te Vianen Beoordeling luchtkwaliteitseisen

Nadere informatie

op hoofdlijnen de volgende onderdelen de sloop 8 koopwoningen en 40 huurwoningen op de adressen Keizerstraat 34/36/37/39,

op hoofdlijnen de volgende onderdelen de sloop 8 koopwoningen en 40 huurwoningen op de adressen Keizerstraat 34/36/37/39, voorstel raad en raadsbeslyit Programma GEMEENTE LANDGRAAF PROGRAMMA 2. Ruimte en Herstructurering Verantwoordelijke portefeuillehouder A. Dritty Documentnummer Landgraaf, 11 november 2013 Raad 19 december

Nadere informatie

1 e Wijziging Legmeerpolder, Omzetting bedrijfswoningen naar burgerwoningen (Voorontwerp)

1 e Wijziging Legmeerpolder, Omzetting bedrijfswoningen naar burgerwoningen (Voorontwerp) Nota van Beantwoording Ontvangen reacties en beantwoording van reacties op 1 e Wijziging Legmeerpolder, Omzetting bedrijfswoningen naar burgerwoningen (Voorontwerp) Amstelveen, februari 2016 Nota van beantwoording

Nadere informatie

Burgemeester en Wethouders van de Gemeente Beverwijk,

Burgemeester en Wethouders van de Gemeente Beverwijk, Collegebesluit Registratienummer Afdeling Onderwerp 2010/57677 Stadszaken Projectbesluit en reguliere bouwvergunning Wijkerbaan Burgemeester en Wethouders van de Gemeente Beverwijk, gezien de aanvraag

Nadere informatie

COLLEGEVOORSTEL. Onderwerp Afsluiting / herinrichting Breestraat

COLLEGEVOORSTEL. Onderwerp Afsluiting / herinrichting Breestraat COLLEGEVOORSTEL Onderwerp Afsluiting / herinrichting Breestraat Te besluiten om: 1. alle eerder genomen verkeersbesluiten in stand te laten; 2. niet over te gaan tot fysieke afsluiting door middel van

Nadere informatie

Zaaknummer : 16242. 1 van 5

Zaaknummer : 16242. 1 van 5 Aan de gemeenteraad van3 : Gemeente Lemsterland Raadsvergadering : 19 december 2013 Commissievergadering : 4 december 2013 Agendapunt : RB 5 Nummer : 2013/ Datum voorstel : 5 november 2013 Onderwerp :

Nadere informatie

Memo INLEIDING. 1 Toets NIBM; 2 Toets grenswaarden in het kader van goede ruimtelijke ordening. WETTELIJK KADER. Gemeente West Maas en Waal

Memo INLEIDING. 1 Toets NIBM; 2 Toets grenswaarden in het kader van goede ruimtelijke ordening. WETTELIJK KADER. Gemeente West Maas en Waal Memo aan: van: Gemeente West Maas en Waal Paul Kerckhoffs datum: 25 maart 2015 betreft: Luchtkwaliteit Gouden Ham/De Schans project: 90249 INLEIDING In het recreatiegebied De Gouden Ham is men voornemens

Nadere informatie

Openbaar. Vaststellen Onderzoeksopzet Workfast. Alleen ter besluitvorming door het College Actief informeren van de Raad. Collegevoorstel.

Openbaar. Vaststellen Onderzoeksopzet Workfast. Alleen ter besluitvorming door het College Actief informeren van de Raad. Collegevoorstel. Collegevoorstel Openbaar Onderwerp Vaststellen Onderzoeksopzet Workfast Programma Economie & Werk Portefeuillehouder T. Tankir Samenvatting Op 4 maart 2015 heeft de gemeenteraad de motie Onderzoek naar

Nadere informatie

Reactienota zienswijzen Eemstraat 10A

Reactienota zienswijzen Eemstraat 10A Reactienota zienswijzen Eemstraat 10A gemeente Baarn Programma Fysiek Domein juni 2015 1 2 Inhoudsopgave 1 Inleiding...5 1.1 Ter plaatse geldende bestemmingsplan...5 1.2 Procedure...5 2 De ingekomen zienswijzen...6

Nadere informatie

categorie/agendanr. stuknr. B. en W. 2004 RA04.0108 A 11 04/696 Onderwerp: Bezwaarschrift Sluyter Advocaten tegen besluit raad m.b.t.

categorie/agendanr. stuknr. B. en W. 2004 RA04.0108 A 11 04/696 Onderwerp: Bezwaarschrift Sluyter Advocaten tegen besluit raad m.b.t. Raadsvoorstel jaar stuknr. Raad categorie/agendanr. stuknr. B. en W. 2004 RA04.0108 A 11 04/696 Onderwerp: Bezwaarschrift Sluyter Advocaten tegen besluit raad m.b.t. gebied Zijtak Portefeuillehouder: J.

Nadere informatie

ONDERWERP: Vaststellen bestemmingsplan "Motorcrossterrein Arnhem"

ONDERWERP: Vaststellen bestemmingsplan Motorcrossterrein Arnhem Aan de gemeenteraad Documentnummer 2015.0.101.295 Zaaknummer 2015-07-00870 ONDERWERP: Vaststellen bestemmingsplan "Motorcrossterrein Arnhem" Voorstel 1. Gewijzigd vast te stellen het bestemmingsplan "Motorcrossterrein

Nadere informatie

Raadsvoorstel. Opgesteld door: Marly Beckfeld, afdeling Ruimtelijke Ontwikkeling & Grondbedrijf. Portefeuillehouder: T. Veninga

Raadsvoorstel. Opgesteld door: Marly Beckfeld, afdeling Ruimtelijke Ontwikkeling & Grondbedrijf. Portefeuillehouder: T. Veninga Gemeente Nieuwkoop College van Burgemeester en Wethouders Raadsvoorstel Portefeuillehouder: T. Veninga Opgesteld door: Marly Beckfeld, afdeling Ruimtelijke Ontwikkeling & Grondbedrijf Besluitvormende vergadering:

Nadere informatie

COMMENTAAR OP DE ZIENSWIJZEN ONTWERPBESTEMMINGSPLAN. Buitengebied P-Veluwe (NL.IMRO.0243.BP00031-0002)

COMMENTAAR OP DE ZIENSWIJZEN ONTWERPBESTEMMINGSPLAN. Buitengebied P-Veluwe (NL.IMRO.0243.BP00031-0002) COMMENTAAR OP DE ZIENSWIJZEN ONTWERPBESTEMMINGSPLAN Buitengebied P-Veluwe (NL.IMRO.0243.BP00031-0002) 1. Korte inleiding Harderwijk is gelegen op de grens tussen Veluwe en Randmeren en wil graag de ruimtelijk

Nadere informatie

Gemeente Langedijk. Voorstel aan de raad

Gemeente Langedijk. Voorstel aan de raad Gemeente Langedijk Raadsvergadering van : Agendanummer : Portefeuillehouder Afdeling Opsteller : P.J. Beers : Beleid en Projecten : M. Klazema Voorstel aan de raad Onderwerp Programma : Vaststelling "Partiële

Nadere informatie

Voordracht voor de raadsvergadering Datum: 27-11-2013. Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Buitenveldert 2013

Voordracht voor de raadsvergadering Datum: 27-11-2013. Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Buitenveldert 2013 Nummer Afdeling BD2013-003206 Beleidsrealisatie Fysiek Domein X X Gemeente Amsterdam Stadsdeel Zuid Voordracht voor de raadsvergadering Datum: 27-11-2013 Publicatiedatum Programma Agendapunt Datum besluit

Nadere informatie

Aan de raad van de gemeente Lingewaard

Aan de raad van de gemeente Lingewaard 10 Aan de raad van de gemeente Lingewaard *14RDS00239* 14RDS00239 Onderwerp Vaststellen bestemmingsplan "Bedrijvenpark Lingewaard" met planidentificatienummer NL.IMRO.1705.14-VG01 met "Reactienota zienswijzen

Nadere informatie

Nota Zienswijzen. Samenvatting en beantwoording zienswijzen. Ontwerpbestemmingsplan Partiële herziening Palenstein, Winkelcentrum Croesinckplein e.o.

Nota Zienswijzen. Samenvatting en beantwoording zienswijzen. Ontwerpbestemmingsplan Partiële herziening Palenstein, Winkelcentrum Croesinckplein e.o. Nota Zienswijzen Samenvatting en beantwoording zienswijzen Ontwerpbestemmingsplan Partiële herziening Palenstein, Winkelcentrum Croesinckplein e.o. Gemeente Zoetermeer Juli 2015 1. Inleiding Op 21 april

Nadere informatie

ONTWERP BESCHIKKING OMGEVINGS(DEEL-)VERGUNNING

ONTWERP BESCHIKKING OMGEVINGS(DEEL-)VERGUNNING ONTWERP BESCHIKKING OMGEVINGS(DEEL-)VERGUNNING Burgemeester en wethouders van Zoetermeer; gezien de aanvraag ingekomen d.d. : 17 juni 2015; dossiernummer : WB20150279; van : Vastgoedbedrijf Gemeente Zoetermeer,

Nadere informatie

ZOETERMEER Rokkeveenseweg 182 RUIMTELIJKE ONDERBOUWING

ZOETERMEER Rokkeveenseweg 182 RUIMTELIJKE ONDERBOUWING ZOETERMEER Rokkeveenseweg 182 RUIMTELIJKE ONDERBOUWING RBOI - Rotterdam bv Delftseplein 27b Postbus 150 3000 AD Rotterdam telefoon (010) 201 85 55 E-mail: info@rboi.nl Zoetermeer Rokkeveenseweg 182 RUIMTELIJKE

Nadere informatie

Inspraakverslag en verslag vooroverleg voorontwerpbestemmingsplan Stadsrandgebied Almelo Noord-Oost

Inspraakverslag en verslag vooroverleg voorontwerpbestemmingsplan Stadsrandgebied Almelo Noord-Oost Inspraakverslag en verslag vooroverleg voorontwerpbestemmingsplan Stadsrandgebied Almelo Noord-Oost Inleiding Het voorontwerpbestemmingsplan Stadsrandgebied Almelo Noord-0ost en de bijbehorende stukken

Nadere informatie

Omgevingsvergunning Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) Meermuidenseweg 7 in Twello.

Omgevingsvergunning Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) Meermuidenseweg 7 in Twello. Burgemeester en wethouders van Voorst maken het volgende bekend: Omgevingsvergunning Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) Meermuidenseweg 7 in Twello. Met ingang van 25 juli 2013 ligt met de bijbehorende

Nadere informatie

Raadsinformatiebrief Nr. :

Raadsinformatiebrief Nr. : Raadsinformatiebrief Nr. : Reg.nr. : 5241196 B&W verg. : 14 oktober 2015 Onderwerp: Ontwerpbestemmingsplan Molengat 1) Status Het voorliggende bestemmingsplan Molengat betreft een ontwerpbestemmingsplan

Nadere informatie

Benzineverkooppunt Zuiddijk

Benzineverkooppunt Zuiddijk Reactienota ontwerpbestemmingsplan Benzineverkooppunt Zuiddijk Gemeente Graft-De Rijp april 2014 1 INHOUD 1 INLEIDING 1.1 AANLEIDING 1.2 ONTVANGEN REACTIES 1.3 LEESWIJZER 2 reacties bestemmingsplan 2.1

Nadere informatie

Onderwerp Vaststellen brief aan GEM Waalsprong inzake aansluiting watersingel Citadel

Onderwerp Vaststellen brief aan GEM Waalsprong inzake aansluiting watersingel Citadel Openbaar Onderwerp Vaststellen brief aan GEM Waalsprong inzake aansluiting watersingel Citadel Programma / Programmanummer Grondbeleid / 1032 BW-nummer Portefeuillehouder J. van der Meer Samenvatting In

Nadere informatie

Gemeentebestuur Spuiboulevard 300 3311 GR DORDRECHT

Gemeentebestuur Spuiboulevard 300 3311 GR DORDRECHT tp DORDRECHT Aan de gemeenteraad Gemeentebestuur Spuiboulevard 300 3311 GR DORDRECHT Datum 5 januari 2010 Ons kenmerk SO/2009/258058 Begrotingsprogramma Wonen en Leefbaarheid en -thema ontwikkelen en herstructureren

Nadere informatie

MEMORANDUM. B 5.1 Inleiding. Datum : 2 mei 2013. Aan : - Kopie aan : - Van : Dhr. M. Koops, doorkiesnummer: (0572) 347 861

MEMORANDUM. B 5.1 Inleiding. Datum : 2 mei 2013. Aan : - Kopie aan : - Van : Dhr. M. Koops, doorkiesnummer: (0572) 347 861 Bijlage 5 Verkeer en Parkeren MEMORANDUM Datum : 2 mei 2013 Aan : - Kopie aan : - Van : Dhr. M. Koops, doorkiesnummer: (0572) 347 861 Onderwerp : Verkeerskundige consequenties van evenementen landgoed

Nadere informatie

Bestemmingsplan IJzendoorn West 2015 Gemeente Neder-Betuwe

Bestemmingsplan IJzendoorn West 2015 Gemeente Neder-Betuwe Zienswijzennota Bestemmingsplan IJzendoorn West 2015 Gemeente Neder-Betuwe INHOUD 1 Inleiding 3 1.1 Procedure bestemmingsplan 3 2 Samenvatting en beantwoording zienswijze 4 3 Aanpassingen bestemmingsplan

Nadere informatie

Raadsvoorstel 2015/ Ontwerp t.b.v. terinzageligging Vaststelling bestemmingsplan Zwanenburg 1 e herziening

Raadsvoorstel 2015/ Ontwerp t.b.v. terinzageligging Vaststelling bestemmingsplan Zwanenburg 1 e herziening Onderwerp Raadsvoorstel 2015/ Ontwerp t.b.v. terinzageligging Vaststelling bestemmingsplan Zwanenburg 1 e herziening Portefeuillehouder Collegevergadering Raadsvergadering Adam Elzakalai Steller Jolanda

Nadere informatie

Nota van Zienswijzen behorende bij het Bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2012, De Leijkens

Nota van Zienswijzen behorende bij het Bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2012, De Leijkens Nota van Zienswijzen behorende bij het Bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2012, De Leijkens Rucphen, 7 november 2012 INHOUD; 1. Procedure 2. Ingediende zienswijzen 3. Inhoud zienswijzen en inhoudelijke

Nadere informatie

Besluitvorming aan de Raad Formele advisering van de Raad. Collegevoorstel Advies: Openbaar

Besluitvorming aan de Raad Formele advisering van de Raad. Collegevoorstel Advies: Openbaar Collegevoorstel Advies: Openbaar Onderwerp Beantwoording vragen (art. 39 RVO) SP fractie Nijmegen inzake vervoer gevaarlijke stoffen per trein Programma / Programmanummer Leefomgevingskwaliteit / 6210

Nadere informatie

Op onderstaande luchtfoto is de locatie aangeduid met een rode omcirkeling.

Op onderstaande luchtfoto is de locatie aangeduid met een rode omcirkeling. Raadsvoorstel no. R2015.0011 Agendapunt no. 13 Onderwerp Verklaring van geen bedenkingen Stierop 3 Uitgeest, 14 april 2015 Aan de gemeenteraad Aanleiding Op 2 juli 2014 is er een aanvraag omgevingsvergunning

Nadere informatie

Aanleg paardenbak Het Zuid 34 Drachten

Aanleg paardenbak Het Zuid 34 Drachten Ruimtelijke onderbouwing Aanleg paardenbak Het Zuid 34 Drachten Ruimtelijke onderbouwing voor de aanleg van een paardenbak Het Zuid 34 te Drachten 1 Ruimtelijke onderbouwing voor de aanleg van een paardenbak

Nadere informatie

Nota van zienswijzen en wijzigingen

Nota van zienswijzen en wijzigingen Nota van zienswijzen en wijzigingen Bestemmingsplan 2 e Herziening Aansluiting A20 Moordrecht 1. I n l e i d i n g 1. 1 F o r m e l e v e r e i s t e n In het kader van de vaststellingsprocedure heeft

Nadere informatie

Bijlage 1. NOTA VAN BEANTWOORDING ZIENSWIJZEN Uitwerkingsplan Zevenhuizen-Zuid, fase 1

Bijlage 1. NOTA VAN BEANTWOORDING ZIENSWIJZEN Uitwerkingsplan Zevenhuizen-Zuid, fase 1 Bijlage 1. NOTA VAN BEANTWOORDING ZIENSWIJZEN Uitwerkingsplan Zevenhuizen-Zuid, fase 1 ZIENSWIJZEN EN OVERLEGREACTIES OP HET ONTWERPUITWERKINGSPLAN ZEVENHUIZEN- ZUID, FASE 1 GEMEENTE ZUIDPLAS (A13.003731)

Nadere informatie

Zienswijzennota realisatie loods Dronryp

Zienswijzennota realisatie loods Dronryp Zienswijzennota realisatie loods Dronryp Vastgesteld in de vergadering van burgemeester en wethouders d.d. 17 december 2013 Zienswijzennota realisatie loods Dronryp Inhoud plan Het planvoornemen betreft

Nadere informatie

Zienswijzenrapport. Ontwerpbestemmingsplan Ambulancepost Eikenheuvelweg Uden. NL.IMRO.0856.BPRAVEikenheuvelwg

Zienswijzenrapport. Ontwerpbestemmingsplan Ambulancepost Eikenheuvelweg Uden. NL.IMRO.0856.BPRAVEikenheuvelwg Zienswijzenrapport Ontwerpbestemmingsplan Ambulancepost Eikenheuvelweg Uden NL.IMRO.0856.BPRAVEikenheuvelwg 1 Inhoudsopgave zienswijzenrapport 1. Inleiding 3 2. Overwegingen ten aanzien van de inhoud van

Nadere informatie